Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
17 FEBRUARI 2012. - Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA) (NOTA : artikelen gewijzigd met ingang op een onbepaalde datum bij BVR2021-07-02/14, art. 15, 47, 48,1°, 49, 51, 58, 63; Inwerkingtreding : 01-01-2022; 31-12-2023; 01-07-2022)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 23-05-2012 en tekstbijwerking tot 23-05-2025)
Titre
17 FEVRIER 2012. - Arrêté du Gouvernement flamand fixant le règlement flamand relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets (VLAREMA) (NOTE : articles modifiés avec effet à une date indéterminée par AGF2021-07-02/14, art. 15, 47, 48,1°, 49, 51, 58, 63; En vigueur : 01-01-2022; 31-12-2023; 01-07-2022)((NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 23-05-2012 et mise à jour au 23-05-2025)
Documentinformatie
Numac: 2012035464
Datum: 2012-02-17
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2012035464
Date: 2012-02-17
Moniteur: Voir
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Algemene Bepalingen Afdeling 1.1. - Inleidende bepalingen Afdeling 1.2. - Definities HOOFDSTUK 2. - Afbakening van de afvalfase Afdeling 2.1. - Lijst van afvalstoffen Afdeling 2.2. [1 - Europese criteria]1 Afdeling 2.3. - Specifieke criteria Onderafdeling 2.3.1. [1 - Algemene bepalingen v... 2.3.1.4. [1 Met behoud van de toepassing van de... Onderafdeling 2.3.2. - Criteria voor grondstoff... Onderafdeling 2.3.3. [1 - Criteria voor gebruik... Onderafdeling 2.3.4. Onderafdeling 2.3.5. - Criteria voor grondstoff... Onderafdeling 2.3.6. - Criteria voor grondstoff... Onderafdeling 2.3.7. [1 Criteria voor grondstof... Art. 2.3.7.1. [1 Opgewerkte afvalolie en opgewe... Art. 2.3.7.2. [1 Afvalolie en brandstofresten k... Art. 2.3.7.3. [1§ 1. Het opwerkingsproces bevat... Art. 2.3.7.4. [1 De opgewerkte afvalolie en opg... Afdeling 2.4. - Grondstofverklaring Onderafdeling 2.4.1. - Algemene bepalingen Onderafdeling 2.4.2. - Aanvraagprocedure voor e... Onderafdeling 2.4.3. - Opheffing van de grondst... Afdeling 2.6. [1 - Materialen waarvoor geen Eur... HOOFDSTUK 3. - Uitgebreide producentenverantwoo... Afdeling 3.1. - Algemene bepalingen Afdeling 3.2. - Aanvaardingsplicht Onderafdeling 3.2.1. - Algemene bepalingen Onderafdeling 3.2.2. [1 - Collectieve invulling... Onderafdeling 3.2.3. [1 - Individuele invulling... Afdeling 3.3. - Collectief plan Afdeling 3.4. - Afvalstofspecifieke bepalingen Onderafdeling 3.4.1. - Drukwerkafval Onderafdeling 3.4.2. - Afgedankte voertuigen Onderafdeling 3.4.3. - Afvalbanden Onderafdeling 3.4.4. [1 - Afgedankte elektrisch... Onderafdeling 3.4.5. [1 Afgedankte batterijen]1 Onderafdeling 3.4.6. [1 - Afvalolie]1 Onderafdeling 3.4.7. - Oude en vervallen genees... Onderafdeling 3.4.8. [1 Afgedankte matrassen]1 Onderafdeling 3.4.9. Onderafdeling 3.4.10. Onderafdeling 3.4.11. - Zwerfvuil Onderafdeling 3.4.12. Onderafdeling 3.4.13. - Gebruikte wegwerpluiers Onderafdeling 3.4.14. [1 Kunststofhoudend vistu... Afdeling 3.5. [1 - Vrijwillige terugname van hu... HOOFDSTUK 4. - Algemene bepalingen over het beh... Afdeling 4.1. - Indeling van afvalstoffen Afdeling 4.2. - Indeling van afvalstoffenhandel... Afdeling 4.3. - Afzonderlijke inzameling van af... Afdeling 4.4. - Algemene regels voor verwerking... Afdeling 4.5. - Stort- en verbrandingsverboden Afdeling 4.6. [1 - Verbod op sluikstorten en zw... HOOFDSTUK 5. - Bepalingen over het beheer van s... Afdeling 5.1. - Bepalingen over het beheer van ... Afdeling 5.2. - Bepalingen over het beheer van ... Onderafdeling 5.2.1. - Afvalstoffen die ontstaa... Onderafdeling 5.2.2. - Klein gevaarlijk afval Onderafdeling 5.2.3. - Medisch afval Onderafdeling 5.2.4. - Afgedankte voertuigen Onderafdeling 5.2.5. [1 - Afgedankte elektrisch... Onderafdeling 5.2.6. - Afvalbanden Onderafdeling 5.2.7. [1 Afgedankte batterijen]1 Onderafdeling 5.2.8. - Pcb's Onderafdeling 5.2.9. - Afgedankte apparatuur en... Onderafdeling 5.2.10. [1 - Afval van schepen va... Onderafdeling 5.2.11. - Afval van de binnenvaart Onderafdeling 5.2.12. [1 Gebruikte dierlijke en... Onderafdeling 5.2.13. [1 - Afvalolie]1 Onderafdeling 5.2.14. [1 - Afgedankte matrassen]1 Onderafdeling 5.2.15. [1 Gebruikte wegwerpluiers]1 Onderafdeling 5.2.16. [1 Bepalingen over het be... Art. 5.2.16.1. [1Deze afdeling bevat de voorwaa... Art. 5.2.16.2. [1 § 1. De inzamelaar, afvalstof... Art. 5.2.16.3. [1 § 1. Er gebeurt een visuele c... Art. 5.2.16.4. [1 § 1. Een recipiënt voor gemen... Art. 5.2.16.5. [1 § 1. Als bij de verschillende... Art. 5.2.16.6. [1§ 1. De inrichting voor tussen... Art. 5.2.16.7. [1Elke willekeurige partij van 1... Art. 5.2.16.8. [1 De inzamelaar, afvalstoffenha... Art. 5.2.16.9. [1De minister werkt de voorwaard... Afdeling 5.3. - Bepalingen over het beheer van ... Onderafdeling 5.3.1. - Algemene bepalingen Onderafdeling 5.3.2. - Voorwaarden voor het geb... Onderafdeling 5.3.3. - Voorwaarden voor het geb... Onderafdeling 5.3.4. Onderafdeling 5.3.5. Onderafdeling 5.3.6. - Voorwaarden voor het geb... Onderafdeling 5.3.7. [1 - Voorwaarden voor het ... Onderafdeling 5.3.8. [1 - Voorwaarden voor het ... Onderafdeling 5.3.9. [1 - Voorwaarden voor het ... Onderafdeling 5.3.10. [1 - Voorwaarden voor het... Onderafdeling 5.3.11. [1 - Voorwaarden voor het... Onderafdeling 5.3.12. [1 - Voorwaarden voor het... Onderafdeling 5.3.13. [1 Voorwaarden voor het g... Onderafdeling 5.3.14. [1 - Voorwaarden voor het... Onderafdeling 5.3.15. [1 Voorwaarden voor het g... Onderafdeling 5.3.16. [1 Voorwaarden voor het g... Onderafdeling 5.3.17. [1 Voorwaarden voor het g... Onderafdeling 5.3.18. [1 Voorwaarden voor het g... Onderafdeling 5.3.19. [1 Voorwaarden voor het g... Art. 5.3.19.1. [1 § 1. Het gebruik van meubilai... Onderafdeling 5.3.20. [1 Voorwaarden voor het g... Onderafdeling 5.3.21. [1 Voorwaarden voor het g... Onderafdeling 5.3.22. [1 Voorwaarden voor het g... Onderafdeling 5.3.23. [1 Voorwaarden voor het g... Afdeling 5.4.[1 - Bepalingen over het beheer va... Afdeling 5.5. [1 - Bepalingen over het beheer v... Onderafdeling 5.5.1. [1 - Algemene bepalingen]1 Onderafdeling 5.5.2. [1 - Regels voor inzamelaa... Onderafdeling 5.5_2. TOEKOMSTIG_RECHT. [1 Regel... Onderafdeling 5.5.3. [1 Regels voor de inzamela... Onderafdeling 5.5.4. [1 - Regels voor de inzame... Onderafdeling 5.5.5. [1 - Regels voor vergunde ... Onderafdeling 5.5.6. [1 - Regels over transpara... HOOFDSTUK 6. - Inzamelen en vervoeren van afval... Afdeling 6.1. - Vervoeren en inzamelen van en h... Onderafdeling 6.1.1. Voorwaarden voor het vervo... Onderafdeling 6.1.2. - Registratie van vervoerd... Onderafdeling 6.1.3. - Registratie van inzamela... Onderafdeling 6.1.4. - Aanvaarding van registra... Onderafdeling 6.1.5. [1 - Goedkeuring van syste... Afdeling 6.2. - Invoer en uitvoer van afvalstoffen HOOFDSTUK 7. - Registreren en rapporteren van a... Afdeling 7.1. - Algemene bepalingen Afdeling 7.2. - Registers van afvalstoffen en m... Onderafdeling 7.2.1. - Registers van afvalstoffen Onderafdeling 7.2.2. - Registers van materialen... Onderafdeling 7.2.3. - Bewaren en uitwisselen v... Afdeling 7.3. [1 Melding van gegevens over de p... Onderafdeling 7.3.1. [1 Jaarlijkse melding van ... Onderafdeling 7.3.2. [1 Kwartaalmelding van geg... Onderafdeling 7.3.3. [1 Kwartaalmelding in het ... Onderafdeling 7.3.4. [1 Kwartaalmelding van geg... Afdeling 7.4. - Gegevens over [1 ...]1 het gebr... Afdeling 7.5. [1 Kwartaalmelding van gegevens o... Art. 7.5.1. [1 e exploitanten van een vergunde ... Art. 7.5.2. [1De driemaandelijkse meldingen, ve... HOOFDSTUK 8. [1 Monsterneming en analyse van af... Afdeling 8.1. Onderafdeling 8.1.1. Onderafdeling 8.1.2. Onderafdeling 8.1.3. Onderafdeling 8.1.4. Onderafdeling 8.1.5. Afdeling 8.2. HOOFDSTUK 9. - Milieuheffingen [1 , retributies... Afdeling 9.1. - Milieuheffingen Afdeling 9.2. [1 - Retributies]1 Hoofdstuk 9/1 [1 Verwerking van persoonsgegeven... HOOFDSTUK 10. - Wijzigingsbepalingen Afdeling 10.1. - Wijzigingen in het besluit van... Afdeling 10.2. - Wijzigingen in het besluit van... Afdeling 10.3. - Wijzigingen in het besluit van... Afdeling 10.4. - Wijzigingen in het besluit van... Afdeling 10.5. - Wijzigingen in het besluit van... Afdeling 10.6. Wijzigingen in het besluit van d... Afdeling 10.7. - Wijzigingen in het besluit van... Afdeling 10.8. - Wijzigingen in het besluit van... HOOFDSTUK 11. - Overgangsbepalingen HOOFDSTUK 12. - Slotbepalingen BIJLAGEN
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales Section 1.1. - Dispositions introductives Section 1.2. - Définitions CHAPITRE 2. - Délimitation de la phase des déchets Section 2.1. - Liste des déchets Section 2.2. [1 - Critères européens]1 Section 2.3. - Critères spécifiques Sous-section 2.3.1. [1 - Dispositions générales... Sous-section 2.3.2. - Critères pour les matière... Sous-section 2.3.3. [1 - Critères d'utilisation... Sous-section 2.3.4. Sous-section 2.3.5. - Critères pour les matière... Sous-section 2.3.6. - Critères pour les matière... Sous-section 2.3.7. [1 Critères pour les matièr... Section 2.4. - Déclaration de matières premières Sous-section 2.4.1. - Dispositions générales Sous-section 2.4.2. - Procédure de demande d'un... Sous-section 2.4.3. - Retrait de la déclaration... Section 2.6. [1 - Matériaux pour lesquels il n'... CHAPITRE 3. - Responsabilité élargie des produc... Section 3.1. - Dispositions générales Section 3.2. - Obligation d'acceptation Sous-section 3.2.1. - Dispositions générales Sous-section 3.2.2. [1 - Concrétisation collect... Sous-section 3.2.3. [1 - Concrétisation individ... Section 3.3. - Plan collectif Section 3.4. - Dispositions spécifiques aux déc... Sous-section 3.4.1. - Déchets d'imprimés Sous-section 3.4.2. - Véhicules mis au rebut Sous-section 3.4.3. - Pneus usagés Sous-section 3.4.4. [1 - Déchets d'équipements ... Sous-section 3.4.5. [1 Déchets de batteries]1 Sous-section 3.4.6. [1 - Huile usagée]1 Sous-section 3.4.7. - Médicaments vieux et périmés Sous-section 3.4.8. - [1 Matelas usagés]1 Sous-section 3.4.9. Sous-section 3.4.10. Sous-section 3.4.11. - Détritus non ramassés Sous-section 3.4.12. Sous-section 3.4.13. - Langes jetables usagés Sous-section 3.4.14 [1 Déchets d'engins de pêch... Section 3.5. [1 - Reprise volontaire d'ordures ... CHAPITRE 4. - Dispositions générales relatives ... Section 4.1. - Classification des déchets Section 4.2. - Classification des opérations su... Section 4.3. - Collecte distincte des déchets Section 4.4. - Règles générales en vue du trait... Section 4.5. - Interdictions de mise en décharg... Section 4.6. [1 - Interdiction de dépôts sauvag... CHAPITRE 5. - Dispositions relatives à la gesti... Section 5.1. - Dispositions relatives à la gest... Section 5.2. - Dispositions relatives à la gest... Sous-section 5.2.1. - Déchets apparaissant lors... Sous-section 5.2.2. - Petits déchets dangereux Sous-section 5.2.3. - Déchets médicaux Sous-section 5.2.4. - Véhicules mis au rebut Sous-section 5.2.5. [1 - Déchets d'équipements ... Sous-section 5.2.6. - Pneus usagés Sous-section 5.2.7. [1 Déchets de batteries]1 Sous-section 5.2.8. - PCB Sous-section 5.2.9. - Appareils et récipients m... Sous-section 5.2.10. [1 - Déchets des navires d... Sous-section 5.2.11. - Déchets de la navigation... Sous-section 5.2.12. [1 Graisses et huiles anim... Art. 5.2.12.1. [1 Parallèlement à la collecte c... Art. 5.2.12.2. [1 § 1er. La personne physique o... Art. 5.2.12.3. [1 § 1er. La personne physique o... Sous-section 5.2.13. [1 - Huiles usagées]1 Sous-section 5.2.14. [1 - Matelas en fin de vie]1 Sous-section 5.2.15. [1 Couches jetables usagées]1 Sous-section 5.2.16. [1 Dispositions relatives ... Art. 5.2.16.1. [1 a présente section contient l... Art. 5.2.16.2. [1 § 1er. Le collecteur, le négo... Art. 5.2.16.3. [1 § 1er. Un contrôle visuel de ... Art. 5.2.16.4. [1 § 1er. Un récipient destiné a... Art. 5.2.16.5. [1 § 1er. Si les différents cont... Art. 5.2.16.6. [1§ 1er. L'établissement de stoc... Art. 5.2.16.7. [1 Tout lot aléatoire de 10 m3 d... Art. 5.2.16.8. [1 Le collecteur, le négociant o... Art. 5.2.16.9. [1 Le ministre élabore les condi... Section 5.3. - Dispositions relatives à la gest... Sous-section 5.3.1. - Dispositions générales Sous-section 5.3.2. - Conditions régissant l'ut... Sous-section 5.3.3. - Conditions pour l'utilisa... Sous-section 5.3.4. Sous-section 5.3.5. Sous-section 5.3.6. - Conditions à l'utilisatio... Sous-section 5.3.7. [1 - Conditions de l'utilis... Sous-section 5.3.8. [1 - Conditions pour la ges... Sous-section 5.3.9. [1 - Conditions pour la com... Sous-section 5.3.10. [1 - Conditions pour l'uti... Sous-section 5.3.11. [1 - Conditions d'utilisat... Sous-section 5.3.12. [1 - Conditions applicable... Sous-section 5.3.13. [1 - Conditions d'utilisat... Sous-section 5.3.14. [1 - Conditions d'utilisat... Sous-section 5.3.15. [1 Conditions d'utilisatio... Sous-section 5.3.16. [1 Conditions d'utilisatio... Sous-section 5.3.17. [1 Conditions d'utilisatio... Sous-section 5.3.18. [1 Conditions d'utilisatio... Art. 5.3.18.1. [1 § 1er. L'utilisation de pots ... Sous-section 5.3.19. [1 Conditions d'utilisatio... Sous-section 5.3.20. [1 Conditions d'utilisatio... Sous-section 5.3.21. [1 Conditions d'utilisatio... Sous-section 5.3.22. [1 Conditions d'utilisatio... Sous-section 5.3.23. [1 Conditions d'utilisatio... Section 5.4.[1 - Dispositions relatives à la ge... Section 5.5. [1 - Dispositions relatives à la g... Sous-section 5.5.1. [1 - Dispositions générales]1 Sous-section 5.5.2. [1 - Règles applicables aux... Sous-section 5.5.3 [1 Règles applicables aux co... Sous-section 5.5.4. [1 - Règles applicables aux... Sous-section 5.5.5. [1 - Règles applicables aux... Sous-section 5.5.6. [1 - Règles relatives à la ... CHAPITRE 6. - Collecte et transport des déchets Section 6.1. - Transport, collecte et traitemen... Sous-section 6.1.1. Conditions pour le transpor... Sous-section 6.1.2. - Enregistrement des transp... Sous-section 6.1.3. - Enregistrement de collect... Sous-section 6.1.4. - Acceptation des enregistr... Sous-section 6.1.5. [1 - Homologation de systèm... Section 6.2. - Importation et exportation de dé... CHAPITRE 7. - Enregistrements et rapports conce... Section 7.1. - Dispositions générales Section 7.2. - Registres de déchets et matériaux Sous-section 7.2.1. - Registres de déchets Sous-section 7.2.2. - Registres de matériaux qu... Sous-section 7.2.3. - Tenue et échange de regis... Section 7.3. [1 - Déclaration de données relati... Sous-section 7.3.1. [1 - Déclaration annuelle d... Sous-section 7.3.2. [1 - Déclaration trimestrie... Sous-section 7.3.3. [1 - Déclaration trimestrie... Sous-section 7.3.4. [1 - Déclaration trimestrie... Section 7.4. - Données à propos [1 ...]1 de l'u... Section 7.5. [1 - Déclaration trimestrielle de ... CHAPITRE 8. [1 - Echantillonnage et analyse de ... Section 8.1. Sous-section 8.1.1. Sous-section 8.1.2. Sous-section 8.1.3. Sous-section 8.1.4. Sous-section 8.1.5. Section 8.2. CHAPITRE 9. - Redevances environnementales [1 ,... Section 9.1. - Redevances environnementales Section 9.2. [1 - Rétributions]1 CHAPITRE 9/1. [1 - Traitement de données à cara... CHAPITRE 10. - Dispositions de modification Section 10.1. - Modifications de l'arrêté du Go... Section 10.2. - Modifications à l'arrêté du Gou... Section 10.3. - Modifications à l'arrêté du Gou... Section 10.4. - Modifications à l'arrêté du Gou... Section 10.5. - Modifications à l'arrêté du Gou... Section 10.6. - Modifications à l'arrêté du Gou... Section 10.7. - Modifications à l'arrêté du Gou... Section 10.8. - Modifications à l'arrêté du Gou... CHAPITRE 11. - Dispositions transitoires CHAPITRE 12. - Dispositions finales ANNEXES.
Tekst (712)
Texte (712)
HOOFDSTUK 1. - Algemene Bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Afdeling 1.1. - Inleidende bepalingen
Section 1.1. - Dispositions introductives
Artikel 1.1.1. Dit besluit voorziet in de omzetting van de volgende richtlijnen :
  1° richtlijn 86/278/EEG van de Raad van 12 juni 1986 betreffende de bescherming van het milieu, in het bijzonder de bodem, bij het gebruik van zuiveringsslib in de landbouw;
  2° richtlijn 93/3/EEG van de Commissie van 5 februari 1993 tot wijziging van richtlijn 66/403/EEG betreffende het in de handel brengen van pootaardappelen;
  3° richtlijn 96/59/EG van de Raad van 16 september 1996 betreffende de verwijdering van polychloorbifenylen en polychloorterfenylen (pcb's / pct's);
  4° richtlijn 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 september 2000 betreffende autowrakken;
  5° [4 richtlijn (EU) 2019/883 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake havenontvangstvoorzieningen voor de afvalafgifte van schepen, tot wijziging van Richtlijn 2010/65/EU en tot intrekking van Richtlijn 2000/59/EG;]4
  6° richtlijn 2000/76/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 december 2000 betreffende de verbranding van afval;
  7° [1 richtlijn 2012/19/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, (AEEA);]1
  8° richtlijn 2006/66/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 september 2006 inzake batterijen en accu's, alsook afgedankte batterijen en accu's en tot intrekking van richtlijn 91/157/EEG;
  9° richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen.
  [2 10° richtlijn 2013/56/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013 tot wijziging van Richtlijn 2006/66/EG van het Europees Parlement en de Raad inzake batterijen en accu's, alsook afgedankte batterijen en accu's, wat het op de markt brengen van cadmiumhoudende draagbare batterijen en accu's voor gebruik in draadloos elektrisch gereedschap en van knoopcellen met een laag kwikgehalte betreft, en houdende intrekking van Beschikking 2009/603/EG van de Commissie;]2
  [2 11° richtlijn 2015/1127 van de Commissie van 10 juli 2015 tot wijziging van bijlage II bij Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen;]2
  [2 12° richtlijn (EU) 2015/2087 van de Commissie van 18 november 2015 houdende wijziging van bijlage II van Richtlijn 2000/59/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen;]2
  [3 13° richtlijn (EU) 2018/851 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen;
   14° richtlijn (EU) 2015/720 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 tot wijziging van Richtlijn 94/62/EG betreffende de vermindering van het verbruik van lichte plastic draagtassen.]3

  [5 15°[6 Richtlijn (EU) 2019/904 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu]6]5
  [2 Dit besluit voorziet in de omzetting van het besluit van de Commissie van 18 december 2014 tot wijziging van Beschikking 2000/532/EG betreffende de lijst van afvalstoffen overeenkomstig Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad.]2
  [7 Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke uitvoering van verordening (EU) 2023/1542 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2023 inzake batterijen en afgedankte batterijen, tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG en Verordening (EU) 2019/1020 en tot intrekking van Richtlijn 2006/66/EG.]7
  
Article 1.1.1. Le présent arrêté transpose les directives suivantes :
  1° directive 86/278/CEE du Conseil du 12 juin 1986 relative à la protection de l'environnement et notamment des sols, lors de l'utilisation des boues d'épuration en agriculture;
  2° directive 93/3/CEE de la Commission du 5 février 1993 modifiant la directive 66/403/CEE concernant la commercialisation des plants de pommes de terre;
  3° directive 96/59/CE du Conseil du 16 septembre 1996 concernant l'élimination des polychlorobiphényles et des polychloroterphényles (PCB et PCT);
  4° directive 2000/53/CE du Parlement européen et du Conseil du 18/09/00 relative aux véhicules hors d'usage;
  5° [4 directive (UE) 2019/883 du Parlement européen et du Conseil du 17 avril 2019 relative aux installations de réception portuaires pour le dépôt des déchets des navires, modifiant la directive 2010/65/UE et abrogeant la directive 2000/59/CE ;]4
  6° directive 2000/76/CE du Parlement européen et du Conseil du 4 décembre 2000 relative à l'incinération des déchets;
  7° [1 directive 2012/19/CE du Parlement européen et du Conseil du 4 juillet 2012 relative aux déchets d'équipements électriques et électroniques (DEEE) ;]1
  8° directive 2006/66/CE du Parlement européen et du Conseil du 6 septembre 2006 relative aux piles et accumulateurs ainsi qu'aux déchets de piles et d'accumulateurs et abrogeant la directive 91/157/CEE;
  9° directive 2008/98/CE du Parlement européen et du Conseil du 19 novembre 2008 relative aux déchets et abrogeant certaines directives.
  [2 10° directive 2013/56/UE du Parlement européen et du Conseil du 20 novembre 2013 modifiant la directive 2006/66/CE du Parlement européen et du Conseil relative aux piles et accumulateurs ainsi qu'aux déchets de piles et d'accumulateurs en ce qui concerne la mise sur le marché de piles et d'accumulateurs portables contenant du cadmium destinés à être utilisés dans des outils électriques sans fil et de piles bouton à faible teneur en mercure, et abrogeant la Décision 2009/603/CE de la Commission ;]2
  [2 11° directive 2015/1127 de la Commission du 10 juillet 2015 modifiant l'annexe II de la directive 2008/98/CE du Parlement européen et du Conseil relative aux déchets et abrogeant certaines directives ;]2
  [2 12° directive (UE) 2015/2087 de la Commission du 18 novembre 2015 modifiant l'annexe II de la Directive 2000/59/CE du Parlement européen et du Conseil sur les installations de réception portuaire pour les déchets d'exploitation des navires et les résidus de cargaison;]2
  [3 13° directive (UE) 2018/851 du Parlement européen et du Conseil du 30 mai 2018 modifiant la directive 2008/98/CE relative aux déchets ;
   14° directive (UE) 2015/720 du Parlement européen et du Conseil du 29 avril 2015 modifiant la directive 94/62/CE en ce qui concerne la réduction de la consommation de sacs en plastique légers.]3

  [5 15°[6 la directive (UE) 2019/904 du Parlement européen et du Conseil du 5 juin 2019 relative à la réduction de l'incidence de certains produits en plastique sur l'environnement.]6. ]5
  [2 Le présent arrêté prévoit la transposition de la décision de la Commission du 18 décembre 2014 modifiant la Décision 2000/532/CE établissant la liste des déchets, conformément à la directive 2008/98/CE du Parlement européen et du Conseil.]2
  [7 Le présent arrêté exécute partiellement le règlement (UE) 2023/1542 du Parlement européen et du Conseil du 12 juillet 2023 relatif aux batteries et aux déchets de batteries, modifiant la directive 2008/98/CE et le règlement (UE) 2019/1020, et abrogeant la directive 2006/66/CE.]7
  
Art.1_1.1.TOEKOMSTIG_RECHT.
   Dit besluit voorziet in de omzetting van de volgende richtlijnen :
  1° richtlijn 86/278/EEG van de Raad van 12 juni 1986 betreffende de bescherming van het milieu, in het bijzonder de bodem, bij het gebruik van zuiveringsslib in de landbouw;
  2° richtlijn 93/3/EEG van de Commissie van 5 februari 1993 tot wijziging van richtlijn 66/403/EEG betreffende het in de handel brengen van pootaardappelen;
  3° richtlijn 96/59/EG van de Raad van 16 september 1996 betreffende de verwijdering van polychloorbifenylen en polychloorterfenylen (pcb's / pct's);
  4° richtlijn 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 september 2000 betreffende autowrakken;
  5° [4 richtlijn (EU) 2019/883 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake havenontvangstvoorzieningen voor de afvalafgifte van schepen, tot wijziging van Richtlijn 2010/65/EU en tot intrekking van Richtlijn 2000/59/EG;]4
  6° richtlijn 2000/76/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 december 2000 betreffende de verbranding van afval;
  7° [1 richtlijn 2012/19/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, (AEEA);]1
  8° [8 ...]8
  9° richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen.
  [2 10° [8 ...]8]2
  [2 11° richtlijn 2015/1127 van de Commissie van 10 juli 2015 tot wijziging van bijlage II bij Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen;]2
  [2 12° richtlijn (EU) 2015/2087 van de Commissie van 18 november 2015 houdende wijziging van bijlage II van Richtlijn 2000/59/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen;]2
  [3 13° richtlijn (EU) 2018/851 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen;
   14° richtlijn (EU) 2015/720 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 tot wijziging van Richtlijn 94/62/EG betreffende de vermindering van het verbruik van lichte plastic draagtassen.]3

  [5 15°[6 Richtlijn (EU) 2019/904 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu]6]5
  [2 Dit besluit voorziet in de omzetting van het besluit van de Commissie van 18 december 2014 tot wijziging van Beschikking 2000/532/EG betreffende de lijst van afvalstoffen overeenkomstig Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad.]2
  [7 Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke uitvoering van verordening (EU) 2023/1542 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2023 inzake batterijen en afgedankte batterijen, tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG en Verordening (EU) 2019/1020 en tot intrekking van Richtlijn 2006/66/EG.]7
Art. 1_1.1.DROIT_FUTUR.    Le présent arrêté transpose les directives suivantes :
  1° directive 86/278/CEE du Conseil du 12 juin 1986 relative à la protection de l'environnement et notamment des sols, lors de l'utilisation des boues d'épuration en agriculture;
  2° directive 93/3/CEE de la Commission du 5 février 1993 modifiant la directive 66/403/CEE concernant la commercialisation des plants de pommes de terre;
  3° directive 96/59/CE du Conseil du 16 septembre 1996 concernant l'élimination des polychlorobiphényles et des polychloroterphényles (PCB et PCT);
  4° directive 2000/53/CE du Parlement européen et du Conseil du 18/09/00 relative aux véhicules hors d'usage;
  5° [4 directive (UE) 2019/883 du Parlement européen et du Conseil du 17 avril 2019 relative aux installations de réception portuaires pour le dépôt des déchets des navires, modifiant la directive 2010/65/UE et abrogeant la directive 2000/59/CE ;]4
  6° directive 2000/76/CE du Parlement européen et du Conseil du 4 décembre 2000 relative à l'incinération des déchets;
  7° [1 directive 2012/19/CE du Parlement européen et du Conseil du 4 juillet 2012 relative aux déchets d'équipements électriques et électroniques (DEEE) ;]1
  8° [8 ...]8
  9° directive 2008/98/CE du Parlement européen et du Conseil du 19 novembre 2008 relative aux déchets et abrogeant certaines directives.
  [2 10° [8 ...]8]2
  [2 11° directive 2015/1127 de la Commission du 10 juillet 2015 modifiant l'annexe II de la directive 2008/98/CE du Parlement européen et du Conseil relative aux déchets et abrogeant certaines directives ;]2
  [2 12° directive (UE) 2015/2087 de la Commission du 18 novembre 2015 modifiant l'annexe II de la Directive 2000/59/CE du Parlement européen et du Conseil sur les installations de réception portuaire pour les déchets d'exploitation des navires et les résidus de cargaison;]2
  [3 13° directive (UE) 2018/851 du Parlement européen et du Conseil du 30 mai 2018 modifiant la directive 2008/98/CE relative aux déchets ;
   14° directive (UE) 2015/720 du Parlement européen et du Conseil du 29 avril 2015 modifiant la directive 94/62/CE en ce qui concerne la réduction de la consommation de sacs en plastique légers.]3

  [5 15°[6 la directive (UE) 2019/904 du Parlement européen et du Conseil du 5 juin 2019 relative à la réduction de l'incidence de certains produits en plastique sur l'environnement.]6. ]5
  [2 Le présent arrêté prévoit la transposition de la décision de la Commission du 18 décembre 2014 modifiant la Décision 2000/532/CE établissant la liste des déchets, conformément à la directive 2008/98/CE du Parlement européen et du Conseil.]2
  [7 Le présent arrêté exécute partiellement le règlement (UE) 2023/1542 du Parlement européen et du Conseil du 12 juillet 2023 relatif aux batteries et aux déchets de batteries, modifiant la directive 2008/98/CE et le règlement (UE) 2019/1020, et abrogeant la directive 2006/66/CE.]7
Afdeling 1.2. - Definities
Section 1.2. - Définitions
Art. 1.2.1. § 1. De begrippen en definities, vermeld in het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, zijn van toepassing op dit besluit.
  § 2. In dit besluit wordt verstaan onder :
  [4 1° afgedankte EEA : EEA die afvalstoffen vormen in de zin van artikel 3, 1°, van het Materialendecreet, daaronder begrepen alle onderdelen, subeenheden en verbruiksmaterialen die deel uitmaken van het product op het moment dat het wordt afgedankt;]4
  1°/1 [8 afvalolie]8 : alle [1 soorten minerale, synthetische, plantaardige of dierlijke smeerolie]1 of industriële olie die ongeschikt is geworden voor het gebruik waarvoor ze oorspronkelijk bestemd was, zoals gebruikte olie van verbrandingsmotoren en versnellingsbakken, alsook smeerolie, olie voor turbines en hydraulische oliën;
  2° [10 ...]10
  3° asfaltgranulaat : granulaat dat afkomstig is van de opbraak of het frezen van asfaltverhardingen;
  4° [7 baggerspecie : baggerspecie als vermeld in artikel 2, 35°, van het Bodemdecreet;]7
  5° band : elke volle of luchtrubberband, met inbegrip van bandages, met uitzondering van fietsbanden;
  6° [13 batterij: elk toestel dat door rechtstreekse omzetting van chemische energie verkregen elektrische energie levert, met interne of externe opslag, en dat bestaat uit een of meer niet-oplaadbare of oplaadbare batterijcellen, -modules of -pakken. Het omvat ook een batterij die is voorbereid voor hergebruik, voorbereid voor herbestemming, herbestemd of geherfabriceerd als vermeld in artikel 3, lid 1, 1), van verordening (EU) 2023/1542. Een batterij als vermeld in artikel 1, lid 5, a) en b), van de voormelde verordening, valt niet onder deze definitie;]13
  [3 6° /1 bedrijfsrestafval: de fractie van bedrijfsafvalstoffen die niet selectief wordt aangeboden of ingezameld;]3
  7° behandeld zuiveringsslib : zuiveringsslib dat overeenkomstig bijlage 2.3.1.D biologisch, chemisch of thermisch behandeld is door langdurige opslag of volgens een ander geschikt procedé, om de vergistbaarheid ervan en de hygiënische bezwaren tegen het gebruik ervan aanzienlijk te verminderen;
  [10 7° /1 beheerder van een onlinemarktplaats: iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die, al dan niet ten bezwarende titel, een onlinemarktplaats organiseert of beheert;]10
  8° beoefenaar van een geneeskundig beroep : iedereen, bijvoorbeeld een arts, tandarts, dierenarts of verpleegkundige, die als werknemer of zelfstandige geneeskundige of diergeneeskundige behandelingen verstrekt;
  9° betongranulaat : granulaat dat afkomstig is van het breken van beton;
  [6 9° /1 beveiligde zending: een van de hiernavolgende betekeningswijzen:
   a) een aangetekend schrijven;
   b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;
   c) elke andere door de Vlaamse Regering toegelaten betekeningswijze waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld;]6

  10° bodem : de bodem, zoals gedefinieerd in artikel 2, 1°, van het Bodemdecreet;
  11° Bodemdecreet : het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming;
  [10 11° /1 bouw- en sloopafval: afvalstoffen die geproduceerd worden door bouwwerkzaamheden en afkomstig zijn van de aangewende bouwmaterialen, exclusief hun verpakkingen, of afvalstoffen die geproduceerd worden door sloop-, renovatie- en ontmantelingswerkzaamheden nadat alle losse elementen verwijderd zijn die geen deel uitmaken van de constructie;]10
  12° [8 bouwstof: materiaal dat, naargelang de toepassing en voor zover beschikbaar, voldoet aan bouwtechnische geharmoniseerde Europese normen of standaarden, standaardbestekken, voorschriften van de Vlaamse overheid, gestandaardiseerde bouwtechnische specificaties of andere bouwtechnische voorschriften;]8
  13°[4 [12 brandstofresten: afval van reguliere brandstoffen die zijn bestemd voor het aandrijven van motoren, al dan niet vermengd met afvalolie;]12]4
  14° [4 brekerzeefzand : zand dat afkomstig is van het zeven, voorafgaand aan het breken van puin met uitzondering van asfaltpuin en freesasfalt;]4
  15° calorische waarde : stookwaarde bij constante druk of onderste verbrandingswaarde nat;
  [6 15/1° categorie 3-materiaal: categorie 3-materiaal als vermeld in artikel 10 van de verordening (EG) 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1774/2002;]6
  [12 15° /2 CMA: compendium voor de monsterneming en analyse in het kader van het Materialendecreet en het Bodemdecreet als vermeld in het VLAREL;]12
  16° compost : het stabiele, gehygiëniseerde en humusrijke eindproduct van de compostering van selectief ingezameld organisch-biologisch afval en ander biologisch materiaal;
  17° compostering : gecontroleerd proces waarbij in aanwezigheid van zuurstof, door natuurlijke opwarming als gevolg van microbiële afbraakprocessen, organisch-biologisch afval en organisch-biologisch materiaal onder gecontroleerde omstandigheden worden omgezet in een gehygiëniseerd, gestabiliseerd en gehomogeniseerd product dat als bodemverbeterend middel kan worden gebruikt. Het composteerproces kan voorafgegaan worden door een anaerobe vergistingsstap;
  18° [8 recyclagepark]8 : [5 een met toepassing van titel V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid vergunde inrichting]5 waar particulieren en eventueel ook bedrijven onder toezicht op vastgestelde dagen en uren bepaalde gesorteerde huishoudelijke afvalstoffen en eventueel met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen kunnen deponeren;
  19° dierlijke en plantaardige vetten en oliën : alle eetbare dierlijke of plantaardige oliën en vetten, en een mengsel ervan, die geschikt zijn om aangewend te worden bij het frituren van voedingsmiddelen, als vermeld in het koninklijk besluit van 22 januari 1988 betreffende het gebruik van eetbare oliën en voedingsvetten bij het frituren van voedingsmiddelen, door huishoudens of professionele gebruikers;
  20° digestaat : het eindproduct van de anaerobe vergisting van selectief ingezameld organisch-biologisch afval, eventueel samen met mest of energiegewassen, met inbegrip van de nabehandeling;
  21° drukwerk : dagbladen, weekbladen, maandbladen, tijdschriften, periodieken, gratis regionale pers, gratis publicaties, telefoongidsen en reclamedrukwerk die verdeeld worden in het Vlaamse Gewest;
  22° eindverkoper : iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die in het Vlaamse Gewest producten te koop aanbiedt aan de consument;
  23° [3 elektrische en elektronische apparatuur, afgekort EEA: apparaten die om naar behoren te werken, afhankelijk zijn van elektrische stromen of elektromagnetische velden en apparaten voor het opwekken, overbrengen en meten van die stromen en velden, die bedoeld zijn voor gebruik met een spanning van maximaal 1000 volt bij wisselstroom en 1500 volt bij gelijkstroom en die onderworpen zijn aan de aanvaardingsplicht, vermeld in artikel 3.4.4.1;]3
  [6 23° /1 elektronische melding: elke melding die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2281 van het Burgerlijk Wetboek, via de elektronische webloketten op de website van de OVAM;]6
  24° EURAL-code : een code uit de lijst van afvalstoffen, vermeld in bijlage 2.1;
  25° [3 financieringsovereenkomst: een lenings-, lease-, huur- of afbetalingsovereenkomst of een regeling met betrekking tot enig product, ongeacht of volgens die overeenkomst of regeling, dan wel volgens een aanvullende overeenkomst of regeling, eigendomsoverdracht van het product zal of kan plaatsvinden;]3
  [6 25° /1 folies: folies die worden gebruikt als secundaire verpakking of tertiaire verpakking;]6
  [12 25° /2 gehalte gerecycleerde kunststoffen, uitgedrukt in procent: het gehalte aan gerecycleerde kunststoffen in een materiaal of product wordt bepaald als de verhouding van de massa gerecycleerde kunststoffen tot de totale massa kunststoffen in het materiaal of product, vermenigvuldigd met 100;]12
  [12 25° /3 gemengd bouw- en sloopafval: de fractie van het bouw- en sloopafval die niet gescheiden wordt aangeboden of ingezameld;]12
  26° geneeskundige of diergeneeskundige behandeling : elke behandeling, met of zonder instrumenten, die erop gericht is de lichamelijke en de geestelijke gezondheid van de mens of van het dier te bevorderen of te controleren. Medisch onderzoek in laboratoria en alle behandelingen in mortuaria, in onderzoeksinrichtingen, in bloedtransfusiecentra en in instellingen voor forensische geneeskunde worden ook als een geneeskundige of diergeneeskundige behandeling beschouwd;
  27° geneeskundige praktijk : elke praktijk of groepspraktijk van een arts, tandarts, dierenarts of van een andere zelfstandige beoefenaar van een geneeskundig beroep, waar geneeskundige of diergeneeskundige behandelingen worden verstrekt of die de basis vormt voor de niet-georganiseerde thuisverzorging, alsook alle organisaties voor thuisverzorging, alle dierenklinieken en [12 alle instellingen voor verzorging, vermeld in 43°,]12]8, en alle andere psychiatrische ziekenhuizen dan de psychiatrische ziekenhuizen, [8 vermeld in 42°]8 ;
  28° gerecycleerde brokken : brokken die afkomstig zijn van afgebroken, al dan niet gewapende betonmassieven, of van herwonnen steen of herwonnen bewerkte breuksteen, of van afgebroken baksteenmassieven;
  29° gerecycleerde granulaten : granulaten die ontstaan door mechanische behandeling van anorganisch materiaal dat afkomstig is van bouwkundige constructies, zoals betongranulaat, asfaltgranulaat, menggranulaat, metselwerkgranulaat, gerecycleerde brokken, brekerzand van asfalt, brekerzeefzand, sorteerzeefgranulaat en sorteerzeefzand[12 en die gecertificeerd zijn volgens het eenheidsreglement gerecycleerde granulaten.]12;
  30° [9 gft-afval: het keuken- en tuinafval dat afkomstig is van het gescheiden ingezamelde organische deel van het huishoudelijk afval. Het omvat composteerbaar keukenafval en etensresten en het gedeelte van het tuinafval dat bestaat uit niet-houtig, fijn materiaal;]9
  31° gratis publicaties : elk drukwerk dat gratis verspreid wordt en dat geen reclamedrukwerk of gratis regionale pers is;
  32° gratis regionale pers : alle drukwerk met vast verschijningsritme dat gratis verspreid wordt, met uitsluiting van het drukwerk dat uitgaat van een adverteerder of een daartoe opgerichte groep van adverteerders, waarin op jaarbasis minimaal 30 % van de gedrukte oppervlakte besteed wordt aan artikelen met algemene informatie;
  33° groenafval : het composteerbaar organisch afval dat onder meer vrijkomt in tuinen, plantsoenen, parken, oevers van waterlopen en wegbermen en natuurgebieden;
  34° grofvuil : afvalstoffen die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding, en de vergelijkbare afvalstoffen die door hun omvang, hun aard of hun gewicht niet in de recipiënt voor huisvuilophaling kunnen worden geborgen en die huis aan huis worden ingezameld, alsook de restfractie die overblijft voor verbranden of storten na aanbieding in het [8 recyclagepark]8;
  35° grondstoffen : bijproducten of materialen die het einde van de afvalfase hebben bereikt, overeenkomstig artikel 36, 37 of 39 van het Materialendecreet;
  36° grondstoffenproducent : elke natuurlijke persoon of rechtspersoon waarvan de activiteit bijproducten of materialen die het einde van de afvalfase hebben bereikt, voortbrengt, overeenkomstig artikel 36, 37 of 39 van het Materialendecreet;
  37° grondstoffengebruiker : elke natuurlijke of rechtspersoon die bijproducten of materialen die het einde van de afvalfase hebben bereikt, overeenkomstig artikel 36, 37 of 39 van het materialendecreet, inzet in zijn procesvoering;
  38° [10 ...]10
  39° [10 ...]10
  40° houder van pcb-houdende apparaten : de natuurlijke persoon of rechtspersoon die pcb's of een pcb-houdend apparaat in zijn bezit heeft;
  [10 40° /1 huishoudelijk restafval: de fractie van huishoudelijke afvalstoffen die niet selectief wordt aangeboden of ingezameld, inclusief niet-selectief ingezameld afval van straatvuilnisbakjes in beheer van de gemeenten of intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, alsook het straat- en veegvuil en het afval van het opruimen van sluikstorten;
   40° /2 in hoofdzaak residentiële gebouwen: gebouw of gebouwen waarvan de woonfunctie ten minste zesenzestig procent omvat van het totale betrokken bouwvolume[12 ; het betrokken bouwvolume is de som van de bouwvolumes van alle gebouwen opgenomen in dezelfde omgevingsvergunning;]12;]10

  41° ingedeelde inrichting : [5 een inrichting waar een activiteit wordt uitgeoefend die is opgenomen in de indelingslijst, vermeld in 5.2.1, § 1, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid]5;
  42° instelling voor geneeskunde : alle openbare en private ziekenhuizen, met uitzondering van de psychiatrische ziekenhuizen, alle poliklinieken, alle vaste of mobiele instellingen en eenheden of inrichtingen die geneeskundige behandelingen verstrekken aan ambulante of bedlegerige patiënten, alle psychiatrische ziekenhuizen op de campus van een ziekenhuis die behoren tot dezelfde inrichtende macht, alle rust- en verzorgingstehuizen op de campus van een ziekenhuis en die behoren tot dezelfde inrichtende macht en niet onder de erkenning van een rusthuis vallen, alle psychiatrische verzorgingstehuizen die gelegen zijn op de campus van een ziekenhuis en behoren tot dezelfde inrichtende macht, alle laboratoria en onderzoeksinrichtingen die, intern of extern aan een instelling verbonden, voor die instellingen en voor geneeskundige praktijken onderzoeken verrichten, alle laboratoria van de farmaceutische nijverheid, alle mobiele of vaste bloedtransfusiecentra, alle mortuaria waar lijkverzorging wordt uitgevoerd, en alle instellingen voor forensische geneeskunde;
  43° instelling voor verzorging : alle andere rust- en verzorgingstehuizen dan de rust- en verzorgingstehuizen, [8 vermeld in 42°]8, alle rusthuizen, al dan niet met rvt-woongelegenheid, alle dagverzorgingscentra en alle andere psychiatrische verzorgingstehuizen dan de psychiatrische verzorgingstehuizen, [8 vermeld in 42°]8 ;
  44° inzamelaar : de natuurlijke persoon of rechtspersoon die overgaat tot de inzameling van afvalstoffen;
  [8 44° /1 keukenafval en etensresten: alle voedselresten, met inbegrip van afgewerkte bak- en braadolie afkomstig van restaurants, cateringfaciliteiten en keukens, met inbegrip van centrale keukens en keukens van huishoudens;]8
  45° kga : klein gevaarlijk afval van huishoudelijke oorsprong en van vergelijkbare bedrijfsmatige oorsprong als vermeld [1 in punt 54°]1 ;
  46° kringloopcentrum : een door de OVAM erkende rechtspersoon die over een inzamelingsdienst, sortering en verkoopsruimte beschikt en die in een binnen zijn erkenning afgebakend verzorgingsgebied potentieel herbruikbare goederen inzamelt, opslaat, sorteert, herstelt en verkoopt met producthergebruik als doel;
  47° [10 [11 kunststof: een polymeer in de zin van artikel 3, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1907/2006 van 18 december 2006 van het Europees Parlement en de Raad inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie, waaraan additieven of andere stoffen kunnen zijn toegevoegd en dat als een structureel hoofdbestanddeel van eindproducten kan worden gebruikt]11];]10
  48° landbouwfolie : kunststoffolie die wordt gebruikt in het kader van een landbouw, tuinbouw- of veeteeltactiviteit, met uitzondering van verpakkingen als vermeld in het samenwerkingsakkoord van 4 november 2008 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval;
  49° [10 ...]10
  50° Materialendecreet : het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen;
  [4 50° /1 [10 matrassen: producten die bestemd zijn om op te slapen en te rusten, die geschikt zijn voor het gebruik door de mens voor een lange periode, die bestaan uit een sterke hoes, gevuld met kernmaterialen, en die kunnen worden geplaatst op een bestaande ondersteunende bedstructuur, inclusief toppers. Een topper is een dunne matras die bovenop de normale matras wordt gelegd;]10]4
  51° medisch afval : een bijzondere afvalstof die bestaat uit alle afvalstoffen, ongeacht de aard, het voorkomen of de samenstelling, die afkomstig zijn van geneeskundige of diergeneeskundige behandelingen;
  52° menggranulaat : granulaat dat afkomstig is van het breken van metselwerk en beton, zodat het mengsel een minimaal gehalte aan beton bevat;
  53° meststof of bodemverbeterend middel : elke stof waaraan een specifieke werking ter bevordering van de plantaardige productie wordt toegeschreven als vermeld in de federale wetgeving betreffende de handel in meststoffen en bodemverbeterende middelen en teeltsubstraten;
  54° met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen : bedrijfsafvalstoffen van vergelijkbare aard, samenstelling en hoeveelheid als huishoudelijke afvalstoffen, die ontstaan ten gevolge van activiteiten die van dezelfde aard zijn als activiteiten van de normale werking van een particuliere huishouding;
  55° metselwerkgranulaat : granulaat dat afkomstig is van het breken van metselwerk;
  56° milieutechnische eenheid : de milieutechnische eenheid, vermeld in artikel 1.1.2 van titel II van het VLAREM;
  57° [5 decreet betreffende de omgevingsvergunning : het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;]5
  58° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid;
  59° niet-vormgegeven bouwstof : bouwstof die niet aan alle criteria van een vormgegeven bouwstof voldoet;
  60° olie : alle soorten smeerolie of industriële olie, op [1 minerale, synthetische, plantaardige of dierlijke basis]1, in het bijzonder olie voor verbrandingsmotoren, transmissiesystemen, alsook olie voor machines, turbines, warmteoverdracht en hydraulische systemen met uitzondering van pcb-oliën;
  [10 60° /1 onlinemarktplaats: een digitaal platform, portaal of een enig ander gelijkaardig elektronisch middel, applicatie of dienst, die een verkoper in staat stelt een overeenkomst op afstand, in de zin van artikel I.8, 15° van het Wetboek van economisch recht, af te sluiten met gebruikers van de onlinemarktplaats;]10
  [10 60° /2 opvulling: een handeling voor nuttige toepassing waarbij niet-gevaarlijk afval wordt gebruikt voor het herstel van uitgegraven terreinen of voor civieltechnische toepassingen bij de landschapsaanleg. Afval dat wordt gebruikt voor opvulling moet dienen ter vervanging van niet-afvalmaterialen, geschikt zijn voor de voornoemde doelen en worden beperkt tot de hoeveelheid die strikt noodzakelijk is om die doelen te bereiken;]10
  61° organisch-biologische afvalstoffen : groenafval, gft-afval of organisch-biologische bedrijfsafvalstoffen;
  [8 61° /1 organisch-biologisch bedrijfsafval: het organisch-biologisch afval van bedrijven, met inbegrip van keukenafval en etensresten en levensmiddelenafval;]8
  62° oude en vervallen geneesmiddelen : restanten van geneesmiddelen als vermeld in artikel 1 van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen, met uitzondering van artikel 1bis van die wet, die farmaceutische specialiteiten zijn, en die aan een particulier werden verstrekt en waarvan hij zich ontdoet, wil ontdoen of moet ontdoen. Een specialiteit is elk vooraf bereid geneesmiddel dat onder een speciale benaming en in een bijzondere verpakking in de handel wordt gebracht;
  63° pcb-houdend apparaat : elk toestel dat pcb's bevat of heeft bevat, zoals transformatoren, condensatoren, recipiënten die resthoeveelheden bevatten, en dat niet is gereinigd. Tenzij redelijkerwijs het tegendeel kan worden aangenomen, worden toestellen die mogelijk pcb's bevatten als pcb-houdende apparaten beschouwd;
  64° pcb's : polychloorbifenylen, polychloorterfenylen, monomethyltetrachloordifenylmethaan, monomethyldichloordifenylmethaan, monomethyldibroomdifenylmethaan en alle mengsels waarvan het totale gehalte aan de bovenvermelde stoffen hoger is dan 0,005 gewichtsprocent;
  65° percentage van hergebruik en recyclage : het percentage van het gewicht aan afvalstoffen, onderverdeeld per materiaalsoort als vermeld in artikel 3.4.4.5, die tot grondstof gerecycleerd worden, vermeerderd met de apparatuur, onderverdeeld per materiaalsoort, die wordt voorbereid voor hergebruik, ten opzichte van het totale gewicht van de overeenkomstige materiaalsoort van de afgedankte elektrische en elektronische apparatuur die werd ingezameld;
  66° [10 [11 "66° plastic: een polymeer in de zin van artikel 3, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1907/2006 van 18 december 2006 van het Europees Parlement en de Raad inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie, waaraan additieven of andere stoffen kunnen zijn toegevoegd en dat als een structureel hoofdbestanddeel van eindproducten kan worden gebruikt]11;]10
  67° [10 pmd-afval: afval van alle plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankkartons bestemd voor gebruik door huishoudens of vergelijkbaar bedrijfsmatig gebruik, met uitzondering van afval afkomstig van klein gevaarlijk afval, en geëxpandeerd polystyreen verpakkingen voor non-food toepassingen;]10
  68° [3 [10 producent: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die ongeacht de gebruikte verkooptechniek, met inbegrip van verkoop op afstand overeenkomstig de bepalingen van artikel I.8, 15° van het Wetboek van economisch recht:
   a) is gevestigd op het grondgebied en een product vervaardigt onder zijn eigen naam of merk, of laat een product ontwerpen of vervaardigen dat hij onder zijn naam of merk op het grondgebied verhandelt of bestemt voor eigen gebruik;
   b) is gevestigd op het grondgebied en een product op het grondgebied wederverkoopt of bestemt voor eigen gebruik dat door andere leveranciers is geproduceerd onder zijn eigen naam of merk. Daarbij wordt de wederverkoper niet als producent van het product aangemerkt als het merkteken van de producent, vermeld in punt a), op het product zichtbaar is;
   c) is gevestigd op het grondgebied en beroepsmatig een product op de markt brengt;
   d) is gevestigd buiten het grondgebied en een product via verkoop op afstand, in de zin van artikel I.8, 15° van het Wetboek van economisch recht, rechtstreeks of door gebruik van een online marktplaats, aan particuliere huishoudens of andere gebruikers dan particuliere huishoudens op het grondgebied verkoopt.
   Diegene die uitsluitend voorziet in financiering op grond van of in het kader van een financieringsovereenkomst, en die de voor- en nadelen verbonden aan de eigendom niet draagt, wordt niet als producent van het product aangemerkt, tenzij hij ook optreedt als producent als vermeld in punt a) tot en met d);]10
]3

  69° producent van drukwerk : de uitgever of de persoon die handelt in opdracht van een buitenlandse uitgever, die drukwerk verspreidt in het Vlaamse Gewest. De uitgever is de persoon die het drukwerk laat aanmaken en die verantwoordelijk is voor de vorm en de inhoud;
  70° puin : steenachtige fractie uit bouw- en sloopafval;
  71° reclamedrukwerk : al het drukwerk dat minder dan vijfmaal per week verschijnt en waarin minder dan 30 % van de gedrukte oppervlakte besteed wordt aan artikelen met algemene informatie[12 met uitzondering van flyers ter promotie van activiteiten van lokale verenigingen ]12;
  72° recyclagevoet : het percentage van het gewicht aan gerecycleerd drukwerk ten opzichte van het totale gewicht aan drukwerk dat tijdens het voorgaande kalenderjaar door om het even welke producent van om het even welk drukwerk verspreid werd in het Vlaamse Gewest;
  73° regeneratie van [10 afvalolie]10 : iedere recyclingshandeling waardoor basisoliën kunnen worden geproduceerd door raffinage van [10 afvalolie]10, in het bijzonder door uit die olie de verontreinigende stoffen, oxidatieproducten en additieven te verwijderen;
  74° reiniging van pcb-houdende apparaten : het geheel van werkzaamheden waardoor een pcb-houdend apparaat opnieuw gebruikt, gerecycleerd of onder veilige omstandigheden verwijderd kan worden. De vervanging, namelijk de werkzaamheden waarbij pcb's worden vervangen door een passende vloeistof die geen pcb's bevat, wordt ook als reiniging beschouwd;
  [2 74° /1 risicohoudende medische afvalstoffen die in aanmerking komen voor decontaminatie : alle risicohoudende medische afvalstoffen, behalve als ze zijn opgenomen in de lijst, vermeld in bijlage 5.2.3.C;]2
  75° [7 ruimingsspecie : ruimingsspecie als vermeld in artikel 2, 36°, van het Bodemdecreet;]7
  76° [10 ...]10
  77° [10 ...]10
  [3 77° /1 sorteerinrichting voor bouw- en sloopafval: een vergunde inrichting voor het uitsorteren van bouw- en sloopafval via een aparte installatie. De sortering is een aparte activiteit en vindt plaats voor het eventuele breekproces;]3
  [10 77° /2 sluikstorten: het bewust ontwijken van de huishoudelijke afvalophaling of bedrijfsafvalophaling door afvalstoffen achter te laten of te storten op niet-reglementaire plaatsen, tijdstippen of in de foute recipiënten;]10
  78° [12 sorteerzeefgranulaat: gerecycleerd granulaat met d ≥ 4mm en Dmax ≤ 80 mm dat verkregen is na het uitsorteren, afzeven en kalibreren van puin met fysische verontreiniging of met asbestverdachte materialen. Het sorteerzeefgranulaat is afkomstig van een sorteerinrichting die beschikt over een kwaliteitsborgingssysteem als vermeld in het eenheidsreglement voor gerecycleerde granulaten;]12;
  [12 78° /1 sorteerzeefpuin: afgezeefde grove inerte puinfractie met een korrelmaat groter dan 20 mm die verkregen is na het uitsorteren van puin met fysische verontreinigingen of asbestverdachte materialen, en die afkomstig is van een sorteerinrichting die beschikt over een kwaliteitsborgingssysteem als vermeld in het eenheidsreglement voor gerecycleerde granulaten.]12
  [12 78/1/1° stalmest: mest als vermeld in artikel 3, Ї 5, 19А, van het Mestdecreet; ]12
  79° [3 [12 sorteerzeefzand: gerecycleerd granulaat met Dmax = 20 mm dat verkregen is bij het uitsorteren van puin met fysische verontreinigingen en asbestverdachte materialen, en dat afkomstig is van een sorteerinrichting die beschikt over een kwaliteitsborgingssysteem als vermeld in het eenheidsreglement voor gerecycleerde granulaten;]12;]3
  [3 79° /1 thuisverzorging: de geneeskundige of diergeneeskundige behandelingen in het huis van de belanghebbende, verstrekt door de beoefenaar van een geneeskundig beroep, al dan niet in georganiseerd verband;]3
  80° [5 ...]5
  81° titel II van het VLAREM : het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne;
  82° tussenhandelaar : iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die producten verdeelt aan één of meer eindverkopers of andere tussenhandelaars in het Vlaamse Gewest;
  83° vergisting : gecontroleerd afbraakproces door micro-organismen van organisch-biologisch afval en ander organisch-biologisch materiaal in afwezigheid van zuurstof waardoor biogas en een gehomogeniseerd product (het digestaat) worden gevormd;
  [13 83° /0 verordening (EU) 2023/1542: verordening (EU) 2023/1542 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2023 inzake batterijen en afgedankte batterijen, tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG en Verordening (EU) 2019/1020 en tot intrekking van Richtlijn 2006/66/EG;]13
  [6 83° /1 verstoking: een procedé als vermeld in bijlage 1, 41, van de verordening (EU) 142/2011 van de Commissie van 25 februari 2011 tot uitvoering van verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot uitvoering van Richtlijn 97/78/EG van de Raad wat betreft bepaalde monsters en producten die vrijgesteld zijn van veterinaire controles aan de grens krachtens die richtlijn;]6
  84° vervoer van afvalstoffen : afvalstoffen van de ene plaats naar de andere brengen over de openbare weg, spoorweg, waterweg, via luchtvaart of via pijpleiding;
  85° vervoerder van afvalstoffen : de natuurlijke persoon of rechtspersoon die in opdracht van derden beroepsmatig afvalstoffen vervoert. Beroepsmatig houdt in dat afvalstoffen worden vervoerd in het kader van een professionele activiteit, ongeacht of deze professionele activiteit exclusief bestaat uit het vervoer en de inzameling van afvalstoffen of bestaat uit het, al dan niet occasioneel, inzamelen en vervoeren van afvalstoffen als onderdeel van een bredere professionele activiteit;
  86° [10 ...]10
  87° VLAREBO : het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming;
  [8 [10 ...]10]8
  88° [12 vormgegeven bouwstof: een bouwstof die:
   a) een proefstuk kan omvatten waarvan de afmeting van twee van de drie dimensies groter dan 40 millimeter is;
   b) een druksterkte heeft van minstens 9,0 N/mm2, bepaald volgens de proefmethode uit de NBN-reeksen, aangepast aan het eindproduct;";]12
;
  89° [12 werk : waterwerk, dijklichaam, wegenbouwkundig werk, bouwwerk of bouwkundig grondwerk dat duidelijk te onderscheiden is van de bodem;]12;
  [4 89° /1 zeefzand van asfalt : brekerzeefzand en brekerzand van asfalt bekomen voor en na het breken of zeven van het asfaltpuin en freesasfalt;]4
  90° zuiveringsslib :
  a) slib dat afkomstig is van zuiveringsinstallaties voor huishoudelijk of stedelijk afvalwater;
  b) slib dat afkomstig is van zuiveringsinstallaties voor bedrijfsafvalwater;
  91° zwerfvuil : klein vast afval dat terug te vinden is op een niet daarvoor bestemde plaats;
  [1 92° [4 ...]4
   93° [4 ...]4
   94° [4 ...]4]1

  [3 95° [10 ...]10]3
  § 3. Voor de toepassing van onderafdeling 3.4.2 van hoofdstuk 3 en onderafdeling 5.2.4 van hoofdstuk 5 wordt verstaan onder :
  1° demontage-informatie : alle informatie die voor een doelmatige en milieuvriendelijke verwerking van een afgedankt voertuig noodzakelijk is. De informatie is opgenomen in handboeken of is beschikbaar in elektronische vorm;
  2° hergebruik : elke handeling waarbij onderdelen of vloeistoffen van een afgedankt voertuig voor hetzelfde doel worden gebruikt als waarvoor ze initieel geconcipieerd werden;
  3° hergebruiken : het uitvoeren van elke handeling waarbij onderdelen of vloeistoffen van een afgedankt voertuig voor hetzelfde doel worden gebruikt als waarvoor ze initieel geconcipieerd werden;
  4° recycleren : terugwinnen van materialen en grondstoffen, afkomstig van de verwerking van afgedankte voertuigen, in het oorspronkelijke productieproces dat aan de basis lag van de afvalstoffen, of in een ander productieproces, niet inbegrepen de terugwinning van energie. In dit kader betekent terugwinning van energie het gebruik van brandbare afvalstoffen om energie op te wekken door directe verbranding met of zonder andere afvalstoffen, maar met terugwinning van warmte;
  5° recycling : de handeling van het recycleren;
  6° shredder : toestel dat voor het stuktrekken of versnijden van afgedankte voertuigen wordt gebruikt, ook om direct recycleerbaar schroot te verkrijgen;
  7° voertuig : voertuigen die onder categorie M1 of N1 vallen, vermeld in richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 september 2007 tot vaststelling van een kader voor de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, alsmede driewielige motorvoertuigen als vermeld in richtlijn 2002/24/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 maart 2002 betreffende de goedkeuring van twee- of driewielige motorvoertuigen en de intrekking van Richtlijn 92/61/EEG van de Raad, met uitzondering van driewielers, ongeacht hoe het voertuig tijdens het gebruik werd onderhouden of gerepareerd en ongeacht of het werd uitgerust met door de producent geleverde onderdelen dan wel met andere onderdelen die als vervangings- of inbouwonderdeel in overeenstemming met de relevante gemeenschapsbepalingen of interne bepalingen werden aangebracht;
  8° voertuigproducent : de voertuigfabrikant of de beroepsimporteur van een voertuig in een lidstaat van de Europese Unie.
  [3 § 3/1. Voor de toepassing van onderafdeling 3.4.4 van hoofdstuk 3 en onderafdeling 5.2.5 van hoofdstuk 5 wordt verstaan onder:
   1° actief implanteerbaar medisch hulpmiddel: een actief implanteerbaar medisch hulpmiddel als vermeld in het koninklijk besluit van 15 juli 1997 betreffende de actieve implanteerbare medische hulpmiddelen, dat EEA is;
   2° afzondering: de manuele, mechanische, chemische of metallurgische behandeling die ervoor zorgt dat gevaarlijke stoffen, mengsels en onderdelen tijdens het verwerkingsproces in een identificeerbare stroom of als identificeerbaar deel van een stroom zijn afgescheiden. Stoffen, mengsels of onderdelen zijn identificeerbaar als zij kunnen worden gemonitord om te verifiëren dat zij worden verwerkt op een wijze die veilig is voor het milieu;
   3° distributeur van EEA: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die deel uitmaakt van de toeleveringsketen en EEA op de markt brengt. Een distributeur van EEA kan tezelfdertijd een producent van EEA als vermeld in 16° zijn;
   4° gebruikte EEA: EEA dat al is gebruikt, maar dat niet noodzakelijk een afvalstof is;
   5° grote, niet-verplaatsbare industriële werktuigen: een groot geheel van machines, apparatuur en/of onderdelen die samenwerken voor een bepaalde toepassing, op een vaste plaats door vakmensen worden geïnstalleerd of afgebroken, en door vakmensen worden gebruikt en onderhouden in een industriële productieomgeving of een centrum voor onderzoek en ontwikkeling;
   6° grote, vaste installatie: een grootschalig samenstel van diverse typen apparaten en eventueel andere hulpmiddelen die cumulatief voldoen aan de volgende voorwaarden:
   a) ze wordt door vakmensen gemonteerd, geïnstalleerd en afgebroken;
   b) ze is bestemd voor permanent gebruik als onderdeel van een gebouw of een structuur op een vooraf bepaalde en speciaal daarvoor bestemde plaats;
   c) ze kan uitsluitend door dezelfde speciaal ontworpen apparatuur vervangen worden;
   7° heel kleine afgedankte EEA: afgedankte EEA met buitenafmetingen van ten hoogste 25 cm;
   8° [4 hergebruikcentrum voor EEA : een rechtspersoon of natuurlijke persoon die gebruikte EEA beroepsmatig opslaat, sorteert en scheidt in potentieel herbruikbare EEA en niet-herbruikbare afgedankte EEA, en die potentieel herbruikbare EEA voorbereidt voor hergebruik;]4
   9° huishoudelijke afgedankte EEA: afgedankte EEA die afkomstig is van particuliere huishoudens en afgedankte EEA die afkomstig is van commerciële, industriële, institutionele en andere bronnen en die volgens de aard en hoeveelheid met die van particuliere huishoudens vergelijkbaar is. Afval van EEA die waarschijnlijk zowel door particuliere huishoudens als door andere gebruikers dan particuliere huishoudens wordt gebruikt, wordt in elk geval als huishoudelijk afgedankte EEA beschouwd;
   10° in de handel brengen van EEA: het voor het eerst beroepsmatig op de markt brengen van een product op het grondgebied;
   11° medisch hulpmiddel: een medisch hulpmiddel of hulpstuk als vermeld in het koninklijk besluit van 18 maart 1999 betreffende medische hulpmiddelen, dat EEA is;
   12° medisch hulpmiddel voor in-vitrodiagnostiek: een hulpmiddel of hulpstuk voor in-vitrodiagnostiek als vermeld in het koninklijk besluit van 14 november 2001 betreffende medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek, dat EEA is;
   13° niet voor de weg bestemde mobiele machine: een machine met een interne krachtbron, waarvan de werking ofwel mobiliteit vereist, ofwel permanente of semipermanente beweging tussen een reeks vaste werklocaties tijdens het werk;
   14° op de markt brengen van EEA: het in het kader van een commerciële activiteit, al dan niet tegen betaling, verstrekken van een product met het oog op distributie, consumptie of gebruik;
   15° percentage van nuttige toepassing en voorbereiding voor hergebruik en recyclage: dat cijfer wordt berekend voor elke categorie overeenkomstig artikel 3.4.4.2 door het gewicht van de afgedankte EEA dat de inrichting voor nuttige toepassing of voorbereiding voor hergebruik en recyclage binnenkomt, na passende verwerking overeenkomstig artikel 5.2.5.3, te delen door het gewicht van alle gescheiden ingezamelde AEEA voor elke categorie, uitgedrukt als percentage;
   16° [10 producent van EEA: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die ongeacht de gebruikte verkooptechniek, met inbegrip van verkoop op afstand overeenkomstig de bepalingen van artikel I.8, 15° van het Wetboek van economisch recht:
   a) is gevestigd op het grondgebied en een product vervaardigt onder zijn eigen naam of merk, of laat een product ontwerpen of vervaardigen dat hij onder zijn naam of merk op het grondgebied verhandelt;
   b) is gevestigd op het grondgebied en een product wederverkoopt dat door andere leveranciers is geproduceerd onder zijn eigen naam of merk. Daarbij wordt de wederverkoper niet als producent van het product aangemerkt als het merkteken van de producent, vermeld in punt a), op het product zichtbaar is;
   c) is gevestigd op het grondgebied en beroepsmatig een product op de markt brengt;
   d) is gevestigd buiten het grondgebied en een product via verkoop op afstand, in de zin van artikel I.8, 15° van het Wetboek van economisch recht, rechtstreeks of door gebruik van een online marktplaats, aan particuliere huishoudens of aan andere gebruikers dan particuliere huishoudens op het grondgebied verkoopt.
   Diegene die uitsluitend voorziet in financiering op grond van of in het kader van een financieringsovereenkomst, en die de voor- en nadelen verbonden aan de eigendom niet draagt, wordt niet als producent van het product aangemerkt, tenzij hij ook optreedt als producent als vermeld in punt a) tot en met d);]10

   17° professionele afgedankte EEA: alle afgedankte EEA die niet als huishoudelijk afgedankte EEA aangemerkt kunnen worden.]3

  § 4. [13 Voor de toepassing van hoofdstuk 3, onderafdeling 3.4.5, en hoofdstuk 5, onderafdeling 5.2.7, van dit besluit, gelden de definities, vermeld in artikel 3 van de verordening (EU) 2023/1542.]13
  [10 § 4/1. Voor de toepassing van onderafdeling 5.2.10 van hoofdstuk 5 wordt verstaan onder:
   1° haven: plaats of geografisch gebied met verbeteringswerken en voorzieningen die hoofdzakelijk zijn ontworpen om de ontvangst van schepen mogelijk te maken, met inbegrip van de ankerplaatsen binnen de jurisdictie van de haven;
   2° havenontvangstvoorziening: elke vaste, drijvende of mobiele voorziening die in staat is om als dienstverlening het afval van schepen in ontvangst te nemen;
   3° ladingresiduen: de restanten van lading aan boord die na het laden en lossen op het dek of in ruimen of tanks achterblijven, met inbegrip van overschotten of restanten die het gevolg zijn van morsen bij het laden en lossen, in natte of droge toestand of meegevoerd in waswater, en exclusief ladingstof dat na vegen op het dek achterblijft of stof op de buitenoppervlakken van het schip;
   4° MARPOL-verdrag: het internationaal verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, in zijn geactualiseerde versie;
   5° pleziervaartuig: elk schip met een romplengte van 2,5 meter of meer, ongeacht het type of de aandrijving, dat bestemd is voor sport- of recreatiedoeleinden en niet voor handelsdoeleinden wordt gebruikt;
   6° afval van schepen: al het afval, met inbegrip van ladingresiduen, dat tijdens de exploitatie van een schip of tijdens laad-, los- en schoonmaakactiviteiten ontstaat en binnen het toepassingsgebied van de bijlagen I, II, IV, V en VI bij het MARPOL-verdrag valt, evenals passief opgevist afval;
   7° schip: elk zeegaand vaartuig, ongeacht het type, dat in het mariene milieu opereert, waaronder vissersvaartuigen, pleziervaartuigen, draagvleugelboten, luchtkussenvaartuigen, onderwatervaartuigen en drijvende vaartuigen;
   8° vissersvaartuig: elk schip dat is uitgerust of met commercieel oogmerk wordt gebruikt voor het vangen van vis of andere levende rijkdommen van de zee;
   9° passief opgevist afval: afval dat tijdens visserijactiviteiten in netten terechtkomt;
   10° toereikende opslagcapaciteit: voldoende capaciteit om het afval aan boord op te slaan vanaf het ogenblik van vertrek tot de volgende aanloophaven, met inbegrip van het afval dat waarschijnlijk zal ontstaan tijdens de reis;
   11° geregeld verkeer: verkeer op basis van een gepubliceerde of geplande lijst van vertrek- en aankomsttijden tussen bepaalde havens of terugkerende overtochten die een herkenbare regeling vormen;
   12° regelmatig een haven aandoen: met hetzelfde schip herhaalde reizen uitvoeren die een vast patroon vormen tussen bepaalde havens, of een reeks reizen zonder tussenstops van en naar dezelfde haven uitvoeren;
   13° frequent een haven aandoen: met een schip minstens één keer om de twee weken dezelfde haven aandoen;
   14° GISIS: het Global Integrated Shipping Information System dat door de IMO is opgezet;
   15° verwerking: nuttige toepassing of verwijdering, met inbegrip van de daaraan voorafgaande voorbereidende handelingen;
   16° indirecte bijdrage: bijdrage die wordt betaald voor het verlenen van diensten van havenontvangstvoorzieningen, ongeacht of al dan niet werkelijk afval van schepen wordt afgegeven.]10

  § 5. Voor de toepassing van onderafdeling 5.2.11 van hoofdstuk 5 en bijlage 3.4.6 gelden de definities, vermeld in het verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart, ondertekend in Straatsburg op 9 september 1996.
  [8 § 6. Voor de toepassing van onderafdeling 5.3.11 en 5.3.12 van hoofdstuk 5 wordt verstaan onder:
   1° [11 cateringmateriaal: alles wat gebruikt wordt voor het aanbieden en het nuttigen van etenswaren, met uitsluiting van voorverpakte etenswaren en servetten]11;
   2° bereide voedingsmiddelen: voedingsmiddelen die ter plaatse worden klaargemaakt, samengesteld, geschikt, opgewarmd, geregenereerd of ontdooid;
   3°[12 ...]12;
   4° [12 plastic draagtassen: draagtassen, met plastic als structureel hoofdbestanddeel, met of zonder handgreep, die aan consumenten worden verstrekt op de plaats van verkoop van goederen of producten;]12;
   5° lichte plastic draagtassen: plastic draagtassen met een wanddikte van minder dan 50 micron en meer dan of gelijk aan 15 micron.]8

  [11 6° evenement: een eenmalige of een periodieke gebeurtenis op het gebied van kunst, cultuur, sport, festiviteit of volksvermaak. De gebeurtenis wordt publiek aangekondigd en is voor iedereen toegankelijk, al dan niet tegen betaling. Ze gaat door op een welbepaald tijdstip en is tijdelijk. De locatie kan zich zowel op publiek als op privaat terrein bevinden. Het evenement kan zowel in de openlucht doorgaan als in een gesloten ruimte.;
   7° recipiënt: alles wat gebruikt wordt voor het aanbieden en het nuttigen van drank.;
   8° serveren: het aanbieden, opdienen, bedienen van etenswaren of drank aan de eindgebruiker, met uitzondering van drankautomaten.]11

  [8 § 7. Voor de toepassing van onderafdeling 5.3.13 van hoofdstuk 5 wordt verstaan onder:
   1° afvalzak: elke zak bestemd voor de verzameling en/of inzameling van afvalstoffen;
   2° [12 ...]12;
   3° [12 kunststoffen afvalzak: elke afvalzak met kunststof als structureel hoofdbestanddeel;]12.]8

  [11 § 8. Voor de toepassing van onderafdeling 3.4.14 van hoofdstuk 3 wordt verstaan onder:
   1° vistuig: elk voorwerp of onderdeel van een werktuig dat wordt gebruikt in de visserij of de aquacultuur om in zee levende organismen af te zonderen, te vangen of te kweken, of dat op het zeeoppervlak drijft en wordt uitgezet met als doel dergelijke in zee levende organismen aan te trekken, te vangen of te kweken;
   2° vistuigafval: elk vistuig dat valt onder de definitie van afvalstoffen, vermeld in artikel 3, § 1, eerste lid, 1°, van het Materialendecreet, met inbegrip van alle afzonderlijke bestanddelen, stoffen of materialen die deel uitmaakten of bevestigd waren aan een dergelijk vistuig toen het werd afgedankt, werd achtergelaten of verloren raakte;
   3° in de handel brengen van kunststofhoudend vistuig: het voor het eerst op de markt brengen van een dergelijk product op het grondgebied;
   4° op de markt brengen van kunststofhoudend vistuig: het in het kader van een commerciële activiteit, al dan niet tegen betaling, verstrekken van een dergelijk product met het oog op distributie, consumptie of gebruik;
   5° producent van kunststofhoudend vistuig:
   a) elke op het grondgebied gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die beroepsmatig, ongeacht de gebruikte verkooptechniek, met inbegrip van verkoop op afstand overeenkomstig de bepalingen van artikel I. 8, 15°, van het Wetboek van economisch recht, kunststofhoudend vistuig in de handel brengt, en die een andere persoon is dan de personen die visserijactiviteiten uitvoeren als vermeld in artikel 4, punt 28, van Verordening (EG) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad;
   b) elke buiten het grondgebied gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die beroepsmatig via verkoop op afstand, in de zin van artikel I.8, 15°, van het Wetboek van economisch recht, rechtstreeks of door gebruik van een online marktplaats, aan particuliere huishoudens of andere gebruikers dan particuliere huishoudens kunststofhoudend vistuig op het grondgebied verkoopt, en die een andere persoon is dan de personen die visserijactiviteiten uitvoeren als vermeld in artikel 4, punt 28, van Verordening (EG) nr. 1380/2013;
   6° havenontvangstvoorziening: een havenontvangstvoorziening als vermeld in artikel 1.2.1, § 4/1, 2°.]11

  [12 § 8. Voor de toepassing van onderafdeling 5.3.18 van hoofdstuk 5 wordt verstaan onder:
   1А kunststoffen rolcontainer voor afval: elke rolcontainer voor afval waarbij kunststof als structureel bestanddeel fungeert van de container voor afval.
   § 9. Voor de toepassing van onderafdeling 5.3.19 van hoofdstuk 5 wordt verstaan onder:
   1° kweekpot: pot die bestemd is voor het opkweken van planten en bloemen.
   2) kweektray of plantentray: een plaat met verschillende rechthoekige of ronde cellen die enerzijds bestemd is voor het stekken en opkweken van planten, en anderzijds voor het plaatsen van verschillende kweekpotten.
   § 10. Voor de toepassing van onderafdeling 5.3.1.20 van hoofdstuk 5 wordt verstaan onder:
   1° meubilair in de openbare buitenruimte: meubilair in openbare parken, in natuurgebieden, op straten, pleinen, openbare speelpleinen, openbare parkeerplaatsen en openbare sportterreinen.
   § 11. Voor de toepassing van onderafdeling 5.3.21 van hoofdstuk 5 wordt verstaan onder:
   1° kunststof geluidsscherm: een geluidswerende wandvormige constructie bestaande uit een geluidsisolerend en desgevallend geluidsabsorberend materiaal en voorzien van de nodige structuren om de bouwkundige stabiliteit te verzekeren, waarbij het paneel of het geluidsisolerend of het geluidsabsorberend materiaal of al deze elementen uit kunststof bestaan.
   § 12. Voor de toepassing van onderafdeling 5.3.23 van hoofdstuk 5 wordt verstaan onder:
   1° kunststoffen afdekplaten voor kabels, gasleidingen en andere nutsvoorzieningen voor buitentoepassingen: alle platen uit kunststof die ervoor zorgen dat de kabels, gasleidingen en andere nutsvoorzieningen mechanisch zijn afgeschermd in de bodem. Deze platen hebben kunststof als structureel hoofdbestanddeel en kunnen zowel een permanente als een tijdelijke functie hebben.
   § 13. Voor de toepassing van onderafdeling 5.3.24 van hoofdstuk 5 wordt verstaan onder:
   1° kunststoffen raamsysteem: elk raamsysteem waarbij kunststof als structureel bestanddeel fungeert van het raamsysteem.]12

  
Art. 1.2.1. § 1. Les notions et définitions mentionnées dans le décret du 23 décembre 2011 relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets sont d'application au présent arrêté.
  § 2. Dans le présent arrêté, on entend par :
  [4 1° DEEE : EEE constituant des déchets dans le sens de l'article 3, 1° du Décret sur les Matériaux, y compris tous les composants, sous-ensembles et matériaux faisant partie du produit au moment de la mise au rebut ;]4
  [4 1°/1]4 [8 huiles usagées]8 : toutes [1 sortes d'huiles moteurs à base minérale, synthétique, végétale ou animale]1, qui sont devenues impropres à l'usage auquel elles étaient initialement destinées, comme les huiles usées pour moteurs à combustion interne, systèmes de transmission ainsi que des huiles pour turbines et systèmes hydrauliques;
  2° [10 ...]10
  3° granulat d'asphalte : granulat provenant de la démolition ou du fraisage de revêtements d'asphalte;
  4° [7 boues de dragage : boues de dragage, telles que visées à l'article 2, 35° du décret relatif au sol ;]7
  5° pneu : tout pneu de caoutchouc plein ou avec chambre à air, en ce compris des bandages, à l'exception des pneus à vélo;
  6° [13 batterie : tout dispositif fournissant de l'énergie électrique obtenue par transformation directe d'énergie chimique, à stockage interne ou externe, et constituée d'un ou plusieurs éléments de batterie rechargeables ou non rechargeables, de modules de batterie ou d'assemblages-batteries. Il comprend une batterie qui a fait l'objet d'une préparation en vue d'un réemploi, d'une préparation en vue d'une réaffectation, d'une réaffectation ou d'un remanufacturage au sens de l'article 3, paragraphe 1er, 1), du règlement (UE) 2023/1542. Une batterie telle que mentionnée à l'article 1er, paragraphe 5, a) et b), du règlement précité, ne tombe pas sous le coup de cette définition ;]13
  [3 6° /1 déchets résiduels industriels : la fraction de déchets industriels qui ne font pas l'objet d'une offre ou collecte sélective ;]3
  7° boue d'épuration traitée : la boue d'épuration traitée par le biais de procédés biologiques, chimiques ou thermiques, par le stockage de longue durée ou suivant tout autre procédé adéquat, dans le but de réduire considérablement la capacité fermentescible et les inconvénients de l'utilisation de telles boues de la façon précisée dans l'annexe 2.3.1.D;
  [10 7° /1 opérateur d'une place de marché en ligne : toute personne physique ou morale qui organise ou exploite, à titre onéreux ou non, une place de marché en ligne ;]10
  8° praticien : toute personne (médecin, dentiste, vétérinaire, infirmier, etc.) qui dispense des traitements médicaux ou vétérinaires en tant qu'indépendant ou employé;
  9° granulats de béton : granulat provenant du concassage de béton;
  [6 9° /1 envoi sécurisé : l'un des modes de signification ci-après :
   a) un courrier recommandé ;
   b) une remise contre récépissé ;
   c) tout autre mode de signification autorisé par le Gouvernement flamand permettant d'établir la date de notification avec certitude;]6

  10° sol : le sol tel qu'il est défini à article 2, 1°, du décret sur le sol;
  11° décret sur le sol : le décret du 27 octobre 2006 relatif à l'assainissement du sol et à la protection du sol;
  [10 11° /1 déchets de construction et de démolition : déchets générés par des travaux de construction et provenant des matériaux de construction utilisés, hormis leurs emballages, ou déchets générés par des travaux de démolition, de rénovation et de démantèlement après élimination de tous les éléments isolés qui ne font pas partie de la construction ;]10
  12° [8 matériau de construction : matériau qui, en fonction de l'application qu'on en fait et pour autant qu'il soit disponible, est conforme aux normes ou standards de construction européens harmonisés, aux cahiers des charges standard, aux prescriptions de l'autorité flamande, aux spécifications de construction standardisées ou aux autres prescriptions de construction ;]8
  13° [4 [12 résidus de combustible : déchets de combustibles ordinaires destinés à l'alimentation des moteurs, mélangés ou non à des huiles usagées ; ]12]4
  14° [4 sable de concassage tamisé : sable provenant du tamisage, préalable au concassage de débris, à l'exception de débris d'enrobés hydrocarbonés et de l'asphalte de fraisage ;]4
  15° contenu calorique : capacité calorifique à pression constante ou valeur de combustion inférieure humide
  [6 15/1° matières de catégorie 3 : matières de catégorie 3 telles que visée à l'article 10 du règlement (CE) n° 1069/2009 du Parlement européen et du Conseil du 21 octobre 2009 établissant des règles sanitaires applicables aux sous-produits animaux et produits dérivés non destinés à la consommation humaine et abrogeant le règlement (CE) n° 1774/2002;]6
  [12 15° /2 CMA : compendium pour l'échantillonnage et l'analyse dans le cadre du décret sur les Matériaux et du décret relatif au sol, tel que mentionné dans le VLAREL ;]12
  16° compost : le produit final stable, hygiénisé et riche en humus du compostage de déchets organiques-biologiques collectés sélectivement et d'autres matériaux biologiques
  17° compostage : processus contrôlé au cours duquel, en présence d'oxygène, par réchauffement naturel à la suite de processus de dégradation microbiens, un déchet organique-biologique et un matériel organique-biologiques sont transformés en un produit hygiénisé, stable et homogénéisé qui peut être utilisé comme agent fertilisant du sol. Le processus de compostage peut être précédé par une étape de fermentation anaérobie;
  18° [8 recyparc]8 : [5 un établissement autorisé en application du titre V du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement]5, où les particuliers et éventuellement également les entreprises peuvent venir déposer certains déchets ménagers triés et éventuellement des déchets industriels comparables aux déchets ménagers sous contrôle, à certains jours et heures bien déterminés;
  19° graisses et huiles animales et végétales : toute graisse ou huile animale et/ou végétale comestible et leur mélange, utilisée lors de la friture de denrées alimentaires frites (telles que visées à l'arrêté royal du 22 janvier 1988 relatif à l'utilisation d'huiles et de graisses comestibles lors de la friture de denrées alimentaires) par des ménages ou des usagers professionnels;
  20° digestat : le produit final de la fermentation anaérobie de déchets organico-biologiques collectés sélectivement, éventuellement avec le fumier ou des cultures énergétiques, y compris le post-traitement;
  21° imprimés : journaux, hebdomadaires, mensuels, revues, périodiques, presse régionale gratuite, publications gratuites, annuaires téléphoniques, annuaires de télécopie, imprimés publicitaires et autres distribués en Région flamande;
  22° vendeur final : toute personne physique ou morale qui offre en vente au consommateur des produits en Région flamande;
  23° [3 équipements électriques et électroniques, en abrégé EEE : les équipements fonctionnant grâce à des courants électriques ou à des champs électro-magnétiques, ainsi que les équipements destinés à la production, au transfert et à la mesure de ces courants et champs électriques, conçus pour l'utilisation avec une tension de 1000 volts au maximum pour le courant alternatif et de 1500 volts pour le courant continu. et qui sont soumis à l'obligation d'acceptation, visée à l'article 3.4.4.1;]3
  [6 23°/1 notification électronique : toute notification qui satisfait aux conditions énoncées à l'article 2281 du Code civil, par le biais des guichets électroniques sur le site Internet de l'OVAM;]6
  24° Code EURAL : un code de la liste des déchets mentionnée en annexe 2.1;
  25° [3 onvention de financement : une convention d'emprunt, de location-achat, de location ou de paiements à terme ou un règlement relatif à tout produit, qu'un transfert de propriété de l'appareil aura ou peut avoir lieu ou non suivant une convention ou règlement ou suivant une convention ou règlement supplémentaire ;]3
  [6 25° /1 films : films utilisés comme emballage secondaire ou tertiaire;]6
  [12 225° /2 teneur en plastiques recyclés, exprimée en pour cent : la teneur en plastiques recyclés d'un matériau ou d'un produit est définie comme le rapport entre la masse de plastiques recyclés et la masse totale de plastiques contenus dans le matériau ou le produit, multiplié par 100 ;]12
  [12 25° /3 déchets de construction et de démolition en mélange : la fraction des déchets de construction et de démolition qui ne sont pas présentés ou collectés séparément ;]12
  26° traitement médical ou vétérinaire : tout traitement, avec ou sans instrument, visant à améliorer ou à contrôler la santé physique ou psychique de l'homme ou de l'animal. Sont assimilés au traitement médical ou vétérinaire, l'examen médical en laboratoire et tout traitement réalisé à la morgue, dans des établissements d'examen, dans des centres de transfusion sanguine et dans des établissements d'analyses médico-légales;
  27° cabinet médical : tout cabinet ou cabinet groupé d'un médecin, dentiste, vétérinaire ou autre praticien indépendant, où des traitements médicaux ou vétérinaires sont donnés ou qui constituent la base de soins à domicile non organisés, ainsi que toutes les organisations de soins à domicile, toutes les cliniques vétérinaires et [12 outes les institutions de soins visées au 43°,]12]8 et autres cliniques psychiatriques [8 visées au 42°]8 ;
  28° fragments recyclés : fragments issus de massifs en béton armé ou non et rocailleux, ou de pierres récupérées ou de moellons traités et récupérés, ou de massifs rocailleux en briques;
  29° granulats recyclés : [12 granulats]12 issus du traitement mécanique de matériel anorganique utilisé auparavant dans des constructions de génie tels que des granulats de béton, des granulats d'asphalte, des granulats de maçonnerie, des fragments recyclés, le sable tamisé, le sable de concassage tamisé, les granulats de tamisage et le sable tamisé de tri[12 et qui ont été certifiés selon le règlement unique sur les granulats recyclés]12;
  30° [9 déchets LFJ : déchets de cuisine et de jardin qui proviennent de la partie organique des déchets ménagers, qui a été collectée séparément. Ils comprennent les déchets de cuisine et de table compostables et la partie des déchets de jardin constituée de matières fines, non ligneuses ;]9
  31° publications gratuites : toute publication gratuite qui n'est pas un imprimé publicitaire ou une presse régionale gratuite;
  32° presse régionale gratuite : toute publication gratuite paraissant à un rythme périodique défini, à l'exclusion de celle provenant d'un annonceur ou d'un groupe d'annonceurs groupés à cette fin, qui compte, sur base annuelle, un minimum de 30 % d'articles d'informations générales;
  33° déchets verts : les déchets organiques compostables qui sont notamment générés dans les jardins, les plantations, les parcs, les rives des cours d'eau, les accotements et bermes et les sites naturels;
  34° encombrants : déchets qui proviennent du fonctionnement normal d'un ménager particulier et les déchets similaires qui, étant donné leur ampleur, leur nature et/ou leur poids, ne peuvent pas être collectés lors de la collecte des déchets ménagers, et qui sont récoltés au porte-à-porte; la partie qui reste est incinérée ou mise en décharge après avoir été présentée sur le parc à conteneurs;
  35° matières premières secondaires : sous-produits ou matériaux qui ont atteint la fin de la phase des déchets conformément aux articles 36, 37 ou 39 du décret du 23 décembre 2011 relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets;
  36° producteurs de matières premières secondaires : toute personne physique ou morale dont l'activité produit des sous-produits ou matériaux qui ont atteint la fin de la phase des déchets conformément aux articles 36, 37 ou 39 du décret du 23 décembre 2011 relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets;
  37° utilisateur de matières premières secondaires : toute personne physique ou morale qui utilise dans son processus des sous-produits ou matériaux qui ont atteint la fin de la phase des déchets conformément aux articles 36, 37 ou 39 du décret du 23 décembre 2011 relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets;
  38° [10 ...]10
  39° [10 ...]10
  40° détenteur de PCB ou d'un appareil contenant des PCB : la personne physique ou morale qui détient des PCB ou des appareils contenant des PCB;
  [10 40° /1 déchets ménagers résiduels : la fraction des ordures ménagères qui n'est pas présentée ou collectée de manière sélective, y compris les déchets collectés de manière non sélective des poubelles de rue gérées par les communes ou structures de coopération intercommunales ainsi que les déchets de nettoyage des rues et les déchets d'évacuation des dépôts sauvages ;
   40° /2 immeubles principalement résidentiels : bâtiment ou bâtiments dont la fonction de logement couvre au moins soixante-six pour cent du volume de construction concerné [12 le volume de construction concerné est la somme des volumes de construction de tous les bâtiments figurant dans le même permis d'environnement]12;]10

  41° établissement classé : [5 un établissement où est exercée une activité reprise dans la liste de classification visée à l'article 5.2.1, § 1er, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement]5;
  42° institution médicale : tous les hôpitaux publics ou privés, à l'exception des institutions psychiatriques; toutes les polycliniques; tous les établissements, institutions et unités fixes ou mobiles dispensant des traitements médicaux aux patients ambulatoires et hospitalisés; toutes les cliniques psychiatriques situées sur le site d'un hôpital et faisant partie de la même autorité de tutelle; tous les établissements de repos et de soins situés sur le site d'un hôpital faisant partie de la même autorité de tutelle, mais ne tombant pas sous l'agrément d'une maison de repos; toutes les institutions de soins psychiatriques situées sur le site d'un hôpital et faisant partie de la même autorité de tutelle; tous les laboratoires et instituts de recherche, reliés de façon interne ou externe à une institution, qui exécutent des études pour de telles institutions et de tels cabinets médicaux; tous les laboratoires de l'industrie pharmaceutique; tous les centres de transfusion sanguine fixes ou mobiles; tous les établissements mortuaires et autres institutions pratiquant la médecine légale;
  43° institution de soins : tous établissements de soins et de repos autres que ceux [8 visés au 42°]8 ; toutes les maisons de retraite, avec ou sans installations de soins et de repos, tous les centres de soins quotidiens et toutes les maisons de soins psychiatriques autres que celles [8 visées au 42°]8 ;
  44° collecteur : toute personne physique ou morale qui procède à la collecte de déchets;
  [8 44° /1 déchets de cuisine et de table : tous les déchets alimentaires, y compris les huiles de friture et de cuisson usagées provenant de restaurants, de facilités de restauration et de cuisines, y compris de cuisines de restauration collective et des ménages ;]8
  45° PDD : les petits déchets dangereux d'origine ménagère et d'origine industrielle comparable comme déterminé [1 au point 54°]1 ;
  46° centre de recyclage : une personne morale agréée par l'OVAM qui dispose d'un service de collecte, de tri et d'un espace de vente et qui collecte, entrepose, trie, répare et vend en vue de leur réutilisation des équipements électriques et électroniques usés dans une zone délimitée;
  47° [10 [11 matière synthétique : un polymère au sens de l'article 3, paragraphe 5 du Règlement (CE) n° 1907/2006 du Parlement européen et du Conseil du 18 décembre 2006 concernant l'enregistrement, l'évaluation et l'autorisation des substances chimiques, ainsi que les restrictions applicables à ces substances (REACH), instituant une agence européenne des produits chimiques, modifiant la directive 1999/45/CE et abrogeant le règlement (CEE) n° 793/93 du Conseil et le règlement (CE) n° 1488/94 de la Commission ainsi que la directive 76/769/CEE du Conseil et les directives 91/155/CEE, 93/67/CEE, 93/105/CE et 2000/21/CE de la Commission, auquel des additifs ou d'autres substances ont éventuellement été ajoutés et qui peut constituer la partie principale de la structure de produits finaux ]11;]10
  48° film agricole : film en matière plastique utilisé dans le cadre d'une activité agricole ou horticole, à l'exception des emballages au sens du décret du 16 janvier 1997 portant approbation de l'accord de coopération concernant la prévention et la gestion des déchets d'emballages;
  49° [10 ...]10
  50° décret sur les matériaux : le décret du 23 décembre 2011 relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets;
  [4 50°/1 [10 matelas : produits offrant une surface pour dormir ou se reposer, qui se prêtent à une utilisation par l'homme pendant une longue période, consistant en une housse solide rembourrée de matériaux de base et qui peuvent être posés sur une structure de lit, y compris les surmatelas. Un surmatelas est un matelas mince qui se pose sur le matelas normal ;]10]4
  51° déchet médical : un déchet particulier se composant de tous types de déchets obtenus à la suite de traitements médicaux ou vétérinaires, quelles qu'en soient la nature, la quantité ou la composition;
  52° granulat mixte : granulat provenant du concassage de maçonnerie et de béton, de sorte que le mélange contient une teneur minimale en béton;
  53° engrais ou produit d'amendement du sol : toute substance à laquelle est attribuée une action spécifique d'amélioration de la production végétale telle que visée dans la législation fédérale relative au commerce des engrais et des produits d'amendement du sol;
  54° Déchets industriels similaires aux déchets ménagers : déchets industriels de nature, composition et quantité similaires aux déchets ménagers, et qui sont créés à la suite des activités qui sont de même nature que les activités du fonctionnement normal d'un ménage particulier;
  55° granulat de maçonnerie granulat provenant du concassage de maçonnerie;
  56° unité technique environnementale : l'unité technique environnementale, mentionnée à l'article 1.1.2 du titre II du VLAREM;
  57° [5 décret relatif au permis d'environnement : le décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement;]5
  58° Ministre flamand : le ministre flamand qui a l'environnement et la politique de l'eau dans ses attributions;
  59° matériau de construction non formé : matériau de construction qui ne répond pas à tous les critères d'un matériau de construction formé;
  60° huiles : toutes sortes d'huiles moteurs ou industrielles [1 à base minérale, synthétique, végétale ou animale]1, en particulier des huiles pour moteurs à combustion interne, systèmes de transmission ainsi que des huiles pour machines, turbines, transmission de chaleur et systèmes hydrauliques, à l'exception des huiles PCB;
  [10 60° /1 place de marché en ligne : plate-forme numérique, portail ou tous autres moyens, applications ou services électroniques équivalents, permettant à un vendeur de conclure un contrat à distance, au sens de l'article I.8, 15°, du Code de droit économique, avec des utilisateurs de la place de marché en ligne ;]10
  [10 60° /2 remblayage : opération de valorisation par laquelle des déchets appropriés non dangereux sont utilisés à des fins de remise en état dans des zones excavées ou, en ingénierie, pour des travaux d'aménagement paysager. Les déchets utilisés pour le remblayage doivent remplacer des matières qui ne sont pas des déchets, être adaptés aux fins susvisées et limités aux quantités strictement nécessaires pour parvenir à ces fins ;]10
  61° déchets organico-biologiques : déchets verts, déchets GFT ou déchets industriels organiques-biologiques;
  [8 61° /1 déchets industriels organico-biologiques : les déchets organico-biologiques en provenance des entreprises, y compris les déchets de cuisine et de table et les déchets d'aliments ; ]8
  62° médicaments périmés : les résidus de médicaments tels que visés à l'article 1er de la loi du 25 mars 1964 sur les médicaments, à l'exception de l'article 1er bis de cette loi, qui sont des spécialités pharmaceutiques et qui sont délivrés à un particulier et dont il se défait ou a l'intention ou l'obligation de se défaire. Une spécialité pharmaceutique est tout médicament préparé à l'avance qui est mis sur le marché sous une dénomination spéciale et dans un emballage spécial;
  63° Appareil contenant des PCB : tout dispositif qui contient ou qui a contenu des PCB (par exemple : les transformateurs, les condensateurs, les récipients qui contiennent des quantités restantes) et n'a pas été décontaminé. Sauf si l'on peut raisonnablement présumer le contraire; les appareils qui peuvent éventuellement contenir des PCB sont considérés comme des appareils contenant des PCB;
  64° PCB : les polychlorobiphényles, les polychloroterphényles, le monométhyltétrachlorodiphénylméthane, le monométhyldichlorodiphénylméthane, le monométhyldibromodiphénylméthane et tous les mélanges dont la teneur cumulée en substances précitées est supérieure à 0,005 % de poids;
  65° pourcentage de réutilisation et de recyclage : le pourcentage du poids de déchets, réparti par type de matériel, tel que visé à l'article 3.4.4.5 qui sont recyclés en matières premières, majoré de l'appareillage, subdivisé par type de matériel qui est réutilisé, par rapport au poids global du type de matériel correspondant des appareils électriques et électroniques usés collectés;
  66° [10 [11 plastique : un polymère au sens de l'article 3, paragraphe 5 du Règlement (CE) n° 1907/2006 du Parlement européen et du Conseil du 18 décembre 2006 concernant l'enregistrement, l'évaluation et l'autorisation des substances chimiques, ainsi que les restrictions applicables à ces substances (REACH), instituant une agence européenne des produits chimiques, modifiant la directive 1999/45/CE et abrogeant le règlement (CEE) n° 793/93 du Conseil et le règlement (CE) n° 1488/94 de la Commission ainsi que la directive 76/769/CEE du Conseil et les directives 91/155/CEE, 93/67/CEE, 93/105/CE et 2000/21/CE de la Commission, auquel des additifs ou d'autres substances ont éventuellement été ajoutés et qui peut constituer la partie principale de la structure de produits finaux ]11;]10
  67° [10 déchets PMC : déchets de tous emballages plastiques, emballages métalliques et cartons à boisson destinés à être utilisés par les ménages ou à un usage professionnel analogue, à l'exception des déchets provenant de petits déchets dangereux, et d'emballages de polystyrène expansé destinés à des applications non alimentaires ;]10
  68° [3 [10 producteur : toute personne physique ou morale qui, quelle que soit la technique de vente utilisée, y compris la vente à distance conformément aux dispositions de l'article I.8, 15°, du Code de droit économique :
   a) est établie sur le territoire et fabrique un produit sous son propre nom ou sa propre marque ou qui fait développer ou fabriquer un produit qu'elle négocie sous son propre nom ou sa propre marque sur le territoire ou qu'elle affecte à son propre usage ;
   b) est établie sur le territoire et revend sur le territoire ou affecte à son propre usage un produit qui a été fabriqué par d'autres fournisseurs sous son propre nom ou sa propre marque. A cet égard, le revendeur n'est pas considéré comme producteur du produit lorsque la marque du producteur visé au point a) figure sur le produit ;
   c) est établie sur le territoire et met un produit sur le marché à titre professionnel ;
   d) est établie en dehors du territoire et vend un produit sur le territoire à des ménages ou à des utilisateurs autres que les ménages par le biais de la vente à distance au sens de l'article I.8, 15° du Code de droit économique, directement ou en recourant à une place de marché en ligne.
   Celui qui assure exclusivement un financement en vertu ou dans le cadre d'un contrat de financement et qui ne supporte pas les avantages et inconvénients liés à la propriété n'est pas considéré comme producteur du produit, à moins qu'il n'agisse comme producteur tel que visé aux points a) à d) ;]10
]3

  69° producteur d'imprimés : l'éditeur ou la personne qui agit à la demande d'un éditeur étranger qui diffuse les imprimés dans la Région flamande. L'éditeur est la personne qui fait produire l'imprimé et qui est responsable de sa forme et de son contenu;
  70° gravats : fraction composée de pierres provenant des déchets de construction et de démolition;
  71° imprimé publicitaire : tout imprimé qui paraît moins de cinq fois par semaine et dans lequel moins de 30 % de la surface imprimée est consacrée à de articles d'informations générales[12 , à l'exception des prospectus pour la promotion d'activités d'associations locales ]12;
  72° taux de recyclage : le pourcentage du poids des imprimés recyclés par rapport au poids global des imprimés qui sont parus en Région flamande au cours de l'année calendaire précédente par n'importe quel producteur de n'importe quel imprimé;
  73° régénération des huiles usagées : tout procédé qui produit des huiles de base par un raffinage d'huiles usagées impliquant notamment la séparation des contaminants, produits d'oxydation et additifs que ces huiles contiennent;
  74° décontamination des appareils contenant des PCB : l'ensemble des opérations permettant de réutiliser, recycler ou éliminer des appareils contenant des PCB dans des conditions de sécurité. la substitution, c'est-à-dire toutes les opérations par lesquelles les PCB sont remplacés par un liquide approprié ne contenant pas de PCB, est également considérée comme décontamination;
  [2 74° /1 déchets médicaux à risque éligibles à la décontamination : tous les déchets médicaux à risque éligibles, sauf s'ils sont repris dans la liste, citée dans l'annexe 5.2.3.C;]2
  75° [7 boues de vidange : boues de vidange, telles que visées à l'article 2, 36° du décret relatif au sol ;]7
  76° [10 ...]10
  77° [10 ...]10
  [3 77/1° établissement de triage de débris de construction et de démolition : un établissement autorisé pour le tri de débris de construction et de démolition à l'aide d'une installation séparée. Le tri est une activité séparée et a lieu avant le concassage éventuel ;]3
  [10 77° /2 dépôts sauvages : l'évitement délibéré de la collecte d'ordures ménagères ou de la collecte de déchets industriels en abandonnant ou déversant des déchets en des endroits et à des moments non réglementaires ou dans les récipients inadéquats ;]10
  78°[12 granulat de triage-criblage : granulat recyclé de d ≥ 4 mm et Dmax ≤ 80 mm, obtenu après triage, criblage et calibrage de débris pollués physiquement ou comportant des matériaux susceptibles de contenir de l'amiante. Le granulat de triage-criblage est issu d'une installation de triage disposant d'un système d'assurance de la qualité tel que visé dans le règlement unique sur les granulats recyclés ;]12
  [8 78° /1 [12 gravats tamisés : fraction de débris inertes grossiers tamisés d'une granulométrie supérieure à 20 mm, qui est obtenue après triage de débris pollués physiquement ou comportant des matériaux susceptibles de contenir de l'amiante et qui est issue d'une installation de triage disposant d'un système d'assurance de la qualité tel que visé dans le règlement unique sur les granulats recyclés]12;]8
  [12 78/1/1° fumier : fumier tel que visé à l'article 3, § 5, 19°, du décret sur les Engrais ;]12
  79° [3 [12 sable de triage-criblage : granulat recyclé de Dmax = 20 mm, qui est obtenu lors du triage de débris pollués physiquement ou comportant des matériaux susceptibles de contenir de l'amiante et qui est issu d'une installation de triage disposant d'un système d'assurance de la qualité tel que visé dans le règlement unique sur les granulats recyclés]12;]3
  [3 79/1° soins à domicile : les traitements médicaux ou vétérinaires dans le domicile de l'intéressé, donné par un praticien d'une profession médicale, que ce soit en rapport organisé ou non ;]3
  80° [5 ...]5
  81° titre II du VLAREM : l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 fixant les dispositions générales et sectorielles en matière d'hygiène et d'environnement;
  82° intermédiaire : toute personne physique ou morale qui distribue des produits à un ou plusieurs vendeurs finaux ou d'autres intermédiaires en Région flamande;
  83° fermentation : processus de dégradation contrôlé par des micro-organismes de déchets organico-biologiques et d'autres matériels organico-biologiques en l'absence d'oxygène, conduisant à la formation de biogaz et d'un produit homogénéisé (le digestat);
  [13 83° /0 règlement (UE) 2023/1542 : le règlement (UE) 2023/1542 du Parlement européen et du Conseil du 12 juillet 2023 relatif aux batteries et aux déchets de batteries, modifiant la directive 2008/98/CE et le règlement (UE) 2019/1020, et abrogeant la directive 2006/66/CE ;]13
  [6 83° /1 combustion : un processus tel que visé à l'annexe 1, point 41, du règlement (UE) n° 142/2011 de la Commission du 25 février 2011 portant application du règlement (CE) n° 1069/2009 du Parlement européen et du Conseil établissant des règles sanitaires applicables aux sous-produits animaux et produits dérivés non destinés à la consommation humaine et portant application de la directive 97/78/CE du Conseil en ce qui concerne certains échantillons et articles exemptés des contrôles vétérinaires effectués aux frontières en vertu de cette directive;]6
  84° transport de déchets : transport des déchets d'un endroit vers un autre par la voie publique, les chemins de fer, la voie maritime, par la voie aérienne ou par pipelines;
  85° transporteur de déchets : toute personne physique ou morale qui réalise, à titre professionnel, le transport des déchets à la demande de tiers. " A titre professionnel " signifie que les déchets sont transportés dans le cadre d'une activité professionnelle, que cette activité professionnelle réside exclusivement dans le transport et la collecte des déchets ou se compose, à titre occasionnel ou non de la collecte et du transport de déchets dans le cadre d'une activité professionnelle plus large;
  86° [10 ...]10
  87° VLAREBO : l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2007 fixant le règlement flamand relatif à l'assainissement du sol et à la protection du sol;
  [8 87° /1 [10 ...]10]8
  88° [12 matériau de construction façonné : un matériau de construction qui :
   a) peut contenir une éprouvette dont deux des trois dimensions sont supérieures à 40 millimètres ;
   b) présente une résistance à la compression d'au moins 9,0 N/mm2, déterminée suivant la méthode d'essai issue des séries NBN, adaptée au produit fini ]12
;
  89° [12 couche jetable : couche-culotte à usage unique ou parties de celle-ci]12;
  [4 89° /1 sable tamisé d'asphalte : sable de concassage tamisé et sable de concassage d'asphalte obtenus avant et après le concassage ou le tamisage de débris d'enrobés hydrocarbonés et d'asphalte de fraisage ;]4
  90° boue d'épuration :
  a) la boue en provenance d'installations d'épuration des eaux usées d'origine ménagère ou urbaine;
  b) la boue en provenance des installations d'épuration des eaux usées d'origine industrielles;
  91° déchets sauvages : petits déchets solides qui se trouvent à des endroits non destinés à cet effet;
  [1 92°[4 ...]4
   93° [4 ...]4
   94° [4 ...]4]1

  [3 95° [10 ...]10]3
  § 3. Pour l'application de la sous-section 3.4.2 du chapitre 3 et de la sous-section 5.2.4 du chapitre 5, on entend par :
  1° informations concernant le démontage : toutes les informations requises pour permettre le traitement approprié et compatible avec l'environnement des véhicules hors d'usage. Ces informations existent sous forme de manuels ou sous forme électronique;
  2° réutilisation : toute opération par laquelle les composants ou matériaux de véhicules hors d'usage servent au même usage que celui pour lequel ils ont été conçus;
  3° réutiliser : l'exécution de toute opération par laquelle les composants et/ou matériaux de véhicules hors d'usage servent au même usage que celui pour lequel ils ont été conçus;
  4° recycler : valoriser des matériaux et des matières premières, provenant du traitement de voitures hors d'usage, soit lors du processus de production original qui était à la base des déchets, soit lors d'un autre processus de production, la récupération d'énergie non comprise. Dans ce cadre, la récupération d'énergie signifie l'utilisation de déchets combustibles afin de produire de l'énergie par la combustion directe avec ou sans autres déchets, mais avec la récupération de la chaleur;
  5° recyclage : l'opération consistant à recycler;
  6° broyeur : tout dispositif utilisé pour couper en morceaux ou fragmenter les véhicules hors d'usage, y compris en vue d'obtenir des ferrailles directement réutilisables;
  7° [12 véhicule : les véhicules relevant de la catégorie M1 ou N1 mentionnés dans le règlement (UE) 2018/858 du Parlement européen et du Conseil du 30 mai 2018 relatif à la réception et à la surveillance du marché des véhicules à moteur et de leurs remorques, ainsi que des systèmes, composants et entités techniques distinctes destinés à ces véhicules, modifiant les règlements (CE) no 715/2007 et (CE) no 595/2009 et abrogeant la directive 2007/46/CE, ainsi que les véhicules à moteur à trois roues tels que mentionnés dans le règlement (UE) 168/2013 du Parlement européen et du Conseil du 15 janvier 2013 relatif à la réception et à la surveillance du marché des véhicules à deux ou trois roues et des quadricycles, à l'exception des tricycles, indépendamment de la manière dont le véhicule a été entretenu ou réparé pendant son utilisation et indépendamment du fait qu'il a été équipé de composants fournis par le producteur ou bien d'autres composants dont le montage en tant que pièces de rechange ou équipements supplémentaires répond aux dispositions communautaires ou nationales applicables en la matière]12;
  8° producteur de véhicules : le fabricant ou importateur professionnel d'un véhicule dans un Etat membre de l'Union européenne.
  [3 § 3/1. Pour l'application de la sous-section 3.4.4 du chapitre 3 et de la sous-section 5.2.5 du chapitre 5, on entend par :
   1° dispositif médical implantable actif : un dispositif médical implantable actif tel que visé à l'arrêté royal du 15 juillet 1997 relative aux dispositifs médicaux implantables actifs et qui est un EEE ;
   2° extraction : le traitement manuel, mécanique, chimique ou métallurgique à l'issue duquel les substances, mélanges et composants dangereux se trouvent rassemblés en un flux identifiable ou dans une partie identifiable d'un flux au cours du processus de traitement. Les substances, mélanges ou composants sont identifiables s'il est possible de le contrôler pour vérifier que leur traitement est respectueux de l'environnement ;
   3° distributeur d'EEE : toute personne physique ou morale dans la chaîne d'approvisionnement qui met des EEE à disposition sur le marché. Un distributeur peut simultanément être producteur d'EEE au sens du point 16° ;
   4° EEE utilisés : EEE qui ont déjà été utilisés, mais qui ne sont pas nécessairement des déchets ;
   5° gros outils industriels fixes : un ensemble de grande ampleur de machines, d'équipements et/ou de composants, qui fonctionnent ensemble pour une application spécifique, installés de façon permanente et démontés par des professionnels dans un lieu donné, et utilisés et entretenus par des professionnels dans un centre de fabrication industrielle ou un établissement de recherche et développement ;
   6° grosse installation fixe : une combinaison de grande ampleur de plusieurs types d'appareils et, le cas échéant, d'autres dispositifs, qui répondent cumulativement aux conditions suivantes :
   a) elle est assemblée, installée et démontée par des professionnels ;
   b) elle est destinée à une utilisation permanente en tant qu'élément d'un bâtiment ou d'une structure à un endroit fixé auparavant et spécialement affecté à cet effet ;
   c) elle ne ne peut être remplacée que les mêmes appareils spécialement conçus ;
   7° très petits déchets d'EEE : déchets d'EEE ayant des dimensions extérieures de 25 cm au maximum ;
   8° [4 centre de réutilisation pour EEE : une personne morale ou physique qui entrepose et trie des DEEE à titre professionnel et les sépare en EEE potentiellement réutilisables et en DEEE non réutilisables et qui prépare les EEE potentiellement réutilisables en vue de leur réutilisation ;]4
   9° déchets d'EEE ménagers : déchets d'EEE provenant des ménages particuliers et déchets d'EEE d'origine commerciale, industrielle, institutionnelle et autre qui, en raison de leur nature et de leur quantité, sont similaires à ceux des ménages particuliers. Les déchets provenant d'EEE qui sont susceptibles d'être utilisés à la fois par les ménages et par des utilisateurs autres que les ménages sont en tout état de cause considérés comme étant des EEE provenant des ménages ;
   10° mise sur le marché d'EEE : la première mise à disposition d'un produit sur le marché, à titre professionnel, sur le territoire ;
   11° dispositif médical : un dispositif médical ou accessoire d'un dispositif médical au sens de l'arrêté royal du jeudi 18 mars 1999 relative aux dispositifs médicaux et qui est un EEE ;
   12° dispositif médical de diagnostic in vitro : un dispositif médical de diagnostic in vitro ou accessoire d'un dispositif médical de diagnostic in vitro au sens de l'arrêté royal du 14 novembre 2001 relatif aux dispositifs médicaux de diagnostic in vitro et qui est un EEE ;
   13° engin mobile non routier " : engin disposant d'un bloc d'alimentation embarqué, dont le fonctionnement nécessite soit la mobilité, soit un déplacement continu ou semi-continu entre une succession d'emplacements de travail fixes pendant le travail ;
   14° mise à disposition sur le marché d'EEE : toute fourniture d'un produit destiné à être distribué, consommé ou utilisé sur le marché d'un Etat membre dans le cadre d'une activité commerciale, à titre onéreux ou gratuit ;
   15° pourcentage d'application utile et de préparation à la réutilisation et au recyclage : ce chiffre est calculé pour chaque catégorie conformément à l'article 3.4.4.2 en divisant le poids des DEEE qui entrent dans l'établissement d'application utile ou de préparation à la réutilisation et au recyclage, après traitement adéquat conformément à l'article 5.2.5.3, par le poids de tous les DEEE séparément collectés pour chaque catégorie, exprimé en pourcentage ;
   16° [10 producteur d'EEE : toute personne physique ou morale qui, quelle que soit la technique de vente utilisée, y compris la vente à distance conformément aux dispositions de l'article I.8, 15°, du Code de droit économique :
   a) est établie sur le territoire et fabrique un produit sous son propre nom ou sa propre marque ou qui fait développer ou fabriquer un produit qu'elle négocie sous son propre nom ou sa propre marque sur le territoire ;
   b) est établie sur le territoire et revend un produit qui a été fabriqué par d'autres fournisseurs sous son propre nom ou sa propre marque. A cet égard, le revendeur n'est pas considéré comme producteur du produit lorsque la marque du producteur visé au point a) figure sur le produit ;
   c) est établie sur le territoire et met un produit sur le marché à titre professionnel ;
   d) est établie en dehors du territoire et vend un produit sur le territoire à des ménages ou à des utilisateurs autres que les ménages par le biais de la vente à distance au sens de l'article I.8, 15° du Code de droit économique, directement ou en recourant à une place de marché en ligne.
   Celui qui assure exclusivement un financement en vertu ou dans le cadre d'un contrat de financement et qui ne supporte pas les avantages et inconvénients liés à la propriété n'est pas considéré comme producteur du produit, à moins qu'il n'agisse comme producteur tel que visé aux points a) à d) ;]10

   17° déchets d'EEE professionnels : tous déchets d'EEE qui ne peuvent pas être considérés comme des déchets d'EEE ménagers.]3

  § 4. [13 Pour l'application du chapitre 3, sous-section 3.4.5, et du chapitre 5, sous-section 5.2.7, du présent arrêté, les définitions énoncées à l'article 3 du règlement (UE) 2023/1542 sont applicables.]13
  [10 § 4/1. Pour l'application de la sous-section 5.2.10 du chapitre 5, on entend par :
   1° port : un lieu ou une zone géographique comportant des aménagements et des équipements principalement conçus pour permettre la réception de navires, y compris une zone de mouillage relevant de la juridiction du port ;
   2° installation de réception portuaire : toute installation fixe, flottante ou mobile pouvant assurer le service de réception des déchets des navires ;
   3° résidus de cargaison : les restes de cargaison à bord qui demeurent sur le pont, dans les cales ou dans des citernes après les opérations de chargement et de déchargement, y compris les excès ou les pertes de chargement et de déchargement, que ce soit à l'état sec ou humide, ou entraînés par les eaux de lavage, à l'exclusion de la poussière résiduelle sur le pont après balayage ou de la poussière provenant des surfaces extérieures du navire ;
   4° convention MARPOL : la convention internationale pour la prévention de la pollution par les navires, dans sa version actualisée ;
   5° bateau de plaisance : un navire de tout type, dont la coque a une longueur égale ou supérieure à 2,5 m, quel que soit le moyen de propulsion, destiné à des fins sportives et de loisir, et à des fins non commerciales ;
   6° déchets des navires : tous les déchets, y compris les résidus de cargaison, qui sont générés durant l'exploitation d'un navire ou pendant les opérations de chargement, de déchargement et de nettoyage, et qui relèvent des annexes I, II, IV, V et VI de la convention MARPOL, ainsi que les déchets pêchés passivement ;
   7° navire : un bâtiment de mer, quel qu'en soit le type, exploité en milieu marin, y compris les navires de pêche, les bateaux de plaisance, les hydroptères, les aéroglisseurs, les engins submersibles et les engins flottants ;
   8° navire de pêche : tout navire équipé ou utilisé à des fins commerciales pour la capture de poissons ou d'autres ressources biologiques de la mer ;
   9° déchets pêchés passivement : les déchets collectés dans des filets au cours d'opérations de pêche ;
   10° capacité de stockage suffisante : capacité suffisante pour stocker les déchets à bord à compter du moment du départ jusqu'au port d'escale suivant, y compris les déchets susceptibles d'être générés au cours du voyage ;
   11° services réguliers : services organisés sur la base d'horaires de départ et d'arrivée publiés ou planifiés entre deux ports déterminés ou des traversées récurrentes qui constituent un calendrier reconnu ;
   12° escales portuaires régulières : trajets répétés d'un même navire formant une constante entre des ports déterminés ou une série de voyages à destination et en provenance du même port sans escale intermédiaire ;
   13° escales portuaires fréquentes : visites effectuées par un navire dans le même port au moins une fois par quinzaine ;
   14° GISIS : le système mondial intégré d'information sur les transports maritimes mis en place par l'OMI ;
   15° traitement : opération de valorisation ou d'élimination, y compris la préparation qui précède la valorisation ou l'élimination ;
   16° redevance indirecte : redevance payée pour la fourniture des services d'une installation de réception portuaire, qu'il soit procédé ou non au dépôt effectif de déchets des navires.]10

  § 5. Pour l'application de la sous-section 5.2.11 du chapitre 5 et de l'annexe 3.4.6, les définitions stipulées dans la Convention relative à la collecte, au dépôt et à la réception des déchets survenant en région rhénane et intérieure, signée à Strasbourg le 9 septembre 1996 sont applicables.
  [8 § 6. Pour l'application des sous-sections 5.3.11 et 5.3.12 du chapitre 5, on entend par :
   1° [11 matériel de restauration : tout matériel utilisé pour l'offre et la consommation d'aliments, à l'exception d'aliments et de serviettes préemballés ]11 ;
   2° aliments préparés : aliments qui sont préparés, composés, arrangés, réchauffés, régénérés ou décongelés sur les lieux ;
   3° [12 ...]12;
   4°[12 sacs en plastique : les sacs, dont le plastique est le composant structurel principal, avec ou sans poignées, qui sont fournis aux consommateurs dans les points de vente de marchandises ou de produits ;]12.
   5° sacs en plastique légers : les sacs en plastique d'une épaisseur inférieure à 50 microns et supérieure ou égale à 15 microns.]8

  [11 6° événement : un événement ponctuel ou périodique dans le domaine de l'art, de la culture, du sport, de la fête ou du divertissement populaire. L'événement est annoncé publiquement et est ouvert à tous, gratuit ou payant. Il a lieu à un moment bien défini et est temporaire. Il se déroule sur un terrain public ou privé. L'événement se déroule en plein air ou dans un espace couvert ;
   7° récipient : tout ce qui sert à offrir et à consommer des boissons ;
   8° offrir : proposer, servir ou distribuer des aliments ou des boissons à l'utilisateur final, sauf par le biais de distributeurs automatiques.]11

  [8 § 7. Pour l'application de la sous-section 5.3.13 du chapitre 5, on entend par :
   1° sac à déchets : tout sac destiné à la collecte de déchets ;
   2° [12 ...]12;
   3° [12 sac à déchets : tout sac à déchets dont le plastique est le composant structurel principal]12.]8

  [11 § 8. Aux fins de l'application de la sous-section 3.4.14 du chapitre 3, on entend par :
   1° engin de pêche : tout objet ou partie d'un instrument utilisé dans la pêche ou l'aquaculture pour isoler, capturer ou élever des organismes qui vivent en mer, ou flottant à la surface de la mer et déployé dans le but d'attirer, capturer ou élever de tels organismes qui vivent en mer ;
   2° déchet d'engins de pêche : tout engin de pêche répondant à la définition de déchet figurant à l'article 3, § 1er, alinéa 1er, 1°, du Décret Matériaux, y compris tout composant, substance ou matériau individuel qui faisait partie ou était attaché à un tel engin lorsqu'il a été mis au rebut, abandonné ou perdu ;
   3° commercialisation d'engins de pêche contenant des matières synthétiques : la mise sur le marché d'un tel produit pour la première fois sur le territoire ;
   4° mise sur le marché d'engins de pêche contenant des matières synthétiques : la fourniture d'un tel produit destiné à être distribué, consommé ou utilisé dans le cadre d'une activité commerciale, que ce soit à titre onéreux ou gratuit ;
   5° producteur d'engins de pêche contenant des matières synthétiques :
   a) toute personne physique ou morale établie sur le territoire qui, à titre professionnel et quelle que soit la technique de vente utilisée, y compris la vente à distance conformément aux dispositions de l'article I.8, 15° du Code de droit économique, commercialise des engins de pêche contenant des matières synthétiques, autre que les personnes qui exercent des activités de pêche au sens de l'article 4, point 28, du règlement (UE) no 1380/2013 du Parlement européen et du Conseil ;
   b) toute personne physique ou morale établie en dehors du territoire qui, à titre professionnel, vend à distance au sens de l'article I.8, 15° du Code de droit économique, directement ou par le biais d'un marché en ligne, à des ménages privés ou à des utilisateurs autres que des ménages privés, des engins de pêche contenant des matières synthétiques sur le territoire, autre que les personnes qui exercent des activités de pêche au sens de l'article 4, point 28, du règlement (UE) no 1380/2013 ;
   6° installations de réception portuaires : des installations de réception portuaires au sens de l'article 1.2.1, § 4/1, 2°. ]11

  [12 § 8. Pour l'application de la sous-section 5.3.18 du chapitre 5, on entend par :
   1° conteneur à déchets sur roulettes en plastique : tout conteneur à déchets sur roulettes dans lequel le plastique joue le rôle de composant structurel.
   § 9. Pour l'application de la sous-section 5.3.19 du chapitre 5, on entend par :
   1° pot de culture : pot destiné à la culture de plantes et de fleurs.
   2° plateau de culture ou plateau à plantes : un plateau comportant plusieurs alvéoles rectangulaires ou circulaires, destiné au bouturage et à la culture de plantes, d'une part, et à la mise en place de plusieurs pots de culture, d'autre part.
   § 10. Pour l'application de la sous-section 5.3.1.20 du chapitre 5, on entend par :
   1° mobilier des espaces publics extérieurs : mobilier installé dans les parcs publics, zones naturelles, sur les voiries, les places, dans les plaines de jeux publiques, les parkings publics et les terrains de sport publics.
   § 11. Pour l'application de la sous-section 5.3.21 du chapitre 5, on entend par :
   1° écran anti-bruit en plastique : une paroi insonorisante constituée d'un isolant acoustique et, le cas échéant, d'un absorbant acoustique et pourvue des structures nécessaires pour en assurer la stabilité structurelle, dans laquelle le panneau ou l'isolant ou l'absorbant acoustique ou tous ces éléments sont constitués de matière plastique.
   § 12. Pour l'application de la sous-section 5.3.23 du chapitre 5, on entend par :
   1° plaques de protection en plastique pour câbles, conduites de gaz et autres équipements d'utilité publique pour applications extérieures : toutes les plaques en plastique qui garantissent le blindage des câbles, conduites de gaz et autres équipements d'utilité publique enterrés. Le plastique est le composant structurel principal de ces plaques qui peuvent avoir une fonction permanente ou temporaire.
   § 13. Pour l'application de la sous-section 5.3.24 du chapitre 5, on entend par :
   1° système de fenêtre en plastique : tout système de fenêtre dans lequel le plastique joue le rôle de composant structurel.]12

  
HOOFDSTUK 2. - Afbakening van de afvalfase
CHAPITRE 2. - Délimitation de la phase des déchets
Afdeling 2.1. - Lijst van afvalstoffen
Section 2.1. - Liste des déchets
Art. 2.1.1. De lijst van afvalstoffen is opgenomen in bijlage 2.1.
  Stoffen en voorwerpen die in de lijst van afvalstoffen zijn opgenomen, worden alleen als afvalstof beschouwd als ze aan de definitie van afvalstof voldoen.
Art. 2.1.1. La liste des déchets figure en annexe 2.1.
  Les substances et objets qui figurent dans la liste des déchets ne sont considérés comme des déchets que lorsqu'ils satisfont à la définition de déchet.
Afdeling 2.2. [1 - Europese criteria]1
Section 2.2. [1 - Critères européens]1
Art. 2.2.1. [1 Er is geen grondstofverklaring vereist voor materialen waarvoor rechtstreeks toepasselijke Europees vastgestelde voorwaarden of criteria voor bijproducten of einde-afval gelden.]1
  
Art. 2.2.1. [1 Aucune déclaration des matières premières n'est requise pour les matériaux auxquels s'appliquent les conditions et critères relatifs aux sous-produits ou à la fin du statut de déchet fixés à l'échelle européenne et directement applicables.]1
  
Art. 2.2.2. [1 Een inrichting of onderneming die voldoet aan rechtstreeks toepasselijke Europees vastgestelde voorwaarden of criteria voor bijproducten of einde-afval, kan die op de markt brengen als ze is opgenomen in een register. De minister stelt nadere regels vast voor de vorm en de inhoud van het register en voor de registratieprocedure.
   Op eenvoudig verzoek van de OVAM of de toezichthouder toont de inrichting of onderneming in kwestie de conformiteit met de Europese eisen aan. Niet-conformiteit kan aanleiding geven tot schrapping uit het register. De minister kan vaststellen welke informatie beschikbaar moet zijn om de conformiteit te kunnen aantonen en stelt nadere regels vast voor de schrapping uit het register.]1

  
Art. 2.2.2. [1 Un établissement ou une entreprise qui remplit les conditions et critères relatifs aux sous-produits ou à la fin du statut de déchet fixés à l'échelle européenne et directement applicables peut les mettre sur le marché si elle est reprise dans un registre. Le ministre fixe les modalités quant à la forme et au contenu du registre et de la procédure d'enregistrement.
   Sur simple demande de l'OVAM ou du fonctionnaire surveillant, l'établissement ou l'entreprise en question démontre la conformité avec les exigences européennes. La non-conformité peut donner lieu à la radiation du registre. Le ministre peut déterminer les informations qui doivent être disponibles pour pouvoir démontrer la conformité et arrête les modalités de la radiation du registre.]1

  
Afdeling 2.3. - Specifieke criteria
Section 2.3. - Critères spécifiques
Onderafdeling 2.3.1. [1 - Algemene bepalingen voor specifieke criteria]1
Sous-section 2.3.1. [1 - Dispositions générales relatives aux critères spécifiques]1
Art. 2.3.1.1. [2 § 1.]2[1 Een materiaal mag alleen als grondstof worden beschouwd als het gebruik over het geheel genomen geen ongunstige effecten heeft op het milieu of de menselijke gezondheid.]1
  [2 § 2. De producent brengt de OVAM op de hoogte als hij beschikt over aanwijzingen of informatie dat het gebruik wel ongunstige effecten op het milieu of de menselijke gezondheid heeft. Hij beperkt zich hierbij tot de aanwezigheid van stoffen vermeld in de kandidaatslijst, autorisatielijst of restrictielijst van Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen, of stoffen vermeld in bijlage I van de Verordening (EU) 2019/1021 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende persistente organische verontreinigende stoffen.]2
  
Art. 2.3.1.1. [2 § 1.]2[1 Un matériau ne peut être considéré comme matière première que si l'utilisation n'aura pas d'incidences globales nocives pour l'environnement ou la santé humaine.]1
  [2 § 2. Le producteur informe l'OVAM s'il dispose d'indications ou d'informations selon lesquelles l'utilisation a des incidences nocives pour l'environnement ou la santé humaine. A cet égard, il se limite à la présence de substances mentionnées sur la liste des substances candidates, la liste d'autorisations ou la liste des restrictions du règlement (CE) no 1907/2006 du Parlement européen et du Conseil du 18 décembre 2006 concernant l'enregistrement, l'évaluation et l'autorisation des substances chimiques, ainsi que les restrictions applicables à ces substances, ou aux substances mentionnées dans l'annexe I du règlement (UE) 2019/1021 du Parlement européen et du Conseil du 20 juin 2019 concernant les polluants organiques persistants.]2
  
Art. 2.3.1.2. [1 Voor bepaalde materialen worden, waar nodig, specifieke criteria vastgesteld die minimaal vervuld moeten zijn opdat een bepaald materiaal kan worden beschouwd als een grondstof, bestemd voor een bepaald toepassingsgebied. Elk materiaal afzonderlijk voldoet aan die criteria.
  [2 ...]2]1

  
Art. 2.3.1.2. [1 Pour certains matériaux, des critères spécifiques qui doivent au minimum être remplis pour qu'un matériau déterminé puisse être considéré comme une matière première destinée à un champ d'application déterminé sont, au besoin, définis. Chaque matériau individuellement satisfait à ces critères.
  [2 ...]2.]1

  
Art. 2.3.1.3. [1 In de lijst met materialen, vermeld in bijlage 2.2, is aangegeven voor welke materialen een grondstofverklaring vereist is.
   Beoogde grondstoffen die bestemd zijn voor gebruik als meststof of bodemverbeterend middel, [2 of voor gebruik als bouwstof]2, en die niet vermeld worden in bijlage 2.2, kunnen pas als grondstof worden beschouwd als de OVAM een toelating heeft gegeven in de vorm van een grondstofverklaring.
   Het gebruik van een grondstof als bodem is niet toegelaten.
   Een grondstofverklaring wordt afgegeven volgens de procedure, vermeld in afdeling 2.4. Een grondstofverklaring kan worden afgegeven als voldaan is aan de toepasselijke specifieke criteria, vermeld in afdeling 2.3, en de toepassing over het geheel genomen geen ongunstige effecten op het milieu en de menselijke gezondheid heeft.
   Als een materiaal niet voldoet aan de toepasselijke specifieke criteria, vermeld in afdeling 2.3, kan ze alleen toegelaten worden als er vanuit milieuoogpunt valabele argumenten zijn en daarvoor een grondstofverklaring wordt verkregen.]1

  
Art. 2.3.1.3. [1 La liste des matériaux visée à l'annexe 2.2 indique les matériaux pour lesquels une déclaration des matières premières est requise.
   Les matières premières visées, destinées à être utilisées comme engrais ou amendement du sol[2 ou matériau de construction]2 et ne figurant pas à l'annexe 2.2, ne peuvent être considérées comme matière première que si l'OVAM a donné une autorisation sous la forme d'une déclaration des matières premières.
   L'utilisation d'une matière première comme sol n'est pas autorisée.
   Une déclaration des matières premières est délivrée suivant la procédure visée à la section 2.4. Une déclaration des matières premières peut être délivrée si les critères spécifiques applicables visés à la section 2.3 sont remplis et dans la mesure où l'application n'a pas d'incidences globales nocives pour l'environnement ou la santé humaine.
   Si un matériau ne remplit pas les critères spécifiques applicables visés à la section 2.3, il ne peut être autorisé que si des arguments valables d'un point de vue environnemental le justifient et qu'une déclaration des matières premières à cet effet est obtenue.]1

  
Art. 2.3.1.3 /1.[1 Materialen kunnen beschouwd worden als grondstoffen die bestemd zijn voor gebruik in bodemsaneringswerken [2 ...]2, als ze voldoen aan de voorwaarden van samenstelling of gebruik, vastgesteld in het conformiteitsattest van het bodemsaneringsproject, het beperkte bodemsaneringsproject [2 ...]2, afgegeven door de OVAM conform de bepalingen van het Bodemdecreet.]1
  
Art. 2.3.1.3 /1.[1 Des matériaux peuvent être considérés comme des matières premières destinées être utilisées dans des travaux d'assainissement du sol [2 ...]2 s'ils satisfont aux conditions de composition ou d'utilisation fixées dans l'attestation de conformité du projet d'assainissement du sol, du projet limité d'assainissement du sol [2 ...]2délivrée par l'OVAM conformément aux dispositions du décret relatif au sol.]1
  
Art. 2.3.1.3 /2.[1 § 1. De grondstoffenproducent of in afwijking daarvan, de persoon die in zijn naam optreedt, vermeld in artikel 2.4.2.1, is ervoor verantwoordelijk dat de verplichtingen, vermeld in dit hoofdstuk, nageleefd worden. Hij brengt elke afnemer van de grondstof op de hoogte van de gebruiksvoorwaarden, vermeld in afdeling 5.3, en van de specifieke criteria, vermeld in afdeling 2.3.
   Het is de verantwoordelijkheid van de grondstoffenproducent of de persoon die in zijn naam optreedt, om de toezichthouder [2 de eerstvolgende werkdag]2 op de hoogte te brengen, als hij over informatie beschikt waaruit kan worden besloten dat een partij materialen niet meer aan de bepalingen, vermeld in dit hoofdstuk, voldoet. In dat geval wordt die partij materialen beschouwd als afvalstof.
   § 2. De materialen, vermeld in artikel 2.3.1.3, die worden beschouwd als grondstoffen, worden minstens eenmaal per jaar bemonsterd en geanalyseerd door een erkend laboratorium in de discipline afvalstoffen en andere materialen als vermeld in artikel 6, 5°, e), van het VLAREL van 19 november 2010, tenzij anders is bepaald in de grondstofverklaring.
  [3 Behandeld zuiveringsslib dat wordt beschouwd als grondstof, wordt minstens zesmaandelijks bemonsterd en geanalyseerd door een erkend laboratorium in de discipline afvalstoffen en andere materialen als vermeld in artikel 6, 5°, e), van het VLAREL van 19 november 2010. Het zuiveringsslib moet worden bemonsterd na behandeling, maar vóór levering aan de gebruiker, en moet representatief zijn voor het geproduceerde zuiveringsslib. Met behoud van de parameters, vermeld in bijlage 2.3.1, die bij dit besluit is gevoegd, worden de volgende parameters geanalyseerd:
   1° zuurtegraad;
   2° organische stof;
   3° stikstof;
   4° difosforpentoxide.";
   2° in het bestaande tweede lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden "Het monster is" vervangen door de woorden "De monsters zijn]3

   Het monster is representatief voor de productie in een bepaald tijdsinterval. De conformiteit met de geldende criteria wordt verzekerd op basis van een representatieve bemonstering en analyse. Afhankelijk van de herkomst, de verontreinigingsgraad en aanwending kan de grondstoffenproducent of in afwijking daarvan, de persoon die in zijn naam optreedt, in overleg met de OVAM, de parameterlijst, vermeld in bijlage 2.3.1 en 2.3.2, beperken.
  [2 Voor de materialen, vermeld in artikel 2.3.1.3, die worden beschouwd als grondstoffen, geeft de grondstoffenproducent of, in afwijking daarvan, de persoon die in zijn naam optreedt, bij het plaatsen van de opdracht voor de monstername en analyse van de grondstof het nummer van de grondstofverklaring door aan het erkende laboratorium dat de bemonstering of analyse, of beide, van die materialen uitvoert, met de vraag om dat nummer in het monsternemingsverslag op te nemen.
   Het erkende laboratorium meldt binnen 3 werkdagen na de monstername de start van de analyse van de grondstofverklaring in het Labo Loket - Analyseresultaten van de OVAM. Bij die melding worden de volgende gegevens over de controle verplicht gemeld in het Labo Loket - Analyseresultaten:
   1А de identificatie van het erkende laboratorium dat de analyse van de materialen uitvoert, via het Labo-ID;
   2А het nummer van de grondstofverklaring;
   3А de datum van de monstername;
   4А de reden van de monstername via de referentielijst die beschikbaar is op de website van de OVAM;
   5А de identificatie van het erkende laboratorium dat de monstername heeft uitgevoerd, via het Labo-ID;
   6А het nummer van het monster;
   7А het monsternameverslag in pdf-formaat.
   Het Labo Loket - Analyseresultaten verstrekt vervolgens aan het erkende laboratorium een OVAM-opdrachtreferentie voor de aangemelde analyse van de materialen die worden beschouwd als grondstoffen.]2

   § 3. [2 De gegevens van de monstername en de analyse van het materiaal dat beschouwd wordt als een grondstof, worden bijgehouden op een elektronische drager met het oog op een eenvoudige gegevensuitwisseling tussen de erkende laboratoria en de OVAM. De minister bepaalt in een standaardprocedure de technische specificaties waaraan de gegevens van de monstername en de analyse moeten voldoen, en de technische specificaties van de uitwisseling van gegevens, zoals bepaald in dit artikel. Voor de materialen die beschouwd worden als grondstoffen, waarbij meer dan щщn erkend laboratorium analyses uitvoert in het kader van dezelfde analyse, is het erkende laboratorium dat door de opdrachthouder is aangeduid verantwoordelijk dat de resultaten worden gerapporteerd aan de OVAM.
   De erkende laboratoria die de resultaten van de analyses, vermeld in paragraaf 2, aan de OVAM rapporteren, bezorgen die analysegegevens met vermelding van de OVAM-opdrachtreferentie. Dat gebeurt op elektronische wijze onmiddellijk na de uitvoering van de analyse of onmiddellijk na de ontvangst van de analyseresultaten van de andere betrokken erkende laboratoria. De uitwisseling van de gegevens gebeurt volgens de specificaties die opgenomen zijn in de standaardprocedure.
   De grondstoffenproducent van metallurgische productieprocessen voor ferrometalen bezorgt aan de OVAM ook jaarlijks in pdf-formaat de analyseresultaten die de conformiteit met het ministerieel besluit, vermeld in artikel 2.3.6.1, Ї 2, aantonen.
   De analysegegevens die niet vallen onder de rapporteringsverplichtingen van deze paragraaf, worden door de grondstoffenproducent of de persoon die in zijn naam optreedt, gedurende vijf jaar ter beschikking gehouden van de toezichthouder en de OVAM.]2
.]1

  
Art. 2.3.1.3 /2.[1 § 1er. Le producteur de matières premières ou, par dérogation, la personne agissant en son nom au sens de l'article 2.4.2.1 est responsable du respect des obligations visées dans le présent chapitre. Il informe tout acheteur des matières premières des conditions d'utilisation visées à la section 5.3 et des critères spécifiques visés à la section 2.3.
   Il relève de la responsabilité du producteur de matières premières ou de la personne agissant en son nom d'informer le fonctionnaire surveillant [2 le premier jour ouvrable suivant]2 s'il dispose d'informations permettant de conclure qu'un lot de matériaux ne satisfait plus aux dispositions mentionnées dans le présent chapitre. Le cas échéant, ce lot de matériaux est considéré comme des déchets.
   § 2. Sauf stipulation contraire dans la déclaration des matières premières, les matériaux visés à l'article 2.2.3, qui sont considérés comme des matières premières, sont échantillonnés et analysés au moins une fois par an par un laboratoire agréé dans la discipline des déchets et autres matériaux, visé à l'article 6, 5°, e), du VLAREL du 19 novembre 2010.[2 ...]2
  [3 Les boues d'épuration traitées qui sont considérées comme matière première sont échantillonnées au moins tous les six mois et analysées par un laboratoire agréé dans la discipline des déchets et autres matériaux tel que visé à l'article 6, 5°, e), du VLAREL du 19 novembre 2010. Les boues d'épuration doivent être échantillonnées après traitement, mais avant livraison à l'utilisateur. Cet échantillonnage doit être représentatif des boues d'épuration produites. Sans préjudice des paramètres visés dans l'annexe 2.3.1, jointe au présent arrêté, les paramètres suivants sont analysés :
   1° degré d'acidité ;
   2° substance organique ;
   3° azote ;
   4° pentoxyde de diphosphore. " ;
   2° dans l'alinéa 2 existant, qui devient l'alinéa 3, les mots " L'échantillon est représentatif " sont remplacés par les mots " Les échantillons sont représentatifs]3

   L'échantillon est représentatif de la production dans un intervalle de temps déterminé. La conformité avec les critères en vigueur est garantie sur la base d'un échantillonnage et d'une analyse représentatifs. En fonction de l'origine, du taux de pollution et de l'utilisation, le producteur de matières premières ou, par dérogation, la personne agissant en son nom peut, en concertation avec l'OVAM, limiter la liste des paramètres, mentionnée aux annexes 2.3.1 et 2.3.2.
  [2 Pour les matériaux visés à l'article 2.3.1.3, qui sont considérés comme des matières premières, le producteur de matières premières ou, par dérogation, la personne agissant en son nom transmet, lors de la passation du marché pour l'échantillonnage et l'analyse de la matière première, le numéro de la déclaration de matière première au laboratoire agréé qui procède à l'échantillonnage ou à l'analyse, ou aux deux, de ces matériaux en lui demandant de reprendre ce numéro dans le rapport d'échantillonnage.
   Le laboratoire agréé notifie dans les 3 jours ouvrables suivant l'échantillonnage le début de l'analyse de la déclaration de matière première au Guichet Labo - Résultats d'analyse de l'OVAM. Lors de cette notification, les données suivantes relatives au contrôle sont obligatoirement communiquées au Guichet Labo - Résultats d'analyse :
   1° l'identification du laboratoire agréé qui effectue l'analyse des matériaux, via l'ID Labo ;
   2° le numéro de la déclaration de matière première ;
   3° la date de l'échantillonnage ;
   4° le motif de l'échantillonnage via la liste de références disponible sur le site web de l'OVAM ;
   5° l'identification du laboratoire agréé qui a effectué l'échantillonnage, via l'ID Labo ;
   6° le numéro de l'échantillon ;
   7° le rapport d'échantillonnage au format pdf.
   Le Guichet Labo - Résultats d'analyse fournit ensuite au laboratoire agréé une référence de marché OVAM pour l'analyse notifiée des matériaux qui sont considérés comme des matières premières.]2

   § 3.[2 Les données de l'échantillonnage et de l'analyse du matériau qui est considéré comme une matière première sont tenues à jour sur un support électronique en vue de simplifier l'échange de données entre les laboratoires agréés et l'OVAM. Le ministre établit dans une procédure standard les spécifications techniques auxquelles les données de l'échantillonnage et de l'analyse doivent satisfaire et les spécifications techniques de l'échange de données mentionné dans le présent article. En ce qui concerne les matériaux qui sont considérés comme des matières premières, pour lesquels plus d'un laboratoire agréé effectue des analyses dans le cadre de la même analyse, il incombe au laboratoire agréé qui a été désigné par le chargé de mission de veiller à ce que les résultats soient rapportés à l'OVAM.
   Les laboratoires agréés qui rapportent les résultats des analyses mentionnées dans le paragraphe 2 à l'OVAM transmettent ces données d'analyse en indiquant la référence de marché OVAM. Cela se fait par voie électronique immédiatement après l'exécution de l'analyse ou immédiatement après la réception des résultats d'analyse des autres laboratoires agréés concernés. L'échange des données s'effectue suivant les spécifications reprises dans la procédure standard.
   Le producteur de matières premières provenant de procédés de production métallurgique pour les métaux ferreux transmet également chaque année à l'OVAM, au format pdf, les résultats d'analyse attestant de la conformité avec l'arrêté ministériel au sens de l'article 2.3.6.1, § 2.
   Le producteur de matières premières ou la personne agissant en son nom tient les données d'analyse qui ne relèvent pas des obligations de rapport du présent paragraphe à la disposition de l'autorité de contrôle et de l'OVAM pendant cinq ans.]2
.]1

  
Art. 2_3.1.3/2.TOEKOMSTIG_RECHT.    [1 § 1. De grondstoffenproducent of in afwijking daarvan, de persoon die in zijn naam optreedt, vermeld in artikel 2.4.2.1, is ervoor verantwoordelijk dat de verplichtingen, vermeld in dit hoofdstuk, nageleefd worden. Hij brengt elke afnemer van de grondstof op de hoogte van de gebruiksvoorwaarden, vermeld in afdeling 5.3, en van de specifieke criteria, vermeld in afdeling 2.3.
   Het is de verantwoordelijkheid van de grondstoffenproducent of de persoon die in zijn naam optreedt, om de toezichthouder [3 de eerstvolgende werkdag]3 op de hoogte te brengen, als hij over informatie beschikt waaruit kan worden besloten dat een partij materialen niet meer aan de bepalingen, vermeld in dit hoofdstuk, voldoet. In dat geval wordt die partij materialen beschouwd als afvalstof.
   § 2. De materialen, vermeld in artikel 2.3.1.3, die worden beschouwd als grondstoffen, worden minstens eenmaal per jaar bemonsterd en geanalyseerd door een erkend laboratorium in de discipline afvalstoffen en andere materialen als vermeld in artikel 6, 5°, e), van het VLAREL van 19 november 2010, tenzij anders is bepaald in de grondstofverklaring. [2 [3 ...]3.]2
   Het monster is representatief voor de productie in een bepaald tijdsinterval. De conformiteit met de geldende criteria wordt verzekerd op basis van een representatieve bemonstering en analyse. Afhankelijk van de herkomst, de verontreinigingsgraad en aanwending kan de grondstoffenproducent of in afwijking daarvan, de persoon die in zijn naam optreedt, in overleg met de OVAM, de parameterlijst, vermeld in bijlage 2.3.1 en 2.3.2, beperken.
  [3 Voor de materialen, vermeld in artikel 2.3.1.3, die worden beschouwd als grondstoffen, geeft de grondstoffenproducent of, in afwijking daarvan, de persoon die in zijn naam optreedt, bij het plaatsen van de opdracht voor de monstername en analyse van de grondstof het nummer van de grondstofverklaring door aan het erkende laboratorium dat de bemonstering of analyse, of beide, van die materialen uitvoert, met de vraag om dat nummer in het monsternemingsverslag op te nemen.
   Het erkende laboratorium meldt binnen 3 werkdagen na de monstername de start van de analyse van de grondstofverklaring in het Labo Loket - Analyseresultaten van de OVAM. Bij die melding worden de volgende gegevens over de controle verplicht gemeld in het Labo Loket - Analyseresultaten:
   1А de identificatie van het erkende laboratorium dat de analyse van de materialen uitvoert, via het Labo-ID;
   2А het nummer van de grondstofverklaring;
   3А de datum van de monstername;
   4А de reden van de monstername via de referentielijst die beschikbaar is op de website van de OVAM;
   5А de identificatie van het erkende laboratorium dat de monstername heeft uitgevoerd, via het Labo-ID;
   6А het nummer van het monster;
   7А het monsternameverslag in pdf-formaat.
   Het Labo Loket - Analyseresultaten verstrekt vervolgens aan het erkende laboratorium een OVAM-opdrachtreferentie voor de aangemelde analyse van de materialen die worden beschouwd als grondstoffen.]3

   § 3. [2 [3 De gegevens van de monstername en de analyse van het materiaal dat beschouwd wordt als een grondstof, worden bijgehouden op een elektronische drager met het oog op een eenvoudige gegevensuitwisseling tussen de erkende laboratoria en de OVAM. De minister bepaalt in een standaardprocedure de technische specificaties waaraan de gegevens van de monstername en de analyse moeten voldoen, en de technische specificaties van de uitwisseling van gegevens, zoals bepaald in dit artikel. Voor de materialen die beschouwd worden als grondstoffen, waarbij meer dan щщn erkend laboratorium analyses uitvoert in het kader van dezelfde analyse, is het erkende laboratorium dat door de opdrachthouder is aangeduid verantwoordelijk dat de resultaten worden gerapporteerd aan de OVAM.
   De erkende laboratoria die de resultaten van de analyses, vermeld in paragraaf 2, aan de OVAM rapporteren, bezorgen die analysegegevens met vermelding van de OVAM-opdrachtreferentie. Dat gebeurt op elektronische wijze onmiddellijk na de uitvoering van de analyse of onmiddellijk na de ontvangst van de analyseresultaten van de andere betrokken erkende laboratoria. De uitwisseling van de gegevens gebeurt volgens de specificaties die opgenomen zijn in de standaardprocedure.
   De grondstoffenproducent van metallurgische productieprocessen voor ferrometalen bezorgt aan de OVAM ook jaarlijks in pdf-formaat de analyseresultaten die de conformiteit met het ministerieel besluit, vermeld in artikel 2.3.6.1, Ї 2, aantonen.
   De analysegegevens die niet vallen onder de rapporteringsverplichtingen van deze paragraaf, worden door de grondstoffenproducent of de persoon die in zijn naam optreedt, gedurende vijf jaar ter beschikking gehouden van de toezichthouder en de OVAM.]3
.]2
]1
Art. 2_3.1.3/2.DROIT_FUTUR.    [1 § 1er. Le producteur de matières premières ou, par dérogation, la personne agissant en son nom au sens de l'article 2.4.2.1 est responsable du respect des obligations visées dans le présent chapitre. Il informe tout acheteur des matières premières des conditions d'utilisation visées à la section 5.3 et des critères spécifiques visés à la section 2.3.
   Il relève de la responsabilité du producteur de matières premières ou de la personne agissant en son nom d'informer le fonctionnaire surveillant [3 le premier jour ouvrable suivant]3 s'il dispose d'informations permettant de conclure qu'un lot de matériaux ne satisfait plus aux dispositions mentionnées dans le présent chapitre. Le cas échéant, ce lot de matériaux est considéré comme des déchets.
   § 2. Sauf stipulation contraire dans la déclaration des matières premières, les matériaux visés à l'article 2.2.3, qui sont considérés comme des matières premières, sont échantillonnés et analysés au moins une fois par an par un laboratoire agréé dans la discipline des déchets et autres matériaux, visé à l'article 6, 5°, e), du VLAREL du 19 novembre 2010. [2 [3 ...]3]2
   L'échantillon est représentatif de la production dans un intervalle de temps déterminé. La conformité avec les critères en vigueur est garantie sur la base d'un échantillonnage et d'une analyse représentatifs. En fonction de l'origine, du taux de pollution et de l'utilisation, le producteur de matières premières ou, par dérogation, la personne agissant en son nom peut, en concertation avec l'OVAM, limiter la liste des paramètres, mentionnée aux annexes 2.3.1 et 2.3.2.
  [3 Pour les matériaux visés à l'article 2.3.1.3, qui sont considérés comme des matières premières, le producteur de matières premières ou, par dérogation, la personne agissant en son nom transmet, lors de la passation du marché pour l'échantillonnage et l'analyse de la matière première, le numéro de la déclaration de matière première au laboratoire agréé qui procède à l'échantillonnage ou à l'analyse, ou aux deux, de ces matériaux en lui demandant de reprendre ce numéro dans le rapport d'échantillonnage.
   Le laboratoire agréé notifie dans les 3 jours ouvrables suivant l'échantillonnage le début de l'analyse de la déclaration de matière première au Guichet Labo - Résultats d'analyse de l'OVAM. Lors de cette notification, les données suivantes relatives au contrôle sont obligatoirement communiquées au Guichet Labo - Résultats d'analyse :
   1° l'identification du laboratoire agréé qui effectue l'analyse des matériaux, via l'ID Labo ;
   2° le numéro de la déclaration de matière première ;
   3° la date de l'échantillonnage ;
   4° le motif de l'échantillonnage via la liste de références disponible sur le site web de l'OVAM ;
   5° l'identification du laboratoire agréé qui a effectué l'échantillonnage, via l'ID Labo ;
   6° le numéro de l'échantillon ;
   7° le rapport d'échantillonnage au format pdf.
   Le Guichet Labo - Résultats d'analyse fournit ensuite au laboratoire agréé une référence de marché OVAM pour l'analyse notifiée des matériaux qui sont considérés comme des matières premières. ]3

   § 3. [2 [3 Les données de l'échantillonnage et de l'analyse du matériau qui est considéré comme une matière première sont tenues à jour sur un support électronique en vue de simplifier l'échange de données entre les laboratoires agréés et l'OVAM. Le ministre établit dans une procédure standard les spécifications techniques auxquelles les données de l'échantillonnage et de l'analyse doivent satisfaire et les spécifications techniques de l'échange de données mentionné dans le présent article. En ce qui concerne les matériaux qui sont considérés comme des matières premières, pour lesquels plus d'un laboratoire agréé effectue des analyses dans le cadre de la même analyse, il incombe au laboratoire agréé qui a été désigné par le chargé de mission de veiller à ce que les résultats soient rapportés à l'OVAM.
   Les laboratoires agréés qui rapportent les résultats des analyses mentionnées dans le paragraphe 2 à l'OVAM transmettent ces données d'analyse en indiquant la référence de marché OVAM. Cela se fait par voie électronique immédiatement après l'exécution de l'analyse ou immédiatement après la réception des résultats d'analyse des autres laboratoires agréés concernés. L'échange des données s'effectue suivant les spécifications reprises dans la procédure standard.
   Le producteur de matières premières provenant de procédés de production métallurgique pour les métaux ferreux transmet également chaque année à l'OVAM, au format pdf, les résultats d'analyse attestant de la conformité avec l'arrêté ministériel au sens de l'article 2.3.6.1, § 2.
   Le producteur de matières premières ou la personne agissant en son nom tient les données d'analyse qui ne relèvent pas des obligations de rapport du présent paragraphe à la disposition de l'autorité de contrôle et de l'OVAM pendant cinq ans.]3
.]2
]1
2.3.1.4. [1 Met behoud van de toepassing van de bepalingen over het kwaliteitsborgingssysteem uit onderafdeling 2.5.1 levert de producent een bewijs dat de interne bedrijfsvoering de kwaliteit van de beoogde grondstof en de representativiteit van de analyse garandeert. Dit bewijs bevat relevante elementen in de bedrijfsvoering en bestaat onder meer uit een beschrijving van:
Art. 2_3.1.4.DROIT_FUTUR. [1 Sans préjudice de l'application des dispositions relatives au système d'assurance de la qualité de la sous-section 2.5.1, le producteur apporte la preuve que les activités internes garantissent la qualité de la matière première visée et la représentativité de l'analyse. Cette preuve contient des éléments pertinents des activités et comprend notamment une description :
Onderafdeling 2.3.2. - Criteria voor grondstoffen, bestemd voor gebruik als bouwstof
Sous-section 2.3.2. - Critères pour les matières premières destinées à une utilisation comme matériau de construction
Art. 2.3.2.1. § 1. Rekening houdend met de geldende voorwaarden voor [5 het gebruik van]5 bouwstoffen moeten de volgende criteria voor de samenstelling minimaal zijn vervuld om de [6 beoogde grondstoffen]6 te beschouwen als grondstoffen die bestemd zijn voor gebruik als bouwstof :
  1° de maximale totaalconcentraties aan organische verbindingen, vermeld in [3 bijlage VI van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming]3, worden niet overschreden;
  2° [7 de maximale totaalconcentraties aan metalen, vermeld in bijlage VI van het VLAREBO-besluit van 14 december 2007, zijn dwingende waarden voor het onvermengd gebruik als niet-vormgegeven bouwstof en voor het vermengd gebruik in niet-vormgegeven bouwstof met druksterkte van minder dan 6,0 N/mm2;]7;
  3° [7 de maximale uitloogbaarheidswaarden van de metalen arseen, cadmium, chroom, koper, kwik, lood, nikkel en zink, vermeld in bijlage 2.3.2.B, worden niet overschreden bij het beoogde gebruik in of als bouwstof. De uitloogbaarheidswaarden van barium, bromide, chloride, fluoride en sulfaat, vermeld in bijlage 2.3.2.B, zijn richtwaarden.
   In de as van afvalverbranding en de slakken van metallurgie worden bij het beoogde gebruik in of als bouwstof de maximale uitloogbaarheidswaarden van de metalen antimoon, molybdeen, vanadium, kobalt, seleen en tin, vermeld in bijlage 2.3.2.B, niet overschreden;]7
;
  4° [8 ...]8;
  5° het berekende totaalgehalte aan asbestvezels bedraagt maximaal 100 mg/kg droge stof;
  [2 6° de maximale gehalten aan fysische verontreinigingen zijn voor vlottende verontreinigingen 5,0 cmü/kg droge stof, voor niet-vlottende verontreinigingen 1,0% (massa/massa) en voor glas 2,0% (massa/massa).]2
  [9 7° de gerecycleerde granulaten en fysico-chemisch behandelde gerecycleerde granulaten zijn vrijgesteld van de dwingende waarde voor de totaalconcentratie aan metalen. Als voor elk zwaar metaal de totaalconcentratie lager is dan de waarde voor vrij gebruik van uitgegraven bodem, vermeld in bijlage V van het VLAREBO, zijn gerecycleerde granulaten en fysico-chemisch behandelde granulaten vrijgesteld van de bepaling van de uitloging van zware metalen.]9
  [10 § 1/1. De producent van de beoogde grondstof die de dwingende waarde voor totaalconcentratie aan zware metalen of de dwingende waarde voor uitloogbaarheid aan zware metalen overschrijdt, laat onderzoek uitvoeren naar de reinigbaarheid inclusief een tweede mening door een onafhankelijke kennisinstelling. Reinigbaar betekent dat voldaan wordt aan de dwingende waarden voor totaalconcentratie en voor uitloogbaarheid van zware metalen, vermeld in paragraaf 1, en de massa van het gereinigde materiaal minstens 60% bedraagt van de massa van het inputmateriaal. De tweede mening van de onafhankelijke kennisinstelling omvat de beoordeling van het onderzoek en het eigen advies. Het onderzoek naar reinigbaarheid en de tweede mening van de onafhankelijke kennisinstelling worden toegevoegd in de aanvraag voor grondstofverklaring.
   Als de beoogde grondstof reinigbaar is, moet ze eerst gereinigd worden om het statuut grondstof te verkrijgen. De niet-gereinigde beoogde grondstof komt niet in aanmerking voor de verwerking tot een vormgegeven bouwstof. Het contract tussen de producent en de reinigingsfirma wordt toegevoegd in de aanvraag voor de grondstofverklaring.
   Als de beoogde grondstof niet reinigbaar is, kan ze verwerkt worden volgens een specifieke receptuur tot een niet-vormgegeven bouwstof met druksterkte van minstens 6,0 N/mm2 of tot een vormgegeven bouwstof. De receptuur wordt bij de aanvraag van de grondstofverklaring gevoegd. Bij het beoogde gebruik wordt voldaan aan de uitloogbaarheidswaarden, vermeld in paragraaf 1, 3А.
   Het uitvoeren van een onderzoek naar reinigbaarheid is niet nodig voor slakken van de metallurgie, gerecycleerde granulaten en fysico-chemisch behandelde gerecycleerde granulaten.
   De minister kan de minimale onderdelen van het onderzoek naar reinigbaarheid bepalen.]10

  § 2. [2 [4 In afwijking van paragraaf 1 hoeven de materialen, vermeld in bijlage 2.2, afdeling 2, meer bepaald asfaltgranulaat, gerecycleerde bitumineuze granulaten en zeefzand van asfalt, niet te voldoen aan de totaalconcentratie voor de parameter minerale olie en gelden voor de polycyclische aromatische koolwaterstoffen de totaalconcentraties, vermeld in bijlage 2.3.2.A.
   Om vast te stellen of voldaan wordt aan voormelde totaalconcentraties, wordt de pak-spraytest gebruikt. Als de pak-spraytest een gele verkleuring vertoont, wordt geacht dat er niet voldaan is aan de voormelde normen. Bij een onduidelijke verkleuring kan een bevestigingsproef met infraroodspectroscopie worden uitgevoerd. Als de infraroodspectroscopie duidelijke pieken vertoont, wordt geacht dat er niet voldaan is aan voormelde normen. Er mag kwalitatief getest worden met infraroodspectroscopie zonder voorafgaande pak-spraytest. Bij twijfel bepaalt een tegenproef met een chemische analyse op pak via GC-MS of de normen in bijlage 2.3.2.A niet zijn overschreden. Het eenheidsreglement voor gerecycleerde granulaten vermeldt de proefmethode en de conformiteitscontrole van de pak-spraytest]4
]2

  [2 § 3. [11 ...]11.]2
  
Art. 2.3.2.1. § 1. Tout en tenant compte des conditions en vigueur pour [5 l'utilisation de ]5 matériaux de construction, les critères suivants de composition doivent au minimum être respectés pour considérer [6 matières premières visées]6 comme matières premières secondaires destinées à une utilisation comme matériau de construction :
  1° les concentrations totales maximales en composés organiques, mentionnées en [3 annexe VI de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2007 fixant le règlement flamand relatif à l'assainissement du sol et à la protection du sol]3 ne sont pas dépassées;
  2° [7 les concentrations totales maximales en métaux, mentionnées dans l'annexe VI de l'arrêté VLAREBO du 14 décembre 2007, sont des valeurs contraignantes pour l'utilisation à l'état pur comme matériau de construction non façonné et pour l'utilisation en mélange dans un matériau de construction non façonné d'une résistance à la compression inférieure à 6,0 N/mm2]7;
  3° [7 les valeurs maximales de lixiviabilité des métaux arsenic, cadmium, chrome, cuivre, mercure, plomb, nickel et zinc, mentionnées dans l'annexe 2.3.2.B, ne sont pas dépassées lors de l'utilisation visée en ou comme matériau de construction. Les valeurs de lixiviabilité du baryum, du bromure, du chlorure, du fluorure et du sulfate, mentionnées dans l'annexe 2.3.2.B, sont des valeurs guides.
   Dans les cendres d'incinération des déchets et les laitiers de métallurgie, les valeurs maximales de lixiviabilité des métaux antimoine, molybdène, vanadium, cobalt, sélénium et étain, mentionnées dans l'annexe 2.3.2.B, ne sont pas dépassées lors de l'utilisation visée en ou comme matériau de construction]7
;
  4° [8 ...]8;
  5° la teneur totale calculée en fibres d'amiante s'élève à maximum 100 mg/kg de matière sèche.
  [2 6° les taux maximaux de pollutions physiques s'élèvent à 5,0 cmü/kg de matière sèche pour les pollutions flottantes et à 1,0% (masse/masse) pour les pollutions non-flottantes et à 2,0% pour le verre (masse/masse).]2
  [9 7° les granulats recyclés et les granulats recyclés soumis à un traitement physico-chimique sont exemptés de la valeur contraignante pour la concentration totale en métaux. Si, pour chaque métal lourd, la concentration totale est inférieure à la valeur pour la libre utilisation des terres excavées, mentionnée dans l'annexe V du VLAREBO, les granulats recyclés et les granulats soumis à un traitement physico-chimique sont exemptés de la détermination de la lixiviation des métaux lourds. ]9
  [10 § 1er/1. Le producteur de la matière première visée qui dépasse la valeur contraignante pour la concentration totale en métaux lourds ou la valeur contraignante pour la lixiviabilité des métaux lourds fait réaliser une étude sur l'aptitude au nettoyage, y compris un deuxième avis, par un institut de connaissances indépendant. L'aptitude au nettoyage signifie qu'il est satisfait aux valeurs contraignantes pour la concentration totale et pour la lixiviabilité des métaux lourds mentionnées dans le paragraphe 1er et que la masse de matière nettoyée s'élève à 60 % au moins de la masse de matière entrante. Le deuxième avis de l'institut de connaissances indépendant englobe l'évaluation de l'étude et son propre avis. L'étude sur l'aptitude au nettoyage et le deuxième avis de l'institut de connaissances indépendant sont joints à la demande de déclaration de matière première.
   Si la matière première visée est apte au nettoyage, elle doit d'abord être nettoyée pour obtenir le statut de matière première. La matière première visée non nettoyée n'est pas éligible à la transformation en un matériau de construction façonné. Le contrat entre le producteur et l'entreprise de nettoyage est joint à la demande de déclaration de matière première.
   Si la matière première visée n'est pas apte au nettoyage, elle peut être transformée suivant une recette spécifique en un matériau de construction non façonné d'une résistance à la compression d'au moins 6,0 N/mm2 ou en un matériau de construction façonné. La recette est jointe à la demande de déclaration de matière première. Lors de l'utilisation visée, il est satisfait aux valeurs de lixiviabilité visées dans le paragraphe 1er, 3°.
   La réalisation d'une étude sur l'aptitude au nettoyage n'est pas nécessaire pour les laitiers de métallurgie, les granulats recyclés et les granulats recyclés soumis à un traitement physico-chimique.
   Le ministre peut déterminer les éléments minimum de l'étude sur l'aptitude au nettoyage.]10

  § 2. [1 [2 [4 Par dérogation au paragraphe 1er, les matériaux visés à l'annexe 2.2, section 2, en particulier le granulat d'asphalte, les granulats bitumineux recyclés et le sable tamisé d'asphalte, ne doivent pas satisfaire à la concentration totale pour le paramètre des huiles minérales et en ce qui concerne les hydrocarbures aromatiques polycycliques, les concentrations totales visées à l'annexe 2.3.2.A s'appliquent.
   Pour établir s'il est satisfait aux concentrations totales précitées, le test HAP-spray est utilisé. Si le test HAP-spray révèle une décoloration jaune, on considère qu'il n'a pas été satisfait aux normes précitées. En cas de coloration imprécise, un test de confirmation peut être réalisé par spectroscopie infrarouge. Si la spectroscopie infrarouge montre des pics nets, on considère qu'il n'a pas été satisfait aux normes précitées. Des tests qualitatifs peuvent être effectués par spectroscopie infrarouge sans test HAP-spray préalable. En cas de doute, un contre-essai consistant en une analyse chimique par GC-MS des HAP déterminera si les normes définies à l'annexe 2.3.2.A n'ont pas été dépassées. Le règlement unique sur les granulats recyclés mentionne la méthode d'essai et le contrôle de conformité du test HAP-spray.]4

  § 3. [11 ...]1
1.]2]1
  
Art. 2.3.2.2. De OVAM stelt een globaal beheersysteem voor gerecycleerde granulaten vast. Dat beheersysteem bevat minstens een door de minister goed te keuren eenheidsreglement dat de voorwaarden en de procedure voor de keuring van gerecycleerde granulaten regelt.
  De gerecycleerde granulaten die als grondstof worden ingezet, moeten voldoen aan de bepalingen van het eenheidsreglement. [1 Het eenheidsreglement voor gerecycleerde granulaten wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.]1
  [1 [4 Sorteerinrichtingen waarvan het uitgesorteerde puin na verdere bewerking bij een breker wordt afgezet als gerecycleerd granulaat, beschikken over een kwaliteitsborgingssysteem als vermeld in het eenheidsreglement gerecycleerde granulaten.]4]1
  De parameterlijsten uit de bijlagen, vermeld in artikel 2.3.2.1, kunnen beperkt worden tot een lijst als vermeld in het eenheidsreglement.
  
Art. 2.3.2.2. L'OVAM arrête un plan de gestion globale pour les granulats recyclés. Ce système de gestion contient au moins un règlement unique approuvé par le ministre flamand qui règle les conditions et la procédure pour la certification des granulats recyclés.
  Les granulats recyclés qui sont utilisés comme matières premières secondaires doivent satisfaire aux dispositions du règlement unique. [1 Le règlement unique pour granulats recyclés est publié par extrait au Moniteur belge.]1
  [4 Les établissements de triage dont les débris triés sont vendus, après avoir subi une nouvelle transformation, à une entreprise de concassage comme granulat recyclé possèdent un système de garantie de qualité tel que visé dans le règlement unique sur les granulats recyclés.]4
  Les listes de paramètres des annexes mentionnés à l'article 2.3.2.1.peuvent être limitées à une liste, telle qu'elle est indiquée dans le règlement unique
  
Onderafdeling 2.3.3. [1 - Criteria voor gebruik als meststof of bodemverbeterend middel]1
Sous-section 2.3.3. [1 - Critères d'utilisation comme engrais ou amendement du sol]1
Art. 2.3.3.1. [1 De materialen, vermeld in bijlage 2.2, afdeling 1, kunnen worden beschouwd als grondstoffen, bestemd voor gebruik als meststof of bodemverbeterend middel, als de voorwaarden van samenstelling, namelijk de maximale gehalten aan verontreinigende stoffen, vervuld zijn. De samenstellingsvoorwaarden voor grondstoffen die 2% of meer dan 2% droge stof bevatten, zijn vermeld in bijlage 2.3.1.A. De samenstellingsvoorwaarden voor grondstoffen die minder dan 2% droge stof bevatten, zijn vermeld in bijlage 2.3.1.B.]1
  
Art. 2.3.3.1. [1 Les matériaux visés à l'annexe 2.2, section 1re, peuvent être considérés comme matières premières destinées à être utilisées comme engrais ou amendement du sol si les conditions de composition, à savoir les teneurs maximales en contaminants, sont remplies. Les conditions de composition des matières premières qui contiennent 2 % ou plus de 2 % de matière sèche sont stipulées à l'annexe 2.3.1.A. Les conditions de composition des matières premières qui contiennent moins de 2 % de matière sèche sont stipulées à l'annexe 2.3.1.B.]1
  
Art. 2.3.3.2. [1 De behandeling, bemonstering en analyse [2 , bemonstering en analyse van behandeld]2 behandeld zuiveringsslib [2 wordt]2 uitgevoerd volgens de bepalingen, vermeld in bijlage 2.3.1.D.]1
  
Art. 2.3.3.2. [1 Le traitement[2 ...]2 des boues d'épuration [2 est effectué]2 selon les dispositions visées à l'annexe 2.3.1.D.]1
  
Art. 2.3.3.3. [1 § 1. [2 Gft-compost, groencompost, boerderijcompost geproduceerd in een samenwerkingsverband zoals omschreven in artikel 3, Ї 5,3А van het Mestdecreet en eindmateriaal van de biologische behandeling van organisch-biologische afvalstoffen, worden geproduceerd in een vergunde inrichting voor de biologische verwerking van organisch-biologische afvalstoffen die beschikt over een keuringsattest]2.
   § 2. De biologische verwerking van organisch-biologische afvalstoffen is onderworpen aan het kwaliteitsgarantiesysteem Meststoffen-Bodemverbeterende Middelen. Het kwaliteitsgarantiesysteem heeft tot doel te garanderen dat afvalstoffen worden omgezet in kwalitatief hoogwaardige eindmaterialen voor nuttige toepassing. Het kwaliteitsgarantiesysteem wordt beheerd door de OVAM. De minister stelt het kwaliteitsgarantiesysteem vast.
   § 3. De inrichtingen voor de biologische verwerking van organisch-biologische afvalstoffen met het oog op de productie van bodemverbeterende middelen of meststoffen vergoeden de OVAM voor de ontwikkeling en het beheer van het kwaliteitsgarantiesysteem. De minister kan bindende voorschriften vaststellen voor de berekening van de vergoeding. Ze worden opgesteld in overleg met de betrokken partners.
   § 4. Het keuringsattest, vermeld in paragraaf 1, wordt afgegeven door een certificeringsinstelling overeenkomstig het kwaliteitsgarantiesysteem Meststoffen-Bodemverbeterende Middelen. Een certificeringsinstelling wordt erkend door de minister, na advies van de OVAM. De procedure is opgenomen in het Algemeen Reglement van de Certificering.
   § 5. De certificeringsinstellingen voeren de certificeringsactiviteiten op het terrein uit zoals beschreven in het kwaliteitsgarantiesysteem Meststoffen-Bodemverbeterende Middelen. Hun taken zijn:
   1° de uitvoering en opvolging van monsternemingen, analyses en audits conform het Algemeen Reglement van de Certificering;
   2° het verlenen, schorsen of intrekken van keuringsattesten conform het Algemeen Reglement van de Certificering;
   3° de rapportering aan de OVAM, onder meer door:
   a) een maandelijks overzicht van de verleende, geschorste of ingetrokken keuringsattesten;
   b) verslagen van audits en actieplannen die opgelegd zijn naar aanleiding van non-conformiteiten bij vergunde inrichtingen voor het verwerken van organisch-biologische afvalstoffen, om hun keuringsattest te verkrijgen of te behouden;
   c) jaarlijkse rapportering over de certificeringsactiviteiten.
   § 6. Het Algemeen Reglement van de Certificering wordt goedgekeurd bij ministerieel besluit en wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Het bestaat uit een organisatorisch deel waarin voorwaarden voor de certificeringsinstellingen zijn opgenomen en uit een uitvoerend deel met voorwaarden voor de inrichtingen voor de biologische verwerking van organisch-biologische afvalstoffen.
   § 7. De OVAM houdt als onafhankelijk toezichtsorgaan toezicht op het kwaliteitsgarantiesysteem Meststoffen-Bodemverbeterende Middelen.
   De OVAM voert onder meer de volgende taken uit:
   1° toezicht houden op het Algemeen Reglement van de Certificering en op het kwaliteitsgarantiesysteem;
   2° behandelen van de beroepen tegen beslissingen over de verlening, schorsing of intrekking van de keuringsattesten.]1

  
Art. 2.3.3.3. [1 [2 § 1er. Le compost LFJ, le compost vert, le compost fermier produit dans une structure de coopération tel que défini à l'article 3, § 5, 3°, du décret sur les Engrais et le matériau final du traitement biologique de déchets organo-biologiques sont produits dans un établissement autorisé de traitement biologique de déchets organo-biologiques qui dispose d'une attestation de contrôle.]2.
   § 2. Le traitement biologique de déchets organo-biologiques est soumis au système de garantie de qualité Engrais-Amendements du sol. Le système de garantie de qualité a pour but de garantir la transformation de déchets en matériaux finaux de haute qualité pour valorisation. Le système de garantie de qualité est géré par l'OVAM. Le ministre arrête le système de garantie de qualité.
   § 3. Les établissements de traitement biologique de déchets organo-biologiques en vue de la production d'amendements du sol ou d'engrais rétribuent l'OVAM pour le développement et la gestion du système de garantie de qualité. Le ministre peut fixer des règles contraignantes pour le calcul de la rétribution. Elles sont établies en concertation avec les partenaires concernés.
   § 4. L'attestation de contrôle visée au paragraphe 1er est délivrée par un organisme de certification conformément au système de garantie de qualité Engrais-Amendements du sol. Un organisme de certification est agréé par le ministre, sur avis de l'OVAM. La procédure est reprise dans le Règlement général de la Certification.
   § 5. Les organismes de certification exercent les activités de certification sur le terrain comme décrit dans le système de garantie de qualité Engrais-Amendements du sol. Leurs tâches sont les suivantes :
   1° exécution et suivi des échantillonnages, analyses et audits conformément au Règlement général de la Certification ;
   2° octroi, suspension ou retrait d'attestations de contrôle conformément au Règlement général de la Certification ;
   3° rapport à l'OVAM, notamment par :
   a) un relevé mensuel des attestations de contrôle délivrées, suspendues ou retirées ;
   b) des rapports d'audits et des plans d'action imposés suite à des non-conformités auprès des établissements autorisés de traitement de déchets organo-biologiques en vue d'obtenir ou de maintenir leur attestation de contrôle ;
   c) un rapport annuel sur les activités de certification.
   § 6. Le Règlement général de la Certification est approuvé par arrêté ministériel et publié par extrait au Moniteur belge. Il comporte un volet organisationnel reprenant les conditions pour les organismes de certification et un volet exécutif contenant les conditions pour les établissements de traitement biologique de déchets organo-biologiques.
   § 7. En tant qu'organe de contrôle indépendant, l'OVAM contrôle le système de garantie de qualité Engrais-Amendements du sol.
   L'OVAM accomplit notamment les tâches suivantes :
   1° le contrôle du Règlement général de la Certification et du système de garantie de qualité ;
   2° le traitement des recours contre des décisions d'octroi, de suspension ou de retrait des attestations de contrôle.]1

  
Art. 2.3.3.4. [1 Producenten van de volgende afvalstoffen maken een informatiefiche op:
   1А organisch-biologische afvalstoffen die door biologische verwerking worden omgevormd tot bodemverbeterende middelen of meststoffen, met uitzondering van:
   a) gft-afval;
   b) groenafval;
   c) andere afvalstoffen die zijn ingedeeld in risicoklasse 1 van het Algemeen Reglement van de Certificering, vermeld in artikel 2.3.3.3, Ї 6;
   d) bedrijfseigen organisch-biologische afvalstoffen die op het bedrijf zelf door middel van biologische verwerking worden omgevormd tot bodemverbeterende middelen of meststoffen;
   2А materialen die rechtstreeks worden aangewend als bodemverbeterende middelen of meststoffen, waarvoor een grondstofverklaring vereist is overeenkomstig de bepalingen van artikel 2.3.1.3 of bijlage 2.2.
   De informatiefiche voor de afvalstoffen wordt herzien:
   1А overeenkomstig de frequentie, vermeld in het Algemeen Reglement van de Certificering, vermeld in artikel 2.3.3.3, Ї 6;
   2А minstens zesmaandelijks.
   De minister bepaalt de minimale onderdelen van de informatiefiche.
   Afvalstoffen waarvoor de opmaak van een informatiefiche verplicht is overeenkomstig 1А, mogen enkel worden aanvaard bij biologische verwerking met het oog op de omvorming tot bodemverbeterende middelen of meststoffen, wanneer de verwerker voorafgaand aan de levering beschikt over een informatiefiche die op het moment van de levering van de afvalstof niet ouder dan 6 maanden is.
   Afvalstoffen waarvoor de opmaak van een informatiefiche verplicht is overeenkomstig 2А, mogen enkel worden toegepast wanneer de gebruiker voorafgaand bij de toepassing beschikt over een informatiefiche die op het moment van de levering van de afvalstof niet ouder dan 6 maanden is.]1

  [2 Een organisch-biologische afvalstof die conform het eerste lid over een informatiefiche moet beschikken, en waarvan de producent weet of redelijkerwijs kan aannemen dat ze verontreinigende stoffen bevat die niet vermeld zijn in bijlage 2.3.1, kan worden omgevormd tot, of aangewend worden als, bodemverbeterend middel of meststof, op voorwaarde dat ze bij het gebruik, al dan niet voorafgegaan door omvorming, geen ongunstige effecten op het milieu of de menselijke gezondheid heeft. De effecten op het milieu of de menselijke gezondheid worden beoordeeld conform een code van goede praktijk die op voorstel van de OVAM wordt vastgesteld door de minister.]2
  
Art. 2.3.3.4. [1 Les producteurs des déchets suivants établissent une fiche d'information :
   1° les déchets organo-biologiques qui sont transformés par traitement biologique en amendements du sol ou engrais, à l'exception :
   a) des déchets LFJ ;
   b) des déchets verts ;
   c) d'autres déchets classés dans la classe de risque 1 du Règlement général de la Certification visé à l'article 2.3.3.3, § 6 ;
   d) des déchets organo-biologiques propres à l'exploitation qui sont transformés au sein même de l'exploitation par traitement biologique en amendements du sol ou engrais ;
   2° les matériaux utilisés directement comme amendements du sol ou engrais, pour lesquels une déclaration de matière première est requise conformément aux dispositions de l'article 2.3.1.3 ou de l'annexe 2.2.
   La fiche d'information pour les déchets est revue :
   1° selon la fréquence mentionnée dans le Règlement général de la Certification visé à l'article 2.3.3.3, § 6 ;
   2° au moins tous les six mois.
   Le ministre détermine les éléments minimum de la fiche d'information.
   Les déchets pour lesquels l'établissement d'une fiche d'information est obligatoire conformément au point 1° ne peuvent être admis, en cas de traitement biologique en vue de la transformation en amendements du sol ou engrais, que lorsque le centre de traitement dispose, préalablement à la livraison, d'une fiche d'information datant de moins de 6 mois au moment de la livraison des déchets.
   Les déchets pour lesquels l'établissement d'une fiche d'information est obligatoire conformément au point 2° ne peuvent être appliqués que lorsque l'utilisateur dispose, préalablement à l'application, d'une fiche d'information datant de moins de 6 mois au moment de la livraison des déchets.]1

  [2 Un déchet organo-biologique qui doit, conformément à l'alinéa 1er, disposer d'une fiche d'information, et dont le producteur sait ou peut raisonnablement supposer qu'il contient des substances polluantes qui n'ont pas été mentionnées à l'annexe 2.3.1, peut être transformé en, ou utilisé comme, amendement du sol ou engrais, à condition qu'il n'ait, lors de son utilisation, précédée ou non d'une transformation, pas d'incidences nocives pour l'environnement ou la santé humaine. Les incidences nocives pour l'environnement ou la santé humaine sont évaluées conformément à un code de bonnes pratiques établi par le ministre sur proposition de l'OVAM.]2
  
Art. 2.3.3.5. [1 § 1. Houtsnippers mogen alleen ondergewerkt worden in landbouwgrond als die in actief gebruik is voor landbouwactiviteiten. In afwachting van het onderwerken mogen de houtsnippers op die landbouwgrond worden toegepast als bodembedekker.
   § 2. Met behoud van de toepassing van de samenstellingsvoorwaarden, vermeld in bijlage 2.3.1.A, moeten de houtsnippers voldoen aan de bepalingen van artikel 5.3.15.1, Ї 1, 1А, en aan de volgende samenstellingsvoorwaarden:
   1А minimaal organische stofgehalte van 80% op droge stof;
   2А minimale koolstof-stikstofverhouding van 50;
   3А minimale koolstof-fosforverhouding van 500.
   De conformiteit van de houtsnippers met de samenstellingsvoorwaarden van het tweede lid, 1А tot en met 3А, wordt aangetoond door een representatieve bemonstering en analyse:
   per volume van 40 kubieke meter houtsnippers bij aanbrengen op een perceel landbouwgrond met een maximale oppervlakte van 1 hectare
   per volume van 100 kubieke meter houtsnippers bij aanbrengen op een perceel landbouwgrond met een oppervlakte van meer dan 1 hectare.
   In afwijking van artikel 2.3.1.3./2. Ї 2 dienen de houtsnippers niet jaarlijks te worden geanalyseerd met het oog op de aftoetsing aan de samenstellingsvoorwaarden van bijlage 2.3.1.A.
   § 3. Het gebruik van houtsnippers is verboden als die zijn geproduceerd uit materialen of afvalstromen die afkomstig zijn van:
   1А de aanleg en het onderhoud van tuinen, meer bepaald afval dat gras, bladeren, naalden en haagscheersel bevat;
   2А recyclageparken en afvalverwerkende bedrijven, uitgezonderd de zeefoverloop groter dan 40 millimeter, van groencompostering die beschikt over een geldig keuringsattest voor groencompost overeenkomstig artikel 2.3.3.3. § 1;
   3А bouw- en sloopactiviteiten, verpakkingen en houtverwerkende industrie.;
   4А gebieden met verontreinigde bodems, die al dan niet gesaneerd worden door middel van fytoremediatie;
   5А gebieden gelegen buiten het Vlaams gewest;
   6А het beheer van vegetaties en kleine landschapselementen die niet voldoen aan de maatregelen in uitvoering van artikel 13, Ї 4 tot en met Ї 6 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu.
   § 4. Deze bepalingen zijn niet van toepassing op particulieren die groenafval uit het onderhoud van de eigen tuin, in hun eigen tuin terug toepassen als bodembedekker.]1

  
Art. 2.3.3.5. [1 § 1er. Les copeaux de bois ne peuvent être enfouis dans des terres agricoles que si celles-ci sont utilisées activement pour des activités agricoles. En attentant l'enfouissement, les copeaux de bois peuvent être appliqués sur ces terres agricoles comme couvre-sol.
   § 2. Sans préjudice de l'application des conditions de composition énoncées dans l'annexe 2.3.1.A, les copeaux de bois doivent satisfaire aux dispositions de l'article 5.3.15.1, § 1er, 1°, et aux conditions de composition suivantes :
   1° une teneur minimale en matière organique de 80 % de la matière sèche ;
   2° un rapport carbone-azote minimal de 50 ;
   3° un rapport carbone-phosphore minimal de 500.
   La conformité des copeaux de bois aux conditions de composition de l'alinéa 2, 1° à 3°, est démontrée au moyen d'un échantillonnage et d'une analyse représentatifs :
   par volume de 40 mètres cubes de copeaux de bois en cas d'application sur une parcelle de terre agricole d'une superficie maximale de 1 hectare ;
   par volume de 100 mètres cubes de copeaux de bois en cas d'application sur une parcelle de terre agricole d'une superficie supérieure à 1 hectare.
   Par dérogation à l'article 2.3.1.3./2, § 2, les copeaux de bois ne doivent pas être analysés chaque année en vue de contrôler les conditions de composition de l'annexe 2.3.1.A.
   § 3. L'utilisation de copeaux de bois est interdite s'ils ont été produits à partir de matériaux ou de flux de déchets provenant :
   1° de l'aménagement et de l'entretien de jardins, en particulier les déchets qui comprennent des herbes, feuilles, aiguilles et tailles de haies ;
   2° de recyparcs et d'entreprises de traitement des déchets, excepté le refus de criblage de plus de 40 millimètres de compostage vert qui dispose d'une attestation de contrôle valable pour le compost vert conformément à l'article 2.3.3.3, §§ 1er ;
   3° d'activités de construction et de démolition, d'emballages et de la filière bois ;
   4° de zones de sols pollués assainis ou non par phytoremédiation ;
   5° de zones situées en dehors de la Région flamande ;
   6° de la gestion des végétations et petits éléments paysagers qui ne satisfont pas aux mesures en exécution de l'article 13, §§ 4 à 6, du décret du 21 octobre 1997 concernant la conservation de la nature et le milieu naturel.
   § 4. Ces dispositions ne s'appliquent pas aux particuliers qui réappliquent comme couvre-sol dans leur jardin des déchets verts issus de l'entretien de leur propre jardin.]1

  
Onderafdeling 2.3.4.
Sous-section 2.3.4.
Onderafdeling 2.3.5. - Criteria voor grondstoffen afkomstig van en bestemd voor metallurgische productieprocessen voor non-ferrometalen
Sous-section 2.3.5. - Critères pour les matières premières secondaires provenant de et destinés à des procédés de production métallurgiques pour des métaux non ferreux
Art. 2.3.5.1. § 1. Materialen afkomstig van metallurgische productieprocessen voor non-ferrometalen, worden beschouwd als grondstoffen als ze rechtstreeks, zonder verdere andere behandeling, worden gebruikt in een ander metallurgisch productieproces voor non-ferrometalen[1 met toepassing van de BBT-conclusies voor de non-ferrometaalindustrie, vermeld in hoofdstuk 3.10 van titel III van het VLAREM van 16 mei 2014. De materialen worden niet als grondstoffen beschouwd als de materialen verwerkt worden in productieprocessen die niet gebruikmaken van deze beste beschikbare technieken.]1.
  De beoogde grondstoffen zijn afkomstig van en bestemd voor een metallurgisch productieproces, vermeld in bijlage 2.3.5.
  De beoogde grondstoffen mogen geen verontreinigingen bevatten die niet eigen zijn aan het metallurgisch proces of gevaarlijke stoffen bevatten die niet in de samenstellingscriteria van de lijst, vermeld in paragraaf 2, zijn opgenomen.
  § 2. De minister stelt de vorm en de inhoud vast van de lijst met materialen, afkomstig van en bestemd voor metallurgische productieprocessen voor non-ferrometalen, die als grondstof kunnen worden beschouwd.
  § 3. Artikel 2.4.2.2, 2°, c) en 3°, en artikel 2.4.2.5, 3°, zijn niet van toepassing in het geval een grondstofverklaring wordt aangevraagd voor materialen afkomstig van metallurgische productieprocessen voor non-ferrometalen, die rechtstreeks, zonder verdere andere behandeling, worden gebruikt in een ander metallurgisch productieproces voor non-ferrometalen, op voorwaarde dat het specifieke productieproces waaruit het materiaal voorkomt, goed omschreven is.
  
Art. 2.3.5.1. § 1. Les matériaux provenant de procédés de production métallurgiques pour métaux non ferreux sont considérés comme des matières premières secondaires s'ils sont utilisés directement, sans autre traitement ultérieur, dans un autre procédé de production métallurgique pour des métaux non ferreux[1 en application des conclusions sur les MTD pour l'industrie des métaux non ferreux mentionnées dans le chapitre 3.10 du titre III du VLAREM du 16 mai 2014. Les matériaux ne sont pas considérés comme des matières premières s'ils sont traités dans des processus de production qui n'utilisent pas ces meilleures techniques disponibles. ]1.
  Les matières premières visées proviennent de et sont destinées à un procédé de production métallurgique mentionné en annexe 2.3.5.
  Les matières premières visées ne peuvent pas contenir d'agents contaminants qui ne soient pas spécifiques au procédé métallurgique ou contenir des substances dangereuses qui ne figurent pas dans les critères de composition de la liste mentionnée au paragraphe 2.
  § 2. Le ministre flamand détermine la forme et le contenu de la liste avec les matériaux provenant de et destinés à des procédés de production métallurgiques pour des métaux non ferreux qui peuvent être considérés comme une matière première secondaire.
  § 3. L'article 2.4.2.2, 2°, c) et 3°, et l'article 2.4.2.5, 3° ne sont pas d'application au cas où une déclaration de matières premières est demandée pour des matériaux provenant de procédés de production métallurgiques pour des métaux non ferreux qui sont utilisés sans autre traitement ultérieur dans un autre procédé de production métallurgique pour des métaux non ferreux à condition que le procédé de production spécifique duquel découle le matériau soit bien décrit.
  
Onderafdeling 2.3.6. - Criteria voor grondstoffen afkomstig van metallurgische productieprocessen voor ferrometalen
Sous-section 2.3.6. - Critères pour les matières premières secondaires provenant de procédés de production métallurgique pour les métaux ferreux
Art. 2.3.6.1. § 1. Materialen afkomstig van metallurgische productieprocessen voor ferrometalen, worden beschouwd als grondstoffen als ze rechtstreeks, zonder verdere andere behandeling, worden gebruikt.
  De beoogde grondstoffen zijn afkomstig van een metallurgisch productieproces en bestemd voor gebruik, vermeld in bijlage 2.3.6.
  De beoogde grondstoffen mogen geen verontreinigingen bevatten die niet eigen zijn aan het metallurgisch proces of gevaarlijke stoffen bevatten die niet in de samenstellingscriteria van de lijst, vermeld in paragraaf 2, zijn opgenomen.
  § 2. De minister stelt de vorm en de inhoud vast van de lijst met materialen, afkomstig van metallurgische productieprocessen voor ferrometalen, die als grondstof worden gebruikt.
  [1 § 2/1. De producent laat het materiaal dat afkomstig is van metallurgische productieprocessen voor ferrometalen en als grondstof wordt gebruikt, registreren. Daarvoor maakt hij gebruik van het webloket registraties op de website van de OVAM.
   De OVAM stelt een register van geregistreerde materialen die afkomstig zijn van metallurgische productieprocessen voor ferrometalen en als grondstof worden gebruikt, ter beschikking via haar website.]1

  § 3. Artikel 2.4.2.2, 2°, c) en 3°, en artikel 2.4.2.5, 3°, zijn niet van toepassing in het geval een grondstofverklaring wordt aangevraagd voor materialen afkomstig van metallurgische productieprocessen voor ferrometalen, op voorwaarde dat het specifieke productieproces waaruit het materiaal voorkomt, goed omschreven is.
  
Art. 2.3.6.1. § 1. Les matériaux provenant de procédés de production métallurgiques pour les métaux ferreux sont considérés comme des matières premières secondaires s'ils sont utilisés directement sans autre traitement ultérieur.
  Les matières premières secondaires visées proviennent d'un procédé de production métallurgique et sont destinées à une utilisation mentionnée en annexe 2.3.6.
  Les matières premières secondaires visées ne peuvent contenir d'agents contaminants qui ne soient pas propres au procédé métallurgique ou de substances dangereuses qui ne figurent pas dans les critères de composition de la liste mentionnée au paragraphe 2.
  § 2. Le ministre flamand détermine la forme et le contenu de la liste des matériaux provenant de procédés de production métallurgiques pour les métaux ferreux qui sont utilisés comme matière première.
  [1 § 2/1. Le producteur fait enregistrer les matières provenant de procédés de production métallurgique pour les métaux ferreux et utilisées comme matière première. Il utilise à cette fin le guichet web destiné aux enregistrements sur le site Internet de l'OVAM.
   L'OVAM met à disposition sur son site Internet un registre des matières enregistrées provenant de procédés de production métallurgique pour les métaux ferreux et utilisées comme matière première.]1

  § 3. Les articles 2.4.2.2, 2°, c) et 3°, et l'Article 2.4.2.5, 3°, ne sont pas d'application dans le cas où une déclaration de matières premières est demandée pour les matériaux provenant de procédés de production métallurgiques pour des métaux ferreux à condition que le procédé de production spécifique duquel provient le métaux soit bien décrit.
  
Art. 2.3.6.2. [1 § 1. De registratie bevat de volgende gegevens:
   1° de identificatiegegevens van de grondstoffenproducent: maatschappelijke naam, rechtsvorm, voor Belgische ondernemingen het ondernemingsnummer en eventueel het vestigingsnummer en voor buitenlandse ondernemingen het btw-nummer, het adres van de maatschappelijke zetel en van de exploitatiezetel, van de verantwoordelijke bij de exploitatiezetel de naam, het contactadres, het telefoonnummer, het e-mailadres en eventueel het faxnummer;
   2° de identificatiegegevens van de contactpersoon: naam, contactadres, telefoonnummer en e-mailadres;
   3° de identificatie van het materiaal: gebruikelijke naam, jaarlijkse hoeveelheid en de materiaalcode;
   4° de beschrijving van de specifiek beoogde toepassing of het gebruik van het materiaal;
   5° een verklaring dat de verstrekte gegevens correct en volledig zijn, en dat het materiaal voldoet aan de voorwaarden voor gebruik.
   § 2. De OVAM brengt de aanvrager op de hoogte van de correcte registratie via een melding in het webloket registraties van de OVAM. Zolang de aanvrager geen elektronische melding ontvangt, moet de registratie beschouwd worden als niet ingediend.
   De registratie geldt voor een periode van tien jaar.
   § 3. Elke wijziging in de geregistreerde gegevens wordt elektronisch aan de OVAM meegedeeld. Daarvoor maakt de producent gebruik van het webloket registraties op de website van de OVAM. De gewijzigde gegevens worden aangepast in het register van geregistreerde materialen die afkomstig zijn van metallurgische productieprocessen voor ferrometalen en als grondstof worden gebruikt.
   De registratie kan niet aan derden worden doorgegeven, uitgezonderd wanneer de grondstoffenproducent wordt overgenomen.
   Bij een overname van de grondstoffenproducent deelt de grondstoffenproducent de identificatiegegevens zoals vermeld in 1° en 2° van paragraaf 1 van dit artikel en een bewijs van de overname mee aan de OVAM. Daarvoor maakt hij gebruik van het webloket registraties op de website van de OVAM. De nieuwe registratie is geldig met onmiddellijke ingang.
   Bij stopzetting van het gebruik van het materiaal als grondstof kan de producent op zijn verzoek de registratie laten opheffen. De registratie als materiaal wordt dan geschrapt uit het register. De producent meldt de stopzetting elektronisch aan de OVAM. Daarvoor maakt hij gebruik van het webloket registraties op de website van de OVAM.
   § 4. Elk misbruik van de registratie en elke overtreding van de voorwaarden voor het gebruik van het materiaal, kan leiden tot het schorsen van de registratie.
   Bij vaststelling van misbruik van de registratie of van een overtreding van de voorwaarden voor het gebruik van het materiaal wordt de producent door de OVAM met een beveiligde zending op de hoogte gebracht van de voorgenomen beslissing tot schorsing en de motieven daarvoor. De producent beschikt over een termijn van veertien dagen na ontvangst van de beveiligde zending om zijn verweermiddelen kenbaar te maken of om aan te tonen dat zijn zaken ondertussen in orde zijn gebracht. Hij kan vragen om gehoord te worden.
   De schorsing wordt door de OVAM met een beveiligde zending aan de producent meegedeeld, met vermelding van de motieven. Na de schorsing wordt het materiaal opgenomen in het register van geschorste registraties van materialen die afkomstig zijn van metallurgische productieprocessen voor ferrometalen.
   Een schorsing van de registratie van een materiaal dat afkomstig is van metallurgische productieprocessen voor ferrometalen, blijft van kracht voor een termijn die afloopt samen met de einddatum van de registratie. Als door de producent intussen kan worden aangetoond dat de aanleiding tot schorsing niet meer bestaat, kan de schorsing ongedaan worden gemaakt. Tijdens de periode van de schorsing kan de producent voor dat materiaal geen nieuwe registratie verkrijgen.]1

  
Art. 2.3.6.2. [1 § 1er. L'enregistrement reprend les données suivantes :
   1° les données d'identification du producteur de matières premières : raison sociale, forme juridique, pour les entreprises belges, le numéro d'entreprise et, éventuellement, le numéro d'établissement, et pour les entreprises étrangères, le numéro de T.V.A., l'adresse du siège social et du siège d'exploitation, le nom, l'adresse de contact, le numéro de téléphone, l'adresse e-mail et, éventuellement, le numéro de télécopieur du responsable du siège d'exploitation ;
   2° les données d'identification de la personne de contact : nom, adresse de contact, numéro de téléphone et adresse e-mail ;
   3° l'identification du matériau : nom courant, quantité annuelle et code du matériau ;
   4° la description de l'application visée spécifiquement ou de l'utilisation du matériau ;
   5° une déclaration qui confirme que les données communiquées sont correctes et complètes et que le matériau satisfait aux conditions d'utilisation.
   § 2. L'OVAM informe le demandeur de l'enregistrement correct au moyen d'une notification dans son guichet web destiné aux enregistrements. Tant que le demandeur ne reçoit pas de notification électronique, l'enregistrement doit être considéré comme non transmis.
   L'enregistrement est valable pour une période de dix ans.
   § 3. Toute modification des données enregistrées est communiquée à l'OVAM par voie électronique. Le producteur utilise à cette fin le guichet web destiné aux enregistrements sur le site Internet de l'OVAM. Les données modifiées sont adaptées dans le registre des matières enregistrées provenant de procédés de production métallurgique pour les métaux ferreux et utilisées comme matière première.
   L'enregistrement ne peut être transmis à des tiers, hormis en cas de reprise du producteur de matières premières.
   En cas de reprise du producteur de matières premières, ce dernier communique à l'OVAM les données d'identification telles que visées aux points 1° et 2° du § 1er du présent article ainsi qu'une preuve de la reprise. Il utilise à cette fin le guichet web destiné aux enregistrements sur le site Internet de l'OVAM. Le nouvel enregistrement est valable avec effet immédiat.
   En cas de cessation de l'utilisation du matériau comme matière première, le producteur peut faire lever l'enregistrement à sa demande. L'enregistrement comme matériau est alors radié du registre. Le producteur communique la cessation à l'OVAM par voie électronique. Il utilise à cette fin le guichet web destiné aux enregistrements sur le site Internet de l'OVAM.
   § 4. Tout usage abusif de l'enregistrement et toute infraction aux conditions d'utilisation du matériau peuvent mener à la suspension de l'enregistrement.
   En cas de constatation d'usage abusif de l'enregistrement ou d'infraction aux conditions d'utilisation du matériau, l'OVAM informe le producteur par envoi sécurisé de la décision envisagée de suspension et des raisons qui la motivent. Le producteur dispose d'un délai de quatorze jours après réception de l'envoi sécurisé pour faire connaître ses moyens de défense ou pour démontrer qu'il a redressé la situation. Il peut demander à être entendu.
   L'OVAM communique la suspension au producteur par envoi sécurisé en en précisant les motifs. Après la suspension, le matériau est repris dans le registre des enregistrements suspendus de matières provenant de procédés de production métallurgique pour les métaux ferreux.
   La suspension de l'enregistrement d'un matériau provenant de procédés de production métallurgique pour les métaux ferreux reste en vigueur jusqu'à la date d'expiration de l'enregistrement. Si le producteur réussit entre-temps à démontrer que le motif de sa suspension n'existe plus, la suspension peut être annulée. Le producteur ne peut pas obtenir de nouvel enregistrement pour ce matériau pendant la durée de la suspension.]1

  
Onderafdeling 2.3.7. [1 Criteria voor grondstoffen die bestemd zijn voor gebruik als blendcomponent in scheepsbrandstof]1
Sous-section 2.3.7. [1 Critères pour les matières premières destinées à être utilisées comme composant du mélange dans le combustible marin]1
Art. 2.3.7.1. [1 Opgewerkte afvalolie en opgewerkte brandstofresten die als blendcomponent in scheepsbrandstof ingezet worden, moeten voldoen aan de bepalingen van deze onderafdeling.]1
Art. 2.3.7.1. [1 Les huiles usagées retraitées et les résidus de combustible retraités utilisés comme composant du mélange dans le combustible marin doivent satisfaire aux dispositions de la présente sous-section.]1
Art. 2.3.7.2. [1 Afvalolie en brandstofresten kunnen opgewerkt worden tot blendcomponent voor scheepsbrandstof op voorwaarde dat het totale PCB-gehalte lager is dan 50 ppm.]1
Art. 2.3.7.2. [1 Les huiles usagées et les résidus de combustible peuvent être retraités en composant du mélange pour le combustible marin à condition que la teneur totale en PCB soit inférieure à 50 ppm. ]1
Art. 2.3.7.3. [1§ 1. Het opwerkingsproces bevat minstens de volgende drie processtappen:
Art. 2.3.7.3. [1 § 1er. Le processus de retraitement comporte au moins les trois opérations suivantes :
Art. 2.3.7.4. [1 De opgewerkte afvalolie en opgewerkte brandstofresten moeten minstens voldoen aan de samenstellingsvoorwaarden, vermeld in bijlage 2.3.3.]1
Art. 2.3.7.4. [1 Les huiles usagées retraitées et les résidus de combustible retraités doivent au moins satisfaire aux conditions de composition énoncées dans l'annexe 2.3.3.]1
Afdeling 2.4. - Grondstofverklaring
Section 2.4. - Déclaration de matières premières
Onderafdeling 2.4.1. - Algemene bepalingen
Sous-section 2.4.1. - Dispositions générales
Art. 2.4.1.1. Bij de beoordeling of een materiaal kan worden aangemerkt als grondstof, toetst de OVAM het betreffende materiaal aan de definitie van een afvalstof als vermeld in artikel 3,1°, van het Materialendecreet, en houdt daarbij rekening met de elementen, vermeld in artikel 36, 37 en 39 van voormeld decreet.
  Het gebruik van de betreffende materialen betekent niet dat de prioriteitsvolgorde, vermeld in artikel 4, § 3, van het Materialendecreet, wordt verlaten, onverminderd de mogelijkheid tot afwijking hiervan, zoals bepaald in artikel 8, § 1, van voormeld decreet.
Art. 2.4.1.1. Pour évaluer si un matériau peut être considéré comme une matière première secondaire, l'OVAM compare le matériau correspondant à la définition d'un déchet mentionnée dans l'article 3,1°, du décret sur les matériaux et tient compte en l'occurrence des éléments mentionnés dans les articles 36, 37 et 39 du décret précité.
  L'utilisation des matériaux correspondants n'implique pas de renoncer à l'ordre de priorité mentionné dans l'article 4, § 3 du décret sur les matériaux sans préjudice de la possibilité de dérogation à celui-ci, comme en dispose l'article 8, § 1 du décret précité.
Art. 2.4.1.2. In een grondstofverklaring kunnen bijzondere voorwaarden worden opgelegd. Die voorwaarden kunnen onder meer betrekking hebben op de herkomst van het materiaal, de manier waarop het is ingezameld, geproduceerd of verwerkt, de aard en samenstelling van het materiaal, de grenswaarden voor verontreinigende stoffen, de toegelaten toepassing, de toegelaten wijze van aanwending en de aanwezigheid van een kwaliteitsborgingssysteem als vermeld [1 in afdeling 2.5]1.
  
