Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
2 MAART 2012. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de toekenning en de uitbetaling van een vakbondspremie aan sommige personeelsleden van het onderwijs
Titre
2 MARS 2012. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif à l'octroi et au paiement d'une prime syndicale à certains membres de l'enseignement
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (25)
Texte (25)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. De bepalingen van dit besluit zijn van toepassing op de personeelsleden, vermeld in artikel XI.4 van het decreet van 1 juli 2011 betreffende het onderwijs XXI.
Article 1er. Le présent arrêté s'applique aux membres du personnel visés à l'article XI.4 du décret du 1er juillet 2011 relatif à l'enseignement XXI.
Art. 2. In dit besluit wordt verstaan onder :
1° het decreet : het decreet van 1 juli 2011 betreffende het onderwijs XXI;
2° instellingen : de instellingen waarin de personeelsleden, vermeld in artikel 1 van dit besluit, werken;
3° referentiejaar : het kalenderjaar waarop de premie betrekking heeft en waarin het personeelslid als bijdragebetalend lid beschouwd wordt overeenkomstig artikel 4 van dit besluit;
4° representatieve vakorganisatie: een personeelsvereniging die een werking ontplooit ten behoeve van het onderwijs en die aangesloten is bij een vakbondsorganisatie die vertegenwoordigd is in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;
5° uitbetalingsinstellingen: de uitbetalingsinstellingen, vermeld in artikel XI.6 van het decreet.
1° het decreet : het decreet van 1 juli 2011 betreffende het onderwijs XXI;
2° instellingen : de instellingen waarin de personeelsleden, vermeld in artikel 1 van dit besluit, werken;
3° referentiejaar : het kalenderjaar waarop de premie betrekking heeft en waarin het personeelslid als bijdragebetalend lid beschouwd wordt overeenkomstig artikel 4 van dit besluit;
4° representatieve vakorganisatie: een personeelsvereniging die een werking ontplooit ten behoeve van het onderwijs en die aangesloten is bij een vakbondsorganisatie die vertegenwoordigd is in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;
5° uitbetalingsinstellingen: de uitbetalingsinstellingen, vermeld in artikel XI.6 van het decreet.
Art. 2. Dans le présent arrêté, on entend par :
1° le décret : le décret du 1 juillet 2011 relatif à l'enseignement XXI;
2° établissements : les établissements dans lesquels travaillent les membres du personnel visés à l'article 1er du présent arrêté;
3° année de référence : l'année calendaire à laquelle a trait la prime et dans laquelle le membre du personnel est considéré comme membre cotisant conformément à l'article 4 du présent arrêté;
4° organisation syndicale représentative : une association du personnel dont les activités ciblent l'enseignement et qui est affiliée à une organisation syndicale représentée au Conseil socio-économique de la Flandre;
5° organismes de paiement : les organismes de paiement visés à l'article XI.6 du décret.
1° le décret : le décret du 1 juillet 2011 relatif à l'enseignement XXI;
2° établissements : les établissements dans lesquels travaillent les membres du personnel visés à l'article 1er du présent arrêté;
3° année de référence : l'année calendaire à laquelle a trait la prime et dans laquelle le membre du personnel est considéré comme membre cotisant conformément à l'article 4 du présent arrêté;
4° organisation syndicale représentative : une association du personnel dont les activités ciblent l'enseignement et qui est affiliée à une organisation syndicale représentée au Conseil socio-économique de la Flandre;
5° organismes de paiement : les organismes de paiement visés à l'article XI.6 du décret.
HOOFDSTUK 2. - Toekenningsvoorwaarden
CHAPITRE 2. - Conditions d'octroi
Art. 3. De vakbondspremie wordt toegekend aan de personeelsleden, vermeld in artikel 1, die aan de volgende voorwaarden voldoen :
1° tijdens het referentiejaar bijdragebetalend lid geweest zijn van een representatieve vakorganisatie;
2° in de loop van het referentiejaar behoren tot het personeelsbestand van een instelling, al dan niet voltijds, en ongeacht de duur van de tewerkstelling en de administratieve stand.
