Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
29 SEPTEMBER 2011. - Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 21-12-2011 en tekstbijwerking tot 13-01-2026)
Titre
29 SEPTEMBRE 2011. - Code wallon de l'action sociale et de la santé - Partie décrétale (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 21-12-2011 et mise à jour au 13-01-2026)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
DEEL 1. - ORGANIEKE BEPALINGEN Boek I. [1 - Het "Agence wallonne de la santé,... TITEL I. [1 - Algemene bepalingen]1 Titel II. [1 - Structuur en bestuur]1 HOOFDSTUK I. [1 - Koepelorganen]1 Afdeling 1. [1 - Organen van het Agentschap]1 Afdeling 2. [1 - Algemene raad]1 Afdeling 3. [1 Sociaal en gezondheidsinformatie... Afdeling 4. [1 - Raad inzake financiële en budg... Afdeling 5. [1 - Bepalingen gemeen aan de Algem... Afdeling 6. [1 - Interne auditstelsel]1 HOOFDSTUK II. [1 - Afdelingen]1 Afdeling 1. [1 - Drie afdelingen van het Agents... Afdeling 2. [1 - [2 ...]2 Gezondheid]1 Onderafdeling 1. [1 - Commissies binnen de afde... Onderafdeling 2. [1 - [2 ...]2 Gezondheid]1 Onderafdeling 3. [1 - Commissies]1 Afdeling 3. [1 - Afdeling "Handicap"]1 Onderafdeling 1. [1 - Organisatie van de afdeli... Onderafdeling 2. [1 - Comité "Handicap"]1 Onderafdeling 3. [1 - Subregionale commissies]1 Afdeling 4. [1 - Afdeling "Gezinnen"]1 Afdeling 5. [1 - Gemeenschappelijke bepalingen ... TITEL II. [1 - Dagelijks beheer]1 Titel III. [1 - Personeel]1 TITEL IV. [1 - Bestaansmiddelen, begroting, boe... TITEL V. [1 - Beheerscontract]1 TITEL V. [1 - Controle]1 Boek II. [1 - Beroepen en Adviescommissie voor ... TITEL I. [1 - Algemene bepalingen]1 Titel II. [1 - Samenstelling]1 Titel III. [1 - Beroepsprocedure]1 TITEL IV. [1 - Secretariaat]1 Boek III. [1 - Klachten]1 Boek IIIbis. [1 - Bepalingen betreffende de adv... Boek IIIter. [1 Opdrachten van de Waalse verzek... Boek IIIquater. [1 [Tegemoetkoming voor hup aan... TITEL I. [1 Begripsomschrijvingen ]1 TITEL II. [1 Regeling m.b.t. de tegemoetkoming ... TITEL III. [1 Bedrag van de tegemoetkoming]1 TITEL IV. [1 Procedure ]1 TITEL V. [1 Beroepsmiddelen ]1 TITEL VI. [1 Financiering van de Waalse verzeke... TITEL VII. [1 Raad voor het beheer van de hulp ... TITEL VIII. [1 Uitwisseling van informatie ]1 TITEL IX. [1 Bescherming van de persoonlijke le... TITEL X. [1 Controle ]1 TITEL XI. [1 Overgangsbepaling ]1 Boek IV. [1 Bepalingen gemeen aan de operatoren... TITEL I. [1 - Inzameling van gegevens]1 TITEL 2. [1 - Communicatie met een elektronisch... TITEL 3. [1 - Activiteitenverslag]1 TITEL 3/1. [1 Inspecties]1 HOOFDSTUK 1. [1 Algemene bepalingen]1 HOOFDSTUK II. [1 Opdrachten en verslagen]1 Afdeling 1. [1 Opdrachten]1 Afdeling 2. [1 Verslagen]1 Afdeling 3. [1 Bekendmaking]1 TITEL 4. [1 - Toelagen]1 TITEL 5. [1 - Collectieve huisvesting van perso... Titel VI. [1 Gemeenschappelijke bepalingen voor... DEEL 2. - SECTORALE BEPALINGEN Inleidend Boek. HOOFDSTUK I. [1 Begripsomschrijvingen en algeme... HOOFDSTUK II. [1 Territoriale organisatie en do... Afdeling 1. [1 Het plaatselijk niveau]1 Afdeling 2. [1 Het lokaal-regionaal niveau]1 Afdeling 3. [1 Het gewestelijk niveau]1 Onderafdeling 1. [1 Opdrachten van het Agentsch... Onderafdeling 2. [1 Algemeen personeelsstatuut]1 Onderafdeling 3. [1 "Institut wallon pour la pr... Inleidend boek. [1 - Bevordering van de gezondh... TITEL I. [1 - Begripsomschrijvingen [2 ...]2]1 TITEL II. [1 Plan voor de bevordering van gezon... HOOFDSTUK I. [1 - Uitwerking en inhoud van het ... HOOFDSTUK II. [1 - Evaluatie]1 HOOFDSTUK III. [1 - [2 ...]2 sturingscomité]1 TITEL III. [1 - Besmettelijke ziektes]1 HOOFDSTUK I. [1 Toezicht op besmettelijke ziek... HOOFDSTUK 2. [1 Elektronisch vaccinatieboekje... Afdeling 1. [1 Afdeling 1- Begripsomschrijving... Afdeling 2. [1 Toepassingsgebied en doel ]1 Afdeling 3. [1 Verwerking van vaccinatiegegeve... TITEL IV. [1 - Programma's voor preventieve gen... TITEL V. [1 - [2 audiovisuele gezondheidsbevord... Inleidend boek bis. [1 - Strategisch plan voor ... TITEL I. [1 - Begripsomschrijvingen]1 TITEL II. [1 - Strategisch plan voor geestelijk... HOOFDSTUK I. [1 - Voorbereiding en inhoud van h... HOOFDSTUK II. [1 - Evaluatie]1 HOOFDSTUK III. [1 - Sturingscomité]1 Boek I. - Sociale actie TITEL I. [1 - Diensten voor sociale insluiting,... HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK II. - Diensten voor sociale insluiting Afdeling 1. - Erkenning Onderafdeling 1. - Voorwaarden Onderafdeling 2. - Procedure Afdeling 1/1. [1 Programmering]1 Afdeling 2. - Subsidiëring HOOFDSTUK II/1. [1 - Sociale kruideniers en soc... Afdeling 1. [1 - Erkenning]1 Onderafdeling 1. [1 - Voorwaarden]1 Onderafdeling 2. [1 - Procedure]1 Afdeling 2. [1 - Subsidiëring]1 HOOFDSTUK II/2. [1 - Organisme wallon de concer... Afdeling 1. [1 - Erkenning]1 Onderafdeling 1. [1 - Voorwaarden]1 Onderafdeling 2. [1 - Procedure]1 Afdeling 2. [1 - Subsidiëring]1 HOOFDSTUK III. - Sociale contactpunten Afdeling 1. - Oprichting en erkenning Afdeling 2. - Subsidiëring HOOFDSTUK IV. - Gemeenschappelijke bepalingen Afdeling 1. - Vrijwilligerswerk Afdeling 2. - Toezicht en straffen TITEL 1/1. [1 - Zorg- en hulpverleningsdiensten... HOOFDSTUK 1. [1 - Algemene bepalingen]1 HOOFDSTUK 2. [1 Zorg- en hulpverleningsdiensten... Afdeling 1. [1 - Erkenning]1 Onderafdeling 1. [1 - Voorwaarden]1 Onderafdeling 2. [1 - Procedure]1 Afdeling 2. [1 - Subsidiëring]1 Afdeling 3. [1 - Vrijwillerswerk]1 Afdeling 4. [1 - Sancties]1 TITEL II. - Opvang, huisvesting en begeleiding ... HOOFDSTUK I. - Definities en opdrachten Afdeling 1. - Definities Afdeling 2. - Opdrachten HOOFDSTUK II. - Werkingsvergunningen Afdeling 1. - Algemeen beginsel Afdeling 2. - Erkenning Onderafdeling 1. - Voorwaarden Onderafdeling 2. - Procedure Onderafdeling 3. - Opschorting, beperking of in... Afdeling 3. [1 Beginselakkoorden]1 Onderafdeling 1. - Algemene bepaling Onderafdeling 2. Onderafdeling 3. - Beginselakkoord Onderafdeling 4. - Opschorting, beperking, intr... HOOFDSTUK III. - Werking Afdeling 1. - Gemeenschappelijke bepaling Afdeling 2. [1 Bepalingen eigen aan de opvangte... Afdeling 3. - Bepalingen eigen aan de opvangteh... Afdeling 4. - Bepalingen eigen aan de opvangteh... Afdeling 5. - Bepalingen eigen aan de gemeensch... Afdeling 6. Afdeling 7. - Bepalingen eigen aan de nachtasielen HOOFDSTUK IV. - Controle en straffen Afdeling 1. - Gemeenschappelijke bepalingen Onderafdeling 1. - Controle Onderafdeling 2. - Straffen A. Straffen B. Sluiting Afdeling 2. [1 - Specifieke strafbepalingen]1 Onderafdeling 1. [1 Opvangtehuizen en gemeensch... Onderafdeling 2. [1 - Nachtasielen.]1 HOOFDSTUK V. [1 - Subsidiëring en programmering... Afdeling 1. - Programmering Afdeling 2. - Subsidiëring Titel II/1. [1 Dagopvang voor dak- of thuislozen]1 Hoofdstuk 1. [1 Begripsomschrijvingen]1 Hoofdstuk 2. [1 Opdracht]1 Hoofdstuk 3. [1 Erkenning]1 Afdeling 1. [1 Voorwaarden]1 Afdeling 2. [1 De procedure]1 Hoofdstuk 4. [1 Programmatie van de dagopvangce... Hoofdstuk 5. [1 Subsidiëring van de erkende dag... TITEL III. - Schuldbemiddeling HOOFDSTUK I. - Instellingen voor schuldbemiddeling Afdeling 1. - Algemene bepaling Afdeling 2. - Erkenning Afdeling 3. - Programmering en subsidiëring HOOFDSTUK II. - Waarnemingscentrum voor krediet... TITEL IV. - Centra voor maatschappelijk werk HOOFDSTUK I. - Erkenning HOOFDSTUK II. - Subsidiëring HOOFDSTUK III. - Controle en straffen TITEL V. - Hulpverlening aan rechtsonderhorigen HOOFDSTUK I. - Definities HOOFDSTUK II. - Diensten voor forensisch welzij... Afdeling 1. - Opdrachten Afdeling 2. - Erkenning Afdeling 3. - Subsidiëring Afdeling 4. - Vrijwilligerswerk TITEL VI. HOOFDSTUK I. HOOFDSTUK II. TITEL VII. [1 - Hulp aan de woonwagenbewoner]1 HOOFDSTUK I. [1 Begripsomschrijvingen]1 HOOFDSTUK II. [1 Organisme gespecialiseerd voor... Afdeling 1. [1 Erkenning]1 Afdeling 2. [1 Opdrachten]1 Afdeling 3. [1 Erkenningsprocedure]1 Afdeling 4. [1 Subsidiëring]1 HOOFDSTUK III. [1 Opvang en subsidiëring van de... Afdeling 3. TITEL VIII. [1 - Diensten en voorzieningen voor... HOOFDSTUK 1. [1 - Definities]1 HOOFDSTUK 2. [1 - Opdrachten]1 HOOFDSTUK 3. [1 - Erkenning]1 Afdeling 1. [1 - Voorwaarden]1 Afdeling 2. [1 - Toekenning van erkenning]1 HOOFDSTUK 4. [1 - Subsidiëring]1 HOOFDSTUK 5. [1 - Controle en sancties]1 Boek II. [1 - Integratie van vreemdelingen]1 TITEL 1. [1 Begripsomschrijvingen]1 TITEL II. [1 - Gewestelijke actie]1 TITEL III. [1 - Integratietraject]1 HOOFDSTUK 1. [1 - Organisatie]1 HOOFDSTUK 2. [1 - Verplichtingen]1 HOOFDSTUK 3. [1 - Sancties]1 HOOFDSTUK 4. HOOFDSTUK 5. [1 - Subsidiëring]1 TITEL IV. [1 - Gewestelijke centra voor de inte... HOOFDSTUK 1. [1 - Opdrachten]1 HOOFDSTUK 2. [1 - Erkenning]1 HOOFDSTUK 3. [1 - Subsidiëring]1 TITEL V. [1 - Plaatselijke initiatieven voor de... HOOFDSTUK 1. [1 - Opdrachten]1 HOOFDSTUK 2. [1 - Erkenning]1 HOOFDSTUK 3. [1 - Subsidiëring]1 TITEL VI. [1 - Tolken in een sociale context]1 HOOFDSTUK 1. [1 - Opdrachten]1 HOOFDSTUK 2. [1 - Erkenning]1 HOOFDSTUK 3. [1 - Subsidiëring]1 TITEL VI/1. [1 - Niet-begeleide minderjarige vr... TITEL VII. [1 - Controle]1 TITEL VIII. [1 - Overgangsbepalingen]1 Boek III. - Hulpverlening aan de gezinnen TITEL 1. - Diensten 'Espaces-Rencontres' (Ontmo... HOOFDSTUK I. - Definities en Opdrachten Afdeling 1. - Definities Afdeling 2. - Opdrachten HOOFDSTUK II. - Erkenning Afdeling 1. - Erkenningsvoorwaarden Afdeling 2. - Toekenningsprocedure HOOFDSTUK III. - Werking HOOFDSTUK IV. - Subsidiëring HOOFDSTUK V. - Controle en straffen Afdeling 1. Afdeling 2. - Straffen Onderafdeling 1. - Opschorting, intrekking Onderafdeling 2. - Straffen Titre II. - [1 Centra en centrafederaties voor ... HOOFDSTUK I. - [1 Algemene beginselen]1 HOOFDSTUK II. - [1 Centra voor gezinsplanning]1 Afdeling 1. - [1 Definities]1 Afdeling 2. - [1 Activiteiten van de centra voo... Onderafdeling 1. - [1 Algemeenheden]1 Onderafdeling 2. - [1 Pool opvang en beheer van... Onderafdeling 3. - [1 Pool pluridisciplinaire b... Onderafdeling 4. - [1 Pool informatieverstrekki... Onderafdeling 5. - [1 Pool communicatie]1 Onderafeling 5/1. [1 Ondersteuningspool]1 Onderafeling 5/2. [1 Kwalificaties]1 Onderafdeling 6. - [1 Verplichtingen van de cen... Onderafdeling 6.1. [1 Algemene coördinatie]1 Onderafdeling 6.2. - [1 De gebruiker]1 Onderafdeling 6.3. - [1 Werk in netverband.]1 Onderafdeling 6.4. - [1 Kosten van de dienstver... Onderafdeling 6.5. - [1 Toegankelijkheid en inf... Onderafdeling 6.6. - [1 Aanbodkadaster]1 Onderafdeling 6.7. - [1 Verzameling van sociaal... Afdeling 3. - [1 Organisatie van het dienstenaa... Afdeling 4. - [1 Programmering en erkenning]1 Onderafdeling 1. - [1 Programmering]1 Onderafdeling 2. - [1 Erkenning]1 Afdeling 5. - [1 Subsidiëring]1 Afdeling 6. - [1 Beoordeling - controle - sanct... HOOFDSTUK III. - [1 Federaties van centra voor ... HOOFDSTUK IV. - [1 Overgangsbepalingen]1 TITEL III. - Hulpdiensten voor gezinnen en beja... HOOFDSTUK I. - Definities HOOFDSTUK II. - Activiteiten van de diensten HOOFDSTUK III. - Erkenning Afdeling 1. - Erkenningsvoorwaarden Afdeling 2. - Toekenningsprocedure HOOFDSTUK IV. - Subsidiëring Afdeling 1. - Subsidiëringsvoorwaarden Afdeling 2. - Subsidies HOOFDSTUK V. - Controle en straffen Afdeling 1. - Controle Afdeling 2. - Straffen Onderafdeling 1. - Intrekking, opschorting Onderafdeling 2. - Straffen Boek IV. - Integratie van gehandicapte personen TITEL 1. - Algemeen stelsel HOOFDSTUK I. - Leidende beginselen Afdeling 1. - Algemene beginselen Afdeling 2. - Voorzorgsmaatregelen Afdeling 3. - Aanpassingsmaatregelen Afdeling 4. - Integratiemaatregelen HOOFDSTUK II. [1 - Begunstigen, erkenningen en ... Afdeling 1. [1 - Begunstigden]1 Afdeling 2. [1 Erkenning, subsidiëring en overe... HOOFDSTUK III. [1 - Toezicht]1 HOOFDSTUK IV. [1 - Verenigingen van gehandicapt... TITEL II. - Specifieke bepalingen HOOFDSTUK I. - Sociale wetgevingen HOOFDSTUK II. - Geschillen HOOFDSTUK III. [1 - Toegankelijkheid van publie... Afdeling 1. - Definities Afdeling 2. - Toegangsvoorwaarden Afdeling 3. - Controle en toezicht Boek V. - Hulpverlening aan bejaarde personen TITEL 1. - Stelsel voor de opvang en de huisves... HOOFDSTUK I. - Definities HOOFDSTUK II. - Informatie over de inrichting HOOFDSTUK III. - Welzijn van de bewoners HOOFDSTUK IV. - Relaties met de bewoners HOOFDSTUK V. - Prijsverplichtingen HOOFDSTUK VI. - Programmering en beginselakkoorden Afdeling 1. - Programmering Afdeling 2. - Beginselakkoord HOOFDSTUK VII. - Werkingsvergunning Afdeling 1. - Toekenningsprocedure Afdeling 2. - Werkingsnormen Onderafdeling 1. - Werkingsnormen eigen aan rus... Onderafdeling 2. - Werkingsnormen eigen aan ser... Onderafdeling 3. - Werkingsnormen eigen aan cen... Onderafdeling 4. - Werkingsnormen eigen aan gez... HOOFDSTUK VIII. - Controle en straffen Afdeling 1. - Controle Afdeling 2. - Straffen Onderafdeling 1. - Opschorting, intrekking, slu... Onderafdeling 2. - Administratieve straffen Onderafdeling 3. - Rechterlijke straffen TITEL II. - bestrijding van de mishandeling van... HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK II. - Instelling belast met de bestri... Afdeling 1. - Erkenning Afdeling 2. - Opdrachten en verslag van het age... Afdeling 3. - Subsidies verleend aan het agents... Afdeling 4. - Controle en sancties Onderafdeling 1. - Controle Onderafdeling 2. - Sancties : schorsing, intrek... Afdeling 5. - Overheveling van personeel TITEL III. - Regeling voor telehulp TITEL IV. - Centra voor gemeenschappelijke dien... HOOFDSTUK I. - Begripsomschrijving HOOFDSTUK II. - Subsidiëring Afdeling 1. - Algemene bepalingen Afdeling 2. - Toekenningsvoorwaarden Afdeling 3. - Procedure TITEL V. - [1 Financiering van de inrichtingen ... HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK II. - Regels voor de toekenning van s... HOOFDSTUK III. - Waarborg TITEL VI. [1 Huurprijs van de kamer van toepass... Boek VI. - Gezondheid TITEL I. - Algemene regelingen voor bijstand in... Inleidend HOOFDSTUK. [1 - [2 regelingen voor ge... Inleidende afdeling. [1 - Begripsomschrijvingen]1 Afdeling 1. [1 - Lokale centra voor gezondheids... Onderafdeling 1. [1 - Erkenning]1 Onderafdeling 2. [1 - Subsidiëring]1 Onderafdeling 3. [1 - Controle, evaluatie, best... Afdeling 2. [1 - Kenniscentra voor gezondheidsb... Onderafdeling 1. [1 - Erkenning]1 Onderafdeling 2. [1 - Subsidiëring]1 Onderafdeling 3. [1 - Controle, evaluatie, best... Afdeling 3. [1 Operationaliseringscentra voor p... Onderafdeling 1. [1 - Erkenning]1 Onderafdeling 2. [1 Subsidiëring]1 Onderafdeling 3. [1 - Controle, evaluatie, best... Onderafdeling 4. [1 - Erkenningen van de inrich... Onderafdeling 5. Afdeling 4. [1 - Operatoren inzake gezondheidsb... Onderafdeling 1. [1 - Erkenning]1 Onderafdeling 2. [1 - Subsidiëring]1 Onderafdeling 3. [1 - Controle, evaluatie en be... Afdeling 5. [1 - Federaties voor [2 bevordering... Afdeling 6. [1 - Departement of afdeling medisc... Onderafdeling 1. [1 - Erkenning]1 Onderafdeling 2. [1 - Controle, evaluatie en be... HOOFDSTUK I. - Verzorgingsinstellingen Afdeling 1. - Algemene bepalingen Afdeling 2. - Bijzondere erkenning coor de inri... Onderafdeling 1. - Procedure Onderafdeling 2. - Controle en sancties Afdeling 3. - Waarborg Afdeling 4. Afdeling 5. [1 - Platforms voor palliatieve zorg]1 Afdeling 6. [1 - Erkenning van een elektronisch... HOOFDSTUK II. - Geïntegreerde gezondheidsvereni... Afdeling 1. - Begripsomschrijvingen Afdeling 2. - Geïntegreerde gezondheidsverenigi... Onderafdeling 1. [1 - Programmering en erkenning]1 Onderafdeling 2. - Bijdrage Afdeling 3. - Federaties van geïntegreerde gezo... Onderafdeling 1. - Erkenning Onderafdeling 2. - Subsidiëring Afdeling 4. - Evaluatie en sancties Onderafdeling 1. - Evaluatie A. Geïntegreerde gezondheidsverenigingen B. Federaties van geïntegreerde gezondheidsvere... Onderafdeling 2. - Sancties A. Geïntegreerde gezondheidsverenigingen B. Federaties van geïntegreerde gezondheidsvere... HOOFDSTUK III. - Coördinatie van thuiszorg en t... Afdeling 1. - Begripsomschrijvingen en algemene... Afdeling 2. - Coördinatiecentra voor thuiszorg ... Onderafdeling 1. - Verplichtingen A. Opdrachten B. Werking C. Personeel D. Begunstigden E. Boekhouding Onderafdeling 2. - Programmering, erkenning, su... A. Programmering B. Erkenning C. Subsidiëring Afdeling 3. - Federaties van coördinatiecentra ... Onderafdeling 1. - Erkenning Onderafdeling 2. - Subsidiëring Afdeling 4. - Evaluatie, controle en sanctie Onderafdeling 1. - Evaluatie en controle A. Coördinatiecentra voor zorgen en thuishulp B. Federatie van coördinatiecentra voor zorgen ... Onderafdeling 2. - Sancties A. Intrekking, opschorting Coördinatiecentra Federaties van coördinatiecentra B. Strafrechtelijke sancties Afdeling 5. - Kadaster van het aanbod HOOFDSTUK IV. [1 - Huisartsenkringen]1 HOOFDSTUK V. [1 Palliatieve zorg, multidiscipli... Afdeling 1. [1 Algemene bepalingen]1 Afdeling 2. [1 Overlegplatformen inzake palliat... Onderafdeling 1. [1 Opdrachten]1 Onderafdeling 2. [1 Werking]1 Onderafdeling 3. [1 Erkenning]1 Onderafdeling 4. [1 Toelage]1 Onderafdeling 5. [1 Controle]1 Onderafdeling 6. [1 Intrekking van de erkenning]1 Afdeling 3. [1 Federatie]1 Onderafdeling 1. [1 Opdrachten]1 Onderafdeling 2. [1 Erkenning]1 Onderafdeling 3. [1 Toelage]1 Onderafdeling 4. [1 Bijkomende toelage]1 Afdeling 4. [1 multidisciplinaire begeleidingse... Afdeling 5. [1 Overgangsbepaling]1 TITEL II. [1 - Bijzondere zorgregelingen in de ... INLEIDEND HOOFDSTUK. [1 - Referentiecentra voor... Afdeling 1. [1 - Algemene bepalingen]1 Afdeling 2. [1 - Opdrachten]1 Afdeling 3. [1 - Erkenning]1 Afdeling 4. [1 - Begeleidingscomité]1 Afdeling 5. [1 - Specifieke referentiecentra]1 Afdeling 6. [1 - Subsidiëring]1 Afdeling 7. [1 - Evaluatie, controle, bestraffi... HOOFDSTUK I. - Psychiatrische ziekenhuizen Afdeling 1. - Begripsomschrijvingen en algemene... Afdeling 2. - Regionaal centrum voor psychiatri... Onderafdeling 1. - Opdrachten Onderafdeling 2. - Organisatie A. Raad van bestuur B. Dagelijks beheer 1. Algemene leiding 2. Directiecomité Onderafdeling 3. - Financiële lasten Onderafdeling 4. - Begroting, rekeningen en con... Onderafdeling 5. - Personeel Afdeling 3. - Het psychiatrisch verzorgingscent... Onderafdeling 1. - Organisatie A. De Regering B. Onderafdeling 2. Onderafdeling 3. HOOFDSTUK I/I. . [1 - Psychiatrische verzorging... Afdeling 1. [1 - Algemene bepalingen]1 Afdeling 2. [1 - Organisatie- en werkingsregels]1 Onderafdeling 1. [1 - Dienstproject]1 Onderafdeling 2. [1 - In aanmerking komende beg... Onderafdeling 3. [1 - Samenwerking met andere v... Onderafdeling 4. [1 - Personeel en omkadering]1 Onderafdeling 5. [1 - Beroepsgeheim]1 Onderafdeling 6. [1 - Bepalingen met betrekking... Onderafdeling 7. [1 - Bepalingen met betrekking... Afdeling 3. [1 - Individueel dossier]1 Afdeling 4. [1 - Specifieke rechten van de begu... Afdeling 5. [1 - Financiële bepalingen]1 Afdeling 6. [1 - Sociaal-sanitaire gegevens]1 Afdeling 7. [1 - Programmering en erkenning]1 Afdeling 8. [1 - Evaluatie, controle en sanctie]1 HOOFDSTUK I/2. [1 - Initiatieven voor beschut w... Afdeling 1. [1 - Algemene bepalingen]1 Afdeling 2. [1 Organisatie- en werkingsregels]1 Onderafdeling 1. [1 - Dienstproject]1 Onderafdeling 2. [1 - In aanmerking komende beg... Onderafdeling 3. [1 - Samenwerking met andere v... Onderafdeling 4. [1 - Personeel en omkadering]1 Onderafdeling 5. [1 - Beroepsgeheim]1 Onderafdeling 6. [1 - Bepalingen met betrekking... Onderafdeling 7. [1 - Bepalingen met betrekking... Afdeling 3. [1 - Individueel dossier]1 Afdeling 4. [1 - Specifieke rechten van de begu... Afdeling 5. [1 Financiële bepalingen]1 Afdeling 6. [1 Sociaal-sanitaire gegevens]1 Afdeling 7. [1 - Programmering en erkenning]1 Afdeling 8. [1 - Evaluatie, controle en sanctie]1 HOOFDSTUK II. - Geestelijke gezondheidszorg [1 ... Afdeling 1. - Algemene beginselen Afdeling 2. [1 - Diensten voor geestelijke gezo... Onderafdeling 1. [1 - Opdracht en werking]1 A. Opdracht en project B. Onthaal [1 van de aanvragers en begunstigden]1 C. Beantwoording van de aanvraag C/1. [1 Multidisciplinair overleg]1 D. Bijkomende activiteiten E. Netwerking [1 en institutioneel overleg]1 F. Multidisciplinair team G. Prestaties van de leden van het team G/1. [1 Beroepsgeheim]1 H. [1 De begunstigde]1 1. [1 Vrije keuze van de dienst voor geestelijk... 2. Het individuele dossier [1 van de begunstigd... 3. Rechten [1 van de begunstigde]1 I. Kostprijs van de prestaties J. Adviesraad K. Inzameling van sociaal-epidemiologische gege... L. : Toegankelijkheid en infrastructuur M. Boekhouding Onderafdeling 2. - Verplichtingen eigen aan de ... A. Specifieke initiatieven B. Therapeutische clubs Onderafdeling 3. - Programmering en erkenning A. Programmering B. Erkenning Onderafdeling 4. - Subsidiëring Onderafdeling 5. - Evaluatie, controle en sanctie A. Evaluatie en controle B. C. Sanctions Afdeling 2/1. [1 - Federaties van de diensten v... Afdeling 3. Onderafdeling 1. A. B. Onderafdeling 2. Onderafdeling 3. Afdeling 4. - Kadaster van het aanbod en inform... HOOFDSTUK II/1. [1 - Tele-onthaalcentra]1 Afdeling 1. [1 - Algemene bepalingen]1 Afdeling 2. [1 - Tele-onthaalcentra]1 Onderafdeling 1. [1 - Opdrachten]1 Onderafdeling 2. [1 - Erkenning]1 Onderafdeling 3. [1 - Werking]1 Onderafdeling 4. [1 - Subsidiëring]1 Onderafdeling 5. [1 - Evaluatie, controle en sa... Afdeling 3. [1 - Coördinatiecel]1 HOOFDSTUK III. - Verslavingen Afdeling 1. - Algemene bepalingen Afdeling 2. - Zorg- en hulpverleningsnetwerken ... Onderafdeling 1. - Zorgzones Onderafdeling 2. - Opdrachten en werking A. Opdrachten B. Werking Onderafdeling 3. - Erkenning Onderafdeling 4. - Subsidiëring Afdeling 3. - Hulp- en verzorgingsdiensten gesp... Onderafdeling 1. - Opdrachten en werking A. Opdrachten B. Werking Onderafdeling 2. - Erkenning Onderafdeling 3. - Subsidiëring Onderafdeling 4. - Begunstigden Afdeling 4. - Bepalingen gemeen aan de hulp- en... Onderafdeling 1. - Vereffening van de subsidies... Onderafdeling 2. - Evaluatie, controle en sancties Onderafdeling 3. - Inzameling van sociaal-epide... Afdeling 5. - Federaties Onderafdeling 1. - Erkenning Onderafdeling 2. - Subsidiëring Onderafdeling 3. - Evaluatie Afdeling 6. - Kadaster van het aanbod inzake ve... HOOFDSTUK IV. [1 - Overlegplatforms inzake gees... Afdeling 1. [1 - Algemene bepalingen]1 Afdeling 2. [1 - Opdrachten]1 Afdeling 3. [1 - Organisatie]1 Afdeling 4. [1 - Programmering en erkenning]1 Afdeling 5. [1 - Subsidiëring]1 Afdeling 6. [1 - Evaluatie, controle en sanctie]1 TITEL III. [1 - Medisch-sanitair vervoer]1 Afdeling 1. - [1 Begripsomschrijvingen en algem... Afdeling 2. - Erkenning Onderafdeling 1. Onderafdeling 2. Afdeling 3. [1 - Werkingsnormen]1 Onderafdeling 1. [1 - Algemene bepalingen]1 Onderafdeling 2. [1 - Werkingsnormen van de die... Onderafdeling 3. [1 - Werkingsnormen van de die... Afdeling 4. [1 - Controles en sancties]1 Onderafdeling 1. [1 - Controles]1 Onderafdeling 2. [1 - Sancties en boetes]1 A. [1 A. Dringende sluiting, schorsing en intre... B. [1 Strafrechtelijke sancties]1 C. [1 Administratieve sancties]1 Afdeling 5. [1 - Activiteitenverslag]1 Boek VII. [1 - Steun aan lesbische, gay, bisexu... TITEL I. [1 - Erkenning van regenbooghuizen]1 HOOFDSTUK I. [1 - Definities]1 HOOFDSTUK 2. [1 - Opdrachten]1 HOOFDSTUK 3. [1 - Erkenning]1 Afdeling 1. [1 - Voorwaarden]1 Afdeling 2. [1 - Toekenning van erkenning]1 HOOFDSTUK 4. [1 - Subsidiëring]1 HOOFDSTUK 5. [1 - Controle en sancties]1 TITEL II. [1 - Erkenning van de federatie van d... HOOFDSTUK 1. [1 - Opdrachten]1 HOOFDSTUK 2. [1 - Erkenning1]1 Afdeling 1. [1 - Voorwaarden]1 Afdeling 2. [1 - Toekenning van de erkenning]1 HOOFDSTUK 3. [1 - Subsidiëring]1 HOOFDSTUK 4. [1 - Evaluatie]1 HOOFDSTUK 5. [1 - Controle en sancties-]1 Boek VIII. [1 Huizen voor collectieve huisvesti... HOOFDSTUK 1. [1 - Begripsomschrijvingen]1 HOOFDSTUK 2. [1 - Erkenning]1 Afdeling 1. [1 - Toekenning, schorsing, beperki... Afdeling 2. [1 - Inrichtende mach]1 Afdeling 3. [1 - Infrastructuur]1 Afdeling 4. [1 - Verplichte documenten]1 Afdeling 5. [1 - Personeel]1 Afdeling 6. [1 - Opdrachten]1 Afdeling 7. [1 - Opvang van de bewoners]1 Afdeling 8. [1 - Registers]1 Afdeling 9. [1 - Individueel dossier]1 Afdeling 10. [1 - Individuele huisvestingsovere... Afdeling 11. [1 - Financiële bijdrage]1 Afdeling 12. [1 - Rechten van de bewoner]1 Afdeling 13. [1 - Huishoudelijk reglement]1 HOOFDSTUK 3. [1 Controle en sancties]1 Afdeling 1. [1 - Controle]1 Afdeling 2. [1 - Bemiddeling]1 Afdeling 3. [1 - Sancties]1 HOOFDSTUK 4. [1 - Overgangs- en slotbepalingen]1 Afdeling 1. [1 Overgangsbepalingen]1 Afdeling 2. [1 - Slotbepalingen]1 DEEL 3. - OVERGANGSBEPALINGEN
Inhoud
PARTIE 1. - DISPOSITIONS ORGANIQUES Livre Ier. [1 L'Agence wallonne de la santé, ... TITRE Ier. [1 Dispositions générales]1 TITRE II. [1 Structure et gouvernance]1 CHAPITRE Ier. [1 Organes faîtiers]1 Section 1re. [1 Organes de l'Agence]1 Section 2. [1 Conseil général4]1 Section 3. [1 Système d'informations socio-sani... Section 4. [1 Conseil de monitoring financier e... Section 5. [1 Dispositions communes au Conseil ... Section 6. [1 Dispositif d'audit interne]1 CHAPITRE 2. [1 Branches]1 Section 1re. [1 Des trois branches de l'Agence]1 Section 2. [1 Branche [2 ...]2 Santé]1 Sous-Section 1re. [1 Des commissions au sein de... Sous-Section 2. [1 Comité "[2 ...]2 Santé"]1 Sous-Section 3. [1 Commissions]1 Section 3. [1 Branche "Handicap"]1 Sous-Section 1. [1 Organisation de la branche "... Sous-Section 2. [1 Comité "Handicap"]1 Sous-Section 3. [1 Commissions subrégionales]1 Section 4. [1 Branche "Familles"]1 Section 5. [1 Dispositions communes aux Branche... Chapitre 3. [1 Gestion journalière]1 Titre III. [1 Personnel]1 Titre IV. [1 Ressources, budget, comptabilité e... Titre V. [1 Contrat de gestion]1 Titre VI. [1 Contrôle]1 Livre II. [1 - Recours et Commission d'avis sur... TITRE Ier. [1 - Dispositions générales]1 TITRE II. [1 - Composition]1 TITRE III. [1 - Procédure de recours]1 TITRE IV. [1 - Secrétariat]1 Livre III. [1 - Plaintes]1 Livre IIIbis. [1 - Dispositions relatives à la ... Livre IIIter. [1 Missions des organismes assure... Livre IIIIquater. [1 {Allocation pour l'aide au... TITRE Ier. [1 Définitions ]1 TITRE II. [1 Régime de l'allocation pour l'aide... TITRE III. [1 Montant de l'allocation ]1 TITRE IV. [1 Procédure ]1 TITRE V. [1 Voies de recours ]1 TITRE VI. [1 Financement des organismes assureu... TITRE VII [1 Conseil de la gestion de l'allocat... TITRE VIII. [1 Echange d'informations ]1 TITRE IX. [1 La protection de la vie privée ]1 TITRE X. [1 Contrôle ]1 TITRE XI. [1 Disposition transitoire ]1 Livre IV. [1 - Dispositions communes aux opérat... TITRE Ier. [1 Collecte de données]1 TITRE II. [1 - Communication par voie électroni... TITRE III. [1 - Rapport d'activités]1 TITRE III/1. [1 Inspections]1 CHAPITRE 1er. [1 Dispositions générales]1 CHAPITRE II. [1 Missions et rapports]1 Section 1ere [1 Missions]1 Section 2. [1 Rapports]1 Section 3. [1 Publicité]1 TITRE IV. [1 - Subventions]1 TITRE V. [1 - De l'hébergement collectif de per... Titre VI. [1 Dispositions communes aux acteurs ... PARTIE 2. - DISPOSITIONS SECTORIELLES Livre liminaire. CHAPITRE Ier. [1 Définitions et dispositions gé... CHAPITRE II. [1 Organisation territoriale et fi... Section 1e. [1 Le niveau local]1 Section 2. [1 Le niveau locorégional]1 Section 3. [1 Le niveau régional]1 Sous-section 1e. [1 Missions de l'Agence]1 Sous-section 2. [1 Le Forum de la première lign... Sous-section 3. [1 Institut wallon pour la prem... Livre préliminaire. [1 - Promotion de la santé,... TITRE Ier. [1 - Définitions [2 ...]2]1 TITRE II. [1 Plan de [2 promotion de la santé, ... CHAPITRE Ier. [1 - Elaboration et contenu du pl... CHAPITRE II. [1 - Evaluation]1 CHAPITRE III. [1 - Comité de pilotage [2 ...]2]1 TITRE III. [1 Maladies infectieuses]1 CHAPITRE I. [1 Chapitre 1er - Surveillance des ... CHAPITRE II. [1 Carnet de vaccination électroni... Section 1re. [1 Section 1e - Définitions ]1 Art. 47/16/2. [1 Pour l'application du présent ... Section 2. [1 Champ d'application et objet ]1 Art. 47/16/3. [1 Les mesures prescrites par le ... Section 3. [1 Traitement des donnée... TITRE IV. [1 - Programmes de médecine préventiv... TITRE V. [1 Campagnes [2 audiovisuelles de prom... Livre préliminaire bis. [1 - Plan stratégique p... TITRE Ier. [1 - Définitions]1 TITRE II. [1 - Plan stratégique pour la santé m... CHAPITRE Ier. [1 - Elaboration et contenu du pl... CHAPITRE II. [1 - Evaluation ]1 CHAPITRE III. [1 - Comité de pilotage]1 Livre 1er. - Action sociale TITRE Ier. [1 - Services d'insertion sociale, a... CHAPITRE Ier. - Dispositions générales CHAPITRE II. - Services d'insertion sociale Section 1re. - Agrément Sous-section 1re. - Conditions Sous-section 2. - Procédure Section 1e/1. [1 Programmation]1 Section 2. - Subventionnement CHAPITRE II/1. [1 - Epiceries sociales et resta... Section 1re. [1 - Agrément]1 Sous-section 1re. [1 - Conditions]1 Sous-section 2. [1 - Procédure]1 Section 2. [1 - Subventionnement]1 CHAPITRE II/2. [1 - Organisme wallon de concert... Section 1re. [1 - Agrément]1 Sous-section 1re. [1 - Conditions]1 Sous-section 2. [1 - Procédure]1 Section 2. [1 - Subventionnement]1 CHAPITRE III. - Relais sociaux Section 1re. - Constitution et reconnaissance Section 2. - Subventionnement CHAPITRE IV. - Dispositions communes Section 1re. - Volontariat Section 2. - Contrôle et sanctions TITRE Ier/1. [1 - Services d'aide et de soins a... CHAPITRE Ier [1 - Dispositions générales]1 CHAPITRE 2. [1 - Services d'aide et de soins au... Section 1re. [1 - Agrément]1 Sous-section 1re. [1 - Conditions]1 Sous-section 2. [1 - Procédure]1 Section 2. [1 - Subventionnement ]1 Section 3. [1 - Volontariat ]1 Section 4. [1 - Sanctions ]1 TITRE II. - Accueil, hébergement et accompagnem... CHAPITRE Ier. - Définitions et missions Section 1re. - Définitions Section 2. - Missions CHAPITRE II. - Titres de fonctionnement Section 1re. - Principe général Section 2. - Agrément Sous-section 1re. - Conditions Sous-section 2. - Procédure Sous-section 3. - Suspension, réduction, retrait Section 3. [1 Accords de principe]1 Sous-section 1re. - Disposition générale Sous-section 2. Sous-section 3. - Accord de principe Sous-section 4. - Suspension, réduction, retrait CHAPITRE III. - Fonctionnement Section 1re. - Disposition commune Section 2. [1 Dispositions spécifiques aux mais... Section 3. - Dispositions spécifiques aux maiso... Section 4. - Dispositions spécifiques aux maiso... Section 5. - Dispositions spécifiques aux maiso... Section 6. Section 7. - Dispositions spécifiques aux abris... CHAPITRE IV. - Contrôle et sanctions Section 1re. - Dispositions communes Sous-section 1re. - Contrôle Sous-section 2. - Sanction A. Sanctions pénales B. Fermeture Section 2. [1 - Dispositions pénales spécifiques]1 Sous-section 1re. [1 Maisons d'accueil et maiso... Sous-section 2. [1 - Abris de nuit]1 CHAPITRE V. [1 - Subventionnement et programmat... Section 1re. - Programmation Section 2. - Subventionnement Titre II/1. [1 Accueils de jour des personnes s... Chapitre 1er. [1 Définitions]1 Chapitre 2 [1 Mission]1 Chapitre 3. [1 Agrément]1 Section 1e. [1 Conditions]1 Section 2. [1 Procédure]1 Chapitre 4. [1 Programmation des accueils de jo... Chapitre 5. [1 Subventionnement des accueils de... TITRE III. - Médiation de dettes CHAPITRE Ier. - Institutions pratiquant la médi... Section 1re. - Disposition générale Section 2. - Agrément Section 3. - Programmation et subventionnement CHAPITRE II. - Observatoire du crédit et de l'e... TITRE IV. - Centres de service social CHAPITRE Ier. - Agrément CHAPITRE II. - Subventionnement CHAPITRE III. - Contrôle et sanctions TITRE V. - Aide sociale aux justiciables CHAPITRE Ier. - Définitions CHAPITRE II. - Services d'aide sociale aux just... Section 1re. - Missions Section 2. - Agrément Section 3. - Subventionnement Section 4. - Volontariat TITRE VI. CHAPITRE Ier. CHAPITRE II. TITRE VII. [1 - Aide aux gens du voyage]1 CHAPITRE 1er. [1 Définitions]1 CHAPITRE 2. [1 Organisme spécialisé en médiatio... Section 1re. [1 Agrément]1 Section 2. [1 Missions]1 Section 3. [1 Procédure d'agrément]1 Section 4. [1 Subventionnement]1 CHAPITRE 3. [1 Accueil et subventionnement des ... Section 3. TITRE VIII. [1 Services et dispositifs d'accomp... CHAPITRE 1er. [1 Définitions ]1 CHAPITRE 2. [1 - Missions ]1 CHAPITRE 3. [1 - Agrément]1 Section 1ère. [1 - Conditions]1 Section 2. [1 - Octroi d'agrément]1 CHAPITRE 4. [1 - Subventionnement]1 CHAPITRE 5. [1 - Contrôle et sanctions]1 Livre II. [1 - Intégration des personnes étrang... TITRE 1er. [1 - Définitions]1 TITRE II. [1 - L'action régionale]1 TITRE III. [1 - Parcours d'intégration]1 CHAPITRE 1er. [1 - Organisation]1 CHAPITRE 2. [1 - Obligations]1 CHAPITRE 3. [1 Sanctions]1 CHAPITRE 4. CHAPITRE 5. [1 Subventionnement]1 TITRE IV. [1 - Centres régionaux pour l'intégra... CHAPITRE 1er. [1 Missions]1 CHAPITRE 2. [1 Agrément]1 CHAPITRE 3. [1 Subventionnement]1 TITRE V. [1 - Initiatives locales d'intégration... CHAPITRE 1er. [1 - Missions]1 CHAPITRE 2. [1 - Agrément]1 CHAPITRE 3. [1 - Subventionnement]1 TITRE VI. [1 - Interprétariat en milieu social]1 CHAPITRE 1er. [1 - Missions]1 CHAPITRE 2. [1 - Agrément]1 CHAPITRE 3. [1 - Subventionnement]1 TITRE VI/1. [1 - Mineurs étrangers non accompag... TITRE VII. [1 - Contrôle]1 TITRE VIII. [1 - Dispositions transitoires]1 Livre III. - Aide aux familles TITRE 1er. - Services Espaces-Rencontres CHAPITRE Ier. - Définitions et missions Section 1re. - Définitions Section 2. - Missions CHAPITRE II. - Agrément Section 1re. - Conditions d'agrément Section 2. - Procédure d'octroi CHAPITRE III. - Fonctionnement CHAPITRE IV. - Subventionnement CHAPITRE V. - Contrôle et sanctions Section 1re. Section 2. - Sanctions Sous-section 1re. - Suspension, retrait Sous-section 2. - Sanctions pénales Titre II. - [1 Centres et fédérations de centre... CHAPITRE Ier. - [1 Principes généraux]1 CHAPITRE II. - [1 Centres de planning familial]1 Section 1re. - [1 Définitions]1 Section 2. - [1 Activités des centres de planni... Sous-section 1re. - [1 Généralités]1 Sous-section 2. - [1 Pôle accueil et gestion de... Sous-section 3. - [1 Pôle accompagnement plurid... Sous-section 4. - [1 Pôle information, sensibil... Sous-section 5. - [1 Pôle communication]1 Sous-section 5/1. [1 Pôle de support]1 Sous-section 5/2. [1 Qualifications]1 Sous-section 6. - [1 Obligations des centres de... Sous-section 6.1. [1 Le Gouvernement fixe les q... Sous-section 6.2. - [1 L'usager]1 Sous-section 6.3. - [1 Travail en réseau]1 Sous-section 6.4. - [1 Coût des prestations]1 Sous-section 6.5. - [1 Accessibilité et infrast... Sous-section 6.6. - [1 Cadastre de l'offre]1 Sous-section 6.7. - [1 Recueil de données socio... Section 3. - [1 Organisation de l'offre de serv... Section 4. - [1 Programmation et agrément]1 Sous-section 1re. - [1 Programmation]1 Sous-section 2. - [1 Agrément]1 Section 5. - [1 Subventionnement]1 Section 6. - [1 Evaluation Contrôle - Sanctions]1 CHAPITRE III. - [1 Fédérations de centres de pl... CHAPITRE IV. - [1 Dispositions transitoires]1 TITRE III. - Services d'aide aux familles et au... CHAPITRE Ier. - Définitions CHAPITRE II. - Activités des services CHAPITRE III. - Agrément Section 1re. - Conditions d'agrément Section 2. - Procédure d'octroi CHAPITRE IV. - Subventionnement Section 1re. - Conditions de subventionnement Section 2. - Subventions CHAPITRE V. - Contrôle et sanctions Section 1re. - Contrôle Section 2. - Sanctions Sous-section 1re. - Retrait, suspension Sous-section 2. - Sanctions pénales Livre IV. - Intégration des personnes handicapées TITRE 1er. - Dispositif général CHAPITRE Ier. - Principes directeurs Section 1re. - Principes généraux Section 2. - Mesures de prévention Section 3. - Mesures d'adaptation Section 4. - Mesures d'intégration CHAPITRE II. [1 - Des bénéficiaires, agréments ... Section 1re. [1 - Bénéficiaires]1 Section 2. [1 - Agrément, subventionnement et c... Chapitre III. [1 - Surveillance]1 CHAPITRE IV. [1 - Associations de Personnes han... TITRE II. - Dispositifs spécifiques CHAPITRE Ier. - Législations sociales CHAPITRE II. - Contentieux CHAPITRE III. [1 - Accessibilité aux personnes ... Section 1re. - Définitions Section 2. - Conditions d'accès Section 3. - Contrôle et surveillance Livre V. - Aide aux aînés TITRE 1er. - Dispositif d'hébergement et d'accu... CHAPITRE Ier. - Définitions CHAPITRE II. - Informations sur l'établissement CHAPITRE III. - Bien-être des résidents CHAPITRE IV. - Relations avec les résidents CHAPITRE V. - Obligations relatives au prix CHAPITRE VI. - Programmation et accords de prin... Section 1re. - Programmation Section 2. - Accord de principe CHAPITRE VII. - Titre de fonctionnement Section 1re. - Procédure d'octroi Section 2. - Normes de fonctionnement Sous-section 1re. - Normes de fonctionnement sp... Sous-section 2. - Normes de fonctionnement spéc... Sous-section 3. - Normes de fonctionnement spéc... Sous-section 4. - Normes de fonctionnement spéc... CHAPITRE VIII. - Contrôle et sanctions Section 1re. - Contrôle Section 2. - Sanctions Sous-section 1re. - Suspension, retrait, fermeture Sous-section 2. - Sanctions administratives Sous-section 3. - Sanctions pénales TITRE II. - Dispositif de lutte contre la maltr... CHAPITRE Ier. - Dispositions générales CHAPITRE II. - De l'organisme chargé de la lutt... Section 1re. - Reconnaissance Section 2. - Missions et rapport Section 3. - Subventionnement Section 4. - Contrôle et sanctions Sous-section 1re. - Contrôle Sous-section 2. - Sanctions : suspension, retrait Section 5. - Transfert de personnel TITRE III. - Dispositif de télé-assistance TITRE IV. - Centres de services communs CHAPITRE Ier. - Définition CHAPITRE II. - Subventionnement Section 1re. - Dispositions générales Section 2. - Conditions d'octroi Section 3. - Procédure TITRE V. - [1 Financement des établissements d'... CHAPITRE Ier. - Dispositions générales CHAPITRE II. - Modalités de subventionnement CHAPITRE III. - Garantie TITRE VI. [1 Prix de location de la chambre app... Livre VI. - Santé TITRE 1er. - Dispositifs généraux d'aide en mat... CHAPITRE Préliminaire [1 Dispositifs de [2 prom... Section préliminaire. [1 - Définitions]1 Section 1re. [1 Centres locaux de promotion de ... Sous-section 1re. [1 - Agrément]1 Sous-section 2. [1 - Subventionnement]1 Sous-section 3. [1 - Contrôle, évaluation, sanc... Section 2. [1 - Centres d'expertise en promotio... Sous-section 1re. [1 - Agrément]1 Sous-section 2. [1 Subventionnement]1 Sous-section 3. [1 - Contrôle, évaluation, sanc... Section 3. [1 - Centres d'opérationnalisation e... Sous-section 1re. [1 Agrément]1 Sous-section 2. [1 Subventionnement]1 Sous-section 3. [1 - Contrôle, évaluation, sanc... Sous-section 4. [1 - Agréments des établissemen... Sous-section 5. Section 4. [1 - Opérateurs en promotion de la s... Sous-section 1re. [1 Agrément]1 Sous-section 2. [1 - Subventionnement]1 Sous-section 3. [1 - Contrôle, évaluation et sa... Section 5. [1 - Fédérations de [2 promotion de ... Section 6. [1 - Département ou section de surve... Sous-section 1re. [1 - Agrément]1 Sous-section 2. [1 - Contrôle, évaluation et sa... CHAPITRE Ier. - Etablissements de soins Section 1re. - Dispositions générales Section 2. - Agrément spécial des établissement... Sous-section 1re. - Procédure Sous-section 2. - Contrôle et sanctions Section 3. - Garantie Section 4. Section 5. [1 - Plates-formes de soins palliati... Section 6. [1 - Reconnaissance d'une plate-form... CHAPITRE II. - Associations de santé intégrée Section 1re. - Définitions Section 2. - Associations de santé intégrée Sous-section 1re. [1 - Programmation et agrément]1 Sous-section 2. - Subventionnement Section 3. - Fédérations d'associations de sant... Sous-section 1re. - Reconnaissance Sous-section 2. - Subventionnement Section 4. - Evaluation et sanctions Sous-section 1re. - Evaluation A. Associations de santé intégrée B. Fédérations d'associations de santé intégrée Sous-section 2. - Sanctions A. Associations de santé intégrée B. Fédérations d'associations de santé intégrée CHAPITRE III. - Coordination des soins et de l'... Section 1re. - Définitions et dispositions géné... Section 2. - Centres de coordination des soins ... Sous-section 1re. - Obligations A. Missions B. Fonctionnement C. Personnel D. Bénéficiaires E. Comptabilité Sous-section 2. - Programmation, agrément, subv... A. Programmation B. Agrément C. Subventionnement Section 3. - Fédérations de centres de coordina... Sous-section 1re. - Reconnaissance Sous-section 2. - Subventionnement Section 4. - Evaluation, contrôle et sanction Sous-section 1re. - Evaluation et contrôle A. Centres de coordination des soins et de l'ai... B. Fédération de centres de coordination des so... Sous-section 2. - Sanctions A. Retrait, suspension Centres de coordination Fédérations de centres de coordination B. Sanctions pénales Section 5. - Cadastre de l'offre CHAPITRE IV. [1 - Cercles de médecins généralis... CHAPITRE V. [1 Soins palliatifs, équipes de sou... Section 1re. [1 Dispositions générales]1 Section 2. [1 Plates-formes de concertation en ... Sous-section 1re. [1 Missions]1 Sous-section 2. [1 Fonctionnement]1 Sous-section 3. [1 Agrément]1 Sous-section 4. [1 Subvention ]1 Sous-section 5. [1 Contrôle]1 Sous-section 6. [1 Retrait de l'agrément]1 Section 3. [1 Fédération]1 Sous-section 1. [1 Missions]1 Sous-section 2. [1 Reconnaissance]1 Sous-section 3. [1 Subvention]1 Sous-section 4. [1 Subvention complémentaire]1 Section 4. [1 Equipes de soutien multidisciplin... Section 5. [1 Disposition transitoire]1 TITRE II. [1 - Dispositifs particuliers de soin... CHAPITRE PRELIMINAIRE. [1 - Centres de référenc... Section 1re. [1 - Dispositions générales]1 Section 2. [1 - Missions]1 Section 3. [1 - Agrément]1 Section 4. [1 - Comité d'accompagnement]1 Section 5. [1 - Centres de référence spécifiques]1 Section 6. [1 - Subventionnement]1 Section 7. [1 - Evaluation, contrôle et sanction]1 CHAPITRE Ier. - Hôpitaux psychiatriques Section 1re. - Définitions et dispositions géné... Section 2. - Le Centre régional de soins psychi... Sous-section 1re. - Missions Sous-section 2. - Organisation A. Conseil d'administration B. Gestion journalière 1. Direction générale 2. Comité de direction Sous-section 3. - Charges financières Sous-section 4. - Budget, comptes et contrôle Sous-section 5. - Personnel Section 3. - Le Centre hospitalier psychiatriqu... Sous-section 1re. - Organisation A. Le Gouvernement B. Sous-section 2. Sous-section 3. CHAPITRE Ier/1. [1 - Maisons de soins psychiatr... Section 1re. [1 - Dispositions générales ]1 Section 2. [1 - Règles d'organisation et de fon... Sous-section 1re. [1 - Projet de service]1 Sous-section 2. [1 - Bénéficiaires admissibles]1 Sous-section 3. [1 - Collaboration avec d'autre... Sous-section 4. [1 - Personnel et encadrement ]1 Sous-section 5. [1 - Secret professionnel]1 Sous-section 6. [1 - Dispositions relatives au ... Sous-section 7. [1 - Dispositions relatives au ... Section 3. [1 - Dossier individuel]1 Section 4. [1 - Droits spécifiques du bénéficia... Section 5. [1 - Dispositions financières]1 Section 6. [1 - Données socio-sanitaires]1 Section 7. [1 - Programmation et agrément]1 Section 8. [1 - Evaluation, contrôle et sanctio... CHAPITRE Ier/2. [1 - Initiatives d'habitations ... Section 1re. [1 - Dispositions générales]1 Section 2. [1 - Règles d'organisation et de fon... Sous-section 1re. [1 - Projet de service]1 Sous-section 2. [1 - Bénéficiaires admissibles]1 Sous-section 3. [1 - Collaboration avec d'autre... Sous-section 4. [1 - Personnel et encadrement]1 Sous-section 5. [1 - Secret professionnel ]1 Sous-section 6. [1 - Dispositions relatives au ... Sous-section 7. [1 - Dispositions relatives au ... Section 3. [1 - Dossier individuel]1 Section 4. [1 - Droits spécifiques du bénéficia... Section 5. [1 - Dispositions financières ]1 Section 6. [1 - Données socio-sanitaires ]1 Section 7. [1 - Programmation et agrément ]1 Section 8. [1 - Evaluation, contrôle et sanctio... CHAPITRE II. - Services de santé mentale [1 ...]1 Section 1re. - Principes généraux Section 2. [1 - Services de santé mentale]1 Sous-section 1re. [1 - Mission et fonctionnemen... A. Mission et projet B. Accueil [1 des demandeurs et des bénéficiair... C. Réponse à la demande C/1. [1 - Concertation pluridisciplinaire]1 D. Activités [1 complémentaires]1 E. Travail en réseau [1 et concertation institu... F. Equipe pluridisciplinaire G. Prestations des membres de l'équipe G/1. [1 - Secret professionnel ]1 H. [1 Le bénéficiaire]1 1. [1 Libre choix du service de santé mentale]1 2. Le dossier individuel [1 du bénéficiaire]1 3. Droits [1 du bénéficiaire]1 I. Coût des prestations J. Conseil d'avis K. Recueil de données socio-épidémiologiques L. Accessibilité et infrastructure M. Comptabilité Sous-section 2. - Obligations propres aux initi... A. Initiatives spécifiques B. Clubs thérapeutiques Sous-section 3. - Programmation et agrément A. Programmation B. Agrément Sous-section 4. - Subventionnement Sous-section 5. - Evaluation, contrôle et sanction A. Evaluation et contrôle B. C. Sanctions Section 2/1. [1 - Fédérations de services de sa... Section 3. Sous-section 1re. A. B. Sous-section 2. Sous-section 3. Section 4. - Cadastre de l'offre et information... CHAPITRE II/1. [1 - Centres de Télé-Accueil]1 Section 1re. [1 - Dispositions générales]1 Section 2. [1 - Centres de télé-accueil]1 Sous-section 1re. [1 - Missions]1 Sous-section 2. [1 - Agrément]1 Sous-section 3. [1 - Fonctionnement]1 Sous-section 4. [1 - Subventionnement]1 Sous-section 5. [1 - Evaluation, contrôle et sa... Section 3. [1 - Cellule de coordination]1 CHAPITRE III. - Assuétudes Section 1re. - Dispositions générales Section 2. - Réseaux d'aide et de soins spécial... Sous-section 1re. - Organisation en zones de soins Sous-section 2. - Missions et fonctionnement A. Missions B. Fonctionnement Sous-section 3. - Agrément Sous-section 4. - Subventionnement Section 3. - Services d'aide et de soins spécia... Sous-section 1re. - Missions et fonctionnement A. Missions B. Fonctionnement Sous-section 2. - Agrément Sous-section 3. - Subventionnement Sous-section 4. - Bénéficiaires Section 4. - Dispositions communes aux réseaux ... Sous-section 1re. - Liquidation des subventions... Sous-section 2. - Evaluation, contrôle et sanct... Sous-section 3. - Collectes de données socio-ép... Section 5. - Fédérations Sous-section 1re. - Reconnaissance Sous-section 2. - Subventionnement Sous-section 3. - Evaluation Section 6. - Cadastre de l'offre en assuétudes ... CHAPITRE IV. [1 Plates-formes de concertation e... Section 1re. [1 - Dispositions générales]1 Section 2. [1 - Missions]1 Section 3. [1 - Organisation]1 Section 4. [1 - Programmation et agrément]1 Section 5. [1 - Subventionnement]1 Section 6. [1 - Evaluation, contrôle et sanction]1 TITRE III. [1 - Transport médico-sanitaire]1 Section 1re. [1 - Définitions et dispositions g... Section 2. - Agrément Sous-section 1re. Sous-section 2. Section 3. [1 - Normes de fonctionnement]1 Sous-section 1er. [1 - Dispositions générales]1 Sous-section 2. [1 - Normes de fonctionnement d... Sous-section 3. [1 - Normes de fonctionnement d... Section 4. [1 - Contrôles et sanctions]1 Sous-section 1er. [1 - Contrôles]1 Sous-section 2. [1 - Sanctions et amendes]1 A. [1 Fermeture d'urgence, suspension, refus et... B. [1 Sanctions pénales]1 C. [1 Sanctions administratives]1 Section 5. [1 - Rapport d'activités]1 Livre VII. [1 Soutien aux personnes lesbiennes,... TITRE Ier. [1 Agrément des maisons arc-en-ciel]1 CHAPITRE 1er. [1 - Définitions ]1 CHAPITRE 2. [1 - Missions ]1 CHAPITRE 3. [1 - Agrément]1 Section 1re. [1 - Conditions ]1 Section 2. [1 - Octroi d'agrément]1 CHAPITRE 4. [1 - Subventionnement]1 CHAPITRE 5. [1 - Contrôle et sanctions]1 TITRE 2. [1 Reconnaissance de la fédération des... CHAPITRE 1er. [1 - Missions]1 CHAPITRE 2. [1 - Agrément]1 Section 1re. [1 - Conditions]1 Section 2. [1 - Octroi de [2 l'agrément]2]1 CHAPITRE 3. [1 - Subventionnement]1 CHAPITRE 4. [1 - Evaluation]1 CHAPITRE 5. [1 - Contrôle et sanctions]1 Livre VIII. [1 Les maisons d'hébergement collec... CHAPITRE 1er. [1 - Définitions]1 CHAPITRE 2. [1 - Reconnaissance]1 Section 1. [1 - Octroi, suspension, réduction e... Section 2. [1 Pouvoir organisateur]1 Section 3. [1 - Infrastructure]1 Section 4. [1 - Documents obligatoires]1 Section 5. [1 - Personnel ]1 Section 6. [1 - Missions]1 Section 7. [1 - Accueil des résidents]1 Section 8. [1 - Registres]1 Section 9. [1 - Dossier individuel]1 Section 10. [1 - Convention d'hébergement indiv... Section 11. [1 - Participation financière]1 Section 12. [1 - Droits du résident]1 Section 13. [1 - Règlement d'ordre intérieur]1 CHAPITRE 3. [1 - Contrôle et sanctions]1 Section 1. [1 - Contrôle]1 Section 2. [1 - Médiation]1 Section 3. [1 - Sanctions]1 CHAPITRE 4. [1 - Dispositions transitoires et f... Section 1. [1 - Dispositions transitoires]1 Section 2. [1 - Dispositions finales]1 PARTIE 3. - DISPOSITIONS TRANSITOIRES
Tekst (1960)
Texte (1960)
DEEL 1. - ORGANIEKE BEPALINGEN
PARTIE 1. - DISPOSITIONS ORGANIQUES
Boek I. [1 - Het "Agence wallonne de la santé, de la protection sociale, du handicap et des familles" (Waals agentschap voor gezondheid, sociale bescherming, handicap en gezinnen)]1
Livre Ier. [1 L'Agence wallonne de la santé, de la protection sociale, du handicap et des familles]1
TITEL I. [1 - Algemene bepalingen]1
TITRE Ier. [1 Dispositions générales]1
Artikel 1. [1 In de zin van dit Boek wordt verstaan onder :
Administratie : de diensten van de Waalse Regering bevoegd in de aangelegenheden bedoeld in artikel 5, § 1, II, 2° en 3°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen;
openbare instelling : de instellingen van openbaar nut bevoegd in de aangelegenheden bedoeld in artikel 5, § 1, II, 1°, 4° en 5°, en IV van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen;
verzekeringsinstelling : een landsbond van ziekenfondsen zoals omschreven in artikel 6 van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen, de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering en de Kas der geneeskundige verzorging van HR Rail;
kinderbijslagfonds : een kinderbijslagfonds erkend krachtens artikel 19 van de Algemene kinderbijslagwet van 19 december 1939;
overeenkomst : een akkoord tot bepaling van de financiële en administratieve verbanden tussen inrichtingen, diensten, instellingen of dienstverleners en de begunstigden van de verplichte gezondheidszorgverzekering alsook de verbanden tussen die inrichtingen, diensten, instellingen of dienstverleners, het Agentschap en de [2 Waalse verzekeringsinstellingen]2;
revalidatieovereenkomst : een akkoord gesloten met een inrichting voor functionele reëducatie of beroepsheraanpassing of met een gecoördineerd multidisciplinair zorgcentrum;
werkdagen : kalenderdagen, met uitzondering van zondagen en wettelijke feestdagen. Dit Boek regelt krachtens artikel 138 van de Grondwet aangelegenheden bedoeld in artikel 128, § 1, van de Grondwet.]1

[3 8° een overeenkomst voor palliatieve verzorging: een overeenkomst opgemaakt met de multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve verzorging die de in artikel 491/28 bedoelde opdrachten vervullen.]3
Article 1er. [1 Au sens du présent Livre, l'on entend par :
Administration : les Services du Gouvernement wallon compétents dans les matières visées par l'article 5, § 1er, II, 2° et 3°, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles;
organisme public : les organismes d'intérêt public compétents dans les matières visées par l'article 5, § 1er, I, II, 1°, 4° et 5°, et IV, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles;
3°organisme assureur : une union nationale de mutualités telle que définie à l'article 6 de la loi du 6 août 1990 relative aux mutualités et aux unions nationales de mutualités, la Caisse auxiliaire d'assurance maladie-invalidité et la Caisse des soins de santé de HR Rail;
caisse d'allocations familiales : une caisse d'allocations familiales agréée en vertu de l'article 19 de la loi générale du 19 décembre 1939 relative aux allocations familiales;
convention : un accord qui définit les rapports financiers et administratifs entre des établissements, services, institutions ou prestataires et les bénéficiaires de l'assurance obligatoire soins de santé ainsi que les rapports entre ces établissements, services, institutions ou prestataires, l'Agence et les [2 organismes assureurs wallons]2;
convention de revalidation : un accord conclu avec un établissement de rééducation fonctionnelle ou de réadaptation professionnelle ou avec un centre de soins multidisciplinaire coordonné;
jours ouvrables : jours calendrier à l'exception du dimanche et des jours fériés légaux. Le présent Livre règle, en vertu de l'article 138 de la Constitution, des matières visées à l'article 128, § 1er, de celle-ci.]1

[3 8° une convention en soins palliatifs : une convention établie avec les équipes d'accompagnement multidisciplinaires pour soins palliatifs qui remplissent les missions visées à l'article 491/28]3
Art. 2. [1 § 1. Er wordt een instelling van openbaar nut met rechtspersoonlijkheid opgericht, met name het "Agence wallonne de la santé, de la protection sociale, du handicap et des familles", hierna "het Agentschap".
§ 2. Het Agentschap erft, wat het Waals Gewest betreft, de rechten, plichten, goederen en lasten van :
het "Agence wallonne pour l'intégration des personnes handicapées" (Waals agentschap voor de integratie van gehandicapte personen);
de diensten van de Waalse Regering wat betreft het gezondheidsbeleid, het gezinsbeleid bedoeld in artikel 5, § 1, II, 1°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en het bejaardenbeleid, binnen de perken vastgelegd bij artikel 5, § 1, I, en II, 5°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en bij artikel 3, 6° en 7°, van het decreet van 11 april 2014 betreffende de bevoegdheden van de Franse Gemeenschap waarvan de uitoefening aan het Waalse Gewest en aan de Franse Gemeenschapscommissie overgedragen wordt;
de diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap wat betreft het gezondheidsbeleid, binnen de perken vastgelegd bij artikel 5, § 1, I, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en bij artikel 3, 6°, van het decreet van 11 april 2014 betreffende de bevoegdheden van de Franse Gemeenschap waarvan de uitoefening aan het Waalse Gewest en aan de Franse Gemeenschapscommissie overgedragen wordt;
het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering bedoeld in de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wat betreft het gezondheidsbeleid, het beleid inzake bijstand aan personen binnen de perken vastgelegd bij artikel 5, § 1, I, en II, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en bij artikel 3, 6° en 7°, van het decreet van 11 april 2014 betreffende de bevoegdheden van de Franse Gemeenschap waarvan de uitoefening aan het Waalse Gewest en aan de Franse Gemeenschapscommissie overgedragen wordt;
de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, wat het gezondheidsbeleid betreft, binnen de perken vastgelegd bij artikel 5, § 1, I, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en bij artikel 3, 6°, van het decreet van 11 april 2014 betreffende de bevoegdheden van de Franse Gemeenschap waarvan de uitoefening aan het Waalse Gewest en aan de Franse Gemeenschapscommissie overgedragen wordt;
de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid, wat betreft de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden bedoeld in artikel 5, § 1, II, 4°, a), van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen;
het Federaal Agentschap voor de Kinderbijslag, wat betreft de gezinsbijslagen bedoeld in artikel 5, § 1, IV, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen.
§ 3. De personeelsleden van het "Agence wallonne pour l'intégration des personnes handicapées" worden ambtshalve naar het Agentschap overgeplaatst, met inachtneming van de modaliteiten die door de Regering bepaald worden.
De personeelsleden van het Operationeel directoraat-generaal Plaatselijke Besturen, Sociale Actie en Gezondheid van de Waalse Overheidsdienst worden op vrijwillige basis naar het Agentschap overgeplaatst, met inachtneming van de modaliteiten die door de Regering bepaald worden. Als er niet genoeg kandidaturen zijn, kan de oproep uitgebreid worden tot de personeelsleden van de Waalse overheidsdienst en de instelingen van openbaar nut van het Waals Gewest.
De personeelsleden die naar het Gewest en de diensten van de Waalse Regering overgeplaatst worden in het kader van bevoegdheden beheerd door de diensten en instellingen bedoeld in paragraaf 2, 3° tot 7°, worden in het Agentschap opgenomen.]1

Art. 2. [1 § 1er. Il est créé un organisme d'intérêt public doté de la personnalité juridique appelé "Agence wallonne de la santé, de la protection sociale, du handicap et des familles", ci-après dénommé "l'Agence".
§ 2. L'Agence succède, en ce qui concerne la Région wallonne, aux droits, obligations, biens et charges :
de l'Agence wallonne pour l'intégration des personnes handicapées;
des services du Gouvernement wallon pour ce qui concerne la politique de santé, la politique familiale visée à l'article 5, § 1er, II, 1°, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles et la politique du troisième âge, dans les limites fixées par l'article 5, § 1er, I, et II, 5°, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles et par l'article 3, 6° et 7°, du décret du 11 avril 2014 relatif aux compétences de la Communauté française dont l'exercice est transféré à la Région wallonne et à la Commission communautaire française;
des services du Gouvernement de la Communauté française pour ce qui concerne la politique de santé, dans les limites fixées par l'article 5, § 1er, I, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles et par l'article 3, 6°, du décret du 11 avril 2014 relatif aux compétences de la Communauté française dont l'exercice est transféré à la Région wallonne et à la Commission communautaire française;
de l'Institut national d'assurance maladie invalidité visé par la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, pour ce qui concerne la politique de santé et la politique d'aide aux personnes dans les limites fixées par l'article 5, § 1er, I et II, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles et par l'article 3, 6° et 7°, du décret du 11 avril 2014 relatif aux compétences de la Communauté française dont l'exercice est transféré à la Région wallonne et à la Commission communautaire française;
du Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la chaîne alimentaire et Environnement pour ce qui concerne la politique de santé, dans les limites fixées par l'article 5, § 1er, I, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles et par l'article 3, 6°, du décret du 11 avril 2014 relatif aux compétences de la Communauté française dont l'exercice est transféré à la Région wallonne et à la Commission communautaire française;
du Service public fédéral Sécurité sociale pour ce qui concerne l'allocation d'aide aux personnes âgées visée à l'article 5, § 1er, II, 4°, a), de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles;
de l'Agence fédérale pour les allocations familiales pour ce qui concerne les prestations familiales visées à l'article 5, § 1er, IV, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles.
§ 3. Les membres du personnel de l'Agence wallonne pour l'intégration des personnes handicapées sont transférés d'office vers l'Agence, dans le respect des modalités fixées par le Gouvernement.
Les membres du personnel de la Direction générale opérationnelle Pouvoirs locaux, Action sociale et Santé du Service public de Wallonie sont transférés sur base volontaire vers l'Agence, dans le respect des modalités fixées par le Gouvernement. En cas d'insuffisance de candidatures, l'appel pourra être étendu aux membres du personnel du Service public de Wallonie et des organismes d'intérêt public de la Région wallonne.
Sont intégrés dans l'Agence les membres du personnel transférés à la Région et aux services du Gouvernement wallon dans le cadre du transfert de compétences gérées par les services et institutions visées au paragraphe 2, 3° à 7°.]1

Art. 2/1. [1 De zetel van het Agentschap is in Charleroi gevestigd.
De Regering bepaalt het aantal regionale kantoren van het Agentschap, hun bevoegdheden, hun lokalisering en het grondgebied dat ze bedienen.]1

Art. 2/1. [1 L'Agence a son siège à Charleroi.
Le Gouvernement fixe le nombre de ses bureaux régionaux, leurs compétences, leur localisation et le territoire qu'ils desservent.]1

Art. 2/2. [1 Het Agentschap oefent de opdrachten die hem krachtens dit Boek worden toegewezen uit overeenkomstig de regels en onder de bijzondere voorwaarden vastgelegd bij de beheersovereenkomst bedoeld in Titel V, in de volgende aangelegenheden :
het gezondsheidbeleid, binnen de perken vastgelegd bij artikel 5, § 1, I, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en bij artikel 3, 6°, van het decreet van 11 april 2014 betreffende de bevoegdheden van de Franse Gemeenschap waarvan de uitoefening aan het Waalse Gewest en aan de Franse Gemeenschapscommissie overgedragen wordt;
het gezinsbeleid bedoeld in artikel 5, § 1, II, 1°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, binnen de perken vastgelegd bij artikel 3, 7°, van het decreet van 11 april 2014 betreffende de bevoegdheden van de Franse Gemeenschap waarvan de uitoefening aan het Waalse Gewest en aan de Franse Gemeenschapscommissie overgedragen wordt [2 , met uitzondering van de opvanginfrastructuren voor peuters en hun financiering]2;
het beleid inzake minder-validen, binnen de perken vastgelegd bij artikel 5, § 1, II, 4°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en bij artikel 3, 7°, van het decreet van 11 april 2014 betreffende de bevoegdheden van de Franse Gemeenschap waarvan de uitoefening aan het Waalse Gewest en aan de Franse Gemeenschapscommissie overgedragen wordt;
het bejaardenbeleid, binnen de perken vastgelegd bij artikel 5, § 1, II, 5°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en bij artikel 3, 7°, van het decreet van 11 april 2014 betreffende de bevoegdheden van de Franse Gemeenschap waarvan de uitoefening aan het Waalse Gewest en aan de Franse Gemeenschapscommissie overgedragen wordt;
de gezinsbijslagen bedoeld in artikel 5, § 1, IV, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en in artikel 3, 8°, van het decreet van 11 april 2014 betreffende de bevoegdheden van de Franse Gemeenschap waarvan de uitoefening aan het Waalse Gewest en aan de Franse Gemeenschapscommissie overgedragen wordt.]1

Art. 2/2. [1 L'Agence exerce les missions qui lui sont confiées par le présent Livre, conformément aux règles et conditions spéciales établies par le contrat de gestion visé au Titre V, dans les matières suivantes :
la politique de santé, dans les limites fixées par l'article 5, § 1er, I, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles et par l'article 3, 6°, du décret du 11 avril 2014 relatif aux compétences de la Communauté française dont l'exercice est transféré à la Région wallonne et à la Commission communautaire française;
la politique familiale visée à l'article 5, § 1er, II, 1°, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles, dans les limites fixées par l'article 3, 7°, du décret du 11 avril 2014 relatif aux compétences de la Communauté française dont l'exercice est transféré à la Région wallonne et à la Commission communautaire française [2 , à l'exclusion des infrastructures d'accueil de la petite enfance et de leur financement]2;
la politique des handicapés, dans les limites fixées par l'article 5, § 1er, II, 4°, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles et par l'article 3, 7°, du décret du 11 avril 2014 relatif aux compétences de la Communauté française dont l'exercice est transféré à la Région wallonne et à la Commission communautaire française;
la politique du troisième âge, dans les limites fixées par l'article 5, § 1er, II, 5°, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles et par l'article 3, 7°, du décret du 11 avril 2014 relatif aux compétences de la Communauté française dont l'exercice est transféré à la Région wallonne et à la Commission communautaire française;
les prestations familiales visées à l'article 5, § 1er, IV, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles et à l'article 3, 8°, du décret du 11 avril 2014 relatif aux compétences de la Communauté française dont l'exercice est transféré à la Région wallonne et à la Commission communautaire française.]1

Art. 2/3. [1 De overheidsbesturen en de instellingen van openbaar nut die onder de autoriteit van het Gewest ressorteren, de verzekeringsinstellingen, de kinderbijslagfondsen alsook elke door het Gewest erkende of gesubsidieerde dienst zijn ertoe verplicht gratis alle informatie aan het Agentschap te verstrekken dat het nodig heeft om zijn opdrachten te vervullen.]1
Art. 2/3. [1 Les administrations publiques et les organismes d'intérêt public qui relèvent de l'autorité de la Région, les organismes assureurs, les caisses d'allocations familiales ainsi que tout service agréé ou subventionné par la Région, sont tenus de fournir sans frais à l'Agence toute information nécessaire à l'accomplissement de ses missions.]1
Titel II. [1 - Structuur en bestuur]1
TITRE II. [1 Structure et gouvernance]1
HOOFDSTUK I. [1 - Koepelorganen]1
CHAPITRE Ier. [1 Organes faîtiers]1
Afdeling 1. [1 - Organen van het Agentschap]1
Section 1re. [1 Organes de l'Agence]1
Art. 3. [1 Binnen het Agentschap worden de volgende Raden opgericht :
een Algemene raad;
[2 ...]2;
een Raad inzake financiële en budgettaire monitoring.
Het Agentschap wordt bovendien voorzien van een interne-auditstelsel.]1

Art. 3. [1 Il est institué au sein de l'Agence :
un Conseil général;
[2 ...]2;
un Conseil de monitoring financier et budgétaire.
L'Agence est dotée en outre d'un dispositif d'audit interne.]1

Afdeling 2. [1 - Algemene raad]1
Section 2. [1 Conseil général4]1
Art. 4. [1 § 1. De Algemene raad is samengesteld uit :
vijf vertegenwoordigers van de representatieve organisaties van het geheel van de werkgevers en van de representatieve organisaties van het geheel van de zelfstandige werknemers, die stemgerechtigd zijn;
vijf vertegenwoordigers van de representatieve organisaties van het geheel van de bezoldigde werknemers, die stemgerechtigd zijn;
vijf vertegenwoordigers van de Autoriteit, die stemgerechtigd zijn;
[3 drie vertegenwoordigers van vertegenwoordigers van de Waalse verzekeringsinstellingen, die stemgerechtigd zijn]3.
[3 ...]3.
Voor elke categorie van gewone leden bedoeld in het eerste lid worden evenveel plaatsvervangende leden aangewezen. Een plaatsvervangend lid mag slechts zitting hebben indien het gewoon lid van zijn categorie afwezig is.
De voorzitters van de Comités bedoeld in de artikelen 11, 18 en 21, de algemeen bestuurder, de adjunct-algemeen bestuurder en de inspecteurs-generaal of hun afgevaardigden wonen de vergaderingen van de Raad met raadgevende stem bij.
§ 2. De gewone en de plaatsvervangende leden van de Algemene raad worden door de Regering benoemd.
De Regering benoemt de gewone leden bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, 2° en 4°, en de plaatsvervangende leden bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, respectievelijk op de voordracht van de " Conseil économique et social de Wallonie" (Sociaal-economische raad van Wallonië) en op de voordracht van de [3 Waalse]3 verzekeringsinstellingen.
De gewone en plaatsvervangende leden bedoeld in het tweede lid mogen niet ressorteren onder het hiërarchisch gezag van een lid van de Regering. De personen die een functie van deskundige in een ministerieel kabinet uitoefenen ten belope van maximum 0,10 voltijdsequivalent worden niet beschouwd als ressorterend onder het hiërarchisch gezag van een lid van de Regering.
De Regering wijst de voorzitter [2 en de ondervoorzitter]2 van de Algemene raad aan onder de gewone leden die stemgerechtigd zijn.
§ 3. Onder vertegenwoordigers van de Autoriteit bedoeld in paragraaf 1, 3°, wordt verstaan de overheidsbestuurders aangewezen krachtens het decreet van 12 februari 2004 betreffende het statuut van de overheidsbestuurder voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet.
§ 4. De mandaten van de gewone leden bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, 2° en 4°, en van hun plaatsvervangers beginnen te lopen binnen zes maanden na de datum van de eedaflegging van de leden van de Regering als gevolg van de hernieuwing van het Waals parlement.
Ze kunnen hernieuwd worden. Ze eindigen in geval van overlijden, ontslag, burgerlijke onbekwaamheid, wanneer de in paragraaf 2, derde lid, bedoeld voorwaarde niet meer vervuld is of wanneer het lid de hoedanigheid verliest waarin het is aangewezen.
Als het mandaat van één van de gewone leden bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, 2° of 4°, of van één van hun plaatsvervangers eindigt om één van de redenen bedoeld in het eerste lid, draagt de betrokken organisatie een plaatsvervanger aan de Regering voor binnen een maand na de stopzetting van de functie. Het lid wordt vervangen binnen drie maanden na de stopzetting van de functie. Het nieuwe lid voldeindigt het mandaat van zijn voorganger.]1

Art. 4. [1 § 1er. Le Conseil général est composé de :
cinq représentants des organisations représentatives de l'ensemble des employeurs et des organisations représentatives de l'ensemble des travailleurs indépendants, qui ont voix délibérative;
cinq représentants des organisations représentatives de l'ensemble des travailleurs salariés, qui ont voix délibérative;
cinq représentants de l'Autorité, qui ont voix délibérative;
[3 trois représentants des organismes assureurs wallons, qui ont voix délibérative]3.
[3 ...]3
Pour chaque catégorie de membres effectifs visée à l'alinéa 1er, des membres suppléants sont désignés, en même nombre que les membres effectifs. Un membre suppléant ne siège qu'en l'absence d'un membre effectif de sa catégorie.
Les présidents des Comités visés aux articles 11, 18 et 21, l'administrateur général, l'administrateur général adjoint et les inspecteurs généraux ou leurs délégués assistent aux réunions du Conseil général avec voix consultative.
§ 2. Les membres effectifs et les membres suppléants du Conseil général sont nommés par le Gouvernement.
Le Gouvernement nomme les membres effectifs visés au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°, 2° et 4°, et les suppléants visés au paragraphe 1er, alinéa 2, respectivement sur proposition du Conseil économique et social de Wallonie et sur proposition des organismes assureurs [3 wallons]3.
Les membres effectifs et suppléants visés à l'alinéa 2 ne peuvent relever du pouvoir hiérarchique d'un membre du Gouvernement. Ne sont pas considérées comme relevant du pouvoir hiérarchique d'un membre du Gouvernement les personnes exerçant une fonction d'expert dans un Cabinet ministériel à concurrence d'un maximum de 0,10 équivalent temps plein.
Le Gouvernement désigne le président [2 et le vice-président]2 du Conseil général parmi les membres effectifs qui ont une voix délibérative.
§ 3. Par représentants de l'Autorité visés au paragraphe 1er, 3°, il convient d'entendre les administrateurs publics désignés en vertu du décret du 12 février 2004 relatif au statut de l'administrateur public pour les matières réglées en vertu de l'article 138 de la Constitution.
§ 4. Les mandats des membres effectifs visés au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°, 2° et 4°, et celui de leurs suppléants prennent cours dans les six mois qui suivent la date de la prestation de serment des membres du Gouvernement à la suite du renouvellement du Parlement wallon.
Ils peuvent être renouvelés. Ils prennent fin en cas de décès, de démission, d'incapacité civile, lorsqu'il n'est plus satisfait à la condition visée au paragraphe 2, alinéa 3, ou lorsque le membre perd la qualité en raison de laquelle il a été désigné.
Lorsque le mandat d'un des membres effectifs visés au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°, 2° ou 4°, ou d'un de leurs suppléants prend fin pour l'un des motifs visés à l'alinéa 1er, l'organisation concernée propose un remplaçant au Gouvernement dans le mois qui suit la cessation de fonction. Le membre est remplacé dans les trois mois qui suivent la cessation de fonction. Le nouveau membre achève le mandat de son prédécesseur.]1

Art. 4/1. [1 § 1. Onverminderde de bij artikel 26/2 bepaalde delegaties, neemt de Algemene raad het beheer van het geheel van de hulpmiddelen van het Agentschap waar en waarborgt het daarbij de doeltreffendheid en de doorzichtigheid van dat beheer.
Daartoe gaat de Algemene raad te werk als volgt :
hij verdeelt de hulpmiddelen bedoeld in artikel 28, eerste lid, onder de afdelingen van het Agentschap, overeenkomstig artikel 28;
hij voert een beheer inzake gemeenschappelijke schatkist en zorgt voor het beheer van het beschikbare vermogen dat aan het Agenstchap toebehoort;
hij volgt de evolutie van het geheel van de uitgaven op basis van de gegevens verstrekt door de Comités bedoeld in de artikelen 11, 18 en 21;
met het oog op het opmaken van de begroting van het Gewest en van de begrotingscontroles legt hij aan de Regering een rapport over m.b.t. de evolutie van de uitgaven van de afdelingen van het Agentschap in een meerjarig perspectief en m.b.t. de hulpmiddelen waarover het Agentschap zou moeten beschikken om het financiële evenwicht van elke afdeling te garanderen rekening houdend met de evolutie ervan.
§ 2. De Algemene raad maakt de begroting van het Agentschap op.
Daartoe gaat de Algemene raad te werk als volgt :
hij consolideert de begrotingen van de opdrachten die hem meegedeeld worden door de Comités bedoeld in de artikelen 11, 18 en 21;
hij maakt de beheersbegroting van het Agentschap op.
Daarnaast vervult de Algemene raad de volgende taken :
hij voert de boekhouding van het Agentschap;
hij legt actieve en passieve periodieke situaties van het Agentschap vast;
hij legt de rekeningen van het Agentschap vast, alsook de situaties voorgeschreven door het genormaliseerde boekhoudplan.
Daartoe gaat de Algemene raad te werk als volgt :
hij organiseert de boekhoudkundige gegevens die hem verstrekt worden door de Comités bedoeld in de artikelen 11, 18 en 21 en hergroepeert in één document de rekeningen die ze hem meedelen;
hij bepaalt de boekhoudige gegevens en de rekeningen betreffende het beheer van het Agentschap.
§ 3. Onverminderd de bepalingen van Hoofdstuk 3 en die van Titel VI, beschikt de Algemene raad over alle bevoegdheden die nodig zijn voor de administratie van het Agentschap.
Hij is ondermeer bevoegd :
voor de goedkeuring van de huishoudelijke reglementen [3 ...]3 van de Raad inzake budgettaire financiële monitoring, van elk Comité [3 ...]3;
om het organieke kader van het personeel van het Agentschap en de desbetreffende wijzigingen aan de Regering over te leggen, na inwinning van het advies van de Comités bedoeld in de artikelen 11, 18 en 21;
om de in Titel V bedoelde beheersovereenkomst te sluiten, goed te keuren en te evalueren volgens de modaliteiten waarin de artikelen 29/1 en 29/2 voorzien;
om het in artikel 29/3 bedoelde [3 bedrijfsplan]3 op te maken volgens de modaliteiten waarin hetzelfde artikel voorziet.
De Algemene raad beslist over de aankoop, het gebruik of de overdracht van de materiële of immateriële goederen van het Agentschap, over het stellen of afschaffen van zakelijke rechten op die goederen. Hij zorgt voor de uitvoering van die beslissingen.
In afwijking van het derde lid bepaalt de beheersovereenkomst het bedrag waarboven elke beslissing tot aankoop, bouw of vervreemding van een onroerend goed of een onroerend recht aan de voorafgaande toestemming van de Regering onderworpen wordt, binnen de termijn waarin de beheersovereenkomst voorziet.
§ 4. De Algemene raad zorgt voor de samenhang en de coördinatie van het beheer van de afdelingen van het Agentschap. Hij arbitreert de bevoegdheidsgeschillen en de belangenconflicten tussen de afdelingen van het Agentschap. In dat kader kan hij de plaats van de organen van het Agentschap innemen volgens de modaliteiten die de Regering bepaalt.
§ 5. In samenspraak met de Comités bedoeld in de artikelen 11, 18 en 21 gaat de Algemene raad te werk als volgt :
[3 bepaalt, in overleg met de Regering, de algemene, strategische en toekomstgerichte beleidslijnen van het Agentschap op middellange en lange termijn op basis van de opdrachten van het Agentschap bedoeld in artikel 5/6]3;
hij ontwikkelt en brengt transversale beleidslijnen tot stand, onverminderd de bevoegdheden van de Commissies bedoeld in de artikelen [2 23, 24 en 24/1]2.
[3 ...]3
[3 3° brengt op eigen initiatief of op verzoek van de Regering advies uit over elk voorontwerp van decreet, voorstel van decreet of ontwerp van besluit met reglementaire draagwijdte tot wijziging van de gewestelijke wetgeving of reglementering in verband met de overkoepelende bevoegdheden van het Agentschap op de in artikel 2/2 bedoelde gebieden. Bij de uitvoering van deze taak nemen de vertegenwoordigers van de Autoriteit niet deel aan de beraadslagingen.
De Algemene Raad kan het advies inwinnen van de in de artikelen 11, 18 en 21 bedoelde comités.
Het advies moet worden meegedeeld binnen vijfendertig dagen na de datum van ontvangst van het volledige dossier waarin het advies wordt gevraagd, tenzij de Regering een andere termijn heeft bepaald. Na het verstrijken van deze termijn wordt de formaliteit als afgerond beschouwd.
De adviezen van de Algemene Raad worden meegedeeld aan de "Conseil économique, social et environnemental de Wallonie" (Waalse Economische, Sociale en Milieuraad)]3

§ 6. De Algemene raad maakt een jaarverslag van de activiteiten van het Agentschap op.
§ 7. Voor de uitoefening van de opdrachten bedoeld in paragraaf 1, paragraaf 2, tweede lid, 2°, en paragraaf 3, tweede lid, 1° tot 4°, is de Algemene raad op geldige wijze samengesteld als minstens [3 twee]3 vertegenwoordigers van de representatieve organisaties van het geheel van de werkgevers en van de representatieve organisaties van het geheel van de zelfstandige werknemers, [3 twee]3 vertegenwoordigers van de representatieve organisaties van het geheel van de bezoldigde werknemers, [3 twee]3 vertegenwoordigers van de Autoriteit alsook twee vertegenwoordigers van de [3 Waalse]3 verzekeringsinstellingen aanwezig zijn.
Als de Algemene raad niet op geldige wijze kan worden samengesteld overeenkomstig het eerste lid, wordt hij opnieuw bijeengeroepen binnen zes werkdagen [3 of organiseert hij uiterlijk op de dag na de vergadering een elektronische stemming overeenkomstig de voorwaarden en modaliteiten die zijn vastgelegd in zijn huishoudelijk reglement]3. In dat geval en in afwijking van het eerste lid wordt de Algemene raad geacht op geldige wijze te zijn samengesteld als minstens de helft van de leden aanwezig is.
Wat het geheel van de opdrachten van de Algemene raad betreft, worden de beslissingen genomen bij absolute meerderheid van de stemmen uitgebracht door de aanwezige stemgerechtigde leden. Onthoudingen worden niet in aanmerking genomen.]1

Art. 4/1. [1 § 1er. Sans préjudice des délégations prévues à l'article 26/2, Le Conseil général assure la gestion de l'ensemble des ressources de l'Agence, en garantissant l'efficacité et la transparence de cette gestion.
A cet effet, le Conseil général :
répartit les ressources visées à l'article 28, alinéa 1er, entre les branches de l'Agence conformément à l'article 28;
met en oeuvre une gestion de trésorerie commune et assure la gestion des avoirs disponibles qui appartiennent à l'Agence;
suit l'évolution de l'ensemble des dépenses sur la base des données communiquées par les Comités visés aux articles 11, 18 et 21;
soumet au Gouvernement, en vue de l'élaboration du budget de la Région et des contrôles budgétaires, un rapport relatif à l'évolution des dépenses des branches de l'Agence dans une perspective pluriannuelle, et aux ressources dont l'Agence devrait disposer pour assurer l'équilibre financier de chaque branche compte tenu de son évolution.
§ 2. Le Conseil général établit le budget de l'Agence.
A cet effet, le Conseil général :
consolide les budgets des missions qui lui sont communiqués par les Comités visés aux articles 11, 18 et 21;
établit le budget de gestion de l'Agence.
En outre, le Conseil général :
tient la comptabilité de l'Agence;
établit des situations périodiques actives et passives de l'Agence;
arrête les comptes de l'Agence et les situations prescrites par le plan comptable normalisé.
A cet effet, le Conseil général :
organise les données comptables qui lui sont transmises par les Comités visés aux articles 11, 18 et 21 et regroupe en un document les comptes qu'ils lui communiquent;
arrête les données comptables et les comptes qui concernent la gestion de l'Agence.
§ 3. Sans préjudice des dispositions du Chapitre 3 et des dispositions du Titre VI, le Conseil général dispose de tous les pouvoirs nécessaires à l'administration de l'Agence.
Il lui revient notamment :
d'approuver les règlements d'ordre intérieur [3 ...]3, du Conseil de monitoring financier budgétaire, de chaque Comité [3 ...]3;
de proposer au Gouvernement le cadre organique du personnel de l'Agence et ses modifications, après avoir pris l'avis des Comités visés aux articles 11, 18 et 21;
de conclure, d'approuver et d'évaluer le contrat de gestion visé au Titre V selon les modalités fixées par les articles 29/1 et 29/2;
d'établir le [3 plan d'entreprise]3 visé à l'article 29/3 selon les modalités fixées par le même article.
Le Conseil général décide de l'acquisition, de l'utilisation ou de la cession des biens matériels ou immatériels de l'Agence, de la constitution ou de la suppression de droits réels sur ces biens. Il assure l'exécution de ces décisions.
Par dérogation à l'alinéa 3, le contrat de gestion détermine le montant au-delà duquel toute décision d'acquérir, construire ou aliéner un immeuble ou un droit immobilier est soumise à l'autorisation préalable du Gouvernement, dans le délai fixé par le contrat de gestion.
§ 4. Le Conseil général assure la cohérence et la coordination de la gestion des branches de l'Agence. Il arbitre les conflits de compétences et les conflits d'intérêts entre les branches de l'Agence. Dans ce cadre, il peut se substituer aux organes de l'Agence selon les modalités fixées par le Gouvernement.
§ 5. En concertation avec les Comités visés aux articles 11, 18 et 21, le Conseil général :
[3 détermine, en concertation avec le Gouvernement, les orientations politiques générales, stratégiques et prospectives à moyen et long terme de l'Agence et sur la base des missions de l'Agence visées à l'article 5/6]3;
développe et met en place des politiques transversales, sans préjudice des compétences des Commissions visées aux articles [2 23, 24 et 24/1]2.
[3 ...]3
[3 3° remet un avis, d'initiative ou à la demande, au Gouvernement sur tout avant-projet de décret, proposition de décret ou projet d'arrêté à portée réglementaire tendant à modifier la législation ou la réglementation régionales relatives aux compétences transversales de l'Agence des matières visées à l'article 2/2. Dans l'exécution de cette mission, les représentants de l'Autorité ne participent pas à la délibération.
Le Conseil général peut solliciter l'avis des Comités visés aux articles 11, 18 et 21.
L'avis doit être communiqué dans un délai de trente-cinq jours à partir de la date de réception du dossier de demande d'avis complet, sauf si le Gouvernement a fixé un autre délai. Passé ce délai, la formalité est censée avoir été accomplie.
Les avis rendus par le Conseil général sont communiqués au Conseil économique, social et environnemental de Wallonie.]3

§ 6. Le Conseil général établit un rapport annuel des activités de l'Agence.
§ 7. Pour l'exercice des missions visées au paragraphe 1er, au paragraphe 2, alinéa 2, 2°, et alinéa 3, 3°, ainsi qu'au paragraphe 3, alinéa 2, 1° à 4°, le Conseil général est valablement constitué si au moins [3 deux]3 représentants des organisations représentatives de l'ensemble des employeurs et des organisations représentatives de l'ensemble des travailleurs indépendants, [3 deux]3 représentants des organisations représentatives de l'ensemble des travailleurs salariés, [3 deux]3 représentants de l'Autorité ainsi que [3 deux]3 représentants des organismes assureurs [3 wallons]3 sont présents.
Dans l'hypothèse où le Conseil général n'a pu être valablement constitué conformément à l'alinéa 1er, le Conseil général est à nouveau convoqué endéans les six jours ouvrables [3 ou procède à l'organisation d'un vote électronique au plus tard le lendemain de la séance selon les conditions et les modalités définies dans son règlement d'ordre intérieur.]3. Dans ce cas et par dérogation à l'alinéa 1er, le Conseil général est réputé valablement constitué si au moins la moitié des membres sont présents.
S'agissant de l'ensemble des missions du Conseil général, les décisions sont prises à la majorité absolue des suffrages exprimés par les membres ayant voix délibérative présents. Les abstentions ne sont pas prises en compte.]1

Afdeling 3. [1 Sociaal en gezondheidsinformatiesysteem]1
Section 3. [1 Système d'informations socio-sanitaires]1
Art. 5.
Art. 5.
Art. 5/1.
Art. 5/1.
Art. 5/2.
Art. 5/2.
Art. 5/3.
Art. 5/3.
Art. 5/4.
Art. 5/4.
Art. 5/5.
Art. 5/5.
Art. 5/6. [1 § 1. Als verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens heeft het Agentschap tot doel een sociaal en gezondheidsinformatiesysteem te ontwikkelen voor gezondheid, sociale bescherming, handicap en gezin.
Hiertoe is het Agentschap verantwoordelijk voor statistieken, beleidsmonitoring, onderzoek, kwalitatieve en kwantitatieve evaluatie en consultancy.
In dit kader verwerkt het Agentschap gegevens met betrekking tot het in artikel 2/2 bedoelde beleid voor de volgende doeleinden:
de opvolging van de begroting met betrekking tot de beleidsdomeinen bedoeld in artikel 2/2;
een adviserend doel om politieke beslissingen te ondersteunen en het beleid bedoeld in artikel 2/2 op een coherente en doeltreffende manier uit te voeren;
een evaluatief en toekomstgericht doel, om de doeltreffendheid van het gevoerde beleid te meten en voorstellen te formuleren om de bestaande strategieën te verbeteren;
een statistisch doel met het oog op het verzamelen, samenstellen, bekendmaken en actualiseren van statistieken, indicatoren en gegevens met betrekking tot de aangelegenheden bedoeld in artikel 2/2;
een rapporteringsdoel door indicatoren of geaggregeerde gegevens mee te delen aan andere instellingen.
§ 2. Hiertoe voert het Agentschap de volgende gegevensverwerkingen uit:
het verzamelen en centraliseren van sociale en gezondheidsgegevens over gezondheid, sociale bescherming, invaliditeit en gezin;
de analyse van de gegevens bedoeld in 1°, in het bijzonder rekening houdend met de genderdimensie, de handicap, de arbeidsomstandigheden, de werkgelegenheid en andere factoren van sociale ongelijkheid.
§ 3. Het Agentschap voert behoeftenramingen, evaluaties en effectstudies uit met betrekking tot de in artikel 2, lid 2, bedoelde beleidsmaatregelen. Daartoe voert het:
epidemiologische studies; 2° kwalitatieve studies;
verklarende kwantitatieve studies;
beoordelingen van processen voor het bereiken van doelstellingen en effecten; 5° prospectieve studies;
databanken voor wetenschappelijke studies.
§ 4. Het Agentschap gebruikt geanonimiseerde gegevens als onderdeel van het sociaal en gezondheidsinformatiesysteem.
§ 5. De Regering bepaalt de modaliteiten voor de uitvoering van dit artikel.
§ 6. Bevoegde of erkende operatoren van de in artikel 2/2 bedoelde beleidsmaatregelen werken mee aan het verzamelen van de gegevens die nodig zijn voor de uitvoering van dit artikel, met uitzondering van operatoren die dit rechtvaardigen in het licht van de wetgeving inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
§ 7. Het Agentschap kan een beroep doen op de wetenschappelijke en academische ondersteuning van onafhankelijke deskundigen en vertegenwoordigers van gebruikers erbij betrekken.]1

