Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
27 JANUARI 2012. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1991 betreffende de inschrijving bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap wat betreft de toekenning van een werkingstoelage aan de multidisciplinaire teams
Titre
27 JANVIER 2012. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 1991 relatif à l'enregistrement auprès du " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " (Agence flamande pour les Personnes handicapées), pour ce qui est de l'allocation de fonctionnement aux équipes multidisciplinaires
Documentinformatie
Numac: 2012035203
Datum: 2012-01-27
Info du document
Numac: 2012035203
Date: 2012-01-27
Tekst (4)
Texte (4)
Artikel 1. In artikel 28, § 4, van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1991 betreffende de inschrijving bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 november 2010, wordt het tweede lid van paragraaf 4 opgeheven.
Article 1er. A l'article 28, § 4, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 1991 relatif à l'enregistrement au " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ", modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 novembre 2010, l'alinéa deux du paragraphe 4 est abrogé.
Art.2. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 november 2010, worden een artikel 28ter tot en met 28quinquies ingevoegd, die luiden als volgt;
" Art. 28ter. Het agentschap kent jaarlijks een werkingstoelage toe aan de multidisciplinaire teams.
Art. 28quater. § 1. Voor het jaar 2011 wordt het bedrag van de werkingstoelage vastgesteld in functie van het aantal verslagen dat het multidisciplinair team in de periode van 1 januari 2010 tot en met 31 december 2010 heeft afgeleverd aan het agentschap en dat door het agentschap werd vergoed voor 30 november 2011.
Bij de vaststelling van het aantal verslagen wordt rekening gehouden met volgende documenten :
1° multidisciplinaire verslagen als vermeld in artikel 2, § 2bis, van dit besluit;
2° gespecialiseerde multidisciplinaire verslagen als vermeld in artikel 2, 8°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2001 tot vaststelling van de criteria, voorwaarden en refertebedragen van de tussenkomsten in de individuele materiele bijstand voor de sociale integratie van personen met een handicap;
3° adviesrapporten als vermeld in artikel 9, § 3, 6°, van besluit, vermeld in punt 2° ;
4° de gemotiveerde inschaling van de beperkingen en behoeften op het vlak van algemene en instrumentele assistentie bij de handelingen van het dagelijkse leven, vermeld in artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2000 houdende vaststelling van de voorwaarden van toekenning van een persoonlijke-assistentiebudget aan personen met een handicap;
5° het zorgzwaarte-instrument, vermeld in artikel 28, § 4, van dit besluit.
Met uitzondering van de documenten, vermeld in het tweede lid, 4° en 5°, worden de documenten die verband houden met dezelfde vraag naar ondersteuning of met verschillende vragen naar ondersteuning die op hetzelfde moment worden ingediend als één verslag gerekend.
§ 2. Afhankelijk van het totaal aantal verslagen als vermeld in paragraaf 1 wordt voor de berekening van de werkingstoelage uitgegaan van de volgende bedragen per verslag :
1° meer dan 200 verslagen : 70 euro;
2° meer dan 100 en minder dan 200 verslagen : 64 euro;
3° meer dan 50 en minder dan 100 verslagen : 57 euro;
4° meer dan 25 en minder dan 50 verslagen : 44 euro;
5° minder dan 25 verslagen : 40 euro.
De werkingstoelage per team wordt berekend door het totaal aantal verslagen van een team te vermenigvuldigen met het bedrag dat van toepassing is als vermeld in het eerste lid.
Art. 28quinquies. § 1. Voor het jaar 2012 en 2013 wordt de werkingstoelage vastgesteld aan de hand van een bedrag per verslag dat wordt vastgesteld in functie van het totale aantal verslagen, vermeld in artikel 28quater, § 1, tweede en derde lid, dat het team of, voor het jaar 2013, het geformaliseerd samenwerkingsverband waarvan het team deel uitmaakt in het voorafgaande kalenderjaar heeft bezorgd aan het agentschap en aan de hand van een bedrag per verslag dat kan worden toegekend als het team voldoet aan de voorwaarden vermeld in paragraaf 3 of paragraaf 4.
De minister bevoegd voor de bijstand van personen stelt de voorwaarden vast waaraan het geformaliseerd samenwerkingsverband moet voldoen.
Als een team een geformaliseerd samenwerkingsverband aangaat in de loop van het voorafgaande kalenderjaar wordt bij de vaststelling van het bedrag per verslag als vermeld in paragraaf 2, eerste lid, voor het team rekening gehouden met het totale aantal verslagen dat de verschillende teams die deel uitmaken van het samenwerkingsverband samen hebben afgeleverd in het voorafgaande kalenderjaar.
