Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
23 MAART 2012. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juli 2005 tot instelling van een bedrijfstoeslagregeling en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en tot toepassing van de randvoorwaarden, tot wijziging van artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007 houdende bepalingen tot inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid, tot opheffing van hoofdstuk III van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 januari 2006 tot instelling van bepaalde rundvleespremies, en tot opheffing van diverse regelingen
Titre
23 MARS 2012. - Arrêté du Gouvernement flamand portant modification de diverses dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juillet 2005 instaurant un régime de paiement unique et établissant certains régimes d'aide pour agriculteurs et portant application de la conditionnalité, portant modification de l'article 4 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 février 2007 contenant des dispositions relatives à la création d'une identification commune d'agriculteurs, d'exploitations et de terres agricoles dans le cadre de la politique relative aux engrais et de la politique de l'agriculture, abrogeant le chapitre III de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 janvier 2006 instaurant certaines primes aux bovins, et abrogeant diverses dispositions
Documentinformatie
Numac: 2012035466
Datum: 2012-03-23
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2012035466
Date: 2012-03-23
Moniteur: Voir
Tekst (13)
Texte (13)
Artikel 1. In artikel 2ter van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juli 2005 tot instelling van een bedrijfstoeslagregeling en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en tot toepassing van de randvoorwaarden, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " De steun voor eiwithoudende gewassen wordt in de bedrijfstoeslag opgenomen op basis van het gemiddelde van de geconstateerde oppervlakte eiwithoudende gewassen (in hectare) van de landbouwer in de referentiejaren 2005 en 2006, vermenigvuldigd met 55,57 euro per hectare. Het bedrag van de steunenveloppe voor eiwithoudende gewassen dat overblijft na de integratie van de steun voor eiwithoudende gewassen, wordt aan de reserve toegewezen. ".
Article 1er. Dans l'article 2ter de l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juillet 2005 instaurant un régime de paiement unique et établissant certains régimes d'aide pour agriculteurs et portant application de la conditionnalité, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 septembre 2010, il est inséré entre les alinéas premier et deux, un nouvel alinéa, rédigé comme suit :
  " La prime aux protéagineux est reprise dans le régime de paiement unique sur la base de la moyenne de la superficie constatée des protéagineux (en hectares) de l'agriculteur dans les années de référence 2005 et 2006, multipliée par 55,57 euros par hectare. Le montant restant de l'enveloppe en aide aux protéagineux, après l'intégration de l'aide aux protéagineux, est assigné à la réserve. ".
Art. 2. In artikel 2quater van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " De verwerkingssteun voor vezelvlas en -hennep wordt in de bedrijfstoeslag opgenomen op basis van het gemiddelde van de geconstateerde hoeveelheid korte en lange vlasvezel (in ton) van de landbouwer die voor steun in aanmerking kwam in de referentiejaren 2005 en 2008, vermenigvuldigd met een steunbedrag van 90 euro per ton voor korte vlasvezel en van 160 euro per ton voor lange vlasvezel. Het bedrag van de steunenveloppe voor vezelvlas en -hennep dat overblijft, na de integratie van de steun voor vezelvlas en -hennep, wordt aan de reserve toegewezen. ".
Art. 2. Dans l'article 2quater du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 septembre 2010, il est inséré, entre les premier et deuxième alinéas, un nouvel alinéa, rédigé comme suit :
  " L'aide à la transformation de lin et de chanvre est reprise dans le régime de paiement unique, sur la base de la moyenne de la quantité constatée de fibres longues et courtes de lin (en tonnes) de l'agriculteur qui était éligible à l'aide dans les années de référence 2005 et 2008, multipliée par un montant d'aide de 90 euros par tonne pour les fibres courtes de lin et de 160 euros par tonne pour les fibres longues de lin. Le montant restant de l'enveloppe en aide au lin et au chanvre protéagineux, après l'intégration de l'aide aux fibres de lin et au chanvre, est assigné à la réserve. ".
Art. 3. Aan artikel 2quinquies, tweede lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010, wordt de volgende zin toegevoegd :
  " Het bedrag van de steunenveloppe voor de slachtpremie voor kalveren dat overblijft na integratie van de slachtpremie, wordt aan de reserve toegewezen. ".