Art. 2.4.1.2. Dans une déclaration de matières premières, des conditions particulières peuvent être imposées. Ces conditions peuvent notamment porter sur l'origine des matériaux, la façon dont ils ont été collectés, produits ou traités, la nature et la composition du matériau, les valeurs limites pour les substances contaminantes, l'application autorisée, le mode d'utilisation autorisé et la présence d'un système de garantie de qualité, tel que mentionné [1 à la section 2.5]1.
  
Art. 2.4.1.3. [1 Een grondstofverklaring wordt alleen afgegeven voor een specifiek materiaal dat wordt geproduceerd door een specifieke producent of dat voortkomt uit een specifiek productieproces, en waarvoor een specifieke toepassing wordt beoogd.]1
  
Art. 2.4.1.3. [1 Une déclaration des matières premières n'est délivrée que pour un matériau spécifique qui est produit par un producteur spécifique ou qui est issu d'un procédé de production spécifique et pour lequel une application spécifique est envisagée.]1
  
Onderafdeling 2.4.2. - Aanvraagprocedure voor een grondstofverklaring
Sous-section 2.4.2. - Procédure de demande d'une déclaration des matières premières
Art. 2.4.2.1. [1 De producent van de beoogde grondstof of de persoon die in zijn naam optreedt, dient een elektronische aanvraag tot het verkrijgen van een grondstofverklaring in bij de OVAM. Voor die elektronische aanvraag stelt de OVAM een webloket voor grondstofverklaringen ter beschikking via de website van de OVAM.]1
  [2 Een beoogde grondstof waarvoor op het moment van de aanvraag nog niet kan worden aangetoond dat wordt voldaan aan de dwingende samenstellingsvoorwaarden van de toepassing omdat de concrete toepassing ervan nog niet operationeel is, kan, als het een aanvraag van de initiële grondstofproducent betreft, toch als grondstof worden toegelaten. Op basis van laboratoriumonderzoek moet worden aangetoond dat voldaan kan worden aan de samenstellingsvoorwaarden van de toepassing.]2
  
Art. 2.4.2.1. [1 Le producteur de la matière première visée ou la personne agissant en son nom introduit une demande électronique d'obtention d'une déclaration de matières premières à l'OVAM. En vue de cette demande électronique, l'OVAM met à disposition sur son site Internet un guichet web pour les déclarations de matières premières.]1
  [2 Une matière première visée pour laquelle, au moment de la demande, il n'est pas encore possible de démontrer qu'il est satisfait aux conditions de composition contraignantes de l'application parce que son application concrète n'est pas encore opérationnelle peut malgré tout être autorisée comme matière première si la demande émane du producteur initial de la matière première. Sur la base d'une étude de laboratoire, il y a lieu de démontrer qu'il peut être satisfait aux conditions de composition de l'application.]2
  
Art. 2.4.2.2. De aanvraag bevat de volgende documenten en gegevens, voor zover ze nog niet aan de OVAM zijn bezorgd :
  1° het gewenste gebruik van het materiaal als grondstof;
  2° [10 ...]10
  3° de identificatiegegevens van de grondstoffenproducent :
  a) [5 ...]5;
  b) [5 de maatschappelijke naam, de rechtsvorm, het ondernemingsnummer, het adres van de maatschappelijke zetel, de naam en het contactadres van de verantwoordelijke, het telefoonnummer, het e-mailadres en eventueel het faxnummer]5;
  4° de identificatie van het materiaal : gebruikelijke naam, jaarlijkse hoeveelheid en de EURAL-code van het materiaal, vermeld in bijlage 2.1;
  5° een overzicht van het productieproces met beschrijving van de gebruikte inputstromen en de stappen waarbij het materiaal vrijkomt, indien van toepassing;
  6° een kopie van de [4 omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit]4 voor het proces [8 ...]8 waaruit het materiaal vrijkomt, indien van toepassing;
  7° [7 voor aanvragen voor grondstofverklaring die worden opgelegd in afdeling 2.3:
   a) staving dat het materiaal voldoet aan de toepasselijke specifieke criteria uit afdeling 2.3;
   b) motivatie waarom het gebruik van de grondstof in de toepassing over het geheel genomen geen ongunstige effecten heeft op mens en leefmilieu;
   c) indien van toepassing, een monsternemings- en analyseverslag van een representatief monster van het materiaal, opgesteld door een erkend laboratorium in de discipline afvalstoffen en andere materialen, vermeld in artikel 6, 5°, e), van het VLAREL. Het aantal monsters en analyses is afhankelijk van de verwachte spreiding van de samenstelling. De analyseverslagen tonen aan dat de grondstof voldoet aan de voorwaarden voor het aanwendingsgebied in kwestie. Die analysegegevens worden bijgehouden op een elektronische drager met het oog op een eenvoudige uitwisseling tussen de OVAM en de aanvrager. De technische specificaties waaraan de analysegegevens moeten voldoen, en de technische specificaties in verband met de uitwisseling van gegevens op verzoek van de OVAM worden opgenomen in een standaardprocedure, vastgesteld door de minister;
   d) voor bouwstoffen wordt de uitloogbaarheidstest uitgevoerd op het monster met de hoogste verontreiniging aan metalen. Als een materiaal maar een deel van de massa van de bouwstof uitmaakt, wordt een bijkomend monsternemings- en analyseverslag van het eindproduct opgesteld. Het aantal te onderzoeken eindproducten is afhankelijk van de verwachte spreiding van het gehalte aan de grondstof in het eindproduct. De uitloogbaarheidstesten worden uitgevoerd op het eindproduct met het hoogste gehalte aan grondstof met de hoogste verontreiniging aan metalen;]7

  [7 7° /1 voor aanvragen voor grondstofverklaring van materialen die vallen onder afdeling 2.6:
   a) voor materialen die vallen onder artikel 2.6.2, lid 1: motivatie waarom het gebruik van het materiaal voldoet aan de voorwaarden uit artikel 36 van het Materialendecreet;
   b) voor materialen die vallen onder artikel 2.6.3, lid 1: motivatie waarom het gebruik van het materiaal voldoet aan de voorwaarden uit artikel 37 van het Materialendecreet;]7

  8° een beschrijving van de specifiek beoogde toepassing of het gebruik van het materiaal, en de staving ervan door middel van rapporten;
  9° [5 een verklaring dat de verstrekte gegevens correct en volledig zijn]5.
  [6 Een verslag van de monsterneming van een representatief monster van het materiaal, uitgevoerd en opgesteld onder leiding van een erkende bodemsaneringsdeskundige in het kader van de taken, vermeld in artikel 6, 6°, van het VLAREL van 19 november 2010, wordt ook aanvaard als een monsternemingsverslag als vermeld in het eerste lid, 7°.]6
  [9 Voor gebruik als bouwstof bevat de aanvraag bijkomend de volgende documenten en gegevens, als ze nog niet aan de OVAM zijn bezorgd:
   1° een document dat aantoont dat de beoogde grondstof voldoet aan de definitie bouwstof en dat de beoogde grondstof geschikt is om in de beoogde toepassing te worden ingezet;
   2° een document dat aantoont dat de kwaliteit van de bouwstof gegarandeerd wordt door een kwaliteitsborgingssysteem als vermeld in afdeling 2.5, of een motivatie waarom een dergelijk kwaliteitsborgingsysteem niet van toepassing is;
   3° een specifieke omschrijving van de toepassing waarin de bouwstof gebruikt zal worden, en de kwalitatieve bijdrage van de bouwstof tot de functionaliteit van die toepassing;
   4° een motivatie dat, nadat het materiaal of de toepassing zijn functie heeft vervuld, de bouwstof of de toepassing waarin de bouwstof zal worden ingezet, na een eventuele verwerking opnieuw ingezet kan worden in de materialenkringloop.]9

  
Art. 2.4.2.2. La demande contient les documents et éléments suivants dans la mesure où ils n'ont pas encore été communiqués à l'OVAM :
  1° l'utilisation souhaitée du matériau comme matière première;
  2° [10 ...]10
  3° les données d'identification du producteur de matières premières :
  a) [5 ...]5;
  b) [5 la raison sociale, la forme juridique, le numéro d'entreprise, l'adresse du siège social, le nom et l'adresse de contact du responsable, le numéro de téléphone, l'adresse e-mail et, éventuellement, le numéro de télécopieur]5;
  4° l'identification du matériau : nom courant, quantité annuelle et code EURAL du matériau mentionné en annexe 2.1;
  5° un aperçu du procédé de production avec description des flux d'entrée utilisés et des étapes qui aboutissent au matériau, le cas échéant;
  6° une copie [4 du permis d'environnement pour l'exploitation de l'établissement classé ou de l'activité classée]4 pour le processus [8 ...]8 dont sort le matériau, le cas échéant;
  7° [7 pour les demandes de déclaration des matières premières imposées dans la section 2.3 :
   a) une justification de ce que le matériau satisfait aux critères spécifiques applicables de la section 2.3 ;
   b) les motifs pour lesquels l'utilisation de la matière première dans l'application n'a pas d'incidences globales nocives pour l'homme et l'environnement ;
   c) le cas échéant, un rapport d'échantillonnage et d'analyse d'un échantillon représentatif du matériau rédigé par un laboratoire agréé dans la discipline des déchets et autres matériaux visé à l'article 6, 5°, e), du VLAREL. Le nombre d'échantillons et d'analyses dépend de la distribution prévue de la composition. Les rapports d'analyse démontrent que la matière première remplit les conditions du domaine d'utilisation en question. Ces données d'analyse sont tenues à jour sur un support électronique en vue d'un échange simple entre l'OVAM et le demandeur. Les spécifications techniques auxquelles les données d'analyse doivent satisfaire et les spécifications techniques en rapport avec l'échange de données à la demande de l'OVAM sont reprises dans une procédure standard arrêtée par le ministre ;
   d) en ce qui concerne les matériaux de construction, le test de lixiviation est effectué sur l'échantillon présentant la contamination métallique la plus élevée. Si un matériau ne constitue qu'une partie de la masse du matériau de construction, un rapport d'échantillonnage et d'analyse supplémentaire du produit fini est établi. Le nombre de produits finis à analyser dépend de la distribution prévue de la teneur en matière première du produit fini. Les tests de lixiviation sont effectués sur le produit fini présentant le taux le plus élevé de matières premières dont la contamination métallique est la plus élevée.]7

  [7 7° /1 pour les demandes de déclaration des matières premières de matériaux relevant de la section 2.6 :
   a) pour les matériaux relevant de l'article 2.6.2, alinéa 1er : les motifs pour lesquels l'utilisation du matériau remplit les conditions de l'article 36 du décret sur les Matériaux ;
   b) pour les matériaux relevant de l'article 2.6.3, alinéa 1er : les motifs pour lesquels l'utilisation du matériau remplit les conditions de l'article 37 du décret sur les Matériaux ;]7

  8° une description de l'application visée spécifiquement ou de l'utilisation du matériau et sa justification à l'aide de rapports;
  9° [5 une déclaration qui confirme que les données communiquées sont correctes et complètes]5.
  [6 Un rapport d'échantillonnage d'un échantillon représentatif des matériaux, réalisé et établi sous la direction d'un expert en assainissement du sol agréé dans le cadre des tâches visées à l'article 6, 6° du VLAREL du 19 novembre 2010, est également accepté comme rapport d'échantillonnage, tel que visé à l'alinéa premier, 7°.]6
  [9 Pour une utilisation comme matériau de construction, la demande contient en outre les documents et éléments suivants s'ils n'ont pas encore été transmis à l'OVAM :
   1° un document démontrant que la matière première visée satisfait à la définition de matériau de construction et que la matière première visée est adaptée à l'application visée ;
   2° un document démontrant que la qualité du matériau de construction est garantie par un système d'assurance de la qualité tel que mentionné dans la section 2.5 ou les motifs pour lesquels un tel système d'assurance de la qualité ne s'applique pas ;
   3° une description spécifique de l'application dans laquelle le matériau de construction sera utilisé et de l'apport qualitatif qu'il représente pour la fonctionnalité de cette application ;
   4° une justification de ce qu'une fois que la matériau ou l'application aura rempli sa fonction, le matériau de construction ou l'application dans laquelle il sera utilisé pourra, après traitement éventuel, réintégrer le cycle de matériaux.]9

  
Art. 2_4.2.2.TOEKOMSTIG_RECHT.    De aanvraag bevat de volgende documenten en gegevens, voor zover ze nog niet aan de OVAM zijn bezorgd :
  1° het gewenste gebruik van het materiaal als grondstof;
  2° de identificatiegegevens van de aanvrager :
  a) [5 ...]5;
  b) [1 [5 de maatschappelijke naam, de rechtsvorm, het ondernemingsnummer, het adres van de maatschappelijke zetel, de naam en het contactadres van de verantwoordelijke, het telefoonnummer, het e-mailadres en eventueel het faxnummer;]5]1
  c) de relatie ten opzichte van de grondstoffenproducent onder punt 3° ;
  3° de identificatiegegevens van de grondstoffenproducent :
  a) [5 ...]5;
  b) [5 de maatschappelijke naam, de rechtsvorm, het ondernemingsnummer, het adres van de maatschappelijke zetel, de naam en het contactadres van de verantwoordelijke, het telefoonnummer, het e-mailadres en eventueel het faxnummer]5;
  4° de identificatie van het materiaal : gebruikelijke naam, jaarlijkse hoeveelheid en de EURAL-code van het materiaal, vermeld in bijlage 2.1;
  5° een overzicht van het productieproces met beschrijving van de gebruikte inputstromen en de stappen waarbij het materiaal vrijkomt, indien van toepassing;
  6° een kopie van de [4 omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit]4 voor het proces [8 ...]8 waaruit het materiaal vrijkomt, indien van toepassing;
  7° [7 voor aanvragen voor grondstofverklaring die worden opgelegd in afdeling 2.3:
   a) staving dat het materiaal voldoet aan de toepasselijke specifieke criteria uit afdeling 2.3;
   b) motivatie waarom het gebruik van de grondstof in de toepassing over het geheel genomen geen ongunstige effecten heeft op mens en leefmilieu;
   c) indien van toepassing, een monsternemings- en analyseverslag van een representatief monster van het materiaal, opgesteld door een erkend laboratorium in de discipline afvalstoffen en andere materialen, vermeld in artikel 6, 5°, e), van het VLAREL. Het aantal monsters en analyses is afhankelijk van de verwachte spreiding van de samenstelling. De analyseverslagen tonen aan dat de grondstof voldoet aan de voorwaarden voor het aanwendingsgebied in kwestie. Die analysegegevens worden bijgehouden op een elektronische drager met het oog op een eenvoudige uitwisseling tussen de OVAM en de aanvrager. De technische specificaties waaraan de analysegegevens moeten voldoen, en de technische specificaties in verband met de uitwisseling van gegevens op verzoek van de OVAM worden opgenomen in een standaardprocedure, vastgesteld door de minister;
   d) voor bouwstoffen wordt de uitloogbaarheidstest uitgevoerd op het monster met de hoogste verontreiniging aan metalen. Als een materiaal maar een deel van de massa van de bouwstof uitmaakt, wordt een bijkomend monsternemings- en analyseverslag van het eindproduct opgesteld. Het aantal te onderzoeken eindproducten is afhankelijk van de verwachte spreiding van het gehalte aan de grondstof in het eindproduct. De uitloogbaarheidstesten worden uitgevoerd op het eindproduct met het hoogste gehalte aan grondstof met de hoogste verontreiniging aan metalen;]7

  [9 e) de producent motiveert niet te beschikken over aanwijzingen of informatie van de aanwezigheid van andere niet-genormeerde parameters die ongunstige effecten hebben op het milieu en de menselijke gezondheid. Hij beperkt zich hierbij tot de aanwezigheid van stoffen vermeld in de kandidaatslijst, autorisatielijst of restrictielijst van Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen, of stoffen vermeld in bijlage I van de Verordening (EU) 2019/1021 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende persistente organische verontreinigende stoffen.
   f) een bewijs dat de interne bedrijfsvoering de kwaliteit van de beoogde grondstof en de representativiteit van de analyse garandeert. zoals vermeld in artikel 2.3.1.4.]9

  [7 7° /1 voor aanvragen voor grondstofverklaring van materialen die vallen onder afdeling 2.6:
   a) voor materialen die vallen onder artikel 2.6.2, lid 1: motivatie waarom het gebruik van het materiaal voldoet aan de voorwaarden uit artikel 36 van het Materialendecreet;
   b) voor materialen die vallen onder artikel 2.6.3, lid 1: motivatie waarom het gebruik van het materiaal voldoet aan de voorwaarden uit artikel 37 van het Materialendecreet;]7

  8° een beschrijving van de specifiek beoogde toepassing of het gebruik van het materiaal, en de staving ervan door middel van rapporten;
  9° [5 een verklaring dat de verstrekte gegevens correct en volledig zijn]5.
  [6 Een verslag van de monsterneming van een representatief monster van het materiaal, uitgevoerd en opgesteld onder leiding van een erkende bodemsaneringsdeskundige in het kader van de taken, vermeld in artikel 6, 6°, van het VLAREL van 19 november 2010, wordt ook aanvaard als een monsternemingsverslag als vermeld in het eerste lid, 7°.]6
Art. 2_4.2.2.DROIT_FUTUR.    La demande contient les documents et éléments suivants dans la mesure où ils n'ont pas encore été communiqués à l'OVAM :
  1° l'utilisation souhaitée du matériau comme matière première;
  2° les données d'identification du demandeur :
  a) [5 ...]5;
  b) [1 [5 la raison sociale, la forme juridique, le numéro d'entreprise, l'adresse du siège social, le nom et l'adresse de contact du responsable, le numéro de téléphone, l'adresse e-mail et, éventuellement, le numéro de télécopieur]5]1
  c) la relation par rapport au producteur de matières premières du point 3° ;
  3° les données d'identification du producteur de matières premières :
  a) [5 ...]5;
  b) [5 la raison sociale, la forme juridique, le numéro d'entreprise, l'adresse du siège social, le nom et l'adresse de contact du responsable, le numéro de téléphone, l'adresse e-mail et, éventuellement, le numéro de télécopieur]5;
  4° l'identification du matériau : nom courant, quantité annuelle et code EURAL du matériau mentionné en annexe 2.1;
  5° un aperçu du procédé de production avec description des flux d'entrée utilisés et des étapes qui aboutissent au matériau, le cas échéant;
  6° une copie [4 du permis d'environnement pour l'exploitation de l'établissement classé ou de l'activité classée]4 pour le processus [8 ...]8 dont sort le matériau, le cas échéant;
  7° [7 pour les demandes de déclaration des matières premières imposées dans la section 2.3 :
   a) une justification de ce que le matériau satisfait aux critères spécifiques applicables de la section 2.3 ;
   b) les motifs pour lesquels l'utilisation de la matière première dans l'application n'a pas d'incidences globales nocives pour l'homme et l'environnement ;
   c) le cas échéant, un rapport d'échantillonnage et d'analyse d'un échantillon représentatif du matériau rédigé par un laboratoire agréé dans la discipline des déchets et autres matériaux visé à l'article 6, 5°, e), du VLAREL. Le nombre d'échantillons et d'analyses dépend de la distribution prévue de la composition. Les rapports d'analyse démontrent que la matière première remplit les conditions du domaine d'utilisation en question. Ces données d'analyse sont tenues à jour sur un support électronique en vue d'un échange simple entre l'OVAM et le demandeur. Les spécifications techniques auxquelles les données d'analyse doivent satisfaire et les spécifications techniques en rapport avec l'échange de données à la demande de l'OVAM sont reprises dans une procédure standard arrêtée par le ministre ;
   d) en ce qui concerne les matériaux de construction, le test de lixiviation est effectué sur l'échantillon présentant la contamination métallique la plus élevée. Si un matériau ne constitue qu'une partie de la masse du matériau de construction, un rapport d'échantillonnage et d'analyse supplémentaire du produit fini est établi. Le nombre de produits finis à analyser dépend de la distribution prévue de la teneur en matière première du produit fini. Les tests de lixiviation sont effectués sur le produit fini présentant le taux le plus élevé de matières premières dont la contamination métallique est la plus élevée.]7

  [9 e) le producteur justifie qu'il ne dispose pas d'indications ou d'informations de la présence d'autres paramètres non normés qui ont des incidences nocives pour l'environnement et la santé humaine. A cet égard, il se limite à la présence de substances mentionnées sur la liste des substances candidates, la liste d'autorisations ou la liste des restrictions du règlement (CE) no 1907/2006 du Parlement européen et du Conseil du 18 décembre 2006 concernant l'enregistrement, l'évaluation et l'autorisation des substances chimiques, ainsi que les restrictions applicables à ces substances, ou aux substances mentionnées dans l'annexe I du règlement (UE) 2019/1021 du Parlement européen et du Conseil du 20 juin 2019 concernant les polluants organiques persistants.
   f) une preuve que les activités internes garantissent la qualité de la matière première visée et la représentativité de l'analyse, telle que visée à l'article 2.3.1.4.]9

  [7 7° /1 pour les demandes de déclaration des matières premières de matériaux relevant de la section 2.6 :
   a) pour les matériaux relevant de l'article 2.6.2, alinéa 1er : les motifs pour lesquels l'utilisation du matériau remplit les conditions de l'article 36 du décret sur les Matériaux ;
   b) pour les matériaux relevant de l'article 2.6.3, alinéa 1er : les motifs pour lesquels l'utilisation du matériau remplit les conditions de l'article 37 du décret sur les Matériaux ;]7

  8° une description de l'application visée spécifiquement ou de l'utilisation du matériau et sa justification à l'aide de rapports;
  9° [5 une déclaration qui confirme que les données communiquées sont correctes et complètes]5.
  [6 Un rapport d'échantillonnage d'un échantillon représentatif des matériaux, réalisé et établi sous la direction d'un expert en assainissement du sol agréé dans le cadre des tâches visées à l'article 6, 6° du VLAREL du 19 novembre 2010, est également accepté comme rapport d'échantillonnage, tel que visé à l'alinéa premier, 7°.]6
  [10 Pour une utilisation comme matériau de construction, la demande contient en outre les documents et éléments suivants s'ils n'ont pas encore été transmis à l'OVAM :
   1° un document démontrant que la matière première visée satisfait à la définition de matériau de construction et que la matière première visée est adaptée à l'application visée ;
   2° un document démontrant que la qualité du matériau de construction est garantie par un système d'assurance de la qualité tel que mentionné dans la section 2.5 ou les motifs pour lesquels un tel système d'assurance de la qualité ne s'applique pas ;
   3° une description spécifique de l'application dans laquelle le matériau de construction sera utilisé et de l'apport qualitatif qu'il représente pour la fonctionnalité de cette application ;
   4° une justification de ce qu'une fois que la matériau ou l'application aura rempli sa fonction, le matériau de construction ou l'application dans laquelle il sera utilisé pourra, après traitement éventuel, réintégrer le cycle de matériaux.]10
Art. 2.4.2.3. [1 § 1. De OVAM brengt de aanvrager op de hoogte van de ontvangst van de aanvraag door een elektronische melding in het webloket voor grondstofverklaringen. Zolang de aanvrager geen elektronische ontvangstmelding ontvangt, moet de aanvraag beschouwd worden als niet ingediend.
   § 2. [2 De OVAM verleent of weigert een grondstofverklaring bij beslissing en brengt de aanvrager daarvan op de hoogte via een elektronische melding. Voor aanvragen die worden opgelegd in afdeling 2.3 valt de beslissing uiterlijk dertig kalenderdagen na de ontvangstdatum van de aanvraag. Voor aanvragen die vallen onder afdeling 2.6 valt de beslissing uiterlijk zestig kalenderdagen na de ontvangstdatum van de aanvraag. De behandeltermijn start op de eerstvolgende werkdag. In de grondstofverklaring kan een beperkte geldigheidstermijn worden opgenomen.]2
   § 3. Als de OVAM bij de behandeling van de aanvraag, vermeld in paragraaf 2, om aanvullingen verzoekt, wordt de termijn van de behandeling, vermeld in paragraaf 2, geschorst vanaf de verzending van dat verzoek en begint die opnieuw te lopen op de eerstvolgende werkdag vanaf de ontvangst van de aanvullingen. Als de aanvrager nalaat om de aanvullingen binnen een termijn van negentig kalenderdagen aan de OVAM te bezorgen [3 , wordt de aanvraagprocedure door de OVAM stopgezet en brengt de OVAM de aanvrager hiervan op de hoogte via een elektronische melding]3. De voormelde termijn van negentig kalenderdagen kan in overleg tussen de aanvrager en de OVAM verlengd worden.
   Voor de verzending van het verzoek tot aanvullingen door de OVAM en het ontvangen van de aanvullingen stelt de OVAM een webloket voor grondstofverklaringen ter beschikking via de website van de OVAM. De OVAM stuurt een elektronische ontvangstmelding van de aanvullingen naar de aanvrager.
  [4 De OVAM kan advies inwinnen bij een derde partij. Ze doet dat uiterlijk binnen veertien kalenderdagen nadat ze de aanvraag heeft ontvangen, en ze brengt de aanvrager daarvan op de hoogte.
   Als de OVAM bij de behandeling van de aanvraag een derde partij om advies verzoekt, wordt de termijn van de behandeling, vermeld in paragraaf 2,geschorst vanaf de verzending van dat verzoek en begint die opnieuw te lopen op de eerstvolgende werkdag vanaf de ontvangst van het advies of, na dertig kalenderdagen vanaf de verzending van het verzoek.]4

   Na een weigering van een grondstofverklaring wordt een nieuwe aanvraag door de OVAM alleen behandeld als de aanvrager elementen kan aandragen die een nieuwe aanvraag rechtvaardigen.
   § 4. Een grondstofverklaring kan niet aan derden worden doorgegeven, uitgezonderd wanneer de grondstoffenproducent wordt overgenomen.
   Bij een overname van de grondstoffenproducent of de houder van de grondstofverklaring deelt de houder van de grondstofverklaring de identificatiegegevens zoals vermeld in 2° en 3° van artikel 2.4.2.2 en een bewijs van de overname mee aan de OVAM. Daarvoor maakt hij gebruik van het webloket voor grondstofverklaringen op de website van de OVAM. De nieuwe grondstofverklaring op naam van de overnemer is geldig met onmiddellijke ingang.
   Bij stopzetting van de activiteiten kan de houder van een grondstofverklaring op zijn verzoek de grondstofverklaring laten opheffen. De grondstofverklaring wordt dan geschrapt uit het register van verleende grondstofverklaringen. De houder van een grondstofverklaring meldt de stopzetting van de activiteiten elektronisch aan de OVAM. Daarvoor maakt hij gebruik van het webloket voor grondstofverklaringen van de OVAM op de website van de OVAM.
   De OVAM stuurt een elektronische ontvangstmelding van de aanvraag tot opheffing en een elektronische melding van de opheffing.]1

  [4 § 5. De grondstofverklaring vervalt van rechtswege in de volgende gevallen:
   1А de productie van de materialen die het onderwerp uitmaken van de grondstofverklaring, start niet binnen vijf jaar nadat de grondstofverklaring verleend is;
   2А de productie van de materialen die het onderwerp uitmaken van de grondstofverklaring, wordt meer dan vijf opeenvolgende jaren onderbroken.
   De OVAM stuurt een elektronische melding van het verval van rechtswege van de grondstofverklaring naar de houder.]4

  [4 § 6. Nadat de houder van de grondstofverklaring gehoord is, kan de OVAM de grondstofverklaring gemotiveerd aanpassen op basis van:
   1А nieuwe wetenschappelijke kennis over de ongunstige effecten op het milieu of de menselijke gezondheid van de materialen die het voorwerp uitmaken van de grondstofverklaring;
   2А vaststellingen op het terrein die wijzen op verhoogde ongunstige effecten op het milieu of de menselijke gezondheid door het gebruik van de materialen die het voorwerp uitmaken van de grondstofverklaring.
   Tegen de gemotiveerde beslissing van de OVAM kan beroep worden ingesteld op de wijze, vermeld in artikel 2.4.2.4.]4

  
Art. 2.4.2.3. [1 § 1er. L'OVAM informe le demandeur de la réception de la demande au moyen d'une notification électronique dans le guichet web pour les déclarations de matières premières. Tant que le demandeur ne reçoit pas d'accusé de réception électronique, la demande doit être considérée comme non introduite.
   § 2. [2 L'OVAM accorde ou refuse une déclaration des matières premières sur décision et en informe le demandeur au moyen d'une notification électronique. Pour les demandes imposées dans la section 2.3, la décision tombe au plus tard trente jours calendrier après la date de réception de la demande. Pour les demandes relevant de la section 2.6, la décision tombe au plus tard soixante jours calendrier après la date de réception de la demande. Le délai de traitement prend cours le premier jour ouvrable suivant. La déclaration des matières premières peut prévoir un délai de validité limité.]2
   § 3. Si l'OVAM requiert des précisions lors du traitement de la demande visée au paragraphe 2, le délai de traitement visé au paragraphe 2 est suspendu à partir de l'envoi de cette requête et recommence à courir le premier jour ouvrable qui suit la réception de ces précisions. Si le demandeur omet de communiquer les précisions à l'OVAM dans le délai de 90 jours civils [3 , l'OVAM met fin à la procédure de demande et en informe le demandeur au moyen d'une notification électronique]3. Le délai précité de 90 jours civils peut être prolongé en concertation entre le demandeur et l'OVAM.
   L'OVAM met à disposition un guichet web destiné aux déclarations de matières premières sur son site Internet pour l'envoi de la demande de précisions et la réception de celles-ci. L'OVAM envoie au demandeur un accusé de réception électronique des précisions.
  [4 L'OVAM peut recueillir l'avis d'une tierce partie. Elle le fait au plus tard dans les quatorze jours calendrier de la réception de la demande et elle en informe le demandeur.
   Si l'OVAM sollicite l'avis d'une tierce partie lors du traitement de la demande, le délai de traitement visé au paragraphe 2 est suspendu à partir de l'envoi de cette requête et recommence à courir le premier jour ouvrable qui suit la réception de l'avis ou au terme de trente jours calendrier à compter de l'envoi de la demande. ]4

   Après un refus de déclaration de matières premières, une nouvelle demande n'est traitée par l'OVAM que si le demandeur peut avancer des éléments justifiant une nouvelle demande.
   § 4. Une déclaration de matières premières ne peut être transmise à des tiers, hormis en cas de reprise du producteur de matières premières.
   En cas de reprise du producteur de matières premières ou du titulaire de la déclaration de matières premières, le titulaire de la déclaration de matières premières communique à l'OVAM les données d'identification visées aux points 2° et 3° de l'article 2.4.2.2 ainsi qu'une preuve de la reprise. Il utilise à cette fin le guichet web destiné aux déclarations de matières premières sur le site Internet de l'OVAM. La nouvelle déclaration de matières premières au nom du repreneur est valable avec effet immédiat.
   En cas de cessation de ses activités, le titulaire d'une déclaration de matières premières peut, à sa demande, faire annuler la déclaration de matières premières. La déclaration de matières premières est alors radiée du registre des déclarations de matières premières accordées. Le titulaire d'une déclaration de matières premières communique la cessation des activités par voie électronique à l'OVAM. Il utilise à cette fin le guichet web destiné aux déclarations de matières premières sur le site Internet de l'OVAM.
   L'OVAM envoie un accusé de réception électronique de la demande d'annulation ainsi qu'une notification électronique de l'annulation.]1

  [4 § 5. La déclaration de matière première devient caduque de plein droit dans les cas suivants :
   1° la production des matériaux qui font l'objet de la déclaration de matière première ne commence pas dans les cinq ans suivant la délivrance de la déclaration de matière première ;
   2° la production des matériaux qui font l'objet de la déclaration de matière première est interrompue pendant plus de cinq années consécutives.
   L'OVAM envoie une notification électronique de la caducité de plein droit de la déclaration de matière première au titulaire.]4

  [4 § 6. Après que le titulaire de la déclaration de matière première a été entendu, l'OVAM adapter la déclaration de matière première de façon motivée sur la base de :
   1° nouvelles connaissances scientifiques concernant les incidences nocives pour l'environnement ou la santé humaine des matériaux qui font l'objet de la déclaration de matière première ;
   2° constatations sur le terrain indiquant une augmentation des incidences nocives pour l'environnement ou la santé humaine liée à l'utilisation des matériaux qui font l'objet de la déclaration de matière première.
   La décision motivée de l'OVAM est passible de recours selon les modalités prévues à l'article 2.4.2.4.]4

  
Art. 2.4.2.4. Tegen de beslissing van de OVAM kan beroep worden ingesteld bij de minister, die uitspraak doet binnen een termijn van drie maanden na de ontvangst van het beroepsschrift.
  Het beroep wordt met een [2 beveiligde zending]2 ingediend binnen een termijn van dertig dagen na verzending van de bestreden beslissing.
  Het beroep is met redenen omkleed en gaat in op de specifieke elementen van de beslissing [1 ...]1.
  De minister doet uitspraak door middel van een gemotiveerde beoordeling van de aanspraken en bezwaren geformuleerd door de indiener(s) van het beroep en houdt daarbij rekening met de definitie van een afvalstof als vermeld in artikel 3,1° van het Materialendecreet, evenals met de elementen, vermeld in artikelen 36, 37 en 39 van voormeld decreet, en de prioriteitsvolgorde, vermeld in artikel 4, § 3, van voormeld decreet, onverminderd de mogelijkheid tot afwijking hiervan, zoals bepaald in artikel 8, § 1, van voormeld decreet.
  
Art. 2.4.2.4. Un recours contre la décision de l'OVAM peut être introduit auprès du Ministre flamand qui se prononce dans un délai de trois mois à compter de la réception du recours.
  Le recours est introduit [2 par envoi sécurisé]2 dans un délai de trente jours à compter de l'expédition de la décision attaquée.
  Le recours est motivé et porte sur les éléments spécifiques de la décision [1 ...]1.
  Le Ministre flamand se prononce par la voie d'une évaluation motivée des prétentions et objections formulées par le ou les déposants du recours et tient compte en l'occurrence de la définition d'un déchet telle qu'elle figure à l'article 3,1° du décret sur les matériaux ainsi que des éléments mentionnés aux articles 36, 37 et 39 du décret précité et de l'ordre des priorités mentionné à l'article 4, § 3, du décret précité, sans préjudice de la possibilité d'y déroger, comme spécifié à l'article 8, § 1 du décret précité.
  
Art. 2.4.2.5. De grondstofverklaring bevat de volgende gegevens :
  1° het dossiernummer;
  2° de identificatie van de aanvrager;
  3° de identificatie van de grondstoffenproducent;
  4° de naam van de grondstof en de beschrijving van het productieproces [1 ...]1 waaruit het oorspronkelijke materiaal is ontstaan;
  5° de beoogde toepassing van de grondstof;
  6° de voorwaarden voor het gebruik;
  7° de geldigheidstermijn.
  
Art. 2.4.2.5. La déclaration des matières premières contient les éléments suivants :
  1° le numéro de dossier;
  2° l'identification du demandeur;
  3° l'identification du producteur de matières premières;
  4° le nom de la matière première et la description du procédé de production [1 ...]1 d'où provient le matériau d'origine;
  5° l'application visée de la matière première;
  6° les conditions d'utilisation;
  7° le délai de validité.
  
Art. 2.4.2.6. [1 Tijdens het transport en de opslag van grondstoffen wordt door de houder van de grondstoffen, op verzoek, een bewijs van de grondstofverklaring voorgelegd aan de toezichthouder.
   In de grondstofverklaring kan afgeweken worden van de verplichting, vermeld in het eerste lid.
  [2 De houder van de grondstofverklaring neemt de voorwaarden voor het gebruik van de grondstof, vermeld in de grondstofverklaring, op in een schriftelijke overeenkomst die wordt ondertekend door de houder van de grondstofverklaring en door elke gebruiker van de grondstof. Een wijziging van de voorwaarden moet meegedeeld worden aan elke gebruiker, en resulteert in een aanpassing van de schriftelijke overeenkomst die ondertekend wordt door de houder van de grondstofverklaring en door elke gebruiker van de grondstof die verder gebruik wil maken van de grondstof.]2
   De grondstofverklaringen zijn beschikbaar in het webloket voor grondstofverklaringen op de website van de OVAM en in het online register, vermeld in artikel 2.4.3.2.]1

  
Art. 2.4.2.6. [1 Pendant le transport et le stockage de matières premières, le détenteur des matières premières présente, sur demande, une preuve de la déclaration de matières premières au fonctionnaire surveillant.
   Dans la déclaration de matières premières, il peut être dérogé à l'obligation visée à l'alinéa 1er.
  [2 Le titulaire de la déclaration de matière première reprend les conditions d'utilisation de la matière première mentionnée dans la déclaration de matière première dans un accord écrit qui est signé par le titulaire de la déclaration de matière première et par chaque utilisateur de la matière première. Une modification des conditions doit être communiquée à chaque utilisateur et entraîne une adaptation de l'accord écrit qui est signé par le titulaire de la déclaration de matière première et par chaque utilisateur de la matière première désireux de continuer à utiliser la matière première.]2
   Les déclarations de matières premières sont disponibles dans le guichet web destiné aux déclarations de matières premières sur le site Internet de l'OVAM et dans le registre en ligne visé à l'article 2.4.3.2.]1

  
Onderafdeling 2.4.3. - Opheffing van de grondstofverklaring
Sous-section 2.4.3. - Retrait de la déclaration des matières premières
Art. 2.4.3.1. § 1. De OVAM kan de grondstofverklaring opheffen als :
  1° de toezichthouder of de OVAM vaststelt, rekening houdend met alle systematische en toevallige fouten van de monsterneming en de analyse [1 , dat de samenstelling van het]1 materiaal niet voldoet aan de toepasselijke voorwaarden van dit besluit;
  2° er zich wijzigingen voordoen aan onder meer het productieproces, de behandeling voor nuttige toepassing of de toepassing van het betreffende materiaal, waardoor het materiaal niet meer voldoet aan de voorwaarden van dit besluit;
  3° [1 het gebruik van de grondstof niet in overeenstemming is met de grondstofverklaring]1;
  [1 4° de grondstoffenproducent of in afwijking daarvan, de persoon die in zijn naam optreedt, niet voldoet aan de verplichtingen, vermeld in artikel 2.2.8;]1
  [1 5° in het aanvraagdossier van de grondstofverklaring inhoudelijk foutieve gegevens worden vermeld die bepalend waren voor de aflevering van de grondstofverklaring.]1
  De OVAM brengt de houder van de grondstofverklaring met een [2 beveiligde zending]2 op de hoogte van het voornemen tot opheffing.
  § 2. Vanaf de ontvangst van de brief met het voornemen tot opheffing beschikt de houder van de grondstofverklaring over dertig kalenderdagen om zijn verweermiddelen in een aangetekende brief aan de OVAM te sturen.
  Bij overschrijding van de termijn of bij ontoereikende verweermiddelen heft de OVAM de grondstofverklaring op. Ze doet dat binnen zestig kalenderdagen na de ontvangst van de verweermiddelen of het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid. De OVAM brengt de houder van de grondstofverklaring op de hoogte van die beslissing met een aangetekende brief.
  Het voornemen tot opheffing kan worden beschouwd als ingetrokken, als de OVAM uiterlijk binnen [1 dertig kalenderdagen]1 na de ontvangst van de verweermiddelen een beslissing tot intrekking heeft gestuurd naar de houder van de grondstofverklaring, of bij het verstrijken van die termijn. [1 Als de OVAM na ontvangst van de verweermiddelen om bijkomende informatie verzoekt, wordt de termijn vermeld in dit lid geschorst vanaf de verzending van het verzoek en begint die opnieuw te lopen op de eerstvolgende werkdag vanaf de ontvangst van de bijkomende informatie.]1
  Tegen de beslissing van opheffing kan beroep worden ingesteld bij de minister, met inachtneming van de termijnen, vermeld in artikel 2.4.2.4.
  
Art. 2.4.3.1. § 1. L'OVAM peut retirer la déclaration des matières premières si :
  1° le fonctionnaire surveillant ou l'OVAM constate, en tenant compte de toutes les erreurs systématiques et occasionnelles de l'échantillonnage et de l'analyse, [1 que la composition du matériau]1 ne satisfait pas aux conditions applicables du présent arrêté;
  2° des modifications ont été apportées, notamment au procédé de production, au traitement pour l'application utile ou à l'application du matériau correspondant, au point que le matériau ne satisfait plus aux conditions du présent arrêté;
  3° [1 l'utilisation de la matière première n'est pas conforme à la déclaration de matières premières]1;
  [1 4° le producteur de matières premières ou, par dérogation, la personne agissant en son nom, ne respecte pas les obligations visées à l'article 2.2.8 ;]1
  [1 5° des données dont le contenu est incorrect, mais qui ont été déterminantes pour l'octroi de la déclaration de matières premières figurent dans le dossier de demande de la déclaration de matières premières.]1
  L'OVAM informe le titulaire de la déclaration des matières premières par lettre recommandée de son intention de retrait.
  § 2. A compter de la réception de la lettre notifiant l'intention de retrait, le titulaire de la déclaration des matières premières dispose de 30 jours civils pour envoyer ses moyens de défense dans une lettre recommandée à l'OVAM.
  En cas de dépassement du délai ou en cas de moyens de défense insuffisants, l'OVAM retire la déclaration des matières premières. Elle y procède dans les soixante jours civils qui suivent la réception des moyens de défense ou l'expiration du délai mentionné dans le premier alinéa. L'OVAM informe le titulaire de la déclaration des matières premières de cette décision [2 par envoi sécurisé]2.
  L'intention de retrait peut être considérée comme retirée si, au plus tard dans les [1 30 jours civils]1 qui suivent la réception des moyens de défense, l'OVAM a envoyé une décision de retrait au titulaire de la déclaration des matières premières ou à l'expiration de ce délai. [1 Si l'OVAM requiert des informations complémentaires après réception des moyens de défense, le délai visé dans le présent alinéa est suspendu à partir de l'envoi de cette requête et recommence à courir le premier jour ouvrable qui suit la réception de ces informations complémentaires.]1
  Un recours peut être introduit contre la décision de retrait auprès du ministre flamand moyennant respect des délais stipulés à l'article 2.4.2.4.
  
Art. 2_4.3.1.TOEKOMSTIG_RECHT.    § 1. De OVAM kan de grondstofverklaring opheffen als :
  1° de toezichthouder of de OVAM vaststelt, rekening houdend met alle systematische en toevallige fouten van de monsterneming en de analyse [1 , dat de samenstelling van het]1 materiaal niet voldoet aan de toepasselijke voorwaarden van dit besluit;
  2° er zich wijzigingen voordoen aan onder meer het productieproces, de behandeling voor nuttige toepassing of de toepassing van het betreffende materiaal, waardoor het materiaal niet meer voldoet aan de voorwaarden van dit besluit;
  3° [1 het gebruik van de grondstof niet in overeenstemming is met de grondstofverklaring]1;
  [1 4° de grondstoffenproducent of in afwijking daarvan, de persoon die in zijn naam optreedt, niet voldoet aan de verplichtingen, [3 vermeld in artikel 2.3.1.3/2 ]3;]1
  [1 5° in het aanvraagdossier van de grondstofverklaring inhoudelijk foutieve gegevens worden vermeld die bepalend waren voor de aflevering van de grondstofverklaring.]1
  [3 6° nieuwe wetenschappelijke kennis over de ongunstige effecten op het milieu of de menselijke gezondheid van de materialen die het voorwerp uitmaken van de grondstofverklaring, of vaststellingen op het terrein wijzen op verhoogde ongunstige effecten op het milieu of de menselijke gezondheid door het gebruik van de materialen die het voorwerp uitmaken van de grondstofverklaring.]3
  De OVAM brengt de houder van de grondstofverklaring met een [2 beveiligde zending]2 op de hoogte van het voornemen tot opheffing.
  § 2. Vanaf de ontvangst van de brief met het voornemen tot opheffing beschikt de houder van de grondstofverklaring over dertig kalenderdagen om zijn verweermiddelen in een aangetekende brief aan de OVAM te sturen.
  Bij overschrijding van de termijn of bij ontoereikende verweermiddelen heft de OVAM de grondstofverklaring op. Ze doet dat binnen [3 dertig kalenderdagen]3 na de ontvangst van de verweermiddelen of het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid. De OVAM brengt de houder van de grondstofverklaring op de hoogte van die beslissing met een aangetekende brief.
  Het voornemen tot opheffing kan worden beschouwd als ingetrokken, als de OVAM uiterlijk binnen [1 dertig kalenderdagen]1 na de ontvangst van de verweermiddelen een beslissing tot intrekking heeft gestuurd naar de houder van de grondstofverklaring, of bij het verstrijken van die termijn. [1 Als de OVAM na ontvangst van de verweermiddelen om bijkomende informatie verzoekt, wordt de termijn vermeld in dit lid geschorst vanaf de verzending van het verzoek en begint die opnieuw te lopen op de eerstvolgende werkdag vanaf de ontvangst van de bijkomende informatie.]1
  [3 Bijkomende informatie moet binnen een termijn van zestig kalenderdagen aan de OVAM worden bezorgd tenzij anders bepaald in de vraag om bijkomende informatie. Als de OVAM die bijkomende informatie niet tijdig ontvangt, wordt de grondstofverklaring opgeheven.]3
  Tegen de beslissing van opheffing kan beroep worden ingesteld bij de minister, met inachtneming van de termijnen, vermeld in artikel 2.4.2.4.
Art. 2_4.3.1.DROIT_FUTUR.    § 1. L'OVAM peut retirer la déclaration des matières premières si :
  1° le fonctionnaire surveillant ou l'OVAM constate, en tenant compte de toutes les erreurs systématiques et occasionnelles de l'échantillonnage et de l'analyse, [1 que la composition du matériau]1 ne satisfait pas aux conditions applicables du présent arrêté;
  2° des modifications ont été apportées, notamment au procédé de production, au traitement pour l'application utile ou à l'application du matériau correspondant, au point que le matériau ne satisfait plus aux conditions du présent arrêté;
  3° [1 l'utilisation de la matière première n'est pas conforme à la déclaration de matières premières]1;
  [1 4° le producteur de matières premières ou, par dérogation, la personne agissant en son nom, ne respecte pas les obligations [3 visées à l'article 2.3.1.3/2]3;]1
  [1 5° des données dont le contenu est incorrect, mais qui ont été déterminantes pour l'octroi de la déclaration de matières premières figurent dans le dossier de demande de la déclaration de matières premières.]1
  [3 6° de nouvelles connaissances scientifiques concernant les incidences nocives pour l'environnement ou la santé humaine des matériaux qui font l'objet de la déclaration de matière première ou des constatations sur le terrain indiquent une augmentation des incidences nocives pour l'environnement ou la santé humaine liée à l'utilisation des matériaux qui font l'objet de la déclaration de matière première.]3
  L'OVAM informe le titulaire de la déclaration des matières premières par lettre recommandée de son intention de retrait.
  § 2. A compter de la réception de la lettre notifiant l'intention de retrait, le titulaire de la déclaration des matières premières dispose de 30 jours civils pour envoyer ses moyens de défense dans une lettre recommandée à l'OVAM.
  En cas de dépassement du délai ou en cas de moyens de défense insuffisants, l'OVAM retire la déclaration des matières premières. Elle y procède dans les [3 trente jours calendrier]3 qui suivent la réception des moyens de défense ou l'expiration du délai mentionné dans le premier alinéa. L'OVAM informe le titulaire de la déclaration des matières premières de cette décision [2 par envoi sécurisé]2.
  L'intention de retrait peut être considérée comme retirée si, au plus tard dans les [1 30 jours civils]1 qui suivent la réception des moyens de défense, l'OVAM a envoyé une décision de retrait au titulaire de la déclaration des matières premières ou à l'expiration de ce délai. [1 Si l'OVAM requiert des informations complémentaires après réception des moyens de défense, le délai visé dans le présent alinéa est suspendu à partir de l'envoi de cette requête et recommence à courir le premier jour ouvrable qui suit la réception de ces informations complémentaires.]1
  [3 Les informations complémentaires doivent être transmises à l'OVAM dans un délai de soixante jours calendrier sauf stipulation contraire dans la demande d'informations complémentaires. Si l'OVAM ne reçoit pas ces informations complémentaires dans les délais, la déclaration de matière première est abrogée.]3
  Un recours peut être introduit contre la décision de retrait auprès du ministre flamand moyennant respect des délais stipulés à l'article 2.4.2.4.
Art. 2.4.3.2. De OVAM stelt een register met de verleende en opgeheven grondstofverklaringen ter beschikking via haar website.
Art. 2.4.3.2. L'OVAM met à disposition un registre des déclarations des matières premières accordées et retirées sur son site web
Afdeling 2.6. [1 - Materialen waarvoor geen Europese criteria en geen specifieke criteria bestaan]1
Section 2.6. [1 - Matériaux pour lesquels il n'existe pas de critères européens ni de critères spécifiques]1
Art. 2.6.1. [1 Materialen waarvoor geen Europese criteria en geen specifieke criteria bestaan kunnen pas als grondstof worden beschouwd wanneer ze voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 36 of 37 van het Materialendecreet.]1
  
Art. 2.6.1. [1 Les matériaux pour lesquels il n'existe pas de critères européens ni de critères spécifiques ne peuvent être considérés comme matière première que s'ils remplissent les conditions visées à l'article 36 ou 37 du décret sur les Matériaux.]1
  
Art. 2.6.2. [1 Afvalstoffen worden niet langer als afvalstoffen beschouwd als ze een behandeling voor recyclage of nuttige toepassing hebben ondergaan en voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 36 van het Materialendecreet.
   De houder van het materiaal beslist op basis van een zelfbeoordeling of aan de bepalingen, vermeld in het eerste lid, is voldaan.]1

  
Art. 2.6.2. [1 Les déchets ne sont plus considérés comme tels s'ils ont subi un traitement en vue du recyclage ou de la valorisation et remplissent les conditions visées à l'article 36 du décret sur les Matériaux.
   Le détenteur du matériau décide, sur la base d'une auto-évaluation, s'il est satisfait aux dispositions visées à l'alinéa 1er.]1

  
Art. 2.6.3. [1 Een stof die of een voorwerp dat het resultaat is van een productieproces dat niet in de eerste plaats bedoeld is voor de productie van die stof of dat voorwerp, kan alleen als bijproduct en niet als afvalstof worden aangemerkt, als wordt voldaan aan de voorwaarden, vermeld in artikel 37 van het Materialendecreet.
   De houder van het materiaal beslist op basis van een zelfbeoordeling of aan de bepalingen, vermeld in het eerste lid, is voldaan.]1

  
Art. 2.6.3. [1 Une substance ou un objet issu d'un processus de production dont le but premier n'est pas de produire ladite substance ou ledit objet ne peut être considéré(e) comme sous-produit et non comme déchet si les conditions visées à l'article 37 du décret sur les Matériaux sont réunies.
   Le détenteur du matériau décide, sur la base d'une auto-évaluation, s'il est satisfait aux dispositions visées à l'alinéa 1er.]1

  
Art. 2.6.4. [1 De zelfbeoordeling, vermeld in artikel 2.6.2 en 2.6.3, gebeurt op basis van de handleiding die de OVAM publiceert op haar website. Een kopie van de zelfbeoordeling wordt ter beschikking gehouden van de OVAM en de toezichthoudende overheid.
   Het transport en de opslag van grondstoffen die op basis van een zelfbeoordeling als vermeld in het eerste lid, als een grondstof worden beschouwd, gaan altijd vergezeld van een verklaring opgesteld door de houder van de grondstoffen, die het grondstofstatuut op basis van een zelfbeoordeling bevestigt.]1

  [2 De verklaring, vermeld in het tweede lid, bevat minstens de volgende informatie:
   1А de adresgegevens en de contactpersoon van het terugwinningsbedrijf of producent;
   2А de adresgegevens en de contactpersoon van het bedrijf dat de zelfbeoordeling heeft uitgevoerd;
   3А een beschrijving van de einde-afvalstof of bijproduct;
   4А een bevestiging dat de einde-afvalstof of bijproduct voldoet aan de voorwaarden voor einde-afval of bijproduct en op welke inrichting de zelfbeoordeling ter inzage wordt gehouden;
   5А het specifiek gebruik waarvoor de einde-afvalstof of bijproduct geschikt is;
   6А bij grensoverschrijdend transport: een bevestiging dat het materiaal in land van herkomst en in land van bestemming een einde-afval of bijproductstatus heeft.]2

  
Art. 2.6.4. [1 L'auto-évaluation visée aux articles 2.6.2 et 2.6.3 est réalisée conformément au manuel que l'OVAM publie sur son site web. Une copie de l'auto-évaluation est mise à la disposition de l'OVAM et de l'autorité de tutelle.
   Le transport et le stockage de matières premières qui sont considérées comme une matière première sur la base d'une auto-évaluation telle que visée à l'alinéa 1er s'accompagnent toujours d'une déclaration, rédigée par le détenteur des matières premières, certifiant le statut de matière première sur la base d'une auto-évaluation.]1

  [2 La déclaration visée à l'alinéa 2 contient au moins les informations suivantes :
   1° les données d'adresse et la personne de contact de l'entreprise de récupération ou du producteur ;
   2° les données d'adresse et la personne de contact de l'entreprise qui a procédé à l'auto-évaluation ;
   3° une description du déchet ayant cessé de l'être ou du sous-produit ;
   4° une confirmation de ce que le déchet ayant cessé de l'être ou le sous-produit satisfait aux conditions relatives à la sortie du statut de déchet ou au sous-produit et de l'établissement dans lequel l'auto-évaluation est tenue à disposition ;
   5° l'utilisation spécifique pour laquelle le déchet ayant cessé de l'être ou le sous-produit convient ;
   6° en cas de transport transfrontalier : une confirmation de ce que le matériau possède dans le pays d'origine et dans le pays de destination le statut de fin de la qualité de déchet ou de sous-produit.]2

  
Art. 2.6.5. [1 Bij twijfel kan een grondstofverklaring worden aangevraagd bij de OVAM. Het aanvragen van een grondstofverklaring kan geëist worden door de OVAM of de toezichthoudende overheid. Een grondstofverklaring is altijd verplicht bij het gebruik van materialen als brandstof[2 en bij het gebruik van teruggewonnen grondstoffen van de recyclage van wegwerpluiers]2.
   Een grondstofverklaring wordt afgegeven volgens de procedure, vermeld in afdeling 2.4.[2 Wanneer de OVAM of een toezichthoudende overheid een grondstofverklaring eist, wordt in afwachting van het verkrijgen van de grondstofverklaring het materiaal dat het voorwerp uitmaakt van de zelfbeoordeling als afval beschouwd.]2]1

  
Art. 2.6.5. [1 En cas de doute, une déclaration des matières premières peut être demandée auprès de l'OVAM. La demande d'une déclaration des matières premières peut être exigée par l'OVAM ou l'autorité de tutelle. Une déclaration des matières premières est toujours obligatoire en cas d'utilisation de matériaux comme combustible[2 et en cas d'utilisation de matières premières récupérées du recyclage de couches jetables]2.
   Une déclaration des matières premières est délivrée suivant la procédure visée à la section 2.4.[2 Lorsque l'OVAM ou une autorité de contrôle réclame une déclaration de matière première, le matériau qui fait l'objet de l'auto-évaluation est considéré comme un déchet en attendant l'obtention de la déclaration de matière première.]2]1

  
HOOFDSTUK 3. - Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid
CHAPITRE 3. - Responsabilité élargie des producteurs
Afdeling 3.1. - Algemene bepalingen
Section 3.1. - Dispositions générales
Art. 3.1.1. [4 § 1.]4 Overeenkomstig artikel 21, § 2, van het Materialendecreet worden de volgende afvalstoffen aangewezen als afvalstoffen waarvoor een vorm van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid geldt :
  1° drukwerkafval;
  2° afgedankte voertuigen;
  3° afvalbanden;
  4° afgedankte elektrische en elektronische apparatuur;
  5° afgedankte batterijen en accu's;
  6° [3 afvalolie]3 als vermeld in bijlage 3.4.6;
  7° oude en vervallen geneesmiddelen;
  8° [2 afgedankte matrassen;]2
  9° [1 [5 9° kunststofhoudend vistuigafval]5;]1
  10° [2 ...]2
  11° zwerfvuil;
  12° [2 ...]2
  13° gebruikte wegwerpluiers.
  [6 14° gebruikte vezelcementen bouwmaterialen.]6
  De wijze waarop invulling wordt gegeven aan de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, wordt bepaald in afdeling 3.4.
  [4 § 2. Er kan een vrijwillige terugname georganiseerd worden voor huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen.
   De wijze waarop invulling wordt gegeven aan die vorm van vrijwillige terugname, wordt bepaald in afdeling 3.5.]4

  
Art. 3.1.1. [3 § 1er.]3 Conformément à l'article 21, § 2 du décret sur les matériaux, les déchets suivants sont désignés comme des déchets auxquels s'applique une forme de responsabilité élargie du producteur :
  1° déchets d'imprimés;
  2° véhicules mis au rebut;
  3° pneus usés;
  4° équipements électriques et électroniques mis au rebut;
  5° piles et accumulateurs usagés;
  6° huiles usagées mentionnées en annexe 3.4.6;
  7° médicaments vieux et périmés;
  8° [2 matelas usagés ;]2
  9° [1 [5 déchets d'engins de pêche contenant des matières synthétiques ]5;]1
  10° [2 ...]2
  11° détritus non ramassés;
  12° [2 ...]2
  13° langes jetables usagés.
  [6 14° matériaux de construction en fibro-ciment usagés.]6
  Le contenu de la responsabilité élargie du producteur est déterminé dans la section 3.4.
  [4 § 2. Une reprise volontaire peut être organisée pour les ordures ménagères et les déchets industriels similaires aux ordures ménagères.
   Les modalités de mise en oeuvre de cette forme de reprise volontaire sont définies à la section 3.5.]4

  
Art. 3.1.2. Alle verplichtingen en kosten voor de natuurlijke personen en rechtspersonen die aan de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid onderworpen zijn, gelden vanaf de datum van de invoering van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.
Art. 3.1.2. Toutes les obligations et charges pour les personnes physiques et morales qui sont soumises à la responsabilité élargie du producteur s'appliquent à compter de la date de l'introduction de la responsabilité élargie du producteur.
Afdeling 3.2. - Aanvaardingsplicht
Section 3.2. - Obligation d'acceptation
Onderafdeling 3.2.1. - Algemene bepalingen
Sous-section 3.2.1. - Dispositions générales
Art. 3.2.1.1. [3 § 1. De aanvaardingsplicht is een regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid als vermeld in artikel 21, § 1 en artikel 21/1 van het Materialendecreet.]3
  [3 § 1/1.]3 De aanvaardingsplicht voor de eindverkoper houdt in dat hij, als een consument een product aanschaft, verplicht is het overeenstemmende product waarvan de consument zich ontdoet, gratis in ontvangst te nemen. De tussenhandelaars zijn verplicht de door de eindverkopers in ontvangst genomen afvalstoffen gratis te aanvaarden, in verhouding tot de door hen aan de eindverkopers gedane leveringen van producten. De producenten zijn verplicht de door de eindverkopers of door de tussenhandelaars in ontvangst genomen afvalstoffen gratis te aanvaarden en te zorgen voor de nuttige toepassing of de verwijdering ervan, in verhouding tot de door hen aan de eindverkopers of tussenhandelaars gedane leveringen van producten.
  [3 De verplichting, vermeld in het eerste lid, geldt ongeacht de gebruikte verkooptechniek, met inbegrip van verkoop op afstand.
   De modaliteiten voor het terugnemen van afgedankte producten in het kader van een verkoop op afstand, dienen voor het sluiten van de koopovereenkomst meegedeeld te worden aan de koper.]3

  § 2. De eindverkoper, tussenhandelaar en producent moeten de afvalstoffen waarvoor een aanvaardingsplicht geldt, gratis in ontvangst nemen, zelfs als de consument geen vervangende producten aanschaft.
  In de [2 aanvaardingsplichtconvenant]2 of in het [2 individuele aanvaardingsplichtplan]2 kan echter van die plicht worden afgeweken :
  1° voor huishoudelijke afvalstoffen : als de producenten de gratis inontvangstneming organiseren op de [2 recyclageparken]2 of op andere inzamelpunten met vergelijkbare geografische spreiding en dekking;
  2° voor bedrijfsafvalstoffen : als de producenten de gratis inontvangstneming organiseren op een wijze die rekening houdt met de specificiteit van de producten en voldoende garanties biedt voor een milieuverantwoorde behandeling.
  § 3. [1 Tenzij anders is vermeld in de afdelingen 3.3 en 3.4, worden de huishoudelijke afvalstoffen ingezameld in samenwerking met de gemeenten.
   De producenten dragen in het geval, vermeld in het eerste lid, de nettokosten ten laste voor de inzameling en scheiding van de afvalstoffen die onderworpen zijn aan de aanvaardingsplicht en die werden ingezameld via de gemeentelijke inzamelkanalen. De vergoeding van de nettokosten wordt onderling afgesproken. Als geen akkoord wordt bereikt, kan de minister, na advies van de OVAM, bindende voorschriften vaststellen voor de aanrekening van die kosten. Die voorschriften bevatten onder meer een lijst van te vergoeden kosten. Ze worden opgesteld in overleg met de betrokken partners.
   Om recht te hebben op de vergoeding, vermeld in het tweede lid, moet de inzameling gratis zijn voor de consument.]1

  § 4. De aanvaarding van afvalstoffen, vermeld in paragrafen 1, 2 en 3, is gratis op voorwaarde dat ze geen afvalstoffen bevatten die vreemd zijn aan het afgedankte product, tenzij die er door normaal gebruik in aanwezig kunnen zijn.
  Zolang niet aan de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, wordt voldaan, kan de aanvaarding geweigerd worden.
  [1 § 4/1. De producent waarvoor de aanvaardingsplicht geldt, kan bijkomende inzamelkanalen opzetten voor de afvalstoffen waarop de aanvaardingsplicht van toepassing is. De producenten kunnen daarbij een beroep doen op derden om bepaalde taken uit te voeren.
   De inzamelkanalen, vermeld in het eerste lid, moeten voldoen aan de volgende voorwaarden:
   1° de afvalstoffen worden opgeslagen zonder schade of verontreiniging van mens, milieu of directe omgeving;
   2° bij de opslag wordt gezorgd voor een georganiseerde regelmatige afvoer van de afvalstoffen;
   3° de afvalstoffen worden ingezameld conform de wettelijke bepalingen;
   4° het inzamelsysteem draagt bij tot een duurzaam materialenbeheer;
   5° een zekere continuïteit van de inzameling wordt gegarandeerd.
   De inzamelkanalen, vermeld in het eerste lid, worden goedgekeurd door de OVAM. Een schriftelijke beschrijving van het inzamelsysteem, de inzamelpunten, de deelnemende actoren en hun verantwoordelijkheden wordt aan de OVAM voorgelegd. De OVAM heeft 30 dagen de tijd om dergelijke inzamelkanalen al dan niet goed te keuren. Als de OVAM om aanvullende informatie verzoekt, kan de termijn maximaal met één maand worden verlengd. Die termijn gaat in vanaf de datum van de ontvangst van alle opgevraagde informatie.
   De producent informeert de gemeenten en intercommunales:
   1° over elke goedkeuring van een inzamelkanaal dat actief is op hun grondgebied;
   2° jaarlijks over de hoeveelheid afvalstoffen die de inzamelkanalen hebben ingezameld en de wijze van verwerking.]1

  § 5. [1 Iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon is verantwoordelijk voor de financiering van de verplichtingen die de aanvaardingsplicht voor hem meebrengt. De financiering kan worden georganiseerd via een collectieve of individuele regeling.]1
  § 6. Het gedeelte van de kostprijs van een product dat wordt doorgerekend om de kosten te dekken die verbonden zijn aan de uitvoering van de aanvaardingsplicht, moet zichtbaar worden vermeld op de factuur, tenzij het anders is bepaald in dit besluit, in de [2 aanvaardingsplichtconvenant]2 of in het [2 individuele aanvaardingsplichtplan]2.
  § 7. De eindverkoper van producten waarvoor de aanvaardingsplicht geldt, moet op een duidelijk zichtbare plaats in elk van zijn verkooppunten een bericht aanbrengen waarop [3 ...]3 is aangegeven op welke wijze hij voldoet aan de bepalingen van dit besluit en op welke wijze de koper [3 het product kan laten herstellen of]3 zich kan ontdoen van zijn afgedankte product. Ook bij verkoop buiten een verkoopsruimte moet de consument daarover geïnformeerd worden.
  § 8. Ongeacht de datum van ondertekening van een [2 aanvaardingsplichtconvenant]2 of de datum van de goedkeuring van het [2 individuele aanvaardingsplichtplan]2 gelden alle verplichtingen en kosten voor degenen die aan de aanvaardingsplicht onderworpen zijn, vanaf de datum van de inwerkingtreding van de plicht.
  
Art. 3.2.1.1. [3 § 1er. L'obligation d'acceptation est un régime de responsabilité élargie des producteurs tel que visé à l'article 21, § 1er, et à l'article 21/1 du décret sur les Matériaux.]3
  [3 § 1er/1.]3 L'obligation d'acceptation pour le vendeur final implique que, si un consommateur achète un produit, il est tenu de réceptionner gratuitement le produit correspondant dont le consommateur se défait. Les intermédiaires sont tenus d'accepter gratuitement les déchets réceptionnés par les vendeurs finaux, proportionnellement aux fournitures de produits qu'ils effectuent aux vendeurs finaux. Les producteurs sont tenus de réceptionner gratuitement les déchets reçus par les vendeurs finaux ou par les intermédiaires et de s'assurer de leur valorisation ou de leur élimination proportionnellement aux fournitures de produits qu'ils effectuent aux vendeurs finaux ou intermédiaires.
  [3 L'obligation visée à l'alinéa 1er s'applique quelle que soit la technique de vente utilisée, y compris la vente à distance.
   Les modalités de reprise de produits en fin de vie dans le cadre d'une vente à distance doivent être communiquées à l'acheteur avant la conclusion du contrat de vente.]3

  § 2. Le vendeur final, l'intermédiaire et le producteur doivent réceptionner gratuitement les déchets soumis à une obligation d'acceptation même si le consommateur ne se procure pas de produits substitutifs.
  Il est cependant possible de déroger à cette obligation dans la [2 convention d'obligation d'acceptation]2 ou dans le [2 plan individuel d'obligation d'acceptation]2 :
  1° pour les déchets ménagers : lorsque les producteurs organisent le réceptionnement gratuit dans des [2 recyparcs]2 ou à d'autres points de collecte présentant une répartition et couverture géographiques comparables;
  2° pour les déchets industriels : lorsque les producteurs organisent le réceptionnement gratuit de manière à tenir compte de la spécificité des produits et offrant suffisamment de garanties pour un traitement respectueux de l'environnement.
  § 3. [1 Sauf autrement stipulé dans les sections 3.3 et 3.4, les déchets ménagers sont collectés en collaboration avec les communes.
   Dans ce cas, les producteurs, visés à l'alinéa premier, prennent à leur charge les frais nets pour la collecte et la séparation des déchets qui sont soumis à l'obligation d'acceptation et qui ont été collectés par les canaux de collecte communaux. L'indemnisation des frais nets est fixée en concertation. Si aucun accord n'est atteint, le ministre flamand, après avis d'OVAM, peut arrêter les prescriptions légales en vue de l'imputation de ces frais. Ces prescriptions comprennent entre autres une liste des frais à dédommager. Elles sont fixées en concertation avec les partenaires concernés.
   Pour avoir droit à l'indemnisation visée à l'alinéa deux, la collecte doit être gratuite pour le consommateur.]1

  § 4. Le réceptionnement des déchets, mentionné dans les paragraphes 1, 2 et 3, est gratuit à condition que ceux-ci ne contiennent pas de déchets étrangers au produit usagé à moins que ces derniers puissent y être présents par un usage normal.
  Tant que la condition mentionnée dans le premier alinéa n'est pas satisfaite, le réceptionnement peut être refusé.
  [1 § 4/1. Le producteur auquel l'obligation d'acceptation s'applique, peut organiser des canaux de collecte supplémentaires pour les déchets auxquels l'obligation d'acceptation s'applique. A cet effet, les producteurs peuvent faire appel à des tiers en vue d'exécuter certaines tâches.
   Les canaux de collecte, visés à l'alinéa premier, doivent répondre aux conditions suivantes :
   1° les déchets sont stockés sans dégâts ou pollution pour l'homme, l'environnement ou les environs immédiats ;
   2° une évacuation organisée régulière des déchets est assurée lors du stockage ;
   3° les déchets sont collectés conformément aux dispositions légales ;
   4° le système de collecte contribue à une gestion durable des matériaux ;
   5° une certaine continuité des collectes est assurée.
   Les canaux de collecte, visés à l'alinéa premier, sont approuvés par l'OVAM. Une description écrite du système de collecte, des points de collecte, des acteurs participants et de leurs responsables est présentée à l'OVAM. L'OVAM dispose de 30 jours pour approuver ou non de tels canaux de collecte. Lorsque l'OVAM demande des informations complémentaires, le délai peut être prolongé d'un mois au maximum. Ce délai prend effet à partir de la date de réception de toutes les informations demandées.
   Le producteur informe les communes et les intercommunales :
   1° de chaque approbation d'un canal de collecte qui est actif sur leur territoire ;
   2° annuellement de la quantité de déchets que les canaux de collecte ont collectés et le mode de traitement.]1

  § 5. [1 Chaque personne physique ou morale est responsable du financement des obligations qu'implique l'obligation d'acceptation. Le financement peut être organisé par un règlement collectifs ou individuel.]1
  § 6. La partie du prix d'un produit qui est imputée pour couvrir les frais liés à l'exécution de l'obligation d'acceptation, doit être visiblement mentionnée sur la facture, sauf en cas de dispositions contraires dans la [2 convention d'obligation d'acceptation]2 ou dans le [2 plan individuel d'obligation d'acceptation]2.
  § 7. Le vendeur final de produits qui relèvent de l'obligation d'acceptation, doit apposer dans chacun de ses points de vente, à un endroit clairement visible, un avis dans lequel il est stipulé[3 ...]3 de quelle manière il répond aux dispositions du présent arrêté et de quelle manière l'acheteur peut [3 faire réparer le produit ou]3 se débarrasser de son produit mis au rebut. En cas de vente en dehors d'un espace de vente, le consommateur doit également en être informé.
  § 8. Toutes les obligations et charges pour ceux qui sont soumis à l'obligation d'acceptation, s'appliquent à partir de la date d'entrée en vigueur de l'obligation, quelle que soit la date de signature d'une [2 convention d'obligation d'acceptation]2 ou la date d'approbation du [2 plan individuel d'obligation d'acceptation]2.
  
Art. 3.2.1.2. § 1. [2 De wijze waarop aan de aanvaardingsplicht wordt voldaan, wordt vastgelegd in een van de volgende documenten:
   1° een individueel aanvaardingsplichtplan als vermeld in paragraaf 2 en onderafdeling 3.2.3;
   2° een aanvaardingsplichtconvenant als vermeld in paragraaf 2 en artikel 3.2.2.1/1.]2

  [2 § 1/1. De producent waarvoor de aanvaardingsplicht geldt, kan aan de aanvaardingsplicht voldoen door:
   1° te beschikken over een door de OVAM goedgekeurd individueel aanvaardingsplichtplan;
   2° rechtstreeks of onrechtstreeks, via hun organisatie, door een toetredingsovereenkomst, aangesloten te zijn bij een beheersorganisme als vermeld in artikel 3.2.2.1, op voorwaarde dat het beheersorganisme voldoet aan de verplichtingen die het worden opgelegd in deze afdeling en in de aanvaardingsplichtconvenant.]2

  § 2. [2 De aanvaardingsplichtconvenant of het individuele aanvaardingsplichtplan]2 bevat in elk geval :
  [3 1° een duidelijke omschrijving van het geografisch gebied, de producten en materialen waarop de aanvaardingsplichtconvenant of het individuele aanvaardingsplichtsplan van toepassing is waarbij het geografisch gebied niet beperkt wordt tot de gebieden waar de inzameling en het beheer het winstgevendst is;]3
  [3 1°/1]3 maatregelen voor de kwalitatieve en kwantitatieve preventie en het hergebruik [2 , voor ecodesign en voor het hoogwaardig sluiten van de kringloop bovenop de vastgelegde inzamel- en verwerkingsdoelstellingen]2;
  2° maatregelen voor de selectieve inzameling van de afvalstoffen [3 van de gebieden, vermeld in punt 1°]3;
  3° maatregelen voor de optimale verwerking van de afvalstoffen;
  4° maatregelen voor een goede registratie van de afvalstoffenstromen en onderbouwing van het behalen van de doelstellingen;
  5° [1 maatregelen voor de vergoeding van de gemeentelijke inzamelkanalen;]1
  6° [3 maatregelen voor de sensibilisering van de diverse doelgroepen en in het bijzonder om de houders van afvalstoffen te informeren over:
   a) preventie- en herstelmogelijkheden;
   b) centra en diensten voor hergebruik en voorbereiding voor hergebruik;
   c) de terugname- en inzamelsystemen;
   d) het voorkomen van zwerfvuil en het negatieve effect op het milieu van zwerfvuil;]3

  7° maatregelen voor eigen controlesystemen op de maatregelen, vermeld in 1° tot en met 6° ;
  8° [3 bepalingen over de rapportering:
   a) aan de OVAM met betrekking tot alle maatregelen, vermeld in punt 1° tot en met punt 7° ;
   b) met betrekking tot het openbaar beschikbaar stellen van informatie over de behaalde resultaten ten opzichte van de wettelijke doelstellingen;]3

  9° [3 maatregelen voor de financiering van de verplichtingen inzake de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid waarbij minstens de kosten worden gedragen conform artikel 21/1, § 2, 1° van het Materialendecreet met uitzondering van de afvalstoffen, vermeld in artikel 3.1.1, eerste lid, 2°, 4° en 5°.]3
  De maatregelen, opgesomd onder 1°, 2° en 3°, moeten leiden tot een betere sluiting van de betreffende materiaalkringlopen door toename van preventie, hergebruik of recyclage van de corresponderende afvalstoffen.
  Voor huishoudelijke afvalstoffen [2 bevat de aanvaardingsplichtconvenant of het individuele aanvaardingsplichtplan]2 bovendien een financiële zekerheid die overeenstemt met de geschatte kosten voor het overnemen door het Vlaamse Gewest van de aanvaardingsplicht gedurende zes maanden. In [2 een aanvaardingsplichtconvenant kunnen]2 andere zekerheden overeengekomen worden om de voortgang van de verbintenissen uit de overeenkomst te garanderen.
  
Art. 3.2.1.2. § 1. [2 Les modalités d'observation de l'obligation d'acceptation sont arrêtées dans l'un des documents suivants :
   1° un plan individuel d'obligation d'acceptation, tel que visé au § 2 et à la sous-section 3.2.3 ;
   2° une convention d'obligation d'acceptation, telle que visée au § 2 et à l'article 3.2.2.1/1.]2

  [2 § 1/1. Le producteur qui est lié par l'obligation d'acceptation peut satisfaire à l'obligation d'acceptation s'il :
   1° dispose d'un plan individuel d'obligation d'acceptation approuvé par l'OVAM ;
   2° est directement ou indirectement, via son organisation, par une convention d'adhésion, affilié à un organisme de gestion, tel que visé à l'article 3.2.2.1, à condition que l'organisme de gestion accomplisse les obligations qui lui sont imposées dans la présente section et dans la convention d'obligation d'acceptation.]2

  § 2. [2 La convention d'obligation d'acceptation ou le plan individuel d'obligation d'acceptation]2 mentionnent en tout cas :
  [3 1° une définition claire de la couverture géographique, des produits et des matériaux auxquels s'applique la convention d'obligation d'acceptation ou le plan individuel d'obligation d'acceptation, la zone géographique ne se limitant pas aux zones où la collecte et la gestion sont les plus rentables ;]3
  [3 1°/1]3 les mesures pour la prévention qualitative et quantitative et pour la réutilisation des déchets [2 , pour le design écologique et pour bouclage qualitatif du cycle, en sus des objectifs imposés de collecte et de traitement]2;
  2° les mesures pour la collecte sélective et le recyclage des déchets [3 des zones visées au point 1°]3;
  3° les mesures pour le traitement optimal des déchets;
  4° les mesures pour un enregistrement des flux de déchets et la base de la réalisation des objectifs;
  5° [1 mesures pour l'indemnité des canaux de collecte communaux ;]1
  6° [3 les mesures visant à sensibiliser les divers groupes-cibles et, en particulier, à informer les détenteurs de déchets sur :
   a) les possibilités de prévention et de réparation ;
   b) les centres et services de réemploi et de préparation au réemploi ;
   c) les systèmes de reprise et de collecte ;
   d) la prévention des déchets sauvages et l'impact négatif des déchets sauvages sur l'environnement ;]3

  7° les mesures pour les propres systèmes de contrôle des mesures, mentionnées aux points 1° à 6° inclus;
  8° [3 les dispositions en matière de rapport :
   a) à l'OVAM concernant toutes les mesures visées aux points 1° à 7° ;
   b) concernant la publication d'informations relatives aux résultats obtenus par rapport aux objectifs légaux ;]3

  9° [3 des mesures pour le financement des obligations de responsabilité élargie des producteurs, par lesquelles au moins les coûts sont pris en charge conformément à l'article 21/1, § 2, 1°, du décret sur les Matériaux, à l'exception des déchets visés à l'article 3.1.1, alinéa 1er, 2°, 4° et 5°.]3
  Les mesures, énumérées aux points 1°, 2° et 3°, doivent conduire à une meilleure fermeture des cycles correspondants de matériaux par l'augmentation de prévention, de la réutilisation et du recyclage des déchets correspondants.
  Pour les déchets ménagers, [2 la convention d'obligation d'acceptation ou le plan individuel d'obligation d'acceptation contiennent]2 par ailleurs une sûreté financière qui correspond au coût estimé de la reprise par la Région flamande de l'obligation d'acceptation pendant six mois. [2 Dans une convention d'obligation d'acceptation, d'autres sûretés peuvent]2 être convenues pour garantir l'exécution des obligations de la convention.
  
Art. 3.2.1.3. § 1. De producent waarvoor de aanvaardingsplicht geldt, moet jaarlijks rapporteren aan de OVAM over de wijze waarop hij uitvoering geeft aan de aanvaardingsplicht. De producent kan een organisatie aanduiden om de rapportage uit te voeren.
  Voor de rapportering geldt dat :
  1° de cijfergegevens die in het kader van de aanvaardingsplicht aan de OVAM worden verstrekt, worden gevalideerd door een onafhankelijke keuringsinstelling;
  2° de cijfergegevens van inzamelaars, afvalstoffenhandelaars of -makelaars [1 , hergebruikcentra]1 en verwerkers die in het kader van de aanvaardingsplicht aan het beheersorganisme of de producent worden geleverd, worden gevalideerd door een onafhankelijke keuringsinstelling;
  3° de cijfergegevens die in het kader van de aanvaardingsplicht door de producenten aan het beheersorganisme worden verstrekt, worden gevalideerd door een onafhankelijke keuringsinstelling. Het beheersorganisme of een door dat organisme aangestelde derde kan die taak overnemen, op voorwaarde dat alle leden minstens eenmaal om de drie jaar gecontroleerd worden en het beheersorganisme over die actie en de resultaten jaarlijks aan de OVAM rapporteert;
  4° van de verplichtingen, vermeld in punt 1°, 2° en 3°, kan worden afgeweken in [2 een aanvaardingsplichtconvenant of in een individueel aanvaardingsplichtplan]2 als de kwaliteit van de cijfergegevens op een andere manier gegarandeerd kan worden.
  [3 Als meerdere beheersorganismen voor eenzelfde afvalstroom actief zijn, worden de cijfergegevens van deze beheersorganismen op eenvoudig verzoek van de OVAM bijkomend gevalideerd om dubbeltellingen en hiaten te detecteren en te corrigeren. In voorkomend geval, duiden de betrokken beheersorganismen, op hun kosten, éénzelfde keuringsinstelling aan om de validatie uit te voeren. Als de beheersorganismen niet tot een gezamenlijke keuze komen, beslist de OVAM, na overleg met de diverse beheersorganismen.]3
  § 2. De producenten, eindverkopers, tussenhandelaars en beheersorganismen verstrekken aan de OVAM alle informatie die de OVAM nuttig acht voor de evaluatie van de doelstellingen en voor de controle van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, vermeld in hoofdstuk 3 en 5 en in artikel 21 van het Materialendecreet. Als de partijen dat nodig achten, wordt een systeem uitgewerkt dat confidentialiteit garandeert.
  
Art. 3.2.1.3. § 1. Le producteur soumis à une obligation d'acceptation doit rendre compte chaque année à l'OVAM de la façon dont il s'acquitte de l'obligation d'acceptation. Le producteur peut désigner une organisation pour établir les rapports.
  Pour le rapportage, les dispositions suivantes sont d'application :
  1° les données chiffrées qui sont fournies à l'OVAM dans le cadre de l'obligation d'acceptation, sont certifiées par un organisme de contrôle indépendant;
  2° les données chiffrées des collecteurs, des commerçants ou agents de déchets [1 , centres de réutilisation]1 et des instances de traitement qui sont fournies dans le cadre de l'obligation d'acceptation à l'organisme de gestion ou au producteur, sont certifiées par un organisme de contrôle indépendant;
  3° les données chiffrées qui sont fournies dans le cadre de l'obligation d'acceptation par les producteurs à l'organisme de gestion, sont certifiées par un organisme de contrôle indépendant. L'organisme de gestion ou un tiers désigné par cet organisme peut reprendre cette tâche, à condition que tous les membres soient contrôlés au moins une fois tous les trois ans et que l'organisme de gestion fasse annuellement rapport à l'OVAM sur cette action et les résultats;
  4° il peut être dérogé aux obligations mentionnées dans les points 1°, 2° et 3° dans [2 ne convention d'obligation d'acceptation ou un plan individuel d'obligation d'acceptation]2 lorsque la qualité des données chiffrées peut être garantie d'une autre façon.
  [3 Si plusieurs organismes de gestion sont actifs pour un même flux de déchets, les données chiffrées de ces organismes de gestion font l'objet d'une validation supplémentaire, sur simple demande de l'OVAM, afin de déceler et de corriger toute double comptabilisation et toutes omissions. Le cas échéant, les organismes de gestion concernés désignent, à leurs frais, un même organisme de contrôle pour effectuer la validation. Si les organismes de gestion ne parviennent pas à un choix commun, l'OVAM décide après concertation avec les diverse organismes de gestion.]3
  § 2. Les producteurs, vendeurs finaux, intermédiaires et organismes de gestion fournissent à l'OVAM toutes les informations que celle-ci juge utiles pour l'évaluation des objectifs et pour le contrôle de la responsabilité élargie du producteur, mentionnée dans les chapitres 3 et 5 et à l'article 21 du décret flamand sur les matériaux. Lorsque les parties le jugent nécessaire, un système garantissant la confidentialité sera élaboré.
  
Art. 3.2.1.4. § 1. De eindverkoper, de tussenhandelaar en de producent, die in het kader van de aanvaardingsplicht afvalstoffen aanvaarden, houden een register bij dat de volgende gegevens met betrekking tot de aanvaarde afvalstoffen bevat :
  1° de hoeveelheid afgevoerde afvalstoffen;
  2° de datum van de afvoer;
  3° de aard van de afvalstoffen;
  4° indien van toepassing, de naam en het adres van de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar van de afgevoerde afvalstoffen;
  5° de naam en het adres van de ontvanger van de afvalstoffen.
  Dat register wordt ten minste elke maand aangevuld met de meest recente gegevens.
  § 2. Als afvalstoffenregister kan een verzameling van identificatieformulieren overeenkomstig artikel 6.1.1.2 gebruikt worden, aangevuld met de gegevens, vermeld in paragraaf 1, waarvoor overeenkomstig artikel 6.1.1.2, § 1, geen identificatieformulier vereist is.
  § 3. Van de plicht tot het bijhouden van een register door de eindverkoper, de tussenhandelaar en de producent kan worden afgeweken in [1 de aanvaardingsplichtconvenant of in het individuele aanvaardingsplichtplan]1 als de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar van de afgevoerde afvalstoffen aan de OVAM online-inzagerecht geeft in zijn register als vermeld in onderafdeling 7.2.1, op voorwaarde dat de bepalingen van het online-inzagerecht zijn goedgekeurd door de OVAM.
  
Art. 3.2.1.4. § 1. Le vendeur final, l'intermédiaire et le producteur qui acceptent des déchets dans le cadre de l'obligation d'acceptation, tiennent un registre de déchets comprenant les données suivantes relatives aux déchets acceptés :
  1° la quantité de déchets évacués;
  2° la date de l'évacuation;
  3° la nature des déchets;
  4° si d'application, le nom et l'adresse du collecteur, du commerçant ou de l'agent des déchets évacués;
  5° le nom et l'adresse du receveur des déchets.
  Ce registre est au moins complété tous les mois des données les plus récentes.
  § 2. Comme registre de déchets, un ensemble de formulaires d'identification conformément à l'article 6.1.1.2. peut être utilisé, complété des données du paragraphe 1er, pour lesquelles aucun formulaire d'identification conformément à l'article 6.1.1.2, § 1 n'est exigé.
  § 3. Il peut être dérogé à l'obligation de tenir un registre de déchets dans le chef du vendeur final, de l'intermédiaire et du producteur dans [1 la convention d'obligation d'acceptation ou dans le plan individuel d'obligation d'acceptation]1 lorsque le collecteur, le commerçant ou l'agent des déchets évacués donne à l'OVAM un droit de consultation en ligne de son registre de déchets, tel que visé à la sous-section 7.2.1, à condition que les dispositions du droit de consultation en ligne aient été approuvées par l'OVAM.
  
Art. 3.2.1.5. [1 Elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die gevestigd is buiten het grondgebied en die, via verkoop op afstand, rechtstreeks [2 of door gebruik van een onlinemarktplaats]2 verkoopt aan particuliere huishoudens op het grondgebied, wijst een op het grondgebied gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon aan als gevolmachtigde die verantwoordelijk is voor het nakomen van de verplichtingen van de producent die uit dit besluit voortvloeien.
   Elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die gevestigd is buiten het grondgebied en die, ongeacht de verkooptechniek, verkoopt aan andere personen dan particuliere huishoudens of andere gebruikers dan particuliere op het grondgebied, kan een op het grondgebied gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon aanduiden als gevolmachtigde die verantwoordelijk is voor het nakomen van de verplichtingen van de producent die uit dit besluit voortvloeien.
   De op het grondgebied gevestigde gevolmachtigde is onderworpen aan dezelfde verplichtingen als de producent.
  [2 Een gevolmachtigde wordt aangewezen via een schriftelijke volmacht vooraleer er producten op de markt worden gebracht. Bij de aanduiding van een gevolmachtigde en bij beëindiging van die volmacht wordt de OVAM onmiddellijk door een van de partijen schriftelijk op de hoogte gebracht. In geval van beëindiging moet de persoon, vermeld in het eerste lid, ook een nieuwe gevolmachtigde aanduiden.]2]1

  
Art. 3.2.1.5. [1 Toute personne physique ou morale qui est établie en dehors du territoire et qui vend, par vente à distance, directement [2 ou en recourant à une place de marché en ligne]2 à des ménages particuliers sur le territoire, désigne une personne physique ou morale établie sur le territoire comme mandataire qui est responsable pour le respect des obligations du producteurs résultant de présent arrêté.
   Toute personne physique ou morale qui est établie en dehors du territoire et qui vend, quelle que soit la technique de vente, à des personnes autres que des ménages particuliers sur le territoire, peut désigner une personne physique ou morale établie sur le territoire comme mandataire qui est responsable pour le respect des obligations du producteurs résultant de présent arrêté.
   Le mandataire établi sur le territoire est soumis aux mêmes obligations que le producteur.
  [2 Un mandataire est désigné par procuration écrite avant que des produits ne soient mis sur le marché. Lors de la désignation d'un mandataire et en cas de résiliation de cette procuration, l'une des parties en informe l'OVAM immédiatement par écrit. En cas de résiliation, la personne visée à l'alinéa 1er doit également désigner un nouveau mandataire.]2]1

  
Art. 3.2.1.6. [1 § 1. De beheerder van een onlinemarktplaats is ertoe gehouden alle producenten die via zijn onlinemarktplaats een product via verkoop op afstand aan particuliere huishoudens of andere gebruikers dan particuliere huishoudens op het grondgebied verkoopt, schriftelijk in te lichten over de verplichtingen die in het kader van de aanvaardingsplicht op hen rusten.
   § 2. De beheerder van een onlinemarktplaats verhindert dat producenten die niet zijn aangesloten bij een beheersorganisme of die geen individueel aanvaardingsplichtplan hebben, via zijn onlinemarktplaats overeenkomsten op afstand sluiten met particuliere huishoudens of andere gebruikers dan particuliere huishoudens op het grondgebied. Daartoe vereist de beheerder van een onlinemarktplaats dat de producent op het moment van registratie op de onlinemarktplaats het schriftelijke bewijs verstrekt van zijn individueel aanvaardingsplichtplan of zijn aansluiting bij het of de betrokken beheersorganismen.
   In afwijking van het eerste lid kan de beheerder van een onlinemarktplaats een producent die niet geregistreerd is bij de OVAM, of bij het of de betrokken beheersorganismen, toch toelaten om via zijn onlinemarktplaats overeenkomsten op afstand te sluiten met particuliere huishoudens of andere gebruikers dan particuliere huishoudens op het grondgebied. De beheerder zal dan zelf moeten instaan voor de verplichtingen in het kader van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid waartoe die producent normaal gezien gehouden is.
   De beheerder van een onlinemarkplaats bezorgt aan de OVAM elk jaar uiterlijk op 1 maart een overzicht van alle producenten die het voorbije jaar op zijn onlinemarkplaats overeenkomsten op afstand hebben kunnen sluiten met particuliere huishoudens of andere gebruikers dan particuliere huishoudens op het grondgebied, en hun registratienummer bij de betrokken beheersorganisaties.
   Als en zolang de OVAM vaststelt dat een producent die op een onlinemarktplaats actief is, in gebreke blijft om de verplichtingen die in het kader van de aanvaardingsplicht op hem rusten, na te leven, verhindert de beheerder van de onlinemarktplaats op eenvoudig verzoek van de OVAM dat die producent op zijn onlinemarktplaats overeenkomsten op afstand sluit met particuliere huishoudens of andere gebruikers dan particuliere huishoudens op het grondgebied. Als de beheerder van de onlinemarktplaats nalaat om dat te doen binnen de termijn die de OVAM oplegt, moet de beheerder zelf instaan voor de verplichtingen van die producent in het kader van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.
   § 3. Als een beheerder van een onlinemarktplaats ook optreedt als producent, is hij eveneens onderworpen aan de verplichtingen met betrekking tot de aanvaardingsplicht voor de producten die hij zelf verkoopt.]1

  
Art. 3_2.1.6.DROIT_FUTUR. [1 § 1er. L'opérateur d'une place de marché en ligne est tenu d'informer par écrit tous les producteurs qui vendent un produit sur le territoire à des ménages ou à des utilisateurs autres que les ménages par le biais de la vente à distance en recourant à sa place de marché en ligne des obligations qui leur incombent dans le cadre de l'obligation d'acceptation.
   § 2. L'opérateur d'une place de marché en ligne empêche les producteurs qui ne sont pas affiliés à un organisme de gestion ou qui ne disposent pas d'un plan individuel d'obligation d'acceptation de conclure, par le biais de sa place de marché en ligne, des contrats à distance avec des ménages ou des utilisateurs autres que les ménages sur le territoire. A cet effet, l'opérateur d'une place de marché en ligne exige du producteur, au moment de l'enregistrement sur la place de marché en ligne, qu'il fournisse la preuve écrite de son plan individuel d'obligation d'acceptation ou de son affiliation à l'organisme ou aux organismes de gestion concernés.
   Par dérogation à l'alinéa 1er, l'opérateur d'une place de marché en ligne peut malgré tout autoriser un producteur qui n'est pas enregistré auprès de l'OVAM ou de l'organisme ou des organismes de gestion concernés à conclure, par le biais de sa place de marché en ligne, des contrats à distance avec des ménages ou des utilisateurs autres que les ménages sur le territoire. Dans ce cas, l'opérateur devra lui-même répondre des obligations dans le cadre de la responsabilité élargie des producteurs dont ce producteur est normalement tenu.
   Chaque année et au plus tard le 1er mars, l'opérateur d'une place de marché en ligne transmet à l'OVAM une liste de tous les producteurs qui, au cours de l'année écoulée, ont pu conclure des contrats à distance sur sa place de marché en ligne avec des ménages ou des utilisateurs autres que les ménages sur le territoire ainsi que leur numéro d'enregistrement auprès des organismes de gestion concernés.
   Si et aussi longtemps que l'OVAM constate qu'un producteur actif sur une place de marché en ligne reste en défaut de respecter les obligations qui lui incombent dans le cadre de l'obligation d'acceptation, l'opérateur de la place de marché en ligne empêche ce producteur, sur simple demande de l'OVAM, de conclure, sur sa place de marché en ligne, des contrats à distance avec des ménages ou des utilisateurs autres que les ménages sur le territoire. Si l'opérateur de la place de marché en ligne n'obtempère pas dans le délai imparti par l'OVAM, il doit lui-même répondre des obligations de ce producteur dans le cadre de la responsabilité élargie des producteurs.
   § 3. Si un opérateur d'une place de marché en ligne agit également comme producteur, il est également soumis aux obligations concernant l'obligation d'acceptation pour les produits qu'il vend lui-même.]1

  
Onderafdeling 3.2.2. [1 - Collectieve invulling van de aanvaardingsplicht]1
Sous-section 3.2.2. [1 - Concrétisation collective de l'obligation d'acceptation]1
Art. 3.2.2.1. [1 § 1. Een aanvaardingsplichtconvenant kan gesloten worden onder de voorwaarde dat door de organisaties van ondernemingen die producenten vertegenwoordigen waarvoor de aanvaardingsplicht geldt, een of meer beheersorganismen worden aangewezen die de aanvaardingsplicht van de bij hen aangesloten producenten waarvoor de aanvaardingsplicht geldt op zich nemen.
   § 2. Een beheersorganisme voldoet aan al de volgende voorwaarden:
   1° het beheersorganisme is opgericht conform de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen;
   2° het beheersorganisme heeft als statutair doel het ten laste nemen van de aanvaardingsplicht voor rekening van de aangesloten producenten;
   3° de beheerders of de personen die de vereniging kunnen verbinden, bezitten hun burgerlijke en politieke rechten;
   4° de beheerders of de personen die de vereniging kunnen verbinden, zijn tijdens de laatste vijf jaar niet veroordeeld voor een inbreuk op de milieuwetgeving van de Gewesten of van een lidstaat van de Europese Unie;
   5° het beheersorganisme beschikt over de nodige financiële, menselijke en technische middelen om de aanvaardingsplicht te vervullen;
   6° het beheersorganisme bedient op homogene wijze het gehele grondgebied waar de producenten hun producten op de markt brengen zodat de inzameling, recyclage en nuttige toepassing van het afval, met het oog op het vervullen van de aanvaardingsplicht, gewaarborgd is.
   § 3. Het beheersorganisme legt uiterlijk zes maanden na de ondertekening van de aanvaardingsplichtconvenant een beheerplan voor de looptijd van de aanvaardingsplichtconvenant ter goedkeuring voor aan de OVAM, waarin het aangeeft hoe het de bepalingen van de aanvaardingsplichtconvenant zal uitvoeren.
   Het beheerplan bevat minimaal de uitvoeringsvoorwaarden van de bepalingen in de aanvaardingsplichtconvenant conform artikel 3.2.1.2, § 2.
   Het beheersorganisme legt jaarlijks voor 15 november een actualisatie van het beheerplan voor het volgende kalenderjaar ter goedkeuring voor aan de OVAM.
   § 4. Het beheersorganisme legt uiterlijk zes maanden na de ondertekening van de aanvaardingsplichtconvenant een financieel plan voor de looptijd van de aanvaardingsplichtconvenant voor advies voor aan de OVAM.
   Het financieel plan omvat:
   1° het budget;
   2° de berekening van eventuele bijdragen [2 waarbij gestreefd wordt naar een differentiatie conform artikel 21/1, § 2, 2° van het Materialendecreet]2;
   3° het beleid rond provisies en reserves;
   4° de wijze van financiering van eventuele verliezen;
   5° de wijze van financiering van afgedankte producten waarvan de producent niet meer actief is of geïdentificeerd kan worden. De verantwoordelijkheid van het beheersorganisme is hierbij beperkt tot de producten die bij het op de markt brengen aangegeven werden bij het beheersorganisme. Als dit niet meer kan nagegaan worden, draagt het beheersorganisme een verantwoordelijkheid die overeenstemt met haar aandeel in de markt;
   6° het beleggingsbeleid.
   In het budget, vermeld in het tweede lid, 1°, wordt als apart onderdeel opgenomen in welke middelen het beheersorganisme voorziet voor preventie en voor het hoogwaardig sluiten van de kringloop bovenop de vastgelegde inzamel- en verwerkingsdoelstellingen. In de aanvaardingsplichtconvenant wordt bepaald welk aandeel van het budget daarvoor ter beschikking gesteld wordt.
   Het beheersorganisme legt jaarlijks voor 15 november een actualisatie van het financieel plan voor het volgende kalenderjaar ter advies voor aan de OVAM.
   § 5. Als het beheersorganisme de inzameling en verwerking organiseert in het kader van een collectief systeem, gebeurt de toewijzing op basis van een lastenboek waarover een openbare bevraging wordt georganiseerd, en wordt de gunningsbeslissing gebaseerd op de in het lastenboek vastgelegde criteria. De lastenboeken moeten voor goedkeuring aan de OVAM worden voorgelegd. Elke wijziging in de lastenboeken moet vooraf goedgekeurd worden. In de aanvaardingsplichtconvenant kan worden afgeweken van de plicht om de toewijzing op basis van een lastenboek te organiseren. [2 Het beheersorganisme verstrekt openbaar beschikbare informatie over de selectiecriteria, gunningscritera en de ponderatie ervan van de verschillende ontvangen offertes. Die informatie wordt vermeld in een uitgebreid verslag aan de OVAM en aan alle kandidaten die een correcte offerte hebben ingediend. Dit verslag bevat niet alleen een beschrijving van de criteria, maar ook een onderbouwde motivering voor elk van de aanbiedingen van de voor elk criterium toegekende punten.]2
   De bepaling in het eerste lid geldt niet in geval van inzameling en/of verwerking in opdracht van individuele producenten of andere actoren op contractuele basis.
   § 6. De OVAM vervult namens het Vlaamse Gewest de rol van waarnemer in de raad van bestuur en de algemene vergadering van het beheersorganisme. De OVAM ontvangt de uitnodigingen daarvoor en verslagen daarvan op tijd.
   § 7. Het beheersorganisme mag de toetreding van geen enkele onderneming weigeren waarop de aanvaardingsplicht van toepassing zou kunnen zijn. Het beheersorganisme kan van die verplichting afwijken als er ernstige redenen zijn en na de goedkeuring van de OVAM.
   § 8. Op verzoek van de OVAM organiseert [2 ten minste eenmaal per jaar]2 het beheersorganisme overleg met de representatieve organisaties van alle actoren die bij de uitvoering van de aanvaardingsplicht betrokken zijn.]1
[2 Er wordt een samenvattend verslag van de vergadering opgesteld.]2
  [2 § 9. Het beheersorganisme verstrekt openbaar beschikbare informatie over:
   1° de leden en deelnemers van het beheersorganisme;
   2° de financiële bijdragen van de door hun leden op de markt gebrachte producten per verkochte eenheid of per ton;
   3° de selectieprocedure voor afvalbeheerders.]2

  
Art. 3.2.2.1. [1 § 1er. Une convention d'obligation d'acceptation peut être conclue à condition que les organisations d'entreprises représentant des producteurs qui sont liés par l'obligation d'acceptation, désignent un ou plusieurs organismes de gestion qui assument l'obligation d'acceptation des producteurs affiliés liés par l'obligation d'acceptation.
   § 2. Un organisme de gestion répond à toutes les conditions suivantes :
   1° l'organisme de gestion a été créé conformément à la loi du 27 juin 1921 sur les associations sans but lucratif, les fondations, les partis politiques européens et les fondations politiques européennes ;
   2° l'objectif statutaire de l'organisme de gestion est d'assumer l'obligation d'acceptation pour le compte des producteurs affiliés ;
   3° les gestionnaires ou les personnes habilitées à engager l'organisation, jouissent de leurs droits civils et politiques ;
   4° les gestionnaires ou les personnes habilitées à engager l'organisation, n'ont pendant les cinq dernières années pas fait l'objet d'une condamnation suite à une infraction à la législation en matière d'environnement des Régions ou d'un état-membre de l'Union européenne ;
   5° l'organisme de gestion disposé des moyens financiers, humains et techniques nécessaires pour accomplir l'obligation d'acceptation ;
   6° l'organisme de gestion dessert de façon homogène l'ensemble du territoire où les producteurs écoulent leurs produits de sorte que la collecte, le recyclage et l'application utile des déchets, du point de vue de l'accomplissement de l'obligation d'acceptation, sont garantis.
   § 3. Au plus tard six mois après la signature de la convention d'obligation d'acceptation, l'organisme de gestion soumet à l'OVAM pour approbation un plan de gestion pour la durée de la convention d'obligation d'acceptation, dans lequel il indique comment il entend exécuter les dispositions de la convention d'obligation d'acceptation.
   Le plan de gestion comprend, au minimum, les conditions d'exécution des dispositions reprises dans la convention d'obligation d'acceptation, conformément à l'article 3.2.1.2, § 2.
   L'organisme de gestion soumet une actualisation annuelle pour l'année calendaire suivante à l'approbation de l'OVAM et ce avant le 15 novembre.
   § 4. Au plus tard six mois après la signature de la convention d'obligation d'acceptation, l'organisme de gestion soumet un plan financier pour la durée de la convention d'obligation d'acceptation pour avis à l'OVAM.
   Le plan financier comprend :
   1° le budget ;
   2° le calcul d'éventuelles cotisations [2 en tendant à une différenciation conformément à l'article 21/1, § 2, 2°, du décret sur les Matériaux]2 ;
   3° la politique en matière de provisions et de réserves ;
   4° le mode de financement d'éventuelles pertes ;
   5° le mode de financement de produits en fin de vie dont le producteur n'est plus actif ou ne peut être identifié. La responsabilité de l'organisme de gestion est dans ce cadre limitée aux produits qui ont été déclarés à l'organisme de gestion lors de leur mise sur le marché. Si tel ne peut plus être vérifié, l'organisme de gestion porte une responsabilité correspondant à sa part dans le marché ;
   6° la politique de placement de fonds.
   Dans le budget, visé à l'alinéa 2, 1°, une partie distincte mentionne les moyens que l'organisme de gestion prévoit pour la prévention et pour le bouclage qualitatif du cycle, en sus des objectifs imposés de collecte et de traitement. La convention d'obligation d'acceptation stipule la part du budget mise à disposition à cet effet.
   L'organisme de gestion soumet une actualisation annuelle pour l'année calendaire suivante à l'avis de l'OVAM et ce avant le 15 novembre.
   § 5. Si l'organisme de gestion organise la collecte et le traitement dans le cadre d'un système collectif, l'adjudication se fait sur la base d'un cahier des charges faisant l'objet d'une enquête publique et la décision d'attribution est basée sur les critères fixés dans le cahier des charges. Les cahiers des charges doivent être soumis à l'OVAM pour approbation. Toute modification dans les cahiers des charges doit être approuvée au préalable. Dans la convention d'obligation d'acceptation, il peut être dérogé de l'obligation d'organiser l'adjudication sur la base d'un cahier des charges. [2 L'organisme de gestion fournit des informations disponibles publiquement sur les critères de sélection, les critères d'attribution et leur pondération des différentes offres reçues. Ces informations sont mentionnées dans un rapport complet adressé à l'OVAM et à tous les candidats qui ont déposé une offre correcte. Ce rapport contient non seulement une description des critères, mais aussi une motivation étayée, pour chacune des offres, des points attribués pour chaque critère.]2
   La disposition du premier alinéa ne s'applique pas dans le cas d'une collecte et/ou d'un traitement pour le compte de producteurs individuels ou d'autres acteurs sur une base contractuelle.
   § 6. L'OVAM remplit le rôle d'observateur au conseil d'administration et à l'assemblée générale de l'organisme de gestion au nom de la région flamande. L'OVAM reçoit les invitations et les rapports y afférents à temps.
   § 7. L'organisme de gestion ne peut refuser l'adhésion d'aucune entreprise à laquelle pourrait s'appliquer l'obligation d'acceptation. L'organisme de gestion peut déroger à cette obligation pour des raisons graves et après approbation de l'OVAM.
   § 8. A la demande de l'OVAM, l'organisme de gestion organise [2 au moins une fois par an]2 une concertation avec les organisations représentatives de tous les acteurs associés à la mise en oeuvre de l'obligation d'acceptation.]1
[2 Un rapport de synthèse de la réunion est rédigé.]2
  [2 § 9. L'organisme de gestion fournit des informations disponibles publiquement sur :
   1° les membres et participants de l'organisme de gestion ;
   2° les contributions financières des produits mis sur le marché par leurs membres par produit vendu ou par tonne ;
   3° la procédure de sélection des opérateurs de gestion des déchets.]2

  
Art. 3.2.2.1 /1. [1 § 1. Een aanvaardingsplichtconvenant wordt gesloten tussen de OVAM en een of meer organisaties van ondernemingen die producenten vertegenwoordigen waarop de aanvaardingsplicht van toepassing is. Op verzoek van de partijen kunnen andere actoren toetreden tot de aanvaardingsplichtconvenant.
   De organisaties van ondernemingen, vermeld in het eerste lid, moeten rechtspersoonlijkheid bezitten en door hun leden of een groep ervan gemandateerd zijn om een aanvaardingsplichtconvenant te sluiten en de betrokken leden daardoor te verbinden.
   § 2. Een aanvaardingsplichtconvenant kan niet in minder strenge zin afwijken van de bepalingen van dit hoofdstuk.
   § 3. Een aanvaardingsplichtconvenant is verbindend voor de partijen. Naargelang van wat bepaald is in de aanvaardingsplichtconvenant, is ze ook verbindend voor al de leden van de organisaties van ondernemingen die conform paragraaf 1, tweede lid, een mandaat hebben gegeven, tenzij een producent via een individueel aanvaardingsplichtplan of een andere aanvaardingsplichtconvenant aan zijn aanvaardingsplicht voldoet.
   § 4. Voor de ondertekening van de aanvaardingsplichtconvenant wordt een consultatie georganiseerd waarbij de belanghebbende partijen actief betrokken worden en de mogelijkheid krijgen om hun standpunt over de aanvaardingsplichtconvenant kenbaar te maken bij de partijen die de aanvaardingsplichtconvenant gaan ondertekenen.
   § 5. Een aanvaardingsplichtconvenant wordt, na ondertekening door de partijen, integraal bekendgemaakt op de website van de OVAM.
   § 6. In een aanvaardingsplichtconvenant wordt de looptijd van de convenant opgenomen.
   Een aanvaardingsplichtconvenant wordt gesloten voor een bepaalde termijn van acht jaar. Als dat gemotiveerd wordt, is een kortere looptijd mogelijk.
   De looptijd van een aanvaardingsplichtconvenant kan, na akkoord door alle partijen, eenmalig worden verlengd met twee jaar. Voor een verlenging wordt opnieuw een consultatie georganiseerd als vermeld in paragraaf 4. De verlenging van de looptijd wordt bekendgemaakt op de website van de OVAM.
   § 7. Tijdens de looptijd van de aanvaardingsplichtconvenant kunnen de partijen overeenkomen om ze te wijzigen. De wijzigingen worden bekendgemaakt op de website van de OVAM.
   § 8. De partijen kunnen op elk moment een aanvaardingsplichtconvenant opzeggen, op voorwaarde dat ze een opzeggingstermijn in acht nemen. Behalve als er een andersluidend beding in de aanvaardingsplichtconvenant is, bedraagt die opzegtermijn zes maanden. In geen geval mag de opzeggingstermijn die in de aanvaardingsplichtconvenant bepaald is, langer zijn dan een jaar. Elke langere termijn wordt van rechtswege herleid tot een jaar. De opzegging wordt op straffe van nietigheid meegedeeld met een beveiligde zending. De opzeggingstermijn begint te lopen vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de kennisgeving.]1

  
Art. 3.2.2.1 /1. [1 § 1er. Une convention d'obligation d'acceptation est conclue entre l'OVAM et une ou plusieurs organisations d'entreprises représentant des producteurs liés par l'obligation d'acceptation. A la demande des parties, les autres acteurs peuvent adhérer à la convention d'obligation d'acceptation.
   Les organisations d'entreprises, visées à l'alinéa 1er, doivent avoir la personnalité juridique et être mandatées par leurs membres ou un groupe de ceux-ci pour conclure une convention d'obligation d'acceptation, liant ainsi les membres concernés.
   § 2. Une convention d'obligation d'acceptation ne peut déroger des dispositions du présent chapitre dans un sens moins rigoureux.
   § 3. Une convention d'obligation d'acceptation engage les parties. En fonction des dispositions de la convention d'obligation d'acceptation, elle engage également tous les membres des organisations d'entreprises qui ont donné un mandat conformément au § 1er, alinéa 2, à moins qu'un producteur ne se conforme à son obligation d'acceptation via un plan individuel d'obligation d'acceptation ou une autre convention d'obligation d'acceptation.
   § 4. Avant la signature de la convention d'obligation d'acceptation, une consultation est organisée, à laquelle les parties intéressées sont activement associées et auront la possibilité d'exprimer leur point de vue sur la convention d'obligation d'acceptation aux parties qui signeront la convention d'obligation d'acceptation.
   § 5. Une convention d'obligation d'acceptation est publiée intégralement sur le site web de l'OVAM, après sa signature par les parties.
   § 6. La convention d'obligation d'acceptation mentionne la durée de la convention.
   Une convention d'obligation d'acceptation est conclue pour une durée déterminée de huit ans. Moyennant une motivation, une durée plus courte est possible.
   La durée d'une convention d'obligation d'acceptation peut, sous réserve de l'accord de toutes les parties, à titre unique être prolongée pour une période de deux ans. Pour une prolongation, une nouvelle consultation, telle que visée au § 4, sera organisée. La prolongation de la durée est publiée sur le site web de l'OVAM.
   § 7. Au cours de la durée de la convention d'obligation d'acceptation, les parties peuvent convenir de la modifier. Les modifications sont publiées sur le site Web de l'OVAM.
   § 8. Les parties peuvent à tout moment résilier une convention d'obligation d'acceptation, moyennant le respect d'un délai de préavis. Sauf stipulation contraire dans la convention d'obligation d'acceptation, le délai de préavis est de six mois. Le délai de préavis fixé dans la convention d'obligation d'acceptation ne peut en aucun cas être supérieur à un an. Tout délai plus long est d'office ramené à un an. La résiliation est, sous peine de nullité, communiquée par envoi sécurisé. Le délai de préavis prend cours à partir du premier jour du mois suivant la notification.]1

  
Art. 3.2.2.2. § 1. Alle documenten die in het kader van de uitvoering van een [1 aanvaardingsplichtconvenant]1 moeten worden opgesteld en die van strategisch belang zijn, worden ter goedkeuring voorgelegd aan de OVAM. Dat zijn ten minste het beheerplan, de lastenboeken en het communicatieplan.
  De OVAM heeft één maand de tijd om die documenten al dan niet goed te keuren. Als de OVAM geen beslissing neemt binnen die periode, worden de documenten geacht goedgekeurd te zijn. Als de OVAM om aanvullende informatie verzoekt, kan de termijn maximaal met één maand worden verlengd. Die termijn gaat in vanaf de datum van de ontvangst van alle opgevraagde informatie. Als de OVAM de documenten afkeurt, moet een aangepast voorstel opnieuw voorgelegd worden voor goedkeuring. Een voorstel kan niet worden uitgevoerd zonder de goedkeuring van de OVAM.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1 worden het financieel plan en de toetredingsovereenkomst voor advies voorgelegd.
  De OVAM heeft één maand de tijd om advies te geven. Als geen advies gegeven wordt binnen die periode, wordt de OVAM geacht een gunstig advies te hebben gegeven. Als de OVAM om aanvullende informatie verzoekt, kan de termijn maximaal met één maand worden verlengd. Die termijn gaat in vanaf de datum van de ontvangst van alle opgevraagde informatie.
  
Art. 3.2.2.2. § 1. Tous les documents qui doivent être établis dans le cadre de l'exécution d'une [1 convention d'obligation d'acceptation]1 et sont d'une importance stratégique sont soumis à l'approbation de l'OVAM. Il s'agit au moins du plan de gestion, des cahiers de charge et du plan de communication.
  L'OVAM dispose d'un mois pour approuver ou non ces documents. Faute de décision pendant ce délai, l'OVAM est censée avoir approuvé les documents. Lorsque l'OVAM demande des informations complémentaires, le délai peut être prolongé d'un mois au maximum. Ce délai prend effet à partir de la date de réception de toutes les informations demandées. Lorsque l'OVAM rejette les documents, une proposition adaptée doit être soumise pour approbation. Une proposition ne peut être exécutée sans l'autorisation de l'OVAM.
  § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, le plan financier et la convention d'adhésion sont soumis pour avis.
  L'OVAM dispose d'un mois pour émettre un avis. Si l'OVAM omet d'émettre un avis dans ce délai, l'avis est censé être favorable. Lorsque l'OVAM demande des informations complémentaires, le délai peut être prolongé d'un mois au maximum. Le délai prend effet à partir de la date de réception de toutes les informations demandées.
  
Onderafdeling 3.2.3. [1 - Individuele invulling van de aanvaardingsplicht]1
Sous-section 3.2.3. [1 - Concrétisation individuelle de l'obligation d'acceptation]1
Art. 3.2.3.1. Het [2 individuele aanvaardingsplichtplan]2 moet, met behoud van de maatregelen, vermeld in artikel 3.2.1.2, § 2, ten minste de volgende gegevens en verbintenissen bevatten :
  1° identificatiegegevens :
  a) naam, rechtsvorm, zetel en nummer van het handelsregister of een overeenstemmend registratie- en [1 ondernemingsnummer]1 van de producent van producten waarvoor voor de overeenstemmende afvalstoffen de aanvaardingsplicht geldt;
  b) woonplaats en adres van de producent en, in voorkomend geval, van de maatschappelijke zetels, de administratieve zetels en de exploitatiezetels;
  c) telefoonnummer en eventueel faxnummer van de woonplaats, zetel of standplaats, binnen het Vlaamse Gewest, waar de producent bereikt kan worden;
  d) als de aanvrager niet beschikt over een woonplaats, of, in voorkomend geval, over een maatschappelijke zetel in het Vlaamse Gewest, de vermelding van een standplaats, filiaal of kantoor waar het register op elk ogenblik door de bevoegde overheid geraadpleegd kan worden;
  e) inhoudstafel van het volledige [2 individuele aanvaardingsplichtplan]2;
  f ) naam en functie van de ondertekenaar van het [2 individuele aanvaardingsplichtplan]2;
  2° voorwerp :
  a) vermelding van de onder de aanvaardingsplicht vallende afvalstoffen en de overeenkomstige producten waarop het [2 individuele aanvaardingsplichtplan]2 van toepassing is;
  b) omschrijving van de wijze waarop aan de aanvaardingsplicht, vermeld in artikel 3.2.1.1, wordt voldaan, in het bijzonder rekening houdend met de specifieke voorschriften voor die afvalstoffen, vermeld in dit hoofdstuk;
  c) de gegevens die overeenkomstig artikel 3.2.1.2 specifiek in het [2 individuele aanvaardingsplichtplan]2 vermeld moeten worden voor de afvalstoffen, zoals omschreven ter uitvoering van punt a);
  [2 d) de omschrijving van de wijze waarop de producent garandeert dat er geen kosten, voortkomend uit de aanvaardingsplicht voor producten die door hem op de markt zijn gebracht, zullen worden afgewenteld op andere producenten;]2
  3° verbintenissen : de schriftelijke verbintenis, gedateerd en ondertekend door de producent, of in voorkomend geval, door een natuurlijke persoon die de vennootschap ertoe kan verbinden, dat de afvalstoffen die onder de toepassing van het afvalpreventie- en afvalbeheerplan vallen en die hem met toepassing van dit besluit en artikel 21 van het Materialendecreet worden aangeboden, door hem :
  a) gratis in ontvangst zullen worden genomen, tenzij het anders is bepaald in afdeling 3.4;
  b) zullen worden verwerkt met inachtneming van de voorschriften, vermeld in dit besluit.
  In de verbintenis wordt ook vermeld hoe de kosten voor inzameling, scheiding en verwerking van alle afgedankte producten worden gedekt.
  Daarbij moet ten minste een locatie in het Vlaamse Gewest vermeld worden waar derden die afvalstoffen kunnen afleveren. De producten moeten gratis afgeleverd worden, tenzij het anders is bepaald in afdeling 3.4.
  
Art. 3.2.3.1. A l'exception de l'énumération de mesures mentionnées à l'article 3.2.1.2, § 2, le [2 plan individuel d'obligation d'acceptation]2 doit au moins comprendre les données et engagements suivants :
  1° données d'identification :
  a) les nom, forme juridique, siège et numéro du registre de commerce ou un numéro d'enregistrement et [1 numéro d'entreprise]1 correspondant du producteur de produits soumis à l'obligation d'acceptation pour les déchets correspondants;
  b) le domicile et l'adresse du producteur et, le cas échéant, des sièges sociaux, administratifs et d'exploitation;
  c) le numéro de téléphone et, éventuellement, le numéro de télécopie du domicile, du siège ou de la résidence en Région flamande, où le producteur peut être contacté;
  d) pour autant que le demandeur ne dispose pas d'une résidence ou, le cas échéant, d'un siège social en Région flamande, la mention écrite d'une résidence, succursale ou bureau où l'autorité compétente peut consulter en tout temps le registre;
  e) la table des matières du plan intégral de prévention et de gestion des déchets;
  f) le nom et la fonction du signataire du [2 plan individuel d'obligation d'acceptation]2;
  2° objet :
  a) l'indication des déchets soumis à l'obligation d'acceptation et des produits correspondants régis par le [2 plan individuel d'obligation d'acceptation]2;
  b) les modalités de l'acquittement de l'obligation d'acceptation citée à l'article 3.2.1.1, compte tenu des prescriptions spécifiques du présent chapitre applicables à ces déchets;
  c) les données spécifiques à mentionner dans le [2 plan individuel d'obligation d'acceptation]2 pour les déchets cités sous a), conformément aux dispositions de l'article 3.2.1.2;
  [2 d) la description de la manière dont le producteur assure qu'aucun coût résultant de l'obligation d'acceptation pour des produits qu'il a mis sur le marché, ne sera répercuté sur d'autres producteurs ;]2
  3° engagements : l'engagement écrit, date et signé par le producteur ou l'importateur ou, le cas échéant, par une personne physique qui peut engager la société, que les déchets qui sont régis par le [2 plan individuel d'obligation d'acceptation]2 de déchets et qui lui sont présentés par des tiers, en application du présent arrêté et de l'article 21 du Décret flamand sur les matériaux seront :
  a) acceptés gratuitement par lui, sauf disposition contraire dans la section 3.4;
  b) seront traités dans le respect des prescriptions du présent arrêté.
  L'engagement mentionne également de quelle façon les frais de collecte, de séparation et de traitement de tous les produits mis au rebut sont couverts.
  Au moins une adresse située en Région flamande doit être indiquée, où les tiers peuvent déposer gratuitement ces déchets. Les produits doivent être déposés gratuitement, sauf dispositions contraires dans la section 3.4.
  
Art. 3.2.3.2. Het [1 individuele aanvaardingsplichtplan]1, vermeld in artikel 3.2.1.2, § 1, 1°, wordt goedgekeurd volgens de volgende procedure :
  1° de aanvraag tot goedkeuring van het [1 individuele aanvaardingsplichtplan]1 wordt met een aangetekende brief naar de OVAM verstuurd of bij de OVAM tegen ontvangstbewijs afgegeven, bij voorkeur in naam van de aanvrager, gedateerd en ondertekend door de aanvrager of, in voorkomend geval, door een natuurlijke persoon die de vennootschap kan verbinden, met de volgende bijlagen :
  a) in voorkomend geval, een afschrift van de oprichtingsakte en van de eventuele wijzigingen ervan gedurende de laatste vijf jaar;
  b) het ontwerp van het [1 individuele aanvaardingsplichtplan]1 waarvoor de goedkeuring wordt gevraagd;
  2° de OVAM onderzoekt de aanvraag op volledigheid overeenkomstig de bepalingen in artikel 3.2.3.1 :
  a) als wordt vastgesteld dat de aanvraag onvolledig is, brengt de OVAM de aanvrager binnen veertien kalenderdagen na de indiening of de aanvulling van de aanvraag daarvan met een aangetekende brief op de hoogte, met vermelding van de inlichtingen en de gegevens die ontbreken;
  b) als wordt vastgesteld dat de aanvraag volledig is, brengt de OVAM de aanvrager daarvan met een [1 beveiligde zending]1 op de hoogte binnen veertien kalenderdagen na de indiening of de aanvulling van de aanvraag;
  3° binnen een termijn van vier maanden, te rekenen vanaf de datum waarop is vastgesteld dat de aanvraag volledig is, doet de OVAM uitspraak over de aanvraag. Tijdens die vier maanden kan de OVAM alle toelichtingen en informatie opvragen die nodig zijn voor de inhoudelijke beoordeling van de aanvraag;
  4° de OVAM stuurt haar beslissing met een [1 beveiligde zending]1 aan de aanvrager, binnen tien kalenderdagen na de uitspraak;
  [1 5° een individueel aanvaardingsplichtplan wordt, na goedkeuring door de OVAM, bekendgemaakt op de website van de OVAM.]1
  
Art. 3.2.3.2. Le [1 plan individuel d'obligation d'acceptation]1, visé à l'article 3.2.1.2, § 1er, 1°, est approuvé selon la procédure suivante :
  1° la demande d'approbation du [1 plan individuel d'obligation d'acceptation]1 est envoyée par [1 envoi sécurisé]1 à l'OVAM ou remise contre récépissé auprès de l'OVAM, de préférence avec l'en-tête du demandeur, datée et signée par le demandeur ou le cas échéant, par une personne physique habilitée à lier la société, moyennant ajout des annexes suivantes :
  a) le cas échéant, une copie de l'acte constitutif et des modifications éventuelles durant les cinq dernières années;
  b) le projet de [1 plan individuel d'obligation d'acceptation]1 pour lequel l'approbation est demandée;
  2° l'OVAM examine la demande visée au point 1°, pour vérifier si elle est complète conformément aux dispositions de l'article 3.2.3.1 :
  a) si l'on constate que la demande est incomplète, l'OVAM en informe le demandeur dans les quatorze jours calendrier suivant l'introduction ou les ajouts à la demande, par [1 envoi sécurisé]1, moyennant mention des informations et données manquantes;
  b) si l'on constate que la demande est complète, l'OVAM en informe le demandeur par [1 envoi sécurisé]1 dans les quatorze jours suivant l'introduction de la demande ou des ajouts;
  3° dans un délai de quatre mois, à compter de la date où l'on constate que la demande est complète, l'OVAM statue sur la demande. Dans un délai de quatre mois, l'OVAM peut demander toutes les précisions et informations nécessaires à l'évaluation de fond de la demande;
  4° l'OVAM fait parvenir sa décision par [1 envoi sécurisé]1 au demandeur, dans les dix jours calendrier suivant la décision;
  [1 5° un plan individuel d'obligation d'acceptation est publié sur le site Internet de l'OVAM après approbation par l'OVAM.]1
  
Art. 3.2.3.3. § 1. De goedkeuring, vermeld in artikel 3.2.3.2, 3°, kan slechts voor een termijn van maximaal vijf jaar worden verleend. Elke goedkeuringsbeslissing die voor een kortere termijn geldt, moet gemotiveerd zijn.
  Een hernieuwing van de goedkeuring is overeenkomstig de procedure, vermeld in artikel 3.2.3.2, mogelijk, telkens voor een termijn van maximaal vijf jaar.
  § 2. De goedkeuring kan door de OVAM :
  1° worden opgeheven op verzoek van de houder van de goedkeuring;
  2° ambtshalve worden opgeheven of geschorst, na overlegging van een verslag van vaststelling of een proces-verbaal waarin een inbreuk op de voorschriften van dit besluit of een misdrijf wordt vastgesteld.
  Behoudens bij een dreigend en onmiddellijk gevaar voor mens of milieu, wordt de houder van de goedkeuring, met een [1 beveiligde zending]1 en minstens veertien dagen voor de betekening ervan, op de hoogte gebracht van de voorgenomen beslissing en de motieven. Binnen die termijn kan de houder van de goedkeuring zich verweren of zijn zaken in orde brengen.
  
Art. 3.2.3.3. § 1. L'approbation visée à l'article 3.2.3.2, 3° ne peut être accordée que pour une période de cinq ans au maximum. Toute décision d'approbation portant sur une période moins longue, doit être motivée.
  L'approbation peut être renouvelée, à chaque fois pour une période de cinq ans au maximum, conformément à la procédure prévue à l'article 3.2.3.2.
  § 2. L'OVAM peut :
  1° retirer l'approbation à la demande du titulaire de l'approbation;
  2° retirer ou suspendre d'office l'approbation, sur production d'un procès-verbal de constatation ou d'un procès-verbal constatant une infraction aux prescriptions du présent arrêté ou un délit.
  Sauf en cas de danger imminent et direct pour l'homme et l'environnement, le titulaire de l'approbation est informé, par [1 envoi sécurisé]1, de la décision envisagée et de ses motifs, au moins quatorze jours avant sa notification. Dans ce délai, le titulaire de l'approbation peut se défendre ou mettre ses affaires en ordre.
  
Art. 3.2.3.4. De houder van de goedkeuring, vermeld in artikel 3.2.3.2, 3°, is verplicht om, wijzigingen van de volgende gegevens in zijn dossier onmiddellijk mee te delen aan de OVAM met een [2 beveiligde zending]2 :
  1° naam, rechtsvorm, zetel en nummer van het handelsregister of een overeenstemmend registratie- en [1 ondernemingsnummer]1;
  2° zijn woonplaats, adres of fax- en telefoonnummer en, in voorkomend geval, adres, fax- en telefoonnummer van de maatschappelijke zetels, de administratieve zetels en de exploitatiezetels of van de standplaats binnen het Vlaamse Gewest;
  3° het voorwerp van het goedgekeurde [2 individuele aanvaardingsplichtplan]2;
  4° de verbintenissen in het goedgekeurde [2 individuele aanvaardingsplichtplan]2.
  
Art. 3.2.3.4. Le titulaire de l'approbation visée à l'article 3.2.3.2, 3° est tenu de communiquer à l'OVAM, sans tarder et par [2 envoi sécurisé]2, toute modification des éléments suivants de son dossier :
  1° les nom, forme juridique, siège et numéro du registre de commerce ou un numéro correspondant d'enregistrement et [1 numéro d'entreprise]1 du titulaire;
  2° le domicile, l'adresse ou le numéro de téléphone et de télécopie du titulaire et, le cas échéant, l'adresse ou le numéro de téléphone et de télécopie des sièges sociaux, administratifs et d'exploitation ou de la résidence en Région flamande;
  3° l'objet du [2 plan individuel d'obligation d'acceptation]2 approuvé;
  4° les engagements prévus par le [2 plan individuel d'obligation d'acceptation]2 approuvé.
  
Art. 3.2.3.5. De natuurlijke persoon of rechtspersoon moet de in het goedgekeurde [1 individuele aanvaardingsplichtplan]1 opgenomen verbintenissen stipt na leven.
  
Art. 3.2.3.5. La personne physique ou la personne morale est tenue de respecter strictement les engagements prévus par le [1 plan individuel d'obligation d'acceptation]1 approuvé.
  
Afdeling 3.3. - Collectief plan
Section 3.3. - Plan collectif
Art. 3.3.1. Een collectief plan houdt voor de producenten in dat een gemeenschappelijk plan moet worden ingediend waarin beschreven staat hoe uitvoering zal worden gegeven aan de specifieke bepalingen, vermeld in afdeling 3.4. Elke individuele producent die gevat wordt door deze uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, moet toetreden tot een collectief plan.
  Een collectief plan omvat minimaal een beschrijving van :
  1° de producenten die het collectieve plan indienen;
  2° de afvalstoffen waarop het collectieve plan van toepassing is;
  3° de concrete engagementen en doelstellingen van de producenten.
Art. 3.3.1. Un plan collectif implique que les producteurs doivent déposer un plan commun qui décrit comment les dispositions spécifiques mentionnées dans la section 3.4. seront exécutées.
  Un plan collectif contient au minimum une description :
  1° des producteurs qui déposent le plan collectif;
  2° des déchets auxquels s'applique le plan collectif;
  3° des engagements et objectifs concrets des producteurs.
Art. 3.3.2. Ter uitvoering van het collectieve plan stellen de producenten een actieplan op. Het actieplan wordt jaarlijks, na evaluatie en actualisering, ingediend voor 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop het actieplan betrekking heeft. Het actieplan bevat een opsomming van de geplande acties met een duidelijke timing, vooropgestelde resultaten en een taakverdeling.
Art. 3.3.2. En exécution du plan collectif, les producteurs établissent un plan d'action. Le plan d'action est déposé chaque année, après évaluation et actualisation, pour le 1er octobre de l'année précédant celle à laquelle se rapporte le plan d'action. Le plan d'action contient une énumération des actions prévues avec un calendrier clair, des résultats postulés et une répartition des tâches.
Art. 3.3.3. Het collectieve plan en het jaarlijkse actieplan moeten ter goedkeuring worden voorgelegd aan de OVAM.
  De OVAM heeft twee maanden de tijd om die documenten al dan niet goed te keuren. Als de OVAM om aanvullende informatie verzoekt, kan de termijn maximaal met één maand worden verlengd. Die termijn gaat in vanaf de datum van de ontvangst van alle opgevraagde informatie. Als de OVAM de documenten afkeurt, moet een aangepast voorstel opnieuw voorgelegd worden voor goedkeuring. Een voorstel kan niet worden uitgevoerd zonder goedkeuring van de OVAM.
Art. 3.3.3. Le plan collectif et le plan d'action annuel doivent être soumis à l'approbation de l'OVAM.
  L'OVAM a deux mois pour approuver ou non ces documents. Si l'OVAM demande des informations complémentaires, le délai peut être prolongé d'un mois maximum. Ce délai prend cours à compter de la date de la réception de toutes les informations demandées. Si l'OVAM refuse les documents, une proposition adaptée doit être soumise à nouveau pour approbation. Une proposition ne peut être exécutée sans l'approbation de l'OVAM.
Art. 3.3.4. Een collectief plan is maximaal geldig voor vijf jaar en kan, op voorwaarde van goedkeuring door de OVAM, telkens voor een periode van maximaal vijf jaar worden verlengd.
Art. 3.3.4. Un plan collectif est valable pour cinq ans maximum et peut, à condition d'une approbation par l'OVAM, être prolongé à chaque fois pour une période de cinq ans maximum.
Art. 3.3.5. Jaarlijks wordt voor 1 april gerapporteerd over de uitvoering van het collectieve plan gedurende het voorgaande kalenderjaar.
Art. 3.3.5. Chaque année, un rapport de l'exécution du plan collectif pendant l'année civile précédente est établi avant le 1er avril.
Art. 3.3.6. [1 Iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon, die via een collectief plan onderworpen is aan de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, kan andere inzamelkanalen naast de gemeentelijke inzamelkanalen opzetten voor huishoudelijke afvalstoffen waarop het collectief plan van toepassing is. De natuurlijke personen en rechtspersonen kunnen daarbij een beroep doen op derden om bepaalde taken uit te voeren.
   De inzamelkanalen, vermeld in het eerste lid, moeten voldoen aan de volgende voorwaarden:
   1° het inzamelsysteem kan alleen opgezet worden bij de eindverkopers van de huishoudelijke producten waarvan de afvalstoffen het toepassingsgebied vormen van het collectief plan;
   2° de afvalstoffen worden opgeslagen zonder schade of verontreiniging van mens, milieu of directe omgeving;
   3° bij de opslag wordt gezorgd voor een georganiseerde regelmatige afvoer van de afvalstoffen;
   4° de afvalstoffen worden ingezameld conform de wettelijke bepalingen;
   5° het inzamelsysteem draagt bij tot een duurzaam materialenbeheer;
   6° een zekere continuïteit van de inzameling wordt gegarandeerd.
   De inzamelkanalen, vermeld in het eerste lid, worden goedgekeurd door de OVAM. Een schriftelijke beschrijving van het inzamelsysteem, de inzamelpunten, de deelnemende actoren en hun verantwoordelijken wordt aan de OVAM voorgelegd. De OVAM heeft 30 dagen de tijd om dergelijke inzamelkanalen al dan niet goed te keuren. Als de OVAM om aanvullende informatie verzoekt, kan de termijn maximaal met een maand worden verlengd. Die termijn gaat in vanaf de datum van de ontvangst van alle opgevraagde informatie.
   De natuurlijke persoon of rechtspersoon die een inzamelkanaal als vermeld in het eerste lid heeft opgezet, rapporteert jaarlijks voor 1 april aan de OVAM:
   1° over de aard en hoeveelheid ingezamelde afvalstoffen;
   2° over de wijze van verwerking van de ingezamelde afvalstoffen.
   De OVAM informeert de gemeenten en de intercommunales:
   1° over elke goedkeuring van een inzamelkanaal dat actief is op hun grondgebied;
   2° jaarlijks over de door die inzamelkanalen ingezamelde hoeveelheid afvalstoffen en de wijze van verwerking.]1

  
Art. 3.3.6. [1 Toute personne physique ou morale qui est soumise à la responsabilité étendue des producteurs par un plan collectif, peut établir d'autres canaux de collecte outre les canaux de collecte communaux pour les déchets ménagers auxquels s'applique le plan collectif. Les personnes physiques et morales peuvent dans ce cas faire appel à des tiers en vue d'exécuter certaines tâches.
   Les canaux de collecte, visés à l'alinéa premier, doivent répondre aux conditions suivantes :
   1° le système de collecte ne peut être établi qu'auprès des vendeurs finaux des produits ménagers dont les déchets constituent le domaine d'application du plan collectif ;
   2° les déchets sont stockés sans dégâts ou pollution pour l'homme, l'environnement ou les environs immédiats ;
   3° une évacuation organisée régulière des déchets est assurée lors du stockage ;
   4° les déchets sont collectés conformément aux dispositions légales ;
   5° le système de collecte contribue à une gestion durable des matériaux ;
   6° une certaine continuité des collectes est assurée.
   Les canaux de collecte, visés à l'alinéa premier, sont approuvés par l'OVAM. Une description écrite du système de collecte, des points de collecte, des acteurs participants et de leurs responsables est présentée à l'OVAM. L'OVAM dispose de 30 jours pour approuver ou non de tels canaux de collecte. Lorsque l'OVAM demande des informations complémentaires, le délai peut être prolongé d'un mois au maximum. Ce délai prend effet à partir de la date de réception de toutes les informations demandées.
   La personne physique ou morale qui a établi un canal de collecte tel que visé à l'alinéa premier, présent annuellement un rapport à l'OVAM avant le 1er avril :
   1° sur la nature et la quantité des déchets collectés;
   2° sur le mode de transformation des déchets collectés.
   L'OVAM informe les communes et les intercommunales :
   1° sur chaque approbation d'un canal de collecte qui est actif sur leur territoire ;
   2° annuellement sur la quantité des déchets collectés par ces canaux de collecte et sur le mode de transformation.]1

  
Afdeling 3.4. - Afvalstofspecifieke bepalingen
Section 3.4. - Dispositions spécifiques aux déchets
Onderafdeling 3.4.1. - Drukwerkafval
Sous-section 3.4.1. - Déchets d'imprimés
Art. 3.4.1.1. [1 Bewoners of gebruikers van een gebouw met een brievenbus in het Vlaamse gewest kunnen door middel van een sticker aangeven dat ze:
   1° noch ongeadresseerd reclamedrukwerk noch gratis ongeadresseerde regionale pers wensen te ontvangen;
   2° wel gratis ongeadresseerde regionale pers maar geen ongeadresseerd reclamedrukwerk wensen te ontvangen.
   Alleen de NEE/NEE en JA/NEE stickers kunnen daarvoor worden gebruikt.
   De stickers worden gerespecteerd door iedere verspreider van ongeadresseerd reclamedrukwerk en gratis ongeadresseerde regionale pers.]1

  
Art. 3.4.1.1. [1 Les occupants ou les utilisateurs d'un immeuble muni d'une boîte aux lettres, sis en Région flamande, peuvent indiquer, au moyen d'un autocollant :
   1° qu'ils ne souhaitent recevoir ni imprimés publicitaires non adressés, ni presse régionale gratuite non adressée ;
   2° qu'ils souhaitent recevoir la presse régionale gratuite non adressée, mais pas d'imprimés publicitaires non adressés.
   Seuls les autocollants NON/NON et OUI/NON peuvent être utilisés à cet effet.
   Tout diffuseur d'imprimés publicitaires non adressés et de presse régionale gratuite non adressée respecte les autocollants.]1

  
Art. 3_4.1.1/1.TOEKOMSTIG_RECHT.    [1 Het gebruik van een volledig omvattende plastic wikkel voor ongeadresseerd drukwerk dat gratis wordt aangeboden is verboden.]1
Art. 3_4.1.1/1.DROIT_FUTUR. [1 L'utilisation d'emballages en plastique entourant les imprimés non adressés distribués gratuitement est interdite.]1
  
Art. 3.4.1.2. [1 De sector van de uitgevers van gratis regionale pers:
   1° stelt gratis stickers ter beschikking van de mensen die dat willen ter beperking van de verspreiding van ongewenst reclamedrukwerk en gratis regionale pers;
   2° rapporteert aan de OVAM over het aantal verdeelde stickers [2 , het aantal ton papier verdeeld niet-geadresseerd drukwerk]2 en het gebruik van de stickers.
  [2 De Vlaamse Regering en de sector van de uitgevers van gratis regionale pers en ongeadresserd reclamedrukwerk sluiten een overeenkomst die de modaliteiten van de bepalingen, vermeld in het vorige lid, vastlegt.]2]1

  
Art. 3.4.1.2. [1 Le secteur des éditeurs de la presse régionale gratuite :
   1° met gratuitement des autocollants à la disposition des personnes qui le souhaitent en vue de limiter la dispersion d'imprimés publicitaires non souhaités et de presse régionale gratuite ;
   2° [2 rend compte à l'OVAM du nombre d'autocollants distribués, de la quantité (en tonnes) de papier utilisée pour des imprimés non adressés distribués et de l'utilisation des autocollants]2.
  [2 Le Gouvernement flamand et le secteur des éditeurs de presse régionale gratuite et d'imprimés publicitaires non adressés concluent une convention fixant les modalités des dispositions visées à l'alinéa précédent.]2]1

  
Onderafdeling 3.4.2. - Afgedankte voertuigen
Sous-section 3.4.2. - Véhicules mis au rebut
Art. 3.4.2.1. § 1. Voor afgedankte voertuigen wordt de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid ingevuld door middel van de aanvaardingsplicht, vermeld in afdeling 3.2. De aanvaardingsplicht is van toepassing vanaf 1 juli 1999.
  § 2. De eindverkopers, tussenhandelaars en producenten van voertuigen voldoen aan de verplichting, vermeld in artikel 3.2.1.1, § 1 en § 2, door een voldoende aantal punten van inontvangstname op te stellen. De punten van inontvangstname zijn op evenwichtige wijze verdeeld zodat een voldoende dekkingsgraad van het grondgebied van het Vlaamse Gewest gegarandeerd wordt. De punten van inontvangstname voorzien in de aanvaarding van afgedankte voertuigen.
  § 3. In aanvulling op de voorwaarde, vermeld in artikel 3.2.1.1, § 4, is de aanvaarding van afgedankte voertuigen, vermeld in artikel 3.2.1.1, § 1 en § 2, gratis onder voorwaarde dat :
  1° ze alle onderdelen bevatten die noodzakelijk zijn voor het functioneren van het voertuig;
  2° ze geen afvalstoffen bevatten die vreemd zijn aan het afgedankte voertuig.
  Als aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, niet wordt voldaan, kunnen kosten worden bedongen in verhouding tot het gebrek.
  Zolang niet aan de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 2°, wordt voldaan, kan de aanvaarding geweigerd worden.
  § 4. In afwijking van artikel 3.2.1.1, § 3, is de samenwerking met de gemeenten voor de inzameling van afgedankte voertuigen niet verplicht.
Art. 3.4.2.1. § 1. Pour les véhicules mis au rebut, la responsabilité élargie du producteur est complétée par l'obligation d'acceptation mentionnée dans la section 3.2. L'obligation d'acceptation est d'application à partir du 1er juillet 1999.
  § 2. Les vendeurs finaux, intermédiaires et producteurs de véhicules satisfont à l'obligation mentionnée à l'article 3.2.1.1, § 1 et § 2,.en constituant un nombre suffisant de points de réceptionnement. Les points de réceptionnement font l'objet d'une répartition équilibrée de sorte qu'une couverture suffisante du territoire de la Région flamande soit garantie. Les points de réceptionnement se chargent de l'acceptation des véhicules mis au rebut.
  § 3. En complément à la condition mentionnée à l'article 3.2.1.1, § 4, l'acceptation des véhicules mis au rebut, mentionnée à l'article 3.2.1.1, § 1 et § 2, est gratuite à condition :
  1° qu'ils contiennent toutes les pièces nécessaires au fonctionnement du véhicule;
  2° qui ne contiennent pas de déchets étrangers au véhicule mis au rebut.
  Si les conditions mentionnées dans le premier alinéa ne sont pas satisfaites, des frais peuvent être stipulés proportionnellement à la dérogation.
  Tant que la condition n'est pas mentionnée dans le premier alinéa, 2°, l'acceptation peut être refusée.
  § 4. Par dérogation à l'article 3.2.1.1, § 3, la collaboration avec les communes pour la collecte des véhicules mis au rebut n'est pas obligatoire.
Art. 3.4.2.2. § 1. [1 De verwerking van de met toepassing van de aanvaardingsplicht ingezamelde afgedankte voertuigen moet ertoe leiden dat de volgende doelstellingen worden bereikt :
   1° minimaal 95% van het gewicht van alle afgedankte voertuigen moet worden hergebruikt of nuttig toegepast;
   2° minimaal 85% van het gewicht van alle afgedankte voertuigen moet worden hergebruikt of gerecycleerd.]1

  § 2. Voor de onderstaande onderdelen van afgedankte voertuigen geldt dat :
  1° [3 afgedankte batterijen worden ingezameld en verwerkt conform onderafdeling 5.2.7 van dit besluit en artikel 65 van verordening (EU) 2023/1542;]3
  2° [2 afvalolie]2 wordt verwerkt overeenkomstig artikel 3.4.6.2;
  3° afvalbanden worden verwerkt overeenkomstig artikel 3.4.3.2.
  
Art. 3.4.2.2. § 1. [1 Le traitement des véhicules mis au rebut, collectés en application de l'obligation d'acceptation, doit conduire à la réalisation des objectifs suivants :
   1° [2 les déchets de batteries sont collectés et traités conformément à la sous-section 5.2.7 du présent arrêté et à l'article 65 du règlement (UE) 2023/1542 ;]2
   2° réutiliser ou recycler au moins 85% du poids de la totalité des véhicules mis au rebut.]1

  § 2. Pour les pièces suivantes des véhicules mis au rebut, les règles suivantes s'appliquent :
  1° les piles et accumulateurs mis au rebut sont traités conformément à l'article 3.4.5.2;
  2° l'huile usagée est traitée conformément à l'article 3.4.6.2;
  3° les pneus usagés sont traités conformément à l'article 3.4.3.2.
  
Art. 3.4.2.3. [1 Het individuele aanvaardingsplichtplan en de aanvaardingsplichtconvenant]1, vermeld in artikel 3.2.1.2, § 1, regelen in het bijzonder, in voorkomend geval :
  1° de verplichting van de eindverkopers van voertuigen om elk afgedankt voertuig dat de consument aanbiedt, op een punt van inontvangstname te aanvaarden;
  2° de verplichting van de voertuigproducenten om alle aanvaarde afgedankte voertuigen bij de punten van inontvangstname die geen erkend centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen zijn, op regelmatige basis in te zamelen en op eigen kosten te laten verwerken in een daartoe erkend centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen.
  
Art. 3.4.2.3. [1 Le plan individuel d'obligation d'acceptation et la convention d'obligation d'acceptation]1, visés à l'article 3.2.1.2, § 1er, règlent plus particulièrement et le cas échéant :
  1° l'obligation des vendeurs finaux de véhicules de réceptionner tout véhicule mis au rebut présenté par le consommateur sur un point de réceptionnement;
  2° l'obligation des producteurs de véhicules de collecter régulièrement tous les véhicules mis au rebut acceptés dans les points de réceptionnement qui ne sont pas un centre agréé de dépollution, de démantèlement et de destruction de véhicules mis au rebut et de les faire traiter à leurs propres frais dans un centre agréé à cet effet pour la dépollution, le démantèlement et la destruction des véhicules mis au rebut.
  
Art. 3.4.2.4. De voertuigproducent of de organisatie die hij hiervoor heeft aangeduid, stelt voor 1 juli van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM :
  1° de totale hoeveelheid voertuigen die op de markt werden gebracht in het Vlaamse Gewest, uitgedrukt in kilogram en aantallen;
  2° de totale hoeveelheid afgedankte voertuigen, uitgedrukt in kilogram, categorie M1 of N1, of driewielige motorvoertuigen en aantallen, die in het Vlaamse Gewest werden aanvaard door de erkende centra voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen;
  3° het gewicht van de onderdelen, materialen en afvalstoffen die afkomstig zijn van afgedankte voertuigen, uitgedrukt in kilogram, die gedurende het voorafgaande kalenderjaar werden :
  a) hergebruikt en gerecycleerd;
  b) verwerkt in vergunde installaties met terugwinning van energie;
  c) verwijderd in vergunde installaties voor de verbranding van afvalstoffen;
  d) verwijderd in of op stortplaatsen;
  4° de locatie van de verschillende erkende centra voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen of vergunde verwerkingsinstallaties voor afgedankte voertuigen, en de wijze waarop de aanvaarde afgedankte voertuigen in het Vlaamse Gewest werden verwerkt.
  In aanvulling op artikel 3.2.1.4 vermelden de eindverkoper, tussenhandelaar en producent van voertuigen ook het chassisnummer van de afgedankte voertuigen in het afvalstoffenregister. Ze verschaffen aan de OVAM alle informatie die de OVAM nuttig acht om de te bereiken doelstellingen, vermeld in artikel 3.4.2.2, te beoordelen.
Art. 3.4.2.4. Le producteur de véhicules ou l'organisation qu'il a désignée fournit à l'OVAM avant le 1er juillet de chaque année, les renseignements suivants au titre de l'année calendrier précédente :
  1° la quantité totale de véhicules qui ont été mis sur le marché en Région flamande, exprimée en kilogrammes et nombres;
  2° la quantité totale de véhicules mis au rebut, exprimée en kilogrammes, catégories M1 ou N1 ou de véhicules automoteurs tricycles et en nombres, qui a été acceptée en Région flamande par les centres agréés pour la dépollution, démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut;
  3° le poids des pièces, matériaux et déchets provenant des véhicules hors d'usage en kilogrammes, qui au cours de l'année calendrier précédente :
  a) ont été réutilisés et recyclés;
  b) ont été traités dans des installations autorisées avec récupération d'énergie;
  c) ont été éliminés par les installations agréées d'incinération de déchets;
  d) ont été éliminés en décharge;
  4° le lieu d'implantation des différents centres agrées pour la dépollution, le démantèlement et la destruction des véhicules mis au rebut et/ou des installations de traitement agréées pour les véhicules mis au rebut, et la façon dont les véhicules mis au rebut acceptés ont été traités en Région flamande.
  En complément de l'article 3.2.1.4, le vendeur final, l'intermédiaire et le producteur de véhicules mentionne également le numéro de châssis des véhicules mis au rebut dans le registre des déchets. Ils fournissent à l'OVAM toutes informations que celle-ci juge utiles pour l'appréciation des objectifs à réaliser conformément à l'article 3.4.2.2.
Art. 3.4.2.5. De voertuigproducenten verschaffen aan de erkende centra voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen binnen zes maanden nadat een nieuw voertuigtype in de handel is gebracht, alle demontage-informatie. In die informatie worden de verschillende voertuigonderdelen en -materialen en de plaats van alle gevaarlijke stoffen in de voertuigen aangegeven.
  De producenten van voertuigonderdelen verschaffen op verzoek van de erkende centra voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen, rekening houdend met de vertrouwelijkheid van commerciële en industriële gegevens, ook demontage-informatie, informatie over de opslag en informatie over het testen van onderdelen die opnieuw kunnen worden gebruikt.
Art. 3.4.2.5. Les producteurs de véhicules fournissent aux centres agréés pour la dépollution, le démantèlement et la destruction des véhicules mis au rebut toutes les informations de démontage dans les six mois qui suivent la commercialisation d'un nouveau type de véhicule. Ces informations comprennent les différentes pièces et les différents matériaux des véhicules et l'emplacement de toutes les substances dangereuses dans les véhicules.
  Les producteurs de pièces de véhicules fournissent également à la demande des centres agréés pour la dépollution, démantèlement et la destruction des véhicules mis au rebut des informations sur le démontage, des informations sur le stockage et les tests des pièces qui peuvent être à nouveau utilisées tout en tenant compte de la confidentialité des données commerciales et industrielles.
Onderafdeling 3.4.3. - Afvalbanden
Sous-section 3.4.3. - Pneus usagés
Art. 3.4.3.1. In afwijking van artikel 3.1.1, 3°, geldt de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor afvalbanden alleen voor de afvalbanden uit de vervangmarkt en uit eerste montage.
  Voor afvalbanden wordt de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid ingevuld door middel van de aanvaardingsplicht, vermeld in afdeling 3.2. De aanvaardingsplicht is van toepassing :
  1° voor afvalbanden uit de vervangmarkt vanaf 1 juli 1999;
  2° voor afvalbanden uit eerste montage vanaf 1 mei 2009.
  In afwijking van artikel 3.2.1.1, § 3, is de samenwerking met de gemeenten voor de inzameling van afvalbanden niet verplicht.
Art. 3.4.3.1. Par dérogation à l'article 3.1.1, 3°, la responsabilité élargie du producteur pour les pneus usagés s'applique uniquement pour les pneus usagés du marché du remplacement et du premier montage.
  Pour les pneus usagés, la responsabilité élargie du producteur est complétée par l'obligation d'acceptation mentionnée à la section 3.2. L'obligation d'acceptation est d'application :
  1° aux pneus usagés du marché du remplacement à partir du 1er juillet 1999;
  2° aux pneus usagés du premier montage à partir du 1er mai 2009.
  Par dérogation à l'article 3.2.1.1, § 3, la collaboration avec les communes pour la collecte de pneus usagés n'est pas obligatoire.
Art. 3.4.3.2. [1 Voor de verwerking van de afvalbanden die ingezameld zijn met toepassing van de aanvaardingsplicht, gelden de volgende doelstellingen:
   1° alle afvalbanden die worden aangeboden, worden ingezameld met een minimum van 85% en een maximum van 100% van de hoeveelheid nieuwe banden die door de producenten op de markt gebracht worden; tegen 2030 worden afvalbanden ingezameld met een minimum van 95 % en een maximum van 100 % van de hoeveelheid nieuwe banden die door de producenten op de markt gebracht worden, tenzij uit een onderbouwde evaluatie blijkt dat deze inzameldoelstellingen tegen 2030 niet haalbaar zijn.
   2° de ingezamelde banden worden vóór de verwerking gesorteerd op herbruikbare banden en op rechapeerbare banden;
   3° het percentage hergebruik en het percentage loopvlakvernieuwing bedragen elk minstens 10%;
   4° het totale percentage hergebruik, loopvlakvernieuwing en recyclage van de ingezamelde banden bedraagt minstens 85%; dit percentage stijgt naar 95 % tegen 2030, tenzij uit een onderbouwde evaluatie blijkt dat deze doelstelling niet haalbaar is;
   5° de rest van de ingezamelde afvalbanden wordt nuttig toegepast;
   6° de verwijdering van afvalbanden is niet toegestaan.]1

  
Art. 3.4.3.2. [1 Pour le traitement des pneus usagés collectés en application de l'obligation d'acceptation, les objectifs suivants s'appliquent :
   1° tous les pneus usagés qui sont présentés sont collectés avec un minimum de 85 % et un maximum de 100 % de la quantité de pneus neufs mis sur le marché par les producteurs ; d'ici 2030, les pneus usagés seront collectés avec un minimum de 95 % et un maximum de 100 % de la quantité de pneus neufs mis sur le marché par les producteurs, à moins qu'il ne ressorte d'une évaluation étayée que ces objectifs de collecte ne sont pas réalisables d'ici 2030.
   2° les pneus collectés sont triés avant le traitement en pneus réutilisables et en pneus rechapables ;
   3° le pourcentage de réemploi et le pourcentage de rechapage s'élèvent chacun à 10 % au moins ;
   4° le pourcentage total de réemploi, de rechapage et de recyclage des pneus collectés s'élève à 85 % au moins ; ce pourcentage passera à 95 % d'ici 2030, à moins qu'il ne ressorte d'une évaluation étayée que cet objectif n'est pas réalisable ;
   5° le reste des pneus usagés collectés est valorisé ;
   6° l'élimination de pneus usagés n'est pas autorisée.]1

  
Art. 3.4.3.3. [1 Het individuele aanvaardingsplichtplan en de aanvaardingsplichtconvenant]1, vermeld in artikel 3.2.1.2, § 1, regelen in het bijzonder, in voorkomend geval :
  1° de verplichting van de eindverkopers van banden om, overeenkomstig artikel 3.2.1.1, § 2, elke afvalband in ontvangst te nemen die door de consument wordt aangeboden;
  2° de verplichting van de tussenhandelaars van banden om alle met toepassing van dit besluit in ontvangst genomen afvalbanden op regelmatige basis ter plaatse bij de eindverkopers in te zamelen en aan de producent van banden aan te bieden;
  3° de verplichting van de producenten van banden om alle aanvaarde afvalbanden bij de tussenhandelaar of, bij gebrek daaraan, bij de eindverkoper op regelmatige basis in te zamelen en op eigen kosten te laten verwerken in een daartoe vergunde inrichting.
  
Art. 3.4.3.3. [1 Le plan individuel d'obligation d'acceptation et la convention d'obligation d'acceptation]1, visés à l'article 3.2.1.2, § 1er, règlent en particulier et le cas échéant :
  1° l'obligation des vendeurs finaux de pneus de réceptionner tout pneu usagé présenté par le consommateur conformément à l'article 3.2.1.1., § 2;
  2° l'obligation des intermédiaires de pneus de collecter de manière régulière et sur place, auprès des vendeurs finaux, les pneus usagés réceptionnés en application du présent arrêté et de les présenter au producteur de pneus;
  3° l'obligation des producteurs de pneus de collecter de manière régulière tous les pneus usagés acceptés, auprès de l'intermédiaire ou à défaut auprès du vendeur final, et de les faire transformer à ses frais dans un établissement autorisé à cette fin.
  
Art. 3.4.3.4. De eindverkoper van banden of de organisatie die hiervoor is aangeduid, bezorgt de OVAM voor 1 juli van elk jaar een overzicht van de totale hoeveelheid afvalbanden, uitgedrukt in kilogram en soorten, die in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht in ontvangst werd genomen gedurende het voorgaande kalenderjaar.
  De tussenhandelaar in banden of de organisatie die hiervoor is aangeduid, bezorgt de OVAM voor 1 juli van elk jaar een overzicht van de totale hoeveelheid afvalbanden, inclusief die welke in aanmerking komen voor hergebruik, uitgedrukt in kilogram en soorten, die in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht in ontvangst werd genomen gedurende het voorgaande kalenderjaar.
  De producent van banden of de organisatie die hiervoor is aangeduid, stelt voor 1 juli van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM :
  1° de totale hoeveelheid banden, uitgedrukt in kilogram, soorten en aantallen, die in het Vlaamse Gewest in omloop werd gebracht;
  2° de totale hoeveelheid afvalbanden, inclusief die welke in aanmerking komen voor hergebruik, uitgedrukt in kilogram en soorten, die in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht werd ingezameld;
  3° de inrichtingen waar en de wijze waarop de ingezamelde afvalbanden werden verwerkt;
  4° de totale hoeveelheid afvalbanden, uitgedrukt in kilogram, die :
  a) werd uitgesorteerd voor hergebruik;
  b) een nieuw loopvlak kreeg;
  c) [1 is gerecycleerd;]1
  d) [1 nuttig is toegepast;]1
  [1 5° de totale hoeveelheden rubber, staal en textiel afkomstig van de recyclage van afvalbanden die gebruikt zijn, opgedeeld per toepassing.]1
  
Art. 3.4.3.4. Le vendeur final de pneus ou l'organisation qui est désignée à cet effet remet à l'OVAM avant le 1er juillet de chaque année un aperçu de la quantité totale des pneus usagés, exprimée en kilogrammes et en types, qui ont été réceptionnés pendant l'année calendrier précédente ans le cadre de l'acquittement de l'obligation d'acceptation.
  L'intermédiaire en pneus ou l'organisation qui est désignée à cet effet remet à l'OVAM avant le 1er juillet de chaque année un relevé de la quantité totale des pneus usagés, y compris ceux qui sont susceptibles d'une réutilisation, exprimée en kilogrammes et types, qui ont été réceptionnés pendant l'année calendrier précédente dans le cadre de l'acquittement de l'obligation d'acceptation.
  Le producteur de pneus ou l'organisation qui est désignée à cet effet met les données suivantes au titre de l'année calendrier précédente à la disposition de l'OVAM avant le 1er juillet de chaque année :
  1° la quantité totale de pneus, exprimée en kilogrammes, en type et en quantité, qui ont été mis en circulation dans la Région flamande
  2° la quantité totale de pneus usagés, y compris ceux qui entrent en considération pour la réutilisation, exprimée en kilogrammes et type, qui ont été collectés dans le cadre de l'acquittement de l'obligation d'acceptation;
  3° les établissements où les pneus usagés collectés ont été traités et les modalités du traitement
  4° la quantité totale de pneus usagés, exprimée en kilogrammes, qui :
  a) ont été triés pour leur réutilisation;
  b) ont été rechapés;
  c) [1 a été recyclée ;]1
  d) [1 a été valorisée ;]1
  [1 5° les quantités totales de caoutchouc, d'acier et de textile provenant du recyclage de pneus usagés qui ont été utilisées, ventilées par application.]1
  
Onderafdeling 3.4.4. [1 - Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur]1
Sous-section 3.4.4. [1 - Déchets d'équipements électriques et électroniques]1
Art. 3.4.4.1. [1 § 1. Voor afgedankte EEA wordt de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid ingevuld door middel van de aanvaardingsplicht, vermeld in afdeling 3.2. Met behoud van de uitzonderingen, vermeld in paragraaf 2 en 3, is de aanvaardingsplicht van toepassing op:
   1° de grote huishoudelijke apparaten (categorie 1) vanaf 1 juli 1999;
   2° de kleine huishoudelijke apparaten (categorie 2) vanaf 1 juli 1999;
   3° de IT- en telecommunicatieapparatuur (categorie 3) vanaf 1 juli 1999;
   4° de consumentenapparatuur (categorie 4) vanaf 1 juli 1999;
   5° de afgedankte fotovoltaïsche zonnepanelen (categorie 4) vanaf 1 januari 2013;
   6° de afgedankte huishoudelijke en niet-huishoudelijke verlichtingsapparatuur (categorie 5) vanaf 1 januari 2004;
   7° de gasontladingslampen (categorie 5) vanaf 1 juli 2005;
   8° het elektrisch en elektronisch tuingereedschap, met uitzondering van grote, niet-verplaatsbare industriële installaties (categorie 6) vanaf 1 juli 1999;
   9° ander elektrisch en elektronisch gereedschap, met uitzondering van grote, niet-verplaatsbare industriële installaties (categorie 6) vanaf 1 januari 2004;
   10° het speelgoed en de apparatuur voor sport en ontspanning (categorie 7) vanaf 1 januari 2004;
   11° de medische hulpmiddelen, met uitzondering van alle geïmplanteerde en geïnfecteerde producten (categorie 8) vanaf 13 augustus 2005;
   12° de meet- en controle-instrumenten (categorie 9) vanaf 1 januari 2004;
   13° de automaten (categorie 10) vanaf 13 augustus 2005;
   14° de professionele afgedankte EEA (van categorie 1 tot en met 10) vanaf 13 augustus 2005;
   15° alle afgedankte EEA die niet zijn opgenomen in de categorieën, vermeld in punt 1° tot en met 14°, vanaf 15 augustus 2018.
   § 2. De aanvaardingsplicht is niet van toepassing op de volgende apparatuur:
   1° de apparatuur die noodzakelijk is voor de bescherming van de wezenlijke belangen van de veiligheid van lidstaten, met inbegrip van wapens, munitie en oorlogsmateriaal voor specifiek militaire doeleinden;
   2° de apparatuur die specifiek is ontworpen en geïnstalleerd om deel uit te maken van andere apparatuur die is uitgesloten van de aanvaardingsplicht of niet onder het toepassingsgebied van de aanvaardingplicht valt, en die haar functie alleen kan vervullen als ze deel uitmaakt van die laatst vermelde apparatuur;
   3° de gloeilampen.
   § 3. Vanaf 15 augustus 2018 is de aanvaardingsplicht bovendien niet van toepassing op:
   1° de apparatuur die is ontworpen om de ruimte ingestuurd te worden;
   2° de grote, niet-verplaatsbare industriële werktuigen;
   3° de grote, vaste installaties, met uitzondering van apparatuur die zich in zulke installaties bevindt, maar die niet specifiek is ontworpen en geïnstalleerd als onderdeel van zulke installaties;
   4° de vervoermiddelen voor personen of goederen, uitgezonderd elektrische voertuigen op twee wielen waarvoor geen type goedkeuring is verleend;
   5° de niet voor de weg bestemde mobiele machines die uitsluitend voor beroepsmatig gebruik ter beschikking zijn gesteld;
   6° de apparatuur die speciaal is ontworpen en uitsluitend dient voor doeleinden van onderzoek en ontwikkeling en die alleen door een bedrijf aan een ander bedrijf ter beschikking wordt gesteld;
   7° de medische hulpmiddelen en medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek, als die hulpmiddelen naar verwachting vóór het einde van hun levensduur infectieus zijn en niet gedesinfecteerd kunnen worden, en actieve implanteerbare medische hulpmiddelen.
   § 4. Distributeurs van EEA die beschikken over een verkoopoppervlak voor EEA van ten minste 400 m2, zorgen in de onmiddellijke nabijheid voor de inzameling, die gratis is voor de laatste houder van heel kleine afgedankte EEA, zonder de verplichting EEA van een vergelijkbaar type te kopen. De producenten van EEA stellen daarvoor gratis een aangepast inzamelrecipiënt ter beschikking. De distributeur van EEA plaatst dat inzamelrecipiënt op een duidelijk zichtbare plaats in zijn verkoopruimte. Deze verplichting vervalt als een onderzoek, voorgelegd aan en goedgekeurd door de OVAM, uitwijst dat alternatieve bestaande of nieuwe inzamelingsregelingen waarschijnlijk minstens even doeltreffend zijn.
   § 5. In aanvulling op de voorwaarde, vermeld in artikel 3.2.1.1, § 4, is de aanvaarding van huishoudelijke afgedankte EEA, vermeld in artikel 3.2.1.1, § 1, § 2 en § 3, gratis, onder de volgende cumulatieve voorwaarden:
   1° de apparatuur alle onderdelen bevat die noodzakelijk zijn voor het functioneren van het apparaat;
   2° de apparatuur geen afvalstoffen bevat die vreemd zijn aan het afgedankte EEA;
   3° de apparatuur geen verontreinigingen bevat die een risico voor de gezondheid en de veiligheid van het personeel bij de inleveringspunten opleveren, gelet op de geldende veiligheids- en gezondheidsvoorschriften.
   Als aan de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 1°, niet is voldaan, kunnen kosten worden bedongen in verhouding tot het gebrek.
   Zolang niet aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, 2° of 3°, is voldaan, kan de aanvaarding geweigerd worden.
   § 6. In afwijking van artikel 3.2.1.1, § 3, is de samenwerking met de gemeenten voor de inzameling van afgedankte professionele EEA en afgedankte fotovoltaïsche zonnepanelen niet verplicht.]1

  
Art. 3.4.4.1. [1 § 1er. Pour les déchets d'équipements électriques et électroniques (DEEE), la responsabilité étendue du producteur est complétée par l'obligation d'acceptation mentionnée dans la section 3.2. Sans faire préjudice aux exceptions, visées aux paragraphes 2 et 3, l'obligation d'acceptation s'applique :
   1° aux grands appareils ménagers (catégorie 1re) à partir du 1er juillet 1999 ;
   2° aux petits appareils ménagers (catégorie 2) à partir du 1er juillet 1999 ;
   3° aux appareils TI et de télécommunication (catégorie 3) à partir du 1er juillet 1999 ;
   4° aux appareils de consommation (catégorie 4) à partir du 1er juillet 1999 ;
   5° aux déchets de panneaux solaires photovoltaïques (catégorie 4) à partir du 1er janvier 2013 ;
   6° aux déchets d'appareils d'éclairage ménagers et non ménagers (catégorie 5) à partir du 1er janvier 2004 ;
   7° aux lampes luminescentes à décharge (catégorie 5) à partir du 1er juillet 2005 ;
   8° aux outils de jardinage électriques et électroniques (à l'exception de grandes installations industrielles non déplaçables) (catégorie 6) à partir du 1er juillet 1999 ;
   9° aux autres outils électriques et électroniques ( à l'exception de grandes installations industrielles non déplaçables) (catégorie 6) à partir du 1er janvier 2004 ;
   10° aux jouets et aux appareils destinés aux sports et aux loisirs (catégorie 7) à partir du 1er janvier 2004 ;
   11° à tous les dispositifs médicaux, à l'exception de tous les produits implantés ou infectés (catégorie 8) (catégorie 6) à partir du 13 août 2005 ;
   12° aux appareils de mesurage et de contrôle (catégorie 9) à partir du 1er janvier 2004 ;
   13° aux distributeurs automatiques (catégorie 10) à partir du 13 août 2005 ;
   14° aux DEEE professionnels (de la catégorie 1re à 10 comprise) à partir du 13 août 2005 ;
   15° tous les DEEE qui ne sont pas repris dans les catégories visées aux points 1° à 14° inclus, à partir du 13 août 2018.
   § 2. L'obligation d'acceptation ne s'applique pas aux appareils suivants :
   1° les appareils qui sont nécessaires à la protection d'intérêts réels de la sécurité des états membres, y compris les armes, munitions et matériel de guerre destiné à des fins spécifiques ;
   2° les appareils qui sont spécialement conçus et installés pour faire partie d'autres appareils qui sont exclus de l'obligation d'acceptation ou qui relèvent pas du domaine de l'obligation d'acceptation et qui ne peuvent assurer leur fonction que s'ils dont partie des appareils mentionnés en dernier lieu ;
   3° les lampes à incandescence.
   § 3. A partir du 15 août 2018, l'obligation d'acception ne s'applique en outre plus :
   1° aux appareils qui sont conçus pour être envoyés en espace ;
   2° aux grands outils industriels non déplaçables ;
   3° aux grandes installations fixes, à l'exception des appareil qui se trouvent dans de tel installations, mais qui n'ont pas été spécifiquement conçus et installés comme parties de ces installations ;
   4° aux moyens de transports pour personnes ou marchandises, à l'exceptions des véhicules électriques à deux roues pour lesquels aucune approbation type n'a été accordée ;
   5° aux engins mobiles non routiers destinés exclusivement à un usage professionnel ;
   6° aux appareils qui sont spécifiquement conçus et qui servent uniquement à des fins de recherche et de développement et qui sont uniquement mis à la disposition d'une entreprise par une autre entreprise ;
   7° les dispositifs médicaux et les dispositifs médicaux de diagnostic in vitro, lorsque ces dispositifs deviennent normalement infectieux avant la fin de leur cycle de vie, ainsi que les dispositifs médicaux implantables actifs.
   § 4. Les distributeurs d'EEE qui disposent d'une superficie de vente pour EEE d'au moins 400 m assurent dans les environ immédiats une collecte qui est gratuite pour le dernier détenteur de petits DEEE sans l'obligation d'acheter des EEE d'un type comparable. A cet effet, les producteurs d'EEE mettent gratuitement un récipient de collecte à la disposition. Le distributeur d'EEE place ce récipient de collecte à un endroit bien visible dan son espace de vente. Cette obligation échoit si une enquête, présentée à et approuvée par l'OVAM, démontre que des règlements de collecte existants ou nouveaux alternatifs sont probablement au moins si effectifs.
   § 5. En complément à la condition mentionnée à l'article 3.2.1.1, § 4, l'acceptation des DEEE ménagers, mentionnée à l'article 3.2.1.1, § 1er, § 2 et § 3, est gratuite aux conditions cumulatives suivantes :
   1° l'appareil contient toutes les pièces nécessaires à son fonctionnement ;
   2° l'appareil ne contient pas de déchets qui soient étrangers aux DEEE ;
   3° l'appareil ne contient pas de contamination qui implique un risque pour la santé et la sécurité du personnel dans les points de collecte compte tenu des normes d'hygiène et de santé en vigueur.
   Si la condition stipulée au premier alinéa, 1° n'est pas satisfaite, des frais peuvent être stipulés proportionnellement à cette dérogation.
   Tant que les conditions du premier alinéa, 2° ou 3° se sont pas satisfaites, l'acceptation peut être refusée.
   § 6. Par dérogation à l'article 3.2.1.1, § 3, la collaboration avec les communes pour la collecte des DEEE professionnels et des déchets de panneaux solaires photovoltaïques n'est pas obligatoire.]1

  
Art. 3.4.4.2. [1 Elektrische en elektronische apparatuur wordt ingedeeld in de volgende tien categorieën:
   1° categorie 1: de grote huishoudelijke apparaten;
   2° categorie 2: de kleine huishoudelijke apparaten;
   3° categorie 3: de IT- en telecommunicatieapparatuur;
   4° categorie 4: de consumentenapparatuur en fotovoltaïsche zonnepanelen;
   5° categorie 5: de verlichtingsapparatuur;
   6° categorie 6: het elektrisch en elektronisch gereedschap, met uitzondering van grote, niet-verplaatsbare industriële installaties;
   7° categorie 7: het speelgoed en de ontspannings- en sportapparatuur;
   8° categorie 8: de medische hulpmiddelen, met uitzondering van alle geïmplanteerde en geïnfecteerde producten;
   9° categorie 9: de meet- en controle-instrumenten;
   10° categorie 10: de automaten.
   Vanaf 15 augustus 2018 wordt elektrische en elektronische apparatuur ingedeeld in de volgende zes categorieën:
   1° categorie 1: de warmte of koude -uitwisselende apparatuur;
   2° categorie 2: de schermen-, monitors en apparatuur met schermen die een oppervlakte hebben van meer dan 100 cm2;
   3° categorie 3: de lampen, inclusief led lampen;
   4° categorie 4: de grote apparatuur met een buitenafmeting van meer dan 50 cm;
   5° categorie 5: de kleine apparatuur met een buitenafmeting van ten hoogste 50 cm;
   6° categorie 6: de kleine IT- en telecommunicatieapparatuur met een buitenafmeting van ten hoogste 50 cm.
   De minister kan een lijst vaststellen van de apparatuur die onder de categorieën, vermeld in het eerste en tweede lid, vallen.]1

  
Art. 3.4.4.2. [1 Les équipements électriques et électroniques sont répartis dans les dix catégories suivantes :
   1° catégorie 1re : les grands appareils ménagers ;
   2° catégorie 2 : les petits appareils ménagers ;
   3° catégorie 3 : les appareils TI et de télécommunication ;
   4° catégorie 4 : les appareils de consommation et les panneaux solaires photovoltaïques ;
   5° catégorie 5 : les appareils d'éclairage ;
   6° catégorie 6 : les outils électriques et électroniques, à l'exception de grandes installations industrielles non déplaçables ;
   7° catégorie 7 : les jouets et aux appareils destinés aux sports et aux loisirs ;
   8° catégorie 8 : les dispositifs médicaux, à l'exception de tous les produits implantés ou infectés ;
   9° catégorie 9 : les appareils de mesurage et de contrôle ;
   10° catégorie 10 : les distributeurs automatiques.
   A partir du 15 août 2018, les appareils électriques et électroniques sont répartis dans les six catégories suivantes :
   1° catégorie 1re : les appareils d'échange de chaleur ou de froid ;
   2° catégorie 2 : les écrans, moniteurs et appareils à écrans qu ont une superficie de plus de 100 cm ;
   3° catégorie 3 : les lampes y compris les LED ;
   4° catégorie 4 : les grands appareils ayant une dimension extérieure supérieure à 50 cm ;
   5° catégorie 5 : les petits appareils ayant une dimension extérieure de 50 cm au maximum ;
   6° catégorie 6 : les petits appareils TI et de télécommunication ayant une dimension extérieure de 50 cm au maximum.
   Le Ministre peut fixer une liste d'appreils qui relèvent des catégories, visées aux alinéas premier et deux.]1

  
Art. 3.4.4.3. [1 Aanvullend op de voorwaarden, vermeld in artikel 3.2.1.3, § 1, tweede lid, 1°, 2° en 3°, geldt dat de onafhankelijke keuringsinstelling geaccrediteerd moet zijn overeenkomstig ISO 17020.
   De kosten van de validatie van de cijfergegevens van producenten van EEA, inzamelaars, afvalstoffenhandelaars of -makelaars, hergebruikcentra en verwerkers die in het kader van de aanvaardingsplicht een contract hebben met een beheersorganisme of de producent van EEA, worden gedragen door het beheersorganisme of de producent van EEA. Als echter een zware fout of nalatigheid wordt vastgesteld, zijn de kosten ten laste van de contractant.]1

  
Art. 3.4.4.3. [1 Complémentairement au conditions visées à l'article 3.2.1.3, § 1er, alinéa deux, 1°, 2° et 3°, l'établissement de contrôle indépendant doit être accrédité conformément à l'ISO 17020.
   Les frais de validation des données numériques des producteurs d'EEE, des collecteurs, des négociants ou courtiers de déchets, des centres de réutilisation et des transformateurs qui ont un contrat dans le cadre de l'obligation d'acceptation avec un organisme de gestion ou avec le producteur d'EEE, sont à charge de l'organisme de gestion ou du producteur d'EEE. Si néanmoins une faute grave ou une négligence sont constatées, le frais sont à charge du contractant.]1

  
Art. 3.4.4.4. [1 Voor de financiering van de aanvaardingplicht geldt:
   1° voor huishoudelijke afgedankte EEA:
   a) wat producten betreft die na de startdatum van de aanvaardingsplicht op de markt gebracht werden, is elke producent verantwoordelijk voor de financiering van de aanvaardingsplicht. De producent kan kiezen tussen een collectieve regeling en een individuele regeling;
   b) de verantwoordelijkheid voor de financiering van de kosten van het beheer van afgedankte EEA die voor de startdatum van de aanvaardingsplicht op de markt zijn gebracht, berust bij een of meer systemen waaraan alle producenten die op de markt aanwezig zijn op het tijdstip waarop die kosten ontstaan, naar evenredigheid bijdragen, bijvoorbeeld naar evenredigheid van hun marktaandeel voor de apparatuur in kwestie;
   c) de producenten stellen een financiële zekerheid waaruit blijkt dat het beheer van de afgedankte EEA zal worden gefinancierd als ze een product op de markt brengen. De financiële zekerheid heeft betrekking op de financiering van de inzameling en de milieuhygiënisch verantwoorde verwerking van dat product. Ze kan de vorm hebben van een recyclageverzekering, een geblokkeerde bankrekening of een deelneming van de producent aan passende financiële regelingen voor de financiering van het beheer van afgedankte EEA;
   d) de producenten zorgen voor een passende regeling of vergoedingsprocedure voor de terugbetaling van de bijdragen aan de distributeur van EEA als er EEA worden uitgevoerd;
   2° voor professionele afgedankte EEA:
   a) voor producten die vanaf 13 augustus 2005 op de markt gebracht worden, is elke producent verantwoordelijk voor de financiering van de inzameling en de milieuhygiënisch verantwoorde verwerking van de afgedankte EEA die afkomstig zijn van andere dan particuliere huishoudens;
   b) voor de historische voorraad van producten die voor 13 augustus 2005 op de markt werden gebracht en die worden vervangen door nieuwe, gelijkwaardige producten met dezelfde functie, worden de kosten gedragen door de producenten van die nieuwe producten op het moment dat ze worden geleverd. Voor de andere historische voorraad worden de kosten gedragen door de andere gebruikers dan particuliere huishoudens;
   c) producenten en andere gebruikers dan particuliere huishoudens kunnen met behoud van de toepassing van de bepalingen van dit artikel andere financieringsregelingen overeenkomen. Die voorwaarden worden duidelijk opgenomen in de verkoopsovereenkomst of de offerte van het nieuwe product.]1

  
Art. 3.4.4.4. [1 Pour le financement de l'obligation d'acceptation, les dispositions suivantes sont d'application :
   1° pour les DEEE ménagers :
   a) En ce qui concerne les produits mis sur le marché après la date de début de l'obligation d'acceptation, tout producteur est responsable du financement de son obligation d'acceptation. Le producteur a le choix entre des règlements collectifs ou individuels ;
   b) la responsabilité pour le financement des frais de gestion des DEEE qui ont été mis sur le marché avant la date de début de l'obligation d'acceptation relève d'un ou plusieurs systèmes auxquels cotisent tous les producteurs qui sont présents sur le marché au moment où ces frais surgissent, et ce proportionnellement, par exemple à leur part de marché pour les appareils en question ;
   c) les producteurs constituent une sûreté financière dont il ressort que la gestion des DEEE sera financée s'ils introduisent un produit sur le marché. La sûreté financière a trait au financement de la collecte et du traitement respectueux de l'environnement de ce produit. Elle peut prendre la forme d'une assurance de recyclage, d'un compte bancaire bloqué ou d'une participation du producteur à des règlements financiers adéquats en vue du financement de la gestion de DEEE.
   d) les producteurs prévoient un règlement adéquat ou une procédure d'indemnisation pour le remboursement des cotisations au distributeur d'EEE si des EEE sont exportés.
   2° pour les DEEE professionnels :
   a) pour ce qui concerne les produits qui sont mis sur le marché à partir du 13 août 2005, tout producteur est responsable du financement de la collecte et du traitement respectueux de l'environnement des DEEE, ne provenant pas de ménages particuliers ;
   b) pour le stock historique mis sur le marché avant le 13 août 2005, qui est remplacé par de nouveaux produits équivalents ayant la même fonction, les frais sont supportés par les producteurs de ces nouveaux produits au moment de leur livraison. Pour d'autres stocks historiques, les frais sont supportés par les utilisateurs autres que des ménages particuliers ;
   c) les producteurs et les utilisateurs autres que des ménages particuliers peuvent sans préjudice des dispositions du présent article convenir d'autres modalités de financement. Les conditions sont clairement reprises dans le contrat de vetne ou dans l'offre du nouveau produit.]1

  
Art. 3.4.4.5. [1 De afgedankte EEA die met toepassing van de aanvaardingsplicht, vermeld in artikel 3.2.1.1, in ontvangst worden genomen, alsook de afgedankte EEA die door of in opdracht van de gemeenten worden ingezameld, worden met het oog op het hergebruik in de eerste plaats gescheiden in potentieel herbruikbare afgedankte EEA enerzijds, en niet-herbruikbare afgedankte EEA anderzijds, op basis van een visuele voorselectie op herbruikbaarheid ervan voor hetzelfde doel.
   De eindverkopers, tussenhandelaars, producenten van EEA, alsook de gemeenten, kunnen voor de scheiding, vermeld in het eerste lid, een beroep doen op kringloopcentra en hergebruikcentra voor EEA.
   De visuele voorselectie op herbruikbaarheid, alsook de verdere voorbereiding op hergebruik, gebeurt overeenkomstig artikel 5.2.5.8 en 5.2.5.10.]1

  
Art. 3.4.4.5. [1 Les DEEE qui sont reçus en application de l'obligation d'acceptation, visée à l'article 3.2.11, ainsi que les DEEE qui sont collectés par ou sur ordre des communes, sont d'abord répartis en vue d'une réutilisation en d'une part, des DEEE potentiellement réutilisables, et, d'autre part, en des DEEE non réutilisables, sur la base d'une présélection visuelle en matière de réutilisation pour les mêmes fins.
   Aux fins de la répartition visée au paragraphe 1er, les vendeurs finaux, les intermédiaires et les producteurs d'EEE ainsi que les communes peuvent faire appel aux centres de recyclage et de réutilisation d'EEE.
   La présélection visuelle, ainsi que la préparation ultérieure en vue de la réutilisation, se font conformément aux articles 5.2.5.8 et 5.25.10.]1

  
Art. 3.4.4.6. [1 De minimale inzameldoelstelling van afgedankte EEA met toepassing van de aanvaardingsplicht bedraagt 11 kg per inwoner per jaar. Het totale gewicht van het ingezamelde afgedankte EEA neemt geleidelijk aan toe, tenzij het inzamelingspercentage, vermeld in het tweede lid, al werd bereikt.
   Vanaf januari 2016 bedraagt het inzamelpercentage 45 %, berekend op basis van het totale gewicht van de afgedankte EEA die in de loop van een gegeven jaar is ingezameld, uitgedrukt als percentage van de jaarlijkse gemiddelde gewichtshoeveelheid EEA die de voorgaande drie jaren in de handel werd gebracht.
   Vanaf 1 januari 2019 bedraagt het jaarlijks te halen inzamelingspercentage 65 % ten opzichte van het gemiddelde van de gewichtshoeveelheid EEA die de voorgaande drie jaren in de handel werd gebracht, of anders 85 % ten opzichte van de hoeveelheid [2 beschikbare afgedankte EEA]2 in gewicht.
   De berekening van de hoeveelheid [2 beschikbare afgedankte EEA]2 in gewicht, vermeld in het derde lid, kan worden vastgesteld door de minister.]1

  
Art. 3.4.4.6. [1 L'objectif minimum en matière de collecte d'appareils électriques et électroniques mis au rebut, en application de l'obligation d'acceptation, est de 8,5 kilogrammes par habitant et par année. Le poids totale des DEEE collectés augmente progressivement, sauf si le pourcentage de collecte, visé à l'alinéa deux, a déjà été atteint.
   A partir de janvier 2016, le pourcentage de collecte minimal est fixé à 45 % et calculé sur la base du poids total de DEEE collectés au cours d'une année donnée et exprimé en pourcentage du poids moyen d'EEE mis sur le marché au cours des trois années précédentes.
   A partir du 1er janvier 2019, le taux de collecte minimal à atteindre annuellement est de 65 % du poids moyen d'EEE mis sur le marché au cours des trois années précédentes, ou de 85 % par rapport à la quantité [2 disponible de déchets d'EEE ]2, en poids.
   Le calcul de la quantité [2 disponible de déchets d'EEE]2, en poids, visée à l'alinéa trois, peut être fixée par le ministre.]1

  
Art. 3.4.4.7. [1 Voor nuttige toepassing, voorbereiding voor hergebruik en recyclage van materialen, onderdelen en stoffen zijn de volgende doelstellingen van toepassing:
   1° minimale doelstellingen, van toepassing op de categorieën, vermeld in artikel 3.4.4.2, eerste lid:
   a) voor afgedankte EEA die onder categorie 1 of 10 als vermeld in artikel 3.4.4.2, eerste lid, vallen, gelden de volgende twee doelstellingen:
   1) 85 % wordt nuttig toegepast;
   2) 80 % wordt voorbereid voor hergebruik en gerecycleerd;
   b) voor afgedankte EEA die onder categorie 3 of 4 als vermeld in artikel 3.4.4.2, eerste lid, vallen, gelden de volgende twee doelstellingen:
   1) 80 % wordt nuttig toegepast;
   2) 70 % wordt voorbereid voor hergebruik en gerecycleerd;
   c) voor afgedankte EEA die onder categorie 2, 5, 6, 7, 8 of 9 als vermeld in artikel 3.4.4.2, eerste lid, vallen, gelden de volgende twee doelstellingen:
   1) 75 % wordt nuttig toegepast;
   2) 70 % wordt voorbereid voor hergebruik en gerecycleerd;
   d) van gasontladingslampen wordt 80 % gerecycleerd;
   2° de verwerking leidt ertoe dat de volgende percentages van voorbereiding voor hergebruik en recyclage van materialen worden behaald:
   a) voor het ferrometaal: 95 %;
   b) voor het non-ferrometaal: 95 %;
   c) voor de kunststoffen: 50 %;
   3° de kunststoffen worden voor 80 % nuttig toegepast;
   4° [2 afgedankte batterijen worden ingezameld en verwerkt conform onderafdeling 5.2.7 van dit besluit en conform artikel 65 van verordening (EU) 2023/1542.]2
   Vanaf 15 augustus 2018 zijn voor nuttige toepassing, voorbereiding voor hergebruik en recyclage van materialen, onderdelen en stoffen de volgende doelstellingen van toepassing:
   1° minimale doelstellingen van toepassing op de categorieën vermeld in artikel 3.4.4.2, tweede lid:
   a) voor afgedankte EEA die onder categorie 1 of 4 als vermeld in artikel 3.4.4.2, tweede lid, vallen, gelden de volgende twee doelstellingen:
   1) 85 % wordt nuttig toegepast;
   2) 80 % wordt voorbereid voor hergebruik en gerecycleerd;
   b) voor afgedankte EEA die onder categorie 2 als vermeld in artikel 3.4.4.2, tweede lid, vallen, gelden de volgende twee doelstellingen:
   1) 80 % wordt nuttig toegepast;
   2) 70 % wordt voorbereid voor hergebruik en gerecycleerd;
   c) voor afgedankte EEA die onder categorie 5 of 6 als vermeld in artikel 3.4.4.2, tweede lid, vallen, gelden de volgende twee doelstellingen:
   1) 75 % wordt nuttig toegepast;
   2) 70 % wordt voorbereid voor hergebruik en gerecycleerd;
   d) voor afgedankte EEA die onder categorie 3 als vermeld in artikel 3.4.4.2, tweede lid, vallen, wordt 80 % gerecycleerd;
   2° de verwerking leidt ertoe dat de volgende percentages van voorbereiding voor hergebruik en recyclage van materialen worden behaald:
   a) voor het ferrometaal: 95 %;
   b) voor het non-ferrometaal: 95 %;
   c) voor de kunststoffen: 50 %;
   3° de kunststoffen worden voor 80 % nuttig toegepast;
   4° [2 afgedankte batterijen worden ingezameld en verwerkt conform onderafdeling 5.2.7 van dit besluit en conform artikel 65 van verordening (EU) 2023/1542.]2
   De doelstellingen, vermeld in het eerste en het tweede lid, gelden voor elk van de categorieën, vermeld in artikel 3.4.4.2, en worden jaarlijks gerapporteerd aan de OVAM voor 1 juli overeenkomstig artikel 3.4.4.12 en 5.2.5.4.
   De percentages, vermeld in het eerste en het tweede lid, worden op de twee volgende wijzen berekend:
   1° de hoeveelheid van materialen die nuttig worden toegepast, worden voorbereid voor hergebruik en worden gerecycleerd;
   2° alleen de werkelijke hoeveelheid van materialen die nuttig werden toegepast en werden voorbereid voor hergebruik en werden gerecycleerd mogen in rekening worden genomen.]1

  
Art. 3.4.4.7. [1 Pour la valorisation, la préparation à la réutilisation et au recyclage de matériaux, d'éléments et de substances, les objectifs suivants s'appliquent :
   1° objectifs minimaux, d'application aux catégories, visées à l'artile 3.4.4.2, alinéa premier :
   a) pour les DEEE relevant de la catégorie 1re ou 10 telles que visées à l'article 3.4.4.2, alinéa premier, les deux objectifs suivants s'appliquent :
   1) 85 % sont valorisés ;
   2) 80 % sont préparés à la réutilisation et recyclés ;
   b) pour les DEEE relevant de la catégorie 3 ou 4 telles que visées à l'article 3.4.4.2, alinéa premier, les deux objectifs suivants s'appliquent :
   1) 80 % sont valorisés ;
   2) 70 % sont préparés à la réutilisation et recyclés ;
   c) pour les DEEE relevant de la catégorie 8 ou 9 telles que visées à l'article 3.4.4.2, alinéa premier, les deux objectifs suivants s'appliquent :
   1) 75 % sont valorisés ;
   2) 70 % sont préparés à la réutilisation et recyclés ;
   d) 80 % des lampes luminescentes à décharge sont recyclées ;
   2° la transformation mène à ce que les pourcentages suivants de préparation à la réutilisation et au recyclage de matériaux sont atteints :
   a) pour les métaux ferreux : 95 % ;
   b) pour les métaux non ferreux : 95 % ;
   c) pour les plastiques : 50 % ;
   3° les plastiques sont valorisés à 80 % ;
   4° [2 les déchets de batteries sont collectés et traités conformément à la sous-section 5.2.7 du présent arrêté et à l'article 65 du règlement (UE) 2023/1542.]2
   Pour la valorisation, la préparation à la réutilisation et au recyclage de matériaux, d'éléments et de substances, les objectifs suivants s'appliquent à partir du 15 août 2018 :
   1° objectifs minimaux d'application aux catégories visées à l'article 33, alinéa deux ;
   a) pour les DEEE relevant de la catégorie 1re ou 4 telles que visées à l'article 3.4.4.2, alinéa premier, les deux objectifs suivants s'appliquent :
   1) 85 % sont valorisés ;
   2) 80 % sont préparés à la réutilisation et recyclés ;
   b) pour les DEEE relevant de la catégorie 2 telle que visée à l'article 3.4.4.2, alinéa premier, les deux objectifs suivants s'appliquent :
   1) 80 % sont valorisés ;
   2) 70 % sont préparés à la réutilisation et recyclés ;
   c) pour les DEEE relevant de la catégorie 5 ou 6 telles que visées à l'article 3.4.4.2, alinéa premier, les deux objectifs suivants s'appliquent :
   1) 75 % sont valorisés ;
   2) 70 % sont préparés à la réutilisation et recyclés ;
   d) pour les DEEE relevant de la catégorie 3 telle que visée à l'article 3.4.4.2, alinéa premier, les deux objectifs suivants s'appliquent :
   2° la transformation mène à ce que les pourcentages suivants de préparation à la réutilisation et au recyclage de matériaux sont atteints :
   a) pour les métaux ferreux : 95 % ;
   b) pour les métaux non ferreux : 95 % ;
   c) pour les plastiques : 50 % ;
   3° les plastiques sont valorisés à 80 % ;
   4° [2 les déchets de batteries sont collectés et traités conformément à la sous-section 5.2.7 du présent arrêté et à l'article 65 du règlement (UE) 2023/1542.]2
   Les objectifs, visés aux alinéas premier et deux, s'appliquent à chacune des catégories, visées à l'article 3.4.4.2 et sont annuellement rapportés à l'OVAM avant le 1er juillet conformément aux articles 3.4.4.12 et 5.2.5.4.
   Les pourcentages, visés aux alinéas premier et deux, sont calculés des deux manières suivantes :
   1° la quantité des matériaux qui sont valorisés, sont préparés à la réutilisation et sont recyclés ;
   2° seule la quantité réelle des des matériaux qui ont été valorisés et préparés à la réutilisation et ont été recyclés, peuvent être portés en compte.]1

  
Art. 3.4.4.8. [1 Aanvullend op de verplichtingen, vermeld in artikel 3.2.1.1, § 1, zijn de eindverkopers van EEA die een elektrisch of elektronisch apparaat bij de consument aan huis leveren, verplicht om bij de levering het overeenstemmende afgedankte apparaat ter plaatse bij de consument in ontvangst te nemen.]1
  
Art. 3.4.4.8. [1 Complémentairement aux obligations, visées à l'article 3.2.1.1, § 1er, les vendeurs finaux livrant au domicile du consommateur un appareil électrique ou électronique, sont obligés de prendre réception sur place lors de la livraison au consommateur, de l'appareil mis au rebut correspondant.]1
  
Art. 3.4.4.9. [1 De producenten van EEA zorgen ervoor, in het bijzonder met voorlichtingscampagnes, dat de eindgebruikers volledig worden geïnformeerd over:
   1° de verplichting om afgedankte EEA selectief aan te bieden;
   2° de voor hen beschikbare inzamelings- en recyclagesystemen;
   3° hun rol bij de bevordering van hergebruik, recyclage en andere nuttige toepassing van afgedankte EEA;
   4° de mogelijke gevolgen voor het milieu en de volksgezondheid van de aanwezigheid van gevaarlijke bestanddelen in EEA;
   5° de betekenis van het symbool van de doorgestreepte vuilnisbak op wieltjes.]1

  
Art. 3.4.4.9. [1 Les producteurs d'EEE veillent à ce que, notamment par le biais de campagnes d'information, les utilisateurs finaux soient dûment informés sur :
   1° l'obligation d'offrir sélectivement les DEEE ;
   2° les systèmes de collecte et de recyclage disponibles pour eux ;
   3° leur rôle dans la promotion de réutilisation, recyclage et autres valorisations de DEEE ;
   4° les effets potentiels sur l'environnement et la santé humaine en raison de la présence de substances dangereuses dans les EEE;
   5° la signification du symbole figurant sur la poubelle sur roues marquées de lignes.]1

  
Art. 3.4.4.10. [1 De producenten van EEA, of de organisatie die ze daarvoor hebben aangewezen, registreren zich. Daarvoor stellen ze de volgende gegevens ter beschikking van de OVAM of van de organisatie die ze daarvoor hebben aangewezen:
   1° de naam van de producent of gevolmachtigde, het postnummer en de plaats, de straatnaam en het nummer, het land, het telefoon- en faxnummer, het e-mailadres en de voor- en achternaam van een contactpersoon. In geval van een gevolmachtigde als vermeld [2 in artikel 3.4.4.15]2, ook de contactgegevens van de producent die wordt vertegenwoordigd;
   2° [2 het ondernemingsnummer van de producent van EEA;]2
   3° de categorie waartoe het EEA behoort, vermeld in artikel 3.4.4.2;
   4° de soort EEA, huishoudelijke of professionele apparatuur;
   5° de merknaam van de EEA;
   6° de informatie over de wijze waarop de producent zijn verantwoordelijkheden nakomt, individueel of via een collectieve regeling, met inbegrip van informatie over de financiële zekerheid;
   7° de gebruikte verkooptechniek, bijvoorbeeld verkoop op afstand;
   8° de verklaring dat de verstrekte informatie in overeenstemming is met de waarheid.]1

  
Art. 3.4.4.10. [1 Les producteurs d'EEE, ou l'organisation qu'ils ont désignée à cet effet, s'enregistrent. A cet effet, ils mettent les données suivantes à la disposition de l'OVAM ou de l'organisation qu'ils ont désignée à cet effet :
   1° le nom du producteur ou du mandataire, le code postal et le lieu, le nom de la rue et le numéro, le pays, le numéro de téléphone et de fax, l'adresse -mail et les nom et prénom d'une personne de contact. Dans le cas d'un mandataire tel que visé [2 à l'article 3.4.4.15]2, il y a également lieu de mentionner les données de contact du producteur qui est représenté.
   2° [2 le numéro d'entreprise du producteur d'EEE ;]2
   3° la catégorie à laquelle appartiennent les EEE, visée à l'article 3.4.4.2 ;
   4° la nature des EEE, appareils ménagers ou professionnels ;
   5° le nom de marque des EEE ;
   6° l'information sur la manière dont le producteur respecte ses responsabilités, individuellement ou par un règlement collectif, y compris l'information sur la sûreté financière ;
   7° la technique de vente utilisée, par exemple, vente à distance ;
   8° la déclaration que les informations fournies correspondent à la vérité.]1

  
Art. 3.4.4.11. [1 De producenten van EEA bepalen in overleg met de distributeur van EEA, de inzamelaar, de afvalstoffenhandelaar of -makelaar, de verwerker, het hergebruikcentrum en de kennisgever, vermeld in verordening (EG) 1013/2006 van 14 juni 2006 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de overbrenging van afvalstoffen, de modaliteiten voor het verstrekken van de informatie, vermeld in artikel 3.4.4.12. en 5.2.5.4.
   De modaliteiten houden rekening met de confidentialiteit van de informatie en omvatten ook de mogelijkheid van toegang tot het systeem voor de toezichthouders en de onafhankelijke keuringsinstelling, geaccrediteerd overeenkomstig ISO 17020 in het kader van de validatie van die gegevens.]1

  
Art. 3.4.4.11. [1 Les producteurs d'EEE déterminent de commun accord avec le collecteur, le négociant ou le courtier de déchets ; le transformateur, le centre de réutilisation et le notifiant, visés au Règlement (CE) 1013/2006 du 14 juin 2006 concernant les transferts de déchets, les modalités pour procurer les informations, visées aux articles 3.4.4.12 et 5.2.5.4.
   Les modalités tiennent compte de la confidentialité des informations et comprennent également la possibilité d'accès au système pour contrôleurs et pour l'établissement de contrôle indépendant, accrédité conformément au ISO 17020 dans le cadre de la validation de ces informations.]1

  
Art. 3.4.4.12. [1 § 1. De distributeur van EEA of de organisatie die daarvoor is aangewezen, stelt voor 1 juli van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM of van de organisatie die daarvoor is aangewezen:
   1° de naam van de distributeur van EEA, het ondernemingsnummer, het postnummer en de plaats, de straatnaam en het nummer, het land, het telefoon- en faxnummer, het e-mailadres en de voor- en achternaam van een contactpersoon;
   2° de rapportageperiode;
   3° de hoeveelheid afgedankte EEA, uitgedrukt in kilogram en aantallen EEA, huishoudelijke of professionele apparatuur en per categorie als vermeld in artikel 3.4.4.2, die op het grondgebied, dan wel binnen of buiten de Unie is overgebracht die:
   a) in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht werd ingezameld;
   b) werden aangeboden aan een inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar;
   c) werden aangeboden aan een producent van EEA;
   d) [2 werden aangeboden aan een hergebruikcentrum voor EEA met het oog op de voorbereiding voor hergebruik;]2
   e) werden aangeboden aan een vergunde verwerker van afgedankte EEA;
   4° [2 ...]2
   De gegevens van de distributeur van EEA die aan de OVAM of aan de organisatie die daarvoor is aangewezen, worden verstrekt, worden op vraag van de OVAM gevalideerd door een onafhankelijke keuringsinstelling, geaccrediteerd overeenkomstig ISO 17020.
   Als voor één of meer van de voormelde activiteiten een beroep werd gedaan op een derde, worden de volgende contactgegevens van die derde telkens vermeld: de firmanaam, het ondernemingsnummer, het adres, het telefoon- en faxnummer, het e-mailadres en de voor- en achternaam van een contactpersoon.
   § 2. De producent van EEA of de organisatie die daarvoor is aangewezen, stelt voor 1 juli van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM of de organisatie die daarvoor is aangewezen:
   1° [2 het ondernemingsnummer van de producent van EEA;]2
   2° de rapportageperiode;
   3° de categorie waartoe de EEA behoort, vermeld in artikel 3.4.4.2, met de aparte vermelding van de hoeveelheden, uitgedrukt in kilogram en per stuk, die op het grondgebied op de markt werden gebracht;
   4° de hoeveelheid afgedankte EEA, uitgedrukt in kilogram en aantallen EEA, huishoudelijke of professionele apparatuur en per categorie als vermeld in artikel 3.4.4.2, die op het grondgebied, dan wel binnen of buiten de Unie is overgebracht die:
   a) in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht werden ingezameld;
   b) werden aangeboden aan een inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar;
   c) werden aangeboden aan een andere producent van EEA;
   d) [2 werden aangeboden aan een hergebruikcentrum voor EEA met het oog op de voorbereiding voor hergebruik;]2
   e) werden aangeboden aan een vergunde verwerker van afgedankte EEA;
   5° [2 de hoeveelheden afvalstoffen die voortkomen uit de verwerking van afgedankte EEA, uitgedrukt in kilogram en opgesplitst per materiaal als vermeld in artikel 3.4.4.7, en per categorie als vermeld in artikel 3.4.4.2, die :
   a) werden voorbereid voor hergebruik;
   b) werden gerecycleerd;
   c) op een andere wijze nuttig werden toegepast;
   d) werden verwijderd in installaties voor de verbranding van afvalstoffen;
   e) werden verwijderd door storten.]2

   Als voor een of meer van de voormelde activiteiten een beroep werd gedaan op een derde, worden de volgende contactgegevens van die derde telkens vermeld: de firmanaam, het ondernemingsnummer, het adres, het telefoon- en faxnummer, het e-mailadres en de voor- en achternaam van een contactpersoon.]1

  [2 § 3. Met behoud van de toepassing van artikel 3.2.1.4 vermelden de distributeur van EEA en de producent van EEA ook de gegevens, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 3°, en paragraaf 2, eerste lid, 4°, van dit artikel, in het afvalstoffenregister.]2
  
Art. 3.4.4.12. [1 § 1er. Le distributeur d'EEE ou l'organisation qui a été désignée à cet effet fournit à l'OVAM avant le 1er juillet de chaque année, les renseignements suivants au titre de l'année calendaire précédente :
   1° le nom du distributeur d'EEE, le numéro d'entreprise, le code postal et le lieu, le nom de la rue et le numéro, le pays, le numéro de téléphone et de fax, l'adresse -mail et les nom et prénom d'une personne de contact ;
   2° la période de rapportage ;
   3° la quantité de DEEE, exprimée en kilogrammes et nombre d'EEE, ménagers ou professionnels et par catégorie, telles que visées à l'article 3.4.4.2, qui ont été transférés sur le territoire, ou en dehors ou dans l'Union qui :
   a) a été collectée dans le cadre de l'exercice de l'obligation d'acceptation ;
   b) ont été présentés à un collecteur, négociant ou courtier de déchets ;
   c) ont été présentés à un producteur d'EEE ;
   d)[2 ont été offerts à un centre de réutilisation d'EEE en vue de leur préparation à une réutilisation ;]2
   e) ont été présentés à un transformateur autorisé de DEEE.
   4°[2 ...]2
   Les données du distributeur d'EEE qui ont été fournies à l'OVAM ou l'organisation désignée à cet effet, sont validées sur la demande de l'OVAM par un établissement de contrôle indépendant, accrédité conformément à l'ISO 17020.
   Si pour une ou plusieurs des activités précitées il a été fait appel à un tiers, les données de contact suivantes de ce tiers sont mentionnées : le nom de la firme, le numéro d'entreprise,l'adresse, le numéro de téléphone et de fax, l'adresse e-mail et les nom et prénom d'une personne de contact.
   § 2. Le producteur d'EEE ou l'organisation qu'il a désignée à cet effet fournit à l'OVAM avant le 1er juillet de chaque année, les renseignements suivants au titre de l'année calendaire précédente :
   1° [2 le numéro d'entreprise du producteur d'EEE ;]2
   2° la période de rapportage ;
   3° la catégorie à laquelle les EEE appartiennent, visée à l'article 3.4.4.2, avec mention séparée des quantités, exprimées en kilogrammes et par pièce, qui ont été mis sur le marché sur le territoire ;
   4° la quantité de DEEE, exprimée en kilogrammes et nombre d'EEE, ménagers ou professionnels et par catégorie, telles que visées à l'article 3.4.4.2, qui ont été transférés sur le territoire, ou en dehors ou dans l'Union qui :
   a) a été collectée dans le cadre de l'exercice de l'obligation d'acceptation ;
   b) ont été présentés à un collecteur, négociant ou courtier de déchets ;
   c) ont été présentés à un autre producteur d'EEE ;
   d) [2 ont été offerts à un centre de réutilisation d'EEE en vue de leur préparation à une réutilisation ;]2
   e) ont été présentés à un transformateur autorisé de DEEE.
   5° [2 les quantités de déchets provenant de la transformation de déchets d'EEE, exprimées en kilogrammes et ventilées par matériaux, tels que visés à l'article 3.4.4.7, et par catégorie, telle que visée à l'article 3.4.4.2, qui :
   a) ont été préparées en vue de leur réutilisation ;
   b) ont été recyclées ;
   c) ont été valorisées autrement ;
   d) ont été éliminées dans les installations d'incinération des déchets ;
   e) ont été éliminées par décharge.]2