Voor de vaststelling van het totale aantal verslagen wordt alleen rekening gehouden met de verslagen die voldoen aan minimale kwaliteitseisen inzake het verslag, vermeld in artikel 3 van het ministerieel besluit van 12 november 2010 houdende vaststelling van de minimale kwaliteitseisen voor de multidisciplinaire teams die erkend zijn door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.
§ 2. In functie van het totale aantal verslagen wordt voor de berekening van de werkingstoelage uitgegaan van de volgende bedragen per verslag :
1° meer dan 200 verslagen : 40 euro;
2° meer dan 100 en minder dan 200 verslagen : 36 euro;
3° meer dan 50 maar minder dan 100 verslagen : 32 euro;
4° meer dan 25 maar minder dan 50 verslagen : 25 euro;
5° minder dan 25 verslagen : 23 euro.
Als het team voldoet aan de voorwaarden, vermeld in respectievelijk paragraaf 3 of paragraaf 4 kan het bedrag per verslag vermeerderd worden met de volgende bedragen :
1° meer dan 200 verslagen : 30 euro;
2° meer dan 100 en minder dan 200 verslagen : 28euro;
3° meer dan 50 en minder dan 100 verslagen : 25 euro;
4° meer dan 25 en minder dan 50 verslagen : 19 euro;
5° minder dan 25 verslagen : 17 euro.
§ 3. Voor de toekenning van de bedragen, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, moet het multidisciplinair team voor het jaar 2012 aan de volgende voorwaarden voldoen :
1° als een multidisciplinair verslag wordt afgeleverd in het kader van een eerste aanvraag tot ondersteuning bij het agentschap, bedraagt de termijn, vermeld in artikel 2, 8°, d), van het ministerieel besluit van 12 november 2010 houdende vaststelling van de minimale kwaliteitseisen voor de multidisciplinaire teams die erkend zijn door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap in minstens 80 % van de gevallen 120 dagen of minder;
2° als er verslagen worden afgeleverd voor aanvragen van individuele materiële bijstand als vermeld in de refertelijst bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2001 tot vaststelling van de criteria, voorwaarden en refertebedragen van de tussenkomsten in de individuele materiele bijstand voor de sociale integratie van personen met een handicap onder 3. Aanvulling onderste ledematen of 4. Vervanging onderste ledematen, domein 1 ombouwen/aanbouwen van de woning en aanvullende uitrusting, subdomein ombouwen/aanbouwen van de woning, wordt in 80 % een huisbezoek bij de persoon met een handicap afgelegd.
§ 4. Voor de toekenning van de bedragen, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, moet het multidisciplinair team lid voor het jaar 2013 aan de volgende voorwaarden voldoen :
1° als een multidisciplinair verslag wordt afgeleverd in het kader van een eerste aanvraag tot ondersteuning bij het agentschap bedraagt de termijn, vermeld in artikel 2, 8°, d), van het ministerieel besluit van 12 november 2010 houdende vaststelling van de minimale kwaliteitseisen voor de multidisciplinaire teams die erkend zijn door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap in minstens 80 % van de gevallen 90 dagen of minder;
2° als er verslagen worden afgeleverd voor aanvragen om individuele materiële bijstand als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2001 tot vaststelling van de criteria, voorwaarden en refertebedragen van de tussenkomsten in de individuele materiele bijstand voor de sociale integratie van personen met een handicap, wordt in 60 % van de gevallen een huisbezoek bij de persoon met een handicap afgelegd; voor aanvragen individuele materiële bijstand die vallen onder 3. Aanvulling onderste ledematen of 4. Vervanging onderste ledematen, domein 1 ombouwen/aanbouwen van de woning en aanvullende uitrusting, subdomein ombouwen/aanbouwen van de woning, wordt in alle gevallen een huisbezoek bij de persoon met een handicap afgelegd;
3° het multidisciplinair team beschikt over een jaarlijks vormingsplan voor alle leden van het team en brengt dat vormingsplan tot uitvoering. Het vormingsplan wordt voor 1 maart 2013 aan het agentschap bezorgd en bevat volgende informatie :
a) de wijze waarop vorming afgestemd wordt op de werking van het team en de opdrachten voor het agentschap;
b) de doelstelling en de specificatie van de vorming voor alle personeelsleden, individueel of per groep;
c) de eventuele bijkomende vormingsactiviteiten per personeelslid.
Het team maakt voor 1 februari van het volgende kalenderjaar een verslag op waarin aangetoond wordt dat het vormingsplan werd uitgevoerd.
§ 5. De werkingstoelage per team wordt berekend door het totale aantal verslagen van een team te vermenigvuldigen met de van toepassing zijnde bedragen, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, en als aan de voorwaarden vermeld in paragraaf 3 of paragraaf 4, is voldaan met de van toepassing zijnde bedragen, vermeld in paragraaf 2, tweede lid.
