Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
26 MEI 2012. - Koninklijk besluit tot uitvoering van de wet van 28 december 2011 tot wijziging van de wet van 19 december 2006 betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen, met het oog op de invoering van bestuurlijke boetes
Titre
26 MAI 2012. - Arrêté royal portant exécution de la loi du 28 décembre 2011 modifiant la loi du 19 décembre 2006 relative à la sécurité d'exploitation ferroviaire, en vue d'instaurer des amendes administratives
Documentinformatie
Info du document
Tekst (11)
Texte (11)
Artikel 1. Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2004/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake de veiligheid op de communautaire spoorwegen en tot wijziging van Richtlijn 95/18/EG van de Raad betreffende de verlening van vergunningen aan spoorwegondernemingen, en van Richtlijn 2001/14/EG van het Europees Parlement en de Raad inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur alsmede inzake veiligheidscertificering, gewijzigd bij de Richtlijn 2008/57/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008, bij de Richtlijn 2008/110/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 en bij de Richtlijn 2009/149/EG van de Commissie van 27 november 2009.
Article 1er. Le présent arrêté transpose partiellement la Directive 2004/49/CE du Parlement européen et du Conseil du 29 avril 2004 concernant la sécurité des chemins de fer communautaires et modifiant la Directive 95/18/CE du Conseil concernant les licences des entreprises ferroviaires, ainsi que la Directive 2001/14/CE du Parlement européen et du Conseil concernant la répartition des capacités d'infrastructure ferroviaire, la tarification de l'infrastructure ferroviaire et la certification en matière de sécurité, modifiée par la Directive 2008/57/CE du Parlement européen et du Conseil du 17 juin 2008, par la Directive 2008/110/CE du Parlement européen et du Conseil du 16 décembre 2008 et par la Directive 2009/149/CE de la Commission du 27 novembre 2009.
Art. 2. De volgende overtredingen van het koninklijk besluit van 16 januari 2007 houdende veiligheidsvereisten en -procedures van toepassing op de spoorweginfrastructuurbeheerder en de spoorwegondernemingen worden als volgt bestraft :
1° de spoorwegonderneming of spoorweginfrastructuurbeheerder die iemand de functie van bestuurder laat uitoefenen terwijl hij geen houder is van een in artikel 8, § 3, bedoelde vergunning, wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 8.000 euro. Het betreft een boete van de derde graad;
2° de spoorwegonderneming of spoorweginfrastructuurbeheerder die iemand de functie van bestuurder laat uitoefenen terwijl de in artikel 8, § 3, bedoelde vergunning niet meer geldig is, wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 2.000 euro tot 4.000 euro. Het betreft een boete van de derde graad;
3° de inbreuk op artikel 8, § 4, tweede lid, wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 500 euro tot 1.000 euro. Het betreft een boete van de eerste graad;
4° het niet eerbiedigen van de in artikel 8, § 5, bedoelde voorschriften vermeld in bijlage I, wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 1.000 euro tot 2.000 euro. Het betreft een boete van de tweede graad.
1° de spoorwegonderneming of spoorweginfrastructuurbeheerder die iemand de functie van bestuurder laat uitoefenen terwijl hij geen houder is van een in artikel 8, § 3, bedoelde vergunning, wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 8.000 euro. Het betreft een boete van de derde graad;
2° de spoorwegonderneming of spoorweginfrastructuurbeheerder die iemand de functie van bestuurder laat uitoefenen terwijl de in artikel 8, § 3, bedoelde vergunning niet meer geldig is, wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 2.000 euro tot 4.000 euro. Het betreft een boete van de derde graad;
3° de inbreuk op artikel 8, § 4, tweede lid, wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 500 euro tot 1.000 euro. Het betreft een boete van de eerste graad;
4° het niet eerbiedigen van de in artikel 8, § 5, bedoelde voorschriften vermeld in bijlage I, wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 1.000 euro tot 2.000 euro. Het betreft een boete van de tweede graad.
