Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
21 JUNI 2012. - Ordonnantie betreffende de promotie van de gezondheid bij de sportbeoefening, het dopingverbod en de preventie ervan (aangehaald als : de antidopingordonnantie van 21 juni 2012) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 05-07-2012 en tekstbijwerking tot 13-01-2022)
Titre
21 JUIN 2012. - Ordonnance relative à la promotion de la santé dans la pratique du sport, à l'interdiction du dopage et à sa prévention (citée comme : l'ordonnance antidopage du 21 juin 2012) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 05-07-2012 et mise à jour au 13-01-2022)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
HOOFDSTUK II. - Preventie, medische begeleiding...
HOOFDSTUK III. - Verbod op dopingpraktijk
HOOFDSTUK IV. - Verbod op de beoefening van vec...
HOOFDSTUK V. - Controle van de dopingpraktijk
HOOFDSTUK VI. - Toezicht op de beoefening van d...
HOOFDSTUK VII. - Verblijfgegevens van de sporters
HOOFDSTUK VIII. - Verjaring, vervolgingen en sa...
Afdeling 1. - Gevechtsporten met risico
Afdeling 2. - Doping
HOOFDSTUK IX. - Slot- en opheffingsbepaling
BIJLAGE.
Inhoud
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales
CHAPITRE II. - Prévention, suivi médical et pro...
CHAPITRE III. - Interdiction de la pratique du ...
CHAPITRE IV. - Interdiction de la pratique des ...
CHAPITRE V. - Contrôle du dopage
CHAPITRE VI. - Contrôle de la pratique des spor...
CHAPITRE VII. - Localisation des sportifs
CHAPITRE VIII. - Prescription, poursuites et sa...
Section 1re. - Sports de combat à risque
Section 2. - Dopage
CHAPITRE IX. - Disposition abrogatoire et finale
ANNEXE.
Tekst (59)
Texte (59)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales
Artikel 1. Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 135 van de Grondwet.
Article 1er. La présente ordonnance règle une matière visée à l'article 135 de la Constitution.
Art. 2. [1 Voor de toepassing van deze ordonnantie wordt verstaan onder :
1° Verenigd College : het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie;
2° NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie : de diensten van de Administratie van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie belast met de strijd tegen doping;
3° Coördinatieraad : de Coördinatieraad, als bedoeld in het samenwerkingsakkoord van 9 december 2011 tussen de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie over dopingpreventie en -bestrijding in de sport;
4° WADA : het Wereldantidopingagentschap, een stichting die opgericht is onder Zwitsers recht op 10 november 1999;
5° CAS (EN) : Hof van Arbitrage voor Sport;
6° Code : de Wereldantidopingcode [2 ,]2 aangenomen door het WADA op 5 maart 2003 in Kopenhagen en die aanhangsel 1 van de UNESCO-Conventie vormt, [2 in de herziene versie van 2021 die op 1 januari 2021 in werking trad]2;
7° Internationale Standaarden : de Standaarden aangenomen door het WADA ter ondersteuning van de Code [2 ...]2. De overeenstemming met een internationale standaard, in tegenstelling tot andere standaarden, praktijken of procedures, volstaat om tot de conclusie te komen dat de procedures die in die Internationale Standaard bedoeld zijn, correct worden uitgevoerd. De Internationale Standaarden omvatten de technische documenten die overeenkomstig hun bepalingen worden bekendgemaakt;
8° Verboden lijst : de lijst met verboden stoffen en verboden methoden, bepaald door het Verenigd College overeenkomstig de lijst gevoegd bij de Unesco-Conventie en zoals door het WADA bijgewerkt;
9° ADAMS : het Anti-Doping Administration and Management System : een online databank die gebruikt wordt om gegevens van sporters in te voeren, te bewaren, te delen en mede te delen, bestemd om het WADA en de antidopingorganisaties te helpen bij hun dopingbestrijdingsacties met naleving van de wetgeving betreffende de bescherming van de gegevens;
10° UNESCO-conventie : de Internationale Conventie tegen het dopinggebruik in de sport, ondertekend in Parijs op 19 oktober 2005 door de Algemene Conferentie van de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, met inbegrip van de amendementen aangenomen door de Staten die partij zijn bij de Conventie en de Conferentie van de Partijen bij de Internationale Conventie tegen het dopinggebruik in de sport, van toepassing gemaakt voor de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, door de instemmingsordonnantie van 24 februari 2008;
11° Antidopingorganisatie : [2 het WADA of]2 een ondertekenaar van de Code die verantwoordelijk is voor de aanname van regels voor het initiëren, implementeren of handhaven van elk aspect van de dopingcontrole. Antidopingorganisaties zijn onder meer het Internationaal Olympisch Comité, het Internationaal Paralympisch Comité, andere organisatoren van grote evenementen die controles uitvoeren op die evenementen, [2 ...]2, internationale federaties en nationale antidopingorganisaties;
12° Nationale antidopingorganisatie, afgekort " NADO " : de entiteit of entiteiten waaraan een land de bevoegdheid en verantwoordelijkheid heeft toegewezen om antidopingregels vast te stellen en uit te voeren, monsternames te coördineren, de resultaten ervan te beheren [2 ...]2op nationaal niveau;
13° Sportvereniging : elke vereniging van natuurlijke of rechtspersonen die, welke de vorm ook is, één van de volgende doeleinden nastreeft :
- één of meer lichamelijke activiteiten promoten die deel uitmaken van een sporttak;
- bijdragen tot de ontplooiing en het fysiek, psychisch en sociaal welzijn van de persoon aan de hand van blijvende en progressieve programma's;
- haar leden aansporen deel te nemen aan vrije of georganiseerde fysieke activiteiten, zowel in competitieverband als bij wijze van vrijetijdsbesteding;
14° Federatie : iedere groepering van sportverenigingen;
15° Sporter : elke persoon die een sportactiviteit beoefent, ongeacht het niveau waarop hij die sportactiviteit beoefent;
16° Breedtesporter : elke sporter die geen elitesporter is;
17° Elitesporter : elke sporter die deelneemt aan wedstrijden op internationaal niveau, zoals bepaald door zijn internationale federatie, of op nationaal niveau, zoals bepaald door de bevoegde NADO;
18° Elitesporter van internationaal niveau : elke elitesporter die een sportactiviteit beoefent op internationaal niveau, zoals gedefinieerd door de internationale federatie;
19° Elitesporter van nationaal niveau : elke sporter van wie de internationale federatie de Code ondertekend heeft en deel uitmaakt van de Olympische of Paralympische Beweging of erkend is door het Internationaal Olympisch Comité of Internationaal Paralympisch Comité of lid is van [2 GAISF]2, die geen elitesporter van internationaal niveau is en die aan een of meer van de volgende criteria voldoet :
a) hij neemt regelmatig deel aan internationale wedstrijden van hoog niveau;
b) hij beoefent zijn sportdiscipline als voornaamste bezoldigde activiteit, in de hoogste categorie of de hoogste nationale competitie van de betreffende discipline;
c) hij is geselecteerd voor of heeft in de voorbije twaalf maanden deelgenomen aan een of meer van de volgende evenementen in de hoogste competitiecategorie van de betrokken discipline : Olympische Spelen, Paralympische Spelen, wereldkampioenschappen, Europese kampioenschappen;
d) hij neemt deel aan een ploegsport in een competitie waarbij de meerderheid van de ploegen die aan de competitie deelnemen, bestaat uit sporters als vermeld in punt a), b) of c);
20° Elitesporters van categorie A : de elitesporters van nationaal niveau die een individuele olympische sportdiscipline van categorie A beoefenen, opgenomen in de lijst als bijlage bij deze ordonnantie, en de elitesporters die in categorie A zijn opgenomen met toepassing van artikel 26, § 4;
21° [2 Elitesporters van categorie B": elitesporters van nationaal niveau die een ploegsport beoefenen in een olympische discipline van categorie B, zoals opgenomen in de lijst als bijlage bij deze ordonnantie]2
22° [2 Elitesporters van categorie C: de elitesporters die een sportdiscipline beoefenen die niet is opgenomen in de lijst als bijlage bij deze ordonnantie]2
23° [2 Recreatiesporter: elke breedtesporter die in de in de loop van de vijf jaar voorafgaand aan een overtreding van de antidopingregels, geen elitesporter van internationaal of nationaal niveau was, geen land vertegenwoordigd heeft bij een internationaal evenement zonder categoriebeperking of niet toegevoegd was aan een geregistreerde doelgroep, een nationale doelgroep of elke andere geregistreerde doelgroep onderworpen aan verplichtingen op het vlak van verblijfsgegevens opgelegd door een internationale federatie of een NADO]2
24° Begeleider : elke coach, trainer, sportdirecteur, agent, teammedewerker, ploegverantwoordelijke, official, elk medisch of paramedisch personeelslid, elke ouder of elke andere persoon die samenwerkt met een sporter die deelneemt aan of zich voorbereidt op een sportwedstrijd, hem behandelt of assisteert;
25° Ploegverantwoordelijke : de persoon die door de elitesporters van dezelfde ploeg worden belast met het doorgeven van hun verblijfgegevens;
26° Organisator van een sportmanifestatie : elke natuurlijke of rechtspersoon die, afzonderlijk of samen met andere organisatoren, kosteloos of onder bezwarende titel, een sportwedstrijd of -evenement organiseert;
27° Uitbater van een sportinfrastructuur : elke natuurlijke of rechtspersoon of vereniging van personen, feitelijke vereniging of vereniging met rechtspersoonlijkheid, die een sportinfrastructuur uitbaat;
28° Sportactiviteit : elke vorm van lichamelijke activiteit, die via een al dan niet georganiseerde deelneming, de uiting of de verbetering van de lichamelijke en psychische conditie, de ontwikkeling van de maatschappelijke betrekkingen of het bereiken van resultaten in wedstrijden op alle niveaus tot doel heeft;
29° Wedstrijd : een sportactiviteit in de vorm van een race, match, spel of concours;
30° Evenement of sportevenement : een reeks individuele wedstrijden die samen worden uitgevoerd onder één bestuursorgaan;
31° Internationaal evenement : een evenement of wedstrijd waarbij het Internationaal Olympisch Comité, het Internationaal Paralympisch Comité, een internationale federatie, een organisator van een groot evenement of een andere internationale sportorganisatie het bestuursorgaan is of de technische officials voor het evenement aanstelt;
32° Nationaal evenement : een sportevenement of sportwedstrijd waaraan nationale of internationale elitesporters deelnemen, die geen internationaal evenement is;
33° Ploegsport : een sport waarbij de vervanging van sporters tijdens een wedstrijd toegestaan is;
34° Vechtsport met risico : vechtsport waarvan de regels uitdrukkelijk opzettelijk toegediende slagen toestaan;
35° Vechtsport met extreem risico : vechtsport waarvan de regels toestaan dat slagen bewust worden toegediend, met name als de tegenstander op de grond ligt en waarvan de beoefening voornamelijk bedoeld is om, zelfs tijdelijk, de fysieke en psychische integriteit van de deelnemers aan te tasten;
36° Sportinfrastructuur : elke ruimte of terrein al dan niet bebouwd en al dan niet gratis ter beschikking gesteld, waar sportactiviteiten vrij of georganiseerd beoefend kunnen worden;
37° [2 Dopingcontrole: alle stappen en procedures vanaf het plannen van de spreiding van dopingtests tot de laatste beslissing in beroep en het afdwingen van de gevolgen, via alle tussenstappen en tussenprocedures, met name de controles, de onderzoeken, het doorgeven van verblijfsgegevens, het beheer van de toestemmingen voor gebruik wegens therapeutische doeleinden, het afnemen en verwerken van monsters, de laboratoriumanalyse, het beheer van de resultaten en de onderzoeken en procedures die verband houden met de overtredingen van artikel 10.14 van de Code]2
38° Dopingtest : de onderdelen van het globale dopingcontroleproces waarbij monsternames worden gepland, monsters worden afgenomen, monsters worden verwerkt en monsters naar een laboratorium worden getransporteerd;
39° Gerichte test : het selecteren van (een) specifieke sporter(s) voor een dopingtest op een specifiek tijdstip, overeenkomstig de criteria vermeld in de Internationale Standaard voor dopingtests en onderzoeken;
40° Onaangekondigde test : een test die plaatsvindt zonder voorafgaande waarschuwing van de sporter en waarbij de sporter continu wordt vergezeld, vanaf het moment van bekendmaking tot en met de monsterneming;
41° [2 innen wedstrijdverband: de periode die begint om 23.59 uur op de dag voor een wedstrijd waaraan de sporter moet deelnemen en die eindigt op het einde van deze wedstrijd en van het proces van monsterneming die ermee in verband staat. Tenzij anders bepaald, kan het WADA voor een specifieke sport een alternatieve definitie goedkeuren als een internationale federatie een geldige reden aanvoert waarom een andere definitie zou nodig zijn voor deze sport. Na goedkeuring door het WADA volgen alle organisaties die verantwoordelijk zijn voor grote evenementen voor de betrokken sport de alternatieve definitie]2
42° Buiten wedstrijdverband : niet binnen wedstrijdverband;
43° Monster of specimen : elk biologisch materiaal dat wordt afgenomen voor een dopingcontrole;
44° Verboden stof : elke stof of klasse van stoffen die als zodanig wordt beschreven in de verboden lijst;
45° [2 Specifieke stof of methode: in het kader van de toepassing van sancties tegen individuen:
- alle verboden stoffen zijn specifieke stoffen, tenzij anders vermeld in de verboden lijst;
- geen enkele verboden methode is een specifieke methode, tenzij ze als zodanig is vermeld in de verboden lijst]2
46° Verboden methode : elke methode die als zodanig wordt beschreven in de verboden lijst;
47° Marker : een verbinding, groep verbindingen of een of meer biologische variabelen die wijzen op het gebruik van een verboden stof of een verboden methode;
48° Metaboliet : elke stof die ontstaat door een biologisch omzettingsproces;
49° Biologisch paspoort : het programma en de methodes om gegevens te verzamelen en te groeperen zoals omschreven in de Internationale Standaard voor dopingtests en onderzoeken en de Internationale Standaard voor laboratoria;
50° Toediening : het verstrekken, leveren of faciliteren van, of het houden van toezicht op, of het op een andere wijze deelnemen aan het gebruik of de poging tot gebruik door een andere persoon van een verboden stof of verboden methode, met uitzondering van de handelingen van bonafide medisch personeel met betrekking tot een verboden stof of verboden methode die wordt gebruikt voor reële en legitieme therapeutische doeleinden of om een andere aanvaardbare reden, en de handelingen met betrekking tot verboden stoffen die niet verboden zijn tijdens dopingtests buiten wedstrijdverband, tenzij de omstandigheden in hun geheel erop wijzen dat dergelijke verboden stoffen niet bedoeld zijn voor reële en legitieme therapeutische doeleinden of dat ze bedoeld zijn om de sportprestaties te verbeteren;
51° Bezit : het daadwerkelijke, fysieke bezit of het indirecte bezit, dat alleen kan worden vastgesteld als de persoon exclusieve controle heeft of de intentie heeft om controle uit te oefenen over een verboden stof of methode. Als de persoon geen exclusieve controle heeft over de verboden stof of verboden methode, [2 of op de plaatsen waar de verboden stof of verboden methode zich bevindt]2 kan indirect bezit alleen worden vastgesteld als de persoon op de hoogte was van de aanwezigheid van de verboden stof of methode en de intentie had er controle over uit te oefenen. Er is echter geen sprake van een dopingovertreding alleen op basis van bezit als de persoon, voor hij op de hoogte is gebracht van het feit dat hij een dopingovertreding heeft begaan, concrete actie heeft ondernomen waaruit blijkt dat de persoon nooit de intentie van het bezit heeft gehad en heeft afgezien van het bezit door dat uitdrukkelijk aan een antidopingorganisatie te verklaren. Niettegenstaande enige andersluidende bepaling in deze definitie staat de aankoop, elektronisch of op een andere wijze, van een verboden stof of verboden methode gelijk met bezit door de persoon die de aankoop doet;
52° Poging : opzettelijk handelingen stellen die een substantiële stap zijn in de richting van handelingen die uitmonden in het overtreden van een antidopingregel, tenzij de dader afziet van de poging voor die is ontdekt door een derde die niet bij de poging betrokken is;
53° Handel : het aan een derde verkopen, het verstrekken, vervoeren, versturen, leveren of verspreiden, of bezitten, voor een van die doeleinden, van een verboden stof of verboden methode, hetzij fysiek, hetzij elektronisch of op een andere wijze, door een sporter, een begeleider of een andere persoon die onder het gezag van een antidopingorganisatie valt, met uitzondering van de handelingen van bonafide medisch personeel met betrekking tot een verboden stof die wordt gebruikt voor reële en legitieme therapeutische doeleinden of om een andere aanvaardbare reden, en handelingen met betrekking tot verboden stoffen die niet verboden zijn tijdens dopingtests buiten wedstrijdverband, tenzij de omstandigheden in hun geheel erop wijzen dat dergelijke verboden stoffen niet bedoeld zijn voor reële en legitieme therapeutische doeleinden of dat ze bedoeld zijn om de sportprestaties te verbeteren;
54° Gebruik : het op om het even welke wijze gebruiken, aanbrengen, innemen, injecteren of consumeren van een verboden stof of verboden methode;
55° Afwijkend analyseresultaat : een rapport van een WADA-geaccrediteerd of door het WADA goedgekeurd controlelaboratorium dat, in overeenstemming met de Internationale Standaard voor laboratoria, in een monster de aanwezigheid is [2 vastgesteld]2 van een verboden stof of van de metabolieten of markers ervan, [2 ...]2, of een bewijs van het gebruik van een verboden methode;
56° Atypisch analyseresultaat : een rapport van een WADA-geaccrediteerd of door het WADA goedgekeurd controlelaboratorium, dat, krachtens de Internationale Standaard voor laboratoria of de ermee verband houdende technische documenten, verder onderzoek noodzaakt om uit te maken of er sprake is van een afwijkend analyseresultaat;
57° Afwijkend paspoortresultaat : een rapport dat als een afwijkend paspoortresultaat wordt beschreven in de Internationale Standaarden;
58° Atypisch paspoortresultaat : een rapport dat als een atypisch paspoortresultaat wordt beschreven in de Internationale Standaarden;
59° [2 TTN: een toestemming voor gebruik wegens therapeutische doeleinden waarmee een sporter met een medische aandoening een verboden stof of een verboden methode kan gebruiken onder de voorwaarden bepaald in artikel 4.4 van de Code en de Internationale Standaard houdende toestemming voor gebruik wegens therapeutische doeleinden]2
60° Verblijfgegevens : de informatie over het verblijf die, overeenkomstig artikel 26, moet worden verschaft door de elitesporters [2 van categorie A en B]2 of, in voorkomend geval, door de ploegverantwoordelijke;
61° [2 Geregistreerde doelgroep": groep sporters van hoge prioriteit die op internationaal niveau door een internationale federatie en op nationaal niveau door een NADO zijn aangeduid en die zijn onderworpen aan doelgerichte controles zowel binnen als buiten wedstrijdverband in het kader van een spreidingsplan van de controles van de internationale federatie of van de NADO. Als gevolg daarvan zijn ze verplicht hun verblijfsgegevens door te geven bedoeld in artikel 5.5 van de Code en de Internationale Standaard voor dopingtests en onderzoeken. In de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie stemt de geregistreerde doelgroep overeen met de elitesporters van categorie A]2
62° Nationale doelgroep van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie : groep elitesporters van categorie A, B [2 ...]2 aangeduid door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie wegens hun woonplaats in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, die onderworpen zijn aan gerichte dopingtests binnen of buiten wedstrijdverband in het kader van het controleprogramma van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en die verplicht zijn hun verblijfgegevens mee te delen. ".
[2 63° Minderjarige: elke natuurlijke persoon die niet de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt]2
[2 64° Beschermde persoon: elke sporter of elke natuurlijke persoon, die op het ogenblik van de overtreding van een antidopingregel: (i) de leeftijd van zestien jaar niet heeft bereikt; (ii) de leeftijd van achttien jaar niet heeft bereikt en niet is toegevoegd aan een geregistreerde doelgroep en nooit aan een internationaal evenement zonder categoriebeperking heeft deelgenomen; of (iii) om andere redenen dan leeftijd, erkend werd als een persoon die niet volledig of gedeeltelijk over zijn handelingsbekwaamheid beschikt, overeenkomstig het geldende nationale recht]2
[2 65° Beslissingslimiet: waarde van het drempelstofresultaat in een monster waarboven een afwijkend analyseresultaat moet worden gerapporteerd zoals nader bepaald in de Internationale Standaard voor laboratoria]2
[2 66° Minimaal rapporteringsniveau: geschatte concentratie van een verboden stof of van de metaboliet(en) of marker(s) ervan in een monster, waaronder de door het WADA geaccrediteerde laboratoria het monster niet als een afwijkend analyseresultaat hoeven te rapporteren]2
[2 67° Misbruikstoffen: de misbruikstoffen omvatten de verboden stoffen die specifiek als zodanig in de verboden lijst vermeld zijn wegens de misbruiken waartoe zij in de maatschappij vaak aanleiding geven, buiten elke sportcontext]2
[2 68° Antidopingactiviteiten: alle activiteiten die door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of op haar verzoek worden uitgevoerd, overeenkomstig de bepalingen van de Code en de Internationale Standaarden en met name de antidopingeducatie en- informatie, de planning van de spreiding van de antidopingcontroles, het beheer van de doelgroep, het beheer van de biologische paspoorten van de sporters, de uitvoering van de controles, de organisatie van de analyse van de monsters, het inlichtingenonderzoek en het verrichten van onderzoeken, de behandeling van de TTN-aanvragen, het resultatenbeheer, de supervisie en uitvoering van de naleving van de sancties.]2
Alle andere begrippen dan die welke opgesomd zijn in het vorige lid, waarvan de definitie noodzakelijk is voor de uitvoering van deze ordonnantie, worden door het Verenigd College gedefinieerd overeenkomstig de definities van de Code.]1
1° Verenigd College : het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie;
2° NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie : de diensten van de Administratie van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie belast met de strijd tegen doping;
3° Coördinatieraad : de Coördinatieraad, als bedoeld in het samenwerkingsakkoord van 9 december 2011 tussen de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie over dopingpreventie en -bestrijding in de sport;
4° WADA : het Wereldantidopingagentschap, een stichting die opgericht is onder Zwitsers recht op 10 november 1999;
5° CAS (EN) : Hof van Arbitrage voor Sport;
6° Code : de Wereldantidopingcode [2 ,]2 aangenomen door het WADA op 5 maart 2003 in Kopenhagen en die aanhangsel 1 van de UNESCO-Conventie vormt, [2 in de herziene versie van 2021 die op 1 januari 2021 in werking trad]2;
7° Internationale Standaarden : de Standaarden aangenomen door het WADA ter ondersteuning van de Code [2 ...]2. De overeenstemming met een internationale standaard, in tegenstelling tot andere standaarden, praktijken of procedures, volstaat om tot de conclusie te komen dat de procedures die in die Internationale Standaard bedoeld zijn, correct worden uitgevoerd. De Internationale Standaarden omvatten de technische documenten die overeenkomstig hun bepalingen worden bekendgemaakt;
8° Verboden lijst : de lijst met verboden stoffen en verboden methoden, bepaald door het Verenigd College overeenkomstig de lijst gevoegd bij de Unesco-Conventie en zoals door het WADA bijgewerkt;
9° ADAMS : het Anti-Doping Administration and Management System : een online databank die gebruikt wordt om gegevens van sporters in te voeren, te bewaren, te delen en mede te delen, bestemd om het WADA en de antidopingorganisaties te helpen bij hun dopingbestrijdingsacties met naleving van de wetgeving betreffende de bescherming van de gegevens;
10° UNESCO-conventie : de Internationale Conventie tegen het dopinggebruik in de sport, ondertekend in Parijs op 19 oktober 2005 door de Algemene Conferentie van de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, met inbegrip van de amendementen aangenomen door de Staten die partij zijn bij de Conventie en de Conferentie van de Partijen bij de Internationale Conventie tegen het dopinggebruik in de sport, van toepassing gemaakt voor de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, door de instemmingsordonnantie van 24 februari 2008;
11° Antidopingorganisatie : [2 het WADA of]2 een ondertekenaar van de Code die verantwoordelijk is voor de aanname van regels voor het initiëren, implementeren of handhaven van elk aspect van de dopingcontrole. Antidopingorganisaties zijn onder meer het Internationaal Olympisch Comité, het Internationaal Paralympisch Comité, andere organisatoren van grote evenementen die controles uitvoeren op die evenementen, [2 ...]2, internationale federaties en nationale antidopingorganisaties;
12° Nationale antidopingorganisatie, afgekort " NADO " : de entiteit of entiteiten waaraan een land de bevoegdheid en verantwoordelijkheid heeft toegewezen om antidopingregels vast te stellen en uit te voeren, monsternames te coördineren, de resultaten ervan te beheren [2 ...]2op nationaal niveau;
13° Sportvereniging : elke vereniging van natuurlijke of rechtspersonen die, welke de vorm ook is, één van de volgende doeleinden nastreeft :
- één of meer lichamelijke activiteiten promoten die deel uitmaken van een sporttak;
- bijdragen tot de ontplooiing en het fysiek, psychisch en sociaal welzijn van de persoon aan de hand van blijvende en progressieve programma's;
- haar leden aansporen deel te nemen aan vrije of georganiseerde fysieke activiteiten, zowel in competitieverband als bij wijze van vrijetijdsbesteding;
14° Federatie : iedere groepering van sportverenigingen;
15° Sporter : elke persoon die een sportactiviteit beoefent, ongeacht het niveau waarop hij die sportactiviteit beoefent;
16° Breedtesporter : elke sporter die geen elitesporter is;
17° Elitesporter : elke sporter die deelneemt aan wedstrijden op internationaal niveau, zoals bepaald door zijn internationale federatie, of op nationaal niveau, zoals bepaald door de bevoegde NADO;
18° Elitesporter van internationaal niveau : elke elitesporter die een sportactiviteit beoefent op internationaal niveau, zoals gedefinieerd door de internationale federatie;
19° Elitesporter van nationaal niveau : elke sporter van wie de internationale federatie de Code ondertekend heeft en deel uitmaakt van de Olympische of Paralympische Beweging of erkend is door het Internationaal Olympisch Comité of Internationaal Paralympisch Comité of lid is van [2 GAISF]2, die geen elitesporter van internationaal niveau is en die aan een of meer van de volgende criteria voldoet :
a) hij neemt regelmatig deel aan internationale wedstrijden van hoog niveau;
b) hij beoefent zijn sportdiscipline als voornaamste bezoldigde activiteit, in de hoogste categorie of de hoogste nationale competitie van de betreffende discipline;
c) hij is geselecteerd voor of heeft in de voorbije twaalf maanden deelgenomen aan een of meer van de volgende evenementen in de hoogste competitiecategorie van de betrokken discipline : Olympische Spelen, Paralympische Spelen, wereldkampioenschappen, Europese kampioenschappen;
d) hij neemt deel aan een ploegsport in een competitie waarbij de meerderheid van de ploegen die aan de competitie deelnemen, bestaat uit sporters als vermeld in punt a), b) of c);
20° Elitesporters van categorie A : de elitesporters van nationaal niveau die een individuele olympische sportdiscipline van categorie A beoefenen, opgenomen in de lijst als bijlage bij deze ordonnantie, en de elitesporters die in categorie A zijn opgenomen met toepassing van artikel 26, § 4;
21° [2 Elitesporters van categorie B": elitesporters van nationaal niveau die een ploegsport beoefenen in een olympische discipline van categorie B, zoals opgenomen in de lijst als bijlage bij deze ordonnantie]2
22° [2 Elitesporters van categorie C: de elitesporters die een sportdiscipline beoefenen die niet is opgenomen in de lijst als bijlage bij deze ordonnantie]2
23° [2 Recreatiesporter: elke breedtesporter die in de in de loop van de vijf jaar voorafgaand aan een overtreding van de antidopingregels, geen elitesporter van internationaal of nationaal niveau was, geen land vertegenwoordigd heeft bij een internationaal evenement zonder categoriebeperking of niet toegevoegd was aan een geregistreerde doelgroep, een nationale doelgroep of elke andere geregistreerde doelgroep onderworpen aan verplichtingen op het vlak van verblijfsgegevens opgelegd door een internationale federatie of een NADO]2
24° Begeleider : elke coach, trainer, sportdirecteur, agent, teammedewerker, ploegverantwoordelijke, official, elk medisch of paramedisch personeelslid, elke ouder of elke andere persoon die samenwerkt met een sporter die deelneemt aan of zich voorbereidt op een sportwedstrijd, hem behandelt of assisteert;
25° Ploegverantwoordelijke : de persoon die door de elitesporters van dezelfde ploeg worden belast met het doorgeven van hun verblijfgegevens;
26° Organisator van een sportmanifestatie : elke natuurlijke of rechtspersoon die, afzonderlijk of samen met andere organisatoren, kosteloos of onder bezwarende titel, een sportwedstrijd of -evenement organiseert;
27° Uitbater van een sportinfrastructuur : elke natuurlijke of rechtspersoon of vereniging van personen, feitelijke vereniging of vereniging met rechtspersoonlijkheid, die een sportinfrastructuur uitbaat;
28° Sportactiviteit : elke vorm van lichamelijke activiteit, die via een al dan niet georganiseerde deelneming, de uiting of de verbetering van de lichamelijke en psychische conditie, de ontwikkeling van de maatschappelijke betrekkingen of het bereiken van resultaten in wedstrijden op alle niveaus tot doel heeft;
29° Wedstrijd : een sportactiviteit in de vorm van een race, match, spel of concours;
30° Evenement of sportevenement : een reeks individuele wedstrijden die samen worden uitgevoerd onder één bestuursorgaan;
31° Internationaal evenement : een evenement of wedstrijd waarbij het Internationaal Olympisch Comité, het Internationaal Paralympisch Comité, een internationale federatie, een organisator van een groot evenement of een andere internationale sportorganisatie het bestuursorgaan is of de technische officials voor het evenement aanstelt;
32° Nationaal evenement : een sportevenement of sportwedstrijd waaraan nationale of internationale elitesporters deelnemen, die geen internationaal evenement is;
33° Ploegsport : een sport waarbij de vervanging van sporters tijdens een wedstrijd toegestaan is;
34° Vechtsport met risico : vechtsport waarvan de regels uitdrukkelijk opzettelijk toegediende slagen toestaan;
35° Vechtsport met extreem risico : vechtsport waarvan de regels toestaan dat slagen bewust worden toegediend, met name als de tegenstander op de grond ligt en waarvan de beoefening voornamelijk bedoeld is om, zelfs tijdelijk, de fysieke en psychische integriteit van de deelnemers aan te tasten;
36° Sportinfrastructuur : elke ruimte of terrein al dan niet bebouwd en al dan niet gratis ter beschikking gesteld, waar sportactiviteiten vrij of georganiseerd beoefend kunnen worden;
37° [2 Dopingcontrole: alle stappen en procedures vanaf het plannen van de spreiding van dopingtests tot de laatste beslissing in beroep en het afdwingen van de gevolgen, via alle tussenstappen en tussenprocedures, met name de controles, de onderzoeken, het doorgeven van verblijfsgegevens, het beheer van de toestemmingen voor gebruik wegens therapeutische doeleinden, het afnemen en verwerken van monsters, de laboratoriumanalyse, het beheer van de resultaten en de onderzoeken en procedures die verband houden met de overtredingen van artikel 10.14 van de Code]2
38° Dopingtest : de onderdelen van het globale dopingcontroleproces waarbij monsternames worden gepland, monsters worden afgenomen, monsters worden verwerkt en monsters naar een laboratorium worden getransporteerd;
39° Gerichte test : het selecteren van (een) specifieke sporter(s) voor een dopingtest op een specifiek tijdstip, overeenkomstig de criteria vermeld in de Internationale Standaard voor dopingtests en onderzoeken;
40° Onaangekondigde test : een test die plaatsvindt zonder voorafgaande waarschuwing van de sporter en waarbij de sporter continu wordt vergezeld, vanaf het moment van bekendmaking tot en met de monsterneming;
41° [2 innen wedstrijdverband: de periode die begint om 23.59 uur op de dag voor een wedstrijd waaraan de sporter moet deelnemen en die eindigt op het einde van deze wedstrijd en van het proces van monsterneming die ermee in verband staat. Tenzij anders bepaald, kan het WADA voor een specifieke sport een alternatieve definitie goedkeuren als een internationale federatie een geldige reden aanvoert waarom een andere definitie zou nodig zijn voor deze sport. Na goedkeuring door het WADA volgen alle organisaties die verantwoordelijk zijn voor grote evenementen voor de betrokken sport de alternatieve definitie]2
42° Buiten wedstrijdverband : niet binnen wedstrijdverband;
43° Monster of specimen : elk biologisch materiaal dat wordt afgenomen voor een dopingcontrole;
44° Verboden stof : elke stof of klasse van stoffen die als zodanig wordt beschreven in de verboden lijst;
45° [2 Specifieke stof of methode: in het kader van de toepassing van sancties tegen individuen:
- alle verboden stoffen zijn specifieke stoffen, tenzij anders vermeld in de verboden lijst;
- geen enkele verboden methode is een specifieke methode, tenzij ze als zodanig is vermeld in de verboden lijst]2
46° Verboden methode : elke methode die als zodanig wordt beschreven in de verboden lijst;
47° Marker : een verbinding, groep verbindingen of een of meer biologische variabelen die wijzen op het gebruik van een verboden stof of een verboden methode;
48° Metaboliet : elke stof die ontstaat door een biologisch omzettingsproces;
49° Biologisch paspoort : het programma en de methodes om gegevens te verzamelen en te groeperen zoals omschreven in de Internationale Standaard voor dopingtests en onderzoeken en de Internationale Standaard voor laboratoria;
50° Toediening : het verstrekken, leveren of faciliteren van, of het houden van toezicht op, of het op een andere wijze deelnemen aan het gebruik of de poging tot gebruik door een andere persoon van een verboden stof of verboden methode, met uitzondering van de handelingen van bonafide medisch personeel met betrekking tot een verboden stof of verboden methode die wordt gebruikt voor reële en legitieme therapeutische doeleinden of om een andere aanvaardbare reden, en de handelingen met betrekking tot verboden stoffen die niet verboden zijn tijdens dopingtests buiten wedstrijdverband, tenzij de omstandigheden in hun geheel erop wijzen dat dergelijke verboden stoffen niet bedoeld zijn voor reële en legitieme therapeutische doeleinden of dat ze bedoeld zijn om de sportprestaties te verbeteren;
51° Bezit : het daadwerkelijke, fysieke bezit of het indirecte bezit, dat alleen kan worden vastgesteld als de persoon exclusieve controle heeft of de intentie heeft om controle uit te oefenen over een verboden stof of methode. Als de persoon geen exclusieve controle heeft over de verboden stof of verboden methode, [2 of op de plaatsen waar de verboden stof of verboden methode zich bevindt]2 kan indirect bezit alleen worden vastgesteld als de persoon op de hoogte was van de aanwezigheid van de verboden stof of methode en de intentie had er controle over uit te oefenen. Er is echter geen sprake van een dopingovertreding alleen op basis van bezit als de persoon, voor hij op de hoogte is gebracht van het feit dat hij een dopingovertreding heeft begaan, concrete actie heeft ondernomen waaruit blijkt dat de persoon nooit de intentie van het bezit heeft gehad en heeft afgezien van het bezit door dat uitdrukkelijk aan een antidopingorganisatie te verklaren. Niettegenstaande enige andersluidende bepaling in deze definitie staat de aankoop, elektronisch of op een andere wijze, van een verboden stof of verboden methode gelijk met bezit door de persoon die de aankoop doet;
52° Poging : opzettelijk handelingen stellen die een substantiële stap zijn in de richting van handelingen die uitmonden in het overtreden van een antidopingregel, tenzij de dader afziet van de poging voor die is ontdekt door een derde die niet bij de poging betrokken is;
53° Handel : het aan een derde verkopen, het verstrekken, vervoeren, versturen, leveren of verspreiden, of bezitten, voor een van die doeleinden, van een verboden stof of verboden methode, hetzij fysiek, hetzij elektronisch of op een andere wijze, door een sporter, een begeleider of een andere persoon die onder het gezag van een antidopingorganisatie valt, met uitzondering van de handelingen van bonafide medisch personeel met betrekking tot een verboden stof die wordt gebruikt voor reële en legitieme therapeutische doeleinden of om een andere aanvaardbare reden, en handelingen met betrekking tot verboden stoffen die niet verboden zijn tijdens dopingtests buiten wedstrijdverband, tenzij de omstandigheden in hun geheel erop wijzen dat dergelijke verboden stoffen niet bedoeld zijn voor reële en legitieme therapeutische doeleinden of dat ze bedoeld zijn om de sportprestaties te verbeteren;
54° Gebruik : het op om het even welke wijze gebruiken, aanbrengen, innemen, injecteren of consumeren van een verboden stof of verboden methode;
55° Afwijkend analyseresultaat : een rapport van een WADA-geaccrediteerd of door het WADA goedgekeurd controlelaboratorium dat, in overeenstemming met de Internationale Standaard voor laboratoria, in een monster de aanwezigheid is [2 vastgesteld]2 van een verboden stof of van de metabolieten of markers ervan, [2 ...]2, of een bewijs van het gebruik van een verboden methode;
56° Atypisch analyseresultaat : een rapport van een WADA-geaccrediteerd of door het WADA goedgekeurd controlelaboratorium, dat, krachtens de Internationale Standaard voor laboratoria of de ermee verband houdende technische documenten, verder onderzoek noodzaakt om uit te maken of er sprake is van een afwijkend analyseresultaat;
57° Afwijkend paspoortresultaat : een rapport dat als een afwijkend paspoortresultaat wordt beschreven in de Internationale Standaarden;
58° Atypisch paspoortresultaat : een rapport dat als een atypisch paspoortresultaat wordt beschreven in de Internationale Standaarden;
59° [2 TTN: een toestemming voor gebruik wegens therapeutische doeleinden waarmee een sporter met een medische aandoening een verboden stof of een verboden methode kan gebruiken onder de voorwaarden bepaald in artikel 4.4 van de Code en de Internationale Standaard houdende toestemming voor gebruik wegens therapeutische doeleinden]2
60° Verblijfgegevens : de informatie over het verblijf die, overeenkomstig artikel 26, moet worden verschaft door de elitesporters [2 van categorie A en B]2 of, in voorkomend geval, door de ploegverantwoordelijke;
61° [2 Geregistreerde doelgroep": groep sporters van hoge prioriteit die op internationaal niveau door een internationale federatie en op nationaal niveau door een NADO zijn aangeduid en die zijn onderworpen aan doelgerichte controles zowel binnen als buiten wedstrijdverband in het kader van een spreidingsplan van de controles van de internationale federatie of van de NADO. Als gevolg daarvan zijn ze verplicht hun verblijfsgegevens door te geven bedoeld in artikel 5.5 van de Code en de Internationale Standaard voor dopingtests en onderzoeken. In de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie stemt de geregistreerde doelgroep overeen met de elitesporters van categorie A]2
62° Nationale doelgroep van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie : groep elitesporters van categorie A, B [2 ...]2 aangeduid door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie wegens hun woonplaats in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, die onderworpen zijn aan gerichte dopingtests binnen of buiten wedstrijdverband in het kader van het controleprogramma van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en die verplicht zijn hun verblijfgegevens mee te delen. ".
[2 63° Minderjarige: elke natuurlijke persoon die niet de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt]2
[2 64° Beschermde persoon: elke sporter of elke natuurlijke persoon, die op het ogenblik van de overtreding van een antidopingregel: (i) de leeftijd van zestien jaar niet heeft bereikt; (ii) de leeftijd van achttien jaar niet heeft bereikt en niet is toegevoegd aan een geregistreerde doelgroep en nooit aan een internationaal evenement zonder categoriebeperking heeft deelgenomen; of (iii) om andere redenen dan leeftijd, erkend werd als een persoon die niet volledig of gedeeltelijk over zijn handelingsbekwaamheid beschikt, overeenkomstig het geldende nationale recht]2
[2 65° Beslissingslimiet: waarde van het drempelstofresultaat in een monster waarboven een afwijkend analyseresultaat moet worden gerapporteerd zoals nader bepaald in de Internationale Standaard voor laboratoria]2
[2 66° Minimaal rapporteringsniveau: geschatte concentratie van een verboden stof of van de metaboliet(en) of marker(s) ervan in een monster, waaronder de door het WADA geaccrediteerde laboratoria het monster niet als een afwijkend analyseresultaat hoeven te rapporteren]2
[2 67° Misbruikstoffen: de misbruikstoffen omvatten de verboden stoffen die specifiek als zodanig in de verboden lijst vermeld zijn wegens de misbruiken waartoe zij in de maatschappij vaak aanleiding geven, buiten elke sportcontext]2
[2 68° Antidopingactiviteiten: alle activiteiten die door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of op haar verzoek worden uitgevoerd, overeenkomstig de bepalingen van de Code en de Internationale Standaarden en met name de antidopingeducatie en- informatie, de planning van de spreiding van de antidopingcontroles, het beheer van de doelgroep, het beheer van de biologische paspoorten van de sporters, de uitvoering van de controles, de organisatie van de analyse van de monsters, het inlichtingenonderzoek en het verrichten van onderzoeken, de behandeling van de TTN-aanvragen, het resultatenbeheer, de supervisie en uitvoering van de naleving van de sancties.]2
Alle andere begrippen dan die welke opgesomd zijn in het vorige lid, waarvan de definitie noodzakelijk is voor de uitvoering van deze ordonnantie, worden door het Verenigd College gedefinieerd overeenkomstig de definities van de Code.]1
Art. 2. [1 Pour l'application de la présente ordonnance, il faut entendre par :
1° Collège réuni : le Collège réuni de la Commission communautaire commune;
2° ONAD de la Commission communautaire commune : les services de l'Administration de la Commission communautaire commune chargés de la lutte contre le dopage;
3° Conseil de coordination : le Conseil de coordination visé par l'accord de coopération du 9 décembre 2011 entre la Communauté flamande, la Communauté française, la Communauté germanophone et la Commission communautaire commune en matière de prévention et de lutte contre le dopage dans le sport;
4° AMA : l'Agence mondiale antidopage, Fondation de droit suisse créée le 10 novembre 1999;
5° TAS : Tribunal Arbitral du Sport;
6° Code : le Code mondial antidopage [2 ,]2 adopté par l'AMA le 5 mars 2003 à Copenhague et constituant l'appendice 1 de la Convention UNESCO, [2 dans sa version révisée de 2021 entrée en vigueur le 1er janvier 2021]2;
7° Standards internationaux : les Standards adoptés par l'AMA en appui du Code [2 ...]2. La conformité à un Standard international, par opposition à d'autres Standards, pratiques ou procédures, suffit pour conclure que les procédures envisagées dans le Standard international [2 ...]2 sont correctement exécutées. Les Standards internationaux comprennent les documents techniques publiés conformément à leurs dispositions;
8° Liste des interdictions : la liste identifiant les substances et méthodes interdites, arrêtée par le Collège réuni, conformément à la liste annexée à la Convention de l'UNESCO, telle que mise à jour par l'AMA;
9° ADAMS : système d'administration et de gestion antidopage, qui est un instrument de gestion en ligne, sous forme de banque de données, et sert à la saisie, à la conservation, au partage et à la transmission de données des sportifs, conçu pour aider l'AMA et les organisations antidopage dans leurs opérations antidopage en conformité avec la législation relative à la protection des données;
10° Convention UNESCO : la Convention internationale contre le dopage dans le sport signée à Paris le 19 octobre 2005 par la Conférence générale de l'organisation des Nations Unies pour l'éducation, la science et la culture, y compris tous les amendements adoptés par les Etats parties à la Convention et la Conférence des parties à la Convention internationale contre le dopage dans le sport, rendue applicable pour la Commission communautaire commune par l'ordonnance d'assentiment du 24 février 2008;
11° Organisation antidopage : [2 l'AMA ou]2 signataire du Code responsable de l'adoption de règles relatives à la création, à la mise en oeuvre ou à l'application de tout volet du processus de contrôle du dopage. Cela comprend, par exemple, le Comité International Olympique, le Comité International Paralympique, d'autres organisations responsables de grandes manifestations qui effectuent des contrôles lors de manifestations relevant de leur responsabilité, [2 ...]2 les fédérations internationales et les organisations nationales antidopage;
12° Organisation nationale antidopage, en abrégé " ONAD " : la ou les entités désignée(s) dans chaque Etat comme autorité(s) principale(s) responsable(s) de l'adoption et de la mise en oeuvre de règles antidopage, de la gestion du prélèvement d'échantillons, de la gestion des résultats des contrôles [2 ...]2, au plan national;
13° Association sportive : toute association de personnes physiques ou morales qui, quelle qu'en soit la forme, poursuit au moins l'un des buts suivants :
- promouvoir une ou des activités physiques constituant une pratique sportive;
- contribuer à l'épanouissement et au bien-être physique, psychique et social de la personne par des programmes permanents et progressifs;
- favoriser la participation de ses membres à des activités physiques libres ou organisées, tant sous forme de compétition que de délassement;
14° Fédération : tout groupement d'associations sportives;
15° Sportif : toute personne qui pratique une activité sportive, à quelque niveau que ce soit;
16° Sportif amateur : tout sportif qui n'est pas un sportif d'élite;
17° Sportif d'élite : tout sportif qui pratique une activité sportive au niveau international, comme défini par sa fédération internationale ou au niveau national, comme défini par son ONAD;
18° Sportif d'élite de niveau international : tout sportif d'élite qui pratique une activité sportive au niveau international, comme défini par sa fédération internationale;
19° Sportif d'élite de niveau national : tout sportif dont la fédération internationale a signé le Code et est membre du Mouvement Olympique ou Paralympique ou est reconnue par le Comité international olympique ou paralympique ou est membre de [2 GAISF]2, qui n'est pas un sportif d'élite de niveau international mais répond à un ou plusieurs des critères suivants :
a) il participe régulièrement à des compétitions internationales de haut niveau;
b) il pratique sa discipline sportive dans le cadre d'une activité principale rémunérée dans la plus haute catégorie ou la plus haute compétition nationale de la discipline concernée;
c) il est sélectionné ou a participé au cours des douze derniers mois au moins à une des manifestations suivantes dans la plus haute catégorie de compétition de la discipline concernée : Jeux olympiques, Jeux paralympiques, championnats du monde, championnats d'Europe;
d) il participe à un sport d'équipe dans le cadre d'une compétition dont la majorité des équipes participant à la compétition est constituée de sportifs visés aux points a), b) ou c);
20° Sportifs d'élite de catégorie A : les sportifs d'élite de niveau national qui pratiquent une discipline olympique individuelle de catégorie A, telle que reprise dans la liste en annexe de la présente ordonnance, et les sportifs d'élite repris en catégorie A en application de l'article 26, § 4;
21° [2 Sportifs d'élite de catégorie B : les sportifs d'élite de niveau national qui pratiquent un sport d'équipe dans une discipline olympique de catégorie B, telle que reprise dans la liste en annexe de la présente ordonnance]2
22° [2 Sportifs d'élite de catégorie C : les sportifs d'élite qui pratiquent une discipline sportive qui n'est pas reprise dans la liste en annexe de la présente ordonnance]2
23° [2 Sportif récréatif : tout sportif amateur qui, au cours des 5 ans qui précèdent une violation des règles antidopage, n'a pas été un sportif d'élite de niveau international ou national, n'a pas représenté un pays lors d'une manifestation internationale sans restriction de catégorie ou n'a pas été inclus dans un groupe cible enregistré, dans un groupe cible national ou dans tout autre groupe cible soumis à des obligations de localisation par une fédération internationale ou une ONAD]2;
24° Personnel d'encadrement du sportif : tout entraîneur, soigneur, directeur sportif, agent, personnel d'équipe, responsable d'équipe, officiel, personnel médical ou paramédical, parent, ou toute autre personne qui travaille avec un sportif participant à des compétitions sportives ou s'y préparant, ou qui le traite ou lui apporte son assistance;
25° Responsable de l'équipe : personne pouvant être chargée, par les sportifs d'élite d'une même équipe, de transmettre leurs données de localisation;
26° Organisateur de manifestation sportive : toute personne, physique ou morale, qui organise isolément ou en association avec d'autres organisateurs, à titre gratuit ou onéreux, une compétition ou une manifestation sportive;
27° Exploitant d'infrastructure sportive : toute personne, physique ou morale, ou association de personnes, de fait ou de droit, qui exploite une infrastructure sportive;
28° Activité sportive : toute forme d'activité physique qui, à travers une participation organisée ou non, a pour objectif l'expression ou l'amélioration de la condition physique et psychique, le développement des relations sociales ou l'obtention de résultats en compétition de tous niveaux;
29° Compétition : une activité sportive sous la forme d'une course unique, d'un match, d'une partie ou d'une épreuve unique;
30° Manifestation ou manifestation sportive : série de compétitions individuelles se déroulant sous l'égide d'une organisation responsable;
31° Manifestation internationale : manifestation ou compétition où le Comité International Olympique, le Comité International Paralympique, une fédération internationale, une organisation responsable de grandes manifestations ou une autre organisation sportive internationale agit en tant qu'organisation responsable ou nomme les officiels techniques de la manifestation;
32° Manifestation nationale : manifestation ou compétition sportive qui n'est pas une manifestation internationale et qui implique des sportifs de niveau international ou des sportifs de niveau national;
33° Sport d'équipe : sport qui autorise le remplacement des joueurs durant une compétition;
34° Sport de combat à risque : sport de combat dont les règles autorisent explicitement les coups portés volontairement;
35° Sport de combat à risque extrême : sport de combat dont les règles autorisent les coups portés volontairement, notamment quand l'adversaire est au sol, et dont la pratique vise principalement à porter atteinte, même de manière temporaire, à l'intégrité physique ou psychique des participants;
36° Infrastructure sportive : tout espace ou terrain, construit ou non et mis à disposition gratuitement ou non, permettant la pratique, libre ou organisée, d'activités sportives;
37° [2 Contrôle du dopage : toutes les étapes et toutes les procédures allant de la planification de la répartition des contrôles jusqu'à la décision finale en appel et à l'application des conséquences, en passant par toutes les étapes et procédures intermédiaires, notamment, les contrôles, les enquêtes, la localisation, la gestion des autorisations d'usage à des fins thérapeutiques, le prélèvement et la manipulation des échantillons, l'analyse du laboratoire, la gestion des résultats, ainsi que les enquêtes et procédures liées aux violations de l'article 10.14. du Code]2;
38° Contrôle : partie du processus global de contrôle du dopage comprenant la planification de la répartition des contrôles, [2 le prélèvement]2 des échantillons, leur manipulation et leur transport au laboratoire;
39° Contrôle ciblé : contrôle programmé sur un sportif ou un groupe de sportifs spécifiquement sélectionnés en vue d'un contrôle à un moment précis, conformément aux critères repris dans le Standard international pour les contrôles et les enquêtes;
40° Contrôle inopiné : contrôle qui a lieu sans avertissement préalable du sportif et au cours duquel celui-ci est escorté en permanence, depuis sa notification jusqu'à la fourniture de l'échantillon;
41° [2 En compétition : la période commençant à 23h59 la veille d'une compétition à laquelle le sportif doit participer et se terminant à la fin de cette compétition et du processus de prélèvement d'échantillons qui y est lié. Sauf disposition contraire, l'AMA peut approuver, pour un sport spécifique, une définition alternative si une fédération internationale apporte une justification valable qu'une définition différente serait nécessaire pour ce sport. Sur approbation de l'AMA, la définition alternative est suivie par toutes les organisations responsables de grandes manifestations pour le sport concerné]2;
42° Hors compétition : toute période qui n'est pas en compétition;
43° Echantillon ou [2 spécimen]2 : toute matrice biologique recueillie dans le cadre du contrôle du dopage;
44° Substance interdite : toute substance ou classe de substances décrite comme telle dans la liste des interdictions;
45° [2 Substance ou méthode spécifiée : dans le cadre de l'application de sanctions à l'égard des individus :
- toutes les substances interdites sont des substances spécifiées, sauf mention contraire dans la Liste des interdictions ;
- aucune méthode interdite n'est une méthode spécifiée, à moins qu'elle ne soit identifiée comme telle dans la Liste des interdictions]2;
46° Méthode interdite : toute méthode décrite comme telle dans la liste des interdictions;
47° Marqueur : le composé, l'ensemble de composés ou de variables biologiques qui attestent de l'usage d'une substance interdite ou d'une méthode interdite;
48° Métabolite : toute substance qui résulte d'une biotransformation;
49° Passeport biologique : programme et méthodes permettant de rassembler et de regrouper des données telles que décrites dans le Standard international pour les contrôles et les enquêtes et le Standard international pour les laboratoires;
50° Administration : fait de fournir, d'approvisionner, de superviser, de faciliter ou de participer de toute autre manière à l'usage ou à la tentative d'usage par une autre personne d'une substance interdite ou d'une méthode interdite, à l'exception des actions entreprises de bonne foi par le personnel médical et impliquant une substance interdite ou une méthode interdite utilisée à des fins thérapeutiques légitimes et licites ou bénéficiant d'une autre justification acceptable, et des actions impliquant des substances interdites qui ne sont pas interdites dans les contrôles hors compétition sauf si les circonstances, dans leur ensemble, démontrent que ces substances interdites ne sont pas destinées à des fins thérapeutiques légitimes et licites ou sont destinées à améliorer la performance sportive;
51° Possession : possession physique ou de fait, qui ne sera établie que si la personne exerce un contrôle exclusif ou a l'intention d'exercer un contrôle sur une substance ou méthode interdite. Toutefois, si la personne n'exerce pas un contrôle exclusif sur la substance/méthode interdite [2 ou sur les lieux où la substance/méthode interdite se trouve]2 , la possession de fait ne sera établie que si la personne était au courant de la présence de la substance ou méthode interdite et avait l'intention d'exercer un contrôle sur celle-ci. Il ne pourra y avoir violation des règles antidopage reposant sur la seule possession si, avant de recevoir notification d'une violation des règles antidopage, la personne a pris des mesures concrètes démontrant qu'elle n'a jamais eu l'intention d'être en possession d'une substance/méthode interdite et a renoncé à cette possession en la déclarant explicitement à une organisation antidopage. Nonobstant toute disposition contraire dans cette définition, l'achat, y compris par un moyen électronique ou autre, d'une substance ou méthode interdite constitue une possession de celle-ci par la personne qui effectue cet achat;
52° Tentative : conduite volontaire qui constitue une étape importante d'une action planifiée dont le but est la violation des règles antidopage, à moins que son auteur renonce à la tentative avant d'être surpris par un tiers non impliqué dans la tentative;
53° Trafic : vente, don, transport, envoi, livraison ou distribution à un tiers ou possession à cette fin d'une substance ou d'une méthode interdite, physiquement, par moyen électronique ou par un autre moyen, par un sportif, par le personnel d'encadrement du sportif ou une autre personne assujettie à l'autorité d'une organisation antidopage, à l'exception des actions des membres du personnel médical réalisées de bonne foi et portant sur une substance interdite utilisée à des fins thérapeutiques légitimes ou licites ou à d'autres fins justifiables ainsi que des actions portant sur des substances interdites qui ne sont pas interdites dans des contrôles hors compétition, à moins que l'ensemble des circonstances ne démontre que ces substances interdites ne sont pas destinées à des fins thérapeutiques légitimes et licites ou sont destinées à améliorer la performance sportive;
54° Usage : utilisation, application, ingestion, injection ou consommation, par tout moyen, d'une substance interdite ou d'une méthode interdite;
55° Résultat d'analyse anormal : rapport d'un laboratoire accrédité ou approuvé par l'AMA qui, en conformité avec le Standard international pour les laboratoires, [2 établit]2 la présence dans un échantillon d'une substance interdite ou d'un de ses métabolites ou marqueurs [2 ...]2 ou la preuve de l'usage d'une méthode interdite;
56° Résultat d'analyse atypique : rapport d'un laboratoire accrédité ou approuvé par l'AMA pour lequel une investigation supplémentaire est requise par le Standard international pour les laboratoires ou les documents techniques connexes avant qu'un résultat d'analyse anormal ne puisse être établi;
57° Résultat de passeport anormal : rapport identifié comme un résultat de passeport anormal tel que décrit dans les Standards internationaux;
58° Résultat de passeport atypique : rapport identifié comme un résultat de passeport atypique tel que décrit dans les Standards internationaux;
59° [2 AUT : autorisation d'usage à des fins thérapeutiques qui permet à un sportif atteint d'une affection médicale d'utiliser une substance ou une méthode interdite, dans les conditions prévues à l'article 4.4 du Code et dans le Standard international pour les autorisations d'usage à des fins thérapeutiques]2
60° Données de localisation : les informations de localisation devant être fournies, conformément à l'article 26, par les sportifs d'élite [2 des catégories A et B]2 ou, le cas échéant, par le responsable de l'équipe des sportifs d'élite;
61° [2 Groupe-cible enregistré : groupe de sportifs identifiés comme étant de haute priorité au niveau international par une fédération internationale et au niveau national par une ONAD et qui sont assujettis à des contrôles ciblés à la fois en et hors compétition, dans le cadre d'un plan de répartition des contrôles de la fédération internationale ou de l'ONAD et qui, de ce fait, sont obligés de transmettre les données de localisation visées à l'article 5.5 du Code et dans le Standard international pour les contrôles et les enquêtes. En Commission communautaire commune, le groupe-cible enregistré correspond aux sportifs d'élite de la catégorie A]2
62° Groupe cible national de la Commission communautaire commune : groupe de sportifs d'élite de catégorie A, B [2 ...]2, identifiés par l'ONAD de la Commission communautaire commune en raison du lieu de leur domicile sur le territoire de la Région bilingue de Bruxelles-Capitale, qui sont assujettis à des contrôles ciblés à la fois en compétition et hors compétition dans le cadre du programme de contrôle de la Commission communautaire commune et qui sont obligés de transmettre leurs données de localisation.
