Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
25 JANUARI 2012. - Koninklijk besluit tot wijziging van verscheidene bepalingen ter omzetting van Richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart en tot intrekking van Richtlijn 93/75/EEG van de Raad, met het oog op het gedeeltelijk omzetten van Richtlijn 2011/15/EU van de Commissie van 23 februari 2011 tot wijziging van Richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart
Titre
25 JANVIER 2012. - ArrĂȘtĂ© royal modifiant diverses dispositions transposant la Directive 2002/59/CE du Parlement europĂ©en et du Conseil du 27 juin 2002 relative Ă  la mise en place d'un systĂšme communautaire de suivi du trafic des navires et d'information, et abrogeant la Directive 93/75/CEE du Conseil, afin de transposer partiellement la Directive 2011/15/UE de la Commission du 23 fĂ©vrier 2011 modifiant la Directive 2002/59/CE du Parlement europĂ©en et du Conseil relative Ă  la mise en place d'un systĂšme communautaire de suivi du trafic des navires et d'information
Documentinformatie
Numac: 2012014035
Datum: 2012-01-25
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2012014035
Date: 2012-01-25
Moniteur: Voir
Tekst (23)
Texte (23)
HOOFDSTUK I. - Wijziging van het koninklijk besluit van 20 juli 1973 houdende zeevaartinspectiereglement
CHAPITRE Ier. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal du 20 juillet 1973 portant rĂšglement sur l'inspection maritime
Artikel 1. In bijlage XXV van het koninklijk besluit van 20 juli 1973 houdende zeevaartinspectiereglement, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 17 september 2005 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 september 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de bepalingen onder I., 1, 2 en 3, worden vervangen als volgt :
" I. - AUTOMATISCHE IDENTIFICATIESYSTEMEN
1. Passagiersschepen, ongeacht hun omvang, en alle andere schepen met een brutotonnenmaat van 300 of meer, die internationale reizen maken en een Belgische haven aandoen, moeten zijn uitgerust met een automatisch identificatiesysteem (hierna AIS), overeenkomstig de technische en prestatienormen van hoofdstuk V van het SOLAS-verdrag 1974.
2. Passagiersschepen, ongeacht hun omvang, en alle andere schepen met een brutotonnenmaat van 300 of meer, die niet-internationale reizen maken, moeten zijn uitgerust met een AIS overeenkomstig de technische en prestatienormen van hoofdstuk V van het SOLAS-verdrag 1974.
3. a) Passagiersschepen van minder dan 15 meter lang of met een brutotonnenmaat van minder dan 300 die niet-internationale reizen maken, worden vrijgesteld van de toepassing van de in deze bijlage vastgestelde voorschriften inzake AIS.
b) Schepen, andere dan passagiersschepen, met een brutotonnenmaat van 300 of meer, maar met een brutotonnenmaat van minder dan 500, die enkel varen op de Belgische binnenwateren en buiten de routes die gewoonlijk door met AIS uitgeruste schepen worden gebruikt, worden vrijgesteld van de in deze bijlage opgenomen voorschriften inzake AIS. ";
2° de bepalingen onder II., 1, 2 en 3, worden vervangen als volgt :
" II. - REISGEGEVENSRECORDERSYSTEMEN
" 1. Passagiersschepen, ongeacht hun omvang, en alle andere schepen met een brutotonnenmaat van 3 000 of meer, die internationale reizen maken en een Belgische haven aandoen, moeten zijn uitgerust met een reisgegevensrecorder (hierna VDR), overeenkomstig de technische en prestatienormen van hoofdstuk V van het SOLAS-verdrag 1974. Vrachtschepen die vóór 1 juli 2002 zijn gebouwd, mogen zijn uitgerust met een vereenvoudigde reisgegevensrecorder (hierna S-VDR) overeenkomstig de technische en prestatienormen van hoofdstuk V van het SOLAS-verdrag 1974.
2. a) Passagiersschepen, ongeacht hun omvang, en alle andere schepen met een brutotonnenmaat van 3 000 of meer, die op of na 1 juli 2002 zijn gebouwd en niet-internationale reizen maken, moeten zijn uitgerust met een VDR overeenkomstig de technische en prestatienormen van hoofdstuk V van het SOLAS-verdrag 1974.
b) Vrachtschepen met een brutotonnenmaat van 3 000 of meer die vóór 1 juli 2002 zijn gebouwd en die niet-internationale reizen maken, moeten worden uitgerust met een VDR of S-VDR overeenkomstig de technische en prestatienormen van hoofdstuk V van het SOLAS-verdrag 1974.
3. a) Passagiersschepen die uitsluitend worden gebruikt voor reizen in andere zeegebieden, dan die van klasse A, zoals bedoeld in artikel 3 van het koninklijk besluit van 11 maart 2002 inzake veiligheidsvoorschriften en -normen voor passagiersschepen die voor binnenlandse reizen worden gebruikt en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 november 1981 betreffende voorschriften voor passagiersschepen die geen internationale reis maken en die uitsluitend in een beperkt vaargebied langs de kust varen en van het koninklijk besluit van 20 juli 1973 houdende zeevaartinspectiereglement, worden vrijgesteld van de verplichting om met een VDR te worden uitgerust.
b) Schepen, andere dan ro-ro-passagiersschepen, die vóór 1 juli 2002 zijn gebouwd, worden vrijgesteld van de verplichting om met een VDR te worden uitgerust als kan worden aangetoond aan de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaar die daartoe aangesteld is dat de interfacing tussen een VDR en de bestaande uitrusting van het schip onredelijk en onuitvoerbaar is.
c) Vrachtschepen die vóór 1 juli 2002 zijn gebouwd en die internationale of niet-internationale reizen maken, worden vrijgesteld van de verplichting om met een S-VDR te worden uitgerust als dergelijke schepen permanent buiten dienst worden gesteld binnen twee jaar na de in hoofdstuk V van het SOLAS-verdrag 1974 gespecificeerde tenuitvoerleggingsdatum. "
Article 1er. Dans l'annexe XXV de l'arrĂȘtĂ© royal du 20 juillet 1973 portant rĂšglement sur inspection maritime, insĂ©rĂ©e par l'arrĂȘtĂ© royal du 17 septembre 2005 et modifiĂ©e par l'arrĂȘtĂ© royal du 10 septembre 2010, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° le I., 1, 2 et 3, est remplacé par les dispositions suivantes :
" I. - SYSTEMES D'IDENTIFICATION AUTOMATIQUES
1. Les navires à passagers, quelle que soit leur taille, et tous les autres navires d'une jauge brute égale ou supérieure à 300, qui effectuent des voyages internationaux et font escale dans un port Belge, sont équipés d'un systÚme d'identification automatique (ci-aprÚs AIS) conforme aux normes techniques et de performance fixées au chapitre V de la convention SOLAS de 1974.