Art. 5/6. [1 § 1er. L'Agence a, en tant que responsable du traitement des données, pour objectif de développer un système d'informations socio-sanitaires en matière de santé, protection sociale, handicap et famille.
A cet effet, l'Agence poursuit des missions de statistique, de veille des politiques, de recherche, d'évaluation qualitative et quantitative et de conseil.
Dans ce cadre, l'Agence traite des données relatives aux politiques visées à l'article 2/2 pour les finalités suivantes :
une finalité de monitoring du budget relatif aux politiques visées à l'article 2/2;
une finalité consultative afin d'apporter un soutien aux décisions politiques et de mettre en place les politiques visées à l'article 2/2 de manière cohérente et efficace;
une finalité évaluative et prospective afin de mesurer l'efficacité des politiques mises en place et de formuler des propositions pour améliorer les stratégies existantes;
une finalité statistique afin de collecter, construire, publier et mettre à jour des statistiques, des indicateurs et des données pour les matières visées à l'article 2/2;
une finalité de rapportage en communiquant des indicateurs ou des données agrégées vers d'autres institutions.
§ 2. Pour ce faire, l'Agence effectue les traitements de données suivants :
la collecte et centralisation des données socio-sanitaires en matière de santé, protection sociale, handicap et famille;
l'analyse des données visées au 1° en tenant compte, notamment, de la dimension du genre, du handicap, des conditions de travail, de l'emploi et d'autres facteurs d'inégalité sociale.
§ 3. L'Agence réalise des diagnostics de besoins, des évaluations et des études d'impacts concernant les politiques visées à l'article 2/2. Pour ce faire, elle met en oeuvre ou réalise :
des études épidémiologiques; 2° des études qualitatives;
des études quantitatives explicatives;
des évaluations de processus de réalisation des objectifs et d'impacts; 5° des études prospectives;
des bases de données en vue de permettre des études scientifiques.
§ 4. L'Agence utilise, dans le cadre du système d'informations socio- sanitaires, des données anonymisées.
§ 5. Le Gouvernement détermine les modalités d'exécution du présent article.
§ 6. Les opérateurs des politiques visées à l'article 2/2 agréés ou reconnus collaborent à la collecte des données nécessaires à l'exécution du présent article sauf les opérateurs qui le justifient au regard de la législation relative à la protection de la vie privée.
§ 7. L'Agence peut recourir à l'appui scientifique et académique d'experts indépendants et associer des représentants des usagers. ]1

Afdeling 4. [1 - Raad inzake financiële en budgettaire monitoring]1
Section 4. [1 Conseil de monitoring financier et budgétaire]1
Art. 6. [1 § 1. De Raad inzake financiële en budgettaire monitoring is samengesteld uit :
een lid van elk Comité bedoeld in de artikelen 11, 18 en 21, aangewezen door hem;
[4 twee]4 leden erkend voor hun budgettaire bevoegdheden en aangewezen door de Regering;
een Inspecteur van Financiën, aangewezen door de Regering;
een vertegenwoordiger van het Rekenhof;
een afgevaardigde van de Administratie van de begroting van het Gewest, aangewezen door de Regering;
[4 6° een lid aangewezen door de Minister van Begroting;
een vertegenwoordiger van het Centre stratégique d'expertise fiscale, financière et budgétaire;
twee leden van het Agentschap.]4

Voor elk gewoon lid bedoeld in het eerste lid wordt een plaatsvervangend lid aangewezen. Het heeft slechts zitting als het gewone lid dat het vervangt afwezig is.
De hoedanigheid van lid van de Raad inzake financiële en budgettaire monitoring is onverenigbaar met de hoedanigheid van :
lid van de Algemene raad [4 met uitzondering van de leden bedoeld in paragraaf 1er, 8°]4;
lid van een Comité, behalve wat betreft de leden bedoeld in het eerste lid, 1°;
lid van één van de Commissies bedoeld in de artikelen 12 tot 16/1 of van één van de Commissies bedoeld in de artikelen [2 23, 24 en 24/1]2;
[3 ...]3;
[4 5° lid van de Regering van de Federale Staat, van een Gewest of een Gemeenschap of de Brusselse Staatssecretaris;
een lid van het Europees Parlement, van de Federale wetgevende kamers of van een Gewest- of Gemeenschapsparlement;
provinciegouverneur;
personeelslid van het Agentschap of van één van haar dochtermaatschappijen, met uitzondering van de verantwoordelijke(n) voor het dagelijks beheer;
externe adviseur of regelmatige consultant van het Agentschap.]4

In afwijking van het derde lid, wonen de algemeen bestuurder, de adjunct-algemeen bestuurder en de [3 ...]3 inspecteurs-generaal of hun afgevaardigden de vergaderingen van de Raad inzake strategie en prospectief onderzoek bij met raadgevende stem. Bovendien woont ook de verantwoordelijke voor de administratieve dienst belast met de begroting van het Agentschap of zijn afgevaardigde de vergaderingen van de Raad inzake strategie en prospectief onderzoek met raadgevende stem bij.
De voorzitter wordt door de Regering aangewezen onder de gewone leden bedoeld in het eerste lid, 2° [4 tot 7°]4.
§ 4. De mandaten van de leden bedoeld in paragraaf 1 beginnen te lopen binnen zes maanden na de datum van de eedaflegging van de leden van de Regering als gevolg van de hernieuwing van het Waals parlement. Ze kunnen hernieuwd worden. Ze eindigen in geval van overlijden, ontslag, burgerlijke onbekwaamheid of wanneer het lid de hoedanigheid verliest waarin het is aangewezen.
Als het mandaat van één van de gewone leden bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, [4 1° tot 8°]4, of van één van hun plaatsvervangers eindigt om één van de redenen bedoeld in het eerste lid, voleindigt het nieuwe lid het mandaat van zijn voorganger.]1

Art. 6. [1 § 1er. Le Conseil de monitoring financier et budgétaire est composé de :
un membre de chaque Comité visé aux articles 11, 18 et 21 désigné par celui-ci;
[4 deux]4 membres reconnus pour leurs compétences budgétaires désignés par le Gouvernement;
un Inspecteur des Finances désigné par le Gouvernement;
un représentant de la Cour des Comptes;
un délégué de l'Administration du budget de la Région, désigné par le Gouvernement;
[4 6° un membre désigné par le ministre du Budget;
un représentant du Centre stratégique d'expertise fiscale, financière et budgétaire;
deux membres du Conseil général de l'Agence.]4

Pour chaque membre effectif visé à l'alinéa 1er, un membre suppléant est désigné. Il ne siège qu'en l'absence du membre effectif correspondant.
La qualité de membre du Conseil de monitoring financier et budgétaire est incompatible avec la qualité de :
membre du Conseil général [4 sauf pour ce qui concerne les membres visés à l'alinéa 1er, 8°]4;
membre d'un Comité, sauf pour ce qui concerne les membres visés à l'alinéa 1er, 1°;
membre de l'une des Commissions visées aux articles 12 à 16/1 ou de l'une des Commissions visées aux articles [2 23, 24 et 24/1]2;
[3 ...]3;
[4 5° membre du Gouvernement de l'Etat fédéral, d'une Région, d'une Communauté ou le Secrétaire d'Etat bruxellois;
membre du Parlement européen, des Chambres législatives fédérales ou d'un parlement de Région ou de Communauté;
gouverneur de province;
membre du personnel de l'Agence, à l'exception du ou des responsable(s) de la gestion journalière;
conseiller externe ou consultant régulier de l'Agence.]4

Par dérogation à l'alinéa 3, l'administrateur général, l'administrateur général adjoint, les inspecteurs généraux [3 ...]3 ou leurs délégués assistent aux réunions du Conseil de monitoring financier et budgétaire avec voix consultative. En outre, assiste également aux réunions de ce dernier, avec voix consultative, le responsable du service administratif en charge du budget de l'Agence ou son délégué.
Le président est désigné par le Gouvernement parmi les membres effectifs visés à l'alinéa 1er, 2° [4 à 7 °]4.
§ 2. Les mandats des membres visés au paragraphe 1er prennent cours dans les six mois qui suivent la date de prestation de serment des membres du Gouvernement à la suite du renouvellement du Parlement wallon. Ils peuvent être renouvelés. Ils prennent fin en cas de décès, de démission, d'incapacité civile ou, lorsque le membre perd la qualité en raison de laquelle il a été désigné.
Lorsque le mandat d'un des membres effectifs visés au paragraphe 1er, alinéa 1er, [4 1° à 8°]4, ou d'un de leurs suppléants prend fin pour l'un des motifs évoqués à l'alinéa 1er, le nouveau membre achève le mandat de son prédécesseur.]1

Art. 6/1. [1 De Raad inzake financiële en budgettaire monitoring :
brengt adviezen uit in het kader van de procedure tot uitwerking van de begroting van de opdrachten en van de beheersbegroting van het Agentschap, bedoeld in artikel 28/3 [2 aan de Regering en aan de Algemene Raad]2;
formuleert de adviezen [2 , aan de Regering en aan de Algemene Raad]2 of voorstellen bedoeld in de artikelen 29/1, § 1, en 29/2 [2 binnen een maximumtermijn van één maand te rekenen van het formuleren van de aanvraag]2;
legt om de drie maanden een rapport aan de Algemene raad, aan de Comités bedoeld in de artikelen 11, 18 en 21 en aan de Regering over m.b.t. de ontvangsten en uitgaven van het Agentschap, [2 met inbegrip van investeringsprogramma's en wijzigingen in de kaspositie van het Agentschap,]2 meer bepaald over de vooruitzichten terzake en de verschillende aspecten van de evolutie ervan;
brengt advies uit over de verenigbaarheid met de begroting van de opdrachten van het betrokken vak van elke overeenkomst waarover binnen een commissie is onderhandeld of van elke revalidatieovereenkomst voorgedragen door een commissie. Dat advies wordt uitgebracht voordat een overeenkomst of een revalidatieovereenkomst wordt goedgekeurd door het Comité van betrokken afdeling;
brengt advies uit over elk begrotingsvraagstuk dat hem door de Regering, de Algemene raad of de in de artikelen 11, 18 en 21 bedoelde Comités wordt voorgelegd;
maakt het in artikel 7 bedoelde rapport over.
De Raad inzake financiële en budgettaire monitoring beschikt over de ruimste onderzoeksbevoegdheden in het kader van zijn opdracht maar heeft geen toegang tot individuele gegevens. Hij onderzoekt de verrichtingen met een financiële of budgettaire weerslag, kan alle dossiers en archieven inkijken en krijgt van het Agentschap alle gegevens waarom hij verzoekt. Hij kan sommige van zijn leden naar de vergaderingen van de organen van het Agentschap afvaardigen.]1

[2 De in het eerste lid bedoelde adviezen en verslagen worden door de voorzitter van het comité ter behandeling en archivering toegezonden aan de door de regering aangewezen dienst.]2
Art. 6/1. [1 Le Conseil de monitoring financier et budgétaire :
rend des avis, dans le cadre de la procédure d'élaboration du budget des missions et du budget de gestion de l'Agence, visée à l'article 28/3 [2 , au Gouvernement et au Conseil général]2;
formule [2 au Gouvernement et au Conseil général]2 les avis ou propositions visés aux articles 29/1, § 1er et 29/2 [2 dans un délai maximum d'un mois à partir de la formulation de la demande]2;
fait trimestriellement rapport au Conseil général, aux Comités visés aux articles 11, 18 et 21 et au Gouvernement sur les recettes et les dépenses de l'Agence, [2 en ce compris les programmes d'investissements et l'évolution de la trésorerie de l'Agence,]2 en particulier sur les prévisions en la matière et sur les différents aspects de leur évolution;
donne un avis sur la compatibilité avec le budget des missions de la branche concernée de toute convention négociée au sein d'une commission ou toute convention de revalidation proposées par une commission Cet avis intervient avant l'approbation d'une convention ou d'une convention de revalidation par le Comité de la branche concernée;
donne un avis sur toute question budgétaire que lui soumettent le Gouvernement, le Conseil général ou les Comités visés aux articles 11, 18 et 21;
transmet le rapport visé à l'article 7.
Le Conseil de monitoring financier et budgétaire dispose des pouvoirs d'investigation les plus larges dans le cadre de sa mission, sans toutefois avoir accès aux données individuelles. Il examine les opérations ayant une incidence financière ou budgétaire, a accès à tous les dossiers et archives et reçoit des services de l'Agence tous les renseignements qu'il demande. Il peut déléguer certains de ses membres aux réunions des organes de l'Agence.]1

[2 Les avis et rapports visés à l'alinéa 1er sont transmis par le président du comité au service désigné par le Gouvernement, pour traitement et archivage.]2
Afdeling 5. [1 - Bepalingen gemeen aan de Algemene raad, [2 ...]2 prospectief onderzoek en de Raad inzake financiële en budgettaire monitoring]1
Section 5. [1 Dispositions communes au Conseil général [2 ...]2 prospective et au Conseil de monitoring financier et budgétaire]1
Art. 7. [1 Halfweg elke legislatuur of op uitdrukkelijk verzoek van de Regering, leggen de Algemene raad [2 ...]2 en de Raad inzake financiële en budgettaire monitoring elk een geschreven rapport aan de Regering over met een evaluatie van de artikelen 1 tot 30/2. De Regering neemt akte van dat rapport en maakt het ter informatie binnen de maand na inontvangstname ervan door de Regering aan het Parlement over.
[2 ...]2]1

Art. 7. [1 Au milieu de chaque législature ou à la demande expresse du Gouvernement, le Conseil général [2 ...]2 et le Conseil de monitoring financier et budgétaire transmettent chacun au Gouvernement un rapport écrit contenant une évaluation des articles 1er à 30/2. Le Gouvernement prend acte de ce rapport et le transmet pour information au Parlement dans le mois de sa réception par le Gouvernement.
[2 ...]2
]1
Art. 7/1. [1 § 1. De Algemene raad [2 ...]2 en de Raad inzake financiële en budgettaire monitoring maken elk hun huishoudelijk reglement op.[2 ...]2
Het huishoudelijk reglement van de Algemene raad bevat ondermeer :
de regels betreffende de oproeping van de Algemene raad op verzoek van de Regering, van de voorzitter of van twee leden;
de regels betreffende het voorzitterschap van de Algemene raad bij afwezigheid of verhindering van de voorzitter;
de regels betreffende de beraadslagingsmodaliteiten, onverminderd artikel 4/1;
de akten i.v.m. het dagelijks beheer in het kader van de bevoegdheden van de Algemene raad, onverminderd artikel 26/1, tweede lid;
de regels op grond waarvan de Algemene raad, bovenop de bevoegdheden bedoeld in artikel 26/1, bepaalde specifieke taken delegeren kan aan de Algemeen bestuurder en aan de Adjunct-algemeen bestuurder;
de regels betreffende het beheer van de situaties bedoeld in paragraaf 2.
[2 7° de regels voor de opneming van een punt op de agenda na een met redenen omkleed advies van één of meerdere van de in de artikelen 11, 18 en 21 bedoelde comités.]2
De huishoudelijke reglementen van de Raad inzake budgettaire financiële monitoring [2 ...]2 bevatten ondermeer :
de regels betreffende de oproeping voor de vergaderingen;
de regels betreffende het voorzitterschap ervan bij afwezigheid of verhindering van de voorzitter;
de regels betreffende de beraadslagingsmodaliteiten;
de regels betreffende het beheer van de situaties bedoeld in paragraaf 2.
De huishoudelijke reglementen van de Algemene raad [2 ...]2 en van de Raad inzake budgettaire en financiële monitoring [2 ...]2 worden door de Regering goedgekeurd en in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
§ 2. Het is elk lid van de Algemene raad [2 ...]2 en de Raad inzake budgettaire en financiële monitoring [2 ...]2 verboden aanwezig te zijn wanneer een punt onderzocht wordt of het voorwerp uitmaakt van een beraadslaging m.b.t. een vraagstuk waarbij het een rechtstreeks of onrechtstreeks, patrimoniaal of persoonlijk belang heeft.]1

[2 § 3. De Algemene raad en de Raad inzake budgettaire en financiële monitoring worden bij de uitvoering van hun taken ondersteund door de diensten van het Agentschap.]2
Art. 7/1. [1 § 1er. Le Conseil général [2 ...]2 et le Conseil de monitoring financier et budgétaire établissent chacun leur règlement d'ordre intérieur.[2 ...]2
Le règlement d'ordre intérieur du Conseil général contient notamment :
les règles concernant la convocation du Conseil général à la demande du Gouvernement, à la demande du président ou à la demande de deux membres;
les règles relatives à la présidence du Conseil général en l'absence du président ou en cas d'empêchement de celui-ci;
les règles relatives aux modalités de délibération sans préjudice de l'article 4/1;
les actes qui relèvent de la gestion journalière dans le champ des attributions du Conseil général, sans préjudice de l'article 26/1, alinéa 2;
les règles en vertu desquelles le Conseil général peut, en complément des compétences visées à l'article 26/1, déléguer certaines tâches spécifiques à l'Administrateur général et à l'Administrateur général adjoint;
les règles relatives à la gestion des situations visées au paragraphe 2.
[2 7° les règles relatives à la mise à l'ordre du jour d'un point sur avis motivé d'un ou plusieurs des comités visés aux articles 11, 18 et 21.]2
Les règlements d'ordre intérieur du Conseil de monitoring financier et budgétaire [2 ...]2 contiennent notamment :
les règles concernant la convocation des réunions;
les règles relatives à leur présidence en l'absence du président ou en cas d'empêchement de celui-ci;
les règles relatives aux modalités de délibération;
les règles relatives à la gestion des situations visées au paragraphe 2.
Les règlements d'ordre intérieur du Conseil général [2 ...]2 et du Conseil de monitoring financier et budgétaire [2 ...]2 sont approuvés par le Gouvernement et publiés au Moniteur belge.
§ 2. Il est interdit à tout membre du Conseil général [2 ...]2 ou du Conseil de monitoring financier et budgétaire [2 ...]2 d'être présent lorsqu'un point est examiné ou mis en délibération sur un objet pour lequel il a un intérêt direct ou indirect, patrimonial ou personnel.]1

[2 § 3. Le Conseil général et le Conseil de monitoring financier et budgétaire bénéficient du support des services de l'Agence afin d'assumer leurs missions.]2
Art. 7/2.
Art. 7/2.
Art. 7/3. [1 De gewone en plaatsvervangende leden van de Algemene raad, [2 ...]2 alsook de leden van de Raad inzake budgettaire en financiële monitoring hebben recht op de terugbetaling van de reiskosten die ze wegens hun werk binnen die organen hebben gemaakt, volgens de modaliteiten die door de Regering bepaald worden.
De vergoedingen waarop ze in dat opzicht aanspraak kunnen maken, zijn voor rekening van het Agentschap.
Artikel 15bis van het decreet van 12 februari 2004 betreffende het statuut van de overheidsbestuurder voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet is niet toepasselijk op de gewone en plaatsvervangende leden die de hoedanigheid van vertegenwoordiger van de autoriteit binnen de Algemene raad hebben.]1

Art. 7/3. [1 Les membres effectifs et les membres suppléants du Conseil général [2 ...]2 ainsi que les membres du Conseil de monitoring financier et budgétaire ont droit au remboursement des frais de parcours qu'ils ont exposés en raison de leur travail au sein de ces organes, suivant les modalités déterminées par le Gouvernement.
Les indemnités auxquelles ils peuvent prétendre à ce titre sont à charge de l'Agence.
L'article 15bis du décret du 12 février 2004 relatif au statut de l'administrateur public pour les matières réglées en vertu de l'article 138 de la Constitution n'est pas applicable aux membres effectifs et aux membres suppléants qui revêtent la qualité de représentant de l'autorité au sein du Conseil général.]1

Afdeling 6. [1 - Interne auditstelsel]1
Section 6. [1 Dispositif d'audit interne]1
Art. 8. [1 Het Interne auditstelsel wordt belast met de volgende taken :
de Algemene raad en de Comités bedoeld in de artikelen 11, 18 en 21 bijstaan in hun supervisieactiviteiten;
hen een verzekering verschaffen wat betreft de graad van beheersing van de risico's en de graad van beheersing van de handelingen en activiteiten beheerd door het Agentschap.
Het Interne auditstelsel voldoet aan de internationale normen, inzake ethiek en professionalisme, alsook op het vlak van de aan te wenden mechanismen, praktijken en middelen.
Het bestaat uit een interne auditcomité en een interne auditdienst.]1

Art. 8. [1 Le dispositif d'audit interne est chargé :
d'assister le Conseil général et les Comités visés aux articles 11, 18 et 21 dans leurs activités de supervision;
de leur fournir une assurance quant au degré de maîtrise des risques et quant au degré de maîtrise des opérations et activités gérées par l'Agence.
Le dispositif d'audit interne répond aux standards internationaux en la matière et en termes d'éthique et de professionnalisme, ainsi que du point de vue des mécanismes, pratiques et moyens à mettre en oeuvre.
Il comprend un comité d'audit et un service d'audit internes.]1

Art. 8/1. [1 § 1.[2 ...]2
§ 2. Het auditcomité vergadert minstens vier keer per jaar.
Het legt het handvest van zijn werking vast. Het handvest bepaalt minstens de modaliteiten tot werking van de vergaderingen van het auditcomité, de uitoefening van zijn opdrachten, zijn rechten en plichten jegens het Agentschap, zijn relaties met de organen van het Agentschap en met de overige externe controleorganen.
Het auditcomité legt het in lid 2 bedoelde handvest ter goedkeuring aan de Algemene raad voor.]1

Art. 8/1. [1 § 1er. [2 ...]2
§ 2. Le comité d'audit se réunit au moins quatre fois par an.
Il arrête la charte de son fonctionnement. Celle-ci détermine au moins les modalités de fonctionnement des réunions du comité d'audit, l'exercice de ses missions, ses droits et obligations envers l'Agence, ses relations avec les organes de l'Agence et ses relations avec les autres organes de contrôle externe.
Le comité d'audit soumet la charte visée à l'alinéa 2 à l'approbation du Conseil général.]1

Art. 8/2. [1 Het auditcomité beschikt over een interne auditdienst die rechtsstreeks onder zijn autoriteit staat. De interne auditdienst wordt belast met het beheer van de opdrachten van het auditcomité.
Het auditcomité maakt via de interne auditdienst een jaarlijks programma en een meerjarig plan van de interne auditopdrachten op.
Voor elke interne auditopdracht wordt een geschreven rapport opgemaakt met een omschrijving van de feiten en vaststellingen alsook een beoordeling van het interne controlesysteem en eventuele aanbevelingen.]1

Art. 8/2. [1 Le comité d'audit dispose d'un service d'audit interne qui relève directement de son autorité. Le service d'audit interne est chargé de la gestion des missions du comité d'audit.
Le comité d'audit, par l'intermédiaire du service d'audit interne, établit un programme annuel et un plan pluriannuel de missions d'audits internes.
Pour chaque mission d'audit interne, un rapport écrit contenant la description des faits et des constatations, ainsi qu'une évaluation du système de contrôle interne et des éventuelles recommandations est établi.]1

Art. 8/3. [1 De hulpmiddelen en de middelen van het interne auditstelsel, met inbegrip van die betreffende de interne auditdienst, zijn voor rekening van de begroting van het Agentschap, in een specifieke budgettaire lijn.]1
Art. 8/3. [1 Les ressources et les moyens du dispositif d'audit interne, en ce compris ceux relatifs au service d'audit interne, sont à charge du budget de l'Agence, dans une ligne budgétaire spécifique.]1
HOOFDSTUK II. [1 - Afdelingen]1
CHAPITRE 2. [1 Branches]1
Afdeling 1. [1 - Drie afdelingen van het Agentschap]1
Section 1re. [1 Des trois branches de l'Agence]1
Art. 9. [1 Binnen het Agentschap wordt de volgende afdelingen ingevoerd :
een afdeling "[2 ...]2 Gezondheid", die bevoegd is voor de aangelegenheden bedoeld in artikel 2/2, 1°, 2° en 4°;
een afdeling "Handicap", die bevoegd is voor de aangelegenheden bedoeld in artikel 2/2, 3°;
een afdeling "Gezinnen", die bevoegd is voor de aangelegenheden bedoeld in artikel 2/2, 5°.]1

Art. 9. [1 Au sein de l'Agence, il est institué :
une branche "[2 ...]2 Santé", compétente pour les matières visées à l'article 2/2, 1°, 2° et 4°;
une branche "Handicap", compétente pour les matières visées à l'article 2/2, 3°;
une branche "Familles", compétente pour les matières visées à l'article 2/2, 5°]1

Afdeling 2. [1 - [2 ...]2 Gezondheid]1
Section 2. [1 Branche [2 ...]2 Santé]1
Onderafdeling 1. [1 - Commissies binnen de afdeling "[2 ...]2 Gezondheid"]1
Sous-Section 1re. [1 Des commissions au sein de la branche "[2 ...]2 Santé"]1
Art. 10. [1 De afdeling "[2 ...]2 Gezondheid" wordt beheerd door een Comité met dezelfde benaming.
Binnen die afdelingen worden de volgende commissies ingesteld :
een Commissie "Eerstelijns hulp- en zorgverlening";
een Commissie "Ziekenhuizen";
een Commissie "Geestelijke gezondheid";
een Commissie "Opvang en huisvesting van senioren".
[2 Het Comité "Gezondheid" en de in lid 1 bedoelde commissies worden bij de uitvoering van hun taken bijgestaan door de diensten van het Agentschap.]2]1

Art. 10. [1 La branche "[2 ...]2 Santé" est gérée par un Comité du même nom.
Il est institué en son sein :
une Commission "Première ligne d'aide et de soins";
une Commission "Hôpitaux";
une Commission "Santé mentale";
une Commission "Accueil et hébergement des personnes âgées".
[2 Le comité " Santé " et les commissions visées à l'alinéa 1er bénéficient du support des services de l'Agence afin d'assumer leurs missions.]2]1

Onderafdeling 2. [1 - [2 ...]2 Gezondheid]1
Sous-Section 2. [1 Comité "[2 ...]2 Santé"]1
Art. 11. [1 § 1. Het Comité "[3 ...]3 Gezondheid" is samengesteld uit :
twaalf vertegenwoordigers van de vakorganisaties van de hulp- en verzorgingssector alsook van de representatieve organisaties van de ziekenhuizen, inrichtingen of hulp- en zorgverleningsdiensten of de beheerders ervan, waaronder minstens één vertegenwoordiger van de [3 sectoren bevordering van de gezondheid, met inbegrip van de preventie]3, die stemgerechtigd zijn;
twaalf vertegenwoordigers van de [3 Waalse]3 verzekeringsinstellingen, die stemgerechtigd zijn;
vijf vertegenwoordigers van de Autoriteit, die stemgerechtigd zijn;
twee vertegenwoordigers van de representatieve organisaties van het geheel van de werkgevers en van de representatieve organisaties van het geheel van de zelfstandige werknemers, die stemgerechtigd zijn;
twee vertegenwoordigers van de representatieve organisaties van het geheel van de werknemers, die stemgerechtigd zijn.
[3 6° een vertegenwoordiger van de verenigingen die gebruikers van de gezondheidszorg en bejaarden vertegenwoordigen, die stemrecht heeft.]3
Voor elke categorie van gewone leden bedoeld in het eerste lid worden evenveel plaatsvervangende leden aangewezen. Een plaatsvervangend lid mag slechts zitting hebben indien het gewoon lid van zijn categorie afwezig is.
De algemeen bestuurder, adjunct-algemeen bestuurder en de inspecteur-generaal verantwoordelijk voor de afdeling "[3 ...]3 Gezondheid" of hun afgevaardigden wonen de vergaderingen van het Comité "[3 ...]3 Gezondheid" met raadgevende stem bij.
[3 Voor de toepassing van het eerste lid, 6°, wordt een vereniging geacht representatief te zijn voor de gebruikers van de gezondheidzorg en bejaarden als ze voldoet aan de volgende voorwaarden:
ofwel een VZW, een openbare instelling of een instelling van openbaar nut zijn;
als hoofddoel hebben de wederzijdse bijstand, ondersteuning en advisering van gebruikers van de gezondheidzorg en bejaarden, en de bevordering van hun rechten in de samenleving;
haar activiteiten uitoefenen in het Franse taalgebied.]3

§ 2. De gewone en plaatsvervangende leden van het Comité "[3 ...]3 Gezondheid" worden door de Regering benoemd.
De Regering benoemt de gewone leden bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, 2°, 4° [3 , 5° en 6°]3 en de plaatsvervangende leden bedoeld in paragraaf 1°, tweede lid, op de voordracht van de vakorganisaties van de hulp- en verzorgingssectoren van de representatieve organisaties van de ziekenhuizen, inrichtingen of hulp- en zorgverleningsdiensten, op de voordracht van de [3 Waalse]3 verzekeringsinstellingen en op de voordracht van de "Conseil économique et social de Wallonie" [3 en op de voordracht van verenigingen die gebruikers van de gezondheidszorg en bejaarden vertegenwoordigen.]3.
De gewone en plaatsvervangende leden bedoeld in het tweede lid mogen niet ressorteren onder het hiërarchische gezag van een lid van de Regering. De personen die een functie van deskundige in een ministerieel kabinet uitoefenen ten belope van maximum 0,10 voltijdsequivalent worden niet beschouwd als ressorterend onder het hiërarchische gezag van een lid van de Regering.
De voorzitter [2 en de ondervoorzitter]2 van het Comité "[3 ...]3 Gezondheid" wordt door de Regering aangewezen onder de gewone leden die stemgerechtigd zijn.
§ 4. De mandaten van de gewone leden bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, en van hun plaatsvervangers beginnen te lopen binnen zes maanden na de datum van de eedaflegging van de leden van de Regering als gevolg van de hernieuwing van het Waals parlement. Ze kunnen hernieuwd worden. Ze eindigen in geval van overlijden, ontslag, burgerlijke onbekwaamheid, wanneer de in paragraaf 2, tweede lid, bedoelde voorwaarden niet meer vervuld zijn of wanneer het lid de hoedanigheid verliest waarin het is aangewezen.
Als het mandaat van één van de gewone leden bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 1, 2°, 4° [3 ,5 ° en 6°]3 of van één van hun plaatsvervangers eindigt om één van de redenen bedoeld in het eerste lid, draagt de betrokken organisatie een plaatsvervanger aan de Regering voor binnen een maand na de stopzetting van de functie. Het lid wordt vervangen binnen drie maanden na de stopzetting van de functie. Het nieuwe lid voldeindigt het mandaat van zijn voorganger.]1

Art. 11. [1 § 1er. Le Comité "[3 ...]3 Santé" est composé de :
douze représentants des organisations professionnelles du secteur de l'aide et des soins ainsi que des organisations représentatives des hôpitaux, établissements, ou services d'aide et de soins ou de leurs gestionnaires dont au moins un représentant des secteurs de la [3 promotion de la santé en ce compris la prévention]3, qui ont voix délibérative;
douze représentants des organismes assureurs [3 wallons]3, qui ont voix délibérative;
cinq représentants de l'Autorité, qui ont voix délibérative;
deux représentants des organisations représentatives de l'ensemble des employeurs et des organisations représentatives de l'ensemble des travailleurs indépendants, qui ont voix délibérative;
deux représentants des organisations représentatives de l'ensemble des travailleurs, qui ont voix délibérative.
[3 6° un représentant des associations représentatives des usagers de santé et des aînés, qui a voix délibérative.]3
Pour chaque catégorie de membres effectifs visée à l'alinéa 1er, des membres suppléants sont désignés, en même nombre que les membres effectifs. Un membre suppléant ne siège qu'en cas d'absence d'un membre effectif de sa catégorie.
L'administrateur général, l'administrateur général adjoint et l'inspecteur général responsable de la branche "[3 ...]3 Santé" ou leurs délégués assistent aux réunions du Comité "[3 ...]3 Santé" avec voix consultative.
[3 Est considérée comme association représentative des usagers de santé et des aînés, pour l'application de l'alinéa 1er, 6°, l'association qui remplit les conditions suivantes :
être soit une ASBL, soit un organisme public, soit un organisme d'intérêt public;
avoir pour objet principal l'entraide, le soutien, le conseil mutuel des usagers de santé ou des aînés, la promotion de leurs droits dans la société;
déployer ses activités sur le territoire de la région de langue française.]3

§ 2. Les membres effectifs et les membres suppléants du Comité "[3 ...]3 Santé" sont nommés par le Gouvernement.
Le Gouvernement nomme les membres effectifs visés au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°, 2°, 4° [3 , 5° et 6°]3 et les suppléants visés au paragraphe 1er, alinéa 2, sur proposition des organisations professionnelles du secteur d'aide et de soins et des organisations représentatives des hôpitaux, établissements ou services d'aide et de soins, sur proposition des organismes assureurs [3 wallons]3, sur proposition du Conseil économique et social de Wallonie [3 et sur proposition des associations représentatives des usagers de santé et des aînés.]3.
Les membres effectifs et membres suppléants visés à l'alinéa 2 ne peuvent relever du pouvoir hiérarchique d'un membre du Gouvernement. Ne sont pas considérées comme relevant du pouvoir hiérarchique d'un membre du Gouvernement les personnes exerçant une fonction d'expert dans un Cabinet ministériel à concurrence d'un maximum de 0,10 équivalent temps plein.
Le Gouvernement désigne le président [2 et le vice-président]2 du Comité "[3 ...]3 Santé" parmi les membres effectifs disposant d'une voix délibérative.
§ 3. Les mandats des membres effectifs visés au paragraphe 1er, alinéa 1er, et celui de leurs suppléants prennent cours dans les six mois qui suivent la date de prestation de serment des membres du Gouvernement à la suite du renouvellement du Parlement wallon. Ils peuvent être renouvelés. Ils prennent fin en cas de décès, de démission, d'incapacité civile, lorsqu'il n'est plus satisfait aux conditions visées au paragraphe 2, alinéa 2, ou lorsque le membre perd la qualité en raison de laquelle il a été désigné.
Lorsque le mandat d'un des membres effectifs visés au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1, 2°, 4° [3 , 5° et 6°]3 ou d'un de leurs suppléants prend fin pour l'un des motifs visés à l'alinéa 1er, l'organisation concernée propose un remplaçant au Gouvernement dans le mois qui suit la cessation de fonction. Le membre est remplacé dans les trois mois qui suivent la cessation de fonction. Le nouveau membre achève le mandat de son prédécesseur.]1

Art. 11/1. [1 § 1. Het Comité "[7 ...]7 Gezondheid" :
stelt de begroting op van de opdrachten van de afdeling "[7 ...]7 Gezondheid" in de zin van artikel 28/2, en deelt deze begroting mee aan de Algemene raad;
gaat over tot een evaluatie van de middelen die nodig zijn voor het beheer van de afdeling "[7 ...]7 Gezondheid" en deelt deze evaluatie mee aan de Algemene raad om de beheersbegroting van het Agentschap op te maken;
houdt toezicht op de uitgaven van de afdeling "[7 ...]7 Gezondheid" en neemt desgevallend maatregelen voor de aanpassing van de begroting;
deelt aan de Algemene raad de gegevens mee die betrekking hebben op de evolutie van de uitgaven van de afdeling "[7 ...]7 Gezondheid" en de eventuele maatregelen voor de aanpassing van de begroting;
deelt aan de Algemene raad de boekhoudkundige gegevens mee betreffende de afdeling "[7 ...]7 Gezondheid" die vereist zijn voor het opmaken van de boekhouding van het Agentschap en de periodieke toestandsopgaven van het actief en het passief;
stelt de rekeningen vast van de afdeling "[7 ...]7 gezondheid" en deelt ze mee aan de Algemene raad;
deelt aan de Algemene raad de gegevens mee betreffende de afdeling "Welzijn en Gezondheid" die nodig zijn voor het opmaken van het verslag bedoeld in artikel 4/1, § 6°;
keurt de overeenkomsten goed gesloten binnen de Commissies bedoeld in de artikelen 12 tot 16/1 of binnen de Commissies bedoeld in de artikelen 23 en 24, na advies van de financiële en budgettaire monitoringsraad
[2 keurt de revalidatieovereenkomsten goed, op voorstel van de Commissie bedoeld in artikel 24/1, na advies van de financiële en budgettaire monitoringsraad;]2
10° keurt de akkoorden betreffende de mobiliteitstegemoetkomingen goed, op voorstel van de Commissie "[7 Mobiliteitshulpmiddelen]7". Om definitief goedgekeurd te worden, moeten deze akkoorden ook door het Comité "Handicap" worden goedgekeurd.
[7 11° brengt, op eigen initiatief of op verzoek van de Regering, advies uit over elk voorontwerp van decreet, voorstel van decreet of ontwerp van besluit met reglementaire draagwijdte tot wijziging van de gewestelijke wetgeving of reglementering betreffende het gezondheidsbeleid, het gezinsbeleid en het ouderenbeleid bedoeld in artikel 2/2, 1°, 2° en 4°, brengt initiatiefadviezen uit over specifieke aangelegenheden die tot zijn bevoegdheid behoren en stelt studies voor aan de Algemene Raad over aangelegenheden die tot zijn bevoegdheid behoren. Bij het uitvoeren van deze opdracht nemen de vertegenwoordigers van de Autoriteit niet deel aan de beraadslagingen.
Het in 11° bedoelde advies van het Comité moet worden meegedeeld binnen vijfendertig dagen na de datum van ontvangst van het volledige dossier waarin het advies wordt gevraagd, tenzij de Regering een andere termijn heeft bepaald. Na het verstrijken van deze termijn wordt de formaliteit als afgerond beschouwd.
De adviezen van het Comité "Gezondheid" worden meegedeeld aan de "Conseil économique, social et environnemental de Wallonie" (Waalse Economische, Sociale en Milieuraad).]7

De overeenkomsten bedoeld in het eerste lid, 8°, en de revalidatieovereenkomsten bedoeld in het eerste lid, 9°, worden door de voorzitter aan de Regering [6 of diens afgevaardigde]6 meegedeeld. De Regering [6 of diens afgevaardigde]6 kan zich daartegen verzetten binnen vijftien werkdagen te rekenen van de mededeling.
§ 2. [7 Het Comité "Gezondheid" is geldig samengesteld wanneer de volstrekte meerderheid van de leden van bedoeld comité, met ten minste één vertegenwoordiger van elke categorie waaruit het overeenkomstig artikel 11, § 1 is samengesteld, aanwezig is]7[7 of organiseert het uiterlijk op de dag na de vergadering een elektronische stemming overeenkomstig de voorwaarden en modaliteiten die zijn vastgelegd in zijn huishoudelijk reglement]7.
In het geval dat het Comité "[7 ...]7 Gezondheid" niet geldig werd samengesteld overeenkomstig het eerste lid, wordt het Comité opnieuw bijeengeroepen binnen de zes werkdagen. In dat geval en in afwijking van het eerste lid, wordt het Comité "[7 ...]7 Gezondheid" geacht geldig samengesteld te zijn als minstens de helft van de leden aanwezig zijn.
De beslissingen worden genomen bij een tweederde meerderheid van de stemmen uitgebracht door de aanwezige stemgerechtigde leden. Er wordt geen rekening gehouden met onthoudingen.
Wanneer het stemmingsquorum bedoeld in het derde lid niet bereikt is, maar dat de meerderheid van de aanwezige stemgerechtigde leden wordt behaald, onderwerpt de voorzitter dezelfde voorstellen aan de stemming tijdens de volgende vergadering.
Als de meerderheid bedoeld in het vorig lid opnieuw wordt behaald, zijn de beslissingen genomen.]1

Art. 11/1. [1 § 1er. Le Comité "[7 ...]7 Santé" :
établit le budget des missions de la branche "[7 ...]7 Santé", au sens de l'article 28/2, et le communique au Conseil général;
procède à une évaluation des moyens nécessaires à la gestion de la branche "[7 ...]7 Santé" et communique cette évaluation au Conseil général en vue de l'établissement du budget de gestion de l'Agence;
surveille l'évolution des dépenses de la branche "[7 ...]7 Santé" et prend le cas échéant des mesures de correction budgétaire;
communique au Conseil général les données relatives à l'évolution des dépenses de la branche "[7 ...]7 Santé" et les éventuelles mesures de correction budgétaire adoptées;
communique au Conseil général les données comptables relatives à la branche "[7 ...]7 Santé" requises pour l'établissement de la comptabilité de l'Agence et des situations périodiques actives et passives de celle-ci;
arrête les comptes de la branche "[7 ...]7 Santé" et les communique au Conseil général;
communique au Conseil général les données relatives à la branche "[7 ...]7 Santé" nécessaires à l'établissement du rapport visé à l'article 4/1, § 6;
approuve les conventions conclues au sein des Commissions visées aux articles 12 à 16/1 ou au sein des Commissions visées aux articles 23 et 24, après avis du Conseil de monitoring financier et budgétaire;
[2 approuve, sur proposition de la Commission visée à l'article 24/1, après avis du Conseil de monitoring financier et budgétaire, les conventions de revalidation;]2
10° approuve, sur proposition de la Commission [7 "Aides à la mobilité"]7, les accords relatifs aux aides à la mobilité. Pour être définitivement approuvé, ces accords doivent également être approuvés par le Comité "Handicap".
[7 11° remet un avis, d'initiative ou à la demande, au Gouvernement sur tout avant-projet de décret, proposition de décret ou projet d'arrêté à portée réglementaire tendant à modifier la législation ou la réglementation régionales relatives à la politique de la santé, à la politique familiale et à la politique du troisième âge visées à l'article 2/2, 1°, 2° et 4°, rend des avis d'initiative sur des thématiques spécifiques relevant de sa compétence et propose au Conseil général des études sur des thématiques relevant de sa compétence. Dans l'exécution de cette mission, les représentants de l'Autorité ne participent pas à la délibération.
L'avis du Comité visé au 11° est communiqué dans un délai de trente- cinq jours à partir de la date de réception du dossier de demande d'avis complet, sauf si le Gouvernement a fixé un autre délai. Passé ce délai, la formalité est censée avoir été accomplie.
Les avis rendus par le Comité " Santé " sont communiqués au Conseil économique, social et environnemental de Wallonie.]7

Les conventions visées à l'alinéa 1er, 8°, et les conventions de revalidation visées à l'alinéa 1er, 9°, sont notifiées au Gouvernement [6 ou son délégué]6 par le président. Le Gouvernement [6 ou son délégué]6 peut s'y opposer dans les quinze jours ouvrables à dater de la notification.
§ 2. [7 Le Comité " Santé " est valablement constitué lorsqu'il réunit la majorité absolue des membres dudit Comité avec au moins un représentant de chaque catégorie qui le compose conformément à l'article 11, § 1er]7.
Dans l'hypothèse où le Comité "[7 ...]7 Santé" n'a pu être valablement constitué conformément à l'alinéa 1er, le Comité est à nouveau convoqué endéans les six jours ouvrables. Dans ce cas et par dérogation à l'alinéa 1er, le Comité "[7 ...]7 Santé" est réputé valablement constitué si au moins la moitié des membres sont présents [7 ou procède à l'organisation d'un vote électronique au plus tard le lendemain de la séance selon les conditions et les modalités définies dans son règlement d'ordre intérieur]7.
Les décisions sont prises à la majorité des deux tiers des suffrages exprimés par les membres ayant voix délibérative présents. Les abstentions ne sont pas prises en compte.
Lorsque ce quorum de vote visé à l'alinéa 3 n'est pas atteint, mais que la majorité des membres présents ayant voix délibérative est obtenue, le président soumet au vote les mêmes propositions lors de la réunion suivante.
Si la majorité visée à l'alinéa précédent est à nouveau obtenue, les décisions sont acquises.]1

Onderafdeling 3. [1 - Commissies]1
Sous-Section 3. [1 Commissions]1
Art. 12. [1 § 1. De Commissie "Eerste hulp en zorglijn" wordt samengesteld, door de Algemene raad, uit een gelijk aantal leden:
aangewezen op voorstel van de vakorganisaties van de hulpsector, van de eerste zorglijn en door de representatieve organisaties van de diensten van de eerste hulp en zorglijn of hun beheerders;
aangewezen op voorstel van de [3 Waalse]3 verzekeringsinstellingen.
§ 2. De Commissie "Eerste hulp en zorglijn" is bevoegd inzake de organisatie van de eerstelijnsgezondheidszorg en -hulp en inzake steun aan de beroepen van de eerstelijnsgezondheidszorg en hulp.
In het toepassingsveld van haar bevoegdheden, doet de Commissie "Eerste hulp en zorglijn" het volgende:
onderhandelen en sluiten van overeenkomsten;
[2 ...]2
de financieringsbehoeften bepalen.
Zodra ze afgesloten zijn, worden de overeenkomsten bedoeld in het tweede lid, 1°, meegedeeld aan het Comité "[3 ...]3 Gezondheid".]1

Art. 12. [1 § 1er. La Commission "Première ligne d'aide et de soins" est composée, par le Conseil général, d'un nombre égal de membres :
désignés sur proposition des organisations professionnelles du secteur de l'aide, des soins de première ligne et par les organisations représentatives des services d'aide et de soins de première ligne ou de leurs gestionnaires;
désignés sur proposition des organismes assureurs [3 wallons]3.
§ 2. La Commission "Première ligne d'aide et de soins" est compétente en matière d'organisation des aides et des soins de santé de première ligne et en matière de soutien aux professions d'aides et de soins de santé de première ligne.
Dans le champ de ses compétences, la Commission "Première ligne d'aide et de soins" :
négocie et conclut des conventions;
[2 ...]2
détermine les besoins de financement.
Dès leur conclusion, les conventions visées à l'alinéa 2, 1°, sont communiquées au Comité "[3 ...]3 Santé"]1

Art. 13. [1 § 1. De Commissie "Ziekenhuizen" wordt samengesteld, door de Algemene raad, uit een gelijk aantal leden :
aangewezen op voorstel van de representatieve organisaties van de ziekenhuizensector;
aangewezen op voorstel van de [3 Waalse]3 verzekeringsinstellingen.
§ 2. De Commissie "Ziekenhuizen" is bevoegd inzake het beleid van de zorgverlening in de ziekenhuizen.
In het toepassingsveld van haar bevoegdheden, doet de Commissie "Ziekenhuizen" het volgende :
onderhandelen en sluiten van overeenkomsten;
[2 ...]2
de financieringsbehoeften bepalen.
Zodra ze afgesloten zijn, worden de overeenkomsten bedoeld in het tweede lid, 1°, meegedeeld aan het Comité "[3 ...]3 Gezondheid" ".]1

Art. 13. [1 § 1er. La Commission "Hôpitaux "est composée, par le Conseil général, d'un nombre égal de membres :
désignés sur proposition des organisations représentatives du secteur des hôpitaux;
désignés sur proposition des organismes assureurs [3 wallons]3.
§ 2. La Commission "Hôpitaux" est compétente en matière de politique de dispensation de soins dans les hôpitaux.
Dans le champ de ses compétences, la Commission "Hôpitaux" :
négocie et conclut des conventions;
[2 ...]2
détermine les besoins de financement.
Dès leur conclusion, les conventions visées à l'alinéa 2, 1°, sont communiquées au Comité "[3 ...]3 Santé".]1

Art. 14. [1 § 1. De Commissie "Geestelijke gezondheid" wordt samengesteld, door de Algemene raad, uit een gelijk aantal leden :
aangewezen op voorstel van de vakorganisaties van de geestelijke gezondheidssector en door de representatieve organisaties van de ziekenhuizen, instellingen of diensten van de geestelijke gezondheid of hun beheerders;
aangewezen op voorstel van de [3 Waalse]3 verzekeringsinstellingen.
§ 2. De Commissie "Geestelijke gezondheid" is bevoegd inzake het beleid van geestelijke gezondheidszorgverlening in de psychiatrische ziekenhuizen, in de psychiatrische diensten van de algemene ziekenhuizen, in de verzorgingsinstellingen die geen ziekenhuizen zijn en buiten de verzorgingsinstellingen.
In het toepassingsveld van haar bevoegdheden, doet de Commissie "Geestelijke gezondheid" het volgende :
onderhandelen en sluiten van overeenkomsten;
[2 ...]2
de financieringsbehoeften bepalen.
Zodra ze afgesloten zijn, worden de overeenkomsten bedoeld in het tweede lid, 1°, meegedeeld aan het Comité "[3 ...]3 Gezondheid".]1

Art. 14. [1 § 1er. La Commission "Santé mentale" est composée, par le Conseil général, d'un nombre égal de membres :
désignés sur proposition des organisations professionnelles du secteur de la santé mentale et par les organisations représentatives des hôpitaux, établissements ou services de santé mentale ou de leurs gestionnaires;
désignés sur proposition des organismes assureurs [3 wallons]3.
§ 2. La Commission "Santé mentale" est compétente en matière de politique de dispensation des soins de santé mentale dans les hôpitaux psychiatriques, dans les services psychiatriques des hôpitaux généraux, dans les institutions de soins autres que les hôpitaux et au dehors des institutions de soins.
Dans le champ de ses compétences, la Commission "Santé mentale" :
négocie et conclut des conventions;
[2 ...]2
détermine les besoins de financement.
Dès leur conclusion, les conventions visées à l'alinéa 2, 1°, sont communiquées au Comité "[3 ...]3 Santé".]1

Art. 15. [1 § 1. De Commissie "Opvang en huisvesting van bejaarde personen" wordt samengesteld, door de Algemene raad, uit een gelijk aantal leden:
aangewezen op voorstel van de representatieve organisaties van de sector van de inrichtingen voor bejaarde personen;
aangewezen op voorstel van de [2 Waalse]2 verzekeringsinstellingen.
§ 2. De Commissie "Opvang en huisvesting van bejaarde personen" is bevoegd inzake het beleid van zorgverlening in de instellingen voor bejaarde personen met inbegrip van de geïsoleerde geriatriediensten.
In het toepassingsveld van haar bevoegdheden, doet de Commissie "Opvang en huisvesting van bejaarde personen" het volgende:
onderhandelen en sluiten van overeenkomsten;
de financieringsbehoeften bepalen.
Zodra ze afgesloten zijn, worden de overeenkomsten bedoeld in het tweede lid, 1°, meegedeeld aan het Comité "[2 ...]2 Gezondheid".]1

Art. 15. [1 § 1er. La Commission "Accueil et hébergement des personnes âgées" est composée, par le Conseil général, d'un nombre égal de membres :
désignés sur proposition des organisations représentatives du secteur des établissements pour personnes âgées;
désignés sur proposition des organismes assureurs [2 wallons]2.
§ 2. La Commission "Accueil et hébergement des personnes âgées" est compétente en matière de politique de dispensation de soins dans les institutions pour personnes âgées, en ce compris les services de gériatrie isolés.
Dans le champ de ses compétences, la Commission "Accueil et hébergement des personnes âgées" :
négocie et conclut des conventions;
détermine les besoins de financement.
Dès leur conclusion, les conventions visées à l'alinéa 2, 1°, sont communiquées au Comité "[2 ...]2 Santé".]1

Art. 16. [1 § 1er. De leden van elke Commissie bedoeld in deze onderafdeling worden voor vijf jaar aangewezen.
Het lid dat geen deel meer uitmaakt van een Commissie wordt onmiddellijk vervangen.
§ 2. Elke Commissie bedoeld in deze onderafdeling wordt voorgezeten door een personeelslid [2 van het Agentschap]2.
§ 3. Het is elk lid van een Commissie verboden om aanwezig te zijn bij de behandeling van of de beraadslaging over een onderwerp waarvoor het een rechtstreeks of onrechtstreeks, patrimoniaal of persoonlijk belang heeft.
§ 4. Een Commissie bedoeld in deze onderafdeling is geldig samengesteld [2 wanneer ze de volstrekte meerderheid van de leden van de Commissie, met ten minste één vertegenwoordiger uit elk van de categorieën waaruit de Commissie bestaat overeenkomstig de artikelen 12, § 1, 13, § 1, 14, § 1 en 15, § 1, bijeenbrengt.]2.
In het geval dat een Commissie niet geldig is samengesteld overeenkomstig het eerste lid, wordt de Commissie opnieuw bijeengeroepen binnen de zes werkdagen. In dat geval en in afwijking van het eerste lid, wordt de Commissie geacht geldig samengesteld te zijn als minstens de helft van de leden aanwezig zijn [2 of organiseert zij uiterlijk op de dag na de vergadering een elektronische stemming overeenkomstig de voorwaarden en modaliteiten die zijn vastgelegd in haar huishoudelijk reglement]2.
De beslissingen worden bij volstrekte meerderheid genomen van de stemmen uitgebracht door de aanwezige leden. Er wordt geen rekening gehouden met onthoudingen.
§ 5. Elke Commissie maakt zijn huishoudelijk reglement op. Dit reglement voorziet met name :
de regels betreffende de oproeping van de Commissie op aanvraag van de Regering, op aanvraag van de voorzitter of op aanvraag van twee leden;
de regels betreffende het voorzitterschap van de Commissie bij afwezigheid van de voorzitter of als hij verhinderd is;
de regels betreffende de modaliteiten inzake beraadslaging onverminderd paragraaf 4°;
de regels betreffende het beheer van de toestanden bedoeld in paragraaf 3°;
de regels betreffende de stemming indien de leden niet in gelijk aantal aanwezig zijn in elk van de twee groepen.
Het huishoudelijk reglement van elke Commissie wordt onderworpen aan het advies van het afdelingscomité waaronder zij valt en maakt het voorwerp uit van een definitieve goedkeuring door de Regering.]1

Art. 16. [1 § 1er. Les membres de chaque Commission visée dans la présente sous-section sont désignés pour une durée de cinq ans.
Il est pourvu immédiatement au remplacement du membre qui a cessé de faire partie d'une Commission.
§ 2. Chaque Commission visée dans la présente sous-section est présidée par un membre du personnel des services [2 de l'Agence]2.
§ 3. Il est interdit à tout membre d'une Commission d'être présent lorsqu'un point est examiné ou mis en délibération sur un objet pour lequel il a un intérêt direct ou indirect, patrimonial ou personnel.
§ 4. Une Commission visée dans la présente sous-section est valablement constituée lorsqu'elle réunit [2 la majorité absolue des membres de la Commission avec au moins un représentant de chaque catégorie qui la compose conformément aux articles 12, § 1er, 13, § 1er, 14, § 1er, et 15, § 1er]2.
Dans l'hypothèse où une Commission n'a pu être valablement constituée conformément à l'alinéa 1er, la Commission est à nouveau convoquée endéans les six jours ouvrables [2 ou procède à l'organisation d'un vote électronique au plus tard le lendemain de la séance selon les conditions et les modalités définies dans son règlement d'ordre intérieur]2. Dans ce cas et par dérogation à l'alinéa 1er, la Commission est réputée valablement constituée si au moins la moitié des membres sont présents.
Les décisions sont prises à la majorité absolue des suffrages exprimés par les membres présents. Les abstentions ne sont pas prises en compte.
§ 5. Chaque Commission établit son règlement d'ordre intérieur. Celui-ci prévoit notamment :
les règles concernant la convocation de la Commission à la demande du Gouvernement, à la demande du président ou à la demande de deux membres;
les règles relatives à la présidence de la Commission en l'absence du président ou en cas d'empêchement de celui-ci;
les règles relatives aux modalités de délibération sans préjudice du paragraphe 4;
les règles relatives à la gestion des situations visées au paragraphe 3;
les règles relatives au vote dans l'hypothèse où les membres ne sont pas présents en nombre égal dans chacun des deux groupes.
Le règlement d'ordre intérieur de chaque Commission est soumis à l'avis du Comité de branche dont elle relève et fait l'objet d'une approbation définitive par le Gouvernement.]1

Art. 16/1. [1 De Commissies bedoeld in deze onderafdeling kunnen samen zetelen wanneer vraagstukken van gemeenschappelijk belang op de agenda staan.
[2 ...]2
Bovendien, zetelen de Commissies bedoeld in deze onderafdeling die de Regering aanwijst, samen voor de vraagstukken die zij bepaalt.]1

Art. 16/1. [1 Des Commissions visées dans la présente sous-section peuvent siéger ensemble lorsque des questions d'intérêt commun sont portées à l'ordre du jour.
[2 ...]2
En outre, les Commissions visées dans la présente sous-section que le Gouvernement désigne siègent ensemble pour les questions qu'il détermine.]1

Afdeling 3. [1 - Afdeling "Handicap"]1
Section 3. [1 Branche "Handicap"]1
Onderafdeling 1. [1 - Organisatie van de afdeling "Handicap"]1
Sous-Section 1. [1 Organisation de la branche "Handicap"]1
Art. 17. [1 De afdeling "Handicap" wordt beheerd door een Comité met dezelfde naam.
De afdeling "Handicap" bevat bovendien Subregionale coördinatiecommissies, waarvan de Algemene raad, op voorstel van het Comité "Handicap", het aantal, de samenstelling en de gebiedsomschrijving bepaalt.
[2 Het Comité "Handicap" en de in lid 2 bedoelde commissies worden bij de uitvoering van hun taken bijgestaan door de diensten van het Agentschap.]2]1

Art. 17. [1 La branche "Handicap" est gérée par un Comité du même nom.
La branche "Handicap" comprend en outre des Commissions subrégionales de coordination, dont le Conseil général, sur proposition du Comité "Handicap" fixe le nombre, la composition et le ressort.
[2 Le Comité " Handicap " et les Commissions visées à l'alinéa 2 bénéficient du support des services de l'Agence afin d'assumer leurs missions.]2]1

Onderafdeling 2. [1 - Comité "Handicap"]1
Sous-Section 2. [1 Comité "Handicap"]1
Art. 18. [1 § 1. Het Comité "Handicap" is samengesteld uit :
vijf vertegenwoordigers van de federaties van instellingen en diensten die zich richten tot de gehandicapte personen, en die stemgerechtigd zijn;
vijf vertegenwoordigers van de verenigingen die de gehandicapte personen of hun gezin vertegenwoordigen, en die stemgerechtigd zijn;
vijf vertegenwoordigers van de Overheid, en die stemgerechtigd zijn;
twee vertegenwoordigers van de representatieve organisaties van het geheel van de werkgevers en van de representatieve organisaties van het geheel van de zelfstandige werknemers, en die stemgerechtigd zijn;
twee vertegenwoordigers van de representatieve organisaties van het geheel van de bezoldigde werknemers, en die stemgerechtigd zijn;
drie vertegenwoordigers van de [3 Waalse]3 verzekeringsinstellingen, en die stemgerechtigd zijn.
Voor elke categorie van gewone leden bedoeld in het eerste lid wordt hetzelfde aantal plaatsvervangende leden aangewezen. Een plaatsvervangend lid zetelt alleen maar als een gewoon lid van zijn categorie afwezig is.
De administrateur-generaal, de adjunct-administrateur-generaal en de inspecteur-generaal verantwoordelijk voor de afdeling " gehandicapte personen" of hun afgevaardigden wonen de vergaderingen van het Comité "Handicap" bij met raadgevende stem.
§ 2. De gewone leden en de plaatsvervangende leden van het Comité "Handicap" worden door de Regering benoemd.
De Regering benoemt de gewone leden bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, 2°, 4° tot 6°, en hun plaatsvervangers op voorstel, respectievelijk, van de federaties van instellingen of diensten die zich richten tot de gehandicapte personen, de verenigingen die de gehandicapte personen of hun gezin vertegenwoordigen, de "Conseil économique et social de Wallonie" (Sociaal-economische raad van het Waalse Gewest) en de [3 Waalse]3 verzekeringsinstellingen.
De gewone leden en de plaatsvervangende leden bedoeld in het tweede lid mogen niet onder het hiërarchisch gezag van een regeringslid vallen. De personen die een functie van deskundige in een ministerieel kabinet uitoefenen ten belope van maximum 0,10 voltijds equivalent worden niet beschouwd als personen die onder het hiërarchisch gezag van een regeringslid vallen.
De Regering wijst de voorzitter [2 en de ondervoorzitter]2 van het Comité "Handicap" aan onder de gewone leden die stemgerechtigd zijn.
§ 3. De mandaten van de gewone leden bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, en van hun plaatsvervangers gaan in binnen de zes maanden die volgen op de datum van eedaflegging van de regeringsleden na de hernieuwing van het Waals Parlement. Ze kunnen worden hernieuwd. Ze eindigen in geval van overlijden, ontslag, burgerlijke onbekwaamheid of als niet meer voldaan wordt aan de voorwaarden bedoeld in paragraaf 2, tweede lid, of wanneer het lid de hoedanigheid verliest waarvoor hij werd aangewezen.
Wanneer het mandaat van een gewoon lid bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, 2°, 4° tot 6°, of van zijn plaatsvervanger eindigt voor één van de redenen vermeld in het eerste lid, stelt de betrokken organisatie een vervanger voor aan de Regering binnen de maand die volgt op de beëindiging van de functie. Het lid wordt vervangen binnen de drie maanden die volgen op de beëindiging van de functie. Het nieuw lid voltooit het mandaat van zijn voorganger.]1

Art. 18. [1 § 1er. Le Comité "Handicap" est composé de :
cinq représentants des fédérations d'institutions et de services qui s'adressent à des personnes handicapées, qui ont voix délibérative;
cinq représentants des associations représentatives des personnes handicapées ou de leur famille, qui ont voix délibérative;
cinq représentants de l'Autorité, qui ont voix délibérative;
deux représentants des organisations représentatives de l'ensemble des employeurs et des organisations représentatives de l'ensemble des travailleurs indépendants, qui ont voix délibérative;
deux représentants des organisations représentatives de l'ensemble des travailleurs salariés, qui ont voix délibérative;
trois représentants des organismes assureurs [3 wallons]3, qui ont voix délibérative.
Pour chaque catégorie de membres effectifs visée à l'alinéa 1er, des membres suppléants sont désignés, en même nombre que les membres effectifs. Un membre suppléant ne siège qu'en cas d'absence d'un membre effectif de sa catégorie.
L'administrateur général, l'administrateur général adjoint et l'inspecteur général responsable de la branche "Personnes handicapées" ou leurs délégués assistent aux réunions du Comité "Handicap" avec voix consultative.
§ 2. Les membres effectifs et les membres suppléants du Comité "Handicap" sont nommés par le Gouvernement.
Le Gouvernement nomme les membres effectifs visés au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°, 2°, 4° à 6°, et les suppléants de ceux-ci sur proposition, respectivement, des fédérations d'institutions ou de services qui s'adressent à des personnes handicapées, des associations représentatives des personnes handicapées ou de leur famille, du Conseil économique et social de Wallonie et des organismes assureurs [3 wallons]3.
Les membres effectifs et les membres suppléants visés à l'alinéa 2 ne peuvent relever du pouvoir hiérarchique d'un membre du Gouvernement. Ne sont pas considérées comme relevant du pouvoir hiérarchique d'un membre du Gouvernement les personnes exerçant une fonction d'expert dans un cabinet ministériel à concurrence d'un maximum de 0,10 équivalent temps plein.
Le Gouvernement désigne le président [2 et le vice-président]2 du Comité "Handicap" parmi les membres effectifs disposant d'une voix délibérative.
§ 3. Les mandats des membres effectifs visés au paragraphe 1er, alinéa 1er, et celui de leurs suppléants prennent cours dans les six mois qui suivent la date de prestation de serment des membres du Gouvernement à la suite du renouvellement du Parlement wallon. Ils peuvent être renouvelés. Ils prennent fin en cas de décès, de démission, d'incapacité civile, lorsqu'il n'est plus satisfait aux conditions visées au paragraphe 2, alinéa 2, ou lorsque le membre perd la qualité en raison de laquelle il a été désigné.
Lorsque le mandat d'un des membres effectifs visés au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°, 2°, 4° à 6°, ou d'un de leurs suppléants prend fin pour l'un des motifs évoqués à l'alinéa 1er, l'organisation concernée propose un remplaçant au Gouvernement dans le mois qui suit la cessation de fonction. Le membre est remplacé dans les trois mois qui suivent la cessation de fonction. Le nouveau membre achève le mandat de son prédécesseur.]1

Art. 18/1. [1 § 1. Het Comité "Handicap" :
stelt de begroting op van de opdrachten van de afdeling "Handicap" in de zin van artikel 28/2, en deelt deze begroting mee aan de Algemene raad;
gaat over tot een evaluatie van de middelen die nodig zijn voor het beheer van de afdeling "Handicap" en deelt deze evaluatie mee aan de Algemene raad om de beheersbegroting van het Agentschap op te maken;
houdt toezicht op de uitgaven van de afdeling "Handicap" en neemt desgevallend maatregelen voor de aanpassing van de begroting;
deelt aan de Algemene raad de gegevens mee die betrekking hebben op de evolutie van de uitgaven van de afdeling "Handicap" en de eventuele maatregelen voor de aanpassing van de begroting;
deelt aan de Algemene raad de boekhoudkundige gegevens mee betreffende de afdeling "Handicap" die vereist zijn voor het opmaken van de boekhouding van het Agentschap en de periodieke toestandsopgaven van het actief en het passief;
stelt de rekeningen vast van de afdeling "Handicap" en deelt ze mee aan de Algemene raad;
deelt aan de Algemene raad de gegevens mee betreffende de afdeling "Handicap" die nodig zijn voor het opmaken van het verslag bedoeld in artikel 4/1, § 6°;
[7 vervult een opdracht van analyse en beoordeling van alle beleidslijnen in verband met handicaps binnen het Agentschap: ]7:
a) de deelname aan de gewestelijke en interministeriële coördinatie van het beleid van de gehandicapte personen;
b) de bevordering van studies, het zoeken van informatie en de invoering van maatschappelijke indicatoren;
c) de organisatie van acties voor de informatie en de aansporing om de bewustwording van de collectiviteit en van de algemene diensten te ontwikkelen;
d) de bevordering van de deelname van de gehandicapte personen en hun verenigingen aan het opstellen van de maatregelen die hen betreffen;
e) de bevordering van de aanvankelijke opleiding en van de voortgezette opleiding van het personeel van het geheel van de diensten die zich gedeeltelijk of geheel richten tot de gehandicapte personen;
f) de deelname aan de preventie, de opsporing en de diagnose van de deficiënties en de handicaps en aan de uitvoering van de vroegtijdige hulpverlening;
g) aan de bevordering, de informatie en de oriëntatie van de gehandicapte persoon alsook aan de informatie van zijn gezin;
h) de bevordering van de opvang, de huisvesting, de optimale ontwikkeling of begeleiding van de gehandicapte personen;
i) de bevordering van de opleiding of de beroepsrevalidatie van de gehandicapte personen;
j) de bevordering van de toegang tot tewerkstelling voor de gehandicapte personen en van de daartoe bijdragen steunvormen;
k) de bevordering van de deelname van gehandicapte personen aan het sportieve, sociale en culturele leven, door o.a. de mobiliteit van de personen en de toegangsmogelijkheden en de daartoe bijdragende steunvormen te bevorderen;
l) informatie over en bevordering van een affectief en sexueel opengebloeid leven voor gehandicapte personen;
m) de bevordering van, de informatie over en de vorming voor de bereikbaarheid van voor het publiek opengestelde plaatsen;
n) de bevordering van, de informatie over en de vorming voor de bereikbaarheid en de aanpasbaarheid van woningen, evenals van de daartoe bijdragende steunvormen;
keurt de overeenkomsten goed gesloten binnen de Commissies bedoeld in de artikelen [2 23, 24 en 24/1]2, na advies van de financiële en budgettaire monitoringsraad;
10° keurt de akkoorden betreffende de mobiliteitstegemoetkomingen goed, op voorstel van de Commissie "[7 Mobiliteitshulpmiddelen]7". Om definitief goedgekeurd te worden, moeten deze akkoorden ook door het Comité "[7 ...]7 Gezondheid" worden goedgekeurd".
De overeenkomsten bedoeld in het eerste lid, 9°, worden door de voorzitter aan de Regering [6 of diens afgevaardigde]6 meegedeeld. De Regering [6 of diens afgevaardigde]6 kan zich daartegen verzetten binnen vijftien werkdagen te rekenen van de mededeling.
[7 11° brengt, op eigen initiatief of op verzoek van de Regering, advies uit over elk voorontwerp van decreet, voorstel van decreet of ontwerp van besluit met reglementaire draagwijdte tot wijziging van de gewestelijke wetgeving of reglementering betreffende het gehandicaptenbeleid bedoeld in artikel 2/2, 3°,, brengt initiatiefadviezen uit over specifieke aangelegenheden die tot zijn bevoegdheid behoren en stelt studies voor aan de Algemene Raad over aangelegenheden die tot zijn bevoegdheid behoren. Bij het uitvoeren van deze opdracht nemen de vertegenwoordigers van de Autoriteit niet deel aan de beraadslagingen.
Het in 11° bedoelde advies van het Comité moet worden meegedeeld binnen vijfendertig dagen na de datum van ontvangst van het volledige dossier waarin het advies wordt gevraagd, tenzij de Regering een andere termijn heeft bepaald. Na het verstrijken van deze termijn wordt de formaliteit als afgerond beschouwd.
De adviezen van het Comité "Handicap" worden meegedeeld aan de "Conseil économique, social et environnemental de Wallonie" (Waalse Economische, Sociale en Milieuraad).]7

§ 2. [7 Het Comité "Handicap" is geldig samengesteld wanneer de volstrekte meerderheid van de leden van bedoeld comité, met ten minste één vertegenwoordiger van elke categorie waaruit het overeenkomstig artikel 18, § 1 is samengesteld, aanwezig is.]7.
In het geval dat het Comité "Handicap" niet geldig werd samengesteld overeenkomstig het eerste lid, wordt het Comité opnieuw bijeengeroepen binnen de zes werkdagen [7 of organiseert het uiterlijk op de dag na de vergadering een elektronische stemming overeenkomstig de voorwaarden en modaliteiten die zijn vastgelegd in zijn huishoudelijk reglement]7. In dat geval en in afwijking van het eerste lid, wordt het Comité "Handicap" geacht geldig samengesteld te zijn als minstens de helft van de leden aanwezig zijn.
De beslissingen worden genomen bij een tweederde meerderheid van de stemmen uitgebracht door de aanwezige stemgerechtigde leden. Er wordt geen rekening gehouden met onthoudingen.]1

Art. 18/1. [1 § 1er. Le Comité "Handicap" :
établit le budget des missions de la branche "Handicap", au sens de l'article 28/2, et le communique au Conseil général;
procède à une évaluation des moyens nécessaires à la gestion de la branche "Handicap" et communique cette évaluation au Conseil général en vue de l'établissement du budget de gestion de l'Agence;
surveille l'évolution des dépenses de la branche "Handicap" et prend le cas échéant des mesures de correction budgétaire;
communique au Conseil général les données relatives à l'évolution des dépenses de la branche "Handicap" et les éventuelles mesures de correction budgétaire adoptées;
communique au Conseil général les données comptables relatives à la branche "Handicap" requises pour l'établissement de la comptabilité de l'Agence et des situations périodiques actives et passives de celle-ci;
arrête les comptes de la branche "Handicap" et les communique au Conseil général;
communique au Conseil général les données relatives à la branche "Handicap" nécessaires à l'établissement du rapport visé à l'article 4/1, § 6;
[7 assume une mission d'analyse et d'évaluation de toutes les politiques relatives au domaine du handicap au sein de l'Agence : ]7 :
a) la participation à la coordination régionale et interministérielle de la politique des personnes handicapées;
b) la promotion d'études, de recherches d'informations et la mise en place d'indicateurs sociaux;
c) l'organisation d'actions d'information et d'encouragement développant la prise de conscience de la collectivité et des services généraux;
d) la promotion de la participation des personnes handicapées et de leurs associations à l'élaboration des mesures qui les concernent;
e) la promotion de la formation initiale et de la formation continuée du personnel de l'ensemble des services qui s'adressent partiellement ou totalement aux personnes handicapées;
f) la participation à la prévention, au dépistage et au diagnostic des déficiences et handicaps et à la mise en oeuvre de l'aide précoce;
g) à la promotion, l'information et l'orientation de la personne handicapée ainsi que l'information de sa famille;
h) la promotion de l'accueil, l'hébergement, le développement optimal ou l'accompagnement des personnes handicapées;
i) la promotion de la formation ou la réadaptation professionnelle des personnes handicapées;
j) la promotion de l'accès à l'emploi des personnes handicapées et des aides y contribuant;
k) la promotion de la participation des personnes handicapées à la vie culturelle, sportive et sociale, en favorisant notamment la mobilité des personnes et les moyens d'accès et des aides y contribuant;
l) l'information et la promotion d'une vie affective et d'une vie sexuelle épanouissantes pour les personnes handicapées;
m) la promotion, l'information et la formation à l'accessibilité des lieux ouverts au public;
n) la promotion, l'information et la formation à l'accessibilité et l'adaptabilité des logements, ainsi que des aides y contribuant;
approuve les conventions conclues au sein des Commissions visées aux articles [2 23, 24 et 24/1]2, après avis du Conseil de monitoring financier et budgétaire;
10° approuve, sur proposition de la Commission [7 "Aides à la mobilité"]7, les accords relatifs aux aides à la mobilité. Pour être définitivement approuvés, ces accords doivent également être approuvés par le Comité "[7 ...]7 Santé".
Les conventions visées à l'alinéa 1er, 9°, sont notifiées au Gouvernement [6 ou son délégué]6 par le président. Le Gouvernement [6 ou son délégué]6 peut s'y opposer dans les quinze jours ouvrables à dater de la notification.
[7 11° remet un avis, d'initiative ou à la demande, au Gouvernement sur tout avant-projet de décret, proposition de décret ou projet d'arrêté à portée réglementaire tendant à modifier la législation ou la réglementation régionales relatives à la politique des handicapés visée à l'article 2/2, 3°, rend des avis d'initiative sur des thématiques spécifiques relevant de sa compétence et propose au Conseil général des études sur des thématiques relevant de sa compétence. Dans l'exécution de cette mission, les représentants de l'Autorité ne participent pas à la délibération.
L'avis du Comité visé au 11° est communiqué dans un délai de trente- cinq jours à partir de la date de réception du dossier de demande d'avis complet, sauf si le Gouvernement a fixé un autre délai. Passé ce délai, la formalité est censée avoir été accomplie.
Les avis rendus par le Comité " Handicap " sont communiqués au Conseil économique, social et environnemental de Wallonie.]7

§ 2. [8 Le Comité " Handicap " est valablement constitué lorsqu'il réunit la majorité absolue des membres dudit Comité avec au moins un représentant de chaque catégorie qui le compose conformément à l'article 18, § 1er.]8
Dans l'hypothèse où le Comité "Handicap" n'a pu être valablement constitué conformément à l'alinéa 1er, le Comité est à nouveau convoqué endéans les six jours ouvrables. Dans ce cas et par dérogation à l'alinéa 1er, le Comité "Handicap" est réputé valablement constitué si au moins la moitié des membres sont présents [8 ou procède à l'organisation d'un vote électronique au plus tard le lendemain de la séance selon les conditions et les modalités définies dans son règlement d'ordre intérieur]8.
Les décisions sont prises à la majorité des deux tiers des suffrages exprimés par les membres ayant voix délibérative présents. Les abstentions ne sont pas prises en compte.]1

Onderafdeling 3. [1 - Subregionale commissies]1
Sous-Section 3. [1 Commissions subrégionales]1
Art. 19. [1 De Subregionale coördinatiecommissies bedoeld in artikel 17, tweede lid, hebben als opdracht om :
de bestaande gegevens in te zamelen die betrekking hebben op de sociaal-economische kenmerken en de toestand van de gehandicapte personen;
op het niveau van hun ambtsgebied over te gaan tot het onderzoek van de behoeften van de gehandicapte personen inzake diensten;
het overleg en de coördinatie van de sociale en gezondheidsdiensten te bevorderen die zich gedeeltelijk of geheel richten tot de gehandicapte personen in hun ambtsgebied;
de middelen voor te stellen die moeten worden uitgevoerd om een actief beleid in hun ambtsgebied te bevorderen, namelijk door een plan van coördinatie en interventie van de diensten ten gunste van de gehandicapte personen op te stellen.
De Subregionale coördinatiecommissies maken de conclusies van hun werkzaamheden over aan het Comité "Handicap".]1

Art. 19. [1 Les Commissions subrégionales de coordination visées à l'article 17, alinéa 2, ont pour mission de :
rassembler les données existantes concernant les caractéristiques socio-économiques et la situation des personnes handicapées;
procéder, au niveau de leur ressort, à l'étude des besoins des personnes handicapées en termes de services;
promouvoir la concertation et la coordination des services sociaux et de santé s'adressant partiellement ou totalement aux personnes handicapées dans leur ressort;
proposer les moyens à mettre en oeuvre pour promouvoir une politique active dans leur ressort, notamment en dressant un plan de coordination et d'intervention des services en faveur des personnes handicapées.
Les commissions subrégionales de coordination transmettent les conclusions de leurs travaux au Comité "Handicap".]1

Afdeling 4. [1 - Afdeling "Gezinnen"]1
Section 4. [1 Branche "Familles"]1
Art. 20. [1 De afdeling "Gezinnen" wordt beheerd door een Comité met dezelfde naam.
[2 Het Comité "Gezin" wordt bij de uitvoering van zijn taken bijgestaan door de diensten van het Agentschap.]2]1

Art. 20. [1 La branche "Familles" est gérée par un Comité du même nom.
[2 Le Comité " Familles " bénéficie du support des services de l'Agence afin d'assumer leurs missions.]2]1

Art. 21. [1 § 1. Het Comité "Gezinnen" is samengesteld uit :
vijf vertegenwoordigers van de representatieve organisaties van het geheel van de werkgevers en van de representatieve organisaties van het geheel van de zelfstandige werknemers, en die stemgerechtigd zijn;
vijf vertegenwoordigers van de representatieve organisaties van het geheel van de werknemers, en die stemgerechtigd zijn;
vijf vertegenwoordigers van andere organisaties die een belang hebben bij het beheer van de afdeling "Gezinnen", aangewezen door de Regering, en die stemgerechtigd zijn;
vijf vertegenwoordigers van de kinderbijslagfondsen, en die stemgerechtigd zijn;
vijf vertegenwoordigers van de Overheid, en die stemgerechtigd zijn.
Voor elke categorie van gewone leden bedoeld in het eerste lid wordt hetzelfde aantal plaatsvervangende leden aangewezen. Een plaatsvervangend lid zetelt alleen maar als een gewoon lid van zijn categorie afwezig is.
De administrateur-generaal, de adjunct-administrateur-generaal en de inspecteur-generaal verantwoordelijk voor de afdeling "Gezinnen" of hun afgevaardigden wonen de vergaderingen van het Comité "Gezinnen" bij met raadgevende stem.
§ 2. De gewone leden en de plaatsvervangende leden van het Comité "Gezinnen" worden door de Regering benoemd.
De Regering benoemt de gewone leden bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 1 tot 4, en de plaatsvervangers bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, respectievelijk, op voorstel van de "Conseil économique et social de Wallonie" (Sociaal-economische raad van het Waalse Gewest) en op voorstel van de andere organisaties die een belang hebben bij het beheer van de afdeling "Gezinnen", aangewezen door de Regering en op voorstel van de kinderbijslagfondsen.
De gewone leden en de plaatsvervangende leden bedoeld in het tweede lid mogen niet onder het hiërarchisch gezag van een regeringslid vallen. De personen die een functie van deskundige in een ministerieel kabinet uitoefenen ten belope van maximum 0,10 voltijds equivalent worden niet beschouwd als personen die onder het hiërarchisch gezag van een regeringslid vallen.
De Regering wijst de voorzitter [2 en de ondervoorzitter]2 van het Comité "Gezinnen" aan onder de gewone leden die stemgerechtigd zijn.
§ 3. De mandaten van de leden bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, gaan in binnen de zes maanden die volgen op de datum van eedaflegging van de Regeringsleden na de hernieuwing van het Waals Parlement. Ze kunnen worden hernieuwd. Ze eindigen in geval van overlijden, ontslag, burgerlijke onbekwaamheid of als niet meer voldaan wordt aan de voorwaarde bedoeld in paragraaf 2, tweede lid, of wanneer het lid de hoedanigheid verliest waarvoor hij werd aangewezen.
Wanneer het mandaat van een gewoon lid bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° tot 4°, of van zijn plaatsvervanger eindigt voor één van de redenen vermeld in het eerste lid, stelt de betrokken organisatie een vervanger voor aan de Regering binnen de maand die volgt op de beëindiging van de functie. Het lid wordt vervangen binnen de drie maanden die volgen op de beëindiging van de functie. Het nieuw lid voltooit het mandaat van zijn voorganger.]1

Art. 21. [1 § 1er. Le Comité "Familles" est composé de :
cinq représentants des organisations représentatives de l'ensemble des employeurs et des organisations représentatives de l'ensemble des travailleurs indépendants, ont voix délibérative;
cinq représentants des organisations représentatives de l'ensemble des travailleurs, qui ont voix délibérative;
cinq représentants d'autres organisations intéressées à la gestion de la branche "Familles", désignées par le Gouvernement, qui ont voix délibérative;
cinq représentants des caisses d'allocations familiales, qui ont voix délibérative;
cinq représentants de l'Autorité, qui ont voix délibérative.
Pour chaque catégorie de membres effectifs visée à l'alinéa 1er, des membres suppléants sont désignés, en même nombre que les membres effectifs. Un membre suppléant ne siège qu'en cas d'absence d'un membre effectif de sa catégorie.
L'administrateur général, l'administrateur général adjoint et l'inspecteur général responsable de la branche "Familles" ou leurs délégués assistent aux réunions du Comité "Familles" avec voix consultative.
§ 2. Les membres effectifs et les membres suppléants du Comité "Familles" sont nommés par le Gouvernement.
Le Gouvernement nomme les membres effectifs visés au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1° à 4°, et les suppléants visés au paragraphe 1er, alinéa 2, respectivement sur proposition, du Conseil économique et social de Wallonie et sur proposition des autres organisations intéressées à la gestion de la branche "Familles" désignées par le Gouvernement et sur propositions des caisses d'allocations familiales.
Les membres effectifs et les membres suppléants visés à l'alinéa 2 ne peuvent relever du pouvoir hiérarchique d'un membre du Gouvernement. Ne sont pas considérées comme relevant du pouvoir hiérarchique d'un membre du Gouvernement les personnes exerçant une fonction d'expert dans un cabinet ministériel à concurrence d'un maximum de 0,10 équivalent temps plein.
Le Gouvernement désigne le président [2 et le vice-président]2 du Comité "Familles" parmi les membres effectifs disposant d'une voix délibérative.
§ 3. Les mandats des membres visés au paragraphe 1er, alinéa 1er, prennent cours dans les six mois qui suivent la date de prestation de serment des membres du Gouvernement à la suite du renouvellement du Parlement wallon. Ils peuvent être renouvelés. Ils prennent fin en cas de décès, de démission, d'incapacité civile, lorsqu'il n'est plus satisfait à la condition visée au paragraphe 2, alinéa 2, ou lorsque le membre perd la qualité en raison de laquelle il a été désigné.
Lorsque le mandat d'un des membres effectifs visés au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1° à 4°, ou d'un de leurs suppléants prend fin pour l'un des motifs évoqués à l'alinéa 1er, l'organisation concernée propose un remplaçant au Gouvernement dans le mois qui suit la cessation de fonction. Le membre est remplacé dans les trois mois qui suivent la cessation de fonction. Le nouveau membre achève le mandat de son prédécesseur.]1

Art. 21/1. [1 § 1. Het Comité "Gezinnen" :
stelt de begroting op van de opdrachten van de afdeling "Gezinnen" in de zin van artikel 28/2, en deelt deze begroting mee aan de Algemene raad;
gaat over tot een evaluatie van de middelen die nodig zijn voor het beheer van de afdeling "Gezinnen" en deelt deze evaluatie mee aan de Algemene raad om de beheersbegroting van het Agentschap op te maken;
houdt toezicht op de uitgaven van de afdeling "Gezinnen" en neemt desgevallend maatregelen voor de aanpassing van de begroting;
deelt aan de Algemene raad de gegevens mee die betrekking hebben op de evolutie van de uitgaven van de afdeling "Gezinnen" en de eventuele maatregelen voor de aanpassing van de begroting;
deelt aan de Algemene raad de boekhoudkundige gegevens mee betreffende de afdeling "Gezinnen" die vereist zijn voor het opmaken van de boekhouding van het Agentschap en de periodieke toestandsopgaven van het actief en het passief;
stelt de rekeningen vast van de afdeling "Gezinnen" en deelt ze mee aan de Algemene raad;
deelt aan de Algemene raad de gegevens mee betreffende de afdeling "Gezinnen" die nodig zijn voor het opmaken van het verslag bedoeld in artikel 4/1, § 6°;
keurt de overeenkomsten goed gesloten binnen de Commissie "[2 Bevordering van de gezondheid, met inbegrip van de preventie]2" bedoeld in artikel 24, na advies van de financiële en budgettaire monitoringsraad;
[2 9° bepaalt de kwantificeerbare subcriteria voor het bepalen van een percentage van de kwaliteit van de dienstverlening door de privé-fondsen op basis van de criteria bepaald door de Regering met het oog op de verdeling van het bedrag van de jaarlijkse subsidie aan de privé-fondsen;
10° brengt, op eigen initiatief of op verzoek, advies uit over elk voorontwerp van decreet, voorstel van decreet of ontwerp van besluit met reglementaire draagwijdte tot wijziging van de gewestelijke wetgeving of reglementering betreffende de gezinsbijslagen bedoeld in artikel 2/2, 5°, brengt initiatiefadviezen uit over specifieke aangelegenheden die tot zijn bevoegdheid behoren en stelt studies voor aan de Algemene Raad over aangelegenheden die tot zijn bevoegdheid behoren. Bij het uitvoeren van deze opdracht nemen de vertegenwoordigers van de Autoriteit niet deel aan de beraadslagingen.
Het Comité moet zijn advies bedoeld in 10° mededelen binnen vijfendertig dagen na de datum van ontvangst van het volledige dossier waarin het advies wordt gevraagd, tenzij de Regering een andere termijn heeft bepaald. Na het verstrijken van deze termijn wordt de formaliteit als afgerond beschouwd.
De adviezen van het Comité "Gezin" worden meegedeeld aan de "Conseil économique, social et environnemental de Wallonie" (Waalse Economische, Sociale en Milieuraad).]2

[2 ...]2
§ 2. [2 ...]2
§ 3. [2 Het Comité "Gezin" is geldig samengesteld wanneer de volstrekte meerderheid van de leden van bedoeld comité, met ten minste één vertegenwoordiger van elke categorie waaruit het overeenkomstig artikel 21, § 1 is samengesteld, aanwezig is.]2
In het geval dat het Comité "Gezinnen" niet geldig werd samengesteld overeenkomstig het eerste lid, wordt het Comité opnieuw bijeengeroepen binnen de zes werkdagen [2 of organiseert het uiterlijk op de dag na de vergadering een elektronische stemming overeenkomstig de voorwaarden en modaliteiten die zijn vastgelegd in zijn huishoudelijk reglement]2. In dat geval en in afwijking van het eerste lid, wordt het Comité "Gezinnen" geacht geldig samengesteld te zijn als minstens de helft van de leden aanwezig zijn.
De beslissingen worden genomen bij een tweederde meerderheid van de stemmen uitgebracht door de aanwezige stemgerechtigde leden. Er wordt geen rekening gehouden met onthoudingen.]1

Art. 21/1. [1 § 1er. Le Comité "Familles" :
établit le budget des missions de la branche "Familles", au sens de l'article 28/2, et le communique au Conseil général;
procède à une évaluation des moyens nécessaires à la gestion de la branche "Familles" et communique cette évaluation au Conseil général en vue de l'établissement du budget de gestion de l'Agence;
surveille l'évolution des dépenses de la branche "Familles" et prend le cas échéant des mesures de correction budgétaire;
communique au Conseil général les données relatives à l'évolution des dépenses de la branche "Familles" et les éventuelles mesures de correction budgétaire adoptées;
communique au Conseil général les données comptables relatives à la branche "Familles" requises pour l'établissement de la comptabilité de l'Agence et des situations périodiques actives et passives de celle-ci;
arrête les comptes de la branche "Familles" et les communique au Conseil général;
communique au Conseil général les données relatives à la branche "Familles" nécessaires à l'établissement du rapport visé à l'article 4/1, § 6;
approuve les conventions conclues au sein de la Commission [2 "Promotion de la Santé en ce compris la Prévention"]2 visée à l'article 24, après avis du Conseil de monitoring financier et budgétaire
[2 9° arrête les sous-critères quantifiables permettant de déterminer un pourcentage de qualité des prestations des caisses privées sur la base des critères définis par le Gouvernement en vue de répartir le montant de la subvention annuelle des caisses privées;
10° remet, d'initiative ou à la demande, un avis au Gouvernement sur tout avant-projet de décret, propositions de décret ou projets d'arrêté à portée réglementaire tendant à modifier la législation ou la réglementation régionales relatives aux prestations familiales visées à l'article 2/2, 5°, rend des avis d'initiative sur des thématiques spécifiques relevant de sa compétence et propose au Conseil général des études sur des thématiques relevant de sa compétence. Dans l'exécution de cette mission, les représentants de l'Autorité ne participent pas à la délibération.
Le Comité est tenu de communiquer son avis visé au 10° dans un délai de trente-cinq jours à partir de la date de réception du dossier de demande d'avis complet, sauf si le Gouvernement a fixé un autre délai. Passé ce délai, la formalité est censée avoir été accomplie.
Les avis rendus par le Comité Familles sont communiqués au Conseil économique, social et environnemental de Wallonie.]2

[2 ...]2
§ 2. [2 ...]2
§ 3. [2 ...]2
Dans l'hypothèse où le Comité "Familles" n'a pu être valablement constitué conformément à l'alinéa 1er, le Comité est à nouveau convoqué endéans les six jours ouvrables [2 ou procède à l'organisation d'un vote électronique au plus tard le lendemain de la séance selon les conditions et les modalités définies dans son règlement d'ordre intérieur]2. Dans ce cas et par dérogation à l'alinéa 1er, le Comité "Familles" est réputé valablement constitué si au moins la moitié des membres sont présents.
Les décisions sont prises à la majorité des deux tiers des suffrages exprimés par les membres ayant voix délibérative présents. Les abstentions ne sont pas prises en compte.]1

Afdeling 5. [1 - Gemeenschappelijke bepalingen voor de Afdelingen "[2 ...]2 Gezondheid", "Handicap" en "Gezinnen"]1
Section 5. [1 Dispositions communes aux Branches "[2 ...]2 Santé"", "Handicap" et "Familles"]1
Art. 22. [1 § 1. Het is elk lid van een Afdelingscomité verboden om aanwezig te zijn bij de behandeling van of de beraadslaging over een onderwerp waarvoor het een rechtstreeks of onrechtstreeks, patrimoniaal of persoonlijk belang heeft.
§ 2. Elke Comité maakt zijn huishoudelijk reglement op. Dit reglement voorziet met name :
de regels betreffende de oproeping van het Comité op aanvraag van de Regering, op aanvraag van de voorzitter of op aanvraag van twee leden;
de regels betreffende het voorzitterschap van het Comité bij afwezigheid van de voorzitter of als hij verhinderd is;
de regels betreffende de modaliteiten inzake beraadslaging onverminderd de artikelen 11/1, § 2, 18/1, § 2, 21/1, § 3;
de bepaling van de handelingen die onder het dagelijks beheer vallen in het bevoegdheidsgebied van het Comité, onverminderd artikel 26/1, tweede lid;
de regels betreffende het beheer van de toestanden bedoeld in paragraaf 1;
Het huishoudelijk reglement van elk Comité wordt onderworpen aan het advies van de Algemene raad en goedgekeurd door de Regering. Na goedkeuring wordt het reglement in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.]1

Art. 22. [1 § 1er. Il est interdit à tout membre d'un Comité de branche d'être présent lorsqu'un point est examiné ou mis en délibération sur un objet pour lequel il a un intérêt direct ou indirect, patrimonial ou personnel.
§ 2. Chaque Comité établit son règlement d'ordre intérieur. Celui-ci prévoit notamment :
les règles concernant la convocation du Comité à la demande du Gouvernement, à la demande du président ou à la demande de deux membres;
les règles relatives à la présidence du Comité en l'absence du président ou en cas d'empêchement de celui-ci;
les règles relatives aux modalités de délibération sans préjudice des articles 11/1, § 2, 18/1, § 2, 21/1, § 3;
la détermination des actes qui relèvent de la gestion journalière dans le champ des attributions du Comité, sans préjudice de l'article 26/1, alinéa 2;
les règles relatives à la gestion des situations visées au paragraphe 1er.
Le règlement d'ordre intérieur de chaque Comité est soumis à l'avis du Conseil général et approuvé par le Gouvernement. Après approbation, il est publié au Moniteur belge.]1

Art. 22/1. [1 De Algemene raad onderwerpt aan het gemotiveerd advies van de Comités bedoeld in de artikelen 11, 18 et 21, elk wat betreft de afdeling die hij beheert, een ontwerp van personeelsformatie van het Agentschap.
De Algemene raad bepaalt de termijn waarbinnen de adviezen van de Comités bedoeld in de artikelen 11, 18 en 21 aan hem moeten worden overgemaakt. Die termijn mag niet korter zijn dan vijftien dagen.]1

Art. 22/1. [1 Le Conseil général soumet à l'avis motivé des Comités visés aux articles 11, 18 et 21, chacun pour ce qui concerne la branche dont il assure la gestion, un projet de cadre organique du personnel de l'Agence.
Le Conseil général fixe le délai dans lequel les avis des Comités visés aux articles 11, 18 et 21 doivent lui parvenir. Ce délai ne peut être inférieur à quinze jours.]1

Art. 22/2. [1 Elk Comité bedoeld in de artikelen bedoeld in de artikelen 11, 18 en 21 werkt mee, wat betreft de afdeling die hij beheert, aan de conclusie, de goedkeuring en de evaluatie van het beheerscontract bedoeld in Titel V.
Hij werkt bovendien mee, wat betreft de afdeling die hij beheert, aan het opmaken van het [2 bedrijfsplan]2 bedoeld in artikel 29/3.]1

Art. 22/2. [1 Chaque Comité visé aux articles 11, 18 et 21 collabore, pour ce qui concerne la branche dont il assure la gestion, à la conclusion, l'approbation et l'évaluation du contrat de gestion visé au Titre V.
Il collabore en outre, pour ce qui concerne la branche dont il assure la gestion, à l'établissement du [2 plan d'entreprise]2 visé à l'article 29/3.]1

Art. 22/3. [1 Onder voorbehoud van artikel 4/1, § 3, tweede lid, 2° tot 4°, kan elk Comite een gemotiveerd advies richten aan de Algemene raad over elk vraagstuk betreffende het bestuur van het Agentschap dat de afdeling waarvan hij het beheer waarneemt, aangaat.
Voor de toepassing van het eerste lid, moet de voorzitter van de Algemene raad onmiddellijk aan de voorzitters van de Comités bedoeld in de artikelen 11, 18 en 21, alle informatie en documenten meedelen die betrekking hebben op het bestuur van het Agentschap en die de afdeling waarvan zij het beheer waarnemen, betreffen. Hij maakt ook elk ontwerp van beslissing dat hetzelfde onderwerp heeft over binnen acht dagen vóór de vergadering van de Algemene raad die deze ontwerpen op zijn agenda heeft geplaatst.]1

Art. 22/3. [1 Sous réserve de l'article 4/1, § 3, alinéa 2, 2° à 4°, chaque Comité peut adresser au Conseil général un avis motivé sur toute question relative à l'administration de l'Agence qui intéresse la branche dont il assure la gestion.
En vue de l'application de l'alinéa 1er, le président du Conseil général communique sans délai aux présidents des Comités visés aux articles 11, 18 et 21 toutes informations et tous documents qui se rapportent à l'administration de l'Agence et qui intéressent la branche dont ils assurent la gestion. Il leur communique également tous projets de décision ayant le même objet, au plus tard huit jours avant la réunion du Conseil général à l'ordre du jour de laquelle ces projets sont inscrits.]1

Art. 23. [1 § 1. Er wordt een Commissie "Mobiliteitshulpmiddelen" opgericht die gemeenschappelijk is met de afdeling "Gezondheid" en de afdeling "Handicap".".
§ 2. De Commissie "Mobiliteitshulpmiddelen" bestaat uit een gelijk aantal gewone leden en plaatsvervangende leden:
aangewezen op voorstel van de vertegenwoordigers van de verenigingen die apothekers en bandagisten vertegenwoordigen;
aangewezen op voorstel van de Waalse verzekeringsinstellingen.
Het Comité "Gezondheid" en het Comité "Handicap" bepalen in onderling overleg het aantal leden van deze commissie.
§ 3. De Commissie "Mobiliteitshulpmiddelen" is bevoegd om:
overeenkomsten inzake mobiliteitshulpmiddelen af te sluiten en voor te stellen aan het Comité "Gezondheid" en het Comité "Handicap";
voorstellen te doen om de behoeften in verband met mobiliteitshulpmiddelen te dekken.]1

Art. 23. [1 § 1er. Il est institué une Commission " Aides à la mobilité " commune à la branche " Santé " et à la branche " Handicap ".
§ 2. La Commission " Aides à la mobilité " est composée d'un nombre égal de membres effectifs et suppléants :
désignés sur proposition des représentants des associations représentatives des pharmaciens et bandagistes;
désignés sur proposition des organismes assureurs wallons.
Le Comité " Santé " et le Comité " Handicap " fixent de commun accord le nombre de membres de cette commission.
§ 3. La Commission " Aides à la mobilité " est compétente pour :
conclure et proposer au Comité " Santé " et au Comité " Handicap " des accords relatifs aux aides à la mobilité;
faire des propositions en matière de couverture des besoins liés aux aides à la mobilité.]1

Art. 24. [1 § 1. Er wordt een Commissie "[2 Bevordering van de gezondheid, met inbegrip van de Preventie]2" opgericht die gemeenschappelijk is met de afdeling "[2 ...]2 Gezondheid", de afdeling "Handicap" en de afdeling "Gezinnen".
§ 2. De Commissie "[2 Bevordering van de gezondheid, met inbegrip van de Preventie]2" is samengesteld uit een gelijk aantal gewone en plaatsvervangende leden :
aangewezen op voorstel van de organisaties die de dienstverstrekkers vertegenwoordigen op het vlak van [2 de bevordering van de gezondheid, met inbegrip van de preventie]2;
aangewezen op voorstel van de [2 Waalse]2 verzekeringsinstellingen.
§ 3. De Commissie "[2 Bevordering van de gezondheid, met inbegrip van de Preventie]2" is bevoegd voor :
het sluiten van overeenkomsten inzake [2 bevordering van de gezondheid, met inbegrip van de preventie]2;
de evaluatie van de begrotingsmiddelen die bestemd zijn voor de [2 bevordering van de gezondheid, met inbegrip van de preventie]2.]1

Art. 24. [1 § 1er. Il est institué une Commission [2 "Promotion de la Santé en ce compris la Prévention"]2, commune à la branche "[2 ...]2 Santé", à la branche "Handicap" et à la branche "Familles".
§ 2. La Commission "Prévention et Promotion de la Santé" est composée d'un nombre égal de membres effectifs et suppléants :
désignés sur proposition des organisations représentatives des prestataires dans le domaine de la [2 promotion de la Santé en ce compris la prévention]2;
désignés sur proposition des organismes assureurs [2 wallons]2.
§ 3. La Commission [2 "Promotion de la Santé en ce compris la Prévention"]2 est compétente pour :
conclure des conventions en matière de [2 promotion de la santé en ce compris la prévention]2
évaluer les moyens budgétaires réservés à la [2 promotion de la santé en ce compris la prévention]2.]1

