Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
9 FEBRUARI 2012. - Besluit van de Waalse Regering betreffende diverse maatregelen voor de uitvoering van het decreet van 3 april 2009 betreffende de bescherming tegen de eventuele schadelijke effecten en de hinder van de niet-ioniserende stralingen die door stationaire zendantennes gegenereerd worden
Titre
9 FEVRIER 2012. - Arrêté du Gouvernement wallon relatif à diverses mesures d'exécution du décret du 3 avril 2009 relatif à la protection contre les éventuels effets nocifs et nuisances provoqués par les rayonnements non ionisants générés par des antennes émettrices stationnaires
Documentinformatie
Numac: 2012027033
Datum: 2012-02-09
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2012027033
Date: 2012-02-09
Moniteur: Voir
Tekst (51)
Texte (51)
TITEL 1. - Algemeen
TITRE 1er. - Généralités
Artikel 1. Dit besluit heeft met name als doel :
de modaliteiten vast te stellen voor de erkenning van de personen, laboratoria of openbare of private instellingen die kunnen worden belast met :
a) het uittesten van of de controle op de toestellen of inrichtingen die niet-ioniserende stralingen kunnen veroorzaken;
b) het uittesten van of de controle op de toestellen die niet-ioniserende stralingen moeten dempen of opslorpen;
de modellen van de meetprotocollen en de modaliteiten betreffende de opmaking en de inhoud van de verslagen opgemaakt door de erkende personen, laboratoria of openbare of particuliere instellingen vast te stellen.
Article 1er. Le présent arrêté a notamment pour objet de :
fixer les modalités d'agrément des personnes, laboratoires ou organismes publics ou privés qui peuvent être chargés :
a) de tester ou contrôler des appareils ou des établissements susceptibles de produire des rayonnements non ionisants;
b) de tester ou contrôler des appareils destinés à atténuer ou absorber des rayonnements non ionisants;
déterminer les modèles de protocole de mesures et les modalités relatives à l'établissement et au contenu des rapports établis par les personnes, les laboratoires ou les organismes publics ou privés agréés.
Art. 2. In de zin van dit besluit wordt verstaan onder :
decreet : het decreet van 3 april 2009 betreffende de bescherming tegen de eventuele schadelijke effecten en de hinder van de niet-ioniserende stralingen die door stationaire zendantennes gegenereerd worden;
laboratorium : elke persoon, elke openbare of private instelling of elk laboratorium die één van de in artikel 1 bedoelde opdrachten vervullen;
bestuur : het Operationeel Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst, vertegenwoordigd door zijn directeur-generaal;
iso-waardecurve : de curve langs welke de immissie voortgebracht door een stationaire zendantenne in het gekozen plan constant is. Het tracé van die curve hangt af van de technische eigenschappen van de stationaire zendantenne (met inbegrip van het vermogen op de ingang ervan, enz.) en van het gekozen plan;
bewoner : voor de woonplaatsen (huizen en appartementen) gaat het om elke persoon die de plaats als eigenaar of huurder tijdens de meetcampagne bewoont. Voor de andere verblijfplaatsen (werkplaatsen, voor sport bestemde gebieden, ziekenhuizen, scholen, enz.) gaat het om de eigenaar of de voor de plaats verantwoordelijke (directeur, beheerder, enz.);
Minister : de Minister bevoegd voor Landbouw.
Art. 2. Au sens du présent arrêté, il faut entendre par :
décret : le décret du 3 avril 2009 relatif à la protection contre les éventuels effets nocifs et nuisances provoqués par les rayonnements non ionisants générés par des antennes émettrices stationnaires;
laboratoire : toute personne, tout organisme public ou privé ou tout laboratoire remplissant une des missions visées à l'article 1er;
administration : la Direction générale opérationnelle Agriculture, Ressources naturelles et Environnement du Service public de Wallonie représentée par son directeur général;
courbe d'iso-valeur : la courbe le long de laquelle l'immission produite par une antenne émettrice stationnaire est constante dans un plan choisi. Le tracé de cette courbe dépend des caractéristiques techniques de l'antenne émettrice stationnaire (y compris la puissance délivrée à son entrée, etc.) et du plan choisi;
occupant : pour les lieux d'habitation (maisons et appartements), il s'agit de toute personne occupant le lieu, à titre de propriétaire ou de locataire, lors de la campagne de mesures. Pour les autres lieux de séjours (lieux de travail, zones dévolues aux sports, hôpitaux, écoles, etc.), il s'agit du propriétaire ou du responsable du lieu (directeur, gérant, etc.);
Ministre : le Ministre ayant l'Environnement dans ses attributions.
TITEL II. - Erkenningsmodaliteiten van de laboratoria
TITRE II. - Des modalités d'agrément des laboratoires
HOOFDSTUK I. - Algemeen
CHAPITRE 1er. - Généralités
Art. 3. De erkenning van de laboratoria wordt onder de in dit besluit bepaalde voorwaarden door het bestuur toegekend voor een termijn van vijf jaar.
Art. 3. L'agrément des laboratoires est accordé par l'administration aux conditions fixées par le présent arrêté pour une durée de cinq ans.
Art. 4. De erkenning wordt toegekend voor één of verschillende van de volgende categorieën :
het uittesten van of de controle op de toestellen of inrichtingen die niet-ioniserende stralingen kunnen veroorzaken om na te gaan of zij het decreet naleven;
het uittesten van of de controle op de toestellen die niet-ioniserende stralingen moeten dempen of opslorpen.