Art. 2. Les infractions suivantes à l'arrêté royal du 16 janvier 2007 portant des exigences et procédures de sécurité applicables au gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire et aux entreprises ferroviaires sont sanctionnées comme suit :
1° l'entreprise ferroviaire ou le gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire qui permet à une personne d'exercer la fonction de conducteur alors qu'elle n'est pas titulaire d'une licence visée à l'article 8, § 3 est sanctionné d'une amende administrative de 8.000 euros. Il s'agit d'une amende du troisième degré;
2° l'entreprise ferroviaire ou le gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire qui permet à une personne d'exercer la fonction de conducteur alors que la licence visée à l'article 8, § 3 n'est plus valable est sanctionné d'une amende administrative de 2.000 à 4.000 euros. Il s'agit d'une amende du troisième degré;
3° l'infraction à l'article 8, § 4, alinéa 2, est sanctionnée d'une amende administrative de 500 à 1.000 euros. Il s'agit d'une amende du premier degré;
4° le non-respect des prescriptions figurant en annexe Ire, visées à l'article 8, § 5, est sanctionné d'une amende administrative de 1.000 à 2.000 euros. Il s'agit d'une amende du deuxième degré.
1° l'entreprise ferroviaire ou le gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire qui permet à une personne d'exercer la fonction de conducteur alors qu'elle n'est pas titulaire d'une licence visée à l'article 8, § 3 est sanctionné d'une amende administrative de 8.000 euros. Il s'agit d'une amende du troisième degré;
2° l'entreprise ferroviaire ou le gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire qui permet à une personne d'exercer la fonction de conducteur alors que la licence visée à l'article 8, § 3 n'est plus valable est sanctionné d'une amende administrative de 2.000 à 4.000 euros. Il s'agit d'une amende du troisième degré;
3° l'infraction à l'article 8, § 4, alinéa 2, est sanctionnée d'une amende administrative de 500 à 1.000 euros. Il s'agit d'une amende du premier degré;
4° le non-respect des prescriptions figurant en annexe Ire, visées à l'article 8, § 5, est sanctionné d'une amende administrative de 1.000 à 2.000 euros. Il s'agit d'une amende du deuxième degré.
Art. 3. De volgende overtredingen van het koninklijk besluit van 16 januari 2007 tot vaststelling van sommige regels betreffende de onderzoeken naar ongevallen en incidenten bij de spoorwegen worden als volgt bestraft :
1° de inbreuk op artikel 3, § 1, wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 1.000 euro tot 2.000 euro, enkel voor wat betreft punt 3 en 4 van bijlage I. Het betreft een boete van de tweede graad;
2° de inbreuk op artikel 3, § 2, wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 500 euro. Het betreft een boete van de tweede graad;
3° de inbreuk op artikel 8 wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 1.000 euro tot 4.000 euro. Het betreft een boete van de derde graad;
4° de inbreuk op bijlage III wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 1.000 euro tot 2.000 euro. Het betreft een boete van de tweede graad;
5° de inbreuk op bijlage IV wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 1.000 euro tot 2.000 euro. Het betreft een boete van de tweede graad.
1° de inbreuk op artikel 3, § 1, wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 1.000 euro tot 2.000 euro, enkel voor wat betreft punt 3 en 4 van bijlage I. Het betreft een boete van de tweede graad;
2° de inbreuk op artikel 3, § 2, wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 500 euro. Het betreft een boete van de tweede graad;
3° de inbreuk op artikel 8 wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 1.000 euro tot 4.000 euro. Het betreft een boete van de derde graad;
4° de inbreuk op bijlage III wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 1.000 euro tot 2.000 euro. Het betreft een boete van de tweede graad;
5° de inbreuk op bijlage IV wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 1.000 euro tot 2.000 euro. Het betreft een boete van de tweede graad.
