Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
20 SEPTEMBER 2012. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 21 februari 2006 tot vaststelling van de voorwaarden inzake erkenning en toelating van inrichtingen in de diervoedersector en het koninklijk besluit van 16 januari 2006 tot vaststelling van de nadere regels van de erkenningen, toelatingen en voorafgaande registraties afgeleverd door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
Titre
20 SEPTEMBRE 2012. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 21 février 2006 fixant les conditions d'agrément et d'autorisation des établissements du secteur de l'alimentation des animaux et l'arrêté royal du 16 janvier 2006 fixant les modalités des agréments, des autorisations et des enregistrements préalables délivrés par l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire
Documentinformatie
Numac: 2012018363
Datum: 2012-09-20
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2012018363
Date: 2012-09-20
Moniteur: Voir
Tekst (12)
Texte (12)
Artikel 1. In artikel 2 van het koninklijk besluit van 21 februari 2006 tot vaststelling van de voorwaarden inzake erkenning en toelating van inrichtingen in de diervoedersector, vervangen door het koninklijk besluit van 28 juni 2011 :
- § 1, 4° wordt als volgt vervangen :
" 4° als kritiek beschouwde diervoeders :
a) de voedermiddelen en de mengvetten bedoeld in het deel " dioxinemonitoring " van bijlage II van de bovenvermelde Verordening (EG) n° 183/2005 van 12 januari 2005;
b) de volgende toevoegingsmiddelen :
- asbestvrije kaolinehoudende klei
- vermiculiet
- natroliet-fonoliet
- clinoptiloliet van sedimentaire oorsprong
- synthetisch calciumaluminaat. ".
- in § 1 wordt een punt 5° toegevoegd dat luidt als volgt :
" 5° diervoeders onderworpen aan EG-monitoring : de diervoeders bedoeld in het deel " dioxinemonitoring " van bijlage II van de bovenvermelde Verordening (EG) nr. 183/2005 van 12 januari 2005. "
- § 2, 2° wordt als volgt vervangen :
" 2° artikel 3 van de Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 en in bijlage I van de Verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie van 25 februari 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot uitvoering van Richtlijn 97/78/EG van de Raad wat betreft bepaalde monsters en producten die vrijgesteld zijn van veterinaire controles aan de grens krachtens die richtlijn gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 749/2011 van 29 juli 2011. ".
Article 1er. A l'article 2, de l'arrêté royal du 21 février 2006 fixant les conditions d'agrément et d'autorisation des établissements du secteur de l'alimentation des animaux, remplacé par l'arrêté royal du 28 juin 2011 :
- le § 1er, 4° est remplacé comme suit :
" 4° aliments pour animaux jugés critiques :
a) les matières premières pour aliments des animaux et les graisses mélangées visées à la partie " surveillance de la dioxine " de l'annexe II du Règlement (CE) n° 183/2005 du 12 janvier 2005 précité;
b) les additifs suivants :
- argiles kaolinitiques exemptes d'amiante
- vermiculite
- natrolite-phonolite
- clinoptilolite d'origine sédimentaire
- aluminate de calcium synthétique. ".
- au § 1er est inséré un point 5° rédigé comme suit :
" 5° aliments soumis au monitoring de la CE : les aliments pour animaux visés à la partie " surveillance de la dioxine " de l'annexe II du Règlement (CE) n° 183/2005 du 12 janvier 2005 précité. "
- le § 2, 2° est remplacé comme suit :
" 2° à l'article 3 du Règlement (CE) n° 1069/2009 du Parlement européen et du Conseil du 21 octobre 2009 établissant des règles sanitaires applicables aux sous-produits animaux et produits dérivés non destinés à la consommation humaine et abrogeant le Règlement (CE) n° 1774/2002 et à l'annexe Ire du Règlement (UE) n° 142/2011 de la Commission du 25 février 2011 portant application du Règlement (CE) n° 1069/2009 du Parlement européen et du Conseil établissant des règles sanitaires applicables aux sous-produits animaux et produits dérivés non destinés à la consommation humaine et portant application de la Directive 97/78/CE du Conseil en ce qui concerne certains échantillons et articles exemptés des contrôles vétérinaires effectués aux frontières en vertu de cette directive modifié par le Règlement (UE) n° 749/2011 du 29 juillet 2011. ".