§ 6. De bedragen, vermeld in paragraaf 2, zijn gekoppeld aan de referte-index 113,84 (basis 2004 = 100) van december 2010. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast, rekening houdend met het indexcijfer van de consumptieprijzen, vermeld in hoofdstuk II van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, hierna G-index te noemen, volgens de formule :
" Art. 28ter. Het agentschap kent jaarlijks een werkingstoelage toe aan de multidisciplinaire teams.
Art. 28quater. § 1. Voor het jaar 2011 wordt het bedrag van de werkingstoelage vastgesteld in functie van het aantal verslagen dat het multidisciplinair team in de periode van 1 januari 2010 tot en met 31 december 2010 heeft afgeleverd aan het agentschap en dat door het agentschap werd vergoed voor 30 november 2011.
Bij de vaststelling van het aantal verslagen wordt rekening gehouden met volgende documenten :
1° multidisciplinaire verslagen als vermeld in artikel 2, § 2bis, van dit besluit;
2° gespecialiseerde multidisciplinaire verslagen als vermeld in artikel 2, 8°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2001 tot vaststelling van de criteria, voorwaarden en refertebedragen van de tussenkomsten in de individuele materiele bijstand voor de sociale integratie van personen met een handicap;
3° adviesrapporten als vermeld in artikel 9, § 3, 6°, van besluit, vermeld in punt 2° ;
4° de gemotiveerde inschaling van de beperkingen en behoeften op het vlak van algemene en instrumentele assistentie bij de handelingen van het dagelijkse leven, vermeld in artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2000 houdende vaststelling van de voorwaarden van toekenning van een persoonlijke-assistentiebudget aan personen met een handicap;
5° het zorgzwaarte-instrument, vermeld in artikel 28, § 4, van dit besluit.
Met uitzondering van de documenten, vermeld in het tweede lid, 4° en 5°, worden de documenten die verband houden met dezelfde vraag naar ondersteuning of met verschillende vragen naar ondersteuning die op hetzelfde moment worden ingediend als één verslag gerekend.
§ 2. Afhankelijk van het totaal aantal verslagen als vermeld in paragraaf 1 wordt voor de berekening van de werkingstoelage uitgegaan van de volgende bedragen per verslag :
1° meer dan 200 verslagen : 70 euro;
2° meer dan 100 en minder dan 200 verslagen : 64 euro;
3° meer dan 50 en minder dan 100 verslagen : 57 euro;
4° meer dan 25 en minder dan 50 verslagen : 44 euro;
5° minder dan 25 verslagen : 40 euro.
De werkingstoelage per team wordt berekend door het totaal aantal verslagen van een team te vermenigvuldigen met het bedrag dat van toepassing is als vermeld in het eerste lid.
Art. 28quinquies. § 1. Voor het jaar 2012 en 2013 wordt de werkingstoelage vastgesteld aan de hand van een bedrag per verslag dat wordt vastgesteld in functie van het totale aantal verslagen, vermeld in artikel 28quater, § 1, tweede en derde lid, dat het team of, voor het jaar 2013, het geformaliseerd samenwerkingsverband waarvan het team deel uitmaakt in het voorafgaande kalenderjaar heeft bezorgd aan het agentschap en aan de hand van een bedrag per verslag dat kan worden toegekend als het team voldoet aan de voorwaarden vermeld in paragraaf 3 of paragraaf 4.
De minister bevoegd voor de bijstand van personen stelt de voorwaarden vast waaraan het geformaliseerd samenwerkingsverband moet voldoen.
Als een team een geformaliseerd samenwerkingsverband aangaat in de loop van het voorafgaande kalenderjaar wordt bij de vaststelling van het bedrag per verslag als vermeld in paragraaf 2, eerste lid, voor het team rekening gehouden met het totale aantal verslagen dat de verschillende teams die deel uitmaken van het samenwerkingsverband samen hebben afgeleverd in het voorafgaande kalenderjaar.
Voor de vaststelling van het totale aantal verslagen wordt alleen rekening gehouden met de verslagen die voldoen aan minimale kwaliteitseisen inzake het verslag, vermeld in artikel 3 van het ministerieel besluit van 12 november 2010 houdende vaststelling van de minimale kwaliteitseisen voor de multidisciplinaire teams die erkend zijn door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.
§ 2. In functie van het totale aantal verslagen wordt voor de berekening van de werkingstoelage uitgegaan van de volgende bedragen per verslag :
1° meer dan 200 verslagen : 40 euro;
2° meer dan 100 en minder dan 200 verslagen : 36 euro;
3° meer dan 50 maar minder dan 100 verslagen : 32 euro;
4° meer dan 25 maar minder dan 50 verslagen : 25 euro;
5° minder dan 25 verslagen : 23 euro.