Art. 3. Les infractions suivantes à l'arrêté royal du 16 janvier 2007 fixant certaines règles relatives aux enquêtes sur les accidents et incidents ferroviaires sont sanctionnées comme suit :
1° l'infraction à l'article 3, § 1er est sanctionnée d'une amende administrative de 1.000 à 2.000 euros, seulement pour ce qui concerne les points 3 et 4 de l'annexe 1re. Il s'agit d'une infraction du deuxième degré;
2° l'infraction à l'article 3, § 2 est sanctionnée d'une amende administrative de 500 euros. Il s'agit d'une amende du deuxième degré;
3° l'infraction à l'article 8 est sanctionnée d'une amende administrative de 1.000 à 4.000 euros. Il s'agit d'une amende du troisième degré;
4° l'infraction à l'annexe III est sanctionnée d'une amende administrative de 1.000 à 2.000 euros. Il s'agit d'une amende du deuxième degré;
5° l'infraction à l'annexe IV est sanctionnée d'une amende administrative de 1.000 à 2.000 euros. Il s'agit d'une amende du deuxième degré.
1° l'infraction à l'article 3, § 1er est sanctionnée d'une amende administrative de 1.000 à 2.000 euros, seulement pour ce qui concerne les points 3 et 4 de l'annexe 1re. Il s'agit d'une infraction du deuxième degré;
2° l'infraction à l'article 3, § 2 est sanctionnée d'une amende administrative de 500 euros. Il s'agit d'une amende du deuxième degré;
3° l'infraction à l'article 8 est sanctionnée d'une amende administrative de 1.000 à 4.000 euros. Il s'agit d'une amende du troisième degré;
4° l'infraction à l'annexe III est sanctionnée d'une amende administrative de 1.000 à 2.000 euros. Il s'agit d'une amende du deuxième degré;
5° l'infraction à l'annexe IV est sanctionnée d'une amende administrative de 1.000 à 2.000 euros. Il s'agit d'une amende du deuxième degré.
Art. 4. De volgende overtredingen van het koninklijk besluit van 13 maart 2007 betreffende de procedure voor eensluidend advies van de veiligheidsinstantie en betreffende de bekendmaking van nationale veiligheidsvoorschriften voor de spoorwegen worden als volgt bestraft :
1° het niet meedelen van de in artikel 2 bedoelde documenten wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 100 euro tot 500 euro. Het betreft een boete van de eerste graad;
2° het niet aanpassen van het ontwerp overeenkomstig het in artikel 5, tweede lid, bedoelde eensluidend advies van de veiligheidsinstantie, wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 2.000 euro. Het betreft een boete van de tweede graad;
3° de inbreuk op artikel 8, eerste lid, wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 1.000 euro tot 2.000 euro. Het betreft een boete van de tweede graad.
1° het niet meedelen van de in artikel 2 bedoelde documenten wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 100 euro tot 500 euro. Het betreft een boete van de eerste graad;
2° het niet aanpassen van het ontwerp overeenkomstig het in artikel 5, tweede lid, bedoelde eensluidend advies van de veiligheidsinstantie, wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 2.000 euro. Het betreft een boete van de tweede graad;
3° de inbreuk op artikel 8, eerste lid, wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 1.000 euro tot 2.000 euro. Het betreft een boete van de tweede graad.
Art. 4. Les infractions suivantes à l'arrêté royal du 13 mars 2007 relatif à la procédure d'avis conforme de l'autorité de sécurité ferroviaire et à la publication des règles nationales de sécurité ferroviaire sont sanctionnées comme suit :
1° la non-communication des documents visés à l'article 2 est sanctionnée d'une amende administrative de 100 à 500 euros. Il s'agit d'une amende du premier degré;
2° la non-adaptation du projet à l'avis conforme de l'autorité de sécurité, visé à l'article 5, alinéa 2, est sanctionnée d'une amende administrative de 2.000 euros. Il s'agit d'une amende du deuxième degré;
3° l'infraction à l'article 8, alinéa premier, est sanctionnée d'une amende administrative de 1.000 à 2.000 euros. Il s'agit d'une amende du deuxième degré.