[2 63° mineur : toute personne physique qui n'a pas atteint l'âge de dix-huit ans;]2
[2 64° personne protégée : tout sportif ou toute autre personne physique qui, au moment de la violation d'une règle antidopage : (i) n'a pas atteint l'âge de seize ans ; (ii) n'a pas atteint l'âge de dix-huit ans, n'est inclus dans aucun groupe cible enregistré et n'a jamais concouru dans une manifestation internationale sans restriction de catégorie ; ou ( iii) pour d'autres raisons que l'âge, a été reconnu comme ne disposant pas de tout ou partie de la capacité juridique, selon le droit national applicable;]2
[2 65° Limite de décision : valeur du résultat d'une substance à seuil dans un échantillon au-delà de laquelle un résultat d'analyse anormal doit être rapporté, telle que définie dans le Standard international pour les laboratoires;]2
[2 66° Niveau minimum de rapport : concentration estimée d'une substance interdite ou de ses métabolite(s) ou marqueur(s) dans un échantillon en dessous de laquelle les laboratoires accrédités par l'AMA ne devraient pas rapporter l'échantillon en tant que résultat d'analyse anormal;]2
[2 67° Substances d'abus : les substances d'abus comprennent les substances interdites spécifiquement identifiées comme telles dans la Liste des interdictions en raison des abus auxquels elles donnent souvent lieu dans la société, en dehors de tout contexte sportif;]2
[2 68° Activités antidopage : ensemble des activités menées par l'ONAD de la Commission communautaire commune ou à sa demande, conformément aux dispositions du Code et des standards internationaux et notamment l'éducation et l'information antidopage, la planification de la répartition des contrôles antidopage, la gestion du groupe-cible, la gestion des passeports biologiques des sportifs, la réalisation des contrôles, l'organisation de l'analyse des échantillons, la recherche de renseignements et la réalisation d'enquêtes, le traitement des demandes AUT, la gestion des résultats, la supervision et l'exécution du respect des sanctions.]2
Toutes les notions autres que celles énumérées à l'alinéa précédent, dont la définition est nécessaire à l'exécution de la présente ordonnance, sont définies par le Collège réuni conformément aux définitions du Code.]1
1° Collège réuni : le Collège réuni de la Commission communautaire commune;
2° ONAD de la Commission communautaire commune : les services de l'Administration de la Commission communautaire commune chargés de la lutte contre le dopage;
3° Conseil de coordination : le Conseil de coordination visé par l'accord de coopération du 9 décembre 2011 entre la Communauté flamande, la Communauté française, la Communauté germanophone et la Commission communautaire commune en matière de prévention et de lutte contre le dopage dans le sport;
4° AMA : l'Agence mondiale antidopage, Fondation de droit suisse créée le 10 novembre 1999;
5° TAS : Tribunal Arbitral du Sport;
6° Code : le Code mondial antidopage [2 ,]2 adopté par l'AMA le 5 mars 2003 à Copenhague et constituant l'appendice 1 de la Convention UNESCO, [2 dans sa version révisée de 2021 entrée en vigueur le 1er janvier 2021]2;
7° Standards internationaux : les Standards adoptés par l'AMA en appui du Code [2 ...]2. La conformité à un Standard international, par opposition à d'autres Standards, pratiques ou procédures, suffit pour conclure que les procédures envisagées dans le Standard international [2 ...]2 sont correctement exécutées. Les Standards internationaux comprennent les documents techniques publiés conformément à leurs dispositions;
8° Liste des interdictions : la liste identifiant les substances et méthodes interdites, arrêtée par le Collège réuni, conformément à la liste annexée à la Convention de l'UNESCO, telle que mise à jour par l'AMA;
9° ADAMS : système d'administration et de gestion antidopage, qui est un instrument de gestion en ligne, sous forme de banque de données, et sert à la saisie, à la conservation, au partage et à la transmission de données des sportifs, conçu pour aider l'AMA et les organisations antidopage dans leurs opérations antidopage en conformité avec la législation relative à la protection des données;
10° Convention UNESCO : la Convention internationale contre le dopage dans le sport signée à Paris le 19 octobre 2005 par la Conférence générale de l'organisation des Nations Unies pour l'éducation, la science et la culture, y compris tous les amendements adoptés par les Etats parties à la Convention et la Conférence des parties à la Convention internationale contre le dopage dans le sport, rendue applicable pour la Commission communautaire commune par l'ordonnance d'assentiment du 24 février 2008;
11° Organisation antidopage : [2 l'AMA ou]2 signataire du Code responsable de l'adoption de règles relatives à la création, à la mise en oeuvre ou à l'application de tout volet du processus de contrôle du dopage. Cela comprend, par exemple, le Comité International Olympique, le Comité International Paralympique, d'autres organisations responsables de grandes manifestations qui effectuent des contrôles lors de manifestations relevant de leur responsabilité, [2 ...]2 les fédérations internationales et les organisations nationales antidopage;
12° Organisation nationale antidopage, en abrégé " ONAD " : la ou les entités désignée(s) dans chaque Etat comme autorité(s) principale(s) responsable(s) de l'adoption et de la mise en oeuvre de règles antidopage, de la gestion du prélèvement d'échantillons, de la gestion des résultats des contrôles [2 ...]2, au plan national;
13° Association sportive : toute association de personnes physiques ou morales qui, quelle qu'en soit la forme, poursuit au moins l'un des buts suivants :
- promouvoir une ou des activités physiques constituant une pratique sportive;
- contribuer à l'épanouissement et au bien-être physique, psychique et social de la personne par des programmes permanents et progressifs;
- favoriser la participation de ses membres à des activités physiques libres ou organisées, tant sous forme de compétition que de délassement;
14° Fédération : tout groupement d'associations sportives;
15° Sportif : toute personne qui pratique une activité sportive, à quelque niveau que ce soit;
16° Sportif amateur : tout sportif qui n'est pas un sportif d'élite;
17° Sportif d'élite : tout sportif qui pratique une activité sportive au niveau international, comme défini par sa fédération internationale ou au niveau national, comme défini par son ONAD;
18° Sportif d'élite de niveau international : tout sportif d'élite qui pratique une activité sportive au niveau international, comme défini par sa fédération internationale;
19° Sportif d'élite de niveau national : tout sportif dont la fédération internationale a signé le Code et est membre du Mouvement Olympique ou Paralympique ou est reconnue par le Comité international olympique ou paralympique ou est membre de [2 GAISF]2, qui n'est pas un sportif d'élite de niveau international mais répond à un ou plusieurs des critères suivants :
a) il participe régulièrement à des compétitions internationales de haut niveau;
b) il pratique sa discipline sportive dans le cadre d'une activité principale rémunérée dans la plus haute catégorie ou la plus haute compétition nationale de la discipline concernée;
c) il est sélectionné ou a participé au cours des douze derniers mois au moins à une des manifestations suivantes dans la plus haute catégorie de compétition de la discipline concernée : Jeux olympiques, Jeux paralympiques, championnats du monde, championnats d'Europe;
d) il participe à un sport d'équipe dans le cadre d'une compétition dont la majorité des équipes participant à la compétition est constituée de sportifs visés aux points a), b) ou c);
20° Sportifs d'élite de catégorie A : les sportifs d'élite de niveau national qui pratiquent une discipline olympique individuelle de catégorie A, telle que reprise dans la liste en annexe de la présente ordonnance, et les sportifs d'élite repris en catégorie A en application de l'article 26, § 4;
21° [2 Sportifs d'élite de catégorie B : les sportifs d'élite de niveau national qui pratiquent un sport d'équipe dans une discipline olympique de catégorie B, telle que reprise dans la liste en annexe de la présente ordonnance]2
22° [2 Sportifs d'élite de catégorie C : les sportifs d'élite qui pratiquent une discipline sportive qui n'est pas reprise dans la liste en annexe de la présente ordonnance]2
23° [2 Sportif récréatif : tout sportif amateur qui, au cours des 5 ans qui précèdent une violation des règles antidopage, n'a pas été un sportif d'élite de niveau international ou national, n'a pas représenté un pays lors d'une manifestation internationale sans restriction de catégorie ou n'a pas été inclus dans un groupe cible enregistré, dans un groupe cible national ou dans tout autre groupe cible soumis à des obligations de localisation par une fédération internationale ou une ONAD]2;
24° Personnel d'encadrement du sportif : tout entraîneur, soigneur, directeur sportif, agent, personnel d'équipe, responsable d'équipe, officiel, personnel médical ou paramédical, parent, ou toute autre personne qui travaille avec un sportif participant à des compétitions sportives ou s'y préparant, ou qui le traite ou lui apporte son assistance;
25° Responsable de l'équipe : personne pouvant être chargée, par les sportifs d'élite d'une même équipe, de transmettre leurs données de localisation;
26° Organisateur de manifestation sportive : toute personne, physique ou morale, qui organise isolément ou en association avec d'autres organisateurs, à titre gratuit ou onéreux, une compétition ou une manifestation sportive;
27° Exploitant d'infrastructure sportive : toute personne, physique ou morale, ou association de personnes, de fait ou de droit, qui exploite une infrastructure sportive;
28° Activité sportive : toute forme d'activité physique qui, à travers une participation organisée ou non, a pour objectif l'expression ou l'amélioration de la condition physique et psychique, le développement des relations sociales ou l'obtention de résultats en compétition de tous niveaux;
29° Compétition : une activité sportive sous la forme d'une course unique, d'un match, d'une partie ou d'une épreuve unique;
30° Manifestation ou manifestation sportive : série de compétitions individuelles se déroulant sous l'égide d'une organisation responsable;
31° Manifestation internationale : manifestation ou compétition où le Comité International Olympique, le Comité International Paralympique, une fédération internationale, une organisation responsable de grandes manifestations ou une autre organisation sportive internationale agit en tant qu'organisation responsable ou nomme les officiels techniques de la manifestation;
32° Manifestation nationale : manifestation ou compétition sportive qui n'est pas une manifestation internationale et qui implique des sportifs de niveau international ou des sportifs de niveau national;
33° Sport d'équipe : sport qui autorise le remplacement des joueurs durant une compétition;
34° Sport de combat à risque : sport de combat dont les règles autorisent explicitement les coups portés volontairement;
35° Sport de combat à risque extrême : sport de combat dont les règles autorisent les coups portés volontairement, notamment quand l'adversaire est au sol, et dont la pratique vise principalement à porter atteinte, même de manière temporaire, à l'intégrité physique ou psychique des participants;
36° Infrastructure sportive : tout espace ou terrain, construit ou non et mis à disposition gratuitement ou non, permettant la pratique, libre ou organisée, d'activités sportives;
37° [2 Contrôle du dopage : toutes les étapes et toutes les procédures allant de la planification de la répartition des contrôles jusqu'à la décision finale en appel et à l'application des conséquences, en passant par toutes les étapes et procédures intermédiaires, notamment, les contrôles, les enquêtes, la localisation, la gestion des autorisations d'usage à des fins thérapeutiques, le prélèvement et la manipulation des échantillons, l'analyse du laboratoire, la gestion des résultats, ainsi que les enquêtes et procédures liées aux violations de l'article 10.14. du Code]2;
38° Contrôle : partie du processus global de contrôle du dopage comprenant la planification de la répartition des contrôles, [2 le prélèvement]2 des échantillons, leur manipulation et leur transport au laboratoire;
39° Contrôle ciblé : contrôle programmé sur un sportif ou un groupe de sportifs spécifiquement sélectionnés en vue d'un contrôle à un moment précis, conformément aux critères repris dans le Standard international pour les contrôles et les enquêtes;
40° Contrôle inopiné : contrôle qui a lieu sans avertissement préalable du sportif et au cours duquel celui-ci est escorté en permanence, depuis sa notification jusqu'à la fourniture de l'échantillon;
41° [2 En compétition : la période commençant à 23h59 la veille d'une compétition à laquelle le sportif doit participer et se terminant à la fin de cette compétition et du processus de prélèvement d'échantillons qui y est lié. Sauf disposition contraire, l'AMA peut approuver, pour un sport spécifique, une définition alternative si une fédération internationale apporte une justification valable qu'une définition différente serait nécessaire pour ce sport. Sur approbation de l'AMA, la définition alternative est suivie par toutes les organisations responsables de grandes manifestations pour le sport concerné]2;
42° Hors compétition : toute période qui n'est pas en compétition;
43° Echantillon ou [2 spécimen]2 : toute matrice biologique recueillie dans le cadre du contrôle du dopage;
44° Substance interdite : toute substance ou classe de substances décrite comme telle dans la liste des interdictions;
45° [2 Substance ou méthode spécifiée : dans le cadre de l'application de sanctions à l'égard des individus :
- toutes les substances interdites sont des substances spécifiées, sauf mention contraire dans la Liste des interdictions ;
- aucune méthode interdite n'est une méthode spécifiée, à moins qu'elle ne soit identifiée comme telle dans la Liste des interdictions]2;
46° Méthode interdite : toute méthode décrite comme telle dans la liste des interdictions;
47° Marqueur : le composé, l'ensemble de composés ou de variables biologiques qui attestent de l'usage d'une substance interdite ou d'une méthode interdite;
48° Métabolite : toute substance qui résulte d'une biotransformation;
49° Passeport biologique : programme et méthodes permettant de rassembler et de regrouper des données telles que décrites dans le Standard international pour les contrôles et les enquêtes et le Standard international pour les laboratoires;
50° Administration : fait de fournir, d'approvisionner, de superviser, de faciliter ou de participer de toute autre manière à l'usage ou à la tentative d'usage par une autre personne d'une substance interdite ou d'une méthode interdite, à l'exception des actions entreprises de bonne foi par le personnel médical et impliquant une substance interdite ou une méthode interdite utilisée à des fins thérapeutiques légitimes et licites ou bénéficiant d'une autre justification acceptable, et des actions impliquant des substances interdites qui ne sont pas interdites dans les contrôles hors compétition sauf si les circonstances, dans leur ensemble, démontrent que ces substances interdites ne sont pas destinées à des fins thérapeutiques légitimes et licites ou sont destinées à améliorer la performance sportive;
51° Possession : possession physique ou de fait, qui ne sera établie que si la personne exerce un contrôle exclusif ou a l'intention d'exercer un contrôle sur une substance ou méthode interdite. Toutefois, si la personne n'exerce pas un contrôle exclusif sur la substance/méthode interdite [2 ou sur les lieux où la substance/méthode interdite se trouve]2 , la possession de fait ne sera établie que si la personne était au courant de la présence de la substance ou méthode interdite et avait l'intention d'exercer un contrôle sur celle-ci. Il ne pourra y avoir violation des règles antidopage reposant sur la seule possession si, avant de recevoir notification d'une violation des règles antidopage, la personne a pris des mesures concrètes démontrant qu'elle n'a jamais eu l'intention d'être en possession d'une substance/méthode interdite et a renoncé à cette possession en la déclarant explicitement à une organisation antidopage. Nonobstant toute disposition contraire dans cette définition, l'achat, y compris par un moyen électronique ou autre, d'une substance ou méthode interdite constitue une possession de celle-ci par la personne qui effectue cet achat;
52° Tentative : conduite volontaire qui constitue une étape importante d'une action planifiée dont le but est la violation des règles antidopage, à moins que son auteur renonce à la tentative avant d'être surpris par un tiers non impliqué dans la tentative;
53° Trafic : vente, don, transport, envoi, livraison ou distribution à un tiers ou possession à cette fin d'une substance ou d'une méthode interdite, physiquement, par moyen électronique ou par un autre moyen, par un sportif, par le personnel d'encadrement du sportif ou une autre personne assujettie à l'autorité d'une organisation antidopage, à l'exception des actions des membres du personnel médical réalisées de bonne foi et portant sur une substance interdite utilisée à des fins thérapeutiques légitimes ou licites ou à d'autres fins justifiables ainsi que des actions portant sur des substances interdites qui ne sont pas interdites dans des contrôles hors compétition, à moins que l'ensemble des circonstances ne démontre que ces substances interdites ne sont pas destinées à des fins thérapeutiques légitimes et licites ou sont destinées à améliorer la performance sportive;
54° Usage : utilisation, application, ingestion, injection ou consommation, par tout moyen, d'une substance interdite ou d'une méthode interdite;
55° Résultat d'analyse anormal : rapport d'un laboratoire accrédité ou approuvé par l'AMA qui, en conformité avec le Standard international pour les laboratoires, [2 établit]2 la présence dans un échantillon d'une substance interdite ou d'un de ses métabolites ou marqueurs [2 ...]2 ou la preuve de l'usage d'une méthode interdite;
56° Résultat d'analyse atypique : rapport d'un laboratoire accrédité ou approuvé par l'AMA pour lequel une investigation supplémentaire est requise par le Standard international pour les laboratoires ou les documents techniques connexes avant qu'un résultat d'analyse anormal ne puisse être établi;
57° Résultat de passeport anormal : rapport identifié comme un résultat de passeport anormal tel que décrit dans les Standards internationaux;
58° Résultat de passeport atypique : rapport identifié comme un résultat de passeport atypique tel que décrit dans les Standards internationaux;
59° [2 AUT : autorisation d'usage à des fins thérapeutiques qui permet à un sportif atteint d'une affection médicale d'utiliser une substance ou une méthode interdite, dans les conditions prévues à l'article 4.4 du Code et dans le Standard international pour les autorisations d'usage à des fins thérapeutiques]2
60° Données de localisation : les informations de localisation devant être fournies, conformément à l'article 26, par les sportifs d'élite [2 des catégories A et B]2 ou, le cas échéant, par le responsable de l'équipe des sportifs d'élite;
61° [2 Groupe-cible enregistré : groupe de sportifs identifiés comme étant de haute priorité au niveau international par une fédération internationale et au niveau national par une ONAD et qui sont assujettis à des contrôles ciblés à la fois en et hors compétition, dans le cadre d'un plan de répartition des contrôles de la fédération internationale ou de l'ONAD et qui, de ce fait, sont obligés de transmettre les données de localisation visées à l'article 5.5 du Code et dans le Standard international pour les contrôles et les enquêtes. En Commission communautaire commune, le groupe-cible enregistré correspond aux sportifs d'élite de la catégorie A]2
62° Groupe cible national de la Commission communautaire commune : groupe de sportifs d'élite de catégorie A, B [2 ...]2, identifiés par l'ONAD de la Commission communautaire commune en raison du lieu de leur domicile sur le territoire de la Région bilingue de Bruxelles-Capitale, qui sont assujettis à des contrôles ciblés à la fois en compétition et hors compétition dans le cadre du programme de contrôle de la Commission communautaire commune et qui sont obligés de transmettre leurs données de localisation.
[2 63° mineur : toute personne physique qui n'a pas atteint l'âge de dix-huit ans;]2
[2 64° personne protégée : tout sportif ou toute autre personne physique qui, au moment de la violation d'une règle antidopage : (i) n'a pas atteint l'âge de seize ans ; (ii) n'a pas atteint l'âge de dix-huit ans, n'est inclus dans aucun groupe cible enregistré et n'a jamais concouru dans une manifestation internationale sans restriction de catégorie ; ou ( iii) pour d'autres raisons que l'âge, a été reconnu comme ne disposant pas de tout ou partie de la capacité juridique, selon le droit national applicable;]2
[2 65° Limite de décision : valeur du résultat d'une substance à seuil dans un échantillon au-delà de laquelle un résultat d'analyse anormal doit être rapporté, telle que définie dans le Standard international pour les laboratoires;]2
[2 66° Niveau minimum de rapport : concentration estimée d'une substance interdite ou de ses métabolite(s) ou marqueur(s) dans un échantillon en dessous de laquelle les laboratoires accrédités par l'AMA ne devraient pas rapporter l'échantillon en tant que résultat d'analyse anormal;]2
[2 67° Substances d'abus : les substances d'abus comprennent les substances interdites spécifiquement identifiées comme telles dans la Liste des interdictions en raison des abus auxquels elles donnent souvent lieu dans la société, en dehors de tout contexte sportif;]2
[2 68° Activités antidopage : ensemble des activités menées par l'ONAD de la Commission communautaire commune ou à sa demande, conformément aux dispositions du Code et des standards internationaux et notamment l'éducation et l'information antidopage, la planification de la répartition des contrôles antidopage, la gestion du groupe-cible, la gestion des passeports biologiques des sportifs, la réalisation des contrôles, l'organisation de l'analyse des échantillons, la recherche de renseignements et la réalisation d'enquêtes, le traitement des demandes AUT, la gestion des résultats, la supervision et l'exécution du respect des sanctions.]2
Toutes les notions autres que celles énumérées à l'alinéa précédent, dont la définition est nécessaire à l'exécution de la présente ordonnance, sont définies par le Collège réuni conformément aux définitions du Code.]1
Art. 3. De bepalingen van deze ordonnantie zijn van toepassing op :
1° alle natuurlijke personen, onder andere de sporters, in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;
2° alle instellingen in de zin van artikel 135 van de Grondwet, onder andere de sportverenigingen en de rechtspersonen, die sportmanifestaties of -activiteiten organiseren in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en die, wegens hun organisatie, niet beschouwd kunnen worden als uitsluitend te ressorteren onder de bevoegdheid van de Vlaamse of de Franse Gemeenschap.
1° alle natuurlijke personen, onder andere de sporters, in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;
2° alle instellingen in de zin van artikel 135 van de Grondwet, onder andere de sportverenigingen en de rechtspersonen, die sportmanifestaties of -activiteiten organiseren in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en die, wegens hun organisatie, niet beschouwd kunnen worden als uitsluitend te ressorteren onder de bevoegdheid van de Vlaamse of de Franse Gemeenschap.
Art. 3. Les dispositions de la présente ordonnance sont applicables à :
1° toutes les personnes physiques, notamment les sportifs, sur le territoire bilingue de la région de Bruxelles-Capitale;
2° toutes les institutions au sens de l'article 135 de la Constitution, notamment les associations sportives et les personnes morales, qui organisent des manifestations ou activités sportives sur le territoire bilingue de la région de Bruxelles-Capitale et qui ne peuvent, en raison de leur organisation, être considérées comme relevant exclusivement de la compétence de la Communauté française ou de la Communauté flamande.
1° toutes les personnes physiques, notamment les sportifs, sur le territoire bilingue de la région de Bruxelles-Capitale;
2° toutes les institutions au sens de l'article 135 de la Constitution, notamment les associations sportives et les personnes morales, qui organisent des manifestations ou activités sportives sur le territoire bilingue de la région de Bruxelles-Capitale et qui ne peuvent, en raison de leur organisation, être considérées comme relevant exclusivement de la compétence de la Communauté française ou de la Communauté flamande.
HOOFDSTUK II. - Preventie, medische begeleiding en promotie van de gezondheid door en bij de sportbeoefening
CHAPITRE II. - Prévention, suivi médical et promotion de la santé par et dans la pratique du sport
Art. 4. [1 § 1.]1 Het Verenigd College organiseert, eventueel in samenwerking met andere overheden, educatieve, informatie- en preventiecampagnes omtrent de gezondheidspromotie door en bij sportbeoefening, door onder meer de bevolking, en in het bijzonder de sportbeoefenaars en hun directe omgeving te sensibiliseren over de eerbiediging van de door het Verenigd College bepaalde gezondheidsregels daarbij.
Naast de samenwerking bedoeld in de artikelen 3 en 4 van het samenwerkingsakkoord van 24 november 2011 tussen de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie betreffende dopingpreventie en -bestrijding in de sport, kan het Verenigd College, met het oog op een regelmatige uitwisseling van informatie, documentatie, deskundigen en diensten, partnerschapsakkoorden inzake de medisch verantwoorde sportbeoefening afsluiten met alle sportverenigingen die hierom verzoeken.
[1 § 2. De educatie-, informatie- en preventiecampagnes bedoeld in paragraaf 1 worden georganiseerd op basis van een educatieplan dat wordt opgesteld overeenkomstig de Internationale Standaard voor educatie. De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie wordt gelast dit plan eventueel op te stellen en te publiceren.]1
Naast de samenwerking bedoeld in de artikelen 3 en 4 van het samenwerkingsakkoord van 24 november 2011 tussen de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie betreffende dopingpreventie en -bestrijding in de sport, kan het Verenigd College, met het oog op een regelmatige uitwisseling van informatie, documentatie, deskundigen en diensten, partnerschapsakkoorden inzake de medisch verantwoorde sportbeoefening afsluiten met alle sportverenigingen die hierom verzoeken.
[1 § 2. De educatie-, informatie- en preventiecampagnes bedoeld in paragraaf 1 worden georganiseerd op basis van een educatieplan dat wordt opgesteld overeenkomstig de Internationale Standaard voor educatie. De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie wordt gelast dit plan eventueel op te stellen en te publiceren.]1
Art. 4. [1 § 1er.]1 Le Collège réuni organise, éventuellement en collaboration avec d'autres autorités publiques, des campagnes d'éducation, d'information et de prévention relatives à la promotion de la santé par et dans la pratique du sport, en veillant notamment à sensibiliser la population, et plus particulièrement les sportifs et leur entourage, sur le respect, dans ces pratiques, des impératifs de santé qu'il définit.
Outre la coopération visée aux articles 3 et 4 de l'accord de coopération du 24 novembre 2011 entre la Communauté flamande, la Communauté française, la Communauté germanophone et la Commission communautaire commune en matière de prévention et de lutte contre le dopage dans le sport, le Collège réuni peut, en vue d'assurer un échange régulier d'informations, de documentation, de spécialistes et de services, en matière de pratique du sport dans le respect des impératifs de santé, conclure des accords de partenariat avec toutes associations sportives qui en font la demande.
[1 § 2. Les campagnes d'éducation, d'information et de prévention visées au paragraphe 1er sont organisées sur la base d'un plan éducation rédigé conformément au Standard international pour l'éducation. L'ONAD de la Commission communautaire commune est chargée de la rédaction et de la publication éventuelle de ce plan.]1
Outre la coopération visée aux articles 3 et 4 de l'accord de coopération du 24 novembre 2011 entre la Communauté flamande, la Communauté française, la Communauté germanophone et la Commission communautaire commune en matière de prévention et de lutte contre le dopage dans le sport, le Collège réuni peut, en vue d'assurer un échange régulier d'informations, de documentation, de spécialistes et de services, en matière de pratique du sport dans le respect des impératifs de santé, conclure des accords de partenariat avec toutes associations sportives qui en font la demande.
[1 § 2. Les campagnes d'éducation, d'information et de prévention visées au paragraphe 1er sont organisées sur la base d'un plan éducation rédigé conformément au Standard international pour l'éducation. L'ONAD de la Commission communautaire commune est chargée de la rédaction et de la publication éventuelle de ce plan.]1
Wijzigingen
Art. 5. Het Verenigd College kan :
1° de wijze van gezondheidspreventie en medische begeleiding van de sporters bepalen, om deze te behoeden voor de risico's die aan de sport en aan de trainingsomstandigheden verbonden zijn;
2° de wijze van promotie van een aangepaste sportbeoefening die de gezondheid ten goede kan komen, bepalen, dit door de sporter bewust te maken van zijn verantwoordelijkheid en door de geneesheer te informeren;
3° een lijst bepalen met algemene aanbevelingen en medische contra-indicaties in verband met de beoefening van de sportdisciplines die deze vereisen.
Het Verenigd College kan de voorwaarden voor de beoefening van de risicosporten vastleggen, alsook de wijze van controle op de nakoming ervan.
1° de wijze van gezondheidspreventie en medische begeleiding van de sporters bepalen, om deze te behoeden voor de risico's die aan de sport en aan de trainingsomstandigheden verbonden zijn;
2° de wijze van promotie van een aangepaste sportbeoefening die de gezondheid ten goede kan komen, bepalen, dit door de sporter bewust te maken van zijn verantwoordelijkheid en door de geneesheer te informeren;
3° een lijst bepalen met algemene aanbevelingen en medische contra-indicaties in verband met de beoefening van de sportdisciplines die deze vereisen.
Het Verenigd College kan de voorwaarden voor de beoefening van de risicosporten vastleggen, alsook de wijze van controle op de nakoming ervan.
Art. 5. Le Collège réuni peut fixer :
1° des modalités de prévention sanitaire et de suivi médical des sportifs, dans une optique de prévention des risques liés au sport et aux conditions d'entraînement;
2° des modalités de promotion d'une pratique sportive adaptée et susceptible d'améliorer la santé, en visant à la responsabilisation du sportif et à l'information du médecin;
3° un relevé des recommandations générales et des contre-indications médicales, liées à la pratique des disciplines sportives qui le requièrent.
Le Collège réuni peut arrêter les conditions de pratique de sports à risques, ainsi que les modalités de contrôle de leur respect.
1° des modalités de prévention sanitaire et de suivi médical des sportifs, dans une optique de prévention des risques liés au sport et aux conditions d'entraînement;
2° des modalités de promotion d'une pratique sportive adaptée et susceptible d'améliorer la santé, en visant à la responsabilisation du sportif et à l'information du médecin;
3° un relevé des recommandations générales et des contre-indications médicales, liées à la pratique des disciplines sportives qui le requièrent.
Le Collège réuni peut arrêter les conditions de pratique de sports à risques, ainsi que les modalités de contrôle de leur respect.
Art. 6. De sportverenigingen nemen alle nodige schikkingen die bijdragen tot de sportbeoefening, met inachtneming van het fysiek en psychisch welzijn van de sporters.
Het Verenigd College kan sportverenigingen van een specifieke sportdiscipline, organisatoren van bepaalde sportmanifestaties en exploitanten van bepaalde sportinfrastructuren opleggen een medisch reglement aan te nemen. In dat geval kan het Verenigd College de minimumvoorwaarden inzake gezondheidsopvoeding en preventieve gezondheidszorg bepalen die deze medische reglementen dienen te omvatten.
Het Verenigd College kan sportverenigingen van een specifieke sportdiscipline, organisatoren van bepaalde sportmanifestaties en exploitanten van bepaalde sportinfrastructuren opleggen een medisch reglement aan te nemen. In dat geval kan het Verenigd College de minimumvoorwaarden inzake gezondheidsopvoeding en preventieve gezondheidszorg bepalen die deze medische reglementen dienen te omvatten.
Art. 6. Les associations sportives prennent toutes dispositions utiles qui concourent à la pratique du sport dans le respect du bien-être physique et psychique des sportifs.
Le Collège réuni peut imposer aux associations sportives d'une discipline sportive spécifique, aux organisateurs de certaines manifestations sportives ou aux exploitants de certaines infrastructures sportives, l'adoption d'un règlement médical. Dans ce cas, le Collège réuni peut déterminer les conditions minimales en matière d'éducation sanitaire et de médecine préventive que doivent inclure ces règlements médicaux.
Le Collège réuni peut imposer aux associations sportives d'une discipline sportive spécifique, aux organisateurs de certaines manifestations sportives ou aux exploitants de certaines infrastructures sportives, l'adoption d'un règlement médical. Dans ce cas, le Collège réuni peut déterminer les conditions minimales en matière d'éducation sanitaire et de médecine préventive que doivent inclure ces règlements médicaux.
HOOFDSTUK III. - Verbod op dopingpraktijk
CHAPITRE III. - Interdiction de la pratique du dopage
Art. 7. Het gebruik van doping is verboden.
[1 Worden met name onderworpen aan de bepalingen van deze ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten ervan, elke sporter, elk lid van het begeleidend personeel van de sporter, elke controlearts, elke chaperon, elke sportvereniging en elke organisator.]1
[1 Worden met name onderworpen aan de bepalingen van deze ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten ervan, elke sporter, elk lid van het begeleidend personeel van de sporter, elke controlearts, elke chaperon, elke sportvereniging en elke organisator.]1
Art. 7. La pratique du dopage est interdite.
[1 Sont notamment soumis aux dispositions de la présente ordonnance et de ses arrêtés d'exécution, tout sportif, tout membre du personnel d'encadrement du sportif, tout médecin-contrôleur, tout chaperon, toute association sportive et tout organisateur.]1
[1 Sont notamment soumis aux dispositions de la présente ordonnance et de ses arrêtés d'exécution, tout sportif, tout membre du personnel d'encadrement du sportif, tout médecin-contrôleur, tout chaperon, toute association sportive et tout organisateur.]1
Wijzigingen
Art. 8. [1 Onverminderd artikel 10, moet onder doping worden verstaan :
1° de aanwezigheid van een verboden stof of van een metaboliet of marker daarvan in een monster dat afkomstig is van de sporter. De sporter moet ervoor zorgen dat geen enkele verboden stof in zijn organisme binnendringt. De sporters zijn verantwoordelijk voor iedere verboden stof of metaboliet of marker die in hun monsters wordt ontdekt. Bijgevolg is het niet nodig om de opzet, fout of nalatigheid of het bewust gebruik vanwege de sporter te bewijzen om de overtreding van de antidopingregels in de zin van dit lid vast te stellen;
2° het gebruik of de poging tot gebruik door een sporter van een verboden stof of een verboden methode. De sporter moet ervoor zorgen dat geen enkele verboden stof in zijn organisme binnendringt en dat geen enkele verboden methode wordt gebruikt. Bijgevolg is het niet nodig om de opzet, fout of nalatigheid of het bewust gebruik vanwege de sporter te bewijzen, om de overtreding van de antidopingregels op grond van het gebruik van een verboden stof of methode vast te stellen.
Het succes of de mislukking van het gebruik of de poging tot gebruik van een verboden stof of methode is niet bepalend. Het gebruik of de poging tot gebruik van een verboden stof of methode volstaat om de overtreding van de antidopingregels vast te stellen;
3° [2 voor een sporter, het ontwijken van een monsterneming, of het weigeren of zich niet aanbieden voor een monsterneming zonder geldige reden, na kennisgeving door een naar behoren gemachtigd persoon;]2
4° [2 elke combinatie, voor een elitesporter van categorie A, binnen een periode van twaalf maanden te rekenen vanaf de datum van het eerste verzuim, van drie gemiste dopingcontroles en/of aangifteverzuimen betreffende het doorgeven van verblijfsgegevens, zoals nader bepaald in de Internationale Standaard voor resultatenbeheer;]2
5° [2 het plegen van bedrog, of de poging daartoe, bij om het even welk onderdeel van de dopingcontrole door de sporter of een andere persoon. Bedrog is een opzettelijk gedrag dat het dopingcontroleproces verstoort, maar dat niet onder de definitie van een verboden methode valt. Bedrog omvat met name het aanbieden of aannemen van smeergeld om een handeling te verrichten of na te laten, het verhinderen van het afnemen van een monster, het belemmeren of verhinderen van de analyse van een monster, het vervalsen van documenten die aan een antidopingorganisatie, een TTN-commissie of hoorinstantie worden voorgelegd, het afleggen van een valse getuigenis, het plegen van elke andere frauduleuze handeling tegenover de antidopingorganisatie of de hoorinstantie om het resultatenbeheer of het opleggen van consequenties te belemmeren, en elke andere soortgelijke opzettelijke verstoring of poging tot verstoring van een ander aspect van de dopingcontrole;]2
6° het bezit :
a) door een sporter binnen wedstrijdverband van een binnen wedstrijdverband verboden stof of methode of het bezit door een sporter buiten wedstrijdverband van een buiten wedstrijdverband verboden stof of methode, tenzij de sporter aantoont dat het bezit strookt met een geldige TTN of een andere aanvaardbare rechtvaardiging;
b) door een begeleider binnen wedstrijdverband van een binnen wedstrijdverband verboden stof of methode of het bezit door een begeleider buiten wedstrijdverband van een buiten wedstrijdverband verboden stof of methode in verband met een sporter, wedstrijd of training, tenzij de begeleider aantoont dat het bezit strookt met een aan de sporter toegekende geldige TTN of een andere aanvaardbare rechtvaardiging;
7° de handel of de poging tot handel in een verboden stof of verboden methode [2 door een sporter of een andere persoon]2;
8° [2 de toediening of de poging tot toediening, door een sporter of een andere persoon, aan een sporter (i) binnen wedstrijdverband, van een stof of methode die verboden is binnen wedstrijdverband, of (ii) buiten wedstrijdverband, van een stof of methode die verboden is buiten wedstrijdverband;]2
9° het meewerken, aanmoedigen, helpen, aanzetten tot, samenzweren, verbergen of om het even welke andere vorm van opzettelijke medeplichtigheid die een overtreding of een poging tot overtreding van de antidopingregels inhoudt of de niet-naleving van een opgelegde schorsing [2 door een sporter of een andere persoon]2;
10° [2 elke professionele of sportgerelateerde samenwerking tussen een sporter of een andere persoon die onder de bevoegdheid van een antidopingorganisatie valt, en begeleider van de sporter die:
a) indien hij onder de bevoegdheid van een antidopingorganisatie valt, een schorsingsperiode uitzit; of
b) indien hij niet onder de bevoegdheid van een antidopingorganisatie valt, als er geen schorsing werd opgelegd in een resultatenbeheersproces overeenkomstig de Code, veroordeeld of schuldig, werd bevonden in een strafrechtelijke, tuchtrechtelijke of professionele procedure, een handeling te hebben verricht die de antidopingregels zou hebben overtreden, indien regels die in overeenstemming zijn met de Code op die persoon toepasselijk zouden zijn geweest; of
c) optreedt als eerste aanspreekpunt of tussenpersoon voor een persoon als vermeld in a) of b) ;]2
[2 11° alle daden die door een sporter of een andere persoon worden gesteld om meldingen aan de autoriteiten te ontmoedigen of alle daden van vergelding tegen dergelijke meldingen door een sporter of een andere persoon.
Wanneer deze handelingen geen dopingfeit vormen in de zin van punt 5 van deze paragraaf:
a) elke handeling waarmee een andere persoon wordt bedreigd of waarmee wordt geprobeerd hem ervan te weerhouden te goeder trouw informatie betreffende een vermeende overtreding van de antidopingregels of een vermeende niet-naleving van de Code te melden aan het WADA, een antidopingorganisatie, de rechtshandhaving, een gereglementeerde of professionele tuchtrechtelijke instantie, een hoorzittingsinstantie of een persoon die voor het WADA of een antidopingorganisatie een onderzoek uitvoert;
b) alle vergeldingsmaatregelen tegen een persoon die te goeder trouw bewijsmateriaal of informatie over een vermeende overtreding van de antidopingregels of een vermeende niet-naleving van de Code verstrekt aan het WADA, een antidopingorganisatie, de rechtshandhaving, een gereglementeerde of professionele tuchtrechtelijke instantie, een hoorzittingsorgaan of een persoon die een onderzoek uitvoert voor het WADA of een antidopingorganisatie.]2
§ 2. De samenwerking vermeld in § 1, 10°, a), is verboden gedurende de periode van schorsing.
De samenwerking vermeld in § 1, 10°, b), is verboden voor een periode van zes jaar vanaf de strafrechtelijke, professionele of tuchtrechtelijke uitspraak of voor de periode van de opgelegde strafrechtelijke, tuchtrechtelijke of professionele sanctie, of de langste van de twee periodes.
De samenwerking vermeld in § 1, 10°, c), is verboden gedurende de periode waarin het de persoon waarvoor een derde persoon als aanspreekpunt of tussenpersoon optreedt, verboden is samen te werken met de sporter.
[2 Om een overtreding van § 1, 10°, vast te stellen, moet de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie aantonen dat de sporter of de andere persoon op de hoogte was van de diskwalificerende status van de begeleider van de sporter.]2
[2 ...]2
[2 ...]2
[2 Het is aan de sporter of de andere persoon om aan te tonen dat de samenwerking met de begeleider van de sporter, zoals beschreven in paragraaf 1, 10°, a) en b) niet professioneel of sportief is en/of deze samenwerking redelijkerwijze niet kon worden vermeden.]2
[2 ...]2 [2 De NADO]2 van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie het WADA in dat de betrokken begeleider van de sporter aan één van de criteria vermeld in § 1, 10°, a) tot c), beantwoordt.
Het Verenigd College bepaalt de nadere regels van de kennisgevingsprocedures bedoeld in deze paragraaf, [2 overeenkomstig de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens]2
Iedere antidopingorganisatie die kennis heeft van het feit dat een begeleider beantwoordt aan de criteria beschreven in § 1, 10°, a) tot c), deelt deze informatie mee aan het WADA.]1
1° de aanwezigheid van een verboden stof of van een metaboliet of marker daarvan in een monster dat afkomstig is van de sporter. De sporter moet ervoor zorgen dat geen enkele verboden stof in zijn organisme binnendringt. De sporters zijn verantwoordelijk voor iedere verboden stof of metaboliet of marker die in hun monsters wordt ontdekt. Bijgevolg is het niet nodig om de opzet, fout of nalatigheid of het bewust gebruik vanwege de sporter te bewijzen om de overtreding van de antidopingregels in de zin van dit lid vast te stellen;
2° het gebruik of de poging tot gebruik door een sporter van een verboden stof of een verboden methode. De sporter moet ervoor zorgen dat geen enkele verboden stof in zijn organisme binnendringt en dat geen enkele verboden methode wordt gebruikt. Bijgevolg is het niet nodig om de opzet, fout of nalatigheid of het bewust gebruik vanwege de sporter te bewijzen, om de overtreding van de antidopingregels op grond van het gebruik van een verboden stof of methode vast te stellen.
Het succes of de mislukking van het gebruik of de poging tot gebruik van een verboden stof of methode is niet bepalend. Het gebruik of de poging tot gebruik van een verboden stof of methode volstaat om de overtreding van de antidopingregels vast te stellen;
3° [2 voor een sporter, het ontwijken van een monsterneming, of het weigeren of zich niet aanbieden voor een monsterneming zonder geldige reden, na kennisgeving door een naar behoren gemachtigd persoon;]2
4° [2 elke combinatie, voor een elitesporter van categorie A, binnen een periode van twaalf maanden te rekenen vanaf de datum van het eerste verzuim, van drie gemiste dopingcontroles en/of aangifteverzuimen betreffende het doorgeven van verblijfsgegevens, zoals nader bepaald in de Internationale Standaard voor resultatenbeheer;]2
5° [2 het plegen van bedrog, of de poging daartoe, bij om het even welk onderdeel van de dopingcontrole door de sporter of een andere persoon. Bedrog is een opzettelijk gedrag dat het dopingcontroleproces verstoort, maar dat niet onder de definitie van een verboden methode valt. Bedrog omvat met name het aanbieden of aannemen van smeergeld om een handeling te verrichten of na te laten, het verhinderen van het afnemen van een monster, het belemmeren of verhinderen van de analyse van een monster, het vervalsen van documenten die aan een antidopingorganisatie, een TTN-commissie of hoorinstantie worden voorgelegd, het afleggen van een valse getuigenis, het plegen van elke andere frauduleuze handeling tegenover de antidopingorganisatie of de hoorinstantie om het resultatenbeheer of het opleggen van consequenties te belemmeren, en elke andere soortgelijke opzettelijke verstoring of poging tot verstoring van een ander aspect van de dopingcontrole;]2
6° het bezit :
a) door een sporter binnen wedstrijdverband van een binnen wedstrijdverband verboden stof of methode of het bezit door een sporter buiten wedstrijdverband van een buiten wedstrijdverband verboden stof of methode, tenzij de sporter aantoont dat het bezit strookt met een geldige TTN of een andere aanvaardbare rechtvaardiging;
b) door een begeleider binnen wedstrijdverband van een binnen wedstrijdverband verboden stof of methode of het bezit door een begeleider buiten wedstrijdverband van een buiten wedstrijdverband verboden stof of methode in verband met een sporter, wedstrijd of training, tenzij de begeleider aantoont dat het bezit strookt met een aan de sporter toegekende geldige TTN of een andere aanvaardbare rechtvaardiging;
7° de handel of de poging tot handel in een verboden stof of verboden methode [2 door een sporter of een andere persoon]2;
8° [2 de toediening of de poging tot toediening, door een sporter of een andere persoon, aan een sporter (i) binnen wedstrijdverband, van een stof of methode die verboden is binnen wedstrijdverband, of (ii) buiten wedstrijdverband, van een stof of methode die verboden is buiten wedstrijdverband;]2
9° het meewerken, aanmoedigen, helpen, aanzetten tot, samenzweren, verbergen of om het even welke andere vorm van opzettelijke medeplichtigheid die een overtreding of een poging tot overtreding van de antidopingregels inhoudt of de niet-naleving van een opgelegde schorsing [2 door een sporter of een andere persoon]2;
10° [2 elke professionele of sportgerelateerde samenwerking tussen een sporter of een andere persoon die onder de bevoegdheid van een antidopingorganisatie valt, en begeleider van de sporter die:
a) indien hij onder de bevoegdheid van een antidopingorganisatie valt, een schorsingsperiode uitzit; of
b) indien hij niet onder de bevoegdheid van een antidopingorganisatie valt, als er geen schorsing werd opgelegd in een resultatenbeheersproces overeenkomstig de Code, veroordeeld of schuldig, werd bevonden in een strafrechtelijke, tuchtrechtelijke of professionele procedure, een handeling te hebben verricht die de antidopingregels zou hebben overtreden, indien regels die in overeenstemming zijn met de Code op die persoon toepasselijk zouden zijn geweest; of
c) optreedt als eerste aanspreekpunt of tussenpersoon voor een persoon als vermeld in a) of b) ;]2
[2 11° alle daden die door een sporter of een andere persoon worden gesteld om meldingen aan de autoriteiten te ontmoedigen of alle daden van vergelding tegen dergelijke meldingen door een sporter of een andere persoon.
Wanneer deze handelingen geen dopingfeit vormen in de zin van punt 5 van deze paragraaf:
a) elke handeling waarmee een andere persoon wordt bedreigd of waarmee wordt geprobeerd hem ervan te weerhouden te goeder trouw informatie betreffende een vermeende overtreding van de antidopingregels of een vermeende niet-naleving van de Code te melden aan het WADA, een antidopingorganisatie, de rechtshandhaving, een gereglementeerde of professionele tuchtrechtelijke instantie, een hoorzittingsinstantie of een persoon die voor het WADA of een antidopingorganisatie een onderzoek uitvoert;
b) alle vergeldingsmaatregelen tegen een persoon die te goeder trouw bewijsmateriaal of informatie over een vermeende overtreding van de antidopingregels of een vermeende niet-naleving van de Code verstrekt aan het WADA, een antidopingorganisatie, de rechtshandhaving, een gereglementeerde of professionele tuchtrechtelijke instantie, een hoorzittingsorgaan of een persoon die een onderzoek uitvoert voor het WADA of een antidopingorganisatie.]2
§ 2. De samenwerking vermeld in § 1, 10°, a), is verboden gedurende de periode van schorsing.
De samenwerking vermeld in § 1, 10°, b), is verboden voor een periode van zes jaar vanaf de strafrechtelijke, professionele of tuchtrechtelijke uitspraak of voor de periode van de opgelegde strafrechtelijke, tuchtrechtelijke of professionele sanctie, of de langste van de twee periodes.
De samenwerking vermeld in § 1, 10°, c), is verboden gedurende de periode waarin het de persoon waarvoor een derde persoon als aanspreekpunt of tussenpersoon optreedt, verboden is samen te werken met de sporter.
[2 Om een overtreding van § 1, 10°, vast te stellen, moet de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie aantonen dat de sporter of de andere persoon op de hoogte was van de diskwalificerende status van de begeleider van de sporter.]2
[2 ...]2
[2 ...]2
[2 Het is aan de sporter of de andere persoon om aan te tonen dat de samenwerking met de begeleider van de sporter, zoals beschreven in paragraaf 1, 10°, a) en b) niet professioneel of sportief is en/of deze samenwerking redelijkerwijze niet kon worden vermeden.]2
[2 ...]2 [2 De NADO]2 van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie het WADA in dat de betrokken begeleider van de sporter aan één van de criteria vermeld in § 1, 10°, a) tot c), beantwoordt.
Het Verenigd College bepaalt de nadere regels van de kennisgevingsprocedures bedoeld in deze paragraaf, [2 overeenkomstig de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens]2
Iedere antidopingorganisatie die kennis heeft van het feit dat een begeleider beantwoordt aan de criteria beschreven in § 1, 10°, a) tot c), deelt deze informatie mee aan het WADA.]1
Art. 8. [1 § 1er. Sans préjudice de l'article 10, il y a lieu d'entendre par dopage :
1° la présence d'une substance interdite, de ses métabolites ou de ses marqueurs dans un échantillon fourni par un sportif. Il incombe à chaque sportif de s'assurer qu'aucune substance interdite ne pénètre dans son organisme. Les sportifs sont responsables de toute substance interdite ou de ses métabolites ou marqueurs dont la présence est décelée dans leurs échantillons. Par conséquent, il n'est pas nécessaire de faire la preuve de l'intention, de la faute, de la négligence ou de l'usage conscient de la part du sportif pour établir une violation des règles antidopage au sens du présent alinéa;
2° l'usage ou la tentative d'usage par un sportif d'une substance interdite ou d'une méthode interdite. Il incombe à chaque sportif de faire en sorte qu'aucune substance interdite ne pénètre dans son organisme et qu'aucune méthode interdite ne soit utilisée. Par conséquent, il n'est pas nécessaire de démontrer l'intention, la faute, la négligence ou l'usage conscient de la part du sportif pour établir la violation des règles antidopage pour cause d'usage d'une substance interdite ou d'une méthode interdite.
Le succès ou l'échec de l'usage ou de la tentative d'usage d'une substance interdite ou d'une méthode interdite n'est pas déterminant. L'usage ou la tentative d'usage de la substance interdite ou de la méthode interdite suffit pour qu'il y ait violation des règles antidopage;
3° [2 le fait, pour un sportif, de se soustraire au prélèvement d'un échantillon, de refuser ou de ne pas se soumettre au prélèvement d'un échantillon, sans justification valable, après notification par une personne dûment autorisée ;]2
4° [2 toute combinaison, pour un sportif d'élite de catégorie A, sur une période de douze mois à dater du premier manquement, de trois contrôles manqués et/ou manquements à l'obligation de transmission d'informations sur la localisation, telle que définie dans le Standard international pour la gestion des résultats ;]2
5° [2 la falsification ou la tentative de falsification de tout élément du contrôle du dopage par un sportif ou une autre personne. La falsification est une conduite intentionnelle qui altère le processus de contrôle du dopage, mais sans relever de la définition de méthode interdite. La falsification inclut, notamment, le fait d'offrir ou d'accepter un pot-de-vin pour effectuer ou s'abstenir d'effectuer un acte, d'empêcher le prélèvement d'un échantillon, d'entraver ou d'empêcher l'analyse d'un échantillon, de falsifier des documents soumis à une organisation antidopage, à un comité d'AUT ou à une instance d'audition, de procurer un faux témoignage de la part d'un témoin, de commettre tout autre acte frauduleux envers l'organisation antidopage ou l'instance d'audition en vue d'entraver la gestion des résultats ou l'imposition de conséquences, ainsi que toute autre ingérence ou tentative d'ingérence intentionnelle similaire d'un autre aspect du contrôle du dopage ;]2
6° la possession :
a) par un sportif, en compétition, d'une substance ou méthode interdite en compétition, ou hors compétition, d'une substance ou méthode interdite hors compétition, à moins que le sportif n'établisse que cette possession est conforme à une AUT valablement accordée ou ne fournisse une autre justification acceptable;
b) par un membre du personnel d'encadrement du sportif, en compétition, de toute substance ou méthode interdite en compétition, ou hors compétition, de toute substance ou méthode interdite hors compétition, en lien avec un sportif, une compétition ou l'entraînement, à moins que la personne concernée ne puisse établir que cette possession est conforme à une AUT valablement accordée au sportif ou ne fournisse une autre justification acceptable;
7° le trafic ou la tentative de trafic d'une substance ou d'une méthode interdite [2 par un sportif ou une autre personne]2;
8° [2 l'administration ou la tentative d'administration, par un sportif ou une autre personne, à un sportif (i) en compétition, d'une substance ou méthode interdite en compétition, ou (ii) hors compétition, d'une substance ou méthode interdite hors compétition ;]2
9° toute assistance, incitation, contribution, conspiration, dissimulation ou toute autre forme de complicité intentionnelle impliquant une violation ou une tentative de violation des règles antidopage ou une violation de l'interdiction de participation pendant une suspension disciplinaire, [2 par un sportif ou une autre personne]2;
10° [2 toute association, à titre professionnel ou sportif, entre un sportif ou une autre personne soumise à l'autorité d'une organisation antidopage et un membre du personnel d'encadrement du sportif, lequel :
a) s'il relève de l'autorité d'une organisation antidopage, purge une période de suspension; ou
b) s'il ne relève pas de l'autorité d'une organisation antidopage, lorsqu'une suspension n'a pas été imposée dans un processus de gestion des résultats conformément au Code, a été condamné ou reconnu coupable, dans une procédure pénale, disciplinaire ou professionnelle, d'avoir adopté un comportement qui aurait constitué une violation des règles antidopage si des règles conformes au Code avaient été applicables à cette personne; ou
c) sert de couverture ou d'intermédiaire pour une personne telle que décrite au a) ou b).]2
[2 11° l'ensemble des actes commis par un sportif ou une autre personne pour décourager les signalements aux autorités ou l'ensemble des actes de représailles commis à l'encontre de tels signalements par un sportif ou une autre personne.