Als het team voldoet aan de voorwaarden, vermeld in respectievelijk paragraaf 3 of paragraaf 4 kan het bedrag per verslag vermeerderd worden met de volgende bedragen :
1° meer dan 200 verslagen : 30 euro;
2° meer dan 100 en minder dan 200 verslagen : 28euro;
3° meer dan 50 en minder dan 100 verslagen : 25 euro;
4° meer dan 25 en minder dan 50 verslagen : 19 euro;
5° minder dan 25 verslagen : 17 euro.
§ 3. Voor de toekenning van de bedragen, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, moet het multidisciplinair team voor het jaar 2012 aan de volgende voorwaarden voldoen :
1° als een multidisciplinair verslag wordt afgeleverd in het kader van een eerste aanvraag tot ondersteuning bij het agentschap, bedraagt de termijn, vermeld in artikel 2, 8°, d), van het ministerieel besluit van 12 november 2010 houdende vaststelling van de minimale kwaliteitseisen voor de multidisciplinaire teams die erkend zijn door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap in minstens 80 % van de gevallen 120 dagen of minder;
2° als er verslagen worden afgeleverd voor aanvragen van individuele materiële bijstand als vermeld in de refertelijst bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2001 tot vaststelling van de criteria, voorwaarden en refertebedragen van de tussenkomsten in de individuele materiele bijstand voor de sociale integratie van personen met een handicap onder 3. Aanvulling onderste ledematen of 4. Vervanging onderste ledematen, domein 1 ombouwen/aanbouwen van de woning en aanvullende uitrusting, subdomein ombouwen/aanbouwen van de woning, wordt in 80 % een huisbezoek bij de persoon met een handicap afgelegd.
§ 4. Voor de toekenning van de bedragen, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, moet het multidisciplinair team lid voor het jaar 2013 aan de volgende voorwaarden voldoen :
1° als een multidisciplinair verslag wordt afgeleverd in het kader van een eerste aanvraag tot ondersteuning bij het agentschap bedraagt de termijn, vermeld in artikel 2, 8°, d), van het ministerieel besluit van 12 november 2010 houdende vaststelling van de minimale kwaliteitseisen voor de multidisciplinaire teams die erkend zijn door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap in minstens 80 % van de gevallen 90 dagen of minder;
2° als er verslagen worden afgeleverd voor aanvragen om individuele materiële bijstand als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2001 tot vaststelling van de criteria, voorwaarden en refertebedragen van de tussenkomsten in de individuele materiele bijstand voor de sociale integratie van personen met een handicap, wordt in 60 % van de gevallen een huisbezoek bij de persoon met een handicap afgelegd; voor aanvragen individuele materiële bijstand die vallen onder 3. Aanvulling onderste ledematen of 4. Vervanging onderste ledematen, domein 1 ombouwen/aanbouwen van de woning en aanvullende uitrusting, subdomein ombouwen/aanbouwen van de woning, wordt in alle gevallen een huisbezoek bij de persoon met een handicap afgelegd;
3° het multidisciplinair team beschikt over een jaarlijks vormingsplan voor alle leden van het team en brengt dat vormingsplan tot uitvoering. Het vormingsplan wordt voor 1 maart 2013 aan het agentschap bezorgd en bevat volgende informatie :
a) de wijze waarop vorming afgestemd wordt op de werking van het team en de opdrachten voor het agentschap;
b) de doelstelling en de specificatie van de vorming voor alle personeelsleden, individueel of per groep;
c) de eventuele bijkomende vormingsactiviteiten per personeelslid.
Het team maakt voor 1 februari van het volgende kalenderjaar een verslag op waarin aangetoond wordt dat het vormingsplan werd uitgevoerd.
§ 5. De werkingstoelage per team wordt berekend door het totale aantal verslagen van een team te vermenigvuldigen met de van toepassing zijnde bedragen, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, en als aan de voorwaarden vermeld in paragraaf 3 of paragraaf 4, is voldaan met de van toepassing zijnde bedragen, vermeld in paragraaf 2, tweede lid.
§ 6. De bedragen, vermeld in paragraaf 2, zijn gekoppeld aan de referte-index 113,84 (basis 2004 = 100) van december 2010. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast, rekening houdend met het indexcijfer van de consumptieprijzen, vermeld in hoofdstuk II van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, hierna G-index te noemen, volgens de formule :
Art.2. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 novembre 2010, sont insérés les articles 28ter à 28quinquies inclus, rédigés comme suit;
" Art. 28ter. L'agence octroie annuellement une allocation de fonctionnement aux équipes multidisciplinaires.
Art. 28quater. § 1er. Pour l'année 2011, le montant de l'allocation de fonctionnement est fixé en fonction du nombre de rapports délivrés par l'équipe multidisciplinaire à l'agence dans la période du 1er janvier 2010 au 31 décembre 2010 inclus et en fonction du nombre de rapports remboursés par l'agence avant le 30 novembre 2011.