Art. 4. L'agrément est accordé pour une ou plusieurs des catégories suivantes :
test ou contrôle des appareils ou des établissements susceptibles de produire des rayonnements non ionisants en vue de vérifier s'ils respectent le décret;
test ou contrôle des appareils destinés à atténuer ou absorber des rayonnements non ionisants.
HOOFDSTUK II. - Erkenningscriteria
CHAPITRE II. - Critères conditionnant l'agrément
Art. 5. De erkenningsaanvrager bewijst minstens aan de hand van een technisch formulier dat hij tenminste over de hieronder beschreven simulatietoestellen en Bsoftware beschikt in volle eigendom of in elke andere hoedanigheid die hem de beschikking of het voortdurend genot verleent :
een selectieve meetapparatuur die voldoet aan de eisen bepaald in § 8.2.2. (eisen betreffende de selectieve meetsystemen in frequentie) van norm EN 50492 of van de herzieningen ervan. De meetuitrusting zal de frequentieband waarin de te controleren stationaire zendantennes uitzenden, moeten dekken.
een computer;
een software waarmee iso-waardecurven getraceerd kunnen worden naar gelang van de technische eigenschappen van de betrokken stationaire zendantenne. Deze software wordt gegrond op de propagatievergelijkingen in verre veld die gewoonlijk worden aangenomen en houdt rekening met het eventuele leidinggevend karakter van de stationaire zendantenne.
Art. 5. Le demandeur d'agrément démontre, au moins par une fiche technique, qu'il dispose, au minimum, des appareils et des logiciels de simulation décrits ci-après, disponibles en pleine propriété ou à tout autre titre lui conférant la disposition ou la jouissance continue :
un équipement de mesure sélectif répondant aux exigences définies au paragraphe 8.2.2 (exigences relatives aux systèmes de mesures sélectifs en fréquence) de la norme EN 50492 ou de ses révisions. L'équipement de mesure devra couvrir la bande de fréquences dans laquelle émettent les antennes émettrices stationnaires à contrôler;
un ordinateur;
un logiciel permettant de tracer des courbes d'iso-valeur en fonction des caractéristiques techniques de l'antenne émettrice stationnaire considérée. Ce logiciel est basé sur les équations de propagation en champ éloigné communément admises et prend en compte l'éventuel caractère directif de l'antenne émettrice stationnaire.
Art. 6. De in artikel 5, 1°, bedoelde meetapparatuur wordt geijkt en geregeld overeenkomstig de in § 8.2.2.3. (ijking en regeling) van norm EN 50492 of van de herzieningen ervan bepaalde eisen. De periodiciteit van de ijking is welke die door de constructeur aanbevolen wordt, maar ze mag niet hoger dan twee jaar zijn.
Art. 6. L'équipement de mesure visé à l'article 5, 1°, est étalonné et réglé conformément aux exigences définies au paragraphe 8.2.2.3 (étalonnage et réglage) de la norme EN 50492 ou de ses révisions. La périodicité de l'étalonnage est celle préconisée par le constructeur, mais ne pourra être supérieure à deux ans.
Art. 7. De erkenningsaanvrager verklaart dat hijzelf of een lid van zijn technisch personeel houder is van een Masterdiploma in de wetenschappen - burgerlijk ingenieur of in de wetenschappen - industrieel ingenieur met één van de volgende doeleinden :
Elektriciteit;
Elektronica;
Elektromechanica;
Fysica;
Telecommunicatie;
Polytechnische.
Het diploma kan ook een gelijkwaardig diploma zijn dat van het masterdiploma afgeleverd is.
De houder van een diploma bedoeld in de leden 1 en 2 bewijst van een beroepservaring van minstens drie jaar in een bureau, een instelling of een dienst die meetcampagnes op site uitvoert of die de niet-ioniserende stralingen onderzoekt.
Art. 7. Le demandeur d'agrément établit qu'il dispose, lui-même ou un membre de son personnel technique, d'un master en sciences de l'ingénieur civil ou en sciences de l'ingénieur industriel ayant l'une des finalités suivantes :
Electricité;
Electronique;
Electromécanique;
Physique;
Télécommunications;
Polytechnique.
Le diplôme peut également être un diplôme équivalent, antérieur à la délivrance du titre de Master.
La personne titulaire d'un diplôme visé aux alinéas 1er et 2 atteste d'une expérience professionnelle d'au moins trois ans dans un bureau, un organisme ou un service effectuant des campagnes de mesures sur site ou étudiant les effets des rayonnements non ionisants.
Art. 8. De erkenningsaanvrager en de leden van zijn technisch personeel mogen geen rechtstreeks belang hebben in een bedrijf dat werkt in de volgende activiteitsvelden :
de vervaardiging of de handel van materieel dat niet-ioniserende stralingen moet dempen of opslorpen;
de exploitatie van stationaire zendantennes.
De erkenningsaanvrager verbindt zich ertoe de testen en controles uit te voeren met de voor de uitvoering van zijn opdrachten vereiste onpartijdigheid en objectiviteit.
Art. 8. Le demandeur d'agrément, ni aucun membre de son personnel technique, ne peut avoir d'intérêt direct dans une entreprise agissant dans les domaines d'activité suivant :
la fabrication ou le commerce de matériel destiné à atténuer ou absorber les rayonnements non ionisants;
l'exploitation d'antennes émettrices stationnaires.
Le demandeur d'agrément s'engage à réaliser et réalise les tests et les contrôles en faisant preuve de toute l'impartialité et l'objectivité requises pour l'accomplissement de ses missions.
