Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
20 JULI 2012. - Wet tot wijziging van de wet van 28 december 2011 houdende diverse bepalingen, wat betreft het pensioen van de werknemers en houdende nieuwe overgangsmaatregelen inzake het vervroegd rustpensioen van de werknemers
Titre
20 JUILLET 2012. - Loi modifiant la loi du 28 décembre 2011 portant des dispositions diverses, en ce qui concerne la pension des travailleurs salariés et portant de nouvelles mesures transitoires en matière de pension de retraite anticipée des travailleurs salariés
Documentinformatie
Numac: 2012022297
Datum: 2012-07-20
Info du document
Numac: 2012022297
Date: 2012-07-20
Inhoud
Tekst (22)
Texte (22)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition introductive
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Vervroegd pensioen
CHAPITRE 2. - Pension anticipée
Art.2. In artikel 4 van het koninklijk besluit van 23 december 1996 tot uitvoering van de artikelen 15, 16 en 17 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 21 maart 1997 bekrachtigd bij de wet van 26 juni 1997, bij het koninklijk besluit van 23 april 1997 bekrachtigd bij de wet van 12 december 1997, en bij de wetten van 27 december 2004 en 28 december 2011, worden de paragrafen 3bis, 3ter en 3quater ingevoegd, luidende :
" § 3bis. In afwijking van paragrafen 1 en 2, kan de belanghebbende, die voor 1 januari 1956 is geboren en op 31 december 2012 een loopbaan van ten minste 32 kalenderjaren zoals bepaald in paragraaf 2 bewijst, op zijn aanvraag, zijn vervroegd pensioen opnemen ten vroegste op de eerste dag van de maand volgend op deze tijdens dewelke hij de leeftijd van 62 jaar bereikt voor zover hij een loopbaan van ten minste 37 kalenderjaren zoals bepaald in paragraaf 2 bewijst.
§ 3ter. In afwijking van paragraaf 1, 2° wordt de leeftijd voor de pensioenen die ingaan in de maand januari 2014 vastgesteld overeenkomstig paragraaf 1, 1°. In afwijking van paragraaf 2, 2° wordt de vereiste loopbaanvoorwaarde voor de pensioenen die ingaan in de maand januari 2014 vastgesteld overeenkomstig paragraaf 2, 1°.
In afwijking van paragraaf 1, 3° wordt de leeftijd voor de pensioenen die ingaan in de maand januari 2015 vastgesteld overeenkomstig paragraaf 1, 2°. In afwijking van paragraaf 2, 3° wordt de vereiste loopbaanvoorwaarde voor de pensioenen die ingaan in de maand januari 2015 vastgesteld overeenkomstig paragraaf 2, 2°.
In afwijking van paragraaf 1, 4° wordt de leeftijd voor de pensioenen die ingaan in de maand januari 2016 vastgesteld overeenkomstig paragraaf 1, 3°.
§ 3quater. De belanghebbende die op een bepaald ogenblik voldoet aan de in de paragrafen 1 tot en met 3ter bedoelde leeftijds- en loopbaanvoorwaarden, behoudt het recht om op een latere datum vervroegd met pensioen te gaan, ongeacht de datum waarop het pensioen later daadwerkelijk ingaat. "
" § 3bis. In afwijking van paragrafen 1 en 2, kan de belanghebbende, die voor 1 januari 1956 is geboren en op 31 december 2012 een loopbaan van ten minste 32 kalenderjaren zoals bepaald in paragraaf 2 bewijst, op zijn aanvraag, zijn vervroegd pensioen opnemen ten vroegste op de eerste dag van de maand volgend op deze tijdens dewelke hij de leeftijd van 62 jaar bereikt voor zover hij een loopbaan van ten minste 37 kalenderjaren zoals bepaald in paragraaf 2 bewijst.
§ 3ter. In afwijking van paragraaf 1, 2° wordt de leeftijd voor de pensioenen die ingaan in de maand januari 2014 vastgesteld overeenkomstig paragraaf 1, 1°. In afwijking van paragraaf 2, 2° wordt de vereiste loopbaanvoorwaarde voor de pensioenen die ingaan in de maand januari 2014 vastgesteld overeenkomstig paragraaf 2, 1°.