Art. 3. A l'article 2quinquies, alinéa deux, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 septembre 2010, est ajoutée la phrase suivante :
  " Le montant restant de l'enveloppe en aide pour la prime à l'abattage de veaux, après l'intégration de la prime à l'abattage, est assigné à la réserve, ".
Art. 4. Artikel 2decies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 2decies. De ongebruikte middelen waarnaar wordt verwezen in artikel 69, lid 7, van verordening (EG) nr. 73/2009, worden in de kalenderjaren 2012 en 2013 ingezet voor specifieke steunmaatregelen met toepassing van artikel 68, lid 1, a), v), van voormelde verordening. Die specifieke steunmaatregelen worden 'specifieke steun voor groenbedekkers' en 'specifieke steun voor de instandhouding van het Piétrainras in de varkenssector' genoemd.
  De minister bepaalt de beschikbare enveloppe voor de specifieke steunmaatregelen, vermeld in het eerste lid, op basis van de totale ongebruikte middelen. ".
Art. 4. L'article 2decies du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 septembre 2010, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 2decies. Les moyens non utilisés auxquels il est fait référence à l'article 69, alinéa 7, du Règlement (CE) n° 73/2009, sont affectés à des mesures de soutien spécifiques dans les années calendaires 2012 et 2013, en application de l'article 68, alinéa 1er, a), v), du règlement précité. Ces mesures de soutien spécifiques sont désignées par " specifieke steun voor groenbedekkers" (soutien spécifique aux couverts végétaux) et "specifieke steun voor de instandhouding van het Piétrainras in de varkenssector" (soutien spécifique à la préservation de la variété Piétrain dans le secteur porcin).
  Le Ministre détermine le montant total disponible de l'enveloppe pour les mesures d'aide spécifiques, visées à l'alinéa premier, sur la base des moyens totaux non utilisés. ".
Art. 5. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 december 2010, worden een artikel 2undecies en 2duodecies ingevoegd, die luiden als volgt :
  " Art. 2undecies. § 1. De specifieke steun voor groenbedekkers, vermeld in artikel 2decies, eerste lid, wordt per kalenderjaar toegekend aan landbouwers in de vorm van een extra betaling per subsidiabele hectare groenbedekker.
  Een landbouwer die voor specifieke steun voor groenbedekkers in aanmerking wil komen, dient jaarlijks een steunaanvraag en betalingsaanvraag in via de verzamelaanvraag.
  § 2. Om de specifieke steun te kunnen krijgen moet, een landbouwer aan de volgende voorwaarden voldoen :
  1° minimaal één subsidiabele hectare groenbedekker, met bijbehorende minimaal vereiste hoeveelheid gecertificeerd zaaizaad per hectare, tot en met 15 oktober inzaaien en ten minste tot en met 1 februari van het daaropvolgende jaar behouden;
  2° de percelen in kwestie in eigen gebruik hebben vanaf de datum van inzaai tot en met 15 oktober.
  In afwijking van het eerste lid, 1°, wordt de groenbedekker in de landbouwstreek 'de Polders' ingezaaid voor 1 september en ten minste tot en met 15 oktober behouden, en wordt de groenbedekker in de landbouwstreek 'de Leemstreek' ingezaaid voor 1 september en ten minste tot en met 15 december behouden. De minister kan beslissen dat in geval van uitzonderlijke weersomstandigheden de groenbedekker in die landbouwstreken mag worden ingezaaid tot 10 september van hetzelfde jaar.
  In afwijking van het eerste lid, 2°, moet de landbouwer de percelen in kwestie die in de landbouwstreken 'de Polders' en 'de Leemstreek' liggen in eigen gebruik hebben vanaf de datum van inzaai tot en met 1 september.