2. Les navires à passagers, quelle que soit leur taille, et tous les autres navires d'une jauge brute égale ou supérieure à 300, qui effectuent des voyages domestiques, sont équipés d'un AIS conforme aux normes techniques et de performance fixées au chapitre V de la convention SOLAS de 1974.
3. a) Les navires à passagers d'une longueur inférieure à 15 mÚtres ou d'une jauge brute inférieure à 300 effectuant des voyages domestiques, sont exemptés de l'application des exigences en matiÚre d'AIS prévues dans la présente annexe.
b) Les navires, autres que les navires à passagers, d'une jauge brute égale ou supérieure à 300, mais inférieure à 500 naviguant exclusivement dans les eaux intérieures de la Belgique et en dehors des itinéraires normalement utilisés par les autres navires équipés d'AIS, sont exemptés de l'obligation d'emport d'un AIS prévue dans la présente annexe. ";
2° le II., 1er, 2 et 3, est remplacé par les dispositions suivantes :
" II. - SYSTEMES ENREGISTREUR DES DONNEES DU VOYAGE
" 1. Les navires Ă  passagers, quelle que soit leur taille, et tous les autres navires d'une jauge brute Ă©gale ou supĂ©rieure Ă  3 000, qui effectuent des voyages internationaux et font escale dans un port Belge, sont Ă©quipĂ©s d'un systĂšme enregistreur des donnĂ©es du voyage (ci-aprĂšs VDR) conforme aux normes techniques et de performance fixĂ©es au chapitre V de la convention SOLAS de 1974. Dans le cas de navires de marchandises construits avant le 1er juillet 2002, le VDR peut ĂȘtre un systĂšme enregistreur des donnĂ©es du voyage simplifiĂ© (ci-aprĂšs S-VDR) conforme aux normes techniques et de performance fixĂ©es au chapitre V de la convention SOLAS de 1974.
2. a) Les navires à passagers, quelle que soit leur taille, et tous les autres navires d'une jauge brute égale ou supérieure à 3.000, construits le 1er juillet 2002 ou aprÚs et qui effectuent des voyages domestiques, sont équipés d'un VDR conforme aux normes techniques et de performance fixées au chapitre V de la convention SOLAS de 1974.
b) Les navires de charge d'une jauge brute égale ou supérieure à 3 000 construits avant le 1er juillet 2002, qui effectuent des voyages domestiques, sont équipés d'un VDR ou d'un S-VDR conforme aux normes techniques et de performance fixées au chapitre V de la convention SOLAS de 1974.
3. a) Les navires Ă  passagers effectuant uniquement des voyages dans des zones maritimes autres que celles relevant de la classe A, telle que visĂ©e Ă  l'article 3 de l'arrĂȘtĂ© royal du 11 mars 2002 Ă©tablissant des rĂšgles et normes de sĂ©curitĂ© pour les navires Ă  passagers utilisĂ©s pour effectuer des voyages nationaux et modifiant l'arrĂȘtĂ© royal du 12 novembre 1981 concernant les rĂšgles pour navires Ă  passagers n'effectuant pas de voyage international et naviguant exclusivement dans une zone de navigation restreinte le long de la cĂŽte et l'arrĂȘtĂ© royal du 20 juillet 1973 portant rĂšglement sur l'inspection maritime, sont exemptĂ©s de l'obligation d'emport d'un VDR.
b) Les navires, autres que les navires rouliers Ă  passagers, construits avant le 1er juillet 2002, sont exemptĂ©s de l'obligation d'emport d'un VDR lorsqu'il peut ĂȘtre dĂ©montrĂ© Ă  l'agent chargĂ© du contrĂŽle de la navigation dĂ©signĂ© Ă  cet effet que l'interfaçage d'un VDR avec l'Ă©quipement existant Ă  bord n'est pas justifiĂ© ni faisable.
c) Les navires de charge construits avant le 1er juillet 2002, qui effectuent des voyages internationaux ou domestiques, sont exemptés de l'obligation d'emport d'un S-VDR lorsqu'ils sont définitivement retirés du service dans les deux ans à compter de la date de mise en oeuvre indiquée dans le chapitre V de la convention SOLAS de 1974. "
HOOFDSTUK II. - Wijziging van het koninklijk besluit van 4 augustus 1981 houdende politie- en scheepvaartreglement voor de Belgische territoriale zee, de havens en de stranden van de Belgische kust
CHAPITRE II. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal du 4 aoĂ»t 1981 portant rĂšglement de police et de navigation pour la mer territoriale belge, les ports et les plages du littoral belge
Art. 2. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 4 augustus 1981 houdende politie- en scheepvaartreglement voor de Belgische territoriale zee, de havens en de stranden van de Belgische kust, vervangen bij het koninklijk besluit van 10 september 2010, wordt het tweede lid vervangen als volgt :
" Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatie-systeem voor de zeescheepvaart en tot intrekking van Richtlijn 93/75/EEG van de Raad, gewijzigd bij Richtlijn 2009/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 en bij Richtlijn 2011/15/EU van de Commissie van 23 februari 2011. "
Art. 2. Dans l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© royal du 4 aoĂ»t 1981 portant rĂšglement de police et de navigation pour la mer territoriale belge, les ports et les plages du littoral belge, l'alinĂ©a 2, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 10 septembre 2010, est remplacĂ© par ce qui suit :
" Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© transpose partiellement la Directive 2002/59/CE du Parlement europĂ©en et du Conseil du 27 juin 2002 relative Ă  la mise en place d'un systĂšme communautaire de suivi du trafic des navires et d'information et abrogeant la Directive 93/75/CEE du Conseil, modifiĂ©e par la Directive 2009/17/CE du Parlement europĂ©en et du Conseil du 23 avril 2009 et par la Directive 2011/15/UE de la Commission du 23 fĂ©vrier 2011. "
Art. 3. In artikel 7quater van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 17 september 2005 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 september 2010, worden de paragrafen 1, 2 en 3 vervangen als volgt :
" § 1. Passagiersschepen, ongeacht hun omvang, en alle andere vaartuigen met een brutotonnenmaat van 300 of meer, die internationale reizen maken en een haven van de Belgische kust aandoen, moeten zijn uitgerust met een automatisch identificatiesysteem (hierna AIS) overeenkomstig de technische en prestatienormen van hoofdstuk V van het SOLAS-verdrag.
§ 2. Passagiersschepen, ongeacht hun omvang, en alle andere vaartuigen met een brutotonnenmaat van 300 of meer, die niet-internationale reizen maken, moeten zijn uitgerust met een AIS overeenkomstig de technische en prestatienormen van hoofdstuk V van het SOLAS-verdrag.
§ 3. Passagiersschepen van minder dan 15 meter lang of met een brutotonnenmaat van minder dan 300 die niet-internationale reizen maken, worden vrijgesteld van de toepassing van de in dit artikel vastgestelde voorschriften inzake AIS.