1° tijdens het referentiejaar bijdragebetalend lid geweest zijn van een representatieve vakorganisatie;
2° in de loop van het referentiejaar behoren tot het personeelsbestand van een instelling, al dan niet voltijds, en ongeacht de duur van de tewerkstelling en de administratieve stand.
Art. 3. La prime syndicale est octroyée aux membres du personnel visés à l'article 1er qui remplissent les conditions suivantes :
1° avoir été membre cotisant d'une organisation syndicale représentative pendant l'année de référence;
2° faire partie, au cours de l'année de référence, du cadre organique d'un établissement, à temps plein ou non, quelles que soient la durée de l'occupation et la position administrative.
1° avoir été membre cotisant d'une organisation syndicale représentative pendant l'année de référence;
2° faire partie, au cours de l'année de référence, du cadre organique d'un établissement, à temps plein ou non, quelles que soient la durée de l'occupation et la position administrative.
Art. 4. Voor de toepassing van artikel XI.5 van het decreet wordt uitsluitend als bijdragebetalend lid beschouwd het vakbondslid dat jaarlijks een individuele bijdrage op een bankrekening betaald heeft die ten minste gelijk is aan 0,74 procent van de geïndexeerde gewaarborgde jaarlijkse bruto bezoldiging die van toepassing is op 1 juli van het jaar dat aan het referentiejaar voorafgaat.
Die bijdrage wordt berekend op basis van het laagste bedrag dat voorkomt in artikel 3 van het koninklijk besluit van 29 juni 1973 houdende toekenning van een gewaarborgde bezoldiging aan sommige personeelsleden van de federale overheidsdiensten.
Als de jaarlijkse individuele bijdrage van het vakbondslid kleiner is dan de minimale bijdrage, vermeld in het eerste lid, maar ten minste gelijk is aan drie vierde ervan, wordt de vakbondspremie verminderd met een vierde.
Als de jaarlijkse individuele bijdrage van het vakbondslid kleiner is dan drie vierde van de minimale bijdrage, vermeld in het eerste lid, maar ten minste gelijk is aan een tweede ervan, wordt de vakbondspremie verminderd met een tweede.
Als de jaarlijkse individuele bijdrage van het vakbondslid kleiner is dan een tweede van de minimale bijdrage, vermeld in het eerste lid, maar ten minste gelijk is aan een vierde ervan, wordt de vakbondspremie verminderd met drie vierde.
Die bijdrage wordt berekend op basis van het laagste bedrag dat voorkomt in artikel 3 van het koninklijk besluit van 29 juni 1973 houdende toekenning van een gewaarborgde bezoldiging aan sommige personeelsleden van de federale overheidsdiensten.
Als de jaarlijkse individuele bijdrage van het vakbondslid kleiner is dan de minimale bijdrage, vermeld in het eerste lid, maar ten minste gelijk is aan drie vierde ervan, wordt de vakbondspremie verminderd met een vierde.
Als de jaarlijkse individuele bijdrage van het vakbondslid kleiner is dan drie vierde van de minimale bijdrage, vermeld in het eerste lid, maar ten minste gelijk is aan een tweede ervan, wordt de vakbondspremie verminderd met een tweede.
Als de jaarlijkse individuele bijdrage van het vakbondslid kleiner is dan een tweede van de minimale bijdrage, vermeld in het eerste lid, maar ten minste gelijk is aan een vierde ervan, wordt de vakbondspremie verminderd met drie vierde.
Art. 4. Pour l'application de l'article XI.5 du décret, est uniquement considéré comme membre cotisant, le membre syndical ayant viré chaque année une cotisation individuelle à un compte bancaire égale à au moins 0,74 pour cent de la rémunération brute annuelle garantie indexée applicable le 1er juillet de l'année précédant l'année de référence.