Art. 24/1. [1 Er wordt een technische commissie "Revalidatie" opgericht die voor de branche "[3 ...]3 Gezondheid" en de branche "Handicap" gemeenschappelijk is.
De technische commissie "Revalidatie" bestaat uit:
vijf vertegenwoordigers van de [3 Waalse]3 verzekeringsinstellingen aangewezen op voorstel van de leden van het Comité "[3 ...]3 Gezondheid" en van het Comité "Handicap";
vijf vertegenwoordigers aangewezen op voorstel van de leden van het Comité "[3 ...]3 Gezondheid" en van het Comité "Handicap" onder de andere leden dan de vertegenwoordigers van de [3 Waalse]3 verzekeringsinstellingen van elke commissie bedoeld in de artikelen 12, 13, 14, 15 en 23;
vijf leden erkend voor hun technische vaardigheden, onder wie twee leden voor hun bevoegdheden inzake begroting, die door de Regering worden aangewezen.
De technische commissie "Revalidatie" is bevoegd om revalidatieovereenkomsten [2 en overeenkomsten voor palliatieve verzorging]2 voor te stellen aan het Comité "[3 ...]3 Gezondheid" en aan het Comité "Handicap"]1

Art. 24/1. [1 Il est institué une commission technique " Revalidation ", commune à la branche "[3 ...]3 Santé " et à la branche " Handicap ".
La commission technique " Revalidation " est composée de :
cinq représentants des organismes assureurs [3 wallons]3 désignés sur proposition des membres du Comité "[3 ...]3 Santé " et du Comité " Handicap ";
cinq membres désignés, sur proposition des membres du Comité "[3 ...]3 Santé " et du Comité " Handicap ", parmi les membres autres que les représentants des organismes assureurs [3 wallons]3 de chaque commission visée aux articles 12, 13, 14, 15 et 23;
cinq membres reconnus pour leurs compétences techniques, dont deux membres pour leurs compétences en matière budgétaire, désignés par le Gouvernement.
La commission technique " Revalidation " est compétente pour proposer des conventions de revalidation [2 et des conventions de soins palliatifs]2 au Comité "[3 ...]3 Santé " et au Comité " Handicap ".]1

Art. 25. [1 Artikel 16 is van toepassing op de Commissies bedoeld in de artikelen [2 23, 24 en 24/1]2.]1
Art. 25. [1 L'article 16 est applicable aux Commissions visées aux articles [2 23, 24 et 24/1]2.]1
Art. 25/1. [1 § 1 De Commissies bedoeld in de artikelen [2 23, 24 en 24/1]2 kunnen samen zetelen, of zetelen met één of meerdere Commissies bedoeld in de artikelen 12 tot 16/1, wanneer vraagstukken van gemeenschappelijk belang op de agenda staan.
Ze zetelen samen, of met één of meerdere Commissies bedoeld in de artikelen 12 tot 16/1, voor de vraagstukken die de Regering bepaalt.
§ 2. In het geval bedoeld in paragraaf 1, bepalen het of de Afdelingscomités bedoeld in de betrokken artikelen 11, 18 en 21, de samenstelling van de gezamenlijke vergadering van verschillende commissies.
Een evenwichtige vertegenwoordiging van de verschillende commissies bedoeld in de artikelen 12 tot 16/1, [2 23, 24 en 24/1]2 betrokken bij de gezamenlijk vergadering alsook van de verschillende categorieën van deze commissies wordt daar verzekerd.
§ 3.[3 ...]3]1

Art. 25/1. [1 § 1er Les Commissions visées aux articles [2 23, 24 et 24/1]2 peuvent siéger ensemble, ou siéger avec une ou plusieurs Commissions visées aux articles 12 à 16/1, lorsque des questions d'intérêt commun sont portées à l'ordre du jour.
Elles siègent ensemble, ou avec une ou plusieurs Commissions visées aux articles 12 à 16/1, pour les questions que le Gouvernement détermine.
§ 2. Dans l'hypothèse visée au paragraphe 1er, le ou les Comités de branche visés aux articles 11, 18 et 21 concernés fixent la composition de la réunion conjointe de plusieurs commissions.
Une représentation équilibrée des différentes commissions visées aux articles 12 à 16/1, [2 23, 24 et 24/1]2 concernées par la réunion conjointe ainsi que les différentes catégories de membres de ces commissions y est assurée.
§ 3. [3 ...]3.]1

Art. 25/2. [1 Het secretariaat van de Comités en Commissies wordt waargenomen door het personeel van het Agentschap.]1
Art. 25/2. [1 Le secrétariat des Comités et des Commissions est assuré par le personnel de l'Agence.]1
Art. 25/3. [1 De gewone leden en de plaatsvervangende leden van de Comités, van de Commissies bedoeld in de artikelen 12 tot 16/1, van de Commissies bedoeld in de artikelen [2 23, 24 en 24/1]2, en van de Subregionale coördinatiecommissies bedoeld in artikel 17, tweede lid, hebben recht op de terugbetaling van hun reiskosten voor het werk dat ze in deze organen verrichten, volgens de modaliteiten bepaald door de Regering. De vergoedingen waarop ze hiervoor aanspraak kunnen maken, vallen ten laste van het Agentschap.]1
Art. 25/3. [1 Les membres effectifs et les membres suppléants des Comités, des Commissions visées aux articles 12 à 16/1, des Commissions visées aux articles [2 23, 24 et 24/1]2, et des Commissions subrégionales de coordination visées à l'article 17, alinéa 2, ont droit au remboursement des frais de parcours qu'ils ont exposés en raison de leur travail au sein de ces organes, suivant les modalités déterminées par le Gouvernement. Les indemnités auxquelles ils peuvent prétendre à ce titre sont à charge de l'Agence.]1
Art. 25/4. [1 § 1. De gewone leden en de plaatsvervangende leden van elke Commissie bedoeld in de artikelen [2 23, 24 en 24/1]2 worden voor vijf jaar aangewezen.
Een plaatsvervangend lid zetelt alleen maar als een gewoon lid van zijn categorie afwezig is.
Het lid dat geen deel meer uitmaakt van een Commissie wordt onmiddellijk vervangen.
§ 2. Elke Commissie bedoeld in de artikelen [2 23, 24 en 24/1]2 wordt voorgezeten door een personeelslid [3 van het Agentschap]3.
§ 3. Het is elk lid van een Commissie verboden om aanwezig te zijn bij de behandeling van of de beraadslaging over een onderwerp waarvoor het een rechtstreeks of onrechtstreeks, patrimoniaal of persoonlijk belang heeft.
§ 4. Een Commissie bedoeld in de artikelen [2 23, 24 en 24/1]2 is geldig samengesteld [3 wanneer ze de volstrekte meerderheid van de leden van de Commissie, met ten minste één vertegenwoordiger uit elk van de categorieën waaruit de Commissie bestaat overeenkomstig de artikelen 23, § 2, 24, § 2, et 24/1, bijeenbrengt.]3.
In het geval dat een Commissie niet geldig is samengesteld overeenkomstig het eerste lid, wordt de Commissie opnieuw bijeengeroepen binnen de zes werkdagen [3 of organiseert het uiterlijk op de dag na de vergadering een elektronische stemming overeenkomstig de voorwaarden en modaliteiten die zijn vastgelegd in zijn huishoudelijk reglement]3. In dat geval en in afwijking van het eerste lid, wordt de Commissie geacht geldig samengesteld te zijn als minstens de helft van de leden aanwezig zijn.
De beslissingen worden bij volstrekte meerderheid genomen van de stemmen uitgebracht door de aanwezige leden. Er wordt geen rekening gehouden met onthoudingen.
§ 5. Elke Commissie bedoeld in de artikelen [2 23, 24 en 24/1]2 maakt zijn huishoudelijk reglement op. Dit reglement voorziet met name :
de regels betreffende de oproeping van de Commissie op aanvraag van de Regering, op aanvraag van de voorzitter of op aanvraag van twee leden;
de regels betreffende het voorzitterschap van de Commissie bij afwezigheid van de voorzitter of als hij verhinderd is;
de regels betreffende de modaliteiten inzake beraadslaging onverminderd paragraaf 4°;
de regels betreffende het beheer van de toestanden bedoeld in paragraaf 3°;
de regels betreffende de stemming indien de leden niet in gelijk aantal aanwezig zijn in elke categorie.
Het huishoudelijk reglement van elke Commissie wordt onderworpen aan het advies van de Afdelingscomités waaronder zij valt en met goedkeuring door de Regering. Na goedkeuring wordt het reglement in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.]1

Art. 25/4. [1 § 1er. Les membres effectifs et les membres suppléants de chaque Commission visée aux articles [2 23, 24 et 24/1]2 sont désignés pour une durée de cinq ans.
Un membre suppléant ne siège qu'en l'absence d'un membre effectif de sa catégorie.
Il est pourvu immédiatement au remplacement du membre qui a cessé de faire partie d'une Commission.
§ 2. Chaque Commission visée aux articles [2 23, 24 et 24/1]2 est présidée par un membre du personnel [3 de l'Agence]3.
§ 3. Il est interdit à tout membre d'une Commission d'être présent lorsqu'un point est examiné ou mis en délibération sur un objet pour lequel il a un intérêt direct ou indirect, patrimonial ou personnel.
§ 4. Une Commission visée aux articles [2 23, 24 et 24/1]2 est valablement constituée lorsqu'elle réunit [3 la majorité absolue des membres de la commission avec au moins un représentant de chaque catégorie qui la compose conformément aux articles 23, § 2, 24, § 2, et 24/1]3.
Dans l'hypothèse où une Commission n'a pu être valablement constituée conformément à l'alinéa 1er, la Commission est à nouveau convoquée endéans les six jours ouvrables [3 ou procède à l'organisation d'un vote électronique au plus tard le lendemain de la séance selon les conditions et les modalités définies dans son règlement d'ordre intérieur]3. Dans ce cas et par dérogation à l'alinéa 1er, la Commission est réputée valablement constituée si au moins la moitié des membres sont présents.
Les décisions sont prises à la majorité absolue des suffrages exprimés par les membres présents. Les abstentions ne sont pas prises en compte.
§ 5. Chaque Commission visée aux articles [2 23, 24 et 24/1]2 établit son règlement d'ordre intérieur. Celui-ci prévoit notamment :
les règles concernant la convocation de la Commission à la demande du Gouvernement, à la demande du président ou à la demande de deux membres;
les règles relatives à la présidence de la Commission en l'absence du président ou en cas d'empêchement de celui-ci;
les règles relatives aux modalités de délibération sans préjudice du paragraphe 4;
les règles relatives à la gestion des situations visées au paragraphe 3 ;
les règles relatives au vote dans l'hypothèse où les membres ne sont pas présents en nombre égal dans chacune des catégories.
Le règlement d'ordre intérieur de chaque Commission est soumis à l'avis des Comités de branche dont elle relève et approuvé par le Gouvernement. Après approbation, il est publié au Moniteur belge.]1

TITEL II. [1 - Dagelijks beheer]1
Chapitre 3. [1 Gestion journalière]1
Art. 26. [1 § 1. Het dagelijkse beheer van het Agentschap wordt waargenomen door een administrateur-generaal, bijgewoond door een adjunct administrateur-generaal en door inspecteurs-generaal [2 ...]2.
De administrateur-generaal en de adjunct administrateur-generaal worden voor een mandaat van rang A2 door de Regering benoemd onder de voorwaarden bepaald in Boek II van het besluit van de Waalse Regering van 18 december 2003 houdende de Waalse ambtenarencode.
Voor de toepassing van de bepalingen van Boek II van het besluit van de Waalse Regering van 18 december 2003 houdende de Waalse ambtenarencode worden, bij de toewijzing van de mandaten van administrateur-generaal en adjunct administrateur-generaal van het Agentschap, ook als lid van de pool van kandidaten beschouwd, de mandatarissen aangewezen op de datum van eerste oproep tot de kandidaten in een federale openbare instelling van openbaar nut Sociale zekerheid of in een federale administratie gebonden aan de aangelegenheden van het Agentschap, alsook de personen die voor de datum van de oproep tot de kandidaten geslaagd zijn voor een assessment SELOR waarmee ze een post van mandataris in een federale openbare instelling van openbaar nut Sociale zekerheid of in een federale administratie gebonden aan de aangelegenheden van het Agentschap hadden kunnen bekleden.
[3 Behoudens uitzondering bepaald door de Regering overeenkomstig artikel 27 van dit Wetboek of van artikel 2 van het decreet van 22 januari 1998 betreffende het statuut van het personeel van sommige instellingen van openbaar nut die onder het Waalse Gewest ressorteren, overeenkomstig de artikelen 10, § 3, lid 2, en 339, 2°, van het besluit van de Waalse Regering van 18 december 2003 houdende de Waalse Ambtenarencode, worden de andere ambtenaren-generaal van rang A3 door de Regering aangewezen voor een mandaat onder de voorwaarden vastgesteld bij Titel II van Boek II van de Waalse Ambtenarencode.]3
§ 2. [2 ...]2]1

Art. 26. [1 § 1er. La gestion journalière de l'Agence est assurée par un administrateur général, assisté d'un administrateur général adjoint et des inspecteurs généraux [2 ...]2.
L'administrateur général et l'administrateur général adjoint sont désignés par le Gouvernement pour un mandat de rang A2 aux conditions fixées par le Livre II de l'arrêté du Gouvernement wallon du 18 décembre 2003 portant le Code de la Fonction publique wallonne.
Pour l'application des dispositions du Livre II de l'arrêté du Gouvernement wallon du 18 décembre 2003 portant le Code de la Fonction publique wallonne lors de l'attribution des mandats d'administrateur général et d'administrateur général adjoint de l'Agence, sont également considérés comme membres du pool de candidats les mandataires désignés à la date du premier appel à candidatures dans un organisme d'intérêt public fédéral de sécurité sociale ou une administration fédérale en lien avec les matières de l'Agence ainsi que les personnes ayant réussi, avant la date de l'appel à candidatures, un assessment SELOR qui leur aurait permis de se voir attribuer un poste de mandataire dans un organisme d'intérêt public fédéral de sécurité sociale ou dans une administration fédérale en lien avec les matières de l'Agence.
[3 Sauf exception prévue par le Gouvernement en application de l'article 27 du présent Code ou de l'article 2 du décret du 22 janvier 1998 relatif au statut du personnel de certains organismes d'intérêt public relevant de la Région wallonne, conformément aux articles 10, § 3, alinéa 2, et 339, 2°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 18 décembre 2003 portant le Code de la fonction publique wallonne, les autres fonctionnaires généraux de rang A3 sont désignés par le Gouvernement pour un mandat aux conditions fixées par le Titre II du Livre II du Code de la fonction publique wallonne. ]3
§ 2. [2 ...]2]1

Art. 26/1. [1 § 1er. Met inachtneming van het beheerscontract vervult de administrateur-generaal de daden van dagelijks beheer uit die bepaald zijn in het huishoudelijk reglement van de Algemene Raad en in de huishoudelijke reglementen van de in de artikelen 11, 18 en 21 bedoelde Comités onder het toezicht van de Algemene Raad en van de Comités, ieder wat hem betreft. Hij vervult ook elke daad van dagelijks beheer die door de Regering wordt bepaald.
Onverminderd de delegaties bedoeld in artikel 26/5 vervult de administrateur-generaal onder het gezag van de Algemene Raad en van de Comités bedoeld in de artikelen 11, 18 en 21, ieder wat hem betreft, de volgende opdrachten:
hij voert de beslissingen van de Algemene Raad en van de Comités bedoeld in de artikelen 11, 18 en 21 uit en brengt aan het einde van minstens elke trimester verslag uit over die uitvoering aan de Algemene Raad en aan de Comités, ieder wat hem betreft;
hij verstrekt de Algemene Raad en de Comités bedoeld in de artikelen 11, 18 en 21 elke informatie en legt alle voorstellen over die nuttig zijn voor de werking van het Agentschap of van de betrokken afdeling;
hij zorgt voor het beheer van het personeel van het Agentschap onverminderd de taken die aan de adjunct administrateur-generaal worden toegekend;
hij ondertekent alle stukken en briefwisselingen die voortvloeien uit de uitoefening van de bevoegdheden van dagelijks beheer;
binnen de perken van het dagelijkse beheer vertegenwoordigt hij het Agentschap in de gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken en treedt hij rechtsgeldig in zijn naam en voor zijn rekening op, zonder dat hij zulks door een beslissing van de Algemene Raad of van een Comité bedoeld in de artikelen 11, 18 en 21 moet staven.
Voor de gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken die niet onder het dagelijkse beheer ressorteren, wordt het Agentschap vertegenwoordigd door de administrateur-generaal en door de voorzitter van de Algemene Raad die gezamenlijk in zijn naam en voor zijn rekening optreden.
§ 2. Onverminderd de opdrachten toevertrouwd aan het Comité "Handicap" overeenkomstig artikel 18/1 neemt de administrateur-generaal of zijn afgevaardigde de individuele beslissingen in de bevoegdheden van het Agentschap aan wanneer ze hem door de Regering worden toevertrouwd.
Deze beslissingen worden aan de Regering meegedeeld die over 10 werkdagen beschikt om ze te hervormen.
Alle beslissingen die overeenkomstig § 2 worden genomen, worden aan de leden van de Algemene Raad, van de Afdelingscomités bedoeld in de artikelen 11, 18 en 21 en van de Commissies meegedeeld volgens de modaliteiten die door de Regering op voorstel van de Algemene Raad worden bepaald.
§ 3. Via zijn administrateur-generaal of zijn adjunct administrateur-generaal en op verzoek van de Regering bereidt het Agentschap het werk van de Regering voor en zorgt het voor de administratieve, begrotings- en boekhoudopvolging in het kader van zijn opdrachten.]1

[2 § 4. In geval van een epidemische noodtoestand in de zin van artikel 2, 3°, van de wet van 14 augustus betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie en in geval van een besluit van de Waalse Regering tot vaststelling van deze noodtoestand op gezondheidsgebied voor het geheel of een deel van het Franse taalgebied bedoeld in artikel 47/15/1, neemt de Algemene Raad een besluit waarbij aan de administrateur-generaal de maatregelen worden gedelegeerd die tot het dagelijks bestuur behoren of die niet tot het dagelijks bestuur behoren, maar die noodzakelijk zijn, en dit voor een maximumduur van drie maanden. Over de verlenging van deze delegaties beslist de Algemene Raad, telkens voor een periode van maximaal drie maanden.
Tijdens de noodtoestand op gezondheidsgebied neemt de administrateur-generaal maatregelen die tot het dagelijks beheer behoren of niet tot het dagelijks beheer behoren en die door de algemene raad worden gedelegeerd om de epidemie te beheren, te monitoren en te controleren.
De in deze paragraaf bedoelde maatregelen zijn, in het licht van de wetenschappelijke kennis van de betrokken besmettelijke ziekte, noodzakelijk, passend en evenredig met de doelstellingen om verdere besmetting te voorkomen en de verspreiding van de epidemie te beheersen. Elke maand wordt aan de Algemene Raad verslag uitgebracht over deze gedelegeerde maatregelen.
Na afloop van de noodtoestand op gezondheidsgebied mogen geen nieuwe gedelegeerde maatregelen worden genomen. Maatregelen die tijdens de in lid 1 bedoelde periode worden genomen, blijven van kracht totdat zij volledig zijn uitgevoerd.]2

Art. 26/1. [1 § 1er. Dans le respect du contrat de gestion, l'administrateur général accomplit les actes de gestion journalière déterminés par le règlement d'ordre intérieur du Conseil général et par les règlements d'ordre intérieur des Comités visés aux articles 11, 18 et 21, sous l'autorité du Conseil général et des Comités chacun pour ce qui le concerne. Il accomplit également tout acte de gestion journalière déterminé par le Gouvernement.
Sans préjudice des délégations prévues à l'article 26/5, l'administrateur général, sous l'autorité du Conseil général et des Comités visés aux articles 11, 18 et 21 chacun pour ce qui le concerne :
exécute les décisions du Conseil général ainsi que celles des Comités visés aux articles 11, 18 et 21 et rend compte de cette exécution au Conseil général et aux Comités, chacun pour ce qui le concerne, à la fin de chaque trimestre au moins;
donne au Conseil général et aux Comités visés aux articles 11, 18 et 21 toutes informations et leur soumet toutes propositions utiles au fonctionnement de l'Agence ou de la branche concernée;
assure la gestion du personnel de l'Agence, sans préjudice des tâches attribuées à l'administrateur général adjoint;
signe toutes les pièces et correspondances qui résultent de l'exercice des pouvoirs de gestion journalière;
dans les limites de la gestion journalière, représente l'Agence dans les actes judiciaires et extra-judiciaires et agit valablement au nom et pour compte de celle-ci, sans avoir à justifier d'une décision du Conseil général ou d'un Comité visé aux articles 11, 18 et 21.
Pour les actes judiciaires et extra-judiciaires qui ne relèvent pas de la gestion journalière, l'Agence est représentée par l'administrateur général et par le président du Conseil général qui, conjointement, agissent en son nom et pour son compte.
§ 2. Sans préjudice des missions confiées au Comité " Handicap " conformément à l'article 18/1, l'administrateur général ou son délégué adopte les décisions individuelles dans les compétences de l'Agence lorsqu'elles lui sont déléguées par le Gouvernement.
Ces décisions sont communiquées au Gouvernement qui dispose de 10 jours ouvrables pour les réformer.
Toutes les décisions prises en application du paragraphe 2 sont communiquées aux membres du Conseil général, des Comités de branche visés aux articles 11, 18 et 21 et des Commissions selon les modalités déterminées par le Gouvernement, sur proposition du Conseil général.
§ 3. Par l'intermédiaire de son administrateur général ou de son administrateur général adjoint et à la demande du Gouvernement, l'Agence prépare le travail du Gouvernement et assure le suivi administratif, budgétaire et comptable dans le cadre de ses missions.]1

[2 § 4. En cas de situation d'urgence épidémique au sens de l'article 2, 3°, de la loi du 14 août 2021 relative aux mesures de police administrative lors d'une situation d'urgence épidémique et en cas d'arrêté du Gouvernement wallon décidant cet état d'urgence sanitaire pour tout ou partie de la région de langue française tel que visé à l'article 47/15/1, le conseil général prend une décision déléguant à l'administrateur général les mesures qui relèvent de la gestion journalière ou qui ne relèvent pas de la gestion journalière, mais qui sont nécessaires, pour une période maximale de trois mois. La prolongation de ces délégations est décidée par le conseil général, à chaque fois pour une période de maximum de trois mois.
Pendant la période d'état d'urgence sanitaire, l'administrateur général adopte des mesures qui relèvent de la gestion journalière ou qui ne relèvent pas de la gestion journalière et qui sont déléguées par le conseil général pour gérer, monitorer et maîtriser l'épidémie.
Les mesures visées au présent paragraphe sont, compte tenu des connaissances scientifiques relatives à la maladie infectieuse concernée, nécessaires, adéquates et proportionnelles aux objectifs d'empêcher toute nouvelle contamination et de maîtriser la propagation de l'épidémie. Chaque mois, ces mesures déléguées font l'objet d'un rapport au conseil général.
Toute nouvelle mesure déléguée ne peut pas être prise au-delà de la période d'état d'urgence sanitaire. Les mesures prises pendant la période visée à l'alinéa 1er continuent à produire leurs effets jusqu'à leur complète opérationnalisation.]2

Art. 26/2. [1 e Algemene Raad kan bevoegdheden die nodig zijn voor het bestuur van het Agentschap en die niet vallen onder het dagelijkse beheer, met uitzondering van die bedoeld in artikel 4/1, § 3, tweede lid, 1° tot 4°, aan de administrateur-generaal of de adjunct administrateur-generaal overdragen.
Hij bepaalt de omvang van de overgedragen bevoegdheden en de periode waarin de administrateur-generaal of de adjunct administrateur-generaal ertoe gemachtigd worden om ze uit te oefenen.
De administrateur-generaal oefent de overgedragen bevoegdheden onder het gezag van de Algemene Raad uit.]1

Art. 26/2. [1 Le Conseil général peut déléguer à l'administrateur général ou à l'administrateur général adjoint des pouvoirs nécessaires à l'administration de l'Agence qui ne relèvent pas de la gestion journalière, à l'exception de ceux visés à l'article 4/1, § 3, alinéa 2, 1° à 4°.
Il précise l'étendue des pouvoirs délégués et la période durant laquelle l'administrateur général ou l'administrateur général adjoint sont habilités à les exercer.
L'administrateur général exerce les pouvoirs délégués sous l'autorité du Conseil général.]1

Art. 26/3. [1 De adjunct administrateur-generaal staat de administrateur-generaal bij in de uitvoering van de taken die hem toevertrouwd worden.
De Regering bepaalt, in de omtrek van het dagelijkse beheer, op voorstel van de Algemene Raad, de bevoegdheden van de administrateur-generaal die het voorwerp uitmaken van een delegatie aan de adjunct administrateur-generaal.]1

Art. 26/3. [1 L'administrateur général adjoint assiste l'administrateur général dans l'exécution des tâches qui lui sont confiées.
Sur proposition du Conseil général, le Gouvernement arrête, dans le périmètre de la gestion journalière, sur proposition du Conseil général, les pouvoirs de l'administrateur général qui peuvent faire l'objet d'une délégation à l'administrateur général adjoint.]1

Art. 26/4.
Art. 26/4.
Art. 26/5. [1 De administrateur-generaal wordt ertoe gemachtigd om binnen de perken en onder de voorwaarden bepaald door de Algemene Raad een deel van de hem toevertrouwde bevoegdheden over te dragen aan de adjunct administrateur-generaal, aan één of meerdere inspecteurs-generaal of aan één of meerdere personeelsleden van het Agentschap.
Hij kan met name aan de adjunct administrateur-generaal, aan een inspecteur-generaal of aan een personeelslid van het Agentschap zijn bevoegdheid om laatstgenoemde voor de gerechtelijke en administratieve rechtbanken te vertegenwoordigen, overdragen.
De administrateur-generaal heeft het recht om elke overgedragen opdracht aan zich te trekken.]1

Art. 26/5. [1 L'administrateur général est habilité à déléguer à l'administrateur général adjoint, à un ou plusieurs inspecteurs généraux ou à un ou plusieurs membres du personnel de l'Agence une partie des pouvoirs qui lui sont attribués, dans les limites et conditions déterminées par le Conseil général.
Il peut notamment déléguer à l'administrateur général adjoint, à un inspecteur général ou à un membre du personnel de l'Agence son pouvoir de représenter ce dernier devant les juridictions judiciaires ou administratives.
L'administrateur général dispose du droit d'évoquer toute décision prise par délégation.]1

Art. 26/6. [1 Bij afwezigheid of verhindering van de administrateur-generaal, worden zijn bevoegdheden uitgeoefend door de adjunct-administrateur-generaal. Indien laatstgenoemde ook verhinderd wordt, worden ze uitgeoefend door de inspecteur-generaal aangewezen door de Algemene Raad. ]1
Art. 26/6. [1 En cas d'empêchement de l'administrateur général, les pouvoirs de celui-ci sont exercés par l'administrateur général adjoint. Si ce dernier est également empêché, ils sont exercés par un inspecteur général désigné par le Conseil général.]1
Titel III. [1 - Personeel]1
Titre III. [1 Personnel]1
Art. 27. [1 De Regering bepaalt de personeelsformatie van het Agentschap op voorstel van de Algemene Raad.
[2 ...]2]1

Art. 27. [1 Le Gouvernement fixe le cadre organique du personnel de l'Agence, sur proposition du Conseil général.
[2 ...]2]1

Art. 27/1. [1 Het contractuele personeel van het Agentschap wordt onderworpen aan het besluit van de Waalse Regering van 18 december 2003 betreffende de voorwaarden voor de indienstneming en de administratieve en geldelijke toestand van de contractuele personeelsleden.
In afwijking van het eerste lid kan het Agentschap personeelsleden middels een arbeidscontract in dienst nemen om bijkomende of specifieke taken, waarvan de lijst door de Regering wordt bepaald, uit te oefenen.]1

Art. 27/1. [1 Le personnel contractuel de l'Agence est soumis à l'arrêté du Gouvernement wallon du 18 décembre 2003 relatif aux conditions d'engagement et à la situation administrative et pécuniaire des membres du personnel contractuel.
Par dérogation à l'alinéa 1er, l'Agence peut engager du personnel sous contrat de travail aux fins d'accomplir des tâches auxiliaires ou spécifiques dont la liste est fixée par le Gouvernement.]1

TITEL IV. [1 - Bestaansmiddelen, begroting, boekhouding en rekeningen]1
Titre IV. [1 Ressources, budget, comptabilité et comptes]1
Art. 28. [1 De bestaansmiddelen van het Agentschap bestaan uit :
toelagen binnen de perken van de op de begroting uitgetrokken kredieten;
toelagen afkomstig van overheden, administraties en openbare instellingen;
de opbrengst van eventuele schenkingen en legaten;
de opbrengst van het erfgoed;
de terugbetalingen van niet-verschuldigde bedragen;
de opbrengst van eventuele boetes en interesten;
de opbrengst van leningen;
de opbrengst van bijdragen;
de opbrengst van de bijdragen van begunstigden.
[2 De in het eerste lid, 1°, bedoelde toelagen, worden in twee schijven ter beschikking gesteld van het Agentschap en moeten uiterlijk op de 20ste dag van elk halfjaar betaald worden, bij besluit van de Regering]2.]1

Art. 28. [1 Les ressources de l'Agence sont constituées par :
des subventions dans les limites des crédits inscrits à cet effet au budget de la Région;
des subventions en provenance d'autorités, d'administrations et d'organismes publics;
le produit de donations et legs éventuels;
le produit du patrimoine;
les remboursements d'indus;
le produit d'amendes et intérêts éventuels;
le produit de prêts;
le produit de cotisations;
le produit de parts contributives de bénéficiaires.
[2 Les subventions visées à l'alinéa 1er, 1°, sont mises à la disposition de l'Agence en deux tranches, à payer à l'Agence au plus tard le vingtième jour de chaque semestre, par arrêté du Gouvernement]2.]1

Art. 28/1. [1 De Algemene Raad verdeelt de globale opbrengst van de bestaansmiddelen bedoeld in artikel 28, eerste lid, tussen de afdelingen van het Agentschap op basis van de behoeften van ieder van hen. Deze verdeling wordt verricht na opneming van het bedrag van de beheerskosten van het Agentschap dat bedoeld is in zijn beheersbegroting.
[5 [6 De kredieten die zijn toegewezen aan de paritaire missies zijn onbeperkt.]6]5]1

Art. 28/1. [1 Le Conseil général répartit le produit globalisé des ressources visées à l'article 28, alinéa 1er, entre les branches de l'Agence sur la base des besoins de chacune d'elles. Cette répartition est opérée après prélèvement du montant des frais de gestion de l'Agence prévu au budget de gestion de celui-ci.
[5 [6 Les crédits alloués aux missions paritaires sont non limitatifs.]6]5
Art. 28/2. [1 § 1. De begroting van het Agentschap bestaat uit :
een begroting van de opdrachten, die de ontvangsten en uitgaven betreffende de wettelijke opdrachten van het Agentschap omvat;
een beheersbegroting, die de ontvangsten en uitgaven betreffende het beheer van het Agentschap omvat.
De begroting van de opdrachten en de beheersbegroting worden per begrotingsprogramma's en -artikelen voorgesteld. De begroting van de opdrachten wordt per afdeling verdeeld.
§ 2. In de begroting van de opdrachten wordt een onderscheid gemaakt tussen de begroting bestemd voor de paritaire opdrachten en de begroting bestemd voor de opdrachten die niet-paritair zijn.
Onder paritaire opdrachten wordt verstaan de opdrachten waarvoor de vereffening van de begrotingsmiddelen via een verzekeringsinstelling of een kinderbijslagfonds als betaalorganen uitgevoerd wordt.
Het deel bestemd voor de begroting van de opdrachten die niet paritair zijn, wordt op voorstel van de Algemene Raad, door de Regering beslist, wordt in de begroting van het Agentschap opgenomen en is niet bedoeld in artikel 28/1, § 1 behalve delegatie besloten door de Regering.
Het totaal van het bedrag bestemd voor de niet-paritaire opdrachten wordt jaarlijks door het Parlement bepaald via specifieke toelagen opgenomen in het gewestelijke begrotingsdecreet.
Aan de hand van het gewestelijke begrotingsdecreet beslist het Parlement jaarlijks de lijst van de subsidiëringsverrichtingen die door de Regering via de begroting van het Agentschap worden toegelaten en die niet bedoeld zijn in een andere decretale of reglementaire bepaling.]1

[3 ...]3
Art. 28/2. [1 § 1er. Le budget de l'Agence est constitué :
d'un budget des missions, qui comprend les recettes et les dépenses relatives aux missions légales de l'Agence;
d'un budget de gestion, qui comprend les recettes et les dépenses relatives à la gestion de l'Agence.
Le budget des missions et le budget de gestion sont présentés par programmes et articles budgétaires. Le budget des missions est ventilé par branche.
§ 2. Dans le budget des missions, une distinction est opérée entre le budget dévolu aux missions paritaires et le budget dévolu aux missions qui ne sont pas paritaires.
Par missions paritaires, sont visées les missions pour lesquelles la liquidation des moyens budgétaires intervient par l'intermédiaire d'un organisme assureur ou d'une caisse d'allocations familiales en tant qu'organismes de paiement.
La partie consacrée au budget des missions qui ne sont pas paritaires est décidée, sur proposition du Conseil général, par le Gouvernement, intégrée au budget de l'Agence et n'est pas visée par l'article 28/1, § 1er, sauf délégation arrêtée par le Gouvernement.
Le total du montant consacré aux missions non paritaires est fixé annuellement par le Parlement au travers de subventions spécifiques reprises dans le décret budgétaire régional.
Le Parlement décide annuellement, au moyen du décret budgétaire régional, la liste des opérations de subventionnement permises par le Gouvernement au travers du budget de l'Agence et non visées par une autre disposition décrétale ou règlementaire.]1

[3 ...]3
Art. 28/3. [1 De Regering stelt de modaliteiten vast volgens welke de jaarlijkse begroting van het Agentschap wordt bepaald.]1
Art. 28/3. [1 Le Gouvernement fixe les modalités selon lesquelles le budget annuel de l'Agence est établi.]1
Art. 28/4. [1 De jaarlijkse begroting van het Agentschap wordt binnen twee dagen na de vergadering van de Algemene Raad waarin ze bepaald is, ter advies voorgelegd aan de in artikel 30 bedoelde Regeringscommissarissen.
Het advies van de Regeringscommissarissen slaat op de overeenstemming van de jaarlijkse begroting met de wettelijke en reglementaire bepalingen, met de begrotingsdoelstellingen van het Waalse Gewest alsook met de bepalingen van het beheerscontract die een budgettaire of financiële draagwijdte hebben.
Bij gebrek aan advies binnen een termijn van vijftien dagen na de mededeling van de jaarlijkse begroting aan de Regeringscommissarissen, wordt aan de adviesvereiste voorbijgegaan. De termijn wordt hoogstens met tien dagen verlengd op met redenen omkleed verzoek van de Regeringscommissarissen.]1

Art. 28/4. [1 Le budget annuel de l'Agence est communiqué dans les deux jours de la réunion du Conseil général au cours de laquelle il a été arrêté, pour avis, aux commissaires du Gouvernement visés à l'article 30.
L'avis des commissaires du Gouvernement porte sur la conformité du budget annuel avec les dispositions légales et réglementaires, avec les objectifs budgétaires de la Région wallonne ainsi qu'avec les dispositions du contrat de gestion qui ont une portée budgétaire ou financière.
Lorsque l'avis n'a pas été rendu dans un délai de quinze jours à dater de la communication du budget annuel aux commissaires du Gouvernement, il est passé outre. Ce délai est prolongé de dix jours au plus sur demande motivée des commissaires du Gouvernement.]1

Art. 28/5. [1 De jaarlijkse begroting wordt ter goedkeuring aan de Regering voorgelegd.
Daartoe gaat de jaarlijkse begroting vergezeld van het in artikel 28/4, tweede lid, bedoelde advies, indien het gegeven is, van de Regeringscommissarissen, alsook van de adviezen van de Raad inzake financiële en budgettaire monitoring
Elk Comité maakt een strategische nota op die voor de opmaking van bewijsnota's en toelichtingen door de Algemene Raad dient.]1

Art. 28/5. [1 Le budget annuel est soumis à l'approbation du Gouvernement.
A cet effet, le budget annuel est accompagné, lorsque celui-ci a été donné, de l'avis des commissaires du Gouvernement visé à l'article 28/4, alinéa 2, ainsi que des avis du Conseil de monitoring financier et budgétaire.
Chaque Comité établit une note stratégique servant à l'établissement des notes justificatives et explicatives par le Conseil général.]1

Art. 28/6.
Art. 28/6.
Art. 28/7. [1 Het Agentschap houdt een algemene boekhouding en een budgettaire boekhouding.]1
Art. 28/7. [1 L'Agence tient une comptabilité générale et une comptabilité budgétaire.]1
Art. 28/8.
Art. 28/8.
Art. 28/9. [1 De Algemene Raad deelt uiterlijk op [2 1 september]2 van het jaar volgend op het betrokken jaar het jaarlijkse activiteitenverslag van het Agentschap aan de Regering mede. De Regering maakt het verslag over aan het Parlement.
De Algemene raad richt aan de Regering elke andere informatie dan degene die door haar wordt gevraagd.]1

Art. 28/9. [1 Le Conseil général communique le rapport annuel d'activités de l'Agence au Gouvernement, au plus tard le [2 1er septembre]2 de l'année qui suit l'année considérée. Le Gouvernement transmet ce rapport au Parlement sans délai.
Le Conseil général adresse au Gouvernement tout autre renseignement que celui-ci lui demande.]1

TITEL V. [1 - Beheerscontract]1
Titre V. [1 Contrat de gestion]1
Art. 29. [1 De bijzondere regels en voorwaarden volgens welke het Agentschap de hem krachtens dit Boek toevertrouwde opdrachten uitoefent, worden bepaald in een beheerscontract gesloten tussen de Regering en de Algemene raad.
De bepalingen van het decreet van 12 februari 2004 betreffende het beheerscontract en de verplichtingen tot informatieverstrekking voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet zijn aan toepassing op het Agentschap.]1

Art. 29. [1 Les règles et conditions spéciales selon lesquelles l'Agence exerce les missions qui lui sont confiées par le présent Livre sont arrêtées dans un contrat de gestion passé entre le Gouvernement et le Conseil général.
Les dispositions du décret du 12 février 2004 relatif au contrat de gestion et aux obligations d'information pour les matières réglées en vertu de l'article 138 de la Constitution sont applicables à l'Agence.]1

Art. 29/1. [1 § 1. De in de artikelen 11, 18 en 21 bedoelde Comités, ieder wat betreft de afdeling die het beheert, de Raad inzake financiële en budgettaire monitoring [2 ...]2 delen de Algemene Raad een met redenen omkleed advies mede met het oog op de ontwikkeling van de werking en de staat van de openbare dienst waarmee het Agentschap is belast.
De Algemene Raad bepaalt de termijn waarin de adviezen van de in de artikelen 11, 18 en 21 bedoelde Comités en van de Raad inzake financiële en budgettaire monitoring hem moeten worden overgemaakt. Die termijn bedraagt minstens vijftien dagen, te rekenen van de indiening van de aanvraag.
§ 2. Bij de onderhandeling en het sluiten van het beheerscontract wordt het Agentschap vertegenwoordigd door de stemgerechtigde leden van de Algemene Raad aangewezen door deze Raad, alsook door de administrateur-generaal, de adjunct administrateur-generaal en de inspecteurs-generaal [2 ...]2. De meeste leden van de Algemene Raad die aangewezen worden om het Agentschap te vertegenwoordigen, moeten behoren tot de categorieën leden bedoeld in artikel 4, § 1° en 2°.
De vertegenwoordigers van het Agentschap vragen het met redenen omkleed advies van de in de artikelen 11, 18 en 21 bedoelde Comités over de lopende onderhandelingen, ieder voor wat betreft de afdeling die het beheert. Ze bepalen de termijn waarin de adviezen van de Comités hen moeten worden overgemaakt. Die termijn bedraagt minstens 8 dagen te rekenen van de indiening van de aanvraag.
Onverminderd de voorafgaandelijke toepassing van de regels betreffende het sociaal overleg wordt het personeel van het Agentschap geïnformeerd over de ontwikkeling van de onderhandelingen volgens een procedure bepaald door de Algemene Raad en goedgekeurd door de Regering.
§ 3. Alvorens zich over de goedkeuring van het beheerscontract uit te spreken onderwerpt de Algemene Raad het beheerscontract aan het met redenen omkleed advies van de in de artikelen 11, 18 en 21 bedoelde Comités, ieder voor wat betreft de afdeling die het beheert. Hij bepaalt de termijn waarin het advies van de Comités hem moet worden overgemaakt. Die termijn bedraagt minstens vijftien dagen, te rekenen van de indiening van de aanvraag.
§ 4. Het beheerscontract wordt vervolgens door de Regering goedgekeurd.
§ 5. [2 ...]2]1

Art. 29/1. [1 § 1er. Les Comités visés aux articles 11, 18 et 21, chacun pour ce qui concerne la branche dont il assure la gestion, le Conseil de monitoring financier et budgétaire [2 ...]2 communiquent au Conseil général un avis motivé en vue de l'évaluation du fonctionnement et de l'état du service public dont est chargée l'Agence.
Le Conseil général fixe le délai dans lequel les avis des Comités visés aux articles 11, 18 et 21 et du Conseil de monitoring financier et budgétaire doivent lui parvenir. Ce délai ne peut être inférieur à quinze jours à partir de la formulation de la demande.
§ 2. Lors de la négociation et de la conclusion du contrat de gestion, l'Agence est représentée par des membres du Conseil général ayant voix délibérative désignés par ce Conseil, ainsi que par l'administrateur général, l'administrateur général adjoint et les inspecteurs généraux [2 ...]2. La majorité des membres du Conseil général désignés pour représenter l'Agence doivent appartenir aux catégories de membres visées à l'article 4, § 1er, 1° et 2°.
De manière périodique, les représentants de l'Agence sollicitent l'avis motivé des Comités visés aux articles 11, 18 et 21 sur les négociations en cours, chacun pour ce qui concerne la branche dont il assure la gestion. Ils fixent le délai dans lequel les avis des Comités doivent leur parvenir. Ce délai ne peut être inférieur à huit jours à partir de la formulation de la demande.
Sans préjudice de l'application préalable des règles relatives à la concertation sociale, le personnel de l'Agence est informé de l'évolution des négociations selon une procédure définie par le Conseil général et approuvée par le Gouvernement.
§ 3. Avant de se prononcer sur l'approbation du contrat de gestion, le Conseil général soumet le contrat de gestion à l'avis motivé des Comités visés aux articles 11, 18 et 21, chacun pour ce qui concerne la branche dont il assure la gestion. Il fixe le délai dans lequel l'avis des Comités doit lui parvenir. Ce délai ne peut être inférieur à quinze jours à partir de la formulation de la demande.
§ 4. Le contrat de gestion est ensuite approuvé par le Gouvernement.
§ 5. [2 ...]2]1

Art. 29/2. [1 Het met redenen omkleed advies van de in de artikelen 11, 18 en 21 bedoelde Comités, ieder wat betreft de afdeling die het beheert, en de Raad inzake financiële en budgettaire monitoring wordt door de Algemene Raad meegedeeld met het oog op het opmaken van het jaarlijkse verslag over de uitvoering van het beheerscontract. De Algemene Raad bepaalt de termijn waarin de adviezen van de in de artikelen 11, 18 en 21 bedoelde Comités en van de Raad inzake financiële en budgettaire monitoring hem moeten worden overgemaakt. Die termijn bedraagt minstens vijftien dagen, te rekenen van de indiening van de aanvraag.]1
Art. 29/2. [1 L'avis motivé des Comités visés aux articles 11, 18 et 21, chacun pour ce qui concerne la branche dont il assure la gestion, et du Conseil de monitoring financier et budgétaire est communiqué au Conseil général en vue de l'établissement du rapport annuel sur la mise en oeuvre du contrat de gestion. Le Conseil général fixe le délai dans lequel les avis des Comités visés aux articles 11, 18 et 21 et du Conseil de monitoring financier et budgétaire doivent lui parvenir. Ce délai ne peut être inférieur à quinze jours à partir de la formulation de la demande.]1
Art. 29/3. [1 Na het sluiten van het beheerscontract maakt de Algemene Raad een [2 bedrijfsplan]2 op. Dit plan vermeldt de wijze waarop het beheerscontract uitgevoerd zal worden.
De Algemene Raad onderwerpt het ontwerp van [2 bedrijfsplan]2 aan het met redenen omkleed advies van de Comités, ieder wat betreft de afdeling die het beheert. Hij bepaalt de termijn waarin het advies van de in de artikelen 11, 18 en 21 bedoelde Comités hem moet worden overgemaakt Die termijn bedraagt minstens vijftien dagen, te rekenen van de indiening van de aanvraag.
Onverminderd de voorafgaandelijke toepassing van de regels betreffende het sociaal overleg wordt het personeel van het Agentschap geïnformeerd over de inhoud van het [2 bedrijfsplan]2 volgens een procedure bepaald door de Algemene Raad en goedgekeurd door de Regering.]1

Art. 29/3. [1 Après la conclusion du contrat de gestion, le Conseil général établit un [2 plan d'entreprise]2. Ce plan indique la façon dont le contrat de gestion sera exécuté.
Le Conseil général soumet le projet de [2 plan d'entreprise]2 à l'avis motivé des Comités, chacun pour ce qui concerne la branche dont il assure la gestion. Il fixe le délai dans lequel l'avis des Comités visés aux articles 11, 18 et 21 doit lui parvenir. Ce délai ne peut être inférieur à quinze jours à partir de la formulation de la demande.
Sans préjudice de l'application préalable des règles relatives à la concertation sociale, le personnel de l'Agence est informé du contenu du [2 plan d'entreprise]2 selon une procédure définie par le Conseil général et approuvée par le Gouvernement.]1

Art. 29/4. [1 De kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren waarmee de graad van verrichting van de doelstellingen vermeld in het beheerscontract gemeten kan worden, worden periodiek bekerend. Ze worden in boordtabellen vermeld.]1
Art. 29/4. [1 Les indicateurs qualitatifs et quantitatifs permettant de mesurer le degré de réalisation des objectifs repris dans le contrat de gestion sont calculés de manière périodique. Ils sont repris dans des tableaux de bord.]1
TITEL V. [1 - Controle]1
Titre VI. [1 Contrôle]1
Art. 30. [1 De Regering wijst twee Regeringscommissarissen aan overeenkomstig het decreet van 12 februari 2004 betreffende de Regeringscommissarissen en de controleopdrachten van de revisoren binnen de instellingen van openbaar nut voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet.
Wanneer ze het beroep in artikel 8, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet, uitoefenen, informeren de Regeringscommissarissen de Algemene Raad daarover.
In afwijking van artikel 8bis van hetzelfde decreet wonen ze de vergaderingen van de Algemene Raad, de vergaderingen van de Raad inzake financiële en budgettaire monitoring alsook de vergaderingen van de in de artikelen 11, 18 en 21 bedoelde Comités.]1

Art. 30. [1 Le Gouvernement désigne deux commissaires du Gouvernement, conformément au décret du 12 février 2004 relatif aux commissaires du Gouvernement et aux missions de contrôle des réviseurs au sein des organismes d'intérêt public pour les matières réglées en vertu de l'article 138 de la Constitution.
Lorsqu'ils exercent le recours visé à l'article 8, § 2, alinéa 1er, du même décret, les commissaires du Gouvernement en informent le Conseil général.
Par dérogation à l'article 8bis du même décret, ils assistent aux réunions du Conseil général, aux réunions du Conseil de monitoring financier et budgétaire ainsi qu'aux réunions des Comités visés aux articles 11, 18 et 21.]1

Art. 30/1. [1 Wanneer de Algemene Raad of een Comité verzuimd heeft een maatregel te treffen of een bij de wet, het decreet of de reglementen voorgeschreven handeling uit te voeren, kan de Regering hem in gebreke stellen om de maatregel te treffen of de vereiste handeling binnen de door haar bepaalde termijn uit te voeren. Die termijn mag niet kleiner zijn dan acht dagen.
Wanneer de Algemene Raad of het betrokken Comité de vereiste maatregelen niet getroffen heeft, kan de Regering in zijn plaats treden.]1

Art. 30/1. [1 Lorsque le Conseil général ou un Comité a omis de prendre une mesure ou d'exécuter un acte prescrit par la loi, le décret ou les règlements, le Gouvernement peut le mettre en demeure de prendre la mesure ou d'exécuter l'acte requis dans le délai qu'il fixe. Ce dernier ne peut être inférieur à huit jours.
Lorsqu'à l'expiration du délai, le Conseil général ou le Comité concerné n'a pas pris les mesures requises, le Gouvernement peut se substituer à lui.]1

Art. 30/2. [1 De Algemene Raad wijst één Regeringscommissaris aan overeenkomstig artikel 20bis van het decreet van 12 februari 2004 betreffende de Regeringscommissarissen en de controleopdrachten van de revisoren binnen de instellingen van openbaar nut voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet.
D e revisor richt minstens één keer per jaar bij het opmaken van de balans, de winst- en verliesrekening of de jaarrekening een verslag over de activa en passiva van het Agentschap alsook over de bedrijfsresultaten aan de Regering, aan de Algemene Raad en aan de Raad inzake financiële en budgettaire monitoring.
Hij deelt onverwijld elke nalatigheid, onregelmatigheid of toestand die de solvabiliteit van het Agentschap in gevaar zouden kunnen brengen, aan de Regering, de Algemene Raad en de Raad inzake financiële en budgettaire monitoring mede.
De uitgaven die voortvloeien uit de aan de revisor toevertrouwde opdrachten zijn ten laste van het Agentschap.
De revisor kan ter plaatse inzage nemen van de boeken en de boekhoudstukken de briefwisseling, de notulen, de periodieke toestanden en doorgaans van alle geschriften.]1

Art. 30/2. [1 Le Conseil général désigne un réviseur, conformément à l'article 20bis du décret du 12 février 2004 relatif aux commissaires du Gouvernement et aux missions de contrôle des réviseurs au sein des organismes d'intérêt public pour les matières réglées en vertu de l'article 138 de la Constitution.
Le réviseur adresse au Gouvernement, au Conseil général et au Conseil de monitoring financier et budgétaire un rapport sur la situation active et passive de l'Agence ainsi que sur les résultats de l'exploitation de celle-ci au moins une fois par an, à l'occasion de la confection du bilan et du compte de pertes et profits ou du compte annuel.
Il signale au Gouvernement, au Conseil général et au Conseil de monitoring financier et budgétaire, sans délai, toute négligence, toute irrégularité ou toute situation susceptible de compromettre la solvabilité de l'Agence et ses liquidités.
Les dépenses qui découlent des missions confiées au réviseur sont à charge de l'Agence.
Le réviseur peut prendre connaissance, sans déplacement, des livres et des documents comptables, de la correspondance, des procès-verbaux, des situations périodiques et généralement de toutes les écritures.]1

Boek II. [1 - Beroepen en Adviescommissie voor de beroepen]1
Livre II. [1 - Recours et Commission d'avis sur les recours]1
TITEL I. [1 - Algemene bepalingen]1
TITRE Ier. [1 - Dispositions générales]1
Art. 31. Onverminderd de wetgeving op de ziekenhuizen kan een beroep bij de Regering [2 of haar afgevaardigde]2 worden ingediend tegen een beslissing inzake sociale actie of gezondheid die genomen is en door de Regering [2 of haar afgevaardigde]2 of een andere bevoegde instantie formeel betekend is [3 , met uitzondering van de aangelegenheden bedoeld in Boek IIIter van dit Wetboek]3.
Het beroep is opschortend, behalve :
als de Regering [2 of haar afgevaardigde]2 beslist voor de aangelegenheden bedoeld in artikel 5°, § 1, I, 1°, en II, 1° tot 5°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, om een instelling of een dienst dringend te sluiten als :
[1 a)]1 een overtreding van de bij of krachtens een decreet bepaalde regels de rechten, de veiligheid of de gezondheid van de bewoners ernstig in het gedrang brengt;
[1 b)]1 dringende volksgezondheids- of veiligheidsredenen zulks rechtvaardigen;
als de beslissing wordt gerechtvaardigd door de toepassing van een programmatie.
Art. 31. Sans préjudice de la législation sur les hôpitaux, un recours peut être introduit auprès du Gouvernement [2 ou son délégué]2 contre une décision en matière d'action sociale ou de santé prise et formellement notifiée par le Gouvernement ou une autre instance compétente [3 à l'exception des matières visées au Livre IIIter du présent Code.]3.
Le recours a un effet suspensif sauf dans les cas suivants :
lorsque le Gouvernement [2 ou son délégué]2 décide, dans les matières visées par l'article 5, § 1er, I, 1°, et II, 1° à 5°, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles, d'urgence la fermeture d'un établissement ou d'un service si :
[1 a)]1 un manquement aux règles fixées par ou en vertu d'un décret porte gravement atteinte aux droits, à la sécurité ou à la santé des hébergés;
[1 b)]1 des motifs urgents relatifs à la santé publique ou à la sécurité le justifient;
lorsque la décision est justifiée par l'application d'une programmation.
Art. 32. Er wordt een Adviescommissie voor de beroepen opgericht voor de vraagstukken inzake sociale actie en gezondheid.
De Adviescommissie voor de beroepen heeft als opdracht de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 adviezen te verlenen wat betreft de beroepen bedoeld in artikel 31 [2 , met uitzondering van de aangelegenheden bedoeld in Boek IIIter van dit Wetboek]2.
Art. 32. Il est créé une Commission d'avis sur les recours pour les questions d'action sociale et de santé.
La Commission d'avis sur les recours a pour mission d'assister le Gouvernement [1 ou son délégué]1 de ses avis concernant les recours visés à l'article 31 [2 , à l'exception des matières visées au Livre IIIter du présent Code]2.
Titel II. [1 - Samenstelling]1
TITRE II. [1 - Composition]1
Art. 33. De Adviescommissie voor de beroepen bestaat uit zeven leden onder wie een voorzitter en een ondervoorzitter.
De Regering [1 of haar afgevaardigde]1 benoemt voor een hernieuwbare termijn van vijf jaar en op basis van een oproep tot de kandidaten bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad, de voorzitter, de ondervoorzitter en de leden van de Adviescommissie voor de beroepen.
Art. 33. La Commission d'avis sur les recours est composée de sept membres dont un président et un vice-président.
Le Gouvernement [1 ou son délégué]1 nomme, sur la base d'un appel à candidatures publié au Moniteur belge, le président, le vice-président et les membres de la Commission d'avis sur les recours pour un délai renouvelable de cinq ans.
Art. 34. § 1. De voorzitter en de ondervoorzitter zijn houder van een diploma van licentiaat, master of doctor in de rechten en hebben een nuttige juridische ervaring van minstens vijf jaar.
§ 2. De andere leden en hun plaatsvervangers zijn bevoegd inzake sociale actie en gezondheid en hebben een nuttige ervaring van minstens vijf jaar wat betreft de aangelegenheden bedoeld in artikel 5, § 1, I, 1°, en II, 1° tot 5°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen.
§ 3. De regels vastgelegd in het decreet van 15 mei 2003 tot bevordering van de evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen binnen de adviesorganen voor de aangelegenheden waarin het Gewest de bevoegdheden van de Franse Gemeenschap uitoefent, worden nageleefd als de Adviescommissie voor de beroepen wordt samengesteld.
Art. 34. § 1er. Le président et le vice-président sont porteurs d'un diplôme de licencié, de master ou de docteur en droit et possèdent une expérience juridique utile d'au moins cinq années.
§ 2. Les autres membres et leurs suppléants sont compétents en questions d'action sociale et de santé et possèdent une expérience utile d'au moins cinq ans dans les matières visées par l'article 5, § 1er, I, 1°, et II, 1° à 5°, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles.
§ 3. Les règles fixées par le décret du 15 mai 2003 promouvant la présence équilibrée d'hommes et de femmes dans les organismes dans les matières à l'égard desquelles la Région exerce les compétences de la Communauté française sont respectées lors de la constitution de la Commission d'avis sur les recours.
Art. 35. De hoedanigheid van lid van de Adviescommissie voor de beroepen is onverenigbaar met :
de hoedanigheid van lid van de vaste commissies;
de hoedanigheid van personeelslid van de Administratie;
de hoedanigheid van personeelslid van een openbare instelling van het Waalse Gewest;
de hoedanigheid van voorzitter, lid van de raad van bestuur, beheerder of personeelslid van een federatie of een samenwerkingsverband voor de aangelegenheden bedoeld in artikel 5°, § 1, I, 10, en II, 1° tot 5°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen.
Art. 35. La qualité de membre de la Commission d'avis sur les recours est incompatible avec :
la qualité de membre des commissions permanentes;
la qualité de membre du personnel de l'Administration;
la qualité de membre du personnel d'un organisme public de la Région wallonne;
la qualité de président, membre du conseil d'administration, gestionnaire ou membre du personnel d'une fédération ou d'un groupement d'intérêt dans les matières visées par l'article 5, § 1er, I, 10, et II, 1° à 5°, de la loi spéciale du 8 août 1980 de reformes institutionnelles.
Titel III. [1 - Beroepsprocedure]1
TITRE III. [1 - Procédure de recours]1
Art. 36. § 1. Het beroep tegen een beslissing wordt binnen de maand van de kennisgeving van de omstreden beslissing aan het secretariaat van de Adviescommissie voor de beroepen gericht bij aangetekend schrijven of via elk ander middel waarbij de zending wordt bewezen.
Het beroep vermeldt :
de naam, voornaam, woonplaats of zetel van de aanvrager;
zijn voorwerp en een uiteenzetting van de feiten en verweermiddelen.
Het beroep wordt aangevuld met een afschrift van de omstreden beslissing.
Het secretariaat bevestigt ontvangst van het beroep en legt het voor samen met het administratief dossier aan de Adviescommissie voor de beroepen binnen vijftien dagen die volgen op de ontvangst.
§ 2. Zowel de bevoegde administratie of openbare instelling als de aanvrager worden opgeroepen om gehoord te worden tijdens de vergadering van de Adviescommissie voor de beroepen die het beroep zal onderzoeken.
De oproeping vermeldt de mogelijkheid om zich door een raadsman te laten bijstaan. De weigering te verschijnen of zijn verweermiddelen aan te voeren wordt in het proces-verbaal van verhoor geacteerd.
§ 3. De Regering [1 of haar afgevaardigde]1 kan pas een beslissing nemen op het beroep na ontvangst van het advies van de Adviescommissie voor de beroepen tenzij de termijn waarbinnen het advies moest worden gegeven, is verstreken. In dit geval wordt aan de adviesvereiste binnen de voorgeschreven termijn voorbijgegaan.
De Adviescommissie voor de beroepen brengt haar gemotiveerd advies uit aan de bevoegde Administratie of openbare instelling.
Het gemotiveerd advies van de Adviescommissie voor de beroepen wordt ter kennis gebracht van de verzoekende partij binnen vijftien dagen na het uitbrengen van het advies.
De bevoegde Administratie of openbare instelling bezorgt de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 een beslissingsvoorstel binnen dertig dagen na de overhandiging van het advies van de Adviescommissie voor de beroepen of, bij gebrek aan advies, binnen vijfenveertig dagen na het verstrijken van de termijn.
De Regering [1 of haar afgevaardigde]1 spreekt zich over het beroep uit binnen een termijn van drie maanden na de indiening van het voorstel tot beslissing.
De Minister deelt de beslissing van de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 mee aan de persoon die het beroep heeft ingediend.
Art. 36. § 1er. Le recours contre une décision est introduit par lettre recommandée, ou par tout autre moyen conférant date certaine à l'envoi, dans le mois de la notification de la décision querellée, auprès du secrétariat de la Commission d'avis sur les recours.
Le recours contient :
les nom, prénom, demeure ou siège de la partie requérante;
l'objet du recours et un exposé des faits et des moyens de défense.
Le recours est complété par une copie de la décision querellée.
Le secrétariat accuse réception du recours et le soumet à la Commission d'avis sur les recours, dans les quinze jours qui suivent la réception conjointement avec le dossier administratif.
§ 2. Tant l'administration ou l'organisme public compétent que la partie requérante sont convoqués pour être entendus au cours de la réunion de la Commission d'avis sur les recours qui examinera le recours.
La convocation mentionne la possibilité de se faire assister d'un conseil. Le refus de comparaître ou de présenter sa défense est acté au procès-verbal d'audition.
§ 3. Le Gouvernement [1 ou son délégué]1 ne peut statuer sur le recours qu'après réception de l'avis de la Commission d'avis sur les recours à moins que le délai imparti pour rendre l'avis ne soit expiré, auquel cas, il est passé outre l'absence d'avis dans le délai imparti.
La Commission d'avis sur les recours rend son avis motivé à l'Administration ou à l'organisme public compétent.
L'avis motivé de la Commission d'avis sur les recours est notifié à la partie requérante dans les quinze jours après que l'avis a été rendu.
L'Administration ou l'organisme public compétent fait parvenir au Gouvernement [1 ou son délégué]1, une proposition de décision, dans les trente jours de la remise de l'avis de la Commission d'avis sur les recours ou, à défaut de cet avis, dans les quarante-cinq jours de l'expiration du délai.
Le Gouvernement [1 ou son délégué]1 statue sur le recours dans un délai de trois mois de la proposition de décision.
Le Ministre notifie la décision du Gouvernement [1 ou son délégué]1 à la personne ayant introduit le recours
Art. 37. Enkel de voorzitter, de ondervoorzitter, de overige leden of hun plaatsvervangers zijn stemgerechtigd.
De commissie kan alleen geldig beraadslagen en stemmen als ten minste de voorzitter of de ondervoorzitter en drie leden, of hun plaatsvervangers, aanwezig zijn.
Bij de stemming worden onthoudingen niet in aanmerking genomen voor het bereiken van de vereiste meerderheid. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
Art. 37. Seuls le président, le vice-président, les autres membres ou leurs suppléants ont voix délibérative.
La commission peut seulement délibérer et voter valablement si au moins le président ou le vice-président et trois membres ou leurs suppléants, sont présents.
Lors du vote, les abstentions ne sont pas prises en compte pour atteindre la majorité requise. En cas de partage des voix, celle du président est prépondérante.
Art. 38. De Adviescommissie voor de beroepen kan, desgevallend, bij dringendheid, het advies van de vaste commissies vragen om haar te helpen haar eigen advies voor te bereiden.
Art. 38. La Commission d'avis sur les recours peut demander, dans l'urgence, le cas échéant, l'avis des commissions permanentes pour l'aider à préparer son propre avis.
Art. 39. De Adviescommissie voor de beroepen krijgt van de administratie of openbare instellingen alle informatie die ze meent nodig te hebben voor het uitbrengen van haar advies.
Art. 39. L'Administration ou l'organisme public fournit à la Commission d'avis sur les recours toute information que cette dernière juge nécessaire pour rendre son avis.
Art. 40. Naast de vergoedingen voor verplaatsingskosten bedoel in artikel 3, 16°, bepaalt de Regering de aard en het bedrag van de bezoldigingen die aan de leden worden toegekend.
Art. 40. Outres les indemnités pour frais de déplacement prévues à l'article 3, 16°, le Gouvernement détermine la nature et le montant des émoluments des membres.
TITEL IV. [1 - Secretariaat]1
TITRE IV. [1 - Secrétariat]1
Art. 41. Het secretariaat [1 ...]1 de Adviescommissie voor de beroepen wordt door de diensten van de Regering waargenomen.
Art. 41. Le secrétariat [1 ...]1 de la Commission d'avis sur les recours est assuré par les services du Gouvernement.
Art. 42.
Art. 42.
Boek III. [1 - Klachten]1
Livre III. [1 - Plaintes]1
Art. 43. § 1. Elke belanghebbende kan aan de Regering [1 of haar afgevaardigde]1, de Administratie, de openbare instelling of de burgemeester een klacht richten met betrekking tot de werking van een dienst of een instelling inzake sociale actie of gezondheid.
Elke klacht is het voorwerp van een bericht van ontvangst dat binnen de acht dagen wordt verstuurd.
§ 2. De burgemeester, Administratie of openbare instelling die een klacht ontvangen, brengen onverwijld de volgende instanties op de hoogte :
de Regering [1 of haar afgevaardigde]1;
de dienst of instelling waarop die klacht betrekking heeft.
§ 3. Indien bemiddeling mogelijk is, kan de burgemeester [3 of diens afgevaardigde]3 als verzoenende partij optreden en aanbevelingen uiten die hem van die aard lijken dat ze een oplossing kunnen inhouden voor de werkingsmoeilijkheden.
§ 4. De burgemeester, de Administratie of de openbare instelling richten een verslag over de inlichtingen die ze hebben kunnen inwinnen aan de Regering [1 of haar afgevaardigde]1.
De betrokken dienst of instelling licht de burgemeester, de Administratie of de openbare instelling onverwijld in over het gevolg dat aan de klacht gegeven is.
De Regering [1 of haar afgevaardigde]1, de Administratie of de openbare instelling licht de klager en de dienst of instelling in over het gevolg dat aan de klacht gegeven is.
§ 5. Jaarlijks, vóór 30 april, maakt de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 [2 voor de aangelegenheden die hen betreffen, aan [4 de Algemene Raad]4]2 de dossiers over betreffende de klachten van het vorige kalenderjaar volgens de modaliteiten die zij bepaalt.
Art. 43. § 1er. Toute personne intéressée peut adresser au Gouvernement [1 ou son délégué]1, à l'Administration, à l'organisme public ou au bourgmestre une plainte relative au fonctionnement d'un service ou d'une institution en matière d'action sociale ou de santé.
Toute plainte fait l'objet d'un accusé de réception envoyé dans les huit jours.
§ 2. Le bourgmestre, l'Administration ou l'organisme public à qui une plainte a été adressée en informe sans délai :
le Gouvernement [1 ou son délégué]1;
le service ou l'institution concerné par la plainte.
§ 3. Lorsqu'une médiation s'avère possible, le bourgmestre [3 ou son délégué]3 peut agir en conciliation et formuler des recommandations qui lui semblent de nature à apporter une solution aux difficultés de fonctionnement.
§ 4. Le bourgmestre, l'Administration ou l'organisme public adressent au Gouvernement [1 ou son délégué]1 un rapport sur les informations qu'ils ont pu recueillir.
Le service ou l'institution concerné informe sans délai le bourgmestre, l'Administration ou l'organisme public des suites réservées à la plainte.
Le Gouvernement [1 ou son délégué]1, l'Administration ou l'organisme public informe le plaignant et le service ou l'institution concerné de la suite réservée à la plainte.
§ 5. Une fois par an, pour le 30 avril, le Gouvernement [1 ou son délégué]1 transmet [2 , pour les compétences qui le concernent, au Conseil [4 général]4]2 les dossiers relatifs aux plaintes de l'année civile précédente selon les modalités qu'il détermine.
Boek IIIbis. [1 - Bepalingen betreffende de adviesverlenende functie in het kader van het beleid van de sociale actie en gezondheid]1
Livre IIIbis. [1 - Dispositions relatives à la fonction consultative dans le cadre de la politique de l'action sociale et de la santé]1
Art. 43/1. [1 § 1. De "Conseil [2 économique, social et environnemental]2 de Wallonie", hierna "[2 CESW Wallonie]2" genoemd, brengt op eigen initiatief of op verzoek van de Regering adviezen over alle ontwerpen van decreten van de Regering betreffende de in artikel 2/2 bedoelde aangelegenheden uit binnen een termijn van vijfendertig dagen, te rekenen van de datum van ontvangst van het volledige dossier betreffende de adviesaanvraag. [2 Het advies van de "CESE Wallonie" wordt tegelijkertijd met dat van de Algemene Raad ingewonnen.]2
Deze adviezen worden aan [2 de Algemene Raad]2 meegedeeld binnen een termijn van vijfendertig dagen, te rekenen van de datum van ontvangst van het volledige dossier betreffende de adviesaanvraag.
Bij gebrek aan advies binnen de in het tweede lid bedoelde termijnen wordt het geacht gunstig te zijn.".
§ 2. De "[2 CESW Wallonie]2" is belast met de adviesverlenende functie in de zin van artikel 2/1, § 2, van het decreet van 6 november 2008 houdende rationalisatie van de adviesverlenende functie voor het beleid van sociale actie.
In het kader van die adviesverlenende opdracht verenigt de "[2 CESW Wallonie]2" bij zijn interne Commissie inzake sociale actie en sociale integratie gemeenschappelijke diensten en gezondheidsdiensten, een afdeling "Sociale Actie", bestaande uit tien leden afkomstig van de volgende instellingen of organisaties :
de "Union des villes et des communes de Wallonie" en de Federatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
het "Réseau wallon de lutte contre la pauvreté" (Netwerk armoedebestrijding in Wallonië);
de actieve organisaties inzake opvang en huisvesting;
het erkende referentiecentrum of de erkende diensten voor schuldbemiddeling of het Waarnemingscentrum voor Krediet en Schuldenlast;
de zorg- en hulpverleningsdiensten voor geprostitueerde personen;
de actieve organisaties inzake sociale integratie;
de centra van sociale diensten.".
Deze leden hebben zitting met stemrecht.
§ 3. De "[2 CESW Wallonie]2" is belast met de adviesverlenende functie in de zin van artikel 2/1, § 1, van het decreet van 6 november 2008 houdende rationalisatie van de adviesverlenende functie voor het beleid tot integratie van vreemdelingen en personen van buitenlandse herkomst.
In het kader van die adviesverlenende opdracht verenigt de "[2 CESW Wallonie]2" bij zijn interne Commissie inzake sociale actie en sociale integratie gemeenschappelijke diensten en gezondheidsdiensten, een afdeling "Integratie van vreemdelingen en personen van buitenlandse herkomst", bestaande uit tien leden afkomstig van de volgende instellingen of organisaties
de "Union des villes et des communes de Wallonie" en de Federatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
de actieve organisaties inzake de integratie van de vreemdelingen en personen van buitenlandse herkomst;
de gewestelijke integratiecentra.
Deze leden hebben zitting met stemrecht.
§ 4. De samenstelling van de in de § § 2 en 3 bedoelde afdelingen schommelt naar gelang van de behandelde onderwerpen en wordt door de "[2 CESW Wallonie]2" gekozen om een aangepaste representativiteit van de betrokken sectoren volgens de thematiek te waarborgen.
De "[2 CESW Wallonie]2" verzoekt de overheden, de verenigingen of de binnen de afdelingen vertegenwoordigde instellingen om hem de kandidaturen voor te leggen die volgens hen representatief zijn.
§ 5. De "[2 CESW Wallonie]2" stelt in de gevallen bedoeld in de §§ 2 en 3 de werkingsregels in een huishoudelijk reglement vast en legt het ter goedkeuring aan de Regeringen voor.]1

Art. 43/1. [1 § 1er. Le Conseil [2 économique, social et environnemental]2 de Wallonie, ci-après dénommé le [2 CESE Wallonie]2, remet des avis, d'initiative ou à la demande du Gouvernement, sur tous les avant-projets de décrets du Gouvernement relatifs aux matières visées par l'article 2/2 dans un délai de trente-cinq jours à partir de la date de réception du dossier de demande d'avis complet. [2 L'avis du CESE Wallonie est sollicité au même moment que l'avis du Conseil général.]2
Ces avis sont communiqués au Gouvernement et au Conseil [2 général]2 dans un délai de trente-cinq jours à partir de la date de réception du dossier de demande d'avis complet.
A défaut d'avis dans les délais prévus à l'alinéa 2, l'avis est réputé favorable. ".
§ 2. Le [2 CESE Wallonie]2 est chargé de la mission de fonction consultative, au sens de l'article 2/1, § 2, du décret du 6 novembre 2008 portant rationalisation de la fonction consultative, pour la politique de l'action sociale.
Dans le cadre de cette mission d'avis, le [2 CESE Wallonie]2 associe à sa Commission interne de l'action et de l'intégration sociale, des services collectifs et de la santé, une section " Action sociale ", composée de dix membres, issus des instances ou des organisations suivantes :
l'Union des Villes et des Communes de Wallonie et la Fédération des centres publics de l'Action sociale;
le Réseau wallon de lutte contre la pauvreté;
les organisations actives en matière d'accueil et hébergement;
le centre de référence agréé ou les services de médiation de dettes agréés ou l'Observatoire du Crédit et de l'Endettement;
les services d'aides et de soins aux personnes prostituées;
les organisations actives en matière d'insertion sociale;
les centres de services sociaux. ".
Ces membres siègent avec voix délibérative.
§ 3. Le [2 CESE Wallonie]2 est chargé de la mission de fonction consultative, au sens de l'article 2/1, § 2, du décret du 6 novembre 2008 portant rationalisation de la fonction consultative pour la politique de l'intégration des personnes étrangères ou d'origine étrangère.
Dans le cadre de cette mission d'avis, le [2 CESE Wallonie]2 associe à sa Commission interne de l'action et de l'intégration sociale, des services collectifs et de la santé, une section " Intégration des personnes étrangères ou d'origine étrangère ", composée de dix membres, issus des instances ou des organisations suivantes :
l'Union des Villes et des Communes de Wallonie et la Fédération des centres publics d'action sociale;
les organisations actives en matière d'intégration des personnes étrangères ou d'origine étrangère;
les centres régionaux d'intégration.
Ces membres siègent avec voix délibérative.
§ 4. La composition des sections visées aux paragraphes 2 et 3 varie en fonction des sujets traités et est choisie par le [2 CESE Wallonie]2 afin d'assurer une représentativité adéquate des secteurs concernés selon la thématique.
Le [2 CESE Wallonie]2 invite les autorités, les associations ou les organismes représentés au sein des sections à lui soumettre les candidatures qui leur paraissent représentatives.
§ 5. Le [2 CESE Wallonie]2 fixe, dans les cas visés aux paragraphes 2 et 3, les règles de fonctionnement dans un règlement d'ordre intérieur, et le soumet pour approbation au Gouvernement.]1

Boek IIIter. [1 Opdrachten van de Waalse verzekeringsinstellingen]1
Livre IIIter. [1 Missions des organismes assureurs wallons]1
Art. 43/2. [1 In de zin van dit Boek en van zijn uitvoeringsbesluiten wordt verstaan onder:
wet van 6 augustus 1990: de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen;
wet van 14 juli 1994: de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
wet van 8 december 1992 : de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens;
bepalingen inzake Europees vrij verkeer: Richtlijn 2011/24/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 9 maart 2011 betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg, Verordening (EG) Nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels en Verordening (EG) n r. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels;
verzekeringsinstelling: een landsbond van ziekenfondsen, zoals bepaald in artikel 6 van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen, de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering en de Kas der geneeskundige verzorging van HR Rail;
Waalse verzekeringsinstellingen: de maatschappijen van onderlinge bijstand, zoals bepaald in artikel 43bis van de wet van 6 augustus 1990, met uitzondering van § 5 ervan, die door de Regering erkend worden om tussenbeide te komen in de Waalse verzekering sociale bescherming, de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering en de Kas der geneeskundige verzorging van HR Rail, zoals gemachtigd om overeenkomstig artikel 43/3 opdrachten voor het Gewest uit te oefenen;
Waalse verzekering sociale bescherming: de dekking in de kosten van de prestaties en tussenkomsten bedoeld in artikel 43/7 voor de aangelegenheden inzake gezondheid en personenzorg zoals, met name, bedoeld in artikel 3, 6° en 7°, van het bijzonder decreet van het Waalse Gewest van 11 april 2014 betreffende de bevoegdheden van de Franse Gemeenschap waarvan de uitoefening aan het Waalse Gewest en aan de Franse Gemeenschapscommissie overgedragen wordt;
Waalse verzekerden: de personen bedoeld in artikel 32 van de wet van 14 juli 1994 en woonachtig, in voorkomend geval via een referentieadres in de zin van artikel 20, § 3, van het koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister, op het grondgebied van het Franse taalgebied, en dit, onverminderd de toepasselijke bepalingen inzake Europees vrij verkeer en de bilaterale overeenkomsten inzake sociale zekerheid;
Waalse rechthebbende: elke persoon die in aanmerking komt voor de tussenkomsten en zorgprestaties verstrekt in het kader van de Waalse verzekering sociale bescherming, en dit, onverminderd de bepalingen inzake Europees vrij verkeer en de bilaterale overeenkomsten inzake sociale zekerheid die van toepassing zijn;
10° overeenkomst: een akkoord waarin de financiële en administratieve verhoudingen tussen de zorg-en hulpverleners en de Waalse rechthebbenden van de Waalse verzekering sociale bescherming alsook de verhoudingen tussen die inrichtingen, diensten, instellingen of dienstverleners, het Agentschap en de Waalse verzekeringsinstellingen worden bepaald;
11° revalidatieovereenkomst: een akkoord gesloten met een inrichting voor functionele revalidatie of met een gecoördineerd multidisciplinair verzorgingscentrum;
12° zorgattest: het, in voorkomend geval gedematerialiseerd, reglementair document dat de verrichte prestaties en de bedragen die door de Waalse rechthebbend betaald worden aan de zorg- en hulpverlener, bevat;
13° remgeld: het bedrag van de kosten van de in artikel 43/7 bedoelde prestaties en tussenkomsten die ten laste blijven van de Waalse rechthebbende na de tussenkomst van de Waalse verzekering sociale bescherming;
14° derdebetalersregeling: de betalingswijze waarmee de zorg- en hulpverlener de betaling van de in het kader van de Waalse verzekering sociale bescherming verschuldigde tussenkomst rechtstreeks ontvangt van de Waalse verzekeringsinstelling waarbij de Waalse rechthebbende, die in aanmerking is gekomen voor de verzorging, aangesloten of ingeschreven is;
15° [3 beheerskosten: de personeel- en werkingskosten bestemd voor de uitbetaling van de in de artikelen 43/7 en 43/8 bedoelde prestaties en tussenkomsten en alle kosten gebonden aan de uitvoering van de opdrachten die bij dit Wetboek aan de Waalse verzekeringsinstellingen worden toevertrouwd.]3
16° zorg- en hulpverlener: inrichtingen, instellingen en dienstverleners die prestaties en tussenkomsten verstrekken in het kader van de Waalse verzekering sociale bescherming.
[2 17° een overeenkomst voor palliatieve verzorging: een overeenkomst opgemaakt met multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve verzorging die de in artikel 491/28 bedoelde opdrachten vervullen.]2
Bij gebrek aan specifieke begripsomschrijving voorzien in dit Boek of in de uitvoeringsbesluiten ervan wordt verwezen naar de begripsomschrijvingen zoals in aanmerking genomen door de federale regelgeving.
Onverminderd de bepalingen van dit Boek en van de uitvoeringsbesluiten ervan dienen, in de zin van dit Boek en van de uitvoeringsbesluiten ervan, in de aangelegenheden bedoeld in artikel 5, § 1, I en II van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, zoals beperkt bij artikel 3, 6° en 7°, van het bijzonder decreet van 11 april 2014 betreffende de bevoegdheden van de Franse Gemeenschap, de wettelijke en reglementaire bepalingen respectievelijk te worden gelezen als volgt:
de Waalse verzekering sociale bescherming voor de gezondheidszorgverzekering;
het Waals Gewest voor de Staat;
de Waalse Regering voor de Koning en voor de federale Minister tot wiens bevoegdheid de volksgezondheid behoort;
het "Agence wallonne de la santé, de la protection sociale, du handicap et des familles" (Waals agentschap voor gezondheid, sociale bescherming, handicap en gezinnen) voor het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering;
het "Agence wallonne de la santé, de la protection sociale, du handicap et des familles" voor de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu;
het branchecomité bedoeld in artikel 10, eerste lid, 17, eerste lid, of 20, eerste lid, van dit Wetboek, zoals bepaald bij besluit van de Regering, voor het Comité van de gezondheidszorgverzekering van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering;
de Commissie bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, 1°, 2°, 3°, 4°, 23 en 24, van dit Wetboek, zoals vastgesteld bij besluit van de Waalse Regering, voor de Overeenkomstencommissie;
de Algemene Raad van het "Agence wallonne de la santé, de la protection sociale, du handicap et des familles" voor de Algemene Raad van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering;
het Comité voor budgettair en financieel toezicht van het "Agence wallonne de la santé, de la protection sociale, du handicap et des familles" voor de Commissie van begrotingscontrole van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering;
10° de bevoegde Dienst of het bevoegde orgaan aangewezen door de Regering binnen het "Agence wallonne de la Santé, de la Protection sociale, du Handicap et des Familles" voor de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle, de Dienst voor administratieve controle, de Dienst voor geneeskundige verzorging, het Algemeen Beheerscomité, het Nationaal college van adviserend geneesheren en de lokale colleges ingesteld binnen het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering;
11° de technische Commissie bedoeld in artikel 23, § 4, van dit Wetboek voor de Technische raad voor rolstoelen.]1

Art. 43/2. [1 Au sens du présent Livre et de ses arrêtés d'exécution, l'on entend par :
loi du 6 août 1990 : la loi du 6 août 1990 relative aux mutualités et aux unions nationales de mutualités;
loi du 14 juillet 1994 : la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994;
loi du 8 décembre 1992 : la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements des données à caractère personnel;
dispositions en matière de libre circulation européenne : la Directive 2011/24/UE du Parlement européen et du Conseil du 9 mars 2011 relative à l'application des droits des patients en matière de soins de santé transfrontaliers, le Règlement (CE) n° 883/2004 du Parlement européen et du Conseil du 29 avril 2004 sur la coordination des systèmes de sécurité sociale et le Règlement (CE) n° 987/2009 du Parlement européen et du Conseil du 16 septembre 2009 fixant les modalités d'application du règlement (CE) n° 883/2004 portant sur la coordination des systèmes de sécurité sociale;
organisme assureur : une union nationale de mutualités, telle que définie à l'article 6 de la loi du 6 août 1990 relative aux mutualités et aux unions nationales de mutualités, la Caisse auxiliaire d'assurance maladie-invalidité et la Caisse des soins de santé de HR Rail;
organismes assureurs wallons : les sociétés mutualistes, telles que visées à l'article 43bis de la loi du 6 août 1990, à l'exclusion de son paragraphe 5, reconnues par le Gouvernement en vue d'intervenir dans l'assurance protection sociale wallonne, la Caisse auxiliaire d'assurance maladie-invalidité et la Caisse des soins de santé de HR Rail, telles qu'autorisées à exercer des missions pour la Région en application de l'article 43/3;
assurance protection sociale wallonne : la couverture dans le coût des prestations et interventions visées à l'article 43/7 pour les matières de santé et d'aide aux personnes telles que, notamment, visées à l'article 3, 6° et 7°, du décret spécial de la Région wallonne du 11 avril 2014 relatif aux compétences de la Communauté française dont l'exercice est transféré à la Région wallonne et à la Commission communautaire française;
assurés wallons : les personnes visées à l'article 32 de la loi du 14 juillet 1994 et domiciliées, le cas échéant par le biais d'une adresse de référence au sens de l'article 20, § 3, de l'arrêté royal du 16 juillet 1992 relatif au registre de la population et au registre des étrangers, sur le territoire de la région de langue française et ce, sans préjudice des dispositions en matière de libre circulation européenne et des conventions bilatérales en matière de sécurité sociale applicables;
bénéficiaire wallon : toute personne bénéficiant des interventions et des prestations de soins dispensées dans le cadre de l'assurance protection sociale wallonne et ce, sans préjudice des dispositions en matière de libre circulation européenne et des conventions bilatérales en matière de sécurité sociale applicables;
10° convention : un accord qui définit les rapports financiers et administratifs entre des dispensateurs d'aide et de soins et les bénéficiaires wallons de l'assurance protection sociale wallonne ainsi que les rapports entre ces établissements, services, institutions ou prestataires, l'Agence et les organismes assureurs wallons;
11° convention de revalidation : un accord conclu avec un établissement de rééducation fonctionnelle ou avec un centre de soins multidisciplinaire coordonnée;
12° attestation de soins : le document réglementaire, le cas échéant dématérialisé, sur lequel figurent la mention des prestations effectuées et celle des montants payés par le bénéficiaire wallon au dispensateur d'aide et de soins;
13° ticket modérateur : le montant du coût des prestations et interventions visées à l'article 43/7 restant à charge du bénéficiaire wallon après l'intervention de l'assurance protection sociale wallonne;
14° régime du tiers payant : le mode de paiement par lequel le dispensateur d'aide et de soins reçoit directement, de l'organisme assureur wallon auquel est affilié ou inscrit le bénéficiaire wallon à qui les prestations de soins ont été dispensées, le paiement de l'intervention due dans le cadre de l'assurance protection sociale wallonne;
15° [3 frais de gestion : les frais de personnel et de fonctionnement destinés à permettre la liquidation des prestations et interventions visées aux articles 43/7 et 43/8 et tous frais liés à l'exécution des missions confiées aux organismes assureurs wallons par le présent Code.]3
16° dispensateur d'aide et de soins : établissement, institution et prestataire qui fournissent des prestations et interventions dans le cadre de l'assurance protection sociale wallonne.
[2 17° une convention en soins palliatifs : une convention établie avec les équipes d'accompagnement multidisciplinaires pour soins palliatifs qui remplissent les missions visées à l'article 491/28.]2
En l'absence de définition spécifique prévue au présent Livre ou ses arrêtés d'exécution, il est renvoyé aux définitions telles que retenues par la législation fédérale.
Sans préjudice des dispositions du présent Livre et de ses arrêtés d'exécution, il convient de lire, au sens du présent Livre et de ses arrêtés d'exécution, dans les matières visées à l'article 5, § 1er, I et II, de la loi spéciale du 8 août 1980 réformes institutionnelles, telles que limitées par l'article 3, 6° et 7°, du décret spécial du 11 avril 2014 relatif aux compétences de la Communauté française, les dispositions légales et réglementaires fédérales comme désignant, respectivement :
l'assurance protection sociale wallonne pour l'assurance soins de santé;
la Région wallonne pour l'Etat;
le Gouvernement wallon, pour le Roi et pour le Ministre fédéral ayant la Santé publique dans ses attributions;
l'Agence wallonne de la santé, de la protection sociale, du handicap et des familles pour l'Institut National d'Assurance Maladie-Invalidité;
l'Agence wallonne de la santé, de la protection sociale, du handicap et des familles pour le Service public fédéral de la Santé publique, de la Sécurité de la chaîne alimentaire et de l'Environnement;
le Comité de branche visé à l'article 10, alinéa 1er, 17, alinéa 1er, ou 20, alinéa 1er, du présent Code, tel que fixé par arrêté du Gouvernement, pour le Comité de l'assurance soins de santé de l'Institut national d'Assurance Maladie-Invalidité;
la Commission visée aux articles 10, alinéa 1er, 1°, 2°, 3°, 4°, 23 et 24, du présent Code, telle que fixée par arrêté du Gouvernement, pour la Commission de convention;
le Conseil général de l'Agence wallonne de la santé, de la protection sociale, du handicap et des familles pour le Conseil général de l'Institut national d'Assurance Maladie-Invalidité;
le Comité de monitoring budgétaire et financier de l'Agence wallonne de la santé, de la protection sociale, du handicap et des familles pour la Commission de contrôle budgétaire de l'Institut national d'Assurance Maladie-Invalidité;
10° le Service ou l'organe compétent désigné par le Gouvernement au sein de l'Agence wallonne de la santé, de la protection sociale, du handicap et des familles pour le Service d'évaluation et de contrôles médicaux, le Service du Contrôle administratif, le Service des Soins de santé, le Comité général de gestion, les Collèges local et national des médecins conseil institués au sein de l'Institut national d'Assurance Maladie-Invalidité;
11° la Commission technique visée à l'article 23, § 4, du présent Code, pour le Conseil technique des voiturettes.]1

Art. 43/3. [1 § 1. Overeenkomstig de zesde Staatshervorming worden de volgende instellingen als Waalse verzekeringsinstellingen aangewezen:
de Waalse gewestelijke maatschappijen van onderlinge bijstand, mits erkenning met inachtneming van de in § 2 bedoelde voorwaarden;
de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering, mits de instemming bedoeld in § 3;
de Kas der geneeskundige verzorging van HR Rail, mits de instemming bedoeld in § 3.
§ 2. De Waalse gewestelijke maatschappijen van onderlinge bijstand vervullen de volgende cumulatieve voorwaarden:
de vorm hebben van een maatschappij van onderlinge bijstand, zoals bedoeld in artikel 43bis van de wet van 6 augustus 1990, met uitzondering van § 5 ervan;
over het personeel beschikken dat aangesteld is om de opdrachten bedoeld in de artikelen 43/7 en 43/8 te vervullen;
in haar statuten vermelden dat de maatschappij van onderlinge bijstand opgericht is om de opdrachten bedoeld in de artikelen 43/7 en 43/8 te vervullen, met uitzondering van elke gelijksoortige activiteit voor een andere gemeenschap;
een afzonderlijke boekhouding betreffende de uitoefening van de in de artikelen 43/7 en 43/8 bedoelde opdrachten invoeren;
onverminderd de door de Regering voorziene bepalingen, voldoen aan de boekhoudkundige en financiële eisen bedoeld in de artikelen 29 tot en met 37 van de wet van 6 augustus 1990;
toezicht houden op de conformiteit van de prestaties en tussenkomsten bedoeld in de artikelen 43/7 en 43/8, met name via de door de Regering aangewezen artsen;
verslag uitbrengen over de evolutie van de uitgaven betreffende de opdrachten bedoeld in de artikelen 43/7 en 43/8;
de veiligheid van de gegevens waarborgen.
De Regering kan de voorwaarden waarvan sprake in het eerste lid nader bepalen en uitbreiden. Ze kan de voorwaarden bepalen waarin van punt 3° kan worden afgeweken.
De Regering erkent de Waalse gewestelijke maatschappijen van onderlinge bijstand als Waalse verzekeringsinstellingen voor een onbepaalde duur. De Regering kan hun erkenning beëindigen volgens de door haar bepaalde modaliteiten en voorwaarden.
De Regering bepaalt de procedure die gevolgd moet worden met het oog op de erkenning en de beëindiging van de erkenning van de Waalse gewestelijke maatschappijen van onderlinge bijstand.
§ 3. De Regering sluit een overeenkomst met de federale overheid, waarbij de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering en de Kas der geneeskundige verzorging van HR Rail opdrachten voor het Gewest kunnen uitoefenen. Die overeenkomst leeft minstens de volgende eisen na:
a) de eisen bepaald in artikel 43/3, § 2, met uitzondering van de punten 1°, 3° en 5°, en van de uitvoeringsbesluiten ervan;
b) de eisen betreffende de bestemming van het overschot van de beheerskosten en van de overmaking van het document tot vaststelling van de werkingskosten aan het Agentschap.]1

Art. 43/3. [1 § 1er. En application de la sixième réforme de l'Etat, sont désignés comme organismes assureurs wallons :
les sociétés mutualistes régionales wallonnes, moyennant reconnaissance dans le respect des conditions visées au § 2;
la Caisse auxiliaire d'assurance maladie invalidité, moyennant l'accord visé au § 3;
la Caisse des soins de santé de HR Rail, moyennant l'accord visé au § 3.
§ 2. Les sociétés mutualistes régionales wallonnes remplissent les conditions cumulatives suivantes :
avoir la forme d'une société mutualiste, telle que visée à l'article 43bis, de la loi du 6 août 1990, à l'exclusion de son paragraphe 5;
disposer du personnel affecté en vue d'accomplir les missions visées à l'article 43/7 et 43/8;
mentionner dans ses statuts que la société mutualiste est constituée en vue d'accomplir les missions visées aux articles 43/7 et 43/8, à l'exclusion de toute activité similaire pour une autre collectivité;
instaurer une comptabilité distincte relative à l'accomplissement des missions visées aux articles 43/7 et 43/8;
sans préjudice des dispositions prévues par le Gouvernement, satisfaire aux exigences comptables et financières prévues aux articles 29 à 37 de la loi du 6 août 1990;
établir un contrôle de la conformité des prestations et interventions visées aux articles 43/7 et 43/8, notamment par l'intermédiaire des médecins désignés par le Gouvernement;
effectuer un rapportage de l'évolution des dépenses ayant trait aux missions visées aux articles 43/7 et 43/8;
garantir la sécurité des données.
Le Gouvernement peut préciser et étendre les conditions visées à l'alinéa 1er. Il peut arrêter les conditions dans lesquelles il peut être dérogé au point 3°.
Le Gouvernement reconnaît comme organismes assureurs wallons les sociétés mutualistes régionales wallonnes pour une durée indéterminée. Le Gouvernement peut mettre fin à leur reconnaissance selon les modalités et les conditions qu'il fixe.
Le Gouvernement précise la procédure à suivre en vue de la reconnaissance et de la fin de reconnaissance des sociétés mutualistes régionales wallonnes.
§ 3. Le Gouvernement conclut un accord avec l'autorité fédérale permettant à la Caisse auxiliaire d'assurance maladie-invalidité et la Caisse de soins de santé de HR Rail d'exercer des missions pour la Région. Cet accord respecte au minimum :
a) les exigences déterminées à l'article 43/3, § 2, à l'exception des 1°, 3° et 5°, et à ses arrêtés d'exécution;
b) les exigences relatives à l'affectation de l'excédent des frais de gestion et à la transmission du document à l'Agence établissant les frais de fonctionnement.]1

Art. 43/4. [1 Onverminderd de controle uitgeoefend door de in artikel 43/5 bedoelde Controledienst voor de ziekenfondsen oefent het Agentschap controle uit op de Waalse verzekeringsinstellingen wat betreft het geheel van hun verplichtingen bedoeld in dit Boek en de uitvoeringsbesluiten ervan, met inbegrip van de erkenningsvoorwaarden zoals bedoeld in artikel 43/3, § 2, en in de uitvoeringsbesluiten ervan.
De Regering bepaalt de modaliteiten van de in het eerste lid bedoelde controle die door het Agentschap wordt uitgeoefend.]1

Art. 43/4. [1 Sans préjudice du contrôle opéré par l'Office de contrôle des mutualités visé à l'article 43/5, l'Agence exerce un contrôle sur les organismes assureurs wallons portant sur l'ensemble des obligations qui leur incombent, édictées par le présent Livre et ses arrêtés d'exécution, en ce compris sur les conditions de reconnaissance, telles que prévues à l'article 43/3, § 2, et dans ses arrêtés d'exécution.
Le Gouvernement détermine les modalités du contrôle effectué par l'Agence visé à l'alinéa 1er.]1

Art. 43/5. [1 § 1. De Controledienst voor de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen bedoeld in artikel 49, § 1, eerste lid, van de wet van 6 augustus 1990, oefent controle uit op de Waalse gewestelijke maatschappijen van onderlinge bijstand overeenkomstig de wet van 6 augustus 1990 en de uitvoeringsbesluiten ervan.
§ 2. De Regering sluit een overeenkomst met de federale overheid om te zorgen voor de controle op de Waalse gewestelijke maatschappijen van onderlinge bijstand door de Controledienst voor de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen. Deze overeenkomst regelt met name de modaliteiten van de controle van bovenvermelde Dienst op de Waalse verzekeringsinstellingen en de financiering van die controle.]1

Art. 43/5. [1 § 1er. L'Office de contrôle des mutualités et des unions nationales de mutualités visé à l'article 49, § 1er, alinéa 1er, de la loi du 6 août 1990, exerce un contrôle sur les sociétés mutualistes régionales wallonnes conformément à la loi du 6 août 1990 et à ses arrêtés d'exécution.
§ 2. Le Gouvernement conclut un accord avec l'autorité fédérale en vue d'assurer le contrôle des sociétés mutualistes régionales wallonnes par l'Office de contrôle des mutualités et des unions nationales de mutualités. Cet accord règle notamment les modalités du contrôle de l'Office précité sur les organismes assureurs wallons et le financement de ce contrôle.]1

Art. 43/6. [1 In het kader van de Waalse verzekering Waalse bescherming zijn de Waalse verzekerden van rechtswege:
- aangesloten bij de Waalse gewestelijke maatschappij van onderlinge bijstand die lid is van dezelfde landsbond van ziekenfondsen dan de landsbond die, wat hen betreft, tussenbeide komt in het kader van de verplichte verzekering zoals bedoelde in de wet van 14 juli 1994, waarop ze zijn aangesloten;
- ingeschreven bij de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering wanneer ze erbij ingeschreven zijn om in aanmerking te komen voor de prestaties beoogd bij de in de wet van 14 juli 1994 bedoelde verplichte verzekering;
- ingeschreven bij de Kas der geneeskundige verzorging van HR Rail wanneer ze erbij ingeschreven zijn om in aanmerking te komen voor de prestaties beoogd bij de in de wet van 14 juli 1994 bedoelde verplichte verzekering.
Na overleg met de Waalse verzekeringsinstellingen kan de Regering voorzien in de specifieke gevallen waarvoor de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering geheel of gedeeltelijk de plaats inneemt van sommige Waalse verzekeringsinstellingen voor alle of sommige prestaties en tussenkomsten.]1

Art. 43/6. [1 Les assurés wallons sont, dans le cadre de l'assurance protection sociale wallonne, de plein droit :
- affiliés à la société mutualiste régionale wallonne qui est membre de la même union nationale de mutualités que celle intervenant, pour ce qui les concerne, dans le cadre de l'assurance obligatoire telle que visée par la loi du 14 juillet 1994, à laquelle ils sont affiliés;
- inscrits à la Caisse auxiliaire d'assurance maladie-invalidité, lorsqu'ils y sont inscrits pour bénéficier des prestations prévues par l'assurance obligatoire telle que visée par la loi du 14 juillet 1994;
- inscrits à la Caisse des soins de santé de HR Rail, lorsqu'ils y sont inscrits pour bénéficier des prestations prévues par l'assurance obligatoire telle que visée par la loi du 14 juillet 1994.
Après concertation avec les organismes assureurs wallons, le Gouvernement peut prévoir les cas spécifiques pour lesquels la Caisse auxiliaire d'assurance maladie-invalidité se substitue à certains organismes assureurs wallons en tout ou en partie, pour toutes ou certaines prestations et interventions.]1

Art. 43/7. [1 In het kader van de paritaire opdrachten, zoals bedoeld in artikel 28/2, § 2, tweede lid, komen de Waalse verzekeringsinstellingen tussenbeide in de kosten van de volgende prestaties en tussenkomsten:
de mobiliteitstegemoetkomingen zoals bedoeld in artikel 28, § 8, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen;
de verblijfkosten bedoeld in artikel 3 van het decreet van 9 maart 2017 betreffende de verblijfkosten en de financiering van sommige apparaten van de zware medisch-technische diensten in ziekenhuizen;
de verzorging vereist door de "long term care-revalidatie", die bedoeld is in de in artikel 43/11, eerste lid, 11°, vermelde revalidatie-overeenkomsten gesloten met een revalidatie-inrichting;
de prestaties verstrekt door rust- en verzorgingstehuizen, dagverzorgingscentra, rusthuizen voor bejaarden of diensten voor kortstondig verblijf, erkend krachtens Boek V;
de prestaties verricht door geïntegreerde diensten voor thuisverzorging alsook de financiering voorzien in artikel 36terdecies van de wet van 14 juli 1994, zoals bepaald bij het koninklijk besluit van 15 december 2009 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen een financiering toekent aan de geïntegreerde diensten voor thuisverzorging;
het verblijf in initiatief inzake beschermd wonen en de huisvesting in psychiatrische verzorgingstehuizen erkend krachtens Boek VI;
het overleg rond de psychiatrische patiënt aan huis, zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 27 maart 2012 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder het Verzekeringscomité met toepassing van artikel 56, § 2, eerste lid, 3°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, overeenkomsten kan sluiten voor de financiering van de deelneming aan een overleg rond de psychiatrische patiënt, de organisatie en de coördinatie van dit overleg en de functie van de referentiepersoon;
[3 8° de palliatieve zorg verstrekt door een multidisciplinaire begeleidingsequipe, zoals bedoeld bij de in artikel 43/2, eerste lid, 11°, bedoelde revalidatie-overeenkomsten gesloten met een gecoördineerd multidisciplinair verzorgingscentrum;]3
de tussenkomst in de hulp bij tabaksontwenning bedoeld in het koninklijk besluit van 31 augustus 2009 inzake de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen voor de hulp bij tabaksontwenning.]1