Vaartuigen, andere dan passagiersschepen, met een brutotonnenmaat van 300 of meer, maar met een brutotonnenmaat van minder dan 500, die enkel varen op de Belgische binnenwateren en buiten de routes die gewoonlijk door met AIS uitgeruste vaartuigen worden gebruikt, worden vrijgesteld van de in dit artikel opgenomen uitrustingsvereisten inzake AIS. "
Art. 3. Dans l'article 7quater du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal de 17 septembre 2005 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 10 septembre 2010, les paragraphes 1er, 2 et 3 sont remplacĂ©s par ce qui suit :
" § 1. Les navires à passagers, quelle que soit leur taille, et tous les autres bùtiments d'une jauge brute égale ou supérieure à 300, qui effectuent des voyages internationaux et font escale dans un port du littoral Belge, sont équipés d'un systÚme d'identification automatique (ci-aprÚs AIS) conforme aux normes techniques et de performance fixées au chapitre V de la convention SOLAS.
§ 2. Les navires à passagers, quelle que soit leur taille, et tous les autres bùtiments d'une jauge brute égale ou supérieure à 300, qui effectuent des voyages domestiques, sont équipés d'un AIS conforme aux normes techniques et de performance fixées au chapitre V de la convention SOLAS.
§ 3. Les navires à passagers d'une longueur inférieure à 15 mÚtres ou d'une jauge brute inférieure à 300 effectuant des voyages domestiques, sont exemptés de l'application des exigences en matiÚre d'AIS prévues dans le présent article.
Les bùtiments, autres que les navires à passagers, d'une jauge brute égale ou supérieure à 300, mais inférieure à 500 naviguant exclusivement dans les eaux intérieures de la Belgique et en dehors des itinéraires normalement utilisés par les autres bùtiments équipés d'AIS, sont exemptés de l'obligation d'emport d'un AIS prévue dans le présent article. "
Art. 4. Artikel 7septies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 17 september 2005 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 september 2010, wordt vervangen als volgt :
" Art. 7septies. Passagiersschepen, ongeacht hun omvang, en alle andere vaartuigen met een brutotonnenmaat van 3 000 of meer, die internationale reizen maken en een haven van de Belgische kust aandoen, moeten zijn uitgerust met een reisgegevensrecorder (hierna VDR), overeenkomstig de technische en prestatienormen van hoofdstuk V van het SOLAS-verdrag. Vrachtschepen die vóór 1 juli 2002 zijn gebouwd, mogen zijn uitgerust met een vereenvoudigde reisgegevensrecorder (hierna S-VDR) overeenkomstig de technische en prestatienormen van hoofdstuk V van het SOLAS-verdrag.
Passagiersschepen, ongeacht hun omvang, en alle andere vaartuigen, met een brutotonnenmaat van 3 000 of meer, die op of na 1 juli 2002 zijn gebouwd en die niet-internationale reizen maken, moeten zijn uitgerust met een VDR overeenkomstig de technische en prestatienormen van hoofdstuk V van het SOLAS-verdrag.
Vrachtschepen met een brutotonnenmaat van 3 000 of meer die vóór 1 juli 2002 zijn gebouwd en die niet-internationale reizen maken, moeten worden uitgerust met een VDR of een S-VDR overeenkomstig de technische en prestatienormen van hoofdstuk V van het SOLAS-verdrag.
Passagiersschepen die uitsluitend worden gebruikt voor reizen in andere zeegebieden dan die van klasse A, zoals bedoeld in artikel 3 van het koninklijk besluit van 11 maart 2002 inzake veiligheidsvoorschriften en -normen voor passagiersschepen die voor binnenlandse reizen worden gebruikt en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 november 1981 betreffende voorschriften voor passagiers-schepen die geen internationale reis maken en die uitsluitend in een beperkt vaargebied langs de kust varen en van het koninklijk besluit van 20 juli 1973 houdende zeevaartinspectie-reglement, worden vrijgesteld van de verplichting om met een VDR te zijn uitgerust.
Vaartuigen, andere dan ro-ro-passagiersschepen, die vóór 1 juli 2002 zijn gebouwd, worden vrijgesteld van de verplichting om met een VDR te worden uitgerust als kan worden aangetoond aan de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaar die daartoe aangesteld is dat de interfacing tussen een VDR en de bestaande uitrusting van het vaartuig onredelijk en onuitvoerbaar is.
Vrachtschepen die vóór 1 juli 2002 zijn gebouwd en die internationale of niet-internationale reizen maken, worden vrijgesteld van de verplichting om met een S-VDR te worden uitgerust als dergelijke schepen permanent buiten dienst worden gesteld binnen twee jaar na de in hoofdstuk V van het SOLAS-verdrag gespecificeerde tenuitvoerleggings-datum.
Tenzij anders bepaald, zijn de bepalingen van dit artikel niet van toepassing op :
a) oorlogsschepen, marinehulpschepen of andere schepen die eigendom zijn van of in dienst bij een lid-Staat en die worden gebruikt voor een niet-commerciële openbare dienst;
b) vissersschepen, traditionele schepen en pleziervaartuigen met een lengte van minder dan 45 meter;
c) bunkers op vaartuigen met een brutotonnenmaat van minder dan 1 000 en scheepsvoorraden en uitrusting voor gebruik aan boord van alle vaartuigen. "
Art. 4. L'article 7septies du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal de 17 septembre 2005 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 10 septembre 2010, est remplacĂ© par ce qui suit :
" Art. 7septies. Les navires Ă  passagers, quelle que soit leur taille, et tous les autres bĂątiments d'une jauge brute Ă©gale ou supĂ©rieure Ă  3 000, qui effectuent des voyages internationaux et font escale dans un port du littoral belge, sont Ă©quipĂ©s d'un systĂšme enregistreur des donnĂ©es du voyage (ci-aprĂšs VDR) conforme aux normes techniques et de performance fixĂ©es au chapitre V de la convention SOLAS. Dans le cas des navires de marchandises construits avant le 1er juillet 2002, le VDR peut ĂȘtre un systĂšme enregistreur des donnĂ©es du voyage simplifiĂ© (ci-aprĂšs S-VDR) conforme aux normes techniques et de performance fixĂ©es au chapitre V de la convention SOLAS.
Les navires à passagers, quelle que soit leur taille, et tous les autres bùtiments d'une jauge brute égale ou supérieure à 3 000, construits le 1er juillet 2002 ou aprÚs et qui effectuent des voyages domestiques, sont équipés d'un VDR conforme aux normes techniques et de performance fixées au chapitre V de la convention SOLAS.
Les navires de charge d'une jauge brute égale ou supérieure à 3 000 construits avant le 1er juillet 2002, qui effectuent des voyages domestiques, sont équipés d'un VDR ou d'un S-VDR conforme aux normes techniques et de performance fixées au chapitre V de la convention SOLAS.
