Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
20 APRIL 2012. - Decreet houdende diverse bepalingen inzake leefmilieu en natuur
Titre
20 AVRIL 2012. - Décret portant diverses dispositions en matière d'environnement et de nature
Documentinformatie
Numac: 2012035519
Datum: 2012-04-20
Info du document
Numac: 2012035519
Date: 2012-04-20
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
HOOFDSTUK 2. - Wet op de ruilverkaveling van la...
HOOFDSTUK 3. - Wet Oppervlaktewateren
HOOFDSTUK 4. - Wet houdende bijzondere maatrege...
HOOFDSTUK 5. - Wet houdende bijzondere voorwaar...
HOOFDSTUK 6. - Decreet houdende oprichting van ...
HOOFDSTUK 7. - Het Bosdecreet
HOOFDSTUK 8. - Het Jachtdecreet
HOOFDSTUK 9. - Decreet tot oprichting van het G...
HOOFDSTUK 10. - Het decreet Algemene Bepalingen...
HOOFDSTUK 11. - Decreet tot regeling van het re...
HOOFDSTUK 12. - Decreet op het natuurbehoud en ...
HOOFDSTUK 13. - Drinkwaterdecreet
HOOFDSTUK 14. - Bodemdecreet
HOOFDSTUK 15. - Slotbepalingen
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
CHAPITRE 2. - Loi relative au remembrement de b...
CHAPITRE 3. - Loi sur les Eaux de Surface
CHAPITRE 4. - Loi portant des mesures particuli...
CHAPITRE 5. - Loi portant des mesures particuli...
CHAPITRE 6. - Décret portant création d'une Soc...
CHAPITRE 7. - Le Décret forestier
CHAPITRE 8. - Le Décret sur la Chasse
CHAPITRE 9. - Décret portant création d'un Fond...
CHAPITRE 10. - Le Décret contenant des Disposit...
CHAPITRE 11. - Décret réglant le droit à la fou...
CHAPITRE 12. - Décret sur la conservation de la...
CHAPITRE 13. - Décret sur l'Eau potable
CHAPITRE 14. - Décret relatif au sol
CHAPITRE 15. - Dispositions finales
Tekst (58)
Texte (58)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière régionale.
HOOFDSTUK 2. - Wet op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet
CHAPITRE 2. - Loi relative au remembrement de biens ruraux
Art.2. In artikel 65, tweede lid, van de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 1978, wordt het woord " gouverneur " vervangen door het woord " deputatie ".
Art.2. Dans l'article 65, alinéa deux, de la loi du 22 juillet 1970 relative au remembrement légal de biens ruraux, inséré par la loi du 11 août 1978, les mots " du gouverneur " sont remplacés par les mots " de la députation ".
Art.3. In artikel 70, tweede lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 1978, worden de woorden " na advies van de Minister van Landbouw en in overleg met de Minister of Staatssecretaris die bevoegd is voor de ruimtelijke ordening in dit gewest " opgeheven.
Art.3. Dans l'article 70, alinéa deux, de la même loi, inséré par la loi du 11 août 1978, les mots " après l'avis du Ministre de l'Agriculture, d'un commun accord avec le Ministre ou le Secrétaire d'Etat ayant l'aménagement du territoire dans ses attributions " sont abrogés.
HOOFDSTUK 3. - Wet Oppervlaktewateren
CHAPITRE 3. - Loi sur les Eaux de Surface
Art.4. In artikel 32duodecies, § 3, van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, ingevoegd bij het decreet van 22 december 1995 en vervangen bij het decreet van 21 december 2001, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
" De gewestbijdrage, vermeld in paragraaf 1, met inbegrip van de milieutechnische ondersteuning, wordt berekend aan de hand van de door de Vlaamse Regering vastgestelde percentages van de totale kosten die voortvloeien uit :
1° de aanleg van een afvoersysteem voor de afvoer van afvalwater, waarbij het hemelwater langs hetzelfde traject wordt afgevoerd, bij voorkeur door middel van een geherwaardeerd grachtenstelsel dat op een milieuverantwoorde wijze in stand wordt gehouden, of door middel van een gelijkwaardige oplossing;
2° de aanleg van aan dat afvoersysteem gerelateerde buffer-, retentie- of infiltratievoorzieningen voor hemelwater;
3° de bouw en de verbetering van de kleinschalige rioolwaterzuiveringsinstallaties, vermeld in paragraaf 1. "
" De gewestbijdrage, vermeld in paragraaf 1, met inbegrip van de milieutechnische ondersteuning, wordt berekend aan de hand van de door de Vlaamse Regering vastgestelde percentages van de totale kosten die voortvloeien uit :
1° de aanleg van een afvoersysteem voor de afvoer van afvalwater, waarbij het hemelwater langs hetzelfde traject wordt afgevoerd, bij voorkeur door middel van een geherwaardeerd grachtenstelsel dat op een milieuverantwoorde wijze in stand wordt gehouden, of door middel van een gelijkwaardige oplossing;
2° de aanleg van aan dat afvoersysteem gerelateerde buffer-, retentie- of infiltratievoorzieningen voor hemelwater;
3° de bouw en de verbetering van de kleinschalige rioolwaterzuiveringsinstallaties, vermeld in paragraaf 1. "
Art.4. Dans l'article 32duodecies, § 3, de la loi du 26 mars 1971 sur la protection des eaux de surface contre la pollution, inséré par le décret du 22 décembre 1995 et remplacé par le décret du 21 décembre 2001, le premier alinéa est remplacé par ce qui suit :
" L'intervention de la Région visée au paragraphe 1er, y compris l'assistance de génie environnemental, est calculée sur la base des pourcentages fixés par le Gouvernement flamand des frais totaux découlant de :
1° l'aménagement d'un système d'évacuation des eaux usées évacuant par la même voie les eaux pluviales, de préférence par un réseau de fossés revalorisé maintenu de manière écologiquement justifiée, ou par une solution équivalente;
2° l'aménagement de zones tampon, de rétention ou d'infiltration d'eaux pluviales, liées à ce système d'évacuation;
3° la construction et l'amélioration des petites installations d'épuration des eaux d'égout visées au paragraphe 1er. ".
" L'intervention de la Région visée au paragraphe 1er, y compris l'assistance de génie environnemental, est calculée sur la base des pourcentages fixés par le Gouvernement flamand des frais totaux découlant de :
1° l'aménagement d'un système d'évacuation des eaux usées évacuant par la même voie les eaux pluviales, de préférence par un réseau de fossés revalorisé maintenu de manière écologiquement justifiée, ou par une solution équivalente;
2° l'aménagement de zones tampon, de rétention ou d'infiltration d'eaux pluviales, liées à ce système d'évacuation;
3° la construction et l'amélioration des petites installations d'épuration des eaux d'égout visées au paragraphe 1er. ".
Art.5. In artikel 32terdecies, § 1, 2°, van dezelfde wet, ingevoegd bij het decreet van 22 december 1995 en vervangen bij het decreet van 21 december 2001, wordt de zinsnede " , rekening houdend met de goedgekeurde meerjarenprogramma's opgemaakt door de VMM in overleg met de steden en gemeenten " vervangen door de zinsnede " , rekening houdend met de zoneringsplannen en de gebiedsdekkende uitvoeringsplannen zoals bedoeld in artikel 10.2.3, § 1, 20°, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid ".
Art.5. A l'article 32terdecies, § 1er, 2° de la même loi, inséré par le décret du 22 décembre 1995 et remplacé par le décret du 21 décembre 2001, le membre de phrase " , compte tenu des programmes pluriannuels approuvés, établis par la VMM en concertation avec les villes et communes " est remplacé par le membre de phrase " , compte tenu des plans de zonage et des plans d'exécution couvrant la zone, tels que visés à l'article 10.2.3, § 1er, 20°, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement ".
Art.6. In artikel 35ter van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° paragraaf 2, eerste lid, c), ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005, wordt vervangen door wat volgt :
" c) de heffingsplichtigen, bedoeld in artikel 35quater van deze wet waarvan de inrichting niet gelegen is in de zone van vijftig meter rond het stelsel van de openbare riolering en collectoren dat :
- is aangesloten op een operationele openbare afvalwaterzuiveringsinstallatie; of
- wordt aangesloten op een openbare afvalwaterzuiveringsinstallatie op basis van het zoneringsplan zoals bedoeld in artikel 10.2.3, § 1, 20°, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, geldig op 1 januari van het jaar in kwestie. ";
2° in paragraaf 5, ingevoegd bij het decreet van 20 december 1996 en vervangen bij het decreet van 21 december 2007, worden de woorden " uiterlijk binnen drie maanden na de verzendingsdatum van het heffingsbiljet " vervangen door de woorden " uiterlijk binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de derde werkdag volgend op de dag waarop het heffingsbiljet aan de postdiensten overhandigd werd ";
3° in paragraaf 6, ingevoegd bij het decreet van 20 december 1996 en vervangen bij het decreet van 21 december 2007, worden de woorden " uiterlijk binnen twaalf maanden na de verzendingsdatum van het heffingsbiljet " vervangen door de woorden " uiterlijk binnen een termijn van twaalf maanden te rekenen van de derde werkdag volgend op de dag waarop het heffingsbiljet aan de postdiensten overhandigd werd ";
4° in paragraaf 7, 5° en 6°, ingevoegd bij het decreet van 24 december 2004, vervangen bij het decreet van 21 december 2007, en gewijzigd bij het decreet van 19 december 2008, worden de woorden " uiterlijk binnen drie maanden vanaf de verzending van het heffingsbiljet " en " uiterlijk binnen drie maanden na de verzendingsdatum van het heffingsbiljet " telkens vervangen door de woorden " uiterlijk binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de derde werkdag volgend op de dag waarop het heffingsbiljet aan de postdiensten overhandigd werd ";
5° in paragraaf 8, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2003 en gewijzigd bij de decreten van 24 december 2004, 19 mei 2006, 21 december 2007 en 19 december 2008, worden de woorden " uiterlijk binnen de drie maanden vanaf de verzending van het heffingsbiljet " vervangen door de woorden " uiterlijk binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de derde werkdag volgend op de dag waarop het heffingsbiljet aan de postdiensten overhandigd werd ".