  § 3. De specifieke steun voor groenbedekkers wordt niet toegekend voor :
  1° percelen die in hetzelfde kalenderjaar in de verzamelaanvraag worden aangegeven als blijvend of tijdelijk grasland, grassen in natuurbeheer, klaver of grasklaver;
  2° percelen waarop in hetzelfde kalenderjaar een subsidie voor de 'Agromilieumaatregel vlinderbloemige gewassen' wordt aangevraagd;
  3° percelen waarop in hetzelfde kalenderjaar een graangewas als hoofdteelt staat en een subsidie voor de 'Beheerovereenkomst verminderde bemesting voor een betere waterkwaliteit' wordt aangevraagd;
  4° percelen waarop in hetzelfde kalenderjaar een vergoeding voor groenbedekkers aangevraagd wordt in het kader van verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (integrale GMO-verordening);
  5° percelen waarop in hetzelfde kalenderjaar de inzaai van een vanggewas verplicht is in het kader van derogatie als vermeld in artikel 5, eerste lid, 4°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juli 2011 betreffende de voorwaarden tot het verkrijgen van een derogatie aan de bemestingsnormen als vermeld in artikel 13 van het Mestdecreet van 22 december 2006;
  6° percelen waarop in hetzelfde kalenderjaar de inzaai van een nateelt verplicht is in het kader van de overschrijding van de nitraatresidudrempelwaarde als vermeld in artikel 14, § 5, eerste lid, 2°, van het Mestdecreet van 22 december 2006.
  § 4. Het steunbedrag wordt bepaald door de totale beschikbare enveloppe te delen door het totale aantal subsidiabele hectaren dat na controle effectief in aanmerking komt voor de specifieke steun. De premie bedraagt ten hoogste 100 euro per subsidiabele hectare.
  § 5. De minister bepaalt de lijst van subsidiabele groenbedekkers en de minimaal vereiste hoeveelheid gecertificeerd zaaizaad per hectare die overeenkomstig paragraaf 2, eerste lid, 1°, ingezaaid moet worden.
  De minister kan bijkomende uitvoeringsvoorwaarden vaststellen voor de steunaanvraag, de betalingsaanvraag en de vereiste bewijsstukken.
  Art. 2duodecies. § 1. De specifieke steun voor de instandhouding van het Piétrainras in de varkenssector, vermeld in artikel 2decies, eerste lid, wordt per kalenderjaar toegekend aan landbouwers in de vorm van een extra betaling per subsidiabele Piétrainzeug, hierna premie te noemen.
  Alleen Piétrainzeugen die tijdens het jaar voorafgaand aan het jaar van de steunaanvraag opgenomen zij in de hoofdafdeling van het stamboek voor het Piétrainras, bijgehouden door vzw Vlaams Varkensstamboek, en waarvan in hetzelfde jaar minstens één gemerkte Piétrainworp geregistreerd is in het stamboek, kunnen als subsidiabele Piétrainzeugen beschouwd worden.
  Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder :
  1° Piétrainzeug : vrouwelijk fokvarken dat voldoet aan de omschrijving van raszuiver dier, vermeld in artikel 11, § 2, eerste lid, van het Fokkerijbesluit van 19 maart 2010, en dat als raszuiver fokdier ingeschreven is in de hoofdafdeling van het stamboek van het Piétrainras;
  2° vzw Vlaams Varkensstamboek : organisatie van fokkers erkend in artikel 1, 1°, van het ministerieel besluit van 27 september 2011 tot erkenning van verenigingen, organisaties en ondernemingen ter uitvoering van artikel 4, 5, 6, 7 en 59, § 1, van het Fokkerijbesluit van 19 maart 2010, voor het bijhouden van een stamboek voor het Piétrainras;
  3° gemerkte Piétrainworp : worp waarbij minstens één Piétrainbig individueel gemerkt wordt door de tatoeage van een nummer in het oor, en dat geregistreerd wordt met het oog op de inschrijving in de hoofdafdeling van het stamboek voor het Piétrainras, zoals beschreven in het technisch reglement van vzw Vlaams Varkensstamboek.
  Een landbouwer die voor specifieke steun voor de instandhouding van het Piétrainras in de varkenssector in aanmerking wil komen, dient per kalenderjaar een steunaanvraag en een betalingsaanvraag in via de verzamelaanvraag.
  § 2. Als het aantal subsidiabele Piétrainzeugen van een landbouwer die in het jaar van de steunaanvraag minstens één keer werpen, meer dan 10 % lager ligt dan het aantal in het jaar voorafgaand aan het jaar van de steunaanvraag, heeft die landbouwer geen recht op de specifieke steun.