  Si pour une ou plusieurs des activités précitées il a été fait appel à un tiers, les données de contact suivantes de ce tiers sont mentionnées : le nom de la firme, le numéro d'entreprise,l'adresse, le numéro de téléphone et de fax, l'adresse e-mail et les nom et prénom d'une personne de contact.]1

  [2 § 3. Sans préjudice de l'application de l'article 3.2.1.4, le distributeur d'EEE et le producteur d'EEE font également mention dans le registre des déchets des données, visées au paragraphe 1er, alinéa premier, 3° et au paragraphe 2, alinéa premier, 4° du présent article."]2
  
Art. 3.4.4.13. [1 De producenten van EEA verstrekken informatie om de correcte en milieuhygiënisch verantwoorde verwerking van afgedankte EEA, inbegrepen onderhoud, voorbereiding voor hergebruik, verbetering en ombouw, te vergemakkelijken. De producenten van afgedankte EEA geven informatie voor elk in de handel gebracht nieuw type EEA over de voorbereiding voor hergebruik en de verwerking. Ze doen dat binnen het jaar nadat ze die voor de eerste keer in de handel hebben gebracht. Voor zover de centra die de voorbereiding voor hergebruik verrichten, de verwerkings- en recyclageinrichtingen en de bevoegde overheden dat nodig hebben, bevat de informatie aanwijzingen over de verschillende onderdelen en materialen van de apparatuur, over de energielabels, alsook over de plaatsen in de apparatuur waar zich gevaarlijke stoffen en mengsels bevinden. De producenten van EEA verstrekken die informatie gratis aan de centra die de voorbereiding voor hergebruik verrichten, de verwerkings- en recyclageinrichtingen en de bevoegde overheden in de vorm van handboeken of via elektronische media.]1
  
Art. 3.4.4.13. [1 Les producteurs d'EEE fournissent des information en vue de faciliter la transformation correcte et respectueuse de l'environnement de DEEE, y compris l'entretien, la préparation à la réutilisation, l'amélioration et transformation. Les producteurs de DEEE fournissent des informations relatives à à la préparation à la réutilisation et à la transformation pour chaque nouveau type dEEE mis sur le marché. Ils le font dans l'année après qu'ils les ont mis sur le marché pour la première fois. Ces informations mentionnent, dans la mesure où les centres s'occupant de la préparation en vue de la réutilisation et les autorités compétentes en ont besoin, les différents composants et matériaux présents dans les EEE, les labels d'énergie, ainsi que l'emplacement des substances et mélanges dangereux dans les EEE. Les producteurs d'EEE mettent ces informations gratuitement à la disposition des centres s'occupant de la préparation en vue de la réutilisation et des installations de traitement et de recyclage et des autorités compétentes sous la forme de manuels ou au moyen de médias électroniques.]1
  
Art. 3.4.4.14. [1 De producenten van EEA of de organisatie die ze daarvoor hebben aangewezen, organiseren minimaal tweemaal per jaar een overleg met de verwerkers en hergebruikcentra met het oog op hergebruik en een betere recycleerbaarheid van de EEA.]1
  
Art. 3.4.4.14. [1 Les producteurs d'EEE ou l'organisation qu'ils ont désignée à cet effet, organisent au moins deux fois par an une concertation avec les transformateurs et les centres de réutilisation en vue de la réutilisation et une meilleure possibilité de recyclage des EEE.]1
  
Art. 3.4.4.15. [1 Elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die gevestigd is op het grondgebied en die, via verkoop op afstand, rechtstreeks [2 of door gebruik van een onlinemarktplaats]2 EEA verkoopt aan particuliere huishoudens of aan andere gebruikers dan particuliere huishoudens buiten het grondgebied, wijst binnen dat grondgebied een natuurlijke persoon of rechtspersoon aan als de gevolmachtigde die verantwoordelijk is voor het nakomen van de verplichtingen als producent van EEA, die uit de wetgeving van dat land met betrekking tot de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voortvloeien.
   Elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die gevestigd is buiten het grondgebied en die, via verkoop op afstand, rechtstreeks EEA verkoopt aan particuliere huishoudens of aan andere gebruikers dan particuliere huishoudens op het grondgebied, wijst een op het grondgebied gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon aan als gevolmachtigde die verantwoordelijk is voor het nakomen van de verplichtingen van de producent van EEA die uit dit besluit voortvloeien.
   Elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die gevestigd is buiten het grondgebied en die, ongeacht de verkooptechniek, EEA verkoopt op het grondgebied, kan een op het grondgebied gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon aanduiden als gevolmachtigde die verantwoordelijk is voor het nakomen van de verplichtingen van de producent van EEA die uit dit besluit voortvloeien.
   De op het grondgebied gevestigde gevolmachtigde is onderworpen aan dezelfde verplichtingen als de producent van EEA.
  [2 Een gevolmachtigde wordt aangewezen via een schriftelijke volmacht vooraleer er producten op de markt worden gebracht. Bij de aanduiding van een gevolmachtigde en bij beëindiging van die volmacht wordt de OVAM onmiddellijk door een van de partijen schriftelijk op de hoogte gebracht. In geval van beëindiging moet de persoon, vermeld in het eerste lid, ook een nieuwe gevolmachtigde aanduiden.]2]1

  
Art. 3.4.4.15. [1 Toute personne physique ou morale qui est établie sur le territoire et qui vend, par vente à distance, des EEE directement [2 ou en recourant à une place de marché en ligne]2 à des ménages particuliers ou à des utilisateurs autres que des ménages particuliers sur le territoire, désigne sur ce territoire une personne physique ou morale comme mandataire qui est responsable du respect des obligations comme producteur d'EEE qui résultent de la législation de ce pays relative à la responsabilité étendue de producteur.
   Toute personne physique ou morale qui est établie en dehors du territoire et qui vend, par vente à distance, des EEE directement à des ménages particuliers ou à des utilisateurs autres que des ménages particuliers sur le territoire, désigne sur ce territoire une personne physique ou morale comme mandataire qui est responsable du respect des obligations comme producteur d'EEE qui résultent du présent arrêté.
   Toute personne physique ou morale qui est établie en dehors du territoire et qui vend, quelle que soit la technique de vente, des EEE sur le territoire, peut désigner sur ce territoire une personne physique ou morale comme mandataire qui est responsable du respect des obligations comme producteur d'EEE qui résultent du présent arrêté.
   Le mandataire établi sur le territoire est soumis aux mêmes obligations que le producteur d'EEE.
  [2 Un mandataire est désigné par procuration écrite avant que des produits ne soient mis sur le marché. Lors de la désignation d'un mandataire et en cas de résiliation de cette procuration, l'une des parties en informe l'OVAM immédiatement par écrit. En cas de résiliation, la personne visée à l'alinéa 1er doit également désigner un nouveau mandataire.]2]1

  
Onderafdeling 3.4.5. [1 Afgedankte batterijen]1
Sous-section 3.4.5. [1 Déchets de batteries]1
Art. 3.4.5.1. [1 Voor afgedankte batterijen geldt de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid vanaf 1 juni 1998.]1
  
Art. 3.4.5.1. [1 En ce qui concerne les piles et accumulateurs usagés, la responsabilité élargie du producteur est mise en oeuvre au travers de l'obligation d'acceptation visée à la section 3.2. L'obligation d'acceptation s'applique à partir du 1er juin 1998.]1
  
Art. 3.4.5.2. [1 § 1. Producenten die de verplichtingen op het vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid individueel nakomen, en de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid die zijn aangesteld om die verplichtingen collectief na te komen, dienen een aanvraag tot registratie en een aanvraag tot goedkeuring in voor de nakoming van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, conform artikel 55 en 58 van verordening (EU) 2023/1542.
   De registratieprocedure, vermeld in artikel 55, en de goedkeuringsprocedure, vermeld in artikel 58 van de voormelde verordening vormen één enkele procedure. De aanvragen worden gelijktijdig ingediend. De informatie, vermeld artikel 55, lid 3, d), van de voormelde verordening, wordt verstrekt in de aanvraag tot goedkeuring.
   De aanvragen tot registratie en goedkeuring, vermeld in het eerste lid, worden ingediend via het elektronische systeem dat de OVAM ter beschikking stelt op haar website.
   De aanvragen tot registratie en goedkeuring, vermeld in het eerste lid, worden gedateerd en ondertekend door de persoon of beheerder die de onderneming of organisatie kan verbinden. Bij de ondertekening wordt de naam en de functie van de ondertekenaar vermeld. De ondertekenaar verklaart dat de verstrekte inlichtingen volledig en correct zijn. Een afschrift van de gecoördineerde statuten van de onderneming of organisatie wordt gevoegd bij de aanvraag.
   § 2. De OVAM onderzoekt de aanvragen tot registratie of goedkeuring, vermeld in paragraaf 1, op hun volledigheid conform de vereisten, vermeld in dit besluit, verordening (EU) 2023/1542, en andere toepasselijke milieuwetgeving.
   Als wordt vastgesteld dat de aanvragen tot registratie of goedkeuring, vermeld in paragraaf 1, onvolledig zijn, brengt de OVAM de aanvrager daarvan op de hoogte binnen dertig dagen na de indiening of de aanvulling van de aanvraag. De OVAM vermeldt ook de inlichtingen en de gegevens die ontbreken.
   Als wordt vastgesteld dat de aanvragen tot registratie en goedkeuring, vermeld in paragraaf 1, volledig zijn, brengt de OVAM de aanvrager daarvan op de hoogte binnen dertig dagen na de indiening of de aanvulling van de aanvragen of nadat de OVAM de ontbrekende gegevens heeft ontvangen.
   § 3. Binnen twaalf weken vanaf de datum waarop de OVAM conform paragraaf 2 heeft vastgesteld dat de aanvragen tot registratie en goedkeuring, vermeld in paragraaf 1, volledig zijn, verleent of weigert de OVAM de registratie en goedkeuring. Tijdens die twaalf weken kan de OVAM alle toelichtingen en informatie vragen die nodig zijn voor de inhoudelijke beoordeling van de aanvragen.
   De OVAM stuurt haar beslissing met een beveiligde zending aan de aanvrager binnen tien dagen nadat ze heeft beslist. De OVAM kan in de goedkeuring voorwaarden opnemen die betrekking hebben op de naleving en uitvoering van de milieuwetgeving, waaraan de producent of de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid zich moet houden.
   De voorwaarden, vermeld in het tweede lid, worden voorafgaandelijk aan de beslissing van de OVAM met de producent of de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid afgestemd.
   De registratie en goedkeuring, vermeld in paragraaf 1, kan voor maximaal vijf jaar verleend worden. De OVAM kan beslissen om die termijn met drie jaar te verlengen op voorwaarde dat ze dat motiveert. De OVAM motiveert ook haar beslissing om een kortere termijn toe te kennen. Een aanvraag tot hernieuwing van de registratie en goedkeuring bevat de informatie, vermeld in artikel 3.4.5.3, en wordt ingediend conform de procedure, vermeld in dit artikel.
   § 4. Elke wijziging van gegevens in de registratie, in de goedkeuring of in de aanvragen tot registratie en goedkeuring, of van gegevens die betrekking hebben op de voorwaarden van de goedkeuring of definitieve stopzetting van activiteiten, wordt aan de OVAM meegedeeld via het elektronische systeem dat de OVAM ter beschikking stelt op haar website. De wijzigingen worden behandeld conform de procedure, vermeld in dit artikel.]1

  
Art. 3.4.5.2. [1 § 1er. Les producteurs qui s'acquittent individuellement des obligations de responsabilité élargie des producteurs et les organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs, désignées pour s'acquitter collectivement de ces obligations, introduisent une demande d'enregistrement et une demande d'autorisation de s'acquitter des obligations de responsabilité élargie des producteurs, conformément aux articles 55 et 58 du règlement (UE) 2023/1542.
   La procédure d'enregistrement prévue à l'article 55 et la procédure d'autorisation prévue à l'article 58 du règlement précité constituent une procédure unique. Les demandes sont introduites simultanément. Les informations visées à l'article 55, paragraphe 3, d), du règlement précité, sont fournies dans la demande d'autorisation.
   Les demandes d'enregistrement et d'autorisation mentionnées à l'alinéa 1er sont introduites par le biais du système électronique que l'OVAM met à disposition sur son site web.
   Les demandes d'enregistrement et d'autorisation mentionnées à l'alinéa 1er sont datées et signées par la personne ou le gestionnaire qui a le pouvoir d'engager l'entreprise ou l'organisation. La signature est accompagnée du nom et de la fonction du signataire. Le signataire certifie que les informations fournies sont complètes et correctes. Une copie des statuts coordonnés de l'entreprise ou de l'organisation est jointe à la demande.
   § 2. L'OVAM examine l'exhaustivité des demandes d'enregistrement ou d'autorisation mentionnées dans le paragraphe 1er conformément aux exigences énoncées dans le présent arrêté, le règlement (UE) 2023/1542 et toute autre législation environnementale applicable.
   S'il est établi que les demandes d'enregistrement ou d'autorisation mentionnées dans le paragraphe 1er sont incomplètes, l'OVAM en informe le demandeur dans les trente jours de l'introduction de la demande ou de son complément. L'OVAM précise également les informations et les données manquantes.
   S'il est établi que les demandes d'enregistrement ou d'autorisation mentionnées dans le paragraphe 1er sont complètes, l'OVAM en informe le demandeur dans les trente jours de l'introduction des demandes ou de leur complément ou de la réception des données manquantes par l'OVAM.
   § 3. Dans les douze semaines à compter de la date à laquelle l'OVAM a établi, conformément au paragraphe 2, que les demandes d'enregistrement et d'autorisation mentionnées dans le paragraphe 1er sont complètes, l'OVAM accorde ou refuse l'enregistrement et l'autorisation. Durant ces douze semaines, l'OVAM peut demander toutes les explications et informations nécessaires à l'évaluation des demandes sur le fond.
   L'OVAM transmet sa décision au demandeur par envoi sécurisé dans les dix jours suivant la prise de sa décision. L'OVAM peut assortir l'autorisation de conditions relatives au respect et à la mise en oeuvre de la législation environnementale à observer par le producteur ou l'organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs.
   Les conditions visées à l'alinéa 2 font l'objet d'une concertation avec le producteur ou l'organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs préalablement à la décision de l'OVAM.
   L'enregistrement et l'autorisation mentionnés dans le paragraphe 1er peuvent être accordés pour une durée maximale de cinq ans. L'OVAM peut décider de prolonger cette période de trois ans à condition de motiver sa décision. L'OVAM motive également sa décision d'accorder une période plus courte. Une demande de renouvellement de l'enregistrement et de l'autorisation contient les informations mentionnées à l'article 3.4.5.3 et est introduite suivant la procédure énoncée dans le présent article.
   § 4. Toute modification des données contenues dans l'enregistrement, dans l'autorisation ou dans les demandes d'enregistrement et d'autorisation, ou des données relatives aux conditions de l'autorisation ou la cession définitive d'activités est communiquée à l'OVAM par le biais du système électronique que l'OVAM met à disposition sur son site web. Les modifications sont traitées suivant la procédure énoncée dans le présent article.]1

  
Art. 3.4.5.3. [1 § 1. De aanvraag tot registratie en goedkeuring, vermeld in artikel 3.4.5.2, § 1, bevat al de volgende informatie:
   1° de informatie, vermeld in artikel 55, lid 3, van verordening (EU) 2023/1542;
   2° als dat van toepassing is, de gegevens, vermeld in artikel 55, lid 7, van de voormelde verordening en het schriftelijke mandaat voor de aanstelling van de gemachtigde op het vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, vermeld in artikel 56, lid 3, van de voormelde verordening;
   3° een duidelijke omschrijving van het geografische gebied waarop de aanvraag betrekking heeft en het inzamelingssysteem binnen dat gebied;
   4° als de aanvraag betrekking heeft op afgedankte draagbare batterijen of afgedankte batterijen voor lichte vervoersmiddelen:
   bewijsstukken die aantonen dat voldaan is aan de eisen, vermeld in artikel 59, lid 1 en 2, of de eisen, vermeld in artikel 60, lid 1, 2 en 4 van de voormelde verordening, en bewijsstukken die aantonen dat alle nodige regelingen zijn ingevoerd om ten minste de inzamelingsdoelstellingen, vermeld in artikel 59, lid 3, en artikel 60, lid 3, van de voormelde verordening, te kunnen behalen en op duurzame wijze in stand te houden. Een onafhankelijke deskundige controleert of voldaan is aan de eisen. Het verslag van de controle wordt bij de aanvraag gevoegd;
   5° als de aanvraag betrekking heeft op afgedankte start-, verlichtings- en ontstekingsbatterijen, afgedankte industriële batterijen en afgedankte batterijen voor elektrische voertuigen: documenten en gegevens die aantonen dat voldaan is aan de eisen, vermeld in artikel 61, lid 1, 2 en 4 van de voormelde verordening;
   6° een beheerplan voor minstens vijf jaar conform artikel 3.4.5.6 van dit besluit;
   7° als de aanvraag wordt ingediend door een organisatie voor producentenverantwoordelijkheid: documenten en gegevens die aantonen dat voldaan is aan de eisen, vermeld in artikel 57, lid 2 tot en met lid 6 en lid 8 van de voormelde verordening.
   § 2. Een organisatie voor producentenverantwoordelijkheid voldoet ook aan al de volgende voorwaarden:
   1° ze is opgericht conform het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019;
   2° ze is een organisatie van ondernemingen die een substantieel aandeel producenten in de batterijenmarkt vertegenwoordigt, en waarop de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid van toepassing is;
   3° ze heeft als statutair doel het ten laste nemen van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor rekening van de aangesloten producenten;
   4° de beheerders of de personen die de vereniging kunnen verbinden, bezitten hun burgerlijke en politieke rechten;
   5° de beheerders of de personen die de vereniging kunnen verbinden, zijn tijdens de laatste vijf jaar niet veroordeeld voor een inbreuk op de milieuwetgeving van de gewesten of van een lidstaat van de Europese Unie;
   6° ze beschikt over de nodige financiële, menselijke en technische middelen om de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid te vervullen;
   7° ze bedient op homogene wijze het volledige grondgebied waar de producenten hun producten op de markt brengen zodat de inzameling, recyclage en nuttige toepassing van het afval, met het oog op het vervullen van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, gewaarborgd is.
   Als de aanvraag tot registratie en goedkeuring, vermeld in artikel 3.4.5.2, § 1, wordt ingediend door een organisatie voor producentenverantwoordelijkheid, en die organisatie maar een deel van de verplichtingen op het vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid van een producent overneemt, worden bijkomend al de volgende gegevens opgenomen in de aanvraag:
   1° de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid beschrijft voor elke producent welke verplichtingen op het vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid door de individuele producent worden nagekomen, en welke verplichtingen door de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid worden nagekomen;
   2° de aanvraag van de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid bevat, voor elke verplichting die door een individuele producent wordt nagekomen, de informatie die aantoont dat de individuele producent aan de verplichtingen op het vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, vermeld in § 1, zal voldoen.]1

  
Art. 3.4.5.3. [1 § 1er. La demande d'enregistrement et d'autorisation mentionnée dans l'article 3.4.5.2, § 1er, comprend l'ensemble des informations suivantes :
   1° les informations énoncées à l'article 55, paragraphe 3, du règlement (UE) 2023/1542 ;
   2° le cas échéant, les données énoncées à l'article 55, paragraphe 7, du règlement précité et le mandat écrit de désignation du mandataire chargé de la responsabilité élargie des producteurs, visé à l'article 56, paragraphe 3, du règlement précité ;
   3° une description claire de la zone géographique couverte par la demande et du système de collecte à l'intérieur de cette zone ;
   4° si la demande concerne des déchets de batteries portables ou des déchets de batteries destinées aux moyens de transport légers (batteries MTL) :
   des pièces justificatives démontrant que les exigences énoncées à l'article 59, paragraphes 1er et 2, ou les exigences énoncées à l'article 60, paragraphes 1er, 2 et 4, du règlement précité sont respectées et des pièces justificatives démontrant que toutes les modalités sont en place pour permettre d'atteindre et de maintenir durablement au moins les objectifs de collecte fixés à l'article 59, paragraphe 3, et à l'article 60, paragraphe 3, du règlement précité. Un expert indépendant vérifie si les exigences sont respectées. Le rapport de contrôle est joint à la demande ;
   5° si la demande concerne des déchets de batteries de démarrage, d'éclairage et d'allumage (batteries SLI), des déchets de batteries industrielles et des déchets de batteries de véhicules électriques : des documents et données démontrant que les exigences énoncées à l'article 61, paragraphes 1er, 2 et 4, du règlement précité sont respectées ;
   6° un plan de gestion pour une durée minimale de cinq ans conformément à l'article 3.4.5.6 du présent arrêté ;
   7° si la demande est introduite par une organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs : des documents et données démontrant que les exigences énoncées à l'article 57, paragraphes 2 à 6 et paragraphe 8, du règlement précité sont respectées.
   § 2. Une organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs satisfait également à l'ensemble des conditions suivantes :
   1° elle a été constituée conformément au Code des sociétés et des associations du 23 mars 2019 ;
   2° il s'agit d'une organisation d'entreprises qui représente une part substantielle des producteurs sur le marché des batteries et à laquelle la responsabilité élargie des producteurs s'applique ;
   3° elle a pour objet statutaire de prendre en charge la responsabilité élargie des producteurs pour le compte des producteurs affiliés ;
   4° les gestionnaires ou les personnes habilitées à engager l'association jouissent de leurs droits civils et politiques ;
   5° les gestionnaires ou les personnes habilitées à engager l'association n'ont pas été condamnés, au cours des cinq dernières années, pour une infraction à la législation en matière d'environnement des Régions ou d'un Etat membre de l'Union européenne ;
   6° elle dispose des moyens financiers, humains et techniques nécessaires pour remplir la responsabilité élargie des producteurs ;
   7° elle dessert de manière homogène l'ensemble du territoire sur lequel les producteurs mettent leurs produits sur le marché de façon à garantir la collecte, le recyclage et la valorisation des déchets en vue de remplir la responsabilité élargie des producteurs.
   Si la demande d'enregistrement et d'autorisation mentionnée dans l'article 3.4.5.2, § 1er, est introduite par une organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs, et que cette organisation n'assume qu'une partie des obligations de responsabilité élargie des producteurs incombant à un producteur, toutes les données suivantes sont en outre reprises dans la demande :
   1° l'organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs décrit, pour chaque producteur, les obligations de responsabilité élargie des producteurs qui sont remplies par le producteur individuel et les obligations qui le sont par l'organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs ;
   2° la demande de l'organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs contient, pour chaque obligation remplie par une producteur individuel, les informations démontrant que le producteur individuel satisfera aux obligations de responsabilité élargie des producteurs mentionnées dans le § 1er.]1

  
Art. 3.4.5.4. [1 Een producent kan een deel van zijn verplichtingen op het vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid overdragen aan een organisatie voor producentenverantwoordelijkheid die al beschikt over een registratie en goedkeuring als vermeld in artikel 3.4.5.2, § 1, op voorwaarde dat de producent of de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid een aanvraag tot registratie en goedkeuring indient bij de OVAM, conform artikel 3.4.5.2, die al de volgende gegevens bevat:
   1° een overzicht van de verplichtingen op het vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid die door de individuele producent worden nagekomen, en een overzicht van de verplichtingen die door de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid worden nagekomen;
   2° voor elke verplichting die door de individuele producent wordt nagekomen, de informatie die aantoont dat de individuele producent aan de verplichtingen op het vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, vermeld in artikel 3.4.5.3, § 1, zal voldoen.]1

  
Art. 3.4.5.4. [1 Un producteur peut transférer une partie de ses obligations de responsabilité élargie des producteurs à une organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs qui dispose déjà d'un enregistrement et d'une autorisation tels que mentionnés dans l'article 3.4.5.2, § 1er, à condition que le producteur ou l'organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs introduise auprès de l'OVAM une demande d'enregistrement et d'autorisation conformément à l'article 3.4.5.2, qui comprend l'ensemble des données suivantes :
   1° une liste des obligations de responsabilité élargie des producteurs qui sont remplies par le producteur individuel et une liste des obligations qui sont remplies par l'organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs ;
   2° pour chaque obligation remplie par le producteur individuel, les informations démontrant que le producteur individuel satisfera aux obligations de responsabilité élargie des producteurs mentionnées dans l'article 3.4.5.3, § 1er.]1

  
Art. 3.4.5.5. [1 § 1. De OVAM kan de aanvraag tot registratie en goedkeuring, vermeld in artikel 3.4.5.2, § 1, van dit besluit, weigeren als niet voldaan is aan de vereisten, vermeld in dit besluit, hoofdstuk VIII van verordening (EU) 2023/1542, of andere geldende milieuwetgeving.
   § 2. De OVAM kan de registratie en goedkeuring, vermeld in artikel 3.4.5.2, § 1, van dit besluit, opheffen als niet meer voldaan is aan de vereisten, vermeld in artikel 55, lid 11, en artikel 58, lid 6, van verordening (EU) 2023/1542, of als niet meer voldaan is aan de vereisten van dit besluit of andere geldende milieuwetgeving, of als in de aanvraag tot registratie en goedkeuring foutieve gegevens zijn vermeld die bepalend waren voor het verlenen van de registratie en goedkeuring.
   § 3. De OVAM brengt de producent of organisatie voor producentenverantwoordelijkheid met een beveiligde zending op de hoogte van het voornemen tot opheffing van de registratie en goedkeuring, vermeld in artikel 3.4.5.2, § 1.
   Vanaf de ontvangst van de brief met het voornemen tot opheffing, vermeld in het eerste lid, beschikt de producent of organisatie voor producentenverantwoordelijkheid over 45 dagen om zijn verweermiddelen in een beveiligde zending aan de OVAM te sturen. De organisatie voor producentenverantwoordelijkheid of producent kan vragen om gehoord te worden.
   Als de OVAM de verweermiddelen, vermeld in het tweede lid, niet tijdig ontvangt of de verweermiddelen ontoereikend zijn, heft de OVAM de registratie en goedkeuring, vermeld in artikel 3.4.5.2, § 1, op binnen zestig dagen na de dag waarop ze die verweermiddelen heeft ontvangen of nadat de termijn, vermeld in het tweede lid, is verstreken. De OVAM brengt de producent of organisatie voor producentenverantwoordelijkheid op de hoogte van die beslissing met een beveiligde zending.
   De OVAM kan na de ontvangst van de verweermiddelen om bijkomende informatie verzoeken. Als de OVAM na ontvangst van de verweermiddelen om bijkomende informatie verzoekt, wordt de termijn van zestig dagen, vermeld in het derde lid, geschorst vanaf de verzending van het verzoek en begint die opnieuw te lopen op de eerstvolgende dag na de dag waarop de OVAM de bijkomende informatie heeft ontvangen. De OVAM bepaalt bij het verzoek om bijkomende informatie een redelijk termijn binnen dewelke de informatie verstrekt wordt. Bij aflopen van deze redelijke termijn, eindigt de schorsing van de termijn van zestig dagen.]1

  
Art. 3.4.5.5. [1 § 1er. L'OVAM peut refuser la demande d'enregistrement et d'autorisation mentionnée dans l'article 3.4.5.2, § 1er, du présent arrêté si les exigences énoncées dans le présent arrêté, le chapitre VIII du règlement (UE) 2023/1542, ou toute autre législation environnementale en vigueur n'ont pas été respectées.
   § 2. L'OVAM peut abroger l'enregistrement et l'autorisation mentionnés dans l'article 3.4.5.2, § 1er, du présent arrêté si les exigences énoncées à l'article 55, paragraphe 11, et à l'article 58, paragraphe 6, du règlement (UE) 2023/1542 ne sont plus respectées, ou si les exigences du présent arrêté ou de toute autre législation environnementale en vigueur ne sont plus respectées, ou si la demande d'enregistrement et d'autorisation contient des données incorrectes qui étaient déterminantes pour l'octroi de l'enregistrement et de l'autorisation.
   § 3. L'OVAM informe le producteur ou l'organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs par envoi sécurisé de son intention d'abroger l'enregistrement et l'autorisation mentionnés dans l'article 3.4.5.2, § 1er.
   A partir de la réception du courrier notifiant l'intention d'abrogation mentionnée à l'alinéa 1er, le producteur ou l'organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs dispose de 45 jours pour transmettre ses moyens de défense par envoi sécurisé à l'OVAM. L'organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs ou le producteur peuvent demander à être entendus.
   Si l'OVAM ne reçoit pas les moyens de défense mentionnés dans l'alinéa 2 en temps utile ou si les moyens de défense sont insuffisants, l'OVAM abroge l'enregistrement et l'autorisation mentionnés dans l'article 3.4.5.2, § 1er, dans les soixante jours de la réception de ces moyens de défense ou de l'expiration du délai visé à l'alinéa 2. L'OVAM informe le producteur ou l'organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs de cette décision par envoi sécurisé.
   Après la réception des moyens de défense, l'OVAM peut demander des informations complémentaires. Si l'OVAM demande des informations complémentaires après réception des moyens de défense, le délai de soixante jours mentionné à l'alinéa 3 est suspendu à partir de l'envoi de la demande et recommence à courir le premier jour qui suit le jour de la réception de ces informations complémentaires par l'OVAM. L'OVAM fixe, dans la demande d'informations complémentaires, un délai raisonnable dans lequel les informations seront fournies. La suspension du délai de soixante jours prend fin à l'expiration de ce délai raisonnable.]1

  
Art. 3.4.5.5 /1. [1 De producenten van batterijen en accu's worden eenmalig geregistreerd en krijgen bij registratie een registratienummer toegekend. Voor de registratie stellen de producenten de volgende gegevens ter beschikking van de OVAM of van de organisatie die ze daarvoor hebben aangewezen:
   1° de naam van de producent en, in voorkomend geval, de commerciële benamingen waaronder hij zijn activiteiten ontplooit;
   2° de adres(sen) van de producent: postcode en plaats, straatnaam en huisnummer, land, URL en telefoonnummer, alsook, in voorkomend geval, de contactpersoon, het fax en het e-mailadres van de producent;
   3° de vermelding van het type batterijen of accu's dat door de producent op de markt wordt gebracht: draagbare batterijen en accu's, industriële batterijen en accu's of autobatterijen en -accu's;
   4° de informatie over de wijze waarop de producent zijn verantwoordelijkheden nakomt: met een individuele of een collectieve regeling;
   5° de datum van de registratieaanvraag;
   6° de nationale identificatiecode van de producent, inclusief Europees belastingnummer of nationaal belastingnummer van de producent (facultatief);
   7° de verklaring dat de verstrekte informatie waarheidsgetrouw is.
   Bij wijziging van de geregistreerde gegevens moeten de producenten van batterijen en accu's de OVAM of de organisatie die is aangewezen voor de uitvoering van de registratie, daarvan uiterlijk een maand na de wijziging op de hoogte brengen. Als producenten niet langer actief zijn, moeten ze zich uitschrijven uit het register met een kennisgeving aan de OVAM of aan de organisatie die is aangewezen om van de registratie uit te voeren.
   Als de organisatie die is aangewezen om de registratie uit te voeren, een registratievergoeding wil opleggen, moet die kostengerelateerd en evenredig zijn. De OVAM wordt dan op de hoogte gebracht van de kostenberekeningsmethodiek die toegepast is om de vergoeding vast te stellen.]1

  
Art. 3.4.5.5.1. [1 Les producteurs de piles et accumulateurs sont enregistrés une seule fois et reçoivent une numéro d'enregistrement lors de l'enregistrement. Aux fins de cette enregistrement, ils mettent les données suivantes à la disposition de l'OVAM ou de l'organisation qu'ils ont désignée à cet effet :
   1° le nom du producteur et, le cas échéant, les noms commerciaux sous lesquels ils exerce ses activités ;
   2° l'(les) adresse(s) du producteur : code postale et lieu, nom de rue et numérro, pays, URL, et le numéro de téléphone, ainsi que, le cas échéant, la personne de contact, le numéro de téléphone et de fax du producteur ;
   3° la mention du type de piles et d'accumulateurs qui est mis sur le marché par le producteur : piles et accumulateurs portables, piles et accumulateurs industriels et piles et accumulateurs d'automobile ;
   4° l'information sur la manière dont le producteur respecte ses responsabilités, individuellement ou par un règlement collectif ;
   5° la date de la demande d'enregistrement ;
   6° le code d'identification nationale du producteur, y compris le numéro des impôts européen ou le numéro des impôts national du producteur (facultatif) ;
   7° la déclaration que les informations fournies correspondent à la vérité.
   En cas de modification des données enregistrées, les producteurs de piles et accumulateurs doivent en informer l'OVAM ou l'organisation qui a été désignée pour l'exécution de l'enregistrement au plus tard un mois après la modification. Si les producteurs ne sont plus actifs, ils doivent se faire enlever du registre par une notification à l'OVAM ou à l'organisation qui a été désignée pour l'exécution de l'enregistrement.
   Si l'organisation qui a été désignée pour l'exécution de l'enregistrement, veut imposer une indemnité d'enregistrement, elle doit être relatée aux frais et proportionnelle. L'OVAM est alors informé de la méthodique de calcul des frais qui a été appliquée pour déterminer l'indemnité.]1

  
Art. 3.4.5.6. [1 Producenten die de verplichtingen op het vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid individueel nakomen en organisaties voor producentenverantwoordelijkheid die zijn aangesteld om die verplichtingen collectief na te komen, stellen een beheerplan voor afgedankte batterijen op voor minstens vijf jaar. Het beheerplan bevat al de volgende elementen:
   1° een operationeel plan als vermeld in artikel 3.4.5.12, tweede lid, van dit besluit, dat beschrijft op welke wijze wordt voldaan aan de verplichtingen van dit besluit en hoofdstuk VIII van verordening (EU) 2023/1542, voor de batterijen die voor het eerst op de markt worden aangeboden op het grondgebied;
   2° een beschrijving van de aanpak en planning van de niet-discriminerende selectieprocedure voor afvalverwerkers, vermeld in artikel 3.4.5.14 van dit besluit en artikel 57, lid 8, van de voormelde verordening;
   3° een preventie- en communicatieplan als vermeld in artikel 3.4.5.8, derde lid, en artikel 3.4.5.9, § 3, tweede lid, van dit besluit;
   4° een financieel plan als vermeld in artikel 3.4.5.16, § 7, van dit besluit;
   5° de maatregelen voor rapportage conform de vereisten, vermeld in artikel 3.4.5.13 van dit besluit en artikel 75 van de voormelde verordening, met inbegrip van een beschrijving van het adequate mechanisme voor zelfcontrole, ondersteund door regelmatige onafhankelijke controles, voor de beoordeling van de kwaliteit van de gegevens die worden verzameld en gerapporteerd in het kader van de uitvoering van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid;
   6° regelingen voor de vergoeding van de gemeentelijke inzamelkanalen en maatregelen om te komen tot een goede samenwerking met de gemeentelijke inzamelkanalen om afgedankte batterijen van huishoudelijke oorsprong in te zamelen;
   7° een beschrijving van de wijze waarop gegarandeerd wordt dat er geen kosten worden afgewenteld op andere producenten of organisaties voor producentenverantwoordelijkheid.
   De producenten en de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid, vermeld in het eerste lid, leggen jaarlijks voor 15 november een actualisatie van het beheerplan, vermeld in het eerste lid, voor het volgende kalenderjaar ter goedkeuring voor aan de OVAM.]1

  
Art. 3.4.5.6. [1 Les producteurs qui s'acquittent individuellement des obligations de responsabilité élargie des producteurs et les organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs, désignées pour s'acquitter collectivement de ces obligations, élaborent un plan de gestion pour les déchets de batteries pour une durée minimale de cinq ans. Le plan de gestion contient l'ensemble des éléments suivants :
   1° un plan opérationnel, tel que mentionné dans l'article 3.4.5.12, alinéa 2, du présent arrêté, décrivant la manière dont les obligations énoncées dansle présent arrêté et au chapitre VIII du règlement (UE) 2023/1542 sont remplies pour les batteries mises à disposition sur le marché pour la première fois sur le territoire ;
   2° une description de l'approche et de la planification de la procédure de sélection non discriminatoire des opérateurs de gestion des déchets mentionnée dans l'article 3.4.5.14 du présent arrêté et l'article 57, paragraphe 8, du règlement précité ;
   3° un plan de prévention et de communication tel que mentionné dans l'article 3.4.5.8, alinéa 3, et l'article 3.4.5.9, § 3, alinéa 2, du présent arrêté ;
   4° un plan financier tel que mentionné dans l'article 3.4.5.16, § 7, du présent arrêté ;
   5° les mesures de communication conformément aux exigences énoncées à l'article 3.4.5.13 du présent arrêté et à l'article 75 du règlement précité, y compris une description du mécanisme d'autocontrôle approprié, renforcé par des audits indépendants réguliers afin d'apprécier la qualité des données recueillies et communiquées dans le cadre de la mise en oeuvre de la responsabilité élargie des producteurs ;
   6° les modalités d'indemnisation des canaux de collecte communaux et les mesures permettant de parvenir à une bonne collaboration avec les canaux de collecte communaux afin de collecter les déchets de batteries d'origine ménagère ;
   7° une description des moyens utilisés pour garantir qu'aucun coût ne sera répercuté sur d'autres producteurs ou organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs.
   Les producteurs et les organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs mentionnés à l'alinéa 1er soumettent chaque année, avant le 15 novembre, à l'approbation de l'OVAM une actualisation du plan de gestion mentionné à l'alinéa 1er pour l'année civile suivante.]1

  
Art.3.4.5.7. [1 De OVAM beschikt over een producentenregister als vermeld in artikel 55 van verordening (EU) 2023/1542. De informatie in het producentenregister is openbaar toegankelijk via de website van de OVAM.
   Conform artikel 55, lid 6, van de voormelde verordening stelt de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid de noodzakelijke informatie van de producenten die de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid hebben aangesteld om de verplichtingen op het vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid na te komen, vermeld in artikel 55, lid 3 en 7, van de voormelde verordening, ter beschikking van het producentenregister, vermeld in het eerste lid.
   De informatie, vermeld in het tweede lid, is minstens toegankelijk voor de OVAM en de onlineplatforms, vermeld in artikel 55, lid 13, van de voormelde verordening.
   De informatie, vermeld in artikel 55, lid 3, d), van de voormelde verordening, wordt niet opgenomen in het producentenregister, vermeld in het eerste lid, maar wordt wel verstrekt in de aanvraag tot goedkeuring, vermeld in artikel 3.4.5.2, § 1, van dit besluit.]1

  
Art. 3.4.5.7. [1 L'OVAM dispose d'un registre des producteurs tel que mentionné dans l'article 55 du règlement (UE) 2023/1542. Les informations figurant dans le registre des producteurs sont accessibles au public sur le site web de l'OVAM.
   Conformément à l'article 55, paragraphe 6, du règlement précité, l'organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs met les informations nécessaires concernant les producteurs qui ont désigné l'organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs pour s'acquitter des obligations de responsabilité élargie des producteurs énoncées à l'article 55, paragraphes 3 et 7, du règlement précité à la disposition du registre des producteurs mentionné à l'alinéa 1er.
   Les informations mentionnées à l'alinéa 2 sont au moins accessibles à l'OVAM et aux plateformes en ligne mentionnées à l'article 55, paragraphe 13, du règlement précité.
   Les informations mentionnées à l'article 55, paragraphe 3, d), du règlement précité ne sont pas incluses dans le registre des producteurs mentionné à l'alinéa 1er, mais sont fournies dans la demande d'autorisation mentionnée à l'article 3.4.5.2, § 1er, du présent arrêté.]1

  
Art.3.4.5.8. [1 Met behoud van de toepassing van de verplichtingen, vermeld in verordening (EU) 2023/1542, nemen de producenten die de verplichtingen op het vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid individueel nakomen en de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid die zijn aangesteld om die verplichtingen collectief na te komen, de nodige initiatieven voor de kwalitatieve en kwantitatieve preventie, onder meer:
   1° het gepaste gebruik van batterijen aanmoedigen, namelijk sensibiliseringscampagnes voeren gericht aan eindgebruikers en producenten van apparaten, over de types batterijen die binnen hun gamma het meest geschikt zijn voor bepaalde toepassingen, rekening houdend met de technische karakteristieken van de batterijen en van de apparaten, en ook over elementen die een veilig en langdurig gebruik ten goede komen zoals de wijze van bewaring, gebruik en opladen;
   2° de inzamelpunten informeren over hun verplichtingen voor het beheer van afgedankte batterijen conform artikel 62, 65, 66 en 67 van verordening (EU) 2023/1542.
   Naast de initiatieven, vermeld in het eerste lid, neemt de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid die is aangesteld om de verplichtingen collectief na te komen, ook onder meer de volgende initiatieven voor de kwalitatieve en kwantitatieve preventie:
   1° rekening houden met de uitgangspunten van ecodesign bij het ontwerp van inzamelrecipiënten, zonder afbreuk te doen aan de veiligheidsvoorschriften voor opslag en transport van gevaarlijke goederen;
   2° bijdragen aan onderzoek over het potentieel voor hergebruik, voorbereiding voor hergebruik, herbestemming, voorbereiding voor herbestemming of herfabricage van afgedankte batterijen die in de inzamelpunten terechtkomen;
   3° de evoluties op het gebied van product-dienst-combinaties opvolgen, als dat van toepassing is;
   4° de nationale en internationale evoluties op gebied van verwerkings- en recyclagetechnieken voor afgedankte batterijen opvolgen op basis van de informatie van uitgevoerde selectieprocedures, vermeld in artikel 3.4.5.14;
   5° participeren in acties die de OVAM of derden organiseren om kennisuitwisseling tussen technologie ontwikkelaars, productontwerpers, producenten, verwerkers en recyclers te stimuleren;
   6° zijn expertise ter beschikking stellen van studies, uitgevoerd in opdracht van de OVAM;
   7° bijdragen aan de preventie van batterijbranden door te participeren in initiatieven voor de veilige inzameling en verwerking van afgedankte batterijen.
   De initiatieven, vermeld in het eerste en tweede lid, worden beschreven in een preventieplan dat deel uitmaakt van het beheerplan, vermeld in artikel 3.4.5.6 van dit besluit.]1

  
Art. 3.4.5.8. [1 Sans préjudice de l'application des obligations énoncées dans le règlement (UE) 2023/1542, les producteurs qui s'acquittent individuellement des obligations de responsabilité élargie des producteurs et les organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs, désignées pour s'acquitter collectivement de ces obligations, prennent les initiatives nécessaires en faveur de la prévention qualitative et quantitative, notamment :
   1° encourager l'utilisation appropriée des batteries, à savoir mener des campagnes de sensibilisation ciblées sur les utilisateurs finaux et les producteurs d'appareils à propos des types de batteries qui, à l'intérieur de leur gamme, conviennent le mieux à des applications données, compte tenu des caractéristiques techniques des batteries et des appareils, ainsi qu'à propos des éléments qui favorisent un usage sûr et prolongé comme le mode de conservation, d'utilisation et de recharge ;
   2° informer les points de collecte au sujet de leurs obligations de gestion des déchets de batteries conformément aux articles 62, 65, 66 et 67 du règlement (UE) 2023/1542.
   Outre les initiatives mentionnées à l'alinéa 1er, l'organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs, désignée pour s'acquitter collectivement des obligations, prend également, entre autres, les initiatives suivantes en faveur de la prévention qualitative et quantitative :
   1° prendre en compte les principes de l'écoconception lors de la conception des récipients de collecte, sans préjudice des prescriptions de sécurité relatives au stockage et au transport des marchandises dangereuses ;
   2° contribuer à la recherche sur le potentiel de réemploi, de préparation en vue du réemploi, de réaffectation, de préparation en vue d'une réaffectation ou de remanufacturage des déchets de batteries qui aboutissent dans les points de collecte ;
   3° suivre les évolutions dans le domaine des combinaisons produit-service, le cas échéant ;
   4° suivre les évolutions nationales et internationales dans le domaine des techniques de traitement et de recyclage des déchets de batteries sur la base des informations issues des procédures de sélection mise en oeuvre mentionnées dans l'article 3.4.5.14;
   5° participer aux actions organisées par l'OVAM ou des tiers afin de stimuler l'échange de connaissances entre les développeurs de technologies, les concepteurs de produits, les producteurs, les opérateurs de traitement et les recycleurs ;
   6° mettre son expertise à disposition des études réalisées pour le compte de l'OVAM ;
   7° contribuer à la prévention des incendies de batteries en participant aux initiatives de collecte et de traitement en toute sécurité des déchets de batteries.
   Les initiatives énoncées aux alinéas 1er et 2 sont décrites dans un plan de prévention qui fait partie du plan de gestion mentionné dans l'article 3.4.5.6 du présent arrêté.]1

  
Art.3.4.5.9. [1 § 1. Producenten die de verplichtingen op het vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid individueel nakomen, de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid die zijn aangesteld om die verplichtingen collectief na te komen, de distributeurs en de verkooppunten:
   1° voldoen aan de verplichtingen voor de sensibilisatie;
   2° verstrekken de informatie over het voorkomen en beheren van afgedankte batterijen conform artikel 74 van verordening (EU) 2023/1542;
   3° voldoen aan de verplichtingen, vermeld in deze onderafdeling.
   De informatie, vermeld in artikel 74, lid 1 en 3, van de voormelde verordening, wordt minstens in het Nederlands verstrekt.
   § 2. De producenten en de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid, vermeld in paragraaf 1, communiceren duidelijk over welke types afgedankte batterijen in het terugname- en inzamelingssysteem aanvaard worden. Distributeurs die batterijen leveren aan eindgebruikers, communiceren daarover in hun verkooppunten op een gemakkelijk toegankelijke en duidelijk zichtbare wijze aan de eindgebruikers van de batterijen.
   § 3. Met behoud van de toepassing van de verplichtingen, vermeld in paragraaf 1, organiseren de producenten en de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid, vermeld in paragraaf 1, informatie- en sensibiliseringscampagnes om de vooropgestelde doelstellingen te behalen.
   De producenten en de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid, vermeld in paragraaf 1, stellen een communicatieplan op met de communicatiestrategie en de indicatoren om de resultaten van de informatie- en sensibiliseringscampagnes te beoordelen. Het communicatieplan bevat al de volgende elementen:
   1° een beschrijving van de genomen maatregelen om de verplichtingen overeenkomstig dit artikel na te leven;
   2° het aantal campagnes en hun omvang;
   3° de doelgroepen die een afzonderlijke aanpak vereisen;
   4° de voorgestelde communicatiemethodes;
   5° de evaluatiemethodes van de campagnes.
   In de informatie- en sensibiliseringscampagnes, vermeld in het eerste lid, komen al de volgende elementen aan bod:
   1° het vermijden van batterijen door apparaten te gebruiken die op meer milieuverantwoorde energiebronnen werken;
   2° het aanmoedigen van het gepaste en verstandige gebruik van batterijen rekening houdend met de globale impact van oplaadbare en niet-oplaadbare batterijen op het milieu en de menselijke gezondheid;
   3° specifieke aandacht voor het verbeteren van de inzameling in grote steden;
   4° het activeren van de eindgebruikers om hun afgedankte batterijen naar een inzamelpunt te brengen;
   5° het informeren van de eindgebruikers over hun rol bij de recycling van afgedankte batterijen;
   6° het informeren van eindgebruikers over de positieve bijdrage die ze kunnen leveren aan de preventie van batterijbranden.
   § 4. De producenten en de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid, vermeld in paragraaf 1, brengen jaarlijks verslag uit aan de OVAM over de informatie- en sensibiliseringscampagnes, vermeld in paragraaf 3, die zijn gevoerd en de bereikte resultaten in het kader van het communicatieplan, vermeld in paragraaf 3, tweede lid.
   De rapportering van de bereikte resultaten, vermeld in het eerste lid, houdt een beschrijving in van al de volgende elementen:
   1° de ondernomen acties;
   2° het doelpubliek;
   3° de instrumenten;
   4° een beoordeling van de relevantie van de ondernomen acties.
   § 5. De producenten en de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid, vermeld in paragraaf 1, bezorgen elke informatie- en sensibiliseringscampagne, vermeld in paragraaf 3, eerste lid, met gewestelijke draagwijdte aan de OVAM, uiterlijk op de dag dat de campagne wordt gelanceerd.
   Als de OVAM oordeelt dat een informatie- en sensibiliseringscampagne als vermeld in het eerste lid, niet strookt met de wettelijke bepalingen of tegenstrijdig is met het milieubeleid van een gewest, passen de producenten en de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid, vermeld in paragraaf 1, die campagnes aan vóór de volgende publicitaire golf. Elke publicitaire golf heeft een maximale duur van zes weken.]1

  
Art. 3.4.5.9. [1 § 1er. Les producteurs qui s'acquittent individuellement des obligations de responsabilité élargie des producteurs, les organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs, désignées pour s'acquitter collectivement de ces obligations, les distributeurs et les points de vente :
   1° satisfont aux obligations de sensibilisation ;
   2° fournissent les informations relatives à la prévention et à la gestion des déchets de batteries conformément à l'article 74 du règlement (UE) 2023/1542 ;
   3° satisfont aux obligations énoncées dans la présente sous-section.
   Les informations mentionnées à l'article 74, paragraphes 1er et 3, du règlement précité sont au moins fournies en néerlandais.
   § 2. Les producteurs en les organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs mentionnés dans le paragraphe 1er communiquent clairement au sujet des types de déchets de batteries acceptés dans le système de reprise et de collecte. Les distributeurs qui fournissent des batteries aux utilisateurs finaux communiquent à ce sujet dans leurs points, de manière facilement accessible et bien visible pour les utilisateurs finaux des batteries.
   § 3. Sans préjudice de l'application des obligations énoncées dans le paragraphe 1er, les producteurs et les organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs mentionnés dans le paragraphe 1er organisent des campagnes d'information et de sensibilisation pour atteindre les objectifs fixés.
   Les producteurs et les organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs mentionnés dans le paragraphe 1er élaborent un plan de communication reprenant la stratégie de communication et les indicateurs permettant d'évaluer les résultats des campagnes d'information et de sensibilisation. Le plan de communication contient l'ensemble des éléments suivants :
   1° une description des mesures prises pour respecter les obligations conformément u présent article ;
   2° le nombre de campagnes et leur portée ;
   3° les groupes cibles qui requièrent une approche distincte ;
   4° les méthodes de communication proposées ;
   5° les méthodes d'évaluation des campagnes.
   Les campagnes d'information et de sensibilisation mentionnées à l'alinéa 1er abordent les thématiques suivantes :
   1° éviter les batteries par l'utilisation d'appareils fonctionnant à l'aide de sources d'énergie plus respectueuses de l'environnement ;
   2° encourager l'utilisation appropriée et raisonnable des batteries en tenant compte de l'impact global des batteries rechargeables et non rechargeables sur l'environnement et la santé humaine ;
   3° accorder une attention spécifique à l'amélioration de la collecte dans les grandes villes ;
   4° stimuler les utilisateurs finaux à apporter leurs déchets de batteries dans un point de collecte ;
   5° informer les utilisateurs finaux au sujet de leur rôle dans le recyclage des déchets de batteries ;
   6° informer les utilisateurs finaux au sujet de la contribution positive qu'ils peuvent apporter à la prévention des incendies de batteries.
   § 4. Les producteurs et les organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs mentionnés dans le paragraphe 1er rendent compte annuellement à l'OVAM des campagnes d'information et de sensibilisation, mentionnées dans le paragraphe 3, qui ont été menées et des résultats atteints dans le cadre du plan de communication mentionné dans le paragraphe 3, alinéa 2.
   Le compte rendu des résultats atteints, mentionné à l'alinéa 1er, comporte une description de l'ensemble des éléments suivants :
   1° les actions entreprises ;
   2° le public cible ;
   3° les instruments ;
   4° une évaluation de la pertinences des actions entreprises.
   § 5. Les producteurs et les organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs mentionnés dans le paragraphe 1er transmettent chaque campagne d'information et de sensibilisation mentionnée dans le paragraphe 3, alinéa 1er, de porte régionale à l'OVAM au plus tard le jour du lancement de la campagne.
   Si l'OVAM considère qu'une campagne d'information et de sensibilisation telle que mentionnée à l'alinéa 1er est incompatible avec les dispositions légales ou est contraire à la politique environnementale d'une région, les producteurs et les organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs mentionnés dans le paragraphe 1er adaptent ces campagnes avant la vague publicitaire suivante. Chaque vague publicitaire dure six semaines maximum.]1

  
Art.3.4.5.10. [1 § 1. Producenten die de verplichtingen op het vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid individueel nakomen en de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid die zijn aangesteld om die verplichtingen collectief na te komen, voldoen aan de verplichtingen voor de inzameling, vermeld in deze onderafdeling en artikel 59 tot en met 61 van verordening (EU) 2023/1542.
   § 2. De producenten en de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid, vermeld in paragraaf 1, beschikken over een terugname- en inzamelingssysteem conform artikel 59 tot en met 61 van verordening (EU) 2023/1542. De lijst met inzamelpunten wordt permanent online ter beschikking gesteld van de OVAM.
   § 3. De inzamelpunten, vermeld in artikel 59, lid 2, a), artikel 60, lid 2, a), en artikel 61, lid 1, van verordening (EU) 2023/1542, kunnen uitsluitend afgedankte batterijen inzamelen als ze een contract hebben gesloten met een producent of een organisatie voor producentenverantwoordelijkheid.
   In overeenstemming met de afgifteplicht van ingezamelde afgedankte batterijen, vermeld in artikel 62, lid 3, artikel 65, lid 1, artikel 66, lid 2, en artikel 67 van de voormelde verordening, overhandigen de distributeurs, inrichtingen voor de verwerking van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur en voertuigwrakken, overheidsinstanties voor afvalbeheer en vrijwillige inzamelpunten, de batterijen, vermeld in artikel 62, lid 3, artikel 65, lid 1, artikel 66, lid 2, en artikel 67 van de voormelde verordening, aan de producenten of de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid, of in voorkomend geval rechtstreeks aan een afvalverwerker die de producenten of de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid hebben geselecteerd.
   § 4. De producenten en de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid, vermeld in paragraaf 1, voorzien in een specifieke regeling om defecte of beschadigde lithiumbatterijen in te zamelen.
   § 5. Als een partij als vermeld in artikel 59, lid 2, a), artikel 60, lid 2, a) en artikel 61, lid 1, van verordening (EU) 2023/1542, geweigerd wordt als inzamelpunt, wordt die weigering gemotiveerd door de producent of door de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid, vermeld in paragraaf 1. De criteria voor weigering zijn transparant, objectief en niet discriminerend, en worden voorafgaandelijk goedgekeurd door de OVAM.
   De producenten en de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid, vermeld in paragraaf 1, delen jaarlijks de lijst van geweigerde inzamelpunten mee aan de OVAM of stellen die online ter beschikking.
   § 6. De inzamelpunten, vermeld in paragraaf 3, die in het kader van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid afgedankte batterijen aanvaarden, houden een afvalstoffenregister bij dat de volgende gegevens van de aanvaarde afgedankte batterijen bevat:
   1° de hoeveelheid afgevoerde afgedankte batterijen in ton of kilogram;
   2° de datum van de afvoer;
   3° de aard en samenstelling van de afgedankte batterijen, met vermelding van al de volgende gegevens:
   a) de EURAL-code;
   b) de batterijcategorieën of een mengsel van, namelijk draagbare batterijen, batterijen voor lichte vervoermiddelen, start-, verlichtings- en ontstekingsbatterijen, batterijen voor elektrische voertuigen en/of industriële batterijen;
   4° als dat van toepassing is:
   a) de naam en het adres van de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar van de afgevoerde afgedankte batterijen;
   b) het ondernemingsnummer van Belgische inzamelaars, afvalstoffenhandelaars of -makelaars;
   c) het btw-nummer van buitenlandse inzamelaars, afvalstoffenhandelaars of -makelaars;
   5° de volgende gegevens van de verwerker van de afgedankte batterijen:
   a) de naam en het adres;
   b) het ondernemingsnummer van Belgische verwerkers;
   c) het btw-nummer van buitenlandse verwerkers.
   Van de plicht tot het bijhouden van een afvalstoffenregister, vermeld in het eerste lid, kan worden afgeweken, na goedkeuring door de OVAM, als de producent, de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid of de geregistreerde inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar, aan de OVAM online inzagerecht geeft in de gegevens van het afvalstoffenregister voor alle inzamelpunten voor de afgedankte batterijen die bij die inzamelpunten zijn ingezameld.
   § 7. De producenten en de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid, vermeld in paragraaf 1, nemen de nodige maatregelen om te voorkomen dat afgedankte batterijen terechtkomen in het terugname- en inzamelingssysteem van een andere producent of andere organisatie voor producentenverantwoordelijkheid. De producenten en de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid, vermeld in paragraaf 1, communiceren duidelijk over die maatregelen.
   § 8. De producenten en de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid, vermeld in paragraaf 1, zorgen ervoor dat de afgedankte batterijen voor lichte vervoersmiddelen, elektrische voertuigen en afgedankte industriële batterijen, die de laatste houder bij een terugname- en inzamelingssysteem van een andere producent of organisatie zou inleveren, worden aanvaard, verwerkt en zorgen ervoor dat daarover wordt gerapporteerd conform de wettelijke verplichtingen.
   De producenten en de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid, vermeld in paragraaf 1, houden bij de toepassing van het eerste lid rekening met al de volgende elementen:
   1° als de producent van de afgedankte batterij identificeerbaar is, wordt de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid, of de producent die de verplichtingen op het vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid individueel nakomt, zo snel mogelijk op de hoogte gebracht. De geïdentificeerde producent of organisatie voor producentenverantwoordelijkheid regelt op zijn kosten de inzameling en verwerking van de geïdentificeerde afgedankte batterijen en vergoedt de kosten verbonden aan de inzameling, het beheer en de opslag die het andere terugname- en inzamelingssysteem heeft opgelopen;
   2° voor het beheer van afgedankte batterijen waarvan de producent niet-identificeerbaar is, wordt een overeenkomst gesloten tussen organisaties voor producentenverantwoordelijkheid en producenten die de verplichtingen individueel nakomen. De overeenkomsten regelen de verdeling van alle kosten verbonden aan het beheer van niet-identificeerbare afgedankte batterijen of onderdelen ervan, in overeenstemming met artikel 3.4.5.16;
   3° de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid en producenten die individueel aan de verplichtingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voldoen, beschikken over een registratiesysteem dat toelaat om te bepalen in welk inzamelpunt de niet-identificeerbare afgedankte batterijen of onderdelen zijn ingezameld.
   § 9. De producenten en de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid, vermeld in paragraaf 1, verzamelen en verwerken alle inzamelrecipiënten die ter beschikking worden gesteld van de inzamelpunten en de burger voor de inzameling van afgedankte batterijen.]1

  
Art. 3.4.5.10. [1 § 1er. Les producteurs qui s'acquittent individuellement des obligations de responsabilité élargie des producteurs et les organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs, désignées pour s'acquitter collectivement de ces obligations, satisfont aux obligations de collecte énoncées dans la présente sous-section et aux articles 59 à 61 du règlement (UE) 2023/1542.
   § 2. Les producteurs et les organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs mentionnés dans le paragraphe 1er disposent d'un système de reprise et de collecte conformément aux articles 59 à 61 du règlement (UE) 2023/1542. La liste des points de collecte est mise en permanence à la disposition de l'OVAM en ligne.
   § 3. Les points de collecte mentionnés à l'article 59, paragraphe 2, a), à l'article 60, paragraphe 2, a), et à l'article 61, paragraphe 1er, du règlement (UE) 2023/1542 ne peuvent collecter des déchets de batteries que s'ils ont conclu un contrat avec un producteur ou une organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs.
   Conformément à l'obligation de remise des déchets de batteries collectés, mentionnée à l'article 62, paragraphe 3, à l'article 65, paragraphe 1er, à l'article 66, paragraphe 2, et à l'article 67 du règlement précité, les distributeurs, les installations de traitement des déchets d'équipements électriques et électroniques et des véhicules hors d'usage, les autorités publiques compétentes en matière de gestion des déchets et les points de collecte volontaire remettent les batteries mentionnées à l'article 62, paragraphe 3, à l'article 65, paragraphe 1er, à l'article 66, paragraphe 2, et à l'article 67 du règlement précité aux producteurs ou aux organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs ou, le cas échéant, directement à un opérateur de gestion des déchets sélectionné par les producteurs ou les organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs.
   § 4. Les producteurs et les organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs mentionnés dans le paragraphe 1er prévoient un régime spécifique pour la collecte des batteries au lithium défectueuses ou endommagées.
   § 5. Si une partie telle que mentionnée à l'article 59, paragraphe 2, a), à l'article 60, paragraphe 2, a) et à l'article 61, paragraphe 1er, du règlement (UE) 2023/1542 est refusée en tant que point de collecte, le producteur ou l'organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs mentionnés dans le paragraphe 1er motivent ce refus. Les critères de refus sont transparents, objectifs et non discriminatoires et sont préalablement approuvés par l'OVAM.
   Les producteurs et les organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs mentionnés dans le paragraphe 1er communiquent chaque année la liste des points de collecte refusés à l'OVAM ou la mettent à disposition en ligne.
   § 6. Les points de collecte mentionnés dans le paragraphe 3, qui acceptent des déchets de batteries dans le cadre de la responsabilité élargie des producteurs, tiennent un registre des déchets qui contient les données suivantes concernant les déchets de batteries acceptés :
   1° la quantité de déchets de batteries évacués en tonnes ou en kilogrammes ;
   2° la date de l'évacuation ;
   3° la nature et la composition des déchets de batteries, en mentionnant toutes les données suivantes :
   a) le code EURAL ;
   b) les catégories de batteries ou un mélange constitué notamment de batteries portables, batteries MTL, batteries SLI, batteries de véhicules électriques et/ou de batteries industrielles ;
   4° le cas échéant :
   a) les nom et adresse du collecteur, du négociant ou du courtier en déchets des déchets de batteries évacués ;
   b) le numéro d'entreprise des collecteurs, négociants ou courtiers en déchets belges ;
   c) le numéro de T.V.A. des collecteurs, négociants ou courtiers en déchets étrangers ;
   5° les données suivantes de l'opérateur de traitement des déchets de batteries :
   a) le nom et l'adresse ;
   b) le numéro d'entreprise des opérateurs de traitement belges ;
   c) le numéro de T.V.A. des opérateurs de traitement étrangers.
   Il peut être dérogé à l'obligation de tenir un registre des déchets au sens de l'alinéa 1er, après approbation de l'OVAM, si le producteur, l'organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs ou le collecteur, le négociant ou le courtier en déchets enregistré concède à l'OVAM un droit d'accès en ligne aux données du registre des déchets pour l'ensemble des points de collecte pour les déchets de batteries qui ont été collectés auprès de ces points de collecte.
   § 7. Les producteurs et les organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs mentionnés dans le paragraphe 1er prennent les mesures nécessaires pour éviter que des déchets de batteries n'aboutissent dans le système de reprise et de collecte d'un autre producteur ou d'une autre organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs. Les producteurs et les organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs mentionnés dans le paragraphe 1er communiquent clairement au sujet de ces mesures.
   § 8. Les producteurs et les organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs mentionnés dans le paragraphe 1er veillent à ce que les déchets de batteries MTL, les déchets de batteries de véhicules électriques et les déchets de batteries industrielles que le dernier détenteur rapporterait à un système de reprise et de collecte d'un autre producteur ou d'une autre organisation soient acceptés et traités et veillent à ce qu'il en soit fait rapport conformément aux obligations légales.
   Pour l'application de l'alinéa 1er, les producteurs et les organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs mentionnés dans le paragraphe 1er tiennent compte de l'ensemble des éléments suivants :
   1° si le producteur du déchet de batterie est identifiable, l'organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs ou le producteur qui s'acquitte individuellement des obligations de responsabilité élargie des producteurs en sont informés dans les plus brefs délais. Le producteur identifié ou l'organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs règle à ses frais la collecte et le traitement des déchets de batteries identifiés et rembourse les frais liés à la collecte, à la gestion et au stockage exposés par l'autre système de reprise et de collecte ;
   2° concernant la gestion des déchets de batteries dont le producteur n'est pas identifiable, les organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs et les producteurs qui s'acquittent individuellement des obligations concluent un contrat. Les contrats règlent la répartition de tous les frais liés à la gestion des déchets de batteries non identifiables ou des parties de ceux-ci conformément à l'article 3.4.5.16;
   3° les organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs et les producteurs qui s'acquittent individuellement des obligations de responsabilité élargie des producteurs disposent d'un système d'enregistrement permettant de déterminer le point de collecte dans lequel les déchets de batteries non identifiables ou des parties de ceux-ci ont été collectés.
   § 9. Les producteurs et les organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs mentionnés dans le paragraphe 1er collectent et traitent tous les récipients de collecte mis à la disposition des points de collecte et du citoyen pour la collecte des déchets de batteries.]1

  
Art.3.4.5.11. [1 § 1. Als de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid betrekking heeft op huishoudelijke afvalstoffen, gebeurt de inzameling ook in samenwerking met de gemeenten conform artikel 59, lid 2, a), iii), artikel 60, lid 2, a), iii), artikel 61, lid 1, d), en artikel 66 van verordening (EU) 2023/1542.
   Producenten, in geval van individuele nakoming van de verplichtingen op het vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, en organisaties voor producentenverantwoordelijkheid, in geval van collectieve nakoming van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, dragen in het geval, vermeld in het eerste lid, de nettokosten voor de inzameling van de afgedankte batterijen die onderworpen zijn aan de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid en die zijn ingezameld via de gemeentelijke inzamelkanalen. De vergoeding van de nettokosten wordt afgesproken tussen producenten, organisaties voor producentenverantwoordelijkheid en de rechtspersonen van publiek recht. Als geen akkoord wordt bereikt over de vergoeding van de nettokosten, kan de minister, na advies van de OVAM, bindende voorschriften vaststellen voor de aanrekening van die kosten. Die voorschriften bevatten onder meer een lijst van te vergoeden kosten. Ze worden opgesteld in overleg met de betrokken producenten en organisaties voor producentenverantwoordelijkheid.
   Om recht te hebben op de vergoeding van de nettokosten, moet de toegang tot het gemeentelijk inzamelkanaal en de inzameling gratis zijn voor de houder.
   § 2. De samenwerking met de gemeenten is niet verplicht voor de inzameling van de volgende batterijen:
   1° afgedankte industriële batterijen van meer dan 25 kg;
   2° afgedankte loodbatterijen met een gewicht groter dan 5 kg.
   Voor afgedankte batterijen voor elektrische voertuigen van minder dan 25 kg is de samenwerking niet verplicht, als kan aangetoond worden dat ze niet in het gemeentelijk inzamelkanaal terechtkomen.
   § 3. De producenten en de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, sluiten een overeenkomst met de rechtspersonen van publiek recht voor de afgedankte batterijen die door het recyclagepark worden ingezameld. De overeenkomst wordt gesloten op basis van een modelovereenkomst die aan de OVAM wordt voorgelegd voor advies overeenkomstig artikel 3.4.5.15.
   De overeenkomst, vermeld in het eerste lid, stelt al de volgende elementen vast:
   1° de modaliteiten voor de gratis toegang en afgifte van afgedankte batterijen;
   2° de toegang tot de inzamelpunten;
   3° een regeling rond de vergoeding van de netto-kosten voor de inzamelpunten, met inbegrip van de dekking van de infrastructuur- en werkingskosten van de recyclageparken;
   4° de terbeschikkingstelling, door de producent of organisatie voor producentenverantwoordelijkheid, van de nodige recipiënten voor de tijdelijke opslag van de ingezamelde afgedankte batterijen;
   5° de transparantie van het inzamelsysteem op het vlak van de statistische opvolging van de stromen.]1

  
Art. 3.4.5.11. [1 § 1er. Si la responsabilité élargie des producteurs concerne les déchets ménagers, la collecte s'effectue également en collaboration avec les communes conformément à l'article 59, paragraphe 2, a), iii), à l'article 60, paragraphe 2, a), iii), à l'article 61, paragraphe 1er, d), et à l'article 66 du règlement (UE) 2023/1542.
   Les producteurs, en cas d'exécution individuelle des obligations de responsabilité élargie des producteurs, et les organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs, en cas d'exécution collective des obligations de responsabilité élargie des producteurs, supportent, dans le cas visé à l'alinéa 1er, les coûts nets de la collecte des déchets de batteries soumis à la responsabilité élargie des producteurs et collectés par le biais des canaux de collecte communaux. L'indemnisation des coûts nets est convenue entre les producteurs, les organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs et les personnes morales de droit public. A défaut d'accord au sujet de l'indemnisation des coûts nets, le ministre peut fixer, sur avis de l'OVAM, des règles contraignantes pour la facturation de ces coûts. Ces règles contiennent notamment une liste des coûts à indemniser. Elles sont établies en concertation avec les producteurs et les organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs concernés.
   Le droit à l'indemnisation des coûts nets est subordonné à la gratuité de l'accès au canal de collecte communal et de la collecte pour le détenteur.
   § 2. La collaboration avec les communes n'est pas obligatoire pour la collecte des batteries suivantes :
   1° les déchets de batteries industrielles de plus de 25 kg ;
   2° les déchets de batteries au plomb d'un poids supérieur à 5 kg.
   En ce qui concerne les déchets de batteries de véhicules électriques de moins de 25 kg, la collaboration n'est pas obligatoire s'il peut être démontré qu'ils aboutissent dans le canal de collecte communal.
   § 3. Les producteurs et les organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs mentionnés dans le paragraphe 1er, alinéa 2, concluent un contrat avec les personnes morales de droit public pour les déchets de batteries collectés par le recyparc. Le contrat est conclu sur la base d'un contrat type soumis pour avis à l'OVAM conformément à l'article 3.4.5.15.
   Le contrat mentionné à l'alinéa 1er arrête l'ensemble des éléments suivants :
   1° les modalités d'accès et de dépôt gratuits des déchets de batteries ;
   2° l'accès aux points de collecte ;
   3° un règlement concernant l'indemnisation des coûts nets des points de collecte, y compris la couverture des coûts d'infrastructure et de fonctionnement des recyparcs ;
   4° la mise à disposition, par le producteur ou l'organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs, des récipients nécessaires au stockage temporaire des déchets de batteries collectés ;
   5° la transparence du système de collecte au niveau du suivi statistique des flux.]1

  
Art.3.4.5.12. [1 Producenten die de verplichtingen op het vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid individueel nakomen en organisaties voor producentenverantwoordelijkheid die zijn aangesteld om die verplichtingen collectief na te komen, zorgen ervoor dat:
   1° op de ingezamelde afgedankte batterijen voor lichte vervoermiddelen, batterijen voor elektrische voertuigen en afgedankte industriële batterijen een evaluatie wordt uitgevoerd om na te gaan of de batterijen in aanmerking komen voor hergebruik, voorbereiding voor hergebruik, herbestemming, voorbereiding voor herbestemming of herfabricage;
   2° de criteria en procedure voor de evaluatie, vermeld in punt 1°, worden opgenomen in een operationeel plan, als vermeld in het tweede lid, rekening houdend met de technische, operationele, juridische en financiële haalbaarheid en ook rekening houdend met de marktvraag naar stacks, modules en cellen van de batterijen, vermeld in punt 1°, na voorbereiding voor hergebruik, voorbereiding voor herbestemming, herbestemming en herfabricage;
   3° de ingezamelde afgedankte batterijen verwerkt worden in inrichtingen die beschikken over de nodige vergunningen, en die de verwerking uitvoeren in overeenstemming met artikel 70 tot en met 72 van verordening (EU) 2023/1542 en andere geldende milieuwetgeving;
   4° de vergunde inrichting voor verwerking de nodige gegevens rapporteert aan de producent of de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid, zodat de producent of de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid in staat is om de nodige gegevens te rapporteren aan de OVAM conform dit besluit.
   De producenten of de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid, vermeld in het eerste lid, stellen een operationeel plan op dat al de volgende elementen bevat:
   1° een beschrijving van de wijze van opslag, inzameling, verwerking en recycling van afgedankte batterijen;
   2° de stimulerende maatregelen om de hoeveelheid ingezamelde afgedankte batterijen en de hoeveelheid gerecycleerd materiaal te verhogen.]1

  
Art. 3.4.5.12. [1 Les producteurs qui s'acquittent individuellement des obligations de responsabilité élargie des producteurs et les organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs, désignées pour s'acquitter collectivement de ces obligations, veillent à ce que :
   1° les déchets de batteries MTL, les déchets de batteries de véhicules électriques et les déchets de batteries industrielles collectés fassent l'objet d'une évaluation afin de vérifier si les batteries sont éligibles au réemploi, à une préparation en vue du réemploi, à la réaffectation, à une préparation en vue d'une réaffectation ou au remanufacturage ;
   2° les critères et la procédure de l'évaluation mentionnée au point 1° soient repris dans un plan opérationnel tel que mentionné à l'alinéa 2, compte tenu de la faisabilité technique, opérationnelle, juridique et financière et compte tenu également de la demande du marché pour des empilements, modules et éléments de batteries mentionnées au point 1° ayant fait l'objet d'une préparation en vue du réemploi, d'une préparation en vue d'une réaffectation, d'une réaffectation et d'un remanufacturage ;
   3° les déchets de batteries collectés soient traités dans des installations disposant des autorisations nécessaires et effectuant le traitement conformément aux articles 70 à 72 du règlement (UE) 2023/1542 et à toute autre législation environnementale en vigueur ;
   4° l'installation de traitement autorisée communique les données nécessaires au producteur ou à l'organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs de manière à ce que le producteur ou l'organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs soit en mesure de communiquer les données nécessaires à l'OVAM conformément au présent arrêté.
   Les producteurs ou les organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs mentionnés à l'alinéa 1er établissent un plan opérationnel contenant l'ensemble des éléments suivants :
   1° une description du mode de stockage, de collecte, de traitement et de recyclage des déchets de batteries ;
   2° les mesures incitatives pour augmenter la quantité de déchets de batteries collectés et la quantité de matériaux recyclés.]1

  
Art.3.4.5.13. [1 § 1. Producenten die de verplichtingen op het vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid individueel nakomen en organisaties voor producentenverantwoordelijkheid die zijn aangesteld om die verplichtingen collectief na te komen, bezorgen binnen zes maanden na afloop van het rapportagejaar aan de OVAM of de organisatie die daarvoor is aangewezen, al de volgende informatie voor het verstreken kalenderjaar:
   1° de informatie, vermeld in artikel 75 van verordening (EU) 2023/1542;
   2° voor draagbare batterijen en batterijen voor lichte vervoersmiddelen:
   a) informatie die aantoont:
   1) dat passende maatregelen zijn genomen om de vastgelegde inzamelingsdoelstellingen ten aanzien van afgedankte draagbare batterijen, vermeld in artikel 59, lid 3, eerste alinea, punt a), b), en c), van de voormelde verordening, en de vastgelegde inzamelingsdoelstellingen ten aanzien van afgedankte batterijen voor lichte vervoermiddelen, vermeld in artikel 60, lid 3, eerste alinea, punt a) en b), van de voormelde verordening, te behalen;
   2) dat de berekeningsmethode conform bijlage XI van de voormelde verordening wordt toegepast;
   3) op welke wijze de parameters om het inzamelpercentage te berekenen zijn bepaald;
   b) een gedetailleerde analyse van de resultaten van het onderzoek naar de samenstelling van de ingezamelde stromen gemengd stedelijk afval en afgedankte elektrische en elektronische apparatuur voor het voorgaande kalenderjaar om het aandeel afgedankte draagbare batterijen en afgedankte batterijen voor lichte vervoermiddelen daarin te bepalen, met inbegrip van een analyse van de evolutie van de resultaten over de tijd. Op basis van de resultaten van de analyse kan de OVAM verzoeken om corrigerende maatregelen voor te stellen;
   3° de volgende informatie over de inrichtingen en de wijze waarop de ingezamelde afgedankte batterijen zijn voorbereid voor hergebruik, voorbereid voor herbestemming of gerecycled, opgesplitst per chemische samenstelling en categorie van batterijen:
   a) de hoeveelheid afgedankte batterijen die aan elke vergunde inrichting is geleverd;
   b) de volgende gegevens van de vergunde inrichting die de afgedankte batterijen voor voorbereiding voor hergebruik, voorbereiding voor herbestemming, of recycling heeft ontvangen;
   1) het ondernemingsnummer;
   2) het postnummer en de plaats;
   3) de straatnaam en het nummer;
   4) het land;
   5) het telefoon- en faxnummer;
   6) het e-mailadres;
   7) de voor- en achternaam van een contactpersoon
   c) de hoeveelheid afgedankte batterijen die een proces van voorbereiding voor hergebruik, voorbereiding voor herbestemming of recycling begint te ondergaan;
   d) per recyclageproces:
   1) de gegevens over de recyclingrendementen voor afgedankte batterijen, de materiaalterugwinning uit afgedankte batterijen en de bestemming en de opbrengst van de uiteindelijke outputfracties. De rapportage over de recyclingrendementen en de materiaalterugwinning behelst alle afzonderlijke stappen van de voorbereiding voor recycling, de recycling en alle outputfracties die daarbij geproduceerd worden. De recyclingrendements- en materiaalterugwinningspercentages zijn berekend volgens de berekeningsmethode, vermeld in artikel 71, lid 3 en 4, van de voormelde verordening;
   2) een beschrijving en de hoeveelheid van de te verwijderen afvalstromen, en de plaats van eindverwerking;
   3) een beschrijving van de wijze waarop voldaan wordt aan de voorschriften, vermeld in punt 5 en 6 van bijlage XII, deel A, bij de voormelde verordening;
   e) per proces van voorbereiding voor hergebruik en voorbereiding voor herbestemming:
   1) een beschrijving van het proces;
   2) de hoeveelheid batterijen die na voorbereiding worden hergebruikt of herbestemd;
   3) de hoeveelheid afgedankte batterijen of onderdelen die aan elke vergunde inrichting voor recyclage is geleverd, en per recyclageproces de gegevens, vermeld in punt 4°, d);
   4° als ingezamelde afgedankte batterijen zijn uitgevoerd uit de Europese Unie: de informatie waaruit blijkt dat de verwerking heeft plaatsgevonden onder voorwaarden die gelijkwaardig zijn aan de voorwaarden, vermeld in de voormelde verordening, en in overeenstemming met ander Unierecht over de bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu als vermeld in artikel 72, lid 3 en 4, van de voormelde verordening;
   5° een verslag over de acties voor de preventie, de sensibilisering en de informatieverstrekking, dat aantoont dat voldaan is aan de vereisten, vermeld in artikel 3.4.5.8 en 3.4.5.9 van dit besluit, en artikel 74 van de voormelde verordening;
   6° de belangrijkste ontwikkelingen in het beheer van afgedankte batterijen in het rapportagejaar;
   7° een verslag over de uitvoering van het financieel plan, vermeld in artikel 3.4.5.16, § 7, van dit besluit;
   8° een verslag over de uitvoering van de andere maatregelen uit het beheerplan, vermeld in artikel 3.4.5.6 van dit besluit;
   9° als een organisatie voor producentenverantwoordelijkheid maar een deel van de verplichtingen op het vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid van een producent overneemt, bezorgt de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid, de volgende informatie:
   a) de informatie, vermeld in punt 1° tot en met 9°, die betrekking heeft op de verplichtingen op het vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid die door de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid worden nagekomen;
   b) de informatie, vermeld in punt 1° tot en met 9°, die betrekking heeft op de verplichtingen op het vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid die door de individuele producent worden nagekomen. De informatie wordt aan de OVAM bezorgd op niveau van de individuele producent.
   § 2. De rapportage, vermeld in paragraaf 1, voldoet aan al de volgende voorwaarden:
   1° de cijfergegevens die in het kader van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid aan de OVAM worden verstrekt, worden gevalideerd door een onafhankelijke keuringsinstelling;
   2° producenten die de verplichtingen op het vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid individueel nakomen en organisaties voor producentenverantwoordelijkheid die zijn aangesteld om die verplichtingen collectief na te komen, beoordelen de cijfergegevens van inzamelaars, afvalstoffenhandelaars of -makelaars, inrichtingen voor voorbereiding voor hergebruik, voorbereiding voor herbestemming en verwerkers die in het kader van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid aan de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid of de producent worden geleverd. Als dat nodig is, laten de producenten die de verplichtingen op het vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid individueel nakomen en organisaties voor producentenverantwoordelijkheid die zijn aangesteld om die verplichtingen collectief na te komen, de cijfers valideren door een onafhankelijke keuringsinstelling;
   3° de cijfergegevens over de batterijen die op de markt worden aangeboden, die in het kader van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid door de producenten aan de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid worden verstrekt, worden gevalideerd door een onafhankelijke keuringsinstelling. De organisatie voor producentenverantwoordelijkheid of een door dat organisme aangestelde derde kan die taak overnemen, op voorwaarde dat alle leden minstens een keer om de vijf jaar gecontroleerd worden en de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid over die actie en de resultaten jaarlijks aan de OVAM rapporteert.
   Na goedkeuring van de OVAM kunnen de producenten die de verplichtingen op het vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid individueel nakomen en organisaties voor producentenverantwoordelijkheid die zijn aangesteld om die verplichtingen collectief na te komen, afwijken van de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 3°, als de kwaliteit van de cijfergegevens op een andere manier gegarandeerd kan worden.
   § 3. In de jaarlijkse rapportage wordt ook een kwaliteitsrapport opgenomen dat de elementen vermeld in het tweede lid bevat, en de zelfcontroles en de regelmatige onafhankelijke controles beschrijft. Het kwaliteitsrapport wordt opgesteld op basis van het Europese model en de handleiding die de OVAM publiceert op haar website, of op de website van de organisatie die daarvoor is aangewezen.
   Het kwaliteitsrapport, vermeld in het eerste lid, bevat al de volgende elementen:
   1° de gebruikte informatiebronnen, de methode om informatie te verzamelen en de kwaliteit van de gegevens die zijn gerapporteerd;
   2° het proces om de data te valideren;
   3° informatie over de volledigheid en dekking van de gegevens, en de moeilijkheden bij het verzamelen van de gegevens;
   4° een verklaring voor significante wijzigingen van gerapporteerde gegevens ten opzichte van de vorige rapportagejaren;
   5° een lijst van relevante gegevens- of informatiebronnen, waaronder downloadbare referentiedocumenten.
   § 4. Als de OVAM vaststelt dat de maatregelen die producenten die de verplichtingen op het vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid individueel nakomen, of organisaties voor producentenverantwoordelijkheid die zijn aangesteld om die verplichtingen collectief na te komen, hebben genomen, niet volstaan om de inzamelingsdoelstellingen te behalen, verzoekt de OVAM conform artikel 69, lid 3 tot en met 5, van verordening (EU) 2023/1542, om een ontwerpplan met corrigerende maatregelen voor te leggen die ervoor zorgen dat de inzamelingsdoelstellingen kunnen worden behaald. Het ontwerpplan wordt bij de OVAM ingediend uiterlijk negentig dagen nadat de producenten die de verplichtingen op het vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid individueel nakomen, of organisaties voor producentenverantwoordelijkheid die zijn aangesteld om die verplichtingen collectief na te komen, het verzoek hebben ontvangen.
   De OVAM deelt eventuele opmerkingen op de corrigerende maatregelen mee aan de producent of de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid uiterlijk dertig dagen nadat de OVAM het ontwerpplan, vermeld in het eerste lid, heeft ontvangen. Als de OVAM haar opmerkingen over het ontwerpplan met corrigerende maatregelen meedeelt, stelt de producent of de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid rekening houdend met die opmerkingen uiterlijk dertig dagen nadat ze die opmerkingen heeft ontvangen, een aangepast plan met corrigerende maatregelen op, en voert het plan dienovereenkomstig uit.
   De inhoud van de rapportage, het plan met corrigerende maatregelen en de naleving ervan door de producent of de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid, worden meegenomen in de beoordeling of nog altijd wordt voldaan aan de voorwaarden voor de registratie, vermeld in artikel 55 van verordening (EU) 2023/1542 en, waar van toepassing, de goedkeuring, vermeld in artikel 58 van de voormelde verordening.
   § 5. Als verschillende organisaties voor producentenverantwoordelijkheid voor dezelfde afvalstroom actief zijn, wijzen de betrokken organisaties voor producentenverantwoordelijkheid, op hun kosten, dezelfde onafhankelijke keuringsinstelling aan, om te controleren of de organisaties hun verplichtingen op gecoördineerde wijze nakomen. Als de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid niet tot een gezamenlijke keuze van keuringsinstelling komen, beslist de OVAM, na overleg met de diverse organisaties voor producentenverantwoordelijkheid.
   De controle, vermeld in het eerste lid, bestaat uit al de volgende elementen:
   1° de cijfergegevens van de organisaties, vermeld in het eerste lid, worden gecontroleerd en gecorrigeerd op dubbeltellingen en hiaten;
   2° er wordt gecontroleerd of de activiteiten, vermeld in artikel 59, lid 1, artikel 60, lid 1, en artikel 61, lid 1, van verordening (EU) 2023/1542, het volledige grondgebied dekken.
   § 6. De producenten en de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid bezorgen aan de OVAM alle informatie die de OVAM nuttig acht voor de evaluatie van de doelstellingen, de controle van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid en het waarborgen van de betrouwbaarheid van de gerapporteerde gegevens. Als de partijen dat nodig achten, wordt een systeem uitgewerkt dat confidentialiteit garandeert.
   § 7. De OVAM of de organisatie die door de OVAM daarvoor is aangewezen, stelt een elektronisch systeem en modelformulier ter beschikking waarmee de gegevens conform artikel 3.4.5.13, § 1 tot en met § 5, van dit besluit, worden gerapporteerd.
   Een opsplitsing per chemische samenstelling als vermeld in paragraaf 1, 3°, en artikel 75 van verordening (EU) 2023/1542, bestaat uit een opsplitsing in de volgende soorten batterijen in overeenstemming met het modelformulier:
   1° alkalinebatterijen;
   2° zinkkoolbatterijen;
   3° zilveroxidebatterijen;
   4° zink-luchtbatterijen;
   5° primaire lithiumbatterijen;
   6° nikkel-cadmium-batterijen;
   7° nikkel-metaalhydridebatterijen;
   8° loodbatterijen;
   9° herlaadbare lithiumbatterijen;
   10° andere batterijen;]1

  
Art. 3.4.5.13. [1 § 1er. Les producteurs qui s'acquittent individuellement des obligations de responsabilité élargie des producteurs et les organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs, désignées pour s'acquitter collectivement de ces obligations, transmettent à l'OVAM ou à l'organisation désignée à cet effet, dans les six mois suivant la fin de l'année de référence, l'ensemble des informations suivantes relatives à l'année civile écoulée :
   1° les informations énoncées à l'article 75 du règlement (UE) 2023/1542 ;
   2° pour les batteries portables et les batteries MTL :
   a) des informations démontrant :
   1) que des mesures adéquates ont été prises pour réaliser les objectifs de collecte fixés à l'article 59, paragraphe 3, alinéa 1er, points a), b) et c), du règlement précité pour ce qui est des déchets de batteries portables, et à l'article 60, paragraphe 3, alinéa 1er, points a) et b), du règlement précité pour ce qui est des déchets de batteries MTL ;
   2) que la méthode de calcul est appliquée conformément à l'annexe XI du règlement précité ;
   3) la façon dont les paramètres de calcul du taux de collecte ont été définis ;
   b) une analyse détaillée des résultats de l'enquête de composition portant sur les déchets municipaux en mélange et les flux de déchets d'équipements électriques et électroniques collectés au cours de l'année civile précédente afin de déterminer la part de déchets de batteries portables et de déchets de batteries MTL dans ces déchet, y compris une analyse de l'évolution des résultats au fil du temps. Sur la base des résultats de l'analyse, l'OVAM peut demander de proposer des mesures correctives ;
   3° les informations suivantes au sujet des installations et la façon dont les déchets de batteries collectés ont fait l'objet d'une préparation en vue d'un réemploi, d'une préparation en vue d'une réaffectation ou d'un recyclage, par composition chimique et catégorie de batteries :
   a) la quantité de déchets de batteries déposés dans chaque installation autorisée ;
   b) les données suivantes de l'installation autorisée qui a reçu les déchets de batteries à des fins de préparation en vue du réemploi, de préparation en vue de la réaffectation ou de recyclage ;
   1) le numéro d'entreprise ;
   2) le code postal et la localité ;
   3) la rue et le numéro ;
   4) le pays ;
   5) le numéro de téléphone et de fax ;
   6) l'adresse e-mail ;
   7) les nom et prénom d'une personne de contact
   c) la quantité de déchets de batteries qui ont commencé à être soumis à des processus de préparation en vue du réemploi, de préparation en vue de la réaffectation ou de recyclage ;
   d) par processus de recyclage :
   1) les données sur le rendement de recyclage pour les déchets de batteries, la valorisation des matières provenant des déchets de batteries ainsi que la destination et le rendement des fractions sortantes finales. Les informations sur le rendement de recyclage et la valorisation des matières portent sur toutes les étapes de la préparation en vue du recyclage, le recyclage et sur toutes les fractions sortantes correspondantes. Les taux de rendement de recyclage et de valorisation des matières sont calculés selon la méthode de calcul mentionnée à l'article 71, paragraphes 3 et 4, du règlement précité ;
   2) une description et la quantité des flux de déchets à éliminer et le lieu du traitement final ;
   3) une description de la manière dont les exigences énoncées aux points 5 et 6 de l'annexe XII, partie A, au règlement précité sont respectées ;
   e) par processus de préparation en vue du réemploi et de préparation en vue d'une réaffectation :
   1) une description du processus ;
   2) la quantité de batteries qui, ayant fait l'objet d'une préparation, sont réutilisées ou réaffectées ;
   3) la quantité de déchets de batteries ou de parties de ceux-ci déposés dans chaque installation autorisée à des fins de recyclage et, par processus de recyclage, les données énoncées au point 4°, d) ;
   4° si des déchets de batteries collectés ont été exportés depuis l'Union européenne : les informations attestant que le traitement s'est déroulé dans des conditions équivalentes à celles énoncées dans le règlement précité et conformément à d'autres dispositions du droit de l'Union en matière de santé humaine et de protection de l'environnement, tel que mentionné à l'article 72, paragraphes 3 et 4, du règlement précité ;
   5° un rapport relatif aux actions en matière de prévention, de sensibilisation et de fourniture d'informations démontrant que les exigences énoncées aux articles 3.4.5.8 et 3.4.5.9 du présent arrêté et à l'article 74 du règlement précité ont été respectées ;
   6° les principales évolutions dans la gestion des déchets de batteries au cours de l'année de référence ;
   7° un rapport sur la mise en oeuvre du plan financier mentionné à l'article 3.4.5.16, § 7, du présent arrêté;
   8° un rapport sur la mise en oeuvre des autres mesures du plan de gestion mentionné à l'article 3.4.5.6 du présent arrêté ;
   9° si une organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs n'assume qu'une partie des obligations de responsabilité élargie des producteurs incombant à un producteur, l'organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs transmet les informations suivantes :
   a) les informations, énoncées aux points 1° à 9°, concernant les obligations de responsabilité élargie des producteurs dont s'acquitte l'organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs ;
   b) les informations, énoncées aux points 1° à 9°, concernant les obligations de responsabilité élargie des producteurs dont s'acquitte le producteur individuel. Les informations sont transmises à l'OVAM au niveau du producteur individuel.
   § 2. La communication d'informations visée au paragraphe 1er satisfait à l'ensemble des conditions suivantes :
   1° les données chiffrées fournies à l'OVAM dans le cadre de la responsabilité élargie des producteurs sont validées par un organisme de contrôle indépendant ;
   2° Les producteurs qui s'acquittent individuellement des obligations de responsabilité élargie des producteurs et les organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs, désignées pour s'acquitter collectivement de ces obligations, évaluent les données chiffrées des collecteurs, des négociants ou courtiers en déchets, des installations de préparation en vue du réemploi, de préparation en vue d'une réaffectation et des opérateurs de traitement qui sont fournies à l'organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs ou au producteur dans le cadre de la responsabilité élargie des producteurs. Au besoin, les producteurs qui s'acquittent individuellement des obligations de responsabilité élargie des producteurs et les organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs, désignées pour s'acquitter collectivement de ces obligations, font valider les chiffres par un organisme de contrôle indépendant ;
   3° les données chiffrées relatives aux batteries mises à disposition sur le marché, que les producteurs fournissent à l'organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs dans le cadre de la responsabilité élargie des producteurs, sont validées par un organisme de contrôle indépendant. L'organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs ou un tiers désigné par cet organisme peut se charger de cette tâche à condition que tous les membres soient contrôlés au moins une fois tous les cinq ans et que l'organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs rende compte de cette action et des résultats à l'OVAM chaque année.
   Après approbation de l'OVAM, les producteurs qui s'acquittent individuellement des obligations de responsabilité élargie des producteurs et les organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs, désignées pour s'acquitter collectivement de ces obligations, peuvent déroger aux conditions énoncées à l'alinéa 1er, 1° à 3°, si la qualité des données chiffrées peut être garantie d'une autre manière.
   § 3. La communication annuelle d'informations comporte également un rapport sur la qualité qui contient les éléments énoncés à l'alinéa 2 et décrit les autocontrôles et les contrôles indépendants réguliers. Le rapport sur la qualité est rédigé sur la base du modèle européen et du manuel publié par l'OVAM sur son site web ou sur le site web de l'organisation désignée à cet effet.
   Le rapport sur la qualité mentionné à l'alinéa 1er contient l'ensemble des éléments suivants :
   1° les sources d'information utilisées, la méthode de collecte des informations et la qualité des données communiquées ;
   2° le processus de validation des données ;
   3° des informations sur l'exhaustivité et la couverture des données et les difficultés associées à la collecte des données ;
   4° une explication des modifications significatives des données communiquées par rapport aux années de référence précédentes ;
   5° une liste des sources de données ou d'informations pertinentes, dont des documents de référence téléchargeables.
   § 4. Si l'OVAM constate que les mesures prises par les producteurs qui s'acquittent individuellement des obligations de responsabilité élargie des producteurs ou par les organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs, désignées pour s'acquitter collectivement de ces obligations, ne suffisent pas pour réaliser les objectifs de collecte, l'OVAM demande, en vertu de l'article 69, paragraphes 3 à 5, du règlement (UE) 2023/1542, de présenter un projet de plan d'action correctif permettant d'atteindre les objectifs de collecte. Le projet de plan est introduit auprès de l'OVAM au plus tard nonante jours à compter de la réception de la demande par les producteurs qui s'acquittent individuellement des obligations de responsabilité élargie des producteurs ou les organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs, désignées pour s'acquitter collectivement de ces obligations.
   L'OVAM communique des observations éventuelles sur les mesures correctives au producteur ou à l'organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs au plus tard trente jours à compter de la réception par l'OVAM du projet de plan mentionné à l'alinéa 1er. Si l'OVAM communique ses observations sur le projet de plan d'action correctif, le producteur ou l'organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs élabore, au plus tard trente jours à compter de la réception de ces observations, un plan d'action correctif adapté en tenant compte de ces observations et le met en oeuvre en conséquence.
   Le contenu de la communication d'informations, du plan d'action correctif et le respect de ce plan par le producteur ou l'organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs sont pris en compte pour évaluer si les conditions relatives à l'enregistrement énoncées à l'article 55 du règlement (UE) 2023/1542 et, le cas échéant, celles relatives à l'autorisation énoncées à l'article 58 du règlement précité continuent d'être remplies.
   § 5. Si plusieurs organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs sont actives pour le même flux de déchets, les organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs concernées désignent, à leur frais, le même organisme de contrôle indépendant pour vérifier si les organisations s'acquittent de leurs obligations de manière coordonnée. Si les organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs ne parviennent pas un choix commun quant à l'organisme de contrôle, l'OVAM décide après concertation avec les diverses organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs.
   Le contrôle mentionné à l'alinéa 1er comprend tous les éléments suivants ::
   1° les données chiffrées des organisations mentionnées à l'alinéa 1er sont contrôlées afin de déceler les doubles comptages et omissions et sont corrigées ;
   2° on vérifie si les activités mentionnées à l'article 59, paragraphe 1er, à l'article 60, paragraphe 1er, et à l'article 61, paragraphe 1er, du règlement (UE) 2023/1542 couvrent l'ensemble du territoire.
   § 6. Les producteurs et les organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs transmettent à l'OVAM toutes les informations que l'OVAM juge utiles pour évaluer les objectifs, contrôler la responsabilité élargie des producteurs et garantir la fiabilité des données communiquées. Si les parties le jugent nécessaire, un système visant à garantir la confidentialité est mis en place.
   § 7. L'OVAM ou l'organisation désignée à cet effet par l'OVAM met à disposition un système électronique et un formulaire type au moyen desquels les données sont communiquées conformément à l'article 3.4.5.13, §§ 1er à 5, du présent arrêté.
   Une ventilation par composition chimique telle que mentionnée dans le paragraphe 1er, 3°, et à l'article 75 du règlement (UE) 2023/1542 consiste en une ventilation selon les types de batteries suivants conformément au formulaire type :
   1° batteries alcalines ;
   2° batteries au carbone zinc ;
   3° batteries à l'oxyde d'argent ;
   4° batteries zinc-air ;
   5° batteries au lithium primaires ;
   6° batteries au nickel-cadmium ;
   7° batteries au nickel-métal-hydrure ;
   8° batteries au plomb ;
   9° batteries au lithium rechargeables ;
   10° autres batteries.]1

  
Art.3.4.5.14. [1 § 1. Conform artikel 57, lid 8, van verordening (EU) 2023/1542, worden afvalverwerkers geselecteerd via een niet-discriminerende selectieprocedure op basis van transparante gunningscriteria. Producenten of organisaties voor producentenverantwoordelijkheid voeren die selectie uit.
   § 2. De overeenkomsten voor inzameling en verwerking van afgedankte batterijen die zijn ingezameld binnen het terugname- en inzamelingssysteem die is ingesteld door de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid, worden toegewezen op basis van een model van lastenboeken en een model van procedure voor toewijzing van de markten.
   Het model van lastenboek en het model van procedure voor toewijzing van de markten worden door de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid opgesteld en goedgekeurd door de OVAM. Elke wijziging in het model van lastenboek en in de procedure voor toewijzing van de markten wordt voorafgaandelijk goedgekeurd door de OVAM.
   In het model van lastenboek voor verwerking krijgen de criteria voor milieu-performantie samen minstens een gewicht van 30%.
   De procedure voor toewijzing van de markten waarborgt al de volgende elementen:
   1° voldoende publiciteit van de oproep tot kandidaten;
   2° gelijke behandeling van kandidaten;
   3° transparantie;
   4° respecteren van de mededingingsregels en van de toepasselijke milieuwetgeving.
   § 3. De organisatie voor producentenverantwoordelijkheid legt de kandidaat- inzamelaars vooraf ter goedkeuring voor aan de OVAM, waarbij de OVAM nagaat of die kandidaten voldoen aan de milieureglementering.
   De organisatie voor producentenverantwoordelijkheid bezorgt aan de OVAM voor elke geselecteerde kandidaat-recycler een kopie van de documentatie over de recyclingrendements- en materiaalterugwinningspercentages, die is opgesteld volgens het model die de Europese Commissie heeft vastgesteld, en als dat van toepassing is, minstens ook gevalideerd is door de bevoegde overheid.
   Als de documentatie, vermeld in het tweede lid, niet in overeenstemming is met de vereisten, vermeld in artikel 71 van verordening (EU) 2023/1542, en het behalen van de doelstellingen voor recyclingrendement en materiaalterugwinning niet is aangetoond, beschikt de OVAM over maximaal vier weken nadat ze de documentatie, vermeld in het tweede lid, heeft ontvangen om een kandidaat-recycler af te keuren.
   De organisatie voor producentenverantwoordelijkheid wijst alleen overeenkomsten toe aan kandidaten die voldoen aan al de volgende voorwaarden:
   1° ze beschikken over alle administratieve toelatingen om de diensten in kwestie te leveren, in overeenstemming met de milieureglementering;
   2° de OVAM heeft hun kandidatuur niet afgekeurd.
   Een verslag over de toewijzingsprocedure en de gemotiveerde keuze van de afvalverwerkers wordt aan de OVAM voorgelegd voor advies. De OVAM heeft het recht om bijkomende vragen te stellen. De OVAM gaat na of de procedure die is opgenomen in het lastenboek, vermeld in paragraaf 2, is gerespecteerd en controleert of de kandidaten gelijk zijn behandeld.
   § 4. Een overeenkomst tussen de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid en de afvalverwerkers wordt toegewezen voor een maximale duur van vijf jaar.
   Als de uitvoering van een overeenkomst investeringen met zich meebrengt die aanleiding geven tot de creatie van nieuwe markten of tot de verbetering van recyclingtechnieken, kan de duur van de overeenkomst gelijkgesteld worden aan de afschrijvingsperiode.
   § 5. Paragraaf 2 tot en met 4 zijn voor de volgende gevallen niet van toepassing:
   1° voor de toewijzing van overeenkomsten door de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid, waarvan de waarde voor de initiële periode van de toewijzing het bedrag van 140.000 euro, exclusief btw, niet overschrijdt;
   2° in specifieke omstandigheden die gemotiveerd worden door de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid, en na goedkeuring van de OVAM;
   3° voor overeenkomsten die zijn gesloten door de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid op verzoek van individuele producenten, voor de inzameling en recyclage van afgedankte batterijen afkomstig van terugname- en inzamelingssystemen van die individuele producenten.
   Bij toewijzing van een overeenkomst voor de verwerking van afgedankte batterijen in de gevallen, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, wordt de gemotiveerde keuze van de afvalverwerker en de vooropgestelde duur van het contract aan de OVAM voorgelegd voor goedkeuring. De motivatie bevat minimaal een kopie van de documentatie over de recyclingrendements- en materiaalterugwinningspercentages volgens het model dat de Europese Commissie heeft vastgesteld, en als dat van toepassing is, minstens gevalideerd is door de bevoegde overheid.
   Als de documentatie, vermeld in het tweede lid, niet in overeenstemming is met de vereisten, vermeld in artikel 71 van verordening (EU) 2023/1542, en het behalen van de doelstellingen voor recyclingrendement en materiaalterugwinning niet is aangetoond, beschikt de OVAM over maximaal vier weken nadat ze de documentatie, vermeld in het tweede lid, heeft ontvangen, om een kandidaat-recycler af te keuren.
   § 6. De OVAM wordt geïnformeerd over elke wijziging in een recyclageproces, na de toewijzing van de overeenkomsten, die invloed kan hebben op de recyclingrendements- en materiaalterugwinningspercentages.]1

  
Art. 3.4.5.14. [1 § 1er. Conformément à l'article 57, paragraphe 8, du règlement (UE) 2023/1542, les opérateurs de gestion des déchets sont soumis à une procédure de sélection non discriminatoire sur la base de critères d'attribution transparents. Les producteurs ou les organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs réalisent cette sélection.
   § 2. Les contrats de collecte et de traitement des déchets de batteries collectés dans le système de reprise et de collecte mis en place par l'organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs sont attribués sur la base d'un cahier des charges type et d'une procédure type d'attribution des marchés.
   Le cahier des charges type et la procédure type d'attribution des marchés sont élaborés par l'organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs et approuvés par l'OVAM. Toute modification du cahier des charges type et de la procédure d'attribution des marchés est préalablement approuvée par l'OVAM.
   Dans le cahier des charges type pour le traitement, les critères de performance environnementale se voient attribuer conjointement un poids de 30 % minimum.
   La procédure d'attribution des marchés garantit l'ensemble des éléments suivants ::
   1° une publicité suffisante de l'appel à candidats ;
   2° l'égalité de traitement des candidats ;
   3° la transparence ;
   4° le respect des règles de concurrence et de la législation environnementale applicable.
   § 3. L'organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs soumet au préalable les candidats collecteurs à l'approbation de l'OVAM, l'OVAM vérifiant si les candidats satisfont à la réglementation environnementale.
   L'organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs transmet à l'OVAM, pour chaque candidat recycleur, une copie de la documentation sur les taux de rendement de recyclage et de valorisation des matières, rédigée dans le format établi par la Commission européenne et, le cas échéant, au moins validée également par l'autorité compétente.
   Si la documentation mentionnée à l'alinéa 2 n'est pas conforme aux exigences énoncées à l'article 71 du règlement (UE) 2023/1542 et que la réalisation des objectifs de rendement de recyclage et de valorisation des matières n'a pas été démontrée, l'OVAM dispose de quatre semaines maximum à compter de la réception de la documentation mentionnée à l'alinéa 2 pour rejeter un candidat recycleur.
   L'organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs n'attribue des contrats qu'aux candidats qui remplissent l'ensemble des conditions suivantes :
   1° ils disposent de toutes les autorisations administratives pour fournir les services en question conformément à la réglementation environnementale ;
   2° l'OVAM n'a pas rejeté leur candidature.
   Un rapport sur la procédure d'attribution et le choix motivé des opérateurs de gestion des déchets est soumis à l'OVAM pour avis. L'OVAM a le droit de poser des questions supplémentaires. L'OVAM vérifie si la procédure figurant dans le cahier des charges mentionné dans le paragraphe 2 a été respectée et s'assure de l'égalité de traitement des candidats.
   § 4. Un contrat entre l'organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs et les opérateurs de gestion des déchets est attribué pour une durée maximale de cinq ans.
   Si l'exécution d'un contrat s'accompagne d'investissements donnant lieu à la création de nouveaux marchés et à l'amélioration des techniques de recyclage, la durée du contrat peut être assimilée à la période d'amortissement.
   § 5. Les paragraphes 2 à 4 ne s'appliquent pas dans les cas suivants :
   1° attribution de contrats par les organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs, dont la valeur pour la période initiale de l'attribution n'excède pas 140.000 euros, hors T.V.A. ;
   2° circonstances spécifiques motivées par l'organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs et après approbation de l'OVAM ;
   3° contrats conclus par les organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs à la demande de producteurs individuels en vue de la collecte et du recyclage de déchets de batteries provenant des systèmes de reprise et de collecte de ces producteurs individuels.
   En cas d'attribution d'un contrat de traitement des déchets de batteries dans les cas mentionnés à l'alinéa 1er, 1° et 2°, le choix motivé de l'opérateur de gestion des déchets et la durée préconisée du contrat sont soumis à l'approbation de l'OVAM. La motivation contient au minimum une copie de la documentation sur les taux de rendement de recyclage et de valorisation des matières dans le format établi par la Commission européenne et, le cas échéant, au moins validée par l'autorité compétente.
   Si la documentation mentionnée à l'alinéa 2 n'est pas conforme aux exigences énoncées à l'article 71 du règlement (UE) 2023/1542 et que la réalisation des objectifs de rendement de recyclage et de valorisation des matières n'a pas été démontrée, l'OVAM dispose de quatre semaines maximum à compter de la réception de la documentation mentionnée à l'alinéa 2 pour rejeter un candidat recycleur.
   § 6. L'OVAM est informée de toute modification d'un processus de recyclage postérieure à l'attribution des contrats, qui est susceptible d'impacter les taux de rendement de recyclage et de valorisation des matières.]1

  
Art.3.4.5.15. [1 § 1. Waar in artikel 3.4.5.6 tot en met 3.4.5.16 de goedkeuring van de OVAM vereist is, keurt de OVAM binnen dertig dagen, vanaf de datum waarop de OVAM de documenten of informatie heeft ontvangen, de documenten of informatie, al dan niet goed.
   Als de OVAM om aanvullende informatie verzoekt, kan de termijn, vermeld in het eerste lid, maximaal met dertig dagen worden verlengd. De verlenging gaat in vanaf de datum waarop de OVAM alle opgevraagde informatie heeft ontvangen. Als de OVAM de documenten afkeurt, wordt een aangepast voorstel voor goedkeuring voorgelegd aan de OVAM. Een voorstel kan maar worden uitgevoerd na goedkeuring van de OVAM.
   § 2. In afwijking van paragraaf 1:
   1° wordt de modelovereenkomst conform artikel 3.4.5.11, § 3, voor advies aan de OVAM voorgelegd;
   2° wordt het verslag over de toewijzingsprocedure en de gemotiveerde keuze van de afvalverwerkers conform artikel 3.4.5.14, § 3, vijfde lid, voor advies aan de OVAM voorgelegd;
   3° wordt het financieel plan conform artikel 3.4.5.16, § 8, voor advies aan de OVAM voorgelegd;
   4° wordt het model toetredingsovereenkomst conform paragraaf 5 voor advies aan de OVAM voorgelegd.
   De OVAM geeft binnen dertig dagen vanaf de datum waarop de OVAM de documenten heeft ontvangen het advies, vermeld in het eerste lid.
   Als geen advies gegeven wordt binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, wordt de OVAM geacht een gunstig advies te hebben gegeven. Als de OVAM om aanvullende informatie verzoekt, kan de termijn, vermeld in het tweede lid, maximaal met dertig dagen worden verlengd. De verlenging gaat in vanaf de datum waarop de OVAM alle opgevraagde informatie heeft ontvangen.
   § 3. Een vertegenwoordiger van de OVAM wordt in de hoedanigheid van permanente waarnemer zonder stemrecht uitgenodigd voor alle vergaderingen van het bestuursorgaan van de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid, en ook voor de algemene vergaderingen.
   De OVAM krijgt tijdig een uitnodiging om deel te nemen aan de vergaderingen, vermeld in het eerste lid, en ze ontvangt de notulen van die vergaderingen na afloop ervan.
   § 4. Als producenten conform artikel 57, lid 1, van verordening (EU) 2023/1542 een organisatie voor producentenverantwoordelijkheid aanstellen om namens hen de verplichtingen op het vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid na te komen, wordt tussen de producent en de organisatie een toetredingsovereenkomst getekend.
   Het model toetredingsovereenkomst garandeert uitsluiting van discriminatie of verstoring van de vrije mededinging tussen producenten, en wordt ter advies voorgelegd aan de OVAM.
   De organisatie voor producentenverantwoordelijkheid mag alleen producenten weigeren als er ernstige redenen zijn. Elke weigering wordt gemotiveerd. De redenen voor de weigering worden voorafgaandelijk door de OVAM goedgekeurd. De lijst van de geweigerde producenten wordt jaarlijks aan de OVAM meegedeeld of online ter beschikking gesteld.]1

  
Art. 3.4.5.15. [1 § 1er. Là où les articles 3.4.5.6 à 3.4.5.16 requièrent l'approbation de l'OVAM, l'OVAM approuve ou rejette les documents ou informations dans les trente jours à compter de la date à laquelle elle les a reçus.
   Si l'OVAM demande des informations complémentaires, le délai mentionné à l'alinéa 1er peut être prolongé de trente jours maximum. La prolongation commence à courir à partir de la date à laquelle l'OVAM a reçu toutes les informations demandées. Si l'OVAM rejette les documents, une proposition adaptée est soumise à l'approbation de l'OVAM. Une proposition ne peut être mise en oeuvre qu'après approbation de l'OVAM.
   § 2. Par dérogation au paragraphe 1er :
   1° le contrat type est soumis à l'OVAM pour avis conformément à l'article 3.4.5.11, § 3 ;
   2° le rapport sur la procédure d'attribution et le choix motivé des opérateurs de gestion des déchets est soumis à l'OVAM pour avis conformément à l'article 3.4.5.14, § 3, alinéa 5 ;
   3° le plan financier est soumis à l'OVAM pour avis conformément à l'article 3.4.5.16, § 8 ;
   4° la convention d'adhésion type est soumise à l'OVAM pour avis conformément au paragraphe 5.
   L'OVAM rend l'avis mentionné à l'alinéa 1er dans les trente jours à compter de la date à laquelle elle a reçu les documents.
   Si aucun avis n'a été rendu dans le délai mentionné à l'alinéa 2, l'OVAM est réputée avoir rendu un avis favorable. Si l'OVAM demande des informations complémentaires, le délai mentionné à l'alinéa 2 peut être prolongé de trente jours maximum. La prolongation commence à courir à partir de la date à laquelle l'OVAM a reçu toutes les informations demandées.
   § 3. Un représentant de l'OVAM est invité en qualité d'observateur permanent sans droit de vote à toutes les réunions de l'organe d'administration de l'organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs ainsi qu'aux assemblées générales.
   L'OVAM reçoit, en temps utile, une invitation pour prendre part aux réunions mentionnées à l'alinéa 1er et elle reçoit les procès-verbaux de ces réunions à l'issue de celles-ci.
   § 4. Si des producteurs désignent, en vertu de l'article 57, paragraphe 1er, du règlement (UE) 2023/1542, une organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs pour s'acquitter pour leur compte des obligations de responsabilité élargie des producteurs, une convention d'adhésion est signée entre le producteur et l'organisation.
   La convention d'adhésion type garantit l'exclusion de toute discrimination ou de toute distorsion de la libre concurrence entre les producteurs et est soumise à l'avis de l'OVAM.
   L'organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs ne peut refuser des producteurs que pour des motifs sérieux. Tout refus est motivé. Les motifs du refus sont préalablement approuvés par l'OVAM. La liste des producteurs refusés est communiquée chaque année à l'OVAM ou est mise à disposition en ligne.]1

  
Art.3.4.5.16. [1 § 1. Producenten hebben een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor de batterijen die ze voor het eerst op de markt aanbieden, en dragen de kosten, vermeld in artikel 56 van verordening (EU) 2023/1542. Die kosten worden afzonderlijk aan de eindgebruiker aangegeven bij het verkooppunt waar een nieuwe batterij wordt verkocht.
   De financiële bijdrage wordt gedifferentieerd conform artikel 57, lid 2, van de voormelde verordening. De constitutieve elementen voor de bepaling en voor de herziening van de financiële bijdrage worden aan de OVAM ter goedkeuring voorgelegd. Het bedrag van de financiële bijdragen is jaarlijks herzienbaar.
   De bepaling van het bedrag van de financiële bijdrage, vermeld in het tweede lid, maakt deel uit van het financieel plan, vermeld in paragraaf 7.
   De financiële bijdrage, vermeld in het tweede lid, met vermelding van de bedragen wordt apart vermeld op de factuur tussen professionelen bij de verkoop van batterijen. De OVAM kan hiervan afwijken op basis van een gemotiveerd verzoek van de producent in geval van individuele nakoming van de verplichtingen op het vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, of op basis van een gemotiveerd verzoek van de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid in geval van collectieve nakoming van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.
   § 2. Als batterijen worden voorbereid voor hergebruik, als batterijen worden voorbereid voor herbestemming, als batterijen worden herbestemd of geherfabriceerd, maakt het kostendelingsmechanisme, vermeld in artikel 56, lid 5, van verordening (EU) 2023/1542, onderdeel uit van het financieel plan, vermeld in paragraaf 7, van de producenten van de oorspronkelijke batterijen en van de producenten van de batterijen die als gevolg van die handelingen op de markt worden aangeboden.
   § 3. Conform artikel 56, lid 4, d), van verordening (EU) 2023/1542 staan de producenten in voor de financiering van de kosten van het elektronische systeem waarlangs de gegevens worden gerapporteerd aan de OVAM overeenkomstig artikel 75, lid 8, van de voormelde verordening.
   De kosten, vermeld in het eerste lid, worden pro rata verdeeld tussen de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid die de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor batterijen uitvoeren, volgens een verdeelsleutel die de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid in gemeenschappelijk overleg vaststellen en die ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de OVAM.
   De financiering, vermeld in het eerste lid, heeft ook betrekking op:
   1° de hosting en het onderhoud van de website en het elektronische systeem, vermeld in het eerste lid;
   2° een hulplijn die toegankelijk is voor alle actoren in de batterij-keten en de OVAM.
   In geval van individuele nakoming van de verplichtingen op het vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid betalen de producenten een vergoeding die in verhouding is met de hoeveelheden batterijen die op de markt zijn aangeboden.
   De organisaties voor producentenverantwoordelijkheid verlenen medewerking aan de ontwikkeling en de modaliteit van het elektronische systeem, vermeld in het eerste lid, in overleg met de andere actoren in de batterij-keten voor het verzamelen van de gegevens, vermeld in artikel 3.4.5.13 van dit besluit, en artikel 75 van verordening (EU) 2023/1542.
   De modaliteiten van het elektronische systeem, vermeld in het eerste lid, houden rekening met de confidentialiteit van de informatie. De toezichthouders en de onafhankelijke keuringsinstellingen hebben toegang tot het systeem in het kader van de validatie van die informatie. Ook iedereen die moet rapporteren conform artikel 75 van verordening (EU) 2023/1542, heeft toegang tot de eigen gegevens.
   § 4. Producenten, in geval van individuele nakoming van de verplichtingen op het vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, en organisaties voor producentenverantwoordelijkheid, in geval van collectieve nakoming van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, bieden een garantie ter dekking van de kosten in verband met afvalbeheeractiviteiten die door de producent of de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid verschuldigd zijn in geval van niet-naleving van de verplichtingen op het vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, onder meer in geval van definitieve stopzetting van hun activiteiten of insolventie als vermeld in artikel 58, lid 7, van verordening (EU) 2023/1542.
   De garantie, vermeld in het eerste lid, kan een van de volgende vormen aannemen:
   1° een collectieve garantie die een van de volgende vormen aanneemt:
   a) de producent kan een organisatie voor producentenverantwoordelijkheid aanstellen om namens hem alle verplichtingen op het vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid na te komen, waarbij hij een financiële bijdrage betaalt op het moment dat hij de batterijen voor het eerst op de markt aanbiedt als vermeld in paragraaf 1. De financiële bijdrage beoogt in dat geval alle kosten te dekken die verbonden zijn aan de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. De betaling van de financiële bijdrage geldt in dat geval als de garantie voor de producent. De garantie van de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid kan in dat geval de vorm aannemen van specifieke voorzieningen of een voldoende reserve in verhouding tot het risico, vermeld in deze paragraaf;
   b) de deelname van de producent aan een garantiefonds dat wordt beheerd door een organisatie voor producentenverantwoordelijkheid;
   2° een individuele garantie die een van de volgende vormen aanneemt:
   a) een individuele garantie, namelijk een verpande rekening, een bankgarantie op eerste verzoek of een verzekering, op naam en ten laste van de individuele producent, en de OVAM als begunstigde, die ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de OVAM en die minstens de toekomstige nettokosten dekt die voortvloeien uit de afvalbeheeractiviteiten in geval van niet-naleving van de verplichtingen op het vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, onder meer in geval van definitieve stopzetting van de activiteiten of insolventie;
   b) een individuele garantie, namelijk een verpande rekening, een bankgarantie op eerste verzoek of een verzekering, op naam en ten laste van de individuele producent, en de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid als begunstigde, en die minstens de toekomstige nettokosten dekt die voortvloeien uit de afvalbeheeractiviteiten in geval van niet-naleving van de verplichtingen op het vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, onder meer in geval van definitieve stopzetting van de activiteiten of insolventie.
   Als een producent een organisatie voor producentenverantwoordelijkheid heeft aangesteld om namens hem een deel van de verplichtingen op het vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid na te komen, dan stelt de producent een individuele garantie als vermeld in het tweede lid, 2°, b), met de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid als begunstigde.
   Gelijkwaardige alternatieve waarborgen kunnen ter goedkeuring voorgelegd worden aan de OVAM.
   Een garantiefonds als vermeld in het tweede lid, 1°, b), beantwoordt aan al de volgende criteria:
   1° het garantiefonds wordt beheerd door een organisatie voor producentenverantwoordelijkheid of verschillende organisaties voor producentenverantwoordelijkheid;
   2° de hoogte van het bedrag van de waarborg per kilogram op de markt aangeboden batterij, per categorie, en als dat van toepassing is per chemische samenstelling, wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de OVAM, rekening houdend met:
   a) de levensduur;
   b) de duurzaamheid van de materialen;
   c) de garanties die door de producenten worden gegeven;
   d) de hoeveelheden die op de markt worden aangeboden;
   e) een risico-analyse;
   f) de vermoedelijke toekomstige kosten of opbrengsten voor inzameling, verwerking en recycling;
   3° de betaling van de bijdrage, vermeld in punt 2°, werkt niet bevrijdend ten aanzien van de financiële en operationele verantwoordelijkheden van de betrokken producent.
   § 5. Voor de batterijen waarbij is geopteerd voor een garantie als vermeld in paragraaf 4, tweede lid, 1°, b), zijn de volgende bepalingen van toepassing:
   1° de kosten verbonden aan het beheer van afgedankte batterijen waarvan de producent niet meer bestaat, worden gedekt door de garantiefondsen, vermeld in paragraaf 4, tweede lid, 1°, b), in verhouding tot de waarborgen die al zijn geïnd voor de batterijen van dezelfde productcategorie;
   2° de kosten verbonden aan het beheer van afgedankte batterijen waarvan de producent niet geïdentificeerd kan worden, worden gedekt door de garantiefondsen, vermeld in paragraaf 4, tweede lid, 1°, b), en door de producenten die een individuele waarborg hebben gesteld, naar evenredigheid van hun marktaandeel voor de productcategorieën van batterijen in kwestie;
   3° als de opgebouwde waarborgen in de garantiefondsen ontoereikend zouden zijn voor de dekking van de kosten, berust de verantwoordelijkheid voor de financiering van de niet-gedekte kosten bij de producenten die een individuele waarborg hebben gesteld en bij de verschillende garantiefondsen waaraan alle producenten die hun waarborg stellen door deelname aan een garantiefonds en die op de markt aanwezig zijn op het tijdstip waarop de kosten ontstaan, bijdragen naar evenredigheid van hun marktaandeel voor de productcategorieën van batterijen in kwestie.
   De bedrijfsrevisor van de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid controleert of de bepalingen, vermeld in het eerste lid, worden nageleefd en maakt daarover een attest op.
   § 6. Voor bepaalde batterijen met loodsamenstelling kan de OVAM beslissen dat er geen garantie moet worden gesteld, op voorwaarde dat er geen aanwijzingen zijn dat de toekomstige nettokosten die voortvloeien uit de inzameling, verwerking en recycling van die batterijen die de producent op de markt heeft aangeboden, niet gedekt zullen zijn.
   § 7. De producenten, in geval van individuele nakoming van de verplichtingen op het vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, en de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid in geval van collectieve nakoming van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, stellen een financieel plan op. Het financieel plan toont aan dat de producenten of organisaties voor producentenverantwoordelijkheid over de nodige financiële middelen beschikken om aan hun verplichtingen op het vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid te voldoen. Dat financieel plan bevat de volgende elementen:
   1° een begroting voor een minimale duur van vijf jaar;
   2° een berekening van de financiële bijdragen en de wijze waarop de inning gebeurt;
   3° de financiering van de eventuele verliezen;
   4° de wijze van financiering van afgedankte batterijen waarvan de producent niet meer actief is of niet meer geïdentificeerd kan worden;
   5° het beleid rond provisies en reserves;
   6° het beleggingsbeleid;
   7° de nodige maatregelen overeenkomstig dit artikel waaronder de garantieregeling, vermeld in paragraaf 4;
   8° een beschrijving van het adequate mechanisme voor zelfcontrole, ondersteund door regelmatige onafhankelijke controles, om het financiële beheer van de producent of organisatie te beoordelen.
   § 8. Het financieel plan, vermeld in paragraaf 7, wordt jaarlijks tegen uiterlijk 1 december voor advies voorgelegd aan de OVAM. Bijkomende informatie kan op gemotiveerde grondslag opgevraagd worden door de OVAM.]1

  
Art. 3.4.5.16. [1 § 1er. Les producteurs sont soumis à la responsabilité élargie des producteurs pour les batteries qu'ils mettent à disposition sur le marché pour la première fois et supportent les coûts énoncés à l'article 56 du règlement (UE) 2023/1542. Ces coûts sont communiqués séparément à l'utilisateur final au point de vente d'une batterie neuve.
   La contribution financière est modulée conformément à l'article 57, paragraphe 2, du règlement précité. Les éléments constitutifs de la détermination et de la révision de la contribution financière sont soumis à l'approbation de l'OVAM. Le montant des contributions financières est révisable annuellement.
   La détermination du montant de la contribution financière mentionnée à l'alinéa 2 fait partie du plan financier mentionné dans le paragraphe 7.
   La contribution financière mentionnée à l'alinéa 2, avec indication des montants, est mentionnée séparément sur la facture entre les professionnels lors de la vente de batteries. L'OVAM peut y déroger à la demande motivée du producteur, en cas d'exécution individuelle des obligations de responsabilité élargie des producteurs, ou à la demande motivée de l'organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs, en cas d'exécution collective des obligations de responsabilité élargie des producteurs.
   § 2. Si des batteries font l'objet d'une préparation en vue d'un réemploi, d'une préparation en vue d'une réaffectation, d'une réaffectation ou d'un remanufacturage, le mécanisme de partage des coûts, mentionné à l'article 56, paragraphe 5, du règlement (UE) 2023/1542, fait partie du plan financier, mentionné dans le paragraphe 7, des producteurs des batteries d'origine et des producteurs de batteries qui sont mises à disposition sur le marché à l'issue de ces opérations.
   § 3. Conformément à l'article 56, paragraphe 4, d), du règlement (UE) 2023/1542, les producteurs assurent le financement des coûts liés au système électronique par lequel les données sont communiquées à l'OVAM conformément à l'article 75, paragraphe 8, du règlement précité.
   Les coûts mentionnés à l'alinéa 1er sont répartis au prorata entre les organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs, qui mettent en oeuvre la responsabilité élargie des producteurs pour les batteries, selon une clé de répartition fixée de commun accord par les organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs et soumise à l'approbation de l'OVAM.
   Le financement mentionné à l'alinéa 1er couvre également :
   1° l'hébergement et la maintenance du site web et du système électronique mentionné à l'alinéa 1er ;
   2° une ligne d'assistance accessible à tous les acteurs de la chaîne des batteries et à l'OVAM.
   En cas d'exécution individuelle des obligations de responsabilité élargie des producteurs, les producteurs paient une indemnité proportionnelle aux quantités de batteries mises à disposition sur le marché.
   Les organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs coopèrent au développement et aux modalités du système électronique mentionné à l'alinéa 1er en concertation avec les autres acteurs de la chaîne des batteries en vue de la collecte des données mentionnées à l'article 3.4.5.13 du présent arrêté et à l'article 75 du règlement (UE) 2023/1542.
   Les modalités du système électronique mentionné à l'alinéa 1er tiennent compte de la confidentialité des informations. Les autorités de contrôle et les organismes de contrôle indépendants ont accès au système dans le cadre de la validation de ces informations. De même, quiconque doit communiquer des informations conformément à l'article 75 du règlement (UE) 2023/1542 a accès à ses propres données.
   § 4. Les producteurs, en cas d'exécution individuelle des obligations de responsabilité élargie des producteurs, et les organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs, en cas d'exécution collective des obligations de responsabilité élargie des producteurs, fournissent une garantie destinée à couvrir les coûts liés aux opérations de gestion des déchets dus par le producteur ou par l'organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs en cas de non-respect des obligations de responsabilité élargie des producteurs, y compris en cas d'arrêt définitif de leurs activités ou en cas d'insolvabilité tel que mentionné à l'article 58, paragraphe 7, du règlement (UE) 2023/1542.
   La garantie mentionnée à l'alinéa 1er peut revêtir l'une des formes suivantes :
   1° une garantie collective qui revêt l'une des formes suivantes :
   a) le producteur peut désigner une organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs pour s'acquitter pour son compte de toutes les obligations de responsabilité élargie des producteurs, auquel cas il paie une contribution au moment où il met des batteries à disposition sur le marché pour la première fois tel que mentionné dans le paragraphe 1er. Dans ce cas, la contribution financière vise à couvrir tous les coûts liés à la responsabilité élargie des producteurs. Le paiement de la contribution financière est alors considéré comme la garantie du producteur. La garantie de l'organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs peut, dans ce cas, revêtir la forme de provisions spécifiques ou d'une réserve suffisante par rapport au risque mentionné dans le présent paragraphe ;
   b) la participation du producteur à un fonds de garantie géré par une organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs ;
   2° une garantie individuelle qui revêt l'une des formes suivantes :
   a) une garantie individuelle, à savoir un compte gagé, une garantie bancaire à première demande ou une assurance, au nom et à charge du producteur individuel et dont l'OVAM l'OVAM est le bénéficiaire, qui est soumise à l'approbation de l'OVAM et couvre au moins les coûts nets futurs découlant des opérations de gestion des déchets en cas de non-respect des obligations de responsabilité élargie des producteurs, y compris en cas d'arrêt définitif des activités ou en cas d'insolvabilité ;
   b) une garantie individuelle, à savoir un compte gagé, une garantie bancaire à première demande ou une assurance, au nom et à charge du producteur individuel et dont l'organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs est le bénéficiaire, qui couvre au moins les coûts nets futurs découlant des opérations de gestion des déchets en cas de non-respect des obligations de responsabilité élargie des producteurs, y compris en cas d'arrêt définitif des activités ou en cas d'insolvabilité.
   Si un producteur a désigné une organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs pour s'acquitter pour son compte d'une partie des obligations de responsabilité élargie des producteurs, le producteur constitue une garantie individuelle telle que mentionnée à l'alinéa 2, 2°, b), dont l'organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs est le bénéficiaire.
   Des garanties alternatives équivalentes peuvent être soumises à l'approbation de l'OVAM.
   Un fonds de garantie tel que mentionné à l'alinéa 2, 1°, b), répond à l'ensemble des critères suivants :
   1° le fonds de garantie est géré par une ou plusieurs organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs ;
   2° le montant de la garantie par kilogramme de batteries mises à disposition sur le marché, par catégorie et, le cas échéant, par composition chimique est soumis à l'approbation de l'OVAM, compte tenu :
   a) de la durée de vie ;
   b) de la durabilité des matériaux ;
   c) des garanties fournies par les producteurs ;
   d) des quantités mises à disposition sur le marché ;
   e) d'une analyse des risques ;
   f) des coûts ou produits futurs probables générés par la collecte, le traitement et le recyclage ;
   3° le paiement de la contribution mentionnée au point 2° n'a pas d'effet libératoire à l'égard des responsabilités financières et opérationnelles du producteur concerné.
   § 5. En ce qui concerne les batteries pour lesquelles on opte pour une garantie telle que mentionnée dans le paragraphe 4, alinéa 2, 1°, b), les dispositions suivantes s'appliquent :
   1° les coûts liés à la gestion des déchets de batteries dont le producteur n'existe plus sont couverts par les fonds de garantie mentionnés dans le paragraphe 4, alinéa 2, 1°, b), au prorata des garanties déjà perçues pour les batteries de la même catégorie de produits ;
   2° les coûts liés à la gestion des déchets de batteries dont le producteur ne peut pas être identifié sont couverts par les fonds de garantie mentionnés dans le paragraphe 4, alinéa 2, 1°, b), et par les producteurs qui ont constitué une garantie individuelle, proportionnellement à leur part de marché respective pour les catégories de batteries concernées ;
   3° si les garanties constituées dans les fonds de garantie sont insuffisantes pour couvrir les coûts, la responsabilité du financement des coûts non couverts incombe aux producteurs qui ont constitué une garantie individuelle et aux différents fonds de garantie auxquels tous les producteurs fournissant leur garantie en participant à un fonds de garantie et existant sur le marché au moment où les coûts sont générés contribuent proportionnellement à leur part de marché respective pour les catégories de batteries concernées.
   Le réviseur d'entreprises de l'organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs vérifie si les dispositions énoncées à l'alinéa 1er sont respectées et en établit une attestation.
   § 6. En ce qui concerne certaines batteries composées de plomb, l'OVAM peut décider qu'aucune garantie ne doit être constituée à condition qu'il n'existe aucun élément indiquant que les coûts nets futurs découlant de la collecte, du traitement et du recyclage de ces batteries que le producteur a mises à disposition sur le marché ne seront pas couverts.
   § 7. Les producteurs, en cas d'exécution individuelle des obligations de responsabilité élargie des producteurs, et les organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs, en cas d'exécution collective des obligations de responsabilité élargie des producteurs, élaborent un plan financier. Le plan financier démontre que les producteurs ou les organisations compétentes en matière de responsabilité des producteurs disposent des moyens financiers nécessaires pour s'acquitter de leurs obligations de responsabilité élargie des producteurs. Ce plan financier contient les éléments suivants :
   1° un budget pour une période minimale de cinq ans ;
   2° un calcul des contributions financières et les modalités de perception ;
   3° le financement des pertes éventuelles ;
   4° le mode de financement des déchets de batteries dont le producteur n'est plus actif ou ne peut plus être identifié ;
   5° la politique en matière de provisions et de réserves ;
   6° la politique d'investissement ;
   7° les mesures nécessaires conformément au présent article, dont le régime de garantie mentionné dans le paragraphe 4 ;
   8° une description du mécanisme d'autocontrôle approprié, renforcé par des audits indépendants réguliers, afin d'évaluer la gestion financière du producteur ou de l'organisation.
   § 8. Le plan financier mentionné dans le paragraphe 7 est soumis à l'OVAM pour avis chaque année, au plus tard le 1er décembre. L'OVAM peut demander des informations complémentaires sur base motivée.]1

  
Art.3.4.5.17. [1 § 1. De beheerder van een onlineplatform brengt alle producenten die via zijn onlineplatform batterijen, met inbegrip van batterijen die zijn ingebouwd in apparaten, lichte vervoersmiddelen of andere voertuigen, via verkoop op afstand aan particuliere huishoudens of andere gebruikers dan particuliere huishoudens op het grondgebied aanbieden, schriftelijk op de hoogte van de verplichtingen die in het kader van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid op hen rusten.
   § 2. De beheerder van een onlineplatform verhindert dat producenten die niet beschikken over een registratie en goedkeuring als vermeld in artikel 55 en 58 van verordening (EU) 2023/1542, om de verplichtingen op het vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid individueel na te komen, en geen organisatie voor producentenverantwoordelijkheid hebben aangesteld om die verplichtingen collectief na te komen, via zijn onlineplatform overeenkomsten op afstand sluiten met particuliere huishoudens of andere gebruikers dan particuliere huishoudens op het grondgebied.
   De beheerder van een onlinemarktplaats eist dat de producent op het moment van registratie op de onlinemarktplaats het schriftelijke bewijs verstrekt dat hij beschikt over een registratie en goedkeuring als vermeld in artikel 55 en 58 van de voormelde verordening, om de verplichtingen op het vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid individueel na te komen, of eist de beheerder dat die producent het bewijs verstrekt dat hij een organisatie voor producentenverantwoordelijkheid heeft aangesteld om die verplichtingen collectief na te komen.
   § 3. In afwijking van paragraaf 2 kan de beheerder van een onlineplatform een producent die niet beschikt over een registratie en goedkeuring als vermeld in artikel 55 en 58 van verordening (EU) 2023/1542, om de verplichtingen op het vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid individueel na te komen, en die geen organisatie voor producentenverantwoordelijkheid heeft aangesteld om die verplichtingen collectief na te komen, toch toelaten om via zijn onlineplatform overeenkomsten op afstand te sluiten met particuliere huishoudens of andere gebruikers dan particuliere huishoudens op het grondgebied. De beheerder van het onlineplatform staat in dat geval zelf in voor de verplichtingen in het kader van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid waartoe die producent normaal gezien gehouden is.
   De beheerder van een onlineplatform bezorgt al de volgende elementen aan de OVAM elk jaar uiterlijk op 1 maart:
   1° een overzicht van alle producenten die het voorbije jaar op zijn onlineplatform overeenkomsten op afstand hebben kunnen sluiten met particuliere huishoudens of andere gebruikers dan particuliere huishoudens op het grondgebied;
   2° het registratienummer van de producenten, vermeld in punt 1°, in het producentenregister, vermeld in artikel 55 van de voormelde verordening.
   Als en zolang de OVAM vaststelt dat een producent die op een onlineplatform actief is, in gebreke blijft om de verplichtingen die in het kader van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid op hem rusten, na te leven, verhindert de beheerder van het onlineplatform op eenvoudig verzoek van de OVAM dat die producent op zijn onlineplatform overeenkomsten op afstand sluit met particuliere huishoudens of andere gebruikers dan particuliere huishoudens op het grondgebied.
   Als de beheerder van het onlineplatform nalaat om de verplichting na te komen, vermeld in het derde lid, binnen de termijn die de OVAM oplegt, staat de beheerder zelf in voor de verplichtingen van die producent in het kader van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.
   § 4. Als een beheerder van een onlineplatform ook optreedt als producent, is hij ook onderworpen aan de verplichtingen op het vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor de batterijen die hij zelf verkoopt.]1

  
Art. 3.4.5.17. [1 § 1er. L'opérateur d'une plateforme en ligne informe par écrit tous les producteurs qui proposent des batteries, y compris des batteries incorporées dans des appareils, des moyens de transport légers ou d'autres véhicules, sur le territoire à des utilisateurs, qu'ils soient ou non des ménages privés, par le biais de la vente à distance en recourant à sa plateforme en ligne des obligations qui leur incombent dans le cadre de la responsabilité élargie des producteurs.
   § 2. L'opérateur d'une plateforme en ligne empêche les producteurs qui ne disposent pas d'un enregistrement et d'une autorisation, au sens des articles 55 et 58 du règlement (UE) 2023/1542, pour s'acquitter individuellement des obligations de responsabilité élargie des producteurs et qui n'ont pas désigné d'organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs pour s'acquitter collectivement de ces obligations, de conclure des contrats à distance, par l'intermédiaire de sa plateforme en ligne, avec des utilisateurs, qu'ils soient ou non des ménages privés, sur le territoire.
   L'opérateur d'une place de marché en ligne exige du producteur, au moment de l'enregistrement sur la place de marché en ligne, qu'il fournisse la preuve écrite qu'il dispose d'un enregistrement et d'une autorisation, au sens des articles 55 et 58 du règlement précité, pour s'acquitter individuellement des obligations de responsabilité élargie des producteurs ou exige de ce producteur qu'il fournisse la preuve qu'il a désigné une organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs pour s'acquitter collectivement de ces obligations.
   § 3. Par dérogation au paragraphe 2, l'opérateur d'une plateforme en ligne peut malgré tout autoriser un producteur qui ne dispose pas d'un enregistrement et d'une autorisation, au sens des articles 55 et 58 du règlement (UE) 2023/1542, pour s'acquitter individuellement des obligations de responsabilité élargie des producteurs et qui n'a pas désigné d'organisation compétente en matière de responsabilité des producteurs pour s'acquitter collectivement de ces obligations, à conclure des contrats à distance, par l'intermédiaire de sa plateforme en ligne, avec des utilisateurs, qu'ils soient ou non des ménages privés, sur le territoire. Dans ce cas, l'opérateur de la plateforme en ligne répond lui-même des obligations dans le cadre de la responsabilité élargie des producteurs dont ce producteur est normalement tenu.
   Chaque année et au plus tard le 1er mars, l'opérateur d'une plateforme en ligne transmet à l'OVAM l'ensemble des éléments suivants :
   1° une liste de tous les producteurs qui, au cours de l'année écoulée, ont pu conclure des contrats à distance sur sa plateforme en ligne avec des utilisateurs, qu'ils soient ou non des ménages privés, sur le territoire ;
   2° le numéro d'enregistrement des producteurs mentionnés au point 1° dans le registre des producteurs mentionné à l'article 55 du règlement précité.
   Si et aussi longtemps que l'OVAM constate qu'un producteur actif sur une plateforme en ligne reste en défaut de respecter les obligations qui lui incombent dans le cadre de la responsabilité élargie des producteurs, l'opérateur de la plateforme en ligne empêche ce producteur, sur simple demande de l'OVAM, de conclure, sur sa plateforme en ligne, des contrats à distance avec des utilisateurs, qu'ils soient ou non des ménages privés, sur le territoire.
   Si l'opérateur de la plateforme en ligne ne respecte pas l'obligation mentionnée à l'alinéa 3 dans le délai imparti par l'OVAM, il répond lui-même des obligations de ce producteur dans le cadre de la responsabilité élargie des producteurs.
   § 4. Si un opérateur d'une plateforme en ligne agit également comme producteur, il est également soumis aux obligations de responsabilité élargie des producteurs pour les batteries qu'il vend lui-même.]1

  
Onderafdeling 3.4.6. [1 - Afvalolie]1
Sous-section 3.4.6. [1 - Huile usagée]1
Art. 3.4.6.1. Voor de [1 afvalolie]1, vermeld in bijlage 3.4.6, wordt de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid ingevuld door middel van de aanvaardingsplicht, vermeld in afdeling 3.2. De aanvaardingsplicht is van toepassing vanaf 1 januari 2004.
  In afwijking van artikel 3.2.1.1, § 1, zijn de eindverkopers, tussenhandelaars en producenten niet verplicht de producten waarvan de consument zich ontdoet, in ontvangst te nemen als aan die plicht wordt voldaan overeenkomstig artikel 3.2.1.1, § 2, tweede lid.
  
Art. 3.4.6.1. Pour l'huile usagée, mentionnée en annexe 3.4.6, la responsabilité élargie du producteur est complétée par l'obligation d'acceptation, mentionnée dans la section 3.2. L'obligation d'acceptation est d'application à partir du 1er janvier 2004.
  Par dérogation à l'article 3.2.1.1, § 1, les vendeurs finaux, intermédiaires et producteurs ne sont pas tenus de réceptionner les produits dont le consommateur se débarrasse si cette obligation est satisfaite conformément à l'article 3.2.1.1, § 2, deuxième alinéa.
Art. 3.4.6.2. De aanvaardingsplicht voor [1 afvalolie]1 moet ertoe leiden dat de potentieel beschikbare hoeveelheid [1 afvalolie]1 wordt ingezameld. Bij de bepaling van de potentieel beschikbare hoeveelheid [1 afvalolie]1 wordt rekening gehouden met de hoeveelheid olie die op de markt werd gebracht en de verliezen die ontstaan door de consumptie.
  De ingezamelde [1 afvalolie]1 moet worden verwerkt met toepassing van de beste beschikbare technieken. [1 Minstens 90% van de ingezamelde afvalolie wordt verwerkt door middel van regeneratie of andere recyclinghandelingen die gelijkwaardige of betere algehele milieuresultaten opleveren dan regeneratie. Het resterende deel wordt maximaal [2 nuttig toegepast]2.]1
  
Art. 3.4.6.2. L'obligation d'acceptation pour l'huile usagée doit permettre que la quantité potentiellement disponible d'huile usagée soit collectée. Lors de la détermination de la quantité potentiellement disponible d'huile usagée, on tient compte de la quantité d'huile qui a été mise sur le marché et des pertes qui sont engendrées par la consommation.
  L'huile usagée collectée doit être traitée en utilisant les meilleures techniques disponibles. [1 Au moins 90% de l'huile usagée collectée seront traités au moyen d'un processus de régénération ou d'autres opérations de recyclage produisant des résultats environnementaux généralement équivalents ou meilleurs que la régénération. La partie résiduelle sera [2 valorisée au maximum]2.]1
  
Art. 3.4.6.3. [1 Het individuele aanvaardingsplichtplan en de aanvaardingsplichtconvenant]1, vermeld in artikel 3.2.1.2, § 1, regelen in het bijzonder de wijze van inontvangstneming zodat de [1 afvalolie]1 die vrijkomt in het kader van de aanvaardingsplicht, maximaal kan worden ingezameld en verwerkt. De inzameling en verwerking van die [1 afvalolie]1 moeten georganiseerd worden door de eindverkopers, tussenhandelaars en producenten en zijn gratis voor de particuliere verbruikers. Voor de organisatie van de inzameling en de verwerking van [1 afvalolie]1 die afkomstig is van professionele verbruikers, kunnen in de [1 aanvaardingsplichtconvenant]1 stimulerende maatregelen opgenomen worden.
  
Art. 3.4.6.3. [1 Le plan individuel d'obligation d'acceptation et la convention d'obligation d'acceptation]1, visés à l'article 3.2.1.2, § 1er, règlent en particulier le mode de réceptionnement afin de pouvoir collecter et traiter au maximum les huiles usagées dégagées dans le cadre de l'obligation d'acceptation. La collecte et le traitement de ces huiles usagées doivent être organisés par les vendeurs finaux, intermédiaires et producteurs et sont gratuits pour les consommateurs privés. Des mesures stimulantes peuvent être reprises dans la [1 convention d'obligation d'acceptation]1 pour l'organisation de la collecte et du traitement des huiles usagées qui proviennent de consommateurs professionnels.
  
Art. 3.4.6.4. De eindverkoper en de tussenhandelaar van olie of de organisatie die hiervoor is aangeduid, bezorgen de OVAM voor 1 juli van elk jaar een overzicht van de totale hoeveelheid [2 afvalolie]2, uitgedrukt in liter, die in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht in ontvangst werd genomen gedurende het voorgaande kalenderjaar.
  De producent van olie of de organisatie die hij hiervoor heeft aangeduid, stelt voor 1 juli van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM :
  1° de totale hoeveelheid olie, uitgedrukt in [3 kilogram]3, die in het Vlaamse Gewest [1 op de markt is gebracht]1;
  2° de totale hoeveelheid [2 afvalolie]2, uitgedrukt in [3 kilogram]3, die in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht werd ingezameld. Hij geeft daarbij op een gemotiveerde wijze aan wat de verliezen zijn die ontstaan door de consumptie;
  3° de inrichtingen waar en de wijze waarop de ingezamelde [2 afvalolie]2 werd verwerkt;
  4° [3 de totale hoeveelheden afvalolie, uitgedrukt in kilogram, die afgevoerd zijn naar regeneratie, andere recyclinghandelingen en andere nuttige toepassingen;]3
  [1 5° de totale hoeveelheid biodegradeerbare olie, uitgedrukt in [3 kilogram]3, die in het Vlaamse Gewest op de markt is gebracht;]1
  [3 6° de totale hoeveelheden, uitgedrukt in kilogram, basisolie en andere nuttige componenten afkomstig van de verwerking van afvalolie en hun respectievelijke toepassingen;
   7° de totale hoeveelheid afvalstoffen, uitgedrukt in kilogram, afkomstig van de verwerking van afvalolie, die verwijderd is.]3

  
Art. 3.4.6.4. Le vendeur final et l'intermédiaire d'huile ou l'organisation qui est désignée à cet effet mettent à la disposition de l'OVAM avant le 1er juillet de chaque année un relevé de la quantité totale d'huile usagée exprimée en litres, qui a été collectée dans le cadre de l'exercice de l'obligation d'acceptation pendant l'année calendrier précédente.
  Le producteur d'huile ou l'organisation qu'il a désignée à cet effet fournit à l'OVAM avant le 1er juillet de chaque année, les renseignements suivants au titre de l'année calendrier précédente :
  1° la quantité totale d'huile, exprimée en [2 kilogrammes]2, qui a [1 été commercialisée]1 en Région flamande;
  2° la quantité totale d'huile usagée, exprimée en [2 kilogrammes]2, qui a été collectée dans le cadre de l'exercice de l'obligation d'acceptation. Ce faisant, il indique et motive les pertes engendrées par la consommation;
  3° les établissements où l'huile usagée a été traitée et les modalités du traitement;
  4° [2 les quantités totales d'huiles usagées, exprimées en kilogrammes, qui ont été évacuées vers la régénération, d'autres opérations de recyclage et d'autres formes de valorisation ;]2
  [1 5° la quantité totale d'huile biodégradable, exprimée en [2 kilogrammes]2, qui a été commercialisée en Région flamande;]1
  [2 6° les quantités totales, exprimées en kilogrammes, d'huiles de base et d'autres composants utiles provenant du traitement d'huiles usagées et leurs applications respectives ;
   7° la quantité totale de déchets, exprimée en kilogrammes, provenant du traitement d'huiles usagées, qui a été éliminée.]2

  
Onderafdeling 3.4.7. - Oude en vervallen geneesmiddelen
Sous-section 3.4.7. - Médicaments vieux et périmés
Art. 3.4.7.1. [1 Voor oude en vervallen geneesmiddelen wordt de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid ingevuld door middel van een collectief plan als vermeld in afdeling 3.3, dat de betrokken farmaceutische bedrijven, groothandelaars-verdelers en apothekers opstellen tegen 1 juli 2014.]1
  
Art. 3.4.7.1. [1 Pour les médicaments vieux et périmés, la responsabilité étendue des producteurs est complétée par le biais d'un plan collectif tel que visé à la section 3.3 que les entreprises pharmaceutiques concernés doivent établir d'ici le 1er juillet 2014.]1
  
Art. 3.4.7.2. [1 In het collectief plan wordt een selectieve inzameling en verwerking van oude en vervallen geneesmiddelen opgezet waarbij:
   1° de apothekers verplicht zijn de oude en vervallen geneesmiddelen in ontvangst te nemen die hen door de burgers worden aangeboden;
   2° de groothandelaars-verdelers verantwoordelijk zijn voor de ophaling van de oude en vervallen geneesmiddelen bij de apothekers en voor de afvoer naar de verwerkingsinstallaties;
   3° de farmaceutische bedrijven belast zijn met de verwerking van de oude en vervallen geneesmiddelen.]1

  
Art. 3.4.7.2. [1 Le plan collectif prévoit une collecte sélective et une transformation des médicaments vieux et périmés dans lequel :
   1° les pharmaciens sont obligés de reprendre les médicaments vieux et périmés qui leur sont présentés par le civiles ;
   2° les grossistes-distributeurs sont responsables pour la collecte de médicaments vieux et périmés auprès des pharmacien et pour le transport vers les installations de transformation ;
   3° les entreprises pharmaceutiques sont chargées de la transformation des médicaments vieux et périmés.]1

  
Art. 3.4.7.3. [1 De actoren, vermeld in artikel 3.4.7.1, leveren de nodige sensibiliseringsinspanningen voor het welslagen van de selectieve inzameling. De ontwerpen van de sensibiliseringsacties worden minstens één maand voor de aanvang van de actie ter goedkeuring voorgelegd aan de OVAM.]1
  
Art. 3.4.7.3. [1 Les acteurs, visés à l'article 3.4.7.1, fournissent les efforts de sensibilisation nécessaires pour la réussite de la collecte sélective. Les projets des actions de sensibilisation sont présentés à l'OVAM pour approbation au moins un mois avant le demande.]1
  
Art. 3.4.7.4. [1 Er wordt een begeleidingscommissie opgericht door de actoren, vermeld in artikel 3.4.7.1. De begeleidingscommissie coördineert de uitvoering van het collectief plan en is belast met de opmaak van de jaarlijkse rapportage en actieplannen. De begeleidingscommissie komt minstens één maal per jaar samen. De OVAM wordt uitgenodigd op de vergaderingen van de begeleidingscommissie.]1
  
Art. 3.4.7.4. [1 Il est créé une commission d'accompagnement par les acteurs, visés à l'articl 3.7.4.1. La commission d'accompagnement organise l'exécution du plan collectif et est chargée de l'établissement du rapportage annuel et des plans d'action. La commission d'accompagnement se réunit au moins une fois par an. L'OVAM est invité aux réunions de la commission d'accompagnement.]1
  
Art. 3.4.7.5. [1 De begeleidingscommissie rapporteert jaarlijks voor 1 april aan de OVAM over:
   1° de modaliteiten van de inzameling, de ophaling en de verwerking van de oude en vervallen geneesmiddelen;
   2° de hoeveelheid ingezamelde oude en vervallen geneesmiddelen en de wijze van verwerking;
   3° de acties en initiatieven die werden genomen om de selectieve inzameling via de apothekers te stimuleren.]1

  
Art. 3.4.7.5. [1 La commission d'accompagnement rapporte annuellement avant le 1er avril à l'OVAM sur :
   1° les modalités de la collecte, du transport et de la transformation des médicaments vieux et périmés ;
   2° la quantité des médicaments vieux et périmés collectés et le mode de transformation ;
   3° les actions et initiatives qui ont été prises en vue de stimuler la collecte sélective par le biais des pharmaciens.]1

  
Onderafdeling 3.4.8. [1 Afgedankte matrassen]1
Sous-section 3.4.8. - [1 Matelas usagés]1
Art. 3.4.8.1. [3 § 1.]3 [1 Voor afgedankte matrassen wordt de uitgebreide producenten-verantwoordelijkheid ingevuld door middel van de aanvaardingsplicht, vermeld in afdeling 3.2. De aanvaardingsplicht is van toepassing vanaf [2 1 januari 2021]2.]1
  [3 § 2. De verplichtingen uit artikel 3.2.1.1, § 1/1 en § 2, gelden niet voor afgedankte matrassen.]3
  [3 § 3. Het individuele aanvaardingsplichtplan en de aanvaardingsplichtconvenant, vermeld in artikel 3.2.1.2, § 1, regelen in het bijzonder de wijze van inontvangstneming, zodat de afgedankte matrassen die vrijkomen in het kader van de aanvaardingsplicht maximaal worden ingezameld en verwerkt. De afgifte van afgedankte matrassen is gratis voor de particuliere huishoudens behoudens eventuele transportkosten bij ophaling aan huis via de lokale besturen. Voor de inzameling en de verwerking van afgedankte matrassen afkomstig van eindverkopers, bedrijven en instellingen, worden stimulerende maatregelen genomen door de producenten.]3
  
Art. 3.4.8.1. [3 § 1er.]3 [1 En ce qui concerne les matelas usagés, la responsabilité élargie des producteurs est accomplie par le biais de l'obligation d'acceptation, visée à la section 3.2. L'obligation d'acceptation est d'application à partir du [2 1er janvier 2021]2.]1
  [3 § 2. Les obligations de l'article 3.2.1.1, § 1er/1 et § 2, ne s'appliquent pas aux matelas en fin de vie.]3
  [3 § 3. Le plan individuel d'obligation d'acceptation et la convention d'obligation d'acceptation, visés à l'article 3.2.1.2, § 1er, règlent en particulier le mode de réception de sorte que les matelas en fin de vie qui se libèrent soient collectés et traités au maximum dans le cadre de l'obligation d'acceptation. Le dépôt de matelas en fin de vie est gratuit pour les ménages sous réserve des frais de transport éventuels en cas d'enlèvement à domicile par le biais des administrations locales. En ce qui concerne la collecte et le traitement de matelas en fin de vie provenant de vendeurs finaux, d'entreprises et d'établissements, les producteurs prennent des mesures incitatives.]3
  
Art. 3.4.8.2. [1 De aanvaardingsplicht voor afgedankte matrassen moet ertoe leiden dat alle afgedankte matrassen die worden aangeboden, worden ingezameld.
   De ingezamelde afgedankte matrassen worden verwerkt met toepassing van de beste beschikbare technieken. De verwijdering van afgedankte matrassen is niet toegestaan.
   Vanaf 1 januari 2021 gelden de volgende doelstellingen:
   1° het inzamelpercentage van afgedankte matrassen bedraagt 30%;
   2° het totale percentage hergebruik en recyclage van de ingezamelde afgedankte matrassen bedraagt minstens 10%;
   3° de rest van de ingezamelde afgedankte matrassen wordt nuttig toegepast.
   Vanaf 1 januari 2023 gelden de volgende doelstellingen:
   1° het inzamelpercentage van afgedankte matrassen bedraagt 50%;
   2° het totale percentage hergebruik en recyclage van de ingezamelde afgedankte matrassen bedraagt minstens 35%;
   3° de rest van de ingezamelde afgedankte matrassen wordt nuttig toegepast.
   Vanaf 1 januari 2025 gelden de volgende doelstellingen:
   1° het inzamelpercentage van afgedankte matrassen bedraagt 65%;
   2° het totale percentage hergebruik en recyclage van de ingezamelde afgedankte matrassen bedraagt minstens 50%;
   3° de rest van de ingezamelde afgedankte matrassen wordt nuttig toegepast.
   Vanaf 1 januari 2030 gelden de volgende doelstellingen:
   1° het inzamelpercentage van afgedankte matrassen bedraagt 80%;
   2° het totale percentage hergebruik en recyclage van de ingezamelde afgedankte matrassen bedraagt minstens 75%;
   3° de rest van de ingezamelde afgedankte matrassen wordt nuttig toegepast.
   Onder inzamelpercentage wordt in dit artikel verstaan: het percentage dat wordt verkregen door het gewicht van de afgedankte matrassen die zijn ingezameld te delen door het gewicht van de matrassen die de producenten op de markt gebracht hebben gedurende dat kalenderjaar.]1

  
Art. 3.4.8.2. [1 L'obligation d'acceptation de matelas en fin de vie doit déboucher sur la collecte de tous les matelas en fin de vie qui sont présentés.
   Les matelas en fin de vie collectés sont traités en appliquant les meilleures techniques disponibles. L'élimination de matelas en fin de vie n'est pas autorisée.
   A partir du 1er janvier 2021, les objectifs suivants sont visés :
   1° le pourcentage de collecte de matelas en fin de vie s'élève à 30 % ;
   2° le pourcentage total de réemploi et de recyclage des matelas en fin de vie collectés s'élève à 10 % au moins ;
   3° le reste des matelas en fin de vie collectés est valorisé.
   A partir du 1er janvier 2023, les objectifs suivants sont visés :
   1° le pourcentage de collecte de matelas en fin de vie s'élève à 50 % ;
   2° le pourcentage total de réemploi et de recyclage des matelas en fin de vie collectés s'élève à 35 % au moins ;
   3° le reste des matelas en fin de vie collectés est valorisé.
   A partir du 1er janvier 2025, les objectifs suivants sont visés :
   1° le pourcentage de collecte de matelas en fin de vie s'élève à 65 % ;
   2° le pourcentage total de réemploi et de recyclage des matelas en fin de vie collectés s'élève à 50 % au moins ;
   3° le reste des matelas en fin de vie collectés est valorisé.
   A partir du 1er janvier 2030, les objectifs suivants sont visés :
   1° le pourcentage de collecte de matelas en fin de vie s'élève à 80 % ;
   2° le pourcentage total de réemploi et de recyclage des matelas en fin de vie collectés s'élève à 75 % au moins ;
   3° le reste des matelas en fin de vie collectés est valorisé.
   Dans le présent article, on entend par pourcentage de collecte : le pourcentage obtenu en divisant le poids des matelas en fin de vie qui ont été collectés par le poids des matelas que les producteurs ont mis sur le marché au cours de ladite année civile.]1

  
Art. 3.4.8.3. [1 De eindverkoper en de tussenhandelaar van matrassen of de organisatie die daarvoor is aangewezen, bezorgen de OVAM vóór 1 juli van elk jaar een overzicht van de totale hoeveelheid matrassen, uitgedrukt in aantal en in kilogram, die in het kader van de aanvaardingsplicht in ontvangst zijn genomen gedurende het voorgaande kalenderjaar.
   De producent van matrassen of de organisatie die hij daarvoor heeft aangewezen, stelt jaarlijks vóór 1 juli de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM :
   1° de totale hoeveelheid matrassen, uitgedrukt in aantal en in kilogram, die in het Vlaamse Gewest op de markt zijn gebracht;
   2° de totale hoeveelheid afgedankte matrassen, uitgedrukt in aantal en in kilogram, die in het Vlaamse Gewest zijn ingezameld in het kader van de aanvaardingsplicht;
   3° de inrichtingen waar en de wijze waarop de ingezamelde afgedankte matrassen [2 en de materialen die voortkomen uit de verwerking van de afgedankte matrassen]2 zijn verwerkt;
   4° de totale hoeveelheid van de materialen die voortkomen uit de verwerking van de afgedankte matrassen, uitgedrukt in kilogram, die :
   a) [2 ...]2
   b) zijn gerecycleerd;
   c) nuttig zijn toegepast;
   d) zijn verwijderd;]1

  [2 5° de totale hoeveelheid afgedankte matrassen, uitgedrukt in kilogram, die:
   a) zijn uitgesorteerd voor hergebruik;
   b) gerecycleerd is;
   c) nuttig is toegepast.]2

  
Art. 3.4.8.3. [1 Le vendeur final et l'intermédiaire de matelas ou l'organisation qui a été désignée à cette fin, remettent à l'OVAM, avant le 1 juillet de chaque année, un aperçu de la quantité totale de matelas, exprimée en nombres et en kilogrammes, qui ont été repris au cours de l'année écoulée dans le cadre de l'obligation d'acceptation.
   Le producteur de matelas ou l'organisation qu'il a désignée à cet effet, remet à l'OVAM, avant le 1 juillet de chaque année, les informations suivantes relatives à l'année calendaire écoulée :
   1° la quantité totale de matelas, exprimée en nombre et en kilogrammes, qui a été mise sur le marché en Région flamande ;
   2° la quantité totale de matelas usagés, exprimée en nombre et en kilogrammes, qui ont été collectés en Région flamande dans le cadre de l'obligation d'acceptation ;
   3° [2 les établissements où et la façon dont les matelas en fin de vie collectés et les matériaux provenant du traitement des matelas en fin de vie]2 ont été traités ;
   4° la quantité totale des matériaux provenant du traitement des matelas usagés, exprimée en kilogrammes, qui :
   a) [2 ...]2
   b) ont été recyclés ;
   c) ont été valorisés ;
   d) ont été éliminés;]1

  [2 5° la quantité totale de matelas en fin de vie, exprimée en kilogrammes, qui :
   a) a été triée en vue du réemploi ;
   b) a été recyclée ;
   c) a été valorisée.]2

  
Onderafdeling 3.4.9.
Sous-section 3.4.9.
Onderafdeling 3.4.10.
Sous-section 3.4.10.
Onderafdeling 3.4.11. - Zwerfvuil
Sous-section 3.4.11. - Détritus non ramassés
Art. 3.4.11.1. Voor [1 ...]1 verbruiksgoederen die door de minister worden aangeduid als goederen die vaak terug te vinden zijn in het zwerfvuil, wordt de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid ingevuld door de verplichting voor de betrokken producenten om te beschikken over een collectief plan als vermeld in afdeling 3.3, dat de betrokken producenten moeten opstellen tegen 1 januari 2013.
  Het collectieve plan omschrijft acties die de producenten ondernemen om de aanwezigheid van hun goederen en verpakkingen in het zwerfvuil tegen te gaan, en handelt specifiek over mogelijke sensibiliseringsmaatregelen om een gedragsverandering te verkrijgen.
  Ter vervanging van de plicht tot het opstellen van een collectief plan kan een individuele onderneming of bedrijfsfederatie een overeenkomst over haar inspanningen rond zwerfvuil sluiten met de OVAM. De overeenkomst omvat de voorwaarden van de samenwerking met andere bedrijven en de Vlaamse overheid binnen een project dat gericht is op het verminderen van zwerfvuil, en de financiële engagementen van de individuele onderneming of de bedrijfsfederatie namens haar leden voor het project.
  
Art. 3.4.11.1. Pour les biens de consommation [1 ...]1 qui sont désignés par le Ministre flamand comme des biens que l'on retrouve souvent dans les détritus non ramassés, la responsabilité élargie du producteur est complétée par l'obligation pour les producteurs concernés de disposer d'un plan collectif, tel que mentionné dans la section 3.3, que les producteurs concernés doivent établir d'ici au 1er janvier 2013
  Le plan collectif décrit les actions que les producteurs entreprennent pour lutter contre la présence de leurs biens et emballages dans les détritus non ramassés et traite spécifiquement des mesures de sensibilisation possibles pour parvenir à un changement de comportement.
  En remplacement de l'obligation d'établissement d'un plan collectif, une entreprise individuelle ou une fédération d'entreprises peut conclure avec l'OVAM une convention relative à ses efforts en matière de détritus non ramassés. La convention comprend les conditions de la collaboration avec d'autres entreprises et avec les autorités flamandes dans un projet qui vise à la réduction des détritus non ramassés et les engagements financiers de l'entreprise individuelle ou de la fédération d'entreprises au nom de ses membres pour le projet.
  
Onderafdeling 3.4.12.
Sous-section 3.4.12.
Onderafdeling 3.4.13. - Gebruikte wegwerpluiers
Sous-section 3.4.13. - Langes jetables usagés
Art. 3.4.13.1. Voor gebruikte wegwerpluiers wordt de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid ingevuld door middel van een collectief plan als vermeld in afdeling 3.3, dat de betrokken producenten moeten opstellen tegen 1 januari 2013.
  Het collectieve plan handelt over hergebruik, sensibilisering en ecodesign. Het plan verstrekt bovendien informatie over de mate waarin en de manier waarop gebruikte wegwerpluiers nuttig toe te passen zijn.
Art. 3.4.13.1. Pour les langes jetables usagés, la responsabilité élargie du producteur est complétée au moyen d'un plan collectif, tel que mentionné dans la section 3.3, que les producteurs intéressés doivent établir d'ici au 1er janvier 2013.
  Le plan collectif traite de la réutilisation, de la sensibilisation et de l'écodesign. Le plan fournit par ailleurs des informations sur la mesure et les modalités de valorisation des langes jetables usagés.
Onderafdeling 3.4.14. [1 Kunststofhoudend vistuigafval ]1
Sous-section 3.4.14 [1 Déchets d'engins de pêche contenant des matières synthétiques ]1
Art. 3.4.14.1. [1 Voor kunststofhoudend vistuigafval wordt de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid ingevuld door middel van de aanvaardingsplicht, vermeld in afdeling 3.2. De aanvaardingsplicht is van toepassing vanaf 31 december 2024.
   De verplichtingen, vermeld in artikel 3.2.1.1, § 1/1 en § 2, gelden niet voor kunststofhoudend vistuigafval.
   § 2. Het individueel aanvaardingsplichtplan en de aanvaardingsplichtconvenant, vermeld in artikel 3.2.1.2, § 1, regelen in het bijzonder de kostendekking door de producenten van kunststofhoudend vistuig voor de gescheiden inzameling van het kunststofhoudende vistuigafval dat bij de daarvoor bestemde havenontvangstvoorzieningen is afgeleverd in overeenstemming met onderafdeling 5.2.10 inzake afval van schepen van de zeevaart, en de kosten voor het daaropvolgende vervoer en de verwerking ervan. De vereisten van dit artikel vullen de vereisten aan voor afval van vissersvaartuigen als vermeld in onderafdeling 5.2.10 inzake afval van schepen van de zeevaart. ]1

  
Art. 3.4.14.1. [1 § 1er. Pour les déchets d'engins de pêche contenant des matières synthétiques, la responsabilité élargie du producteur est concrétisée par l'obligation d'acceptation figurant dans la section 3.2. L'obligation d'acceptation s'applique à partir du 31 décembre 2024.
   Les obligations énoncées à l'article 3.2.1.1, § 1er/1 et § 2, ne s'appliquent pas aux déchets d'engins de pêche contenant des matières synthétiques.
   § 2. Le plan individuel d'obligation d'acceptation et la convention d'obligation d'acceptation, figurant à l'article 3.2.1.2, § 1er, réglementent en particulier la prise en charge des coûts par les producteurs d'engins de pêche contenant des matières synthétiques, supportés pour la collecte séparée des déchets d'engins de pêche contenant des matières synthétiques, déposés dans les installations de réception portuaires désignées à cette fin conformément à la sous-section 5.2.10 relative aux déchets provenant des navires de navigation maritime, ainsi que les coûts de leur transport et de leur traitement ultérieurs. Les exigences du présent article complètent les exigences relatives aux déchets provenant des navires de pêche, énoncées à la sous-section 5.2.10 relative aux déchets provenant des navires de navigation maritime. ]1

  
Art. 3.4.14.2. [1 § 1. De producenten van kunststofhoudend vistuig dekken de kosten voor de gescheiden inzameling van het kunststofhoudende vistuigafval dat bij de daarvoor bestemde havenontvangstvoorzieningen is afgeleverd in overeenstemming met onderafdeling 5.2.10 inzake afval van schepen van de zeevaart, en de kosten voor het daaropvolgende vervoer en de verwerking ervan.
   De vereisten van dit artikel vullen de vereisten aan voor afval van vissersvaartuigen als vermeld in onderafdeling 5.2.10 inzake afval van schepen van de zeevaart.
   § 2. De producent van kunststofhoudend vistuig of de organisatie die daarvoor is aangewezen, bezorgt de OVAM voor 1 juli van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar:
   1° een overzicht van de totale hoeveelheid kunststofhoudend vistuig die in het Vlaamse Gewest in de handel is gebracht, uitgedrukt in kilogram en in soorten;
   2° een overzicht van de totale hoeveelheid kunststofhoudend vistuigafval, uitgedrukt in kilogram en in soorten, die in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht in ontvangst is genomen. Het betreft zowel kunststofhoudend vistuigafval als afzonderlijke onderdelen, stoffen of materialen die deel uitmaakten van of bevestigd waren aan het vistuigafval toen het werd afgedankt, ook als het werd achtergelaten of verloren;
   3° de inrichtingen waar en de wijze waarop het kunststofhoudende vistuigafval dat in ontvangst was genomen, werd verwerkt.
   De eerste verslagperiode met de informatie, vermeld in het eerste lid, bestrijkt het kalenderjaar 2022.
   § 3. De aanvaardingsplicht voor kunststofhoudend vistuigafval moet ertoe leiden dat al het kunststofhoudend vistuigafval dat wordt aangeboden, wordt ingezameld. Vanaf 1 januari 2025 geldt een jaarlijks minimum inzamelpercentage voor het recyclen van kunststofhoudend vistuigafval van 25%. Het ingezameld kunststofhoudend vistuigafval wordt verwerkt met toepassing van de beste beschikbare technieken. ]1

  
Art. 3.4.14.2. [1 § 1er. Les producteurs d'engins de pêche contenant des matières synthétiques prennent en charge les coûts pour la collecte séparée des déchets d'engins de pêche contenant des matières synthétiques, déposés dans les installations de réception portuaires désignées à cette fin conformément à la sous-section 5.2.10 relative aux déchets provenant des navires de navigation maritime, ainsi que les coûts de leur transport et de leur traitement ultérieurs.
   Les exigences du présent article complètent les exigences relatives aux déchets provenant des navires de pêche, énoncées à la sous-section 5.2.10 relative aux déchets provenant des navires de navigation maritime.
   § 2. Le producteur d'engins de pêche contenant des matières synthétiques ou l'organisation désignée à cette fin, fournit à l'OVAM, avant le 1er juillet de chaque année, les données suivantes portant sur l'année civile écoulée :
   1° un aperçu de la quantité totale d'engins de pêche contenant des matières synthétiques commercialisés en Région flamande, exprimée en kilogrammes et en types ;
   2° un aperçu de la quantité totale de déchets d'engins de pêche contenant des matières synthétiques, exprimée en kilogrammes et en types, réceptionnée dans le cadre de l'exercice de l'obligation d'acceptation. Il s'agit tant des déchets d'engins de pêche contenant des matières synthétiques que des composants, substances ou matériaux individuels qui faisaient partie des déchets d'engins de pêche ou y étaient attachés lorsqu'ils ont été mis au rebut, y compris s'ils ont été abandonnés ou perdus ;
   3° les installations dans lesquelles et la manière dont les déchets d'engins de pêche contenant des matières synthétiques réceptionnés ont été traités.
   La première période pour le rapport contenant les informations énoncées à l'alinéa 1er couvre l'année civile 2022.
   § 3. L'obligation d'acceptation des déchets d'engins de pêche contenant des matières synthétiques doit aboutir à ce que tout déchet d'engin de pêche contenant des matières synthétiques qui est présenté, doit être collecté. A partir du 1er janvier 2025, le taux annuel minimum de collecte pour le recyclage des déchets d'engins de pêche contenant des matières synthétiques est de 25 %. Les déchets d'engins de pêche contenant des matières synthétiques collectés sont traités en utilisant les meilleures techniques disponibles. ]1

  
Art. 3.4.14.3. [1 De producenten van kunststofhoudend vistuig nemen maatregelen om gebruikers voor te lichten en verantwoordelijk productgebruik te stimuleren, om tot een vermindering van marien zwerfafval te komen, en nemen maatregelen om gebruikers van kunststofhoudend vistuig in te lichten, in het bijzonder over:
   1° de beschikbaarheid van herbruikbare alternatieven, systemen voor hergebruik en mogelijkheden voor afvalbeheer van kunststofhoudend vistuig, alsook over de beste praktijken voor een degelijk afvalbeheer in overeenstemming met artikel 4 § 3, 2°, van het Materialendecreet;
   2° de effecten op het milieu, in het bijzonder het mariene milieu, van zwerfafval en andere ongepaste vormen van verwijdering van afval van kunststofhoudend vistuig. ]1

  
Art. 3.4.14.3. [1 Les producteurs d'engins de pêche contenant des matières synthétiques prennent des mesures pour éduquer les utilisateurs et encourager une utilisation responsable des produits afin de réduire les déchets sauvages marins, et prennent des mesures pour informer les utilisateurs d'engins de pêche contenant des matières synthétiques, en particulier sur les points suivants :
   1° la disponibilité d'alternatives réutilisables, les systèmes de réutilisation et les possibilités de gestion des déchets d'engins de pêche contenant des matières synthétiques, ainsi que sur les meilleures pratiques pour une gestion rationnelle des déchets conformément à l'article 4, § 3, 2°, du Décret Matériaux ;
   2° les effets sur l'environnement, en particulier l'environnement marin, des déchets sauvages et autres formes inappropriées d'élimination des déchets d'engins de pêche contenant des matières synthétiques. ]1

  
Afdeling 3.5. [1 - Vrijwillige terugname van huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen]1
Section 3.5. [1 - Reprise volontaire d'ordures ménagères et de déchets industriels similaires aux ordures ménagères]1
Art. 3.5.1. [1 Onder de vrijwillige terugname van huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen wordt verstaan: elke vrijwillige inzameling, naast de gemeentelijke inzameling in het kader van de zorgplicht, met als doel de selectieve inzameling van huishoudelijke afvalstoffen of met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen via eindverkopers van gelijkaardige producten.
   De bepalingen van afdeling 3.5 zijn niet van toepassing voor:
   1° afvalstoffen die onder een regeling van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid vallen;
   2° verpakkingsafval dat selectief wordt ingezameld in het kader van de terugnameplicht;
   3° papier- en kartonafval.
   De afvalstoffen, vermeld in het tweede lid, kunnen alleen worden teruggenomen conform de specifieke bepalingen, vermeld in afdeling 3.2, en het interregionaal samenwerkingsakkoord betreffende het beheer en de preventie van verpakkingsafval.]1

  
Art. 3.5.1. [1 Par la reprise volontaire d'ordures ménagères et de déchets industriels similaires aux ordures ménagères, on entend : toute collecte volontaire, outre la collecte communale dans le cadre du devoir de vigilance, dont l'objectif est la collecte sélective d'ordures ménagères ou de déchets industriels similaires aux ordures ménagères par le biais de vendeurs finaux de produits similaires.
   Les dispositions de la section 3.5 ne s'appliquent pas aux :
   1° déchets qui relèvent d'un régime de responsabilité élargie des producteurs ;
   2° déchets d'emballages collectés de manière sélective dans le cadre de l'obligation de reprise ;
   3° déchets de papier et carton.
   Les déchets visés à l'alinéa 2 ne peuvent être repris que conformément aux dispositions spécifiques visées à la section 3.2 et à l'accord de coopération interrégional relatif à la prévention et à la gestion des déchets d'emballages.]1

  
Art. 3.5.2. [1 De inzameling van afvalstoffen in het kader van een vrijwillige terugname voldoet aan de volgende voorwaarden:
   1° het inzamelsysteem moet garanderen dat de ingezamelde afvalstoffen worden hergebruikt of gerecycleerd;
   2° de afvalstoffen worden ingezameld:
   a) op het eigen terrein van eindverkopers die gelijkaardige producten op de markt brengen;
   b) of bij levering aan huis van gelijkaardige producten;
   3° de afvalstoffen worden opgeslagen zonder schade, hinder of verontreiniging aan mens, milieu of directe omgeving;
   4° er wordt gezorgd voor een georganiseerde regelmatige afvoer van de afvalstoffen;
   5° de recipiënten waarin de afvalstoffen ingezameld en getransporteerd worden, zijn technisch geschikt voor die afvalstoffen. Ze worden in goede staat van werking gehouden;
   6° de ingezamelde hoeveelheden staan in verhouding tot de geleverde of verkochte producten;
   7° er wordt samengewerkt met een geregistreerde inzamelaar, handelaar of makelaar voor de afvoer;
   8° de exploitant van de inrichting waar de afvalstoffen worden ingezameld, stelt de OVAM en de gemeente waar de inzameling gebeurt, in kennis van het initiatief tot vrijwillige terugname;
   9° de exploitant van de inrichting waar de afvalstoffen worden ingezameld, houdt de ingezamelde hoeveelheden bij in een afvalstoffenregister;
   10° zodra het initiatief tot vrijwillige terugname één keer per jaar langer dan een maand wordt georganiseerd, is de exploitant van de inrichting verplicht om de vrijwillige terugname minstens twee opeenvolgende jaren te organiseren.]1

  
Art. 3.5.2. [1 La collecte de déchets dans le cadre d'une reprise volontaire remplir les conditions suivantes :
   1° le système de collecte doit garantir que les déchets collectés sont réutilisés ou recyclés ;
   2° les déchets sont collectés :
   a) sur le propre site de vendeurs finaux qui mettent des produits similaires sur le marché ;
   b) ou lors de la livraison à domicile de produits similaires ;
   3° les déchets sont stockés sans porter atteinte à l'homme, à l'environnement ou aux environs immédiats et sans occasionner de nuisances ou de pollution ;
   4° une évacuation régulière et organisée des déchets est assurée ;
   5° les récipients dans lesquels les déchets sont collectés et transportés sont techniquement adaptés à ces déchets. Ils sont maintenus en bon état de fonctionnement ;
   6° les quantités collectées sont proportionnelles aux produits fournis ou vendus ;
   7° une collaboration est mise en place avec un collecteur, négociant ou courtier enregistré pour l'évacuation ;
   8° l'exploitant de l'établissement où les déchets sont collectés informe l'OVAM et la commune où la collecte a lieu de l'initiative de reprise volontaire ;
   9° l'exploitant de l'établissement où les déchets sont collectés tient à jour les quantités collectées dans un registre des déchets ;
   10° dès lors que l'initiative de reprise volontaire est organisée pendant plus d'un mois une fois par an, l'exploitant de l'établissement est tenu d'organiser la reprise volontaire au moins deux années consécutives.]1

  
Art. 3.5.3. [1 De eindverkopers verstrekken op verzoek van OVAM alle bijkomende informatie die de OVAM nuttig acht voor de evaluatie en de controle van de vrijwillige terugname van huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen.]1
  
Art. 3.5.3. [1 A la demande de l'OVAM, les vendeurs finaux fournissent toutes les informations supplémentaires que l'OVAM juge utiles pour l'évaluation et le contrôle de la reprise volontaire d'ordures ménagères et de déchets industriels similaires aux ordures ménagères.]1
  
HOOFDSTUK 4. - Algemene bepalingen over het beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen
CHAPITRE 4. - Dispositions générales relatives à la gestion des cycles de matériaux et des déchets
Afdeling 4.1. - Indeling van afvalstoffen
Section 4.1. - Classification des déchets
Art. 4.1.1. Straat- en veegvuil [1 , afval van straatvuilnisbakjes in beheer door een gemeente of intergemeentelijk samenwerkingsverband en afval van het opruimen van sluikstorten]1 worden gelijkgesteld aan huishoudelijke afvalstoffen.
  
Art. 4.1.1. Les déchets de balayage et de nettoyage des rues [1 , les déchets des poubelles de rue gérées par une commune ou une structure de coopération intercommunale et les déchets d'évacuation des dépôts sauvages]1 sont assimilés à des déchets ménagers.
  
Art. 4.1.2. Overeenkomstig artikel 22 van het Materialendecreet worden de volgende afvalstoffen als bijzondere afvalstoffen aangewezen :
  1° drukwerkafval;
  2° afgedankte voertuigen;
  3° afvalbanden;
  4° afgedankte elektrische en elektronische apparatuur;
  5° afgedankte batterijen en accu's;
  6° andere [4 afvalolie]4 dan de olie, vermeld in 16°, g);
  7° oude en vervallen geneesmiddelen;
  8° gebruikte dierlijke en plantaardige vetten en oliën;
  9° gebruikte wegwerpluiers;
  10° fvallandbouwfolies;
  11° zwerfvuil;
  12° afval [5 van schepen]5 van de zee- en binnenvaart;
  13° gebruikte injectienaalden;
  14° afgedankte fotovoltaïsche zonnepanelen;
  15° [3 bagger- en ruimingsspecie die vanuit bouwtechnisch of milieukundig oogpunt niet valoriseerbaar is om te gebruiken als bodem, voor bouwkundig bodemgebruik of in een vormvast product in het kader van titel III, hoofdstuk XIII, van het VLAREBO;]3
  16° de volgende afvalstoffen die ontstaan bij het onderhouden, herstellen of slopen van motorvoertuigen, motorvaartuigen, motorvliegtuigen en hun toebehoren :
  a) stof dat vrije asbestvezels bevat;
  b) remschoenen, remschijven, remplaten, remblokken en koppelingsplaten die asbest bevatten;
  c) afgedankte batterijen en accu's;
  d) vervuilde of onbruikbare solventen;
  e) destillatieresidu's van solventrecuperatie, resten van verf, lak en vernis, slib van spuitcabines;
  f) synthetische remvloeistof;
  g) [4 afvalolie]4;
  h) vervuilde of onbruikbare brandstoffen;
  i) koelvloeistoffen;
  j) koelmiddelen die ozonafbrekende stoffen of gefluoreerde broeikasgassen bevatten;
  k) vervuilde filters van spuitcabines, spuitbussen, verpakkingen die gevaarlijke stoffen, met uitzondering van olie, hebben bevat of die door die stoffen werden verontreinigd en niet meer gebruikt worden;
  l) oliehoudende stoffen, zoals oliefilters, brandstoffilters, gebruikt absorptiemateriaal, afvalstoffen uit de olie-waterafscheider, oliehoudende schokdempers, verpakkingen die olie hebben bevat of die door olie werden verontreinigd en niet meer gebruikt worden;
  m) katalysatoren;
  n) patronen van airbags, die chemicaliën bevatten;
  17° klein gevaarlijk afval;
  18° papier- en kartonafval;
  19° asbesthoudend afval;
  20° pvc-afval;
  21° afgedankte apparatuur en recipiënten die ozonafbrekende stoffen of gefluoreerde broeikasgassen bevatten;
  22° gebruikte pcb's;
  23° medisch afval;
  24. bouw- en sloopafval;
  25° dierlijke bijproducten die voldoen aan de definitie van afvalstof;
  26° afvalstoffen van de titaandioxide-industrie;
  27° landbouwafvalstoffen;
  28° mijnbouwafvalstoffen;
  29° slib dat afkomstig is van de drinkwaterproductie, de reiniging van riolen, septische putten en vetvangers, en van waterzuiveringsinstallaties.
  [1 30° afgedankte matrassen.]1
  [2 31° met fipronil verontreinigde pluimveemest: de mest, afkomstig van een pluimveebedrijf in het Vlaamse Gewest dat naar aanleiding van de fipronilcrisis geblokkeerd is, die op basis van een analyserapport van een laboratorium dat de Vlaamse overheid daarvoor erkend heeft, een totaal gehalte aan fipronil van meer dan 0,01 mg per kg verse stof bevat.]2
  
Art. 4.1.2. Conformément à l'article 22 du décret sur les matériaux, les déchets suivants sont considérés comme des déchets spéciaux :
  1° déchets d'imprimés;
  2° véhicules mis au rebut;
  3° pneus usagés;
  4° équipements électriques et électroniques mis au rebut;
  5° piles et accumulateurs mis au rebut;
  6° autres huiles usagées que les huiles mentionnées au point 16°, g);
  7° médicaments vieux et périmés;
  8° huiles et graisses végétales et animales usagées;
  9° langes jetables usagés;
  10° films agricoles usagés;
  11° détritus non ramassés;
  12° déchets [4 de navires]4 de la navigation maritime et intérieure;
  13° aiguilles d'injection usagées;
  14° panneaux solaires photovoltaïques usagés;
  15° [3 boues de dragage et boues provenant du curage qui ne sont pas valorisables pour les utiliser comme sol, pour l'utilisation du sol en construction ou dans un produit solide dans le cadre du titre III, chapitre XIII du VLAREBO ; ]3
  16° les déchets suivants provenant de l'entretien, de la réparation ou de la démolition des véhicules à moteur, des bateaux à moteur, des avions à moteur et leurs accessoires :
  a) poussière contenant de l'amiante en fibres libres;
  b) sabots de frein, disques de frein, plaques de frein, patins de frein et disques d'embrayage contenant de l'amiante;
  c) piles et accumulateurs mis au rebut;
  d) solvants contaminés ou inutilisables;
  e) résidus de distillation provenant de la récupération de solvants; restes de peintures, de laques, de vernis; boues provenant de cabines de peinture;
  f) liquide de frein synthétique;
  g) huiles usagées;
  h) combustibles contaminés ou inutilisables;
  i) agents de réfrigération;
  j) fluides frigorigènes qui contiennent des substances qui appauvrissent la couche d'ozone ou des gaz à effet de serre fluorés;
  k) filtres contaminés de cabines de peinture, aérosols, conditionnements ayant contenu des matières dangereuses à l'exception d'huiles ou qui sont contaminés par ces matières et ne sont plus utilisés;
  l) déchets contenant des huiles, tels que filtres à huile, filtres à combustible, matériel d'absorption usagé, déchets provenant de séparateurs eau/hydrocarbures, amortisseurs contenant de l'huile, conditionnements usagés ayant contenu des huiles ou ayant été contaminés par des huiles et ne sont plus utilisés;
  m) catalyseurs;
  n) cartouches d'airbag contenant des produits chimiques;
  17° petits déchets dangereux;
  18° déchets de papier et de carton;
  19° déchets contenant de l'amiante;
  20° déchets de PVC;
  21° appareil et récipient qui contiennent des substances qui appauvrissent la couche d'ozone ou des gaz à effet de serre fluorés;
  22° PCV utilisés;
  23° déchets médicaux;
  24° déchets de construction et de démolition;
  25° sous-produits animaux qui satisfont à la définition de déchets;
  26° déchets de l'industrie du dioxyde de titane;
  27° déchets agricoles;
  28° déchets miniers;
  29° boues qui proviennent de la production d'eau potable, du nettoyage des égouts, des fosses septiques, des séparateurs à graisse et des installations d'épuration d'eau.
  [1 30° matelas usagés.]1
  [2 31° fumier de volaille contaminé par fipronil : le fumier issu d'une exploitation avicole en Région flamande bloquée à l'occasion de la crise du fipronil, contenant sur la base d'un rapport d'analyse d'un laboratoire agréé à cet effet par l'Autorité flamande, une teneur totale en fipronil de plus de 0,01 mg par kg de matière fraîche.]2
  
Art. 4.1.3. [3 § 1. ]3[1 Onder gevaarlijke afvalstoffen worden de afvalstoffen verstaan die in de lijst, vermeld in bijlage 2.1, met een asterisk zijn aangeduid.
   De afvalstoffen, vermeld in het eerste lid, worden geacht minstens een van de gevaarlijke eigenschappen te bezitten als vermeld in verordening (EU) 1357/2014 van de Commissie van 18 december 2014 ter vervanging van bijlage III bij Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen [2 of als vermeld in verordening (EU) 2017/997 van de Raad van 8 juni 2017 tot wijziging van bijlage III bij Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de gevaarlijke eigenschap HP 14 "Ecotoxisch"]2.]1

  [3 § 2. Als er onvoldoende informatie beschikbaar is over de samenstelling en herkomst van het afval, moet de gevaarlijke eigenschap HP14 "ecotoxisch" volgens een van de volgende methoden geëvalueerd worden:
   1° een evaluatie op basis van de rekenregels die beschreven zijn in de bijlage van verordening (EU) 2017/997 van de Raad van 8 juni 2017 tot wijziging van bijlage III bij Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad, wat betreft de gevaarlijke eigenschap HP 14 "Ecotoxisch". Verordening (EU) 2017/997 bepaalt ook dat de biologische beschikbaarheid van stoffen in rekening gebracht mag worden bij de indeling van de afvalstof. Dat gebeurt als volgt: als een afvalstof volgens de rekenregels als gevaarlijk wordt ingedeeld, en als die indeling alleen te wijten is aan de aanwezigheid van anorganische stoffen in de afvalstof, mag afgeweken worden van de rekenregels. In dat geval wordt de afvalstof geacht niet ecotoxisch te zijn als de concentratie van elk van de parameters in het extract zich onder de volgende grenswaarden van die respectieve parameter bevindt:
Art. 4.1.3. [3 § 1.]3[1 Par déchets dangereux, il faut entendre les déchets qui sont indiqués avec un astérisque dans la liste de l'annexe 2.1.
  Les déchets, visés à l'alinéa premier, sont présumes contenir au moins une des caractéristiques dangereuses, telles que visées au Règlement (UE) n ° 1357/2014 de la Commission du 18 décembre 2014 remplaçant l'annexe III de la directive 2008/98/CE du Parlement européen et du Conseil relative aux déchets et abrogeant certaines directives [2 ou telles que visées au règlement (UE) 2017/997 du Conseil du 8 juin 2017 modifiant l'annexe III de la directive 2008/98/CE du Parlement européen et du Conseil en ce qui concerne la propriété dangereuse HP 14 " Ecotoxique "]2.]1

  [3 § 2. Si les informations disponibles concernant la composition et la provenance du déchet sont insuffisantes, la propriété dangereuse HP14 " écotoxique " doit être évaluée selon l'une des méthodes suivantes :
   1° une évaluation basée sur les règles de calcul décrites dans l'annexe du règlement (UE) 2017/997 du Conseil du 8 juin 2017 modifiant l'annexe III de la directive 2008/98/CE du Parlement européen et du Conseil en ce qui concerne la propriété dangereuse HP 14 " Ecotoxique ". Le règlement (UE) 2017/997 dispose également que la biodisponibilité de substances peut être prise en compte pour la classification du déchet. On procède comme suit : si un déchet est classé comme dangereux selon les règles de calcul et que cette classification est uniquement due à la présence de substances inorganiques dans le déchet, il peut être dérogé aux règles de calcul. Dans ce cas, le déchet est jugé non écotoxique si la concentration de chacun des paramètres de l'extrait se situe sous les valeurs limites suivantes de ce paramètre respectif :
Parameter Uitloogbaarheid
   in mg/kg droge stof*
As 2
Cd 1
Cr 10
Cu 10
Hg 0,2
Ni 10
Pb 10
Co 5
Se 0,5
Zn 25
CN 10
DOC 800
Parameter Uitloogbaarheid
   in mg/kg droge stof* As 2 Cd 1 Cr 10 Cu 10 Hg 0,2 Ni 10 Pb 10 Co 5 Se 0,5 Zn 25 CN 10 DOC 800
* uitloogbaarheid, bepaald met de enkelvoudige schudtest
   2° een evaluatie van de afvalstoffen, vermeld in artikel 4.1.3, § 1, eerste lid, waarbij ze worden geacht "ecotoxisch" te zijn als het extract 50% effect of meer opwekt bij minstens een van de volgende drie biotesten, uitgevoerd zoals vermeld in CMA/4/C voor methoden voor extractie en biotesten:
   a) Microtox ;
   b) Daphnia immobilisatie ;
   c) Algen groeiinhibitie .
   De houder van het afval kiest de methode. Als een van beide methoden aangeeft dat het afval niet ecotoxisch is, is het gebruik van de tweede methode niet nodig. Als een gevaarlijke eigenschap van afval is beoordeeld zowel door middel van een test als vermeld in het eerste lid, 2°, als aan de hand van de rekenregels, vermeld in het eerste lid, 1°, hebben de testresultaten voorrang.
   Andere biotesten, verdunningen of grenswaarden dan deze vermeld in het eerste lid, 2°, zijn niet toegelaten.]3
  
Paramètre Lixiviabilité
   en mg/kg de matière sèche*
Cendres 2
Cd 1
Cr 10
Cu 10
Hg 0,2
Ni 10
Pb 10
Co 5
Se 0,5
Zn 25
CN 10
COD 800
Paramètre Lixiviabilité
   en mg/kg de matière sèche* Cendres 2 Cd 1 Cr 10 Cu 10 Hg 0,2 Ni 10 Pb 10 Co 5 Se 0,5 Zn 25 CN 10 COD 800
* lixiviabilité, déterminée par l'essai en bâchée unique
   2° une évaluation des déchets visés à l'article 4.1.3, § 1er, alinéa 1er, selon laquelle ils sont jugés " écotoxiques " si l'extrait génère un effet de 50 % ou plus dans au moins un des trois essais biologiques suivants, réalisés comme mentionné dans le CMA/4/C pour les méthodes d'extraction et les essais biologiques :
   a) Microtox ;
   b) immobilisation de la Daphnie ;
   c) inhibition de la croissance des algues.
   Le détenteur du déchet choisit la méthode. Si l'une des deux méthodes indique que le déchet n'est pas écotoxique, l'utilisation de la deuxième méthode n'est pas nécessaire. Si une propriété dangereuse d'un déchet a été évaluée à la fois au moyen d'un essai tel que visé à l'alinéa 1er, 2°, et à l'aide des règles de calcul visées à l'alinéa 1er, 1°, les résultats de l'essai priment.
   Les essais biologiques, dilutions ou valeurs limites autres que ceux visés à l'alinéa 1er, 2°, ne sont pas autorisés.]3
  
Art. 4.1.4. § 1. De minister kan op verzoek van de houder beslissen dat een specifieke op de lijst als gevaarlijk aangegeven afvalstof in individuele gevallen geen van de eigenschappen, vermeld in artikel 4.1.3, tweede lid, bezit en dus geen gevaarlijke afvalstof is.
  Een declassering kan worden toegestaan voor een bepaalde afvalstof van een specifieke productieplaats en voor een specifieke productiestap binnen het productieproces.
  § 2. De houder van de afvalstof dient per [3 beveiligde zending]3 een verzoek tot declassering in op het adres van de OVAM. De aanvraag moet minstens de volgende gegevens bevatten :
  1° de identificatie van de houder;
  2° de identificatie van de maatschappelijke zetel en van de exploitatiezetel waarop het verzoek betrekking heeft;
  3° de aard van de afvalstof (de EURAL-code, vermeld in bijlage 2.1);
  4° een kopie van de [2 omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit]2 voor het proces waaruit de afvalstof vrijkomt, indien van toepassing;
  5° een gedetailleerde beschrijving van de stap uit het productieproces waarin de afvalstof ontstaat. De beschrijving moet zo opgesteld worden dat aangetoond wordt waarom de gevaarlijke eigenschappen, vermeld in artikel 4.1.3, tweede lid, niet van toepassing zijn;
  6° voor de gevaarlijke eigenschappen [1 HP3 tot en met HP8, HP10 en HP11]1 wordt aan de hand van analyseresultaten aangetoond dat de grenswaarden, vermeld in artikel 4.1.3, tweede lid, niet overschreden worden;
  7° voor de andere gevaarlijke eigenschappen, vermeld in artikel 4.1.3, tweede lid, wordt gemotiveerd waarom ze niet aanwezig kunnen zijn in de afvalstof waarvoor het verzoek wordt ingediend. De houder van de afvalstof ondertekent en dateert het verzoek tot declassering. De naam en de functie van de ondertekenaar worden vermeld.
  De minister doet uitspraak binnen een termijn van drie maanden na de ontvangst van de aanvraag. Voorafgaand aan die uitspraak wint de minister het advies in van de OVAM.
  De OVAM stuurt de beslissing op naar de houder van de afvalstof, per [3 beveiligde zending]3, binnen een termijn van tien kalenderdagen na de datum van de beslissing.
  Elke wijziging van de administratieve gegevens van de houder van de afvalstof wordt aan de OVAM meegedeeld.
  
Art. 4.1.4. § 1. Le ministre flamand peut décider, à la demande du détenteur, si un déchet spécifique désigné comme dangereux sur la liste ne possède pas, dans des cas individuels, l'une des caractéristiques citées à l'article 4.1.3, deuxième alinéa, et n'est donc pas un déchet dangereux.
  Un déclassement peut être autorisé pour un déchet déterminé provenant d'un lieu de production spécifique et destiné à une étape de production spécifique du processus de production.
  § 2. Le détenteur du déchet adresse par [3 envoi sécurisé]3 une demande en déclassement à l'OVAM. La demande contient au moins les éléments suivants :
  1° l'identification du détenteur;
  2° l'identification du siège social et du siège d'exploitation auquel la demande a trait;
  3° la nature des déchets (code EURAL, mentionné dans l'annexe 2.1);
  4° le cas échéant, une copie [2 du permis d'environnement pour l'exploitation de l'établissement classé ou de l'activité classée]2 pour le procédé dont proviennent les déchets;
  5° une description détaillée de l'étape du procédé de production dont proviennent les déchets. Cette description doit être établie de manière à démontrer pourquoi les caractéristiques dangereuses reprises à l'article 4.1.3, deuxième alinéa, ne sont pas d'application;
  6° pour les propriétés dangereuses [1 HP3 à HP8 inclus, HP10 et HP11]1, il est démontré à l'aide de résultats d'analyse que les valeurs limites de l'art. 4.1.3, deuxième alinéa, ne sont pas dépassées;
  7° pour les propriétés dangereuses autres que celles visées ci-dessus, reprises à l'article 4.1.3, deuxième alinéa, leur absence dans le déchet faisant l'objet de la demande, est motivé. Le détenteur du déchet signe et date la demande de déclassement. Le nom et la fonction du signataire sont mentionnés.
  Le Ministre flamand se prononce sur la demande dans un délai de trois mois à compter de la réception de la demande. Il demande au préalable l'avis de l'OVAM.
  L'OVAM transmet la décision au détenteur du déchet par lettre recommandée dans un délai de dix jours calendrier à partir de la date de la décision.
  Toutes les modifications des données administratives du détenteur des déchets doivent être communiquées à l'OVAM.
  