1° paragraaf 2, eerste lid, c), ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005, wordt vervangen door wat volgt :
" c) de heffingsplichtigen, bedoeld in artikel 35quater van deze wet waarvan de inrichting niet gelegen is in de zone van vijftig meter rond het stelsel van de openbare riolering en collectoren dat :
- is aangesloten op een operationele openbare afvalwaterzuiveringsinstallatie; of
- wordt aangesloten op een openbare afvalwaterzuiveringsinstallatie op basis van het zoneringsplan zoals bedoeld in artikel 10.2.3, § 1, 20°, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, geldig op 1 januari van het jaar in kwestie. ";
2° in paragraaf 5, ingevoegd bij het decreet van 20 december 1996 en vervangen bij het decreet van 21 december 2007, worden de woorden " uiterlijk binnen drie maanden na de verzendingsdatum van het heffingsbiljet " vervangen door de woorden " uiterlijk binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de derde werkdag volgend op de dag waarop het heffingsbiljet aan de postdiensten overhandigd werd ";
3° in paragraaf 6, ingevoegd bij het decreet van 20 december 1996 en vervangen bij het decreet van 21 december 2007, worden de woorden " uiterlijk binnen twaalf maanden na de verzendingsdatum van het heffingsbiljet " vervangen door de woorden " uiterlijk binnen een termijn van twaalf maanden te rekenen van de derde werkdag volgend op de dag waarop het heffingsbiljet aan de postdiensten overhandigd werd ";
4° in paragraaf 7, 5° en 6°, ingevoegd bij het decreet van 24 december 2004, vervangen bij het decreet van 21 december 2007, en gewijzigd bij het decreet van 19 december 2008, worden de woorden " uiterlijk binnen drie maanden vanaf de verzending van het heffingsbiljet " en " uiterlijk binnen drie maanden na de verzendingsdatum van het heffingsbiljet " telkens vervangen door de woorden " uiterlijk binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de derde werkdag volgend op de dag waarop het heffingsbiljet aan de postdiensten overhandigd werd ";
5° in paragraaf 8, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2003 en gewijzigd bij de decreten van 24 december 2004, 19 mei 2006, 21 december 2007 en 19 december 2008, worden de woorden " uiterlijk binnen de drie maanden vanaf de verzending van het heffingsbiljet " vervangen door de woorden " uiterlijk binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de derde werkdag volgend op de dag waarop het heffingsbiljet aan de postdiensten overhandigd werd ".
Art.6. A l'article 35ter de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
1° le paragraphe 2, alinéa premier, c), inséré par le décret du 23 décembre 2005, est remplacé par ce qui suit :
" c) les redevables, visés à l'article 35quater de la présente loi, dont l'établissement n'est pas situé dans la zone de cinquante mètres autour du système des égouts publics et des collecteurs, qui est :
- soit, relié à une installation publique opérationnelle d'épuration des eaux usées;
- soit, relié à une installation publique d'épuration des eaux usées sur la base du plan de zonage, tel que prévu à l'article 10.2.3, § 1er, 20°, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement, valable au 1er janvier de l'année en question. ";
2° au paragraphe 5, inséré par le décret du 20 décembre 1996 et remplacé par le décret du 21 décembre 2007, les mots " au plus tard dans les trois mois de la date d'envoi de la feuille d'impôts " sont remplacés par les mots " au plus tard dans un délai de trois mois à compter du troisième jour ouvrable suivant la date de remise de la feuille d'impôts aux service postaux ";
3° au paragraphe 6, inséré par le décret du 20 décembre 1996 et remplacé par le décret du 21 décembre 2007, les mots " au plus tard dans les douze mois de la date d'envoi de la feuille d'impôts " sont remplacés par les mots " au plus tard dans un délai de douze mois à compter du troisième jour ouvrable suivant la date de remise de la feuille d'impôts aux service postaux ";
4° au paragraphe 7, 5° et 6°, inséré par le décret du 24 décembre 2004, remplacé par le décret du 21 décembre 2007, et modifié par le décret du 19 décembre 2008, les mots " au plus tard dans les trois mois de l'envoi de la feuille d'impôts " et " au plus tard dans les trois mois de la date d'envoi de la feuille d'impôts " sont chaque fois remplacés par les mots " au plus tard dans un délai de trois mois à compter du troisième jour ouvrable suivant la date de remise de la feuille d'impôts aux service postaux ";
5° au paragraphe 8, inséré par le décret du 19 décembre 2003 et modifié par les décrets des 24 décembre 2004, 19 mai 2006, 21 décembre 2007 et 19 décembre 2008, les mots " au plus tard dans les trois mois de l'envoi de la feuille d'impôts " sont remplacés par les mots " au plus tard dans un délai de trois mois à compter du troisième jour ouvrable suivant la date de remise de la feuille d'impôts aux service postaux. "
1° le paragraphe 2, alinéa premier, c), inséré par le décret du 23 décembre 2005, est remplacé par ce qui suit :
" c) les redevables, visés à l'article 35quater de la présente loi, dont l'établissement n'est pas situé dans la zone de cinquante mètres autour du système des égouts publics et des collecteurs, qui est :
- soit, relié à une installation publique opérationnelle d'épuration des eaux usées;
- soit, relié à une installation publique d'épuration des eaux usées sur la base du plan de zonage, tel que prévu à l'article 10.2.3, § 1er, 20°, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement, valable au 1er janvier de l'année en question. ";
2° au paragraphe 5, inséré par le décret du 20 décembre 1996 et remplacé par le décret du 21 décembre 2007, les mots " au plus tard dans les trois mois de la date d'envoi de la feuille d'impôts " sont remplacés par les mots " au plus tard dans un délai de trois mois à compter du troisième jour ouvrable suivant la date de remise de la feuille d'impôts aux service postaux ";
3° au paragraphe 6, inséré par le décret du 20 décembre 1996 et remplacé par le décret du 21 décembre 2007, les mots " au plus tard dans les douze mois de la date d'envoi de la feuille d'impôts " sont remplacés par les mots " au plus tard dans un délai de douze mois à compter du troisième jour ouvrable suivant la date de remise de la feuille d'impôts aux service postaux ";
4° au paragraphe 7, 5° et 6°, inséré par le décret du 24 décembre 2004, remplacé par le décret du 21 décembre 2007, et modifié par le décret du 19 décembre 2008, les mots " au plus tard dans les trois mois de l'envoi de la feuille d'impôts " et " au plus tard dans les trois mois de la date d'envoi de la feuille d'impôts " sont chaque fois remplacés par les mots " au plus tard dans un délai de trois mois à compter du troisième jour ouvrable suivant la date de remise de la feuille d'impôts aux service postaux ";
5° au paragraphe 8, inséré par le décret du 19 décembre 2003 et modifié par les décrets des 24 décembre 2004, 19 mai 2006, 21 décembre 2007 et 19 décembre 2008, les mots " au plus tard dans les trois mois de l'envoi de la feuille d'impôts " sont remplacés par les mots " au plus tard dans un délai de trois mois à compter du troisième jour ouvrable suivant la date de remise de la feuille d'impôts aux service postaux. "
HOOFDSTUK 4. - Wet houdende bijzondere maatregelen inzake ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet bij de uitvoering van grote infrastructuurwerken
CHAPITRE 4. - Loi portant des mesures particulières en matière de remembrement légal de biens ruraux lors de l'exécution de grands travaux d'infrastructure
Art.7. In artikel 3 van de wet van 12 juli 1976 houdende bijzondere maatregelen inzake ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet bij de uitvoering van grote infrastructuurwerken, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het tweede lid wordt het woord " zeven " vervangen door het woord " acht " en wordt het woord " gouverneur " vervangen door het woord " deputatie ";
2° aan het tweede lid wordt een zevende streepje toegevoegd, dat luidt als volgt :
" - een lid op de voordracht van de Minister van Ruimtelijke Ordening. ".
1° in het tweede lid wordt het woord " zeven " vervangen door het woord " acht " en wordt het woord " gouverneur " vervangen door het woord " deputatie ";
2° aan het tweede lid wordt een zevende streepje toegevoegd, dat luidt als volgt :
" - een lid op de voordracht van de Minister van Ruimtelijke Ordening. ".
Art.7. A l'article 3 de la loi du 12 juillet 1976 portant des mesures particulières en matière de remembrement légal de biens ruraux lors de l'exécution de grands travaux d'infrastructure, sont apportées les modifications suivantes :
1° au deuxième alinéa le mot " sept " est remplacé par le mot " huit " et les mots " le gouverneur " sont remplacés par les mots " la députation ";
2° au deuxième alinéa, il est ajouté un septième tiret, ainsi rédigé :
" - un membre, sur la proposition du Ministre de l'Aménagement du Territoire. "
1° au deuxième alinéa le mot " sept " est remplacé par le mot " huit " et les mots " le gouverneur " sont remplacés par les mots " la députation ";
2° au deuxième alinéa, il est ajouté un septième tiret, ainsi rédigé :
" - un membre, sur la proposition du Ministre de l'Aménagement du Territoire. "
Art.8. In artikel 37, tweede lid, van dezelfde wet, worden de woorden " na advies van de Minister van Landbouw en in overleg met de Minister of Staatssecretaris die bevoegd is voor de ruimtelijke ordening in dit gewest " opgeheven.
Art.8. Dans l'article 37, alinéa deux, de la même loi, les mots " après avis du Ministre de l'Agriculture et d'un commun accord avec le Ministre ou Secrétaire d'Etat qui, pour cette région, a l'aménagement du territoire dans ses attributions " sont abrogés.
HOOFDSTUK 5. - Wet houdende bijzondere voorwaarden inzake ruilverkaveling van landeigendommen in der minne
CHAPITRE 5. - Loi portant des mesures particulières en matière de remembrement à l'amiable de biens ruraux
Art.9. In artikel 5, § 2, eerste lid, van de wet van 10 januari 1978 houdende bijzondere maatregelen inzake ruilverkaveling van landeigendommen in der minne wordt het woord " gouverneur " vervangen door het woord " deputatie ".
Art.9. A l'article 5, § 2, alinéa premier, de la loi du 10 janvier 1978 portant des mesures particulières en matière de remembrement à l'amiable de biens ruraux, les mots " du gouverneur " sont remplacés par les mots " la députation ".
Art.10. In artikel 45, eerste lid, van dezelfde wet wordt de zinsnede " , in overleg met de Minister die de Ruimtelijke Ordening onder zijn bevoegdheid heeft " opgeheven.
Art.10. Dans l'article 45, alinéa premier de la même loi, le membre de phrase " d'un commun accord avec le Ministre qui a l'aménagement du territoire dans ses attributions " est abrogé.
HOOFDSTUK 6. - Decreet houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij
CHAPITRE 6. - Décret portant création d'une Société flamande terrienne
Art.11. Aan artikel 2 van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij, gewijzigd bij de decreten van 7 mei 2004 en 23 december 2010, wordt een paragraaf 4 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 4. De roerende goederen van de afdeling Ondersteunend Centrum GIS-Vlaanderen, afdeling van de Vlaamse Landmaatschappij, opgericht bij decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij, worden kosteloos en in de staat waarin ze zich bevinden overgedragen aan het AGIV, opgericht bij decreet van 7 mei 2004 houdende de oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschap " Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen ".
Voor de overdracht, vermeld in het eerste lid, wordt een inventaris van alle roerende goederen, met inbegrip van de rechten en verplichtingen opgemaakt in gezamenlijk overleg tussen de leidinggevende personeelsleden van de VLM en het AGIV, die opgenomen wordt in de jaarrekening.
Het AGIV treedt in de rechten en verplichtingen van de VLM, met inbegrip van de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit gerechtelijke procedures.