In afwijking van paragraaf 1, 3° wordt de leeftijd voor de pensioenen die ingaan in de maand januari 2015 vastgesteld overeenkomstig paragraaf 1, 2°. In afwijking van paragraaf 2, 3° wordt de vereiste loopbaanvoorwaarde voor de pensioenen die ingaan in de maand januari 2015 vastgesteld overeenkomstig paragraaf 2, 2°.
In afwijking van paragraaf 1, 4° wordt de leeftijd voor de pensioenen die ingaan in de maand januari 2016 vastgesteld overeenkomstig paragraaf 1, 3°.
§ 3quater. De belanghebbende die op een bepaald ogenblik voldoet aan de in de paragrafen 1 tot en met 3ter bedoelde leeftijds- en loopbaanvoorwaarden, behoudt het recht om op een latere datum vervroegd met pensioen te gaan, ongeacht de datum waarop het pensioen later daadwerkelijk ingaat. "
Art.2. Dans l'article 4 de l'arrêté royal du 23 décembre 1996 portant exécution des articles 15, 16 et 17 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions, modifié par l'arrêté royal du 21 mars 1997 confirmé par la loi du 26 juin 1997, par l'arrêté royal du 23 avril 1997 confirmé par la loi du 12 décembre 1997, et par les lois des 27 décembre 2004 et 28 décembre 2011, sont insérés les paragraphes 3bis, 3ter et 3quater rédigés comme suit :
" § 3bis. Par dérogation aux paragraphes 1er et 2, l'intéressé, qui est né avant le 1er janvier 1956 et qui prouve, au 31 décembre 2012, une carrière d'au moins 32 années civiles telles que définies au paragraphe 2, peut, à sa demande, prendre sa pension de retraite anticipée au plus tôt le 1er jour du mois suivant celui au cours duquel il atteint l'âge de 62 ans pour autant qu'il prouve une carrière d'au moins 37 années civiles telles que définies au paragraphe 2.
§ 3ter. Par dérogation au paragraphe 1er, 2°, l'âge pour les pensions prenant cours au mois de janvier 2014 est fixé conformément au paragraphe 1er, 1°. Par dérogation au paragraphe 2, 2°, la condition de carrière requise pour les pensions prenant cours au mois de janvier 2014 est fixée conformément au paragraphe 2, 1°.
Par dérogation au paragraphe 1er, 3°, l'âge pour les pensions prenant cours au mois de janvier 2015 est fixé conformément au paragraphe 1er, 2°. Par dérogation au paragraphe 2, 3°, la condition de carrière requise pour les pensions prenant cours au mois de janvier 2015 est fixée conformément au paragraphe 2, 2°.
Par dérogation au paragraphe 1er, 4°, l'âge pour les pensions prenant cours au mois de janvier 2016 est fixé conformément au paragraphe 1er, 3°.
§ 3quater. L'intéressé qui, à un moment donné, remplit les conditions d'âge et de carrière visées aux paragraphes 1er à 3ter, conserve le droit de prendre anticipativement sa pension à une date ultérieure, quelle que soit par la suite la date de prise de cours effective de la pension. "
" § 3bis. Par dérogation aux paragraphes 1er et 2, l'intéressé, qui est né avant le 1er janvier 1956 et qui prouve, au 31 décembre 2012, une carrière d'au moins 32 années civiles telles que définies au paragraphe 2, peut, à sa demande, prendre sa pension de retraite anticipée au plus tôt le 1er jour du mois suivant celui au cours duquel il atteint l'âge de 62 ans pour autant qu'il prouve une carrière d'au moins 37 années civiles telles que définies au paragraphe 2.
§ 3ter. Par dérogation au paragraphe 1er, 2°, l'âge pour les pensions prenant cours au mois de janvier 2014 est fixé conformément au paragraphe 1er, 1°. Par dérogation au paragraphe 2, 2°, la condition de carrière requise pour les pensions prenant cours au mois de janvier 2014 est fixée conformément au paragraphe 2, 1°.