Art. 4.1.5. De minister kan in met redenen omklede uitzonderingssituaties, gemotiveerd op wetenschappelijke gronden, beslissen dat individuele afvalstoffen die op de lijst als niet-gevaarlijk zijn aangeduid, toch een of meer van de eigenschappen, vermeld in artikel 4.1.3, tweede lid, bezitten. Die afvalstoffen worden gevaarlijke afvalstoffen.
  De EURAL-code van de afvalstof en de specifieke omstandigheden waarin de afvalstof als gevaarlijk wordt geklasseerd, worden bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en gepubliceerd op de website van de OVAM.
Art. 4.1.5. Le Ministre flamand peut décider, en se fondant sur des motifs scientifiques, dans des situations exceptionnelles motivées, que des déchets individuels considérés non dangereux dans la liste, présentent toutefois une ou plusieurs des propriétés citées à l'article 4.1.2, deuxième alinéa. Ces déchets deviennent des déchets dangereux.
  Le code EURAL du déchet ainsi que les circonstances spécifiques donnant lieu au classement comme déchet dangereux, sont publiés par extrait au Moniteur belge et affichés sur le site web de l'OVAM.
Art. 4.1.6. [1 In afwijking van artikel 4.1.3 worden, voor zover dit selectief ingezameld huishoudelijk verpakkingsafval niet onder artikel 5.2.2.1, 10°, valt, niet als een gevaarlijke afvalstof beschouwd :
   1° het selectief ingezameld afval van geledigde, leeggegoten of leeggeschraapte verpakkingen van huishoudelijke oorsprong die reinigings- of onderhoudsmiddelen hebben bevat die uitsluitend in waterige fase kunnen worden gebruikt, en die een of meer gevaarlijke stoffen hebben bevat die worden aangeduid door de pictogrammen GHS07 (uitroepingsteken), GHS05 (corrosief), subcategorie H318, overeenkomstig verordening (EG) 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels tot wijziging en intrekking van de richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van verordening (EG) 1907/2006 of door de pictogrammen Xi-irriterend en C-corrosief overeenkomstig de richtlijn 67/548/EEG van de Raad van 27 juni 1967 betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen en de richtlijn 1999/45/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 1999 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke preparaten;
   2° het selectief ingezameld afval van geledigde, leeggegoten of leeggeschraapte verpakkingen van huishoudelijke oorsprong die voeding of cosmetica hebben bevat, en die een of meer gevaarlijk stoffen hebben bevat die worden aangeduid door het pictogram GHS02 (ontvlambaar) overeenkomstig verordening (EG) 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels tot wijziging en intrekking van de richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van verordening (EG) 1907/2006 of door het pictogram F-ontvlambaar overeenkomstig de richtlijn 67/548/EEG van de Raad van 27 juni 1967 betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen en de richtlijn 1999/45/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 1999 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke preparaten.]1

  
Art. 4.1.6. [1 Par dérogation à l'article 4.1.3, les déchets suivants ne sont pas considérés comme des déchets dangereux, pour autant que ces déchets d'emballages ménagers sélectivement collectés ne sont pas saisis par l'article 5.2.2.1, 10° :
   1° les déchets sélectivement collectés d'emballages vidés ou raclés d'origine ménagère qui ont contenu des produits de nettoyage ou d'entretien qui peuvent uniquement être utilisés en phase aqueuse et qui ont contenu une ou plusieurs substances dangereuses désignées par les pictogrammes GHS07 (point d'exclamation), GHS05 (corrosif); sous-catégorie H318, conformément au règlement (CE) n° 1272/2008 du Parlement européen et du Conseil du 16 décembre 2008 relatif à la classification, à l'étiquetage et à l'emballage des substances et des mélanges, modifiant et abrogeant les directives 67/548/CEE et 1999/45/CE et modifiant le règlement (CE) n° 1907/2006 ou par les pictogrammes Xi-irritant et C-corrosif, conformément à la directive n° 67/548/CEE du Conseil du 27 juin 1967 concernant le rapprochement des dispositions législatives, réglementaires et administratives relatives à la classification, l'emballage et l'étiquetage des substances dangereuses et à la directive 1999/45/CE du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 1999 concernant le rapprochement des dispositions législatives, réglementaires et administratives des Etats membres relatives à la classification, à l'emballage et à l'étiquetage des préparations dangereuses ;
   2° les déchets sélectivement collectés d'emballages vidés ou raclés d'origine ménagère qui ont contenu des produits alimentaires ou des cosmétiques et qui ont contenu une ou plusieurs substances dangereuses désignées par les pictogrammes GHS02 (inflammable), conformément au règlement (CE) n° 1272/2008 du Parlement européen et du Conseil du 16 décembre 2008 relatif à la classification, à l'étiquetage et à l'emballage des substances et des mélanges, modifiant et abrogeant les directives 67/548/CEE et 1999/45/CE et modifiant le règlement (CE) n° 1907/2006 ou par les pictogrammes F-inflammable, conformément à la directive n° 67/548/CEE du Conseil du 27 juin 1967 concernant le rapprochement des dispositions législatives, réglementaires et administratives relatives à la classification, l'emballage et l'étiquetage des substances dangereuses et à la directive 1999/45/CE du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 1999 concernant le rapprochement des dispositions législatives, réglementaires et administratives des Etats membres relatives à la classification, à l'emballage et à l'étiquetage des préparations dangereuses.]1

  
Afdeling 4.2. - Indeling van afvalstoffenhandelingen
Section 4.2. - Classification des opérations sur les déchets
Art. 4.2.1. Onder verwijderingshandelingen van afvalstoffen als vermeld in artikel 3, 26°, van het Materialendecreet, worden de volgende handelingen verstaan :
Art. 4.2.1. Par opération d'élimination de déchets au sens de l'article 3, 26° du décret sur les matériaux, il faut entendre les opérations suivantes :
EU-code handelingen
D1storten op of in de bodem (bijvoorbeeld op een vuilstortplaats)
D2uitrijden (bijvoorbeeld biologische afbraak van vloeibaar of slibachtig afval in de bodem)
D3injectie in de diepe ondergrond (bijvoorbeeld injectie van verpompbare afvalstoffen in putten, zoutkoepels of van natuurlijk gevormde holten)
D4opslag in waterbekkens (bijvoorbeeld het lozen van vloeibaar of slibachtig afval in putten, vijvers of lagunen)
D5verwijderen op speciaal ingerichte locaties (bijvoorbeeld in afzonderlijk beklede, afgedekte cellen die van elkaar en van de omgeving afgeschermd zijn)
D6lozen/storten in wateren, behalve zeeën en oceanen
D7lozen/storten in zeeën en oceanen, inclusief inbrengen in de zeebodem
D8biologische behandeling op een andere wijze dan de wijzen, vermeld in dit artikel, waardoor verbindingen of mengsels ontstaan die worden verwijderd volgens een van de methoden, vermeld in D1 tot en met D12
D9fysisch-chemische behandeling op een andere wijze dan de wijzen, vermeld in dit artikel, waardoor verbindingen of mengsels ontstaan die worden verwijderd volgens een van de methoden, vermeld in D1 tot en met D12 (bijvoorbeeld verdampen, drogen, calcineren)
D10verbranding op het land
D11verbranding op zee (*)
D12permanente opslag (bijvoorbeeld plaatsen van houders in mijnen)
D13vermengen voorafgaand een van de handelingen, vermeld in D1 tot en met D12 (**)
D14herverpakken, voorafgaand aan de behandelingen, vermeld in D1 tot en met D13
D15opslag, in afwachting van de behandelingen, vermeld in D1 tot en met D14 (met uitsluiting van voorlopige opslag die voorafgaat aan inzameling op de plaats van productie)
EU-code handelingenD1storten op of in de bodem (bijvoorbeeld op een vuilstortplaats)D2uitrijden (bijvoorbeeld biologische afbraak van vloeibaar of slibachtig afval in de bodem)D3injectie in de diepe ondergrond (bijvoorbeeld injectie van verpompbare afvalstoffen in putten, zoutkoepels of van natuurlijk gevormde holten)D4opslag in waterbekkens (bijvoorbeeld het lozen van vloeibaar of slibachtig afval in putten, vijvers of lagunen)D5verwijderen op speciaal ingerichte locaties (bijvoorbeeld in afzonderlijk beklede, afgedekte cellen die van elkaar en van de omgeving afgeschermd zijn)D6lozen/storten in wateren, behalve zeeën en oceanen D7lozen/storten in zeeën en oceanen, inclusief inbrengen in de zeebodemD8biologische behandeling op een andere wijze dan de wijzen, vermeld in dit artikel, waardoor verbindingen of mengsels ontstaan die worden verwijderd volgens een van de methoden, vermeld in D1 tot en met D12D9fysisch-chemische behandeling op een andere wijze dan de wijzen, vermeld in dit artikel, waardoor verbindingen of mengsels ontstaan die worden verwijderd volgens een van de methoden, vermeld in D1 tot en met D12 (bijvoorbeeld verdampen, drogen, calcineren)D10verbranding op het landD11verbranding op zee (*)D12permanente opslag (bijvoorbeeld plaatsen van houders in mijnen)D13vermengen voorafgaand een van de handelingen, vermeld in D1 tot en met D12 (**)D14herverpakken, voorafgaand aan de behandelingen, vermeld in D1 tot en met D13D15opslag, in afwachting van de behandelingen, vermeld in D1 tot en met D14 (met uitsluiting van voorlopige opslag die voorafgaat aan inzameling op de plaats van productie)
(*) verboden op grond van EU-wetgeving en internationale verdragen en overeenkomsten
  (**) als er geen andere passende D-code voorhanden is, kan dat voorbereidende handelingen, voorafgaand aan verwijdering, omvatten, inclusief voorbehandeling, zoals sorteren, verbrijzelen, verdichten, pelletiseren, drogen, versnipperen, conditioneren of scheiden, voorafgaand aan een van de handelingen, vermeld in D1 tot en met D12.
Code UE opérations
D1Dépôt sur ou dans le sol (par exemple, mise en décharge, etc.)
D2Traitement en milieu terrestre (par exemple, biodégradation des déchets liquides ou de boues dans les sols, etc.)
D3Injection en profondeur (par exemple, injection des déchets pompables dans des puits, des domes de sel ou de failles géologiques naturelles, etc.)
D4Lagunage (par exemple, déversement de déchets liquides ou de boues dans des puits, des étangs ou des bassins, etc)
D5Mise en décharge spécialement aménagée (par exemple, placement dans des alvéoles étanches séparées, recouvertes et isolées les unes et les autres et de l'environnement, etc.);
D6Rejet dans le milieu aquatique, sauf les mers et océans;
D7Immersion dans les mers et océans, y compris enfouissement dans le sous-sol marin
D8Traitement biologique non spécifié ailleurs dans le présent article, aboutissant à des composés ou à des mélanges qui sont éliminés selon l'un des procédés numérotés de D 1 à D 12 inclus;
D9Traitement physico-chimique non spécifié ailleurs dans le présent article, aboutissant à des composés ou à des mélanges qui sont éliminés selon l'un des procédés numérotés de D 1 à D 12 inclus (par exemple, évaporation, séchage, calcination)
D10Incinération à terre
D11Incinération en mer (*)
D12Stockage permanent (par exemple, placement de conteneurs dans une mine, etc.)
D13Regroupement préalablement à l'une des opérations numérotées D 1 à D 12 inclus (**)
D14Reconditionnement préalablement à l'une des opérations numérotées de D 1 à D 13 inclus
D15Stockage préalablement à l'une des opérations numérotées de D 1 à D 14 inclus (à l'exclusion du stockage temporaire, avant collecte, sur le site de production)
Code UE opérationsD1Dépôt sur ou dans le sol (par exemple, mise en décharge, etc.)D2Traitement en milieu terrestre (par exemple, biodégradation des déchets liquides ou de boues dans les sols, etc.)D3Injection en profondeur (par exemple, injection des déchets pompables dans des puits, des domes de sel ou de failles géologiques naturelles, etc.)D4Lagunage (par exemple, déversement de déchets liquides ou de boues dans des puits, des étangs ou des bassins, etc)D5Mise en décharge spécialement aménagée (par exemple, placement dans des alvéoles étanches séparées, recouvertes et isolées les unes et les autres et de l'environnement, etc.);D6Rejet dans le milieu aquatique, sauf les mers et océans; D7Immersion dans les mers et océans, y compris enfouissement dans le sous-sol marinD8Traitement biologique non spécifié ailleurs dans le présent article, aboutissant à des composés ou à des mélanges qui sont éliminés selon l'un des procédés numérotés de D 1 à D 12 inclus;D9Traitement physico-chimique non spécifié ailleurs dans le présent article, aboutissant à des composés ou à des mélanges qui sont éliminés selon l'un des procédés numérotés de D 1 à D 12 inclus (par exemple, évaporation, séchage, calcination)D10Incinération à terreD11Incinération en mer (*)D12Stockage permanent (par exemple, placement de conteneurs dans une mine, etc.)D13Regroupement préalablement à l'une des opérations numérotées D 1 à D 12 inclus (**)D14Reconditionnement préalablement à l'une des opérations numérotées de D 1 à D 13 inclusD15Stockage préalablement à l'une des opérations numérotées de D 1 à D 14 inclus (à l'exclusion du stockage temporaire, avant collecte, sur le site de production)
(*) interdite en vertu de la législation de l'UE et des traités et conventions internationaux
  (**) s'il n'y a pas d'autre code D adéquat, cela peut comprendre des opérations préparatoires, préalablement à l'élimination, y compris le traitement préalable comme le triage, le concassage, le compactage, l'agglomération, le séchage, la fragmentation, le conditionnement ou la séparation, avant l'une des opérations mentionnées dans les catégories D1 à D12 inclus.
Art. 4.2.2. Onder handelingen voor de nuttige toepassing van afvalstoffen als vermeld in artikel 3, 23°, van het Materialendecreet, worden de volgende handelingen verstaan :
Art. 4.2.2. Par opérations pour la valorisation de déchets, tels que visés à l'article 3, 23°, du décret sur les matériaux, il faut entendre les opérations suivantes :
EU-codehandelingen
R1hoofdgebruik als brandstof of als ander middel voor energieopwekking (*)
R2terugwinning/regeneratie van oplosmiddelen
R3recyclage/terugwinning van organische stoffen die niet als oplosmiddel worden gebruikt (met inbegrip van compostering en andere biologische omzettingsprocessen) (**)
R4recyclage/terugwinning van metalen en metaalverbindingen [1 (* * ** * *)]1
R5recyclage/terugwinning van andere anorganische materialen (* * *)
R6regeneratie van zuren of basen
R7terugwinning van bestanddelen die worden gebruikt om vervuiling tegen te gaan
R8terugwinning van bestanddelen uit katalysatoren
R9herraffinage van olie en ander hergebruik van olie
R10uitrijden voor landbouwkundige of ecologische verbetering
R11gebruik van afvalstoffen die bij een van de handelingen, vermeld in R1 tot en met R10 vrijkomen
R12uitwisseling van afvalstoffen voor een van de handelingen, vermeld in R1 tot en met R11 (* * **)
R13opslag van afvalstoffen voor een van de handelingen, vermeld in R1 tot en met R12 (met uitsluiting van tijdelijke opslag, voorafgaand aan inzameling op de plaats van productie)(* * * * *)
(1)<BVR 2021-07-02/14, art. 46, 016; Inwerkingtreding : 27-08-2021>
EU-codehandelingenR1hoofdgebruik als brandstof of als ander middel voor energieopwekking (*)R2terugwinning/regeneratie van oplosmiddelenR3recyclage/terugwinning van organische stoffen die niet als oplosmiddel worden gebruikt (met inbegrip van compostering en andere biologische omzettingsprocessen) (**)R4recyclage/terugwinning van metalen en metaalverbindingen [1 (* * ** * *)]1R5recyclage/terugwinning van andere anorganische materialen (* * *)R6regeneratie van zuren of basenR7terugwinning van bestanddelen die worden gebruikt om vervuiling tegen te gaanR8terugwinning van bestanddelen uit katalysatorenR9herraffinage van olie en ander hergebruik van olieR10uitrijden voor landbouwkundige of ecologische verbeteringR11gebruik van afvalstoffen die bij een van de handelingen, vermeld in R1 tot en met R10 vrijkomenR12uitwisseling van afvalstoffen voor een van de handelingen, vermeld in R1 tot en met R11 (* * **)R13opslag van afvalstoffen voor een van de handelingen, vermeld in R1 tot en met R12 (met uitsluiting van tijdelijke opslag, voorafgaand aan inzameling op de plaats van productie)(* * * * *)(1)
(*) Hieronder vallen ook verbrandingsinstallaties die specifiek bestemd zijn om vast stedelijk afval te verwerken, op voorwaarde dat hun energie-efficiëntie ten minste :
  1° 0,60 bedraagt bij installaties die voor 1 januari 2009 in bedrijf zijn en over een vergunning beschikken overeenkomstig het [2 Decreet betreffende de omgevingsvergunning]2;
  2° 0,65 bedraagt bij installaties waarvoor na 31 december 2008 een vergunning wordt afgegeven, zoals berekend met de volgende formule :
  energie-efficiëntie = (Ep - (Ef + Ei)) / (0,97 x (Ew + Ef)), waarbij :
  a) Ep = de hoeveelheid energie die jaarlijks als warmte of elektriciteit wordt geproduceerd. Bij de berekening wordt energie in de vorm van elektriciteit vermenigvuldigd met een factor 2,6, en warmte die wordt geproduceerd voor commerciële toepassingen, met een factor 1,1 (in GJ/jaar);
  b) Ef = de jaarlijkse energie-input in het systeem, afkomstig van brandstoffen die voor de productie van stoom worden gebruikt (in GJ/jaar);
  c) Ew = de hoeveelheid energie die is besloten in de jaarlijks verwerkte hoeveelheid afvalstoffen, berekend aan de hand van de netto calorische waarde van de afvalstoffen (in GJ/jaar);
  d) Ei = de hoeveelheid energie die jaarlijks wordt geïmporteerd, Ew en Ef niet meegerekend (in GJ/jaar);
  e) 0,97 = correctiefactor om rekening te houden met energieverliezen via bodemas en straling.
  [1 De waarde van de energie-efficiëntieformule wordt op de onderstaande wijze met een klimaatcorrectiefactor (CCF) vermenigvuldigd :
   1. CCF voor installaties die vóór 1 september 2015 in bedrijf zijn en over een vergunning beschikken overeenkomstig het toepasselijke Unierecht :
   CCF = 1 als HDD >= 3 350
   CCF = 1,25 als HDD <= 2 150
   CCF = - (0,25/1 200) x HDD + 1,698 als 2 150 < HDD < 3 350
   2. CCF voor installaties waarvoor na 31 augustus 2015 een vergunning wordt afgegeven en voor installaties bedoeld in punt 1 na 31 december 2029 :
   CCF = 1 als HDD >= 3 350
   CCF = 1,12 als HDD <= 2 150
   CCF = - (0,12/1 200) x HDD + 1,335 als 2 150 < HDD < 3 350
   (De daaruit resulterende CCF-waarde zal worden afgerond tot op drie decimalen). Als HDD-waarde (Heating Degree Days - graaddagen voor verwarming) moet het gemiddelde van de jaarlijkse HDD-waarden voor de locatie van de verbrandingsinstallatie gelden, berekend over een periode van 20 opeenvolgende jaren vóór het jaar waarvoor de CCF wordt berekend.
   De HDD-waarde moet aan de hand van de volgende door Eurostat vastgestelde methode worden berekend : HDD is gelijk aan (18 ° C - Tm) x d als Tm minder bedraagt dan of gelijk is aan 15 ° C (verwarmingsdrempel), en is gelijk aan nul als Tm meer bedraagt dan 15 ° C, waarbij Tm de gemiddelde (Tmin + Tmax)/2 buitentemperatuur over een periode van d dagen is. De berekeningen moeten dagelijks worden uitgevoerd (d = 1) en voor een heel jaar worden opgeteld.
   De formule wordt toegepast overeenkomstig het Europese referentiedocument over de beste beschikbare technieken voor afvalverbranding. De berekeningswijze en de toepassing van de formule worden goedgekeurd en geverifieerd door de OVAM.]1

  (**) [3 Hieronder vallen voorbereiding voor hergebruik, vergassing en pyrolyse waarbij de componenten worden gebruikt als chemicaliën en nuttige toepassing van organisch materiaal in de vorm van opvulling.]3
  (* * *) [3 Hieronder vallen voorbereiding voor hergebruik, recycling van anorganisch bouwmateriaal, nuttige toepassing van anorganische materialen in de vorm van opvulling, en bodemreiniging die resulteert in sanering van de bodem.]3
  (* * **) Als er geen andere passende R-code voorhanden is, kan dat voorbereidende handelingen, voorafgaand aan nuttige toepassing, omvatten, inclusief voorbehandeling, zoals demonteren, sorteren, verbrijzelen, verdichten, pelletiseren, drogen, versnipperen, conditioneren, herverpakken, scheiden of mengen, voorafgaand aan een van de handelingen, vermeld in R1 tot en met R11.
  (* * * * *) Tijdelijke opslag als vermeld in dit artikel, betekent voorlopige opslag die niet plaatsvindt op de plaats van de productie.
  [3 (* * ** * *) Hieronder valt voorbereiding voor hergebruik.]3
  
code UEopérations
R1Utilisation principale comme combustible ou autre moyen de produire de l'énergie (*)
R2Récupération/régénération de solvants
R3Recyclage/récupération de substances organiques qui ne sont pas utilisées comme solvants (y compris le compostage et d'autres transformations biologiques) (**)
R4Recyclage/récupération des métaux et des composés métalliques [1 (* * ** * *) ]1
R5Recyclage/récupération d'autres matières inorganiques; (* * *)
R6Régénération des acides ou des bases;
R7Récupération des produits servants à capter les polluants;
R8Récupération des produits provenant des catalyseurs
R9Régénération ou autre réutilisation des huiles
R10Epandage sur le sol au profit de l'agriculture ou de l'écologie
R11Utilisation de déchets résiduels obtenus à partir de l'une des opérations numérotées R 1 à R 10 inclus;
R12Echange de déchets en vue de les soumettre à l'une des opérations numérotées R 1 à R 11 inclus (* * **)
R13Stockage des déchets préalablement à l'une des opérations numérotées R1 à R12 inclus (à l'exclusion du stockage temporaire, avant collecte, sur le site de production)(* * * * *)
(1)<AGF 2021-07-02/14, art. 46, 016; En vigueur : 27-08-2021>
code UEopérationsR1Utilisation principale comme combustible ou autre moyen de produire de l'énergie (*)R2Récupération/régénération de solvantsR3Recyclage/récupération de substances organiques qui ne sont pas utilisées comme solvants (y compris le compostage et d'autres transformations biologiques) (**)R4Recyclage/récupération des métaux et des composés métalliques [1 (* * ** * *) ]1R5Recyclage/récupération d'autres matières inorganiques; (* * *)R6Régénération des acides ou des bases;R7Récupération des produits servants à capter les polluants;R8Récupération des produits provenant des catalyseursR9Régénération ou autre réutilisation des huilesR10Epandage sur le sol au profit de l'agriculture ou de l'écologieR11Utilisation de déchets résiduels obtenus à partir de l'une des opérations numérotées R 1 à R 10 inclus;R12Echange de déchets en vue de les soumettre à l'une des opérations numérotées R 1 à R 11 inclus (* * **)R13Stockage des déchets préalablement à l'une des opérations numérotées R1 à R12 inclus (à l'exclusion du stockage temporaire, avant collecte, sur le site de production)(* * * * *)(1)
(*) Sont également comprises les installations d'incinération spécifiquement destinées à transformer des déchets municipaux solides, à condition que leur rendement énergétique s'élève au moins :
  1° à 0,60 dans les installations qui sont en service avant le 1er janvier 2009 et disposent d'une autorisation conformément au [2 décret relatif au permis d'environnement]2;
  2° à 0,65 dans les installations pour lesquelles une autorisation est délivrée après le 31 décembre 2008, telle que calculée à l'aide de la formule suivante :
  rendement énergétique = (Ep - (Ef + Ei)) / (0,97 (Ew + Ef)),
  a) Ep = étant la quantité d'énergie produite annuellement sous forme de chaleur ou d'électricité. Lors du calcul, l'énergie sous forme d'électricité est multipliée par un facteur 2,6 et la chaleur produite pour des exploitations commerciales par un facteur 1,1 (en GJ/an);
  b) Ef = l'apport énergétique annuel du système en combustibles servant à la production de vapeur (en GJ/an);
  c) Ew = la quantité annuelle d'énergie contenue dans les déchets traités, calculées sur la base du pouvoir calorifique inférieur des déchets (en GJ/an);
  d) Ei = la quantité annuelle d'énergie importée, hors Ew et Ef (en GJ/an);
  e) 0,97 = facteur de correction prenant en compte les déperditions d'énergie dues aux mâchefers d'incinération et au rayonnement.
  [1 La valeur donnée par la formule relative à l'efficacité énergétique sera multipliée par un facteur de correction climatique (FCC), comme suit :
   1. FCC pour les installations en exploitation et autorisées, conformément à la législation de l'Union en vigueur, avant le 1er septembre 2015 :
   FCC = 1 si DJC ≥ 3 350
   FCC = 1,25 si DJC ≤ 2 150
   FCC = - (0,25/1 200) x DJC + 1,698 si 2 150 < DJC < 3 350
   2. FCC pour les installations autorisées après le 31 août 2015 et pour les installations visées au point 1 après le 31 décembre 2029 :
   FCC = 1 si DJC ≥ 3 350
   FCC = 1,12 si DJC ≤ 2 150
   FCC = - (0,12/1 200) x DJC + 1,335 si 2 150 < DJC < 3 350
   (La valeur résultante du FCC sera arrondie à la troisième décimale). La valeur de DJC (degrés-jours de chauffage) à prendre en considération est la moyenne des valeurs annuelles de DJC pour le lieu où est implantée l'installation d'incinération, calculée sur une période de 20 années consécutives avant l'année pour laquelle le FCC est calculé.
   Pour le calcul de la valeur de DJC, il y a lieu d'appliquer la méthode suivante, établie par Eurostat : DJC est égal à (18 ° C - Tm) x j si Tm est inférieur ou égal à 15 ° C (seuil de chauffage) et est égal à zéro si Tm est supérieur à 15 ° C, Tm étant la température extérieure moyenne (Tmin + Tmax/2) sur une période de j jours. Les calculs sont effectués sur une base journalière (j = 1) et additionnés pour obtenir une année.
   La formule est appliquée conformément au document de référence européen sur les meilleures techniques disponibles en matière d'incinération de déchets. Le mode de calcul et l'application de la formule sont approuvés et vérifiés par l'OVAM.]1

  (**) [3 Ceci comprend la préparation en vue du réemploi, la gazéification et la pyrolyse utilisant les composants comme produits chimiques et la valorisation des matières organiques sous la forme du remblayage.]3
  (* * *) [3 Ceci comprend la préparation en vue du réemploi, le recyclage des matériaux de construction inorganiques, la valorisation des matières inorganiques sous la forme du remblayage et le nettoyage des sols à des fins de valorisation.]3
  (* * **) S'il n'existe aucun autre code R approprié, cette opération peut couvrir les opérations préalables à l'élimination, y compris le prétraitement, à savoir notamment le démontage, le triage, le concassage, le compactage, l'agglomération, le séchage, le broyage, le conditionnement, la séparation ou le mélange, avant l'exécution des opérations numérotées R 1 à R 12 inclus.
  (* * * * *) Par " stockage temporaire ", tel que visé au présent article, on entend le stockage préliminaire au sens de l'article 3, point 10.
  [3 (* * ** * *) Ceci comprend la préparation en vue du réemploi.]3
  
Afdeling 4.3. - Afzonderlijke inzameling van afvalstoffen
Section 4.3. - Collecte distincte des déchets
Art. 4.3.1. Ten minste de volgende huishoudelijke afvalstoffen moeten gescheiden worden aangeboden en verder afzonderlijk worden gehouden bij de ophaling of inzameling :
  1° klein gevaarlijk afval van huishoudelijke oorsprong;
  2° glazen flessen en bokalen;
  3° papier- en kartonafval;
  4° grofvuil;
  5° [3 bioafval]3;
  6° textielafval;
  7° afgedankte elektrische en elektronische apparatuur;
  8° afvalbanden;
  9° puin;
  10° asbestcementhoudende afvalstoffen;
  11° pmd-afval;
  [1 12° afgedankte matrassen;]1
  [2 13° recycleerbare harde kunststoffen;]2
  [2 14° gebruikte dierlijke en plantaardige vetten en oliën.]2
  [4 15° asbestvrije gebruikte vezelcementen bouwmaterialen.]4
  Ten minste de volgende huishoudelijke afvalstoffen moeten gescheiden worden aangeboden en verder afzonderlijk worden gehouden bij de ophaling of inzameling, of, indien aantoonbaar niet mogelijk, naderhand uitgesorteerd worden :
  1° houtafval;
  2° metaalafval.
  [3 ...]3
  
Art. 4.3.1. Les déchets ménagers suivants doivent au moins être présentés de manière séparée et être gardés à l'écart lors du ramassage ou de la collecte :
  1° petits déchets dangereux d'origine ménagère;
  2° bouteilles et bocaux de verre;
  3° déchets de papier et de carton;
  4° encombrants;
  5°[3 biodéchets]3;
  6° déchets de textile;
  7° équipement électrique et électronique mis au rebut;
  8° pneus usagés;
  9° gravats;
  10° déchets contenant de l'amiante-ciment;
  11° déchets pmc;
  [1 12° matelas usagés;]1
  [2 13° plastiques rigides recyclables;]2
  [2 14° graisses et huiles animales et végétales usagées.]2
  [4 15° matériaux de construction en fibro-ciment usagés sans amiante.]4
  Les déchets ménagers suivants doivent au moins être présentés séparément ou être gardés à l'écart lors du ramassage ou de la collecte, ou ils doivent être triés par la suite, si cela n'est manifestement pas possible :
  1° déchets de bois;
  2° déchets métalliques.
  [3 ...]3
  
Art. 4_3.1.TOEKOMSTIG_RECHT.    Ten minste de volgende huishoudelijke afvalstoffen moeten gescheiden worden aangeboden en verder afzonderlijk worden gehouden bij de ophaling of inzameling :
  1° klein gevaarlijk afval van huishoudelijke oorsprong;
  2° glazen flessen en bokalen;
  3° papier- en kartonafval;
  4° grofvuil;
  5° [4 bioafval]4;
  6° textielafval;
  7° afgedankte elektrische en elektronische apparatuur;
  8° afvalbanden;
  9° puin;
  10° asbestcementhoudende afvalstoffen;
  11° pmd-afval;
  [1 12° afgedankte matrassen;]1
  [2 13° recycleerbare harde kunststoffen;]2
  [2 14° gebruikte dierlijke en plantaardige vetten en oliën.]2
  Ten minste de volgende huishoudelijke afvalstoffen moeten gescheiden worden aangeboden en verder afzonderlijk worden gehouden bij de ophaling of inzameling, of, indien aantoonbaar niet mogelijk, naderhand uitgesorteerd worden :
  1° houtafval;
  2° metaalafval.
  [3 [4 ...]4.]3
Art. 4_3.1.DROIT_FUTUR.    Les déchets ménagers suivants doivent au moins être présentés de manière séparée et être gardés à l'écart lors du ramassage ou de la collecte :
  1° petits déchets dangereux d'origine ménagère;
  2° bouteilles et bocaux de verre;
  3° déchets de papier et de carton;
  4° encombrants;
  5° [4 biodéchets]4;
  6° déchets de textile;
  7° équipement électrique et électronique mis au rebut;
  8° pneus usagés;
  9° gravats;
  10° déchets contenant de l'amiante-ciment;
  11° déchets pmc;
  [1 12° matelas usagés;]1
  [2 13° plastiques rigides recyclables;]2
  [2 14° graisses et huiles animales et végétales usagées.]2
  Les déchets ménagers suivants doivent au moins être présentés séparément ou être gardés à l'écart lors du ramassage ou de la collecte, ou ils doivent être triés par la suite, si cela n'est manifestement pas possible :
  1° déchets de bois;
  2° déchets métalliques.
  [3 [4 ...]4]3
Art. 4.3.1 /1. [1 De uitbater van een handelszaak die, zowel tijdelijk als permanent, tabaksproducten, voedingsmiddelen of dranken verkoopt of aanbiedt die buiten de inrichting onmiddellijk kunnen worden verbruikt, moet instaan voor een correcte inzameling, verwijdering en verwerking van het afval dat daaruit ontstaat op het eigen of het bijbehorende terrein. De nodige maatregelen moeten worden genomen zodat de ingezamelde afvalstoffen maximaal kunnen worden hergebruikt of gerecycleerd.]1
  
Art. 4.3.1 /1. [1 § 1er. L'adjudicataire des travaux de construction, de démolition, de démantèlement et de rénovation prend les mesures nécessaires pour que les fractions de déchets de construction et de démolition, visées à l'article 4.3.2, soient libérées sur le chantier comme une fraction individuelle lors de la construction, de la démolition ou de la rénovation et est responsable de la collecte et de l'évacuation séparées correctes des déchets sur le chantier de construction et de démolition conformément aux dispositions de la sous-section 5.2.16.
   § 2. Pour les travaux de démolition, de démantèlement ou de rénovation relevant du champ d'application de l'article 4.3.3, § 1er, et dans le cas de travaux de construction neuve de bâtiments pour lesquels un permis d'environnement est exigé et dont le volume de construction total est supérieur à 1000 m3 pour tous les bâtiments non résidentiels sur lesquels porte le permis ou supérieur à 5000 m3 pour tous les bâtiments principalement résidentiels, à l'exception de logements unifamiliaux, sur lesquels porte le permis, l'adjudicataire des travaux de construction, de démolition, de démantèlement ou de rénovation établit un plan de gestion des déchets et de démolition. Ce plan de gestion des déchets doit être disponible avant le début des travaux de construction, de démolition, de démantèlement ou de rénovation.
   Ce plan de gestion des déchets et de démolition contient au moins des dispositions concernant :
   l'évacuation préalable des fractions de déchets qui ne sont pas des déchets de construction et de démolition ;
   les fractions qui doivent être collectées séparément conformément à l'article 4.3.2 et qui sont destinées au réemploi et au recyclage des matériaux ;
   pour les travaux de démolition relevant du champ d'application de l'article 4.3.3, § 1er, le plan de gestion des déchets et de démolition tient compte du plan de suivi de démolition certifié conforme et fournit en outre au moins :
   a) une description des conditions préalables à la démolition et au démantèlement, dont les contraintes techniques d'exécution et les aspects liés aux nuisances et à la sécurité. A cet effet, une déclaration motivée du coordinateur sécurité indique que les fractions respectives ne peuvent pas être libérées et collectées séparément pour des raisons de sécurité, de stabilité ou en raison du danger pour les travailleurs ;
   b) une description de la méthode et des techniques de démolition utilisées et, par conséquent, les implications possibles en termes de qualité des fractions collectées ;
   l'organisation de la collecte séparée sur le chantier des différentes fractions de déchets ;
   une liste des différents récipients de collecte des déchets indiquant les matières qu'ils contiendront ou non selon l'évacuation vers des établissements autorisés à cet effet ;
   l'organisation de l'évacuation des déchets suivant la libération des différentes fractions durant les travaux de construction, de démolition, de démantèlement ou de rénovation.
   Le plan de gestion des déchets doit être mis à la disposition de l'autorité de contrôle, de l'organisation de gestion de démolition, de l'expert qui effectue la visite de contrôle dans le cadre du suivi de la démolition et de l'OVAM à leur première demande.
   Le ministre peut préciser les dispositions relatives au plan de gestion des déchets et de démolition visé à l'alinéa 1er. L'OVAM peut mettre un modèle de plan de gestion des déchets et de démolition à disposition sur son site web.]1

  
Art. 4.3.2. [1 § 1. Tenminste de volgende bedrijfsafvalstoffen moeten gescheiden worden aangeboden door de afvalstoffenproducent en afzonderlijk worden gehouden bij de ophaling of inzameling:
   1° klein gevaarlijk afval van vergelijkbare bedrijfsmatige oorsprong;
   2° glasafval;
   3° papier- en kartonafval;
   4° gebruikte dierlijke en plantaardige oliën en vetten;
   5° groenafval;
   6° textielafval;
   7° afgedankte elektrische en elektronische apparatuur;
   8° afvalbanden;
   9° inert puin, bestaande uit betonpuin, metselwerkpuin of mengpuin;
   10° afvalolie;
   11° gevaarlijke afvalstoffen;
   12° asbestcementhoudende afvalstoffen en asbestverdachte materialen;
   13° afgedankte apparatuur en recipiënten die ozonafbrekende stoffen of gefluoreerde broeikasgassen bevatten;
   14° afvallandbouwfolies;
   15° afgedankte batterijen en accu's;
   16° pmd-afval;
   17° houtafval;
   18° metaalafval;
   19° afgedankte matrassen;
   20° recycleerbare harde kunststoffen;
   21° geëxpandeerd polystyreen;
   22° folies;
   23° keukenafval en etensresten;
   24° levensmiddelenafval, al dan niet verpakt;
   25° niet-teerhoudend asfaltpuin;
   26° funderingsmaterialen die niet conform de bepalingen van het eenheidsreglement gerecycleerde granulaten kunnen verwerkt worden;
   27° verontreinigde fracties bouw- en sloopafval die achteraf niet kunnen uitgesorteerd worden bij een verwerker, waarna zij voldoen aan de acceptatiecriteria van de vergunde verwerker;
   28° cellenbeton;
   29° gipskartonplaten en gipsblokken;
   33° asbestvrije vezelcementen bouwmaterialen.
   Onder het woord geëxpandeerd polystyreen, vermeld in het eerste lid, 21°, wordt verstaan: zuiver piepschuim van verpakkingen met bolletjesstructuur.
   Bouw- en sloopafval moet door de producent gescheiden van andere afvalstoffen worden aangeboden en gescheiden worden gehouden bij de ophaling of inzameling. Bouw- en sloopafval ontstaan door calamiteiten of dat op basis van andere wetgeving of op bevel van de politie of bevoegde autoriteiten onmiddellijk vernietigd of afgevoerd moet worden zonder verdere bewerkingen, vormt hierop een uitzondering.
   § 2. De afvalstoffenproducent die bedrijfsrestafval heeft en die een beroep doet op een inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar van bedrijfsrestafval is verplicht een contract af te sluiten waarin de afvalfracties, vermeld in de eerste paragraaf, en hun vooropgestelde inzamelwijze duidelijk vermeld worden.
   De verplichting in het eerste lid geldt niet als voldaan is aan de volgende cumulatieve voorwaarden:
   1° het bedrijfsrestafval van de afvalstoffenproducent is vergelijkbaar naar aard, samenstelling en hoeveelheid met huishoudelijke afvalstoffen;
   2° het bedrijfsrestafval van de afvalstoffenproducent wordt ingezameld in één ronde met huishoudelijk afval;
   3° voor de inzameling van het bedrijfsrestafval worden de kosten aangerekend overeenkomstig artikel 10 van het Materialendecreet.
   § 3. In afwijking van de eerste paragraaf kan de afvalstoffenproducent:
   1° keukenafval, etensresten en onverpakt levensmiddelenafval samenvoegen in dezelfde inzamelrecipiënt;
   2° keukenafval, etensresten, onverpakt levensmiddelenafval en levensmiddelenafval in zijn primaire verpakking samenvoegen in dezelfde inzamelrecipiënt, onder de volgende cumulatieve voorwaarden:
   a) de inzamelrecipiënt wordt overgebracht naar een vergunde sorteerinrichting waar de verpakkingen en andere verontreinigingen gescheiden worden van keukenafval, etensresten en levensmiddelenafval;
   b) de afvalstoffenproducent heeft een contract gesloten met een inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar, waarin de samengevoegde fracties en hun verdere behandeling worden gespecificeerd.
   § 4. In afwijking van de eerste paragraaf mag de afvalstoffenproducent papier- en kartonafval, houtafval, metaalafval, harde kunststoffen en folies samenvoegen in dezelfde recipiënt onder de volgende cumulatieve voorwaarden:
   1° het zijn droge, niet-gevaarlijke afvalfracties, waarbij de samenvoeging van de fracties het achteraf uitsorteren en de recyclage van de afzonderlijke afvalfracties niet verhindert of laagwaardiger maakt dan dat het geval zou zijn als de inzameling volledig gescheiden gebeurt;
   2° de recipiënt bevat geen andere afvalstoffen, geen bouw- en sloopafval en geen bedrijfsrestafval;
   3° als er een beroep gedaan wordt op een inzamelaar, handelaar of makelaar van afvalstoffen, sluit de afvalstoffenproducent daarmee een contract, waarin de samengevoegde fracties worden gespecificeerd, en waarin wordt vermeld dat de recipiënt geen andere afvalstoffen en geen bedrijfsrestafval mag bevatten;
   4° de recipiënt wordt overgebracht naar een vergunde sorteerinrichting waar de fracties volledig worden uitgesorteerd.
   § 5. In afwijking van de verplichting, vermeld in de eerste paragraaf, mag de afvalstoffenproducent in dezelfde recipiënt verschillende fracties bouw- en sloopafval samenvoegen, onder de volgende cumulatieve voorwaarden:
   1° het gaat om afval van bouw-, sloop- of renovatiewerken dat voldoet aan de definitie van bouw- en sloopafval volgens artikel 1.2.1, § 2, 11° /1 en waarbij aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:
   a) de aaneengesloten beschikbare ruimte voor het plaatsen en beladen van de inzamelrecipiënten bedraagt maximaal 40 m2;
   b) of de totale hoeveelheid gemengd bouw- en sloopafval die gedurende de uitvoering van de werf vrijkomt, is kleiner dan 40 m3;
   c) of er is een gemotiveerde verklaring van de veiligheidscoördinator die stelt dat de respectievelijke fracties niet gescheiden vrijkomen omwille van veiligheid, stabiliteit of technische uitvoeringsbeperkingen of gevaar voor werknemers;
   2° het bouw- en sloopafval is rechtstreeks afkomstig van een actieve werf;
   3° het zijn droge, niet-gevaarlijke afvalfracties. Asbesthoudende of asbestverdachte materialen, verontreinigde fracties bouw- en sloopafval en funderingsmaterialen die niet onder het eenheidsreglement voor gerecycleerde granulaten kunnen verwerkt worden, zijn uitgesloten van deze gemengde inzameling;
   4° het bouw- en sloopafval wordt beheerd zoals bepaald in onderafdeling 5.2.16.]1

  
Art. 4.3.2. [1 § 1er. Les déchets industriels doivent au moins être présentés séparément par le producteur de déchets et gardés à l'écart lors du ramassage ou de la collecte :
   1° petits déchets dangereux de nature industrielle similaire ;
   2° déchets de verre ;
   3° déchets de papier et de carton ;
   4° déchets d'huiles et de graisses végétales et animales ;
   5° déchets de végétaux ;
   6° déchets de textile ;
   7° équipement électrique et électronique mis au rebut ;
   8° pneus usagés ;
   9° débris inertes, constitués de débris de béton, de maçonnerie ou mixtes ;
   10° huile usagée ;
   11° déchets dangereux ;
   12° déchets contenant de l'amiante-ciment et matériaux susceptibles de contenir de l'amiante ;
   13° appareils et récipients mis au rebut qui contiennent des substances qui appauvrissent la couche d'ozone ou des gaz à effet de serre fluorés ;
   14° déchets de films agricoles ;
   15° piles et accumulateurs usagés ;
   16° déchets pmc ;
   17° déchets de bois ;
   18° déchets métalliques ;
   19° matelas usagés ;
   20° plastiques rigides recyclables ;
   21° polystyrène expansé ;
   22° films ;
   23° déchets de cuisine et de table ;
   24° déchets alimentaires, emballés ou non ;
   25° débris d'asphalte non goudronneux ;
   26° matériaux de fondation qui ne peuvent pas être traités conformément aux dispositions du règlement unique sur les granulats recyclés ;
   27° fractions polluées de déchets de construction et de démolition qui ne peuvent pas faire l'objet d'un tri ultérieur par un centre de traitement qui les rendrait conformes aux critères d'acceptation du centre de traitement autorisé ;
   28° béton cellulaire ;
   29° plaques de carton-plâtre et blocs de plâtre ;
-
   33° matériaux de construction en fibro-ciment sans amiante.
   Par " polystyrène expansé ", tel que visé à l'alinéa 1er, point 21°, on entend : mousse de polystyrène pure d'emballage à structure sphérique.
   Le producteur doit présenter les déchets de construction et de démolition séparément d'autres déchets et les garder séparément lors de l'enlèvement ou de la collecte. Les déchets de construction et de démolition résultant de calamités ou qui doivent être détruits ou évacués immédiatement, sans autre transformation, en vertu d'une autre législation ou sur ordre de la police ou d'autorités compétentes y font exception.
   § 2. Le producteur de déchets qui détient des déchets industriels résiduels et qui fait appel à un collecteur, négociant ou courtier en déchets industriels résiduels est tenu de conclure un contrat stipulant clairement les fractions de déchets visées au paragraphe 1er et le mode de collecte postulé.
   L'obligation visée à l'alinéa 1er ne s'applique pas si les conditions cumulatives suivantes sont remplies :
   1° les déchets industriels résiduels du producteur de déchets sont de nature, de composition et de quantité similaires à celles des ordures ménagères ;
   2° les déchets industriels résiduels du producteur de déchets sont collectés en même temps que les ordures ménagères ;
   3° pour la collecte des déchets industriels résiduels, les coûts sont facturés conformément à l'article 10 du décret sur les Matériaux.
   § 3. Par dérogation au paragraphe 1er, le producteur de déchets peut :
   1° joindre les déchets de cuisine, déchets de table et déchets d'aliments non emballés dans le même récipient de collecte ;
   2° joindre les déchets de cuisine, déchets de table, déchets d'aliments non emballés et déchets d'aliments dans leur emballage primaire dans le même récipient de collecte, aux conditions cumulatives suivantes ;
   a) le récipient de collecte est transporté vers un établissement de tri autorisé où les emballages et autres pollutions sont séparés des déchets de cuisine, déchets de table et déchets d'aliments ;
   b) le producteur de déchets a conclu avec un collecteur, négociant ou courtier en déchets, un contrat spécifiant les fractions regroupées et leur traitement ultérieur.
   § 4. Par dérogation au paragraphe 1er, le producteur de déchets peut regrouper des déchets de papier et de carton, des déchets ligneux, des déchets métalliques, des plastiques rigides et des films dans le même récipient aux conditions cumulatives suivantes :
   1° il s'agit de fractions de déchets secs non dangereux dont le regroupement n'empêche pas le tri ultérieur et le recyclage des fractions de déchets individuelles ou n'altère pas la qualité de leur tri et de leur recyclage par rapport à une collecte entièrement séparée ;
   2° le récipient ne contient pas d'autres déchets, pas de déchets de construction et de démolition et pas de déchets industriels résiduels ;
   3° s'il est fait appel à un collecteur, un négociant ou un courtier en déchets, le producteur de déchets conclut avec lui un contrat spécifiant les fractions regroupées et précisant que le récipient ne peut pas contenir d'autres déchets ni des déchets industriels résiduels ;
   4° le récipient est transporté vers un établissement de tri autorisé où les fractions sont entièrement triées.
   § 5. Par dérogation à l'obligation visée au paragraphe 1er, le producteur de déchets peut regrouper différentes fractions de déchets de construction et de démolition dans le même récipient aux conditions cumulatives suivantes :
   1° il s'agit de déchets de travaux de construction, de démolition ou de rénovation qui répondent à la définition de déchets de construction et de démolition selon l'article 1.2.1, § 2, 11° /1, et l'une des conditions suivantes est remplie :
   a) l'espace disponible d'un seul tenant destiné à l'installation et au chargement des récipients de collecte est de 40 m2 maximum ;
   b) ou lorsque la quantité totale de déchets mixtes de construction et de démolition générée pendant l'exécution du chantier est inférieure à 40 m3 ;
   c) ou lorsqu'une déclaration motivée du coordinateur sécurité indique que les fractions respectives ne sont pas libérées séparément pour des raisons de sécurité, de stabilité ou en raison de contraintes techniques d'exécution ou du danger pour les travailleurs ;
   2° les déchets de construction et de démolition proviennent directement d'un chantier actif ;
   3° il s'agit de fractions de déchets secs non dangereux. Les matériaux contenant ou susceptibles de contenir de l'amiante, les fractions polluées de déchets de construction et de démolition et les matériaux de fondation qui ne peuvent pas être traités en vertu du règlement unique sur les granulats recyclés sont exclus de cette collecte mixte ;
   4° les déchets de construction et de démolition sont gérés conformément aux dispositions de la sous-section 5.2.16.]1
  
Art. 4_3.2.TOEKOMSTIG_RECHT. [1 30° glaswol;
   31° rotswol;
   32° bitumineus dakbedekkingsmateriaal of afdichtingsmateriaal;]1

  
Art. 4_3.2.DROIT_FUTUR. [1 30° laine de verre ;
   31° laine de roche ;
   32° matériau de couverture bitumineux ou matériau d'étanchéité ;]1

  
Art. 4.3.3. [1 § 1. [3 De opmaak van een sloopopvolgingsplan volgens de standaardprocedure en de toepassing van het traceerbaarheidssysteem, vermeld in artikel 4.3.5, is verplicht bij:]3
   1° sloop-, renovatie- of ontmantelingswerken bij gebouwen waarvoor een omgevingsvergunning vereist is en waarvan het totale bouwvolume groter is dan 1000 mü voor alle niet-residentiële gebouwen waarop de vergunning betrekking heeft, of groter dan 5000 mü voor alle in hoofdzaak residentiële gebouwen, met uitzondering van eengezinswoningen, waarop de vergunning betrekking heeft;
   2° [2 sloop-, renovatie- of ontmantelingswerken in het kader van infrastructuurwerken waarvoor een omgevingsvergunning vereist is en waarvan het volume groter is dan 250 m3 en onderhoudswerken aan infrastructuur waarvoor een omgevingsvergunning vereist is en waarvan het volume groter is dan 250 m3.]2
   Het sloopopvolgingsplan wordt opgesteld [3 door een deskundige zoals vermeld in [5 paragraaf 5]5, vierde lid,]3 in opdracht van de aanvrager van de omgevingsvergunning.
   § 2. Het sloopopvolgingsplan omvat de identificatie van de werf met daaraan gekoppeld een overzicht van alle afvalstoffen die zullen vrijkomen.
   Per afvalstof worden de volgende gegevens opgenomen:
   1° de benaming;
   2° de bijbehorende EURAL-code, vermeld in bijlage 2.1;
   3° de vermoedelijke hoeveelheid, uitgedrukt in hoeveelheid of gewicht;
   4° de plaats in het gebouw of infrastructuurwerk waar de afvalstof voorkomt, alsook de verschijningsvorm ervan;
   5° de wijze waarop de afvalstof overeenkomstig artikel 4.3.2 tijdens de sloop-, renovatie, onderhouds- en ontmantelingswerken selectief zal worden ingezameld, opgeslagen en afgevoerd.
   Het sloopopvolgingsplan wordt opgesteld op basis van een standaardprocedure die wordt vastgesteld door de minister, op voorstel van de OVAM.
  [3 De standaardprocedure bepaalt minstens:
   1° [4 [5 ...]5]4;
  2° de wijze van opmaak van een sloopopvolgingsplan door een deskundige;
   3° de wijze van opmaak van het controleverslag door een deskundige.]3
;
  [4 De opdrachtgever voor de opmaak van het sloopopvolgingsplan bezorgt aan de sloopdeskundige de nodige informatie over het gebouw of infrastructuurwerk, geeft de sloopdeskundige toegang tot het gebouw of infrastructuurwerk en verleent de sloopdeskundige zijn medewerking zodat die het sloopopvolgingsplan kan opmaken conform de standaardprocedure.]4
   § 3. [3 Het sloopopvolgingsplan maakt deel uit van het vergunningsaanvraagdossier. Het conform verklaarde sloopopvolgingsplan maakt deel uit van de aanbestedingsdocumenten, de prijsvraag en de contractuele documenten.
   [4 Het conform verklaarde sloopopvolgingsplan maakt deel uit van de aanbestedingsdocumenten, de prijsvraag en de contractuele documenten. In de aanbestedingsdocumenten, de prijsvraag en de contractuele documenten wordt opgenomen dat er om een verwerkingstoelating en het sloopattest te verkrijgen, gewerkt moet worden volgens de voorwaarden, vermeld in de conformiteitsverklaring door de sloopbeheerorganisatie van het sloopopvolgingsplan.]4.]3

  [3 § 3/1. De sloopbeheerorganisatie attesteert de gescheiden en correcte afvoer van het gemengd bouw- en sloopafval en van de selectief gescheiden fracties bouw- en sloopafval die vrijkomen bij sloop-, renovatie- of ontmantelingswerken aan de hand van de identificatieformulieren en afgiftebewijzen, vermeld in paragraaf 4.
   De minister kan de attestering, zoals vermeld in het eerste lid, verder uitwerken in een standaardprocedure tracering.]3

   § 4. [3 [4 De uitvoerder van sloop-, ontmantelings- en renovatiewerken bezorgt voor de oplevering van de sloop- of ontmantelingswerken aan de sloopbeheersorganisatie kopieën van de afgiftebewijzen van:
   1° de afgevoerde gevaarlijke afvalstoffen en asbestverdachte materialen;
   2° de potentieel verontreinigde sloopmaterialen, waarvan de verontreinigingskarakteristieken in het sloopopvolgingsplan niet zijn bepaald en welke achteraf niet kunnen uitgesorteerd worden bij een verwerker, waarna zij voldoen aan de acceptatiecriteria van de vergunde verwerker;
   3° de puinfractie die door de puinbreker niet als puin met laagmilieurisicoprofiel is aanvaard.
   De afgiftebewijzen en transportdocumenten van de overige afgevoerde afvalstoffen moeten op verzoek van de sloopbeheerorganisatie aan haar ter beschikking te worden gesteld.
   Voor de oplevering van de sloop- of ontmantelingswerken bezorgt de uitvoerder van bouw-, infrastructuur-, sloop-, ontmantelings- en renovatiewerken een sloopattest als vermeld in artikel 4.3.5, § 3, aan de houder van de omgevingsvergunning]4
]3
]1

  [5 § 5. De sloopdeskundige voert de taken uit, vermeld in de standaardprocedure, vermeld in paragraaf 2.
   De sloopdeskundige gebouwen kan de taken uitvoeren die zijn opgenomen in de uitgebreide procedure gebouwen en de verkorte procedure gebouwen, zoals bepaald in de standaardprocedure en de procedure infrastructuurwerken, en beschikt minstens over een persoonscertificaat asbestdeskundige inventarisatie als vermeld in artikel 5.4.10.
   De sloopdeskundige infrastructuur kan de taken uitvoeren, vermeld in de procedure infrastructuurwerken, en beschikt minstens over een erkenning als bodemsaneringsdeskundige type I als vermeld in artikel 25/1 van het VLAREL, of over een persoonscertificaat asbestdeskundige inventarisatie als vermeld in artikel 5.4.10 van dit besluit.
   De minister kan bijkomende voorwaarden vastleggen waaraan de sloopdeskundige moet voldoen die betrokken is bij de opmaak van een sloopopvolgingsplan en een controleverslag als vermeld in paragraaf 2, en bij de toepassing van het traceerbaarheidssysteem, vermeld in artikel 4.3.5.]5

  
Art. 4.3.3. [1 § 1er. [3 L'établissement d'un plan de suivi de démolition suivant la procédure standard et l'application du système de traçabilité visés à l'article 4.3.5 est obligatoire en cas de :]3
   1° travaux de démolition, de rénovation ou de démantèlement d'immeubles pour lesquels un permis d'environnement est exigé et dont le volume de construction total est supérieur à 1000 mü pour tous les immeubles non résidentiels sur lesquels porte le permis, ou supérieur à 5000 mü pour tous les immeubles principalement résidentiels, à l'exception des logements unifamiliaux, sur lesquels porte le permis ;
   2° [2 travaux de démolition, de rénovation ou de démantèlement dans le cadre de travaux d'infrastructure pour lesquels un permis d'environnement est exigé et dont le volume dépasse les 250 m3 et travaux d'entretien d'infrastructures pour lesquels un permis d'environnement est exigé et dont le volume est supérieur 250 m3.]2
   Le plan de suivi de démolition est établi [3 par un expert tel que visé au [5 paragraphe 5]5, alinéa 4,]3 à la demande du demandeur du permis d'environnement.
   § 2. Le plan de suivi de démolition comprend l'identification du chantier assorti d'un inventaire de tous les déchets qui vont se libérer.
   Par déchet, on précisera les données suivantes :
   1° la dénomination ;
   2° le code EURAL correspondant, mentionné à l'annexe 2.1 ;
   3° la quantité présumée, exprimée en quantité ou en poids ;
   4° le lieu dans l'immeuble ou l'ouvrage d'infrastructure où les déchets se trouvent ainsi que leur forme ;
   5° la façon dont les déchets seront collectés de façon sélective, stockés et éliminés lors des travaux de démolition, de rénovation, d'entretien et de démantèlement, conformément à l'article 4.3.2.
   Le plan de suivi de démolition est établi sur la base d'une procédure standard fixée par le ministre, sur proposition de l'OVAM.
  [3 La procédure standard définit au moins :
   1° [4 [5 ...]5[5 ...]5fié conforme fait partie des documents de marché, du concours et des documents contractuels. Les documents de marché, le concours et les documents contractuels indiquent que l'obtention d'une autorisation de traitement et de l'attestation de démolition est subordonnée au respect des conditions visées dans la déclaration de conformité du plan de suivi de démolition établie par l'organisation de gestion de démolition.]4.]3

  [3 § 3/1. L'organisation de gestion de démolition atteste l'évacuation séparée et correcte des déchets de construction et de démolition en mélange et des fractions de déchets de construction et de démolition, isolées de manière sélective, issues de travaux de démolition, de rénovation ou de démantèlement au moyen des formulaires d'identification et des reçus de dépôt visés au paragraphe 4.
   Le ministre peut détailler l'attestation visée à l'alinéa 1er dans une procédure standard traçabilité.]3

   § 4. [3 [4 L'exécutant de travaux de démolition, de démantèlement et de rénovation remet à l'organisation de gestion de démolition, avant la réception des travaux de démolition ou de démantèlement, les copies des reçus de dépôt :
   1° des déchets dangereux et matériaux susceptibles de contenir de l'amiante évacués ;
   2° des matériaux de démolition potentiellement pollués dont les caractéristiques polluantes n'ont pas été déterminées dans le plan de suivi de démolition et qui ne peuvent pas faire l'objet d'un tri ultérieur par un centre de traitement qui les rendrait conformes aux critères d'acceptation du centre de traitement autorisé ;
   3° de la fraction de débris que le site de concassage de débris n'a pas acceptée comme débris à faible profil de risque environnemental.
   Les reçus de dépôt et les documents de transport des autres déchets évacués doivent être mis à la disposition de l'organisation de gestion de démolition à sa demande.
   Avant la réception des travaux de démolition ou de démantèlement, l'exécutant de travaux de construction, d'infrastructure, de démolition, de démantèlement et de rénovation remet au détenteur du permis d'environnement une attestation de démolition telle que visée l'article 4.3.5, § 3.]4
]3
]1

  [5 § 5. L'expert en démolition accomplit les tâches mentionnées dans la procédure standard, visée au paragraphe 2.
   L'expert en démolition " bâtiments " peut accomplir les tâches mentionnées dans la procédure étendue " bâtiments " et la procédure simplifiée " bâtiments ", mentionnées dans la procédure standard, et la procédure " ouvrages d'infrastructure " et dispose au moins d'un certificat à titre personnel d'expert en inventaire d'amiante tel que visé à l'article 5.4.10.
   L'expert en démolition " infrastructure " peut accomplir les tâches mentionnées dans la procédure " ouvrages d'infrastructure " et dispose au moins d'un agrément d'expert en assainissement du sol de type 1 tel que visé à l'article 25/1 du VLAREL ou d'un certificat à titre personnel d'expert en inventaire d'amiante tel que visé à l'article 5.4.10 du présent arrêté.
   Le ministre peut fixer des conditions complémentaires que l'expert en démolition impliqué dans l'établissement d'un plan de suivi de démolition et d'un rapport de contrôle tel que visé au paragraphe 2, et dans l'application du système de traçabilité visé à l'article 4.3.5, doit respecter.]5

  {
Art. 4_3.3.TOEKOMSTIG_RECHT.    [1 § 1. [3 De opmaak van een sloopopvolgingsplan volgens de standaardprocedure en de toepassing van het traceerbaarheidssysteem, vermeld in artikel 4.3.5, is verplicht bij:]3
   1° sloop-, renovatie- of ontmantelingswerken bij gebouwen waarvoor een omgevingsvergunning vereist is en waarvan het totale bouwvolume groter is dan 1000 mü voor alle niet-residentiële gebouwen waarop de vergunning betrekking heeft, of groter dan 5000 mü voor alle in hoofdzaak residentiële gebouwen, met uitzondering van eengezinswoningen, waarop de vergunning betrekking heeft;
   2° [2 sloop-, renovatie- of ontmantelingswerken in het kader van infrastructuurwerken waarvoor een omgevingsvergunning vereist is en waarvan het volume groter is dan 250 m3 en onderhoudswerken aan infrastructuur waarvoor een omgevingsvergunning vereist is en waarvan het volume groter is dan 250 m3.]2
   Het sloopopvolgingsplan wordt opgesteld [3 door een deskundige zoals vermeld in paragraaf 2, vierde lid,]3 in opdracht van de aanvrager van de omgevingsvergunning.
   § 2. Het sloopopvolgingsplan omvat de identificatie van de werf met daaraan gekoppeld een overzicht van alle afvalstoffen die zullen vrijkomen.
   Per afvalstof worden de volgende gegevens opgenomen:
   1° de benaming;
   2° de bijbehorende EURAL-code, vermeld in bijlage 2.1;
   3° de vermoedelijke hoeveelheid, uitgedrukt in hoeveelheid of gewicht;
   4° de plaats in het gebouw of infrastructuurwerk waar de afvalstof voorkomt, alsook de verschijningsvorm ervan;
   5° de wijze waarop de afvalstof overeenkomstig artikel 4.3.2 tijdens de sloop-, renovatie, onderhouds- en ontmantelingswerken selectief zal worden ingezameld, opgeslagen en afgevoerd.
   Het sloopopvolgingsplan wordt opgesteld op basis van een standaardprocedure die wordt vastgesteld door de minister, op voorstel van de OVAM.
  [3 De standaardprocedure bepaalt minstens:
   1°[4 de bepalingen waaraan de sloopdeskundige gebouwen en de sloopdeskundige infrastructuur moeten voldoen. De sloopdeskundige gebouwen kan de taken uitvoeren, vermeld in de uitgebreide procedure gebouwen, de verkorte procedure gebouwen, vermeld in de standaardprocedure, en de procedure infrastructuurwerken en beschikt minstens over een persoonscertificaat asbestdeskundige inventarisatie als vermeld in artikel 5.4.10. De sloopdeskundige infrastructuur kan de taken uitvoeren, vermeld in de procedure infrastructuurwerken, en beschikt minstens over een erkenning als bodemsaneringsdeskundige type 1, zoals bepaald in artikel 25/1 van het VLAREL besluit van 19 november 2010, of een persoonscertificaat asbestdeskundige inventarisatie als vermeld in artikel 5.4.10;]4]3

  [4 De opdrachtgever voor de opmaak van het sloopopvolgingsplan bezorgt aan de sloopdeskundige de nodige informatie over het gebouw of infrastructuurwerk, geeft de sloopdeskundige toegang tot het gebouw of infrastructuurwerk en verleent de sloopdeskundige zijn medewerking zodat die het sloopopvolgingsplan kan opmaken conform de standaardprocedure.]4
   § 3. [3 Het sloopopvolgingsplan maakt deel uit van het vergunningsaanvraagdossier. Het conform verklaarde sloopopvolgingsplan maakt deel uit van de aanbestedingsdocumenten, de prijsvraag en de contractuele documenten.
  [4 Het conform verklaarde sloopopvolgingsplan maakt deel uit van de aanbestedingsdocumenten, de prijsvraag en de contractuele documenten. In de aanbestedingsdocumenten, de prijsvraag en de contractuele documenten wordt opgenomen dat er om een verwerkingstoelating en het sloopattest te verkrijgen, gewerkt moet worden volgens de voorwaarden, vermeld in de conformiteitsverklaring door de sloopbeheerorganisatie van het sloopopvolgingsplan.]4.]3

  [3 § 3/1. De sloopbeheerorganisatie attesteert de gescheiden en correcte afvoer van het gemengd bouw- en sloopafval en van de selectief gescheiden fracties bouw- en sloopafval die vrijkomen bij sloop-, renovatie- of ontmantelingswerken aan de hand van de identificatieformulieren en afgiftebewijzen, vermeld in paragraaf 4.
   De minister kan de attestering, zoals vermeld in het eerste lid, verder uitwerken in een standaardprocedure tracering.]3

   § 4. [3 [4 De uitvoerder van sloop-, ontmantelings- en renovatiewerken bezorgt voor de oplevering van de sloop- of ontmantelingswerken aan de sloopbeheersorganisatie kopieën van de afgiftebewijzen van:
   1° de afgevoerde gevaarlijke afvalstoffen en asbestverdachte materialen;
   2° de potentieel verontreinigde sloopmaterialen, waarvan de verontreinigingskarakteristieken in het sloopopvolgingsplan niet zijn bepaald en welke achteraf niet kunnen uitgesorteerd worden bij een verwerker, waarna zij voldoen aan de acceptatiecriteria van de vergunde verwerker;
   3° de puinfractie die door de puinbreker niet als puin met laagmilieurisicoprofiel is aanvaard.
   De afgiftebewijzen en transportdocumenten van de overige afgevoerde afvalstoffen moeten op verzoek van de sloopbeheerorganisatie aan haar ter beschikking te worden gesteld.
   Voor de oplevering van de sloop- of ontmantelingswerken bezorgt de uitvoerder van bouw-, infrastructuur-, sloop-, ontmantelings- en renovatiewerken een sloopattest als vermeld in artikel 4.3.5, § 3, aan de houder van de omgevingsvergunning]4
.]3
]1
Art. 4_3.3.DROIT_FUTUR.    [1 § 1er. [3 L'établissement d'un plan de suivi de démolition suivant la procédure standard et l'application du système de traçabilité visés à l'article 4.3.5 est obligatoire en cas de :]3
   1° travaux de démolition, de rénovation ou de démantèlement d'immeubles pour lesquels un permis d'environnement est exigé et dont le volume de construction total est supérieur à 1000 mü pour tous les immeubles non résidentiels sur lesquels porte le permis, ou supérieur à 5000 mü pour tous les immeubles principalement résidentiels, à l'exception des logements unifamiliaux, sur lesquels porte le permis ;
   2° [2 travaux de démolition, de rénovation ou de démantèlement dans le cadre de travaux d'infrastructure pour lesquels un permis d'environnement est exigé et dont le volume dépasse les 250 m3 et travaux d'entretien d'infrastructures pour lesquels un permis d'environnement est exigé et dont le volume est supérieur 250 m3.]2
   Le plan de suivi de démolition est établi [3 par un expert tel que visé au paragraphe 2, alinéa 4,]3 à la demande du demandeur du permis d'environnement.
   § 2. Le plan de suivi de démolition comprend l'identification du chantier assorti d'un inventaire de tous les déchets qui vont se libérer.
   Par déchet, on précisera les données suivantes :
   1° la dénomination ;
   2° le code EURAL correspondant, mentionné à l'annexe 2.1 ;
   3° la quantité présumée, exprimée en quantité ou en poids ;
   4° le lieu dans l'immeuble ou l'ouvrage d'infrastructure où les déchets se trouvent ainsi que leur forme ;
   5° la façon dont les déchets seront collectés de façon sélective, stockés et éliminés lors des travaux de démolition, de rénovation, d'entretien et de démantèlement, conformément à l'article 4.3.2.
   Le plan de suivi de démolition est établi sur la base d'une procédure standard fixée par le ministre, sur proposition de l'OVAM.
  [3 La procédure standard définit au moins :
   1° [4 les dispositions auxquelles l'expert en démolition " bâtiments " et l'expert en démolition " infrastructure " doivent satisfaire. L'expert en démolition " bâtiments " peut accomplir les tâches mentionnées dans la procédure étendue " bâtiments ", la procédure simplifiée " bâtiments ", mentionnées dans la procédure standard, et la procédure " ouvrages d'infrastructure " et dispose au moins d'un certificat à titre personnel d'expert en inventaire d'amiante tel que visé à l'article 5.4.10. L'expert en démolition " infrastructure " peut accomplir les tâches mentionnées dans la procédure " ouvrages d'infrastructure " et dispose au moins d'un agrément d'expert en assainissement du sol de type 1 tel que prévu par l'article 25/1 de l'arrêté VLAREL du 19 novembre 2010 ou d'un certificat à titre personnel d'expert en inventaire d'amiante tel que visé à l'article 5.4.10 ; ]4;
   2° le mode d'établissement d'un plan de suivi de démolition par un expert ;
   3° le mode d'établissement du rapport de contrôle par un expert.]3

  [4 Le donneur d'ordre pour l'établissement du plan de suivi de démolition transmet à l'expert en démolition les informations nécessaires concernant le bâtiment ou l'ouvrage d'infrastructure, lui donne accès au bâtiment ou à l'ouvrage d'infrastructure et lui prête son concours de manière à ce qu'il puise établir le plan de suivi de démolition conformément à la procédure standard.]4
   § 3. [3 Le plan de suivi de démolition fait partie du dossier de demande de permis. Le plan de suivi de démolition certifié conforme fait partie des documents d'adjudication, de la demande de prix et des documents contractuels.
  [4 Le plan de suivi de démolition certifié conforme fait partie des documents de marché, du concours et des documents contractuels. Les documents de marché, le concours et les documents contractuels indiquent que l'obtention d'une autorisation de traitement et de l'attestation de démolition est subordonnée au respect des conditions visées dans la déclaration de conformité du plan de suivi de démolition établie par l'organisation de gestion de démolition. ]4.]3

  [3 § 3/1. L'organisation de gestion de démolition atteste l'évacuation séparée et correcte des déchets de construction et de démolition en mélange et des fractions de déchets de construction et de démolition, isolées de manière sélective, issues de travaux de démolition, de rénovation ou de démantèlement au moyen des formulaires d'identification et des reçus de dépôt visés au paragraphe 4.
   Le ministre peut détailler l'attestation visée à l'alinéa 1er dans une procédure standard traçabilité.]3

   § 4. [3 [4 L'exécutant de travaux de démolition, de démantèlement et de rénovation remet à l'organisation de gestion de démolition, avant la réception des travaux de démolition ou de démantèlement, les copies des reçus de dépôt :
   1° des déchets dangereux et matériaux susceptibles de contenir de l'amiante évacués ;
   2° des matériaux de démolition potentiellement pollués dont les caractéristiques polluantes n'ont pas été déterminées dans le plan de suivi de démolition et qui ne peuvent pas faire l'objet d'un tri ultérieur par un centre de traitement qui les rendrait conformes aux critères d'acceptation du centre de traitement autorisé ;
   3° de la fraction de débris que le site de concassage de débris n'a pas acceptée comme débris à faible profil de risque environnemental.
   Les reçus de dépôt et les documents de transport des autres déchets évacués doivent être mis à la disposition de l'organisation de gestion de démolition à sa demande.
   Avant la réception des travaux de démolition ou de démantèlement, l'exécutant de travaux de construction, d'infrastructure, de démolition, de démantèlement et de rénovation remet au détenteur du permis d'environnement une attestation de démolition telle que visée l'article 4.3.5, § 3.]4
.]3
]1
Art. 4.3.3 /1. [1 § 1. De opdrachtnemer van de bouw-, sloop-, ontmantelings- en renovatiewerken neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de fracties bouw- en sloopafval, vermeld in artikel 4.3.2, bij het bouwen, slopen, ontmantelen of renoveren op de werf als een afzonderlijke fractie vrijkomen en is verantwoordelijk voor de correcte gescheiden inzameling en afvoer van de afvalstoffen op de bouw- en sloopwerf volgens de bepalingen van onderafdeling 5.2.16.
   § 2. Voor sloop-, ontmantelings- of renovatiewerken onder het toepassingsgebied van artikel 4.3.3, § 1 en bij nieuwbouwwerken bij gebouwen waarvoor een omgevingsvergunning vereist is en waarvan het totale bouwvolume groter is dan 1000 m3 voor alle niet-residentiële gebouwen waarop de vergunning betrekking heeft, of groter dan 5000 m3 voor alle in hoofdzaak residentiële gebouwen, met uitzondering van eengezinswoningen, waarop de vergunning betrekking heeft stelt de opdrachtnemer van de bouw-, sloop-, ontmantelings- of renovatiewerken een afvalbeheer- en sloopplan op. Dit afvalbeheerplan moet beschikbaar zijn voor de start van de bouw-, sloop-, ontmantelings- of renovatiewerken.
   Dit afvalbeheer- en sloopplan bevat minstens bepalingen omtrent:
   1° de voorafgaande afvoer van de afvalfracties die geen bouw- en sloopafval zijn;
   2° de fracties die gescheiden moeten worden ingezameld, conform artikel 4.3.2, en bestemd zijn voor hergebruik en materiaalrecyclage;
   3° voor sloopwerken onder het toepassingsgebied van artikel 4.3.3, § 1 houdt het afvalbeheer- en sloopplan rekening met het conform verklaard sloopopvolgingsplan en geeft het bijkomend minstens:
   a) een beschrijving van de randvoorwaarden bij slopen en ontmantelen waaronder technische uitvoeringsbeperkingen en hinder- en veiligheidsaspecten. Dit gebeurt door een gemotiveerde verklaring van de veiligheidscoördinator dat de respectievelijke fracties niet gescheiden kunnen vrijkomen en kunnen ingezameld worden omwille van veiligheid, stabiliteit of gevaar voor werknemers;
   b) een beschrijving van de gebruikte sloopmethode en-technieken en daaruit volgend de bepaling van de mogelijke implicaties op de kwaliteit van de ingezamelde fracties;
   4° de organisatie van de gescheiden inzameling op de werf van de verschillende afvalfracties;
   5° een overzicht van de verschillende inzamelrecipiënten voor afvalstoffen met aanduiding van welke stoffen dit wel en niet zal bevatten in functie van de afvoer naar daartoe vergunde inrichtingen;
   6° de organisatie van de afvoer van de afvalstoffen in functie van het vrijkomen van de verschillende fracties tijdens de bouw-, sloop-, ontmantelings- of renovatiewerken.
   Het afvalbeheerplan moet op eerste verzoek ter beschikking gesteld worden van de toezichthouder, de sloopbeheerorganisatie, de deskundige die het controlebezoek uitvoert in kader van de sloopopvolging en de OVAM.
   De minister kan de bepalingen omtrent het afvalbeheer- en sloopplan, vermeld in het eerste lid, verder uitwerken. De OVAM kan een template van een afvalbeheer- en sloopplan ter beschikking stellen op zijn website.]1

  
Art. 4.3.4. [1 [2 Si les déchets suivants qui proviennent de l'exploitation maritime sont présentés séparément, ils doivent être séparés]2 et être gardés à l'écart lors du ramassage ou de la collecte :
   1° [5 bois ;]5
   2° déchets d'alimentation, y compris les déchets de cuisine internationaux;
   3° huiles et matières grasses comestibles;
   4° papier et carton;
   5° métaux;
   6° bouteilles et bocaux en verre;
   7° cendres provenant de la chambre à combustion;
   8° carcasses d'animaux;
   9° matériel de pêche;
   10° résidus de cargaison;
   11° eaux grises;
   12° eaux noires;
   13° autres petits déchets dangereux, tels que :
   a) piles;
   b) résidus de peinture;
   c) fusées éclairantes hors d'usage;
   d) armatures d'éclairage;
   14° déchets solides contenant de l'huile;
   15° déchets de cale et boues;
   16° autres petits déchets occasionnels, tels que :
   a) eaux provenant du nettoyage des cales;
   b) [4 les sédiments des citernes à ballast ;]4
   c) encrassements biologiques de la coque;
   d) résidus de peintures anti-encrassements biologiques;
   e) boues, provenant du traitement des eaux à bord;
   f) déchets provenant d'appareils de prévention d'émissions dans l'air;
   g) appareils électriques et électroniques hors d'usage;]1

  [5 17° plastique non recyclable et mélanges de plastiques avec d'autres déchets ;
   18° plastiques recyclables, y compris le polystyrène extrudé et autres plastiques similaires ;
   19° canettes en aluminium.]5

  [2 En dérogation à l'alinéa premier, [3 le collecteur, le commerçant ou le service d'élimination de déchets peuvent joindre les différentes]3 fractions de déchets qui sont éligibles à un recyclage de matériaux de haute qualité, ainsi que les déchets ligneux, dans le même récipient, aux conditions cumulatives suivantes :
   1° il s'agit de fractions de déchets [5 ...]5, où le mélange de fractions n'empêche pas le tri et la transformation de haute qualité des fractions de déchets séparées ;
   2° le récipient est transporté vers un établissement de tri autorisé où les fractions sont entièrement triées ;
   3° le producteur de déchets, son agent ou représentant dans le port, a conclu un contrat en cette matière avec un collecteur, négociant ou courtier de déchets, ou les différentes fractions sont spécifiées.]2

  
Art. 4.3.4. [1 [2 Als de volgende afvalstoffen die afkomstig zijn van de zeevaart, gescheiden worden aangeboden, moeten die afzonderlijk]2 worden gehouden bij de ophaling of inzameling :
   1° [5 hout;]5
   2° voedselafval, inclusief internationaal keukenafval;
   3° spijsolie en -vetten;
   4° papier en karton;
   5° metaal;
   6° glazen flessen en bokalen;
   7° as van de verbrandingskamer;
   8° dierlijke karkassen;
   9° vistuig;
   10° cargoresiduen;
   11° grijs water;
   12° zwart water;
   13° andere kleine gevaarlijke afvalstoffen, zoals :
   a) batterijen;
   b) verfafval;
   c) afgedankte vuurpijlen;
   d) lichtarmaturen;
   14° oliehoudende vaste afvalstoffen;
   15° bilges en sludge;
   16° andere occasionele afvalstoffen, zoals :
   a) waswater dat afkomstig is van het cleanen van de ruimen;
   b) [4 sediment uit de ballastwatertanks;]4
   c) hull biofouling;
   d) antifouling paintresidues;
   e) sludge, afkomstig van afvalwaterbehandeling aan boord;
   f) afval, afkomstig van apparatuur ter voorkoming van luchtemissies;
   g) afgedankte elektrische en elektronische apparatuur;]1

  [5 17° niet recycleerbaar plastic en mengsels van plastics met andere afvalstoffen;
   18° recycleerbare plastics, inclusief geëxtrudeerd polystyreen en andere vergelijkbare plastics;
   19° aluminium drankblikjes.]5

  [2 In afwijking van het eerste lid [3 mag de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar verschillende]3 afvalfracties die in aanmerking komen voor hoogwaardige materiaalrecyclage, alsook houtafval, samenvoegen in hetzelfde recipiënt, onder de volgende cumulatieve voorwaarden:
   1° het zijn [5 ...]5 afvalfracties waarbij de samenvoeging van de fracties het uitsorteren en de hoogwaardige verwerking van de afzonderlijke afvalfracties niet verhindert;
   2° het recipiënt wordt overgebracht naar een vergunde sorteerinrichting waar de fracties volledig worden uitgesorteerd;
   3° de afvalstoffenproducent, zijn agent of zijn vertegenwoordiger in de haven, daarover een contract heeft afgesloten met een inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar, waarin de samengevoegde fracties worden gespecifieerd.]2

  
Art. 4.3.5. [1 § 1er. [2 Dans le présent article, on entend par matériaux de démolition : matériaux provenant de travaux de construction, d'infrastructure, de démolition, de démantèlement ou de rénovation.
   Pour la fraction débris des matériaux de démolition provenant des activités telles que visées à l'article 4.3.3, paragraphe 1er, collectée de manière sélective en exécution d'un plan de suivi de démolition et transportée vers un établissement pour la production de granulats recyclés conformément au règlement unitaire, une autorisation de transformation peut être délivrée par une organisation de gestion de démolition agréée préalablement à l'évacuation. Cette autorisation de transformation atteste de la collecte sélective de la fraction débris des matériaux de démolition.
   Pour tous les autres matériaux de démolition, qui sont collectés de manière sélective en exécution d'un plan de suivi de démolition approuvé, une organisation de gestion de démolition agréée peut également délivrer une autorisation de transformation préalablement à l'évacuation. Cette autorisation de transformation atteste de la collecte sélective des matériaux de démolition.]2

   § 2. [2 [3 Pour tous les travaux de démolition, de rénovation ou de démantèlement visés à l'article 4.3.3, paragraphe 1er, une organisation de gestion de démolition agréée doit délivrer une attestation de démolition, sauf stipulation contraire dans la déclaration de conformité du plan de suivi de démolition]3.]2
   § 3. [2 L'attestation de démolition certifie la collecte sélective des matériaux de démolition et la traçabilité de l'origine jusqu'à la transformation contrôlée des matériaux de démolition. L'attestation de démolition n'est délivrée qu'après que le système de traçabilité d'une organisation de gestion de démolition agréée a été parcouru correctement de manière à obtenir des garanties sur la qualité des débris.]2
   Les conditions auxquelles un système de traçabilité doit répondre, sont reprises dans une procédure standard fixée par le Ministre sur la proposition de l'OVAM.
   [2 La procédure standard définit :
   1° les modalités d'établissement d'un plan de suivi de démolition par un expert ;
   2° les conditions d'obtention d'une déclaration de conformité par une organisation de gestion de démolition agréée dans les trente [3 jours ouvrables]3 suivant la réception du plan de suivi de démolition. Cette déclaration de conformité peut comprendre un avis sur les possibilités de réutilisation et de transformation des matériaux de démolition ;
  [3 2° /1 les conditions auxquelles l'organisation de gestion de démolition peut déclarer le plan de suivi de démolition incomplet et demander des compléments. Dans ce cas, le délai de trente jours ouvrables est suspendu à compter de l'envoi de la demande de compléments et recommence à courir à partir de la réception des clarifications ;]3
   3° les conditions dans lesquelles un rapport de contrôle d'un expert est exigé et les modalités d'établissement du rapport de contrôle. Le rapport de contrôle doit être approuvé par une organisation de gestion de démolition agréée ;
   4° les conditions de demande et d'obtention d'une autorisation de transformation par une organisation de gestion de démolition agréée dans les cinq [3 jours ouvrables]3 suivant la réception de la demande pour l'évacuation et la transformation de matériaux de démolition par l'exécutant des travaux de construction, d'infrastructure, de démolition, de démantèlement et de rénovation préalablement à l'évacuation et à la transformation des matériaux de démolition auprès du destinataire ;
   5° un système de contrôle qui permet de tracer le transport de l'origine jusqu'à la transformation contrôlée. Ce système de contrôle comprend au moins la mention obligatoire de la présence d'une autorisation de transformation dans les formulaires d'identification joints au transport des matériaux de démolition et dans le registre d'acceptation ;
   6° l'envoi, à l'organisation de gestion de démolition agréée, d'une confirmation de réception de la quantité livrée des matériaux de démolition par le destinataire des matériaux ;
   7° les conditions de délivrance et le contenu d'une attestation de démolition par l'organisation de gestion de démolition agréée dans le délai de trente [3 jours ouvrables]3 suivant la réception de la demande]2
.]1

  [3 8° les conditions auxquelles l'organisation de gestion de démolition peut déclarer la demande d'attestation de démolition incomplète et demander des compléments. Dans ce cas, le délai de trente jours ouvrables est suspendu à compter de l'envoi de la demande de compléments et recommence à courir à partir de la réception des clarifications.]3
  
Art. 4.3.5. [1 § 1. [2 In dit artikel wordt verstaan onder sloopmateriaal: materiaal dat afkomstig is van bouw-, infrastructuur-, sloop-, ontmantelings- of renovatiewerken.
   Voor de puinfractie van sloopmateriaal afkomstig van de activiteiten zoals vermeld in artikel 4.3.3, paragraaf 1, die selectief ingezameld werd in uitvoering van een sloopopvolgingsplan en afgevoerd wordt naar een inrichting voor de productie van gerecycleerde granulaten onder het eenheidsreglement, kan voorafgaandelijk aan de afvoer een verwerkingstoelating afgeleverd worden door een erkende sloopbeheerorganisatie. Deze verwerkingstoelating attesteert de selectieve inzameling van de puinfractie van het sloopmateriaal.
   Voor alle ander sloopmateriaal, dat selectief is ingezameld in uitvoering van een goedgekeurd sloopopvolgingsplan, kan een erkende sloopbeheerorganisatie eveneens een verwerkingstoelating afleveren voorafgaandelijk aan de afvoer. Deze verwerkingstoelating attesteert de selectieve inzameling van het sloopmateriaal.]2
.
   § 2. [2 [3 Voor alle sloop-, renovatie- of ontmantelingswerken, vermeld in artikel 4.3.3, paragraaf 1, moet een sloopattest afgegeven worden door een erkende sloopbeheerorganisatie, tenzij het anders bepaald is in de conformverklaring van het sloopopvolgingsplan]3.]2.
   § 3. [2 Het sloopattest attesteert de selectieve inzameling van het sloopmateriaal en de traceerbaarheid van de herkomst tot aan de gecontroleerde verwerking van de sloopmaterialen. Het sloopattest wordt pas afgeleverd nadat het traceerbaarheidssysteem van een erkende sloopbeheerorganisatie correct is doorlopen, zodat er garanties zijn over de kwaliteit van het puin.]2.
   De voorwaarden waaraan een traceerbaarheidssysteem moet voldoen, worden opgenomen in een standaardprocedure die wordt vastgesteld door de minister, op voorstel van OVAM.
   [2 De standaardprocedure bepaalt:
   1° de wijze van opmaak van een sloopopvolgingsplan door een deskundige;
   2° de voorwaarden tot het behalen van een conformiteitsverklaring door een erkende sloopbeheerorganisatie binnen dertig [3 werkdagen]3 na de ontvangst van het sloopopvolgingsplan. Die conformiteitsverklaring kan een advies bevatten over de hergebruiks- en verwerkingsmogelijkheden van de sloopmaterialen;
  [3 2° /1 de voorwaarden waaronder de sloopbeheerorganisatie het sloopopvolgingsplan onvolledig kan verklaren en aanvullingen kan vragen. In dat geval wordt de termijn van dertig werkdagen geschorst vanaf de verzending van het verzoek om aanvullingen en begint de termijn van dertig werkdagen opnieuw te lopen vanaf de ontvangst van de verduidelijkingen;]3
   3° de voorwaarden waaronder een controleverslag door een deskundige vereist is en de wijze van opmaak van het controleverslag. Het controleverslag moet worden goedgekeurd door een erkende sloopbeheersorganisatie;
   4° de voorwaarden tot het aanvragen en het verkrijgen van een verwerkingstoelating door een erkende sloopbeheersorganisatie binnen vijf [3 werkdagen]3 na de ontvangst van de aanvraag voor de afvoer en verwerking van sloopmateriaal door de uitvoerder van de bouw-, infrastructuur-, sloop-, ontmantelings- en renovatiewerken, voorafgaand aan de afvoer en verwerking van het sloopmateriaal bij de bestemmeling;
   5° een controlesysteem dat het mogelijk maakt het transport van herkomst tot aan de gecontroleerde verwerking te traceren. Dit controlesysteem bevat minstens de verplichte vermelding van de aanwezigheid van een verwerkingstoelating in de identificatieformulieren bij het transport van sloopmateriaal en in het acceptatieregister;
   6° het opsturen van een ontvangstbevestiging van de geleverde hoeveelheid sloopmateriaal door de bestemmeling van het materiaal naar de erkende sloopbeheersorganisatie;
   7° de voorwaarden voor de aflevering en de inhoud van een sloopattest door de erkende sloopbeheerorganisatie binnen een termijn van dertig [3 werkdagen]3 na de ontvangst van de aanvraag.]2
.]1

  [3 8° de voorwaarden waaronder de sloopbeheerorganisatie de aanvraag van het sloopattest onvolledig kan verklaren en aanvullingen kan vragen. In dat geval wordt de termijn van dertig werkdagen geschorst vanaf de verzending van het verzoek om aanvullingen en begint de termijn opnieuw te lopen vanaf de ontvangst van de verduidelijkingen.]3
  
Art. 4_3.5.DROIT_FUTUR.    [1 § 1er. [2 [3 Dans le présent article, on entend par matériaux de démolition : les matériaux issus de travaux de démolition, de démantèlement ou de rénovation.
   Pour la fraction " débris " des matériaux de démolition issus des activités visées à l'article 4.3.3, paragraphe 1er, collectée séparément en exécution d'un plan de suivi de démolition certifié conforme et évacuée vers un établissement pour la production de granulats recyclés conformément au règlement unique, une organisation de gestion de démolition agréée délivre, préalablement à l'évacuation et sauf stipulation contraire dans la déclaration de conformité du plan de suivi de démolition, une autorisation de traitement. Cette autorisation de traitement atteste la collecte sélective de la fraction " débris " des matériaux de démolition.]3

   Pour tous les autres matériaux de démolition, qui sont collectés de manière sélective en exécution d'un plan de suivi de démolition approuvé, une organisation de gestion de démolition agréée peut également délivrer une autorisation de transformation préalablement à l'évacuation. Cette autorisation de transformation atteste de la collecte sélective des matériaux de démolition.]2

   § 2. [2 [3 [4 Pour tous les travaux de démolition, de rénovation ou de démantèlement visés à l'article 4.3.3, paragraphe 1er, une organisation de gestion de démolition agréée doit délivrer une attestation de démolition, sauf stipulation contraire dans la déclaration de conformité du plan de suivi de démolition]4.]2
   § 3. [2 L'attestation de démolition certifie la collecte [3 séparée]3 des matériaux de démolition et la traçabilité de l'origine jusqu'à la transformation contrôlée des matériaux de démolition. L'attestation de démolition n'est délivrée qu'après que le système de traçabilité d'une organisation de gestion de démolition agréée a été parcouru correctement [3 ...]3.]2
   Les conditions auxquelles un système de traçabilité doit répondre, sont reprises dans une procédure standard fixée par le Ministre sur la proposition de l'OVAM.
   [2 La procédure standard définit :
   1° [3 ...]3
   2° les conditions d'obtention d'une déclaration de conformité [3 pour le plan de suivi de démolition]3 par une organisation de gestion de démolition agréée dans les trente [4 jours ouvrables]4 suivant la réception du plan de suivi de démolition. Cette déclaration de conformité peut comprendre un avis sur les possibilités de réutilisation et de transformation des matériaux de démolition ;
  [4 2° /1 les conditions auxquelles l'organisation de gestion de démolition peut déclarer le plan de suivi de démolition incomplet et demander des compléments. Dans ce cas, le délai de trente jours ouvrables est suspendu à compter de l'envoi de la demande de compléments et recommence à courir à partir de la réception des clarifications ;]4
   3° les conditions dans lesquelles un rapport de contrôle d'un expert est exigé [3 ...]3. Le rapport de contrôle doit être approuvé par une organisation de gestion de démolition agréée ;
   4° les conditions de demande et d'obtention d'une autorisation de transformation par une organisation de gestion de démolition agréée dans les cinq [4 jours ouvrables]4 suivant la réception de la demande pour l'évacuation et la transformation de matériaux de démolition par l'exécutant des travaux de construction, d'infrastructure, de démolition, de démantèlement et de rénovation préalablement à l'évacuation et à la transformation des matériaux de démolition auprès du destinataire ;
   5° un système de contrôle qui permet de tracer le transport de l'origine jusqu'à la transformation contrôlée. Ce système de contrôle comprend au moins la mention obligatoire de la présence d'une autorisation de transformation dans les formulaires d'identification joints au transport des matériaux de démolition et dans le registre d'acceptation ;
   6° l'envoi, à l'organisation de gestion de démolition agréée, d'une confirmation de réception de la quantité livrée des matériaux de démolition par le destinataire des matériaux ;
   7° les conditions de délivrance et le contenu d'une attestation de démolition par l'organisation de gestion de démolition agréée dans le délai de trente [4 jours ouvrables]4 suivant la réception de la demande]2
. ]1

  [4 8° les conditions auxquelles l'organisation de gestion de démolition peut déclarer la demande d'attestation de démolition incomplète et demander des compléments. Dans ce cas, le délai de trente jours ouvrables est suspendu à compter de l'envoi de la demande de compléments et recommence à courir à partir de la réception des clarifications. ]4
Art. 4_3.5.TOEKOMSTIG_RECHT.    [1 § 1. [2 [3 In dit artikel wordt verstaan onder sloopmateriaal: materiaal dat afkomstig is van sloop-, ontmantelings- of renovatiewerken.
   Voor de puinfractie van sloopmateriaal afkomstig van de activiteiten, vermeld in artikel 4.3.3, paragraaf 1, die gescheiden ingezameld is in uitvoering van een conform verklaard sloopopvolgingsplan en afgevoerd wordt naar een inrichting voor de productie van gerecycleerde granulaten onder het eenheidsreglement, wordt voorafgaandelijk aan de afvoer, een verwerkingstoelating afgegeven door een erkende sloopbeheerorganisatie, tenzij anders is bepaald in de conformverklaring van het sloopopvolgingsplan. Deze verwerkingstoelating attesteert de selectieve inzameling van de puinfractie van het sloopmateriaal.]3

   Voor alle ander sloopmateriaal, dat selectief is ingezameld in uitvoering van een goedgekeurd sloopopvolgingsplan, kan een erkende sloopbeheerorganisatie eveneens een verwerkingstoelating afleveren voorafgaandelijk aan de afvoer. Deze verwerkingstoelating attesteert de selectieve inzameling van het sloopmateriaal.]2
.
   § 2. [2 [3 [4 § 2. Voor alle sloop-, renovatie- of ontmantelingswerken, vermeld in artikel 4.3.3, paragraaf 1, moet een sloopattest afgegeven worden door een erkende sloopbeheerorganisatie, tenzij het anders bepaald is in de conformverklaring van het sloopopvolgingsplan.]4.]2.
   § 3. [2 Het sloopattest attesteert de [3 gescheiden]3 inzameling van het sloopmateriaal en de traceerbaarheid van de herkomst tot aan de gecontroleerde verwerking van de sloopmaterialen. Het sloopattest wordt pas afgeleverd nadat het traceerbaarheidssysteem van een erkende sloopbeheerorganisatie correct is doorlopen [3 ...]3.]2.
   De voorwaarden waaraan een traceerbaarheidssysteem moet voldoen, worden opgenomen in een standaardprocedure die wordt vastgesteld door de minister, op voorstel van OVAM.
   [2 De standaardprocedure bepaalt:
   1° [3 ...]3
   2° de voorwaarden tot het behalen van een conformiteitsverklaring [3 voor het sloopopvolgingsplan]3 door een erkende sloopbeheerorganisatie binnen dertig [4 werkdagen]4 na de ontvangst van het sloopopvolgingsplan. Die conformiteitsverklaring kan een advies bevatten over de hergebruiks- en verwerkingsmogelijkheden van de sloopmaterialen;
  [4 2° /1 de voorwaarden waaronder de sloopbeheerorganisatie het sloopopvolgingsplan onvolledig kan verklaren en aanvullingen kan vragen. In dat geval wordt de termijn van dertig werkdagen geschorst vanaf de verzending van het verzoek om aanvullingen en begint de termijn van dertig werkdagen opnieuw te lopen vanaf de ontvangst van de verduidelijkingen;]4
   3° de voorwaarden waaronder een controleverslag door een deskundige vereist is [3 ...]3. Het controleverslag moet worden goedgekeurd door een erkende sloopbeheersorganisatie;
   4° de voorwaarden tot het aanvragen en het verkrijgen van een verwerkingstoelating door een erkende sloopbeheersorganisatie binnen vijf [4 werkdagen]4 na de ontvangst van de aanvraag voor de afvoer en verwerking van sloopmateriaal door de uitvoerder van de bouw-, infrastructuur-, sloop-, ontmantelings- en renovatiewerken, voorafgaand aan de afvoer en verwerking van het sloopmateriaal bij de bestemmeling;
   5° een controlesysteem dat het mogelijk maakt het transport van herkomst tot aan de gecontroleerde verwerking te traceren. Dit controlesysteem bevat minstens de verplichte vermelding van de aanwezigheid van een verwerkingstoelating in de identificatieformulieren bij het transport van sloopmateriaal en in het acceptatieregister;
   6° het opsturen van een ontvangstbevestiging van de geleverde hoeveelheid sloopmateriaal door de bestemmeling van het materiaal naar de erkende sloopbeheersorganisatie;
   7° de voorwaarden voor de aflevering en de inhoud van een sloopattest door de erkende sloopbeheerorganisatie binnen een termijn van dertig [4 werkdagen]4 na de ontvangst van de aanvraag.]2
.]1

  [4 8° de voorwaarden waaronder de sloopbeheerorganisatie de aanvraag van het sloopattest onvolledig kan verklaren en aanvullingen kan vragen. In dat geval wordt de termijn van dertig werkdagen geschorst vanaf de verzending van het verzoek om aanvullingen en begint de termijn opnieuw te lopen vanaf de ontvangst van de verduidelijkingen.]4
Art. 4.3.6. [1 § 1er. Pour être agréée comme organisation de gestion de démoltion et le rester, l'organisation doit répondre aux conditions suivantes :
   1° être créée comme association sans but lucratif conformément [3 aux dispositions du Code des sociétés et des associations du 23 mars 2019]3 et n'avoir comme membres que des associations sans but lucratif ;
   2° être suffisamment représentative des différents secteurs concernés par l'exécution de travaux de construction et de démolition. Une organisation de gestion de démolition est représentative lorsque deux ou plus des organisations professionnelles, qui sont suffisamment représentatives pour les secteurs qui sont actifs dan l'exécution de travaux de construction et de démolition, revêtent un mandat dans le conseil d'administration ;
   3° les membres du conseil d'administration sont en mesure de démonter qu'ils sont suffisamment indépendants des entreprises individuelles ;
   4° avoir pour but statutaire " la délivrance d'attestations de démolition, la fourniture d'études sur la démolition sélective, la démolition et la transformation de matériaux provenant de travaux e construction et de démolition et la fourniture d'informations et d'avis sur les matériaux de construction et de démolition " ;
   5° employer une ou plusieurs personnes physiques qui possèdent ensemble une connaissance approfondie en systèmes de traçabilité ;
   6° satisfaire à un système interne permettant à l'organisation d'exécuter les tâches imposées par ou en vertu du présent arrêté de manière correcte et qualitative, y compris l'exécution de contrôles des chantiers par sondage et la tenue des registres suivants, qui sont consultables par l'autorité de tutelle au siège d'exploitation :
   a) un registre de réclamations ;
   b) un registre des plans de suivi de démolition, y compris les remarques de l'organisation de démolition à propos de ces rapports. Les plans de suivi de démolition y compris les remarques de l'organisation de démolition sont conservés pendant une période de cinq ans ;
   c) un registre des déclarations de conformité de la démolition sélective. Ces déclarations de conformité sont conservées pendant une période de cinq ans ;
   d) un registre des attestations de démolition. Les attestation de démolition sont conservées pendant une période de cinq ans ;
   7° disposer d'un système de traçabilité qui répond au moins aux conditions visées à l'article 4.3.5, § 3 ;
   8° [2 disposer d'une assurance qui couvre sa responsabilité professionnelle ;]2
   9° [2 en ce qui concerne les administrateurs et les personnes qui peuvent engager la personne morale : disposer de droits civils et politiques et n'avoir encouru pendant les cinq dernières années aucune condamnation pénale pour infraction à la législation en matière d'environnement d'un Etat membre de l'Union européenne ;]2
   10° [2 à la demande de l'OVAM, fournir les données relatives aux transports spécifiques ; ]2
  [2 11° à la demande de l'OVAM, fournir les informations sur la nature, l'origine, la qualité et la quantité des flux de matériaux, telles qu'elles figurent sur l'attestation de démolition.]2
   Dans les cas, visés à l'alinéa premier, [3 10° et 11°]3, tous les documents sont fournis à l'OVAM sous une forme lisible et compréhensible.
   § 2. La connaissance approfondie, visée au paragraphe 1er, alinéa premier, 5°, est démontrée à l'aide d'un curriculum vitae d'une entrevue avec et sur demande de l'OVAM, ou de diplômes académiques, diplômes de l'enseignement supérieur du long type dans un établissement scientifique, ou de diplômes assimilés, délivrés dans un état membre de l'union européenne.]1

  
Art. 4.3.6. [1 § 1. Om als sloopbeheerorganisatie erkend te worden en erkend te blijven, moet de organisatie aan de volgende voorwaarden voldoen:
   1° opgericht zijn als een vereniging zonder winstoogmerk conform [3 de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019]3, en als leden alleen organisaties hebben zonder winstgevend doel;
   2° voldoende representatief zijn voor de verschillende sectoren die betrokken zijn bij de uitvoering van bouw- en sloopwerken. Een sloopbeheerorganisatie is representatief als in de raad van bestuur twee of meer beroepsorganisaties zitten die voldoende representatief zijn voor de sectoren die actief zijn in de uitvoering van bouw- en sloopwerken;
   3° de leden van de raad van bestuur kunnen aantonen dat ze voldoende onafhankelijk zijn van individuele bedrijven;
   4° als statutair doel `het afleveren van sloopattesten, het leveren van studiewerk over selectieve sloop, het slopen en verwerken van afvalstoffen afkomstig van bouw- en sloopwerken en het verstrekken van informatie en advies over bouw- en sloopmaterialen' hebben;
   5° een of meer natuurlijke personen in dienst hebben die samen een grondige kennis hebben van milieu en traceerbaarheidssystemen;
   6° voldoen aan een intern systeem dat de organisatie in staat stelt de taken die opgelegd zijn krachtens dit besluit, correct en kwaliteitsvol uit te voeren, met inbegrip van de uitvoering van steekproefsgewijze werfcontroles en het bijhouden van de volgende registers, die ter inzage van de toezichthoudende overheid op de exploitatiezetel liggen:
   a) een klachtenregister;
   b) een register van de sloopopvolgingsplannen, met inbegrip van de opmerkingen van de slooporganisatie op die verslagen. De sloopopvolgingsplannen inclusief de opmerkingen van de slooporganisatie worden gedurende een termijn van vijf jaar bewaard;
   c) een register van conformverklaringen van selectieve sloop. Die conformverklaringen worden gedurende een termijn van vijf jaar bewaard;
   d) een register van de sloopattesten. De sloopattesten worden gedurende een termijn van vijf jaar bewaard;
   7° beschikken over een traceerbaarheidssysteem dat minstens voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 4.3.5, § 3;
   8° [2 beschikken over een verzekering die haar beroepsaansprakelijkheid dekt;]2
   9° [2 voor de bestuurders en de personen die de rechtspersoon kunnen verbinden: beschikken over burgerlijke en politieke rechten en de laatste vijf jaar geen strafrechtelijke veroordeling opgelopen hebben voor overtredingen van de milieuwetgeving in een lidstaat van de Europese Unie;]2
   10° [2 op verzoek van de OVAM de gegevens verstrekken over specifieke transporten;]2
  [2 11° op verzoek van de OVAM de gegevens verstrekken over de aard, de herkomst, de kwaliteit en de kwantiteit van de materiaalstromen, zoals opgenomen in het sloopattest.]2
   In de gevallen, vermeld in het eerste lid, [3 10° en 11°]3, worden alle documenten in een leesbare en verstaanbare vorm aan de OVAM bezorgd.
   § 2. De grondige kennis, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 5°, wordt aangetoond aan de hand van een curriculum vitae of een interview, afgenomen door en op verzoek van de OVAM, of academische diploma's, diploma's van het hoger onderwijs van het lange type in een wetenschappelijke richting, of met daarmee gelijkgestelde diploma's, uitgereikt in een lidstaat van de Europese Unie.]1

  
Art. 4.3.7. [1 La demande d'agrément d'organisation de gestion de démolition est adressée [2 par envoi sécurisé]2 au Ministre, à l'adresse de l'OVAM.
   Pour être recevable, la demande d'agrément comporte au moins les éléments suivants :
   1° les statuts de la personne morale ;
   2° les noms des personnes physiques désignées en tant que personne responsable par la personne morale ;
   3° la preuve d'une connaissance approfondie de l'environnement et de systèmes de traçabilité, visés à l'articl 4.3.6, § 1er, alinéa premier, 5° ;
   4° un engagement inconditionnel dans lequel le demandeur déclare qu'il gérera sous une forme consultable les données dont il disposera ;
   5° un engagement inconditionnel dans lequel le demandeur déclare qu'il souscrira dans les trente jours suivant l'agrément une assurance responsabilité professionnelle, telle que visée à l'article 4.3, 6, § 1er, alinéa premier, 8°, et qu'il informera l'OVAM de la police souscrite ;
   6° une déclaration que les administrateurs et les personnes pouvant engager la personne morale, disposent de leurs droits civils et politiques et n'ont encouru pendant les cinq dernières années aucune condamnation pénale pour infraction à la législation en matière d'environnement d'un Etat membre de l'Union européenne ;
   7° une attestation récente démontrant que le demandeur a rempli ses obligations sociales et fiscales.]1

  
Art. 4.3.7. [1 De aanvraag om erkend te worden als sloopbeheerorganisatie wordt met een [2 beveiligde zending]2 gericht aan de minister, op het adres van de OVAM.
   Om ontvankelijk te zijn, bevat de aanvraag tot erkenning minstens de volgende gegevens:
   1° de statuten van de rechtspersoon;
   2° de namen van de natuurlijke personen die door de rechtspersoon aangesteld zijn als verantwoordelijk persoon;
   3° het bewijs van de grondige kennis van milieu en traceerbaarheidssystemen, vermeld in artikel 4.3.6, § 1, eerste lid, 5° ;
   4° een onvoorwaardelijke verbintenis waarin de aanvrager verklaart dat hij de gegevens waarover hij zal beschikken, toegankelijk zal beheren;
   5° een onvoorwaardelijke verbintenis waarin de aanvrager verklaart dat hij binnen dertig dagen na de erkenning een verzekering voor beroepsaansprakelijkheid zal afsluiten als vermeld in artikel 4.3.6, § 1, eerste lid, 8°, en de OVAM van de afgesloten polis op de hoogte zal brengen;
   6° een verklaring dat de bestuurders en de personen die de rechtspersoon kunnen verbinden, de laatste vijf jaar geen strafrechtelijke veroordeling opgelopen hebben voor overtredingen van milieuwetgeving in een lidstaat van de Europese Unie;
   7° een recent attest waaruit blijkt dat de aanvrager aan zijn sociale en fiscale verplichtingen voldaan heeft.]1

  
Art. 4.3.8. [1 Les demandes d'agrément comme organisation de gestion de démolition sont traitées suivant la procédure suivante :
   1° dans les trente jours suivant la date de réception de la demande, l'OVAM fait parvenir au demandeur un récépissé, dans lequel elle se prononce également sur la recevabilité de la demande ;
   2° l'OVAM déclare la demande recevable ou demande les compléments nécessaires.
   Si l'OVAM ne demande pas de compléments dans le délai visé au 1°, la demande est réputée recevable.
   Si l'OVAM demande des compléments dans le délai visé au 1°, la demande complétée est à nouveau envoyée [2 par envoi sécurisé]2 à l'OVAM.
   Dans les trente jours suivant la date de réception de la demande complétée, l'OVAM fait parvenir au demandeur le récépissé, dans lequel l'OVAM se prononce également sur la recevabilité de la demande complétée ;
   3° l'OVAM examine la demande recevable et l'envoie, accompagnée de son avis, au Ministre dans un délai de nonante jours suivant la date du récépissé de la demande recevable ;
   4° le Ministre prend une décision sur l'agrément, dans un délai de cent vingt jours suivant la date du récépissé de la demande recevable ;
   5° dans les cent cinquante jours suivant la date du récépissé de la demande recevable, l'OVAM notifie la décision sur l'agrément par lettre recommandée au demandeur. La décision d'agrément est publiée par extrait au Moniteur belge.]1

  
Art. 4.3.8. [1 De aanvragen tot erkenning als sloopbeheerorganisatie worden behandeld volgens de volgende procedure:
   1° de OVAM stuurt binnen een termijn van dertig dagen na de datum van ontvangst van de aanvraag een ontvangstbewijs naar de aanvrager, waarbij ze zich ook uitspreekt over de ontvankelijkheid van de aanvraag;
   2° de OVAM verklaart de aanvraag ontvankelijk of verzoekt om de nodige aanvullingen.
   Als de OVAM niet binnen de termijn, vermeld in punt 1°, om aanvullingen heeft verzocht, wordt de aanvraag geacht ontvankelijk te zijn.
   Als de OVAM binnen de termijn, vermeld in punt 1°, om aanvullingen verzoekt, wordt de aangevulde aanvraag opnieuw met een aangetekende brief naar de OVAM gestuurd.
   De OVAM stuurt binnen een termijn van dertig dagen na de datum van ontvangst van de aangevulde aanvraag het ontvangstbewijs naar de aanvrager, waarbij de OVAM zich ook uitspreekt over de ontvankelijkheid van de aangevulde aanvraag;
   3° de OVAM onderzoekt de ontvankelijke aanvraag en stuurt die samen met haar advies binnen een termijn van negentig dagen na de datum van het ontvangstbewijs van de ontvankelijke aanvraag naar de minister;
   4° de minister neemt binnen een termijn van honderdtwintig dagen na de datum van het ontvangstbewijs van de ontvankelijke aanvraag een beslissing over de erkenning;
   5° binnen een termijn van honderdvijftig dagen na de datum van het ontvangstbewijs van de ontvankelijke aanvraag wordt de beslissing over de erkenning door de OVAM met een [2 beveiligde zending]2 aan de aanvrager betekend. De erkenningsbeslissing wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.]1

  
Art. 4.3.9. [1 Le Ministre peut à tout temps suspendre l'agrément pour une période d'au plus six mois dans les cas suivants :
   1° le titulaire de l'agrément n'exécute pas de manière réglementaire ou objective les tâches dont il a été chargé en vertu du présent arrêté ;
   2° le titulaire de l'agrément ne répond plus aux conditions d'agrément prévues aux articles 4.3.6 ;
   3° le titulaire de l'agrément commet des irrégularités dans la délivrance des déclarations de conformité de démolition sélective, les autorisations de transformation et /ou des attestations de démolition ;
   4° le titulaire de l'agrément a été condamné en vertu d'un jugement ou d'un arrêt passé en force de chose jugée pour un délit qui, de par sa nature, porte atteinte à l'éthique professionnelle de la personne morale concernée ;
   5° le titulaire de l'agrément ne s'est pas montré indépendant par rapport aux personnes concernées.
   Le Ministre informe le titulaire de l'agrément par lettre recommandée de la décision envisagée de suspension, avec mention des motifs. Dans un délai de trente jours suivant la date de réception de ladite lettre, le titulaire de l'agrément peut accomplir toutes les formalités nécessaires afin d'éviter la suspension ou transmettre ses moyens de défense au Ministre.
   La décision de suspension est notifiée par l'OVAM [2 par envoi sécurisé]2 au titulaire de l'agrément et est publiée par extrait au Moniteur belge.
   La suspension prend cours le trentième jour après la date de notification de la décision à la personne concernée.]1

  
Art. 4.3.9. [1 De minister kan de erkenning op elk moment schorsen voor een termijn van maximaal zes maanden in de volgende gevallen:
   1° de houder van de erkenning voert de taken waarmee hij met toepassing van dit besluit is belast, niet reglementair of niet objectief uit;
   2° de houder van de erkenning voldoet niet meer aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 4.3.6;
   3° de houder van de erkenning begaat onregelmatigheden bij het uitreiken van conformverklaringen selectieve sloop, verwerkingstoelatingen en/of sloopattesten;
   4° de houder van de erkenning is bij een vonnis of arrest dat in kracht van gewijsde is gegaan, veroordeeld voor een misdrijf dat door de aard ervan de beroepsmoraal van de betrokken rechtspersoon aantast;
   5° de houder van de erkenning heeft zich niet onafhankelijk getoond ten opzichte van betrokkenen.
   De minister brengt de houder van de erkenning met een [2 beveiligde zending]2 op de hoogte van de voorgenomen beslissing tot schorsing, met vermelding van de redenen. Binnen een termijn van dertig dagen na de datum van ontvangst van die brief kan de houder van de erkenning alle nodige formaliteiten vervullen om de schorsing te voorkomen of kan hij zijn verweermiddelen aan de minister kenbaar maken.
   De beslissing tot schorsing wordt door de OVAM met een [2 beveiligde zending]2 aan de houder van de erkenning betekend en wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
   De schorsing gaat in op de dertigste dag na de datum van de betekening van de beslissing aan de betrokkene.]1

  
Art. 4.3.10. [1 Le Ministre peut à tout temps annuler l'agrément, visé à l'article 4.3.6, dans les cas suivants :
   1° lorsque le titulaire de l'agrément n'exécute pas de manière réglementaire ou objective les tâches dont il a été chargé en vertu du présent arrêté, et ce à plusieurs reprises ;
   2° lorsque, à l'expiration de la période de suspension, le titulaire de l'agrément ne répond toujours pas aux conditions d'agrément pour lesquelles il a été suspendu en vertu de l'article 4.3.9, alinéa premier, 2° ;
   3° lorsque le titulaire de l'agrément commet des irrégularités graves dans la délivrance des déclarations de conformité de démolition sélective, des autorisations de transformation et /ou des attestations de démolition ;
   4° lorsque le titulaire de l'agrément est condamné en vertu d'un jugement ou d'un arrêt passé en force de chose jugée pour un délit qui, de par sa nature, porte gravement atteinte à l'éthique professionnelle de la personne morale concernée ;
   5° lorsque e titulaire de l'agrément ne s'est pas montré indépendant par rapport aux personnes concernées.
   Le Ministre informe le titulaire de l'agrément [2 par envoi sécurisé]2 de la décision envisagée d'annulation, avec mention des motifs. Dans un délai de trente jours suivant la date de réception de ladite lettre, le titulaire de l'agrément peut accomplir toutes les formalités nécessaires afin d'éviter l'annulation ou transmettre ses moyens de défense au Ministre.
   La décision d'annulation est notifiée par l'OVAM [2 par envoi sécurisé]2 au titulaire de l'agrément et est publiée par extrait au Moniteur belge.
   L'annulation prend cours le trentième jour après la date de notification de la décision à la personne concernée.]1

  
Art. 4.3.10. [1 De minister kan de erkenning, vermeld in artikel 4.3.6, op elk moment opheffen in de volgende gevallen:
   1° als de houder van de erkenning de taken waarmee hij is belast krachtens dit besluit herhaaldelijk niet reglementair of niet objectief uitvoert;
   2° als de houder van de erkenning bij het verstrijken van de schorsingsperiode nog altijd niet voldoet aan de erkenningsvoorwaarden waarvoor hij met toepassing van artikel 4.3.9, eerste lid, 2°, geschorst is;
   3° als de houder van de erkenning ernstige onregelmatigheden of bij herhaling onregelmatigheden begaat bij het uitreiken van conformverklaringen selectieve sloop, verwerkingstoelatingen en/of sloopattesten;
   4° als de houder van de erkenning bij een vonnis of arrest dat in kracht van gewijsde is gegaan, veroordeeld is voor een misdrijf dat door de aard ervan de beroepsmoraal van de betrokken rechtspersoon in ernstige mate aantast;
   5° als de houder van de erkenning zich niet onafhankelijk heeft getoond ten opzichte van betrokkenen.
   De minister brengt de houder van de erkenning met een [2 beveiligde zending]2 op de hoogte van de voorgenomen beslissing tot opheffing, met vermelding van de redenen. Binnen een termijn van dertig dagen na de datum van ontvangst van die brief kan de houder van de erkenning alle nodige formaliteiten vervullen om de opheffing te voorkomen of kan hij zijn verweermiddelen aan de minister kenbaar maken.
   De beslissing tot opheffing wordt door de OVAM met een [2 beveiligde zending]2 aan de houder van de erkenning betekend en wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
   De opheffing gaat in op de dertigste dag na de datum van de betekening van de beslissing aan de betrokkene.]1

  
Art. 4.3.11. [1 Les agréments sont incessibles.]1
  
Art. 4.3.11. [1 Erkenningen zijn niet overdraagbaar.]1
  
Art. 4.3.12. [1 En cas de suspension ou d'annulation de l'agrément d'une organisation de gestion de démolition, l'OVAM peut reprendre les tâches suivantes :
   1° la délivrance des déclarations de démolition sélective ;
   2° la délivrance de l'autorisation de transformation ;
   3° la délivrance des attestations de démolition.]1

  
Art. 4.3.12. [1 De OVAM kan in geval van schorsing of opheffing van de erkenning van een sloopbeheerorganisatie de volgende taken overnemen:
Section 4.4. - Règles générales en vue du traitement des déchets
Afdeling 4.4. - Algemene regels voor verwerking van afvalstoffen
Art. 4.4.1. L'application d'une des opérations d'élimination suivantes ou de l'évacuation des déchets en vue de l'application d'une des opérations d'élimination suivantes est interdite :
Art. 4.4.1. De toepassing van één van de volgende verwijderingshandelingen of de afvoer van afvalstoffen met het oog op het toepassen van één van de volgende verwijderingshandelingen, is verboden :
Art. 4.4.2. Il est interdit de mélanger un déchet ou une matière première visée avec une ou plusieurs autres substances en vue, grâce à la concentration plus faible d'un ou de plusieurs déchets dans les substances présentes, :
  1° de faire apparaître une méthode d'élimination pour le déchet ainsi dilué qui n'est pas autorisée pour le déchet non dilué;
  2° de pouvoir valoriser encore un déchet qui doit être éliminé;
  3° de créer un déchet ou une matière première visée qui n'entre pas en considération pour la réutilisation ou pour la transformation en matériau secondaire afin de pouvoir encore l'utiliser et/ou le transformer en matériau secondaire.
EU-codehandelingen
D2uitrijden (bijvoorbeeld biologische afbraak van vloeibaar of slibachtig afval in de bodem)
D3injectie in de diepe ondergrond (bijvoorbeeld injectie van verpompbare afvalstoffen in putten, zoutkoepels of in natuurlijk gevormde holten)
D11verbranding op zee
EU-codehandelingenD2uitrijden (bijvoorbeeld biologische afbraak van vloeibaar of slibachtig afval in de bodem)D3injectie in de diepe ondergrond (bijvoorbeeld injectie van verpompbare afvalstoffen in putten, zoutkoepels of in natuurlijk gevormde holten)D11verbranding op zee
-
Art. 4.4.2. Het is verboden om een afvalstof of beoogde grondstof te mengen met een of meer andere materialen om door de lagere concentratie van een of meer in de afvalstof aanwezige stoffen :
  1° voor de aldus verdunde afvalstof een verwijderingsmethode in aanmerking te laten komen die voor de niet-verdunde afvalstof niet is toegelaten;
  2° een afvalstof die moet worden verwijderd, alsnog nuttig te kunnen toepassen;
  3° een afvalstof of beoogde grondstof die niet in aanmerking komt om te worden aangewend als of om te worden omgevormd tot een grondstof, alsnog te kunnen aanwenden als of om te vormen tot een grondstof.
Art. 4.4.3. Dans les immeubles à appartements, les gaines vide-ordures ne peuvent plus être utilisées pour éliminer les déchets ménagers.
Art. 4.4.3. Het gebruik van stortkokers om huishoudelijke afvalstoffen af te voeren in appartementsgebouwen, is verboden.
Art. 4.4.4. Les flux de déchets suivants sont signalés à un point de contact central après collecte, stockage, déversement ou traitement mécanique éventuel dans un établissement autorisé à cet effet :
  1° déchets compostables organo- biologiques qui sont libérés :
  a) dans les sites naturels et petits éléments paysagers;
  b) en cas d'aménagement et d'entretien de jardins, de plantations, de parcs et d'espaces verts comparables;
  c) en cas d'entretien d'accotements et de cours d'eau;
  2° les (sous-)fractions des flux de déchets précités.
  Le point de contact central peut envoyer ces flux de déchets à un établissement autorisé pour la valorisation la plus adéquate, sans préjudice de l'article 4, § 3, et de l'article 8, § 1, du décret sur les matériaux, compte tenu des critères suivants :
  - prévention de la discrimination;
  - efficacité et rendement;
  - capacités de traitement disponibles;
  - distances de transport minimales.
  Le arrête les mesures plus précises à cet effet.
Art. 4.4.4. De volgende afvalstromen worden, na inzameling, op- of overslag of eventuele mechanische behandeling op een daartoe vergunde inrichting, gemeld aan een centraal meldpunt :
  1° organisch-biologisch composteerbaar afval, dat vrijkomt :
  a) in natuurgebieden en kleine landschapselementen;
  b) bij aanleg en onderhoud van tuinen, plantsoenen, parken en vergelijkbare groenaanplantingen;
  c) bij onderhoud van wegbermen en waterlopen;
  2° de deelfracties van bovengenoemde afvalstromen.
  Het centraal meldpunt kan deze afvalstromen naar een vergunde inrichting voor de meest geschikte nuttige toepassing sturen, onverminderd artikel 4, § 3, en artikel 8, § 1, van het Materialendecreet, en rekening houdende met volgende criteria :
  - het vermijden van discriminatie;
  - effectiviteit en efficiëntie;
  - beschikbare verwerkingscapaciteiten;
  - minimale transportafstanden.
  De minister stelt hiervoor nadere maatregelen vast.
Art. 4.4.5. [1 A bord d'un navire ou d'un autre moyen de transport, les opérations suivantes sont interdites sur les mélanges huile-eau :
   1° le chauffage dans le seul but d'obtenir une séparation plus efficace ;
   2° l'ajout de produits chimiques, de déchets ou d'autres produits ;
   3° un mélange à des eaux de lavage provenant du rinçage de cales et de réservoirs ayant contenu des produits chimiques.]1

  
Art. 4.4.5. [1 Aan boord van een schip of ander vervoersmiddel zijn de volgende handelingen op olie-watermengsels verboden:
   1° het opwarmen met als enige doel het verkrijgen van een efficiëntere scheiding;
   2° het toevoegen van chemicaliën, afvalstoffen of andere producten;
   3° een opmenging met waswaters die afkomstig zijn van het spoelen van ruimen en tanks die chemicaliën hebben bevat.]1

  
Art. 4.4.6. [1 § 1er. L'OVAM peut, par décision motivée, accorder des dérogations individuelles à l'obligation de destruction ou de transformation irréversible de certains déchets contenant des POP comme mentionné dans l'article 7, paragraphe 2, du règlement (UE) 2019/1021 du Parlement européen et du Conseil du 20 juin 2019 concernant les polluants organiques persistants. Le détenteur du déchet sollicite la dérogation par écrit auprès de l'OVAM.
   § 2. L'OVAM fixe la forme de la demande de dérogation. La demande de dérogation contient les éléments suivants :
   1° l'identification du demandeur ;
   2° l'identification et la quantité du déchet ;
   3° la teneur en POP des déchets ;
   4° la motivation de la demande de dérogation conformément à l'article 7, paragraphe 4, b), i), du règlement (UE) 2019/1021 du Parlement européen et du Conseil du 20 juin 2019 concernant les polluants organiques persistants ;
   5° la période pour laquelle la dérogation est demandée.
   L'OVAM décide, dans les quarante-cinq jours calendrier de la réception de la demande déclarée complète et informe le demandeur de sa décision par écrit. Les dérogations peuvent être accordées pour au maximum cinq ans. Les dérogations accordées sont publiées sur le site web de l'OVAM.]1

  
Art. 4.4.6. [1§ 1. De OVAM kan bij gemotiveerd besluit individuele afwijkingen toestaan van de verplichting tot vernietiging of onomkeerbare omzetting van bepaalde POP-houdende afvalstoffen als vermeld in artikel 7.2 van Verordening (EU) 2019/1021 van 20 juni 2019 van het Europees Parlement en de Raad betreffende persistente organische verontreinigende stoffen. De houder van de afvalstof vraagt de afwijking schriftelijk aan bij de OVAM.
Section 4.5. - Interdictions de mise en décharge et d'incinération
Afdeling 4.5. - Stort- en verbrandingsverboden
Art. 4.5.1.[1 Pour les déchets suivants, les opérations de traitement "D1 - Dépôt sur ou dans le sol" et "D5 - Mise en décharge spécialement aménagée " ainsi que l'évacuation de l'application de l'opération d'élimination " D1 - Dépôt sur ou dans le sol ", et "D5 - Mise en décharge spécialement aménagée " sont interdites :
Art. 4.5.1. Voor.[1 Voor de volgende afvalstoffen zijn de verwerkingshandelingen "D1 - storten op of in de bodem" en "D5 - verwijderen op speciaal ingerichte locaties", alsook de afvoer voor het toepassen van de verwijderingshandeling "D1 - storten op of in de bodem" en "D5 - verwijderen op speciaal ingerichte locaties", verboden:
   1° afvalstoffen waarvoor conform artikel 4.5.2 van dit besluit een verbrandingsverbod geldt;
   2° oude en vervallen geneesmiddelen;
   3° andere brandbare afvalstoffen zoals wordt verstaan onder artikel 46, § 1, van het Materialendecreet.
   In afwijking van het eerste lid vallen brandbare recyclageresidu's waarvoor conform artikel 46, § 2, van het Materialendecreet een verlaagde heffing geldt voor het storten ervan en recyclageresidu's van fysicochemische grondreiniging conform artikel 46, § 1, 6° tot en met 8°, niet onder het stortverbod.]1

  
Art. 4.5.2. § 1. [3 Sans préjudice de l'article 6.11.1 du titre II du VLAREM, pour les déchets suivants, les opérations de traitement "R1 - Utilisation principale comme combustible ou autres moyens de produire de l'énergie" et "D10 - Incinération à terre" sont interdites ainsi que l'évacuation en vue de l'application des opérations de traitement "R1 - Utilisation principale comme combustible ou autres moyens de produire de l'énergie" et "D10 - Incinération à terre":
   1° les déchets collectés séparément en vue de leur recyclage ;
   2° les déchets qui, par leur nature, leur quantité ou leur homogénéité, sont pris en considération, conformément aux meilleures techniques disponibles, pour une réutilisation ou pour un recyclage, que ce soit après un prétraitement ou un tri plus affiné ou non ;
   3° les déchets ménagers résiduels qui n'ont pas été collectés conformément à l'article 4.3.1 [5 ou à l'article 5.1.4 ]5[6 , à l'exception des déchets ménagers qui contiennent encore des biodéchets et pour lequel l'OVAM a accordé un report jusqu'au 1er janvier 2026 au plus tard ; ]6
   4° [4 les déchets industriels résiduels qui n'ont pas été gérés conformément à la section 5.5 ;]4
   5° les déchets encombrants qui n'ont pas encore été triés afin de valoriser les matières recyclables.]3

  [7 [8 les déchets de construction et de démolition en mélange]8 qui n'ont pas été gérés conformément à la sous-section 5.2.16.]7
  [2 § 2. La combustion et l'incinération des graisses animales fondues dérivées de matières de catégorie 3 sont interdites.]2
  [3 § 3. Par dérogation au § 1er, les déchets suivants ne font pas l'objet de l'interdiction d'incinération :
   1° les déchets de bois non traités produits dans l'industrie de transformation du bois et valorisés par le producteur dans sa propre entreprise comme source d'énergie ;
   2° la fraction ligneuse résultant du traitement des mottes de bruyères et des matériaux broyés ;
   3° les résidus de recyclage pour lesquels, conformément à l'article 46, § 1er, du décret sur les matériaux, une redevance abaissée s'applique à leur incinération ou coïncinération.]3

  
Art. 4.5.2. § 1. [3 Onverminderd artikel 6.11.1 van titel II van het VLAREM, zijn voor de volgende afvalstoffen de verwerkingshandelingen "R1 - hoofdgebruik als brandstof of als ander middel voor energieopwekking" en "D10 - verbranding op het land", alsook de afvoer voor het toepassen van de verwerkingshandelingen "R1 - hoofdgebruik als brandstof of als ander middel voor energieopwekking" en "D10 - verbranding op het land", verboden:
   1° afvalstoffen die voor de recyclage ervan afzonderlijk zijn ingezameld;
   2° afvalstoffen die door hun aard of hun hoeveelheid of hun homogeniteit overeenkomstig de meest geschikte en beschikbare technieken in aanmerking komen voor hergebruik of recyclage, al dan niet na voorbehandeling of verdere uitsortering;
   3° huishoudelijk restafval dat niet conform artikel 4.3.1 [5 of artikel 5.1.4]5 werd ingezameld[6 , met uitzondering van huishoudelijk afval dat nog bioafval bevat en waarvoor door de OVAM uitstel is verleend uiterlijk tot 1 januari 2026;]6
   4° [4 bedrijfsrestafval dat niet conform afdeling 5.5 is beheerd;]4
   5° grofvuil dat nog niet werd gesorteerd met als doel de recycleerbare materialen te valoriseren.]3

  [7 [8 gemengd bouw- en sloopafval]8 dat niet conform onderafdeling 5.2.16 is beheerd.]7
  [2 § 2. Voor gesmolten dierlijke vetten afgeleid van categorie 3-materiaal is verstoking en verbranding verboden.]2
  [3 § 3. In afwijking van paragraaf 1 vallen de volgende afvalstoffen niet onder het verbrandingsverbod:
   1° onbehandeld houtafval dat in de houtverwerkende industrie wordt geproduceerd en dat door de producent in de eigen onderneming nuttig wordt toegepast als energiebron;
   2° de houtige fractie afkomstig van het behandelen van plagsel en choppermateriaal;
   3° recyclageresidu's waarvoor conform artikel 46, § 1, van het Materialendecreet een verlaagde heffing geldt voor het verbranden of meeverbranden ervan.]3

  
Art. 4.5.3. § 1. [3 Le Ministre peut, par décision motivée, accorder des dérogations individuelles aux clauses d'interdiction, visées à l'article 4.5.1, alinéa 1er et à l'article 4.5.2., § 1er.]3
  § 2. [3 La demande de dérogation sera adressée à l'OVAM par écrit par l'exploitant de la décharge ou de l'installation d'incinération ou, en cas d'exportation des déchets, par le producteur, l'agent ou le commerçant de déchets.
   L'OVAM fixe la forme de la demande de dérogation. La demande de dérogation contient les éléments suivants :
   1° l'identification du demandeur ;
   2° l'identification du déchet ;
   3° la motivation de la demande de dérogation ;
   4° la durée pour laquelle la dérogation est demandée ;
   L'OVAM adresse un avis au ministre dans les 45 jours civils suivant la réception de la demande dûment remplie. Le Ministre se prononce sur la demande de dérogation dans un délai de nonante jours calendaires après son introduction. La décision du ministre sera envoyée par courrier sécurisé au demandeur dans les quatorze jours civils suivant la date de la décision.
   Les dérogations peuvent être accordées pour au maximum cinq ans.
   Les dérogations accordées sont publiées au Moniteur belge et sur le site Internet de l'OVAM.]3

  [2 § 3. La demande de dérogation à l'article 4.5.2, § 2, sera faite par écrit par l'exploitant de l'installation d'incinération ou l'exploitant de l'installation de combustion des graisses animales fondues dérivées de matières de catégorie 3. Les demandes sont déposées avant le 1er décembre de l'année qui précède celle au cours de laquelle on souhaite brûler ou incinérer des graisses animales fondues dérivées de matières de catégorie 3.
   La demande de dérogation contient les éléments suivants :
   1° l'indication des clauses d'interdiction du présent arrêté visées par la demande de dérogation ;
   2° les raisons motivant la dérogation, en particulier à la lumière de la nature et des quantités des déchets et de la capacité de traitement disponible ;
   3° la capacité de combustion ou d'incinération autorisée et installée au moment de la demande de dérogation.
   Afin de traiter les demandes de dérogation individuelles sur une base d'égalité tout en conservant une certaine maîtrise dans le cadre de la hiérarchie de traitement des déchets, la ministre détermine chaque année, avant le 1er janvier, un contingent de graisses animales fondues dérivées de matières de catégorie 3 qui peuvent être brûlées ou incinérées l'année suivante, et répartit ce contingent entre les demandes introduites avant le 1er décembre. Les demandes introduites après le 1er décembre ne peuvent plus être prises en compte dans la répartition précitée.
   Les dérogations accordées sont publiées au Moniteur belge et sur le site Internet de l'OVAM.]2

  
Art. 4.5.3.§ 1. [3 De minister kan bij gemotiveerd besluit individuele afwijkingen toestaan van de verbodsbepalingen, vermeld in artikel 4.5.1, eerste lid, en artikel 4.5.2, § 1.]3
Section 4.6. [1 - Interdiction de dépôts sauvages et de déchets sauvages]1
Afdeling 4.6. [1 - Verbod op sluikstorten en zwerfvuil]1
Art. 4.6.1. [1 Les dépôts sauvages sont interdits.]1
Art. 4.6.1. [1 Het is verboden om te sluikstorten.]1
  
Art. 4.6.2. [1 Il est interdit de créer des déchets sauvages.]1
  
Art. 4.6.2. [1 Het is verboden om zwerfvuil te creëren.]1
CHAPITRE 5. - Dispositions relatives à la gestion de cycles de matériaux et de déchets spécifiques
HOOFDSTUK 5. - Bepalingen over het beheer van specifieke materiaalkringlopen en afvalstoffen
Section 5.1. - Dispositions relatives à la gestion de déchets ménagers
Afdeling 5.1. - Bepalingen over het beheer van huishoudelijke afvalstoffen
Art. 5.1.1. Les communes appliquent le principe du " pollueur payeur " pour le calcul de la participation du citoyen aux frais de gestion de déchets ménagers qui sont collectés par les canaux communaux, compte tenu des frais réels conformément aux dispositions du présent arrêté.
Art. 5.1.1. De gemeenten passen het principe " de vervuiler betaalt " toe bij de berekening van de bijdrage in de kosten door de burger van het beheer van huishoudelijk afval dat via de gemeentelijke kanalen wordt ingezameld, rekening houdend met de werkelijke kosten overeenkomstig de bepalingen van dit besluit.
Art. 5.1.2. [1 La contribution du citoyen aux frais de gestion des déchets ménagers est calculée sur la base des services spécifiques et les coûts sont imputés en fonction de la quantité de déchets, par unité de poids, par contenant de déchets ou d'une autre façon.]1
  
Art. 5.1.2. [1 De bijdrage in de kosten van het beheer van huishoudelijk afval door de burger wordt berekend op basis van de specifieke dienstverlening en de kosten worden aangerekend naargelang de hoeveelheid van het afval, per gewichtseenheid, per afvalrecipiënt of op een andere wijze.]1
  
Art. 5.1.3. Pour la détermination du montant et des conditions de la participation aux frais de gestion des déchets ménagers, la commune tient compte des frais suivants :
  1° l'achat et la distribution des sacs ou vignettes d'autres récipients destinés à la collecte des déchets;
  2° l'entretien et la réparation des récipients destinés à la collecte des déchets;
  3° l'amortissement ou la location de conteneurs de déchets
  4° la collecte en porte-à-porte des divers flux de déchets;
  5° les frais de traitement des déchets collectés;
  6° la gestion et l'entretien des [1 recyparcs]1 ou d'autres points de réceptionnement des déchets;
  7° les efforts pour la prévention des déchets;
  8° la sensibilisation;
  9° les coûts indirects comme le support informatique, la communication d'informations et le traitement des plaintes.
  La commune déduit notamment de ce montant les cotisations résultant de la responsabilité élargie du producteur, du produit des flux de déchets et des subsides des autorités régionales.
  
Art. 5.1.3. Bij het bepalen van het bedrag en de voorwaarden van de bijdrage in de kosten van het beheer van huishoudelijk afval houdt de gemeente rekening met volgende kosten :
  1° de aankoop en de verdeling van de zakken of vignetten of andere recipiënten, bestemd voor de inzameling van afvalstoffen;
  2° het onderhoud en herstel van recipiënten, bestemd voor de inzameling van afvalstoffen;
  3° de afschrijving of huur van afvalcontainers;
  4° de huis-aan-huisinzameling van de diverse afvalstromen;
  5° de verwerkingskosten van de ingezamelde afvalstoffen;
  6° het beheer en het onderhoud van de [1 recyclageparken]1 of de andere inleverpunten voor afval;
  7° de inspanningen voor de preventie van afval;
  8° de sensibilisatie;
  9° de indirecte kosten, zoals ICT-ondersteuning, informatieverstrekking en klachtenbehandeling.
  De gemeente brengt daarbij onder meer de bijdragen ingevolge de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, de opbrengst van afvalstromen en de subsidies van de gewestelijke overheid in mindering.
  
Art. 5.1.4. La commune calcule de bonne foi le montant et les conditions de la participation dans les frais de gestion des déchets ménagers et tient compte des minima et maxima figurant en annexe 5.1.4.
  [1 Les minima et les maxima, visés à l'annexe 5.1.4, sont adaptés annuellement au 1er janvier sur la base de l'évolution de l'indice à la santé et comme suit : chaque montant est multiplié par un facteur avec dans le numérateur l'indice à la santé qui était d'application au 1er [3 septembre]3 de l'année qui précède l'année pendant laquelle le montant est modifié, et avec dans le dénominateur l'indice à la santé qui était d'application au 1er novembre de l'année qui précède la fixation du montant en vigueur. [3 La troisième décimale du nombre calculé au moyen de l'opération précitée est toujours arrondie vers le haut. Le nombre est ensuite arrondi à deux décimales après la virgule.]3
  
Art. 5.1.4. De gemeente berekent het bedrag en de voorwaarden van de bijdrage in de kosten van het beheer van huishoudelijk afval te goeder trouw, en houdt rekening met de minima en maxima, opgenomen in bijlage 5.1.4.
  [1 De minima en maxima, vermeld in bijlage 5.1.4, worden jaarlijks op 1 januari aangepast op basis van de evolutie van de gezondheidsindex en wel als volgt: elk bedrag wordt vermenigvuldigd met een factor met in de teller de gezondheidsindex die van toepassing was op 1 [3 september]3 van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het bedrag wordt gewijzigd, en met in de noemer de gezondheidsindex die van toepassing was op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan de vaststelling van het vigerende bedrag. [3 De derde decimaal van het getal dat wordt berekend met de voormelde bewerking, wordt altijd naar boven afgerond. Vervolgens wordt het getal afgerond op twee decimalen na de komma.]3
  
Art. 5.1.5. L'OVAM peut toujours consulter auprès de la commune le mode de calcul de la participation aux frais de gestion des déchets. La commune dispose de 30 jours pour remettre la note de calcul à l'OVAM.
Art. 5.1.5. De OVAM kan de berekeningswijze van de bijdragen in de kosten van het beheer van afvalstoffen altijd opvragen bij de gemeente. De gemeente beschikt over dertig dagen om de berekeningsnota aan de OVAM te bezorgen.
Art. 5.1.6. [2 Si la commune démontre que, conformément à l'article 5.1.1, il est nécessaire d'imputer un montant supérieur au maximum établi dans la fourchette pour la fraction déchets ménagers, sur la base des coûts réels de sa gestion de l'ensemble des déchets ménagers calculés conformément à l'article 5.1.3, l'OVAM peut accorder, sur demande motivée, une dérogation au maximum pour la fraction déchets ménagers visée à l'annexe 5.1.4.]2
  [1 Si la commune démontre qu'elle déroge structurellement à cause d'une situation locale spécifique d'un facteur de conversion tel que cité dans l'annexe 5.1.4, l'OVAM (Société publique des Déchets pour la Région flamande) peut accorder une dérogation à ce facteur de conversion sur demande motivée.]1
  
Art. 5.1.6. [2 Als de gemeente aantoont dat het, conform artikel 5.1.1, noodzakelijk is een hoger bedrag dan het in de vork vastgestelde maximum voor de fractie huisvuil aan te rekenen op basis van de werkelijke kosten van haar beheer van alle huishoudelijk afval, berekend conform artikel 5.1.3, kan de OVAM op gemotiveerd verzoek een afwijking verlenen van het maximum voor de fractie huisvuil, vermeld in bijlage 5.1.4.]2
  [1 Als de gemeente aantoont dat ze vanwege de specifieke lokale situatie structureel afwijkt van een omrekeningsfactor als vermeld in bijlage 5.1.4, kan de OVAM op gemotiveerd verzoek een afwijking verlenen van die omrekeningsfactor.]1
  
Art. 5.1.7. [1 La commune stimule la réutilisation en concluant au moins un contrat avec un centre de recyclage agréé par l'OVAM. Ce contrat comprend au moins les dispositions sur la sensibilisation, la fonction de renvoi, les modes de collecte, les déchets résiduaires et l'indemnité pour biens réutilisables.]1
  [2 Le centre de recyclage agréé n'entreprend pas d'activités susceptibles d'entraîner une distorsion du marché.]2
  
Art. 5.1.7.[1 De gemeente stimuleert hergebruik door minstens een overeenkomst te sluiten met een door de OVAM erkend kringloopcentrum. Die overeenkomst omvat minstens bepalingen over de sensibilisering, de onderlinge doorverwijsfunctie, de inzamelwijzen, het restafval en de vergoeding voor herbruikbare goederen.]1
Section 5.2. - Dispositions relatives à la gestion de certains déchets spéciaux
Afdeling 5.2. - Bepalingen over het beheer van sommige bijzondere afvalstoffen
Sous-section 5.2.1. - Déchets apparaissant lors de l'entretien, la réparation et la destruction de véhicules à moteur, d'engins motorisés, d'avions à moteur et de leurs accessoires.
Onderafdeling 5.2.1. - Afvalstoffen die ontstaan bij het onderhouden, herstellen en slopen van motorvoertuigen, motorvaartuigen, motorvliegtuigen en hun toebehoren
Art. 5.2.1.1. Les groupes de déchets spéciaux visés à l'article 4.1.2, 16°, ne peuvent pas être mélangés les uns aux autres.
Art. 5.2.1.1. De groepen van bijzondere afvalstoffen, vermeld in artikel 4.1.2, 16°, mogen niet met elkaar worden vermengd.
Sous-section 5.2.2. - Petits déchets dangereux
Onderafdeling 5.2.2. - Klein gevaarlijk afval
Art. 5.2.2.1.[1 Les déchets suivants sont considérés comme des PDD :
Art. 5.2.2.1. [1 De volgende afvalstoffen worden als kga beschouwd:
   1° verven, lakken, vernissen, lijmen, siliconen, kleurstoffen, toners, inkten en inktcartridges;
   2° smeeroliën, brandstoffen en antivries;
   3° gechloreerde koolwaterstoffen, aromatische koolwaterstoffen, ontvlambare oplosmiddelen, verf- en celluloseverdunners en terpentijn;
   4° schoonmaak- en onderhoudsmiddelen: bijtende en gefluoreerde schoonmaakmiddelen;
   5° de volgende ongebruikte en afgedankte chemicaliën:
   a) zuren;
   b) basen;
   c) fotografische vloeistoffen;
   d) andere bekende chemicaliën inclusief chloortabletten en formol;
   e) chemische restanten met onbekende samenstelling;
   6° bestrijdingsmiddelen inclusief schimmelwerende beschermingsmiddelen en curatieve en preventieve houtbeschermingsmiddelen;
   7° batterijen en accu's;
   8° metallisch kwik en kwikhoudende afvalstoffen inclusief gasontladingslampen;
   9° brandblusmiddelen;
   10° vuurwerk en vuurpijlen;
   11° injectienaalden, pennaalden en bloedlancetten;
   12° rookdetectoren;
   13° analoge röntgenfoto's en nitraatfilms;
   14° niet-geperforeerde gasflessen voor eenmalig gebruik en gaspatronen;
   15° technisch lege verpakkingen van kga als vermeld in punt 1°, 2°, 5°, e), en 6°, met uitzondering van antivries;
   16° technisch lege verpakkingen van kga als vermeld in punt 3° tot en met 5°, met een kindveilige sluiting;
   17° technisch lege verpakkingen van kga als vermeld in punt 3° tot en met 5°, met het symbool doodshoofd of lange termijn gezondheidsgevaarlijk conform de bepalingen van verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie;
   18° technisch lege verpakkingen van kga als vermeld in punt 3° tot en met 5°, met het symbool doodshoofd of corrosief conform de bepalingen van Richtlijn 67/548/EEG van de Raad van 27 juni 1967 betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen of Richtlijn 1999/45/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 1999 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke preparaten, en met het symbool doodshoofd of lange termijn gezondheidsgevaarlijk volgens de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006.]1

  
Art. 5.2.2.2. Il est interdit de se débarrasser des PDD d'origine ménagère d'une autre façon que celle décrite dans le présent arrêté.
  Les PDD ramassés pour le compte de la commune ne peuvent en aucun cas être traités pour être (finalement) destinés à la chaîne alimentaire des hommes ou des animaux.
Art. 5.2.2.2. Het is verboden om zich van klein gevaarlijk afval van huishoudelijke oorsprong te ontdoen op een andere wijze dan die welke omschreven wordt in dit besluit.
  Het door of in opdracht van de gemeente ingezamelde kga mag in geen geval verwerkt worden met als bestemming of eindbestemming de voedselketen van mens of dier.
Art. 5.2.2.3. § 1. Les communes sont tenues de ramasser séparément les PDD d'origine ménagère de façon régulière et à leurs frais.
  A l'exception des petits déchets dangereux d'origine ménagère qui sont soumis à une obligation d'acceptation ou de reprise dans le cadre de l'accord de collaboration du 4 novembre 2008 relatif à la prévention et la gestion des déchets d'emballage, les petits déchets dangereux sont collectés aux frais de la commune.
  § 2. Les communes peuvent ramasser les petits déchets dangereux d'origine industrielle similaire si la collecte des petits déchets dangereux d'origine ménagère n'est pas entravée de ce fait. Les petits déchets dangereux sont collectés aux frais du producteur de déchets.
  § 3. Le ramassage distinct doit se faire, au choix, selon au moins l'un des modes de collecte suivants :
  1° en prévoyant un établissement pour l'apport et l'acceptation des PDD dans le cas de [1 recyparcs]1;
  2° en faisant enlever régulièrement les PDD par des collecteurs agréés à cette fin, soit par quartier ou par rue, soit au porte-à-porte;
  3° par une combinaison des procédures précitées en 1° et 2°.
  
Art. 5.2.2.3. § 1. De gemeenten zijn verplicht om het klein gevaarlijk afval van huishoudelijke oorsprong op regelmatige wijze selectief in te zamelen.
  Met uitzondering van klein gevaarlijk afval van huishoudelijke oorsprong dat onderworpen is aan een aanvaardingsplicht of terugnameplicht in het kader van het samenwerkingsakkoord van 4 november 2008 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval, wordt het klein gevaarlijk afval ingezameld op kosten van de gemeente.
  § 2. Als de inzameling van het klein gevaarlijk afval van huishoudelijke oorsprong daardoor niet wordt gehinderd, kunnen de gemeenten klein gevaarlijk afval van vergelijkbare bedrijfsmatige oorsprong inzamelen. Dat klein gevaarlijk afval wordt ingezameld op kosten van de afvalstoffenproducent.
  § 3. De gescheiden inzameling moet, naar keuze, ten minste gebeuren door een van de volgende inzamelwijzen :
  1° bij [1 recyclageparken]1 in een inrichting voor de aanvoer en aanvaarding van kga;
  2° het kga regelmatig laten ophalen door daartoe geregistreerde inzamelaars, afvalstoffenhandelaars of -makelaars per wijk of per straat, of huis aan huis;
  3° een combinatie van de inzamelwijzen, vermeld in 1° en 2°.
  
Art. 5.2.2.4. § 1. Les PDD doivent être présentés, séparément des autres déchets, dans un récipient prévu à cet effet.
  Les PDD, tels que décrits à l'article 5.5.2.1, 11°, doivent être présentés dans un conteneur à aiguilles qui satisfait à la réglementation ADR.
  § 2. Les déchets qui sont collectés comme PDD conformément aux dispositions du paragraphe 1 ne sont pas considérés comme déchets dangereux tant que les déchets livrés à l'établissement sont stockés sur le [1 recyparc]1 et ne sont pas remis par cet établissement à un collecteur, un commerçant ou un agent de déchets enregistré.
  § 3. Le ramassage sélectif est assuré soit par quartier ou par route, soit au porte-à-porte, exclusivement au moyen de véhicules adéquats.
  Les PDD doivent être amenés au véhicule de ramassage dans un récipient approprié.
  Les PDD, tels que décrits à l'article 5.5.2.1, 11°, doivent être présentés dans un conteneur à aiguilles qui satisfait à la réglementation ADR.
  Les PDD sont contrôlés par les convoyeurs du camion de ramassage et triés de façon à éviter tout risque.
  Les PDD triés peuvent être entreposés dans les compartiments réservés à cette fin dans le camion de ramassage, qui doit être ventilé.
  § 4. Les déchets qui sont collectés comme PDD conformément aux dispositions du paragraphe 1 ne sont pas considérés comme des déchets dangereux tant que ces déchets ne sont pas remis à un collecteur, un commerçant ou un agent de déchets.
  
Art. 5.2.2.4.§ 1. Het kga moet, afzonderlijk van andere afvalstoffen, aangeboden worden in een daartoe geschikt recipiënt.
Sous-section 5.2.3. - Déchets médicaux
Onderafdeling 5.2.3. - Medisch afval
Art. 5.2.3.1.§ 1. Les déchets médicaux sont répartis en :
Art. 5.2.3.1. § 1. Medische afvalstoffen worden onderverdeeld in :
  1° risicohoudende medische afvalstoffen : afvalstoffen die een bijzonder risico inhouden doordat ze een microbiologische of virale besmetting, een vergiftiging of een verwonding met zich kunnen meebrengen, of afvalstoffen die om ethische redenen een bijzondere behandeling vereisen;
  2° niet-risicohoudende medische afvalstoffen : afvalstoffen die geen bijzonder risico inhouden en die door hun aard vergelijkbaar zijn met huishoudelijke afvalstoffen, maar door hun samenstelling of waardebeleving niet vergelijkbaar zijn met huishoudelijke afvalstoffen.
  § 2. Elke vermenging en elke gezamenlijke verpakking van de afvalstoffen, vermeld in paragraaf 1, en elke vermenging en elke gezamenlijke verpakking van de afvalstoffen, vermeld in paragraaf 1, 1°, met huishoudelijke afvalstoffen of met de met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen, heeft tot gevolg dat die afvalstoffen tot de risicohoudende medische afvalstoffen worden gerekend en overeenkomstig beheerd moeten worden.
  Elke vermenging en elke gezamenlijke verpakking van de afvalstoffen, vermeld in paragraaf 1, 2°, met huishoudelijke afvalstoffen of met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen, heeft tot gevolg dat die afvalstoffen tot de niet-risicohoudende medische afvalstoffen worden gerekend en overeenkomstig beheerd moeten worden.
  De verplichtingen van artikel 4.3.2. zijn onverminderd van toepassing op vaste niet-risicohoudende medische afvalstoffen.
  § 3. Een lijst van de verschillende medische afvalstoffen, vermeld in paragraaf 1, is opgenomen in bijlage 5.2.3.A.
  § 4. Medische afvalstoffen die niet voorkomen op de lijst, vermeld in paragraaf 3, moeten door de instelling voor geneeskunde of de geneeskundige praktijk ingedeeld worden bij de risicohoudende of niet-risicohoudende medische afvalstoffen.
  § 5. Medische afvalstoffen die niet voorkomen op de lijst, vermeld in paragraaf 3, en waarover twijfel kan bestaan met betrekking tot het risicohoudende karakter ervan, moeten beheerd worden als risicohoudende medische afvalstoffen.
  § 6. De lijst van medische afvalstoffen, vermeld in paragraaf 3, aangevuld met alle aanvullende risicohoudende en niet-risicohoudende medische afvalstoffen, vermeld in paragraaf 4 en 5, moet binnen elke instelling voor geneeskunde en elke geneeskundige praktijk ter beschikking worden gesteld van de toezichthouder en van elke persoon die betrokken is bij de productie en de behandeling van medische afvalstoffen.
  [1 § 7. Risicohoudende medische afvalstoffen die in aanmerking komen voor decontaminatie, worden, na een afdoende decontaminatie overeenkomstig de bepalingen van subafdeling 5.2.2.13 van titel II van het VLAREM, beschouwd als vaste niet-risicohoudende medische afvalstoffen en worden overeenkomstig beheerd.
   § 8. Elke vermenging en elke gezamenlijke verpakking van risicohoudende medische afvalstoffen die in aanmerking komen voor decontaminatie, met huishoudelijke afvalstoffen of met bedrijfsafvalstoffen die door de aard en samenstelling ervan vergelijkbaar zijn met huishoudelijke afvalstoffen, heeft tot gevolg dat die afvalstoffen worden beschouwd als risicohoudende medische afvalstoffen die in aanmerking komen voor decontaminatie.
   § 9. Elke vermenging en elke gezamenlijke verpakking van risicohoudende medische afvalstoffen die in aanmerking komen voor decontaminatie, met risicohoudende medische afvalstoffen die niet in aanmerking komen voor decontaminatie, heeft tot gevolg dat die afvalstoffen niet meer in aanmerking komen voor decontaminatie en moeten worden beschouwd als risicohoudende medische afvalstoffen.
   § 10. Ggo's en pathogene organismen van inrichtingen die ingedeeld zijn [2 in rubriek 51 van de indelingslijst, vermeld in artikel 5.2.1, § 1, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid]2 vallen onder de bepalingen van deze rubriek. Decontaminatie sluit de mogelijkheden van ingeperkt gebruik niet uit.]1

  
Art. 5.2.3.2. Toutes autres substances, tous autres liquides et tous autres produits, à l'exception des instruments ou produits médicaux pouvant être stérilisés et réutilisés, qui entrent en contact direct avec des déchets médicaux à risque, doivent être traités comme tels.
Art. 5.2.3.2. Alle andere stoffen, vloeistoffen en producten, met uitzondering van steriliseerbare en herbruikbare medische instrumenten of producten die rechtstreeks in aanraking komen met risicohoudend medisch afval, moeten als zodanig worden beheerd.
Art. 5.2.3.3. Les déchets médicaux à risque doivent être emballés dans des emballages qui satisfont au moins aux exigences de l'Accord européen relatif au transport international des marchandises dangereuses par route, signé le 30 septembre 1957 à Genève et approuvé par la loi du 10 août 1960 (ci-après dénommé réglementation ADR) et répondent aux conditions supplémentaires suivantes :
  1° les déchets liquides et pâteux, y compris les déchets décrits au point 1.4 et 1.7 de l'annexe 5.2.3.A, sont entreposés dans des récipients solides à usage unique;
  2° les déchets solides, à l'exception des déchets contaminés avec une substances infectieuse telle que mentionnée à l'article 2.2.62.1.4.1 de la réglementation ADR, sont entreposés dans un récipient à usage unique;
  [1 3° préalablement au processus de décontamination, les déchets médicaux à risque qui sont éligibles à la décontamination sont :
   a) en cas de transport en-dehors de l'établissement : emballés comme mentionné dans le point 1° ;
   b) en cas de transport à l'intérieur de l'établissement, en vue de transporter les déchets vers une installation de décontamination ou vers un lieu de stockage où les déchets concernés ont stockés en vue de leur décontamination, emballés d'une des manières suivantes :
   1° dans des boîtes en carton avec poche intérieure, fabriquée en un matériau plastique qui est adapté à la nature et au poids du contenu, pouvant être bien fermé et étanche;
   2° emballés dans des sacs étanches, fabriqués en un matériau plastique à double paroi qui est suffisamment épaisse afin d'éviter les déchirures pendant le transport interne ou le stockage, préalables à la décontamination; à double soudure, adaptée à la nature et au poids du contenu, pouvant être bien fermé et étanche. Les sacs sont rassemblés en vue du transport et du stockage dans les moyens de transports clairement identifiables, rigides et adaptés.
   Les déchets qui doivent être décontaminés, doivent être transportés conformément à l'article 5.2.3.11, 1°. La déchiqueteuse de l'installation de décontamination doit être en mesure de réduire le récipient utilisé jusqu'au diamètre prédestiné des particules.]1

  
Art. 5.2.3.3. Risicohoudend medisch afval moet worden verpakt in recipiënten die ten minste voldoen aan de eisen van het Europees verdrag betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, ondertekend op 30 september 1957 in Genève en goedgekeurd bij de wet van 10 augustus 1960, hierna ADR-reglementering te noemen, en die voldoen aan de volgende bijkomende voorwaarden :
  1° vloeibare en pasteuze afvalstoffen, met inbegrip van de afvalstoffen, vermeld in punten 1.4 en 1.7 van bijlage 5.2.3.A, worden opgeborgen in eenmalig te gebruiken vormvaste recipiënten;
  2° vaste afvalstoffen, met uitzondering van afvalstoffen besmet met een infectueuze stof als vermeld in artikel 2.2.62.1.4.1 van de ADR-reglementering, worden opgeborgen in een eenmalig te gebruiken recipiënt;
  [1 3° risicohoudende medische afvalstoffen die in aanmerking komen voor decontaminatie, worden voorafgaand aan het decontaminatieproces :
   a) bij transport buiten de instelling : verpakt als vermeld in punt 1° ;
   b) bij transport binnen de instelling, met als doel de afvalstoffen te vervoeren naar de decontaminatie-installatie of naar de opslagruimte waar de betreffende afvalstoffen opgeslagen worden voor decontaminatie, verpakt op een van de volgende wijzen :
   1) verpakt in kartonnen dozen met een binnenzak, vervaardigd uit een kunststofsoort die aangepast is aan de aard en het gewicht van de inhoud, goed afsluitbaar en lekvrij;
   2) verpakt in lekdichte zakken, vervaardigd uit een kunststofsoort met een dubbele wand die voldoende dik is om scheuren tijdens intern transport of opslag, voorafgaande aan decontaminatie, te voorkomen, met dubbele lasnaden, aangepast aan de aard en het gewicht van de inhoud, goed afsluitbaar en lekvrij. De zakken worden voor opslag en transport verzameld in duidelijk identificeerbare, vormvaste, geschikte transportmiddelen.
   Het afval dat gedecontamineerd moet worden, wordt getransporteerd overeenkomstig artikel 5.2.3.11, 1°. De shredder van de decontaminatie-installatie moet in staat zijn de gebruikte recipiënt te vermalen tot de voorbestemde deeltjesdiameters.]1

  
Art. 5.2.3.4. Chaque récipient de déchets médicaux à risque porte la mention "DECHETS MEDICAUX A RISQUE", sous réserve des dispositions de la réglementation ADR. Cette mention "DECHETS MEDICAUX A RISQUE", en caractères d'imprimerie noirs de maximum 2 cm de haut, est collée, imprimée ou apposée en relief sur un fond jaune d'un format A4 minimum et résiste à l'eau.
  L'institution médicale ou le cabinet médical indique, sur chaque récipient solide ou conteneur fermé de déchets médicaux à risque, le nom, l'adresse et le numéro de téléphone de l'institution ou du cabinet concerné.
  Le collecteur, le commerçant ou l'agent de déchets indique son nom, son adresse et son numéro de téléphone sur chaque emballage de transport des déchets à risque, qui est collecté auprès du même producteur de déchets médicaux.
  La date de la collecte est apposée sur chaque suremballage de déchets médicaux à risque par l'institution médicale, par le cabinet médical ou par le collecteur, le commerçant ou l'agent de déchets sous la surveillance de l'institution médicale ou du cabinet médical.
Art. 5.2.3.4. Met behoud van de bepalingen van de ADR-reglementering wordt op elke recipiënt van risicohoudend medisch afval door de fabrikant van de recipiënt de vermelding " risicohoudend medisch afval " aangebracht. De vermelding " risicohoudend medisch afval " is waterbestendig en wordt, in zwarte drukletters van minimaal 2 centimeter hoog, gekleefd, gedrukt of in reliëf gezet op een gele achtergrond van minimaal een A4-formaat.
  Op elke vormvaste recipiënt of op een gesloten container van risicohoudend medisch afval wordt door de instelling voor geneeskunde of de geneeskundige praktijk de naam, het adres en het telefoonnummer van de instelling voor geneeskunde of de geneeskundige praktijk in kwestie aangebracht.
  De naam, het adres en het telefoonnummer van de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar wordt door hem zelf aangebracht op elke oververpakking van risicohoudend medisch afval die bij dezelfde producent van medisch afval wordt opgehaald.
  De datum van de ophaling wordt door de instelling voor geneeskunde, door de geneeskundige praktijk of door de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar onder toezicht van de instelling voor geneeskunde of van de geneeskundige praktijk aangebracht op elke oververpakking van risicohoudend medisch afval.
Art. 5.2.3.4 /1. [1 Avec maintien des dispositions de la réglementation ADR, le fabricant du récipient appose la mention " déchets médicaux à risque à décontaminer " sur chaque récipient de déchets médicaux à risque qui est éligible à la décontamination. La mention " déchets médicaux à risque à décontaminer " résiste à l'eau et est collée, imprimée ou apposée en relief en caractères d'imprimerie noirs d'au moins 2 cm de haut sur un fond jaune d'un format A4 minimum.
   Après la décontamination telle que visée à la sous-section 5.2.2.13 du titre II du VLAREM, les déchets décontaminés sont considérés comme étant des déchets médicaux solides exempts de risque et les récipients doivent satisfaire aux dispositions, visées aux articles 5.2.3.5 et 5.2.3.6 du présent arrêté.
   Au moins le nom de la division de l'établissement où les déchets ont été produits, est mentionné sur les récipients, visés à l'article 5.2.3.10, destinés au transport intérieur, préalablement au processus de décontamination, dans une installation qui est établie dans un établissement médical. L'article 5.2.3.4 ne s'applique pas à ces récipients.]1

  
Art. 5.2.3.4 /1. [1 Met behoud van de bepalingen van de ADR-reglementering wordt op elke recipiënt van risicohoudend medisch afval, die in aanmerking komt voor decontaminatie, door de fabrikant van de recipiënt de vermelding 'risicohoudend medisch afval voor decontaminatie' aangebracht. De vermelding `'risicohoudend medisch afval voor decontaminatie' is waterbestendig en wordt in zwarte drukletters van minimaal 2 cm hoog gekleefd, gedrukt of in reliëf gezet op een groene achtergrond van minimaal een A4-formaat.
   Na decontaminatie als vermeld in subafdeling 5.2.2.13 van titel II van het VLAREM, worden de gedecontamineerde afvalstoffen aangezien als vaste niet-risicohoudende medische afvalstoffen en moeten de recipiënten voldoen aan de bepalingen, vermeld in artikel 5.2.3.5 en 5.2.3.6 van dit besluit.
   Op de recipiënten, vermeld in artikel 5.2.3.10, voor intern transport, voorafgaande aan het decontaminatieproces, in een installatie die gevestigd is in de instelling voor geneeskunde, wordt ten minste de afdeling van de inrichting vermeld waar de afvalstoffen ontstaan zijn. Artikel 5.2.3.4 is niet van toepassing op die recipiënten.]1

  
Art. 5.2.3.5. Les déchets médicaux sans risques peuvent, en fonction de leur état physique, être emballés conformément aux articles 5.2.3.3. et 5.2.3.4 :
  1° les déchets liquides et pâteux sont entreposés dans un récipient tel que mentionné à l'article 5.2.3.3,1° ;
  2° les déchets solides sont entreposés dans un sac bleu à usage unique, en plastique non halogéné d'une teneur maximale en plastiques recyclés. Le sac a une soudure double, est peu transparent et résiste aux déchirures; il ferme bien, ne coule pas et est adapté à la nature et au poids du contenu.
Art. 5.2.3.5. Niet-risicohoudend medisch afval kan, afhankelijk van de fysische toestand ervan, verpakt worden overeenkomstig artikel 5.2.3.3 en 5.2.3.4 en moet minstens als volgt verpakt worden :
  1° vloeibare en pasteuze afvalstoffen worden opgeborgen in een recipiënt als vermeld in artikel 5.2.3.3,1° ;
  2° vaste afvalstoffen worden opgeborgen in een eenmalig te gebruiken, blauwe zak, vervaardigd uit een halogeenvrije kunststofsoort met een maximaal gehalte aan gerecycleerde kunststoffen. De zak heeft dubbele lasnaden, is weinig doorzichtig, scheurbestendig, goed afsluitbaar, lekvrij en aangepast aan de aard en het gewicht van de inhoud.
Art. 5.2.3.6. Le fabricant du récipient ou du sac appose sur chaque récipient ou sac de déchets médicaux sans risque la mention " DECHETS MEDICAUX SANS RISQUE. Cette mention, en caractères d'imprimerie de maximum 2 cm de haut, résiste à l'eau, est imprimée, collée ou apposée en relief.
Art. 5.2.3.6. Op elke recipiënt of elke zak van niet-risicohoudend medisch afval wordt door de fabrikant van de recipiënt of van de zak de vermelding " niet-risicohoudend medisch afval " aangebracht. Die vermelding is waterbestendig en wordt in zwarte drukletters van minimaal 2 centimeter hoog, gekleefd, gedrukt of in reliëf gezet.
Art. 5.2.3.7. Les articles 5.2.3.5, 2° et 5.2.3.6. ne s'appliquent pas aux déchets médicaux sans risques solides qui sont produits par le cabinet médical.
Art. 5.2.3.7. Artikelen 5.2.3.5, 2° en 5.2.3.6 zijn niet van toepassing op vast niet-risicohoudend medisch afval dat voortkomt uit de geneeskundige praktijk.
Art. 5.2.3.8. Sur demande motivée, le peut accorder une dérogation aux dispositions visées aux articles 5.2.3.3 à 5.2.3.6 inclus, à l'exception des dispositions relatives à la réglementation ADR.
  La demande de dérogation est envoyée [2 par envoi sécurisé]2 par le producteur de l'emballage ou en son nom, à l'OVAM et à la division Surveillance de la Santé publique de la Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid.
  Si la demande n'est pas complète, le demandeur en est informé par écrit au plus tard trente jours calendrier suivant la réception de la demande.
  Dans un délai de [1 trente jours calendrier]1 à compter de la réception de la demande déclarée complète, l'OVAM et [3 la division compétente pour la surveillance de la santé publique du Département Soins, visé à l'article 2, alinéa 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2023 relatif au Département Soins]3 adressent un avis motivé au.
  Dans un délai de trente jours calendrier à compter de la réception des avis de l'OVAM et de [3 la division compétente pour la surveillance de la santé publique du Département Soins, visé à l'article 2, alinéa 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2023 relatif au Département Soins]3, le se prononce sur la demande de dérogation.
  
Art. 5.2.3.8. De minister kan op gemotiveerd verzoek een afwijking verlenen van de bepalingen, vermeld in artikelen 5.2.3.3 tot en met 5.2.3.6, met uitzondering van de bepalingen die betrekking hebben op de ADR-reglementering.
  De aanvraag tot afwijking wordt door de producent van de verpakking of in zijn naam met een [2 beveiligde zending]2 verzonden aan de OVAM en [3 de afdeling bevoegd voor het toezicht op de volksgezondheid van het Departement Zorg, vermeld in artikel 2, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 over het Departement Zorg]3.
  Als de aanvraag onvolledig is, wordt de aanvrager daarvan uiterlijk dertig kalenderdagen na de ontvangst van de aanvraag schriftelijk op de hoogte gebracht.
  Binnen een termijn van [1 dertig kalenderdagen]1 na ontvangst van de volledig verklaarde aanvraag brengen de OVAM en [3 de afdeling bevoegd voor het toezicht op de volksgezondheid van het Departement Zorg, vermeld in artikel 2, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 over het Departement Zorg]3 een advies uit bij de minister.
  De minister doet binnen een termijn van dertig kalenderdagen na de ontvangst van de adviezen van de OVAM en de afdeling Toezicht Volksgezondheid van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid een uitspraak over de afwijkingsaanvraag.
  
Art. 5.2.3.9. Tout récipient ou tout sac est immédiatement fermé après avoir été complètement rempli. A cette occasion, tout récipient est définitivement fermé conformément aux instructions données par le fabricant du récipient.
Art. 5.2.3.9. Elke recipiënt of elke zak wordt nadat hij volledig gevuld is, onmiddellijk gesloten. Daarbij wordt elke recipiënt, conform de instructies van de fabrikant van de recipiënt, definitief gesloten.
Art. 5.2.3.10. Les récipients de déchets médicaux, remplis et définitivement fermés, doivent être transportés, tous les jours ouvrables, avec des moyens appropriés permettant d'éviter tout dommage à l'emballage, du département ou du lieu de production vers un espace interne central réservé à la collecte des déchets.
  Les moyens de transport utilisés à cette fin, qui doivent pouvoir être désinfectés, seront nettoyés régulièrement et, si nécessaire, désinfectés afin d'éviter la formation de bouillons de culture microbiologiques. Si le récipient n'est pas rigide, il doit être conservé dans des conteneurs fermés au plus tard après la collecte dans les sections.
Art. 5.2.3.10. Gevulde en definitief gesloten recipiënten van medisch afval moeten elke werkdag, met aangepaste middelen, om elke beschadiging van de verpakking te voorkomen, van de afdeling of plaats van productie naar een centrale, interne inzamelplaats worden overgebracht.
  De daartoe aangewende transportmiddelen, die desinfecteerbaar zijn, moeten geregeld gereinigd en, indien nodig, gedesinfecteerd worden om het ontstaan van microbiologische broeihaarden te voorkomen. Wanneer de recipiënt niet vormvast is, moet hij ten laatste na de inzameling op de afdelingen worden opgeborgen in gesloten containers.
Art. 5.2.3.11. Sans préjudice des dispositions du titre II du VLAREM, ainsi que [2 des conditions environnementales particulières visées à l'article 72 du décret relatif au permis d'environnement qui peuvent être fixées dans le permis d'environnement accordé pour l'exploitation de l'établissement classé ou de l'activité classée]2, l'espace interne central réservé à la collecte des déchets médicaux doit répondre aux conditions suivantes :
   1° pour les déchets médicaux à risque :
   a) l'espace réservé à la collecte des déchets ne peut être aménagé que dans une aire de stockage froide, fermée et couverte ou dans un conteneur fermé, entreposé à l'extérieur de l'éventuel bâtiment de séjour;
   b) l'accès à l'espace réservé à la collecte des déchets est interdit aux personnes non autorisées et aux animaux;
   c) l'espace réservé à la collecte des déchets et le conteneur doivent pouvoir être atteints facilement aussi bien avec les moyens de transport internes qu'avec les moyens de transport externes, qui sont mis en oeuvre pour l'enlèvement des déchets;
   d) les dimensions de l'espace de collecte des déchets et du conteneur doivent être adaptées à la quantité de déchets y amenés périodiquement; l'espace de collecte des déchets doit être régulièrement vidé, dans le respect des dispositions du présent arrêté afin d'éviter toute surcharge et toute formation de bouillons de culture microbiologiques ou toute nuisance par les odeurs. Il en est de même pour le conteneur, qui peut toutefois être enlevé dans son ensemble;
   e) tout récipient se trouvant dans l'espace de collecte des déchets et dans le conteneur doit rester intacte. Les récipients endommagés doivent être transportés en toute sécurité dans des suremballages appropriés;
   f) l'espace de stockage des déchets et le conteneur ne sont accessibles qu'aux personnes autorisées. Ils ne contiennent pas de vermine; après avoir été vidés, ils sont aérés, nettoyés et éventuellement désinfectés afin de prévenir la formation de bouillons de culture microbiologiques;
   g) les récipients doivent être entreposés de façon à éviter les accidents et à pouvoir être chargés facilement, rapidement et en toute sécurité, nécessitant un minimum de manipulations par le collecteur, le commerçant ou l'agent de déchets;
   h) l'espace de collecte des déchets et le conteneur doivent répondre aux exigences techniques suivantes :
   1) ils sont faciles à nettoyer, à désinfecter et à aérer efficacement;
   2) les sols ainsi que les murs sont des parois étanches aux liquides, résistantes aux produits dégraissants, suffisamment planes et faciles à nettoyer;
   3) ils sont pourvus, sur leur face extérieure, de la mention " AIRE DE RAMASSAGE POUR DECHETS MEDICAUX A RISQUE - ACCES INTERDIT A TOUTE PERSONNE NON AUTORISEE ", et porter le logo des déchets médicaux à risque. Cette mention est inscrite sur fond jaune en caractères d'imprimerie de couleur noire, faciles à lire;
   2° pour les déchets médicaux sans risque :
   a) les déchets liquides et pâteux seront entreposés conformément aux dispositions de l'alinéa 1° du présent article, en même temps ou non que les déchets médicaux à risques y mentionnés;
   b) le stockage des déchets solides doit se faire dans une aire d'entreposage ou dans des conteneurs ne présentant aucune fuite ou dans des conteneurs à presse, à l'intérieur du périmètre du terrain de l'établissement, à un ou plusieurs emplacements fixes et hors de vue, facilement accessibles avec les moyens de transport internes et externes, mais d'accès interdit aux personnes non autorisées;
   c) le volume de l'aire d'entreposage, des conteneurs et des conteneurs à presse doit être adapté à l'apport périodique de déchets. Ils doivent être régulièrement vidés, conformément aux dispositions du présent arrêté, afin d'éviter toute surcharge, toute formation de bouillons de culture microbiologiques ou toute nuisance par les odeurs;
   d) chaque endroit où se trouvent les conteneurs ou les conteneurs à presse est nettoyé après enlèvement de ceux-ci et désinfecté, si nécessaire, afin d'éviter la formation de bouillons de culture microbiologiques.
  [1 3° pour des déchets médicaux à risque qui sont éligibles à la décontamination :
   a) le transport vers le lieu de collecte se fait à l'aide de moyens de transport adaptés qui sont placés dans le lieu de collecte après la collecte dans les divisions. Les moyens de transport sont soumis aux conditions, visées à l'article 5.2.3.10. Si l'installation de décontamination est équipée d'un système de chargement automatique, l'on utilise des moyens de transport adaptés à ce dernier;
   b) la collecte et le stockage des récipients, visés à l'article 5.2.3.3, se font suivant la fréquence visée à l'article 5.2.3.10. Le lieu de collecte peut exclusivement être aménagé dans un lieu de stockage fermé, couvert et froid. Le lieu de collecte est physiquement séparé du lieu de collecte des déchets médicaux à risque qui ne sont pas éligibles à la décontamination et ne peut contenir aucun stockage autre que les déchets médicaux à risque;
   c) le lieu de collecte de déchets médicaux à risque à décontaminer répond au conditions des lieux de stockage de déchets médicaux à risque avec comme condition supplémentaire que le lieu de collecte est subdivisé en une zone propre et une zone malpropre afin d'éviter le contact physique entre les déchets décontaminés et les déchets pas encore décontaminés.]1

  
Art. 5.2.3.11. Met behoud van de toepassing van de bepalingen van titel II van het VLAREM, [2 bijzondere milieuvoorwaarden zoals vermeld in artikel 72 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning die in de verleende omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit]2 ter zake kunnen worden opgelegd, moet de centrale, interne inzamelplaats van medisch afval voldoen aan de volgende voorwaarden :
   1° voor risicohoudend medisch afval :
   a) de inzamelplaats kan uitsluitend worden ingericht in een gesloten en overdekte, koele opslagruimte of in een gesloten container buiten het eventuele beddengebouw;
   b) de inzamelplaats is niet toegankelijk voor onbevoegden en voor dieren;
   c) de inzamelruimte en de container moeten gemakkelijk bereikbaar zijn, zowel met de interne transportmiddelen als met de externe transportmiddelen die worden ingezet voor de ophaling;
   d) de grootte van de inzamelruimte en van de container moet aangepast zijn aan de periodieke aanvoer van de afvalstoffen; de inzamelruimte moet op regelmatige tijdstippen geleegd worden, conform de bepalingen van dit besluit om elke overlading en elke vorming van microbiologische broeihaarden of geurhinder te voorkomen. Hetzelfde geldt voor de container die evenwel in zijn geheel kan worden opgehaald;
   e) elke recipiënt in de inzamelruimte en in de container moet intact blijven. Beschadigde recipiënten moeten op veilige wijze worden overgebracht in aangepaste bergingsverpakkingen;
   f) de inzamelruimte en de container zijn slechts beperkt toegankelijk voor de bevoegde personen. Ze zijn vrij van ongedierte en worden nadat ze geleegd zijn, verlucht en gereinigd en indien nodig gedesinfecteerd om het ontstaan van microbiologische broeihaarden te voorkomen;
   g) de recipiënten moeten zo gestapeld worden dat ze niet omvallen en dat ze gemakkelijk, snel, veilig en met een minimum aan manipulatie door de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar kunnen worden geladen;
   h) de inzamelruimte en de container moeten voldoen aan de volgende technische vereisten :
   1) ze zijn eenvoudig en efficiënt te reinigen, te desinfecteren en te verluchten;
   2) de vloeren en de wanden ervan zijn vloeistofdicht, bestand tegen ontsmettingsmiddelen, voldoende effen en gemakkelijk afwasbaar;
   3) ze zijn aan de buitenzijde voorzien van de vermelding " inzamelruimte voor risicohoudend medisch afval - toegang verboden voor onbevoegden ", samen met het logo van risicohoudend medisch afval. Die vermelding is in zwarte, duidelijk leesbare drukletters op een gele achtergrond aangebracht;
   2° Voor niet-risicohoudend medisch afval :
   a) vloeibare en pasteuze afvalstoffen moeten opgeslagen worden op de wijze vermeld in 1° van dit artikel, al dan niet samen met het daar vermelde risicohoudend medisch afval;
   b) vaste afvalstoffen moeten opgeslagen worden in een inzamelruimte of in lekvrije containers of perscontainers, binnen het terrein van de instelling, op een of meer vaste, aan het zicht onttrokken locaties die gemakkelijk bereikbaar zijn voor de interne en externe transportmiddelen, en waarvan de toegang voor onbevoegden verboden is;
   c) het volume van de inzamelruimte, van de containers en de perscontainers moet aangepast zijn aan de periodieke aanvoer van de afvalstoffen. Ze moeten op regelmatige tijdstippen geledigd worden, conform de bepalingen van dit besluit, om elke overlading, vorming van microbiologische broeihaarden of geurhinder te voorkomen;
   d) elke locatie waar de containers of perscontainers zich bevinden, wordt na ophaling van de containers of perscontainers gereinigd en, indien nodig, gedesinfecteerd om het ontstaan van microbiologische broeihaarden te voorkomen;
  [1 3° voor risicohoudende medische afvalstoffen die in aanmerking komen voor decontaminatie :
   a) het transport naar de inzamelplaats gebeurt met behulp van geschikte transportmiddelen die na ophaling in de afdelingen in de inzamelruimte worden geplaatst. De transportmiddelen zijn onderworpen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 5.2.3.10. Als gewerkt wordt met een decontaminatie-installatie met automatische belading, worden transportmiddelen gebruikt die daarvoor geschikt zijn;
   b) de inzameling en opslag van de recipiënten, vermeld in artikel 5.2.3.3, gebeurt volgens de frequenties, vermeld in artikel 5.2.3.10. De inzamelplaats kan uitsluitend worden ingericht in een gesloten en overdekte, koele opslagruimte. De inzamelplaats is fysiek gescheiden van de inzamelplaats van risicohoudende medische afvalstoffen die niet in aanmerking komen voor decontaminatie en mag buiten risicohoudend medisch afval geen andere opslag omvatten;
   c) de inzamelruimte voor te decontamineren risicohoudend medisch afval voldoet aan de voorwaarden voor de opslagplaatsen van risicohoudend medisch afval met als bijkomende voorwaarde dat de inzamelruimte is opgedeeld in een reine en onreine zone om fysiek contact te vermijden tussen gedecontamineerde afvalstoffen en afvalstoffen die nog niet gedecontamineerd zijn.]1

  
Art. 5.2.3.12. Toute institution médicale est tenue d'établir des directives sur le stockage des déchets médicaux et de les tenir à la disposition des membres du personnel concernés et du fonctionnaire surveillant. Le stockage de ces déchets, le nettoyage et la désinfection éventuelle des moyens de transport internes, des aires de stockage, des conteneurs ou des conteneurs à presse, ainsi que l'élimination régulière et en temps utile de ceux-ci et le contrôle des opérations sont réalisés sous la responsabilité de l'institution médicale.
Art. 5.2.3.12. Elke instelling voor geneeskunde is verantwoordelijk voor het opmaken en het aan de betrokken personeelsleden en de toezichthouder ter beschikking stellen van de richtlijnen over het opslaan van medisch afval. De opslag van die afvalstoffen, de reiniging en eventuele desinfectie van de interne transportmiddelen, de opslagruimten, de containers of de perscontainers, alsook de regelmatige, tijdige afvoer ervan en het toezicht daarop gebeuren onder de verantwoordelijkheid van de instelling voor geneeskunde.
Art. 5.2.3.13. Les déchets médicaux à risque et les déchets médicaux liquides et pâteux sans risque produits par le cabinet médical sont rassemblés dans les récipients disponibles, conformément aux dispositions des articles 5.2.3.3 à 5.2.3.9 inclus. Dans l'attente de leur enlèvement, les récipients définitivement fermés sont stockés soit à l'intérieur du cabinet médical, soit dans un local séparé de toute aire d'habitation ou d'existence dont l'accès est interdit aux personnes non autorisées. Tout récipient doit rester intact. Les récipients endommagés doivent être transvasés en toute sécurité dans des suremballages adéquats.
Art. 5.2.3.13. Risicohoudend medisch afval en vloeibaar en pasteus niet-risicohoudend medisch afval in de geneeskundige praktijk worden opgeslagen in de beschikbare recipiënten overeenkomstig de bepalingen, vermeld in artikelen 5.2.3.3 tot en met 5.2.3.9. De definitief gesloten recipiënten worden, in afwachting van de verwijdering ervan, opgeslagen, in de geneeskundige praktijk, of in een lokaal dat gescheiden is van elke woon- of leefruimte en dat niet toegankelijk is voor onbevoegden. Elke recipiënt in de inzamelruimte en in de container moet intact blijven. Beschadigde recipiënten moeten op veilige wijze worden overgebracht in aangepaste bergingsverpakkingen.
Art. 5.2.3.14. Les déchets solides ne présentant aucun risque peuvent être collectés et déposés, dans le cabinet médical, avec les déchets industriels similaires aux déchets ménagers.
Art. 5.2.3.14. Het vast niet-risicohoudend medisch afval kan in de geneeskundige praktijk samen met de huishoudelijk vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen, worden verzameld en afgegeven.
Art. 5.2.3.15. Le moyen de transport du praticien ne doit pas satisfaire aux conditions stipulées à l'article 5.2.3.16 lors du transport de déchets médicaux à risque.
Art. 5.2.3.15. Het vervoermiddel van de beoefenaar van een geneeskundig beroep moet bij het vervoer van risicohoudend medisch afval niet voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 5.2.3.16.
Art. 5.2.3.16. Sans préjudice de toute autre disposition légale et réglementaire, les conditions suivantes s'appliquent à l'enlèvement distinct et au transport des déchets médicaux :
  1° les déchets médicaux à risque et les déchets médicaux liquides ou pâteux sans risque sont collectés et transportés avec une unité de transport qui satisfait à la réglementation ADR;
  2° pour le transport des déchets médicaux à risque et des déchets médicaux liquides ou pâteux sans risque :
  a) les récipients qui fuient seront immédiatement entreposés dans un suremballage adéquat;
  b) s'il existe un risque de contamination ou de pollution du chargement lors de la collecte suivante, l'aire de chargement des moyens de transport doit être nettoyée à sec de manière experte et démontrable et désinfectée avec collecte des résidus en vue de l'incinération afin d'éviter les bouillons de culture microbiens. Si nécessaire, un nettoyage humide est effectué;
  c) le traitement manuel des récipients au moment de la collecte se limitera à un minimum;
  d) la cabine du chauffeur contient suffisamment de matériel et de produits pour permettre de se laver et se désinfecter les mains;
  3° pour le conteneur avec les déchets médicaux à risque et les déchets médicaux liquides ou pâteux sans risque, mentionnés à l'article 5.2.3.11 :
  a) la collecte et le transport du conteneur se fait avec des moyens de transport adéquats, conformes à la réglementation ADR;
  b) le collecteur, le commerçant ou l'agent des déchets établit des directives écrites claires, tant en ce qui concerne l'enlèvement et le transport des déchets qu'en ce qui concerne les cas d'urgence. Les directives se trouvent en outre toujours à portée de main, à bord du moyen de transport, à un endroit bien visible et bien indiqué;
  4° pour les déchets médicaux solides sans risque :
  a) le dégagement de liquide de fuite lors du pressage des déchets doit être limité à un minimum;
  b) tout traitement manuel des récipients au moment de la collecte doit être limité à un minimum
  [1 5° des déchets médicaux à risque qui sont éligibles à la décontamination, sont traités, après la décontamination, conformément aux dispositions, visées à la sous-section 5.2.2.13 du titre II VLAREM, comme des déchets médicaux solides exempts de risque et répondent par conséquent aux conditions. visées au point 4°.]1
  
Art. 5.2.3.16. Met behoud van de toepassing van elke andere wettelijke en reglementaire bepaling gelden voor de afzonderlijke ophaling en het vervoer van medisch afval de volgende voorwaarden :
  1° risicohoudend medisch afval en vloeibaar of pasteus niet-risicohoudend medisch afval worden ingezameld en vervoerd met een transporteenheid die voldoet aan de ADR-reglementering;
  2° bij het vervoeren van risicohoudend medisch afval en vloeibaar of pasteus niet-risicohoudend medisch afval :
  a) moeten lekkende recipiënten onmiddellijk in een bergingsverpakking worden overgebracht;
  b) als bij een volgende ophaling gevaar bestaat voor vervuiling of besmetting van de lading, wordt de laadruimte van de transportmiddelen om microbiële broeihaarden te voorkomen deskundig en aantoonbaar droog gereinigd en gedesinfecteerd met opvang van de residu's voor verbranding. Indien nodig gebeurt een natte reiniging;
  c) elke manuele behandeling van de recipiënten moet bij de ophaling tot een minimum beperkt worden;
  d) de bestuurderscabine bevat voldoende materiaal voor het wassen en ontsmetten van de handen van de bestuurder;
  3° voor de container met risicohoudend en vloeibaar of pasteus niet-risicohoudend medisch afval, vermeld in artikel 5.2.3.11 :
  a) de ophaling en het vervoer van de container moet gebeuren met een transporteenheid die voldoet aan de ADR reglementering;
  b) de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar stelt duidelijke, schriftelijke instructies op zowel voor de ophaling en het vervoer van de afvalstoffen als voor noodgevallen. De instructies zijn steeds binnen handbereik te vinden in de transporteenheid, op een duidelijk zichtbare plaats;
  4° voor vast niet-risicohoudend medisch afval :
  a) bij het persen van de afvalstoffen moet het vrijkomen van lekvloeistoffen tot een minimum beperkt worden;
  b) elke manuele behandeling van de recipiënten moet bij de ophaling tot een minimum beperkt worden;
  [1 5° risicohoudende afvalstoffen die in aanmerking komen voor decontaminatie worden na decontaminatie overeenkomstig de bepalingen, vermeld in subafdeling 5.2.2.13 van titel II van het VLAREM, behandeld als vaste niet-risicohoudende medische afvalstoffen en voldoen bijgevolg aan de voorwaarden, vermeld in punt 4°.]1
  
Art. 5.2.3.17. Sans préjudice de l'application des dispositions du titre II du Vlarem ainsi que [1 des conditions environnementales particulières visées à l'article 72 du décret relatif au permis d'environnement qui peuvent être fixées dans le permis d'environnement accordé pour l'exploitation de l'établissement classé ou de l'activité classée]1, toute aire de ramassage pour déchets médicaux située à l'extérieur de l'institution médicale ou du cabinet médical doit répondre aux dispositions de l'article 5.2.3.11.
  Les déchets médicaux qui sont stockés dans des locaux de stockage doivent être enlevés au plus tard cinq jours ouvrables après la collecte chez le producteur[2 , sauf stipulation contraire dans le permis d'environnement]2.
  Les déchets médicaux qui sont stockés dans le moyen de transport en attendant la suite du traitement doivent être traités au plus tard 72 heures après la collecte chez le producteur.
  Les déchets médicaux provenant de cabinets médicaux qui se composent exclusivement d'aiguilles et d'objets tranchants, doivent être évacués dans les 14 jours de la collecte auprès du producteur vers l'installation de traitement.
  
Art. 5.2.3.17. Met behoud van de toepassing van de bepalingen, van titel II van het VLAREM, [1 bijzondere milieuvoorwaarden zoals vermeld in artikel 72 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning die in de verleende omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit]1 ter zake kunnen worden opgelegd, moet elke inzamelplaats van medisch afval buiten de instelling voor geneeskunde, buiten de geneeskundige praktijk en buiten de inrichting vergund voor de definitieve verwerking van medisch afval voldoen aan de bepalingen, vermeld in artikel 5.2.3.11.
  Medisch afval dat in daartoe vergunde externe opslaglokalen wordt opgeslagen, moet daar ten laatste vijf werkdagen na ophaling bij de producent worden opgehaald[2 , tenzij anders bepaald in de omgevingsvergunning.]2.
  Medisch afval dat in het vervoersmiddel wordt opgeslagen in afwachting van verdere verwerking, moet ten laatste 72 u. na ophaling bij de producent worden verwerkt.
  Medisch afval afkomstig van geneeskundige praktijken en dat alleen bestaat uit naalden en scherpe voorwerpen moet binnen 14 kalenderdagen na ophaling bij de producent afgevoerd worden naar de verwerkingsinrichting.
  
Art. 5.2.3.18. Le déversement des déchets médicaux en provenance de l'institution médicale et de déchets médicaux à risque en provenance du cabinet médical sur une décharge est interdit.
Art. 5.2.3.18. Het storten van medisch afval, afkomstig van de instelling voor geneeskunde, en van risicohoudend medisch afval, afkomstig van de geneeskundige praktijk, is verboden.
Art. 5.2.3.19. Les déchets médicaux à risque et les déchets médicaux liquides et pâteux sans risque peuvent uniquement être incinérés.
  [1 Les déchets médicaux à risque qui sont éligibles à la décontamination, peuvent être incinérés conjointement avec des déchets médicaux à risque et des déchets médicaux liquides et pâteux exempts de risque. Ils peuvent en outre être décontaminés suivant les prescriptions, visées à la sous-section 5.2.2.13 du titre II du VLAREM, et ensuite être incinérés comme déchets médicaux solides exempts de risque.]1
  
Art. 5.2.3.19. Risicohoudend medisch afval en vloeibaar en pasteus niet-risicohoudend medisch afval moet verbrand worden.
  [1 Risicohoudende medische afvalstoffen die in aanmerking komen voor decontaminatie, mogen samen met risicohoudende medische afvalstoffen en vloeibare en pasteuze niet-risicohoudende medische afvalstoffen verbrand worden. Daarnaast mogen ze gedecontamineerd worden volgens de voorschriften, vermeld in subafdeling 5.2.2.13 van titel II van het VLAREM, waarna ze verbrand worden als vaste niet-risicohoudende medische afvalstoffen.]1
  
Art. 5.2.3.20. Le traitement des déchets médicaux sans risque n'est pas soumis aux dispositions mentionnées à l'article 4.5.3.
Art. 5.2.3.20. De verwerking van niet-risicohoudend medisch afval is niet onderworpen aan de bepalingen, vermeld in artikel 4.5.3.
Sous-section 5.2.4. - Véhicules mis au rebut
Onderafdeling 5.2.4. - Afgedankte voertuigen
Art. 5.2.4.1.[1 § 1er. Toute personne physique ou morale qui dépollue, démonte, démolit (y compris le broyage) des véhicules mis au rebut ou effectue d'autres traitements sur des véhicules mis au rebut, doit disposer d'un agrément en tant que centre pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut ou doit faire appel à un centre agréé pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut appartenant à la même unité écotechnique.
Art. 5.2.4.1. [1 § 1. Elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die afgedankte voertuigen depollueert, demonteert, vernietigt (met inbegrip van indrukken) of een andere behandeling op afgedankte voertuigen uitvoert, moet erkend zijn als centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen of moet een beroep doen op een centrum dat erkend is voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen dat behoort tot dezelfde milieutechnische eenheid.
   Het erkende centrum moet de aangenomen afgedankte voertuigen depollueren en ontdoen van de verplicht te ontmantelen onderdelen overeenkomstig artikel 5.2.2.6.4, § 2, van titel II van het VLAREM. Na depollutie en demontage zorgt het erkende centrum voor de vernietiging van de afgedankte voertuigen.
   § 2. Werkplaatsen voor het nazicht, de herstelling en het onderhouden van motorvoertuigen (met inbegrip van carrosseriewerkzaamheden) hoeven niet erkend te zijn als centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen op voorwaarde dat ze de gedemonteerde onderdelen alleen inzetten bij de herstellingen die uitgevoerd worden in de eigen werkplaats, dat ze het gebruik van de gedemonteerde onderdelen vermelden op de facturen van de herstelling [2 , dat ze niet meer dan vijf afgedankte voertuigen opslaan, dat ze jaarlijks niet meer dan vijftien afgedankte voertuigen daarvoor demonteren en dat de voorraad van gedemonteerde onderdelen niet meer bedraagt dan het totaal van onderdelen afkomstig van dertig afgedankte voertuigen]2. Ze houden daarvoor een register bij dat de volgende gegevens bevat :
   1° de datum waarop het voertuig materieel de inrichting binnenkomt;
   2° het chassisnummer van het voertuig;
   3° de reden van aanwezigheid : voor demontage van onderdelen of aanvaard in het kader van de aanvaardingsplicht zonder demontage van onderdelen;
   4° de datum van verzending van het voertuig.
   Het register moet ingevuld worden op het moment dat het voertuig de inrichting binnenkomt. Het register dat in gebruik is, moet zich in de beroepslokalen bevinden in elke vestiging van het bedrijf.]1

  
Art. 5.2.4.2. [4 § 1er. Le détenteur se défait ou a l'intention de se faire d'un véhicule, notamment :
   1° s'il a été démonté en vue du réemploi de pièces ou est destiné à cet effet ;
   2° s'il n'est plus utilisé comme véhicule ou est destiné à un usage autre que celui de véhicule. " ;
   2° à l'alinéa 1er du paragraphe 1er, qui est devenu le paragraphe 1er/1, le point 4° est remplacé par ce qui suit :
   " 4° en raison d'une perte technique totale ou du dommage suivant :
   a) la cage de sécurité du véhicule s'est déformée ;
   b) le véhicule s'est désintégré en plusieurs morceaux ;
   c) l'avant, le milieu ou l'arrière du véhicule a été détruit par le feu ;
   d) le véhicule a subi un dégât des eaux, le niveau de l'eau à l'intérieur du véhicule ayant atteint l'assise des sièges. ]4

  [4 § 1/1]4. Le détenteur doit se défaire d'un véhicule :
  1° [2 qui n'est pas muni des documents de bord suivants ou dont le propriétaire n'est pas en mesure de les présenter dans le mois :
   a) une immatriculation valable ;
   b) un certificat de visite de l'inspection automobile en ordre de validité, à moins que le véhicule n'en soit dispensé, conformément à l'arrêté royal du 15 mars 1968 portant règlement général sur les conditions techniques auxquelles doivent répondre les véhicules automobiles et leurs remorques, leurs éléments ainsi que les accessoires de sécurité ;]2

  2° dont la durée de validité [2 de la dernière inspection automobile réglementaire]2, délivré par un établissement de contrôle technique d'un Etat membre de l'Union européenne, n'a pas expiré depuis plus [2 de deux ans]2;
  3° à partir [2 de deux ans]2 après la date à laquelle il aurait dû être contrôlé pour la première fois s'il était resté en service;
  4° [1 ...]1 en raison d'une déclaration de perte totale.
  Cette obligation ne s'applique cependant pas pour :
  1° [3 les véhicules d'époque inscrits au répertoire des véhicules à moteur et des remorques, qui satisfont à l'obligation de contrôle pour les véhicules d'époque, ou les véhicules à valeur historique de plus de [4 30 ans]4, qui ne se trouvent sur la voie publique qu'à titre exceptionnel et qui satisfont à l'obligation de contrôle pour les véhicules d'époque ;]3
  2° des véhicules gardés comme objet de collection avec le soin clair du propriétaire et pourvus [3 d'une couverture]3 et d'un bac de fuite sous les pièces mécaniques susceptibles de couler;
  3° [3 les véhicules qui font l'objet d'une instruction, d'une saisie ou d'une enquête sur la responsabilité dans le cadre d'un accident et dont l'enquête est toujours en cours ou qui n'ont pas encore été libérés ;]3
  4° des véhicules utilisés à des fins didactiques;
  5° des véhicules utilisés pour le [4 cross]4 à condition qu'ils remplissent les exigences suivantes :
  a) ils sont pourvus des renforts nécessaires (arceau de sécurité ou barres de renfort);
  b) le verre est démonté;
  c) la garniture du véhicule est enlevée, à l'exception du siège conducteur.
  [3 Les véhicules visés à l'alinéa 2, qui se trouvent dans un état tel qu'ils présentent un risque de fuite de liquides, sont conservés sur un plancher étanche aux liquides relié à un système de drainage étanche équipé d'un séparateur d'hydrocarbures et d'un débourbeur ou sont couverts et munis d'un bac collecteur sous les pièces mécaniques susceptibles de couler.]3
  § 2. Tous les véhicules mis au rebut doivent être délivrés dans un point de réceptionnement désigné par les producteurs de véhicules ou auprès d'un centre agréé pour la dépollution, démantèlement et la destruction des véhicules mis au rebut.
  Les points de réceptionnement délivrent les véhicules mis au rebut acceptés dans un centre agréé pour la dépollution, le démantèlement et la destruction des véhicules mis au rebut.
  Lors de la remise, les véhicules mis au rebut sont munis des documents de bord nécessaires, notamment le certificat d'immatriculation, l[2 ...]2 et le certificat de visite, à moins que le paragraphe 1, 1° ne soit d'application.
  § 3. Les délais impartis pour la présentation des véhicules mis au rebut dans un centre agréé de dépollution, de démantèlement et de destruction des véhicules mis au rebut, sont les suivants :
  1° un mois à partir de l'expiration du délai dans lequel les documents manquants visés au paragraphe 1, premier alinéa, 1° doivent être remis;
  2° deux ans à partir de l'expiration de la date de validité [2 de l'inspection automobile]2 par un établissement de contrôle technique d'un Etat membre de l'UE [2 à moins que l'on ne finisse par disposer d'une inspection automobile valable]2;
  3° deux ans à partir de la date à laquelle le véhicule aurait dû être contrôlé pour la première fois s'il était resté en service [2 à moins que l'on ne finisse par disposer d'une inspection automobile valable]2;
  4° [2 un mois après que le véhicule s'est avéré une perte technique totale, à moins que la procédure de réhabilitation n'ait été démarrée endéans ce mois.]2
  § 4. En vue de l'accomplissement de ces obligations, le registre, visé à la sous-section 7.2.1, mentionne également le numéro de châssis des véhicules mis au rebut présentés et évacués.
  
Art. 5.2.4.2. [4 § 1. De houder ontdoet zich van een voertuig of heeft het voornemen zich ervan te ontdoen, onder meer:
   1° als het gedemonteerd wordt voor hergebruik van onderdelen of daarvoor bestemd is;
   2° als het niet meer als voertuig gebruikt wordt of bestemd is voor een ander gebruik dan het gebruik als voertuig.";
   2° in het eerste lid van paragraaf 1, die paragraaf 1/1 geworden is, wordt punt 4° vervangen door wat volgt:
   "4° als het een technisch totaalverlies betreft of het voertuig de volgende schade heeft:
   a) de veiligheidskooi van het voertuig is vervormd;
   b) het voertuig is in verschillende stukken uiteengevallen;
   c) de voor-, midden- of achterkant van het voertuig is vernield door brand;
   d) het voertuig heeft waterschade waarbij het waterniveau in het voertuig het zitvlak van de zetels heeft bereikt.]4

  [4 § 1/1]4. De houder moet zich ontdoen van een voertuig :
  1° [2 als het niet is voorzien van de volgende boorddocumenten of als de eigenaar van het voertuig die niet binnen een maand kan voorleggen :
   a) een geldige inschrijving;
   b) een geldige keuring, tenzij het voertuig er niet over moet beschikken conform het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen;]2

  2° als de geldigheidsduur van [2 de laatste reglementaire keuring]2, uitgereikt door een instelling van de technische keuring van een lidstaat van de Europese Unie, meer dan [2 twee jaar]2 verstreken is;
  3° vanaf [2 twee jaar]2 na de datum waarop het voertuig voor de eerste keer gekeurd had moeten zijn als het in gebruik was gebleven;
  4° [1 ...]1 als het een technisch totaal verlies betreft.
  Die verplichting geldt evenwel niet voor :
  1° [3 oldtimers ingeschreven in het repertorium van de motorvoertuigen en de aanhangwagens die voldoen aan de keuringsplicht voor oldtimers of voertuigen met historische waarde ouder dan [4 30 jaar]4 die zich alleen bij uitzondering op de openbare weg bevinden en die voldoen aan de keuringsplicht voor oldtimers;]3
  2° voertuigen die als verzamelobject met duidelijke zorg, minstens [3 overkapt]3 en voorzien van een lekbak onder potentieel lekkende mechanische onderdelen bewaard worden;;
  3° [3 voertuigen die het voorwerp uitmaken van een gerechtelijk onderzoek, een inbeslagname of een aansprakelijkheidsonderzoek in het kader van een ongeval en waarvan het onderzoek nog loopt of die nog niet vrijgegeven zijn;]3
  4° voertuigen die gebruikt worden voor didactische doeleinden;
  5° voertuigen die gebruikt worden voor [4 cross]4 op voorwaarde dat ze voldoen aan de volgende vereisten :
  a) ze zijn voorzien van de nodige verstevigingen (rolkooi of verstevigingsbalken);
  b) het glas is gedemonteerd;
  c) de binnenbekleding in het voertuig is verwijderd, met uitzondering van de bekleding van de bestuurderszetel.
  [3 De voertuigen, vermeld in het tweede lid, die zich in een zodanige staat bevinden dat er kans is op het lekken van vloeistoffen, worden bewaard op een vloeistofdichte vloer die is aangesloten op een lekdicht afwateringssysteem dat voorzien is van een koolwaterstofafscheider en slibvangput of overkapt en voorzien van een lekbak onder potentieel lekkende mechanische onderdelen.]3
  § 2. Alle afgedankte voertuigen moeten worden ingeleverd bij een punt van inontvangstname, aangewezen door de voertuigproducenten, of bij een erkend centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen.
  De punten van inontvangstname leveren de aanvaarde afgedankte voertuigen in bij een erkend centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen.
  Bij de afgedankte voertuigen zijn bij inlevering de boorddocumenten aanwezig, namelijk het inschrijvingsbewijs, [2 ...]2 en het keuringsbewijs, tenzij paragraaf 1, 1°, van toepassing is.
  § 3. De termijnen waarbinnen de afgedankte voertuigen moeten worden ingeleverd bij een erkend centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen, bedragen :
  1° één maand vanaf het verstrijken van de termijn waarbinnen de ontbrekende documenten, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° moeten worden voorgelegd;
  2° twee jaar vanaf het verlopen van de geldigheidsdatum van [2 de geldige keuring]2, uitgereikt door een instelling van de technische keuring van een EU-lidstaat [2 , tenzij men alsnog over een geldige keuring beschikt]2;
  3° twee jaar vanaf de datum waarop het voertuig voor de eerste keer gekeurd had moeten zijn als het in gebruik was gebleven [2 , tenzij men alsnog over een geldige keuring beschikt]2;
  4° [2 een maand nadat het voertuig een technisch totaal verlies werd tenzij binnen een maand de rehabilitatieprocedure is opgestart.]2
  § 4. Met het oog op de nakoming van die verplichtingen vermeldt het register, vermeld in onderafdeling 7.2.1, ook het chassisnummer van de aan- en afgevoerde afgedankte voertuigen.
  
Art. 5.2.4.3. § 1. Il est interdit de détruire les véhicules mis au rebut qui n'ont pas encore été dépollués par un centre agréé pour la dépollution, le démantèlement et la destruction des véhicules mis au rebut conformément à l'article 5.2.2.6.4, § 2, du titre II du VLAREM, y compris les compressions.
  § 2. Tout centre agréé pour la dépollution, le démantèlement et la destruction des véhicules mis au rebut exige les capacités techniques suivantes de l'exploitant, de son équipement et de son infrastructure :
  1° un appareil de pesage calibré, une infrastructure permettant la dépollution et le démontage des pièces, des liquides, des gaz et des matériaux, et une possibilité de destruction des véhicules mis au rebut. A titre exceptionnel, un contrat avec une entreprise disposant des possibilités de destruction précitées et se trouvant sur un terrain avoisinant, peut être valable;
  2° le matériel roulant nécessaire d'une part pour les déplacements internes des véhicules hors d'usage et des bacs de stockage des liquides soutirés et des pièces démontées, et d'autre part, si l'on opte pour un transport en régie, pour la présentation et l'évacuation des véhicules mis au rebut;
  3° le personnel nécessaire pour accomplir les tâches opérationnelles du centre agréé pour la dépollution, le démantèlement et la destruction des véhicules mis au rebut.
  § 3. Dès la présentation d'un véhicule hors d'usage ou de pièces de véhicules dans un centre agréé pour la dépollution, le démantèlement et la destruction, le centre est entièrement responsable de leur traitement. Le véhicule mis eu rebut reçoit un traitement optimal du point de vue technique et économique, tout en respectant l'aspect écologique. Le centre agréé pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut doit constamment augmenter et améliorer son efficacité en la matière, notamment par le développement de méthodes de traitement plus efficaces.[3 Toutes les étapes du traitement à effectuer sont reproduites schématiquement à un endroit bien visible sur le lieu du traitement. Ainsi, la vidange de fluides frigorigènes des systèmes de climatisation est illustrée en détail pour les différentes étapes nécessaires. ]3.
  § 4. Lors de la dépollution, du démantèlement et du traitement des matériaux et pièces des véhicules mis au rebut, le centre agréé pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut atteint les objectifs en matière de réutilisation et de valorisation en exécution de l'obligation d'acceptation mentionnée dans la sous-section 3.4.2. Les producteurs de véhicules ou ceux qui ont été désignés par ceux-ci en exécution de l'obligation d'acceptation mentionnée dans la sous-section 3.4.2 communiquent des informations à propos des pourcentages atteints en matière de valorisation de ces matériaux et pièces au centre agréé pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut. Les centres agréés pour la dépollution, le démantèlement et la destruction des véhicules mis au rebut produisent la preuve de la destination des matériaux.. Si aucun permis n'est requis, les matériaux doivent être présentés à des entreprises équipées de la meilleure technologie possible par les centres agréés pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut.
  § 5. [3 Le centre agréé pour la dépollution, le démantèlement et la démolition de véhicules hors d'usage remet gratuitement au dernier détenteur ou propriétaire du véhicule hors d'usage un certificat de démolition qui contient au moins les données mentionnées dans l'annexe 5.2.4. Le centre agréé remet le certificat de démolition au dernier détenteur ou propriétaire du véhicule hors d'usage au plus tard un mois après la réception du véhicule hors d'usage et avant que le véhicule hors d'usage ne quitte le site.]3 Le centre agréé pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut détruit tous les documents de bord présents du véhicule mis au rebut détruit, à savoir [1 l'immatriculation valide et l'inspection technique valide]1 moyennant respect des mesures de sécurité nécessaires et transmet par voie électronique les données de tous les véhicules mis au rebut à l'autorité compétente pour la désimmatriculation définitive mentionnée à l'article 34, § 4, de l'arrêté royal du 20 juillet 2001 relatif à l'immatriculation de véhicules et pour la radiation en cas de destruction par l'enregistrement dans la Banque-Carrefour des véhicules mentionnée à l'article 32 de la loi du 19 mai 2010 portant création de la Banque-Carrefour des véhicules. L'organisme de gestion pour les véhicules mis au rebut prévoit la fonctionnalité nécessaire dans le système de communication de données avec la base de données centrale pour la transmission électronique des données des véhicules mis au rebut. Les certificats de destruction délivrés par un Etat membre de l'Union européenne ou par une des deux autres régions belges, sont également applicables à la Région flamande.
  § 6. Le centre agréé pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut fournit [1 au moins trimestriellement]1 toutes les informations qui doivent être conservées ou communiquées dans le cadre de l'obligation d'acceptation mentionnée dans la sous-section 3.4.2, aux producteurs de véhicules ou à ceux qui ont été désignés par ceux-ci. Si les vendeurs finaux, les intermédiaires ou les producteurs de véhicules font appel pour le respect de leur obligation d'acceptation mentionnée dans la sous-section 3.4.2 à un organisme de gestion [2 ...]2, les données seront transmises d'un système informatisé et uniformisé de communication des données avec la base de données centrale de l'organisme de gestion, selon une procédure et une périodicité à déterminer par cet organisme. Le numéro de châssis d'un véhicule mis au rebut qui quitte le centre agréé pour la dépollution, le démantèlement et la destruction des véhicules mis au rebut est préalablement communiqué à l'organisme de gestion.
  § 7. A tout moment, une liste actualisée des véhicules mis au rebut ainsi que des déchets et matériaux qui ont été acceptés ou éliminés et qui sont présents dans l'établissement doit pouvoir être produite à la requête du fonctionnaire surveillant.
  § 8. A la demande explicite de l'OVAM, le centre agréé fournit les relevés suivants portant sur le flux des matériaux, le poids étant exprimé en kg :
  1° un relevé des véhicules mis au rebut présentés avec mention du nombre, du poids total par catégorie M1 ou N1 et listes des numéros de châssis;
  2° un relevé des véhicules hors d'usage évacués avec mention du nombre, du poids total par catégorie M1 ou N1 et listes des numéros de châssis;
  3° un relevé des matériaux évacués en fonction de leur poids et total par destination.
  
Art. 5.2.4.3. § 1. Het is verboden om afgedankte voertuigen die nog niet door een erkend centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen werden gedepollueerd overeenkomstig artikel 5.2.2.6.4, § 2, van titel II van het VLAREM, te vernietigen, met inbegrip van pletten en indrukken.
  § 2. Elk erkend centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen vereist de volgende technische capaciteiten van de uitbater en van zijn materieel en infrastructuur :
  1° een geijkt weegtoestel, een infrastructuur die depollutie en demontage van onderdelen, vloeistoffen, gassen en materialen toelaat, en een mogelijkheid tot het vernietigen van de afgedankte voertuigen. Bij wijze van uitzondering kan een contract gelden met een bedrijf dat over de vernietigingsmogelijkheid beschikt en dat zich op een aanpalend terrein bevindt;
  2° het nodige rollend materieel, enerzijds voor het intern verplaatsen van afgedankte voertuigen en opslagvoorzieningen van afgetapte vloeistoffen en gedemonteerde onderdelen, en anderzijds voor de aan- en afvoer van de afgedankte voertuigen als wordt geopteerd voor vervoer in eigen beheer;
  3° het nodige personeel om de operationele taken van het erkende centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen te kunnen vervullen.
  § 3. Zodra een afgedankt voertuig of onderdelen van voertuigen bij een erkend centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen ingeleverd worden, is het erkende centrum volledig verantwoordelijk voor de verwerking ervan. Het afgedankte voertuig wordt zo degelijk mogelijk verwerkt vanuit technisch en markteconomisch oogpunt en op een milieuvriendelijke wijze. Het erkende centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen moet zijn efficiëntiegestaag verhogen en verbeteren, onder meer door efficiëntere verwerkingsmethoden te ontwikkelen.[3 Alle uit te voeren verwerkingsstappen worden schematisch op een duidelijk zichtbare plaats weergeven op de plaats van verwerking. Het aftappen van koudemiddelen uit klimaatregelingsapparatuur wordt daarbij voor de verschillende nodige stappen in detail weergegeven.]3
  § 4. Bij de depollutie, ontmanteling en verwerking van de materialen en onderdelen van de afgedankte voertuigen behaalt het erkende centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen de doelstellingen inzake hergebruik en nuttige toepassing ter uitvoering van de aanvaardingsplicht, vermeld in onderafdeling 3.4.2. De voertuigproducenten of degenen die door hen zijn aangesteld ter uitvoering van de aanvaardingsplicht, vermeld in onderafdeling 3.4.2, verstrekken aan het erkende centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen de informatie over de bereikte percentages inzake nuttige toepassing van die materialen en onderdelen. De erkende centra voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen leveren het bewijs van de bestemming van de materialen. Als er geen vergunning vereist is, leveren de erkende centra voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen de materialen af aan bedrijven die uitgerust zijn met de beste beschikbare technieken.
  § 5. Het erkende centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen bezorgt de laatste houder of eigenaar van het afgedankte voertuig [1 , voor het afgedankte voertuig het terrein verlaat,]1 gratis een certificaat van vernietiging dat minstens de gegevens bevat, vermeld in bijlage 5.2.4. Het erkende centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen vernietigt alle aanwezige boorddocumenten van het vernietigde afgedankte voertuig, namelijk [1 de geldige inschrijving en de geldige keuring]1 met inachtneming van de nodige beveiligingsmaatregelen, en bezorgt de gegevens van alle afgedankte voertuigen elektronisch aan de bevoegde overheid voor de definitieve uitschrijving,vermeld in artikel 34, § 4, van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen, en voor de schrapping bij vernietiging van de registratie in de Kruispuntbank van de voertuigen,vermeld in artikel 32 van de wet van 19 mei 2010 houdende oprichting van de Kruispuntbank van de voertuigen. Het beheersorganisme voor afgedankte voertuigen voorziet in de nodige functionaliteit in het datacommunicatiesysteem met centrale databank om de gegevens van de afgedankte voertuigen elektronisch te bezorgen. De certificaten van vernietiging die door een lidstaat van de Europese Unie of door een van de twee andere Belgische gewesten worden afgegeven, gelden ook voor het Vlaamse Gewest.[3 Het erkende centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen bezorgt de laatste houder of eigenaar van het afgedankte voertuig, voor het afgedankte voertuig het terrein verlaat, gratis een certificaat van vernietiging dat minstens de gegevens bevat, vermeld in bijlage 5.2.4." vervangen door de zinnen "Het erkende centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen bezorgt de laatste houder of eigenaar van het afgedankte voertuig gratis een certificaat van vernietiging dat minstens de gegevens bevat, vermeld in bijlage 5.2.4. Het erkende centrum bezorgt het certificaat van vernietiging aan de laatste houder of eigenaar van het afgedankte voertuig ten laatste één maand na ontvangst van het afgedankte voertuig en voor het afgedankte voertuig het terrein verlaat.]3
  § 6. Het erkende centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen verleent [1 minstens per kwartaal]1 alle informatie die in het kader van de aanvaardingsplicht, vermeld in onderafdeling 3.4.2, moet worden bijgehouden of verstrekt, aan de voertuigproducenten of aan degenen die door hen zijn aangesteld. Als de eindverkopers, tussenhandelaars of voertuigproducenten voor de nakoming van hun aanvaardingsplicht, vermeld in onderafdeling 3.4.2, een beroep doen op een beheersorganisme [2 ...]2, zullen de gegevens ter beschikking gesteld worden van een geüniformiseerd, geïnformatiseerd datacommunicatiesysteem met de centrale databank van het beheersorganisme, volgens een door dit organisme vast te leggen procedure en periodiciteit. Het chassisnummer van een afgedankt voertuig dat het erkende centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen verlaat, wordt voorafgaandelijk meegedeeld aan het beheersorganisme.
  § 7. Op elk moment moet op verzoek van de toezichthouder een geactualiseerde lijst kunnen worden voorgelegd van de afgedankte voertuigen, alsook van de afvalstoffen en materialen die aanvaard werden of van de hand gedaan werden, en die aanwezig zijn op de inrichting.
  § 8. Het erkende centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen verleent op uitdrukkelijk verzoek van de OVAM de volgende gegevens in verband met de materialenstroom, waarbij het gewicht wordt uitgedrukt in kilogram :
  1° een overzicht van de aangevoerde afgedankte voertuigen met vermelding van het aantal, het totaalgewicht per categorie M1 of N1, en lijsten van de chassisnummers;
  2° een overzicht van de afgevoerde afgedankte voertuigen, met vermelding van het aantal, het totaalgewicht per categorie M1 of N1, en de lijsten van de chassisnummers;
  3° een overzicht van de afgevoerde materialen volgens hun gewicht en totaal per bestemming.
  