[2 11° de huurprijs van de kamer voor de bewoners bedoeld in artikel 410/2.]2
[4 12° de tussenkomst in de kosten van vaccins tegen luchtweginfecties in het kader van een epidemie voor de volgende categorieën personen:
a) bejaarden die inrichtingen voor bejaarde personen bezoeken die een senioren die een werkingsvergunning van het Agentschap hebben gekregen;
b) gehandicapte volwassenen die worden opgenomen of ondergebracht in collectieve structuren die door het Agentschap zijn goedgekeurd in overeenstemming met de huidige medische aanbevelingen;
c) personen die worden opgenomen of ondergebracht in niet-erkende huisvestingsstructuren;
d) de bewoners van psychiatrische verzorgingstehuizen die door het Agentschap zijn erkend;
e) de bewoners van beschermde huisvestingsinitiatieven die door het Agentschap zijn erkend.]4

Art. 43/7. [1 Dans le cadre des missions paritaires, telles que visées à l'article 28/2, § 2, alinéa 2, les organismes assureurs wallons interviennent dans le coût des prestations et interventions suivantes :
les aides à la mobilité telles que visées à l'article 28, § 8, de l'annexe à l'arrêté royal du 14 septembre 1984 établissant la nomenclature des prestations de santé en matière d'assurance obligatoire soins de santé et indemnités;
le prix d'hébergement visé à l'article 3 du décret du 9 mars 2017 relatif au prix d'hébergement et au financement de certains appareillages des services médico-techniques lourds en hôpital;
les soins nécessités par la revalidation long term care visés par les conventions de revalidation conclues avec un établissement de rééducation fonctionnelle prévues à l'article 43/2, alinéa 1er, 11°;
les prestations qui sont fournies par des maisons de repos et de soins, des centres de soins de jour, des maisons de repos pour personnes âgées ou des services de court séjour, agréés en vertu du Livre V;
les prestations qui sont effectuées par des services intégrés de soins à domicile, ainsi que le financement prévu à l'article 36terdecies de la loi du 14 juillet 1994, tel que précisé par l'arrêté royal du 15 décembre 2009 fixant les conditions dans lesquelles l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités accorde un financement aux services intégrés de soins à domicile;
le séjour en initiative d'habitation protégée et l'hébergement en maisons de soins psychiatriques, agréées en vertu du Livre VI;
la concertation autour du patient psychiatrique à domicile, telle que visée par l'arrêté royal du 27 mars 2012 fixant les conditions dans lesquelles le Comité de l'assurance peut conclure des conventions en application de l'article 56, § 2, alinéa 1er, 3°, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, pour le financement de la participation à une concertation autour du patient psychiatrique, l'organisation et la coordination de cette concertation et la fonction de personne de référence;
[3 les soins palliatifs dispensés par une équipe d'accompagnement multidisciplinaire visés par les conventions de revalidation conclues avec un centre de soins multidisciplinaire coordonné mentionnées à l'article 43/2, alinéa 1er, 11°;]3
l'intervention dans l'assistance au sevrage tabagique visée par l'arrêté royal du 31 août 2009 relatif à l'intervention de l'assurance soins de santé et indemnités pour l'assistance au sevrage tabagique.]1

[2 11° le prix de location de la chambre en faveur des résidents visés à l'article 410/2.]2
[4 12° l'intervention dans le coût des vaccins contre les infections respiratoires dans un contexte d'épidémie pour les catégories de personnes suivantes :
a) les personnes âgées fréquentant les établissements pour aînés ayant reçu un titre de fonctionnement par l'Agence ;
b) les personnes handicapées adultes accueillies ou hébergées dans les structures collectives agréées par l'Agence selon les recommandations médicales en vigueur ;
c) les personnes accueillies ou hébergées dans les structures d'hébergement non agréées ;
d) les résidents en Maisons de Soins Psychiatriques agréées par l'Agence ;
e) les résidents d'Initiatives d'Habitations Protégées agréées par l'Agence.]4

Art. 43/8. [1 De door de Waalse gewestelijke maatschappijen van onderlinge bijstand georganiseerde aanvullende opdrachten op artikel 43/7 die in een geest van vooruitziendheid, wederzijdse bijstand en solidariteit als doel hebben het fysiek, psychologisch en sociaal welzijn van de Waalse verzekerden te bevorderen, kunnen door de Regering erkend worden.]1
Art. 43/8. [1 Les missions complémentaires à l'article 43/7, organisées par les sociétés mutualistes régionales wallonnes et qui visent, dans un esprit de prévoyance, d'assistance mutuelle et de solidarité, à promouvoir le bien-être physique, psychique et social des bénéficiaires wallons, peuvent être reconnues par le Gouvernement.]1
Art. 43/9. [1 De Waalse verzekering sociale bescherming komt niet tussenbeide in de prestaties verricht:
voor esthetische doeleinden, behalve onder de door de Regering bepaalde voorwaarden;
in het kader van het wetenschappelijk onderzoek, met uitzondering van de prestaties die voldoen aan de klinische aanbevelingen die in het algemeen toegelaten worden, of aan de wetenschappelijke consensus.]1

Art. 43/9. [1 L'assurance protection sociale wallonne n'intervient pas dans les prestations accomplies :
dans un but esthétique, sauf dans les conditions fixées par le Gouvernement;
dans le cadre de la recherche scientifique à l'exception du coût des prestations qui répondent aux recommandations cliniques généralement admises ou au consensus scientifique.]1

Art. 43/10. [1 In de gevallen en volgens de door de Regering bepaalde voorwaarden kunnen de Waalse verzekeringsinstellingen bijdragen innen ten laste van de Waalse verzekerden die de bijdragen moeten betalen ten einde de in de artikelen 43/7 en 43/8 bedoelde opdrachten uit te oefenen.]1
Art. 43/10. [1 Les organismes assureurs wallons peuvent percevoir des cotisations à charge des assurés wallons tenus au paiement de cotisations en vue d'accomplir les missions prévues aux articles 43/7 et 43/8, dans les cas et suivant les conditions fixées par le Gouvernement.]1
Art. 43/11. [1 § 1. De Regering bepaalt de modaliteiten van de financiering van de in artikel 43/7 bedoelde prestaties en tussenkomsten, met inbegrip van de vaststelling van hun nomenclatuur.
§ 2. Het Agentschap betaalt de Waalse verzekeringsinstellingen de financiële middelen uit die bestemd zijn voor de uitoefening van de in artikel 28/2, § 2, tweede lid, bedoelde paritaire opdrachten, die bestaan in de financiering:
van de in artikel 43/7 bedoelde prestaties en tussenkomsten;
van hun beheerskosten.
§ 3. [7 Om de in artikel 43/7 bedoelde opdrachten te vervullen, stort het Agentschap op de eerste werkdag van elk kwartaal een voorschot aan de Waalse verzekeringsinstellingen, dat gelijk is aan één vierde van de jaarlijkse uitgaven vermeld in de begroting vastgesteld door het Agentschap om de in hetzelfde artikel bedoelde prestaties en tussenkomsten te dekken.
Op de eerste dag van het vierde kwartaal betaalt het Agentschap aan de Waalse verzekeringsinstellingen een bedrag dat door het Agentschap wordt vastgesteld aan de hand van de door de Regering vastgestelde criteria en waarvan het bedrag ligt tussen het bedrag dat in elk van de voorgaande kwartalen van het jaar is gestort en een bedrag dat overeenstemt met een nauwkeuriger raming van de werkelijke uitgaven die met dit voorschot moeten worden gedekt. De betaling van dit vierde voorschot doet geen afbreuk aan de aanvullende voorschotten bedoeld in het vierde lid van deze paragraaf.
De Regering bepaalt de berekening van de voorschotten, de verdeling ervan over de Waalse verzekeringsinstellingen alsook de opstelling van de voorlopige en definitieve rekeningen die recht kunnen geven op regularisatie. Ze stelt de criteria vast voor het bepalen van het bedrag van het voorschot voor het vierde kwartaal. Dit voorschot mag niet meer bedragen dan een vierde van de jaarlijkse uitgaven opgenomen in de door het Agentschap opgestelde begroting ter dekking van de in dat artikel bedoelde prestaties en tussenkomsten.
[8 Indien een verzekeringsinstelling over onvoldoende liquiditeit beschikt om haar opdrachten zoals bedoeld in artikel 43/7 uit te voeren, kan ze een aanvullend voorschot op het in het eerste lid bedoelde voorschot aan het Agentschap vragen. Het Agentschap kan dit voorschot toekennen en stelt de financiële en budgettaire Monitoringsraad binnen vijf werkdagen op de hoogte.]8]7

§ 4. Het Agentschap stort de beheerskosten aan de Waalse verzekeringsinstellingen.
De Regering bepaalt de modaliteiten van berekening van deze beheerskosten, hun verdeling en de uitbetalingsmodaliteiten rekening houdende, in voorkomend geval, met het in artikel 43/13, 1°, bedoelde responsabiliseringssysteem.
§ 5. De in § 1 bedoelde nomenclatuur heeft betrekking op het geheel van de prestaties van de Waalse verzekering sociale bescherming.
Deze nomenclatuur somt de in artikel 43/7 bedoelde prestaties en tussenkomsten op, stelt er de waarde van en bepaalt, met name, de toepassingsregels ervan alsook de zorg- en hulpverleners die gemachtigd zijn om ze te factureren. In voorkomend geval kunnen verschillende tarieven toegepast worden voor eenzelfde prestatie of tussenkomst naargelang de zorg- en hulpverlener al dan niet voldoet aan bijkomende voorwaarden zoals voorzien in de nomenclatuur of in de berekening van vaststelling van de prijs.
De tarieven van de nomenclatuur vormen voor alle zorg- en hulpverleners de maximale bedragen die geëist kunnen worden voor de dekking van de verstrekte prestaties en tussenkomsten.
De Regering kan voorzien in regels betreffende de facturering van supplementen en hetgeen ze dekken, met dien verstande dat de supplementen betrekking hebben op andere dan de in artikel 43/7 bedoelde prestaties en tussenkomsten.
De Regering kan die nomenclatuur wijzigen:
op basis van het voorstel geopperd op eigen initiatief, wat hen betreft, door de technische Commissie bedoeld in artikel 23, § 4, of de Commissies bedoeld in de artikelen 2, 13, 14, 15, 23 en 24, van dit Wetboek, onderworpen, in voorkomend geval, aan het bevoegde branchecomité bedoeld in de artikelen 11, 18 en 21;
op basis van een voorstel van de Minister bevoegd voor Gezondheid, onderworpen aan de Commissie en/of aan het bevoegde branchecomité.]1

Art. 43/11. [1 § 1er. Le Gouvernement détermine les modalités de financement des prestations et interventions visées à l'article 43/7, en ce compris la fixation de leur nomenclature.
§ 2. L'Agence liquide aux organismes assureurs wallons les moyens financiers destinés à l'accomplissement des missions paritaires visées à l'article 28/2, § 2, alinéa 2, qui se composent du financement :
des prestations et interventions visées à l'article 43/7;
de leurs frais de gestion.
§ 3.[8 Pour accomplir les missions prévues à l'article 43/7, l'Agence liquide, le premier jour ouvrable de chacun des trois premiers trimestres, aux organismes assureurs wallons, une avance égale à un quart des dépenses annuelles reprises dans le budget défini par l'Agence pour couvrir les prestations et interventions visées par ce même article.
Au premier jour du quatrième trimestre, l'Agence liquide, aux organismes assureurs wallons, un montant arrêté par l'Agence en recourant aux critères définis par le Gouvernement et dont le montant est compris entre le montant versé lors de chacun des trimestres précédents de l'année et un montant correspondant à une estimation plus précise des dépenses effectives que cette avance a pour objet de couvrir. Le paiement de cette quatrième avance est sans préjudice d'avances additionnelles prévues par l'alinéa 4 du présent paragraphe.
Le Gouvernement détermine le calcul des avances, la répartition de celles-ci entre les organismes assureurs wallons ainsi que l'établissement des comptes provisoires et finaux donnant éventuellement droit à la régularisation. Il arrête les critères pris en compte pour déterminer le montant de l'avance du quatrième trimestre. Cette avance ne peut excéder un quart des dépenses annuelles reprises dans le budget défini par l'Agence pour couvrir les prestations et interventions visées par ce même article.
[9 Si un organisme assureur manque de liquidités pour accomplir ses missions telles que prévues à l'article 43/7, il peut solliciter auprès de l'Agence une avance complémentaire à celle prévue à l'alinéa 1er. L'Agence peut octroyer cette avance et en informe le Conseil de monitoring financier et budgétaire dans un délai de cinq jours ouvrables.]9.]8

§ 4. L'Agence verse aux organismes assureurs wallons les frais de gestion.
Le Gouvernement détermine les modalités de calcul des frais de gestion, leur répartition et les modalités de liquidation, en tenant compte, le cas échéant, du système de responsabilisation visé à l'article 43/13, 1°.
§ 5. La nomenclature visée au paragraphe 1er porte sur l'ensemble des prestations de l'assurance protection sociale wallonne.
Cette nomenclature énumère les prestations et interventions visées à l'article 43/7, en fixe la valeur et précise, notamment, ses règles d'application, ainsi que les dispensateurs d'aide et de soins habilités à les facturer. Le cas échéant, des tarifs différents peuvent être appliqués pour une même prestation ou intervention selon que le dispensateur d'aide et de soins répond ou non à des conditions supplémentaires telles que prévues dans la nomenclature ou dans le calcul de fixation du prix.
Les tarifs de la nomenclature constituent pour tous les dispensateurs d'aide et de soins, le maximum des montants pouvant être exigés pour la couverture des prestations et interventions fournies.
Le Gouvernement peut prévoir des règles relatives à la facturation de suppléments et à ce qu'ils recouvrent, étant entendu que les suppléments couvrent d'autres prestations et interventions que celles visées à l'article 43/7.
Le Gouvernement peut modifier cette nomenclature :
sur la base de la proposition formulée d'initiative, pour ce qui les concerne, par la Commission technique visée à l'article 23, § 4, ou les Commissions visées aux articles 12, 13, 14, 15, 23 et 24, du présent Code, soumise, le cas échéant, au Comité de branche compétent visé aux articles 11, 18 et 21;
sur la base d'une proposition du Ministre ayant la Santé dans ses attributions, soumise à la Commission et/ou Comité de branche compétent.]1

Art. 43/12. [1 Er wordt binnen het Agentschap een "Fonds de financement des organismes assureurs wallons" (Fonds voor de financiering van de Waalse verzekeringsinstellingen) opgericht dat een begrotingsfonds vormt overeenkomstig artikel 4 van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de rapportage van de Waalse overheidsbestuurseenheden.
Onverminderd artikel 43/13, 2°, worden de ontvangsten voortvloeiend uit de terugbetaling van overschotten van stortingen aan de Waalse verzekeringsinstellingen voor het in het eerste lid bedoelde Fonds bestemd.
Op de kredieten betreffende het in het eerste lid bedoelde Fonds worden enkel de uitgaven betreffende de opdrachten bedoeld in artikel 43/7 geboekt.]1

Art. 43/12. [1 Il est créé, au sein du budget de l'Agence, un Fonds de financement des organismes assureurs wallons qui constitue un fonds budgétaire conformément à l'article 4 du décret du 15 décembre 2011 portant organisation du budget, de la comptabilité et du rapportage des unités d'administration publique wallonnes.
Sans préjudice de l'article 43/13, 2°, sont affectés au Fonds visé à l'alinéa 1er, les recettes résultant du remboursement d'excédents de versements aux organismes assureurs wallons.
Sur les crédits afférents au Fonds visé à l'alinéa 1er, sont imputées les dépenses relatives aux missions prévues à l'article 43/7.]1

Art. 43/13. [1 De Regering:
bepaalt de modaliteiten van het responsabiliseringssysteem van de Waalse verzekeringsinstellingen wat betreft de in artikel 43/11, § 2, bedoelde kosten;
stelt de voorwaarden en modaliteiten vast volgens welke de Waalse verzekeringsinstellingen één of meer reserves volgens de bedoelde aangelegenheden vormen;
bepaalt de modaliteiten betreffende de indiening van een remgeld;
bepaalt en wijzigt de derdebetalersregeling;
kan contracten sluiten met administraties en openbare instellingen die in de Waalse verzekering sociale bescherming tussenkomen.]1

Art. 43/13. [1 Le Gouvernement :
détermine les modalités du système de responsabilisation des organismes assureurs wallons quant aux frais visés à l'article 43/11, § 2;
fixe les conditions et modalités selon lesquelles les organismes assureurs wallons constituent une ou plusieurs réserves selon les matières visées;
fixe les modalités relatives à l'introduction d'un ticket modérateur;
fixe et modifie le régime du tiers payant;
peut conclure des contrats avec des administrations et organismes publics intervenant dans l'assurance protection sociale wallonne.]1

Art. 43/14. [1 De Regering activeert, in voorkomend geval, geheel en gedeeltelijk en mits de vereiste aanpassingen, het systeem van het te factureren maximaal bedrag bedoeld in Hoofdstuk IIIbis van Titel III van de wet van 14 juli 1994. Ze bepaalt er de modaliteiten van.]1
Art. 43/14. [1 Le Gouvernement active, le cas échéant, en tout ou en partie, et moyennant les adaptations requises, le dispositif du maximum à facturer visé au Chapitre IIIbis du Titre III, de la loi du 14 juillet 1994. Il en fixe les modalités.]1
Art. 43/15. [1 § 1. De zorg- en hulpverleners wier prestaties en tussenkomsten bedoeld in artikel 43/7 aanleiding geven tot een tegemoetkoming van de Waalse verzekering sociale bescherming bezorgen de Waalse rechthebbende of, in het kader van de derdebetalersregeling, de Waalse verzekeringsinstellingen een hulpùen zorgattest.
De Waalse verzekeringsinstellingen kennen geen terugbetaling toe indien het hulp- en zorgattest hen niet wordt overgemaakt. Ze stellen een papieren afschrift of een gedematerialiseerd afschrift van deze attesten ter beschikking van het Agentschap.
§ 2. Binnen de perken bepaald in de overeenkomsten zoals bedoeld in artikel 43/2, eerste lid, 11° en 12°, kunnen de zorg- en hulpverleners voorschotten innen voor de te verrichten of te verstrekken prestaties. In alle gevallen geven de overeenkomstig het eerste lid geïnde voorschotten aanleiding tot de aflevering van een ontvangstbewijs aan de Waalse rechthebbende.
§ 3. De zorg- en hulpverleners alsook de personen die prestaties verrichten die - minstens voor één onder hen - aanleiding geven tot de tegemoetkoming van de Waalse verzekering sociale bescherming, zijn gehouden een bewijsstuk van de prestaties over te maken aan de rechthebbende wanneer :
andere bedragen dan die gebonden aan de tegemoetkoming van de Waalse verzekering sociale bescherming aangerekend worden;
het zorgattest op gedematerialiseerde wijze overgemaakt wordt aan de Waalse verzekeringsinstelling van de Waalse rechthebbende.
§ 4. De Waalse verzekeringsinstellingen richten jaarlijks een overzicht van de in artikel 43/7 bedoelde prestaties en tussenkomsten aan de Waalse rechthebbenden; dit overzicht heeft minstens betrekking op de in het kader van de derdebetalingsregeling toegekende prestaties en tussenkomsten.
§ 5. De Regering bepaalt de modaliteiten van toepassing van dit artikel.]1

Art. 43/15. [1 § 1er. Les dispensateurs d'aide et de soins, dont les prestations et interventions visées à l'article 43/7, donnent lieu à une intervention de l'assurance protection sociale wallonne, remettent au bénéficiaire wallon ou, dans le cadre du régime du tiers payant, aux organismes assureurs wallons, une attestation d'aide et de soins.
Les organismes assureurs wallons n'accordent pas de remboursement si l'attestation d'aide et de soin ne leur est pas transmise. Ils tiennent à disposition de l'Agence une copie sous format papier ou dématérialisée de ces attestations.
§ 2. Dans les limites fixées par les conventions telles que visées à l'article 43/2, alinéa 1er, 11° et 12°, des acomptes peuvent être perçus par les dispensateurs d'aide et de soins pour les prestations à effectuer ou à fournir. Dans tous les cas, les acomptes perçus en application de l'alinéa 1er, donnent lieu à la délivrance d'un reçu au bénéficiaire wallon.
§ 3. Les dispensateurs d'aide et de soins ainsi que les personnes effectuant des prestations donnant lieu - au moins pour l'une d'entre elles - à l'intervention de l'assurance protection sociale wallonne, sont tenus de remettre au bénéficiaire des prestations un document justificatif lorsque :
des montants autres que ceux liés à l'intervention de l'assurance protection sociale wallonne sont portés en compte;
la transmission de l'attestation de soins est réalisée de manière dématérialisée à l'organisme assureur wallon du bénéficiaire wallon.
§ 4. Les organismes assureurs wallons adressent annuellement aux bénéficiaires wallons un récapitulatif des prestations et interventions prévues à l'article 43/7 portant au minimum sur les prestations et interventions accordées dans le cadre du régime du tiers payant.
§ 5. Le Gouvernement fixe les modalités d'application du présent article.]1

Art. 43/16. [1 § 1. De voorwaarden voor de facturering van de in artikel 43/7 bedoelde prestaties en tussenkomsten worden ondergeschikt gemaakt aan het sluiten van een overeenkomst, zoals bedoeld in artikel 43/2, eerste lid, 11° en 12°, die door de Regering goedgekeurd wordt.
Het eerste lid betreft de door de Regering opgesomde prestaties en tussenkomsten niet.
§ 2. Voor elke prestatie en tussenkomst bedoeld in artikel 43/7 bepaalt de Regering, in voorkomend geval, de bevoegde Commissie die bedoeld is:
in artikel 10 van dit Wetboek voor de branche "Welzijn en Gezondheid";
in de artikelen 23 en 24 van dit Wetboek voor de gemeentelijke overeenkomsten met meerdere branches.
§ 3. De Regering bepaalt de periodiciteit van de facturering.]1

Art. 43/16. [1 § 1er. Les conditions de facturation des prestations et interventions prévues à l'article 43/7 sont subordonnées à la conclusion d'une convention, telle que prévue à l'article 43/2, alinéa 1er, 11° et 12°, approuvée par le Gouvernement.
L'alinéa 1er ne concerne pas les prestations et interventions énumérées par le Gouvernement.
§ 2. Pour chaque prestation et intervention prévues à l'article 43/7, le Gouvernement détermine, le cas échéant, la Commission compétente visée :
à l'article 10 du présent Code pour la branche " Bien-être et Santé ";
aux articles 23 et 24 du présent Code pour les conventions communes à plusieurs branches.
§ 3. Le Gouvernement fixe la périodicité de la facturation.]1

Art. 43/17. [1 § 1. De verwerking van persoonsgegevens in het kader van de Waalse verzekering sociale bescherming stemt op elk ogenblik overeen met de reglementering inzake privé-leven en bescherming van gegevens, met inbegrip van:
Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens;
de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.
§ 2. De Waalse verzekeringsinstellingen verzamelen en verwerken de persoonsgegevens en wisselen ze onder elkaar uit met het oog op de bescherming van het privéleven van de Waalse rechthebbenden, en dit, overeenkomstig:
artikel 5, eerste lid, van de wet van 8 december 1992;
artikel 7, § 2, c) van de wet van 8 december 1992 indien het om gegevens betreffende de gezondheid betreft.
De Waalse verzekeringsinstellingen beperken de verzameling en de verwerking van deze gegevens tot wat nodig is in het kader van de Waalse verzekering sociale bescherming.
§ 3. Overeenkomstig artikel 36bis van de wet van 8 december 1992 vragen het Agentschap en de Waalse verzekeringsinstellingen de nodige vergunningen voor de toegang tot de persoonlijke gegevens en de verwerking ervan uit bronnen van externe gegevens.
§ 4. De Regering bepaalt de maximale bewaringsduur van de in § 1 bedoelde gegevens.
§ 5. De gegevens betreffende de Waalse verzekering sociale bescherming worden op gedematerialiseerde wijze op de datum en volgens de modaliteiten bepaald door de Regering uitgewisseld.
De wederzijdse en onvoorwaardelijke verplichting tot uitwisseling van de integraliteit van de beschikbare gegevens via het plateform eHealth wordt geregeld bij een samenwerkingsakkoord tussen de federale overheid en de bevoegde deelgemeenschappen.
§ 6. De in artikel 43/3, § 1, 1°, bedoelde Waalse gewestelijke maatschappijen van onderlinge bijstand sluiten zich aan bij het Kruispuntbank van de sociale zekerheid als instellingen van sociale zekerheid in de zin van artikel 2, eerste ld, 2°, b), van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid.
§ 7. De mededelingen van gegevens tussen de Waalse verzekeringsinstellingen en de zorg- en hulpverleners worden van een omkadering voorzien door een geschikte dienstenintegrator en de technische en administratieve bescherming van deze gegevensstromen wordt gecontroleerd door een onafhankelijk toezichtcomité.
De Regering wijst de geschikte dienstenintegrator en het toezichtcomité.]1

Art. 43/17. [1 § 1er. Le traitement des données à caractère personnel dans le cadre de l'assurance protection sociale wallonne est, à tout moment, conforme à la réglementation en vigueur en matière de vie privé et de protection des données, en ce compris :
au règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation des données;
à la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements des données à caractère personnel.
§ 2. Les organismes assureurs wallons collectent et traitent les données à caractère personnel, et les échangent entre eux dans le souci de la protection de la vie privée des bénéficiaires wallons, et ce en application :
de l'article 5, alinéa 1er, de la loi du 8 décembre 1992;
de l'article 7, § 2, c), de la loi du 8 décembre 1992, s'agissant des données de santé.
Les organismes assureurs wallons limitent la collecte et le traitement de ces données à ce qui est nécessaire dans le cadre de l'assurance protection sociale wallonne.
§ 3. L'Agence et les organismes assureurs wallons demandent, en application de l'article 36bis de la loi du 8 décembre 1992, les autorisations nécessaires pour l'accès à des données personnelles et à leur traitement provenant de sources de données externes.
§ 4. Le Gouvernement détermine la durée maximale de conservation des données visées au paragraphe 1er.
§ 5. Les données relatives à l'assurance protection sociale wallonne sont échangées de manière dématérialisée à la date et selon les modalités fixées par le Gouvernement.
L'obligation réciproque et inconditionnelle d'échanger l'intégralité des données disponibles par le biais de la plateforme eHealth est réglée par un accord de coopération entre l'autorité fédérale et les collectivités fédérées compétentes.
§ 6. Les sociétés mutualistes régionales wallonnes visées à l'article 43/3, § 1er, 1°, adhèrent à la Banque-carrefour de la sécurité sociale en tant qu'institutions de sécurité sociale au sens de l'article 2, alinéa 1er, 2°, b), de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-carrefour de sécurité sociale.
§ 7. Les communications de données entre les organismes assureurs wallons et les dispensateurs d'aide et de soins sont encadrées par un intégrateur de services adéquat et la protection technique et administrative de ces flux de données sera contrôlée par un comité de surveillance indépendant.
Le Gouvernement désigne l'intégrateur de services adéquat et le comité de surveillance.]1

Art. 43/18. [1 De artikelen 7, 8 en 163bis van de wet van 14 juli 1994 zijn van toepassing op het Agentschap alsook op de Waalse verzekeringsinstellingen.]1
Art. 43/18. [1 Les articles 7, 8 et 163bis de la loi du 14 juillet 1994 sont applicables à l'Agence ainsi qu'aux organismes assureurs wallons.]1
Art. 43/19. [1 In alle gevallen waarin dit Boek alsook de uitvoeringsbesluiten ervan en verordeningen voorzien dat papieren documenten worden gezonden of betalingen worden verricht aan het hoofdverblijf, wordt gebruik gemaakt van de informatie betreffende het hoofdverblijf bedoeld in artikel 3, eerste lid, 5°, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.
Van de verplichting bedoeld in het eerste lid kan nochtans afgeweken worden op schriftelijk verzoek van de betrokkene.]1

Art. 43/19. [1 Dans tous les cas où le présent Livre ainsi que ses arrêtés d'exécution et règlements prévoient que des documents papiers sont envoyés ou des paiements sont effectués à la résidence principale, il est fait usage de l'information relative à la résidence principale visée à l'article 3, alinéa 1er, 5°, de la loi du 8 août 1983 organisant un Registre national des personnes physiques.
Il peut toutefois être dérogé à l'obligation visée à l'alinéa 1er sur demande écrite de l'intéressé.]1

Art. 43/20. [1 § 1. Degene die ten gevolge van een vergissing of fraude ten onrechte uitkeringen van de Waalse sociale zekerheid heeft ontvangen, is verplicht de waarde ervan terug te betalen aan de Waalse verzekeringsinstelling die ze heeft betaald.
De in het eerste lid bedoelde toepassingsmodaliteiten worden door de Regering bepaald.
§ 2. Alle terugvorderingen van betaling verricht overeenkomstig § 1 komen in aanmerking voor het voorrecht bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de hypotheekwet van 16 december 1851]1

Art. 43/20. [1 § 1er. Celui qui, par suite d'erreur ou de fraude, a reçu indûment des prestations de l'assurance protection sociale wallonne, est tenu au remboursement de leur valeur à l'organisme assureur wallon qui les a payées.
Les modalités d'application de l'alinéa 1er sont définies par le Gouvernement.
§ 2. Toutes les récupérations de paiement effectuées en application du § 1er bénéficient du privilège visé à l'article 19, 4°, alinéa 1er, de la loi hypothécaire du 16 décembre 1851.]1

Art. 43/21. [1 § 1. Wanneer de Raad van de Controledienst voor de ziekenfondsen of de Algemene Raad van het Agentschap vaststelt dat een Waalse maatschappij van onderlinge bijstand haar verplichtingen uit hoofde van respectievelijk de wet van 6 augustus 1990 of boek IIIter van het decreetgevend Wetboek niet nakomt, kan hij, bij met redenen omklede beslissing, naar gelang van de aard en de ernst van de overtreding, beslissen om één of meerdere van de volgende maatregelen te nemen:
het beëindigen van de vastgestelde laakbare gedragingen en de regularisatie van de toestand binnen een door haar vastgestelde termijn eisen;
een administratieve boete bedoeld respectievelijk in § 2 of 3 uitspreken;
overeenkomstig de modaliteiten bedoeld in artikel 61 van de wet van 6 augustus 1990 een bijzonder commissaris benoemen, wiens bezoldiging vastgesteld wordt door de Controledienst voor de ziekenfondsen of het Agentschap en ten laste is van de Waalse maatschappij van onderlinge bijstand.
De Algemene Raad van het Agentschap kan beslissen om dezelfde maatregelen ten opzichte van de andere Waalse verzekeringsinstellingen te nemen wanneer ze de verplichtingen die ze hebben overeenkomstig en in uitvoering van Boek IIIter van het decreetgevend Wetboek en het met de Regering gesloten contract niet naleven.
§ 2. De Raad van de Controledienst voor de ziekenfondsen spreekt de administratieve sancties bedoeld in de artikelen 60, eerste lid, 1°, 60bis, leden 5, 3°, 4°, 6° et 7°, en 6, 3° en 60ter, tweede lid, van de wet van 6 augustus 1990 uit ten opzichte van de Waalse maatschappijen van onderlinge bijstand.
§ 3. De Algemene Raad van het Agentschap spreekt ten opzichte van de Waalse verzekeringsinstellingen de volgende administratieve sancties uit:
de administratieve sanctie bedoeld in artikel 60ter, 2, tweede lid, van de wet van 6 augustus 1990;
een boete van 625 tot 1250 euro wanneer de Waalse verzekeringsinstelling de in artikel 43/4 van dit Wetboek bedoelde controle belemmert;
een boete van 125 tot 250 euro wanneer de gegevens met de authentieke bron niet overeenstemmen of de informatie niet bevatten die nodig is voor de volledige identificatie van de prestaties en van de zorg- en hulpverleners die ze hebben verricht, en, dit telkens als het Agentschap daarom verzoekt;
een boete van 625 tot 1250 euro wanneer de Waalse verzekeringsinstelling de boekhouddocumenten bedoeld in de artikelen 10/5, § 2, 10/9 van het reglementair deel van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid niet binnen de voorgeschreven termijnen overmaakt;
een boete van 625 tot 1250 euro wanneer de Waalse verzekeringsinstelling ondanks een schriftelijke waarschuwing de vastgestelde tekortkomingen betreffende het beheer van de dossiers binnen een termijn van twaalf maanden niet oplost;
een boete van 31,75 tot 62,50 euro of van 62,50 tot 125 euro wanneer de Waalse verzekeringsinstelling de verjaring niet geschorst heeft voor de terugvordering van de onverschuldigde betalingen van respectievelijk 151 euro of meer dan 1250 euro;
een boete van 15 tot 250 euro per geval van niet-inschrijving wanneer de Waalse verzekeringsinstelling binnen een termijn van twee maanden niet bewezen heeft dat het bedrag van het onverschuldigde bedrag of van de boete niet ten laste is gelegd van de bestuurkosten;
een boete van 62,50 tot 125 euro per bedrag wanneer de Waalse verzekeringsinstelling bedragen op de lijst van de daadwerkelijk teruggevorderde bedragen opgenomen heeft, die daar niet op moeten staan;
een boete van 125 euro per Waalse rechthebbende of per zorgverlener wanneer de Waalse verzekeringsinstelling door schuld, vergissing of nalatigheid aan een Waalse verzekerde zorg- en hulpverlener onverschuldigde of te hoge uitkeringen heeft betaald of voldoende bijdragen heeft ontvangen;
10° een boete van 62,50 tot 125 euro per verzekerde of geval van onjuiste toekenning of handhaving wanneer de Waalse verzekeringsinstelling binnen een termijn van zes maanden niet bewezen heeft dat het lidmaatschap of de inschrijving van een verzekerde in een onjuiste hoedanigheid geregulariseerd is;
11° een boete van 62.50 tot 125 euro per verzekerde of zorgverlener wanneer de Waalse verzekeringsinstelling door schuld, vergissing of nalatigheid heeft nagelaten een uitkering van de Waalse verzekering sociale bescherming te betalen of een kleiner bedrag dan het onverschuldigd bedrag heeft betaald;
12° een boete van 625 tot 1250 euro wanneer de Waalse verzekerde de in het Kruispuntbank van de sociale zekerheid op te nemen gegevens niet overgemaakt heeft, en dit, telkens als het Agentschap daarom verzoekt.
De Algemene Raad kan beslissen:
om een boete van een bedrag kleiner dan minstens 50 % van het voorziene bedrag op te leggen indien er verzachtende omstandigheden bestaan;
de uitvoering van de betaling van de boete uit te stellen indien geen boete van dezelfde aard niet uitgesproken is tegen de Waalse verzekeringsinstelling binnen de twee voorafgaande jaar.
Het proces-verbaal tot vaststelling van de overtredingen wordt bij aangeketend schrijven binnen dertig dagen na de vaststelling van de overtreding aan de betrokkene meegedeeld; in dit proces-verbaal wordt de betrokkene erom verzocht zijn verweermiddelen mede te delen binnen twee maanden na ontvangst van het schrijven via een verzending die vaste datum verleent.
De beslissing wordt aan de betrokken Waalse verzekeringsinstelling meegedeeld bij aangetekend schrijven dat als ontvangen wordt beschouwd op de derde werkdag na de verzending.
Het bedrag van de boete moet binnen drie maanden uitbetaald worden.
Wanneer de Waalse verzekeringsinstelling verzuimt de boete te betalen, wordt de beslissing aan de Regering overgemaakt wanneer deze sanctie niet betwist is of in kracht van gewijsde is getreden teneinde het bedrag van de boete terug te vorderen.]1

Art. 43/21. [1 § 1er. Lorsque le Conseil de l'Office de contrôle des mutualités ou le Conseil général de l'Agence constate qu'une société mutualiste régionale wallonne ne respecte pas les obligations qui lui incombent en application et en exécution - respectivement - de la loi du 6 août 1990 ou du Livre IIIter du Code décrétal, il peut, par décision motivée, en fonction de la nature et de la gravité de l'infraction, décider de prendre une ou plusieurs des mesures suivantes :
exiger la cessation de l'agissement répréhensible constaté et la régularisation de la situation dans un délai qu'il fixe;
prononcer une amende administrative visée - respectivement - au paragraphe 2 ou 3;
nommer, conformément aux modalités visées à l'article 61 de la loi du 6 août 1990, un commissaire spécial dont la rémunération est fixée par l'Office de contrôle des mutualités ou l'Agence et supporté par la société mutualiste régionale wallonne.
Le Conseil général de l'Agence peut décider de prendre les mêmes mesures à l'égard des autres organismes assureurs wallons lorsqu'ils ne respectent pas les obligations qui leur incombent en application et en exécution du Livre IIIter du Code décrétal et du contrat conclu avec le Gouvernement.
§ 2. Le Conseil de l'Office de contrôle des mutualités prononce à l'égard des sociétés mutualistes régionales wallonnes les sanctions administratives visées aux articles 60, alinéa 1er, 1°, 60bis, alinéas 5, 3°, 4°, 6° et 7°, et 6, 3°, et 60ter, alinéa 2, de la loi du 6 août 1990.
§ 3. Le Conseil général de l'Agence prononce, à l'égard des organismes assureurs wallons, les sanctions administratives suivantes :
la sanction administrative visée à l'article 60ter, alinéa 2, de la loi du 6 août 1990;
une amende de 625 à 1.250 euros lorsque l'organisme assureur wallon entrave le contrôle visé à l'article 43/4 du présent Code;
une amende de 125 à 250 euros, lorsque les données ne correspondent pas avec la source authentique ou ne contiennent pas les informations nécessaires à l'identification complète des prestations et des dispensateurs d'aide et de soins qui les ont réalisées et ce, chaque fois que l'Agence le demande;
une amende 625 à 1.250 euros lorsque, l'organisme assureur wallon ne transmet pas dans les délais impartis les documents comptables visés aux articles 10/5, § 2, 10/6, § 2, et 10/7 du Code réglementaire wallon de l'Action sociale et de la Santé;
une amende de 625 à 1.250 euros lorsque, malgré un avertissement écrit, l'organisme assureur wallon ne solutionne pas, dans un délai de douze mois, les manquements constatés relatifs à la gestion des dossiers;
une amende de 31,75 à 62,50 euros ou de 62,50 à 125 euros lorsque l'organisme assureur wallon n'a pas interrompu la prescription pour la récupération de paiements indus d'un montant de, respectivement 151 euros ou plus de 1.250 euros;
une amende de 125 à 250 euros par cas de non-inscription lorsque l'organisme assureur wallon n'a pas, dans un délai de deux mois, apporté la preuve que le montant de l'indu ou de l'amende a été mis à charge des frais d'administration;
une amende de 62,50 à 125 euros par montant, lorsque l'organisme assureur wallon a inscrit sur la liste des montants effectivement récupérés des montants qui n'ont pas à s'y trouver;
une amende de 125 euros par assuré wallon ou prestataire de soins lorsque l'organisme assureur wallon a, par faute, erreur ou négligence, payé à un assuré wallon ou un dispensateur d'aide et de soins des prestations indues ou trop élevées ou a perçu des cotisations suffisantes;
10° une amende de 62,50 à 125 euros par assuré ou cas d'octroi ou maintien erroné, lorsque l'organisme assureur wallon n'a pas apporté la preuve, dans un délai de six mois, que l'affiliation ou l'inscription d'un assuré dans une qualité erronée a été régularisée;
11° une amende de 62,50 à 125 euros par assuré ou prestataire de soins lorsque, par erreur, faute ou négligence, l'organisme assureur wallon a omis de payer une prestation de l'assurance protection sociale wallonne ou a payé un montant inférieur au montant dû;
12° une amende de 625 à 1.250 euros lorsque l'organisme assureur n'a pas transmis les données à intégrer à la Banque carrefour de la sécurité sociale, et ce chaque fois que l'Agence en fait la demande.
Le Conseil général peut décider :
d'infliger une amende d'un montant inférieur, d'un minimum de 50 % du montant prévu, s'il existe des circonstances atténuantes;
de surseoir à l'exécution du paiement de l'amende si aucune amende de même nature n'a été prononcée à l'encontre de l'organisme assureur wallon dans les deux années qui précèdent.
Le procès-verbal constatant les infractions est notifié à l'intéressé par courrier recommandé dans un délai de trente jours à compter du jour qui suit la constatation de l'infraction et invite l'intéressé à faire valoir ses moyens de défense dans les deux mois suivant la réception du courrier par le biais d'un envoi conférant date certaine.
La décision est notifiée à l'organisme assureur wallon visé par courrier recommandé considéré comme reçu le troisième jour ouvrable qui suit l'envoi.
Le montant de l'amende doit être acquitté dans un délai de trois mois.
Lorsque l'organisme assureur wallon reste en défaut de payer l'amende, la décision est transmise au Gouvernement lorsque cette sanction n'a pas été contestée ou est coulée en force de chose jugée, en vue de recouvrer le montant de l'amende.]1

Art. 43/22. [1 De volgende administratieve sancties worden uitgesproken tegen de zorg- en hulpverleners:
een boete die gelijk is aan driemaal het bedrag van de overschrijding met een minimum van 125 euro voor de zorg- en hulpverleners die de overeenkomsten hebben gesloten die de vastgestelde prijzen en vergoedingen niet nakomen;
een boete van 62,50 tot 125 euro voor de zorg- en hulpverleners die de Waalse verzekeringsinstellingen niet op de hoogte brengen van hun instemming met of weigering van instemming met de overeenkomsten die ze betreffen;
een boete van 500 tot 125 euro per onjuist vastgesteld zorgattest;
een boete van 125 tot 250 euro voor de zorg- en hulpverleners die op enigerlei wijze de controle op de naleving van de wetgeving en reglementering van de Waalse verzekering sociale bescherming belemmeren.]1

Art. 43/22. [1 Les sanctions administratives suivantes sont prononcées à l'encontre des dispensateurs d'aide et de soins :
une amende correspondant au triple du montant du dépassement avec un minimum de 125 euros pour les dispensateurs d'aide et de soins ayant adhéré aux conventions qui ne respectent pas les prix et honoraires fixés;
une amende de 62,50 à 125 euros pour les dispensateurs d'aide et de soins qui n'informent pas les bénéficiaires wallons de leur adhésion ou refus d'adhésion aux conventions qui les concernent;
une amende de 500 à 125 euros par attestation de soins établie erronément;
une amende de 125 à 250 euros pour les dispensateurs d'aide et de soins qui, d'une quelconque manière, entravent le contrôle portant sur le respect de la législation et réglementation de l'assurance protection sociale wallonne.]1

Art. 43/23. [1 § 1. Een administratieve boete van minimum 50 euro en maximum 500 euro wordt uitgesproken tegen de Waalse verzekerde die op basis van een valse verklaring of een vals document, ten onrechte prestaties of tussenkomsten het kader van de Waalse sociale bescherming heeft ontvangen.
§ 2. Het Agentschap kan beslissen om de uitvoering van deze administratieve geldboete geheel of gedeeltelijk op te schorten tijdens een periode van twee jaar na de datum van de uitspraak, indien geen administratieve boete in de loop van het voorgaande jaar op het moment van de uitspraak van aan de Waalse rechthebbende is opgelegd. Indien de Waalse verzekerde tijdens deze termijn van twee jaar een nieuwe overtreding pleegt, worden de sanctie die het voorwerp heeft uitgemaakt van de schorsing en de sanctie die uit deze nieuwe overtreding voortvloeit gecumuleerd.
Bij samenloop van verschillende overtredingen worden de sancties gecumuleerd.
§ 3. Het proces-verbaal tot vaststelling van de overtredingen wordt bij aangeketend schrijven binnen veertien dagen na de vaststelling van de overtreding aan de betrokkene meegedeeld; in dit proces-verbaal wordt de betrokkene erom verzocht zijn verweermiddelen mede te delen binnen veertien dagen na ontvangst van het schrijven via een verzending die vaste datum verleent.
De beslissing wordt aan de betrokkene meegedeeld bij aangetekend schrijven dat als ontvangen wordt beschouwd op de eerste werkdag na de verzending.
Het bedrag van de boete moet binnen drie maanden uitbetaald worden.
Wanneer de Waalse verzekeringsinstelling verzuimt de boete te betalen, wordt de beslissing aan de Regering overgemaakt wanneer deze sanctie niet betwist is of in kracht van gewijsde is getreden teneinde het bedrag van de boete terug te vorderen.]1

Art. 43/23. [1 § 1er. Une amende administrative de minimum 50 euros et de maximum 500 euros est prononcée contre le bénéficiaire wallon qui, sur la base d'une fausse déclaration ou d'un faux document, a bénéficié indument de prestations ou interventions dans le cadre de l'assurance protection sociale wallonne.
§ 2. L'Agence peut décider de surseoir à statuer - en tout ou en partie - à l'exécution de cette amende administrative pendant un délai de deux ans suivant la date du prononcé si aucune amende administrative n'a été infligée au bénéficiaire wallon l'année précédente au moment du prononcé de cette décision. Si le bénéficiaire wallon commet une nouvelle infraction durant ce délai de deux ans, la sanction ayant fait l'objet du sursis et la sanction découlant de cette nouvelle infraction sont cumulées.
En cas de concours de plusieurs infractions, les sanctions sont cumulées.
§ 3. Le procès-verbal constatant les infractions est notifié à l'intéressé par courrier recommandé dans un délai de quatorze jours à compter du jour qui suit la constatation de l'infraction et invite l'intéressé à faire valoir ses moyens de défense dans les quatorze jours suivant la réception du courrier par le biais d'un envoi conférant date certaine.
La décision est notifiée à l'intéressé par courrier recommandé considéré comme reçu le jour ouvrable qui suit l'envoi.
Le montant de l'amende doit être acquitté dans un délai de trois mois.
Lorsque le bénéficiaire wallon reste en défaut de payer l'amende, la décision est transmise au Gouvernement lorsque cette sanction n'a pas été contestée ou est coulée en force de chose jugée, en vue de recouvrer le montant de l'amende.]1

Art. 43/24. [1 De in dit Deel bedoelde administratieve sancties kunnen alleen uitgesproken worden indien het openbaar Ministerie acht dat geen strafrechtelijke vervolging ingesteld moet worden of dat de artikelen 216bis en 216ter van het Wetboek van Strafvordering niet moeten worden toegepast.
De in dit Deel bedoelde overtredingen worden opgespoord, vastgesteld en bestraft overeenkomstig het sociaal strafwetboek.
In het kader van zijn opdrachten beschikt de Algemene Raad van het Agentschap over de bevoegdheden bedoeld in de artikelen 23 tot 39 van het sociaal strafwetboek.
De opbrengst van de in dit Deel bedoelde administratieve sancties wordt aan het Agentschap gestort.]1

Art. 43/24. [1 Les sanctions administratives visées dans la présente Partie peuvent uniquement être prononcées si le ministère public estime qu'aucune poursuite pénale ne doit être entreprise ou qu'il ne doit pas être fait application des articles 216bis et 216ter du Code d'instruction criminelle.
Les infractions visées dans la présente Partie sont recherchées, constatées et sanctionnées conformément au Code pénal social.
Le Conseil général de l'Agence dispose, dans le cadre de ses missions, des pouvoirs visés aux articles 23 à 39 du Code pénal social.
Le produit des amendes administratives visées dans la présente Partie est versé à l'Agence.]1

Art. 43/25. [1 § 1. De vordering tot betaling:
van de in dit Boek bedoelde prestaties en tussenkomsten verjaart twee jaar na het einde van de maand waarin de zorg of bijstand is verstrekt, ongeacht of deze prestaties al dan niet in het kader van de derdebetalersregeling zijn betaald;
van sommen welke de betaling voor de prestaties en tussenkomsten, die verleend is, tot een hoger bedrag zouden opvoeren, verjaart twee jaar na het einde van de maand waarin die betaling is gedaan;
De vordering tot terugvordering van de waarde van de ten onrechte verleende prestaties en tussenkomsten verjaart twee jaar na het einde van de maand waarin die prestaties zijn vergoed.
De tekortkomingen gepleegd:
door de Waalse verzekeringsinstellingen die aanleiding geven tot een administratieve sanctie, verjaren twee jaar na het einde van de maand waarin ze zijn gepleegd;
door de Waalse rechthebbenden die aanleiding geven tot een administratieve sanctie, verjaren vijf jaar na het einde van de maand waarin de tekortkoming is gepleegd.
De vordering tot terugbetaling van de ten onrechte betaalde persoonlijke bijdragen die bedoeld zijn in artikel 43/9, verjaart twee jaar na het einde van de maand waarop ze betrekking hebben.
De in het tweede lid bedoelde verjaringstermijn bedraagt vijf jaar als het ten onrechte verlenen van prestaties en tussenkomsten het gevolg zou zijn van bedrieglijke handelingen waarvoor hij wie ze tot baat strekten, verantwoordelijk is.
§ 2. Van de in het eerste lid bedoelde verjaringen mag niet worden afgezien.
§ 3. De in dit artikel bedoelde verjaringen worden gestuit bij een aangetekend schrijven, een elektronisch schrijven of bij elke verzending die vaste datum verleent, waarin de bedoelde geneeskundige verstrekkingen worden vermeld.
De stuiting van de verjaring kan worden verlengd.
§ 4. De in § 1 bedoelde verjaringen worden wegens overmacht geschorst.]1

Art. 43/25. [1 § 1er. L'action relative au paiement :
des prestations et interventions prévues par le présent Livre se prescrit par deux ans à compter de la fin du mois au cours duquel les soins ou l'aide ont été fournis, que ces prestations aient été payées ou non selon le régime du tiers payant;
des sommes qui porteraient à un montant supérieur le paiement des prestations et interventions qui a été accordé se prescrit par deux ans à compter de la fin du mois au cours duquel ce paiement a été effectué.
L'action en récupération de la valeur des prestations et interventions indûment octroyées se prescrit par deux ans, à compter de la fin du mois au cours duquel ces prestations ont été remboursées.
Les manquements commis :
par les organismes assureurs wallons donnant lieu à une sanction administrative se prescrivent par deux ans, à compter de la fin du mois au cours duquel elles ont été commises;
par les bénéficiaires wallons donnant lieu à une sanction administrative se prescrivent par cinq ans à compter du jour où le manquement a été commis.
L'action en remboursement des cotisations personnelles visées à l'article 43/9, payées indument, se prescrit par deux ans à compter de la fin du mois auquel elles se rapportent.
Le délai de prescription visé à l'alinéa 2 est porté à cinq ans dans le cas où l'octroi indu de prestations et interventions est provoqué par des manoeuvres frauduleuses dont est responsable celui qui en a profité.
§ 2. Il ne peut être renoncé au bénéfice des prescriptions visées à l'alinéa 1er.
§ 3. Les prescriptions prévues au présent article sont interrompues par un envoi recommandé, un courrier électronique ou tout envoi conférant date certaine, précisant les prestations de santé visées.
L'interruption de la prescription peut être renouvelée.
§ 4. Les prescriptions visées au paragraphe 1er sont suspendues pour cause de force majeure.]1

Art. 43/26. [1 § 1. Onverminderd de bepalingen inzake Europees vrij verkeer alsook de bepalingen voortvloeiend uit de bilaterale overeenkomsten inzake sociale zekerheid komen de Waalse verzekeringsinstellingen alleen in de paritaire opdrachten bedoeld in de artikelen 43/7 en 43/8 tegemoet voor de aan de Waalse verzekerde toegekende uitkeringen en tegemoetkomingen.
§ 2. In afwijking van § 1 komen de Waalse verzekeringsinstellingen tegemoet in de kosten van de in de artikelen 43/7, eerste lid, 2°, bedoelde prestaties die ten gunste van de Waalse rechthebbenden zijn verricht.
§ 3. Het Gewest sluit een overeenkomst met de deelentiteiten bevoegd voor de in artikel 43/7 bedoelde geneeskundige verstrekkingen teneinde:
te zorgen voor de tegemoetkoming van de Waalse verzekering sociale bescherming voor het geheel van de aan de Waalse verzekerde toegekende prestaties en tussenkomsten en, dit, ongeacht het grondgebied waarop de prestatie of de tussenkomst op het Belgische grondgebied is verstrekt;
de bedragen gestort voor de Waalse rechthebbenden die geen Waalse verzekerden zijn, terug te vorderen.]1

Art. 43/26. [1 § 1er. Sans préjudice des dispositions en matière de libre circulation européenne ainsi que celles découlant des conventions bilatérales en matière de sécurité sociale, les organismes assureurs wallons interviennent uniquement dans les missions paritaires visées aux articles 43/7 et 43/8 pour les prestations et interventions octroyées aux assurés wallons.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, les organismes assureurs wallons interviennent, dans les prestations visées à l'article 43/7, alinéa 1er, 2°, effectuées en faveur des bénéficiaires wallons.
§ 3. La Région conclut un accord avec les entités fédérées compétentes pour les prestations de santé visées à l'article 43/7, en vue :
d'assurer l'intervention de l'assurance protection sociale wallonne à l'ensemble des prestations et interventions accordées aux assurés wallons et ce, quel que soit le territoire sur lequel la prestation ou l'intervention a été fournie sur le territoire belge;
de récupérer les montants versés pour les bénéficiaires wallons qui ne sont pas des assurés wallons.]1

Art. 43/27. [1 De Regering of de door haar aangewezen afgevaardigde werkt de verordeningen uit betreffende met name de voorwaarden m.b.t. de opening tot het recht op de uitkeringen van de Waalse verzekering sociale bescherming en bepaalt de voorwaarden waaraan de terugbetaling van de in artikel 43/7 bedoelde prestaties en tussenkomsten ondergeschikt wordt gemaakt.
De Regering of de door haar aangewezen afgevaardigde bepaalt de procedure tot aanneming of wijziging van deze verordening.]1

Art. 43/27. [1 Le Gouvernement ou le délégué qu'il désigne élabore les règlements concernant, notamment, les conditions d'ouverture du droit aux prestations de l'assurance protection sociale wallonne et fixe les conditions auxquelles est subordonné le remboursement des prestations et interventions visées à l'article 43/7.
Le Gouvernement ou le délégué qu'il désigne détermine la procédure d'adoption et de modification de ce règlement.]1

Art. 43/28. [1 § 1. Volgens de modaliteiten die door de Regering overeenkomstig artikel 43/11 zijn voorzien, vorderen de Waalse verzekeringsinstellingen de in artikel 43/7 bedoelde prestaties en tussenkomsten die door hen zijn betaald, bij het Agentschap terug ten gunste van hun leden of van de ingeschreven personen.
§ 2. Voor de personen die niet worden gedekt door een Waalse verzekeringsinstelling bepaalt de Regering specifieke factureringsmodaliteiten, met inbegrip van de waarde van de bedragen aangerekend voor de in artikel 43/7 bedoelde prestaties en tussenkomsten.
De waarde van de in het kader van het eerste lid aangerekende bedragen zijn niet hoger dan de waarde van de prestaties en tussenkomsten die ten laste zijn gelegd van de Waalse verzekerden.]1

Art. 43/28. [1 § 1er. Les organismes assureurs wallons récupèrent auprès de l'Agence les prestations et interventions visées à l'article 43/7, payées par eux au bénéfice de leurs affiliés ou des personnes inscrites, selon les modalités prévues par le Gouvernement en application de l'article 43/11.
§ 2. Pour les personnes qui ne relèvent pas d'un organisme assureur wallon, le Gouvernement définit des modalités spécifiques de facturation, y compris la valeur des montants portés en compte pour les prestations et interventions visées à l'article 43/7.
La valeur des montants portés en compte dans le cadre de l'alinéa précédent ne sont pas supérieurs à la valeur des prestations et des interventions portés à charge des assurés wallons.]1

Art. 43/29. [1 § 1. Wat betreft de prestaties verstrekt aan een Waalse rechthebbende die zich niet werkelijk op het Belgische grondgebied bevindt, of verstrekt buiten het Belgische grondgebied, is artikel 136, § 1, van de wet van 14 juli 1994 van toepassing op de Waalse verzekering sociale bescherming.
§ 2. De in artikel 43/7 bedoelde prestaties en tussenkomsten worden geweigerd wanneer de schade daadwerkelijk wordt vergoed krachtens een andere Belgische wetgeving, een buitenlandse wetgeving of het gemeen recht. Wanneer de krachtens bedoelde wetgeving of krachtens het gemeen recht toegekende sommen nochtans kleiner zijn dan de bedoelde uitkeringen, heeft de Waalse verzekerde recht op het verschil ten laste van het Agentschap.
Onverminderd de volgende leden worden de uitkeringen toegekend in afwachting dat de schade daadwerkelijk wordt vergoed krachtens een andere Belgische wetgeving, een buitenlandse wetgeving of het gemeen recht. In voorkomend geval bepaalt de Regering de compensatiemodaliteiten ten opzichte van het Agentschap.
De Waalse verzekeringsinstelling treedt rechtens in de plaats van de Waalse rechthebbende; deze indeplaatsstelling geldt, tot beloop van het bedrag van de verleende prestaties, voor het geheel van de sommen die krachtens een Belgische wetgeving, een buitenlandse wetgeving of het gemeen recht verschuldigd zijn en die de in lid 1 bedoelde schade geheel of gedeeltelijk vergoeden.
De overeenkomst die tot stand gekomen is tussen degene die schadeloosstelling verschuldigd is en de Waalse rechthebbende, kan niet tegen de Waalse verzekeringsinstelling worden aangevoerd zonder haar instemming.
Degene die schadeloosstelling verschuldigd is, verwittigt de Waalse verzekeringsinstelling van zijn voornemen om de Waalse rechthebbende schadeloos te stellen; hij maakt aan de Waalse verzekeringsinstelling, indien deze geen partij is, een kopij over van de tot stand gekomen akkoorden of gerechtelijke beslissingen. De verzekeringsmaatschappijen-burgerlijke aansprakelijkheid worden gelijkgesteld met degene die schadeloosstelling is verschuldigd.
Indien degene die schadeloosstelling verschuldigd is, nalaat de Waalse verzekeringsinstelling in te lichten overeenkomstig het vijfde lid, kan hij tegen laatstgenoemde de betalingen die hij verrichtte ten gunste van de Waalse rechthebbende niet aanvoeren.
De Waalse verzekeringsinstelling heeft een eigen recht van terugvordering van de verleende prestaties tegenover het Gemeenschappelijk waarborgfonds bedoeld in artikel 49 van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, in de gevallen bedoeld bij artikel 50 van diezelfde wet.
De schade, in de zin van deze bepaling, wordt niet geacht volledig vergoed te zijn als de uitkeringen voortvloeiend uit ziekte, letsels of functionele stoornissen het bedrag van de toegekende schadeloosstelling overtreffen.
De in dit decreet bedoelde uitkeringen zijn in dit geval terugvorderbaar van diegene die de schadevergoeding oorspronkelijk verschuldigd is of zijn verzekeraar, ongeacht of er dading is geweest of niet.
§ 3. De door de Waalse verzekering sociale bescherming gedekte prestaties en tussenkomsten mogen niet het voorwerp uitmaken van een tweede terugbetaling.
De Regering bepaalt wat verstaan moet worden onder "dubbele terugbetaling" en bepaalt de modaliteiten voor de terugvordering van het bedrag van de prestaties en tussenkomsten dat in overtreding van het eerste lid is geïnd.
Artikel 43/20, § 2, is van toepassing op de krachtens deze paragraaf uitgevoerde terugvorderingen.]1

Art. 43/29. [1 § 1er. S'agissant des prestations fournies à un bénéficiaire wallon ne se trouvant pas effectivement sur le territoire belge ou fournies en dehors du territoire belge, l'article 136, § 1er, de la loi du 14 juillet 1994 est applicable à l'assurance protection sociale wallonne.
§ 2. Les prestations et interventions visées à l'article 43/7 sont refusées lorsque le dommage est effectivement réparé en vertu d'une autre législation belge, d'une législation étrangère ou du droit commun. Toutefois, lorsque les sommes accordées en vertu de cette législation ou du droit commun sont inférieures aux prestations prévues, l'assuré wallon a droit à la différence à charge de l'Agence.
Sans préjudice des alinéas suivants, les prestations sont octroyées en attendant que le dommage soit effectivement réparé en vertu d'une autre législation belge, d'une législation étrangère ou du droit commun. Le Gouvernement détermine, le cas échéant, les modalités de compensation à l'égard de l'Agence.
L'organisme assureur wallon est subrogé de plein droit au bénéficiaire wallon; cette subrogation vaut, à concurrence du montant des prestations octroyées, pour la totalité des sommes qui sont dues en vertu d'une législation belge, d'une législation étrangère ou du droit commun et qui réparent partiellement ou totalement le dommage visé à l'alinéa 1er.
La convention intervenue entre le débiteur de la réparation et le bénéficiaire wallon n'est pas opposable à l'organisme assureur wallon sans l'accord de ce dernier.
Le débiteur de la réparation avertit l'organisme assureur wallon de son intention d'indemniser le bénéficiaire wallon et transmet à l'organisme assureur wallon, si celui-ci n'y est pas partie, une copie des accords ou décisions de justice intervenues. Les compagnies d'assurance responsabilité civile sont assimilées au débiteur de la réparation.
Si le débiteur de la réparation omet d'informer l'organisme assureur wallon conformément à l'alinéa 5, il ne peut opposer à celui-ci les paiements effectués en faveur du bénéficiaire wallon.
L'organisme assureur wallon possède un droit propre de poursuite en remboursement des prestations accordées contre le Fonds commun de garantie visé à l'article 49 de la loi du 9 juillet 1975 relative au contrôle des entreprises d'assurances, dans les cas visés à l'article 50 de cette même loi.
Le dommage, dans le sens de cette disposition, n'est pas censé être couvert complètement dans la mesure ou les prestations découlant d'une maladie, de lésions ou de troubles fonctionnels dépassent le montant du dédommagement octroyé.
Les prestations prévues par le présent décret peuvent dans ce cas être récupérées chez celui qui est initialement redevable du dédommagement ou son assureur, qu'il y ait eu transaction ou pas.
§ 3. Les prestations et interventions relevant de l'assurance protection sociale wallonne ne peuvent faire l'objet d'un double remboursement.
Le Gouvernement détermine ce qu'il y a lieu d'entendre par " double remboursement " et fixe les modalités de récupération du montant des prestations et interventions perçu en violation de l'alinéa 1er.
L'article 43/20, § 2, est applicable aux récupérations effectuées en vertu du présent paragraphe.]1

Art. 43/30. [1 Het Agentschap en de Waalse verzekeringsinstellingen treden in de rechten en plichten van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, enerzijds, en anderzijds van de landsbonden van ziekenfondsen, de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering en de Kas der geneeskundige verzorging van HR Rail, indien het gaat om de Waalse verzekering sociale bescherming.]1
Art. 43/30. [1 L'Agence et les organismes assureurs wallons succèdent aux droits et obligations de l'Institut national d'assurance maladie-invalidité d'une part, et d'autre part des unions nationales de mutualités, de la Caisse auxiliaire d'assurance maladie-invalidité et de la Caisse des soins de santé de HR Rail, s'agissant de l'assurance protection sociale wallonne.]1
Art. 43/31. [1 De in het kader van de Waalse verzekering sociale bescherming aangenomen administratieve rechtshandelingen moeten, op straffe van verval, binnen drie maanden na ontvangst ervan aan de bevoegde arbeidsrechtbank voorgelegd worden.
Wat de andere betwistingen betreffende de Waalse verzekering sociale bescherming betreft, moeten ze binnen twee jaar naar het betwiste feit of na de betwiste beslissing ingediend worden.]1

Art. 43/31. [1 Les actes juridiques administratifs adoptés dans le cadre de l'assurance protection sociale wallonne doivent, à peine de déchéance, être soumis au tribunal du travail compétent dans un délai de trois mois à compter de la date de leur réception.
S'agissant des autres contestations relatives à l'assurance protection sociale wallonne, elles doivent être introduites dans les deux ans qui suivent le fait ou la décision contestés.]1

Art. 43/31/1. [1 [2 De erkende Waalse regionale ziekenfondsen kunnen de volgende opdrachten uitvoeren voor de hele Waalse bevolking:
tijdens niet-epidemische periodes en volgens de behoeften vastgesteld door het Agentschap, ondersteunende diensten voor de preventie van ziekten die vallen onder preventieve geneeskundeprogramma's en preventiecampagnes georganiseerd door het Agentschap;
tijdens epidemieën en naargelang de behoeften die door het Agentschap worden vastgesteld, ondersteunende diensten verlenen voor de taken van de bewakingseenheid van het Agentschap voor infectieziekten met betrekking tot de opvolging van indexgevallen, de meldingen van contacten en de acties op het terrein met het oog op de sensibilisering voor de geldende profylactische maatregelen en de controle op de strikte naleving ervan.
De taken van de erkende Waalse regionale ziekenfondsen bedoeld in 1° en 2° worden bepaald door de Regering.
Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten verleent de Regering een subsidie aan het platform om de opdrachten bedoeld in artikel 418/6 te vervullen en om geheel of gedeeltelijk de volgende kosten te dekken:
de personeelskosten;
de werkingskosten.]2
]1

Art. 43/31/1. [1 [2 Les sociétés mutualistes régionales wallonnes reconnues peuvent remplir les missions suivantes auprès de l'ensemble de la population wallonne :
en période hors épidémie et selon les besoins identifiés par l'Agence, les prestations de soutien à la prévention des maladies faisant l'objet de programmes de médecine préventive et de campagnes de prévention organisés par l'Agence;
en période d'épidémie et selon les besoins identifiés par l'Agence, les prestations de soutien aux missions de la cellule de surveillance des maladies infectieuses de l'Agence relatives au suivi de cas index, de notifications de contacts et aux interventions de terrain ayant pour objectif la sensibilisation aux mesures de prophylaxies en vigueur ainsi qu'à la vérification de leur respect strict.
Les missions des sociétés mutualistes régionales wallonnes reconnues visées aux 1° et 2° sont définies par le Gouvernement.
Dans la limite des crédits budgétaires, le Gouvernement accorde une subvention aux sociétés mutualistes régionales reconnues permettant d'assurer les missions visées aux 1° et 2° et destinée à couvrir totalement ou partiellement :
les frais de personnel;
les frais de fonctionnement.]2
]1

Boek IIIquater. [1 [Tegemoetkoming voor hup aan bejaarden]1
Livre IIIIquater. [1 {Allocation pour l'aide aux personnes âgées-.]1
TITEL I. [1 Begripsomschrijvingen ]1
TITRE Ier. [1 Définitions ]1
Art. 43/32. [1 Voor de toepassing van dit Boek wordt verstaan onder:
de tegemoetkoming: de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden toegekend aan de gehandicapte persoon die ten minste 65 jaar oud is en bij wie een gebrek aan of een vermindering van zelfredzaamheid is vastgesteld;
de woonplaats: het adres dat is ingeschreven in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van een gemeente gelegen op het grondgebied van het Franse taalgebied;
de aanvrager: degene die een tegemoetkomingsaanvraag indient, die bij een Waalse verzekeringsinstelling is aangesloten of die bij de laatst bekende Waalse verzekeringsinstelling is aangesloten en die, in voorkomend geval door middel van een referentieadres in de zin van artikel 20, lid 3, van het koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister, op het grondgebied van het Franse taalgebied woont, onverminderd de bepalingen inzake het Europese vrije verkeer en de toepasselijke bilaterale verdragen inzake sociale zekerheid;
de Waalse verzekeringsinstellingen: de in artikel 43/3, § 1, bedoelde Waalse verzekeringsinstellingen;
de gecoördineerde wet van 14 juli 1994: de wet van 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en tegemoetkomingen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
de vertegenwoordiger: ofwel:
a) de wettelijke of rechterlijke vertegenwoordiger;
b) de mandataris;
c) de persoon met een onderhandse volmacht;
de administratieve dienst: elke dienst die informatie verstrekt aan de Waalse verzekeringsinstelling. ]1

ART. 43/32. [1 Pour l'application du présent livre, l'on entend par :
l'allocation : l'allocation pour l'aide aux personnes âgées accordée à la personne handicapée âgée d'au moins 65 ans dont le manque ou la réduction d'autonomie est établi;
le domicile : l'adresse inscrite au registre de la population ou au registre des étrangers d'une commune sise sur le territoire de la région de langue française;
le demandeur : la personne introduisant une demande d'allocation, affiliée à un organisme assureur wallon ou rattachée au dernier organisme assureur wallon connu et domiciliée, le cas échéant par le biais d'une adresse de référence au sens de l'article 20, § 3, de l'arrêté royal du 16 juillet 1992 relatif au registre de la population et au registre des étrangers, sur le territoire de la région de langue française et ce, sans préjudice des dispositions en matière de libre circulation européenne et des conventions bilatérales en matière de sécurité sociale applicables;
4 ° les organismes assureurs wallons : les organismes assureurs wallons visés à l'article 43/3, § 1er ;
la loi coordonnée du 14 juillet 1994 : la loi du 14 juillet 1994 relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités coordonnée le 14 juillet 1994;
le représentant : soit :
a) le représentant légal ou judiciaire;
b) le mandataire;
c) la personne disposant d'une procuration sous seing privé;
le service administratif : tout service qui fournit des informations à l'organisme assureur wallon.]1

Art.43/32 TOEKOMSTIG RECHT.
[1 Voor de toepassing van dit Boek wordt verstaan onder:
de tegemoetkoming: de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden toegekend aan de gehandicapte persoon die ten minste [2 de wettelijke pensioenleeftijd heeft bereikt]2 en bij wie een gebrek aan of een vermindering van zelfredzaamheid is vastgesteld;
de woonplaats: het adres dat is ingeschreven in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van een gemeente gelegen op het grondgebied van het Franse taalgebied;
de aanvrager: degene die een tegemoetkomingsaanvraag indient, die bij een Waalse verzekeringsinstelling is aangesloten of die bij de laatst bekende Waalse verzekeringsinstelling is aangesloten en die, in voorkomend geval door middel van een referentieadres in de zin van artikel 20, lid 3, van het koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister, op het grondgebied van het Franse taalgebied woont, onverminderd de bepalingen inzake het Europese vrije verkeer en de toepasselijke bilaterale verdragen inzake sociale zekerheid;
de Waalse verzekeringsinstellingen: de in artikel 43/3, § 1, bedoelde Waalse verzekeringsinstellingen;
de gecoördineerde wet van 14 juli 1994: de wet van 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en tegemoetkomingen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
de vertegenwoordiger: ofwel:
a) de wettelijke of rechterlijke vertegenwoordiger;
b) de mandataris;
c) de persoon met een onderhandse volmacht;
de administratieve dienst: elke dienst die informatie verstrekt aan de Waalse verzekeringsinstelling. ]1
ART. 43/32 DROIT FUTUR. [1 Pour l'application du présent livre, l'on entend par :
l'allocation : l'allocation pour l'aide aux personnes âgées accordée à la personne handicapée [2 ayant au minimum atteint l'âge légal de la retraite]2 dont le manque ou la réduction d'autonomie est établi;
le domicile : l'adresse inscrite au registre de la population ou au registre des étrangers d'une commune sise sur le territoire de la région de langue française;
le demandeur : la personne introduisant une demande d'allocation, affiliée à un organisme assureur wallon ou rattachée au dernier organisme assureur wallon connu et domiciliée, le cas échéant par le biais d'une adresse de référence au sens de l'article 20, § 3, de l'arrêté royal du 16 juillet 1992 relatif au registre de la population et au registre des étrangers, sur le territoire de la région de langue française et ce, sans préjudice des dispositions en matière de libre circulation européenne et des conventions bilatérales en matière de sécurité sociale applicables;
4 ° les organismes assureurs wallons : les organismes assureurs wallons visés à l'article 43/3, § 1er ;
la loi coordonnée du 14 juillet 1994 : la loi du 14 juillet 1994 relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités coordonnée le 14 juillet 1994;
le représentant : soit :
a) le représentant légal ou judiciaire;
b) le mandataire;
c) la personne disposant d'une procuration sous seing privé;
le service administratif : tout service qui fournit des informations à l'organisme assureur wallon.]1
TITEL II. [1 Regeling m.b.t. de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden ]1
TITRE II. [1 Régime de l'allocation pour l'aide aux personnes âgées ]1
Art. 43/33. [1 De betaling van de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden wordt toegekend aan de aanvrager die de in artikel 43/35 bedoelde voorwaarden vervult, die ten minste 65 jaar oud is en bij wie een gebrek aan of een vermindering van zelfredzaamheid is vastgesteld. ]1
ART. 43/33. [1 Le paiement de l'allocation pour l'aide aux personnes âgées est accordé au demandeur qui satisfait aux conditions édictées à l'article 43/35, qui est âgé d'au moins soixante-cinq ans et dont le manque ou la réduction d'autonomie est établi. ]1
Art.43/33 TOEKOMSTIG RECHT.
[1 De betaling van de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden wordt toegekend aan de aanvrager die de in artikel 43/35 bedoelde voorwaarden vervult, die ten minste [2 de wettelijke pensioenleeftijd heeft bereikt]2 en bij wie een gebrek aan of een vermindering van zelfredzaamheid is vastgesteld. ]1
[2 De Regering bepaalt de toepassingsmodaliteiten van deze bepaling en voorziet in de informatieuitwisselingen met de administratie die belast is met de tegemoetkomingen voor volwassenen.]2
ART. 43/33 DROIT FUTUR. [1 Le paiement de l'allocation pour l'aide aux personnes âgées est accordé au demandeur qui satisfait aux conditions édictées à l'article 43/35, [2 ayant au minimum atteint l'âge légal de la retraite]2 et dont le manque ou la réduction d'autonomie est établi. ]1
[2 Le Gouvernement fixe les modalités d'application de la présente disposition et prévoit les échanges d'informations avec l'administration en charge des allocations adultes.]2
Art. 43/34. [1 De betaling van de tegemoetkoming kan niet worden gecumuleerd met een van de volgende tegemoetkomingen:
een inkomensvervangende tegemoetkoming of een integratietoelage betaald krachtens de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten;
een gewone of bijzondere tegemoetkoming betaald krachtens de wet van 27 juni 1969 betreffende het toekennen van tegemoetkomingen aan mindervaliden;
een tegemoetkoming voor hulp van derde betaald krachtens de wet van 27 juni 1969 betreffende het toekennen van tegemoetkomingen aan mindervaliden;
een aanvullende tegemoetkoming of een tegemoetkoming ter aanvulling van het gewaarborgd inkomen voor bejaarden betaald krachtens de wet van 27 juni 1969 betreffende het toekennen van tegemoetkomingen aan mindervaliden.
In afwijking van het eerste lid blijft de aanvrager die een tegemoetkoming als bedoeld in een van de in het eerste lid genoemde categorieën ontvangt, deze tegemoetkoming ontvangen totdat bij een op zijn verzoek of ambtshalve verrichte herziening een beslissing op grond van dit boek is genomen ten aanzien van hem en die voor hem gunstiger is. ]1

ART. 43/34. [1 Le paiement de l'allocation ne peut pas être cumulé avec une des interventions suivantes :
une allocation de remplacement de revenus ou une allocation d'intégration payée en vertu de la loi du 27 février 1987 relative aux allocations aux personnes handicapées;
une allocation ordinaire ou une allocation spéciale payée en vertu de la loi du 27 juin 1969 relative à l'octroi d'allocations aux personnes handicapées;
une allocation pour l'aide d'une tierce personne payée en vertu de la loi du 27 juin 1969 relative à l'octroi d'allocations aux personnes handicapées;
une allocation complémentaire ou allocation de complément du revenu garanti aux personnes âgées payée en vertu de la loi du 27 juin 1969 relative à l'octroi d'allocations aux personnes handicapées.
Par dérogation à l'alinéa 1er, le demandeur qui bénéficie d'une allocation visée dans l'une des catégories de l'alinéa 1er, continue à percevoir cette allocation jusqu'à ce que, à l'occasion d'une révision effectuée à sa demande ou d'office, une décision en application du présent livre ait été prise à son égard et lui soit plus avantageuse. ]1

Art. 43/35. [1 § 1. De tegemoetkoming kan alleen worden toegekend aan een aanvrager die ofwel:
Belg is;
onderdaan is van een lidstaat van de Europese Unie;
een persoon is die onder de Euro-mediterrane associatieovereenkomsten met Marokko, Algerije, Turkije of Tunesië valt en die voldoet aan de voorwaarden van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels, hierna "Verordening nr. 883/2004" genoemd;
staatloos is krachtens het Verdrag betreffende de status van staatlozen, ondertekend te New York op 28 september 1954 en goedgekeurd bij de wet van 12 mei 1960;
een vluchteling is als bedoeld in artikel 49 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;
een onderdaan is van IJsland, Liechtenstein, Noorwegen of Zwitserland, die voldoet aan de voorwaarden van Verordening nr. 883/2004;
de echtgenoot, de wettelijk samenwonende partner of een ander gezinslid is in de zin van Verordening 883/2004, van een persoon als bedoeld in de categorieën omschreven in 1° tot en met 5°, of van een onderdaan van een staat als omschreven in de categorie omschreven in 6°, die zelf geen onderdaan van die staten zijn
uitgesloten is van de categorieën bepaald in 1° tot 7°, maar die tot de leeftijd van 21 jaar genoten heeft van de verhoging van de kinderbijslag voorzien in artikel 47, § 1, van de gecoördineerde wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, of in artikel 20, § 2, van het koninklijk besluit van 8 april 1976 houdende regeling van de gezinsbijslag ten voordele van de zelfstandigen.
In overeenstemming met het eerste lid, 7°, wordt onder "gezinslid van de onderdaan" verstaan de minderjarige kinderen, alsmede de meerderjarige kinderen, de vader, de moeder, de schoonvader en de schoonmoeder die ten laste van de onderdaan komen. Een persoon die onder hetzelfde dak woont als de onderdaan en die wordt beschouwd als een persoon ten laste van de onderdaan in de zin van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en tegemoetkomingen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wordt beschouwd als een persoon ten laste van de onderdaan.
§ 2. De Regering kan, onder door haar vastgestelde voorwaarden, de toepassing van deze bepaling uitbreiden tot andere dan de in paragraaf 1 genoemde categorieën personen.
§ 3. Indien een persoon aan wie de tegemoetkoming is toegekend, niet meer voldoet aan de in de paragrafen 1 of 2 genoemde voorwaarden, wordt het recht op deze tegemoetkoming ingetrokken. Wanneer hij opnieuw aan deze voorwaarden voldoet, kan hij een nieuwe aanvraag indienen.
§ 4. De persoon die meer dan 90 opeenvolgende dagen per kalenderjaar afwezig is in België, is verplicht om zijn Waalse verzekeringsinstelling ten minste één maand voor zijn vertrek op de hoogte te brengen, met vermelding van de vermoedelijke duur van het verblijf in het buitenland, de redenen voor dat verblijf en het verstrekken van een levensbewijs op eigen initiatief elk jaar.
§ 5. De Regering kan de wijze bepalen waarop de controle op de naleving van deze bepaling wordt uitgevoerd.]1

ART. 43/35. [1 § 1er. L'allocation peut être octroyée uniquement à un demandeur qui est soit :
belge;
ressortissant d'un Etat membre de l'Union européenne;
une personne visée par les accords d'association euro-méditerranéens avec le Maroc, l'Algérie, la Turquie ou la Tunisie, satisfaisant aux conditions du règlement (CE) n° 883/2004 du Parlement européen et du Conseil du 29 avril 2004 sur la coordination des systèmes de sécurité sociale, ci-après dénommé le règlement n° 883/2004;
apatride en application de la Convention relative au statut des apatrides, signée à New York le 28 septembre 1954 et approuvée par la loi du 12 mai 1960;
réfugié visé à l'article 49 de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers;
ressortissant de l'Islande, du Liechtenstein, de la Norvège ou de la Suisse, satisfaisant aux conditions du règlement n° 883/2004;
le conjoint, le cohabitant légal, ou un autre membre de la famille, au sens du règlement n° 883/2004, d'une personne telle que visée aux catégories définies aux 1° à 5°, ou d'un ressortissant d'un Etat visé à la catégorie définie au 6°, qui ne sont pas elles-mêmes ressortissantes de ces Etats;
exclu des catégories définies aux 1° à 7°, mais qui a bénéficié jusqu'à l'âge de 21 ans de la majoration de l'allocation familiale prévue à l'article 47, § 1er, des lois coordonnées relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés ou à l'article 20, § 2, de l'arrêté royal du 8 avril 1976 établissant le régime des prestations familiales en faveur des travailleurs indépendants.
Conformément à l'alinéa 1er, 7°, l'on entend par membre de la famille du ressortissant les enfants mineurs, ainsi que les enfants majeurs, les père, mère, beau-père et belle-mère à charge du ressortissant. Est considéré comme étant à charge du ressortissant, la personne qui vit sous le même toit que le ressortissant et qui est considérée comme personne à charge du ressortissant au sens de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnées le 14 juillet 1994.
§ 2. Le Gouvernement peut aux conditions qu'il fixe, étendre l'application de la présente disposition à d'autres catégories de personnes que celles visées au paragraphe 1er.
§ 3. Si une personne à laquelle l'allocation a été octroyée ne satisfait plus aux conditions visées aux paragraphes 1er ou 2, le droit à cette allocation est retiré. Lorsqu'elle satisfait à nouveau à ces conditions, elle peut introduire une nouvelle demande.
§ 4. La personne qui s'absente pendant plus de 90 jours consécutifs, par année civile de la Belgique est obligée d'en aviser son organisme assureur wallon au moins un mois avant son départ, en indiquant la durée présumée du séjour à l'étranger, les raisons de ce séjour et en fournissant d'initiative chaque année un certificat de vie.
§ 5. Le Gouvernement peut fixer la manière dont est opéré le contrôle du respect de la présente disposition ]1

TITEL III. [1 Bedrag van de tegemoetkoming]1
TITRE III. [1 Montant de l'allocation ]1
Art. 43/36. [1 De Regering bepaalt in welke mate, volgens welke criteria, op welke wijze en door wie het gebrek aan of een vermindering van zelfredzaamheid is vastgesteld. ]1
ART. 43/36. [1 Le Gouvernement détermine à partir de quel degré, selon quels critères, de quelle manière et par qui le manque ou la réduction d'autonomie est établi.]1
Art. 43/37. [1 § 1. Het bedrag van de tegemoetkoming varieert naar gelang van de zelfredzaamheid van de begunstigde, zoals bepaald in de in artikel 43/36 bedoelde beoordeling, en naar gelang van de categorie waartoe de begunstigde behoort:
tot categorie 1 behoort de gehandicapte waarvan de zelfredzaamheid is vastgesteld op 7 of 8 punten; hij ontvangt een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden ten bedrage van 1.062,55 euro;
tot categorie 2 behoort de gehandicapte waarvan de zelfredzaamheid is vastgesteld op 9 of 11 punten; hij ontvangt een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden ten bedrage van 4.056,00 euro;
tot categorie 3 behoort de gehandicapte waarvan de zelfredzaamheid is vastgesteld op 12 of 14 punten; hij ontvangt een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden ten bedrage van 4.931,45 euro;
tot categorie 4 behoort de gehandicapte waarvan de zelfredzaamheid is vastgesteld op 15 of 16 punten; hij ontvangt een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden ten bedrage van 5.806,63 euro;
tot categorie 5 behoort de gehandicapte waarvan de zelfredzaamheid is vastgesteld op 17 of 18 punten; hij ontvangt een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden ten bedrage van 7.132,63 euro.
De in dit artikel bedoelde bedragen zijn gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen 107,20 (basis 2013=100) overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale tegemoetkomingen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen.
§ 2. Naast de zelfredzaamheid wordt het inkomen van het gezin, beoordeeld op basis van de resultaten van een onderzoek dat op de door de Regering vastgestelde wijze wordt uitgevoerd, in aanmerking genomen bij het bepalen van het bedrag van de tegemoetkoming. ]1

ART. 43/37. [1 § 1er. Le montant de l'allocation varie selon le degré de l'autonomie du bénéficiaire déterminé par l'évaluation visée à l'article 43/36, et selon la catégorie à laquelle le bénéficiaire appartient :
à la catégorie 1 appartient la personne handicapée dont le degré d'autonomie est fixé à 7 ou 8 points, elle perçoit une allocation pour l'aide aux personnes âgées qui s'élève à 1.062,55 euros;
à la catégorie 2 appartient la personne handicapée dont le degré d'autonomie est fixé de 9 à 11 points, elle perçoit une allocation pour l'aide aux personnes âgées qui s'élève à 4.056,00 euros;
à la catégorie 3 appartient la personne handicapée dont le degré d'autonomie est fixé de 12 à 14 points, elle perçoit une allocation pour l'aide aux personnes âgées qui s'élève à 4.931,45 euros;
à la catégorie 4 appartient la personne handicapée dont le degré d'autonomie est fixé à 15 ou 16 points, elle perçoit une allocation pour l'aide aux personnes âgées qui s'élève à 5.806,63 euros;
à la catégorie 5 appartient la personne handicapée dont le degré d'autonomie est fixé à 17 ou 18 points, elle perçoit une allocation pour l'aide aux personnes âgées qui s'élève à 7.132,63 euros.
Les montants mentionnés dans le présent article sont liés à l'indice-pivot 107,20 des prix à la consommation (base 2013 = 100) conformément aux dispositions de la loi du 2 août 1971 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation des traitements, salaires, pensions, allocations et subventions à charge du Trésor public, de certaines prestations sociales, des limites de rémunération à prendre en considération pour le calcul de certaines cotisations de sécurité sociale des travailleurs, ainsi que des obligations imposées en matière sociale aux travailleurs indépendants.
§ 2. Outre le degré d'autonomie, il est tenu compte, pour fixer le montant de l'allocation, des revenus du ménage, évalués sur la base des résultats d'une enquête menée selon les modalités précisées par le Gouvernement. ]1

Art. 43/38. [1 § 1. De tegemoetkoming wordt toegekend via de verrekening van het inkomen van het gezin.
De tegemoetkoming wordt slechts toegekend indien het bedrag van het inkomen van de aanvrager en het bedrag van het inkomen van degene met wie hij/zij een gezin vormt, niet hoger is dan het bedrag van de in artikel 43/37 bedoelde tegemoetkomingen.
§ 2. De Regering bepaalt wat wordt bedoeld met het in aanmerking te nemen inkomen en door wie, volgens welke criteria en op welke wijze het bedrag wordt vastgesteld.
De Regering kan bepalen dat bepaalde inkomsten of delen van inkomsten niet of slechts gedeeltelijk in aanmerking worden genomen, onder de door de haar vastgestelde voorwaarden. Daartoe kan zij een onderscheid maken op basis van:
de gezinssamenstelling van de aanvrager;
de leden van het gezin voor wie het inkomen wordt bepaald;
de bron van het inkomen.
§ 3. De aanvrager en degene met wie hij een gezin vormt, moeten hun rechten doen gelden:
op de tegemoetkomingen en vergoedingen waarop zij recht hebben krachtens een andere Belgische of buitenlandse wetgeving of krachtens regels die van toepassing zijn op het personeel van een openbare internationale instelling, en die gebaseerd zijn op een beperking van de verdiencapaciteit, een gebrek aan of een vermindering van zelfredzaamheid of op de artikelen 1382 en volgende van het Burgerlijk Wetboek betreffende de burgerlijke aansprakelijkheid;
sociale tegemoetkomingen m.b.t. ziekte en invaliditeit, werkloosheid, arbeidsongevallen, beroepsziekten, ouderdoms- en overlevingspensioenen, inkomensgarantie voor ouderen en gewaarborgd inkomen voor ouderen.
§ 4. Voor de toepassing van deze bepaling wordt onder gezin verstaan elke samenwoning van twee personen die geen bloed-of aanverwant zijn in de eerste, tweede of derde graad.
Het bestaan van een gezin wordt vermoed wanneer twee personen die geen bloed-of aanverwant zijn in de eerste, tweede of derde graad hun hoofdverblijfplaats op hetzelfde adres hebben. Het tegenbewijs kan met alle mogelijke middelen worden geleverd door de aanvrager.
Wanneer een van de leden van het gezin wordt vastgehouden in een gevangenis of een instelling voor sociale bescherming, houdt het gezin op te bestaan voor de duur van de detentie.
§ 5. De in paragraaf 1 bedoelde tegemoetkoming kan aan de aanvrager worden toegekend als voorschot op de in paragraaf 3 bedoelde tegemoetkomingen en vergoedingen.
De Regering bepaalt onder welke voorwaarden, volgens welke modaliteiten en tot welk bedrag deze voorschotten kunnen worden toegekend en hoe ze moeten worden teruggevorderd. De Waalse verzekeringsinstelling treedt in de rechten van de begunstigde tot het bedrag van de betaalde voorschotten. In voorkomend geval vordert hij de voorschotten op de tegemoetkomingen en vergoedingen terug van de begunstigde.]1

ART. 43/38. [1 § 1er. L'allocation est octroyée moyennant l'imputation des revenus du ménage.
Le paiement de l'allocation est accordé uniquement si le montant des revenus du demandeur et le montant des revenus de la personne avec laquelle il forme un ménage ne dépassent pas le montant des allocations visé à l'article 43/37.
§ 2. Le Gouvernement détermine ce qu'il faut entendre par revenu à prendre en compte, et par qui, selon quels critères et de quelle manière le montant est fixé.
Le Gouvernement peut arrêter que certains revenus ou certaines parties du revenu ne sont pas ou sont uniquement pris en compte partiellement, aux conditions fixées par lui. A cet effet, il peut faire une distinction sur la base :
de la composition du ménage du demandeur;
des membres du ménage pour lesquels le revenu est déterminé;
de la source du revenu.
§ 3. Le demandeur et la personne avec laquelle il forme un ménage doivent faire valoir leurs droits :
aux prestations et indemnités auxquelles elles peuvent prétendre en vertu d'une autre législation belge ou étrangère ou en vertu de règles applicables au personnel d'une institution internationale publique, et qui trouvent leur fondement dans une limitation de la capacité de gain, dans un manque ou une réduction de l'autonomie ou dans les articles 1382 et suivants du Code civil relatif à la responsabilité civile;
à des prestations sociales relatives à la maladie et l'invalidité, au chômage, aux accidents du travail, aux maladies professionnelles, aux pensions de retraite et de survie, à la garantie de revenus aux personnes âgées et au revenu garanti pour personnes âgées.
§ 4. Pour l'application de la présente disposition, l'on entend par ménage toute cohabitation de deux personnes qui ne sont pas parentes ou alliées au premier, deuxième ou troisième degré.
L'existence d'un ménage est présumée lorsque deux personnes qui ne sont pas parentes ou alliées au premier, deuxième ou troisième degré, ont leur domicile à la même adresse. La preuve du contraire peut être apportée par tous les moyens possibles par le demandeur.
Lorsqu'un des membres du ménage est détenu dans un établissement pénitentiaire ou dans un établissement de défense sociale, le ménage cesse d'exister pendant la durée de la détention.
§ 5. L'allocation visée au paragraphe 1er peut être accordée au demandeur à titre d'avance sur les prestations et indemnités visées au paragraphe 3.
Le Gouvernement détermine dans quelles conditions, selon quelles modalités et jusqu'à concurrence de quel montant ces avances peuvent être accordées, ainsi que leur mode de récupération. L'organisme assureur wallon est subrogé aux droits du bénéficiaire jusqu'à concurrence du montant des avances versées. Le cas échéant, il récupère les avances sur les prestations et indemnités auprès du bénéficiaire.]1

TITEL IV. [1 Procedure ]1
TITRE IV. [1 Procédure ]1
Art. 43/39. [1 § 1. De aanvraag tot uitbetaling van de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden wordt door de aanvrager, zijn vertegenwoordiger of een van de door de Regering aangewezen beroepsbeoefenaars ingediend bij zijn Waalse verzekeringsinstelling of bij de Waalse verzekeringsinstelling waarmee een overeenkomst voor het beheer van de hulp voor bejaarden is opgesteld.
De Regering bepaalt de modaliteiten voor het indienen van de aanvraag of de nieuwe aanvraag, alsook de datum waarop de beslissing tot toekenning of weigering van de Waalse verzekeringsinstelling van kracht wordt.
De Regering bepaalt in welke gevallen een nieuwe aanvraag kan worden ingediend en in welke gevallen het recht op de tegemoetkoming ambtshalve wordt herzien en op welke datum de herziening in werking treedt
De Regering bepaalt in welke gevallen een beslissing kan worden ingetrokken.
§ 2. Na verificatie van de voorwaarden bedoeld in de artikelen 43/33 tot en met 43/38, behandelt de Waalse verzekeringsinstelling de tegemoetkomingsaanvraag waarbij ze het inkomen van de begunstigde en van de persoon met wie hij een gezin vormt, berekent. De Regering bepaalt de termijnen waarbinnen de Waalse verzekeringsinstellingen de tegemoetkomingsaanvragen onderzoeken, met dien verstande dat deze niet langer mogen zijn dan zes maanden na de indiening van de aanvraag of de wijziging die aanleiding geeft tot de herziening.
De tegemoetkoming brengt alleen voor de aanvrager van rechtswege een intrest op vanaf de datum waarop zij verschuldigd is en op zijn vroegst vanaf de datum die voortvloeit uit het eerste lid. Deze interesten worden tegen de wettelijke rentevoet berekend. De gegevens die nodig zijn voor de berekening van de inkomsten, met inbegrip van nieuwe gegevens die aanleiding kunnen geven tot een wijziging van het bedrag van de tegemoetkoming, worden verzameld bij de Federale Pensioendienst, de pensioengegevensbank, de FOD Financiën of de instellingen die belast zijn met de betaling van de betrokken inkomsten, onverminderd de bepalingen van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid.
De Regering bepaalt de gegevens die nodig zijn voor de beoordeling van de voorwaarden m.b.t. de toekenning van de tegemoetkoming die door de aanvrager meegedeeld moeten worden, alsook de modaliteiten en termijnen voor de mededeling.
§ 3. In geval van opening van het recht op betaling van de tegemoetkoming wordt deze aan de begunstigde uitbetaald volgens de door de Regering vastgestelde regels.
De ten onrechte betaalde tegemoetkoming brengt van rechtswege een intrest op vanaf de datum van betaling indien de onverschuldigde betaling het gevolg is van fraude, bedrog of misleiding door de aanvrager. ]1

ART. 43/39. [1 § 1er. La demande de prise en charge au titre de paiement de l'allocation pour l'aide aux personnes âgées est introduite par le demandeur, son représentant, ou un des professionnels désignés par le Gouvernement, auprès de son organisme assureur wallon ou l'organisme assureur wallon avec lequel une convention de gestion de l'allocation pour l'aide aux personnes âgées a été établie.
Le Gouvernement détermine les modalités d'introduction de la demande ou de la nouvelle demande, ainsi que la date de prise de cours de la décision d'octroi ou de refus de l'organisme assureur wallon.
Le Gouvernement détermine les cas dans lesquels une nouvelle demande peut être introduite ainsi que les cas dans lesquels le droit à l'allocation est revu d'office ainsi que la date de prise de cours de la révision.
Le Gouvernement détermine les cas dans lesquels une décision peut être rapportée.
§ 2. Après vérification des conditions visées aux articles 43/33 à 43/38, l'organisme assureur wallon traite la demande d'allocation en calculant le revenu du bénéficiaire et de la personne avec laquelle il forme un ménage. Le Gouvernement détermine les délais dans lesquels les organismes assureurs wallons examinent les demandes d'allocation, étant entendu qu'ils ne peuvent pas excéder six mois à partir du dépôt de la demande ou du changement donnant lieu à révision.
L'allocation porte intérêt de plein droit, uniquement pour le demandeur, à partir de la date de son exigibilité et au plus tôt à partir de la date découlant de l'alinéa 1er. Ces intérêts sont calculés au taux légal. Les données nécessaires au calcul des revenus, y compris des nouvelles données susceptibles de donner lieu à une modification du montant de l'allocation, sont recueillies auprès du Service fédéral des pensions, de la banque de données de pension, du SPF Finances ou des institutions chargées du paiement des revenus concernés, sans préjudice des dispositions de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-carrefour de la sécurité sociale.
Le Gouvernement détermine les données nécessaires à l'évaluation des conditions d'octroi de l'allocation à communiquer par le demandeur ainsi que les modalités et les délais de communication.
§ 3. En cas d'ouverture du droit au paiement de l'allocation, celle-ci est payée au bénéficiaire selon les règles établies par le Gouvernement.
L'allocation payée indûment porte intérêt de plein droit à partir du paiement, si le paiement indu résulte de fraude, de dol ou de manoeuvres frauduleuses de la part du demandeur. ]1

Art. 43/40. [1 § 1. Overeenkomstig de door de Regering vastgestelde modaliteiten stelt de Waalse verzekeringsinstelling de aanvrager per gewone post en per aangetekende brief in kennis van de beslissing om de tegemoetkoming te herzien of te weigeren.
De beslissing tot toekenning, herziening of weigering van de tegemoetkoming bevat de volgende gegevens, op straffe van nietigheid:
de mogelijkheid om in beroep te gaan bij de bevoegde arbeidsrechtbank;
het adres van de bevoegde rechtbank;
de termijn en de modaliteiten voor het instellen van een beroep;
de inhoud van de artikelen 728 en 1017 van het Gerechtelijk Wetboek;
de referenties van het dossier en van de dienst die het beheert;
de mogelijkheid om opheldering te verkrijgen omtrent de beslissing bij de dienst die het dossier beheert of bij een aangewezen informatiedienst;
de details van de gegevens met betrekking tot de in aanmerking genomen inkomsten, alsook de identificatie van de dienst of instelling die de gegevens heeft verstrekt.
Indien de beslissing niet de in lid 1 bedoelde informatie bevat, begint de beroepstermijn niet te lopen.
§ 2. Wanneer vastgesteld wordt dat de beslissing aangetast is door een juridische of materiële vergissing, neemt de Waalse verzekeringsinstelling op eigen initiatief een nieuwe beslissing die uitwerking heeft op de datum waarop de verbeterde beslissing had moeten ingaan, onverminderd de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake verjaring.
De nieuwe beslissing treedt in werking, in geval van een vergissing van de administratieve dienst of de Waalse verzekeringsinstelling, op de eerste dag van de maand die volgt op de kennisgeving, indien het recht op betaling van de tegemoetkoming lager is dan het oorspronkelijk erkende recht.
Onverschuldigde betalingen als gevolg van een aan de Waalse verzekeringsinstelling toe te schrijven fout zijn voor rekening van deze laatste. ]1

ART. 43/40. [1 § 1er. Selon les modalités définies par le Gouvernement, l'organisme assureur wallon notifie au demandeur la décision d'octroi par courrier simple et par envoi recommandé la décision de révision ou de refus de l'allocation.
La décision d'octroi, de révision ou de refus de l'allocation contient, à peine de nullité, les mentions suivantes :
la possibilité d'intenter un recours devant le tribunal du travail compétent;
l'adresse du tribunal compétent;
le délai et les modalités pour intenter un recours;
le contenu des articles 728 et 1017 du Code Judiciaire;
les références du dossier et du service qui gère celui-ci;
la possibilité d'obtenir toute explication sur la décision auprès du service qui gère le dossier ou d'un service d'information désigné;
le détail des données relatives aux revenus prises en considération, ainsi que l'identification du service ou l'institution ayant fourni ces données.
Si la décision ne contient pas les mentions prévues à l'alinéa 1er le délai de recours ne commence pas à courir.
§ 2. Lorsqu'il est constaté que la décision est entachée d'une erreur de droit ou matérielle, l'organisme assureur wallon prend d'initiative une nouvelle décision produisant ses effets à la date à laquelle la décision rectifiée aurait dû prendre effet et ce, sans préjudice des dispositions légales et réglementaires en matière de prescription.
La nouvelle décision produit ses effets, en cas d'erreur due au service administratif ou à l'organisme assureur wallon, le premier jour du mois qui suit la notification, si le droit au paiement de l'allocation est inférieur à celui reconnu initialement.
Les paiements indus résultant d'une erreur imputable à l'organisme assureur wallon sont à charge de ce dernier. ]1