Par dérogation au paragraphe 1er, 3°, l'âge pour les pensions prenant cours au mois de janvier 2015 est fixé conformément au paragraphe 1er, 2°. Par dérogation au paragraphe 2, 3°, la condition de carrière requise pour les pensions prenant cours au mois de janvier 2015 est fixée conformément au paragraphe 2, 2°.
Par dérogation au paragraphe 1er, 4°, l'âge pour les pensions prenant cours au mois de janvier 2016 est fixé conformément au paragraphe 1er, 3°.
§ 3quater. L'intéressé qui, à un moment donné, remplit les conditions d'âge et de carrière visées aux paragraphes 1er à 3ter, conserve le droit de prendre anticipativement sa pension à une date ultérieure, quelle que soit par la suite la date de prise de cours effective de la pension. "
Art.3. In de wet van 28 december 2011 houdende diverse bepalingen, wordt een artikel 107/1 ingevoegd, luidende :
" Art. 107/1. De belanghebbende die, op 31 december 2012, voldoet aan de leeftijds- en loopbaanvoorwaarden om een vervroegd rustpensioen te verkrijgen, bedoeld in artikel 4 van het voormelde koninklijk besluit van 23 december 1996, zoals van kracht voor zijn wijziging door artikel 107 van deze wet, behoudt het recht om op een latere datum vervroegd met pensioen te gaan, ongeacht de datum waarop het pensioen later daadwerkelijk ingaat. "
" Art. 107/1. De belanghebbende die, op 31 december 2012, voldoet aan de leeftijds- en loopbaanvoorwaarden om een vervroegd rustpensioen te verkrijgen, bedoeld in artikel 4 van het voormelde koninklijk besluit van 23 december 1996, zoals van kracht voor zijn wijziging door artikel 107 van deze wet, behoudt het recht om op een latere datum vervroegd met pensioen te gaan, ongeacht de datum waarop het pensioen later daadwerkelijk ingaat. "
Art.3. Dans la loi du 28 décembre 2011 portant des dispositions diverses, il est inséré un article 107/1 rédigé comme suit :
" Art. 107/1. L'intéressé qui, au 31 décembre 2012, remplit les conditions d'âge et de carrière pour obtenir une pension de retraite anticipée, visées à l'article 4 de l'arrêté royal du 23 décembre 1996 précité, tel qu'en vigueur avant sa modification par l'article 107 de la présente loi, conserve le droit de prendre anticipativement sa pension à une date ultérieure, quelle que soit par la suite la date de prise de cours effective de la pension. "
" Art. 107/1. L'intéressé qui, au 31 décembre 2012, remplit les conditions d'âge et de carrière pour obtenir une pension de retraite anticipée, visées à l'article 4 de l'arrêté royal du 23 décembre 1996 précité, tel qu'en vigueur avant sa modification par l'article 107 de la présente loi, conserve le droit de prendre anticipativement sa pension à une date ultérieure, quelle que soit par la suite la date de prise de cours effective de la pension. "
Art.4. Artikel 108 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
" Art. 108. De Koning neemt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, overgangsmaatregelen voor :
1° de werknemers waarvan de opzeggingstermijn is ingegaan voor 1 januari 2012 en eindigt of had moeten eindigen na 31 december 2012;
2° de werknemers die, buiten het kader van een conventioneel brugpensioen, voor 28 november 2011, in onderling overleg met hun werkgever een overeenkomst van vervroegde uittreding hebben afgesloten die ten vroegste vervalt op de leeftijd van 60 jaar voor zover deze werknemers op dat ogenblik een loopbaan van ten minste 35 jaren bewijzen;
3° de werknemers die een aanvraag tot vervroegd pensioen hebben ingediend voor 28 november 2011. "
" Art. 108. De Koning neemt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, overgangsmaatregelen voor :
1° de werknemers waarvan de opzeggingstermijn is ingegaan voor 1 januari 2012 en eindigt of had moeten eindigen na 31 december 2012;
2° de werknemers die, buiten het kader van een conventioneel brugpensioen, voor 28 november 2011, in onderling overleg met hun werkgever een overeenkomst van vervroegde uittreding hebben afgesloten die ten vroegste vervalt op de leeftijd van 60 jaar voor zover deze werknemers op dat ogenblik een loopbaan van ten minste 35 jaren bewijzen;
3° de werknemers die een aanvraag tot vervroegd pensioen hebben ingediend voor 28 november 2011. "