Art. 2. In de artikelen 4, 6 en 7 van hetzelfde besluit worden de woorden " Verordening (EG) nr. 1774/2002 van 3 oktober 2002 " vervangen door de woorden " Verordening (EG) nr. 1069/2009 van 21 oktober 2009. ".
Art. 2. Aux articles 4, 6 et 7 du même arrêté, les mots " Règlement (CE) n° 1774/2002 du 3 octobre 2002 " sont remplacés par les mots " Règlement (CE) n° 1069/2009 du 21 octobre 2009. ".
Art. 3. Artikel 8 van hetzelfde besluit wordt als volgt vervangen :
" Om te kunnen worden toegelaten voor het in de handel brengen van als kritiek beschouwde diervoeders, bedoeld in artikel 2, § 1, 4, b), moet de inrichting in de diervoedersector, bovenop de in artikel 3 bedoelde vereisten, voldoen aan de bijzondere voorwaarden van bijlage IV. "
Art. 3. L'article 8 du même arrêté est remplacé comme suit :
" Pour pouvoir être autorisé pour la mise sur le marché des aliments jugés critiques visés à l'article 2, § 1er, 4°, b), l'établissement du secteur de l'alimentation animale doit, outre les exigences visées à l'article 3, satisfaire aux conditions spécifiques de l'annexe IV. "
Art. 4. Een artikel 8/1 wordt in hetzelfde besluit ingevoegd en luidt als volgt :
" Art. 8/1. Om te kunnen worden erkend of toegelaten, moet de inrichting in de diervoedersector die diervoeders onderworpen aan EG-monitoring in de handel brengt, bovenop de in artikel 3 bedoelde vereisten, voldoen aan :
de voorschriften van de bovenvermelde Verordening (EG) nr. 1069/2009 van 21 oktober 2009, indien van toepassing;
de bijzondere voorwaarden van bijlage V. ".
Art. 4. Dans le même arrêté, il est inséré un article 8/1, rédigé comme suit;
" Art. 8/1. Pour pouvoir être agréé ou autorisé, l'établissement du secteur de l'alimentation animale qui met sur le marché des aliments soumis au monitoring de la CE doit, outre les exigences visées à l'article 3, satisfaire aux :
prescriptions du Règlement (CE) n° 1069/2009 du 21 octobre 2009 précité, si d'application;
conditions spécifiques de l'annexe V. ".
Art. 5. § 1. In de bijlage I van hetzelfde besluit wordt het punt I, 4 vervangen door :
" 4. De exploitant van een diervoederinrichting houdt als kritiek beschouwde diervoeders zoals bedoeld in artikel 2, § 1, 4, b) alleen in zijn bezit als die vergezeld zijn van het in bijlage IV bedoelde analyserapport.
Niettemin mogen ingevoerde als kritiek beschouwde diervoeders, bij afwijking van het voorafgaande lid, in de inrichtingen worden opgeslagen in afwachting van het analyseresultaat en op voorwaarde dat het Agentschap hiermee heeft ingestemd. "
§ 2. In de bijlage I van hetzelfde besluit worden de woorden " bijzondere stikstofverbindingen " geschrapt in II, 2, d.
Art. 5. § 1er. Dans l'annexe Ire du même arrêté, le point Ier, 4, est remplacé par la mention suivante :
" 4. L'exploitant du secteur de l'alimentation animale ne détient des aliments pour animaux jugés critiques visés à l'article 2, § 1er, 4°, b) que s'ils sont accompagnés du rapport d'analyse visé à l'annexe IV.
Toutefois, par dérogation à l'alinéa précédent, si les aliments pour animaux jugés critiques sont importés, ces produits peuvent être stockés dans l'établissement en attendant le résultat de l'analyse, pour autant que l'Agence ait marqué son accord. "
§ 2. Dans l'annexe Ire du même arrêté, au II, 2, d, les mots " des composés azotés particuliers " sont supprimés.