Art. 43/41. [1 Indien uit de kwaliteitscontrole van een beslissing blijkt dat ze onjuist is, wordt de aanvrager volgens de door de Regering vastgestelde modaliteiten opnieuw in kennis gesteld van het recht op of de weigering van betaling van de tegemoetkoming. ]1
ART. 43/41. [1 Si le contrôle de la qualité d'une décision révèle le caractère incorrect de celle-ci, une nouvelle notification du bénéfice ou du refus du paiement de l'allocation est adressée au demandeur selon les modalités fixées par le Gouvernement. ]1
Art. 43/42. [1 De Regering bepaalt de gevallen waarin de tegemoetkoming geheel of gedeeltelijk wordt geschorst ten aanzien van begunstigden die in penitentiaire inrichtingen worden vastgehouden of die in inrichting tot Bescherming van de Maatschappij worden geïnterneerd, alsmede de duur van de schorsing.]1
ART. 43/42. [1 Le Gouvernement détermine les cas dans lesquels l'allocation est totalement ou partiellement suspendue à l'égard des bénéficiaires détenus dans les établissements pénitentiaires ou internés dans les établissements de défense sociale, ainsi que la durée de la suspension. ]1
Art. 43/43. [1 De Regering stelt de vervallen en niet-uitbetaalde termijnen vast van de tegemoetkomingen die na het overlijden van de begunstigde kunnen worden betaald, de natuurlijke personen aan wie zij worden betaald, de volgorde waarin deze personen hun recht kunnen uitoefenen en de formaliteiten die in acht moeten worden genomen, alsmede de termijn voor de indiening van de aanvraag. ]1
ART. 43/43. [1 Le Gouvernement détermine les termes échus et non payés des allocations dont le paiement peut être effectué après le décès du bénéficiaire, les personnes physiques auxquelles ils sont payés, l'ordre dans lequel ces personnes peuvent exercer leur droit et les formalités à observer, ainsi que le délai d'introduction de la demande.]1
Art. 43/44.. [1 De informatie die door de Waalse verzekeringsinstelling in elektronische vorm wordt verzameld, opgeslagen of gereproduceerd, heeft bewijskracht op voorwaarde dat ze is geregistreerd, opgeslagen of gereproduceerd in overeenstemming met het koninklijk besluit van 7 december 2016 over de bewijskracht van de gegevens die door de instellingen van sociale zekerheid worden verwerkt.]1
ART. 43/44. [1 Les informations recueillies, conservées ou reproduites par l'organisme assureur wallon sous forme électronique font foi pour autant qu'elles aient été enregistrées, conservées ou reproduites conformément à l'arrêté royal du 7 décembre 2016 relatif à la force probante des données traitées par les institutions de sécurité sociale. ]1
Art. 43/45. [1 De Regering voorziet in de gevallen waarin de Waalse verzekeringsinstelling automatisch afziet van de terugvordering van ten onrechte betaalde tegemoetkomingen.
De Regering stelt een verzakingscomité als bedoeld in artikel 43/52 in, dat geheel of gedeeltelijk kan afzien van de terugvordering van ten onrechte betaalde tegemoetkomingen voor de gevallen die op grond van het samengestelde dossier rente verdienen.
De Regering bepaalt de wijze waarop de aanvraag tot verzaking moet worden ingediend. De aanvraag tot verzaking is met redenen omkleed.]1

ART. 43/45. [1 Le Gouvernement prévoit les cas où l'organisme assureur wallon renonce d'office à la récupération des allocations payées indûment.
Le Gouvernement met en place un comité de renonciation visé à l'article 43/52 qui peut renoncer pour les cas dignes d'intérêt en tout ou en partie à la récupération des allocations payées indûment sur base du dossier constitué.
Le Gouvernement détermine le mode d'introduction de la demande en renonciation. La demande en renonciation est motivée. ]1

Art. 43/46. [1 § 1. De terugvordering van ten onrechte betaalde tegemoetkomingen wordt voorgeschreven binnen twee jaar na de datum van betaling.
De in lid 1 bedoelde termijn wordt verlengd tot vijf jaar wanneer de ten onrechte bedragen zijn ontvangen als gevolg van frauduleuze praktijken of valse verklaringen.
§ 2. De terugvorderingsbeslissing wordt op straffe van nietigheid per aangetekende brief ter kennis van de debiteuren gebracht.
Deze zending vermeldt:
de vaststelling dat er onverschuldigde bedragen zijn betaald;
het totale bedrag van wat onverschuldigd is betaald, alsmede de berekeningswijze ervan;
de inhoud en de refertes van de bepalingen in strijd waarmee de betalingen zijn gedaan;
de in aanmerking genomen verjaringstermijn en, indien deze niet twee jaar bedraagt, de rechtvaardiging daarvan, alsmede de stuiting van de verjaringstermijn door de neerlegging van de aangetekende brief;
de mogelijkheid om in beroep te gaan bij de bevoegde arbeidsrechtbank;
het adres van de bevoegde rechtbank;
de termijn en de modaliteiten voor het instellen van een beroep;
de inhoud van de artikelen 728 en 1017 van het Gerechtelijk Wetboek;
de referenties van het dossier en de mogelijkheid om opheldering te verkrijgen omtrent de beslissing bij de dienst die het dossier beheert of bij een aangewezen voorlichtingsdienst;
10° de mogelijkheid om een met redenen omkleed voorstel tot terugbetaling in schijven voor te leggen;
11° de mogelijkheid voor de gehandicapte persoon om bij het in artikel 43/52 bedoelde verzakingscomité een verzoek in te dienen om af te zien van ten onrechte betaalde tegemoetkomingen, tenzij de ten onrechte betaalde tegemoetkoming het gevolg is van fraude, bedrog of misleiding.
Indien de beslissing de in het tweede lid genoemde vermeldingen niet bevat, gaat de termijn om een beroep in te stellen niet in.
§ 3. De verjaringstermijn wordt onderbroken door de indiening van de aangetekende brief, door een gerechtelijke procedure, door terugvordering, door vrijwillige terugbetaling verricht door de begunstigde.
§ 4. In geval van onverschuldigde betaling van tegemoetkomingen gaan de Waalse verzekeringsinstelling over tot terugvordering van de bedragen overeenkomstig paragraaf 1.
Onverminderd het recht om ze te innen door de gewone rechtsmiddelen, mogen de Waalse verzekeringsinstellingen met inachtneming van artikel 1410, § 4, van het Gerechtelijk Wetboek, de sommen die moeten betaald worden als ten onrechte ontvangen tegemoetkomingen door de personen aan wie de tegemoetkomingen verschuldigd zijn of moeten worden uitgekeerd, van het bedrag der verdere tegemoetkomingen afhouden.
Indien de verschuldigde maar nog niet betaalde bedragen groter zijn dan het onverschuldigde bedrag, wordt het verschil tussen de achterstand en de schuld aan de begunstigde betaald.
§ 5. Indien de Waalse verzekeringsinstelling de onverschuldigd betaalde tegemoetkomingen niet kan terugvorderen, kan de terugvordering op haar verzoek geschieden door een dienst of orgaan dat een van de in artikel 1410, eerste, tweede, derde, vierde, vijfde en achtste lid, van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde tegemoetkomingen betaalt, of op verschuldigde maar nog niet betaalde bedragen van diezelfde tegemoetkomingen.
§ 6. De terugvorderingsbeslissing wordt uitgevoerd na een termijn van drie maanden vanaf de in paragraaf 2 bedoelde kennisgeving.
Wanneer de begunstigde vóór het verstrijken van deze termijn van drie maanden een aanvraag tot verzaking heeft ingediend, wordt de terugvordering geschorst totdat het in artikel 43/52 bedoelde verzakingscomité zich over de aanvraag heeft uitgesproken.
Indien de in lid 2 bedoelde aanvraag tot verzaking na de termijn van drie maanden na de kennisgeving van de onverschuldigde betaling wordt ingediend, wordt de terugvordering van de onverschuldigde betalingen ingeleid of voortgezet totdat het in artikel 43/52 bedoelde verzakingscomité een andersluidende beslissing heeft genomen. ]1

ART. 43/46. [1 § 1er. La récupération des allocations versées indûment se prescrit par deux ans à compter de la date du paiement.
Le délai prévu à l'alinéa 1er est porté à cinq ans lorsque les sommes indues ont été perçues suite à des manoeuvres frauduleuses ou à des déclarations fausses.
§ 2. La décision de récupération est, sous peine de nullité, portée à la connaissance des débiteurs par envoi recommandé.
Cet envoi mentionne :
la constatation de l'indu;
le montant total de l'indu, ainsi que le mode de calcul;
le contenu et les références des dispositions en infraction desquelles les paiements ont été effectués;
le délai de prescription pris en considération, et, lorsqu'il n'est pas de deux ans, sa justification ainsi que l'interruption de la prescription par le dépôt de l'envoi du recommandé;
la possibilité d'intenter un recours devant le tribunal du travail compétent;
l'adresse du tribunal compétent;
le délai et les modalités pour intenter un recours;
le contenu des articles 728 et 1017 du Code Judiciaire;
les références du dossier et la possibilité d'obtenir toute explication sur la décision auprès du service qui gère le dossier ou d'un service d'information désigné;
10° la possibilité de soumettre une proposition motivée en vue d'un remboursement étalé;
11° la possibilité pour la personne handicapée d'introduire une demande de renonciation des allocations payées indûment auprès du comité de renonciation visé à l'article 43/52 sauf si le paiement indu résulte de fraude, de dol ou de manoeuvres frauduleuses.
Si la décision ne contient pas les mentions prévues à l'alinéa 2, le délai de recours ne commence pas à courir.
§ 3. Le délai de la prescription est interrompu par le dépôt de l'envoi recommandé, par la procédure judiciaire, par la récupération, par le remboursement volontaire effectué par le bénéficiaire.
§ 4. En cas de prestations indûment versées, les organismes assureurs wallons procèdent à la récupération des montants dans le respect du paragraphe 1er.
Sans préjudice des voies de recouvrement ordinaires, les organismes assureurs wallons peuvent, dans le respect de l'article 1410, § 4, du Code judiciaire, retenir sur les allocations ultérieures les sommes qu'ont à payer, à titre de remboursement d'allocations indûment touchées, les personnes à qui les allocations sont dues ou doivent être versées.
Si les montants échus non encore versés sont supérieurs à l'indu, la différence entre les arriérés et la dette est payée au bénéficiaire.
§ 5. A défaut pour l'organisme assureur wallon de pouvoir récupérer les allocations indûment versées, la récupération peut être opérée à la demande de celui-ci par un service ou un organisme versant l'une des prestations visées au paragraphe 1er, 2°, 3°, 4°, 5° et 8°, de l'article 1410 du Code judiciaire, ou sur des montants échus non encore versés de ces mêmes prestations.
§ 6. La décision de récupération est exécutée après un délai de trois mois à partir de la notification visée au paragraphe 2.
Lorsque le bénéficiaire a introduit une demande en renonciation avant l'expiration de ce délai de trois mois, la récupération est suspendue jusqu'à ce que le comité de renonciation visé à l'article 43/52 ait statué sur la demande.
Si la demande en renonciation visée à l'alinéa 2 est introduite au-delà du délai de trois mois suivant la notification de l'indu, la récupération des sommes indues est entamée ou poursuivie jusqu'à ce que le comité de renonciation visé à l'article 43/52 ait pris une décision contraire. ]1

TITEL V. [1 Beroepsmiddelen ]1
TITRE V. [1 Voies de recours ]1
Art. 43/47. [1 Tegen de beslissing bedoeld in de artikelen 43/40, 43/41 en 43/46, § 2, kan overeenkomstig artikel 580, 6°ter, van het Gerechtelijk Wetboek beroep worden ingesteld bij de arbeidsrechtbank.
Op straffe van niet-ontvankelijkheid moet dit beroep worden ingesteld binnen drie maanden na kennisgeving van de bestreden beslissing.
Tegen een beslissing om al dan niet af te zien van invordering als bedoeld in artikel 43/45 kan geen beroep worden ingesteld.
In de zaken waarin een medisch expert wordt aangewezen, worden de voorschotten, de erelonen en de kosten van deze expert, die vervat zijn in de nota die hij opstelt overeenkomstig de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek, vermeld met toepassing van het door de Koning vastgestelde tarief. ]1

ART. 43/47. [1 Un recours contre la décision visée à l'article 43/40, 43/41, et 43/46, § 2, peut être introduit devant le tribunal du travail conformément à l'article 580, 6°ter, du Code judiciaire.
Sous peine d'irrecevabilité, ce recours est introduit dans un délai de trois mois à dater de la notification de la décision contestée.
Aucun recours n'est possible contre une décision de renoncer ou non à une récupération visée à l'article 43/45.
Dans les affaires pour lesquelles un expert médical est désigné, les provisions, les honoraires et les frais de cet expert, contenus dans le relevé qu'il établit conformément aux dispositions du Code judiciaire, sont indiqués en appliquant le tarif fixé par le Roi. ]1

TITEL VI. [1 Financiering van de Waalse verzekeringsinstellingen]1
TITRE VI. [1 Financement des organismes assureurs wallons ]1
Art. 43/48. [1 § 1. De begrotingsenveloppe voor de Waalse verzekeringsinstellingen dekt:
de bedragen die bestemd zijn voor de betaling van de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden;
de globale subsidie die bestemd is om de beheerskosten van de Waalse verzekeringsinstellingen te dekken.
De Regering bepaalt de modaliteiten voor de herziening van de begrotingsenveloppe volgens de parameters die zij bepaalt.
§ 2. Het Agentschap:
verdeelt de bedragen bedoeld in het eerste lid, 1°, onder de Waalse verzekeringsinstellingen;
verdeelt de globale subsidie bedoeld in paragraaf 1, 2°, tussen de Waalse verzekeringsinstellingen volgens de door de Regering bepaalde modaliteiten.
Wat betreft het eerste lid, 1°, wordt het overschot van de bedragen bestemd voor de betaling van de tegemoetkomingen voor hulp aan bejaarden teruggestort aan het Agentschap binnen de termijn en volgens de modaliteiten die de Regering bepaalt.
§ 3. [2 De bedragen bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, 1° en 2°, worden gestort op afzonderlijke rekeningen geopend op naam van de Waalse verzekeringsinstellingen.
De in paragraaf 2, eerste lid, 1°, bedoelde bedragen worden door de Waalse verzekeringsinstellingen uitsluitend gebruikt voor de doeleinden waarvoor zij zijn toegekend.
De in paragraaf 2, eerste lid, 1°, bedoelde bedragen worden door de Waalse verzekeringsinstellingen uitsluitend gebruikt voor de opdrachten die hun door dit Wetboek worden toevertrouwd.]2
]1

ART. 43/48. [1 L'enveloppe budgétaire relative aux organismes assureurs wallon couvre :
les sommes destinées aux paiements de l'allocation pour l'aide aux personnes âgées;
la subvention globale destinée à couvrir les frais de gestion des organismes assureurs wallons.
Le Gouvernement arrête les modalités de révision de l'enveloppe budgétaire en fonction de paramètres qu'il définit.
§ 2. L'Agence :
distribue les sommes visées au paragraphe 1er, 1°, aux organismes assureurs wallons;
répartit la subvention globale visée au paragraphe 1er, 2°, entre organismes assureurs wallons selon les modalités définies par le Gouvernement.
En ce qui concerne l'alinéa 1er, 1°, le surplus des sommes destinées au paiement des allocations pour l'aide aux personnes âgées est reversé à l'Agence dans le délai et selon les modalités fixés par le Gouvernement.
§ 3. [2 Les montants visés au paragraphe 2, alinéa 1er, 1° et 2° sont versés sur des comptes séparés ouverts au nom des organismes assureurs wallons.
Les montants visés au paragraphe 2, alinéa 1er, 1°, sont utilisés par les organismes assureurs wallons aux fins exclusives pour lesquelles elles ont été réparties.
Les montants visés au paragraphe 2, alinéa 1er, 2°, sont utilisés par les organismes assureurs wallons aux fins exclusives des missions qui leur sont confiées par le présent Code]2
]1

Art. 43/49. [1 § 1. De Regering bepaalt het bedrag van de globale subsidie die bestemd is om de beheerskosten van de Waalse verzekeringsinstellingen te dekken.
Dit bedrag evolueert in de tijd, volgens de modaliteiten bepaald door de Regering.
§ 2. De Regering bepaalt de berekeningswijze van het aandeel van elke Waalse verzekeringsinstelling in de totale subsidie voor de financiering van de beheerskosten van de Waalse verzekeringsinstellingen, rekening houdende met:
een kwantitatief criterium dat verband houdt met de werklast van de Waalse verzekeringsinstellingen;
een kwalitatief criterium dat verband houdt met de evaluatie van de kwaliteit van de prestaties van de Waalse verzekeringsinstellingen.
[2 In afwijking van het eerste lid wordt de globale subsidie ter financiering van de administratieve kosten tot en met 31 december 2027 over de Waalse verzekeringsinstellingen verdeeld op basis van het enige kwantitatieve criterium.]2]1

ART. 43/49. [1 Le Gouvernement arrête le montant de la subvention globale destinée à financer les frais de gestion des organismes assureurs wallons.
Ce montant évolue dans le temps, selon les modalités arrêtées par le Gouvernement.
§ 2. Le Gouvernement détermine les modalités de calcul de la part de chaque organisme assureur wallon dans la subvention globale destinée à financer les frais de gestion des organismes assureurs wallons en tenant compte :
d'un critère quantitatif lié à la charge de travail des organismes assureurs wallons;
d'un critère qualitatif lié à l'évaluation de la qualité des prestations des organismes assureurs wallons.
[2 Par dérogation à l'alinéa 1er, jusqu'au 31 décembre 2027, la subvention globale destinée à financer les frais d'administration est répartie entre les organismes assureurs wallons sur la base du seul critère quantitatif.]2 ]1

Art. 43/50. [1 De Regering bepaalt de gevallen waarin de Waalse verzekeringsinstellingen de bedragen van de oninvorderbare betalingen of waarvoor van terugvordering wordt afgezien, ten laste van het Waalse Gewest laten. ]1
ART. 43/50. [1 Le Gouvernement détermine les cas dans lesquels les organismes assureurs wallons délaissent à charge de la Région wallonne, les montants des indus irrécouvrables ou pour lesquels il est renoncé au recouvrement. ]1
Art. 43/51. [1 Het Agentschap legt de rechtzetting op van de boekingen en compenseert op de komende stortingen de bedragen van de onverschuldigde tegemoetkomingen aangerekend ten laste van het Waalse Gewest buiten de hypothesen bedoeld in artikel 43/50. ]1
ART. 43/51. [1 L'Agence impose la rectification des écritures comptables et compense sur les versements à venir les montants des allocations indues imputées à charge de la Région wallonne en dehors des hypothèses visées à l'article 43/50. ]1
TITEL VII. [1 Raad voor het beheer van de hulp aan bejaarden en verzakingscomité ]1
TITRE VII [1 Conseil de la gestion de l'allocation pour l'aide aux personnes âgées et comité de renonciation]1
Art. 43/52.. [1 Er wordt een Raad voor het beheer van de hulp aan bejaarden en verzakingscomité opgericht.
De Regering bepaalt de samenstelling, de werkwijze en de taken van de Raad en het comité.
De Raad informeert de branchecomités "Handicap" en "Welzijn en Gezondheid" van het Agentschap over de administratieve en budgettaire beslissingen met betrekking tot de toepassing van de bepalingen van dit Boek.
Eenmaal per jaar legt de Raad een activiteitenverslag voor aan de branchecomités "Handicap" en "Welzijn en Gezondheid" van het Agentscha]1

ART. 43/52. [1 Il est institué un Conseil de la gestion de l'allocation pour l'aide aux personnes âgées et un comité de renonciation.
Le Gouvernement fixe la composition, le mode de fonctionnement ainsi que les missions du Conseil et du comité.
Le Conseil informe les comités de branche " Handicap " et " Bien-être et santé " de l'Agence des décisions administratives et budgétaires relatives à l'application des dispositions du présent Livre.
Une fois par an, le Conseil rend un rapport d'activités aux comités de branche " Handicap " et " Bien-être et santé " de l'Agence. ]1

TITEL VIII. [1 Uitwisseling van informatie ]1
TITRE VIII. [1 Echange d'informations ]1
Art. 43/53.. [1 Indien een Waalse verzekeringsinstelling vaststelt dat een andere Waalse verzekeringsinstelling bevoegd is geworden om de tegemoetkomingen te betalen, deelt zij die andere Waalse verzekeringsinstelling onmiddellijk alle informatie mee die zij nodig heeft om haar bevoegdheid te kunnen uitoefenen.
De uitwisseling van gegevens vindt plaats langs elektronische weg. ]1

ART. 43/53. [1 Si un organisme assureur wallon constate qu'un autre organisme assureur wallon est devenu compétent pour payer les allocations, il transmet immédiatement à cet autre organisme assureur wallon toutes les informations nécessaires afin que ce dernier puisse exercer sa compétence.
L'échange des données se déroule par la voie électronique.]1

TITEL IX. [1 Bescherming van de persoonlijke levenssfeer ]1
TITRE IX. [1 La protection de la vie privée ]1
Art. 43/54.. [1 § 1. De persoonsgegevens worden uitsluitend verwerkt met het oog op de uitvoering van de taken inzake de betaling van de tegemoetkomingen van de Waalse verzekeringsinstellingen en de taken van het Agentschap voor het toezicht op de toepassing van de bepalingen inzake het beheer en de betaling van de tegemoetkomingen.
§ 2. De Waalse verzekeringsinstellingen en het Agentschap zijn elk verantwoordelijk voor de verwerking van de gegevens die ze uitvoeren in het kader van de uitoefening van de taken van openbare dienst die hen respectievelijk door dit Boek zijn toevertrouwd.
De gegevens van de dossiers betreffende aanvragen voor tegemoetkomingen die geen aanleiding hebben gegeven tot een betaling, worden, mits de verjaringstermijn niet is gestuit door de betrokkenen, bewaard gedurende vijf jaar vanaf de laatste dag van het kwartaal waarin de aanvraag voor tegemoetkomingen is ingediend.
De gegevens in de afgesloten dossiers betreffende de aanvragen voor tegemoetkomingen die aanleiding hebben gegeven tot minstens een betaling, de gegevens in de geopende dossiers, de boekhoudkundige stukken en daarmee gelijkgestelde stukken moeten, voor zover de verjaring niet door de belanghebbenden geschorst is, gedurende zeven jaar bewaard worden te rekenen van 31 december van het jaar waarin het dossier wordt afgesloten.]1

ART. 43/54. [1 Le traitement des données à caractère personnel a lieu avec pour seule finalité d'exécuter les missions de paiement des allocations des organismes assureurs wallons et les missions de l'Agence de contrôle de l'application des dispositions relatives au dispositif de gestion et de paiement des allocations.
§ 2. Les organismes assureurs wallons et l'Agence sont, chacun, responsables du traitement pour les traitements de données qu'ils réalisent dans le cadre de l'exercice des missions de service public qui leur sont respectivement confiées par le présent Livre.
Les données des dossiers relatifs aux demandes d'allocations qui n'ont pas donné lieu à un paiement sont, pour autant que la prescription n'ait pas été interrompue par les intéressés, conservées cinq années à dater du dernier jour du trimestre au cours duquel la demande d'allocations a été introduite.
Les données des dossiers clôturés relatifs à des demandes d'allocations ayant donné lieu à au moins un paiement, les données dans les dossiers ouverts, les documents comptables et assimilés sont, pour autant que la prescription n'ait pas été interrompue par les intéressés, conservés sept années à compter du 31 décembre de l'année au cours de laquelle le dossier est clôturé. ]1

TITEL X. [1 Controle ]1
TITRE X. [1 Contrôle ]1
Art. 43/55. [1 Artikel 43/21 is toepasselijk op de controle op de naleving van de bepalingen van dit Boek. ]1
ART. 43/55. [1 L'article 43/21 est applicable au contrôle du respect des dispositions du présent Livre. ]1
Art. 43/56.. [1 Het Agentschap is belast met het toezicht op de toepassing van de reglementaire bepalingen met betrekking tot de regelingen voor het beheer en de betaling van tegemoetkomingen voor hulp aan bejaarden.
Met het oog hierop:
houdt het Agentschap toezicht op de uitvoering van de bepalingen van dit Boek;
voert het Agentschap de verschillende soorten terugkerende en ad hoc controles uit, in dit geval de controle van het administratief beheer van de dossiers door de Waalse verzekeringsinstellingen en de evaluatie van het gebrek aan of de vermindering van de zelfredzaamheid bedoeld in artikel 43/36 en de controle van de voorwaarden van de verzaking bedoeld in artikel 43/45.
De controle van de kwaliteit van de beslissingen wordt door het Agentschap regelmatig en steekproefsgewijs uitgevoerd.
Het Agentschap ziet toe op de correcte toepassing van de regels voor de betaling van de tegemoetkomingen op basis van de activiteit en de financiële informatie die regelmatig door de Waalse verzekeringsinstellingen wordt doorgegeven.
De Waalse verzekeringsinstellingen verstrekken het Agentschap binnen de door de Regering vastgestelde termijnen alle inlichtingen, gegevens of documenten die het van hen vraagt, voor zover deze nodig zijn voor de uitoefening van de wettelijke controletaak, volgens de door de Regering vastgestelde modaliteiten.
De Regering bepaalt de modaliteiten van deze verschillende soorten controles die door het Agentschap worden uitgevoerd, alsook het model voor de mededeling van de financiële en statistische rapportage. ]1

ART. 43/56. [1 L'Agence est chargée du contrôle de l'application des dispositions réglementaires relatives au dispositif de gestion et de paiement des allocations pour l'aide aux personnes âgées.
A cet effet, l'Agence :
surveille l'exécution des dispositions du présent Livre;
procède aux différents types de contrôles récurrents et ad hoc en l'occurrence le contrôle de la gestion administrative des dossiers par les organismes assureurs wallons et de l'évaluation du manque ou de la réduction d'autonomie tel que visé à l'article 43/36 et le contrôle des conditions de la renonciation visée à l'article 43/45.
Le contrôle de la qualité des décisions est effectué par l'Agence de manière régulière et aléatoire.
L'Agence contrôle la bonne application des règles de versement des allocations sur la base des informations d'activités et des informations financières transmises de façon régulière par les organismes assureurs wallons.
Les organismes assureurs wallons fournissent à l'Agence, dans les délais fixés par le Gouvernement, tous les renseignements, informations ou documents qu'elle leur demande, à condition que ceux-ci soient nécessaires pour l'exercice de la mission légale de contrôle, selon les modalités déterminées par le Gouvernement.
Le Gouvernement détermine les modalités de ces différents types de contrôles exercés par l'Agence ainsi que le modèle pour la communication du rapportage financier et statistique. ]1

TITEL XI. [1 Overgangsbepaling ]1
TITRE XI. [1 Disposition transitoire ]1
Art. 43/57. [1 § 1. Personen die de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden ontvangen krachtens de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap, vóór de goedkeuring van dit boek, blijven deze ontvangen tegen het bedrag dat is vastgesteld op de datum van inwerkingtreding van dit boek, totdat, ter gelegenheid van een herziening of op hun verzoek, een beslissing in toepassing van dit boek wordt genomen.
§ 2. In afwijking van dit Boek blijft de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap van toepassing op elke aanvraag voor een tegemoetkoming die vóór 1 januari 2021 is ingediend en waarvoor nog geen beslissing tot weigering of toekenning uit hoofde van deze wet is genomen tot de beslissing tot weigering of toekenning die de aanvraag afsluit. ]1

ART. 43/57. [1 § 1er. Les personnes bénéficiant de l'allocation pour l'aide aux personnes âgées en vertu de la loi du 27 février 1987 relative aux allocations aux personnes handicapées, avant l'adoption du présent livre continuent à la percevoir, au montant liquidé à la date d'entrée en vigueur du présent livre, jusqu'à ce que, à l'occasion d'une révision ou à leur demande, une décision en application du présent Livre soit prise.
§ 2. Par dérogation au présent Livre, la loi du 27 février 1987 relative aux allocations aux personnes handicapées continue à s'appliquer pour toute demande d'allocation introduite avant le 1er janvier 2021 et pour laquelle une décision de refus ou d'octroi n'a pas encore été prise en vertu de cette loi jusqu'à la décision de refus ou d'octroi qui clôture la demande. ]1

Boek IV. [1 Bepalingen gemeen aan de operatoren van het beleid van Sociale actie en Gezondheid bedoeld in deel II van het Wetboek]1
Livre IV. [1 - Dispositions communes aux opérateurs de la politique de l'Action sociale et de la Santé visés dans la deuxième partie du Code]1
TITEL I. [1 - Inzameling van gegevens]1
TITRE Ier. [1 Collecte de données]1
Art. 44. [1 De Regering wordt ertoe gemachtigd de voorwaarden en de modaliteiten te bepalen voor de inzameling van de gegevens bij de operatoren van het beleid van Sociale actie en Gezondheid bedoeld in deel II van het Wetboek voor de uitvoering van studies en analysen van statistische gegevens in de aangelegenheden bedoeld bij artikel 5, § 1, I, 1°, en II, 1° tot 5°, van de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980.
Het eerste lid is niet van toepassing op de operatoren van het beleid van Sociale actie en Gezondheid bedoeld in boek IV van deel II van het Wetboek.]1

Art. 44. [1 Le Gouvernement est habilité à arrêter les conditions et modalités de collecte de données auprès des opérateurs de la politique de l'Action sociale et de la Santé visés dans la deuxième partie du Code pour la réalisation d'études et d'analyses de données statistiques dans les matières visées par l'article 5, § 1er, I, 1°, et II, 1° à 5°, de la loi spéciale de réformes institutionnelles du 8 août 1980.
L'alinéa 1er ne s'applique pas aux opérateurs de la politique de l'Action sociale et de la Santé visés dans le Livre IV de la deuxième partie du Code.]1

Art. 44/1. [1 In het kader van de subsidies bedoeld in artikel 47/3 gaat de administratie over tot een jaarlijkse inzameling van de gegevens in verband met de operatoren van het beleid van Sociale actie en Gezondheid die over één of meerdere erkenningen bedoeld in dit Wetboek beschikken en met de statutaire of contractuele werknemers of daarmee gelijkgesteld die, binnen de diensten, belast zijn met de opdrachten uitgevoerd in het kader van de erkenningen.
De inzameling en de verwerking van de gegevens bedoeld in het eerste lid hebben als doel :
de financiële evaluatie van de eisen van de sociale partners;
de onderhandelingen met het oog op de ondertekening van de akkoorden bedoeld in artikel 47/03;
het opmaken van de begroting betreffende de maatregelen die erin voorkomen, met inbegrip van de verdeling van de enveloppen tussen de erkenningssectoren en, binnen elke sector, tussen de erkende diensten;
de jaarlijkse evaluatie van de maatregelen met de sociale partners;
het opstellen van nieuwe beleidsvormen in de betrokken sectoren.
Het Operationeel Directoraat-generaal Plaatselijke Besturen, Sociale Actie en Gezondheid is verantwoordelijk voor de verwerking bedoeld in het eerste lid in de zin van artikel 1, § 4, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.]1

Art. 44/1. [1 Dans le cadre des subventions visées à l'article 47/3, l'administration procède à une collecte annuelle de données relatives aux opérateurs de la politique de l'action sociale et de la santé disposant d'un ou plusieurs agréments visés dans le présent Code et aux travailleurs statutaires ou contractuels salariés ou assimilés qui sont, au sein des services, affectés aux missions réalisées dans le cadre des agréments.
La collecte et le traitement de données visés à l'alinéa 1er permettent :
l'évaluation financière des revendications des partenaires sociaux;
les négociations en vue de la signature des accords visés à l'article 47/03;
l'établissement du budget relatif aux mesures qui y figurent, en ce compris la répartition des enveloppes entre les secteurs d'agrément et, à l'intérieur de chaque secteur, entre les services agréés;
l'évaluation annuelle des mesures avec les partenaires sociaux;
l'élaboration de politiques nouvelles dans les secteurs concernés.
La Direction générale opérationnelle Pouvoirs locaux, Action sociale et Santé est le responsable du traitement visé à l'alinéa 1er au sens de l'article 1er, § 4, de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel.]1

Art. 44/2. [1 De inzameling van de gegevens en hun verwerking dienen minstens om het volgende te bepalen :
het aantal voltijds equivalenten voor het geheel van de sectoren vallend onder de maatregelen bedoeld in artikel 47/3, het aantal voltijds equivalenten per erkenningssector en het aantal voltijds equivalenten per erkende dienst;
het aantal werknemers voor het geheel van de sectoren vallend onder de maatregelen bedoeld in artikel 47/3, het aantal werknemers per erkenningssector en het aantal werknemers per erkende dienst;
het aantal voltijds equivalenten en het aantal werknemers per functie en per financieringsbron;
de verdeling, per sector, tussen arbeiders en bedienden;
de verdeling, per sector, tussen mannen en vrouwen;
het aantal vol- en deeltijdse werknemers, per sector, functie en financieringsbron;
de leeftijd en anciënniteit van de werknemers;
de loonmassa per sector;
de plaats voorbehouden voor de opleiding in de sectoren en binnen elke dienst.]1

Art. 44/2. [1 La collecte de données et leur traitement permettent au minimum de déterminer :
le nombre d'équivalents temps plein pour l'ensemble des secteurs concernés par les mesures visées à l'article 47/3, le nombre d'équivalents temps plein par secteur d'agrément et le nombre d'équivalents temps plein par service agréé;
le nombre de travailleurs pour l'ensemble des secteurs concernés par les mesures visées à l'article 47/3, le nombre de travailleurs par secteur d'agrément et le nombre de travailleurs par service agréé;
le nombre d'équivalents temps plein et le nombre de travailleurs par fonction et par origine de financement;
la répartition, par secteur, entre ouvriers et employés;
la répartition, par secteur, entre hommes et femmes;
le nombre de travailleurs à temps plein et à temps partiel, par secteur, fonction et origine de financement;
l'âge et l'ancienneté des travailleurs;
la masse salariale par secteur;
la place réservée à la formation dans les secteurs et à l'intérieur de chaque service.]1

Art. 44/3. [1 De gegevens ingezameld om de opdrachten bedoeld in artikel 44/1 te vervullen en om over de informatie bedoeld in artikel 44/2 te beschikken, zijn :
de gegevens i.v.m. met de erkende operatoren van het beleid van Sociale actie en Gezondheid bedoeld in artikel 47/3 :
a) nationaal ondernemingsnummer;
b) benaming;
c) adres van de [2 zetel]2: straat, nummer, bus, postcode, plaats;
d) telefoon- en gsm-nummer;
e) elektronisch adres;
f) persoon die wettelijk gemachtigd is om de dienst te verbinden: naam, voornaam, functie, telefoon- en gsm-nummer, elektronisch adres;
g) contactpersoon: naam, voornaam, functie, telefoon- en gsm-nummer, elektronisch adres;
h) erkenningen van de dienst;
i) wekelijkse arbeidsregeling van de dienst;
j) aanwezigheid van een opleidingsplan en type opleiding;
de gegevens i.v.m. de werknemers van de erkende diensten die belast zijn met de opdrachten uitgevoerd in het kader van de erkenningen :
a) rijksregisternummer;
b) naam;
c) voornamen;
d) geboortedatum;
e) geslacht;
f) totale wekelijkse arbeidsregeling;
g) de erkenning(en);
h) de functie(s);
i) de werktijd in elke erkenning en in elke functie;
j) het statuut: arbeider of bediende;
k) het feit dat de werknemer statutair of contractueel is;
l) de anciënniteit die aan de werknemer moet worden toegekend op basis van een sectorale collectieve overeenkomst of van het statuut;
n) de weddeschaal;
n) de financieringsbronnen;
o) de lastige uren gepresteerd over een periode van één jaar en gevaloriseerd door een overwerktoeslag;
p) de opleiding: aantal uren, kostprijs, thema's, interne of externe organisatie, al dan niet vervangen werknemer.]1

Art. 44/3. [1 Pour remplir les missions visées à l'article 44/1 et disposer des informations visées à l'article 44/2, les données collectées sont :
les données relatives aux opérateurs de la politique de l'action sociale et de la santé agréés mentionnés à l'article 47/3 :
a) numéro national d'entreprise;
b) dénomination;
c) adresse du [2 siège]2 : rue, numéro, boîte, code postal, localité;
d) numéro de téléphone et numéro de gsm;
e) adresse électronique;
f) personne légalement autorisée à engager le service : nom, prénom, fonction, numéro de téléphone et de gsm, adresse électronique;
g) personne de contact : nom, prénom, fonction, numéro de téléphone et de gsm, adresse électronique;
h) agréments du service;
i) régime de travail hebdomadaire du service;
j) existence d'un plan de formation et type de formation;
les données relatives aux travailleurs des services agréés, affectés aux missions réalisées dans le cadre des agréments :
a) numéro de registre national;
b) nom;
c) prénoms;
d) date de naissance;
e) sexe;
f) le régime de travail hebdomadaire total;
g) le ou les agréments;
h) la ou les fonctions;
i) le temps de travail dans chaque agrément et chaque fonction;
j) le statut : ouvrier ou employé;
k) le fait que le travailleur est statutaire ou contractuel
l) l'ancienneté devant être reconnue au travailleur sur la base d'une convention collective sectorielle ou du statut;
n) l'échelle barémique;
n) les origines de financement;
o) les heures inconfortables prestées sur une période d'un an et valorisées par un sursalaire;
p) la formation : nombre d'heures, coût, thèmes, organisation interne ou externe, travailleur remplacé ou non.]1

Art. 44/4. [1 Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 6 van het samenwerkingsakkoord van 23 mei 2013 tussen het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschap over het opstarten van een gemeenschappelijk initiatief om gegevens te delen en over het gemeenschappelijk beheer van dit initiatief, bezorgen de operatoren van het beleid van Sociale actie en Gezondheid bedoeld in artikel 44/1, eerste lid, aan de administratie, op verzoek en binnen de termijn bepaald door de Regering of haar afgevaardigde, de gegevens bedoeld in artikel 44/3.
De uitbetaling van de subsidies bedoeld in artikel 47/3 wordt geschorst zolang de operatoren van het beleid van Sociale actie en Gezondheid bedoeld in artikel 44/1 de gegevens bedoeld in artikel 44/3 niet hebben verstrekt.]1

Art. 44/4. [1 Sous réserve de l'application de l'article 6 de l'accord de coopération du 23 mai 2013 entre la Région wallonne et la Communauté française sur le développement d'une initiative commune en matière de partage de données et sur la gestion conjointe de cette initiative, les opérateurs de la politique de l'action sociale et de la santé visés à l'article 44/1, alinéa 1er, fournissent à l'administration, sur la demande et dans le délai fixé par le Gouvernement ou son délégué, les données visées à l'article 44/3.
La liquidation des subventions visées à l'article 47/3 est suspendue tant que les opérateurs de la politique de l'action sociale et de la santé visés à l'article 44/1, alinéa 1er, n'ont pas fourni les données visées à l'article 44/3.]1

Art. 44/5. [1 § 1. De personeelsleden van de administratie die gemachtigd zijn om de databank bij te werken en te beheren alsook de inspecteurs die belast zijn met de controle van de betrokken erkende diensten, bij naam aangewezen door de Directeur-generaal van de administratie of daartoe behoorlijk gemachtigd, hebben toegang tot het geheel van de onbewerkte gegevens en de gegevens op naam vermeld in artikel 44/3, betreffende de werknemers van de erkende diensten.
De Regering die de gegevens nodig heeft voor de uitvoering van één of meerdere doeleinden opgesomd in artikel 44/1, tweede lid, krijgt deze gegevens vermeld in artikel 44/3, via de kruispuntbank voor de uitwisseling van gegevens, onder een geanonimiseerde en samengevoegde vorm.
De representatieve vakbondsorganisatie en de representatieve werknemersorganisaties hebben toegang tot de gegevens vermeld in artikel 44/3, samengevoegd en anoniem in de zin van artikel 1, 5°, van het koninklijk besluit van 13 februari 2001 ter uitvoering van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.
§ 2. De kruispuntbank voor de uitwisseling van gegevens is belast met de anonimisering en samenvoeging van de gegevens. Ze neemt de geschikte technische en organisationele maatregelen om de omzetting van de samengevoegde gegevens naar persoonsgegevens te voorkomen.
§ 3. Indien de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken worden bekendgemaakt, mogen de resultaten niet worden bekendgemaakt onder een vorm die de identificatie van de betrokken personen mogelijk maakt.]1

Art. 44/5. [1 § 1er. Les agents de l'administration habilités à assurer la mise à jour et la gestion de la base de données ainsi que les inspecteurs en charge du contrôle des services agréés concernés, nommément désignés par le directeur général de l'administration ou dûment habilités, ont accès à l'entièreté des données brutes et nominatives, mentionnées à l'article 44/3, concernant les travailleurs des services agréés.
Le Gouvernement qui en a besoin pour la réalisation d'une ou des finalités énumérées à l'article 44/1, alinéa 2, se voit communiquer, via la banque-carrefour d'échange de données, les données, mentionnées à l'article 44/3, qui lui sont nécessaires sous forme anonymisée et agrégée.
Les organisations syndicales représentatives et les organisations patronales représentatives ont accès aux données, mentionnées à l'article 44/3, agrégées et anonymisées au sens de l'article 1er, 5°, de l'arrêté royal du 13 février 2001 pris en application de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel.
§ 2. La banque-carrefour d'échange de données est chargée de l'anonymisation et de l'agrégation des données. Elle adopte les mesures techniques et organisationnelles adéquates afin d'empêcher la conversion des données agrégées en données à caractère personnel.
§ 3. En cas de publication des résultats des études réalisées, les résultats ne peuvent pas être rendus publics sous une forme permettant l'identification des personnes concernées.]1

Art. 44/6. [1 [2 Het Agentschap wordt betrokken]2 bij de studies en onderzoeken van statistische gegevens bedoeld in artikel 44.]1
Art. 44/6. [1 [2 L'Agence est associée]2 aux études et analyses de données statistiques visées à l'article 44.]1
TITEL 2. [1 - Communicatie met een elektronisch middel]1
TITRE II. [1 - Communication par voie électronique]1
Art. 45. [1 Wanneer de mededeling van documenten of van informatie in uitvoering van deel II van het Wetboek wordt geëist, kan de Regering toestaan of opleggen dat deze mededeling langs elektronische weg wordt uitgevoerd.
De Regering bepaalt de aard en de modaliteiten betreffende de elektronische communicatie bedoeld in het eerste lid. Ze kan, in dat opzicht, het gebruik van elektronische formulieren opleggen, die zij ter beschikking stelt.
Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op de mededeling van documenten of informatie die in uitvoering van boek IV van deel II het Wetboek wordt geëist.]1

Art. 45. [1 Lorsque la communication de documents ou d'informations est exigée en exécution de la deuxième partie du Code, le Gouvernement peut autoriser ou imposer que cette communication soit réalisée par la voie électronique.
Le Gouvernement fixe la nature et les modalités de la communication électronique visée à l'alinéa 1er. Il peut, à ce titre, imposer l'utilisation de formulaires électroniques qu'il met à disposition.
Les alinéas 1er et 2 ne s'appliquent pas à la communication de documents ou d'informations exigée en exécution du Livre IV de la deuxième partie du Code.]1

TITEL 3. [1 - Activiteitenverslag]1
TITRE III. [1 - Rapport d'activités]1
Art. 46. [1 De in uitvoering van deel II van het Wetboek erkende operatoren van het beleid van Sociale actie en Gezondheid maken jaarlijks een activiteitenverslag aan de Regering of aan haar afgevaardigde over vóór 1 maart van het jaar dat volgt op het jaar waarop het verslag betrekking heeft.
Dit verslag moet een kwalitatieve en kwantitatieve beoordeling mogelijk maken van de activiteiten van de operatoren bedoeld in het eerste lid.
De Regering bepaalt de inhoud van het verslag en de communicatiemodaliteiten naar gelang van de bijzondere kenmerken en de activiteitensector van elke operator.
De eerste drie leden zijn niet van toepassing op de in uitvoering van boek IV van deel II van het Wetboek erkende operatoren van het beleid van Sociale actie en Gezondheid.]1

Art. 46. [1 Les opérateurs de la politique de l'Action sociale et de la Santé agréés ou reconnus en exécution de la deuxième partie du Code, transmettent annuellement un rapport d'activités au Gouvernement ou à son délégué avant le 1er mars de l'année suivant celle à laquelle il se rapporte.
Ce rapport doit permettre de porter une appréciation qualitative et quantitative sur les activités exercées par les opérateurs visés à l'alinéa 1er.
Le Gouvernement fixe le contenu du rapport et ses modalités de communication en fonction des particularités propres à chaque opérateur et à son secteur d'activités.
Les alinéas 1er, 2 et 3 ne s'appliquent pas aux opérateurs de la politique de l'Action sociale et de la Santé agréés ou reconnus en exécution du Livre IV de la deuxième partie du Code.]1

TITEL 3/1. [1 Inspecties]1
TITRE III/1. [1 Inspections]1
HOOFDSTUK 1. [1 Algemene bepalingen]1
CHAPITRE 1er. [1 Dispositions générales]1
Art. 46/1. [1 Voor de toepassing van deze Titel wordt verstaan onder :
normen: de sectorale bepalingen van Deel 2 van van dit Wetboek en hun uitvoeringsbesluiten;
werkdagen: alle dagen van de week, met uitzondering van zon- en feestdagen;
3°: operator: de operator van het beleid inzake sociale actie en gezondheid die erkend is of goedgekeurd is of die verplicht is om een erkenning of goedkeuring aan te vragen overeenkomstig Deel 2 van dit Wetboek en de uitvoeringsbesluiten ervan.]1

Art. 46/1. [1 Pour l'application du présent titre, on entend par :
normes : les dispositions sectorielles de la deuxième partie du présent Code et leurs arrêtés d'exécution;
jours ouvrables : tous les jours de la semaine, à l'exception du dimanche et des jours fériés légaux;
: opérateur : l'opérateur de la politique de l'Action sociale et de la Santé agréé ou reconnu ou contraint de solliciter un agrément ou une reconnaissance en exécution de la deuxième partie du présent Code et de ses arrêtés d'exécution.]1

HOOFDSTUK II. [1 Opdrachten en verslagen]1
CHAPITRE II. [1 Missions et rapports]1
Afdeling 1. [1 Opdrachten]1
Section 1ere [1 Missions]1
Art. 46/2. [1 De opdracht van de Regering is:
het controleren van de operatoren om na te gaan of zij de normen naleven en, in voorkomend geval, het opvolgen van actieplannen die voor de operatoren zijn opgesteld om aan de normen te voldoen;
het ondersteunen van initiatieven voor continue kwaliteitsverbetering door steun en advies te verlenen aan operatoren;
het onderzoeken van klachten tegen operatoren zoals bedoeld in artikel 43 van dit Wetboek.
Onverminderd de sancties waarin de sectorale bepalingen van Deel 2 van dit Wetboek en hun uitvoeringsbesluiten voorzien, legt de Regering de operator nalevingsmaatregelen en een tijdschema voor de uitvoering ervan op indien wordt vastgesteld dat de normen niet worden nageleefd.]1

Art. 46/2. [1 Le Gouvernement a pour mission :
le contrôle des opérateurs afin de vérifier le respect des normes ainsi que, le cas échéant, le suivi de plans d'actions mis en place pour les opérateurs afin de s'y conformer;
l'accompagnement des démarches d'amélioration continue de la qualité, par le soutien et le conseil à l'opérateur;
l'instruction des plaintes déposées à l'encontre des opérateurs telle que visée à l'article 43 du présent Code.
Sans préjudice des sanctions prévues aux dispositions sectorielles de la deuxième partie du présent Code et leurs arrêtés d'exécution, le Gouvernement impose à l'opérateur des mesures de mises en conformité ainsi qu'un échéancier de réalisation lorsqu'il s'avère que les normes ne sont pas respectées.]1

Afdeling 2. [1 Verslagen]1
Section 2. [1 Rapports]1
Art. 46/3. [1 In het kader van de uitoefening van haar taken krachtens artikel 46/2, eerste lid, 1° en 2°, stelt de Regering een verslag op waarin zij opmerkingen formuleert, de nodige nalevingsmaatregelen aanduidt en desgevallend aanbevelingen formuleert of een actieplan opstelt dat moet worden uitgevoerd. Het verslag wordt aan de operator bezorgd, door middel van een toezending die een bepaalde datum vastlegt, binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na het bezoek van de inspectiedienst van het Agentschap om het voorlopig verslag voor te leggen aan de directie van de operator.
De operator beschikt over een termijn van dertig dagen, te rekenen vanaf de dag volgend op de ontvangst van het voorlopige verslag, om zijn opmerkingen kenbaar te maken.
Bij het opstellen van het eindverslag wordt rekening gehouden met de opmerkingen van de operator. Het eindverslag bevat conclusies op basis van de opmerkingen van de operator en, indien van toepassing, een tijdschema voor nalevingsmaatregelen.
Dit verslag wordt aan de exploitant toegezonden binnen een termijn van dertig dagen die ingaat op de dag na ontvangst van de laatste opmerking of op de dag na het verstrijken van de in lid 2 bedoelde termijn.]1

Art. 46/3. [1 Dans le cadre de l'accomplissement de ses missions visées à l'article 46/2, alinéa 1er, 1° et 2°, le Gouvernement établit un rapport dans lequel il formule des observations, identifie les mises en conformité nécessaires et formule, le cas échéant, des recommandations ou un plan d'actions à mettre en oeuvre. Le rapport est transmis à l'opérateur, par le biais d'un envoi conférant date certaine, dans un délai de trente jours prenant cours le lendemain de la visite du service d'inspection de l'Agence destinée à présenter le rapport provisoire à la direction de l'opérateur.
L'opérateur dispose d'un délai de trente jours prenant cours le jour suivant la réception du rapport provisoire pour formuler ses observations.
Les observations de l'opérateur sont prises en compte pour la rédaction du rapport final. Ce rapport final contient des conclusions établies notamment au vu des observations transmises par l'opérateur et, le cas échéant, un échéancier de la réalisation des mesures de mise en conformité.
Ce rapport est transmis à l'opérateur, par le biais d'un envoi conférant date certaine, dans un délai de trente jours prenant cours le jour suivant la réception de la dernière observation ou le jour suivant l'expiration du délai fixé à l'alinéa 2.]1

Art. 46/4. [1 De in artikel 46/3, eerste en derde lid, bedoelde termijnen kunnen op verzoek van de operator worden verlengd. De Regering stelt de operator uiterlijk op de dag waarop de termijn verstrijkt, van de verlenging van de termijn in kennis door middel van een toezending die, op straffe van nietigheid, een zekere datum vermeldt.
De in artikel 46/3, tweede lid, bedoelde termijn kan eenmaal worden verlengd. De operator stelt de Regering uiterlijk op de dag waarop de termijn afloopt in kennis van zijn verzoek tot verlenging, op straffe van verval, door middel van een brief waarin een datum wordt vastgesteld.
Wanneer de dag waarop een in artikel 46/3 bedoelde termijn verstrijkt, geen werkdag is, loopt de termijn af op de eerstvolgende werkdag.]1

Art. 46/4. [1 Les délais visés à l'article 46/3, alinéas 1er et 3, sont prorogeables sur demande de l'opérateur. Le Gouvernement notifie, par le biais d'un envoi conférant date certaine, à peine de nullité, la prorogation du délai à l'opérateur au plus tard le jour de l'échéance du délai.
Le délai visé à l'article 46/3, alinéa 2, est renouvelable une fois. L'opérateur notifie au Gouvernement, à peine de nullité, sa demande de prorogation au plus tard le jour de l'échéance du délai par le biais d'un envoi conférant date certaine.
Lorsque le jour de l'échéance d'un délai visé à l'article 46/3 n'est pas un jour ouvrable, le délai se termine le jour ouvrable suivant.]1

Afdeling 3. [1 Bekendmaking]1
Section 3. [1 Publicité]1
Art. 46/5. [1 De gestandaardiseerde conclusies die voortvloeien uit het in artikel 46/3, derde lid, bedoelde eindverslag en die geen persoonsgegevens bevatten, worden openbaar gemaakt.
De Regering stelt een modelverslag op en bepaalt de minimuminhoud en de procedures voor de bekendmaking van de in lid 1 bedoelde conclusies.
De Regering zal een testfase organiseren die minstens 3 maanden duurt voor de publicatie.]1

Art. 46/5. [1 Les conclusions standardisées issues du rapport final visé à l'article 46/3, alinéa 3, et qui ne contiennent aucune donnée à caractère personnel, sont rendues publiques.
Le Gouvernement élabore un modèle de rapport, détermine le contenu minimal et les modalités de publication des conclusions visées à l'alinéa 1er.
Une phase de test d'une période minimum de 3 mois préalable à toute publication est organisée par le Gouvernement.]1

Art. 46/6. [1 De Regering kan de mededeling van de in artikel 46/3 bedoelde documenten aan de operatoren langs elektronische weg organiseren op de wijze die zij bepaalt.]1
Art. 46/6. [1 Le Gouvernement peut organiser la communication des documents visés à l'article 46/3 aux opérateurs par la voie électronique conformément aux modalités qu'il détermine.]1
TITEL 4. [1 - Toelagen]1
TITRE IV. [1 - Subventions]1
Art. 47. [1 De Regering bepaalt de modaliteiten en de termijnen voor de vereffening van de toelagen toegekend in uitvoering van deel II van het Wetboek met inachtneming van het beginsel van de begrotingsannaliteit.
Het eerste lid is niet van toepassing op de toelagen toegekend in uitvoering van boek IV van deel II van het Wetboek.]1

Art. 47. [1 Le Gouvernement fixe les modalités et délais de liquidation des subventions accordées en exécution de la deuxième partie du Code dans le respect du principe de l'annualité budgétaire.
L'alinéa 1er ne s'applique pas aux subventions accordées en exécution du Livre IV de la deuxième partie du Code.]1

Art. 47/1. [1 § 1. De operatoren van het beleid van Sociale actie en Gezondheid bedoeld in deel II van het Wetboek die in aanmerking komen voor de toelagen, moeten het gebruik ervan rechtvaardigen binnen de termijn en volgens de modaliteiten bepaald door de Regering, rekening houdend met de aard van de toelagen en van de bijzondere kenmerken en de activiteitensector van elke operator.
§ 2. De Regering kan bepalen dat de toelagen worden verminderd of dat hun vereffening wordt geschorst zolang de operatoren van het beleid van Sociale actie en Gezondheid bedoeld in deel II van het Wetboek het gebruik van hun toelagen volgens de modaliteiten bedoeld in uitvoering van paragraaf 1 niet gerechtvaardigd hebben.
§ 3. De paragrafen 1 en 2 zijn niet van toepassing op de operatoren van het beleid van Sociale actie en Gezondheid bedoeld in boek IV van deel II van het Wetboek.]1

Art. 47/1. [1 § 1er. Les opérateurs de la politique de l'Action sociale et de la Santé visés dans la deuxième partie du Code qui bénéficient de subventions justifient leur utilisation dans le délai et selon les modalités fixées par le Gouvernement en tenant compte de la nature des subventions et des particularités propres à chaque opérateur et à son secteur d'activités.
§ 2. Le Gouvernement peut prévoir que les subventions sont réduites ou que leur liquidation est suspendue tant que les opérateurs de la politique de l'Action sociale et de la Santé visés dans la deuxième partie du Code n'ont pas justifié l'utilisation de leurs subventions selon les modalités prévues en exécution du paragraphe 1er.
§ 3. Les paragraphes 1er et 2 ne s'appliquent pas aux opérateurs de la politique de l'Action sociale et de la Santé visés dans le Livre IV de la deuxième partie du Code.]1

Art. 47/2. [1 De Regering of haar afgevaardigde controleert het gebruik van de toelagen toegekend aan de operatoren in uitvoering van deel II van het Wetboek op grond van de rechtvaardigingen overgemaakt in uitvoering van artikel 47/1.
De Regering bepaalt de modaliteiten en de voorwaarden voor de uitvoering van deze controle rekening houdend met de aard van de toelagen en de bijzondere kenmerken en de activiteitensector van elke operator.
De eerste twee leden zijn niet van toepassing op de toelagen toegekend in uitvoering van boek IV van deel II van het Wetboek.]1

Art. 47/2. [1 Le Gouvernement ou son délégué contrôle l'utilisation des subventions octroyées aux opérateurs en exécution de la deuxième partie du Code sur la base des justifications communiquées en exécution de l'article 47/1.
Le Gouvernement fixe les modalités et conditions dans lesquelles ce contrôle est opéré en tenant compte de la nature des subventions et des particularités propres à chaque opérateur et à son secteur d'activités.
Les alinéas 1er et 2 ne s'appliquent pas aux subventions octroyées en exécution du Livre IV de la deuxième partie du Code.]1

Art. 47/3. [1 Onverminderd de subsidies toegekend krachtens het tweede deel van dit Wetboek, kan de Regering binnen de perken van de begrotingskredieten en volgens de criteria en modaliteiten die zij bepaalt, subsidies toekennen aan de krachtens dit Wetboek erkende operatoren van het beleid van Sociale actie en Gezondheid die zij aanwijst, om maatregelen te dekken die in het kader van akkoorden gesloten tussen de Regering en de betrokken sociale partners worden onderhandeld. Wanneer deze maatregelen betrekking hebben op werknemers, houden zij rekening met al dan niet gesubsidieerde werknemers die belast zijn met opdrachten in het kader van deze erkenningen. Deze subsidies volgen de evolutie van de tewerkstelling en van het aantal erkende verenigingen.
In de privé-sector kunnen de subsidies bedoeld in het eerste lid alleen maar worden toegekend tegen de volgende cumulatieve voorwaarden :
er moet een drieledige kaderovereenkomst worden gesloten tussen de Regering, de representatieve vakbondsorganisatie en de representatieve werknemersorganisaties die op zijn minst het volgende bepaalt :
a) de maatregelen en de modaliteiten voor de financiering van deze maatregelen;
b) voor elke maatregel, de betrokken operatoren van het beleid van Sociale actie en Gezondheid;
c) voor elke erkende sector, het aantal betrokken voltijds equivalenten of werknemers om de kostprijs van de maatregel per voltijds equivalent of per werknemer te kunnen bepalen;
het akkoord bedoeld in het eerste lid wordt uitgevoerd met inachtneming van de regels inzake sociaal overleg genomen door de bevoegde overheid.
In de openbare sector kunnen deze subsidies bedoeld in het eerste lid alleen maar worden toegekend tegen de volgende cumulatieve voorwaarden :
het akkoord bedoeld in het eerste lid bepaalt minstens :
a) de maatregelen en de modaliteiten voor de financiering van deze maatregelen;
b) voor elke maatregel, de betrokken erkende sectoren;
c) voor elke erkende sector, het aantal betrokken voltijds equivalenten of werknemers om de kostprijs van de maatregel per voltijds equivalent of per werknemer te kunnen bepalen;
het akkoord bedoeld in het eerste lid wordt gesloten met inachtneming van de regels betreffende de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel, genomen door de bevoegde overheid.]1

Art. 47/3. [1 Sans préjudice des subventions octroyées en vertu de la deuxième partie du présent Code, dans les limites des crédits budgétaires, selon les critères et modalités qu'il détermine, le Gouvernement peut octroyer aux opérateurs de la politique de l'action sociale et de la santé agréés en vertu du présent Code qu'il désigne, des subventions destinées à couvrir des mesures négociées dans le cadre d'accords conclus entre le Gouvernement et les partenaires sociaux concernés. Quand ces mesures visent les travailleurs, elles prennent en compte les travailleurs, subsidiés ou non, affectés aux missions réalisées dans le cadre de ces agréments. Ces subventions suivent l'évolution des emplois et du nombre d'associations agréées.
Dans le secteur privé, les subventions visées à l'alinéa 1er ne peuvent être octroyées qu'aux conditions cumulatives suivantes :
un accord-cadre tripartite est conclu entre le Gouvernement, les organisations syndicales représentatives et les organisations patronales représentatives et détermine au minimum :
a) les mesures et les modalités de financement de ces mesures;
b) pour chaque mesure, les opérateurs de la politique de l'action sociale et de la santé agréés concernés;
c) pour chaque secteur agréé, le nombre d'équivalents temps plein ou de travailleurs concernés de manière à pouvoir déterminer le coût de la mesure par équivalent temps plein ou par travailleur;
l'accord visé à l'alinéa 1er est mis en oeuvre dans le respect des règles de concertation sociale prises par l'autorité compétente.
Dans le secteur public, les subventions visées à l'alinéa 1er ne peuvent être octroyées qu'aux conditions cumulatives suivantes :
l'accord visé à l'alinéa 1er détermine au minimum :
a) les mesures et les modalités de financement de ces mesures;
b) pour chaque mesure, les secteurs agréés concernés;
c) pour chaque secteur agréé, le nombre d'équivalents temps plein ou de travailleurs concernés de manière à pouvoir déterminer le coût de la mesure par équivalent temps plein ou par travailleur;
l'accord visé à l'alinéa 1er est conclu dans le respect des règles relatives aux relations entre les autorités publiques et les syndicats des agents relevant de ces autorités prises par l'autorité compétente.]1

TITEL 5. [1 - Collectieve huisvesting van personen in langdurige moeilijkheden]1
TITRE V. [1 - De l'hébergement collectif de personnes en difficultés prolongées]1
Art. 47/4. [1 De huizen voor collectieve huisvesting in de zin van artikel 694/15 die geen werkingsvergunning van de Regering genieten in het kader van dit wetboek of krachtens andere wetgevingen zijn verboden. In geval van sluiting van deze structuren wordt het Agentschap belast met het toezien op de acties om er voor te zorgen dat de ontredderde personen correct worden beschermd.]1
Art. 47/4. [1 Les maisons d'hébergement collectif au sens de l'article 694/15 qui ne bénéficient pas d'une autorisation de fonctionnement du Gouvernement dans le cadre du présent code ou en vertu d'autres législations sont interdites. En cas de fermeture de ces structures, l'Agence est chargée de superviser les actions pour veiller à ce que les personnes fragilisées soient correctement protégées.]1
Titel VI. [1 Gemeenschappelijke bepalingen voor de actoren en de instellingen van de eerstelijnszorg en -begeleiding]1
Titre VI. [1 Dispositions communes aux acteurs et aux institutions de la première ligne d'accompagnement et de soins]1
Art. 47/5. [1 Om erkend te worden of hun erkenning te behouden, worden de erkende actoren die deel uitmaken van de eerstelijnszorg en -begeleiding of die relaties hebben met de actoren in de eerstelijnszorg en -begeleiding aangewezen door de Regering op basis van de inleidende Boeken, IV, V en VI van Deel 2 van dit Wetboek.
Ze zijn aangesloten bij de lokale regionale gezondheidsorganisatie in het gebied waar ze voornamelijk hun activiteiten uitvoeren, en werken samen in het belang van de mensen.
Om subsidie te blijven ontvangen, moeten lokale multidisciplinaire netwerken en verpleegkundige consortia geïntegreerd zijn in de lokale en regionale gezondheidsorganisatie in het gebied waar hun belangrijkste activiteiten worden uitgevoerd.
De Regering is bevoegd de lijst van de in lid 1 bedoelde actoren aan te vullen of hun namen te wijzigen.]1

Art. 47/5. [1 Pour être agréés ou pour conserver leur agrément, les acteurs agréés ou reconnus qui font partie de la première ligne d'accompagnement et de soins ou qui ont des relations avec les acteurs de la première ligne d'accompagnement et de soins sont désignés par le Gouvernement sur la base des Livres préliminaire, IV, V et VI de la Partie 2 du présent Code.
Ils s'affilient à l'organisation locorégionale de santé au sein du territoire où ils exercent leurs activités à titre principal, et collaborent dans l'intérêt des personnes.
Pour continuer à bénéficier de leur financement, les réseaux locaux multidisciplinaires et les consortia infirmiers intègrent l'organisation locorégionale de santé au sein du territoire où ils exercent leurs activités à titre principal.
Le Gouvernement est habilité à compléter la liste des acteurs visés à l'alinéa 1er ou à modifier leur appellation.]1

DEEL 2. - SECTORALE BEPALINGEN
PARTIE 2. - DISPOSITIONS SECTORIELLES
Inleidend Boek.
Livre liminaire.
HOOFDSTUK I. [1 Begripsomschrijvingen en algemene bepalingen]1
CHAPITRE Ier. [1 Définitions et dispositions générales]1
Art. 47/6. [1 Voor de toepassing van dit Boek wordt verstaan onder:
de actoren en de instellingen van de eerstelijnszorg en -begeleiding: de in artikel 47/5 bedoelde actoren en instellingen die algemene zorg aanbieden, bevorderen of ondersteunen die zich richt op de overgrote meerderheid van de problemen waarmee mensen op het vlak van gezondheid en welzijn geconfronteerd worden;
de eerstelijnszorg en -begeleiding: alle actoren en instellingen in de eerstelijnsbegeleiding en -zorg;
gezondheid: het lichamelijk, geestelijk en sociaal welzijn, dat niet enkel bestaat uit het ontbreken van een ziekte of zwakte;
de kennis inzake gezondheid: de kennis, motivatie en vaardigheden om toegang te krijgen tot gezondheidsinformatie, deze te begrijpen, te evalueren en toe te passen om in het dagelijkse leven oordelen te vellen en beslissingen te nemen over gezondheidszorg, ziektepreventie en gezondheidsbevordering met het oog op het behoud of de verbetering van de levenskwaliteit gedurende de hele levenscyclus;
het levensproject: het begeleidingsproject inzake gezondheid dat samen met de patiënt of zijn familie en professionele teams wordt ontwikkeld;
toegankelijkheid van zorg: de geografische, chronologische, financiële en culturele beschikbaarheid van zorg;
geografische toegankelijkheid van de zorg: de beschikbaarheid van zorg binnen een redelijke afstand en tijd met het openbaar vervoer, of de mogelijkheid om zorg te ontvangen zonder te moeten reizen;
chronologische toegankelijkheid van zorg: de beschikbaarheid van zorg op het juiste moment en binnen een redelijke termijn;
financiële toegankelijkheid van de zorg: de beschikbaarheid van zorg via een gematigde eigen financiële bijdrage die mensen niet ontmoedigt om zorg te zoeken en die hen niet blootstelt aan financiële moeilijkheden;
10° culturele toegankelijkheid van zorg: de beschikbaarheid van zorg zonder mensen te stigmatiseren, in het bijzonder door hun levensproject en culturele identiteit te respecteren, rekening houdend met de digitale kloof;
11° transdisciplinariteit: de constructie van een eigen inhoud en methodes om een nieuwe visie op de werkelijkheid te bieden, die voortkomt uit de confrontatie van disciplines, in tegenstelling tot het benaderen van de wereld en haar problemen door de categorieën van de disciplines;
12° geïntegreerde zorg: de gecoördineerde aanpak van zorg waarbij de actoren en instellingen van de eerste lijn samenwerken op het vlak van ondersteuning en zorg, met inbegrip van diagnose, behandeling, verzorging, gezondheidsbevordering, gezondheidsopvoeding en gezondheidsherstel;
13° gezondheidsdoelstellingen: de kwantitatieve en kwalitatieve drempels die prioritair moeten worden bereikt op basis van een diagnose van een bepaald gebied;
14° leefgebied: het kleinste gebied waarbinnen bewoners toegang hebben tot de meest voorkomende faciliteiten en diensten, zoals persoonlijke diensten, winkels, onderwijs, gezondheid, transport, sport, vrije tijd en cultuur;
15° gemeenschap: een groep mensen binnen een bepaald territorium die een bepaalde cultuur, normen en waarden delen;
16° gezondheidsbevorderende operatoren: de operatoren en actoren bedoeld in artikel 47/7, 9° en 10°;
17° het plan : het plan bedoeld in artikel 47/7, 4°.
18° de dienstverlener of de beroepsbeoefenaar uit de gezondheidssector: de beroepsbeoefenaar bedoeld in de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen alsmede de beroepsbeoefenaar van een niet-conventionele praktijk bedoeld in de wet van 29 april 1999 Wet betreffende de niet-conventionele praktijken inzake de geneeskunde, de artsenijbereidkunde, de kinesitherapie, de verpleegkunde en de paramedische beroepen
19° de Waalse verzekeringsinstellingen: de in artikel 43/3 bedoelde Waalse verzekeringsinstellingen;
20° de sociale partners: de organisaties die alle werkgevers en alle zelfstandigen vertegenwoordigen, alsook de organisaties die alle werknemers vertegenwoordigen, met een mandaat binnen het Agentschap, zoals bedoeld in artikel 4, § 1, 1° en 2° en § 2;
21° het "I.W.P.L": het "Institut wallon pour la première ligne d'accompagnement et de soins" (Waals Instituut voor Eerstelijnszorg en Begeleiding) bedoeld in de artikelen 47/6/13 en 47/6/14;
22° het Agentschap : het Agence wallonne de la sant, de la protection sociale, du handicap et des familles (Waals agentschap voor gezondheid, sociale bescherming, handicap en gezinnen), bedoeld bij artikel 2;
23° het Comité: het Comité "Welzijn en Gezondheid" bedoeld in artikel 11
24° de omgeving: elke persoon die tussenkomt in een niet-professionele hoedanigheid, met het oog op het verzekeren van de continuïteit en de kwaliteit van de thuiszorg, aangeduid door de begunstigde, met inbegrip van de naaste verzorger in de zin van Deel 2, Boek 3, Titel 3;
25° zorg: alle handelingen die als hoofddoel hebben de gezondheid te behouden, te verbeteren en te herstellen;
26° eerstelijnszorg: deze zorg is de levering van geïntegreerde, multidisciplinaire gezondheidszorg in de gemeenschap. Deze zorg wordt gekenmerkt door universele toegankelijkheid en een globale, persoonsgerichte benadering. De zorg wordt verleend door een team van professionals die verantwoordelijk zijn voor het oplossen van de meeste gezondheidsproblemen. Deze dienst moet worden verleend in een duurzaam partnerschap met mensen, al dan niet gebruikers van gezondheidsdiensten, en hun verzorgers, in de context van het gezin en de lokale gemeenschap;
27° het "C.L.P.S": "centre local de promotion de la santé" (het lokaal centrum voor gezondheidsbevordering) bedoeld in artikel 47/7, 9°;
28° de "C.C.S.A.D": "le centre de coordination des soins et de l'aide à domicile" (het coordinatiecentrum voor thuiszorg en -hulp) bedoeld in artikel 434, 2°;
29° het locoregionaal klinisch ziekenhuisnetwerk: het ziekenhuisventwerk bedoeld in artikel 14/1, 1°, van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen.".
30° Populatiegericht beheer: de aanpak waarbij de doelstellingen worden gestuurd door een gedegen kennis van de behoeften en verwachtingen van de bevolking en de middelen die in het geografisch gebied beschikbaar zijn op het vlak van zorg en ondersteuning;
31° geïntegreerde diensten voor thuisverzorging: diensten die vallen onder het koninklijk besluit van 8 juli 2002 tot vaststelling van de normen voor de bijzondere erkenning van geïntegreerde diensten voor thuisverzorging;
32° gespecialiseerde zorgplatformen: gespecialiseerde zorgteams die ter ondersteuning van en in coördinatie met de eerstelijnszorg en -begeleiding kunnen tussenkomen om de ambulante zorg te optimaliseren voor patiënten die complexe technische zorg nodig hebben, al dan niet na een ziekenhuisopname;
33° de leefplaats : de leefplaats bedoeld in artikel 43, 13°.]1

Art. 47/6. [1 Pour l'application du présent Livre, on entend par :
les acteurs et les institutions de la première ligne d'accompagnement et de soins : les acteurs visés par l'article 47/5 et les institutions qui offrent, favorisent ou soutiennent des soins généralistes qui répondent à la grande majorité des problèmes rencontrés par les personnes dans le domaine de la santé et du bien-être;
la première ligne d'accompagnement et de soins : l'ensemble des acteurs et des institutions de la première ligne d'accompagnement et de soins;
la santé : l'état complet de bien-être physique, mental et social qui ne consiste pas seulement en une absence de maladie ou d'infirmité;
la littératie en santé : la connaissance, la motivation et les compétences pour accéder, comprendre, évaluer et appliquer une information pour la santé afin d'émettre un jugement et prendre des décisions dans la vie quotidienne en ce qui concerne les soins de santé, la prévention des maladies et la promotion de la santé en vue de maintenir ou améliorer la qualité de vie durant tout le cycle de la vie;
le projet de vie : le projet d'accompagnement en matière de santé coconstruit avec le patient ou son entourage et les équipes professionnelles;
l'accessibilité des soins : la disponibilité géographique, chronologique, financière et culturelle des soins;
l'accessibilité géographique des soins : la disponibilité des soins à une distance et dans un temps raisonnable en transport en commun ou la possibilité d'en bénéficier sans déplacement;
l'accessibilité chronologique des soins : la disponibilité des soins au moment opportun et dans un délai raisonnable;
l'accessibilité financière des soins : la disponibilité des soins par une contribution financière personnelle modérée qui ne décourage pas le recours aux soins et qui n'expose pas les personnes à des difficultés financières;
10° l'accessibilité culturelle des soins : la disponibilité des soins sans stigmatisation de la personne, notamment dans le respect de son projet de vie et de son identité culturelle, en tenant compte de la fracture numérique;
11° la transdisciplinarité : la construction de ses propres contenus et de ses propres méthodes afin d'offrir une nouvelle vision de la réalité, émergeant de la confrontation des disciplines, par opposition au fait d'aborder le monde et ses problèmes par les catégories que sont les disciplines;
12° les soins intégrés : l'approche coordonnée des soins qui implique une collaboration entre les acteurs et les institutions de la première ligne d'accompagnement et de soins, qui comprend le diagnostic, le traitement, les soins, la promotion de la santé, l'éducation à la santé et le rétablissement de la santé;
13° les objectifs de santé : les seuils quantitatifs et qualitatifs à atteindre prioritairement sur la base d'un diagnostic sur un territoire donné;
14° le bassin de vie : le plus petit territoire sur lequel les habitants ont accès aux équipements et aux services les plus courants que sont les services aux particuliers, les commerces, l'enseignement, la santé, les transports ainsi que les sports, les loisirs et la culture;
15° la communauté : le regroupement, sur un territoire, de personnes qui partagent entre elles une certaine culture, des normes et des valeurs;
16° les opérateurs de la promotion de la santé : les opérateurs et les acteurs visés à l'article 47/7, 9° et 10°;
17° le plan : le plan visé à l'article 47/7, 4°;
18° le prestataire ou le professionnel de la santé : le praticien professionnel visé dans la loi coordonnée du 10 mai 2015 relative à l'exercice des professions des soins de santé et le praticien d'une pratique non conventionnelle visée dans la loi du 29 avril 1999 relative aux pratiques non conventionnelles dans les domaines de l'art médical, de l'art pharmaceutique, de la kinésithérapie, de l'art infirmier et des professions paramédicales;
19° les organismes assureurs wallons : les organismes assureurs visés à l'article 43/3;
20° les partenaires sociaux : les organisations représentatives de l'ensemble des employeurs et de l'ensemble des travailleurs indépendants ainsi que les organisations représentatives de l'ensemble des travailleurs salariés, mandatées au sein de l'Agence, telles que visées à l'article 4, § 1er, 1° et 2° et § 2;
21° l'I.W.P.L : l'Institut wallon pour la première ligne d'accompagnement et de soins visé aux articles 47/6/13 et 47/6/14;
22° l'Agence : l'Agence wallonne de la santé, de la protection sociale, du handicap et des familles visée à l'article 2;
23° le Comité : le Comité " Bien-être et Santé " visé à l'article 11;
24° l'entourage : toute personne qui intervient à titre non professionnel, avec pour objectif la continuité et la qualité du maintien au domicile, désignée par le bénéficiaire, dont l'aidant proche au sens de la Partie 2, Livre 3, Titre 3;
25° les soins : l'ensemble des actions dont l'objectif principal est de préserver, améliorer et rétablir la santé;
26° les soins de première ligne : les soins qui consistent à dispenser des soins de santé intégrés au sein de la communauté. Ils sont caractérisés par une accessibilité universelle, une approche globale, axée sur la personne. Les soins sont dispensés par une équipe de professionnels responsables de la prise en charge de la grande majorité des problèmes de santé. Ce service doit s'accomplir dans un partenariat durable avec les personnes, usagers des services de santé ou non, et leurs aidants, dans le contexte de la famille et de la communauté locale;
27° le C.L.P.S : le centre local de promotion de la santé visé à l'article 47/7, 9°;
28° le C.C.S.A.D : le centre de coordination des soins et de l'aide à domicile visé à l'article 434, 2°;
29° le réseau hospitalier locorégional : le réseau hospitalier locorégional visé à l'article 14/1, 1°, de la loi coordonnée du 10 juillet 2008 sur les hôpitaux et les autres établissements de soins;
30° le management populationnel : l'approche selon laquelle les objectifs sont guidés par une bonne connaissance des besoins, des attentes de la population et des ressources disponibles dans la zone géographique, au niveau des soins et de l'accompagnement;
31° les services intégrés de soins à domicile : les services visés par l'arrêté royal du 8 juillet 2002 fixant les normes pour l'agrément spécial des services intégrés de soins à domicile;
32° les plates-formes des soins spécialisés : les équipes de soins spécialisés qui pourront intervenir en soutien à la première ligne d'accompagnement et de soins de façon coordonnée avec celle-ci pour optimaliser la prise en charge ambulatoire de patients nécessitant des soins techniques complexes consécutifs à une hospitalisation ou non;
33° le lieu de vie : le lieu de vie visé à l'article 434, 13°.]1

Art. 47/6/1. [1 § 1. De zorgverleners en instellingen van de eerstelijnszorg en -begeleiding voorzien in de behoeften van mensen, hun familie en beroepsbeoefenaars uit de gezondheidszorg op een rechtvaardige manier, gedurende het hele leven van de persoon, terwijl de rechten van patiënten worden gerespecteerd en zij hun vrije en geïnformeerde keuze kunnen maken.
Ze zorgen voor toegankelijkheid en dragen bij aan de continuïteit van de dienstverlening aan de bevolking, van gezondheidsbevordering tot en met quartaire preventie.
Ze implementeren gezondheidsbevordering en geïntegreerde zorgstrategieën op een gecoördineerde manier en houden rekening met het levensproject van de persoon in een geest van samenwerking om een globale en holistische visie op de persoon en zijn gezondheidsbehoeften mogelijk te maken.
§ 2. De Regering bepaalt de lijst van de actoren en instellingen van de eerstelijnszorg en -begeleiding.]1

Art. 47/6/1. [1 § 1er. Les acteurs et les institutions de la première ligne d'accompagnement et de soins répondent aux besoins des personnes, de leur entourage et des professionnels de la santé de manière équitable, tout au long de la vie de la personne, dans le respect des droits des patients et en leur permettant d'exercer leur libre choix de manière éclairée.
Ils assurent l'accessibilité et ils contribuent à la continuité des services dispensés à la population, depuis la promotion de la santé jusqu'à la prévention quaternaire.
Ils mettent en place, de manière coordonnée, des stratégies de promotion de la santé et de soins intégrés et ils tiennent compte du projet de vie de la personne dans un esprit de collaboration afin de permettre l'adoption d'une vision globale et holistique de la personne et de ses besoins en santé.
§ 2. Le Gouvernement arrête la liste des acteurs et des institutions de la première ligne d'accompagnement et de soins.]1

HOOFDSTUK II. [1 Territoriale organisatie en doelstellingen van de eerstelijnszorg en -begeleiding]1
CHAPITRE II. [1 Organisation territoriale et finalités de la première ligne d'accompagnement et de soins]1
Art. 47/6/2. [1 De eerstelijnszorg en -begeleiding is georganiseerd in drie territoriale niveaus:
het plaatselijk niveau.
het locoregionale niveau;
het gewestelijk niveau]1

Art. 47/6/2. [1 La première ligne d'accompagnement et de soins est organisée en trois niveaux de territoires :
le niveau local;
le niveau locorégional;
le niveau régional.]1

Art. 47/6/3. [1 Elk op hun eigen niveau vervullen de actoren en instellingen in de eerstelijnszorg en -begeleiding de volgende algemene opdrachten:
ze stellen de persoon, zijn keuzes, zijn behoeften en zijn levensproject centraal in hun begeleiding;
ze bevorderen de autonomie en geïnformeerde zelfbeschikking van personen;
ze versterken het niveau van kennis inzake gezondheid van de bevolking en de persoon;
ze dragen bij tot een betere organisatie van de continuïteit van de begeleiding en de zorg;
ze ontwikkelen en versterken geïntegreerde begeleiding en zorg en transdisciplinariteit;
ze bevorderen de financiële en geografische toegankelijkheid tot de eerstelijnszorg en -begeleiding;
ze streven naar een betere samenwerking tussen eerstelijnsbegeleiding en zorg;
ze integreren curatieve benaderingen en gezondheidsbevordering, met inbegrip van preventieve maatregelen;
ze versterken de communicatie binnen en tussen de verschillende organisatieniveaus van de eerstelijnszorg en -begeleiding en met andere lijnen of gespecialiseerde zorg;
10° ze delen informatie en gegevens in het belang van de persoon of de gemeenschap;
11° ze nemen deel aan het beheer van gezondheidscrisissen of elke andere crisis met een impact op de gezondheid;
12° ze nemen deel aan de evaluatie van de behoeften aan eerstelijnsgezondheidszorg op het vlak van begeleiding en zorg, zowel gedekt als ongedekt.]1

Art. 47/6/3. [1 Chacun à leur niveau, les acteurs et les institutions de la première ligne d'accompagnement et de soins remplissent les missions générales suivantes :
ils mettent la personne, ses choix, ses besoins et son projet de vie au centre de son accompagnement;
ils favorisent l'autonomie et l'autodétermination éclairée des personnes;
ils renforcent le niveau de littératie en santé de la population et de la personne;
ils contribuent à l'amélioration de l'organisation de la continuité d'accompagnement et de soins;
ils développent et renforcent l'accompagnement et les soins intégrés ainsi que la transdisciplinarité;
ils favorisent l'accessibilité financière et géographique à la première ligne d'accompagnement et de soins;
ils tendent vers une meilleure collaboration des professionnels de la première ligne d'accompagnement et de soins;
ils intègrent les approches curatives et la promotion de la santé, en ce compris les mesures de prévention;
ils renforcent la communication au sein et entre les différents niveaux organisationnels de la première ligne d'accompagnement et de soins et avec les autres lignes ou les soins spécialisés;
10° ils partagent l'information et les données dans l'intérêt de la personne ou de la communauté;
11° ils participent à la gestion de crise sanitaire ou de toute autre crise qui a un impact sanitaire;
12° ils participent à l'évaluation des besoins de santé de première ligne d'accompagnement et de soins couverts et non couverts.]1

Afdeling 1. [1 Het plaatselijk niveau]1
Section 1e. [1 Le niveau local]1
Art. 47/6/4. [1 § 1. Het lokale niveau bedoeld in artikel 47/6/2, 1°, is het niveau van het leefgebied.
Op lokaal niveau staan de actoren en instellingen van de eerstelijnszorg en -begeleiding in direct contact met mensen, groepen mensen en hun omgeving.
§ 2. De Regering bepaalt de gebieden en de manier waarop de leefgebieden worden georganiseerd en gefinancierd.]1

Art. 47/6/4. [1 § 1er. Le niveau local visé à l'article 47/6/2, 1°, est le niveau du bassin de vie.
Au niveau local, les acteurs et les institutions de la première ligne d'accompagnement et de soins sont en relation directe avec les personnes, les groupes de personnes et leur entourage.
§ 2. Le Gouvernement fixe les territoires ainsi que les modalités d'organisation et de financement des bassins de vie.]1

Art. 47/6/5. [1 De actoren en instellingen in de eerstelijnsbegeleiding en zorg werken op het niveau van het leefgebied samen om de volgende specifieke taken uit te voeren:
ze overleggen en coördineren hun werk rond de behoeften van het individu en de gemeenschap om gepast te reageren en met het oog op de kwaliteit van de dienstverlening;
ze ontwikkelen en onderhouden inter-kennis tussen diensten, actoren en de gemeenschap;
ze delen gegevens en informatie tussen de actoren van de eerstelijnszorg en -begeleiding en de betrokken persoon om zorg en begeleiding te vergemakkelijken;
ze diagnosticeren de behoeften en problemen van het leefgebied;
zij voeren preventieve en gezondheidsbevorderende acties uit, met gezondheidsbevorderende operatoren, in overeenstemming met de richtlijnen van het plan;
ze zorgen ervoor dat het zorgaanbod duidelijk is in de omgang met individuen en gemeenschappen;
ze evalueren periodiek de eerstelijnsbegeleiding- en zorg die aan personen en de gemeenschap worden aangeboden en passen deze aan om ze zo goed mogelijk op hun behoeften af te stemmen;
ze nemen deel aan het beheer van de gezondheidscrisis of elke crisis die een impact heeft op de gezondheid in het kader van de organisatie die door de bevoegde overheden is opgezet of aan de uitvoering van de maatregelen die door een andere overheid zijn genomen en die in het kader van het beheer van de crisis zijn geïdentificeerd;
ze nemen deel aan de ontwikkeling en de werking van samenwerkingsverbanden met ziekenhuizen ten voordele van patiënten.
De actoren en instellingen in de eerstelijnszorg en -begeleiding op lokaal niveau dragen bij aan de specifieke opdrachten van het lokaal-regionaal niveau:
door de geïdentificeerde gezondheidsbehoeften in hun leefgebied te rapporteren;
door deel te nemen aan de dialoogfora die op lokaal en regionaal niveau worden voorgesteld.]1

Art. 47/6/5. [1 Les acteurs et les institutions de la première ligne d'accompagnement et de soins se coordonnent au niveau du bassin de vie pour remplir les missions spécifiques suivantes :
ils se concertent et se coordonnent autour des besoins de la personne et de la communauté aux fins d'y répondre adéquatement et dans un but de qualité des prestations et des services;
ils acquièrent et maintiennent l'interconnaissance entre les services, les acteurs et la communauté;
ils partagent des données et des informations entre les acteurs de la première ligne d'accompagnement et de soins et la personne concernée afin de faciliter la prise en charge et l'accompagnement;
ils diagnostiquent les besoins et les problématiques du bassin de vie;
ils déploient des actions de prévention et de promotion de la santé, avec les opérateurs de la promotion de la santé, dans le respect des orientations du plan;
ils assurent la lisibilité de l'offre de services de soins dans les relations avec les personnes et les communautés;
ils évaluent et adaptent périodiquement l'offre des services de la première ligne d'accompagnement et de soins proposée aux personnes et à la communauté en vue de l'ajuster au mieux à leurs besoins;
ils participent à la gestion de la crise sanitaire ou de toute crise qui a un impact sanitaire dans le cadre de l'organisation mise en place par les autorités compétentes ou en exécution de toute mesure prise par une autre autorité identifiée dans la gestion de la crise;
ils participent à l'élaboration et au fonctionnement des collaborations avec les hôpitaux au bénéfice du patient.
Les acteurs et les institutions de la première ligne d'accompagnement et de soins au niveau local contribuent aux missions spécifiques du niveau locorégional :
en faisant remonter les besoins de santé détectés au niveau de leur bassin de vie;
en participant aux espaces de dialogue proposés par le niveau locorégional.]1

Afdeling 2. [1 Het lokaal-regionaal niveau]1
Section 2. [1 Le niveau locorégional]1
Art. 47/6/6. [1 § 1. Het lokaal-regionaal niveau integreert de diensten en zorgverleners van de eerstelijnszorg en -begeleiding in een bepaald aaneengesloten gebied dat werd gedefinieerd toen de lokaal-regionale gezondheidsorganisatie werd goedgekeurd.
Wanneer ze worden gecreëerd, hebben de gebieden van de lokale-regionale niveaus minimaal 200.000 en maximaal 550.000 inwoners. Ze kunnen bestaan uit een groep gemeenten of een hele provincie.
§ 2. De Regering bepaalt de criteria voor het organiseren van het gebied van de eerstelijnszorg en -begeleiding op lokaal-regionaal niveau]1

Art. 47/6/6. [1 § 1er. Le niveau locorégional intègre les services et les prestataires d'accompagnement et de soins de première ligne sur un territoire donné continu défini lors de l'agrément de l'organisation locorégionale de santé.
Les territoires des niveaux locorégionaux comprennent, à leur création, au minimum 200 000 et au maximum 550 000 habitants. Ils peuvent se composer d'un groupe de communes ou d'une province entière.
§ 2. Le Gouvernement fixe les critères de l'organisation du territoire de la première ligne d'accompagnement et de soins au niveau locorégional.]1

Art. 47/6/7. [1 § 1. De Regering erkent een lokale-regionale gezondheidsorganisatie in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk.
De lokale-regionale gezondheidsorganisatie bestaat uit actoren en instellingen van de eerstelijnszorg en -begeleiding, of degenen die zij aanwijzen om hen te vertegenwoordigen, de Waalse verzekeringsorganen en, indien van toepassing, erkende verenigingen die patiënten of begunstigden vertegenwoordigen, die actief zijn op het lokale-regionale grondgebied.
Lokale overheden kunnen door de lokale regionale gezondheidsorganisatie worden uitgenodigd om de organisatie van de eerstelijnszorg en -begeleiding binnen het gebied te versterken.
De activiteiten van de lokale-regionale gezondheidszorgorganisatie omvatten alle actoren en instellingen van de eerstelijnszorg en -begeleiding die actief zijn op het lokale-regionale gebied.
Ze organiseert bovendien de relaties met actoren van de sociale actie.
De lokale regionale gezondheidsorganisatie heeft een team waarvan de samenstelling en opdrachten worden bepaald door de overheid en waarin ten minste één persoon zit die verantwoordelijk is voor het bevorderen van integratie.
§ 2. De Regering bepaalt de voorwaarden, de duur en de regels voor het verlenen, schorsen of intrekken van de erkenning van de lokaal-regionale gezondheidsorganisatie, alsmede haar werkwijze.
De Regering keurt de statuten goed van de verenigingen zonder winstoogmerk waarin de lokale-regionale gezondheidsorganisaties zijn ondergebracht.]1

Art. 47/6/7. [1 § 1er. Le Gouvernement agrée une organisation locorégionale de santé constituée sous la forme d'une association sans but lucratif.
L'organisation locorégionale de santé est constituée par des acteurs et des institutions de la première ligne d'accompagnement et de soins, ou ceux qu'ils désignent pour les représenter, les organismes assureurs wallons et, s'il échet, les associations représentatives de patients ou de bénéficiaires reconnues, actifs sur le territoire locorégional.
Les autorités locales peuvent être invitées par l'organisation locorégionale de santé en vue de renforcer l'organisation de la première ligne d'accompagnement et de soins au sein du territoire.
L'organisation locorégionale de santé intègre dans ses activités l'ensemble des acteurs et des institutions de la première ligne d'accompagnement et de soins actifs sur le territoire locorégional.
En outre, elle organise la relation avec les acteurs de l'action sociale.
L'organisation locorégionale de santé dispose d'une équipe dont le Gouvernement fixe la composition et les missions, et qui comprend au moins une personne en charge d'une mission de facilitation d'intégration.
§ 2. Le Gouvernement fixe les conditions, la durée, les règles d'octroi et de suspension ou de retrait de l'agrément de l'organisation locorégionale de santé ainsi que ses modalités de fonctionnement.
Le Gouvernement approuve les statuts des associations sans but lucratif qui abritent les organisations locorégionales de santé.]1

Art. 47/6/8. [1 Binnen de grenzen van de beschikbare begrotingskredieten verleent de Regering een jaarlijkse subsidie aan de erkende lokale-regionale gezondheidsorganisaties om hun werkings- en personeelskosten te dekken.
De Regering bepaalt het bedrag, de wijze van berekening en de toekenningsvoorwaarden van de subsidie. Hierbij wordt rekening gehouden met het aantal inwoners op het grondgebied van de lokale-regionale gezondheidsorganisatie.]1

Art. 47/6/8. [1 Dans la limite des crédits budgétaires disponibles, le Gouvernement octroie une subvention annuelle aux organisations locorégionales de santé agréées à titre d'intervention dans les frais de fonctionnement et de personnel.
Le Gouvernement arrête le montant, le mode de calcul et les conditions d'octroi de la subvention. Il tient compte du nombre d'habitants compris dans le territoire de l'organisation locorégionale de santé.]1

Art. 47/6/9. [1 § 1. De lokale-regionale gezondheidsorganisatie voert de volgende specifieke opdrachten uit in haar gebied:
ze ontwikkelt het bevolkingsbeheer zodat de besluitvorming gebaseerd is op bevolkingsgegevens;
ze consolideert de behoeften die op haar grondgebied niet gedekt zijn of aangepast moeten worden, op basis van de identificatie van die behoeften door de leefgebieden aanwezig in de lokaal-regionale gezondheidsorganisatie, met het oog op het opstellen van een actieplan en het doorsturen ervan naar het I.W.P.L bedoeld in artikel 47/6/13 en naar het Forum van de eerstelijnszorg en -begeleiding bedoeld in artikel 47/6/11;
ze onderhoudt contacten met de diensten en dienstverleners in het zorggebied en richt zich daarbij op de behoeften van de bevolking van het gebied.
Het doel van dit overleg is om de organisatie van de eerstelijnszorg en -begeleiding te verbeteren door :
a) veranderingen in het aanbod;
b) de toegankelijkheid ervan te vergroten;
het evalueert periodiek de aanpassing van het aanbod aan de behoeften met het oog op de aanpassing ervan binnen het gebied van de eerstelijnszorg en -begeleiding;
ze verschaft kennis over het aanbod van diensten en dienstverleners aan aangesloten actoren en instellingen van de eerstelijnszorg en -begeleiding;
ze ondersteunt samen met de "C.L.P.S". de ontplooiing van acties door actoren vaan de eerstelijnszorg en -begeleiding op het vlak van preventie en gezondheidsbevordering, geestelijke gezondheid en verslaving, met het oog op de versterking van lokale en gemeenschapsinitiatieven inzake gezondheid, in overeenstemming met de bestaande gewestplannen ter zake;
ze zorgt ervoor dat de aangeboden diensten gemakkelijk te begrijpen zijn, ten voordele van de actoren van de eerstelijnszorg en -begeleiding en de mensen die van hun diensten gebruik maken.
§ 2. De Regering stelt de minimumsamenstelling van het personeel van de lokale regionale gezondheidsorganisatie vast, alsmede de werkings- en bestuursregelingen, met inbegrip van de eerbiediging van de neutraliteit van het personeel bij de uitvoering van zijn opdrachten.
§ 3. In het kader van de in paragraaf 1 bedoelde specifieke opdrachten sluit de lokale-regionale gezondheidsorganisatie partnerschapsovereenkomsten met de door de Regering aangewezen residentiële en institutionele centra en het (de) lokale-regionale ziekenhuisnetwerk(en) dat (die) op het lokale-regionale grondgebied aanwezig is (zijn).
Deze partnerschappen maken het mogelijk om de samenwerking te organiseren rond de behoeften van de bevolking in het gebied, in de leefgemeenschap of het leefgebied, en de transities die deel uitmaken van de gespecialiseerde zorg waarnaar wordt verwezen in paragraaf 4.
De Regering specificeert de partnerschapsregelingen en de minimale inhoud van de overeenkomst.
§ 4. Binnen het gebied van elke lokale-regionale gezondheidsorganisatie wordt een gespecialiseerd zorgplatform erkend voor een hernieuwbare periode van vijf jaar.
De Regering zal de doelstellingen, opdrachten en regelingen vaststellen voor de integratie van deze gespecialiseerde zorgplatforms met lokale-regionale gezondheidsorganisaties.
Binnen de grenzen van de beschikbare begrotingskredieten kan de Regering subsidies toekennen aan gespecialiseerde zorgplatforms. Ze stelt de modaliteiten voor de erkenning en de toekenning van deze subsidies vast.]1

Art. 47/6/9. [1 § 1er. L'organisation locorégionale de santé remplit les missions spécifiques suivantes sur son territoire :
elle développe le management populationnel afin que les prises de décisions s'appuient sur les données populationnelles;
elle consolide les besoins non couverts ou à adapter sur son territoire à partir de l'identification de ces besoins par les bassins de vie, présents dans l'organisation locorégionale de santé, en vue d'élaborer un plan d'action et de le transmettre à l'I.W.P.L visé à l'article 47/6/13 et au Forum de la première ligne d'accompagnement et de soins visé à l'article 47/6/11;
elle se concerte avec les services et les prestataires dans la zone de soins, autour des besoins de la population du territoire.
L'objectif de la concertation est d'améliorer l'organisation de la première ligne d'accompagnement et de soins par :
a) l'évolution de l'offre;
b) l'augmentation de son accessibilité;
elle évalue périodiquement l'adaptation de l'offre aux besoins en vue de l'ajuster sur le territoire de la zone de première ligne d'accompagnement et de soins;
elle dispense la connaissance relative à l'offre des services et des prestataires aux acteurs et aux institutions de la première ligne d'accompagnement et de soins affiliés;
elle soutient, avec les C.L.P.S, le déploiement des actions des acteurs de la première ligne d'accompagnement et de soins de prévention et de promotion de la santé, de la santé mentale et des assuétudes en vue de renforcer les dynamiques locales et de santé communautaire, dans le respect des plans régionaux existants en la matière;
elle assure la lisibilité de l'offre de service au bénéfice des acteurs de la première ligne d'accompagnement et de soins et des personnes qui recourent à leurs prestations.
§ 2. Le Gouvernement fixe la composition minimale du personnel de l'organisation locorégionale de santé ainsi que des modalités de fonctionnement et de gouvernance dont le respect de la neutralité du personnel dans l'exercice de ses missions.
§ 3. Dans le cadre des missions spécifiques visées au paragraphe 1er, l'organisation locorégionale de santé conclut des conventions de partenariat avec les lieux d'hébergement résidentiels et institutionnels désignés par le Gouvernement et le ou les réseaux hospitaliers locorégionaux présents sur le territoire locorégional.
Ces partenariats permettent d'organiser la collaboration autour des besoins de la population du territoire, dans la communauté de vie ou le lieu de vie ainsi que les transitions qui s'inscrivent dans le cadre des soins spécialisés visés au paragraphe 4.
Le Gouvernement précise les modalités de partenariat et le contenu minimal de la convention.
§ 4. Au sein du territoire de chaque organisation locorégionale de santé, une plate-forme de soins spécialisés est agréée pour une période de cinq ans renouvelable.
Le Gouvernement fixe les objectifs, les missions ainsi que les modalités d'intégration avec les organisations locorégionales de santé de ces platesformes de soins spécialisés.
Dans les limites des crédits budgétaires disponibles, le Gouvernement peut octroyer des subventions aux plates-formes de soins spécialisés. Il définit les modalités d'agrément et d'octroi de ces subventions.]1