Art.4. L'article 108 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
" Art. 108. Le Roi prend, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, des mesures transitoires pour :
1° les travailleurs salariés dont le préavis débute avant le 1er janvier 2012 et qui prend fin ou aurait dû prendre fin après le 31 décembre 2012;
2° les travailleurs salariés qui ont conclu avec leur employeur en dehors du cadre d'une prépension conventionnelle, avant le 28 novembre 2011, une convention de départ anticipé venant à échéance au plus tôt à l'âge de 60 ans, pour autant qu'à ce moment, ces travailleurs justifient une carrière d'au moins 35 ans;
3° les travailleurs salariés qui ont introduit une demande de pension anticipée avant le 28 novembre 2011. "
" Art. 108. Le Roi prend, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, des mesures transitoires pour :
1° les travailleurs salariés dont le préavis débute avant le 1er janvier 2012 et qui prend fin ou aurait dû prendre fin après le 31 décembre 2012;
2° les travailleurs salariés qui ont conclu avec leur employeur en dehors du cadre d'une prépension conventionnelle, avant le 28 novembre 2011, une convention de départ anticipé venant à échéance au plus tôt à l'âge de 60 ans, pour autant qu'à ce moment, ces travailleurs justifient une carrière d'au moins 35 ans;
3° les travailleurs salariés qui ont introduit une demande de pension anticipée avant le 28 novembre 2011. "
Art.5. In artikel 109 van dezelfde wet, worden de woorden " artikelen 107 en 108 " vervangen door de woorden " artikelen 107 tot 108 ".
Art.5. Dans l'article 109 de la même loi, les mots " des articles 107 et 108 " sont remplacés par les mots " des articles 107 à 108 ".
Art.6. De bepalingen van artikelen 2 tot 5 zijn van toepassing op de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste op 1 januari 2013 ingaan.
Art.6. Les dispositions des articles 2 à 5 sont applicables aux pensions qui prennent cours effectivement et pour la première fois au plus tôt le 1er janvier 2013.
Art.7. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2013.
Art.7. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er janvier 2013.
HOOFDSTUK 3. - Beroepsjournalisten
CHAPITRE 3. - Journalistes professionnels
Art.8. De artikelen 117 tot 118 van de wet van 28 december 2011 houdende diverse bepalingen worden ingetrokken.
Art.8. Les articles 117 à 118 de la loi du 28 décembre 2011 portant des dispositions diverses sont retirés.
Art.9. In artikel 119 van dezelfde wet worden de woorden " de voormelde koninklijke besluiten van 3 november 1969 en van 27 juli 1971 " vervangen door de woorden " het voormelde koninklijk besluit van 3 november 1969 ".
Art.9. Dans l'article 119 de la même loi, les mots " les arrêtés royaux du 3 novembre 1969 et du 27 juillet 1971 précités " sont remplacés par les mots " l'arrêté royal du 3 novembre 1969 précité ".
Art.10. In dezelfde wet, wordt er een artikel 119/1 ingevoegd, luidende :
" Art. 119/1. Elk jaar brengt de Rijksdienst voor Pensioenen bij de minister bevoegd voor Pensioenen verslag uit over de financiële toestand die voortvloeit uit de toepassing van het koninklijk besluit van 27 juli 1971 tot vaststelling voor de beroepsjournalisten, van de bijzondere regelen betreffende het ingaan van het recht op pensioen en van de bijzondere toepassingsmodaliteiten van het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, van de wet van 20 juli 1990 tot instelling van een flexibele pensioenleeftijd voor werknemers en tot aanpassing van de werknemerspensioenen aan de evolutie van het algemeen welzijn en van het koninklijk besluit van 23 december 1996 tot uitvoering van de artikelen 15, 16 en 17 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels.
In overleg met de sociale partners en na advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor Pensioenen kan de Koning, in functie van dit jaarlijks verslag, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de bepalingen bedoeld bij de artikelen 3, § 1, eerste en achtste lid van het voormeld koninklijk besluit van 27 juli 1971 aanpassen met het oog op het verzekeren van het financieel evenwicht van het stelsel. ".