HOOFDSTUK III. - Procedure voor de toekenning van de erkenning
CHAPITRE III. - Procédure d'octroi d'agrément
Art. 9. De erkenningsaanvraag wordt in één exemplaar bij het bestuur ingediend aan de hand van een formulier waarvan het model in bijlage 1 wordt vermeld.
In het geval van een verlenging van de erkenning wordt de erkenningsaanvraag ingediend uiterlijk binnen zes maanden voor de vervaldatum van de lopende erkenning.
Art. 9. La demande d'agrément est introduite auprès de l'administration, en un exemplaire, au moyen d'un formulaire dont le modèle figure en annexe 1re.
Dans le cas d'un renouvellement d'agrément, la demande d'agrément est introduite au plus tard six mois avant le terme de l'agrément en cours.
Art. 10. De erkenningsaanvraag omvat de volgende vermeldingen en documenten :
de naam en het adres van de aanvrager;
als het gaat om een rechtspersoon, zijn precieze identificatie en het adres van de griffie van de handelsrechtbank waar zijn dossier wordt bewaard;
de diploma's, kwalificaties en referenties van de aanvrager, alsook van het technisch personeel dat door een arbeidscontract aan de aanvrager gebonden is, en van de eventuele onderaannemers;
de in artikel 5 bedoelde technische middelen;
de in artikel 4 bedoelde categorie(ën) waarvoor hij de erkenning aanvraagt;
in voorkomend geval een beknopt activiteitenverslag over de drie laatste jaren met de lijst van de onderzoeken en werken in de verschillende domeinen van elektromagnetisme;
een verklaring of erewoord waarbij wordt bevestigd dat de aanvrager, noch de leden van zijn technisch personeel een rechtsreeks belang hebben in een bedrijf dat materiaal ter demping of opslorping van de niet-ioniserende stralingen produceert of in de handel brengt of dat stationaire zendantennes uitbaat en waarin de erkenningsaanvrager zich ertoe verbindt de testen en controles uit te voeren met de voor de uitvoering van zijn opdrachten vereiste onpartijdigheid en objectiviteit;
wanneer de aanvrager reeds onderworpen is aan eisen en controles die gelijkwaardig of wegens hun doelgerichtheid wezenlijk vergelijkbaar zijn met de voorwaarden voor de toekenning van de in dit besluit bedoelde erkenning in België of in een andere Lidstaat van de Europese Unie, de bewijsstukken waaruit blijkt dat zijn diploma gelijkwaardig is aan de erkenning alsmede de rechtsbepalingen krachtens welke het diploma is verkregen.
Art. 10. La demande d'agrément comporte les mentions et les documents suivants :
les dénomination et adresse du demandeur;
s'il s'agit d'une personne morale, son identification précise et l'adresse du greffe du tribunal de commerce où est tenu son dossier;
les titres, qualifications et références du demandeur, ou du personnel technique lié au demandeur par un contrat d'emploi ainsi que de ses sous-traitants éventuels;
les moyens techniques visés à l'article 5;
la ou les catégories visées à l'article 4 pour lesquelles il sollicite l'agrément;
le cas échéant, un rapport d'activité succinct couvrant les trois dernières années et mentionnant la liste des études et travaux effectués dans les différents domaines de l'électromagnétisme;
une déclaration sur l'honneur certifiant que le demandeur ni aucun membre de son personnel n'ont d'intérêt direct dans une entreprise réalisant la fabrication ou le commerce de matériel destinés à atténuer ou absorber les rayonnements non ionisants ou exploitant des antennes émettrices stationnaires et, où le demandeur d'agrément s'engage à réaliser les tests et les contrôles en faisant preuve de toute l'impartialité et l'objectivité requises pour l'accomplissement de ses missions;
lorsque le demandeur est déjà soumis à des exigences et des contrôles équivalents ou essentiellement comparables en raison de leur finalité aux conditions d'octroi de l'agrément visé par le présent arrêté en Belgique ou dans un autre Etat membre de l'Union européenne, les pièces justificatives démontrant que son titre est équivalent à l'agrément ainsi que les dispositions de droit en vertu desquelles le titre a été obtenu.
Art. 11. De erkenningsaanvraag is onvolledig indien krachtens artikel 10 vereiste inlichtingen of documenten ontbreken.
Bovendien is de aanvraag onontvankelijk indien :
ze in strijd met de artikelen 9, eerste lid, en 30, ingediend is;
ze tweekeer onvolledig is verklaard;
de aanvrager de gevraagde inlichtingen of documenten niet verstrekt binnen de in artikel 12, § 2, tweede lid bedoelde termijn.
Art. 11. La demande d'agrément est incomplète s'il manque des renseignements ou des documents requis en vertu de l'article 10.
Par ailleurs, la demande est irrecevable si :
elle a été introduite en violation des articles 9, alinéas 1er et 30;
elle est déclarée incomplète à deux reprises;
le demandeur ne fournit pas les renseignements ou documents demandés dans le délai prévu par l'article 12, § 2, alinéa 2.
Art. 12. § 1. Het bestuur stuurt een bericht van ontvangst naar de erkenningsaanvrager binnen een termijn van tien werkdagen te rekenen van de datum waarop het de aanvraag overeenkomstig artikel 9 ontvangt.
Het bericht van ontvangst vermeldt :
de datum waarin de aanvraag is ontvangen;
de termijn waarin de beslissing moet genomen worden;
de rechtsmiddelen, de bevoegde instanties om zich daarover uit te spreken, evenals de na te leven vormen en termijnen;
de vermelding dat de erkenning bij gebrek aan antwoord binnen de voorgeschreven termijn wordt geweigerd.