Art. 6. De bijlage IV van hetzelfde besluit wordt vervangen door bijlage I van dit besluit.
Art. 6. L'annexe IV du même arrêté est remplacée par l'annexe Ire du présent arrêté.
Art. 7. In hetzelfde besluit wordt een bijlage V ingevoegd die overeenstemt met de bijlage II van dit besluit.
Art. 7. Dans le même arrêté est insérée une annexe V correspondant à l'annexe II du présent arrêté.
Art. 8. In bijlage II van het koninklijk besluit van 16 januari 2006 tot vaststelling van de nadere regels van de erkenningen, toelatingen en voorafgaande registraties afgeleverd door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, wordt punt 8, vervangen door het koninklijk besluit van 30 juli 2008 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 augustus 2012, aangevuld met de punten 8.12, 8.13, 8.14 en 8.15 die als volgt luiden :
Art. 8. A l'annexe II de l'arrêté royal du 16 janvier 2006 fixant les modalités des agréments, des autorisations et des enregistrements préalables délivrés par l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire, le point 8, remplacé par l'arrêté royal du 30 juillet 2008 et modifié par l'arrêté royal du 3 août 2012, est complété par les points 8.12, 8.13, 8.14 et 8.15 rédigés comme suit :
" 8.12.Inrichting voor de verwerking van plantaardige ruwe oliën niet gedekt door Verordening (EU) nr. 852/2004De productie voor het in de handel brengen van voedermiddelen afkomstig van de verwerking van plantaardige ruwe oliën met uitzondering van wat gedekt wordt door Verordening (EU) nr. 852/2004
8.13.Inrichting voor de oleochemische productie van vetzurenDe productie voor het in de handel brengen van voedermiddelen afkomstig van de oleochemische productie van vetzuren
8.14.Inrichting voor de productie van biodieselDe productie voor het in de handel brengen van voedermiddelen afkomstig van de productie van biodiesel
8.15.Inrichting voor het mengen van vetten De productie voor het in de handel brengen van diervoeder afkomstig van het mengen van ruwe oliën, geraffineerde oliën, dierlijke vetten, gerecupereerde oliën uit de levensmiddelen-industrie en/of afgeleide producten hiervan "
" 8.12.Inrichting voor de verwerking van plantaardige ruwe oliën niet gedekt door Verordening (EU) nr. 852/2004De productie voor het in de handel brengen van voedermiddelen afkomstig van de verwerking van plantaardige ruwe oliën met uitzondering van wat gedekt wordt door Verordening (EU) nr. 852/20048.13.Inrichting voor de oleochemische productie van vetzurenDe productie voor het in de handel brengen van voedermiddelen afkomstig van de oleochemische productie van vetzuren8.14.Inrichting voor de productie van biodieselDe productie voor het in de handel brengen van voedermiddelen afkomstig van de productie van biodiesel8.15.Inrichting voor het mengen van vetten De productie voor het in de handel brengen van diervoeder afkomstig van het mengen van ruwe oliën, geraffineerde oliën, dierlijke vetten, gerecupereerde oliën uit de levensmiddelen-industrie en/of afgeleide producten hiervan "
" 8.12.Etablissement pour la transformation d'huiles végétales brutes non couvert par le Règlement (UE) n° 852/2004La production pour la mise sur le marché de matières premières pour aliments des animaux issues de la transformation des huiles végétales brutes à l'exception de ce qui est couvert par le Règlement n° 852/2004
8.13.Etablissement pour la fabrication oléo-chimique d'acides grasLa production pour la mise sur le marché de matières premières pour aliments des animaux issues de la fabrication oléo-chimique d'acides gras
8.14.Etablissement pour la production de biodieselLa production pour la mise sur le marché de matières premières pour aliments des animaux issues de la production de biodiesel