  § 3. Het totaal aantal subsidiabele Piétrainzeugen van een landbouwer dat in aanmerking komt voor een premie, is beperkt tot een maximum, dat wordt bepaald door het aantal gemerkte worpen van Piétrainzeugen in het stamboek, geregistreerd in het jaar voorafgaand aan de steunaanvraag, te delen door twee. Het verkregen resultaat wordt naar boven afgerond als het cijfer na de komma vijf of meer bedraagt. Als het verkregen resultaat hoger is dan 100, dan wordt het maximum beperkt tot 100.
  § 4. Tot een aantal van 50 subsidiabele Piétrainzeugen krijgt een landbouwer de volledige premie per zeug uitgekeerd. Bij een hoger aantal Piétrainzeugen wordt de premie per zeug die dat aantal overschrijdt, beperkt tot 50 % van een volledige premie per zeug.
  § 5. Het steunbedrag wordt bepaald door de totale beschikbare enveloppe te verdelen over het totaal aantal subsidiabele Piétrainzeugen, na toepassing van paragraaf 3 en 4 op alle landbouwers die overeenkomstig paragraaf 1, vierde lid de steun hebben aangevraagd en die niet uitgesloten zijn van de steunregeling overeenkomstig paragraaf 2. De premie per zeug bedraagt ten hoogste 200 euro per subsidiabele Piétrainzeug.
  § 6. De minister kan bijkomende uitvoeringsvoorwaarden voor de steunaanvraag, de betalingsaanvraag en de vereiste bewijsstukken vaststellen. ".
Art. 5. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 décembre 2010, sont insérés les articles 2undecies et 2 duodecies, rédigés comme suit :
  " Art. 2undecies. § 1er. Le soutien spécifique aux couverts végétaux, visé à l'article 2decies, alinéa premier, est accordé par année calendaire aux agriculteurs sous forme d'un paiement supplémentaire par hectare subventionnable de couverts végétaux.
  Un agriculteur qui désire entrer en ligne de compte pour le soutien spécifique aux couverts végétaux, introduit par année calendaire une demande d'aide et de paiement par le biais de la demande unique.
  § 2. Pour obtenir le soutien spécifique, un agriculteur doit remplir les conditions suivantes :
  1° semis d'au moins un hectare subventionnable de couverts végétaux avec une quantité minimum de semences certifiées requises, par hectare, jusqu'au 15 octobre inclus, et la préserver jusqu'au 1er février inclus de l'année suivante;
  2° exploiter soi-même les parcelles en question à partir de la date d'ensemencement jusqu'au 15 octobre inclus.
  Par dérogation à l'alinéa premier, 1°, les couverts végétaux sont ensemencés dans la région agricole 'Polders' avant le 1er septembre et au moins jusqu'au 15 octobre inclus, et dans la région agricole 'Leemstreek' les couverts végétaux sont ensemencés avant le 1er septembre et préservés au moins jusqu'au 15 décembre inclus. Le Ministre peut décider qu'en cas de conditions climatiques exceptionnelles, les couverts végétaux peuvent être ensemencés dans ces régions agricoles jusqu'au 10 septembre de la même année.
  Par dérogation à l'alinéa premier, 2°, l'agriculteur doit avoir les parcelles en question, situées dans les régions agricoles 'Polders' et 'Leemstreek', en propre utilisation à partir de la date d'ensemencement jusqu'au 1er septembre inclus.