Les navires Ă  passagers effectuant uniquement des voyages dans des zones maritimes autres que celles relevant de la classe A, telle que visĂ©e Ă  l'article 3 de l'arrĂȘtĂ© royal du 11 mars 2002 Ă©tablissant des rĂšgles et normes de sĂ©curitĂ© pour les navires Ă  passagers utilisĂ©s pour effectuer des voyages nationaux et modifiant l'arrĂȘtĂ© royal du 12 novembre 1981 concernant les rĂšgles pour navires Ă  passagers n'effectuant pas de voyage international et naviguant exclusivement dans une zone de navigation restreinte le long de la cĂŽte et l'arrĂȘtĂ© royal du 20 juillet 1973 portant rĂšglement sur l'inspection maritime, sont exemptĂ©s de l'obligation d'emport d'un VDR.
Les bĂątiments, autres que les navires rouliers Ă  passagers, construits avant le 1er juillet 2002, sont exemptĂ©s de l'obligation d'emport d'un VDR lorsqu'il peut ĂȘtre dĂ©montrĂ© Ă  l'agent chargĂ© du contrĂŽle de la navigation dĂ©signĂ© Ă  cet effet que l'interfaçage d'un VDR avec l'Ă©quipement existant Ă  bord n'est pas justifiĂ© ni faisable.
Les navires de charge construits avant le 1er juillet 2002, qui effectuent des voyages internationaux ou domestiques, sont exemptés de l'obligation d'emport d'un S-VDR lorsqu'ils sont définitivement retirés du service dans les deux ans à compter de la date de mise en oeuvre indiquée dans le chapitre V de la convention SOLAS.
Sauf disposition contraire, les dispositions du présent article ne s'appliquent pas :
a) aux navires de guerre, aux navires de guerre auxiliaires ou autres navires appartenant à un Etat membre ou exploités par lui et utilisés pour un service public non commercial;
b) aux navires de pĂȘche, aux bateaux traditionnels et aux bateaux de plaisance d'une longueur infĂ©rieure Ă  45 mĂštres;
c) aux soutes des bĂątiments d'une jauge brute infĂ©rieure Ă  1 000 et Ă  l'avitaillement et au matĂ©riel d'armement de tous les bĂątiments destinĂ©s Ă  ĂȘtre utilisĂ©s Ă  bord. "
Art. 5. In artikel 26bis, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 10 september 2010, wordt de bepaling onder b) vervangen als volgt :
" b) voor de in bijlage I bij het Marpol Verdrag genoemde stoffen, het veiligheids-informatieblad waarop de fysisch-chemische eigenschappen van de producten zijn vermeld, waar van toepassing, met inbegrip van hun viscositeit, uitgedrukt in cSt bij 50 ° C en hun dichtheid bij 15 ° C, alsook de andere gegevens die conform Resolutie MSC.286(86) van de I.M.O. op het veiligheidsinformatieblad staan; ".
Art. 5. Dans l'article 26bis, § 1er, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 10 septembre 2010, le b) est remplacĂ© par ce qui suit :
" b) pour les substances visées à l'annexe I de la Convention Marpol, la fiche de données de sécurité détaillant les caractéristiques physico-chimiques des produits y compris, le cas échéant, la viscosité exprimée en cSt à 50 ° C et la densité à 15 ° C, ainsi que les autres données qui, conformément à la résolution MSC.286 (86) de l'OMI, figurent sur la fiche de données de sécurité; ".
HOOFDSTUK III. - Wijziging van het koninklijk besluit van 23 september 1992 houdende scheepvaartreglement voor het Kanaal van Gent naar Terneuzen
CHAPITRE III. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal du 23 septembre 1992 portant rĂšglement de navigation du Canal de Gand Ă  Terneuzen
Art. 6. In artikel 1, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 23 september 1992 houdende scheepvaartreglement voor het Kanaal van Gent naar Terneuzen, vervangen bij het koninklijk besluit van 10 september 2010, wordt de zin " Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2009/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart en tot intrekking van Richtlijn 93/75/EEG van de Raad, gewijzigd bij Richtlijn 2009/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009. ", vervangen als volgt :
" Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatie-systeem voor de zeescheepvaart en tot intrekking van Richtlijn 93/75/EEG van de Raad, gewijzigd bij Richtlijn 2009/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 en bij Richtlijn 2011/15/EU van de Commissie van 23 februari 2011. "
Art. 6. Dans l'article 1er, § 1er, alinĂ©a 1er, de l'arrĂȘtĂ© royal du 23 septembre 1992 portant rĂšglement de navigation du Canal de Gand Ă  Terneuzen, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 10 septembre 2010, la phrase " Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© transpose partiellement la Directive 2002/59/CE du Parlement europĂ©en et du Conseil du 27 juin 2002 relative Ă  la mise en place d'un systĂšme communautaire de suivi du trafic des navires et d'information et abrogeant la Directive 93/75/CEE du Conseil, modifiĂ©e par la Directive 2009/17/CE du Parlement europĂ©en et du Conseil du 23 avril 2009. ", est remplacĂ©e par la phrase :
" Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© transpose partiellement la Directive 2002/59/CE du Parlement europĂ©en et du Conseil du 27 juin 2002 relative Ă  la mise en place d'un systĂšme communautaire de suivi du trafic des navires et d'information et abrogeant la Directive 93/75/CEE du Conseil, modifiĂ©e par la Directive 2009/17/CE du Parlement europĂ©en et du Conseil du 23 avril 2009 et par la Directive 2011/15/UE de la Commission du 23 fĂ©vrier 2011. "
Art. 7. In artikel 43sexies, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 10 september 2010, wordt de bepaling onder b) vervangen als volgt :
" b) voor de in bijlage I bij het Marpol Verdrag genoemde stoffen, het veiligheids-informatieblad waarop de fysisch-chemische eigenschappen van de producten zijn vermeld, waar van toepassing, met inbegrip van hun viscositeit, uitgedrukt in cSt bij 50 ° C en hun dichtheid bij 15 ° C, alsook de andere gegevens die conform Resolutie MSC.86(86) van de IMO op het veiligheidsinformatieblad staan; ".
Art. 7. Dans l'article 43sexies, § 1er, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 10 septembre 2010, le b) est remplacĂ© par ce qui suit :
" b) pour les substances visées à l'annexe I de la Convention Marpol, la fiche de données de sécurité détaillant les caractéristiques physico-chimiques des produits y compris, le cas échéant, la viscosité exprimée en cSt à 50 ° C et la densité à 15 ° C, ainsi que les autres données qui, conformément à la résolution MSC.286 (86) de l'OMI, figurent sur la fiche de données de sécurité; ".