De beschikbare middelen van de VLM die verbonden zijn aan de rechten en verplichtingen, vermeld in het derde lid, worden overgedragen aan het AGIV op basis van de afgesloten rekening. "
" § 4. De roerende goederen van de afdeling Ondersteunend Centrum GIS-Vlaanderen, afdeling van de Vlaamse Landmaatschappij, opgericht bij decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij, worden kosteloos en in de staat waarin ze zich bevinden overgedragen aan het AGIV, opgericht bij decreet van 7 mei 2004 houdende de oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschap " Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen ".
Voor de overdracht, vermeld in het eerste lid, wordt een inventaris van alle roerende goederen, met inbegrip van de rechten en verplichtingen opgemaakt in gezamenlijk overleg tussen de leidinggevende personeelsleden van de VLM en het AGIV, die opgenomen wordt in de jaarrekening.
Het AGIV treedt in de rechten en verplichtingen van de VLM, met inbegrip van de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit gerechtelijke procedures.
De beschikbare middelen van de VLM die verbonden zijn aan de rechten en verplichtingen, vermeld in het derde lid, worden overgedragen aan het AGIV op basis van de afgesloten rekening. "
Art.11. A l'article 2 du décret du 21 décembre 1988 portant création d'une Société flamande terrienne, modifié par les décrets des 7 mai 2004 et 23 décembre 2010, il est ajouté un paragraphe 4, ainsi rédigé :
" § 4. Les biens mobiliers de la division " Ondersteunend Centrum GIS Vlaanderen " de la " Vlaamse Landmaatschappij ", créée par décret du 21 décembre 1988 portant création d'une Société flamande terrienne, sont transférés à titre gratuit et dans l'état dans lequel ils se trouvent à AGIV, créée par décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée externe de droit public " Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen ".
En vue du transfert, visé au premier alinéa, il est établi un inventaire de tous les biens mobiliers, y compris les droits et obligations, en concertation commune entre les membres du personnel dirigeants de la VLM et de l'AGIV. Cet inventaire est repris dans le compte annuel.
L'AGIV est subrogé dans les droits et obligations de la VLM, y compris les droits et obligations résultant de procédures judiciaires.
Les moyens disponibles de la VLM liés aux droits et obligations, visés au troisième alinéa, sont transférés à l'AGIV sur la base du compte clôturé. "
" § 4. Les biens mobiliers de la division " Ondersteunend Centrum GIS Vlaanderen " de la " Vlaamse Landmaatschappij ", créée par décret du 21 décembre 1988 portant création d'une Société flamande terrienne, sont transférés à titre gratuit et dans l'état dans lequel ils se trouvent à AGIV, créée par décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée externe de droit public " Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen ".
En vue du transfert, visé au premier alinéa, il est établi un inventaire de tous les biens mobiliers, y compris les droits et obligations, en concertation commune entre les membres du personnel dirigeants de la VLM et de l'AGIV. Cet inventaire est repris dans le compte annuel.
L'AGIV est subrogé dans les droits et obligations de la VLM, y compris les droits et obligations résultant de procédures judiciaires.
Les moyens disponibles de la VLM liés aux droits et obligations, visés au troisième alinéa, sont transférés à l'AGIV sur la base du compte clôturé. "
HOOFDSTUK 7. - Het Bosdecreet
CHAPITRE 7. - Le Décret forestier
Art.12. In artikel 3 van Bosdecreet van 13 juni 1990, gewijzigd bij decreet van 19 mei 2006, worden volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 2, 4, wordt de zinsnede " zoals bedoeld in artikel 146 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening " vervangen door de zinsnede " zoals bepaald in artikel 1.1.2, 10°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. ";
2° in paragraaf 3 wordt een punt 9 toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 9. systemen voor grondgebruik waarbij de teelt van bomen wordt gecombineerd met landbouw op dezelfde grond, toegepast op een perceel landbouwgrond als vermeld in artikel 2, 12°, van het decreet van 22 december 2006 houdende inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwer, exploitatie en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en het landbouwbeleid. ".
1° in paragraaf 2, 4, wordt de zinsnede " zoals bedoeld in artikel 146 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening " vervangen door de zinsnede " zoals bepaald in artikel 1.1.2, 10°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. ";
2° in paragraaf 3 wordt een punt 9 toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 9. systemen voor grondgebruik waarbij de teelt van bomen wordt gecombineerd met landbouw op dezelfde grond, toegepast op een perceel landbouwgrond als vermeld in artikel 2, 12°, van het decreet van 22 december 2006 houdende inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwer, exploitatie en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en het landbouwbeleid. ".
Art.12. A l'article 3 du Décret forestier du 13 juin 1990, modifié par le décret du 19 mai 2006, sont apportées les modifications suivantes :
1° au paragraphe 2, 4, les mots " telles que visées à l'article 146 du décret du 18 mai 1999 portant organisation de l'aménagement du territoire " sont remplacés par les mots " telles que déterminées à l'article 1.1.2, 10°, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire ";
2° au paragraphe 3 il est ajouté un point 9, ainsi rédigé :
" 9. les systèmes d'utilisation des terres combinant la culture d'arbres à l'agriculture sur la même terre, appliqués à une parcelle de terre agricole telle que visée à l'article 2, 12° du décret du 22 décembre 2006 portant création d'une identification commune d'agriculteurs, d'exploitations et de terres agricoles dans le cadre de la politique relative aux engrais et de la politique agricole. ".
1° au paragraphe 2, 4, les mots " telles que visées à l'article 146 du décret du 18 mai 1999 portant organisation de l'aménagement du territoire " sont remplacés par les mots " telles que déterminées à l'article 1.1.2, 10°, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire ";
2° au paragraphe 3 il est ajouté un point 9, ainsi rédigé :
" 9. les systèmes d'utilisation des terres combinant la culture d'arbres à l'agriculture sur la même terre, appliqués à une parcelle de terre agricole telle que visée à l'article 2, 12° du décret du 22 décembre 2006 portant création d'une identification commune d'agriculteurs, d'exploitations et de terres agricoles dans le cadre de la politique relative aux engrais et de la politique agricole. ".
Art.13. In artikel 4 van hetzelfde decreet wordt een nummer 16bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 16bis. pesticiden :
1° een gewasbeschermingsmiddel zoals omschreven in verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad;
2° een biocide zoals omschreven in richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende het op de markt brengen van biociden, waarin biociden gedefinieerd worden als werkzame stoffen en preparaten die, in de vorm waarin ze aan de gebruiker worden geleverd, een of meer werkzame stoffen bevatten en bestemd zijn om een schadelijk organisme te vernietigen, af te schrikken, onschadelijk te maken, de effecten daarvan te voorkomen of het op een andere wijze langs chemische of biologische weg te bestrijden; ".
" 16bis. pesticiden :
1° een gewasbeschermingsmiddel zoals omschreven in verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad;
2° een biocide zoals omschreven in richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende het op de markt brengen van biociden, waarin biociden gedefinieerd worden als werkzame stoffen en preparaten die, in de vorm waarin ze aan de gebruiker worden geleverd, een of meer werkzame stoffen bevatten en bestemd zijn om een schadelijk organisme te vernietigen, af te schrikken, onschadelijk te maken, de effecten daarvan te voorkomen of het op een andere wijze langs chemische of biologische weg te bestrijden; ".
Art.13. A l'article 4 du même décret, il est ajouté un numéro 16bis, ainsi rédigé :
" 16bis. pesticides :
1° un produit phytopharmaceutique tel que décrit au Règlement (CE) n° 1107/2009 du Parlement européen et du Conseil du 21 octobre 2009 concernant la mise sur le marché des produits phytopharmaceutiques et abrogeant les Directives 79/117/CEE et 91/414/CE du Conseil;
2° un produit biocide tel que décrit à la Directive 98/8/CE du Parlement européen et du Conseil du 16 février 1998 concernant la mise sur le marché des produits biocides, qui définit les produits biocides comme des substances actives et des préparations contenant une ou plusieurs substances actives qui sont présentées sous la forme dans laquelle elles sont livrées à l'utilisateur, qui sont destinées à détruire, repousser ou rendre inoffensifs les organismes nuisibles, à en prévenir l'action ou à les combattre de toute autre manière, par une action chimique ou biologique; ".
" 16bis. pesticides :
1° un produit phytopharmaceutique tel que décrit au Règlement (CE) n° 1107/2009 du Parlement européen et du Conseil du 21 octobre 2009 concernant la mise sur le marché des produits phytopharmaceutiques et abrogeant les Directives 79/117/CEE et 91/414/CE du Conseil;
2° un produit biocide tel que décrit à la Directive 98/8/CE du Parlement européen et du Conseil du 16 février 1998 concernant la mise sur le marché des produits biocides, qui définit les produits biocides comme des substances actives et des préparations contenant une ou plusieurs substances actives qui sont présentées sous la forme dans laquelle elles sont livrées à l'utilisateur, qui sont destinées à détruire, repousser ou rendre inoffensifs les organismes nuisibles, à en prévenir l'action ou à les combattre de toute autre manière, par une action chimique ou biologique; ".
Art.14. In artikel 12, § 4, van het hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 12 december 2008, wordt de zin " Indien er geen verplichting is tot de opmaak van een beheersplan, vervalt eveneens de verplichting tot de opmaak van een toegankelijksheidsregeling. " vervangen door de zin " Als de toegankelijkheid beperkt blijft tot het verlenen van toegang voor voetgangers op de boswegen overeenkomstig artikel 10, § 2 en § 3, vervalt de verplichting tot opmaak van een toegankelijkheidsregeling. ".
Art.14. A l'article 12, § 4, du même décret, remplacé par le décret du 12 décembre 2008, la phrase " Si l'établissement d'un plan de gestion n'est pas obligatoire, la mise en place d'un règlement d'accessibilité n'est pas obligatoire non plus. " est remplacée par la phrase " L'obligation d'établir un règlement d'accessibilité ne s'applique pas lorsque l'accessibilité demeure limitée à donner accès aux piétons sur les chemins forestiers conformément à l'article 10, §§ 2 et 3. ".
Art.15. In artikelen 20, 8, en artikelen 30, 10, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 18 mei 1999, wordt het woord " bestrijdingsmiddelen " vervangen door het woord " pesticiden ".
Art.15. Dans la version néerlandaise de l'article 20, 8, et de l'article 30, 10, du même décret, inséré par le décret du 18 mai 1999, le mot " bestrijdingsmiddelen " est remplacé par le mot " pesticiden ".
Art.16. In artikel 21 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 18 mei 1999 en 30 april 2009, wordt het woord " bestrijdingsmiddelen " vervangen door het woord " pesticiden ".
Art.16. Dans la version néerlandaise de l'article 21 du même décret, modifié par les décrets des 18 mai 1999 et 30 avril 2009, le mot " bestrijdingsmiddelen " est remplacé par le mot " pesticiden ".
Art.17. In artikel 29, tweede lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 18 mei 1999, wordt het woord " bestrijdingsmiddelen " vervangen door het woord " pesticiden ".