  § 3. Le soutien spécifique pour des couverts végétaux n'est pas octroyé pour :
  1° des parcelles qui sont déclarées dans la même année calendaire comme pâturages permanents ou temporaires, comme graminées en gestion de la nature, comme trèfle ou herbe/trèfle;
  2° des parcelles pour lesquelles une subvention pour la 'Mesure agri-environnementale légumineuses' est demandée;
  3° des parcelles sur lesquelles une céréale est cultivée comme culture principale et pour lesquelles une subvention est demandée pour le 'Contrat de gestion fertilisation réduite pour une meilleure qualité des eaux';
  4° des parcelles pour lesquelles dans la même année calendaire une indemnité pour des couverts végétaux est demandée dans le cadre du Règlement (CE) n° 1234/2007 du Conseil du 22 octobre 2007 portant organisation commune des marchés dans le secteur agricole et dispositions spécifiques en ce qui concerne certains produits de ce secteur (règlement "OCM unique");
  5° des parcelles sur lesquelles dans la même année calendaire le semis d'une culture piège est obligatoire dans le cadre de la dérogation visée à l'article 5, alinéa premier, 4° de l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juillet 2011 relatif aux conditions d'obtention d'une dérogation aux normes de fertilisation telles que prévues à l'article 13 du Décret sur les engrais du 22 décembre 2006;
  6° des parcelles sur lesquelles dans la même année calendaire le semis d'une culture suivante est obligatoire dans la cadre du dépassement de la valeur seuil des résidus de nitrates tel que prévu à l'article 14, § 5, alinéa premier, 2°, du Décret sur les engrais du 22 décembre 2006.
  § 4. Le montant d'aide est déterminé en divisant l'enveloppe totale disponible par le nombre total d'hectares subventionnables qui est effectivement éligible, après contrôle, pour le soutien spécifique. La prime s'élève à 100 euros au maximum par hectare subventionnable.
  § 5. Le Ministre détermine la liste des couverts végétaux subventionnables et la quantité minimale de semences certifiées requises par hectare qui doit être ensemencée conformément au § 2, alinéa premier, 1°.
  Le Ministre peut fixer des conditions d'exécution supplémentaires pour la demande d'aide, la demande de paiement et les justificatifs requis.
  Art. 2duodecies. § 1er. Le soutien spécifique à la préservation de la variété Piétrain dans le secteur porcin, visé à l'article 2decies, alinéa premier, est accordé par année calendaire aux agriculteurs sous forme d'un paiement supplémentaire par truie Piétrain subventionnable, nommé ci-après prime.
  Seules les truies Piétrain qui sont reprises dans la section principale du livre généalogique pour la race Piétrain, tenu par l'ASBL "Vlaams Varkensstamboek" pendant l'année précédant l'année de la demande d'aide, et dont au moins une cochonnée Piétrain marquée est enregistrée pendant la même année dans le livré généalogique, peuvent être considérées comme des truies Piétrain subventionnables.
  Pour l'application du présent article, on entend par :
  1° Truie Piétrain : femelle du porc reproducteur qui satisfait à la description d'animal de race pure, visée à l'article 11, § 2, alinéa premier, de l'arrêté relatif à l'élevage du 19 mars 2010, et qui est inscrit comme animal de race pure dans la section principale du livre généalogique de la variété Piétrain;
  2° ASBL "Vlaams Varkensstamboek" : organisation d'éleveurs agréée à l'article 1er, 1°, de l'arrête ministériel du 27 septembre 2011 portant agrément des associations, organisations et entreprises en exécution en exécution des articles 4, 5, 6, 7 et de l'article 59, § 1er, de l'arrêté relatif à l'élevage du 19 mars 2010, pour la tenue d'un livre généalogique pour la variété Piétrain;
  3° cochonnée Piétrain marquée : cochonnée par laquelle au moins un porcelet Piétrain est marqué individuellement par le tatouage d'un numéro dans l'oreille, et qui est enregistrée en vue de l'inscription dans la section principale du livre généalogique pour la variété Piétrain, telle que décrite au règlement technique de l'asbl "Vlaams Varkensstamboek".
  Un agriculteur qui désire entrer en ligne de compte pour l'aide spécifique pour la préservation de la variété Piétrain dans le secteur porcin, introduit par année calendaire une demande d'aide et de paiement par le biais de la demande unique.
  § 2. Si le nombre de truies Piétrain subventionnables d'un agriculteur qui mettent bas au moins une fois dans l'année de la demande d'aide, est de plus de 10 % inférieur au nombre dans l'année précédant l'année de la demande d'aide, cet agriculteur n'a pas droit au soutien spécifique.
  § 3. Le nombre total de truies Piétrain subventionnables d'un agriculteur qui entre en ligne de compte pour une prime, est limité à un maximum, qui est déterminé par le nombre de cochonnées marquées de truies Piétrain dans le livre généalogique, enregistré dans l'année précédant l'année de la demande d'aide, à diviser en deux. Le résultat obtenu est arrondi à l'unité supérieure si le chiffre après la virgule est cinq ou plus. Si le résultat obtenu est supérieur à 100, le maximum est limité à 100.