Art. 8. In artikel 43decies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 17 september 2005 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 september 2010, worden de paragrafen 1, 2 en 3 vervangen als volgt :
" § 1. Passagiersschepen, ongeacht hun omvang, en alle andere schepen met een brutotonnenmaat van 300 of meer, die internationale reizen maken en die naar zee varen of de Gentse haven aandoen, moeten uitgerust zijn met een automatisch identificatiesysteem (hierna AIS) overeenkomstig de technische en prestatienormen van hoofdstuk V van het SOLAS-verdrag.
§ 2. Passagiersschepen, ongeacht hun omvang, en alle andere schepen met een brutotonnenmaat van 300 of meer, die niet-internationale reizen maken, moeten zijn uitgerust met een AIS overeenkomstig de technische en prestatienormen van hoofdstuk V van het SOLAS-verdrag.
§ 3. Passagiersschepen van minder dan 15 meter lang of met een brutotonnenmaat van minder dan 300 die niet-internationale reizen maken, worden vrijgesteld van de toepassing van de in dit artikel vastgestelde voorschriften inzake AIS.
Schepen, andere dan passagiersschepen, met een brutotonnemaat van 300 of meer, maar met een brutotonnenmaat van minder dan 500, die enkel varen op de Belgische binnenwateren van een lidstaat en buiten de routes die gewoonlijk door met AIS uitgeruste schepen worden gebruikt, worden vrijgesteld van de in dit artikel opgenomen uitrustingsvereisten inzake AIS. ".
Art. 8. Dans l'article 43decies, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 17 septembre 2005 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 10 septembre 2010, les paragraphes 1er, 2 et 3 sont remplacĂ©s par ce qui suit :
" § 1. Les navires à passagers, quelle que soit leur taille, et tous les autres bateaux d'une jauge brute égale ou supérieure à 300, qui effectuent des voyages internationaux et se dirigeant vers la mer ou faisant escale dans le port maritime de Gand, sont équipés d'un systÚme d'identification automatique (ci-aprÚs AIS) conforme aux normes techniques et de performance fixées au chapitre V de la convention SOLAS.
§ 2. Les navires à passagers, quelle que soit leur taille, et tous les autres bateaux d'une jauge brute égale ou supérieure à 300, qui effectuent des voyages domestiques, sont équipés d'un AIS conforme aux normes techniques et de performance fixées au chapitre V de la convention SOLAS.
§ 3. Les navires à passagers d'une longueur inférieure à 15 mÚtres ou d'une jauge brute inférieure à 300 effectuant des voyages domestiques, sont exemptés de l'application des exigences en matiÚre d'AIS prévues dans le présent article.
Les bateaux, autres que les navires à passagers, d'une jauge brute égale ou supérieure à 300, mais inférieure à 500 naviguant exclusivement dans les eaux intérieures de la Belgique et en dehors des itinéraires normalement utilisés par les autres bateaux équipés d'AIS sont exemptés de l'obligation d'emport d'un AIS prévue dans le présent article. ".
Art. 9. Artikel 43undecies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 17 september 2005 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 september 2010, wordt vervangen als volgt :
" Art. 43undecies. Passagiersschepen, ongeacht hun omvang, en alle andere schepen met een brutotonnenmaat van 3 000 of meer, die internationale reizen maken en naar zee varen of de Gentse haven aandoen, moeten zijn uitgerust met een reisgegevensrecorder (hierna VDR), overeenkomstig de technische en prestatienormen van hoofdstuk V van het SOLAS-verdrag. Vrachtschepen die vóór 1 juli 2002 zijn gebouwd, mogen zijn uitgerust met een vereenvoudigde reisgegevensrecorder (hierna S-VDR) overeenkomstig de technische en prestatienormen van hoofdstuk V van het SOLAS-verdrag.
Passagiersschepen, ongeacht hun omvang, en alle andere schepen, met een brutotonnenmaat van 3 000 of meer, die op of na 1 juli 2002 zijn gebouwd en die niet-internationale reizen maken, moeten zijn uitgerust met een VDR overeenkomstig de technische en prestatienormen van hoofdstuk V van het SOLAS-verdrag.
Vrachtschepen met een brutotonnenmaat van 3 000 of meer die vóór 1 juli 2002 zijn gebouwd en die niet-internationale reizen maken, moeten worden uitgerust met een VDR of een S-VDR overeenkomstig de technische en prestatienormen van hoofdstuk V van het SOLAS-verdrag.
Passagiersschepen die uitsluitend worden gebruikt voor reizen in andere zeegebieden dan die van klasse A, zoals bedoeld in artikel 3 van het koninklijk besluit van 11 maart 2002 inzake veiligheidsvoorschriften en -normen voor passagiersschepen die voor binnenlandse reizen worden gebruikt en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 november 1981 betreffende voorschriften voor passagiersschepen die geen internationale reis maken en die uitsluitend in een beperkt vaargebied langs de kust varen en van het koninklijk besluit van 20 juli 1973 houdende zeevaartinspectie-reglement, worden vrijgesteld van de verplichting om met een VDR te zijn uitgerust.
Schepen, andere dan ro-ro-passagiersschepen, die vóór 1 juli 2002 zijn gebouwd, worden vrijgesteld van de verplichting om met een VDR te worden uitgerust als kan worden aangetoond aan de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaar die daartoe aangesteld is dat de interfacing tussen een VDR en de bestaande uitrusting van het schip onredelijk en onuitvoerbaar is.
Vrachtschepen die vóór 1 juli 2002 zijn gebouwd en die internationale of niet-internationale reizen maken, worden vrijgesteld van de verplichting om met een S-VDR te worden uitgerust als dergelijke schepen permanent buiten dienst worden gesteld binnen de twee jaar na de in hoofdstuk V van het SOLAS-verdrag gespecificeerde tenuitvoer-leggingsdatum.
Tenzij anders bepaald, zijn de bepalingen van dit artikel niet van toepassing op :
a) oorlogsschepen, marinehulpschepen of andere schepen die eigendom zijn van of in dienst bij een lid-Staat en die worden gebruikt voor een niet-commerciële openbare dienst;
b) vissersschepen, traditionele schepen en pleziervaartuigen met een lengte van minder dan 45 meter;
c) bunkers op schepen met een brutotonnenmaat van minder dan 1 000 en scheepsvoorraden en uitrusting voor gebruik aan boord van alle schepen. ".
Art. 9. L'article 43undecies du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 17 septembre 2005 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 10 septembre 2010, est remplacĂ© par ce qui suit :
" Art. 43undecies. Les navires Ă  passagers, quelle que soit leur taille, et tous les autres bateaux d'une jauge brute Ă©gale ou supĂ©rieure Ă  3 000, qui effectuent des voyages internationaux et se dirigeant vers la mer ou faisant escale dans le port maritime de Gand, sont Ă©quipĂ©s d'un systĂšme enregistreur des donnĂ©es du voyage (ci-aprĂšs VDR) conforme aux normes techniques et de performance fixĂ©es au chapitre V de la convention SOLAS. Dans le cas des navires de marchandises construits avant le 1er juillet 2002, le VDR peut ĂȘtre un systĂšme enregistreur des donnĂ©es du voyage simplifiĂ© (ci-aprĂšs S-VDR) conforme aux normes techniques et de performance fixĂ©es au chapitre V de la convention SOLAS.