Lors de la fixation du nombre de rapports, il est tenu compte des documents suivants :
1° les rapports multidisciplinaires tels que visés à l'article 2, § 2bis, du présent arrêté;
2° les rapports multidisciplinaires spécialisés tels que visés à l'article 2, 8°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 juillet 2001 fixant les critères, les conditions et les montants de référence des interventions d'assistance matérielle individuelle à l'intégration sociale des personnes handicapées;
3° les rapports de conseil, tels que visés à l'article 9, § 3, 6°, de l'arrêté, visé au point 2° ;
4° l'appréciation motivée des limitations et des besoins sur le plan de l'assistance générale et instrumentale aux actes de la vie journalière, visée à l'article 6 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 2000 établissant les conditions d'octroi d'un budget d'assistance personnelle aux personnes handicapées;
5° l'instrument de mesure des soins requis, visé à l'article 28, § 4 du présent arrêté.
A l'exception des documents, visés à l'alinéa deux, 4° et 5°, les documents relatifs à la même demande de soutien ou à plusieurs demandes de soutien qui sont introduits au même moment, sont considérés comme étant une seule demande.
§ 2. En fonction du nombre total de rapports, tels que visés au § 1er, les montants suivants par rapport constitueront la base de calcul de l'allocation de fonctionnement :
1° plus de 200 rapports : 70 euros;
2° plus de 100 et moins de 200 rapports : 64 euros;
3° plus de 50 et moins de 100 rapports : 57 euros;
4° plus de 25 et moins de 50 rapports : 44 euros;
5° moins de 25 rapports : 40 euros.
L'allocation de fonctionnement par équipe est calculée en multipliant le nombre total de rapports d'une équipe par le montant applicable tel que visé à l'alinéa premier.
Art. 28quinquies. § 1er. Pour les années 2012 et 2013, l'allocation de fonctionnement est fixée à l'aide d'un montant par rapport, qui est fixé en fonction du nombre total de rapports, visé à l'article 28quater, § 1er, alinéas deux et trois, qui ont été transmises à l'agence par l'équipe, ou, pour l'année 2013, par l'accord de collaboration formalisé dont l'équipe fait partie dans l'année calendaire précédente, et à l'aide d'un montant par rapport qui peut être octroyé si l'équipe remplit les conditions, visées aux §§ 3 ou 4.
Le Ministre ayant l'assistance aux personnes dans ses attributions, fixe les conditions auxquelles l'accord de collaboration formalisé doit répondre.
Si une équipe conclut un accord de coopération formalisé au cours de l'année calendaire précédente, il est tenu compte pour l'équipe, lors de la fixation du montant par rapport tel que visé au § 2, alinéa premier, du nombre total de rapports délivrés ensemble par les différentes équipes faisant partie de l'accord de coopération pendant l'année calendaire précédente.
Pour la fixation du nombre total de rapports, il est uniquement tenu compte des rapports qui remplissent les exigences minimales de qualité relatives au rapport, visées à l'article 3 de l'arrêté ministériel du 12 novembre 2010 fixant les exigences de qualités minimales pour les équipes multidisciplinaires qui sont reconnues par la " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ".
§ 2. En fonction du nombre total de rapports, les montants suivants par rapport constitueront la base de calcul de l'allocation de fonctionnement :
1° plus de 200 rapports : 40 euros;
2° plus de 100 et moins de 200 rapports : 36 euros;
3° plus de 50 et moins de 100 rapports : 32 euros;
4° plus de 25 et moins de 50 rapports : 25 euros;
5° moins de 25 rapports : 23 euros.
Si l'équipe remplit les conditions, visées aux respectivement paragraphes 3 ou 4, le montant par rapport peut être majoré des montants suivants :
1° plus de 200 rapports : 30 euros;
2° plus de 100 et moins de 200 rapports : 28 euros;
3° plus de 50 et moins de 100 rapports : 25 euros;
4° plus de 25 et moins de 50 rapports : 19 euros;
5° moins de 25 rapports : 17 euros.
§ 3. Pour l'octroi des montants, visés au § 2, alinéa deux, l'équipe multidisciplinaire doit remplir les conditions suivantes pour l'année 2012 :
1° si un rapport multidisciplinaire est délivré dans le cadre d'une première demande de soutien auprès de l'agence, le délai, visé à l'article 2, 8°, d), de l'arrêté ministériel du 12 novembre 2010 fixant les exigences de qualités minimales pour les équipes multidisciplinaires qui sont reconnues par la " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ", est de 120 jours ou moins dans au moins 80 % des cas.
2° si des rapports sont délivrés pour des demandes d'assistance matérielle individuelle, telles que mentionnées dans la liste de référence de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 juillet 2001 fixant les critères, les conditions et les montants de référence des interventions d'assistance matérielle individuelle à l'intégration sociale des personnes handicapées sous 3. Complément membres inférieurs ou 4. Remplacement membres inférieurs, domaine 1er, transformation/construction à l'habitation et équipement complémentaire, sous-domaine transformation/construction à l'habitation, les personnes handicapées sont visitées à leur domicile dans 80 % des cas.