Cette cotisation est calculée sur la base du montant le plus bas repris à l'article 3 de l'arrêté royal du 29 juin 1973 accordant une rétribution garantie à certains agents des services publics fédéraux.
Si la cotisation individuelle annuelle du membre syndical est inférieure à la cotisation minimum visée à l'alinéa premier, mais égale au moins à trois quarts de celle-ci, la prime syndicale est diminuée d'un quart.
Si la cotisation individuelle annuelle du membre syndical est inférieure à trois quarts de la cotisation minimum visée à l'alinéa premier, mais égale au moins à la moitié de celle-ci, la prime syndicale est diminuée de la moitié.
Si la cotisation individuelle annuelle du membre syndical est inférieure à la moitié de la cotisation minimum visée à l'alinéa premier, mais égale au moins à un quart de celle-ci, la prime syndicale est diminuée de trois quarts.
Cette cotisation est calculée sur la base du montant le plus bas repris à l'article 3 de l'arrêté royal du 29 juin 1973 accordant une rétribution garantie à certains agents des services publics fédéraux.
Si la cotisation individuelle annuelle du membre syndical est inférieure à la cotisation minimum visée à l'alinéa premier, mais égale au moins à trois quarts de celle-ci, la prime syndicale est diminuée d'un quart.
Si la cotisation individuelle annuelle du membre syndical est inférieure à trois quarts de la cotisation minimum visée à l'alinéa premier, mais égale au moins à la moitié de celle-ci, la prime syndicale est diminuée de la moitié.
Si la cotisation individuelle annuelle du membre syndical est inférieure à la moitié de la cotisation minimum visée à l'alinéa premier, mais égale au moins à un quart de celle-ci, la prime syndicale est diminuée de trois quarts.
Art. 5. Voor hetzelfde referentiejaar kan dezelfde persoon slechts één vakbondspremie aanvragen en verkrijgen.
Art. 5. Une même personne ne peut demander et obtenir qu'une seule prime syndicale pour la même année de référence.
HOOFDSTUK 3. - Aanvraag van de vakbondspremie
CHAPITRE 3. - Demande de la prime syndicale
Art. 6. De personeelsleden vragen de vakbondspremie aan met een aanvraagformulier.
Het aanvraagformulier mag alleen dienen om :
1° te bevestigen dat het personeelslid aan de toekenningsvoorwaarden voldoet;
2° de controle op het voldoen aan de toekenningsvoorwaarden mogelijk te maken;
3° de representatieve vakorganisaties en de uitbetalingsinstellingen de gegevens te bezorgen die ze nodig hebben om de uitbetaling te verrichten en om eventueel het bewijs daarvan te leveren.
Het aanvraagformulier mag alleen dienen om :
1° te bevestigen dat het personeelslid aan de toekenningsvoorwaarden voldoet;
2° de controle op het voldoen aan de toekenningsvoorwaarden mogelijk te maken;
3° de representatieve vakorganisaties en de uitbetalingsinstellingen de gegevens te bezorgen die ze nodig hebben om de uitbetaling te verrichten en om eventueel het bewijs daarvan te leveren.
Art. 6. Les membres du personnel font la demande de la prime syndicale au moyen d'un formulaire de demande.
Le formulaire de demande peut uniquement servir à :
1° confirmer que le membre du personnel remplit les conditions d'octroi;
2° permettre le contrôle du remplissage des conditions d'octroi;
3° donner aux organisations syndicales représentatives et aux organismes de paiement les données leur permettant de faire le paiement et d'en rendre éventuellement la preuve.
Le formulaire de demande peut uniquement servir à :
1° confirmer que le membre du personnel remplit les conditions d'octroi;
2° permettre le contrôle du remplissage des conditions d'octroi;
3° donner aux organisations syndicales représentatives et aux organismes de paiement les données leur permettant de faire le paiement et d'en rendre éventuellement la preuve.
Art. 7. De aanvraagformulieren worden verstrekt door de instellingen.