Les navires à passagers, quelle que soit leur taille, et tous les autres bateaux d'une jauge brute égale ou supérieure à 3 000, construits le 1er juillet 2002 ou aprÚs et qui effectuent des voyages domestiques, sont équipés d'un VDR conforme aux normes techniques et de performance fixées au chapitre V de la convention SOLAS.
Les navires de charge d'une jauge brute égale ou supérieure à 3 000 construits avant le 1er juillet 2002, qui effectuent des voyages domestiques, sont équipés d'un VDR ou d'un S-VDR conforme aux normes techniques et de performance fixées au chapitre V de la convention SOLAS.
Les navires Ă  passagers effectuant uniquement des voyages dans des zones maritimes autres que celles relevant de la classe A, telle que visĂ©e Ă  l'article 3 de l' arrĂȘtĂ© royal du 11 mars 2002 Ă©tablissant des rĂšgles et normes de sĂ©curitĂ© pour les navires Ă  passagers utilisĂ©s pour effectuer des voyages nationaux et modifiant l'arrĂȘtĂ© royal du 12 novembre 1981 concernant les rĂšgles pour navires Ă  passagers n'effectuant pas de voyage international et naviguant exclusivement dans une zone de navigation restreinte le long de la cĂŽte et l'arrĂȘtĂ© royal du 20 juillet 1973 portant rĂšglement sur l'inspection maritime, sont exemptĂ©s des exigences en matiĂšre de VDR.
Les bateaux, autres que les navires rouliers Ă  passagers, construits avant le 1er juillet 2002, sont exemptĂ©s des de l'obligation d'emport d'un VDR lorsqu'il peut ĂȘtre dĂ©montrĂ© Ă  l'agent chargĂ© du contrĂŽle de la navigation dĂ©signĂ© Ă  cet effet que l'interfaçage d'un VDR avec l'Ă©quipement existant Ă  bord n'est pas justifiĂ© ni faisable.
Les navires de charge construits avant le 1er juillet 2002, qui effectuent des voyages internationaux ou domestiques, sont exemptés de l'obligation d'emport d'un S-VDR lorsqu'ils sont définitivement retirés du service dans les deux ans à compter de la date de mise en oeuvre indiquée dans le chapitre V de la convention SOLAS.
Sauf disposition contraire, les dispositions du présent article ne s'appliquent pas :
a) aux navires de guerre, aux navires de guerre auxiliaires ou autres navires appartenant à un Etat membre ou exploités par lui et utilises pour un service public non commercial;
b) aux navires de pĂȘche, aux bateaux traditionnels et aux bateaux de plaisance d'une longueur infĂ©rieure Ă  45 mĂštres;
c) aux soutes des bateaux d'une jauge brute infĂ©rieure Ă  1 000 et Ă  l'avitaillement et au matĂ©riel d'armement de tous les bateaux destinĂ©s Ă  ĂȘtre utilisĂ©s Ă  bord. ".
HOOFDSTUK IV. - Wijziging van het koninklijk besluit van 23 september 1992 houdende politiereglement van de Beneden-Zeeschelde
CHAPITRE IV. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal du 23 septembre 1992 portant rĂšglement de police de l'Escaut maritime infĂ©rieur
Art. 10. In artikel 1, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 23 september 1992 houdende politiereglement van de Beneden-Zeeschelde, vervangen bij het koninklijk besluit van 10 september 2010, wordt de zin " Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 betreffende de invoering van communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart en tot intrekking van de Richtlijn 93/75/EEG van de Raad, gewijzigd bij Richtlijn 2009/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009. ", vervangen als volgt :
" Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatie-systeem voor de zeescheepvaart en tot intrekking van Richtlijn 93/75/EEG van de Raad, gewijzigd bij Richtlijn 2009/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 en bij Richtlijn 2011/15/EU van de Commissie van 23 februari 2011. "
Art. 10. Dans l'article 1er, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© royal du 23 septembre 1992 portant rĂšglement de police de l'Escaut maritime infĂ©rieur, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 10 septembre 2010, la phrase " Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© transpose partiellement la Directive 2002/59/CE du Parlement europĂ©en et du Conseil du 27 juin 2002 relative Ă  la mise en place d'un systĂšme communautaire de suivi du trafic des navires et d'information et abrogeant la Directive 93/75/CEE du Conseil, modifiĂ©e par la Directive 2009/17/CE du Parlement europĂ©en et du Conseil du 23 avril 2009. ", est remplacĂ©e par ce qui suit :
" Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© transpose partiellement la Directive 2002/59/CE du Parlement EuropĂ©en en du Conseil du 27 juin 2002 relative Ă  la mise en place d'un systĂšme communautaire de suivi du trafic des navires et d'information et abrogeant la Directive 93/75/CEE du Conseil, modifiĂ©e par la Directive 2009/17/CE du Parlement europĂ©en et du Conseil du 2 " avril 2009 et par la Directive 2011/15/UE de la Commission du 23 fĂ©vrier 2011. "
Art. 11. In artikel 3quater van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 17 september 2005 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 september 2010, worden de paragrafen 1, 2 en 3 vervangen als volgt :
" § 1. Passagiersschepen, ongeacht hun omvang, en alle andere schepen met een brutotonnenmaat van 300 of meer, die internationale reizen maken en die naar zee varen of de haven van Antwerpen, Brussel of Luik aandoen, moeten zijn uitgerust met een automatisch identificatiesysteem (hierna AIS), overeenkomstig de technische en prestatienormen van hoofdstuk V van het SOLAS-Verdrag.
§ 2. Passagiersschepen, ongeacht hun omvang, en andere schepen met een brutotonnenmaat van 300 of meer, die niet-internationale reizen maken, moeten zijn uitgerust met een AIS overeenkomstig de technische en prestatienormen van hoofdstuk V van het SOLAS-Verdrag.
§ 3. Passagiersschepen van minder dan 15 meter lang of een brutotonnenmaat van minder dan 300 die niet-internationale reizen maken, worden vrijgesteld van de toepassing van de in dit artikel vastgestelde voorschriften inzake AIS.