1° la non-communication des documents visés à l'article 2 est sanctionnée d'une amende administrative de 100 à 500 euros. Il s'agit d'une amende du premier degré;
2° la non-adaptation du projet à l'avis conforme de l'autorité de sécurité, visé à l'article 5, alinéa 2, est sanctionnée d'une amende administrative de 2.000 euros. Il s'agit d'une amende du deuxième degré;
3° l'infraction à l'article 8, alinéa premier, est sanctionnée d'une amende administrative de 1.000 à 2.000 euros. Il s'agit d'une amende du deuxième degré.
Art. 5. De volgende overtredingen van het ministerieel besluit van 9 juni 2009 tot aanneming van het bestek voor het veiligheidspersoneel worden als volgt bestraft :
1° de inbreuk op punt 2.1.4.van deel A van de bijlage " bestek voor het veiligheidspersoneel ", wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 1.000 euro tot 2.000 euro. Het betreft een boete van de tweede graad;
2° het niet naleven van de bepalingen omtrent het bevestigen van lijnkennis zoals bepaald in punt 3.2.1.4. van deel A van de bijlage " bestek voor het veiligheidspersoneel ", wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 4.000 euro tot 8.000 euro. Het betreft een boete van de derde graad;
3° het niet naleven van de bepalingen omtrent het bevestigen van materieelkennis zoals bepaald in punt 3.2.1.5. van deel A van de bijlage " bestek voor het veiligheidspersoneel ", wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 4.000 euro tot 8.000 euro. Het betreft een boete van de derde graad.
1° de inbreuk op punt 2.1.4.van deel A van de bijlage " bestek voor het veiligheidspersoneel ", wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 1.000 euro tot 2.000 euro. Het betreft een boete van de tweede graad;
2° het niet naleven van de bepalingen omtrent het bevestigen van lijnkennis zoals bepaald in punt 3.2.1.4. van deel A van de bijlage " bestek voor het veiligheidspersoneel ", wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 4.000 euro tot 8.000 euro. Het betreft een boete van de derde graad;
3° het niet naleven van de bepalingen omtrent het bevestigen van materieelkennis zoals bepaald in punt 3.2.1.5. van deel A van de bijlage " bestek voor het veiligheidspersoneel ", wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 4.000 euro tot 8.000 euro. Het betreft een boete van de derde graad.
Art. 5. Les infractions suivantes à l'arrêté ministériel du 9 juin 2009 portant adoption du cahier des charges du personnel de sécurité sont sanctionnées comme suit :
1° l'infraction au point 2.1.4 de la partie A de l'annexe " cahier des charges du personnel de sécurité " est sanctionnée d'une amende administrative de 1.000 à 2.000 euros. Il s'agit d'une amende du deuxième degré;
2° le non-respect des dispositions relatives à l'attestation de connaissance de ligne, telles que définies au point 3.2.1.4 de la partie A de l'annexe " cahier des charges du personnel de sécurité ", est sanctionné d'une amende administrative de 4.000 à 8.000 euros. Il s'agit d'une amende du troisième degré;
3° le non-respect des dispositions relatives à l'attestation de connaissance du matériel, telles que définies au point 3.2.1.5 de la partie A de l'annexe " cahier des charges du personnel de sécurité ", est sanctionné d'une amende administrative de 4.000 à 8.000 euros. Il s'agit d'une amende du troisième degré.