Art. 7. Les formulaires de demande sont fournis par les établissements.
Art. 8. De aanvraagformulieren bevatten, voor elk referentiejaar, de volgende gegevens :
1° gegevens die de instellingen moeten verstrekken :
a) vermelding van het referentiejaar;
b) identificatie van de instellingen;
c) identificatie van het personeelslid;
2° gegevens die het personeelslid moet verstrekken :
a) adres;
b) bankrekeningnummer;
c) verklaring op erewoord dat hij voor het referentiejaar slechts één aanvraagformulier indient;
d) handtekening;
e) de facultatieve vermelding van het lidnummer bij de representatieve vakorganisatie.
1° gegevens die de instellingen moeten verstrekken :
a) vermelding van het referentiejaar;
b) identificatie van de instellingen;
c) identificatie van het personeelslid;
2° gegevens die het personeelslid moet verstrekken :
a) adres;
b) bankrekeningnummer;
c) verklaring op erewoord dat hij voor het referentiejaar slechts één aanvraagformulier indient;
d) handtekening;
e) de facultatieve vermelding van het lidnummer bij de representatieve vakorganisatie.
Art. 8. Les formulaires de demande comprennent, pour chaque année de référence, les données suivantes :
1° données que les établissements doivent fournir :
a) mention de l'année de référence;
b) identification des établissements;
c) identification du membre du personnel;
2° données que le membre du personnel doit fournir :
a) adresse;
b) numéro de compte en banque;
c) déclaration sur l'honneur qu'il n'introduit qu'un seul formulaire de demande pour l'année de référence;
d) signature;
e) la mention facultative du numéro d'affiliation auprès de l'organisation syndicale représentative.
1° données que les établissements doivent fournir :
a) mention de l'année de référence;
b) identification des établissements;
c) identification du membre du personnel;
2° données que le membre du personnel doit fournir :
a) adresse;
b) numéro de compte en banque;
c) déclaration sur l'honneur qu'il n'introduit qu'un seul formulaire de demande pour l'année de référence;
d) signature;
e) la mention facultative du numéro d'affiliation auprès de l'organisation syndicale représentative.
Art. 9. De aanvraagformulieren zijn, per instelling, genummerd op de wijze die de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, bepaalt.
De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, legt een eenvormig model voor de aanvraagformulieren aan de instellingen op.
De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, legt een eenvormig model voor de aanvraagformulieren aan de instellingen op.
Art. 9. Les formulaires de demande sont, par établissement, numérotés de la façon prévue par le Ministre flamand chargé de l'enseignement.
Le Ministre flamand chargé de l'enseignement impose aux établissements un modèle uniforme de formulaire.
Le Ministre flamand chargé de l'enseignement impose aux établissements un modèle uniforme de formulaire.
Art. 10. § 1. De instellingen bezorgen aan de personeelsleden, vermeld in artikel 1, die tijdens het referentiejaar voldeden aan de toekenningsvoorwaarde, vermeld in artikel 3, 2°, een behoorlijk ingevuld aanvraagformulier. De instellingen bezorgen het aanvraagformulier na 1 januari en uiterlijk op 31 januari volgend op het referentiejaar.
Voor de referentiejaren 2010 en 2011 bezorgen de instellingen het aanvraagformulier voor 7 februari 2012.
De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, kan in bijzondere gevallen afwijken van de uiterste datum van bezorging.
§ 2. De instellingen moeten het bezorgen registreren met het oog op de verantwoording ervan.
De verzending van het aanvraagformulier door de instellingen naar het laatste adres dat bij hen bekend is, geldt als bezorging.
Voor de referentiejaren 2010 en 2011 bezorgen de instellingen het aanvraagformulier voor 7 februari 2012.
De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, kan in bijzondere gevallen afwijken van de uiterste datum van bezorging.
§ 2. De instellingen moeten het bezorgen registreren met het oog op de verantwoording ervan.