Schepen, andere dan passagiersschepen, met een brutotonnenmaat van 300 of meer, maar minder dan een brutotonnenmaat van 500, die enkel varen op de Belgische binnenwateren en buiten de routes die gewoonlijk door met AIS uitgeruste schepen worden gebruikt, worden vrijgesteld van de in dit artikel opgenomen uitrustingsvereisten inzake AIS. "
Art. 11. Dans l'article 3quater du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 17 septembre 2005 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 10 septembre 2010, les paragraphes 1er, 2 et 3 sont remplacĂ©s par ce qui suit :
" § 1. Les navires à passagers, quelle que soit leur taille, et tous les autres bateaux d'une jauge brute égale ou supérieure à 300, qui effectuent des voyages internationaux et se dirigeant vers la mer ou faisant escale dans le port d'Anvers, de Bruxelles ou de LiÚge, sont équipés d'un systÚme d'identification automatique (ci-aprÚs AIS) conforme aux normes techniques et de performance fixées au chapitre V de la convention SOLAS.
§ 2. Les navires à passagers, quelle que soit leur taille, et tous les autres bateaux d'une jauge brute égale ou supérieure à 300, qui effectuent des voyages domestiques, sont équipés d'un AIS conforme aux normes techniques et de performance fixées au chapitre V de la convention SOLAS.
§ 3. Les navires à passagers d'une longueur inférieure à 15 mÚtres ou d'une jauge brute inférieure à 300 effectuant des voyages domestiques, sont exemptés de l'application des exigences en matiÚre d'AIS prévues dans le présent article.
Les bateaux, autres que les navires à passagers, d'une jauge brute égale ou supérieure à 300, mais inférieure à 500 naviguant exclusivement dans les eaux intérieures de la Belgique et en dehors des itinéraires normalement utilisés par les autres bateaux équipés d'AIS sont exemptés de l'obligation d'emport d'un AIS prévue dans le présent article. "
Art. 12. Artikel 3septies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 17 september 2005 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 september 2010, wordt vervangen als volgt :
" Art. 3septies. Passagiersschepen, ongeacht hun omvang, en alle andere schepen, met een brutotonnenmaat van 3 000 of meer, die internationale reizen maken en die naar zee varen of de haven van Antwerpen, Brussel of Luik aandoen, moeten zijn uitgerust met een reisgegevensrecorder (hierna VDR), overeenkomstig de technische en prestatienormen van hoofdstuk V van het SOLAS-Verdrag. Vrachtschepen die vóór 1 juli 2002 zijn gebouwd, mogen zijn uitgerust met een vereenvoudigde reisgegevensrecorder (hierna S-VDR) overeenkomstig de technische en prestatienormen van hoofdstuk V van het SOLAS-Verdrag.
Passagiersschepen, ongeacht hun omvang, en alle andere schepen met een brutotonnenmaat van 3 000 of meer, die op of na 1 juli 2002 zijn gebouwd en die niet-internationale reizen maken, moeten zijn uitgerust met een VDR overeenkomstig de technische en prestatienormen van hoofdstuk V van het SOLAS-Verdrag.
Vrachtschepen met een brutotonnenmaat van 3 000 of meer die vóór 1 juli 2002 zijn gebouwd en die niet-internationale reizen maken, moeten worden uitgerust met een VDR of een S-VDR overeenkomstig de technische en prestatienormen van hoofdstuk V van het SOLAS-Verdrag.
Passagiersschepen die uitsluitend worden gebruikt voor reizen in andere gebieden dan die van klasse A, zoals bedoeld in artikel 3 van het koninklijk besluit van 11 maart 2002 inzake veiligheidsvoorschriften en -normen voor passagiersschepen die voor binnenlandse reizen worden gebruikt en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 november 1981 betreffende voorschriften voor passagiers-schepen die geen internationale reis maken en die uitsluitend in een beperkt vaargebied langs de kust varen en van het koninklijk besluit van 20 juli 1973 houdende zeevaartinspectie-reglement, worden vrijgesteld van de verplichting om met een VDR te zijn uitgerust.
Schepen, andere dan ro-ro-passagiersschepen, die vóór 1 juli 2002 zijn gebouwd, worden vrijgesteld van de verplichting om met een VDR te worden uitgerust als kan worden aangetoond aan de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaar die daartoe aangesteld is dat de interfacing tussen een VDR en de bestaande uitrusting van het schip onredelijk en onuitvoerbaar is.
Vrachtschepen die vóór 1 juli 2002 zijn gebouwd en die internationale of niet-internationale reizen maken, worden vrijgesteld van de verplichting om met een S-VDR te worden uitgerust als dergelijke schepen permanent buiten dienst worden gesteld binnen de twee jaar na de in hoofdstuk V van het SOLAS-Verdrag gespecificeerde tenuitvoer-leggingsdatum.
Tenzij anders bepaald, zijn de bepalingen van dit artikel niet van toepassing op :
a) oorlogsschepen, marinehulpschepen of andere schepen die eigendom zijn van of in dienst bij een lidstaat en die worden gebruikt voor een niet-commerciële openbare dienst;
b) vissersschepen, traditionele schepen en pleziervaartuigen met een lengte van minder dan 45 meter;
c) bunkers op schepen met een brutotonnenmaat van minder dan 1 000 en scheepsvoorraden en uitrusting voor gebruik aan boord van alle schepen. ".
Art. 12. L'article 3septies du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 17 septembre 2005 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 10 septembre 2010, est remplacĂ© par ce qui suit :
" Art. 3septies. Les navires Ă  passagers, quelle que soit leur taille, et tous les autres bateaux d'une jauge brute Ă©gale ou supĂ©rieure Ă  3 000, qui effectuent des voyages internationaux et se dirigeant vers la mer ou faisant escale dans le port d'Anvers, de Bruxelles ou de LiĂšge, sont Ă©quipĂ©s d'un systĂšme enregistreur des donnĂ©es du voyage (ci-aprĂšs VDR) conforme aux normes techniques et de performance fixĂ©es au chapitre V de la convention SOLAS. Dans le cas des navires de marchandises construits avant le 1er juillet 2002, le VDR peut ĂȘtre un systĂšme enregistreur des donnĂ©es du voyage simplifiĂ© (ci-aprĂšs S-VDR) conforme aux normes techniques et de performance fixĂ©es au chapitre V de la convention SOLAS.
Les navires à passagers, quelle que soit leur taille, et tous les bateaux autres que les navires à passagers d'une jauge brute égale ou supérieure à 3 000, construits le 1er juillet 2002 ou aprÚs et qui effectuent des voyages domestiques, sont équipés d'un VDR conforme aux normes techniques et de performance fixées au chapitre V de la convention SOLAS.
Les navires de charge d'une jauge brute égale ou supérieure à 3 000 construits avant le 1er juillet 2002, qui effectuent des voyages domestiques, sont équipés d'un VDR ou d'un S-VDR conforme aux normes techniques et de performance fixées au chapitre V de la convention SOLAS.