Lorsque ces actes ne constituent pas un fait de dopage au sens du point 5 du présent paragraphe :
a) tout acte qui menace ou cherche à intimider une autre personne dans le but de la décourager de signaler, de bonne foi, des informations relatives à une violation présumée des règles antidopage ou un défaut présumé de conformité au Code, à l'AMA, à une organisation antidopage, aux forces de l'ordre, à un organe disciplinaire réglementé ou professionnel, à une instance d'audition ou à une personne chargée de mener une enquête pour l'AMA ou une organisation antidopage ;
b) toutes représailles à l'encontre d'une personne qui, de bonne foi, a fourni des preuves ou des informations relatives à une violation présumée des règles antidopage ou un défaut présumé de conformité au Code, à l'AMA, à une organisation antidopage, aux forces de l'ordre, à un organe disciplinaire réglementé ou professionnel, à une instance d'audition ou à une personne chargée de mener une enquête pour l'AMA ou une organisation antidopage.]2
§ 2. L'association visée au § 1er, 10°, a), est interdite pendant la période de suspension.
L'association visée au § 1er, 10°, b), est interdite pendant une période de six ans à compter de la décision pénale, professionnelle ou disciplinaire, ou pendant la durée de la sanction pénale, disciplinaire ou professionnelle imposée, selon celle de ces deux périodes qui sera la plus longue.
L'association visée au § 1er, 10°, c), est interdite pendant la période durant laquelle la personne, pour compte de laquelle une tierce-personne sert de couverture ou d'intermédiaire, a interdiction de collaborer avec le sportif.
[2 Pour établir une violation du § 1er, 10°, l'ONAD de la Commission communautaire commune doit établir que le sportif ou l'autre personne connaissait le statut disqualifiant du membre du personnel d'encadrement du sportif.]2
[2 ...]2
[2 ...]2
[2 Il incombe au sportif ou à l'autre personne d'établir que l'association avec le membre du personnel d'encadrement du sportif, telle que décrite au paragraphe 1er, 10°, a) et b), ne revêt pas un caractère professionnel ou sportif et/ou que cette association n'aurait pas pu raisonnablement être évitée.]2
[2 ...]2 L'ONAD de la Commission communautaire commune informe l'AMA que ce membre du personnel d'encadrement du sportif répond à l'un des critères repris au § 1er, 10°, a) à c).
Le Collège réuni arrête les modalités des procédures de notification visées dans le présent paragraphe, [2 conformément à la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractère personnel]2.
Toute organisation antidopage qui a connaissance d'un membre du personnel d'encadrement du sportif répondant aux critères décrits au § 1er, 10°, a) à c), soumet ces informations à l'AMA.]1
1° la présence d'une substance interdite, de ses métabolites ou de ses marqueurs dans un échantillon fourni par un sportif. Il incombe à chaque sportif de s'assurer qu'aucune substance interdite ne pénètre dans son organisme. Les sportifs sont responsables de toute substance interdite ou de ses métabolites ou marqueurs dont la présence est décelée dans leurs échantillons. Par conséquent, il n'est pas nécessaire de faire la preuve de l'intention, de la faute, de la négligence ou de l'usage conscient de la part du sportif pour établir une violation des règles antidopage au sens du présent alinéa;
2° l'usage ou la tentative d'usage par un sportif d'une substance interdite ou d'une méthode interdite. Il incombe à chaque sportif de faire en sorte qu'aucune substance interdite ne pénètre dans son organisme et qu'aucune méthode interdite ne soit utilisée. Par conséquent, il n'est pas nécessaire de démontrer l'intention, la faute, la négligence ou l'usage conscient de la part du sportif pour établir la violation des règles antidopage pour cause d'usage d'une substance interdite ou d'une méthode interdite.
Le succès ou l'échec de l'usage ou de la tentative d'usage d'une substance interdite ou d'une méthode interdite n'est pas déterminant. L'usage ou la tentative d'usage de la substance interdite ou de la méthode interdite suffit pour qu'il y ait violation des règles antidopage;
3° [2 le fait, pour un sportif, de se soustraire au prélèvement d'un échantillon, de refuser ou de ne pas se soumettre au prélèvement d'un échantillon, sans justification valable, après notification par une personne dûment autorisée ;]2
4° [2 toute combinaison, pour un sportif d'élite de catégorie A, sur une période de douze mois à dater du premier manquement, de trois contrôles manqués et/ou manquements à l'obligation de transmission d'informations sur la localisation, telle que définie dans le Standard international pour la gestion des résultats ;]2
5° [2 la falsification ou la tentative de falsification de tout élément du contrôle du dopage par un sportif ou une autre personne. La falsification est une conduite intentionnelle qui altère le processus de contrôle du dopage, mais sans relever de la définition de méthode interdite. La falsification inclut, notamment, le fait d'offrir ou d'accepter un pot-de-vin pour effectuer ou s'abstenir d'effectuer un acte, d'empêcher le prélèvement d'un échantillon, d'entraver ou d'empêcher l'analyse d'un échantillon, de falsifier des documents soumis à une organisation antidopage, à un comité d'AUT ou à une instance d'audition, de procurer un faux témoignage de la part d'un témoin, de commettre tout autre acte frauduleux envers l'organisation antidopage ou l'instance d'audition en vue d'entraver la gestion des résultats ou l'imposition de conséquences, ainsi que toute autre ingérence ou tentative d'ingérence intentionnelle similaire d'un autre aspect du contrôle du dopage ;]2
6° la possession :
a) par un sportif, en compétition, d'une substance ou méthode interdite en compétition, ou hors compétition, d'une substance ou méthode interdite hors compétition, à moins que le sportif n'établisse que cette possession est conforme à une AUT valablement accordée ou ne fournisse une autre justification acceptable;
b) par un membre du personnel d'encadrement du sportif, en compétition, de toute substance ou méthode interdite en compétition, ou hors compétition, de toute substance ou méthode interdite hors compétition, en lien avec un sportif, une compétition ou l'entraînement, à moins que la personne concernée ne puisse établir que cette possession est conforme à une AUT valablement accordée au sportif ou ne fournisse une autre justification acceptable;
7° le trafic ou la tentative de trafic d'une substance ou d'une méthode interdite [2 par un sportif ou une autre personne]2;
8° [2 l'administration ou la tentative d'administration, par un sportif ou une autre personne, à un sportif (i) en compétition, d'une substance ou méthode interdite en compétition, ou (ii) hors compétition, d'une substance ou méthode interdite hors compétition ;]2
9° toute assistance, incitation, contribution, conspiration, dissimulation ou toute autre forme de complicité intentionnelle impliquant une violation ou une tentative de violation des règles antidopage ou une violation de l'interdiction de participation pendant une suspension disciplinaire, [2 par un sportif ou une autre personne]2;
10° [2 toute association, à titre professionnel ou sportif, entre un sportif ou une autre personne soumise à l'autorité d'une organisation antidopage et un membre du personnel d'encadrement du sportif, lequel :
a) s'il relève de l'autorité d'une organisation antidopage, purge une période de suspension; ou
b) s'il ne relève pas de l'autorité d'une organisation antidopage, lorsqu'une suspension n'a pas été imposée dans un processus de gestion des résultats conformément au Code, a été condamné ou reconnu coupable, dans une procédure pénale, disciplinaire ou professionnelle, d'avoir adopté un comportement qui aurait constitué une violation des règles antidopage si des règles conformes au Code avaient été applicables à cette personne; ou
c) sert de couverture ou d'intermédiaire pour une personne telle que décrite au a) ou b).]2
[2 11° l'ensemble des actes commis par un sportif ou une autre personne pour décourager les signalements aux autorités ou l'ensemble des actes de représailles commis à l'encontre de tels signalements par un sportif ou une autre personne.
Lorsque ces actes ne constituent pas un fait de dopage au sens du point 5 du présent paragraphe :
a) tout acte qui menace ou cherche à intimider une autre personne dans le but de la décourager de signaler, de bonne foi, des informations relatives à une violation présumée des règles antidopage ou un défaut présumé de conformité au Code, à l'AMA, à une organisation antidopage, aux forces de l'ordre, à un organe disciplinaire réglementé ou professionnel, à une instance d'audition ou à une personne chargée de mener une enquête pour l'AMA ou une organisation antidopage ;
b) toutes représailles à l'encontre d'une personne qui, de bonne foi, a fourni des preuves ou des informations relatives à une violation présumée des règles antidopage ou un défaut présumé de conformité au Code, à l'AMA, à une organisation antidopage, aux forces de l'ordre, à un organe disciplinaire réglementé ou professionnel, à une instance d'audition ou à une personne chargée de mener une enquête pour l'AMA ou une organisation antidopage.]2
§ 2. L'association visée au § 1er, 10°, a), est interdite pendant la période de suspension.
L'association visée au § 1er, 10°, b), est interdite pendant une période de six ans à compter de la décision pénale, professionnelle ou disciplinaire, ou pendant la durée de la sanction pénale, disciplinaire ou professionnelle imposée, selon celle de ces deux périodes qui sera la plus longue.
L'association visée au § 1er, 10°, c), est interdite pendant la période durant laquelle la personne, pour compte de laquelle une tierce-personne sert de couverture ou d'intermédiaire, a interdiction de collaborer avec le sportif.
[2 Pour établir une violation du § 1er, 10°, l'ONAD de la Commission communautaire commune doit établir que le sportif ou l'autre personne connaissait le statut disqualifiant du membre du personnel d'encadrement du sportif.]2
[2 ...]2
[2 ...]2
[2 Il incombe au sportif ou à l'autre personne d'établir que l'association avec le membre du personnel d'encadrement du sportif, telle que décrite au paragraphe 1er, 10°, a) et b), ne revêt pas un caractère professionnel ou sportif et/ou que cette association n'aurait pas pu raisonnablement être évitée.]2
[2 ...]2 L'ONAD de la Commission communautaire commune informe l'AMA que ce membre du personnel d'encadrement du sportif répond à l'un des critères repris au § 1er, 10°, a) à c).
Le Collège réuni arrête les modalités des procédures de notification visées dans le présent paragraphe, [2 conformément à la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractère personnel]2.
Toute organisation antidopage qui a connaissance d'un membre du personnel d'encadrement du sportif répondant aux critères décrits au § 1er, 10°, a) à c), soumet ces informations à l'AMA.]1
Art. 8/1. [1 § 1. Het bewijs van een dopingpraktijk moet geleverd worden door de bevoegde antidopingorganisatie.
De bewijsstandaard waaraan de antidopingorganisatie moet voldoen, bestaat erin de overtreding van de antidopingregels aan te tonen ten behoeve van de tuchtrechtelijke overheid, die de zwaarwichtigheid van de beschuldiging beoordeelt. De bewijsstandaard moet in ieder geval meer zijn dan een afweging van waarschijnlijkheid, maar minder dan een bewijs boven redelijke twijfel.
Als de sporter of ieder ander persoon vermoed wordt een inbreuk te hebben gepleegd op de antidopingregels en een vermoeden moet weerleggen of specifieke feiten en omstandigheden moet bewijzen, [2 uitgezonderd in de gevallen bepaald in paragraaf 2, b) en c),]2 is de bewijsstandaard een afweging van waarschijnlijkheid.
Feiten met betrekking tot een dopingpraktijk kunnen met alle rechtsmiddelen worden vastgesteld, inclusief bekentenissen.
§ 2. Onverminderd de in § 1 bepaalde regels gelden in disciplinaire procedures de volgende bewijsregels :
a) [2 overeenkomstig artikel 3.2.1 van de Code worden analytische methoden of beslissingslimieten die door het WADA zijn goedgekeurd na overleg met de betrokken wetenschappelijke gemeenschap en die zijn onderworpen aan collegiale toetsing, verondersteld wetenschappelijk geldig te zijn. Elke sporter of andere persoon die de vervulling van de voorwaarden voor dit vermoeden of dit vermoeden van wetenschappelijke geldigheid wil aanvechten of weerleggen, moet, overeenkomstig artikel 3.2 van de Code, voor elke betwisting vooraf het WADA op de hoogte brengen van de betwisting en de redenen ervan. Het oorspronkelijke beroepsorgaan, het nationale beroepsorgaan of het CAS kan op eigen initiatief het WADA op de hoogte brengen van deze betwisting. Binnen tien dagen nadat het WADA die kennisgeving en het dossier met betrekking tot deze betwisting heeft ontvangen, heeft het WADA ook het recht om als partij te interveniëren, als amicus curiae op te treden of op een andere wijze bewijzen te leveren in de procedure. Voor de door het CAS gehoorde zaken zal op verzoek van het WADA het arbitragepanel van het CAS een gekwalificeerde wetenschappelijke expert aanstellen om hem te helpen bij de beoordeling van de betwisting.]2
b) de door het WADA geaccrediteerde of goedgekeurde laboratoria worden vermoed de analyses van monsters en de bewaarprocedures te hebben uitgevoerd in overeenstemming met de Internationale Standaard voor laboratoria. De sporter of een andere persoon kan dat vermoeden weerleggen door aan te tonen dat een afwijking van de Internationale Standaard voor laboratoria heeft plaatsgevonden die redelijkerwijs het afwijkende analyseresultaat kan hebben veroorzaakt. In het geval bedoeld in het vorige lid, als de sporter of de andere persoon het vermoeden weerlegt, moet de bevoegde antidopingorganisatie, volgens het geval, aantonen dat die afwijking het afwijkende analyseresultaat niet heeft veroorzaakt;
c) [2 overeenkomstig artikel 3.2.3 van de Code maken de afwijkingen van elke andere internationale standaard of van elke andere antidopingregel of elk antidopingbeginsel die in de Code of in de regels van een antidopingorganisatie vermeld zijn, de analyseresultaten of de andere bewijzen van een overtreding van de antidopingregels niet ongeldig en vormen zij geen verweer tegen een overtreding van de antidopingregels. Indien de sporter of de andere persoon echter aantoont dat een afwijking van een van de specifieke bepalingen van de hieronder vermelde internationale standaarden redelijkerwijze zou kunnen hebben geleid tot het overtreden van de antidopingregels op grond van een afwijkend analyseresultaat of van een tekortkoming in de verplichtingen van het doorgeven van de verblijfsgegevens, moet de bevoegde antidopingorganisatie aantonen dat die afwijking het afwijkend analyseresultaat, de antidopingovertreding of de tekortkoming in de verplichtingen van het doorgeven van de verblijfsgegevens niet heeft veroorzaakt:
1° indien een afwijking van de Internationale Standaard voor dopingtests en onderzoeken met betrekking tot de afname of verwerking van de monsters redelijkerwijze zou kunnen hebben geleid tot het overtreden van de antidopingregels, op grond van een afwijkend analyseresultaat;
2° indien een afwijking van de Internationale Standaard voor resultatenbeheer of de Internationale Standaard voor dopingtests en onderzoeken met betrekking tot een resultaat van een afwijkend paspoort redelijkerwijze zou kunnen hebben geleid tot het overtreden van de antidopingregels;
3° indien een afwijking van de Internationale Standaard voor resultatenbeheer met betrekking tot de eis om een sporter op de hoogte te brengen van het openen van monster B redelijkerwijze zou kunnen hebben geleid tot het overtreden van de antidopingregels op basis van een afwijkend analyseresultaat;
4° indien een afwijking van de Internationale Standaard voor resultatenbeheer met betrekking tot de kennisgeving van de sporter redelijkerwijze zou kunnen hebben geleid tot het overtreden van de antidopingregels op basis van een tekortkoming in de verplichtingen van het doorgeven van de verblijfsgegevens.]2
d) feiten die worden aangetoond op grond van een beslissing van een rechtbank of een bevoegd professioneel disciplinair orgaan waartegen geen beroepsprocedure loopt, vormen een onweerlegbaar bewijs van de feiten tegen de sporter of de andere persoon op wie de beslissing betrekking heeft, tenzij de sporter of de andere persoon aantoont dat de beslissing de principes van billijke rechtsbedeling schendt;
e) de disciplinaire commissie die optreedt in een hoorzitting over een dopingpraktijk, mag een negatieve gevolgtrekking maken ten aanzien van een sporter of de andere persoon die wordt beschuldigd van de dopingovertreding op basis van de weigering van de sporter of de andere persoon, nadat hij daarvoor redelijke tijd voor de zitting is opgeroepen om te verschijnen [2 (in persoon of via videoconferentie, overeenkomstig de instructies van de disciplinaire commissie)]2, en om de vragen van de disciplinaire commissie, gemachtigd met toepassing van artikel 30, of de antidopingorganisatie die de dopingovertreding ten laste legt, te beantwoorden.
§ 3. Onverminderd de bepalingen bepaald in de voorgaande paragrafen, [2 wordt een dopingfeit vastgesteld zoals vermeld in artikel 8, § 1, 1°,]2 in elk van de volgende gevallen :
1° de aanwezigheid van een verboden stof of metabolieten of markers ervan in het A-monster van de sporter, waarbij de sporter geen analyse vraagt van het B-monster en het B-monster niet wordt geanalyseerd;
2° de analyse van het B-monster bevestigt de aanwezigheid van een verboden stof of metabolieten of markers ervan in het A-monster van de sporter;
3° [2 indien het A- of B-monster van de sporter in twee delen wordt gesplitst en de analyse van het bevestigende deel van het monster de aanwezigheid bevestigt van de verboden stof of de metabolieten of markers ervan die in het eerste deel van het gesplitste monster werden aangetroffen, of indien de sporter afziet van de analyse van het bevestigende deel van het gesplitste monster.]2
[2 Met uitzondering van de stoffen waarvoor in de verboden Lijst of in een technisch document van WADA een beslissingslimiet is opgegeven, vormt de aanwezigheid van om het even welke gemelde hoeveelheid van een verboden stof of de metabolieten of markers daarvan in een monster van een sporter een overtreding van de antidopingregels.]2
[2 Als uitzondering op de algemene regel van artikel 2.1 van de Code, kunnen de verboden Lijst, de Internationale Standaarden of de Technische documenten echter specifieke criteria vaststellen voor de beoordeling of melding van bepaalde verboden stoffen.]2
De bewijsstandaard waaraan de antidopingorganisatie moet voldoen, bestaat erin de overtreding van de antidopingregels aan te tonen ten behoeve van de tuchtrechtelijke overheid, die de zwaarwichtigheid van de beschuldiging beoordeelt. De bewijsstandaard moet in ieder geval meer zijn dan een afweging van waarschijnlijkheid, maar minder dan een bewijs boven redelijke twijfel.
Als de sporter of ieder ander persoon vermoed wordt een inbreuk te hebben gepleegd op de antidopingregels en een vermoeden moet weerleggen of specifieke feiten en omstandigheden moet bewijzen, [2 uitgezonderd in de gevallen bepaald in paragraaf 2, b) en c),]2 is de bewijsstandaard een afweging van waarschijnlijkheid.
Feiten met betrekking tot een dopingpraktijk kunnen met alle rechtsmiddelen worden vastgesteld, inclusief bekentenissen.
§ 2. Onverminderd de in § 1 bepaalde regels gelden in disciplinaire procedures de volgende bewijsregels :
a) [2 overeenkomstig artikel 3.2.1 van de Code worden analytische methoden of beslissingslimieten die door het WADA zijn goedgekeurd na overleg met de betrokken wetenschappelijke gemeenschap en die zijn onderworpen aan collegiale toetsing, verondersteld wetenschappelijk geldig te zijn. Elke sporter of andere persoon die de vervulling van de voorwaarden voor dit vermoeden of dit vermoeden van wetenschappelijke geldigheid wil aanvechten of weerleggen, moet, overeenkomstig artikel 3.2 van de Code, voor elke betwisting vooraf het WADA op de hoogte brengen van de betwisting en de redenen ervan. Het oorspronkelijke beroepsorgaan, het nationale beroepsorgaan of het CAS kan op eigen initiatief het WADA op de hoogte brengen van deze betwisting. Binnen tien dagen nadat het WADA die kennisgeving en het dossier met betrekking tot deze betwisting heeft ontvangen, heeft het WADA ook het recht om als partij te interveniëren, als amicus curiae op te treden of op een andere wijze bewijzen te leveren in de procedure. Voor de door het CAS gehoorde zaken zal op verzoek van het WADA het arbitragepanel van het CAS een gekwalificeerde wetenschappelijke expert aanstellen om hem te helpen bij de beoordeling van de betwisting.]2
b) de door het WADA geaccrediteerde of goedgekeurde laboratoria worden vermoed de analyses van monsters en de bewaarprocedures te hebben uitgevoerd in overeenstemming met de Internationale Standaard voor laboratoria. De sporter of een andere persoon kan dat vermoeden weerleggen door aan te tonen dat een afwijking van de Internationale Standaard voor laboratoria heeft plaatsgevonden die redelijkerwijs het afwijkende analyseresultaat kan hebben veroorzaakt. In het geval bedoeld in het vorige lid, als de sporter of de andere persoon het vermoeden weerlegt, moet de bevoegde antidopingorganisatie, volgens het geval, aantonen dat die afwijking het afwijkende analyseresultaat niet heeft veroorzaakt;
c) [2 overeenkomstig artikel 3.2.3 van de Code maken de afwijkingen van elke andere internationale standaard of van elke andere antidopingregel of elk antidopingbeginsel die in de Code of in de regels van een antidopingorganisatie vermeld zijn, de analyseresultaten of de andere bewijzen van een overtreding van de antidopingregels niet ongeldig en vormen zij geen verweer tegen een overtreding van de antidopingregels. Indien de sporter of de andere persoon echter aantoont dat een afwijking van een van de specifieke bepalingen van de hieronder vermelde internationale standaarden redelijkerwijze zou kunnen hebben geleid tot het overtreden van de antidopingregels op grond van een afwijkend analyseresultaat of van een tekortkoming in de verplichtingen van het doorgeven van de verblijfsgegevens, moet de bevoegde antidopingorganisatie aantonen dat die afwijking het afwijkend analyseresultaat, de antidopingovertreding of de tekortkoming in de verplichtingen van het doorgeven van de verblijfsgegevens niet heeft veroorzaakt:
1° indien een afwijking van de Internationale Standaard voor dopingtests en onderzoeken met betrekking tot de afname of verwerking van de monsters redelijkerwijze zou kunnen hebben geleid tot het overtreden van de antidopingregels, op grond van een afwijkend analyseresultaat;
2° indien een afwijking van de Internationale Standaard voor resultatenbeheer of de Internationale Standaard voor dopingtests en onderzoeken met betrekking tot een resultaat van een afwijkend paspoort redelijkerwijze zou kunnen hebben geleid tot het overtreden van de antidopingregels;
3° indien een afwijking van de Internationale Standaard voor resultatenbeheer met betrekking tot de eis om een sporter op de hoogte te brengen van het openen van monster B redelijkerwijze zou kunnen hebben geleid tot het overtreden van de antidopingregels op basis van een afwijkend analyseresultaat;
4° indien een afwijking van de Internationale Standaard voor resultatenbeheer met betrekking tot de kennisgeving van de sporter redelijkerwijze zou kunnen hebben geleid tot het overtreden van de antidopingregels op basis van een tekortkoming in de verplichtingen van het doorgeven van de verblijfsgegevens.]2
d) feiten die worden aangetoond op grond van een beslissing van een rechtbank of een bevoegd professioneel disciplinair orgaan waartegen geen beroepsprocedure loopt, vormen een onweerlegbaar bewijs van de feiten tegen de sporter of de andere persoon op wie de beslissing betrekking heeft, tenzij de sporter of de andere persoon aantoont dat de beslissing de principes van billijke rechtsbedeling schendt;
e) de disciplinaire commissie die optreedt in een hoorzitting over een dopingpraktijk, mag een negatieve gevolgtrekking maken ten aanzien van een sporter of de andere persoon die wordt beschuldigd van de dopingovertreding op basis van de weigering van de sporter of de andere persoon, nadat hij daarvoor redelijke tijd voor de zitting is opgeroepen om te verschijnen [2 (in persoon of via videoconferentie, overeenkomstig de instructies van de disciplinaire commissie)]2, en om de vragen van de disciplinaire commissie, gemachtigd met toepassing van artikel 30, of de antidopingorganisatie die de dopingovertreding ten laste legt, te beantwoorden.
§ 3. Onverminderd de bepalingen bepaald in de voorgaande paragrafen, [2 wordt een dopingfeit vastgesteld zoals vermeld in artikel 8, § 1, 1°,]2 in elk van de volgende gevallen :
1° de aanwezigheid van een verboden stof of metabolieten of markers ervan in het A-monster van de sporter, waarbij de sporter geen analyse vraagt van het B-monster en het B-monster niet wordt geanalyseerd;
2° de analyse van het B-monster bevestigt de aanwezigheid van een verboden stof of metabolieten of markers ervan in het A-monster van de sporter;
3° [2 indien het A- of B-monster van de sporter in twee delen wordt gesplitst en de analyse van het bevestigende deel van het monster de aanwezigheid bevestigt van de verboden stof of de metabolieten of markers ervan die in het eerste deel van het gesplitste monster werden aangetroffen, of indien de sporter afziet van de analyse van het bevestigende deel van het gesplitste monster.]2
[2 Met uitzondering van de stoffen waarvoor in de verboden Lijst of in een technisch document van WADA een beslissingslimiet is opgegeven, vormt de aanwezigheid van om het even welke gemelde hoeveelheid van een verboden stof of de metabolieten of markers daarvan in een monster van een sporter een overtreding van de antidopingregels.]2
[2 Als uitzondering op de algemene regel van artikel 2.1 van de Code, kunnen de verboden Lijst, de Internationale Standaarden of de Technische documenten echter specifieke criteria vaststellen voor de beoordeling of melding van bepaalde verboden stoffen.]2
Art. 8/1. [1 § 1er. La charge de la preuve du dopage incombe à l'organisation antidopage compétente.
Le degré de preuve auquel l'organisation antidopage est astreinte, consiste à établir la violation des règles antidopage à la satisfaction de l'autorité disciplinaire, qui appréciera la gravité de l'allégation. Le degré de preuve, dans tous les cas, devra être plus important qu'une simple prépondérance des probabilités, mais moindre qu'une preuve au-delà du doute raisonnable.
Lorsqu'un sportif ou toute autre personne est présumé avoir commis une violation des règles antidopage et supporte la charge de renverser la présomption ou d'établir des circonstances ou des faits spécifiques, [2 sauf dans les cas prévus au paragraphe 2, b) et c),]2 le degré de preuve est établi par la prépondérance des probabilités.
Les faits liés aux violations des règles antidopage peuvent être établis par tout moyen fiable, y compris des aveux.
§ 2. Sans préjudice des règles définies au § 1er, les règles de preuve suivantes s'appliquent aux procédures disciplinaires :
a) [2 conformément à l'article 3.2.1 du Code, les méthodes d'analyse ou les limites de décision approuvées par l'AMA, après avoir été soumises à une consultation au sein de la communauté scientifique ou à une revue corrigée par les pairs, sont présumées scientifiquement valables. Tout sportif ou toute autre personne cherchant à contester la réunion des conditions à cette présomption ou à renverser cette présomption de validité scientifique devra, conformément à ce que prescrit l'article 3.2 du Code, au préalable à toute contestation, informer l'AMA de la contestation et de ses motifs. L'organe d'appel initial, l'organe d'appel national ou le TAS, de leur propre initiative, pourra informer l'AMA de cette contestation. Dans les dix jours à compter de la réception de cette notification par l'AMA et du dossier relatif à cette contestation, l'AMA aura également le droit d'intervenir en tant que partie, de comparaître en qualité d'amicus curiae ou de soumettre tout autre élément de preuve dans la procédure. Pour les affaires entendues par le TAS, à la demande l'AMA, la formation arbitrale du TAS désignera un expert scientifique qualifié afin d'aider la formation arbitrale à évaluer la contestation.]2
b) les laboratoires accrédités par l'AMA et les autres laboratoires approuvés par l'AMA sont présumés avoir effectué l'analyse des échantillons et respecté les procédures de la chaîne de sécurité, conformément au Standard international pour les laboratoires. Le sportif ou une autre personne pourra renverser cette présomption en démontrant qu'un écart par rapport au Standard international pour les laboratoires est survenu et pourrait raisonnablement avoir causé le résultat d'analyse anormal. Dans le cas visé à l'alinéa précédent, si le sportif ou l'autre personne parvient à renverser la présomption, il incombe alors à l'organisation antidopage compétente, selon les cas, de démontrer que cet écart n'est pas à l'origine du résultat d'analyse anormal;
c) [2 conformément à l'article 3.2.3 du Code, les écarts par rapport à tout autre standard international ou à toute autre règle ou politique antidopage énoncées dans le Code ou dans les règles d'une organisation antidopage n'invalideront pas les résultats d'analyse ou les autres preuves d'une violation des règles antidopage et ne constitueront pas une défense contre une violation des règles antidopage. Toutefois, si le sportif ou l'autre personne établit qu'un écart par rapport à l'une des dispositions spécifiques des standards internationaux indiquées ci-dessous pourrait raisonnablement avoir été à l'origine d'une violation des règles antidopage sur la base d'un résultat d'analyse anormal ou d'un manquement aux obligations en matière de localisation, il incombera à l'organisation antidopage compétente de démontrer que cet écart n'a pas causé le résultat d'analyse anormal, la violation antidopage ou le manquement aux obligations en matière de localisation :
1° si un écart au Standard international pour les contrôles et les enquêtes relatif au prélèvement ou à la manipulation des échantillons pourrait raisonnablement être à l'origine d'une violation des règles antidopage, sur la base d'un résultat d'analyse anormal ;
2° si un écart au Standard international pour la gestion des résultats ou au Standard international pour les contrôles et les enquêtes relatif à un résultat de passeport anormal pourrait raisonnablement être à l'origine d'une violation des règles antidopage ;
3° si un écart au Standard international pour la gestion des résultats relatif à l'exigence de notifier au sportif l'ouverture de l'échantillon B pourrait raisonnablement être à l'origine d'une violation des règles antidopage sur la base d'un résultat d'analyse anormal ;
4° si un écart par rapport au Standard international pour la gestion des résultats relatif à la notification du sportif pourrait raisonnablement être à l'origine d'une violation des règles antidopage sur la base d'un manquement aux obligations en matière de localisation.]2
d) les faits établis par une décision d'un tribunal ou d'un tribunal disciplinaire professionnel compétent qui ne fait pas l'objet d'un appel en cours constituent une preuve irréfutable des faits à l'encontre du sportif ou de l'autre personne visée par la décision, à moins que le sportif ou l'autre personne n'établisse que la décision violait les principes de justice équitable;
e) la commission disciplinaire peut, dans le cadre d'une audience relative à une violation des règles antidopage, tirer des conclusions défavorables à l'égard du sportif ou de l'autre personne qui est accusée d'une violation des règles antidopage en se fondant sur le refus du sportif ou de cette autre personne, malgré une demande dûment présentée dans un délai raisonnable avant l'audience, de comparaître [2 (en personne ou par visioconférence, selon les instructions de la commission disciplinaires)]2 et de répondre aux questions de la commission disciplinaire mandatée en application de l'article 30 ou de l'organisation antidopage qui allègue la violation d'une règle antidopage.
§ 3. Sans préjudice des dispositions fixées aux paragraphes précédents, [2 un fait de dopage au sens de l'article 8, § 1er, 1°, est établi]2 dans chacun des cas suivants :
1° la présence d'une substance interdite ou de ses métabolites ou marqueurs dans l'échantillon A du sportif lorsqu'il renonce à l'analyse de l'échantillon B et que l'échantillon B n'est pas analysé;
2° l'analyse de l'échantillon B confirme la présence de la substance interdite ou de ses métabolites ou marqueurs, qui ont été décelés dans l'échantillon A du sportif;
3° [2 lorsque l'échantillon A ou B du sportif est divisé en deux, et l'analyse de la partie de confirmation de l'échantillon confirme la présence de la substance interdite ou de ses métabolites ou marqueurs, qui ont été décelés dans la première partie de l'échantillon divisé ou le fait, pour le sportif, de renoncer à l'analyse de la partie de confirmation de l'échantillon divisé.]2
[2 A l'exception des substances pour lesquelles une limite de décision est précisée dans la Liste des interdictions ou un document technique de l'AMA, la présence de toute quantité rapportée d'une substance interdite ou de ses métabolites ou marqueurs dans l'échantillon d'un sportif, constitue une violation des règles antidopage.]2
[2 A titre d'exception à la règle générale de l'article 2.1 du Code, la Liste des interdictions, les standards internationaux ou les documents techniques peuvent toutefois prévoir des critères particuliers d'évaluation ou de rapportage de certaines substances interdites.]2]1
Le degré de preuve auquel l'organisation antidopage est astreinte, consiste à établir la violation des règles antidopage à la satisfaction de l'autorité disciplinaire, qui appréciera la gravité de l'allégation. Le degré de preuve, dans tous les cas, devra être plus important qu'une simple prépondérance des probabilités, mais moindre qu'une preuve au-delà du doute raisonnable.
Lorsqu'un sportif ou toute autre personne est présumé avoir commis une violation des règles antidopage et supporte la charge de renverser la présomption ou d'établir des circonstances ou des faits spécifiques, [2 sauf dans les cas prévus au paragraphe 2, b) et c),]2 le degré de preuve est établi par la prépondérance des probabilités.
Les faits liés aux violations des règles antidopage peuvent être établis par tout moyen fiable, y compris des aveux.
§ 2. Sans préjudice des règles définies au § 1er, les règles de preuve suivantes s'appliquent aux procédures disciplinaires :
a) [2 conformément à l'article 3.2.1 du Code, les méthodes d'analyse ou les limites de décision approuvées par l'AMA, après avoir été soumises à une consultation au sein de la communauté scientifique ou à une revue corrigée par les pairs, sont présumées scientifiquement valables. Tout sportif ou toute autre personne cherchant à contester la réunion des conditions à cette présomption ou à renverser cette présomption de validité scientifique devra, conformément à ce que prescrit l'article 3.2 du Code, au préalable à toute contestation, informer l'AMA de la contestation et de ses motifs. L'organe d'appel initial, l'organe d'appel national ou le TAS, de leur propre initiative, pourra informer l'AMA de cette contestation. Dans les dix jours à compter de la réception de cette notification par l'AMA et du dossier relatif à cette contestation, l'AMA aura également le droit d'intervenir en tant que partie, de comparaître en qualité d'amicus curiae ou de soumettre tout autre élément de preuve dans la procédure. Pour les affaires entendues par le TAS, à la demande l'AMA, la formation arbitrale du TAS désignera un expert scientifique qualifié afin d'aider la formation arbitrale à évaluer la contestation.]2
b) les laboratoires accrédités par l'AMA et les autres laboratoires approuvés par l'AMA sont présumés avoir effectué l'analyse des échantillons et respecté les procédures de la chaîne de sécurité, conformément au Standard international pour les laboratoires. Le sportif ou une autre personne pourra renverser cette présomption en démontrant qu'un écart par rapport au Standard international pour les laboratoires est survenu et pourrait raisonnablement avoir causé le résultat d'analyse anormal. Dans le cas visé à l'alinéa précédent, si le sportif ou l'autre personne parvient à renverser la présomption, il incombe alors à l'organisation antidopage compétente, selon les cas, de démontrer que cet écart n'est pas à l'origine du résultat d'analyse anormal;
c) [2 conformément à l'article 3.2.3 du Code, les écarts par rapport à tout autre standard international ou à toute autre règle ou politique antidopage énoncées dans le Code ou dans les règles d'une organisation antidopage n'invalideront pas les résultats d'analyse ou les autres preuves d'une violation des règles antidopage et ne constitueront pas une défense contre une violation des règles antidopage. Toutefois, si le sportif ou l'autre personne établit qu'un écart par rapport à l'une des dispositions spécifiques des standards internationaux indiquées ci-dessous pourrait raisonnablement avoir été à l'origine d'une violation des règles antidopage sur la base d'un résultat d'analyse anormal ou d'un manquement aux obligations en matière de localisation, il incombera à l'organisation antidopage compétente de démontrer que cet écart n'a pas causé le résultat d'analyse anormal, la violation antidopage ou le manquement aux obligations en matière de localisation :
1° si un écart au Standard international pour les contrôles et les enquêtes relatif au prélèvement ou à la manipulation des échantillons pourrait raisonnablement être à l'origine d'une violation des règles antidopage, sur la base d'un résultat d'analyse anormal ;
2° si un écart au Standard international pour la gestion des résultats ou au Standard international pour les contrôles et les enquêtes relatif à un résultat de passeport anormal pourrait raisonnablement être à l'origine d'une violation des règles antidopage ;
3° si un écart au Standard international pour la gestion des résultats relatif à l'exigence de notifier au sportif l'ouverture de l'échantillon B pourrait raisonnablement être à l'origine d'une violation des règles antidopage sur la base d'un résultat d'analyse anormal ;
4° si un écart par rapport au Standard international pour la gestion des résultats relatif à la notification du sportif pourrait raisonnablement être à l'origine d'une violation des règles antidopage sur la base d'un manquement aux obligations en matière de localisation.]2
d) les faits établis par une décision d'un tribunal ou d'un tribunal disciplinaire professionnel compétent qui ne fait pas l'objet d'un appel en cours constituent une preuve irréfutable des faits à l'encontre du sportif ou de l'autre personne visée par la décision, à moins que le sportif ou l'autre personne n'établisse que la décision violait les principes de justice équitable;
e) la commission disciplinaire peut, dans le cadre d'une audience relative à une violation des règles antidopage, tirer des conclusions défavorables à l'égard du sportif ou de l'autre personne qui est accusée d'une violation des règles antidopage en se fondant sur le refus du sportif ou de cette autre personne, malgré une demande dûment présentée dans un délai raisonnable avant l'audience, de comparaître [2 (en personne ou par visioconférence, selon les instructions de la commission disciplinaires)]2 et de répondre aux questions de la commission disciplinaire mandatée en application de l'article 30 ou de l'organisation antidopage qui allègue la violation d'une règle antidopage.
§ 3. Sans préjudice des dispositions fixées aux paragraphes précédents, [2 un fait de dopage au sens de l'article 8, § 1er, 1°, est établi]2 dans chacun des cas suivants :
1° la présence d'une substance interdite ou de ses métabolites ou marqueurs dans l'échantillon A du sportif lorsqu'il renonce à l'analyse de l'échantillon B et que l'échantillon B n'est pas analysé;
2° l'analyse de l'échantillon B confirme la présence de la substance interdite ou de ses métabolites ou marqueurs, qui ont été décelés dans l'échantillon A du sportif;
3° [2 lorsque l'échantillon A ou B du sportif est divisé en deux, et l'analyse de la partie de confirmation de l'échantillon confirme la présence de la substance interdite ou de ses métabolites ou marqueurs, qui ont été décelés dans la première partie de l'échantillon divisé ou le fait, pour le sportif, de renoncer à l'analyse de la partie de confirmation de l'échantillon divisé.]2
[2 A l'exception des substances pour lesquelles une limite de décision est précisée dans la Liste des interdictions ou un document technique de l'AMA, la présence de toute quantité rapportée d'une substance interdite ou de ses métabolites ou marqueurs dans l'échantillon d'un sportif, constitue une violation des règles antidopage.]2
[2 A titre d'exception à la règle générale de l'article 2.1 du Code, la Liste des interdictions, les standards internationaux ou les documents techniques peuvent toutefois prévoir des critères particuliers d'évaluation ou de rapportage de certaines substances interdites.]2]1
Art. 9. Het Verenigd College besluit over de verboden lijst en de herzieningen ervan binnen drie maanden na de aanname ervan door het WADA.
Art. 9. Le Collège réuni arrête, dans les trois mois de leur adoption par l'AMA, la liste des interdictions et ses mises à jour.
Art. 10. § 1. [1 De aanwezigheid van een verboden stof of metabolieten of [2 markers ervan, het gebruik]2 of de poging tot gebruik, het bezit, de toediening of de poging tot toediening van een verboden stof vormen geen dopingpraktijk als ze in overeenstemming zijn met de bepalingen van een toestemming voor gebruik wegens therapeutische noodzaak, afgeleverd [2 overeenkomstig de Internationale Standaard houdende toestemming voor gebruik wegens therapeutische noodzaak]2.]1
§ 2. Het Verenigd College bepaalt de procedure tot toestemming voor gebruik wegens therapeutische noodzaak van verboden stoffen of methodes, [2 overeenkomstig de Internationale Standaard houdende toestemming voor gebruik wegens therapeutische noodzaak]2.
§ 3. Het richt daartoe een commissie van onafhankelijke geneesheren op, samengesteld uit ten minste drie leden, belast met het uitreiken van deze toestemmingen.
Het Verenigd College stelt de samenstelling, de werking, de wijze van vergoeding van zijn leden, alsmede de beroepsprocedure ervan vast. [2 De sporter kan tegen de beslissing van de in het eerste lid bedoelde commissie in beroep gaan bij het CAS, overeenkomstig artikel 35/1 van deze ordonnantie en artikel 13 van de Code.]2
§ 4. [1 Alle sporters zijn onderworpen aan de verplichtingen inzake de toestemmingen voor gebruik wegens therapeutische noodzaak, [2 overeenkomstig de Internationale Standaard houdende toestemming voor gebruik wegens therapeutische noodzaak]2.
De commissie is niet bevoegd ten opzichte van de elitesporters van internationaal niveau, die, [2 met toepassing van de Internationale Standaard houdende toestemming voor gebruik wegens therapeutische noodzaak]2, verplicht zijn hun aanvraag tot toestemming voor gebruik wegens therapeutische noodzaak of hun aanvraag tot erkenning van een door een NADO afgeleverde TTN in te dienen bij de internationale [2 ...]2 sportvereniging waarvan ze afhangen.]1
De sporter die een aanvraag tot toestemming van gebruik wegens therapeutische noodzaak bij een andere overheid of sportvereniging die door het WADA als antidopingorganisatie is erkend, heeft ingediend, mag geen aanvraag indienen die berust op dezelfde redenen bij de commissie.
De beslissingen van de commissie worden gemotiveerd en betekend binnen 15 werkdagen vanaf de ontvangst van de aanvraag tot toestemming.
De commissie waarborgt overeenkomstig artikel 12 de strikte bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de sporters bij de verwerking van persoonlijke gezondheidsgegevens die haar zijn toevertrouwd.
De commissie kan het door haar nuttig geachte advies inwinnen van medische of wetenschappelijke deskundigen volgens de modaliteiten bepaald door het Verenigd College. Alle aan deze experten bezorgde informatie gebeurt anoniem en de verwerking ervan gebeurt met de meest strikte vertrouwelijkheid, onder de verantwoordelijkheid van de leden van de commissie.
§ 5. De door een overheid of een sportvereniging [2 overeenkomstig de Internationale Standaard houdende toestemming voor gebruik wegens therapeutische noodzaak]2 verleende toestemmingen voor gebruik wegens therapeutische noodzaak zijn erkend in het tweetalige gebied van Brussel-Hoofdstad.
§ 6. [1 Breedtesporters [2 en recreatiesporters]2 kunnen een toestemming voor gebruik wegens therapeutische noodzaak aanvragen en verkrijgen op retroactieve wijze en met terugwerkende kracht.
Het Verenigd College bepaalt de nadere regels voor de in het vorige lid bedoelde procedure.]1.
§ 2. Het Verenigd College bepaalt de procedure tot toestemming voor gebruik wegens therapeutische noodzaak van verboden stoffen of methodes, [2 overeenkomstig de Internationale Standaard houdende toestemming voor gebruik wegens therapeutische noodzaak]2.
§ 3. Het richt daartoe een commissie van onafhankelijke geneesheren op, samengesteld uit ten minste drie leden, belast met het uitreiken van deze toestemmingen.
Het Verenigd College stelt de samenstelling, de werking, de wijze van vergoeding van zijn leden, alsmede de beroepsprocedure ervan vast. [2 De sporter kan tegen de beslissing van de in het eerste lid bedoelde commissie in beroep gaan bij het CAS, overeenkomstig artikel 35/1 van deze ordonnantie en artikel 13 van de Code.]2
§ 4. [1 Alle sporters zijn onderworpen aan de verplichtingen inzake de toestemmingen voor gebruik wegens therapeutische noodzaak, [2 overeenkomstig de Internationale Standaard houdende toestemming voor gebruik wegens therapeutische noodzaak]2.
De commissie is niet bevoegd ten opzichte van de elitesporters van internationaal niveau, die, [2 met toepassing van de Internationale Standaard houdende toestemming voor gebruik wegens therapeutische noodzaak]2, verplicht zijn hun aanvraag tot toestemming voor gebruik wegens therapeutische noodzaak of hun aanvraag tot erkenning van een door een NADO afgeleverde TTN in te dienen bij de internationale [2 ...]2 sportvereniging waarvan ze afhangen.]1
De sporter die een aanvraag tot toestemming van gebruik wegens therapeutische noodzaak bij een andere overheid of sportvereniging die door het WADA als antidopingorganisatie is erkend, heeft ingediend, mag geen aanvraag indienen die berust op dezelfde redenen bij de commissie.
De beslissingen van de commissie worden gemotiveerd en betekend binnen 15 werkdagen vanaf de ontvangst van de aanvraag tot toestemming.
De commissie waarborgt overeenkomstig artikel 12 de strikte bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de sporters bij de verwerking van persoonlijke gezondheidsgegevens die haar zijn toevertrouwd.
De commissie kan het door haar nuttig geachte advies inwinnen van medische of wetenschappelijke deskundigen volgens de modaliteiten bepaald door het Verenigd College. Alle aan deze experten bezorgde informatie gebeurt anoniem en de verwerking ervan gebeurt met de meest strikte vertrouwelijkheid, onder de verantwoordelijkheid van de leden van de commissie.
§ 5. De door een overheid of een sportvereniging [2 overeenkomstig de Internationale Standaard houdende toestemming voor gebruik wegens therapeutische noodzaak]2 verleende toestemmingen voor gebruik wegens therapeutische noodzaak zijn erkend in het tweetalige gebied van Brussel-Hoofdstad.
§ 6. [1 Breedtesporters [2 en recreatiesporters]2 kunnen een toestemming voor gebruik wegens therapeutische noodzaak aanvragen en verkrijgen op retroactieve wijze en met terugwerkende kracht.
Het Verenigd College bepaalt de nadere regels voor de in het vorige lid bedoelde procedure.]1.
Art. 10. § 1er. [1 La présence d'une substance interdite ou de ses métabolites ou marqueurs, [2 ...]2 l'usage, la tentative d'usage, la possession, l'administration ou la tentative d'administration d'une substance interdite ou d'une méthode interdite ne sont pas constitutifs de dopage, lorsqu'ils sont compatibles avec les dispositions d'une autorisation d'usage à des fins thérapeutiques, délivrée [2 en conformité avec le Standard international pour les autorisations d'usage à des fins thérapeutiques]2.]1
§ 2. Le Collège réuni fixe la procédure d'autorisation d'usage de substances ou méthodes interdites à des fins thérapeutiques, [2 conformément au Standard international pour les autorisations d'usage à des fins thérapeutiques]2.
§ 3. Il crée, à cet effet, une commission de médecins indépendants composée de trois membres au minimum, chargée de délivrer ces autorisations.
Le Collège réuni en fixe la composition, le fonctionnement, le mode de rétribution de ses membres ainsi que la procédure de recours. [2 Le sportif peut faire appel de la décision rendue par la Commission visée à l'alinéa 1er auprès du TAS, conformément à l'article 35/1 de la présente ordonnance et à l'article 13 du Code.]2
§ 4.[1 Tous les sportifs sont soumis aux obligations relatives aux autorisations d'usage à des fins thérapeutiques, [2 conformément au Standard international pour les autorisations d'usage à des fins thérapeutiques]2.
La Commission n'est pas compétente à l'égard des sportifs d'élite de niveau international, lesquels sont, [2 en application du Standard international pour les autorisations d'usage à des fins thérapeutiques]2, tenus d'introduire leur demande d'autorisation d'usage à des fins thérapeutiques, ou leur demande de reconnaissance d'une AUT délivrée par une ONAD, auprès de l'association sportive internationale [2 ...]2 dont ils dépendent.]1
Le sportif qui a introduit une demande d'autorisation d'usage à des fins thérapeutiques auprès d'une autre autorité publique ou association sportive, reconnue comme organisation antidopage par l'AMA, ne peut pas introduire une demande auprès de la commission, fondée sur les mêmes motifs.
Les décisions de la commission sont motivées et notifiées dans les 15 jours ouvrables de la réception de la demande d'autorisation.
La commission garantit, conformément à l'article 12, le strict respect de la vie privée des sportifs, lors du traitement des données personnelles de santé qui lui sont confiées.
La commission peut solliciter l'avis d'experts médicaux ou scientifiques qu'elle juge appropriés, suivant les modalités déterminées par le Collège réuni. Toutes les informations transmises à ces experts sont rendues anonymes et leur traitement est réalisé dans la plus stricte confidentialité, sous la responsabilité des membres de la commission.
§ 5. Les autorisations d'usage à des fins thérapeutiques délivrées par une autorité publique ou une association sportive [2 conformément au Standard international pour les autorisations d'usage à des fins thérapeutiques]2 sont reconnues sur le territoire de la région bilingue de Bruxelles-Capitale.
§ 6. [1 Les sportifs amateurs [2 et les sportifs récréatifs]2 peuvent demander et obtenir une autorisation d'usage à des fins thérapeutiques de manière rétroactive et avec effet rétroactif.
Le Collège réuni détermine les modalités de la procédure visée à l'alinéa précédent]1.
§ 2. Le Collège réuni fixe la procédure d'autorisation d'usage de substances ou méthodes interdites à des fins thérapeutiques, [2 conformément au Standard international pour les autorisations d'usage à des fins thérapeutiques]2.
§ 3. Il crée, à cet effet, une commission de médecins indépendants composée de trois membres au minimum, chargée de délivrer ces autorisations.
Le Collège réuni en fixe la composition, le fonctionnement, le mode de rétribution de ses membres ainsi que la procédure de recours. [2 Le sportif peut faire appel de la décision rendue par la Commission visée à l'alinéa 1er auprès du TAS, conformément à l'article 35/1 de la présente ordonnance et à l'article 13 du Code.]2
§ 4.[1 Tous les sportifs sont soumis aux obligations relatives aux autorisations d'usage à des fins thérapeutiques, [2 conformément au Standard international pour les autorisations d'usage à des fins thérapeutiques]2.
La Commission n'est pas compétente à l'égard des sportifs d'élite de niveau international, lesquels sont, [2 en application du Standard international pour les autorisations d'usage à des fins thérapeutiques]2, tenus d'introduire leur demande d'autorisation d'usage à des fins thérapeutiques, ou leur demande de reconnaissance d'une AUT délivrée par une ONAD, auprès de l'association sportive internationale [2 ...]2 dont ils dépendent.]1
Le sportif qui a introduit une demande d'autorisation d'usage à des fins thérapeutiques auprès d'une autre autorité publique ou association sportive, reconnue comme organisation antidopage par l'AMA, ne peut pas introduire une demande auprès de la commission, fondée sur les mêmes motifs.
Les décisions de la commission sont motivées et notifiées dans les 15 jours ouvrables de la réception de la demande d'autorisation.
La commission garantit, conformément à l'article 12, le strict respect de la vie privée des sportifs, lors du traitement des données personnelles de santé qui lui sont confiées.
La commission peut solliciter l'avis d'experts médicaux ou scientifiques qu'elle juge appropriés, suivant les modalités déterminées par le Collège réuni. Toutes les informations transmises à ces experts sont rendues anonymes et leur traitement est réalisé dans la plus stricte confidentialité, sous la responsabilité des membres de la commission.
§ 5. Les autorisations d'usage à des fins thérapeutiques délivrées par une autorité publique ou une association sportive [2 conformément au Standard international pour les autorisations d'usage à des fins thérapeutiques]2 sont reconnues sur le territoire de la région bilingue de Bruxelles-Capitale.
§ 6. [1 Les sportifs amateurs [2 et les sportifs récréatifs]2 peuvent demander et obtenir une autorisation d'usage à des fins thérapeutiques de manière rétroactive et avec effet rétroactif.
Le Collège réuni détermine les modalités de la procédure visée à l'alinéa précédent]1.
Art. 11. In het kader van de dopingbestrijding is het Verenigd College belast met :
1° het samenwerken met andere antidopingorganisaties [1 en met name om in hun naam en voor hun rekening dopingcontroles uit te voeren in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, volgens de door hem vastgestelde nadere regels]1;
2° het aanmoedigen van wederzijdse dopingcontroles tussen antidopingorganisaties [1 nationale of internationale]1;
3° het stimuleren van antidopingonderzoek;
4° het plannen, implementeren van en toezicht houden op de informatie- en scholingsprogramma's over antidoping, met name de informatie van de sporters met betrekking tot de bescherming van hun privéleven tijdens de verwerking van hun persoonsgegevens [1 overeenkomstig de door de Internationale Standaard voor educatie bepaalde criteria]1;
5° het Wada op de hoogte te brengen van de uitgevoerde controles;
6° het jaarverslag van haar activiteiten op het gebied van dopingcontrole te publiceren en een exemplaar hiervan te verstrekken aan het WADA.