  § 4. Un agriculteur obtient la prime entière par truie jusqu'à un nombre de 50 truies Piétrain subventionnables. En cas d'un nombre supérieur de truies Piétrain, la prime par truie qui dépasse ce nombre, est limitée à 50 % de la prime entière par truie.
  § 5. Le montant d'aide est déterminé en répartissant l'enveloppe entière disponible entre le nombre total de truies Piétrain subventionnables, après application des §§ 3 et 4 sur tous les agriculteurs qui ont demandé l'aide conformément au § 1er, alinéa quatre, et qui ne sont pas exclus du régime de soutien conformément au 2. La prime par truie s'élève à 200 euros au maximum par truie Piétrain subventionnable.
  § 6. Le Ministre peut fixer des conditions d'exécution supplémentaires pour la demande d'aide, la demande de paiement et les justificatifs requis. ".
Art. 6. Aan artikel 4, tweede lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010, wordt een punt 7° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 7° een clausule in privaatrechtelijke verkoopcontracten als vermeld in artikel 26 van Verordening (EG) nr. 1120/2009. ".
Art. 6. A l'article 4, alinéa deux, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 septembre 2010, il est ajouté un 7°, rédigé comme suit :
  " 7° une clause dans les contrats de droit privé, telle que visée à l'article 26 du Règlement (CE) n° 1120/2009;
Art. 7. Artikel 11, 4°, eerste lid, van hetzelfde besluit, wordt vervangen door wat volgt :
  " Op grasland moet verstruiking met ongewenste vegetatie voorkomen worden. De minister kan nadere regels bepalen omtrent de te bestrijden soorten vegetatie, het groeistadium en de te voorkomen omvang van ongewenste vegetatie. ".
Art. 7. L'article 11, 4°, alinéa premier, du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
  " Sur les pâturages, il importe de prévenir les broussailles avec une végétation indésirable. Le Ministre peut arrêter les modalités relatives sur les espèces de végétation à lutter, le stade de croissance et l'ampleur de végétation indésirable à prévenir. ".
Art. 8. In artikel 11ter, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 december 2010, wordt de zin " Als tijdens een jaar op een perceel aardappelen zijn geteeld, mogen gedurende de twee daaropvolgende jaren op hetzelfde perceel geen aardappelen meer geteeld worden. " vervangen door de zin " De landbouwer mag alleen op een perceel aardappelen telen als tijdens geen van de twee voorgaande jaren op dat perceel aardappelen zijn geteeld. ".
Art. 8. A l'article 11ter, alinéa premier, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 décembre, la phrase "Si, pendant une année, des pommes de terre sont cultivées sur une parcelle, il n'est pas autorisé de cultiver des pommes de terre sur la même parcelle pendant les deux années suivantes. " est remplacée par la phrase "L'agriculteur ne peut cultiver des pommes de terre sur une parcelle que si des pommes de terres n'ont été cultivées sur cette parcelle pendant aucune des deux années précédentes. ".
Art. 9. In artikel 4, § 1, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007 houdende bepalingen tot inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in punt 3° wordt de zinsnede " in titel IV, bijlage I en V van Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad " vervangen door de zinsnede " in titel III, bijlage I en VI van Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad van 19 januari 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening aan landbouwers in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1290/2005, (EG) nr. 247/2006, (EG) nr. 378/2007 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1782/2003 ";
  2° er wordt een punt 5° toegevoegd dat luidt als volgt :
  " 5° de steunaanvraag of de uitbetalingsaanvraag voor de volgende maatregelen, als de Vlaamse Regering heeft beslist dat de verzamelaanvraag voor die maatregelen als steunaanvraag of betalingsaanvraag gebruikt wordt :
  a) steunmaatregelen als vermeld in voormelde Verordening (EG) nr. 73/2009, andere dan de steunmaatregelen vermeld in punt 1° tot en met 3° ;
  b) steunmaatregelen als vermeld in Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO). ".