§ 4. Pour l'octroi des montants, visés au § 2, alinéa deux, l'équipe multidisciplinaire doit remplir les conditions suivantes pour l'année 2013 :
1° si un rapport multidisciplinaire est délivré dans le cadre d'une première demande de soutien auprès de l'agence, le délai, visé à l'article 2, 8°, d), de l'arrêté ministériel du 12 novembre 2010 fixant les exigences de qualités minimales pour les équipes multidisciplinaires qui sont reconnues par la " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ", est de 90 jours ou moins dans au moins 80 % des cas;
2° si des rapports sont délivrés pour des demandes d'assistance matérielle individuelle, telles que mentionnées à l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 juillet 2001 fixant les critères, les conditions et les montants de référence des interventions d'assistance matérielle individuelle à l'intégration sociale des personnes handicapées, les personnes handicapées sont visitées à leur domicile dans 60 % des cas; pour ce qui concerne les demandes d'assistance matérielle individuelle qui relèvent du point 3. Complément membres inférieurs ou 4. Remplacement membres inférieurs, domaine 1er, transformation/construction à l'habitation et équipement complémentaire, sous-domaine transformation/construction à l'habitation, les personnes handicapées sont visitées à leur domicile dans tous les cas;
3° l'équipe multidisciplinaire dispose d'un plan annuel de formation pour tous les membres de l'équipe et met ce plan de formation en oeuvre. Le plan de formation est transmis à l'agence avant le 1er mars 2013 et contient les informations suivantes :
a) la manière dont la formation est alignée sur le fonctionnement de l'équipe et les missions pour l'agence;
b) l'objectif et la spécification de la formation destinée à tous les membres du personnel, aux membres pris individuellement ou par groupe;
c) les éventuelles activités de formation accessoires par membre du personnel.
Avant le 1er février de l'année calendaire suivante, l'équipe établit un rapport dans lequel il est démontré que le plan de formation a été exécuté.
§ 5. L'allocation de fonctionnement par équipe est calculée en multipliant le nombre total de rapports d'une équipe par les montants applicables, visés au paragraphe 2, alinéa premier, et lorsque les conditions, visées aux paragraphes 3 ou 4, sont remplies, par les montants applicables, visés au paragraphe 2, alinéa deux.
§ 6. Les montants, visés au paragraphe 2, sont liés à l'indice de référence 113,84 (base 2004=100) de décembre 2010. Ils sont annuellement ajustés au 1er janvier, en tenant compte de l'indice des prix à la consommation, mentionnés au chapitre II de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays, appelé l'indice G ci-après, suivant la formule :
" Art. 28ter. L'agence octroie annuellement une allocation de fonctionnement aux équipes multidisciplinaires.
Art. 28quater. § 1er. Pour l'année 2011, le montant de l'allocation de fonctionnement est fixé en fonction du nombre de rapports délivrés par l'équipe multidisciplinaire à l'agence dans la période du 1er janvier 2010 au 31 décembre 2010 inclus et en fonction du nombre de rapports remboursés par l'agence avant le 30 novembre 2011.
Lors de la fixation du nombre de rapports, il est tenu compte des documents suivants :
1° les rapports multidisciplinaires tels que visés à l'article 2, § 2bis, du présent arrêté;
2° les rapports multidisciplinaires spécialisés tels que visés à l'article 2, 8°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 juillet 2001 fixant les critères, les conditions et les montants de référence des interventions d'assistance matérielle individuelle à l'intégration sociale des personnes handicapées;
3° les rapports de conseil, tels que visés à l'article 9, § 3, 6°, de l'arrêté, visé au point 2° ;
4° l'appréciation motivée des limitations et des besoins sur le plan de l'assistance générale et instrumentale aux actes de la vie journalière, visée à l'article 6 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 2000 établissant les conditions d'octroi d'un budget d'assistance personnelle aux personnes handicapées;
5° l'instrument de mesure des soins requis, visé à l'article 28, § 4 du présent arrêté.
A l'exception des documents, visés à l'alinéa deux, 4° et 5°, les documents relatifs à la même demande de soutien ou à plusieurs demandes de soutien qui sont introduits au même moment, sont considérés comme étant une seule demande.
§ 2. En fonction du nombre total de rapports, tels que visés au § 1er, les montants suivants par rapport constitueront la base de calcul de l'allocation de fonctionnement :
1° plus de 200 rapports : 70 euros;
2° plus de 100 et moins de 200 rapports : 64 euros;
3° plus de 50 et moins de 100 rapports : 57 euros;
4° plus de 25 et moins de 50 rapports : 44 euros;
5° moins de 25 rapports : 40 euros.