§ 2. Het bestuur stuurt de aanvrager zijn beslissing over het volledige en ontvankelijk karakter van de aanvraag binnen een termijn van twintig dagen te rekenen van de dag waarop het het in § 1 bedoelde bericht van ontvangst heeft gestuurd.
Als de aanvraag onvolledig is, deelt het bestuur de ontbrekende inlichtingen en documenten aan de aanvrager mede. De aanvrager beschikt dan over twintig dagen na ontvangst van de in het vorige lid bedoelde beslissing om de gevraagde aanvullende gegevens over te maken aan het bestuur.
Binnen twintig dagen na ontvangst van de aanvullende gegevens stuurt het bestuur de aanvrager zijn beslissing over het volledige en ontvankelijk karakter van de aanvraag. Als het bestuur een tweede keer de aanvraag onvolledig bevindt, verklaart het ze onontvankelijk.
Art. 12. § 1er. L'administration envoie un accusé de réception au demandeur d'agrément dans un délai de dix jours ouvrables à dater du jour où elle reçoit la demande conformément à l'article 9.
L'accusé de réception indique :
la date à laquelle la demande a été reçue;
le délai dans lequel la décision doit intervenir;
les voies de recours, les instances compétentes pour en connaître ainsi que les formes et délais à respecter;
la mention qu'en l'absence de réponse dans le délai prévu, l'agrément est refusé.
§ 2. L'administration envoie au demandeur sa décision sur le caractère complet et recevable de la demande dans un délai de vingt jours à dater du jour où elle a envoyé l'accusé de réception visé au § 1er.
Si la demande est incomplète, l'administration indique au demandeur les renseignements et documents manquants. Le demandeur dispose alors de vingt jours à dater de la réception de la décision visée à l'alinéa précédent pour fournir à l'administration les compléments demandés.
Dans les vingt jours suivant la réception des compléments, l'administration envoie au demandeur sa décision sur le caractère complet et recevable de la demande. Si l'administration estime une seconde fois que la demande est incomplète, elle la déclare irrecevable.
Art. 13. Het bestuur stuurt zijn beslissing uiterlijk binnen de zestig dagen te rekenen van :
de dag waarop het zijn beslissing over het volledige en ontvankelijk karakter van de aanvraag heeft gezonden;
in voorkomend geval, de dag volgend op de termijn waarover het beschikte om zijn beslissing over het volledige en ontvankelijk karakter van de aanvraag te versturen.
Art. 13. L'administration envoie sa décision au plus tard dans les soixante jours à dater :
du jour où elle a envoyé sa décision sur le caractère complet et recevable de la demande;
à défaut, à dater du jour suivant le délai qui lui était imparti pour envoyer sa décision sur le caractère complet et recevable de la demande.
Art. 14. De beslissing vermeldt de rechtsmiddelen, de bevoegde instanties om zich daarover uit te spreken, evenals de na te leven vormen en termijnen.
Indien het binnen de in artikel 13 bedoelde termijnen zijn beslissing niet stuurt, wordt de erkenning geweigerd.
De beslissing over de erkenning wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
De lijst van de erkenningen wordt op de Internetsite van het bestuur bekendgemaakt.
Art. 14. La décision indique les voies de recours, les instances compétentes pour en connaître ainsi que les formes et délais à respecter.
A défaut d'envoi de sa décision dans les délais prévus à l'article 13, l'agrément est refusé.
La décision d'agrément est publiée par extrait au Moniteur belge.
La liste des agréments est publiée sur le site Internet de l'administration.
Art. 15. In geval van wijziging van één of verschillende gegevens van de erkenningsaanvraag, zoals bedoeld in artikel 10 verwittigt de houder van de erkenning onmiddellijk het bestuur.
Art. 15. En cas de modification d'un ou de plusieurs éléments que comporte la demande d'agrément, tels que visés à l'article 10, le titulaire de l'agrément est tenu d'en aviser sans délai l'administration.
HOOFDSTUK IV. - Wijziging, opschorting en intrekking van de erkenning
CHAPITRE IV. - Modification, suspension et retrait d'agrément
Art. 16. De erkenning kan gewijzigd, ingetrokken of opgeschort worden :
in geval van wijziging van één van de gegevens vermeld in de erkenningsaanvraag overeenkomstig artikel 10, die zulks zou kunnen rechtvaardigen;
als de criteria tot vaststelling van de erkenning niet meer vervuld zijn;
wanneer de onderzoeken en werken van onvoldoende kwaliteit geacht worden of in hoofde van de houder van de erkenning niet blijk geven van de onpartijdigheid en de objectiviteit vereist voor de uitvoering van de opdrachten waarvoor hij erkend is.
Art. 16. L'agrément peut être modifié, retiré ou suspendu lorsque :
un ou plusieurs éléments que comporte la demande d'agrément, tels que visés à l'article 10, subissent des modifications dont la nature pourrait le justifier;
les critères conditionnant l'agrément ne sont plus remplis;
les études et travaux sont jugés de qualité insuffisante ou ne témoignent pas, dans le chef du titulaire de l'agrément, de toute l'impartialité et l'objectivité requises pour l'exercice des missions pour lesquelles il a été agréé.
Art. 17. § 1. Het bestuur informeert de houder van de erkenning over zijn voornemen om de erkenning op te schorten of in te trekken en deelt hem wat volgt mede :
de redenen die de overwogen maatregel rechtvaardigen;
dat de houder van de erkenning de mogelijkheid heeft om schriftelijk zijn verweermiddelen uiteen te zetten binnen een termijn van vijftien dagen te rekenen van de kennisgeving van de waarschuwing en dat hij bij die gelegenheid het recht heeft om het bestuur erom te verzoeken zijn verweermiddelen mondeling voor te dragen;
dat de houder van de erkenning het recht heeft om zich te laten bijstaan dan wel vertegenwoordigen door een raadsman;
dat de houder van de erkenning het recht heeft inzage in zijn dossier te krijgen.