" Art. 119/1. Elk jaar brengt de Rijksdienst voor Pensioenen bij de minister bevoegd voor Pensioenen verslag uit over de financiële toestand die voortvloeit uit de toepassing van het koninklijk besluit van 27 juli 1971 tot vaststelling voor de beroepsjournalisten, van de bijzondere regelen betreffende het ingaan van het recht op pensioen en van de bijzondere toepassingsmodaliteiten van het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, van de wet van 20 juli 1990 tot instelling van een flexibele pensioenleeftijd voor werknemers en tot aanpassing van de werknemerspensioenen aan de evolutie van het algemeen welzijn en van het koninklijk besluit van 23 december 1996 tot uitvoering van de artikelen 15, 16 en 17 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels.
In overleg met de sociale partners en na advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor Pensioenen kan de Koning, in functie van dit jaarlijks verslag, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de bepalingen bedoeld bij de artikelen 3, § 1, eerste en achtste lid van het voormeld koninklijk besluit van 27 juli 1971 aanpassen met het oog op het verzekeren van het financieel evenwicht van het stelsel. ".
Art.10. Dans la même loi, il est inséré un article 119/1 rédigé comme suit :
" Art. 119/1. Chaque année, l'Office national des Pensions fait rapport au ministre qui a les Pensions dans ses attributions sur la situation financière résultant de l'application de l'arrêté royal du 27 juillet 1971 déterminant pour les journalistes professionnels les règles spéciales pour l'ouverture du droit à la pension et les modalités spéciales d'application de l'arrêté royal n° 50 du 24 octobre 1967, relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs salariés, de la loi du 20 juillet 1990 instaurant un âge flexible de la retraite pour les travailleurs salariés et adaptant les pensions des travailleurs salariés à l'évolution du bien-être général et de l'arrêté royal du 23 décembre 1996 portant exécution des articles 15, 16 et 17 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions.
En concertation avec les partenaires sociaux et après avis du Comité de gestion de l'Office national des Pensions, le Roi peut, sur base de ce rapport annuel, adapter par arrêté délibéré en Conseil des ministres, les dispositions prévues aux articles 3, § 1er, alinéa 1er et 8 de l'arrêté royal du 27 juillet 1971 précité afin d'assurer l'équilibre financier du régime. "
" Art. 119/1. Chaque année, l'Office national des Pensions fait rapport au ministre qui a les Pensions dans ses attributions sur la situation financière résultant de l'application de l'arrêté royal du 27 juillet 1971 déterminant pour les journalistes professionnels les règles spéciales pour l'ouverture du droit à la pension et les modalités spéciales d'application de l'arrêté royal n° 50 du 24 octobre 1967, relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs salariés, de la loi du 20 juillet 1990 instaurant un âge flexible de la retraite pour les travailleurs salariés et adaptant les pensions des travailleurs salariés à l'évolution du bien-être général et de l'arrêté royal du 23 décembre 1996 portant exécution des articles 15, 16 et 17 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions.
En concertation avec les partenaires sociaux et après avis du Comité de gestion de l'Office national des Pensions, le Roi peut, sur base de ce rapport annuel, adapter par arrêté délibéré en Conseil des ministres, les dispositions prévues aux articles 3, § 1er, alinéa 1er et 8 de l'arrêté royal du 27 juillet 1971 précité afin d'assurer l'équilibre financier du régime. "
Art.11. In artikel 120 van dezelfde wet worden de woorden " De bepalingen van artikelen 116 tot 118 " vervangen door de woorden " De bepalingen van artikel 116 ".
Art.11. Dans l'article 120 de la même loi, les mots " Les dispositions des articles 116 à 118 " sont remplacés par les mots " Les dispositions de l'article 116 ".
Art.12. Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2012, met uitzondering van artikel 10 dat in werking treedt op 1 januari 2013.
Art.12. Le présent chapitre produit ses effets le 1er janvier 2012, à l'exception de l'article 10 qui entre en vigueur le 1er janvier 2013.