L'allocation de fonctionnement par équipe est calculée en multipliant le nombre total de rapports d'une équipe par le montant applicable tel que visé à l'alinéa premier.
Art. 28quinquies. § 1er. Pour les années 2012 et 2013, l'allocation de fonctionnement est fixée à l'aide d'un montant par rapport, qui est fixé en fonction du nombre total de rapports, visé à l'article 28quater, § 1er, alinéas deux et trois, qui ont été transmises à l'agence par l'équipe, ou, pour l'année 2013, par l'accord de collaboration formalisé dont l'équipe fait partie dans l'année calendaire précédente, et à l'aide d'un montant par rapport qui peut être octroyé si l'équipe remplit les conditions, visées aux §§ 3 ou 4.
Le Ministre ayant l'assistance aux personnes dans ses attributions, fixe les conditions auxquelles l'accord de collaboration formalisé doit répondre.
Si une équipe conclut un accord de coopération formalisé au cours de l'année calendaire précédente, il est tenu compte pour l'équipe, lors de la fixation du montant par rapport tel que visé au § 2, alinéa premier, du nombre total de rapports délivrés ensemble par les différentes équipes faisant partie de l'accord de coopération pendant l'année calendaire précédente.
Pour la fixation du nombre total de rapports, il est uniquement tenu compte des rapports qui remplissent les exigences minimales de qualité relatives au rapport, visées à l'article 3 de l'arrêté ministériel du 12 novembre 2010 fixant les exigences de qualités minimales pour les équipes multidisciplinaires qui sont reconnues par la " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ".
§ 2. En fonction du nombre total de rapports, les montants suivants par rapport constitueront la base de calcul de l'allocation de fonctionnement :
1° plus de 200 rapports : 40 euros;
2° plus de 100 et moins de 200 rapports : 36 euros;
3° plus de 50 et moins de 100 rapports : 32 euros;
4° plus de 25 et moins de 50 rapports : 25 euros;
5° moins de 25 rapports : 23 euros.
Si l'équipe remplit les conditions, visées aux respectivement paragraphes 3 ou 4, le montant par rapport peut être majoré des montants suivants :
1° plus de 200 rapports : 30 euros;
2° plus de 100 et moins de 200 rapports : 28 euros;
3° plus de 50 et moins de 100 rapports : 25 euros;
4° plus de 25 et moins de 50 rapports : 19 euros;
5° moins de 25 rapports : 17 euros.
§ 3. Pour l'octroi des montants, visés au § 2, alinéa deux, l'équipe multidisciplinaire doit remplir les conditions suivantes pour l'année 2012 :
1° si un rapport multidisciplinaire est délivré dans le cadre d'une première demande de soutien auprès de l'agence, le délai, visé à l'article 2, 8°, d), de l'arrêté ministériel du 12 novembre 2010 fixant les exigences de qualités minimales pour les équipes multidisciplinaires qui sont reconnues par la " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ", est de 120 jours ou moins dans au moins 80 % des cas.
2° si des rapports sont délivrés pour des demandes d'assistance matérielle individuelle, telles que mentionnées dans la liste de référence de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 juillet 2001 fixant les critères, les conditions et les montants de référence des interventions d'assistance matérielle individuelle à l'intégration sociale des personnes handicapées sous 3. Complément membres inférieurs ou 4. Remplacement membres inférieurs, domaine 1er, transformation/construction à l'habitation et équipement complémentaire, sous-domaine transformation/construction à l'habitation, les personnes handicapées sont visitées à leur domicile dans 80 % des cas.
§ 4. Pour l'octroi des montants, visés au § 2, alinéa deux, l'équipe multidisciplinaire doit remplir les conditions suivantes pour l'année 2013 :
1° si un rapport multidisciplinaire est délivré dans le cadre d'une première demande de soutien auprès de l'agence, le délai, visé à l'article 2, 8°, d), de l'arrêté ministériel du 12 novembre 2010 fixant les exigences de qualités minimales pour les équipes multidisciplinaires qui sont reconnues par la " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ", est de 90 jours ou moins dans au moins 80 % des cas;
2° si des rapports sont délivrés pour des demandes d'assistance matérielle individuelle, telles que mentionnées à l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 juillet 2001 fixant les critères, les conditions et les montants de référence des interventions d'assistance matérielle individuelle à l'intégration sociale des personnes handicapées, les personnes handicapées sont visitées à leur domicile dans 60 % des cas; pour ce qui concerne les demandes d'assistance matérielle individuelle qui relèvent du point 3. Complément membres inférieurs ou 4. Remplacement membres inférieurs, domaine 1er, transformation/construction à l'habitation et équipement complémentaire, sous-domaine transformation/construction à l'habitation, les personnes handicapées sont visitées à leur domicile dans tous les cas;
3° l'équipe multidisciplinaire dispose d'un plan annuel de formation pour tous les membres de l'équipe et met ce plan de formation en oeuvre. Le plan de formation est transmis à l'agence avant le 1er mars 2013 et contient les informations suivantes :
a) la manière dont la formation est alignée sur le fonctionnement de l'équipe et les missions pour l'agence;
b) l'objectif et la spécification de la formation destinée à tous les membres du personnel, aux membres pris individuellement ou par groupe;
c) les éventuelles activités de formation accessoires par membre du personnel.