Het bestuur bepaalt, in voorkomend geval, de dag waarop de houder van de erkenning erom verzocht wordt om zijn verweermiddelen mondeling voor te dragen.
§ 2. Het bestuur stuurt zijn beslissing aan de houder van de erkenning binnen zestig dagen te rekenen vanaf, volgens het geval, de ontvangst van zijn verweermiddelen of van de voordracht van zijn verdediging.
De beslissing vermeldt de rechtsmiddelen, de bevoegde instanties om zich daarover uit te spreken, evenals de na te leven vormen en termijnen.
Art. 17. § 1er. L'administration informe le titulaire de l'agrément de son intention de suspendre ou de retirer l'agrément octroyé et lui communique :
les motifs qui justifient la mesure envisagée;
que le titulaire de l'agrément a la possibilité d'exposer, par écrit, ses moyens de défense dans un délai de quinze jours à compter du jour de la notification de l'avertissement, et qu'il a, à cette occasion, le droit de demander à l'administration la présentation orale de sa défense;
que le titulaire de l'agrément a le droit de se faire assister ou représenter par un conseil;
que le titulaire de l'agrément a le droit de consulter son dossier.
L'administration détermine, le cas échéant, le jour où le titulaire de l'agrément est invité à exposer oralement sa défense.
§ 2. L'administration envoie sa décision au titulaire de l'agrément dans les soixante jours à dater, suivant le cas, soit de la réception de ses moyens de défense, soit à dater du jour de la présentation de sa défense.
La décision indique les voies de recours, les instances compétentes pour en connaître ainsi que les formes et délais à respecter.
Art. 18. De beslissing tot intrekking, opschorting of wijziging van de erkenning wordt op de wijze bedoeld in artikel 14, derde en vierde lid, bekendgemaakt.
Art. 18. La décision de retrait, de suspension ou de modification de l'agrément est publiée de la façon prévue à l'article 14, alinéas 3 et 4.
TITEL III. - Coördinatie, protocol van de metingen en verslag
TITRE III. - Coordination, protocole des mesures et rapport
HOOFDSTUK I. - Coördinatie
CHAPITRE 1er. - Coordination
Art. 19. De krachtens de artikelen 5/1 en 6 van het decreet aangewezen dienst is het bestuur.
Alvorens een verslag tot vaststelling van de naleving van de immissie grens te vragen, stuurt (sturen) de betrokken gemeente(n) of de met toezicht belaste ambtenaar hun aanvraag per e-mail aan het bestuur. Deze aanvraag vermeldt met name de juiste lokalisatie en de referentie van de stationaire zendantenne.
Art. 19. Le service désigné en vertu des articles 5/1 et 6 du décret est l'administration.
Avant de demander un rapport établissant le respect de la limite d'immission, la ou les communes concernées ou le fonctionnaire chargé de la surveillance, envoie, par voie électronique, leur demande à l'administration. Cette demande indique notamment la localisation exacte et la référence de l'antenne émettrice stationnaire.
Art. 20. Het bestuur gaat na of de bedoelde stationaire zendantenne geen voorwerp uitmaakt van een aanvraag om verslag door een andere instantie of geen voorwerp heeft uitgemaakt van een verslag waarvan de geldigheidsduur niet is verstreken. Het bestuur stuurt zijn beslissing over de al dan niet voortzetting van de aanvraagprocedure binnen twintig dagen na ontvangst van de aanraag.
Art. 20. L'administration vérifie que l'antenne émettrice stationnaire visée ne fait pas déjà l'objet d'une demande de rapport par une autre instance ou n'a pas fait l'objet d'un rapport dont la durée de validité n'a pas expiré. L'administration envoie sa décision sur la poursuite ou non de la procédure de demande dans les vingt jours qui suivent la réception de la demande.
HOOFDSTUK II. - Meetprotocol
CHAPITRE II. - Protocole de mesure
Art. 21. Onverminderd artikel 4 van het decreet wordt de immissie van een stationaire zendantenne gemeten volgens de procedure bepaald in de §§ 6.3.3. (geval B) en 9 (meetprotocol) van norm EN 50492 of van de herzieningen ervan.
Voor de stationaire zendantennes voor mobiele telefoonnetwerken wordt de immissie gemeten volgens de procedure bepaald in § 10 (evaluatie van de veldamplitude bij het maximaal verkeer van een celnetwerk) van norm EN 50492 of van de herzieningen ervan.
Art. 21. Sans préjudice de l'article 4 du décret, l'immission d'une antenne émettrice stationnaire est mesurée selon la procédure décrite aux paragraphes 6.3.3 (cas B) et 9 (procédure de mesure) de la norme EN 50492 ou de ses révisions.
Dans le cas des antennes émettrices stationnaires des réseaux de téléphonie mobile, l'immission est mesurée selon la procédure décrite au paragraphe 10 (évaluation de l'amplitude du champ lors du trafic maximal d'un réseau cellulaire) de la norme EN 50492 ou de ses révisions.
Art. 22. Om een kans voor overschrijding van de immissiegrens binnen te bepalen kan het laboratorium de immissie buiten de meest blootgestelde verblijfplaatsen meten. Indien nodig kan dat laboratorium zich bedienen van de iso-waardecurven van de te controleren stationaire zendantenne om die verblijfplaatsen te bepalen.