HOOFDSTUK 4. - Gelijkgestelde periodes
CHAPITRE 4. - Périodes assimilées
Art.13. In artikel 122 van de wet van 28 december 2011 houdende diverse bepalingen, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden " in afwijking van artikel 8 van het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers " worden vervangen door de woorden " onverminderd artikel 8 van het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers ";
2° de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt :
" 2° de periodes van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag gelegen voor de leeftijd van 60 jaar, met uitzondering van de stelsels van werkloosheid met bedrijfstoeslag die werden genomen ter uitvoering van de volgende bepalingen :
a) hoofdstuk VII van het koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot regeling van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag;
b) artikel 3, §§ 1, 3, 6 en 7, van voormeld koninklijk besluit van 3 mei 2007;
c) artikel 3, §§ 2, 4 en 5, van voormeld koninklijk besluit van 3 mei 2007, uitsluitend voor de maanden volgend op deze tijdens dewelke de werknemer de leeftijd van 59 jaar bereikt; ".
1° de woorden " in afwijking van artikel 8 van het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers " worden vervangen door de woorden " onverminderd artikel 8 van het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers ";
2° de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt :
" 2° de periodes van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag gelegen voor de leeftijd van 60 jaar, met uitzondering van de stelsels van werkloosheid met bedrijfstoeslag die werden genomen ter uitvoering van de volgende bepalingen :
a) hoofdstuk VII van het koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot regeling van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag;
b) artikel 3, §§ 1, 3, 6 en 7, van voormeld koninklijk besluit van 3 mei 2007;
c) artikel 3, §§ 2, 4 en 5, van voormeld koninklijk besluit van 3 mei 2007, uitsluitend voor de maanden volgend op deze tijdens dewelke de werknemer de leeftijd van 59 jaar bereikt; ".
Art.13. Dans l'article 122 de la loi du 28 décembre 2011 portant des dispositions diverses, les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots " par dérogation à l'article 8 de l'arrêté royal n° 50 du 24 octobre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs salariés " sont remplacés par les mots " sans préjudice de l'article 8 de l'arrêté royal n° 50 du 24 octobre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs salariés ";
2° le 2° est remplacé par ce qui suit :
" 2° aux périodes de régime de chômage avec complément d'entreprise prises avant l'âge de 60 ans, à l'exception des régimes de chômage avec complément d'entreprise pris en exécution des dispositions suivantes :
a) le chapitre VII de l'arrêté royal du 3 mai 2007 fixant le régime de chômage avec complément d'entreprise;
b) l'article 3, §§ 1er, 3, 6 et 7, de l'arrêté royal du 3 mai 2007 précité;
c) l'article 3, §§ 2, 4 et 5, de l'arrêté royal du 3 mai 2007 précité, uniquement pour les mois suivants celui au cours duquel le travailleur salarié atteint l'âge de 59 ans; ".
1° les mots " par dérogation à l'article 8 de l'arrêté royal n° 50 du 24 octobre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs salariés " sont remplacés par les mots " sans préjudice de l'article 8 de l'arrêté royal n° 50 du 24 octobre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs salariés ";
2° le 2° est remplacé par ce qui suit :
" 2° aux périodes de régime de chômage avec complément d'entreprise prises avant l'âge de 60 ans, à l'exception des régimes de chômage avec complément d'entreprise pris en exécution des dispositions suivantes :
a) le chapitre VII de l'arrêté royal du 3 mai 2007 fixant le régime de chômage avec complément d'entreprise;
b) l'article 3, §§ 1er, 3, 6 et 7, de l'arrêté royal du 3 mai 2007 précité;
c) l'article 3, §§ 2, 4 et 5, de l'arrêté royal du 3 mai 2007 précité, uniquement pour les mois suivants celui au cours duquel le travailleur salarié atteint l'âge de 59 ans; ".