8.15.Etablissement pour le mélange de graissesLa production pour la mise sur le marché d'aliments pour animaux issus du mélange d'huiles brutes, d'huiles raffinées, de graisses animales, d'huiles récupérées de l'industrie des denrées alimentaires et/ou de produits dérivés "
" 8.12.Etablissement pour la transformation d'huiles végétales brutes non couvert par le Règlement (UE) n° 852/2004La production pour la mise sur le marché de matières premières pour aliments des animaux issues de la transformation des huiles végétales brutes à l'exception de ce qui est couvert par le Règlement n° 852/20048.13.Etablissement pour la fabrication oléo-chimique d'acides grasLa production pour la mise sur le marché de matières premières pour aliments des animaux issues de la fabrication oléo-chimique d'acides gras8.14.Etablissement pour la production de biodieselLa production pour la mise sur le marché de matières premières pour aliments des animaux issues de la production de biodiesel8.15.Etablissement pour le mélange de graissesLa production pour la mise sur le marché d'aliments pour animaux issus du mélange d'huiles brutes, d'huiles raffinées, de graisses animales, d'huiles récupérées de l'industrie des denrées alimentaires et/ou de produits dérivés "
Art. 9. De minister bevoegd voor de Veiligheid van de Voedselketen is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 9. Le ministre qui a la Sécurité de la Chaîne alimentaire dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Gegeven te Trapani, 20 september 2012.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Landbouw,
Mevr. S. LARUELLE
Donné à Trapani, le 20 septembre 2012.
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre de l'Agriculture,
Mme S. LARUELLE
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. "Bijlage IV. - Bijzondere voorwaarden voor de toelating van inrichtingen in de diervoedersector die als kritiek beschouwde diervoeders zoals bedoeld in artikel 2, § 1, 4°, b) in de handel brengen.
I. Kwaliteitsbeheersing
1. De exploitant in de diervoedersector die als kritiek beschouwde diervoeders bedoeld in artikel 2, § 1, 4°, b) in de handel brengt, laat door een volgens de ISO 17020-normen geaccrediteerde keuringsinstelling op de vestigingsplaats van zijn bedrijf in drie exemplaren van 500 g een representatief monster nemen van elke partij als kritiek beschouwd diervoeder die voor het eerst in het verkeer wordt gebracht. Indien deze monsters genomen worden door het labo dat de analyses zal uitvoeren, dan volstaat de ISO 17025-norm. Elk exemplaar van het monster wordt door bovenvermelde instelling verzegeld en geëtiketteerd en moet worden bewaard in opslagomstandigheden die alle bederf of alle ongewone wijzigingen van de samenstelling onmogelijk maken.
De exploitant in de diervoedersector bezorgt het eerste exemplaar van het monster aan een laboratorium dat daartoe door het Agentschap is erkend of geaccrediteerd volgens de ISO 17025-normen, om het dioxinegehalte te laten bepalen van de in artikel 2, § 1, 4°, b) bedoelde als kritiek beschouwde diervoeders.
De exploitant in de diervoedersector stelt het Agentschap onverwijld in kennis van alle overschrijdingen van de normen voor ongewenste stoffen en houdt de betrokken partij ter beschikking.
De exploitant in de diervoedersector houdt het tweede exemplaar van het monster met het oog op de traceerbaarheid ter beschikking van het Agentschap en bewaart het derde exemplaar om zijn rechten te verdedigen gedurende zes maand nadat de betreffende partij in de handel is gebracht.
2. Elke partij als kritiek beschouwd diervoeder bedoeld in artikel 2, § 1, 4°, b) die door de exploitant in de diervoedersector in de handel wordt gebracht, gaat vergezeld van het rapport van de in I, 1 bedoelde analyse. Dat analyserapport vermeldt inzonderheid de naam van de keuringsinstelling die de bemonstering heeft uitgevoerd.