De verzending van het aanvraagformulier door de instellingen naar het laatste adres dat bij hen bekend is, geldt als bezorging.
Art. 10. § 1er. Les établissements remettent un formulaire de demande dûment rempli aux membres du personnel visés à l'article 1er, ayant rempli la condition d'octroi visée à l'article 3, 2°, pendant l'année de référence. Les établissements remettent le formulaire de demande après le 1er janvier et au plus tard le 31 janvier suivant l'année de référence.
Pour les années de référence 2010 et 2011, les établissements remettent le formulaire de demande avant le 7 février 2012.
Dans des cas particuliers, le Ministre flamand chargé de l'enseignement peut déroger à la date ultime de remise.
§ 2. Les établissements doivent enregistrer la remise en vue de la justification de celle-ci.
L'envoi du formulaire de demande par les établissements à la dernière adresse connue vaut remise.
Pour les années de référence 2010 et 2011, les établissements remettent le formulaire de demande avant le 7 février 2012.
Dans des cas particuliers, le Ministre flamand chargé de l'enseignement peut déroger à la date ultime de remise.
§ 2. Les établissements doivent enregistrer la remise en vue de la justification de celle-ci.
L'envoi du formulaire de demande par les établissements à la dernière adresse connue vaut remise.
Art. 11. Het personeelslid dat voldoet aan de toekenningsvoorwaarde, vermeld in artikel 3, 1°, vult het aanvraagformulier verder in en bezorgt het vóór 28 februari, volgend op het referentiejaar, aan zijn representatieve vakorganisatie.
In uitzonderlijke omstandigheden kan het personeelslid het aanvraagformulier vóór 28 februari van het tweede kalenderjaar dat volgt op het referentiejaar, bezorgen aan de vakorganisatie. Het personeelslid kan daarvoor eventueel een duplicaat aanvragen bij zijn instelling.
In uitzonderlijke omstandigheden kan het personeelslid het aanvraagformulier vóór 28 februari van het tweede kalenderjaar dat volgt op het referentiejaar, bezorgen aan de vakorganisatie. Het personeelslid kan daarvoor eventueel een duplicaat aanvragen bij zijn instelling.
Art. 11. Le membre du personnel remplissant la condition d'octroi visée à l'article 3, 1°, remplit les cases restées vides du formulaire de demande et le remet, avant le 28 février suivant l'année de référence, à son organisation syndicale représentative.
Dans des cas exceptionnels, le membre du personnel peut remettre le formulaire de demande à l'organisation syndicale avant le 28 février de la deuxième année calendaire suivant l'année de référence. A cet effet, le membre du personnel peut éventuellement demander un duplicata auprès de son établissement.
Dans des cas exceptionnels, le membre du personnel peut remettre le formulaire de demande à l'organisation syndicale avant le 28 février de la deuxième année calendaire suivant l'année de référence. A cet effet, le membre du personnel peut éventuellement demander un duplicata auprès de son établissement.
HOOFDSTUK 4. - Uitbetaling van de vakbondspremie
CHAPITRE 4. - Paiement de la prime syndicale
Art. 12. De uitbetalingsinstellingen zijn verantwoordelijk voor het vaststellen dat aan de toekenningsvoorwaarde, vermeld in artikel 3, 1°, voldaan is en voor de uitbetaling van de vakbondspremie.
Art. 12. Les organismes de paiement sont responsables de la constatation qu'il est satisfait à la condition d'octroi visée à l'article 3, 1°, et du paiement de la prime syndicale.
Art. 13. § 1. De gerechtsdeurwaarder, vermeld in artikel 17, bezorgt vóór 30 april, volgend op het referentiejaar, en, met toepassing van artikel 11, tweede lid, vóór 30 april van het tweede kalenderjaar, volgend op het referentiejaar, aan de bevoegde administratie een omstandige afrekening per uitbetalingsinstelling.