Art.14. Artikel 124 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
" Art. 124. Artikel 122 is niet van toepassing :
1° op de personen die voor 28 november 2011 ontslagen of in opzegging geplaatst werden met het oog op het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag;
2° op de personen die zich op 28 november 2011 in een periode bevonden van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, van gehele of gedeeltelijke vrijwillige loopbaanonderbreking, van tijdskrediet, van halftijds of 1/5 tijdskrediet voorbehouden aan werknemers van 50 jaar of ouder;
3° op de personen die een aanvraag tot het verkrijgen van een periode van loopbaanonderbreking of van tijdskrediet hebben ingediend en die voldoen aan de volgende cumulatieve voorwaarden :
a) de werkgever heeft de schriftelijke kennisgeving van de werknemer voor 28 november 2011 ontvangen;
b) de ontvangstdatum van het formulier op het bevoegde werkloosheidskantoor van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening is gelegen vóór 2 maart 2012;
c) de datum van aanvang van de periode van loopbaanonderbreking of van tijdskrediet is gelegen voor 3 april 2012. "
" Art. 124. Artikel 122 is niet van toepassing :
1° op de personen die voor 28 november 2011 ontslagen of in opzegging geplaatst werden met het oog op het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag;
2° op de personen die zich op 28 november 2011 in een periode bevonden van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, van gehele of gedeeltelijke vrijwillige loopbaanonderbreking, van tijdskrediet, van halftijds of 1/5 tijdskrediet voorbehouden aan werknemers van 50 jaar of ouder;
3° op de personen die een aanvraag tot het verkrijgen van een periode van loopbaanonderbreking of van tijdskrediet hebben ingediend en die voldoen aan de volgende cumulatieve voorwaarden :
a) de werkgever heeft de schriftelijke kennisgeving van de werknemer voor 28 november 2011 ontvangen;
b) de ontvangstdatum van het formulier op het bevoegde werkloosheidskantoor van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening is gelegen vóór 2 maart 2012;
c) de datum van aanvang van de periode van loopbaanonderbreking of van tijdskrediet is gelegen voor 3 april 2012. "
Art.14. L'article 124 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
" Art. 124. L'article 122 n'est pas applicable :
1° aux personnes qui, avant le 28 novembre 2011, ont été licenciées ou se trouvaient en préavis, en vue du régime de chômage avec complément d'entreprise;
2° aux personnes qui se trouvaient à la date du 28 novembre 2011 dans une période de régime de chômage avec complément d'entreprise, d'interruption de carrière volontaire complète ou partielle, de crédit-temps, de crédit-temps à mi-temps ou à concurrence de 1/5 réservées aux travailleurs salariés de 50 ans ou plus;
3° aux personnes qui ont demandé l'accès à une période d'interruption de carrière ou de crédit-temps et qui satisfont aux conditions cumulatives suivantes :
a) l'employeur a reçu l'avis écrit du travailleur avant le 28 novembre 2011;
b) la date de réception du formulaire par le bureau de chômage compétent de l'Office national de l'emploi se situe avant le 2 mars 2012;
c) la date de prise de cours de la période d'interruption de carrière ou de crédit-temps se situe avant le 3 avril 2012. "
" Art. 124. L'article 122 n'est pas applicable :
1° aux personnes qui, avant le 28 novembre 2011, ont été licenciées ou se trouvaient en préavis, en vue du régime de chômage avec complément d'entreprise;
2° aux personnes qui se trouvaient à la date du 28 novembre 2011 dans une période de régime de chômage avec complément d'entreprise, d'interruption de carrière volontaire complète ou partielle, de crédit-temps, de crédit-temps à mi-temps ou à concurrence de 1/5 réservées aux travailleurs salariés de 50 ans ou plus;
3° aux personnes qui ont demandé l'accès à une période d'interruption de carrière ou de crédit-temps et qui satisfont aux conditions cumulatives suivantes :
a) l'employeur a reçu l'avis écrit du travailleur avant le 28 novembre 2011;
b) la date de réception du formulaire par le bureau de chômage compétent de l'Office national de l'emploi se situe avant le 2 mars 2012;
c) la date de prise de cours de la période d'interruption de carrière ou de crédit-temps se situe avant le 3 avril 2012. "
Art.15. Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2012.
Art.15. Le présent chapitre produit ses effets le 1er janvier 2012.
HOOFDSTUK 5. - Bekrachtigingsbepaling
CHAPITRE 5. - Disposition confirmative
Art.16. In artikel 127 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 wordt het woord " 118 " opgeheven;
2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt :
" § 2. De machtiging verleend aan de Koning door de artikelen 87, 89, 91, tweede lid, 103, 105, vierde lid en 113 verstrijkt op 30 april 2012. Bij ontstentenis van bekrachtiging door de wet voor 31 juli 2012 worden de besluiten in uitvoering van deze artikelen geacht nooit uitwerking te hebben gehad.