[1 Met het oog op de toepassing van het eerste lid kan de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie op verzoek van andere antidopingorganisaties of sportverenigingen tegen kostprijs de middelen ter beschikking stellen die nodig zijn voor de uitvoering en de verwerking van de dopingcontroles.]1
[1 De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie is onafhankelijk in haar operationele beslissingen en activiteiten ten opzichte van de sport en de uitvoerende macht.]1
1° het samenwerken met andere antidopingorganisaties [1 en met name om in hun naam en voor hun rekening dopingcontroles uit te voeren in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, volgens de door hem vastgestelde nadere regels]1;
2° het aanmoedigen van wederzijdse dopingcontroles tussen antidopingorganisaties [1 nationale of internationale]1;
3° het stimuleren van antidopingonderzoek;
4° het plannen, implementeren van en toezicht houden op de informatie- en scholingsprogramma's over antidoping, met name de informatie van de sporters met betrekking tot de bescherming van hun privéleven tijdens de verwerking van hun persoonsgegevens [1 overeenkomstig de door de Internationale Standaard voor educatie bepaalde criteria]1;
5° het Wada op de hoogte te brengen van de uitgevoerde controles;
6° het jaarverslag van haar activiteiten op het gebied van dopingcontrole te publiceren en een exemplaar hiervan te verstrekken aan het WADA.
[1 Met het oog op de toepassing van het eerste lid kan de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie op verzoek van andere antidopingorganisaties of sportverenigingen tegen kostprijs de middelen ter beschikking stellen die nodig zijn voor de uitvoering en de verwerking van de dopingcontroles.]1
[1 De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie is onafhankelijk in haar operationele beslissingen en activiteiten ten opzichte van de sport en de uitvoerende macht.]1
Art. 11. Dans le cadre de la lutte contre le dopage, le Collège réuni est chargé :
1° de coopérer avec d'autres organisations antidopage [1 t notamment de réaliser en leur nom et pour leur compte des contrôles antidopage sur le territoire de la région bilingue de Bruxelles-Capitale, selon les modalités fixées par lui]1;
2° d'encourager les contrôles réciproques entre organisations antidopage [1 nationales ou internationales]1;
3° de promouvoir la recherche antidopage;
4° de planifier, mettre en place et surveiller les programmes d'information et d'éducation antidopage, notamment l'information des sportifs en ce qui concerne le respect de leur vie privée lors du traitement de leurs données personnelles [1 conformément aux critères déterminés par le Standard international pour l'éducation]1;
5° d'informer l'AMA des contrôles effectués;
6° de publier le rapport annuel de ses activités de contrôle du dopage, dont un exemplaire est transmis à l'AMA.
[1 Aux fins de l'application de l'alinéa 1er, à la demande d'autres organisations antidopage ou d'associations sportives, l'ONAD de la Commission communautaire commune peut mettre à leur disposition, au prix de revient, les moyens nécessaires pour l'exécution et le traitement des contrôles antidopage.]1
[1 L'ONAD de la Commission communautaire commune est indépendante dans ses décisions et activités opérationnelles vis-à-vis du sport et du pouvoir exécutif.]1
1° de coopérer avec d'autres organisations antidopage [1 t notamment de réaliser en leur nom et pour leur compte des contrôles antidopage sur le territoire de la région bilingue de Bruxelles-Capitale, selon les modalités fixées par lui]1;
2° d'encourager les contrôles réciproques entre organisations antidopage [1 nationales ou internationales]1;
3° de promouvoir la recherche antidopage;
4° de planifier, mettre en place et surveiller les programmes d'information et d'éducation antidopage, notamment l'information des sportifs en ce qui concerne le respect de leur vie privée lors du traitement de leurs données personnelles [1 conformément aux critères déterminés par le Standard international pour l'éducation]1;
5° d'informer l'AMA des contrôles effectués;
6° de publier le rapport annuel de ses activités de contrôle du dopage, dont un exemplaire est transmis à l'AMA.
[1 Aux fins de l'application de l'alinéa 1er, à la demande d'autres organisations antidopage ou d'associations sportives, l'ONAD de la Commission communautaire commune peut mettre à leur disposition, au prix de revient, les moyens nécessaires pour l'exécution et le traitement des contrôles antidopage.]1
[1 L'ONAD de la Commission communautaire commune est indépendante dans ses décisions et activités opérationnelles vis-à-vis du sport et du pouvoir exécutif.]1
Wijzigingen
Art. 12. Alle informatie verzameld of meegedeeld in het kader van deze ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten, verder genaamd " de informatie ", is vertrouwelijk [2 en noodzakelijk om te voldoen aan de wettelijke en contractuele verplichtingen van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie als ondertekenaar van de Code. Deze gegevens berusten op gewichtige redenen van algemeen belang, zoals erkend door overweging 112 van de verordening 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG. Deze gegevens zijn bovendien noodzakelijk voor de vervulling van taken van algemeen belang of van taken in het kader van de uitoefening van het openbaar gezag dat aan de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie is opgedragen.]2
[2 Onverminderd eventuele aanvullende informatie die verduidelijkt wordt door het Verenigd College en die noodzakelijk is voor de uitvoering van de bepalingen van deze ordonnantie, omvat de in het eerste lid bedoelde informatie het volgende:
a) met betrekking tot de onderzoeksbevoegdheid van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, de in artikel 23/1 en bijlage 2 bedoelde informatie;
b) met betrekking tot TTN's, de in artikel 10 en bijlage 2 bedoelde informatie;
c) met betrekking tot controles, het biologisch paspoort van de sporter en het resultatenbeheer, de in artikel 16 tot en met 34 en in bijlage 2 bedoelde informatie;
d) met betrekking tot de verblijfsgegevens van sporters, de in artikel 26 en bijlage 2 bedoelde informatie;
e) met betrekking tot onderwijs en preventie, de in artikel 4 bedoelde informatie.]2
De Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie is verantwoordelijk voor de verwerking van deze gegevens. [2 Met betrekking tot de ADAMS-databank, die door het WADA beheerd wordt, is het WADA verantwoordelijk voor de verwerking van de informatie die hiermee verband houdt.]2
[2 ...]2
[2 ...]2
De verwerking van persoonsgegevens betreffende de gezondheid van sporters gebeurt onder de verantwoordelijkheid van een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg.
[2 De bewaartermijn van de gegevens die op grond van deze ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten worden verzameld en verwerkt, wordt, afhankelijk van de gegevenscategorie, verduidelijkt in bijlage 2, overeenkomstig de Internationale Standaard voor de bescherming van persoonlijke inlichtingen. De gegevens worden vernietigd zodra zij niet langer nuttig zijn voor het beoogde doel.]2
Het Verenigd College kan deze gegevens verzamelen en verwerken, zodra ze anoniem zijn gemaakt, voor statistieke doeleinden of voor de bevordering van het beleid voor de bestrijding van doping.
[1 Het Verenigd College ontwikkelt voor de sporters, de begeleiders van de sporters en de ploegverantwoordelijken, informatie- en vormingsactiviteiten die gericht zijn op het aanreiken van actuele en accurate informatie over de rechten inzake verwerking en bescherming van persoonsgegevens.]1
[2 Onverminderd eventuele aanvullende informatie die verduidelijkt wordt door het Verenigd College en die noodzakelijk is voor de uitvoering van de bepalingen van deze ordonnantie, omvat de in het eerste lid bedoelde informatie het volgende:
a) met betrekking tot de onderzoeksbevoegdheid van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, de in artikel 23/1 en bijlage 2 bedoelde informatie;
b) met betrekking tot TTN's, de in artikel 10 en bijlage 2 bedoelde informatie;
c) met betrekking tot controles, het biologisch paspoort van de sporter en het resultatenbeheer, de in artikel 16 tot en met 34 en in bijlage 2 bedoelde informatie;
d) met betrekking tot de verblijfsgegevens van sporters, de in artikel 26 en bijlage 2 bedoelde informatie;
e) met betrekking tot onderwijs en preventie, de in artikel 4 bedoelde informatie.]2
De Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie is verantwoordelijk voor de verwerking van deze gegevens. [2 Met betrekking tot de ADAMS-databank, die door het WADA beheerd wordt, is het WADA verantwoordelijk voor de verwerking van de informatie die hiermee verband houdt.]2
[2 ...]2
[2 ...]2
De verwerking van persoonsgegevens betreffende de gezondheid van sporters gebeurt onder de verantwoordelijkheid van een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg.
[2 De bewaartermijn van de gegevens die op grond van deze ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten worden verzameld en verwerkt, wordt, afhankelijk van de gegevenscategorie, verduidelijkt in bijlage 2, overeenkomstig de Internationale Standaard voor de bescherming van persoonlijke inlichtingen. De gegevens worden vernietigd zodra zij niet langer nuttig zijn voor het beoogde doel.]2
Het Verenigd College kan deze gegevens verzamelen en verwerken, zodra ze anoniem zijn gemaakt, voor statistieke doeleinden of voor de bevordering van het beleid voor de bestrijding van doping.
[1 Het Verenigd College ontwikkelt voor de sporters, de begeleiders van de sporters en de ploegverantwoordelijken, informatie- en vormingsactiviteiten die gericht zijn op het aanreiken van actuele en accurate informatie over de rechten inzake verwerking en bescherming van persoonsgegevens.]1
Art. 12. Toutes les informations recueillies ou communiquées dans le cadre de la présente ordonnance et de ses arrêtés d'exécution, ci-après les informations, sont confidentielles [2 et nécessaires au respect des obligations légales et contractuelles de l'ONAD de la Commission communautaire commune en tant que signataire du Code. Ces informations reposent sur des motifs importants d'intérêt public, comme reconnu par le considérant 112 du Règlement 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE. Elles sont, en outre, nécessaires à l'exécution de missions d'intérêt public ou relevant de l'exercice de l'autorité publique dont est investie l'ONAD de la Commission communautaire commune.]2.
[2 Sans préjudice d'éventuelles informations complémentaires précisées par le Collège réuni et nécessaires à l'exécution des dispositions de la présente ordonnance, les informations visées à l'alinéa 1er sont les suivantes :
a) s'agissant du pouvoir d'enquête de l'ONAD de la Commission communautaire commune, les informations visées à l'article 23/1 et à l'annexe 2 ;
b) s'agissant des AUT, les informations visées à l'article 10 et à l'annexe 2 ;
c) s'agissant des contrôles, du passeport biologique de l'athlète et de la gestion des résultats, les informations visées aux articles 16 à 34 et à l'annexe 2 ;
d) s'agissant de la localisation des sportifs, les informations visées à l'article 26 et à l'annexe 2 ;
e) s'agissant de l'éducation et la prévention, les informations visées à l'article 4.]2]1.
La Commission communautaire commune est le responsable du traitement des informations. [2 S'agissant de la base de données ADAMS, administrée par l'AMA, celle-ci est responsable du traitement des informations qui s'y rapportent.]2
[2 ...]2]1
[2 ...]2
Le traitement des données personnelles relatives à la santé des sportifs a lieu sous la responsabilité d'un professionnel des soins de santé.
[2 La durée de conservation des données recueillies et traitées en vertu de la présente ordonnance et de ses arrêtés d'exécution est précisée, selon la catégorie de données, à l'annexe 2, conformément au Standard international pour la protection des renseignements personnels. Les informations sont détruites dès qu'elles ne sont plus utiles aux fins qu'elles poursuivent.]2
Le Collège réuni peut collecter et traiter ces informations, une fois rendues anonymes, à des fins statistiques ou d'amélioration de la politique de lutte contre le dopage.
[1 Le Collège réuni développe pour les sportifs, le personnel d'encadrement et les responsables d'équipe, des activités d'information et de formation visant à leur fournir des informations actuelles et précises quant aux droits relatifs au traitement et à la protection des données à caractère personnel.]1
[2 Sans préjudice d'éventuelles informations complémentaires précisées par le Collège réuni et nécessaires à l'exécution des dispositions de la présente ordonnance, les informations visées à l'alinéa 1er sont les suivantes :
a) s'agissant du pouvoir d'enquête de l'ONAD de la Commission communautaire commune, les informations visées à l'article 23/1 et à l'annexe 2 ;
b) s'agissant des AUT, les informations visées à l'article 10 et à l'annexe 2 ;
c) s'agissant des contrôles, du passeport biologique de l'athlète et de la gestion des résultats, les informations visées aux articles 16 à 34 et à l'annexe 2 ;
d) s'agissant de la localisation des sportifs, les informations visées à l'article 26 et à l'annexe 2 ;
e) s'agissant de l'éducation et la prévention, les informations visées à l'article 4.]2]1.
La Commission communautaire commune est le responsable du traitement des informations. [2 S'agissant de la base de données ADAMS, administrée par l'AMA, celle-ci est responsable du traitement des informations qui s'y rapportent.]2
[2 ...]2]1
[2 ...]2
Le traitement des données personnelles relatives à la santé des sportifs a lieu sous la responsabilité d'un professionnel des soins de santé.
[2 La durée de conservation des données recueillies et traitées en vertu de la présente ordonnance et de ses arrêtés d'exécution est précisée, selon la catégorie de données, à l'annexe 2, conformément au Standard international pour la protection des renseignements personnels. Les informations sont détruites dès qu'elles ne sont plus utiles aux fins qu'elles poursuivent.]2
Le Collège réuni peut collecter et traiter ces informations, une fois rendues anonymes, à des fins statistiques ou d'amélioration de la politique de lutte contre le dopage.
[1 Le Collège réuni développe pour les sportifs, le personnel d'encadrement et les responsables d'équipe, des activités d'information et de formation visant à leur fournir des informations actuelles et précises quant aux droits relatifs au traitement et à la protection des données à caractère personnel.]1
Art.12/1. [1 De op grond van deze ordonnantie verzamelde en verwerkte gegevens mogen slechts aan de volgende ontvangers worden meegedeeld en alleen voor zover dat strikt noodzakelijk is voor de verwezenlijking van elk van de hieronder beschreven specifieke doelen:
1° Met betrekking tot de informatie en gegevens die worden verzameld en verwerkt voor de planning en uitvoering van dopingcontroles: de ambtenaren van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, de door het Verenigd College aangestelde controleartsen, de door het WADA geaccrediteerde of op een andere wijze goedgekeurde laboratoria, de gecontroleerde sporter, de verantwoordelijken voor de dopingbestrijding bij de nationale en, in voorkomend geval, internationale sportorganisaties waar zij toe behoren, de organisaties die verantwoordelijk zijn voor grote evenementen, de verantwoordelijken voor de dopingbestrijding bij andere antidopingorganisaties, met inbegrip van de andere Belgische NADO's en het WADA.
Het doel van de verwerking van de informatie en gegevens voor de planning en uitvoering van dopingcontroles is, met het oog op de vaststelling van de in artikel 8, § 1, 1° en 2° bedoelde dopingfeiten, hetzij de rechtstreekse opsporing van een verboden stof of methode in het lichaam van de sporter, hetzij de onrechtstreekse opsporing van een verboden stof via zijn gevolgen op het lichaam, door het opstellen van een biologisch paspoort van de sporter.
2° Met betrekking tot de informatie en gegevens die worden verzameld en verwerkt in het kader van de uitvoering van het biologisch paspoort van de sporter bedoeld in artikel 23/2 van de ordonnantie: de ambtenaren van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, de door het Verenigd College aangestelde controleartsen, de door het WADA geaccrediteerde of op een andere wijze goedgekeurde laboratoria, de gecontroleerde sporter, de verantwoordelijken voor de dopingbestrijding bij de nationale en, in voorkomend geval, internationale sportorganisaties waartoe hij of zij behoort, de organisaties die verantwoordelijk zijn voor grote evenementen, de verantwoordelijken voor de dopingbestrijding bij andere antidopingorganisaties, met inbegrip van de andere Belgische NADO's en het WADA.
Overeenkomstig artikel 23/2 van de ordonnantie is het doel van de verwerking van de informatie en gegevens voor de planning en uitvoering van dopingcontroles, met het oog op de vaststelling van de in artikel 8, § 1, 1° en 2° bedoelde dopingfeiten, hetzij de rechtstreekse opsporing van een verboden stof of methode in het lichaam van de sporter, hetzij de onrechtstreekse opsporing van een verboden stof via zijn gevolgen op het lichaam, door het opstellen van een biologisch paspoort van de sporter. De informatie wordt ook gebruikt voor de uitvoering van gerichte tests bij de betrokken elitesporters.
3° Met betrekking tot de informatie en gegevens die worden verzameld en verwerkt in het kader van de onderzoeksbevoegdheid van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, bedoeld in artikel 23/1 van de ordonnantie, onder meer voor de uitvoering van het biologisch paspoort van de sporter: de ambtenaren van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, de sporter die het voorwerp uitmaakt van het onderzoek alsook het ondersteunend personeel van de sporter, de organisator of sportorganisatie die het voorwerp uitmaakt van het onderzoek en, zo nodig, de andere betrokken antidopingorganisaties, met inbegrip van de andere Belgische NADO's, de betrokken nationale of internationale sportorganisatie(s), de organisaties die verantwoordelijk zijn voor grote evenementen, de politie- en justitiediensten, de douane, het Federaal Agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten, het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen en het WADA.
De specifieke verwerkingsdoeleinden van de informatie in verband met de onderzoeksbevoegdheid van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie zijn die bedoeld in artikel 23/1 van de ordonnantie.
4° Met betrekking tot de informatie en gegevens die worden verzameld en verwerkt bij aanvragen tot toestemming voor gebruik wegens therapeutische noodzaak: de leden van de CTTN, de eventueel geraadpleegde medische of wetenschappelijke deskundigen, de gecontroleerde sporters en zijn of haar behandelend arts, het WADA, de andere betrokken antidopingorganisaties, met inbegrip van de andere Belgische NADO's, indien van toepassing en zo nodig de betrokken sportorganisatie(s), de betrokken nationale sportorganisatie(s), de betrokken internationale federatie(s), de organisaties die verantwoordelijk zijn voor grote evenementen en het WADA.
Elke sporter die een aanvraag tot toestemming voor gebruik wegens therapeutische noodzaak indient, geeft schriftelijk toestemming om alle in verband met zijn of haar aanvraag verzamelde en verwerkte informatie en gegevens door te geven aan de leden van alle CTTN's die krachtens de Code bevoegd zijn om het dossier te onderzoeken en, in voorkomend geval, aan andere onafhankelijke medische en wetenschappelijke deskundigen en aan alle personeelsleden van de antidopingorganisaties die betrokken zijn bij het beheer, de herziening of de beroepsprocedures van de TTN's en aan het WADA.
De aanvrager geeft ook schriftelijk toestemming om de leden van de CTTN in staat te stellen hun conclusies in overeenstemming met de Code mee te delen aan alle betrokken antidopingorganisaties en nationale federaties en, in voorkomend geval, internationale federaties.
Als de hulp van onafhankelijke externe deskundigen vereist is, worden alle details van de aanvraag aan hen doorgegeven zonder dat de betrokken sporter geïdentificeerd wordt.
De gegevens worden uitsluitend verwerkt met het oog op de strijd tegen doping.
De invoer van de beslissingen in ADAMS heeft enerzijds tot doel het WADA in staat te stellen zo nodig zijn recht uit te oefenen om elke beslissing over TTN's te onderzoeken overeenkomstig artikel 4.4.6 van de Code en anderzijds de naleving, erkenning en geldigheid van de door de CTTN genomen beslissingen te garanderen bij de antidopingorganisaties die de betrokken sporter kunnen testen en/of disciplinaire maatregelen tegen hem of haar kunnen nemen.
5° Met betrekking tot de verblijfsgegevens van elitesporters op nationaal niveau: de ambtenaren van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, de gecontroleerde elitesporter en, in voorkomend geval, zijn of haar behoorlijk gemachtigde ploegverantwoordelijke, de voor de controle van de betrokken elitesporter gemachtigde controlearts, de verantwoordelijken voor de dopingbestrijding bij de nationale en internationale sportorganisaties waartoe de sporter behoort, de organisaties die verantwoordelijk zijn voor grote evenementen, de verantwoordelijken voor de dopingbestrijding bij andere antidopingorganisaties, met inbegrip van de andere Belgische NADO's en het WADA.
De specifieke verwerkingsdoeleinden van de verblijfsgegevens van de elitesporters zijn, overeenkomstig artikel 5.5 van de Code, het plannen, coördineren en uitvoeren van dopingcontroles, het verschaffen van pertinente informatie voor het biologisch paspoort van de sporter of voor andere resultaten van analyses, het bijdragen tot een onderzoek naar een mogelijke overtreding van de antidopingregels of het bijdragen tot procedures voor de vervolging van dergelijke overtredingen.
6° Met betrekking tot de informatie en gegevens die worden verzameld en verwerkt in het kader van het resultatenbeheer, met inbegrip van de tuchtrechtelijke beslissingen genomen in toepassing van artikel 30 van de ordonnantie: de ambtenaren van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, de verantwoordelijken voor de dopingbestrijding bij de nationale en internationale sportorganisaties waartoe de sporter behoort, de verantwoordelijken voor de dopingbestrijding bij andere antidopingorganisaties, met inbegrip van de andere Belgische NADO's, de organisaties die verantwoordelijk zijn voor grote evenementen, de politie- en justitiediensten en het WADA.
De specifieke verwerkingsdoeleinden van de informatie in verband met het resultatenbeheer komen overeen met de doeleinden van artikel 20, 21, 30 en 30/1 van de ordonnantie.
Wanneer informatie wordt doorgegeven aan een van de in het eerste lid bedoelde ontvangers en deze ontvanger gevestigd is in een derde land, gaat de verwerkingsverantwoordelijke na of het betrokken derde land een passend niveau van gegevensbescherming waarborgt.
Telkens als informatie wordt doorgegeven aan een ontvanger die in een derde land gevestigd is, deelt de verwerkingsverantwoordelijke de ontvanger mee dat verdere doorgifte verboden is:
a) aan ontvangers die gevestigd zijn in landen ten aanzien waarvan geen adequaatheidsbesluit is genomen;
b) voor doeleinden die niet verenigbaar zijn met de oorspronkelijke doeleinden van de verzameling.]1
1° Met betrekking tot de informatie en gegevens die worden verzameld en verwerkt voor de planning en uitvoering van dopingcontroles: de ambtenaren van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, de door het Verenigd College aangestelde controleartsen, de door het WADA geaccrediteerde of op een andere wijze goedgekeurde laboratoria, de gecontroleerde sporter, de verantwoordelijken voor de dopingbestrijding bij de nationale en, in voorkomend geval, internationale sportorganisaties waar zij toe behoren, de organisaties die verantwoordelijk zijn voor grote evenementen, de verantwoordelijken voor de dopingbestrijding bij andere antidopingorganisaties, met inbegrip van de andere Belgische NADO's en het WADA.
Het doel van de verwerking van de informatie en gegevens voor de planning en uitvoering van dopingcontroles is, met het oog op de vaststelling van de in artikel 8, § 1, 1° en 2° bedoelde dopingfeiten, hetzij de rechtstreekse opsporing van een verboden stof of methode in het lichaam van de sporter, hetzij de onrechtstreekse opsporing van een verboden stof via zijn gevolgen op het lichaam, door het opstellen van een biologisch paspoort van de sporter.
2° Met betrekking tot de informatie en gegevens die worden verzameld en verwerkt in het kader van de uitvoering van het biologisch paspoort van de sporter bedoeld in artikel 23/2 van de ordonnantie: de ambtenaren van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, de door het Verenigd College aangestelde controleartsen, de door het WADA geaccrediteerde of op een andere wijze goedgekeurde laboratoria, de gecontroleerde sporter, de verantwoordelijken voor de dopingbestrijding bij de nationale en, in voorkomend geval, internationale sportorganisaties waartoe hij of zij behoort, de organisaties die verantwoordelijk zijn voor grote evenementen, de verantwoordelijken voor de dopingbestrijding bij andere antidopingorganisaties, met inbegrip van de andere Belgische NADO's en het WADA.
Overeenkomstig artikel 23/2 van de ordonnantie is het doel van de verwerking van de informatie en gegevens voor de planning en uitvoering van dopingcontroles, met het oog op de vaststelling van de in artikel 8, § 1, 1° en 2° bedoelde dopingfeiten, hetzij de rechtstreekse opsporing van een verboden stof of methode in het lichaam van de sporter, hetzij de onrechtstreekse opsporing van een verboden stof via zijn gevolgen op het lichaam, door het opstellen van een biologisch paspoort van de sporter. De informatie wordt ook gebruikt voor de uitvoering van gerichte tests bij de betrokken elitesporters.
3° Met betrekking tot de informatie en gegevens die worden verzameld en verwerkt in het kader van de onderzoeksbevoegdheid van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, bedoeld in artikel 23/1 van de ordonnantie, onder meer voor de uitvoering van het biologisch paspoort van de sporter: de ambtenaren van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, de sporter die het voorwerp uitmaakt van het onderzoek alsook het ondersteunend personeel van de sporter, de organisator of sportorganisatie die het voorwerp uitmaakt van het onderzoek en, zo nodig, de andere betrokken antidopingorganisaties, met inbegrip van de andere Belgische NADO's, de betrokken nationale of internationale sportorganisatie(s), de organisaties die verantwoordelijk zijn voor grote evenementen, de politie- en justitiediensten, de douane, het Federaal Agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten, het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen en het WADA.
De specifieke verwerkingsdoeleinden van de informatie in verband met de onderzoeksbevoegdheid van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie zijn die bedoeld in artikel 23/1 van de ordonnantie.
4° Met betrekking tot de informatie en gegevens die worden verzameld en verwerkt bij aanvragen tot toestemming voor gebruik wegens therapeutische noodzaak: de leden van de CTTN, de eventueel geraadpleegde medische of wetenschappelijke deskundigen, de gecontroleerde sporters en zijn of haar behandelend arts, het WADA, de andere betrokken antidopingorganisaties, met inbegrip van de andere Belgische NADO's, indien van toepassing en zo nodig de betrokken sportorganisatie(s), de betrokken nationale sportorganisatie(s), de betrokken internationale federatie(s), de organisaties die verantwoordelijk zijn voor grote evenementen en het WADA.
Elke sporter die een aanvraag tot toestemming voor gebruik wegens therapeutische noodzaak indient, geeft schriftelijk toestemming om alle in verband met zijn of haar aanvraag verzamelde en verwerkte informatie en gegevens door te geven aan de leden van alle CTTN's die krachtens de Code bevoegd zijn om het dossier te onderzoeken en, in voorkomend geval, aan andere onafhankelijke medische en wetenschappelijke deskundigen en aan alle personeelsleden van de antidopingorganisaties die betrokken zijn bij het beheer, de herziening of de beroepsprocedures van de TTN's en aan het WADA.
De aanvrager geeft ook schriftelijk toestemming om de leden van de CTTN in staat te stellen hun conclusies in overeenstemming met de Code mee te delen aan alle betrokken antidopingorganisaties en nationale federaties en, in voorkomend geval, internationale federaties.
Als de hulp van onafhankelijke externe deskundigen vereist is, worden alle details van de aanvraag aan hen doorgegeven zonder dat de betrokken sporter geïdentificeerd wordt.
De gegevens worden uitsluitend verwerkt met het oog op de strijd tegen doping.
De invoer van de beslissingen in ADAMS heeft enerzijds tot doel het WADA in staat te stellen zo nodig zijn recht uit te oefenen om elke beslissing over TTN's te onderzoeken overeenkomstig artikel 4.4.6 van de Code en anderzijds de naleving, erkenning en geldigheid van de door de CTTN genomen beslissingen te garanderen bij de antidopingorganisaties die de betrokken sporter kunnen testen en/of disciplinaire maatregelen tegen hem of haar kunnen nemen.
5° Met betrekking tot de verblijfsgegevens van elitesporters op nationaal niveau: de ambtenaren van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, de gecontroleerde elitesporter en, in voorkomend geval, zijn of haar behoorlijk gemachtigde ploegverantwoordelijke, de voor de controle van de betrokken elitesporter gemachtigde controlearts, de verantwoordelijken voor de dopingbestrijding bij de nationale en internationale sportorganisaties waartoe de sporter behoort, de organisaties die verantwoordelijk zijn voor grote evenementen, de verantwoordelijken voor de dopingbestrijding bij andere antidopingorganisaties, met inbegrip van de andere Belgische NADO's en het WADA.
De specifieke verwerkingsdoeleinden van de verblijfsgegevens van de elitesporters zijn, overeenkomstig artikel 5.5 van de Code, het plannen, coördineren en uitvoeren van dopingcontroles, het verschaffen van pertinente informatie voor het biologisch paspoort van de sporter of voor andere resultaten van analyses, het bijdragen tot een onderzoek naar een mogelijke overtreding van de antidopingregels of het bijdragen tot procedures voor de vervolging van dergelijke overtredingen.
6° Met betrekking tot de informatie en gegevens die worden verzameld en verwerkt in het kader van het resultatenbeheer, met inbegrip van de tuchtrechtelijke beslissingen genomen in toepassing van artikel 30 van de ordonnantie: de ambtenaren van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, de verantwoordelijken voor de dopingbestrijding bij de nationale en internationale sportorganisaties waartoe de sporter behoort, de verantwoordelijken voor de dopingbestrijding bij andere antidopingorganisaties, met inbegrip van de andere Belgische NADO's, de organisaties die verantwoordelijk zijn voor grote evenementen, de politie- en justitiediensten en het WADA.
De specifieke verwerkingsdoeleinden van de informatie in verband met het resultatenbeheer komen overeen met de doeleinden van artikel 20, 21, 30 en 30/1 van de ordonnantie.
Wanneer informatie wordt doorgegeven aan een van de in het eerste lid bedoelde ontvangers en deze ontvanger gevestigd is in een derde land, gaat de verwerkingsverantwoordelijke na of het betrokken derde land een passend niveau van gegevensbescherming waarborgt.
Telkens als informatie wordt doorgegeven aan een ontvanger die in een derde land gevestigd is, deelt de verwerkingsverantwoordelijke de ontvanger mee dat verdere doorgifte verboden is:
a) aan ontvangers die gevestigd zijn in landen ten aanzien waarvan geen adequaatheidsbesluit is genomen;
b) voor doeleinden die niet verenigbaar zijn met de oorspronkelijke doeleinden van de verzameling.]1
Art. 12/1. [1 Les informations récoltées et traitées en vertu de la présente ordonnance ne peuvent être communiquées qu'aux destinataires suivants, uniquement dans la mesure strictement nécessaire à la réalisation de chacun des objectifs spécifiques repris ci-dessous :
1° En ce qui concerne les informations et les données recueillies et traitées pour la planification et l'exécution des contrôles antidopage : les agents de l'ONAD de la Commission communautaire commune, les médecins contrôleurs désignés par le Collège réuni, les laboratoires accrédités ou autrement approuvés par l'AMA, le sportif contrôlé, les responsables de la lutte contre le dopage au sein des organisations sportives nationales et, le cas échéant, internationales dont il relève, les organisations responsables de grandes manifestations, les responsables de la lutte contre le dopage au sein des autres organisations antidopage, en ce compris les autres ONAD belges, ainsi que l'AMA.
Le traitement des informations et données pour la planification et l'exécution des contrôles antidopage a pour finalité, aux fins de l'établissement des faits de dopage visés à l'article 8, § 1er, 1° et 2°, soit la détection directe d'une substance ou méthode interdite dans le corps du sportif, soit la détection indirecte d'une substance interdite de par ses effets sur le corps, par la voie de l'établissement d'un passeport biologique du sportif.
2° En ce qui concerne les informations et les données recueillies et traitées dans le cadre de la mise en oeuvre du passeport biologique du sportif visé à l'article 23/2 de l'ordonnance : les agents de l'ONAD de la Commission communautaire commune, les médecins contrôleurs désignés par le Collège réuni, les laboratoires accrédités ou autrement approuvés par l'AMA, le sportif contrôlé, les responsables de la lutte contre le dopage au sein des organisations sportives nationales et, le cas échéant, internationales dont il relève, les organisations responsables de grandes manifestations, les responsables de la lutte contre le dopage au sein des autres organisations antidopage, en ce compris les autres ONAD belges, ainsi que l'AMA.
Conformément à l'article 23/2 de l'ordonnance, le traitement des informations et données pour la planification et l'exécution des contrôles antidopage a pour finalité, aux fins de l'établissement des faits de dopage visés à l'article 8, § 1er, 1° et 2°, soit la détection directe d'une substance ou méthode interdite dans le corps du sportif, soit la détection indirecte d'une substance interdite de par ses effets sur le corps, par la voie de l'établissement d'un passeport biologique du sportif. Les informations sont également utilisées pour la réalisation de contrôle ciblé sur les sportifs d'élite concernés.
3° En ce qui concerne les informations et les données recueillies et traitées dans le cadre du pouvoir d'enquête de l'ONAD de la Commission communautaire commune, visé à l'article 23/1 de l'ordonnance, en ce compris pour la mise en oeuvre du passeport biologique du sportif : les agents de l'ONAD de la Commission communautaire commune, le sportif faisant l'objet de l'enquête ainsi que le (ou les) membre(s) du personnel d'encadrement de ce sportif, l'organisateur sportif ou l'organisation sportive faisant l'objet de l'enquête et, le cas échéant, si nécessaire, les autres organisations antidopage concernées, en ce compris les autres ONAD belges, la ou les organisation(s) sportive(s) concernée(s), nationale(s) ou internationale(s), les organisations responsables de grandes manifestations, les services de police et de justice, les douanes, l'agence fédérale des médicaments et des produits de santé, l'agence fédérale pour la sécurité de la chaîne alimentaire, ainsi que l'AMA.
Les finalités de traitement spécifiques des informations relatives au pouvoir d'enquête de l'ONAD de la Commission communautaire commune sont celles visées à l'article 23/1 de l'ordonnance.
4° En ce qui concerne les informations et les données recueillies et traitées lors des demandes d'autorisation d'usage à des fins thérapeutiques : les membres de la CAUT, les experts médicaux ou scientifiques éventuellement consultés, le sportif contrôlé et son médecin traitant, l'AMA, les autres organisations antidopage concernées en ce compris les autres ONAD belges, le cas échéant et si nécessaire, la ou les organisation(s) sportive(s) concernée(s), la ou les organisation(s) sportive(s) nationale(s) concernée(s), la ou les fédération(s) internationale(s) concernée(s), les organisations responsables de grandes manifestations, ainsi que l'AMA.
Tout sportif qui introduit une demande d'autorisation d'usage à des fins thérapeutiques donne son autorisation écrite de transmettre toutes les informations et les données recueillies et traitées dans le cadre de sa demande aux membres de toutes les CAUT ayant compétence en vertu du Code, pour examiner le dossier et, s'il y a lieu, à d'autres experts médicaux et scientifiques indépendants, et à tout le personnel des organisations antidopage prenant part à la gestion, à la révision ou aux procédures d'appel des AUT, et à l'AMA.
Le demandeur donne aussi son consentement par écrit afin de permettre aux membres de la CAUT de communiquer leurs conclusions à toutes les organisations antidopage et fédérations nationales et le cas échéant, internationales, concernées conformément au Code.
Si l'aide d'experts externes indépendants est requise, tous les détails de la demande leur sont transmis sans identifier le sportif concerné.
Les données sont uniquement traitées à des fins exclusives de lutte contre le dopage.
L'encodage des décisions dans ADAMS a pour finalité, d'une part, de permettre à l'AMA d'éventuellement faire usage de son droit d'examen de toute décision en matière d'AUT, conformément à l'article 4.4.6 du Code et d'autre part, d'assurer le respect, la reconnaissance et la validité des décisions prises par la CAUT, auprès des organisations antidopage susceptibles de contrôler le sportif concerné et/ou de prendre une décision disciplinaire à son égard.
5° En ce qui concerne les données de localisation des sportifs d'élite de niveau national : les agents de l'ONAD de la Commission communautaire commune, le sportif d'élite contrôlé et, le cas échéant, son responsable d'équipe dûment mandaté, le médecin contrôleur mandaté pour le contrôle du sportif d'élite concerné, les responsables de la lutte contre le dopage au sein des organisations sportives nationales et internationales dont le sportif d'élite relève, les organisations responsables de grandes manifestations, les responsables de la lutte contre le dopage au sein des autres organisations antidopage, en ce compris les autres ONAD belges, ainsi que l'AMA.
Les finalités de traitement spécifiques des informations relatives à la localisation des sportifs d'élite, sont, conformément à l'article 5.5 du Code, de planifier, de coordonner ou de réaliser des contrôles de dopage, de fournir des informations pertinentes pour le passeport biologique de l'athlète ou d'autres résultats d'analyses, de contribuer à une enquête relative à une violation potentielle des règles antidopage ou à une procédure alléguant une violation des règles antidopage.
6° En ce qui concerne les informations et les données recueillies et traitées dans le cadre de la gestion des résultats, en ce compris les décisions disciplinaires prises en application de l'article 30 de l'ordonnance : les agents de l'ONAD de la Commission communautaire commune, les responsables de la lutte contre le dopage au sein des organisations sportives nationales et internationales dont le sportif relève, les responsables de la lutte contre le dopage au sein des autres organisations antidopage, en ce compris les autres ONAD belges, les organisations responsables de grandes manifestation, les services de police et de justice, et l'AMA.
Les finalités de traitement spécifiques des informations relatives à la gestion des résultats correspondent aux finalités des articles 20, 21, 30 et 30/1 de l'ordonnance.
Lorsqu'une information est communiquée à l'un des destinataires visés à l'alinéa 1er et que ce destinataire est établi dans un Etats tiers, le responsable de traitement vérifie que l'Etat tiers concerné assure un niveau de protection des données adéquat.
Lors de tout transfert d'information vers un destinataire établi dans un Etat tiers, le responsable de traitement signale à ce destinataire l'interdiction de transfert ultérieur :
a) vers des destinataires situés dans des pays ne bénéficiant pas d'une décision d'adéquation ;
b) pour des finalités incompatibles avec les finalités originales de la collecte.]1
1° En ce qui concerne les informations et les données recueillies et traitées pour la planification et l'exécution des contrôles antidopage : les agents de l'ONAD de la Commission communautaire commune, les médecins contrôleurs désignés par le Collège réuni, les laboratoires accrédités ou autrement approuvés par l'AMA, le sportif contrôlé, les responsables de la lutte contre le dopage au sein des organisations sportives nationales et, le cas échéant, internationales dont il relève, les organisations responsables de grandes manifestations, les responsables de la lutte contre le dopage au sein des autres organisations antidopage, en ce compris les autres ONAD belges, ainsi que l'AMA.
Le traitement des informations et données pour la planification et l'exécution des contrôles antidopage a pour finalité, aux fins de l'établissement des faits de dopage visés à l'article 8, § 1er, 1° et 2°, soit la détection directe d'une substance ou méthode interdite dans le corps du sportif, soit la détection indirecte d'une substance interdite de par ses effets sur le corps, par la voie de l'établissement d'un passeport biologique du sportif.
2° En ce qui concerne les informations et les données recueillies et traitées dans le cadre de la mise en oeuvre du passeport biologique du sportif visé à l'article 23/2 de l'ordonnance : les agents de l'ONAD de la Commission communautaire commune, les médecins contrôleurs désignés par le Collège réuni, les laboratoires accrédités ou autrement approuvés par l'AMA, le sportif contrôlé, les responsables de la lutte contre le dopage au sein des organisations sportives nationales et, le cas échéant, internationales dont il relève, les organisations responsables de grandes manifestations, les responsables de la lutte contre le dopage au sein des autres organisations antidopage, en ce compris les autres ONAD belges, ainsi que l'AMA.
Conformément à l'article 23/2 de l'ordonnance, le traitement des informations et données pour la planification et l'exécution des contrôles antidopage a pour finalité, aux fins de l'établissement des faits de dopage visés à l'article 8, § 1er, 1° et 2°, soit la détection directe d'une substance ou méthode interdite dans le corps du sportif, soit la détection indirecte d'une substance interdite de par ses effets sur le corps, par la voie de l'établissement d'un passeport biologique du sportif. Les informations sont également utilisées pour la réalisation de contrôle ciblé sur les sportifs d'élite concernés.
3° En ce qui concerne les informations et les données recueillies et traitées dans le cadre du pouvoir d'enquête de l'ONAD de la Commission communautaire commune, visé à l'article 23/1 de l'ordonnance, en ce compris pour la mise en oeuvre du passeport biologique du sportif : les agents de l'ONAD de la Commission communautaire commune, le sportif faisant l'objet de l'enquête ainsi que le (ou les) membre(s) du personnel d'encadrement de ce sportif, l'organisateur sportif ou l'organisation sportive faisant l'objet de l'enquête et, le cas échéant, si nécessaire, les autres organisations antidopage concernées, en ce compris les autres ONAD belges, la ou les organisation(s) sportive(s) concernée(s), nationale(s) ou internationale(s), les organisations responsables de grandes manifestations, les services de police et de justice, les douanes, l'agence fédérale des médicaments et des produits de santé, l'agence fédérale pour la sécurité de la chaîne alimentaire, ainsi que l'AMA.
Les finalités de traitement spécifiques des informations relatives au pouvoir d'enquête de l'ONAD de la Commission communautaire commune sont celles visées à l'article 23/1 de l'ordonnance.
4° En ce qui concerne les informations et les données recueillies et traitées lors des demandes d'autorisation d'usage à des fins thérapeutiques : les membres de la CAUT, les experts médicaux ou scientifiques éventuellement consultés, le sportif contrôlé et son médecin traitant, l'AMA, les autres organisations antidopage concernées en ce compris les autres ONAD belges, le cas échéant et si nécessaire, la ou les organisation(s) sportive(s) concernée(s), la ou les organisation(s) sportive(s) nationale(s) concernée(s), la ou les fédération(s) internationale(s) concernée(s), les organisations responsables de grandes manifestations, ainsi que l'AMA.
Tout sportif qui introduit une demande d'autorisation d'usage à des fins thérapeutiques donne son autorisation écrite de transmettre toutes les informations et les données recueillies et traitées dans le cadre de sa demande aux membres de toutes les CAUT ayant compétence en vertu du Code, pour examiner le dossier et, s'il y a lieu, à d'autres experts médicaux et scientifiques indépendants, et à tout le personnel des organisations antidopage prenant part à la gestion, à la révision ou aux procédures d'appel des AUT, et à l'AMA.
Le demandeur donne aussi son consentement par écrit afin de permettre aux membres de la CAUT de communiquer leurs conclusions à toutes les organisations antidopage et fédérations nationales et le cas échéant, internationales, concernées conformément au Code.
Si l'aide d'experts externes indépendants est requise, tous les détails de la demande leur sont transmis sans identifier le sportif concerné.
Les données sont uniquement traitées à des fins exclusives de lutte contre le dopage.
L'encodage des décisions dans ADAMS a pour finalité, d'une part, de permettre à l'AMA d'éventuellement faire usage de son droit d'examen de toute décision en matière d'AUT, conformément à l'article 4.4.6 du Code et d'autre part, d'assurer le respect, la reconnaissance et la validité des décisions prises par la CAUT, auprès des organisations antidopage susceptibles de contrôler le sportif concerné et/ou de prendre une décision disciplinaire à son égard.
5° En ce qui concerne les données de localisation des sportifs d'élite de niveau national : les agents de l'ONAD de la Commission communautaire commune, le sportif d'élite contrôlé et, le cas échéant, son responsable d'équipe dûment mandaté, le médecin contrôleur mandaté pour le contrôle du sportif d'élite concerné, les responsables de la lutte contre le dopage au sein des organisations sportives nationales et internationales dont le sportif d'élite relève, les organisations responsables de grandes manifestations, les responsables de la lutte contre le dopage au sein des autres organisations antidopage, en ce compris les autres ONAD belges, ainsi que l'AMA.
Les finalités de traitement spécifiques des informations relatives à la localisation des sportifs d'élite, sont, conformément à l'article 5.5 du Code, de planifier, de coordonner ou de réaliser des contrôles de dopage, de fournir des informations pertinentes pour le passeport biologique de l'athlète ou d'autres résultats d'analyses, de contribuer à une enquête relative à une violation potentielle des règles antidopage ou à une procédure alléguant une violation des règles antidopage.
6° En ce qui concerne les informations et les données recueillies et traitées dans le cadre de la gestion des résultats, en ce compris les décisions disciplinaires prises en application de l'article 30 de l'ordonnance : les agents de l'ONAD de la Commission communautaire commune, les responsables de la lutte contre le dopage au sein des organisations sportives nationales et internationales dont le sportif relève, les responsables de la lutte contre le dopage au sein des autres organisations antidopage, en ce compris les autres ONAD belges, les organisations responsables de grandes manifestation, les services de police et de justice, et l'AMA.
Les finalités de traitement spécifiques des informations relatives à la gestion des résultats correspondent aux finalités des articles 20, 21, 30 et 30/1 de l'ordonnance.
Lorsqu'une information est communiquée à l'un des destinataires visés à l'alinéa 1er et que ce destinataire est établi dans un Etats tiers, le responsable de traitement vérifie que l'Etat tiers concerné assure un niveau de protection des données adéquat.
Lors de tout transfert d'information vers un destinataire établi dans un Etat tiers, le responsable de traitement signale à ce destinataire l'interdiction de transfert ultérieur :
a) vers des destinataires situés dans des pays ne bénéficiant pas d'une décision d'adéquation ;
b) pour des finalités incompatibles avec les finalités originales de la collecte.]1
HOOFDSTUK IV. - Verbod op de beoefening van vechtsporten met extreem risico
CHAPITRE IV. - Interdiction de la pratique des sports de combat à risque extrême
Art. 13. De vechtsporten met extreem risico worden verboden.
Art. 13. Les sports de combat à risque extrême sont interdits.
Art. 14. Worden eveneens verboden :
1° het aanzetten tot de beoefening van vechtsporten met extreem risico;
2° het vergemakkelijken, op welke wijze ook, van het beoefenen van vechtsporten met extreem risico, het organiseren ervan of het meewerken aan de organisatie ervan;
3° het verhinderen van de uitvoering van een procedure tegenover een derde en in welke fase ook, om de vechtsport met extreem risico te verbieden of het misleiden van elke bij die procedure betrokken instantie;
4° de poging tot uitvoering van de onder 1° tot 3° hierboven bedoelde gedragingen.
1° het aanzetten tot de beoefening van vechtsporten met extreem risico;
2° het vergemakkelijken, op welke wijze ook, van het beoefenen van vechtsporten met extreem risico, het organiseren ervan of het meewerken aan de organisatie ervan;
3° het verhinderen van de uitvoering van een procedure tegenover een derde en in welke fase ook, om de vechtsport met extreem risico te verbieden of het misleiden van elke bij die procedure betrokken instantie;
4° de poging tot uitvoering van de onder 1° tot 3° hierboven bedoelde gedragingen.
Art. 14. Sont également interdits :
1° le fait d'inciter à la pratique des sports de combat à risque extrême;
2° le fait de faciliter, de quelque manière que ce soit, la pratique des sports de combat à risque extrême, de les organiser ou de participer à leur organisation;
3° le fait d'entraver l'exécution d'une procédure visant à interdire les sports de combat à risque extrême menée à l'égard d'un tiers, à quelque stade que ce soit, ou de tromper toute autorité chargée de cette procédure;
4° la tentative d'exécution des comportements visés aux points 1° à 3° ci-dessus.
1° le fait d'inciter à la pratique des sports de combat à risque extrême;
2° le fait de faciliter, de quelque manière que ce soit, la pratique des sports de combat à risque extrême, de les organiser ou de participer à leur organisation;
3° le fait d'entraver l'exécution d'une procédure visant à interdire les sports de combat à risque extrême menée à l'égard d'un tiers, à quelque stade que ce soit, ou de tromper toute autorité chargée de cette procédure;
4° la tentative d'exécution des comportements visés aux points 1° à 3° ci-dessus.
Art. 15. Het Verenigd College stelt een lijst op met de vechtsporten met extreem risico.
Het Verenigd College werkt deze lijst regelmatig bij.
Het Verenigd College werkt deze lijst regelmatig bij.
Art. 15. Le Collège réuni établit une liste des sports de combat à risque extrême.
Le Collège réuni met cette liste à jour régulièrement.
Le Collège réuni met cette liste à jour régulièrement.
HOOFDSTUK V. - Controle van de dopingpraktijk
CHAPITRE V. - Contrôle du dopage
Art. 16. Onverminderd de door het WADA [2 en de andere antidopingorganisaties]2 uitgevoerde controles, stelt het Verenigd College een periodiek bijgewerkt verdelingsplan op van de binnen en buiten competitie uit te voeren dopingscontroles en voert de procedures voor de antidopingcontroles zelf uit of laat ze uitvoeren [2 overeenkomstig de Internationale Standaard voor dopingtests en onderzoeken]2.
Het Verenigd College stelt artsen of titularissen van een master in geneeskunde aan die belast zijn met het uitvoeren van de geplande dopingcontroles, in voorkomend geval, in aanwezigheid van één of meer officieren van de gerechtelijke politie. [2 De kandidaten die in contact kunnen komen met minderjarige sporters dienen aan het Verenigd College een uittreksel uit het Strafregister - Model 2 voor te leggen of een gelijkwaardig document, afgegeven door de regering van een andere lidstaat van de Europese Unie.]2
[1 Alle elitesporters en breedtesporters kunnen aan controles binnen en buiten wedstrijdverband worden onderworpen.]1
Het Verenigd College stelt artsen of titularissen van een master in geneeskunde aan die belast zijn met het uitvoeren van de geplande dopingcontroles, in voorkomend geval, in aanwezigheid van één of meer officieren van de gerechtelijke politie. [2 De kandidaten die in contact kunnen komen met minderjarige sporters dienen aan het Verenigd College een uittreksel uit het Strafregister - Model 2 voor te leggen of een gelijkwaardig document, afgegeven door de regering van een andere lidstaat van de Europese Unie.]2
[1 Alle elitesporters en breedtesporters kunnen aan controles binnen en buiten wedstrijdverband worden onderworpen.]1
Art. 16. Sans préjudice des contrôles effectués par l'AMA [2 et les autres organisations antidopage]2, le Collège réuni établit un plan de répartition, mis à jour périodiquement, des contrôles antidopage à réaliser en compétition et hors compétition et réalise ou fait réaliser les procédures de contrôle antidopage [2 conformément au Standard international pour les contrôles et les enquêtes]2.
Le Collège réuni désigne des docteurs en médecine ou titulaires de master en médecine chargés de réaliser les contrôles antidopage planifiés, le cas échéant en présence d'un ou plusieurs officiers de police judiciaire. [2 Les candidats susceptibles d'être en contact avec des sportifs mineurs d'âge doivent produire au Collège réuni un extrait de casier judiciaire modèle 2 ou un document équivalent délivré par le gouvernement d'un autre Etat membre de l'Union européenne.]2
[1 Tous les sportifs, d'élite et amateurs, peuvent être soumis à des contrôles en compétition et hors compétition]1
Le Collège réuni désigne des docteurs en médecine ou titulaires de master en médecine chargés de réaliser les contrôles antidopage planifiés, le cas échéant en présence d'un ou plusieurs officiers de police judiciaire. [2 Les candidats susceptibles d'être en contact avec des sportifs mineurs d'âge doivent produire au Collège réuni un extrait de casier judiciaire modèle 2 ou un document équivalent délivré par le gouvernement d'un autre Etat membre de l'Union européenne.]2
[1 Tous les sportifs, d'élite et amateurs, peuvent être soumis à des contrôles en compétition et hors compétition]1
Art. 17. § 1. Het Verenigd College bepaalt de dopingcontroleprocedure.
Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van de gerechtelijke politie kunnen de controleartsen :
1° monsters van de bevoorrading van de sporter of elitesporter en van zijn begeleidend personeel afnemen of laten afnemen, met het oog op de analyse ervan in een erkend laboratorium;
2° monsters van het lichaam van de sporter of elitesporter zoals van het haar, het bloed, de urine of het speeksel afnemen of laten afnemen, met het oog op de analyse ervan in een erkend laboratorium [2 of als de sporter een beschermde persoon is, de naam van de persoon die hem vergezelt]2;
3° de voertuigen, de kledij, de uitrusting en de bagage van de sporter en van zijn begeleidend personeel controleren;
4° alle informatie verzamelen die verband kan houden met een overtreding van de artikelen 7 en 8.
Voor elke soort uitgevoerde monsterneming worden er twee monsters genomen, omschreven als A- en B-monsters.
De officieren van de gerechtelijke politie en de controleartsen hebben in het kader van de uitvoering van de dopingcontroles toegang tot de kleedkamers, de trainingszalen, de sportlokalen en de sportterreinen of de plaatsen waar de trainingen, de wedstrijden of de manifestaties worden georganiseerd.
§ 2. Het Verenigd College legt de wijze en de voorwaarden vast van de monsterneming, de procedures voor bewaring, vervoer en analyse van de monsters, de benoemings- en vergoedingsvoorwaarden van de controleartsen en van om het even welke persoon die de controleartsen mag bijstaan.
§ 3. Bij elke controle wordt er door de controlearts een proces-verbaal opgesteld en overgemaakt [1 aan de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie]1 binnen drie dagen na de controle. Het zich niet aanmelden op, het zich verzetten tegen, het verhinderen van de uitvoering ervan of het misleiden van de controleurs en, in het algemeen, van om het even welke bij de dopingprocedure betrokken overheid, wordt in het proces-verbaal opgenomen.
Het proces-verbaal bevat onder meer :
1° de naam van de sporter of van het lid van het begeleidend personeel van de betrokken sporter;
2° als de sporter minderjarig is, de naam van de wettelijke vertegenwoordiger die hem vergezelt of deze van de persoon onder wiens gezag hij geplaatst is;
3° zijn nationaliteit;
4° zijn sport en, in voorkomend geval, zijn discipline;
5° het niveau van de competitie van de sporter;
6° de sportvereniging waarvan de sporter afhangt;
7° het feit dat de controle werd verricht binnen of buiten competitie;
8° de datum waarop de controle en, in voorkomend geval, de monsterneming werd uitgevoerd;
9° de plaats waar de controle en, in voorkomend geval, de monsterneming werd uitgevoerd;
10° de beschrijving van de eventueel in beslag genomen voorwerpen;
11° een beschrijving van de te volgen procedure.
§ 4. Er wordt een afschrift ervan aan de betrokken sporter overgemaakt binnen tien dagen na de controle. Er wordt eveneens binnen dezelfde termijn een afschrift ervan overgemaakt aan de sportvereniging waarbij de sporter is aangesloten.