Art.17. Dans la version néerlandaise de l'article 29, deuxième alinéa, du même décret, modifié par le décret du 18 mai 1999, le mot " bestrijdingsmiddelen " est remplacé par le mot " pesticiden ".
Art.18. Artikel 31, § 3, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 18 mei 1999 en gewijzigd bij de decreten van 30 april 2004 en 7 december 2007, wordt vervangen door wat volgt :
" § 3. Met uitzondering van domeinbossen en bossen gelegen in speciale beschermingszones, kan de Vlaamse Regering voor privébossen en openbare bossen, die gelegen zijn in zones met de bestemming woongebied, industriegebied, dienstverleningsgebied, gebied voor verblijfsrecreatie of een met voormelde gebieden gelijk te stellen bestemming, volgens de geldende plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen die overeenkomstig de wetgeving op de ruimtelijke ordening werden opgemaakt en in goedgekeurde en niet vervallen verkavelingen, volgens de nadere regels die ze zelf bepaalt, op verzoek van de gemeente de bevoegdheid van het Agentschap met betrekking tot artikelen 43, 44, 81, 83, 90, 91, 94 tot en met 97, 99, 104 tot en met 106 van dit decreet toewijzen aan de gemeente, op wiens grondgebied voormelde bossen gelegen zijn. "
" § 3. Met uitzondering van domeinbossen en bossen gelegen in speciale beschermingszones, kan de Vlaamse Regering voor privébossen en openbare bossen, die gelegen zijn in zones met de bestemming woongebied, industriegebied, dienstverleningsgebied, gebied voor verblijfsrecreatie of een met voormelde gebieden gelijk te stellen bestemming, volgens de geldende plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen die overeenkomstig de wetgeving op de ruimtelijke ordening werden opgemaakt en in goedgekeurde en niet vervallen verkavelingen, volgens de nadere regels die ze zelf bepaalt, op verzoek van de gemeente de bevoegdheid van het Agentschap met betrekking tot artikelen 43, 44, 81, 83, 90, 91, 94 tot en met 97, 99, 104 tot en met 106 van dit decreet toewijzen aan de gemeente, op wiens grondgebied voormelde bossen gelegen zijn. "
Art.18. L'article 31, § 3, du même décret, inséré par le décret du 18 mai 1999 et modifié par les décrets des 30 avril 2004 et 7 décembre 2007, est remplacé par ce qui suit :
" § 3. Pour les bois privés et les bois publics, situés dans des zones ayant pour destination zone d'habitation, zone industrielle, zone de services, zone pour récréation de séjour ou une destination assimilable aux zones précitées, suivant les plans de secteur ou les plans d'exécution spatiaux en vigueur, établis conformément à la législation sur l'aménagement du territoire et dans des lotissements approuvés et non échus, et à l'exception des bois domaniaux et des bois situés en zones de protection spéciale, le Gouvernement flamand peut, à la demande de la commune, assigner la compétence de l'Agence concernant les articles 43, 44, 81, 83, 90, 91, 94 à 97 inclus, 99, 104 à 106 inclus du présent décret, à la commune sur le territoire de laquelle les bois précités sont situés, suivant les modalités qu'il fixe lui-même. ".
" § 3. Pour les bois privés et les bois publics, situés dans des zones ayant pour destination zone d'habitation, zone industrielle, zone de services, zone pour récréation de séjour ou une destination assimilable aux zones précitées, suivant les plans de secteur ou les plans d'exécution spatiaux en vigueur, établis conformément à la législation sur l'aménagement du territoire et dans des lotissements approuvés et non échus, et à l'exception des bois domaniaux et des bois situés en zones de protection spéciale, le Gouvernement flamand peut, à la demande de la commune, assigner la compétence de l'Agence concernant les articles 43, 44, 81, 83, 90, 91, 94 à 97 inclus, 99, 104 à 106 inclus du présent décret, à la commune sur le territoire de laquelle les bois précités sont situés, suivant les modalités qu'il fixe lui-même. ".
Art.19. In artikel 47, tweede lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 10 maart 2006, wordt de zinsnede " In afwijking van artikel 42 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, " vervangen door de zinsnede " In afwijking van de stedenbouwkundige vergunningsplicht voor ontbossing, zoals bepaald in artikel 4.2.1, 2°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, ".
Art.19. A l'article 47, deuxième alinéa, du même décret, modifié par le décret du 10 mars 2006, le membre de phrase " Par dérogation à l'article 42 du décret relatif à l'aménagement du territoire, coordonné le 22 octobre 1996 " est remplacé par le membre de phrase " Par dérogation à l'obligation d'autorisation urbanistique pour le déboisement, telle que visée à l'article 4.2.1, 2° du Code flamand de l'Aménagement du Territoire, ".
Art.20. Aan hetzelfde decreet wordt een artikel 49bis toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 49bis. Voor de beplanting met houtachtige gewassen van gronden die eigendom zijn van publiekrechtelijke rechtspersonen en die gelegen zijn in agrarisch gebied verleent het daartoe aangestelde personeelslid van het departement Landbouw en Visserij een advies in het kader van de in artikel 35bis, § 5, van het Veldwetboek vereiste vergunning van het College van Burgemeester en Schepenen. Het advies wordt verleend binnen een termijn van 20 dagen. De termijn begint te lopen op de datum van verzending. Bij gebrek aan advies binnen deze termijn, wordt het advies geacht gunstig te zijn. ".
" Art. 49bis. Voor de beplanting met houtachtige gewassen van gronden die eigendom zijn van publiekrechtelijke rechtspersonen en die gelegen zijn in agrarisch gebied verleent het daartoe aangestelde personeelslid van het departement Landbouw en Visserij een advies in het kader van de in artikel 35bis, § 5, van het Veldwetboek vereiste vergunning van het College van Burgemeester en Schepenen. Het advies wordt verleend binnen een termijn van 20 dagen. De termijn begint te lopen op de datum van verzending. Bij gebrek aan advies binnen deze termijn, wordt het advies geacht gunstig te zijn. ".
Art.20. Au même décret est ajouté un article 49bis, ainsi rédigé :
" Art. 49bis. Pour la plantation de végétations ligneuses sur des terres en propriété de personnes morales de droit public, situées en zone agricole, le membre du personnel du département de l'Agriculture et de la Pêche désigné à cet effet émet un avis dans le cadre de l'autorisation du Collège des Bourgmestre et Echevins requise par l'article 35bis, § 5, du Code rural. L'avis est émis dans un délai de 20 jours. Le délai prend cours à la date d'envoi. Faute d'avis dans ce délai, l'avis est censé être favorable. "
" Art. 49bis. Pour la plantation de végétations ligneuses sur des terres en propriété de personnes morales de droit public, situées en zone agricole, le membre du personnel du département de l'Agriculture et de la Pêche désigné à cet effet émet un avis dans le cadre de l'autorisation du Collège des Bourgmestre et Echevins requise par l'article 35bis, § 5, du Code rural. L'avis est émis dans un délai de 20 jours. Le délai prend cours à la date d'envoi. Faute d'avis dans ce délai, l'avis est censé être favorable. "
Art.21. In artikel 75, tweede lid, van hetzelfde decreet worden de woorden " de houtvester of de boswachter " vervangen door de woorden " de aangewezen ambtenaar of de aangestelde ".
Art.21. Dans l'article 75, alinéa deux, du même décret, les mots " le chef de cantonnement ou le garde forestier " sont remplacés par les mots " le fonctionnaire désigné ou le préposé ".
Art.22. In artikel 81 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 18 mei 1999, 7 december 2007 en 30 april 2009, wordt het vierde lid vervangen door wat volgt :
" Voor alle andere kappingen moet een machtiging gevraagd worden aan het Agentschap. Kappingen andere dan vermeld in het eerste tot en met het derde lid waarvoor geen machtiging is verleend, alsook het niet naleven van de voorwaarden van een machtiging, zijn verboden. ".
" Voor alle andere kappingen moet een machtiging gevraagd worden aan het Agentschap. Kappingen andere dan vermeld in het eerste tot en met het derde lid waarvoor geen machtiging is verleend, alsook het niet naleven van de voorwaarden van een machtiging, zijn verboden. ".
Art.22. A l'article 81 du même décret, modifié par les décrets des 18 mai 1999, 7 décembre 2007 et 30 avril 2009, le quatrième alinéa est remplacé par ce qui suit :
" Pour toutes les autres coupes une autorisation doit être demandée à l'Agence. Les coupes autres que celles visées au premier jusqu'au troisième alinéa inclus qui n'ont pas été autorisées, ainsi que le non-respect des conditions d'autorisation, sont interdits. ".
" Pour toutes les autres coupes une autorisation doit être demandée à l'Agence. Les coupes autres que celles visées au premier jusqu'au troisième alinéa inclus qui n'ont pas été autorisées, ainsi que le non-respect des conditions d'autorisation, sont interdits. ".
Art.23. In artikel 87 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 10 maart 2006 en 7 december 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het vierde lid wordt vervangen door : " Voor de beplanting met houtachtige gewassen van gronden gelegen in agrarisch gebied verleent het daartoe aangestelde personeelslid van het departement Landbouw en Visserij een advies in het kader van de in artikel 35bis, § 5, van het Veldwetboek vereiste vergunning van het College van Burgemeester en Schepenen. Het advies wordt verleend binnen een termijn van 20 dagen. De termijn begint te lopen op de datum van verzending. Bij gebrek aan advies binnen deze termijn, wordt het advies geacht gunstig te zijn. ";
2° in het vijfde lid wordt de zinsnede " in afwijking van artikel 99 van het decreet van 18 mei 1999 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening, " vervangen door de zinsnede " in afwijking van de stedenbouwkundige vergunningsplicht voor ontbossing, zoals bepaald in artikel 4.2.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening ".
1° het vierde lid wordt vervangen door : " Voor de beplanting met houtachtige gewassen van gronden gelegen in agrarisch gebied verleent het daartoe aangestelde personeelslid van het departement Landbouw en Visserij een advies in het kader van de in artikel 35bis, § 5, van het Veldwetboek vereiste vergunning van het College van Burgemeester en Schepenen. Het advies wordt verleend binnen een termijn van 20 dagen. De termijn begint te lopen op de datum van verzending. Bij gebrek aan advies binnen deze termijn, wordt het advies geacht gunstig te zijn. ";
2° in het vijfde lid wordt de zinsnede " in afwijking van artikel 99 van het decreet van 18 mei 1999 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening, " vervangen door de zinsnede " in afwijking van de stedenbouwkundige vergunningsplicht voor ontbossing, zoals bepaald in artikel 4.2.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening ".