De machtiging verleend aan de Koning door de artikelen 116, 119 en 123 verstrijkt op 30 september 2012. Bij ontstentenis van bekrachtiging door de wet voor 31 december 2012 worden de besluiten in uitvoering van deze artikelen geacht nooit uitwerking te hebben gehad.
De besluiten die bij wet zijn bekrachtigd zoals bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen enkel bij wet worden opgeheven, gewijzigd, aangevuld of vervangen. ".
1° in paragraaf 1 wordt het woord " 118 " opgeheven;
2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt :
" § 2. De machtiging verleend aan de Koning door de artikelen 87, 89, 91, tweede lid, 103, 105, vierde lid en 113 verstrijkt op 30 april 2012. Bij ontstentenis van bekrachtiging door de wet voor 31 juli 2012 worden de besluiten in uitvoering van deze artikelen geacht nooit uitwerking te hebben gehad.
De machtiging verleend aan de Koning door de artikelen 116, 119 en 123 verstrijkt op 30 september 2012. Bij ontstentenis van bekrachtiging door de wet voor 31 december 2012 worden de besluiten in uitvoering van deze artikelen geacht nooit uitwerking te hebben gehad.
De besluiten die bij wet zijn bekrachtigd zoals bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen enkel bij wet worden opgeheven, gewijzigd, aangevuld of vervangen. ".
Art.16. Dans l'article 127 de la même loi les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er le mot " 118 " est abrogé;
2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. L'habilitation conférée au Roi par les articles 87, 89, 91, alinéa 2, 103, 105, alinéa 4, et 113 expire le 30 avril 2012. A défaut de confirmation par la loi avant le 31 juillet 2012, les arrêtés pris en vertu de ces articles sont censés n'avoir jamais produit leurs effets.
L'habilitation conférée au Roi par les articles 116, 119 et 123 expire le 30 septembre 2012. A défaut de confirmation par la loi avant le 31 décembre 2012, les arrêtés pris en vertu de ces articles sont censés n'avoir jamais produit leurs effets.
Les arrêtés qui auront été confirmés comme prévu par les alinéas 1eret 2, ne pourront être abrogés, modifiés, complétés ou remplacés que par une loi. "
1° dans le paragraphe 1er le mot " 118 " est abrogé;
2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. L'habilitation conférée au Roi par les articles 87, 89, 91, alinéa 2, 103, 105, alinéa 4, et 113 expire le 30 avril 2012. A défaut de confirmation par la loi avant le 31 juillet 2012, les arrêtés pris en vertu de ces articles sont censés n'avoir jamais produit leurs effets.
L'habilitation conférée au Roi par les articles 116, 119 et 123 expire le 30 septembre 2012. A défaut de confirmation par la loi avant le 31 décembre 2012, les arrêtés pris en vertu de ces articles sont censés n'avoir jamais produit leurs effets.
Les arrêtés qui auront été confirmés comme prévu par les alinéas 1eret 2, ne pourront être abrogés, modifiés, complétés ou remplacés que par une loi. "
Art. 17. Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 9 januari 2012.
Art. 17. Le présent chapitre produit ses effets le 9 janvier 2012.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 20 juli 2012.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Pensioenen,
V. VAN QUICKENBORNE
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
Mevr. A. TURTELBOOM
Gegeven te Brussel, 20 juli 2012.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Pensioenen,
V. VAN QUICKENBORNE
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
Mevr. A. TURTELBOOM
Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soi revêtue du sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
Donné à Bruxelles, le 20 juillet 2012.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre des Pensions,
V. VAN QUICKENBORNE
Scellé du sceau de l'Etat :
La Ministre de la Justice,
Mme A. TURTELBOOM
Donné à Bruxelles, le 20 juillet 2012.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre des Pensions,
V. VAN QUICKENBORNE
Scellé du sceau de l'Etat :
La Ministre de la Justice,
Mme A. TURTELBOOM