II. Bijhouden van registers
De documenten voor de traceerbaarheid van als kritiek beschouwde diervoeders moeten daarenboven de volgende gegevens bevatten :
i. de aard en hoeveelheid van de als kritiek beschouwde diervoeders bedoeld in artikel 2, § 1, 4°, b) die zijn geproduceerd of aangekocht, de productie- of ontvangstdatum ervan en, indien van toepassing, het nummer van de partij of van het productiegedeelte in geval van continue productie alsook de nauwkeurige aanduiding van de opslagplaats (tanknummer, silonummer,...) wanneer de voeders in bulk worden opgeslagen;
ii. de namen en adressen van de kopers aan wie als kritiek beschouwde voeders zijn geleverd met vermelding van het nummer van de partij of van het productiegedeelte in geval van continue productie, de leveringsdatum en de nauwkeurige aanduiding van de opslagplaats voor goederen in bulk. "
Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 20 september 2012 tot wijziging van het koninklijk besluit van 21 februari 2006 tot vaststelling van de voorwaarden inzake erkenning en toelating van inrichtingen in de diervoedersector en het koninklijk besluit van 16 januari 2006 tot vaststelling van de nadere regels van de erkenningen, toelatingen en voorafgaande registraties afgeleverd door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Landbouw,
Mevr. S. LARUELLE
Art. N1. - " Annexe IV. - Conditions spécifiques d'autorisation des établissements du secteur de l'alimentation animale mettant sur le marché des aliments pour animaux jugés critiques visés à l'article 2, § 1er, 4°, b)
I. Contrôle de la qualité
1. L'exploitant du secteur de l'alimentation animale qui met sur le marché des aliments pour animaux jugés critiques visés à l'article 2, § 1er, 4°, b), fait prélever sur les lieux même de son exploitation par un organisme d'inspection accrédité selon la norme ISO 17020, en trois exemplaires de 500 g, un échantillon représentatif de chaque lot d'aliments pour animaux jugés critiques mis en circulation pour la première fois. Dans le cas où ces échantillons sont pris par le labo qui va effectuer les analyses, la norme ISO 17025 suffit. Chaque exemplaire de l'échantillon est scellé et étiqueté par l'organisme précité et doit être conservé dans des conditions de stockage excluant toute modification anormale de composition ou toute altération.
L'exploitant du secteur de l'alimentation animale confie le premier exemplaire à un laboratoire agréé à cet effet par l'Agence ou accrédité à cette fin selon les normes ISO 17025, en vue de la détermination de la teneur en dioxines pour les aliments pour animaux jugés critiques visés à l'article 2, § 1er, 4°, b).
L'exploitant du secteur de l'alimentation animale notifie sans délai à l'Agence tout dépassement des normes en substances indésirables et maintient le lot concerné à sa disposition.
L'exploitant du secteur de l'alimentation animale conserve le deuxième exemplaire dans un but de traçabilité à la disposition de l'Agence et le troisième exemplaire pour la défense de ses droits durant les six mois qui suivent la date de mise sur le marché du lot concerné.
2. Chaque lot d'aliments pour animaux jugés critiques visés à l'article 2, § 1er, 4°, b) mis sur le marché par l'exploitant du secteur de l'alimentation animale est accompagné du rapport de l'analyse visée au point I,1. Le rapport d'analyse mentionne notamment le nom de l'organisme d'inspection qui a réalisé l'échantillonnage.
II. Tenue des registres
Les documents relatifs à la traçabilité des aliments pour animaux jugés critiques visés à l'article 2, § 1er, 4°, b) doivent en outre reprendre :
i. la nature et la quantité des aliments jugés critiques qui sont produits ou achetés, leur date de fabrication ou réception, et lorsqu'il y a lieu, le numéro de lot ou de la fraction définie de la production en cas de fabrication en continu ainsi que la désignation précise de l'emplacement de stockage (n° de tank, n° de silo,...) en cas de stockage en vrac;
ii. les noms et adresses des acheteurs auxquels les aliments jugés critiques sont livrés avec le numéro du lot ou de la fraction définie de la production en cas de fabrication en continu, la date de livraison et l'indication précise de l'emplacement de stockage pour les produits en vrac. "
Vu pour être annexé à Notre arrêté du 20 septembre 2012 modifiant l'arrêté royal du 21 février 2006 fixant les conditions d'agrément et d'autorisation des établissements du secteur de l'alimentation des animaux et l'arrêté royal du 16 janvier 2006 fixant les modalités des agréments, des autorisations et des enregistrements préalables délivrés par l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire.