Voor het referentiejaar 2010 bezorgt de gerechtsdeurwaarder een omstandige afrekening per uitbetalingsinstelling vóór 30 april 2012 aan de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs.
§ 2. De bevoegde administratie maakt het bedrag dat aan elk van de uitbetalingsinstellingen moet worden overgedragen om tot de uitbetaling van de vakbondspremies te kunnen overgaan en om de administratieve werkingskosten, vermeld in artikel XI.6, eerste lid, van het decreet, vóór 31 mei, volgend op het referentiejaar, en, met toepassing van artikel 11, tweede lid, vóór 31 mei van het tweede kalenderjaar, volgend op het referentiejaar, over aan de uitbetalingsinstellingen.
Voor het referentiejaar 2010 maakt de bevoegde administratie het bedrag, vermeld in het eerste lid, over aan de uitbetalingsinstellingen vóór 31 mei 2012.
Voor het referentiejaar 2010 bezorgt de gerechtsdeurwaarder een omstandige afrekening per uitbetalingsinstelling vóór 30 april 2012 aan de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs.
§ 2. De bevoegde administratie maakt het bedrag dat aan elk van de uitbetalingsinstellingen moet worden overgedragen om tot de uitbetaling van de vakbondspremies te kunnen overgaan en om de administratieve werkingskosten, vermeld in artikel XI.6, eerste lid, van het decreet, vóór 31 mei, volgend op het referentiejaar, en, met toepassing van artikel 11, tweede lid, vóór 31 mei van het tweede kalenderjaar, volgend op het referentiejaar, over aan de uitbetalingsinstellingen.
Voor het referentiejaar 2010 maakt de bevoegde administratie het bedrag, vermeld in het eerste lid, over aan de uitbetalingsinstellingen vóór 31 mei 2012.
Art. 13. § 1er. Avant le 30 avril suivant l'année de référence et, par application de l'article 11, alinéa deux, avant le 30 avril de la deuxième année calendaire suivant l'année de référence, l'huissier de justice visé à l'article 17 remet à l'administration compétente un décompte circonstancié par organisme de paiement.
Pour l'année de référence 2010, le huissier de justice remet au Ministre flamand chargé de l'enseignement un décompte circonstancié par organisme de paiement avant le 30 avril 2012.
§ 2. Avant le 31 mai suivant l'année de référence et, par application de l'article 11, alinéa deux, avant le 31 mai de la deuxième année calendaire suivant l'année de référence, l'administration compétente transfère aux organes de paiement le montant nécessaire au paiement des primes syndicales et aux frais de fonctionnement administratifs visés à l'article XI.6, alinéa premier, du décret.
Pour l'année de référence 2010, l'administration compétente transfère le montant visé à l'alinéa premier aux organes de paiement avant le 31 mai 2012.
Pour l'année de référence 2010, le huissier de justice remet au Ministre flamand chargé de l'enseignement un décompte circonstancié par organisme de paiement avant le 30 avril 2012.
§ 2. Avant le 31 mai suivant l'année de référence et, par application de l'article 11, alinéa deux, avant le 31 mai de la deuxième année calendaire suivant l'année de référence, l'administration compétente transfère aux organes de paiement le montant nécessaire au paiement des primes syndicales et aux frais de fonctionnement administratifs visés à l'article XI.6, alinéa premier, du décret.
Pour l'année de référence 2010, l'administration compétente transfère le montant visé à l'alinéa premier aux organes de paiement avant le 31 mai 2012.
Art. 14. Iedere uitbetalingsinstelling bezorgt aan de bevoegde administratie het nummer van haar bankrekening waarop het bedrag, vermeld in artikel 13, § 2, kan worden gestort.
Als een uitbetalingsinstelling ook de vakbondspremies uitbetaalt die verkregen kunnen worden op grond van andere wettelijke, reglementaire of conventionele bepalingen, voorziet ze voor de vakbondspremies die verkregen kunnen worden op grond van dit besluit, in een apart rekeningnummer en aparte boekhoudkundige posten met het oog op de controle door een gerechtsdeurwaarder.