1° l'infraction au point 2.1.4 de la partie A de l'annexe " cahier des charges du personnel de sécurité " est sanctionnée d'une amende administrative de 1.000 à 2.000 euros. Il s'agit d'une amende du deuxième degré;
2° le non-respect des dispositions relatives à l'attestation de connaissance de ligne, telles que définies au point 3.2.1.4 de la partie A de l'annexe " cahier des charges du personnel de sécurité ", est sanctionné d'une amende administrative de 4.000 à 8.000 euros. Il s'agit d'une amende du troisième degré;
3° le non-respect des dispositions relatives à l'attestation de connaissance du matériel, telles que définies au point 3.2.1.5 de la partie A de l'annexe " cahier des charges du personnel de sécurité ", est sanctionné d'une amende administrative de 4.000 à 8.000 euros. Il s'agit d'une amende du troisième degré.
Art. 6. De volgende overtredingen van het koninklijk besluit van 13 november 2009 tot vaststelling van de nationale spoorwegveiligheidsdoelstellingen en -methodes worden als volgt bestraft :
1° het niet naleven van de in artikel 3, § 1, derde lid, bedoelde bepalingen omtrent de verantwoording, wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 1.000 euro tot 2.000 euro. Het betreft een boete van de tweede graad;
2° de inbreuk op artikel 4 wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 100 euro tot 500 euro. Het betreft een boete van de eerste graad;
3° het niet behalen van de in artikel 5 bedoelde bijzondere veiligheidsdoelstelling wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 4.000 euro tot 8.000 euro. Het betreft een boete van de derde graad.
1° het niet naleven van de in artikel 3, § 1, derde lid, bedoelde bepalingen omtrent de verantwoording, wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 1.000 euro tot 2.000 euro. Het betreft een boete van de tweede graad;
2° de inbreuk op artikel 4 wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 100 euro tot 500 euro. Het betreft een boete van de eerste graad;
3° het niet behalen van de in artikel 5 bedoelde bijzondere veiligheidsdoelstelling wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 4.000 euro tot 8.000 euro. Het betreft een boete van de derde graad.
Art. 6. Les infractions suivantes à l'arrêté royal du 13 novembre 2009 adoptant les objectifs et méthodes de sécurité ferroviaire nationaux sont sanctionnées comme suit :
1° le non-respect des dispositions visées à l'article 3, § 1er, alinéa 3, relatives à la justification, est sanctionné d'une amende administrative de 1.000 à 2.000 euros. Il s'agit d'une amende du deuxième degré;
2° l'infraction à l'article 4 est sanctionnée d'une amende administrative de 100 à 500 euros. Il s'agit d'une amende du premier degré;
3° ne pas atteindre l'objectif particulier de sécurité, visé à l'article 5, est sanctionné d'une amende administrative de 4.000 à 8.000 euros. Il s'agit d'une amende du troisième degré.
1° le non-respect des dispositions visées à l'article 3, § 1er, alinéa 3, relatives à la justification, est sanctionné d'une amende administrative de 1.000 à 2.000 euros. Il s'agit d'une amende du deuxième degré;
2° l'infraction à l'article 4 est sanctionnée d'une amende administrative de 100 à 500 euros. Il s'agit d'une amende du premier degré;
3° ne pas atteindre l'objectif particulier de sécurité, visé à l'article 5, est sanctionné d'une amende administrative de 4.000 à 8.000 euros. Il s'agit d'une amende du troisième degré.
Art. 7. De volgende overtredingen van het ministerieel besluit van 30 juli 2010 tot aanneming van de van toepassing zijnde vereisten op het rollend materieel voor het gebruik van rijpaden worden als volgt bestraft :
1° het niet naleven van de bepalingen bij punt 12.1.b van deel B " technische vereisten " van de bijlage wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 1.000 euro tot 2.000 euro. Het betreft een boete van de tweede graad;
2° het niet naleven van de bepalingen onder punt 12.2.d van deel B " technische vereisten " van de bijlage wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 8.000 euro. Het betreft een boete van de derde graad.
1° het niet naleven van de bepalingen bij punt 12.1.b van deel B " technische vereisten " van de bijlage wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 1.000 euro tot 2.000 euro. Het betreft een boete van de tweede graad;
2° het niet naleven van de bepalingen onder punt 12.2.d van deel B " technische vereisten " van de bijlage wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 8.000 euro. Het betreft een boete van de derde graad.