Art.23. A l'article 87 du même décret, modifié par les décrets des 10 mars 2006 et 7 décembre 2007, sont apportées les modifications suivantes :
1° l'alinéa quatre est remplacé par ce qui suit : " Pour la plantation de végétations ligneuses sur des terres situées en zone agricole, le membre du personnel du département de l'Agriculture et de la Pêche désigné à cet effet émet un avis dans le cadre de l'autorisation du Collège des Bourgmestre et Echevins requise par l'article 35bis, § 5, du Code rural. L'avis est émis dans un délai de 20 jours. Le délai prend cours à la date d'envoi. Faute d'avis dans ce délai, l'avis est censé être favorable. ";
2° à l'alinéa cinq le membre de phrase " par dérogation à l'article 99 du décret du 18 mai 1999 portant organisation de l'aménagement du territoire, " est remplacé par le membre de phrase " par dérogation à l'obligation d'autorisation urbanistique pour le déboisement, visée à l'article 4.2.1 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire ".
1° l'alinéa quatre est remplacé par ce qui suit : " Pour la plantation de végétations ligneuses sur des terres situées en zone agricole, le membre du personnel du département de l'Agriculture et de la Pêche désigné à cet effet émet un avis dans le cadre de l'autorisation du Collège des Bourgmestre et Echevins requise par l'article 35bis, § 5, du Code rural. L'avis est émis dans un délai de 20 jours. Le délai prend cours à la date d'envoi. Faute d'avis dans ce délai, l'avis est censé être favorable. ";
2° à l'alinéa cinq le membre de phrase " par dérogation à l'article 99 du décret du 18 mai 1999 portant organisation de l'aménagement du territoire, " est remplacé par le membre de phrase " par dérogation à l'obligation d'autorisation urbanistique pour le déboisement, visée à l'article 4.2.1 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire ".
Art.24. In artikel 90bis van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1, 1°, worden de woorden " werken van algemeen belang bedoeld in artikel 103 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening " vervangen door de woorden " handelingen van algemeen belang zoals bepaald in de artikelen 4.1.1, 5°, 4.4.7, § 2, en 4.7.1, § 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening ";
2° in § 5, derde lid, worden de woorden "De adviestermijn zoals bepaald in artikel 111, § 4, van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening " vervangen door de woorden " De adviestermijn, zoals bepaald in artikelen 4.7.16 en 4.7.26, § 4, 2°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening ".
1° in § 1, 1°, worden de woorden " werken van algemeen belang bedoeld in artikel 103 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening " vervangen door de woorden " handelingen van algemeen belang zoals bepaald in de artikelen 4.1.1, 5°, 4.4.7, § 2, en 4.7.1, § 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening ";
2° in § 5, derde lid, worden de woorden "De adviestermijn zoals bepaald in artikel 111, § 4, van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening " vervangen door de woorden " De adviestermijn, zoals bepaald in artikelen 4.7.16 en 4.7.26, § 4, 2°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening ".
Art.24. A l'article 90bis du même décret sont apportées les modifications suivantes :
1° au § 1er, 1°, les mots " travaux d'intérêt général visés à l'article 103 du décret du 18 mai 1999 portant organisation de l'aménagement du territoire " sont remplacés par les mots " actes d'intérêt général tels que visés aux articles 4.1.1, 5°, 4.4.7, § 2, et 4.7.1, § 2 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire ";
2° au § 5, alinéa trois, les mots " Le délai d'avis, tel que fixé à l'article 111, § 4, du décret du 18 mai 1999 portant organisation de l'aménagement du territoire " sont remplacés par les mots " Le délai d'avis, tel que visé aux articles 4.7.16 et 4.7.26, § 4, 2°, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire ".
1° au § 1er, 1°, les mots " travaux d'intérêt général visés à l'article 103 du décret du 18 mai 1999 portant organisation de l'aménagement du territoire " sont remplacés par les mots " actes d'intérêt général tels que visés aux articles 4.1.1, 5°, 4.4.7, § 2, et 4.7.1, § 2 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire ";
2° au § 5, alinéa trois, les mots " Le délai d'avis, tel que fixé à l'article 111, § 4, du décret du 18 mai 1999 portant organisation de l'aménagement du territoire " sont remplacés par les mots " Le délai d'avis, tel que visé aux articles 4.7.16 et 4.7.26, § 4, 2°, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire ".
HOOFDSTUK 8. - Het Jachtdecreet
CHAPITRE 8. - Le Décret sur la Chasse
Art.25. In artikel 11 van het Jachtdecreet van 24 juli 1991 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
" Het jagen op de domeinen van openbare besturen is alleen geoorloofd ingevolge jachtrecht toegekend volgens de principes van mededinging en transparantie. "
" Het jagen op de domeinen van openbare besturen is alleen geoorloofd ingevolge jachtrecht toegekend volgens de principes van mededinging en transparantie. "
Art.25. Dans l'article 11 du Décret sur la Chasse du 24 juillet 1991, l'alinéa premier est remplacé par la disposition suivante :
" La chasse sur les domaines des administrations publiques est uniquement autorisée en vertu d'un droit de chasse adjugé selon les principes de concurrence et de transparence. "
" La chasse sur les domaines des administrations publiques est uniquement autorisée en vertu d'un droit de chasse adjugé selon les principes de concurrence et de transparence. "
Art.26. In artikel 25, § 1, 2°, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 16 juni 2006, worden de woorden " een door de Vlaamse Regering om natuurbehoudsredenen afgebakend gebied " vervangen door de woorden " een door de Vlaamse overheid of een erkende terreinbeherende vereniging om natuurbehoudsredenen beheerd gebied ".
Art.26. Dans l'article 25, § 1er, 2°, du même décret, remplacé par le décret du 16 juin 2006, les mots " d'une zone délimitée pour des motifs de préservation naturelle par le Gouvernement flamand " sont remplacés par les mots " d'une zone gérée pour des motifs de préservation naturelle par l'Autorité flamande ou une association agréée de gestion de terrains ".
HOOFDSTUK 9. - Decreet tot oprichting van het Grindfonds en tot regeling van de grindwinning
CHAPITRE 9. - Décret portant création d'un Fonds gravier et réglant l'exploitation de gravier
Art.27. In artikel 20sexies van het decreet van 14 juli 1993 tot oprichting van het Grindfonds en tot regeling van de grindwinning, ingevoegd bij het decreet van 3 april 2009 en gewijzigd bij het decreet van 23 december 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden " De Vlaamse Regering richt een projectgrindwinningscomité op " vervangen door de woorden " De personen, vermeld in het derde lid, kunnen een projectgrindwinningscomité oprichten ";
2° in paragraaf 1, derde lid, wordt punt 6° opgeheven;
3° in paragraaf 1 wordt tussen het derde en het vierde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Een ambtenaar van de afdeling bevoegd voor natuurlijke rijkdommen, woont de vergaderingen van het projectgrindwinningscomité bij als waarnemer. ";
4° in paragraaf 2, eerste lid, worden tussen het woord " projectvoorstel " en het woord " kan " de woorden " of een wijziging van een goedgekeurd projectvoorstel " ingevoegd;
5° aan paragraaf 2 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de werking van het projectgrindwinningscomité. "
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden " De Vlaamse Regering richt een projectgrindwinningscomité op " vervangen door de woorden " De personen, vermeld in het derde lid, kunnen een projectgrindwinningscomité oprichten ";
2° in paragraaf 1, derde lid, wordt punt 6° opgeheven;
3° in paragraaf 1 wordt tussen het derde en het vierde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Een ambtenaar van de afdeling bevoegd voor natuurlijke rijkdommen, woont de vergaderingen van het projectgrindwinningscomité bij als waarnemer. ";
4° in paragraaf 2, eerste lid, worden tussen het woord " projectvoorstel " en het woord " kan " de woorden " of een wijziging van een goedgekeurd projectvoorstel " ingevoegd;
5° aan paragraaf 2 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de werking van het projectgrindwinningscomité. "
Art.27. A l'article 20sexies du décret du 14 juillet 1993 portant création du Fonds gravier et réglant l'exploitation de gravier, inséré par le décret du 3 avril 2009 et modifié par le décret du 23 décembre 2010, sont apportées les modifications suivantes :
1° au paragraphe 1er, premier alinéa, les mots " Le Gouvernement flamand crée un comité d'exploitation de gravier de projet " sont remplacés par les mots " Les personnes visées au troisième alinéa peuvent créer un comité d'exploitation de gravier de projet ";
2° au paragraphe 1er, troisième alinéa, le point 6° est abrogé;
3° au paragraphe 1er, il est inséré entre les alinéas trois et quatre un alinéa, ainsi rédigé :
" Un fonctionnaire de la division compétente pour les richesses naturelles assiste aux réunions du comité d'exploitation de gravier de projet. ";
4° au paragraphe 2, premier alinéa, les mots " ou une modification d'une proposition de projet approuvée " sont insérés entre les mots " proposition de projet " et le mot " peut ";
5° le paragraphe 2 est complété par un alinéa trois, ainsi rédigé :
" Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités relatives au fonctionnement du comité d'exploitation de gravier de projet. "
1° au paragraphe 1er, premier alinéa, les mots " Le Gouvernement flamand crée un comité d'exploitation de gravier de projet " sont remplacés par les mots " Les personnes visées au troisième alinéa peuvent créer un comité d'exploitation de gravier de projet ";
2° au paragraphe 1er, troisième alinéa, le point 6° est abrogé;
3° au paragraphe 1er, il est inséré entre les alinéas trois et quatre un alinéa, ainsi rédigé :
" Un fonctionnaire de la division compétente pour les richesses naturelles assiste aux réunions du comité d'exploitation de gravier de projet. ";
4° au paragraphe 2, premier alinéa, les mots " ou une modification d'une proposition de projet approuvée " sont insérés entre les mots " proposition de projet " et le mot " peut ";
5° le paragraphe 2 est complété par un alinéa trois, ainsi rédigé :
" Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités relatives au fonctionnement du comité d'exploitation de gravier de projet. "
HOOFDSTUK 10. - Het decreet Algemene Bepalingen Milieubeleid
CHAPITRE 10. - Le Décret contenant des Dispositions générales sur la Politique de l'Environnement
Art.28. In artikel 2.1.5, § 1, tweede lid, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden " voor een periode van twee jaar " worden opgeheven;
2° het woord " secretarissen-generaal " wordt vervangen door het woord " ambtenaren-generaal ".
1° de woorden " voor een periode van twee jaar " worden opgeheven;
2° het woord " secretarissen-generaal " wordt vervangen door het woord " ambtenaren-generaal ".
Art.28. A l'article 2.1.5, § 1er, alinéa deux du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement, sont apportées les modifications suivantes :
1° les mots " pour une période de deux ans " sont abrogés;
2° les mots " secrétaires généraux " sont remplacés par les mots " fonctionnaires généraux ".
1° les mots " pour une période de deux ans " sont abrogés;
2° les mots " secrétaires généraux " sont remplacés par les mots " fonctionnaires généraux ".
Art.29. In artikel 11.3.2 van hetzelfde decreet wordt de tweede zin van paragraaf 7 vervangen door " Een raadslid engageert zich kennelijk niet in de raadswerking wanneer het raadslid in een werkjaar noch aan de vergaderingen van werkcommissies, noch aan raadszittingen deelgenomen heeft. ".