Art. 5.2.4.4. Pour être agréé comme centre pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut, il faut répondre aux critères suivants :
  1° les personnes physiques doivent remplir les conditions suivantes :
  a) posséder les droits civils et politiques;
  b) ne pas avoir fait l'objet d'une condamnation pénale effective au cours des cinq dernières années pour une infraction à la législation environnementale;
  c) exploiter un établissement qui est autorisé pour le stockage et le traitement mécanique des épaves de véhicules ou appartient à la même unité écotechnique et satisfaire aux conditions stipulées dans le titre II du Vlarem;
  d) pouvoir démontrer leur connaissance et/ou expérience utile en rapport avec le traitement de véhicules mis eu rebut;
  2° les personnes morales doivent remplir les conditions suivantes :
  a) avoir été constituées conformément à la législation belge en matière de sociétés ou à la législation correspondante d'un autre Etat membre de l'UE;
  b) le siège social est établi au sein de l'UE;
  c) les personnes physiques habilitées à engager la société, doivent avoir leurs droits civils et politiques;
  d) exploiter un établissement qui est autorisé pour le stockage et le traitement mécanique des épaves de véhicules ou appartient à la même unité écotechnique et satisfaire aux conditions stipulées dans le titre II du Vlarem;
  e) les personnes physiques habilitées à engager la société, ne peuvent pas avoir fait l'objet d'une condamnation pénale effective pour une infraction à la législation environnementale au cours des cinq dernières années préalables à la demande;
  f) au moins un membre de l'organisme ou une personne physique habilitée à engager la société, doit pouvoir démontrer sa connaissance et/ou expérience utile en rapport avec le traitement de véhicules hors d'usage;
  3° [1 [3 la personne compétente visée à l'article 5.2.4.5, § 1er, 2°, et toutes les personnes qui récupèrent des fluides frigorigènes]3doivent être agréés en tant que technicien pour systèmes de climatisation de certains véhicules à moteur, tel que visé à l'article 6, 2°, i) du VLAREL. Par dérogation à cette disposition, une personne qui est en possession d'un certificat d'enregistrement pour une formation en vue d'obtenir le certificat, tel que visé à l'article 17/5, 2°, du VLAREL, est dispensée de l'obligation d'obtenir un agrément pendant une durée maximale d'un an à compter de la date d'enregistrement pour la formation, à condition qu'il effectue la récupération sous la surveillance d'un technicien agréé pour systèmes de climatisation de certains véhicules à moteur. Cette dispense de l'obligation d'agrément échoit lorsque la personne obtient un agrément comme technicien pour systèmes de climatisation de certains véhicules à moteur, tel que visé à l'article 6, 2°, i) du VLAREL. A la demande de l'autorité de surveillance l'intéressé présente une attestation d'inscription.]1
  [2 4° un organisme de contrôle indépendant accrédité selon la norme ISO 17020 vérifie la conformité du centre pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut aux obligations légales. Les conditions de cette déclaration de conformité sont précisées par le ministre.]2
  
Art. 5.2.4.4. Om als centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen erkend te zijn, moet voldaan worden aan de volgende vereisten :
  1° natuurlijke personen moeten aan de volgende voorwaarden beantwoorden :
  a) ze bezitten de burgerlijke en politieke rechten;
  b) ze hebben de laatste vijf jaar geen effectieve strafrechtelijke veroordeling opgelopen voor een overtreding van de milieuwetgeving;
  c) ze beschikken over een inrichting die vergund is voor de opslag en mechanische behandeling van voertuigwrakken en die behoort tot dezelfde milieutechnische eenheid en ze voldoen aan de voorwaarden, vermeld in titel II van het VLAREM;
  d) ze kunnen nuttige kennis of ervaring aantonen met betrekking tot de verwerking van afgedankte voertuigen;
  2° rechtspersonen moeten aan de volgende voorwaarden beantwoorden :
  a) ze zijn opgericht overeenkomstig de Belgische vennootschapswetgeving of de overeenstemmende wetgeving van een andere EU-lidstaat;
  b) de maatschappelijke zetel bevindt zich binnen de EU;
  c) de natuurlijke personen die de vennootschap kunnen verbinden, bezitten burgerlijke en politieke rechten;
  d) ze beschikken over een inrichting die vergund is voor de opslag en mechanische behandeling van voertuigwrakken en die behoort tot dezelfde milieutechnische eenheid en ze voldoen aan de voorwaarden, vermeld in titel II van het VLAREM;
  e) de natuurlijke personen die de vennootschap kunnen verbinden, hebben de laatste vijf jaar voor de aanvraag geen effectieve strafrechtelijke veroordeling opgelopen voor een overtreding van de milieuwetgeving;
  f) ten minste één lid van het orgaan of een natuurlijke persoon die de vennootschap kan verbinden, kan nuttige kennis of ervaring aantonen met betrekking tot de verwerking van afgedankte voertuigen;
  3° [1 [3 de deskundige persoon, vermeld in artikel 5.2.4.5, § 1, 2°, en alle personen die koudemiddelen terugwinnen]3 moeten erkend zijn als technicus voor klimaatregelingsapparatuur in bepaalde motorvoertuigen als vermeld in artikel 6, 2°, i), van het VLAREL. In afwijking daarvan is een persoon die in het bezit is van een inschrijvingsbewijs voor een opleiding om het certificaat te behalen als vermeld in artikel 17/5, 2°, van het VLAREL, gedurende maximaal één jaar, te rekenen vanaf de datum van inschrijving voor de opleiding, vrijgesteld van de erkenningsverplichting op voorwaarde dat hij de terugwinning uitvoert onder toezicht van een erkende technicus voor klimaatregelingsapparatuur in bepaalde motorvoertuigen. Deze vrijstelling van erkenningsverplichting vervalt indien de persoon een erkenning als technicus voor klimaatregelingsapparatuur in bepaalde motorvoertuigen als vermeld in artikel 6, 2°, i), van het VLAREL behaalt. De betrokkene legt op verzoek van de bevoegde toezichthouder een bewijs van inschrijving voor;]1
  [2 4° een onafhankelijke keuringsinstelling, geaccrediteerd overeenkomstig ISO 17020 controleert de conformiteit van het centrum voor depollutie, ontmanteling en vernietiging van afgedankte voertuigen aan de wettelijke verplichtingen. De voorwaarden voor die conformiteitsverklaring worden nader bepaald door de minister.]2
  
Art. 5.2.4.5. § 1. La demande d'agrément comme centre pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut doit comprendre au moins les données suivantes pour être complète :
  1° données administratives : nom, adresse, code postal et commune, pays, numéro de téléphone, numéro de télécopie, personne de contact et adresse de courrier électronique du siège social et du siège d'exploitation auquel se rapporte la demande;
  2° [2 données de la personne compétente : nom, prénom, rue et numéro, code postal et localité, fonction et compétence de la personne physique responsable de la surveillance quotidienne et de la direction journalière du centre. Elle peut, à la demande d'un fonctionnaire des autorités compétentes, communiquer à tout moment une liste à jour des véhicules mis au rebut, ainsi que des matériaux qui ont été acceptés, écartés et qui sont présents dans l'établissement]2;
  3° [4 ...]4
  4° [2 ...]2 en rapport avec les activités du demandeur : un aperçu et une description des activités professionnelles du demandeur, y compris son statut d'autorisation et d'agrément actuel par rapport à la législation environnementale;
  5° [1 un rapport technique basé sur une inspection initiale effectuée par un établissement de contrôle indépendant, accrédité sur base d'ISO 17020, qui atteste que le centre pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut respecte les dispositions légales. [3 Les conditions de cette déclaration de conformité sont précisées par le ministre.]3 L'organisme de contrôle remet le rapport de l'inspection technique initiale à l'OVAM dans les deux mois.]1
  § 2. [2 Le demandeur introduit une demande électronique d'agrément en tant que centre pour la dépollution, le démantèlement et la destruction des véhicules mis au rebut auprès de l'OVAM. En vue de cette demande électronique, l'OVAM met à disposition sur son site Internet un guichet web pour les centres de dépollution des véhicules mis au rebut. Le demandeur déclare que les données communiquées sont correctes et complètes.
   L'organisme de contrôle indépendant transmet le rapport de l'inspection initiale, visé au paragraphe 1er, point 5°, à l'OVAM par l'intermédiaire du guichet web pour les centres de dépollution des véhicules mis au rebut disponible sur le site Internet de l'OVAM. L'OVAM envoie un accusé de réception électronique du rapport d'inspection au demandeur et à l'organisme de contrôle]2
.
  
Art. 5.2.4.5. § 1. De aanvraag tot erkenning als centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen moet ten minste de volgende gegevens bevatten om volledig te zijn :
  1° administratieve gegevens : naam, straat en nummer, postnummer en gemeente, land, telefoonnummer, faxnummer, contactpersoon en e-mailadres van de maatschappelijke zetel en van de exploitatiezetel waarop de aanvraag betrekking heeft;
  2° [2 gegevens van de deskundige persoon: voornaam, achternaam, straat en nummer, postnummer en gemeente, functie en deskundigheid van de natuurlijke persoon die verantwoordelijk is voor het dagelijkse toezicht op en de dagelijkse leiding van het centrum. De deskundige persoon kan op verzoek van een ambtenaar van de bevoegde overheid op elk moment een actuele lijst bezorgen van de afgedankte voertuigen, alsook van de materialen die aanvaard zijn, van de hand gedaan zijn en aanwezig zijn op de inrichting]2;
  3° [4 ...]4
  4° [2 ...]2 in verband met de activiteiten van de aanvrager : een overzicht en omschrijving van de bedrijfsactiviteiten van de aanvrager, met inbegrip van zijn huidige vergunnings- en erkenningstoestand ten aanzien van de milieuwetgeving;
  5° [1 een technisch rapport, gebaseerd op een initiële keuring door een onafhankelijke keuringsinstelling, geaccrediteerd op basis van ISO 17020, dat de conformiteit van het centrum voor depollutie, ontmanteling en vernietiging van afgedankte voertuigen met de wettelijke bepalingen attesteert. [3 De voorwaarden voor die conformiteitsverklaring worden nader bepaald door de minister.]3 De keuringsinstelling bezorgt het rapport van de initiële keuring binnen twee maanden aan de OVAM.]1
  § 2. [2 De aanvrager dient een elektronische aanvraag tot erkenning als centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen in bij de OVAM. Voor die elektronische aanvraag stelt de OVAM een webloket voor centra depollutie afgedankte voertuigen ter beschikking via de website van de OVAM. De aanvrager verklaart dat de verstrekte gegevens correct en volledig zijn.
   De onafhankelijke keuringsinstelling bezorgt het rapport van de initiële keuring, vermeld in paragraaf 1, 5°, aan de OVAM via het webloket voor centra depollutie afgedankte voertuigen op de website van de OVAM. De OVAM stuurt een elektronische ontvangstmelding van het keuringsrapport aan de aanvrager en de keuringsinstelling]2
.
  
Art. 5.2.4.6. [1 L'OVAM informe le demandeur de la réception de la demande au moyen d'une notification électronique dans le guichet web pour les centres de dépollution de véhicules mis au rebut. Tant que le demandeur ne reçoit pas d'accusé de réception électronique, la demande doit être considérée comme non introduite.
   L'OVAM examine la demande et prend une décision sur l'agrément dans un délai de trente jours à compter de la date de l'accusé de réception de la demande. L'OVAM informe le demandeur de la décision au moyen d'une notification électronique dans le guichet web pour les centres de dépollution de véhicules mis au rebut.
   Si certaines données manquent dans la demande, l'OVAM demande les précisions nécessaires par l'intermédiaire du guichet web pour les centres de dépollution de véhicules mis au rebut.
   Si l'OVAM requiert des précisions, le délai de traitement visé à l'alinéa 2 est suspendu à partir de l'envoi de cette requête et recommence à courir à partir de la réception de ces précisions. Si le demandeur omet de communiquer les précisions à l'OVAM dans le délai de 90 jours, la demande est réputée refusée.
   La communication entre le demandeur et l'OVAM passe par l'intermédiaire du guichet web pour les centres de dépollution de véhicules mis au rebut que l'OVAM met à disposition sur son site Internet. L'OVAM envoie au demandeur un accusé de réception électronique de ses messages.]1

  
Art. 5.2.4.6. [1 De OVAM brengt de aanvrager op de hoogte van de ontvangst van de aanvraag door een elektronische melding in het webloket voor centra depollutie afgedankte voertuigen. Zolang de aanvrager geen elektronische ontvangstmelding ontvangt, moet de aanvraag beschouwd worden als niet ingediend.
   De OVAM onderzoekt de aanvraag en neemt binnen een termijn van dertig dagen na de datum van de ontvangstmelding van de aanvraag een beslissing over de erkenning. De OVAM brengt de aanvrager van de beslissing op de hoogte via een melding in het webloket voor centra depollutie afgedankte voertuigen van de OVAM.
   Als er bepaalde gegevens in de aanvraag ontbreken, verzoekt de OVAM via het webloket voor centra depollutie afgedankte voertuigen om de nodige aanvullingen.
   Als de OVAM om aanvullingen verzoekt, wordt de termijn van behandeling, vermeld in het tweede lid, geschorst vanaf de verzending van dat verzoek en begint die opnieuw te lopen vanaf de ontvangst van de aanvullingen. Als de aanvrager nalaat om de aanvullingen binnen een termijn van negentig dagen aan de OVAM te bezorgen, wordt de aanvraag geacht geweigerd te zijn.
   De communicatie tussen de aanvrager en de OVAM wordt gevoerd via het webloket voor centra depollutie afgedankte voertuigen dat ter beschikking wordt gesteld via de website van de OVAM. De OVAM stuurt de aanvrager een elektronische ontvangstmelding van zijn berichten.]1

  
Art. 5.2.4.7. § 1. L'agrément en tant que centre pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut s'applique pour une durée indéterminée s'il n'est pas retiré.
  L'agrément ne peut pas être cédé à des tiers.
  § 2. Dans le cadre de l'utilisation de l'agrément, le centre agréé pour la dépollution, le démantèlement et la destruction des véhicules mis au rebut est tenu :
  1° de communiquer à l'OVAM dans les plus brefs délais les modifications des données mentionnées à l'article 5.2.4.5;
  2° [1 de faire exécuter une inspection de suivi annuelle des activités de l'entreprise par un établissement de contrôle indépendant, accrédité sur base d'ISO 17020. [2 ...]2 [3 Les conditions de cette déclaration de conformité sont précisées par le ministre]3;]1
  3° [1 de faire exécuter une inspection initiale des activités de l'entreprise par un établissement de contrôle indépendant, accrédité sur la base d'ISO 17020 cinq ans après l'octroi de l'agrément. [2 ...]2 [3 Les conditions de cette déclaration de conformité sont précisées par le ministre]3;]1
  4° [4 ...]4
  [2 § 2/1. L'organisme de contrôle indépendant remet les rapports d'inspection, visés au paragraphe 2, points 2° et 3°, dans les deux mois à l'OVAM par l'intermédiaire du guichet web pour les centres de dépollution des véhicules mis au rebut disponible sur le site Internet de l'OVAM. L'OVAM envoie à l'organisme de contrôle un accusé de réception électronique du rapport d'inspection.
   Pour l'envoi des données modifiées visées au paragraphe 2, point 1°, [4 ...]4 l'OVAM met à disposition sur son site Internet un guichet web pour les centres de dépollution des véhicules mis au rebut. L'OVAM envoie un accusé de réception électronique.]2

  § 3. Par dérogation au paragraphe 2, 2°, l'OVAM peut décider, sur la base des rapports de contrôle, des documents administratifs complémentaires éventuels et d'une évaluation globale, qu'un centre agréé pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut doit faire effectuer tous les deux ans un contrôle technique de suivi [2 ...]2. L'OVAM prend cette décision à condition que :
  1° le centre agréé pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut soit agréé depuis au moins six ans d'affilée;
  2° le centre agréé pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut en fasse la demande à l'OVAM
  3° le centre agréé pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut atteigne les objectifs mentionnés à l'article 3.4.2.2 et obtienne un taux suffisamment élevé de dépollution.
  La décision de l'OVAM de déroger au paragraphe 2, 2° est notifiée par écrit au centre agréé dans les [2 30 jours civils]2 qui suivent la demande et reste valable tant que le centre agréé pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut satisfait aux conditions mentionnées à l'alinéa 1 ou jusqu'à ce que l'OVAM prenne la décision motivée que la dérogation ne peut plus être appliquée sur la base d'une évaluation globale. L'OVAM notifie cette dernière décision [3 par envoi sécurisé]3 au centre agréé pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut. [2 Si l'OVAM requiert des informations complémentaires, le délai visé dans le présent alinéa est suspendu à partir de l'envoi de cette requête et recommence à courir le premier jour ouvrable qui suit la réception de ces informations complémentaires.]2
  
Art. 5.2.4.7. § 1. De erkenning als centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen geldt voor onbepaalde duur, als ze niet wordt opgeheven.
  De erkenning kan niet aan derden worden overgedragen.
  § 2. In het kader van het gebruik van de erkenning is het erkende centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen ertoe gehouden :
  1° onverwijld wijzigingen van de gegevens, vermeld in artikel 5.2.4.5, aan de OVAM te melden;
  2° [1 jaarlijks een opvolgingskeuring van de bedrijfsactiviteiten door een onafhankelijke keuringsinstelling, geaccrediteerd op basis van ISO 17020, te laten uitvoeren. [2 ...]2 [3 De voorwaarden voor die conformiteitsverklaring worden nader bepaald door de minister]3;]1
  3° [1 vijf jaar na het verlenen van de erkenning een initiële keuring van de bedrijfsactiviteiten door een onafhankelijke keuringsinstelling, geaccrediteerd op basis van ISO 17020, te laten uitvoeren. [2 ...]2 [3 De voorwaarden voor die conformiteitsverklaring worden nader bepaald door de minister]3;]1
  4° [4 ...]4
  [2 § 2/1. De onafhankelijke keuringsinstelling bezorgt binnen twee maanden de keuringsrapporten, vermeld in paragraaf 2, 2° en 3°, aan de OVAM via het webloket voor centra depollutie afgedankte voertuigen op de website van de OVAM. De OVAM stuurt de keuringsinstelling een elektronische ontvangstmelding van het keuringsrapport.
   Voor de verzending van de gewijzigde gegevens, vermeld in paragraaf 2, 1°, [4 ...]4 stelt de OVAM het webloket voor centra depollutie afgedankte voertuigen ter beschikking via de website van de OVAM. De OVAM stuurt een elektronische ontvangstmelding.]2

  § 3. In afwijking van paragraaf 2, 2°, kan de OVAM op basis van de keuringsrapporten, eventuele aanvullende administratieve stukken en een globale beoordeling beslissen dat een erkend centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen tweejaarlijks een opvolgingskeuring moet laten uitvoeren [2 ...]2. De OVAM neemt die beslissing op voorwaarde dat :
  1° het erkende centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen minstens zes jaar ononderbroken erkend is;
  2° het erkende centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen daarom verzoekt bij de OVAM;
  3° het erkende centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen de doelstellingen, vermeld in artikel 3.4.2.2, behaalt en een voldoende hoge graad van depollutie bereikt.
  De beslissing van de OVAM tot afwijking van paragraaf 2, 2°, wordt schriftelijk meegedeeld aan het erkende centrum binnen [2 dertig kalenderdagen]2 na het verzoek en blijft gelden zolang het erkende centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen aan de voorwaarden, vermeld in lid 1, voldoet of tot de OVAM op basis van een globale beoordeling gemotiveerd beslist dat de afwijking niet meer kan gelden. De OVAM maakt die laatste beslissing met een [3 beveiligde zending]3 bekend aan het erkende centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen. [2 Als de OVAM om bijkomende informatie verzoekt, wordt de termijn vermeld in dit lid geschorst vanaf de verzending van het verzoek en begint die opnieuw te lopen op de eerstvolgende werkdag vanaf de ontvangst van de bijkomende informatie.]2
  
Art. 5.2.4.8. § 1. L'OVAM peut lever l'agrément comme centre pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut dans les cas suivants :
  1° le centre agréé pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut n'exécute pas de manière réglementaire les tâches mentionnées aux articles 5.2.4.1 et 5.2.4.3;
  2° le centre agréé pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut ne satisfait plus aux conditions d'agrément mentionnées à l'article 5.2.4.4;
  3° le centre agréé pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut ne respecte pas les conditions de l'utilisation de l'agrément mentionnées à l'article 5.2.4.7;
  4° le centre agréé pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut est condamné, par un jugement ou un arrêt coulé en force de chose jugée, pour un délit qui, par sa nature, porte atteinte à l'éthique professionnelle du centre agréé pour la dépollution, le démantèlement et la destructide véhicules mis au rebut.
  § 2. L'OVAM informe [2 par envoi sécurisé]2 le centre agréé pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut de son intention de lever l'agrément, en motivant sa décision. Dans un délai de 30 jours à compter de la réception de cette lettre, le centre agréé pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut peut accomplir les formalités nécessaires pour éviter la levée ou peut faire connaître ses moyens de défense à l'OVAM.
  § 3. L'OVAM prend une décision sur la levée de l'agrément dans les soixante jours qui suivent la date de son intention de lever l'agrément, en tenant compte des formalités éventuellement accomplies ou des moyens de défense éventuellement notifiés. La décision de levée de l'agrément est notifiée par l'OVAM au titulaire de l'agrément par lettre recommandée.
  § 4. L'agrément en tant que centre pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut est levé de plein droit dans les cas suivants :
  1° le centre agréé pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut a cessé ses activités;
  2° l'établissement ne dispose plus [1 d'un permis d'environnement pour l'exploitation de l'établissement classé ou de l'activité classée]1 pour le traitement des véhicules mis au rebut.
  
Art. 5.2.4.8.§ 1. De OVAM kan de erkenning als centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen opheffen in de volgende gevallen :
Sous-section 5.2.5. [1 - Déchets d'équipements électriques et électroniques]1
Onderafdeling 5.2.5. [1 - Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur]1
Art. 5.2.5.1.[1 Les DEEE sont collectés et transportés d'une telle manière qu'une réutilisation optimale et un recyclage de composantes et d'appareils entiers qui sont éligibles au recyclage, sont possibles.]1
Art. 5.2.5.1. [1 Gescheiden ingezamelde afgedankte EEA worden ingezameld en getransporteerd op zo'n wijze dat optimaal hergebruik en recyclage van onderdelen en volledige apparaten die voor recyclage in aanmerking komen, mogelijk zijn.]1
  
Art. 5.2.5.2. [1 Les DEEE collectés sont stockés de manière respectueuse de l'environnement, compte tenu des prescriptions techniques suivantes :
   1° sur un fond imperméable de terrains appropriés avec des installations de récupération des fuites d'huile et, si nécessaire, des séparateurs d'huile et de saletés ;
   2° ils sont dotés d'une couverture des terrains appropriés résistant aux intempéries ;
   3° les congélateurs et les surgélateurs sont secs et placés de manière à ce que le circuit de refroidissement ne soit pas endommagé ;
   4° les écrans sont stockés en état intact ;
   5° ils sont séparés des pièces de réserve démontées ou des appareils réutilisables.]1

  
Art. 5.2.5.2. [1 De ingezamelde afgedankte EEA worden op een milieuverantwoorde wijze opgeslagen, rekening houdend met de volgende technische voorschriften:
   1° op een ondoorlatende ondergrond van geschikte terreinen met opvangvoorzieningen voor lekolie en, indien nodig, olie- en vuilafscheiders;
   2° voorzien van weerbestendige afdekking van geschikte terreinen;
   3° voor koel- en vriestoestellen: droog en zo geplaatst dat het koelcircuit niet beschadigd kan worden;
   4° voor beeldschermen: in intacte toestand;
   5° gescheiden van gedemonteerde reserveonderdelen of herbruikbare toestellen.]1

  
Art. 5.2.5.3. [1 Les DEEE doivent être traités conformément [2 aux articles 5.2.2.5bis1 à 5.2.2.5bis4 ]2, du titre II du VLAREM. ]1
  
Art. 5.2.5.4. [1 § 1er. Le collecteur, le négociant ou le courtier de déchets ou [2 le notifiant ou le donneur d'ordre]2, mentionné dans le Règlement (CE) 1013/2006 du 14 juin 2006 concernant les transferts de déchets qui collecte des DEEE, ou les stocke ou transforme ou les présente à un tiers en vue de la transformation, doit atteindre les objectifs en matière de préparation à la réutilisation et valorisation mentionnés à l'article 3.4.4.7.
   § 2. Le collecteur, le négociant ou le courtier, le transformateur et [2 le notifiant ou le donneur d'ordre]2, visés au Règlement (CE) 1013/2006 du parlement européen et du Conseil du 14 juin 2006 concernant les transferts de déchets, qui collecte, stocke ou transforme des DEEE ou les présente en vue d'une transformation à un tiers, ou l'organisation qui a été désignée à cet effet, met, avant le 1er juillet de chaque année, les données suivantes sur l'année calendaire précédente à la disposition de l'OVAM ou de l'organisation qui a été désignée à cet effet :
   1° le nom du collecteur, le négociant ou le courtier, le transformateur et [2 le notifiant ou le donneur d'ordre]2, visés au Règlement (CE) 1013/2006 du parlement européen et du Conseil du 14 juin 2006 concernant les transferts de déchets, qui collecte, stocke ou transforme des DEEE ou les présente en vue d'une transformation à un tiers, le numéro d'entreprise, le code postal et le lieu, le nom de rue et le numéro, le pays, le numéro de téléphone et de fax, l'adresse e-mail et les nom et prénom d'une personne de contact ;
   2° [2 ...]2
   3° la période de rapportage ;
   4° [2 la quantité de DEEE, exprimée en kilogrammes et en nombre, en équipements ménagers ou professionnels et par catégorie, telle que visées à l'article 3.4.4.2, qui ont été transférés sur le territoire, dans ou en dehors ou de l'Union européenne qui :
   a) ont été collectés dans le cadre de la mise en oeuvre de l'obligation d'acceptation pour le compte d'un producteur d'EEE ou d'un tiers agissant au nom du producteur d'EEE et la part de celle-ci qui :
   1) a été offerte à un collecteur, à un marchand ou à un service d'élimination de déchets ;
   2) a été offerte à un centre de réutilisation pour EEE en vue de leur préparation à une réutilisation ;
   3) a été offerte à un transformateur agréé ;
   b) a été collectée en dehors de l'obligation d'acceptation, et la part de celle-ci qui :
   1) a été offerte à un collecteur, à un marchand ou à un service d'élimination de déchets ;
   2) a été offerte à un centre de réutilisation pour EEE en vue de leur préparation à une réutilisation ;
   3) a été offerte à un transformateur agréé ;]2

   5° [2 la quantité de déchets provenant de la transformation de DEEE, exprimée en kilogrammes et ventilée par matériaux, tels que visés à l'article 3.4.4.7, et par catégorie, mentionnée à l'article 3.4.4.2, qui :
   a) dans le cas du centre de réutilisation : ont été préparés en vue de leur réutilisation ;
   b) dans le cas du transformateur et du notifiant ou du donneur d'ordre, visé dans le règlement (CE) 1013/2006 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2006 concernant les transferts de déchets :
   1) ont été préparés en vue de leur réutilisation ;
   2) ont été recyclés ;
   3) ont été autrement valorisés ;
   4) ont été éliminés dans des installations d'incinération de déchets ;
   5) ont été éliminés par mise en décharge.]2

  [3 ...]3.
  Si pour une ou plusieurs des activités précitées il a été fait appel à un tiers, les données de contact suivantes de ce tiers sont mentionnées : le nom de la firme, le numéro d'entreprise,l'adresse, le numéro de téléphone et de fax, l'adresse e-mail et les nom et prénom d'une personne de contact.]1

  [4 § 3. Un organisme de contrôle indépendant accrédité conformément à l'ISO 17020 contrôle la conformité de la collecte et du traitement aux obligations légales et valide les données visées au paragraphe 2 qui sont fournies à l'OVAM ou à l'organisation désignée à cet effet. Les conditions de cette déclaration de conformité et de cette validation sont précisées par le ministre.]4
  [4 § 4. Par dérogation au paragraphe 3, le contrôle de conformité de la collecte et du traitement et la validation des données peuvent se dérouler selon la norme européenne EN50625, y compris les spécifications techniques.
   A cet effet, le collecteur, le négociant ou courtier en déchets ou le transformateur doit remplir l'une des conditions suivantes :
   1° avoir réussi la WEEELABEX Conformity Verification, effectuée par un auditeur autorisé par la WEEELABEX Organisation, sur la base de la norme européenne EN50625 ;
   2° être certifié par un organisme certificateur indépendant, accrédité par BELAC ou par un autre membre de la European co-operation for Accreditation (EA) en vue d'effectuer des audits sur la base de la norme européenne EN50625.]4

  [4 § 5. Le détenteur qui transporte des DEEE dans un autre pays ou une autre région en vue de leur traitement veille à ce que les DEEE soient traités de manière adéquate dans des conditions équivalentes aux dispositions visées au paragraphe 3 ou 4. Le détenteur doit être en mesure d'en fournir la preuve à l'OVAM, à sa demande.]4
  
Art. 5.2.5.4. [1 § 1. De inzamelaar, de afvalstoffenhandelaar of -makelaar of [2 de kennisgever of opdrachtgever]2, vermeld in verordening (EG) 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen, die afgedankte EEA inzamelt, opslaat, verwerkt of met het oog op verwerking aanbiedt aan een derde, moet de doelstellingen voor de voorbereiding voor hergebruik en nuttige toepassing, vermeld in artikel 3.4.4.7, behalen.
   § 2. De inzamelaar, de afvalstoffenhandelaar of -makelaar, de verwerker, het hergebruikcentrum en [2 de kennisgever of opdrachtgever]2, vermeld in verordening (EG) 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen, die afgedankte EEA inzamelt, opslaat of verwerkt of met het oog op verwerking aanbiedt aan een derde, of de organisatie die daarvoor is aangewezen, stelt voor 1 juli van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM of van de organisatie die daarvoor is aangewezen:
   1° de naam van de inzamelaar, de afvalstoffenhandelaar of -makelaar, de verwerker, het hergebruikcentrum en [2 de kennisgever of opdrachtgever]2, vermeld in verordening (EG) 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen, die afgedankte EEA inzamelt, opslaat, verwerkt of met het oog op verwerking aanbiedt aan een derde, het ondernemingsnummer, het postnummer en de plaats, de straatnaam en het nummer, het land, het telefoon- en faxnummer, het e-mailadres en de voor- en achternaam van een contactpersoon;
   2° [2 ...]2
   3° de rapportageperiode;
   4° [2 de hoeveelheid afgedankte EEA, uitgedrukt in kilogram en aantal, huishoudelijke of professionele apparatuur, per categorie als vermeld in artikel 3.4.4.2, die op het grondgebied dan wel binnen of buiten de Europese Unie zijn overgebracht die :
   a) in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht werden ingezameld voor rekening van een producent van EEA of een derde die handelt in naam van de producent van EEA, en het aandeel daarvan dat :
   1) werd aangeboden aan een inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar;
   2) werd aangeboden aan een hergebruikcentrum voor EEA met het oog op de voorbereiding voor hergebruik;
   3) werd aangeboden aan een vergunde verwerker;
   b) buiten de aanvaardingsplicht om werd ingezameld, en het aandeel daarvan dat :
   1) werd aangeboden aan een inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar;
   2) werd aangeboden aan een hergebruikcentrum voor EEA met het oog op de voorbereiding voor hergebruik;
   3) werd aangeboden aan een vergunde verwerker;]2

   5° [2 de hoeveelheden afvalstoffen die voortkomen uit de verwerking van afgedankte EEA, uitgedrukt in kilogram en opgesplitst per materiaal als vermeld in artikel 3.4.4.7, en per categorie als vermeld in artikel 3.4.4.2, die :
   a) voor het hergebruikcentrum : werden voorbereid voor hergebruik;
   b) voor de verwerker en de kennisgever of opdrachtgever, vermeld in verordening (EG) 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen :
   1) werden voorbereid voor hergebruik;
   2) werden gerecycleerd;
   3) op een andere wijze nuttig werden toegepast;
   4) werden verwijderd in installaties voor de verbranding van afvalstoffen;
   5) werden verwijderd door storten.]2

   [3 ...]3.
   Als voor een of meer van de voormelde activiteiten een beroep werd gedaan op een derde, worden de volgende contactgegevens van die derde telkens vermeld: de firmanaam, het ondernemingsnummer, het adres, het telefoon- en faxnummer, het e-mailadres en de voor- en achternaam van een contactpersoon.]1

  [4 § 3. Een onafhankelijke keuringsinstelling, geaccrediteerd overeenkomstig ISO 17020 controleert de conformiteit van de inzameling en verwerking aan de wettelijke verplichtingen en valideert de gegevens, vermeld in paragraaf 2, die aan de OVAM of aan de organisatie die daarvoor aangewezen is, worden verstrekt. De voorwaarden voor deze conformiteitsverklaring en validatie worden nader bepaald door de minister.
   § 4. In afwijking van paragraaf 3 kan de conformiteitscontrole van de inzameling en de verwerking, en de validatie van de gegevens gebeuren volgens de Europese norm EN50625, inclusief technische specificaties.
   Hiertoe moet de inzamelaar, de afvalstoffenhandelaar of -makelaar of verwerker voldoen aan één van volgende voorwaarden :
   1° geslaagd zijn voor de WEEELABEX Conformity Verification, uitgevoerd door een auditeur die is goedgekeurd door de WEEELABEX Organisation, op basis van de Europese norm EN50625;
   2° gecertificeerd zijn door een onafhankelijke certificatie-instelling die geaccrediteerd is door BELAC of door een ander lid van de European co-operation for Accreditation (EA) om audits uit te voeren op basis van de Europese norm EN50625.
   § 5. De houder die afgedankte EEA met het oog op verwerking naar een ander land of ander gewest overbrengt, draagt er zorg voor dat de afgedankte EEA passend zal worden verwerkt onder voorwaarden die gelijkwaardig zijn aan de bepalingen, vermeld in paragraaf 3 of 4. Op verzoek van de OVAM moet de houder dit kunnen aantonen aan de OVAM.]4

  
Art. 5.2.5.5. [1 Avant le début d'une collecte pour DEEE d'origine ménagère, le collecteur, négociant ou courtier dispose d'une approbation de l'organisme de gestion [2 ...]2 ou d'un producteur qui dispose d'un [2 plan individuel d'obligation d'acceptation]2. L'organisme de gestion ou le producteur qui dispose d'un d'un [2 plan individuel d'obligation d'acceptation]2 ne peut désapprouver une action de collecte que sur la base de non conformité au Décret relatif aux matériaux et du présent arrêté. Conformément à l'article 5.2.5.4, un rapport par point de collecte est transmis à l'organisme de gestion ou au producteur qui dispose d'un d'un [2 plan individuel d'obligation d'acceptation]2.]1
  
Art. 5.2.5.5. [1 Voor de aanvang van een inzamelactie voor afgedankte EEA van huishoudelijke oorsprong beschikt de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar over een goedkeuring van het beheersorganisme [2 ...]2 of van een producent die beschikt over een goedgekeurd [2 individueel aanvaardingsplichtplan]2. Het beheersorganisme of de producent die beschikt over een goedgekeurd [2 individueel aanvaardingsplichtplan]2 mag een inzamelactie alleen afkeuren op basis van non-conformiteit met het Materialendecreet en dit besluit. Overeenkomstig artikel 5.2.5.4 wordt er per inzamelpunt gerapporteerd aan het beheersorganisme of aan de producent die beschikt over een goedgekeurd [2 individueel aanvaardingsplichtplan]2.]1
  
Art. 5.2.5.6. [1 Le détenteur qui ne souhaite plus utiliser des EEE pour sa propre utilisation, doit se débarrasser de ces EEE sir les EEE ne répondent pas aux critères de réutilisation, visés à l'article 5.2.5.10.]1
  
Art. 5.2.5.6. [1 De houder die EEA niet langer voor eigen gebruik wil aanwenden, moet zich ontdoen van die EEA als de EEA niet voldoen aan de hergebruikscriteria, vermeld in artikel 5.2.5.10.]1
  
Art. 5.2.5.7. [1 Les EEE usés qui ne répondent pas aux critères de réutilisation, visés à l'article 5.2.5.10, sont collectés, commercialisés, négociés et/ou transportés comme déchets.]1
  
Art. 5.2.5.7. [1 Gebruikte EEA die niet voldoen aan de hergebruikscriteria, vermeld in artikel 5.2.5.10, worden als een afvalstof ingezameld, verhandeld, gemakeld, en/of vervoerd.]1
  
Art. 5.2.5.8. [1 Le centre de réutilisation pour EEE doit satisfaire aux conditions suivantes :
   1° le centre de réutilisation subit dans l'année un contrôle par un établissement de contrôle accrédité ISO 17020 qui évalue le respect du présent article ; Par après, un nouvel contrôle doit être effectué tous les quatre ans. L'établissement de contrôle met le rapport de chaque contrôle à la disposition de l'OVAM dans les deux mois après le contrôle.
   2° la préparation à la réutilisation de [2 EEE usagés]2 se fait par un personnel qualifié, titulaire au moins d'un diplôme électricité de l'enseignement technique secondaire ou équivalent par expérience pouvant être prouvée ;
   3° lors de la préparation à la réutilisation de [2 EEE usagés]2 les règles, fixées par le Ministre, sont respectées. Ces règles ont trait aux actions minimales qui doivent être exécutées en vue d'une préparation qualitative à la réutilisation de [2 EEE usagés]2.]1

  
Art. 5.2.5.8. [1 Het hergebruikcentrum voor EEA moet voldoen aan de volgende voorwaarden:
   1° het hergebruikcentrum voor EEA ondergaat binnen het jaar een keuring door een ISO17020-geaccrediteerde keuringsinstelling die de naleving van dit artikel evalueert. Nadien wordt er om de vier jaar een nieuwe keuring uitgevoerd. De keuringsinstelling stelt het verslag van elke keuring binnen twee maanden na de keuring ter beschikking van de OVAM;
   2° de voorbereiding voor hergebruik van [2 gebruikte EEA]2 gebeurt door gekwalificeerd personeel, met minimaal een diploma elektriciteit van het technisch secundair onderwijs of gelijkwaardig door aantoonbare ervaring;
   3° bij de voorbereiding voor hergebruik van [2 gebruikte EEA]2 worden de regels, vastgesteld door de minister, nageleefd. Die regels hebben betrekking op de minimale handelingen die moeten worden uitgevoerd met het oog op een kwaliteitsvolle voorbereiding voor hergebruik van afgedankte EEA.]1

  
Art. 5.2.5.9. [1 Le centre de réutilisation d'EEE qui en vue de la préparation à la réutilisation souhaite obtenir accès aux DEEE qui ont été collectés sur ordre des producteurs, conclut à cet effet un contrat de coopération avec les producteurs ou avec une organisation désignée par les producteurs, dans lequel sont réglées les modalités de coopération.]1
  
Art. 5.2.5.9. [1 Het hergebruikcentrum voor EEA dat met het oog op de voorbereiding voor hergebruik toegang wil verkrijgen tot afgedankte EEA die zijn ingezameld in opdracht van de producenten sluit daarvoor een samenwerkingsovereenkomst met de producenten of met een door de producenten aangewezen organisatie, waarin de onderlinge samenwerkingsmodaliteiten worden geregeld.]1
  
Art. 5.2.5.10. [1 Des EEE usés ne peuvent être mis en réutilisation comme EEE de seconde main s'il a été répondu aux critères de réutilisation.
   Les critères de réutilisation, visés à l'alinéa premier, sont fixés par le Ministre et tiennent au moins compte de l'état général de l'appareil, de la fonctionnalité, de la consommation énergétique, de la présence de substances dangereuses, de l'existence d'un marché régulier pour l'appareil et d'un degré suffisant de protection pendant le transport.]1

  
Art. 5.2.5.10. [1 Gebruikte EEA kunnen alleen opnieuw in hergebruik gebracht worden als tweedehandse EEA als voldaan is aan de hergebruikscriteria.
   De hergebruikscriteria, vermeld in het eerste lid, worden door de minister vastgesteld en houden minstens rekening met de algemene staat van het apparaat, de functionaliteit, het energieverbruik, de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen, het bestaan van een reguliere markt voor het apparaat en een voldoende mate van bescherming tijdens het transport.]1

  
Art. 5.2.5.11. [1 Dans le respect des exceptions, visées à l'article 5.2.5.12, les EEE usés ne peuvent être transportés outre les frontières comme EEE de seconde main s'il a été répondu aux conditions cumulatives suivantes :
   1° les EEE usés sont [2 évalués ou testés en vue de leur réutilisation]2, et répondent aux critère de réutilisation, visés à l'article 5.2.5.10 ;
   2° le détenteur, responsable du transport, dispose des documents suivants présents auprès du chargement :
   a) une copie de la facture et du contrat relatif à la vente et/ou au transfert de propriété de l'EEE, indiquant que celui-ci est destiné à être réutilisé directement et qu'il est totalement fonctionnel ;
   b) une preuve d'évaluation ou d'essais pour tous les EEE qui font partie du chargement ;
   c) une information étiquetée spécifique ;
   d) une déclaration du détenteur qui organise le transport des EEE, indiquant que le lot ne contient aucun matériel ou équipement constituant un déchet ;
   3° les EEE sont munis d'une protection appropriée contre les dommages pouvant survenir lors du transport, du chargement et du déchargement, en particulier au moyen d'un emballage suffisant et d'un empilement approprié du chargement.
   Le Ministre peut spécifier les conditions, visées à l'alinéa premier, 2°, b) et c), inclus.
   Si le transfert transfrontalier a lieu sans répondre aux conditions, visées à l'alinéa premier, 1° à 3° inclus, les appareils sont considérés comme étant des déchets.]1

  
Art. 5.2.5.11. [1 Met inachtneming van de uitzonderingen, vermeld in artikel 5.2.5.12, kunnen gebruikte EEA alleen grensoverschrijdend overgebracht worden als tweedehands EEA als voldaan is aan de volgende cumulatieve voorwaarden:
   1° de gebruikte EEA zijn [2 beoordeeld of getest voor hergebruik]2 en voldoen aan de hergebruikscriteria, vermeld in artikel 5.2.5.10;
   2° de houder, verantwoordelijk voor het transport, beschikt over de volgende documenten, die bij de lading aanwezig zijn:
   a) een kopie van de factuur en het contract met betrekking tot de verkoop en/of de eigendomsoverdracht van de EEA, waarin wordt verklaard dat de apparatuur bestemd is voor onmiddellijk hergebruik en volledig functioneel is;
   b) een bewijs van beoordeling of test voor alle EEA die deel uitmaken van de zending;
   c) gespecificeerde etiketinformatie;
   d) een verklaring van de houder die het vervoer van de EEA organiseert, dat de zending geen materiaal of apparatuur omvat die een afvalstof is;
   3° tijdens het vervoer en het in- en uitladen is de EEA voorzien van passende bescherming tegen beschadiging, meer bepaald door voldoende verpakking en passende stapeling van de lading.
   De minister kan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, 2°, b) en c), nader uitwerken.
   Als de grensoverschrijdende overbrenging plaatsvindt zonder te voldoen aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 3°, worden de apparaten beschouwd als een afvalstof.]1

  
Art. 5.2.5.12. [1 L'article 5.2.5.11, alinéa premier, 1° en 2°, a), b), c), ne s'applique pas si une preuve suffisante documente que le transfert a lieu dan le cadre d'un contrat de transfert entre entreprises et qu'il au moins été répondu à une des conditions suivantes :
   1° les EEE sont renvoyés, par ou sur ordre du producteur des EEE, le négociant intermédiaire ou le vendeur final, au producteur ou à un tiers agissant pour le compte du producteur pour défaut pour une réparation sous garantie en vue de leur réutilisation ;
   2° les EEE destinés à un usage professionnel, usagés, sont renvoyés au producteur des EEE ou à un tiers agissant pour le compte du producteur ou à l'installation d'un tiers dans des pays dans lesquels s'applique la décision C(2001)107/final du Conseil de l'OCDE concernant la révision de la décision C(92)39/final sur le contrôle des mouvements transfrontaliers de déchets destinés à des opérations de valorisation, pour remise à neuf ou réparation dans le cadre d'un contrat valide, en vue de leur réutilisation ;
   3° les EEE destinés à un usage professionnel, usagés et défectueux, tels que des dispositifs médicaux ou des parties de ceux-ci, sont renvoyés au producteur ou à un tiers agissant pour le compte du producteur pour analyse des causes profondes dans le cadre d'un contrat valide, dans les cas où une telle analyse ne peut être effectuée que par le producteur ou un tiers agissant pour le compte du producteur.]1

  
Art. 5.2.5.12. [1 Artikel 5.2.5.11, eerste lid, 1° en 2°, a), b), c), is niet van toepassing als door afdoende bewijs wordt gedocumenteerd dat de overbrenging plaatsvindt in het kader van een overdrachtovereenkomst tussen ondernemingen en minstens voldaan is aan een van de volgende voorwaarden:
   1° de EEA worden, door of in opdracht van de producent van EEA, de tussenhandelaar of de eindverkoper, naar de producent van het EEA of naar een derde die in diens naam handelt, teruggestuurd als defect voor reparatie onder garantie met het oog op hergebruik;
   2° de gebruikte professionele EEA worden verzonden naar de producent van de EEA, naar een derde die in diens naam handelt of naar faciliteiten van een derde in landen waar Besluit C(2001)107/def. van de OESO-Raad inzake de herziening van Besluit C(92)39/def. betreffende het toezicht op de grensoverschrijdende overbrenging van afvalstoffen bestemd voor handelingen ter nuttige toepassing van toepassing is, met als doel om te worden opgeknapt of gerepareerd, krachtens een geldig contract, met het oog op hergebruik;
   3° de defecte gebruikte professionele EEA, zoals medische hulpmiddelen of onderdelen daarvan, worden naar de producent van de EEA of naar een derde die in diens naam handelt, verzonden voor analyse van de onderliggende oorzaak, krachtens een geldig contract, als een dergelijke analyse alleen kan worden uitgevoerd door de producent van het EEA of door derden die in zijn naam handelen.]1

  
Art. 5.2.5.13. [1 Les coûts des analyses et inspections appropriées, y compris les coûts de stockage, des EEE usagés suspectés d'être des DEEE peuvent être facturés aux producteurs, aux tiers agissant pour le compte des producteurs ou à d'autres personnes organisant le transfert d'EEE usagés suspectés d'être des DEEE.]1
  
Art. 5.2.5.13. [1 De kosten van de passende analyses en inspecties door toezichthouders, waaronder de opslagkosten, van gebruikte EEA waarvan vermoed wordt dat het afgedankt EEA is, kunnen in rekening worden gebracht aan de producenten, aan derden die in hun naam handelen, of aan andere personen die het vervoer organiseren van gebruikte EEA waarvan vermoed wordt dat het afgedankt EEA is.]1
Sous-section 5.2.6. - Pneus usagés
Onderafdeling 5.2.6. - Afvalbanden
Art. 5.2.6.1. Il est interdit de mettre en décharge des pneus usagés et des pneus en caoutchouc déchiquetés. Il est également interdit de traiter des pneus usagés sans qu'un traitement n'ait eu lieu au préalable, traitement qui se concentre sur la valorisation complète ou partielle de ces pneus usagés.
Art. 5.2.6.1. Het is verboden afvalbanden en versnipperde rubberbanden te storten. Het is ook verboden afvalbanden te verwerken zonder dat voorafgaandelijk een bewerking heeft plaatsgevonden, die gericht is op de gehele of gedeeltelijke nuttige toepassing van die afvalbanden.
Art. 5.2.6.2. Le producteur de déchets, le collecteur, le négociant ou le courtier de déchets ou le notifiant stipulé dans le Règlement (CE) 1013/2006 du 14 juin 2006 concernant les transferts de déchets qui présente des pneus usés en vue de leur traitement ou les traite lui-même doit atteindre les objectifs en matière de réutilisation et de valorisation mentionnés à l'article 3.4.3.2. Il communique des informations à ce sujet à la demande de l'OVAM.
Art. 5.2.6.2. De afvalstoffenproducent, de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar, of de kennisgever, vermeld in verordening (EG) 1013/2006 van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen, die afvalbanden met het oog op verwerking aanbiedt aan een derde of zelf verwerkt, moet de doelstellingen inzake hergebruik en nuttige toepassing, vermeld in artikel 3.4.3.2, behalen. Op verzoek van de OVAM verstrekt hij daarover informatie.
Sous-section 5.2.7. [1 Déchets de batteries]1
Onderafdeling 5.2.7. [1 Afgedankte batterijen]1
Art. 5.2.7.1.[1 Les déchets de batteries sont stockés et traités conformément à l'article 70, paragraphes 1er à 3, à l'article 71, paragraphes 1er à 3, et à l'annexe XII du règlement (UE) 2023/1542.
Art. 5.2.7.1. [1 De afgedankte batterijen worden opgeslagen en verwerkt conform artikel 70, lid 1 tot en met 3, artikel 71, lid 1 tot en met 3 en bijlage XII van verordening (EU) 2023/1542.
   Voor de opslag en verwerking van afgedankte lithiumbatterijen neemt de exploitant gepaste voorzorgs- en veiligheidsmaatregelen om de afgedankte batterijen te beschermen tegen blootstelling aan overmatige hitte, water, breken of andere fysieke schade, en om de risico's op verhitting en brand te beheersen. De voorzorgs- en veiligheidsmaatregelen voldoen aan al de volgende voorwaarden:
   1° ze zijn afgestemd op de activiteit;
   2° ze zijn opgesteld in overleg met de hulpverleningszone of een onafhankelijk expert;
   3° ze zijn minstens in overeenstemming met de voorschriften voor opslag en verwerking, vermeld in bijlage XII, deel A, van de voormelde verordening.
   De voorzorgs- en veiligheidsmaatregelen, vermeld in het tweede lid, en de contactgegevens van de hulpverleningszone of de onafhankelijke expert, vermeld in het tweede lid, 2°, worden opgenomen in een document dat ter inzage ligt van de toezichthouder. Het document wordt geactualiseerd in geval van wijzigingen.
   De minister kan nadere regels bepalen voor het voorkomen en bestrijden van verhitting en brand, bij de opslag en verwerking van afgedankte batterijen.]1

  
Art. 5.2.7.2. [1 § 1er. La préparation en vue du réemploi, la préparation en vue de la réaffectation, la réaffectation et le remanufacturage s'effectuent toujours conformément aux exigences énoncées à l'article 73 du règlement (UE) 2023/1542 et aux exigences relatives aux produits énoncées aux chapitres II, III, VI, VII et IX du règlement précité.
   § 2. Jusqu'au 31 décembre 2025, les processus de recyclage atteignent les rendements de recyclage minimaux suivants :
   1° un recyclage de 65 % du poids moyen des batteries au plomb
   a) y compris un recyclage de la teneur en plomb qui soit techniquement le plus complet possible tout en évitant les coûts excessifs ;
   b) y compris un traitement des plastiques dans un processus de production qui soit techniquement le plus complet possible tout en évitant les coûts excessifs, aux mêmes fins qu'à l'origine ou à d'autres fins, mais à l'exclusion de la valorisation énergétique ;
   2° un recyclage de 75 % du poids moyen des batteries nickel-cadmium, y compris un recyclage de la teneur en cadmium qui soit techniquement le plus complet possible tout en évitant les coûts excessifs ;
   3° pendant le recyclage, le mercure est séparé en un flux identifiable, qui bénéficie d'une destination sûre et ne peut pas avoir d'effets néfastes sur la santé humaine ou l'environnement ;
   4° un recyclage de 50 % du poids moyen des autres déchets de batteries.
   A partir du 1er janvier 2026, les recycleurs atteignent les objectifs de rendement de recyclage et les objectifs de valorisation des matières mentionnés dans les parties B et C de l'annexe XII au règlement (UE) 2023/1542. Les taux de rendement de recyclage et de valorisation des matières sont calculés selon la méthode de calcul mentionnée à l'article 71, paragraphes 3 et 4, du règlement précité.
   Les déchets de batteries sont traités dans des installations utilisant les meilleures techniques disponibles ou des techniques équivalentes.
   Les acides ne peuvent pas être éliminés des déchets de batteries en dehors d'une installation autorisée pour le traitement des déchets de batteries.
   § 3. Afin de maximiser le rendement de recyclage, les déchets de batteries sont triés en fonction du processus de recyclage. A cet effet, les meilleures techniques de tri disponibles seront utilisées sans coûts excessifs. Le processus de tri est soumis à un contrôle statistique des processus afin de mesurer la qualité du tri.]1

  
Art. 5.2.7.2. [1 § 1. De voorbereiding voor hergebruik, de voorbereiding voor herbestemming, de herbestemming en de herfabricage gebeuren altijd in overeenstemming met de vereisten, vermeld in artikel 73 van verordening (EU) 2023/1542, en de productvereisten, vermeld in hoofdstuk II, III, VI, VII, IX van de voormelde verordening.
   § 2. Tot en met 31 december 2025 worden in recyclageprocessen de volgende minimale recyclingrendementen bereikt:
   1° recycling van 65% van het gemiddelde gewicht van loodzuurbatterijen
   a) met een zo groot mogelijke recycling van het loodgehalte als technisch haalbaar is, met vermijding van buitensporige kosten;
   b) met een zo groot mogelijke verwerking van de kunststoffen in een productieproces als technisch haalbaar is, met vermijding van buitensporige kosten, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel, met uitzondering van de terugwinning van energie;
   2° recycling van 75% van het gemiddelde gewicht van nikkel-cadmiumbatterijen, met zo groot mogelijke recycling van het cadmiumgehalte als technisch haalbaar is, met vermijding van buitensporige kosten;
   3° tijdens recycling wordt het kwik afgezonderd in een identificeerbare stroom, die een veilige bestemming krijgt en geen nadelige gevolgen voor mens of milieu kan veroorzaken;
   4° recycling van 50% van het gemiddelde gewicht van andere afgedankte batterijen.
   Vanaf 1 januari 2026 halen recyclers de doelstellingen voor recyclingrendement en de doelstellingen voor materiaalterugwinning, vermeld in deel B en deel C van bijlage XII bij verordening (EU) 2023/1542. De recyclingrendements- en materiaalterugwinningspercentages worden berekend met de berekeningsmethode, vermeld in artikel 71, lid 3 en 4, van de voormelde verordening.
   Afgedankte batterijen worden verwerkt in inrichtingen die de beste beschikbare technieken of gelijkwaardige technieken gebruiken.
   Afgedankte batterijen kunnen niet van zuren worden ontdaan buiten een inrichting die vergund is voor de verwerking van afgedankte batterijen.
   § 3. Om het recyclingrendement te maximaliseren, worden afgedankte batterijen gesorteerd in functie van het recyclingproces. De best beschikbare sorteertechnieken zonder buitensporige kosten worden daarvoor gebruikt. Het sorteerproces wordt onderworpen aan een statistische procescontrole om de kwaliteit van de sortering te meten.]1

  
Art. 5.2.7.3. [1 Le producteur de déchets, le collecteur, le négociant ou courtier en déchets, ou le notifiant, mentionné à l'article 2, 15°, du règlement (CE) no 1013/2006 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2006 concernant les transferts de déchets, qui traite des déchets de batteries ou les propose à un tiers à des fins de traitement atteint les objectifs de recyclage et de valorisation des matières mentionnés à l'article 5.2.7.2, § 2, du présent arrêté. A la demande de l'OVAM, il fournit des informations à ce sujet.]1
  
Art. 5.2.7.3. [1 De afvalstoffenproducent, de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of makelaar, of de kennisgever, vermeld in artikel 2, 15° van verordening (EG) 1013/2006 van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen, die afgedankte batterijen verwerkt of met het oog op verwerking aanbiedt aan een derde, behaalt de doelstellingen voor de recycling en materiaalterugwinning, vermeld in artikel 5.2.7.2, § 2, van dit besluit. Op verzoek van de OVAM verstrekt hij daarover informatie.]1
  
Art. 5.2.7.4. [1 § 1er. Les acteurs suivants communiquent chaque année à l'OVAM ou à l'organisation désignée à cet effet, dans les six mois suivant la fin de l'année de référence, les données suivantes relatives à l'année civile écoulée :
   1° les collecteurs, négociants, courtiers enregistrés qui collectent des déchets de batteries communiquent les données mentionnées à l'article 75, paragraphe 1er, alinéa 2, et paragraphe 3 du règlement (UE) 2023/1542, ainsi que les données suivantes ventilées par composition chimique et catégorie de batteries :
   a) la quantité de déchets de batteries collectés qui sont déposés dans des installations autorisées à des fins de préparation en vue du réemploi ou de préparation en vue de la réaffectation, et les données mentionnées au point 2°, relatives au traitement des déchets de batteries déposés ;
   b) la quantité de déchets de batteries collectés qui sont déposés dans des installations autorisées à des fins de recyclage, et les données mentionnées au point 3°, relatives au recyclage des déchets de batteries déposés ;
   c) la quantité de déchets de batteries collectés qui sont exportés vers des pays tiers à des fins de préparation en vue du réemploi, de préparation en vue de la réaffectation ou de traitement, et les données mentionnées au point 4°, relatives au traitement des déchets de batteries exportés ;
   2° les opérateurs de gestion des déchets qui préparent des déchets de batteries en vue du réemploi ou en vue de la réaffectation communiquent les données mentionnées à l'article 75, paragraphe 5, du règlement précité, ainsi que les données suivantes, ventilées par composition chimique et catégorie de batteries et par pays où les déchets de batteries ont été collectés :
   a) les données suivantes de l'opérateur de gestion des déchets :
   1) le nom ;
   2) le numéro d'entreprise ;
   3) le code postal et la localité ;
   4) la rue et le numéro ;
   5) le pays ;
   6) le numéro de téléphone et de fax ;
   7) l'adresse e-mail ;
   8) les nom et prénom d'une personne de contact ;
   b) une description du processus ;
   c) la quantité de batteries qui, ayant fait l'objet d'une préparation, sont réutilisées ou réaffectées ;
   d) la quantité de déchets de batteries ou de parties de ceux-ci déposés dans chaque installation autorisée à des fins de recyclage, et les données mentionnées au point 3°, relatives au recyclage des déchets de batteries déposés ou de parties de ceux-ci ;
   3° les opérateurs de gestion des déchets qui effectuent le recyclage des déchets de batteries communiquent les données mentionnées à l'article 75, paragraphe 5, du règlement précité, ainsi que les données suivantes, ventilées par composition chimique et catégorie de batteries et par pays où les déchets de batteries ont été collectés :
   a) les données suivantes de l'opérateur de gestion des déchets :
   1) le nom ;
   2) le numéro d'entreprise ;
   3) le code postal et la localité ;
   4) la rue et le numéro ;
   5) le pays ;
   6) le numéro de téléphone et de fax ;
   7) l'adresse e-mail ;
   8) les nom et prénom d'une personne de contact ;
   b) une description de l'ensemble du processus de traitement et de recyclage ;
   c) une description de la façon dont les fractions entrantes et sortantes ont été déterminées pour calculer le taux de rendement de recyclage et de valorisation des matières. Les taux de rendement de recyclage et de valorisation des matières sont calculés et communiqués selon la méthode de collecte mentionnée à l'article 71, paragraphes 3 et 4, du règlement précité ;
   d) une description et la quantité des flux de déchets à éliminer, le lieu du traitement final, une description de la manière dont les exigences énoncées aux points 5 et 6 de l'annexe XII, partie A, du règlement précité sont respectées, et la façon dont les entrées et sorties de mercure et de cadmium ont été déterminées ;
   4° les détenteurs de déchets qui exportent des déchets de batteries communiquent les données mentionnées à l'article 75, paragraphe 6, du règlement précité, ainsi que les données suivantes ventilées par composition chimique et catégorie de batteries :
   a) les données mentionnées aux points 2° et 3°, relatives au traitement des déchets de batteries ;
   b) les informations attestant que le traitement s'est déroulé dans des conditions équivalentes à celles énoncées dans le règlement précité et conformément à d'autres dispositions du droit de l'Union en matière de santé humaine et de protection de l'environnement, tel que mentionné à l'article 72, paragraphe3 ;
   5° les installations procédant au remanufacturage ou à la réaffectation de batteries communiquent les données suivantes ventilées par composition chimique et catégorie de batteries :
   a) les données suivantes de l'installation :
   1) le nom ;
   2) le numéro d'entreprise ;
   3) le code postal et la localité ;
   4) la rue et le numéro ;
   5) le pays ;
   6) le numéro de téléphone et de fax ;
   7) l'adresse e-mail ;
   8) les nom et prénom d'une personne de contact ;
   b) la quantité de batteries que l'installation a reçues à des fins de remanufacturage ou de réaffectation ;
   c) la quantité de batteries qui ont commencé à être soumises à un processus de remanufacturage ou de réaffectation ;
   d) la description du processus de remanufacturage ou de réaffectation ;
   e) des informations démontrant la conformité à la définition mentionnée à l'article 3, paragraphe 1er, point 31) ou 32), du règlement précité.
   § 2. La communication d'informations visée au paragraphe 1er satisfait à l'ensemble des conditions suivantes :
   1° les données communiquées sont validées, à la demande de l'OVAM, par un organisme de contrôle indépendant ;
   2° toute communications d'informations contient, à la demande de l'OVAM, un rapport sur la qualité rédigé sur la base du modèle européen et du manuel publié par l'OVAM sur son site web ou sur le site web de l'organisation désignée à cet effet, et traitant au moins les données mentionnées à l'article 3.4.5.13, § 3.
   § 3. Les distributeurs, les exploitants d'installations de traitement des véhicules hors d'usage, les exploitants d'installations de traitement des déchets d'équipements électriques et électroniques, les exploitants d'installations de traitement des déchets de batteries, les autorités publiques compétentes en matière de gestion des déchets, et les acteurs mentionnés dans le paragraphe 1er transmettent à l'OVAM toutes les informations que l'OVAM juge utiles pour évaluer les objectifs et garantir la fiabilité des données communiquées. Si les parties le jugent nécessaire, un système visant à garantir la confidentialité est mis en place.
   § 4. L'OVAM ou l'organisation désignée à cet effet par l'OVAM met à disposition un système électronique et un formulaire type au moyen desquels les données sont communiquées conformément paragraphe 1er.
   § 5. Une ventilation par composition chimique telle que mentionnée dans le présent article et à l'article 75 du règlement (UE) 2023/1542 consiste en une ventilation selon les types de batteries suivants conformément au formulaire type mentionné dans le paragraphe 4 :
   1° batteries alcalines ;
   2° batteries au carbone zinc ;
   3° batteries à l'oxyde d'argent ;
   4° batteries zinc-air ;
   5° batteries au lithium primaires ;
   6° batteries au nickel-cadmium ;
   7° batteries au nickel-métal-hydrure ;
   8° batteries au plomb ;
   9° batteries au lithium rechargeables ;
   10° autres batteries.]1

  
Art. 5.2.7.4. [1 § 1. De volgende actoren rapporteren jaarlijks over de volgende gegevens aan de OVAM of de organisatie die daarvoor is aangewezen, binnen zes maanden nadat het rapportagejaar is afgelopen, voor het verstreken kalenderjaar:
   1° geregistreerde inzamelaars, handelaars, makelaars die afgedankte batterijen inzamelen, rapporteren over de gegevens, vermeld in artikel 75, lid 1, tweede alinea, en lid 3 van verordening (EU) 2023/1542, en ook over de volgende gegevens die worden opgesplitst per chemische samenstelling en categorie van batterijen:
   a) de hoeveelheid ingezamelde afgedankte batterijen die voor voorbereiding voor hergebruik of voorbereiding voor herbestemming is geleverd aan vergunde inrichtingen, en de gegevens vermeld in punt 2°, over de verwerking van de geleverde afgedankte batterijen;
   b) de hoeveelheid ingezamelde afgedankte batterijen die voor recycling is geleverd aan vergunde inrichtingen, en de gegevens, vermeld in punt 3°, over de recycling van de geleverde afgedankte batterijen;
   c) de hoeveelheid ingezamelde afgedankte batterijen die naar derde landen is uitgevoerd voor voorbereiding voor hergebruik, voorbereiding voor herbestemming of verwerking, en de gegevens vermeld in punt 4°, over de verwerking van de uitgevoerde afgedankte batterijen;
   2° afvalverwerkers die afgedankte batterijen voorbereiden voor hergebruik of voorbereiden voor herbestemming rapporteren over de gegevens, vermeld in artikel 75, lid 5, van de voormelde verordening, en ook over de volgende gegevens, die worden opgesplitst per chemische samenstelling en categorie van batterijen, en per land waar de afgedankte batterijen zijn ingezameld:
   a) de volgende gegevens van de afvalverwerker:
   1) de naam;
   2) het ondernemingsnummer;
   3) het postnummer en de plaats;
   4) de straatnaam en het nummer;
   5) het land;
   6) het telefoon- en faxnummer;
   7) het e-mailadres;
   8) de voor- en achternaam van een contactpersoon;
   b) een beschrijving van het proces;
   c) de hoeveelheid batterijen die na voorbereiding wordt hergebruikt of herbestemd;
   d) de hoeveelheid afgedankte batterijen of onderdelen die aan elke vergunde inrichting voor recyclage is geleverd, en de gegevens vermeld in punt 3° over de recycling van de geleverde afgedankte batterijen of onderdelen;
   3° afvalverwerkers die instaan voor de recycling van afgedankte batterijen, rapporteren over de gegevens, vermeld in artikel 75, lid 5, van de voormelde verordening, en ook over de volgende gegevens, die worden opgesplitst per chemische samenstelling en categorie van batterijen, en opgesplitst per land waar de afgedankte batterijen zijn ingezameld:
   a) de volgende gegevens van de afvalverwerker:
   1) de naam;
   2) het ondernemingsnummer;
   3) het postnummer en de plaats;
   4) de straatnaam en het nummer;
   5) het land;
   6) het telefoon- en faxnummer;
   7) het e-mailadres;
   8) de voor- en achternaam van een contactpersoon;
   b) een beschrijving van het volledige verwerking- en recyclingproces;
   c) een beschrijving van de wijze waarop de input- en outputfracties zijn bepaald om het recyclingrendements- en materiaalterugwinningspercentage te berekenen. De recyclingrendements- en materiaalterugwinningspercentages zijn berekend en gerapporteerd volgens de berekeningsmethode, vermeld in artikel 71, lid 3 en 4, van de voormelde verordening;
   d) een beschrijving en de hoeveelheid van de te verwijderen afvalstromen, de plaats van eindverwerking, een beschrijving van de wijze waarop voldaan wordt aan de voorschriften, vermeld in punt 5 en 6 van bijlage XII, deel A, van de voormelde verordening, en de wijze waarop de input en output van kwik en cadmium zijn bepaald;
   4° afvalstoffenhouders die afgedankte batterijen uitvoeren, rapporteren over de gegevens, vermeld in artikel 75, lid 6, van de voormelde verordening, en ook over de volgende gegevens, die worden opgesplitst per chemische samenstelling en categorie van batterijen:
   a) de gegevens, vermeld in punt 2° en 3°, over de verwerking van de afgedankte batterijen;
   b) de informatie waaruit blijkt dat de verwerking heeft plaatsgevonden onder voorwaarden die gelijkwaardig zijn aan de voorwaarden, vermeld in de voormelde verordening, en in overeenstemming met ander Unierecht over de bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu als vermeld in artikel 72, lid 3;
   5° inrichtingen voor herfabricage of herbestemming van batterijen rapporteren over de volgende gegevens, die worden opgesplitst per chemische samenstelling en categorie van batterijen:
   a) de volgende gegevens van de inrichting:
   1) de naam;
   2) het ondernemingsnummer;
   3) het postnummer en de plaats;
   4) de straatnaam en het nummer;
   5) het land;
   6) het telefoon- en faxnummer;
   7) het e-mailadres;
   8) de voor- en achternaam van een contactpersoon;
   b) de hoeveelheid batterijen die de inrichting heeft ontvangen voor herfabricage of herbestemming;
   c) de hoeveelheid batterijen die een proces van herfabricage of herbestemming begint te ondergaan;
   d) de beschrijving van het proces voor herfabricage of herbestemming;
   e) informatie die aantoont dat voldaan is aan de definitie, vermeld in artikel 3, lid 1, punt 31) of 32), van de voormelde verordening.
   § 2. De rapportage, vermeld in paragraaf 1, voldoet aan al de volgende voorwaarden:
   1° de gerapporteerde gegevens worden op verzoek van de OVAM gevalideerd door een onafhankelijke keuringsinstelling;
   2° elke rapportage bevat op verzoek van de OVAM een kwaliteitsrapport dat wordt opgesteld op basis van het Europese model en de handleiding die de OVAM publiceert op haar website, of op de website van de organisatie die daarvoor is aangewezen, en dat minstens de gegevens behandelt, vermeld in artikel 3.4.5.13, § 3.
   § 3. Distributeurs, exploitanten van verwerkingsinrichtingen voor het behandelen van voertuigwrakken, exploitanten van verwerkingsinrichtingen voor het behandelen van afgedankte elektrische en elektronische apparaten, exploitanten van verwerkingsinrichtingen voor het behandelen van afgedankte batterijen, overheidsinstanties voor afvalbeheer, en de actoren, vermeld in paragraaf 1, bezorgen aan de OVAM alle informatie die de OVAM nuttig acht voor de evaluatie van de doelstellingen, en het waarborgen van de betrouwbaarheid van de gerapporteerde gegevens. Als de partijen dat nodig achten, wordt een systeem uitgewerkt dat confidentialiteit garandeert.
   § 4. De OVAM of de organisatie die door de OVAM daarvoor is aangewezen, stelt een elektronisch systeem en modelformulier ter beschikking waarlangs de gegevens conform paragraaf 1 worden gerapporteerd.
   § 5. Een opsplitsing per chemische samenstelling als vermeld in dit artikel en artikel 75 van verordening (EU) 2023/1542 bestaat uit een opsplitsing in de volgende soorten batterijen in overeenstemming met het modelformulier, vermeld in paragraaf 4:
   1° alkaline batterijen;
   2° zinkkool batterijen;
   3° zilveroxide batterijen;
   4° zink-lucht batterijen;
   5° primaire lithium batterijen;
   6° nikkel-cadmium batterijen;
   7° nikkelmetaalhydride batterijen;
   8° lood batterijen;
   9° herlaadbare lithium batterijen;
   10° andere batterijen.]1

  
Art. 5.2.7.5. [1 En cas d'exportation en dehors de l'Union européenne, les taux de rendement de recyclage et de valorisation des matières obtenus sont validés, à la demande de l'OVAM, par un audit indépendant.]1
  
Art.5.2.7.5. [1 In geval van uitvoer buiten de Europese Unie worden op verzoek van de OVAM de bereikte recyclingrendements- en materiaalterugwinningspercentages gevalideerd door een onafhankelijke audit.]1
Sous-section 5.2.8. - PCB
Onderafdeling 5.2.8. - Pcb's
Art. 5.2.8.1. L'OVAM tient un inventaire des appareils qui contiennent plus d'un litre de PCB. Le seuil d'un litre pour la somme des éléments individuels d'un appareil combiné s'applique pour les condensateurs avec un courant de haute intensité.
Art. 5.2.8.1. De OVAM houdt een inventaris bij van apparaten die meer dan 1 liter pcb's bevatten. Voor sterkstroomcondensatoren geldt de drempel van 1 liter voor het totaal van de afzonderlijke onderdelen van een gecombineerd toestel.
  De gegevens in de inventaris zijn afkomstig van alle nuttige inlichtingen waarover de OVAM beschikt, en in het bijzonder van :
  1° de kennisgevingen die zijn gedaan met toepassing van het koninklijk besluit van 9 juli 1986 tot reglementering van de stoffen en preparaten die polychloorbifenylen en polychloorterfenylen bevatten;
  2° de gegevens die zijn ingezameld met toepassing van artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2000 houdende vaststelling van het verwijderingsplan voor pcb-houdende apparaten en de daarin aanwezige pcb's;
  3° de kennisgevingen die zijn gedaan met toepassing van artikel 5.2.8.4.
Art. 5.2.8.2. L'inventaire comprend au moins les données suivantes :
  1° le nom et l'adresse du détenteur d'appareils contenant des PCB;
  2° le lieu et la description des appareils contenant des PCB;
  3° la quantité de PCB dans ces appareils;
  4° les données et les types de traitement ou de remplacement qui sont réalisés ou envisagés;
  5° la date de la déclaration.
  Pour les appareils dont on peut raisonnablement considérer que les liquides contenus contiennent entre 0,05 et 0,005 pour cent en poids de PCB, les données mentionnées à l'alinéa 1er, 3° et 4° ne doivent pas être reprises.
Art. 5.2.8.2. De inventaris bevat ten minste de volgende gegevens :
  1° naam en adres van de houder van pcb-houdende apparaten;
  2° plaats en omschrijving van de pcb-houdende apparaten;
  3° hoeveelheid pcb's in de apparaten;
  4° data en soorten behandeling of vervanging die worden uitgevoerd of overwogen;
  5° datum van aangifte.
  Voor de apparaten waarvan redelijkerwijze mag worden aangenomen dat de vloeistoffen daarin tussen 0,05 en 0,005 gewichtsprocenten pcb's bevatten, moeten de gegevens, vermeld in lid 1, 3° en 4°, niet worden opgenomen.
Art. 5.2.8.3. Les entreprises qui traitent des PCB communiquent la quantité, l'origine et la nature des PCB qui leur sont livrés à l'OVAM. Ils gardent ces données afin que les autorités locales et la population puissent les consulter.
Art. 5.2.8.3. Bedrijven die pcb's verwerken, delen de hoeveelheid, de oorsprong en de aard van de aan hen geleverde pcb's mee aan de OVAM. Ze houden die gegevens ook ter inzage van de lokale overheid en de bevolking.
Art. 5.2.8.4. § 1. Le détenteur d'appareils qui contiennent des PCB doit :
  1° s'il ne l'a pas encore fait précédemment en application de l'arrêté royal du 9 juillet 1986 réglementant les substances et préparations contenant des polychlorobiphényles et polychloroterphényles, ou de l'arrêté du gouvernement flamand du 17 mars 2000 fixant le plan d'élimination pour les appareils contenant des PCB et pour les PCB y contenus, communiquer au moins les données suivantes à l'OVAM dans les plus brefs délais :
  a) son nom et son adresse;
  b) l'emplacement et la description des appareils qui contiennent des PCB et qu'il possède, ainsi que les quantités de PCB dans ces appareils;
  c) les quantités de PCB qu'il possède;
  d) les quantités de PCB utilisés qu'il possède;
  e) les données et les types de traitement ou de remplacement qui sont réalisés ou envisagés.
  Si cette notification a été faite précédemment en application de l'arrêté royal du 9 juillet 1986 ou du 17 mars 2000, les éventuelles modifications par rapport à la notification antérieure sont mentionnées à cette occasion;
  2° communiquer à l'OVAM toutes les modifications dans la situation mentionnée sous 1° ;
  3° faire en sorte que tous les appareils qui contiennent plus d'un litre de PCB soient pourvus d'une étiquette. Une étiquette du même genre doit également être apposée sur les portes des locaux dans lesquels cet appareil se trouve. Le seuil d'un litre pour la somme des éléments individuels d'un appareil combiné s'applique pour les condensateurs à courant fort. Les appareils pour lesquels nous pouvons raisonnablement considérer que les liquides qu'ils contiennent comprennent entre 0,05 et 0,005 pour cent en poids de PCB peuvent être équipés d'une étiquette mentionnant " pollution aux PCB < 0,05 % ";
  4° faire en sorte que les PCB utilisés soient éliminés le plus rapidement possible;
  5° faire en sorte que les appareils qui contiennent des PCB soient nettoyés ou éliminés le plus rapidement possible.
  § 2. Toutes les modifications des informations, fournies conformément au § 1er, 1° en 2°, doivent être communiquées par écrit dans les trois mois à l'OVAM.
Art. 5.2.8.4. § 1. De houder van pcb-houdende apparaten moet :
  1° als dat nog niet eerder gebeurd is met toepassing van het koninklijk besluit van 9 juli 1986 tot reglementering van de stoffen en preparaten die polychloorbifenylen en polychloorterfenylen bevatten, of van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2000 houdende vaststelling van het verwijderingsplan voor pcb-houdende apparaten en de daarin aanwezige pcb's, zo snel mogelijk ten minste de volgende gegevens bezorgen aan de OVAM :
  a) zijn naam en adres;
  b) plaats en omschrijving van de apparaten die pcb's bevatten en die hij in zijn bezit heeft, alsook de hoeveelheden pcb's in die apparaten;
  c) de hoeveelheden pcb's die hij in zijn bezit heeft;
  d) de hoeveelheden gebruikte pcb's die hij in zijn bezit heeft;
  e) data en soorten behandeling of vervanging die worden uitgevoerd of overwogen.
  Als die kennisgeving eerder is gedaan met toepassing van het besluit van 9 juli 1986 of van 17 maart 2000, worden daarbij de eventuele wijzigingen vermeld ten aanzien van de vroegere kennisgeving;
  2° de OVAM op de hoogte brengen van elke wijziging in de situatie, vermeld in1° ;
  3° ervoor zorgen dat elk apparaat dat meer dan 1 liter pcb's bevat, wordt voorzien van een etiket. Een soortgelijk etiket moet ook worden aangebracht op de deuren van lokalen waar dat apparaat zich bevindt. Voor sterkstroomcondensatoren geldt de drempel van 1 liter voor het totaal van de afzonderlijke onderdelen van een gecombineerd toestel. Apparaten waarvan redelijkerwijze mag worden aangenomen dat de vloeistoffen daarin tussen 0,05 en 0,005 gewichtsprocenten pcb's bevatten, mogen worden voorzien van een etiket met de vermelding "verontreinigd met pcb's < 0,05 %";
  4° ervoor zorgen dat gebruikte pcb's zo spoedig mogelijk worden verwijderd;
  5° ervoor zorgen dat pcb-houdende apparaten zo spoedig mogelijk worden gereinigd of verwijderd.
  § 2. Elke wijziging van de informatie, verstrekt overeenkomstig paragraaf 1, 1° en 2°, moet binnen drie maanden schriftelijk aan de OVAM worden meegedeeld.
Art. 5.2.8.5. § 1. Les appareils et les PCB qui sont présents à l'intérieur de ceux-ci qui doivent être inventoriés conformément à l'article 5.2.8.1 sont immédiatement mis hors service et ensuite nettoyés ou éliminés.
  Le délai entre la mise hors service d'un appareil et le nettoyage des appareils contenant des PCB ou leur élimination ne peut dépasser six mois sauf si le détenteur est en mesure de démontrer que les établissements pour le nettoyage et l'élimination sont temporairement dans l'impossibilité d'accepter ces appareils.
  § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, les transformateurs dont les liquides contiennent entre 0,05 et 0,005 pour cent en poids de PCB peuvent soit être nettoyés conformément aux dispositions de l'article 5.2.8.7, § 2, soit être [1 éliminés au plus tard le 31 décembre 2025]1.
  § 3. Pour les appareils qui sont dégagés pendant la démolition de bâtiments, l'exécutant des travaux de démolition doit s'assurer que les appareils sont collectés séparément et qu'ils sont évacués vers une installation qui peut traiter ces appareils conformément à la législation applicable en matière d'environnement.
  
Art. 5.2.8.5. § 1. Apparaten en de daarin aanwezige pcb's die overeenkomstig artikel 5.2.8.1, eerste lid, moeten worden geïnventariseerd, worden onmiddellijk buiten gebruik gesteld en vervolgens gereinigd of verwijderd.
  De termijn tussen het buiten gebruik stellen van een apparaat en de reiniging van pcb-houdende apparaten of verwijdering ervan mag niet meer dan zes maanden bedragen, behalve als de houder kan aantonen dat de inrichtingen voor reiniging of verwijdering tijdelijk in de onmogelijkheid verkeren om apparaten te accepteren.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1 mogen de transformatoren waarvan de vloeistoffen tussen 0,05 en 0,005 gewichtsprocenten pcb's bevatten, ofwel worden gereinigd overeenkomstig artikel 5.2.8.7, § 2, ofwel [1 uiterlijk op 31 december 2025]1 worden verwijderd.
  § 3. Voor apparaten die vrijkomen tijdens het slopen van gebouwen, moet de uitvoerder van de sloopwerken ervoor zorgen dat de apparaten afzonderlijk worden ingezameld en dat ze worden afgevoerd naar een inrichting die overeenkomstig de toepasselijke milieuwetgeving die apparaten mag verwerken.
  
Art. 5.2.8.6. Pour les appareils contenant des huiles minérales dont on pourrait raisonnablement admettre que la production ou l'utilisation a entraîné une contamination en PCB des huiles minérales, la teneur en PCB dans l'huile minérale doit être mesurée dans les situations suivantes :
  1° lors de l'ouverture des appareils pour des travaux de maintenance ou de réparation;
  2° en cas de changement de l'adresse d'exploitation des appareils;
  3° en cas de changement du détenteur;
  4° en cas de mise hors service des appareils.
  Si la mesure mentionnée à l'alinéa 1er démontre que l'huile minérale d'un appareil contient plus de 0,005 pour cent en poids de PCB, l'appareil doit être considéré comme un appareil contenant des PCB.
Art. 5.2.8.6. Bij toestellen met minerale olie waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat er tijdens de productie of het gebruik van de toestellen een verontreiniging van de minerale olie met pcb's is opgetreden, moet in de volgende situaties het pcb-gehalte in de minerale olie worden gemeten :
  1° bij het openen van de toestellen voor onderhouds- of herstellingswerkzaamheden;
  2° bij het veranderen van exploitatieadres van de toestellen;
  3° bij het veranderen van houder;
  4° bij het buiten gebruik stellen van de toestellen.
  Als de meting, vermeld in lid 1, aantoont dat de minerale olie van een toestel meer dan 0,005 gewichtsprocenten pcb's bevat, moet het toestel worden beschouwd als een pcb-houdend apparaat.
Art. 5.2.8.7. Les transformateurs dont les liquides contiennent plus de 0,05 % en poids de PCV peuvent être nettoyés aux conditions suivantes :
  1° l'objectif du nettoyage des appareils contenant du PCV consiste à abaisser le taux de PCB à moins de 0,05 pour cent en poids et, si possible, à maximum 0,005 pour cent en poids;
  2° le liquide de remplacement, qui ne contient pas de PCB, doit comporter clairement moins de risques;
  3° le remplacement du liquide ne peut pas menacer la suppression ultérieure des PCB.
  Les transformateurs dont les liquides contiennent entre 0,05 et 0,005 pour cent en poids de PCB peuvent être nettoyés en fonction des conditions mentionnées aux alinéas 1°, 2° et 3° dans l'objectif final de réduire le taux de PCB à 0,005 pour cent en poids maximum.
Art. 5.2.8.7. Transformatoren waarvan de vloeistoffen meer dan 0,05 gewichtsprocenten pcb's bevatten, mogen onder de volgende voorwaarden worden gereinigd :
  1° het doel van de reiniging van pcb-houdende apparaten bestaat erin het gehalte aan pcb's te verlagen tot minder dan 0,05 gewichtsprocenten en, zo mogelijk, tot maximaal 0,005 gewichtsprocenten;
  2° de vervangende vloeistof, die geen pcb's bevat, houdt duidelijk minder risico's in;
  3° de vervanging van de vloeistof brengt de latere verwijdering van de pcb's niet in gevaar.
  Transformatoren waarvan de vloeistoffen tussen 0,05 en 0,005 gewichtsprocenten 'pcb's bevatten, mogen worden gereinigd onder de voorwaarden, vermeld in lid 1, 2° en 3°, met als einddoel het gehalte aan pcb's te verlagen tot maximaal 0,005 gewichtsprocenten.
Art. 5.2.8.8. § 1. Les PCB doivent être présentés dans une installation autorisée pour le traitement final. Ils doivent être éliminés selon les opérations D8, D9, D10, D12 ou D15, mentionnées à l'article 4.2.1.
  L'opération D12 autorisée est limitée dans ce cadre au stockage souterrain profond et sûr dans des formations rocheuses et est autorisée uniquement pour les appareils qui contiennent des PCB et ne peuvent être nettoyés.
  § 2. Avant que les PCB ou les appareils contenant des PCB ne soient réceptionnés en vue de leur traitement final par un établissement agréé à cet effet, toutes les mesures de précaution nécessaires sont prises pour éviter tout risque d'incendie. A cet effet, les PCB sont conservés séparément des substances inflammables.
Art. 5.2.8.8. § 1. Pcb's moeten voor eindverwerking worden aangeboden bij een daartoe vergunde inrichting. Ze moeten verwijderd worden volgens handeling D8, D9, D10, D12 of D15, vermeld in artikel 4.2.1.
  De toegelaten handeling D12 is in dit kader beperkt tot de veilige, diepe, ondergrondse opslag in rotsformaties en is alleen toegelaten voor apparaten die pcb's bevatten en niet kunnen worden gereinigd.
  § 2. Voor pcb's of pcb-houdende apparaten voor eindverwerking door een daartoe vergunde inrichting in ontvangst worden genomen, worden alle nodige voorzorgsmaatregelen getroffen om elk brandgevaar te vermijden. Daartoe worden de pcb's gescheiden gehouden van brandbare stoffen.
Art. 5.2.8.9. Les activités suivantes sont interdites :
  1° la séparation des PCB des autres substances en vue de la réutilisation des PCB;
  2° l'incinération des PCB ou des PCB utilisés sur les navires.
Art. 5.2.8.9. De volgende activiteiten zijn verboden :
  1° het scheiden van pcb's van andere stoffen met het oog op het hergebruik van de pcb's;
  2° het verbranden van pcb's of gebruikte pcb's op schepen.
Art. 5.2.8.10. L'OVAM envoie sur demande une copie ou une copie partielle des inventaires mentionnés à l'article 5.2.8.1, premier alinéa aux différentes autorités chargées de la protection de l'environnement, de la protection de la sécurité des travailleurs et de la population. Les données communiquées peuvent seulement être utilisées dans le but pour lequel elles ont été demandées.
Art. 5.2.8.10. De OVAM stuurt aan de verschillende overheden die belast zijn met de bescherming van het leefmilieu, de bescherming van de veiligheid van de werknemers en van de bevolking, op verzoek, een afschrift of een gedeeltelijk afschrift van de inventarissen, vermeld in artikel 5.2.8.1, eerste lid. De verstrekte gegevens kunnen alleen worden aangewend voor het doel waarvoor ze werden aangevraagd.
Art. 5.2.8.11. Les appareils et éléments d'appareils qui contiennent moins de 1 litre de PCB doivent être éliminés à la fin de leur durée d'utilisation.
Art. 5.2.8.11. Apparaten en onderdelen van toestellen die minder dan 1 liter pcb's bevatten, moeten worden verwijderd op het einde van hun gebruiksduur.
Art. 5.2.8.12. Les appareils électriques et électroniques mis au rebut et autres appareils qui peuvent contenir des éléments contenant des PCB doivent être traités de telle sorte que les éléments contenant des PCB soient démontés sélectivement et soient évacués en vue de leur traitement vers un établissement qui peut traiter de tels déchets contenant des PCB conformément à la législation applicable en matière d'environnement. Les éléments qui contiennent éventuellement des PCB doivent être considérés comme des éléments contenant des PCB.
Art. 5.2.8.12. Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur en andere toestellen die pcb-houdende onderdelen kunnen bevatten moeten zo verwerkt worden dat de pcb-houdende onderdelen selectief worden gedemonteerd en voor verwerking worden afgevoerd naar een inrichting die overeenkomstig de toepasselijke milieuwetgeving dergelijke pcb-houdende afvalstoffen mag verwerken. Onderdelen die mogelijk pcb's bevatten, moeten worden beschouwd als pcb-houdende onderdelen.
Art. 5.2.8.13. En cas de renouvellement de l'éclairage public, les condensateurs libérés qui peuvent contenir des PCB doivent être considérés comme des condensateurs contenant des PCB. De tels condensateurs doivent être évacués avant le traitement vers un établissement qui peut traiter de tels déchets contenant des PCB conformément à la législation applicable en matière d'environnement.
Art. 5.2.8.13. Bij de vernieuwing van straatverlichting moeten de vrijgekomen condensatoren die pcb's kunnen bevatten, worden beschouwd als pcb-houdende condensatoren. Dergelijke condensatoren moeten voor de verwerking worden afgevoerd naar een inrichting die overeenkomstig de toepasselijke milieuwetgeving dergelijke pcb-houdende afvalstoffen mag verwerken.
Sous-section 5.2.9. - Appareils et récipients mis au rebut qui contiennent des substances qui appauvrissent la couche d'ozone ou des gaz à effet de serre fluorés
Onderafdeling 5.2.9. - Afgedankte apparatuur en recipiënten die ozonafbrekende stoffen of gefluoreerde broeikasgassen bevatten
Art. 5.2.9.1. Il est interdit de traiter les appareils et récipients usagés qui contiennent des substances qui appauvrissent la couche d'ozone ou des gaz à effet de serre fluorés, ou des restes de ces substances, sans qu'un traitement préalable n'ait eu lieu comme décrit à l'article 5.2.2.5.2, § 9, du titre II du Vlarem.
Art. 5.2.9.1. Het is verboden afgedankte apparatuur en recipiënten die ozonafbrekende stoffen, gefluoreerde broeikasgassen of resten van die stoffen bevatten, te verwerken zonder dat voorafgaandelijk een bewerking heeft plaatsgevonden als vermeld in artikel 5.2.2.5.2, § 9, van titel II van het VLAREM.
Sous-section 5.2.10. [1 - Déchets des navires de la navigation maritime]1
Onderafdeling 5.2.10. [1 - Afval van schepen van de zeevaart]1
Art. 5.2.10.1.[1 Les dispositions de la présente sous-section s'appliquent :
Art. 5.2.10.1. [1 De bepalingen van deze onderafdeling zijn van toepassing op:
   1° alle schepen, ongeacht hun vlag, die een haven aandoen of daar in bedrijf zijn;
   2° alle havens die gewoonlijk worden aangedaan door schepen die binnen het toepassingsgebied van punt 1° vallen.
   Schepen die havendiensten verrichten in de zin van artikel 1, lid 2, van Verordening (EU) 2017/352 van het Europees Parlement en de Raad van 15 februari 2017 tot vaststelling van een kader voor het verrichten van havendiensten en gemeenschappelijke regels inzake de transparantie van havens, oorlogsschepen, marinehulpschepen en andere schepen in eigendom of onder beheer van de overheid die, op dat moment, uitsluitend op niet-commerciële basis door de overheid worden gebruikt, hoeven niet te voldoen aan de bepalingen van deze onderafdeling, met uitzondering van, voor zover redelijkerwijs mogelijk, de afgifteplicht van afval van schepen.
   Voor de toepassing van deze onderafdeling, en om onnodig oponthoud voor schepen te vermijden, kan de OVAM besluiten ankerplaatsen van havens uit te sluiten van de toepassing van de artikelen 5.2.10.6, 5.2.10.7 en 5.2.10.8.]1

  
Art. 5.2.10.2. [1 § 1er. Tout gestionnaire d'un port garantit la disponibilité des installations de réception portuaires adéquates pour répondre aux besoins des navires qui utilisent habituellement le port sans causer de retards anormaux à ces navires.
   Les installations de réception sont adéquates si :
   1° elles ont une capacité permettant de recueillir les types et les quantités de déchets des navires qui utilisent habituellement le port, compte tenu :
   a) des besoins opérationnels des utilisateurs du port ;
   b) de la taille et de la position géographique de ce port ;
   c) du type de navires qui font escale dans ce port ;
   d) des exemptions accordées suivant la procédure visée à l'article 5.2.10.9 ;
   2° les formalités et modalités pratiques liées à l'utilisation des installations de réception portuaires sont simples et rapides pour éviter de causer des retards anormaux aux navires ;
   3° les redevances perçues pour le dépôt ne dissuadent pas les navires d'utiliser les installations de réception portuaires ;
   4° les installations de réception portuaires permettent de gérer les déchets des navires d'une manière respectueuse de l'environnement, conformément aux dispositions du décret sur les Matériaux et du présent arrêté. Pour faciliter le réemploi et le recyclage, les déchets des navires sont collectés séparément dans les ports conformément aux dispositions du présent arrêté. Afin de faciliter ce processus, les installations de réception portuaires peuvent collecter des fractions séparées de déchets conformément aux catégories de déchets définies dans la convention MARPOL, en tenant compte des lignes directrices qu'elle contient et sans préjudice des exigences plus strictes, imposées par le règlement (CE) n° 1069/2009 établissant des règles sanitaires applicables aux sous-produits animaux et produits dérivés non destinés à la consommation humaine, en ce qui concerne la gestion des déchets de cuisine et de table issus de voyages internationaux.
   § 2. Le gestionnaire du port veille à ce que les opérations de dépôt ou de réception des déchets s'accompagnent de mesures de sécurité suffisantes pour prévenir les risques pour les personnes et pour l'environnement dans les ports.]1

  
Art. 5.2.10.2. [1 § 1. Elke beheerder van een haven zorgt voor de beschikbaarheid van havenontvangstvoorzieningen die toereikend zijn voor de behoeften van de schepen die hun havens gewoonlijk aandoen, zonder onnodig oponthoud van de schepen te veroorzaken.
   De havenontvangstvoorzieningen zijn toereikend als:
   1° ze over de nodige capaciteit beschikken om de soorten en hoeveelheden afval te ontvangen van de schepen die de haven gewoonlijk aandoen, rekening houdend met:
   a) de operationele behoeften van de gebruikers van de haven;
   b) de grootte en de geografische ligging van de haven;
   c) het type schepen dat de haven aandoet;
   d) de vrijstellingen die verleend worden volgens de procedure, vermeld in artikel 5.2.10.9;
   2° de formaliteiten en praktische regelingen in het verband met het gebruik van de havenontvangstvoorzieningen eenvoudig en vlot verlopen om onnodig oponthoud voor de schepen te vermijden;
   3° de vergoedingen die voor de afgifte in rekening worden gebracht, schepen niet ontmoedigen om de havenontvangstvoorzieningen te gebruiken;
   4° de havenontvangstvoorzieningen het mogelijk maken afval van schepen op milieuvriendelijke wijze te beheren, conform de bepalingen van het Materialendecreet en dit besluit. Om hergebruik en recycling te vergemakkelijken, wordt het afval van schepen gescheiden ingezameld in de havens overeenkomstig de bepalingen van dit besluit. Om dat proces te vergemakkelijken, kunnen havenontvangstvoorzieningen de gescheiden afvalfracties inzamelen volgens de in het MARPOL-verdrag omschreven afvalcategorieën, rekening houdend met de daarin vervatte richtsnoeren en zonder afbreuk te doen aan de strengere eisen voor het beheer van keukenafval en etensresten van internationaal vervoer die worden opgelegd door Verordening (EG) nr. 1069/2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten.
   § 2. De beheerder van de haven zorgt ervoor dat de handelingen voor de afgifte en ontvangst van afvalstoffen met voldoende veiligheidsmaatregelen worden uitgevoerd om zowel persoonlijke als milieurisico's in de havens te voorkomen.]1

  
Art. 5.2.10.3. [1 § 1er. Le gestionnaire d'un port établit un plan approprié de réception et de traitement des déchets des navires. Le plan est approuvé par l'OVAM.
   § 2. Le plan est élaboré et mis en oeuvre à l'issue des consultations menées auprès des parties concernées, en particulier, les utilisateurs des ports ou leurs représentants et, le cas échéant, les autorités locales compétentes, les exploitants de l'installation de réception portuaire, des organisations mettant en oeuvre les obligations découlant de la responsabilité élargie du producteur et des représentants de la société civile. Ces consultations sont organisées à la fois au cours de la phase initiale d'élaboration du plan de réception et de traitement des déchets et après son adoption, en particulier lorsque des changements importants ont eu lieu concernant les exigences prévues aux articles 5.2.10.2, 5.2.10.6 et 5.2.10.7.
   § 3. Le plan couvre tous les types de déchets provenant des navires faisant escale dans le port en question et est élaboré en fonction de la taille du port et du type de navires qui y fait escale.
   Les éléments suivants font partie du plan :
   1° une description du port, précisant :
   a) le type de navires qui y font habituellement escale ;
   b) la délimitation géographique du port ;
   2° une description des installations de collecte présentes, précisant :
   a) le type d'installations de réception portuaires et leur capacité ;
   b) les types de déchets que collectent les installations de réception portuaires ;
   c) les éventuels équipements et procédés de prétraitement dans le port ;
   3° une évaluation des besoins en termes d'installations de réception portuaires, compte tenu des besoins des navires qui font habituellement escale dans le port ;
   4° une description de la procédure de notification ;
   5° une description des procédures de réception et de collecte des déchets des navires, précisant :
   a) les méthodes employées pour enregistrer l'utilisation effective des installations de réception portuaires;
   b) une description détaillée des procédures de réception et de collecte des déchets des navires ;
   c) la législation applicable et les formalités pour le dépôt ;
   d) les méthodes employées pour enregistrer les quantités de déchets reçues des navires ;
   e) le type et les quantités de déchets des navires reçus et traités ;
   f) la façon dont les déchets des navires sont traités ;
   6° une description de la procédure à suivre pour signaler les inadéquations présumées dans les installations de réception portuaires ;
   7) une description du système de recouvrement des coûts ;
   8° une description des procédure à suivre pour la consultation structurelle des utilisateurs du port, des contractants du secteur des déchets, des exploitants de terminaux et des autres parties intéressées ;
   9° l'identification des personnes responsables de la mise en oeuvre du plan, y compris le point de contact dans le port.
   § 4. Lorsque cela s'impose pour des raisons d'efficacité, les plans de réception et de traitement des déchets des navires peuvent être élaborés conjointement par deux ports voisins ou plus dans la même région géographique, chaque port y étant associé comme il se doit, pour autant qu'y soient précisés, pour chacun des ports, les besoins en installations de réception portuaires et la disponibilité de telles installations.]1

  
Art. 5.2.10.3. [1 § 1. De beheerder van een haven stelt een passend plan op voor de ontvangst en verwerking van afval van schepen. Het plan wordt door de OVAM goedgekeurd.
   § 2. Het plan wordt uitgewerkt en toegepast in overleg met de betrokken partijen, in het bijzonder met de havengebruikers of hun vertegenwoordigers en, in voorkomend geval, bevoegde lokale instanties, exploitanten van havenontvangstvoorzieningen, organisaties die uitvoering geven aan de verplichtingen inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld. Dat overleg vindt zowel tijdens de opstelling van het afvalontvangst- en afvalverwerkingsplan als na de goedkeuring ervan plaats, met name als aanzienlijke wijzigingen van de eisen, vermeld in de artikelen 5.2.10.2, 5.2.10.6 en 5.2.10.7, hebben plaatsgevonden.
   § 3. Het plan heeft betrekking op alle soorten afval van schepen die gewoonlijk de haven in kwestie aandoen, en is afgestemd op de grootte van de haven en het soort schepen dat die haven aandoet.
   De volgende elementen maken deel uit van het plan:
   1° een beschrijving van de haven, met vermelding van:
   a) het soort schepen dat de haven gewoonlijk aandoet;
   b) de geografische afbakening van de haven;
   2° een beschrijving van de aanwezige inzamelfaciliteiten, met vermelding van:
   a) het soort havenontvangstvoorzieningen en de capaciteit ervan;
   b) de soorten afvalstoffen die de havenontvangstvoorzieningen inzamelen;
   c) eventuele voorbehandelingsinstallaties en -processen in de haven;
   3° een beoordeling van de behoefte aan inzamelfaciliteiten, gelet op de behoefte van de schepen die de haven gewoonlijk aandoen;
   4° een beschrijving van de aanmeldingsprocedure;
   5° een beschrijving van de procedures voor ontvangst en inzameling van het afval van schepen, met vermelding van:
   a) de methoden voor het registreren van het feitelijke gebruik van de havenontvangstvoorzieningen;
   b) een gedetailleerde beschrijving van de procedures voor ontvangst en inzameling van afval van schepen;
   c) de toepasselijke wetgeving en formaliteiten voor de afgifte;
   d) de methoden voor het registreren van de ontvangen hoeveelheden afval van schepen;
   e) de soort en hoeveelheden ontvangen en verwerkt afval van schepen;
   f) de wijze waarop het afval van schepen wordt verwerkt;
   6° een beschrijving van de procedure voor het melden van vermoedens van ontoereikendheid van de havenontvangstvoorzieningen;
   7° een beschrijving van het kostendekkingssysteem;
   8° een beschrijving van de procedures voor structureel overleg met havengebruikers, afvalbedrijven, terminalexploitanten en andere belanghebbende partijen;
   9° een vermelding van de personen die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het plan, met inbegrip van het contactadres in de haven.
   § 4. Als dat nodig is om redenen van efficiëntie kunnen de plannen voor ontvangst en verwerking van afval van schepen door twee of meer naburige havens in dezelfde geografische regio samen worden opgesteld, met passende inschakeling van elke haven, op voorwaarde dat de behoefte aan havenontvangstvoorzieningen en de beschikbaarheid daarvan voor elke haven apart worden vermeld.]1

  
Art. 5.2.10.4. [1 § 1er. Les plans visés à l'article 5.2.10.3 sont traités comme suit :
   1° le gestionnaire d'un port envoie une proposition de plan par envoi sécurisé à l'OVAM. L'OVAM vérifie si le plan est complet au sens de l'article 5.2.10.3, § 3, et examine si les procédures reprises dans le plan satisfont aux dispositions visées aux articles 5.2.10.6, 5.2.10.7, 5.2.10.8 et 5.2.10.9 ;
   2° dans les soixante jours calendrier de la réception de la proposition de plan jugée complète, l'OVAM statue sur le plan ;
   3° l'OVAM envoie cette décision ou une copie certifiée conforme de celle-ci au gestionnaire du port dans les dix jours calendrier suivant la date de cette décision.
   § 2. Les plans de réception et de traitement des déchets des navires approuvés conformément au paragraphe 1er sont valables pour une durée maximale de cinq ans. Toute décision valable pour une durée plus courte doit être motivée.
   Si aucune modification significative n'est intervenue dans l'exploitation du port au cours de la période de cinq ans, la nouvelle approbation peut consister en la validation par l'OVAM des plans existants.
   § 3. Dans l'éventualité où des modifications significatives interviendraient dans l'exploitation du port, le gestionnaire du port en avisera l'OVAM immédiatement. Par modifications significatives, on entend notamment : des changements structurels dans le trafic du port, la création de nouvelles infrastructures, des changements dans la demande et l'offre d'installations de réception portuaires et de nouvelles techniques de traitement à bord. Sur la base des modifications communiquées par le gestionnaire du port, l'OVAM peut décider dans les quinze jours calendrier que l'introduction d'un nouveau plan est nécessaire. Un nouveau plan est introduit suivant la procédure visée au paragraphe 1er.
   En cas de modifications de la législation ou d'une révision de la politique, l'OVAM peut apporter d'office des modifications au plan.
   § 4. L'OVAM peut exempter les petits ports non commerciaux, qui se caractérisent par un trafic très faible ou faible de bateaux de plaisance uniquement, des obligations visées aux articles 5.2.10.3 et 5.2.10.4 si leurs installations de réception portuaires sont intégrées dans le système de traitement des déchets géré par ou pour le compte de la commune en question et si les informations concernant le système de gestion des déchets sont mises à la disposition des utilisateurs de ces ports.]1

  
Art. 5.2.10.4. [1 § 1. De plannen, vermeld in artikel 5.2.10.3, worden behandeld als volgt:
   1° de beheerder van een haven stuurt een voorstel van plan met een beveiligde zending naar de OVAM. De OVAM onderzoekt het plan op volledigheid als vermeld in artikel 5.2.10.3, § 3, en onderzoekt of de procedures in het plan voldoen aan de bepalingen, vermeld in de artikelen 5.2.10.6, 5.2.10.7, 5.2.10.8 en 5.2.10.9;
   2° binnen zestig kalenderdagen na de ontvangst van het volledig bevonden voorstel van plan doet de OVAM uitspraak over het plan;
   3° de OVAM zendt die beslissing of een eensluidend verklaard afschrift ervan aan de beheerder van de haven binnen tien kalenderdagen na de datum van de beslissing.
   § 2. De conform paragraaf 1 goedgekeurde plannen voor ontvangst en verwerking van afval van schepen zijn geldig voor maximaal vijf jaar. Elke beslissing die voor een kortere termijn geldt, moet gemotiveerd zijn.
   Als er gedurende de periode van vijf jaar geen aanzienlijke veranderingen hebben plaatsgevonden in de werking van de haven, kan de hernieuwde goedkeuring bestaan in een validering door OVAM van de bestaande plannen.
   § 3. Als er mogelijk aanzienlijke veranderingen zijn in de werking van de haven meldt de beheerder van de haven dat onmiddellijk aan de OVAM. Onder aanzienlijke veranderingen wordt onder meer verstaan: structurele veranderingen in het verkeer naar de haven, de ontwikkeling van nieuwe infrastructuur, wijzigingen in de vraag naar en terbeschikkingstelling van havenontvangstvoorzieningen en nieuwe technieken om afval aan boord te behandelen. Op basis van de door de beheerder van de haven gemelde wijzigingen kan de OVAM binnen vijftien kalenderdagen beslissen dat het indienen van een nieuw plan noodzakelijk is. Een nieuw plan wordt ingediend volgens de procedure, vermeld in paragraaf 1.
   De OVAM kan bij wijzigingen in de wetgeving of een herziening van het beleid ambtshalve wijzigingen in het plan doorvoeren.
   § 4. Kleine niet-commerciële havens die worden gekenmerkt door schaars of weinig verkeer van uitsluitend pleziervaartuigen, kunnen door de OVAM worden uitgesloten van de verplichtingen, vermeld in de artikelen 5.2.10.3 en 5.2.10.4 als hun havenontvangstvoorzieningen zijn geïntegreerd in het afvalverwerkingssysteem dat door of namens de gemeente in kwestie wordt beheerd en de informatie over het afvalbeheersysteem beschikbaar wordt gesteld aan de gebruikers van die havens.]1

  
Art. 5.2.10.5. [1 Le gestionnaire du port veille à ce que les informations suivantes, tirées du plan de réception et de traitement des déchets, soient communiquées à chaque utilisateur du port :
   1° l'emplacement des installations de réception portuaires correspondant à chaque poste de mouillage et, le cas échéant, leurs heures d'ouverture ;
   2° la liste des déchets des navires habituellement gérés par le port ;
   3° la liste des points de contact, des exploitants de l'installation de réception portuaire et des services proposés ;
   4° la description des procédures de dépôt ;
   5° la description du système de recouvrement des coûts, y compris les systèmes et fonds de gestion des déchets, le cas échéant.
   Les informations visées à l'alinéa 1er sont clairement communiquées aux utilisateurs du port, sont rendues publiques et sont facilement accessibles en néerlandais, en français et en anglais.
   Les informations visées à l'alinéa 1er sont rendues accessibles et mises à jour par l'OVAM dans le système d'information, de suivi et de contrôle de l'application que la Commission européenne met à disposition à cet effet.]1

  
Art. 5.2.10.5. [1 De beheerder van de haven zorgt ervoor dat aan elke havengebruiker de volgende informatie uit het afvalontvangst- en afvalverwerkingsplan wordt verstrekt:
   1° de locatie van de havenontvangstvoorzieningen voor iedere aanlegplaats, en, indien relevant, hun openingstijden;
   2° een lijst van afval van schepen dat gewoonlijk door de haven wordt beheerd;
   3° een lijst van de contactpunten, de exploitanten van de havenontvangstvoorzieningen en de aangeboden diensten;
   4° een beschrijving van de afgifteprocedures;
   5° een beschrijving van het kostendekkingssysteem, waaronder, in voorkomend geval, de afvalbeheerregelingen en -fondsen.
   De informatie, vermeld in het eerste lid, wordt duidelijk meegedeeld aan de havengebruikers, en openbaar en gemakkelijk toegankelijk gemaakt in het Nederlands, het Frans en het Engels.
   De informatie, vermeld in het eerste lid, wordt door de OVAM beschikbaar gesteld en actueel gehouden in het informatie-, monitoring- en handhavingssysteem dat de Europese Commissie daarvoor ter beschikking stelt.]1

  
Art. 5.2.10.6. [1 § 1er. L'exploitant, l'agent ou le capitaine d'un navire relevant du champ d'application du décret du 16 juin 2006 relatif à l'assistance à la navigation sur les voies d'accès maritimes et à l'organisation du " Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum " (Centre de coordination et de sauvetage maritimes) qui fait route vers un port flamand remplit fidèlement et minutieusement le formulaire de notification et fournit les informations à l'instance désignée à cet effet par l'OVAM :
   1° au moins vingt-quatre heures avant l'arrivée, si le port d'escale est connu ;
   2° dès que le port d'escale est connu, si ces informations sont disponibles moins de vingt-quatre heures avant l'arrivée ;
   3° au plus tard au moment où le navire quitte le port précédent, si la durée du voyage est inférieure à vingt-quatre heures.
   L'agent ou le représentant qui reçoit la notification complétée du capitaine du navire la transmet telle quelle au gestionnaire du port. Un modèle de formulaire de notification est repris en annexe 5.2.10.A.
   § 2. Les informations visées paragraphe 1er sont conservées à bord au moins jusqu'après le port d'escale suivant et sont mises à la disposition des autorités chargées du contrôle de l'application qui en font la demande.
   § 3. Le gestionnaire du port communique les informations figurant sur la notification préalable des déchets par voie électronique dans le système d'information, de suivi et de contrôle de l'application que la Commission européenne met à disposition à cet effet par le biais du système central de gestion belge et SafeSeaBelgium.]1

  
Art. 5.2.10.6. [1 § 1. De exploitant, agent of kapitein van een schip dat onder het toepassingsgebied van het decreet van 16 juni 2006 betreffende de begeleiding van de scheepvaart op de maritieme toegangswegen en de organisatie van het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum valt en op weg is naar een Vlaamse haven, vult het aanmeldingsformulier waarheidsgetrouw en nauwkeurig in en verstrekt de informatie aan de instantie die daarvoor door de OVAM is aangewezen:
   1° ten minste 24 uur voor aankomst, als de aanloophaven bekend is;
   2° zodra de aanloophaven bekend is, als die informatie minder dan 24 uur voor aankomst beschikbaar is;
   3° uiterlijk bij vertrek uit de vorige haven, als de duur van de reis minder dan 24 uur bedraagt.
   De agent of de vertegenwoordiger die de ingevulde aanmelding ontvangt van de kapitein van het schip, bezorgt die onveranderd aan de beheerder van de haven. Een model van aanmeldingsformulier is opgenomen in bijlage 5.2.10.A.
   § 2. De informatie, vermeld in paragraaf 1, wordt ten minste tot na de volgende aanloophaven aan boord bewaard, en wordt desgevraagd ter beschikking gesteld van de bevoegde handhavingsinstanties.
   § 3. De informatie van de afvalvooraanmelding wordt door de beheerder van de haven via het Belgisch centraal beheerssysteem en SafeSeaBelgium elektronisch gemeld in het informatie-, monitoring- en handhavingssysteem dat de Europese Commissie daarvoor ter beschikking stelt.]1

  
Art. 5.2.10.7. [1 § 1er. Avant de quitter un port, le capitaine d'un navire faisant escale dans ce port dépose tous les déchets conservés à bord dans une installation de réception portuaire conformément aux normes relatives aux rejets pertinentes qui sont fixées dans la convention MARPOL.
   § 2. Lors du dépôt, l'exploitant de l'installation de réception portuaire ou le gestionnaire du port où les déchets ont été déposés remplit fidèlement et minutieusement le reçu de dépôt des déchets repris en annexe 5.2.10.B et il délivre et fournit sans retard indu le reçu de dépôt des déchets au capitaine du navire. Cela ne s'applique pas aux petits ports équipés d'installations sans personnel ou situés dans des régions éloignées, pour autant que l'OVAM ait déclaré le nom et le lieu de ces ports dans le système d'information, de suivi et de contrôle de l'application que la Commission européenne met à disposition à cet effet.
   L'exploitant, l'agent ou le capitaine d'un navire relevant du champ d'application du décret du 16 juin 2006 relatif à l'assistance à la navigation sur les voies d'accès maritimes et à l'organisation du " Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum " (Centre de coordination et de sauvetage maritimes) notifie, avant le départ ou dès réception du reçu de dépôt des déchets, les informations figurant sur celui-ci au gestionnaire du port. Le gestionnaire du port communique ces informations par voie électronique dans le système d'information, de suivi et de contrôle de l'application que la Commission européenne met à disposition à cet effet par le biais du système central de gestion belge et SafeSeaBEL.
   Les informations figurant sur le reçu de dépôt des déchets sont disponibles à bord pendant au moins deux ans, le cas échéant avec le registre des hydrocarbures, le registre de la cargaison, le registre des ordures ou le plan de gestion des ordures appropriés, et sont mises à la disposition des autorités chargées du contrôle de l'application.
   § 3. Sans préjudice de l'application du paragraphe 1er, un navire peut continuer sa route jusqu'au port d'escale suivant sans déposer de déchets, si :
   1° la notification visée à l'article 5.2.10.6, § 1er, et le reçu de dépôt des déchets, visé à l'article 5.2.10.7, § 2, montrent qu'il existe une capacité de stockage suffisante dédiée à bord du navire pour tous les déchets qui ont été et seront accumulés pendant le trajet prévu jusqu'au port d'escale suivant ;
   2° les informations disponibles à bord des navires ne relevant pas du champ d'application du décret du 16 juin 2006 relatif à l'assistance à la navigation sur les voies d'accès maritimes et à l'organisation du " Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum " (Centre de coordination et de sauvetage maritimes) montrent qu'il existe une capacité de stockage suffisante dédiée à bord du navire pour tous les déchets qui ont été et seront accumulés pendant le trajet prévu jusqu'au port d'escale suivant ;
   3° le navire est uniquement au mouillage pendant moins de 24 heures ou en cas de mauvaises conditions météorologiques, à moins qu'une telle zone de mouillage n'ait été exclue.
   Les critères permettant de déterminer la capacité de stockage suffisante dédiée telle que visée à l'alinéa 1er, points 1° et 2°, sont définis par le biais des actes d'exécution adoptés à cet effet par la Commission européenne conformément au règlement (UE) n° 182/2011 du Parlement européen et du Conseil du 16 février 2011 établissant les règles et principes généraux relatifs aux modalités de contrôle par les Etats membres de l'exercice des compétences d'exécution par la Commission.
   § 4. Le navire a l'obligation de déposer tous ses déchets avant de repartir :
   1° s'il ne peut être établi, sur la base des informations consignées par voie électronique dans le système d'information, de suivi et de contrôle de l'application que la Commission européenne met à disposition à cet effet ou dans le GISIS, que des installations de réception portuaires adéquates sont disponibles dans le port d'escale suivant ;
   2° si le port d'escale suivant n'est pas connu.
   § 5. Les dispositions visées au paragraphe 3 demeurent applicables sans préjudice d'exigences de dépôt plus strictes valables pour les navires, adoptées conformément au droit international.]1

  
Art. 5.2.10.7. [1 § 1. De kapitein van een schip dat een haven aandoet, geeft voor zijn vertrek uit de haven al zijn aan boord meegevoerde afval af aan een havenontvangstvoorziening overeenkomstig de toepasselijke lozingsnormen van het MARPOL-verdrag.
   § 2. Bij de afgifte vult de exploitant van de havenontvangstvoorziening of de beheerder van de haven waar het afval is afgegeven, het afvalontvangstbewijs dat is opgenomen in bijlage 5.2.10.B, waarheidsgetrouw en nauwkeurig in en zorgt hij er zonder onnodige vertraging voor dat aan de kapitein van het schip een afvalontvangstbewijs wordt verstrekt. Dat geldt niet voor kleine havens met onbemande voorzieningen of veraf gelegen havens, op voorwaarde dat de naam en locatie van die havens door de OVAM is gemeld in het informatie-, monitoring- en handhavingssysteem dat de Europese Commissie daarvoor ter beschikking stelt.
   De exploitant, agent of kapitein van een schip dat onder het toepassingsgebied van het decreet van 16 juni 2006 betreffende de begeleiding van de scheepvaart op de maritieme toegangswegen en de organisatie van het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum valt, meldt de informatie van het afvalontvangstbewijs vóór vertrek of zodra het afvalontvangstbewijs is ontvangen, aan de beheerder van de haven. Deze informatie wordt door de beheerder van de haven via het Belgisch centraal beheersysteem en SafeSeaBEL elektronisch gemeld in het informatie-, monitoring- en handhavingssysteem dat de Europese Commissie daarvoor ter beschikking stelt.
   De informatie uit het afvalontvangstbewijs is gedurende ten minste twee jaar, in voorkomend geval samen met het passende oliejournaal, ladingjournaal, afvalstoffenjournaal of afvalbeheersplan, beschikbaar aan boord en wordt op verzoek ter beschikking gesteld van de bevoegde handhavingsinstanties.
   § 3. Met behoud van de toepassing van paragraaf 1 kan een schip doorvaren naar een volgende aanloophaven zonder afgifte van zijn afval als:
   1° uit de aanmelding, vermeld in artikel 5.2.10.6, § 1, en het afvalontvangstbewijs, vermeld in artikel 5.2.10.7, § 2, blijkt dat er voldoende specifiek daarvoor bestemde opslagcapaciteit aan boord is voor al het afval dat zich al aan boord bevindt en het afval dat zal ontstaan tijdens de geplande reis van het schip naar de volgende aanloophaven;
   2° uit de informatie aan boord van schepen die buiten het toepassingsgebied van het decreet van 16 juni 2006 betreffende de begeleiding van de scheepvaart op de maritieme toegangswegen en de organisatie van het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum vallen, blijkt dat er aan boord van het schip voldoende specifiek daarvoor bestemde opslagcapaciteit is voor al het afval dat zich al aan boord bevindt en het afval dat zal ontstaan tijdens de geplande reis van het schip naar de volgende aanloophaven;
   3° het schip minder dan 24 uur of in slechte weersomstandigheden voor anker gaat, tenzij de ankerplaats buiten het toepassingsgebied van de havens valt.
   De criteria voor het bepalen van de voldoende specifieke opslagcapaciteit als vermeld in het eerste lid, punt 1° en 2°, worden vastgelegd via de daartoe door de Europese Commissie vastgestelde uitvoeringshandelingen overeenkomstig Verordening (EU) 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren.
   § 4. Het schip is verplicht om al zijn afval vóór vertrek af te geven als:
   1° op basis van de beschikbare informatie, waaronder informatie die elektronisch beschikbaar is in het informatie-, monitoring- en handhavingssysteem dat de Europese Commissie daarvoor ter beschikking stelt of in GISIS is gemeld, niet kan worden vastgesteld of er in de volgende aanloophaven toereikende havenontvangstvoorzieningen beschikbaar zijn;
   2° de volgende aanloophaven niet bekend is.
   § 5. De bepalingen, vermeld in paragraaf 3 blijven gelden met behoud van de toepassing van strengere afgiftevoorschriften voor schepen die overeenkomstig het internationale recht zijn vastgesteld.]1

  
Art. 5.2.10.8. [1 § 1er. Les coûts d'exploitation des installations portuaires pour la réception et le traitement des déchets des navires autres que les résidus de cargaison sont couverts par une redevance perçue sur les navires. Ces coûts comprennent les éléments énumérés à l'annexe 5.2.10.C.
   § 2. Les systèmes de recouvrement des coûts ne constituent en aucune manière une incitation à déverser les déchets en mer. A cet effet, les principes suivants sont appliqués lors de l'élaboration et de l'application des systèmes de recouvrement des coûts :
   1° les navires s'acquittent d'une redevance indirecte, indépendamment du dépôt ou non de déchets dans une installation de réception portuaire ;
   2° la redevance indirecte couvre :
   a) les coûts administratifs indirects ;
   b) une partie significative des coûts d'exploitation directs visés à l'annexe 5.2.10.C, qui représente au moins 30 % du total des coûts directs correspondant au dépôt effectif des déchets au cours de l'année précédente, avec la possibilité de prendre également en compte les coûts liés au volume de trafic prévu pour l'année à venir ;
   3° afin d'offrir une incitation la plus large possible au dépôt des déchets relevant de l'annexe V de MARPOL, autres que les résidus de cargaison, aucune redevance directe n'est perçue pour ces déchets, de manière à garantir un droit de dépôt sans frais supplémentaires fondés sur le volume de déchets déposés, sauf lorsque le volume des déchets excède la capacité de stockage dédiée maximale indiquée dans le formulaire de notification figurant à l'annexe 5.2.10.A. Les déchets pêchés passivement sont couverts par ce régime, y compris le droit de dépôt ;
   4° afin d'éviter que les coûts de collecte et de traitement des déchets pêchés passivement ne soient supportés exclusivement par les utilisateurs des ports, ces coûts sont couverts, le cas échéant, grâce aux recettes provenant d'autres mécanismes de financement ;
   5° afin d'encourager le dépôt de résidus de lavage de citernes contenant des substances flottantes persistantes à haute viscosité, des incitations financières appropriées pour leur dépôt peuvent être prévues ;
   6° la redevance indirecte ne porte pas sur les résidus des systèmes d'épuration des gaz d'échappement, pour lesquels les coûts sont couverts sur la base des types et des quantités de déchets déposés.
   § 3. La part des coûts qui n'est pas couverte par la redevance indirecte éventuelle est couverte sur la base des types et des quantités de déchets effectivement déposés par le navire.
   § 4. Les redevances peuvent être différenciées selon les critères suivants :
   1° la catégorie, le type et la taille du navire ;
   2° la fourniture de services aux navires en dehors des heures habituelles de fonctionnement du port ;
   3° le caractère dangereux des déchets
   § 5. Les redevances sont réduites selon les critères suivants :
   1° le type d'activité du navire, en particulier lorsqu'il s'agit de transport maritime à courte distance ;
   2° la conception, l'équipement et l'exploitation du navire démontrent que le navire génère une quantité réduite de déchets et qu'il gère ceux-ci de manière durable et respectueuse de l'environnement.
   Les critères permettant de déterminer qu'un navire satisfait aux critères visés à l'alinéa 1er, point 2°, sont définis par le biais des actes d'exécution adoptés à cet effet par la Commission européenne conformément au règlement (UE) n° 182/2011 du Parlement européen et du Conseil du 16 février 2011 établissant les règles et principes généraux relatifs aux modalités de contrôle par les Etats membres de l'exercice des compétences d'exécution par la Commission.
   § 6. Afin de garantir que les redevances sont équitables, transparentes, facilement identifiables et non discriminatoires et qu'elles reflètent les coûts des installations et des services proposés et, le cas échéant, utilisés, le montant des redevances et la base de calcul de celles-ci sont mis à la disposition des utilisateurs du port dans le plan de réception et de traitement des déchets en néerlandais et en anglais.]1

  
Art. 5.2.10.8. [1 § 1. De kosten van de exploitatie van havenontvangstvoorzieningen voor de ontvangst en verwerking van afval van schepen, met uitzondering van ladingresiduen, worden gedekt door inning van een bijdrage van schepen. Die kosten omvatten de elementen die opgenomen zijn in bijlage 5.2.10.C.
   § 2. De kostendekkingssystemen mogen schepen er niet toe aanzetten hun afval in zee te lozen. Daartoe worden de volgende beginselen toegepast bij het ontwerp en de toepassing van de kostendekkingssystemen:
   1° schepen betalen een indirecte bijdrage, ongeacht of er afval wordt afgegeven aan een havenontvangstvoorziening;
   2° de indirecte bijdrage dekt:
   a) de indirecte administratieve kosten;
   b) een aanzienlijk gedeelte van de directe exploitatiekosten, vermeld in bijlage 5.2.10.C, dat minstens 30% van de totale directe kosten voor de werkelijke afvalafgifte tijdens het voorgaande jaar bedraagt, waarbij het mogelijk is rekening te houden met de kosten in verband met het voor het komende jaar verwachte verkeersvolume;
   3° om te voorzien in een zo sterk mogelijke prikkel voor de afgifte van afval in de zin van bijlage V bij het MARPOL-verdrag, wordt voor dergelijk afval, met uitzondering van ladingresiduen, geen directe vergoeding in rekening gebracht, om te zorgen voor een recht van afgifte zonder aanvullende kosten op basis van het afgegeven afvalvolume, behalve als het afgegeven afvalvolume de maximale specifiek daarvoor bestemde opslagcapaciteit als vermeld in het aanmeldingsformulier dat opgenomen is in bijlage 5.2.10.A, te boven gaat. Passief opgevist afval valt ook onder deze regeling, met inbegrip van het recht van afgifte;
   4° om te voorkomen dat de kosten van de inzameling en verwerking van passief opgevist afval uitsluitend door havengebruikers worden gedragen, worden die kosten, in voorkomend geval, gedekt met inkomsten uit alternatieve financieringsregelingen;
   5° om de afgifte te bevorderen van residuen uit tankwaswater dat persistente drijvende stoffen met een hoge viscositeit bevat, kan in passende financiële prikkels voor de afgifte ervan worden voorzien;
   6° de indirecte bijdrage heeft geen betrekking op afval van uitlaatgasreinigingssystemen. De kosten daarvan worden in rekening gebracht op basis van de soorten en hoeveelheden afval die worden afgegeven.
   § 3. Het gedeelte van de kosten dat eventueel niet wordt gedekt door de indirecte bijdrage, wordt in rekening gebracht op basis van de soorten en hoeveelheden afval die feitelijk door het schip afgegeven zijn.
   § 4. De bijdragen kunnen worden gedifferentieerd op grond van de volgende elementen:
   1° de categorie, het type en de grootte van het schip;
   2° het verlenen van diensten buiten de normale werktijd aan schepen in de haven;
   3° het gevaarlijke karakter van de afvalstoffen.
   § 5. De bijdragen worden verlaagd op grond van de volgende elementen:
   1° het soort handel waarvoor het schip wordt gebruikt, in het bijzonder als een schip voor de korte vaart wordt ingezet;
   2° uit het ontwerp, de apparatuur en de exploitatie van het schip blijkt dat het schip beperkte hoeveelheden afval produceert en zijn afval op duurzame en milieuvriendelijke wijze beheert.
   De criteria om te bepalen of een schip voldoet aan de criteria, vermeld in het eerste lid, punt 2°, worden bepaald via de daartoe door de Europese Commissie vastgestelde uitvoeringshandelingen overeenkomstig Verordening (EU) 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren.
   § 6. Om te verzekeren dat de bijdragen billijk, transparant, gemakkelijk herkenbaar en niet-discriminerend zijn en de kosten van de ter beschikking gestelde en, voor zover van toepassing, gebruikte voorzieningen en diensten weerspiegelen, worden de bedragen ervan en de grondslag waarop ze zijn berekend, in het Nederlands en het Engels aan de havengebruikers meegedeeld in het afvalontvangst- en afvalverwerkingsplan.]1

  
Art. 5.2.10.9. [1 § 1er. Un navire peut être exempté des obligations visées à l'article 5.2.10.6, à l'article 5.2.10.7, § 1er, et à l'article 5.2.10.8, s'il est démontré que les conditions ci-après sont remplies :
   1° le navire effectue des services réguliers qui comportent des escales portuaires fréquentes et régulières ;
   2° il existe un arrangement visant à garantir le dépôt des déchets et le paiement des redevances dans un port situé sur l'itinéraire du navire qui :
   a) est attesté par un contrat signé avec le port ou le gestionnaire de déchets et par des reçus de dépôt des déchets ;
   b) a été notifié à tous les ports situés sur l'itinéraire du navire ;
   c) a été approuvé par le port où le dépôt et le paiement ont lieu, qu'il s'agisse d'un port de l'Union européenne ou d'un autre port dans lequel des installations adéquates sont disponibles, ainsi que cela est établi sur la base des informations communiquées par voie électronique dans le système d'information, de suivi et de contrôle de l'application mis à disposition à cet effet par la Commission européenne et dans le GISIS ;
   3° l'exemption n'entraîne pas de conséquences négatives pour la sécurité maritime, la santé, les conditions de vie ou de travail à bord ou pour l'environnement marin.
   § 2. Une demande d'exemption est introduite auprès de l'OVAM par voie électronique. On utilise à cette fin le guichet web destiné à la navigation que l'OVAM met à disposition sur son site web.
   L'exemption peut être accordée pour la durée de l'horaire de service indiqué ou une période de cinq ans.
   L'OVAM vérifie si la demande est complète.
   Le gestionnaire du port pour lequel l'exemption est demandée est invité à fournir à l'OVAM, dans les vingt jours calendrier de la réception du dossier, un avis sur la fréquence d'escale.
   " L'OVAM prend une décision dans les trente jours calendrier de la réception de l'avis de la division du gestionnaire du port et fait suivre cette décision au demandeur, au gestionnaire du port en question, au service de la Direction générale fédérale du Transport maritime chargé du contrôle de la navigation et à l'Agence des Services maritimes et de la Côte (Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust). "
   Si l'exemption est accordée, l'OVAM délivre un certificat d'exemption dans le format figurant à l'annexe 5.2.10.D, qui confirme que le navire satisfait aux conditions et exigences requises pour l'application de l'exemption et précise la durée de validité de celle-ci. L'OVAM communique par voie électronique et met à jour les informations figurant sur ce certificat d'exemption et son éventuelle abrogation dans le système d'information, de suivi et de contrôle de l'application que la Commission européenne met à disposition à cet effet par le biais du système central de gestion belge et SafeSeaBEL
   § 3. Une exemption accordée peut être applicable avec effet rétroactif à partir du jour de la réception de la demande jugée complète.
   § 4. L'OVAM peut abroger une exemption si, à la suite de modifications de l'itinéraire du navire ou des arrangements en matière de dépôt des déchets des navires, les conditions visées au paragraphe 1er ne sont plus remplies.
   § 5. Sans préjudice de l'application du paragraphe 4, l'exemption reste valable dans les situations suivantes :
   1° si le navire fait escale, à titre exceptionnel, dans un autre port que celui déterminé dans l'itinéraire établi pour des raisons de force majeure, de sécurité, d'entretien technique nécessaire ou de relâche forcée. L'OVAM en est informée par écrit ;
   2° si un navire est temporairement remplacé pendant une période d'un mois maximum par un autre bâtiment en raison d'un accident, d'une défaillance technique ou d'un entretien prévu. L'exemption accordée est transférée pendant cette période au navire remplaçant pour cet itinéraire. En pareil cas, l'OVAM en est informée par écrit. Si le navire original n'est pas remis en service dans le délai d'un mois, l'exemption devient caduque, tant pour le navire original que pour le navire de remplacement, sauf après approbation écrite de l'OVAM.
   § 6. Nonobstant l'exemption accordée, un navire ne poursuit pas sa route jusqu'au port d'escale suivant s'il ne dispose pas d'une capacité de stockage suffisante dédiée pour tous les déchets qui ont été et qui seront accumulés pendant le trajet prévu du navire jusqu'au port d'escale suivant.]1

  
Art. 5.2.10.9. [1 § 1. Een schip kan vrijgesteld worden van de verplichtingen, vermeld in de artikelen 5.2.10.6, 5.2.10.7, § 1, en 5.2.10.8, als is aangetoond dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
   1° het schip neemt deel aan geregeld verkeer en doet frequent en regelmatig havens aan;
   2° er is een regeling getroffen om ervoor te zorgen dat het afval wordt afgegeven en de bijdragen worden betaald in een haven die op de route van het schip ligt, die;
   a) wordt aangetoond door een ondertekende overeenkomst met een haven of een afvalbedrijf, en door afvalontvangstbewijzen;
   b) is gemeld aan alle havens op de route van het schip,
   c) is aanvaard door de haven waar de afgifte en de betaling plaatsvinden, dat een haven in de Europese Unie of een andere haven kan zijn, waar, als vastgesteld op basis van de informatie die elektronisch in het daartoe door de Europese Commissie ter beschikking gestelde informatie-, monitoring- en handhavingssysteem en in GISIS is gemeld, toereikende voorzieningen beschikbaar zijn;
   3° de vrijstelling heeft geen negatieve gevolgen voor de maritieme veiligheid, de gezondheid, het leven of de werkomstandigheden aan boord of het mariene milieu.
   § 2. Een aanvraag voor een vrijstelling wordt elektronisch ingediend bij de OVAM. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van het webloket scheepvaart, dat ter beschikking wordt gesteld via de website van de OVAM.
   De vrijstelling kan verleend worden voor de termijn van de opgegeven dienstregeling of voor een maximale periode van vijf jaar.
   De OVAM onderzoekt de aanvraag op volledigheid.
   De beheerder van de haven waar de vrijstelling voor wordt aangevraagd, wordt uitgenodigd om binnen twintig kalenderdagen na de ontvangst van het dossier een advies over de aanloopfrequentie aan de OVAM te verstrekken.
   De OVAM neemt een beslissing binnen dertig kalenderdagen na ontvangst van het advies van de beheerder van de haven en stuurt de beslissing door naar de aanvrager, de beheerder van de haven in kwestie, de met scheepvaartcontrole belaste dienst van het federale Directoraat-generaal Maritiem Vervoer en het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust.
   Als de vrijstelling wordt toegekend, geeft de OVAM een vrijstellingscertificaat af op basis van het formaat dat is opgenomen in bijlage 5.2.10.D, waarmee wordt bevestigd dat het schip voldoet aan de noodzakelijke voorwaarden en voorschriften voor de toepassing van de vrijstelling en waarin de duur van de vrijstelling is vermeld. De informatie uit dit vrijstellingscertificaat en de eventuele opheffing van de vrijstelling worden door de OVAM, via het Belgisch centraal beheersysteem en SafeSeaBEL, elektronisch gemeld en actueel gehouden in het informatie-, monitoring- en handhavingssysteem dat de Europese Commissie daarvoor ter beschikking stelt.
   § 3. Een verleende vrijstelling kan met terugwerkende kracht gelden vanaf de dag van de ontvangst van de volledig bevonden aanvraag.
   § 4. Een vrijstelling kan door de OVAM worden opgeheven als er door wijzigingen in de route van het schip of in de regelingen voor de afgifte van het scheepsafval niet meer voldaan wordt aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1.
   § 5. Met behoud van de toepassing van paragraaf 4 blijft de vrijstelling geldig in de volgende situaties:
   1° als het schip uitzonderlijk een andere haven aanloopt dan de haven die bepaald is in de vastgelegde route om redenen van overmacht, veiligheid, noodzakelijk technisch onderhoud of omdat het noodzakelijk is een noodhaven aan te lopen. De OVAM wordt daarvan schriftelijk op de hoogte gebracht;
   2° als een schip tijdelijk gedurende een periode van maximaal één maand vervangen wordt door een ander vaartuig wegens een ongeval, een technisch defect of een gepland onderhoud. De verleende vrijstelling wordt gedurende die periode overgedragen aan het vervangende schip voor die route. In dergelijk geval wordt de OVAM daarvan op de hoogte gebracht. Als het oorspronkelijke schip niet binnen de periode van een maand opnieuw in dienst wordt genomen, vervalt de vrijstelling, zowel voor het oorspronkelijke als voor het vervangende schip, tenzij na goedkeuring van de OVAM.
   § 6. Niettegenstaande de verleende vrijstelling vaart een schip niet door naar de volgende aanloophaven als er onvoldoende specifiek daarvoor bestemde opslagcapaciteit is voor al het afval dat zich al aan boord bevindt en tijdens de geplande reis van het schip naar de volgende aanloophaven zal ontstaan.]1

  
Art. 5.2.10.9 /1. [1 L'exploitant de l'installation de réception portuaire veille à ce que tous les membres du personnel bénéficient de la formation nécessaire pour acquérir les connaissances indispensables à leur travail pour ce qui concerne les déchets, une attention particulière étant accordée aux aspects liés à la santé et à la sécurité en cas de manipulation de matériaux dangereux. L'exploitant de l'installation de réception portuaire veille également à ce que les exigences en matière de formation soient actualisées régulièrement de manière à relever les défis de l'innovation technologique.]1
  
Art. 5.2.10.9/1. [1 De exploitant van de havenontvangstvoorziening zorgt ervoor dat alle personeelsleden de nodige opleiding krijgen om de kennis te vergaren die onontbeerlijk is voor het verrichten van hun werkzaamheden op het gebied van afvalbeheer, met bijzondere aandacht voor de gezondheids- en veiligheidsaspecten van het werken met gevaarlijke stoffen. De exploitant van de havenontvangstvoorziening zorgt er ook voor dat de opleidingseisen regelmatig worden geactualiseerd om aan de uitdagingen van technologische innovatie tegemoet te komen.]1
Sous-section 5.2.11. - Déchets de la navigation intérieure
Onderafdeling 5.2.11. - Afval van de binnenvaart
Art. 5.2.11.1. Cette sous-section prévoit l'exécution partielle de la Convention relative à la collecte, au dépôt et à la réception des déchets survenant en navigation rhénane et intérieure, adoptée à Strasbourg le 9 septembre 1996.
Art. 5.2.11.1. Deze onderafdeling voorziet in de gedeeltelijke uitvoering van het verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart, ondertekend in Straatsburg op 9 september 1996.
Art. 5.2.11.2. Cette sous-section s'applique aux navires qui se trouvent sur des voies navigables intérieures ouvertes au trafic maritime.
  Par dérogation au premier alinéa, cette sous-section n'est pas d'application aux navires de mer et aux bateaux de plaisance.
Art. 5.2.11.2. Deze onderafdeling is van toepassing op schepen die zich bevinden op binnenwateren die openstaan voor het scheepvaartverkeer.
  In afwijking van het eerste lid is deze onderafdeling niet van toepassing op zeeschepen en op pleziervaartuigen.
Art. 5.2.11.3. Les gestionnaires portuaires qui reçoivent des bateaux intérieurs, et les gestionnaires des voies navigables doivent mettre en place un réseau suffisamment dense d'installations de réception pour la collecte de déchets d'exploitation des navires et de résidus de cargaison. Les gestionnaires peuvent le mettre en place eux-mêmes ou peuvent le faire mettre en place.
Art. 5.2.11.3. De havenbeheerders die binnenschepen ontvangen, en de waterwegbeheerders moeten voorzien in een voldoende dicht netwerk van ontvangstinrichtingen voor de inzameling van scheepsafval en afval van lading. De beheerders kunnen daarin zelf voorzien of daarin laten voorzien.
Art. 5.2.11.4. § 1. Les gestionnaires portuaires qui reçoivent des bateaux intérieurs et les gestionnaires des voies navigables établissent un plan approprié de réception et de traitement des déchets d'exploitation des navires, de cargaisons restantes, de résidus de manutention, de résidus de cargaisons et d'eaux de lavage. Le plan est approuvé par le ayant les travaux publics dans ses attributions.
  § 2. Le plan est élaboré en concertation avec les parties concernées, notamment avec les utilisateurs des ports ou leurs représentants.
  § 3. Le plan doit porter sur toutes sortes de déchets d'exploitation des navires, de cargaisons restantes, de résidus de manutention, de résidus de cargaison et d'eaux de lavage, provenant de navires utilisant les voies navigables.
  Les éléments suivants font partie du plan :
  1° une description du champ d'application :
  a) la délimitation géographique et l'énumération des voies navigables;
  les navires pour lesquels les installations de réception sont prévues;
  2° une description de la législation applicable comportant au moins les éléments suivants :
  a) Une référence à la convention relative à la collecte, au dépôt et à la réception des déchets survenant en navigation rhénane et intérieure, et sa ratification dans la Région flamande;
  b) une énumération des notions et définitions qui sont pertinentes pour l'utilisation et l'exploitation du réseau des installations de réception;
  3° une description et énumération des installations de réception qui sont présentes dans le champ d'application géographique :
  a) par port/par gestionnaire de voies navigables;
  b) par flux de déchets;
  4° une description de la mesure dans laquelle le réseau d'installations de réception constitue un réseau suffisamment dense pour la collecte de déchets d'exploitation des navires de résidus de cargaison. A cet effet, il est au moins tenu compte de la répartition géographique, du nombre de structures par déchet et des besoins des navires qui les utilisent. Lors du contrôle du réseau suffisamment dense, il est tenu compte :
  a) des structures de réception pour des ordures ménagères :
  1) des installations de manutention ou dans les ports;
  2) des postes d'accostage des bateaux à passagers;
  3) des aires de stationnement et écluses;
  b) des stations de réception pour les boues et pour les autres petits déchets dangereux d'exploitation de navires dans les ports;
  c) des structures de réception pour des eaux usées ménagères aux aires de stationnement de bateaux à passagers autorisés au transport de plus de 50 passagers;
  5° une description des procédures pour la réception et la collecte de déchets d'exploitation et de résidus de cargaison, ainsi qu'une description détaillée du système tarifaire, subdivisé dans les flux suivants :
  a) des déchets huileux et graisseux survenant de l'exploitation;
  b) des déchets liés à la cargaison;
  c) d'autres déchets résultant de l'exploitation;
  6° une description de la procédure à suivre pour signaler les insuffisances supposées des installations de réception;
  7° une description des procédures à suivre pour la concertation structurelle avec tous les acteurs impliqués dans l'utilisation et l'exploitation des installations de réception.
Art. 5.2.11.4. § 1. De havenbeheerders die binnenschepen ontvangen en de waterwegbeheerders stellen een passend plan op voor de ontvangst en verwerking van scheepsafval, restlading, overslagresten, ladingsrestanten en waswater. Het plan wordt door de minister, na overleg met de Vlaamse minister, bevoegd voor de openbare werken, goedgekeurd.
  § 2. Het plan wordt uitgewerkt in overleg met de betrokken partijen, in het bijzonder met de havengebruikers of hun vertegenwoordigers.
  § 3. Het plan moet betrekking hebben op alle soorten scheepsafval, restlading, overslagresten, ladingrestanten en waswater, afkomstig van schepen die gebruikmaken van de vaarwegen.
  De volgende elementen maken deel uit van het plan :
  1° een beschrijving van het toepassingsgebied :
  a) de geografische afbakening en oplijsting van de vaarwegen;
  b) de schepen waarvoor de ontvangstinrichtingen bestemd zijn;
  2° een beschrijving van de toepasselijke wetgeving waarin minstens de volgende elementen worden verwerkt :
  a) een verwijzing naar het verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart en de ratificatie ervan in het Vlaamse Gewest;
  b) een oplijsting van de begrippen en definities die relevant zijn voor het gebruik en de uitbating van het netwerk van ontvangstinrichtingen;
  3° een beschrijving en oplijsting van de ontvangstvoorzieningen die binnen het geografische toepassingsgebied aanwezig zijn :
  a) per haven of waterwegbeheerder;
  b) per afvalstroom;
  4° een beschrijving van de mate waarin het netwerk van ontvangstvoorzieningen een voldoende dicht netwerk vormt voor de inzameling van scheepsafval en afval van lading. Daarbij wordt minstens aandacht geschonken aan de geografische spreiding, het aantal voorzieningen per afvalstof en de behoeften van schepen die ervan gebruikmaken. Bij de toetsing van het voldoende dichte netwerk wordt aandacht geschonken aan :
  a) ontvangstinrichtingen voor huisvuil :
  1) bij overslaginstallaties of in havens;
  2) aan aanlegplaatsen voor passagiersschepen;
  3) bij ligplaatsen en sluizen;
  b) ontvangstinrichtingen voor slops en klein gevaarlijk scheepsafval in havens;
  c) ontvangstinrichtingen voor huishoudelijk afvalwater bij ligplaatsen van passagiersschepen waaraan de toestemming is verleend om meer dan vijftig personen te vervoeren;
  5° een beschrijving van de procedures voor ontvangst en inzameling van scheepsafval en afval van lading, alsook een gedetailleerde beschrijving van het tariefsysteem, opgesplitst in de volgende deelstromen :
  a) olie- en vethoudend scheepsbedrijfsafval;
  b) afval van de lading;
  c) overig scheepsbedrijfsafval;
  6° een beschrijving van de procedure voor het melden van vermeende tekortkomingen van ontvangstinrichtingen;
  7° een beschrijving van de procedures voor structureel overleg met alle actoren die betrokken zijn bij het gebruik en de uitbating van de ontvangstinrichtingen.
Art. 5.2.11.5. Le plan, visé à l'article 5.2.11.4, pour la réception et le traitement des déchets d'exploitation et des résidus de cargaison de la navigation intérieure est traité de la manière suivante :
  1° les gestionnaires portuaires qui reçoivent des bateaux intérieurs, et les gestionnaires des voies navigables envoient une proposition de plan pour la réception et le traitement de déchets d'exploitation et des résidus de cargaison par [1 envoi sécurisé]1 à l'OVAM. L'OVAM évalue le plan quant à sa complétude telle que fixée à l'article 5.2.11.4, § 3, et examine si les procédures prévues dans le plan répondent aux dispositions de l'article 5.2.11.4;
  2° dans un délai de soixante jours calendrier après la réception de la proposition du plan pour la collecte et le traitement de déchets d'exploitation de la navigation intérieure, l'OVAM rend son avis sur cette proposition au;
  3° le se prononce sur le plan, après concertation avec le ayant les travaux publics dans ses attributions, dans un délai de quatre mois maximum qà compter de la date de la réception de la proposition du plan par l'OVAM;
  4° L'OVAM envoie aux gestionnaires cette décision ou une copie certifiée conforme de celle-ci dans un délai de dix jours calendrier à compter de la date de cette décision.
  Le plan visé à l'alinéa 1er pour la collecte et le traitement de déchets d'exploitation des navires est valable pour un délai d'au maximum cinq ans. Toute décision valant pour un période plus courte doit être motivée.
  En cas de modifications significatives au fonctionnement du réseau des structures de réception, les gestionnaires portuaires qui reçoivent des bateaux intérieurs et les gestionnaires de voies navigables doivent immédiatement les communiquer par [1 envoi sécurisé]1 à l'OVAM. Sur la base des modifications communiquées par le gestionnaire, l'OVAM peut décider dans les quinze jours calendrier suivant la notification que l'introduction d'un nouveau plan est nécessaire. Un nouveau plan doit être introduit suivant la procédure, visée au premier alinéa. En outre, en cas de modifications de la législation ou d'une révision de la politique, le peut apporter d'office des modifications au plan après avis de l'OVAM.
  
Art. 5.2.11.5. Het plan, vermeld in artikel 5.2.11.4, voor de ontvangst en verwerking van scheepsafval en afval van lading van de binnenvaart wordt behandeld als volgt :
  1° de havenbeheerders die binnenschepen ontvangen, en de waterwegbeheerders sturen een voorstel van plan voor de ontvangst en verwerking van scheepsafval en afval van lading per [1 beveiligde zending]1 naar de OVAM. De OVAM onderzoekt het plan op volledigheid als vermeld in artikel 5.2.11.4, § 3, en onderzoekt of de procedures in het plan voldoen aan de bepalingen, vermeld in artikel 5.2.11.4;
  2° binnen een termijn van zestig kalenderdagen na de ontvangst van het voorstel van plan voor de ontvangst en verwerking van scheepsafval van de binnenvaart verleent OVAM daarover advies aan de minister;
  3° de minister doet na overleg met de Vlaamse minister, bevoegd voor de openbare werken, uitspraak over het plan binnen een termijn van maximaal vier maanden na de datum van de ontvangst van het voorstel van plan bij de OVAM;
  4° de OVAM zendt binnen een termijn van tien kalenderdagen na de datum van die beslissing, die beslissing of een eensluidend verklaard afschrift ervan aan de beheerders.
  Het plan voor de ontvangst en verwerking van scheepsafval, vermeld in lid 1, is geldig voor een termijn van maximaal vijf jaar. Elke beslissing die voor een kortere termijn geldt, moet ter zake gemotiveerd zijn.
  Bij significante veranderingen in de werking van het netwerk van ontvangstinrichtingen moeten de havenbeheerders die binnenschepen ontvangen, en de waterwegbeheerders dat onmiddellijk meedelen aan de OVAM met een [1 beveiligde zending]1. Op basis van de door de beheerder meegedeelde wijzigingen kan de OVAM binnen vijftien kalenderdagen na de mededeling ervan beslissen dat het noodzakelijk is om een nieuw plan in te dienen. Een nieuw plan moet ingediend worden volgens de procedure, vermeld in het eerste lid. Bovendien kan de minister in geval van wijzigingen in de wetgeving of een herziening van het beleid, na advies van de OVAM, ambtshalve wijzigingen in het plan doorvoeren.
  
Art. 5.2.11.6. Les gestionnaires portuaires qui reçoivent des bateaux intérieurs et les gestionnaires des voies navigables font en sorte que les informations suivantes soient disponibles pour les bateaux intérieurs :
  1° une brève référence à l'importance fondamentale d'un dépôt correct des déchets d'exploitation des navires;
  2° l'emplacement des installations de réception fixes, avec plan/carte;
  3° une liste des flux de déchets acceptés;
  4° une liste des adresses de contact, des exploitants et des services offerts;
  5° une description des procédures de dépôt et du système tarifaire;
  6° une description des procédures à suivre pour signaler les insuffisances supposées des installations de réception portuaires.
Art. 5.2.11.6. De havenbeheerders die binnenschepen ontvangen, en de waterwegbeheerders zorgen ervoor dat voor de binnenschepen de volgende informatie beschikbaar is :
  1° een korte verwijzing naar het fundamentele belang van een behoorlijke afgifte van scheepsafval;
  2° de locatie van de vaste ontvangstvoorzieningen, met een tekening of kaart;
  3° een lijst van de afvalstromen die worden aanvaard;
  4° een lijst van contactadressen, exploitanten en geboden diensten;
  5° een beschrijving van de afgifteprocedures en van het tariefsysteem;
  6° een beschrijving van de procedures voor het melden van vermeende tekortkomingen van havenontvangstvoorzieningen.
Art. 5.2.11.7. Les coûts de la réception et de l'élimination des déchets huileux et graisseux survenant lors de l'exploitation sont en première instance payés par les gestionnaires des ports et des voies navigables. Les gestionnaires peuvent poursuivre ces coûts sur l'Institut pour le Transport par Batellerie ASBL.
  Les gestionnaires des ports et des voies navigables sont obligés de déclarer les données suivantes par trimestre à l'Institut pour le Transport par Batellerie ASBL :
  1° la quantité totale de déchets huileux et graisseux reçus et éliminés;
  2° les frais globaux de réception et d'élimination pour les quantités, visées au point 1°.
Art. 5.2.11.7. De kosten voor de inname en verwijdering van het olie- en vethoudend scheepsbedrijfsafval worden in eerste instantie betaald door de beheerders van de havens en de waterwegen. De beheerders kunnen die kosten verhalen op het Instituut voor het Transport langs de Binnenwateren vzw.
Sous-section 5.2.12. [1 Graisses et huiles animales et végétales usagées d'origine ménagère]1
Onderafdeling 5.2.12. [1 Gebruikte dierlijke en plantaardige vetten en oliën van huishoudelijke oorsprong]1
Art. 5.2.12.1. [1 Parallèlement à la collecte communale dans le cadre de l'obligation de protection, toute personne physique ou morale peut monter une collecte de graisses et d'huiles animales et végétales usagées d'origine ménagère sous les conditions suivantes :
Art. 5.2.12.1. [1 Naast de gemeentelijke inzameling in het kader van de zorgplicht kan elke natuurlijke persoon of rechtspersoon een inzameling van gebruikte dierlijke en plantaardige vetten en oliën van huishoudelijke oorsprong opzetten onder de volgende voorwaarden :
Art. 5.2.12.2. [1 § 1er. La personne physique ou morale, visée à l'article 5.2.12.1, tient un registre comprenant les données suivantes :
Art. 5.2.12.2. [1 § 1. De natuurlijke persoon of rechtspersoon, vermeld in artikel 5.2.12.1, houdt een register bij dat de volgende gegevens bevat :
Art. 5.2.12.3. [1 § 1er. La personne physique ou morale, visée à l'article 5.2.12.1, met à la disposition de l'OVAM et ce, pour le 1 avril de chaque année, les informations suivantes concernant l'année civile écoulée :
Art. 5.2.12.3. [1 § 1. De natuurlijke persoon of rechtspersoon, vermeld in artikel 5.2.12.1, stelt voor 1 april van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM :
Sous-section 5.2.13. [1 - Huiles usagées]1
Onderafdeling 5.2.13. [1 - Afvalolie]1
Art. 5.2.13.1. [1 Les huiles usagées dotées de caractéristiques différentes ne sont pas mélangées entre elles ni les huiles usagées avec d'autres déchets ou substances, si un tel mélange empêche leur régénération ou une autre opération de recyclage fournissant des résultats d'ensemble sur le plan environnemental équivalents à ceux de la régénération ou meilleurs que ceux-ci.]1
Art. 5.2.13.1. [1 Afvaloliën met uiteenlopende eigenschappen mogen niet worden gemengd met elkaar en met andere soorten afval of stoffen, als dat mengen een belemmering vormt voor de regeneratie ervan of voor andere recyclinghandelingen die gelijkwaardige of betere algehele milieuresultaten opleveren dan regeneratie.]1
Sous-section 5.2.14. [1 - Matelas en fin de vie]1
Onderafdeling 5.2.14. [1 - Afgedankte matrassen]1
Art. 5.2.14.1. [1 Les matelas en fin de vie sont collectés, stockés et transportés à l'état sec.]1
Art. 5.2.14.1. [1 Afgedankte matrassen worden droog ingezameld, opgeslagen en getransporteerd.]1
  
Art. 5.2.14.2. [1 Le producteur de déchets, le collecteur, le négociant ou le courtier en déchets-, ou le notifiant visé dans le règlement (CE) n° 1013/2006 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2006 concernant les transferts de déchets, qui collecte ou traite des matelas en fin de vie ou les propose à un tiers en vue de traitement atteint les objectifs en matière de réemploi, de recyclage et de valorisation visés à l'article 3.4.8.2. A la demande de l'OVAM, il fournit des informations à ce sujet.]1
  
Art. 5.2.14.2. [1 De afvalstoffenproducent, de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar, of de kennisgever, vermeld in verordening (EG) 1013/2006 van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen, die afgedankte matrassen inzamelt, verwerkt of met het oog op verwerking aanbiedt aan een derde, behaalt de doelstellingen inzake hergebruik, recyclage en nuttige toepassing, vermeld in artikel 3.4.8.2. Op verzoek van de OVAM verstrekt hij daarover informatie.]1
Sous-section 5.2.15. [1 Couches jetables usagées]1
Onderafdeling 5.2.15. [1 Gebruikte wegwerpluiers]1
Art. 5.2.15.1. [1 Les couches jetables usagées, y compris l'urine, les fèces et, éventuellement, les lingettes humides usagées, peuvent être recyclées s'il s'agit de :
Art. 5.2.15.1. [1 De gebruikte wegwerpluiers, inclusief urine, uitwerpselen en eventueel gebruikte vochtige doekjes, mogen gerecycleerd worden als het gaat om:
   1° wegwerpluiers van kinderdagverblijven en groepsopvang;
   2° wegwerpluiers van woonzorgcentra;
   3° wegwerpluiers van huishoudens;
   4° wegwerpluiers die onbruikbaar of onverkoopbaar zijn.
   De volgende stromen mogen niet gerecycleerd worden:
   1° gebruikte wegwerpluiers van ziekenhuizen;
   2° gebruikte inlegkruisjes of gebruikt maandverband;
   3° gebruikte wegwerpluiers van mensen die behandeld worden met cytostatica;
   4° gebruikte wegwerpluiers die gecontamineerd zijn met radioactieve stoffen, gevaarlijk afval of bloed.]1

  
Art. 5.2.15.2. [1 Les matériaux à recycler doivent être collectés de manière sélective. Un contrôle visuel suffisant doit être possible.
   Lors de la collecte, les matériaux à recycler doivent être stockés dans un récipient approprié, étanche aux odeurs et aux fuites, qui permet des manipulations de manière hygiénique.]1

  
Art. 5.2.15.2. [1 De te recycleren materialen moeten selectief ingezameld worden. Er moet voldoende visuele controle mogelijk zijn.
   De te recycleren materialen moeten bij inzameling in een geschikt recipiënt opgeslagen worden, die geur- en lekdicht is en handelingen op een hygiënische wijze toelaat.]1

  
Art. 5.2.15.3. [1 Le processus de recyclage utilisé pour traiter des couches jetables doit satisfaire au moins aux exigences du processus de stérilisation mentionné dans le CMA/4/B.]1
  
Art. 5.2.15.3. [1 Het recyclageproces dat gebruikt wordt om wegwerpluiers te verwerken, moet minstens voldoen aan de eisen van het sterilisatieproces, vermeld in CMA/4/B.]1
  
Art. 5.2.15.4. [1 § 1er. Les flux sortants peuvent être des plastiques, des SAP, de la cellulose, des boues ou d'autres flux sortants.
   § 2. Les flux sortants doivent satisfaire aux valeurs limites pour les médicaments et les hormones mentionnées dans l'annexe 5.2.15.A et aux conditions de présence de pathogènes mentionnées dans l'annexe 5.2.15.B.
   Les flux sortants doivent être régulièrement soumis à une analyse de la concentration présente de médicaments, d'hormones et de pathogènes. Cette analyse intervient au minimum à la mise en service du processus de recyclage, après six mois et après douze mois. A cet égard, la procédure mentionnée dans le CMA/4/B et le CMA/3/M est suivie. Lorsque l'analyse d'une matière première récupérée satisfait trois fois de suite à la valeur limite, une fréquence d'analyse annuelle est instaurée.
   § 3. Le collecteur et le producteur de déchets doivent toujours notifier toute modification affectant la composition du déchet à l'entreprise qui effectue le recyclage.
   § 4. Si un ou plusieurs flux sortants dépassent une valeur limite, l'entreprise qui effectue le recyclage et le collecteur des couches jetables usagées doivent entreprendre les actions suivantes :
   1° rechercher la cause du dépassement et effectuer les ajustements nécessaires aux matières entrantes ou au processus de recyclage afin d'éviter des dépassements futurs. Le collecteur et le producteur de déchets doivent y contribuer en recherchant, à la demande de l'entreprise qui effectue le recyclage, s'il y a chez eux une cause au dépassement et en effectuant les ajustements nécessaires afin d'éviter des dépassements futurs. Le résultat de cette recherche et les ajustements correspondants sont transmis à l'entreprise qui effectue le recyclage ;
   2° informer l'autorité de contrôle, dans les sept jours calendrier, du dépassement et des mesures connexes mises en oeuvre ;
   3° tester séparément les échantillons de tous les lots du même flux de matières à partir du contrôle précédent où la valeur limite n'a pas été dépassée. Les lots qui présentent des dépassements ou pour lesquels aucun échantillon ne peut être testé doivent être traités suivant les traitements de déchets mentionnés dans le paragraphe 6 ;
   4° analyser à nouveau tous les six mois les flux sortants pour lesquels un dépassement de la valeur limite a été constaté. Après trois mesures semestrielles consécutives favorables de ce flux de matières, une fréquence d'analyse annuelle est réinstaurée.
   § 5. La mise sur le marché d'un flux sortant du processus de recyclage comme matière première requiert toujours l'obtention d'une déclaration de matière première conformément à la procédure mentionnée dans la section 2.4.
   § 6. Les conditions énoncées dans les paragraphes 1er, 2, 3 et 4 ne s'appliquent pas à un flux sortant évacué pour :
   1° une installation de gazéification ou de pyrolyse où les composants sont transformés chimiquement ;
   2° la digestion dont le digestat n'est appliqué comme engrais ou amendement du sol ;
   3° l'incinération.]1

  
Art. 5.2.15.4. [1 § 1. De uitgaande stromen kunnen plastic, SAP, cellulose, slurry of andere uitgaande stromen zijn.
Sous-section 5.2.16. [1 Dispositions relatives à la gestion de déchets de construction et de démolition en mélange]1
Onderafdeling 5.2.16. [1 Bepalingen over het beheer van gemengd bouw- en sloopafval]1
Art. 5.2.16.1. [1 a présente section contient les conditions à remplir lors de la collecte, du négoce et du courtage ainsi que du traitement et de la transformation de déchets de construction et de démolition en mélange.
Art. 5.2.16.1. [1Deze afdeling bevat de voorwaarden die vervuld moeten zijn bij het inzamelen, handelen en makelen, alsook het behandelen en verwerken van gemengd bouw- en sloopafval.
Art. 5.2.16.2. [1 § 1er. Le collecteur, le négociant ou courtier en déchets ou l'établissement autorisé qui accepte des déchets de construction et de démolition en mélange directement du producteur de déchets informe ce dernier individuellement et de manière démontrable des fractions qui doivent être triées et présentées de manière sélective [2 conformément à l'article 4.3.2, § 1er, et de ce que]2 celles-ci ne peuvent jamais être présentées dans un récipient destiné aux déchets de construction et de démolition en mélange à moins que les conditions [2 de l'article 4.3.2, § 5, ne soient remplies]2.
Art. 5.2.16.2. [1 § 1. De inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar of de vergunde inrichting die rechtstreeks van de afvalstoffenproducent gemengd bouw- en sloopafval aanvaardt informeert de afvalstoffenproducent individueel en aantoonbaar over de fracties die gesorteerd en selectief moeten worden aangeboden [2 conform artikel 4.3.2, § 1 en dat]2 die nooit in een recipiënt voor gemengd bouw- en sloopafval mogen worden aangeboden, tenzij aan de voorwaarden van artikel 4.3.2, achtste lid is voldaan.
Art. 5.2.16.3. [1 § 1er. Un contrôle visuel de la présentation séparée des déchets conformément à l'article 4.3.2 est effectué par une inspection des déchets visibles à la surface du récipient lorsque cela peut se faire dans des conditions sûres :
Art. 5.2.16.3. [1 § 1. Er gebeurt een visuele controle op het conform artikel 4.3.2 gescheiden aanbieden van afvalstoffen door middel van een inspectie van de afvalstoffen die aan de oppervlakte van de recipiënt zichtbaar zijn wanneer dit in veilige omstandigheden kan gebeuren:
Art. 5.2.16.4. [1 § 1er. Un récipient destiné aux déchets de construction et de démolition en mélange doit toujours être évacué vers un établissement autorisé où le récipient de collecte est vidé et où les sacs opaques et big bags sont également vidés. L'exploitant procède ensuite à un contrôle visuel de l'ensemble du contenu du récipient de collecte afin de s'assurer de la présentation séparée des déchets conformément à l'article 4.3.2.
Art. 5.2.16.4. [1 § 1. Een recipiënt voor gemengd bouw- en sloopafval moet steeds afgevoerd worden naar een vergunde inrichting, waar het inzamelrecipiënt wordt geledigd en ook de ondoorzichtige zakken en bigbags worden geledigd. De exploitant doet vervolgens een visuele controle van de volledige inhoud van het inzamelrecipiënt op het gescheiden aanbieden van afvalstoffen conform artikel 4.3.2.
Art. 5.2.16.5. [1 § 1er. Si les différents contrôles visuels révèlent la présence de déchets qui, conformément à l'article 4.3.2, ne pouvaient pas être présentés dans le récipient destiné aux déchets de construction et de démolition en mélange, une non-conformité est établie. Chaque non-conformité est tenue à jour dans un registre des non-conformités dans lequel sont décrits les éléments suivants :
Art. 5.2.16.5. [1 § 1. Als bij de verschillende visuele controles afvalstoffen worden waargenomen die in overeenstemming met artikel 4.3.2 niet in het recipiënt voor gemengd bouw- en sloopafval mochten worden aangeboden, wordt er een non-conformiteit opgesteld. Elke non-conformiteit wordt bijgehouden in een non-conformiteitenregister waarin volgende elementen worden beschreven:
Art. 5.2.16.6. [1§ 1er. L'établissement de stockage intermédiaire ne fait que du stockage et du transbordement et n'effectue aucun traitement sur les fractions stockées de déchets de construction et de démolition.
Art. 5.2.16.6. [1§ 1. De inrichting voor tussenopslag doet enkel op- en overslag en voert geen behandeling uit op de opgeslagen fracties bouw- en sloopafval.
Art. 5.2.16.7. [1 Tout lot aléatoire de 10 m3 de déchets de construction et de démolition en mélange, quelle qu'en soit la densité, présenté, après tri plus affiné ou non, pour incinération, mise en décharge ou nettoyage peut être composé au maximum de :
Art. 5.2.16.7. [1Elke willekeurige partij van 10 m3 gemengd bouw- en sloopafval ongeacht de dichtheid, die al dan niet na verdere uitsortering wordt aangeboden voor verbranden, storten of reinigen, mag maximaal samengesteld zijn uit:
Art. 5.2.16.8. [1 Le collecteur, le négociant ou courtier en déchets de construction et de démolition en mélange ou le centre de traitement autorisé qui accepte des déchets de construction et de démolition en mélange peut produire à tout moment les pièces justificatives nécessaires démontrant qu'il remplit toutes les conditions visées dans la présente section. Ces pièces justificatives sont conservées au moins cinq ans.
Art. 5.2.16.8. [1 De inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar van gemengd bouw- en sloopafval of de vergunde verwerker die gemengd bouw- en sloopafval aanvaardt, kan te allen tijde de nodige bewijsstukken voorleggen die aantonen dat hij voldoet aan alle voorwaarden, vermeld in deze afdeling. Die bewijsstukken worden minstens vijf jaar lang bijgehouden.
Art. 5.2.16.9. [1 Le ministre élabore les conditions d'un système d'assurance de la qualité pour les établissements qui traitent des déchets de construction et de démolition en mélange et, le cas échéant, également pour les établissements de stockage intermédiaire.
Art. 5.2.16.9. [1De minister werkt de voorwaarden uit voor een intern kwaliteitsborgingsysteem voor inrichtingen die gemengd bouw- en sloopafval verwerken en waar relevant ook voor inrichtingen voor tussenopslag.
Section 5.3. - Dispositions relatives à la gestion de matériaux spécifiques qui ne sont pas des déchets
Afdeling 5.3. - Bepalingen over het beheer van specifieke materialen die geen afvalstof zijn
Sous-section 5.3.1. - Dispositions générales
Onderafdeling 5.3.1. - Algemene bepalingen
Art. 5.3.1.1. Cette section contient les conditions qui doivent être réunies pour l'utilisation de matières premières secondaires.
Art. 5.3.1.1. Deze afdeling bevat de voorwaarden die moeten zijn vervuld bij het gebruik van grondstoffen.
Art. 5.3.1.2. Si les conditions d'utilisation mentionnées dans cette section ne sont pas respectées ou si les matières premières ne sont pas utilisées pour l'application figurant dans la déclaration des matières premières, les matériaux correspondants sont considérés comme des déchets.
  Les matières premières restent des matières premières, même pendant le transport et le stockage intermédiaire en vue de leur utilisation effective.
Art. 5.3.1.2. Als de gebruiksvoorwaarden, vermeld in deze afdeling, niet worden gerespecteerd of als de grondstoffen niet worden gebruikt voor de in de grondstofverklaring opgenomen toepassing, worden de betreffende materialen beschouwd als afvalstoffen.
Sous-section 5.3.2. - Conditions régissant l'utilisation de matières premières comme engrais ou produit d'amendement du sol
Onderafdeling 5.3.2. - Voorwaarden voor het gebruik van grondstoffen als meststof of bodemverbeterend middel
Art. 5.3.2.1.En cas d'utilisation de matières premières destinées à une utilisation comme engrais ou comme produit d'amendement du sol, [1 ...]1, le dosage mentionné en annexe 2.3.1.C ne peut être dépassé. En cas d'utilisation de plus d'une matière première [1 ...]1, la somme des contaminations individuelles ajoutées ne peut dépasser la dose maximale autorisée mentionnée en annexe 2.3.1.C.
Art. 5.3.2.1. Bij het gebruik van grondstoffen, bestemd voor gebruik als meststof of bodemverbeterend middel, [1 ...]1 mag de dosering, vermeld in bijlage 2.3.1.C, niet worden overschreden. Als er meer dan één grondstof [1 ...]1 wordt gebruikt, mag de som van de toegevoegde individuele verontreinigingen de maximaal toelaatbare dosering, vermeld in bijlage 2.3.1.C, niet overschrijden.
  Voor grondstoffen, gebruikt als meststof of bodemverbeterend middel, moet de dosering van de grondstof gebaseerd zijn op de landbouwkundige vereisten en op de landbouwkundige eigenschappen van de meststof of het bodemverbeterend middel zonder de concentraties, vermeld in bijlage 2.3.1.C, te overschrijden. De grondstof wordt opgevolgd door de bevoegde autoriteit of de erkende keuringsinstantie.
  
Art. 5.3.2.2. I dans le cadre d'un plan de culture triennal, le triple de la dose calculée sur la base de la composition et des conditions d'utilisation mentionnées en annexe 2.3.1.C peut être utilisé tous les trois ans.
Art. 5.3.2.2. In het kader van een driejarig teeltplan mag om de drie jaar het drievoud gebruikt worden van de dosis, berekend op basis van de samenstelling en de gebruiksvoorwaarden, vermeld in bijlage 2.3.1.C.
Art. 5.3.2.3. En cas d'utilisation de compost et de matériaux finaux du traitement biologique de déchets organo-biologiques pour le réaménagement de la couche arable pour des espaces verts, des travaux d'infrastructure ou d'autres travaux techniques de culture, un multiple de la dose maximale autorisée dans le sol peut être utilisé et est calculé sur le nombre d'années prises en considération comme durée de vie normale de la couche arable aménagée.
Art. 5.3.2.3. Bij het gebruik van compost en eindmaterialen van de biologische behandeling van organisch-biologische afvalstoffen voor de heraanleg van de [1 bouwvoor]1 voor groenvoorzieningen, infrastructuurwerken of andere cultuurtechnische werken mag een veelvoud van de maximaal toelaatbare bodemdosering gebruikt worden, berekend op het aantal jaar dat geldt als normale levensduur van de heraangelegde bouwvoor.
  
Art. 5.3.2.4. L'utilisation de boues d'épuration traitées est seulement autorisée si les conditions suivantes sont remplies :
  1° les concentrations dans le sol, telles que définies aux [1 points 4 et 5]1 dans l'annexe 2.3.1.D, ne dépassent les valeurs fixées dans l'annexe 2.3.1.D pour aucun des métaux;
  2° le pH de la terre est supérieur à 6;
  3° en cas d'application sur la terre à pâturage ou sur les terres cultivables, l'injection dans la terre est appliquée et les boues d'épuration traitées sont immédiatement enfouies.
  L'utilisation de boues d'épuration traitées est interdite :
  1° sur les terres de pâturage ou sur les champs réservés à la culture de plantes fourragères si celles-ci sont récoltées avant l'expiration d'une période d'attente de six semaines au moins;
  2° sur les plantations légumières et fruitières à l'exception des plantations d'arbres fruitiers pendant la période de croissance;
  3° sur les sols destinés à la culture des légumes ou des fruits qui sont normalement en contact direct avec la terre et qui doivent en principe être consommés crus, pendant une période de 10 mois précédant la récolte et pendant la récolte elle-même;
  4° dans les zones qui, suivant les plans d'aménagement en vigueur, correspondent à l'une des destinations, énumérées dans le type de destination I du VLAREBO, dans les jardins publics et tous les endroits urbanisés qui sont accessibles au public.
  
Art. 5.3.2.4.Het gebruik van behandeld zuiveringsslib is alleen toegelaten als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan :
Sous-section 5.3.3. - Conditions pour l'utilisation de matières premières comme matériaux de construction
Onderafdeling 5.3.3. - Voorwaarden voor het gebruik van grondstoffen als bouwstoffen
Art. 5.3.3.1.[1 Les conditions pour l'utilisation de matières premières comme matériaux de construction sont, pour autant qu'elle soient d'application, mentionnées dans l'annexe 2.2,section 2.]1
Art. 5.3.3.1. [1 De voorwaarden voor gebruik van grondstoffen als bouwstoffen zijn, voor zover dat van toepassing is, vermeld in bijlage 2.2, afdeling 2.]1
  
Art. 5.3.3.2. Par dérogation à l'article 5.3.1.2, deuxième alinéa, les granulés recyclés sont évacués directement et sans stockage intermédiaire vers le site d'utilisation à moins de satisfaire aux conditions stipulées dans le règlement unique.
Art. 5.3.3.2. In afwijking van artikel 5.3.1.2, tweede lid, worden gerecycleerde granulaten rechtstreeks en zonder tussenopslag afgevoerd naar de aanwendingslocatie, tenzij voldaan wordt aan de voorwaarden, vermeld in het eenheidsreglement.
Art. 5.3.3.3. Les gravats obtenus lors des activités sélectives de construction et de démolition par des particuliers sans l'intervention d'une entreprise ou d'un entrepreneur ne peuvent être utilisés comme matière première que dans les applications de moins de 100 tonnes. Dans ce cas, l'article 2.2.3 n'est pas d'application.
Art. 5.3.3.5. [1 Le matériau de construction doit remplir une fonction architectonique à l'utilisation. Lors de son utilisation sur ou dans le sol, le matériau de construction doit se distinguer clairement du sol, visuellement et méthodiquement.
   § 2. L'utilisation d'un matériau de construction non façonné doit se faire suivant la liste des applications de matériaux de sol pour l'utilisation du sol en construction visée à l'article 171 du VLAREBO, sauf stipulation contraire dans la déclaration de matière première ou sur le bordereau de livraison dans le cas de granulats recyclés en vertu du règlement unique.
   § 3. Les matériaux de construction n'entrent pas en considération pour le remblayage de terrains et de fouilles, sauf stipulation contraire dans la déclaration de matière première.
   Les matériaux de construction utilisés dans des constructions temporaires de chantier pour la mise en accessibilité ou l'installation du chantier doivent être enlevés avant la réception des travaux s'ils ont rempli leur fonction, à moins qu'ils ne puissent être utilisés comme matériaux de construction à l'intérieur du chantier. ]1

  
Art. 5.3.3.5.[1 § 1. De bouwstof moet bij het gebruik een bouwtechnische functie vervullen. Bij het gebruik van de bouwstof op of in de bodem moet de bouwstof duidelijk visueel en planmatig te onderscheiden zijn van de bodem.
Sous-section 5.3.4.
Onderafdeling 5.3.4.
Art. 5.3.4.1.
Art. 5.3.4.7.
Sous-section 5.3.5.
Onderafdeling 5.3.5.
Art. 5.3.5.1.
Art. 5.3.5.1.
Sous-section 5.3.6. - Conditions à l'utilisation de granulat de caoutchouc provenant de pneus usagés recyclés comme matériau d'épandage dans les terrains en gazon synthétique
Onderafdeling 5.3.6. - Voorwaarden voor het gebruik van rubbergranulaat van gerecycleerde afvalbanden als instrooimateriaal in kunstgrasvelden
Art. 5.3.6.1. Le granulat de caoutchouc qui provient du recyclage de pneus usagés peut être utilisé comme matériau d'épandage dans les terrains en gazon synthétique aux conditions mentionnées dans la présente sous-section.
Art. 5.3.6.1. Rubbergranulaat dat afkomstig is van de recyclage van afvalbanden mag als instrooimateriaal worden gebruikt in kunstgrasvelden onder de voorwaarden, vermeld in deze onderafdeling.
Art. 5.3.6.2. Les terrains en gazon synthétique doivent être aménagés sur une sous-couche qui est clairement séparée du sol sous-jacent présent par nature. Le terrain en gazon synthétique et la sous-couche sont conçus de manière à éviter au maximum la lixiviation des substances nocives dans le sol. Le peut fixer des normes en matière de lixiviation des substances nocives du terrain en gazon synthétique et de la sous-couche. Le peut également arrêter des délais dans lesquels les terrains en gazon synthétique existants doivent satisfaire aux normes en matière de lixiviation.
Art. 5.3.6.2. De kunstgrasvelden moeten worden aangelegd op een onderlaag die duidelijk herkenbaar gescheiden wordt van de onderliggende bodem die van nature aanwezig is. Het kunstgrasveld en de onderlaag worden zo ontworpen dat de uitloging van schadelijke stoffen in de bodem maximaal wordt voorkomen. De minister kan normen vastleggen voor de uitloging van schadelijke stoffen uit het kunstgrasveld en de onderlaag. De minister kan ook termijnen vastleggen waarbinnen bestaande kunstgrasvelden moeten voldoen aan de uitlogingsnormen.
Art. 5.3.6.3. Les terrains en gazon synthétique, sur lesquels un granulat de caoutchouc de pneus usagés recyclés a été répandu doivent toujours être préservés des déchets végétaux en cours de putréfraction.
  Le granulat de caoutchouc qui est répandu dans les environs du terrain en gazon synthétique doit être régulièrement balayé et éliminé.
Art. 5.3.6.3. De kunstgrasvelden, ingestrooid met rubbergranulaat van gerecycleerde afvalbanden, moeten altijd vrij van rottend plantenafval worden gehouden.
  Het rubbergranulaat dat verspreid raakt in de omgeving rond het kunstgrasveld, moet regelmatig worden opgeveegd en opgeruimd.
Art. 5.3.6.4. En cas de remplacement du tapis de gazon synthétique, il faut contrôler si la sous-couche présente encore une structure compacte. Les fissures ou irrégularités doivent être réparées.
  La sous-couche doit être remplacée lorsque la charge de substances nocives est trop élevée. Le peut définir des normes à cet effet.
  En cas de mise au rebut de terrains en gazon synthétique, tous les composants, dont le granulat de caoutchouc, le tapis en gazon synthétique et la sous-couche, doivent être évacués vers des établissements qui sont agréés pour le traitement de tels déchets.
Art. 5.3.6.4. Bij vervanging van de kunstgrasmat moet worden gecontroleerd of de onderlaag nog een compacte structuur heeft. Scheurvormingen of onregelmatigheden moeten hersteld worden.
Sous-section 5.3.7. [1 - Conditions de l'utilisation de pneus usés comme matériau couverture de silos d'alimentation]1
Onderafdeling 5.3.7. [1 - Voorwaarden voor het gebruik van afvalbanden als afdekmateriaal op voedersilo's]1
Art. 5.3.7.1. [1 Des pneus usées peuvent être utilisés comme matériau couverture de silos d'alimentation aux conditions suivantes :
Art. 5.3.7.1. [1 Afvalbanden mogen worden gebruikt als afdekmateriaal op voedersilo's onder de volgende voorwaarden :
Sous-section 5.3.8. [1 - Conditions pour la gestion de câbles et de canalisations]1
Onderafdeling 5.3.8. [1 - Voorwaarden voor het beheer van kabels en leidingen]1
Art. 5.3.8.1.[1 Cette sous-section s'applique à toute infrastructure qui est destinée au transit, transport, transmission ou distribution de substances solides, liquides ou gazeuses, d'énergie ou d'informations, à appeler ci-après câbles et canalisations, qui se situent en-dessous, sur ou au-dessus du domaine public. [2 Elle ne s'applique toutefois pas si les câbles ou canalisations font partie d'un établissement classé ou d'une activité classée visés à l'article 5.1.1, 8°, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement]2. Elle ne s'applique également pas aux installations de transport relevant de la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produit gazeux et autres au moyen de canalisations.]1
Art. 5.3.8.1. [1 Deze onderafdeling is van toepassing op alle infrastructuur die bestemd is voor de transit, het transport, de transmissie of de distributie van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, energie of informatie, hierna genoemd kabels en leidingen, die zich bevinden onder, op of boven het openbaar domein. [2 Ze geldt evenwel niet als de kabels of leidingen deel uitmaken van een ingedeelde inrichting of activiteit zoals vermeld in artikel 5.1.1, 8°, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid]2. Ze geldt eveneens niet voor vervoersinstallaties die vallen onder de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere, door middel van leidingen.]1
  
Art. 5.3.8.2. [1 Avec maintien de l'application d'autres dispositions légales, le gestionnaire de câbles et canalisations qui met un câble ou canalisation définitivement hors service suivant une priorité décroissante, prend les initiatives suivantes pour la gestion de ce câble ou canalisation :
   1° il réutilise le câble ou canalisation ou une partie de ces derniers pour 'objectif original ou pour un autre objectif, éventuellement à un autre endroit ;
   2° il réutilise les différents matériaux ou substances dont le câble ou la canalisation est composé ;
   3° il enlève le câble ou la canalisation visible dans la tranchée ouverte et le gère suivant les règles qui s'appliquent à la gestion de déchets ;
   4° il laisse le câble ou la canalisation sur place après qu'il a pris toutes les mesures nécessaires afin d'éviter tout dégât et pollution dus au câble ou à la canalisation ou à sa présence ;
   5° il enlève le câble ou la canalisation lorsqu'aucune des initiatives précitées n'est indiquée.
   La définition des mesures à prendre et leur exécution se font en appliquant ls meilleures techniques disponibles. Il est particulièrement tenu compte des caractéristiques de danger des câbles et conduites ou des matériaux ou substances dont ils sont composés, tant en propre gestion que dans les environ immédiats.
   Le gestionnaire des câbles et canalisations informe le gestionnaire u domaine public des initiatives et mesures qui sont prises conformément à l'alinéa premier et des délais pendant lesquels elles sont effectuées. Le délai peut, si les câbles et canalisations sont enlevés conformément à l'alinéa premier, 3° et 5°, ne peut pas dépasser 36 mois après la mise hors service définitive du câble ou de la canalisation, sauf le gestionnaire du domaine public demande de prolonger le délai.]1

  
Art. 5.3.8.2. [1 Met behoud van de toepassing van andere wettelijke bepalingen neemt de kabel- en leidingbeheerder die een kabel of leiding definitief buiten dienst stelt volgens afnemende prioriteit, de volgende initiatieven voor het beheer van die kabel of leiding:
   1° ze hergebruikt de kabel of leiding of delen ervan voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel, eventueel op een andere locatie;
   2° ze hergebruikt de onderscheiden stoffen of materialen waaruit die kabel of leiding bestaat;
   3° ze neemt de kabel of leiding weg die zichtbaar is in de opgebroken sleuf en beheert ze vervolgens volgens de regels die gelden voor het beheer van afvalstoffen;
   4° ze laat de kabel of leiding ter plaatse nadat ze alle nodige maatregelen heeft genomen om schade en verontreiniging ten gevolge van de kabel of leiding of de aanwezigheid ervan te voorkomen;
   5° ze neemt de kabels en leidingen weg wanneer geen van de vorige initiatieven aangewezen is.
   Het bepalen van de te nemen maatregelen en de uitvoering ervan gebeurt met toepassing van de best beschikbare technieken. Daarbij houdt men in het bijzonder rekening met de gevaarseigenschappen van de kabels en leidingen of van de stoffen of materialen waaruit ze bestaan, zowel in eigen beheer als in de onmiddellijke nabijheid.
   De kabel- en leidingbeheerder informeert de beheerder van het openbaar domein over de initiatieven en maatregelen die overeenkomstig het eerste lid worden genomen en over de termijn waarbinnen die worden uitgevoerd. De termijn mag, als de kabels en leidingen overeenkomstig het eerste lid, 3° en 5° weggenomen worden, niet meer dan 36 maanden bedragen na het definitief buiten dienst stellen van de kabel of leiding, tenzij de openbaar domeinbeheerder verzoekt de termijn te verlengen.]1

  
Art. 5.3.8.3. [1 Les câbles et canalisation qui sont laissés sur place n application de l'article 5.3.8.2, alinéa premier, 4°, sont inventoriés conformément au décret KLIP du 14 mars 2008.
   Le gestionnaire des câbles et canalisations reste responsable de la geztion de ces câbles et canalisations.]1

  
Art. 5.3.8.3. [1 Kabels en leidingen die met toepassing van artikel 5.3.8.2, eerste lid, 4°, ter plaatse worden gelaten, worden geïnventariseerd overeenkomstig het KLIP-decreet van 14 maart 2008.
Sous-section 5.3.9. [1 - Conditions pour la combustion de graisses animales fondues dérivées de matières des catégories 1, 2 et 3]1
Onderafdeling 5.3.9. [1 - Voorwaarden voor het verstoken van gesmolten dierlijke vetten afgeleid van categorie 1-, 2- en 3-materiaal]1
Art. 5.3.9.1. [1 Les graisses animales fondues dérivées de matières des catégories 1, 2 et 3 peuvent être brûlées à condition de satisfaire aux critères suivants :
Art. 5.3.9.1. [1 Gesmolten dierlijke vetten afgeleid van categorie 1-, 2- en 3-materiaal mogen verstookt worden als aan al de volgende criteria voldaan wordt:
Sous-section 5.3.10. [1 - Conditions pour l'utilisation de compost fermier comme engrais ou produit d'amendement du sol]1
Onderafdeling 5.3.10. [1 - Voorwaarden voor het gebruik van boerderijcompost als meststof of als bodemverbeterend middel]1
Art. 5.3.10.1.[1 L'article 2.3.1.3./2, § 2, ne s'applique pas au compost fermier obtenu à partir d'un processus de compostage qui a lieu dans l'exploitation et au cours duquel des résidus organiques végétaux de l'exploitation, mélangés ou non à du fumier de l'exploitation, sont compostés, après quoi le compost fermier est utilisé sur les terres agricoles de l'exploitation.]1
Art. 5.3.10.1.[1 Artikel 2.3.1.3./2, § 2 is niet van toepassing op boerderijcompost verkregen uit een composteringsproces dat op het bedrijf plaatsvindt waarbij bedrijfseigen plantaardige organische restproducten, al dan niet vermengd met bedrijfseigen stalmest, gecomposteerd worden, en de boerderijcompost vervolgens op de bedrijfseigen landbouwgronden wordt gebruikt.]1
Sous-section 5.3.11. [1 - Conditions d'utilisation de sacs à usage unique]1
Onderafdeling 5.3.11. [1 - Voorwaarden voor het gebruik van draagtassen voor eenmalig gebruik]1
Art. 5.3.11.1. [1 La mise à disposition gratuite de sacs en plastique légers à usage unique est interdite pour les achats dans le commerce de détail. La contribution à payer par sac doit être visualisée pour le consommateur. Par commerce de détail on entend tout point de vente et toute forme de vente aux consommateurs, que ce soit dans un endroit couvert ou non.
Art. 5.3.11.1. [1 Het gratis ter beschikking stellen van lichte plastic draagtassen voor eenmalig gebruik is verboden bij aankoop in de detailhandel. De bijdrage per draagtas moet zichtbaar worden gemaakt aan de consument. Onder detailhandel moet worden verstaan elk verkooppunt en elke vorm van verkoop aan consumenten, al dan niet overdekt.
   De minister kan op het verbod, vermeld in het eerste lid, uitzonderingen met een vastgelegde duurtijd voorzien om rekening te houden met milieuoverwegingen of met vereisten inzake hygiëne, behandeling of veiligheid van bepaalde producten of vormen van verkoop wanneer er geen gepaste alternatieven beschikbaar zijn. De minister kan de eigenschappen en de voorwaarden nader vaststellen waaraan de draagtassen, waarvoor een uitzondering wordt voorzien, moeten voldoen.]1

  
Art. 5.3.11.2. [1 La mise à disposition gratuite de sacs en plastique légers est autorisée pour les stocks existants achetés avant la date d'entrée en vigueur de l'interdiction jusqu'à six mois après l'entrée en vigueur de l'interdiction.]1
  
Art. 5.3.11.2. [1 Het gratis ter beschikking stellen van lichte plastic draagtassen wordt voor bestaande voorraden die aangekocht werden voor de ingangsdatum van het verbod, toegelaten tot zes maanden na de inwerkingtreding van het verbod.]1
Sous-section 5.3.12. [1 - Conditions applicables à l'utilisation de matériel de restauration]1
Onderafdeling 5.3.12. [1 - Voorwaarden voor het gebruik van cateringmateriaal]1
Art. 5.3.12.1.[1 partir du 15 juin 2023, il est interdit de servir des boissons dans des conteneurs à usage unique lors d'événements, exception faite des bouteilles en plastique PET et des canettes si l'organisateur de l'événement prévoit un système garantissant qu'au moins 95 % de ces conteneurs à usage unique sont collectés séparément en vue d'être recyclés.
Art. 5.3.12.1. [1 Vanaf 15 juni 2023 is het serveren van drank in recipiënten voor eenmalig gebruik bij evenementen verboden, met uitzondering van petflessen en blikjes als de eventorganisator daarvoor in een systeem voorziet dat garandeert dat minstens 95% van die eenmalige recipiënten gescheiden wordt ingezameld voor recyclage.
   Voor evenementen, vermeld in het eerste lid, georganiseerd in 2023 kan de minister uitzonderingen voorzien als de eventorganisator kan aantonen dat ondanks tijdige en behoorlijke inspanningen voor een bepaald evenement er onvoldoende capaciteit aan herbruikbare recipiënten en/of wasfaciliteiten beschikbaar is.
   De uitzondering, vermeld in het eerste lid, vervalt vanaf 1 januari [2 2030]2]1
.
  