In geval van risico voor overschrijding in een verblijfplaats vraagt het laboratorium de machtiging aan de bewoner om er metingen uit te voeren.
Art. 22. Pour déterminer une probabilité de dépassement de la limite d'immission à l'intérieur, le laboratoire peut mesurer l'immission à l'extérieur des lieux de séjour les plus exposés. Si nécessaire, il peut s'aider des courbes d'iso-valeurs de l'antenne émettrice stationnaire à contrôler pour déterminer ces lieux de séjour.
En cas de risque de dépassement dans un lieu de séjour, le laboratoire demande à l'occupant l'autorisation d'y effectuer des mesures.
Art. 23. Het laboratorium voert de metingen uit in de meest blootgestelde verblijfplaatsen die een overschrijdingsrisico vertonen en dit tot het moment waarop het kan verklaren dat de in artikel 4 van het decreet bedoelde grenswaarde al dan niet nageleefd wordt.
Art. 23. Le laboratoire effectue les mesures dans les lieux de séjour les plus exposés présentant un risque de dépassement et ce jusqu'à pouvoir certifier que la valeur limite visée à l'article 4 du décret est ou n'est pas respectée.
Art. 24. In de verblijfplaatsen worden de metingen aan de blootgestelde kant van de verblijfplaats genomen en nemen ze rekening met de potentiële zwakke punten in de voorgevel (vensters) en met de plaatsen waarin een persoon zich gedurende meerdere uren (bedden, leunstoelen, enz.) kan bevinden.
Art. 24. Dans les lieux de séjour, les mesures sont prises du côté exposé du lieu de séjour et tiennent compte des potentiels points faibles dans la façade (fenêtres) et des emplacements susceptibles d'accueillir une personne durant plusieurs heures (lits, fauteuils, etc).
Art. 25. Indien het onmogelijk is de verblijfplaats te bereiken om redenen zoals de toegangsweigering of herhaalde onbeantwoorde toegangsaanvragen wordt het immissieniveau bepaald op grond van de metingen genomen op de blootgestelde buitengevel van de verblijfplaats.
Een van de volgende verzachtingscoëfficienten kan gebruikt worden om rekening te houden met de door bepaalde obstakels aangeboden bescherming zoals een gevel of een dak.
Art. 25. En cas d'impossibilité d'accéder au lieu de séjour pour des raisons telles que le refus d'accès ou des demandes d'accès répétées restées sans réponse, le niveau d'immission est déterminé à partir de mesures prises sur la face extérieure exposée du lieu de séjour.
L'un des coefficients d'atténuation suivants peut être utilisé afin de tenir compte de la protection offerte par certains obstacles telle qu'une façade ou une toiture.
ObstakelsVerzachting in dB (Verz.)Verzachtingscoëfficient van het veld
Muur of dak van gewapend beton, gevel of dak uit metaal155,6
Bakstenen muur51,8
Venster31,4
ObstakelsVerzachting in dB (Verz.)Verzachtingscoëfficient van het veldMuur of dak van gewapend beton, gevel of dak uit metaal155,6Bakstenen muur51,8Venster31,4
ObstaclesAtténuation en dB (Att)Coefficient d'atténuation du champ
Mur ou toit en béton armé, façade ou toiture en métal155,6
Mur en briques51,8
Fenêtre31,4
ObstaclesAtténuation en dB (Att)Coefficient d'atténuation du champMur ou toit en béton armé, façade ou toiture en métal155,6Mur en briques51,8Fenêtre31,4
HOOFDSTUK III. - Verslag
CHAPITRE III. - Rapport
Art. 26. § 1. Wanneer het verslag opgemaakt wordt om de naleving van de grenswaarde krachtens artikel 6 van het decreet vast te stellen, worden de resultaten van de meetcampagne en alle inlichtingen die nodig zijn voor de interpretatie van de evaluatie voorgesteld overeenkomstig het in bijlage 2 bedoelde model.
§ 2. Het verslag opgemaakt in het kader van het uittesten van of de controle op de toestellen die niet-ioniserende stralingen moeten dempen of opslorpen, omvat minstens :
a) de naam van het laboratorium belast met het uittesten of de controle;
b) de naam van de aangestelde verantwoordelijke voor de test- of controlecampagne;
c) het merk en het type gebruikte meetuitrusting;
d) een beschrijving van de plaats waar de meetcampagne wordt uitgevoerd (laboratorium, site waar de bescherming wordt geïnstalleerd, enz.);
e) indien gebruikt, een beschrijving van het systeem voor het weergeven van de niet-ioniserende stralingen van een stationaire zendantenne;
f) het merk en het type getest beschermingsysteem almede de naam en het adres van de fabrikant;
g) een beschrijving van het beschermingsysteem en van zijn werking;
h) een beschrijving van het uitgevoerde meetprotocol;
i) een diagram dat de metingen voorstelt, indien nodig met een vergelijking " voor/na " van het beschermingsysteem;
j) een schema met een bovenaanzicht dat de golfbron, het beschermingsysteem en de meetuitrusting vertegenwoordigt;
k) een tabel met de verschillende gemeten waarden;
l) een schema met een zijaanzicht dat de verschillende iso-waardecurven die geacht worden nodig te zijn om de uiteenzetting te begrijpen, vertegenwoordigt;
m) de conclusies betreffende de capaciteit van het beschermingsysteem om niet-ioniserende stralingen te dempen of op te slorpen.