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre de l'Agriculture,
Mme S. LARUELLE
Art. N2. " Bijlage V. - Bijzondere voorwaarden voor inrichtingen in de diervoedersector onderworpen aan de dioxinemonitoring zoals bedoeld in het deel " DIOXINEMONITORING " van bijlage II van de verordening (EG) n° 183/2005 van 12 januari 2005.
I. Kwaliteitsbeheersing
De exploitant in de diervoedersector bedoeld bij het deel " dioxinemonitoring " van bijlage II van de Verordening (EG) n° 183/2005 van de 12 januari 2005, met uitzondering van degene die alleen voedermiddelen van dierlijke oorsprong bestemd voor gezelschapsdieren in de handel brengt, laat, overeenkomstig deze verordening, door een volgens de ISO 17020-normen geaccrediteerde keuringsinstelling op de vestigingsplaats van zijn bedrijf in 3 exemplaren van 500 g een representatief monster nemen van diervoeders onderworpen aan EG-monitoring. Indien deze monsters genomen worden door het labo dat de analyses zal uitvoeren, dan volstaat de norm ISO 17025.
Daarentegen kan, als uitzondering op de eerste alinea, de exploitant in de diervoedersector die verantwoordelijk is voor alle stappen in het productieproces zelf de aan EG-monitoring onderworpen diervoeders die hij geproduceerd heeft bemonsteren in drie exemplaren van 500 g, mits akkoord van het Agentschap. Om van deze uitzondering te kunnen genieten moet de exploitant in de diervoedersector aantonen dat hij :
- in staat is een representatief monster te nemen van de als kritiek beschouwde voeders volgens een binnen zijn autocontrolesysteem schriftelijk vastgelegde procedure;
- zijn autocontrolesysteem heeft laten valideren voor de productieactiviteit in kwestie volgens het koninklijk besluit van 14 november 2003 betreffende autocontrole, meldingsplicht en traceerbaarheid in de voedselketen en geen opschorting van de validatie van zijn autocontrolesysteem heeft opgelopen tijdens de laatste twee jaren;
- tijdens de laatste 2 jaren niet het voorwerp is geweest van een sanctie voor een niet-conformiteit van de autocontrole, meldingsplicht en traceerbaarheid.
De exploitant in de diervoedersector bezorgt het eerste exemplaar van het monster aan een laboratorium dat daartoe door het Agentschap is erkend of geaccrediteerd volgens de ISO 17025-normen, om het te laten analyseren overeenkomstig deze verordening.
De exploitant in de diervoedersector houdt het tweede exemplaar van het monster met het oog op de traceerbaarheid ter beschikking van het Agentschap en bewaart het derde exemplaar om zijn rechten te verdedigen gedurende zes maand nadat de betreffende partij in de handel is gebracht.