Art. 7. Les infractions suivantes à l'arrêté ministériel du 30 juillet 2010 portant adoption des exigences applicables au matériel roulant pour l'utilisation des sillons sont sanctionnées comme suit :
1° le non-respect des dispositions visées au point 12.1.b de la partie B " exigences techniques " de l'annexe est sanctionné d'une amende administrative de 1.000 à 2.000 euros. Il s'agit d'une amende du deuxième degré;
2° le non-respect des dispositions visées au point 12.2.d de la partie B " exigences techniques " de l'annexe est sanctionné d'une amende administrative de 8.000 euros. Il s'agit d'une amende du troisième degré.
1° le non-respect des dispositions visées au point 12.1.b de la partie B " exigences techniques " de l'annexe est sanctionné d'une amende administrative de 1.000 à 2.000 euros. Il s'agit d'une amende du deuxième degré;
2° le non-respect des dispositions visées au point 12.2.d de la partie B " exigences techniques " de l'annexe est sanctionné d'une amende administrative de 8.000 euros. Il s'agit d'une amende du troisième degré.
Art. 8. De volgende overtredingen van het koninklijk besluit van 15 mei 2011 tot bepaling van de vereisten van toepassing op het veiligheidspersoneel worden als volgt bestraft :
1° het in overtreding met deel A, punt 2 " certificering van het veiligheidspersoneel " van de bijlage, een persoon toelaten om een veiligheidsfunctie uit te oefenen waarvoor deze persoon niet gecertificeerd is, wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 8.000 euro. Het betreft een boete van de derde graad;
2° het niet naleven van de bepalingen aangaande de mededeling aan DVIS, zoals bedoeld in punt 1.2 van deel A van de bijlage, wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 100 euro tot 500 euro. Het betreft een boete van de eerste graad;
3° de inbreuk op de eerste twee zinnen van punt 3.1. van deel A van de bijlage wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 1.000 euro tot 2.000 euro. Het betreft een boete van de tweede graad;
4° het niet naleven van de bepalingen aangaande de taalkennis van het veiligheidspersoneel zoals bedoeld in punt 4 van deel A van de bijlage, wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 8.000 euro. Het betreft een boete van de derde graad;
5° het niet naleven van de bepalingen aangaande het gebruik van alcohol en psychoactieve stoffen zoals bedoeld in het tweede lid van punt 6.2 van deel A van de bijlage, wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 2.000 euro tot 8.000 euro. Het betreft een boete van de derde graad;
6° de inbreuk op punt 7.2 van deel A van de bijlage wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 2.000 euro tot 8.000 euro. Het betreft een boete van de derde graad.
1° het in overtreding met deel A, punt 2 " certificering van het veiligheidspersoneel " van de bijlage, een persoon toelaten om een veiligheidsfunctie uit te oefenen waarvoor deze persoon niet gecertificeerd is, wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 8.000 euro. Het betreft een boete van de derde graad;
2° het niet naleven van de bepalingen aangaande de mededeling aan DVIS, zoals bedoeld in punt 1.2 van deel A van de bijlage, wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 100 euro tot 500 euro. Het betreft een boete van de eerste graad;
3° de inbreuk op de eerste twee zinnen van punt 3.1. van deel A van de bijlage wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 1.000 euro tot 2.000 euro. Het betreft een boete van de tweede graad;
4° het niet naleven van de bepalingen aangaande de taalkennis van het veiligheidspersoneel zoals bedoeld in punt 4 van deel A van de bijlage, wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 8.000 euro. Het betreft een boete van de derde graad;
5° het niet naleven van de bepalingen aangaande het gebruik van alcohol en psychoactieve stoffen zoals bedoeld in het tweede lid van punt 6.2 van deel A van de bijlage, wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 2.000 euro tot 8.000 euro. Het betreft een boete van de derde graad;
6° de inbreuk op punt 7.2 van deel A van de bijlage wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 2.000 euro tot 8.000 euro. Het betreft een boete van de derde graad.