Art. 26. § 1er. Lorsque le rapport est établi pour déterminer le respect de la valeur limite en vertu de l'article 6 du décret, les résultats de la campagne de mesures et toutes les informations nécessaires pour l'interprétation de l'évaluation sont présentés conformément au modèle déterminé à l'annexe 2.
§ 2. Le rapport établi dans le cadre d'un test ou d'un contrôle d'appareils destinés à atténuer ou absorber des rayonnements non ionisants comprend au minimum :
a) le nom du laboratoire chargé du test ou du contrôle;
b) le nom du préposé responsable de la campagne de test ou de contrôle;
c) la marque et le type d'équipement de mesure utilisé;
d) une description du lieu où la campagne de mesures est effectuée (laboratoire, site où la protection est installée, etc.);
e) si utilisé, une description du système pour reproduire les rayonnements non ionisants d'une antenne émettrice stationnaire;
f) la marque et le type de système de protection testé ainsi que le nom et l'adresse du fabricant;
g) une description du système de protection et de son fonctionnement;
h) une description du protocole de mesures pratiqué;
i) un diagramme présentant les mesures, si possible permettant une comparaison " avant/après " mise en place du système de protection;
j) un schéma en vue du dessus représentant la disposition de la source d'onde, du système de protection et de l'équipement de mesure;
k) un tableau reprenant les différentes valeurs mesurées;
l) un schéma en vue de côté représentant les différentes courbes d'iso-valeurs qui sont estimées nécessaires à la compréhension de l'exposé;
m) les conclusions quant à la capacité du système de protection d'atténuer ou d'absorber les rayonnements non ionisants.
Art. 27. De resultaten van de meetcampagne worden aan de exploitant van de stationaire zendantenne gestuurd uiterlijk binnen zestig dagen volgend op de aanvraag om verslag.
De exploitant beschikt over vijftien dagen na ontvangst van de resultaten om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen of om deel te nemen aan een verhoor met het laboratorium. Na het verhoor maakt het laboratorium een verhoorverslag op.
Wanneer de opmerkingen van de exploitant gegrond zijn, onderzoekt het laboratorium zijn verslag opnieuw.
Het eindverslag wordt samen met de opmerkingen van de exploitant en, in voorkomend geval, van het proces-verbaal van het verhoor gestuurd aan de betrokken gemeente(n), aan de met toezicht belaste ambtenaar en aan de exploitant.
Art. 27. Les résultats de la campagne de mesures sont envoyés à l'exploitant de l'antenne émettrice stationnaire au plus tard dans les soixante jours qui suivent la demande de rapport.
L'exploitant dispose de quinze jours à dater de la réception des résultats pour faire valoir ses observations par écrit ou pour participer à une audition avec le laboratoire. Après l'audition, le laboratoire établit un rapport d'audition.
Lorsque les observations de l'exploitant sont fondées, le laboratoire réexamine son rapport.
Le rapport final, assorti des observations de l'exploitant et, le cas échéant, du procès-verbal de l'audition est envoyé à la ou les communes concernées, au fonctionnaire chargé de la surveillance et à l'exploitant.
Art. 28. Elk verslag dat op grond van artikel 6 van het decreet wordt opgemaakt, wordt onder elektronisch formaat pdf. aan het bestuur gezonden.
Art. 28. Tout rapport rédigé sur la base de l'article 6 du décret est envoyé à l'administration, sous format électronique pdf.
Art. 29. De verslagen opgemaakt voor het Ministerie van Landsverdediging, het ASTRID-net, de NMBS Holding en Belgocontrol worden niet bekendgemaakt, noch gezonden aan de betrokken gemeente(n) In dit geval stuurt het laboratorium laatstgenoemden de informatie volgens welke de stationaire zendantenne de in artikel 4 van het decreet bedoelde immissiegrens al dan niet naleeft, binnen de termijn bedoeld in artikel 6, § 1, derde lid, en § 2, vierde lid, van het decreet.
Art. 29. Les rapports établis pour le Ministère de la Défense, le réseau ASTRID, la SNCB Holding et Belgocontrol ne font l'objet d'aucune publicité et d'envoi au(x) commune(s) concernée(s). Dans ce cas, le laboratoire envoie à ces dernières dans le délai visé à l'article 6, § 1er, alinéa 3, et § 2, alinéa 4, du décret, l'information selon laquelle l'antenne émettrice stationnaire respecte ou non la limite d'immission visée à l'article 4 du décret.
TITEL IV. - Berekening van de termijnen en communicatiewijzen
TITRE IV. - Calcul des délais et modes de communication
Art. 30. Voor de toepassing van dit besluit worden de volgende communicatiewijzen gebruikt :
aangetekend schrijven met ontvangstbericht;
de betekening bij deurwaardersexploot;
neerlegging tegen ontvangstbewijs.
Wanneer de dag van ontvangst van een akte het begin van een termijn vormt, wordt die dag niet inbegrepen.
De vervaldatum wordt in die termijn meegerekend. Als die dag een zaterdag, zondag of wettelijke feestdag is, wordt de vervaldatum evenwel naar de volgende werkdag verschoven.
Art. 30. Pour l'application du présent arrêté, les modes de communication suivants sont utilisés :
lettre recommandée avec accusé de réception;
la signification par exploit d'huissier;
dépôt contre récépissé.
Lorsque le jour de la réception d'un acte constitue le point de départ d'un délai, il n'y est pas inclus.
Le jour de l'échéance est compté dans le délai. Toutefois, lorsque ce jour est un samedi, un dimanche ou un jour férié légal, le jour de l'échéance est reporté au jour ouvrable suivant.