Les navires Ă  passagers effectuant uniquement des voyages dans des zones maritimes autres que celles relevant de la classe A, telle que visĂ©e Ă  l'article 3 de l' arrĂȘtĂ© royal du 11 mars 2002 Ă©tablissant des rĂšgles et normes de sĂ©curitĂ© pour les navires Ă  passagers utilisĂ©s pour effectuer des voyages nationaux et modifiant l'arrĂȘtĂ© royal du 12 novembre 1981 concernant les rĂšgles pour navires Ă  passagers n'effectuant pas de voyage international et naviguant exclusivement dans une zone de navigation restreinte le long de la cĂŽte et l'arrĂȘtĂ© royal du 20 juillet 1973 portant rĂšglement sur l'inspection maritime, sont exemptĂ©s des exigences en matiĂšre de VDR.
Les bateaux, autres que les navires rouliers Ă  passagers, construits avant le 1er juillet 2002, sont exemptĂ©s de l'obligation d'emport d'un VDR lorsqu'il peut ĂȘtre dĂ©montrĂ© Ă  l'agent chargĂ© du contrĂŽle de la navigation dĂ©signĂ© Ă  cet effet que l'interfaçage d'un VDR avec l'Ă©quipement existant Ă  bord n'est pas justifiĂ© ni faisable.
Les navires de charge construits avant le 1er juillet 2002, qui effectuent des voyages internationaux ou domestiques, sont exemptés de l'obligation d'emport d'un S-VDR lorsqu'ils sont définitivement retirés du service dans les deux ans à compter de la date de mise en oeuvre indiquée dans le chapitre V de la convention SOLAS.
Sauf disposition contraire, les dispositions du présent article ne s'appliquent pas :
a) aux navires de guerre, aux navires de guerre auxiliaires ou autres navires appartenant à un Etat membre ou exploités par lui et utilisés pour un service public non commercial;
b) aux navires de pĂȘche, aux bateaux traditionnels et aux bateaux de plaisance d'une longueur infĂ©rieure Ă  45 mĂštres;
c) aux soutes des bateaux d'une jauge brute infĂ©rieure Ă  1 000 et Ă  l'avitaillement et au matĂ©riel d'armement de tous les bateaux destinĂ©s Ă  ĂȘtre utilisĂ©s Ă  bord. ".
Art. 13. In artikel 36bis, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 10 september 2010, wordt de bepaling onder b) vervangen als volgt :
" b) voor de in bijlage I bij het Marpol Verdrag genoemde stoffen, het veiligheids-informatieblad waarop de fysisch-chemische eigenschappen van de producten zijn vermeld, waar van toepassing, met inbegrip van hun viscositeit, uitgedrukt in cSt bij 50 ° C en hun dichtheid bij 15 ° C, alsook de andere gegevens die conform Resolutie MSC.86(86) van de IMO op het veiligheidsinformatieblad staan; ".
Art. 13. Dans l'article 36bis, § 1er, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 10 septembre 2010, le b) est remplacĂ© par ce qui suit :
" b) pour les substances visées à l'annexe I de la Convention Marpol, la fiche de données de sécurité détaillant les caractéristiques physico-chimiques des produits y compris, le cas échéant, la viscosité exprimée en cSt à 50 ° C et la densité à 15 ° C, ainsi que les autres données qui, conformément à la résolution MSC.286 (86) de l'OMI, figurent sur la fiche de données de sécurité; ".
HOOFDSTUK V. - Wijziging van het koninklijk besluit van 17 september 2005 tot omzetting van Richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatie-systeem voor de zeescheepvaart en tot intrekking van Richtlijn 93/75/EEG van de Raad
CHAPITRE V. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal du 17 septembre 2005 transposant la Directive 2002/59/CE du Parlement europĂ©en et du Conseil du 27 juin 2002 relative Ă  la mise en place d'un systĂšme communautaire de suivi du trafic des navires et d'information et abrogeant la Directive 93/75/CEE du Conseil
Art. 14. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 17 september 2005 tot omzetting van Richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart en tot intrekking van Richtlijn 93/75/EEG van de Raad, vervangen bij het koninklijk besluit van 10 september 2010, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
" Dit hoofdstuk voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatie-systeem voor de zeescheepvaart en tot intrekking van Richtlijn 93/75/EEG van de Raad, gewijzigd bij Richtlijn 2009/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 en bij Richtlijn 2011/15/EU van de Commissie van 23 februari 2011. ".
Art. 14. Dans l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© royal du 17 septembre 2005 transposant la Directive 2002/59/CE du Parlement europĂ©en et du Conseil du 27 juin 2002 relative Ă  la mise en place d'un systĂšme communautaire de suivi du trafic des navires et d'information et abrogeant la Directive 93/75/CEE du Conseil, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 10 septembre 2010, l'alinĂ©a 1er est remplacĂ© par ce qui suit :
" Le présent chapitre transpose partiellement la Directive 2002/59/CE du Parlement européen et du Conseil du 27 juin 2002 relative à la mise en place d'un systÚme communautaire de suivi du trafic des navires et d'information et abrogeant la Directive 93/75/CEE du Conseil, modifiée par la Directive 2009/17/CE du Parlement européen et du Conseil du 23 avril 2009 et par la Directive 2011/15/UE de la Commission du 23 février 2011. ".
Art. 15. In artikel 5, derde lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 10 september 2010, wordt de bepaling onder c) vervangen als volgt :
" c) voor de in bijlage I bij het Marpol Verdrag genoemde stoffen, het veiligheids-informatieblad waarop de fysisch-chemische eigenschappen van de producten zijn vermeld, waar van toepassing, met inbegrip van hun viscositeit, uitgedrukt in cSt bij 50 ° C en hun dichtheid bij 15 ° C, alsook de andere gegevens die conform Resolutie MSC.286(86) van de I.M.O. op het veiligheidsinformatieblad staan; ".
Art. 15. Dans l'article 5, alinĂ©a 3, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 10 septembre 2010, le c) est remplacĂ© par ce qui suit :
" c) pour les substances visées à l'annexe I de la Convention Marpol, la fiche de données de sécurité détaillant les caractéristiques physico-chimiques des produits y compris, le cas échéant, la viscosité exprimée en cSt à 50 ° C et la densité à 15 ° C, ainsi que les autres données qui, conformément à la résolution MSC.286 (86) de l'OMI, figurent sur la fiche de données de sécurité; ".
HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen
CHAPITRE VI. - Dispositions finales
Art. 16. Dit besluit treedt in werking op 16 maart 2012.
Art. 16. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 16 mars 2012.
Art. 17. De Minister bevoegd voor de Maritieme Mobiliteit is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 17. Le Ministre qui a la MobilitĂ© maritime dans ses attributions, est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Gegeven te Brussel, 25 januari 2012.
ALBERT
Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Economie,
Consumenten en Noordzee,
J. VANDE LANOTTE
Donné à Bruxelles, le 25 janvier 2012.
ALBERT
Par le Roi :
Le Vice-Premier Ministre et Ministre de l'Economie,
des Consommateurs et de la Mer du Nord,
J. VANDE LANOTTE