De bankrekeningen, vermeld in het eerste lid, mogen uitsluitend gebruikt worden voor de storting van het bedrag, vermeld in artikel 13, en voor de vereffening van de vakbondspremies en de administratieve werkingskosten, vermeld in artikel XI.6, eerste lid, van het decreet.
Als een uitbetalingsinstelling ook de vakbondspremies uitbetaalt die verkregen kunnen worden op grond van andere wettelijke, reglementaire of conventionele bepalingen, voorziet ze voor de vakbondspremies die verkregen kunnen worden op grond van dit besluit, in een apart rekeningnummer en aparte boekhoudkundige posten met het oog op de controle door een gerechtsdeurwaarder.
De bankrekeningen, vermeld in het eerste lid, mogen uitsluitend gebruikt worden voor de storting van het bedrag, vermeld in artikel 13, en voor de vereffening van de vakbondspremies en de administratieve werkingskosten, vermeld in artikel XI.6, eerste lid, van het decreet.
Art. 14. Chaque organe de paiement transmet à l'administration compétente le numéro de son compte en banque auquel le montant visé à l'article 13, § 2, peut être versé.
Si un organe de paiement paie également les primes syndicales pouvant être obtenues sur la base d'autres dispositions légales, réglementaires ou conventionnelles, il prévoit, pour les primes syndicales pouvant être obtenues en vertu du présent arrêté, un numéro de compte distinct et des postes comptables distincts, en vue du contrôle par un huissier de justice.
Les comptes en banque visés à l'alinéa premier peuvent uniquement être utilisés pour le versement du montant visé à l'article 13 et pour le règlement des primes syndicales et des frais de fonctionnement administratifs visés à l'article XI.6, alinéa premier, du décret.
Si un organe de paiement paie également les primes syndicales pouvant être obtenues sur la base d'autres dispositions légales, réglementaires ou conventionnelles, il prévoit, pour les primes syndicales pouvant être obtenues en vertu du présent arrêté, un numéro de compte distinct et des postes comptables distincts, en vue du contrôle par un huissier de justice.
Les comptes en banque visés à l'alinéa premier peuvent uniquement être utilisés pour le versement du montant visé à l'article 13 et pour le règlement des primes syndicales et des frais de fonctionnement administratifs visés à l'article XI.6, alinéa premier, du décret.
Art. 15. § 1. De uitbetalingsinstelling betaalt de vakbondspremie uit vóór 30 juni, volgend op het referentiejaar, en, met toepassing van artikel 11, tweede lid, vóór 30 juni van het tweede kalenderjaar, volgend op het referentiejaar.
Voor het referentiejaar 2010 betaalt de uitbetalingsinstelling de vakbondspremie uit vóór 30 juni 2012.
§ 2. De uitbetalingsinstelling schrijft de vakbondspremie rechtstreeks over op het in artikel 8, 2°, b, van dit besluit bedoelde bankrekeningnummer.
Voor het referentiejaar 2010 betaalt de uitbetalingsinstelling de vakbondspremie uit vóór 30 juni 2012.
§ 2. De uitbetalingsinstelling schrijft de vakbondspremie rechtstreeks over op het in artikel 8, 2°, b, van dit besluit bedoelde bankrekeningnummer.
Art. 15. § 1er. L'organisme de paiement effectue le paiement de la prime syndicale avant le 30 juin suivant l'année de référence et, par application de l'article 11, alinéa deux, avant le 30 juin de la deuxième année calendaire suivant l'année de référence.
Pour l'année de référence 2010, l'organisme de paiement paie la prime syndicale avant le 30 juin 2012.
§ 2. L'organisme de paiement vire la prime syndicale directement au compte en banque visé à l'article 8, 2°, b, du présent arrêté.
Pour l'année de référence 2010, l'organisme de paiement paie la prime syndicale avant le 30 juin 2012.