[2 § 4/1. Om een gecoördineerde planning van de verdeling van de tests te vergemakkelijken, onnodige dubbele tests door de antidopingorganisaties te voorkomen en ervoor te zorgen dat de profielen van het biologische paspoort van de sporter up-to-date worden gehouden, wordt het proces-verbaal in de ADAMS-databank ingevoerd binnen de termijnen die door de Internationale Standaard voor dopingtests en onderzoeken zijn vastgesteld.]2
§ 5. Als de sporter of elitesporter die wordt onderworpen aan een controle minderjarig [2 of een beschermde persoon]2 is, dient deze vergezeld te zijn door één van zijn wettelijke vertegenwoordigers of van om het even welke persoon die gemachtigd is om dit te doen.
§ 6. De terugtrekking van de sporter of van het lid van zijn begeleidend personeel heeft geen invloed op de voortzetting van de dopingcontroleprocedure.
[2 Indien een sporter of een andere persoon zich tijdens het resultatenbeheersproces terugtrekt, behoudt de antidopingorganisatie die dit proces garandeert, de bevoegdheid om het af te ronden. Indien een sporter of een andere persoon zich terugtrekt voor het resultatenbeheersproces in gang is gezet, behoudt de antidopingorganisatie die met betrekking tot het resultatenbeheer bevoegd zou zijn geweest voor de sporter of de andere persoon op het moment dat de sporter of de andere persoon een overtreding van de antidopingregels beging, de bevoegdheid om het resultatenbeheer voor haar rekening te nemen.]2
Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van de gerechtelijke politie kunnen de controleartsen :
1° monsters van de bevoorrading van de sporter of elitesporter en van zijn begeleidend personeel afnemen of laten afnemen, met het oog op de analyse ervan in een erkend laboratorium;
2° monsters van het lichaam van de sporter of elitesporter zoals van het haar, het bloed, de urine of het speeksel afnemen of laten afnemen, met het oog op de analyse ervan in een erkend laboratorium [2 of als de sporter een beschermde persoon is, de naam van de persoon die hem vergezelt]2;
3° de voertuigen, de kledij, de uitrusting en de bagage van de sporter en van zijn begeleidend personeel controleren;
4° alle informatie verzamelen die verband kan houden met een overtreding van de artikelen 7 en 8.
Voor elke soort uitgevoerde monsterneming worden er twee monsters genomen, omschreven als A- en B-monsters.
De officieren van de gerechtelijke politie en de controleartsen hebben in het kader van de uitvoering van de dopingcontroles toegang tot de kleedkamers, de trainingszalen, de sportlokalen en de sportterreinen of de plaatsen waar de trainingen, de wedstrijden of de manifestaties worden georganiseerd.
§ 2. Het Verenigd College legt de wijze en de voorwaarden vast van de monsterneming, de procedures voor bewaring, vervoer en analyse van de monsters, de benoemings- en vergoedingsvoorwaarden van de controleartsen en van om het even welke persoon die de controleartsen mag bijstaan.
§ 3. Bij elke controle wordt er door de controlearts een proces-verbaal opgesteld en overgemaakt [1 aan de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie]1 binnen drie dagen na de controle. Het zich niet aanmelden op, het zich verzetten tegen, het verhinderen van de uitvoering ervan of het misleiden van de controleurs en, in het algemeen, van om het even welke bij de dopingprocedure betrokken overheid, wordt in het proces-verbaal opgenomen.
Het proces-verbaal bevat onder meer :
1° de naam van de sporter of van het lid van het begeleidend personeel van de betrokken sporter;
2° als de sporter minderjarig is, de naam van de wettelijke vertegenwoordiger die hem vergezelt of deze van de persoon onder wiens gezag hij geplaatst is;
3° zijn nationaliteit;
4° zijn sport en, in voorkomend geval, zijn discipline;
5° het niveau van de competitie van de sporter;
6° de sportvereniging waarvan de sporter afhangt;
7° het feit dat de controle werd verricht binnen of buiten competitie;
8° de datum waarop de controle en, in voorkomend geval, de monsterneming werd uitgevoerd;
9° de plaats waar de controle en, in voorkomend geval, de monsterneming werd uitgevoerd;
10° de beschrijving van de eventueel in beslag genomen voorwerpen;
11° een beschrijving van de te volgen procedure.
§ 4. Er wordt een afschrift ervan aan de betrokken sporter overgemaakt binnen tien dagen na de controle. Er wordt eveneens binnen dezelfde termijn een afschrift ervan overgemaakt aan de sportvereniging waarbij de sporter is aangesloten.
[2 § 4/1. Om een gecoördineerde planning van de verdeling van de tests te vergemakkelijken, onnodige dubbele tests door de antidopingorganisaties te voorkomen en ervoor te zorgen dat de profielen van het biologische paspoort van de sporter up-to-date worden gehouden, wordt het proces-verbaal in de ADAMS-databank ingevoerd binnen de termijnen die door de Internationale Standaard voor dopingtests en onderzoeken zijn vastgesteld.]2
§ 5. Als de sporter of elitesporter die wordt onderworpen aan een controle minderjarig [2 of een beschermde persoon]2 is, dient deze vergezeld te zijn door één van zijn wettelijke vertegenwoordigers of van om het even welke persoon die gemachtigd is om dit te doen.
§ 6. De terugtrekking van de sporter of van het lid van zijn begeleidend personeel heeft geen invloed op de voortzetting van de dopingcontroleprocedure.
[2 Indien een sporter of een andere persoon zich tijdens het resultatenbeheersproces terugtrekt, behoudt de antidopingorganisatie die dit proces garandeert, de bevoegdheid om het af te ronden. Indien een sporter of een andere persoon zich terugtrekt voor het resultatenbeheersproces in gang is gezet, behoudt de antidopingorganisatie die met betrekking tot het resultatenbeheer bevoegd zou zijn geweest voor de sporter of de andere persoon op het moment dat de sporter of de andere persoon een overtreding van de antidopingregels beging, de bevoegdheid om het resultatenbeheer voor haar rekening te nemen.]2
Art. 17. § 1er. Le Collège réuni fixe la procédure des contrôles antidopage.
Sans préjudice des compétences des officiers de police judiciaire, les médecins contrôleurs peuvent :
1° prélever ou faire prélever, en vue de leur analyse dans un laboratoire agréé, des échantillons du ravitaillement du sportif ou sportif d'élite et de son personnel d'encadrement;
2° prélever ou faire prélever, en vue de leur analyse dans un laboratoire agréé, des échantillons corporels du sportif ou sportif d'élite, tels que des cheveux, du sang, des urines ou de la salive;
3° contrôler les véhicules, les vêtements, l'équipement et les bagages du sportif et de son personnel d'encadrement;
4° recueillir toutes les informations pouvant être liées à une violation des articles 7 et 8.
Pour chaque type de prélèvement effectué, deux échantillons sont prélevés, définis comme échantillons A et B.
Les officiers de police judiciaire et les médecins contrôleurs ont accès, dans le cadre de la réalisation des contrôles antidopage, aux vestiaires, salles d'entraînement, locaux sportifs et terrains de sport ou lieux où sont organisés des entraînements, des compétitions ou des manifestations.
§ 2. Le Collège réuni fixe le mode et les conditions de la prise d'échantillons, les procédures de conservation, de transport et d'analyse des échantillons, les conditions de désignation et de rétribution des médecins contrôleurs et de toute autre personne qui peut assister les médecins contrôleurs.
§ 3. A chaque contrôle, un procès-verbal est dressé par le médecin contrôleur et transmis [1 à l'ONAD de la Commission communautaire commune]1 dans les trois jours du contrôle. Le fait de ne pas se présenter au contrôle, de s'y opposer, d'entraver son exécution ou de tromper les contrôleurs et, de manière générale, toute autorité chargée de la procédure antidopage est acté au procès-verbal.
Le procès-verbal comprend notamment :
1° le nom du sportif ou du membre du personnel d'encadrement du sportif concerné [2 ou si le sportif est une personne protégée, le nom de la personne qui l'accompagne]2;
2° si le sportif est mineur, le nom du représentant légal qui l'accompagne ou celui de la personne sous l'autorité duquel il est placé;
3° sa nationalité;
4° son sport et, s'il y a lieu, sa discipline;
5° le niveau de compétition du sportif;
6° l'association sportive dont le sportif relève;
7° le fait que le contrôle a été réalisé en compétition ou hors compétition;
8° la date à laquelle a été réalisé le contrôle et, s'il y a lieu, le prélèvement;
9° le lieu où a été réalisé le contrôle et, s'il y a lieu, le prélèvement;
10° la description des objets éventuellement saisis;
11° une description de la procédure à suivre.
§ 4. Une copie en est transmise au sportif concerné, dans les dix jours du contrôle. Une copie en est également transmise dans le même délai à l'association sportive à laquelle le sportif est affilié.
[2 § 4/1. Afin de faciliter la planification coordonnée de la répartition des contrôles, d'éviter les duplications inutiles des contrôles de la part des organisations antidopage et de s'assurer que les profils du passeport biologique de l'athlète sont mis à jour, le procès-verbal est encodé dans la base de données ADAMS dans les délais fixés par le Standard international pour les contrôles et les enquêtes.]2
§ 5. Si le sportif ou sportif d'élite qui fait l'objet d'un contrôle est mineur [2 ou une personne protégée]2 , celui-ci est accompagné par un de ses représentants légaux ou par toute autre personne habilitée pour ce faire.
§ 6. La retraite du sportif ou du membre du personnel d'encadrement est sans incidence sur la poursuite de la procédure de contrôle du dopage.
[2 Si un sportif ou une autre personne prend sa retraite au cours du processus de gestion des résultats, l'organisation antidopage assurant ce processus conserve la compétence de le mener à son terme. Si un sportif ou une autre personne prend sa retraite avant que le processus de gestion des résultats n'ait été amorcé, l'organisation antidopage qui aurait eu compétence sur le sportif ou l'autre personne en matière de gestion des résultats au moment où le sportif ou l'autre personne a commis une violation des règles antidopage reste compétente pour assumer la gestion des résultats.]2
Sans préjudice des compétences des officiers de police judiciaire, les médecins contrôleurs peuvent :
1° prélever ou faire prélever, en vue de leur analyse dans un laboratoire agréé, des échantillons du ravitaillement du sportif ou sportif d'élite et de son personnel d'encadrement;
2° prélever ou faire prélever, en vue de leur analyse dans un laboratoire agréé, des échantillons corporels du sportif ou sportif d'élite, tels que des cheveux, du sang, des urines ou de la salive;
3° contrôler les véhicules, les vêtements, l'équipement et les bagages du sportif et de son personnel d'encadrement;
4° recueillir toutes les informations pouvant être liées à une violation des articles 7 et 8.
Pour chaque type de prélèvement effectué, deux échantillons sont prélevés, définis comme échantillons A et B.
Les officiers de police judiciaire et les médecins contrôleurs ont accès, dans le cadre de la réalisation des contrôles antidopage, aux vestiaires, salles d'entraînement, locaux sportifs et terrains de sport ou lieux où sont organisés des entraînements, des compétitions ou des manifestations.
§ 2. Le Collège réuni fixe le mode et les conditions de la prise d'échantillons, les procédures de conservation, de transport et d'analyse des échantillons, les conditions de désignation et de rétribution des médecins contrôleurs et de toute autre personne qui peut assister les médecins contrôleurs.
§ 3. A chaque contrôle, un procès-verbal est dressé par le médecin contrôleur et transmis [1 à l'ONAD de la Commission communautaire commune]1 dans les trois jours du contrôle. Le fait de ne pas se présenter au contrôle, de s'y opposer, d'entraver son exécution ou de tromper les contrôleurs et, de manière générale, toute autorité chargée de la procédure antidopage est acté au procès-verbal.
Le procès-verbal comprend notamment :
1° le nom du sportif ou du membre du personnel d'encadrement du sportif concerné [2 ou si le sportif est une personne protégée, le nom de la personne qui l'accompagne]2;
2° si le sportif est mineur, le nom du représentant légal qui l'accompagne ou celui de la personne sous l'autorité duquel il est placé;
3° sa nationalité;
4° son sport et, s'il y a lieu, sa discipline;
5° le niveau de compétition du sportif;
6° l'association sportive dont le sportif relève;
7° le fait que le contrôle a été réalisé en compétition ou hors compétition;
8° la date à laquelle a été réalisé le contrôle et, s'il y a lieu, le prélèvement;
9° le lieu où a été réalisé le contrôle et, s'il y a lieu, le prélèvement;
10° la description des objets éventuellement saisis;
11° une description de la procédure à suivre.
§ 4. Une copie en est transmise au sportif concerné, dans les dix jours du contrôle. Une copie en est également transmise dans le même délai à l'association sportive à laquelle le sportif est affilié.
[2 § 4/1. Afin de faciliter la planification coordonnée de la répartition des contrôles, d'éviter les duplications inutiles des contrôles de la part des organisations antidopage et de s'assurer que les profils du passeport biologique de l'athlète sont mis à jour, le procès-verbal est encodé dans la base de données ADAMS dans les délais fixés par le Standard international pour les contrôles et les enquêtes.]2
§ 5. Si le sportif ou sportif d'élite qui fait l'objet d'un contrôle est mineur [2 ou une personne protégée]2 , celui-ci est accompagné par un de ses représentants légaux ou par toute autre personne habilitée pour ce faire.
§ 6. La retraite du sportif ou du membre du personnel d'encadrement est sans incidence sur la poursuite de la procédure de contrôle du dopage.
[2 Si un sportif ou une autre personne prend sa retraite au cours du processus de gestion des résultats, l'organisation antidopage assurant ce processus conserve la compétence de le mener à son terme. Si un sportif ou une autre personne prend sa retraite avant que le processus de gestion des résultats n'ait été amorcé, l'organisation antidopage qui aurait eu compétence sur le sportif ou l'autre personne en matière de gestion des résultats au moment où le sportif ou l'autre personne a commis une violation des règles antidopage reste compétente pour assumer la gestion des résultats.]2
Art. 18. § 1. Onverminderd § 2 worden de overeenkomstig [2 ...]2 deze ordonnantie verkregen monsters geanalyseerd door een erkend laboratorium, enkel en alleen om de aanwezigheid te onderzoeken van stoffen of elementen die het gebruik van de in artikel 9 van deze ordonnantie bedoelde verboden stoffen, middelen of methoden bewijzen.
Hiertoe onderzoekt het erkende laboratorium het monster overeenkomstig de criteria bepaald in [1 de Internationale Standaarden]1.
[2 Overeenkomstig artikel 8/1, § 1, kunnen de feiten met betrekking tot een dopingpraktijk worden vastgesteld met alle betrouwbare rechtsmiddelen. Dit omvat met name de laboratoriumanalyses of andere betrouwbare forensische analyses die buiten de erkende laboratoria zijn uitgevoerd.]2
§ 2. Op uitdrukkelijk verzoek [1 van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie]1 of van het WADA kan het erkende laboratorium in de lichamelijke monsters, die volledig anoniem zijn gemaakt [2 in de analysegegevens in kwestie en in de informatie over de dopingcontrole]2, eveneens de aanwezigheid onderzoeken van andere stoffen of elementen die blijk geven van het gebruik van middelen en methoden andere dan deze die vermeld zijn in de in artikel 9 bedoelde lijst met als doel :
1° mee te werken aan het door het WADA ingestelde toezichtprogramma;
2° mee te werken aan een door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie ingesteld dopingbestrijdingsprogramma;
3° een erkende antidopingorganisatie bij te staan bij het opstellen van het profiel van de relevante biologische parameters van de elitesporter voor doeleinden op het vlak van dopingbestrijding.
§ 3. [1 Het Verenigd College bepaalt de voorwaarden en de nadere regels volgens welke een laboratorium door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie kan worden erkend of volgens welke de erkenning kan worden ingetrokken. Om erkend te worden, moet het laboratorium geaccrediteerd of op een andere wijze goedgekeurd zijn door het WADA.]1.
[2 § 4. De monsters die overeenkomstig artikel 11, eerste lid, 2°, van deze ordonnantie door een andere antidopingorganisatie in naam en voor rekening van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie zijn afgenomen, worden geanalyseerd door een laboratorium dat door het WADA is geaccrediteerd of anderszins goedgekeurd en waarmee die andere antidopingorganisatie gewoonlijk samenwerkt.]2
Hiertoe onderzoekt het erkende laboratorium het monster overeenkomstig de criteria bepaald in [1 de Internationale Standaarden]1.
[2 Overeenkomstig artikel 8/1, § 1, kunnen de feiten met betrekking tot een dopingpraktijk worden vastgesteld met alle betrouwbare rechtsmiddelen. Dit omvat met name de laboratoriumanalyses of andere betrouwbare forensische analyses die buiten de erkende laboratoria zijn uitgevoerd.]2
§ 2. Op uitdrukkelijk verzoek [1 van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie]1 of van het WADA kan het erkende laboratorium in de lichamelijke monsters, die volledig anoniem zijn gemaakt [2 in de analysegegevens in kwestie en in de informatie over de dopingcontrole]2, eveneens de aanwezigheid onderzoeken van andere stoffen of elementen die blijk geven van het gebruik van middelen en methoden andere dan deze die vermeld zijn in de in artikel 9 bedoelde lijst met als doel :
1° mee te werken aan het door het WADA ingestelde toezichtprogramma;
2° mee te werken aan een door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie ingesteld dopingbestrijdingsprogramma;
3° een erkende antidopingorganisatie bij te staan bij het opstellen van het profiel van de relevante biologische parameters van de elitesporter voor doeleinden op het vlak van dopingbestrijding.
§ 3. [1 Het Verenigd College bepaalt de voorwaarden en de nadere regels volgens welke een laboratorium door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie kan worden erkend of volgens welke de erkenning kan worden ingetrokken. Om erkend te worden, moet het laboratorium geaccrediteerd of op een andere wijze goedgekeurd zijn door het WADA.]1.
[2 § 4. De monsters die overeenkomstig artikel 11, eerste lid, 2°, van deze ordonnantie door een andere antidopingorganisatie in naam en voor rekening van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie zijn afgenomen, worden geanalyseerd door een laboratorium dat door het WADA is geaccrediteerd of anderszins goedgekeurd en waarmee die andere antidopingorganisatie gewoonlijk samenwerkt.]2
Art. 18. § 1er. Sans préjudice du § 2, les échantillons obtenus conformément à [2 ...]2 la présente ordonnance sont analysés par un laboratoire agréé, avec pour finalité exclusive de rechercher la présence de substances ou d'éléments témoignant de l'usage de substances, moyens ou méthodes interdits visés à l'article 9 de la présente ordonnance.
A cet effet, le laboratoire agréé examine l'échantillon, conformément aux critères déterminés par [1 les Standards internationaux]1.
[2 Conformément à l'article 8/1, § 1er, les faits liés aux violations des règles antidopage peuvent être établis par tout moyen fiable. Cela inclut, notamment, les analyses de laboratoire ou d'autres analyses forensiques fiables réalisées en dehors de laboratoires agréés.]2
§ 2. A la demande expresse [1 de l'ONAD de la Commission communautaire commune]1 ou de l'AMA, le laboratoire agréé peut également rechercher dans des échantillons corporels rendus totalement anonymes [2 , dans les données d'analyse y afférentes, ainsi que dans les informations sur le contrôle du dopage,]2 la présence de substances ou d'éléments témoignant de l'usage de moyens ou méthodes autres que ceux figurant dans la liste visée à l'article 9, dans le but :
1° de collaborer au programme de surveillance mis en place par l'AMA;
2° de participer à un programme de lutte contre le dopage mis en place par la Commission communautaire commune;
3° d'assister une organisation antidopage reconnue dans l'établissement du profil des paramètres biologiques pertinents du sportif d'élite, à des fins de lutte contre le dopage.
§ 3. [1 Le Collège réuni détermine les conditions et les modalités selon lesquelles un laboratoire peut être agréé par la Commission communautaire commune ou se voir retirer son agrément. Pour être agréé, le laboratoire doit notamment être accrédité ou autrement approuvé par l'AMA.]1.
[2 § 4. Les échantillons prélevés par une autre organisation antidopage, au nom et pour le compte de l'ONAD de la Commission communautaire commune, conformément à l'article 11, alinéa 1er, 2°, de la présente ordonnance, sont analysés par un laboratoire accrédité ou autrement approuvé par l'AMA avec lequel travaille habituellement cette autre organisation antidopage.]2
A cet effet, le laboratoire agréé examine l'échantillon, conformément aux critères déterminés par [1 les Standards internationaux]1.
[2 Conformément à l'article 8/1, § 1er, les faits liés aux violations des règles antidopage peuvent être établis par tout moyen fiable. Cela inclut, notamment, les analyses de laboratoire ou d'autres analyses forensiques fiables réalisées en dehors de laboratoires agréés.]2
§ 2. A la demande expresse [1 de l'ONAD de la Commission communautaire commune]1 ou de l'AMA, le laboratoire agréé peut également rechercher dans des échantillons corporels rendus totalement anonymes [2 , dans les données d'analyse y afférentes, ainsi que dans les informations sur le contrôle du dopage,]2 la présence de substances ou d'éléments témoignant de l'usage de moyens ou méthodes autres que ceux figurant dans la liste visée à l'article 9, dans le but :
1° de collaborer au programme de surveillance mis en place par l'AMA;
2° de participer à un programme de lutte contre le dopage mis en place par la Commission communautaire commune;
3° d'assister une organisation antidopage reconnue dans l'établissement du profil des paramètres biologiques pertinents du sportif d'élite, à des fins de lutte contre le dopage.
§ 3. [1 Le Collège réuni détermine les conditions et les modalités selon lesquelles un laboratoire peut être agréé par la Commission communautaire commune ou se voir retirer son agrément. Pour être agréé, le laboratoire doit notamment être accrédité ou autrement approuvé par l'AMA.]1.
[2 § 4. Les échantillons prélevés par une autre organisation antidopage, au nom et pour le compte de l'ONAD de la Commission communautaire commune, conformément à l'article 11, alinéa 1er, 2°, de la présente ordonnance, sont analysés par un laboratoire accrédité ou autrement approuvé par l'AMA avec lequel travaille habituellement cette autre organisation antidopage.]2
Art. 19. § 1. Zodra het monster geanalyseerd is, wordt het resultaat [1 aan de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie]1 bezorgd samen met een door het laboratorium aangevuld analyseverslag, waarin met name het voor analyse ingesteld proces wordt beschreven.
§ 2. B Het Verenigd College bepaalt het model van het analyseverslag van de monsters van het laboratorium en de procedure voor overdracht van de resultaten.
§ 2. B Het Verenigd College bepaalt het model van het analyseverslag van de monsters van het laboratorium en de procedure voor overdracht van de resultaten.
Art. 19. § 1er. Une fois l'échantillon analysé, le résultat est transmis [1 à l'ONAD de la Commission communautaire commune]1, accompagné d'un rapport d'analyse complété par le laboratoire, lequel décrit notamment le processus mis en place pour l'analyse.
§ 2. Le Collège réuni fixe le modèle du rapport d'analyse des échantillons établis par le laboratoire et précise la procédure de transmission des résultats.
§ 2. Le Collège réuni fixe le modèle du rapport d'analyse des échantillons établis par le laboratoire et précise la procédure de transmission des résultats.
Wijzigingen
Art. 20. [1 De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie]1 geeft de sporter, het WADA en de sportvereniging waarvan hij afhangt, kennis van het resultaat en van het analysedossier met de bedoeling artikel 30 toe te passen.
Het Verenigd College bepaalt de inhoud en de regels van deze kennisgeving [2 met inbegrip van de beginselen die van toepassing zijn op de voorlopige schorsingen.]2.
Het Verenigd College bepaalt de inhoud en de regels van deze kennisgeving [2 met inbegrip van de beginselen die van toepassing zijn op de voorlopige schorsingen.]2.
Art. 20. [1 L'ONAD de la Commission communautaire commune]1 notifie le résultat et le dossier de l'analyse au sportif, à l'AMA et à l'association sportive dont il dépend aux fins de l'application de l'article 30.
Le Collège réuni fixe le contenu et les modalités de cette notification [2 , y compris les principes applicables aux suspensions provisoires]2.
Le Collège réuni fixe le contenu et les modalités de cette notification [2 , y compris les principes applicables aux suspensions provisoires]2.
Art. 21. In geval van een belastend analyseresultaat verduidelijkt de in artikel 20 bedoelde kennisgeving eveneens het recht van de sporter om een analyse van het B-monster door een erkend laboratorium te vragen die de sporter of zijn vertegenwoordiger, in voorkomend geval met een deskundige, kan bijwonen.
Het Verenigd College bepaalt de procedure en de voorwaarden volgens welke deze tegenexpertise dient te verlopen. De kosten van deze tegenexpertise vallen ten laste van de sporter indien het resultaat van de analyse van monster A wordt bevestigd.
Het Verenigd College bepaalt de procedure en de voorwaarden volgens welke deze tegenexpertise dient te verlopen. De kosten van deze tegenexpertise vallen ten laste van de sporter indien het resultaat van de analyse van monster A wordt bevestigd.
Art. 21. En cas de résultat d'analyse anormal, la notification visée à l'article 20 précise également le droit du sportif de demander une analyse de l'échantillon B par un laboratoire agréé, à laquelle le sportif ou son représentant peuvent assister, le cas échéant avec un expert.
Le Collège réuni fixe la procédure et les conditions selon lesquelles se déroule cette contre-expertise. Les frais de cette contre-expertise sont à charge du sportif si le résultat de l'analyse de l'échantillon A est confirmé.
Le Collège réuni fixe la procédure et les conditions selon lesquelles se déroule cette contre-expertise. Les frais de cette contre-expertise sont à charge du sportif si le résultat de l'analyse de l'échantillon A est confirmé.
Art. 22. De sportverenigingen verzekeren het Verenigd College van hun volle medewerking aan de dopingcontroles.
Art. 22. Les associations sportives assurent le Collège réuni de leur pleine collaboration aux contrôles antidopage.
Art. 23. Het Verenigd College kan samen met de Gemeenschappen en andere overheden, bilaterale of multilaterale akkoorden afsluiten, teneinde de uitvoering van de dopingcontroles door hun ambtenaren en erkende geneesheren mogelijk te maken of teneinde de aanvragen tot toestemming voor gebruik wegens therapeutische noodzaak van verboden stoffen, middelen of methodes te laten afhandelen.
De resultaten van de overeenkomstig de Code door één van haar ondertekenaars gevoerde controles, worden automatisch erkend door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, zonder andere formaliteiten. Zij binden de personen en de instellingen die aan deze ordonnantie onderworpen zijn.
De resultaten van de overeenkomstig de Code door één van haar ondertekenaars gevoerde controles, worden automatisch erkend door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, zonder andere formaliteiten. Zij binden de personen en de instellingen die aan deze ordonnantie onderworpen zijn.
Art. 23. Le Collège réuni peut conclure avec les Communautés ou d'autres autorités publiques des accords bilatéraux ou multilatéraux, en vue d'autoriser l'exécution de contrôles antidopage par leurs agents et médecins agréés, ou en vue de traiter des demandes d'autorisation d'usage à des fins thérapeutiques d'une substance, d'un moyen ou d'une méthode prohibée.
Les résultats des contrôles menés conformément au Code par un de ses signataires sont automatiquement reconnus par la Commission communautaire commune, sans autres formalités. Ils lient les personnes et institutions soumises à la présente ordonnance.
Les résultats des contrôles menés conformément au Code par un de ses signataires sont automatiquement reconnus par la Commission communautaire commune, sans autres formalités. Ils lient les personnes et institutions soumises à la présente ordonnance.
Art. 23/1. [1 Met het oog op het opsporen, het inwinnen van inlichtingen en, in voorkomend geval, het verzamelen van bewijselementen die toelaten dopinginbreuken in de zin van artikel 8 vast te stellen, beschikt de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie over een onderzoeksbevoegdheid overeenkomstig de Internationale Standaard voor dopingtests en onderzoeken.
In dat verband is de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie bevoegd voor :
a) het verzamelen, beoordelen en verwerken van informatie, die mogelijke overtredingen van de in artikel 8 bedoelde antidopingregels zou kunnen aantonen en die rechtmatig door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie werd verkregen, met het oog op de ontwikkeling van een effectief, intelligent en proportioneel spreidingsplan, het plannen van gerichte dopingtests of het vormen van een basis van een onderzoek naar mogelijke overtredingen van de in artikel 8 bedoelde antidopingregels;
b) het onderzoeken van atypische analyseresultaten of afwijkende paspoortresultaten, met het oog op het verzamelen van inlichtingen of bewijzen, met inbegrip van onder andere analytische bewijzen, om te bepalen of er één of meer mogelijke overtredingen van de in artikel 8, § 1, 1° of 2°, bedoelde antidopingregels werden begaan;
c) het onderzoeken van ieder ander analytisch of niet-analytisch gegeven dat wijst op één of meer overtredingen van de in artikel 8, § 1, 3° tot 10°, bedoelde antidopingregels om het bestaan van dergelijke overtreding(en) uit te sluiten of om bewijzen te verzamelen met het oog op het opstarten van een procedure voor overtreding van antidopingregels;
d) het voeren van een automatische enquête over de begeleider van de sporter in geval van overtreding van de antidopingregels door een minderjarige [2 of door een beschermde persoon]2 en het voeren van een automatisch enquête over elke begeleider die zijn steun heeft gegeven aan meer dan één sporter die schuldig werd bevonden aan dopingpraktijken.
Wanneer de in het eerste lid, a), bedoelde informatie wordt verwerkt voor het vaststellen van een spreidingsplan van dopingtests, wordt zij anoniem gemaakt.
Met het oog op de toepassing van de voorgaande leden, kan het Verenigd College bilaterale of multilaterale akkoorden sluiten met andere antidopingorganisaties, met het oog op het aanstellen van een gezamenlijke verantwoordelijke die met deze taken belast wordt.]1
In dat verband is de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie bevoegd voor :
a) het verzamelen, beoordelen en verwerken van informatie, die mogelijke overtredingen van de in artikel 8 bedoelde antidopingregels zou kunnen aantonen en die rechtmatig door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie werd verkregen, met het oog op de ontwikkeling van een effectief, intelligent en proportioneel spreidingsplan, het plannen van gerichte dopingtests of het vormen van een basis van een onderzoek naar mogelijke overtredingen van de in artikel 8 bedoelde antidopingregels;
b) het onderzoeken van atypische analyseresultaten of afwijkende paspoortresultaten, met het oog op het verzamelen van inlichtingen of bewijzen, met inbegrip van onder andere analytische bewijzen, om te bepalen of er één of meer mogelijke overtredingen van de in artikel 8, § 1, 1° of 2°, bedoelde antidopingregels werden begaan;
c) het onderzoeken van ieder ander analytisch of niet-analytisch gegeven dat wijst op één of meer overtredingen van de in artikel 8, § 1, 3° tot 10°, bedoelde antidopingregels om het bestaan van dergelijke overtreding(en) uit te sluiten of om bewijzen te verzamelen met het oog op het opstarten van een procedure voor overtreding van antidopingregels;
d) het voeren van een automatische enquête over de begeleider van de sporter in geval van overtreding van de antidopingregels door een minderjarige [2 of door een beschermde persoon]2 en het voeren van een automatisch enquête over elke begeleider die zijn steun heeft gegeven aan meer dan één sporter die schuldig werd bevonden aan dopingpraktijken.
Wanneer de in het eerste lid, a), bedoelde informatie wordt verwerkt voor het vaststellen van een spreidingsplan van dopingtests, wordt zij anoniem gemaakt.
Met het oog op de toepassing van de voorgaande leden, kan het Verenigd College bilaterale of multilaterale akkoorden sluiten met andere antidopingorganisaties, met het oog op het aanstellen van een gezamenlijke verantwoordelijke die met deze taken belast wordt.]1
Art. 23/1. [1 Aux fins de rechercher, de collecter des renseignements et, le cas échéant, de réunir des preuves permettant d'établir des faits de dopage, au sens de l'article 8, l'ONAD de la Commission communautaire commune dispose d'un pouvoir d'enquête conforme au Standard international pour les contrôles et les enquêtes.
Dans ce cadre, l'ONAD de la Commission communautaire commune peut :
a) obtenir, évaluer et traiter des informations indiquant une ou plusieurs violation(s) potentielle(s) des règles antidopage visées à l'article 8, dont la Commission communautaire commune a légalement pris connaissance, afin d'alimenter la mise en place d'un plan de répartition des contrôles efficace, intelligent et proportionné, de planifier des contrôles ciblés ou de servir de base à une enquête portant sur une ou plusieurs violation(s) éventuelle(s) des règles antidopage, telles que visées à l'article 8;
b) enquêter sur les résultats atypiques et les résultats de passeport anormaux, afin de rassembler des renseignements ou des preuves, y compris, notamment, des preuves analytiques, en vue de déterminer si une ou plusieurs violation(s) éventuelle(s) des règles antidopage, visée(s) à l'article 8, § 1er, 1° ou 2°, a (ont) été commise(s);
c) enquêter sur toute autre information ou donnée analytique ou non analytique indiquant une ou plusieurs violation(s) potentielle(s) des règles antidopage visées à l'article 8, § 1er, 3° à 10°, afin d'exclure l'existence d'une telle violation ou de réunir des preuves permettant l'ouverture d'une procédure pour violation des règles antidopage;
d) mener une enquête automatique sur le personnel d'encadrement du sportif en cas de violation des règles antidopage par un mineur [2 ou par une personne protégée]2 et mener une enquête automatique sur tout membre du personnel d'encadrement du sportif qui a apporté son soutien à plus d'un sportif reconnu coupable de violation des règles antidopage.
Lorsque les informations visées à l'alinéa 1er, a), sont traitées pour établir un plan de répartition des contrôles, elles sont rendues anonymes.
Aux fins de l'application des alinéas précédents, le Collège réuni peut conclure des accords bilatéraux ou multilatéraux avec d'autres organisations antidopage, notamment en vue de désigner un responsable commun chargé de ces tâches.]1
Dans ce cadre, l'ONAD de la Commission communautaire commune peut :
a) obtenir, évaluer et traiter des informations indiquant une ou plusieurs violation(s) potentielle(s) des règles antidopage visées à l'article 8, dont la Commission communautaire commune a légalement pris connaissance, afin d'alimenter la mise en place d'un plan de répartition des contrôles efficace, intelligent et proportionné, de planifier des contrôles ciblés ou de servir de base à une enquête portant sur une ou plusieurs violation(s) éventuelle(s) des règles antidopage, telles que visées à l'article 8;
b) enquêter sur les résultats atypiques et les résultats de passeport anormaux, afin de rassembler des renseignements ou des preuves, y compris, notamment, des preuves analytiques, en vue de déterminer si une ou plusieurs violation(s) éventuelle(s) des règles antidopage, visée(s) à l'article 8, § 1er, 1° ou 2°, a (ont) été commise(s);
c) enquêter sur toute autre information ou donnée analytique ou non analytique indiquant une ou plusieurs violation(s) potentielle(s) des règles antidopage visées à l'article 8, § 1er, 3° à 10°, afin d'exclure l'existence d'une telle violation ou de réunir des preuves permettant l'ouverture d'une procédure pour violation des règles antidopage;
d) mener une enquête automatique sur le personnel d'encadrement du sportif en cas de violation des règles antidopage par un mineur [2 ou par une personne protégée]2 et mener une enquête automatique sur tout membre du personnel d'encadrement du sportif qui a apporté son soutien à plus d'un sportif reconnu coupable de violation des règles antidopage.
Lorsque les informations visées à l'alinéa 1er, a), sont traitées pour établir un plan de répartition des contrôles, elles sont rendues anonymes.
Aux fins de l'application des alinéas précédents, le Collège réuni peut conclure des accords bilatéraux ou multilatéraux avec d'autres organisations antidopage, notamment en vue de désigner un responsable commun chargé de ces tâches.]1
Art. 23/2. [1 § 1. De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie kan, met inachtneming van de bepalingen van [2 de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens]2, een biologisch paspoort opmaken van de elitesporters die een sportdiscipline beoefenen, waarvoor de bevoegde internationale sportfederatie het biologisch paspoort toepast.
[2 ...]2
Een dopingcontrole kan als doel hebben, met het oog op de vaststelling van de in artikel 8, § 1, 1° en 2°, bedoelde dopingpraktijken, hetzij de rechtstreekse opsporing van een verboden stof of methode in het lichaam van de sporter, hetzij de onrechtstreekse opsporing van een verboden stof via zijn gevolgen op het lichaam, door het opstellen van een biologisch paspoort van de sporter.
Het biologisch paspoort kan worden gebruikt om gerichte dopingtests op de betrokken elitesporters uit te voeren.
§ 2. Het Verenigd College bepaalt, in overeenstemming met de Code en de bepalingen van de Internationale Standaarden, de procedureregels voor het opmaken, het beheer en de opvolging van het biologisch paspoort.
Het Verenigd College bepaalt eveneens de bewaringstermijn van de gegevens verzameld in het kader van het biologisch paspoort, overeenkomstig de bepalingen van [2 de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens]2.
Onverminderd het vorige lid kan het Verenigd College een instantie voor het beheer van het biologisch paspoort van de elitesporter aanduiden, die ermee belast wordt de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie bij te staan bij het opmaken, het beheer en de opvolging van het biologisch paspoort.
De behandeling van de gegevens toevertrouwd aan de beheersinstantie, aangeduid door het Verenigd College, gebeurt onder controle van een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg.]1
[2 ...]2
Een dopingcontrole kan als doel hebben, met het oog op de vaststelling van de in artikel 8, § 1, 1° en 2°, bedoelde dopingpraktijken, hetzij de rechtstreekse opsporing van een verboden stof of methode in het lichaam van de sporter, hetzij de onrechtstreekse opsporing van een verboden stof via zijn gevolgen op het lichaam, door het opstellen van een biologisch paspoort van de sporter.
Het biologisch paspoort kan worden gebruikt om gerichte dopingtests op de betrokken elitesporters uit te voeren.
§ 2. Het Verenigd College bepaalt, in overeenstemming met de Code en de bepalingen van de Internationale Standaarden, de procedureregels voor het opmaken, het beheer en de opvolging van het biologisch paspoort.
Het Verenigd College bepaalt eveneens de bewaringstermijn van de gegevens verzameld in het kader van het biologisch paspoort, overeenkomstig de bepalingen van [2 de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens]2.
Onverminderd het vorige lid kan het Verenigd College een instantie voor het beheer van het biologisch paspoort van de elitesporter aanduiden, die ermee belast wordt de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie bij te staan bij het opmaken, het beheer en de opvolging van het biologisch paspoort.
De behandeling van de gegevens toevertrouwd aan de beheersinstantie, aangeduid door het Verenigd College, gebeurt onder controle van een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg.]1
Art. 23/2. [1 § 1er. L'ONAD de la Commission communautaire commune peut établir, dans le respect des dispositions de [2 la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractère personnel]2, un passeport biologique des sportifs d'élite qui pratiquent une discipline sportive, pour laquelle la fédération sportive internationale compétente applique le passeport biologique.
[2 ...]2
Un contrôle antidopage peut avoir pour objet, aux fins de l'établissement des faits de dopage visés à l'article 8, § 1er, 1° et 2°, soit la détection directe d'une substance ou méthode interdite dans le corps du sportif, soit la détection indirecte d'une substance interdite de par ses effets sur le corps, par la voie de l'établissement d'un passeport biologique du sportif.
Le passeport biologique peut être utilisé pour faire effectuer des contrôles ciblés sur les sportifs d'élite concernés.
§ 2. Le Collège réuni détermine, en conformité avec le Code et les dispositions des Standards internationaux, les règles de procédure pour l'établissement, la gestion et le suivi du passeport biologique.
Le Collège réuni fixe également la durée de conservation des données recueillies dans le cadre du passeport biologique, conformément aux dispositions de [2 la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractère personnel]2.
Sans préjudice de l'alinéa qui précède, le Collège réuni peut désigner une unité de gestion du passeport du sportif d'élite, chargée d'assister l'ONAD de la Commission communautaire commune, pour l'établissement, la gestion et le suivi du passeport biologique.
Le traitement des données confié à l'unité de gestion désignée par le Collège réuni est réalisé sous le contrôle d'un professionnel des soins de santé.]1
[2 ...]2
Un contrôle antidopage peut avoir pour objet, aux fins de l'établissement des faits de dopage visés à l'article 8, § 1er, 1° et 2°, soit la détection directe d'une substance ou méthode interdite dans le corps du sportif, soit la détection indirecte d'une substance interdite de par ses effets sur le corps, par la voie de l'établissement d'un passeport biologique du sportif.
Le passeport biologique peut être utilisé pour faire effectuer des contrôles ciblés sur les sportifs d'élite concernés.
§ 2. Le Collège réuni détermine, en conformité avec le Code et les dispositions des Standards internationaux, les règles de procédure pour l'établissement, la gestion et le suivi du passeport biologique.
Le Collège réuni fixe également la durée de conservation des données recueillies dans le cadre du passeport biologique, conformément aux dispositions de [2 la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractère personnel]2.
Sans préjudice de l'alinéa qui précède, le Collège réuni peut désigner une unité de gestion du passeport du sportif d'élite, chargée d'assister l'ONAD de la Commission communautaire commune, pour l'établissement, la gestion et le suivi du passeport biologique.
Le traitement des données confié à l'unité de gestion désignée par le Collège réuni est réalisé sous le contrôle d'un professionnel des soins de santé.]1
HOOFDSTUK VI. - Toezicht op de beoefening van de vechtsporten met risico
CHAPITRE VI. - Contrôle de la pratique des sports de combat à risque
Art. 24. Met naleving van de gezondheidsvereisten, stelt het Verenigd College de algemene voorwaarden vast die de organisatoren van een sportmanifestatie moeten naleven om trainingen, wedstrijden en demonstraties van vechtsporten met risico te organiseren.
Die algemene voorwaarden verplichten de organisatoren van een sportmanifestatie een medisch reglement goed te keuren, maatregelen te nemen om de gezondheid van de deelnemers te garanderen, met inbegrip van de maatregelen met betrekking tot de materiële organisatievoorwaarden en de voorwaarden voor de medische en hygiënische begeleiding, en een verzekering voor burgerlijke aansprakelijkheid te nemen om de door de deelnemers geleden schade te vergoeden.
Het Verenigd College stelt bovendien de minimumleeftijd vast waaronder trainingen, wedstrijden en demonstraties van vechtsporten met risico verboden zijn, eventueel met aanpassingen naargelang de discipline.
Het Verenigd College kan bepalen dat de organisatoren van trainingen, wedstrijden en demonstraties van vechtsporten met risico die onder erkende federaties vallen, op weerlegbare wijze verondersteld worden de door hem bepaalde voorwaarden na te leven.
Het Verenigd College neemt de nodige maatregelen om het toezicht op door hem bepaalde voorwaarden te garanderen. De door hem aangestelde personeelsleden mogen de lokalen waar trainingen, wedstrijden en demonstraties van vechtsporten met risico plaatsvinden, betreden om de naleving van die voorwaarden na te gaan.
Die algemene voorwaarden verplichten de organisatoren van een sportmanifestatie een medisch reglement goed te keuren, maatregelen te nemen om de gezondheid van de deelnemers te garanderen, met inbegrip van de maatregelen met betrekking tot de materiële organisatievoorwaarden en de voorwaarden voor de medische en hygiënische begeleiding, en een verzekering voor burgerlijke aansprakelijkheid te nemen om de door de deelnemers geleden schade te vergoeden.
Het Verenigd College stelt bovendien de minimumleeftijd vast waaronder trainingen, wedstrijden en demonstraties van vechtsporten met risico verboden zijn, eventueel met aanpassingen naargelang de discipline.
Het Verenigd College kan bepalen dat de organisatoren van trainingen, wedstrijden en demonstraties van vechtsporten met risico die onder erkende federaties vallen, op weerlegbare wijze verondersteld worden de door hem bepaalde voorwaarden na te leven.
Het Verenigd College neemt de nodige maatregelen om het toezicht op door hem bepaalde voorwaarden te garanderen. De door hem aangestelde personeelsleden mogen de lokalen waar trainingen, wedstrijden en demonstraties van vechtsporten met risico plaatsvinden, betreden om de naleving van die voorwaarden na te gaan.
Art. 24. Dans le respect des impératifs de santé, le Collège réuni arrête les conditions générales que doivent respecter les organisateurs de manifestations sportives pour pouvoir organiser des entraînements, des compétitions et des exhibitions relatifs à un sport de combat à risque.
Ces conditions générales imposent aux organisateurs de manifestations sportives d'adopter un règlement médical, de prendre des mesures pour garantir la santé des participants, en ce compris celles portant sur les conditions matérielles d'organisation et sur les conditions d'encadrement médical et sanitaire, et de souscrire une assurance de responsabilité civile ayant pour objet la réparation des dommages subis par les pratiquants.
Le Collège réuni précise, en outre, le cas échéant en fonction de la discipline concernée, l'âge minimum en deçà duquel les entraînements, les compétitions et les exhibitions de sports de combat à risque sont interdits.
Le Collège réuni peut prévoir que les organisateurs d'entraînements, de compétitions et d'exhibitions de sports de combat à risque relevant de fédérations reconnues sont présumés, de manière réfragable, respecter les conditions fixées par lui.
Le Collège réuni prend les mesures nécessaires pour assurer le contrôle du respect des conditions qu'il arrête. Les agents qu'il désigne peuvent pénétrer dans les locaux où ont lieu des entraînements, des compétitions et des exhibitions de sports de combat à risque aux fins de vérifier le respect de ces conditions.
Ces conditions générales imposent aux organisateurs de manifestations sportives d'adopter un règlement médical, de prendre des mesures pour garantir la santé des participants, en ce compris celles portant sur les conditions matérielles d'organisation et sur les conditions d'encadrement médical et sanitaire, et de souscrire une assurance de responsabilité civile ayant pour objet la réparation des dommages subis par les pratiquants.
Le Collège réuni précise, en outre, le cas échéant en fonction de la discipline concernée, l'âge minimum en deçà duquel les entraînements, les compétitions et les exhibitions de sports de combat à risque sont interdits.
Le Collège réuni peut prévoir que les organisateurs d'entraînements, de compétitions et d'exhibitions de sports de combat à risque relevant de fédérations reconnues sont présumés, de manière réfragable, respecter les conditions fixées par lui.
Le Collège réuni prend les mesures nécessaires pour assurer le contrôle du respect des conditions qu'il arrête. Les agents qu'il désigne peuvent pénétrer dans les locaux où ont lieu des entraînements, des compétitions et des exhibitions de sports de combat à risque aux fins de vérifier le respect de ces conditions.
HOOFDSTUK VII. - Verblijfgegevens van de sporters
CHAPITRE VII. - Localisation des sportifs
Art. 25. [1 Met het oog op de planning van de dopingcontroles deelt elke organisator de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie jaarlijks vooraf en overeenkomstig de door het Verenigd College vastgestelde nadere regels, de sportevenementen of -wedstrijden mee die hij gepland heeft en waaraan elitesporters deelnemen.]1
Art. 25. [1 Chaque organisateur communique à l'ONAD de la Commission communautaire commune, à l'avance, sur une base annuelle et selon les modalités fixées par le Collège réuni, les manifestations ou compétitions sportives qu'il a programmées et auxquelles participent des sportifs d'élite aux fins de permettre la planification de contrôles antidopage.]1
Wijzigingen
Art. 26. § 1. In de vorm en volgens de regels bepaald door het Verenigd College dienen de elitesporters van de categorieën [2 A en B]2 die deel uitmaken van de doelgroep van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie via publicatie in de gegevensbank ADAMS nauwkeurige en geactualiseerde gegevens over hun verblijf te verstrekken.
De lijst van sportdisciplines die als basis geldt voor de indeling van de verschillende categorieën van elitesporters, wordt opgenomen als bijlage bij deze ordonnantie.
Op gemotiveerd advies van de Coördinatieraad kan het Verenigd College de bovenvermelde lijst wijzigen.
[1 [2 De criteria op basis waarvan de sportdisciplines worden gecategoriseerd in lijst A en B in de bijlage van deze ordonnantie, zijn de volgende:
- A: het gaat om een individuele discipline die gevoelig is voor dopinggebruik buiten wedstrijdverband;
- B: het gaat om een individuele discipline die gevoelig is voor dopinggebruik buiten wedstrijdverband.]2]1
§ 2. [1 De elitesporters van categorie A vormen de geregistreerde doelgroep van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. Zij zijn onderworpen aan de verplichting tot mededeling van de verblijfgegevens bedoeld in [2 artikel 5.5 van de Code]2 en in de Internationale Standaard voor dopingtests en onderzoeken, namelijk :
1° hun naam en voornamen;
2° hun geslacht;
3° het adres van hun woonplaats, en indien het verschillend is, hun gewoonlijke verblijfplaats;
4° hun telefoonnummer, [2 ...]2 en elektronisch adres;
5° in voorkomend geval, het nummer van het biologisch paspoort van de sporter;
6° hun sportdiscipline, -klasse en -ploeg;
7° hun sportvereniging en hun lidnummer;
8° het volledige adres van hun verblijfplaats, trainingsplaats, plaats van wedstrijd en manifestatie tijdens het komende trimester;
9° een dagelijkse periode van 60 minuten waarin de sporter beschikbaar is op één aangeduide plaats voor een onaangekondigde controle.
Als de elitesporter van categorie A zijn verplichtingen op het vlak van verblijfgegevens niet nakomt, leidt dat, overeenkomstig de Internationale Standaard voor dopingtests en onderzoeken, tot de vaststelling van een gemiste dopingtest of aangifteverzuim van de verblijfgegevens.
Het Verenigd College publiceert de lijst van de sporters opgenomen in de geregistreerde doelgroep van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie in de gegevensbank ADAMS.]1
§ 3. De gegevens die de elitesporters van categorieën B [2 ...]2 moeten verstrekken zijn :
1° hun naam en voornamen;
2° hun geslacht;
3° hun telefoonnummers, [2 ...]2 en elektronische adressen;
4° indien van toepassing, het paspoortnummer van de sporter van het WADA;
5° hun discipline, klasse en sportploeg;
6° hun sportfederatie en hun lidmaatschapsnummer;
7° hun uurrooster en plaats van sportwedstrijden en trainingen tijdens het komende trimester;
8° het volledige adres van hun gewoonlijke verblijfplaats voor de dagen dat zij niet op een sportwedstrijd of training zijn tijdens het komende trimester.
[1 Elitesporters [2 van categorie A en B kunnen een derde als ploegverantwoordelijke aanwijzen]2 om, in hun naam, hun verblijfgegevens [2 ...]2 voor hen in te dienen.
Niettegenstaande de toepassing van het in het vorige lid bedoelde geval blijft de sporter steeds verantwoordelijk voor de juistheid en de aanpassing van de meegedeelde gegevens.]1.
§ 4. [1 De elitesporters van categorie B die hun verplichtingen op het vlak van verblijfgegevens niet naleven of een controle missen, kunnen, ongeacht de antidopingorganisatie die het verzuim vaststelt, na een schriftelijke kennisgeving en volgens de door het Verenigd College bepaalde regels, verplicht worden de verplichtingen op het vlak van verblijfgegevens van de elitesporters van categorie A tijdens 6 maanden na te leven. In geval van een nieuw verzuim binnen deze termijn wordt deze met 18 maanden verlengd, vanaf de datum van de laatste vaststelling van het verzuim.
[2 ...]2
Elitesporters [2 van categorie B of C]2, voor wie een tuchtschorsing wordt uitgesproken voor dopingpraktijk of van wie de prestaties een plotselinge en belangrijke verbetering vertonen, of tegen wie ernstige aanwijzingen van doping bestaan, moeten, met inachtneming van de criteria van artikel 4.5.3 van de Internationale Standaard voor dopingtests en onderzoeken, en volgens de door het Verenigd College bepaalde regels, de verplichtingen inzake de verblijfgegevens van de elitesporters van categorie A respecteren.]1
[2 Elke sporter die op een preselectielijst voor de Olympische Spelen, Paralympische Spelen, Europese kampioenschappen of wereldkampioenschappen staat kan worden verplicht zijn verblijfsgegevens door te geven overeenkomstig categorie A voor een maximale duur van 12 maanden, die ten vroegste 9 maanden voor de wedstrijd in kwestie aanvangt en ten laatste 3 maanden na afloop van die wedstrijd eindigt.
Elke sporter tegen wie er ernstige aanwijzingen van doping zijn, in het kader van een uitgevoerd dopingonderzoek, in voorkomend geval, in samenwerking met een of meer andere antidopingorganisaties en/of politie- en/of justitiediensten, kan worden verplicht zijn verblijfsgegevens door te geven, overeenkomstig categorie A voor een maximale duur van 12 maanden.]2
§ 5. Uitgezonderd in geval van overmacht, is iedere elitesporter beschikbaar voor één of meerdere dopingscontroles op de aangeduide lokalisatieplaats.
§ 6. De verplichtingen bepaald in het huidig artikel worden van kracht vanaf het ogenblik dat de elitesporter ervan verwittigd werd door betekening en tot ontvangst van de betekening van het einde van hun uitwerking, volgens door het Verenigd College bepaalde nadere regels.
Indien de elitesporter de naleving van de verplichtingen bepaald in het huidig artikel betwist, kan hij een opschortend beroep aantekenen. Het Verenigd College bepaalt de nadere regels voor de procedure in beroep.
§ 7. De in dit artikel bepaalde verplichtingen blijven in voege tijdens de volledige periode van schorsing van de elitesporter en hun naleving veronderstelt het recht van de elitesporter om deel te nemen aan nieuwe wedstrijden of sportmanifestaties, na zijn schorsing.
§ 8. De volgende gegevens worden ter kennis gebracht van de ambtenaren die belast zijn met het toezicht op doping in de Franse Gemeenschap, Vlaamse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, door middel van beveiligde communicatiekanalen en volgens door het Verenigd College bepaalde modaliteiten :
1) alle beslissingen betreffende de opneming of uitsluiting van een sporter uit de doelgroep van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie vooraleer deze gegevens aan de sporter worden meegedeeld;
2) alle tekortkomingen van een elitesporter uit de doelgroep van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie bij een dopingcontrole of bij de aan hem opgelegde verplichtingen in het kader van de lokalisatie.
[1 § 9. [2 De elitesporters van categorie A en B die zich terugtrekken uit de sport, maar later weer aan wedstrijden op nationaal en/of internationaal niveau willen deelnemen, kunnen pas weer competitiegerechtigd worden in nationale en/of internationale wedstrijden nadat zij de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en hun internationale federatie zes maanden vooraf schriftelijk op de hoogte hebben gebracht van hun terugkeer.