Afdeling 3. [1 Het gewestelijk niveau]1
Section 3. [1 Le niveau régional]1
Onderafdeling 1. [1 Opdrachten van het Agentschap]1
Sous-section 1e. [1 Missions de l'Agence]1
Art. 47/6/10. [1 § 1. In samenwerking met het "I.W.P.L.", voert het Agentschap de volgende opdrachten uit :
stelt een register van het aanbod van de diensten van de eerstelijnszorg en -begeleiding op, houdt dit bij en publiceert het op zijn website op basis van de informatie waarover hij beschikt en die door de lokale regionale gezondheidsorganisatie wordt verstrekt;
analyseert de praktijken en de organisatie van de eerstelijnszorg en -begeleiding en formuleert voorstellen als input voor de werkzaamheden van het Forum voor eerstelijnszorg en -begeleiding bedoeld in artikel 47/6/11.
§ 2. Het Comité brengt initiatiefadviezen uit:
over hoe de doeltreffendheid en de efficiëntie van de organisatie van de eerstelijnszorg en -begeleiding te garanderen;
het ontwikkelen van de strategische visie op de eerstelijnszorg en -begeleiding.
Het comité definieert, in de vorm van adviezen, prioritaire gezondheidsdoelstellingen op basis van beschikbare wetenschappelijke gegevens en het sociale en gezondheidsinformatiesysteem.
§ 3. Het comité neemt kennis van de werken van het Forum van de eerstelijnszorg en -begeleiding en van het I.W.P.L. en kan op eigen initiatief een advies over deze werken uitbrengen.]1

Art. 47/6/10. [1 § 1er. En collaboration avec l'I.W.P.L, l'Agence :
établit, tient à jour et publie sur son site internet un cadastre de l'offre des services de la première ligne d'accompagnement et de soins sur la base des informations dont elle dispose et de celles communiquées par l'organisation locorégionale de santé;
analyse les pratiques et l'organisation de la première ligne d'accompagnement et de soins et formule des propositions pour alimenter les travaux du Forum de la première ligne d'accompagnement et de soins visé à l'article 47/6/11.
§ 2. Le Comité remet des avis d'initiative :
sur la manière de garantir l'efficacité et l'efficience de l'organisation de la première ligne d'accompagnement et de soins;
le développement de la vision stratégique de la première ligne d'accompagnement et de soins.
Le Comité définit, sous forme d'avis, des objectifs prioritaires de santé à partir des données scientifiques disponibles et du système d'information socio-sanitaire.
§ 3. Le Comité prend connaissance des travaux du Forum de la première ligne d'accompagnement et de soins et de l'I.W.P.L et, d'initiative, peut remettre un avis sur ces travaux.]1

Onderafdeling 2. [1 Algemeen personeelsstatuut]1
Sous-section 2. [1 Le Forum de la première ligne d'accompagnement et de soins ]1
Art. 47/6/11. [1 § 1. Er wordt een Forum voor de eerstelijnszorg en -begeleiding opgericht, bestaande uit vertegenwoordigers van de actoren en instellingen van de eerstelijnszorg en -begeleiding, of degenen die zij hebben aangesteld om hen te vertegenwoordigen, de Waalse verzekeringsorganisaties, de sociale partners en vertegenwoordigers van het Agentschap en de Regering.
Het Forum voor de eerstelijnszorg en -begeleiding is een forum voor uitwisseling en dialoog tussen zijn leden.
Het betrekt iedereen wiens expertise en ervaring nuttig is voor zijn werk en zorgt ervoor dat zijn werk bekend wordt gemaakt.
Het rapporteert over zijn werk aan de Regering.
Het agentschap biedt onderdak aan de werkzaamheden van het Forum voor de eerstelijnsbegeleiding en zorg en verzorgt het secretariaat.
§ 2. Het Forum voor de eerstelijnsbegeleiding en zorg stelt zijn eigen huishoudelijk reglement op, dat wordt goedgekeurd door de Regering.
De Regering bepaalt de samenstelling en organisatorische regelingen voor de werkzaamheden van het Forum voorde eerstelijnszorg en -begeleiding.]1

Art. 47/6/11. [1 § 1er. Il est créé un Forum de la première ligne d'accompagnement et de soins composé de représentants des acteurs et des institutions de la première ligne d'accompagnement et de soins, ou de ceux qu'ils ont désigné pour les représenter, des organismes assureurs wallons, des partenaires sociaux ainsi que de représentants de l'Agence et du Gouvernement.
Le Forum de la première ligne d'accompagnement et de soins est un lieu d'échange et de dialogue entre ses membres.
Il associe toute personne dont l'expertise et l'expérience est utile à ses travaux et en assure la publicité.
Il rend compte de ses travaux auprès du Gouvernement.
L'Agence abrite les travaux du Forum de la première ligne d'accompagnement et de soins et en assure le secrétariat.
§ 2. Le Forum de la première ligne d'accompagnement et de soins établit son règlement d'ordre intérieur, lequel est approuvé par le Gouvernement.
Le Gouvernement fixe la composition et les modalités d'organisation des travaux du Forum de la première ligne d'accompagnement et de soins.]1

Art. 47/6/12. [1 Het forum voor de eerstelijnszorg en -begeleiding vervult de volgende opdrachten:
het ondersteunt en helpt om belemmeringen weg te werken op het vlak van de respons of de adequaatheid van de respons op de behoeften;
het ondersteunt het overleg en helpt de belemmeringen voor overleg weg te werken op het vlak van de organisatie van de eerstelijnsbegeleiding en zorg in functie van de behoeften van de bevolking, met het oog op een doeltreffende en efficiënte organisatie en de verbetering van de organisatie van de eerstelijnszorg en -begeleiding;
het evalueert periodiek in welke mate het zorgaanbod beantwoordt aan de behoeften en belemmeringen wegneemt met het oog op aanpassingen;
het ondersteunt en helpt om belemmeringen voor inter-kennis binnen de eerstelijnszorg en -begeleiding weg te werken en bevordert kennis tussen de lijnen;
het ondersteunt en draagt bij tot het wegwerken van belemmeringen op het vlak van gezondheidsbevordering, met het oog op het versterken van lokale, gewestelijke en gemeenschapsinitiatieven op het vlak van gezondheid, in overeenstemming met het plan;
het ondersteunt en draagt bij tot het wegwerken van belemmeringen voor de leesbaarheid van het zorgaanbod.]1

Art. 47/6/12. [1 Le Forum de la première ligne d'accompagnement et de soins remplit les missions suivantes :
il soutient et contribue à lever les entraves en termes de réponse ou d'adéquation de la réponse aux besoins;
il soutient la concertation et contribue à lever les obstacles à la concertation en termes d'organisation de la première ligne d'accompagnement et de soins en réponse aux besoins de la population en vue de disposer d'une organisation efficace et efficiente et d'améliorer l'organisation de la première ligne d'accompagnement et de soins;
il évalue l'adaptation de l'offre de soins aux besoins périodiquement et lève les obstacles en vue de l'ajuster;
il soutient et contribue à lever les entraves à l'interconnaissance au sein de la première ligne d'accompagnement et de soins et favorise la connaissance entre les lignes;
il soutient et contribue à lever les entraves en termes de promotion de la santé en vue de renforcer les dynamiques locales, locorégionales et de santé communautaire, dans le respect du plan;
il soutient et contribue à lever les entraves à la lisibilité de l'offre de soins.]1

Onderafdeling 3. [1 "Institut wallon pour la première ligne d'accompagnement et de soins" (Waals Instituut voor Eerstelijnszorg en Begeleiding)]1
Sous-section 3. [1 Institut wallon pour la première ligne d'accompagnement et de soins]1
Art. 47/6/13. [1 § 1. De Regering erkent een "Institut wallon pour la première ligne d'accompagnement et de soins" in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk.
Het is samengesteld uit vertegenwoordigers van de verschillende beroepen die betrokken zijn bij de eerstelijnszorg en -begeleiding, of degenen die zij hebben aangewezen om hen te vertegenwoordigen, evenals vertegenwoordigers van Waalse verzekeringsorganisaties.
De sociale partners zijn aanwezig als waarnemers.
Het betrekt iedereen wiens expertise en ervaring nuttig is voor zijn werk en zorgt ervoor dat zijn werk bekend wordt gemaakt.
Het kan zijn werk in afdelingen organiseren.
Het "I.W.P.L" heeft een team waarvan de samenstelling en opdrachten worden bepaald door de Regering en waarin ten minste één persoon zit die verantwoordelijk is voor het bevorderen van integratie.
§ 2. De Regering bepaalt de voorwaarden, de duur en de regels voor het verlenen, schorsen of intrekken van de erkenning van het "I.W.P.L", alsmede haar werkwijze.
De Regering keurt de statuten goed van de verenigingen zonder winstoogmerk waarin het "I.W.P.L" is ondergebracht.
§ 3. Het "I.W.P.L." stelt een actieplan op voor de duur van de erkenning, waarin ten minste de aard en de reikwijdte van de taken die de rechtspersoon zal uitvoeren, worden beschreven, evenals de indicatoren aan de hand waarvan de uitvoering van de opdrachten kan worden beoordeeld;
§ 4. Binnen de grenzen van de beschikbare begrotingskredieten verleent de Regering een jaarlijkse subsidie aan het "I.W.P.L." om bij te dragen aan de werkingskosten.
De Regering bepaalt het bedrag, de wijze van berekening en de toekenningsvoorwaarden van de subsidie.
De Regering bepaalt de minimumsamenstelling van het personeel van het "I.W.P.L." en de werkwijze.
§ 5. Indien geen enkele vzw tegen 1 januari 2025 de erkenning als "Institut wallon pour la première heeft aangevraagd of verkregen, kan de Regering een bestaande vzw waarvan het lidmaatschap gelijkaardig is aan dat vermeld in de leden 1 en 2 en waarvan de opdrachten gelijkaardig zijn aan deze vermeld in artikel 47/6/14, erkennen en financieren.]1

Art. 47/6/13. [1 § 1er. Le Gouvernement agrée un Institut wallon pour la première ligne d'accompagnement et de soins constitué sous la forme d'une association sans but lucratif.
Il est composé de représentants des différents métiers des acteurs et des institutions de la première ligne d'accompagnement et de soins ou de ceux qu'ils ont désignés pour les représenter ainsi que des représentants des organismes assureurs wallons.
Les partenaires sociaux y siègent à titre d'observateurs.
Il associe toute personne dont l'expertise est utile à ses travaux et en assure la publicité.
Il peut organiser son travail en sections.
L'I.W.P.L dispose d'une équipe dont la composition et les missions sont fixées par le Gouvernement et qui comprend au moins une personne en charge d'une mission de facilitation d'intégration.
§ 2. Le Gouvernement fixe les conditions, la durée, les règles d'octroi et de suspension ou de retrait de l'agrément de l'I.W.P.L ainsi que ses modalités de fonctionnement.
Le Gouvernement approuve les statuts de l'association sans but lucratif qui abrite l'I.W.P.L.
§ 3. L'I.W.P.L définit un plan d'actions pour la durée de l'agrément qui reprend au minimum la nature et l'étendue des tâches que la personne morale assumera ainsi que les indicateurs permettant d'évaluer la réalisation de ses missions;
§ 4. Dans la limite des crédits budgétaires disponibles, le Gouvernement octroie une subvention annuelle à l'I.W.P.L à titre d'intervention dans ses frais de fonctionnement.
Le Gouvernement arrête le montant, le mode de calcul et les conditions d'octroi de la subvention.
Le Gouvernement fixe la composition minimale du personnel de l'I.W.P.L ainsi que ses modalités de fonctionnement.
§ 5. Si aucune association sans but lucratif n'a demandé ou obtenu son agrément en tant qu'Institut wallon pour la première ligne d'accompagnement et de soins le 1er janvier 2025, le Gouvernement peut agréer et financer une association sans but lucratif existante dont la composition est proche de celles fixées aux paragraphes 1er et 2 et dont les missions sont proches de celles visées à l'article 47/6/14.]1

Art. 47/6/14. [1 Het "I.W.P.L" vervult de volgende opdrachten :
het ondersteunt lokale-regionale zorgorganisaties bij het inzetten van instrumenten voor informatiedeling door de opleiding van de actoren van de eerstelijnszorg en -begeleiding op multidisciplinaire en transdisciplinaire wijze aan te moedigen;
het ondersteunt lokale-regionale gezondheidsorganisaties bij de ontwikkeling van een populatiegericht beheer door samen met hen een methodologische aanpak, instrumenten en analyses te ontwikkelen zodat de besluitvorming op het niveau van de lokale en regionale gezondheidsorganisaties kan worden gebaseerd op populatiegegevens;
het inventariseert de behoeften waarin niet is voorzien of die moeten worden aangepast met het oog op het ondersteunen van effectieve en efficiënte relaties en partnerschappen en legt ze voor aan het Forum voor eerstelijnszorg en -begeleiding bedoeld in artikel 47/6/11 met het oog op het bevorderen van verbeteringen in de organisatie van de eerstelijnszorg en -begeleiding;
het ondersteunt het overleg tussen lokale en regionale gezondheidsorganisaties op het vlak van organisatie in antwoord op de behoeften van de bevolking, met het oog op de verbetering van deze organisatie;
het ondersteunt de periodieke evaluatie van de aanpassing aan de behoeften, met het oog op de aanpassing van het aanbod, met behulp van transdisciplinaire instrumenten en opleidingen;
het organiseert, in samenwerking met het Agentschap, de instrumenten om inzicht te krijgen in het aanbod van diensten en dienstverleners en de opleiding in het multidisciplinaire en transdisciplinaire gebruik ervan ten behoeve van lokale en regionale gezondheidsorganisaties;
het ondersteunt, in samenwerking met de "C.L.P.S."-federatie, de ontplooiing van initiatieven voor gezondheidsbevordering en de opleiding van de actoren van de eerstelijnszorg en -begeleiding inzake gezondheidsbevordering, met het oog op de versterking van de lokale-regionale dynamiek en de gezondheid van de gemeenschap, in overeenstemming met het plan;
het draagt bij tot de duidelijkheid van het dienstenaanbod ten voordele van lokale en regionale gezondheidsorganisaties, in samenwerking met het Agentschap;
het draagt, waar nodig, bij tot de ontwikkeling van jaarlijkse en meerjarendoelstellingen voor lokale-regionale gezondheidsorganisaties.
De Regering kan de in lid 1 bedoelde opdrachten specificeren en de voorwaarden en procedures voor de uitvoering ervan vaststellen.
Het "I.W.P.L." stelt het Comité aan het einde van het begrotingsjaar in kennis van zijn jaarlijks actieplan en activiteitenverslag, overeenkomstig de procedures en termijnen die door de Regering zijn vastgesteld.]1

Art. 47/6/14. [1 L'I.W.P.L remplit les missions suivantes :
il soutient les organisations locorégionales de santé dans le déploiement des outils de partage des informations en encourageant la formation des acteurs de la première ligne d'accompagnement et de soins de manière pluridisciplinaire et transdisciplinaire;
il soutient les organisations locorégionales de santé dans le développement d'un management populationnel en coconstruisant avec les organisations locorégionales de santé une approche méthodologique, des outils et des analyses pour que la prise de décision au niveau des organisations locorégionales de santé puisse s'appuyer sur des données populationnelles;
il compile les besoins non couverts ou à adapter en vue de soutenir les relations et les partenariats efficaces et efficients et leur présentation au Forum de la première ligne d'accompagnement et de soins visé à l'article 47/6/11 pour favoriser l'amélioration de l'organisation de la première ligne d'accompagnement et de soins;
il soutient la concertation entre les organisations locorégionales de santé en termes d'organisation en réponse aux besoins de la population en vue d'améliorer cette organisation;
il soutient l'évaluation de l'adaptation aux besoins périodiquement en vue d'ajuster l'offre, par des outils et de la formation transdisciplinaires;
il organise les outils de connaissance de l'offre des services et des prestataires et la formation à leur utilisation pluridisciplinaire et transdisciplinaire au bénéfice des organisations locorégionales de santé, en collaboration avec l'Agence;
il soutient, en collaboration avec la fédération des C.L.P.S, le déploiement des actions de promotion de la santé ainsi que la formation des acteurs de la première ligne d'accompagnement et de soins en matière de promotion de la santé en vue de renforcer les dynamiques locorégionales et de santé communautaire, dans le respect du plan;
il contribue à la lisibilité de l'offre de services au bénéfice des organisations locorégionales de santé, en collaboration avec l'Agence;
il contribue, le cas échéant, à l'élaboration d'objectifs annuels et pluriannuels des organisations locorégionales de santé.
Le Gouvernement peut préciser les missions visées à l'alinéa 1er et détermine les conditions et les modalités de leur exécution.
L'I.W.P.L communique au Comité son plan d'actions annuel ainsi que le rapport d'activités au terme de l'exercice selon les modalités et les délais fixés par le Gouvernement.]1

Inleidend boek. [1 - Bevordering van de gezondheid met inbegrip van preventie]1
Livre préliminaire. [1 - Promotion de la santé, en ce compris la prévention]1
TITEL I. [1 - Begripsomschrijvingen [2 ...]2]1
TITRE Ier. [1 - Définitions [2 ...]2]1
Art. 47/7. [1 [2 Voor de toepassing van dit boek wordt verstaan onder:]2
gezondheid: het lichamelijk, geestelijk en sociaal welzijn van de individuen, dat niet enkel bestaat uit het ontbreken van een ziekte of zwakte;
° gezondheidsbevordering: de gezamenlijke maatregelen waardoor bevolkingsgroepen de middelen krijgen om een grotere controle uit te oefenen op hun eigen gezondheid en deze te verbeteren en de gezamenlijke sociale en milieugerelateerde interventies die zijn uitgedacht om de gezondheid en de levenskwaliteit op individueel en collectief niveau te verbeteren door in te werken op de gezondheidsbepalende factoren en niet enkel stil te staan bij behandeling en genezing, de preventie maakt volledig deel uit van de gezondheidsbevordering;
preventie: de maatregelen die [2 bijdragen tot het behoud van gezondheid en]2 een interventie mogelijk maken nog voor de ziekte verschijnt voor de primaire preventie, die er de eerste tekenen van kunnen opsporen voor de secundaire preventie en die er de complicaties van of het herin hervallen kunnen tegengaan voor de tertiaire preventie;
het plan: [2 het plan voor de bevordering van de gezondheid, met inbegrip van de preventie]2, aangenomen door de Regering, waarin een stand van zaken inzake de gezondheidstoestand van de bevolking van de Franstalige regio wordt opgemaakt, met vaststelling van [2 de overkoepelende en thematische gezondheidsdoelstellingen]2, met streeflijnen voor de acties en strategieën die inzake gezondheidsbevordering en ziektepreventie uit te voeren zijn;
programma voor preventieve geneeskunde: het wetenschappelijk gevalideerd systematisch aanbod voor een welomschreven doelgroep, toegespitst op preventie, vroegtijdige opsporing en vroegtijdige behandeling van gezondheidsrisico's of ziektes;
sturingscomité: het comité belast met de beleidssturing van het plan met als doel het verlenen van informatie over het verloop van het plan en het aanbrengen van aanpassingen of correcties voor de doorlopende verbetering van het plan;
toezicht: de [2 ...]2 inzameling, de analyse en de interpretatie van de sociaal-sanitaire gegevens om de praktijken inzake volksgezondheid, met inbegrip van de bewaking van besmettelijke ziektes, in het kader van het Waals sociaal-sanitair informatiesysteem, te plannen, uit te voeren, te evalueren en te verbeteren;
kenniscentrum voor de bevordering van de gezondheid: de erkende dienst die hoofdzakelijk belast is met het bijdragen tot [2 de uitvoering, de opvolging en de herziening van het plan en het verlenen van wetenschappelijke en methodologische steun]2 inzake gezondheidsbevordering;
lokaal centrum voor gezondheidsbevordering: de erkende dienst die op lokaal vlak de uitvoering van het plan ondersteunt;
10° operationaliseringscentrum voor preventieve geneeskunde: de erkende dienst die een preventieve-geneeskundeprogramma stuurt;
11° departement medisch toezicht: het departement voor het medisch toezicht van de werknemers in de interne diensten voor preventie en bescherming op het werk en het departement belast met het medisch toezicht van de werknemers in de gemeenschappelijke diensten voor preventie en bescherming op het werk;
12° afdeling medisch toezicht: de afdeling medisch toezicht op de werknemers in de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk;
13° de Minister: de Minister die voor gezondheid bevoegd is;
14° operator voor gezondheidsbevordering: iedere rechtspersoon zonder winstgevend doel die bijdraagt tot de uitvoering van het plan en erkend dan wel gesubsidieerd is overeenkomstig dit Wetboek;
15° actor in de gezondheidsbevordering: iedere overheid, rechts- of natuurlijke persoon die door haar acties bijdraagt tot de gezondheidsbevordering, [2 met inbegrip van preventie]2, op het grondgebied van het Franse taalgebied. Actoren in de gezondheidsbevordering kunnen al dan niet erkend zijn;
16° Agentschap: het agentschap bedoeld in artikel 2 [2 ...]2;
17° sociaal-sanitaire gegevens: [2 ...]2 ingezamelde gegevens waardoor een kruising mogelijk wordt gemaakt tussen gezondheidsinformatie met leeftijd, geslacht, sociaal-economisch niveau op individueel niveau met het oog op een epidemiologische behandeling;]1

[2 18° rechtspersonen zonder winstoogmerk: de volgende entiteiten met een vestiging in het Franse taalgebied:
i) de verenigingen zonder winstoogmerk;
j) de internationale verenigingen zonder winstoogmerk;
k) de stichtingen van openbaar nut
l) de universiteiten in de zin van artikel 10 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 7 november 2013 tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies;
m) de verzekeringsinstellingen in de zin van artikel 43/2, eerste lid, 5° ;
n) de plaatselijke besturen
o) de verenigingen met rechtspersoonlijkheid waarin de overheid een meerderheidsdeelneming heeft, met uitzondering van verenigingen in de vorm van een vennootschap;
p) de verenigingen met rechtspersoonlijkheid waarin de onder a) tot en met g) bedoelde entiteiten zijn verenigd, met uitzondering van verenigingen in de vorm van een vennootschap;]2

[2 19° besmettingshaard: concentratie van gevallen van besmettelijke ziekten in tijd en ruimte, met een gemeenschappelijke blootstelling;]2
[2 20° gewestelijke gezondheidsinspecteur: een personeelslid van het Agentschap die door de Regering op grond van zijn bijzondere deskundigheid speciaal is aangewezen voor de taken bewaking van besmettelijke ziekten en beheer en bestrijding van epidemieën.]2
[3 21° screening: de vermoedelijke identificatie, met behulp van tests die op een systematische en gestandaardiseerde manier worden toegepast, van personen die lijden aan een ziekte of een afwijking die tot de ontwikkeling van een ziekte zou kunnen leiden en die voorheen niet werd opgemerkt.]3
Art. 47/7. [1 Pour l'application du présent [2 livre]2, [2 on]2 entend par :
la santé : le bien-être physique, mental et social des individus, ne consistant pas seulement en une absence de maladie ou d'infirmité;
la promotion de la santé: l'ensemble des mesures qui confèrent aux populations les moyens d'exercer un plus grand contrôle sur leur propre santé et d'améliorer celle-ci ou l'ensemble des interventions sociales et environnementales conçues pour favoriser et protéger la santé et la qualité de vie au niveau individuel et collectif en agissant sur les déterminants de la santé et en ne s'intéressant pas seulement au traitement et à la guérison, la prévention fait partie intégrante de la promotion de la santé;
la prévention : les mesures qui permettent [2 de préserver la santé et]2 d'intervenir avant l'apparition de la maladie pour la prévention primaire, d'en détecter les premiers signes pour la prévention secondaire ou d'en prévenir les complications ou les rechutes pour la prévention tertiaire;
le plan : le plan de [2 promotion de la santé, en ce compris la prévention]2 adopté par le Gouvernement présentant le diagnostic de situation relatif à l'état de santé de la population de la région de langue française, fixant les objectifs [2 transversaux et thématiques]2 de santé, guidant les actions et les stratégies à mettre en oeuvre en matière de promotion de la santé et de prévention des maladies;
le programme de médecine préventive : l'offre systématique, validée scientifiquement, à destination d'un groupe cible bien défini, ciblée sur la prévention, la détection précoce et le traitement précoce des risques de santé ou des maladies;
le comité de pilotage : le comité en charge du pilotage stratégique du plan dans le but de renseigner sur le déroulement du plan et d'apporter des aménagements ou des correctifs nécessaires à l'amélioration continue du plan;
la surveillance : la collecte [2 ...]2, l'analyse et l'interprétation des données socio-sanitaires, afin de planifier, de mettre en oeuvre, d'évaluer et d'améliorer les pratiques dans le domaine de la santé publique, y compris la surveillance des maladies infectieuses, dans le cadre du système d'informations socio-sanitaires wallon;
le centre d'expertise en promotion de la santé : le service agréé chargé principalement de contribuer à [2 l'élaboration, au suivi]2 et à la révision du plan et d'apporter un appui [2 scientifique]2 et méthodologique en matière de promotion de la santé;
le centre local de promotion de la santé : le service agréé qui [2 soutient]2, sur le plan local, la mise en oeuvre du plan;
10° le centre d'opérationnalisation en médecine préventive : le service agréé pilotant un programme de médecine préventive;
11° le département de surveillance médicale : le département de surveillance médicale des travailleurs au sein des services internes de prévention et de protection au travail et le département chargé de la surveillance médicale des travailleurs au sein des services communs de prévention et de protection au travail;
12° la section de surveillance médicale : la section de surveillance médicale des travailleurs au sein du service externe de prévention et de protection au travail;
13° le Ministre : le Ministre qui a la santé dans ses attributions;
14° l'opérateur en promotion de la santé : toute personne morale à but non lucratif contribuant à la mise en oeuvre du plan et qui est agréée et/ou subventionnée en application du présent Code;
15° l'acteur en promotion de la santé : tout pouvoir public, personne morale ou physique qui contribue par ses actions à la promotion de la santé, en ce compris [2 la prévention]2, sur le territoire de la région de langue française. Les [2 acteurs en promotion de la santé peuvent être agréés]2 ou non;
16° l'Agence : l'agence visée à l'article 2 [2 ...]2;
17° Données socio-sanitaires : données récoltées [2 ...]2 de façon à permettre le croisement des informations de santé avec l'âge, le sexe et le niveau socio-économique au niveau individuel en vue d'un traitement épidémiologique;]1

[2 18° personnes morales sans but lucratif : les entités suivantes disposant d'un établissement en région de langue française :
a) les associations sans but lucratif;
b) les associations internationales sans but lucratif;
c) les fondations d'utilité publique;
d) les universités au sens de l'article 10 du décret de la Communauté française du 7 novembre 2013 définissant le paysage de l'enseignement supérieur et l'organisation académique des études;
e) les organismes assureurs au sens de l'article 43/2, alinéa 1er, 5° ;
f) les pouvoirs locaux;
g) les associations dotées de la personnalité juridique détenues majoritairement par des pouvoirs publics, à l'exception des associations ayant revêtu la forme d'une société;
h) les associations, dotées de la personnalité juridique, regroupant des entités visées aux points a) à g), à l'exception des associations ayant revêtu la forme d'une société;]2

[2 19° foyer de contamination : concentration de cas de maladies infectieuses dans le temps et dans l'espace, avec une exposition commune;]2
[2 20° inspecteur d'hygiène régional : agent de l'agence spécifiquement désigné par le Gouvernement, en raison de son expertise particulière, pour les missions de surveillance des maladies infectieuses, gestion et contrôle des épidémies.]2
[3 21° le dépistage : l'identification de manière présomptive, à l'aide de tests appliqués de façon systématique et standardisée, des sujets atteints d'une maladie ou d'une anomalie passée jusque-là inaperçue pouvant conduire au développement d'une maladie.]3
Art. 47/8. [1 Er wordt door de Regering [2 ...]2 een plan omschreven en uitgevoerd ter bepaling van de doelstellingen en de strategieën inzake [2 bevordering van de gezondheid, met inbegrip van de preventie]2 in hun bijdrage tot gezondheidsverbetering [2 en tot de vermindering van sociale ongelijkheden op gezondheidsgebied en]2 in het Franse taalgebied.
Om het plan uit te voeren, erkent de Regering:
lokale centra voor gezondheidsbevordering;
kenniscentra voor gezondheidsbevordering;
operationaliseringscentra voor preventieve geneeskunde;
operatoren inzake gezondheidsbevordering.]1

Art. 47/8. [1 Le Gouvernement définit et met en oeuvre un plan [2 ...]2 dans le but de déterminer les objectifs et stratégies de [2 promotion de la santé, en ce compris la prévention, en vue de contribuer]2 à l'amélioration de la santé [2 et à la réduction des inégalités sociales de santé]2 en région de langue française.
Afin de mettre en oeuvre le plan, le Gouvernement agrée :
des centres locaux de promotion de la santé;
des centres d'expertise en promotion de la santé;
des centres d'opérationnalisation en médecine préventive;
des opérateurs en promotion de la santé.]1

TITEL II. [1 Plan voor de bevordering van gezondheid, met inbegrip van preventie]1
TITRE II. [1 Plan de [2 promotion de la santé, en ce compris la prévention]2]1
HOOFDSTUK I. [1 - Uitwerking en inhoud van het plan]1
CHAPITRE Ier. [1 - Elaboration et contenu du plan]1
Art. 47/9. [1 Het plan wordt voor minstens vijf jaar opgesteld.
De Regering omschrijft de nadere regels voor de aanneming en de bijwerking van het plan.]1

Art. 47/9. [1 Le plan est établi pour cinq ans minimum.
Le Gouvernement définit les modalités et la procédure d'adoption et de mise à jour du plan.]1

Art. 47/10. [1 [2 Onverminderd de bevoegdheden van de federale staat en de Franse Gemeenschap, bevat een stand van zaken betreffende de gezondheidstoestand van de bevolking, gepaard gaand met een [2 factoren van sociale ongelijkheid op het vlak van de gezondheid (geslacht, leeftijd, sociaal-economische status, enz.)]2, legt het de noden van de bevolking vast, stelt het de na te streven gezondheidsdoelen vast, stuurt het de uit te voeren acties en strategieën.]2
In het plan worden nader omschreven:
de thematische onderwerpen, de strategische doelen, de prioritaire doelgroepen en leefomgevingen [2 inzake bevordering van de gezondheid, met inbegrip van de preventie]2;
de overkoepelende doelstellingen, die te volgen zijn voor de gezamenlijke thematische onderwerpen, doelstellingen, prioritaire doelgroepen en leefomgevingen;
het overleg en de samenwerkingen met de publieke actoren en entiteiten wier bijdrage nodig is voor het bereiken van de doelstellingen, ongeacht of ze onder een gewestelijke bevoegdheid dan wel een andere bestuurslaag vallen;
de nader beoordelings- en opvolgingsregels, met name de criteria en indicatoren die de beoordeling mogelijk maken van de mate van uitvoering van het plan en de herziening ervan.]1

[2 Om een precieze identificatie mogelijk te maken, krijgt elk plan een specifieke titel, zodat het kan worden onderscheiden van alle andere eerdere of latere plannen. De Regering beslist over de titel van elk plan.]2
Art. 47/10. [1 [2 Sans préjudice des compétences de l'Etat fédéral et de la Communauté française, le plan]2 comporte le diagnostic de situation relatif à l'état de santé de la population, assorti d'une analyse [2 des facteurs d'inégalité sociale de santé (genre, âge, statuts socioéconomique, etc.)]2, identifie les besoins de la population, fixe les objectifs de santé à atteindre, guide les actions et stratégies à mettre en oeuvre.
Le plan précise :
les thématiques, objectifs stratégiques, publics cibles et milieux de vie prioritaires en [2 promotion de la santé, en ce compris la prévention]2;
les objectifs transversaux à suivre pour l'ensemble des thématiques, objectifs, publics et milieux de vie prioritaires;
la concertation et les collaborations avec les acteurs et les entités publiques dont la contribution est nécessaire à l'atteinte des objectifs, qu'ils relèvent d'une compétence régionale ou d'un autre niveau de pouvoir;
les modalités d'évaluation et de suivi, notamment les critères et indicateurs, qui permettent d'évaluer le degré de réalisation du plan et sa révision.]1

[2 Afin de permettre son identification précise, chaque plan est désigné par un intitulé spécifique de nature à permettre de le distinguer de tous les autres plans antérieurs ou postérieurs. Le Gouvernement décide de l'intitulé de chaque plan.]2
HOOFDSTUK II. [1 - Evaluatie]1
CHAPITRE II. [1 - Evaluation]1
Art. 47/11. [1 § 1. Minstens iedere vijf jaar wordt er door het sturingscomité een evaluatie van het plan georganiseerd.
De evaluatie heeft tot doel:
verslag uit te brengen over de uitvoering van het plan door [2 de actoren inzake bevordering van de gezondheid]2;
de impact te meten per gender, leeftijd, sociaal-economisch niveau van deze acties op de gezondheid;
aanpassingen voor te stellen voor een nieuwe versie van het plan.
§ 2. Het evaluatieverslag wordt, binnen de zes maanden volgend op de aanneming ervan door de Regering, aan het Parlement voorgelegd.]1

[2 § 3. De Regering bepaalt de modaliteiten en de procedure voor de beoordeling van het plan.]2
Art. 47/11. [1 § 1er. Au moins tous les cinq ans, une évaluation [2 du plan est organisée]2 par le comité de pilotage.
L'évaluation a pour objectif :
de rendre compte de la mise en oeuvre du plan par [2 les acteurs en promotion de la santé]2;
de mesurer l'impact par genre, âge et niveau socio-économique de ces actions sur la santé;
de proposer des ajustements pour une nouvelle version du plan.
§ 2. Le rapport d'évaluation est présenté au Parlement dans les six mois qui suivent son adoption par le Gouvernement.]1

[2 § 3. Le Gouvernement précise les modalités et la procédure d'évaluation du plan.]2
HOOFDSTUK III. [1 - [2 ...]2 sturingscomité]1
CHAPITRE III. [1 - Comité de pilotage [2 ...]2]1
Art. 47/12. [1 § 1. Voor het plan wordt een sturingscomité opgericht.
[2 Dit comité is samengesteld volgens een intersectoraal beginsel. Het bevat op zijn minst :
de Minister of diens afgevaardigde;
vertegenwoordigers van het Agentschap;
vertegenwoordigers van erkende rechtspersonen zonder winstoogmerk;
vertegenwoordigers van de Waalse verzekeringsinstellingen in de zin van artikel 43/2, eerste lid,
vertegenwoordigers van de bij het plan betrokken bevolking;
vertegenwoordigers van de Waalse administraties met hefbomen voor actie inzake de sociale determinanten van gezondheid.]2

De Regering bepaalt [2 de samenstelling, de aanwijzings- en werkingsmodaliteiten]2 van het sturingscomité. [2 ...]2
§ 2. Het comité bedoeld in laatste paragraaf heeft als opdracht:
het regelmatig toezicht, minstens één keer per jaar, op de uitvoering van het plan;
de overmaking aan de Regering, alle vijf jaar, van een evaluatie van het [2 het beleid inzake bevordering van de gezondheid, met inbegrip van de preventie]2 in het Franse taalgebied en van de voorstellen ter verbetering ervan;
het voorleggen, aan de Regering, van een bijgewerkte en in overleg tot stand gebrachte versie van het plan [2 ...]2 volgens de nadere regels en de procedure die de Regering overeenkomstig artikel 47/9 aangenomen heeft.
Er kunnen [2 ...]2 expertenwerkgroepen worden opgericht om elk bestanddeel van het plan aan bespreking en behandeling te kunnen onderwerpen.]1

[2 De Regering bepaalt de taken van het sturingscomité en bepaalt de modaliteiten voor de oprichting van werkgroepen. Zij kan andere taken aan het sturingscomité toevertrouwen.]2
Art. 47/12. [1 § 1er. Il est créé un Comité de pilotage du plan.
[2 Ce comité est composé selon un principe d'intersectorialité. Il comprend au moins :
le Ministre ou son représentant;
des représentants de l'Agence;
des représentants des personnes morales sans but lucratif agréées;
des représentants des organismes assureurs wallons au sens de l'article 43/2, alinéa 1er, 6° ;
des représentants de la population concernée par le plan;
des représentants des administrations wallonnes disposant de leviers d'action sur les déterminants sociaux de la santé.]2

La composition [2 , les modalités de désignation]2 et le fonctionnement du comité de pilotage sont précisés par le Gouvernement. [2 ...]2
§ 2. Le comité visé au paragraphe premier a pour mission de :
superviser la mise en oeuvre du plan de façon régulière et au moins une fois par an;
de transmettre au Gouvernement tous les cinq ans une évaluation de la politique de [2 promotion de la santé, en ce compris la prévention,]2 en région de langue française et des propositions visant à améliorer celle-ci;
de proposer au Gouvernement une version actualisée et concertée du plan, [2 ...]2 selon les modalités et la procédure adoptées par le Gouvernement conformément à l'article 47/9.
Des groupes de travail constitués d'experts peuvent être institués [2 ...]2 pour couvrir chacune des différentes composantes du plan.]1

[2 Le Gouvernement précise les missions du comité de pilotage et détermine les modalités de création des groupes de travail. Il peut confier d'autres missions au comité de pilotage.]2
TITEL III. [1 - Besmettelijke ziektes]1
TITRE III. [1 Maladies infectieuses]1
HOOFDSTUK I. [1 Toezicht op besmettelijke ziektes ]1
CHAPITRE I. [1 Chapitre 1er - Surveillance des maladies infectieuse ]1
Art. 47/13. [1 § 1. Met het oog op de bescherming van de volksgezondheid en de toepassing van passende profylactische maatregelen stelt de Regering een lijst aangifteplichtige besmettelijke ziektes vast, die zij minstens één keer per jaar bijwerkt.
Van de, in het Franse taalgebied gelokaliseerde, bevestigde of verdachte gevallen van één der ziektes opgelijst in lid 1 wordt door iedere arts of apotheker-bioloog [2 of zijn afgevaardigde]2 die in het Franse taalgebied actief is [2 ...]2 eveneens als hij van een nationaal referentiecentrum of -laboratorium voor menselijke microbiologie afhangt, aangifte gedaan. [2 ...]2
[2 Bevestigde of vermoede gevallen van infectieziekten die niet op de in lid 1 bedoelde lijst voorkomen, moeten worden gemeld als zij op korte termijn levensbedreigend zijn of een sterk epidemisch karakter hebben. Deze meldingsplicht rust op de in lid 2 bedoelde personen.]2
De Regering stelt de procedure en de nadere regels voor de verplichte aangifte vast, evenals de profylactische maatregelen.
§ 2. De Regering stelt daarnaast een lijst te bewaken pathogenen vast die zij minstens één keer per jaar bijwerkt. De Regering stelt de procedure en de nadere regels voor dat toezicht vast.]1

Art. 47/13. [1 § 1er. En vue de la protection de la santé publique et de l'application des mesures de prophylaxie appropriées, le Gouvernement fixe une liste de maladies infectieuses à déclaration obligatoire et la met à jour au moins une fois par an.
Les cas, localisés dans la région de langue française, confirmés ou suspects d'une des maladies figurant dans la liste visée à l'alinéa 1er, sont déclarés par tout médecin ou pharmacien biologiste [2 , ou leurs délégués,]2 exerçant dans la région de langue française [2 ...]2, en ce compris s'il dépend d'un centre ou d'un laboratoire de référence national en microbiologie humaine. [2 ...]2
[2 Les cas confirmés ou suspects de maladies infectieuses ne figurant pas dans la liste visée à l'alinéa 1er sont à déclarer dès lors qu'ils mettent en jeu le pronostic vital à bref délai ou présentent un caractère fortement épidémique. Cette obligation de déclaration incombe aux personnes visées à l'alinéa 2.]2
Le Gouvernement arrête la procédure et les modalités de la déclaration obligatoire, ainsi que les mesures de prophylaxie.
§ 2. Le Gouvernement fixe de plus une liste de pathogène à surveiller et la met à jour au moins une fois par an. Le Gouvernement arrête la procédure et les modalités de cette surveillance.]1

Art. 47/14. [1 § 1. De persoonsgegevens van de persoon die een [2 in artikel 47/13, § 1, bedoelde]2 ziekte heeft opgelopen worden ingezameld door [2 de gewestelijke gezondheidsinspecteurs,]2 de artsen of de verpleegkundigen [2 als bedoeld in artikel 47/15, § 1, of, indien nodig, door externe dienstverleners die daartoe specifiek door het Agentschap zijn aangewezen]2.
[2 De persoonsgegevens, ingezameld in het kader van de in artikel 47/13 bedoelde aangiften, zijn:
identificatienummer van het Rijksregister; 2° naam en voornaam;
geboortedatum; 4° geslacht;
nationaliteit;
adres van de effectieve verblijfplaats;
contactgegevens van het geval of de wettelijke vertegenwoordiger, zoals e-mail, telefoonnummer;
beroep;
activiteiten die tijdens de incubatie- en besmettelijke periode worden uitgevoerd;
10° aanwezigheid in een gemeenschap zoals een school, werkplaats, logement, gevangenis, opvangcentrum, sportclub, volksclub, hotel;
11° pathologie met aanvullende gegevens zoals symptomen, klinisch onderzoek, diagnose, verrichte aanvullende medische en paramedische onderzoeken, behandelingen, enz.;
12° klinische geschiedenis zoals voorgeschiedenis, behandelings- en verzorgingsgeschiedenis, vaccinaties, risicofactoren;
13° identificatie van de ziekteverwekker;
14° soort bevestiging, zoals laboratorium of andere;
15° naam en contactgegevens van de behandelende arts of andere betrokken beroepsbeoefenaars;
16° aanwezigheid van risicopersonen in de nabije omgeving en gegevens over hen opgesomd in 1° tot 8° ;
17° bron van besmetting indien bekend;
18° in geval van pathologieën met een voedselrisico of een verhoogd risico bij specifieke risicogroepen, het beroep, het soort contact en de activiteiten die door de nabije omgeving worden uitgevoerd.]2

[2 De doeleinden van de behandeling van de persoonsgegevens bedoeld in het tweede lid zijn:]2
- het nemen van [2 in artikel 47/15 bedoelde]2 passende sanitaire maatregelen in functie van het geval, van diens pathologie of diens omgeving [2 , met inbegrip van een eventuele besmettingshaard]2;
- de analyse van de epidemiologische gegevens om de impact en de prevalenties van de ziektes te meten en dienovereenkomstig de acties inzake [2 preventieve of profylactische geneeskunde, indien mogelijk na anonimisering van de gegevens, te beheren.]2
De persoonsgegevens worden na twee jaar gewist en de gevallen worden anoniem gemaakt. [2 De Regering is gemachtigd van de termijn van twee jaar af te wijken wanneer de gezondheidssituatie zulks vereist.]2
Enkel de personeelsleden [2 die door het Agentschap specifiek worden aangewezen en, indien nodig, de externe dienstverleners die door het Agentschap specifiek worden aangewezen en die belast zijn met]2 het toezicht op de besmettelijke ziektes hebben toegang tot deze gegevens en hebben de machtiging om ze te verwerken.
[2 De in lid 5 bedoelde personen zijn verplicht de vertrouwelijkheid en de veiligheid te garanderen van alle persoonsgegevens waarvan zij kennis hebben, met inachtneming van de wetgeving inzake gegevensbescherming.]2
Het Agentschap wordt vastgelegd als verantwoordelijke voor de verwerking van de in § 1 bedoelde gegevens.
De gegevens worden per telefoon, [2 ...]2 beveiligde informaticatoepassingen binnen in het Agentschap of via elektronische aangifte-interface ingezameld.
§ 2. De Regering omschrijft de voorwaarden voor de toegang tot de gegevens bedoeld in § 1.]1

Art. 47/14. [1 § 1er Les données personnelles de la personne atteinte d'une maladie infectieuse [2 visée à l'article 47/13, § 1er,]2 sont collectées par [2 les inspecteurs d'hygiène régionaux,]2 les médecins ou les infirmiers [2 visés à l'article 47/15, § 1er, ou, si besoin, par les prestataires externes spécifiquement désignés à cette fin par l'Agence]2.
[2 Les données personnelles récoltées dans le cadre des déclarations visées à l'article 47/13 sont les suivantes :
numéro d'identification du registre national (NISS); 2° nom et prénoms;
lieu et date de naissance; 4° sexe;
nationalité;
adresse de résidence effective;
coordonnées de contact du cas ou du représentant légal telles que mail, numéro de téléphone;
profession;
activités réalisées durant la période d'incubation et de contagiosité;
10° fréquentation d'une collectivité telle qu'une école, un lieu de travail, un établissement d'hébergement, une prison, un centre d'accueil, un club sportif, un club folklorique, un hôtel;
11° pathologie avec les données complémentaires telles que les symptômes, l'examen clinique, le diagnostic, les examens complémentaires médicaux et paramédicaux réalisés, les traitements, etc.;
12° histoire clinique telle que les antécédents, les traitements et parcours de soins, les vaccinations, les facteurs favorisants et les facteurs de risques;
13° identification de l'agent pathogène;
14° type de confirmation tel que laboratoire ou autre ;
15° nom et coordonnées du médecin traitant ou autres praticiens impliqués ;
16° existence de personnes à risque dans l'entourage et données de celles- ci reprises aux 1° à 8° ;
17° source de contamination si elle est connue;
18° en cas de pathologies présentant un risque agro-alimentaire ou un risque accru auprès de groupes à risques spécifiques, la profession, le type de contact et les activités réalisées de l'entourage.]2

[2 Les finalités du traitement des données personnelles visées à l'alinéa 2 sont :]2
- la prise de mesures sanitaires adéquates [2 visées à l'article 47/15]2 en fonction du cas, de sa pathologie et de son environnement [2 , y compris un éventuel foyer de contamination]2;
- l'analyse des données épidémiologiques afin de mesurer l'incidence et la prévalence des maladies et de gérer en conséquence les actions de [2 médecine préventive ou de prophylaxie, si possible après anonymisation des données.]2
Les données à caractère personnel sont supprimées après deux ans et les cas sont rendus anonymes. [2 Le Gouvernement est autorisé à déroger au délai de deux ans lorsque la situation sanitaire l'exige.]2
Seuls les agents [2 spécifiquement désignés par l'Agence, et si besoin, les prestataires externes spécifiquement désignés par l'Agence, pour la]2 surveillance des maladies infectieuses ont accès à ces données et sont habilités à les traiter.
[2 Les personnes visées à l'alinéa 5 sont tenues de garantir la confidentialité et la sécurité de toutes les données à caractère personnel dont elles ont connaissance, dans le respect de la législation en matière de protection des données.]2
L'Agence est définie comme responsable du traitement des données visées au § 1er.
Les données sont collectées par téléphone, [2 ...]2 voie informatique sécurisée au sein de l'Agence ou par interface web de déclaration.
§ 2. Le Gouvernement définit les conditions d'accès aux données visées au paragraphe1er.]1

Art. 47/15. [1 § 1. [4 De gewestelijke gezondheidsinspecteur, de artsen of de verpleegkundigen belast met het toezicht op de besmettelijke ziektes worden uit zijn midden door het Agentschap aangewezen.]4
[4 § 1/1. De in paragraaf 1 bedoelde gewestelijke gezondheidsinspecteurs, artsen of verpleegkundigen die tussenkomen in een toestand die deel uitmaakt van een individueel of gezinsverband, werken samen met de arts van de betrokken patiënt. De in paragraaf 1 bedoelde gewestelijke gezondheidsinspecteurs, artsen of verpleegkundigen die tussenkomen in een toestand die collectief benaderd kan worden, werken samen met de door de gemeenschap aangewezen arts, de behandelende artsen, de plaatselijke administratieve overheden en de betrokken huisartsenkring, met wie hij overleg pleegt.
De in paragraaf 1 bedoelde gewestelijke gezondheidsinspecteurs, artsen of verpleegkundigen zien erop toe dat de preventieve en profylactische maatregelen die de Regering in het kader van de bescherming van de volksgezondheid heeft vastgesteld, worden toegepast.
De in lid 1 bedoelde gewestelijke gezondheidsinspecteurs, artsen of verpleegkundigen werken samen met de plaatselijke administratieve overheden waardoor de maatregelen moeten worden toegepast. "Onder plaatselijke administratieve overheden" wordt verstaan de burgemeesters, de provinciegouverneurs, de voorzitters van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn of hun administraties en de lokale politiediensten".
De in paragraaf 1 bedoelde gewestelijke gezondheidsinspecteurs, artsen of verpleegkundigen stellen de betrokken administratieve overheden op de hoogte wanneer een reëel verspreidingsrisico bestaat of wanneer de verspreiding daadwerkelijk aangetoond is.
De in paragraaf 1 bedoelde gewestelijke gezondheidsinspecteurs, artsen of verpleegkundigen bevelen in voorkomend geval de bevoegde administratieve overheden aan de nodige bevelen of besluiten te geven om het geval te beheren.
De Regering neemt alle maatregelen die nodig of nuttig zijn voor de uitvoering van deze paragraaf.]4

[4 § 1/2. De in paragraaf 1 bedoelde gewestelijke gezondheidsinspecteurs, artsen of verpleegkundigen verrichten rechtstreeks of door tussenkomst van een andere beroepsbeoefenaar elke medische controle of elk medisch onderzoek, alsmede alle informatie die zij voor de vervulling van hun taak nuttig achten.
De in paragraaf 1 bedoelde gewestelijke gezondheidsinspecteurs, artsen of verpleegkundigen zien erop toe en eisen zo nodig via de verantwoordelijke gezondheidswerker dat de persoon die ervan verdacht wordt op korte termijn aan een levensbedreigende ziekte te lijden of de symptomen van een ernstige epidemische ziekte te vertonen, alsmede de perso(o)n(en) die hem (hen) kan (kunnen) hebben besmet of die door hem (hen) kan (kunnen) zijn besmet de nodige onderzoeken ondergaan en, in voorkomend geval, passende preventieve of curatieve medische behandelingen ondergaan, onverminderd het recht van de patiënt om, na volledig geïnformeerd te zijn over zijn gezondheidstoestand, een dergelijke preventieve of curatieve behandeling te weigeren wanneer andere in dit artikel bedoelde maatregelen volstaan om volledig vrij te zijn van besmetting.
In voorkomend geval verbieden de in paragraaf 1 bedoelde gewestelijke gezondheidsinspecteurs, artsen of verpleegkundigen, personen die aan een besmettelijke ziekte lijden, beroepsactiviteit uit te oefenen en een gemeenschap te bezoeken tijdens een periode die niet langer duurt dan de periode van besmettelijkheid.
De in paragraaf 1 bedoelde gewestelijke gezondheidsinspecteurs, artsen of verpleegkundigen gelasten zo nodig de isolatie van personen die besmet zijn of besmet kunnen zijn geweest, voor een periode die niet langer duurt dan de periode van hun besmettelijkheid. Deze isolatie wordt uitgevoerd, afhankelijk van de omstandigheden:
a) in een ziekenhuisdienst die relevant is voor de gegeven gezondheidstoestand en die geïdentificeerd is bij de isolatiebeslissing die door de arts van het Agentschap belast met het toezicht op besmettelijke ziektes na overleg met het betrokken ziekenhuis is aangenomen;
b) thuis
c) op een andere voor dit doel geschikte plaats.
De Regering neemt alle maatregelen die nodig of nuttig zijn voor de uitvoering van deze paragraaf.]4

[4 § 1/3. De in paragraaf 1 bedoelde gewestelijke gezondheidsinspecteurs, artsen of verpleegkundigen hebben het recht elke plaats te betreden die is bezocht door een persoon of personen die aan een besmettelijke ziekte lijden of door dieren die besmet zijn of waarvan vermoed wordt dat zij besmet zijn, teneinde de bron van de besmetting vast te stellen en profylactische maatregelen te nemen. Wanneer deze plaats een woning is, kan het recht van binnentreden overeenkomstig artikel 15 van de Grondwet slechts worden uitgeoefend met instemming van de betrokkene of met toestemming van een rechter, of in geval van ernstig en dreigend gevaar.
De in lid 1 bedoelde gewestelijke gezondheidsinspecteurs, artsen of verpleegkundigen geven zo nodig opdracht :
ontsmetting van voorwerpen en lokalen die besmet kunnen zijn;
het isoleren, behandelen en, indien nodig, doden en verbranden van besmette of verdachte dieren, in samenwerking met het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.
De in lid 1 bedoelde gewestelijke gezondheidsinspecteurs, artsen of verpleegkundigen gelasten, wanneer het besmettingsgevaar zulks vereist, de gehele of gedeeltelijke sluiting van een plaats, ruimte of installatie. Een verslag waarin de sluiting van een plaats, ruimte of faciliteit wordt gemotiveerd, wordt toegezonden aan de burgemeester van de betrokken gemeente. De beslissing tot sluiting wordt beëindigd indien de omstandigheden die het rechtvaardigden, niet langer aanwezig zijn. De burgemeester is uit hoofde van zijn administratieve politiebevoegdheden verantwoordelijk voor de uitvoering van de beslissingen tot sluiting."
De Regering neemt alle maatregelen die nodig of passend zijn voor de uitvoering van dit paragraaf.]4

[4 § 1/4. De in de leden 1/1, 1/2 en 1/3 bedoelde maatregelen zijn, in het licht van de wetenschappelijke kennis omtrent de betrokken besmettelijke ziekte, noodzakelijk, passend en evenredig met het doel om verdere besmetting te voorkomen.]4
§ 2. [4 De gewestelijke gezondheidsinspecteurs, de artsen]4 of verpleegkundigen van het Agentschap belast met het toezicht op de besmettelijke ziektes nemen contact op met iedere nationale, buitenlandse of internationale gezondheidsoverheid om de sociaal-sanitaire gegevens, nodig in het belang van de volksgezondheid, in te zamelen en uit te wisselen [4 , met inachtneming van nationale samenwerkingsovereenkomsten of Europese of internationale overeenkomsten, en van Verordening (EG) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)]4.
§ 3. [4 De gewestelijke gezondheidsinspecteurs, de artsen]4 of verpleegkundigen van het Agentschap belast met het toezicht op de besmettelijke ziektes stellen de overtredingen vast in verband met de aangifteplicht door tot bewijs van het tegendeel bewijskrachtige processen-verbaal op te stellen met afschrift binnen de acht dagen te rekenen van de vaststelling aan de personen verdacht van het begaan hebben van een overtreding.
§ 4. [4 De gewestelijke gezondheidsinspecteurs, de artsen]4 of verpleegkundigen van het Agentschap belast met het toezicht op de besmettelijke ziektes zijn gemachtigd om de bijstand en de bescherming van de lokale of federale politie bij de uitoefening van hun ambt te eisen, daar waar dit in het belang van de volksgezondheid nodig is.
§ 5. De opdrachten prerogatieven van huidig artikel worden onder het toezicht van een arts, aangewezen door het Agentschap, uitgevoerd.]1

[3 § 6. [4 De regionale gezondheidsinspecteurs, de artsen of verpleegkundigen van het Agentschap belast met het toezicht op besmettelijke ziektes kunnen een beroep doen]4 of verpleegkundigen van het Agentschap belast met het toezicht op besmettelijke ziektes een beroep doen op mobiele teams voor het nemen van maatregelen ter plaatse in het geval van een besmettingshaard.]3
Art. 47/15. [1 § 1er. [4 Les inspecteurs d'hygiène régionaux, les médecins ou les infirmiers en charge de la surveillance des maladies infectieuses sont désignés en son sein par l'Agence.]4
[4 § 1er/1. Les inspecteurs d'hygiène régionaux, les médecins ou les infirmiers visés au paragraphe 1er, qui interviennent dans une situation qui s'inscrit dans un cadre individuel ou familial, collaborent avec le médecin du patient concerné. Les inspecteurs d'hygiène régionaux, les médecins ou les infirmiers visés au paragraphe 1er, qui interviennent dans une situation qui s'inscrit dans un cadre collectif, collaborent avec le médecin désigné par la collectivité, les médecins traitants, les autorités administratives locales et le cercle de médecine générale concerné avec lequel il se concerte.
Les inspecteurs d'hygiène régionaux, les médecins ou les infirmiers visés au paragraphe 1er s'assurent que les mesures de prévention et de prophylaxie déterminées par le Gouvernement dans le cadre de la protection de la santé publique sont appliquées.
Les inspecteurs d'hygiène régionaux, les médecins ou les infirmiers visés au paragraphe 1er collaborent avec les autorités administratives locales par lesquelles des mesures doivent être appliquées. Par " autorités administratives locales ", il faut entendre les bourgmestres, les gouverneurs de province, les présidents des centres publics d'action sociale ou leurs administrations et les services de police locale.
Les inspecteurs d'hygiène régionaux, les médecins ou les infirmiers visés au paragraphe 1er avertissent les autorités administratives concernées lorsqu'un risque réel de dissémination existe ou lorsque la dissémination est avérée.
Les inspecteurs d'hygiène régionaux, les médecins ou les infirmiers visés au paragraphe 1er recommandent le cas échéant aux autorités administratives compétentes de prendre des arrêtés ou décisions nécessaires à la gestion du cas.
Le Gouvernement adopte toutes les mesures nécessaires ou utiles à la mise en oeuvre du présent paragraphe.
§ 1er/2. Les inspecteurs d'hygiène régionaux, les médecins ou les infirmiers visés au paragraphe 1er effectuent, directement ou par l'intermédiaire d'un autre professionnel, tout contrôle ou examen médical, toute recherche ou enquête, et recueillent toutes informations qu'ils jugent utiles dans l'exercice de leur fonction.
Les inspecteurs d'hygiène régionaux, les médecins ou les infirmiers visés au paragraphe 1er s'assurent et, si nécessaire, imposent, par l'intermédiaire du professionnel de santé en charge, que la personne suspectée d'une maladie qui met en jeu le pronostic vital à bref délai ou qui présente la symptomatologie d'une affection épidémique grave, ainsi que la ou les personnes susceptibles de l'avoir contaminée ou d'avoir été contaminées par elle, subissent les examens nécessaires et, le cas échéant, suivent un traitement médical approprié, préventif ou curatif, sans préjudice du droit du patient de refuser, après information complète sur sa situation de santé, ce traitement préventif ou curatif lorsque d'autres mesures visées au présent article permettent de garantir une absence totale de contagion.
Le cas échéant, les inspecteurs d'hygiène régionaux, les médecins ou les infirmiers visés au paragraphe 1er interdisent aux personnes atteintes d'une maladie infectieuse, d'exercer des activités professionnelles et de fréquenter toute collectivité pendant une période qui ne dépasse pas celle de la contagiosité.
Les inspecteurs d'hygiène régionaux, les médecins ou les infirmiers visés au paragraphe 1er ordonnent si nécessaire l'isolement des personnes contaminées ou susceptibles d'avoir été contaminées, pour une période qui ne dépasse pas celle de leur contagiosité. Cet isolement s'effectue, selon les circonstances :
a) au sein d'un service hospitalier pertinent au vu de la situation sanitaire donnée et identifié par la décision d'isolement adoptée par le médecin de l'Agence en charge de la surveillance des maladies infectieuses à la suite d'une concertation avec l'hôpital concerné;
b) à domicile;
c) dans un autre lieu approprié à cet effet.
Le Gouvernement adopte toutes les mesures nécessaires ou utiles à la mise en oeuvre du présent paragraphe.
§ 1er/3. Les inspecteurs d'hygiène régionaux, les médecins ou les infirmiers visés au paragraphe 1er ont le droit de s'introduire en tout lieu ayant été fréquenté par la ou les personnes atteintes d'une maladie infectieuse ou par les animaux contaminés ou suspectés de l'être, en vue de la constatation de la source de contamination et de la prise de mesures prophylactiques. Lorsque ce lieu est un domicile, le droit de s'y introduire ne peut être exercé, conformément à l'article 15 de la Constitution, que, soit avec l'accord de la personne concernée, soit avec l'autorisation d'un juge, soit en cas de péril grave et imminent.
Les inspecteurs d'hygiène régionaux, les médecins ou les infirmiers visés au paragraphe 1er ordonnent si nécessaire :
la désinfection des objets et locaux susceptibles d'être contaminés;
l'isolement, le traitement et, si nécessaire, la mise à mort et l'incinération d'animaux contaminés ou suspects de l'être, en s'associant avec l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire.
Les inspecteurs d'hygiène régionaux, les médecins ou les infirmiers visés au paragraphe 1er ordonnent, lorsque les risques de contamination l'exigent, la fermeture totale ou partielle d'un lieu, d'un espace ou d'une installation. Un rapport justifiant la fermeture d'un lieu, d'un espace ou d'une installation est transmis au bourgmestre de la commune concernée. Il est mis fin à la décision de fermeture si les circonstances qui l'ont justifiée ne sont plus réunies. Le bourgmestre est chargé de l'exécution des décisions de fermeture en vertu de ses pouvoirs de police administrative.
Le Gouvernement adopte toutes les mesures nécessaires ou utiles à la mise en oeuvre du présent paragraphe.
§ 1er/4. Les mesures visées aux paragraphes 1er/1, 1er/2 et 1er/3 sont, compte tenu des connaissances scientifiques relatives à la maladie infectieuse concernée, nécessaires, adéquates et proportionnelles à l'objectif d'empêcher toute nouvelle contamination.]4

§ 2. [4 Les inspecteurs d'hygiène régionaux, les médecins ]4 ou les infirmiers de l'Agence en charge de la surveillance des maladies infectieuses prennent contact avec toute autre autorité de santé nationale, étrangère ou internationale pour collecter et échanger les données socio-sanitaires nécessaires à l'intérêt de la santé publique [4 , dans le respect des accords de coopération nationaux ou des accords européens ou internationaux, et du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données).]4.
§ 3. [4 Les inspecteurs d'hygiène régionaux, les médecins ]4 ou les infirmiers de l'Agence en charge de la surveillance des maladies infectieuses constatent les infractions liées à la déclaration obligatoire en rédigeant des procès-verbaux qui font foi jusqu'à preuve du contraire et dont une copie est adressée aux personnes suspectées d'infraction dans un délai de huit jours à dater du constat.
§ 4. [4 Les inspecteurs d'hygiène régionaux, les médecins ]4 ou les infirmiers de l'Agence en charge de la surveillance des maladies infectieuses sont autorisés à requérir l'aide et la protection de la police locale ou fédérale dans l'exercice de leur fonction dans la mesure où cela est nécessaire pour l'intérêt de la santé publique.
§ 5. Les missions et prérogatives du présent article sont assurées sous la supervision d'un médecin désigné par l'Agence.]1

[3 § 6. [4 Les inspecteurs d'hygiène régionaux, les médecins]4 ou les infirmiers de l'Agence en charge de la surveillance des maladies infectieuses peuvent faire appel à des équipes mobiles chargées de prendre des mesures sur place dans le cas d'un foyer de contamination.]3
Art. 47/15/1. [1 § 1. In geval van een epidemische noodsituatie in de zin van artikel 2, 3°, van de wet van 14 augustus 2021 betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie, afgekondigd door de Koning krachtens artikel 3, § 1, van dezelfde wet, beslist de Regering bij besluit, voor het geheel of een deel van het Franse taalgebied, tot een noodtoestand op het gebied van de volksgezondheid voor een maximumtermijn van drie maanden. Dit besluit treedt onmiddellijk in werking.
Het besluit van de Regering wordt onmiddellijk aan het Parlement meegedeeld. Het Parlement bekrachtigt het Regeringsbesluit bij decreet binnen vijftien dagen na de bekendmaking ervan. Bij gebreke van aanneming van een decreet waarbij het Regeringsbesluit binnen de bovengenoemde termijn van vijftien dagen wordt bevestigd, wordt dit besluit geacht nooit te zijn aangenomen.
Over de verlenging van de noodtoestand op het gebied van de volksgezondheid wordt bij Regeringsbesluit beslist, telkens voor een periode van maximaal drie maanden. Dit besluit treedt onmiddellijk in werking.
Het verlengingsbesluit van de Regering wordt onmiddellijk aan het Parlement meegedeeld. Het Parlement bekrachtigt het door de Regering aangenomen verlengingsbesluit bij decreet binnen vijftien dagen na de bekendmaking ervan. Bij gebreke van aanneming van een decreet waarbij het door de Regering genomen verlengingsbesluit binnen de bovengenoemde termijn van vijftien dagen wordt bevestigd, wordt dit besluit geacht nooit te zijn aangenomen.
§ 2. Tijdens de periode van een noodtoestand op het gebied van de volksgezondheid stelt de Regering voor het gehele grondgebied van het Franse taalgebied of een gedeelte daarvan, naar gelang van de epidemiologische omstandigheden, de maatregelen vast bedoeld in de leden 1/2 en 1/3 van artikel 47/15.
Zij kan ook alle andere maatregelen nemen die nodig zijn om de epidemie te beheren, te bewaken en te beheersen.
De in dit paragraaf bedoelde maatregelen zijn, in het licht van de wetenschappelijke kennis omtrent de betrokken besmettelijke ziekte, noodzakelijk, passend en evenredig met de doelstellingen om verdere besmetting te voorkomen en de verspreiding van de epidemie te beheersen.
De op basis van dit paragraaf vastgestelde maatregelen zijn van toepassing gedurende een periode van ten hoogste één maand. Zij worden maandelijks door de regering geëvalueerd en van maand tot maand vernieuwd wanneer zij noodzakelijk blijven in de zin van lid 3. Zij kunnen geen effect hebben na de periode van de noodsituatie op gezondheidsgebied.
Dit paragraaf is van toepassing onverminderd de bevoegdheden van de federale staat en de andere gefedereerde entiteiten. De in dit paragraaf bedoelde maatregelen hebben uitsluitend betrekking op de bescherming van de gezondheid en zijn bedoeld om op evenredige wijze de verspreiding van het besmettelijke agens dat verantwoordelijk is voor de epidemische situatie te voorkomen, af te remmen of tot staan te brengen, zoals met name, en op niet-uitputtende wijze, volgens de geldende wetenschappelijke aanbevelingen: screening, isolatie, quarantaine, het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen of bewustmaking van de regels inzake persoonlijke hygiëne, enz. Tenzij de federale Staat of een andere deelstaat reeds een raadpleging heeft georganiseerd, zal de Regering het initiatief nemen tot een raadpleging van de federale Staat en de andere deelstaten wanneer de voorgenomen maatregelen gevolgen kunnen hebben voor hun respectieve bevoegdheden.
§ 3. De Regering bepaalt aan welke natuurlijke of rechtspersonen zij de uitvoering van de krachtens het tweede paragraaf aangenomen maatregelen toevertrouwt.
§ 4. Voorzover de door de Regering uit hoofde van paragraaf 2 getroffen maatregelen de verwerking van persoonsgegevens omvatten, is artikel 47/14 op deze verwerking van toepassing, met uitzondering van paragraaf 1, vijfde tot en met zevende lid.
In het kader van deze verwerking zijn de door de regering uit hoofde van paragraaf 3 aangewezen natuurlijke of rechtspersonen aan hetzelfde beroepsgeheim gebonden als de in artikel 47/14, paragraaf 1, vijfde lid, bedoelde regionale gezondheidsinspecteurs, artsen en verpleegkundigen.
De regering bepaalt wie verantwoordelijk is voor de verwerking van de in dit paragraaf bedoelde persoonsgegevens.
§ 5. Binnen drie maanden na het einde van de noodtoestand op gezondheidsgebied legt de Regering aan het Parlement een evaluatieverslag voor over de doelstellingen die in het kader van de eerbiediging van de grondrechten zijn nagestreefd, teneinde na te gaan of dit artikel niet moet worden ingetrokken, aangevuld, gewijzigd of vervangen.]1

Art. 47/15/1. [1 § 1er. En cas de situation d'urgence épidémique au sens de l'article 2, 3°, de la loi du 14 août 2021 relative aux mesures de police administrative lors d'une situation d'urgence épidémique, déclarée par le Roi en vertu de l'article 3, § 1er, de la même loi, le Gouvernement décide par arrêté, pour tout ou partie de la région de langue française, l'état d'urgence sanitaire pour une période de maximum trois mois. Cet arrêté entre en vigueur immédiatement.
L'arrêté du Gouvernement est immédiatement communiqué au Parlement. Le Parlement confirme par décret dans les quinze jours de sa publication l'arrêté du Gouvernement. A défaut de l'adoption d'un décret de confirmation de l'arrêté du Gouvernement dans le délai susmentionné de quinze jours, ledit arrêté est réputé n'avoir jamais été adopté.
La prolongation de l'état d'urgence sanitaire est décidée par arrêté du Gouvernement, à chaque fois pour une période de maximum trois mois. Cet arrêté entre en vigueur immédiatement.
L'arrêté de prolongation pris par le Gouvernement est immédiatement communiqué au Parlement. Le Parlement confirme par décret dans les quinze jours de sa publication l'arrêté de prolongation pris par le Gouvernement. A défaut de l'adoption d'un décret de confirmation de l'arrêté de prolongation pris par le Gouvernement dans le délai susmentionné de quinze jours, ledit arrêté est réputé n'avoir jamais été adopté.
§ 2. Pendant la période d'état d'urgence sanitaire, le Gouvernement adopte pour tout ou partie du territoire de la région de langue française, en fonction des circonstances épidémiologiques, les mesures prévues aux paragraphes 1er/2 et 1er/3 de l'article 47/15.
Il peut également adopter toutes autres mesures nécessaires pour gérer, monitorer et maîtriser l'épidémie.
Les mesures visées au présent paragraphe sont, compte tenu des connaissances scientifiques relatives à la maladie infectieuse concernée, nécessaires, adéquates et proportionnelles aux objectifs d'empêcher toute nouvelle contamination et de maîtriser la propagation de l'épidémie.
Les mesures adoptées sur base du présent paragraphe sont applicables pour une durée maximale d'un mois. Elles font l'objet d'une évaluation mensuelle par le Gouvernement, et sont renouvelées de mois en mois lorsqu'elles demeurent nécessaires au sens de l'alinéa 3. Elles ne peuvent produire d'effets au-delà de la période d'état d'urgence sanitaire.
Le présent paragraphe s'applique sans préjudice des compétences de l'Etat fédéral, et des autres entités fédérées. Les mesures visées au présent paragraphe concernent uniquement la protection sanitaire et ont, de manière proportionnée, pour objet de prévenir, ralentir ou arrêter la propagation de l'agent infectieux responsable de la situation épidémique, telles que notamment et de manière non exhaustive selon les recommandations scientifiques en vigueur : le dépistage, l'isolement, la quarantaine, le port d'un équipement de protection individuel ou la sensibilisation aux règles relatives à l'hygiène corporelle, etc. Sauf si une concertation a déjà été organisée par l'Etat fédéral ou une autre entité fédérée, le Gouvernement prend l'initiative d'une concertation avec l'Etat fédéral et les autres entités fédérées lorsque les mesures envisagées sont susceptibles de porter atteinte à leurs compétences respectives.
§ 3. Le Gouvernement détermine les personnes physiques ou morales à qui il confie l'exécution des mesures adoptées en exécution du paragraphe 2.
§ 4. Lorsque les mesures adoptées par le Gouvernement en exécution du paragraphe 2 impliquent le traitement de données à caractère personnel, l'article 47/14 s'applique à ce traitement, à l'exception de son paragraphe 1er, alinéas 5 à 7.
Dans le cadre de ce traitement, les personnes physiques ou morales désignées par le Gouvernement en application du paragraphe 3 sont tenues au même secret professionnel que les inspecteurs d'hygiène régionaux, médecins et infirmiers visés à l'article 47/14, paragraphe 1er, alinéa 5.
Le Gouvernement détermine le responsable du traitement des données à caractère personnel visé au présent paragraphe.
§ 5. Dans un délai de trois mois après la fin de l'état d'urgence sanitaire, le Gouvernement transmet au Parlement un rapport d'évaluation portant sur les objectifs poursuivis dans le cadre du respect des droits fondamentaux afin de vérifier si le présent article ne doit pas être abrogé, complété, modifié ou remplacé.]1

Art. 47/15bis.
Art. 47/15bis.
Art. 47/15ter. [1 § 1. De toezichtscel besmettelijke ziektes maakt een periodiek verslag over de toestand van de epidemie op het grondgebied van elke gemeente aan de directie van het Gewestelijk crisiscentrum van de Waalse Overheidsdienst over.
Dat verslag bevat het resultaat van de analyse van de epidemiologische en sanitaire gegevens ter identificatie van eventuele haarden van besmetting, en meer bepaald :
informatie over de geïdentificeerde haarden van besmetting, namelijk :
a) het type besmettingshaarden;
b) de benaming van de besmettingshaard;
c) het aantal bevestigde gevallen;
d) de datum van bevestiging van de gevallen;
e) ieder commentaar voor een beter inzicht in de toestand;
een kaartdocument met legende en een overzicht van de haarden van besmetting ter identificatie van de betrokken wijken;
het aantal nieuwe gevallen op het grondgebied van de gemeente, met nadere bepaling van het aantal nieuwe gevallen per haard van besmetting;
een conclusie over de stand van zaken.
Het verslag bedoeld in het eerste lid bevat geen persoonsgegevens.
§ 2. Het Gewestelijk crisiscentrum maakt het verslag bedoeld in lid 1 aan de betrokken gouverneurs en burgemeesters over.]1

Art. 47/15ter. [1 § 1er. La cellule de surveillance des maladies infectieuses transmet à la direction Centre régional de crise du Service public de Wallonie un rapport périodique portant sur la situation de l'épidémie sur le territoire de chaque commune.
Ce rapport contient le résultat de l'analyse des données épidémiologiques et sanitaires visant à identifier d'éventuels foyers de contamination et, plus précisément :
des informations sur les foyers de contamination identifiés, à savoir :
a) le type de foyers de contamination;
b) la dénomination du foyer de contamination;
c) le nombre de cas confirmés;
d) la date de confirmation des cas;
e) tout commentaire permettant de mieux appréhender la situation.
une cartographie légendée des foyers de contamination, permettant d'identifier les quartiers concernés;
le nombre de nouveaux cas sur le territoire de la commune, en précisant le nombre de nouveaux cas par foyer de contamination;
une conclusion sur l'état de la situation.
Le rapport visé à l'alinéa 1er ne contient pas de données à caractère personnel.
§ 2. Le Centre régional de crise transmet aux gouverneurs et aux bourgmestres concernés le rapport visé à l'alinéa 1er.]1

Art. 47/16. [1 Onverminderd de toepassing van de straffen door het Strafwetboek bepaald worden gestraft met een geldboete van 1 tot 500 euro en met een gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden, of met slechts één van beide straffen, de personen:
die niet voldoen aan de aangifteplicht bedoeld in artikel 47/13, § 1, tweede lid, of die opzettelijk onvolledige of onjuiste gegevens verstrekken;
die opzettelijk de opdrachten en prerogatieven van de gewestelijke gezondheidsinspecteurs, van de artsen en verpleegsters bedoeld in artikel 47/15 belemmeren;
die geen gevolg geven aan de beslissingen die de gewestelijke gezondheidsinspecteurs, de artsen en de verpleegkundigen op grond van artikel 47/15 hebben genomen;
die opzettelijk de uitvoering of tenuitvoerlegging belemmeren van beslissingen die op grond van artikel 47/15 zijn gegeven door de gewestelijke inspecteurs voor de volksgezondheid, de artsen en de verpleegkundigen.
De politierechtbank behandelt de in dit artikel vastgestelde strafbare feiten.]1

Art. 47/16. [1 Sans préjudice de l'application des sanctions fixées par le Code pénal, sont punis d'un emprisonnement de huit jours à six mois et d'une amende de 1 à 500 euros, ou de l'une de ces peines seulement, les personnes :
qui ne respectent pas l'obligation de déclaration visée à l'article 47/13, § 1er, alinéa 2, ou qui fournissent sciemment des données incomplètes ou inexactes ;
qui entravent volontairement les missions et prérogatives exercées par les inspecteurs d'hygiène régionaux, les médecins et infirmiers visés à l'article 47/15;
qui ne respectent pas les décisions ordonnées par les inspecteurs d'hygiène régionaux, les médecins et infirmiers sur base de l'article 47/15;
qui entravent volontairement la mise en oeuvre ou l'exécution des décisions ordonnées par les inspecteurs d'hygiène régionaux, les médecins et infirmiers sur base de l'article 47/15.
Le tribunal de police connaît des infractions établies par le présent article.]1

Art. 47/16/1. [1 Onverminderd de toepassing van de straffen door het Strafwetboek bepaald worden gestraft met een geldboete van 1 tot 500 euro en met een gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden, of met slechts één van beide straffen, de personen:
die de door de Regering op grond van artikel 47/15/1, tweede lid, genomen besluiten niet naleven;
die opzettelijk de tenuitvoerlegging of uitvoering belemmeren van de beslissingen die de Regering heeft genomen op grond van artikel 47/15/1, paragraaf 2.
De politierechtbank behandelt de in dit artikel vastgestelde strafbare feiten.]1

Art. 47/16/1. [1 Sans préjudice de l'application des sanctions fixées par le Code pénal, sont punis d'un emprisonnement de huit jours à six mois et d'une amende de 1 à 500 euros, ou de l'une de ces peines seulement, les personnes :
qui ne respectent pas les décisions adoptées par le Gouvernement sur base de l'article 47/15/1, paragraphe 2;
qui entravent volontairement la mise en oeuvre ou l'exécution des décisions adoptées par le Gouvernement sur base de l'article 47/15/1, paragraphe 2.
Le tribunal de police connaît des infractions établies par le présent article.]1

HOOFDSTUK 2. [1 Elektronisch vaccinatieboekje "Vaccicard"]1
CHAPITRE II. [1 Carnet de vaccination électronique " Vaccicard " ]1
Afdeling 1. [1 Afdeling 1- Begripsomschrijvingen ]1
Section 1re. [1 Section 1e - Définitions ]1
Art.47/16/2. [1 Voor de toepassing van dit hoofdstuk, wordt verstaan onder:
Art. 47/16/2. [1 Pour l'application du présent chapitre, l'on entend par :
Afdeling 2. [1 Toepassingsgebied en doel ]1
Section 2. [1 Champ d'application et objet ]1
Art.47/16/3. [1 De in dit hoofdstuk voorgeschreven maatregelen beogen het registreren en het centraliseren van vaccinatiegegevens in het elektronische vaccinatieboekje `Vaccicard' te regelen, waardoor de raadpleging en de uitwisseling van deze gegevens mogelijk worden, en zijn van toepassing op:
Art. 47/16/3. [1 Les mesures prescrites par le présent chapitre visent à encadrer l'enregistrement et la centralisation des données de vaccinations dans le carnet de vaccination électronique " Vaccicard " qui permettront la consultation et l'échange de ces données et s'appliquent :
Afdeling 3. [1 Verwerking van vaccinatiegegevens ]1
Section 3. [1 Traitement des données de vaccination ]1
Art.47/16/4. [1 . § 1. Elke vaccinator of zijn gemachtigde codeert de vaccinatiegegevens van de patiënt die hij zojuist heeft gevaccineerd.
De vaccinator of zijn gemachtigde codeert:
de identiteit van de begunstigde van het vaccin aan de hand van zijn identificatienummer van de sociale zekerheid;
het adres van de begunstigde van het vaccin;
de geboortedatum van de begunstigde van het vaccin;
de datum van de registratie;
de datum waarop het vaccin is toegediend;
de verantwoordelijke voor de registratie;
de identiteit van de vaccinator via het identificatienummer van het Rijksregister;
de plaats waar het vaccin is toegediend;
de wijze waarop het vaccin is toegediend;
10° de status van de registratie;
11° het identificatienummer van de registratie;
12° het type vaccin dat is toegediend;
13° het product;
14° het nummer van de partij;
15° de toegediende dosis product; 16° het dosisnummer.
§ 2. De doeleinden van de verwerking van de persoonsgegevens bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, zijn:
de veiligheid van de patiëntenzorg door vaccinatiefouten te voorkomen;
de toegang voor elke patiënt tot zijn vaccinatieoverzicht in elektronisch formaat en duidelijke informatie over zijn vaccinatiestatus;
de afgifte van een digitaal vaccinatiecertificaat voor patiënten;
de raadpleging door alle vaccinatoren, andere gezondheidszorgbeoefenaars en zorgbeoefenaars van het vaccinatieoverzicht van hun patiënt in elektronische vorm, teneinde de continuïteit en de kwaliteit van de verleende zorg te waarborgen;
de doeleinden bedoeld in artikel 47/16/8.
§ 3. Vaccinatoren zijn verantwoordelijk voor de nauwkeurigheid en kwaliteit van de gegevens die ze coderen.
§ 4. Het Agentschap is verantwoordelijk voor de in § 1 bedoelde verwerkingen. ]1

Art. 47/16/4. [1 § 1er. Tout vaccinateur ou son délégué encode les données de vaccination du patient qu'il vient de vacciner.
Le vaccinateur ou son délégué encode :
l'identité du bénéficiaire du vaccin par son numéro d'identification à la sécurité sociale ;
l'adresse du bénéficiaire du vaccin ;
la date de naissance du bénéficiaire du vaccin ;
la date d'enregistrement ;
la date d'administration du vaccin ;
le responsable de l'enregistrement ;
l'identité du vaccinateur par le numéro d'identification du Registre national ;
le lieu d'administration du vaccin ;
la voie d'administration du vaccin ;
10° le statut de l'enregistrement ;
11° l'identifiant de l'enregistrement ;
12° le type de vaccin administré ;
13° le produit ;
14° le numéro de lot ;
15° la dose de produit administrée ; 16° le numéro de dose.
§ 2. Les finalités du traitement des données personnelles visées au paragraphe 1er, alinéa 2, sont :
la sécurité des soins du patient en évitant les erreurs de vaccination ;
l'accès pour chaque patient à son bilan vaccinal sous format électronique et de disposer d'une information claire sur son statut vaccinal ;
la délivrance d'un certificat de vaccination numérique pour les patients ;
la consultation par tous les vaccinateurs, les autres professionnels de soins de santé et les professionnels de soins du bilan vaccinal de leur patient sous format électronique, en vue de garantir la continuité et la qualité des soins prodigués ;
les finalités prévues par l'article 47/16/8.
§ 3. Les vaccinateurs sont responsables de l'exactitude et de la qualité des données qu'ils encodent.
§ 4. L'Agence est responsable des traitements visés au paragraphe 1er. ]1

Art.47/16/5. [1 . § 1. Vaccinatoren, andere gezondheidszorgbeoefenaars en zorgbeoefenaars kunnen, afhankelijk van de toegang die hun wettelijk is toegekend, de vaccinatiegegevens van hun patiënt raadplegen die nodig zijn voor de nagestreefde doeleinden op het platform mits:
de vrije en geïnformeerde toestemming van de patiënt in de zin van artikel 36 van de wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg;
het bestaan van een therapeutische relatie, een zorgrelatie of een situatie die verband houdt met de planning, toediening of opvolging van een vaccinatie.
§ 2. Het Agentschap is verantwoordelijk voor de in § 1 bedoelde verwerkingen.
De doeleinden van de verwerking van de persoonsgegevens bedoeld in paragraaf 1 zijn:
de continuïteit en kwaliteit van de zorg voor patiënten te waarborgen door vaccinatoren, andere gezondheidszorgbeoefenaars en zorgbeoefenaars in staat te stellen behandelingen aan te passen, medische fouten te voorkomen en een coherente monitoring van de vaccinatiegraad te waarborgen door hen op het moment van de behandeling volledige en betrouwbare informatie over vaccinaties te verstrekken;
een betere coördinatie tussen de verschillende zorgverleners mogelijk maken, in het belang van de patiënt.
§ 3. De patiënt heeft het recht om op elk moment zijn vaccinatiegegevens in te zien en een kopie daarvan te verkrijgen van de vaccinator, andere gezondheidszorgbeoefenaars en zorgbeoefenaars. De patiënt beslist schriftelijk of hij deze kopie op papier of in elektronische vorm wil ontvangen. De allereerste kopie is gratis. Voor extra kopieën kunnen administratieve kosten in rekening worden gebracht, die redelijk en gerechtvaardigd moeten zijn en de werkelijke kosten niet mogen overschrijden.
§ 4. Zorgbeoefenaars die vaccinatiegegevens van patiënten raadplegen, zijn onderworpen aan het beroepsgeheim. ]1

Art. 47/16/5. [1 § 1er. Les vaccinateurs, les autres professionnels de soins de santé et les professionnels de soins peuvent consulter selon les accès qui leur sont légalement octroyés, les données de vaccination de leur patient nécessaires au regard des finalités poursuivies sur la plateforme moyennant :
le consentement libre et éclairé du patient au sens de l'article 36 de la loi du 22 avril 2019 relative à la qualité de la pratique des soins de santé et ;
l'existence d'une relation thérapeutique, d'une relation de soins ou d'une situation liée à la planification, l'administration ou le suivi d'une vaccination.
§ 2. L'Agence est responsable des traitements visés au paragraphe 1er.
Les finalités du traitement des données personnelles visé au paragraphe 1er sont :
de garantir aux patients la continuité et la qualité des soins, en permettant aux vaccinateurs, aux autres professionnels de soins de santé et aux professionnels de soins d'adapter les traitements, de prévenir les erreurs médicales et d'assurer un suivi vaccinal cohérent en leur fournissant une information vaccinale complète et fiable au moment de la prise en charge ;
de permettre une meilleure coordination entre les différents acteurs de soins, dans l'intérêt du patient.
§ 3. Le patient a le droit de consulter à tout moment ses données de vaccination et d'en obtenir une copie par le vaccinateur, les autres professionnels de soins de santé et les professionnels de soins. Le patient détermine par écrit s'il reçoit cette copie par papier ou sous forme électronique. Toute première copie est gratuite. Pour toute copie supplémentaire, des frais administratifs peuvent être portés en compte et doivent être raisonnables, justifiés et ne pas excéder le coût réel.
§ 4. Les professionnels de soins qui consultent les données de vaccination des patients, sont soumis au secret professionnel. ]1

Art.47/16/6. [1 De in artikel 47/16/4, § 1, bedoelde gegevens worden op het platform bewaard tot maximaal het overlijden van de persoon aan wie het vaccin is toegediend ]1
Art. 47/16/6. [1 . Les données, visées à l'article 47/16/4, § 1er, sont conservées sur la plateforme, au maximum jusqu'au décès de la personne à qui le vaccin a été administré. ]1
Art.47/16/7. [1 § 1. Het Agentschap heeft toegang tot en registreert de vaccinatiegegevens bedoeld in artikel 47/16/4, § 1, lid 2, die vooraf geanonimiseerd of op zijn minst gepseudonimiseerd zijn en die door de beheerder aan het Agentschap worden doorgegeven.
§ 2. De doeleinden van deze verwerkingen zijn:
de verbetering van het volksgezondheidsbeleid of het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek met betrekking tot de vaccinatiestatus van de bevolking;
het uitvoeren van kwalitatieve en kwantitatieve evaluaties van het vaccinatiebeleid met het oog op het formuleren van gezondheidsaanbevelingen en het verbeteren van de doeltreffendheid van de overheid op het vlak van vaccinatie en het aanpassen en bijsturen van vaccinatiestrategieën;
het bepalen van het vaccinatiepercentage van de gehele bevolking van het Franse taalgebied of een deel daarvan;
het gebruik van vaccinatiegegevens voor publieke informatie- en sensibiliseringsdoeleinden.
§ 3. De in paragraaf 1 bedoelde gegevens worden bewaard gedurende dertig jaar vanaf het jaar waarin ze zijn verzameld.
§ 4. Om de doelstellingen bedoeld in paragraaf 2 te bereiken, kunnen de in paragraaf 1 vermelde gegevens meegedeeld worden aan Sciensano en aan Waalse universiteiten. Deze communicatie maakt het voorwerp uit van een protocol voor gegevensuitwisseling waarin de modaliteiten en verantwoordelijkheden voor de verwerking van deze gegevens zijn vastgelegd.
§ 5. Het Agentschap is verantwoordelijk voor de in § 1 bedoelde verwerkingen. ]1

Art. 47/16/7. [1 . . § 1er L'Agence a accès et enregistre les données de vaccination visées à l'article 47/16/4, § 1er, alinéa 2, préalablement anonymisées ou à tout le moins pseudonymisées, qui lui sont transmises par le gestionnaire.
§ 2. Les finalités de ces traitements sont :
l'amélioration des politiques de santé publique ou la conduite de recherches scientifiques relatives au statut vaccinal de la population ;
la réalisation d'évaluations qualitatives et quantitatives de la politique de vaccination en vue de formuler des recommandations sanitaires et l'amélioration de l'efficacité de l'action publique dans le domaine de la vaccination, d'adapter et de réorienter les stratégies vaccinales;
déterminer le taux de vaccination de l'ensemble de la population de la région de langue française ou d'un segment de celle-ci ;
l'utilisation des données de vaccination à des fins d'information et de sensibilisation du public.
§ 3. Les données visées par le paragraphe 1er sont conservées durant trente ans à partir de l'année de la collecte.
§ 4. Aux fins de réalisation des objectifs visés au paragraphe 2, les données mentionnées au paragraphe 1er peuvent être communiquées à Sciensano et aux universités wallonnes. Cette communication fait l'objet d'un protocole de partage de données précisant les modalités ainsi que les responsabilités liées au traitement de ces données.
§ 5. L'Agence est responsable des traitements visés au paragraphe 1er. ]1

Art.47/16/8. [1 . § 1. De beheerder:
registreert vaccinatiegegevens, tenzij de patiënt daartegen uitdrukkelijk bezwaar heeft gemaakt;
stelt de vaccinatiegegevens centraal ter beschikking van gezondheidszorgbeoefenaars en zorgbeoefenaars in de gezondheidskluis.
§ 2. Het doel van de verwerking van de in paragraaf 1 bedoelde gegevens is:
patiënten de continuïteit en kwaliteit van de zorg te garanderen door gezondheidszorgbeoefenaars toegang te geven tot volledige en actuele vaccinatiegegevens;
de coördinatie tussen gezondheidszorgbeoefenaars te versterken om een coherente monitoring van de vaccinatiegraad te verzekeren.
De beheerder treedt op als onderaannemer van het Waalse Gewest voor de elektronische uitwisseling van vaccinatiegegevens en hun centralisatie binnen de gezondheidskluis, in de zin van artikel 4, 8), van de Algemene Verordening Gegevensbescherming.
De beheerder analyseert de verzamelde gegevens met het oog op controle en verbetering van de kwaliteit van de registraties.
§ 3. De beheerder beschikt over een bijgewerkte machtiging voor het gebruik van :
het identificatienummer van de sociale zekerheid van de patiënt;
de geboortedatum van de patiënt; 3° het adres van de patiënt.
Het gebruik van de in lid 1 bedoelde gegevens wordt uitgevoerd in overeenstemming met de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen en de wet van 15 januari 1990 betreffende de oprichting en de organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid. ]1

Art. 47/16/8. [1 . § 1er. Le gestionnaire :
enregistre les données de vaccination pour autant que le patient ne se soit pas opposé expressément à cet enregistrement ;
met les données de vaccination de manière centralisée à la disposition des professionnels de soins de santé et de soins dans le coffre-fort sanitaire.
§ 2. La finalité du traitement des données visées au paragraphe 1er est :
de garantir aux patients la continuité et la qualité des soins en permettant aux professionnels de soins de santé et de soins d'accéder à une information vaccinale complète et actualisée ;
de renforcer la coordination entre les professionnels de soins de santé et de soins afin d'assurer un suivi vaccinal cohérent.
Le gestionnaire agit en qualité de sous-traitant de la Région wallonne pour l'échange électronique des données de vaccination et de leur centralisation au sein du coffre-fort sanitaire, au sens de l'article 4, 8), du règlement général sur la protection des données.
Le gestionnaire analyse les données récoltées à des fins de contrôle et d'amélioration de qualité des enregistrements.
§ 3. Le gestionnaire dispose d'une autorisation actualisée pour l'utilisation :
du numéro d'identification à la sécurité sociale du patient ;
de la date de naissance du patient ; 3° de l'adresse du patient.
L'utilisation des données visées à l'alinéa 1er est réalisée conformément à la loi du 8 août 1983 organisant un registre national des personnes physiques et à la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-carrefour de la sécurité sociale. ]1

Art.47/16/9. [1 De Regering kan de modaliteiten bepalen voor het verzamelen, registreren, analyseren en raadplegen van vaccinatiegegevens die op het platform zijn opgeslagen. ]1
Art. 47/16/9. [1 Le Gouvernement peut arrêter les modalités de collecte, d'enregistrement, d'analyse et de consultation des données de vaccination conservées sur la plateforme. ]1
TITEL IV. [1 - Programma's voor preventieve geneeskunde]1
TITRE IV. [1 - Programmes de médecine préventive.]1
Art. 47/17. [1 § 1. Er worden door de Regering, op grond van het plan, [2 ...]2 op het Gewest toegespitste programma's voor preventieve geneeskunde aangenomen.
De programma's voor preventieve geneeskunde worden door één of meerdere, [2 door de Regering erkend overeenkomstig artikel [3 410/32]3]2, operationaliseringscentra voor preventieve geneeskunde gestuurd.
Het operationaliseringscentrum [2 in preventieve geneeskunde]2 stelt met het Agentschap een protocol vast ter uitvoering van het programma voor preventieve geneeskunde. In dat protocol worden met name de procedures, de doelgroepen, de gegevensstromen, de faseringen van de acties en het type beoordeling die verwezenlijkt moeten worden voor de uitvoering van het programma voor preventieve geneeskunde nader omschreven. Dat protocol wordt door de Regering bekrachtigd.
§ 2. De lokale centra voor gezondheidsbevordering ondersteunen de uitvoering van die programma's op hun grondgebied.
§ 3. De Regering stelt nadere regels vast voor de toepassing van dit artikel.]1

Art. 47/17. [1 § 1er. Le Gouvernement adopte, sur la base du plan, [2 ...]2 des programmes de médecine préventive à vocation régionale.
Les programmes de médecine préventive sont pilotés par un ou plusieurs centres d'opérationnalisation en médecine préventive, [2 agréés par le Gouvernement conformément à l'article [3 410/32]3]2.
Le centre d'opérationnalisation [2 en médecine préventive]2 établit avec l'Agence un protocole de mise en oeuvre du programme de médecine préventive. Ce protocole détaille notamment les procédures, publics cibles, flux de données, phasages des actions et type d'évaluation qui doivent être réalisées pour la mise en oeuvre du programme de médecine préventive. Ce protocole est validé par le gouvernement.
§ 2. Les centres locaux de promotion de la santé soutiennent la mise en oeuvre de ces programmes sur leur territoire.
§ 3. Le Gouvernement fixe les modalités d'exécution du présent article.]1

Art. 47/17bis. [1 De Regering neemt op basis van een overlegd voorstel of, bij gebrek daaraan, op basis van een advies van het Agentschap en de Cel bedoeld in artikel 1 van het Besluit van de Waalse Regering van 21 oktober 2020 houdende oprichting van een Waalse cel COVID-19, een protocol aan voor de uitvoering van een vaccinatieprogramma voor volwassenen tegen COVID-19.
Het protocol wordt opgesteld overeenkomstig de beslissingen van de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid betreffende de regels voor de vaststelling van de doelgroepen van de volwassen bevolking en, in voorkomend geval, voor de vaststelling van de financiële voorwaarden voor de toegang van de bij dit programma betrokken volwassenen.
In dit protocol worden onder andere de procedures, de doelgroepen, de vaccinatieplaatsen, de logistieke stromen, de gegevensuitwisselingsprocessen, de fasering van de acties, de communicatie en het type evaluatie dat moet worden uitgevoerd voor de uitvoering van het vaccinatieprogramma voor volwassenen tegen COVID-19 gedefinieerd en nader uitgewerkt.
Dit protocol kan worden onderverdeeld in verschillende delen die betrekking hebben op de modaliteiten betreffende een of meer fasen die overeenkomen met de doelgroepen waarop het vaccinatieprogramma zich richt.
Dit protocol wordt zo nodig aangepast volgens de in het eerste lid bedoelde procedure.]1

Art. 47/17bis. [1 Le Gouvernement adopte, sur proposition concertée ou à défaut, sur avis de l'Agence et de la Cellule visée à l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement wallon du 21 octobre 2020 portant création d'une Cellule wallonne COVID-19, un protocole de mise en oeuvre d'un programme de vaccination pour adultes contre la COVID-19.
Le protocole est établi conformément aux décisions de la Conférence interministérielle Santé publique relatives aux règles de détermination des groupes cibles visés dans la population adulte et, le cas échéant, de fixation des conditions financières d'accès des adultes concernés par ce programme.
Ce protocole définit et détaille notamment les procédures, publics cibles, lieux de vaccination, flux logistiques, processus liés à l'échange de données, phasages des actions, communication et type d'évaluation qui doivent être réalisées pour la mise en oeuvre du programme de vaccination pour adultes contre la COVID-19.
Ce protocole peut être scindé en plusieurs parties portant sur les modalités relatives à une ou plusieurs phases correspondant à des publics cibles visés par le programme de vaccination.
Ce protocole est adapté, le cas échéant, conformément à la procédure visée à l'alinéa 1er.]1