Avant le 1er février de l'année calendaire suivante, l'équipe établit un rapport dans lequel il est démontré que le plan de formation a été exécuté.
§ 5. L'allocation de fonctionnement par équipe est calculée en multipliant le nombre total de rapports d'une équipe par les montants applicables, visés au paragraphe 2, alinéa premier, et lorsque les conditions, visées aux paragraphes 3 ou 4, sont remplies, par les montants applicables, visés au paragraphe 2, alinéa deux.
§ 6. Les montants, visés au paragraphe 2, sont liés à l'indice de référence 113,84 (base 2004=100) de décembre 2010. Ils sont annuellement ajustés au 1er janvier, en tenant compte de l'indice des prix à la consommation, mentionnés au chapitre II de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays, appelé l'indice G ci-après, suivant la formule :
(basisbedrag x G-index december 20XX) / 113,84.
(montant de base x indice G décembre 20XX) / 113,84.
De jaarlijkse werkingstoelage wordt uitbetaald in twee schijven :
1° een eerste schijf van 80 % wordt uitbetaald in het derde kwartaal van het kalenderjaar, waarop de werkingstoelage betrekking heeft;
2° een tweede schijf van 20 % wordt uitbetaald voor 31 mei van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarop de werkingstoelage betrekking heeft als het agentschap heeft vastgesteld dat het team voldaan heeft aan de voorwaarden, vermeld in artikel paragraaf 3 of paragraaf 4 en na de goedkeuring van het verslag als vermeld in paragraaf 3, 3° of paragraaf 4, 3°.
In afwijking van het tweede lid wordt de werkingstoelage voor het jaar 2011 in één keer uitbetaald in het tweede kwartaal van 2012. "
1° een eerste schijf van 80 % wordt uitbetaald in het derde kwartaal van het kalenderjaar, waarop de werkingstoelage betrekking heeft;
2° een tweede schijf van 20 % wordt uitbetaald voor 31 mei van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarop de werkingstoelage betrekking heeft als het agentschap heeft vastgesteld dat het team voldaan heeft aan de voorwaarden, vermeld in artikel paragraaf 3 of paragraaf 4 en na de goedkeuring van het verslag als vermeld in paragraaf 3, 3° of paragraaf 4, 3°.
In afwijking van het tweede lid wordt de werkingstoelage voor het jaar 2011 in één keer uitbetaald in het tweede kwartaal van 2012. "
L'allocation de fonctionnement annuelle est versée en deux tranches :
1° une première tranche de 80 % est payée au cours du troisième trimestre de l'année calendaire à laquelle le montant de subvention se rapporte;
2° une deuxième tranche de 20 % est payée avant le 31 mai de l'année calendaire qui suit l'année calendaire à laquelle l'allocation de fonctionnement se rapporte, si l'agence a constaté que l'équipe a répondu aux conditions, visées aux paragraphes 3 ou 4 et après l'approbation du rapport tel que visé aux paragraphes 3, 3° ou 4, 3°.
Par dérogation au deuxième alinéa, l'allocation de fonctionnement pour l'année 2011 est payée en une fois dans le deuxième trimestre de 2012. "
1° une première tranche de 80 % est payée au cours du troisième trimestre de l'année calendaire à laquelle le montant de subvention se rapporte;
2° une deuxième tranche de 20 % est payée avant le 31 mai de l'année calendaire qui suit l'année calendaire à laquelle l'allocation de fonctionnement se rapporte, si l'agence a constaté que l'équipe a répondu aux conditions, visées aux paragraphes 3 ou 4 et après l'approbation du rapport tel que visé aux paragraphes 3, 3° ou 4, 3°.
Par dérogation au deuxième alinéa, l'allocation de fonctionnement pour l'année 2011 est payée en une fois dans le deuxième trimestre de 2012. "
Art.3. Dit besluit heeft uitwerking met ingang 1 november 2011.
Art.3. Le présent arrêté produit ses effets le 1er novembre 2011.
Art. 4. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 4. Le Ministre flamand ayant l'assistance aux personnes dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Brussel, 27 januari 2012.
De Minister-President van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin,
J. VANDEURZEN
De Minister-President van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin,
J. VANDEURZEN
Bruxelles, le 27 janvier 2012.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille,
J. VANDEURZEN
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille,
J. VANDEURZEN