Het WADA kan in samenspraak met de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de betrokken internationale federatie een afwijking toekennen van de regel van schriftelijke kennisgeving van zes maanden bedoeld in het voorafgaande lid, wanneer de strikte toepassing van die regel voor de betrokken elitesporter onbillijk zou zijn.
Elke overeenkomstig het voorafgaande lid genomen beslissing kan het voorwerp zijn van een beroep. Het Verenigd College stelt de nadere regels van de beroepsprocedure vast.
Elk behaald sportief resultaat in strijd met het eerste lid wordt geannuleerd, tenzij de sporter kan aantonen dat hij niet redelijkerwijze had kunnen weten dat het ging om een wedstrijd van nationaal of internationaal niveau.
Indien de elitesporters vermeld in het eerste lid zich tijdens een schorsingsperiode volgend op een disciplinaire uitspraak op grond van dopingpraktijken, die in kracht van gewijsde is gegaan, zich terugtrekken uit de sport, moeten zij de antidopingorganisatie die de schorsingsperiode oplegde daarvan schriftelijk op de hoogte brengen. Ze zullen niet mogen deelnemen aan wedstrijden van nationaal of internationaal niveau zonder dat ze de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en hun internationale federatie zes maanden vooraf schriftelijk op de hoogte hebben gebracht, of een termijn gelijk aan het resterende deel van hun schorsing tot aan de datum van hun terugtrekking, als die periode langer is dan zes maanden.
Vanaf de ontvangst van de schriftelijke mededeling kan de betrokken NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie de elitesporters bedoeld in het eerste lid onderwerpen aan controles buiten wedstrijdverband en hen verplichten hun verblijfgegevens in te dienen overeenkomstig de categorie waartoe zij behoorden op het ogenblik van hun terugtrekking uit de sport.]2
[1 § 10. Onverminderd de overeengekomen specifieke bepalingen ter zake tussen de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, indien een elitesporter tegelijk is opgenomen in de doelgroep van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en in die van een andere antidopingorganisatie of een internationale federatie, zal de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie met de andere antidopingorganisatie overeenkomen dat de verblijfgegevens enkel door één van hen worden beheerd en dat de andere toegang tot deze gegevens zal krijgen. Bij gebrek aan akkoord is het [2 artikel 5.5 van de Code]2 en de Internationale Standaard voor dopingtests en onderzoeken van toepassing om te bepalen welke antidopingorganisatie het beheer waarneemt.
Indien een elitesporter [2 van categorie B of C]2 opgenomen is in de doelgroep van een andere NADO of van een internationale federatie waarvoor hij meer verblijfgegevens moet verstrekken dan wat in artikel 26 wordt voorzien, moet deze sporter enkel de verblijfgegevens meedelen die door de andere NADO of door de betrokken internationale federatie vereist is.
Overeenkomstig artikel 12 dienen de verwerking en het doorgeven van de persoonsgegevens verkregen met toepassing van het voorgaande lid in overeenstemming te zijn met de bepalingen van [2 de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens]2.
Onverminderd de overeengekomen specifieke bepalingen ter zake tussen de Belgische NADO's, zal de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, indien zij controles wenst uit te voeren op een of meer sporters naar aanleiding van een sportmanifestatie waarvoor zij in principe niet verantwoordelijk is, de voorafgaande toestemming vragen aan de organisatie in wier schoot deze manifestatie is georganiseerd, overeenkomstig de modaliteiten bepaald door het Verenigd College met inachtneming van artikel 5.3.2. van de Code [2 en van de Internationale Standaard voor dopingtests en onderzoeken]2.]1
De lijst van sportdisciplines die als basis geldt voor de indeling van de verschillende categorieën van elitesporters, wordt opgenomen als bijlage bij deze ordonnantie.
Op gemotiveerd advies van de Coördinatieraad kan het Verenigd College de bovenvermelde lijst wijzigen.
[1 [2 De criteria op basis waarvan de sportdisciplines worden gecategoriseerd in lijst A en B in de bijlage van deze ordonnantie, zijn de volgende:
- A: het gaat om een individuele discipline die gevoelig is voor dopinggebruik buiten wedstrijdverband;
- B: het gaat om een individuele discipline die gevoelig is voor dopinggebruik buiten wedstrijdverband.]2]1
§ 2. [1 De elitesporters van categorie A vormen de geregistreerde doelgroep van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. Zij zijn onderworpen aan de verplichting tot mededeling van de verblijfgegevens bedoeld in [2 artikel 5.5 van de Code]2 en in de Internationale Standaard voor dopingtests en onderzoeken, namelijk :
1° hun naam en voornamen;
2° hun geslacht;
3° het adres van hun woonplaats, en indien het verschillend is, hun gewoonlijke verblijfplaats;
4° hun telefoonnummer, [2 ...]2 en elektronisch adres;
5° in voorkomend geval, het nummer van het biologisch paspoort van de sporter;
6° hun sportdiscipline, -klasse en -ploeg;
7° hun sportvereniging en hun lidnummer;
8° het volledige adres van hun verblijfplaats, trainingsplaats, plaats van wedstrijd en manifestatie tijdens het komende trimester;
9° een dagelijkse periode van 60 minuten waarin de sporter beschikbaar is op één aangeduide plaats voor een onaangekondigde controle.
Als de elitesporter van categorie A zijn verplichtingen op het vlak van verblijfgegevens niet nakomt, leidt dat, overeenkomstig de Internationale Standaard voor dopingtests en onderzoeken, tot de vaststelling van een gemiste dopingtest of aangifteverzuim van de verblijfgegevens.
Het Verenigd College publiceert de lijst van de sporters opgenomen in de geregistreerde doelgroep van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie in de gegevensbank ADAMS.]1
§ 3. De gegevens die de elitesporters van categorieën B [2 ...]2 moeten verstrekken zijn :
1° hun naam en voornamen;
2° hun geslacht;
3° hun telefoonnummers, [2 ...]2 en elektronische adressen;
4° indien van toepassing, het paspoortnummer van de sporter van het WADA;
5° hun discipline, klasse en sportploeg;
6° hun sportfederatie en hun lidmaatschapsnummer;
7° hun uurrooster en plaats van sportwedstrijden en trainingen tijdens het komende trimester;
8° het volledige adres van hun gewoonlijke verblijfplaats voor de dagen dat zij niet op een sportwedstrijd of training zijn tijdens het komende trimester.
[1 Elitesporters [2 van categorie A en B kunnen een derde als ploegverantwoordelijke aanwijzen]2 om, in hun naam, hun verblijfgegevens [2 ...]2 voor hen in te dienen.
Niettegenstaande de toepassing van het in het vorige lid bedoelde geval blijft de sporter steeds verantwoordelijk voor de juistheid en de aanpassing van de meegedeelde gegevens.]1.
§ 4. [1 De elitesporters van categorie B die hun verplichtingen op het vlak van verblijfgegevens niet naleven of een controle missen, kunnen, ongeacht de antidopingorganisatie die het verzuim vaststelt, na een schriftelijke kennisgeving en volgens de door het Verenigd College bepaalde regels, verplicht worden de verplichtingen op het vlak van verblijfgegevens van de elitesporters van categorie A tijdens 6 maanden na te leven. In geval van een nieuw verzuim binnen deze termijn wordt deze met 18 maanden verlengd, vanaf de datum van de laatste vaststelling van het verzuim.
[2 ...]2
Elitesporters [2 van categorie B of C]2, voor wie een tuchtschorsing wordt uitgesproken voor dopingpraktijk of van wie de prestaties een plotselinge en belangrijke verbetering vertonen, of tegen wie ernstige aanwijzingen van doping bestaan, moeten, met inachtneming van de criteria van artikel 4.5.3 van de Internationale Standaard voor dopingtests en onderzoeken, en volgens de door het Verenigd College bepaalde regels, de verplichtingen inzake de verblijfgegevens van de elitesporters van categorie A respecteren.]1
[2 Elke sporter die op een preselectielijst voor de Olympische Spelen, Paralympische Spelen, Europese kampioenschappen of wereldkampioenschappen staat kan worden verplicht zijn verblijfsgegevens door te geven overeenkomstig categorie A voor een maximale duur van 12 maanden, die ten vroegste 9 maanden voor de wedstrijd in kwestie aanvangt en ten laatste 3 maanden na afloop van die wedstrijd eindigt.
Elke sporter tegen wie er ernstige aanwijzingen van doping zijn, in het kader van een uitgevoerd dopingonderzoek, in voorkomend geval, in samenwerking met een of meer andere antidopingorganisaties en/of politie- en/of justitiediensten, kan worden verplicht zijn verblijfsgegevens door te geven, overeenkomstig categorie A voor een maximale duur van 12 maanden.]2
§ 5. Uitgezonderd in geval van overmacht, is iedere elitesporter beschikbaar voor één of meerdere dopingscontroles op de aangeduide lokalisatieplaats.
§ 6. De verplichtingen bepaald in het huidig artikel worden van kracht vanaf het ogenblik dat de elitesporter ervan verwittigd werd door betekening en tot ontvangst van de betekening van het einde van hun uitwerking, volgens door het Verenigd College bepaalde nadere regels.
Indien de elitesporter de naleving van de verplichtingen bepaald in het huidig artikel betwist, kan hij een opschortend beroep aantekenen. Het Verenigd College bepaalt de nadere regels voor de procedure in beroep.
§ 7. De in dit artikel bepaalde verplichtingen blijven in voege tijdens de volledige periode van schorsing van de elitesporter en hun naleving veronderstelt het recht van de elitesporter om deel te nemen aan nieuwe wedstrijden of sportmanifestaties, na zijn schorsing.
§ 8. De volgende gegevens worden ter kennis gebracht van de ambtenaren die belast zijn met het toezicht op doping in de Franse Gemeenschap, Vlaamse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, door middel van beveiligde communicatiekanalen en volgens door het Verenigd College bepaalde modaliteiten :
1) alle beslissingen betreffende de opneming of uitsluiting van een sporter uit de doelgroep van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie vooraleer deze gegevens aan de sporter worden meegedeeld;
2) alle tekortkomingen van een elitesporter uit de doelgroep van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie bij een dopingcontrole of bij de aan hem opgelegde verplichtingen in het kader van de lokalisatie.
[1 § 9. [2 De elitesporters van categorie A en B die zich terugtrekken uit de sport, maar later weer aan wedstrijden op nationaal en/of internationaal niveau willen deelnemen, kunnen pas weer competitiegerechtigd worden in nationale en/of internationale wedstrijden nadat zij de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en hun internationale federatie zes maanden vooraf schriftelijk op de hoogte hebben gebracht van hun terugkeer.
Het WADA kan in samenspraak met de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de betrokken internationale federatie een afwijking toekennen van de regel van schriftelijke kennisgeving van zes maanden bedoeld in het voorafgaande lid, wanneer de strikte toepassing van die regel voor de betrokken elitesporter onbillijk zou zijn.
Elke overeenkomstig het voorafgaande lid genomen beslissing kan het voorwerp zijn van een beroep. Het Verenigd College stelt de nadere regels van de beroepsprocedure vast.
Elk behaald sportief resultaat in strijd met het eerste lid wordt geannuleerd, tenzij de sporter kan aantonen dat hij niet redelijkerwijze had kunnen weten dat het ging om een wedstrijd van nationaal of internationaal niveau.
Indien de elitesporters vermeld in het eerste lid zich tijdens een schorsingsperiode volgend op een disciplinaire uitspraak op grond van dopingpraktijken, die in kracht van gewijsde is gegaan, zich terugtrekken uit de sport, moeten zij de antidopingorganisatie die de schorsingsperiode oplegde daarvan schriftelijk op de hoogte brengen. Ze zullen niet mogen deelnemen aan wedstrijden van nationaal of internationaal niveau zonder dat ze de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en hun internationale federatie zes maanden vooraf schriftelijk op de hoogte hebben gebracht, of een termijn gelijk aan het resterende deel van hun schorsing tot aan de datum van hun terugtrekking, als die periode langer is dan zes maanden.
Vanaf de ontvangst van de schriftelijke mededeling kan de betrokken NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie de elitesporters bedoeld in het eerste lid onderwerpen aan controles buiten wedstrijdverband en hen verplichten hun verblijfgegevens in te dienen overeenkomstig de categorie waartoe zij behoorden op het ogenblik van hun terugtrekking uit de sport.]2
[1 § 10. Onverminderd de overeengekomen specifieke bepalingen ter zake tussen de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, indien een elitesporter tegelijk is opgenomen in de doelgroep van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en in die van een andere antidopingorganisatie of een internationale federatie, zal de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie met de andere antidopingorganisatie overeenkomen dat de verblijfgegevens enkel door één van hen worden beheerd en dat de andere toegang tot deze gegevens zal krijgen. Bij gebrek aan akkoord is het [2 artikel 5.5 van de Code]2 en de Internationale Standaard voor dopingtests en onderzoeken van toepassing om te bepalen welke antidopingorganisatie het beheer waarneemt.
Indien een elitesporter [2 van categorie B of C]2 opgenomen is in de doelgroep van een andere NADO of van een internationale federatie waarvoor hij meer verblijfgegevens moet verstrekken dan wat in artikel 26 wordt voorzien, moet deze sporter enkel de verblijfgegevens meedelen die door de andere NADO of door de betrokken internationale federatie vereist is.
Overeenkomstig artikel 12 dienen de verwerking en het doorgeven van de persoonsgegevens verkregen met toepassing van het voorgaande lid in overeenstemming te zijn met de bepalingen van [2 de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens]2.
Onverminderd de overeengekomen specifieke bepalingen ter zake tussen de Belgische NADO's, zal de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, indien zij controles wenst uit te voeren op een of meer sporters naar aanleiding van een sportmanifestatie waarvoor zij in principe niet verantwoordelijk is, de voorafgaande toestemming vragen aan de organisatie in wier schoot deze manifestatie is georganiseerd, overeenkomstig de modaliteiten bepaald door het Verenigd College met inachtneming van artikel 5.3.2. van de Code [2 en van de Internationale Standaard voor dopingtests en onderzoeken]2.]1
Art. 26. § 1er. Sous la forme et les modalités fixées par le Collège réuni, les sportifs d'élite des catégories [2 A et B]2 qui font partie du groupe cible de la Commission communautaire commune fournissent, par voie de publication dans la base de données ADAMS, des données précises et actualisées sur leur localisation.
La liste des disciplines sportives servant de base pour la détermination des catégories de sportifs d'élite est reprise en annexe de la présente ordonnance.
Sur avis motivé du Conseil de coordination, le Collège réuni peut modifier la liste susvisée.
[1 [2 Les critères servant de base pour la détermination des listes A et B des disciplines sportives, reprises en annexe de la présente ordonnance, sont les suivants :
- A : il s'agit d'une discipline individuelle sensible au dopage hors compétition ;
- B : il s'agit d'une discipline d'équipe sensible au dopage hors compétition.]2]1
§ 2. [1 Les sportifs d'élite de catégorie A constituent le groupe cible enregistré de la Commission communautaire commune. Ils sont soumis à l'obligation de transmettre les données de localisation visées à l'[2 article 5.5 du Code]2 et dans le Standard international pour les contrôles et les enquêtes, à savoir :
1° leurs nom et prénoms;
2° leur genre;
3° l'adresse de leur domicile et, si elle est différente, de la résidence habituelle;
4° leurs numéros de téléphone, [2 ...]2 et adresse électronique;
5° s'il échet, le numéro du passeport biologique de sportif;
6° leurs discipline, classe et équipe sportives;
7° leur fédération sportive et leur numéro d'affiliation;
8° l'adresse complète de leurs lieux de résidence, d'entraînement, de compétition et manifestation sportives pendant le trimestre à venir;
9° une période quotidienne de 60 minutes pendant laquelle le sportif est disponible en un lieu indiqué pour un contrôle inopiné.
Lorsque le sportif d'élite [2 de catégorie]2 A ne respecte pas ses obligations en matière de localisation, un contrôle manqué ou un manquement à l'obligation de transmission d'informations lui est imputé, conformément au Standard international pour les contrôles et les enquêtes.
Le Collège réuni publie, dans la base de données ADAMS, la liste des sportifs inclus dans le groupe cible enregistré de la Commission communautaire commune.]1
§ 3. Les données à fournir par les sportifs d'élite de catégorie B [2 ...]2 sont :
1° leurs nom et prénoms;
2° leur genre;
3° leurs numéros de téléphone, [2 ...]2 et adresse électronique;
4° s'il échet, leur numéro de passeport de sportif de l'AMA;
5° leurs discipline, classe et équipe sportives;
6° leur fédération sportive et leur numéro d'affiliation;
7° leurs horaires et lieux de compétitions et d'entraînements sportifs pendant le trimestre à venir;
8° l'adresse complète de leur lieu de résidence habituelle pour les jours où ils n'ont ni compétition, ni entraînement sportif pendant le trimestre à venir.
[1 Les sportifs d'élite [2 des catégories A et B peuvent désigner un tiers tel qu'un responsable d'équipe]2 pour transmettre, en leur nom, leurs données de localisation [2 ...]2.
Nonobstant l'application du cas visé à l'alinéa précédent, l'exactitude et la mise à jour des informations transmises relève, in fine, de la responsabilité du sportif.]1
§ 4. [1 Les sportifs d'élite de catégorie B qui ne respectent pas leurs obligations de localisation ou manquent un contrôle peuvent, quelle que soit l'organisation antidopage ayant constaté le manquement, après notification écrite et suivant les modalités fixées par le Collège réuni, être tenus de respecter les obligations de localisation des sportifs d'élite de catégorie A pendant 6 mois. En cas de nouveau manquement constaté pendant ce délai, celui-ci est prolongé de 18 mois, à dater du dernier constat de manquement.
[2 ...]2
Les sportifs d'élite [2 de catégorie B ou C]2 qui font l'objet d'une suspension disciplinaire pour fait de dopage ou dont les performances présentent une amélioration soudaine et importante, ou qui présentent de sérieux indices de dopage sont, dans le respect des critères repris à l'article 4.5.3 du Standard international pour les contrôles et les enquêtes, et suivant les modalités fixées par le Collège réuni, tenus de respecter les obligations de localisation des sportifs d'élite de catégorie A.]1
[2 Tout sportif inscrit sur une liste de présélection à des Jeux olympiques, paralympiques, Championnats d'Europe ou du Monde, peut être tenu de fournir des données de localisation conformément à la catégorie A et ce, pour une durée maximale de 12 mois, débutant, au plus tôt, 9 mois avant la compétition concernée et se terminant, au plus tard, 3 mois après celle-ci.
Tout sportif, à l'encontre duquel existe de sérieux indices de dopage, dans le cadre d'une enquête antidopage menée, le cas échéant, en coopération avec une (ou plusieurs) autre(s) organisation(s) antidopage et/ou les services de police et/ou de justice, peut être tenu de fournir des données de localisation, conformément à la catégorie A et ce, pour une durée maximale de 12 mois.]2
§ 5. Sauf en cas de force majeure, chaque sportif d'élite est disponible pour un ou plusieurs contrôles antidopage à l'endroit de localisation communiqué.
§ 6. Les obligations prévues au présent article prennent effet à partir du moment où le sportif d'élite en a été averti par notification et jusqu'à réception de la notification de la cessation de leurs effets, suivant les modalités arrêtées par le Collège réuni.
Si le sportif d'élite conteste sa soumission aux obligations prévues au présent article, il peut former un recours suspensif. Le Collège réuni fixe les modalités de la procédure de recours.
§ 7. Les obligations prévues par le présent article restent en vigueur pendant toute la durée de suspension du sportif d'élite, et leur respect conditionne le droit du sportif d'élite à participer à de nouvelles compétitions ou manifestations sportives, après sa suspension.
§ 8. Les informations suivantes sont portées, par le biais de canaux de communication sécurisés et suivant les modalités définies par le Collège réuni, à la connaissance des fonctionnaires en charge de la surveillance du dopage au sein de la Communauté française, de la Communauté flamande et de la Communauté germanophone :
1) toute décision relative à l'inclusion ou à l'exclusion d'un sportif du groupe cible de la Commission communautaire commune avant que ces informations ne soient notifiées au sportif;
2) tout manquement d'un sportif d'élite du groupe cible de la Commission communautaire commune à un contrôle antidopage ou aux obligations de localisation qui s'imposent à lui.
[1 § 9. [2 Les sportifs d'élite des catégories A et B, qui ont pris leur retraite sportive mais qui envisagent de reprendre la compétition au niveau national et/ou international, ne pourront prendre part à aucune compétition de niveau national ou international sans en avoir préalablement averti par écrit l'ONAD de la Commission communautaire commune et leur fédération internationale, dans un délai de six mois précédant le retour envisagé
L'AMA, en consultation avec l'ONAD de la Commission communautaire commune et la fédération internationale concernée, peut accorder une dérogation à la règle du préavis écrit de six mois visée à l'alinéa qui précède, lorsque l'application stricte de cette règle serait inéquitable pour le sportif d'élite concerné.
Toute décision prise en application de l'alinéa qui précède peut faire l'objet d'un recours. Le Collège réuni fixe les modalités de la procédure de recours.
Tout résultat sportif obtenu en violation de l'alinéa 1er sera annulé, à moins que le sportif ne soit en mesure d'établir qu'il n'aurait pas raisonnablement pu savoir qu'il s'agissait d'une compétition de niveau national ou international.
Si les sportifs d'élite visés à l'alinéa 1er ont pris leur retraite pendant une période de suspension consécutive à une décision disciplinaire passée en force de chose jugée établissant la violation de règle(s) antidopage, ils doivent en informer, par écrit, l'organisation antidopage qui a imposé la période de suspension. Ils ne pourront prendre part à une compétition au niveau national ou international sans avoir préalablement averti par écrit l'ONAD de la Commission communautaire commune et leur fédération internationale, dans un délai de six mois ou dans un délai équivalent à la période de suspension restant à purger à la date de leur retraite, si cette période était supérieure à six mois.
A dater de son avertissement par écrit, l'ONAD de la Commission communautaire commune peut soumettre les sportifs d'élite visés à l'alinéa 1er aux contrôles hors compétition et leur demander de transmettre leurs données de localisation, conformément à la catégorie à laquelle ils appartenaient au moment de la prise de leur retraite sportive.]2
[1 § 10. Sans préjudice de dispositions spécifiques convenues à ce sujet par la Commission communautaire commune avec la Communauté flamande, la Communauté française et la Communauté germanophone, si un sportif d'élite est repris à la fois dans le groupe cible de la Commission communautaire commune et dans celui d'une autre organisation antidopage ou d'une fédération internationale, la Commission communautaire commune s'accorde avec l'autre organisation antidopage pour que l'une d'entre elles seulement assure la gestion des données de localisation du sportif d'élite concerné et pour que l'autre puisse avoir accès à ces données. A défaut d'accord, l'[2 article 5.5 du Code]2 et le Standard international pour les contrôles et les enquêtes sont applicables pour déterminer quelle organisation antidopage assure cette gestion.
Si un sportif d'élite [2 de catégorie B ou C]2 est repris dans le groupe cible d'une autre ONAD ou d'une fédération internationale pour laquelle il doit fournir plus de données de localisation que ce qui est prévu à l'article 26, ce sportif doit uniquement communiquer les données de localisation requises par l'autre ONAD ou par la fédération internationale concernée.
Conformément à l'article 12, les traitements et communications de données personnelles effectués en application de l'alinéa précédent doivent être conformes aux dispositions de [2 la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractère personnel]2.
Sans préjudice de dispositions spécifiques convenues à ce sujet entre les ONAD belges, si l'ONAD de la Commission communautaire commune souhaite réaliser des contrôles sur un ou plusieurs sportifs lors d'une manifestation sportive pour laquelle elle n'est en principe pas responsable, elle en demandera au préalable l'autorisation à l'organisation sous l'égide de laquelle cette manifestation est organisée, conformément aux modalités arrêtées par le Collège réuni dans le respect de l'article 5.3.2 du Code [2 et du Standard international pour les contrôles et les enquêtes]2.]1
La liste des disciplines sportives servant de base pour la détermination des catégories de sportifs d'élite est reprise en annexe de la présente ordonnance.
Sur avis motivé du Conseil de coordination, le Collège réuni peut modifier la liste susvisée.
[1 [2 Les critères servant de base pour la détermination des listes A et B des disciplines sportives, reprises en annexe de la présente ordonnance, sont les suivants :
- A : il s'agit d'une discipline individuelle sensible au dopage hors compétition ;
- B : il s'agit d'une discipline d'équipe sensible au dopage hors compétition.]2]1
§ 2. [1 Les sportifs d'élite de catégorie A constituent le groupe cible enregistré de la Commission communautaire commune. Ils sont soumis à l'obligation de transmettre les données de localisation visées à l'[2 article 5.5 du Code]2 et dans le Standard international pour les contrôles et les enquêtes, à savoir :
1° leurs nom et prénoms;
2° leur genre;
3° l'adresse de leur domicile et, si elle est différente, de la résidence habituelle;
4° leurs numéros de téléphone, [2 ...]2 et adresse électronique;
5° s'il échet, le numéro du passeport biologique de sportif;
6° leurs discipline, classe et équipe sportives;
7° leur fédération sportive et leur numéro d'affiliation;
8° l'adresse complète de leurs lieux de résidence, d'entraînement, de compétition et manifestation sportives pendant le trimestre à venir;
9° une période quotidienne de 60 minutes pendant laquelle le sportif est disponible en un lieu indiqué pour un contrôle inopiné.
Lorsque le sportif d'élite [2 de catégorie]2 A ne respecte pas ses obligations en matière de localisation, un contrôle manqué ou un manquement à l'obligation de transmission d'informations lui est imputé, conformément au Standard international pour les contrôles et les enquêtes.
Le Collège réuni publie, dans la base de données ADAMS, la liste des sportifs inclus dans le groupe cible enregistré de la Commission communautaire commune.]1
§ 3. Les données à fournir par les sportifs d'élite de catégorie B [2 ...]2 sont :
1° leurs nom et prénoms;
2° leur genre;
3° leurs numéros de téléphone, [2 ...]2 et adresse électronique;
4° s'il échet, leur numéro de passeport de sportif de l'AMA;
5° leurs discipline, classe et équipe sportives;
6° leur fédération sportive et leur numéro d'affiliation;
7° leurs horaires et lieux de compétitions et d'entraînements sportifs pendant le trimestre à venir;
8° l'adresse complète de leur lieu de résidence habituelle pour les jours où ils n'ont ni compétition, ni entraînement sportif pendant le trimestre à venir.
[1 Les sportifs d'élite [2 des catégories A et B peuvent désigner un tiers tel qu'un responsable d'équipe]2 pour transmettre, en leur nom, leurs données de localisation [2 ...]2.
Nonobstant l'application du cas visé à l'alinéa précédent, l'exactitude et la mise à jour des informations transmises relève, in fine, de la responsabilité du sportif.]1
§ 4. [1 Les sportifs d'élite de catégorie B qui ne respectent pas leurs obligations de localisation ou manquent un contrôle peuvent, quelle que soit l'organisation antidopage ayant constaté le manquement, après notification écrite et suivant les modalités fixées par le Collège réuni, être tenus de respecter les obligations de localisation des sportifs d'élite de catégorie A pendant 6 mois. En cas de nouveau manquement constaté pendant ce délai, celui-ci est prolongé de 18 mois, à dater du dernier constat de manquement.
[2 ...]2
Les sportifs d'élite [2 de catégorie B ou C]2 qui font l'objet d'une suspension disciplinaire pour fait de dopage ou dont les performances présentent une amélioration soudaine et importante, ou qui présentent de sérieux indices de dopage sont, dans le respect des critères repris à l'article 4.5.3 du Standard international pour les contrôles et les enquêtes, et suivant les modalités fixées par le Collège réuni, tenus de respecter les obligations de localisation des sportifs d'élite de catégorie A.]1
[2 Tout sportif inscrit sur une liste de présélection à des Jeux olympiques, paralympiques, Championnats d'Europe ou du Monde, peut être tenu de fournir des données de localisation conformément à la catégorie A et ce, pour une durée maximale de 12 mois, débutant, au plus tôt, 9 mois avant la compétition concernée et se terminant, au plus tard, 3 mois après celle-ci.
Tout sportif, à l'encontre duquel existe de sérieux indices de dopage, dans le cadre d'une enquête antidopage menée, le cas échéant, en coopération avec une (ou plusieurs) autre(s) organisation(s) antidopage et/ou les services de police et/ou de justice, peut être tenu de fournir des données de localisation, conformément à la catégorie A et ce, pour une durée maximale de 12 mois.]2
§ 5. Sauf en cas de force majeure, chaque sportif d'élite est disponible pour un ou plusieurs contrôles antidopage à l'endroit de localisation communiqué.
§ 6. Les obligations prévues au présent article prennent effet à partir du moment où le sportif d'élite en a été averti par notification et jusqu'à réception de la notification de la cessation de leurs effets, suivant les modalités arrêtées par le Collège réuni.
Si le sportif d'élite conteste sa soumission aux obligations prévues au présent article, il peut former un recours suspensif. Le Collège réuni fixe les modalités de la procédure de recours.
§ 7. Les obligations prévues par le présent article restent en vigueur pendant toute la durée de suspension du sportif d'élite, et leur respect conditionne le droit du sportif d'élite à participer à de nouvelles compétitions ou manifestations sportives, après sa suspension.
§ 8. Les informations suivantes sont portées, par le biais de canaux de communication sécurisés et suivant les modalités définies par le Collège réuni, à la connaissance des fonctionnaires en charge de la surveillance du dopage au sein de la Communauté française, de la Communauté flamande et de la Communauté germanophone :
1) toute décision relative à l'inclusion ou à l'exclusion d'un sportif du groupe cible de la Commission communautaire commune avant que ces informations ne soient notifiées au sportif;
2) tout manquement d'un sportif d'élite du groupe cible de la Commission communautaire commune à un contrôle antidopage ou aux obligations de localisation qui s'imposent à lui.
[1 § 9. [2 Les sportifs d'élite des catégories A et B, qui ont pris leur retraite sportive mais qui envisagent de reprendre la compétition au niveau national et/ou international, ne pourront prendre part à aucune compétition de niveau national ou international sans en avoir préalablement averti par écrit l'ONAD de la Commission communautaire commune et leur fédération internationale, dans un délai de six mois précédant le retour envisagé
L'AMA, en consultation avec l'ONAD de la Commission communautaire commune et la fédération internationale concernée, peut accorder une dérogation à la règle du préavis écrit de six mois visée à l'alinéa qui précède, lorsque l'application stricte de cette règle serait inéquitable pour le sportif d'élite concerné.
Toute décision prise en application de l'alinéa qui précède peut faire l'objet d'un recours. Le Collège réuni fixe les modalités de la procédure de recours.
Tout résultat sportif obtenu en violation de l'alinéa 1er sera annulé, à moins que le sportif ne soit en mesure d'établir qu'il n'aurait pas raisonnablement pu savoir qu'il s'agissait d'une compétition de niveau national ou international.
Si les sportifs d'élite visés à l'alinéa 1er ont pris leur retraite pendant une période de suspension consécutive à une décision disciplinaire passée en force de chose jugée établissant la violation de règle(s) antidopage, ils doivent en informer, par écrit, l'organisation antidopage qui a imposé la période de suspension. Ils ne pourront prendre part à une compétition au niveau national ou international sans avoir préalablement averti par écrit l'ONAD de la Commission communautaire commune et leur fédération internationale, dans un délai de six mois ou dans un délai équivalent à la période de suspension restant à purger à la date de leur retraite, si cette période était supérieure à six mois.
A dater de son avertissement par écrit, l'ONAD de la Commission communautaire commune peut soumettre les sportifs d'élite visés à l'alinéa 1er aux contrôles hors compétition et leur demander de transmettre leurs données de localisation, conformément à la catégorie à laquelle ils appartenaient au moment de la prise de leur retraite sportive.]2
[1 § 10. Sans préjudice de dispositions spécifiques convenues à ce sujet par la Commission communautaire commune avec la Communauté flamande, la Communauté française et la Communauté germanophone, si un sportif d'élite est repris à la fois dans le groupe cible de la Commission communautaire commune et dans celui d'une autre organisation antidopage ou d'une fédération internationale, la Commission communautaire commune s'accorde avec l'autre organisation antidopage pour que l'une d'entre elles seulement assure la gestion des données de localisation du sportif d'élite concerné et pour que l'autre puisse avoir accès à ces données. A défaut d'accord, l'[2 article 5.5 du Code]2 et le Standard international pour les contrôles et les enquêtes sont applicables pour déterminer quelle organisation antidopage assure cette gestion.
Si un sportif d'élite [2 de catégorie B ou C]2 est repris dans le groupe cible d'une autre ONAD ou d'une fédération internationale pour laquelle il doit fournir plus de données de localisation que ce qui est prévu à l'article 26, ce sportif doit uniquement communiquer les données de localisation requises par l'autre ONAD ou par la fédération internationale concernée.
Conformément à l'article 12, les traitements et communications de données personnelles effectués en application de l'alinéa précédent doivent être conformes aux dispositions de [2 la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractère personnel]2.
Sans préjudice de dispositions spécifiques convenues à ce sujet entre les ONAD belges, si l'ONAD de la Commission communautaire commune souhaite réaliser des contrôles sur un ou plusieurs sportifs lors d'une manifestation sportive pour laquelle elle n'est en principe pas responsable, elle en demandera au préalable l'autorisation à l'organisation sous l'égide de laquelle cette manifestation est organisée, conformément aux modalités arrêtées par le Collège réuni dans le respect de l'article 5.3.2 du Code [2 et du Standard international pour les contrôles et les enquêtes]2.]1
HOOFDSTUK VIII. - Verjaring, vervolgingen en sancties
CHAPITRE VIII. - Prescription, poursuites et sanctions
Afdeling 1. - Gevechtsporten met risico
Section 1re. - Sports de combat à risque
Art. 27. Elke inbreuk op artikel 24 wordt met een gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en een geldboete van tweehonderd tot tweeduizend euro bestraft of met één van die straffen alleen.
In geval van recidive binnen twee jaar na een veroordeling wegens schending van artikel 24, die kracht van gewijsde heeft, worden de duur van de in het 1ste lid bedoelde gevangenisstraf en het bedrag van de in het 1ste lid bedoelde geldboetes verdubbeld.
In geval van recidive binnen twee jaar na een veroordeling wegens schending van artikel 24, die kracht van gewijsde heeft, worden de duur van de in het 1ste lid bedoelde gevangenisstraf en het bedrag van de in het 1ste lid bedoelde geldboetes verdubbeld.
Art. 27. Toute infraction à l'article 24 est punie d'un emprisonnement de six mois à cinq ans et d'une amende de deux cents à deux mille euros ou d'une de ces peines seulement.
En cas de récidive dans les deux années qui suivent un jugement coulé en force de chose jugée de condamnation du chef de l'infraction visée à l'article 24, la durée de l'emprisonnement et le montant des amendes visés à l'alinéa 1er sont doublés.
En cas de récidive dans les deux années qui suivent un jugement coulé en force de chose jugée de condamnation du chef de l'infraction visée à l'article 24, la durée de l'emprisonnement et le montant des amendes visés à l'alinéa 1er sont doublés.
Art. 28. Elke inbreuk op de artikelen 13 en 14 wordt met een gevangenisstraf van één tot vijf jaar en een geldboete van vijfhonderd tot tweeduizend euro bestraft of met één van die straffen alleen.
In geval van recidive binnen twee jaar na een veroordeling wegens bovenvermelde schendingen, die kracht van gewijsde heeft, worden de duur van de in het 1ste lid bedoelde gevangenisstraf en het bedrag van de geldboetes verdubbeld.
In geval van recidive binnen twee jaar na een veroordeling wegens bovenvermelde schendingen, die kracht van gewijsde heeft, worden de duur van de in het 1ste lid bedoelde gevangenisstraf en het bedrag van de geldboetes verdubbeld.
Art. 28. Toute infraction aux articles 13 et 14 est punie d'un emprisonnement d'un an à cinq ans et d'une amende de cinq cents à deux mille euros ou d'une de ces peines seulement.
En cas de récidive dans les deux années qui suivent un jugement coulé en force de chose jugée de condamnation du chef d'une des infractions susvisées, la durée de l'emprisonnement et le montant des amendes visés à l'alinéa 1er sont doublés.
En cas de récidive dans les deux années qui suivent un jugement coulé en force de chose jugée de condamnation du chef d'une des infractions susvisées, la durée de l'emprisonnement et le montant des amendes visés à l'alinéa 1er sont doublés.
Afdeling 2. - Doping
Section 2. - Dopage
Art. 29. Elke inbreuk op de artikelen 7 en 8 van deze ordonnantie verjaart [1 tien]1 jaar na de datum van deze overtreding.
Art. 29. Toute violation des articles 7 et 8 de la présente ordonnance est prescrite [1 dix]1 ans après la date de cette violation.
Wijzigingen
Art. 30. De sportverenigingen organiseren de tuchtprocedures betreffende de overtredingen van de antidopingregels en leggen de tuchtmaatregelen op overeenkomstig deze ordonnantie, haar uitvoeringsbesluiten en het geheel van de bepalingen van de Code betreffende de tuchtprocedure [2 en in het bijzonder in artikel 7, 8, 9, 10 en 11 van de Internationale Standaard voor resultatenbeheer]2 alsmede de antidopingreglementen van de overeenkomstige internationale sportfederaties.
[2 De sportverenigingen verzekeren zich ervan dat de hoorinstantie billijk, onafhankelijk en onpartijdig is en dat de gemotiveerde beslissingen worden genomen binnen een redelijke termijn, overeenkomstig artikel 8 van de Code.]2
[1 De sportverenigingen nemen een tuchtreglement inzake antidoping aan en passen het toe, overeenkomstig de bepalingen van de Code.]1 Het reglement inzake de tuchtprocedure van de sportverenigingen garandeert de naleving van de rechten van de verdediging en het principe van onpartijdigheid en onafhankelijkheid van de tuchtrechters. Dit reglement voorziet erin dat er ten minste tegen elke tuchtrechterlijke uitspraak in beroep kan worden gegaan [2 in de vormen en onder de voorwaarden bepaald bij artikel 35/1 van deze ordonnantie, overeenkomstig artikel 13 van de Code]2.
Met inachtneming van de door het Verenigd College vastgestelde bepalingen delen de sportverenigingen via beveiligde communicatiekanalen de uitgevaardigde beslissingen en de identiteit van de bestrafte personen mee aan de ambtenaren van de overheden belast met het toezicht op doping en aan de verantwoordelijken van andere sportverenigingen belast met de uitvoering van de maatregelen.
De sportverenigingen mogen de in de vorige leden bedoelde tuchtprocedures samen organiseren.
[2 De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie blijft de verantwoordelijke instantie voor het resultatenbeheer en kan te allen tijde de sportverenigingen om een kopie van hun tuchtreglement inzake antidoping verzoeken en zo nodig correcties verwoorden.]2
[2 De sportverenigingen verzekeren zich ervan dat de hoorinstantie billijk, onafhankelijk en onpartijdig is en dat de gemotiveerde beslissingen worden genomen binnen een redelijke termijn, overeenkomstig artikel 8 van de Code.]2
[1 De sportverenigingen nemen een tuchtreglement inzake antidoping aan en passen het toe, overeenkomstig de bepalingen van de Code.]1 Het reglement inzake de tuchtprocedure van de sportverenigingen garandeert de naleving van de rechten van de verdediging en het principe van onpartijdigheid en onafhankelijkheid van de tuchtrechters. Dit reglement voorziet erin dat er ten minste tegen elke tuchtrechterlijke uitspraak in beroep kan worden gegaan [2 in de vormen en onder de voorwaarden bepaald bij artikel 35/1 van deze ordonnantie, overeenkomstig artikel 13 van de Code]2.
Met inachtneming van de door het Verenigd College vastgestelde bepalingen delen de sportverenigingen via beveiligde communicatiekanalen de uitgevaardigde beslissingen en de identiteit van de bestrafte personen mee aan de ambtenaren van de overheden belast met het toezicht op doping en aan de verantwoordelijken van andere sportverenigingen belast met de uitvoering van de maatregelen.
De sportverenigingen mogen de in de vorige leden bedoelde tuchtprocedures samen organiseren.
[2 De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie blijft de verantwoordelijke instantie voor het resultatenbeheer en kan te allen tijde de sportverenigingen om een kopie van hun tuchtreglement inzake antidoping verzoeken en zo nodig correcties verwoorden.]2
Art. 30. Les associations sportives organisent les procédures disciplinaires concernant les violations des règles antidopage et infligent les sanctions disciplinaires conformément à la présente ordonnance, à ses arrêtés d'exécution et à l'intégralité des dispositions du Code relatives à la procédure disciplinaire [2 et en particulier aux articles 7, 8, 9, 10 et 11, au Standard international pour la gestion des résultats]2 ainsi qu'aux règlements antidopage des fédérations sportives internationales correspondantes.
[2 Les associations sportives s'assurent que l'instance d'audition est équitable, indépendante et impartiale et que les décisions motivées sont rendues dans un délai raisonnable, conformément à l'article 8 du Code.]2
[1 Les associations sportives adoptent un règlement de procédure disciplinaire antidopage et l'appliquent, conformément à l'intégralité des dispositions du Code.]1 Le règlement de procédure disciplinaire des associations sportives garantit le respect des droits de la défense et les principes d'impartialité et d'indépendance des juges disciplinaires. Ce règlement prévoit que toute sentence disciplinaire est au moins susceptible d'appel [2 dans les formes et conditions fixées par l'article 35/1 de la présente ordonnance, conformément à l'article 13 du Code]2.
Dans le respect des dispositions arrêtées par le Collège réuni, les associations sportives communiquent, par le biais de canaux de communication sécurisés, les décisions adoptées et l'identité des personnes sanctionnées, aux fonctionnaires des autorités publiques en charge de la surveillance du dopage et aux responsables des autres associations sportives, en charge de l'exécution des sanctions.
Les associations sportives peuvent organiser conjointement les procédures disciplinaires visées aux alinéas précédents.
[2 L'ONAD de la Commission communautaire commune reste l'autorité responsable pour la gestion des résultats et peut, à tout moment, demander aux associations sportives, copie de leur règlement de procédure disciplinaire antidopage et formuler des corrections si nécessaire.]2
[2 Les associations sportives s'assurent que l'instance d'audition est équitable, indépendante et impartiale et que les décisions motivées sont rendues dans un délai raisonnable, conformément à l'article 8 du Code.]2
[1 Les associations sportives adoptent un règlement de procédure disciplinaire antidopage et l'appliquent, conformément à l'intégralité des dispositions du Code.]1 Le règlement de procédure disciplinaire des associations sportives garantit le respect des droits de la défense et les principes d'impartialité et d'indépendance des juges disciplinaires. Ce règlement prévoit que toute sentence disciplinaire est au moins susceptible d'appel [2 dans les formes et conditions fixées par l'article 35/1 de la présente ordonnance, conformément à l'article 13 du Code]2.
Dans le respect des dispositions arrêtées par le Collège réuni, les associations sportives communiquent, par le biais de canaux de communication sécurisés, les décisions adoptées et l'identité des personnes sanctionnées, aux fonctionnaires des autorités publiques en charge de la surveillance du dopage et aux responsables des autres associations sportives, en charge de l'exécution des sanctions.
Les associations sportives peuvent organiser conjointement les procédures disciplinaires visées aux alinéas précédents.
[2 L'ONAD de la Commission communautaire commune reste l'autorité responsable pour la gestion des résultats et peut, à tout moment, demander aux associations sportives, copie de leur règlement de procédure disciplinaire antidopage et formuler des corrections si nécessaire.]2
Art.30/1. [1 § 1. Het Verenigd College is belast met het oprichten van een billijke, onafhankelijke en onpartijdige tuchthoorinstantie voor de opvolging van de antidopingovertredingen door sporters of andere personen die niet zouden vallen onder de bevoegdheid van de sportverenigingen bedoeld in artikel 30 of indien de sportverenigingen de verplichting bedoeld in artikel 30 van deze ordonnantie niet nakomen.
Deze instantie past de procedures en sancties toe overeenkomstig deze ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten ervan, de Code, en in het bijzonder de artikelen 7, 8, 9, 10, 11 en 13 van de Internationale Standaard voor resultatenbeheer.
De door deze instantie genomen beslissingen, zijn steeds vatbaar voor hoger beroep, overeenkomstig artikel 35/1.".
§ 2. Het Verenigd College stelt de procedure en de voorwaarden vast voor het onderzoek en de kennisgeving van mogelijke overtredingen van de andere antidopingregels overeenkomstig de Internationale Standaard voor resultatenbeheer, met inbegrip van de beginselen die van toepassing zijn op de voorlopige schorsingen.]1
Deze instantie past de procedures en sancties toe overeenkomstig deze ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten ervan, de Code, en in het bijzonder de artikelen 7, 8, 9, 10, 11 en 13 van de Internationale Standaard voor resultatenbeheer.
De door deze instantie genomen beslissingen, zijn steeds vatbaar voor hoger beroep, overeenkomstig artikel 35/1.".
§ 2. Het Verenigd College stelt de procedure en de voorwaarden vast voor het onderzoek en de kennisgeving van mogelijke overtredingen van de andere antidopingregels overeenkomstig de Internationale Standaard voor resultatenbeheer, met inbegrip van de beginselen die van toepassing zijn op de voorlopige schorsingen.]1
Art. 30/1. [1 § 1er. Le Collège réuni est chargé de créer une instance d'audition disciplinaire équitable, indépendante et impartiale pour le suivi des violations antidopage par des sportifs ou d'autres personnes qui ne relèveraient pas de la compétence des associations sportives visées à l'article 30 ou si les associations sportives manquent à l'obligation visée à l'article 30 de la présente ordonnance.
Cette instance applique les procédures et sanctions conformément à la présente ordonnance, à ses arrêtés d'exécution, au Code, en particulier les articles 7, 8, 9, 10, 11 et 13, et au Standard international pour la gestion des résultats.
Les décisions rendues par cette instance sont susceptibles d'appel, conformément à l'article 35/1.
§ 2. Le Collège réuni fixe la procédure et les conditions d'examen et de notification en cas de violation potentielle des autres règles antidopage conformément au Standard international pour la gestion des résultats, y compris les principes applicables aux suspensions provisoires.]1
Cette instance applique les procédures et sanctions conformément à la présente ordonnance, à ses arrêtés d'exécution, au Code, en particulier les articles 7, 8, 9, 10, 11 et 13, et au Standard international pour la gestion des résultats.
Les décisions rendues par cette instance sont susceptibles d'appel, conformément à l'article 35/1.
§ 2. Le Collège réuni fixe la procédure et les conditions d'examen et de notification en cas de violation potentielle des autres règles antidopage conformément au Standard international pour la gestion des résultats, y compris les principes applicables aux suspensions provisoires.]1
Art. 31. [1 Geen [2 sporter of andere persoon die het voorwerp uitmaakt van een schorsing of een voorlopige schorsing]2 mag, gedurende de periode van schorsing, in geen enkele hoedanigheid deelnemen aan :
1° een wedstrijd of activiteit die toegelaten wordt door een ondertekenaar van de Code, een lid van een ondertekenaar van de Code, een club of een andere organisatie die lid is van een ondertekenaar van de Code, behalve indien het toegestane opvoedings- of rehabilitatieprogramma's inzake doping betreft;
2° een wedstrijd die toegestaan of georganiseerd wordt door een professionele liga of een organisatie die instaat voor nationale of internationale sportmanifestaties, of een sportactiviteit op elite- of nationaal niveau die gefinancierd wordt door het Verenigd College of een instelling die ervan afhankelijk is [2 of een andere regeringsinstelling]2.
De overeenkomstig het vorige lid geschorste sporter of andere persoon blijft onderworpen aan controles [2 en aan elk verzoek om informatie over verblijfsgegevens door een antidopingorganisatie]2.]1
Het is voor elke organisator van een sportmanifestatie verboden om de deelname van een door de bevoegde overheid voor doping uitgesloten sporter [2 of een andere persoon]2 te aanvaarden en dit tijdens de volledige duur van deze uitsluiting.
[2 De sporter of de andere persoon aan wie een schorsing van meer dan vier jaar is opgelegd, mag na vier jaar schorsing als sporter deelnemen aan lokale sportevenementen die niet onder de bevoegdheid vallen van een ondertekenaar van de Code of een lid van een ondertekenaar van de Code voor zover het lokale sportevenement niet plaatsvindt op een niveau waarop de sporter of de andere persoon zich rechtstreeks of onrechtstreeks kan kwalificeren voor een nationaal kampioenschap of een internationaal evenement (of punten kan verzamelen voor zijn kwalificatie), en de sporter of de andere persoon in geen enkele hoedanigheid bij het evenement met beschermde personen samenwerkt.]2
[2 Binnen twintig dagen na een definitieve beslissing deelt de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie via beveiligde communicatiekanalen de uitgevaardigde beslissingen en de identiteit van de bestrafte personen mee aan de andere Belgische NADO's, aan het WADA, aan de nationale en internationale sportorganisaties, aan de NADO van het land waar de persoon verblijft of van de landen waarvan de persoon een onderdaan of een licentiehouder is, alsook aan het Internationaal Olympisch Comité en het Internationaal Paralympisch Comité wanneer de beslissingen de mogelijkheid om deel te nemen aan de Olympische of Paralympische Spelen kunnen beïnvloeden. De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie rapporteert deze kennisgeving in ADAMS.
Overeenkomstig artikel 14.3.2 en 14.3.5 van de Code en met betrekking tot elitesporters en andere personen die een overtreding van de antidopingregel hebben begaan, met uitzondering van de breedtesporters, minderjarigen, beschermde personen en recreatiesporters, verspreidt de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, onverminderd het voorgaande lid, op haar website het volgende gedurende één maand of gedurende de schorsingsperiode, al naargelang welke periode het langst is: de naam van de sporter of andere persoon die wegens doping is geschorst, de sport die hij of zij beoefent, de geschonden antidopingregel, de eventueel daarbij betrokken verboden stof of methode, alsook de opgelegde gevolgen.
Overeenkomstig artikel 14.3.4 van de Code mag, in elk geval waarin de beslissing concludeert dat de sporter of andere persoon geen overtreding van de antidopingregels heeft begaan, de beslissing alleen worden bekendgemaakt met de uitdrukkelijke instemming van de sporter of andere persoon, in voorkomend geval door de beslissing anoniem te maken.
Indien de sporter of andere persoon instemt met de bekendmaking van de beslissing die hem of haar betreft, wordt deze in het in het vorige lid bedoelde geval gepubliceerd op de website van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, in voorkomend geval onder de specifieke voorwaarden waarom de betrokken sporter of andere persoon heeft verzocht.]2
1° een wedstrijd of activiteit die toegelaten wordt door een ondertekenaar van de Code, een lid van een ondertekenaar van de Code, een club of een andere organisatie die lid is van een ondertekenaar van de Code, behalve indien het toegestane opvoedings- of rehabilitatieprogramma's inzake doping betreft;
2° een wedstrijd die toegestaan of georganiseerd wordt door een professionele liga of een organisatie die instaat voor nationale of internationale sportmanifestaties, of een sportactiviteit op elite- of nationaal niveau die gefinancierd wordt door het Verenigd College of een instelling die ervan afhankelijk is [2 of een andere regeringsinstelling]2.
De overeenkomstig het vorige lid geschorste sporter of andere persoon blijft onderworpen aan controles [2 en aan elk verzoek om informatie over verblijfsgegevens door een antidopingorganisatie]2.]1
Het is voor elke organisator van een sportmanifestatie verboden om de deelname van een door de bevoegde overheid voor doping uitgesloten sporter [2 of een andere persoon]2 te aanvaarden en dit tijdens de volledige duur van deze uitsluiting.
[2 De sporter of de andere persoon aan wie een schorsing van meer dan vier jaar is opgelegd, mag na vier jaar schorsing als sporter deelnemen aan lokale sportevenementen die niet onder de bevoegdheid vallen van een ondertekenaar van de Code of een lid van een ondertekenaar van de Code voor zover het lokale sportevenement niet plaatsvindt op een niveau waarop de sporter of de andere persoon zich rechtstreeks of onrechtstreeks kan kwalificeren voor een nationaal kampioenschap of een internationaal evenement (of punten kan verzamelen voor zijn kwalificatie), en de sporter of de andere persoon in geen enkele hoedanigheid bij het evenement met beschermde personen samenwerkt.]2
[2 Binnen twintig dagen na een definitieve beslissing deelt de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie via beveiligde communicatiekanalen de uitgevaardigde beslissingen en de identiteit van de bestrafte personen mee aan de andere Belgische NADO's, aan het WADA, aan de nationale en internationale sportorganisaties, aan de NADO van het land waar de persoon verblijft of van de landen waarvan de persoon een onderdaan of een licentiehouder is, alsook aan het Internationaal Olympisch Comité en het Internationaal Paralympisch Comité wanneer de beslissingen de mogelijkheid om deel te nemen aan de Olympische of Paralympische Spelen kunnen beïnvloeden. De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie rapporteert deze kennisgeving in ADAMS.
Overeenkomstig artikel 14.3.2 en 14.3.5 van de Code en met betrekking tot elitesporters en andere personen die een overtreding van de antidopingregel hebben begaan, met uitzondering van de breedtesporters, minderjarigen, beschermde personen en recreatiesporters, verspreidt de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, onverminderd het voorgaande lid, op haar website het volgende gedurende één maand of gedurende de schorsingsperiode, al naargelang welke periode het langst is: de naam van de sporter of andere persoon die wegens doping is geschorst, de sport die hij of zij beoefent, de geschonden antidopingregel, de eventueel daarbij betrokken verboden stof of methode, alsook de opgelegde gevolgen.
Overeenkomstig artikel 14.3.4 van de Code mag, in elk geval waarin de beslissing concludeert dat de sporter of andere persoon geen overtreding van de antidopingregels heeft begaan, de beslissing alleen worden bekendgemaakt met de uitdrukkelijke instemming van de sporter of andere persoon, in voorkomend geval door de beslissing anoniem te maken.
Indien de sporter of andere persoon instemt met de bekendmaking van de beslissing die hem of haar betreft, wordt deze in het in het vorige lid bedoelde geval gepubliceerd op de website van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, in voorkomend geval onder de specifieke voorwaarden waarom de betrokken sporter of andere persoon heeft verzocht.]2
Art. 31. [1 Aucun sportif ni aucune autre personne [2 faisant l'objet d'une suspension ou d'une suspension provisoire]2 ne pourra, durant sa période de suspension, participer à quelque titre que ce soit à :
1° une compétition ou activité autorisée par un signataire du Code, un membre d'un signataire du Code, un club ou une autre organisation membre d'un signataire du Code, sauf lorsqu'il s'agit de programmes d'éducation ou de réhabilitation antidopage autorisés;
2° à des compétitions autorisées ou organisées par une ligue professionnelle ou une organisation responsable de manifestations internationales, ou nationales, ni à une activité sportive d'élite ou de niveau national financée par le Collège réuni ou un autre organisme qui en dépend [2 ou un autre organisme gouvernemental]2.