Art. 5.3.12.2. [1 A partir du 1er janvier 2020, il est interdit aux autorités flamandes et aux autorités locales de servir des boissons dans des récipients à usage unique dans le cadre de leurs propres activités et d'événements qu'elles organisent. A partir du 1er janvier 2022, cette interdiction s'applique également à l'offre d'aliments préparés dans du matériel de restauration à usage unique.]1
  
Art. 5.3.12.2. [1 Vanaf 1 januari 2020 is het voor Vlaamse overheden en lokale besturen in hun eigen werking en door hen georganiseerde evenementen verboden drank te serveren in recipiënten voor eenmalig gebruik. Vanaf 1 januari 2022 is dit verbod ook van toepassing op het aanbieden van bereide voedingsmiddelen in cateringmateriaal voor eenmalig gebruik.]1
  
Art. 5.3.12.3. [1 Le ministre peut arrêter des exceptions aux [2 articles 5.3.12.1, 5.3.12.2 et 5.3.12.2/1]2si l'interdiction en question n'entraîne pas de bénéfices environnementaux dans le cas de certains types de matériel de restauration utilisés pour certaines applications.]1
  
Art. 5.3.12.3. [1 De minister kan uitzonderingen voorzien op [2 artikel 5.3.12.1, 5.3.12.2 en 5.3.12.2/1]2 als het verbod in kwestie voor bepaalde types cateringmateriaal in bepaalde toepassingen niet zal leiden tot milieuwinst.]1
  
Art. 5.3.12.4. [1 Lors de l'utilisation de conteneurs et de matériel de restauration réutilisables, à l'exception des conteneurs en verre et en porcelaine, il est obligatoire de prévoir un système garantissant qu'au moins 90 % de ces conteneurs et matériel de restauration sont collectés en vue d'être réutilisés. Lors d'événements, cette responsabilité incombe à l'organisateur de l'événement. ]1
  
Art. 5.3.12.4. [1 Bij het gebruik van herbruikbare recipiënten en herbruikbaar cateringmateriaal, met uitzondering van recipiënten uit glas en porselein, is het verplicht om in een systeem te voorzien dat garandeert dat minstens 90% van deze recipiënten en dit cateringmateriaal wordt ingezameld voor hergebruik. Bij evenementen is dit de verantwoordelijkheid van de eventorganisator. ]1
Sous-section 5.3.13. [1 - Conditions d'utilisation de sacs à déchets en plastique]1
Onderafdeling 5.3.13. [1 Voorwaarden voor het gebruik van kunststoffen afvalzakken]1
Art. 5.3.13.1.[1 § 1er. L'utilisation de sacs à déchets en plastique qui ne sont pas fabriqués à partir de plastiques recyclés est interdite à partir du 1er janvier 2021.
Art. 5.3.13.1. [1 § 1. Het gebruik van kunststoffen afvalzakken die niet worden geproduceerd op basis van gerecycleerde kunststoffen, is verboden vanaf 1 januari 2021.
   Het minimaal gehalte aan gerecycleerde kunststoffen in afvalzakken is vastgelegd op.[2 Het verbod is niet van toepassing op de treklinten van de afvalzak die dienen om de afvalzak te sluiten.]2:
   1° 80% vanaf 1 januari 2021, waarvan minstens de helft bestaat uit gerecycleerde postconsumer kunststoffen;
   2° 100% vanaf 1 januari 2025, waarvan minstens de helft bestaat uit gerecycleerde postconsumer kunststoffen.
   Bij het inzetten van gerecycleerde kunststoffen dient het gedeclareerde gehalte gerecycleerde kunststoffen bewezen te worden door een gecertificeerd management systeem (zoals QA-CER of gelijkwaardig) dat uitgereikt wordt door een geaccrediteerde instelling, die oorsprong en gehalte gerecycleerde kunststoffen in de zakken garandeert.
   § 2. Op het verbod vermeld in § 1 gelden volgende uitzonderingen:
   1° biodegradeerbare afvalzakken bestemd voor groen- of gft-afval;
   2° afvalzakken bestemd voor risicohoudend medisch afval, zoals bedoeld in artikel 5.2.3.3, en afvalzakken bestemd voor niet-risicohoudend medisch afval, zoals bedoeld in artikel 5.2.3.5;
   3° afvalzakken bestemd voor asbesthoudende materialen;
   4° afvalzakken bestemd voor bouwpuin.
   De minister kan bijkomende uitzonderingen voorzien om rekening te houden met milieuoverwegingen of met vereisten inzake hygiëne of veiligheid. De minister kan de eigenschappen en de voorwaarden nader vaststellen waaraan de afvalzakken, waarvoor een uitzondering wordt voorzien, moeten voldoen.
   § 3. Het gebruik van kunststoffen afvalzakken zonder gerecycleerde kunststoffen wordt voor bestaande voorraden die aangekocht werden voor de ingangsdatum van het verbod, toegelaten tot maximaal 6 maanden na de ingang van het verbod.]1

  
Art. 5.3.13.2. [1 Sans préjudice de la disposition de l'article 5.3.13.1, il est interdit aux producteurs de déchets d'utiliser, à partir du 1er janvier 2022, des sacs à déchets non transparents lors de la présentation de déchets industriels résiduels dans des conteneurs. Jusqu'au 1er janvier 2023, cette interdiction n'est applicable qu'aux sacs à déchets d'une contenance supérieure à 60 litres ; elle s'appliquera ensuite à tous les sacs à déchets.]1
  [2 L'alinéa 1er ne s'applique pas aux sacs poubelles utilisés sur les navires, ni à ceux utilisés pour les déchets médicaux à risque ou sans risque. ]2
  
Art. 5.3.13.2.[1 Onverminderd de bepaling in art. 5.3.13.1, is het vanaf 1 januari 2022 verboden voor afvalstoffenproducenten om niet-transparante afvalzakken te gebruiken bij het aanbieden van bedrijfsrestafval in containers. Tot 1 januari 2023 geldt dit verbod enkel voor afvalzakken met een inhoud groter dan 60 liter, daarna voor alle afvalzakken.]1
Sous-section 5.3.14. [1 - Conditions d'utilisation d'autocollants sur des fruits et légumes]1
Onderafdeling 5.3.14. [1 - Voorwaarden voor het gebruik van stickers op groenten en fruit]1
Art. 5.3.14.1.[1 Il est interdit d'utiliser des autocollants sur les fruits et légumes à moins que les autocollants ne soient compostables industriellement ou à domicile. ]1
Art. 5.3.14.1.[1 Het is verboden om stickers te gebruiken op groenten en fruit, tenzij de stickers industrieel composteerbaar of thuiscomposteerbaar zijn.]1
Sous-section 5.3.15. [1 Conditions d'utilisation de copeaux de bois comme couvre-sol ]1
Onderafdeling 5.3.15. [1 Voorwaarden voor het gebruik van houtsnippers als bodembedekker]1
Art. 5.3.15.1. [1§ 1er. L'utilisation de copeaux de bois comme couvre-sol en dehors de zones agricoles n'est autorisée que si les copeaux de bois ont été produits à partir de :
Art. 5.3.15.1. [1 § 1. Het gebruiken van houtsnippers als bodembedekker buiten landbouwgebieden is alleen toegelaten als de houtsnippers geproduceerd zijn uit:
Sous-section 5.3.16. [1 Conditions d'utilisation de fûts et bacs à compost en plastique]1
Onderafdeling 5.3.16. [1 Voorwaarden voor het gebruik van kunststoffen compostvaten en compostbakken]1
Art. 5.3.16.1. [1 § 1er. L'utilisation de fûts et bacs à compost en plastique, faisant l'objet d'un marché passé par l'autorité communale, provinciale ou flamande, qui ne sont pas produits à partir de plastiques recyclés est interdite à partir du 1er janvier 2024.
Art. 5.3.16.1. [1 § 1. Het gebruik van kunststoffen compostvaten en compostbakken, aanbesteed door de gemeentelijke, provinciale of Vlaamse overheid, die niet worden geproduceerd op basis van gerecycleerde kunststoffen, is verboden vanaf 1 januari 2024.
Sous-section 5.3.17. [1 Conditions d'utilisation de conteneurs à déchets sur roulettes en plastique]1
Onderafdeling 5.3.17. [1 Voorwaarden voor het gebruik van kunststoffen rolcontainers voor afval]1
Art. 5.3.17.1. [1 § 1er. L'utilisation de conteneurs à déchets sur roulettes en plastique, faisant l'objet d'un marché passé par l'autorité communale, provinciale ou flamande, qui ne sont pas produits à partir de plastiques recyclés est interdite à partir du 1er janvier 2024.
Art. 5.3.17.1. [1 § 1. Het gebruik van kunststoffen rolcontainers voor afval, aanbesteed door de gemeentelijke, provinciale of Vlaamse overheid, die niet worden geproduceerd op basis van gerecycleerde kunststoffen, is verboden vanaf 1 januari 2024.
Sous-section 5.3.18. [1 Conditions d'utilisation de pots de culture, plateaux de culture et plateaux à plantes en plastique.]1
Onderafdeling 5.3.18. [1 Voorwaarden voor het gebruik van kunststoffen kweekpotten, kweektrays en plantentrays.]1
Art. 5.3.18.1. [1 § 1er. L'utilisation de pots de culture, plateaux de culture et plateaux à plantes en plastique, faisant l'objet d'un marché passé par l'autorité communale, provinciale ou flamande, qui sont utilisés pour la culture de fleurs et de plantes et qui ne sont pas produits à partir de plastiques recyclés est interdite à partir du 1er janvier 2024.
Art. 5.3.18.1. [1 § 1. Het gebruik van kunststoffen kweekpotten, kweektrays en plantentrays, aanbesteed door de gemeentelijke, provinciale of Vlaamse overheid, die gebruikt worden voor het opkweken van bloemen en planten, die niet worden geproduceerd op basis van gerecycleerde kunststoffen, is verboden vanaf 1 januari 2024.
Sous-section 5.3.19. [1 Conditions d'utilisation de mobilier comportant des éléments en plastique dans les espaces publics extérieurs]1
Onderafdeling 5.3.19. [1 Voorwaarden voor het gebruik van meubilair met kunststoffen onderdelen in de openbare buitenruimte]1
Art. 5.3.19.1. [1 § 1er. L'utilisation de mobilier comportant des éléments en plastique dans les espaces publics extérieurs, dont les éléments en plastique n'ont pas été produits à partir de plastiques recyclés, est interdite à partir du 1er janvier 2024.
Art. 5.3.19.1. [1 § 1. Het gebruik van meubilair met kunststoffen onderdelen in de openbare buitenruimte, waarbij de kunststofonderdelen niet geproduceerd zijn op basis van gerecycleerde kunststoffen, is verboden vanaf 1 januari 2024.
Sous-section 5.3.20. [1 Conditions d'utilisation d'écrans anti-bruit en plastique]1
Onderafdeling 5.3.20. [1 Voorwaarden voor het gebruik van kunststoffen geluidsschermen]1
Art. 5.3.20.1. [1§ 1er. L'utilisation d'écrans anti-bruit en plastique opaques pour applications extérieures, faisant l'objet d'un marché passé par l'autorité communale, provinciale ou flamande, qui ne sont pas produits à partir de plastiques recyclés est interdite à partir du 1er janvier 2026.
Art. 5.3.20.1. [1 § 1. Het gebruik van niet-transparante kunststoffen geluidsschermen voor buitentoepassingen, aanbesteed door de gemeentelijke, provinciale en Vlaamse overheid, die niet worden geproduceerd op basis van gerecycleerde kunststoffen, is verboden vanaf 1 januari 2026.
Sous-section 5.3.21. [1 Conditions d'utilisation de tuyaux en plastique enterrés sans pression pour l'évacuation des eaux pluviales et des eaux usées]1
Onderafdeling 5.3.21. [1 Voorwaarden voor het gebruik van ondergrondse drukloze kunststoffen buizen voor de afvoer van regen- en afvalwater]1
Art. 5.3.21.1. [1 1er. L'utilisation de tuyaux en plastique enterrés sans pression pour l'évacuation des eaux pluviales et des eaux usées, faisant l'objet d'un marché passé par l'autorité communale, provinciale ou flamande, qui ne sont pas produits à partir de plastiques recyclés est interdite à partir du 1er janvier 2027.
Art. 5.3.21.1. [1§ 1. Het gebruik van ondergrondse drukloze kunststoffen buizen voor de afvoer van regen- en afvalwater, aanbesteed door de gemeentelijke, provinciale en Vlaamse overheid, die niet worden geproduceerd op basis van gerecycleerde kunststoffen, is verboden vanaf 1 januari 2027.
Sous-section 5.3.22. [1 Conditions d'utilisation de plaques de protection en plastique pour câbles, conduites de gaz et autres équipements d'utilité publique]1
Onderafdeling 5.3.22. [1 Voorwaarden voor het gebruik van kunststoffen afdekplaten voor kabels, gasleidingen en andere nutsvoorzieningen]1
Art. 5.3.22.1. [1 § 1er. L'utilisation de plaques de protection en plastique pour câbles, conduites de gaz et autres équipements d'utilité publique dans des applications extérieures, faisant l'objet d'un marché passé par l'autorité communale, provinciale ou flamande, qui ne sont pas produits à partir de plastiques recyclés est interdite à partir du 1er janvier 2026.
Art. 5.3.22.1. [1 § 1. Het gebruik van kunststoffen afdekplaten voor kabels, gasleidingen en andere nutsvoorzieningen in buitentoepassingen, aanbesteed door de gemeentelijke, provinciale en Vlaamse overheid, die niet worden geproduceerd op basis van gerecycleerde kunststoffen, is verboden vanaf 1 januari 2026.
Sous-section 5.3.23. [1 Conditions d'utilisation de systèmes de fenêtre en plastique]1
Onderafdeling 5.3.23. [1 Voorwaarden voor het gebruik van kunststoffen raamsystemen]1
Art. 5.3.23.1. [1 § 1er. L'utilisation de systèmes de fenêtre en plastique, faisant l'objet d'un marché passé par l'autorité communale, provinciale ou flamande, qui n'ont pas été partiellement produits à partir de plastiques recyclés, est interdite à partir du 1er janvier 2026.
Art. 5.3.23.1. [1 § 1. Het gebruik van kunststoffen raamsystemen, aanbesteed door de gemeentelijke, provinciale en Vlaamse overheid, die niet gedeeltelijk geproduceerd zijn op basis van gerecycleerde kunststoffen, is verboden vanaf 1 januari 2026.
Section 5.4.[1 - Dispositions relatives à la gestion de matériaux contenant de l'amiante]1
Afdeling 5.4.[1 - Bepalingen over het beheer van asbesthoudende materialen]1
Art. 5.4.1_.[1 L'OVAM rédige le protocole d'inspection relatif à l'inventaire d'amiante établi par le ministre. Le protocole d'inspection relatif à l'inventaire d'amiante contient la procédure standard que doivent suivre les experts en inventaire d'amiante certifiés pour dresser correctement un inventaire d'amiante valable.
Art. 5.4.1. _.[1 De OVAM stelt het inspectieprotocol asbestinventarisatie op, vastgesteld door de minister. Het inspectieprotocol asbestinventarisatie bevat de standaardprocedure die gecertificeerde asbestdeskundigen inventarisatie moeten volgen om op een correcte manier een geldige asbestinventaris op te maken.
   Het inspectieprotocol asbestinventarisatie regelt minstens:
   1° de richtlijnen voor de afbakening van het [2 het te inventariseren inspectiegebied]2 en de eventuele inspectiebeperkingen;
   2° de inspanningsverplichtingen voor de asbestdeskundige [2 inventarisatie]2;
   3° de richtlijnen voor monstername;
   4° de richtlijnen voor de invoer van inspectiegegevens in de databank asbestinventarisatie;
   5° de risico-evaluatie om een uitspraak te doen over[2 de asbesthoudende materialen en]2 de asbestveiligheid;
   6° de richtlijnen voor het formuleren van adviezen over[2 het veilige beheer en het veilig verwijderen van de asbesthoudende materialen]2;
   7° de modaliteiten van de aflevering, raadpleging en ontsluiting van een asbestinventarisattest [3 , het asbestinventarisattest gemene delen en het asbestinventarisattest gemeenschappelijk gebruikte delen]3 via de databank asbestinventarisatie;
   8° de voorwaarden waaronder de geldigheidsduur van het asbestinventarisattest [3 , het asbestinventarisattest gemene delen en het asbestinventarisattest gemeenschappelijk gebruikte delen]3 verkort kan worden, vermeld in artikel 5.4.16, eerste lid;
   9° [3 de voorschriften en de modaliteiten voor de opmaak van de asbestinventaris, de asbestinventaris gemene delen en de asbestinventaris gemeenschappelijk gebruikte delen]3;
   10° de voorschriften en modaliteiten voor het opmaken van een asbestinventaris per gebouw, per gebouweenheid [3 en per wooneenheid]3 [3 ...]3;
   11° de richtlijnen voor de afbakening en het bepalen van de som van de grondoppervlaktes, vermeld in artikel 5.4.2;
   12° de verdere inhoud van het asbestinventarisattest [3 , het asbestinventarisattest gemene delen en het asbestinventarisattest gemeenschappelijk gebruikte delen]3.]1

  
Art. 5.4.2 _.[1 Le propriétaire d'une construction accessible d'une année à risque ne doit pas disposer d'un certificat d'inventaire d'amiante valide si la surface au sol de cette construction est inférieure à 20 m2. [2 S'il y a plusieurs constructions accessibles d'une année à risque, la somme des surfaces au sol doit être inférieure à 20 m2.]2 Par surface au sol, on entend : la projection verticale au sol de la toiture mesurée à l'extérieur.]1
  [2 Par dérogation à l'alinéa 1er, un propriétaire d'une construction accessible d'une année à risque d'une surface au sol inférieure à 20 m2, qui fait partie d'une construction accessible plus grande d'une surface au sol égale ou supérieure à 20 m2, doit disposer d'un certificat d'inventaire d'amiante.]2
  
Art. 5.4.2. _.[1 De eigenaar van een toegankelijke constructie met risicobouwjaar hoeft niet te beschikken over een geldig asbestinventarisattest als de grondoppervlakte van die constructie kleiner is dan 20 m2. [2 Als meerdere toegankelijke constructies met risicobouwjaar aanwezig zijn, moet de som van de grondoppervlaktes kleiner dan 20 m2 zijn]2. Onder grondoppervlakte wordt verstaan: de loodrechte, horizontale projectie op het maaiveld van het dak gemeten aan de buitenzijden.]1
  [2 In afwijking van het eerste lid moet een eigenaar van een toegankelijke constructie met risicobouwjaar met een grondoppervlakte kleiner dan 20 m2, die deel uitmaakt van een grotere toegankelijke constructie met een grondoppervlakte gelijk aan of groter dan 20 m2, beschikken over een asbestinventarisattest]2
  
Art. 5.4.3 _.[1 Pour être agréé comme organisme de certification amiante et conserver l'agrément, l'organisation remplit les conditions suivantes :
   1° l'organisation a été constituée dans un Etat membre de l'Espace économique européen sans but lucratif ;
   2° les membres effectifs, les administrateurs, leurs représentants permanents et les personnes qui peuvent engager l'organisation n'exercent pas de fonction active ou de mandat actif pour une entreprise dont les activités sont liées à l'amiante, en particulier des activités en matière d'expertise et d'accompagnement, en matière d'inventaire d'amiante, de gestion d'amiante, de désamiantage et d'analyse d'amiante ;
   3° les membres effectifs, les administrateurs, leurs représentants permanents et les personnes qui peuvent engager l'organisation jouissent des droits civils et politiques et n'ont pas encouru, au cours des cinq dernières années précédant la date de demande de l'agrément, de condamnation pénale du chef d'infractions à la législation en matière d'environnement ou à la législation du travail concernant l'amiante dans un Etat membre de l'Union européenne ;
   4° l'organisation n'a pas été condamnée, en vertu d'un jugement ou d'un arrêt passé en force de chose jugée, pour un délit qui, de par sa nature, porte gravement atteinte à l'éthique professionnelle de la personne morale concernée ;
   5° l'organisation dispose d'une commission de recours indépendante interne ;
   6° [2 l'organisation dispose d'un service d'assistance téléphonique et numérique de première ligne pour les titulaires du certificat qui lui sont affiliés. Les titulaires du certificat affiliés sont l'expert en inventaire d'amiante certifié à titre personnel visé à l'article 5.4.10, alinéa 3, et l'expert en inventaire d'amiante certifié pour le processus visé à l'article 5.4.12 ;]2
   7° l'organisation dispose d'un manuel qualité interne [3 et ses documents annexes]3 et travaille conformément à ce manuel, qui décrit toutes les procédures des activités et des tâches soumises à agrément [2 et la façon d'en assurer la mise en oeuvre correcte et de qualité, y compris une procédure de règlement des plaintes assortie d'un registre des plaintes concernant le fonctionnement de l'organisation dans le cadre du système de gestion de la qualité]2;
   8° l'organisation dispose d'un système de gestion numérique de l'information qui permet un échange simple d'informations avec l'OVAM pour les procédures décrites dans le manuel qualité. Cela englobe notamment une gestion actuelle des données des certificats valides, suspendus ou abrogés ;
   9° l'organisation peut faire appel à un nombre suffisant d'auditeurs qualifiés pour contrôler les [2 experts en inventaire d'amiante certifiés à titre personnel et pour le processus tels que visés à l'article 5.4.10, alinéa 3, et à l'article 5.4.12]2 affiliés. [2 Par auditeur qualifié, on entend toute personne qui :
   a) possède elle-même un certificat à titre personnel valable d'expert en inventaire d'amiante ;
   b) possède une expérience d'auditeur ou a suivi une formation à cette fin ;
   c) connaît les lignes directrices d'évaluation pour les audits des titulaires du certificat, telles que décrites dans le règlement de certification pour les organismes de certification amiante ;
   d) possède une expérience professionnelle pertinente en matière d'établissement d'inventaires d'amiante ;
   e) possède une expérience du travail de terrain pour les inventaires d'amiante, en particulier pour le prélèvement d'échantillons de matériaux]2
;
   10° l'organisation peut faire appel à un nombre suffisant de formateurs qualifiés et aux moyens nécessaires pour dispenser la formation obligatoire aux candidats experts en inventaire d'amiante. [2 Par formateur qualifié, on entend toute personne qui :
   a) dispose d'une expérience de l'enseignement ;
   b) possède une expérience professionnelle pertinente en matière d'établissement d'inventaires d'amiante ;
   c) possède une expérience du travail de terrain pour les inventaires d'amiante, en particulier pour le prélèvement d'échantillons de matériaux ;
   d) a réussi l'examen final visé à l'article 5.4.10 qui évalue les compétences finales ;
   e) a suivi la formation destinée aux formateurs auprès de l'OVAM ;
   f) suit le perfectionnement annuel destiné aux formateurs auprès de l'OVAM.]2
;
   11° l'organisation peut utiliser les installations nécessaires pour organiser la partie pratique obligatoire dans le cadre de la formation obligatoire des candidats experts en inventaire d'amiante ;
   12° l'organisation dispose d'une police d'assurance de la responsabilité professionnelle pour les frais découlant de son activité en tant qu'organisme de certification amiante ;
   13° l'organisation observe une stricte confidentialité vis-à-vis des tiers, à l'exception des autorités de tutelle ;
   14° l'organisation exécute les tâches qui lui sont confiées de manière objective, indépendante et impartiale et fournit les informations correctes sur les dispositions légales applicables.
   L'organisme de certification amiante notifie immédiatement à l'OVAM toute modification par laquelle il ne remplit plus les conditions visées l'alinéa 1er.
   Le ministre précise les conditions visées à l'alinéa 1er dans un règlement de certification. Le règlement de certification définit au moins les exigences relatives à la gestion des données et au système de gestion numérique de l'information d'un organisme de certification amiante, les modalités du fonctionnement d'une commission de recours interne d'un organisme de certification amiante, les modalités d'un manuel qualité interne d'un organisme de certification amiante, les conditions relatives à l'organisation d'un service d'assistance téléphonique et numérique de première ligne par un organisme de certification amiante.]1

  
Art. 5.4.3. _.[1 Om als certificatie-instelling asbest erkend te worden en de erkenning te behouden, voldoet de organisatie aan de volgende voorwaarden:
   1° de organisatie is opgericht in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte zonder winstoogmerk;
   2° de effectieve leden, de bestuurders, hun vaste vertegenwoordigers en de personen die de organisatie kunnen verbinden, oefenen geen actieve opdracht of mandaat uit voor een bedrijf met asbestactiviteiten, meer bepaald activiteiten inzake expertise en begeleiding, inzake asbestinventarisatie, -beheer, -verwijdering en -analyse;
   3° de effectieve leden, de bestuurders, hun vaste vertegenwoordigers en de personen die de organisatie kunnen verbinden, beschikken over burgerlijke en politieke rechten en hebben de laatste vijf jaar voor de aanvraagdatum tot erkenning geen strafrechtelijke veroordeling opgelopen voor overtredingen van de milieu- of arbeidswetgeving met betrekking tot asbest in een lidstaat van de Europese Unie;
   4° de organisatie is niet bij een vonnis of arrest dat in kracht van gewijsde is gegaan, veroordeeld voor een misdrijf dat door de aard ervan de beroepsmoraal van de rechtspersoon in kwestie in ernstige mate aantast;
   5° de organisatie beschikt over een interne, onafhankelijke beroepscommissie;
   6° [2 de organisatie beschikt over een eerstelijns telefonische en digitale helpdesk voor de bij haar aangesloten certificaathouders. Aangesloten certificaathouders zijn de persoonsgecertificeerde asbestdeskundige inventarisatie, vermeld in artikel 5.4.10, derde lid, en de procesgecertificeerde asbestdeskundige inventarisatie, vermeld in artikel 5.4.12;]2;
   7° de organisatie beschikt over en werkt volgens een intern kwaliteitshandboek [3 met bijbehorende stukken,]3 dat alle procedures beschrijft van de werking en taken die onder de erkenning vallen[2 en de manier om deze correct en kwaliteitsvol uit te voeren, inclusief klachtenprocedure met klachtenregister omtrent de werking van de organisatie in het kader van het kwaliteitsbeheersysteem]2;
   8° de organisatie beschikt over een digitaal informatiebeheersysteem dat een eenvoudige informatie-uitwisseling mogelijk maakt met de OVAM voor de procedures beschreven in het kwaliteitshandboek. Dat omvat onder meer een actueel gegevensbeheer van de geldige, geschorste of opgeheven certificaten;
   9° de organisatie kan een beroep doen op voldoende, gekwalificeerde auditeurs voor de controle op aangesloten [2 persoons- en procesgecertificeerde asbestdeskundigen inventarisatie als vermeld in artikel 5.4.10, derde lid, en in artikel 5.4.12]2. [2 Onder gekwalificeerde auditeur wordt verstaan iemand die:
   a) zelf een geldig persoonscertificaat als asbestdeskundige inventarisatie heeft;
   b) ervaring heeft als auditeur of daarvoor een opleiding heeft gevolgd ;
   c) kennis heeft van de beoordelingsrichtlijnen voor de audits van de certificaathouders, zoals beschreven in het certificatiereglement voor certificatie-instellingen asbest;
   d) relevante werkervaring heeft met de opmaak van asbestinventarissen;
   e) ervaring heeft met het uitvoeren van veldwerk voor asbestinventarisaties, in het bijzonder voor het nemen van materiaalmonsters.";
   4° aan punt 10° wordt de volgende zin toegevoegd:
   "Onder gekwalificeerde lesgever wordt verstaan iemand die:
   a) beschikt over ervaring met lesgeven;
   b) relevante werkervaring heeft met de opmaak van asbestinventarissen;
   c) ervaring heeft met het uitvoeren van veldwerk voor asbestinventarisaties, in het bijzonder voor het nemen van materiaalmonsters;
   d) geslaagd is voor het eindexamen, vermeld in artikel 5.4.10, dat de eindcompetenties toetst;
   e) de opleiding voor de lesgevers bij de OVAM gevolgd heeft;
   f) de jaarlijkse bijscholing voor lesgevers volgt bij de OVAM.]2

   10° de organisatie kan een beroep doen op voldoende, gekwalificeerde lesgevers en de faciliteiten voor het geven van de verplichte opleiding aan kandidaat asbestdeskundigen inventarisatie;
   11° de organisatie kan een beroep doen op de faciliteiten voor het organiseren van het verplichte praktijkgedeelte binnen de verplichte opleiding aan kandidaat-asbestdeskundigen inventarisatie;
   12° de organisatie beschikt over een verzekeringspolis beroepsaansprakelijkheid voor kosten die voortvloeien uit haar werking als certificatie-instelling asbest;
   13° de organisatie werkt onder strikte geheimhouding naar derden uitgezonderd de toezichthoudende overheden;
   14° de organisatie voert de toegewezen taken objectief, onafhankelijk en onpartijdig uit en verstrekt de juiste informatie over de geldende wettelijke bepalingen.
   De certificatie-instelling asbest meldt elke wijziging waardoor ze niet meer voldoet aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, onmiddellijk aan de OVAM.
   De minister werkt de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, verder uit in een certificatiereglement. Het certificatiereglement bepaalt minstens de vereisten voor het gegevensbeheer en het digitaal informatiebeheerssysteem van een certificatie-instelling asbest, de modaliteiten van de werking van een interne beroepscommissie van een certificatie-instelling asbest, de modaliteiten van een intern kwaliteitshandboek van een certificatie-instelling asbest, de voorwaarden voor de organisatie van een eerstelijns digitale en telefonische helpdesk door een certificatie-instelling asbest.]1

  
Art. 5.4.4 _.[1 § 1er. La demande d'agrément en qualité d'organisme de certification amiante [2 s'effectue au moyen d'un formulaire de demande dont le modèle est arrêté par le ministre et]2 contient :
   1° les statuts de l'organisation ;
   2° une copie du manuel qualité interne qui décrit toutes les procédures des activités et des tâches soumises à agrément ;
   3° une description organisationnelle signée par les administrateurs, reprenant :
   a) les noms et fonctions des personnes qui peuvent engager l'organisation ;
   b) une déclaration sur l'honneur signée par les administrateurs selon laquelle l'organisation remplit toutes les conditions d'agrément visé à l'article 5.4.3 ;
   4° une attestation récente démontrant l'organisation s'est acquittée de ses obligations sociales et fiscales ;
   5° une preuve du paiement de la rétribution visée à l'article 9.2.2.
   § 2. La demande d'agrément en qualité d'organisme de certification amiante est traitée comme suit :
   1° la demande d'agrément est adressée à l'OVAM par envoi sécurisé ;
   2° l'OVAM vérifie si la demande d'agrément visée au point 1° est complète conformément aux dispositions du paragraphe 1er :
   a) si la demande est jugée incomplète, l'OVAM en informe le demandeur par écrit dans les trente jours calendrier suivant l'introduction de la demande, en précisant les documents et éléments manquants ou nécessitant des explications supplémentaires. Un nouveau délai de trente jours calendrier commence à courir à partir de la date de réception des documents et éléments manquants ou des explications supplémentaires pour déclarer la demande complète ;
   b) si la demande est jugée complète, l'OVAM en informe le demandeur par envoi sécurisé dans les trente jours calendrier suivant l'introduction de la demande ou l'introduction des documents, éléments et explications supplémentaires demandés ;
   c) si, au plus tard trente jours calendrier après l'introduction de la demande ou l'introduction des documents, éléments et explications supplémentaires demandés, l'OVAM n'a pas notifié au demandeur, par envoi sécurisé, sa décision statuant sur le caractère complet de la demande, celle-ci est réputée complète ;
   3° dans les soixante jours calendrier à compter de la date de l'envoi sécurisé visé au point 2°, b), ou, le cas échéant, de la date d'expiration du délai visé au point 2°, c), l'OVAM statue sur la qualité de fond de de la demande d'agrément visée au point 1° ;
   4° dans les nonante jours calendrier à compter de la date de l'envoi sécurisé visé au point 2°, b), ou, le cas échéant, de la date d'expiration du délai visé au point 2°, c), l'OVAM signifie sa décision au sujet de l'agrément au demandeur. La décision d'agrément est publiée par extrait au Moniteur belge.
   § 3. L'agrément est valable pour une durée indéterminée et est incessible.
   § 4. Le ministre peut préciser la procédure de demande d'agrément en qualité organisme de certification amiante visée au paragraphe 2 dans un règlement de certification.]1

  
Art. 5.4.4. _.[1 § 1. De aanvraag om erkend te worden als certificatie-instelling asbest [2 gebeurt met een aanvraagformulier, waarvan het model bepaald wordt door de minister en]2 bevat:
   1° de statuten van de organisatie;
   2° een kopie van het intern kwaliteitshandboek dat alle procedures beschrijft van de werking en taken die onder de erkenning vallen;
   3° een door de bestuurders ondertekende organisatiebeschrijving met:
   a) de namen en functies van de personen die de organisatie kunnen verbinden;
   b) een door de bestuurders ondertekende verklaring op eer dat de organisatie voldoet aan alle erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 5.4.3;
   4° een recent attest waaruit blijkt dat de organisatie aan haar sociale en fiscale verplichtingen voldaan heeft;
   5° een bewijs van betaling van de retributie, vermeld in artikel 9.2.2.
   § 2. De erkenningsaanvraag als certificatie-instelling asbest wordt behandeld als volgt:
   1° de aanvraag om erkend te worden, wordt met een beveiligde zending gericht aan de OVAM;
   2° de OVAM onderzoekt de aanvraag om erkend te worden, vermeld in punt 1°, op haar volledigheid overeenkomstig de bepalingen in paragraaf 1:
   a) als de aanvraag onvolledig wordt bevonden, wordt de aanvrager binnen dertig kalenderdagen na de indiening van de aanvraag daarvan door de OVAM schriftelijk in kennis gesteld, met vermelding van de documenten en gegevens die ontbreken of nadere toelichting vereisen. Een nieuwe termijn van dertig kalenderdagen begint te lopen vanaf de datum van ontvangst van de ontbrekende documenten en gegevens of de nadere toelichting om de aanvraag onvolledig te bevinden;
   b) als de aanvraag volledig wordt bevonden, wordt de aanvrager daarvan binnen dertig kalenderdagen na de indiening van de aanvraag of na de indiening van de gevraagde bijkomende documenten, gegevens en nadere toelichting door de OVAM met een beveiligde zending in kennis gesteld;
   c) als de OVAM uiterlijk dertig kalenderdagen na de indiening van de aanvraag of na de indiening van de bijkomende gevraagde documenten, gegevens en nadere toelichting de aanvrager niet met een beveiligde zending in kennis heeft gesteld van een beslissing over de volledigheid, wordt de aanvraag geacht volledig te zijn;
   3° binnen zestig kalenderdagen, te rekenen vanaf de datum van verzending van de beveiligde zending, vermeld in punt 2°, b), of, in voorkomend geval, vanaf de datum van het verstrijken van de termijn, vermeld in punt 2°, c), doet de OVAM uitspraak over de inhoudelijke kwaliteit van de aanvraag om erkend te worden, vermeld in punt 1° ;
   4° de OVAM betekent binnen negentig kalenderdagen, te rekenen vanaf de datum van verzending van de beveiligde zending, vermeld in punt 2°, b), of, in voorkomend geval, vanaf de datum van het verstrijken van de termijn, vermeld in punt 2°, c), de beslissing over de erkenning aan de aanvrager. De erkenningsbeslissing wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
   § 3. De erkenning is geldig voor onbepaalde duur en is niet overdraagbaar.
   § 4. De minister kan de procedure voor de aanvraag van de erkenning als certificatie-instelling asbest, vermeld in paragraaf 2, verder uitwerken in een certificatiereglement.]1

  
Art. 5.4.5 _. [1 § 1er. L'OVAM peut suspendre à tout moment l'agrément visé à l'article 5.4.4 pour une durée maximale de six mois dans les cas suivants :
   1° le titulaire de l'agrément n'exécute pas les tâches dont il est chargé de manière réglementaire, objective, indépendante ou impartiale ;
   2° le titulaire de l'agrément ne remplit plus les conditions d'agrément visées à l'article 5.4.3.
   L'OVAM informe le titulaire de l'agrément par envoi sécurisé de la décision de suspension envisagée en en précisant les motifs. Le titulaire de l'agrément dispose d'un délai de trente jours calendrier suivant la réception de l'envoi sécurisé pour accomplir les formalités nécessaires afin d'éviter la suspension ou pour notifier ses moyens de défense à l'OVAM. Si ce délai expire sans que l'OVAM n'ait reçu de défense ou sans que le titulaire n'ait accompli les formalités nécessaires, la suspension entre en vigueur. Si l'OVAM reçoit une défense ou des pièces justificatives démontrant que les formalités ont été remplies, elle dispose d'un délai de soixante jours calendrier suivant leur réception pour prendre une décision sur la suspension envisagée. Pour les besoins de l'évaluation, l'OVAM peut demander des documents et données complémentaires et des explications supplémentaires.
   L'OVAM notifie la décision de suspension par envoi sécurisé au titulaire de l'agrément, laquelle décision est publiée par extrait au Moniteur belge.
   La suspension prend cours le trentième jour suivant la date de la signification de la décision aux intéressés.
   § 2. Après la prise d'effet de la suspension, le titulaire de l'agrément qui a été suspendu conformément à l'article 5.4.5, § 1er, alinéa 1er, 2°, peut introduire, par envoi sécurisé, une demande de levée de la suspension auprès de l'OVAM. Le titulaire de l'agrément joint à la demande de levée de la suspension les pièces justificatives démontrant qu'il ne se trouve plus dans une situation telle que visée à l'article 5.4.5, § 1er, alinéa 1er, 2°. L'OVAM dispose d'un délai de soixante jours calendrier à compter de la réception de la demande pour prendre une décision au sujet de la levée de la suspension. Pour les besoins de l'évaluation, l'OVAM peut demander des documents et données complémentaires et des explications supplémentaires.
   Dans le cas du titulaire de l'agrément qui, à l'expiration de la période de suspension, ne remplit toujours pas les conditions d'agrément, à raison de quoi il a été suspendu en application de l'article 5.4.5, § 1er, alinéa 1er, 2°, la suspension est prolongée de plein droit de six mois.
   § 3. Durant la période de suspension, le titulaire de l'agrément ne peut exécuter que les tâches décrites à l'article 5.4.8, alinéa 1er, 4° et 5°. Les trajets des tâches décrites à l'article 5.4.8, alinéa 1er, 1°, 2° et 3°, déjà en cours à la prise d'effet de la suspension, peuvent cependant être achevés.
   § 4. Le ministre peut préciser les conditions de suspension, la procédure de suspension et l'activité durant la période de suspension, visées aux paragraphe 1er à 3, dans un règlement de certification.]1

  
Art. 5.4.5. _. [1 § 1. De OVAM kan de erkenning, vermeld in artikel 5.4.4, op elk moment schorsen voor een termijn van maximaal zes maanden in de volgende gevallen:
   1° de houder van de erkenning voert de taken waarmee hij belast is, niet reglementair, objectief, onafhankelijk of onpartijdig uit;
   2° de houder van de erkenning voldoet niet meer aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 5.4.3.
   De OVAM brengt de houder van de erkenning met een beveiligde zending op de hoogte van de voorgenomen beslissing tot schorsing, met vermelding van de motieven. De houder van de erkenning beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen na ontvangst van de beveiligde zending om de nodige formaliteiten te vervullen om de schorsing te voorkomen of zijn verweermiddelen aan de OVAM kenbaar te maken. Als die termijn verstrijkt zonder dat de OVAM een verdediging heeft ontvangen of zonder dat de houder de nodige formaliteiten vervuld heeft, treedt de schorsing in werking. Als de OVAM een verdediging ontvangt of bewijsstukken dat aan de formaliteiten voldaan is, beschikt ze over een termijn van zestig kalenderdagen na ontvangst hiervan om een beslissing te nemen over de voorgenomen schorsing. De OVAM kan voor de beoordeling aanvullende documenten, gegevens en nadere toelichting opvragen.
   De beslissing tot schorsing wordt door de OVAM met een beveiligde zending aan de houder van de erkenning betekend en wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
   De schorsing gaat in op de dertigste dag na de datum van de betekening van de beslissing aan de betrokkenen.
   § 2. De houder van de erkenning die overeenkomstig artikel 5.4.5, § 1, eerste lid, 2°, geschorst is, kan na het ingaan van de schorsing een aanvraag tot opheffing van de schorsing indienen bij de OVAM via een beveiligde zending. Bij de aanvraag tot opheffing van de schorsing voegt de houder van de erkenning de bewijsstukken die aantonen dat hij niet meer verkeert in een geval als vermeld in artikel 5.4.5, § 1, eerste lid, 2°. De OVAM beschikt over een termijn van zestig kalenderdagen nadat ze de aanvraag heeft ontvangen om een beslissing te nemen over de opheffing van de schorsing. De OVAM kan voor de beoordeling aanvullende documenten, gegevens en nadere toelichting opvragen.
   Voor de houder van de erkenning die bij het verstrijken van de schorsingsperiode nog altijd niet voldoet aan de erkenningsvoorwaarden waarvoor hij met toepassing van artikel 5.4.5, § 1, eerste lid, 2°, geschorst is, wordt de schorsing van rechtswege met zes maanden verlengd.
   § 3. Tijdens de schorsingsperiode mag de houder van de erkenning alleen de taken uitvoeren die beschreven zijn in artikel 5.4.8, eerste lid, 4° en 5°. Trajecten van de taken die beschreven zijn in artikel 5.4.8, eerste lid, 1°, 2° en 3°, die bij het ingaan van de schorsing reeds liepen, kunnen wel afgewerkt worden.
   § 4. De minister kan de voorwaarden tot schorsing, de schorsingsprocedure en de werking tijdens de schorsingsperiode, vermeld in paragraaf 1 tot en met 3, verder uitwerken in een certificatiereglement.]1

  
Art. 5.4.6 _. [1 § 1er. L'OVAM peut abroger à tout moment l'agrément visé à l'article 5.4.4 dans les cas suivants :
   1° le titulaire de l'agrément n'exécute pas, de manière répétée ou dans une mesure grave, les tâches dont il est chargé de manière réglementaire, objective, indépendante ou impartiale ;
   2° à l'expiration de la période de suspension visée à l'article 5.4.5, § 1er, le titulaire de l'agrément ne remplit toujours pas les conditions d'agrément, à raison de quoi il a été suspendu en application de l'article 5.4.5, § 1er, alinéa 1er, 2° ;
   3° le titulaire de l'agrément a été condamné, en vertu d'un jugement ou d'un arrêt passé en force de chose jugée, pour un délit qui, de par sa nature, porte gravement atteinte à l'éthique professionnelle de la personne morale concernée ;
   4° une personne que le titulaire de l'agrément peut engager a été condamnée, en vertu d'un jugement ou d'un arrêt passé en force de chose jugée, du chef d'infractions à la législation en matière d'environnement ou à la législation du travail dans un Etat membre de l'Union européenne.
   L'OVAM informe le titulaire de l'agrément par envoi sécurisé de la décision d'abrogation envisagée en en précisant les motifs. Le titulaire de l'agrément dispose d'un délai de trente jours calendrier suivant la réception de l'envoi sécurisé pour accomplir les formalités nécessaires afin d'éviter l'abrogation ou pour notifier ses moyens de défense à l'OVAM. Si ce délai expire sans que l'OVAM n'ait reçu de défense ou sans que le titulaire n'ait accompli les formalités nécessaires, l'abrogation entre en vigueur. Si l'OVAM reçoit une défense ou des pièces justificatives démontrant que les formalités ont été remplies, elle dispose d'un délai de soixante jours calendrier suivant leur réception pour prendre une décision sur l'abrogation envisagée. Pour les besoins de l'évaluation, l'OVAM peut demander des documents et données complémentaires ou des explications supplémentaires.
   L'OVAM notifie la décision d'abrogation par envoi sécurisé au titulaire de l'agrément, laquelle décision est publiée par extrait au Moniteur belge.
   L'abrogation prend cours le trentième jour suivant la date de la signification de la décision aux intéressés.
   § 2. L'abrogation est abrogée de plein droit si, après l'expiration de la période de suspension prolongée visée à l'article 5.4.5, § 2, alinéa 2, le titulaire de l'agrément ne remplit toujours pas les conditions d'agrément, à raison de quoi il a été suspendu en application de l'article 5.4.5, § 1er, alinéa 1er, 2°.
   § 3. Pour prétendre à nouveau à la qualité d'organisme de certification amiante après abrogation de l'agrément, une nouvelle demande est introduite conformément à l'article 5.4.4.
   § 4. Le ministre peut préciser les conditions d'abrogation de l'agrément et la procédure d'abrogation, visées aux paragraphes 1er à 3, dans un règlement de certification.]1

  
Art. 5.4.6. _. [1 § 1. De OVAM kan de erkenning, vermeld in artikel 5.4.4, op elk moment opheffen in de volgende gevallen:
   1° de houder van de erkenning voert de taken waarmee hij is belast herhaaldelijk of in ernstige mate niet reglementair, niet onafhankelijk, niet onpartijdig of niet objectief uit;
   2° de houder van de erkenning voldoet bij het verstrijken van de schorsingsperiode, vermeld in artikel 5.4.5, § 1, nog altijd niet aan de erkenningsvoorwaarden waarvoor hij met toepassing van artikel 5.4.5, § 1, eerste lid, 2°, geschorst is;
   3° de houder van de erkenning is bij een vonnis of arrest dat in kracht van gewijsde is gegaan, veroordeeld voor een misdrijf dat door de aard ervan de beroepsmoraal van de rechtspersoon in kwestie in ernstige mate aantast;
   4° een persoon die de houder van de erkenning kan verbinden is bij vonnis of arrest dat in kracht van gewijsde is gaan, veroordeeld voor overtredingen van de milieu- of arbeidswetgeving in een lidstaat van de Europese Unie.
   De OVAM brengt de houder van de erkenning met een beveiligde zending op de hoogte van de voorgenomen beslissing tot opheffing, met vermelding van de motieven. De houder van de erkenning beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen nadat hij de beveiligde zending heeft ontvangen om de nodige formaliteiten te vervullen om de opheffing te voorkomen of zijn verweermiddelen aan de OVAM kenbaar te maken. Als die termijn verstrijkt zonder dat de OVAM een verdediging heeft ontvangen of zonder dat de houder de nodige formaliteiten vervuld heeft, treedt de opheffing in werking. Als de OVAM een verdediging ontvangt of bewijsstukken dat aan de formaliteiten voldaan is, beschikt ze over een termijn van zestig kalenderdagen na ontvangst hiervan om een beslissing te nemen over de voorgenomen opheffing. De OVAM kan voor de beoordeling aanvullende documenten, gegevens of nadere toelichting opvragen.
   De beslissing tot opheffing wordt door de OVAM met een beveiligde zending aan de houder van de erkenning betekend en wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
   De opheffing gaat in op de dertigste dag na de datum van de betekening van de beslissing aan de betrokkenen.
   § 2. De erkenning wordt van rechtswege opgeheven als de houder van de erkenning na het verstrijken van de verlengde schorsingsperiode, vermeld in artikel 5.4.5, § 2, tweede lid, nog altijd niet voldoet aan de erkenningsvoorwaarden waarvoor hij met toepassing van artikel 5.4.5, § 1, eerste lid, 2,° geschorst is.
   § 3. Om opnieuw in aanmerking te komen als certificatie-instelling asbest na opheffing van de erkenning, wordt een nieuwe aanvraag ingediend conform artikel 5.4.4.
   § 4. De minister kan de voorwaarden tot opheffing van de erkenning en de opheffingsprocedure, vermeld in paragraaf 1 tot en met 3, verder uitwerken in een certificatiereglement.]1

  
Art. 5.4.7 _.[1 L'OVAM ou une instance indépendante désignée par l'OVAM contrôle au moins une fois par an si l'organisme de certification amiante remplit toujours les conditions d'agrément visées à l'article 5.4.3 et la qualité d'exécution des tâches visées à l'article 5.4.8. dont il est chargé.
   [2 L'OVAM ou une instance indépendante désignée par l'OVAM peut toujours demander les pièces et informations nécessaires pour évaluer l'activité des organismes de certification amiante.]2
   Avant le [2 1er mars]2 de chaque année, l'organisme de certification amiante transmet à l'OVAM un rapport annuel relatif à la période du 1er janvier au 31 décembre de l'année d'activité précédente. Le ministre peut préciser le contenu du rapport annuel dans un règlement de certification.]1

  [2 Le ministre peut préciser les modalités du contrôle visé aux alinéas 1er et 2 dans un règlement de certification pour les organismes de certification amiante.]2
  
Art. 5.4.7. _.[1 De OVAM of een door de OVAM aangestelde onafhankelijke instantie controleert minimaal één keer per jaar of de certificatie-instelling asbest nog voldoet aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 5.4.3, en de kwalitatieve uitvoering van de taken waarmee ze is belast, vermeld in artikel 5.4.8.
  [2 De OVAM of een door de OVAM aangestelde onafhankelijke instantie kan altijd stukken en informatie opvragen die noodzakelijk zijn om de werking van de certificatie-instellingen asbest te beoordelen.]2
   De certificatie-instelling asbest bezorgt de OVAM voor [2 1 maart]2 van elk jaar een jaarverslag van de periode van 1 januari tot en met 31 december van het voorgaande werkingsjaar. De minister kan de inhoud van het jaarverslag verder uitwerken in een certificatiereglement.]1

  [2 De minister kan de modaliteiten van de controle, vermeld in het eerste en tweede lid verder uitwerken in een certificatiereglement voor certificatie-instellingen asbest.]2
  
Art. 5.4.8 _.[1 L'organisme de certification amiante a pour tâche :
   1° d'organiser une formation concernant le protocole d'inspection relatif à l'inventaire d'amiante, la base de données des inventaires d'amiante, complétée d'une partie pratique [2 , avec délivrance d'un certificat de formation]2;
   2° de délivrer, de suspendre et d'abroger un certificat à titre personnel d'expert en inventaire d'amiante tel que visé à l'article 5.4.10 ;
   3° de délivrer, de suspendre et d'abroger un certificat pour le processus d'expert en inventaire d'amiante visé à l'article 5.4.12 ;
   4° [2 de fournir un service d'assistance téléphonique et numérique de première ligne pour les experts en inventaire d'amiante certifiés à titre personnel et pour le processus qui lui sont affiliés, visés à l'article 5.4.10, alinéa 3, et à l'article 5.4.12, ainsi que de gérer et de suivre les plaintes relatives à leur activité ;]2
   5° [2 de garantir la qualité de l'utilisation des certificats des experts en inventaire d'amiante certifiés à titre personnel qui lui sont affiliés, visés à l'article 5.4.10, alinéa 3, et des experts en inventaire d'amiante certifiés pour le processus visés à l'article 5.4.12, notamment par le biais d'audits et de contrôles, d'une procédure de règlement des plaintes assortie d'un registre des plaintes, de sanctions, par la fourniture d'informations aux titulaires du certificat et l'organisation d'un perfectionnement obligatoire annuel, avec délivrance d'un certificat de formation. Le régime de sanctions pour les experts en inventaire d'amiante certifiés à titre personnel et pour le processus qui lui sont affiliés, visés à l'article 5.4.10, et les experts en inventaire d'amiante certifiés pour le processus visés à l'article 5.4.12 comporte un système de suspension, d'abrogation, d'abrogation conditionnelle et d'avertissement.]2 [2 Le ministre peut préciser les tâches énoncées dans le présent alinéa dans un règlement de certification.]2
  [2 L'organisme de certification amiante réclame chaque année au moins quinze euros de frais fixes à l'expert en inventaire d'amiante certifié à titre personnel par inventaire d'amiante établi par lui pour lequel un certificat d'inventaire d'amiante a été délivré durant l'année d'affiliation.
   L'organisme de certification amiante peut réclamer des frais supplémentaires pour le traitement de la demande d'un certificat à titre personnel ou pour le processus d'expert en inventaire d'amiante et l'organisation de contrôles et d'audits et le perfectionnement obligatoire annuel. Le ministre peut imposer un tarif minimal pour ces frais supplémentaires dans un règlement de certification.]2
]1

  
Art. 5.4.8. _.[1 De certificatie-instelling asbest heeft als taak:
   1° het organiseren van een opleiding inzake het inspectieprotocol asbestinventarisatie, de databank asbestinventarisatie, aangevuld met een praktijkgedeelte[2 , met aflevering van een opleidingsattest]2;
   2° het verlenen, schorsen en opheffen van een persoonscertificaat asbestdeskundige inventarisatie als vermeld in artikel 5.4.10;
   3° het verlenen, schorsen en opheffen van een procescertificaat asbestdeskundige inventarisatie vermeld in artikel 5.4.12;
   4° [2 het aanbieden van een eerstelijns telefonische en digitale helpdesk voor de bij haar aangesloten persoons- en procesgecertificeerde asbestdeskundigen inventarisatie, vermeld in artikel 5.4.10, derde lid, en in artikel 5.4.12, en het beheren en opvolgen van klachten over hun werking;]2;
   5°[2 het waarborgen van het kwaliteitsvolle gebruik van de certificaten van de bij haar aangesloten persoonsgecertificeerde asbestdeskundigen inventarisatie, vermeld in artikel 5.4.10, derde lid, en de procesgecertificeerde asbestdeskundigen inventarisatie, vermeld in artikel 5.4.12, in het bijzonder door audits en controles, klachtenregeling met klachtenregister, sanctionering, informatieverstrekking aan de certificaathouders en het organiseren van een jaarlijkse verplichte bijscholing, met aflevering van een opleidingsattest. De sanctieregeling voor de bij haar aangesloten persoons- en procesgecertificeerde asbestdeskundigen inventarisatie, vermeld in artikel 5.4.10, en de procesgecertificeerde asbestdeskundigen inventarisatie, vermeld in artikel 5.4.12, omvat een systeem voor schorsing, opheffing, voorwaardelijke opheffing en waarschuwing.[2 De minister kan de taken, vermeld in dit lid, verder uitwerken in een certificatiereglement.]2]2.
  [2 De certificatie-instelling asbest vraagt jaarlijks minstens vijftien euro vaste kosten aan de persoonsgecertificeerde asbestdeskundige inventarisatie per door hem opgemaakte asbestinventaris waarvoor een asbestinventarisattest is afgeleverd in het jaar van aansluiting.
   De certificatie-instelling asbest kan bijkomende kosten vragen voor de behandeling van de aanvraag van een persoons- of procescertificaat asbestdeskundige inventarisatie en het organiseren van controle en audits en de jaarlijks verplichte bijscholing. De minister kan een minimum tarief opleggen voor deze bijkomende kosten in een certificatiereglement]2
.]1

  
Art. 5.4.9 _. [1 Une organisation désignée par l'OVAM reprend les tâches d'un organisme de certification amiante dans les cas suivants :
   1° en l'absence d'organismes agréés de certification amiante ;
   2° en cas de capacité opérationnelle insuffisante d'organismes de certification amiante si le bon fonctionnement du marché pour l'établissement et la délivrance de certificats d'inventaire d'amiante s'en trouve entravé.
   Afin de pouvoir garantir, le cas échéant, une reprise aisée, l'organisme de certification amiante donne toujours accès à l'organisation désignée par l'OVAM à sa gestion actuelle des données et à son système de gestion numérique de l'information.
   En cas de reprise temporaire des tâches d'un organisme de certification amiante, l'organisation désignée par l'OVAM peut récupérer les frais exposés auprès de l'organisme de certification amiante en question.]1

  
Art. 5.4.9. _. [1 In de volgende gevallen neemt een door de OVAM aangestelde organisatie de taken van een certificatie-instelling asbest over:
   1° bij het ontbreken van erkende certificatie-instellingen asbest;
   2° bij ontoereikende operationaliteit van certificatie-instellingen asbest als daardoor een vlotte marktwerking voor het opmaken en het uitreiken van asbestinventarisattesten wordt verhinderd.
   Om in voorkomend geval een vlotte overname te kunnen garanderen, verleent de certificatie-instelling asbest de door de OVAM aangestelde organisatie altijd een vlotte toegang tot haar actuele gegevensbeheer en digitaal informatiebeheerssysteem.
   Bij tijdelijke overname van de taken van certificatie-instelling asbest kan de door de OVAM aangestelde organisatie de gemaakte kosten terugvorderen van de certificatie-instelling asbest in kwestie.]1

  
Art. 5.4.10 _.[1 Une personne physique peut obtenir un certificat à titre personnel d'expert en inventaire d'amiante d'un organisme de certification amiante si elle remplit toutes les conditions suivantes :
   1° être titulaire d'un diplôme de l'enseignement secondaire général ou technique ou d'un diplôme équivalent ou posséder une expérience professionnelle pertinente de deux ans minimum acquise au cours des six dernières années. L'expérience professionnelle pertinente est démontrée par une déclaration sur l'honneur ;
   2° suivre la formation obligatoire assortie de la partie pratique concernant le protocole d'inspection relatif à l'inventaire d'amiante via un organisme agréé de certification amiante ;
   3° réussir l'examen final qui évalue les compétences finales ;
   4° déclarer sur l'honneur agir en toute indépendance et impartialité [2 et ne pas faire usage de son certificat si l'indépendance et l'impartialité de la prestation de services ne peuvent pas être garanties à l'égard du donneur d'ordre ou de l'exécutant des travaux de désamiantage ou d'encapsulage de la construction accessible d'une année à risque pour laquelle l'expert en inventaire d'amiante certifié à titre personnel établit l'inventaire d'amiante]2.
   L'examen final visé aux articles 5.4.3, 5.4.8 et à l'article 5.4.10, alinéa 1er, 3°, est rédigé, organisé et évalué par l'OVAM ou une organisation désignée par elle à cet effet.
   Les experts en inventaire d'amiante certifiés à titre personnel ne peuvent exercer activement la profession d'expert en inventaire d'amiante que s'ils sont employés par ou ont la qualité d'administrateur-gérant d'un expert en inventaire d'amiante certifié pour le processus visés à l'article 5.4.12. [2 Un expert en inventaire d'amiante certifié à titre personnel ne peut s'affilier qu'à un seul organisme de certification amiante. L'affiliation s'effectue auprès de l'organisme de certification amiante auquel le tarif annuel visé à l'article 5.4.8, alinéa 2, est payé.]2
   Les experts en inventaire d'amiante certifiés à titre personnel doivent suivre chaque année un perfectionnement obligatoire auprès d'un organisme agréé de certification amiante.
   Le ministre précise les conditions visées à l'alinéa 1er dans un règlement de certification.
   Les formations relatives à l'inventaire d'amiante qui sont suivies pendant trois mois avant la délivrance du premier agrément en qualité d'organisme de certification amiante visé à l'article 5.4.3 peuvent être acceptées par un organisme agréé de certification amiante comme formation telle que visée à l'alinéa 1er, 2°.]1
[2 Le règlement de certification définit au moins la méthode permettant d'évaluer si l'indépendance et l'impartialité de la prestation de services visées à l'alinéa 1er, point 4°, peuvent être garanties. La méthode précitée contient une énumération non limitative des cas dans lesquels l'expert en inventaire d'amiante certifié à titre personnel est supposé se trouver, jusqu'à preuve du contraire, dans une situation d'incompatibilité.]2
  [2 L'OVAM met un registre des certificats à titre personnel d'expert en inventaire d'amiante accordés, suspendus et abrogés à disposition sur son site web.]2
  
Art. 5.4.10. _.[1 Een natuurlijk persoon kan een persoonscertificaat asbestdeskundige inventarisatie verkrijgen van een certificatie-instelling asbest als die aan al de volgende voorwaarden voldoet:
   1° beschikken over een diploma secundair onderwijs type ASO of TSO of een gelijkwaardig diploma of beschikken over minimaal twee jaar relevante beroepservaring, opgedaan in de afgelopen zes jaar. De relevante beroepservaring wordt aangetoond door een verklaring op erewoord;
   2° doorlopen van de verplichte opleiding met praktijkgedeelte inzake het inspectieprotocol asbestinventarisatie via een erkende certificatie-instelling asbest;
   3° slagen voor het eindexamen dat de eindcompetenties toetst;
   4° op erewoord verklaren onafhankelijk en onpartijdig te werken[2 en geen gebruik te maken van hun certificaat als de onafhankelijke en onpartijdige uitvoering van de dienstverlening niet kan worden gewaarborgd ten aanzien van de opdrachtgever of de uitvoerder van asbestverwijderings- of inkapselingswerken van de toegankelijke constructie met risicobouwjaar waarvoor de persoonsgecertificeerde asbestdeskundige inventarisatie de asbestinventaris opstelt.]2
   Het eindexamen, vermeld in de artikelen 5.4.3, 5.4.8 en 5.4.10, eerste lid, 3°, wordt opgesteld, afgenomen en beoordeeld door de OVAM of een door haar daartoe aangestelde organisatie.
   Persoonsgecertificeerde asbestdeskundigen inventarisatie kunnen het beroep van asbestdeskundige inventarisatie alleen actief uitoefenen als ze in dienst zijn bij of bestuurder-zaakvoerder zijn van een procesgecertificeerde asbestdeskundige inventarisatie, vermeld in artikel 5.4.12.[2 Een persoonsgecertificeerde asbestdeskundige inventarisatie kan zich maar bij één certificatie-instelling asbest aansluiten. De aansluiting gebeurt bij de certificatie-instelling asbest waarbij het jaarlijkse tarief, vermeld in artikel 5.4.8, tweede lid, betaald wordt.]2
   Persoonsgecertificeerde asbestdeskundigen inventarisatie moeten jaarlijks een verplichte bijscholing volgen bij een erkende certificatie-instelling asbest.
   De minister werkt de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, verder uit in een certificatiereglement.
   Opleidingen over asbestinventarisatie die gevolgd zijn gedurende drie maanden voor de afgifte van de eerste erkenning als certificatie-instelling asbest, vermeld in artikel 5.4.3, kunnen door een erkende certificatie-instelling asbest aanvaard worden als een opleiding, vermeld in het eerste lid, 2°.[2 Het certificatiereglement bepaalt minstens de werkwijze voor de beoordeling of de onafhankelijke en onpartijdige uitvoering van een dienstverlening, vermeld in het eerste lid, punt 4°, kan worden gewaarborgd. De voormelde werkwijze bevat een niet-limitatieve opsomming van de gevallen waarin, tot het bewijs van het tegendeel, wordt vermoed dat de persoonsgecertificeerde asbestdeskundige inventarisatie zich in een situatie van onverenigbaarheid bevindt.]2]1

  [2 De OVAM stelt een register van de verleende, geschorste en opgeheven persoonscertificaten asbestdeskundige inventarisatie, ter beschikking via haar website.]2
  
Art. 5.4.11 _.[1 Conformément à l'article 33/10, § 3, dernier alinéa, du décret sur les Matériaux, les conseillers en prévention internes ou les coordinateurs environnementaux internes peuvent établir un inventaire d'amiante pour une construction accessible d'une année à risque appartenant à ou exploitée par l'employeur [2 , pour la partie de la construction accessible d'une année à risque où l'employeur occupe des travailleurs,]2 si les conditions suivantes sont remplies :
   1° ils possèdent un certificat à titre personnel d'expert en inventaire d'amiante ;
   2° ils agissent en qualité de salarié du propriétaire ou de l'exploitant ;
   3° l'employeur est enregistré auprès d'un organisme agréé de certification amiante.
   L'organisme agréé de certification amiante contrôle le conseiller en prévention interne ou coordinateur environnemental interne enregistré.
   Le ministre peut préciser les conditions visées à l'alinéa 1er dans un règlement de certification.]1

  
Art. 5.4.11. _.[1 Overeenkomstig artikel 33/10, § 3, laatste lid Materialendecreet kunnen interne preventieadviseurs of interne milieucoördinators voor een toegankelijke constructie met risico-bouwjaar in eigendom of exploitatie van de werkgever een asbestinventaris opmaken [2 voor het deel van de toegankelijke constructie met risicobouwjaar waar de werkgever werknemers tewerkstelt,]2 als voldaan is aan al de volgende voorwaarden:
   1° ze bezitten een persoonscertificaat asbestdeskundige inventarisatie;
   2° ze treden op als werknemer van de eigenaar of exploitant;
   3° de werkgever is geregistreerd bij een erkende certificatie-instelling asbest.
   De erkende certificatie-instelling asbest houdt toezicht op de geregistreerde interne preventieadviseur of intern milieucoördinator.
   De minister kan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, verder uitwerken in een certificatiereglement.]1

  
Art. 5.4.12 _.[1 Une entreprise peut obtenir un certificat pour le processus d'expert en inventaire d'amiante d'un organisme de certification amiante si elle remplit toutes les conditions suivantes :
   1° posséder une police d'assurance de la responsabilité professionnelle pour les frais découlant de son activité en tant qu'expert en inventaire d'amiante certifié pour le processus ;
   2° déclarer sur l'honneur agir en toute indépendance et impartialité, donner aux experts en inventaire d'amiante certifiés à titre personnel le temps et les moyens pour pouvoir établir des inventaires d'amiante de qualité, ne faire appel qu'à des experts en inventaire d'amiante certifiés à titre personnel pour la réalisation et l'établissement d'inventaires d'amiante. [2 Les experts en inventaire d'amiante certifiés pour le processus ne peuvent pas faire usage de leur certificat si l'indépendance et l'impartialité de la prestation de services ne peuvent pas être garanties à l'égard du donneur d'ordre ou de l'exécutant des travaux de désamiantage ou d'encapsulage de la construction accessible d'une année à risque pour laquelle l'expert en inventaire d'amiante certifié pour le processus établit l'inventaire d'amiante]2;
   3° disposer d'un gérant ou d'un salarié qui possède un certificat à titre personnel d'expert en inventaire d'amiante ;
   4° travailler suivant un système de gestion de la qualité interne.
   Une entreprise ne peut posséder qu'un seul certificat pour le processus d'expert en inventaire d'amiante et est affiliée à l'organisme de certification amiante qui a délivré le certificat pour le processus.
   Le ministre précise les conditions visées à l'alinéa 1er dans un règlement de certification. Le règlement de certification définit les exigences minimales relatives au système de gestion de la qualité à suivre [2 et la méthode permettant d'évaluer si l'indépendance et l'impartialité de la prestation de services visées à l'alinéa 1er, point 2°, peuvent être garanties]2.]1
[2 La méthode précitée contient une énumération non limitative des cas dans lesquels l'expert en inventaire d'amiante certifié à titre personnel est supposé se trouver, jusqu'à preuve du contraire, dans une situation d'incompatibilité.]2
  [2 L'OVAM met un registre des certificats pour le processus d'expert en inventaire d'amiante accordés, suspendus et abrogés à disposition sur son site web.]2
  
Art. 5.4.12. _.[1 Een bedrijf kan een procescertificaat asbestdeskundige inventarisatie verkrijgen van een certificatie-instelling asbest als het aan al de volgende voorwaarden voldoet:
   1° beschikken over een verzekeringspolis beroepsaansprakelijkheid voor kosten die voortvloeien uit haar werking als procesgecertificeerd asbestdeskundige inventarisatie;
   2° op erewoord verklaren om onafhankelijk en onpartijdig te werken, de persoonsgecertificeerde asbestdeskundigen inventarisatie de tijd en middelen te bieden om kwaliteitsvol asbestinventarissen te kunnen opmaken, alleen een beroep te doen op persoonsgecertificeerde asbestdeskundigen asbestinventarisatie voor de uitvoering en opmaak van asbestinventarissen.[2 Procesgecertificeerde asbestdeskundigen inventarisatie mogen geen gebruik maken van hun certificaat als de onafhankelijke en onpartijdige uitvoering van de dienstverlening niet kan worden gewaarborgd ten aanzien van de opdrachtgever of de uitvoerder van asbestverwijderings- of inkapselingswerken van de toegankelijke constructie met risicobouwjaar waarvoor de procesgecertificeerde asbestdeskundige inventarisatie de asbestinventaris opstelt]2;
   3° beschikken over een zaakvoerder of werknemer die beschikt over een persoonscertificaat asbestdeskundige inventarisatie;
   4° werken volgens een intern kwaliteitsbeheerssysteem.
   Een bedrijf kan maar over één procescertificaat asbestdeskundige inventarisatie beschikken en is aangesloten bij de certificatie-instelling asbest dat het procescertificaat heeft uitgereikt.
   De minister werkt de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, verder uit in een certificatiereglement. Het certificatiereglement bepaalt de minimumvereisten voor het kwaliteitsbeheersysteem dat ze moeten[2 ]2.[2 De voormelde werkwijze bevat een niet-limitatieve opsomming van de gevallen waarin, tot het bewijs van het tegendeel, wordt vermoed dat de persoonsgecertificeerde asbestdeskundige inventarisatie zich in een situatie van onverenigbaarheid bevindt.]2]1

  [2 De OVAM stelt een register van de verleende, geschorste en opgeheven procescertificaten asbestdeskundigen inventarisatie ter beschikking via haar website.]2
  
Art. 5.4.13 _. [1 § 1er. Conformément aux dispositions de la réglementation relative à la protection et au traitement des données à caractère personnel, l'expert en inventaire d'amiante peut traiter les données à caractère personnel suivantes :
   1° les coordonnées personnelles du propriétaire de la construction accessible d'une année à risque :
   a) nom et prénom ;
   b) adresse : rue, numéro, boîte, code postal et localité ;
   c) références téléphoniques ;
   d) adresse électronique ;
   2° caractéristiques de la construction accessible d'une année à risque :
   a) données de base cadastrales de la construction ;
   b) adresse : rue, numéro, boîte, code postal et localité ;
   c) âge de la construction;
   d) type de construction ;
   e) caractéristiques physiques de la construction ;
   f) situation de propriété de la construction ;
   3° numéro de registre national ou numéro d'identification à la sécurité sociale du propriétaire de la construction accessible d'une année à risque.
   § 2. Conformément aux dispositions de la réglementation relative à la protection et au traitement des données à caractère personnel, l'OVAM peut traiter les données à caractère personnel suivantes :
   1° caractéristiques de la construction accessible d'une année à risque :
   a) données de base cadastrales de la construction ;
   b) adresse : rue, numéro, boîte, code postal et localité ;
   c) âge de la construction;
   d) type de construction ;
   e) caractéristiques physiques de la construction ;
   f) situation de propriété de la construction ;
   2° numéro de registre national ou numéro d'identification à la sécurité sociale du propriétaire de la construction accessible d'une année à risque.
   § 3. L'expert en inventaire d'amiante conserve les données à caractère personnel visées au paragraphe 1er, 2°, pendant 10 ans. L'OVAM conserve les données à caractère personnel visées au paragraphe 2, 1°, aussi longtemps qu'un suivi du maintien d'un état sans risque amiante le requiert.]1

  
Art. 5.4.13. _. [1 § 1. De asbestdeskundige inventarisatie kan conform de bepalingen van de regelgeving over de bescherming en verwerking van persoonsgegevens de volgende persoonsgegevens verwerken:
   1° persoonlijke contactgegevens van de eigenaar van de toegankelijke constructie met risicobouwjaar:
   a) naam en voornaam;
   b) adresgegevens: straat, nummer, bus, postnummer en gemeente;
   c) telefoniereferenties;
   d) e-mail;
   2° kenmerken van de toegankelijke constructie met risicobouwjaar:
   a) kadastrale basisgegevens van de constructie;
   b) adresgegevens: straat, nummer, bus, postnummer en gemeente;
   c) ouderdom van de constructie;
   d) type constructie;
   e) fysieke kenmerken van de constructie;
   f) eigendomstoestand van de constructie;
   3° rijksregisternummer of identificatienummer van de sociale zekerheid van de eigenaar van de toegankelijke constructie met risicobouwjaar.
   § 2. De OVAM kan conform de bepalingen van de regelgeving over de bescherming en verwerking van persoonsgegevens de volgende persoonsgegevens verwerken:
   1° kenmerken van de toegankelijke constructie met risicobouwjaar:
   a) kadastrale basisgegevens van de constructie;
   b) adresgegevens: straat, nummer, bus, postnummer en gemeente;
   c) ouderdom van de constructie;
   d) type constructie;
   e) fysieke kenmerken van de constructie;
   f) eigendomstoestand van de constructie;
   2° rijksregisternummer of identificatienummer van de sociale zekerheid van de eigenaar van de toegankelijke constructie met risicobouwjaar.
   § 3. De persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 1, 2°, worden door de asbestdeskundige inventarisatie gedurende 10 jaar bewaard. De persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 2, 1°, worden door de OVAM bewaard zolang een opvolging van het behoud van een asbestveilige toestand dit vereist.]1

  
Art. 5.4.14 _.[1 § 1er. Les acteurs suivants peuvent obtenir un droit de lecture de la base de données des inventaires d'amiante, soit directement, [3 soit via une plateforme de partage de données de l'Autorité flamande ]3 :
   1° un propriétaire d'une construction accessible d'une année à risque pour son certificat d'inventaire d'amiante ;
   2° un collaborateur d'un expert en inventaire d'amiante certifié pour le processus pour les inventaires d'amiante établis par lui et les certificats d'inventaire d'amiante y afférents ;
   3° un syndic désigné pour la copropriété pour le certificat d'inventaire d'amiante établi pour les parties communes ;
   4° un notaire pour le certificat d'inventaire d'amiante relatif à une construction accessible d'une année à risque qui fait l'objet d'une cession ;
   5° un fonctionnaire surveillant de l'inspection du logement pour une zone géographiquement délimitée pour laquelle le fonctionnaire surveillant est compétent ;
   6° un collaborateur d'un service de secours pour une zone géographiquement délimitée pour laquelle le collaborateur d'un service de secours est compétent ;
   7° un collaborateur d'un employeur enregistré auprès de l'organisme de certification amiante, tel que visé à l'article 5.4.11, 3°, pour les inventaires d'amiante établis pour la construction accessible d'une année à risque appartenant à ou exploitée par l'employeur et les certificats d'inventaire d'amiante y afférents ;
   8° un agent immobilier pour le certificat d'inventaire d'amiante de la construction accessible d'une année à risque qui est mise en vente ou en location par l'intermédiaire de l'agent immobilier ;
   9° un fonctionnaire surveillant environnement pour une zone géographiquement délimitée pour laquelle le fonctionnaire surveillant est compétent ;
   10° une administration locale qui a des projets spécifiques de désamiantage;
  [2 11° un commissaire immobilier du service Transactions immobilières de l'Autorité flamande pour le certificat d'inventaire d'amiante relatif à une construction accessible d'une année à risque qui fait l'objet d'une cession ;
   12° une organisation de gestion de démolition agréée conformément à l'article 4.3.6 pour une construction accessible d'une année à risque qui fait l'objet d'un plan de suivi de démolition.]2

  [3 13° un agent de l'" Agentschap Onroerend Erfgoed " (l'Agence du Patrimoine immobilier) pour les inventaires d'amiante et les certificats d'inventaire d'amiante y afférents pour les constructions accessibles d'année à risque inscrits dans l'Inventaire du Patrimoine immobilier.]3
   § 2. Les acteurs suivants peuvent obtenir des droits d'accès (lecture et écriture) à la base de données des inventaires d'amiante :
   1° un expert en inventaire d'amiante certifié à titre personnel pour les inventaires d'amiante pour lesquels son entreprise a reçu du propriétaire un ordre formel de création ou d'actualisation ;
   2° un collaborateur ou un auditeur désigné par l'organisme agréé de certification amiante pour les inventaires d'amiante des titulaires du certificat qui lui sont affiliés et leur expert en inventaire d'amiante certifié à titre personnel ;
   3° un collaborateur de l'OVAM désigné par le fonctionnaire dirigeant de l'OVAM.
   Le ministre précise les règles de la gestion d'accès à [2 et de l'adaptation éventuelle des droits de lecture et d'écriture, au moins à la suite d'une sanction de l'organisme de certification amiante visé à l'article 5.4.8, alinéa 1er, 5°, de]2 la base de données des inventaires d'amiante visée aux §§ 1er et 2 dans le règlement de certification.]1

  
Art. 5.4.14. _.[1 § 1. De volgende actoren kunnen leesrecht krijgen tot de databank asbestinventarisatie, ofwel rechtstreeks [3 ofwel via een gegevensdelingsplatform van de Vlaamse overheid]3:
   1° een eigenaar van een toegankelijke constructie met risicobouwjaar voor zijn asbestinventarisattest;
   2° een medewerker van een procesgecertificeerd asbestdeskundige inventarisatie voor de door haar opgestelde asbestinventarissen en de bijbehorende asbestinventarisattesten;
   3° een syndicus die is aangesteld voor de mede-eigendom voor het asbestinventarisattest opgesteld voor de gemeenschappelijke delen;
   4° een notaris voor het asbestinventarisattest voor een toegankelijke constructie met risicobouwjaar dat het voorwerp is van een overdracht;
   5° een toezichthouder wooninspectie voor een geografisch afgebakend gebied waarvoor de toezichthouder bevoegd is;
   6° een medewerker van een hulpdienst voor een geografisch afgebakend gebied waarvoor de medewerker van de hulpdienst bevoegd is;
   7° een medewerker van een bij de certificatie-instelling asbest geregistreerde werkgever, zoals vermeld in artikel 5.4.11, 3°, voor de asbestinventarissen opgesteld voor de toegankelijke constructie met risicobouwjaar in eigendom of exploitatie van de werkgever en de bijbehorende asbestinventarisattesten;
   8° een vastgoedmakelaar voor het asbestinventarisattest van de toegankelijke constructie met risicobouwjaar dat via bemiddeling van de vastgoedmakelaar te koop of te huur wordt aangeboden;
   9° een toezichthouder milieu voor een geografisch afgebakend gebied waarvoor de toezichthouder bevoegd is.
   10° een lokaal bestuur dat specifieke projecten asbestafbouw heeft.
  [2 11° een vastgoedcommissaris van de dienst Vastgoedtransacties van de Vlaamse overheid voor het asbestinventarisattest voor een toegankelijke constructie met risicobouwjaar dat het voorwerp is van een overdracht;
   12° een conform artikel 4.3.6 erkende sloopbeheerorganisatie voor een toegankelijke constructie met risicobouwjaar die het voorwerp is van een sloopopvolgingsplan.]2

  [3 13° een medewerker van het Agentschap Onroerend Erfgoed voor de asbestinventarissen en de bijbehorende asbestinventarisattesten voor de toegankelijke constructies met risicobouwjaar die zijn opgenomen in de Inventaris van het Onroerend Erfgoed.]3
   § 2. De volgende actoren kunnen lees- en schrijfrecht krijgen tot de databank asbestinventarisatie:
   1° persoonsgecertificeerd asbestdeskundige inventarisatie voor de asbestinventarissen waarvoor zijn bedrijf een formele opdracht tot aanmaak of actualisatie heeft ontvangen van de eigenaar;
   2° een medewerker of auditeur die is aangesteld door de erkende certificatie-instelling asbest voor de asbestinventarissen van de bij haar aangesloten certificaathouders en de daartoe behorende persoonsgecertificeerde asbestdeskundige inventarisatie;
   3° een medewerker van de OVAM die is aangesteld door de leidend ambtenaar van de OVAM.
   De minister werkt de verdere regels over het toegangsbeheer [2 en de mogelijke aanpassing van de lees- en schrijfrechten minstens na sanctionering van de certificatie instelling asbest, vermeld in artikel 5.4.8, eerste lid, 5°]2 van de databank asbestinventarisatie, vermeld in § 1 en § 2, uit in het certificatiereglement.]1

  
Art. 5.4.15 _.[1 La durée de validité standard d'un certificat d'inventaire d'amiante est de dix ans, mais peut être réduite par l'expert en inventaire d'amiante certifié sur la base des lignes directrices décrites dans le protocole d'inspection relatif à l'inventaire d'amiante visé à l'article 5.4.1.
  [2 Si aucun matériau contenant de l'amiante n'a été détecté, la validité du certificat d'inventaire d'amiante est d'une durée indéterminée.]2
   Les durées de validité visées [2 aux alinéas 1er et 2]2 ne s'appliquent que si l'état de la zone d'inspection figurant dans le certificat d'inventaire d'amiante reste inchangé. En cas de modification de l'état, le propriétaire demande un nouveau certificat d'inventaire d'amiante dans le délai d'un an suivant la constatation de la modification. Il est question de modification de l'état si :
   1° si de nouveaux matériaux contenant de l'amiante ont été découverts ;
   2° des travaux ont eu lieu, qui ont pour effet que la zone d'inspection figurant dans le certificat d'inventaire d'amiante existant peut être considérée comme étant sans risque amiante ;
   3° l'état des matériaux contenant de l'amiante a visiblement changé à la suite d'une calamité ou d'un incident.
   Le ministre peut préciser les modalités de constatation d'un état modifié et d'obtention d'un certificat d'inventaire d'amiante actualisé dans le protocole d'inspection.]1

  
Art. 5.4.15. _.[1 De standaard geldigheidsduur van een asbestinventarisattest bedraagt tien jaar, maar kan door de gecertificeerd asbestdeskundige asbestinventarisatie verminderd worden op basis van de richtlijnen die beschreven zijn in het inspectieprotocol asbestinventarisatie, vermeld in artikel 5.4.1.
  [2 Indien geen asbesthoudende materialen werden aangetroffen, is de geldigheid van het asbestinventarisattest van onbepaalde duur.]2
   De geldigheidstermijnen, vermeld in het eerste lid[2 en tweede lid]2, gelden alleen bij een ongewijzigde toestand van het inspectiegebied, zoals opgenomen in het asbestinventarisattest. Bij gewijzigde toestand vraagt de eigenaar een nieuw asbestinventarisattest aan binnen een termijn van één jaar na de vaststelling van de wijziging. Er is sprake van een gewijzigde toestand als:
   1° er nieuwe asbesthoudende materialen zijn aangetroffen;
   2° er werken zijn gebeurd die tot gevolg hebben dat het inspectiegebied, zoals opgenomen in het bestaand asbestinventarisattest als asbestveilig beschouwd kan worden;
   3° de toestand van de asbesthoudende materialen zichtbaar gewijzigd is door een calamiteit of een incident.
   De minister kan de modaliteiten van de vaststelling van een gewijzigde toestand en het verkrijgen van een geactualiseerd asbestinventarisattest verder uitwerken in het inspectieprotocol.]1

  
Art. 5.4.16. [1 § 1er. Sont représentées au sein du conseil sectoriel de l'amiante au moins les parties suivantes :
   1° l'OVAM ;
   2° la représentation sectorielle des experts en inventaire d'amiante ;
   3° la représentation sectorielle des laboratoires d'amiante agréés ;
   4° la représentation sectorielle des désamianteurs agréés ;
   5° Constructiv, en tant que représentant de la construction et des partenaires sociaux ;
   6° un représentant de chaque organisme de certification amiante agréé ;
   7° un représentant d'une association agréée des victimes de l'amiante .
   Le ministre peut développer plus amplement la composition du conseil sectoriel de l'amiante visé à l'alinéa 1er dans le règlement de certification amiante.
   § 2. Le conseil sectoriel est constitué de deux comités :
   1° Le comité technique, composé des parties mentionnées dans le paragraphe 1er, points 1° à 6°. Ce comité technique donne des avis non contraignants tels que visés à l'article 33/17, alinéa 2, points 1° et 2°, du décret sur les Matériaux ;
   2° le comité général, composé des parties mentionnées dans le paragraphe 1er, points 1° à 7°. Le comité général donne des avis non contraignants tels que visés à l'article 33/17, alinéa 2, point 3°, du décret sur les Matériaux.]1

  
Art. 5.4.16. [1 § 1. In de sectorraad asbest worden minstens de volgende partijen vertegenwoordigd:
Section 5.5. [1 - Dispositions relatives à la gestion des déchets industriels résiduels]1
Afdeling 5.5. [1 - Bepalingen over het beheer van bedrijfsrestafval]1
Sous-section 5.5.1. [1 - Dispositions générales]1
Onderafdeling 5.5.1. [1 - Algemene bepalingen]1
Art. 5.5.1.1.[1 La présente section contient les conditions à remplir lors de la collecte, du négoce ou du courtage ainsi que du traitement et de la transformation de déchets industriels résiduels.
Art. 5.5.1.1.[1 Deze afdeling bevat voorwaarden die vervuld moeten zijn bij het inzamelen, handelen en makelen, alsook het behandelen en verwerken van bedrijfsrestafval.
Sous-section 5.5.2. [1 - Règles applicables aux collecteurs, négociants et courtiers en déchets industriels résiduels en matière de fourniture d'informations générales au producteur de déchets initial]1
Onderafdeling 5.5.2. [1 - Regels voor inzamelaars, afvalstoffenhandelaars en -makelaars van bedrijfsrestafval inzake de algemene informatieverstrekking over de sorteerplicht]1
Art. 5.5.2.1. [1 Le contrat visé à l'article 6.1.1.4, alinéa 1er, 1° /1, stipule explicitement que les fractions qui doivent être triées et présentées de manière sélective conformément à l'article 4.3.2 ne peuvent jamais être présentées dans le récipient destiné aux déchets industriels résiduels.]1
Onderafdeling 5.5_2. TOEKOMSTIG_RECHT. [1 Regels voor inzamelaars, afvalstoffenhandelaars en -makelaars van bedrijfsrestafval inzake de algemene informatieverstrekking aan de eerste afvalstoffenproducent]1
Art. 5.5.2.2. [1 Le collecteur, le négociant ou courtier en déchets industriels résiduels établit, sur la base de son expérience et de sa connaissance du secteur ou d'une enquête auprès du client, quels les déchets à trier obligatoirement sont produits par chaque producteur de déchets. Le collecteur, le négociant ou le courtier en déchets informe activement chaque producteur de déchets de l'obligation de tri pour ces fractions, en plus des informations générales figurant dans le contrat visé aux articles 5.5.2.1 et 6.1.1.4. Les informations sont rédigées dans un langage aisément compréhensible et adapté au client et sont conformes à la législation en vigueur. Les justificatifs de la fourniture d'informations sont conservés.]1
Art. 5.5.2.1. [1 Het contract, vermeld in artikel 6.1.1.4, eerste lid, 1° /1, vermeldt expliciet dat de fracties die gesorteerd en selectief moeten worden aangeboden conform artikel 4.3.2, nooit in het recipiënt voor bedrijfsrestafval mogen worden aangeboden.]1
  
Art. 5.5.2.3. [1 La diffusion d'informations erronées aux producteurs de déchets est interdite.]1
  
Art. 5.5.2.2. [1 De inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar van bedrijfsrestafval stelt op basis van zijn ervaring in en kennis van de sector of een bevraging bij de klant vast welke verplicht te sorteren afvalstoffen vrijkomen bij elke afvalstoffenproducent. De inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar informeert elke afvalstoffenproducent actief over de sorteerplicht voor die fracties, bovenop de algemene informatie in het contract, vermeld in de artikelen 5.5.2.1 en 6.1.1.4. De informatie is in goed begrijpbare taal geschreven op maat van de klant en is correct overeenkomstig de geldende wetgeving. Bewijsstukken over de informatieverstrekking worden bijgehouden.]1
  
Art. 5.5.2.4. [1 Le collecteur, le négociant ou le courtier en déchets ne peut jamais inciter des producteurs de déchets à présenter des déchets à trier obligatoirement dans le récipient destiné aux déchets résiduels.]1
  
Art. 5.5.2.3. [1 Het verspreiden van foutieve informatie aan de afvalstoffenproducenten over de sorteerplicht is verboden.]1
  
Art. 5.5.2.5. [1 Le collecteur, le négociant ou le courtier en déchets industriels résiduels ainsi que le centre de traitement qui accepte des déchets industriels résiduels directement d'un producteur de déchets pèse chaque récipient dans lequel les déchets industriels résiduels sont présentés et indique ce poids sur la facture destinée au client. Le collecteur, le négociant ou courtier en déchets ou le centre de traitement facture les coûts liés au traitement de ce poids de déchets industriels résiduels réellement présenté au producteur de déchets sur la base de ce poids . Les coûts liés aux redevances fixées par la région flamande visées à l'article 46 du décret sur les Matériaux sont toujours indiqués séparément sur la facture. Il en va de même lorsque le collecteur, le négociant ou courtier en déchets ou le centre de traitement n'est pas lui-même assujetti à la redevance, mais que les déchets industriels résiduels sont évacués à un stade ultérieur vers un redevable. Cette obligation ne s'applique pas aux centimes additionnels communaux.
   L'alinéa 1er n'est pas applicable si les déchets industriels résiduels sont exclusivement collectés ou présentés dans des sacs d'une contenance inférieure à 120 litres. Dans ce cas, la facture peut être établie sur la base d'un poids moyen de tels sacs.]1

  
Art. 5.5.2.4. [1 De inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar mag afvalstoffenproducenten er nooit toe aanzetten verplicht te sorteren afvalstoffen aan te bieden in het recipiënt voor restafval.]1
Sous-section 5.5.3 [1 Règles applicables aux collecteurs, négociants et courtiers en déchets industriels résiduels lorsque la collecte a lieu auprès de plusieurs producteurs de déchets lors d'une seule tournée avec un seul véhicule et que les déchets industriels résiduels de ces producteurs de déchets sont mélangés dans ce véhicule]1
Art. 5_5.2.5.TOEKOMSTIG_RECHT. [1 De inzamelaar, de afvalstoffenhandelaar of -makelaar van bedrijfsrestafval, alsook de verwerker die bedrijfsrestafval rechtstreeks van een afvalstoffenproducent aanvaardt, weegt elk recipiënt waarin het bedrijfsrestafval wordt aangeboden en vermeldt dat gewicht op de factuur voor de klant. De kosten die gepaard gaan met de verwerking van dit werkelijk aangeboden gewicht aan bedrijfsrestafval, worden door de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar of verwerker op basis van dat gewicht gefactureerd aan de afvalstoffenproducent. De kosten die gepaard gaan met de door het Vlaamse gewest bepaalde heffingen, vermeld in artikel 46 van het Materialendecreet, worden daarbij altijd apart op de factuur vermeld. Dat geldt ook als de inzamelaar, de afvalstoffenhandelaar of -makelaar of de verwerker zelf niet heffingsplichtig is, maar het bedrijfsrestafval in een latere fase wordt afgevoerd naar een heffingsplichtige. Deze verplichting geldt niet voor de gemeentelijke opcentiemen.
   Het eerste lid is niet van toepassing als het bedrijfsrestafval uitsluitend wordt ingezameld of aangeboden in zakken met een inhoud die kleiner dan 120 liter is. In dat geval kan de factuur worden opgesteld aan de hand van een gemiddeld gewicht van dergelijke zakken.]1

  
Art. 5.5.3.1. [1 Au moment de l'enlèvement des déchets industriels résiduels chez le producteur de déchets [2 initial]2, un contrôle visuel de l'obligation de tri a lieu avant que les déchets ne soient chargés dans le camion.]1
  [2 Par dérogation à l'alinéa 1er, un contrôle visuel peut également avoir lieu pendant le vidage des récipients dans le véhicule, si les déchets sont identifiés par un système de caméra et qu'un tel système s'avère manifestement plus performant qu'un contrôle visuel préalable au vidage du récipient. Un tel système de caméra doit être homologué par l'OVAM avant de pouvoir être mis en service. A cet effet, l'OVAM se base sur les informations que lui fournit le collecteur, le négociant ou le courtier et qui attestent de la performance.]2
  
Onderafdeling 5.5.3. [1 Regels voor de inzamelaars, afvalstoffenhandelaars en -makelaars van bedrijfsrestafval als de inzameling bij meerdere afvalstoffenproducenten in één ronde met één voertuig gebeurt, waarbij het bedrijfsrestafval van die afvalstoffenproducenten in dat voertuig gemengd raakt]1
Art. 5.5.3.2.[1 Le contrôle visuel est effectué [2 par au moins une inspection]2 des déchets visibles à la surface du récipient. Si la collecte se fait au moyen de conteneurs à couvercle, le couvercle du conteneur est ouvert pour procéder au contrôle. Il n'est pas nécessaire d'ouvrir des sacs fermés. Si le sac est transparent ou que des déchets en sortent partiellement, les matériaux visibles sont contrôlés pour autant que ce soit possible sans ouvrir le sac. Cette disposition est valable tant pour l'enlèvement effectué au moyen de sacs uniquement que pour l'enlèvement avec des sacs visibles en surface dans un conteneur ou un autre récipient.]1
Art. 5.5.3.1. [1 Er gebeurt een visuele controle op de sorteerplicht op het moment dat het bedrijfsrestafval wordt opgehaald bij de [2 eerste]2 afvalstoffenproducent, vooraleer het afval in het voertuig wordt geladen.]1
  [2 In afwijking van het eerste lid kan een visuele controle ook gebeuren tijdens de lediging van de recipiënten in het voertuig, als de afvalstoffen worden herkend via een camerasysteem en een dergelijk systeem aantoonbaar performanter werkt dan een visuele controle die voorafgaat aan de lediging van de recipiënt. Een dergelijk camerasysteem moet door de OVAM goedgekeurd worden voor het in gebruik kan worden genomen. De OVAM baseert zich daarbij op de informatie die de inzamelaar, handelaar of makelaar aanlevert en die de performantie aantoont.]2
  
Art. 5.5.3.3. [1 Le collecteur, le négociant ou le courtier en déchets ne peut jamais inciter un producteur de déchets à utiliser des sacs opaques dans la mesure où le but est de se soustraire à l'obligation de tri ou au contrôle visuel de cette obligation de tri.]1
  
Art. 5.5.3.2. [1 De visuele controle gebeurt door[2 minstens]2 een inspectie van de afvalstoffen die aan de oppervlakte van het recipiënt zichtbaar zijn. Als de inzameling gebeurt door middel van containers met deksel, wordt het deksel van de container geopend om de controle uit te voeren. Gesloten zakken hoeven niet te worden geopend. Als de zak doorzichtig is, of als er afvalstoffen gedeeltelijk uit de zak steken, wordt het zichtbare materiaal gecontroleerd voor zover dat mogelijk is zonder de zak te openen. Dat geldt zowel voor de ophaling die alleen met zakken gebeurt, als voor de ophaling met zakken die in een container of ander recipiënt aan de oppervlakte zichtbaar zijn.]1
  
Art. 5.5.3.4. [1 Si le contrôle visuel révèle la présence de déchets soumis à l'obligation de tri, une non-conformité est établie. Chaque non-conformité est tenue à jour dans un registre des non-conformités, à l'exception des non-conformités qui concernent des sociétés unipersonnelles dépourvues de la personnalité juridique, dans lequel sont décrits les éléments suivants :
   1° la date de la non-conformité ;
   2° le nom et le numéro d'entreprise du producteur de déchets chez lequel la non-conformité a été établie ;
   3° le numéro d'établissement ou l'adresse d'enlèvement du producteur de déchets chez lequel la non-conformité a été établie ;
   4° une description claire de la non-conformité comprenant, au moins, une description des déchets qui ont été observés et qui sont soumis à l'obligation de tri.
   Le registre des non-conformités est tenu à jour sur un support électronique en vue d'un échange simple des données du registre entre l'OVAM, les fonctionnaires surveillants et le détenteur du registre des non-conformités. L'OVAM prévoit un format standard pour le registre des non-conformités et le met à disposition sur son site web. L'utilisation de ce modèle est obligatoire lors de l'échange.
   En guise d'alternative, le collecteur, le négociant ou le courtier en déchets peut tenir ses non-conformités à jour dans un registre central des non-conformités géré par l'OVAM, dans lequel les contrevenants sont répertoriés. Les données figurant dans ce registre central des non-conformités ne sont pas publiques mais elles peuvent être consultées par les fonctionnaires surveillants dans le cadre du contrôle de l'application. Les données figurant dans le registre central des non-conformités sont effacées après 18 mois.]1

  
Art. 5.5.3.3. [1 De inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar mag een afvalstoffenproducent er nooit toe aanzetten gebruik te maken van ondoorzichtige zakken, voor zover dat als doel heeft de sorteerplicht of de visuele controle op die sorteerplicht te ontwijken.]1
  
Art. 5.5.3.5. [1 Le producteur de déchets chez lequel le collecteur, le négociant ou le courtier en déchets a constaté une non-conformité est informé de ladite non-conformité au plus tard le jour ouvrable suivant. A cet égard, tous les éléments visés à l'article 5.5.3.4 ainsi que la notification de l'infraction présumée de l'obligation légale de tri sont communiqués au producteur de déchets.]1
  
Art. 5.5.3.4. [1 Als bij de visuele controle afvalstoffen worden waargenomen die onder de sorteerplicht vallen, wordt een non-conformiteit opgesteld. Elke non-conformiteit wordt bijgehouden in een non-conformiteitenregister, met uitzondering van non-conformiteiten die betrekking hebben op eenmanszaken zonder rechtspersoonlijkheid, waarin de volgende elementen worden beschreven:
   1° de datum van de non-conformiteit;
   2° de naam en het ondernemingsnummer van de afvalstoffenproducent waarbij de non-conformiteit werd opgesteld;
   3° het vestigingsnummer of ophaaladres van de afvalstoffenproducent waarbij de non-conformiteit werd opgesteld;
   4° een duidelijke omschrijving van de non-conformiteit, met minstens een beschrijving van de afvalstoffen die zijn waargenomen en die onder de sorteerplicht vallen.
   Het non-conformiteitenregister wordt bijgehouden op een elektronische drager met het oog op een eenvoudige uitwisseling van registergegevens tussen de OVAM, de toezichthouders en de houder van het non-conformiteitenregister. De OVAM voorziet in een standaardformaat voor het non-conformiteitenregister en stelt dat op de website ter beschikking. Bij de uitwisseling is het gebruik van dat sjabloon verplicht.
   Als alternatief kan de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar zijn non-conformiteiten bijhouden in een centraal non-conformiteitenregister dat wordt beheerd door de OVAM, waarin overtreders in kaart worden gebracht. De gegevens in dat centraal non-conformiteitenregister zijn niet openbaar, wel raadpleegbaar door toezichthouders in het kader van handhaving. De gegevens in het centraal non-conformiteitenregister worden gewist na 18 maanden.]1

  
Art. 5.5.3.5 /1. [1 Si, chez un producteur de déchets, les déchets industriels résiduels sont prélevés dans plusieurs récipients durant le même enlèvement, le contrôle visuel est effectué sur chaque récipient. Si des déchets soumis à l'obligation de tri sont observés dans plus récipients, une seule non-conformité est établie.
   Si, lors du contrôle visuel, le collecteur, le négociant ou le courtier en déchets observe un sac à déchets non transparent tel qu'interdit par l'article 5.3.13.2, il le traite comme une non-conformité au même titre qu'en cas d'observation de déchets soumis à l'obligation de tri.]1

  
Art. 5.5.3.5. [1 De afvalstoffenproducent waarbij een non-conformiteit is vastgesteld, wordt door de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar uiterlijk de volgende werkdag op de hoogte gebracht van de opgemaakte non-conformiteit. Alle elementen, vermeld in artikel 5.5.3.4, worden daarbij aan de afvalstoffenproducent meegedeeld, alsook de melding dat hij vermoedelijk de wettelijke sorteerplicht heeft overtreden.]1
  
Art. 5.5.3.6. [1 Si le contrôle visuel révèle la présence de déchets dangereux, les déchets sont refusés et le contenu du récipient ne peut pas être emmené dans le véhicule.]1
  
Art. 5.5.3.5 /1. [1 Als bij één afvalstoffenproducent tijdens dezelfde ophaling het bedrijfsrestafval uit verschillende recipiënten wordt meegenomen, gebeurt de visuele controle bij elke recipiënt. Als in meerdere recipiënten afvalstoffen worden waargenomen die onder de sorteerplicht vallen, wordt er maar één non-conformiteit opgemaakt.
   Als de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar bij de visuele controle een niet-transparante afvalzak waarneemt, zoals verboden door artikel 5.3.13.2, behandelt hij dat als een non-conformiteit op dezelfde manier als bij het waarnemen van afvalstoffen die onder de sorteerplicht vallen.]1

  
Art. 5.5.3.7. [1 Si le contrôle visuel révèle la présence de déchets non dangereux soumis à l'obligation de tri, le collecteur, le négociant ou le courtier en déchets peut :
   1° refuser les déchets et ne pas emmener le contenu du récipient dans le véhicule. Si le refus a lieu pour chaque récipient pour lequel un erreur de tri a été observée durant la tournée, les déchets industriels résiduels emmenés pendant la tournée peuvent être évacués pour incinération, même s'ils contiennent encore des déchets non dangereux soumis à l'obligation de tri. Aucune autre exigence de résultat ne s'applique. En ce concerne les déchets dangereux, une tolérance zéro reste applicable à l'évacuation pour incinération ou mise en décharge ;
   2° emmener les déchets dans le véhicule et, au plus tard le jour ouvrable suivant, entrer la non-conformité, y compris tous les éléments visés à l'article 5.5.3.4, dans le registre central des non-conformités géré par l'OVAM, à l'exception des non-conformités dans des sociétés unipersonnelles dépourvues de la personnalité juridique. Si cela a lieu pour chaque récipient pour lequel un erreur de tri a été observée durant la tournée, les déchets industriels résiduels peuvent être évacués pour incinération, même s'ils contiennent encore des déchets non dangereux soumis à l'obligation de tri. Aucune autre exigence de résultat ne s'applique. En ce concerne les déchets dangereux, une tolérance zéro reste applicable à l'évacuation pour incinération ;
   3° emmener les déchets dans le véhicule et benner la cargaison complète sur un site autorisé à cet effet. Ensuite, les déchets de la cargaison complète doivent satisfaire aux exigences de résultat de l'article 5.5.4.4, si nécessaire au moyen d'un tri en aval, avant d'être évacués pour incinération.]1

  
Art. 5.5.3.6. [1 Als bij de visuele controle gevaarlijke afvalstoffen worden waargenomen, wordt het afval geweigerd en mag de inhoud van het recipiënt niet in het voertuig worden meegenomen.]1
  
Art. 5.5.3.8. [1 Tout refus de déchets dangereux ou non dangereux, en vertu duquel les déchets ne sont pas emmenés, est en outre consigné dans le registre visé à l'article 5.5.3.4.]1
  
Art. 5.5.3.7. [1 Als bij de visuele controle niet-gevaarlijke afvalstoffen worden waargenomen die onder de sorteerplicht vallen, kan de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar:
   1° het afval weigeren en de inhoud van het recipiënt niet meenemen in het voertuig. Als de weigering gebeurt bij elk recipiënt waarvoor een sorteerfout is opgemerkt tijdens de ophaalronde, mag het bedrijfsrestafval dat wel meegenomen wordt tijdens de ophaalronde naar verbranding worden afgevoerd, ook al zijn er alsnog niet-gevaarlijke afvalstoffen die onder de sorteerplicht vallen in aanwezig. Er zijn daarvoor geen verdere resultaatsvoorschriften van toepassing. Voor gevaarlijke afvalstoffen blijft een nultolerantie gelden voor afvoer naar verbranding of storten;
   2° het afval meenemen in het voertuig en de non-conformiteit, met alle elementen, vermeld in artikel 5.5.3.4 uiterlijk de volgende werkdag ingeven in het centraal non-conformiteitenregister beheerd door de OVAM, met uitzondering voor non-conformiteiten bij eenmanszaken zonder rechtspersoonlijkheid. Als dat gebeurt bij elk recipiënt waarvoor een sorteerfout is opgemerkt tijdens de ophaalronde, mag het bedrijfsrestafval naar verbranding worden afgevoerd, ook al zijn er alsnog niet-gevaarlijke afvalstoffen die onder de sorteerplicht vallen aanwezig. Er zijn daarvoor geen verdere resultaatsvoorschriften van toepassing. Voor gevaarlijke afvalstoffen blijft een nultolerantie gelden voor afvoer naar verbranding;
   3° het afval meenemen in het voertuig en de volledige vracht uitkiepen op een daartoe vergunde locatie. Vervolgens moet het afval van de volledige vracht, waar nodig door middel van nasortering, voldoen aan de resultaatsvoorschriften van artikel 5.5.4.4 alvorens naar verbranding te worden afgevoerd.]1

  
Art. 5.5.3.9. [1 Le registre des non-conformités est complété, au moins chaque jour ouvrable, des données les plus récentes. Les données figurant dans le registre des non-conformités sont conservées au moins cinq ans. Seules les données figurant dans le registre central des non-conformités géré par l'OVAM ne sont plus échangées avec les fonctionnaires surveillants après 18 mois et sont effacées.]1
  
Art. 5.5.3.8. [1 Elke weigering van gevaarlijk of niet-gevaarlijk afval, waarbij het afval niet wordt meegenomen, wordt bijkomend genoteerd in het register, vermeld in artikel 5.5.3.4.]1
Sous-section 5.5.4. [1 - Règles applicables aux collecteurs, négociants et courtiers en déchets industriels résiduels lorsque la collecte a lieu individuellement par producteur de déchets et que les déchets industriels résiduels de plusieurs producteurs de déchets ne sont pas mélangés dans un seul véhicule]1
Art. 5.5.3.9. [1 Het non-conformiteitenregister wordt minstens elke werkdag aangevuld met de meest recente gegevens. De gegevens in het non-conformiteitenregister worden minstens vijf jaar bijgehouden. Enkel de gegevens in het centraal non-conformiteitenregister beheerd door de OVAM worden na 18 maanden niet meer uitgewisseld met de toezichthouders en gewist.]1
  
Art. 5.5.4.1. [1 Les déchets industriels de chaque producteur de déchets [2 initial]2 sont bennés sur un site autorisé à cet effet. Un contrôle visuel approfondi de l'obligation de tri y est effectué. Durant le contrôle, il n'est pas nécessaire d'ouvrir des sacs fermés. Si le sac est transparent ou que des déchets en sortent partiellement, les matériaux visibles sont contrôlés visuellement pour autant que ce soit possible sans ouvrir le sac.]1
  
Onderafdeling 5.5.4. [1 - Regels voor de inzamelaars, afvalstoffenhandelaars en -makelaars van bedrijfsrestafval als de inzameling individueel per afvalstoffenproducent gebeurt, waarbij bedrijfsrestafval van meerdere afvalstoffenproducenten niet in één voertuig gemengd raakt]1
Art. 5.5.4.2. [1 Si le contrôle visuel révèle la présence de déchets soumis à l'obligation de tri, une non-conformité est établie. Chaque non-conformité est tenue à jour dans un registre des non-conformités, à l'exception des non-conformités qui concernent des sociétés unipersonnelles dépourvues de la personnalité juridique, dans lequel sont décrits les éléments suivants :
Art. 5.5.4.1. [1 Het bedrijfsafval van elke[2 eerste]2 afvalstoffenproducent wordt uitgekipt op een daartoe vergunde locatie. Daar gebeurt een grondige visuele controle op de sorteerplicht. Tijdens de controle hoeven gesloten zakken niet te worden geopend. Als de zak doorzichtig is of als er afvalstoffen gedeeltelijk uit de zak steken, wordt het zichtbare materiaal gecontroleerd volgens een visuele controle en voor zover dat mogelijk is zonder de zak te openen.]1
  
Art. 5.5.4.3. [1 Le collecteur, le négociant ou le courtier en déchets informe le producteur de déchets chez lequel la non-conformité a été constatée de ladite non-conformité au plus tard le jour ouvrable suivant. A cet égard, tous les éléments visés à l'article 5.5.4.2 ainsi que la notification de l'infraction présumée de l'obligation légale de tri sont communiqués au producteur de déchets.]1
  
Art. 5.5.4.2. [1 Als bij de visuele controle afvalstoffen worden waargenomen die onder de sorteerplicht vallen, wordt er een non-conformiteit opgesteld. Elke non-conformiteit wordt bijgehouden in een non-conformiteitenregister, met uitzondering van non-conformiteiten die betrekking hebben op eenmanszaken zonder rechtspersoonlijkheid, waarin volgende elementen worden beschreven:
   1° de datum van de non-conformiteit;
   2° de naam en het ondernemingsnummer van de afvalstoffenproducent waarbij de non-conformiteit werd opgesteld;
   3° het vestigingsnummer of ophaaladres van de afvalstoffenproducent waarbij de non-conformiteit werd opgesteld;
   4° een duidelijke omschrijving van de non-conformiteit, met minstens een beschrijving van de afvalstoffen die zijn waargenomen en die onder de sorteerplicht vallen.
   Het non-conformiteitenregister wordt bijgehouden op een elektronische drager met het oog op een eenvoudige uitwisseling van registergegevens tussen de OVAM, de toezichthouders en de houder van het register. De OVAM voorziet in een standaardformaat voor het register en stelt dat op de website ter beschikking. Bij de uitwisseling is het gebruik van dat sjabloon verplicht.
   Als alternatief kan de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar zijn non-conformiteiten bijhouden in een centraal non-conformiteitenregister dat wordt beheerd door de OVAM en waarin overtreders in kaart worden gebracht. De gegevens in dat centraal non-conformiteitenregister zijn niet openbaar, wel raadpleegbaar door toezichthouders in het kader van handhaving. De gegevens in het centraal non-conformiteitenregister worden gewist na 18 maanden.]1

  
Art. 5.5.4.3 /1. [1 Si, lors du contrôle visuel, le collecteur, le négociant ou le courtier en déchets observe un sac à déchets non transparent tel qu'interdit par l'article 5.3.13.2, il le traite comme une non-conformité au même titre qu'en cas d'observation de déchets soumis à l'obligation de tri.]1
  
Art. 5.5.4.3. [1 De afvalstoffenproducent waarbij de non-conformiteit is vastgesteld, wordt uiterlijk de volgende werkdag op de hoogte gebracht van de opgemaakte non-conformiteit door de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar. Alle elementen, vermeld in artikel 5.5.4.2, worden daarbij aan de afvalstoffenproducent meegedeeld, alsook de melding dat hij vermoedelijk de wettelijke sorteerplicht heeft overtreden.]1
  
Art. 5.5.4.4. [1 Tout lot aléatoire de 10 m3 de déchets industriels résiduels, quelle qu'en soit la densité, qui est évacué pour incinération ou est incinéré, peut être composé, pour les flux de déchets visés aux points 1° et 2°, de ce qui suit :
   1° jusqu'au 1er janvier 2023 :
   a) maximum trois unités de papier et carton recyclables d'une surface supérieure à 1 m2 ;
   b) maximum trois unités de déchets ligneux d'une surface supérieure à 1 m2 ;
   c) maximum trois unités de déchets verts avec tronc d'une longueur supérieure à 1 m ;
   d) maximum trois unités de métal d'une surface supérieure à 1 m2 ou d'une longueur supérieure à 1 m ;
   e) maximum trois unités de déchets textiles recyclables d'une surface supérieure à 1 m2 ;
   f) maximum trois unités de gravats d'une surface supérieure à 1 m2 ;
   g) maximum un emballage de plastique blanc ou transparent de plus de 60 litres ;
   h) maximum trois unités de plastiques rigides recyclables d'une surface supérieure à 1 m2 ;
   i) zéro sac transparent rempli de PMC ;
   j) zéro sac transparent rempli d'EPS (polystyrène expansé) ;
   k) zéro déchet dangereux, DEEE, PDD, pneu usagé, amiante-ciment et déchet contenant de l'amiante ;
   2° à partir du 1er janvier 2023 :
   a) maximum trois unités de papier et carton recyclables d'une surface supérieure à 0,5 m2 ;
   b) maximum trente litres de papier et carton emballés ensemble ;
   c) maximum trois unités de déchets ligneux d'une surface supérieure à 0,5 m2 [3 , y compris les unités de déchets ligneux auxquels des métaux sont fixés]3;
   d) maximum trente litres de déchets ligneux emballés ensemble ;
   e) maximum trois unités de déchets verts d'une longueur supérieure à 0,5 m ;
   f) maximum soixante litres de déchets verts emballés ensemble ;
   g) maximum trois unités de métal d'une surface supérieure à 0,25 m2 ou d'une longueur supérieure à 1 m ;
   h) maximum trois unités de déchets textiles recyclables d'une surface supérieure à 0,25 m2 ;
   i) maximum trois unités de gravats d'une surface supérieure à 0,5 m2 ;
   j) maximum soixante litres de gravats ;
   k) maximum un emballage de plastique blanc ou transparent de plus de 30 litres ;
   l) maximum trois unités d'EPS et de plastiques rigides recyclables d'une surface supérieure à 0,5 m2 ;
   m) maximum cinquante unités de PMC ;
   n) zéro pneu usagé ;
   o) zéro [3 unité de déchets dangereux, de DEEE, de PDD, d'amiante-ciment et de déchets contenant et susceptibles de contenir de l'amiante]3;
  [2
-
p) zéro unité de débris d'asphalte non goudronneux, de matériaux de fondation d'une granulométrie supérieure à 60 mm qui ne peuvent pas être traités conformément aux dispositions du règlement unique sur les granulats recyclés ;
q) zéro unité de béton cellulaire d'une granulométrie supérieure à 60 mm ;
r) zéro unité de plaques de carton-plâtre, de blocs de plâtre d'une surface supérieure à 0,5 m2 ;
s) zéro unité de laine de verre et de laine de roche d'une surface supérieure à 0,5 m2 ;
t) zéro unité de matériau de couverture bitumineux ou de matériau d'étanchéité d'une surface supérieure à 0,5 m2.
p) zéro unité de débris d'asphalte non goudronneux, de matériaux de fondation d'une granulométrie supérieure à 60 mm qui ne peuvent pas être traités conformément aux dispositions du règlement unique sur les granulats recyclés ; q) zéro unité de béton cellulaire d'une granulométrie supérieure à 60 mm ; r) zéro unité de plaques de carton-plâtre, de blocs de plâtre d'une surface supérieure à 0,5 m2 ; s) zéro unité de laine de verre et de laine de roche d'une surface supérieure à 0,5 m2 ; t) zéro unité de matériau de couverture bitumineux ou de matériau d'étanchéité d'une surface supérieure à 0,5 m2.
]2
   Jusqu'au 1er janvier 2023, le collecteur, le négociant ou le courtier en déchets est libre de choisir de procéder ou non à un tri en aval pour atteindre les quantités visées à l'alinéa 1er, point 1°, ainsi que les moyens utilisés à cette fin. Le collecteur, le négociant ou le courtier en déchets est libre de décider d'ouvrir des sacs fermés et de procéder à un tri en aval de leur contenu. Les sacs opaques d'une contenance supérieure à 60 litres sont comptabilisés dans les quantités visées à l'alinéa 1er, point 1°. Les sacs opaques d'une contenance jusqu'à 60 litres ne sont pas pris en compte dans les quantités visées à l'alinéa 1er, point 1°, et ne doivent pas être ouverts.
   A partir du 1er janvier 2023, le collecteur, le négociant ou le courtier en déchets est libre de choisir de procéder ou non à un tri en aval pour atteindre les quantités visées à l'alinéa 1er, point 2°, ainsi que les moyens utilisés à cette fin. Le collecteur, le négociant ou le courtier en déchets est libre de décider d'ouvrir des sacs fermés et de procéder à un tri en aval de leur contenu. Les quantités visées à l'alinéa 1er, point 2°, doivent néanmoins être atteintes et s'appliquent à tous les déchets qui se trouvent dans des sacs.
   Les dispositions suivantes s'appliquent tant avant qu'après le 1er janvier 2023 :
   1° les papiers et cartons fortement souillés et les matières plastiques fortement souillées sont considérés comme non recyclables et ne sont autorisés que parmi les déchets résiduels évacués pour incinération ou incinérés ;
   2° la trituration de déchets, préalablement à un processus de tri en aval, n'est autorisée que si elle est suivie de l'utilisation d'une ligne automatisée visant un tri en aval étendu des fractions visées à l'alinéa 1er, points 1° et 2°. La trituration préalablement à l'utilisation de la ligne de tri n'est autorisée que si elle contribue manifestement à l'efficacité du processus de tri et garantit l'extraction de plus de déchets recyclables ou dangereux lors du tri an aval. Quoi qu'il en soit, la trituration en amont de la ligne de tri doit être limitée aux déchets qui, sans trituration, ne peuvent pas être traités par une ligne de tri. Les déchets les plus volumineux et les déchets dangereux doivent encore être triés au maximum, au moyen d'une grue ou manuellement, préalablement à la trituration. La trituration à seule fin de respecter les dispositions relatives à la taille des pièces est interdite. S'il est encore procédé à une trituration après le processus de tri, un contrôle des quantités visées à l'alinéa 1er, points 1° et 2°, doit encore être possible préalablement à ce processus de trituration et les prescriptions concernant les quantités sont également applicables préalablement à ce processus de trituration ;
   3° si un tri en aval est effectué, les prescriptions relatives aux quantités visées à l'alinéa 1er, points 1° et 2°, s'appliquent aux déchets industriels résiduels qui ont subi la dernière étape du processus de tri avant que les déchets ne soient évacués pour incinération. Celui qui effectue un tri en aval peut démontrer clairement comment fonctionne le processus de tri, quelle est l'étape finale et quels déchets ont déjà subi toutes les étapes sur le site. Si ce n'est pas possible, les prescriptions relatives aux quantités visées à l'alinéa 1er, points 1° et 2°, s'appliquent à tous les déchets présents sur le site ;
   4° les résidus de tri (tamisage) de déchets industriels résiduels sont considérés comme déchets combustibles et ne peuvent donc pas être mis en décharge en vertu de l'article 4.5.1, même après traitement ultérieur. Ce matériau n'entre pas en considération pour les dérogations visées à l'article 4.5.1, alinéa 2, même après traitement ultérieur.]1
  
Art. 5.5.4.3 /1. [1 Als de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar bij de visuele controle een niet-transparante afvalzak waarneemt, zoals verboden door artikel 5.3.13.2, behandelt hij dat als een non-conformiteit op dezelfde manier als bij het waarnemen van afvalstoffen die onder de sorteerplicht vallen.]1
  
Art. 5.5.4.5. [1 Si un collecteur, un négociant ou un courtier en déchets remarque des erreurs de tri durant l'enlèvement chez le client, les déchets peuvent être refusés et rester chez le producteur de déchets. Le collecteur, le négociant ou le courtier en déchets établit une non-conformité conformément à l'article 5.5.4.2 et en informe le producteur de déchets conformément à l'article 5.5.4.3. Tout refus en vertu duquel les déchets ne sont pas emmenés est consigné dans le registre visé à l'article 5.5.4.2, à l'exception des refus qui concernent des sociétés unipersonnelles dépourvues de la personnalité juridique.]1
  
Art. 5.5.4.4. [1 Elke willekeurige partij van 10 m3 bedrijfsrestafval, ongeacht de dichtheid, die naar verbranding wordt afgevoerd of verbrand, mag voor de afvalstromen, vermeld in punt 1° en 2°, samengesteld zijn uit:
   1° tot 1 januari 2023:
   a) maximum drie stukken recycleerbaar papier en karton met een oppervlakte van meer dan 1 m2;
   b) maximum drie stukken houtafval met een oppervlakte van meer dan 1 m2;
   c) maximum drie stukken stammig groenafval met een lengte van meer dan 1 m;
   d) maximum drie stukken metaal met een oppervlakte van meer dan 1 m2 of met een lengte van meer dan 1 m;
   e) maximum [2 ...]2drie stukken recycleerbaar textielafval met een oppervlakte van meer dan 1 m2;
   f) maximum drie stukken puin met een oppervlakte van meer dan 1 m2;
   g) maximum één pakket transparante of witte kunststoffolie van meer dan 60 liter;
   h) maximum drie stukken recycleerbare harde kunststoffen met een oppervlakte van meer dan 1 m2;
   i) nul doorzichtige zakken gevuld met PMD;
   j) nul doorzichtige zakken gevuld met EPS;
   k) nul stukken gevaarlijk afval, AEEA, kga, afvalbanden en asbestcement en asbesthoudende afvalstoffen;
   2° vanaf 1 januari 2023:
   a) maximum drie stukken recycleerbaar papier en karton met een oppervlakte van meer dan 0,5 m2;
   b) maximum dertig liter samen verpakt papier en karton;
   c) maximum drie stukken houtafval met een oppervlakte van meer dan 0,5 m2[3 met inbegrip van stukken houtafval waar metalen aan vastgemaakt zijn]3;
   d) maximum dertig liter samen verpakt houtafval;
   e) maximum drie stukken groenafval met een lengte van meer dan 0,5 m;
   f) maximum zestig liter samen verpakt groenafval;
   g) maximum drie stukken metaal met een oppervlakte van meer dan 0,25 m2 of met een lengte van meer dan 1 m;
   h) maximum drie stukken recycleerbaar textielafval met een oppervlakte van meer dan 0,25 m2;
   i) maximum drie stukken puin met een oppervlakte van meer dan 0,5 m2;
   j) maximum zestig liter puinafval;
   k) maximum één pakket transparante of witte kunststoffolie van meer dan 30 liter;
   l) maximum drie stukken EPS en recycleerbare harde kunststoffen met een oppervlakte van meer dan 0,5 m2;
   m) maximum vijftig stukken PMD;
   n) nul afvalbanden;
   o) nul stukken gevaarlijk afval, AEEA, kga, asbestcement en asbesthoudende[4 en asbestverdachte]4 afvalstoffen.
  [5
Art. 5.5.4.6. [1 Le registre des non-conformités est complété, au moins chaque jour ouvrable, des données les plus récentes. Les données figurant dans le registre sont conservées au moins cinq ans. Seules les données figurant dans le registre central des non-conformités géré par l'OVAM ne sont plus échangées avec les fonctionnaires surveillants après 18 mois et sont effacées.]1
  
p) Nul stukken niet-teerhoudend asfaltpuin, funderingsmaterialen die niet conform de bepalingen van het eenheidsreglement gerecycleerde granulaten kunnen verwerkt worden met een korrelgrootte boven 60 mm;
q) Nul stukken cellenbeton met een korrelgrootte boven 60 mm;
r) Nul stukken gipskartonplaten, gipsblokken met een oppervlakte van meer dan 0,5m2;
s) Nul stukken glaswol en rotswol met een oppervlakte van meer dan 0,5m2 ;
t) Nul stukken bitumineus dakbedekkingsmateriaal of afdichtingsmateriaal met een oppervlakte van meer dan 0,5m2.
p) Nul stukken niet-teerhoudend asfaltpuin, funderingsmaterialen die niet conform de bepalingen van het eenheidsreglement gerecycleerde granulaten kunnen verwerkt worden met een korrelgrootte boven 60 mm; q) Nul stukken cellenbeton met een korrelgrootte boven 60 mm; r) Nul stukken gipskartonplaten, gipsblokken met een oppervlakte van meer dan 0,5m2; s) Nul stukken glaswol en rotswol met een oppervlakte van meer dan 0,5m2 ; t) Nul stukken bitumineus dakbedekkingsmateriaal of afdichtingsmateriaal met een oppervlakte van meer dan 0,5m2.
]5
   De inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar is tot 1 januari 2023 vrij om zelf te kiezen of hij al dan niet overgaat tot nasortering om de hoeveelheden, vermeld in het eerste lid, punt 1°, te halen, alsook welke middelen hij daarvoor gebruikt. De inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar is vrij om te bepalen of gesloten zakken worden geopend en of de inhoud daarvan wordt nagesorteerd. Ondoorzichtige zakken met een inhoud van meer dan 60 liter tellen mee voor de hoeveelheden, vermeld in het eerste lid, punt 1°. Ondoorzichtige zakken met een inhoud tot en met 60 liter tellen niet mee voor de hoeveelheden, vermeld in het eerste lid, punt 1°, en moeten niet geopend worden.
   De inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar is vanaf 1 januari 2023 vrij om zelf te kiezen of hij al dan niet overgaat tot nasortering om de hoeveelheden, vermeld in het eerste lid, punt 2°, te halen, alsook welke middelen hij daarvoor gebruikt. De inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar is vrij om te bepalen of gesloten zakken worden geopend en of de inhoud daarvan wordt nagesorteerd. De hoeveelheden, vermeld in het eerste lid, punt 2°, moeten evenwel gehaald worden en zijn van toepassing op al het afval dat zich in zakken bevindt.
   Zowel voor als na 1 januari 2023 gelden de volgende bepalingen:
   1° sterk vervuild papier en karton en sterk vervuilde kunststoffen worden als niet-recycleerbaar beschouwd en mogen nog in het restafval aanwezig zijn dat naar verbranding wordt afgevoerd of verbrand wordt;
   2° het verkleinen van stukken afval, voorafgaand aan een proces van nasortering, is alleen toegestaan indien dit gevolgd wordt door het gebruik van een geautomatiseerde sorteerlijn die erop gericht is de fracties vermeld in het eerste lid, punt 1° en punt 2° uitgebreid na te sorteren. Het verkleinen voorafgaand aan het gebruik van de sorteerlijn is enkel toegestaan als dat de effectiviteit van het sorteerproces aantoonbaar ten goede komt en ervoor zorgt dat er bij de nasortering meer recycleerbaar of gevaarlijk afval uitgehaald wordt. In ieder geval moet de verkleining voorafgaand aan de sorteerlijn beperkt worden tot stukken afval die zonder verkleining niet door een sorteerlijn verwerkt kunnen worden. De allergrootste stukken afval en gevaarlijk afval moeten voorafgaand aan het verkleinen nog maximaal door een kraan of handmatig worden uitgesorteerd. Het is verboden om te verkleinen alleen om de bepalingen rond stukgrootte makkelijker te behalen. Als er nog verkleind wordt na het sorteerproces, moet een controle van de hoeveelheden, vermeld in het eerste lid, punt 1° en punt 2°, nog mogelijk zijn voorafgaand aan dat verkleiningsproces en gelden de voorschriften omtrent de hoeveelheden ook voorafgaand aan dat verkleiningsproces;
   3° als er een nasortering gebeurt, gelden de voorschriften over de hoeveelheden, vermeld in het eerste lid, punt 1° en 2°, op het bedrijfsrestafval dat de laatste stap van het sorteerproces heeft ondergaan alvorens het afval naar verbranding wordt afgevoerd. Degene die een nasortering verricht, kan duidelijk aantonen hoe het sorteerproces in elkaar zit, wat de laatste stap is en welk afval op de site al alle stappen heeft ondergaan. Als dat niet kan, gelden de voorschriften over de hoeveelheden, vermeld in het eerste lid, punt 1° en 2°, op al het afval dat aanwezig is op de site;
   4° het sorteer(zeef)residu van bedrijfsrestafval wordt als brandbare afvalstof beschouwd en mag dus conform artikel 4.5.1 niet gestort worden, ook niet na verdere verwerking. Dit materiaal komt niet in aanmerking voor de afwijkingen, vermeld in artikel 4.5.1, tweede lid, ook niet na verdere verwerking.]1
  
-
Art. 5.5.4.5. [1 Als een inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar tijdens de ophaling bij de klant sorteerfouten opmerkt, mag het afval geweigerd worden en blijven staan bij de afvalstoffenproducent. De inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar maakt een non-conformiteit op conform artikel 5.5.4.2 en brengt de afvalstoffenproducent daarvan op de hoogte conform artikel 5.5.4.3. Elke weigering, waarbij het afval niet wordt meegenomen, wordt genoteerd in het register, vermeld in artikel 5.5.4.2, met uitzondering van weigeringen die betrekking hebben op eenmanszaken zonder rechtspersoonlijkheid.]1
Sous-section 5.5.5. [1 - Règles applicables aux transformateurs autorisés qui acceptent des déchets industriels résiduels]1
Art. 5.5.4.6. [1 Het non-conformiteitenregister wordt minstens elke werkdag aangevuld met de meest recente gegevens. De gegevens in het register worden minstens vijf jaar bijgehouden. Enkel de gegevens in het centraal non-conformiteitenregister beheerd door de OVAM worden na 18 maanden niet meer uitgewisseld met de toezichthouders en gewist.]1
  
Art. 5.5.5.1. [1 Le transformateur autorisé qui accepte directement des déchets industriels résiduels d'un premier producteur de déchets sans intervention d'un collecteur, négociant ou courtier en déchets enregistré respecte les dispositions de la sous-section5.5.4.
   Par dérogation à l'article 5.5.4.5, le transformateur autorisé visé à l'alinéa 1er, qui refuse des déchets, ne peut pas le faire durant l'enlèvement chez le client, mais bien en n'acceptant pas les déchets sur le site. Le producteur de déchets est ainsi obligé de retourner avec la cargaison.]1

  
Onderafdeling 5.5.5. [1 - Regels voor vergunde verwerkers die bedrijfsrestafval aanvaarden]1
Sous-section 5.5.6. [1 - Règles relatives à la transparence et à la collaboration au sein de la chaîne]1
Art. 5.5.5.1. [1 De vergunde verwerker die rechtstreeks bedrijfsrestafval aanvaardt van een eerste afvalstoffenproducent zonder tussenkomst van een geregistreerde inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar, leeft de bepalingen van onderafdeling 5.5.4 na.
   In afwijking van artikel 5.5.4.5 kan de vergunde verwerker, vermeld in het eerste lid, die afval weigert, dat niet doen tijdens de ophaling bij de klant, maar wel door het niet aanvaarden van het afval op de site. Hierdoor is de afvalstoffenproducent verplicht terug te keren met de vracht.]1

  
Art. 5.5.6.1. [1 Le collecteur, le négociant ou le courtier en déchets industriels résiduels ou le transformateur autorisé qui accepte des déchets industriels résiduels démontre si les déchets industriels résiduels évacués pour incinération ou incinérés par lui tombent sous le coup des règles de la sous-section 5.5.3, 5.5.4 ou 5.5.5. Si les déchets tombent sous le coup de la sous-section 5.5.3, il convient de préciser clairement le choix qui a été posé pour l'acceptation visée à l'article 5.5.3.7. En l'absence de clarté, les règles visées à la sous-section 5.5.4 s'appliquent. Si des déchets industriels résiduels évacués pour incinération sont à la fois constitués de déchets collectés de plusieurs manières et peuvent tomber sous le coup de plusieurs sous-sections, seules les règles visées à la sous-section 5.5.4 s'appliquent.]1
  
Onderafdeling 5.5.6. [1 - Regels over transparantie en samenwerking in de keten]1
Art. 5.5.6.2. [1 Le collecteur, le négociant ou le courtier en déchets industriels résiduels ou le transformateur autorisé qui accepte des déchets industriels résiduels dispose d'une procédure écrite décrivant de quelle manière la garantie est apportée au sein de l'entreprise que les conditions visées dans la présente section sont remplies. Chez le transformateur autorisé, cela peut être intégré dans le plan de travail.]1
Art. 5.5.6.1. [1 De inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar van bedrijfsrestafval of de vergunde verwerker die bedrijfsrestafval aanvaardt, toont aan of het door hem naar verbranding afgevoerde of verbrande bedrijfsrestafval valt onder de regels van onderafdeling 5.5.3, 5.5.4 of 5.5.5. Als het afval valt onder de toepassing van onderafdeling 5.5.3, moet duidelijk zijn welke keuze gemaakt is voor de acceptatie, vermeld in artikel 5.5.3.7. Als er geen duidelijkheid is, gelden de regels, vermeld in onderafdeling 5.5.4. Als gelijktijdig naar verbranding afgevoerd bedrijfsrestafval bestaat uit afval dat op verschillende wijzen is ingezameld en onder verschillende onderafdelingen kan vallen, gelden uitsluitend de regels, vermeld in onderafdeling 5.5.4.]1
  
Art. 5.5.6.3. [1 Le collecteur, le négociant ou le courtier en déchets industriels résiduels ou le transformateur autorisé qui accepte des déchets industriels résiduels peut produire à tout moment les pièces justificatives nécessaires démontrant qu'il remplit toutes les conditions visées dans la présente section. Ces pièces justificatives sont conservées au moins cinq ans.]1
  
Art. 5.5.6.2. [1 De inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar van bedrijfsrestafval of de vergunde verwerker die bedrijfsrestafval aanvaardt, beschikt over een uitgeschreven procedure die omschrijft hoe binnen het bedrijf verzekerd wordt dat aan de voorwaarden, vermeld in deze afdeling voldaan wordt. Bij de vergunde verwerker kan dat geïntegreerd worden in het werkplan.]1
  
Art. 5.5.6.4. [1 Plusieurs collecteurs, négociants ou courtiers en déchets industriels résiduels ou transformateurs autorisés peuvent coopérer pour remplir les conditions visées dans la présente section. Dans ce cas, il est établi par contrat :
   1° à quelles cargaisons de déchets résiduels la coopération s'applique ;
   2° quel acteur assume la responsabilité de quelle obligation visée dans la présente section, toutes les obligations étant reprises dans les contrats.
   Si les conditions visées à l'alinéa 1er ne sont pas toutes remplies, tous les acteurs associés à la collaboration sont responsables individuellement de toutes les obligations visées dans la présente section et enfreignent individuellement l'interdiction d'incinération visée à l'article 4.5.2 s'ils fournissent des déchets industriels résiduels pour incinération ou incinèrent des déchets industriels résiduels qui n'ont pas été gérés conformément à la section 5.5.]1

  
Art. 5.5.6.3. [1 De inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar van bedrijfsrestafval of de vergunde verwerker die bedrijfsrestafval aanvaardt, kan te allen tijde de nodige bewijsstukken voorleggen die aantonen dat hij voldoet aan alle voorwaarden, vermeld in deze afdeling. Die bewijsstukken worden minstens vijf jaar lang bijgehouden.]1
CHAPITRE 6. - Collecte et transport des déchets
Art. 5.5.6.4. [1 Verschillende inzamelaars, afvalstoffenhandelaars of -makelaars van bedrijfsrestafval of vergunde verwerkers kunnen samenwerken om aan de voorwaarden, vermeld in deze afdeling te voldoen. In dat geval wordt contractueel vastgelegd:
Section 6.1. - Transport, collecte et traitement des déchets
HOOFDSTUK 6. - Inzamelen en vervoeren van afvalstoffen
Art. 6.1.1.[1 La présente section ne s'applique pas aux sous-produits animaux tels que mentionnés dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 juin 2013 en matière de sous-produits animaux et produits dérivés, à l'exception de [2 ...]2 [2 [3 l'article 6.1.1.4, alinéa 1er, 2°, et alinéa 5]3]2, l'article 6.1.1.5, l'article 6.1.1.6, § 2, l'article 6.1.2.1, § 1er, les articles 6.1.2.2 à 6.1.2.4 inclus, l'article 6.1.3.1, alinéas premier et deux, les articles 6.1.3.2 à 6.1.4.1 inclus.]1
Afdeling 6.1. - Vervoeren en inzamelen van en handelen en makelen in afvalstoffen
Sous-section 6.1.1. Conditions pour le transport, la collecte et le traitement des déchets
Art. 6.1.1. [1 Deze afdeling is niet van toepassing op dierlijke bijproducten als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 21 juni 2013 betreffende dierlijke bijproducten en afgeleide producten, met uitzondering van [2 ...]2, [2 [3 artikel 6.1.1.4, eerste lid, 2° en vijfde lid]3]2, artikel 6.1.1.5, artikel 6.1.1.6, § 2, artikel 6.1.2.1, § 1, artikel 6.1.2.2 tot en met artikel 6.1.2.4, artikel 6.1.3.1, eerste en tweede lid, artikel 6.1.3.2 tot en met artikel 6.1.4.1.]1
  
Art. 6.1.1.1. Les conditions générales de transport suivantes sont d'application à tout transport de déchets, y compris le chargement et le déchargement de ces déchets
  1° Les déchets doivent être dûment emballés;
  2° les transporteurs [1 et les producteurs de déchets qui transportent leurs propres déchets par leurs propres moyens de transport]1 doivent séparer les différents types de déchets qui sont présentés séparément et les déchets dangereux doivent être séparés des déchets non dangereux;
  3° Il est interdit de diluer les déchets mentionnés à l'article 4.4.2;
  4° les moyens de transport et les récipients doivent convenir techniquement aux déchets transportés et disposer des certificats et attestations de contrôle nécessaires. ils doivent être conservés en bon état de fonctionnement;
  5° les moyens de transport et les récipients doivent être nettoyés à l'intérieur et à l'extérieur afin d'éviter le mélange de différents types de déchets;
  6° En cas d'incidents, des mesures efficaces doivent être immédiatement prises afin de limiter le plus possible les nuisances pour l'homme et l'environnement. Pour ce faire, les connaissances, les directives et les moyens nécessaires sont disponibles. Les déchets ne peuvent en aucun cas être évacués directement vers les eaux souterraines, les égouts publics et les eaux de surface. Ils doivent être collectés et traités conformément à la nature des déchets;
  7° le transporteur [1 et le producteur de déchets qui transporte ses propres déchets par ses propres moyens de transport, ne peuvent]1 transporter des déchets que si un formulaire d'identification est joint comme indiqué à l'article 6.1.1.2;
  [2 8° le transporteur doit enregistrer le départ du transport et le dépôt des déchets dans le formulaire d'identification numérique.]2
  Les points 4°, 5° et 6° ne sont pas d'application aux acteurs mentionnés à l'article 6.1.1.2, § 1, 2° à 8° inclus.
  
Onderafdeling 6.1.1. Voorwaarden voor het vervoeren en inzamelen van en het handelen en makelen in afvalstoffen
Art. 6.1.1.2.§ 1. Un formulaire d'identification est présent pendant le transport de tous les déchets, à l'exception :
Art. 6.1.1.1. De volgende algemene vervoersvoorwaarden zijn van toepassing op elk vervoer van afvalstoffen, inclusief op het laden en lossen van die afvalstoffen :
  1° de afvalstoffen moeten degelijk zijn verpakt;
  2° de vervoerders [1 en de afvalstoffenproducenten die met eigen transportmiddelen de eigen afvalstoffen vervoeren,]1 moeten de verschillende soorten afvalstoffen die gescheiden worden aangeboden, van elkaar gescheiden houden en moeten de gevaarlijke afvalstoffen gescheiden houden van de niet-gevaarlijke afvalstoffen;
  3° het is verboden afvalstoffen te verdunnen als vermeld in artikel 4.4.2;
  4° de vervoersmiddelen en de recipiënten moeten technisch geschikt zijn voor de afvalstoffen die worden vervoerd, en moeten over de nodige keuringsattesten en certificaten beschikken. Ze moeten in goede staat van werking worden gehouden;
  5° de vervoersmiddelen en de recipiënten moeten in- en uitwendig worden gereinigd om vermenging van verschillende soorten afvalstoffen te vermijden;
  6° bij calamiteiten moeten onmiddellijk efficiënte maatregelen worden genomen om hinder en schade voor mens en milieu zo veel mogelijk te beperken. Daarvoor zijn de nodige kennis, richtlijnen en middelen beschikbaar. De afvalstoffen mogen in geen geval rechtstreeks naar het grondwater, de openbare riolering of het oppervlaktewater worden afgevoerd. Ze moeten worden verzameld en verwerkt overeenkomstig de aard van de afvalstoffen;
  7° de vervoerder [1 en de afvalstoffenproducent die met eigen transportmiddelen de eigen afvalstoffen vervoert, mogen]1 afvalstoffen alleen vervoeren als er een identificatieformulier als vermeld in artikel 6.1.1.2, bijgevoegd is.
  [2 8° de vervoerder moet de start van het vervoer en de afgifte van de afvalstoffen registreren in het digitale identificatieformulier.]2
  Punt 4°, 5° en 6° zijn niet van toepassing op de actoren, vermeld in artikel 6.1.1.2, § 1, 2° tot en met 8°.
  
Art. 6.1.1.3. Les collecteurs, commerçants ou agents de déchets et les producteurs de déchets qui prennent eux-mêmes des dispositions pour leurs déchets doivent respecter les conditions générales suivantes :
  1° les déchets doivent être transportés vers un centre de traitement qui est agréé pour le traitement de ces déchets. Si différents déchets sont présentés séparément, le collecteur, le commerçant ou l'agent de déchets doit choisir un centre de traitement approprié pour chaque déchet;
  2° ils doivent veiller à un formulaire d'identification dûment complété, tel qu'il est mentionné à l'article 6.1.1.2;
  3° ils doivent tenir un registre des déchets tel qu'il est mentionné dans la sous-section 7.2.1.
  [1 4° dans le cas où les déchets ne sont pas transportés par le producteur des déchets, le transport des déchets doit être effectué par un transporteur qui est enregistré conformément à l'article 6.1.2.1.]1
  
Art. 6.1.1.2. § 1. Een identificatieformulier is aanwezig tijdens het vervoer van alle afvalstoffen, met uitzondering van :
  1° [9 twee unieke volgnummers: een eerste start met een drielettercode die het systeem identificeert waarmee het identificatieformulier is aangemaakt, het tweede heeft de vorm van een Universally Unique Identifier. Minstens een van de twee voormelde volgnummers wordt gevisualiseerd op het identificatieformulier;]9
  2° de particulier die zijn afvalstoffen naar inzamelpunten van afvalstoffen brengt;
  3° de zelfstandige of kleine ondernemer, die geen afvalstoffenverwerker is, met minder dan tien werknemers, die de afvalstoffen waarvan hij de producent is, naar inzamelpunten van afvalstoffen brengt;
  4° de afvalstoffenproducent van afvalstoffen die zijn ontstaan uit verleende onderhoudsdiensten bij derden, die de afvalstoffen naar zijn bedrijfsterrein of naar een verwerkingsinrichting brengt;
  5° de leverancier van goederen die in het kader van de terugnameplicht, van de aanvaardingsplicht of van vrijwillige terugname, ter gelegenheid van een levering van goederen, lege verpakkingen of afgedankte goederen naar zijn bedrijfsterrein of naar een inzamelpunt voor afgedankte goederen brengt;
  6° de houder van afvalstoffen die in het kader van de terugnameplicht, de aanvaardingsplicht of een vrijwillige terugname de afvalstoffen terugbrengt naar zijn leverancier van soortgelijke goederen;
  7° [1 het kringloopcentrum of het hergebruikcentrum voor EEA dat de ingezamelde afgedankte EEA, die een visuele voorselectie op herbruikbaarheid hebben ondergaan, vervoert naar een hergebruikcentrum voor EEA, met het oog op de voorbereiding voor hergebruik;]1
  8° de afvalstoffenproducenten die hun afvalstoffen via pijpleidingen vervoeren;
  [1 9° de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar die niet-gevaarlijke afvalstoffen van een [2 recyclagepark]2 naar een inzamelpunt van afvalstoffen of naar een verwerkingsinrichting brengt;]1
  [2 10° de afvalstoffenproducent die in het kader van een collectieve regeling met andere bedrijven die gevestigd zijn op hetzelfde bedrijventerrein, de eigen bedrijfsafvalstoffen vervoert naar een inzamelpunt van afvalstoffen op het bedrijventerrein waar hij zelf gevestigd is, en dat alleen voor die bedrijven bedoeld is, waarbij tijdens het transport het terrein niet verlaten wordt of de kortste route genomen wordt. Het bedrijventerrein is officieel ruimtelijk bestemd als bedrijventerrein en bevindt zich niet in een zeehavengebied.]2
  De uitzondering op het gebruik van een identificatieformulier geldt met behoud van de verplichte afgifte van bedrijfsafvalstoffen tegen de ontvangst van een afgiftebewijs als vermeld in artikel 25 van het Materialendecreet.
  De OVAM stelt een model van identificatieformulier ter beschikking via haar website.
  [3 Het is mogelijk een digitaal identificatieformulier te gebruiken na voorafgaande goedkeuring door de OVAM. De gegevens op het identificatieformulier moeten altijd voorgelegd kunnen worden aan de toezichthouder. Vanaf 1 januari 2023 is het verplicht om een digitaal identificatieformulier te gebruiken, afgeleverd door een systeem dat door de OVAM werd goedgekeurd.]3
  § 2. Het identificatieformulier voor niet-gevaarlijke afvalstoffen bevat ten minste de volgende gegevens :
  1° [4 [9 twee unieke volgnummers: een eerste start met een drielettercode die het systeem identificeert waarmee het identificatieformulier is aangemaakt, het tweede heeft de vorm van een Universally Unique Identifier. Minstens een van de twee voormelde volgnummers wordt gevisualiseerd op het identificatieformulier;]9]4
  2° datum van vervoer;
  3°[8 het identificatienummer, vermeld in artikel 7.1.1, de naam en het adres van de vestigingseenheid van de afvalstoffenproducent en in geval van zeeschepen de naam van het schip en het adres van de ligplaats, of van de afvalstoffenverwerker die de afvalstoffen afvoert [9 vanaf de eigen inrichting]9, en het adres van verzending van de afvalstoffen]8;
  4°[8 het identificatienummer, vermeld in artikel 7.1.1, de naam en het adres van de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar, als dat van toepassing is]8;
  5°[8 het identificatienummer, vermeld in artikel 7.1.1, de naam en het adres van de vervoerders]8;
  6° [8 het identificatienummer, vermeld in artikel 7.1.1, de naam en het adres van de vestigingseenheid van de verwerker, met vermelding van de aard van de verwerking (R- of D-code, vermeld in afdeling 4.2)]8;
  7° omschrijving, hoeveelheid in ton en de EURAL-codes van de afvalstoffen, vermeld in bijlage 2.1;
  [5 8° vanaf 1 januari 2023, de geo-locatie van de start van het transport en de geo-locatie van de afgifte van de afvalstoffen door de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar of de afvalstoffenproducent die zelf regelingen treft voor zijn afvalstoffen.]5
  Het identificatieformulier voor gevaarlijke afvalstoffen bevat ten minste de volgende gegevens :
  1° [6 uniek volgnummer, in geval van een digitaal identificatieformulier start het unieke volgnummer met een drielettercode die het systeem identificeert waarmee het identificatieformulier werd aangemaakt;]6
  2° datum van vervoer;
  3° [8 het identificatienummer, vermeld in artikel 7.1.1, de naam en het adres van de vestigingseenheid van de afvalstoffenproducent en in geval van zeeschepen de naam van het schip en het adres van de ligplaats, of van de afvalstoffenverwerker die de afvalstoffen afvoert, en het adres van verzending van de afvalstoffen;]8;
  4° [8 het identificatienummer, vermeld in artikel 7.1.1, de naam en het adres van de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar, als dat van toepassing is;]8;
  5°[8 het identificatienummer, vermeld in artikel 7.1.1, de naam en het adres van de vervoerders;]8;
  6° [8 het identificatienummer, vermeld in artikel 7.1.1, de naam en het adres van de vestigingseenheid van de verwerker, met vermelding van de aard van de verwerking (R- of D-code, vermeld in afdeling 4.2) en de gebruikte techniek van de verwerking;]8;
  7° omschrijving, hoeveelheid in ton, chemische samenstelling en de EURAL-codes van de afvalstoffen, vermeld bijlage 2.1;
  8° fysische eigenschappen van de afvalstoffen;
  9° type en aantal verpakkingen;
  10° speciale instructies voor het transport, indien van toepassing;
  [7 11° vanaf 1 januari 2023, de geo-locatie van de start van het transport en de geo-locatie van de afgifte van de afvalstoffen door de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar of de afvalstoffenproducent die zelf regelingen treft voor zijn afvalstoffen.]7
  De gegevens, vermeld in het eerste en tweede lid, moeten ingevuld worden vóór het vervoer aanvangt, en ze moeten worden ondertekend en gedateerd door de afvalstoffenproducent die zelf regelingen treft voor zijn afvalstoffen of door de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of - makelaar. Als de hoeveelheid niet kan bepaald worden voor het vertrek, mag de hoeveelheid ingevuld worden op de plaats van bestemming en moet [1 die hoeveelheid aan de producent bezorgd worden]1. [1 De afvalstoffenproducent bewaart die aanvulling samen met het oorspronkelijke identificatieformulier.]1
  § 3. Als verordening (EG) 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen van toepassing is, gelden voor het vervoer van de afvalstoffen het vervoersdocument en de afschriften van het kennisgevingsdocument als identificatieformulier.
  Bij de overbrenging voor nuttige toepassing van de afvalstoffen, vermeld in bijlagen III, IIIA en IIIB van de verordening, vermeld in het eerste lid, geldt het document, vermeld in bijlage VII van de verordening, als identificatieformulier.
  § 4. Het identificatieformulier kan dienen als een afgiftebewijs als vermeld in artikel 25, § 2, van het Materialendecreet.
  § 5. De afvalstoffenproducent ontvangt een kopie van het tot zover ingevulde identificatieformulier en bewaart die kopie gedurende een periode van minimaal vijf jaar.
  § 6. Op de plaats van bestemming wordt het identificatieformulier door de verwerker gedateerd en voor ontvangst ondertekend. Hij ontvangt [8 binnen 24 uur na de ondertekening]8 een kopie van het volledig ingevulde[8 en ondertekende]8 identificatieformulier en bewaart die kopie gedurende een periode van minimaal vijf jaar.
  § 7. De afvalstoffenproducent die zelf regelingen treft, de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar bewaart het [8 digitale]8, volledig ingevulde identificatieformulier gedurende een periode van minimaal vijf jaar.
  
Art. 6.1.1.4. Outre les conditions générales mentionnées dans la présente section, les commerçants ou agents de déchets doivent par ailleurs :
  1° [5 communiquer des informations aux producteurs de déchets à propos des déchets qui doivent obligatoirement être présentés séparément, comme indiqué aux articles 4.3.2 et 4.3.4 et qui doivent être gardés séparément lors de la collecte. Ils doivent dans ce cadre fournir des informations à la mesure du client individuel ou au moins à la mesure du secteur ;]5
  [5 1° /1 lors de la collecte, la négociation ou le courtage de déchets résiduels industriels conclure un contrat avec le producteur de déchets, y indiquant clairement les fractions visées à [9 l'article 4.3.2, § 1er]9 et leur méthode de collecte proposée. Lors d'une modification des fractions visées à [9 l'article 4.3.2, § 1er]9, chaque collecteur, négociant ou courtier en déchets résiduels industriels doit modifier progressivement ces contrats avec ses clients dès l'entrée en vigueur de ces nouvelles dispositions : au moins 50% des contrats doivent être modifiés après un an, au moins 75% après deux ans et 100% après trois ans. [8 En outre, le collecteur, le négociant ou le courtier en déchets industriels résiduels doit agir conformément aux dispositions de la section 5.5]8; [6 ...]6]5
  [5 1° /2 [8 lors de la collecte de déchets de papier et de carton, de déchets ligneux, de déchets métalliques, de plastiques rigides et de films dans le même récipient selon les modalités visées à l'article 4.3.2, conclure avec le producteur de déchets un contrat spécifiant les fractions regroupées et précisant que le récipient ne peut pas contenir d'autres déchets ni des déchets industriels résiduels et transporter le contenu du récipient vers un établissement de tri autorisé où les fractions sont entièrement triées. S'il apparaît que le récipient contient des fractions autres que celles énoncées dans la phrase précédente, le contenu du récipient doit être traité comme des déchets industriels résiduels ;]8]5
  2° disposer d'un système interne actualisé de garantie de la qualité et l'appliquer s'ils collectent ou traitent des déchets dangereux;
  [4 3° respecter le règlement communal de police en ce qui concerne la collecte des déchets ménagers de textile;]4
  [7 4° satisfaire aux déclarations trimestrielles dans le système d'information sur les matériaux comme prévu dans les sous-sections 7.3.2 et 7.3.3.]7
  [2 [5 L'alinéa 1er, 1° /1 ne s'applique pas]5 s'il a été répondu aux conditions cumulatives suivantes :
   1° les déchets industriels résiduels du producteur de déchets sont comparables en termes de leur nature, composition et quantité à des déchets ménagers ;
   2° les déchets industriels résiduels du producteur de déchets sont collectés en même temps que les déchets ménagers;]2

  [6 3° pour la collecte des déchets industriels résiduels, les coûts sont facturés conformément à l'article 10 du décret sur les Matériaux.]6
  [4 Par dérogation à l'alinéa 1er, point 2°, l'OVAM ne doit pas disposer d'un système interne actualisé de garantie de la qualité et ne doit pas faire exécuter un audit tel que visé à l'article 6.1.1.6, § 2, pour la collecte, la négociation ou le courtage de déchets provenant d'enlèvements d'office et d'assainissements d'office effectués sur ordre de l'OVAM dans le cadre de sa mission décrétale.]4
  [3 Par dérogation à l'alinéa premier, 2°, le notifiant, visé au règlement (CE) no 1013/2006 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2006 concernant les transferts de déchets, ne doit pas disposer d'un système interne et actualisé de garantie de la qualité et est dispensé des inspections, visées à l'article 6.1.1.6, § 2, pour les transports pour lesquels une notification a été effectuée et approuvée.]3
  Le ministre peut déterminer les conditions spécifiques pour certains déchets non dangereux ou pour certains secteurs d'activité, dont l'obligation de disposer d'un système interne actualisé de garantie de la qualité et l'appliquer en conséquence.
  
Art. 6.1.1.3. Inzamelaars, afvalstoffenhandelaars of -makelaars en afvalstoffenproducenten die zelf regelingen treffen voor hun afvalstoffen, moeten de volgende algemene voorwaarden naleven :
  1° de afvalstoffen moeten worden vervoerd naar een verwerker die vergund is voor de verwerking van die afvalstoffen. Als verschillende afvalstoffen gescheiden worden aangeboden, moet de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar voor elke afvalstof een gepaste verwerker kiezen;
  2° ze moeten zorgen voor een correct ingevuld identificatieformulier als vermeld in artikel 6.1.1.2;
  3° ze moeten een afvalstoffenregister bijhouden als vermeld in onderafdeling 7.2.1.
  [1 4° als het afval niet door de afvalstoffenproducent wordt vervoerd, moet het vervoer van de afvalstoffen uitgevoerd worden door een vervoerder die geregistreerd is overeenkomstig artikel 6.1.2.1.]1
  
Art. 6.1.1.4 /1. [1 Outre les conditions générales, visées dans la présente section, les collecteurs, négociants ou courtiers de déchets et producteurs de déchets de matériaux de sol pollués doivent dans le cadre du contrôle sur le bilan volumique des matériaux de sol, provenant de travaux de terrassement, de dragage ou de vidange pouvoir démontrer aux organisations de gestion de sol agréées que les matériaux de sol pollués ont été évacués vers un transformateur agréé.
   Pour les matériaux de sol qui sont appliqués en dehors de la Région flamande, les collecteurs, négociants ou courtiers de déchets et producteurs de déchets doivent pouvoir démontrer que les matériaux de sol ont été transférés vers un établissement autorisé à accepter ces matériaux de sol en vertu de la législation qui s'y applique.]1

  
Art. 6.1.1.4. Naast de algemene voorwaarden, vermeld in deze afdeling, moeten inzamelaars, afvalstoffenhandelaars of -makelaars bijkomend :
  1° [5 informatie verstrekken aan de afvalstoffenproducenten over de afvalstoffen die verplicht gescheiden moeten worden aangeboden, als vermeld in artikel 4.3.2 en 4.3.4, en die afzonderlijk moeten worden gehouden bij de inzameling. Zij moeten daarbij informatie geven op maat van de individuele klant of minstens op maat van de sector;]5
  [5 1° /1 bij het inzamelen, het handelen of het makelen van bedrijfsrestval met de afvalstoffenproducent een contract afsluiten, met daarin duidelijke vermelding van de fracties, vermeld in [10 artikel 4.3.2, § 1]10, en hun vooropgestelde inzamelwijze. Bij een aanpassing van de fracties vermeld in artikel 4.3.2 moet elke inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar van bedrijfsrestafval deze contracten met zijn klanten stapsgewijs aanpassen vanaf de inwerkingtreding van deze nieuwe bepalingen: minstens 50% van de contracten moeten aangepast zijn na één jaar, minstens 75% na twee jaar en 100% na drie jaar. [7 Verder moet de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar van bedrijfsrestafval handelen conform de bepalingen, vermeld in afdeling 5.5.]7; [6 ...]6]5
  [5 1° /2 [8 bij het inzamelen van papier- en kartonafval, houtafval, metaalafval, harde kunststoffen en folies in dezelfde recipiënt op de wijze, vermeld in artikel 4.3.2, met de afvalstoffenproducent een contract sluiten waarin de samengevoegde fracties worden gespecificeerd en waarin vermeld wordt dat de recipiënt geen andere afvalstoffen en geen bedrijfsrestafval mag bevatten, alsook de inhoud van de recipiënt overbrengen naar een vergunde sorteerinrichting waar de fracties volledig worden uitgesorteerd. Als de recipiënt andere fracties blijkt te bevatten dan vermeld in voorgaande zin, dan moet de inhoud van de recipiënt behandeld worden als bedrijfsrestafval]8;]5
  2° beschikken over en werken volgens een geactualiseerd intern kwaliteitsborgingssysteem, indien zij gevaarlijk afval inzamelen of erin handelen of makelen;
  [4 3° het gemeentelijk politiereglement over de inzameling van het huishoudelijk textielafval naleven.]4
  [9 4° voldoen aan de kwartaalmeldingen in het materialeninformatiesysteem zoals bepaald in onderafdelingen 7.3.2 en 7.3.3.]9
  [2 [5 Het eerste lid, 1° /1, is niet van toepassing]5 als voldaan is aan de volgende cumulatieve voorwaarden:
   1° het bedrijfsrestafval van de afvalstoffenproducent is vergelijkbaar naar aard, samenstelling en hoeveelheid met huishoudelijke afvalstoffen;
   2° het bedrijfsrestafval van de afvalstoffenproducent wordt ingezameld in één ronde samen met huishoudelijk afval;]2

  [6 3° voor de inzameling van het bedrijfsrestafval worden de kosten aangerekend overeenkomstig artikel 10 van het Materialendecreet.]6
  [4 In afwijking van het eerste lid, 2°, geldt dat de OVAM niet hoeft te beschikken over een geactualiseerd intern kwaliteitsborgingssysteem en geen keuring hoeft te laten uitvoeren als vermeld in artikel 6.1.1.6, § 2, voor het inzamelen, handelen en makelen van afvalstoffen die afkomstig zijn van ambtshalve verwijderingen en ambtshalve saneringen die in opdracht van de OVAM worden uitgevoerd binnen het kader van haar decretale opdracht.]4
  [3 In afwijking van het eerste lid, 2°, geldt dat de kennisgever, vermeld in verordening (EG) 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen, niet hoeft te beschikken over een geactualiseerd intern [4 kwaliteitsborgingssysteem]4 en geen keuring hoeft te laten uitvoeren als vermeld in artikel 6.1.1.6, § 2, voor de transporten waarvoor een goedgekeurde kennisgeving is gedaan.]3
  De minister kan voor bepaalde niet-gevaarlijke afvalstoffen of voor bepaalde bedrijfssectoren specifieke voorwaarden vaststellen, waaronder de verplichting te beschikken over en te werken volgens een geactualiseerd intern kwaliteitsborgingssyteem.
  
Art. 6.1.1.4 /2. [1 Plusieurs collecteurs, négociants ou courtiers en déchets peuvent coopérer pour collecter un déchet et l'évacuer vers un centre de traitement autorisé. Dans ce cas, la répartition, entre les différents collecteurs, négociants ou courtiers en déchets concernés, des obligations auxquelles le collecteur, le négociant ou le courtier en déchets est soumis au titre des chapitres 6 et 7 du présent arrêté est établie par contrat. A cet égard, les responsabilités suivantes au minimum sont réparties et fixées par contrat :
   1° qui se charge de l'établissement du formulaire d'identification tel que visé à l'article 6.1.1.2 § 2, alinéa 3 ;
   2° qui se charge de la notification dans MATIS telle que visée dans la sous-section 7.3.4 ;
   3° qui se charge de la tenue du registre des déchets tel que visé à l'article 7.2.1.2 ;
   4° qui se charge de prendre les arrangements avec le centre de traitement des déchets en cas d'exportation en dehors de la Région flamande.
   Si les conditions énoncées à l'alinéa 1er ne sont pas toutes remplies, tous les acteurs associés à la collaboration sont responsables individuellement de toutes les obligations visées dans le présent article.
   Les collecteurs, négociants ou courtiers en déchets concernés conservent le contrat au moins cinq ans après sa date de fin.]1

  
Art. 6.1.1.4 /1. [1 Naast de algemene voorwaarden, vermeld in deze afdeling, moeten inzamelaars, afvalstoffenhandelaars of -makelaars en afvalstoffenproducenten van verontreinigde bodemmaterialen in het kader van de controle op de volumebalans van de bodemmaterialen, afkomstig van grond-, bagger- of ruimingswerken aan de erkende bodembeheerorganisaties kunnen aantonen dat de verontreinigde bodemmaterialen naar een vergunde verwerker zijn afgevoerd.
   Voor de bodemmaterialen die buiten het Vlaamse Gewest worden toegepast, moeten inzamelaars, afvalstoffenhandelaars of -makelaars en afvalstoffenproducenten kunnen aantonen dat de bodemmaterialen zijn overgebracht naar een inrichting die volgens de wetgeving die daar geldt, gemachtigd is om die bodemmaterialen te aanvaarden.]1

  
Art. 6.1.1.5. Le système de garantie de la qualité contient, outre des mesures qui garantissent le respect des conditions générales et spécifiques de la présente sous-section, des mesures qui garantissent le respect des autres conditions pour les déchets spécifiques, telles qu'elles sont spécifiées dans le présent arrêté.
  Le système de garantie de la qualité est basé sur le principe de l'analyse des risques, de la gestion de la chaîne intégrale, de la traçabilité et de l'autocontrôle. Le collecteur, le commerçant ou l'agent des déchets doit mettre son système de garantie de la qualité à disposition en vue d'un audit et d'un contrôle administratif dans tous ses sièges. Une copie du système de garantie de la qualité peut toujours être consultée en vue d'un contrôle administratif. Le système de garantie de la qualité est d'application à tous les sièges d'exploitation du collecteur, commerçants ou de l'agent des déchets.
  Le système de garantie de la qualité contient au moins les éléments suivants :
  1° une méthode de travail qui indique de quelle manière contrôler si les déchets acceptés sont conformes à l'enregistrement spécifique en tant que commerçant ou agent de déchets;
  2° des directives qui indiquent comment la nature, la composition et l'emballage de déchets acceptés sont évalués et rectifiés au besoin;
  3° une méthode de travail qui indique de quelle manière s'assurer que les producteurs de déchets reçoivent les informations nécessaires à propos des déchets qu'ils doivent obligatoirement présenter séparément;
  4° une méthode de travail qui indique comment un transporteur compétent est contacté en fonction de la nature des déchets et du mode de présentation de ceux-ci;
  5° une méthode de travail qui indique de quelle manière la traçabilité des déchets est assurée depuis le producteur des déchets jusqu'au centre de traitement agréé en passant par le transport, avec, notamment, des directives à propos du contenu d'un formulaire d'identification, [1 , la mention du système qui délivre et distribue les formulaires d'identification numériques]1, une description du mode de formation des collaborateurs administratifs et d'information des transporteurs sollicités afin de compléter correctement les formulaires [1 numériques]1;
  6° une méthode de travail qui indique de quelle manière le registre des déchets est tenu à jour, quelles données contient ce registre et où il peut être consulté;
  7° une méthode de travail qui indique de quelle manière vérifier si la destination choisie est autorisée ou agréée pour l'acceptation des déchets présentés;
  8° une méthode de travail qui transpose les dispositions légales relatives aux possibilités de destination et à la hiérarchie de traitement des déchets en directives pour les travailleurs responsables;
  9° pour chaque élément du système de garantie de la qualité, une liste des responsables.
  
Art. 6.1.1.4 /2. [1 Verschillende inzamelaars, afvalstoffenhandelaars of -makelaars kunnen samenwerken om een afvalstof in te zamelen en naar een vergunde verwerker af te voeren. In dat geval wordt contractueel vastgelegd hoe de verplichtingen waaraan de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar onderhevig is in het kader van hoofdstuk 6 en 7 van dit besluit verdeeld worden over de verschillende betrokken inzamelaars, afvalstoffenhandelaars of -makelaars. Hierbij worden tenminste de volgende verantwoordelijkheden contractueel verdeeld en vastgelegd:
   1° wie staat in voor de opmaak van het identificatieformulier, zoals vermeld in artikel 6.1.1.2 § 2 derde lid;
   2° wie staat in voor de melding in MATIS, zoals vermeld in onderafdeling 7.3.4
   3° wie staat in voor het bijhouden van het afvalstoffenregister, zoals vermeld in artikel 7.2.1.2;
   4° wie staat in voor het treffen van de regelingen met de verwerker van de afvalstoffen bij uitvoer buiten het Vlaamse gewest
   Als niet aan al de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, is voldaan, zijn alle actoren betrokken in de samenwerking elk afzonderlijk verantwoordelijk voor alle verplichtingen, vermeld in dit artikel.
   De betrokken inzamelaars, afvalstoffenhandelaars of -makelaars bewaren de overeenkomst minstens tot vijf jaar na de einddatum van het contract.]1

  
Art. 6.1.1.6. § 1. [4 ...]4
  § 2. Les collecteurs, commerçants ou agents de déchets qui doivent disposer d'un système de garantie de la qualité en vertu de l'article 6.1.1.4 doivent subir un audit par un organisme de contrôle indépendant afin d'assurer le suivi et l'évaluation du système de garantie de la qualité.
  [3 Un nouveau contrôle du collecteur, du négociant ou courtier des déchets est effectué tous les quatre ans. L'établissement de contrôle met le rapport de chaque contrôle à la disposition de l'OVAM dans les deux mois après le contrôle par voie électronique. A cet effet, les établissements de contrôle utilisent le guichet établissements de contrôle dans l'application d'enregistrement de l'OVAM. Cette application d'enregistrement est rendue disponible sur le site web de l'OVAM.]3
  [Le collecteur, le commerçant ou l'agent de déchets qui demande une prolongation d'un enregistrement existant doit disposer d'un audit datant de moins de quatre ans]. [1 ...]1. [1 ...]1.
  Un nouvel audit du collecteur, du commerçant ou de l'agent des déchets doit être effectué tous les quatre ans. Le rapport de chaque audit est mis à la disposition de l'OVAM par l'organisme de contrôle dans les deux mois qui suivent l'audit.
  L'audit examine si le système de garantie de la qualité couvre toutes les conditions ou est suffisant pour s'assurer que toutes les conditions légales sont respectées en pratique et s'il est appliqué en pratique.
  L'OVAM établit un code de bonnes pratiques sur la méthode que doivent suivre les organismes de contrôle indépendants lors des audits. [2 L'OVAM informe les organismes de contrôle indépendants en temps voulu de toute modification du code de bonne pratique.]2
  [2 Le ministre flamand arrête les exigences de qualification spécifiques pour les organismes de contrôle et détermine la forme et le contenu d'une liste des organismes de contrôle. Le ministre peut autoriser OVAM à assumer la gestion de la liste des organismes de contrôle, à fixer la procédure de rapportage pour les organismes de contrôle et à effectuer une évaluation ainsi qu'un contrôle. Le Ministre fixe la méthode de travail à suivre. Le non-respect des exigences du code de bonnes pratiques conduit à une radiation par OVAM de l'organisme de contrôle de la liste. L'organisme de contrôle en est informé par [5 envoi sécurisé]5. A partir de ce moment, l'organisme de contrôle peut, pendant un mois, être entendu et apporter des moyens de défense.]2
  
Art. 6.1.1.5.Het kwaliteitsborgingssysteem bevat naast maatregelen die de naleving van de algemene en specifieke voorwaarden uit deze onderafdeling garanderen, maatregelen die de naleving van andere voorwaarden voor specifieke afvalstoffen als vermeld in dit besluit, waarborgen.
Sous-section 6.1.2. - Enregistrement des transporteurs de déchets
Art. 6.1.1.6. § 1.[4 ...]4
  § 2. De inzamelaars, afvalstoffenhandelaars of -makelaars die over een kwaliteitsborgingssysteem moeten beschikken op grond van artikel 6.1.1.4, moeten een keuring ondergaan door een onafhankelijke keuringsinstelling om het kwaliteitsborgingssysteem op te volgen en te evalueren.
  De inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar die voor de eerste keer geregistreerd wordt overeenkomstig onderafdeling 6.1.3, zal binnen twee jaar nadat hij de registratie heeft gekregen, een keuring laten uitvoeren door een onafhankelijke keuringsinstelling.
  De inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar die een verlenging van een bestaande registratie aanvraagt, moet beschikken over een keuring die jonger is dan vier jaar. [1 ...]1. [1 ...]1.
  [3 Om de vier jaar wordt een nieuwe keuring van de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar uitgevoerd. De keuringsinstelling stelt het verslag van elke keuring binnen twee maanden na de keuring elektronisch ter beschikking van de OVAM. De keuringsinstellingen gebruiken daarvoor het loket keuringsinstellingen in de registratietoepassing van de OVAM. Die registratietoepassing wordt ter beschikking gesteld via de website van de OVAM.]3
  Tijdens de keuring wordt onderzocht of het kwaliteitsborgingssysteem alle voorwaarden dekt, of het toereikend is om ervoor te zorgen dat alle wettelijke voorwaarden in de praktijk worden nageleefd, en of het in de praktijk wordt toegepast.
  De OVAM maakt een code van goede praktijk op over de werkwijze die de onafhankelijke keuringsinstellingen moeten volgen bij de keuringen. [2 De OVAM brengt de onafhankelijke keuringsinstellingen tijdig op de hoogte van elke wijziging in de code van goede praktijk.]2
  [2 De minister legt de specifieke kwalificatievereisten vast voor de keuringsinstellingen en bepaalt de vorm en inhoud van een lijst van keuringsinstellingen. De minister kan de OVAM machtigen het beheer van de lijst van de keuringsinstellingen op zich te nemen, de rapporteringsprocedure voor de keuringsinstellingen vast te leggen en een evaluatie en controle door te voeren. De minister stelt daarvoor de te volgen werkwijze vast. Het niet-naleven van de vereisten of de code van goede praktijk leidt tot een schrapping door de OVAM van de keuringsinstellingen van de lijst. De keuringsinstelling wordt daarvan op de hoogte gebracht met een [5 beveiligde zending]5. De keuringsinstelling kan vanaf dan gedurende een maand gehoord worden en verweermiddelen aanbrengen.]2
  
Art. 6.1.2.1. § 1. Le transporteur de déchets doit disposer d'un enregistrement pour le transport des déchets à moins qu'il ne s'agisse d'un transport de transit des déchets par la Région flamande.
  Le transporteur de déchets qui est considéré comme un transporteur enregistré conformément à l'article 6.1.4.1. est tenu de le démontrer à la demande de l'autorité compétente.
  L'OVAM met à disposition sur son site web un registre des transporteurs de déchet enregistrés en Région flamande.
  § 2. Les communes et associations de communes qui collectent les déchets ménagers et les déchets industriels similaires aux déchets ménagers sont enregistrées de plein droit comme transporteur de déchets.
  [1 Les acteurs mentionnés dans l'article 6.1.1.2, § 1er, alinéa 1er, 5°, 6° et 7°, sont exclus de l'obligation d'enregistrement en tant que transporteur van déchets.]1
  
Onderafdeling 6.1.2. - Registratie van vervoerders van afvalstoffen
Art. 6.1.2.2.La demande d'enregistrement en tant que transporteur de déchets doit contenir les données suivantes :
Art. 6.1.2.1. § 1. De vervoerder van afvalstoffen moet beschikken over een registratie voor het vervoer van afvalstoffen, tenzij het een doorvoertransport van afvalstoffen door het Vlaamse Gewest betreft.
  De vervoerder van afvalstoffen die wordt beschouwd als geregistreerd vervoerder overeenkomstig artikel 6.1.4.1. moet dit op vraag van de bevoegde autoriteit aantonen.
  De OVAM stelt een register van de in het Vlaamse Gewest geregistreerde vervoerders van afvalstoffen ter beschikking via haar website.
  § 2. Gemeenten en verenigingen van gemeenten die huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen inzamelen, zijn van rechtswege geregistreerd als vervoerder van afvalstoffen.
  [1 De actoren, vermeld in artikel 6.1.1.2, § 1, eerste lid, 5°, 6° en 7°, zijn uitgesloten van de registratieplicht als vervoerder van afvalstoffen.]1
  
Art. 6.1.2.3. [1 Le transporteur de déchets s'enregistre par voie électronique auprès de l'OVAM. Il utilise à cette fin le guichet web destiné aux enregistrements que l'OVAM met à disposition sur son site Internet.
   L'OVAM informe le transporteur de déchets de l'enregistrement correct au moyen d'une notification dans son guichet web destiné aux enregistrements. Tant que le demandeur ne reçoit pas de notification électronique, la demande doit être considérée comme non introduite.
   L'enregistrement est valable pour une période de dix ans.]1

  
Art. 6.1.2.2. De aanvraag tot een registratie als vervoerder van afvalstoffen moet de volgende gegevens bevatten :
  1° administratieve gegevens : naam, straat en nummer, postnummer en gemeente, land, telefoonnummer, faxnummer, contactpersoon, e-mailadres, voor Belgische ondernemingen het ondernemingsnummer en voor buitenlandse ondernemingen het btw-nummer;
  2° [2 verklaring: de aanvrager verklaart dat hij in opdracht zal vervoeren, dat de door hem verstrekte inlichtingen volledig en correct zijn, en dat hij kennisneemt van de vervoersvoorwaarden]2.
  [1 [2 ...]2.]1
  
Art. 6.1.2.4. [1 Toutes les modifications aux données enregistrées doivent être communiquées à l'OVAM par voie électronique. A cet effet, le transporteur enregistré utilisent le [2 guichet web destiné aux enregistrements]2 de l'OVAM. Cette application d'enregistrement est rendue disponible sur le site web de l'OVAM. L'OVAM adapte les données modifiées dans le registre des transporteurs enregistrés.]1
  L'enregistrement ne peut être transmis à des tiers.
  [1 En cas de cessation des activités, le transporteur de déchets enregistré peut faire lever l'enregistrement à sa demande. Le transporteur est alors radié du registre des transporteurs enregistrés. Le transporteur enregistré signale la cessation des activités à l'OVAM par voie électronique. A cet effet, il utilise le [2 guichet web destiné aux enregistrements]2 de l'OVAM. Cette application d'enregistrement est rendue disponible sur le site web de l'OVAM.]1
  
Art. 6.1.2.3.[1 De vervoerder van afvalstoffen registreert zich elektronisch bij de OVAM. Daarvoor maakt hij gebruik van het webloket registraties van de OVAM, dat ter beschikking wordt gesteld via de website van de OVAM.
Sous-section 6.1.3. - Enregistrement de collecteurs, de commerçants ou d'agent de déchets
Art. 6.1.2.4. [1 Elke wijziging in de geregistreerde gegevens wordt elektronisch aan de OVAM meegedeeld. Daarvoor maakt de geregistreerde vervoerder gebruik van het [2 webloket registraties]2 van de OVAM. Die registratietoepassing wordt ter beschikking gesteld via de website van de OVAM. De OVAM past de gewijzigde gegevens in het register van geregistreerde vervoerders aan.]1
  De registratie kan niet aan derden worden doorgegeven.
  [1 Bij stopzetting van de activiteiten kan de geregistreerde vervoerder van afvalstoffen op zijn verzoek de registratie opheffen. De vervoerder wordt dan verwijderd uit het register van geregistreerde vervoerders. De geregistreerde vervoerder meldt de stopzetting van de activiteiten elektronisch aan de OVAM. Daarvoor maakt hij gebruik van het [2 webloket registraties]2 van de OVAM. Die registratietoepassing wordt ter beschikking gesteld via de website van de OVAM.]1
  
Art. 6.1.3.1. Le collecteur, le commerçant ou l'agent de déchets qui collecte ou traite des déchets ou négocie des déchets qui sont transportés depuis ou vers la Région flamande doit disposer d'un enregistrement en tant que collecteur, commerçant ou agent de déchets. Si le collecteur, le commerçant ou l'agent de déchets transporte lui-même les déchets, il doit également disposer d'un enregistrement en tant que transporteur de déchets.
  L'OVAM met à disposition sur son site web un registre des collecteurs, commerçants ou agents [1 ...]1 enregistrés et un registre des enregistrements suspendus de collecteurs, de commerçants ou d'agent[1 ...]1.
  Le producteur de déchets qui prend lui-même les dispositions pour les déchets dont il est le producteur [1 est, et les acteurs, [4 visés à l'article 6.1.1.2, § 1er, alinéa 1er, 5°, 6° et 7°,]4 sont ]1 exclu(s) de l'obligation d'enregistrement en tant que collecteur, commerçant ou agent de déchets.
  Les communes et associations de communes qui collectent des déchets ménagers ou des déchets industriels similaires aux déchets ménagers sont enregistrées de plein droit en tant que collecteur, [1 commerçant de déchets]1 ou agent[1 ...]1.
  [2 Le notificateur, visé au Règlement (CE) n° 1013/2006 concernant les transferts de déchets, est considéré comme étant collecteur, commerçant ou agent de déchets enregistré pour les transports qui sont concernés par une notification approuvée. Le notificateur n'est pas enregistré dans le registre, visé à l'alinéa deux, sauf s'il a obtenu un enregistrement comme collecteur, commerçant ou agent de déchets suivant la procédure, visée aux articles 6.1.3.2 et 6.1.3.3.]2
  [3 L'OVAM est enregistrée de plein droit comme collecteur, négociant ou courtier en déchets pour la collecte, la négociation et le courtage de déchets provenant d'enlèvements d'office et d'assainissements d'office effectués sur ordre de l'OVAM dans le cadre de sa mission décrétale. L'OVAM n'est pas reprise dans le registre visé à l'alinéa 2.]3
  
Onderafdeling 6.1.3. - Registratie van inzamelaars, afvalstoffenhandelaars of -makelaars
Art. 6.1.3.2.La demande d'enregistrement en tant que collecteur, commerçant ou agent de déchets doit contenir les données suivantes :
Art. 6.1.3.1. De inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar die afvalstoffen inzamelt of handelt of makelt in afvalstoffen die vanuit of binnen het Vlaamse Gewest worden getransporteerd, moet beschikken over een registratie als inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar. Als de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar zelf afvalstoffen vervoert, moet hij ook beschikken over een registratie als vervoerder van afvalstoffen.
  De OVAM stelt een register van geregistreerde inzamelaars, afvalstoffenhandelaars of -makelaars [1 ...]1 en een register van geschorste registraties van inzamelaars, afvalstoffenhandelaars of -makelaars ter beschikking via haar website.
  De afvalstoffenproducent die zelf regelingen treft voor de afvalstoffen waarvan hij de afvalstoffenproducent [1 is, en de actoren [4 , vermeld in artikel 6.1.1.2, § 1, eerste lid, 5°, 6° en 7°,]4 zijn]1 uitgesloten van de registratieplicht als inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar.
  Gemeenten en verenigingen van gemeenten die huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen inzamelen, zijn van rechtswege geregistreerd als inzamelaar, [1 afvalstoffenhandelaar]1 of -makelaar[1 ...]1.
  [2 De kennisgever, vermeld in Verordening (EG) 1013/2006 van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen, wordt beschouwd als geregistreerd inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar voor de transporten die gevat zijn door een goedgekeurde kennisgeving. De kennisgever wordt niet opgenomen in het register, vermeld in het tweede lid, tenzij hij een registratie als inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar heeft bekomen volgens de procedure, vermeld in artikel 6.1.3.2 en 6.1.3.3.]2
  [3 De OVAM is van rechtswege geregistreerd als inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar voor het inzamelen, handelen en makelen van afvalstoffen die afkomstig zijn van ambtshalve verwijderingen en ambtshalve saneringen die in opdracht van de OVAM worden uitgevoerd binnen het kader van haar decretale opdracht. De OVAM wordt niet opgenomen in het register, vermeld in het tweede lid.]3
  
Art. 6.1.3.3. [1 Le collecteur, négociant ou courtier en déchets s'enregistre par voie électronique auprès de l'OVAM. Il utilise à cette fin le guichet web destiné aux enregistrements que l'OVAM met à disposition sur son site Internet.
   L'enregistrement est valable pour une période de dix ans.]1

  
Art. 6.1.3.2. De aanvraag tot registratie als inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar moet de volgende gegevens bevatten :
  1° administratieve gegevens : naam, straat en nummer, postnummer en gemeente, land, telefoonnummer, faxnummer, contactpersoon, e-mailadres, voor Belgische ondernemingen het ondernemingsnummer en voor buitenlandse ondernemingen het btw-nummer;
  2° vermelding van de afvalstoffen die ingezameld zijn of waarin gehandeld of gemakeld wordt;
  3° [2 verklaring: de aanvrager verklaart dat de door hem verstrekte inlichtingen volledig en correct zijn, en dat hij kennisneemt van de vervoersvoorwaarden en de algemene en specifieke voorwaarden voor inzamelaars, afvalstoffenhandelaars of -makelaars.]2
  [1 ...]1
  
Art. 6.1.3.4. [1 Toutes les modifications aux données enregistrées doivent être communiquées à l'OVAM par voie électronique. A cet effet, le collecteur, le négociant ou le courtier de déchets enregistré utilise le [2 guichet web destiné aux enregistrements]2 de l'OVAM. Cette application d'enregistrement est rendue disponible sur le site web de l'OVAM. Les données modifiées sont adaptées dans le registre des collecteurs, négociants ou courtiers de déchets enregistrés.]1
  L'enregistrement ne peut être cédé à des tiers.
  [1 En cas de cessation des activités, le collecteur, le négociant ou le courtier de déchets enregistré peut faire lever l'enregistrement à sa demande. Le collecteur, le négociant ou le courtier de déchets enregistré est alors radié du registre des collecteurs, négociants ou courtiers de déchets enregistrés. Le collecteur, négociant ou courtier de déchets enregistré signale la cessation des activités à l'OVAM par voie électronique. A cet effet, il utilise le [2 guichet web destiné aux enregistrements]2 de l'OVAM. Cette application d'enregistrement est rendue disponible sur le site web de l'OVAM.]1
  
Art. 6.1.3.3. [1 De inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar registreert zich elektronisch bij de OVAM. Daarvoor maakt hij gebruik van het webloket registraties van de OVAM, dat ter beschikking wordt gesteld via de website van de OVAM.
   De registratie geldt voor een periode van tien jaar.]1

  
Art. 6.1.3.5. Un système insuffisant de garantie de qualité, un rapport d'audit négatif du système de garantie de la qualité, tout abus de l'enregistrement et toute infraction aux conditions de collecte, de négociation ou de courtage des déchets peuvent conduire à la suspension de l'enregistrement.
  En cas de système insuffisant de garantie de la qualité, de rapport d'audit négatif du système de garantie de la qualité, de constatation d'un abus de l'enregistrement ou d'une infraction aux conditions de collecte, de négociation ou de courtage des déchets, le collecteur, le commerçant ou l'agent de déchets enregistré est informé par l'OVAM par [1 envoi sécurisé]1 de la décision envisagée de suspension et des raisons qui la motivent. Le collecteur, le commerçant ou l'agent de déchets enregistré dispose d'un délai de quatorze jours pour faire valoir ses moyens de défense et pour démontrer que ses affaires sont rentrées dans l'ordre entre-temps. Il peut demander à être entendu.
  La suspension est communiquée par l'OVAM par [1 envoi sécurisé]1 au collecteur, au commerçant ou à l'agent de déchet, en indiquant les raisons qui la motivent. Après la suspension, le collecteur, le commerçant ou l'agent de déchets est repris dans le registre des enregistrements suspendus des collecteurs, commerçants ou agents de déchets.
  Une suspension de l'enregistrement en tant que collecteur, commerçant ou agent de déchets reste en vigueur pour un délai qui prend fin à la date d'expiration de l'enregistrement. Si le collecteur, le commerçant ou l'agent de déchets suspendu parvient à démontrer entre-temps que la circonstance de la suspension n'existe plus, la suspension peut être levée. Pendant la période de la suspension, le collecteur, le commerçant ou l'agent de déchets ne peut obtenir de nouvel enregistrement en tant que collecteur, commerçant ou agent de déchets.
  
Art. 6.1.3.4.[1 Elke wijziging in de geregistreerde gegevens wordt elektronisch aan de OVAM meegedeeld. Daarvoor maakt de geregistreerde inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar gebruik van het [2 webloket registraties]2 van de OVAM. Die registratietoepassing wordt ter beschikking gesteld via de website van de OVAM. De gewijzigde gegevens worden in het register van geregistreerde inzamelaars, afvalstoffenhandelaars of -makelaars aangepast.]1
Sous-section 6.1.4. - Acceptation des enregistrements pour le transport de déchets d'autres régions et d'Etats de l'Espace économique européen
Art. 6.1.3.5. Een ontoereikend kwaliteitsborgingssysteem, een negatief keuringsverslag van het kwaliteitsborgingssysteem, elk misbruik van de registratie en elke overtreding van de voorwaarden voor het inzamelen, handelen of makelen van afvalstoffen, kunnen leiden tot het schorsen van de registratie.
  Bij een ontoereikend kwaliteitsborgingssysteem, een negatief keuringsverslag van het kwaliteitsborgingssysteem, een vaststelling van misbruik van de registratie of van een overtreding van de voorwaarden voor het inzamelen of handelen of makelen van afvalstoffen wordt de geregistreerde inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar, door de OVAM met een [1 beveiligde zending]1 op de hoogte gebracht van de voorgenomen beslissing tot schorsing en de motieven daartoe. De geregistreerde inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar beschikt over een termijn van veertien dagen om zijn verweermiddelen kenbaar te maken of om aan te tonen dat zijn zaken ondertussen in orde zijn gebracht. Hij kan vragen om gehoord te worden.
  De schorsing wordt door de OVAM met een [1 beveiligde zending]1 aan de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar meegedeeld, met vermelding van de motieven. Na de schorsing wordt de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar opgenomen in het register van geschorste registraties van inzamelaars, afvalstoffenhandelaars of -makelaars.
  Een schorsing van de registratie als inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar blijft van kracht voor een termijn die afloopt samen met de einddatum van de registratie. Als door de geschorste inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar intussen kan worden aangetoond dat de aanleiding tot schorsing niet meer bestaat, kan de schorsing ongedaan worden gemaakt. Tijdens de periode van de schorsing kan de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar geen nieuwe registratie als inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar verkrijgen.
  
Art. 6.1.4.1. Les transporteurs de déchets qui, en exécution de l'article 26 de la directive 2008/98/CE du Parlement européen et du Conseil du 19 novembre relative aux déchets et abrogeant certaines directives, sont repris dans un registre dans la Région de Bruxelles-Capitale dans la Région wallonne ou sont enregistrés ou agréés dans l'un des Etats de l'Espace économique européen sont considérés comme des transporteurs de déchets enregistrés [1 à condition qu'ils disposent d'un numéro d'entreprise s'il s'agit d'entreprises belges, ou d'un numéro dee TVA, s'il s'agit d'entreprises étrangères]1.
  
Onderafdeling 6.1.4. - Aanvaarding van registraties voor het vervoer van afvalstoffen uit andere gewesten en staten van de Europese Economische Ruimte
Sous-section 6.1.5. [1 - Homologation de systèmes de délivrance de formulaires d'identification numériques]1
Art. 6.1.4.1. Vervoerders van afvalstoffen die, in uitvoering van artikel 26 van de richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen, zijn opgenomen in een register in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of in het Waalse Gewest of in een van de staten van de Europese Economische Ruimte zijn geregistreerd of erkend, worden beschouwd als geregistreerde vervoerders van afvalstoffen [1 op voorwaarde dat ze beschikken over een ondernemingsnummer als het Belgische bedrijven betreft, of over een btw-nummer als het buitenlandse bedrijven zijn]1.
  
Art. 6.1.5.1. [1 Les systèmes délivrant des formulaires d'identification numériques doivent être homologués par l'OVAM. A cet effet, le gestionnaire du système introduit une demande d'homologation auprès de l'OVAM. Il introduit sa demande par le biais du guichet web DIGIPOST que l'OVAM met à disposition sur son site web.
   L'OVAM met un registre des systèmes homologués pour la délivrance de notifications de transport numériques à disposition sur son site web.]1

  
Onderafdeling 6.1.5. [1 - Goedkeuring van systemen voor het afleveren van digitale identificatieformulieren]1
Art. 6.1.5.2.[1 La demande d'homologation du système de délivrance de formulaires d'identification numériques contient au moins les éléments suivants :
Art. 6.1.5.1. [1 Systemen die digitale identificatieformulieren afleveren moeten goedgekeurd worden door de OVAM. De beheerder van het systeem dient hiervoor een aanvraag tot goedkeuring in bij de OVAM. Hij dient zijn aanvraag in via het DIGIPOST webloket dat de OVAM ter beschikking stelt via haar website.
   De OVAM stelt een register van goedgekeurde systemen voor het afleveren van digitale transportmeldingen ter beschikking via haar website.]1

  
Art. 6.1.5.3. [1 Un système de délivrance de formulaires d'identification numériques doit remplir les conditions suivantes :
   1° [2 le formulaire d'identification numérique est signé par le collecteur, le négociant ou courtier en déchets ou le producteur de déchets qui prend lui-même des dispositions pour ses déchets par une signature électronique avancée ou qualifiée telle que prévue par le règlement UE 910/2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE. Une méthode de signature avancée ou qualifiée suppose que la signature numérique :
   a) est liée au signataire de manière univoque ;
   b) permet d'identifier le signataire ;
   c) est créée par des moyens placés sous le contrôle exclusif du signataire ;
   d) est liée aux données auxquelles elle se rapporte de manière telle qu'une modification ultérieure des données est traçable ;]2

  [2 1° /1 le formulaire d'identification numérique est signé par le destinataire des déchets au moyen d'une signature électronique simple complété par des données qui augmentent la fiabilité, comme la géolocalisation au moment de la signature. Outre la signature électronique simple, le destinataire des déchets peut également utiliser une signature électronique avancée ou qualifiée;]2
   2° les conditions d'utilisation du système doivent préciser que l'acteur responsable de l'établissement du formulaire d'identification est responsable des données figurant dans le système quelle que soit la personne qui les a entrées ;
   3° le formulaire d'identification numérique doit contenir les données et remplir les conditions visées à l'article 6.1.1.2, § 2 ;
   4° les données contenues dans le formulaire d'identification numérique et les fichiers journaux reprenant toutes les informations relatives aux modifications [2 depuis le départ du transport]2 sont accessibles à toute partie y habilitée ;
   5° la procédure de délivrance du formulaire d'identification numérique doit garantir l'intégrité des données y contenues à partir du moment où il est signé pour la première fois et en tout cas avant que le transport ne débute. A chaque signature supplémentaire ou ajout, l'intégrité des données reprises dans le formulaire d'identification numérique sera garantie. L'intégrité des données est établie si elles sont complètes et inchangées. Les données contenues dans le formulaire d'identification numérique et les fichiers journaux sont uniques et ne concernent qu'un seul transport ;
   6° les données du formulaire d'identification numérique de même que les journaux de toutes les modifications doivent être conservés 5 ans par les entreprises concernées. Cela signifie que les utilisateurs qui sortent du système doivent encore pouvoir consulter les données des formulaires d'identification numériques pendant cinq ans. Si l'on choisit de copier les données des formulaires d'identification numériques des cinq dernières années dans un autre système, les données doivent pouvoir être visualisées de la même manière que celle visée à l'article 6.1.5.4, y compris les données du journal avec les modifications [2 depuis le départ du transport]2;
   7° [2 ...]2
   8° le gestionnaire du système de délivrance de formulaires d'identification numériques est tenu d'enregistrer dans un registre [3 chaque utilisateur avec lequel il a conclu un contrat d'utilisation]3 au système.]1
[3 Les utilisateurs sont enregistrés sur la base de leur numéro d'entreprise. ]3
  
Art. 6.1.5.2. [1 De aanvraag tot goedkeuring van het systeem voor het afleveren van digitale identificatieformulieren bevat tenminste volgende onderdelen:
   1° een checklist waarbij elk van de voorwaarden opgelegd in artikel 6.1.5.3. wordt afgetoetst en beschreven;
   2° een beschrijving van de functionele werking van het systeem voor het afleveren van digitale identificatieformulieren, waaruit blijkt dat voldaan is aan de voorwaarden opgelegd in artikel 6.1.5.3;
   3° een gedetailleerde beschrijving van volgende essentiële onderdelen van het systeem:
   a) de manier van handtekening;
   b) de toegankelijkheid voor de diverse actoren, onder andere welke toestellen gebruikt kunnen worden, in welke formaten de gegevens ter beschikking worden gesteld van de gebruikers, de toezichthouders en andere bevoegde inspectiediensten;
   c) hoe de archivering van de gegevens gebeurt;
   d) een korte beschrijving van de gebruikte software en welke middelen voorzien zijn om de beveiliging, integriteit en de authenticiteit van het digitale identificatieformulier te garanderen, inclusief op welke wijze de wijzigingen aan het formulier gelogd worden;
   e) de wijze waarop de toezichthouders en andere bevoegde inspectiediensten op de plaats van de controle het elektronische identificatieformulier kunnen controleren: het model, de leesbaarheid en de authenticiteit;
   f) een beschrijving op welke manier toegang en inzage zal worden verleend aan de OVAM en de toezichthouders en andere bevoegde inspectiediensten, inclusief een korte handleiding.
   Na de ontvangst van de aanvraag stelt de OVAM de toezichthoudende diensten in kennis van de indiening van een dossier en stuurt hen de volledige aanvraag voor advies door.[2 De toezichthoudende diensten delen hun mondelinge advies mee aan de OVAM aan het einde van de demonstratie van het systeem.]2
   De OVAM zal de aanvrager binnen de 20 kalenderdagen na ontvangst van het dossier uitnodigen voor een demonstratie van het systeem in de kantoren van de OVAM. Vertegenwoordigers van de toezichthoudende diensten zullen ook worden uitgenodigd voor deze demonstratie. De OVAM en de toezichthoudende diensten kunnen tijdens deze demonstratie vragen stellen. Als de OVAM of de toezichthouders dit nodig achten kan gevraagd worden om het aanvraagdossier aan te passen en verdere specificaties erin op te nemen.
   Uiterlijk 30 kalenderdagen na de demonstratie en, indien van toepassing, na ontvangst van het aangepaste aanvraagdossier, neemt de OVAM een gemotiveerde beslissing en stuurt deze naar de aanvrager.
   De OVAM brengt de toezichthoudende diensten en de andere gewesten op de hoogte van haar beslissing.
   Een goedkeuring wordt verleend voor onbepaalde termijn. Elke wijziging van de beheerder van het systeem wordt op voorhand aan de OVAM gemeld.
   Een goedkeuring van een systeem kan niet overgedragen worden aan een andere beheerder.
  [3 De beheerder van een goedgekeurd systeem voor het afleveren van digitale identificatieformulieren brengt de OVAM op de hoogte van de gebruikers van het systeem. De eerste werkdag nadat een gebruiksovereenkomst is gesloten met een nieuwe gebruiker of de gebruiker het systeem verlaat, brengt de beheerder de OVAM daarvan op de hoogte. Dit gebeurt aan de hand van het ondernemingsnummer van de gebruiker en via de digitale tool die de OVAM ter beschikking stelt. De technische beschrijving van de digitale tool wordt opgenomen in een standaardprocedure die de OVAM op haar website ter beschikking stelt.]3
   De beheerder van het systeem brengt de OVAM op de hoogte van elke [2 wijziging in de essentiële onderdelen van het systeem als vermeld in artikel 6.1.5.2, eerste lid, 3°]2 en legt de wijziging ter goedkeuring voor aan de OVAM volgens de in dit artikel beschreven procedure voor de aanvraag van een goedkeuring.
   Als het systeem op eender welk moment niet blijkt te voldoen aan de opgelegde vereisten of als het systeem niet in overeenstemming blijkt te zijn met de beschrijving in het aanvraagdossier, kan de OVAM de goedkeuring van het systeem opheffen. In dit geval stuurt de OVAM een aangetekende brief naar de beheerder van het systeem voor de aflevering van digitale identificatieformulieren met de mededeling dat de OVAM zich heeft voorgenomen om de goedkeuring op te heffen en de motieven die daartoe de aanleiding zijn geweest. De beheerder van het systeem voor de aflevering van digitale identificatieformulieren beschikt daarna over een termijn van veertien kalenderdagen om zijn verweermiddelen kenbaar te maken of om aan te tonen dat zijn zaken ondertussen in orde zijn gebracht. Hij kan vragen om gehoord te worden.
   Als de verweermiddelen of de voorgestelde remediërende maatregelen niet voldoen beslist de OVAM tot de opheffing van de goedkeuring. De OVAM meldt dit met een aangetekende brief aan de beheerder van het systeem voor de aflevering van digitale identificatieformulieren, met vermelding van de motieven. De OVAM licht de gebruikers van het systeem in [2 bij het versturen van het voornemen om de goedkeuring op te heffen]2.
   De opheffing van de goedkeuring is blijvend. Als een beheerder nadien opnieuw goedkeuring wil verkrijgen voor een systeem voor de aflevering en het beheer van digitale identificatieformulieren zal hij een volledig nieuw dossier moeten indienen en de goedkeuringsprocedure opnieuw doorlopen.]1

  
Art. 6.1.5.4. [1 Les fonctionnaires surveillants et autres services d'inspection compétents doivent avoir accès en ligne, sur simple demande, aux données des formulaires d'identification numérique des transports contrôlés.
   Les données du formulaire d'identification numérique d'un transport contrôlé doivent pouvoir être consultées immédiatement et simplement par tous les fonctionnaires surveillants et autres services d'inspection compétents. Le formulaire d'identification numérique doit être suffisamment lisible, également durant le contrôle, à des fins de contrôle.
   Lors du contrôle d'un transport, le système permet l'affichage des données du formulaire d'identification sur écran pour les fonctionnaires surveillants et autres services d'inspection compétents ainsi que leur visualisation dans un format document, par exemple pdf. Si un modèle de formulaire a été établi dans la législation, la visualisation au format document adopte cette structure.
   Toutes les données du formulaire d'identification et des fichiers journaux y afférents reprenant [2 les modifications depuis le départ du transport]2 doivent pouvoir être entièrement visualisées dans un format document lors d'un contrôle, quel que soit le stade du transport auquel le contrôle a lieu. Les données des fichiers journaux doivent pouvoir être présentées et visualisées dans un seul fichier simultanément avec les données du formulaire d'identification y afférent.
  [2 Les données de tous les formulaires d'identification numériques et des fichiers journaux y afférents des transports qui ont déjà commencé doivent être accessibles à l'OVAM, aux autorités de contrôle et autres services d'inspection compétents en vue d'un contrôle efficace et efficient des mesures du présent arrêté et à des fins de traçabilité des déchets. L'OVAM, les autorités de contrôle et les autres services d'inspection doivent tenir compte à cet égard du caractère confidentiel des données figurant sur les formulaires d'identification.]2]1

  [2 Les données relatives aux transports terminés doivent être échangées, à la demande de l'OVAM, avec le système d'information sur les matériaux de l'OVAM en vue de la traçabilité des transports de déchets et de la divulgation ciblée d'informations afin d'améliorer l'efficacité du contrôle de l'application.]2
  
Art. 6.1.5.3. [1 Een systeem voor de aflevering van digitale identificatieformulieren moet voldoen aan de volgende voorwaarden:
   1° [2 het digitale identificatieformulier wordt door de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar of de afvalstoffenproducent die zelf regelingen treft voor zijn afvalstoffen, ondertekend met een geavanceerde of gekwalificeerde elektronische handtekening, zoals bepaald in Verordening EU 910/2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG. Een methode van geavanceerde of gekwalificeerde handtekening houdt in dat de digitale ondertekening:
   a) op unieke wijze is gekoppeld aan de ondertekenaar;
   b) de mogelijkheid biedt de ondertekenaar te identificeren;
   c) wordt gecreëerd met middelen die onder de exclusieve macht van de ondertekenaar vallen;
   d) zodanig gekoppeld is aan de gegevens waarop ze betrekking heeft, dat een latere wijziging van de gegevens traceerbaar wordt;]2
;
  [2 1° /1 het digitale identificatieformulier wordt door de bestemmeling van het afval ondertekend door middel van een gewone elektronische handtekening die aangevuld wordt met gegevens die de betrouwbaarheid verhogen, zoals de geolocatie op het moment van de ondertekening. De bestemmeling van de afvalstoffen kan naast de gewone elektronische handtekening ook gebruikmaken van een geavanceerde of gekwalificeerde elektronische handtekening.]2
   2° de gebruiksvoorwaarden van het systeem moeten vermelden dat de actor die verantwoordelijk is voor de opmaak van het identificatieformulier, verantwoordelijk is voor de gegevens in het systeem ongeacht wie de gegevens heeft ingebracht;
   3° het digitale identificatieformulier dient de gegevens te bevatten en aan de voorwaarden te voldoen, opgenomen in artikel 6.1.1.2, § 2;
   4° de gegevens vervat in het digitale identificatieformulier en de logbestanden met alle wijzigingsinformatie[2 vanaf de start van het vervoer]2 zijn toegankelijk voor elke daartoe gerechtigde partij;
   5° de procedure voor het afleveren van het digitale identificatieformulier moet de integriteit van de daarin vervatte gegevens waarborgen vanaf het tijdstip waarop zij voor de eerste maal ondertekend wordt en in alle gevallen voor het transport aanvat. Bij elke extra ondertekening of aanvulling zal de integriteit van de gegevens opgenomen in het digitale identificatieformulier gewaarborgd zijn. De integriteit van gegevens staat vast als zij volledig en ongewijzigd zijn gebleven. De gegevens vervat in het digitale identificatieformulier en de logbestanden zijn uniek en hebben slechts betrekking op één transport;
   6° de gegevens van het digitale identificatieformulier, alsook de logs van alle wijzigingen, moeten 5 jaar bewaard worden door de betrokken bedrijven. Dit betekent dat gebruikers die uit het systeem stappen nog vijf jaar de gegevens van de digitale identificatieformulieren moeten kunnen raadplegen. Als ervoor gekozen wordt om de gegevens van de digitale identificatieformulieren van de laatste vijf jaren te kopiëren naar een ander systeem, moeten de gegevens op dezelfde manier gevisualiseerd kunnen worden als vermeld in artikel 6.1.5.4, inclusief de gegevens van de log met de wijzigingen[2 vanaf de start van het vervoer]2;
   7° [2 ...]2;
   8° de beheerder van het systeem voor het afleveren van digitale identificatieformulieren is verplicht om [3 elke gebruiker waarmee hij een gebruiksovereenkomst heeft afgesloten]3 het systeem, te registreren in een register.]1
[3 De gebruikers worden geregistreerd aan de hand van hun ondernemingsnummer.]3
  
Art. 6.1.5.5. [1 Les données du transport doivent être complétées sur le formulaire d'identification numérique avant le départ du transport et ne peuvent plus être modifiées à partir du départ du transport. Tout ajout est journalisé et même dans ce cas, les données sont gelées conjointement avec la signature de celui qui a effectué la modification/l'ajout.
   Le journal de toutes les modifications, telles que date, source, modification/ajout, afférent à un formulaire est mis à la disposition des services d'inspection conjointement avec les données du formulaire ou la visualisation du formulaire à partir du moment du contrôle et tant que les fonctionnaires surveillants et autres services d'inspection compétents en ont besoin.]1

  
Art. 6.1.5.4. [1 Toezichthouders en andere bevoegde inspectiediensten dienen op eenvoudig verzoek online toegang te verkrijgen tot de gegevens van de digitale identificatieformulieren van gecontroleerde transporten.
   De gegevens van het digitale identificatieformulier van een gecontroleerd transport moeten door alle toezichthouders en andere bevoegde inspectiediensten onmiddellijk en eenvoudig te consulteren zijn. Het digitale identificatieformulier dient, ook tijdens de controle, voldoende leesbaar te zijn voor controledoeleinden.
   Het systeem laat toe dat bij een controle van een transport de gegevens van het identificatieformulier op een scherm getoond kunnen worden aan de toezichthouders en andere bevoegde inspectiediensten en eveneens gevisualiseerd kunnen worden in een documentformaat bijvoorbeeld pdf. Als er een model van formulier in de wetgeving is vastgesteld neemt de visualisatie in documentformaat deze structuur aan.
   Alle gegevens van het identificatieformulier en de bijhorende logbestanden met [2 de wijzigingen vanaf de start van het vervoer]2 moeten bij een controle van een transport volledig gevisualiseerd kunnen worden in een documentformaat, ongeacht in welk stadium van het transport de controle plaats vindt. De gegevens in de logbestanden moeten gelijktijdig met de gegevens van het bijhorende identificatieformulier in één bestand gepresenteerd en gevisualiseerd kunnen worden.
  [2 De gegevens van alle digitale identificatieformulieren en de bijbehorende logbestanden van transporten die al gestart zijn moeten voor de OVAM, de toezichthouders en andere bevoegde inspectiediensten, toegankelijk zijn met het oog op een effectief en efficiënt toezicht op de maatregelen van dit besluit en voor de tracering van afvalstoffen. De OVAM, de toezichthouders en de andere inspectiediensten moeten daarbij wel rekening houden met het vertrouwelijke karakter van de gegevens op de identificatieformulieren.]2.]1

  [2 De gegevens over afgeronde transporten moeten op verzoek van de OVAM uitgewisseld worden met het materialeninformatiesysteem van de OVAM met het oog op tracering van afvaltransporten en de doelgerichte ontsluiting van informatie om de effectiviteit van de handhaving te verbeteren.]2
  
Art. 6.1.5.6. [1 Le registre visé à l'article 6.1.5.3, 8°[3 ...]3 est mis à la disposition de [3 ...]3 l'autorité de tutelle sur simple demande. Les conventions d'adhésion au système sont également accessibles [3 à l'autorité de tutelle]3 [2 si elles sont nécessaires pour prouver la validité de la signature électronique]2.]1
  
Art. 6.1.5.5. [1 De gegevens van het transport moeten op het digitale identificatieformulier ingevuld worden voor vertrek van het transport en mogen vanaf het vertrek van het transport niet meer gewijzigd worden. Elke aanvulling wordt gelogd en ook dan worden de gegevens bevroren samen met de handtekening van degene die de wijziging/aanvulling heeft doorgevoerd.
   De log van alle wijzigingen zoals datum, bron, wijziging/aanvulling die bij een formulier hoort wordt vanaf het moment van de controle en zo lang de toezichthouders en andere bevoegde inspectiediensten het nodig hebben, aan de inspectiediensten ter beschikking gesteld samen met de gegevens van het formulier of de visualisatie van het formulier.]1

  
Art. 6.1.5.7. [1 Si l'OVAM homologue plusieurs systèmes de délivrance de formulaires d'identification numériques, l'interopérabilité entre les différents systèmes doit être assurée [2 en utilisant un modèle commun pour l'échange de données. Ce modèle est fixé dans une procédure standard approuvée par le ministre.[3 Les systèmes homologués de délivrance de formulaires d'identification numériques échangeront les formulaires d'identification et leurs modifications avec une plateforme centrale fournie par l'OVAM, avec pour seul objectif la réalisation de l'interopérabilité entre ces systèmes.]3 Le ministre peut préciser les règles d'interopérabilité entre les systèmes.]2]1
  
Art. 6.1.5.6. [1 Het register, vermeld in artikel 6.1.5.3, 8°, [3 ...]3 wordt op eenvoudige vraag aan [3 ...]3 de toezichthoudende overheid ter beschikking gesteld. De overeenkomsten voor toetreding tot het systeem zijn eveneens toegankelijk voor [3 de toezichthoudende overheid]3[2 indien deze nodig zijn om de rechtsgeldigheid van de elektronische handtekening te bewijzen]2.]1
  
Art. 6.1.5.8. [1 Le ministre peut préciser les spécifications techniques pour les formulaires d'identification numériques et leur contenu [2 , leur échange]2 et les systèmes de délivrance de formulaires d'identification numériques et leur interopérabilité.]1
  
Art. 6.1.5.7.[1 Als er door de OVAM meerdere systemen voor het afleveren van digitale identificatieformulieren worden goedgekeurd, moet er een interoperabiliteit tussen de verschillende systemen voorzien worden[2 waarbij een gemeenschappelijk formaat voor de uitwisseling van gegevens gebruikt wordt. Dat formaat wordt in een standaardprocedure vastgelegd die de minister heeft goedgekeurd.[3 De goedgekeurde systemen voor het afleveren van digitale identificatieformulieren zullen de identificatieformulieren en wijzigingen ervan uitwisselen met een centraal platform dat door de OVAM wordt aangeboden, met als enige doel het realiseren van de interoperabiliteit tussen deze systemen.]3 De minister kan nadere regels voor de interoperabiliteit tussen de systemen vaststellen.]2]1
Section 6.2. - Importation et exportation de déchets
Art. 6.1.5.8. [1 De minister kan de technische specificaties voor de digitale identificatieformulieren en hun inhoud [2 , de uitwisseling ervan]2 en de systemen voor het afleveren van digitale identificatieformulieren en hun interoperabiliteit verder specificeren.]1
  
Art. 6.2.1. Cette section est d'application à l'importation et l'exportation de déchets dans la mesure où les déchets sont soumis aux dispositions stipulées dans le Règlement (EG) 1013/2006 du 14 juin 2006 concernant les transferts de déchets, ci-après dénommé le Règlement.
Afdeling 6.2. - Invoer en uitvoer van afvalstoffen
Art. 6.2.2.La communication entre le notificateur, le destinataire, le transformateur et l'OVAM, prévue par ce Règlement, se fera soit par la poste, soit par fax [1 via le guichet Internet que l'OVAM met à disposition via son site web]1 ou par un échange électronique de messages structurés entre ordinateurs.
Art. 6.2.1. Deze afdeling is van toepassing op de invoer en de uitvoer van afvalstoffen voor zover de afvalstoffen onderworpen zijn aan de bepalingen, vermeld in verordening (EG) 1013/2006 van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen, hierna verordening te noemen.
Art. 6.2.3. [1 Le notifiant peut adresser à l'OVAM les notifications concernant les exportations de déchets selon les modalités suivantes :
   1° le notifiant peut adresser l'original de la notification, avec au moins une copie, par la poste à l'OVAM. S'il y a des pays de transit, un exemplaire est ajouté pour chaque pays de transit. L'échange d'informations entre le notifiant et l'OVAM dans le cadre du traitement de la notification s'effectue alors par la poste ou par e-mail ;
   2° le notifiant peut, s'il consent à la transmission numérique des annexes au dossier de notification et au traitement numérique de sa notification, soumettre les annexes via le guichet web mis à disposition par l'OVAM via son site web. Il n'envoie dans ce cas à l'OVAM que l'original du formulaire de notification, l'original du document de transport et l'original du certificat de la garantie bancaire, de la caution ou d'une assurance équivalente par la poste et télécharge les autres annexes du formulaire de notification sur le guichet web. Le notifiant n'ajoute alors pas de copie ni d'exemplaire supplémentaire par pays de transit. Tout échange d'informations entre le notifiant et l'OVAM dans le cadre du traitement de la notification s'effectue alors via le guichet web ;
   3° le notifiant peut, s'il consent à la transmission et au traitement numériques de son dossier, utiliser le guichet web que l'OVAM met à disposition via son site web. Le document de notification, le document de transport, une garantie bancaire, une garantie bancaire, une caution ou une assurance équivalente signée numériquement par l'établissement financier et les pièces jointes nécessaires peuvent ensuite être transmis à l'OVAM via le guichet web. Tout échange d'informations entre le notifiant et l'OVAM dans le cadre du traitement de la notification s'effectue alors via le guichet web.]1

  
Art. 6.2.2. De communicatie tussen de kennisgever, de ontvanger, de verwerker en de OVAM, voorgeschreven door de verordening, moet verlopen per post, per fax, [1 via het webloket dat de OVAM beschikbaar stelt via haar website,]1 of door de uitwisseling van gestructureerde berichten via elektronische weg tussen computers.
  