Art.29. Dans l'article 11.3.2 du même décret, la deuxième phrase du paragraphe 7 est remplacée par " Un membre du conseil ne s'investit manifestement pas dans les activités du conseil, lorsque dans une année d'activité il n'a participé ni aux réunions des commissions de travail, ni à celles du conseil. ".
Art.30. Aan artikel 16.4.28 van hetzelfde decreet wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 4° de gewestelijke entiteit oordeelt dat de vermoedelijke overtreder heeft voldaan aan de voorwaarden van het voorstel tot betalen van een geldsom zoals vermeld in artikel 16.4.36, § 3, of in artikel 16.4.41, § 2. ".
" 4° de gewestelijke entiteit oordeelt dat de vermoedelijke overtreder heeft voldaan aan de voorwaarden van het voorstel tot betalen van een geldsom zoals vermeld in artikel 16.4.36, § 3, of in artikel 16.4.41, § 2. ".
Art.30. L'article 16.4.28 du même décret est complété par un point 4°, ainsi rédigé :
" 4° lorsque l'entité régionale juge que le contrevenant présumé a satisfait les conditions de la proposition de payer une somme d'argent, telle que visée à l'article 16.4.36, § 3, ou à l'article 16.4.41, § 2. "
" 4° lorsque l'entité régionale juge que le contrevenant présumé a satisfait les conditions de la proposition de payer une somme d'argent, telle que visée à l'article 16.4.36, § 3, ou à l'article 16.4.41, § 2. "
Art.31. Aan artikel 16.4.36 van hetzelfde decreet worden een paragraaf 3 en een paragraaf 4 toegevoegd, die luiden als volgt :
" § 3. Alvorens een alternatieve bestuurlijke geldboete op te leggen, kan de gewestelijke entiteit de vermoedelijke overtreder een voorstel doen om een geldsom te betalen binnen een bepaalde termijn.
Het voorstel tot betaling van een geldsom gebeurt met kennisgeving aan de vermoedelijke overtreder. De geldsom die betaald moet worden kan niet hoger zijn dan 2.000 euro.
De geldsom wordt gestort ten voordele van het Minafonds.
Het voorstel tot betaling van de geldsom schorst de procedure tot oplegging van een alternatieve bestuurlijke geldboete zoals vermeld in de artikelen 16.4.37 tot en met 16.4.39.
De Vlaamse Regering stelt de nadere regels vast met betrekking tot de termijn waarin de betaling moet geschieden, de modaliteiten tot het opleggen van de geldsom evenals de milieumisdrijven waarop de procedure van toepassing is.
§ 4. De betaling van de voorgestelde geldsom door de vermoedelijke overtreder binnen de vooropgestelde termijn doet de procedure tot het opleggen van een alternatieve bestuurlijke geldboete zoals vermeld in de artikelen 16.4.37 tot en met 16.4.39 van het decreet vervallen.
Indien de vermoedelijke overtreder de geldsom niet betaalt binnen de vooropgestelde termijn of indien de vermoedelijke overtreder de gewestelijke entiteit per kennisgeving laat weten niet in te gaan op het voorstel tot betaling van een geldsom, dan wordt de procedure tot het opleggen van een alternatieve bestuurlijke geldboete, zoals vermeld in de artikelen 16.4.37 tot en met 16.4.39, hervat. ".
" § 3. Alvorens een alternatieve bestuurlijke geldboete op te leggen, kan de gewestelijke entiteit de vermoedelijke overtreder een voorstel doen om een geldsom te betalen binnen een bepaalde termijn.
Het voorstel tot betaling van een geldsom gebeurt met kennisgeving aan de vermoedelijke overtreder. De geldsom die betaald moet worden kan niet hoger zijn dan 2.000 euro.
De geldsom wordt gestort ten voordele van het Minafonds.
Het voorstel tot betaling van de geldsom schorst de procedure tot oplegging van een alternatieve bestuurlijke geldboete zoals vermeld in de artikelen 16.4.37 tot en met 16.4.39.
De Vlaamse Regering stelt de nadere regels vast met betrekking tot de termijn waarin de betaling moet geschieden, de modaliteiten tot het opleggen van de geldsom evenals de milieumisdrijven waarop de procedure van toepassing is.
§ 4. De betaling van de voorgestelde geldsom door de vermoedelijke overtreder binnen de vooropgestelde termijn doet de procedure tot het opleggen van een alternatieve bestuurlijke geldboete zoals vermeld in de artikelen 16.4.37 tot en met 16.4.39 van het decreet vervallen.
Indien de vermoedelijke overtreder de geldsom niet betaalt binnen de vooropgestelde termijn of indien de vermoedelijke overtreder de gewestelijke entiteit per kennisgeving laat weten niet in te gaan op het voorstel tot betaling van een geldsom, dan wordt de procedure tot het opleggen van een alternatieve bestuurlijke geldboete, zoals vermeld in de artikelen 16.4.37 tot en met 16.4.39, hervat. ".
Art.31. A l'article 16.4.36 du même arrêté sont ajoutés des paragraphes 3 et 4, ainsi rédigés :
" § 3. Avant d'imposer une amende administrative alternative, l'entité régionale peut proposer au contrevenant présumé de payer une somme d'argent dans un certain délai.
La proposition de payer une somme d'argent se fait par notification au contrevenant présumé. La somme d'argent à payer ne peut excéder 2.000 euros.
La somme d'argent est versée au profit du Fonds Mina.
La proposition de payer une somme d'argent suspend la procédure visant à imposer une amende administrative alternative telle que visée aux articles 16.4.37 à 16.4.39 inclus.
Le Gouvernement flamand fixe les modalités relatives au délai de paiement, à l'imposition de la somme d'argent ainsi que les infractions environnementales auxquelles s'applique la procédure.
§ 4. Le paiement dans le délai fixé par le contrevenant présumé de la somme d'argent proposée annule la procédure visant à imposer une amende administrative alternative telle que visée aux articles 16.4.37 à 16.4.39 inclus du décret.
Lorsque le contrevenant présumé ne paie pas la somme d'argent dans le délai fixé ou qu'il notifie à l'entité régionale qu'il ne donne pas suite à la proposition de payer une somme d'argent, la procédure visant à imposer une amende administrative alternative, telle que visée aux articles 16.4.37 à 16.4.39 inclus, est reprise. ".
" § 3. Avant d'imposer une amende administrative alternative, l'entité régionale peut proposer au contrevenant présumé de payer une somme d'argent dans un certain délai.
La proposition de payer une somme d'argent se fait par notification au contrevenant présumé. La somme d'argent à payer ne peut excéder 2.000 euros.
La somme d'argent est versée au profit du Fonds Mina.
La proposition de payer une somme d'argent suspend la procédure visant à imposer une amende administrative alternative telle que visée aux articles 16.4.37 à 16.4.39 inclus.
Le Gouvernement flamand fixe les modalités relatives au délai de paiement, à l'imposition de la somme d'argent ainsi que les infractions environnementales auxquelles s'applique la procédure.
§ 4. Le paiement dans le délai fixé par le contrevenant présumé de la somme d'argent proposée annule la procédure visant à imposer une amende administrative alternative telle que visée aux articles 16.4.37 à 16.4.39 inclus du décret.
Lorsque le contrevenant présumé ne paie pas la somme d'argent dans le délai fixé ou qu'il notifie à l'entité régionale qu'il ne donne pas suite à la proposition de payer une somme d'argent, la procédure visant à imposer une amende administrative alternative, telle que visée aux articles 16.4.37 à 16.4.39 inclus, est reprise. ".
Art.32. Artikel 16.4.41 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 16.4.41. § 1. Na de ontvangst van het verslag van vaststelling, vermeld in artikel 16.3.23, kan de gewestelijke entiteit binnen een termijn van zestig dagen de vermoedelijke overtreder op de hoogte brengen van het voornemen om een exclusieve bestuurlijke geldboete op te leggen, al dan niet vergezeld van een voordeelontneming. De vermoedelijke overtreder wordt uitgenodigd om binnen een termijn van dertig dagen die volgt op de kennisgeving van dit bericht schriftelijk zijn verweer mee te delen.
Tevens wordt de vermoedelijke overtreder erop gewezen dat hij :
1° op verzoek de documenten waarop het voornemen tot het opleggen van een exclusieve bestuurlijke geldboete berust, kan inzien en er kopieën van kan krijgen;
2° mondeling zijn schriftelijke verweer kan toelichten. De vermoedelijke overtreder richt daartoe aan de gewestelijke entiteit een aanvraag binnen dertig dagen na de ontvangst van de kennisgeving.
§ 2. Alvorens een bestuurlijke geldboete op te leggen, kan de gewestelijke entiteit de vermoedelijke overtreder een voorstel doen om een geldsom te betalen binnen een bepaalde termijn.
Het voorstel tot betaling van een geldsom gebeurt met kennisgeving aan de vermoedelijke overtreder. De geldsom die betaald moet worden kan niet hoger zijn dan 500 euro.
De geldsom wordt gestort ten voordele van het Minafonds.
Het voorstel tot betaling van de geldsom, schorst de procedure tot oplegging van een exclusieve bestuurlijke geldboete zoals vermeld in artikel 16.4.43.
De Vlaamse Regering stelt de nadere regels met betrekking tot de termijn waarin de betaling moet geschieden, de modaliteiten tot het opleggen van de geldsom en kan bepalen op welke milieu-inbreuken de procedure van toepassing is.
§ 3. De betaling van de door de gewestelijke entiteit voorgestelde geldsom door de vermoedelijke overtreder binnen de vooropgestelde termijn doet de procedure tot het opleggen van een exclusieve bestuurlijke geldboete zoals vermeld in artikel 16.4.43 van het decreet vervallen.
Indien de vermoedelijke overtreder de geldsom niet betaalt binnen de vooropgestelde termijn of indien de vermoedelijke overtreder de gewestelijke entiteit per kennisgeving laat weten niet in te gaan op het voorstel tot betaling van een geldsom, dan wordt de procedure tot het opleggen van een exclusieve bestuurlijke geldboete, zoals vermeld in artikel 16.4.43 hervat.
§ 4. De gewestelijke entiteit informeert de toezichthouders altijd over het gevolg dat wordt gegeven aan een verslag van vaststelling. "
" Art. 16.4.41. § 1. Na de ontvangst van het verslag van vaststelling, vermeld in artikel 16.3.23, kan de gewestelijke entiteit binnen een termijn van zestig dagen de vermoedelijke overtreder op de hoogte brengen van het voornemen om een exclusieve bestuurlijke geldboete op te leggen, al dan niet vergezeld van een voordeelontneming. De vermoedelijke overtreder wordt uitgenodigd om binnen een termijn van dertig dagen die volgt op de kennisgeving van dit bericht schriftelijk zijn verweer mee te delen.
Tevens wordt de vermoedelijke overtreder erop gewezen dat hij :
1° op verzoek de documenten waarop het voornemen tot het opleggen van een exclusieve bestuurlijke geldboete berust, kan inzien en er kopieën van kan krijgen;
2° mondeling zijn schriftelijke verweer kan toelichten. De vermoedelijke overtreder richt daartoe aan de gewestelijke entiteit een aanvraag binnen dertig dagen na de ontvangst van de kennisgeving.