Le sportif ou l'autre personne à qui s'applique la suspension, conformément à l'alinéa qui précède, demeure assujetti à des contrôles [2 et à toute demande d'informations sur la localisation émise par une organisation antidopage]2.]1
Il est interdit à tout organisateur de manifestation sportive d'admettre la participation d'un sportif [2 ou d'une autre personne]2 suspendu(e) par l'autorité compétente pour fait de dopage, et ce pendant toute la durée de cette suspension.
[2 Le sportif ou l'autre personne qui se voit imposer une suspension de plus de quatre ans pourra, après quatre ans de suspension, participer en tant que sportif à des manifestations sportives locales ne relevant pas de la compétence d'un signataire du Code ou d'un membre d'un signataire du Code, pour autant que la manifestation sportive locale ne se déroule pas à un niveau où le sportif ou l'autre personne est susceptible de se qualifier directement ou indirectement en vue d'un championnat national ou d'une manifestation internationale (ou d'accumuler des points en vue de sa qualification), et n'implique pas que le sportif ou l'autre personne y travaille avec des personnes protégées à quelque titre que ce soit.]2
[2 Dans les vingt jours qui suivent une décision définitive, l'ONAD de la Commission communautaire commune diffuse par le biais de canaux de communication sécurisés, les décisions adoptées et l'identité des personnes sanctionnées, aux autres ONAD belges, à l'AMA, aux organisations sportives nationales et internationales, à l'ONAD du pays où réside la personne et/ou à l'ONAD des pays dont la personne est un ressortissant ou titulaire d'une licence, ainsi qu'au Comité international olympique et au Comité international paralympique lorsque les décisions peuvent affecter la possibilité de participation aux Jeux olympiques ou paralympiques. L'ONAD de la Commission communautaire commune rapporte cette notification dans ADAMS.
Conformément aux articles 14.3.2 et 14.3.5 du Code, s'agissant des sportifs d'élite et des autres personnes ayant commis une violation des règles antidopage, à l'exception des sportifs amateurs, mineurs, des personnes protégées et des sportifs récréatifs, sans préjudice de l'alinéa qui précède, l'ONAD de la Commission communautaire commune diffuse sur son site internet, pendant un mois ou pendant la durée de la période de suspension, selon celle de ces deux périodes qui est la plus longue, le nom du sportif ou de l'autre personne suspendu(e) pour dopage, le sport qui le/la concerne, la règle antidopage violée, la substance ou la méthode interdite éventuellement concernée, ainsi que les conséquences imposées.
Conformément à l'article 14.3.4 du Code, dans tous les cas où la décision conclut que le sportif ou l'autre personne n'a pas commis de violation des règles antidopage, la décision ne peut être publiée qu'avec le consentement exprès du sportif ou de l'autre personne, le cas échéant en anonymisant la décision.
Si le sportif ou l'autre personne marque son accord pour la publication de la décision le concernant, dans le cas visé à l'alinéa qui précède, elle est ensuite publiée sur le site internet de l'ONAD de la Commission communautaire commune, le cas échéant dans les conditions spécifiques demandées par le sportif ou une éventuelle autre personne concernée.]2
1° une compétition ou activité autorisée par un signataire du Code, un membre d'un signataire du Code, un club ou une autre organisation membre d'un signataire du Code, sauf lorsqu'il s'agit de programmes d'éducation ou de réhabilitation antidopage autorisés;
2° à des compétitions autorisées ou organisées par une ligue professionnelle ou une organisation responsable de manifestations internationales, ou nationales, ni à une activité sportive d'élite ou de niveau national financée par le Collège réuni ou un autre organisme qui en dépend [2 ou un autre organisme gouvernemental]2.
Le sportif ou l'autre personne à qui s'applique la suspension, conformément à l'alinéa qui précède, demeure assujetti à des contrôles [2 et à toute demande d'informations sur la localisation émise par une organisation antidopage]2.]1
Il est interdit à tout organisateur de manifestation sportive d'admettre la participation d'un sportif [2 ou d'une autre personne]2 suspendu(e) par l'autorité compétente pour fait de dopage, et ce pendant toute la durée de cette suspension.
[2 Le sportif ou l'autre personne qui se voit imposer une suspension de plus de quatre ans pourra, après quatre ans de suspension, participer en tant que sportif à des manifestations sportives locales ne relevant pas de la compétence d'un signataire du Code ou d'un membre d'un signataire du Code, pour autant que la manifestation sportive locale ne se déroule pas à un niveau où le sportif ou l'autre personne est susceptible de se qualifier directement ou indirectement en vue d'un championnat national ou d'une manifestation internationale (ou d'accumuler des points en vue de sa qualification), et n'implique pas que le sportif ou l'autre personne y travaille avec des personnes protégées à quelque titre que ce soit.]2
[2 Dans les vingt jours qui suivent une décision définitive, l'ONAD de la Commission communautaire commune diffuse par le biais de canaux de communication sécurisés, les décisions adoptées et l'identité des personnes sanctionnées, aux autres ONAD belges, à l'AMA, aux organisations sportives nationales et internationales, à l'ONAD du pays où réside la personne et/ou à l'ONAD des pays dont la personne est un ressortissant ou titulaire d'une licence, ainsi qu'au Comité international olympique et au Comité international paralympique lorsque les décisions peuvent affecter la possibilité de participation aux Jeux olympiques ou paralympiques. L'ONAD de la Commission communautaire commune rapporte cette notification dans ADAMS.
Conformément aux articles 14.3.2 et 14.3.5 du Code, s'agissant des sportifs d'élite et des autres personnes ayant commis une violation des règles antidopage, à l'exception des sportifs amateurs, mineurs, des personnes protégées et des sportifs récréatifs, sans préjudice de l'alinéa qui précède, l'ONAD de la Commission communautaire commune diffuse sur son site internet, pendant un mois ou pendant la durée de la période de suspension, selon celle de ces deux périodes qui est la plus longue, le nom du sportif ou de l'autre personne suspendu(e) pour dopage, le sport qui le/la concerne, la règle antidopage violée, la substance ou la méthode interdite éventuellement concernée, ainsi que les conséquences imposées.
Conformément à l'article 14.3.4 du Code, dans tous les cas où la décision conclut que le sportif ou l'autre personne n'a pas commis de violation des règles antidopage, la décision ne peut être publiée qu'avec le consentement exprès du sportif ou de l'autre personne, le cas échéant en anonymisant la décision.
Si le sportif ou l'autre personne marque son accord pour la publication de la décision le concernant, dans le cas visé à l'alinéa qui précède, elle est ensuite publiée sur le site internet de l'ONAD de la Commission communautaire commune, le cas échéant dans les conditions spécifiques demandées par le sportif ou une éventuelle autre personne concernée.]2
Art. 32. [1 § 1.]1 Een overtreding van de antidopingregels in een individuele sport die verband houdt met een controle in competitie brengt automatisch de annulatie met zich mee van de resultaten die tijdens deze wedstrijd werden behaald [1 en alle gevolgen die eruit volgen met inbegrip van de intrekking van de medailles, punten en prijzen]1.
[1 " § 2. Overeenkomstig artikel 10.1 van de Code kan een overtreding van de antidopingregels tijdens of in het kader van een evenement na een beslissing van de voor het evenement verantwoordelijke organisatie, leiden tot de annulering van alle individuele resultaten die de sporter in het kader van dat evenement behaalde, met alle gevolgen die eruit voortvloeien, met inbegrip van de intrekking van de medailles, punten en prijzen, met uitzondering van de in dit lid bepaalde gevallen overeenkomstig artikel 10.1.1. van de Code.
De factoren waarmee rekening moet worden gehouden om andere resultaten tijdens een evenement te annuleren kunnen onder meer de ernst van de door de sporter begane overtreding van de antidopingregels omvatten en ook of de sporter negatief heeft getest in andere wedstrijden.
Wanneer de sporter aantoont dat hij geen schuld of nalatigheid draagt voor de overtreding, worden zijn individuele resultaten in andere wedstrijden niet geannuleerd, tenzij de resultaten die hij behaalde in andere wedstrijden dan deze waarin de overtreding van de antidopingregels zich voordeed, waarschijnlijk door deze overtreding werden beïnvloed.]1
[1 § 3. Een overtreding van de antidopingregels kan ook leiden tot de volgende sancties:
1° een schorsing in geval van aanwezigheid, gebruik of poging tot gebruik of bezit van een verboden stof of een verboden methode onder de voorwaarden bedoeld in artikel 10.2 van de Code;
2° een schorsing voor andere overtredingen van de antidopingregels onder de voorwaarden bedoeld in artikel 10.3 van de Code;
3° een annulering van de resultaten behaald in daaropvolgende wedstrijden onder de voorwaarden bedoeld in artikel 10.10 van de Code.
Deze sancties kunnen het voorwerp zijn van verzwarende omstandigheden onder de voorwaarden bedoeld in de artikelen 10.4 en 10.9 van de Code. Zij kunnen het voorwerp zijn van verzachtende omstandigheden in geval van afwezigheid van schuld of nalatigheid (artikel 10.5 van de Code), afwezigheid van schuld of aanzienlijke nalatigheid (artikel 10.6 van de Code), andere redenen dan de schuld (artikel 10.7 van de Code), onmiddellijke erkenning en aanvaarding van de sanctie (artikel 10.8.1 van de Code), instemming om de zaak te schikken (artikel 10.8.2 van de Code).
De aanvang van de schorsingsperiode wordt bepaald overeenkomstig artikel 10.13 van de Code.
Het Verenigd College kan voorzien in een evenredige vergoeding van de kosten of financiële sancties in verband met een overtreding van de antidopingregels onder de voorwaarden bedoeld in artikel 10.12 van de Code en in de verdeling van de ontnomen winsten onder de voorwaarden bedoeld in artikel 10.11 van de Code. Het stelt bovendien het statuut vast van de persoon die het voorwerp uitmaakt van een schorsing of een voorlopige schorsing overeenkomstig artikel 10.14 van de Code.]1
[1 " § 2. Overeenkomstig artikel 10.1 van de Code kan een overtreding van de antidopingregels tijdens of in het kader van een evenement na een beslissing van de voor het evenement verantwoordelijke organisatie, leiden tot de annulering van alle individuele resultaten die de sporter in het kader van dat evenement behaalde, met alle gevolgen die eruit voortvloeien, met inbegrip van de intrekking van de medailles, punten en prijzen, met uitzondering van de in dit lid bepaalde gevallen overeenkomstig artikel 10.1.1. van de Code.
De factoren waarmee rekening moet worden gehouden om andere resultaten tijdens een evenement te annuleren kunnen onder meer de ernst van de door de sporter begane overtreding van de antidopingregels omvatten en ook of de sporter negatief heeft getest in andere wedstrijden.
Wanneer de sporter aantoont dat hij geen schuld of nalatigheid draagt voor de overtreding, worden zijn individuele resultaten in andere wedstrijden niet geannuleerd, tenzij de resultaten die hij behaalde in andere wedstrijden dan deze waarin de overtreding van de antidopingregels zich voordeed, waarschijnlijk door deze overtreding werden beïnvloed.]1
[1 § 3. Een overtreding van de antidopingregels kan ook leiden tot de volgende sancties:
1° een schorsing in geval van aanwezigheid, gebruik of poging tot gebruik of bezit van een verboden stof of een verboden methode onder de voorwaarden bedoeld in artikel 10.2 van de Code;
2° een schorsing voor andere overtredingen van de antidopingregels onder de voorwaarden bedoeld in artikel 10.3 van de Code;
3° een annulering van de resultaten behaald in daaropvolgende wedstrijden onder de voorwaarden bedoeld in artikel 10.10 van de Code.
Deze sancties kunnen het voorwerp zijn van verzwarende omstandigheden onder de voorwaarden bedoeld in de artikelen 10.4 en 10.9 van de Code. Zij kunnen het voorwerp zijn van verzachtende omstandigheden in geval van afwezigheid van schuld of nalatigheid (artikel 10.5 van de Code), afwezigheid van schuld of aanzienlijke nalatigheid (artikel 10.6 van de Code), andere redenen dan de schuld (artikel 10.7 van de Code), onmiddellijke erkenning en aanvaarding van de sanctie (artikel 10.8.1 van de Code), instemming om de zaak te schikken (artikel 10.8.2 van de Code).
De aanvang van de schorsingsperiode wordt bepaald overeenkomstig artikel 10.13 van de Code.
Het Verenigd College kan voorzien in een evenredige vergoeding van de kosten of financiële sancties in verband met een overtreding van de antidopingregels onder de voorwaarden bedoeld in artikel 10.12 van de Code en in de verdeling van de ontnomen winsten onder de voorwaarden bedoeld in artikel 10.11 van de Code. Het stelt bovendien het statuut vast van de persoon die het voorwerp uitmaakt van een schorsing of een voorlopige schorsing overeenkomstig artikel 10.14 van de Code.]1
Art. 32. [1 § 1er.]1 Une violation des règles antidopage dans un sport individuel, en relation avec un contrôle en compétition, entraîne automatiquement l'annulation des résultats obtenus lors de cette compétition [1 et à toutes les conséquences qui en découlent, y compris le retrait des médailles, points et prix]1.
[1 § 2. Conformément à l'article 10.1 du Code, une violation des règles antidopage commise lors d'une manifestation ou dans le cadre de celle-ci peut, sur décision de l'organisation responsable de la manifestation, entraîner l'annulation de tous les résultats individuels obtenus par le sportif, dans le cadre de cette manifestation, avec toutes les conséquences qui en découlent, y compris le retrait des médailles, points et prix, sauf dans les cas prévus à cet alinéa conformément à l'article 10.1.1 du Code.
Les facteurs à prendre en considération pour annuler d'autres résultats au cours d'une manifestation peuvent inclure, notamment, la gravité de la violation des règles antidopage commise par le sportif et la question de savoir si le sportif a subi des contrôles négatifs lors des autres compétitions.
Lorsque le sportif démontre qu'il n'a commis aucune faute ou négligence en relation avec la violation, ses résultats individuels dans d'autres compétitions ne seront pas annulés, à moins que les résultats obtenus dans d'autres compétitions que celle au cours de laquelle la violation des règles antidopage est survenue n'aient été vraisemblablement influencés par cette violation.]1
[1 § 3. Une violation des règles antidopage peut également entrainer les sanctions suivantes :
1° une suspension en cas de présence, d'usage ou de tentative d'usage ou de possession d'une substance interdite ou d'une méthode interdite, dans les conditions visées à l'article 10.2 du Code ;
2° une suspension pour d'autres violations des règles antidopage, dans les conditions visées à l'article 10.3 du Code ;
3° une annulation de résultats obtenus dans des compétitions postérieures, dans les conditions visées à l'article 10.10 du Code.
Ces sanctions peuvent faire l'objet de circonstances aggravantes dans les conditions visées aux articles 10.4 et 10.9 du Code. Elles peuvent également faire l'objet de circonstances atténuantes en cas d'absence de faute ou de négligence (article 10.5. du Code), d'absence de faute ou de négligence significative (article 10.6 du Code), de motifs autres que la faute (article 10.7. du Code), d'aveu rapide et d'acceptation de la sanction (article 10.8.1 du Code), d'un accord de règlement de l'affaire (article 10.8.2 du Code).
Le début de la période de suspension est fixé conformément à l'article 10.13 du Code.
Le Collège réuni peut prévoir un remboursement proportionné des frais ou des sanctions financières en relation avec une violation des règles antidopage, dans les conditions visées à l'article 10.12 du Code, et la distribution des gains retirés selon les conditions visées à l'article 10.11 du Code. Il fixe, en outre, le statut de la personne faisant l'objet d'une suspension ou d'une suspension provisoire, conformément à l'article 10.14 du Code]1
[1 § 2. Conformément à l'article 10.1 du Code, une violation des règles antidopage commise lors d'une manifestation ou dans le cadre de celle-ci peut, sur décision de l'organisation responsable de la manifestation, entraîner l'annulation de tous les résultats individuels obtenus par le sportif, dans le cadre de cette manifestation, avec toutes les conséquences qui en découlent, y compris le retrait des médailles, points et prix, sauf dans les cas prévus à cet alinéa conformément à l'article 10.1.1 du Code.
Les facteurs à prendre en considération pour annuler d'autres résultats au cours d'une manifestation peuvent inclure, notamment, la gravité de la violation des règles antidopage commise par le sportif et la question de savoir si le sportif a subi des contrôles négatifs lors des autres compétitions.
Lorsque le sportif démontre qu'il n'a commis aucune faute ou négligence en relation avec la violation, ses résultats individuels dans d'autres compétitions ne seront pas annulés, à moins que les résultats obtenus dans d'autres compétitions que celle au cours de laquelle la violation des règles antidopage est survenue n'aient été vraisemblablement influencés par cette violation.]1
[1 § 3. Une violation des règles antidopage peut également entrainer les sanctions suivantes :
1° une suspension en cas de présence, d'usage ou de tentative d'usage ou de possession d'une substance interdite ou d'une méthode interdite, dans les conditions visées à l'article 10.2 du Code ;
2° une suspension pour d'autres violations des règles antidopage, dans les conditions visées à l'article 10.3 du Code ;
3° une annulation de résultats obtenus dans des compétitions postérieures, dans les conditions visées à l'article 10.10 du Code.
Ces sanctions peuvent faire l'objet de circonstances aggravantes dans les conditions visées aux articles 10.4 et 10.9 du Code. Elles peuvent également faire l'objet de circonstances atténuantes en cas d'absence de faute ou de négligence (article 10.5. du Code), d'absence de faute ou de négligence significative (article 10.6 du Code), de motifs autres que la faute (article 10.7. du Code), d'aveu rapide et d'acceptation de la sanction (article 10.8.1 du Code), d'un accord de règlement de l'affaire (article 10.8.2 du Code).
Le début de la période de suspension est fixé conformément à l'article 10.13 du Code.
Le Collège réuni peut prévoir un remboursement proportionné des frais ou des sanctions financières en relation avec une violation des règles antidopage, dans les conditions visées à l'article 10.12 du Code, et la distribution des gains retirés selon les conditions visées à l'article 10.11 du Code. Il fixe, en outre, le statut de la personne faisant l'objet d'une suspension ou d'une suspension provisoire, conformément à l'article 10.14 du Code]1
Wijzigingen
Art. 33. § 1. Voor de teamsporten worden de door het team behaalde resultaten niet beïnvloed door een positief resultaat van één van de teamleden.
[2 Indien meer dan twee leden van hetzelfde team tijdens de duur van het evenement een overtreding van de antidopingregels hebben begaan, worden de regelingen die gelden op grond van artikel 32 mutatis mutandis dan op het team toegepast, bovenop de gevolgen die worden opgelegd aan de individuele sporters die een overtreding van de antidopingregels hebben begaan, onverminderd de mogelijkheid voor de sportvereniging die verantwoordelijk is voor het evenement waarin een ploeg een overtreding van de antidopingregels heeft begaan, of voor een internationale federatie met betrekking tot de ploegsporten die onder haar bevoegdheid vallen, om in strengere gevolgen te voorzien.]2
§ 2. [2 De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of een andere voor het evenement verantwoordelijke instantie voert gerichte controles uit op alle leden van het betrokken team, wanneer meer dan één van zijn leden op de hoogte werd gebracht van een overtreding van de antidopingregels op grond van artikel 7 van de Code in het kader van een evenement.]2
[2 Indien meer dan twee leden van hetzelfde team tijdens de duur van het evenement een overtreding van de antidopingregels hebben begaan, worden de regelingen die gelden op grond van artikel 32 mutatis mutandis dan op het team toegepast, bovenop de gevolgen die worden opgelegd aan de individuele sporters die een overtreding van de antidopingregels hebben begaan, onverminderd de mogelijkheid voor de sportvereniging die verantwoordelijk is voor het evenement waarin een ploeg een overtreding van de antidopingregels heeft begaan, of voor een internationale federatie met betrekking tot de ploegsporten die onder haar bevoegdheid vallen, om in strengere gevolgen te voorzien.]2
§ 2. [2 De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of een andere voor het evenement verantwoordelijke instantie voert gerichte controles uit op alle leden van het betrokken team, wanneer meer dan één van zijn leden op de hoogte werd gebracht van een overtreding van de antidopingregels op grond van artikel 7 van de Code in het kader van een evenement.]2
Art. 33. § 1er. Pour les sports d'équipe, les résultats obtenus par l'équipe ne sont pas affectés par un résultat positif d'un seul de ses membres.
[2 Si plus de deux membres de la même équipe ont commis une violation des règles antidopage pendant la durée de la manifestation, les mécanismes prévus à l'article 32 s'appliquent alors, mutatis mutandis, à l'équipe, en plus des conséquences imposées aux sportifs individuels ayant commis une violation des règles antidopage, sans préjudice de la possibilité, pour l'association sportive responsable de la manifestation au cours de laquelle une équipe a commis une violation des règles antidopage, ou pour une fédération internationale en ce qui concerne les sports d'équipe relevant de sa compétence, de prévoir des conséquences plus strictes.]2
§ 2. [2 L'ONAD de la Commission communautaire commune ou un autre organisme responsable de la manifestation réalise des contrôles ciblés sur l'ensemble des membres de l'équipe en cause, lorsque plus d'un de ses membres a été notifié d'une violation des règles antidopage en vertu de l'article 7 du Code dans le cadre d'une manifestation.]2
[2 Si plus de deux membres de la même équipe ont commis une violation des règles antidopage pendant la durée de la manifestation, les mécanismes prévus à l'article 32 s'appliquent alors, mutatis mutandis, à l'équipe, en plus des conséquences imposées aux sportifs individuels ayant commis une violation des règles antidopage, sans préjudice de la possibilité, pour l'association sportive responsable de la manifestation au cours de laquelle une équipe a commis une violation des règles antidopage, ou pour une fédération internationale en ce qui concerne les sports d'équipe relevant de sa compétence, de prévoir des conséquences plus strictes.]2
§ 2. [2 L'ONAD de la Commission communautaire commune ou un autre organisme responsable de la manifestation réalise des contrôles ciblés sur l'ensemble des membres de l'équipe en cause, lorsque plus d'un de ses membres a été notifié d'une violation des règles antidopage en vertu de l'article 7 du Code dans le cadre d'une manifestation.]2
Art. 34. Elke tuchtbeslissing die kracht van gewijsde heeft en overeenkomstig de Code door één van zijn ondertekenaars [1 een nationaal arbitrageorgaan bedoeld in artikel 13.2.2 van de Code of het Hof van Arbitrage voor Sport]1 is genomen, wordt automatisch erkend door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, zonder andere formaliteiten. Zij bindt de personen en de instellingen die onderworpen zijn aan deze ordonnantie.
[1 Niettegenstaande de bepalingen van artikel 15.1.1 van de Code is een beslissing over een overtreding van de antidopingregels genomen door een organisatie verantwoordelijk voor grote evenementen in het kader van een versnelde procedure tijdens een evenement niet bindend voor de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de personen en instellingen die onder deze ordonnantie vallen, tenzij de regels van de organisatie verantwoordelijk voor grote evenementen de sporter of de andere persoon de mogelijkheid bieden om volgens niet-versnelde procedures beroep aan te tekenen.]1
Het Verenigd College kan deze erkenning uitbreiden tot bepaalde beslissingen die genomen zijn door instanties die de Code niet hebben ondertekend voor zover deze beslissingen met inachtneming van de bepalingen van de Code werden genomen.
[1 Niettegenstaande de bepalingen van artikel 15.1.1 van de Code is een beslissing over een overtreding van de antidopingregels genomen door een organisatie verantwoordelijk voor grote evenementen in het kader van een versnelde procedure tijdens een evenement niet bindend voor de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de personen en instellingen die onder deze ordonnantie vallen, tenzij de regels van de organisatie verantwoordelijk voor grote evenementen de sporter of de andere persoon de mogelijkheid bieden om volgens niet-versnelde procedures beroep aan te tekenen.]1
Het Verenigd College kan deze erkenning uitbreiden tot bepaalde beslissingen die genomen zijn door instanties die de Code niet hebben ondertekend voor zover deze beslissingen met inachtneming van de bepalingen van de Code werden genomen.
Art. 34. Toute décision disciplinaire passée en force de chose jugée et rendue conformément au Code par un de ses signataires, [1 un organe d'arbitrage national visé à l'article 13.2.2. du Code ou le Tribunal arbitral du sport,]1 est automatiquement reconnue par la Commission communautaire commune, sans autres formalités. Elle lie les personnes et institutions soumises à la présente ordonnance.
[1 Nonobstant les dispositions de l'article 15.1.1 du Code, une décision de violation des règles antidopage rendue par une organisation responsable de grandes manifestations dans le cadre d'une procédure accélérée au cours d'une manifestation, ne sera pas contraignante pour l'ONAD de la Commission communautaire commune et les personnes et institutions soumises à la présente ordonnance, à moins que les règles de l'organisation responsable de grandes manifestations ne donnent au sportif ou à l'autre personne la possibilité de faire appel selon des procédures non accélérées.]1
Le Collège réuni peut étendre cette reconnaissance à certaines décisions rendues par des instances non signataires du Code pour autant que ces décisions aient été rendues dans le respect des dispositions du Code.
[1 Nonobstant les dispositions de l'article 15.1.1 du Code, une décision de violation des règles antidopage rendue par une organisation responsable de grandes manifestations dans le cadre d'une procédure accélérée au cours d'une manifestation, ne sera pas contraignante pour l'ONAD de la Commission communautaire commune et les personnes et institutions soumises à la présente ordonnance, à moins que les règles de l'organisation responsable de grandes manifestations ne donnent au sportif ou à l'autre personne la possibilité de faire appel selon des procédures non accélérées.]1
Le Collège réuni peut étendre cette reconnaissance à certaines décisions rendues par des instances non signataires du Code pour autant que ces décisions aient été rendues dans le respect des dispositions du Code.
Wijzigingen
Art. 35. Onverminderd de toepassing van de tuchtmaatregelen waartoe besloten door de sportverenigingen en andere straffen opgelegd door het Strafwetboek of andere bijzondere regelgevingen, wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en een boete van vijf tot vijftig euro of één van die straffen alleen, hij die de in [1 artikel 8, § 1, 6°, b) tot 9°]1 bedoelde bepalingen schendt.
In geval van recidive binnen twee jaar na een veroordeling wegens één van de bovenvermelde schendingen, die kracht van gewijsde heeft, wordt de duur van de in het eerste lid bedoelde gevangenisstraf en het bedrag van de geldboetes verdubbeld.
In geval van recidive binnen twee jaar na een veroordeling wegens één van de bovenvermelde schendingen, die kracht van gewijsde heeft, wordt de duur van de in het eerste lid bedoelde gevangenisstraf en het bedrag van de geldboetes verdubbeld.
Art. 35. Sans préjudice de l'application de sanctions disciplinaires prononcées par les associations sportives et d'autres peines comminées par le Code pénal ou les législations particulières, est puni d'un emprisonnement de six mois à cinq ans et d'une amende de cinq à cinquante euros ou d'une de ces peines seulement, celui qui viole les dispositions de [1 l'article 8, § 1er, 6°, b) à 9°]1.
En cas de récidive dans les deux années qui suivent un jugement coulé en force de chose jugée de condamnation du chef d'une des infractions susvisées, la durée de l'emprisonnement et le montant des amendes visés à l'alinéa 1er sont doublés.
En cas de récidive dans les deux années qui suivent un jugement coulé en force de chose jugée de condamnation du chef d'une des infractions susvisées, la durée de l'emprisonnement et le montant des amendes visés à l'alinéa 1er sont doublés.
Wijzigingen
Art.35/1. [1 § 1. Niettegenstaande het bestaan van de gebruikelijke beroepsmogelijkheden bij de Raad van State en de hoven en rechtbanken, en overeenkomstig artikel 13.1 van de Code kan tegen alle beslissingen die op grond van de Code, deze ordonnantie of de uitvoeringsbesluiten ervan worden genomen, beroep worden aangetekend bij het CAS. Dit beroep heeft geen opschortende werking, tenzij het CAS anders beslist.
Het beroep moet worden aangetekend binnen 21 dagen die volgen op de kennisgeving aan de partij van de beslissing waartegen beroep wordt aangetekend. De termijn voor het indienen van een beroep in naam van het WADA is de datum die overeenstemt met de laatste van de volgende termijnen: (a) 21 dagen na de einddatum waarop elke andere partij die het recht heeft om beroep aan te tekenen, beroep had kunnen aantekenen of (b) 21 dagen na de ontvangst door het WADA van het volledige beslissingsdossier.
De partij die beroep aantekent, heeft recht op de bijstand van het CAS om alle relevante informatie te verkrijgen van de antidopingorganisatie waarvan de beslissing wordt aangevochten in beroep. Die informatie moet worden verstrekt indien het CAS dit beveelt.
Alle partijen die beroep aantekenen bij het CAS zorgen ervoor dat het WADA en alle andere partijen die gerechtigd zijn om beroep aan te tekenen, binnen een redelijke termijn op de hoogte worden gebracht van het beroep.
§ 2. De draagwijdte van het onderzoek in beroep omvat alle vragen die relevant zijn voor de zaak en is niet uitdrukkelijk beperkt tot de vragen of de draagwijdte van het onderzoek voor het oorspronkelijke beslissingsorgaan. Elke partij in beroep kan bewijsmiddelen, juridische argumenten en vorderingen aanvoeren die in eerste aanleg niet werden aangevoerd, op voorwaarde dat deze middelen, argumenten en vorderingen op dezelfde grond of dezelfde algemene feiten of omstandigheden berusten die in eerste aanleg werden aangevoerd of behandeld.
§ 3. Het CAS is niet gebonden aan de in aanmerking genomen elementen in de beslissing waartegen beroep wordt aangetekend.
Bij het nemen van zijn beslissing is het CAS niet verplicht zich te baseren op de discretionaire bevoegdheid die wordt uitgeoefend door de instantie waarvan de beslissing wordt aangevochten.
§ 4. Overeenkomstig artikel 13 van de Code kan het WADA, wanneer het het recht heeft om beroep aan te tekenen op grond van dit artikel en geen enkele partij beroep heeft aangetekend tegen een definitieve beslissing in het kader van de bij deze ordonnantie of de uitvoeringsbesluiten ervan vastgestelde procedure, rechtstreeks beroep aantekenen bij het CAS, zonder de interne beroepsmiddelen te moeten uitputten waarin deze ordonnantie of de uitvoeringsbesluiten ervan voorzien.
§ 5. Beroep kan, uitsluitend in de vormen en onder de voorwaarden vastgesteld in deze bepaling, worden aangetekend tegen:
1° een beslissing met betrekking tot een overtreding van de antidopingregels;
2° een beslissing die al dan niet gevolgen oplegt aan een overtreding van de antidopingregels;
3° een beslissing die vaststelt dat er geen overtreding van de antidopingregels werd begaan;
4° een beslissing die vaststelt dat een procedure met betrekking tot de overtreding van de antidopingregels niet kan worden voortgezet wegens procedureredenen (met inbegrip van de verjaring);
5° een door het WADA genomen beslissing om geen uitzondering toe te kennen voor de opzeggingsvereiste van zes maanden voor een sporter die zich terugtrekt uit de sport en die later opnieuw wil deelnemen aan wedstrijden, overeenkomstig artikel 26, § 9, van deze ordonnantie;
6° een door het WADA genomen beslissing die het resultatenbeheer toekent, overeenkomstig artikel 7.1 van de Code;
7° een beslissing van een antidopingorganisatie om een afwijkend of atypisch analyseresultaat niet als een overtreding van de antidopingregels te melden;
8° een beslissing om geen gevolg te geven aan een overtreding van de antidopingregels na een onderzoek dat gevoerd werd overeenkomstig de Internationale Standaard voor resultatenbeheer;
9° een beslissing om een voorlopige schorsing op te leggen of op te heffen na een inleidende hoorzitting;
10° de niet-naleving van artikel 7.4 van de Code door een antidopingorganisatie;
11° een beslissing die uitdrukkelijk bepaalt dat een antidopingorganisatie niet bevoegd is zich uit te spreken over een aangevochten overtreding van de antidopingregels of over de gevolgen ervan;
12° een beslissing om voor gevolgen de opschorting al dan niet toe te passen of opnieuw in te voeren overeenkomstig artikel 10.7.1 van de Code;
13° de niet-naleving van de artikelen 7.1.4 en 7.1.5 van de Code;
14° de niet-naleving van artikel 10.8.1 van de Code;
15° een beslissing genomen op grond van artikel 10.14.3 van de Code;
16° een beslissing die een antidopingorganisatie heeft genomen om de beslissing van een andere antidopingorganisatie niet toe te passen op grond van artikel 15 van de Code;
17° een beslissing genomen op grond van artikel 27.3 van de Code.
§ 6. In de gevallen die volgen uit de deelname aan een internationaal evenement of in de gevallen waarbij sporters van internationaal niveau betrokken zijn, kan tegen de beslissing alleen beroep worden aangetekend bij het CAS.
§ 7. De volgende partijen hebben het recht om beroep aan te tekenen bij het CAS:
1° de sporter of de andere persoon die het voorwerp uitmaakt van een beslissing waartegen beroep wordt aangetekend;
2° de andere partij in de zaak waarin de beslissing werd genomen;
3° de bevoegde internationale federatie;
4° de nationale antidopingorganisatie van het land waar de persoon verblijft of van de landen waarvan de persoon een onderdaan of een licentiehouder is;
5° het Internationaal Olympisch Comité of het Internationaal Paralympisch Comité, al naar gelang het geval, wanneer deze beslissing gevolgen kan hebben voor de Olympische Spelen of de Paralympische Spelen, met name wanneer het gaat om beslissingen die gevolgen hebben voor de mogelijkheid om daaraan deel te nemen;
6° het WADA.
§ 8. Niettegenstaande elke andere bepaling in deze ordonnantie of de Code is de sporter of de andere persoon aan wie een voorlopige schorsing werd opgelegd de enige die gerechtigd is om beroep aan te tekenen tegen de voorlopige schorsing.
§ 9. Overeenkomstig artikel 13.2.4 van de Code zijn de gezamenlijke en de andere latere beroepen ingesteld door elke verweerder aangehaald in zaken die op grond van de Code bij het CAS aanhangig gemaakt zijn, uitdrukkelijk toegestaan. Elke partij die op grond van dit artikel gerechtigd is beroep aan te tekenen, dient een gezamenlijk of later beroep in, uiterlijk samen met het antwoord van die partij.
§ 10. Indien de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie in een bepaald geval niet binnen een door het WADA vastgestelde redelijke termijn beslist dat een overtreding van de antidopingregels werd begaan, kan het WADA beslissen rechtstreeks beroep aan te tekenen bij het CAS, alsof de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie had beslist dat er geen overtreding van de antidopingregels werd begaan. Indien het CAS-panel vaststelt dat een overtreding van de antidopingregels werd begaan en dat het WADA redelijkerwijze heeft beslist rechtstreeks beroep aan te tekenen bij het CAS, vergoedt de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie het WADA de door het WADA in de beroepsprocedure gemaakte kosten en advocatenhonoraria.
§ 11. Tegen de beslissingen met betrekking tot een TTN kan alleen beroep worden aangetekend overeenkomstig de bepalingen van artikel 10.
§ 12. Indien de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie partij is bij een beroep, bezorgt zij de beslissing in beroep onmiddellijk aan de sporter of de andere persoon en aan de andere antidopingorganisaties die beroep hadden kunnen aantekenen.]1
Het beroep moet worden aangetekend binnen 21 dagen die volgen op de kennisgeving aan de partij van de beslissing waartegen beroep wordt aangetekend. De termijn voor het indienen van een beroep in naam van het WADA is de datum die overeenstemt met de laatste van de volgende termijnen: (a) 21 dagen na de einddatum waarop elke andere partij die het recht heeft om beroep aan te tekenen, beroep had kunnen aantekenen of (b) 21 dagen na de ontvangst door het WADA van het volledige beslissingsdossier.
De partij die beroep aantekent, heeft recht op de bijstand van het CAS om alle relevante informatie te verkrijgen van de antidopingorganisatie waarvan de beslissing wordt aangevochten in beroep. Die informatie moet worden verstrekt indien het CAS dit beveelt.
Alle partijen die beroep aantekenen bij het CAS zorgen ervoor dat het WADA en alle andere partijen die gerechtigd zijn om beroep aan te tekenen, binnen een redelijke termijn op de hoogte worden gebracht van het beroep.
§ 2. De draagwijdte van het onderzoek in beroep omvat alle vragen die relevant zijn voor de zaak en is niet uitdrukkelijk beperkt tot de vragen of de draagwijdte van het onderzoek voor het oorspronkelijke beslissingsorgaan. Elke partij in beroep kan bewijsmiddelen, juridische argumenten en vorderingen aanvoeren die in eerste aanleg niet werden aangevoerd, op voorwaarde dat deze middelen, argumenten en vorderingen op dezelfde grond of dezelfde algemene feiten of omstandigheden berusten die in eerste aanleg werden aangevoerd of behandeld.
§ 3. Het CAS is niet gebonden aan de in aanmerking genomen elementen in de beslissing waartegen beroep wordt aangetekend.
Bij het nemen van zijn beslissing is het CAS niet verplicht zich te baseren op de discretionaire bevoegdheid die wordt uitgeoefend door de instantie waarvan de beslissing wordt aangevochten.
§ 4. Overeenkomstig artikel 13 van de Code kan het WADA, wanneer het het recht heeft om beroep aan te tekenen op grond van dit artikel en geen enkele partij beroep heeft aangetekend tegen een definitieve beslissing in het kader van de bij deze ordonnantie of de uitvoeringsbesluiten ervan vastgestelde procedure, rechtstreeks beroep aantekenen bij het CAS, zonder de interne beroepsmiddelen te moeten uitputten waarin deze ordonnantie of de uitvoeringsbesluiten ervan voorzien.
§ 5. Beroep kan, uitsluitend in de vormen en onder de voorwaarden vastgesteld in deze bepaling, worden aangetekend tegen:
1° een beslissing met betrekking tot een overtreding van de antidopingregels;
2° een beslissing die al dan niet gevolgen oplegt aan een overtreding van de antidopingregels;
3° een beslissing die vaststelt dat er geen overtreding van de antidopingregels werd begaan;
4° een beslissing die vaststelt dat een procedure met betrekking tot de overtreding van de antidopingregels niet kan worden voortgezet wegens procedureredenen (met inbegrip van de verjaring);
5° een door het WADA genomen beslissing om geen uitzondering toe te kennen voor de opzeggingsvereiste van zes maanden voor een sporter die zich terugtrekt uit de sport en die later opnieuw wil deelnemen aan wedstrijden, overeenkomstig artikel 26, § 9, van deze ordonnantie;
6° een door het WADA genomen beslissing die het resultatenbeheer toekent, overeenkomstig artikel 7.1 van de Code;
7° een beslissing van een antidopingorganisatie om een afwijkend of atypisch analyseresultaat niet als een overtreding van de antidopingregels te melden;
8° een beslissing om geen gevolg te geven aan een overtreding van de antidopingregels na een onderzoek dat gevoerd werd overeenkomstig de Internationale Standaard voor resultatenbeheer;
9° een beslissing om een voorlopige schorsing op te leggen of op te heffen na een inleidende hoorzitting;
10° de niet-naleving van artikel 7.4 van de Code door een antidopingorganisatie;
11° een beslissing die uitdrukkelijk bepaalt dat een antidopingorganisatie niet bevoegd is zich uit te spreken over een aangevochten overtreding van de antidopingregels of over de gevolgen ervan;
12° een beslissing om voor gevolgen de opschorting al dan niet toe te passen of opnieuw in te voeren overeenkomstig artikel 10.7.1 van de Code;
13° de niet-naleving van de artikelen 7.1.4 en 7.1.5 van de Code;
14° de niet-naleving van artikel 10.8.1 van de Code;
15° een beslissing genomen op grond van artikel 10.14.3 van de Code;
16° een beslissing die een antidopingorganisatie heeft genomen om de beslissing van een andere antidopingorganisatie niet toe te passen op grond van artikel 15 van de Code;
17° een beslissing genomen op grond van artikel 27.3 van de Code.
§ 6. In de gevallen die volgen uit de deelname aan een internationaal evenement of in de gevallen waarbij sporters van internationaal niveau betrokken zijn, kan tegen de beslissing alleen beroep worden aangetekend bij het CAS.
§ 7. De volgende partijen hebben het recht om beroep aan te tekenen bij het CAS:
1° de sporter of de andere persoon die het voorwerp uitmaakt van een beslissing waartegen beroep wordt aangetekend;
2° de andere partij in de zaak waarin de beslissing werd genomen;
3° de bevoegde internationale federatie;
4° de nationale antidopingorganisatie van het land waar de persoon verblijft of van de landen waarvan de persoon een onderdaan of een licentiehouder is;
5° het Internationaal Olympisch Comité of het Internationaal Paralympisch Comité, al naar gelang het geval, wanneer deze beslissing gevolgen kan hebben voor de Olympische Spelen of de Paralympische Spelen, met name wanneer het gaat om beslissingen die gevolgen hebben voor de mogelijkheid om daaraan deel te nemen;
6° het WADA.
§ 8. Niettegenstaande elke andere bepaling in deze ordonnantie of de Code is de sporter of de andere persoon aan wie een voorlopige schorsing werd opgelegd de enige die gerechtigd is om beroep aan te tekenen tegen de voorlopige schorsing.
§ 9. Overeenkomstig artikel 13.2.4 van de Code zijn de gezamenlijke en de andere latere beroepen ingesteld door elke verweerder aangehaald in zaken die op grond van de Code bij het CAS aanhangig gemaakt zijn, uitdrukkelijk toegestaan. Elke partij die op grond van dit artikel gerechtigd is beroep aan te tekenen, dient een gezamenlijk of later beroep in, uiterlijk samen met het antwoord van die partij.
§ 10. Indien de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie in een bepaald geval niet binnen een door het WADA vastgestelde redelijke termijn beslist dat een overtreding van de antidopingregels werd begaan, kan het WADA beslissen rechtstreeks beroep aan te tekenen bij het CAS, alsof de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie had beslist dat er geen overtreding van de antidopingregels werd begaan. Indien het CAS-panel vaststelt dat een overtreding van de antidopingregels werd begaan en dat het WADA redelijkerwijze heeft beslist rechtstreeks beroep aan te tekenen bij het CAS, vergoedt de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie het WADA de door het WADA in de beroepsprocedure gemaakte kosten en advocatenhonoraria.
§ 11. Tegen de beslissingen met betrekking tot een TTN kan alleen beroep worden aangetekend overeenkomstig de bepalingen van artikel 10.
§ 12. Indien de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie partij is bij een beroep, bezorgt zij de beslissing in beroep onmiddellijk aan de sporter of de andere persoon en aan de andere antidopingorganisaties die beroep hadden kunnen aantekenen.]1
Art. 35/1. [1 § 1er. Nonobstant l'existence des voies de recours habituelles auprès du Conseil d'Etat et des Cours et Tribunaux, et conformément à l'article 13.1 du Code, toutes les décisions rendues en application du Code, de la présente ordonnance ou de ses arrêtés d'exécution peuvent faire l'objet d'un appel auprès du TAS. Cet appel n'est pas suspensif à moins que TAS n'en décide autrement.
L'appel doit être introduit dans les 21 jours qui suivent la notification à la partie de la décision susceptible d'appel. La date limite pour le dépôt d'un appel de la part de l'AMA sera la date correspondant à l'échéance la plus éloignée parmi les suivantes : (a) 21 jours après la date finale à laquelle toute autre partie ayant le droit de faire appel aurait pu faire appel, ou (b) 21 jours après la réception par l'AMA du dossier complet relatif à la décision.
La partie faisant appel a droit à l'aide du TAS pour obtenir toute information pertinente auprès de l'organisation antidopage dont la décision est portée en appel, et ces informations doivent être fournies si le TAS l'ordonne.
Toutes les parties à un appel devant le TAS veillent à ce que l'AMA et toutes les autres parties habilitées à faire appel soient notifiées de l'appel dans un délai raisonnable.
§ 2. La portée de l'examen en appel couvre toutes les questions pertinentes pour l'affaire et n'est pas expressément limitée aux questions ou à la portée de l'examen devant l'instance décisionnelle initiale. Toute partie à l'appel peut soumettre des moyens de preuve, des arguments juridiques et des prétentions qui n'avaient pas été soulevés en première instance, à condition que ces moyens, arguments et prétentions découlent du même motif ou des mêmes faits ou circonstances généraux soulevés ou abordés en première instance.
§ 3. Le TAS n'est pas lié par les éléments retenus dans la décision portée en appel.
En rendant sa décision, le TAS n'est pas tenu de s'en remettre au pouvoir discrétionnaire exercé par l'instance dont la décision fait l'objet de l'appel.
§ 4. Conformément à l'article 13 du Code, lorsqu'en vertu du présent article, l'AMA a le droit d'interjeter appel et qu'aucune partie n'a fait appel d'une décision finale dans le cadre de la procédure fixée par la présente ordonnance ou ses arrêtés d'exécution, l'AMA peut faire directement appel devant le TAS, sans devoir épuiser les voies de recours internes prévus par la présente ordonnance ou ses arrêtés d'exécution.
§ 5. Un appel peut être interjeté, exclusivement dans les formes et conditions prévues par la présente disposition, contre :
1° une décision portant sur une violation des règles antidopage;
2° une décision imposant ou non des conséquences suites à une violation des règles antidopage;
3° une décision établissant qu'aucune violation des règles antidopage n'a été commise;
4° une décision établissant qu'une procédure en matière de violation des règles antidopage ne peut être poursuivie pour des raisons procédurales (y compris pour cause de prescription);
5° une décision prise par l'AMA de ne pas accorder d'exception à l'exigence de préavis de six mois pour un sportif retraité qui souhaite revenir à la compétition conformément à l'article 26, § 9, de la présente ordonnance ;
6° une décision prise par l'AMA attribuant la gestion des résultats conformément à l'article 7.1 du Code;
7° une décision d'une organisation antidopage de ne pas présenter un résultat d'analyse anormal ou un résultat atypique comme une violation des règles antidopage,
8° une décision de ne pas donner suite à une violation des règles antidopage après une enquête menée conformément au Standard international pour la gestion des résultats;
9° une décision d'imposer ou de lever une suspension provisoire à l'issue d'une audience préliminaire ;
10° le non-respect de l'article 7.4 du Code par une organisation antidopage ;
11° une décision stipulant qu'une organisation antidopage n'est pas compétente pour statuer sur une violation alléguée des règles antidopage ou sur ses conséquences;
12° une décision d'appliquer ou de ne pas appliquer le sursis à des conséquences ou de réintroduire ou non des conséquences conformément à l'article 10.7.1 du Code;
13° le non-respect des articles 7.1.4 et 7.1.5 du Code;
14° le non-respect de l'article 10.8.1 du Code;
15° une décision rendue en vertu de l'article 10.14.3 du Code;
16° une décision rendue par une organisation antidopage de ne pas appliquer la décision d'une autre organisation antidopage en vertu de l'article 15 du Code;
17° une décision rendue en vertu de l'article 27.3 du Code.
§ 6. Dans les cas découlant de la participation à une manifestation internationale ou dans les cas impliquant des sportifs de niveau international, la décision peut faire l'objet d'un appel uniquement devant le TAS.
§ 7. Les parties suivantes ont le droit de faire appel devant le TAS :
1° le sportif ou l'autre personne faisant l'objet de la décision portée en appel ;
2° l'autre partie à l'affaire dans laquelle la décision a été rendue ;
3° la fédération internationale compétente ;
4° l'organisation nationale antidopage du pays où réside la personne ou des pays dont la personne est ressortissante ou titulaire de licence ;
5° le Comité international olympique ou le Comité international paralympique, selon le cas, quand la décision peut avoir un effet en rapport avec les Jeux olympiques ou les Jeux paralympiques, notamment les décisions affectant la possibilité d'y participer ;
6° l'AMA.
§ 8. Nonobstant toute autre disposition prévue dans la présente ordonnance ou le Code, la seule personne habilitée à faire appel d'une suspension provisoire est le sportif ou l'autre personne à qui la suspension provisoire a été imposée.
§ 9. Conformément à l'article 13.2.4 du Code, les appels joints et les autres appels subséquents formés par tout défendeur cité dans des cas portés devant le TAS sur la base du Code sont spécifiquement autorisés. Toute partie autorisée à faire appel au titre du présent article doit déposer un appel joint ou un appel subséquent au plus tard avec la réponse de cette partie.
§ 10. Lorsque, dans un cas donné, L'ONAD de la Commission communautaire commune ne rend pas une décision sur la question de savoir si une violation des règles antidopage a été commise, dans un délai raisonnable fixé par l'AMA, cette dernière peut décider de faire appel directement au TAS comme si l'ONAD de la Commission communautaire commune avait rendu une décision d'absence de violation des règles antidopage. Si la formation du TAS établit qu'une violation des règles antidopage a été commise et que l'AMA a agi raisonnablement en décidant de faire appel directement au TAS, les frais et les honoraires d'avocats occasionnés à l'AMA par la procédure d'appel seront remboursés à l'AMA par L'ONAD de la Commission communautaire commune.
§ 11. Les décisions en matière d'AUT ne peuvent faire l'objet d'un appel que conformément aux dispositions de l'article 10.
§ 12. Si l'ONAD de la Commission communautaire commune est partie à un appel, elle transmet sans délai la décision d'appel au sportif ou à l'autre personne et aux autres organisations antidopage qui auraient pu faire appel.]1
L'appel doit être introduit dans les 21 jours qui suivent la notification à la partie de la décision susceptible d'appel. La date limite pour le dépôt d'un appel de la part de l'AMA sera la date correspondant à l'échéance la plus éloignée parmi les suivantes : (a) 21 jours après la date finale à laquelle toute autre partie ayant le droit de faire appel aurait pu faire appel, ou (b) 21 jours après la réception par l'AMA du dossier complet relatif à la décision.
La partie faisant appel a droit à l'aide du TAS pour obtenir toute information pertinente auprès de l'organisation antidopage dont la décision est portée en appel, et ces informations doivent être fournies si le TAS l'ordonne.
Toutes les parties à un appel devant le TAS veillent à ce que l'AMA et toutes les autres parties habilitées à faire appel soient notifiées de l'appel dans un délai raisonnable.
§ 2. La portée de l'examen en appel couvre toutes les questions pertinentes pour l'affaire et n'est pas expressément limitée aux questions ou à la portée de l'examen devant l'instance décisionnelle initiale. Toute partie à l'appel peut soumettre des moyens de preuve, des arguments juridiques et des prétentions qui n'avaient pas été soulevés en première instance, à condition que ces moyens, arguments et prétentions découlent du même motif ou des mêmes faits ou circonstances généraux soulevés ou abordés en première instance.
§ 3. Le TAS n'est pas lié par les éléments retenus dans la décision portée en appel.
En rendant sa décision, le TAS n'est pas tenu de s'en remettre au pouvoir discrétionnaire exercé par l'instance dont la décision fait l'objet de l'appel.
§ 4. Conformément à l'article 13 du Code, lorsqu'en vertu du présent article, l'AMA a le droit d'interjeter appel et qu'aucune partie n'a fait appel d'une décision finale dans le cadre de la procédure fixée par la présente ordonnance ou ses arrêtés d'exécution, l'AMA peut faire directement appel devant le TAS, sans devoir épuiser les voies de recours internes prévus par la présente ordonnance ou ses arrêtés d'exécution.
§ 5. Un appel peut être interjeté, exclusivement dans les formes et conditions prévues par la présente disposition, contre :
1° une décision portant sur une violation des règles antidopage;
2° une décision imposant ou non des conséquences suites à une violation des règles antidopage;
3° une décision établissant qu'aucune violation des règles antidopage n'a été commise;
4° une décision établissant qu'une procédure en matière de violation des règles antidopage ne peut être poursuivie pour des raisons procédurales (y compris pour cause de prescription);
5° une décision prise par l'AMA de ne pas accorder d'exception à l'exigence de préavis de six mois pour un sportif retraité qui souhaite revenir à la compétition conformément à l'article 26, § 9, de la présente ordonnance ;
6° une décision prise par l'AMA attribuant la gestion des résultats conformément à l'article 7.1 du Code;
7° une décision d'une organisation antidopage de ne pas présenter un résultat d'analyse anormal ou un résultat atypique comme une violation des règles antidopage,
8° une décision de ne pas donner suite à une violation des règles antidopage après une enquête menée conformément au Standard international pour la gestion des résultats;
9° une décision d'imposer ou de lever une suspension provisoire à l'issue d'une audience préliminaire ;
10° le non-respect de l'article 7.4 du Code par une organisation antidopage ;
11° une décision stipulant qu'une organisation antidopage n'est pas compétente pour statuer sur une violation alléguée des règles antidopage ou sur ses conséquences;
12° une décision d'appliquer ou de ne pas appliquer le sursis à des conséquences ou de réintroduire ou non des conséquences conformément à l'article 10.7.1 du Code;
13° le non-respect des articles 7.1.4 et 7.1.5 du Code;
14° le non-respect de l'article 10.8.1 du Code;
15° une décision rendue en vertu de l'article 10.14.3 du Code;
16° une décision rendue par une organisation antidopage de ne pas appliquer la décision d'une autre organisation antidopage en vertu de l'article 15 du Code;
17° une décision rendue en vertu de l'article 27.3 du Code.
§ 6. Dans les cas découlant de la participation à une manifestation internationale ou dans les cas impliquant des sportifs de niveau international, la décision peut faire l'objet d'un appel uniquement devant le TAS.
§ 7. Les parties suivantes ont le droit de faire appel devant le TAS :
1° le sportif ou l'autre personne faisant l'objet de la décision portée en appel ;
2° l'autre partie à l'affaire dans laquelle la décision a été rendue ;
3° la fédération internationale compétente ;
4° l'organisation nationale antidopage du pays où réside la personne ou des pays dont la personne est ressortissante ou titulaire de licence ;
5° le Comité international olympique ou le Comité international paralympique, selon le cas, quand la décision peut avoir un effet en rapport avec les Jeux olympiques ou les Jeux paralympiques, notamment les décisions affectant la possibilité d'y participer ;
6° l'AMA.
§ 8. Nonobstant toute autre disposition prévue dans la présente ordonnance ou le Code, la seule personne habilitée à faire appel d'une suspension provisoire est le sportif ou l'autre personne à qui la suspension provisoire a été imposée.