§ 2. L'organisme de paiement vire la prime syndicale directement au compte en banque visé à l'article 8, 2°, b, du présent arrêté.
Art. 16. Het bedrag van de vakbondspremie is voor elk referentiejaar gelijk aan het bedrag dat voor datzelfde referentiejaar is voorzien in artikel 29 van het koninklijk besluit van 30 september 1980 betreffende de toekenning en de uitbetaling van een vakbondspremie aan sommige personeelsleden van de overheidssector.
Het bedrag van de administratieve werkingskosten, vermeld in artikel XI.6, eerste lid, van het decreet, is voor elk referentiejaar gelijk aan het bedrag dat voor datzelfde referentiejaar is voorzien in artikel 30 van het koninklijk besluit van 30 september 1980 betreffende de toekenning en de uitbetaling van een vakbondspremie aan sommige personeelsleden van de overheidssector.
Het bedrag van de administratieve werkingskosten, vermeld in artikel XI.6, eerste lid, van het decreet, is voor elk referentiejaar gelijk aan het bedrag dat voor datzelfde referentiejaar is voorzien in artikel 30 van het koninklijk besluit van 30 september 1980 betreffende de toekenning en de uitbetaling van een vakbondspremie aan sommige personeelsleden van de overheidssector.
Art. 16. Pour chaque année de référence, le montant de la prime syndicale égale le montant étant prévu pour cette même année de référence à l'article 29 de l'arrêté royal du 30 septembre 1980 relative à l'octroi et au paiement d'une prime syndicale à certains membres du personnel du secteur public.
Pour chaque année de référence, le montant des frais de fonctionnement administratifs visés à l'article XI.6, alinéa premier, du décret, égale le montant étant prévu pour cette même année de référence à l'article 30 de l'arrêté royal du 30 septembre 1980 relative à l'octroi et au paiement d'une prime syndicale à certains membres du personnel du secteur public.
Pour chaque année de référence, le montant des frais de fonctionnement administratifs visés à l'article XI.6, alinéa premier, du décret, égale le montant étant prévu pour cette même année de référence à l'article 30 de l'arrêté royal du 30 septembre 1980 relative à l'octroi et au paiement d'une prime syndicale à certains membres du personnel du secteur public.
HOOFDSTUK 5. - Gerechtsdeurwaarder
CHAPITRE 5. - Huissier de justice
Art. 17. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, stelt een gerechtsdeurwaarder aan. Die heeft als taak de aanvraagformulieren bij de uitbetalingsinstellingen te controleren en vast te stellen welk bedrag er per uitbetalingsinstelling uitbetaald moet worden. Hij controleert ook of de vakbondspremies effectief door de uitbetalingsinstellingen uitbetaald zijn. Opdat de gerechtsdeurwaarder deze opdrachten kan uitvoeren, houden de uitbetalingsinstellingen alle documenten die hiervoor nodig zijn ter beschikking van de gerechtsdeurwaarder.
Art. 17. Le Ministre flamand chargé de l'enseignement désigne un huissier de justice. Celui-ci a pour tâche de contrôler les formulaires de demande auprès des organismes de paiement et de déterminer le montant devant être payé par organisme de paiement. Il contrôle également si les primes syndicales ont effectivement été payées par les organismes de paiement. Pour que l'huissier puisse remplir ses missions, les organismes de paiement tiennent tous les documents nécessaires à la disposition de l'huissier.
HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen
CHAPITRE 6. - Dispositions finales
Art. 18. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2012.
Art. 18. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2012.
Art. 19. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 19. Le Ministre flamand qui a l'enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Brussel, 2 maart 2012.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
P. SMET
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
P. SMET
Bruxelles, le 2 mars 2012.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand de l'Enseignement, de la Jeunesse, de l'Egalité des Chances et des Affaires bruxelloises,
P. SMET
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand de l'Enseignement, de la Jeunesse, de l'Egalité des Chances et des Affaires bruxelloises,
P. SMET