Art. 8. Les infractions suivantes à l'arrêté royal du 15 mai 2011 déterminant les exigences applicables au personnel de sécurité sont sanctionnées comme suit :
1° l'infraction à la partie A, point 2 " certification du personnel de sécurité " de l'annexe, consistant à autoriser une personne d'exercer une fonction de sécurité pour laquelle elle n'est pas certifiée, est sanctionnée d'une amende administrative de 8.000 euros. Il s'agit d'une amende du troisième degré;
2° le non-respect des dispositions relatives à l'information du SSICF, visées au point 1.2 de la partie A de l'annexe est sanctionné d'une amende administrative de 100 à 500 euros. Il s'agit d'une amende du premier degré;
3° l'infraction aux deux premières phrases du point 3.1. de la partie A est sanctionnée d'une amende administrative de 1.000 à 2.000 euros. Il s'agit d'une amende du deuxième degré;
4° le non-respect des dispositions relatives aux connaissances linguistiques du personnel de sécurité, visées au point 4 de la partie A de l'annexe est sanctionné d'une amende administrative de 8.000 euros. Il s'agit d'une amende du troisième degré;
5° le non-respect des dispositions relatives à la consommation d'alcool et de substances psycho-actives telles que définies au point 6.2, alinéa 2, de la partie A de l'annexe est sanctionné d'une amende administrative de 2.000 à 8.000 euros. Il s'agit d'une amende du troisième degré;
6° l'infraction au point 7.2 de la partie A de l'annexe est sanctionnée d'une amende administrative de 2.000 à 8.000 euros. Il s'agit d'une amende du troisième degré.
1° l'infraction à la partie A, point 2 " certification du personnel de sécurité " de l'annexe, consistant à autoriser une personne d'exercer une fonction de sécurité pour laquelle elle n'est pas certifiée, est sanctionnée d'une amende administrative de 8.000 euros. Il s'agit d'une amende du troisième degré;
2° le non-respect des dispositions relatives à l'information du SSICF, visées au point 1.2 de la partie A de l'annexe est sanctionné d'une amende administrative de 100 à 500 euros. Il s'agit d'une amende du premier degré;
3° l'infraction aux deux premières phrases du point 3.1. de la partie A est sanctionnée d'une amende administrative de 1.000 à 2.000 euros. Il s'agit d'une amende du deuxième degré;
4° le non-respect des dispositions relatives aux connaissances linguistiques du personnel de sécurité, visées au point 4 de la partie A de l'annexe est sanctionné d'une amende administrative de 8.000 euros. Il s'agit d'une amende du troisième degré;
5° le non-respect des dispositions relatives à la consommation d'alcool et de substances psycho-actives telles que définies au point 6.2, alinéa 2, de la partie A de l'annexe est sanctionné d'une amende administrative de 2.000 à 8.000 euros. Il s'agit d'une amende du troisième degré;
6° l'infraction au point 7.2 de la partie A de l'annexe est sanctionnée d'une amende administrative de 2.000 à 8.000 euros. Il s'agit d'une amende du troisième degré.
Art. 9. Artikel 10 van dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2007/59 van het Europees parlement en de Raad van 23 oktober 2007 inzake de certificering van machinisten die locomotieven en treinen op het spoorwegsysteem van de Gemeenschap besturen. Bovendien geeft dit artikel verdere uitvoering aan de verordening (EU) nr. 36/2010 van de Commissie van 3 december 2009 inzake communautaire modellen voor vergunningen van machinisten, aanvullende bevoegdheidsbewijzen, gewaarmerkte afschriften van aanvullende bevoegdheidsbewijzen en aanvraagformulieren voor vergunningen van machinisten, in het kader van Richtlijn 2007/59/EG van het Europees Parlement en de Raad.