§ 9. Conformément à l'article 13.2.4 du Code, les appels joints et les autres appels subséquents formés par tout défendeur cité dans des cas portés devant le TAS sur la base du Code sont spécifiquement autorisés. Toute partie autorisée à faire appel au titre du présent article doit déposer un appel joint ou un appel subséquent au plus tard avec la réponse de cette partie.
§ 10. Lorsque, dans un cas donné, L'ONAD de la Commission communautaire commune ne rend pas une décision sur la question de savoir si une violation des règles antidopage a été commise, dans un délai raisonnable fixé par l'AMA, cette dernière peut décider de faire appel directement au TAS comme si l'ONAD de la Commission communautaire commune avait rendu une décision d'absence de violation des règles antidopage. Si la formation du TAS établit qu'une violation des règles antidopage a été commise et que l'AMA a agi raisonnablement en décidant de faire appel directement au TAS, les frais et les honoraires d'avocats occasionnés à l'AMA par la procédure d'appel seront remboursés à l'AMA par L'ONAD de la Commission communautaire commune.
§ 11. Les décisions en matière d'AUT ne peuvent faire l'objet d'un appel que conformément aux dispositions de l'article 10.
§ 12. Si l'ONAD de la Commission communautaire commune est partie à un appel, elle transmet sans délai la décision d'appel au sportif ou à l'autre personne et aux autres organisations antidopage qui auraient pu faire appel.]1
Art. 36. De verboden stoffen en voorwerpen die gebruikt worden om verboden methodes toe te passen, wanneer er een strafrechterlijke inbreuk wordt begaan, worden in beslag genomen en buiten werking gesteld.
Art. 36. Les substances interdites et les objets utilisés pour appliquer des méthodes interdites sont, lorsqu'une infraction pénale est commise, saisis, confisqués et mis hors d'usage.
Art. 37. § 1. Indien een sportvereniging, een organisator van een sportmanifestatie of een uitbater van een sportinfrastructuur één of meer bepalingen van deze ordonnantie of van haar uitvoeringsbesluiten niet naleeft, zal het Verenigd College hen aanmanen zich, naar gelang van het geval binnen een termijn van acht dagen tot zes maanden, aan die bepalingen te conformeren.
§ 2. Het Verenigd College kan elke sportvereniging, organisator van een sportmanifestatie of uitbater van een sportinfrastructuur die geen gevolg geeft aan de in de vorige paragraaf bedoelde aanmaning, verbieden binnen het geheel of een gedeelte van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad sportmanifestaties te organiseren en sportinfrastructuur uit te baten, gedurende een termijn van minstens vierentwintig uur en hoogstens achttien maanden.
Het Verenigd College kan, als de sportvereniging, de organisator van een sportmanifestatie of de uitbater van een sportinfrastructuur geen gevolg geeft aan de in vorig lid bedoelde aanmaning, de overheid of (de overheden) die hun subsidies verleent (verlenen) hiervan op de hoogte brengen.
§ 3. Het Verenigd College bepaalt de procedure en de regels van kennisgeving en uitvoering van de in § 2 bedoelde beslissingen.
De betrokken sportvereniging, organisator van een sportmanifestatie of uitbater van sportinfrastructuur wordt gehoord door de Adviesraad voor gezondheids- en welzijnszorg, opgericht bij ordonnantie van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 17 juli 1991, en dit voor elke beslissing van het Verenigd College.
De Adviesraad voor gezondheids- en welzijnszorg verstrekt een advies aan het Verenigd College, dat een beslissing neemt binnen de maand na ontvangst van dit advies.
De beslissing van het Verenigd College kan worden bestreden voor de Raad van State.
§ 2. Het Verenigd College kan elke sportvereniging, organisator van een sportmanifestatie of uitbater van een sportinfrastructuur die geen gevolg geeft aan de in de vorige paragraaf bedoelde aanmaning, verbieden binnen het geheel of een gedeelte van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad sportmanifestaties te organiseren en sportinfrastructuur uit te baten, gedurende een termijn van minstens vierentwintig uur en hoogstens achttien maanden.
Het Verenigd College kan, als de sportvereniging, de organisator van een sportmanifestatie of de uitbater van een sportinfrastructuur geen gevolg geeft aan de in vorig lid bedoelde aanmaning, de overheid of (de overheden) die hun subsidies verleent (verlenen) hiervan op de hoogte brengen.
§ 3. Het Verenigd College bepaalt de procedure en de regels van kennisgeving en uitvoering van de in § 2 bedoelde beslissingen.
De betrokken sportvereniging, organisator van een sportmanifestatie of uitbater van sportinfrastructuur wordt gehoord door de Adviesraad voor gezondheids- en welzijnszorg, opgericht bij ordonnantie van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 17 juli 1991, en dit voor elke beslissing van het Verenigd College.
De Adviesraad voor gezondheids- en welzijnszorg verstrekt een advies aan het Verenigd College, dat een beslissing neemt binnen de maand na ontvangst van dit advies.
De beslissing van het Verenigd College kan worden bestreden voor de Raad van State.
Art. 37. § 1er. Si une association sportive, un organisateur de manifestation sportive ou un exploitant d'infrastructure sportive contrevient à une ou plusieurs dispositions de la présente ordonnance ou de ses arrêtés d'exécution, le Collège réuni le met en demeure de se conformer auxdites dispositions, dans un délai de huit jours à six mois, selon le cas.
§ 2. Le Collège réuni peut interdire à toute association sportive, tout organisateur de manifestation sportive ou tout exploitant d'infrastructure sportive qui ne donne pas suite à la sommation visée au paragraphe précédent, l'organisation de manifestations sportives, l'exploitation d'infrastructures sportives sur l'ensemble ou une partie du territoire de la région bilingue de Bruxelles-Capitale, pendant une période de vingt-quatre heures au minimum à dix-huit mois au maximum.
Le Collège réuni peut, si l'association sportive, l'organisateur de manifestation sportive ou l'exploitant d'infrastructure sportive ne donne pas suite à la sommation visée à l'alinéa précédent, en informer la ou les autorité(s) publique(s) qui lui octroie(nt) des subsides.
§ 3. Le Collège réuni fixe la procédure et les modalités de notification et d'exécution des décisions visées au § 2.
L'association sportive, l'organisateur de manifestation sportive ou l'exploitant d'infrastructure sportive concerné, est entendu par le Conseil consultatif de la santé et de l'aide aux personnes créé par l'ordonnance de la Commission communautaire commune du 17 juillet 1991, avant toute décision du Collège réuni.
Le Conseil consultatif de la santé et de l'aide aux personnes rend un avis au Collège réuni, qui prend une décision dans le mois de la réception de cet avis.
La décision du Collège réuni peut être contestée devant le Conseil d'Etat.
§ 2. Le Collège réuni peut interdire à toute association sportive, tout organisateur de manifestation sportive ou tout exploitant d'infrastructure sportive qui ne donne pas suite à la sommation visée au paragraphe précédent, l'organisation de manifestations sportives, l'exploitation d'infrastructures sportives sur l'ensemble ou une partie du territoire de la région bilingue de Bruxelles-Capitale, pendant une période de vingt-quatre heures au minimum à dix-huit mois au maximum.
Le Collège réuni peut, si l'association sportive, l'organisateur de manifestation sportive ou l'exploitant d'infrastructure sportive ne donne pas suite à la sommation visée à l'alinéa précédent, en informer la ou les autorité(s) publique(s) qui lui octroie(nt) des subsides.
§ 3. Le Collège réuni fixe la procédure et les modalités de notification et d'exécution des décisions visées au § 2.
L'association sportive, l'organisateur de manifestation sportive ou l'exploitant d'infrastructure sportive concerné, est entendu par le Conseil consultatif de la santé et de l'aide aux personnes créé par l'ordonnance de la Commission communautaire commune du 17 juillet 1991, avant toute décision du Collège réuni.
Le Conseil consultatif de la santé et de l'aide aux personnes rend un avis au Collège réuni, qui prend une décision dans le mois de la réception de cet avis.
La décision du Collège réuni peut être contestée devant le Conseil d'Etat.
HOOFDSTUK IX. - Slot- en opheffingsbepaling
CHAPITRE IX. - Disposition abrogatoire et finale
Art. 38. De ordonnantie van 19 juli 2007 betreffende de promotie van de gezondheid bij de sportbeoefening, het dopingverbod en de preventie ervan, gewijzigd bij ordonnantie van 19 maart 2009, wordt opgeheven.
Art. 38. L'ordonnance du 19 juillet 2007 relative à la promotion de la santé dans la pratique du sport, à l'interdiction du dopage et à sa prévention, modifiée par l'ordonnance du 19 mars 2009, est abrogée.
Art.39. [1 Deze ordonnantie mag worden aangehaald als: "de antidopingordonnantie van 21 juni 2012".]1
Art. 39. [1 La présente ordonnance peut être citée comme : " l'ordonnance antidopage du 21 juin 2012 "]1
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. [1 Bijlage 1. Lijst met de sporttakken en -disciplines die overeenstemmen met categorie A en B.
Voor de Olympische sporten zijn enkel de Olympische disciplines betrokken, met uitzondering van triatlon.
Voor de sporten die op wereldspelen worden beoefend, zijn enkel de disciplines betrokken die op die spelen worden beoefend.
Lijst A
A 1. Atletiek
A 2. Bodybuilding (IFBB)
A 3. Boksen
A 4. Cyclocross
A 5. Wielrennen - BMX
A 6. Wielrennen - baanwielrennen
A 7-. Weilrennen- mountainbike
A 8. Wielrennen - op de weg
A 9. Veldlopen (atletiek)
A 10. Gewichtheffen
A 11. Judo
A 12. Powerlifting
A 13. Watersport - zwemmen
A 14. Tennis
A 15. Triatlon - alle disciplines
Met uitzondering van veldlopen, vermeld in punt A9, stemmen de voornoemde sportdisciplines overeen met Olympische disciplines of met de overeenstemmende Paralympische discipline ervan.
Voor tennis, vermeld in punt A14, heeft de categorie A enkel betrekking op de sporters in de top 100 in het enkelspel top 25 in dubbelspel van de wereldranglijst.
Lijst B
Deze lijst betreft enkel de hoogste nationale divisie.
B1. Basketbal
B2. Hockey
B3. Voetbal
B4. Volleybal.]1
Voor de Olympische sporten zijn enkel de Olympische disciplines betrokken, met uitzondering van triatlon.
Voor de sporten die op wereldspelen worden beoefend, zijn enkel de disciplines betrokken die op die spelen worden beoefend.
Lijst A
A 1. Atletiek
A 2. Bodybuilding (IFBB)
A 3. Boksen
A 4. Cyclocross
A 5. Wielrennen - BMX
A 6. Wielrennen - baanwielrennen
A 7-. Weilrennen- mountainbike
A 8. Wielrennen - op de weg
A 9. Veldlopen (atletiek)
A 10. Gewichtheffen
A 11. Judo
A 12. Powerlifting
A 13. Watersport - zwemmen
A 14. Tennis
A 15. Triatlon - alle disciplines
Met uitzondering van veldlopen, vermeld in punt A9, stemmen de voornoemde sportdisciplines overeen met Olympische disciplines of met de overeenstemmende Paralympische discipline ervan.
Voor tennis, vermeld in punt A14, heeft de categorie A enkel betrekking op de sporters in de top 100 in het enkelspel top 25 in dubbelspel van de wereldranglijst.
Lijst B
Deze lijst betreft enkel de hoogste nationale divisie.
B1. Basketbal
B2. Hockey
B3. Voetbal
B4. Volleybal.]1
Art. N. [1 Annexe 1. Liste des sports et des disciplines sportives correspondant aux catégories A et B.
Pour les sports olympiques, seules les disciplines olympiques sont concernées, sauf pour le triathlon.
Pour les sports qui se pratiquent aux Jeux mondiaux, seules les disciplines qui se pratiquent sur ces jeux sont concernées.
Liste A
A 1. Athlétisme
A 2. Bodybuilding (IFBB)
A 3. Boxe
A 4. Cyclo-cross
A 5. Cyclisme - BMX
A 6. Cyclisme - sur piste
A 7. Cyclisme - mountainbike
A 8. Cyclisme - sur route
A 9. Cross-country (athlétisme)
A 10. Haltérophilie
A 11. Judo
A 12. Powerlifting
A 13. Sport aquatique - Natation
A 14. Tennis
A 15. Triathlon - toutes disciplines
A l'exception du Cross-country, visé au point A 9, les disciplines sportives précitées correspondent à des disciplines Olympiques ou à leur discipline Paralympique correspondante.
Concernant le tennis, visé au point A 14, la catégorie A ne concerne que les sportifs du top 100, en simple ou le top 25, en double, au classement mondial.
Liste B
Cette liste ne concerne que la plus haute division nationale.
B 1. Basketball
B 2. Hockey
B 3. Football
B 4. Volley-ball.]1
Pour les sports olympiques, seules les disciplines olympiques sont concernées, sauf pour le triathlon.
Pour les sports qui se pratiquent aux Jeux mondiaux, seules les disciplines qui se pratiquent sur ces jeux sont concernées.
Liste A
A 1. Athlétisme
A 2. Bodybuilding (IFBB)
A 3. Boxe
A 4. Cyclo-cross
A 5. Cyclisme - BMX
A 6. Cyclisme - sur piste
A 7. Cyclisme - mountainbike
A 8. Cyclisme - sur route
A 9. Cross-country (athlétisme)
A 10. Haltérophilie
A 11. Judo
A 12. Powerlifting
A 13. Sport aquatique - Natation
A 14. Tennis
A 15. Triathlon - toutes disciplines
A l'exception du Cross-country, visé au point A 9, les disciplines sportives précitées correspondent à des disciplines Olympiques ou à leur discipline Paralympique correspondante.
Concernant le tennis, visé au point A 14, la catégorie A ne concerne que les sportifs du top 100, en simple ou le top 25, en double, au classement mondial.
Liste B
Cette liste ne concerne que la plus haute division nationale.
B 1. Basketball
B 2. Hockey
B 3. Football
B 4. Volley-ball.]1
Wijzigingen
Art. N2. [1 Bijlage 2. De gerapporteerde gegevens worden uiterlijk aan het einde van het kwartaal volgend op het einde van de opgegeven bewaartermijn gewist.
Art. N2. [1 Annexe 2. Les données rapportées sont supprimées au plus tard à la fin du trimestre suivant le terme du délai de conservation indiqué.
| Categorie | Soort gegevens | Bewaartermijn | Remarques | Critères |
1. sporter Gemeenschapscommissie behoort | Gegevens van de sporter die relevant zijn voor praktische doeleinden en voor de kennisgeving bij overtreding van de antidopingregels. | |||
Naam en voornaam, geboortedatum, sport/sportdiscipline, geslacht | 10 jaar vanaf het moment dat de sporter is uitgesloten van de doelgroep van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, of vanaf het moment dat de andere gegevenscategorieën gewist zijn, naargelang welk moment later valt. | Noodzakelijk aangezien een kennisgeving moet worden bezorgd bij overtreding van de antidopingregels en een dossier moet worden bewaard over de sporters die deel hebben uitgemaakt van het controleprogramma van de NADO. | Noodzaak | |
Telefoonnummer of gsm-nummer, e-mailadres, domicilie | 10 jaar vanaf het moment dat de sporter is uitgesloten van de doelgroep van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. | Idem | Noodzaak | |
2. Verblijfsgegevens (met uitzondering van de stad, het land en de verblijfsgegevens binnen wedstrijdverband die vereist zijn voor het in punt 7 bedoelde biologische paspoort van de sporter) | Verblijfsgegevens (met uitzondering van de stad, het land en de verblijfsgegevens binnen wedstrijdverband) Aangifteverzuimen van verblijfsgegevens (niet-naleving van de verplichting om verblijfsgegevens door te geven en gemiste controles) | 12 maanden vanaf het einde van het kwartaal waarvoor de verblijfsgegevens werden ingediend. 10 jaar vanaf de datum van het aangifteverzuim van verblijfsgegevens. | Relevante gegevens voor de registratie van drie aangifteverzuimen van de verblijfsgegevens in twaalf maanden. Relevante gegevens voor de registratie van drie aangifteverzuimen van de verblijfsgegevens in twaalf maanden en voor eventuele andere overtredingen van de antidopingregels. Bij overtredingen van de antidopingregels wordt de informatie ook bewaard in het dossier voor resultatenbeheer (zie punt 6). | Noodzaak Noodzaak |
3. TTN's | Attest tot goedkeuring van de TTN en formulieren voor de beslissing tot afwijzing van de TTN | 10 jaar vanaf de datum van het attest om de TTN goed te keuren of af te wijzen. | Door de vernietiging van medische informatie kunnen het WADA en de NADO TTN's niet retroactief onderzoeken wanneer deze niet meer geldig zijn. De informatie in de TTN's is voornamelijk van medische aard en dus gevoelig. Kan relevant zijn in geval van nieuwe controles of andere onderzoeken. | Proportionaliteit/noodzaak |
TTN-aanvraagformulieren, aanvullende medische informatie en alle andere informatie die niet specifiek in deze afdeling wordt vermeld Onvolledige TTN's | 12 maanden vanaf het einde van de geldigheidsperiode van de TTN. 12 maanden vanaf de aanmaakdatum. | Deze gegevens verliezen hun relevantie na het verstrijken van de TTN, behalve bij een nieuwe aanvraag. Deze gegevens kunnen relevant zijn bij een nieuwe aanvraag. | Proportionaliteit/noodzaak Proportionaliteit | |
4. Controles | Dopingcontroleformulier Opdrachten Veiligheidsketen Onvolledige controledocumenten of documentatie zonder monster | 10 jaar vanaf de monsterafname. Wordt bewaard tot alle gerelateerde processen-verbaal van controles gewist zijn. 10 jaar vanaf de aanmaakdatum van het document. 12 maanden vanaf de aanmaakdatum van het document. | Dopingcontroleformulieren, de bijhorende opdrachtorders/controleorders en de documenten van de veiligheidsketen zijn relevant voor het biologisch paspoort van de sporter en bij nieuwe analyses van monsters. Bij overtredingen van de antidopingregels wordt de informatie ook bewaard in het dossier voor resultatenbeheer (zie punt 6). Idem. Idem. Onvolledige documentatie of documentatie zonder bijhorend monster is meestal het gevolg van een fout bij de gegevensinvoer en wordt na korte tijd vernietigd om de integriteit van de gegevens te waarborgen. | Proportionaliteit/noodzaak Proportionaliteit/noodzaak Proportionaliteit/noodzaak Proportionaliteit/noodzaak |
5. Controles/resultatenbeheer (formulieren en documentatie) | Analyseresultaten van controles (met inbegrip van rapporten van afwijkende en atypische analyseresultaten), verslagen van laboratoria en andere gerelateerde documenten | Vanaf de datum van de monsterafname of vanaf de aanmaakdatum van de relevante documenten: 10 jaar vanaf de monsterafname of vanaf de aanmaakdatum van de relevante documenten. | Noodzakelijk wegens meervoudige overtredingen en retroactieve analyse. Bij overtredingen van de antidopingregels wordt de informatie ook bewaard in het dossier voor resultatenbeheer (zie punt 6). *met inachtneming van de criteria en voorschriften van de Code/de Internationale Standaarden mogen analytische gegevens die voortvloeien uit de analyse van monsters en andere informatie over dopingcontroles in bepaalde omstandigheden langer dan de geldende bewaartermijn bewaard worden voor onderzoek en andere doeleinden die op grond van artikel 6.3 van de Code zijn toegestaan. De monsters en gegevens moeten zodanig verwerkt worden dat ze niet meer met een sporter in verband kunnen worden gebracht voordat ze voor deze secundaire doeleinden worden gebruikt. De maximale bewaartermijn voor identificeerbare monsters en gegevens bedraagt 10 jaar. | Noodzaak Proportionaliteit/noodzaak |
6. Procedures en beslissingen (overtreding van antidopingregels) | Sancties en beslissingen op grond van de Code Documentatie, relevante dossiers, met inbegrip van dossiers over afwijkende analyseresultaten, over aangifteverzuimen of over beslissingen, laboratoriumdocumentatie, biologisch paspoort. | Vanaf de datum van de eindbeslissing: 10 jaar of de duur van de sanctie, naargelang welke het langst duurt 10 jaar of de duur van de sanctie, naargelang welke het langst duurt | Gegevens noodzakelijk wegens meervoudige overtredingen en de mogelijke duur van de sanctie. *beslissingen (bv. van het CAS) kunnen belangrijke juridische precedenten vormen en deel uitmaken van het openbare dossier; in dat geval kan de NADO een beslissing langer bewaren dan de toepasselijke bewaartermijn. Gegevens noodzakelijk wegens meervoudige overtredingen en de mogelijke duur van een sanctie. | Noodzaak Proportionaliteit/noodzaak Noodzaak |
7. Biologisch paspoort van de sporter | Biologische variabelen, atypische resultaten, afwijkende resultaten van het paspoort, verslagen van de instantie die de biologische paspoorten beheert, onderzoeken van deskundigen en andere ondersteunende documentatie Verblijfsgegevens (enkel stad, land en verblijfsgegevens binnen wedstrijdverband) | 10 jaar vanaf de datum van overeenstemming tussen de resultaten en het dopingcontroleformulier. 10 jaar vanaf het einde van het kwartaal waarvoor de verblijfsgegevens werden ingediend. | Gegevens noodzakelijk wegens meervoudige overtredingen en om de biologische variabelen, de verslagen van de instantie die de biologische paspoorten beheert en de onderzoeken van deskundigen doorheen de tijd te analyseren of onderzoeken. Gegevens noodzakelijk om atypische/afwijkende resultaten te staven of beweringen van sporters te weerleggen | Noodzaak Proportionaliteit/noodzaak |
1. sporter Gemeenschapscommissie behoort
| Catégorie | Type de données | Délai de conservation | Remarques | Critères |
1. sportif | Données du sportif pertinentes à des fins pratiques et de notification en cas de violation des règles antidopage | |||
Nom et prénom, date de naissance, sport/discipline sportive, genre | 10 ans à dater du moment où le sportif est exclu du groupe-cible de l'ONAD de la Commission communautaire commune, ou à compter du moment où les autres catégories de données ont été supprimées, la date la plus tardive étant retenue. | Nécessaire vu le besoin de notification en cas de violation des règles antidopage et de conserver un dossier sur les sportifs ayant fait partie du programme de contrôle de l'ONAD | Nécessité | |
Numéro de téléphone ou de GSM, adresse électronique, adresse domiciliaire | 10 ans à dater du moment où le sportif est exclu du groupe-cible de l'ONAD de la Commission communautaire commune. | Idem | Nécessité | |
2. Localisation (à l'exception de la ville, du pays et des informations de localisation en compétition requises pour le passeport biologique de l'athlète visé au point 7) | Localisation (autre que la ville, le pays et la localisation en compétition) Manquements aux obligations en matière de localisation (manquements à l'obligation de transmettre des informations et contrôles manqués) | 12 mois à compter de la fin du trimestre de localisation pour lequel les données ont été soumises. 10 ans à compter de la date du manquement à l'obligation en matière de localisation. | Données pertinentes pour enregistrer 3 manquements aux obligations de localisation en 12 mois. Données pertinentes pour enregistrer 3 manquements aux obligations de localisation en 12 mois et pour d'autres VRAD éventuelles. En cas de VRAD, l'information est également conservée au sein du dossier de gestion des résultats (voir point 6). | Nécessité Nécessité |
3. AUT | Certificats d'approbation de l'AUT et formulaires de décisions de rejet d'AUT | 10 ans à dater de la date du certificat d'approbation ou de la décision de refus de l'AUT. | La destruction de renseignements médicaux empêche l'AMA et l'ONAD d'examiner rétroactivement les AUT après qu'elles aient perdu leur validité. Les informations contenues dans les AUT sont essentiellement médicales et donc sensibles. Peuvent être pertinents en cas de nouveaux contrôles ou d'autres enquêtes. | Proportionnalité/nécessité |
Formulaires de demandes d'AUT, informations médicales supplémentaires et toutes autres informations non expressément mentionnées dans cette section AUT incomplètes | 12 mois à compter de la fin de validité de l'AUT. 12 mois à compter de la date de création. | Ces données perdent de leur pertinence après l'expiration de l'AUT, sauf en cas de nouvelle demande. Ces données peuvent être pertinentes en cas de nouvelle demande. | Proportionnalité/Nécessité Proportionnalité | |
4. Contrôles | Formulaire de contrôle du dopage. Ordres de mission Chaîne de sécurité Documentation de contrôle incomplète ou documentation non assortie d'un échantillon | 10 ans à dater du prélèvement de l'échantillon. Conservés jusqu'à ce que tous les formulaires de contrôle de dopage connexes aient été supprimés. 10 ans à dater de la création du document. 12 mois à dater de la création du document. | mission/de contrôle connexes et les documents de la chaîne de sécurité sont pertinents pour le passeport biologique de l'athlète et en cas de nouvelle analyse des échantillons. En cas de VRAD, l'information est également conservée au sein du dossier de gestion des résultats (voir point 6). Idem. Idem. Une documentation incomplète ou qui n'est pas assortie d'un échantillon découle typiquement d'une erreur dans l'entrée des données et est détruite après un bref délai pour des raisons d'intégrité des données. | Proportionnalité/Nécessité Proportionnalité/Nécessité Proportionnalité/Nécessité Proportionnalité/Nécessité |
5. Contrôles/gestion des résultats (formulaires et documentation) | Résultats analytiques de contrôles (y compris les rapports d'analyse anormaux et atypiques), rapports de laboratoire, et autres documents connexes | A compter de la date de prélèvement de l'échantillon ou de la création des document pertinents : 10 ans à dater du prélèvement de l'échantillon ou de la création des documents pertinents*. | Nécessaire en raison des violations multiples et de l'analyse rétroactive. En cas de VRAD, l'information est également conservée au sein du dossier de gestion des résultats (voir point 6.) *sous réserve des critères et des exigences du Code/des standards internationaux, les données analytiques découlant de l'analyse des échantillons et d'autres informations sur le contrôle du dopage peuvent, dans certaines circonstances, être conservées au-delà du délai de conservation applicable à des fins de recherche et autres fins permises par l'article 6.3 du Code. Les échantillons et les données doivent être traités de manière à ce qu'ils ne puissent pas être retracés jusqu'à un sportif avant d'être utilisés à ces fins secondaires. La durée maximale de conservation des données et des échantillons identifiables est de 10 ans. | Nécessité Proportionnalité/Nécessité |
6. Procédures et décisions (violation des règles antidopage) | Sanctions et décisions prises en vertu du Code Documentation, dossiers pertinents, en ce compris les dossiers relatifs aux résultats anormaux d'analyse, aux manquements aux obligations de localisation ou relatifs aux décisions, la documentation du laboratoire, le passeport biologique. | A dater de la décision finale : La plus longue durée entre 10 ans et la durée de la sanction*. La plus longue durée entre 10 ans et la durée de la sanction. | Données nécessaires en raison des violations multiples et de la durée potentielle de la sanction. *les décisions (par exemple du TAS) peuvent constituer des précédents juridiques importants et faire partie du dossier public ; dans ce cas l'ONAD peut conserver une décision au-delà de la période de conservation applicable. Données nécessaires en raison des violations multiples et de la durée potentielle d'une sanction. | Nécessité Proportionnalité/nécessité Nécessité |
7. Passeport biologique de l'athlète | Variables biologiques, résultats atypiques, résultats de passeport anormaux, rapports de l'Unité de gestion du passeport biologique, examens d'experts et autres documentations d'appui Localisation (uniquement ville, pays et localisation en compétition) | 10 ans à compter de la date de correspondance entre les résultats et le formulaire de contrôle du dopage. 10 ans à compter de la fin du trimestre de localisation pour lequel les données ont été soumises. | Données nécessaires en raison des violations multiples et pour analyser ou examiner les variables biologiques, les rapports de l'UGPA et les examens d'experts au fil du temps. Données nécessaires pour étayer les résultats atypiques/anormaux ou réfuter les affirmations des sportifs | Nécessité Proportionnalité/nécessité |
1. sportif
Gegevens van de sporter die relevant zijn voor praktische doeleinden en voor de kennisgeving bij overtreding van de antidopingregels.
Naam en voornaam, geboortedatum, sport/sportdiscipline, geslacht
10 jaar vanaf het moment dat de sporter is uitgesloten van de doelgroep van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, of vanaf het moment dat de andere gegevenscategorieën gewist zijn, naargelang welk moment later valt.
Noodzakelijk aangezien een kennisgeving moet worden bezorgd bij overtreding van de antidopingregels en een dossier moet worden bewaard over de sporters die deel hebben uitgemaakt van het controleprogramma van de NADO.
Noodzaak
Telefoonnummer of gsm-nummer, e-mailadres, domicilie
10 jaar vanaf het moment dat de sporter is uitgesloten van de doelgroep van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.
Idem
Noodzaak
2. Verblijfsgegevens
(met uitzondering van de stad, het land en de verblijfsgegevens binnen wedstrijdverband die vereist zijn voor het in punt 7 bedoelde biologische paspoort van de sporter)
Verblijfsgegevens (met uitzondering van de stad, het land en de verblijfsgegevens binnen wedstrijdverband)
Aangifteverzuimen van verblijfsgegevens (niet-naleving van de verplichting om verblijfsgegevens door te geven en gemiste controles)
12 maanden vanaf het einde van het kwartaal waarvoor de verblijfsgegevens werden ingediend.
10 jaar vanaf de datum van het aangifteverzuim van verblijfsgegevens.
Relevante gegevens voor de registratie van drie aangifteverzuimen van de verblijfsgegevens in twaalf maanden.
Relevante gegevens voor de registratie van drie aangifteverzuimen van de verblijfsgegevens in twaalf maanden en voor eventuele andere overtredingen van de antidopingregels. Bij overtredingen van de antidopingregels wordt de informatie ook bewaard in het dossier voor resultatenbeheer (zie punt 6).
Noodzaak
Noodzaak
3. TTN's
Attest tot goedkeuring van de TTN en formulieren voor de beslissing tot afwijzing van de TTN
10 jaar vanaf de datum van het attest om de TTN goed te keuren of af te wijzen. Door de vernietiging van medische informatie kunnen het WADA en de NADO TTN's niet retroactief onderzoeken wanneer deze niet meer geldig zijn. De informatie in de TTN's is voornamelijk van medische aard en dus gevoelig.
Kan relevant zijn in geval van nieuwe controles of andere onderzoeken. Proportionaliteit/noodzaak
TTN-aanvraagformulieren, aanvullende medische informatie en alle andere informatie die niet specifiek in deze afdeling wordt vermeld
Onvolledige TTN's
12 maanden vanaf het einde van de geldigheidsperiode van de TTN.
12 maanden vanaf de aanmaakdatum.
Deze gegevens verliezen hun relevantie na het verstrijken van de TTN, behalve bij een nieuwe aanvraag.
Deze gegevens kunnen relevant zijn bij een nieuwe aanvraag.
Proportionaliteit/noodzaak
Proportionaliteit
4. Controles
Dopingcontroleformulier Opdrachten
Veiligheidsketen
Onvolledige controledocumenten of documentatie zonder monster
10 jaar vanaf de monsterafname.
Wordt bewaard tot alle gerelateerde processen-verbaal van controles gewist zijn.
10 jaar vanaf de aanmaakdatum van het document.
12 maanden vanaf de aanmaakdatum van het document.
Dopingcontroleformulieren, de bijhorende opdrachtorders/controleorders en de documenten van de veiligheidsketen zijn relevant voor het biologisch paspoort van de sporter en bij nieuwe analyses van monsters. Bij overtredingen van de antidopingregels wordt de informatie ook bewaard in het dossier voor resultatenbeheer (zie punt 6).
Idem.
Idem.
Onvolledige documentatie of documentatie zonder bijhorend monster is meestal het gevolg van een fout bij de gegevensinvoer en wordt na korte tijd vernietigd om de integriteit van de gegevens te waarborgen.
Proportionaliteit/noodzaak
Proportionaliteit/noodzaak
Proportionaliteit/noodzaak
Proportionaliteit/noodzaak
5. Controles/resultatenbeheer (formulieren en documentatie)
Analyseresultaten van controles (met inbegrip van rapporten van afwijkende en atypische analyseresultaten), verslagen van laboratoria en andere gerelateerde documenten Vanaf de datum van de monsterafname of vanaf de aanmaakdatum van de relevante documenten:
10 jaar vanaf de monsterafname of vanaf de aanmaakdatum van de relevante documenten.
Noodzakelijk wegens meervoudige overtredingen en retroactieve analyse. Bij overtredingen van de antidopingregels wordt de informatie ook bewaard in het dossier voor resultatenbeheer (zie punt 6).
*met inachtneming van de criteria en voorschriften van de Code/de Internationale Standaarden mogen analytische gegevens die voortvloeien uit de analyse van monsters en andere informatie over dopingcontroles in bepaalde omstandigheden langer dan de geldende bewaartermijn bewaard worden voor onderzoek en andere doeleinden die op grond van artikel 6.3 van de Code zijn toegestaan. De monsters en gegevens moeten zodanig verwerkt worden dat ze niet meer met een sporter in verband kunnen worden gebracht voordat ze voor deze secundaire doeleinden worden gebruikt. De maximale bewaartermijn voor identificeerbare monsters en gegevens bedraagt 10 jaar.
Noodzaak
Proportionaliteit/noodzaak
6. Procedures en beslissingen (overtreding van antidopingregels) Sancties en beslissingen op grond van de Code
Documentatie, relevante dossiers, met inbegrip van dossiers over afwijkende analyseresultaten, over aangifteverzuimen of over beslissingen, laboratoriumdocumentatie, biologisch paspoort.
Vanaf de datum van de eindbeslissing: 10 jaar of de duur van de sanctie, naargelang welke het langst duurt 10 jaar of de duur van de sanctie, naargelang welke het langst duurt Gegevens noodzakelijk wegens meervoudige overtredingen en de mogelijke duur van de sanctie.
*beslissingen (bv. van het CAS) kunnen belangrijke juridische precedenten vormen en deel uitmaken van het openbare dossier; in dat geval kan de NADO een beslissing langer bewaren dan de toepasselijke bewaartermijn.
Gegevens noodzakelijk wegens meervoudige overtredingen en de mogelijke duur van een sanctie. Noodzaak
Proportionaliteit/noodzaak
Noodzaak
7. Biologisch paspoort van de sporter
Biologische variabelen, atypische resultaten, afwijkende resultaten van het paspoort, verslagen van de instantie die de biologische paspoorten beheert, onderzoeken van deskundigen en andere ondersteunende documentatie
Verblijfsgegevens (enkel stad, land en verblijfsgegevens binnen wedstrijdverband)
10 jaar vanaf de datum van overeenstemming tussen de resultaten en het dopingcontroleformulier.
10 jaar vanaf het einde van het kwartaal waarvoor de verblijfsgegevens werden ingediend.
Gegevens noodzakelijk wegens meervoudige overtredingen en om de biologische variabelen, de verslagen van de instantie die de biologische paspoorten beheert en de onderzoeken van deskundigen doorheen de tijd te analyseren of onderzoeken.
Gegevens noodzakelijk om atypische/afwijkende resultaten te staven of beweringen van sporters te weerleggen
Noodzaak
Proportionaliteit/noodzaak
]1
Naam en voornaam, geboortedatum, sport/sportdiscipline, geslacht
10 jaar vanaf het moment dat de sporter is uitgesloten van de doelgroep van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, of vanaf het moment dat de andere gegevenscategorieën gewist zijn, naargelang welk moment later valt.
Noodzakelijk aangezien een kennisgeving moet worden bezorgd bij overtreding van de antidopingregels en een dossier moet worden bewaard over de sporters die deel hebben uitgemaakt van het controleprogramma van de NADO.
Noodzaak
Telefoonnummer of gsm-nummer, e-mailadres, domicilie
10 jaar vanaf het moment dat de sporter is uitgesloten van de doelgroep van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.
Idem
Noodzaak
2. Verblijfsgegevens
(met uitzondering van de stad, het land en de verblijfsgegevens binnen wedstrijdverband die vereist zijn voor het in punt 7 bedoelde biologische paspoort van de sporter)
Verblijfsgegevens (met uitzondering van de stad, het land en de verblijfsgegevens binnen wedstrijdverband)
Aangifteverzuimen van verblijfsgegevens (niet-naleving van de verplichting om verblijfsgegevens door te geven en gemiste controles)
12 maanden vanaf het einde van het kwartaal waarvoor de verblijfsgegevens werden ingediend.
10 jaar vanaf de datum van het aangifteverzuim van verblijfsgegevens.
Relevante gegevens voor de registratie van drie aangifteverzuimen van de verblijfsgegevens in twaalf maanden.
Relevante gegevens voor de registratie van drie aangifteverzuimen van de verblijfsgegevens in twaalf maanden en voor eventuele andere overtredingen van de antidopingregels. Bij overtredingen van de antidopingregels wordt de informatie ook bewaard in het dossier voor resultatenbeheer (zie punt 6).
Noodzaak
Noodzaak
3. TTN's
Attest tot goedkeuring van de TTN en formulieren voor de beslissing tot afwijzing van de TTN
10 jaar vanaf de datum van het attest om de TTN goed te keuren of af te wijzen. Door de vernietiging van medische informatie kunnen het WADA en de NADO TTN's niet retroactief onderzoeken wanneer deze niet meer geldig zijn. De informatie in de TTN's is voornamelijk van medische aard en dus gevoelig.
Kan relevant zijn in geval van nieuwe controles of andere onderzoeken. Proportionaliteit/noodzaak
TTN-aanvraagformulieren, aanvullende medische informatie en alle andere informatie die niet specifiek in deze afdeling wordt vermeld
Onvolledige TTN's
12 maanden vanaf het einde van de geldigheidsperiode van de TTN.
12 maanden vanaf de aanmaakdatum.
Deze gegevens verliezen hun relevantie na het verstrijken van de TTN, behalve bij een nieuwe aanvraag.
Deze gegevens kunnen relevant zijn bij een nieuwe aanvraag.
Proportionaliteit/noodzaak
Proportionaliteit
4. Controles
Dopingcontroleformulier Opdrachten
Veiligheidsketen
Onvolledige controledocumenten of documentatie zonder monster
10 jaar vanaf de monsterafname.
Wordt bewaard tot alle gerelateerde processen-verbaal van controles gewist zijn.
10 jaar vanaf de aanmaakdatum van het document.
12 maanden vanaf de aanmaakdatum van het document.
Dopingcontroleformulieren, de bijhorende opdrachtorders/controleorders en de documenten van de veiligheidsketen zijn relevant voor het biologisch paspoort van de sporter en bij nieuwe analyses van monsters. Bij overtredingen van de antidopingregels wordt de informatie ook bewaard in het dossier voor resultatenbeheer (zie punt 6).
Idem.
Idem.
Onvolledige documentatie of documentatie zonder bijhorend monster is meestal het gevolg van een fout bij de gegevensinvoer en wordt na korte tijd vernietigd om de integriteit van de gegevens te waarborgen.
Proportionaliteit/noodzaak
Proportionaliteit/noodzaak
Proportionaliteit/noodzaak
Proportionaliteit/noodzaak
5. Controles/resultatenbeheer (formulieren en documentatie)
Analyseresultaten van controles (met inbegrip van rapporten van afwijkende en atypische analyseresultaten), verslagen van laboratoria en andere gerelateerde documenten Vanaf de datum van de monsterafname of vanaf de aanmaakdatum van de relevante documenten:
10 jaar vanaf de monsterafname of vanaf de aanmaakdatum van de relevante documenten.
Noodzakelijk wegens meervoudige overtredingen en retroactieve analyse. Bij overtredingen van de antidopingregels wordt de informatie ook bewaard in het dossier voor resultatenbeheer (zie punt 6).
*met inachtneming van de criteria en voorschriften van de Code/de Internationale Standaarden mogen analytische gegevens die voortvloeien uit de analyse van monsters en andere informatie over dopingcontroles in bepaalde omstandigheden langer dan de geldende bewaartermijn bewaard worden voor onderzoek en andere doeleinden die op grond van artikel 6.3 van de Code zijn toegestaan. De monsters en gegevens moeten zodanig verwerkt worden dat ze niet meer met een sporter in verband kunnen worden gebracht voordat ze voor deze secundaire doeleinden worden gebruikt. De maximale bewaartermijn voor identificeerbare monsters en gegevens bedraagt 10 jaar.
Noodzaak
Proportionaliteit/noodzaak
6. Procedures en beslissingen (overtreding van antidopingregels) Sancties en beslissingen op grond van de Code
Documentatie, relevante dossiers, met inbegrip van dossiers over afwijkende analyseresultaten, over aangifteverzuimen of over beslissingen, laboratoriumdocumentatie, biologisch paspoort.
Vanaf de datum van de eindbeslissing: 10 jaar of de duur van de sanctie, naargelang welke het langst duurt 10 jaar of de duur van de sanctie, naargelang welke het langst duurt Gegevens noodzakelijk wegens meervoudige overtredingen en de mogelijke duur van de sanctie.
*beslissingen (bv. van het CAS) kunnen belangrijke juridische precedenten vormen en deel uitmaken van het openbare dossier; in dat geval kan de NADO een beslissing langer bewaren dan de toepasselijke bewaartermijn.
Gegevens noodzakelijk wegens meervoudige overtredingen en de mogelijke duur van een sanctie. Noodzaak
Proportionaliteit/noodzaak
Noodzaak
7. Biologisch paspoort van de sporter
Biologische variabelen, atypische resultaten, afwijkende resultaten van het paspoort, verslagen van de instantie die de biologische paspoorten beheert, onderzoeken van deskundigen en andere ondersteunende documentatie
Verblijfsgegevens (enkel stad, land en verblijfsgegevens binnen wedstrijdverband)
10 jaar vanaf de datum van overeenstemming tussen de resultaten en het dopingcontroleformulier.
10 jaar vanaf het einde van het kwartaal waarvoor de verblijfsgegevens werden ingediend.
Gegevens noodzakelijk wegens meervoudige overtredingen en om de biologische variabelen, de verslagen van de instantie die de biologische paspoorten beheert en de onderzoeken van deskundigen doorheen de tijd te analyseren of onderzoeken.
Gegevens noodzakelijk om atypische/afwijkende resultaten te staven of beweringen van sporters te weerleggen
Noodzaak
Proportionaliteit/noodzaak
]1
Données du sportif pertinentes à des fins pratiques et de notification en cas de violation des règles antidopage
Nom et prénom, date de naissance, sport/discipline sportive, genre
10 ans à dater du moment où le sportif est exclu du groupe-cible de l'ONAD de la Commission communautaire commune, ou à compter du moment où les autres catégories de données ont été supprimées, la date la plus tardive étant retenue.
Nécessaire vu le besoin de notification en cas de violation des règles antidopage et de conserver un dossier sur les sportifs ayant fait partie du programme de contrôle de l'ONAD
Nécessité
Numéro de téléphone ou de GSM, adresse électronique, adresse domiciliaire
10 ans à dater du moment où le sportif est exclu du groupe-cible de l'ONAD de la Commission communautaire commune.
Idem
Nécessité
2. Localisation
(à l'exception de la ville, du pays et des informations de localisation en compétition requises pour le passeport biologique de l'athlète visé au point 7)
Localisation (autre que la ville, le pays et la localisation en compétition)
Manquements aux obligations en matière de localisation (manquements à l'obligation de transmettre des informations et contrôles manqués)
12 mois à compter de la fin du trimestre de localisation pour lequel les données ont été soumises.
10 ans à compter de la date du manquement à l'obligation en matière de localisation.
Données pertinentes pour enregistrer 3 manquements aux obligations de localisation en 12 mois.
Données pertinentes pour enregistrer 3 manquements aux obligations de localisation en 12 mois et pour d'autres VRAD éventuelles. En cas de VRAD, l'information est également conservée au sein du dossier de gestion des résultats (voir point 6).
Nécessité
Nécessité
3. AUT
Certificats d'approbation de l'AUT et formulaires de décisions de rejet d'AUT
10 ans à dater de la date du certificat d'approbation ou de la décision de refus de l'AUT. La destruction de renseignements médicaux empêche l'AMA et l'ONAD d'examiner rétroactivement les AUT après qu'elles aient perdu leur validité. Les informations contenues dans les AUT sont essentiellement médicales et donc sensibles.
Peuvent être pertinents en cas de nouveaux contrôles ou d'autres enquêtes. Proportionnalité/nécessité
Formulaires de demandes d'AUT, informations médicales supplémentaires et toutes autres informations non expressément mentionnées dans cette section
AUT incomplètes
12 mois à compter de la fin de validité de l'AUT.
12 mois à compter de la date de création.
Ces données perdent de leur pertinence après l'expiration de l'AUT, sauf en cas de nouvelle demande.
Ces données peuvent être pertinentes en cas de nouvelle demande.
Proportionnalité/Nécessité
Proportionnalité
4. Contrôles
Formulaire de contrôle du dopage.
Ordres de mission
Chaîne de sécurité
Documentation de contrôle incomplète ou documentation non assortie d'un échantillon
10 ans à dater du prélèvement de l'échantillon.
Conservés jusqu'à ce que tous les formulaires de contrôle de dopage connexes aient été supprimés.
10 ans à dater de la création du document.
12 mois à dater de la création du document. mission/de contrôle connexes et les documents de la chaîne de sécurité sont pertinents pour le passeport biologique de l'athlète et en cas de nouvelle analyse des échantillons. En cas de VRAD, l'information est également conservée au sein du dossier de gestion des résultats (voir point 6).
Idem.
Idem.
Une documentation incomplète ou qui n'est pas assortie d'un échantillon découle typiquement d'une erreur dans l'entrée des données et est détruite après un bref délai pour des raisons d'intégrité des données.
Proportionnalité/Nécessité
Proportionnalité/Nécessité
Proportionnalité/Nécessité
Proportionnalité/Nécessité
5. Contrôles/gestion des résultats (formulaires et documentation)
Résultats analytiques de contrôles (y compris les rapports d'analyse anormaux et atypiques), rapports de laboratoire, et autres documents connexes
A compter de la date de prélèvement de l'échantillon ou de la création des document pertinents :
10 ans à dater du prélèvement de l'échantillon ou de la création des documents pertinents*.
Nécessaire en raison des violations multiples et de l'analyse rétroactive. En cas de VRAD, l'information est également conservée au sein du dossier de gestion des résultats (voir point 6.)
*sous réserve des critères et des exigences du Code/des standards internationaux, les données analytiques découlant de l'analyse des échantillons et d'autres informations sur le contrôle du dopage peuvent, dans certaines circonstances, être conservées au-delà du délai de conservation applicable à des fins de recherche et autres fins permises par l'article 6.3 du Code. Les échantillons et les données doivent être traités de manière à ce qu'ils ne puissent pas être retracés jusqu'à un sportif avant d'être utilisés à ces fins secondaires. La durée maximale de conservation des données et des échantillons identifiables est de 10 ans.
Nécessité
Proportionnalité/Nécessité
6. Procédures et décisions (violation des règles antidopage) Sanctions et décisions prises en vertu du Code
Documentation, dossiers pertinents, en ce compris les dossiers relatifs aux résultats anormaux d'analyse, aux manquements aux obligations de localisation ou relatifs aux décisions, la documentation du laboratoire, le passeport biologique.
A dater de la décision finale : La plus longue durée entre 10 ans et la durée de la sanction*. La plus longue durée entre 10 ans et la durée de la sanction. Données nécessaires en raison des violations multiples et de la durée potentielle de la sanction.
*les décisions (par exemple du TAS) peuvent constituer des précédents juridiques importants et faire partie du dossier public ; dans ce cas l'ONAD peut conserver une décision au-delà de la période de conservation applicable.
Données nécessaires en raison des violations multiples et de la durée potentielle d'une sanction. Nécessité
Proportionnalité/nécessité
Nécessité
7. Passeport biologique de l'athlète
Variables biologiques, résultats atypiques, résultats de passeport anormaux, rapports de l'Unité de gestion du passeport biologique, examens d'experts et autres documentations d'appui
Localisation (uniquement ville, pays et localisation en compétition)
10 ans à compter de la date de correspondance entre les résultats et le formulaire de contrôle du dopage.
10 ans à compter de la fin du trimestre de localisation pour lequel les données ont été soumises.
Données nécessaires en raison des violations multiples et pour analyser ou examiner les variables biologiques, les rapports de l'UGPA et les examens d'experts au fil du temps.
Données nécessaires pour étayer les résultats atypiques/anormaux ou réfuter les affirmations des sportifs
Nécessité
Proportionnalité/nécessité
]1
Nom et prénom, date de naissance, sport/discipline sportive, genre
10 ans à dater du moment où le sportif est exclu du groupe-cible de l'ONAD de la Commission communautaire commune, ou à compter du moment où les autres catégories de données ont été supprimées, la date la plus tardive étant retenue.
Nécessaire vu le besoin de notification en cas de violation des règles antidopage et de conserver un dossier sur les sportifs ayant fait partie du programme de contrôle de l'ONAD
Nécessité
Numéro de téléphone ou de GSM, adresse électronique, adresse domiciliaire
10 ans à dater du moment où le sportif est exclu du groupe-cible de l'ONAD de la Commission communautaire commune.
Idem
Nécessité
2. Localisation
(à l'exception de la ville, du pays et des informations de localisation en compétition requises pour le passeport biologique de l'athlète visé au point 7)
Localisation (autre que la ville, le pays et la localisation en compétition)
Manquements aux obligations en matière de localisation (manquements à l'obligation de transmettre des informations et contrôles manqués)
12 mois à compter de la fin du trimestre de localisation pour lequel les données ont été soumises.
10 ans à compter de la date du manquement à l'obligation en matière de localisation.
Données pertinentes pour enregistrer 3 manquements aux obligations de localisation en 12 mois.
Données pertinentes pour enregistrer 3 manquements aux obligations de localisation en 12 mois et pour d'autres VRAD éventuelles. En cas de VRAD, l'information est également conservée au sein du dossier de gestion des résultats (voir point 6).
Nécessité
Nécessité
3. AUT
Certificats d'approbation de l'AUT et formulaires de décisions de rejet d'AUT
10 ans à dater de la date du certificat d'approbation ou de la décision de refus de l'AUT. La destruction de renseignements médicaux empêche l'AMA et l'ONAD d'examiner rétroactivement les AUT après qu'elles aient perdu leur validité. Les informations contenues dans les AUT sont essentiellement médicales et donc sensibles.
Peuvent être pertinents en cas de nouveaux contrôles ou d'autres enquêtes. Proportionnalité/nécessité
Formulaires de demandes d'AUT, informations médicales supplémentaires et toutes autres informations non expressément mentionnées dans cette section
AUT incomplètes
12 mois à compter de la fin de validité de l'AUT.
12 mois à compter de la date de création.
Ces données perdent de leur pertinence après l'expiration de l'AUT, sauf en cas de nouvelle demande.
Ces données peuvent être pertinentes en cas de nouvelle demande.
Proportionnalité/Nécessité
Proportionnalité
4. Contrôles
Formulaire de contrôle du dopage.
Ordres de mission
Chaîne de sécurité
Documentation de contrôle incomplète ou documentation non assortie d'un échantillon
10 ans à dater du prélèvement de l'échantillon.
Conservés jusqu'à ce que tous les formulaires de contrôle de dopage connexes aient été supprimés.
10 ans à dater de la création du document.
12 mois à dater de la création du document. mission/de contrôle connexes et les documents de la chaîne de sécurité sont pertinents pour le passeport biologique de l'athlète et en cas de nouvelle analyse des échantillons. En cas de VRAD, l'information est également conservée au sein du dossier de gestion des résultats (voir point 6).
Idem.
Idem.
Une documentation incomplète ou qui n'est pas assortie d'un échantillon découle typiquement d'une erreur dans l'entrée des données et est détruite après un bref délai pour des raisons d'intégrité des données.
Proportionnalité/Nécessité
Proportionnalité/Nécessité
Proportionnalité/Nécessité
Proportionnalité/Nécessité
5. Contrôles/gestion des résultats (formulaires et documentation)
Résultats analytiques de contrôles (y compris les rapports d'analyse anormaux et atypiques), rapports de laboratoire, et autres documents connexes
A compter de la date de prélèvement de l'échantillon ou de la création des document pertinents :
10 ans à dater du prélèvement de l'échantillon ou de la création des documents pertinents*.
Nécessaire en raison des violations multiples et de l'analyse rétroactive. En cas de VRAD, l'information est également conservée au sein du dossier de gestion des résultats (voir point 6.)
*sous réserve des critères et des exigences du Code/des standards internationaux, les données analytiques découlant de l'analyse des échantillons et d'autres informations sur le contrôle du dopage peuvent, dans certaines circonstances, être conservées au-delà du délai de conservation applicable à des fins de recherche et autres fins permises par l'article 6.3 du Code. Les échantillons et les données doivent être traités de manière à ce qu'ils ne puissent pas être retracés jusqu'à un sportif avant d'être utilisés à ces fins secondaires. La durée maximale de conservation des données et des échantillons identifiables est de 10 ans.
Nécessité
Proportionnalité/Nécessité
6. Procédures et décisions (violation des règles antidopage) Sanctions et décisions prises en vertu du Code
Documentation, dossiers pertinents, en ce compris les dossiers relatifs aux résultats anormaux d'analyse, aux manquements aux obligations de localisation ou relatifs aux décisions, la documentation du laboratoire, le passeport biologique.
A dater de la décision finale : La plus longue durée entre 10 ans et la durée de la sanction*. La plus longue durée entre 10 ans et la durée de la sanction. Données nécessaires en raison des violations multiples et de la durée potentielle de la sanction.
*les décisions (par exemple du TAS) peuvent constituer des précédents juridiques importants et faire partie du dossier public ; dans ce cas l'ONAD peut conserver une décision au-delà de la période de conservation applicable.
Données nécessaires en raison des violations multiples et de la durée potentielle d'une sanction. Nécessité
Proportionnalité/nécessité
Nécessité
7. Passeport biologique de l'athlète
Variables biologiques, résultats atypiques, résultats de passeport anormaux, rapports de l'Unité de gestion du passeport biologique, examens d'experts et autres documentations d'appui
Localisation (uniquement ville, pays et localisation en compétition)
10 ans à compter de la date de correspondance entre les résultats et le formulaire de contrôle du dopage.
10 ans à compter de la fin du trimestre de localisation pour lequel les données ont été soumises.
Données nécessaires en raison des violations multiples et pour analyser ou examiner les variables biologiques, les rapports de l'UGPA et les examens d'experts au fil du temps.
Données nécessaires pour étayer les résultats atypiques/anormaux ou réfuter les affirmations des sportifs
Nécessité
Proportionnalité/nécessité
]1