Art. 9. A l'article 4, § 1er, alinéa premier, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 février 2007 contenant des dispositions relatives à la création d'une identification commune d'agriculteurs, d'exploitations et de terres agricoles dans le cadre de la politique relative aux engrais et de la politique de l'agriculture, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au point 3° le membre de phrase "au titre IV, annexes Ire et V du Règlement (CE) n° 1782/2003 du Conseil" est remplacé par le membre de phrase "au titre III, annexes Ire et VI du Règlement (CE) n° 73/2009 du Conseil du 19 janvier 2009 établissant des règles communes pour les régimes de soutien direct dans le cadre de la politique agricole commune et établissant certains régimes de soutien en faveur des agriculteurs, modifiant les Règlements (CE) n° 1290/2005, (CE) n° 247/2006, (CE) n° 378/2007 et abrogeant le Règlement (CE) n° 1782/2003;
  2° il est ajouté un point 5°, rédigé comme suit :
  " 5° la demande d'aide ou la demande de paiement pour les mesures suivantes, si le Gouvernement flamand a décidé que la demande unique est utilisée comme demande d'aide ou demande de paiement pour ces mesures :
  a) des mesures d'aide telles que visées au Règlement (CE) n° 73/2009 précité, autres que les mesures d'aide visées aux points 1° à 3° inclus;
  b) des mesures d'aides telles que visées au Règlement (CE) n° 1698/2005 du Conseil du 20 septembre 2005 concernant le soutien au développement rural par le Fonds européen agricole pour le développement rural (Feader). ".
Art. 10. In het besluit van de Vlaamse Regering van 27 januari 2006 tot instelling van bepaalde rundvleespremies wordt hoofdstuk III, dat bestaat uit artikel 6 en 7, opgeheven.
Art. 10. Dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 janvier 2006 instaurant certaines primes aux bovins, le chapitre III, comprenant les articles 6 et 7, est abrogé.
Art. 11. De volgende regelingen worden opgeheven :
  1° het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010 tot instelling van een steunregeling voor de erkende eerste verwerkers in de sector vezelvlas en vezelhennep;
  2° het ministerieel besluit van 18 januari 2006 houdende uitvoering van de bedrijfstoeslagregeling voor wat betreft de vaststelling van het ontkoppelingspercentage voor de sector ruwe tabak;
  3° het ministerieel besluit van 28 juli 2006 betreffende de bepaling en herziening van de referentiegegevens ter uitvoering van de bedrijfstoeslagregeling in de sector ruwe tabak;
  4° het ministerieel besluit van 15 september 2006 betreffende de erkenning van de eerste bewerkers van ruwe tabak;
  5° het ministerieel besluit van 25 juli 2008 betreffende de steun voor energiegewassen.
Art. 11. Les règlements suivants sont abrogés :
  1° l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 septembre 2010 instaurant un régime d'aides pour les premiers transformateurs agréés dans le secteur du lin et du chanvre destinés à la production de fibres;
  2° l'arrêté ministériel du 18 janvier 2006 portant exécution du régime de paiement unique en ce qui concerne la fixation du pourcentage de découplage dans le secteur du tabac brut;
  3° l'arrêté ministériel du 28 juillet 2006 concernant la définition et la révision des données de référence en exécution du régime de paiement unique dans le secteur du tabac brut;
  4° l'arrêté ministériel du 15 septembre 2006 relatif à l'agrément des premiers transformateurs du tabac brut;
  5° l'arrêté ministériel du 25 juillet 2008 relatif à l'aide aux cultures énergétiques.
Art. 12. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2012, met uitzondering van artikel 11, 1°, dat in werking treedt op 1 januari 2014.
Art. 12. Le présent arrêté produit ses effets à partir du 1er janvier 2012, à l'exception de l'article 11, 1°, qui entre en vigueur le 1er janvier 2014.
Art. 13. De Vlaamse minister, bevoegd voor het landbouwbeleid en de zeevisserij, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 13. Le Ministre flamand ayant la politique agricole et la pêche en mer dans ses attributions, est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Brussel, 23 maart 2012.
  De minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid,
  K. PEETERS
  Bruxelles, le 23 mars 2012.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand, Ministre flamand de l'Economie, de la Politique extérieure, de l'Agriculture et de la Ruralité,
  K. PEETERS