§ 2. Alvorens een bestuurlijke geldboete op te leggen, kan de gewestelijke entiteit de vermoedelijke overtreder een voorstel doen om een geldsom te betalen binnen een bepaalde termijn.
Het voorstel tot betaling van een geldsom gebeurt met kennisgeving aan de vermoedelijke overtreder. De geldsom die betaald moet worden kan niet hoger zijn dan 500 euro.
De geldsom wordt gestort ten voordele van het Minafonds.
Het voorstel tot betaling van de geldsom, schorst de procedure tot oplegging van een exclusieve bestuurlijke geldboete zoals vermeld in artikel 16.4.43.
De Vlaamse Regering stelt de nadere regels met betrekking tot de termijn waarin de betaling moet geschieden, de modaliteiten tot het opleggen van de geldsom en kan bepalen op welke milieu-inbreuken de procedure van toepassing is.
§ 3. De betaling van de door de gewestelijke entiteit voorgestelde geldsom door de vermoedelijke overtreder binnen de vooropgestelde termijn doet de procedure tot het opleggen van een exclusieve bestuurlijke geldboete zoals vermeld in artikel 16.4.43 van het decreet vervallen.
Indien de vermoedelijke overtreder de geldsom niet betaalt binnen de vooropgestelde termijn of indien de vermoedelijke overtreder de gewestelijke entiteit per kennisgeving laat weten niet in te gaan op het voorstel tot betaling van een geldsom, dan wordt de procedure tot het opleggen van een exclusieve bestuurlijke geldboete, zoals vermeld in artikel 16.4.43 hervat.
§ 4. De gewestelijke entiteit informeert de toezichthouders altijd over het gevolg dat wordt gegeven aan een verslag van vaststelling. "
Art.32. L'article 16.4.41 du même décret est remplacé par ce qui suit :
" Art. 16.4.41. § 1er. Après réception du rapport de la constatation, visé à l'article 16.3.23, l'entité régionale peut informer le contrevenant présumé dans un délai de soixante jours de l'intention d'imposer une amende administrative exclusive, avec ou sans dessaisissement d'avantages. Le contrevenant présumé est invité à communiquer sa défense par écrit dans un délai de trente jours suivant la notification de cet avis.
L'attention du contrevenant présumé est également attirée sur le fait :
1° qu'il peut consulter sur demande les documents qui sont à la base de l'intention d'imposer une amende administrative exclusive et qu'il peut en obtenir des copies;
2° qu'il peut commenter oralement sa défense. Le contrevenant présumé introduit une demande à cet effet auprès de l'entité régionale dans les trente jours suivant la notification.
§ 2. Avant d'imposer une amende administrative, l'entité régionale peut proposer au contrevenant présumé de payer une somme d'argent dans un certain délai.
La proposition de payer une somme d'argent se fait par notification au contrevenant présumé. La somme d'argent à payer ne peut excéder 500 euros.
La somme d'argent est versée au profit du Fonds Mina.
La proposition de payer une somme d'argent suspend la procédure visant à imposer une amende administrative exclusive telle que visée à l'article 16.4.43.
Le Gouvernement flamand fixe les modalités relatives au délai de paiement et à l'imposition de la somme d'argent ainsi que les infractions environnementales auxquelles s'applique la procédure.
§ 3. Le paiement par le contrevenant présumé dans le délai fixé de la somme d'argent proposée par l'entité régionale annule la procédure visant à imposer une amende administrative exclusive telle que visée à l'article 16.4.43 du décret.
Lorsque le contrevenant présumé ne paie pas la somme d'argent dans le délai fixé ou qu'il notifie à l'entité régionale qu'il ne donne pas suite à la proposition de payer une somme d'argent, la procédure visant à imposer une amende administrative exclusive, telle que visée à l'article 16.4.43, est reprise.
§ 4. L'entité régionale informe toujours les surveillants de la suite donnée à un rapport de constatation. "
" Art. 16.4.41. § 1er. Après réception du rapport de la constatation, visé à l'article 16.3.23, l'entité régionale peut informer le contrevenant présumé dans un délai de soixante jours de l'intention d'imposer une amende administrative exclusive, avec ou sans dessaisissement d'avantages. Le contrevenant présumé est invité à communiquer sa défense par écrit dans un délai de trente jours suivant la notification de cet avis.
L'attention du contrevenant présumé est également attirée sur le fait :
1° qu'il peut consulter sur demande les documents qui sont à la base de l'intention d'imposer une amende administrative exclusive et qu'il peut en obtenir des copies;
2° qu'il peut commenter oralement sa défense. Le contrevenant présumé introduit une demande à cet effet auprès de l'entité régionale dans les trente jours suivant la notification.
§ 2. Avant d'imposer une amende administrative, l'entité régionale peut proposer au contrevenant présumé de payer une somme d'argent dans un certain délai.
La proposition de payer une somme d'argent se fait par notification au contrevenant présumé. La somme d'argent à payer ne peut excéder 500 euros.
La somme d'argent est versée au profit du Fonds Mina.
La proposition de payer une somme d'argent suspend la procédure visant à imposer une amende administrative exclusive telle que visée à l'article 16.4.43.
Le Gouvernement flamand fixe les modalités relatives au délai de paiement et à l'imposition de la somme d'argent ainsi que les infractions environnementales auxquelles s'applique la procédure.
§ 3. Le paiement par le contrevenant présumé dans le délai fixé de la somme d'argent proposée par l'entité régionale annule la procédure visant à imposer une amende administrative exclusive telle que visée à l'article 16.4.43 du décret.
Lorsque le contrevenant présumé ne paie pas la somme d'argent dans le délai fixé ou qu'il notifie à l'entité régionale qu'il ne donne pas suite à la proposition de payer une somme d'argent, la procédure visant à imposer une amende administrative exclusive, telle que visée à l'article 16.4.43, est reprise.
§ 4. L'entité régionale informe toujours les surveillants de la suite donnée à un rapport de constatation. "
HOOFDSTUK 11. - Decreet tot regeling van het recht op minimumlevering van elektriciteit, gas en water
CHAPITRE 11. - Décret réglant le droit à la fourniture minimale d'électricité, de gaz et d'eau
Art.33. In artikel 7, § 3, eerste lid, van het decreet van 20 december 1996 tot regeling van het recht op minimumlevering van elektriciteit, gas en water, gewijzigd bij het decreet van 25 mei 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het woord " veertien " wordt vervangen door het woord " dertig ";
2° de zinsnede " een gemotiveerd advies uit over, naargelang het geval " wordt vervangen door de zinsnede " dat een antwoord geeft op de vraag of de abonnee niet in een situatie verkeert waardoor afsluiting onverantwoord zou zijn, een advies over de onderstaande gevallen ".
1° het woord " veertien " wordt vervangen door het woord " dertig ";
2° de zinsnede " een gemotiveerd advies uit over, naargelang het geval " wordt vervangen door de zinsnede " dat een antwoord geeft op de vraag of de abonnee niet in een situatie verkeert waardoor afsluiting onverantwoord zou zijn, een advies over de onderstaande gevallen ".
Art.33. A l'article 7, § 3, premier alinéa, du décret du 20 décembre 1996 réglant le droit à la fourniture minimale d'électricité, de gaz et d'eau, modifié par le décret du 25 mai 2007, les modifications suivantes sont apportées :
1° le mot " quinze " est remplacé par le mot " trente ";
2° les mots " un avis motivé " sont supprimés et les mots " selon le cas " sont remplacé par les mots " fournissant une réponse à la question de savoir si l'abonné ne se trouve pas dans une situation dans laquelle une coupure serait injustifiable, un avis sur les cas suivants ".
1° le mot " quinze " est remplacé par le mot " trente ";
2° les mots " un avis motivé " sont supprimés et les mots " selon le cas " sont remplacé par les mots " fournissant une réponse à la question de savoir si l'abonné ne se trouve pas dans une situation dans laquelle une coupure serait injustifiable, un avis sur les cas suivants ".
HOOFDSTUK 12. - Decreet op het natuurbehoud en het natuurlijk milieu
CHAPITRE 12. - Décret sur la conservation de la nature et le milieu naturel
Art.34. In artikel 2 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, wordt punt 19° vervangen door wat volgt :
" 19° pesticiden :
a) een gewasbeschermingsmiddel zoals omschreven in verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad;
b) een biocide zoals omschreven in Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende het op de markt brengen van biociden, waarin biociden gedefinieerd worden als : werkzame stoffen en preparaten die, in de vorm waarin ze aan de gebruiker worden geleverd, een of meer werkzame stoffen bevatten en bestemd zijn om een schadelijk organisme te vernietigen, af te schrikken, onschadelijk te maken, de effecten daarvan te voorkomen of het op een andere wijze langs chemische of biologische weg te bestrijden; ".
" 19° pesticiden :
a) een gewasbeschermingsmiddel zoals omschreven in verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad;
b) een biocide zoals omschreven in Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende het op de markt brengen van biociden, waarin biociden gedefinieerd worden als : werkzame stoffen en preparaten die, in de vorm waarin ze aan de gebruiker worden geleverd, een of meer werkzame stoffen bevatten en bestemd zijn om een schadelijk organisme te vernietigen, af te schrikken, onschadelijk te maken, de effecten daarvan te voorkomen of het op een andere wijze langs chemische of biologische weg te bestrijden; ".
Art.34. A l'article 2 du décret du 21 octobre 1997 concernant la conservation de la nature et le milieu naturel, le point 19° est remplacé par ce qui suit :
" 19° pesticides :
a) un produit phytopharmaceutique tel que décrit au Règlement (CE) n° 1107/2009 du Parlement européen et du Conseil du 21 octobre 2009 concernant la mise sur le marché des produits phytopharmaceutiques et abrogeant les Directives 79/117/CEE et 91/414/CE du Conseil;
b) un produit biocide tel que décrit à la Directive 98/8/CE du Parlement européen et du Conseil du 16 février 1998 concernant la mise sur le marché des produits biocides, qui définit les produits biocides comme des substances actives et des préparations contenant une ou plusieurs substances actives qui sont présentées sous la forme dans laquelle elles sont livrées à l'utilisateur, qui sont destinées à détruire, repousser ou rendre inoffensifs les organismes nuisibles, à en prévenir l'action ou à les combattre de toute autre manière, par une action chimique ou biologique; ".
" 19° pesticides :
a) un produit phytopharmaceutique tel que décrit au Règlement (CE) n° 1107/2009 du Parlement européen et du Conseil du 21 octobre 2009 concernant la mise sur le marché des produits phytopharmaceutiques et abrogeant les Directives 79/117/CEE et 91/414/CE du Conseil;
b) un produit biocide tel que décrit à la Directive 98/8/CE du Parlement européen et du Conseil du 16 février 1998 concernant la mise sur le marché des produits biocides, qui définit les produits biocides comme des substances actives et des préparations contenant une ou plusieurs substances actives qui sont présentées sous la forme dans laquelle elles sont livrées à l'utilisateur, qui sont destinées à détruire, repousser ou rendre inoffensifs les organismes nuisibles, à en prévenir l'action ou à les combattre de toute autre manière, par une action chimique ou biologique; ".