Art. 47/17/1. [1 § 1. Wanneer het programma voor preventieve geneeskunde betrekking heeft op de screening op een ziekte of een onderdeel omvat dat verband houdt met de screening op een ziekte, is het met de aansturing van dit programma belaste operationaliseringscentrum voor preventieve geneeskunde gemachtigd om persoonsgegevens te verwerken overeenkomstig de in dit artikel vastgestelde modaliteiten.
§ 2. Het programma voor preventieve geneeskunde specificeert de categorieën personen waarop de screening betrekking heeft, op basis van een medische en economische analyse die bepaalt voor welke categorieën personen systematische screening vanuit het oogpunt van de volksgezondheid gerechtvaardigd is.
Voor elk van deze betrokkenen is het operationaliseringscentrum voor preventieve geneeskunde dat belast is met de aansturing van het programma preventieve geneeskunde gemachtigd om de gegevens bedoeld in lid 3 te verwerken voor de volgende doeleinden:
om contact op te nemen met personen die kunnen deelnemen aan een screening in het kader van het programma preventieve geneeskunde;
om, na anonimisering van de gegevens, analyses uit te voeren voor statistische en epidemiologische doeleinden, met name met het oog op de evaluatie van de kwaliteit en de doeltreffendheid van het programma voor preventieve geneeskunde.
Voor elk screeningprogramma voor preventieve geneeskunde verwerkt het operationaliseringscentrum voor preventieve geneeskunde dat belast is met de aansturing van het programma, de volgende gegevens:
het identificatienummer van het Rijksregister (INSZ);
de naam en voornamen;
de geboortedatum en, indien nodig voor het verzenden van uitnodigingen voor screening op de ziekte in kwestie, de geboorteplaats;
het geslacht;
het adres van de hoofdverblijfplaats;
in voorkomend geval, het elektronisch adres waar de betrokkene langs elektronische weg gecontacteerd wenst te worden;
de datum van de laatste uitnodiging om deel te nemen aan de screening;
in voorkomend geval, de datum van de laatste screeningtest;
in voorkomend geval, de vermelding dat de betrokkene reeds de ziekte heeft waarop de screening betrekking heeft en niet meer mag worden uitgenodigd om deel te nemen aan deze screening;
10° in voorkomend geval, de vermelding dat de persoon uitdrukkelijk gevraagd heeft niet te worden uitgenodigd om deel te nemen aan de screening.
Met het oog op het verkrijgen en actualiseren van de gegevens, vermeld in het derde lid, 1° tot 5°, is het operationaliseringscentrum voor preventieve geneeskunde, belast met de aansturing van het programma voor preventieve geneeskunde, gemachtigd een aanvraag in te dienen:
uit het Rijksregister van de natuurlijke personen bedoeld in de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen;
bij de Kruispuntbank van de sociale zekerheid bedoeld in de Wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid.
In geval van discrepantie tussen het geslacht en het biologische geslacht kan de betrokkene zich wenden tot het operationaliseringscentrum voor preventieve geneeskunde om deze gegevens aan te passen.
Onverminderd de bevoegdheden van de Federale Staat en de andere deelstaten, is het operationaliseringscentrum voor preventieve geneeskunde dat belast is met de aansturing van het programma preventieve geneeskunde, bevoegd om met het oog op het verkrijgen en actualiseren van de gegevens, vermeld in het derde lid, 9°, een aanvraag in te dienen en gegevens te verzamelen:
uit het register van personen die aan de betrokken ziekte lijden, als dat bestaat, ongeacht de natuurlijke of rechtspersoon die het register bijhoudt;
bij elke arts die de betrokkene behandelt.
Het operationaliseringscentrum voor preventieve geneeskunde dat belast is met de aansturing van het programma voor preventieve geneeskunde is gemachtigd om de gegevens bedoeld in paragraaf 3, 2°, 5° en 6° over te maken aan de verwerker die belast is met het redigeren, opmaken, afdrukken, en verzenden van de uitnodigingen tot deelname aan de screening. Deze gegevens moeten door deze verwerker worden gewist zodra hij klaar is met de hem toevertrouwde taak.
§ 3. Wanneer de personen die betrokken zijn bij het programma voor preventieve geneeskunde effectief hebben deelgenomen aan de screening, verwerkt het operationaliseringscentrum voor preventieve geneeskunde dat belast is met de aansturing van het programma voor preventieve geneeskunde de gegevens bedoeld in het tweede lid:
om de medische opvolging van de resultaten van de screeningstests te verzekeren;
om de gegevens, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, 8° en 9°, in te vullen;
om, na anonimisering van de gegevens, analyses uit te voeren voor statistische en epidemiologische doeleinden, in het bijzonder met het oog op de evaluatie van de kwaliteit en de doeltreffendheid van de georganiseerde screening.
Wanneer de personen die betrokken zijn bij het programma voor preventieve geneeskunde effectief hebben deelgenomen aan de screening, verwerkt het operationaliseringscentrum voor preventieve geneeskunde dat belast is met de aansturing van het programma voor preventieve geneeskunde de volgende gegevens:
het identificatienummer van het Rijksregister (INSZ);
de naam en voornamen;
de geboortedatum en, indien nodig voor het verzenden van uitnodigingen voor screening op de ziekte in kwestie, de geboorteplaats;
het geslacht;
het adres van de verblijfplaats;
in voorkomend geval, het elektronisch adres waar de betrokkene langs elektronische weg gecontacteerd wenst te worden;
de datum van de laatste uitnodiging om deel te nemen aan de screening;
indien van toepassing, de datum van de laatste screeningtest;
in voorkomend geval, een indicatie dat de persoon reeds de ziekte heeft waarop het onderzoek betrekking heeft en niet langer mag worden uitgenodigd om deel te nemen aan deze screening;
10° in voorkomend geval, de vermelding dat de persoon uitdrukkelijk gevraagd heeft niet te worden uitgenodigd om deel te nemen aan de screening;
11° de gegevens van de referentiearts, instelling of laboratorium dat de screeningstest heeft uitgevoerd;
12° de datum van de screentest;
13° het resultaat van de screeningstest;
14° indien een aanvullend onderzoek gepland is door het programma voor preventieve geneeskunde om het resultaat van de screeningstest te verifiëren, de gegevens van de referentiearts, instelling of laboratorium dat het aanvullend onderzoek heeft uitgevoerd;
15° indien een aanvullend onderzoek gepland is door het programma voor preventieve geneeskunde om het resultaat van de screeningstest te verifiëren, de datum van dit aanvullend onderzoek;
16° indien een aanvullend onderzoek gepland is door het programma voor preventieve geneeskunde om het resultaat van de screeningstest te verifiëren, het resultaat van dit aanvullend onderzoek;
17° het telefoonnummer van de gescreende persoon, indien hij deze informatie verschaft;
18° in voorkomend geval, de contactgegevens van de huisarts of specialist die door de gescreende persoon werd aangeduid;
19° voorkomend geval, de vaccinatiegegevens, indien dergelijke vaccinatie bestaat voor de ziekte waarop het preventieve geneeskundeprogramma betrekking heeft;
20° de datum van de eerste behandeling na een positieve screeningstest of aanvullend onderzoek.
De Regering specificeert de vaccinatiegegevens, vermeld in paragraaf 2, 19°.
Met het oog op het verkrijgen en actualiseren van de gegevens, vermeld in het tweede lid, 1° tot 5°, is het operationaliseringscentrum voor preventieve geneeskunde, belast met de aansturing van het programma preventieve geneeskunde, gemachtigd een aanvraag in te dienen:
uit het Rijksregister van de natuurlijke personen bedoeld in de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen;
bij de Kruispuntbank van de sociale zekerheid bedoeld in de Wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid.
Onverminderd de bevoegdheden van de Federale Staat en de andere deelstaten, is het operationaliseringscentrum voor preventieve geneeskunde, belast met de aansturing van het programma voor preventieve geneeskunde, bevoegd om met het oog op het verkrijgen en het actualiseren van de gegevens, vermeld in het tweede lid, 19° en 20°, een aanvraag in te dienen en gegevens te verzamelen:
uit het register van personen die aan de betrokken ziekte lijden, als dat bestaat, ongeacht de natuurlijke of rechtspersoon die het register bijhoudt;
uit het register van inentingen tegen de betrokken ziekte, als dat bestaat, ongeacht de natuurlijke of rechtspersoon die het register bijhoudt;
van elke arts die de betrokkene behandelt, met inachtneming van de artikelen 36 tot 40 van de wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg.
Het operationaliseringscentrum voor preventieve geneeskunde dat belast is met de aansturing van het programma voor preventieve geneeskunde dat belast is met de aansturing van het programma preventieve geneeskunde stuurt de gegevens, vermeld in paragraaf 2, 13° en 16°, door naar de gescreende persoon volgens de modaliteiten vastgelegd in het programma voor preventieve geneeskunde.
Het operationaliseringscentrum voor preventieve geneeskunde belast met de aansturing van het programma preventieve geneeskunde is bevoegd om de gegevens, vermeld in het tweede lid, door te geven aan de arts, vermeld in het tweede lid, 18°, indien de gescreende persoon een huisarts of specialist heeft aangeduid als zijn behandelende arts.
Onverminderd de bevoegdheden van de Federale Staat en de andere deelstaten, is het operationaliseringscentrum voor preventieve geneeskunde, belast met de aansturing van het programma voor preventieve geneeskunde, gemachtigd om de in lid 2 bedoelde gegevens door te sturen naar het register van personen die aan de betrokken ziekte lijden, indien een dergelijk register bestaat.
§ 4. De in paragraaf 2, derde lid, bedoelde gegevens worden bewaard gedurende ten minste drie jaar en ten hoogste vier jaar vanaf het tijdstip waarop de betrokken personen niet langer behoren tot de categorieën personen waarop de screening betrekking heeft.
De in paragraaf 3, tweede lid, bedoelde gegevens worden bewaard gedurende ten minste drie jaar en ten hoogste vier jaar na het laatste contact met de betrokkene, vanaf het moment waarop de betrokkenen niet langer behoren tot de categorieën personen waarop de screening betrekking heeft.
Aan het einde van de bewaarperiode worden de persoonlijke gegevens geanonimiseerd.
§ 5. Het operationaliseringscentrum voor preventieve geneeskunde dat belast is met de aansturing van een programma voor preventieve geneeskunde dat betrekking heeft op de screening op een ziekte of dat een onderdeel bevat dat betrekking heeft op de screening op een ziekte, is verantwoordelijk voor de gegevensverwerking bedoeld in dit artikel.
§ 6. Wanneer de erkenning van het operationaliseringscentrum voor preventieve geneeskunde belast met de aansturing een programma voor preventieve geneeskunde dat betrekking heeft op de screening op een ziekte of dat een onderdeel bevat dat betrekking heeft op de screening op een ziekte, wordt ingetrokken, draagt dit operationaliseringscentrum voor preventieve geneeskunde de gegevens bedoeld in de paragrafen 2 en 3 over aan het erkende operationaliseringscentrum voor preventieve geneeskunde dat het opvolgt in het beheer van dit programma voor preventieve geneeskunde of, bij gebrek daaraan, aan het Agentschap. De Regering bepaalt de in dit lid bedoelde overdrachtsregelingen.
Het operationaliseringscentrum voor preventieve geneeskunde waarvan de erkenning is ingetrokken, mag de in de paragrafen 2 en 3 bedoelde gegevens niet bewaren.]1

Art. 47/17/1. [1 § 1er. Lorsque le programme de médecine préventive concerne le dépistage d'une maladie ou comprend un volet relatif au dépistage d'une maladie, le centre d'opérationnalisation en médecine préventive chargé du pilotage de ce programme est autorisé à procéder au traitement de données à caractère personnel selon les modalités prévues au présent article.
§ 2. Le programme de médecine préventive précise les catégories de per- sonnes concernées par le dépistage, sur la base d'une analyse médicale et économique qui détermine les catégories de personnes pour lesquelles un dépistage systématique se justifie en termes de santé publique.
Pour chacune de ces personnes concernées, le centre d'opérationnalisation en médecine préventive chargé du pilotage du programme de médecine préventive est autorisé à traiter les données, visées à l'alinéa 3, pour les finalités suivantes :
pour contacter les personnes susceptibles de participer au dépistage dans le cadre du programme de médecine préventive;
pour réaliser, après anonymisation des données, des analyses à des fins statistiques et épidémiologiques, en vue notamment d'évaluer la qualité et l'efficacité du programme de médecine préventive.
Pour chaque programme de médecine préventive de dépistage, le centre d'opérationnalisation en médecine préventive chargé du pilotage de ce programme traite les données suivantes :
le numéro d'identification du registre national (NISS);
le nom et les prénoms;
la date de naissance et, si nécessaire pour l'envoi des invitations au dépistage de la maladie visée, le lieu de naissance;
le sexe;
l'adresse de résidence principale;
le cas échéant, l'adresse électronique, lorsque la personne concernée souhaite être contactée par voie électronique;
la date d'envoi de la dernière invitation à participer au dépistage;
le cas échéant, la date du dernier test de dépistage;
le cas échéant, l'indication que la personne est déjà atteinte de la maladie concernée par le dépistage et ne doit plus être invitée à participer à ce dépistage;
10° le cas échéant, l'indication que la personne a expressément demandé à ne pas être invitée à participer au dépistage.
En vue d'obtenir et de mettre à jour les données reprises à l'alinéa 3, 1° à 5°, le centre d'opérationnalisation en médecine préventive chargé du pilotage du programme de médecine préventive est autorisé à introduire une demande :
auprès du registre national des personnes physiques visé par la loi du 8 août 1983 organisant un registre national des personnes physiques;
auprès de la banque carrefour de la sécurité sociale visée par la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque- carrefour de la sécurité sociale.
En cas de discordance entre sexe et sexe biologique, le centre d'opérationnalisation en médecine préventive peut être contacté par la personne concernée afin d'adapter cette donnée.
Sans préjudice des compétences de l'Etat fédéral et des autres entités fédérées, en vue d'obtenir et de mettre à jour les données reprises à l'alinéa 3, 9°, le centre d'opérationnalisation en médecine préventive chargé du pilotage du programme de médecine préventive est autorisé à introduire une demande et collecter des informations :
auprès du registre des personnes atteintes de la maladie concernée, s'il existe, quelle que soit la personne physique ou morale qui est responsable de la tenue de ce registre;
auprès de tout médecin traitant la personne concernée.
Le centre d'opérationnalisation en médecine préventive chargé du pilotage du programme de médecine préventive est autorisé à transmettre les données reprises à l'alinéa 3, 2°, 5° et 6°, au sous-traitant chargé de l'élaboration, la mise en page, l'impression et l'envoi des invitations à participer au dépistage. Ces données doivent être effacées par ce sous-traitant dès qu'il a accompli la mission qui lui a été confiée.
§ 3. Lorsque les personnes concernées par le programme de médecine préventive ont effectivement participé au dépistage, le centre d'opérationnalisation en médecine préventive chargé du pilotage du programme de médecine préventive traite les données, visées à l'alinéa 2 :
pour assurer le suivi médical des résultats des tests de dépistage;
pour compléter les données visées au paragraphe 2, alinéa 2, 8° et 9°;
pour réaliser, après anonymisation des données, des analyses à des fins statistiques et épidémiologiques, en vue notamment d'évaluer la qualité et l'efficacité du dépistage organisé.
Lorsque les personnes concernées par le programme de médecine préventive ont effectivement participé au dépistage, le centre d'opérationnalisation en médecine préventive chargé du pilotage du programme de médecine préventive traite les données suivantes :
le numéro d'identification du registre national (NISS); 2° le nom et les prénoms;
la date de naissance et, si nécessaire pour l'envoi des invitations au dépistage de la maladie visée, le lieu de naissance;
le sexe;
l'adresse de résidence;
le cas échéant, l'adresse électronique, lorsque la personne concernée souhaite être contactée par voie électronique;
la date d'envoi de la dernière invitation à participer au dépistage;
le cas échéant, la date du dernier test de dépistage;
le cas échéant, l'indication que la personne est déjà atteinte de la maladie concernée par le dépistage et ne doit plus être invitée à participer à ce dépistage;
10° le cas échéant, l'indication que la personne a expressément demandé à ne pas être invitée à participer au dépistage;
11° les coordonnées du médecin référent, de l'institution ou du laboratoire qui a procédé au test de dépistage;
12° la date du test de dépistage;
13° le résultat du test de dépistage;
14° lorsqu'un examen complémentaire est prévu par le programme de médecine préventive pour vérifier le résultat du test de dépistage, les coordonnées du médecin référent, de l'institution ou du laboratoire qui a procédé à cet examen complémentaire;
15° lorsqu'un examen complémentaire est prévu par le programme de médecine préventive pour vérifier le résultat du test de dépistage, la date de cet examen complémentaire;
16° lorsqu'un examen complémentaire est prévu par le programme de médecine préventive pour vérifier le résultat du test de dépistage, le résultat de cet examen complémentaire;
17° le numéro de téléphone de la personne dépistée, lorsque celle-ci communique cette donnée;
18° le cas échéant, les coordonnées du médecin généraliste ou du médecin spécialiste traitant désigné par la personne dépistée;
19° le cas échéant, les données de vaccination, lorsqu'une telle vaccination existe pour la maladie concernée par le programme de médecine préventive;
20° la date de première prise en charge à la suite d'un test de dépistage ou d'un examen complémentaire positif.
Le Gouvernement précise les données de vaccination visées à l'alinéa 2, 19°.
En vue d'obtenir et de mettre à jour les données reprises à l'alinéa 2, 1° à 5°, le centre d'opérationnalisation en médecine préventive chargé du pilotage du programme de médecine préventive est autorisé à introduire une demande :
auprès du registre national des personnes physiques visé par la loi du 8 août 1983 organisant un registre national des personnes physiques;
auprès de la banque carrefour de la sécurité sociale visée par la loi du
15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque- carrefour de la sécurité sociale.
Sans préjudice des compétences de l'Etat fédéral et des autres entités fédérées, en vue d'obtenir et de mettre à jour les données reprises à l'alinéa 2, 19° et 20°, le centre d'opérationnalisation en médecine préventive chargé du pilotage du programme de médecine préventive est autorisé à introduire une demande et collecter des informations :
auprès du registre des personnes atteintes de la maladie concernée, s'il existe, quelle que soit la personne physique ou morale qui est responsable de la tenue de ce registre;
auprès du registre des vaccinations contre la maladie concernée, s'il existe, quelle que soit la personne physique ou morale qui est responsable de la tenue de ce registre;
auprès de tout médecin traitant la personne concernée, dans le respect des articles 36 à 40 de la loi du 22 avril 2019 relative à la qualité de la pratique des soins de santé.
Le centre d'opérationnalisation en médecine préventive chargé du pilotage du programme de médecine préventive transmet les données reprises à l'alinéa 2, 13° et 16°, à la personne dépistée selon les modalités prévues par le programme de médecine préventive.
Le centre d'opérationnalisation en médecine préventive chargé du pilotage du programme de médecine préventive est autorisé à transmettre les données reprises à l'alinéa 2 au médecin visé à l'alinéa 2, 18°, lorsque la personne dépistée a désigné un médecin généraliste ou spécialiste traitant.
Sans préjudice des compétences de l'Etat fédéral et des autres entités fédérées, le centre d'opérationnalisation en médecine préventive chargé du pilotage du programme de médecine préventive est autorisé à transmettre les données reprises à l'alinéa 2 au registre des personnes atteintes de la maladie concernée, s'il existe.
§ 4. Les données visées au paragraphe 2, alinéa 3, sont conservées pendant au minimum trois ans et maximum de quatre ans, à compter du moment où les personnes concernées cessent d'appartenir aux catégories de personnes concernées par le dépistage.
Les données visées au paragraphe 3, alinéa 2, sont conservées pendant au minimum trois ans et maximum de quatre ans après le dernier contact avec la personne concernée à compter du moment où les personnes concernées cessent d'appartenir aux catégories de personnes concernées par le dépistage.
A l'issue du délai de conservation, les données à caractère personnel sont anonymisées.
§ 5. Le centre d'opérationnalisation en médecine préventive chargé du pilotage d'un programme de médecine préventive qui concerne le dépistage d'une maladie ou qui comprend un volet relatif au dépistage d'une maladie, est responsable du traitement des données visé au présent article.
§ 6. Lorsque l'agrément du centre d'opérationnalisation en médecine préventive chargé du pilotage d'un programme de médecine préventive qui concerne le dépistage d'une maladie ou qui comprend un volet relatif au dépistage d'une maladie, est retiré, ce centre d'opérationnalisation en médecine préventive transfère les données visées aux paragraphes 2 et 3 au centre d'opérationnalisation en médecine préventive agréé qui lui succède dans le pilotage de ce programme de médecine préventive, ou, à défaut, à l'Agence. Le Gouvernement détermine les modalités de transfert visées au présent alinéa.
Le centre d'opérationnalisation en médecine préventive dont l'agrément est retiré n'est pas autorisé à conserver les données, visées aux paragraphes 2 et 3.]1

Art. 47/17/2. [1 Wanneer het programma voor preventieve geneeskunde een onderdeel omvat ter bestrijding van een of meerdere meldingsplichtige infectieziekten en het Agentschap het operationaliseringscentrum voor preventieve geneeskunde dat belast is met de aansturing van dit programma voor preventieve geneeskunde heeft aangewezen als externe dienstverlener in de zin van artikel 47/14, kan het Agentschap dit operationaliseringscentrum voor preventieve geneeskunde toestemming verlenen om de in artikel 47/14, § 1, lid 2, bedoelde gegevens in zijn eigen databank in te voeren. Deze machtiging heeft tot doel de verwerking van de ingevoerde gegevens ten behoeve van dit programma voor preventieve geneesmiddelen te optimaliseren, te beveiligen en te rationaliseren.
De in lid 1 bedoelde machtiging betreft enkel gegevens met betrekking tot infectieziekten waarvoor een aangifteplicht bestaat en die onder het programma voor preventieve geneeskunde vallen.
Met het oog op het verkrijgen en het bijwerken van de gegevens bedoeld in artikel 47/14, § 1, tweede lid, 1° tot 6°, is het operationaliseringscentrum voor preventieve geneeskunde dat de machtiging bedoeld in het eerste lid heeft verkregen, gemachtigd een aanvraag in te dienen:
uit het Rijksregister van de natuurlijke personen bedoeld in de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen;
bij de Kruispuntbank van de sociale zekerheid bedoeld in de Wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid.
uit elk ander register of gegevensbank bijgehouden door een federale administratie, een gewestelijke administratie, een gemeenschapsadministratie, een provinciale administratie of een gemeentelijke administratie.
In afwijking van artikel 47/14, § 1, zevende lid, is het operationaliseringscentrum voor preventieve geneeskunde dat de machtiging bedoeld in het eerste lid ontvangt, belast met de verwerking van de gegevens die het invoert.
Het operationaliseringscentrum voor preventieve geneeskunde draagt alle gegevens die het overeenkomstig dit artikel verwerkt, volgens de modaliteiten bepaald door de Regering of haar afgevaardigde over aan het Agentschap, wanneer:
het Agentschap de in lid 1 bedoelde toestemming intrekt; 2° zijn erkenning wordt ingetrokken.]1

Art. 47/17/2. [1 Lorsque le programme de médecine préventive comprend un volet de lutte contre une ou plusieurs maladies infectieuses à déclaration obligatoire, et que l'Agence a désigné le centre d'opérationnalisation en médecine préventive chargé du pilotage de ce programme de médecine préventive comme prestataire externe au sens de l'article 47/14, l'Agence peut autoriser ce centre d'opérationnalisation en médecine préventive à importer les données visées à l'article 47/14, § 1er, alinéa 2, dans sa propre base de données. La finalité de cette autorisation est d'optimaliser, sécuriser et rationnaliser le traitement des données importées pour la réalisation de ce programme de médecine préventive.
L'autorisation visée à l'alinéa 1er concerne uniquement les données relatives aux maladies infectieuses à déclaration obligatoire concernées par le programme de médecine préventive.
En vue d'obtenir et de mettre à jour les données reprises à l'article 47/14, § 1er, alinéa 2, 1° à 6°, le centre d'opérationnalisation en médecine préventive qui a reçu l'autorisation visée à l'alinéa 1er est autorisé à introduire une demande :
auprès du registre national des personnes physiques visé par la loi du 8 août 1983 organisant un registre national des personnes physiques;
auprès de la banque carrefour de la sécurité sociale visée par la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque- carrefour de la sécurité sociale;
auprès de tout autre registre ou banque de données tenu par une administration fédérale, une administration régionale, une administration communautaire, une administration provinciale ou une administration communale.
Par dérogation à l'article 47/14, § 1er, alinéa 7, le centre d'opérationnalisation en médecine préventive qui reçoit l'autorisation visée à l'alinéa 1er est responsable du traitement des données qu'il importe.
Le centre d'opérationnalisation en médecine préventive transfère à l'Agence, selon les modalités déterminées par le Gouvernement ou son délégué, toutes les données qu'il traite en exécution du présent article lorsque :
l'Agence lui retire l'autorisation visée à l'alinéa 1er; 2° son agrément lui est retiré.]1

TITEL V. [1 - [2 audiovisuele gezondheidsbevorderingscampagnes, met inbegrip van preventie]2]1
TITRE V. [1 Campagnes [2 audiovisuelles de promotion de la santé, en ce compris la prévention]2]1
Art. 47/18. [1 Om een gezond leven en de preventiemaatregelen te bevorderen, [2 komt de Regering met de Regeringen van de Franse Gemeenschap en de Franse Gemeenschapscommissie overeen een procedure uit te werken voor de toekenning van de kosteloze audiovisuele ruimtes]2.]1
Art. 47/18. [1 Afin de promouvoir la vie en bonne santé et les mesures de prévention, le Gouvernement [2 s'accorde, avec les Gouvernements de la Communauté française et de la Commission communautaire française, pour élaborer une procédure visant]2 à octroyer des espaces audiovisuels gratuits.]1
Inleidend boek bis. [1 - Strategisch plan voor geestelijke gezondheid]1
Livre préliminaire bis. [1 - Plan stratégique pour la santé mentale]1
TITEL I. [1 - Begripsomschrijvingen]1
TITRE Ier. [1 - Définitions]1
Art. 47/19. [1 Voor de toepassing van dit Boek wordt verstaan onder:
"geestelijke gezondheid": een toestand van welzijn waarin een individu zijn eigen potentieel kan verwezenlijken, in evenwicht met zijn omgeving kan leven en kan omgaan met levenssituaties en de stress die ze opwekken in de vorm van frustraties, moeilijke gebeurtenissen die moeten worden doorstaan of problemen die moeten worden opgelost;
"het plan": het door de Regering aangenomen strategisch plan voor de geestelijke gezondheid dat een diagnose stelt van de geestelijke gezondheidstoestand van de bevolking van het Franse taalgebied, transversale en thematische doelstellingen inzake geestelijke gezondheid vastlegt en de acties en strategieën op het vlak van geestelijke gezondheid stuurt;
"stuurcomité": het comité belast met de strategische sturing van het plan met als doel het verlenen van informatie over het verloop van het plan en het aanbrengen van aanpassingen of correcties voor de doorlopende verbetering van het plan;
"de Minister": de Minister bevoegd voor gezondheid; 5° "het Agentschap": het Agentschap bedoeld in artikel 2.]1

Art. 47/19. [1 Pour l'application du présent Livre, on entend par :
" la santé mentale " : état de bien-être dans lequel un individu peut réaliser son propre potentiel, vivre en équilibre avec son environnement et faire face aux situations de la vie et au stress qu'elles génèrent en termes de frustrations, d'événements difficiles à traverser ou de problèmes à résoudre;
" le plan " : le plan stratégique pour la santé mentale adopté par le Gouvernement présentant le diagnostic de situation relatif à l'état de santé mentale de la population de la région de langue française, fixant les objectifs transversaux et thématiques de santé mentale, guidant les actions et les stratégies à mettre en oeuvre en matière de santé mentale;
" le comité de pilotage " : le comité en charge du pilotage stratégique du plan dans le but de renseigner sur le déroulement du plan et d'apporter des aménagements ou des correctifs nécessaires à l'amélioration continue du plan;
" le Ministre " : le Ministre qui a la santé dans ses attributions; 5° " l'Agence " : l'Agence visée à l'article 2. ]1

TITEL II. [1 - Strategisch plan voor geestelijke gezondheid]1
TITRE II. [1 - Plan stratégique pour la santé mentale]1
HOOFDSTUK I. [1 - Voorbereiding en inhoud van het plan]1
CHAPITRE Ier. [1 - Elaboration et contenu du plan]1
Art. 47/20. [1 De Regering definieert en implementeert een strategisch plan voor geestelijke gezondheid met als doel de doelstellingen en strategieën voor geestelijke gezondheid te bepalen, om bij te dragen tot de verbetering van de geestelijke gezondheid in het Franse taalgebied, rekening houdend met, in het bijzonder, de factoren van sociale ongelijkheid in gezondheid.]1
Art. 47/20. [1 Le Gouvernement définit et met en oeuvre un plan stratégique pour la santé mentale dans le but de déterminer les objectifs et les stratégies de santé mentale, en vue de contribuer à l'amélioration de la santé mentale en région de langue française en tenant compte, notamment, des facteurs d'inégalité sociale de santé.]1
Art. 47/21. [1 Het plan wordt voor minstens vijf jaar opgesteld.
De Regering omschrijft de nadere regels voor de aanneming en de bijwerking van het plan.]1

Art. 47/21. [1 Le plan est établi pour cinq ans minimum.
Le Gouvernement définit les modalités et la procédure d'adoption et de mise à jour du plan]1

Art. 47/22. [1 Zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheden van de Federale Staat en de Franse Gemeenschap, bevat het plan een diagnose van de situatie met betrekking tot de geestelijke gezondheidstoestand van de bevolking, samen met een analyse van de factoren van sociale ongelijkheid in gezondheid, identificeert het de behoeften van de bevolking, bepaalt het de te bereiken gezondheidsdoelstellingen en stuurt het de acties en strategieën die moeten worden uitgevoerd.
In het plan worden nader omschreven:
de prioritaire geestelijke gezondheidsthema's, strategische doelstellingen, doelgroepen en leefomgevingen;
de overkoepelende doelstellingen, die te volgen zijn voor de gezamenlijke thematische onderwerpen, doelstellingen, prioritaire doelgroepen en leefomgevingen;
het overleg en de samenwerkingen met de publieke actoren en entiteiten wier bijdrage nodig is voor het bereiken van de doelstellingen, ongeacht of ze onder een gewestelijke bevoegdheid dan wel een andere bestuurslaag vallen;
de nader beoordelings- en opvolgingsregels, met name de criteria en indicatoren die de beoordeling mogelijk maken van de mate van uitvoering van het plan en de herziening ervan.
Om een precieze identificatie mogelijk te maken, krijgt elk plan een specifieke titel, zodat het kan worden onderscheiden van alle andere eerdere of latere plannen. De Regering beslist over de titel van elk plan.]1

Art. 47/22. [1 Sans préjudice des compétences de l'Etat fédéral et de la Communauté française, le plan comporte le diagnostic de situation relatif à l'état de santé mentale de la population, assorti d'une analyse des facteurs d'inégalité sociale de santé, identifie les besoins de la population, fixe les objectifs de santé à atteindre, guide les actions et les stratégies à mettre en oeuvre.
Le plan précise :
les thématiques, les objectifs stratégiques, les publics cibles et les milieux de vie prioritaires en santé mentale;
les objectifs transversaux à suivre pour l'ensemble des thématiques, des objectifs, des publics et des milieux de vie prioritaires;
la concertation et les collaborations avec les acteurs et les entités publiques dont la contribution est nécessaire à l'atteinte des objectifs, qu'ils relèvent d'une compétence régionale ou d'un autre niveau de pouvoir;
les modalités d'évaluation et de suivi, notamment les critères et les indicateurs, qui permettent d'évaluer le degré de réalisation du plan et sa révision.
Afin de permettre son identification précise, chaque plan est désigné par un intitulé spécifique de nature à permettre de le distinguer de tous les autres plans antérieurs ou postérieurs. Le Gouvernement décide de l'intitulé de chaque plan.]1

HOOFDSTUK II. [1 - Evaluatie]1
CHAPITRE II. [1 - Evaluation ]1
Art. 47/23. [1 § 1. Minstens iedere vijf jaar wordt er door het sturingscomité een evaluatie van het plan georganiseerd.
De evaluatie heeft tot doel:
verslag uit te brengen over de uitvoering van het plan door de actoren inzake geestelijke gezondheidspreventie en -bevordering;
de impact te meten per gender, leeftijd, sociaal-economisch niveau van deze acties op de geestelijke gezondheid;
aanpassingen voor te stellen voor een nieuwe versie van het plan.
§ 2. Het evaluatieverslag wordt, binnen de zes maanden volgend op de aanneming ervan door de Regering, aan het Parlement voorgelegd.
§ 3. De Regering bepaalt de modaliteiten en de procedure voor de evaluatie van het plan.]1

Art. 47/23. [1 § 1er. Au moins tous les cinq ans, une évaluation du plan est organisée par le comité de pilotage.
L'évaluation a pour objectif :
de rendre compte de la mise en oeuvre du plan par les acteurs en santé mentale;
de mesurer l'impact par genre, âge et niveau socio-économique de ces actions sur la santé mentale;
de proposer des ajustements pour une nouvelle version du plan.
§ 2. Le rapport d'évaluation est présenté au Parlement dans les six mois qui suivent son adoption par le Gouvernement.
§ 3. Le Gouvernement précise les modalités et la procédure d'évaluation du plan. ]1

HOOFDSTUK III. [1 - Sturingscomité]1
CHAPITRE III. [1 - Comité de pilotage]1
Art. 47/24. [1 § 1. Er wordt een sturingscomité opgericht.
Het omvat ten minste:
de Minister of diens afgevaardigde;
vertegenwoordigers van het Agentschap;
vertegenwoordigers van de sector die actief is op het vlak van geestelijke gezondheid;
vertegenwoordigers van de Waalse verzekeringsinstellingen in de zin van artikel 43/2, eerste lid, 6° ;
vertegenwoordigers van de bij het plan betrokken bevolking en begunstigden;
een vertegenwoordiger van de eerstelijnszorg aangewezen door het Waals platform voor eerstelijnszorg.
De Regering bepaalt de samenstelling, de aanwijzings- en werkingsmodaliteiten van het sturingscomité.
§ 2. Het comité bedoeld in paragraaf 1 heeft als opdracht:
het regelmatig toezicht, minstens één keer per jaar, op de uitvoering van het plan;
de overmaking aan de Regering, alle vijf jaar, van een evaluatie van het ziektepreventie- en gezondheidsbevorderingsbeleid in het Franse taalgebied en van de voorstellen ter verbetering ervan;
het voorleggen, aan de Regering, van een bijgewerkte en in overleg tot stand gebrachte versie van het plan volgens de nadere regels en de procedure die de Regering overeenkomstig artikel 47/21 aangenomen heeft.
Voor elk bestanddeel van het plan kunnen expertenwerkgroepen worden opgericht.
De Regering bepaalt de opdrachten van het sturingscomité en bepaalt de modaliteiten voor de oprichting van werkgroepen. Zij kan andere opdrachten aan het sturingscomité toevertrouwen.]1

Art. 47/24. [1 § 1er. Il est créé un Comité de pilotage.
Il comprend au minimum :
le Ministre ou son représentant;
des représentants de l'Agence;
des représentants du secteur actifs dans le domaine de la santé mentale;
des représentants des organismes assureurs wallons au sens de l'article 43/2, alinéa 1er, 6° ;
des représentants de la population et des bénéficiaires concernés par le plan.
un représentant de la première ligne de soin désigné par la plateforme de première ligne wallonne.
Le Gouvernement précise la composition, les modalités de désignation et le fonctionnement du Comité de pilotage.
§ 2. Le Comité visé au paragraphe 1er a pour mission de :
superviser la mise en oeuvre du plan de façon régulière et au minimum une fois par an;
transmettre au Gouvernement tous les cinq ans une évaluation de la politique de santé mentale en région de langue française et des propositions visant à améliorer celle-ci;
proposer au Gouvernement une version actualisée et concertée du plan selon les modalités et la procédure adoptées par le Gouvernement conformément à l'article 47/21.
Des groupes de travail composés d'experts peuvent être créés pour couvrir chaque composante du plan.
Le Gouvernement précise les missions du Comité de pilotage et détermine les modalités de création des groupes de travail. Il peut confier d'autres missions au comité de pilotage.]1

Boek I. - Sociale actie
Livre 1er. - Action sociale
TITEL I. [1 - Diensten voor sociale insluiting, voedselhulp en sociale contactpunten]1
TITRE Ier. [1 - Services d'insertion sociale, aide alimentaire et relais sociaux]1
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales
Art. 48. Deze titel heeft tot doel :
[2 de diensten te erkennen die zich hoofdzakelijk richten tot de personen die in een uitsluitingssituatie verkeren en die collectieve dan wel gemeenschappelijke acties voor de sociale insluiting tot stand brengen die kunnen inwerken op de oorzaken en gevolgen van de uitsluiting]2 :
a) ofwel preventief is, namelijk acties die kunnen inwerken op de oorzaken van de uitsluiting;
b) ofwel curatief is, namelijk acties die kunnen inwerken op de gevolgen van de uitsluiting;
de structuren te erkennen met als opdracht te voorzien in de coördinatie en in de netwerking van de publieke en particuliere actoren die betrokken zijn bij de hulpverlening aan de personen die in een uitsluitingssituatie verkeren;
de in 1° en 2° bedoelde diensten en structuren te subsidiëren onder de voorwaarden gesteld [1 in de artikelen 56, 56/7, 56/13 en 61]1.
Art. 48. Le présent titre vise à :
[2 agréer les services s'adressant principalement aux personnes en situation d'exclusion et développant des actions collectives ou communautaires d'insertion sociale susceptibles d'agir sur les causes et sur les conséquences de l'exclusion]2 :
a) soit préventives, c'est-à-dire susceptibles d'agir sur les causes de l'exclusion;
b) soit curatives, c'est-à-dire susceptibles d'agir sur les conséquences de l'exclusion;
reconnaître les structures ayant pour mission d'assurer la coordination et la mise en réseau des secteurs publics et privés impliqués dans l'aide aux personnes en situation d'exclusion;
subventionner les services et les structures visés aux 1° et 2° dans les conditions fixées [1 aux articles 56, 56/7, 56/13 et 61]1.
Art. 49. Voor de toepassing van deze titel wordt beschouwd als zijnde een persoon die in een uitsluitingssituatie verkeert, elke meerderjarige persoon die geconfronteerd wordt of dreigt te worden met de moeilijkheid om een menswaardig leven te leiden en de rechten die erkend zijn bij artikel 23 van de Grondwet uit te oefenen [1 ...]1.
Art. 49. Pour l'application du présent titre, est considérée comme personne en situation d'exclusion toute personne majeure confrontée ou susceptible d'être confrontée à la difficulté de mener une vie conforme à la dignité humaine et d'exercer les droits reconnus par l'article 23 de la Constitution [1 ...]1.
Art. 50. De diensten en de structuren bedoeld in deze titel dragen ten gunste van de personen die in een uitsluitingssituatie verkeren, bij tot de verwezenlijking van volgende doelstelling :
het sociaal isolement doorbreken;
een deelname aan het maatschappelijke, economische, politieke en culturele leven mogelijk maken;
de sociale erkenning bevorderen;
het welzijn en de leefkwaliteit verbeteren;
de autonomie begunstigen.
Art. 50. Les services et les structures visés par le présent titre contribuent, en faveur des personnes en situation d'exclusion, à la réalisation des objectifs suivants :
rompre l'isolement social;
permettre une participation à la vie sociale, économique, politique et culturelle;
promouvoir la reconnaissance sociale;
améliorer le bien-être et la qualité de la vie;
favoriser l'autonomie.
HOOFDSTUK II. - Diensten voor sociale insluiting
CHAPITRE II. - Services d'insertion sociale
Afdeling 1. - Erkenning
Section 1re. - Agrément
Onderafdeling 1. - Voorwaarden
Sous-section 1re. - Conditions
Art. 51. De Regering [1 of haar afgevaardigde]1 erkent onder de benaming " dienst voor sociale insluiting " elke vereniging of instelling die de collectieve of gemeenschappelijke acties bedoeld in artikel 48, 1°, samengevoegd tot stand brengt via :
groepswerk waarbij zowel collectieve als individuele bekwaamheden ingezet worden;
de implementering van middelen waarmee de problemen in verband met de bestaansonzekerheid aangepakt kunnen worden;
de uitwerking van instrumenten die onontbeerlijk zijn voor de uitoefening van de rechten die erkend zijn bij artikel 23 van de Grondwet;
de hulpverlening aan collectieve projecten die het werk zijn van de personen die in een uitsluitingssituatie verkeren;
een sociaal-individuele begeleiding in aanvulling op de sociaal-collectieve aanpak;
de totstandbrenging van gediversifieerde sociale banden, meer bepaald tussen generaties en culturen.
Art. 51. Le Gouvernement [1 ou son délégué]1 agrée, sous l'appellation "service d'insertion sociale", toute association ou institution accomplissant les actions collectives ou communautaires visées à l'article 48, 1°, et menées cumulativement par le biais :
d'un travail de groupe mobilisant les ressources tant collectives qu'individuelles;
de la mise en oeuvre de moyens permettant de faire face aux problèmes liés à la précarité;
de l'élaboration d'outils indispensables à l'exercice des droits reconnus par l'article 23 de la Constitution;
de l'aide à des projets collectifs initiés par les personnes en situation d'exclusion;
d'un accompagnement social individuel complémentaire au travail social collectif;
de la création de liens sociaux diversifiés, notamment d'ordres intergénérationnel et interculturel.
Art. 52. § 1. Om erkend te worden als dienst voor sociale insluiting, dient elke vereniging of instelling aan de volgende voorwaarden te voldoen :
een vereniging zonder winstgevend doel, een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn of een vereniging bedoeld in hoofdstuk XII van de wet van 8 juli 1976 tot organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn zijn of door een dergelijke instantie georganiseerd worden. Verschillende openbare centra voor maatschappelijk welzijn kunnen samen erkend worden op voorwaarde dat ze onderling een overeenkomst afsluiten om samen de acties voor de sociale insluiting die de aanvraag tot erkenning verantwoorden, tot stand te brengen;
de begunstigden voor de uitvoering van de acties bedoeld in deze titel minstens een halftijds maatschappelijk werker ter beschikking te stellen;
[1 ...]1;
[1 ...]1;
de bedrijfszetel in het Waalse Gewest gevestigd hebben;
[1 ...]1;
[1 de begunstigden, op vrijwillige basis, de acties bedoeld in artikel 51 aanbieden]1;
in de hulpverlening aan de begunstigden voorzien zonder onderscheid van nationaliteit, geloof, opinie of sexuele geaardheid en met respect voor de ideologische, filosofische of religieuze overtuigingen van betrokkenen;
zich hoofdzakelijk richten tot de personen bedoeld in artikel 49;
10° zo georganiseerd zijn dat de aanpassing aan de door de begunstigden uitgedrukte behoeften mogelijk is;
11° samenwerkingsverbanden tot stand brengen en in een samenwerkingsverband handelen met de diensten en instellingen die noodzakelijk zijn voor de volbrenging van de opdrachten;
12° een kwalitatieve evaluatieprocedure opzetten waaraan de vereniging of de instelling en de begunstigden deelnemen;
13° het personeel bezoldigen volgens de loonschalen zoals vastgesteld door de paritaire comités of door de overheid die belast is met de vaststelling van het personeelsstatuut en in overeenstemming met de functie die het uitoefent;
14° zich ertoe verbinden elke begunstigde in te lichten over de bestaande regelingen inzake maatschappelijke integratie en inschakeling in het arbeidsproces;
15° zich ertoe verbinden het bestuur in te lichten over elke wijziging in het statuut en in de samenstelling van het personeel, in de functies of het statuut van het personeels dat de acties voor de sociale insluiting onderneemt.
§ 2. De Regering bepaalt de titels, diploma's of kwalificaties van de maatschappelijk werker bedoeld in paragraaf 1, 2°, evenals de wijze van doorvoering van de evaluatieprocedure bedoeld in paragraaf 1, 12°, en de wijze van toepassing van paragraaf 1, 9° en 14°.
[1 § 3. Per instelling of vereniging kan slechts één dienst voor sociale integratie worden goedgekeurd.]1
Art. 52. § 1er. Toute association ou institution doit, pour être agréée en qualité de service d'insertion sociale, répondre aux conditions suivantes :
être ou être organisée par une association sans but lucratif, un centre public [1 d'action]1 sociale ou une association visée au chapitre XII de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics [1 d'action]1 sociale. Plusieurs centres publics d'action sociale peuvent faire l'objet d'un agrément unique à la condition qu'ils aient signé entre eux une convention pour mener en commun les actions d'insertion sociale justifiant la demande d'agrément;
mettre à la disposition des bénéficiaires, pour l'accomplissement des actions visées par le présent titre, au moins un travailleur social à mi-temps;
[2 ...]2;
[2 ...]2;
avoir le siège de ses activités en Région wallonne;
[2 ...]2;
[2 proposer aux bénéficiaires, sur base volontaire, les actions visées à l'article 51]2;
assurer l'aide aux bénéficiaires sans distinction de nationalité, de croyance, d'opinion ou d'orientation sexuelle, et dans le respect des convictions idéologiques, philosophiques ou religieuses des intéressés;
s'adresser principalement aux personnes visées à l'article 49;
10° être organisée de manière à s'adapter aux besoins exprimés par les bénéficiaires;
11° établir des collaborations et travailler en partenariat avec les services et institutions nécessaires à l'accomplissement de ses missions;
12° recourir à un processus d'évaluation qualitative à laquelle participent l'association ou l'institution et les bénéficiaires;
13° rémunérer son personnel aux barèmes fixés par les commissions paritaires ou par l'autorité publique chargée de fixer le statut du personnel, et correspondant à sa fonction;
14° s'engager à informer tout bénéficiaire des dispositifs existant en matière d'insertion socioprofessionnelle;
15° s'engager à informer l'administration de toute modification intervenue dans ses statuts ainsi que dans la composition, les fonctions ou le statut du personnel accomplissant les actions d'insertion sociale.
§ 2. Le Gouvernement détermine les titres, diplômes ou qualifications du travailleur social visé au paragraphe 1er, 2°, ainsi que les modalités de mise en oeuvre du processus d'évaluation visé au paragraphe 1er, 12°, et les modalités d'application du paragraphe 1er, 9° et 14°.
[2 § 3. Un seul service d'insertion sociale peut être agréé par institution ou association.]2
Onderafdeling 2. - Procedure
Sous-section 2. - Procédure
Art. 53. De aanvraag tot erkenning wordt bij de Regering [2 of haar afgevaardigde]2 ingediend.
De Regering bepaalt de inhoud van het dossier voor de erkenningsaanvraag. In dat dossier worden tenminste opgenomen :
de taakomschrijving van de aanvrager;
de statuten van de aanvrager;
de samenstelling van de bestuursorganen en de lijst van het personeel;
een project waarin de acties die de aanvrager tot stand brengt of beoogt, omschreven worden. [1 De Regering bepaalt de inhoud en de modaliteiten voor de mededeling van het project.]1.
Art. 53. La demande d'agrément est introduite auprès du Gouvernement [2 ou son délégué]2.
Le Gouvernement détermine le contenu du dossier de demande d'agrément. Ce dossier comporte au minimum :
la description des tâches assumées par le demandeur;
les statuts du demandeur;
la composition des organes d'administration et la liste du personnel;
un projet décrivant les actions menées ou prévues par le demandeur. [1 Le Gouvernement fixe le contenu et les modalités de communication du projet]1.
Art. 54. De erkenning wordt voor een onbepaalde duur verleend.
[1 De erkenning kan worden opgeheven of ingetrokken wegens niet-naleving van de bepalingen van dit Titel of van de krachtens dit Titel vastgestelde bepalingen.]1.
De dienst voor sociale insluiting waarvan de erkenningsaanvraag werd geweigerd of waarvan de erkenning werd ingetrokken, mag geen nieuwe erkenningsaanvraag indienen in de loop van het jaar na dat waarin de beslissing tot weigering of tot intrekking van de erkenning is genomen.
Art. 54. L'agrément est accordé pour une durée indéterminée.
[2 L'agrément peut être suspendu ou retiré pour cause d'inobservation des dispositions du présent Titre ou des dispositions fixées en vertu de celui-ci. ]2.
Le service d'insertion sociale dont la demande d'agrément a été refusée ou dont l'agrément a été retiré [1 ne peut]1 introduire une nouvelle demande d'agrément pendant l'année suivant la décision de refus ou de retrait d'agrément
Art. 55. [1 De erkenning kan worden opgeheven of ingetrokken wegens niet-naleving van de bepalingen van dit Titel of van de krachtens dit Titel vastgestelde bepalingen.]1
Art. 55. [1 Le Gouvernement fixe la procédure d'octroi, de suspension et de retrait d'agrément.]1
Afdeling 1/1. [1 Programmering]1
Section 1e/1. [1 Programmation]1
Art. 55/1. [1 De Regering bepaalt de programmering van de erkende diensten door rekening te houden met de synthetische indicator voor toegang tot de grondrechten (ISADF).]1
Art. 55/1. [1 Le Gouvernement fixe la programmation des services agréés en tenant compte notamment de l'indicateur synthétique d'accès aux droits fondamentaux (ISADF).]1
Afdeling 2. - Subsidiëring
Section 2. - Subventionnement
Art. 56. § 1. De Regering [1 of haar afgevaardigde]1 kan, binnen de perken van de begrotingskredieten en volgens de criteria en modaliteiten die zij bepaalt, subsidies aan de erkende diensten voor sociale insluiting verlenen om de bezoldiging van een maatschappelijk werker (minimum halftijds [2 ...]2) en/of werkingskosten te dekken, met inbegrip van de vormingskosten van de maatschappelijk werker.
§ 2. De Regering bepaalt de titels, diploma's of kwalificaties van de maatschappelijk werker bedoeld in paragraaf 1.
Art. 56. § 1er. Dans la limite des crédits budgétaires, et selon les critères et modalités qu'il détermine, le Gouvernement [1 ou son délégué]1 peut octroyer aux services d'insertion sociale agréés des subventions destinées à couvrir la rémunération d'un travailleur social à mi-temps au minimum [2 ...]2 et/ou des frais de fonctionnement, en ce compris les frais de formation du travailleur social.
§ 2. Le Gouvernement détermine les titres, diplômes ou qualifications du travailleur social visé au paragraphe 1er.
HOOFDSTUK II/1. [1 - Sociale kruideniers en sociale restaurants]1
CHAPITRE II/1. [1 - Epiceries sociales et restaurants sociaux]1
Afdeling 1. [1 - Erkenning]1
Section 1re. [1 - Agrément]1
Onderafdeling 1. [1 - Voorwaarden]1
Sous-section 1re. [1 - Conditions]1
Art. 56/1. [1 De Regering erkent onder de benaming "sociale kruidenier" elke vereniging of instelling die de collectieve of gemeenschappelijke acties bedoeld in artikel 48, 1°, samengevoegd tot stand brengt via :
de oprichting en het beheer van verkoopplaatsen voor voedselproducten en noodhulpproducten tegen prijzen die lager zijn dan degene die door de grote distributie worden toegepast;
een sociale begeleiding, ofwel intern, ofwel via een partnerschapsovereenkomst;
informatie op sociaal gebied ter bestemming van de in artikel 49 bedoelde personen.]1

Art. 56/1. [1 Le Gouvernement agrée, sous l'appellation " épicerie sociale ", toute association ou institution accomplissant les actions visées à l'article 48, 1°, et menées cumulativement par le biais :
de la création et de la gestion de lieux de vente de produits d'alimentation et de première nécessité à des prix inférieurs aux prix pratiqués par la grande distribution;
d'un accompagnement social soit en interne soit via une convention de partenariat;
d'informations en matière sociale à destination des personnes visées à l'article 49.]1

Art. 56/2. [1 De Regering erkent onder de benaming "sociaal restaurant" elke vereniging of instelling die de collectieve of gemeenschappelijke acties bedoeld in artikel 48, 1°, samengevoegd tot stand brengt via :
het beheer van een plaats voor de verdeling van de bereide of kant- en klare maaltijden tegen lagere kosten of gratis;
een sociale begeleiding, ofwel intern, ofwel via een partnerschapsovereenkomst;
informatie op sociaal gebied ter bestemming van de in artikel 49 bedoelde personen.]1

Art. 56/2. [1 Le Gouvernement agrée, sous l'appellation " restaurant social ", toute association ou institution accomplissant les actions visées à l'article 48, 1°, et menées cumulativement par le biais :
de la gestion de lieu de distribution de repas préparés ou cuisinés à coût réduit ou gratuits;
d'un accompagnement social soit en interne soit via une convention de partenariat;
d'informations en matière sociale à destination des personnes visées à l'article 49.]1

Art. 56/3. [1 § 1. Elke vereniging of instelling dient, om erkend te worden als sociale kruidenier of als sociaal restaurant, de volgende voorwaarden na te komen :
opgericht of georganiseerd worden door een vereniging zonder winstoogmerk, een stichting van openbaar nut, een gemeente, een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn of een vereniging bedoeld in hoofdstuk XII van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
haar activiteitenzetel(s) in het Franse taalgebied hebben;
3°sociale begeleidingsacties, ofwel intern, ofwel via een partnerschapsovereenkomst, regelmatig uitvoeren;
zich hoofdzakelijk richten tot de personen bedoeld in artikel 49;
samenwerkingsverbanden via partnerschapsovereenkomsten tot stand brengen met de diensten en instellingen die noodzakelijk zijn voor de volbrenging van haar opdrachten;
zich ertoe verbinden elke begunstigde in te lichten over de bestaande regelingen inzake socio-professionele inschakeling, sociale insluiting en schuldbemiddeling;
zich ertoe verbinden de werknemers en vrijwilligers te vormen met het oog op de opvang van de personen bedoeld in artikel 49;
zich ertoe verbinden het bestuur in te lichten over elke wijziging in het statuut en in de samenstelling van het personeel, in de functies of het statuut van het personeel dat de acties voor de sociale begeleiding onderneemt;
een huishoudelijk reglement opmaken waarin met name de toegangsvoorwaarden worden vermeld;
10° een gezonde en evenwichtige voeding en kwaliteitsproducten bevorderen met inachtneming van het decreet van 6 november 2008 betreffende de bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie;
11° de verspilling, en met name de voedselverspilling, en het gebruik van verpakkingsmaterialen beperken.
Wat punt 5° betreft, bepaalt de Regering de minimale bepalingen van de partnerschapsovereenkomsten.
Wat punt 7° betreft, bepaalt de Regering de modaliteiten van de opleidingen.
§ 2. De Regering stelt de minimale normen vast m.b.t. de lokalen en de openingsuren ervan voor het publiek.
§ 3. De Regering bepaalt een programmering betreffende de toekenning van de erkenningen met inachtneming van een evenwichtige territoriale verdeling van de sociale kruideniers en de sociale restaurants. De Regering stelt een indeling van de sociale kruideniers en de sociale restaurants vast met inachtneming van met name de sociaal-economische indicatoren van de vestigingsplaats van de organisatie, de wekelijkse openingstijden, het aantal begunstigden en de hoeveelheid activiteiten.]1

Art. 56/3. [1 § 1er. Toute association ou institution doit, pour être agréée en qualité d'épicerie sociale ou de restaurant social, répondre aux conditions suivantes :
être créée ou être organisée par une association sans but lucratif, une fondation d'utilité publique, une commune, un centre public d'action sociale ou une association visée au chapitre XII de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'action sociale;
avoir le ou les sièges de ses activités en région de langue française;
accomplir de manière régulière des actions d'accompagnement social soit en interne soit via une convention de partenariat;
s'adresser principalement aux personnes visées à l'article 49;
établir des collaborations avec les services et institutions nécessaires à l'accomplissement de ses missions via des conventions de partenariat;
s'engager à informer tout bénéficiaire des dispositifs existant en matière d'insertion socioprofessionnelle, d'insertion sociale et de médiation de dettes;
s'engager à former les travailleurs et les bénévoles dans une optique d'accueil des personnes visées à l'article 49;
s'engager à informer l'administration de toute modification intervenue dans ses statuts ainsi que dans la composition, les fonctions ou le statut du personnel accomplissant les actions d'accompagnement social;
établir un règlement d'ordre intérieur mentionnant notamment les conditions d'accès;
10° favoriser une alimentation saine et équilibrée et les produits de qualité, dans le respect du décret du 6 novembre 2008 relatif à la lutte contre certaines formes de discrimination;
11° limiter le gaspillage, notamment alimentaire et limiter l'utilisation de matériaux d'emballage.
Concernant le 5°, le Gouvernement fixe les dispositions minimales des conventions de partenariat.
Concernant le 7°, le Gouvernement fixe les modalités des formations.
§ 2. Le Gouvernement fixe les normes minimales relatives aux locaux et à leur ouverture au public.
§ 3. Le Gouvernement définit une programmation relative à l'octroi des agréments en respectant une répartition territoriale équilibrée des épiceries sociales et des restaurants sociaux. Le Gouvernement établit une classification des épiceries sociales et des restaurants sociaux en considérant notamment les indicateurs socio-économiques du lieu d'implantation de l'organisation, l'horaire d'ouverture hebdomadaire, le nombre de bénéficiaires et le volume d'activités.]1

Onderafdeling 2. [1 - Procedure]1
Sous-section 2. [1 - Procédure]1
Art. 56/4. [1 De erkenningsaanvraag wordt aan de Regering gericht bij ter post aangetekend schrijven of op elke wijze waarop een vaststaande datum aan de zending wordt verleend.
De Regering bepaalt de inhoud van het dossier m.b.t. de erkenningsaanvraag. Dit dossier bevat op zijn minst :
de taakomschrijving van de aanvrager;
de statuten van de aanvrager;
de samenstelling van de bestuursorganen en de lijst van het personeel, met inbegrip van de eventuele vrijwilligers;
een project waarin de activiteiten uitgevoerd in het kader van haar opdracht van sociale kruidenier of sociaal restaurant worden omschreven;
de wekelijkse openingsuren, het aantal begunstigden en de omzet. Die gegevens hebben betrekking op het laatste beschikbare kalenderjaar. ]1

Art. 56/4. [1 La demande d'agrément est adressée au Gouvernement par pli recommandé ou par tout autre moyen conférant date certaine à l'envoi.
Le Gouvernement détermine le contenu du dossier de demande d'agrément. Ce dossier comporte au minimum :
la description des tâches assumées par le demandeur;
les statuts du demandeur;
la composition des organes d'administration et la liste du personnel en ce compris les éventuels bénévoles;
un projet décrivant le dispositif mis en oeuvre dans le cadre de sa mission d'épicerie sociale ou de restaurant social;
l'horaire d'ouverture hebdomadaire, le nombre de bénéficiaires et le chiffre d'affaire. Ces données sont relatives à la dernière année civile disponible.]1

Art. 56/5. [1 De erkenning wordt voor een onbepaalde duur verleend.
De erkenning kan worden ingetrokken wanneer de bepalingen van deze titel of de bepalingen die krachtens deze titel worden uitgevaardigd, niet in acht worden genomen.
Indien de erkenningsaanvraag van een sociale kruidenier of een sociaal restaurant ingetrokken is wegens niet-inachtneming van de bepalingen van deze titel of de bepalingen die krachtens deze titel worden uitgevaardigd, mag de sociale kruidenier of het sociale restaurant geen nieuwe aanvraag indienen tijdens het jaar volgend op de beslissing tot weigering of tot intrekking van de erkenning.]1

Art. 56/5. [1 L'agrément est accordé pour une durée indéterminée.
L'agrément peut être retiré pour cause d'inobservation des dispositions du présent titre ou des dispositions fixées en vertu de celui-ci.
Si une épicerie sociale ou un restaurant social a vu sa demande d'agrément refusée ou son agrément retiré pour cause d'inobservation des dispositions du présent titre ou des dispositions fixées en vertu de celui-ci, il ne peut introduire une nouvelle demande d'agrément pendant l'année suivant la décision de refus ou de retrait d'agrément.]1

Art. 56/6. [1 De Regering bepaalt de procedure tot toekenning en tot intrekking van de erkenning.]1
Art. 56/6. [1 Le Gouvernement fixe la procédure d'octroi et de retrait de l'agrément.]1
Afdeling 2. [1 - Subsidiëring]1
Section 2. [1 - Subventionnement]1
Art. 56/7. [1 Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten en volgens de modaliteiten die zij bepaalt, verleent de Regering de erkende sociale kruideniers en de erkende sociale restaurants forfaitaire subsidies ter dekking van personeelskosten, werkingskosten, met uitzondering van de kosten voor de aankoop van goederen, alsook de kosten voor de opleiding of de intervisie van het personeel.
Deze subsidies worden naar gelang van de indeling bedoeld in artikel 56/3, § 3, bepaald.
De Regering stelt de modaliteiten, bedragen, de berekeningswijze van de eventuele indexering en de toekennings- en rechtvaardigingsvoorwaarden voor deze subsidies vast.]1

Art. 56/7. [1 Dans les limites des crédits budgétaires, et selon les critères et modalités qu'il détermine, le Gouvernement octroie aux épiceries sociales agréées et aux restaurants sociaux agréés des subventions forfaitaires destinées à couvrir des frais de personnel, des frais de fonctionnement, hors frais d'achat des marchandises, ainsi que des frais de formation ou d'intervision du personnel.
Ces subventions sont déterminées en fonction de la classification prévue à l'article 56/3, § 3.
Le Gouvernement fixe les modalités, les montants, le mode de calcul de l'indexation éventuelle et les conditions d'octroi et de justification de ces subventions.]1

HOOFDSTUK II/2. [1 - Organisme wallon de concertation de l'aide alimentaire (Waalse Overleginstelling voor de Voedselhulp)]1
CHAPITRE II/2. [1 - Organisme wallon de concertation de l'aide alimentaire]1
Afdeling 1. [1 - Erkenning]1
Section 1re. [1 - Agrément]1
Onderafdeling 1. [1 - Voorwaarden]1
Sous-section 1re. [1 - Conditions]1
Art. 56/8. [1 De Regering erkent een "organisme wallon de concertation de l'aide alimentaire". Deze instelling informeert en begeleidt de sector van de voedselhup, organiseert opleidingen en ondersteunt op het Franse taalgebied de projecten die onder dit hoofdstuk vallen.
De in het eerste lid bedoelde instelling :
maakt een jaarlijkse balans op van de voedselhulp in het Franse taalgebied;
werkt samen met de plaatselijke coördinaties inzake voedselhulp en de andere sectoren van de voedselhulp die niet onder dit hoofdstuk vallen;
bevordert de partnerschappen tussen de sociale kruideniers en de sociale restaurants en de andere sectoren van de voedselhulp waaronder de platformen voor solidaire aankopen;
bevordert de voorziening in kwaliteitsvolle en duurzame producten binnen de sociale kruideniers en de sociale restaurants.]1

Art. 56/8. [1 Le Gouvernement agrée un organisme wallon de concertation de l'aide alimentaire. Cet organisme informe le secteur de l'aide alimentaire, l'accompagne et organise des formations et soutient, sur le territoire de la région de langue française, les projets relevant du présent chapitre.
L'organisme visé à l'alinéa 1er :
dresse un état des lieux annuel de l'aide alimentaire en région de langue française;
collabore avec les coordinations locales de l'aide alimentaire et les autres acteurs de l'aide alimentaire ne relevant pas du présent chapitre;
favorise les partenariats entre les épiceries sociales et les restaurants sociaux et les autres acteurs de l'aide alimentaire dont les plateformes d'achats solidaires;
favorise l'approvisionnement en produits de qualité et durables au sein des épiceries sociales et des restaurants sociaux.]1

Art. 56/9. [1 De "organisme wallon de concertation de l'aide alimentaire" voldoet aan de volgende voorwaarden :
opgericht of georganiseerd worden door een vereniging zonder winstoogmerk, een stichting van openbaar nut, een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn of een vereniging bedoeld in hoofdstuk XII van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
samenwerkingsverbanden tot stand brengen met de erkende sociale kruideniers en restaurants;
over een ploeg beschikken waarvan de minimale samenstelling door de Regering wordt bepaald;
ten minste drie jaar tellen van activiteiten betreffende het overleg van de voedselhulp.]1

Art. 56/9. [1 L'organisme wallon de concertation de l'aide alimentaire répond aux conditions suivantes :
être créé ou être organisé par une association sans but lucratif, une fondation d'utilité publique, un centre public d'action sociale ou une association visée au chapitre XII de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'action sociale;
établir des collaborations avec les épiceries sociales et restaurants sociaux agréés;
disposer d'une équipe dont la composition minimale est fixée par le Gouvernement;
compter d'au moins trois ans d'activités dans le cadre de la concertation de l'aide alimentaire. ]1

Onderafdeling 2. [1 - Procedure]1
Sous-section 2. [1 - Procédure]1
Art. 56/10. [1 De erkenningsaanvraag wordt bij aangetekend schrijven of door elk middel dat vaste datum aan de verzending verleent, bij de Regering ingediend.
De Regering bepaalt de inhoud van het dossier m.b.t. de erkenningsaanvraag.
In geval van verschillende kandidaturen worden ze gekozen op grond van de geografische dekking van de gevoerde samenwerkingsverbanden zoals bedoeld in artikel 56/9, 2°.]1

Art. 56/10. [1 La demande d'agrément est introduite auprès du Gouvernement par envoi recommandé ou par tout autre moyen conférant date certaine à l'envoi.
Le Gouvernement détermine le contenu du dossier de demande d'agrément.
En cas de plusieurs candidatures, celles-ci sont départagées en fonction de la couverture géographique des collaborations menées telles que prévues à l'article 56/9, 2°.]1

Art. 56/11. [1 De erkenning wordt voor een onbepaalde duur verleend.
De erkenning kan worden ingetrokken wanneer de bepalingen van deze titel of de bepalingen die krachtens deze titel worden uitgevaardigd, niet in acht worden genomen.
Indien de erkenningsaanvraag van een overleginstelling voor de voedselhulp ingetrokken is wegens niet-inachtneming van de bepalingen van deze titel of de bepalingen die krachtens deze titel worden uitgevaardigd, mag deze instelling geen nieuwe aanvraag indienen tijdens het jaar volgend op de beslissing tot weigering of tot intrekking van de erkenning.]1

Art. 56/11. [1 L'agrément est accordé pour une durée indéterminée.
L'agrément peut être retiré pour cause d'inobservation des dispositions du présent titre ou des dispositions fixées en vertu de celui-ci.
Si un organisme de concertation alimentaire a vu sa demande d'agrément refusée ou son agrément retiré pour cause d'inobservation des dispositions du présent titre ou des dispositions fixées en vertu de celui-ci, il ne peut introduire une nouvelle demande d'agrément pendant l'année suivant la décision de refus ou de retrait d'agrément.]1

Art. 56/12. [1 De Regering bepaalt de procedure tot toekenning en tot intrekking van de erkenning.]1
Art. 56/12. [1 Le Gouvernement fixe la procédure d'octroi et de retrait de l'agrément.]1
Afdeling 2. [1 - Subsidiëring]1
Section 2. [1 - Subventionnement]1
Art. 56/13. [1 Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten verleent de Regering een jaarlijkse subsidie aan de "organisme wallon de concertation de l'aide alimentaire".
De in het eerste lid bedoelde subsidie is afhankelijk van de samenstelling van de ploeg bepaald in punt 3 van artikel 56/9. Ze dekt:
de personeelskosten;
de werkingskosten.
De Regering stelt de modaliteiten, bedragen, de berekeningswijze van de eventuele indexering en de toekennings- en rechtvaardigingsvoorwaarden voor de subsidie vast.]1

Art. 56/13. [1 Dans la limite des crédits budgétaires disponibles, le Gouvernement accorde une subvention annuelle à l'organisme wallon de concertation de l'aide alimentaire.
La subvention visée à l'alinéa 1er est fonction de la composition de l'équipe définie par le point 3 de l'article 56/9. Elle couvre :
les frais de personnel;
les frais de fonctionnement.
Le Gouvernement fixe les modalités, les montants, le mode de calcul de l'indexation éventuelle et les conditions d'octroi et de justification de la subvention.]1

HOOFDSTUK III. - Sociale contactpunten
CHAPITRE III. - Relais sociaux
Afdeling 1. - Oprichting en erkenning
Section 1re. - Constitution et reconnaissance
Art. 57. § 1. In elk bestuursarrondissement kan de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 op eigen initiatief een vereniging oprichten en erkennen die de opdracht bedoeld in artikel 48, 2°.
Als er zich in het bestuursarrondissement minstens één stad of gemeente van meer dan vijftigduizend inwoners bevindt, wordt de door de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 erkende vereniging " stedelijk sociaal contactpunt " genoemd.
Als er zich in het bestuursarrondissement geen enkele stad of gemeente van meer dans vijftigduizend inwoners bevindt, wordt de door de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 erkende vereniging " intergemeentelijk sociaal contactpunt " genoemd.
§ 2. De Regering [1 of haar afgevaardigde]1 erkent bij voorrang de stedelijke sociale contactpunten die zich in de bestuursarrondissementen bevinden waar er een door het Waalse Gewest gesubsidieerde instantie voor dringende maatschappelijke dienstverlening bestaat.
Voor de intergemeentelijke sociale contactpunten wordt voorrang gegeven aan de bestuursarrondissementen waar het aantal leefloners procentueel het hoogst is.
Art. 57. § 1er. Dans chaque arrondissement administratif, le Gouvernement [1 ou son délégué]1 peut, à son initiative, constituer et reconnaître une association assurant la mission visée à l'article 48, 2°.
Si l'arrondissement administratif comprend au moins une ville ou une commune de plus de cinquante mille habitants, l'association reconnue par le Gouvernement [1 ou son délégué]1 est appelée "relais social urbain".
Si l'arrondissement administratif ne comprend aucune ville ou commune de plus de cinquante mille habitants, l'association reconnue par le Gouvernement [1 ou son délégué]1 est appelée "relais social intercommunal".
§ 2. Le Gouvernement [1 ou son délégué]1 reconnaît prioritairement les relais sociaux urbains situés dans les arrondissements administratifs où existe un dispositif d'urgence sociale subventionné par la Région wallonne.
Pour les relais sociaux intercommunaux, la priorité est donnée aux arrondissements administratifs dans lesquels le taux de bénéficiaires du revenu d'intégration sociale est le plus élevé.
Art. 58. § 1. Om erkend te worden overeenkomstig artikel 57, § 1, tweede lid, dient elke vereniging aan volgende voorwaarden te voldoen :
opgericht zijn in de vorm van een vereniging zoals bedoeld in hoofdstuk XII van de wet van 8 juli 1976 tot organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
voor het merendeel bestaan uit openbare of particuliere sociaal-geneeskundige instellingen die betrokken zijn bij de hulpverlening aan de personen die in een uitsluitingssituatie verkeren.
Elke openbare of particuliere instelling die aan de voorwaarde bedoeld onder punt 7° voldoet, heeft het recht, als hij het handvest bedoeld onder punt 6° ondertekent, om lid te worden van een sociaal contactpunt.
Elke beslissing van de algemene vergadering wordt getroffen bij meerderheid van stemmen van de vertegenwoordigers van zowel de publieke als de particuliere actoren;
in de raad van bestuur minstens tellen :
a. één vertegenwoordiger van de Regering;
b. één vertegenwoordiger van het Ocmw (de Ocmw's);
c. één vertegenwoordiger van de steden en gemeenten;
d. één vertegenwoordiger van een ziekenhuis;
e. één vertegenwoordiger van een dienst die gespecialiseerd is in de dagopvang van de begunstigden;
f. één vertegenwoordiger van een dienst die gespecialiseerd is in de nachtopvang van de begunstigden;
g. één vertegenwoordiger van een dienst die gespecialiseerd is in het straathoekwerk.
Het ziekenhuis en de diensten als bovenvermeld dienen zich in de betrokken stad of in de rand ervan te bevinden.
Elke beslissing van de raad van bestuur wordt getroffen bij meerderheid van stemmen van de vertegenwoordigers van zowel de publieke als de particuliere actoren;
over een stuurgroep beschikken die belast is met het maken van voorstellen aan de raad van bestuur of aan de algemene vergadering en het dagelijks beheer dat door de raad van bestuur overgedragen wordt, behartigen;
over een coördinator beschikken die verantwoordelijk is voor de coördinatie van de verschillende activiteiten van het sociaal contactpunt en, in voorkomend geval, van de activiteiten die tot stand gebracht worden met externen.
De coördinator maakt deel uit van het personeel van de vereniging;
een handvest voor het sociaal contactpunt opstellen en toepasselijk maken dat ondertekend wordt door alle leden van de vereniging. In dat handvest wordt de algemene visie van het sociaal contactpunt omschreven en uitgestippeld. Het handvest kan eveneens ondertekend worden door de publieke en particuliere partners die geen lid zijn van de vereniging. In een overlegcomité worden alle ondertekenaars van het handvest samengebracht;
onder zijn leden enkel personen tellen die hun taken uitvoeren zonder onderscheid van nationaliteit, geloof, opinie of sexuele geaardheid en en met respect voor de ideologische, filosofische of religieuze overtuigingen van betrokkenen;
een kwalitatieve evaluatieprocedure opzetten waaraan de leden van het netwerk en de begunstigden deelnemen;
het personeel bezoldigen volgens de loonschalen zoals vastgesteld door de paritaire comités of door de overheid die belast is met de vaststelling van het personeelsstatuut en in overeenstemming met de functie die het uitoefent.
§ 2. De Regering bepaalt :
onverminderd de bepalingen van de wet van 8 juli 1976 tot organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de basisregels voor de werking van de algemene vergadering, de raad van bestuur en het overlegcomité, evenals voor de samenstelling en de werking van de stuurgroep;
de titels, diploma's of kwalificaties van de coördinator bedoeld in paragraaf 1, 5° ;
de basisbeginselen van het handvest bedoeld in paragraaf 1, 6° ;
de wijze van implementering van het evaluatieproces bedoeld in paragraaf 1, 8°.
Art. 58. § 1er. Pour être reconnue en application de l'article 57, § 1er, alinéa 2, toute association doit répondre aux conditions suivantes :
être constituée sous la forme d'une association telle que visée au chapitre XII de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics [1 d'action]1 sociale;
être composée majoritairement par des organismes sociosanitaires publics ou privés impliqués dans l'aide aux personnes en situation d'exclusion.
Tout organisme public ou privé répondant à la condition visée au 7° a le droit, s'il accepte de signer la charte visée au 6°, d'être membre du relais social.
Toute décision de l'assemblée générale est prise à la majorité des voix tant des représentants des acteurs publics que des représentants des acteurs privés;
comprendre au minimum au sein du conseil d'administration :
a) un représentant du Gouvernement;
b) un représentant du ou des centres publics d'action sociale;
c) un représentant des villes et communes;
d) un représentant d'un hôpital;
e) un représentant d'un service spécialisé dans l'accueil de jour des bénéficiaires;
f) un représentant d'un service spécialisé dans l'accueil de nuit des bénéficiaires;
g) un représentant d'un service spécialisé dans le travail de rue.
L'hôpital et les services visés ci-dessus doivent être localisés dans la ville concernée ou dans sa périphérie.
Toute décision du conseil d'administration est prise à la majorité des voix tant des représentants des acteurs publics que des représentants des acteurs privés;
disposer d'un comité de pilotage chargé de faire des propositions au conseil d'administration ou à l'assemblée générale et d'assurer la gestion journalière déléguée par le conseil d'administration;
disposer d'un coordinateur assurant la coordination des différentes activités du relais social et, le cas échéant, des activités menées en collaboration avec des personnes extérieures à celui-ci.
Le coordinateur fait partie du personnel de l'association;
établir et appliquer une charte du relais social signée par l'ensemble des membres de l'association. Cette charte énonce la philosophie générale du relais social et en trace les grands principes. Elle peut également être signée par des partenaires publics ou privés qui ne sont pas membres de l'association. Un comité de concertation réunit l'ensemble des signataires de la charte;
ne compter parmi ses membres que des personnes fournissant leurs prestations sans distinction de nationalité, de croyance, d'opinion ou d'orientation sexuelle, et dans le respect des convictions idéologiques, philosophiques ou religieuses des intéressés;
recourir à un processus d'évaluation qualitative à laquelle participent les membres du réseau et les bénéficiaires;
rémunérer son personnel aux barèmes fixés par les commissions paritaires ou par l'autorité publique chargée de fixer le statut du personnel, et correspondant à sa fonction.
§ 2. Le Gouvernement détermine :
sans préjudice des dispositions de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'action sociale, les règles de base relatives au fonctionnement de l'assemblée générale, du conseil d'administration et du comité de concertation ainsi qu'à la composition et au fonctionnement du comité de pilotage;
les titres, diplômes ou qualifications du coordinateur visé au paragraphe 1er, 5° ;
les principes de base de la charte visée au paragraphe 1er, 6° ;
les modalités de mise en oeuvre du processus d'évaluation visé au paragraphe 1er, 8°.
Art. 59. § 1. Om erkend te worden overeenkomstig artikel 57, § 1, derde lid, dient elke vereniging aan de volgende voorwaarden te voldoen :
opgericht zijn in de vorm van een vereniging zoals bedoeld in hoofdstuk XII van de wet van 8 juli 1976 tot organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
voor het merendeel bestaan uit openbare of particuliere sociaal-geneeskundige instellingen die betrokken zijn bij de hulpverlening aan de personen die in een uitsluitingssituatie verkeren.
Elke openbare of particuliere instelling die aan de voorwaarde bedoeld onder punt 7° voldoet, heeft het recht, als hij het handvest bedoeld onder punt 6° ondertekent, om lid te worden van een sociaal contactpunt.
Elke beslissing van de algemene vergadering wordt getroffen bij meerderheid van stemmen van de vertegenwoordigers van zowel de publieke als de particuliere actoren;
in de raad van bestuur minstens tellen :
a. één vertegenwoordiger van de Regering;
b. drie vertegenwoordigers van de Ocmw's;
c. drie vertegenwoordigers van de steden en gemeenten;
d. één vertegenwoordiger van een ziekenhuis;
e. één vertegenwoordiger van een door het Waalse Gewest erkende structuur voor de opvang van personen die in een uitsluitingssituatie verkeren;
f. één vertegenwoordiger van een dienst voor geestelijke gezondheid;
g. één vertegenwoordiger van een dienst voor sociale insluiting, erkend krachtens deze titel;
h. één vertegenwoordiger van een vereniging die gespecialiseerd is in de individuele sociale begeleiding van de begunstigden.
Het ziekenhuis en de diensten als bovenvermeld dienen zich in het betrokken arrondissement te bevinden. Als er zich in bedoeld arrondissement geen ziekenhuis bevindt, dient de ziekenhuisvertegenwoordiger afkomstig te zijn van een ziekenhuisstructuur uit een naburig arrondissement.
Elke beslissing van de raad van bestuur wordt getroffen bij meerderheid van stemmen van de vertegenwoordigers van zowel de publieke als de particuliere actoren;
als het sociale contactpunt opgericht is in de vorm van een vereniging bedoeld in hoofdstuk XII van de wet van 8 juli 1976 tot organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, over een stuurgroep beschikken die belast is met het maken van voorstellen aan de raad van bestuur of aan de algemene vergadering en het dagelijks beheer dat door de raad van bestuur overgedragen wordt, behartigen;
over een coördinator beschikken die verantwoordelijk is voor de coördinatie van de verschillende activiteiten van het sociaal contactpunt en, in voorkomend geval, van de activiteiten die tot stand gebracht worden met externen.
De coördinator maakt deel uit van het personeel van de vereniging;
een handvest voor het sociaal contactpunt opstellen en toepasselijk maken dat ondertekend wordt door alle leden van de vereniging. In dat handvest wordt de algemene visie van het sociaal contactpunt omschreven en uitgestippeld. Het handvest kan eveneens ondertekend worden door de publieke en particuliere partners die geen lid zijn van de vereniging. In een overlegcomité worden alle ondertekenaars van het handvest samengebracht;
onder zijn leden enkel personen tellen die hun taken uitvoeren zonder onderscheid van nationaliteit, geloof, opinie of sexuele geaardheid en en met respect voor de ideologische, filosofische of religieuze overtuigingen van betrokkenen;
een kwalitatieve evaluatieprocedure opzetten waaraan de leden van het netwerk en de begunstigden deelnemen;
het personeel bezoldigen volgens de loonschalen zoals vastgesteld door de paritaire comités of door de overheid die belast is met de vaststelling van het personeelsstatuut en in overeenstemming met de functie die het uitoefent.
§ 2. De Regering bepaalt :
onverminderd de bepalingen van de wet van 8 juli 1976 tot organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de basisregels voor de werking van de algemene vergadering, de raad van bestuur en het overlegcomité, evenals voor de samenstelling en de werking van de stuurgroep;
de titels, diploma's of kwalificaties van de coördinator bedoeld in paragraaf 1, 5° ;
de basisbeginselen van het handvest bedoeld in paragraaf 1, 6° ;
de werkingswijze van het overlegcomité bedoeld in paragraaf 1, 6° ;
de wijze van implementering van het evaluatieproces bedoeld in paragraaf 1, 8°.
Art. 59. § 1er. Pour être reconnue en application de l'article 57, § 1er, alinéa 3, toute association doit répondre aux conditions suivantes :
être constituée sous la forme d'une association visée au chapitre XII de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics [1 d'action]1 sociale ou sous la forme d'une association sans but lucratif;
être composée majoritairement par des organismes sociosanitaires publics ou privés impliqués dans l'aide aux personnes en situation d'exclusion.
Tout organisme public ou privé répondant à la condition visée au 7° a le droit, s'il accepte de signer la charte visée au 6°, d'être membre du relais social.
Toute décision de l'assemblée générale est prise à la majorité des voix tant des représentants des acteurs publics que des représentants des acteurs privés;
comprendre au minimum au sein du conseil d'administration :
a) un représentant du Gouvernement;
b) trois représentants des centres publics d'action sociale;
c) trois représentants des villes et communes;
d) un représentant d'un hôpital;
e) un représentant d'une structure agréée par la Région wallonne pour héberger des personnes en situation d'exclusion;
f) un représentant d'un service de santé mentale;
g) un représentant d'un service d'insertion sociale agréé en vertu du présent titre;
h) un représentant d'une association spécialisée dans l'accompagnement social individuel des bénéficiaires.
L'hôpital et les services visés ci-dessus doivent être localisés dans l'arrondissement concerné. S'il n'existe pas d'hôpital dans ledit arrondissement, le représentant de l'hôpital provient d'une structure hospitalière située dans un arrondissement limitrophe.
Toute décision du conseil d'administration est prise à la majorité des voix tant des représentants des acteurs publics que des représentants des acteurs privés;
si le relais social est constitué sous la forme d'une association visée au chapitre XII de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'aide, disposer d'un comité de pilotage chargé de faire des propositions au conseil d'administration ou à l'assemblée générale et d'assurer la gestion journalière déléguée par le conseil d'administration;
disposer d'un coordinateur assurant la coordination des différentes activités du réseau et, le cas échéant, des activités menées en collaboration avec des personnes extérieures à celui-ci.
Le coordinateur fait partie du personnel de l'association;
établir et appliquer une charte du relais social signée par l'ensemble des membres de l'association. Cette charte énonce la philosophie générale du relais social et en trace les grands principes. Elle peut également être signée par des partenaires publics ou privés qui ne sont pas membres de l'association. Un comité de concertation réunit l'ensemble des signataires de la charte;
ne compter parmi ses membres que des personnes fournissant leurs prestations sans distinction de nationalité, de croyance, d'opinion ou d'orientation sexuelle, et dans le respect des convictions idéologiques, philosophiques ou religieuses des intéressés;
recourir à un processus d'évaluation qualitative à laquelle participent les bénéficiaires et les membres du réseau;
rémunérer son personnel aux barèmes fixés par les commissions paritaires ou par l'autorité publique chargée de fixer le statut du personnel, et correspondant à sa fonction.
§ 2. Le Gouvernement détermine :
si le relais social est constitué sous la forme d'une association visée au chapitre XII de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'aide sociale, et sans préjudice des dispositions de celle-ci, les règles de base relatives au fonctionnement de l'assemblée générale, du conseil d'administration et du comité de concertation ainsi qu'à la composition et au fonctionnement du comité de pilotage;
les titres, diplômes ou qualifications du coordinateur visé au paragraphe 1er, 5° ;
les principes de base de la charte visée au paragraphe 1er, 6° ;
les modalités de fonctionnement du comité de concertation visé au paragraphe 1er, 6° ;
les modalités de mise en oeuvre du processus d'évaluation visé au paragraphe 1er, 8°.
Art. 60. De Regering [1 of haar afgevaardigde]1 kan de erkenning intrekken van elk sociaal contactpunt dat de bepalingen van deze titel of de bepalingen die krachtens deze titel genomen worden, niet nakomt.
De erkenning wordt ingetrokken na verhoor van de voorzitter en ondervoorzitters van de raad van bestuur van het sociaal contactpunt.
De Regering bepaalt de procedure voor de intrekking van de erkenning.
Art. 60. Le Gouvernement [1 ou son délégué]1 peut retirer la reconnaissance de tout relais social qui est en défaut de respecter les dispositions du présent titre ou les dispositions prises en vertu de celui-ci.
Le retrait est opéré après audition du président et des vice-présidents du conseil d'administration du relais social.
Le Gouvernement fixe la procédure de retrait de la reconnaissance.
Afdeling 2. - Subsidiëring
Section 2. - Subventionnement
Art. 61. § 1. De Regering [1 of haar afgevaardigde]1 kan, binnen de perken van de begrotingskredieten en volgens de criteria en modaliteiten die zij bepaalt, subsidies aan de erkende stedelijke sociale contactpunten verlenen ter dekking van :
de bezoldiging van de coördinator bedoeld in artikel 58, § 1, 5° en, desgevallend, van het coördinatiepersoneel;
de werkingskosten;
de personeels-, vormings- en werkingskosten i.v.m. de ontwikkeling van de activiteiten van de instellingen bedoeld in artikel 58, § 1, 2°, met uitzondering van de diensten voor sociale insluiting die overeenkomstig artikel 15 gesubsidieerd worden.
§ 2. De Regering [1 of haar afgevaardigde]1 kan, binnen de perken van de begrotingskredieten en volgens de criteria en modaliteiten die zij bepaalt, subsidies aan de erkende intergemeentelijke sociale contactpunten ter dekking van :
de bezoldiging van de coördinator bedoeld in artikel 59, § 1, 5°, en, desgevallend, van het coördinatiepersoneel;
de werkingskosten;
de kosten i.v.m. de vorming van het personeel van de instellingen bedoeld in artikel 59, § 1, 2° ;
de kosten met betrekking tot de ontwikkeling van de projecten die worden uitgewerkt door de leden van de vereniging, met uitzondering van de diensten voor de sociale insluiting die overeenkomstig artikel 56 gesubsidieerd worden.
Art. 61. § 1er. Dans la limite des crédits budgétaires, et selon les modalités qu'il détermine, le Gouvernement [1 ou son délégué]1 peut octroyer aux relais sociaux urbains reconnus des subventions destinées à couvrir :
la rémunération du coordinateur visé à l'article 58, § 1er, 5° et, le cas échéant, du personnel attaché à la coordination;
des frais de fonctionnement;
des frais de personnel, de formation et de fonctionnement nécessités par le développement des activités des organismes visés à l'article 58, § 1er, 2° à l'exclusion des services d'insertion sociale subventionnés en application de l'article 15.
§ 2. Dans la limite des crédits budgétaires, et selon les modalités qu'il détermine, le Gouvernement [1 ou son délégué]1 peut octroyer aux relais sociaux intercommunaux reconnus des subventions destinées à couvrir :
la rémunération du coordinateur visé à l'article 59, § 1er, 5° et, le cas échéant, du personnel attaché à la coordination;
des frais de fonctionnement;
des frais de formation du personnel des organismes visés à l'article 59, § 1er, 2° ;
des frais relatifs au développement de projets élaborés par les membres de l'association, à l'exclusion des services d'insertion sociale subventionnés en application de l'article 56.
HOOFDSTUK IV. - Gemeenschappelijke bepalingen
CHAPITRE IV. - Dispositions communes
Afdeling 1. - Vrijwilligerswerk
Section 1re. - Volontariat
Art. 62. De diensten voor sociale insluiting en de sociale contactpunten die erkend zijn krachtens deze titel en die een beroep doen op vrijwillige medewerkers die helpen bij het vervullen van één of verschillende van hun opdrachten dienen :
erover te zorgen dat hen een functie wordt toegewezen die verband houdt met hun bekwaamheden, hun beroepsopleiding of hun ervaring;
ervoor te zorgen dat ze in hun activiteiten begeleid worden door beroepsmensen.
De Regering bepaalt de wijze van toepassing van dit artikel.
Art. 62. Les services d'insertion sociale et les relais sociaux agréés ou reconnus en vertu du présent titre qui font appel au concours de collaborateurs bénévoles pour aider à l'accomplissement d'une ou plusieurs de leurs missions doivent :
veiller à leur donner une fonction en relation avec leur compétence, leur formation professionnelle ou leur expérience;
faire encadrer leurs activités par un travailleur professionnel.
Le Gouvernement détermine les modalités d'application du présent article.
Afdeling 2. - Toezicht en straffen
Section 2. - Contrôle et sanctions
Art. 63.
Art. 63.
Art. 64.
Art. 64.
Art. 65. Elke persoon die een vereniging of een dienst leidt dan wel organiseert en gebruik maakt van de benaming " dienst voor sociale insluiting erkend door het Waalse Gewest " of " sociaal contactpunt " zonder erkend te zijn krachtens deze titel, wordt bestraft met een geldboete van 100 tot 1.000 euro.
Elke persoon die een dienst voor de sociale insluiting of een sociaal contactpunt leidt en zich tegen een controle van de administratie verzet, wordt bestraft met een geldboete van 100 tot 1.000 euro.
Art. 65. Toute personne dirigeant ou organisant une association ou un service qui utilise l'appellation "service d'insertion sociale agréé par la Région wallonne" ou "relais social" sans avoir obtenu un agrément ou une reconnaissance en vertu du présent titre est punie d'une amende de 100 à 1.000 euros.
Toute personne dirigeant un service d'insertion sociale ou un relais social qui s'oppose au contrôle de l'administration est punie d'une amende de 100 à 1.000 euros.
TITEL 1/1. [1 - Zorg- en hulpverleningsdiensten voor geprostitueerde persone]1
TITRE Ier/1. [1 - Services d'aide et de soins aux personnes prostituées]1
HOOFDSTUK 1. [1 - Algemene bepalingen]1
CHAPITRE Ier [1 - Dispositions générales]1
Art. 65/1. [1 Deze titel heeft als doel :
de diensten die hoofdzakelijk of uitsluitend bestemd zijn voor geprostitueerde personen te erkennen;
de in 1° bedoelde diensten en structuren onder de in artikel 65/10 bepaalde voorwaarden te subsidiëren.]1

Art. 65/1. [1 Le présent titre vise à :
agréer les services s'adressant principalement ou exclusivement aux personnes prostituées;
subventionner les services et les structures visés au 1° dans les conditions fixées à l'article 65/10.]1

Art. 65/2. [1 Voor de toepassing van deze titel wordt beschouwd als geprostitueerde persoon, elke meerderjarige persoon die zich prostitueert.]1
Art. 65/2. [1 Pour l'application du présent titre, est considérée comme personne qui se prostitue toute personne majeure qui connaît la prostitution.]1
Art. 65/3. [1 De diensten en de structuren bedoeld in deze titel dragen ten gunste van de in artikel 65/2 bedoelde personen bij tot de verwezenlijking van volgende doelstelling :
het sociaal isolement doorbreken;
een deelname aan het maatschappelijke, economische, politieke en culturele leven mogelijk maken, waarbij met name :
a) een vorming wordt gewaarborgd aan de personen die een prostitutienetwerk willen verlaten;
b) wanneer de voorwaarden zijn vervuld, een begeleiding wordt gewaarborgd met het oog op de socioprofessionele inschakeling van personen die de prostitutie willen verlaten,;
de sociale erkenning bevorderen via met name een begeleiding met het oog op de socioprofessionele inschakeling;
het welzijn en de leefkwaliteit verbeteren via met name een begeleiding met het oog op het zelfwaardegevoel;
de autonomie begunstigen;
aan de personen voorstellen om op aangepaste wijze gehoord en begeleid te worden;
de toegang tot de zorgen verbeteren en de risico's voor de overbrenging van seksueel overdraagbare aandoeningen en seksueel overdraagbare ziekten beperken, waarbij met name :
a) de preventieve opsporingen van ziektes worden gewaarborgd;
b) een sanitaire opvolging wordt gewaarborgd;
een huisvesting verzekeren aan de personen die een prostitutienetwerk willen verlaten.]1

Art. 65/3. [1 Les services et les structures visés par le présent titre contribuent, en faveur des personnes visées à l'article 65/2, à la réalisation des objectifs suivants :
rompre l'isolement social;
permettre une participation à la vie sociale, économique, politique et culturelle, notamment en :
a) assurant une formation aux personnes qui souhaitent quitter un réseau de prostitution;
b) assurant, lorsque les conditions sont réunies, un accompagnement visant à l'insertion socio-professionnelle des personnes qui souhaitent quitter la prostitution;
promouvoir la reconnaissance sociale, notamment en assurant un accompagnement visant à l'insertion sociale;
améliorer le bien-être et la qualité de la vie, notamment en assurant un accompagnement visant à l'estime de soi;
favoriser l'autonomie;
proposer une écoute et un accompagnement adaptés;
améliorer l'accès aux soins et réduire les risques de transmission des IST et MST, notamment en :
a) assurant les dépistages;
b) assurant un suivi sanitaire;
assurer un hébergement sûr aux personnes qui souhaitent quitter un réseau de prostitution.]1

HOOFDSTUK 2. [1 Zorg- en hulpverleningsdiensten voor geprostitueerde personen]1
CHAPITRE 2. [1 - Services d'aide et de soins aux personnes prostituées]1
Afdeling 1. [1 - Erkenning]1
Section 1re. [1 - Agrément]1
Onderafdeling 1. [1 - Voorwaarden]1
Sous-section 1re. [1 - Conditions]1
Art. 65/4. [1 De Regering erkent :
een zorg- en hulpverleningsdienst voor geprostitueerde personen per provincie van minder dan vierhonderdduizend inwoners met de mogelijkheid om een gedecentraliseerd steunpunt op te richten;
een zorg- en hulpverleningsdienst voor geprostitueerde personen per provincie tussen vierhonderdduizend en één inwoners en één miljoen inwoners met de mogelijkheid om twee gedecentraliseerde steunpunten op te richten;
twee zorg- en hulpverleningsdiensten voor geprostitueerde personen per provincie van meer dan één miljoen inwoners met de mogelijkheid om maximum vier gedecentraliseerde steunpunten op te richten.]1

Art. 65/4. [1 Le Gouvernement agrée :
un service d'aide et de soins aux personnes prostituées par province de moins de quatre cent mille habitants avec la possibilité de créer une antenne décentralisée;
un service d'aide et de soins aux personnes prostituées par province comptant entre quatre cent mille et un habitants et un million d'habitants avec la possibilité de créer deux antennes décentralisées;
deux services d'aide et de soins aux personnes prostituées par province de plus d'un million d'habitants avec la possibilité de créer quatre antennes décentralisées au maximum.]1

Art. 65/5. [1 De Regering erkent onder de benaming "zorg- en hulpverleningsdienst voor geprostitueerde personen" elke vereniging of instelling die de in artikel 65/3 bedoelde doelstellingen hebben.]1
Art. 65/5. [1 Le Gouvernement agrée, sous l'appellation " Service d'aide et de soins aux personnes prostituées ", toute association ou institution poursuivant les objectifs décrits à l'article 65/3.]1
Art. 65/6. [1 De zorg- en hulpverleningsdienst voor geprostitueerde personen voldoet aan de volgende voorwaarden :
georganiseerd worden door een vereniging zonder winstoogmerk die het vervullen van de opdracht bedoeld in artikel 65/3 als hoofddoel heeft, door een O.C.M.W., een vereniging bedoeld in hoofdstuk XII van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, een stad, een gemeente of een provincie;
zijn activiteitenzetel in het Waalse Gewest hebben;
doorgaans sinds minstens twee jaar te rekenen van de datum van de aanvraag tot erkenning acties bedoeld in artikel 65/3 tot stand brengen;
de steunacties voor personen die zich prostitueren, op regelmatige wijze uitvoeren;
steun verlenen aan de gerechtigden overeenkomstig het decreet van 6 november 2008 betreffende de bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie;
zich hoofdzakelijk of uitsluitend richten tot de personen bedoeld in artikel 65/2;
samenwerkingsverbanden tot stand brengen en in een samenwerkingsverband handelen met de diensten en instellingen die noodzakelijk zijn voor de volbrenging van de opdrachten en zich in de bestaande sociale en sanitaire netwerken integreren;
het handvest van een sociaal contactpunt daar waar het bestaat, ondertekenen;
zich ertoe verbinden het bestuur in te lichten over elke wijziging in het statuut en in de samenstelling van het personeel, in de functies of het statuut van het personeel.]1

Art. 65/6. [1 Le service d'aide et de soins aux personnes qui se prostituent répond aux conditions suivantes :
être organisé par une association sans but lucratif qui a pour principal objet l'accomplissement de la mission définie à l'article 65/3, un centre public d'action sociale, une association visée au chapitre XII de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'action sociale, une ville, une commune ou une province;
avoir le siège de ses activités en Région wallonne;
mener, à titre habituel, des actions visées à l'article 65/3 depuis au moins deux ans à compter de la date de la demande d'agrément;
accomplir de manière régulière les actions d'aide aux personnes qui se prostituent;
assurer l'aide aux bénéficiaires conformément au décret du 6 novembre 2008 relatif à la lutte contre certaines formes de discrimination;
s'adresser principalement ou exclusivement aux personnes visées à l'article 65/2;
établir des collaborations, travailler en partenariat avec les services et institutions nécessaires à l'accomplissement de ses missions et s'insérer dans les réseaux sociaux et sanitaires existants;
signer la charte d'un relais social là où il existe;
s'engager à informer l'administration de toute modification intervenue dans ses statuts ainsi que dans la composition, les fonctions ou le statut du personnel.]1

Onderafdeling 2. [1 - Procedure]1
Sous-section 2. [1 - Procédure]1
Art. 65/7. [1 De aanvrager dient zijn erkenningsaanvraag bij de Regering in.
De Regering bepaalt de inhoud van het dossier voor de erkenningsaanvraag. Ze kan volgens door haar bepaalde vormen een informaticadrager opleggen. Dat dossier omvat minstens :
de taakomschrijving van de aanvrager;
een project waarin de door de aanvrager gevoerde of voorziene acties worden omschreven.
Wat punt 2° betreft, bepaalt de Regering de inhoud en de mededelingsmodaliteiten van het project.]1

Art. 65/7. [1 Le demandeur introduit sa demande d'agrément auprès du Gouvernement.
Le Gouvernement détermine le contenu du dossier de demande d'agrément. Il peut imposer un support informatique selon les formes qu'il détermine. Ce dossier comporte au minimum :
la description des tâches assumées par le demandeur;
un projet décrivant les actions menées ou prévues par le demandeur.
En ce qui concerne le point 2°, le Gouvernement fixe le contenu et les modalités de communication du projet.]1

Art. 65/8. [1 De erkenning wordt voor een onbepaalde duur verleend.
De erkenning kan worden ingetrokken wanneer de bepalingen van deze titel of de bepalingen die krachtens deze titel worden uitgevaardigd, niet in acht worden genomen.
De zorg- en hulpverleningsdienst voor geprostitueerde personen, waarvan de erkenningsaanvraag geweigerd is of waarvan de erkenning is ingetrokken, mag tijdens het jaar volgend op de beslissing tot weigering of intrekking van de erkenning geen nieuwe erkenningsaanvraag indienen.]1

Art. 65/8. [1 L'agrément est accordé pour une durée indéterminée.
L'agrément est retiré pour cause d'inobservation des dispositions du présent titre ou des dispositions fixées en vertu de celui-ci.
Le service d'aide et de soins aux personnes prostituées, dont la demande d'agrément a été refusée ou dont l'agrément a été retiré ne peut pas introduire une nouvelle demande d'agrément pendant l'année suivant la décision de refus ou de retrait d'agrément.]1

Art. 65/9. [1 De Regering bepaalt de procedure tot toekenning en tot intrekking van de erkenning.]1
Art. 65/9. [1 Le Gouvernement fixe la procédure d'octroi et de retrait de l'agrément.]1
Afdeling 2. [1 - Subsidiëring]1
Section 2. [1 - Subventionnement ]1
Art. 65/10. [1 Binnen de perken van de begrotingskredieten en volgens de door haar bepaalde criteria en modaliteiten verleent de Regering aan de erkende zorg- en hulpverleningsdiensten voor geprostitueerde personen een jaarlijkse subsidie ter dekking van de werkings- en/of personeelskosten.]1
Art. 65/10. [1 Dans la limite des crédits budgétaires et selon les critères et modalités qu'il détermine, le Gouvernement octroie aux services agréés d'aide et de soins aux personnes prostituées, une subvention annuelle destinée à couvrir des frais de fonctionnement et/ou de personnel.]1
Afdeling 3. [1 - Vrijwillerswerk]1
Section 3. [1 - Volontariat ]1
Art. 65/11. [1 De diensten voor sociale insluiting en de sociale contactpunten, de zorg- en hulpverleningsdiensten voor geprostitueerde personen, die erkend zijn krachtens deze titel en die een beroep doen op vrijwillige medewerkers die helpen bij de volbrenging van één of verschillende van hun opdrachten dienen :
zorgen ervoor dat hen een functie wordt toegewezen die verband houdt met hun bekwaamheden, hun beroepsopleiding of hun ervaring;
begeleiden hun activiteiten door beroepsmensen.
De Regering bepaalt de wijze van toepassing van dit artikel.]1

Art. 65/11. [1 Les services d'insertion sociale, les relais sociaux, les services d'aide et de soins aux personnes prostituées, agréés ou reconnus en vertu du présent titre qui font appel au concours de collaborateurs volontaires pour aider à l'accomplissement d'une ou plusieurs de leurs missions :
veillent à leur donner une fonction en relation avec leur compétence, leur formation professionnelle ou leur expérience;
encadrent leurs activités par un travailleur professionnel.
Le Gouvernement détermine les modalités d'application du présent article.]1

Afdeling 4. [1 - Sancties]1
Section 4. [1 - Sanctions ]1
Art. 65/12. [1 Elke persoon die een vereniging of een dienst leidt dan wel organiseert die de benaming gebruikt "Zorg- en hulpverleningsdienst voor geprostitueerde personen" zonder erkend te zijn krachtens deze titel wordt bestraft met een geldboete van 100 tot 1.000 euro.
Elke persoon die een zorg- en hulpverleningsdienst voor geprostitueerde personen leidt die zich verzet tegen een bestuurscontrole wordt bestraft met een geldboete van 100 tot 1.000 euro.]1

Art. 65/12. [1 Toute personne dirigeant ou organisant une association ou un service qui utilise l'appellation " Service d'aide et de soins aux personnes prostituées ", sans avoir obtenu un agrément ou une reconnaissance en vertu du présent titre est punie d'une amende de 100 à 1.000 euros.
Toute personne dirigeant un service d'aide et de soins aux personnes prostituées qui s'oppose au contrôle de l'administration est punie d'une amende de 100 à 1.000 euros.]1