II. Bijhouden van registers
De documenten voor de traceerbaarheid van als kritiek beschouwde voeders zoals bedoeld in artikel 2, § 1, 4°, a) moeten ook de volgende gegevens bevatten :
i. de aard en hoeveelheid van de geproduceerde of aangekochte als kritiek beschouwde voeders, de productie- of ontvangstdatum ervan en, indien van toepassing, het nummer van de partij of van het productiegedeelte in geval van continue productie alsook de nauwkeurige aanduiding van de opslagplaats (tanknummer, silonummer,...) wanneer de voeders in bulk worden opgeslagen;
ii. de namen en adressen van de kopers aan wie als kritiek beschouwde voeders zijn geleverd met vermelding van het nummer van de partij of van het productiegedeelte in geval van continue productie, de leveringsdatum en de nauwkeurige aanduiding van de opslagplaats voor goederen in bulk. "
Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 20 september 2012 tot wijziging van het koninklijk besluit van 21 februari 2006 tot vaststelling van de voorwaarden inzake erkenning en toelating van inrichtingen in de diervoedersector en het koninklijk besluit van 16 januari 2006 tot vaststelling van de nadere regels van de erkenningen, toelatingen en voorafgaande registraties afgeleverd door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Landbouw
Mevr. S. LARUELLE
Art. N2. - " Annexe V. - Conditions spécifiques pour les établissements du secteur de l'alimentation animale soumis au monitoring dioxine visé à la partie " SURVEILLANCE DE LA DIOXINE " de l'annexe II DU Règlement (CE) n° 183/2005 du 12 janvier 2005
I. Contrôle de la qualité
L'exploitant du secteur de l'alimentation animale visé à la partie " surveillance de la dioxine " de l'annexe II du Règlement (CE) n° 183/2005 du 12 janvier 2005, à l'exception de celui qui met sur le marché des matières premières d'origine animale destinées exclusivement aux animaux familiers, fait prélever, conformément audit règlement, sur les lieux même de son exploitation, par un organisme d'inspection accrédité selon la norme ISO 17020, en trois exemplaires de 500 g, un échantillon représentatif des aliments soumis au monitoring de la CE. Dans le cas où ces échantillons sont pris par le labo qui va effectuer les analyses, la norme ISO 17025 suffit.
Toutefois, par dérogation au premier alinéa, l'exploitant du secteur de l'alimentation animale responsable de toutes les étapes du processus de production peut échantillonner lui-même, en trois exemplaires de 500 g, les aliments soumis au monitoring de la CE qu'il a produit, moyennant un accord préalable de l'Agence. Pour pouvoir bénéficier de la présente dérogation, l'exploitant du secteur de l'alimentation animale :
- doit démontrer qu'il est en mesure de prélever un échantillon représentatif des aliments jugés critiques qu'il a produit, conformément à une procédure établie par écrit dans son système d'autocontrôle;
- doit avoir fait valider son système d'autocontrôle pour l'activité de production en question, conformément à l'arrêté royal du 14 novembre 2003 relatif à l'autocontrôle, à la notification obligatoire et à la traçabilité dans la chaîne alimentaire et ne pas avoir encouru de suspension de la validation de son système d'autocontrôle au cours des deux dernières années;
- au cours des deux dernières années, ne doit pas avoir fait l'objet d'une sanction liée à une non-conformité quant à l'autocontrôle, la notification obligatoire et la traçabilité.
L'exploitant du secteur de l'alimentation animale confie le premier exemplaire à un laboratoire agréé à cet effet par l'Agence ou accrédité à cette fin selon la norme ISO 17025, afin qu'il soit analysé conformément audit règlement.
L'exploitant du secteur de l'alimentation animale conserve le deuxième exemplaire dans un but de traçabilité à la disposition de l'Agence et le troisième exemplaire pour la défense de ses droits durant les six mois qui suivent la date de mise sur le marché du lot concerné.
II. Tenue des registres
Les documents relatifs à la traçabilité des aliments pour animaux jugés critiques visés à l'article 2, § 1er, 4°, a) doivent en outre reprendre :
i. la nature et la quantité des aliments pour animaux jugés critiques qui sont produits ou achetés, leur date de fabrication ou réception, et lorsqu'il y a lieu, le numéro de lot ou de la fraction définie de la production en cas de fabrication en continu ainsi que la désignation précise de l'emplacement de stockage (n° de tank, n° de silo,...) en cas de stockage en vrac;
ii. les noms et adresses des acheteurs auxquels les aliments pour animaux jugés critiques sont livrés avec le numéro du lot ou de la fraction définie de la production en cas de fabrication en continu, la date de livraison et l'indication précise de l'emplacement de stockage pour les produits en vrac. "
Vu pour être annexé à Notre arrêté du 20 septembre 2012 modifiant l'arrêté royal du 21 février 2006 fixant les conditions d'agrément et d'autorisation des établissements du secteur de l'alimentation des animaux et l'arrêté royal du 16 janvier 2006 fixant les modalités des agréments, des autorisations et des enregistrements préalables délivrés par l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire.
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre de l'Agriculture,
Mme S. LARUELLE