Art. 6.2.4. [1 § 1er. Le montant des frais administratifs liés à l'exécution de la procédure de notification et de surveillance visée à l'article 14 du Décret sur les matériaux, dépend du type de dossier et du mode choisi de transmission et de traitement. Les frais administratifs sont établis comme suit :
   1° pour les dossiers d'exportation transmis et traités selon la méthode visée à l'article 6.2.3, 1° du présent arrêté, le montant des frais administratifs est de 550 euros par notification ;
   2° pour les dossiers d'exportation transmis et traités selon la méthode, visée à l'article 6.2.3, 2° et 3° du présent arrêté, le montant des frais administratifs est de 400 euros par notification ;
   3° pour les dossiers d'importation, le montant des frais administratifs est de 550 euros par notification.
  [2 Une réduction de 200 euros sur le montant des frais administratifs visés à l'alinéa 1er est possible si le notifiant déclare que les notifications de transport se feront par voie numérique selon les spécifications établies par le ministre dans une procédure standard. S'il apparaît par la suite que les notifications de transport n'ont pas été envoyées par voie numérique selon les spécifications établies par le ministre dans une procédure standard, un recouvrement a posteriori s'ensuivra. Ce n'est qu'une fois le paiement effectué que l'OVAM enverra à nouveau des décisions au sujet d'autres dossiers au notifiant.]2
   Après réception des informations relatives au paiement, y compris la communication structurée, le montant est versé à l'OVAM, sans frais bancaires, conformément aux spécifications spécifiées dans les informations relatives au paiement. Le paiement est accompagné de la communication structurée que l'OVAM a incluse dans les informations relatives au paiement. Les paiements qui ne font pas état de cette communication structurée ne sont pas acceptés et sont retournés.
   § 2. Les documents de notification et de transportation sont gratuitement mis à la disposition par l'OVAM, pour autant que l'OVAM puisse les fournir dans les limites des dispositions du règlement. Des documents de notification et des documents de transportation portant un numéro de notification unique sont toujours commandés via le guichet web mis à disposition par l'OVAM via son site web.]1

  
Art. 6.2.3. [1 De kennisgever kan de kennisgevingen die betrekking hebben op de uitvoer van afvalstoffen op de volgende manieren indienen bij de OVAM:
   1° de kennisgever kan de originele kennisgeving, met minstens één afschrift ervan, per post naar de OVAM sturen. Als er doorvoerlanden zijn, wordt er voor elk doorvoerland een exemplaar toegevoegd. De informatie-uitwisseling tussen de kennisgever en de OVAM in het kader van de behandeling van de kennisgeving gebeurt dan via post of e-mail;
   2° de kennisgever kan, als hij akkoord gaat met de digitale verzending van de bijlagen bij het kennisgevingsdossier en de digitale behandeling van zijn kennisgeving, de bijlagen indienen via het webloket dat de OVAM beschikbaar stelt via haar website. Hij stuurt dan enkel het originele kennisgevingsformulier, het originele vervoersdocument en het originele attest van de bankgarantie, borgsom of gelijkwaardige verzekering met de post naar de OVAM en laadt de andere bijlagen bij het kennisgevingsformulier op in het webloket. De kennisgever voegt dan geen afschrift en geen extra exemplaar voor elk doorvoerland toe. Elke informatie-uitwisseling tussen de kennisgever en de OVAM in het kader van de behandeling van de kennisgeving gebeurt dan via het webloket;
   3° de kennisgever kan, als hij akkoord gaat met de digitale indiening en behandeling van zijn dossier, gebruikmaken van het webloket dat de OVAM via haar website aanbiedt. Het kennisgevingsdocument, het transportdocument, een door de financiële instelling digitaal ondertekende bankgarantie, borgsom of gelijkwaardige verzekering en de nodige bijlagen kunnen dan via het webloket bij de OVAM worden ingediend. Elke informatie-uitwisseling tussen de kennisgever en de OVAM in het kader van de behandeling van de kennisgeving gebeurt dan via het webloket.]1

  
Art. 6.2.5. § 1. Le notificateur, en cas d'exportation des déchets à partir de la Région flamande, constitue une garantie bancaire ou une caution en faveur de l'OVAM ou contracte une assurance équivalente en vue de couvrir les frais de transport et d'élimination ou d'application utile conformément à l'article 6 du Règlement. En cas d'importation de déchets en Région flamande, l'OVAM peut exiger une garantie bancaire, une caution ou une assurance équivalente de la part du notificateur si celle-ci est nécessaire pour satisfaire aux dispositions visées à l'article 6, alinéa quatre, du Règlement.
  L'OVAM fixe le montant de la garantie bancaire, de la caution ou du risque à assurer.
  Le ministre flamand peut fixer les modalités de calcul du montant de cette somme.
  § 2. L'attestation de la garantie bancaire, de la caution ou de l'assurance constitue, en cas d'exportation, un élément du dossier de notification. Sans cette preuve, l'OVAM considère le dossier comme étant incomplet.
  § 3. La garantie bancaire ou la caution peut être levée après accord de l'OVAM lorsqu'il a été satisfait aux conditions, visées à l'article 6, alinéa cinq, du Règlement. Cet accord est donné dans le mois suivant la réception d'un avis du notificateur signalant que les documents visés à l'article 6, xinquième alinéa, ont été envoyés à l'OVAM.
Art. 6.2.4. [1 § 1. Het bedrag van de administratieve kosten, verbonden aan de uitvoering van de kennisgevings- en toezichtprocedure, vermeld in artikel 14 van het Materialendecreet, is afhankelijk van het type dossier en de gekozen indienings- en behandelingswijze. De administratieve kosten worden als volgt vastgesteld:
   1° voor uitvoerdossiers die ingediend en behandeld worden volgens de methode, vermeld in artikel 6.2.3, 1°, van dit besluit, bedraagt het bedrag van de administratieve kosten 550 euro per kennisgeving;
   2° voor uitvoerdossiers die ingediend en behandeld worden volgens de methode, vermeld in artikel 6.2.3, 2° en 3°, van dit besluit, bedraagt het bedrag van de administratieve kosten 400 euro per kennisgeving;
   3° voor de invoerdossiers bedraagt het bedrag van de administratieve kosten 550 euro per kennisgeving.
   Er wordt voor alle dossiers een korting op het bedrag van de administratieve kosten van 200 euro toegekend als de transportmeldingen van het dossier digitaal worden aangeleverd volgens de technische specificaties die door de minister worden vastgesteld in een standaardprocedure. Als achteraf blijkt dat de transportmeldingen niet digitaal zijn verzonden, wordt het bedrag van de administratieve kosten van een volgend kennisgevingsdossier van dezelfde kennisgever vermeerderd met 200 euro.
  [2 Een vermindering van 200 euro op het bedrag van de administratieve kosten, vermeld in het eerste lid, is mogelijk als de kennisgever aangeeft dat de transportmeldingen digitaal zullen gebeuren volgende de specificaties die door de minister worden vastgelegd in een standaardprocedure. Als achteraf blijkt dat de transportmeldingen niet digitaal zijn verzonden volgens de specificaties die door de minister worden vastgelegd in een standaardprocedure, volgt een navordering. Pas als die betaald is, verstuurt de OVAM weer beslissingen over andere dossiers naar de kennisgever.]2
   Het bedrag van de administratieve kosten wordt verhoogd met de openstaande administratieve kosten van voorgaande kennisgevingsdossiers van dezelfde kennisgever.
   Na de ontvangst van de betaalinformatie, inclusief de gestructureerde mededeling, wordt het bedrag, vrij van alle bankonkosten, aan de OVAM betaald volgens de specificaties opgenomen in de betaalinformatie. Bij de betaling wordt de gestructureerde mededeling vermeld die de OVAM heeft opgenomen in de betaalinformatie. Betalingen waarin die gestructureerde mededeling niet wordt vermeld, worden niet aanvaard en teruggestort.
   § 2. De kennisgevings- en vervoersdocumenten worden gratis door de OVAM ter beschikking gesteld, als de OVAM ze kan afleveren binnen de bepalingen van de verordening. Kennisgevingsdocumenten en transportdocumenten met een uniek kennisgevingsnummer worden altijd besteld via het webloket dat de OVAM via haar website ter beschikking stelt.]1

  
Art. 6.2.6. [1 Les installations spécifiques autorisées pour la valorisation des déchets peuvent demander à l'OVAM un agrément en tant qu'installation bénéficiant d'un consentement préalable pour la valorisation de déchets visée à l'article 14 du règlement. Elles utilisent le guichet web mis à leur disposition par l'OVAM à cette fin.]1
  
Art. 6.2.5. § 1. In geval van uitvoer van afvalstoffen uit het Vlaamse Gewest stelt de kennisgever een bankgarantie of borgsom ten gunste van de OVAM of sluit hij een gelijkwaardige verzekering af voor de dekking van de kosten van het vervoer en van de verwijdering of nuttige toepassing, overeenkomstig artikel 6 van de verordening. In geval van invoer van afvalstoffen in het Vlaamse Gewest kan de OVAM een bankgarantie, een borgsom of een gelijkwaardige verzekering eisen van de kennisgever als die nodig is om te voldoen aan de bepalingen, vermeld in artikel 6, vierde lid, van de verordening.
  De OVAM stelt het bedrag van de bankgarantie, de borgsom of van het te verzekeren risico vast.
  De minister kan nadere regels vaststellen om de hoogte van dat bedrag te berekenen.
  § 2. Het bewijs van de bankgarantie, van de borgsom of van de verzekering vormt in geval van uitvoer een onderdeel van het kennisgevingsdossier. Zonder dat bewijs beschouwt de OVAM het dossier niet als volledig.
  § 3. De bankgarantie of borgsom kan na akkoord van de OVAM gelicht worden als voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in artikel 6, vijfde lid, van de verordening. Dat akkoord wordt verleend binnen een maand na de ontvangst van een bericht van de kennisgever dat de documenten, vermeld in artikel 6, vijfde lid, werden opgestuurd naar de OVAM.
Art. 6.2.7. [1 L'OVAM met à disposition sur son site web un registre d'installations au préalable approuvées pour la valorisation de déchets.]1
  
Art. 6.2.6. [1 Specifieke inrichtingen die vergund zijn voor de nuttige toepassing van afvalstoffen, kunnen bij de OVAM een goedkeuring aanvragen als vooraf goedgekeurde inrichting voor de nuttige toepassing van afvalstoffen als vermeld in artikel 14 van de verordening. Ze maken daarvoor gebruik van het webloket dat de OVAM via haar website ter beschikking stelt.]1
  
Art. 6.2.8. [1 La demande d'une approbation en tant qu'installation de valorisation de déchets approuvée au préalable doit contenir toutes les données suivantes :
   1° les données administratives suivantes : nom, rue et numéro, code postal et commune, pays, numéro de téléphone, numéro de télécopieur, personne à contacter, adresse email et numéro d'entreprise et, le cas échéant, le numéro d'établissement de l'installation à laquelle la demande se rapporte ;
   2° la mention des déchets pour lesquels le demandeur souhaite obtenir l'enregistrement, y compris le code BCQLE/OCDE visé à l'annexe IV du règlement. Le demandeur ajoute également à chaque fois une description des déchets ;
   3° une copie de l'autorisation environnementale ou du permis d'environnement de l'installation et une description détaillée du traitement des déchets ;
   4° la date de fin de l'autorisation environnementale ou du permis d'environnement ;
   5° les quantités autorisées de déchets à traiter par déchet et pour l'ensemble de l'installation, si elles sont spécifiées dans l'autorisation environnementale ou dans le permis d'environnement ;
   6° une description des processus et méthodes utilisés pour la valorisation des déchets, avec une attention particulière aux aspects qui sont pris en compte pour l'évaluation de la demande ;
   7° la déclaration suivante : la demande d'approbation en tant qu'installation approuvée au préalable pour la valorisation de déchets, signée et datée, par laquelle le signataire déclare que les informations fournies par lui sont complètes et exactes. Le nom et la fonction du signataire sont mentionnés.]1

  
Art. 6.2.7. [1 De OVAM stelt een register van vooraf goedgekeurde inrichtingen voor de nuttige toepassing van afvalstoffen ter beschikking via haar website.]1
  
Art. 6.2.9. [1 Le demandeur d'une approbation en tant qu'installation de valorisation de déchets approuvée au préalable doit soumettre sa demande à l'OVAM par voie électronique. A cette fin, il utilise le guichet web mis à sa disposition par l'OVAM via son site web.]1
  
Art. 6.2.8. [1 De aanvraag van goedkeuring als vooraf goedgekeurde inrichting voor de nuttige toepassing van afvalstoffen moet al de volgende gegevens bevatten:
   1° de volgende administratieve gegevens: naam, straat en nummer, postnummer en gemeente, land, telefoonnummer, faxnummer, contactpersoon, e-mailadres en het ondernemingsnummer en, als dat beschikbaar is, het vestigingsnummer van de inrichting waarop de aanvraag betrekking heeft;
   2° de vermelding van de afvalstoffen waarvoor de aanvrager de registratie wenst te verkrijgen, met de vermelding van de BAZEL/OESO-code, vermeld in bijlage IV van de verordening. De aanvrager voegt ook altijd een omschrijving van de afvalstoffen toe;
   3° een afschrift van de milieuvergunning of omgevingsvergunning van de inrichting en een gedetailleerde beschrijving van de verwerking van de afvalstoffen;
   4° de einddatum van de milieuvergunning of de omgevingsvergunning;
   5° de vergunde hoeveelheden te verwerken afvalstoffen per afvalstof en voor de gehele inrichting, als die gespecificeerd worden in de milieuvergunning of omgevingsvergunning;
   6° een beschrijving van de processen en methoden die worden gebruikt voor de nuttige toepassing van de afvalstoffen, waarbij specifiek aandacht wordt besteed aan de aspecten die voor de beoordeling van de aanvraag in beschouwing genomen worden;
   7° de volgende verklaring: de aanvraag van goedkeuring als vooraf goedgekeurde inrichting voor de nuttige toepassing van afvalstoffen, die ondertekend en gedateerd is, en waarbij de ondertekenaar verklaart dat de door hem verstrekte inlichtingen volledig en correct zijn. De naam en de functie van de ondertekenaar worden vermeld.]1

  
Art. 6.2.10. [1 Lors de l'évaluation des demandes, les aspects suivants sont au minimum pris en compte :
   1° la qualité de l'environnement prouvée de la valorisation de déchets au cours des dernières années ;
   2° l'expérience prouvée en matière de valorisation de déchets pour lesquels un enregistrement en tant qu'installation approuvée au préalable est demandé ;
   3° la mesure dans laquelle la méthode de valorisation est conforme à la politique flamande en matière de déchets et de matériaux ;
   4° la mesure dans laquelle la valorisation proposée contribue au recyclage effectif des matériaux des déchets ;
   5° les infractions aux et les abus des réglementations environnementales déjà constatés.]1

  
Art. 6.2.9. [1 De aanvrager van een goedkeuring als vooraf goedgekeurde inrichting voor de nuttige toepassing van afvalstoffen dient zijn aanvraag elektronisch in bij de OVAM. Daarvoor maakt hij gebruik van het webloket dat de OVAM via haar website ter beschikking stelt.]1
  
Art. 6.2.11. [1 L'OVAM informe le demandeur de la réception de la demande au moyen d'une notification électronique dans le guichet web pour les installations approuvées au préalable pour la valorisation de déchets. Tant que le demandeur ne reçoit pas d'accusé de réception électronique, la demande est considérée comme non introduite.]1
  
Art. 6.2.10. [1 Bij de beoordeling van de aanvragen worden minstens de volgende aspecten in beschouwing genomen:
   1° de bewezen milieukwaliteit van de nuttige toepassing van de afvalstoffen tijdens de voorbije jaren;
   2° de bewezen ervaring met het nuttig toepassen van de afvalstoffen waarvoor een registratie als vooraf goedgekeurde inrichting wordt aangevraagd;
   3° de mate waarin de wijze van nuttige toepassing aansluit bij het Vlaamse afvalstoffen- en materialenbeleid;
   4° de mate waarin de voorgestelde nuttige toepassing een bijdrage levert aan de effectieve materiaalrecyclage van de afvalstoffen;
   5° de overtredingen en misbruiken van de milieuregelgeving die al zijn vastgesteld.]1

  
Art. 6.2.12. [1 L'OVAM décide de la demande d'approbation en tant qu'installation de valorisation de déchets approuvée au préalable et informe le demandeur de l'octroi ou du refus au moyen d'une notification électronique au plus tard trente jours civils après la date de réception de la demande. Le délai de traitement commence le premier jour ouvrable suivant la notification de la réception de la demande.]1
  
Art. 6.2.11. [1 De OVAM brengt de aanvrager op de hoogte van de ontvangst van de aanvraag door een elektronische melding in het webloket voor vooraf goedgekeurde inrichtingen voor de nuttige toepassing van afvalstoffen. Zolang de aanvrager geen elektronische ontvangstmelding ontvangt, wordt de aanvraag beschouwd als niet ingediend.]1
  
Art. 6.2.13. [1 Si l'OVAM demande des compléments lors du traitement de la demande visée à l'article 6.2.8, le délai de traitement, visé au 6.2.12 est suspendu à partir de l'envoi de cette demande et reprend son cours le premier jour ouvrable suivant la réception des compléments. Si le demandeur omet de communiquer les compléments à l'OVAM dans les 90 jours civils, la demande est réputée refusée. Le délai précité de nonante jours civils peut être prolongé en concertation entre le demandeur et l'OVAM.
   L'OVAM met à disposition un guichet web via son site web pour l'envoi de sa demande de compléments et pour la réception de compléments. L'OVAM envoie au demandeur un accusé de réception des compléments par voie électronique.
   Après un refus de l'approbation de la demande d'approbation en tant qu'installation de valorisation de déchets approuvée au préalable, une nouvelle demande n'est traitée par l'OVAM que si le demandeur peut fournir des éléments justifiant une nouvelle demande.]1

  
Art. 6.2.12. [1 De OVAM beslist over de aanvraag van goedkeuring als vooraf goedgekeurde inrichting voor de nuttige toepassing van afvalstoffen en brengt de aanvrager op de hoogte van de toekenning of de weigering via een elektronische melding uiterlijk dertig kalenderdagen na de ontvangstdatum van de aanvraag. De behandeltermijn start op de eerstvolgende werkdag na de melding van ontvangst van de aanvraag.]1
  
Art. 6.2.14. [1 L'approbation est valide pour une période déterminée, qui ne dépasse toutefois pas la période de validité de l'autorisation environnementale ou du permis d'environnement de l'installation.]1
  
Art. 6.2.13. [1 Als de OVAM bij de behandeling van de aanvraag, vermeld in artikel 6.2.8, om aanvullingen verzoekt, wordt de termijn van de behandeling, vermeld in artikel 6.2.12, geschorst vanaf de verzending van dat verzoek en begint die opnieuw te lopen op de eerstvolgende werkdag vanaf de ontvangst van de aanvullingen. Als de aanvrager de aanvullingen niet binnen negentig kalenderdagen aan de OVAM bezorgt, wordt de aanvraag geacht geweigerd te zijn. De voormelde termijn van negentig kalenderdagen kan in overleg tussen de aanvrager en de OVAM verlengd worden.
   Voor de verzending van het verzoek tot aanvullingen door de OVAM en het ontvangen van de aanvullingen stelt de OVAM een webloket ter beschikking via de website van de OVAM. De OVAM stuurt een elektronische ontvangstmelding van de aanvullingen naar de aanvrager.
   Na een weigering van de goedkeuring van de aanvraag van goedkeuring als vooraf goedgekeurde inrichting voor de nuttige toepassing van afvalstoffen wordt een nieuwe aanvraag door de OVAM alleen behandeld als de aanvrager elementen kan aandragen die een nieuwe aanvraag rechtvaardigen.]1

  
Art. 6.2.15. [1 Toute modification dans les données de l'installation approuvée au préalable est communiquée à l'OVAM par voie électronique. A cet effet, l'installation approuvée au préalable pour la valorisation des déchets utilise le guichet en ligne mis à disposition par l'OVAM via son site web. Les données modifiées sont mises à jour dans le registre des installations approuvées au préalable pour la valorisation de déchets.]1
  
Art. 6.2.14. [1 De goedkeuring geldt voor een bepaalde periode, maar nooit langer dan de geldigheidsperiode van de milieuvergunning of de omgevingsvergunning van de inrichting.]1
  
Art. 6.2.16. [1 L'approbation en tant qu'installation approuvée au préalable ne peut être transférée à des tiers, sauf en cas de reprise de l'installation approuvée au préalable.
   En cas d'une reprise de l'installation approuvée au préalable, l'installation approuvée communique à l'OVAM les données administratives visées à l'article 6.2.8, 1° et une preuve de la reprise. A cette fin, il utilise le guichet web mis à la disposition par l'OVAM via son site web. La nouvelle approbation en tant qu'installation approuvée au préalable au nom du repreneur est valable avec effet immédiat.
   En cas de cessation des activités, l'installation approuvée au préalable peut faire annuler l'approbation à sa demande. L'approbation est alors supprimée du registre des installations approuvées au préalable pour la valorisation de déchets. Le titulaire d'une installation approuvée au préalable communique la cessation des activités à l'OVAM par voie électronique. A cette fin, il utilise le guichet web mis à la disposition par l'OVAM via son site web. L'OVAM envoie un accusé de réception électronique de la demande d'annulation ainsi qu'une notification électronique de l'annulation.]1

  
Art. 6.2.15. [1 Elke wijziging in de gegevens van de vooraf goedgekeurde inrichting wordt elektronisch aan de OVAM meegedeeld. Daarvoor maakt de vooraf goedgekeurde inrichting voor de nuttige toepassing van afvalstoffen gebruik van het webloket dat de OVAM via haar website ter beschikking stelt. De gewijzigde gegevens worden in het register van vooraf goedgekeurde inrichtingen voor de nuttige toepassing van afvalstoffen aangepast.]1
  
Art. 6.2.16. [1 De goedkeuring als vooraf goedgekeurde inrichting kan niet aan derden worden doorgegeven, uitgezonderd wanneer de vooraf goedgekeurde inrichting wordt overgenomen.
   Bij een overname van de vooraf goedgekeurde inrichting deelt de goedgekeurde inrichting de administratieve gegevens zoals vermeld in artikel 6.2.8, 1°, en een bewijs van de overname mee aan de OVAM. Daarvoor maakt hij gebruik van het webloket dat de OVAM via haar website ter beschikking stelt. De nieuwe goedkeuring als vooraf goedgekeurde inrichting op naam van de overnemer is geldig met onmiddellijke ingang.
   Bij stopzetting van de activiteiten kan de vooraf goedgekeurde inrichting op zijn verzoek de goedkeuring laten opheffen. De goedkeuring wordt dan geschrapt uit het register van vooraf goedgekeurde inrichtingen voor de nuttige toepassing van afvalstoffen. De houder van een vooraf goedgekeurde inrichting meldt de stopzetting van de activiteiten elektronisch aan de OVAM. Daarvoor maakt hij gebruik van het webloket dat de OVAM via haar website ter beschikking stelt. De OVAM stuurt een elektronische ontvangstmelding van de aanvraag tot opheffing en een elektronische melding van de opheffing.]1

  
Art. 6.2.18. [1 Toute utilisation abusive de l'approbation et toute infraction à la législation environnementale peut entraîner la suspension de l'approbation.
   En cas de constat d'usage abusif de l'approbation ou d'une infraction à la législation environnementale, l'installation approuvée au préalable pour la valorisation de déchets est informée par l'OVAM par voie électronique de la décision envisagée de suspension et des raisons qui la motivent. L'installation approuvée au préalable pour la valorisation de déchets dispose d'un délai de quinze jours pour faire connaître ses moyens de défense ou pour démontrer qu'elle s'est entretemps mise en règle. Elle peut demander d'être entendue.
   L'OVAM communique la suspension à l'installation approuvée au préalable pour la valorisation de déchets par envoi sécurisé, avec mention des motifs. Après la suspension, l'installation approuvée au préalable pour la valorisation de déchets est supprimée du registre des installations approuvées au préalable pour la valorisation de déchets.
   Une suspension de l'approbation en tant qu'installation approuvée au préalable pour la valorisation de déchets reste en vigueur pour un délai qui prend fin à la date de fin de l'approbation. Si l'installation approuvée au préalable pour la valorisation de déchets peut entre-temps démontrer que la circonstance menant à la suspension n'existe plus, la suspension peut être levée. Pendant la période de la suspension, l'installation approuvée au préalable pour la valorisation de déchets ne peut pas obtenir de nouvelle approbation en tant qu'installation approuvée au préalable pour la valorisation de déchets.]1

  
Art. 6.2.17.
CHAPITRE 7. - Enregistrements et rapports concernant les données sur les déchets
Art. 6.2.18. [1 Elk misbruik van de goedkeuring en elke overtreding van de milieuwetgeving kan leiden tot de schorsing van de goedkeuring.
Section 7.1. - Dispositions générales
HOOFDSTUK 7. - Registreren en rapporteren van afvalstoffen- en materiaalgegevens
Art. 7.1.1.[1 Lorsque le présent chapitre fait référence aux numéros d'identification de producteurs de déchets, transporteurs de déchets, collecteurs, négociants ou courtiers en déchets ou de centres de traitement des déchets, les numéros d'identification suivants sont ainsi visés :
Afdeling 7.1. - Algemene bepalingen
Art. 7.1.2.[1 Le système d'information sur les matériaux MATIS]1 contient les données qui ont été recueillies et traitées statistiquement dans le cadre de ce chapitre.
Art. 7.1.1. [1 Als in dit hoofdstuk verwezen wordt naar identificatienummers van afvalstoffenproducenten, vervoerders van afvalstoffen, inzamelaars, afvalstoffenhandelaars of -makelaars, of afvalstoffenverwerkers worden daarmee de volgende identificatienummers bedoeld:
   1° voor Belgische ondernemingen: het ondernemingsnummer, zoals toegekend in de Kruispuntbank van Ondernemingen;
   2° [2 voor ondernemingen die in het buitenland gevestigd zijn: het btw-nummer. Als de onderneming geen btw-nummer heeft, volstaat de vermelding van de naam en het adres;]2
   3° voor Belgische vestigingseenheden: het vestigingseenheidsnummer, zoals toegekend in de Kruispuntbank van Ondernemingen;
   4° voor buitenlandse vestigingseenheden: het identificatienummer van de onderneming, gecombineerd met het adres van de vestigingseenheid;
   5° voor zeeschepen: het IMO-nummer of MMSI-nummer, gecombineerd met het adres van de ligplaats van het schip;
   6° voor particulieren: de aanduiding "particulier".
   De afvalstoffenproducent is verplicht om het identificatienummer van de productieplaats van de afvalstoffen mee te delen aan de inzamelaar, de afvalstoffenhandelaar of -makelaar of de afvalstoffenverwerker als die daarom vraagt, met het oog op een efficiënte tracering van de afvalstoffen.
   Als de afvalstoffenproducent ondanks de verplichting, vermeld in het tweede lid, het vestigingseenheidsnummer van de productieplaats niet meedeelt aan de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar of de afvalverwerker, kunnen die het identificatienummer van de onderneming gebruiken als identificatienummer, gecombineerd met de naam en het adres van de vestigingseenheid.]1

  
Art. 7.1.3. A moins que cela ne soit convenu autrement dans ce chapitre, les acteurs suivants sont tenus de fournir des données sur les déchets et les matériaux sur simple demande de l'OVAM :
  1° le collecteur, le commerçant ou l'agent de déchets;
  2° les installations pour le traitement des déchets;
  3° les producteurs de déchets industriels;
  4° les communes et les associations de communes chargées de la gestion des déchets;
  5° le producteur de matières premières;
  6° l'utilisateur de matières premières.
  Le rapportage peut se faire conformément aux articles 2 et 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 avril 2004 instaurant le rapport environnemental annuel intégré pour la date que ce dernier fixe.
Art. 7.1.2.[1 Het materialeninformatiesysteem MATIS]1 bevat de gegevens die in het kader van dit hoofdstuk ingezameld en statistisch verwerkt worden.
Section 7.2. - Registres de déchets et matériaux
Art. 7.1.3. Tenzij het anders bepaald is in dit hoofdstuk, zijn de volgende actoren ertoe gehouden afvalstoffen- en materiaalgegevens te verschaffen op eenvoudig verzoek van de OVAM :
Sous-section 7.2.1. - Registres de déchets
Afdeling 7.2. - Registers van afvalstoffen en materialen
Art. 7.2.1.1.[2 Le producteur de déchets industriels qui n'est pas un centre de traitement des déchets tient un registre des déchets produits. Le centre de traitement des déchets tient un registre des déchets qu'il a évacués. Les registres des déchets contiennent les données suivantes :
Onderafdeling 7.2.1. - Registers van afvalstoffen
Art. 7.2.1.2.Le collecteur, commerçant ou agent des déchets tient un registre des déchets qui ont été collectés, négociés ou pour lesquels ils sont intervenus en tant que courtier. Le registre des déchets collectés, négociés ou après courtage contient les données suivantes :
Art. 7.2.1.1. [2 De afvalstoffenproducent van bedrijfsafvalstoffen die geen afvalstoffenverwerker is, houdt een register bij van de geproduceerde afvalstoffen. De afvalstoffenverwerker houdt een register bij van de afvalstoffen die de verwerker heeft afgevoerd. Die afvalstoffenregisters bevatten de volgende gegevens:
   1° de datum van productie of afvoer;
   2° de vervoerswijze: waterweg, spoorweg, luchtvaart, pijpleiding, wegvervoer;
   3° de hoeveelheid afvalstoffen in ton;
   4° de aard en de samenstelling van de afvalstoffen, met vermelding van de EURAL-code, vermeld in bijlage 2.1;
   5° een omschrijving van de afvalstof of een aanduiding van de kwaliteit;
   6° de verwerkings- of toepassingswijze van de afvalstoffen: storten, verbranden met energierecuperatie (R1), andere afvalverbranding (D10), hergebruik, composteren/vergisten, recyclage, sorteren, op- en overslag, drogen-scheiden, andere voorbehandeling;
   7° de aard van de afvalstoffenhandeling, vermeld in afdeling 4.2;
   8° als dat van toepassing is, de naam, het adres en het identificatienummer van de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar;
   9° de naam, het adres en het identificatienummer van de vestigingseenheid van de verwerker van de afvalstoffen.]2
.
  Het register van geproduceerde afvalstoffen, vermeld in het eerste lid, wordt ten minste elke maand aangevuld met de meest recente gegevens.[2 Het register van de afgevoerde afvalstoffen van afvalstoffenverwerker, vermeld in het eerste lid, wordt ten minste elke werkdag aangevuld met de meest recente gegevens.]2
  Als register van geproduceerde afvalstoffen kan een verzameling van identificatieformulieren als vermeld in artikel 6.1.1.2, gebruikt worden, aangevuld met de gegevens, vermeld in het eerste lid, over de afvalbewegingen waarvoor overeenkomstig artikel 6.1.1.2 geen identificatieformulier vereist is of waarvoor de afvalstoffenproducent zelf regelingen treft.
  
Art. 7.2.1.3. Le détermine la forme et le contenu de la liste des codes des déchets qui est utilisée pour le codage des déchets collectés par la commune ou à sa demande.
  L'autorité communale ou l'association des communes, chargée de la gestion des déchets, tient un registre des déchets collectés par la commune ou à la demande de celle-ci. Ce registre contient les données suivantes à propos des déchets par commune :
  1° la quantité de déchets en [1 tonnes]1;
  [1 1° /1 la date de la collecte ;]1
  2° la nature et la composition des déchets, en indiquant le code des déchets mentionné dans le premier alinéa;
  3° le cas échéant, nom, adresse et numéro d'identification du collecteur, du commerçant ou de l'agent des déchets [1 ...]1;
  4° [1 le mode de traitement ou d'application des déchets : réemploi, incinération avec récupération d'énergie, autre incinération des déchets, séchage-séparation, recyclage, compostage/digestion, mise en décharge, stockage et transbordement, autre prétraitement ;]1
  5° [1 le nom, l'adresse et le numéro d'identification de l'unité d'établissement du centre de traitement des déchets ou une indication de ce que les matériaux ont été utilisés par des citoyens ;]1
  6° [1 les données relatives à l'origine du déchet et le mode de collecte des déchets.]1
  Le registre, mentionné au deuxième alinéa, est complété, au moins chaque mois, par les données les plus récentes.
  [1 ...]1
  
Art. 7.2.1.2. De inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar houden een register bij van de afvalstoffen die ingezameld of verhandeld zijn of waarin zij gemakeld hebben. Het register van ingezamelde, verhandelde of gemakelde afvalstoffen bevat de volgende gegevens :
  1° [3 ...]3;
  2° de datum van het effectieve vervoer van de afvalstoffen;
  3° [3 de naam, het adres en het identificatienummer van de vestigingseenheid van de afvalstoffenproducent of de inrichting vanwaar de afvalstoffen worden afgevoerd, of de naam en het identificatienummer van het schip waar de afvalstoffen werden ingezameld, alsook de vermelding van de ligplaats, of de naam, het adres en het identificatienummer van de inzamelaar, de afvalstoffenhandelaar of -makelaar die de afvalstoffen afgeeft]3]1;
  4° de hoeveelheid afvalstoffen in [1 ton[3 ...]3,]1 liter of kilogram;
  5° de aard en samenstelling van de afvalstoffen, met vermelding van de EURAL-code, vermeld in bijlage 2.1;
  [3 5° /1 de omschrijving van de afvalstof of de aanduiding van de kwaliteit;]3
  6° indien van toepassing, naam, adres en identificatienummer van de vervoerder van de afvalstoffen[3 ...]3;
  7° [3 de verwerkings- of toepassingswijze van de afvalstoffen: storten, verbranden met energierecuperatie (R1), andere afvalverbranding (D10), hergebruik, composteren/vergisten, recyclage, sorteren, op- en overslag, drogen-scheiden, andere voorbehandeling. De aard van de afvalstoffenhandeling, vermeld in afdeling 4.2, wordt ook aangeduid]3;
  8°[3 de naam, het adres en het identificatienummer van de vestigingseenheid van de verwerker van de afvalstoffen, of de naam, het adres en het identificatienummer van de inzamelaar of de afvalstoffenhandelaar of -makelaar aan wie de afvalstoffen worden afgegeven.]3.
  [2 Aanvullend op de gegevens, vermeld in het eerste lid, vermeldt de inzamelaar, de afvalstoffenhandelaar of -makelaar die afgedankte EEA inzamelt of handelt of erin makelt, of met het oog op verwerking aanbiedt aan een derde, ook de gegevens vermeld in artikel 5.2.5.4, § 2, eerste lid, 4°, in het afvalstoffenregister.]2
  Het register van ingezamelde, verhandelde of gemakelde afvalstoffen, vermeld in het eerste lid, wordt tenminste elke werkdag aangevuld met de meest recente gegevens.
  
Art. 7.2.1.4. Le centre de traitement des déchets tient un registre des déchets qu'il traite, lequel contient les données suivantes:
  1° date et heure d'arrivée des déchets à traiter;
  2° quantité des déchets apportés en [1 tonnes]1 [4 ...]4;
  3° nature et composition des déchets, avec indication du code EURAL, mentionné en annexe 2.1;
  [4 3° /1 la description du déchet ou la désignation de la qualité du déchet ;]4
  4° [4 le nom, l'adresse, y compris le pays, et le numéro d'identification de l'unité d'établissement du producteur de déchets ou de l'établissement autorisé de traitement de déchets duquel les déchets ont été évacués ;]4
  5° le cas échéant, nom, adresse et numéro d'identification du collecteur, du commerçant ou de l'agent des déchets;
  6° [4 le mode de traitement ou d'application des déchets, avec indication du code R ou D concerné mentionné dans la [5 section 4.2]5 et, au moins, les catégories suivantes : mise en décharge, incinération avec récupération d'énergie, autre incinération des déchets, réemploi, compostage/digestion, recyclage, triage, séchage-séparation, autre prétraitement, stockage et transbordement ;]4
  7° le cas échéant, la mention que les déchets apportés ont été refusés, avec le motif du refus;
  8° en cas de mise en décharge, le numéro de secteur de la décharge avec, en cas de déchets dangereux, l'emplacement précis sur la décharge
  9° en cas de stockage, la localisation du stockage dans l'établissement;
  10° remarque à propos des déchets et de leur arrivée, des difficultés et perturbations rencontrées, des observations, mesures et autres renseignements à propos de l'exploitation de l'établissement.
  [2 En complément aux données, visées à l'alinéa premier, le transformateur qui traite des DEEE mentionne également les données visées à l'article 5.2.5.4, § 2, alinéa premier, 4°, dans le registre des déchets.]2
  Le registre, mentionné dans le premier alinéa, est complété des données les plus récentes au moins chaque jour ouvrable ou après chaque arrivée.
  Dans [3 le permis d'environnement pour l'exploitation de l'établissement classé ou de l'activité classée délivré]3 conformément aux dispositions du [3 décret relatif au permis d'environnement]3, il est possible de déroger aux prescriptions du contenu du registre mentionnées dans le premier alinéa.
  
Art. 7.2.1.3.De minister bepaalt de vorm en de inhoud van de afvalstoffencodelijst die wordt gebruikt voor de codering van afvalstoffen die door de gemeente of in opdracht van de gemeente ingezameld worden.
Sous-section 7.2.2. - Registres de matériaux qui ne sont pas des déchets
Art. 7.2.1.4. De verwerker van afvalstoffen houdt een register bij van de door hem verwerkte afvalstoffen, dat de volgende gegevens bevat :
  1° datum en uur van de aanvoer van de te verwerken afvalstoffen;
  2° de hoeveelheid aangevoerde afvalstoffen in [1 ton[4 ...]4;
  3° de aard en de samenstelling van de afvalstoffen, met vermelding van de EURAL-code, vermeld in bijlage 2.1;
  [4 3° /1 de omschrijving van de afvalstof of de aanduiding van de kwaliteit van de afvalstof;]4
  4° [4 de naam, het adres, met inbegrip van het land, en het identificatienummer van de vestigingseenheid van de afvalstoffenproducent of van de vergunde inrichting voor de verwerking van afvalstoffen, waarvan de afvalstoffen zijn afgevoerd]4;
  5° indien van toepassing, naam, adres en identificatienummer van de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar;
  6°[4 de verwerkings- of toepassingswijze van de afvalstoffen, met vermelding van de betreffende R- of D-code, vermeld in [5 afdeling 4.2]5, en ten minste met de volgende categorieën: storten, verbranden met energierecuperatie, andere afvalverbranding, hergebruik, composteren/vergisten, recyclage, sorteren, drogen-scheiden, andere voorbehandeling, op- en overslag]4;
  7° indien van toepassing, de vermelding dat de aangevoerde afvalstoffen geweigerd zijn, met de reden van de weigering;
  8° in geval van storten, het nummer van het stortvak, met in het geval van gevaarlijk afval de nauwkeurige ligging op de stortplaats;
  9° in geval van opslag, de lokalisatie van de opslag in de inrichting;
  10° opmerkingen over de afvalstof en de aanvoer, de ondervonden moeilijkheden en storingen, waarnemingen, metingen en andere inlichtingen over de uitbating van de inrichting.
  [2 Aanvullend op de gegevens, vermeld in het eerste lid, vermeldt de verwerker die afgedankte EEA verwerkt ook de gegevens vermeld in artikel 5.2.5.4, § 2, eerste lid, 4°, in het afvalstoffenregister.]2
  Het register, vermeld in het eerste lid, wordt ten minste elke werkdag of na elke aanvoer aangevuld met de meest recente gegevens.
  In de [3 omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit]3, verleend overeenkomstig de bepalingen van het [3 decreet betreffende de omgevingsvergunning]3, kan afgeweken worden van de inhoudsvoorschriften van het register, vermeld in het eerste lid.
  
Art. 7.2.2.1. Le détermine la forme et le contenu de la liste des codes de matériaux pour le codage des matériaux dans les registres de matériaux des producteurs et utilisateurs de matières premières.
Onderafdeling 7.2.2. - Registers van materialen die geen afvalstoffen zijn
Art. 7.2.2.2.Le producteur de matières premières tient un registre des matières premières produites qui sont considérées, conformément à la liste des codes de matériaux mentionnés à l'article 7.2.2.1, comme devant être reprisew dans le registre des matériaux sortants. Le registre des matériaux sortants contient les données suivantes à propos des matières premières produites :
Art. 7.2.2.1. De minister bepaalt de vorm en de inhoud van de materiaalcodelijst voor de codering van materialen in de materialenregisters van grondstoffenproducenten en -gebruikers.
Art. 7.2.2.3. L'utilisateur des matières premières, mentionné à l'article 7.2.2.4, tient un registre des matières premières qu'il a utilisées et qui, conformément à la liste des codes de matériaux, mentionnée à l'article 7.2.2.1, sont considérées comme devant être reprises dans le registre des matériaux entrants. Le registre des matériaux entrants contient les données suivantes à propos des matières premières utilisées :
  1° la date et l'heure d'arrivée des matières premières à utiliser;
  2° la quantité de matières premières apportées en [1 tonnes]1;
  3° la nature et la composition des matières premières, avec indication du code de matériaux, tel que mentionné à l'article 7.2.2.1;
  4° [1 le nom, l'adresse, y compris le pays, et le numéro d'identification de l'unité d'établissement du producteur de matières premières ;]1
  5° le mode d'application visé des matières premières : usage dispersé, utilisation comme carburant ou autre utilisation dans un établissement classé;
  6° description succincte du mode d'application;
  7° le cas échéant, mention que les matières premières importées ont été refusées, avec le motif du refus.
  Le registre, mentionné au premier alinéa, est complété des données les plus récentes au moins chaque jour ouvrable ou après chaque arrivée.
  Les matières premières qui sont utilisées dans l'établissement où elles ont été produites ne doivent pas être reprises dans le registre mentionné au premier alinéa.
  
Art. 7.2.2.2. De grondstoffenproducent houdt een register bij van de geproduceerde grondstoffen die overeenkomstig de materiaalcodelijst, vermeld in art. 7.2.2.1, worden aangemerkt als op te nemen in het uitgaande materialenregister. Het uitgaande materialenregister bevat de volgende gegevens over de geproduceerde grondstoffen :
  1° de hoeveelheid grondstoffen in [1 ton[2 ...]2;
  [2 1° /1 de datum van de afvoer;]2
  2° de aard en de samenstelling van de grondstoffen, met vermelding van de materiaalcode, vermeld in artikel 7.2.2.1;
  [2 2° /1 een omschrijving van de materialen of een aanduiding van de kwaliteit van de materialen;]2
  3° de beoogde toepassingswijze van de grondstoffen : [2 toepassingsgebied van de grondstof]2, gebruik als brandstof of ander gebruik in een ingedeelde inrichting;
  4° [2 als de grondstoffen gebruikt worden in een ingedeelde inrichting: de naam, het adres en het identificatienummer van de vestigingseenheid van de gebruiker. Als de grondstoffen gebruikt worden in een werk in het kader van een geldige omgevingsvergunning: de naam en het identificatienummer van de onderneming van de gebruiker en het adres van de plaats waar het werk wordt uitgevoerd. Als de grondstoffen worden toegepast in dispers gebruik van bodemverbeterende middelen: de naam en het identificatienummer van de onderneming van de gebruiker of de aanduiding dat de materialen door een particulier gebruikt zijn]2.
  Het materialenregister, vermeld in het eerste lid, wordt ten minste elke dag aangevuld met de meest recente gegevens.
  De grondstoffen die gebruikt worden in de inrichting waar ze zijn ontstaan, hoeven niet te worden opgenomen in het register, vermeld in het eerste lid.
  
Art. 7.2.2.4. Les utilisateurs de matières premières suivants tiennent un registre des matériaux entrants, mentionné à l'article 7.2.2.3 :
  les utilisateurs de matières premières qui procèdent à l'extraction et au raffinage de métaux non ferreux en recourant à des procédés pyrométallurgiques, hydrométallurgiques ou électrolytiques.
  Le ministre flamand peut désigner les utilisateurs de matières premières qui doivent tenir un registre des matériaux entrants, tel que mentionné à l'article 7.2.2.3.
Art. 7.2.2.3.De grondstoffengebruiker, vermeld in artikel 7.2.2.4, houdt een register bij van de door hem gebruikte grondstoffen die overeenkomstig de materiaalcodelijst, vermeld in art. 7.2.2.1, worden aangemerkt als op te nemen in het inkomende materialenregister. Het inkomende materialenregister bevat de volgende gegevens over de gebruikte grondstoffen :
Sous-section 7.2.3. - Tenue et échange de registres des déchets et des matériaux
Art. 7.2.2.4. De volgende grondstoffengebruikers houden een inkomend materialenregister bij, vermeld in artikel 7.2.2.3 :
  de grondstoffengebruikers die non-ferro metalen winnen en raffineren met pyrometallurgische, hydrometallurgische of elektrolytische procedés.
  De minister kan de grondstoffengebruikers aanwijzen die een inkomend materialenregister moeten bijhouden, als vermeld in artikel 7.2.2.3.
Art. 7.2.3.1. Les registres, établis conformément aux articles 7.2.1.1, 7.2.1.2, 7.2.1.3, 7.2.1.4, 7.2.2.2 et 7.2.2.3, sont conservés pendant cinq ans par l'intervenant tenu à un registre. Le registre peut être consulté au siège d'exploitation et, pour les bateliers, sur le navire.
Onderafdeling 7.2.3. - Bewaren en uitwisselen van afvalstoffen- en materialenregisters
Art. 7.2.3.2.Les registres, établis conformément [2 à l'article 7.2.1.1, s'il s'agit de registres de déchets évacués d'un centre de traitement des déchets, aux articles]2 7.2.1.2, [2 7.2.1.3,]2 7.2.1.4, 7.2.2.2 et 7.2.2.3, sont tenus à jour sur un support électronique en vue de l'échange simple des données d'enregistrement entre l'OVAM [1 , le fonctionnaire surveillant]1 et le détenteur du registre. Les spécifications techniques auxquelles les registres doivent satisfaire et les spécifications techniques relatives à l'échange de données à la demande de l'OVAM figurent dans une procédure standard, arrêtée par le ministre flamand sur proposition de l'OVAM. A défaut d'une telle procédure standard, les registres sont tenus à jour et les données d'enregistrement sont échangées selon un code de bonnes pratiques.
Art. 7.2.3.1. De registers, opgemaakt overeenkomstig artikel 7.2.1.1, 7.2.1.2, 7.2.1.3, 7.2.1.4, 7.2.2.2 en 7.2.2.3, worden gedurende vijf jaar door de registerplichtige actor bijgehouden. Het register ligt ter inzage op de exploitatiezetel en, voor binnenschippers, op het schip.
Section 7.3. [1 - Déclaration de données relatives à la production et à la collecte de déchets et de matériaux]1
Art. 7.2.3.2.De registers, opgemaakt overeenkomstig artikel[2 .2.1.1, als het registers betreft van afgevoerde afvalstoffen van een afvalstoffenverwerker, artikel]2 7.2.1.2,[2 7.2.1.3,]2 7.2.1.4, 7.2.2.2 en 7.2.2.3, worden bijgehouden op een elektronische drager met het oog op een eenvoudige uitwisseling van registergegevens tussen de OVAM [1 , de toezichthouder]1 en de houder van het register. De technische specificaties waaraan de registers moeten voldoen, en de technische specificaties in verband met de uitwisseling van gegevens op verzoek van de OVAM worden opgenomen in een standaardprocedure, vastgesteld door de minister op voorstel van de OVAM. Bij gebrek aan een dergelijke standaardprocedure wordt het register bijgehouden en worden de registergegevens uitgewisseld volgens een code van goede praktijk.
Sous-section 7.3.1. [1 - Déclaration annuelle de la production de déchets industriels et de matières premières]1
Afdeling 7.3. [1 Melding van gegevens over de productie en inzameling van afvalstoffen en materialen]1
Art. 7.3.1.1. Chaque année, l'OVAM établit une sélection des producteurs de déchets industriels et des producteurs de matières premières sur la base de critères statistiques afin de recueillir des données sur la production de déchets industriels et de matières premières.
Onderafdeling 7.3.1. [1 Jaarlijkse melding van de productie van bedrijfsafvalstoffen en grondstoffen]1
Art. 7.3.1.2.§ 1. [3 Les producteurs de déchets figurant dans la sélection visée à l'article 7.3.1.1, alinéa 1er, font rapport sur les déchets produits au cours de l'année civile précédente.
Art. 7.3.1.1. De OVAM maakt jaarlijks op basis van statistische criteria een selectie van afvalstoffenproducenten van bedrijfsafvalstoffen en van grondstoffenproducenten om gegevens te verzamelen over de productie van bedrijfsafvalstoffen en grondstoffen.
  De OVAM publiceert de lijst van de selectie, vermeld in het eerste lid, op haar website uiterlijk op 31 december van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de rapporteringsplicht van toepassing is.
  De OVAM publiceert samen met de lijst de statistische verantwoording voor de samenstelling ervan op haar website.
Art. 7.3.1.3. Le rapportage relatif à la production de déchets industriels [1 peut se faire]1 conformément aux articles 2 et 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 avril 2004 instaurant le rapport environnemental annuel intégré pour la date qu'il fixe et par le biais du formulaire partiel "Données d'identification" et du formulaire partiel "Déclaration de déchets pour producteurs", du rapport environnemental annuel intégré dont le modèle est joint en annexe Ire de l'arrêté en question.
  [1 Le rapport sur la production de matières premières peut s'effectuer par le biais du guichet web du rapport environnemental annuel intégré avant la date fixée aux articles 2 et 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 avril 2004 instaurant le rapport environnemental annuel intégré.]1
  
Art. 7.3.1.2.§ 1. [1 [3 De afvalstoffenproducenten die zijn opgenomen in de selectie, vermeld in artikel 7.3.1.1, eerste lid, brengen verslag uit over de afvalstoffen die in het vorige kalenderjaar geproduceerd zijn.
Sous-section 7.3.2. [1 - Déclaration trimestrielle de données relatives à la collecte de déchets ménagers et de déchets industriels assimilés aux déchets ménagers dans le système d'information sur les matériaux]1
Art. 7.3.1.3. De verslaggeving over de productie van bedrijfsafvalstoffen [1 kan verlopen]1 overeenkomstig artikel 2 en 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 tot invoering van het integrale milieujaarverslag, voor de datum die daarin wordt bepaald, en door middel van het deelformulier " Identificatiegegevens " en het deelformulier " Afvalstoffenmelding voor producenten " van het integrale milieujaarverslag, waarvan het model als bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 tot invoering van het integrale milieujaarverslag is gevoegd.
  [1 De verslaggeving over de productie van grondstoffen kan gebeuren via het webloket van het integrale milieujaarverslag voor de datum die wordt bepaald in artikel 2 en 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 tot invoering van het integrale milieujaarverslag.]1
  
Art. 7.3.2.1. [1 Les autorités communales ou les associations de communes chargées de la gestion des déchets déclarent tous les trimestres à l'OVAM les données relatives aux déchets ménagers et déchets industriels y assimilés, collectés par elles ou pour leur compte, et à la collecte de déchets ménagers résiduels par des collecteurs de droit privé sur le territoire de la commune. Les autorités communales ou les associations de communes chargées de la gestion des déchets peuvent déléguer, en tout ou en partie, l'exécution de ces déclarations à d'autres organismes. Elles informent l'OVAM, avant le début de chaque trimestre, des modifications de ces délégations. Néanmoins, elles demeurent responsables de la déclaration correcte et ponctuelle des données.
   Un trimestre correspond à une période de trois mois calendrier consécutifs. Le premier trimestre d'une année commence le 1er janvier de l'année en question, le deuxième trimestre commence le 1er avril, le troisième trimestre commence le 1er juillet et le quatrième trimestre commence le 1er octobre. Les déclarations de collectes qui ont eu lieu durant un trimestre spécifié ci-dessus doivent être faites au plus tard le dernier jour du deuxième mois qui suit ce trimestre.]1

  
Onderafdeling 7.3.2. [1 Kwartaalmelding van gegevens over de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen en van bedrijfsafvalstoffen die vergelijkbaar zijn met huishoudelijke afvalstoffen, in het materialeninformatiesysteem]1
Art. 7.3.2.2.[1 Les déclarations trimestrielles visées à l'article 7.3.2.1 sont transmises par voie électronique à l'OVAM et contiennent des totaux trimestriels, ou des données plus détaillées qui constituent ensemble les totaux trimestriels, du registre des déchets que la commune a collectés ou qui ont été collectés pour son compte, visé à l'article 7.2.1.3, et des totaux trimestriels, ou des données plus détaillées qui constituent ensemble les totaux trimestriels, des déchets ménagers résiduels collectés par des collecteurs de droit privé sur le territoire de la commune.
Art. 7.3.2.1.[1 De gemeentelijke overheden of de verenigingen van gemeenten, belast met het afvalstoffenbeheer, melden driemaandelijks aan de OVAM gegevens over de door hen of in hun opdracht ingezamelde huishoudelijke afvalstoffen en daarmee vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen en de inzameling van huishoudelijk restafval door privaatrechtelijke inzamelaars op het grondgebied van de gemeente. De gemeentelijke overheden of de verenigingen van gemeenten, belast met het afvalstoffenbeheer, kunnen de uitvoering van die meldingen geheel of gedeeltelijk delegeren aan andere instanties. Ze brengen de OVAM voor het begin van elk kwartaal op de hoogte van de wijzigingen in die delegaties. Ze blijven wel verantwoordelijk voor de correcte en tijdige melding van de gegevens.
Sous-section 7.3.3. [1 - Déclaration trimestrielle de données relatives à la collecte, en Région flamande, de déchets autres que des déchets ménagers et déchets industriels assimilés aux déchets ménagers dans le système d'information sur les matériaux]1
Art. 7.3.2.2. [1 De driemaandelijkse meldingen, vermeld in artikel 7.3.2.1, worden elektronisch bezorgd aan de OVAM en bevatten kwartaaltotalen of meer gedetailleerde gegevens die samen de kwartaaltotalen vormen, uit het afvalstoffenregister van de afvalstoffen die de gemeente ingezameld heeft of die in opdracht van de gemeente ingezameld zijn, vermeld in artikel 7.2.1.3, en kwartaaltotalen of meer gedetailleerde gegevens die samen de kwartaaltotalen vormen, van het ingezamelde huishoudelijk restafval door privaatrechtelijke inzamelaars op het grondgebied van de gemeente.
   De driemaandelijkse meldingen van gegevens, vermeld in artikel 7.3.2.1, hebben betrekking op de oorsprong, de aard, de hoeveelheid, de inzamelwijze, de verwerkingswijze en de bestemming van de afvalstoffen. Verder hebben ze betrekking op de identificatie van de melding, de periode waarin de afvalstoffen zijn ingezameld, en, als dat van toepassing is, de identificatie van de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of makelaar.
   De vorm en de inhoud van de meldingen, met inbegrip van de technische specificaties voor het elektronisch bezorgen van de meldingen, worden gespecificeerd in een standaardprocedure die de minister op voorstel van de OVAM heeft vastgelegd. De OVAM publiceert die standaardprocedure op haar website.]1

  
Art. 7.3.3.1. [1 Les collecteurs, négociants ou courtiers en déchets enregistrés déclarent tous les trimestres à l'OVAM les données relatives aux déchets autres que des déchets ménagers et déchets industriels assimilés aux déchets ménagers qu'ils ont collectés en Région flamande. Ils peuvent déléguer l'exécution des déclarations à une tierce partie, mais ils demeurent eux-mêmes responsables de l'exécution ponctuelle de toutes les déclarations.
   Un trimestre correspond à une période de trois mois calendrier consécutifs. Le premier trimestre d'une année commence le 1er janvier de l'année en question, le deuxième trimestre commence le 1er avril, le troisième trimestre commence le 1er juillet et le quatrième trimestre commence le 1er octobre. Les déclarations de collectes de déchets qui ont eu lieu durant un trimestre spécifié ci-dessus doivent être faites au plus tard le dernier jour du deuxième mois qui suit ce trimestre.]1

  
Onderafdeling 7.3.3. [1 Kwartaalmelding in het materialeninformatiesysteem van gegevens over de inzameling, in het Vlaamse Gewest, van andere afvalstoffen dan huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen]1
Art. 7.3.3.2.[1 Les déclarations trimestrielles visées à l'article 7.3.3.1 sont transmises par voie électronique à l'OVAM et contiennent des totaux trimestriels, ou des données plus détaillées qui constituent ensemble les totaux trimestriels, des registres des déchets visés à l'article 7.2.1.2.
Art. 7.3.3.1. [1 De geregistreerde inzamelaars, afvalstoffenhandelaars of -makelaars van afvalstoffen melden driemaandelijks aan de OVAM gegevens over de andere afvalstoffen dan huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare afvalstoffen die ze in het Vlaamse Gewest ingezameld hebben. Ze kunnen de uitvoering van de meldingen delegeren aan een derde partij, maar ze blijven zelf verantwoordelijk voor de tijdige uitvoering van alle meldingen.
Sous-section 7.3.4. [1 - Déclaration trimestrielle de données relatives à la production de matières premières dans le système d'information sur les matériaux]1
Art. 7.3.3.2. [1 De driemaandelijkse meldingen, vermeld in artikel 7.3.3.1, worden elektronisch bezorgd aan de OVAM en bevatten kwartaaltotalen of meer gedetailleerde gegevens die samen de kwartaaltotalen vormen, uit de afvalstoffenregisters, vermeld in artikel 7.2.1.2.
   De driemaandelijkse meldingen van gegevens, vermeld in artikel 7.3.3.1, hebben betrekking op de oorsprong, de aard, de hoeveelheid, [2 de vervoerswijze]2, de verwerkingswijze en de bestemming van de ingezamelde afvalstoffen. Verder hebben ze betrekking op de identificatie van de melding [2 , de periode]2 waarin de afvalstoffen zijn ingezameld [2 en de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar die instond voor de regelingen voor de verwerking van de afvalstoffen]2.
   De vorm en de inhoud van de meldingen, met inbegrip van de technische specificaties voor het elektronisch bezorgen van de meldingen, worden gespecificeerd in een standaardprocedure die de minister op voorstel van de OVAM heeft vastgelegd. De OVAM publiceert die standaardprocedure op haar website.]1

  
Art. 7.3.4.1. [1 Les exploitants d'un établissement autorisé de traitement de déchets déclarent tous les trimestres à l'OVAM les données relatives aux matières premières produites par eux. Ils peuvent déléguer l'exécution des déclarations à une tierce partie, mais ils demeurent eux-mêmes responsables de l'exécution ponctuelle de toutes les déclarations.
   Un trimestre correspond à une période de trois mois calendrier consécutifs. Le premier trimestre d'une année commence le 1er janvier de l'année en question, le deuxième trimestre commence le 1er avril, le troisième trimestre commence le 1er juillet et le quatrième trimestre commence le 1er octobre. Les déclarations des matières premières produites qui ont été évacuées durant un trimestre spécifié ci-dessus doivent être faites au plus tard le dernier jour du deuxième mois qui suit ce trimestre.]1

  
Onderafdeling 7.3.4. [1 Kwartaalmelding van gegevens over de productie van grondstoffen in het materialeninformatiesysteem]1
Art. 7.3.4.2.[1 Les déclarations trimestrielles visées à l'article 7.3.5.1 sont transmises par voie électronique à l'OVAM et contiennent des totaux trimestriels, ou des données plus détaillées qui constituent ensemble les totaux trimestriels, du registre des matériaux visé à l'article 7.2.2.2.
Art. 7.3.4.1. [1 De exploitanten van een vergunde inrichting voor het verwerken van afvalstoffen melden driemaandelijks aan de OVAM gegevens over de door hen geproduceerde grondstoffen. Ze kunnen de uitvoering van de meldingen delegeren aan een derde partij, maar ze blijven zelf verantwoordelijk voor de tijdige uitvoering van alle meldingen.
Section 7.4. - Données à propos [1 ...]1 de l'utilisation des matières premières
Art. 7.3.4.2. [1 De driemaandelijkse meldingen, vermeld in artikel 7.3.5.1, worden elektronisch bezorgd aan de OVAM en bevatten kwartaaltotalen of meer gedetailleerde gegevens die samen de kwartaaltotalen vormen, uit het materialenregister, vermeld in artikel 7.2.2.2.
   De driemaandelijkse meldingen van gegevens, vermeld in artikel 7.3.5.1, hebben betrekking op [2 de oorsprong,]2 de aard, de hoeveelheid, [2 de vervoerswijze,]2 de toepassingswijze en de bestemming van de geproduceerde grondstoffen. Verder hebben ze betrekking op de identificatie van de melding, de periode waarin de grondstoffen afgevoerd werden, en, als dat van toepassing is, de identificatie van de gebruiker van de grondstoffen.
   De vorm en de inhoud van de meldingen, met inbegrip van de technische specificaties voor het elektronisch bezorgen van de meldingen, worden gespecificeerd in een standaardprocedure die de minister op voorstel van de OVAM heeft vastgelegd. De OVAM publiceert die standaardprocedure op haar website.]1

  
Art. 7.4.1. L'OVAM établit chaque année une sélection motivée des [1 ...]1 utilisateurs de matières premières flamands et des [1 ...]1 matières premières à propos desquels ils doivent rendre compte pour recueillir des données sur [1 ...]1 l'utilisation des matières premières dans la Région flamande.
  L'OVAM publie la liste de la sélection mentionnée au premier alinéa sur son site web au plus tard pour le 31 décembre de l'année qui précède celle sur laquelle porte l'obligation de rapport.
  L'OVAM publie, en même temps que la liste, la justification de sa composition sur son site web.
  
Afdeling 7.4. - Gegevens over [1 ...]1 het gebruik van grondstoffen
Art. 7.4.2.§ 1. Les [1 ...]1 utilisateurs de matières premières qui sont repris dans la sélection mentionnée à l'article 7.4.1, premier alinéa rendent respectivement un rapport sur [1 ...]1 les matières premières utilisées au cours de l'année calendrier précédente.
Art. 7.4.1. De OVAM maakt jaarlijks een gemotiveerde selectie van Vlaamse [1 ...]1 grondstoffengebruikers en [1 ...]1 grondstoffen waarover zij moeten rapporteren om gegevens te verzamelen over [1 ...]1 het gebruik van grondstoffen in het Vlaamse Gewest.
  De OVAM publiceert de lijst van de selectie, vermeld in het eerste lid op haar website uiterlijk op 31 december van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de rapporteringsplicht van toepassing is.
  De OVAM publiceert samen met de lijst op haar webstek de verantwoording voor de samenstelling ervan op haar website.
  
Art. 7.4.2.§ 1. De [1 ...]1 grondstoffengebruikers die zijn opgenomen in de selectie, vermeld in artikel 7.4.1, eerste lid, brengen respectievelijk verslag uit over de in het vorige kalenderjaar verwerkte[1 ...]1 gebruikte grondstoffen.
Section 7.5. [1 - Déclaration trimestrielle de données relatives au traitement de déchets dans le système d'information sur les matériaux]1
Art. 7.5.1. [1 Les exploitants d'un établissement autorisé de traitement de déchets déclarent tous les trimestres à l'OVAM les données relatives aux déchets traités par eux. Ils peuvent déléguer l'exécution des déclarations à une tierce partie, mais ils demeurent eux-mêmes responsables de l'exécution ponctuelle de toutes les déclarations. Il s'agit de données relatives aux déchets amenés à traiter, à l'évacuation de déchets traités et aux flux internes à l'entreprise qui sont produits et traités à l'intérieur de l'établissement par mise en décharge, incinération avec récupération d'énergie, autre incinération des déchets, compostage/digestion ou recyclage.
   Un trimestre correspond à une période de trois mois calendrier consécutifs. Le premier trimestre d'une année commence le 1er janvier de l'année en question, le deuxième trimestre commence le 1er avril, le troisième trimestre commence le 1er juillet et le quatrième trimestre commence le 1er octobre. Les déclarations de déchets amenés ou évacués durant un trimestre spécifié ci-dessus doivent être faites au plus tard le dernier jour du deuxième mois qui suit ce trimestre.]1

  
Afdeling 7.5. [1 Kwartaalmelding van gegevens over de verwerking van afvalstoffen in het materialeninformatiesysteem]1
Art. 7.5.2. [1 Les déclarations trimestrielles visées à l'article 7.5.1 sont transmises par voie électronique à l'OVAM et contiennent des totaux trimestriels, ou des données plus détaillées qui constituent ensemble les totaux trimestriels, des registres des déchets visés aux article 7.2.1.1 et 7.2.1.4.
Art. 7.5.1. [1 e exploitanten van een vergunde inrichting voor het verwerken van afvalstoffen melden driemaandelijks aan de OVAM gegevens over de door hen verwerkte afvalstoffen. Ze kunnen de uitvoering van de meldingen delegeren aan een derde partij, maar ze blijven zelf verantwoordelijk voor de tijdige uitvoering van alle meldingen. Het betreft gegevens over de te verwerken aangevoerde afvalstoffen, de afvoer van verwerkte afvalstoffen en bedrijfsinterne stromen die in de inrichting geproduceerd en verwerkt worden door middel van storten, verbranden met energierecuperatie, andere afvalverbranding, composteren/vergisten of recyclage.
CHAPITRE 8. [1 - Echantillonnage et analyse de déchets et autres matériaux]1
Art. 7.5.2. [1De driemaandelijkse meldingen, vermeld in artikel 7.5.1, worden elektronisch bezorgd aan de OVAM en bevatten kwartaaltotalen of meer gedetailleerde gegevens die samen de kwartaaltotalen vormen, uit de afvalstoffenregisters, vermeld in artikel 7.2.1.1 en 7.2.1.4.
Art. 8.1. [1 § 1er. Les échantillonnages de déchets et d'autres matériaux dans le cadre du décret sur les Matériaux, du présent arrêté et des titres II et III du VLAREM sont effectués selon les méthodes fixées dans le CMA.
HOOFDSTUK 8. [1 Monsterneming en analyse van afvalstoffen en andere materialen]1
Art. 8.2. [1 § 1er. Les analyses de déchets et d'autres matériaux dans le cadre du décret sur les Matériaux, du présent arrêté et des titres II et III du VLAREM sont effectués selon les méthodes fixées dans le CMA ou selon une méthode déclarée équivalente par l'OVAM.
Afdeling 8.1.
Section 8.1.
Art. 8.1. [1 § 1. De monsternemingen op afvalstoffen en andere materialen in het kader van het Materialendecreet, dit besluit en titel II en III van het VLAREM worden uitgevoerd volgens de methodes die in het CMA zijn vastgesteld.
Sous-section 8.1.1.
Onderafdeling 8.1.1.
Art. 8.1.1.1.
Art. 8.1.1.1.
Sous-section 8.1.2.
Onderafdeling 8.1.2.
Art. 8.1.2.1.
Art. 8.1.2.4.
Sous-section 8.1.3.
Onderafdeling 8.1.3.
Art. 8.1.3.1.
Art. 8.1.3.2.
Sous-section 8.1.4.
Onderafdeling 8.1.4.
Art. 8.1.4.1.
Art. 8.1.4.3.
Sous-section 8.1.5.
Onderafdeling 8.1.5.
Art. 8.1.5.1.
Art. 8.1.5.3.
Section 8.2.
Afdeling 8.2.
Art. 8.2.1.
Art. 8.2. [1§ 1. De analyses op afvalstoffen en andere materialen in het kader van het Materialendecreet, dit besluit en titel II en III van het VLAREM worden uitgevoerd volgens de methodes die in het CMA zijn vastgesteld of volgens een methode die door de OVAM gelijkwaardig wordt verklaard.
CHAPITRE 9. - Redevances environnementales [1 , rétributions]1 et cotisations environnementales
Art. 8.2.1.
Section 9.1. - Redevances environnementales
HOOFDSTUK 9. - Milieuheffingen [1 , retributies]1 en milieubijdragen
Art. 9.1.1.§ 1. [1 Les fonctionnaires et membres du personnel de l'OVAM qui sont désignés par le fonctionnaire dirigeant de l'OVAM, sont chargés, pour le compte de la Région flamande, de la perception, du recouvrement et du contrôle des redevances environnementales.
Afdeling 9.1. - Milieuheffingen
Art. 9.1.2.§ 1. [1 La déclaration visée aux articles 50 et suivants du décret sur les matériaux doit avoir lieu au plus tard le vingtième jour du premier mois qui suit chaque trimestre calendrier :
Art. 9.1.1. § 1. [1 De door de leidend ambtenaar van de OVAM aangestelde ambtenaren en personeelsleden van de OVAM zijn belast, voor rekening van het Vlaamse Gewest, met de inning, de invordering en de controle van de milieuheffingen.
   Een door de leidend ambtenaar van de OVAM aangestelde ambtenaar van de OVAM is bevoegd voor het treffen van dadingen, het kwijtschelden of verminderen van de administratieve geldboete, het verlenen van uitstel van betaling en het uitvaardigen van dwangbevelen overeenkomstig de artikelen 60 tot en met 63 van het Materialendecreet.]1

  § 2. De leidend ambtenaar van de OVAM is ertoe gemachtigd :
  1° het dwangbevel, vermeld in artikel 63 van het Materialendecreet, te viseren, uitvoerbaar te verklaren en eensluidend te verklaren;
  2° om een hypothecaire inschrijving, vermeld in artikel 64 van het Materialendecreet, te verzoeken.
  Bij afwezigheid wordt hij voor de uitvoering van de taken, vermeld in het eerste lid, vervangen door een ambtenaar die door hem is aangewezen.
  
Art. 9.1.3. Les recours mentionnés à l'article 55 du décret sur les matériaux doivent être introduits auprès du ministre flamand.
  La commission de consultation mentionnée à l'article 55 du décret sur les matériaux se compose comme suit :
  1° un président, désigné en concertation entre le ministre flamand qui a les finances et le budget dans ses attributions, et le ministre flamand;
  2° deux fonctionnaires comme membres effectifs et deux fonctionnaires de l'autorité flamande comme membres suppléants, désignés par le ministre flamand;
  3° deux fonctionnaires de l'autorité flamande comme membres effectifs et deux fonctionnaires comme membres suppléants, désignés par le ministre flamand qui a les finances et le budget dans ses attributions.
  La commission consultative entend l'OVAM ou la personne redevable de la redevance à sa propre demande ou à la demande de l'OVAM et du redevable.
  Le ministre flamand peut définir des règles plus précises pour le fonctionnement de la commission de consultation.
Art. 9.1.2.§ 1. [1 De aangifte, vermeld in artikel 50 en volgende van het Materialendecreet, moet gedaan worden uiterlijk de twintigste van de eerste maand na ieder kalenderkwartaal:
Section 9.2. [1 - Rétributions]1
Art. 9.1.3. De beroepen, vermeld in artikel 55 van het Materialendecreet, moeten ingesteld worden bij de minister.
  De adviescommissie, vermeld in artikel 55 van het Materialendecreet, bestaat uit :
  1° een voorzitter, aangesteld in onderling overleg tussen de Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begrotingen en de minister;
  2° twee ambtenaren als effectieve leden en twee ambtenaren van de Vlaamse overheid als plaatsvervangende leden, aangesteld door de minister;
  3° twee ambtenaren van de Vlaamse overheid als effectieve leden en twee ambtenaren als plaatsvervangende leden, aangesteld door de Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begrotingen.
  De adviescommissie hoort de OVAM of de heffingsplichtige op eigen verzoek of op verzoek van de OVAM en de heffingsplichtige.
  De minister kan nadere regels bepalen voor de werking van de adviescommissie.
Art. 9.2.1. [1 § 1er. Le ministre détermine le montant de la rétribution pour la délivrance d'un certificat d'inventaire d'amiante nouveau ou actualisé.
   § 2. Le montant de la rétribution est adapté tous les deux ans sur la base de l'évolution de l'indice santé comme suit : le montant de la rétribution est multiplié par un facteur dont le numérateur est l'indice santé qui était applicable au 1er novembre de l'année qui précède celle au cours de laquelle le montant est modifié, et le dénominateur est l'indice santé qui était applicable au 1er novembre de l'année qui précède la constatation du montant en vigueur. Le nombre ainsi obtenu est arrondi à l'entier.
   Le ministre fixe le montant adapté de la rétribution au plus tard le 1er janvier.
   § 3. [2 La rétribution pour la délivrance d'un certificat d'inventaire d'amiante est due par le propriétaire de la construction accessible d'une année à risque et est réclamée chaque mois à charge de l'expert en inventaire d'amiante certifié pour le processus visé à l'article 5.4.12 ou de l'employeur enregistré du conseiller en prévention interne ou du coordinateur environnemental interne visé à l'article 5.4.11, alinéa 1er, 3°, au nom du propriétaire précité [3 , via la base de données des inventaires d'amiante]3.
   La rétribution due est versée sur le numéro de compte de l'OVAM avec, en communication, le nom de l'expert en inventaire d'amiante certifié pour le processus visé à l'article 5.4.12 ou de l'employeur enregistré du conseiller en prévention interne ou du coordinateur environnemental interne visé à l'article 5.4.11, alinéa 1er, 3°.
   Le ministre peut préciser les règles concernant les modalités de réclamation.]2
]1

  
Afdeling 9.2. [1 - Retributies]1
Art. 9.2.2. [1 § 1er. Le ministre détermine le montant de la rétribution pour le traitement d'un dossier de demande d'agrément en qualité d'organisme de certification amiante.
Art. 9.2.1. [1 § 1. Het bedrag van de retributie voor de uitreiking van een nieuw of geactualiseerd asbestinventarisattest wordt bepaald door de minister.
   § 2. Het bedrag van de retributie wordt tweejaarlijks aangepast op basis van de evolutie van de gezondheidsindex en wel als volgt: het bedrag van de retributie wordt vermenigvuldigd met een factor met in de teller de gezondheidsindex die van toepassing was op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het bedrag wordt gewijzigd, en met in de noemer de gezondheidsindex die van toepassing was op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan de vaststelling van het geldende bedrag. Het zo verkregen getal wordt afgerond tot het gehele getal.
   Uiterlijk op 1 januari wordt het aangepaste bedrag van de retributie door de minister vastgelegd.
   § 3.[2 De retributie voor de afgifte van een asbestinventarisatieattest is verschuldigd door de eigenaar van de toegankelijke constructie met risicobouwjaar en wordt maandelijks gevorderd ten laste van de procesgecertificeerde asbestdeskundige inventarisatie, vermeld in artikel 5.4.12 of de geregistreerde werkgever van de interne preventieadviseur of intern milieucoördinator, vermeld in artikel 5.4.11, eerste lid, 3° in naam van voormelde eigenaar [3 , via de databank asbestinventarisatie]3.
   De verschuldigde retributie wordt gestort op het rekeningnummer van de OVAM met vermelding van de naam van de procesgecertificeerde asbestdeskundige inventarisatie, vermeld in artikel 5.4.12, of de geregistreerde werkgever van de interne preventieadviseur of intern milieucoördinator, vermeld in artikel 5.4.11, eerste lid, 3°.
   De minister kan verdere regels omtrent de modaliteiten van vordering verder uitwerken.]2
]1

  
Art. 9.2.3. [1 § 1er. Le ministre détermine le montant de la rétribution et les modalités pour la consultation de la base de données des inventaires d'amiante.
   § 2. Le montant de la rétribution est adapté tous les deux ans sur la base de l'évolution de l'indice santé comme suit : le montant de la rétribution est multiplié par un facteur dont le numérateur est l'indice santé qui était applicable au 1er novembre de l'année qui précède celle au cours de laquelle le montant est modifié, et le dénominateur est l'indice santé qui était applicable au 1er novembre de l'année qui précède la constatation du montant en vigueur. Le nombre ainsi obtenu est arrondi à l'entier.
   Le ministre fixe le montant adapté de la rétribution au plus tard le 1er janvier.
   § 3. La rétribution pour la consultation de la base de données des inventaires d'amiante est réclamée à charge du demandeur.
   La rétribution due est versée sur le numéro de compte de l'OVAM en mentionnant le nom du demandeur.]1

  
Art. 9.2.2. [1 § 1. Het bedrag van de retributie voor de behandeling van een aanvraagdossier tot erkenning als certificatie-instelling asbest wordt bepaald door de minister.
   § 2. Het bedrag van de retributie wordt tweejaarlijks aangepast op basis van de evolutie van de gezondheidsindex en wel als volgt: het bedrag van de retributie wordt vermenigvuldigd met een factor met in de teller de gezondheidsindex die van toepassing was op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het bedrag wordt gewijzigd, en met in de noemer de gezondheidsindex die van toepassing was op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan de vaststelling van het geldende bedrag. Het zo verkregen getal wordt afgerond tot het gehele getal.
   Uiterlijk op 1 januari wordt het aangepaste bedrag van de retributie door de minister vastgelegd.
   § 3. De retributie voor de behandeling van een aanvraagdossier voor erkenning als certificatie-instelling asbest wordt eenmalig gevorderd ten laste van de kandidaat-certificatie-instelling asbest.
   De verschuldigde retributie wordt gestort op het rekeningnummer van de OVAM met vermelding van de naam van de kandidaat-certificatie-instelling asbest.]1

  
Art. 9.2.4. [1 Les fonctionnaires et membres du personnel de l'OVAM désignés par le fonctionnaire dirigeant de l'OVAM sont chargés, pour le compte de la Région flamande, du recouvrement et du contrôle des rétributions.]1
  
Art. 9.2.3. [1 § 1. Het bedrag van de retributie en de modaliteiten voor het consulteren van de databank asbestinventarisatie worden bepaald door de minister.
CHAPITRE 9/1. [1 - Traitement de données à caractère personnel]1
Art. 9.2.4. [1 De door de leidend ambtenaar van de OVAM aangestelde ambtenaren en personeelsleden van de OVAM zijn, voor rekening van het Vlaamse Gewest, belast met de invordering en de controle van de retributies.]1
  
Art. 9/1.1. [1 § 1er. L'OVAM traite, conformément à l'article 4/2, § 1er, du décret sur les Matériaux, des données qui pourraient contenir des données à caractère personnel lors de la mise en oeuvre des sous-sections 6.1.1 et 6.1.5 du présent arrêté.
   § 2. Les données, visées au paragraphe 1er, sont traitées aux fins suivantes :
   1° le traçage des déchets et des matériaux depuis la production jusqu'au traitement final ou l'utilisation comme matières premières ;
   2° le contrôle, la surveillance et le suivi du transfert de la responsabilité de la gestion des déchets ;
   3° la production des données nécessaires à un contrôle efficient et efficace des mesures du présent arrêté.
  [2 4° la réalisation de l'interopérabilité entre les systèmes homologués de délivrance de formulaires d'identification numériques.]2
   § 3. La nature des données recouvre les numéros d'entreprise, les numéros d'établissement, le nom et les coordonnées, à savoir les numéros de téléphone et de télécopieur et l'adresse e-mail, des personnes physiques et des personnes morales figurant sur les formulaires d'identification et dans les documents qui concernent la procédure d'homologation de systèmes de délivrance de formulaires d'identification numériques.
   Il s'agit également des données de localisation associées au point de départ et d'arrivée d'un transport de déchets ou de matériaux. Ces données de localisation ne seront utilisées qu'aux fins mentionnées dans le paragraphe 2, points 1° et 3°.
   Ces données sont nécessaires, en vertu du principe de minimisation des données, au regard des finalités du traitement mentionnées dans le paragraphe 2.
   § 4. Les données à caractère personnel traitées concernent les personnes physiques et les personnes morales qui produisent, transportent ou gèrent des déchets et matériaux.
   § 5. L'OVAM peut fournir les données à caractère personnel visées dans le paragraphe 1er aux :
   1° autorités de contrôle chargées du contrôle des dispositions du présent arrêté ;
   2° personnes physiques ou aux personnes morales qui accomplissent des missions pour l'OVAM dans le cadre de la loi sur les marchés publics ou qui accomplissent des missions auxquelles l'OVAM prête son concours, à condition qu'une convention de confidentialité soit signée.]1

  [2 3° les systèmes homologués de délivrance de formulaires d'identification numériques.]2
  
Hoofdstuk 9/1 [1 Verwerking van persoonsgegevens.]1
Art. 9/1.2. [1 § 1er. L'OVAM traite, conformément à l'article 4/2, § 1er, du décret sur les Matériaux, des données qui pourraient contenir des données à caractère personnel lors de la mise en oeuvre du chapitre 7 du présent arrêté.
Art. 9/1.1. [1 § 1. De OVAM verwerkt, overeenkomstig artikel 4/2, § 1 van het Materialendecreet, bij de uitvoering van onderafdeling 6.1.1 en 6.1.5 van dit besluit gegevens die mogelijk persoonsgegevens bevatten.
   § 2. De gegevens, vermeld in paragraaf 1, worden verwerkt met de volgende doelen:
   1° het traceren van afvalstoffen en materialen van bij de productie tot bij de definitieve verwerking of bij de inzet als grondstoffen;
   2° het monitoren, bewaken en opvolgen van de overdracht van verantwoordelijkheid voor het afvalbeheer;
   3° het produceren van de nodige gegevens voor een efficiënt en effectief toezicht op de maatregelen van dit besluit.
  [2 4° het realiseren van interoperabiliteit tussen de goedgekeurde systemen voor het afleveren van digitale identificatieformulieren.]2
   § 3. De aard van de gegevens betreft de ondernemingsnummers, de vestigingsnummers, de naam en de contactgegevens, namelijk het telefoonnummer, het faxnummer en het e-mailadres, van de natuurlijke personen en rechtspersonen die voorkomen in de identificatieformulieren en in de documenten die betrekking hebben op de goedkeuringsprocedure van systemen voor de aflevering van digitale identificatieformulieren.
   Het betreft ook de locatiegegevens die verbonden zijn aan het begin- en eindpunt van een transport van afvalstoffen of materialen. Die locatiegegevens zullen alleen gebruikt worden voor de doelen, vermeld in paragraaf 2, punt 1° en 3°.
   Die gegevens zijn nodig in het kader van een minimale gegevensverwerking voor de doelen van de gegevensverwerking, vermeld in paragraaf 2.
   § 4. De verwerkte persoonsgegevens hebben betrekking op de natuurlijke personen en rechtspersonen die afvalstoffen en materialen produceren, vervoeren of beheren.
   § 5. De OVAM kan de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 1, verstrekken aan:
   1° de toezichthouders die belast zijn met het toezicht op de bepalingen van dit besluit;
   2° de natuurlijke of rechtspersonen die opdrachten voor de OVAM uitvoeren in het kader van de wet op overheidsopdrachten of die opdrachten uitvoeren waaraan de OVAM haar medewerking verleent, op voorwaarde dat een vertrouwelijkheidsovereenkomst wordt ondertekend.]1

  [2 3° de goedgekeurde systemen voor het afleveren van digitale identificatieformulieren.]2
  
Art. 9/1.3. [1 § 1er. L'OVAM traite, conformément à l'article 4/2, § 1er, du décret sur les Matériaux, des données qui pourraient contenir des données à caractère personnel lors de la mise en oeuvre de la sous-section 5.2.16 du présent arrêté.
   § 2. Les données, visées au paragraphe 1er, sont traitées aux fins suivantes :
   1° le traçage des déchets et des matériaux depuis la production jusqu'au traitement final ;
   2° la surveillance de la politique des déchets et des matériaux et des objectifs en la matière ;
   3° la production des données nécessaires à un contrôle efficient et efficace des mesures du présent arrêté.
   § 3. La nature des données recouvre le nom, l'adresse et le numéro d'entreprise du producteur de déchets chez lequel la non-conformité a été établie au titre de la sous-section 5.2.16 du présent arrêté.
   Ces données sont nécessaires, en vertu du principe de minimisation des données, au regard des finalités du traitement mentionnées dans le paragraphe 2.
   § 4. Les données à caractère personnel traitées concernent les personnes physiques et les personnes morales qui produisent, transportent ou gèrent des déchets et matériaux.
   § 5. L'OVAM peut fournir les données à caractère personnel visées dans le paragraphe 1er aux autorités de contrôle chargées du contrôle des dispositions du présent arrêté.]1

  
Art. 9/1.2. [1 § 1. De OVAM verwerkt, overeenkomstig artikel 4/2, § 1 van het Materialendecreet, bij de uitvoering van hoofdstuk 7 van dit besluit gegevens die mogelijk persoonsgegevens bevatten.
   § 2. De gegevens, vermeld in paragraaf 1, worden verwerkt met de volgende doelen:
   1° het traceren van afvalstoffen en materialen van bij de productie tot bij de definitieve verwerking of inzet als grondstoffen;
   2° het voorbereiden, uitvoeren, bewaken en monitoren van het afval- en materialenbeleid en de doelstellingen ter zake;
   3° het produceren van de nodige gegevens voor een efficiënt en effectief toezicht op de maatregelen van dit besluit;
   4° het vervullen van diverse Europese, internationale, Belgische en Vlaamse rapportageverplichtingen die opgelegd zijn in toepasselijke wetgeving en verdragen;
   5° het innen van de milieuheffingen en de controle ervan.
   § 3. De aard van de gegevens betreft de ondernemingsnummers, de vestigingsnummers, de naam en de contactgegevens, namelijk het telefoonnummer, het faxnummer en het e-mailadres, van de natuurlijke personen en rechtspersonen die voorkomen in de afvalstoffenregisters en in de gegevens die aan de OVAM gemeld worden in het kader van hoofdstuk 7 van dit besluit.
   Die gegevens zijn nodig in het kader van een minimale gegevensverwerking voor de doelen van de gegevensverwerking, vermeld in paragraaf 2.
   § 4. De verwerkte persoonsgegevens hebben betrekking op de natuurlijke personen en rechtspersonen die afvalstoffen en materialen produceren, vervoeren of beheren.
   § 5. De OVAM kan de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 1, verstrekken aan:
   1° de toezichthouders die belast zijn met het toezicht op de bepalingen van dit besluit;
   2° de natuurlijke of rechtspersonen die opdrachten voor de OVAM uitvoeren in het kader van de wet op overheidsopdrachten of die opdrachten uitvoeren waaraan de OVAM haar medewerking verleent, op voorwaarde dat een vertrouwelijkheidsovereenkomst wordt ondertekend;
   3° de Europese en internationale instanties aan wie de OVAM moet rapporteren over afvalstoffen en materialen die door specifieke natuurlijke of rechtspersonen worden geproduceerd, vervoerd of beheerd.]1

  
Art. 9/1.4. [1 § 1er. L'OVAM traite, conformément à l'article 4/2, § 1er, du décret sur les Matériaux, des données qui pourraient contenir des données à caractère personnel lors de la mise en oeuvre de la sous-section 3.4.5 du présent arrêté.
   § 2. Les données visées dans le paragraphe 1er sont traitées aux fins suivantes :
   1° le traçage des déchets et des matériaux depuis la production jusqu'au traitement final ;
   2° la surveillance et le contrôle de la politique des déchets et des matériaux et des objectifs en la matière ;
   3° la production des données nécessaires à un contrôle efficient et efficace des mesures du présent arrêté ;
   4° l'exécution de diverses obligations européennes, internationales et flamandes en matière de communication d'informations imposées par la législation et les traités en vigueur.
   § 3. La nature des données recouvre le nom, les coordonnées, les données d'identification et le numéro d'entreprise :
   1° des producteurs qui produisent des batteries ou les mettent à disposition sur le marché pour la première en Belgique ;
   2° du mandataire chargé de la responsabilité élargie des producteurs ;
   3° des collecteurs, négociants, courtiers enregistrés qui collectent des déchets de batteries ;
   4° des détenteurs de déchets qui exportent des déchets de batteries ;
   5° des installations de remanufacturage ou de réaffectation de batteries ;
   6° des opérateurs de gestion des déchets qui procèdent à la préparation des déchets de batteries en vue du réemploi ou à la préparation en vue de la réaffectation ;
   7° des opérateurs de gestion des déchets qui se chargent du recyclage des déchets de batteries.
   Les données mentionnées à l'alinéa 1er sont nécessaires, en vertu du principe de minimisation des données, au regard des finalités du traitement mentionnées dans le paragraphe 2.
   § 4. Les données à caractère personnel traitées concernent :
   1° les personnes physiques et les personnes morales qui produisent des batteries ou les mettent à disposition sur le marché pour la première en Belgique ;
   2° les collecteurs, négociants, courtiers qui collectent des déchets de batteries ;
   3° les détenteurs de déchets qui exportent des déchets de batteries ;
   4° les installations de remanufacturage ou de réaffectation de batteries ;
   5° les opérateurs de gestion des déchets qui procèdent à la préparation des déchets de batteries en vue du réemploi ou à la préparation en vue de la réaffectation ou qui se chargent du recyclage des déchets de batteries.
   § 5. L'OVAM peut fournir les données à caractère personnel visées dans le paragraphe 1er aux :
   1° autorités de contrôle chargées du contrôle des dispositions du présent arrêté ;
   2° organismes européens et internationaux auxquels l'OVAM doit faire rapport au sujet des déchets et matériaux qui sont produits, collectés, transportés ou traités par des personnes physiques ou morales spécifiques.]1

  
Art. 9/1.3. [1 § 1. De OVAM verwerkt, overeenkomstig artikel 4/2, § 1 van het Materialendecreet, bij de uitvoering van onderafdeling 5.2.16 van dit besluit gegevens die mogelijk persoonsgegevens bevatten.
CHAPITRE 10. - Dispositions de modification
Art.9/1.4. [1 § 1. De OVAM verwerkt, overeenkomstig artikel 4/2, § 1 van het Materialendecreet, bij de uitvoering van onderafdeling 3.4.5 van dit besluit gegevens die mogelijk persoonsgegevens bevatten.
Section 10.1. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 février 1991 fixant le règlement flamand à l'autorisation écologique
HOOFDSTUK 10. - Wijzigingsbepalingen
Art. 10.1.1. A l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 février 1991 fixant le règlement flamand relatif à l'autorisation écologique, modifié pour la dernière fois par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 septembre 1011, les modifications suivantes sont apportées :
Afdeling 10.1. - Wijzigingen in het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende milieuvergunning
Art. 10.1.2. A l'article 21 du même arrêté, modifié pour la dernière fois par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 novembre 2010, le paragraphe 5 est remplacé par ce qui suit :
Art. 10.1.1. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° punt 15° wordt vervangen door wat volgt :
  " 15° afvalstoffen : afvalstoffen als vermeld in het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen en de uitvoeringsbesluiten ervan. De definities, als vermeld in voormeld decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, gelden ook voor de toepassing van dit besluit; ";
  2° punt 44° wordt vervangen door wat volgt :
  " 44° voertuigwrak : een voertuig dat een afvalstof is als vermeld in artikel 3,1°, van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen; "
Art. 10.1.3. A l'article 43ter du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 janvier 1999 modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 septembre 1011, le point 3° est remplacé par ce qui suit :
  " 3° les matériaux sont gérés conformément au décret du 23 décembre 2011 relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets et à l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2012 fixant le règlement flamand relatif à la gestion durable des cycles de matériaux et des déchets; ".
Art. 10.1.2. In artikel 21 van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010, wordt paragraaf 5 vervangen door wat volgt :
  " § 5. Het advies van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij bevat volgende gegevens :
  1° een gemotiveerde beoordeling over de inrichting waarvoor een vergunning wordt aangevraagd wat betreft het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen.
  2° indien de inrichting verenigbaar wordt geacht met de bepalingen van het milieubeleidsplan en de sectorale uitvoeringsplannen en met een duurzaam beheer van afvalstoffen en materialen, een gemotiveerd voorstel van vergunningstermijn en van vergunningsvoorwaarden, die betrekking hebben op het beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen. ".
Art. 10.1.4. A l'annexe 1, rubrique 2, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 septembre 2008 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand du 13 février 2009, du 24 avril 2009 du 20 novembre 2009, les termes " règlement flamand relatif à la prévention et à la gestion des déchets (VLAREA) " sont à chaque fois remplacés par les termes " arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2012 fixant le règlement flamand relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets ".
Art. 10.1.3. In artikel 43ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 januari 1999 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2011, wordt punt 3° vervangen door wat volgt :
  " 3° materialen overeenkomstig het decreet van 23 december betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen en het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, beheerd worden; ".
Art. 10.1.5. A l'annexe 1, rubrique 2, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 septembre 2008 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand du 13 février 2009, du 24 avril 2009 et du 20 novembre 2009, la phrase " conformément à l'article 4.1.1. de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 décembre 2003 fixant le règlement flamand relatif à la prévention et à la gestion des déchets (VLAREA), les matières premières secondaires ne sont plus considérées comme des déchets à compter du moment où elles satisfont aux conditions stipulées en la matière dans le VLAREA ", est abrogée.
Art. 10.1.4. In bijlage 1, rubriek 2, bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2008 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 13 februari 2009, 24 april 2009 en 20 november 2009, worden de woorden " Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer (VLAREA) " telkens vervangen door de woorden " besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen ".
Art. 10.1.6. A l'annexe 1, rubrique 2.1, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 septembre 2008, les termes " décret du 2 juillet 1981 relatif à la prévention et à la gestion des déchets " sont remplacés par les termes " décret du 23 décembre 2011 relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets ".
Art. 10.1.5. In bijlage 1, rubriek 2, bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2008 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 13 februari 2009, 24 april 2009 en 20 november 2009 wordt de zin " Overeenkomstig artikel 4.1.1. van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer (VLAREA) worden de secundaire grondstoffen niet meer als afvalstoffen beschouwd vanaf het ogenblik dat ze voldoen aan de ter zake in het VLAREA gestelde voorwaarden ", opgeheven.
Art. 10.1.7. A l'annexe 1, rubrique 2.1.1, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 septembre 2008 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 avril 2009, les termes " matières premières secondaires " sont remplacées par " matières premières telles que définies dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2012 fixant le règlement flamand relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets ";
Art. 10.1.6. In bijlage 1, rubriek 2.1, bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2008, worden de woorden " decreet van 2 juli 1981 betreffende de voorkoming en het beheer van afvalstoffen " vervangen door de woorden " decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen ".
Art. 10.1.8. A l'annexe 1, rubrique 2.2, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 septembre 2008, la phrase " Tous les établissements sous 2.2. sont des établissements où se déroulent des opérations qui permettent une valorisation d'une partie, au moins, des déchets. " est remplacée par la phrase " Tous les établissements sous 2.2. sont des établissements où se déroulent des opérations qui permettent une valorisation de la majorité des déchets. ".
Art. 10.1.7. In bijlage 1, rubriek 2.1.1, bij hetzelfde besluit, vervangen bij besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2008 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009, worden de woorden " secundaire grondstoffen " vervangen door " grondstoffen zoals gedefinieerd in het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen ";
Art. 10.1.9. A l'annexe 1, rubrique 2.2.4, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 septembre 2008 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 avril 2009, les termes " décret du 2 juillet 1981 relatif à la prévention et à la gestion des déchets " sont à chaque fois remplacés par les termes " décret du 23 décembre 2011 relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets ".
Art. 10.1.8. In bijlage 1, rubriek 2.2, bij hetzelfde besluit, vervangen bij besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2008, wordt de zin " Alle inrichtingen onder 2.2. zijn inrichtingen waarin handelingen gebeuren waardoor nuttige toepassing van althans een gedeelte van de afvalstoffen mogelijk wordt. " vervangen door de zin " Alle inrichtingen onder 2.2. zijn inrichtingen waarin handelingen gebeuren waardoor nuttige toepassing van het merendeel van de afvalstoffen mogelijk wordt. ".
Art. 10.1.10. A l'annexe 1, rubrique 2.3.9, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 septembre 2008, les termes " au sens de l'article 1.3.1. de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 septembre 2003 fixant le règlement flamand relatif à la prévention et à la gestion des déchets " sont à chaque fois remplacés par les termes " comme indiqué à l'article 4.2.1 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2012 fixant le règlement flamand relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets ".
Art. 10.1.9. In bijlage 1, rubriek 2.2.4, bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2008 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009, worden de woorden " decreet van 2 juli 1981 betreffende de voorkoming en het beheer van afvalstoffen " telkens vervangen door de woorden " decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen ".
Art. 10.1.11. A l'annexe 1, rubrique 45.18, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 septembre 2008, les termes " décret du 2 juillet 1981 relatif à la prévention et à la gestion des déchets " sont à chaque fois remplacés par les termes " décret du 23 décembre 1011 relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets ".
Art. 10.1.10. In bijlage 1, rubriek 2.3.9, bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2008, worden de woorden " in de zin van artikel 1.3.1. van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer " telkens vervangen door de woorden " als vermeld in artikel 4.2.1. van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen ".
Section 10.2. - Modifications à l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 fixant les dispositions générales sectorielles en matière d'hygiène de l'environnement
Art. 10.1.11. In bijlage 1, rubriek 45.18, bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2008, worden de woorden " decreet van 2 juli 1981 betreffende de voorkoming en het beheer van afvalstoffen " telkens vervangen door de woorden " decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen ".
Art. 10.2.1. A l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 fixant les dispositions générales sectorielles en matière d'hygiène de l'environnement, modifié pour la dernière fois par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 décembre 1011, les termes " décret du 2 juillet 1981 relatif à la prévention et à la gestion des déchets " sont à chaque fois remplacés par les termes " décret du 23 décembre 2011 relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets ".
Afdeling 10.2. - Wijzigingen in het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne
Art. 10.2.2. A l'article 1.3.1.1, § 3 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 novembre 2010, les termes " selon le chapitre VII de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 décembre 2003 fixant le règlement flamand relatif à la prévention et à la gestion des déchets " sont remplacés par les termes " selon le chapitre 8 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2012 relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets ".
Art. 10.2.1. In het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2011, worden de woorden " decreet van 2 juli 1981 betreffende de voorkoming en het beheer van afvalstoffen " telkens vervangen door de woorden " decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen ".
Art. 10.2.3. A l'article 5.2.1.7, § 2, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 décembre 2003, les termes " tels que définis à l'article 5.2.2.2. du Vlarea " sont remplacés par les termes " tels que définis à l'article 4.4.2. de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2012 fixant le règlement flamand relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets ".
Art. 10.2.2. In artikel 1.3.1.1, § 3, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010, worden de woorden " volgens hoofdstuk VII van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer " vervangen door de woorden " volgens hoofdstuk 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen ".
Art. 10.2.4. A l'article 5.2.4.1.2, § 1, 3°, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2006, le terme " VLAREA " est remplacé par l' "arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2012 fixant le règlement flamand relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets ".
Art. 10.2.3. In artikel 5.2.1.7, § 2, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003, worden de woorden " zoals gedefinieerd in artikel 5.2.2.2. van het Vlarea " vervangen door de woorden " zoals gedefinieerd in artikel 4.4.2. van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen ".
Art. 10.2.5. A l'article 5.2.4.1.3, 2°, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2006, les modifications suivantes ont été apportées :
  1° au point f), les termes " annexe 1.2.1 du VLAREA " sont remplacés par les termes " annexe 2.1 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2012 fixant le règlement flamand relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets ";
  2° au point g), les termes " tels que mentionnés dans la section 2.4 du VLAREA " sont remplacés par les termes " tels que mentionnés dans la section 4.1 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2012 fixant le règlement flamand relatif à la gestion durable des cycles de matériaux et de déchets ".
Art. 10.2.4. In artikel 5.2.4.1.2, § 1, 3°, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2006, wordt het woord " VLAREA " vervangen door " het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen ".
Art. 10.2.6. A l'article 5.2.4.1.8, § 3, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2006, les termes " tels qu'ils sont mentionnés dans la sous-annexe 1.2.1 B du VLAREA " sont remplacés par les termes " tels qu'ils sont mentionnés dans l'annexe 2.1, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2012 fixant le règlement flamand relatif à la gestion durable des cycles de matériaux et de déchets ".
Art. 10.2.5. In artikel 5.2.4.1.3, 2°, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in punt f), worden de woorden " bijlage 1.2.1 van het VLAREA " vervangen door de woorden " bijlage 2.1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen ";
  2° in punt g), worden de woorden " zoals opgenomen in afdeling 2.4 van het VLAREA " vervangen door de woorden " als vermeld in afdeling 4.1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen ".
Art. 10.2.7. A l'article 5.2.5.2.2, 2° du même arrêté, rétabli par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 septembre 2008, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au point f), les termes " tels qu'ils figurent à l'annexe 1.2.1 du VLAREA " sont remplacés par les termes " tels qu'ils figurent à l'annexe 2.1 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2012 fixant le règlement flamand relatif à la gestion durable des cycles de matériaux et de déchets ";
  2° au point g), les termes " tels qu'ils figurent dans la section 2.4 du VLAREA " sont remplacés par les termes " tels qu'ils figurent dans la section 4.1 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2012 fixant le règlement flamand relatif à la gestion durable des cycles de matériaux et de déchets ".
Art. 10.2.6. In artikel 5.2.4.1.8, § 3, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2006, worden de woorden " zoals opgenomen in subbijlage 1.2.1 B van het VLAREA " vervangen door de woorden " als vermeld in de bijlage 2.1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen ".
Art. 10.2.8. A l'article 5.12.0.2, § 2, 5° du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand du 24 mars 1998 et du 5 décembre 2003, les termes " sans préjudice des dispositions du règlement flamand relatif à la prévention et la gestion des déchets (Vlarea) " sont remplacés par les termes " sous réserve de l'application des dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2012 fixant le règlement flamand relatif à la gestion durable des cycles de matériaux et de déchets ".
Art. 10.2.7. In artikel 5.2.5.2.2, 2°, van hetzelfde besluit, hersteld bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in punt f) worden de woorden " zoals opgenomen in bijlage 1.2.1 van het VLAREA " vervangen door de woorden " als vermeld in bijlage 2.1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen ";
  2° in punt g) worden de woorden " zoals opgenomen in afdeling 2.4 van het VLAREA " vervangen door de woorden " als vermeld in afdeling 4.1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen ".
Art. 10.2.9. A l'article 5.17.3.20, § 3 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 janvier 1999 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 mars 2008, les termes " les dispositions du décret du 2 juillet 1981 relatif à la prévention et à la gestion des déchets et de ses arrêtés d'exécution " sont remplacés par les termes " les dispositions du décret du 23 décembre 2011 relatif à la gestion durable des cycles de matériaux et des déchets ".
Art. 10.2.8. In artikel 5.12.0.2, § 2, 5° van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 24 maart 1998 en 5 december 2003, worden de woorden " onverminderd de bepalingen van het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer (Vlarea) " vervangen door de woorden " met behoud van de toepassing van de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen ".
Art. 10.2.10. A l'annexe 2.8 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 mars 1998, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les termes " Règlement flamand relatif à la prévention et à la gestion des déchets " sont à chaque fois remplacés par les termes " l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2012 fixant le règlement flamand relatif à la gestion durable des cycles de matériaux et de déchets ".
  2° les termes " matières premières secondaires " sont à chaque fois remplacés par les termes " matières premières telles qu'elles sont mentionnées dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2012 fixant le règlement flamand relatif à la gestion durable des cycles de matériaux et de déchets "
Art. 10.2.9. In artikel 5.17.3.20, § 3, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 januari 1999 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 maart 2008, worden de woorden " de bepalingen van het decreet van 2 juli 1981 betreffende de voorkoming en het beheer van afvalstoffen en zijn uitvoeringsbesluiten " vervangen door de woorden " de bepalingen van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen ".
Art. 10.2.11. A l'annexe 5.2.6.1 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 juin 2008, les termes " mentionnés à l'annexe 1.2.1. B de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 décembre 2003 fixant le règlement flamand relatif à la prévention et à la gestion des déchets " sont remplacés par les termes " mentionnés dans l'annexe 2.1 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2012 fixant le règlement flamand relatif à la gestion durable des cycles de matériaux et de déchets "
Art. 10.2.10. In bijlage 2.8 bij hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 maart 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden " Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer " worden telkens vervangen door de woorden " het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen ".
  2° de woorden " secundaire grondstoffen " worden telkens vervangen door de woorden " grondstoffen als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen "
Art. 10.2.12. A l'annexe 5.2.6.3 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 juin 2008, les termes " Section 4 du chapitre II de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 décembre 2003 fixant le règlement flamand relatif à la prévention et à la gestion des déchets " sont remplacés par les termes " Article 4.1.3 à l'article 4.1.5 de la section 4.1 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2012 fixant le règlement flamand relatif à la gestion durable des cycles de matériaux et de déchets "
Art. 10.2.11. In bijlage 5.2.6.1 bij hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 juni 2008, worden de woorden " vermeld in bijlage 1.2.1. B van besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer " vervangen door de woorden " vermeld in bijlage 2.1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen "
Section 10.3. - Modifications à l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 janvier 2004 relatif à l'octroi de subsides pour certains travaux, fournitures et services exécutés dans la Région flamande par des pouvoirs subordonnés ou des personnes morales assimilées ou à leur initiative
Art. 10.2.12. In bijlage 5.2.6.3 bij hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 juni 2008 worden de woorden " afdeling 4 van hoofdstuk II van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer " vervangen door de woorden " artikel 4.1.3 tot en met artikel 4.1.5 van afdeling 4.1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen "
Art. 10.3.1. A l'article 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 janvier 2004 relatif à l'octroi de subsides pour certains travaux, fournitures et services exécutés dans la Région flamande par des pouvoirs subordonnés ou des personnes morales assimilées ou à leur initiative, la phrase " conformément aux articles 35 et 36 du décret du 2 juillet 1981 relatif à la prévention et à la gestion des déchets " est remplacée par la phrase " conformément à l'article 18 du décret du 23 décembre 1011 relatif à la gestion durable des cycles de matériaux et de déchets ".
Afdeling 10.3. - Wijzigingen in het besluit van de Vlaamse Regering van 23 januari 2004 betreffende de subsidiëring van bepaalde werken, leveringen en diensten die in het Vlaamse Gewest door of op initiatief van lagere besturen of ermee gelijkgestelde rechtspersonen worden uitgevoerd
Section 10.4. - Modifications à l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 avril 2004 instaurant le rapport environnemental annuel intégré
Art. 10.3.1. In artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 januari 2004 betreffende de subsidiëring van bepaalde werken, leveringen en diensten die in het Vlaamse Gewest door of op initiatief van lagere besturen of ermee gelijkgestelde rechtspersonen worden uitgevoerd, wordt de zinsnede " overeenkomstig artikelen 35 en 36 van het decreet van 2 juli 1981 betreffende de voorkoming en het beheer van afvalstoffen " vervangen door de zinsnede " overeenkomstig artikel 18 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen ".
Art. 10.4.1. A l'article 1, 2°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 avril 2004 instaurant le rapport environnemental annuel intégré, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand du 7 janvier 2005 du 27 janvier 2006, le point b) est remplacé par ce qui suit :
  " b) pour la déclaration de la production de déchets industriels, mentionnés à l'article 23 du décret du 23 décembre 2011 relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets et pour le traitement des déchets importés, mentionnés à l'article 7.4.3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2012 fixant le règlement flamand relatif à la gestion durable des cycles de matériaux et de déchets;" .
Afdeling 10.4. - Wijzigingen in het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 tot invoering van het integrale milieujaarverslag
Art. 10.4.2. A l'article 1, 3°, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 janvier 2005, le point b) est remplacé par ce qui suit :
Art. 10.4.1. In artikel 1, 2°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 tot invoering van het integrale milieujaarverslag, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 7 januari 2005 en 27 januari 2006, wordt punt b) vervangen door wat volgt :
  " b) voor de melding van de productie van bedrijfsafvalstoffen, vermeld in artikel 23 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen en voor de verwerking van ingevoerde afvalstoffen, vermeld in artikel 7.4.3 van het besluit van de Vlaamse Regering van februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen;" .
Art. 10.4.3. A l'article 4, premier alinéa, 2°, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 mars 2008, les termes " l'arrêté Vlarea " sont remplacés par les termes " l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2012 fixant le règlement flamand relatif à la gestion durable des cycles de matériaux et de déchets ".
Art. 10.4.2. In artikel 1, 3°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 januari 2005, wordt punt b) vervangen door wat volgt :
  " b) de productie van bedrijfsafvalstoffen melden op grond van artikel 23 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen; ".
Art. 10.4.4. A l'annexe 1 au même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 janvier 2012, les sous-formulaires " déchets " et " déchets importés par des centres de traitement " sont remplacés par les sous-formulaires " déclaration de déchets pour les producteurs " et " déchets importés par les centres de traitement ", qui sont joints en annexe 10.4 à cet arrêté.
Art. 10.4.3. In artikel 4, eerste lid, 2°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 maart 2008, worden de woorden " het Vlarea-besluit " vervangen door de woorden " het besluit van de Vlaamse Regering van februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen ".
Section 10.5. - Modifications à l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 mai 2005 fixant les règles particulières relatives à l'agrément et aux subventions des centres de récupération
Art. 10.4.4. In bijlage 1 bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 januari 2012, worden de deelformulieren " Afvalstoffen " en " Ingevoerde afvalstoffen door verwerkers " vervangen door de deelformulieren " Afvalstoffenmelding voor producenten " en " Ingevoerde afvalstoffen door verwerkers ", die als bijlage 10.4 bij dit besluit zijn gevoegd.
Art. 10.5.1. A l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 mai 2005 fixant les règles particulières relatives à l'agrément et aux subventions des centres de récupération, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 mars 2008, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les points 2° et 3° sont remplacés par ce qui suit :
  2° le décret : le décret du 23 décembre 2011 relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets;
  3° VLAREMA : l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2012 fixant le règlement flamand relatif à la gestion durable des cycles de matériaux et de déchets; ";
  2° le point 5° est remplacé par ce qui suit :
  " 5° centre de récupération : une personne morale telle que mentionnée à l'article 1.2.1, § 2, du VLAREMA; ".
Afdeling 10.5. - Wijzigingen in het besluit van de Vlaamse Regering van 20 mei 2005 tot vaststelling van de bijzondere regelen inzake de erkenning en de subsidiëring van kringloopcentra
Art. 10.5.2. A l'article 2 du même arrêté, la phrase " conformément à l'article 14, § 9, du décret " est remplacée par la phrase " conformément à l'article 9, § 2, du décret ".
Art. 10.5.1. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 mei 2005 tot vaststelling van de bijzondere regelen inzake de erkenning en de subsidiëring van kringloopcentra, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 maart 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° punt 2° en 3° worden vervangen door wat volgt :
  " 2° het decreet : het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen;
  3° VLAREMA : het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen; ";
  2° punt 5° wordt vervangen door wat volgt :
  " 5° kringloopcentrum : een rechtspersoon als vermeld in artikel 1.2.1, § 2, van het VLAREMA; ".
Art. 10.5.3. A l'article 3, 3° du même arrêté, le point b) est abrogé.
Art. 10.5.2. In artikel 2 van hetzelfde besluit wordt de zinsnede " overeenkomstig artikel 14, § 9, van het decreet " vervangen door de zinsnede " overeenkomstig artikel 9, § 2, van het decreet ".
Section 10.6. - Modifications à l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2007 fixant le règlement flamand relatif à l'assainissement du sol et à la protection du sol
Art. 10.5.3. In artikel 3, 3°, van hetzelfde besluit wordt punt b) opgeheven.
Art. 10.6.1. L'article 1, 7° de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2007 fixant le règlement flamand relatif à l'assainissement du sol et à la protection du sol est remplacé comme suit :
  " 7° CMA : Compendium pour l'échantillonnage et l'analyse, mentionné à l'article 8.2.1 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2012 fixant le règlement flamand relatif à la gestion durable des cycles de matériaux et de déchets. ".
Afdeling 10.6. Wijzigingen in het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming
Art. 10.6.2. A l'article 161, § 2, 5° et l'article 168, § 2, 3°, et § 3, 2°, deuxième alinéa, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 février 2009, les modifications suivantes sont apportées :
Art. 10.6.1. Artikel 1, 7° van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming wordt vervangen als volgt :
  " 7° CMA : Compendium voor Monsterneming en Analyse, vermeld in artikel 8.2.1 van het besluit van de Vlaamse Regering van tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen. ".
Art. 10.6.3. A l'annexe VI du même arrêté, les termes " composés organohalogénés extractibles (EOX) " et le nombre " 10 " sont abrogés.
Art. 10.6.2. In artikel 161, § 2, 5°, en artikel 168, § 2, 3°, en § 3, 2°, tweede lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 februari 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
Section 10.7. - Modifications à l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 décembre 2008 portant exécution du titre XVI du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement
Art. 10.6.3. In bijlage VI van hetzelfde besluit worden in de tabel de woorden " Extraheerbare organohalogeenverbindingen (EOX) " en het getal " 10 " opgeheven.
Art. 10.7.1. A l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 décembre 2008 portant exécution du titre XVI du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 avril 2009 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand du 19 novembre 2010, du 15 juillet 2011 du 23 septembre 2011, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le point 8° est remplacé par ce qui suit :
  " 8° Décret sur les matériaux : le décret du 23 décembre 2011 relatif à la gestion durable des cycles de matériaux et de déchets; ";
  2° le point 19° est remplacé par ce qui suit :
  " 19° VLAREMA : l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2012 fixant le règlement flamand relatif à la gestion durable des cycles de matériaux et de déchets; ".
Afdeling 10.7. - Wijzigingen in het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid
Art. 10.7.2. A l'article 2 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand du 30 avril 2009, du 19 novembre 2010 et du 28 octobre 2011, un point 15° est ajouté et est énoncé comme suit :
Art. 10.7.1. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2009 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 19 november 2010, 15 juli 2011 en 23 september 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° punt 8° wordt vervangen door wat volgt :
  " 8° Materialendecreet : het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen; ";
  2° punt 19° wordt vervangen door wat volgt :
  " 19° VLAREMA : het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen; ".
Art. 10.7.3. A l'article 12 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand du 30 avril 2009 du 19 novembre 2010, le point 6° est remplacé par ce qui suit :
  " 6° les membres du personnel, à désigner par le ministre, de la division compétente pour la gestion durable des cycles de matériaux et de déchets; ".
Art. 10.7.2. Aan artikel 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 april 2009, 19 november 2010 en 28 oktober 2011, wordt een punt 15° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 15° Verordening (EU) nr. 333/2011 van de raad van 31 maart 2011 tot vaststelling van criteria die bepalen wanneer bepaalde soorten metaalschroot niet langer als afval worden aangemerkt overeenkomstig Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad. ".
Art. 10.7.4. A l'article 21 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand du 30 avril 2009 du 19 novembre 2010, du 15 juillet 2011, du 23 septembre 2011 et du 28 octobre 2011, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le point 5° est remplacé par ce qui suit :
  " 5° le décret sur les matériaux; ".
  2° un point 20° est ajouté et énoncé comme suit :
  " 20° Règlement (UE) n° 333/2011 du Conseil du 31 mars 2011 établissant les critères permettant de déterminer à quel moment certains types de débris métalliques cessent d'être des déchets au sens de la directive 2008/98/CE du Parlement européen et du Conseil. ".
Art. 10.7.3. In artikel 12 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 april 2009 en 19 november 2010, wordt punt 6° vervangen door wat volgt :
  " 6° de door de minister aan te stellen personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen; ".
Art. 10.7.5. A l'article 25 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 avril 2009 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 novembre 2010, le point 6° est remplacé par ce qui suit :
  " 6° L'article 12, § 1, du décret sur les matériaux, pour ce qui concerne les zones vulnérables du point de vue spatial, visées à l'article 1.1.2, 10°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 mai 2009 portant coordination de la législation décrétale relative à l'aménagement du territoire; ".
Art. 10.7.4. In artikel 21 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 april 2009 en 19 november 2010, 15 juli 2011, 23 september 2011 en 28 oktober 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° punt 5° wordt vervangen door wat volgt :
  " 5° het Materialendecreet; ".
  2° een punt 20° wordt toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 20° Verordening (EU) nr. 333/2011 van de raad van 31 maart 2011 tot vaststelling van criteria die bepalen wanneer bepaalde soorten metaalschroot niet langer als afval worden aangemerkt overeenkomstig Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad. ".
Art. 10.7.6. L'article 26 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 octobre 2010 est remplacé par ce qui suit :
   " Art. 26. § 1. Les fonctionnaires de surveillance visés à l'article 12, 6°, exercent le contrôle sur l'application du décret sur les matériaux et ses arrêtés d'exécution pour ce qui concerne les aspects suivants :
  1° la collecte auprès du et la présentation de déchets ménagers par le particulier, tels qu'organisés par les autorités communales;
  2° le déroulement des flux de déchets qui relèvent de l'application d'une responsabilité élargie du producteur, à l'exclusion du contrôle sur les dispositions en exécution du décret sur les autorisations écologiques et les dispositions relatives au transport, ou à la collecte, la négociation o le courtage de déchets;
  3° les dispositions relatives aux objectifs en matière de prévention de déchets et de recyclage parmi lesquelles les dispositions relatives à la responsabilité élargie du producteur, l'établissement de conventions environnementales, les plans de prévention et de gestion de déchets pour certains flux de déchets;
  4° la remise de déchets de navires;
  5° le rapportage sur les déchets produits, collectés et traités dans le cadre de l'évaluation de la politique;
  6° le registre des déchets et des matériaux;
  7° le respect de plans d'exécution sectoriels tels que visés à l'article 18 du décret sur les matériaux.
  Les fonctionnaires de surveillance, visés à l'article 12, 6°, exercent le contrôle sur l'application de la convention relative à la collecte, au dépôt et à la réception des déchets survenant en navigation rhénane et intérieure, adoptée à Strasbourg le 9 septembre 1996.
  § 2. Les fonctionnaires de surveillance visés à l'article 12, 8°, exercent le contrôle sur l'application de l'article 12 du décret sur les matériaux dans le cadre de la collecte, du transport et du traitement des déchets d'office. ".
Art. 10.7.5. In artikel 25 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2009 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010, wordt punt 6° vervangen door wat volgt :
  " 6° artikel 12, § 1, van het Materialendecreet voor wat betreft de ruimtelijk kwetsbare gebieden, vermeld in artikel 1.1.2, 10°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 mei 2009 houdende coördinatie van de decreetgeving op de ruimtelijke ordening; ".
Art. 10.7.7. A l'article 28 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 novembre 2010, le point 2° est remplacé par ce qui suit :
  " 2° L'article 12, § 1, du décret sur les matériaux, en ce qui concerne les cours d'eau non navigables de catégorie 1 et leurs annexes, tels qu'ils sont définis dans la loi du 28 décembre 1900 relative aux cours d'eau non navigables; ".
Art. 10.7.6. Artikel 26 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 oktober 2010, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 26. § 1. De toezichthouders, vermeld in artikel 12, 6°, oefenen het toezicht uit op de toepassing van het Materialendecreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, wat de volgende aspecten betreft :
  1° de inzameling bij en het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen door de particulier, zoals dat door de gemeentelijke overheden georganiseerd wordt;
  2° het verloop van de afvalstromen die onder de toepassing vallen van een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, met uitsluiting van het toezicht op de bepalingen ter uitvoering van het Milieuvergunningendecreet en de bepalingen over het vervoer van of het inzamelen of handelen of makelen in afvalstoffen;
  3° de bepalingen over afvalpreventie- en recyclagedoelstellingen waaronder de bepalingen over de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, het opstellen van milieubeleidsovereenkomsten, en afvalpreventie- en afvalbeheerplannen voor bepaalde afvalstromen;
  4° de afgifte van scheepsafvalstoffen;
  5° de rapportering over geproduceerde, ingezamelde en verwerkte afvalstoffen in het kader van beleidsevaluatie;
  6° het afvalstoffen- en materialenregister;
  7° de naleving van sectorale uitvoeringsplannen als vermeld in artikel 18 van het Materialendecreet.
  De toezichthouders, vermeld in artikel 12, 6°, oefenen het toezicht uit op de toepassing van het verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart, ondertekend in Straatsburg op 9 september 1996.
  § 2. De toezichthouders, vermeld in artikel 12, 8°, oefenen het toezicht uit op de toepassing van artikel 12 van het Materialendecreet binnen het kader van het ambtshalve inzamelen, vervoeren en verwerken van afvalstoffen. ".
Art. 10.7.8. A l'article 29 du même arrêté, remplacé par les arrêtés du Gouvernement flamand du 30 avril 2008 et du 28 octobre 2011, le point 2° est remplacé par ce qui suit :
  " 2° le décret sur les matériaux, en ce qui concerne l'utilisation des matières premières comme engrais, comme améliorant du sol ou comme sol; ".
Art. 10.7.7. In artikel 28 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010, wordt punt 2° vervangen door wat volgt :
  " 2° artikel 12, § 1, van het Materialendecreet, wat betreft de onbevaarbare waterlopen van categorie 1 en hun aanhorigheden, zoals bepaald in de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen; ".
Art. 10.7.9. A l'article 30 du même arrêté, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° le décret sur les matériaux, pour ce qui concerne la sous-section 5.2.3. " Déchets médicaux " de la section 5.2 du VLAREMA; ".
Art. 10.7.8. In artikel 29 van hetzelfde besluit, vervangen bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 april 2009 en 28 oktober 2011, wordt punt 2° vervangen door wat volgt :
  " 2° het Materialendecreet, wat de aanwending van grondstoffen, als meststof, als bodemverbeterend middel of als bodem betreft; ".
Art. 10.7.10. A l'article 31 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 novembre 2010, le point 2° est remplacé par ce qui suit :
  " 2° article 12, § 1, du décret sur les matériaux pour ce qui concerne les voies publiques et leurs annexes. ".
Art. 10.7.9. In artikel 30 van hetzelfde besluit wordt punt 1° vervangen door wat volgt :
  " 1° het Materialendecreet, wat betreft onderafdeling 5.2.3. " Medisch afval " van afdeling 5.2 van het VLAREMA; ".
Art. 10.7.11. A l'article 32 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 novembre 2010, le point 2° est remplacé par ce qui suit :
  " 2° Article 12, § 1, du décret sur les matériaux, pour ce qui concerne les cours d'eau, les ports et leurs annexes; ".
Art. 10.7.10. In artikel 31 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010, wordt punt 2° vervangen door wat volgt :
  " 2° artikel 12, § 1, van het Materialendecreet, wat betreft de openbare wegen en hun aanhorigheden. ".
Art. 10.7.12. A l'article 33 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 novembre 2010, le point 2° est remplacé par ce qui suit :
  " 2° Article 12, § 1, du décret sur les matériaux, pour ce qui concerne les voies d'eau non navigables des catégories 2 et 3 et leurs annexes, telles que définies dans la loi du 28 décembre 1967 relative aux cours d'eau non navigables; ".
Art. 10.7.11. In artikel 32 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010, wordt punt 2° vervangen door wat volgt :
  " 2° artikel 12, § 1, van het Materialendecreet, wat betreft de waterwegen en de havens en hun aanhorigheden; ".
Art. 10.7.13. A l'article 34 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand du 30 avril 2009, du 19 novembre 2010 et du 28 octobre 2011, le point 5° est remplacé par ce qui suit :
  " 5° articles 11, 12, 13, 23, 25, § 1, articles 39 et 40 du décret sur les matériaux; ".
Art. 10.7.12. In artikel 33 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010, wordt punt 2° vervangen door wat volgt :
  " 2° artikel 12, § 1, van het Materialendecreet, wat betreft de onbevaarbare waterlopen van categorie 2 en 3 en hun aanhorigheden, zoals bepaald in de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen; ".
Art. 10.7.14. A l'article 59 du même arrêté, le point 2° est remplacé par ce qui suit :
  " 2° il s'agit d'une violation de l'article 12, § 1 du décret sur les matériaux ".
Art. 10.7.13. In artikel 34 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 april 2009, 19 november 2010 en 28 oktober 2011, wordt punt 5° vervangen door wat volgt :
  " 5° artikel 11, 12, 13, 23, 25, § 1, artikel 39 en 40 van het Materialendecreet; ".
Art. 10.7.15. A l'article 60 du même arrêté, le point 2° est remplacé par ce qui suit :
  " 2° il s'agit d'une violation de l'article 12, § 1 du décret sur les matériaux; ".
Art. 10.7.14. In artikel 59 van hetzelfde besluit wordt punt 2° vervangen door wat volgt :
  " 2° er een overtreding is van artikel 12, § 1, van het Materialendecreet; ".
Art. 10.7.16. L'annexe VIII au même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 avril 2009 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand du 22 octobre 2010 et du 19 novembre 2010 est remplacée par l'annexe 10.7, qui est jointe au présent arrêté.
Art. 10.7.15. In artikel 60 van hetzelfde besluit wordt punt 2° vervangen door wat volgt :
Section 10.8. - Modifications à l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 septembre 2009 relatif à la certification d'entreprises et de leurs techniciens en systèmes de protection contre l'incendie contenant des substances appauvrissant la couche d'ozone ou des gaz à effet de serre fluorés
Art. 10.7.16. Bijlage VIII bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2009 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 22 oktober 2010 en 19 november 2010, wordt vervangen door bijlage 10.7, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 10.8.1. A l'article 4, § 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 septembre 2009 relatif à la certification d'entreprises et de leurs techniciens en systèmes de protection contre l'incendie contenant des substances appauvrissant la couche d'ozone ou des gaz à effet de serre fluorés, les termes " telle que visée à l'article 5.1.2.2, 4°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 décembre 2003 fixant le règlement flamand relatif à la prévention et à la gestion des déchets " sont remplacés par les termes " telle que visée à l'article 6.1.1.6, § 1, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2012 fixant le règlement flamand relatif à la gestion durable des cycles de matériaux et de déchets ".
Afdeling 10.8. - Wijzigingen in het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2009 inzake de certificering van bedrijven en hun technici voor brandbeveiligingssystemen die ozonlaag afbrekende stoffen of gefluoreerde broeikasgassen bevatten
CHAPITRE 11. - Dispositions transitoires
Art. 10.8.1. In artikel 4, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2009 inzake de certificering van bedrijven en hun technici voor brandbeveiligingssystemen die ozonlaag afbrekende stoffen of gefluoreerde broeikasgassen bevatten, worden de woorden " als vermeld in artikel 5.1.2.2, 4°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 tot vaststelling van het Vlaamse reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer " vervangen door de woorden " als vermeld in artikel 6.1.1.6, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen ".
Art. 11.1. Les certificats d'utilité délivrés en application de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 décembre 2003 fixant le règlement flamand relatif à la prévention et la gestion des déchets sont considérés comme des déclarations de matières premières telles qu'elles sont mentionnées dans le présent arrêté pour le délai qui est fixé dans le certificat d'utilité.
HOOFDSTUK 11. - Overgangsbepalingen
Art. 11.2. Tous les enregistrements en tant que transporteur de déchets délivrés en application de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 décembre 2003 fixant le règlement flamand relatif à la prévention et à la gestion de déchets restent valables pendant le délai pour lequel ils ont été accordés et sont repris automatiquement dans le registre des transporteurs enregistrés si le transporteur enregistré dispose d'un numéro d'entreprise ou d'un numéro de TVA
Art. 11.1. De gebruikscertificaten, verleend met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming- en beheer, worden beschouwd als grondstofverklaringen als vermeld in dit besluit, voor de termijn die vastgesteld is in het gebruikscertificaat.
Art. 11.3. § 1. Tous les agréments en tant que transporteur de déchets non dangereux délivrés en application de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 décembre 2003 fixant le règlement flamand relatif à la prévention et à la gestion des déchets sont considérés comme un enregistrement de collecteur, de commerçant ou d'agent de déchets et sont automatiquement repris dans le registre des collecteurs, commerçants ou agents de déchets si le transporteur agréé dispose d'un numéro d'entreprise ou d'un numéro de TVA.
  Le collecteur, commerçant ou agent de déchets enregistré en est informé par l'OVAM.
  § 2. Tous les agréments en tant que transporteur de déchets dangereux, délivrés en application de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 décembre 2003 fixant le règlement flamand relatif à la prévention et à la gestion des déchets sont considérés comme un enregistrement de collecteur, commerçant ou agent de déchets et sont repris automatiquement dans le registre des collecteurs, commerçants et agents de déchets enregistrés si le transporteur agréé dispose d'un numéro d'entreprise et d'un numéro de TVA. Ces enregistrements restent valables pour le délai pour lequel l'agrément a été accordé. Si ce délai est inférieur à [1 36 mois]1 après l'entrée en vigueur du présent arrêté, il est prolongé jusqu'à [1 36 mois]1 après l'entrée en vigueur du présent arrêté.
  Les agréments pour les codes PDD sont convertis en enregistrements pour les codes EURAL correspondants.
  § 3. Pour l'application du système de garantie de qualité, mentionné aux articles 6.1.1.4. et 6.1.1.5, une période transitoire de 12 mois est d'application à compter de l'entrée en vigueur du présent arrêté. Dans les deux ans qui suivent l'expiration de la période de transition, un audit tel que mentionné à l'article 6.1.1.6, devra être effectué par un organisme de contrôle indépendant.
  
Art. 11.2. Alle registraties als vervoerder van afvalstoffen, verleend met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer, blijven geldig voor de termijn waarvoor ze werden verleend en worden automatisch opgenomen in het register van geregistreerde vervoerders indien de geregistreerde vervoerder beschikt over een ondernemingsnummer of btw-nummer.
Art. 11.4. § 1. Tous les agréments en tant que centre pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut, délivrés en application de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 décembre 2003 fixant le règlement flamand relatif à la prévention et à la gestion des déchets, à l'exception des agréments qui sont délivrés pour une période inférieure à cinq ans, sont prolongés de plein droit pour une durée déterminée.
  § 2. Tous les agréments en tant que centre pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut, délivrés en application de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 décembre 2003 fixant le règlement flamand relatif à la prévention et à la gestion des déchets qui sont accordés sans interruption depuis plus de cinq ans à la date de l'entrée en vigueur du présent arrêté ne doivent pas satisfaire à l'obligation stipulée à l'article 5.2.4.7, § 2, 3°.
Art. 11.3. § 1. Alle erkenningen als overbrenger van niet gevaarlijke afvalstoffen, verleend met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 tot vaststelling van het Vlaams Reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer, worden beschouwd als een registratie van inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaars en worden automatisch opgenomen in het register van inzamelaars, afvalstoffenhandelaars of -makelaars indien de erkende overbrenger beschikt over een ondernemingsnummer of btw-nummer.
  De geregistreerde inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar wordt daarvan door de OVAM op de hoogte gebracht.
  § 2. Alle erkenningen als overbrenger van gevaarlijke afvalstoffen, verleend met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 tot vaststelling van het Vlaams Reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer, worden beschouwd als een registratie van inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar en worden automatisch opgenomen in het register van inzamelaars, geregistreerde afvalstoffenhandelaars en -makelaars indien de erkende overbrenger beschikt over een ondernemingsnummer of btw-nummer. Deze registraties blijven geldig voor de termijn waarvoor de erkenning was verleend. Indien deze termijn korter is dan [1 36 maanden]1 na de inwerkingtreding van dit besluit, wordt hij verlengd tot [1 36 maanden]1 na de inwerkingtreding van dit besluit.
  Erkenningen voor kga-codes worden omgezet naar registraties voor de overeenkomstige EURAL-codes.
  § 3. Voor de toepassing van het kwaliteitsborgingssysteem, vermeld in artikel 6.1.1.4. en 6.1.1.5, geldt een overgangsperiode van twaalf maanden vanaf de inwerkingtreding van dit besluit. Binnen twee jaar na het aflopen van de overgangsperiode zal een keuring als vermeld in artikel 6.1.1.6, door een onafhankelijke keuringsinstelling uitgevoerd moeten worden.
  
Art. 11.5. Dans tous les textes de lois qui font référence à l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 décembre 2003 fixant le règlement flamand relatif à la prévention et la gestion des déchets, cette référence doit se comprendre comme une référence au présent arrêté.
Art. 11.4. § 1. Alle erkenningen als centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen, verleend met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer, met uitzondering van de erkenningen die verleend zijn voor een kortere termijn dan vijf jaar, worden van rechtswege verlengd voor onbepaalde duur.
CHAPITRE 12. - Dispositions finales
Art. 11.5. In alle wetteksten waarin verwezen wordt naar het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer, moet die verwijzing gelezen worden als een verwijzing naar dit besluit.
Art. 12.1. L'arrêté du Gouvernement flamand du 17 mars 2000 fixant le plan d'élimination pour les appareils contenant des PCB et pour les PCB y contenus, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand du 5 décembre 2003 et du 7 mars 2008, est abrogé.
HOOFDSTUK 12. - Slotbepalingen
Art. 12.2. L'arrêté du Gouvernement flamand du 5 décembre 2003 fixant le règlement flamand relatif à la prévention et à la gestion des déchets, modifié pour la dernière fois par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 octobre 1010, est abrogé.
Art. 12.1. Het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2000 houdende vaststelling van het verwijderingsplan voor pcb-houdende apparaten en de daarin aanwezige pcb's, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 en 7 maart 2008, wordt opgeheven.
Art. 12.3. Le décret du 23 décembre 2011 relatif à la gestion durable des cycles de matériaux et de déchets, à l'exception des articles 7, 76 et de la section 2 du chapitre 5, et le présent arrêté, à l'exception de l'article 6.1.1.4, 1°, deuxième alinéa, deuxième et troisième phrases[1 et annexe 5.1.4]1, entrent en vigueur le 1er juin 2012.
  L'article 6.1.1.4, 1°, deuxième et troisième alinéas, entre en vigueur le 1er janvier 2013.
  [1 L'annexe 5.1.4 au présent présent arrêté entre en vigueur le 1er juillet 2013.]1
  
Art. 12.2. Het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 oktober 2010, wordt opgeheven.
Art. 12.4. Le ministre qui a l'environnement et la politique de l'eau dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Art. 12.3.Het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, met uitzondering van artikel 7, artikel 76 en afdeling 2 van hoofdstuk 5, en dit besluit, met uitzondering van artikel 6.1.1.4, 1°, tweede lid, tweede en derde zin [1 en bijlage 5.1.4]1 , treden in werking op 1 juni 2012.
ANNEXES.
BIJLAGEN
Art. N1. ANNEXE 2.1 LISTE DE DECHETS
Art. 12.4. De minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. N2. ANNEXE 2.2 LISTE DES MATERIAUX QUI, CONFORMEMENT AU CHAPITRE 2, ENTRENT EN CONSIDERATION POUR UNE UTILISATION COMME MATIERES PREMIERES
  Section 1. - Matières premières pour une utilisation comme engrais ou améliorant de sol
-
MATIERE PREMIERE VISEEORIGINE ET DESCRIPTIONCONDITIONS EN MATIERE DE COMPOSITION
Ecume de carbonatation de sucreriessucrerie obtenue lors du raffinage du sucre et qui se compose principalement de carbonate de calcium, de substances organiques et d'eau[3 article 2.3.3.1]3
Cendre de chauxbrûlage de roche calcaire reste de cendre ayant comme composant principal de l'oxyde de calcium et éventuellement de l'hydroxyde de calcium et du carbonate de calcium[3 article 2.3.3.1]3
Sulfate de calciumobtenu lors de la production de phosphore et/ou d'acide citrique et qui contient du sulfate de calcium hydraté[3 article 2.3.3.1]3
Compost de champignon récoltéchampignonnière milieu de culture organique qui subsiste après l'élevage de champignons[3 article 2.3.3.1]3
Compost d'écorce d'arbreétablissement autorisé pour le compostage de déchets d'écorce provenant de l'écorçage des arbres[3 article 2.3.3.1]3
Vinasse, extrait de vinasse, potasse de vinasse et vinasse de chicoréefabrique de levure résidu sirupeux provenant de la mélasse fermentée, extrait obtenu à l'aide de la vinasse par ajout de sulfate d'ammonium ou obtenu pendant la production d'inuline[3 article 2.3.3.1]3
Substances d'origine animale autorisées conformément à la législation en matière de produits secondaires animauxétablissement agréé ou enregistré de produits secondaires animaux ou de produits dérivés tels que définis dans le Règlement (CE) n° 1069/2009 et autres substances d'origine animale[3 article 2.3.3.1]3
Déchets de cacao, de tabac et de café séchéindustrie des denrées de luxe obtenus lors du traitement des fèves de cacao, des graines de café et du tabac et lors de la préparation de la théobromine des déchets de cacao avec ajout de chaux[3 article 2.3.3.1]3
Sel double déposé de sulfate de potassium et de sulfate de calcium (en cas d'ajout d'un sel de magnésium complété de la mention '' avec du sel de magnésium '')production industrielle d'acide citrique
  obtenu par rinçage de l'acide citrique
[3 article 2.3.3.1]3
Farine de tourteau de linextraction d'huiles végétales obtenue par extraction de l'huile par pression des graines oléagineuses[3 article 2.3.3.1]3
Germes de maltemalterie[3 article 2.3.3.1]3
Boues d'épuration traitéesvoir article 1.2.1, § 2, 7°[3 articles 2.3.3.1, 2.3.3.2 ]3certificat d'utilité obligatoire
Boues calcairestraitement des eaux obtenues lors de la préparation d'eau potable ou d'eau de processus à partir d'eau à l'état naturel[3 article 2.3.3.1]3
Compost vert et LFJétablissement autorisé pour le compostage ou la fermentation des légumes, des fruits, des déchets de jardin (LFJ), avec maximum 25 % de déchets industriels organiques et biologiques ou de déchets organiques provenant des jardins, des jardins publics, des parcs et des accotements[3 articles 2.3.3.1 et 2.3.2.3]3
Compost ou digestat de déchets industriels organiques et biologiquesétablissement autorisé pour le compostage ou la fermentation des déchets industriels organiques et biologiques en combinaison ou non avec des engrais animaux[3 articles 2.3.3.1 et 2.3.2.3]3
Tourteau de filtreindustrie alimentaire obtenu lors de la filtration de produits alimentaires sur des filtres anorganiques (terre à diatomées, perlite, argiles de filtration usées...)[3 article 2.3.3.1]3
Protéine hydrolisée pour engraisproduction d'arômes obtenue par l'hydrolyse des protéines[3 article 2.3.3.1]3
Boue provenant du travail de la pierre naturelleobtenue par le sciage, l'aiguisage et le polissage de la pierre naturelle calcaire[3 article 2.3.3.1]3
Tourteau de filtre de la fermentationindustrie de la fermentation obtenu lors de la fermentation[3 article 2.3.3.1]3 certificat d'utilité obligatoire
Liqueur-mère de potassiumproduction de méthionine substance liquide dans laquelle le potassium se présente sous forme de carbonate et de bicarbonate de potassium[3 article 2.3.3.1]3
Solution contenant du chlorure d'ammoniumproduction de glycine obtenue lors de la préparation de l'acide aminé glycine[3 article 2.3.3.1]3
Laitiers d'acier moulusindustrie de l'acier phosphates de silicium de calcium provenant du traitement de la fonte[3 article 2.3.3.1]3
Restes alimentaires anorganiques et riches en chaux séchés et moulusprovenant d'un établissement de traitement autorisé des coquilles d'oeuf, des crustacés rassemblés sélectivement[3 article 2.3.3.1]3
Lin, céréalesindustrie du lin, industrie céréalière[3 article 2.3.3.1]3
[2 ... ]2
Solution de sulfate d'ammoniumréaction avec de l'air contenant de l'ammoniaque dans un dispositif de lavage d'air acide[3 article 2.3.3.1]3
Courant de purgeeau potable excédentaire provenant de la culture de plantes dans des milieux de culture, qui ne peut pas être réutilisée comme eau potable[3 article 2.3.3.1]3
[1 Courant de purgeprovenant d'un laveur d'air pour air chargé d'ammoniaque[3 article 2.3.3.1]3]1
[4 Compost fermierObtenu à partir d'un processus de compostage qui a lieu dans l'exploitation et au cours duquel des résidus organiques végétaux de l'exploitation, mélangés ou non à du fumier de l'exploitation, sont compostés. Le compost fermier est utilisé sur les terres agricoles de l'exploitationArticle 2.3.3.1
compost fermier, produit dans une structure de coopération tel que défini à l'article 3, § 5, 3°, du décret sur les EngraisObtenu à partir d'un processus de compostage au cours duquel des résidus organiques végétaux de l'exploitation, mélangés ou non à du fumier de l'exploitation, sont compostésArticle 2.3.3.1 et article 2.3.3.3
Copeaux de boisIssus de matériau ligneux spécifiquearticle 2.3.3.5]4
(1)<AGF 2014-05-23/20, art. 68, 007; En vigueur : 22-09-2014>
(2)<AGF 2016-09-23/04, art. 46, 009; En vigueur : 16-12-2016>
(3)<AGF 2021-07-02/14, art. 74, 016; En vigueur : 27-08-2021>
(4)<AGF 2023-12-22/75, art. 139, 019; En vigueur : 08-04-2024>
MATIERE PREMIERE VISEEORIGINE ET DESCRIPTIONCONDITIONS EN MATIERE DE COMPOSITIONEcume de carbonatation de sucreriessucrerie obtenue lors du raffinage du sucre et qui se compose principalement de carbonate de calcium, de substances organiques et d'eau[3 article 2.3.3.1]3Cendre de chauxbrûlage de roche calcaire reste de cendre ayant comme composant principal de l'oxyde de calcium et éventuellement de l'hydroxyde de calcium et du carbonate de calcium[3 article 2.3.3.1]3Sulfate de calciumobtenu lors de la production de phosphore et/ou d'acide citrique et qui contient du sulfate de calcium hydraté[3 article 2.3.3.1]3Compost de champignon récoltéchampignonnière milieu de culture organique qui subsiste après l'élevage de champignons[3 article 2.3.3.1]3Compost d'écorce d'arbreétablissement autorisé pour le compostage de déchets d'écorce provenant de l'écorçage des arbres[3 article 2.3.3.1]3Vinasse, extrait de vinasse, potasse de vinasse et vinasse de chicoréefabrique de levure résidu sirupeux provenant de la mélasse fermentée, extrait obtenu à l'aide de la vinasse par ajout de sulfate d'ammonium ou obtenu pendant la production d'inuline[3 article 2.3.3.1]3Substances d'origine animale autorisées conformément à la législation en matière de produits secondaires animauxétablissement agréé ou enregistré de produits secondaires animaux ou de produits dérivés tels que définis dans le Règlement (CE) n° 1069/2009 et autres substances d'origine animale[3 article 2.3.3.1]3Déchets de cacao, de tabac et de café séchéindustrie des denrées de luxe obtenus lors du traitement des fèves de cacao, des graines de café et du tabac et lors de la préparation de la théobromine des déchets de cacao avec ajout de chaux[3 article 2.3.3.1]3Sel double déposé de sulfate de potassium et de sulfate de calcium (en cas d'ajout d'un sel de magnésium complété de la mention '' avec du sel de magnésium '')production industrielle d'acide citrique
  obtenu par rinçage de l'acide citrique[3 article 2.3.3.1]3Farine de tourteau de linextraction d'huiles végétales obtenue par extraction de l'huile par pression des graines oléagineuses[3 article 2.3.3.1]3Germes de maltemalterie[3 article 2.3.3.1]3Boues d'épuration traitéesvoir article 1.2.1, § 2, 7°[3 articles 2.3.3.1, 2.3.3.2 ]3certificat d'utilité obligatoireBoues calcairestraitement des eaux obtenues lors de la préparation d'eau potable ou d'eau de processus à partir d'eau à l'état naturel[3 article 2.3.3.1]3Compost vert et LFJétablissement autorisé pour le compostage ou la fermentation des légumes, des fruits, des déchets de jardin (LFJ), avec maximum 25 % de déchets industriels organiques et biologiques ou de déchets organiques provenant des jardins, des jardins publics, des parcs et des accotements[3 articles 2.3.3.1 et 2.3.2.3]3Compost ou digestat de déchets industriels organiques et biologiquesétablissement autorisé pour le compostage ou la fermentation des déchets industriels organiques et biologiques en combinaison ou non avec des engrais animaux[3 articles 2.3.3.1 et 2.3.2.3]3Tourteau de filtreindustrie alimentaire obtenu lors de la filtration de produits alimentaires sur des filtres anorganiques (terre à diatomées, perlite, argiles de filtration usées...)[3 article 2.3.3.1]3Protéine hydrolisée pour engraisproduction d'arômes obtenue par l'hydrolyse des protéines[3 article 2.3.3.1]3Boue provenant du travail de la pierre naturelleobtenue par le sciage, l'aiguisage et le polissage de la pierre naturelle calcaire[3 article 2.3.3.1]3Tourteau de filtre de la fermentationindustrie de la fermentation obtenu lors de la fermentation[3 article 2.3.3.1]3 certificat d'utilité obligatoireLiqueur-mère de potassiumproduction de méthionine substance liquide dans laquelle le potassium se présente sous forme de carbonate et de bicarbonate de potassium[3 article 2.3.3.1]3Solution contenant du chlorure d'ammoniumproduction de glycine obtenue lors de la préparation de l'acide aminé glycine[3 article 2.3.3.1]3Laitiers d'acier moulusindustrie de l'acier phosphates de silicium de calcium provenant du traitement de la fonte[3 article 2.3.3.1]3Restes alimentaires anorganiques et riches en chaux séchés et moulusprovenant d'un établissement de traitement autorisé des coquilles d'oeuf, des crustacés rassemblés sélectivement[3 article 2.3.3.1]3Lin, céréalesindustrie du lin, industrie céréalière[3 article 2.3.3.1]3[2 ...]2Solution de sulfate d'ammoniumréaction avec de l'air contenant de l'ammoniaque dans un dispositif de lavage d'air acide[3 article 2.3.3.1]3Courant de purgeeau potable excédentaire provenant de la culture de plantes dans des milieux de culture, qui ne peut pas être réutilisée comme eau potable[3 article 2.3.3.1]3[1 Courant de purgeprovenant d'un laveur d'air pour air chargé d'ammoniaque[3 article 2.3.3.1]3]1[4 Compost fermierObtenu à partir d'un processus de compostage qui a lieu dans l'exploitation et au cours duquel des résidus organiques végétaux de l'exploitation, mélangés ou non à du fumier de l'exploitation, sont compostés. Le compost fermier est utilisé sur les terres agricoles de l'exploitationArticle 2.3.3.1compost fermier, produit dans une structure de coopération tel que défini à l'article 3, § 5, 3°, du décret sur les EngraisObtenu à partir d'un processus de compostage au cours duquel des résidus organiques végétaux de l'exploitation, mélangés ou non à du fumier de l'exploitation, sont compostésArticle 2.3.3.1 et article 2.3.3.3Copeaux de boisIssus de matériau ligneux spécifiquearticle 2.3.3.5]4(1)(2)(3)(4)
-
  [2 Section 2. - Utilisation comme matériau de construction
-
MATIERE PREMIERE VISEEORIGINE ET DESCRIPTIONCONDITIONS
Laitiers cassés et / ou calibrés et / ou triés ou prétraités, cendres ou autres déchets pierreuxprovenant de l'industrie des ferreux, de l'industrie des non-ferreux, de la fabrication de produits minéraux non métalliquesarticle 2.3.2.1
   certificat d'utilité obligatoire
Laitiers ou cendres cassés et / ou calibrés et / ou triés ou prétraitésprovenant des processus de combustion des déchetsarticle 2.3.2.1
   certificat d'utilité obligatoire
Cendres volantes et cendres de solprovenant de processus de combustionarticle 2.3.2.1
   certificat d'utilité obligatoire
Granulats de bétonobtenus lors de travaux de démolition et de broyage de routesarticle 2.3.2.1 et article 2.3.2.2
   matériau, soumis au règlement unitaire relatif aux granulats recyclés
Gravats recyclésprovenant d'un établissement de récupération autorisé des déchets de construction et de démolitionarticle 2.3.2.1 et article 2.3.2.2
   seulement dans des travaux hydrauliques pour les gabions et les enrochements
   matériau, soumis au règlement unitaire relatif aux granulats recyclés
MATIERE PREMIERE VISEEORIGINE ET DESCRIPTIONCONDITIONSLaitiers cassés et / ou calibrés et / ou triés ou prétraités, cendres ou autres déchets pierreuxprovenant de l'industrie des ferreux, de l'industrie des non-ferreux, de la fabrication de produits minéraux non métalliquesarticle 2.3.2.1
   certificat d'utilité obligatoireLaitiers ou cendres cassés et / ou calibrés et / ou triés ou prétraitésprovenant des processus de combustion des déchetsarticle 2.3.2.1
   certificat d'utilité obligatoireCendres volantes et cendres de solprovenant de processus de combustionarticle 2.3.2.1
   certificat d'utilité obligatoireGranulats de bétonobtenus lors de travaux de démolition et de broyage de routesarticle 2.3.2.1 et article 2.3.2.2
   matériau, soumis au règlement unitaire relatif aux granulats recyclésGravats recyclésprovenant d'un établissement de récupération autorisé des déchets de construction et de démolitionarticle 2.3.2.1 et article 2.3.2.2
   seulement dans des travaux hydrauliques pour les gabions et les enrochements
   matériau, soumis au règlement unitaire relatif aux granulats recyclés
]2
  [3
-
Granulats de bétons, granulats de maçonnerie, granulats mixtes et sable de concassage tamiséprovenant d'un établissement de récupération autorisé des déchets de construction et de démolitionarticle 2.3.2.1 et article 2.3.2.2 matériau, soumis au règlement unitaire relatif aux granulats recyclés
[2 sable tamisé d'asphalte et granulat d'asphalteprovenant d'un établissement autorisé de récupération des déchets de construction et de démolitionarticle 2.3.2.1 et article 2.3.2.2 matériau, soumis au règlement unique sur les granulats recyclés]2
[2 ... ]2
Granulats de tamisage et sable tamiséprovenant d'un établissement fixe et autorisé de récupération des déchets de construction et de démolitionarticle 2.3.2.1 et article 2.3.2.2 matériau, soumis au règlement unitaire relatif aux granulats recyclés
Déchets de brique et / ou de béton lavés triésprovenant d'installations agréées pour le nettoyage des matériaux de sol polluésarticle 2.3.2.1, certificat d'utilité obligatoire
[1 ... ]1
[1 ... ]1
Sable traité d'avaloirs, de désableurs et du nettoyage des ruesprovenant d'établissements autorisés pour le nettoyage physico-chimique de déchets anorganiquesarticle 2.3.2.1, certificat d'utilité obligatoire
Granulats bitumineux recyclésprovenant d'un établissement de récupération autorisé, obtenu lors de la trituration des matériaux de toiture bitumineuxarticle 2.3.2.1 certificat d'utilité obligatoire
Boue provenant du travail de la pierre naturelleobtenue par le sciage, l'aiguisage et le polissage de la pierre naturelle calcairearticle 2.3.2.1
(1)<AGF 2018-09-21/13, art. 73, 014; En vigueur : 01-04-2019>
(2)<AGF 2021-07-02/14, art. 74, 016; En vigueur : 27-08-2021>
Granulats de bétons, granulats de maçonnerie, granulats mixtes et sable de concassage tamiséprovenant d'un établissement de récupération autorisé des déchets de construction et de démolitionarticle 2.3.2.1 et article 2.3.2.2 matériau, soumis au règlement unitaire relatif aux granulats recyclés[2 sable tamisé d'asphalte et granulat d'asphalteprovenant d'un établissement autorisé de récupération des déchets de construction et de démolitionarticle 2.3.2.1 et article 2.3.2.2 matériau, soumis au règlement unique sur les granulats recyclés]2[2 ...]2Granulats de tamisage et sable tamiséprovenant d'un établissement fixe et autorisé de récupération des déchets de construction et de démolitionarticle 2.3.2.1 et article 2.3.2.2 matériau, soumis au règlement unitaire relatif aux granulats recyclésDéchets de brique et / ou de béton lavés triésprovenant d'installations agréées pour le nettoyage des matériaux de sol polluésarticle 2.3.2.1, certificat d'utilité obligatoire[1 ...]1[1 ...]1Sable traité d'avaloirs, de désableurs et du nettoyage des ruesprovenant d'établissements autorisés pour le nettoyage physico-chimique de déchets anorganiquesarticle 2.3.2.1, certificat d'utilité obligatoireGranulats bitumineux recyclésprovenant d'un établissement de récupération autorisé, obtenu lors de la trituration des matériaux de toiture bitumineuxarticle 2.3.2.1 certificat d'utilité obligatoireBoue provenant du travail de la pierre naturelleobtenue par le sciage, l'aiguisage et le polissage de la pierre naturelle calcairearticle 2.3.2.1(1)(2)
]3
  Section 3. - [4 ...]4
  Section 4. [5 ...]5
  (2)
  (3)
  Modifiée par:
  
  (4)
  (5)
  
  
Art. N1. BIJLAGE 2.1. LIJST VAN AFVALSTOFFEN
  (NOTA : Vervangen door
  <BVR 2016-09-23/04, art. 45, 009; Inwerkingtreding : 16-12-2016>)

  Gewijzigd door:
  
  
  
  
  
Art. N3. ANNEXE 2.3.1. CONDITIONS EN MATIÔRE DE COMPOSITION ET D'UTILISATION COMME ENGRAIS OU AMELIORANT DE SOL
  ANNEXE 2.3.1.A CONDITIONS DE COMPOSITION - TENEURS MAXIMUM EN SUBSTANCES POLLUANTES
-
METAUX (1)
PARAMETRESCONCENTRATION TOTALE (2) (mg/kg subst. sèches)
Arsenic (As)150
Cadmium (Cd)6
Chrome (Cr)250
Cuivre (Cu)375
Mercure (Hg)5
Plomb (Pb)300
Nickel (Ni)50
Zinc (Zn)900
METAUX (1)PARAMETRESCONCENTRATION TOTALE (2) (mg/kg subst. sèches)Arsenic (As)150Cadmium (Cd)6Chrome (Cr)250Cuivre (Cu)375Mercure (Hg)5Plomb (Pb)300Nickel (Ni)50Zinc (Zn)900
(1) La concentration s'applique au métal et à ses composés exprimés comme métal.
  (2) Détermination de la concentration totale en métaux selon les méthodes reprises dans le compendium pour l'échantillonnage et l'analyse (CEA).
-
HYDROCARBURES MONOCYCLIQUES AROMATIQUES
PARAMETRESCONCENTRATION TOTALE (3) (mg/kg subst. sèches)
Benzène1,1
Ethylbenzène1,1
Styrène 1,1
Toluène1,1
Xylène1,1
HYDROCARBURES MONOCYCLIQUES AROMATIQUESPARAMETRESCONCENTRATION TOTALE (3) (mg/kg subst. sèches)Benzène1,1Ethylbenzène1,1Styrène 1,1Toluène1,1Xylène1,1
(3) Détermination de la concentration totale en polluants organiques selon les méthodes reprises dans le compendium pour l'échantillonnage et l'analyse (CEA).
-
HYDROCARBURES POLYCYCLIQUES AROMATIQUES
PARAMETRESCONCENTRATION TOTALE (3) (mg/kg subst. sèches)
Benzo(a)antracène0,68
Benzo(a)pyrène1,1
Benzo(ghi)pérylène1,1
Benzo(b)fluoranthène2,3
Benzo(k)fluoranthène2,3
Chrysène1,7
Phénanthrène0,9
Fluoranthène2,3
Indeno(1,2,3cd)pyrène1,1
Naphtalène2,3
HYDROCARBURES POLYCYCLIQUES AROMATIQUES PARAMETRESCONCENTRATION TOTALE (3) (mg/kg subst. sèches)Benzo(a)antracène0,68Benzo(a)pyrène1,1Benzo(ghi)pérylène1,1Benzo(b)fluoranthène2,3Benzo(k)fluoranthène2,3Chrysène1,7Phénanthrène0,9Fluoranthène2,3Indeno(1,2,3cd)pyrène1,1Naphtalène2,3
(3) Détermination de la concentration totale en polluants organiques selon les méthodes reprises dans le compendium pour l'échantillonnage et l'analyse (CEA).
-
HYDROCARBURES MONOCYCLIQUES AROMATIQUES
PARAMETRESCONCENTRATION TOTALE (3) (mg/kg subst. sèches)
Monochlorobenzène 0,23
Dichlorobenzène0,23
Trichlorobenzène0,23
Tétrachlorobenzène0,23
Pentachlorobenzène0,23
Hexachlorobenzène0,23
1,2-dichloroéthane0,23
Dichlorométhane0,23
Trichlorométhane0,23
Trichlooréthène0,23
Tétrachlorométhane0,23
Tétrachloroéthène0,23
Chlorure de vinyle 0,23
1,1,1-trichloroéthane0,23
1,1,2-trichloroéthane0,23
1,1-dichloroéthane0,23
Cis+trans-1,2-dichloroéthane0,23
Hexane5,5
Heptane5,5
Octane 5,5
Huile minérale C10-C20560
Huile minérale C20-C405600
Polychlorobiphényles (PCB comme somme de 7 congénères)0,8
HYDROCARBURES MONOCYCLIQUES AROMATIQUESPARAMETRESCONCENTRATION TOTALE (3) (mg/kg subst. sèches)Monochlorobenzène 0,23Dichlorobenzène0,23Trichlorobenzène0,23Tétrachlorobenzène0,23Pentachlorobenzène0,23Hexachlorobenzène0,231,2-dichloroéthane0,23Dichlorométhane0,23Trichlorométhane0,23Trichlooréthène0,23Tétrachlorométhane0,23Tétrachloroéthène0,23Chlorure de vinyle 0,231,1,1-trichloroéthane0,231,1,2-trichloroéthane0,231,1-dichloroéthane0,23Cis+trans-1,2-dichloroéthane0,23Hexane5,5Heptane5,5Octane 5,5Huile minérale C10-C20560Huile minérale C20-C405600Polychlorobiphényles (PCB comme somme de 7 congénères)0,8
(3) Détermination de la concentration totale en polluants organiques selon les méthodes reprises dans le compendium pour l'échantillonnage et l'analyse (CEA).
  ANNEXE 2.3.1.B CONDITIONS DE COMPOSITION - TENEURS MAXIMUM EN SUBSTANCES POLLUEES POUR MATIERES PREMIERES AVEC < 2 % DE SUBSTANCE SECHE SUR LA SUBSTANCE FRAICHE
-
METAUX (1)
PARAMETRESCONCENTRATION TOTALE (2) (mg/kg subst. fraîche)
Arsenic (As)3
Cadmium (Cd)0,12
Chrome (Cr)5
Cuivre (Cu)7,5
Mercure (Hg)0,1
Plomb (Pb)6
Nickel (Ni)1
Zinc (Zn)18
METAUX (1)PARAMETRESCONCENTRATION TOTALE (2) (mg/kg subst. fraîche)Arsenic (As)3Cadmium (Cd)0,12Chrome (Cr)5Cuivre (Cu)7,5Mercure (Hg)0,1Plomb (Pb)6Nickel (Ni)1Zinc (Zn)18
(1) La concentration s'applique au métal et à ses composés exprimés comme métal.
  (2) Détermination de la concentration totale en métaux selon les méthodes reprises dans le compendium pour l'échantillonnage et l'analyse (CEA).
-
HYDROCARBURES MONOCYCLIQUES AROMATIQUES
PARAMETRESCONCENTRATION TOTALE (3) (µg/kg subst. fraîche)
Benzène22
Ethylbenzène22
Styrène 22
Toluène22
Xylène22
HYDROCARBURES MONOCYCLIQUES AROMATIQUESPARAMETRESCONCENTRATION TOTALE (3) (µg/kg subst. fraîche)Benzène22Ethylbenzène22Styrène 22Toluène22Xylène22
(3) Détermination de la concentration totale en polluants organiques selon les méthodes reprises dans le compendium pour l'échantillonnage et l'analyse (CEA).
-
HYDROCARBURES POLYCYCLIQUES AROMATIQUES
PARAMETRESCONCENTRATION TOTALE (3) (µg/kg subst. fraîche)
Benzo(a)antracène13,6
Benzo(a)pyrène22
Benzo(ghi)pérylène22
Benzo(b)fluoranthène46
Benzo(k)fluoranthène46
Chrysène34
Phénanthrène18
Fluoranthène46
Indeno(1,2,3cd)pyrène22
Naphtalène46
HYDROCARBURES POLYCYCLIQUES AROMATIQUES PARAMETRESCONCENTRATION TOTALE (3) (µg/kg subst. fraîche)Benzo(a)antracène13,6Benzo(a)pyrène22Benzo(ghi)pérylène22Benzo(b)fluoranthène46Benzo(k)fluoranthène46Chrysène34Phénanthrène18Fluoranthène46Indeno(1,2,3cd)pyrène22Naphtalène46
(3) Détermination de la concentration totale en polluants organiques selon les méthodes reprises dans le compendium pour l'échantillonnage et l'analyse (CEA).
-
HYDROCARBURES MONOCYCLIQUES AROMATIQUES
PARAMETRESCONCENTRATION TOTALE (3) (µg/kg subst. fraîche)
Monochlorobenzène 4,6
Dichlorobenzène4,6
Trichlorobenzène4,6
Tétrachlorobenzène4,6
Pentachlorobenzène4,6
Hexachlorobenzène4,6
1,2-dichloroéthane4,6
Dichlorométhane4,6
Trichlorométhane4,6
Trichlooréthène4,6
Tétrachlorométhane4,6
Tétrachloroéthène4,6
Chlorure de vinyle 4,6
1,1,1-trichloroéthane4,6
1,1,2-trichloroéthane4,6
1,1-dichloroéthane4,6
Cis+trans-1,2-dichloroéthane4,6
HYDROCARBURES MONOCYCLIQUES AROMATIQUESPARAMETRESCONCENTRATION TOTALE (3) (µg/kg subst. fraîche)Monochlorobenzène 4,6Dichlorobenzène4,6Trichlorobenzène4,6Tétrachlorobenzène4,6Pentachlorobenzène4,6Hexachlorobenzène4,61,2-dichloroéthane4,6Dichlorométhane4,6Trichlorométhane4,6Trichlooréthène4,6Tétrachlorométhane4,6Tétrachloroéthène4,6Chlorure de vinyle 4,61,1,1-trichloroéthane4,61,1,2-trichloroéthane4,61,1-dichloroéthane4,6Cis+trans-1,2-dichloroéthane4,6
(3) Détermination de la concentration totale en polluants organiques selon les méthodes reprises dans le compendium pour l'échantillonnage et l'analyse (CEA).
-
AUTRES SUBSTANCES ORGANIQUES
PARAMETRESCONCENTRATION TOTALE (3) (µg/kg subst. fraîche)
Hexane110
Heptane110
Octane 110
Polychlorobiphényles (PCB comme somme de 7 congénères)16
Huile minérale C10-C2011,2 mg/kg de substance fraîche
Huile minérale C20-C40112 mg/kg de substance fraîche
AUTRES SUBSTANCES ORGANIQUESPARAMETRESCONCENTRATION TOTALE (3) (µg/kg subst. fraîche)Hexane110Heptane110Octane 110Polychlorobiphényles (PCB comme somme de 7 congénères)16Huile minérale C10-C2011,2 mg/kg de substance fraîche Huile minérale C20-C40112 mg/kg de substance fraîche
(3) Détermination de la concentration totale en polluants organiques selon les méthodes reprises dans le compendium pour l'échantillonnage et l'analyse (CEA).
  ANNEXE 2.3.1.C CONDITIONS POUR UTILISATION EN TANT QU'ENGRAIS OU AMELIORANT DE SOL, DOSAGE MAXIMUM AUTORISE EN SUBSTANCES POLLUANTES
-
METAUX (1)
PARAMETRESDOSAGE (g/ha/an) (2)
Arsenic (As)300
Cadmium (Cd)12
Chrome (Cr)500
Cuivre (Cu)750
Mercure (Hg)10
Plomb (Pb)600
Nickel (Ni)100
Zinc (Zn)1800
METAUX (1)PARAMETRESDOSAGE (g/ha/an) (2)Arsenic (As)300Cadmium (Cd)12Chrome (Cr)500Cuivre (Cu)750Mercure (Hg)10Plomb (Pb)600Nickel (Ni)100Zinc (Zn)1800
(1) La concentration s'applique au métal et à ses composés exprimés comme métal.
  (2) Détermination de la concentration totale en métaux selon les méthodes reprises dans le compendium pour l'échantillonnage et l'analyse (CEA).
-
HYDROCARBURES MONOCYCLIQUES AROMATIQUES
PARAMETRESDOSAGE (g/ha/an) (3)
Benzène2,2
Ethylbenzène2,2
Styrène 2,2
Toluène2,2
Xylène2,2
HYDROCARBURES MONOCYCLIQUES AROMATIQUESPARAMETRESDOSAGE (g/ha/an) (3)Benzène2,2Ethylbenzène2,2Styrène 2,2Toluène2,2Xylène2,2
(3) Détermination de la concentration totale en polluants organiques selon les méthodes reprises dans le compendium pour l'échantillonnage et l'analyse (CEA).
-
HYDROCARBURES POLYCYCLIQUES AROMATIQUES
PARAMETRESDOSAGE (g/ha/an) (3)
Benzo(a)antracène1,36
Benzo(a)pyrène2,2
Benzo(ghi)pérylène2,2
Benzo(b)fluoranthène4,6
Benzo(k)fluoranthène4,6
Chrysène3,4
Phénanthrène1,8
Fluoranthène4,6
Indeno(1,2,3cd)pyrène2,2
Naphtalène4,6
HYDROCARBURES POLYCYCLIQUES AROMATIQUES PARAMETRESDOSAGE (g/ha/an) (3)Benzo(a)antracène1,36Benzo(a)pyrène2,2Benzo(ghi)pérylène2,2Benzo(b)fluoranthène4,6Benzo(k)fluoranthène4,6Chrysène3,4Phénanthrène1,8Fluoranthène4,6Indeno(1,2,3cd)pyrène2,2Naphtalène4,6
(3) Détermination de la concentration totale en polluants organiques selon les méthodes reprises dans le compendium pour l'échantillonnage et l'analyse (CEA).
-
AUTRES SUBSTANCES ORGANIQUES
PARAMETRESDOSAGE (g/ha/an) (3)
Monochlorobenzène 0,46
Dichlorobenzène0,46
Trichlorobenzène0,46
Tétrachlorobenzène0,46
Pentachlorobenzène0,46
Hexachlorobenzène0,46
1,2-dichloroéthane0,46
Dichlorométhane0,46
Trichlorométhane0,46
Trichloréthène0,46
Tétrachlorométhane0,46
Tétrachloroéthène0,46
Chlorure de vinyle 0,46
1,1,1-trichloroéthane0,46
1,1,2-trichloroéthane0,46
1,1-dichloroéthane0,46
Cis+trans-1,2-dichloroéthane0,46
Hexane11
Heptane11
Octane 11
Huile minérale C10-C201120
Huile minérale C20-C4011200
Polychlorobiphényles (PCB comme somme de 7 congénères)1,6
AUTRES SUBSTANCES ORGANIQUESPARAMETRESDOSAGE (g/ha/an) (3)Monochlorobenzène 0,46Dichlorobenzène0,46Trichlorobenzène0,46Tétrachlorobenzène0,46Pentachlorobenzène0,46Hexachlorobenzène0,461,2-dichloroéthane0,46Dichlorométhane0,46Trichlorométhane0,46Trichloréthène0,46Tétrachlorométhane0,46Tétrachloroéthène0,46Chlorure de vinyle 0,461,1,1-trichloroéthane0,461,1,2-trichloroéthane0,461,1-dichloroéthane0,46Cis+trans-1,2-dichloroéthane0,46Hexane11Heptane11Octane 11Huile minérale C10-C201120Huile minérale C20-C4011200Polychlorobiphényles (PCB comme somme de 7 congénères)1,6
(3) Détermination de la concentration totale en polluants organiques selon les méthodes reprises dans le compendium pour l'échantillonnage et l'analyse (CEA).
  ANNEXE 2.3.1.D CONDITIONS SPECIFIQUES POUR UTILISATION DE BOUES D'EPURATION TRAITEES COMME ENGRAIS OU AMELIORANT DE SOL
  1° TRAITEMENT DES BOUES D'EPURATION
  Les boues d'épuration destinées à être utilisées comme engrais ou améliorant de sol, conformément au Décrets des Matériaux et à ses arrêtés d'exécution doivent avoir subi au moins l'un des traitements suivants :
  a) fermentation anaérobie mésophile moyennant une température de 35° C et une durée moyenne de séjour de 15 jours;
  b) stockage liquide dans le cas d'une température ambiante sous forme de lot, sans ajout ou retrait de boues pendant la période de stockage de trois mois. La boue doit au moins attendre un facteur de limitation 100 pour Escherichia Coli;
  c) une stabilisation aérobie moyennant une teneur en oxygène dissous minimale de plus de 1 ppm. Cette stabilisation peut être exécutée :
  1) soit dans les mêmes bassins que l'épuration des eaux usées en soi, moyennant une charge de boues < ou = 0,06 kg BOD/kg boues / jour ou une charge de volume < ou = 0,25 kg BOD/m3/jour;
  2) soit dans bassin séparé prévu à cet effet, moyennant une durée de séjour hydraulique de 10 jours;
  d) ajout de calcaire ou mélange avec du calcaire jusqu'à obtention d'un mélange homogène d'un pH > 12 immédiatement après le chaulage; le pH doit être maintenu supérieur ou égal à 12 pendant minimum 24 heures;
  e) séchage thermique qui garantit que la température des particules de boue est supérieure à 80° C et la teneur en eau est limitée à moins de 10 %.
  Lors du traitement, les paramètres pertinents du processus sont au moins mesurés tous les jours. Ce mesurage a lieu en continu à moins que cela ne soit pas possible d'un point de vue pratique.
  D'autres techniques de traitement peuvent être approuvées par l'OVAM, à condition que l'exploitant puisse démontrer que le résultat du traitement est au moins similaire au résultat des modes de traitement mentionnés ci-dessus. En cas de modes de traitement alternatifs, les dispositions relatives aux paramètres pertinents du processus s'appliquent également.
  2° ECHANTILLONNAGE DES BOUES D'EPURATION TRAITEES
  Les boues d'épuration doivent être échantillonnées après traitement, mais avant livraison à l'utilisateur. Cet échantillonnage doit être représentatif des boues d'épuration produites.
  3° ANALYSE DES BOUES D'EPURATION TRAITEES
  En règle générale, les boues d'épuration traitées doivent être analysées au moins tous les six mois. La fréquence de ces analyses sera supérieure si l'on rencontre des variations dans la qualité des eaux usées traitées.
  Sous réserve des paramètres énumérés à l'annexe 2.3.2.B, les paramètres suivants doivent être analysés :
  a) substance sèche;
  b) degré d'acidité;
  c) substance organique;
  d) azote;
  e) pentoxyde de diphosphore.
  L'analyse est réalisée selon les méthodes reprises dans le compendium pour l'échantillonnage et l'analyse.
  4° ECHANTILLONNAGE DU SOL
  Les échantillons représentatifs à analyser sont normalement réalisés par mélange d'au moins 25 échantillons de sol séparés prélevés sur une surface d'au moins 5 ha exploitée de manière homogène. Les échantillons séparés doivent être prélevés sur une profondeur de 25 cm, sauf si la profondeur de la couche de labour est inférieure, mais la profondeur de l'échantillonnage dans ce cas ne peut être inférieure à 10 cm.
  5° analyse DU SOL
  Les échantillons de sol sont analysés pour observer le degré d'acidité, l'arsenic, le cadmium, le chrome, le cuivre, le mercure, le nickel, le plomb et le zinc. L'analyse est réalisée selon les méthodes reprises dans le compendium pour l'échantillonnage et l'analyse.
  ANNEXE 2.3.1.E
-
METAUX (1)CONCENTRATION TOTALE MAXIMALE DANS LE SOL STANDARD (2) (mg/kg subst. sèche)
Arsenic (As) 35
Cadmium (Cd) 1,2
Chrome (Cr) 91
Cuivre (Cu) 72
Mercure (Hg) 1,5
Plomb (Pb) 120
Nickel (Ni) 56
Zinc (Zn) 200
METAUX (1)CONCENTRATION TOTALE MAXIMALE DANS LE SOL STANDARD (2) (mg/kg subst. sèche)Arsenic (As) 35 Cadmium (Cd) 1,2Chrome (Cr) 91Cuivre (Cu) 72Mercure (Hg) 1,5Plomb (Pb) 120Nickel (Ni) 56Zinc (Zn) 200
(1) La concentration s'applique au métal et à ses composés exprimés comme métal.
  La concentration totale en métaux est déterminée selon le compendium pour l'échantillonnage et l'analyse.
  (2) Le sol standard possède une teneur de 10 % de terre glaise sur les composants minéraux et une teneur de 2 % de matériel organique sur le sol séché à l'air.
  La concentration maximale dans le sol, sur lequel des boues d'épuration traitées peuvent être utilisées dépend, pour l'arsenic, le cadmium, le cuivre et le zinc, des caractéristiques du sol. Les concentrations maximales mentionnées ci-dessus sont converties selon les teneurs mesurées en terre glaise et/ou en matériel organique et/ou en pH-KCl en un échantillon représentatif du sol récepteur.
  La conversion pour l'arsenic, le cadmium, le cuivre et le zinc est effectuée sur la base des formules pour des valeurs d'orientation en termes de qualité du sol, telles que reprises à l'annexe II du VLAREBO.
  La conversion pour le cuivre est réalisée en fonction de la limite suivante des conditions annexes :
  1° si la teneur de terre glaise est supérieure à 20 %, il faut alors compter avec une teneur supposée de terre glaise de 20 %;
  2° si la teneur de matériel organique est supérieure à 5 %, il faut alors compter avec une teneur supposée de matériel organique de 5 %;
  3° si le pH-KCl est supérieur à 6,5, il faut alors compter avec un pH-KCl supposé de 6,5.
  La conversion pour le zinc est réalisée en fonction de la limite suivante des conditions annexes :
  1° si la teneur de terre glaise est supérieure à 14 %, il faut alors compter avec une teneur supposée de terre glaise de 14 %;
  2° si la teneur de matériel organique est supérieure à 3 %, il faut alors compter avec une teneur supposée de matériel organique de 3 %;
  3° si le pH-KCl est supérieur à 5, il faut alors compter avec un pH-KCl supposé de 5.
  Modifiée par:
  
Art. N2. BIJLAGE 2.2. LIJST VAN MATERIALEN DIE OVEREENKOMSTIG HOOFDSTUK 2 IN AANMERKING KOMEN VOOR GEBRUIK ALS GRONDSTOFFEN
  Afdeling 1. - Grondstoffen voor gebruik als meststof of bodemverbeterend middel
Art. N4. ANNEXE 2.3.2. CONDITIONS EN MATIERE DE COMPOSITION POUR UTILISATION COMME MATERIAU DE CONSTRUCTION
  ANNEXE 2.3.2.A CONDITIONS POUR UTILISATION COMME MATERIAU DE CONSTRUCTION
  [1 ...]1
  (1) La concentration s'applique au métal et à ses composés exprimés comme métal.
  (2) Détermination de la concentration totale en métaux selon les méthodes reprises dans le compendium pour l'échantillonnage et l'analyse (CEA).
[1 BoerderijcompostVerkregen uit een composteringsproces dat op het bedrijf plaatsvindt waarbij bedrijfseigen plantaardige organische restproducten, al dan niet vermengd met bedrijfseigen stalmest, gecomposteerd worden. De boerderijcompost wordt op de bedrijfseigen landbouwgronden gebruiktArtikel 2.3.3.1
Boerderijcompost, geproduceerd in een samenwerkingsverband als vermeld in artikel 3, § 5, 3°, van het MestdecreetVerkregen uit een composteringsproces waarbij plantaardige organische restproducten, al dan niet vermengd met stalmest, gecomposteerd wordenArtikel 2.3.3.1 en artikel 2.3.3.3
HoutsnippersAfkomstig van specifiek houtig materiaalartikel 2.3.3.5]1
(1)<BVR 2023-12-22/75, art. 139, 019; Inwerkingtreding : 08-04-2024>
[1 BoerderijcompostVerkregen uit een composteringsproces dat op het bedrijf plaatsvindt waarbij bedrijfseigen plantaardige organische restproducten, al dan niet vermengd met bedrijfseigen stalmest, gecomposteerd worden. De boerderijcompost wordt op de bedrijfseigen landbouwgronden gebruiktArtikel 2.3.3.1Boerderijcompost, geproduceerd in een samenwerkingsverband als vermeld in artikel 3, § 5, 3°, van het MestdecreetVerkregen uit een composteringsproces waarbij plantaardige organische restproducten, al dan niet vermengd met stalmest, gecomposteerd wordenArtikel 2.3.3.1 en artikel 2.3.3.3HoutsnippersAfkomstig van specifiek houtig materiaalartikel 2.3.3.5]1(1)
[2
  Afdeling 2. - Gebruik als bouwstof
HYDROCARBURES MONOCYCLIQUES AROMATIQUES
PARAMETRESCONCENTRATION TOTALE (3) (mg/kg subst. sèche)
Benzène0,5
Ethylbenzène5
Styrène 1,5
Toluène15
Xylène15
HYDROCARBURES MONOCYCLIQUES AROMATIQUESPARAMETRESCONCENTRATION TOTALE (3) (mg/kg subst. sèche)Benzène0,5Ethylbenzène5Styrène 1,5Toluène15Xylène15
(3) Détermination de la concentration totale en polluants organiques selon les méthodes reprises dans le compendium pour l'échantillonnage et l'analyse (CEA).
BEOOGDE GRONDSTOFHERKOMST EN OMSCHRIJVINGVOORWAARDEN
Gebroken en/of gekalibreerde en/of uitgesorteerde of voorbehandelde slakken, assen of andere steenachtige afvalstoffenafkomstig van de ferro-industrie, van de non-ferro-industrie, van de vervaardiging van niet-metaalhoudende minerale productenartikel 2.3.2.1
   grondstofverklaring verplicht
Gebroken en/of gekalibreerde en/of uitgesorteerde of voorbehandelde slakken of assenafkomstig van de verbrandingsprocessen van afvalstoffenartikel 2.3.2.1
   grondstofverklaring verplicht
Vliegas en bodemasafkomstig van verbrandingsprocessenartikel 2.3.2.1
   grondstofverklaring verplicht
Betongranulaatverkregen bij sloop- en breekactiviteiten van wegenartikel 2.3.2.1 en artikel 2.3.2.2
   materiaal, onderworpen aan het eenheidsreglement betreffende gerecycleerde granulaten
Gerecycleerde brokkenafkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafvalartikel 2.3.2.1 en artikel 2.3.2.2
   alleen in waterbouwkundige werken voor schanskorven en bestortingen
   materiaal, onderworpen aan het eenheidsreglement gerecycleerde granulaten
BEOOGDE GRONDSTOFHERKOMST EN OMSCHRIJVINGVOORWAARDENGebroken en/of gekalibreerde en/of uitgesorteerde of voorbehandelde slakken, assen of andere steenachtige afvalstoffenafkomstig van de ferro-industrie, van de non-ferro-industrie, van de vervaardiging van niet-metaalhoudende minerale productenartikel 2.3.2.1
   grondstofverklaring verplichtGebroken en/of gekalibreerde en/of uitgesorteerde of voorbehandelde slakken of assenafkomstig van de verbrandingsprocessen van afvalstoffenartikel 2.3.2.1
   grondstofverklaring verplichtVliegas en bodemasafkomstig van verbrandingsprocessenartikel 2.3.2.1
   grondstofverklaring verplichtBetongranulaatverkregen bij sloop- en breekactiviteiten van wegenartikel 2.3.2.1 en artikel 2.3.2.2
   materiaal, onderworpen aan het eenheidsreglement betreffende gerecycleerde granulatenGerecycleerde brokkenafkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafvalartikel 2.3.2.1 en artikel 2.3.2.2
   alleen in waterbouwkundige werken voor schanskorven en bestortingen
   materiaal, onderworpen aan het eenheidsreglement gerecycleerde granulaten
]2
  [3
HYDROCARBURES POLYCYCLIQUES AROMATIQUES
PARAMETRESCONCENTRATION TOTALE (3) (mg/kg subst. sèche)
Benzo(a)antracène35
Benzo(a)pyrène8,5
Benzo(ghi)pérylène35
Benzo(b)fluoranthène55
Benzo(k)fluoranthène55
Chrysène400
Phénanthrène30
Fluoranthène40
Indeno(1,2,3cd)pyrène35
Naphtalène20
HYDROCARBURES POLYCYCLIQUES AROMATIQUES PARAMETRESCONCENTRATION TOTALE (3) (mg/kg subst. sèche)Benzo(a)antracène35Benzo(a)pyrène8,5Benzo(ghi)pérylène35Benzo(b)fluoranthène55Benzo(k)fluoranthène55Chrysène400Phénanthrène30Fluoranthène40Indeno(1,2,3cd)pyrène35Naphtalène20
(3) Détermination de la concentration totale en polluants organiques selon les méthodes reprises dans le compendium pour l'échantillonnage et l'analyse (CEA).
Betongranulaat, metselwerkgranulaat, menggranulaat en brekerzeefzandafkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafvalartikel 2.3.2.1 en artikel 2.3.2.2 materiaal, onderworpen aan het eenheidsreglement betreffende gerecycleerde granulaten
[2 zeefzand van asfalt en asfaltgranulaatafkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafvalartikel 2.3.2.1 en artikel 2.3.2.2 materiaal, onderworpen aan het eenheidsreglement betreffende gerecycleerde granulaten]2
[2 ... ]2
Sorteerzeefgranulaat en sorteerzeefzandafkomstig van een vergunde vaste recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafvalartikel 2.3.2.1 en artikel 2.3.2.2 materiaal, onderworpen aan het eenheidsreglement betreffende gerecycleerde granulaten
Gewassen uitgesorteerd beton- of gewassen metselwerkgranulaatafkomstig van installaties die vergund zijn voor het reinigen van verontreinigde bodemmaterialenartikel 2.3.2.1 grondstofverklaring verplicht
[1 ... ]1
[1 ... ]1
Gewassen zand van rioolkolken, zandvangers en veegvuilafkomstig van vergunde inrichtingen voor de fysico-chemische reiniging van verontreinigde anorganische afvalstoffenartikel 2.3.2.1 grondstofverklaring verplicht
Gerecycleerde bitumineuze granulatenafkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting; verkregen bij het vermalen van bitumineuze dakmaterialenartikel 2.3.2.1 grondstofverklaring verplicht
Slib van natuursteen-bewerkingverkregen bij het verzagen, slijpen of polijsten van natuursteenartikel 2.3.2.1
(1)<BVR 2018-09-21/13, art. 73, 014; Inwerkingtreding : 01-04-2019>
(2)<BVR 2021-07-02/14, art. 74, 016; Inwerkingtreding : 27-08-2021>
Betongranulaat, metselwerkgranulaat, menggranulaat en brekerzeefzandafkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafvalartikel 2.3.2.1 en artikel 2.3.2.2 materiaal, onderworpen aan het eenheidsreglement betreffende gerecycleerde granulaten[2 zeefzand van asfalt en asfaltgranulaatafkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafvalartikel 2.3.2.1 en artikel 2.3.2.2 materiaal, onderworpen aan het eenheidsreglement betreffende gerecycleerde granulaten]2[2 ...]2Sorteerzeefgranulaat en sorteerzeefzandafkomstig van een vergunde vaste recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafvalartikel 2.3.2.1 en artikel 2.3.2.2 materiaal, onderworpen aan het eenheidsreglement betreffende gerecycleerde granulatenGewassen uitgesorteerd beton- of gewassen metselwerkgranulaatafkomstig van installaties die vergund zijn voor het reinigen van verontreinigde bodemmaterialenartikel 2.3.2.1 grondstofverklaring verplicht[1 ...]1[1 ...]1Gewassen zand van rioolkolken, zandvangers en veegvuilafkomstig van vergunde inrichtingen voor de fysico-chemische reiniging van verontreinigde anorganische afvalstoffenartikel 2.3.2.1 grondstofverklaring verplichtGerecycleerde bitumineuze granulatenafkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting; verkregen bij het vermalen van bitumineuze dakmaterialenartikel 2.3.2.1 grondstofverklaring verplichtSlib van natuursteen-bewerkingverkregen bij het verzagen, slijpen of polijsten van natuursteenartikel 2.3.2.1(1)(2)
]3
  Afdeling 3. - [4 ...]4
  Afdeling 4. - [5 ...]5
  (2)
  (3)
  Gewijzigd door:
  
  (4)
  (5)
  
  
AUTRES SUBSTANCES ORGANIQUES
PARAMETRESCONCENTRATION TOTALE (3) (mg/kg subst. sèche)
Hexane1
Heptane25
Huile minérale 1000
Octane 90
Polychlorobiphénylène (PCB)0,5
AUTRES SUBSTANCES ORGANIQUESPARAMETRESCONCENTRATION TOTALE (3) (mg/kg subst. sèche)Hexane1Heptane25Huile minérale 1000Octane 90Polychlorobiphénylène (PCB)0,5
(3) Détermination de la concentration totale en polluants organiques selon les méthodes reprises dans le compendium pour l'échantillonnage et l'analyse (CEA).
  ANNEXE 2.3.2.B CONDITIONS POUR UTILISATION COMME MATERIAU DE CONSTRUCTION NON FACONNE
  [1 (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 29-03-2024, p. 38903)]1
  ANNEXE 2.3.2.C [1 ...]1
  
Art. N3. BIJLAGE 2.3.1. VOORWAARDEN INZAKE SAMENSTELLING EN GEBRUIK ALS MESTSTOF OF BODEMVERBETEREND MIDDEL
  BIJLAGE 2.3.1.A SAMENSTELLINGSVOORWAARDEN MAXIMUM GEHALTEN AAN VERONTREINIGENDE STOFFEN
Art. N4 bis. [1 Annexe 2.3.3]1
METALEN (1)
PARAMETERSTOTAALCONCENTRATIE (2) (mg/kg droge stof)
Arseen (As)150
Cadmium (Cd)6
Chroom (Cr)250
Koper (Cu)375
Kwik (Hg)5
Lood (Pb)300
Nikkel (Ni)50
Zink (Zn)900
METALEN (1)PARAMETERSTOTAALCONCENTRATIE (2) (mg/kg droge stof)Arseen (As)150Cadmium (Cd)6Chroom (Cr)250Koper (Cu)375Kwik (Hg)5Lood (Pb)300Nikkel (Ni)50Zink (Zn)900
(1) De concentratie geldt voor het metaal en de verbindingen ervan uitgedrukt als metaal.
  (2) Bepaling van de totaalconcentratie aan metalen volgens de methoden, opgenomen in het compendium voor monsterneming en analyse (CMA).
  (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 29-03-2024, p. 38906)
  
MONOCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN
PARAMETERSTOTAALCONCENTRATIE (3) (mg/kg droge stof)
Benzeen1,1
Ethylbenzeen1,1
Styreen1,1
Tolueen1,1
Xyleen1,1
MONOCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFENPARAMETERSTOTAALCONCENTRATIE (3) (mg/kg droge stof)Benzeen1,1Ethylbenzeen1,1Styreen1,1Tolueen1,1Xyleen1,1
(3) Bepaling van de totaalconcentratie aan organische verontreinigingen volgens de methoden, opgenomen in het compendium voor monsterneming en analyse (CMA).
-
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN
PARAMETERSTOTAALCONCENTRATIE (3) (mg/kg droge stof)
Benzo(a)antraceen0,68
Benzo(a)pyreen1,1
Benzo(ghi)peryleen1,1
Benzo(b)fluoranteen2,3
Benzo(k)fluoranteen2,3
Chryseen1,7
Fenantreen0,9
Fluoranteen2,3
Indeno(1,2,3cd)pyreen1,1
Naftaleen2,3
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFENPARAMETERSTOTAALCONCENTRATIE (3) (mg/kg droge stof)Benzo(a)antraceen0,68Benzo(a)pyreen1,1Benzo(ghi)peryleen1,1Benzo(b)fluoranteen2,3Benzo(k)fluoranteen2,3Chryseen1,7Fenantreen0,9Fluoranteen2,3Indeno(1,2,3cd)pyreen1,1Naftaleen2,3
(3) Bepaling van de totaalconcentratie aan organische verontreinigingen volgens de methoden, opgenomen in het compendium voor monsterneming en analyse (CMA).
-
MONOCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN
PARAMETERSTOTAALCONCENTRATIE (3) (mg/kg droge stof)
Monochloorbenzeen0,23
Dichloorbenzeen0,23
Trichloorbenzeen0,23
Tetrachloorbenzeen0,23
Pentachloorbenzeen0,23
Hexachloorbenzeen0,23
1,2-dichloorethaan0,23
Dichloormethaan0,23
Trichloormethaan0,23
Trichlooretheen0,23
Tetrachloormethaan0,23
Tetrachlooretheen0,23
Vinylchloride0,23
1,1,1-trichloorethaan0,23
1,1,2-trichloorethaan0,23
1,1-dichloorethaan0,23
Cis+trans-1,2-dichloorethaan0,23
Hexaan5,5
Heptaan5,5
Octaan5,5
Minerale olie C10-C20560
Minerale olie C20-C405600
Polychloorbifenylen (pcb als som 7 congeneren)0,8
MONOCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFENPARAMETERSTOTAALCONCENTRATIE (3) (mg/kg droge stof)Monochloorbenzeen0,23Dichloorbenzeen0,23Trichloorbenzeen0,23Tetrachloorbenzeen0,23Pentachloorbenzeen0,23Hexachloorbenzeen0,231,2-dichloorethaan0,23Dichloormethaan0,23Trichloormethaan0,23Trichlooretheen0,23Tetrachloormethaan0,23Tetrachlooretheen0,23Vinylchloride0,231,1,1-trichloorethaan0,231,1,2-trichloorethaan0,231,1-dichloorethaan0,23Cis+trans-1,2-dichloorethaan0,23Hexaan5,5Heptaan5,5Octaan5,5Minerale olie C10-C20560Minerale olie C20-C405600Polychloorbifenylen (pcb als som 7 congeneren)0,8
(3) Bepaling van de totaalconcentratie aan organische verontreinigingen volgens de methoden, opgenomen in het compendium voor monsterneming en analyse (CMA).
  BIJLAGE 2.3.1.B SAMENSTELLINGSVOORWAARDEN MAXIMUM GEHALTEN AAN VERONTREINIGDE STOFFEN VOOR GRONDSTOFFEN MET < 2 % DROGE STOF OP DE VERSE STOF
-
METALEN (1)
PARAMETERSTOTAALCONCENTRATIE (2) (mg/kg verse stof)
Arseen (As)3
Cadmium (Cd)0.12
Chroom (Cr)5
Koper (Cu)7.5
Kwik (Hg)0.1
Lood (Pb)6
Nikkel (Ni)1
Zink (Zn)18
METALEN (1)PARAMETERSTOTAALCONCENTRATIE (2) (mg/kg verse stof)Arseen (As)3Cadmium (Cd)0.12Chroom (Cr)5Koper (Cu)7.5Kwik (Hg)0.1Lood (Pb)6Nikkel (Ni)1Zink (Zn)18
(1) De concentratie geldt voor het metaal en de verbindingen ervan uitgedrukt als metaal.
  (2) Bepaling van de totaalconcentratie aan metalen volgens de methoden, opgenomen in het compendium voor monsterneming en analyse (CMA).
-
MONOCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN
PARAMETERSTOTAALCONCENTRATIE (3) (µg/kg verse stof)
Benzeen22
Ethylbenzeen22
Styreen22
Tolueen22
Xyleen22
MONOCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFENPARAMETERSTOTAALCONCENTRATIE (3) (µg/kg verse stof)Benzeen22Ethylbenzeen22Styreen22Tolueen22Xyleen22
(3) Bepaling van de totaalconcentratie aan organische verontreinigingen volgens de methoden, opgenomen in het compendium voor monsterneming en analyse (CMA).
-
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN
PARAMETERSTOTAALCONCENTRATIE (3) (µg/kg verse stof)
Benzo(a)antraceen13.6
Benzo(a)pyreen22
Benzo(ghi)peryleen22
Benzo(b)fluoranteen46
Benzo(k)fluoranteen46
Chryseen34
Fenantreen18
Fluoranteen46
Indeno(1,2,3cd)pyreen22
Naftaleen46
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFENPARAMETERSTOTAALCONCENTRATIE (3) (µg/kg verse stof)Benzo(a)antraceen13.6Benzo(a)pyreen22Benzo(ghi)peryleen22Benzo(b)fluoranteen46Benzo(k)fluoranteen46Chryseen34Fenantreen18Fluoranteen46Indeno(1,2,3cd)pyreen22Naftaleen46
(3) Bepaling van de totaalconcentratie aan organische verontreinigingen volgens de methoden, opgenomen in het compendium voor monsterneming en analyse (CMA).
-
MONOCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN
PARAMETERSTOTAALCONCENTRATIE (3) (µg/kg verse stof)
Monochloorbenzeen4.6
Dichloorbenzeen4.6
Trichloorbenzeen4.6
Tetrachloorbenzeen4.6
Pentachloorbenzeen4.6
Hexachloorbenzeen4.6
1,2-dichloorethaan4.6
Dichloormethaan4.6
Trichloormethaan4.6
Trichlooretheen4.6
Tetrachloormethaan4.6
Tetrachlooretheen4.6
Vinylchloride4.6
1,1,1-trichloorethaan4.6
1,1,2-trichloorethaan4.6
1,1-dichloorethaan4.6
Cis+trans-1,2-dichloorethaan4.6
MONOCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFENPARAMETERSTOTAALCONCENTRATIE (3) (µg/kg verse stof)Monochloorbenzeen4.6Dichloorbenzeen4.6Trichloorbenzeen4.6Tetrachloorbenzeen4.6Pentachloorbenzeen4.6Hexachloorbenzeen4.61,2-dichloorethaan4.6Dichloormethaan4.6Trichloormethaan4.6Trichlooretheen4.6Tetrachloormethaan4.6Tetrachlooretheen4.6Vinylchloride4.61,1,1-trichloorethaan4.61,1,2-trichloorethaan4.61,1-dichloorethaan4.6Cis+trans-1,2-dichloorethaan4.6
(3) Bepaling van de totaalconcentratie aan organische verontreinigingen volgens de methoden, opgenomen in het compendium voor monsterneming en analyse (CMA).
-
OVERIGE ORGANISCHE STOFFEN
PARAMETERSTOTAALCONCENTRATIE (3) (µg/kg verse stof)
Hexaan110
Heptaan110
Octaan110
Polychloorbifenylen (pcb als som 7 congeneren)16
Minerale olie C10-C2011.2 mg/kg verse stof
Minerale olie C20-C40112 mg/kg verse stof
OVERIGE ORGANISCHE STOFFENPARAMETERSTOTAALCONCENTRATIE (3) (µg/kg verse stof)Hexaan110Heptaan110Octaan110Polychloorbifenylen (pcb als som 7 congeneren)16Minerale olie C10-C2011.2 mg/kg verse stofMinerale olie C20-C40112 mg/kg verse stof
(3) Bepaling van de totaalconcentratie aan organische verontreinigingen volgens de methoden, opgenomen in het compendium voor monsterneming en analyse (CMA).
  BIJLAGE 2.3.1.C VOORWAARDEN VOOR GEBRUIK ALS MESTSTOF OF BODEMVERBETEREND MIDDEL, MAXIMAAL TOELAATBARE DOSERING AAN VERONTREINIGENDE STOFFEN
-
METALEN (1)
PARAMETERSDOSERING (g/ha/jaar) (2)
Arseen (As)300
Cadmium (Cd)12
Chroom (Cr)500
Koper (Cu)750
Kwik (Hg)10
Lood (Pb)600
Nikkel (Ni)100
Zink (Zn)1800
METALEN (1)PARAMETERSDOSERING (g/ha/jaar) (2)Arseen (As)300Cadmium (Cd)12Chroom (Cr)500Koper (Cu)750Kwik (Hg)10Lood (Pb)600Nikkel (Ni)100Zink (Zn)1800
(1) De concentratie geldt voor het metaal en de verbindingen ervan, uitgedrukt als metaal.
  (2) Bepaling van de totaalconcentratie aan metalen volgens de methoden, opgenomen in het compendium voor monsterneming en analyse (CMA).
-
MONOCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN
PARAMETERSDOSERING (g/ha/jaar) (3)
Benzeen2,2
Ethylbenzeen2,2
Styreen2,2
Tolueen2,2
Xyleen2,2
MONOCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFENPARAMETERSDOSERING (g/ha/jaar) (3)Benzeen2,2Ethylbenzeen2,2Styreen2,2Tolueen2,2Xyleen2,2
(3) Bepaling van de concentratie aan organische verontreinigingen volgens de methoden, opgenomen in het compendium voor monsterneming en analyse (CMA).
-
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN
PARAMETERSDOSERING (g/ha/jaar) (3)
Benzo(a)antraceen1,36
Benzo(a)pyreen2,2
Benzo(ghi)peryleen2,2
Benzo(b)fluoranteen4,6
Benzo(k)fluoranteen4,6
Chryseen3,4
Fenantreen1,8
Fluoranteen4,6
Indeno(1,2,3cd)pyreen2,2
Naftaleen4,6
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN PARAMETERSDOSERING (g/ha/jaar) (3)Benzo(a)antraceen1,36Benzo(a)pyreen2,2Benzo(ghi)peryleen2,2Benzo(b)fluoranteen4,6Benzo(k)fluoranteen4,6Chryseen3,4Fenantreen1,8Fluoranteen4,6Indeno(1,2,3cd)pyreen2,2Naftaleen4,6
(3) Bepaling van de totaalconcentratie aan organische verontreinigingen volgens de methoden, opgenomen in het compendium voor monsterneming en analyse (CMA).
-
OVERIGE ORGANISCHE STOFFEN
PARAMETERSDOSERING (g/ha/jaar) (3)
Monochloorbenzeen0,46
Dichloorbenzeen0,46
Trichloorbenzeen0,46
Tetrachloorbenzeen0,46
Pentachloorbenzeen0,46
Hexachloorbenzeen0,46
1,2-dichloorethaan0,46
Dichloormethaan0,46
Trichloormethaan0,46
Trichlooretheen0,46
Tetrachloormethaan0,46
Tetrachlooretheen0,46
Vinylchloride0,46
1,1,1-trichloorethaan0,46
1,1,2-trichloorethaan0,46
1,1-dichloorethaan0,46
Cis+trans-1,2-dichloorethaan0,46
Hexaan11
Heptaan11
Octaan11
Minerale olie C10-C201120
Minerale olie C20-C4011200
Polychloorbifenylen (pcb als som 7 congeneren)1,6
OVERIGE ORGANISCHE STOFFENPARAMETERSDOSERING (g/ha/jaar) (3)Monochloorbenzeen0,46Dichloorbenzeen0,46Trichloorbenzeen0,46Tetrachloorbenzeen0,46Pentachloorbenzeen0,46Hexachloorbenzeen0,461,2-dichloorethaan0,46Dichloormethaan0,46Trichloormethaan0,46Trichlooretheen0,46Tetrachloormethaan0,46Tetrachlooretheen0,46Vinylchloride0,461,1,1-trichloorethaan0,461,1,2-trichloorethaan0,461,1-dichloorethaan0,46Cis+trans-1,2-dichloorethaan0,46Hexaan11Heptaan11Octaan11Minerale olie C10-C201120Minerale olie C20-C4011200Polychloorbifenylen (pcb als som 7 congeneren)1,6
(3) Bepaling van de totaalconcentratie aan organische verontreinigingen volgens de methoden, opgenomen in het compendium voor monsterneming en analyse (CMA).
  BIJLAGE 2.3.1.D SPECIFIEKE VOORWAARDEN VOOR GEBRUIK VAN BEHANDELD ZUIVERINGSSLIB ALS MESTSTOF OF BODEMVERBETEREND MIDDEL
  1° BEHANDELING ZUIVERINGSSLIB
  Zuiveringsslib dat bestemd is om overeenkomstig het Materialendecreet en de uitvoeringsbesluiten ervan gebruikt te worden als meststof of als bodemverbeterend middel, moet behandeld worden op één of meer van de volgende wijzen :
  a) een mesofiele anaerobe vergisting bij een temperatuur van 35° C en een gemiddelde verblijftijd van 15 dagen;
  b) een vloeibare opslag bij omgevingstemperatuur als een batch, zonder toevoeging of onttrekking van slib gedurende de opslagperiode van drie maanden. Het aantal Escherichia Coli in het slib moet ten minste met een factor 100 beperkt worden;
  c) een aerobe stabilisatie bij een minimaal gehalte aan opgeloste zuurstof van meer dan 1 ppm. Die stabilisatie kan uitgevoerd worden :
  1) ofwel binnen dezelfde bekkens als de afvalwaterzuivering zelf, bij een slibbelasting < of = 0,06 kg BOD/kg slib/dag of een volumebelasting < of = 0,25 kg BOD/m3/dag;
  2) ofwel in een afzonderlijk daarvoor gereserveerd bekken, bij een hydraulische verblijftijd van 10 dagen;
  d) een toevoeging en menging met kalk tot een homogeen mengsel wordt verkregen met een pH > 12 onmiddellijk na het bekalken; de pH moet gedurende minstens 24 uur groter dan of gelijk aan 12 worden gehouden;
  e) een thermische droging waarbij de temperatuur van de slibdeeltjes hoger is dan 80° C en het watergehalte tot minder dan 10 % beperkt wordt.
  Bij de behandeling worden de relevante procesparameters ten minste dagelijks gemeten. Die meting wordt continu uitgevoerd tenzij dat praktisch niet mogelijk is.
  De OVAM kan andere behandelingstechnieken toestaan als de exploitant aantoont dat het resultaat van de behandeling minstens gelijkwaardig is aan het resultaat van de hierboven vermelde behandelingswijzen. Bij alternatieve behandelingswijzen zijn de bepalingen voor de relevante procesparameters ook van toepassing.
  2° BEMONSTERING BEHANDELD ZUIVERINGSSLIB
  Het zuiveringsslib moet worden bemonsterd na behandeling, maar vóór levering aan de gebruiker, en moet representatief zijn voor het geproduceerde zuiveringsslib.
  3° ANALYSE BEHANDELD ZUIVERINGSSLIB
  Als algemene regel geldt dat behandeld zuiveringsslib ten minste om de zes maanden moet worden geanalyseerd. Als zich veranderingen in de kwaliteit van het behandelde afvalwater voordoen, wordt de frequentie van die analyses verhoogd.
  Onverminderd de parameters, opgesomd in bijlage 2.3.2.B, moeten de volgende parameters worden geanalyseerd :
  a) droge stof;
  b) zuurtegraad;
  c) organische stof;
  d) stikstof;
  e) difosforpentoxide.
  De analyse wordt uitgevoerd volgens methoden, opgenomen in het compendium voor monsterneming en analyse.
  4° BODEMBEMONSTERING
  De te analyseren representatieve monsters worden normaal gezien gemaakt door menging van ten minste 25 afzonderlijke bodemmonsters, genomen uit een homogeen geëxploiteerde oppervlakte van ten hoogste 5 ha. De afzonderlijke monsters moeten worden genomen op een diepte van 25 cm, behalve als de diepte van de ploeglaag geringer is, maar zonder dat de bemonsteringsdiepte in dat geval minder dan 10 cm bedraagt.
  5° BODEMANALYSE
  Bodemmonsters worden geanalyseerd voor de zuurtegraad, arseen, cadmium, chroom, koper, kwik, nikkel, lood, zink. De analyse wordt uitgevoerd volgens methoden, opgenomen in het compendium voor monsterneming en analyse.
  BIJLAGE 2.3.1.E
-
METALEN (1)MAXIMUM CONCENTRATIE IN STANDAARDBODEM (2) (mg/kg droge stof)
Arseen (As) 35
Cadmium (Cd) 1,2
Chroom (Cr) 91
Koper (Cu) 72
Kwik (Hg) 1.5
Lood (Pb) 120
Nikkel (Ni) 56
Zink (Zn) 200
METALEN (1)MAXIMUM CONCENTRATIE IN STANDAARDBODEM (2) (mg/kg droge stof)Arseen (As) 35 Cadmium (Cd) 1,2Chroom (Cr) 91Koper (Cu) 72Kwik (Hg) 1.5Lood (Pb) 120Nikkel (Ni) 56Zink (Zn) 200
(1) De concentratie geldt voor het metaal en de verbindingen ervan uitgedrukt als metaal.
  De totaalconcentratie aan metalen wordt bepaald volgens het compendium voor monsterneming en analyse.
  (2) Standaardbodem bezit een gehalte van 10 % klei op de minerale bestanddelen en een gehalte van 2 % organisch materiaal op de luchtdroge bodem.
  De maximumconcentratie in de bodem waarop nog behandeld zuiveringsslib gebruikt mag worden, is voor arseen, cadmium, koper en zink afhankelijk van de kenmerken van de bodem. De voormelde maximumconcentraties worden omgerekend naar de gemeten gehalten aan klei en/of organisch materiaal en/of pH-KCl in een representatief staal van de ontvangende bodem.
  De omrekening voor arseen, cadmium, koper en zink wordt gemaakt op basis van de formules voor richtwaarden bodemkwaliteit, zoals opgenomen in bijlage II van het VLAREBO.
  De omrekening voor koper wordt gemaakt met de volgende beperking van de randvoorwaarden :
  1° als het gehalte klei hoger is dan 20 %, dan wordt gerekend met een verondersteld gehalte aan klei van 20 %;
  2° als het gehalte organische materiaal hoger is dan 5 %, dan wordt gerekend met een verondersteld gehalte organisch materiaal van 5 %;
  3° als de pH-KCl hoger is dan 6.5, dan wordt gerekend met een veronderstelde pH-KCl van 6.5.
  De omrekening voor zink wordt gemaakt met de volgende beperking van de randvoorwaarden :
  1° als het gehalte klei hoger is dan 14 %, dan wordt gerekend met een verondersteld gehalte aan klei van 14 %;
  2° als het gehalte organische materiaal hoger is dan 3 %, dan wordt gerekend met een verondersteld gehalte organisch materiaal van 3 %;
  3° als de pH-KCl hoger is dan 5, dan wordt gerekend met een veronderstelde pH-KCl van 5.
  Gewijzigd door:
  
-
Art. N4. BIJLAGE 2.3.2. VOORWAARDEN INZAKE SAMENSTELLING VOOR GEBRUIK ALS BOUWSTOF
  BIJLAGE 2.3.2.A VOORWAARDEN VOOR GEBRUIK ALS BOUWSTOF
  [1 ...]1(1) De concentratie geldt voor het metaal en de verbindingen ervan, uitgedrukt als metaal.
  (2) De bepaling van de totaalconcentratie aan metalen volgens de methoden, opgenomen in het compendium voor monsterneming en analyse (CMA).
  [1 ...]1(3) Bepaling van de totaalconcentratie aan organische verontreinigingen volgens de methoden, opgenomen in het compendium voor monsterneming en analyse (CMA).
Art. N5. ANNEXE 2.3.4. [2 ...]2
  (2)
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN
PARAMETERSTOTAALCONCENTRATIE (3) in mg/kg droge stof
Benzo(a)antraceen35
Benzo(a)pyreen8,5
Benzo(ghi)peryleen35
Benzo(b)fluoranteen55
Benzo(k)fluoranteen55
Chryseen400
Fenantreen30
Fluoranteen40
Indeno(1,2,3cd)pyreen35
Naftaleen20
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFENPARAMETERSTOTAALCONCENTRATIE (3) in mg/kg droge stofBenzo(a)antraceen35Benzo(a)pyreen8,5Benzo(ghi)peryleen35Benzo(b)fluoranteen55Benzo(k)fluoranteen55Chryseen400Fenantreen30Fluoranteen40Indeno(1,2,3cd)pyreen35Naftaleen20
(3) Bepaling van de totaalconcentratie aan organische verontreinigingen volgens de methoden, opgenomen in het compendium voor monsterneming en analyse (CMA).
  [1 ...]1(3) Bepaling van de totaalconcentratie aan organische verontreinigingen volgens de methoden, opgenomen in het compendium voor monsterneming en analyse (CMA).
  BIJLAGE 2.3.2.B VOORWAARDEN VOOR GEBRUIK ALS NIET-VORMGEGEVEN BOUWSTOF
  [2 (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 29-03-2024, p. 38841)]2
  BIJLAGE 2.3.2.C IMMISSIEGRENSWAARDEN VOOR BODEM
  [3 ...]3
  [4 BIJLAGE 2.3.3
  (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 29-03-2024, p. 38841)]4
-
Art. N5. BIJLAGE 2.3.4. [2 ...]2
  BIJLAGE 2.3.4.A [2 ...]2
  BIJLAGE 2.3.4.C[2 ...]2.
  