Art. 9. L'article 10 du présent arrêté transpose partiellement la Directive 2007/59/CE du Parlement européen et du Conseil du 23 octobre 2007 relative à la certification des conducteurs de train assurant la conduite de locomotives et de trains sur le système ferroviaire dans la Communauté. En outre, cet article exécute aussi davantage le règlement (UE) n° 36/2010 de la Commission du 3 décembre 2009 relatif aux modèles communautaires pour la licence de conducteur de train, l'attestation complémentaire, la copie certifiée conforme de l'attestation complémentaire et le formulaire de demande de licence de conducteur de train, en vertu de la Directive 2007/59/CE du Parlement européen et du Conseil.
Art. 10. De volgende overtredingen van het koninklijk besluit van 22 juni 2011 betreffende de vergunning voor treinbestuurders en de registers van vergunningen en bevoegdheidsbewijzen worden als volgt bestraft :
1° de inbreuk op artikel 9, 1°, wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 500 tot 2.000 euro. Het betreft een boete van de tweede graad;
2° de inbreuk op artikel 9, 2°, wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 1.500 euro tot 4.000 euro, uitgezonderd de bepalingen aangaande de bescherming van de privacy. Het betreft een boete van de derde graad;
3° de inbreuk op artikel 9, 3°, wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 1.500 euro tot 4.000 euro. Het betreft een boete van de derde graad.
1° de inbreuk op artikel 9, 1°, wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 500 tot 2.000 euro. Het betreft een boete van de tweede graad;
2° de inbreuk op artikel 9, 2°, wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 1.500 euro tot 4.000 euro, uitgezonderd de bepalingen aangaande de bescherming van de privacy. Het betreft een boete van de derde graad;
3° de inbreuk op artikel 9, 3°, wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 1.500 euro tot 4.000 euro. Het betreft een boete van de derde graad.
Art. 10. Les infractions suivantes à l'arrêté royal du 22 juin 2011 relatif à la licence des conducteurs et aux registres des licences et des attestations sont sanctionnées comme suit :
1° l'infraction à l'article 9, 1° est sanctionnée d'une amende administrative de 500 à 2.000 euros. Il s'agit d'une amende du deuxième degré;
2° l'infraction à l'article 9, 2° est sanctionnée d'une amende administrative de 1.500 à 4.000 euros, hormis les dispositions relatives à la protection de la vie privée. Il s'agit d'une amende du troisième degré;
3° l'infraction à l'article 9, 3° est sanctionnée d'une amende administrative de 1.500 à 4.000 euros. Il s'agit d'une amende du troisième degré.
1° l'infraction à l'article 9, 1° est sanctionnée d'une amende administrative de 500 à 2.000 euros. Il s'agit d'une amende du deuxième degré;
2° l'infraction à l'article 9, 2° est sanctionnée d'une amende administrative de 1.500 à 4.000 euros, hormis les dispositions relatives à la protection de la vie privée. Il s'agit d'une amende du troisième degré;
3° l'infraction à l'article 9, 3° est sanctionnée d'une amende administrative de 1.500 à 4.000 euros. Il s'agit d'une amende du troisième degré.
Art. 11. De minister bevoegd voor Mobiliteit is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 11. Le ministre qui a la Mobilité dans ses attributions, est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 26 mei 2012.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Binnenlandse Zaken,
Mevr. J. MILQUET
De Staatssecretaris voor Mobiliteit,
M. WATHELET
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Binnenlandse Zaken,
Mevr. J. MILQUET
De Staatssecretaris voor Mobiliteit,
M. WATHELET
Donné à Châteauneuf-de-Grasse, le 26 mai 2012.
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre de l'Intérieur,
Mme J. MILQUET
Le Secrétaire d'Etat à la Mobilité,
M. WATHELET
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre de l'Intérieur,
Mme J. MILQUET
Le Secrétaire d'Etat à la Mobilité,
M. WATHELET