Art.35. In artikel 14, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 30 april 2009, wordt het woord " bestrijdingsmiddelen " vervangen door het woord " pesticiden ".
Art.35. Dans la version néerlandaise de l'article 14, § 1er, alinéa premier, du même décret, remplacé par le décret du 30 avril 2009, le mot " bestrijdingsmiddelen " est remplacé par le mot " pesticiden ".
Art.36. In artikel 25, § 3, 2°, 1), van hetzelfde decreet wordt het woord " bestrijdingsmiddelen " vervangen door het woord " pesticiden ".
Art.36. Dans la version néerlandaise de l'article 25, § 3, 2°, 1), du même décret, le mot " bestrijdingsmiddelen " est remplacé par les mots " pesticiden ".
Art.37. In artikel 35, § 2, 9°, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 19 juli 2002, wordt het woord " bestrijdingsmiddelen " vervangen door het woord " pesticiden ".
Art.37. Dans la version néerlandaise de l'article 35, § 2, 9°, du même décret, remplacé par le décret du 19 juillet 2002, le mot " bestrijdingsmiddelen " est remplacé par le mot " pesticiden ".
HOOFDSTUK 13. - Drinkwaterdecreet
CHAPITRE 13. - Décret sur l'Eau potable
Art.38. Aan artikel 6bis van het Drinkwaterdecreet, ingevoegd bij het decreet van 24 december 2004 en gewijzigd bij de decreten van 23 december 2005, 7 december 2007 en 23 december 2010, wordt een paragraaf 7 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 7. De exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk of de gemeente, het gemeentebedrijf, de intercommunale of het intergemeentelijk samenwerkingsverband of de door de gemeente na marktbevraging aangestelde entiteit die een overeenkomst als vermeld in paragraaf 3 heeft afgesloten en die instaat voor de uitvoering van de gemeentelijke saneringsverplichting, is verplicht om op eenvoudig verzoek van de economische toezicht- houder kosteloos de gegevens mee te delen die verband houden met de uitvoering van de saneringsverplichting en die de economische toezichthouder nodig heeft ter uitvoering van zijn taken. De Vlaamse Regering kan daarvoor nadere regels uitvaardigen. "
" § 7. De exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk of de gemeente, het gemeentebedrijf, de intercommunale of het intergemeentelijk samenwerkingsverband of de door de gemeente na marktbevraging aangestelde entiteit die een overeenkomst als vermeld in paragraaf 3 heeft afgesloten en die instaat voor de uitvoering van de gemeentelijke saneringsverplichting, is verplicht om op eenvoudig verzoek van de economische toezicht- houder kosteloos de gegevens mee te delen die verband houden met de uitvoering van de saneringsverplichting en die de economische toezichthouder nodig heeft ter uitvoering van zijn taken. De Vlaamse Regering kan daarvoor nadere regels uitvaardigen. "
Art.38. A l'article 6bis du Décret sur l'Eau potable, inséré par le décret du 24 décembre 2004 et modifié par les décrets des 23 décembre 2005, 7 décembre 2007 et 23 décembre 2010, il est ajouté un paragraphe 7, ainsi rédigé :
" § 7. L'exploitant d'un réseau de distribution d'eau public ou la commune, la régie communale, l'intercommunale ou le partenariat intercommunal ou l'entité désignée par la commune après une enquête du marché qui a conclu une convention telle que visée au paragraphe 3 et qui est responsable pour l'exécution de l'obligation communale d'assainissement, est obligé de communiquer à titre gratuit et sur simple demande du contrôleur économique les données ayant trait à l'exécution de l'obligation d'assainissement et dont le contrôleur économique a besoin pour l'exécution de ses tâches. Le Gouvernement flamand peut déterminer les modalités à cet effet. "
" § 7. L'exploitant d'un réseau de distribution d'eau public ou la commune, la régie communale, l'intercommunale ou le partenariat intercommunal ou l'entité désignée par la commune après une enquête du marché qui a conclu une convention telle que visée au paragraphe 3 et qui est responsable pour l'exécution de l'obligation communale d'assainissement, est obligé de communiquer à titre gratuit et sur simple demande du contrôleur économique les données ayant trait à l'exécution de l'obligation d'assainissement et dont le contrôleur économique a besoin pour l'exécution de ses tâches. Le Gouvernement flamand peut déterminer les modalités à cet effet. "
Art.39. Artikel 16quinquies, § 4, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2005 en vervangen bij het decreet van 19 december 2008, wordt vervangen door wat volgt :
" Wooninrichtingen worden onweerlegbaar vermoed te zijn aangesloten op de bovengemeentelijke saneringsinfrastructuur wanneer ze gelegen zijn in de zone van vijftig meter rond het stelsel van de openbare riolering en collectoren dat :
- is aangesloten op een operationele openbare afvalwaterzuiveringsinstallatie; of
- wordt aangesloten op een openbare afvalwaterzuiveringsinstallatie op basis van het zoneringsplan zoals bedoeld in artikel 10.2.3, § 1, 20°, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, geldig op 1 januari van het jaar in kwestie. "
" Wooninrichtingen worden onweerlegbaar vermoed te zijn aangesloten op de bovengemeentelijke saneringsinfrastructuur wanneer ze gelegen zijn in de zone van vijftig meter rond het stelsel van de openbare riolering en collectoren dat :
- is aangesloten op een operationele openbare afvalwaterzuiveringsinstallatie; of
- wordt aangesloten op een openbare afvalwaterzuiveringsinstallatie op basis van het zoneringsplan zoals bedoeld in artikel 10.2.3, § 1, 20°, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, geldig op 1 januari van het jaar in kwestie. "
Art.39. L'article 16quinquies, § 4, premier alinéa, du même décret, inséré par le décret du 23 décembre 2005 et remplacé par le décret du 19 décembre 2008, est remplacé par la disposition suivante :
" Les établissements de logement sont supposés être irréfutablement raccordés à l'infrastructure d'assainissement supracommunale lorsqu'ils sont situés dans la zone de cinquante mètres autour du système des égouts publics et des collecteurs, qui est :
- soit, relié à une installation publique opérationnelle d'épuration des eaux usées;
- soit, relié à une installation publique d'épuration des eaux usées sur la base du plan de zonage, tel que prévu à l'article 10.2.3, § 1er, 20°, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement, valable au 1er janvier de l'année en question. "
" Les établissements de logement sont supposés être irréfutablement raccordés à l'infrastructure d'assainissement supracommunale lorsqu'ils sont situés dans la zone de cinquante mètres autour du système des égouts publics et des collecteurs, qui est :
- soit, relié à une installation publique opérationnelle d'épuration des eaux usées;
- soit, relié à une installation publique d'épuration des eaux usées sur la base du plan de zonage, tel que prévu à l'article 10.2.3, § 1er, 20°, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement, valable au 1er janvier de l'année en question. "
HOOFDSTUK 14. - Bodemdecreet
CHAPITRE 14. - Décret relatif au sol
Art.40. Artikel 8 van het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming, gewijzigd bij het decreet van 12 december 2008, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 8. Op de erkenning als bodemsaneringsdeskundige zijn de bepalingen van hoofdstuk IIIbis van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning van toepassing.
De OVAM is erkend als bodemsaneringsdeskundige. De Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek is erkend als bodemsaneringsdeskundige voor de taken die ze in opdracht van de OVAM uitvoert in het kader van dit decreet. De bepalingen van hoofdstuk IIIbis van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning zijn niet van toepassing op de erkenning van de OVAM en de VITO. "
" Art. 8. Op de erkenning als bodemsaneringsdeskundige zijn de bepalingen van hoofdstuk IIIbis van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning van toepassing.
De OVAM is erkend als bodemsaneringsdeskundige. De Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek is erkend als bodemsaneringsdeskundige voor de taken die ze in opdracht van de OVAM uitvoert in het kader van dit decreet. De bepalingen van hoofdstuk IIIbis van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning zijn niet van toepassing op de erkenning van de OVAM en de VITO. "
Art.40. L'article 8 du décret du 27 octobre 2006 relatif à l'assainissement du sol et à la protection du sol, modifié par le décret du 12 décembre 2008, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 8. Les dispositions du chapitre IIIbis du décret du 28 juin 1985 relatif à l'autorisation écologique s'appliquent à l'agrément comme expert en assainissement du sol.
L'OVAM est agréée en tant qu'expert en assainissement du sol. Le " Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek " est agréé comme expert en assainissement du sol pour les missions qu'il exécute à la demande de l'OVAM dans le cadre du présent décret. Les dispositions du chapitre IIIbis du décret du 28 juin 1985 relatif à l'autorisation écologique ne s'appliquent pas à l'agrément de l'OVAM et du VITO. "
" Art. 8. Les dispositions du chapitre IIIbis du décret du 28 juin 1985 relatif à l'autorisation écologique s'appliquent à l'agrément comme expert en assainissement du sol.
L'OVAM est agréée en tant qu'expert en assainissement du sol. Le " Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek " est agréé comme expert en assainissement du sol pour les missions qu'il exécute à la demande de l'OVAM dans le cadre du présent décret. Les dispositions du chapitre IIIbis du décret du 28 juin 1985 relatif à l'autorisation écologique ne s'appliquent pas à l'agrément de l'OVAM et du VITO. "
Art.41. In artikel 162, § 5, van hetzelfde decreet wordt het woord " bodemsaneringsdeskundige " opgeheven.
Art.41. Dans l'article 162, § 5, du même décret, les mots " expert en assainissement du sol " sont abrogés.
HOOFDSTUK 15. - Slotbepalingen
CHAPITRE 15. - Dispositions finales
Art.42. Artikel 11 treedt in werking op 1 april 2006.
Art.42. L'article 11 entre en vigueur le 1er avril 2006.
Art. 43. De Vlaamse Regering bepaalt de datum waarop artikelen 40 en 41 in werking treden.
Art. 43. Le Gouvernement flamand fixe la date d'entrée en vigueur des articles 40 et 41.
(NOTE : Entrée en vigueur des art. 40 et 41 fixée au 03-05-2013 par AGF 2013-03-01/22, art. 193)
Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 20 april 2012.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur
J. SCHAUVLIEGE
Brussel, 20 april 2012.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur
J. SCHAUVLIEGE
Promulguons le présent décret, ordonnons qu'il soit publié au Moniteur belge.
Bruxelles, le 20 avril 2012.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
La Ministre flamande de l'Environnement, de la Nature et de la Culture,
J. SCHAUVLIEGE
Bruxelles, le 20 avril 2012.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
La Ministre flamande de l'Environnement, de la Nature et de la Culture,
J. SCHAUVLIEGE