Art. N6. ANNEXE 2.3.5. PROCESSUS METALLURGIQUE POUR METAUX NON FERREUX
  Un processus de production métallurgique vise à exploiter et à raffiner des métaux non ferreux et liaisons de métaux non ferreux à partir de matières par le biais de processus chimiques. Une distinction est opérée entre :
  - la pyrométallurgie: les réactions de processus se déroulent à température augmentée. Par fusion, calcination, frittage, oxydation, réduction et volatilisation, les composants présents dans les matières sont convertis en d'autres composants moyennant des réactions chimiques.
  - l'hydrométallurgie: les réactions de processus se déroulent dans un milieu aqueux. Par lixiviation, précipitation, cimentation, évaporation, échange d'ions, extraction de solvants et techniques de membrane, les composants présents dans les matières sont convertis en d'autres composants moyennant des réactions chimiques.
  - l'électrochimie : les réactions de processus se déroulent dans un milieu aqueux ou des sels dissous. A cet effet, le courant électrique assure des réactions de réduction au niveau de la cathode et de réactions d'oxydation au niveau de l'anode.
  Les matières qui se créent dans le cadre de processus d'épuration à des fins de technique de l'environnement ou pour des matières qui sont passées par une phase d'utilisation sont censées provenir d'un processus de production métallurgique.
Art. N6. BIJLAGE 2.3.5. METALLURGISCH PRODUCTIEPROCES VOOR NON-FERROMETALEN
  Een metallurgisch productieproces beoogt het winnen en raffineren van non-ferrometalen en non-ferrometaalverbindingen uit materialen door middel van chemische processen. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen :
  - pyrometallurgie : de procesreacties verlopen bij verhoogde temperatuur. Door smelten, roosten, sinteren, oxideren, reduceren en vervluchtigen worden de in de materialen aanwezige componenten door chemische reacties omgezet in andere componenten.
  - hydrometallurgie : de procesreacties verlopen in een waterig milieu. Door o.a. loging, precipitatie, cementatie, indamping, ionenwisseling, solventextractie en membraantechnieken worden de in de materialen aanwezige componenten door chemische reacties omgezet in andere componenten.
  - elektrochemie : de procesreacties verlopen in een waterig milieu of in gesmolten zouten, waarbij elektrische stroom zorgt voor reductiereacties aan de kathode en voor oxidatiereacties aan de anode.
  Materialen die ontstaan in zuiveringsprocessen voor milieutechnische doeleinden of voor materialen die een gebruiksfase hebben doorlopen, worden verondersteld niet voort te komen uit een metallurgisch productieproces.
Art. N7. ANNEXE 2.3.6. PROCESSUS METALLURGIQUE POUR METAUX FERREUX
  Un processus métallurgique pour métaux ferreux vise à exploiter et à raffiner des métaux ferreux et alliages ferreux de matières par le biais de la pyrométallurgie. Les réactions de processus se déroulent à température augmentée. Par fusion, calcination, frittage, oxydation, réduction et volatilisation, les composants présents dans les matières sont convertis en d'autres composants moyennant des réactions chimiques.
  Les matières qui se créent dans le cadre de processus d'épuration à des fins de technique de l'environnement pour des matières qui sont passées par une phase d'utilisation sont censées provenir d'un processus de production métallurgique.
Art. N7. BIJLAGE 2.3.6. METALLURGISCH PRODUCTIEPROCES VOOR FERROMETALEN
  Een metallurgisch proces voor ferrometalen beoogt het winnen en raffineren van ferrometalen en ferrolegeringen uit materialen via pyrometallurgie. De procesreacties verlopen bij verhoogde temperatuur. Door smelten, roosten, sinteren, oxideren en reduceren en vervluchtigen worden de in de materialen aanwezige componenten door chemische reacties omgezet in andere componenten.
  Materialen die ontstaan in zuiveringsprocessen voor milieutechnische doeleinden of voor materialen die een gebruiksfase hebben doorlopen, worden verondersteld niet voort te komen uit een metallurgisch proces.
Art. N8. ANNEXE 3.4.6. HUILES USAGEES QUI RELEVENT DU CHAMP D'APPLICATION DE L'OBLIGATION D'ACCEPTATION
  Dans le cadre de l'obligation d'acceptation, par huiles usées, en référence à la liste des déchets reprise à l'annexe 2.1, il faut entendre les déchets suivants.
-
CODEDESCRIPTION
08 03 19*huiles dispersées
12 01 06*huiles d'usinage à base minérale contenant des halogènes (pas sous forme d'émulsions ou de solutions)
12 01 07*huiles d'usinage à base minérale sans halogènes (pas sous forme d'émulsions ou de solutions)
12 01 08*émulsions et solutions d'usinage contenant des halogènes
12 01 09*émulsions et solutions d'usinage sans halogènes
12 01 10*huiles d'usinage de synthèse
12 01 19*huiles d'usinage facilement biodégradables
13 01 04*autres huiles hydrauliques chlorées (émulsions)
13 01 05*huiles hydrauliques non chlorées (émulsions)
13 01 09*huiles hydrauliques chlorées à base minérale
13 01 10*huiles hydrauliques non chlorées à base minérale
13 01 11*huiles hydrauliques synthétiques
13 01 12*huiles hydrauliques facilement biodégradables
13 01 13*autres huiles hydrauliques
13 02 04*huiles moteur, de boîte de vitesses et de lubrification chlorées à base minérale
13 02 05*huiles moteur, de boîte de vitesses et de lubrification non chlorées à base minérale
13 02 06*huiles moteur, de boîte de vitesses et de lubrification synthétiques
13 02 07*huiles moteur, de boîte de vitesses et de lubrification facilement biodégradables
13 02 08*autres huiles moteur, de boîte de vitesses et de lubrification
13 03 06*huiles isolantes et fluides caloporteurs chlorés à base minérale autres que ceux visés à la rubrique 13 03 01
13 03 07*huiles isolantes et fluides caloporteurs non chlorés à base minérale
13 03 08*huiles isolantes et fluides caloporteurs synthétiques
13 03 09*huiles isolantes et fluides caloporteurs facilement biodégradables
13 03 10*autres huiles isolantes et fluides caloporteurs
13 08 02*autres émulsions
13 08 99*huiles usagées non spécifiées ailleurs
20 01 26*huiles et matières grasses autres que celles visées à la rubrique 20 01 25
CODEDESCRIPTION08 03 19*huiles dispersées 12 01 06*huiles d'usinage à base minérale contenant des halogènes (pas sous forme d'émulsions ou de solutions) 12 01 07*huiles d'usinage à base minérale sans halogènes (pas sous forme d'émulsions ou de solutions) 12 01 08*émulsions et solutions d'usinage contenant des halogènes 12 01 09*émulsions et solutions d'usinage sans halogènes 12 01 10*huiles d'usinage de synthèse 12 01 19*huiles d'usinage facilement biodégradables 13 01 04*autres huiles hydrauliques chlorées (émulsions) 13 01 05*huiles hydrauliques non chlorées (émulsions) 13 01 09*huiles hydrauliques chlorées à base minérale 13 01 10*huiles hydrauliques non chlorées à base minérale 13 01 11*huiles hydrauliques synthétiques 13 01 12*huiles hydrauliques facilement biodégradables 13 01 13*autres huiles hydrauliques 13 02 04*huiles moteur, de boîte de vitesses et de lubrification chlorées à base minérale 13 02 05*huiles moteur, de boîte de vitesses et de lubrification non chlorées à base minérale 13 02 06*huiles moteur, de boîte de vitesses et de lubrification synthétiques 13 02 07*huiles moteur, de boîte de vitesses et de lubrification facilement biodégradables 13 02 08*autres huiles moteur, de boîte de vitesses et de lubrification 13 03 06*huiles isolantes et fluides caloporteurs chlorés à base minérale autres que ceux visés à la rubrique 13 03 01 13 03 07*huiles isolantes et fluides caloporteurs non chlorés à base minérale 13 03 08*huiles isolantes et fluides caloporteurs synthétiques 13 03 09*huiles isolantes et fluides caloporteurs facilement biodégradables 13 03 10*autres huiles isolantes et fluides caloporteurs 13 08 02*autres émulsions 13 08 99*huiles usagées non spécifiées ailleurs 20 01 26*huiles et matières grasses autres que celles visées à la rubrique 20 01 25
Les déchets mentionnés ci-dessus, qui se créent durant l'exploitation normale d'un navire et pour lesquels une redevance a déjà été payée eu égard à une autre législation internationale ne relèvent pas du champ d'application de l'obligation d'acceptation.
Art. N8. BIJLAGE 3.4.6. [1 AFVALOLIE]1 DIE ONDER HET TOEPASSINGSGEBIED VAN DE AANVAARDINGSPLICHT VALT
  In het kader van de aanvaardingsplicht moeten onder het begrip [1 afvalolie]1, onder verwijzing naar de lijst van afvalstoffen in bijlage 2.1, de onderstaande afvalstoffen worden verstaan.
Art. N9. ANNEXE 5.1.4. TARIFS D'APPLICATION A LA COLLECTE ET AU TRAITEMENT DE DECHETS MENAGERS
  Les administrations locales appliquent trois formes de tarifs :
  - la contribution variable (entre autres, des rétributions);
  - la taxe forfaitaire sur les déchets;
  - les moyens généraux des administrations locales.
  La fourchette appliquée ci-dessous concernant les montants maxima et minima concerne la contribution variable de la tarification des fractions ci-dessous. Les montants minima et maxima suivants s'appliquent :
CODE OMSCHRIJVING
08 03 19*dispersieolie
12 01 06*halogeenhoudende minerale machineolie (exclusief emulsies en oplossingen)
12 01 07*halogeenvrije minerale machineolie (exclusief emulsies en oplossingen)
12 01 08*halogeenhoudende emulsies en oplossingen voor machinale bewerking
12 01 09*halogeenvrije emulsies en oplossingen voor machinale bewerking
12 01 10*synthetische machineolie
12 01 19*biologisch gemakkelijk afbreekbare machineolie
13 01 04*gechloreerde emulsies
13 01 05*niet-gechloreerde emulsies
13 01 09*gechloreerde minerale hydraulische olie
13 01 10*niet-gechloreerde minerale hydraulische olie
13 01 11*synthetische hydraulische olie
13 01 12*biologisch gemakkelijk afbreekbare hydraulische olie
13 01 13*overige hydraulische olie
13 02 04*gechloreerde minerale motor-, transmissie- en smeerolie
13 02 05*niet-gechloreerde minerale motor-, transmissie- en smeerolie
13 02 06*synthetische motor-, transmissie- en smeerolie
13 02 07*biologisch gemakkelijk afbreekbare motor-, transmissie- en smeerolie
13 02 08*overige motor-, transmissie- en smeerolie
13 03 06*niet onder 13 03 01 vallende gechloreerde minerale olie voor isolatie en warmteoverdracht
13 03 07*niet-gechloreerde minerale olie voor isolatie en warmteoverdracht
13 03 08*synthetische olie voor isolatie en warmteoverdracht
13 03 09*biologisch gemakkelijk afbreekbare olie voor isolatie en warmteoverdracht
13 03 10*overige olie voor isolatie en warmteoverdracht
13 08 02*overige emulsies
13 08 99*niet elders vermeld olieafval
20 01 26*niet onder 20 01 25 vallende oliën en vetten
CODE OMSCHRIJVING08 03 19*dispersieolie12 01 06*halogeenhoudende minerale machineolie (exclusief emulsies en oplossingen)12 01 07*halogeenvrije minerale machineolie (exclusief emulsies en oplossingen)12 01 08*halogeenhoudende emulsies en oplossingen voor machinale bewerking12 01 09*halogeenvrije emulsies en oplossingen voor machinale bewerking12 01 10*synthetische machineolie12 01 19*biologisch gemakkelijk afbreekbare machineolie13 01 04*gechloreerde emulsies13 01 05*niet-gechloreerde emulsies13 01 09*gechloreerde minerale hydraulische olie13 01 10*niet-gechloreerde minerale hydraulische olie13 01 11*synthetische hydraulische olie13 01 12*biologisch gemakkelijk afbreekbare hydraulische olie13 01 13*overige hydraulische olie13 02 04*gechloreerde minerale motor-, transmissie- en smeerolie13 02 05*niet-gechloreerde minerale motor-, transmissie- en smeerolie13 02 06*synthetische motor-, transmissie- en smeerolie13 02 07*biologisch gemakkelijk afbreekbare motor-, transmissie- en smeerolie13 02 08*overige motor-, transmissie- en smeerolie13 03 06*niet onder 13 03 01 vallende gechloreerde minerale olie voor isolatie en warmteoverdracht13 03 07*niet-gechloreerde minerale olie voor isolatie en warmteoverdracht13 03 08*synthetische olie voor isolatie en warmteoverdracht13 03 09*biologisch gemakkelijk afbreekbare olie voor isolatie en warmteoverdracht13 03 10*overige olie voor isolatie en warmteoverdracht13 08 02*overige emulsies13 08 99*niet elders vermeld olieafval20 01 26*niet onder 20 01 25 vallende oliën en vetten
Voornoemde afvalstoffen, die ontstaan tijdens de normale bedrijfsvoering van een schip, en waarvoor reeds een bijdrage betaald wordt omwille van andere internationale wetgeving, vallen niet onder het toepassingsgebied van de aanvaardingsplicht.
  
Fraction méthode d'apportVariable minimaleVariable maximale
débris de pierres purs sans risque0 euro/kg0.03 euro/kg
[1 déchets ménagers0,1 euro/kg0,3 euro/kg]1
pour l'environnement encombrants0,02 euro/kg0,3 euro/kg
Fraction méthode d'enlèvement  
déchets ménagers0,1 euro/kg0,3 euro/kg
encombrants0,05 euro/kg0,6 euro/kg
(1)<AGF 2016-09-23/04, art. 49, 009; En vigueur : 16-12-2016>
Fraction méthode d'apportVariable minimaleVariable maximaledébris de pierres purs sans risque0 euro/kg0.03 euro/kg[1 déchets ménagers0,1 euro/kg0,3 euro/kg]1pour l'environnement encombrants0,02 euro/kg0,3 euro/kgFraction méthode d'enlèvementdéchets ménagers0,1 euro/kg0,3 euro/kgencombrants0,05 euro/kg0,6 euro/kg(1)
Conversion de kg en l de déchets ménagers
  1 sac à ordures de 60 l = 7,5 kg
  1 récipient de 120 l = 15,0 kg
  Conversion de kg en m3 d'encombrants
  1 m3 = 200 kg
Art. N9. BIJLAGE 5.1.4. TARIEVEN VOOR INZAMELING EN VERWERKING HUISHOUDELIJKE AFVALSTOFFEN
  De lokale besturen hanteren drie vormen van tarieven :
  - de variabele invulling (onder meer retributies);
  - de forfaitaire afvalbelasting;
  - de algemene middelen van de lokale besturen.
  De hieronder gehanteerde vork van minima- en maximabedragen betreft de variabele invulling van de tarifering van onderstaande fracties. De volgende minima- en maximabedragen van toepassing :
Art. N10. ANNEXE 5.2.3. DECHETS MEDICAUX
  ANNEXE 5.2.3.A LISTE DES DECHETS MEDICAUX
  Déchets médicaux à risque
  1.1. Déchets provenant du traitement médical de personnes et d'animaux contaminés par une maladie dont la méthode de transmission n'est pas connue, entre autres fièvre Lassa, fièvre Ebola, fièvre Marburg, organismes génétiquement modifiés, ou dont la transmission est possible par le biais des déchets, entre autres l'anthrax
  1.2. Déchets de laboratoire contaminés par un virus et/ou une bactérie et qui n'ont pas été autoclavés sous la responsabilité du détenteur
  1.3. Tout le sang et les dérivés du sang.
  1.4. Tous les objets pointus.
  1.5. Cytostatique et tous les déchets des traitements cytostatiques.
  1.6. Reins artificiels de patients contaminés par une des maladies mentionnées au point 1.1.
  1.7. Déchets anatomiques, déchets pathologiques, parties d'organes ou de membres provenant d'opérations chirurgicales et obstétriques, à l'exception des parties organiques destinées à la transplantation ou à la récupération.
  Déchets médicaux ne comportant pas de risques :
  2.1. Pansements, mouchoirs en papier, articles jetables, alèses, draps y compris les draps d'opération, vêtements, gants, tabliers, masques, bonnets, alèses d'opérations jetables utilisés ou non, y compris ceux peu tâchés de sang et/ou de liquides corporels.
  2.2. Liquides corporels à l'exception du sang et de ses dérivés.
  2.3. Cathéters.
  2.4. Poches de sang vides.
  2.5. Sondes.
  2.6. Seringues sans aiguille.
  2.7. Perfusions vides et conduites de perfusions.
  2.8. Déchets de plâtre et déchets de plâtres en plastique.
  ANNEXE 5.2.3.B LOGO DE DECHETS MEDICAUX A RISQUE
Fractie brengmethodeminimum variabelmaximum variabel
zuiver steenpuin zonder milieurisico0 euro/kg0,03 euro/kg
[1 huisvuil0,1 euro/kg0,3 euro/kg]1
grofvuil0,02 euro/kg0,3 euro/kg
Fractie haalmethode  
huisvuil0,1 euro/kg0,3 euro/kg
grofvuil0,05 euro/kg0,6 euro/kg
(1)<BVR 2016-09-23/04, art. 49, 009; Inwerkingtreding : 16-12-2016>
Fractie brengmethodeminimum variabelmaximum variabelzuiver steenpuin zonder milieurisico0 euro/kg0,03 euro/kg[1 huisvuil0,1 euro/kg0,3 euro/kg]1grofvuil0,02 euro/kg0,3 euro/kgFractie haalmethodehuisvuil0,1 euro/kg0,3 euro/kggrofvuil0,05 euro/kg0,6 euro/kg(1)
Omrekening van kg naar l huisvuil
  1 huisvuilzak van 60 l = 7,5 kg
  1 recipiënt van 120 l = 15,0 kg
  Omrekening van kg naar m3 grofvuil
  1 m3 = 200 kg
  (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 23-05-2012, p. 29845)
-
  [1 Annexe 5.2.3.C. - Liste des déchets médicaux à risque qui ne sont pas éligibles à la décontamination :
   1° les parties de corps et organes qui sont infectés d'une maladie infectieuse dont le mécanisme de contamination n'est pas connu;
   2° substances dangereuses;
   3° produits chimiques à base de substances dangereuses ou contenant des produits chimiques [2 tels que visés dans le règlement CLP]2;
   4° médicaments cytotoxiques ou cytostatiques qui sont encore radio-actifs.
   Tous les déchets qui sont libérés pendant une augmentation délibérée d'une recherche médicale, indépendamment de l'origine ou le type de contamination dont l'utilisation est limitée suivant le niveau de confinement 3 ou 4, doivent être rendus inactifs dans l'espace d'émergence, tel que décrit dans les conditions sectorielles des établissements [2 classés dans la rubrique 51 de la liste de classification visée à l'article 5.2.1, § 1er, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement]2.]1

  
Art. N10. BIJLAGE 5.2.3. MEDISCHE AFVALSTOFFEN
  BIJLAGE 5.2.3.A LIJST VAN HET MEDISCHE AFVAL
  Risicohoudend medisch afval
  1.1. Afval afkomstig van de geneeskundige behandeling van mensen en dieren besmet met een ziekte waarvan de wijze van overdracht niet bekend is, onder meer lassa-, ebola-, marburgkoorts, genetisch gemodificeerde organismen, of waarvan de overdracht via afval mogelijk is, onder meer anthrax.
  1.2. Afval van laboratoria dat viraal en/of bacterieel besmet is en dat niet onder verantwoordelijkheid van de houder werd geautoclaveerd.
  1.3. Alle bloed en bloedderivaten.
  1.4. Alle scherpe voorwerpen.
  1.5. Cytostatica en alle afval van cytostatica behandelingen.
  1.6. Kunstnieren van patiënten, besmet met één van de ziekten, vermeld in punt 1.1.
  1.7. Anatomisch afval, pathologisch afval, orgaandelen of delen van ledematen die bij operatieve en obstetrische ingrepen vrijkomen, met uitzondering van de organische delen, bestemd voor transplantatie of recuperatie.
  Niet-risicohoudend medisch afval
  2.1. Verbanden, tissues, disposables, onderleggers, lakens met inbegrip van operatielakens, gebruikte al dan niet wegwerpoperatiekledij, -handschoenen, -schorten, -maskers, -mutsen, onderleggers met inbegrip van die met kleine hoeveelheden bloed en/of lichaamsvochten in geabsorbeerde toestand.
  2.2. Lichaamsvochten, met uitzondering van bloed en zijn derivaten.
  2.3. Katheters.
  2.4. Lege bloedzakken.
  2.5. Sondes.
  2.6. Spuiten zonder naald.
  2.7. Lege infusen en infuusleidingen.
  2.8. Gipsafval en afval van kunststofgipsen.
  BIJLAGE 5.2.3.B LOGO RISICOHOUDEND MEDISCH AFVAL
Art. N11. ANNEXE 5.2.4. [1 DONNEES SUR LE CERTIFICAT DE DEMOLITION D'UN VEHICULE
   Le certificat de démolition d'une véhicule mis au rebut comprend au moins les données suivantes :
   1° les données du centre agréé d'un véhicule mis au rebut en vue de la dépollution, le démantèlement et la démolition de véhicules mis au rebut :
   a) nom;
   b) les prénom et nom du chef d'entreprise responsable;
   c) adresse.
   2° les données [2 du permis d'environnement pour l'exploitation de l'établissement classé ou de l'activité classée]2 :
   a) le nom de l'autorité;
   b) adresse;
   c) numéro [2 du permis d'environnement pour l'exploitation de l'établissement classé ou de l'activité classée]2;
   d) la date du début [2 du permis d'environnement pour l'exploitation de l'établissement classé ou de l'activité classée]2;
   e) la durée de validité l'autorisation écologique;
   3° Les données de l'agrément du centre agréé d'un véhicule mis au rebut en vue de la dépollution, le démantèlement et la démolition de véhicules mis au rebut :
   a) le nom de l'autorité;
   b) adresse;
   c) le numéro de l'agrément comme centre de dépollution, de démantèlement et de démolition de véhicules mis au rebut;
   d) la date de début de l'agrément comme centre de dépollution, de démantèlement et de démolition de véhicules mis au rebut;
   e) la durée de validité de l'agrément comme centre de dépollution, de démantèlement et de démolition de véhicules mis au rebut;
   4° les données du véhicule :
   a) marque;
   b) type;
   c) catégorie : M1 ou N1;
   d) numéro du châssis;
   e) code du pays si connu;
   f) plaque d'immatriculation, si connue;
   5° Les données du dernier titulaire et/ou propriétaire qui a délivré le véhicule mis au rebut au centre agréé de dépollution, de démantèlement et de démolition de véhicules mis au rebut :
   a) prénom et nom;
   b) adresse;
   c) nationalité;
   d) signature.
   6° La date de délivrance du certificat de démolition.
   7° Une déclaration du chef d'entreprise que le centre agréé cité de dépollution, de démantèlement et de démolition de véhicules mis au rebut a traité et démoli le véhicule en question suivant les règles environnementales légales en vigueur et que l'immatriculation du véhicule, si cette dernière accompagnait le véhicule, a été détruite, avec la signature du chef d'entreprise responsable.]1

  
  (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 23-05-2012, p. 29725)
-
  [1 Bijlage 5.2.3.C - Lijst van de risicohoudende medische afvalstoffen die niet in aanmerking komen voor decontaminatie :
   1° lichaamsdelen en organen die geïnfecteerd zijn met een infectieziekte waarbij het overdrachtmechanisme onbekend is;
   2° gevaarlijke stoffen;
   3° chemicaliën die uit gevaarlijke stoffen bestaan of die chemicaliën bevatten [2 als vermeld in de CLP-verordening]2;
   4° cytotoxische en cytostatische geneesmiddelen die nog radioactief zijn.
   Al het afval dat vrijkomt bij bewuste vermeerdering van medisch onderzoek, ongeacht herkomst of soort besmetting waarvan het gebruik ingeperkt is volgens inperkingsniveau 3 of 4, moet in de ruimte van ontstaan geïnactiveerd worden, zoals beschreven in de sectorale voorwaarden voor inrichtingen, [2 ingedeeld in rubriek 51 van de indelingslijst, vermeld in artikel 5.2.1, § 1, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid]2.]1

  
-
Art. N11. BIJLAGE 5.2.4. [1 GEGEVENS OP HET CERTIFICAAT VAN VERNIETIGING VAN EEN VOERTUIG
   Het certificaat van vernietiging van een afgedankt voertuig bevat minstens de volgende gegevens :
   1° De gegevens van het erkend centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen :
   a) naam;
   b) voor- en achternaam van de verantwoordelijke zaakvoerder;
   c) adres.
   2° De gegevens van de [2 omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit]2 :
   a) naam van de autoriteit;
   b) adres;
   c) nummer van de [2 omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit]2;
   d) aanvangsdatum van de [2 omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit]2;
   e) geldigheidsduur van de [2 omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit]2.
   3° De gegevens van de erkenning als centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen :
   a) naam van de autoriteit;
   b) adres;
   c) nummer van de erkenning als centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen;
   d) aanvangsdatum van de erkenning als centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen;
   e) geldigheidsduur van de erkenning als centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen.
   4° De gegevens van het voertuig :
   a) merk;
   b) type;
   c) categorie : M1 of N1;
   d) chassisnummer;
   e) landcode indien gekend;
   f) nummerplaat indien gekend.
   5° De gegevens van de laatste houder en/of eigenaar die het afgedankte voertuig aan het erkende centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen heeft aangeleverd :
   a) voor- en achternaam;
   b) adres;
   c) nationaliteit;
   d) handtekening.
   6° Datum van afgifte van het certificaat van vernietiging.
   7° Een verklaring van de verantwoordelijke zaakvoerder dat het genoemde erkende centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen het vermelde voertuig volgens de geldende wettelijke milieuregels heeft verwerkt en vernietigd en dat het inschrijvingsbewijs van het voertuig, indien dit het voertuig vergezelde, vernietigd werd, met de gedateerde handtekening van de verantwoordelijke zaakvoerder.]1

  
Art. N12. [1 ANNEXE 5.2.10.A. NOTIFICATION DE DECHETS DE NAVIRE ET DE RESIDUS DE CHARGEMENT]1
-
  [2 ANNEXE 5.2.10.B MODE DE CALCUL DE LA REDEVANCE DANS LE SYSTEME DE RECOUVREMENT DES FRAIS]2
-
  (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 17-08-2021, p. 85475)
  
Art. N12. [1 BIJLAGE 5.2.10.A.AANMELDING VAN SCHEEPSAFVAL EN LADINGRESIDUEN]1
Art. N12 bis. [1 Annexe 5.2.10.C]1
  [2 BIJLAGE 5.2.10.B BEREKENINGSWIJZE BIJDRAGE KOSTENDEKKINGSSYSTEEM]2
  (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 17-08-2021, p. 85475)
  
  (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 17-08-2021, p. 85415)
  
-
Art. N12 bis.[1 Bijlage 5.2.10.C]1
Art. N12 ter. [1 Annexe 5.2.10.D]1
  (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 17-08-2021, p. 85415)
  [2 bijlage 5.2.15]2
  [2 (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 29-03-2024, p. 38841)]2
  
  (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 17-08-2021, p. 85475)
  
Art. N12 ter. [1 Bijlage 5.2.10.D]1
Art. N12 quater. [1 Annexe 5.2.15]1
  (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 17-08-2021, p. 85415)
  
  (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 29-03-2024, p. 38906)
  
Art. N13. BIJLAGE 10.4[1 ...]1
  [1 ...]1
  
Art. N13. ANNEXE 10.4 [1 ...]1
  
Art. N14. BIJLAGE 10.7. BIJLAGE VIII BIJ HET HANDHAVINGSBESLUIT
  Bijlage VIII bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en tot wijziging van diverse andere besluiten
  Bijlage VIII. Lijst van milieu-inbreuken, in uitvoering van de artikelen 16.1.2, 1°, f) en 16.4.27, derde lid, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid
  Artikel 1. Enig artikel Het niet voldoen aan of het geen gevolg geven aan de onderstaande wettelijke verplichtingen, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, wordt beschouwd als een milieu-inbreuk :
Art. N14. ANNEXE 10,7 ANNEXE VIII A L'ARRETE DE MAINTIEN
  Annexe VIII à l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 décembre 2008 portant exécution du titre XVI du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement et modifiant divers autres arrêtés
  Annexe VIII Liste des infractions environnementales, en exécution de l'article 16.1.2, 1°, f), et de l'article 16.4.27, alinéa trois, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement.
  Article 1. Article unique. Le non-respect des obligations légales mentionnés ci-après, telles que visées à l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2012 fixant le règlement flamand relatif à la prévention et à la gestion des déchets, sera considéré comme une infraction environnementale :
ArtikelWettelijke verplichting
3.2.1.1, § 6Het gedeelte van de kostprijs van een product dat wordt doorgerekend om de kosten te dekken die verbonden zijn aan de uitvoering van de aanvaardingsplicht, moet zichtbaar worden vermeld op de factuur, tenzij het anders is bepaald in dit besluit, in de milieubeleidsovereenkomst of in het individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan.
3.2.1.1, § 7De eindverkoper van producten waarvoor de aanvaardingsplicht geldt, moet op een duidelijk zichtbare plaats in elk van zijn verkooppunten een bericht aanbrengen waarop onder de titel ''AANVAARDINGSPLICHT'' is aangegeven op welke wijze hij voldoet aan de bepalingen van dit besluit en op welke wijze de koper zich kan ontdoen van zijn afgedankte product. Ook bij verkoop buiten een verkoopsruimte moet de consument daarover geïnformeerd worden.
3.2.1.2, § 1De wijze waarop aan de aanvaardingsplicht wordt voldaan, wordt vastgelegd in een van de volgende documenten : 1° een individueel afvalpreventie- en afvalbeheerplan dat door de producenten ter goedkeuring aan de OVAM wordt voorgelegd volgens de voorwaarden, vermeld in paragraaf 2 en onderafdeling 3.2.3; 2° een milieubeleidsovereenkomst als vermeld in het decreet van 15 juni 1994 betreffende de milieubeleidsovereenkomsten volgens de voorwaarden, vermeld in paragraaf 2 en onderafdeling 3.2.2.
3.2.1.2, § 2, eerste lidHet individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan of de milieubeleidsovereenkomst bevat in elk geval : 1° maatregelen voor de kwalitatieve en kwantitatieve preventie en het hergebruik; 2° maatregelen voor de selectieve inzameling van de afvalstoffen; 3° maatregelen voor de optimale verwerking van de afvalstoffen; 4° maatregelen voor een goede registratie van de afvalstoffenstromen en onderbouwing van het behalen van de doelstellingen; 5° maatregelen voor de vergoeding van de rechtspersonen van publiek recht, van de kringloopcentra of van andere inzamelplaatsen; 6° maatregelen voor de sensibilisering van de diverse doelgroepen; 7° maatregelen voor eigen controlesystemen op de maatregelen, vermeld in 1° tot en met 6° ; 8° bepalingen over de rapportering aan de OVAM met betrekking tot alle maatregelen, vermeld in 1° tot en met 7° ; 9° maatregelen voor de financiering van de inzameling en de verwerking.
3.2.1.2, § 2, derde lidVoor huishoudelijke afvalstoffen bevat het individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan of de milieubeleidsovereenkomst bovendien een financiële zekerheid die overeenstemt met de geschatte kosten voor het overnemen door het Vlaamse Gewest van de aanvaardingsplicht gedurende zes maanden. In een milieubeleidsovereenkomst kunnen andere zekerheden overeengekomen worden om de voortgang van de verbintenissen uit de overeenkomst te garanderen.
3.2.1.3, § 1De producent waarvoor de aanvaardingsplicht geldt, moet jaarlijks rapporteren aan de OVAM over de wijze waarop hij uitvoering geeft aan de aanvaardingsplicht. De producent kan een organisatie aanduiden om de rapportage uit te voeren. Voor de rapportering geldt dat : 1° de cijfergegevens die in het kader van de aanvaardingsplicht aan de OVAM worden verstrekt, worden gevalideerd door een onafhankelijke keuringsinstelling;
  2° de cijfergegevens van inzamelaars, afvalstoffenhandelaars of -makelaars en verwerkers die in het kader van de aanvaardingsplicht aan het beheersorganisme of de producent worden geleverd, worden gevalideerd door een onafhankelijke keuringsinstelling;
  3° de cijfergegevens die in het kader van de aanvaardingsplicht door de producenten aan het beheersorganisme worden verstrekt, worden gevalideerd door een onafhankelijke keuringsinstelling. Het beheersorganisme of een door dat organisme aangestelde derde kan die taak overnemen, op voorwaarde dat alle leden minstens eenmaal om de drie jaar gecontroleerd worden en het beheersorganisme over die actie en de resultaten jaarlijks aan de OVAM rapporteert;
  4° van verplichtingen, vermeld in punt 1°, 2° en 3°, kan worden afgeweken in een milieubeleidsovereenkomst of in een individueel afvalpreventie- en afvalbeheerplan als de kwaliteit van de cijfergegevens op een andere manier gegarandeerd kan worden.
3.2.1.3, § 2De producenten, eindverkopers, tussenhandelaars en beheersorganismen verstrekken aan de OVAM alle informatie die de OVAM nuttig acht voor de evaluatie van de doelstellingen en voor de controle van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, vermeld in hoofdstuk 3 en 5 en in artikel 21 van het Materialendecreet. Als de partijen dat nodig achten, wordt een systeem uitgewerkt dat confidentialiteit garandeert.
3.2.2.1Een milieubeleidsovereenkomst kan onder de volgende voorwaarden gesloten worden :
  1° de milieubeleidsovereenkomst, vermeld in het decreet van 15 juni 1994 betreffende de milieubeleidsovereenkomsten, wordt gesloten door de overkoepelende representatieve organisaties van ondernemingen waarvan de producent, de eindverkoper en de tussenhandelaar lid zijn. Elke betrokken overkoepelende representatieve organisatie van ondernemingen tekent daarbij voor de engagementen die voortvloeien uit de wettelijke verplichtingen van haar leden;
  2° er wordt een beheersorganisme opgericht dat de taken uitoefent in naam van de representatieve organisaties. Van de verplichting tot de oprichting van een beheersorganisme kan alleen afgeweken worden als de overkoepelende representatieve organisaties van alle actoren,vermeld in punt 1°, aantonen dat ze via een ander gezamenlijk orgaan dezelfde resultaten kunnen behalen. Dat orgaan moet voldoen aan dezelfde verplichtingen als een beheersorganisme;
  3° het beheersorganisme legt uiterlijk zes maanden na de publicatie van de milieubeleidsovereenkomst een beheerplan voor de looptijd van de milieubeleidsovereenkomst ter goedkeuring voor aan de OVAM, waarin het aangeeft hoe het de bepalingen van de overeenkomst zal uitvoeren. Het beheerplan bevat minimaal de uitvoeringsvoorwaarden van de bepalingen in de milieubeleidsovereenkomst overeenkomstig artikel 3.2.1.2, § 2. Het beheersorganisme legt jaarlijks voor 1 oktober een actualisatie voor het volgende kalenderjaar ter goedkeuring voor;
  4° het beheersorganisme legt uiterlijk zes maanden na de publicatie van de milieubeleidsovereenkomst een financieel plan, inclusief de berekening van eventuele bijdragen voor de looptijd van de milieubeleidsovereenkomst, voor advies voor aan de OVAM. Het beheersorganisme legt jaarlijks voor 1 oktober een actualisatie voor het volgende kalenderjaar ter advies voor;
  5° als het beheersorganisme de inzameling en verwerking organiseert moet het de lastenboeken voor inzameling en verwerking door de OVAM laten goedkeuren. Elke wijziging in de lastenboeken moet vooraf goedgekeurd worden;
  6° de OVAM zal namens het gewest de rol van waarnemer vervullen in de raad van bestuur en de algemene vergadering van het beheersorganisme. De OVAM ontvangt de uitnodigingen daarvoor en verslagen daarvan op tijd; 7° het beheersorganisme mag de toetreding van geen enkele onderneming weigeren waarop de aanvaardingsplicht, vermeld in de milieubeleidsovereenkomst, van toepassing zou kunnen zijn. Het beheersorganisme kan van die verplichting afwijken als er ernstige redenen zijn en na de goedkeuring van de OVAM; 8° op verzoek van de OVAM organiseert het beheersorganisme overleg met de representatieve organisaties van alle actoren die bij de uitvoering van de aanvaardingsplicht betrokken zijn. In het eerste lid, 3°, 4° en 5°, wordt een onderscheid gemaakt tussen huishoudelijke, met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen en bedrijfsafvalstoffen. Daarvan kan worden afgeweken met toestemming van de OVAM.
3.2.2.2, § 1Alle documenten die in het kader van de uitvoering van een milieubeleidsovereenkomst moeten worden opgesteld en die van strategisch belang zijn, worden ter goedkeuring voorgelegd aan de OVAM. Dat zijn ten minste het beheersplan, de lastenboeken en het communicatieplan. De OVAM heeft één maand de tijd om die documenten al dan niet goed te keuren. Als de OVAM geen beslissing neemt binnen die periode, worden de documenten geacht goedgekeurd te zijn. Als de OVAM om aanvullende informatie verzoekt, kan de termijn maximaal met één maand worden verlengd. Die termijn gaat in vanaf de datum van de ontvangst van alle opgevraagde informatie. Als de OVAM de documenten afkeurt, moet een aangepast voorstel opnieuw voorgelegd worden voor goedkeuring. Een voorstel kan niet worden uitgevoerd zonder de goedkeuring van de OVAM.
3.2.2.2, § 2, eerste zinIn afwijking van paragraaf 1 worden het financieel plan en de toetredingsovereenkomst voor advies voorgelegd.
3.2.3.4.De houder van de goedkeuring, vermeld in artikel 3.2.3.2, 3°, is verplicht om, wijzigingen van de volgende gegevens in zijn dossier onmiddellijk mee te delen aan de OVAM met een aangetekende brief :
  1° naam, rechtsvorm, zetel en nummer van het handelsregister of een overeenstemmend registratie- en btw-nummer;
  2° zijn woonplaats, adres of fax- en telefoonnummer en, in voorkomend geval, adres, fax- en telefoonnummer van de maatschappelijke zetels, de administratieve zetels en de exploitatiezetels of van de standplaats binnen het Vlaamse Gewest;
  3° het voorwerp van het goedgekeurde individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan;
  4° de verbintenissen in het goedgekeurde individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan.
3.3.1., eerste lid, tweede zinElke individuele producent die gevat wordt door deze uitgebreide producentenverantwoordelijkheid moet toetreden tot een collectief plan.
3.3.2.Ter uitvoering van het collectieve plan stellen de producenten jaarlijks een actieplan op. Het actieplan wordt jaarlijks ingediend voor 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop het actieplan betrekking heeft. Het actieplan bevat een opsomming van de geplande acties met een duidelijke timing, vooropgestelde resultaten en een taakverdeling.
3.3.3, eerste zinHet collectieve plan en het jaarlijks actieplan moeten ter goedkeuring worden voorgelegd aan de OVAM.
3.3.5.Jaarlijks wordt voor 1 april gerapporteerd over de uitvoering van het collectieve plan gedurende het voorgaande kalenderjaar.
3.4.1.4.Het individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan en de milieubeleidsovereenkomst, vermeld in artikel 3.2.1.2, § 1, vermelden in het bijzonder : 1° welke van de categorieën van drukwerk, vermeld in artikel 1.2.1, § 7, 1°, de producent van drukwerk verspreidt in het Vlaamse Gewest; 2° voor elk van de categorieën, vermeld in 1°, de wijze waarop de producent van drukwerk dat drukwerk aan de consument bezorgt :
  a) bezorging met de post, al of niet door bemiddeling van derden;
  b) huis-aan-huisbezorging;
  c) al of niet door bemiddeling van derden aanbieden of laten aanbieden op vaste verkoop- of verdeelpunten;
  d) al of niet door bemiddeling van derden aanbieden of laten aanbieden op beurzen, tentoonstellingen of andere niet-vaste verkoop- of verdeelpunten;
  e) op een andere wijze; 3° voor elk van de categorieën, vermeld in 1°, de wijze waarop de producent van drukwerk het drukwerkafval aanvaardt. In voorkomend geval moet een kopie van de overeenkomsten met tussenhandelaars of eindverkopers als bijlage bij het individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan worden gevoegd; 4° voor elk van de categorieën, vermeld in 1°, de wijze waarop de producent van drukwerk zorgt voor de nuttige toepassing of de verwijdering van drukwerkafval; 5° voor welke van de categorieën van publicaties, vermeld in 1°, de producent van drukwerk voor de nakoming van zijn aanvaardingsplicht overeenkomstig artikel 3.4.1.6 overeenkomsten heeft gesloten met de gemeenten of verenigingen van gemeenten waar het drukwerkafval ontstaat. In voorkomend geval moet een kopie van die overeenkomsten als bijlage bij het individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan worden gevoegd.
3.4.1.5.De producent van drukwerk of de organisatie die hij hiervoor heeft aangeduid, stelt voor 1 juli van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM, voor zover die gegevensverstrekking niet in een milieubeleidsovereenkomst is geregeld :
  1° de totale hoeveelheid en het totale gewicht van het in het Vlaamse Gewest verspreide drukwerk, onderverdeeld in de categorieën, vermeld in artikel 1.2.1, § 2,21° ;
  2° een overzicht van de totale hoeveelheid en het totale gewicht van het in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht ingezamelde drukwerkafval;
  3° een overzicht van het totale gewicht van het met toepassing van de aanvaardingsplicht gerecycleerde, nuttig toegepaste en verwijderde drukwerkafval;
  4° een overzicht van de preventieve acties onderverdeeld in de categorieën, vermeld in artikel 1.2.1, § 2, 21°.
3.4.2.3.Het individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan en de milieubeleidsovereenkomst, vermeld in artikel 3.2.1.2, § 1, regelen in het bijzonder, in voorkomend geval :
  1° de verplichting van de eindverkopers van voertuigen om elk afgedankt voertuig dat de consument aanbiedt op een punt van inontvangstname te aanvaarden;
  2° de verplichting van de voertuigproducenten om alle aanvaarde afgedankte voertuigen bij de punten van inontvangstname die geen erkend centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen zijn, op regelmatige basis in te zamelen en op eigen kosten te laten verwerken in een daartoe erkend centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen.
3.4.2.4, eerste lidDe voertuigproducent of de organisatie die hij hiervoor heeft aangeduid, stelt voor 1 juli van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM : 1° de totale hoeveelheid voertuigen die op de markt werden gebracht in het Vlaamse Gewest, uitgedrukt in kilogram en aantallen; 2° de totale hoeveelheid afgedankte voertuigen, uitgedrukt in kilogram, categorie M1 of N1, en aantallen, die in het Vlaamse Gewest werden aanvaard door de erkende centra voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen; 3° het gewicht van de onderdelen, materialen en afvalstoffen die afkomstig zijn van afgedankte voertuigen, uitgedrukt in kilogram, die gedurende het voorafgaande kalenderjaar werden :
  a) hergebruikt en gerecycleerd;
  b) verwerkt in vergunde installaties met terugwinning van energie;
  c) verwijderd in vergunde installaties voor de verbranding van afvalstoffen;
  d) verwijderd in of op stortplaatsen; 4° de locatie van de verschillende erkende centra voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen of vergunde verwerkingsinstallaties voor afgedankte voertuigen en de wijze waarop de aanvaarde afgedankte voertuigen in het Vlaamse Gewest werden verwerkt.
3.4.2.4, tweede lidIn aanvulling op artikel 3.2.1.4. vermelden de eindverkoper, tussenhandelaar en producent van voertuigen ook het chassisnummer van afgedankte voertuigen in het afvalstoffenregister. Ze verschaffen aan de OVAM alle informatie die de OVAM nuttig acht om de te bereiken doelstellingen, vermeld in artikel 3.4.2.2, te beoordelen.
3.4.2.5, eerste lidDe voertuigproducenten verschaffen aan de erkende centra voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen binnen zes maanden nadat een nieuw voertuigtype in de handel is gebracht, alle demontage-informatie. In die informatie worden de verschillende voertuigonderdelen en -materialen en de plaats van alle gevaarlijke stoffen in de voertuigen aangegeven.
3.4.2.5, tweede lidDe producenten van voertuigonderdelen verschaffen op verzoek van de erkende centra voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen, rekening houdend met de vertrouwelijkheid van commerciële en industriële gegevens, ook demontage-informatie, informatie over de opslag en informatie over het testen van onderdelen die opnieuw kunnen worden gebruikt.
3.4.3.3.Het individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan en de milieubeleidsovereenkomst, vermeld in artikel 3.2.1.2, § 1, regelen in het bijzonder, in voorkomend geval :
  1° de verplichting van de eindverkopers van banden om, overeenkomstig artikel 3.2.1.1, § 2, elke afvalband in ontvangst te nemen die door de consument wordt aangeboden;
  2° de verplichting van de tussenhandelaars van banden om alle met toepassing van dit besluit in ontvangst genomen afvalbanden op regelmatige basis ter plaatse bij de eindverkopers in te zamelen en aan de producent van banden aan te bieden;
  3° de verplichting van de producenten van banden om alle aanvaarde afvalbanden bij de tussenhandelaar of, bij gebrek daaraan, bij de eindverkoper op regelmatige basis in te zamelen en op eigen kosten te laten verwerken in een daartoe vergunde inrichting;
3.4.3.4, eerste lidDe eindverkoper van banden of de organisatie die hiervoor is aangeduid, bezorgt de OVAM voor 1 juli van elk jaar een overzicht van de totale hoeveelheid afvalbanden uitgedrukt in kilogram en soorten, die in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht in ontvangst werd genomen gedurende het voorgaande kalenderjaar.
3.4.3.4, tweede lidDe tussenhandelaar in banden of de organisatie die hiervoor is aangeduid, bezorgt de OVAM voor 1 juli van elk jaar een overzicht van de totale hoeveelheid afvalbanden, inclusief die welke in aanmerking komen voor hergebruik, uitgedrukt in kilogram en soorten die in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht in ontvangst werd genomen gedurende het voorgaande kalenderjaar.
3.4.3.4, derde lidDe producent van banden of de organisatie die hiervoor is aangeduid, stelt voor 1 juli van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM :
  1° de totale hoeveelheid banden, uitgedrukt in kilogram, soorten en aantallen, die in het Vlaamse Gewest in omloop werd gebracht;
  2° de totale hoeveelheid afvalbanden, inclusief die welke in aanmerking komen voor hergebruik, uitgedrukt in kilogram en soorten, die in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht werd ingezameld;
  3° de inrichtingen waar en de wijze waarop de ingezamelde afvalbanden werden verwerkt;
  4° de totale hoeveelheid afvalbanden, uitgedrukt in kilogram, die :
  a) werd uitgesorteerd voor hergebruik;
  b) een nieuw loopvlak kreeg;
  c) werd gebruikt voor materiaalrecyclage;
  d) energetisch werd gevaloriseerd.
3.4.4.3, eerste lid, 1°, c)c) de producenten moeten, als ze een product op de markt brengen, een financiële zekerheid stellen waaruit blijkt dat het beheer van de afgedankte elektrische en elektronische apparaten zal worden gefinancierd. De financiële zekerheid heeft betrekking op de financiering van de inzameling en de milieuhygiënisch verantwoorde verwerking van dat product. Ze kan de vorm hebben van een recyclageverzekering, een geblokkeerde bankrekening of een deelneming van de producent aan passende financiële regelingen voor de financiering van het beheer van afgedankte elektrische apparatuur;
3.4.4.3, tweede lidIn afwijking van artikel 3.2.1.1, § 6, geldt voor de zichtbaarheid van de milieubijdragen :
  1° voor elektrische en elektronische apparaten van huishoudelijke of vergelijkbare aard worden bij de verkoop van nieuwe producten de kosten van inzameling en milieuhygiënisch verantwoorde verwerking ten aanzien van de consumenten niet afzonderlijk aangetoond. De producenten mogen gedurende een overgangsperiode, tot en met 13 februari 2013 voor de grote huishoudelijke apparaten en tot en met 13 februari 2011 voor de andere apparaten, bij de verkoop van nieuwe producten de kosten van inzameling en milieuvriendelijke verwerking ten aanzien van de consumenten aantonen. De aangegeven kosten mogen niet hoger liggen dan de reële kosten;
  2° voor elektrische en elektronische apparaten van andere gebruikers dan huishoudens of vergelijkbare gebruikers mogen de producenten tijdens een overgangsperiode bij de verkoop van nieuwe producten, op vrijwillige basis, ten aanzien van de consumenten de kosten van inzameling, verwerking en milieuvriendelijke verwijdering van de historische voorraad aantonen. Producenten die van die regeling gebruik maken, moeten garanderen dat de aangegeven kosten niet hoger liggen dan de reële kosten.
3.4.4.3, derde lidDe natuurlijke personen of rechtspersonen die elektrische of elektronische apparatuur verkopen op afstand via het internet, postorderdiensten of andere verkoopstechnieken, moeten de voorwaarden van dit artikel ook in acht nemen voor apparatuur die wordt geleverd aan een koper buiten het Vlaamse Gewest.
3.4.4.5.De minimale doelstelling inzake inzameling van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur met toepassing van de aanvaardingsplicht bedraagt 8,5 kilogram per inwoner per jaar.
  Voor de verwerking van de met toepassing van de aanvaardingsplicht ingezamelde afgedankte elektrische en elektronische apparatuur gelden de volgende bepalingen :
  1° de verwerking moet ertoe leiden dat de volgende percentages van hergebruik en recyclage van onderdelen, materialen en stoffen worden behaald :
  a) voor het ferrometaal : 95 %;
  b) voor het non-ferrometaal : 95 %;
  c) voor de kunststoffen : 50 %;
  2° de kunststoffen worden voor 80 % nuttig toegepast. 3° voor hergebruik en recyclage van materialen, onderdelen en stoffen worden globale doelstellingen gehaald van :
  a) 80 % voor alle grote huishoudelijke apparaten en voor gasontladingslampen;
  b) 75 % voor alle automaten;
  c) 70 % voor alle andere apparatuur; 4° inzake nuttige toepassing worden globale doelstellingen gehaald van :
  a) 85 % voor alle grote huishoudelijke apparaten;
  b) 80 % voor alle automaten;
  c) 75 % voor alle IT- en telecommunicatieapparatuur en consumentenapparatuur;
  5° de afgedankte batterijen en accu's worden verwerkt overeenkomstig artikel 3.4.5.2. De doelstellingen, vermeld in 1° en 2°, gelden voor elk van de categorieën, vermeld in artikel 3.4.4.2.
3.4.4.7, eerste lidDe eindverkoper van elektrische en elektronische apparatuur of de organisatie die hiervoor is aangeduid, stelt voor 1 juli van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM :
  1° de totale hoeveelheid afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, uitgedrukt in kilogram;
  2° de soorten en aantallen afgedankte elektrische en elektronische apparaten die in het kader van de aanvaardingsplicht in ontvangst werden genomen, met minstens de aparte vermelding van de hoeveelheden die :
  a) voor hergebruik geselecteerd werden, inclusief de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar en de bestemming;
  b) aan de tussenhandelaars of de producent werden overhandigd;
  c) een andere bestemming hebben gekregen.
3.4.4.7, tweede lidDe tussenhandelaar in elektrische en elektronische apparatuur stelt voor 1 juli van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM :
  1° de totale hoeveelheid afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, uitgedrukt in kilogram;
  2° de soorten en aantallen afgedankte elektrische en elektronische apparaten, die in het kader van de aanvaardingsplicht in ontvangst werden genomen, met minstens de aparte vermelding van de hoeveelheden die :
  a) voor hergebruik geselecteerd werden, inclusief de inzamelaar, de afvalstoffenhandelaar of -makelaar en de bestemming;
  b) aan de producent werden overhandigd;
  c) een andere bestemming hebben gekregen.
3.4.4.7, derde lidDe producent van elektrische of elektronische apparatuur of de organisatie die hiervoor is aangeduid, stelt voor 1 juli van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM :
  1° de totale hoeveelheid elektrische en elektronische apparatuur, uitgedrukt in kilogram, soorten en aantallen, die in het Vlaams Gewest op de markt werd gebracht;
  2° de totale hoeveelheid afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, uitgedrukt in kilogram, soorten en aantallen, die in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht werd ingezameld;
  3° de inrichtingen waar en de wijze waarop de ingezamelde afgedankte elektrische en elektronische apparatuur werd verwerkt;
  4° de inrichtingen waar en de hoeveelheid ingezamelde afgedankte elektrische en elektronische apparatuur die in hergebruik werd gebracht;
  5° de totale hoeveelheden afvalstoffen die voortkomen uit de verwerking van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, uitgedrukt in kilogram en opgesplitst per groep van afvalstof als vermeld in artikel 3.4.4.5, en per categorie als vermeld in artikel 3.4.4.2, die :
  a) werden gerecycleerd;
  b) op een andere wijze nuttig werden toegepast;
  c) werden verwijderd in installaties voor de verbranding van afvalstoffen;
  d) werden verwijderd door storten.
3.4.4.8.De producenten verstrekken informatie over het hergebruik en de verwerking van elk op de markt gebracht nieuw type elektrische en elektronische apparatuur, binnen een jaar nadat ze dat op de markt hebben gebracht. Die informatie bevat het energielabel en aanwijzingen over de verschillende onderdelen en materialen van de apparatuur, alsook over de plaatsen in de apparatuur waar zich gevaarlijke stoffen en preparaten bevinden. De informatie wordt door de producenten van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur aan de hergebruikcentra en de verwerkings- en recyclageinrichtingen verstrekt in de vorm van handboeken of via elektronische media.
3.4.5.4.Het individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan en de milieubeleidsovereenkomst, vermeld in artikel 3.2.1.2, § 1, regelen : 1° de verplichting van de eindverkopers van batterijen en accu's om, overeenkomstig artikel 3.2.1.1, § 2, elke afgedankte batterij en accu in ontvangst te nemen die door de consument wordt aangeboden; 2° de verplichting van de tussenhandelaars in batterijen en accu's om alle afgedankte batterijen en accu's die met toepassing van dit besluit in ontvangst genomen zijn, op regelmatige basis ter plaatse bij de eindverkopers in te zamelen en aan de producent van batterijen en accu's aan te bieden; 3° de verplichting van de producenten van batterijen en accu's om alle aanvaarde afgedankte batterijen en accu's bij de tussenhandelaar van batterijen en accu's, of, bij gebrek daaraan, bij de eindverkoper van batterijen en accu's, op regelmatige basis in te zamelen en op eigen kosten te laten verwerken in een daarvoor vergunde inrichting; 4° de manier waarop het gepaste gebruik van batterijen en accu's wordt aangemoedigd.
3.4.5.6.De producenten van batterijen en accu's worden geregistreerd en de producenten of de organisatie die zij hiervoor hebben aangeduid, stellen voor 1 april van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM :
  1° de totale hoeveelheid batterijen en accu's, uitgedrukt in kilogram, die in het Vlaamse Gewest op de markt werd gebracht, opgesplitst in de volgende soorten : a) zink-bruinsteenbatterijen en -accu's; b) alkali-mangaanbatterijen en -accu's; c) kwikoxidebatterijen en -accu's; d) zilveroxidebatterijen en -accu's; e) zink-luchtbatterijen en -accu's; f) nikkel-cadmiumbatterijen en -accu's; g) loodhoudende batterijen en -accu's; h) nikkelmetaalhydride batterijen en -accu's; i) herlaadbare lithiumbatterijen en -accu's; j) overige batterijen en -accu's;
  2° de totale hoeveelheid afgedankte batterijen en accu's, uitgedrukt in kilogram, die in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht werd ingezameld, opgesplitst in de soorten, vermeld in 1° ;
  3° de inrichtingen waar en de wijze waarop de ingezamelde afgedankte batterijen en accu's werden verwerkt;
  4° de hoeveelheid gerecycleerde afvalstoffen;
  5° een overzicht van de preventieve acties.
3.4.6.3.Het individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan en de milieubeleidsovereenkomst, vermeld in artikel 3.2.1.2, § 1, regelen in het bijzonder de wijze van inontvangstneming zodat de afgewerkte olie die vrijkomt in het kader van de aanvaardingsplicht maximaal kan worden ingezameld en verwerkt. De inzameling en verwerking van die afgewerkte olie moeten georganiseerd worden door de eindverkopers, tussenhandelaars en producenten en zijn gratis voor de particuliere verbruikers. Voor de organisatie van de inzameling en de verwerking van afgewerkte olie die afkomstig is van professionele verbruikers, kunnen in de milieubeleidsovereenkomst stimulerende maatregelen opgenomen worden.
3.4.6.4, eerste lidDe eindverkoper en de tussenhandelaar van olie of de organisatie die hiervoor is aangeduid, bezorgen de OVAM voor 1 juli van elk jaar een overzicht van de totale hoeveelheid afgewerkte olie, uitgedrukt in liter, die in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht in ontvangst werd genomen gedurende het voorgaande kalenderjaar.
3.4.6.4, tweede lidDe producent van olie of de organisatie die hij hiervoor heeft aangeduid, stelt voor 1 juli van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM :
  1° de totale hoeveelheid olie, uitgedrukt in liter, die in het Vlaamse Gewest werd verbruikt;
  2° de totale hoeveelheid afgewerkte olie, uitgedrukt in liter, die in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht werd ingezameld. Hij geeft daarbij opeen gemotiveerde wijze aan wat de verliezen zijn die ontstaan door de consumptie;
  3° de inrichtingen waar en de wijze waarop de ingezamelde afgewerkte olie werd verwerkt;
  4° de totale hoeveelheden aan stoffen die voortkomen uit de verwerking van afgewerkte olie, uitgedrukt in liter, die :
  a) opnieuw werden gebruikt als olie;
  b) opnieuw geraffineerd werden;
  c) op een andere wijze nuttig werden toegepast;
  d) werden verwijderd.
3.4.9.3, eerste lidDe eindverkoper en de tussenhandelaar van fotovoltaïsche zonnepanelen of de organisatie die hiervoor is aangeduid, bezorgen de OVAM voor 1 juli van elk jaar een overzicht van de totale hoeveelheid fotovoltaïsche zonnepanelen uitgedrukt in aantal en in kilogram die in het kader van de aanvaardingsplicht in ontvangst werden genomen gedurende het voorgaande kalenderjaar.
3.4.9.3, tweede lidDe producent van fotovoltaïsche zonnepanelen of de organisatie die hij hiervoor heeft aangeduid, stelt jaarlijks voor 1 juli de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM : 1° de totale hoeveelheid zonnepanelen, fotovoltaïsche zonnepanelen en zonneboilers uitgedrukt in aantal en in kilogram die in het Vlaamse Gewest op de markt werden gebracht;
  2° de totale hoeveelheid afgedankte zonnepanelen, afgedankte fotovoltaïsche zonnepanelen en afgedankte zonneboilers uitgedrukt in aantal en in gewicht die in het Vlaamse Gewest werd ingezameld in het kader van de aanvaardingsplicht;
  3° de inrichtingen waar en de wijze waarop de ingezamelde afgedankte zonnepanelen, afgedankte fotovoltaïsche zonnepanelen en afgedankte zonneboilers werden verwerkt;
  4° de totale hoeveelheid van de stoffen die voortkomen uit de verwerking van de afgedankte zonnepanelen, afgedankte fotovoltaïsche zonnepanelen en afgedankte zonneboilers uitgedrukt in gewicht, die :
  a) werd hergebruikt;
  b) werd gerecycleerd;
  c) werd nuttig toegepast;
  d) werd verwijderd.
3.4.10.1.Voor landbouwfolies wordt de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid ingevuld door middel van een collectief plan als vermeld in afdeling 3.3, dat de betrokken producenten en gebruikers moeten opstellen tegen 1 januari 2013.
3.4.10.3.Het collectieve plan moet minstens de volgende elementen bevatten :
  1° de vermelding van de vertegenwoordigers van de producenten en van de gebruikers;
  2° een analyse van de productketen :
  a) een beschrijving van de soorten en hoeveelheden landbouwfolies die op de markt worden gebracht en die vrijkomen als afvalstof;
  b) een beschrijving van de producenten en gebruikers van landbouwfolies;
  c) een beschrijving van de huidige situatie op het vlak van inzameling en verwerking;
  d) een opsomming van de ontbrekende informatie in de analyse;
  3° de concrete engagementen, enerzijds van de producenten en invoerders, anderzijds van de vertegenwoordigers van de land- en tuinbouwers, op het vlak van :
  a) de vervollediging van de analyse;
  b) hun bijdragen aan de doelstellingen.
3.4.11.1, eerste lidVoor verpakte verbruiksgoederen die door de minister worden aangeduid als goederen die vaak terug te vinden zijn in het zwerfvuil, wordt de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid ingevuld door de verplichting voor de betrokken producenten om te beschikken over een collectief plan als vermeld in afdeling 3.3, dat de betrokken producenten moeten opstellen tegen 1 januari 2013.
3.4.12.1, eerste lidVoor de gebruikte injectienaalden, vermeld in artikel 5.2.2.1, 11°, wordt de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid ingevuld door middel van een collectief plan als vermeld in afdeling 3.3, dat de betrokken producenten moeten opstellen tegen 1 januari 2013.
3.4.13.1, eerste lidVoor gebruikte wegwerpluiers wordt de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid ingevuld door middel van een collectief plan als vermeld in afdeling 3.3, dat de betrokken producenten moeten opstellen tegen 1 januari 2013.
5.2.3.1, § 6De lijst van medische afvalstoffen, vermeld in paragraaf 3, aangevuld met alle aanvullende risicohoudende en niet-risicohoudende medische afvalstoffen, vermeld in paragraaf 4 en 5, moet binnen elke instelling voor geneeskunde en elke geneeskundige praktijk ter beschikking worden gesteld van de toezichthouder en van elke persoon die betrokken is bij de productie en de behandeling van medische afvalstoffen.
5.2.4.3, § 6, eerste zinHet erkende centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen verleent alle informatie die in het kader van de aanvaardingsplicht, vermeld in onderafdeling 3.4.2, moet worden bijgehouden of verstrekt, aan de voertuigproducenten of aan degenen die door hen zijn aangesteld.
5.2.4.3, § 6, laatste zinHet chassisnummer van een afgedankt voertuig dat het erkende centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen verlaat, wordt voorafgaandelijk meegedeeld aan het beheersorganisme.
5.2.4.3, § 7Op elk moment moet op verzoek van de toezichthouder een geactualiseerde lijst kunnen worden voorgelegd van de afgedankte voertuigen, alsook van de afvalstoffen en materialen die aanvaard werden of van de hand gedaan werden, en die aanwezig zijn op de inrichting.
5.2.4.3, § 8Het erkende centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen verleent op uitdrukkelijk verzoek van de OVAM de volgende gegevens in verband met de materialenstroom, waarbij het gewicht wordt uitgedrukt in kilogram :
  1° een overzicht van de aangevoerde afgedankte voertuigen met vermelding van het aantal, het totaalgewicht per categorie M1 of N1, en lijsten van de chassisnummers;
  2° een overzicht van de afgevoerde afgedankte voertuigen, met vermelding van het aantal, het totaalgewicht per categorie M1 of N1, en de lijsten van de chassisnummers;
  3° een overzicht van de afgevoerde materialen volgens hun gewicht en totaal per bestemming.
5.2.4.7, § 2, eerste lid, 1°Onverwijld wijzigingen van de gegevens, vermeld in artikel 5.2.4.5, aan de OVAM te melden;
5.2.8.3.Bedrijven die pcb's verwerken, delen de hoeveelheid, de oorsprong en de aard van de aan hen geleverde pcb's, mee aan de OVAM. Ze houden die gegevens ook ter inzage van de lokale overheid en de bevolking.
5.2.8.4, § 1, 1° tot en met 3°De houder van apparaten die pcb's bevatten, moet :
  1° als dat nog niet eerder gebeurd is met toepassing van het koninklijk besluit van 9 juli 1986 tot reglementering van de stoffen en preparaten die polychloorbifenylen en polychloorterfenylen bevatten, of van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2000 houdende vaststelling van het verwijderingsplan voor pcb-houdende apparaten en de daarin aanwezige pcb's, zo snel mogelijk ten minste de volgende gegevens bezorgen aan de OVAM :
  a) zijn naam en adres;
  b) plaats en omschrijving van de apparaten die pcb's bevatten en die hij in zijn bezit heeft, alsook de hoeveelheden pcb's in die apparaten;
  c) de hoeveelheden pcb's die hij in zijn bezit heeft;
  d) de hoeveelheden gebruikte pcb's die hij in zijn bezit heeft;
  e) data en soorten behandeling of vervanging die worden uitgevoerd of overwogen.
  Als die kennisgeving eerder is gedaan met toepassing van het besluit van 9 juli 1986 of van 17 maart 2000, worden daarbij de eventuele wijzigingen vermeld ten aanzien van de vroegere kennisgeving;
  2° de OVAM op de hoogte brengen van elke wijziging in de situatie, vermeld in 1° ; 3° ervoor zorgen dat elk apparaat dat meer dan 1 liter pcb's bevat, wordt voorzien van een etiket. Een soortgelijk etiket moet ook worden aangebracht op de deuren van lokalen waar dat apparaat zich bevindt. Voor sterkstroomcondensatoren geldt de drempel van 1 liter voor het totaal van de afzonderlijke onderdelen van een gecombineerd toestel. Apparaten waarvan redelijkerwijze mag worden aangenomen dat de vloeistoffen daarin tussen 0,05 en 0,005 gewichtsprocenten pcb's bevatten, mogen worden voorzien van een etiket met de vermelding ''verontreinigd met pcb's < 0,05 %''.
5.2.8.4. § 2Elke wijziging van de informatie, verstrekt overeenkomstig paragraaf 1, 1° en 2°, moet binnen drie maanden schriftelijk aan de OVAM worden meegedeeld.
5.2.10.3, § 1, eerste zinDe beheerder van een haven stelt een passend plan op voor de ontvangst en verwerking van scheepsafval.
5.2.10.3, § 5De beheerders van de zeehavens, van de waterwegen en van de vissershavens moeten door een onafhankelijke bedrijfsrevisor een audit laten uitvoeren, waarbij wordt toegezien op de correcte uitvoering van het kostendekkingssysteem, zoals uitgewerkt in het plan voor de ontvangst en verwerking van scheepsafval. De resultaten van de audit moeten bezorgd worden aan de OVAM :
  1° voor de beheerders van de zeehavens jaarlijks, uiterlijk op 1 maart van het volgende jaar;
  2° voor de beheerders van de waterwegen en van de vissershavens, voor de periode van de drie voorafgaande boekjaren, samen met het nieuwe ontwerp van plan voor de ontvangst en verwerking van scheepsafval. De beheerders van de jachthavens die zeegaande vaartuigen ontvangen, moeten een overzicht geven van de inkomsten en uitgaven die betrekking hebben op het kostendekkingssysteem, zoals uitgewerkt in het plan voor ontvangst en verwerking van scheepsafval. Het overzicht moet bezorgd worden aan de OVAM samen met het nieuwe ontwerp van plan voor de ontvangst en verwerking van scheepsafval en loopt over de drie voorafgaande boekjaren.
5.2.10.4, § 3, eerste zinIn geval van significante veranderingen in de werking van de haven, moet de beheerder van de haven dat onmiddellijk melden aan de OVAM met een aangetekende brief.
5.2.10.5.De beheerder van de haven zorgt ervoor dat aan elke havengebruiker de volgende informatie wordt verstrekt :
  1° een korte verwijzing naar het fundamentele belang van een behoorlijke afgifte van scheepsafval en ladingresiduen;
  2° de locatie van de vaste havenontvangstvoorzieningen, met tekening/kaart;
  3° een lijst van gewoonlijk verwerkte soorten scheepsafval en ladingresiduen;
  4° een lijst van contactadressen, exploitanten en geboden diensten;
  5° een beschrijving van de aanmeldingsprocedure;
  6° een beschrijving van de afgifteprocedures;
  7° een beschrijving van het tariefsysteem;
  8° een beschrijving van de procedures voor het melden van vermeende tekortkomingen van havenontvangstvoorzieningen;
  9° een beschrijving van de procedure voor het aanvragen van een vrijstelling van de afgifteplicht, de aanmelding en de financiële bijdrage.
5.2.10.6, § 4De aanmeldingsformulieren die de aangewezen instanties in het kader van deze procedure ontvangen, moeten gedurende een termijn van drie jaar bijgehouden worden.
5.2.11.4, § 1, eerste zinDe havenbeheerders die binnenschepen ontvangen en de waterwegbeheerders stellen een passend plan op voor de ontvangst en verwerking van scheepsafval, restlading, overslagresten, ladingsrestanten en waswater.
5.2.11.5, derde lid, eerste zinBij significante veranderingen in de werking van het netwerk van ontvangstinrichtingen moeten de havenbeheerders die binnenschepen ontvangen, en de waterwegbeheerders dat onmiddellijk meedelen aan de OVAM met een aangetekende brief.
5.2.11.6.De havenbeheerders die binnenschepen ontvangen, en de waterwegbeheerders zorgen ervoor dat voor de binnenschepen de volgende informatie beschikbaar is :
  1° een korte verwijzing naar het fundamentele belang van een behoorlijke afgifte van scheepsafval;
  2° de locatie van de vaste ontvangstvoorzieningen, met een tekening of kaart;
  3° een lijst van de afvalstromen die worden aanvaard;
  4° een lijst van contactadressen, exploitanten en geboden diensten;
  5° een beschrijving van de afgifteprocedures en van het tariefsysteem;
  6° een beschrijving van de procedures voor het melden van vermeende tekortkomingen van havenontvangstvoorzieningen.
6.1.1.6, § 2, derde lid, laatste zinHet verslag van elke keuring wordt binnen de twee maanden na de keuring door de keuringsinstelling ter beschikking gesteld van de OVAM.
6.1.1.6, § 2, vierde lid, laatste zinHet verslag van elke keuring wordt binnen de twee maanden na de keuring door de keuringsinstelling ter beschikking gesteld van de OVAM.
6.1.2.4, eerste zinElke wijziging in de geregistreerde gegevens moet aan de OVAM worden meegedeeld.
6.1.3.4, eerste zinElke wijziging in de geregistreerde gegevens moet aan de OVAM worden meegedeeld.
6.2.3.Voor kennisgevingen die betrekking hebben op de uitvoer van afvalstoffen, moet de kennisgever de originele kennisgeving, met minstens één afschrift, ervan naar de OVAM sturen. Als er doorvoerlanden zijn, moet er voor elk doorvoerland een exemplaar worden toegevoegd.
7.3.1.2, § 1De afvalstoffenproducenten en grondstoffenproducenten die zijn opgenomen in de selectie, vermeld in artikel 7.3.1.1, eerste lid, alsook de afvalstoffenproducenten van bedrijfsafvalstoffen, [1 opgenomen in de indelingslijst, vermeld in artikel van 5.2.1, § 1, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, met de letter R in de zevende kolom]1, brengen verslag uit over de in het vorige kalenderjaar geproduceerde afvalstoffen en grondstoffen.
7.3.1.2, § 2De verslaggeving heeft betrekking op alle bedrijfsafvalstoffen, met uitzondering van de met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen die door of in opdracht van de gemeente zijn ingezameld of opgehaald.
  De verslaggeving bevat jaartotalen uit het register van geproduceerde afvalstoffen, vermeld in artikel 7.2.1.1. Voor bedrijfsafvalstoffen die in aard, samenstelling, verwerkingswijze, afvalstoffeninzamelaar, afvalstoffen-handelaar of -,-makelaar of afvalstoffen-verwerker verschillen, moeten per exploitatiezetel afzonderlijke totalen worden ingevuld.
7.3.1.2, § 3De verslaggeving heeft betrekking op alle geproduceerde grondstoffen. De verslaggeving bevat de jaartotalen uit het uitgaande materialenregister, vermeld in artikel 7.2.2.2. Voor materialen die in aard, samenstelling, toepassingswijze of bestemming verschillen, moeten afzonderlijke totalen worden ingevuld.
7.3.1.3, eerste lidDe verslaggeving over de productie van bedrijfsafvalstoffen verloopt overeenkomstig artikel 2 en 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 tot invoering van het integrale milieujaarverslag, voor de datum die daarin wordt bepaald, en door middel van het deelformulier '' Identificatiegegevens '' en, het deelformulier '' Afvalstoffenmelding voor producenten '' van het integrale milieujaarverslag, waarvan het model als bijlage I bij het het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 tot invoering van het integrale milieujaarverslag is gevoegd.
7.3.2.1, eerste lidDe gemeentelijke overheden bezorgen jaarlijks voor 1 april aan de OVAM een jaarrapport over de in het vorige kalenderjaar door hen of in hun opdracht ingezamelde afvalstoffen.
7.3.2.1, tweede lidHet jaarrapport heeft betrekking op huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen die door of in opdracht van de gemeente zijn ingezameld of opgehaald.
7.3.2.2, eerste lidHet jaarrapport, vermeld in artikel 7.3.2.1, wordt schriftelijk of elektronisch bezorgd en bevat jaartotalen uit het register van de door de gemeente of in opdracht van de gemeente ingezamelde afvalstoffen, vermeld in artikel 7.2.1.3.
7.3.2.2, tweede lidDe OVAM bepaalt de inhoud van het jaarrapport en de vorm waarin het wordt opgemaakt en bezorgd, met inbegrip van de technische specificaties voor het elektronisch indienen van het rapport.
7.4.2, § 2De verslaggeving heeft betrekking op alle verwerkte afvalstoffen die zijn opgenomen in de selectie, vermeld in artikel 7.4.1, eerste lid. De verslaggeving bevat jaartotalen uit het register van verwerkte afvalstoffen, vermeld in artikel 7.2.1.1. Voor afvalstoffen die in aard, samenstelling, verwerkingswijze of plaats van herkomst (binnen België het gewest, buiten België het land) verschillen, moeten per exploitatiezetel afzonderlijke totalen worden ingevuld.
7.4.2, § 3De verslaggeving heeft betrekking op alle gebruikte grondstoffen die zijn opgenomen in de selectie, vermeld in artikel 7.4.1, eerste lid. De verslaggeving bevat de jaartotalen uit het inkomende materialenregister, vermeld in artikel 7.2.2.3. Voor grondstoffen die in aard, samenstelling, toepassingswijze of plaats van herkomst (binnen België het gewest, buiten België het land) verschillen, moeten afzonderlijke totalen worden ingevuld.
7.4.3.De verwerker van afvalstoffen die opgenomen is in de selectie, vermeld in artikel 7.4.1, eerste lid, brengt verslag uit over de in het vorige kalenderjaar door hem verwerkte afvalstoffen waarvoor rapportering wordt gevraagd. Voor zover het in Vlaanderen ingevoerde afvalstoffen betreft, verloopt de verslaggeving overeenkomstig artikel 2 en 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 tot invoering van het integrale milieujaarverslag, voor de datum die daarin wordt bepaald en door middel van het deelformulier '' Ingevoerde afvalstoffen door verwerkers '' van het integrale milieujaarverslag, waarvan het model als bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 tot invoering van het integrale milieujaarverslag is gevoegd.
8.1.4.1, eerste lidElke wijziging die wordt aangebracht aan de gegevens, vermeld in artikel 8.1.2.2, 1°, 7°, 8°, 9°, en elke wijziging van leidinggevende personeelsleden of in het adres van het laboratorium, worden onmiddellijk met een aangetekende brief meegedeeld aan de OVAM.
8.1.4.2, eerste lid, 3°Als het laboratorium analyses uitvoert waarvoor het niet erkend is, moet de niet-erkenning voor de analyses in kwestie expliciet in het analyseverslag vermeld worden;
8.1.4.2, eerste lid, 4°Als het laboratorium analyses laat uitvoeren in een ander daartoe erkend laboratorium, moet de uitbesteding voor de analyses in kwestie expliciet in het analyseverslag vermeld worden.
(1)<BVR 2015-11-27/29, art. 733, 010; Inwerkingtreding : 23-02-2017>
ArtikelWettelijke verplichting3.2.1.1, § 6Het gedeelte van de kostprijs van een product dat wordt doorgerekend om de kosten te dekken die verbonden zijn aan de uitvoering van de aanvaardingsplicht, moet zichtbaar worden vermeld op de factuur, tenzij het anders is bepaald in dit besluit, in de milieubeleidsovereenkomst of in het individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan.3.2.1.1, § 7De eindverkoper van producten waarvoor de aanvaardingsplicht geldt, moet op een duidelijk zichtbare plaats in elk van zijn verkooppunten een bericht aanbrengen waarop onder de titel ''AANVAARDINGSPLICHT'' is aangegeven op welke wijze hij voldoet aan de bepalingen van dit besluit en op welke wijze de koper zich kan ontdoen van zijn afgedankte product. Ook bij verkoop buiten een verkoopsruimte moet de consument daarover geïnformeerd worden.3.2.1.2, § 1De wijze waarop aan de aanvaardingsplicht wordt voldaan, wordt vastgelegd in een van de volgende documenten : 1° een individueel afvalpreventie- en afvalbeheerplan dat door de producenten ter goedkeuring aan de OVAM wordt voorgelegd volgens de voorwaarden, vermeld in paragraaf 2 en onderafdeling 3.2.3; 2° een milieubeleidsovereenkomst als vermeld in het decreet van 15 juni 1994 betreffende de milieubeleidsovereenkomsten volgens de voorwaarden, vermeld in paragraaf 2 en onderafdeling 3.2.2.3.2.1.2, § 2, eerste lidHet individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan of de milieubeleidsovereenkomst bevat in elk geval : 1° maatregelen voor de kwalitatieve en kwantitatieve preventie en het hergebruik; 2° maatregelen voor de selectieve inzameling van de afvalstoffen; 3° maatregelen voor de optimale verwerking van de afvalstoffen; 4° maatregelen voor een goede registratie van de afvalstoffenstromen en onderbouwing van het behalen van de doelstellingen; 5° maatregelen voor de vergoeding van de rechtspersonen van publiek recht, van de kringloopcentra of van andere inzamelplaatsen; 6° maatregelen voor de sensibilisering van de diverse doelgroepen; 7° maatregelen voor eigen controlesystemen op de maatregelen, vermeld in 1° tot en met 6° ; 8° bepalingen over de rapportering aan de OVAM met betrekking tot alle maatregelen, vermeld in 1° tot en met 7° ; 9° maatregelen voor de financiering van de inzameling en de verwerking.3.2.1.2, § 2, derde lidVoor huishoudelijke afvalstoffen bevat het individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan of de milieubeleidsovereenkomst bovendien een financiële zekerheid die overeenstemt met de geschatte kosten voor het overnemen door het Vlaamse Gewest van de aanvaardingsplicht gedurende zes maanden. In een milieubeleidsovereenkomst kunnen andere zekerheden overeengekomen worden om de voortgang van de verbintenissen uit de overeenkomst te garanderen.3.2.1.3, § 1De producent waarvoor de aanvaardingsplicht geldt, moet jaarlijks rapporteren aan de OVAM over de wijze waarop hij uitvoering geeft aan de aanvaardingsplicht. De producent kan een organisatie aanduiden om de rapportage uit te voeren. Voor de rapportering geldt dat : 1° de cijfergegevens die in het kader van de aanvaardingsplicht aan de OVAM worden verstrekt, worden gevalideerd door een onafhankelijke keuringsinstelling;
  2° de cijfergegevens van inzamelaars, afvalstoffenhandelaars of -makelaars en verwerkers die in het kader van de aanvaardingsplicht aan het beheersorganisme of de producent worden geleverd, worden gevalideerd door een onafhankelijke keuringsinstelling;
  3° de cijfergegevens die in het kader van de aanvaardingsplicht door de producenten aan het beheersorganisme worden verstrekt, worden gevalideerd door een onafhankelijke keuringsinstelling. Het beheersorganisme of een door dat organisme aangestelde derde kan die taak overnemen, op voorwaarde dat alle leden minstens eenmaal om de drie jaar gecontroleerd worden en het beheersorganisme over die actie en de resultaten jaarlijks aan de OVAM rapporteert;
  4° van verplichtingen, vermeld in punt 1°, 2° en 3°, kan worden afgeweken in een milieubeleidsovereenkomst of in een individueel afvalpreventie- en afvalbeheerplan als de kwaliteit van de cijfergegevens op een andere manier gegarandeerd kan worden.3.2.1.3, § 2De producenten, eindverkopers, tussenhandelaars en beheersorganismen verstrekken aan de OVAM alle informatie die de OVAM nuttig acht voor de evaluatie van de doelstellingen en voor de controle van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, vermeld in hoofdstuk 3 en 5 en in artikel 21 van het Materialendecreet. Als de partijen dat nodig achten, wordt een systeem uitgewerkt dat confidentialiteit garandeert.3.2.2.1Een milieubeleidsovereenkomst kan onder de volgende voorwaarden gesloten worden :
  1° de milieubeleidsovereenkomst, vermeld in het decreet van 15 juni 1994 betreffende de milieubeleidsovereenkomsten, wordt gesloten door de overkoepelende representatieve organisaties van ondernemingen waarvan de producent, de eindverkoper en de tussenhandelaar lid zijn. Elke betrokken overkoepelende representatieve organisatie van ondernemingen tekent daarbij voor de engagementen die voortvloeien uit de wettelijke verplichtingen van haar leden;
  2° er wordt een beheersorganisme opgericht dat de taken uitoefent in naam van de representatieve organisaties. Van de verplichting tot de oprichting van een beheersorganisme kan alleen afgeweken worden als de overkoepelende representatieve organisaties van alle actoren,vermeld in punt 1°, aantonen dat ze via een ander gezamenlijk orgaan dezelfde resultaten kunnen behalen. Dat orgaan moet voldoen aan dezelfde verplichtingen als een beheersorganisme;
  3° het beheersorganisme legt uiterlijk zes maanden na de publicatie van de milieubeleidsovereenkomst een beheerplan voor de looptijd van de milieubeleidsovereenkomst ter goedkeuring voor aan de OVAM, waarin het aangeeft hoe het de bepalingen van de overeenkomst zal uitvoeren. Het beheerplan bevat minimaal de uitvoeringsvoorwaarden van de bepalingen in de milieubeleidsovereenkomst overeenkomstig artikel 3.2.1.2, § 2. Het beheersorganisme legt jaarlijks voor 1 oktober een actualisatie voor het volgende kalenderjaar ter goedkeuring voor;
  4° het beheersorganisme legt uiterlijk zes maanden na de publicatie van de milieubeleidsovereenkomst een financieel plan, inclusief de berekening van eventuele bijdragen voor de looptijd van de milieubeleidsovereenkomst, voor advies voor aan de OVAM. Het beheersorganisme legt jaarlijks voor 1 oktober een actualisatie voor het volgende kalenderjaar ter advies voor;
  5° als het beheersorganisme de inzameling en verwerking organiseert moet het de lastenboeken voor inzameling en verwerking door de OVAM laten goedkeuren. Elke wijziging in de lastenboeken moet vooraf goedgekeurd worden;
  6° de OVAM zal namens het gewest de rol van waarnemer vervullen in de raad van bestuur en de algemene vergadering van het beheersorganisme. De OVAM ontvangt de uitnodigingen daarvoor en verslagen daarvan op tijd; 7° het beheersorganisme mag de toetreding van geen enkele onderneming weigeren waarop de aanvaardingsplicht, vermeld in de milieubeleidsovereenkomst, van toepassing zou kunnen zijn. Het beheersorganisme kan van die verplichting afwijken als er ernstige redenen zijn en na de goedkeuring van de OVAM; 8° op verzoek van de OVAM organiseert het beheersorganisme overleg met de representatieve organisaties van alle actoren die bij de uitvoering van de aanvaardingsplicht betrokken zijn. In het eerste lid, 3°, 4° en 5°, wordt een onderscheid gemaakt tussen huishoudelijke, met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen en bedrijfsafvalstoffen. Daarvan kan worden afgeweken met toestemming van de OVAM.3.2.2.2, § 1Alle documenten die in het kader van de uitvoering van een milieubeleidsovereenkomst moeten worden opgesteld en die van strategisch belang zijn, worden ter goedkeuring voorgelegd aan de OVAM. Dat zijn ten minste het beheersplan, de lastenboeken en het communicatieplan. De OVAM heeft één maand de tijd om die documenten al dan niet goed te keuren. Als de OVAM geen beslissing neemt binnen die periode, worden de documenten geacht goedgekeurd te zijn. Als de OVAM om aanvullende informatie verzoekt, kan de termijn maximaal met één maand worden verlengd. Die termijn gaat in vanaf de datum van de ontvangst van alle opgevraagde informatie. Als de OVAM de documenten afkeurt, moet een aangepast voorstel opnieuw voorgelegd worden voor goedkeuring. Een voorstel kan niet worden uitgevoerd zonder de goedkeuring van de OVAM.3.2.2.2, § 2, eerste zinIn afwijking van paragraaf 1 worden het financieel plan en de toetredingsovereenkomst voor advies voorgelegd.3.2.3.4.De houder van de goedkeuring, vermeld in artikel 3.2.3.2, 3°, is verplicht om, wijzigingen van de volgende gegevens in zijn dossier onmiddellijk mee te delen aan de OVAM met een aangetekende brief :
  1° naam, rechtsvorm, zetel en nummer van het handelsregister of een overeenstemmend registratie- en btw-nummer;
  2° zijn woonplaats, adres of fax- en telefoonnummer en, in voorkomend geval, adres, fax- en telefoonnummer van de maatschappelijke zetels, de administratieve zetels en de exploitatiezetels of van de standplaats binnen het Vlaamse Gewest;
  3° het voorwerp van het goedgekeurde individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan;
  4° de verbintenissen in het goedgekeurde individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan.3.3.1., eerste lid, tweede zinElke individuele producent die gevat wordt door deze uitgebreide producentenverantwoordelijkheid moet toetreden tot een collectief plan.3.3.2.Ter uitvoering van het collectieve plan stellen de producenten jaarlijks een actieplan op. Het actieplan wordt jaarlijks ingediend voor 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop het actieplan betrekking heeft. Het actieplan bevat een opsomming van de geplande acties met een duidelijke timing, vooropgestelde resultaten en een taakverdeling.3.3.3, eerste zinHet collectieve plan en het jaarlijks actieplan moeten ter goedkeuring worden voorgelegd aan de OVAM.3.3.5.Jaarlijks wordt voor 1 april gerapporteerd over de uitvoering van het collectieve plan gedurende het voorgaande kalenderjaar.3.4.1.4.Het individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan en de milieubeleidsovereenkomst, vermeld in artikel 3.2.1.2, § 1, vermelden in het bijzonder : 1° welke van de categorieën van drukwerk, vermeld in artikel 1.2.1, § 7, 1°, de producent van drukwerk verspreidt in het Vlaamse Gewest; 2° voor elk van de categorieën, vermeld in 1°, de wijze waarop de producent van drukwerk dat drukwerk aan de consument bezorgt :
  a) bezorging met de post, al of niet door bemiddeling van derden;
  b) huis-aan-huisbezorging;
  c) al of niet door bemiddeling van derden aanbieden of laten aanbieden op vaste verkoop- of verdeelpunten;
  d) al of niet door bemiddeling van derden aanbieden of laten aanbieden op beurzen, tentoonstellingen of andere niet-vaste verkoop- of verdeelpunten;
  e) op een andere wijze; 3° voor elk van de categorieën, vermeld in 1°, de wijze waarop de producent van drukwerk het drukwerkafval aanvaardt. In voorkomend geval moet een kopie van de overeenkomsten met tussenhandelaars of eindverkopers als bijlage bij het individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan worden gevoegd; 4° voor elk van de categorieën, vermeld in 1°, de wijze waarop de producent van drukwerk zorgt voor de nuttige toepassing of de verwijdering van drukwerkafval; 5° voor welke van de categorieën van publicaties, vermeld in 1°, de producent van drukwerk voor de nakoming van zijn aanvaardingsplicht overeenkomstig artikel 3.4.1.6 overeenkomsten heeft gesloten met de gemeenten of verenigingen van gemeenten waar het drukwerkafval ontstaat. In voorkomend geval moet een kopie van die overeenkomsten als bijlage bij het individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan worden gevoegd.3.4.1.5.De producent van drukwerk of de organisatie die hij hiervoor heeft aangeduid, stelt voor 1 juli van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM, voor zover die gegevensverstrekking niet in een milieubeleidsovereenkomst is geregeld :
  1° de totale hoeveelheid en het totale gewicht van het in het Vlaamse Gewest verspreide drukwerk, onderverdeeld in de categorieën, vermeld in artikel 1.2.1, § 2,21° ;
  2° een overzicht van de totale hoeveelheid en het totale gewicht van het in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht ingezamelde drukwerkafval;
  3° een overzicht van het totale gewicht van het met toepassing van de aanvaardingsplicht gerecycleerde, nuttig toegepaste en verwijderde drukwerkafval;
  4° een overzicht van de preventieve acties onderverdeeld in de categorieën, vermeld in artikel 1.2.1, § 2, 21°.3.4.2.3.Het individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan en de milieubeleidsovereenkomst, vermeld in artikel 3.2.1.2, § 1, regelen in het bijzonder, in voorkomend geval :
  1° de verplichting van de eindverkopers van voertuigen om elk afgedankt voertuig dat de consument aanbiedt op een punt van inontvangstname te aanvaarden;
  2° de verplichting van de voertuigproducenten om alle aanvaarde afgedankte voertuigen bij de punten van inontvangstname die geen erkend centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen zijn, op regelmatige basis in te zamelen en op eigen kosten te laten verwerken in een daartoe erkend centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen.3.4.2.4, eerste lidDe voertuigproducent of de organisatie die hij hiervoor heeft aangeduid, stelt voor 1 juli van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM : 1° de totale hoeveelheid voertuigen die op de markt werden gebracht in het Vlaamse Gewest, uitgedrukt in kilogram en aantallen; 2° de totale hoeveelheid afgedankte voertuigen, uitgedrukt in kilogram, categorie M1 of N1, en aantallen, die in het Vlaamse Gewest werden aanvaard door de erkende centra voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen; 3° het gewicht van de onderdelen, materialen en afvalstoffen die afkomstig zijn van afgedankte voertuigen, uitgedrukt in kilogram, die gedurende het voorafgaande kalenderjaar werden :
  a) hergebruikt en gerecycleerd;
  b) verwerkt in vergunde installaties met terugwinning van energie;
  c) verwijderd in vergunde installaties voor de verbranding van afvalstoffen;
  d) verwijderd in of op stortplaatsen; 4° de locatie van de verschillende erkende centra voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen of vergunde verwerkingsinstallaties voor afgedankte voertuigen en de wijze waarop de aanvaarde afgedankte voertuigen in het Vlaamse Gewest werden verwerkt.3.4.2.4, tweede lidIn aanvulling op artikel 3.2.1.4. vermelden de eindverkoper, tussenhandelaar en producent van voertuigen ook het chassisnummer van afgedankte voertuigen in het afvalstoffenregister. Ze verschaffen aan de OVAM alle informatie die de OVAM nuttig acht om de te bereiken doelstellingen, vermeld in artikel 3.4.2.2, te beoordelen.3.4.2.5, eerste lidDe voertuigproducenten verschaffen aan de erkende centra voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen binnen zes maanden nadat een nieuw voertuigtype in de handel is gebracht, alle demontage-informatie. In die informatie worden de verschillende voertuigonderdelen en -materialen en de plaats van alle gevaarlijke stoffen in de voertuigen aangegeven.3.4.2.5, tweede lidDe producenten van voertuigonderdelen verschaffen op verzoek van de erkende centra voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen, rekening houdend met de vertrouwelijkheid van commerciële en industriële gegevens, ook demontage-informatie, informatie over de opslag en informatie over het testen van onderdelen die opnieuw kunnen worden gebruikt.3.4.3.3.Het individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan en de milieubeleidsovereenkomst, vermeld in artikel 3.2.1.2, § 1, regelen in het bijzonder, in voorkomend geval :
  1° de verplichting van de eindverkopers van banden om, overeenkomstig artikel 3.2.1.1, § 2, elke afvalband in ontvangst te nemen die door de consument wordt aangeboden;
  2° de verplichting van de tussenhandelaars van banden om alle met toepassing van dit besluit in ontvangst genomen afvalbanden op regelmatige basis ter plaatse bij de eindverkopers in te zamelen en aan de producent van banden aan te bieden;
  3° de verplichting van de producenten van banden om alle aanvaarde afvalbanden bij de tussenhandelaar of, bij gebrek daaraan, bij de eindverkoper op regelmatige basis in te zamelen en op eigen kosten te laten verwerken in een daartoe vergunde inrichting;3.4.3.4, eerste lidDe eindverkoper van banden of de organisatie die hiervoor is aangeduid, bezorgt de OVAM voor 1 juli van elk jaar een overzicht van de totale hoeveelheid afvalbanden uitgedrukt in kilogram en soorten, die in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht in ontvangst werd genomen gedurende het voorgaande kalenderjaar.3.4.3.4, tweede lidDe tussenhandelaar in banden of de organisatie die hiervoor is aangeduid, bezorgt de OVAM voor 1 juli van elk jaar een overzicht van de totale hoeveelheid afvalbanden, inclusief die welke in aanmerking komen voor hergebruik, uitgedrukt in kilogram en soorten die in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht in ontvangst werd genomen gedurende het voorgaande kalenderjaar.3.4.3.4, derde lidDe producent van banden of de organisatie die hiervoor is aangeduid, stelt voor 1 juli van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM :
  1° de totale hoeveelheid banden, uitgedrukt in kilogram, soorten en aantallen, die in het Vlaamse Gewest in omloop werd gebracht;
  2° de totale hoeveelheid afvalbanden, inclusief die welke in aanmerking komen voor hergebruik, uitgedrukt in kilogram en soorten, die in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht werd ingezameld;
  3° de inrichtingen waar en de wijze waarop de ingezamelde afvalbanden werden verwerkt;
  4° de totale hoeveelheid afvalbanden, uitgedrukt in kilogram, die :
  a) werd uitgesorteerd voor hergebruik;
  b) een nieuw loopvlak kreeg;
  c) werd gebruikt voor materiaalrecyclage;
  d) energetisch werd gevaloriseerd.3.4.4.3, eerste lid, 1°, c)c) de producenten moeten, als ze een product op de markt brengen, een financiële zekerheid stellen waaruit blijkt dat het beheer van de afgedankte elektrische en elektronische apparaten zal worden gefinancierd. De financiële zekerheid heeft betrekking op de financiering van de inzameling en de milieuhygiënisch verantwoorde verwerking van dat product. Ze kan de vorm hebben van een recyclageverzekering, een geblokkeerde bankrekening of een deelneming van de producent aan passende financiële regelingen voor de financiering van het beheer van afgedankte elektrische apparatuur;3.4.4.3, tweede lidIn afwijking van artikel 3.2.1.1, § 6, geldt voor de zichtbaarheid van de milieubijdragen :
  1° voor elektrische en elektronische apparaten van huishoudelijke of vergelijkbare aard worden bij de verkoop van nieuwe producten de kosten van inzameling en milieuhygiënisch verantwoorde verwerking ten aanzien van de consumenten niet afzonderlijk aangetoond. De producenten mogen gedurende een overgangsperiode, tot en met 13 februari 2013 voor de grote huishoudelijke apparaten en tot en met 13 februari 2011 voor de andere apparaten, bij de verkoop van nieuwe producten de kosten van inzameling en milieuvriendelijke verwerking ten aanzien van de consumenten aantonen. De aangegeven kosten mogen niet hoger liggen dan de reële kosten;
  2° voor elektrische en elektronische apparaten van andere gebruikers dan huishoudens of vergelijkbare gebruikers mogen de producenten tijdens een overgangsperiode bij de verkoop van nieuwe producten, op vrijwillige basis, ten aanzien van de consumenten de kosten van inzameling, verwerking en milieuvriendelijke verwijdering van de historische voorraad aantonen. Producenten die van die regeling gebruik maken, moeten garanderen dat de aangegeven kosten niet hoger liggen dan de reële kosten.3.4.4.3, derde lidDe natuurlijke personen of rechtspersonen die elektrische of elektronische apparatuur verkopen op afstand via het internet, postorderdiensten of andere verkoopstechnieken, moeten de voorwaarden van dit artikel ook in acht nemen voor apparatuur die wordt geleverd aan een koper buiten het Vlaamse Gewest.3.4.4.5.De minimale doelstelling inzake inzameling van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur met toepassing van de aanvaardingsplicht bedraagt 8,5 kilogram per inwoner per jaar.
  Voor de verwerking van de met toepassing van de aanvaardingsplicht ingezamelde afgedankte elektrische en elektronische apparatuur gelden de volgende bepalingen :
  1° de verwerking moet ertoe leiden dat de volgende percentages van hergebruik en recyclage van onderdelen, materialen en stoffen worden behaald :
  a) voor het ferrometaal : 95 %;
  b) voor het non-ferrometaal : 95 %;
  c) voor de kunststoffen : 50 %;
  2° de kunststoffen worden voor 80 % nuttig toegepast. 3° voor hergebruik en recyclage van materialen, onderdelen en stoffen worden globale doelstellingen gehaald van :
  a) 80 % voor alle grote huishoudelijke apparaten en voor gasontladingslampen;
  b) 75 % voor alle automaten;
  c) 70 % voor alle andere apparatuur; 4° inzake nuttige toepassing worden globale doelstellingen gehaald van :
  a) 85 % voor alle grote huishoudelijke apparaten;
  b) 80 % voor alle automaten;
  c) 75 % voor alle IT- en telecommunicatieapparatuur en consumentenapparatuur;
  5° de afgedankte batterijen en accu's worden verwerkt overeenkomstig artikel 3.4.5.2. De doelstellingen, vermeld in 1° en 2°, gelden voor elk van de categorieën, vermeld in artikel 3.4.4.2.3.4.4.7, eerste lidDe eindverkoper van elektrische en elektronische apparatuur of de organisatie die hiervoor is aangeduid, stelt voor 1 juli van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM :
  1° de totale hoeveelheid afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, uitgedrukt in kilogram;
  2° de soorten en aantallen afgedankte elektrische en elektronische apparaten die in het kader van de aanvaardingsplicht in ontvangst werden genomen, met minstens de aparte vermelding van de hoeveelheden die :
  a) voor hergebruik geselecteerd werden, inclusief de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar en de bestemming;
  b) aan de tussenhandelaars of de producent werden overhandigd;
  c) een andere bestemming hebben gekregen.3.4.4.7, tweede lidDe tussenhandelaar in elektrische en elektronische apparatuur stelt voor 1 juli van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM :
  1° de totale hoeveelheid afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, uitgedrukt in kilogram;
  2° de soorten en aantallen afgedankte elektrische en elektronische apparaten, die in het kader van de aanvaardingsplicht in ontvangst werden genomen, met minstens de aparte vermelding van de hoeveelheden die :
  a) voor hergebruik geselecteerd werden, inclusief de inzamelaar, de afvalstoffenhandelaar of -makelaar en de bestemming;
  b) aan de producent werden overhandigd;
  c) een andere bestemming hebben gekregen.3.4.4.7, derde lidDe producent van elektrische of elektronische apparatuur of de organisatie die hiervoor is aangeduid, stelt voor 1 juli van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM :
  1° de totale hoeveelheid elektrische en elektronische apparatuur, uitgedrukt in kilogram, soorten en aantallen, die in het Vlaams Gewest op de markt werd gebracht;
  2° de totale hoeveelheid afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, uitgedrukt in kilogram, soorten en aantallen, die in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht werd ingezameld;
  3° de inrichtingen waar en de wijze waarop de ingezamelde afgedankte elektrische en elektronische apparatuur werd verwerkt;
  4° de inrichtingen waar en de hoeveelheid ingezamelde afgedankte elektrische en elektronische apparatuur die in hergebruik werd gebracht;
  5° de totale hoeveelheden afvalstoffen die voortkomen uit de verwerking van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, uitgedrukt in kilogram en opgesplitst per groep van afvalstof als vermeld in artikel 3.4.4.5, en per categorie als vermeld in artikel 3.4.4.2, die :
  a) werden gerecycleerd;
  b) op een andere wijze nuttig werden toegepast;
  c) werden verwijderd in installaties voor de verbranding van afvalstoffen;
  d) werden verwijderd door storten.3.4.4.8.De producenten verstrekken informatie over het hergebruik en de verwerking van elk op de markt gebracht nieuw type elektrische en elektronische apparatuur, binnen een jaar nadat ze dat op de markt hebben gebracht. Die informatie bevat het energielabel en aanwijzingen over de verschillende onderdelen en materialen van de apparatuur, alsook over de plaatsen in de apparatuur waar zich gevaarlijke stoffen en preparaten bevinden. De informatie wordt door de producenten van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur aan de hergebruikcentra en de verwerkings- en recyclageinrichtingen verstrekt in de vorm van handboeken of via elektronische media.3.4.5.4.Het individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan en de milieubeleidsovereenkomst, vermeld in artikel 3.2.1.2, § 1, regelen : 1° de verplichting van de eindverkopers van batterijen en accu's om, overeenkomstig artikel 3.2.1.1, § 2, elke afgedankte batterij en accu in ontvangst te nemen die door de consument wordt aangeboden; 2° de verplichting van de tussenhandelaars in batterijen en accu's om alle afgedankte batterijen en accu's die met toepassing van dit besluit in ontvangst genomen zijn, op regelmatige basis ter plaatse bij de eindverkopers in te zamelen en aan de producent van batterijen en accu's aan te bieden; 3° de verplichting van de producenten van batterijen en accu's om alle aanvaarde afgedankte batterijen en accu's bij de tussenhandelaar van batterijen en accu's, of, bij gebrek daaraan, bij de eindverkoper van batterijen en accu's, op regelmatige basis in te zamelen en op eigen kosten te laten verwerken in een daarvoor vergunde inrichting; 4° de manier waarop het gepaste gebruik van batterijen en accu's wordt aangemoedigd.3.4.5.6.De producenten van batterijen en accu's worden geregistreerd en de producenten of de organisatie die zij hiervoor hebben aangeduid, stellen voor 1 april van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM :
  1° de totale hoeveelheid batterijen en accu's, uitgedrukt in kilogram, die in het Vlaamse Gewest op de markt werd gebracht, opgesplitst in de volgende soorten : a) zink-bruinsteenbatterijen en -accu's; b) alkali-mangaanbatterijen en -accu's; c) kwikoxidebatterijen en -accu's; d) zilveroxidebatterijen en -accu's; e) zink-luchtbatterijen en -accu's; f) nikkel-cadmiumbatterijen en -accu's; g) loodhoudende batterijen en -accu's; h) nikkelmetaalhydride batterijen en -accu's; i) herlaadbare lithiumbatterijen en -accu's; j) overige batterijen en -accu's;
  2° de totale hoeveelheid afgedankte batterijen en accu's, uitgedrukt in kilogram, die in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht werd ingezameld, opgesplitst in de soorten, vermeld in 1° ;
  3° de inrichtingen waar en de wijze waarop de ingezamelde afgedankte batterijen en accu's werden verwerkt;
  4° de hoeveelheid gerecycleerde afvalstoffen;
  5° een overzicht van de preventieve acties.3.4.6.3.Het individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan en de milieubeleidsovereenkomst, vermeld in artikel 3.2.1.2, § 1, regelen in het bijzonder de wijze van inontvangstneming zodat de afgewerkte olie die vrijkomt in het kader van de aanvaardingsplicht maximaal kan worden ingezameld en verwerkt. De inzameling en verwerking van die afgewerkte olie moeten georganiseerd worden door de eindverkopers, tussenhandelaars en producenten en zijn gratis voor de particuliere verbruikers. Voor de organisatie van de inzameling en de verwerking van afgewerkte olie die afkomstig is van professionele verbruikers, kunnen in de milieubeleidsovereenkomst stimulerende maatregelen opgenomen worden.3.4.6.4, eerste lidDe eindverkoper en de tussenhandelaar van olie of de organisatie die hiervoor is aangeduid, bezorgen de OVAM voor 1 juli van elk jaar een overzicht van de totale hoeveelheid afgewerkte olie, uitgedrukt in liter, die in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht in ontvangst werd genomen gedurende het voorgaande kalenderjaar.3.4.6.4, tweede lidDe producent van olie of de organisatie die hij hiervoor heeft aangeduid, stelt voor 1 juli van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM :
  1° de totale hoeveelheid olie, uitgedrukt in liter, die in het Vlaamse Gewest werd verbruikt;
  2° de totale hoeveelheid afgewerkte olie, uitgedrukt in liter, die in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht werd ingezameld. Hij geeft daarbij opeen gemotiveerde wijze aan wat de verliezen zijn die ontstaan door de consumptie;
  3° de inrichtingen waar en de wijze waarop de ingezamelde afgewerkte olie werd verwerkt;
  4° de totale hoeveelheden aan stoffen die voortkomen uit de verwerking van afgewerkte olie, uitgedrukt in liter, die :
  a) opnieuw werden gebruikt als olie;
  b) opnieuw geraffineerd werden;
  c) op een andere wijze nuttig werden toegepast;
  d) werden verwijderd.3.4.9.3, eerste lidDe eindverkoper en de tussenhandelaar van fotovoltaïsche zonnepanelen of de organisatie die hiervoor is aangeduid, bezorgen de OVAM voor 1 juli van elk jaar een overzicht van de totale hoeveelheid fotovoltaïsche zonnepanelen uitgedrukt in aantal en in kilogram die in het kader van de aanvaardingsplicht in ontvangst werden genomen gedurende het voorgaande kalenderjaar.3.4.9.3, tweede lidDe producent van fotovoltaïsche zonnepanelen of de organisatie die hij hiervoor heeft aangeduid, stelt jaarlijks voor 1 juli de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM : 1° de totale hoeveelheid zonnepanelen, fotovoltaïsche zonnepanelen en zonneboilers uitgedrukt in aantal en in kilogram die in het Vlaamse Gewest op de markt werden gebracht;
  2° de totale hoeveelheid afgedankte zonnepanelen, afgedankte fotovoltaïsche zonnepanelen en afgedankte zonneboilers uitgedrukt in aantal en in gewicht die in het Vlaamse Gewest werd ingezameld in het kader van de aanvaardingsplicht;
  3° de inrichtingen waar en de wijze waarop de ingezamelde afgedankte zonnepanelen, afgedankte fotovoltaïsche zonnepanelen en afgedankte zonneboilers werden verwerkt;
  4° de totale hoeveelheid van de stoffen die voortkomen uit de verwerking van de afgedankte zonnepanelen, afgedankte fotovoltaïsche zonnepanelen en afgedankte zonneboilers uitgedrukt in gewicht, die :
  a) werd hergebruikt;
  b) werd gerecycleerd;
  c) werd nuttig toegepast;
  d) werd verwijderd.3.4.10.1.Voor landbouwfolies wordt de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid ingevuld door middel van een collectief plan als vermeld in afdeling 3.3, dat de betrokken producenten en gebruikers moeten opstellen tegen 1 januari 2013.3.4.10.3.Het collectieve plan moet minstens de volgende elementen bevatten :
  1° de vermelding van de vertegenwoordigers van de producenten en van de gebruikers;
  2° een analyse van de productketen :
  a) een beschrijving van de soorten en hoeveelheden landbouwfolies die op de markt worden gebracht en die vrijkomen als afvalstof;
  b) een beschrijving van de producenten en gebruikers van landbouwfolies;
  c) een beschrijving van de huidige situatie op het vlak van inzameling en verwerking;
  d) een opsomming van de ontbrekende informatie in de analyse;
  3° de concrete engagementen, enerzijds van de producenten en invoerders, anderzijds van de vertegenwoordigers van de land- en tuinbouwers, op het vlak van :
  a) de vervollediging van de analyse;
  b) hun bijdragen aan de doelstellingen.3.4.11.1, eerste lidVoor verpakte verbruiksgoederen die door de minister worden aangeduid als goederen die vaak terug te vinden zijn in het zwerfvuil, wordt de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid ingevuld door de verplichting voor de betrokken producenten om te beschikken over een collectief plan als vermeld in afdeling 3.3, dat de betrokken producenten moeten opstellen tegen 1 januari 2013.3.4.12.1, eerste lidVoor de gebruikte injectienaalden, vermeld in artikel 5.2.2.1, 11°, wordt de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid ingevuld door middel van een collectief plan als vermeld in afdeling 3.3, dat de betrokken producenten moeten opstellen tegen 1 januari 2013.3.4.13.1, eerste lidVoor gebruikte wegwerpluiers wordt de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid ingevuld door middel van een collectief plan als vermeld in afdeling 3.3, dat de betrokken producenten moeten opstellen tegen 1 januari 2013.5.2.3.1, § 6De lijst van medische afvalstoffen, vermeld in paragraaf 3, aangevuld met alle aanvullende risicohoudende en niet-risicohoudende medische afvalstoffen, vermeld in paragraaf 4 en 5, moet binnen elke instelling voor geneeskunde en elke geneeskundige praktijk ter beschikking worden gesteld van de toezichthouder en van elke persoon die betrokken is bij de productie en de behandeling van medische afvalstoffen.5.2.4.3, § 6, eerste zinHet erkende centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen verleent alle informatie die in het kader van de aanvaardingsplicht, vermeld in onderafdeling 3.4.2, moet worden bijgehouden of verstrekt, aan de voertuigproducenten of aan degenen die door hen zijn aangesteld.5.2.4.3, § 6, laatste zinHet chassisnummer van een afgedankt voertuig dat het erkende centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen verlaat, wordt voorafgaandelijk meegedeeld aan het beheersorganisme.5.2.4.3, § 7Op elk moment moet op verzoek van de toezichthouder een geactualiseerde lijst kunnen worden voorgelegd van de afgedankte voertuigen, alsook van de afvalstoffen en materialen die aanvaard werden of van de hand gedaan werden, en die aanwezig zijn op de inrichting.5.2.4.3, § 8Het erkende centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen verleent op uitdrukkelijk verzoek van de OVAM de volgende gegevens in verband met de materialenstroom, waarbij het gewicht wordt uitgedrukt in kilogram :
  1° een overzicht van de aangevoerde afgedankte voertuigen met vermelding van het aantal, het totaalgewicht per categorie M1 of N1, en lijsten van de chassisnummers;
  2° een overzicht van de afgevoerde afgedankte voertuigen, met vermelding van het aantal, het totaalgewicht per categorie M1 of N1, en de lijsten van de chassisnummers;
  3° een overzicht van de afgevoerde materialen volgens hun gewicht en totaal per bestemming.5.2.4.7, § 2, eerste lid, 1°Onverwijld wijzigingen van de gegevens, vermeld in artikel 5.2.4.5, aan de OVAM te melden;5.2.8.3.Bedrijven die pcb's verwerken, delen de hoeveelheid, de oorsprong en de aard van de aan hen geleverde pcb's, mee aan de OVAM. Ze houden die gegevens ook ter inzage van de lokale overheid en de bevolking.5.2.8.4, § 1, 1° tot en met 3°De houder van apparaten die pcb's bevatten, moet :
  1° als dat nog niet eerder gebeurd is met toepassing van het koninklijk besluit van 9 juli 1986 tot reglementering van de stoffen en preparaten die polychloorbifenylen en polychloorterfenylen bevatten, of van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2000 houdende vaststelling van het verwijderingsplan voor pcb-houdende apparaten en de daarin aanwezige pcb's, zo snel mogelijk ten minste de volgende gegevens bezorgen aan de OVAM :
  a) zijn naam en adres;
  b) plaats en omschrijving van de apparaten die pcb's bevatten en die hij in zijn bezit heeft, alsook de hoeveelheden pcb's in die apparaten;
  c) de hoeveelheden pcb's die hij in zijn bezit heeft;
  d) de hoeveelheden gebruikte pcb's die hij in zijn bezit heeft;
  e) data en soorten behandeling of vervanging die worden uitgevoerd of overwogen.
  Als die kennisgeving eerder is gedaan met toepassing van het besluit van 9 juli 1986 of van 17 maart 2000, worden daarbij de eventuele wijzigingen vermeld ten aanzien van de vroegere kennisgeving;
  2° de OVAM op de hoogte brengen van elke wijziging in de situatie, vermeld in 1° ; 3° ervoor zorgen dat elk apparaat dat meer dan 1 liter pcb's bevat, wordt voorzien van een etiket. Een soortgelijk etiket moet ook worden aangebracht op de deuren van lokalen waar dat apparaat zich bevindt. Voor sterkstroomcondensatoren geldt de drempel van 1 liter voor het totaal van de afzonderlijke onderdelen van een gecombineerd toestel. Apparaten waarvan redelijkerwijze mag worden aangenomen dat de vloeistoffen daarin tussen 0,05 en 0,005 gewichtsprocenten pcb's bevatten, mogen worden voorzien van een etiket met de vermelding ''verontreinigd met pcb's < 0,05 %''.5.2.8.4. § 2Elke wijziging van de informatie, verstrekt overeenkomstig paragraaf 1, 1° en 2°, moet binnen drie maanden schriftelijk aan de OVAM worden meegedeeld.5.2.10.3, § 1, eerste zinDe beheerder van een haven stelt een passend plan op voor de ontvangst en verwerking van scheepsafval.5.2.10.3, § 5De beheerders van de zeehavens, van de waterwegen en van de vissershavens moeten door een onafhankelijke bedrijfsrevisor een audit laten uitvoeren, waarbij wordt toegezien op de correcte uitvoering van het kostendekkingssysteem, zoals uitgewerkt in het plan voor de ontvangst en verwerking van scheepsafval. De resultaten van de audit moeten bezorgd worden aan de OVAM :
  1° voor de beheerders van de zeehavens jaarlijks, uiterlijk op 1 maart van het volgende jaar;
  2° voor de beheerders van de waterwegen en van de vissershavens, voor de periode van de drie voorafgaande boekjaren, samen met het nieuwe ontwerp van plan voor de ontvangst en verwerking van scheepsafval. De beheerders van de jachthavens die zeegaande vaartuigen ontvangen, moeten een overzicht geven van de inkomsten en uitgaven die betrekking hebben op het kostendekkingssysteem, zoals uitgewerkt in het plan voor ontvangst en verwerking van scheepsafval. Het overzicht moet bezorgd worden aan de OVAM samen met het nieuwe ontwerp van plan voor de ontvangst en verwerking van scheepsafval en loopt over de drie voorafgaande boekjaren.5.2.10.4, § 3, eerste zinIn geval van significante veranderingen in de werking van de haven, moet de beheerder van de haven dat onmiddellijk melden aan de OVAM met een aangetekende brief.5.2.10.5.De beheerder van de haven zorgt ervoor dat aan elke havengebruiker de volgende informatie wordt verstrekt :
  1° een korte verwijzing naar het fundamentele belang van een behoorlijke afgifte van scheepsafval en ladingresiduen;
  2° de locatie van de vaste havenontvangstvoorzieningen, met tekening/kaart;
  3° een lijst van gewoonlijk verwerkte soorten scheepsafval en ladingresiduen;
  4° een lijst van contactadressen, exploitanten en geboden diensten;
  5° een beschrijving van de aanmeldingsprocedure;
  6° een beschrijving van de afgifteprocedures;
  7° een beschrijving van het tariefsysteem;
  8° een beschrijving van de procedures voor het melden van vermeende tekortkomingen van havenontvangstvoorzieningen;
  9° een beschrijving van de procedure voor het aanvragen van een vrijstelling van de afgifteplicht, de aanmelding en de financiële bijdrage.5.2.10.6, § 4De aanmeldingsformulieren die de aangewezen instanties in het kader van deze procedure ontvangen, moeten gedurende een termijn van drie jaar bijgehouden worden.5.2.11.4, § 1, eerste zinDe havenbeheerders die binnenschepen ontvangen en de waterwegbeheerders stellen een passend plan op voor de ontvangst en verwerking van scheepsafval, restlading, overslagresten, ladingsrestanten en waswater.5.2.11.5, derde lid, eerste zinBij significante veranderingen in de werking van het netwerk van ontvangstinrichtingen moeten de havenbeheerders die binnenschepen ontvangen, en de waterwegbeheerders dat onmiddellijk meedelen aan de OVAM met een aangetekende brief.5.2.11.6.De havenbeheerders die binnenschepen ontvangen, en de waterwegbeheerders zorgen ervoor dat voor de binnenschepen de volgende informatie beschikbaar is :
  1° een korte verwijzing naar het fundamentele belang van een behoorlijke afgifte van scheepsafval;
  2° de locatie van de vaste ontvangstvoorzieningen, met een tekening of kaart;
  3° een lijst van de afvalstromen die worden aanvaard;
  4° een lijst van contactadressen, exploitanten en geboden diensten;
  5° een beschrijving van de afgifteprocedures en van het tariefsysteem;
  6° een beschrijving van de procedures voor het melden van vermeende tekortkomingen van havenontvangstvoorzieningen.6.1.1.6, § 2, derde lid, laatste zinHet verslag van elke keuring wordt binnen de twee maanden na de keuring door de keuringsinstelling ter beschikking gesteld van de OVAM.6.1.1.6, § 2, vierde lid, laatste zinHet verslag van elke keuring wordt binnen de twee maanden na de keuring door de keuringsinstelling ter beschikking gesteld van de OVAM.6.1.2.4, eerste zinElke wijziging in de geregistreerde gegevens moet aan de OVAM worden meegedeeld.6.1.3.4, eerste zinElke wijziging in de geregistreerde gegevens moet aan de OVAM worden meegedeeld.6.2.3.Voor kennisgevingen die betrekking hebben op de uitvoer van afvalstoffen, moet de kennisgever de originele kennisgeving, met minstens één afschrift, ervan naar de OVAM sturen. Als er doorvoerlanden zijn, moet er voor elk doorvoerland een exemplaar worden toegevoegd.7.3.1.2, § 1De afvalstoffenproducenten en grondstoffenproducenten die zijn opgenomen in de selectie, vermeld in artikel 7.3.1.1, eerste lid, alsook de afvalstoffenproducenten van bedrijfsafvalstoffen, [1 opgenomen in de indelingslijst, vermeld in artikel van 5.2.1, § 1, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, met de letter R in de zevende kolom]1, brengen verslag uit over de in het vorige kalenderjaar geproduceerde afvalstoffen en grondstoffen.7.3.1.2, § 2De verslaggeving heeft betrekking op alle bedrijfsafvalstoffen, met uitzondering van de met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen die door of in opdracht van de gemeente zijn ingezameld of opgehaald.
  De verslaggeving bevat jaartotalen uit het register van geproduceerde afvalstoffen, vermeld in artikel 7.2.1.1. Voor bedrijfsafvalstoffen die in aard, samenstelling, verwerkingswijze, afvalstoffeninzamelaar, afvalstoffen-handelaar of -,-makelaar of afvalstoffen-verwerker verschillen, moeten per exploitatiezetel afzonderlijke totalen worden ingevuld.7.3.1.2, § 3De verslaggeving heeft betrekking op alle geproduceerde grondstoffen. De verslaggeving bevat de jaartotalen uit het uitgaande materialenregister, vermeld in artikel 7.2.2.2. Voor materialen die in aard, samenstelling, toepassingswijze of bestemming verschillen, moeten afzonderlijke totalen worden ingevuld.7.3.1.3, eerste lidDe verslaggeving over de productie van bedrijfsafvalstoffen verloopt overeenkomstig artikel 2 en 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 tot invoering van het integrale milieujaarverslag, voor de datum die daarin wordt bepaald, en door middel van het deelformulier '' Identificatiegegevens '' en, het deelformulier '' Afvalstoffenmelding voor producenten '' van het integrale milieujaarverslag, waarvan het model als bijlage I bij het het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 tot invoering van het integrale milieujaarverslag is gevoegd.7.3.2.1, eerste lidDe gemeentelijke overheden bezorgen jaarlijks voor 1 april aan de OVAM een jaarrapport over de in het vorige kalenderjaar door hen of in hun opdracht ingezamelde afvalstoffen.7.3.2.1, tweede lidHet jaarrapport heeft betrekking op huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen die door of in opdracht van de gemeente zijn ingezameld of opgehaald.7.3.2.2, eerste lidHet jaarrapport, vermeld in artikel 7.3.2.1, wordt schriftelijk of elektronisch bezorgd en bevat jaartotalen uit het register van de door de gemeente of in opdracht van de gemeente ingezamelde afvalstoffen, vermeld in artikel 7.2.1.3.7.3.2.2, tweede lidDe OVAM bepaalt de inhoud van het jaarrapport en de vorm waarin het wordt opgemaakt en bezorgd, met inbegrip van de technische specificaties voor het elektronisch indienen van het rapport.7.4.2, § 2De verslaggeving heeft betrekking op alle verwerkte afvalstoffen die zijn opgenomen in de selectie, vermeld in artikel 7.4.1, eerste lid. De verslaggeving bevat jaartotalen uit het register van verwerkte afvalstoffen, vermeld in artikel 7.2.1.1. Voor afvalstoffen die in aard, samenstelling, verwerkingswijze of plaats van herkomst (binnen België het gewest, buiten België het land) verschillen, moeten per exploitatiezetel afzonderlijke totalen worden ingevuld.7.4.2, § 3De verslaggeving heeft betrekking op alle gebruikte grondstoffen die zijn opgenomen in de selectie, vermeld in artikel 7.4.1, eerste lid. De verslaggeving bevat de jaartotalen uit het inkomende materialenregister, vermeld in artikel 7.2.2.3. Voor grondstoffen die in aard, samenstelling, toepassingswijze of plaats van herkomst (binnen België het gewest, buiten België het land) verschillen, moeten afzonderlijke totalen worden ingevuld.7.4.3.De verwerker van afvalstoffen die opgenomen is in de selectie, vermeld in artikel 7.4.1, eerste lid, brengt verslag uit over de in het vorige kalenderjaar door hem verwerkte afvalstoffen waarvoor rapportering wordt gevraagd. Voor zover het in Vlaanderen ingevoerde afvalstoffen betreft, verloopt de verslaggeving overeenkomstig artikel 2 en 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 tot invoering van het integrale milieujaarverslag, voor de datum die daarin wordt bepaald en door middel van het deelformulier '' Ingevoerde afvalstoffen door verwerkers '' van het integrale milieujaarverslag, waarvan het model als bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 tot invoering van het integrale milieujaarverslag is gevoegd.8.1.4.1, eerste lidElke wijziging die wordt aangebracht aan de gegevens, vermeld in artikel 8.1.2.2, 1°, 7°, 8°, 9°, en elke wijziging van leidinggevende personeelsleden of in het adres van het laboratorium, worden onmiddellijk met een aangetekende brief meegedeeld aan de OVAM.8.1.4.2, eerste lid, 3°Als het laboratorium analyses uitvoert waarvoor het niet erkend is, moet de niet-erkenning voor de analyses in kwestie expliciet in het analyseverslag vermeld worden;8.1.4.2, eerste lid, 4°Als het laboratorium analyses laat uitvoeren in een ander daartoe erkend laboratorium, moet de uitbesteding voor de analyses in kwestie expliciet in het analyseverslag vermeld worden.(1)
ArticleObligation légale
3.2.1.1, § 6La partie du prix d'achat d'un produit qui est imputée pour couvrir les frais liés à l'exécution de l'obligation d'acceptation, doit être visiblement mentionnée sur la facture, sauf dispositions contraires dans le présent arrêté, dans la convention environnementale ou le plan individuel de prévention et de gestion de déchets.
3.2.1.1, § 7Le vendeur final de produits relevant de l'obligation d'acceptation doit apposer dans chacun des ses points de vente, à un endroit et de manière clairement visible, un avis dans lequel il est stipulé, sous l'intitulé '' OBLIGATION D'ACCEPTATION '', de quelle manière il répond aux dispositions du présent arrêté et selon quelles modalités l'acheteur peut se débarrasser de son produit mis au rebut. Egalement en cas de vente en dehors d'un espace de vente, le consommateur doit être informé à ce sujet.
3.2.1.2, § 1Les modalités d'observation de l'obligation d'acceptation sont fixées dans un des documents suivants: 1° un plan individuel de prévention et de gestion de déchets que les producteurs soumettent pour approbation à l'OVAM conformément aux conditions visées au paragraphe 2 et à la sous-section 3.2.3; 2° une convention environnementale telle que prévue par le décret du 15 juin 1994 relatif aux conventions environnementales, conformément aux conditions visées au paragraphe 2 et à la sous-section 3.2.2.
3.2.1.2, § 2, alinéa premierLa convention environnementale ou le plan individuel de prévention et de gestion des déchets mentionne en particulier : 1° les mesures pour la prévention qualitative et quantitative et pour la réutilisation des déchets; 2° les mesures pour la collecte sélective des déchets; 3° les mesures pour le traitement optimal des déchets; 4° les mesures pour un enregistrement adéquat des flux de déchets et la base de la réalisation des objectifs; 5° les mesures pour l'indemnisation des personnes morales de droit public, des centres de récupération ou d'autres points de collecte; 6° les mesures pour la sensibilisation des différents groupes cibles; 7° les mesures pour les propres systèmes de contrôles des mesures mentionnés aux points 1° à 6° inclus; 8° les dispositions concernant les rapports à l'OVAM en ce qui concerne les mesures susmentionnées; 9° les mesures pour le financement de la collecte et du traitement.
3.2.1.2, § 2, alinéa troisPour les déchets ménagers, la plan individuel de prévention et de gestion des déchets prévoit en outre une garantie financière qui correspond aux frais estimés pour la reprise par la Région flamande de l'obligation d'acceptation pendant 6 mois. Une convention environnementale peut stipuler d'autres garanties pour assurer le respect des engagements de la convention.
3.2.1.3, § 1Le producteur auquel l'obligation d'acceptation s'applique doit, chaque année, faire rapport à l'OVAM de la façon dont il exécute l'obligation d'acceptation. Le producteur peut désigner une organisation en vue de l'exécution du rapport. Pour le rapportage, les dispositions suivantes sont d'application : 1° les données chiffrées qui sont fournies à l'OVAM dans le cadre de l'obligation d'acceptation, sont certifiées par un organisme de contrôle indépendant; 2° les données chiffrées de transporteurs et des instances de traitement qui sont fournies dans le cadre de l'obligation d'acceptation à l'organisme de gestion ou au producteur, sont certifiées par un organisme de contrôle indépendant;
  3° les données chiffrées qui sont fournies à l'organisme de gestion dans le cadre de l'obligation d'acceptation par les producteurs sont certifiées par un organisme de contrôle indépendant. L'organisme de gestion ou un tiers désigné par cet organisme peut reprendre cette tâche, à condition que tous les membres soient contrôlés au moins une fois tous les trois ans et que l'organisme de gestion fasse annuellement rapport à l'OVAM sur cette action et les résultats;
  4° il peut être dérogé aux obligations visées aux points 1°, 2° et 3° dans une convention environnementale ou un plan individuel de prévention et de gestion de déchets lorsque la qualité des données chiffrées peut être garantie d'une autre façon.
3.2.1.3, § 2Les producteurs, vendeurs finaux, intermédiaires et organismes de gestion fournissent à l'OVAM toutes les informations que celle-ci juge utiles pour l'évaluation des objectifs et du contrôle de la responsabilité tendue des producteurs, visée aux chapitres 3 et 5 et à l'article 21 du Décret sur les Matériaux. Lorsque les parties le jugent nécessaire, un système garantissant la confidentialité sera élaboré.
3.2.2.1Une convention environnementale est possible selon les conditions suivantes : 1° la convention environnementale telle que visée au décret du 15 juin 1994 relatif aux conventions environnementales est conclue par les organisations représentatives chapeautantes d'entreprises dont le producteur, le vendeur final et l'intermédiaire sont membres. Dans ce cas, chaque organisation représentative chapeautante d'entreprises signe pour les engagements qui découlent des obligations légales de leurs membres;
  2° un organisme de gestion est créé qui exerce les tâches au nom de la/des organisation(s) représentative(s). Il ne peut être dérogé à l'obligation de création d'un organisme de gestion que lorsque les organisations représentatives chapeautantes de tous les acteurs tels que visés au 1°, démontrent qu'ils peuvent obtenir les mêmes résultats par le biais d'un autre organe commun. Cet organe doit répondre aux mêmes obligations qu'un organisme de gestion;
  3° l'organisme de gestion soumet au plus tard six mois après la signature de la convention environnementale un plan de gestion pour la durée de la convention environnementale à l'approbation de l'OVAM, indiquant comment il exécutera les dispositions de la convention. Le plan de gestion comprend au moins les conditions d'exécution des dispositions contenues dans la convention environnementale conformément à l'article 3.1.1.4, § 2. L'organisme de gestion soumet avant le 1er octobre de chaque année une actualisation pour l'année calendrier suivante, à des fins d'approbation; 4° au plus tard six mois après la signature de la convention environnementale, l'organisme de gestion soumet un plan financier, en ce compris le calcul d'éventuelles cotisations pour la durée de la convention environnementale, pour avis à l'OVAM. Avant le 1er octobre de chaque année, l'organisme de gestion soumet une actualisation pour l'année calendrier suivante, pour avis; 5° lorsque l'organisme de gestion organise la collecte et le traitement, les cahiers de charge pour la collecte et le traitement doivent être approuvés par l'OVAM. Toute modification des cahiers des charges doit faire l'objet d'une approbation préalable;
  6° l'OVAM assumera au nom de la région le rôle d'observateur au sein du conseil d'administration et de l'assemblée générale de l'organisme de gestion. A cette fin, l'OVAM recevra en temps utile les convocations et les comptes rendus; 7° l'organisme de gestion ne peut refuser l'adhésion d'aucune entreprise à laquelle pourrait s'appliquer l'obligation d'acceptation visée dans la convention environnementale. L'organisme de gestion peut déroger à cette obligation lorsqu'il existe des motifs graves et après approbation de l'OVAM; 8° à la demande de l'OVAM, l'organisme de gestion organise une concertation avec les organisations représentatives de tous les acteurs associés à l'exécution de l'obligation d'acceptation.
  A l'alinéa premier, points 3°, 4° et 5°, une distinction est opérée entre les déchets ménagers et les déchets industriels comparables avec des déchets ménagers, d'une part, et les déchets industriels, d'autre part. Il peut y être dérogé moyennant autorisation de l'OVAM.
3.2.2.2, § 1Tous les documents établis dans le cadre de l'exécution d'une convention de politique environnementale et qui sont d'importance stratégique sont soumis à l'approbation de l'OVAM. Il s'agit au moins du plan de gestion, des cahiers de charge et du plan de communication. L'OVAM dispose d'un mois pour approuver ou non ces documents. Faute de décision pendant ce délai, l'OVAM est censé avoir approuvé les documents. Lorsque l'OVAM demande des informations complémentaires, le délai peut être prolongé d'un mois au maximum. Ce délai prend effet à partir de la date de réception de toutes les informations demandées. Lorsque l'OVAM rejette les documents, une proposition adaptée doit être soumise pour approbation. Une proposition ne peut être exécutée sans l'autorisation de l'OVAM.
3.2.1.2, § 2, première phrasePar dérogation au paragraphe 1er, le plan financier et la convention d'adhésion sont soumis pour avis.
3.2.3.4.Le titulaire de l'approbation visée à l'article 3.2.3.2. 3° est tenu de communiquer à l'OVAM, sans tarder et par lettre recommandée, toute modification des éléments suivants de son dossier :
  1° les nom, forme juridique, siège et numéro du registre de commerce ou un enregistrement correspondant et numéro de TVA du titulaire;
  2° ses domicile, adresse ou numéro de téléphone et de télécopie du titulaire et, le cas échéant, des sièges sociaux, administratifs et d'exploitation ou de la résidence en Région flamande;
  L'objet du plan individuel de prévention et de gestion de déchets approuvé;
  les engagements prévus par le plan individuel de prévention et de gestion de déchets approuvé.
3.3.1., alinéa premier, deuxième phraseTout producteur individuel concerné par cette responsabilité producteurs étendue doit adhérer à un plan collectif.
3.3.2.En vue de l'exécution du plan collectif, les producteurs établissent chaque année un plan d'action. Le plan d'action est introduit chaque année avant le 1er octobre de l'année précédant celle à laquelle le plan d'action a trait. Le plan d'action comprend une énumération des actions planifiées avec un planning clair, les résultats postulés et une répartition des tâches.
3.3.3, première phraseLe plan collectif et le plan d'action annuel doivent être soumis à l'approbation de l'OVAM.
3.3.5.Chaque année, un rapport est adressé avant le 1er avril concernant l'exécution du plan collectif durant l'année calendrier précédente.
3.4.1.4.1° Le plan individuel de prévention et de gestion des déchets et la convention environnementale cités à l'article 3.2.1.2, § 1, précisent notamment : 2° lesquelles des catégories d'imprimés, énumérées à l'article 1.2.1, § 7, 1°, le producteur d'imprimés met en circulation en Région flamande; pour chacune des catégories énumérées sous 1°, leur mode de distribution aux consommateurs par le producteur d'imprimés : envoi postal, par l'entremise de tiers ou non;b) livraison de porte en porte;c) offrir ou faire offrir dans des points de vente ou de distribution fixes, par l'entremise de tiers ou non;c) offrir ou faire offrir sur des foires, expositions ou autres points de vente ou de distribution non fixes, par l'entremise de tiers ou non;e) tout autre mode de distribution; 3° pour chacune des catégories énumérées sous 1°, les modalités d'acceptation par producteur d'imprimés : Le cas échéant, une copie des conventions passées avec les intermédiaires ou vendeurs finaux doit être jointe en annexe au plan individuel de prévention et de gestion des déchets; 4° pour chacune des catégories, énumérées sous 1°, les modalités de valorisation ou d'élimination par le producteur d'imprimés des déchets d'imprimés; 5° pour lesquelles des catégories de publications, énumérées sous 1°, le producteur a passé des conventions avec les communes ou les associations de communes productrices de déchets d'imprimés en vue de l'acquittement de son obligation d'acceptation, conformément à l'article 3.4.1.6. Le cas échéant, une copie de ces conventions doit être jointe en annexe au plan individuel de prévention et de gestion des déchets.
3.4.1.5.Le producteur d'imprimés ou l'organisation qu'il a désignée à cet effet met à la disposition de l'OVAM, avant le 1er juillet de chaque année, les données citées ci-dessous au titre de l'année calendaire précédente, pour autant que cela n'ait pas déjà fait l'objet d'une convention environnementale : 1° la quantité globale et le poids global des imprimés mis en circulation en Région flamande, répartis selon les catégories citées à l'article 1.1.1, § 2, 21° ;
  2° un relevé de la quantité globale et du poids global des d'imprimés collectés dans le cadre de l'obligation d'acceptation;
  3° un relevé du poids global des imprimés recyclés, valorisés et éliminés par application de l'obligation d'acceptation;
  4° un relevé des actions de prévention réparties dans les catégories citées à l'article 1.2.1, § 2, 21°.
3.4.2.3.Le plan individuel de prévention et de gestion des déchets et la convention environnementale visés à l'article 3.2.1.2, § 1, règlent en particulier et le cas échéant : 1° l'obligation des vendeurs finaux de véhicules de réceptionner tout véhicule mis au rebut présenté par le consommateur à un point de réception; 2° l'obligation des producteurs de véhicules de collecter de manière régulière et de faire traiter à leur frais dans un centre agréé pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut tous les véhicules mis au rebut acceptés au niveau des points de réception qui ne sont pas un centre agréé pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut.
3.4.2.4, alinéa premierLe producteur de véhicules ou l'organisation qu'il a désignée à cet effet fournit à lOVAM avant le 1er juillet de chaque année, les renseignements suivants au titre de l'année calendaire précédente :
  1° la quantité totale de véhicules Région flamande, exprimée en kilogrammes et nombres, qui a été mise sur le marché : 2° la quantité totale de véhicules mis au rebut, exprimée en kilogrammes, catégories M1 ou N1 qui a été acceptée en Région flamande par les centres agréés pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut; 3° le poids des pièces, matériaux et déchets en provenance des véhicules hors d'usage en kilogramme, qui au cours de l'année calendaire précédente :
  ont été réutilisés et recyclés;
  b) ont été traités dans des installations autorisées avec récupération d'énergie;
  c) ont été éliminés par les installations d'incinération de déchets autorisées;
  d) ont été éliminés en décharge; 4° le lieu d'implantation des différents centres agréés pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut ou d'installations autorisées de traitement de véhicules hors d'usage, et la façon dont les véhicules hors d'usage acceptés ont été traités en Région flamande.
3.4.2.4, alinéa deuxEn complément à l'article 3.2.1.4, le vendeur final, l'intermédiaire, et le producteur de véhicules mis au rebut mentionnent également le numéro de châssis de véhicules mis au rebut dans un registre des déchets. Ils fournissent à l'OVAM toutes informations que celle-ci juge utiles pour l'appréciation de l'objectif à réaliser conformément à l'article 3.4.2.2.
3.4.2.5, alinéa premierLes producteurs de véhicules fournissent aux centres agréés pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut toutes les informations de démontage dans les six mois qui suivent la commercialisation d'un nouveau type de véhicule. Ces informations comprennent les différentes pièces et les différents matériaux des véhicules et l'emplacement de toutes les substances dangereuses dans les véhicules.
3.4.2.5, alinéa deuxLes producteurs de pièces de véhicules fournissent également à la demande des centres agréés pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut des informations à propos du démontage, du stockage et des tests des pièces qui peuvent être à nouveau utilisées tout en tenant compte de la confidentialité des données commerciales et industrielles.
3.4.3.3.Le plan individuel de prévention et de gestion des déchets et la convention environnementale visés à l'article 3.2.1.2, § 1, règlent en particulier et le cas échéant : 1° l'obligation des vendeurs finaux de pneus de réceptionner, conformément à l'article 3.2.1.1, § 2, tout pneu usagé présenté par le consommateur; 2° l'obligation des intermédiaires de pneus de collecter de manière régulière et sur place auprès des vendeurs finaux les pneus usagés réceptionnés en application du présent arrêté et de les présenter au producteur de pneus; 3° l'obligation des producteurs de pneus de collecter de manière régulière tous les pneus usagés acceptés, auprès de l'intermédiaire ou à défaut auprès du vendeur final, et de les faire transformer à ses frais dans un établissement autorisé à cette fin.
3.4.3.4, alinéa premierLe vendeur final ou l'organisation qu'il a désignée à cet effet remet à l'OVAM, avant le 1er juillet de chaque année, un relevé de la quantité globale de pneus usagés, exprimée en kilogrammes et en types, qui a été réceptionnée durant l'année calendaire précédente dans le cadre de l'acquittement de l'obligation d'acceptation.
3.4.3.4, alinéa deuxL'intermédiaire de pneus ou l'organisation qu'il a désignée à cet effet remet à l'OVAM, avant le 1er juillet de chaque année, un relevé de la quantité globale de pneus usagés, y compris ceux qui entrent en considération pour une réutilisation, exprimée en kilogrammes et en types, qui a été réceptionnée durant l'année calendaire précédente dans le cadre de l'acquittement de l'obligation d'acceptation.
3.4.3.4, alinéa troisLe producteur de pneus ou l'organisation qu'il a désignée à cet effet fournit à l'OVAM avant le 1er juillet de chaque année, les renseignements suivants au titre de l'année calendaire précédente :
  1° la quantité totale de pneus, exprimée en kilogrammes, types et nombres qui a été mise sur le marché en Région flamande;
  2° la quantité totale de pneus usagés, y compris ceux qui entrent en considération pour la réutilisation, exprimée en kilogrammes et en types qui a été collectée dans le cadre de l'acquittement de l'obligation d'acceptation;
  3° les établissements où sont traités les pneus usagés et le mode de traitement;
  4° la quantité totale de pneus usagés, exprimée en kilogrammes, qui : a) été triée pour être réutilisée;
  b) a été rechapée;
  c) a été utilisée pour le recyclage de matériau;
  d) a été énergétiquement valorisée.
3.4.4.3, alinéa premier, 1°, c)c) Lorsque les producteurs introduisent un produit sur le marché, ils établissent une garantie financière dont il ressort que la gestion des appareils électriques ou électriques mis au rebut sera financée. La garantie financière a trait au financement de la collecte et du traitement respectueux de l'environnement de ce produit. Elle peut prendre la forme d'une assurance de recyclage, d'un compte bancaire bloqué ou d'une participation du producteur à des règlements financiers adéquats en vue du financement de la gestion d'appareils électriques et électroniques mis au rebut.
3.4.4.3., alinéa deuxPar dérogation à l'article 3.2.1.1, § 6, les conditions suivantes s'appliquent à la visibilité des contributions environnementales :
  1° pour des appareils électriques et électroniques de nature ménagère ou comparable, en cas de vente de nouveaux produits, les frais de collecte et de traitement respectueux de l'environnement ne peuvent pas être démontrés séparément à l'égard des consommateurs. En cas de vente de nouveaux produits, les producteurs peuvent démontrer les frais de collecte et de traitement respectueux de l'environnement à l'égard des consommateurs durant une période transitoire jusqu'au 13 février 2013 pour les grands appareils ménagers et jusqu'au 13 février 2011 pour les autres appareils. Les frais ainsi démontrés ne peuvent pas dépasser les frais réels;
  2° pour des appareils électriques et électroniques d'utilisateurs autres que des ménages ou des utilisateurs comparables, les producteurs peuvent, sur une base volontaire, pendant une période transitoire, en cas de vente de nouveaux produits, démontrer les frais de collecte, de traitement et d'évacuation respectueuse de l'environnement à l'égard des consommateurs du stock historique. Les producteurs qui ne font pas usage de ce règlement doivent garantir que les frais ainsi démontrés ne dépassent pas les frais réels.
3.4.4.3, alinéa troisLes personnes physiques ou personnes morales qui vendent à distance des appareils électriques ou électroniques via internet, de services par correspondance urbanistique d'autres techniques de vente doivent respecter les conditions du présent article pour les appareils qui sont livrés à un acheteur en dehors de la Région flamande.
3.4.4.5.L'objectif minimum en matière de collecte d'appareils électriques et électroniques mis au rebut, en application de l'obligation d'acceptation, est de 8,5 kilogrammes par habitant et par année. Pour le traitement d'appareils électriques et électroniques mis au rebut et collectés en application de l'obligation d'acceptation, les conditions suivantes s'appliquent : 1° le traitement doit conduire à la réalisation des pourcentages suivants de réutilisation et de recyclage de composants, de matériaux et de substances :
  a) pour les métaux ferreux : 95 %;
  b) pour les métaux non ferreux : 95 %;
  c) pour les plastiques : 50 %;
  2° les plastiques sont valorisés à 80 %.
  3° en ce qui concerne la réutilisation et le recyclage de matériaux, composants et substances, des objectif globaux sont atteints conformément aux pourcentages ci-dessous : a) 80 % pour tous les grands appareils ménagers et pour les lampes à décharge gazeuse;
  b) 75 % pour tous les automates;
  c) 70 % pour tous les autres appareils; 4° en matière de valorisation, on atteint les objectifs globaux suivants : a) 85 % pour tous les grands appareils ménagers;
  b) 80 % pour tous les automates;
  c) 75 % pour tous les appareils IT et de télécommunication et appareils consommateurs; 5° les piles et accumulateurs usagés sont traités conformément à l'article 3.4.5.2. Les objectifs cités aux points 1° et 2° s'appliquent pour chacune des catégories citées à l'article 3.4.4.2.
3.4.4.7, alinéa troisLe vendeur final d'appareils électriques et électroniques ou l'organisation qu'il a désignée à cet effet fournit à l'OVAM avant le 1er juillet de chaque année, les renseignements suivants au titre de l'année calendaire précédente :
  1° la quantité totale des équipements électriques et électroniques mis au rebut, exprimée en kilogrammes;
  2° les types et nombres des équipements électriques et électroniques mis au rebut, qui ont été réceptionnés dans le cadre de l'acquittement de l'obligation d'acceptation, avec au moins la mention séparée des quantités qui :
  a) ont été sélectionnées pour la réutilisation, y compris le collecteur et la destination;
  b) ont été remises aux intermédiaires, respectivement au producteur; c) ont reçu une autre destination.
3.4.4.7, alinéa deuxL'intermédiaire d'équipements électriques et électroniques fournit à l'OVAM avant le 1er juillet de chaque année, les renseignements suivants au titre de l'année calendaire précédente :
  1° la quantité totale des équipements électriques et électroniques mis au rebut, exprimée en kilogrammes;
  2° les types et nombres des équipements électriques et électroniques mis au rebut, qui ont été réceptionnés dans le cadre de l'acquittement de l'obligation d'acceptation, avec au moins la mention séparée des quantités qui : ont été sélectionnées pour la réutilisation, y compris le collecteur, le négociant ou le courtier en déchets et la destination;
  b) ont été remises au producteur;
  c) ont reçu une autre destination.
3.4.4.7, alinéa troisLe producteur d'équipements électriques et électroniques ou l'organisation qu'il a désignée à cet effet fournit à l'OVAM avant le 1er juillet de chaque année, les renseignements suivants au titre de l'année calendaire précédente :
  1° la quantité totale des équipements électriques et électroniques, exprimée en kilogrammes, types et nombres qui a été mise sur le marché en Région flamande; 2° la quantité totale des équipements électriques et électroniques mis au rebut, exprimée en kilogrammes, types et nombres qui a été collectée dans le cadre de l'acquittement de l'obligation d'acceptation;
  3° les établissements où sont traités les équipements électriques et électroniques mis au rebut et collectés et le mode de traitement;
  4° les établissements où sont emportés les équipements électriques et électroniques mis au rebut pour la réutilisation et les quantités; 5° la quantité totale de déchets provenant du traitement des équipements électriques et électroniques mis au rebut, exprimée en kilogrammes et ventilée par groupe de déchets tel que visé à l'article 3.4.4.5, et par catégorie, mentionnée à l'article 3.4.4.2, qui : a) a été recyclée;
  b) a été valorisée d'une autre façon;
  c) a été éliminée par les installations d'incinération de déchets; d) a été éliminée par mise en décharge.
3.4.4.8.Les producteurs fournissent des informations sur la réutilisation et le traitement pour tout nouveau type d'appareil électrique ou électronique introduit sur le marché et ce, dans l'année où ils les ont introduits sur le marché. Ces informations contiennent le label énergétique et des désignations relatives aux différents éléments et matériaux des appareils, ainsi qu'aux endroits dans les appareils où se trouvent des substances et préparations dangereuses. Les informations sont fournies sous forme de manuels ou à l'aide de médias électroniques par les producteurs des appareils électriques ou électroniques mis au rebut aux centres de réutilisation et aux établissements de traitement et de recyclage.
3.4.5.4.Le plan individuel de prévention et de gestion des déchets et la convention environnementale cités à l'article 3.2.1.2, § 1 règlent : 1° l'obligation des vendeurs finaux de piles et d'accumulateurs de réceptionner, conformément à l'article 3.2.1.1, § 2, tous les piles et accumulateurs usagés présentés par le consommateur; l'obligation des intermédiaires de piles et d'accumulateurs de collecter, de manière régulière, sur place auprès de vendeurs finaux et de présenter au producteur de piles et d'accumulateurs, tous les piles et accumulateurs usagés qui sont réceptionnés; l'obligation des producteurs de piles et d'accumulateurs de faire collecter régulièrement tous les piles et accumulateurs usagés acceptés auprès de l'intermédiaire de piles et d'accumulateurs, ou faute d'intermédiaire, auprès du vendeur final de piles et d'accumulateurs, et de les faire traiter à ses frais dans une installation autorisée à cette fin; 2° la manière dont l'usage approprié de piles et d'accumulateurs a été encouragé.
3.4.5.6.Les producteurs de piles et accumulateurs sont enregistrés et les producteurs ou l'organisation qu'ils ont désignée à cet effet fournissent à l'OVAM avant le 1er avril de chaque année les données suivantes portant sur l'année calendaire précédente :
  1° la quantité totale de piles et d'accumulateurs, exprimée en kilogrammes, mise en circulation en Région flamande, ventilée suivant chacun des types suivants : a) piles et accumulateurs au zinc-bioxyde de manganèse; b) piles et accumulateurs alcalins au manganèse; c) piles et accumulateurs à l'oxyde de mercure; d) piles et accumulateurs à l'oxyde d'argent; e) piles et accumulateurs à air-zinc; f) piles et accumulateurs au cadmium-nickel; g) batteries de démarrage au plomb; h) piles et accumulateurs nickel métal hydrure; i) piles et accumulateurs lithium rechargeables;
  j) autres piles et accumulateurs;
  2° la quantité totale de piles et d'accumulateurs usagés, exprimée en kilogrammes qui ont été collectés dans le cadre de l'acquittement de l'obligation d'acceptation, ventilée suivant les types cités sous 1° ; 3° les établissements où sont traités les piles et accumulateurs usagés collectés et le mode de traitement; 4° la quantité de déchets recyclés;
  5° un aperçu des actions préventives.
3.4.6.3.Le plan individuel de prévention et de gestion des déchets et la convention environnementale, cités à l'article 3.2.1.2, § 1, règlent plus particulièrement le mode de réception afin que l'huile usagée qui se libère dans le cadre de l'obligation d'acceptation puisse être collectée et traitée de façon maximale. La collecte et le traitement de cette huile usagée doivent être organisés par les vendeurs finaux, intermédiaires et producteurs et sont gratuits pour les consommateurs particuliers Pour l'organisation de la collecte et du traitement de l'huile usagée qui provient de consommateurs professionnels, la convention environnementale peut inclure des mesures de stimulation.
3.4.6.4, alinéa premierLe vendeur final et l'intermédiaire d'huile ou l'organisation qu'il a désignée à cet effet remet à l'OVAM, avant le 1er juillet de chaque année, un relevé de la quantité globale d'huile usagée, exprimée en litre, qui a été réceptionnée durant l'année calendaire précédente dans le cadre de l'acquittement de l'obligation d'acceptation.
3.4.6.4, alinéa deuxLe producteur d'huile ou l'organisation qu'il a désignée à cet effet fournit à lOVAM avant le 1er juillet de chaque année les renseignements suivants au titre de l'année calendaire précédente :
  1° la quantité totale d'huile, exprimée en litre, qui a été utilisée en Région flamande;
  2° la quantité totale d'huile usagée, exprimée en litre, qui a été collectée dans le cadre de l'acquittement de l'obligation d'acceptation. Ce faisant, il indique d'une manière motivée les pertes encourues par la consommation;
  3° les établissements où est traitée l'huile usagée et le mode de traitement;
  4° les quantités totales de substances qui proviennent du traitement de l'huile usagée, exprimées en litre, qui :
  a) ont à nouveau été utilisées comme huile;
  b) ont à nouveau été raffinées;
  b) ont été valorisées d'une autre façon;
  d) ont été enlevées.
3.4.9.3, alinéa premierLe vendeur final et l'intermédiaire de panneaux solaires photovoltaïques ou l'organisation qu'il a désignée à cet effet remet à l'OVAM, avant le 1er juillet de chaque année, un relevé de la quantité globale de panneaux solaires photovoltaïques, exprimée en quantités et en kilogrammes, qui a été réceptionnée durant l'année calendaire précédente dans le cadre de l'obligation d'acceptation.
3.4.9.3, alinéa deuxLe producteur de panneaux solaires photovoltaïques ou l'organisation qu'il a désignée à cet effet fournit à l'OVAM avant le 1er juillet de chaque année, les renseignements suivants au titre de l'année calendaire précédente : 1° la quantité totale de panneaux solaires, de panneaux solaires photovoltaïques et de chauffe-eau solaires, exprimée en quantités et en kilogrammes, qui a été commercialisée en Région flamande;
  2° la quantité totale de panneaux solaire, de panneaux solaires photovoltaïques et de chauffe-eau solaires mis au rebut, exprimée en quantité et en poids, qui a été collectée en Région flamande dans le cadre de l'obligation d'acceptation; 3° les établissements où ont été traité les panneaux solaires, les panneaux solaires photovoltaïques et les chauffe-eau solaires mis au rebut et collectés et le mode de traitement;
  4° la quantité totale de substances qui proviennent du traitement de panneaux solaires, de panneaux solaires photovoltaïques et de chauffe-eau solaires mis au rebut, exprimée en poids qui : a) a été réutilisée;
  b) a été recyclée;
  c) a été valorisée;
  d) a été enlevée.
3.4.10.1.Pour les feuilles agricoles, la responsabilité étendue des producteurs est complétée par le biais d'un plan collectif tel que visé à la section 3.3 que les producteurs et utilisateurs concernés doivent établir d'ici le 1er janvier 2013.
3.4.10.3.Le plan collectif doit contenir au moins les éléments suivants :
  1° la désignation des représentants des producteurs et des utilisateurs :
  2° une analyse de la chaîne de produit : a) une description des types et des quantités de feuilles agricoles qui sont mises sur le marché et qui se dégagent comme déchet;
  b) une description des producteurs et utilisateurs de feuilles agricoles;
  c) une description de la situation actuelle en matière de collecte et de traitement;
  d) une énumération des informations qui manquent dans l'analyse;
  3° les engagements concrets des producteurs et importateurs, d'une part, en termes de es représentants des agriculteurs et horticulteurs, d'autre part, en ce qui concerne : a) le fait de compléter l'analyse;
  b) leurs contributions aux objectifs.
3.4.11.1, alinéa premierPour les biens de consommation emballés qui sont désignés par le ministre comme des biens qui se retrouvent souvent dans les détritus non ramassé, la responsabilité étendue des producteurs est complétée par l'obligation pour les producteurs concernés de disposer d'un plan collectif tel que visé à la section 3.3. que les producteurs concernés doivent établir d'ici le 1er janvier 2013.
3.4.12.1, alinéa premierPour les aiguilles d'injection usagées, citées à l'article 5.2.2.1, 11°, la responsabilité étendue des producteurs est complétée par le biais d'un plan collectif tel que visé à la section 3.3 que les producteurs concernés doivent établir d'ici le 1er janvier 2013.
3.4.13.1, alinéa premierPour les langes jetables, la responsabilité étendue des producteurs est complété par le biais d'un plan collectif tel que visé à la section 3.3 que les producteurs concernés doivent établir d'ici le 1er janvier 2013.
5.2.3.1, § 6La liste des déchets médicaux, citée au paragraphe 3, complétée par tous autres déchets médicaux à risque et sans risque supplémentaires, tels que visés aux paragraphes 4 et 5, sera tenue à la disposition du fonctionnaire surveillant et de toute personne impliquée dans la production et le traitement des déchets médicaux au sein de chaque institution médicale et de chaque cabinet médical.
5.2.4.3, § 6, première phraseLe centre agréé pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut fournit toute information qui doit être gardée ou fournie dans le cadre de l'obligation d'acceptation, citée à la sous-section 3.4.2, aux producteurs de véhicules ou à leurs préposés.
5.2.4.3, § 6, dernière phraseLe numéro de châssis d'un véhicule mis au rebut qui quitte le centre agréé pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut doit être communiqué au préalable à l'organisme de gestion.
5.2.4.3, § 7A la demande du fonctionnaire surveillant, une liste actualisée des véhicules hors d'usage, ainsi que des déchets et matériaux ayant été acceptés ou écartés de l'établissement ou qui y sont présents doit pouvoir être produite à tout moment.
5.2.4.3, § 8A la demande explicite de l'OVAM, le centre agréé pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut fournit les relevés suivants portant sur le flux de matériaux, le poids étant exprimés en kilogrammes :
  1° un relevé des véhicules hors d'usage évacués, avec indication du nombre, du poids total par catégorie M1 ou N1, et des listes des numéros de châssis;
  2° un relevé des véhicules usagés évacués, avec indication du nombre, du poids total par catégorie M1 ou N1, et des listes des numéros de châssis;
  3° un relevé des matériaux évacués en fonction de leur poids et le total par destination.
 Il doit signaler immédiatement à l'OVAM les modifications apportées aux informations visées à l'article 5.2.4.5;
5.2.8.3.Les entreprises qui traitent des PCB communiquent la quantité, l'origine et la nature des PCB qui leur sont livrés à l'OVAM. Elles conservent également ces données afin de pouvoir être consultées par les autorités locales et la population.
5.2.8.4, § 1, 1° à 3° inclusLe détenteur d'appareils qui comprennent des PCB, doit :
  1° Si cette communication n'a pas eu lieu auparavant avec l'application de l'arrêté royal du 9 juillet 1986 relatif à la réglementation des substances et des préparations qui contiennent du polychlorobiphényle et du polychlorotriphényle, ou de l'arrêté du Gouvernement Flamand du 17 mars 2000 portant fixation du plan d'élimination pour équipement contenant des PCVB et les PCB qui y sont présents, remettre les données suivantes le plus rapidement possible à l'OVAM : a) son nom et son adresse; b) l'emplacement et la description des appareils qui contiennent des PCB, ainsi que les quantités de PCB dans ces appareils;
  c) les quantités de PCB qu'il possède;
  d) les quantités de PCB utilisées qu'il possède;
  e) les données et les types de traitement ou de remplacement qui sont réalisés ou envisagés.
  Si cette communication a eu lieu auparavant avec l'application de l'arrêté royal du 9 juillet 1986 ou du 17 mars 2000, les éventuelles modifications de cette communication sont mentionnées;
  2° communiquer à l'OVAM toute modification de la situation visée au 1° ; 3° faire en sorte que tous les appareils qui contiennent plus de 1 litre de PCB soient pourvus dune étiquette. Une étiquette du même genre doit également être apposée sur les portes des locaux dans lesquels l'appareil se trouve. Le seuil de 1 litre pour la somme des éléments individuels d'un appareil combiné s'applique pour les condensateurs avec un courant de haute intensité. Les appareils pour lesquels nous pouvons raisonnablement considérer que les liquides qu'ils contiennent comprennent entre 0,05 et 0,005 pour cent de pondération de PCB peuvent être équipés d'une étiquette mentionnant '' pollution aux PCB < à 0,05 % ''.
5.2.8.4. § 2Toutes les modifications des informations, fournies conformément au paragraphe 1er, 1° et 2°, doivent être communiquées par écrit dans les trois mois à l'OVAM.
5.2.10.3, § 1, première phraseLe gestionnaire d'un port établit un plan approprié de réception et de traitement des déchets d'exploitation des navires.
5.2.10.3, § 5Les gestionnaires des ports maritimes, des voies navigables et des ports de pêche doivent annuellement faire exécuter un audit par un réviseur d'entreprise indépendant, qui contrôlera l'application correcte du système de couvrement des frais, tel que développé dans le plan pour la réception et le traitement des déchets d'exploitation des navires. Les résultats de l'audit doivent être transmis à l'OVAM : 1° pour les gestionnaires de ports maritimes, chaque année, au plus tard le 1er mars de l'année suivante;
  2° pour les gestionnaires des voies navigables et des ports de pêche, pour la période des trois exercices précédents, conjointement avec le nouveau projet de plan pour la réception et le traitement de déchets d'exploitation de navires. Les gestionnaires de ports de plaisance qui reçoivent des navires doivent remettre un relevé des recettes et dépenses ayant trait au système de couvrement des frais tel que développé dans le plan pour la réception et le traitement de déchets d'exploitation de navires. Le relevé doit être remis à l'OVAM conjointement avec le nouveau projet de plan pour la réception et le traitement de déchets d'exploitation de navires et court sur les trois exercices précédents.
5.2.10.4, § 3, première phraseEn cas de modifications significatives au fonctionnement du port, le gestionnaire du port doit immédiatement les communiquer par lettre recommandée à l'OVAM.
5.2.10.5.Le gestionnaire portuaire fait en sorte que les informations suivantes soient disponibles à tout utilisateur du port : 1° une brève référence à l'importance fondamentale d'un dépôt correct des déchets d'exploitation des navires et des résidus de chargement; 2° l'emplacement des installations de réception portuaires fixes, avec plan/carte;
  3° une liste des flux de déchets d'exploitation de navires et des résidus de chargement généralement traités; 4° une liste des adresses de contact, des exploitants et des services offerts;
  5° une description de la procédure de notification;
  6° une description des procédures de dépôt;
  7° une description du système tarifaire;
  8° une description des procédures à suivre pour signaler les insuffisances supposées des installations de réception portuaires.
  9° une description de la procédure à suivre en vue de la demande d'une exemption de l'obligation de dépôt, de notification et de la redevance financière.
5.2.10.6, § 4Les formulaires de notification que reçoivent les instances désignées dans le cadre de cette procédure, doivent être conservées pendant une durée de trois ans.
5.2.11.4, § 1, première phraseLes gestionnaires portuaires qui reçoivent des bateaux intérieurs, et les gestionnaires des voies navigables établissent un plan approprié de réception et de traitement des déchets d'exploitation des navires, de cargaisons restantes, de résidus de manutention, de résidus de cargaisons et d'eaux de lavage.
5.2.11.5, alinéa trois, première phraseEn cas de modifications significatives au fonctionnement du réseau des structures de réception, les gestionnaires portuaires qui reçoivent des bateaux intérieurs et les gestionnaires de voies navigables doivent immédiatement les communiquer par lettre recommandée à OVAM.
5.2.11.6.Les gestionnaires portuaires qui reçoivent des bateaux intérieurs, et les gestionnaires des voies navigables font en sorte que les informations suivantes soient disponibles aux bateaux intérieurs :
  1° une brève référence à l'importance fondamentale d'un dépôt correct des déchets d'exploitation des navires;
  2° l'emplacement des installations de réception fixes, avec plan/carte;
  3° une liste des flux de déchets acceptés;
  4° une liste des adresses de contact, des exploitants et des services offerts;
  5° une description des procédures de dépôt et du système tarifaire;
  6° une description des procédures à suivre pour signaler les insuffisances supposées des installations de réception portuaires.
6.1.1.6, § 2, alinéa trois, dernière phraseLe rapport de chaque contrôle doit être mis à la disposition de l'OVAM par l'organisme de contrôle dans les deux mois suivant le contrôle.
6.1.1.6, § 2, alinéa quatre, dernière phraseLe rapport de chaque contrôle doit être mis à la disposition de l'OVAM par l'organisme de contrôle dans les deux mois suivant le contrôle.
6.1.2.4, première phraseToutes les modifications aux données enregistrées doivent être communiquées à l'OVAM.
6.1.3.4, première phraseToutes les modifications aux données enregistrées doivent être communiquées à l'OVAM.
6.2.3.Pour les communications qui ont un rapport avec l'exportation de déchets, le notificateur doit envoyer la notification originale, avec au moins une copie, à l'OVAM. S'il y a des pays de transit, un exemplaire doit être joint pour chacun d'entre eux.
7.3.1.2, § 1Les producteurs de déchets et les producteurs de matières premières qui sont repris dans la sélection, stipulée à l'article 7.3.1.1., alinéa premier, de même que les producteurs de déchets industriels [1 désignés par la lettre R dans la septième colonne de la liste de classification visée à l'article 5.2.1, § 1er, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement]1, sont tenus de faire rapport sur les déchets et matières premières produits au cours de l'année civile précédente.
7.3.1.2, § 2Le rapport porte sur tous les déchets industriels, à l'exception des déchets industriels comparables aux déchets ménagers qui ont été collectés ou ramassés par ou pour le compte de la commune.
  Le rapport contient des totaux annuels du registre des déchets produits, visé à l'article 7.2.1.1. Pour les déchets industriels dont la nature, la composition, le mode de transformation, le collecteur, le négociant, le courtier ou le transformateur diverge, les totaux doivent être remplis séparément par siège d'exploitation.
7.3.1.2, § 3Le rapport a trait à toutes les matières premières produites. Le rapport comprend les totaux annuels du registre sur les matériaux sortants visé à l'article 7.2.2.2. Pour les matériaux qui présentent des différences de nature, de composition, de traitement ou de destination, des totaux individuels doivent être complétés.
7.3.1.3, alinéa premierLe rapportage sur la production de déchets industriels se fait conformément aux articles 2 et 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 avril 2004 instaurant le rapport environnemental annuel intégré pour la date que ce dernier fixe et par le biais du formulaire partiel '' Données d'identification '' et du formulaire partiel '' Déclaration de déchets pour producteurs '' du rapport environnemental annuel intégré, dont le modèle est joint en annexe I de l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 avril 2004 instaurant le rapport environnemental annuel intégré.
7.3.2.1, alinéa premierLes autorités communales remettent chaque année avant le 1er avril à l'OVAM un rapport annuel à propos des déchets ramassés par elles ou pour leur compte au cours de l'année civile précédente.
7.3.2.1, alinéa deuxLe rapport annuel porte sur les déchets ménagers et les déchets industriels comparables aux déchets ménagers qui ont été collectés ou ramassés par ou pour le compte de la commune.
7.3.2.2, alinéa premierLe rapport annuel visé à l'article 7.3.2.1 est remis par écrit ou par la voie électronique et comprend les totaux annuels du registre des déchets collectés par ou pour le compte de la commune visés à l'article 7.2.1.3.
7.3.2.2, alinéa deuxL'OVAM détermine le contenu du rapport annuel et la forme dans laquelle il est établi et remis, y compris les spécifications techniques pour l'introduction électronique du rapport.
7.4.2, § 2Le rapportage porte sur tous les déchets traités qui sont repris dans la sélection visée à l'article 7.4.1, alinéa premier. Le rapportage contient des totaux annuels du registre des déchets traités, visé à l'article 7.2.1.1. Pour les déchets dont la nature, la composition, le mode de transformation et le lieu d'origine (en Belgique, la Région, en dehors de Belgique, le pays) diffèrent, les totaux doivent être remplis séparément par siège d'exploitation.
7.4.2, § 3Le rapportage porte sur toutes les matières premières utilisés qui sont reprises dans la sélection visée à l'article 7.4.1, alinéa premier. Le rapportage comprend les totaux annuels du registre sur les matériaux entrants, visé à l'article 7.2.2.3. Pour les matières premières dont la nature, la composition, le mode de traitement et le lieu d'origine (en Belgique, la Région, en dehors de Belgique, le pays) diffèrent, des totaux doivent être remplis séparément.
7.4.3.Le transformateur de déchets repris dans la sélection visée à l'article 7.4.1, alinéa premier, fait rapport des déchets qu'il a traités dans le courant de l'année civile précédente et pour lesquels un rapportage est demandé. Pour autant qu'il s'agisse de déches importés en Flandre, le rapportage se fait conformément aux articles 2 et 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 avril 2004 instaurant le rapport environnemental annuel intégré pour la date qu'il fixe et par le biais du formulaire partiel '' Déchets importés par des transformateurs '' du rapport environnemental annuel intégré, dont le modèle est joint en annexe I de l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 avril 2004 instaurant le rapport environnemental annuel intégré.
8.1.4.1, alinéa premierToute modification qui est apportée aux données mentionnées à l'article 8.1.2.2., 1° et 7°, 8°, 9° et toute modification de membres du personnel dirigeant ou dans l'adresse du laboratoire est immédiatement communiquée à l'OVAM par courrier recommandé.
8.1.4.2, alinéa premier 3°Si le laboratoire réalise des analyses pour lesquelles il n'est pas agréé, le non-agrément pour les analyses en question doit être mentionné formellement dans le rapport analytique;
8.1.4.2, alinéa premier 4°Lorsque le laboratoire fait effectuer des analyses dans un autre laboratoire agréé à cette fin, l'adjudication pour les analyses en question doit être explicitement mentionnée dans le rapport analytique.
(1)<AGF 2015-11-27/29, art. 733, 010; En vigueur : 23-02-2017>
ArticleObligation légale3.2.1.1, § 6La partie du prix d'achat d'un produit qui est imputée pour couvrir les frais liés à l'exécution de l'obligation d'acceptation, doit être visiblement mentionnée sur la facture, sauf dispositions contraires dans le présent arrêté, dans la convention environnementale ou le plan individuel de prévention et de gestion de déchets.3.2.1.1, § 7Le vendeur final de produits relevant de l'obligation d'acceptation doit apposer dans chacun des ses points de vente, à un endroit et de manière clairement visible, un avis dans lequel il est stipulé, sous l'intitulé '' OBLIGATION D'ACCEPTATION '', de quelle manière il répond aux dispositions du présent arrêté et selon quelles modalités l'acheteur peut se débarrasser de son produit mis au rebut. Egalement en cas de vente en dehors d'un espace de vente, le consommateur doit être informé à ce sujet.3.2.1.2, § 1Les modalités d'observation de l'obligation d'acceptation sont fixées dans un des documents suivants: 1° un plan individuel de prévention et de gestion de déchets que les producteurs soumettent pour approbation à l'OVAM conformément aux conditions visées au paragraphe 2 et à la sous-section 3.2.3; 2° une convention environnementale telle que prévue par le décret du 15 juin 1994 relatif aux conventions environnementales, conformément aux conditions visées au paragraphe 2 et à la sous-section 3.2.2.3.2.1.2, § 2, alinéa premierLa convention environnementale ou le plan individuel de prévention et de gestion des déchets mentionne en particulier : 1° les mesures pour la prévention qualitative et quantitative et pour la réutilisation des déchets; 2° les mesures pour la collecte sélective des déchets; 3° les mesures pour le traitement optimal des déchets; 4° les mesures pour un enregistrement adéquat des flux de déchets et la base de la réalisation des objectifs; 5° les mesures pour l'indemnisation des personnes morales de droit public, des centres de récupération ou d'autres points de collecte; 6° les mesures pour la sensibilisation des différents groupes cibles; 7° les mesures pour les propres systèmes de contrôles des mesures mentionnés aux points 1° à 6° inclus; 8° les dispositions concernant les rapports à l'OVAM en ce qui concerne les mesures susmentionnées; 9° les mesures pour le financement de la collecte et du traitement.3.2.1.2, § 2, alinéa troisPour les déchets ménagers, la plan individuel de prévention et de gestion des déchets prévoit en outre une garantie financière qui correspond aux frais estimés pour la reprise par la Région flamande de l'obligation d'acceptation pendant 6 mois. Une convention environnementale peut stipuler d'autres garanties pour assurer le respect des engagements de la convention.3.2.1.3, § 1Le producteur auquel l'obligation d'acceptation s'applique doit, chaque année, faire rapport à l'OVAM de la façon dont il exécute l'obligation d'acceptation. Le producteur peut désigner une organisation en vue de l'exécution du rapport. Pour le rapportage, les dispositions suivantes sont d'application : 1° les données chiffrées qui sont fournies à l'OVAM dans le cadre de l'obligation d'acceptation, sont certifiées par un organisme de contrôle indépendant; 2° les données chiffrées de transporteurs et des instances de traitement qui sont fournies dans le cadre de l'obligation d'acceptation à l'organisme de gestion ou au producteur, sont certifiées par un organisme de contrôle indépendant;
  3° les données chiffrées qui sont fournies à l'organisme de gestion dans le cadre de l'obligation d'acceptation par les producteurs sont certifiées par un organisme de contrôle indépendant. L'organisme de gestion ou un tiers désigné par cet organisme peut reprendre cette tâche, à condition que tous les membres soient contrôlés au moins une fois tous les trois ans et que l'organisme de gestion fasse annuellement rapport à l'OVAM sur cette action et les résultats;
  4° il peut être dérogé aux obligations visées aux points 1°, 2° et 3° dans une convention environnementale ou un plan individuel de prévention et de gestion de déchets lorsque la qualité des données chiffrées peut être garantie d'une autre façon.3.2.1.3, § 2Les producteurs, vendeurs finaux, intermédiaires et organismes de gestion fournissent à l'OVAM toutes les informations que celle-ci juge utiles pour l'évaluation des objectifs et du contrôle de la responsabilité tendue des producteurs, visée aux chapitres 3 et 5 et à l'article 21 du Décret sur les Matériaux. Lorsque les parties le jugent nécessaire, un système garantissant la confidentialité sera élaboré.3.2.2.1Une convention environnementale est possible selon les conditions suivantes : 1° la convention environnementale telle que visée au décret du 15 juin 1994 relatif aux conventions environnementales est conclue par les organisations représentatives chapeautantes d'entreprises dont le producteur, le vendeur final et l'intermédiaire sont membres. Dans ce cas, chaque organisation représentative chapeautante d'entreprises signe pour les engagements qui découlent des obligations légales de leurs membres;
  2° un organisme de gestion est créé qui exerce les tâches au nom de la/des organisation(s) représentative(s). Il ne peut être dérogé à l'obligation de création d'un organisme de gestion que lorsque les organisations représentatives chapeautantes de tous les acteurs tels que visés au 1°, démontrent qu'ils peuvent obtenir les mêmes résultats par le biais d'un autre organe commun. Cet organe doit répondre aux mêmes obligations qu'un organisme de gestion;
  3° l'organisme de gestion soumet au plus tard six mois après la signature de la convention environnementale un plan de gestion pour la durée de la convention environnementale à l'approbation de l'OVAM, indiquant comment il exécutera les dispositions de la convention. Le plan de gestion comprend au moins les conditions d'exécution des dispositions contenues dans la convention environnementale conformément à l'article 3.1.1.4, § 2. L'organisme de gestion soumet avant le 1er octobre de chaque année une actualisation pour l'année calendrier suivante, à des fins d'approbation; 4° au plus tard six mois après la signature de la convention environnementale, l'organisme de gestion soumet un plan financier, en ce compris le calcul d'éventuelles cotisations pour la durée de la convention environnementale, pour avis à l'OVAM. Avant le 1er octobre de chaque année, l'organisme de gestion soumet une actualisation pour l'année calendrier suivante, pour avis; 5° lorsque l'organisme de gestion organise la collecte et le traitement, les cahiers de charge pour la collecte et le traitement doivent être approuvés par l'OVAM. Toute modification des cahiers des charges doit faire l'objet d'une approbation préalable;
  6° l'OVAM assumera au nom de la région le rôle d'observateur au sein du conseil d'administration et de l'assemblée générale de l'organisme de gestion. A cette fin, l'OVAM recevra en temps utile les convocations et les comptes rendus; 7° l'organisme de gestion ne peut refuser l'adhésion d'aucune entreprise à laquelle pourrait s'appliquer l'obligation d'acceptation visée dans la convention environnementale. L'organisme de gestion peut déroger à cette obligation lorsqu'il existe des motifs graves et après approbation de l'OVAM; 8° à la demande de l'OVAM, l'organisme de gestion organise une concertation avec les organisations représentatives de tous les acteurs associés à l'exécution de l'obligation d'acceptation.
  A l'alinéa premier, points 3°, 4° et 5°, une distinction est opérée entre les déchets ménagers et les déchets industriels comparables avec des déchets ménagers, d'une part, et les déchets industriels, d'autre part. Il peut y être dérogé moyennant autorisation de l'OVAM.3.2.2.2, § 1Tous les documents établis dans le cadre de l'exécution d'une convention de politique environnementale et qui sont d'importance stratégique sont soumis à l'approbation de l'OVAM. Il s'agit au moins du plan de gestion, des cahiers de charge et du plan de communication. L'OVAM dispose d'un mois pour approuver ou non ces documents. Faute de décision pendant ce délai, l'OVAM est censé avoir approuvé les documents. Lorsque l'OVAM demande des informations complémentaires, le délai peut être prolongé d'un mois au maximum. Ce délai prend effet à partir de la date de réception de toutes les informations demandées. Lorsque l'OVAM rejette les documents, une proposition adaptée doit être soumise pour approbation. Une proposition ne peut être exécutée sans l'autorisation de l'OVAM.3.2.1.2, § 2, première phrasePar dérogation au paragraphe 1er, le plan financier et la convention d'adhésion sont soumis pour avis.3.2.3.4.Le titulaire de l'approbation visée à l'article 3.2.3.2. 3° est tenu de communiquer à l'OVAM, sans tarder et par lettre recommandée, toute modification des éléments suivants de son dossier :
  1° les nom, forme juridique, siège et numéro du registre de commerce ou un enregistrement correspondant et numéro de TVA du titulaire;
  2° ses domicile, adresse ou numéro de téléphone et de télécopie du titulaire et, le cas échéant, des sièges sociaux, administratifs et d'exploitation ou de la résidence en Région flamande;
  L'objet du plan individuel de prévention et de gestion de déchets approuvé;
  les engagements prévus par le plan individuel de prévention et de gestion de déchets approuvé.3.3.1., alinéa premier, deuxième phraseTout producteur individuel concerné par cette responsabilité producteurs étendue doit adhérer à un plan collectif.3.3.2.En vue de l'exécution du plan collectif, les producteurs établissent chaque année un plan d'action. Le plan d'action est introduit chaque année avant le 1er octobre de l'année précédant celle à laquelle le plan d'action a trait. Le plan d'action comprend une énumération des actions planifiées avec un planning clair, les résultats postulés et une répartition des tâches.3.3.3, première phraseLe plan collectif et le plan d'action annuel doivent être soumis à l'approbation de l'OVAM.3.3.5.Chaque année, un rapport est adressé avant le 1er avril concernant l'exécution du plan collectif durant l'année calendrier précédente.3.4.1.4.1° Le plan individuel de prévention et de gestion des déchets et la convention environnementale cités à l'article 3.2.1.2, § 1, précisent notamment : 2° lesquelles des catégories d'imprimés, énumérées à l'article 1.2.1, § 7, 1°, le producteur d'imprimés met en circulation en Région flamande; pour chacune des catégories énumérées sous 1°, leur mode de distribution aux consommateurs par le producteur d'imprimés : envoi postal, par l'entremise de tiers ou non;b) livraison de porte en porte;c) offrir ou faire offrir dans des points de vente ou de distribution fixes, par l'entremise de tiers ou non;c) offrir ou faire offrir sur des foires, expositions ou autres points de vente ou de distribution non fixes, par l'entremise de tiers ou non;e) tout autre mode de distribution; 3° pour chacune des catégories énumérées sous 1°, les modalités d'acceptation par producteur d'imprimés : Le cas échéant, une copie des conventions passées avec les intermédiaires ou vendeurs finaux doit être jointe en annexe au plan individuel de prévention et de gestion des déchets; 4° pour chacune des catégories, énumérées sous 1°, les modalités de valorisation ou d'élimination par le producteur d'imprimés des déchets d'imprimés; 5° pour lesquelles des catégories de publications, énumérées sous 1°, le producteur a passé des conventions avec les communes ou les associations de communes productrices de déchets d'imprimés en vue de l'acquittement de son obligation d'acceptation, conformément à l'article 3.4.1.6. Le cas échéant, une copie de ces conventions doit être jointe en annexe au plan individuel de prévention et de gestion des déchets.3.4.1.5.Le producteur d'imprimés ou l'organisation qu'il a désignée à cet effet met à la disposition de l'OVAM, avant le 1er juillet de chaque année, les données citées ci-dessous au titre de l'année calendaire précédente, pour autant que cela n'ait pas déjà fait l'objet d'une convention environnementale : 1° la quantité globale et le poids global des imprimés mis en circulation en Région flamande, répartis selon les catégories citées à l'article 1.1.1, § 2, 21° ;
  2° un relevé de la quantité globale et du poids global des d'imprimés collectés dans le cadre de l'obligation d'acceptation;
  3° un relevé du poids global des imprimés recyclés, valorisés et éliminés par application de l'obligation d'acceptation;
  4° un relevé des actions de prévention réparties dans les catégories citées à l'article 1.2.1, § 2, 21°.3.4.2.3.Le plan individuel de prévention et de gestion des déchets et la convention environnementale visés à l'article 3.2.1.2, § 1, règlent en particulier et le cas échéant : 1° l'obligation des vendeurs finaux de véhicules de réceptionner tout véhicule mis au rebut présenté par le consommateur à un point de réception; 2° l'obligation des producteurs de véhicules de collecter de manière régulière et de faire traiter à leur frais dans un centre agréé pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut tous les véhicules mis au rebut acceptés au niveau des points de réception qui ne sont pas un centre agréé pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut.3.4.2.4, alinéa premierLe producteur de véhicules ou l'organisation qu'il a désignée à cet effet fournit à lOVAM avant le 1er juillet de chaque année, les renseignements suivants au titre de l'année calendaire précédente :
  1° la quantité totale de véhicules Région flamande, exprimée en kilogrammes et nombres, qui a été mise sur le marché : 2° la quantité totale de véhicules mis au rebut, exprimée en kilogrammes, catégories M1 ou N1 qui a été acceptée en Région flamande par les centres agréés pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut; 3° le poids des pièces, matériaux et déchets en provenance des véhicules hors d'usage en kilogramme, qui au cours de l'année calendaire précédente :
  ont été réutilisés et recyclés;
  b) ont été traités dans des installations autorisées avec récupération d'énergie;
  c) ont été éliminés par les installations d'incinération de déchets autorisées;
  d) ont été éliminés en décharge; 4° le lieu d'implantation des différents centres agréés pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut ou d'installations autorisées de traitement de véhicules hors d'usage, et la façon dont les véhicules hors d'usage acceptés ont été traités en Région flamande.3.4.2.4, alinéa deuxEn complément à l'article 3.2.1.4, le vendeur final, l'intermédiaire, et le producteur de véhicules mis au rebut mentionnent également le numéro de châssis de véhicules mis au rebut dans un registre des déchets. Ils fournissent à l'OVAM toutes informations que celle-ci juge utiles pour l'appréciation de l'objectif à réaliser conformément à l'article 3.4.2.2.3.4.2.5, alinéa premierLes producteurs de véhicules fournissent aux centres agréés pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut toutes les informations de démontage dans les six mois qui suivent la commercialisation d'un nouveau type de véhicule. Ces informations comprennent les différentes pièces et les différents matériaux des véhicules et l'emplacement de toutes les substances dangereuses dans les véhicules.3.4.2.5, alinéa deuxLes producteurs de pièces de véhicules fournissent également à la demande des centres agréés pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut des informations à propos du démontage, du stockage et des tests des pièces qui peuvent être à nouveau utilisées tout en tenant compte de la confidentialité des données commerciales et industrielles.3.4.3.3.Le plan individuel de prévention et de gestion des déchets et la convention environnementale visés à l'article 3.2.1.2, § 1, règlent en particulier et le cas échéant : 1° l'obligation des vendeurs finaux de pneus de réceptionner, conformément à l'article 3.2.1.1, § 2, tout pneu usagé présenté par le consommateur; 2° l'obligation des intermédiaires de pneus de collecter de manière régulière et sur place auprès des vendeurs finaux les pneus usagés réceptionnés en application du présent arrêté et de les présenter au producteur de pneus; 3° l'obligation des producteurs de pneus de collecter de manière régulière tous les pneus usagés acceptés, auprès de l'intermédiaire ou à défaut auprès du vendeur final, et de les faire transformer à ses frais dans un établissement autorisé à cette fin.3.4.3.4, alinéa premierLe vendeur final ou l'organisation qu'il a désignée à cet effet remet à l'OVAM, avant le 1er juillet de chaque année, un relevé de la quantité globale de pneus usagés, exprimée en kilogrammes et en types, qui a été réceptionnée durant l'année calendaire précédente dans le cadre de l'acquittement de l'obligation d'acceptation.3.4.3.4, alinéa deuxL'intermédiaire de pneus ou l'organisation qu'il a désignée à cet effet remet à l'OVAM, avant le 1er juillet de chaque année, un relevé de la quantité globale de pneus usagés, y compris ceux qui entrent en considération pour une réutilisation, exprimée en kilogrammes et en types, qui a été réceptionnée durant l'année calendaire précédente dans le cadre de l'acquittement de l'obligation d'acceptation.3.4.3.4, alinéa troisLe producteur de pneus ou l'organisation qu'il a désignée à cet effet fournit à l'OVAM avant le 1er juillet de chaque année, les renseignements suivants au titre de l'année calendaire précédente :
  1° la quantité totale de pneus, exprimée en kilogrammes, types et nombres qui a été mise sur le marché en Région flamande;
  2° la quantité totale de pneus usagés, y compris ceux qui entrent en considération pour la réutilisation, exprimée en kilogrammes et en types qui a été collectée dans le cadre de l'acquittement de l'obligation d'acceptation;
  3° les établissements où sont traités les pneus usagés et le mode de traitement;
  4° la quantité totale de pneus usagés, exprimée en kilogrammes, qui : a) été triée pour être réutilisée;
  b) a été rechapée;
  c) a été utilisée pour le recyclage de matériau;
  d) a été énergétiquement valorisée.3.4.4.3, alinéa premier, 1°, c)c) Lorsque les producteurs introduisent un produit sur le marché, ils établissent une garantie financière dont il ressort que la gestion des appareils électriques ou électriques mis au rebut sera financée. La garantie financière a trait au financement de la collecte et du traitement respectueux de l'environnement de ce produit. Elle peut prendre la forme d'une assurance de recyclage, d'un compte bancaire bloqué ou d'une participation du producteur à des règlements financiers adéquats en vue du financement de la gestion d'appareils électriques et électroniques mis au rebut.3.4.4.3., alinéa deuxPar dérogation à l'article 3.2.1.1, § 6, les conditions suivantes s'appliquent à la visibilité des contributions environnementales :
  1° pour des appareils électriques et électroniques de nature ménagère ou comparable, en cas de vente de nouveaux produits, les frais de collecte et de traitement respectueux de l'environnement ne peuvent pas être démontrés séparément à l'égard des consommateurs. En cas de vente de nouveaux produits, les producteurs peuvent démontrer les frais de collecte et de traitement respectueux de l'environnement à l'égard des consommateurs durant une période transitoire jusqu'au 13 février 2013 pour les grands appareils ménagers et jusqu'au 13 février 2011 pour les autres appareils. Les frais ainsi démontrés ne peuvent pas dépasser les frais réels;
  2° pour des appareils électriques et électroniques d'utilisateurs autres que des ménages ou des utilisateurs comparables, les producteurs peuvent, sur une base volontaire, pendant une période transitoire, en cas de vente de nouveaux produits, démontrer les frais de collecte, de traitement et d'évacuation respectueuse de l'environnement à l'égard des consommateurs du stock historique. Les producteurs qui ne font pas usage de ce règlement doivent garantir que les frais ainsi démontrés ne dépassent pas les frais réels.3.4.4.3, alinéa troisLes personnes physiques ou personnes morales qui vendent à distance des appareils électriques ou électroniques via internet, de services par correspondance urbanistique d'autres techniques de vente doivent respecter les conditions du présent article pour les appareils qui sont livrés à un acheteur en dehors de la Région flamande.3.4.4.5.L'objectif minimum en matière de collecte d'appareils électriques et électroniques mis au rebut, en application de l'obligation d'acceptation, est de 8,5 kilogrammes par habitant et par année. Pour le traitement d'appareils électriques et électroniques mis au rebut et collectés en application de l'obligation d'acceptation, les conditions suivantes s'appliquent : 1° le traitement doit conduire à la réalisation des pourcentages suivants de réutilisation et de recyclage de composants, de matériaux et de substances :
  a) pour les métaux ferreux : 95 %;
  b) pour les métaux non ferreux : 95 %;
  c) pour les plastiques : 50 %;
  2° les plastiques sont valorisés à 80 %.
  3° en ce qui concerne la réutilisation et le recyclage de matériaux, composants et substances, des objectif globaux sont atteints conformément aux pourcentages ci-dessous : a) 80 % pour tous les grands appareils ménagers et pour les lampes à décharge gazeuse;
  b) 75 % pour tous les automates;
  c) 70 % pour tous les autres appareils; 4° en matière de valorisation, on atteint les objectifs globaux suivants : a) 85 % pour tous les grands appareils ménagers;
  b) 80 % pour tous les automates;
  c) 75 % pour tous les appareils IT et de télécommunication et appareils consommateurs; 5° les piles et accumulateurs usagés sont traités conformément à l'article 3.4.5.2. Les objectifs cités aux points 1° et 2° s'appliquent pour chacune des catégories citées à l'article 3.4.4.2.3.4.4.7, alinéa troisLe vendeur final d'appareils électriques et électroniques ou l'organisation qu'il a désignée à cet effet fournit à l'OVAM avant le 1er juillet de chaque année, les renseignements suivants au titre de l'année calendaire précédente :
  1° la quantité totale des équipements électriques et électroniques mis au rebut, exprimée en kilogrammes;
  2° les types et nombres des équipements électriques et électroniques mis au rebut, qui ont été réceptionnés dans le cadre de l'acquittement de l'obligation d'acceptation, avec au moins la mention séparée des quantités qui :
  a) ont été sélectionnées pour la réutilisation, y compris le collecteur et la destination;
  b) ont été remises aux intermédiaires, respectivement au producteur; c) ont reçu une autre destination.3.4.4.7, alinéa deuxL'intermédiaire d'équipements électriques et électroniques fournit à l'OVAM avant le 1er juillet de chaque année, les renseignements suivants au titre de l'année calendaire précédente :
  1° la quantité totale des équipements électriques et électroniques mis au rebut, exprimée en kilogrammes;
  2° les types et nombres des équipements électriques et électroniques mis au rebut, qui ont été réceptionnés dans le cadre de l'acquittement de l'obligation d'acceptation, avec au moins la mention séparée des quantités qui : ont été sélectionnées pour la réutilisation, y compris le collecteur, le négociant ou le courtier en déchets et la destination;
  b) ont été remises au producteur;
  c) ont reçu une autre destination.3.4.4.7, alinéa troisLe producteur d'équipements électriques et électroniques ou l'organisation qu'il a désignée à cet effet fournit à l'OVAM avant le 1er juillet de chaque année, les renseignements suivants au titre de l'année calendaire précédente :
  1° la quantité totale des équipements électriques et électroniques, exprimée en kilogrammes, types et nombres qui a été mise sur le marché en Région flamande; 2° la quantité totale des équipements électriques et électroniques mis au rebut, exprimée en kilogrammes, types et nombres qui a été collectée dans le cadre de l'acquittement de l'obligation d'acceptation;
  3° les établissements où sont traités les équipements électriques et électroniques mis au rebut et collectés et le mode de traitement;
  4° les établissements où sont emportés les équipements électriques et électroniques mis au rebut pour la réutilisation et les quantités; 5° la quantité totale de déchets provenant du traitement des équipements électriques et électroniques mis au rebut, exprimée en kilogrammes et ventilée par groupe de déchets tel que visé à l'article 3.4.4.5, et par catégorie, mentionnée à l'article 3.4.4.2, qui : a) a été recyclée;
  b) a été valorisée d'une autre façon;
  c) a été éliminée par les installations d'incinération de déchets; d) a été éliminée par mise en décharge.3.4.4.8.Les producteurs fournissent des informations sur la réutilisation et le traitement pour tout nouveau type d'appareil électrique ou électronique introduit sur le marché et ce, dans l'année où ils les ont introduits sur le marché. Ces informations contiennent le label énergétique et des désignations relatives aux différents éléments et matériaux des appareils, ainsi qu'aux endroits dans les appareils où se trouvent des substances et préparations dangereuses. Les informations sont fournies sous forme de manuels ou à l'aide de médias électroniques par les producteurs des appareils électriques ou électroniques mis au rebut aux centres de réutilisation et aux établissements de traitement et de recyclage.3.4.5.4.Le plan individuel de prévention et de gestion des déchets et la convention environnementale cités à l'article 3.2.1.2, § 1 règlent : 1° l'obligation des vendeurs finaux de piles et d'accumulateurs de réceptionner, conformément à l'article 3.2.1.1, § 2, tous les piles et accumulateurs usagés présentés par le consommateur; l'obligation des intermédiaires de piles et d'accumulateurs de collecter, de manière régulière, sur place auprès de vendeurs finaux et de présenter au producteur de piles et d'accumulateurs, tous les piles et accumulateurs usagés qui sont réceptionnés; l'obligation des producteurs de piles et d'accumulateurs de faire collecter régulièrement tous les piles et accumulateurs usagés acceptés auprès de l'intermédiaire de piles et d'accumulateurs, ou faute d'intermédiaire, auprès du vendeur final de piles et d'accumulateurs, et de les faire traiter à ses frais dans une installation autorisée à cette fin; 2° la manière dont l'usage approprié de piles et d'accumulateurs a été encouragé.3.4.5.6.Les producteurs de piles et accumulateurs sont enregistrés et les producteurs ou l'organisation qu'ils ont désignée à cet effet fournissent à l'OVAM avant le 1er avril de chaque année les données suivantes portant sur l'année calendaire précédente :
  1° la quantité totale de piles et d'accumulateurs, exprimée en kilogrammes, mise en circulation en Région flamande, ventilée suivant chacun des types suivants : a) piles et accumulateurs au zinc-bioxyde de manganèse; b) piles et accumulateurs alcalins au manganèse; c) piles et accumulateurs à l'oxyde de mercure; d) piles et accumulateurs à l'oxyde d'argent; e) piles et accumulateurs à air-zinc; f) piles et accumulateurs au cadmium-nickel; g) batteries de démarrage au plomb; h) piles et accumulateurs nickel métal hydrure; i) piles et accumulateurs lithium rechargeables;
  j) autres piles et accumulateurs;
  2° la quantité totale de piles et d'accumulateurs usagés, exprimée en kilogrammes qui ont été collectés dans le cadre de l'acquittement de l'obligation d'acceptation, ventilée suivant les types cités sous 1° ; 3° les établissements où sont traités les piles et accumulateurs usagés collectés et le mode de traitement; 4° la quantité de déchets recyclés;
  5° un aperçu des actions préventives.3.4.6.3.Le plan individuel de prévention et de gestion des déchets et la convention environnementale, cités à l'article 3.2.1.2, § 1, règlent plus particulièrement le mode de réception afin que l'huile usagée qui se libère dans le cadre de l'obligation d'acceptation puisse être collectée et traitée de façon maximale. La collecte et le traitement de cette huile usagée doivent être organisés par les vendeurs finaux, intermédiaires et producteurs et sont gratuits pour les consommateurs particuliers Pour l'organisation de la collecte et du traitement de l'huile usagée qui provient de consommateurs professionnels, la convention environnementale peut inclure des mesures de stimulation.3.4.6.4, alinéa premierLe vendeur final et l'intermédiaire d'huile ou l'organisation qu'il a désignée à cet effet remet à l'OVAM, avant le 1er juillet de chaque année, un relevé de la quantité globale d'huile usagée, exprimée en litre, qui a été réceptionnée durant l'année calendaire précédente dans le cadre de l'acquittement de l'obligation d'acceptation.3.4.6.4, alinéa deuxLe producteur d'huile ou l'organisation qu'il a désignée à cet effet fournit à lOVAM avant le 1er juillet de chaque année les renseignements suivants au titre de l'année calendaire précédente :
  1° la quantité totale d'huile, exprimée en litre, qui a été utilisée en Région flamande;
  2° la quantité totale d'huile usagée, exprimée en litre, qui a été collectée dans le cadre de l'acquittement de l'obligation d'acceptation. Ce faisant, il indique d'une manière motivée les pertes encourues par la consommation;
  3° les établissements où est traitée l'huile usagée et le mode de traitement;
  4° les quantités totales de substances qui proviennent du traitement de l'huile usagée, exprimées en litre, qui :
  a) ont à nouveau été utilisées comme huile;
  b) ont à nouveau été raffinées;
  b) ont été valorisées d'une autre façon;
  d) ont été enlevées.3.4.9.3, alinéa premierLe vendeur final et l'intermédiaire de panneaux solaires photovoltaïques ou l'organisation qu'il a désignée à cet effet remet à l'OVAM, avant le 1er juillet de chaque année, un relevé de la quantité globale de panneaux solaires photovoltaïques, exprimée en quantités et en kilogrammes, qui a été réceptionnée durant l'année calendaire précédente dans le cadre de l'obligation d'acceptation.3.4.9.3, alinéa deuxLe producteur de panneaux solaires photovoltaïques ou l'organisation qu'il a désignée à cet effet fournit à l'OVAM avant le 1er juillet de chaque année, les renseignements suivants au titre de l'année calendaire précédente : 1° la quantité totale de panneaux solaires, de panneaux solaires photovoltaïques et de chauffe-eau solaires, exprimée en quantités et en kilogrammes, qui a été commercialisée en Région flamande;
  2° la quantité totale de panneaux solaire, de panneaux solaires photovoltaïques et de chauffe-eau solaires mis au rebut, exprimée en quantité et en poids, qui a été collectée en Région flamande dans le cadre de l'obligation d'acceptation; 3° les établissements où ont été traité les panneaux solaires, les panneaux solaires photovoltaïques et les chauffe-eau solaires mis au rebut et collectés et le mode de traitement;
  4° la quantité totale de substances qui proviennent du traitement de panneaux solaires, de panneaux solaires photovoltaïques et de chauffe-eau solaires mis au rebut, exprimée en poids qui : a) a été réutilisée;
  b) a été recyclée;
  c) a été valorisée;
  d) a été enlevée.3.4.10.1.Pour les feuilles agricoles, la responsabilité étendue des producteurs est complétée par le biais d'un plan collectif tel que visé à la section 3.3 que les producteurs et utilisateurs concernés doivent établir d'ici le 1er janvier 2013.3.4.10.3.Le plan collectif doit contenir au moins les éléments suivants :
  1° la désignation des représentants des producteurs et des utilisateurs :
  2° une analyse de la chaîne de produit : a) une description des types et des quantités de feuilles agricoles qui sont mises sur le marché et qui se dégagent comme déchet;
  b) une description des producteurs et utilisateurs de feuilles agricoles;
  c) une description de la situation actuelle en matière de collecte et de traitement;
  d) une énumération des informations qui manquent dans l'analyse;
  3° les engagements concrets des producteurs et importateurs, d'une part, en termes de es représentants des agriculteurs et horticulteurs, d'autre part, en ce qui concerne : a) le fait de compléter l'analyse;
  b) leurs contributions aux objectifs.3.4.11.1, alinéa premierPour les biens de consommation emballés qui sont désignés par le ministre comme des biens qui se retrouvent souvent dans les détritus non ramassé, la responsabilité étendue des producteurs est complétée par l'obligation pour les producteurs concernés de disposer d'un plan collectif tel que visé à la section 3.3. que les producteurs concernés doivent établir d'ici le 1er janvier 2013.3.4.12.1, alinéa premierPour les aiguilles d'injection usagées, citées à l'article 5.2.2.1, 11°, la responsabilité étendue des producteurs est complétée par le biais d'un plan collectif tel que visé à la section 3.3 que les producteurs concernés doivent établir d'ici le 1er janvier 2013.3.4.13.1, alinéa premierPour les langes jetables, la responsabilité étendue des producteurs est complété par le biais d'un plan collectif tel que visé à la section 3.3 que les producteurs concernés doivent établir d'ici le 1er janvier 2013.5.2.3.1, § 6La liste des déchets médicaux, citée au paragraphe 3, complétée par tous autres déchets médicaux à risque et sans risque supplémentaires, tels que visés aux paragraphes 4 et 5, sera tenue à la disposition du fonctionnaire surveillant et de toute personne impliquée dans la production et le traitement des déchets médicaux au sein de chaque institution médicale et de chaque cabinet médical.5.2.4.3, § 6, première phraseLe centre agréé pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut fournit toute information qui doit être gardée ou fournie dans le cadre de l'obligation d'acceptation, citée à la sous-section 3.4.2, aux producteurs de véhicules ou à leurs préposés.5.2.4.3, § 6, dernière phraseLe numéro de châssis d'un véhicule mis au rebut qui quitte le centre agréé pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut doit être communiqué au préalable à l'organisme de gestion.5.2.4.3, § 7A la demande du fonctionnaire surveillant, une liste actualisée des véhicules hors d'usage, ainsi que des déchets et matériaux ayant été acceptés ou écartés de l'établissement ou qui y sont présents doit pouvoir être produite à tout moment.5.2.4.3, § 8A la demande explicite de l'OVAM, le centre agréé pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut fournit les relevés suivants portant sur le flux de matériaux, le poids étant exprimés en kilogrammes :
  1° un relevé des véhicules hors d'usage évacués, avec indication du nombre, du poids total par catégorie M1 ou N1, et des listes des numéros de châssis;
  2° un relevé des véhicules usagés évacués, avec indication du nombre, du poids total par catégorie M1 ou N1, et des listes des numéros de châssis;
  3° un relevé des matériaux évacués en fonction de leur poids et le total par destination.Il doit signaler immédiatement à l'OVAM les modifications apportées aux informations visées à l'article 5.2.4.5;5.2.8.3.Les entreprises qui traitent des PCB communiquent la quantité, l'origine et la nature des PCB qui leur sont livrés à l'OVAM. Elles conservent également ces données afin de pouvoir être consultées par les autorités locales et la population.5.2.8.4, § 1, 1° à 3° inclusLe détenteur d'appareils qui comprennent des PCB, doit :
  1° Si cette communication n'a pas eu lieu auparavant avec l'application de l'arrêté royal du 9 juillet 1986 relatif à la réglementation des substances et des préparations qui contiennent du polychlorobiphényle et du polychlorotriphényle, ou de l'arrêté du Gouvernement Flamand du 17 mars 2000 portant fixation du plan d'élimination pour équipement contenant des PCVB et les PCB qui y sont présents, remettre les données suivantes le plus rapidement possible à l'OVAM : a) son nom et son adresse; b) l'emplacement et la description des appareils qui contiennent des PCB, ainsi que les quantités de PCB dans ces appareils;
  c) les quantités de PCB qu'il possède;
  d) les quantités de PCB utilisées qu'il possède;
  e) les données et les types de traitement ou de remplacement qui sont réalisés ou envisagés.
  Si cette communication a eu lieu auparavant avec l'application de l'arrêté royal du 9 juillet 1986 ou du 17 mars 2000, les éventuelles modifications de cette communication sont mentionnées;
  2° communiquer à l'OVAM toute modification de la situation visée au 1° ; 3° faire en sorte que tous les appareils qui contiennent plus de 1 litre de PCB soient pourvus dune étiquette. Une étiquette du même genre doit également être apposée sur les portes des locaux dans lesquels l'appareil se trouve. Le seuil de 1 litre pour la somme des éléments individuels d'un appareil combiné s'applique pour les condensateurs avec un courant de haute intensité. Les appareils pour lesquels nous pouvons raisonnablement considérer que les liquides qu'ils contiennent comprennent entre 0,05 et 0,005 pour cent de pondération de PCB peuvent être équipés d'une étiquette mentionnant '' pollution aux PCB < à 0,05 % ''.5.2.8.4. § 2Toutes les modifications des informations, fournies conformément au paragraphe 1er, 1° et 2°, doivent être communiquées par écrit dans les trois mois à l'OVAM.5.2.10.3, § 1, première phraseLe gestionnaire d'un port établit un plan approprié de réception et de traitement des déchets d'exploitation des navires.5.2.10.3, § 5Les gestionnaires des ports maritimes, des voies navigables et des ports de pêche doivent annuellement faire exécuter un audit par un réviseur d'entreprise indépendant, qui contrôlera l'application correcte du système de couvrement des frais, tel que développé dans le plan pour la réception et le traitement des déchets d'exploitation des navires. Les résultats de l'audit doivent être transmis à l'OVAM : 1° pour les gestionnaires de ports maritimes, chaque année, au plus tard le 1er mars de l'année suivante;
  2° pour les gestionnaires des voies navigables et des ports de pêche, pour la période des trois exercices précédents, conjointement avec le nouveau projet de plan pour la réception et le traitement de déchets d'exploitation de navires. Les gestionnaires de ports de plaisance qui reçoivent des navires doivent remettre un relevé des recettes et dépenses ayant trait au système de couvrement des frais tel que développé dans le plan pour la réception et le traitement de déchets d'exploitation de navires. Le relevé doit être remis à l'OVAM conjointement avec le nouveau projet de plan pour la réception et le traitement de déchets d'exploitation de navires et court sur les trois exercices précédents.5.2.10.4, § 3, première phraseEn cas de modifications significatives au fonctionnement du port, le gestionnaire du port doit immédiatement les communiquer par lettre recommandée à l'OVAM.5.2.10.5.Le gestionnaire portuaire fait en sorte que les informations suivantes soient disponibles à tout utilisateur du port : 1° une brève référence à l'importance fondamentale d'un dépôt correct des déchets d'exploitation des navires et des résidus de chargement; 2° l'emplacement des installations de réception portuaires fixes, avec plan/carte;
  3° une liste des flux de déchets d'exploitation de navires et des résidus de chargement généralement traités; 4° une liste des adresses de contact, des exploitants et des services offerts;
  5° une description de la procédure de notification;
  6° une description des procédures de dépôt;
  7° une description du système tarifaire;
  8° une description des procédures à suivre pour signaler les insuffisances supposées des installations de réception portuaires.
  9° une description de la procédure à suivre en vue de la demande d'une exemption de l'obligation de dépôt, de notification et de la redevance financière.5.2.10.6, § 4Les formulaires de notification que reçoivent les instances désignées dans le cadre de cette procédure, doivent être conservées pendant une durée de trois ans.5.2.11.4, § 1, première phraseLes gestionnaires portuaires qui reçoivent des bateaux intérieurs, et les gestionnaires des voies navigables établissent un plan approprié de réception et de traitement des déchets d'exploitation des navires, de cargaisons restantes, de résidus de manutention, de résidus de cargaisons et d'eaux de lavage.5.2.11.5, alinéa trois, première phraseEn cas de modifications significatives au fonctionnement du réseau des structures de réception, les gestionnaires portuaires qui reçoivent des bateaux intérieurs et les gestionnaires de voies navigables doivent immédiatement les communiquer par lettre recommandée à OVAM.5.2.11.6.Les gestionnaires portuaires qui reçoivent des bateaux intérieurs, et les gestionnaires des voies navigables font en sorte que les informations suivantes soient disponibles aux bateaux intérieurs :
  1° une brève référence à l'importance fondamentale d'un dépôt correct des déchets d'exploitation des navires;
  2° l'emplacement des installations de réception fixes, avec plan/carte;
  3° une liste des flux de déchets acceptés;
  4° une liste des adresses de contact, des exploitants et des services offerts;
  5° une description des procédures de dépôt et du système tarifaire;
  6° une description des procédures à suivre pour signaler les insuffisances supposées des installations de réception portuaires.6.1.1.6, § 2, alinéa trois, dernière phraseLe rapport de chaque contrôle doit être mis à la disposition de l'OVAM par l'organisme de contrôle dans les deux mois suivant le contrôle.6.1.1.6, § 2, alinéa quatre, dernière phraseLe rapport de chaque contrôle doit être mis à la disposition de l'OVAM par l'organisme de contrôle dans les deux mois suivant le contrôle.6.1.2.4, première phraseToutes les modifications aux données enregistrées doivent être communiquées à l'OVAM.6.1.3.4, première phraseToutes les modifications aux données enregistrées doivent être communiquées à l'OVAM.6.2.3.Pour les communications qui ont un rapport avec l'exportation de déchets, le notificateur doit envoyer la notification originale, avec au moins une copie, à l'OVAM. S'il y a des pays de transit, un exemplaire doit être joint pour chacun d'entre eux.7.3.1.2, § 1Les producteurs de déchets et les producteurs de matières premières qui sont repris dans la sélection, stipulée à l'article 7.3.1.1., alinéa premier, de même que les producteurs de déchets industriels [1 désignés par la lettre R dans la septième colonne de la liste de classification visée à l'article 5.2.1, § 1er, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement]1, sont tenus de faire rapport sur les déchets et matières premières produits au cours de l'année civile précédente.7.3.1.2, § 2Le rapport porte sur tous les déchets industriels, à l'exception des déchets industriels comparables aux déchets ménagers qui ont été collectés ou ramassés par ou pour le compte de la commune.
  Le rapport contient des totaux annuels du registre des déchets produits, visé à l'article 7.2.1.1. Pour les déchets industriels dont la nature, la composition, le mode de transformation, le collecteur, le négociant, le courtier ou le transformateur diverge, les totaux doivent être remplis séparément par siège d'exploitation.7.3.1.2, § 3Le rapport a trait à toutes les matières premières produites. Le rapport comprend les totaux annuels du registre sur les matériaux sortants visé à l'article 7.2.2.2. Pour les matériaux qui présentent des différences de nature, de composition, de traitement ou de destination, des totaux individuels doivent être complétés.7.3.1.3, alinéa premierLe rapportage sur la production de déchets industriels se fait conformément aux articles 2 et 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 avril 2004 instaurant le rapport environnemental annuel intégré pour la date que ce dernier fixe et par le biais du formulaire partiel '' Données d'identification '' et du formulaire partiel '' Déclaration de déchets pour producteurs '' du rapport environnemental annuel intégré, dont le modèle est joint en annexe I de l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 avril 2004 instaurant le rapport environnemental annuel intégré.7.3.2.1, alinéa premierLes autorités communales remettent chaque année avant le 1er avril à l'OVAM un rapport annuel à propos des déchets ramassés par elles ou pour leur compte au cours de l'année civile précédente.7.3.2.1, alinéa deuxLe rapport annuel porte sur les déchets ménagers et les déchets industriels comparables aux déchets ménagers qui ont été collectés ou ramassés par ou pour le compte de la commune.7.3.2.2, alinéa premierLe rapport annuel visé à l'article 7.3.2.1 est remis par écrit ou par la voie électronique et comprend les totaux annuels du registre des déchets collectés par ou pour le compte de la commune visés à l'article 7.2.1.3.7.3.2.2, alinéa deuxL'OVAM détermine le contenu du rapport annuel et la forme dans laquelle il est établi et remis, y compris les spécifications techniques pour l'introduction électronique du rapport.7.4.2, § 2Le rapportage porte sur tous les déchets traités qui sont repris dans la sélection visée à l'article 7.4.1, alinéa premier. Le rapportage contient des totaux annuels du registre des déchets traités, visé à l'article 7.2.1.1. Pour les déchets dont la nature, la composition, le mode de transformation et le lieu d'origine (en Belgique, la Région, en dehors de Belgique, le pays) diffèrent, les totaux doivent être remplis séparément par siège d'exploitation.7.4.2, § 3Le rapportage porte sur toutes les matières premières utilisés qui sont reprises dans la sélection visée à l'article 7.4.1, alinéa premier. Le rapportage comprend les totaux annuels du registre sur les matériaux entrants, visé à l'article 7.2.2.3. Pour les matières premières dont la nature, la composition, le mode de traitement et le lieu d'origine (en Belgique, la Région, en dehors de Belgique, le pays) diffèrent, des totaux doivent être remplis séparément.7.4.3.Le transformateur de déchets repris dans la sélection visée à l'article 7.4.1, alinéa premier, fait rapport des déchets qu'il a traités dans le courant de l'année civile précédente et pour lesquels un rapportage est demandé. Pour autant qu'il s'agisse de déches importés en Flandre, le rapportage se fait conformément aux articles 2 et 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 avril 2004 instaurant le rapport environnemental annuel intégré pour la date qu'il fixe et par le biais du formulaire partiel '' Déchets importés par des transformateurs '' du rapport environnemental annuel intégré, dont le modèle est joint en annexe I de l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 avril 2004 instaurant le rapport environnemental annuel intégré.8.1.4.1, alinéa premierToute modification qui est apportée aux données mentionnées à l'article 8.1.2.2., 1° et 7°, 8°, 9° et toute modification de membres du personnel dirigeant ou dans l'adresse du laboratoire est immédiatement communiquée à l'OVAM par courrier recommandé.8.1.4.2, alinéa premier 3°Si le laboratoire réalise des analyses pour lesquelles il n'est pas agréé, le non-agrément pour les analyses en question doit être mentionné formellement dans le rapport analytique;8.1.4.2, alinéa premier 4°Lorsque le laboratoire fait effectuer des analyses dans un autre laboratoire agréé à cette fin, l'adjudication pour les analyses en question doit être explicitement mentionnée dans le rapport analytique.(1)