TITEL V. - Controle
TITRE V. - Contrôle
Art. 31. De voor het laboratorium erkende verantwoordelijke machtigt de personeelsleden van het bestuur om op elk ogenblik toegang te hebben tot de lokalen.
Op verzoek deelt hij de personeelsleden van het bestuur elke informatie betreffende de uitgevoerde methoden en technieken mede.
Art. 31. Le responsable du laboratoire agréé autorise, à tout moment, l'accès des locaux aux agents de l'administration.
Il communique aux agents de l'administration, sur demande, tous renseignements relatifs aux méthodes et aux techniques mises en oeuvre.
TITEL VI. - Wijzigings-, overgangs- en slotbepalingen
TITRE VI. - Dispositions modificatives, transitoires et finales
Art. 32. De aanvragen om verslagen kunnen aan het " ISSeP " gericht worden en door laatstgenoemd behandeld worden zolang geen laboratorium zijn erkenning heeft gekregen.
Art. 32. Les demandes de rapports peuvent être adressées à l'ISSeP et traitées par ce dernier tant qu'aucun laboratoire n'a obtenu son agrément.
Art. 33. In artikel R. 87 van het regelgevend deel van Boek I van het Milieuwetboek wordt een punt 11° ingevoegd, luidend als volgt : " het decreet van 3 april 2009 betreffende de bescherming tegen de eventuele schadelijke effecten en de hinder van de niet-ioniserende stralingen die door stationaire zendantennes gegenereerd worden. "
Art. 33. Dans l'article R. 87 de la partie réglementaire du Livre Ier du Code de l'Environnement, il est inséré un 11° rédigé comme suit : " le décret du 3 avril 2009 relatif à la protection contre les éventuels effets nocifs et nuisances provoqués par les rayonnements non ionisants générés par des antennes émettrices stationnaires. "
Art. 34. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel R. 93bis ingevoegd, luidend als volgt : " De personeelsleden van het Operationeel Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu, die deel uitmaken van het Departement Ordehandhaving en Controles Wijzigingen worden belast met de opsporing en de vaststelling van de inbreuken op het decreet van 3 april 2009 betreffende de bescherming tegen de eventuele schadelijke effecten en de hinder van de niet-ioniserende stralingen die door stationaire zendantennes gegenereerd worden. "
Art. 34. Dans le même Code, il est inséré un article R. 93bis rédigé comme suit : " Les agents de la Direction générale opérationnelle Agriculture, Ressources naturelles et Environnement appartenant au Département de la Police et des Contrôles sont chargés de rechercher et de constater les infractions au décret du 3 avril 2009 relatif à la protection de l'environnement contre les effets nocifs provoqués par les rayonnements non-ionisants générés par des antennes émettrices stationnaires. "
Art. 35. De Minister van Leefmilieu is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 35. Le Ministre de l'Environnement est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Namen, 9 februari 2012.
De Minister-President,
R. DEMOTTE
De Minister van Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit,
Ph. HENRY
Namur, le 9 février 2012.
Le Ministre-Président,
R. DEMOTTE
Le Ministre de l'Environnement, de l'Aménagement du Territoire et de la Mobilité,
Ph. HENRY
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 1. - Formulier voor de erkenningsaanvraag inzake niet-ioniserende stralingen
(Formulier niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 13-03-2012, p. 15477-15479)
Art. N1. Annexe 1. - Formulaire de demande d'agrément en matière de rayonnements non ionisants
(Formulaire non repris pour des raisons techniques, voir M.B. du 13-03-2012, p. 15451-15453)
Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 9 februari 2012 betreffende diverse maatregelen voor de uitvoering het decreet van 3 april 2009 betreffende de bescherming tegen de eventuele schadelijke effecten en de hinder van de niet-ioniserende stralingen die door stationaire zendantennes gegenereerd worden.
Namen, 9 februari 2012.
De Minister-President,
R. DEMOTTE
De Minister van Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit,
Ph. HENRY
Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement wallon du 9 février 2012 relatif à diverses mesures d'exécution du décret du 3 avril 2009 relatif à la protection contre les éventuels effets nocifs et nuisances provoqués par les rayonnements non ionisants générés par des antennes émettrices stationnaires.
Namur, le 9 février 2012.
Le Ministre-Président,
R. DEMOTTE
Le Ministre de l'Environnement, de l'Aménagement du Territoire et de la Mobilité,
Ph. HENRY
Art. N2. Bijlage 2. - Verslag over de controle op en de meting van de niet-ioniserende stralingen die door stationaire zendantennes gegenereerd worden
(Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 13-03-2012, p. 15480-15484)
Art. N2. Annexe 2. - Rapport de contrôle et de mesure des rayonnements non ionisants générés par des antennes émettrices stationnaires
(Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 13-03-2012, p. 15454-15458)
Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 9 februari 2012 betreffende diverse maatregelen voor de uitvoering het decreet van 3 april 2009 betreffende de bescherming tegen de eventuele schadelijke effecten en de hinder van de niet-ioniserende stralingen die door stationaire zendantennes gegenereerd worden.
Namen, 9 februari 2012.
De Minister-President,
R. DEMOTTE
De Minister van Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit,
Ph. HENRY
Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement wallon du 9 février 2012 relatif à diverses mesures d'exécution du décret du 3 avril 2009 relatif à la protection contre les éventuels effets nocifs et nuisances provoqués par les rayonnements non ionisants générés par des antennes émettrices stationnaires.
Namur, le 9 février 2012.
Le Ministre-Président,
R. DEMOTTE
Le Ministre de l'Environnement, de l'Aménagement du Territoire et de la Mobilité,
Ph. HENRY