TITEL II. - Opvang, huisvesting en begeleiding van in sociale moeilijkheden verkerende personen
TITRE II. - Accueil, hébergement et accompagnement des personnes en difficultés sociales
HOOFDSTUK I. - Definities en opdrachten
CHAPITRE Ier. - Définitions et missions
Afdeling 1. - Definities
Section 1re. - Définitions
Art. 66. In de zin van deze titel wordt verstaan onder :
opvangtehuizen : elke inrichting die een huisvestingscapaciteit voor minstens tien in sociale moeilijkheden verkerende personen biedt en doorgaans de opdrachten bedoeld in artikel 67 vervult, met uitsluiting van de diensten of inrichtingen die ressorteren onder een specifieke regelgeving inzake het verschaffen van een onderkomen en huisvesting, die een therapeutische begeleiding als doel hebben, tijdelijk opgericht worden om het hoofd te bieden aan uitzonderlijke gebeurtenissen of opvanginitiatieven vormen uitgaande van een Ocmw overeenkomstig het ministerieel besluit van 18 oktober 2002 tot regeling van de terugbetaling door het Federaal Agentschap voor de Opvang van Asielzoekers van de kosten van de materiële hulp door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn toegekend aan een behoeftige asielzoeker gehuisvest in een plaatselijk opvanginitiatief;
gemeenschapshuis : elke inrichting die een huisvestingscapaciteit voor minstens vier in sociale moeilijkheden verkerende personen biedt en doorgaans de opdrachten bedoeld in artikel 68 vervult, met uitsluiting van de diensten of inrichtingen die ressorteren onder een specifieke regelgeving inzake onderkomen en huisvesting, die een therapeutische begeleiding als doel hebben, tijdelijk opgericht worden om het hoofd te bieden aan uitzonderlijke gebeurtenissen of opvanginitiatieven vormen uitgaande van een Ocmw overeenkomstig het ministerieel besluit van 18 oktober 2002 tot regeling van de terugbetaling door het Federaal Agentschap voor de Opvang van Asielzoekers van de kosten van de materiële hulp door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn toegekend aan een behoeftige asielzoeker gehuisvest in een plaatselijk opvanginitiatief;
nachtasiel : elke inrichting die een huisvestingscapaciteit voor minstens vier in sociale moeilijkheden verkerende personen biedt en doorgaans de opdrachten bedoeld in artikel 69 vervult, met uitsluiting van de diensten of inrichtingen die ressorteren onder een specifieke regelgeving inzake onderkomen of tijdelijk opgericht worden om het hoofd te bieden aan uitzonderlijke gebeurtenissen
[2 post-huisvesting: elke actie die erop gericht is personen die voordien in een opvangtehuis gehuisvest waren, te helpen zich te vestigen in of te blijven wonen in een woning of, bij gebrek daaraan, een geschikte plaats om te wonen, en dit zo lang als nodig is;]2
in sociale moeilijkheden verkerende persoon : de meerderjarigen, de ontvoogde minderjarigen, de minderjarige vaders, de minderjarige moeders en de zwangere minderjarigen, gekenmerkt door een broos psychosociaal of materieel bestaan, en die onmogelijk zelfstandig kunnen leven, evenals de kinderen die met hen samenleven;
[2 ...]2
werkingstitel : een erkenning[2 ...]2 of een beginselakkoord;
[2 collectieve uitrustingen: een keuken, een gemeenschappelijke woonkamer of salon die voor de ondergebrachte personen die dat wensen, een plaats van ontmoeting en samenwoning vormen en een plaats voor de organisatie van individuele gesprekken. In opvangtehuizen met meerdere verblijfslocaties, beschikt ten minste één van de gebouwen onder beheer over een collectieve uitrusting die toegankelijk is voor de ondergebrachte personen van de andere verblijfslocaties;]2
ondergebrachte personen : de in sociale moeiljkheden verkerende personen die in een inrichting bedoeld onder 1°, 2°, 3° en 4° verblijven;
10° gerechtigden : de personen [1 die in rekening worden gebracht]1 bij de berekening van de bezettingsgraad van de inrichtingen bedoeld onder 1° en 2° ;
11° directeur : de verantwoordelijke voor het dagelijks bestuur;
12° collectief begeleidingsproject : alle doelstellingen en middelen die door een opvangtehuis of een gemeenschapshuis omschreven worden voor het volbrengen van de opdrachten bedoeld in artikel 67 of 68;
13° geïndividualiseerd begeleidingsproject : alle doelstellingen en middelen die in een aansluitingscontract omschreven worden tussen het opvangtehuis of het gemeenschapshuis, de ondergebrachte persoon en, in voorkomend geval, een externe maatschappelijk interveniënt, om een dynamisch socialiseringsproces op te starten en een reeks instrumenten tot stand te brengen die de ondergebrachte persoon opnieuw zelfstandig helpen te leven;
14° collectief project ter verschaffing van een onderkomen : alle doelstellingen middelen die omschreven worden door een nachtasiel om de opdrachten bedoeld in artikel 69 te volbrengen;
15° bezettingsgraad : het maandgemiddelde, vastgesteld over een door de regering vastgestelde periode, van de nachten waarin de gerechtigden in de inrichtingen bedoeld onder 1° en 2° aanwezig zijn.
Art. 66. Au sens du présent titre, on entend par :
maisons d'accueil : tout établissement offrant une capacité d'hébergement d'au moins dix [2 personnes en difficulté sociale]2 et assurant, à titre habituel, les missions visées à l'article 67, à l'exclusion des services ou institutions qui relèvent d'une réglementation spécifique en matière d'hébergement ou de logement, ont pour objectif une prise en charge thérapeutique, sont temporairement créés pour répondre à des événements de nature exceptionnelle ou constituent des initiatives d'accueil développées par un centre public d'action sociale en application de l'arrêté ministériel du 18 octobre 2002 réglant le remboursement par l'Agence fédérale d'accueil des demandeurs d'asile des frais relatifs à l'aide matérielle accordée par les centres publics d'action sociale à un demandeur d'asile indigent hébergé dans une initiative locale d'accueil;
maisons de vie communautaire : tout établissement offrant une capacité d'hébergement d'au moins quatre [2 personnes en difficulté sociale]2 et assurant, à titre habituel, les missions visées à l'article 68, à l'exclusion des services ou institutions qui relèvent d'une réglementation spécifique en matière d'hébergement ou de logement, ont pour objectif une prise en charge thérapeutique ou constituent des initiatives d'accueil développées par un centre public d'action sociale en application de l'arrêté ministériel du 18 octobre 2002 réglant le remboursement par l'Agence fédérale d'accueil des demandeurs d'asile des frais relatifs à l'aide matérielle accordée par les centres publics d'action sociale à un demandeur d'asile indigent hébergé dans une initiative locale d'accueil;
abris de nuit : tout établissement offrant une capacité d'hébergement d'au moins quatre [2 personnes en difficulté sociale]2 et assurant la mission visée à l'article 69, à l'exclusion des services ou institutions qui relèvent d'une réglementation spécifique en matière d'hébergement ou sont créés temporairement pour répondre à des événements de nature exceptionnelle;
[2 post-hébergement : toute démarche qui vise l'installation ou le maintien dans un logement ou, à défaut, dans un lieu de vie adapté, des personnes préalablement hébergées en maison d'accueil, le temps nécessaire;]2
[2 personnes en difficulté sociale]2 : les majeurs, les mineurs émancipés, les pères mineurs, les mères mineures et les mineures enceintes, caractérisés par une fragilité psychosociale ou matérielle, et se trouvant dans l'incapacité de vivre de manière autonome, ainsi que les enfants qui les accompagnent;
[2 ...]2;
titre de fonctionnement : un agrément[2 ...]2 ou un accord de principe;
[2 équipements collectifs : une cuisine, une salle à manger ou un salon commun constituant, pour les hébergés qui le souhaitent, un lieu de rencontre et de convivialité et un lieu permettant l'organisation d'entretiens individuels. Pour les maisons d'accueil bénéficiant de plusieurs sites d'hébergement, un des bâtiments en gestion bénéficie au moins d'un équipement collectif, accessible pour les hébergés des autres sites d'hébergement;]2
hébergés : les [2 personnes en difficulté sociale]2 qui séjournent dans un établissement visé aux 1°, 2°, 3° et 4° ;
10° bénéficiaires : les personnes qui [1 sont prises en compte]1 dans la détermination du taux d'occupation des établissements visés aux 1° et 2° ;
11° directeur : la personne responsable de la gestion journalière;
12° projet d'accompagnement collectif : l'ensemble des objectifs et moyens définis par une maison d'accueil ou une maison de vie communautaire pour l'accomplissement des missions visées à l'article 67 ou 68;
13° projet d'accompagnement individualisé : l'ensemble des objectifs et moyens définis dans un contrat d'adhésion entre la maison d'accueil ou la maison de vie communautaire, l'hébergé et, le cas échéant, un intervenant social extérieur, afin de mettre en place une dynamique de socialisation et de développer une série d'outils indispensables pour permettre à l'hébergé de vivre de manière autonome;
14° projet d'hébergement collectif : l'ensemble des objectifs et moyens définis par un abri de nuit pour l'accomplissement des missions visées à l'article 69;
15° taux d'occupation : la moyenne mensuelle, établie sur une période fixée par le Gouvernement, des nuits de présence des bénéficiaires dans les établissements visés aux 1° et 2°.
Afdeling 2. - Opdrachten
Section 2. - Missions
Art. 67. De opvangtehuizen hebben als doel in de opvang, in het in de tijd beperkte verschaffen van een onderkomen in een structuur met collectoeve uitrustingen, [1 evenals in een multidisciplinaire aangepaste begeleiding te voorzien ten aanzien van de in sociale moeilijkheden verkerende personen, om ze te helpen bij het verwerven of opnieuw verwerven van hun zelfstandigheid, alsook een opvolging na het onderbrengen.]1
Art. 67. Les maisons d'accueil ont pour mission d'assurer aux [1 personnes en difficulté sociale]1 un accueil, un hébergement limité dans le temps dans une structure dotée d'équipements collectifs, [1 un accompagnement pluridisciplinaire adapté, afin de les soutenir dans l'acquisition ou la récupération de leur autonomie, ainsi qu'un suivi post-hébergement.]1
Art. 68. De gemeenschapshuizen hebben als doel de in sociale moeilijkheden verkerende personen die voorheen in een opvangtehuis of in een structuur verbleven met hetzelfde doel en erkend door de Vlaamse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, de Franse Gemeenschapscommissie of een publieke overheid van een buurtstaat, een onderkomen van lange duur in een structuur met collectieve uitrustingen aan te bieden, [1 evenals een multidisciplinaire aangepaste begeleiding]1 om ze te helpen bij het verwerven of opnieuw verwerven van hun zelfstandigheid.
Art. 68. Les maisons de vie communautaire ont pour mission d'assurer aux [1 personnes en difficulté sociale]1 ayant séjourné préalablement en maison d'accueil ou dans une structure exerçant la même mission et agréée par la Communauté flamande, la Communauté germanophone, la Commission communautaire commune, la Commission communautaire française ou une autorité publique d'un Etat limitrophe, un hébergement de longue durée dans une structure dotée d'équipements collectifs [1 ainsi qu'un accompagnement pluridisciplinaire adapté]1 afin de les soutenir dans l'acquisition ou la récupération de leur autonomie.
Art. 69. [1 Onder voorbehoud van de uitzonderingen bedoeld in artikel 104, hebben de nachtasielen als doel de in sociale moeilijkheden verkerende personen die geen woning hebben, in geval van dringende hulp onvoorwaardelijk een collectief nachtelijk onderkomen te verschaffen. Hun taak is een band op te bouwen met het publiek door de opvang en noodhuisvesting met het oog op het initiëren van een proces van herinschakeling. Waar mogelijk geven ze informatie en verwijzen ze mensen door naar diensten die hen kunnen helpen met hun problemen.
De in het eerste lid 1 bedoelde huisvesting kan door middel van een overeenkomst worden gerealiseerd door middel van krachtens deze Titel erkende installaties.]1

Art. 69. [1 Sous réserve des exceptions prévues à l'article 104, les abris de nuit ont pour mission d'assurer inconditionnellement, aux personnes en difficulté sociale dépourvues de logement, un hébergement collectif d'urgence pour la nuit. Ils ont pour mission de tisser, par l'accueil et l'hébergement en urgence, un lien avec le public en vue d'enclencher un processus de réinsertion. Ils informent et orientent, dans la mesure du possible, les personnes vers les services pouvant répondre à leurs difficultés.
L'hébergement visé à l'alinéa 1er peut être assuré par des structures agréées dans le cadre du présent Titre, par le biais d'une convention.]1

Art. 70.
Art. 70.
HOOFDSTUK II. - Werkingsvergunningen
CHAPITRE II. - Titres de fonctionnement
Afdeling 1. - Algemeen beginsel
Section 1re. - Principe général
Art. 71. [1 Opvangtehuizen en gemeenschapshuizen kunnen niet uitgebaat worden zonder een door de Regering verleende erkenning.
Nachtasielen kunnen niet worden uitgebaat zonder een door de Regering verleende erkenning of beginselakkoord.]1

Art. 71. [1 Les maisons d'accueil et les maisons de vie communautaire ne peuvent pas être exploitées sans un agrément délivré par le Gouvernement.
Les abris de nuit ne peuvent pas être exploités sans un agrément ou un accord de principe délivré par le Gouvernement.]1

Afdeling 2. - Erkenning
Section 2. - Agrément
Onderafdeling 1. - Voorwaarden
Sous-section 1re. - Conditions
Art. 72. Om erkend te worden, dienen de opvangtehuizen, [2 de gemeenschapshuizen en de nachtasielen]2 aan volgende voorwaarden te voldoen :
hun bedrijfszetel(s) in het Waalse Gewest hebben;
hun opdrachten vervullen zonder ten aanzien van de in sociale moeilijkheden verkerende personen een onderscheid te maken in nationaliteit, geloof, opinie of sexuele geaardheid, en met respect voor de ideologische, filosofische of geloofsovertuigingen van de belanghebbenden;
een directeur hebben die houder is van [1 een uittreksel uit het strafregister van het model bedoeld in artikel 595 van het Wetboek van strafvordering, vrij van veroordelingen tot correctionele straffen die onverenigbaar zijn met het ambt of tot criminele straffen]1.
[2 4° onverminderd de voorschriften die de vennootschappen en verenigingen regelen, mag het bestuursorgaan niet samengesteld zijn:
a) uit personen van hetzelfde gezin, echtgenoten, wettelijke samenwonenden en bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad, waarvan het aantal voor elk gezin hoger is dan een derde van het totaal aantal leden van het bestuursorgaan;
b) uit personeelsleden die een derde vertegenwoordigen van het totale aantal leden van het bestuursorgaan, met dien verstande dat de directeur met raadgevende stem moet kunnen deelnemen aan alle vergaderingen van het bestuursorgaan die betrekking hebben op de organisatie van de instelling, behalve op agendapunten waarbij sprake is van een belangenconflict.]2

Art. 72. Pour être agréés, les maisons d'accueil, [2 les maisons de vie communautaire et les abris de nuit]2 doivent répondre aux conditions suivantes :
avoir leur(s) siège(s) d'activités en Région wallonne;
exercer leurs missions sans opérer, à l'égard des [2 personnes en difficulté sociale]2, de distinction de nationalité, de croyance, d'opinion ou d'orientation sexuelle, et dans le respect des convictions idéologiques, philosophiques ou religieuses des intéressés;
avoir un directeur titulaire d'[1 un extrait de casier judiciaire du modèle visé à l'article 595 du Code d'instruction criminelle, exempt de condamnations à des peines correctionnelles incompatibles avec la fonction ou criminelles]1.
[2 4° sans préjudice des dispositions qui régissent les sociétés et associations, ne pas comporter dans l'organe d'administration :
a) des personnes appartenant à la même famille, conjoint, cohabitants légaux et parents ou alliés jusqu'au deuxième degré inclusivement, en nombre supérieur, pour chaque famille, au tiers du nombre total des membres composant l'organe d'administration;
b) des personnes faisant partie du personnel au tiers du nombre total des membres composant l'organe d'administration, le directeur devant toutefois pouvoir assister, avec voix consultative, à toutes les réunions de l'organe d'administration relatives à l'organisation de l'institution, sauf sur des points à l'ordre du jour où il existe un conflit d'intérêt.]2

Art. 73. Naast de voowaarden bedoeld in artikel 72 moeten de opvangtehuizen, om erkend te worden, aan de volgende voorwaarden voldoen :
georganiseerd zijn door een publiekrechtelijke rechtspersoon, een vereniging zonder winstoogmerk of een stichting;
over een huisvestingscapaciteit beschikken voor minstens tien in sociale moeilijkheden verkerende personen;
over een collectief begeleidingsproject beschikken;
met de professionele sector of de diensten die noodzakelijk zijn voor het volbrengen van hun opdrachten, over overeenkomsten beschikken waarin de verbintenissen van bedoelde sector en diensten omschreven zijn wat betreft de maatschappelijke, financiële en bestuurlijke begeleiding van de ondergebrachte personen;
over overeenkomsten beschikken waarin vastgesteld wordt dat ze in staat zijn om in geval van nood een beroep te doen op de professionele sector of de diensten die actief zijn op psychologisch of medisch gebied;
[1 5°/1 samenwerkingen organiseren met diensten uit de huisvestingssector met het oog op het vergemakkelijken van de uitstroom uit het opvangtehuis naar een aangepaste woning en het garanderen van een duurzame integratie daarin;]1
van de ondergebrachte personen, met uitzondering van diegenen die door een gerechtelijke overheid zijn of een dienst voor jeugdzorg met overname van de kosten geplaatst zijn, een financiële bijdrage vragen;
de financiële bijdrage mag niet meer bedragen dan twee derde van de bestaansmiddelen van de ondergebrachte persoon en hangt van de aangeboden dienstverlening af;
de ondergebrachte personen niet verplichten om deel te nemen aan de bedrijfsactiviteiten die zij zelf rechtstreeks organiseren.
Art. 73. Outre les conditions visées à l'article 72, les maisons d'accueil doivent, pour être agréées, répondre aux conditions suivantes :
être organisées par une personne morale de droit public, une association sans but lucratif ou une fondation;
disposer d'une capacité d'hébergement d'au moins dix [1 personnes en difficulté sociale]1;
disposer d'un projet d'accompagnement collectif;
disposer, avec les professionnels ou les services nécessaires à l'accomplissement de leurs missions, de conventions définissant les engagements de ceux-ci en matière d'accompagnement social, financier et administratif des hébergés;
disposer de conventions établissant qu'elles sont en mesure de faire appel, en cas de besoin, à des professionnels ou des services actifs en matière psychologique ou médicale;
[1 5°/1 organiser des collaborations avec les services relevant du secteur du logement dans l'optique de faciliter la sortie de la maison d'accueil vers un logement adapté et de garantir une insertion durable dans celui- ci;]1
demander aux hébergés, à l'exception de ceux placés avec frais par une autorité judiciaire ou un service de l'aide à la jeunesse, une participation financière;
la participation financière ne peut dépasser les deux tiers des ressources de l'hébergé et est fonction des services offerts;
ne pas imposer aux hébergés la participation à des activités économiques organisées directement par elles-mêmes.
Art. 74. Naast de voorwaarden bedoeld in artikel 72 moeten de gemeenschapshuizen, om erkend te worden, aan de volgende voorwaarden voldoen :
georganiseerd zijn door een publiekrechtelijke rechtspersoon, een vereniging zonder winstoogmerk of een stichting;
over een huisvestingscapaciteit beschikken voor minstens vier in sociale moeilijkheden verkerende personen;
over een collectief begeleidingsproject beschikken;
met de professionele sector of de diensten die noodzakelijk zijn voor het volbrengen van hun opdrachten, over overeenkomsten beschikken waarin de verbintenissen van bedoelde sector en diensten omschreven zijn wat betreft de maatschappelijke, financiële en bestuurlijke begeleiding van de ondergebrachte personen;
over overeenkomsten beschikken waarin vastgesteld wordt dat ze in staat zijn om in geval van nood een beroep te doen op de professionele sector of de diensten die actief zijn op psychologisch of medisch gebied;
van de ondergebrachte personen een financiële bijdrage vragen die niet meer mag bedragen dan twee derde van de bestaansmiddelen van de ondergebrachte persoon;
de financiële bijdrage hangt van de aangeboden dienstverlening af;
een register houden waarin de adresgegevens van het opvangtehuis of de structuur die dezelfde opdracht vervult en erkend is door de andere publieke overheden waarvan de ondergebrachte persoon afkomstig is, vermeld zijn.
[1 9° de ondergebrachte personen niet verplichten om deel te nemen aan de bedrijfsactiviteiten die zij zelf rechtstreeks organiseren.]1
Art. 74. Outre les conditions visées à l'article 72, les maisons de vie communautaire doivent, pour être agréées, répondre aux conditions suivantes :
être organisées par une personne morale de droit public, une association sans but lucratif ou une fondation;
disposer d'une capacité d'hébergement d'au moins quatre [1 personnes en difficulté sociale]1;
disposer d'un projet d'accompagnement collectif;
disposer, avec les professionnels ou les services nécessaires à l'accomplissement de leurs missions, notamment les maisons d'accueil, de conventions définissant les engagements de ceux-ci en matière d'accompagnement social, financier et administratif des hébergés;
disposer de conventions établissant qu'elles sont en mesure de faire appel, en cas de besoin, à des professionnels ou des services actifs en matière psychologique ou médicale;
demander aux hébergés une participation financière ne pouvant pas dépasser les deux tiers de leurs ressources;
la participation financière est fonction des services offerts;
tenir un registre reprenant les coordonnées de la maison d'accueil ou de la structure exerçant la même mission et agréée par les autres autorités publiques d'où provient l'hébergé.
[1 9° ne pas imposer aux hébergés la participation à des activités économiques organisées directement par elles-mêmes.]1
Art. 75. Naast de voorwaarden bedoeld in artikel 72 moeten de nachtasielen, om erkend te worden, aan de volgende voorwaarden voldoen :
georganiseerd zijn door een publiekrechtelijke rechtspersoon, een vereniging zonder winstoogmerk of een stichting;
[1 minstens acht maanden per jaar geopend zijn met een openingsverplichting]1 :
a. van 1 november tot en met [1 31 maart]1;
b. van 22 uur tot 7 uur;
[2 ...]2
over een huisvestingscapaciteit beschikken voor minstens vier in sociale moeilijkheden verkerende personen;
over een collectief begeleidingsproject beschikken;
over overeenkomsten beschikken met één of meerdere opvangtehuizen waarin de modaliteiten voor hun doorverwijzing en overname omschreven worden;
[2 6°/1 over samenwerkingsovereenkomsten beschikken met één of meer dagcentra met het oog op de coördinatie van hun acties om de continuïteit van de zorg voor de doelgroep te handhaven;]2
indien er in de gemeente van hun bedrijfszetel een sociaal contactpunt als bedoeld in het decreet van 17 juli 2003 betreffende de sociale insluiting bestaat of, bij ontstentenis, een dienst belast met het beheer van een dienst dringende maatschappelijke hulpverlening, over overeenkomsten beschikken waarin de modaliteiten voor de opvang en de overname van de in sociale moeilijkheden verkerende personen worden omschreven;
geen financiële bijdrage van de ondergebrachte personen eisen.
Art. 75. Outre les conditions visées à l'article 72, les abris de nuit doivent, pour être agréés, répondre aux conditions suivantes :
être organisés par une personne morale de droit public, une association sans but lucratif ou une fondation;
être ouverts au minimum [1 huit mois par an avec une obligation d'ouverture]1:
a) du 1er novembre au [1 31 mars]1;
b) de 22 heures à 7 heures;
[2 ...]2
disposer d'une capacité d'hébergement d'au moins quatre [2 personnes en difficulté sociale]2;
disposer d'un projet d'hébergement collectif;
disposer de conventions avec une ou plusieurs maisons d'accueil, définissant les modalités d'orientation des hébergés vers celles-ci ainsi que les modalités de leur prise en charge;
[2 6°/1 disposer de conventions avec un ou plusieurs accueils de jour dans l'optique de coordonner leurs actions dans le but de maintenir la continuité de la prise en charge du public cible;]2
disposer, s'il existe dans la commune de leur siège d'activités un relais social tel que visé par le titre 1er du livre 1er de la deuxième partie du Code ou, à défaut, un service chargé de la gestion de l'urgence sociale, de conventions avec ceux-ci, définissant les modalités de l'accueil et de la prise en charge des [2 personnes en difficulté sociale]2;
ne pas réclamer de participation financière aux hébergés.
Art. 76.
Art. 76.
Art. 77. De Regering bepaalt :
de modaliteiten voor de uitwerking en de evaluatie [1 n de inhoud en de modaliteiten voor de mededeling van het collectieve begeleidingsproject]1 bedoeld in de artikelen 73, 3° en 74, 3° ;
[1 ...]1 de modaliteiten voor de evaluatie van het collectief huisvestingsproject bedoeld in artikel 75, 5° ;
de diensten die in rekening worden gebracht voor de berekening van de financiële participatie bedoeld in de artikelen 73, 6° [2 en]2 74, 6° [2 ...]2, alsook hun prijs;
de bestaansmiddelen die in overweging worden genomen voor de toepassing van de artikelen 73, 6° [2 en]2 74, 6° [2 ...]2.
[2 Collectief begeleidingsproject en collectief huisvestingsproject:
onderscheiden elke andere eventuele activiteit die op dezelfde locatie wordt georganiseerd;
bepalen de specifieke aard van de begeleiding en huisvesting voor vrouwen of mannen;
geven informatie over de voorwaarden van de toegankelijkheid voor personen met een handicap of verlies van autonomie;
omvatten een onderdeel gewijd aan het risicobeheer bij het optreden van onvoorziene gebeurtenissen om te anticiperen op de gevolgen ervan en zo het welzijn en de gezondheid van de ondergebrachte personen te beschermen;
geven informatie over de voorwaarden voor de toegankelijkheid van huisdieren.]2

Art. 77. Le Gouvernement détermine :
les modalités d'élaboration et d'évaluation [1 ainsi que le contenu et les modalités de communication du projet d'accompagnement collectif]1 visé aux articles 73, 3° et 74, 3° ;
[1 ...]1 les modalités d'évaluation du projet d'hébergement collectif visé à l'article 75, 5° ;
les services pris en compte pour le calcul de la participation financière visée aux articles 73, 6° [2 et]2 74, 6° [2 ...]2, ainsi que leur prix;
les ressources à prendre en considération pour l'application des articles 73, 6° [2 et]2 74, 6° [2 ...]2.
[2 Le projet d'accompagnement collectif et le projet d'hébergement collectif :
différencient toute autre activité éventuelle organisée sur le même lieu;
précisent la spécificité de l'accompagnement et de l'hébergement proposés aux femmes ou aux hommes;
renseignent les modalités d'accessibilité aux personnes en situation de handicap ou en perte d'autonomie;
comprennent un volet dédié à la gestion des risques en cas de survenance d'évènements imprévisibles afin d'anticiper leurs conséquences et ainsi préserver le bien-être et la santé des hébergés;
renseignent les modalités d'accessibilité aux animaux de compagnie.]2

Art. 78. De Regering bepaalt voor [1 vervangen door de woorden "een gemeenschapshuis of een nachtasiel]1 de erkenningsvoorwaarden met betrekking tot de lokalen en de veiligheid.
De Regering bepaalt voor de opvangtehuizen en de gemeenschapshuizen de erkenningsvoorwaarden met betrekking tot de uitrustingen en het personeel.
De Regering kan voor de nachtasielen de erkenningsvoorwaarden bepalen met betrekking tot de lokalen, de veiligheid, de uitrustingen en het personeel.
Art. 78. Le Gouvernement détermine pour [1 les maisons d'accueil et les maisons de vie communautaire]1 les conditions d'agrément relatives aux locaux et à la sécurité.
Le Gouvernement détermine pour les maisons d'accueil et les maisons de vie communautaire les conditions d'agrément relatives aux équipements et au personnel.
Le Gouvernement peut déterminer pour les abris de nuit les conditions d'agrément relatives aux locaux, à la sécurité, aux équipements et au personnel.
Art. 79. De Regering bepaalt de procedures voor de verlenging, de hernieuwing, de opschorting, de beperking en de intrekking van de erkenning
Art. 79. Le Gouvernement fixe les procédures d'octroi, de modification, de suspension, de réduction et de retrait de l'agrément
Onderafdeling 2. - Procedure
Sous-section 2. - Procédure
Art. 80. De erkenningsaanvraag voor een opvangtehuis, [2 een gemeenschapshuis of een nachtasiel]2 wordt bij de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 ingediend.
Art. 80. La demande d'agrément d'une maison d'accueil, [2 d'une maison de vie communautaire ou d'un abri de nuit]2 est introduite auprès du Gouvernement [1 ou son délégué]1.
Art. 81. De Regering bepaalt de inhoud van het dossier voor de erkenningsaanvraag van de opvangtehuizen en de gemeenschapshuizen. In dat dossier worden minstens vermeld :
de identiteit van de inrichtende macht, diens adres en, indien de inrichtende macht een vereniging zonder winstoogmerk of een stichting is, de statuten ervan en hun eventuele in het Belgisch Staatsblad verschenen wijzigingen, evenals het identificatienummer in het Register der rechtspersonen;
de naam en de kwalificaties van de directeur en de personeelsleden, evenals een omschrijving van hun functies en, in voorkomend geval, een afschrift van hun diploma's;
het totale aantal personen die in aanmerking kunnen komen voor de door de inrichtende macht van de inrichting aangeboden dienstverlening, op ongeacht welke titel;
het aantal ondergebrachte personen waarvoor de erkenning is aangevraagd;
een plattegrond van de gebouwen met vermelding van de bestemming der lokalen;
een veiligheidsattest afgeleverd sinds minder dan één jaar door de burgemeester;
het huishoudelijk reglement met omschrijving van de rechten en de plichten van de ondergebrachte personen, de directeur en de inrichtende macht;
het collectieve begeleidingsproject;
de overeenkomsten bedoeld in de artikelen 73, 4° en 5°, 74, 4° en 5°.
Wat betreft de opvangtehuizen, bevat het aanvraagdossier daarnaast de vermelding van de specifieke acties bedoeld in artikel 115, tweede lid, die het opvangtehuis tot stand zou kunnen brengen ten gunste van de ondergebrachte personen.
Art. 81. Le Gouvernement détermine le contenu du dossier de demande d'agrément des maisons d'accueil et des maisons de vie communautaire. Ce dossier comporte au moins :
l'identité du pouvoir organisateur, son adresse et, si le pouvoir organisateur est une association sans but lucratif ou une fondation, les statuts de celles-ci et leurs éventuelles modifications parus au Moniteur belge, ainsi que leur numéro d'identification au registre des personnes morales;
le nom et les qualifications du directeur et des membres du personnel, ainsi qu'une description de leurs fonctions et, s'il échet, une copie de leurs diplômes;
le nombre total de personnes pouvant bénéficier des services offerts par le pouvoir organisateur de l'établissement, à quelque titre que ce soit;
le nombre d'hébergés pour lequel l'agrément est demandé;
un plan de l'établissement indiquant la destination des lieux;
une attestation de sécurité délivrée depuis moins d'un an par le bourgmestre;
le règlement d'ordre intérieur définissant les droits et les devoirs des hébergés, du directeur et du pouvoir organisateur;
le projet d'accompagnement collectif;
les conventions visées à aux articles 73, 4° et 5°, 74, 4° et 5°.
En ce qui concerne les maisons d'accueil, le dossier de demande comporte, en outre, l'indication des actions spécifiques visées à l'article 115, alinéa 2, que la maison d'accueil est susceptible de développer en faveur des hébergés.
Art. 82. De Regering bepaalt de inhoud van het dossier voor de erkenningsaanvraag voor de nachtasielen. In dat dossier worden minstens vermeld :
de identiteit van de inrichtende macht, diens adres en, indien de inrichtende macht een vereniging zonder winstoogmerk of een stichting is, de statuten ervan en hun eventuele in het Belgisch Staatsblad verschenen wijzigingen, evenals het identificatienummer in het Register der rechtspersonen;
de naam en de kwalificaties van de directeur en, indien bestaande, de personeelsleden, evenals een omschrijving van hun functies en een afschrift van hun diploma's;
het aantal ondergebrachte personen waarvoor de erkenning is aangevraagd;
een plattegrond van de gebouwen met vermelding van de bestemming der lokalen;
een veiligheidsattest afgeleverd sinds minder dan één jaar door de burgemeester;
het huishoudelijk reglement met omschrijving van de rechten en de plichten van de ondergebrachte personen, de directeur en de inrichtende macht;
de openingsuren en -periode;
het collectieve onderkomenproject;
de overeenkomsten bedoeld in artikel 75, 6° en 7°.
Art. 82. Le Gouvernement détermine le contenu du dossier de demande d'agrément des abris de nuit. Ce dossier comporte au moins :
l'identité du pouvoir organisateur, son adresse et, si le pouvoir organisateur est une association sans but lucratif ou une fondation, les statuts de celles-ci et leurs éventuelles modifications parus au Moniteur belge, ainsi que leur numéro d'identification au Registre des personnes morales;
le nom et les qualifications du directeur et, s'il en existe, des membres du personnel, ainsi qu'une description de leurs fonctions et une copie de leurs diplômes;
le nombre d'hébergés pour lequel l'agrément est demandé;
un plan de l'établissement indiquant la destination des lieux;
une attestation de sécurité délivrée depuis moins d'un an par le bourgmestre;
le règlement d'ordre intérieur définissant les droits et les devoirs des hébergés, du directeur et du pouvoir organisateur;
les horaires et la période d'ouverture;
le projet d'hébergement collectif;
les conventions visées à l'article 75, 6° et 7°.
Art. 83.
Art. 83.
Art. 84. [1 De Regering bepaalt de modaliteiten voor de uitwerking van het huishoudelijk reglement bedoeld in de artikelen 81, 7° [2 en]2 82, 6°, [2 ...]2, alsook de minimale inhoud van het attest bedoeld in de artikelen 81, 6° [2 en]2 82, 5°[2 ...]2.]1
Art. 84. [1 Le Gouvernement détermine les modalités d'élaboration du règlement d'ordre intérieur visé aux articles 81, 7° [2 et]2 82, 6°, [2 ...]2 ainsi que le contenu minimal de l'attestation visée aux articles 81, 6° [2 et]2 82, 5° [2 ...]2.]1
Art. 85. De erkenning wordt door de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 voor onbepaalde duur verleend.
De erkenning bepaalt de huisvestingscapaciteit van in sociale moeilijkheden verkerende personen in een opvangtehuis, [2 een gemeenschapshuis en een nachtasiel]2.
De erkenning is hernieuwbaar op aanvraag van het opvangtehuis, [2 het gemeenschapshuis en het nachtasiel]2.
Art. 85. L'agrément est accordé par le Gouvernement [1 ou son délégué]1 pour une durée indéterminée.
L'agrément détermine la capacité d'hébergement de [2 personnes en difficulté sociale ]2 de la maison d'accueil, [2 de la maison de vie communautaire et de l'abri de nuit]2.
La maison d'accueil, [2 la maison de vie communautaire ou l'abri de nuit]2 peuvent demander une modification de leur agrément
Onderafdeling 3. - Opschorting, beperking of intrekking
Sous-section 3. - Suspension, réduction, retrait
Art. 86. De erkenning kan opgeschort, beperkt of ingetrokken worden wegens niet-inachtneming van deze titel of van de bepalingen die krachtens deze titel genomen worden.
De opschorting heeft als gevolg dat het verschaffen van een onderkomen aan nieuwe in sociale moeilijkheden verkerende personen verboden wordt. De beperking heeft tot gevolg dat de huisvestingscapaciteit verminderd wordt.
Art. 86. L'agrément peut être suspendu, réduit ou retiré pour cause d'inobservation des dispositions du présent titre ou des dispositions prises en vertu de celui-ci.
La suspension a pour effet d'interdire l'hébergement de nouvelles [1 personnes en difficulté sociale]1. La réduction a pour effet de diminuer la capacité d'hébergement.
Afdeling 3. [1 Beginselakkoorden]1
Section 3. [1 Accords de principe]1
Onderafdeling 1. - Algemene bepaling
Sous-section 1re. - Disposition générale
Art. 87. De Regering bepaalt [1 ...]1, evenals de procedure voor de toekenning van het beginselakkoord.
Zij bepaalt de procedure voor de opschorting, de beperking of de intrekking [1 ...]1 het beginselakkoord.
Art. 87. Le Gouvernement fixe [1 ...]1 la procédure d'octroi de l'accord de principe.
Il fixe la procédure de suspension, de réduction ou de retrait [1 ...]1 de l'accord de principe.
Onderafdeling 2.
Sous-section 2.
Art. 88.
Art. 88.
Onderafdeling 3. - Beginselakkoord
Sous-section 3. - Accord de principe
Art. 89. In geval van dringende noodzakelijkheid verleent de regering [1 of haar afgevaardigde]1, indien de onderkomencapaciteit in de nachtasielen erkend in de gemeente of de aangrenzende gemeenten niet voldoende is om aan de vraag ernaar uitgaande van in sociale moeilijkheden verkerende personen tegemoet te komen, een beginselakkoord aan het nachtasiel dat een aanvraag indient overeenkomstig artikel 82, uitgezonderd de punten 4°, 6°, 8° en 9°, en dat voldoet aan de voorwaarden bedoeld in de artikelen 72 en 75, 1° en 2°.
Het beginselakkoord bepaalt de huisvestingscapaciteit van in sociale moeilijkheden verkerende personen in een nachtasiel.
De duur van het beginselakkoord bedraagt maximum [2 vijf]2 maanden.
Het is niet hernieuwbaar.
Art. 89. En cas d'urgence, lorsque la capacité d'hébergement des abris de nuit agréés dans la commune ou les communes limitrophes ne suffit pas à répondre aux demandes d'hébergement des [3 personnes en difficulté sociale]3 dépourvues de logement, le Gouvernement [1 ou son délégué]1 accorde un accord de principe à tout abri de nuit qui introduit une demande conforme à l'article 82, à l'exception des points 4°, 6°, 8° et 9°, et qui répond aux conditions visées aux articles 72 et 75, 1° et 2°.
L'accord de principe détermine la capacité d'hébergement de [3 personnes en difficulté sociale]3 de l'abri de nuit.
La durée de l'accord de principe est de [2 cinq]2 mois au maximum.
Il n'est pas renouvelable.
Onderafdeling 4. - Opschorting, beperking, intrekking
Sous-section 4. - Suspension, réduction, retrait
Art. 90. De voorlopige werkingsvergunning en het beginselakkoord kunnen opgeschort, beperkt of ingetrokken worden wegens niet-naleving van de bepalingen van deze titel of van de bepalingen genomen krachtens deze titel.[1 Het beginselakkoord kan opgeschort, beperkt of ingetrokken worden wegens niet-naleving van de bepalingen van deze Titel of van de bepalingen genomen krachtens deze Titel.]1
De opschorting heeft tot gevolg dat het verschaffen van een onderkomen aan nieuwe in sociale moeilijkheden verkerende personen verboden wordt. De beperking heeft tot gevolg dat de huisvestingscapaciteit verminderd wordt.
Art. 90. [1 L'accord de principe peut être suspendu, réduit ou retiré pour cause d'inobservation des dispositions du présent Titre ou des dispositions prises en vertu de celui-ci.]1
La suspension a pour effet d'interdire l'hébergement de nouvelles [1 personnes en difficulté sociale]1. La réduction a pour effet de diminuer la capacité d'hébergement.
HOOFDSTUK III. - Werking
CHAPITRE III. - Fonctionnement
Afdeling 1. - Gemeenschappelijke bepaling
Section 1re. - Disposition commune
Art. 91. Het huishoudelijk reglement bedoeld in de artikelen 81, 7° [1 en]1 82, 6° [1 ...]1, wordt aangeplakt op een plaats die toegankelijk is voor de personen die om opvang verzoeken en voor de ondergebrachte personen.
Eén exemplaar ervan wordt aan de ondergebrachte personen afgegeven zodra ze aankomen.
Art. 91. Le règlement d'ordre intérieur visé aux articles 81, 7° [1 et]1 82, 6° [1 ...]1, est affiché dans un lieu accessible aux demandeurs d'accueil et aux hébergés.
Un exemplaire en est remis aux hébergés dès leur arrivée.
Afdeling 2. [1 Bepalingen eigen aan de opvangtehuizen en de gemeenschapshuizen]1
Section 2. [1 Dispositions spécifiques aux maisons d'accueil et maisons de vie communautaire]1
Art. 92. Minstens één keer per [1 maand]1 wordt de ondergebrachte persoon schriftelijk ingelicht over zijn financiële toestand in [1 het opvangtehuis of het gemeenschapshuis]1.
Art. 92. Au moins une fois par [1 mois]1, l'hébergé est tenu informé par écrit de sa situation financière au sein [1 de la maison d'accueil ou de la maison de vie communautaire]1.
Afdeling 3. - Bepalingen eigen aan de opvangtehuizen en de gemeenschapshuizen
Section 3. - Dispositions spécifiques aux maisons d'accueil et aux maisons de vie communautaire
Art. 93. Het opvangtehuis of het gemeenschapshuis opent een individueel of gezinsdossier voor elke ondergebrachte persoon.
Dat dossier bevat de administratieve en financiële documenten met betrekking tot de toestand van de ondergebrachte persoon.[1 met inbegrip van, voor het opvangtehuis, de opvolging na de huisvesting, namelijk de volgende gegevens met betrekking tot de ondergebrachte persoon of zijn gezinsleden:
hun volledige contactgegevens;
hun financiële situatie;
de geschillen waaraan zij onderworpen zijn;
de sociale procedures;
het individuele begeleidingsproject;
de huisvestingsovereenkomst;
het sociaal verslag;
de instemming van de ondergebrachte persoon met betrekking tot de opvolging na de huisvesting.]1

Het is onder voorbehoud van alles wat onder het beroepsgeheim valt, toegankelijk voor de ondergebrachte persoon. Het is eveneens toegankelijk voor de ambtenaren bedoeld in artikel 105.
[1 De verantwoordelijke voor de verwerking van de persoonsgegevens uit het in tweede lid bedoeld bestand is het in het kader van deze Titel erkend opvangtehuis of gemeenschapshuis Ze neemt alle nuttige maatregelen om de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens na te leven.
De gegevens die door de verantwoordelijke voor de verwerking zijn verkregen, worden ten minste tien jaar na het vertrek van de ondergebrachte persoon bewaard.]1

Art. 93. La maison d'accueil ou la maison de vie communautaire ouvre un dossier individuel ou familial pour tout hébergé.
Ce dossier comprend les documents administratifs et financiers relatifs à la situation de l'hébergé. [1 dont, pour la maison d'accueil, le suivi post-hébergement, à savoir les données, relatives à l'hébergé ou aux membres de sa famille, suivantes :
leurs coordonnées complètes;
leur situation financière;
les litiges dont ils font l'objet;
les démarches sociales;
le projet d'accompagnement individuel;
la convention d'hébergement;
le rapport social;
l'accord de l'hébergé sur le suivi post-hébergement.]1

Il est accessible, sous réserve de ce qui relève du secret professionnel, à l'hébergé. Il est également accessible aux fonctionnaires visés à l'article 105.
[1 Le responsable du traitement des données à caractère personnel contenues dans le dossier visé à l'alinéa 2 est la maison d'accueil ou la maison de vie communautaire agréée dans le cadre du présent Titre. Elle prend toutes les mesures utiles afin de respecter la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractère personnel.
Les données obtenues par le responsable du traitement sont conservées pendant au moins dix ans après le départ de l'hébergé.]1

Art. 94. In samenwerking met de ondergebrachte persoon werken het opvangtehuis en het gemeenschapshuis binnen de dertig dagen na diens aankomst een geïndividualiseerd begeleidingsproject uit.
Het geïndividualiseerd begeleidingsproject bepaalt een programmering voor de doorvoering ervan in de tijd.
Het wordt in evenveel exemplaren opgesteld als er bij het project betrokken partijen zijn. Eén exemplaar wordt overhandigd aan de ondergebrachte persoon.
De Regering bepaalt [1 de inhoud en de communicatiemodaliteiten]1 voor het geïndividualiseerd begeleidingsproject.
Art. 94. En collaboration avec l'hébergé, la maison d'accueil et la maison de vie communautaire élaborent, dans les trente jours de son arrivée, un projet d'accompagnement individualisé.
Le projet d'accompagnement individualisé prévoit une programmation de sa réalisation dans le temps.
Il est établi en autant d'exemplaires qu'il y a de parties prenantes dans ce projet. Un exemplaire en est remis à l'hébergé.
Le Gouvernement détermine [1 le contenu et les modalités de communication]1 du projet d'accompagnement individualisé.
Art. 95. Elk einde van het verblijf dat tot stand komt op initiatief van een erkend opvangtehuis of gemeenschapshuis wordt in een register ingeschreven. In dat register worden vermeld de identiteit van de betrokken personen, de datum van hun vertrek, hun bestemming indien bekend, evenals de redenen die aan de oorsprong liggen van de beslissing om hun verblijf te beëindigen.
Art. 95. Toute fin de séjour provoquée à l'initiative d'une maison d'accueil ou d'une maison de vie communautaire agréée est inscrite dans un registre. Ce registre reprend l'identité de la ou des personnes concernées, la date de leur départ, leur destination lorsque cette dernière est connue, ainsi que les raisons ayant conduit à prendre la décision de fin du séjour.
Art. 96. De gesubsidieerde personeelsleden van het opvangtehuis of het gemeenschapshuis volgen een voortgezette opleiding volgens de modaliteiten die door de Regering bepaald worden.
Art. 96. Les membres du personnel subventionné de la maison d'accueil et de la maison de vie communautaire suivent une formation continuée selon les modalités fixées par le Gouvernement.
Art. 97. In elk opvangtehuis of gemeenschapshuis wordt er een raad van de ondergebrachte personen opgericht die minstens één keer per maand vergadert.
Om voor de goede werking van die raad te zorgen krijgt die raad de logistieke en organisationele ondersteuning van het personeel van het opvangtehuis of van het gemeenschapshuis.
De raad bestaat uit de ondergebrachte personen. De directeur of diens vertegenwoordiger kunnen de vergaderingen van de raad bijwonen.
De raad van de ondergebrachte personen brengt adviezen uit en formuleert voorstellen, meer bepaald wat betreft de werking van de inrichting, de organisatie van de dienstverlening en het collectieve begeleidingsproject.
Art. 97. Dans chaque maison d'accueil ou maison de vie communautaire, il est créé un conseil des hébergés qui se réunit au moins une fois par mois.
Afin d'assurer le bon fonctionnement de ce conseil, celui-ci reçoit le soutien logistique et organisationnel du personnel de la maison d'accueil ou de la maison de vie communautaire.
Le conseil est composé des hébergés. Le directeur ou son représentant peut assister aux réunions du conseil.
Le conseil des hébergés donne des avis et fait des suggestions, notamment au sujet du fonctionnement de l'établissement, de l'organisation des services et du projet d'accompagnement collectif.
Afdeling 4. - Bepalingen eigen aan de opvangtehuizen
Section 4. - Dispositions spécifiques aux maisons d'accueil
Art. 98. Voor elke ondergebrachte persoon of gezin stelt het opvangtehuis een sociaal verslag op [1 uiterlijk]1 na zes maanden verblijf.
Het sociaal verslag dient om de evolutie van de ondergebrachte persoon of personen voor te stellen met het oog op een vertrek, een doorverwijzing [1 ...]1of een wederinschakeling.
[1 De opvolging na de huisvesting moet besproken worden met de ondergebrachte persoon indien hij of zij dit wenst, en moet opgenomen worden in het dossier zoals bepaald in artikel 93, op dezelfde wijze als het sociaal verslag.]1
Art. 98. Pour chaque personne ou famille hébergée, la maison d'accueil rédige un rapport social après six mois de séjour [1 au plus tard]1.
Le rapport social est destiné à présenter l'évolution du ou des hébergés dans la perspective d'un départ, d'une orientation [1 ...]1ou d'une réinsertion.
[1 Le suivi post-hébergement doit être envisagé avec la personne hébergée si celle-ci le souhaite et être intégré au dossier tel que stipulé dans l'article 93, au même titre que le rapport social.]1
Art. 99. § 1. Het opvangtehuis is ertoe verplicht elke persoon [2 in sociale moeilijkheden]2 die daarom verzoekt, een onderkomen te verschaffen, behalve in volgende gevallen :
indien de maximale huisvestingscapaciteit bereikt is;
indien blijkt dat het verschaffen van een onderkomen aan de persoon de verwezenlijking van het collectieve begeleidingsproject in gevaar zou kunnen brengen;
indien blijkt dat het antwoord op de problemen waarmee de persoon geconfronteerd wordt, niet in het hem verschaffen van een onderkomen in een opvangtehuis bestaat.
§ 2. In de gevallen bedoeld in [1 paragraaf 1]1 is het opvangtehuis er evenwel toe verplicht de noodzakelijke stappen te ondernemen om de persoon te laten opvangen door een bevoegde dienst.
§ 3. Het opvangtehuis houdt een register bij van de niet voldane aanvragen waarin de redenen vermeld worden waarom die dienstverlening niet is aangeboden, evenals de stappen die ondernomen werden om te voldoen aan de behoeften van de aanvragers als bedoeld in [1 paragraaf 2]1.
Art. 99. § 1er. La maison d'accueil est tenue d'héberger toute personne [2 en difficulté sociale]2 qui en fait la demande, sauf dans les cas suivants :
lorsque la capacité maximale d'hébergement est atteinte;
lorsqu'il apparaît que l'hébergement de la personne est susceptible de mettre en péril la réalisation du projet d'accompagnement collectif;
lorsqu'il apparaît que la réponse à donner aux problèmes rencontrés par la personne ne relève pas de l'hébergement dans une maison d'accueil.
§ 2. Dans les cas visés au [1 paragraphe 1er]1, la maison d'accueil est néanmoins tenue de faire les démarches nécessaires pour que la personne puisse être prise en charge par un service compétent.
§ 3. La maison d'accueil tient un registre des demandes non rencontrées où sont indiquées les raisons pour lesquelles l'hébergement n'a pas été offert, ainsi que les démarches effectuées pour répondre aux besoins des demandeurs visés au [1 paragraphe 2]1.
Afdeling 5. - Bepalingen eigen aan de gemeenschapshuizen
Section 5. - Dispositions spécifiques aux maisons de vie communautaire
Art. 100. In een gemeenschapshuis mogen niet verblijven :
de personen die volgens het sociaal verslag bedoeld in artikel 98 of opgesteld door een structuur die dezelfde opdracht als een opvangtehuis vervult en die erkend is door de Vlaamse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of de Franse Gemeenschapscommissie of een openbare overheid van een buurstaat, geen behoefte hebben aan een langdurige begeleiding;
meer dan drie personen ouder dan zestig jaar op de dag waarop ze hun intrede doen in het huis.
Art. 100. Ne peuvent séjourner dans une maison de vie communautaire :
les personnes qui, selon le rapport social visé à l'article 98 ou établi par une structure exerçant la même mission qu'une maison d'accueil et agréée par la Communauté flamande, la Communauté germanophone, la Commission communautaire commune, la Commission communautaire française ou une autorité publique d'un Etat limitrophe, ne nécessitent pas un accompagnement de longue durée;
plus de trois aînés de plus de soixante ans au jour de leur entrée dans la maison.
Art. 101. Het gemeenschapshuis herziet jaarlijks in samenwerking met de ondergebrachte persoon het geïndividualiseerde begeleidingsproject in functie van de evolutie van de persoon [1 en met het oog op vooruitgang bij het verwerven van autonomie, om een vertrek uit de instelling te ondersteunen.]1
Het aldus herziene project wordt gevoegd bij het dossier bedoeld in artikel 93.
Art. 101. La maison de vie communautaire revoit annuellement, en collaboration avec l'hébergé, le projet d'accompagnement individualisé en fonction de l'évolution de la personne [1 et en vue d'une progression dans l'acquisition d'une autonomie, de façon à soutenir une sortie de l'institution.]1
Le projet ainsi revu est versé dans le dossier visé à l'article 93.
Art. 102. Artikel 99, § 1, 1° en 2°, en § 2, geldt voor de gemeenschapshuizen.
Art. 102. L'article 99, § 1er, 1° et 2°, et § 2, est applicable aux maisons de vie communautaire.
Afdeling 6.
Section 6.
Art. 103.
Art. 103.
Afdeling 7. - Bepalingen eigen aan de nachtasielen
Section 7. - Dispositions spécifiques aux abris de nuit
Art. 104. § 1. Het nachtasiel is ertoe verplicht elke persoon [2 in sociale moeilijkheden]2 die daarom verzoekt onder te brengen, behalve :
indien de maximumcapaciteit voor het verschaffen van een onderkomen bereikt is;
indien blijkt dat het verschaffen van onderkomen aan de persoon de verwezenlijking van het collectieve onderkomenproject in gevaar zou kunnen brengen;
indien blijkt dat het antwoord op de problemen die de persoon ondervindt, niet onder het verschaffen van een onderkomen in een nachtasiel valt;
indien de maximumduur van het eventueel verschaffen van een onderkomen in een nachtasiel bereikt is.
§ 2. In de gevallen bedoeld in [1 paragraaf 1]1 is het nachtasiel er evenwel toe gehouden de adresgegevens van de meest nabije dienst dringende maatschappelijke hulpverlening, nachtasielen of opvangtehuizen op te geven, evenals de beschrijving van de weg ernaartoe.
Art. 104. § 1er. L'abri de nuit est tenu d'héberger toute personne [2 en difficulté sociale]2 qui en fait la demande, sauf dans les cas suivants :
lorsque la capacité maximale d'hébergement est atteinte;
lorsqu'il apparaît que l'hébergement de la personne est susceptible de mettre en péril la réalisation du projet d'hébergement collectif;
lorsqu'il apparaît que la réponse à donner aux problèmes rencontres par la personne ne relève pas de l'hébergement dans un abri de nuit;
lorsque la durée maximale d'hébergement éventuellement prévue par l'abri de nuit est atteinte.
§ 2. Dans les cas visés au [1 paragraphe 1er]1, l'abri de nuit est néanmoins tenu de fournir les coordonnées des services d'urgence sociale, abris de nuit ou maisons d'accueil les plus proches, ainsi que de donner les itinéraires pour y accéder.
HOOFDSTUK IV. - Controle en straffen
CHAPITRE IV. - Contrôle et sanctions
Afdeling 1. - Gemeenschappelijke bepalingen
Section 1re. - Dispositions communes
Onderafdeling 1. - Controle
Sous-section 1re. - Contrôle
Art. 105. De administratieve, financiële en kwalitatieve controle van de inrichtingen die in aanmerking komen voor een werkingstitel in het kader van deze titel wordt verzorgd door de ambtenaren aangewezen door de regering [2 of haar afgevaardigde]2.
[1 ...]1
[1 ...]1
In de uitoefening van hun opdrachten kunnen ze :
elk nazicht, elke controle, elk onderzoek verrichten en elke informatie inwinnen die zij nodig achten, meer bepaald voor :
a. het ondervragen van elke persoon over elk feit waarvan de kennis nuttig is voor het uitoefenen van het toezicht;
b. zich elk nuttig document laten overmaken of elk nuttig document zoeken voor de voltooiing van hun opdracht, er een afschrift van nemen of het tegen ontvangstbewijs meenemen;
[3 verslagen opstellen]3. Daarvan wordt een afschrift bekendgemaakt binnen de vijftien dagen na vaststelling van de feiten aan de beheerders en de daders;
[1 3° beroep doen op de openbare macht.]1
In geval van doorzoeking van de lokalen die een woonplaats uitmaken en bij ontstentenis van de instemming van de bewoner, behalve in uiterst dringende gevallen indien de bijstand aan de in gevaar zijnde ondergebrachte persoon het vereist, hebben de hiervoor genoemde ambtenaren niet toegang tot die lokalen dan krachtens een machtiging van de rechter van de politierechtbank of diens plaatsvervanger.
De gemachtigd ambtenaar kan de overtreder een termijn stellen om zich naar de wet te schikken : die termijn kan slechts één keer verlengd worden. Hij licht er de burgemeester van de gemeente waar de inrichting gelegen is, over in.
Art. 105. Le contrôle administratif, financier et qualitatif des établissements bénéficiant d'un titre de fonctionnement dans le cadre du présent titre est assuré par les fonctionnaires désignés par le Gouvernement [2 ou son délégué]2.
[1 ...]1
[1 ...]1
Dans l'exercice de leurs missions, ils peuvent :
procéder à tout examen, contrôle, enquête et recueillir toute information qu'ils estiment nécessaire, notamment :
a) interroger toute personne sur tout fait dont la connaissance est utile à l'exercice de la surveillance;
b) se faire produire ou rechercher tout document utile à l'accomplissement de leur mission, en prendre copie ou l'emporter contre récépissé;
dresser des [3 rapports]3. Une copie en est notifiée dans les quinze jours de la constatation des faits aux gestionnaires et à l'auteur des faits;
[1 3° recourir à l'assistance de la force publique.]1
En cas de visite dans des locaux constitutifs d'un domicile et à défaut de l'accord de l'occupant, sauf en cas d'extrême urgence lorsque l'assistance de la personne hébergée en danger le requiert, les fonctionnaires [3 visés]3 ci-avant n'ont accès à ces locaux qu'en vertu d'une autorisation du juge du tribunal de police ou de son suppléant.
Le fonctionnaire délégué pourra fixer au contrevenant un délai destiné à lui permettre de se mettre en règle; ce délai ne peut être prolongé qu'une seule fois. Il en informe le bourgmestre de la commune où est situé l'établissement.
Art. 106.
Art. 106.
Onderafdeling 2. - Straffen
Sous-section 2. - Sanction
A. Straffen
A. Sanctions pénales
Art. 107. Gestraft worden met een gevangenisstraf van acht dagen tot één maand en met een geldboete van 500 tot 1.000 euro of met enkel één van die straffen de personen die een opvangtehuis, [1 een gemeenschapshuis of een nachtasiel]1 zonder een werkingstitel te hebben gekregen, ofwel als overtreding van een beslissing tot weigering, intrekking van de erkenning of sluiting, ofwel als kennelijke niet-naleving van de erkenningsvoorwaarden waarbij ernstige schade wordt berokkend aan de bescherming, de veiligheid of de gezondheid van de ondergebrachte personen of die onbehoorlijkerwijs de erkenning vermelden.
Art. 107. Sont punies d'un emprisonnement de huit jours à un mois et d'une amende de 500 à 1.000 euros ou d'une de ces peines seulement les personnes qui gèrent une maison d'accueil, [1 une maison de vie communautaire ou un abri de nuit]1 soit sans avoir obtenu un titre de fonctionnement, soit en contravention avec une décision de refus, de retrait d'agrément ou de fermeture, soit en cas de non-respect caractérisé des conditions d'agrément en portant atteinte gravement à la protection, à la sécurité ou à la santé des personnes hébergées ou qui mentionnent indûment l'agrément.
B. Sluiting
B. Fermeture
Art. 108. § 1. Volgens de procedure die hij bepaalt kan de regering om dringende redenen beslissen tot de sluiting van een opvangethuis, [1 een gemeenschapshuis of een nachtasiel]1, indien :
een tekortkoming aan de krachtens of bij deze titel vastgestelde regels ernstige schade berokkent aan de rechten, de veiligheid of de gezondheid van de ondergebrachte personen;
dringende redenen met betrekking tot de volksgezondheid of de openbare veiligheid dat verantwoorden.
De beslissing tot sluiting kan enkel bepaalde gedeelten van het gebouw of bepaalde vestigingen betreffen.
De beslissing tot sluiting kan ongedaan worden gemaakt indien de omstandigheden die tot die beslissing dwongen, niet meer verenigd zijn.
§ 2. Volgens de procedure die zij bepaalt beveelt de Regering de sluiting van de opvangtehuizen, [1 gemeenschapshuizen of nachtasielen]1 en die zonder werkingstitel functioneren.
Art. 108. § 1er. Selon la procédure qu'il détermine, le Gouvernement peut décider d'urgence la fermeture d'une maison d'accueil, [1 d'une maison de vie communautaire ou d'un abri de nuit]1 lorsque :
un manquement aux règles fixées par ou en vertu du présent titre porte gravement atteinte aux droits, à la sécurité ou à la santé des hébergés;
des motifs urgents relatifs à la santé publique ou à la sécurité le justifient.
La décision de fermeture peut ne concerner que certaines parties du bâtiment ou certains sites d'implantation.
Il peut être mis fin à la décision de fermeture si les circonstances qui l'ont justifiée ne sont plus réunies.
§ 2. Selon la procédure qu'il détermine, le Gouvernement ordonne la fermeture des maisons d'accueil, [1 des maisons de vie communautaire et abris de nuit]1 qui fonctionnent sans titre de fonctionnement.
Art. 109. De burgemeester is belast met de uitvoering van de beslissingen tot sluiting en laat de sluitingen verrichten die voortvloeien uit de beslissingen tot weigering of intrekking van een werkingstitel.
Hij waakt over de toepassing van alle daartoe nodige maatregelen.
Daartoe kan hij de in sociale moeilijkheden verkerende personen laten evacueren en van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn eisen, dat zij voor de dringende opvang en het dringend onderbrengen van die personen instaan.
Art. 109. Le bourgmestre est chargé de l'exécution des décisions de fermeture et de procéder aux fermetures qui découlent des décisions de refus ou de retrait d'un titre de fonctionnement.
Il veille à l'application de toutes les mesures nécessaires à cet effet.
A cette fin, il peut procéder à l'évacuation des [1 personnes en difficulté sociale]1 et requérir le centre public d'action sociale pour assurer l'accueil et l'hébergement urgents de celles-ci.
Afdeling 2. [1 - Specifieke strafbepalingen]1
Section 2. [1 - Dispositions pénales spécifiques]1
Art. 110.
Art. 110.
Art. 111.
Art. 111.
Onderafdeling 1. [1 Opvangtehuizen en gemeenschapshuizen]1
Sous-section 1re. [1 Maisons d'accueil et maisons de vie communautaire]1
Art. 112. [1 Gestraft wordt]1 met een gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en een geldboete van 25 tot 2.000 euro of met enkel één van die straffen degene die rechtstreeks of onrechtstreeks, terwijl hij een activiteit of een mandaat uitoefent in [2 een opvangtehuis of een gemeenschapshuis]2 aanbieden :
[1 ]1 op niet-geïndividualiseerde wijze de rekeningen van de ondergebrachte personen beheert;
[1 ]1 door list, dwang, bedreiging, valse belofte of misbruik makend van de zwakheid of ziekte zich goed die aan een ondergebrachte persoon toebehoren, laat overhandigen;
[1 ]1 gelden of goeden van de ondergebrachte personen beheert, behalve met naleving van de eventueel in overeenstemming met laatstgenoemden overeengekomen voorwaarden.
Art. 112. [1 Est puni]1 d'un emprisonnement de huit jours à trois mois et d'une amende de 25 à 2.000 euros ou d'une de ces peines seulement celui qui, directement ou indirectement, et tout en exerçant une activité ou un mandat dans [2 une maison d'accueil ou une maison de vie communautaire]2 :
[1 ]1 gère de façon non individualisée les comptes des personnes hébergées;
[1 ]1 par ruse, contrainte, menace, fausse promesse ou en profitant de l'état de faiblesse ou de maladie, se sera fait remettre des biens appartenant à une personne hébergée;
[1 ]1 administre les fonds ou biens des hébergés, sauf dans le respect des conditions éventuellement prévues en accord avec ces derniers.
Onderafdeling 2. [1 - Nachtasielen.]1
Sous-section 2. [1 - Abris de nuit]1
Art. 113. [1 Gestraft wordt]1 met een gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en een geldboete van 25 tot 2.000 euro of met enkel één van die straffen degene die rechtstreeks of onrechtstreeks, terwijl hij een activiteit of een mandaat uitoefent in een nachtasiel :
[1 ]1 door list, dwang, bedreiging, valse belofte of misbruik makend van de zwakheid of ziekte zich goed die aan een ondergebrachte persoon toebehoren, laat overhandigen;
[1 ]1 gelden of goeden van de ondergebrachte personen beheert, behalve met naleving van de eventueel in overeenstemming met laatstgenoemden overeengekomen voorwaarden.
Art. 113. [1 Est puni]1 d'un emprisonnement de huit jours à trois mois et d'une amende de 25 à 2.000 euros ou d'une de ces peines seulement celui qui, directement ou indirectement, et tout en exerçant une activité ou un mandat dans un abri de nuit :
[1 ]1 par ruse, contrainte, menace, fausse promesse ou en profitant de l'état de faiblesse ou de maladie, se sera fait remettre des biens appartenant à une personne hébergée;
[1 ]1 administre les fonds ou biens des hébergés, sauf dans le respect des conditions éventuellement prévues en accord avec ces derniers.
HOOFDSTUK V. [1 - Subsidiëring en programmering van de opvangtehuizen, gemeenschapshuizen en nachtasielen]1
CHAPITRE V. [1 - Subventionnement et programmation des maisons d'accueil, des maisons de vie communautaire et des abris de nuit]1
Afdeling 1. - Programmering
Section 1re. - Programmation
Art. 114. De regering bepaalt voor de opvangtehuizen [1 , de nachtasielen]1 en de gemeenschapshuizen een programmering van het maximumaantal in sociale moeilijkheden verkerende personen dat in overweging genomen kan worden voor de toekenning van de subsidies bedoeld in artikel 115, § 1.
[1 De Regering bepaalt een territoriale verdeling van de nachtasielen, de opvangtehuizen en de gemeenschapshuizen.]1
[1 De Regering bepaalt de vastellingscriteria van de programmering.]1
De programmering kan eveneens factoren van conjuncturele orde in overweging nemen met als gevolg een verhoging van het aantal in sociale moeilijkheden verkerende personen in één of meer provincies.
Art. 114. Le Gouvernement détermine, pour les maisons d'accueil [1 , pour les abris de nuit]1 et pour les maisons de vie communautaire, une programmation du nombre maximal de [2 personnes en difficulté sociale]2 qui peut être pris en considération pour l'octroi des subventions visées à l'article 115, § 1er.
[1 Le Gouvernement détermine une répartition territoriale des abris de nuit des maisons d'accueil et des maisons de vie communautaire.]1
[1 Le Gouvernement détermine les critères d'établissement de la programmation.]1
La programmation peut également prendre en considération des facteurs d'ordre conjoncturel ayant pour conséquence une augmentation du nombre de personnes en difficultés sociales dans une ou plusieurs provinces.
Afdeling 2. - Subsidiëring
Section 2. - Subventionnement
Art. 115. § 1. Binnen de perken van de begrotingskredieten keert de Regering [2 of haar afgevaardigde]2 in het kader van de programmering bepaald in artikel 114 subsidies ter dekking van de personeelsuitgaven uit aan de opvangtehuizen [3 , de nachtasielen]3 en de gemeenschapshuizen die over [3 een erkenning]3 beschikken.
[4 De Regering verdeelt de in het eerste lid bedoelde subsidies evenredig volgens de door haar vastgestelde procedures, indien de beschikbare begrotingskredieten onvoldoende zijn om alle personeelskosten te dekken.]4
§ 2. Binnen de perken van de begrotingskredieten kan de Regering eveneens subsidies ter dekking van de werkingskosten uitkeren aan de opvangtehuizen [3 , de nachtasielen]3 en de gemeenschapshuizen die in aanmerking komen voor subsidies ter dekking van de personeelsuitgaven.
Binnen de perken van de begrotingskredieten kan zij daarnaast de volgende subsidies aan de opvangtehuizen uitkeren :
subsidies ter dekking van de personeelskosten voor de verwezenlijking van specifieke acties met betrekking tot :
a. de begeleiding van de kinderen;
b. de noodopvang en/of de opvang 24 uur op 24;
[4 c. de opvang van vrouwen die het slachtoffer van partnergeweld zijn;]4
subsidies ter dekking van de personeelskosten en/of de werkingskosten voor de verwezenlijking van specifieke acties in verband met de fase na het verschaffen van een onderkomen.
§ 3. De Regering bepaalt de modaliteiten en de voorwaarden voor de toekenning van de subsidies bedoeld in de [1 paragraaf 1 en paragraaf 2]1.
Art. 115. § 1er. Dans la limite des crédits budgétaires, le Gouvernement [2 ou son délégué]2 alloue aux maisons d'accueil [3 , aux abris de nuit]3 et aux maisons de vie communautaire disposant [3 d'un agrément]3, dans le cadre de la programmation prévue à l'article 114, des subventions couvrant des dépenses de personnel.
[4 Le Gouvernement répartit proportionnellement, selon les modalités qu'il détermine, les subventions visées à l'alinéa 1er si les crédits budgétaires disponibles sont insuffisants pour couvrir la totalité des dépenses de personnel.]4
§ 2. Dans la limite des crédits budgétaires, il peut également allouer aux maisons d'accueil [3 , aux abris de nuit]3 et aux maisons de vie communautaire qui bénéficient de subventions couvrant des dépenses de personnel, des subventions couvrant des frais de fonctionnement.
Dans la limite des crédits budgétaires, il peut, en outre, allouer aux maisons d'accueil :
des subventions couvrant des frais de personnel pour la réalisation d'actions spécifiques relatives à :
a) l'accompagnement des enfants;
b) l'accueil d'urgence et/ou l'accueil 24 heures sur 24;
[4 c) l'accueil des femmes victimes de violences conjugales;]4
des subventions couvrant des frais de personnel et/ou de fonctionnement pour la réalisation d'actions spécifiques relatives au post-hébergement.
§ 3. Le Gouvernement détermine les modalités et les conditions d'octroi des subventions visées aux [1 paragraphes 1er et 2]1.
Art. 116. § 1. [2 De in artikel 115, §§ 1 en 2, eerste lid, bedoelde subsidiëring van een opvangtehuis, een gemeenschapshuis of een nachtasiel kan door de Regering of haar afgevaardigde verminderd of geschrapt worden:
indien de voorwaarden voor de toekenning van de subsidies bedoeld in artikel 115, § 3, niet meer nageleefd worden;
in geval van niet-naleving van de bepalingen van de artikelen 92, 93, 94, 97 tot en met 102 en 104;
Bovendien, wordt de in artikel 115, §§ 1 en 2, eerste lid, bedoelde subsidiëring van een opvangtehuis of een gemeenschapshuis door de Regering of haar afgevaardigde verminderd of geschrapt indien de minimale bezettingsgraad als door de Regering bepaald niet bereikt wordt.]2

§ 2. De Regering bepaalt de modaliteiten en de procedure voor de beperking en de schrapping van de subsidiëring.
Zij stelt de modaliteiten vast voor het beroep in geval van beperking en schrapping van de subsidiëring. Dat beroep is opschortend.
Art. 116. § 1er. [2 Le subventionnement visé à l'article 115, §§ 1er et 2, alinéa 1er, d'une maison d'accueil, d'une maison de vie communautaire ou d'un abri de nuit est réduit ou supprimé par le Gouvernement ou son délégué :
lorsque les conditions d'octroi de subventions visées à l'article 115, § 3, ne sont plus remplies;
en cas de non-respect des dispositions des articles 92, 93, 94, 97 à 102 et 104;
En outre, le subventionnement visé à l'article 115, §§ 1er et 2, alinéa 1er, d'une maison d'accueil ou d'une maison de vie communautaire est réduit ou supprimé par le Gouvernement ou son délégué lorsque le taux d'occupation minimal fixé par le Gouvernement n'est pas atteint.]2

§ 2. Le Gouvernement détermine les modalités et la procédure de réduction et de suppression du subventionnement.
Il fixe les modalités de recours en cas de réduction et de suppression du subventionnement. Le recours est suspensif.
Art. 117. § 1. Voor de berekening van de bezettingsgraad van een opvangtehuis worden niet als gerechtigden beschouwd :
[2 personen die de wettelijke pensioenleeftijd hebben bereikt]2 op de dag waarop de opvang plaatsvindt vanaf de vierde van die personen;
de personen die de verblijfsperiode bepaald in hun geïndividualiseerd begeleidingsproject overschreden hebben. Die periode mag de [2 driehonderdzestig]2 nachten niet overschrijden.
§ 2.[1 Wanneer de toestand van de begunstigde het vereist, kan het opvangtehuis de duur van het verblijf verlengen boven de [2 driehonderdzestig]2 nachten verlengen. Deze verlenging kan worden gerechtvaardigd in het sociaal verslag. Ze kan [2 driehonderdzestig]2 nachten niet overschrijden.]1
Art. 117. § 1er. Pour le calcul du taux d'occupation d'une maison d'accueil, ne sont pas [1 considérés]1 comme bénéficiaires :
les [2 personnes ayant atteint l'âge légal de la pension]2 au jour de l'accueil à partir de la quatrième d'entre elles;
les personnes qui ont dépassé la période de séjour prévue dans leur projet d'accompagnement individualisé. Cette période ne peut dépasser [2 trois cent soixante]2 nuits.
§ 2. [1 La maison d'accueil peut prolonger la durée du séjour au delà de [2 trois cent soixante]2 nuits lorsque la situation du bénéficiaire le requiert. Cette prolongation est justifiée dans le rapport social. Elle ne peut dépasser les [2 trois cent soixante]2 nuits.]1
Titel II/1. [1 Dagopvang voor dak- of thuislozen]1
Titre II/1. [1 Accueils de jour des personnes sans abri ou sans chez soi]1
Hoofdstuk 1. [1 Begripsomschrijvingen]1
Chapitre 1er. [1 Définitions]1
Art. 117/1. [1 Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder :
een persoon die dakloos is of geen thuis heeft, hierna "de gebruiker" genoemd: een persoon in sociale moeilijkheden als bedoeld in artikel 66, 5°, en die zich in één of meer van de volgende situaties bevindt:
a) leeft in de openbare ruimte;
b) heeft geen woning, kan geen eigen woning krijgen en heeft daarom geen verblijfplaats;
c) heeft geen woning die bewoonbaar is of verbeterd kan worden op het gebied van gezondheids-, veiligheids- en bewoonbaarheidsnormen;
d) verblijft of is tijdelijk ondergebracht in een instelling ;
e) heeft een woning en heeft eerder in een van de onder a) tot en met d) genoemde situaties verkeerd;
f) bevindt zich in een precaire situatie of loopt het risico in een precaire situatie terecht te komen;
dagopvang: het organisme dat voorziet in ingerichte en uitgeruste lokalen en overdag en eventueel 's avonds in opvang en sociale begeleiding van de gebruikers, intern of via een samenwerkingsovereenkomst;
het collectief opvangproject : het geheel van doelstellingen, middelen en kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren die door de inrichtende overheid zijn vastgelegd voor de uitvoering van de taken bedoeld in de artikelen 117/2 en 117/3;
geïndividualiseerde begeleiding: vrijwillige begeleiding van de gebruiker met als doel de sociale banden te herstellen en het welzijn te verbeteren door de persoon die wordt begeleid als hoofdrolspeler in zijn eigen project te beschouwen.]1

Art. 117/1. [1 Pour l'application du présent titre, l'on entend par :
la personne sans abri ou sans chez soi, ci-après dénommée " l'usager " : la personne en difficulté sociale telle que visée à l'article 66, 5°, et qui se trouve dans l'une ou plusieurs des situations suivantes :
a) vit dans l'espace public;
b) ne dispose pas de logement, n'est pas en mesure d'en obtenir par ses propres moyens et n'a dès lors pas de lieu de résidence;
c) n'a pas de logement habitable ou habitable améliorable au regard des normes de salubrité, de sécurité et d'habitabilité;
d) réside ou est hébergée temporairement dans une institution;
e) dispose d'un logement et s'est trouvée, par le passé, dans une des situations visées au 1°, a) à d);
f) est en situation de précarité ou présente un risque de basculement vers la précarité;
l'accueil de jour : l'organisme qui offre des locaux aménagés et équipés et qui assure, en journée et éventuellement en soirée, un accueil et un accompagnement social des usagers, soit en interne, soit via une convention de partenariat ;
le projet d'accueil collectif : l'ensemble des objectifs, des moyens et des indicateurs quantitatifs et qualitatifs définis par le pouvoir organisateur pour l'accomplissement des missions visées aux articles 117/2 et 117/3;
l'accompagnement individualisé : le suivi de l'usager, sur une base volontaire, ayant pour finalités la reconstruction de liens sociaux et l'amélioration du bien-être en considérant la personne accompagnée comme actrice principale de son projet.]1

Hoofdstuk 2. [1 Opdracht]1
Chapitre 2 [1 Mission]1
Art. 117/2. [1 § 1. De dagopvangcentra:
organiseren overdag en eventueel 's avonds een gratis onthaal voor de gebruikers. Deze opvang wordt onvoorwaardelijk aangeboden, behalve in de volgende gevallen:
a) 1° indien de maximumcapaciteit voor de opvang bereikt is;
b) 2° indien blijkt dat de opvang van de gebruiker de verwezenlijking van het collectieve begeleidingsproject in gevaar zou kunnen brengen;
garanderen toegang tot ten minste dranken, toiletten, douches, verzorgings- en hygiëneproducten en een wasserij met schoonmaakproducten;
geven de gebruiker de gelegenheid om naar hen te luisteren om hun sociale, administratieve, psychologische en medische moeilijkheden te identificeren, hetzij intern, hetzij overeenkomstig artikel 117/4, 11° ;
informerende gebruikers en verwijzen ze door naar de verschillende diensten die hen kunnen helpen met hun problemen;
bieden geïndividualiseerde ondersteuning op verzoek van de gebruiker;
maken de hulp en ondersteuning bestendig voor gebruikers, in synergie met elke andere operator die aan de behoeften of verwachtingen van de gebruiker kan voldoen;
verzamelen overeenkomstig artikel 44 en uitsluitend met het oog op de kwantitatieve en kwalitatieve evaluatie van de taken die in het kader van deze titel worden uitgevoerd, statistische gegevens met betrekking tot de ontvangen gebruikers.
§ 2. In de twee gevallen van weigering bedoeld in paragraaf 1, 1°, zullen de dagcentra de gebruikers naar best vermogen doorverwijzen naar een andere dienst die aan hun behoeften kan voldoen.
§ 3. De voorwaarden bedoeld in paragraaf 1, 7°, omvatten;
de leeftijd;
het geslacht ;
de nationaliteit;
de situatie van de gebruiker zoals bepaald in artikel 117/1, 1°.
Deze gegevens worden geanonimiseerd en naar de Regering gestuurd op de manier die zij bepaalt.
De verantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens is de dagopvang erkend en gesubsidieerd onder deze titel. Laatstgenoemde oefent zijn uitopdrachten uit met inachtneming van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens.
De gegevens verkregen door de verantwoordelijken voor de verwerking worden niet langer bewaard dan noodzakelijk voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt met een maximale bewaartermijn die verstrijkt op 31 december van het jaar volgend op het jaar waarin de verjaring plaatsvindt van alle handelingen die tot de bevoegdheid van het Waalse Gewest behoren en, in voorkomend geval, waarin de volledige betaling van alle ermee verbonden bedragen, de duur van de afschrijving evenals de definitieve beëindiging van de ermee verbonden procedures en administratieve en gerechtelijke beroepen, is geschied.]1

Art. 117/2. [1 § 1er. Les accueils de jour :
organisent un accueil gratuit pour les usagers en journée et éventuellement en soirée. Cet accueil est proposé de manière inconditionnelle, sauf dans les cas suivants :
a) lorsque la capacité maximale d'accueil est atteinte;
b) lorsqu'il apparaît que l'accueil de l'usager est susceptible de mettre en péril la réalisation du projet d`accueil collectif;
garantissent l'accès, au moins, à des boissons, à des toilettes, à des douches, à des produits de soins et d'hygiène, ainsi qu'à une laverie qui comprend des produits d'entretien;
proposent une écoute aux usagers, afin d'identifier leurs difficultés sociales, administratives, psychologiques et médicales, en interne ou conformément à l'article 117/4, 11° ;
informent et orientent les usagers vers les différents services qui peuvent répondre à leurs difficultés;
assurent un accompagnement individualisé à la demande de l'usager;
s'inscrivent dans une continuité d'aide et d'accompagnement des usagers en travaillant en synergie avec tout autre opérateur qui peut répondre aux besoins ou aux attentes de l'usager;
collectent, conformément à l'article 44 et avec pour seule finalité l'évaluation quantitative et qualitative des missions effectuées dans le cadre du présent Titre, des données statistiques relatives aux usagers accueillis.
§ 2. En ce qui concerne les deux cas de refus visés au paragraphe 1er, 1°, les accueils de jour orientent au mieux l'usager vers un autre service en mesure de répondre à ses besoins.
§ 3. Les données visées au paragraphe 1er, 7°, comprennent :
l'âge;
le sexe;
la nationalité;
la situation de l'usager telle que définie à l'article 117/1, 1°.
Ces données sont anonymisées et transmises au Gouvernement selon les modalités qu'il détermine.
Le responsable du traitement des données à caractère personnel est l'accueil de jour agréé et subventionné dans le cadre du présent Titre. Il prend toutes les mesures utiles afin de respecter la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractère personnel.
Les données obtenues par le responsable du traitement ne sont pas conservées plus longtemps que nécessaire au regard de la finalité pour laquelle elles sont traitées, avec une durée maximale de conservation ne pouvant excéder le 31 décembre de l'année au cours de laquelle sont intervenus la prescription de toutes les actions qui relèvent de la compétence de la Région wallonne, le cas échéant, le paiement intégral des subventions octroyées sur la base du présent Titre, la durée d'amortissement des investissements visés par ou en vertu du présent Titre, ainsi que la cessation définitive des procédures et recours administratifs et judiciaires y liés.]1

Art. 117/3. [1 Naast de taken bedoeld in artikel 117/2 kunnen dagopvangcentra specifieke acties opzetten die door de Regering bepaald worden en binnen de perken en procedures die zij bepaalt.
Binnen de grenzen van de beschikbare begrotingskredieten geeft de Regering erkende dagopvangcentra hiervoor een jaarlijkse subsidie.]1

Art. 117/3. [1 Les accueils de jour peuvent, en plus des missions visées à l'article 117/2, mettre en place des actions spécifiques définies par le Gouvernement et selon les limites et les modalités qu'il détermine.
Dans la limite des crédits budgétaires disponibles, le Gouvernement octroie aux accueils de jour agréés une subvention annuelle à cette fin.]1

Hoofdstuk 3. [1 Erkenning]1
Chapitre 3. [1 Agrément]1
Afdeling 1. [1 Voorwaarden]1
Section 1e. [1 Conditions]1
Art. 117/4. [1 Krachtens dit decreet erkent de Regering dagopvangcentra en verleent ze, binnen de grenzen van de jaarlijks vastgelegde specifieke begrotingskredieten, subsidies aan erkende dagopvangcentra die aan de volgende voorwaarden voldoen:
voornamelijk gevestigd zijn in het Franse taalgebied;
opgericht of georganiseerd worden door een rechtspersoon die zich belangeloos inzet, een vereniging zonder winstoogmerk, een stichting van openbaar nut, een gemeente, intercommunale, een provincie, een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn of een vereniging bedoeld in hoofdstuk XII van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
minstens tien gebruikers tegelijk kunnen ontvangen;
ten minste het volgende ter beschikking stellen van de gebruikers in de lokalen van het centrum:
a) dranken;
b) een gemeenschappelijke ruimte;
c) één toilet voor mannen en één voor vrouwen;
d) een wastafel;
e) een telefoon;
f) een ontvangstruimte voor één-op-één ondersteuningsbijeenkomsten;
ervoor zorgen dat de gebruikers gemakkelijk toegang hebben tot alle volgende diensten, hetzij in de lokalen van het dagopvangcentrum, hetzij daarbuiten via formele samenwerkingsverbanden:
a) sanitaire voorzieningen bestaande uit ten minste één wastafel en één douche, uitgerust met verzorgings- en hygiëneproducten, in het bijzonder sanitaire producten voor vrouwen zoals maandverband; deze voorzieningen zijn zo georganiseerd dat de behoefte van mensen aan hygiëne en privacy wordt gerespecteerd;
b) een wasserij met schoonmaakproducten;
c) een veilige, afgesloten kluis of kamer;
het dagopvangcentrum openstellen voor gebruikers met inachtneming van de volgende minimale en cumulatieve criteria:
a) twintig uur per week, tussen zeven en tweeëntwintig uur, waarvan ten minste zestien uur permanente collectieve opvang;
b) vierenveertig weken per jaar;
c) minstens van 1 november tot 31 maart;
een plan hebben voor collectieve opvang;
de opleiding van werkers en vrijwilligers in een optiek van opvang van gebruikers, volgens de door de Regering vastgelegde procedures;
het charter van het stedelijk of intercommunaal sociaal steunpunt gelegen in het administratief arrondissement waar zijn maatschappelijke zetel gevestigd is, indien bestaand, ondertekenen en toepassen;
10° als er geen sociaal steunpunt is in het arrondissement waar het dagopvangcentrum zijn zetel heeft gevestigd, overeenkomsten sluiten met een dienst die instaat voor het beheer van sociale noodsituaties en die de voorwaarden bepaalt voor de opvang en verzorging van de gebruikers, overeenkomstig de voorwaarden bepaald door de Regering;
11° via partnerschapsovereenkomsten samenwerkingsverbanden aangaan met de diensten en instellingen die nodig zijn voor de uitvoering van haar opdrachten, met inbegrip van deze bedoeld in boek 6 van Deel II van dit Wetboek, overeenkomstig de door de Regering bepaalde nadere regels;
12° beschikken over overeenkomsten met minstens één nachtasiel en één opvangtehuis om noodopvang te voorzien;
13° zijn opdrachten uitvoeren overeenkomstig het decreet van 6 november 2008 betreffende de bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie.
De Regering bepaalt voor welke diensten, bedoeldin het eerste lid, 4° en 5°, aan de gebruiker een financiële bijdrage kan worden gevraagd en onder welke voorwaarden.
Het aantal uren dat de opvang bedoeld in het eerste lid, 6°, a), open is, bedraagt ten minste 880 uren per jaar en wordt berekend als een gemiddelde over het aantal weken waarin het dagopvangcentrum open is.
De Regering bepaalt de inhoud en de modaliteiten voor de uitwerking en de evaluatie van het collectief project voor het dagopvangcentrum bedoeld in artikel 117/4, eerste lid, 7°.]1

Art. 117/4. [1 Le Gouvernement agrée, aux conditions du présent décret, les accueils de jour, et octroie, dans la limite des crédits budgétaires spécifiques fixées annuellement, des subventions aux accueils de jour agréés qui répondent aux conditions suivantes :
avoir leur siège d'activités en Région de langue française;
être créés ou organisés par une personne morale poursuivant un but désintéressé, à savoir, une association sans but lucratif, une fondation d'utilité publique, une commune, une intercommunale, une province, un centre public d'action sociale ou une association telle que visée au chapitre XII de la loi organique du 8 juillet 1976 des centres publics d'action sociale;
être en capacité d'accueillir, simultanément, au moins dix usagers;
mettre au moins à la disposition de l'usager, au sein des locaux du centre :
a) des boissons;
b) une salle collective;
c) un WC pour homme et un WC pour femme;
d) un lavabo;
e) un téléphone;
f) un espace d'accueil nécessaire aux entretiens consacrés à l'accompagnement individualisé;
permettre à l'usager d'accéder facilement, soit dans les locaux de l'accueil de jour soit en dehors par le biais de partenariats formalisés, à tous les services suivants :
a) des sanitaires constitués d'au moins un lavabo et une douche, équipés de produits de soins et d'hygiène, en particulier des produits hygiéniques pour les femmes tels que les protections menstruelles; ces sanitaires sont organisés de façon à respecter les besoins d'hygiène et d'intimité des personnes;
b) une laverie qui comprend des produits d'entretien;
c) un casier ou un local, sécurisé et fermé;
ouvrir l'espace d'accueil de jour aux usagers en respectant les critères minimaux et cumulatifs suivants :
a) vingt heures par semaine, entre sept heures et vingt-deux heures, dont au moins seize heures de permanence d'accueil collectif;
b) durant quarante-quatre semaines par année;
c) au moins du 1er novembre au 31 mars;
disposer d'un projet d'accueil collectif;
former les travailleurs et les bénévoles dans une optique d'accueil des usagers, selon les modalités définies par le Gouvernement;
signer et appliquer la charte du relais social urbain ou intercommunal situé dans l'arrondissement administratif où se situe son siège d'activités, s'il existe;
10° disposer, si aucun relais social n'existe sur l'arrondissement où se situe le siège d'activités de l'accueil de jour, de conventions qui définissent les modalités de l'accueil et de la prise en charge des usagers avec un service chargé de la gestion de l'urgence sociale, selon les modalités définies par le Gouvernement;
11° établir des collaborations avec les services et institutions nécessaires à l'accomplissement de ses missions dont celles et ceux visés au Livre 6 de la deuxième partie du présent Code, via des conventions de partenariat, selon les modalités définies par le Gouvernement;
12° disposer de conventions au minimum avec un abri de nuit et une maison d'accueil, pour permettre un hébergement d'urgence;
13° exercer ses missions conformément au décret du 6 novembre 2008 relatif à la lutte contre certaines formes de discrimination.
Le Gouvernement détermine les services visés à l'alinéa 1er, 4° et 5°, pour lesquels une participation financière peut être demandée à l'usager et selon quelles conditions.
Le nombre d'heures d'ouverture de l'espace d'accueil visé à l'alinéa 1er, 6°, a), est égal à minimum 880 heures par an et est calculé en moyenne sur le nombre de semaines durant lesquelles l'accueil de jour est ouvert.
Le Gouvernement détermine le contenu et les modalités d'élaboration et d'évaluation du projet d'accueil collectif visé à l'article 117/4, alinéa 1er, 7°.]1

Art. 117/5. [1 Het project voor collectieve opvang;
maakt het mogelijk om het te onderscheiden van elke andere activiteit die op dezelfde site wordt georganiseerd;
integreert elk initiatief dat de toegang voor vrouwen vergemakkelijkt;
bepaalt de voorwaarden voor toegankelijkheid voor personen met een handicap;
bevat een onderdeel gewijd aan het beheer van gezondheidsrisico's.]1

Art. 117/5. [1 Le projet d'accueil collectif :
permet de distinguer toute autre activité éventuelle organisée sur le même lieu;
intègre, toute initiative qui facilite l'accès du public féminin;
définit les modalités d'accessibilité aux personnes en situation de handicap;
comprend un volet dédié à la gestion des risques en matière de santé.]1

Art. 117/6. [1 De Regering bepaalt de erkenningsvoorwaarden met betrekking tot personeel, lokalen, veiligheid en uitrusting.]1
Art. 117/6. [1 Le Gouvernement détermine les conditions d'agrément relatives au personnel, aux locaux, à la sécurité et aux équipements.]1
Afdeling 2. [1 De procedure]1
Section 2. [1 Procédure]1
Art. 117/7. [1 De procedures voor toekenning, wijziging en intrekking van een erkenning wordt door de Regering vastgelegd.]1
Art. 117/7. [1 Le Gouvernement fixe les procédures d'octroi, de modification et de retrait d'agrément de l'accueil de jour.]1
Art. 117/8. [1 De Regering bepaalt de nadere regels voor het indienen van een erkenningsaanvraag en voor het wijzigen van de erkenning van een dagopvangcentrum.]1
Art. 117/8. [1 Le Gouvernement détermine les modalités d'introduction de la demande d'agrément et de la modification de l'agrément d'un accueil de jour. ]1
Art. 117/9. [1 Het erkenningsaanvraagdossier bevat o.a. de volgende elementen:
de identiteit van de inrichtende macht, diens adres en, indien de inrichtende macht een verenging zonder winstoogmerk of een stichting is, de statuten ervan en hun eventuele in het Belgisch Staatsblad verschenen wijzigingen, evenals het ondernemingsnummer;
het adres van de opvangplaats :
de naam en de kwalificaties van de personeelsleden, evenals een omschrijving van hun functies ;
het aantal gebruikers dat het dagopvangcentrum tegelijkertijd kan ontvangen in de daarvoor bedoelde ruimtes;
een plattegrond van de gebouwen met vermelding van de bestemming der lokalen;
een veiligheidsattest dat minder dan een jaar voordien door de burgemeester werd afgeleverd voor de lokalen waarin de activiteiten bedoeld in deze titel plaatsvinden;
het huishoudelijk reglement met omschrijving van de rechten en de plichten van de gebruikers, het personeel en de inrichtende macht;
de openingstijden en -periodes van het dagopvangcentrum;
het collectieve opvangproject;
10° de overeenkomsten bedoeld in artikel 117/4, 10°, 11° et 12° ;
11° een document waaruit blijkt dat het dagopvangcentrum gedekt is door een brandverzekering en een beroepsaansprakelijkheidsverzekering;
12° informatie over andere financieringsbronnen voor dagopvang;
13° een formulier waarin de voorgenomen regeling wordt beschreven en waarin wordt uiteengezet hoe het dagopvangcentrum zijn taken wil vervullen en wil voldoen aan de bij of krachtens deze titel gestelde voorwaarden, waarvan de inhoud door de Regering wordt bepaald.
Het huishoudelijk reglement bedoeld in lid 1, 7°, wordt toegepast door het dagopvangcentrum in voege is en wordt aangeplakt is in een voor de gebruikers toegankelijke plaats.]1

Art. 117/9. [1 Le dossier de demande d'agrément des accueils de jour comporte :
l'identité du pouvoir organisateur, son adresse et, si le pouvoir organisateur est une association sans but lucratif, une fondation ou une intercommunale, les statuts de celle-ci et ses éventuelles modifications parus au Moniteur belge, ainsi que son numéro d'entreprise;
l'adresse du lieu d'accueil;
le nom et les qualifications des membres du personnel, ainsi qu'une description de leurs fonctions;
le nombre d'usagers que l'accueil de jour est en capacité d'accueillir simultanément dans les espaces d'accueil de jour;
un plan côté de l'établissement qui indique la destination des lieux;
une attestation de sécurité délivrée depuis moins d'un an par le bourgmestre pour les locaux au sein desquels se déroulent les activités visées par le présent Titre;
le règlement d'ordre intérieur qui définit les droits et les devoirs des usagers, du personnel et du pouvoir organisateur;
les horaires et périodes d'ouverture de l'accueil de jour;
le projet d'accueil collectif;
10° les conventions visées à l'article 117/4, 10°, 11° et 12° ;
11° un document attestant que l'accueil de jour est couvert par une assurance contre l'incendie et une assurance en responsabilité civile professionnelle;
12° l'information concernant les autres sources de financement dont bénéficie l'accueil de jour;
13° un formulaire qui décrit le dispositif envisagé et établit la façon dont l'accueil de jour entend remplir les missions et se conformer aux conditions établies par ou en vertu du présent Titre, et dont le contenu est défini par le Gouvernement.
Le règlement d'ordre intérieur visé à l'alinéa 1er, 7°, est appliqué par l'accueil de jour et affiché dans un lieu accessible aux usagers.]1

Art. 117/10. [1 De Regering bepaalt de modaliteiten voor de uitwerking en de minimale inhoud van het huishoudelijk reglement bedoeld in artikel 117/9, 7°, evenals het model van het attest bedoeld in artikel 117/9, 6°.]1
Art. 117/10. [1 Le Gouvernement détermine les modalités d'élaboration et le contenu minimum du règlement d'ordre intérieur visé à l'article 117/9, 7°, et du modèle d'attestation visée à l'article 117/9, 6°.]1
Art. 117/11. [1 De Regering verleent de erkenning voor een onbepaalde duur.
De erkenning vermeldt volgens de door de Regering vastgestelde criteria het maximum aantal personen dat tegelijkertijd in de opvangruimten kan worden ondergebracht.]1

Art. 117/11. [1 Le Gouvernement accorde l'agrément pour une durée indéterminée.
L'agrément mentionne, selon les critères définis par le Gouvernement, le nombre maximum de personnes qui peuvent être accueillies simultanément dans les espaces d'accueil.]1

Hoofdstuk 4. [1 Programmatie van de dagopvangcentra]1
Chapitre 4. [1 Programmation des accueils de jour]1
Art. 117/12. [1 De Regering bepaalt het gebiedsgebonden programma van dagcentra die goedgekeurd kunnen worden, volgens de vestigingscriteria die ze bepaalt.
De programmatie kan eveneens factoren van conjuncturele orde in overweging nemen met als gevolg een verhoging van het aantal in sociale moeilijkheden verkerende personen in één of meer provincies of gemeenten.]1

Art. 117/12. [1 Le Gouvernement définit la programmation territoriale des accueils de jour susceptibles d'être agréés, selon les critères d'établissement qu'il détermine.
La programmation peut également prendre en considération des facteurs d'ordre conjoncturel qui ont pour conséquence une augmentation du nombre de personnes sans abri ou sans chez soi dans une ou plusieurs provinces ou communes.]1

Hoofdstuk 5. [1 Subsidiëring van de erkende dagopvangcentra]1
Chapitre 5. [1 Subventionnement des accueils de jour agréés]1
Art. 117/13. [1 § 1. De Regering kent een jaarlijkse subsidie toe aan erkende dagopvangcentra, binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten.
De subsidie dient uitsluitend voor de werkings- en personeelskosten van de erkende dagopvang, met inbegrip van de kosten voor de opleiding, opdat hij zijn opdrachten kan vervullen.
Uitrustingskosten kunnen worden toegestaan binnen de perken en volgens de procedures die door de Regering zijn vastgesteld.
§ 2. De Regering bepaalt het bedrag, de berekeningswijze, de toekenningsvoorwaarden en de indexeringsregels van de subsidie, op basis van het aantal gebruikers dat tegelijkertijd kan worden opgevangen in de dagcentra voor opvang en sociale begeleiding.
De Regering kan andere dan de in lid 1 bedoelde criteria vaststellen die verband houden met de activiteit van dagopvangcentra.
§ 3. De overheid bepaalt welke uitgaven in aanmerking komen voor subsidie.]1

Art. 117/13. [1 § 1er. Le Gouvernement octroie, dans la limite des crédits budgétaires disponibles, aux accueils de jour agréés une subvention annuelle.
La subvention est affectée aux frais de fonctionnement et de personnel de l'accueil de jour agréé, en ce compris, les frais de formation pour lui permettre d'accomplir ses missions.
Des frais d'équipement peuvent être autorisés dans les limites et selon les modalités définies par le Gouvernement.
§ 2. Le Gouvernement détermine le montant, le mode de calcul, les conditions d'octroi, ainsi que les modalités d'indexation de la subvention, en se basant sur le nombre d'usagers qui peuvent être accueillis simultanément dans les espaces d'accueil de jour dédiés à l'accueil et à l'accompagnement social des usagers.
Le Gouvernement peut définir d'autres critères que celui visé à l'alinéa 1er et qui sont en lien avec l'activité des accueils de jours.
§ 3. Le Gouvernement définit les dépenses éligibles à la subvention.]1

TITEL III. - Schuldbemiddeling
TITRE III. - Médiation de dettes
HOOFDSTUK I. - Instellingen voor schuldbemiddeling
CHAPITRE Ier. - Institutions pratiquant la médiation de dettes
Afdeling 1. - Algemene bepaling
Section 1re. - Disposition générale
Art. 118. Deze titel is toepasselijk op de privé- of openbare instellingen voor schuldbemiddeling [1 zoals omschreven in artikel I.9, 55°, van het Wetboek van economisch recht]1 en op de privé- of openbare instellingen erkend voor schuldbemiddeling in het kader van artikel 1675/17, § 1, van het Gerechtelijk wetboek.
Deze instellingen oefenen die activiteit uit op het grondgebied van het Franse taalgebied.
Art. 118. Le présent titre est applicable aux institutions publiques ou privées qui pratiquent la médiation de dettes [1 telle que définie à l'article I.9, 55°, du Code de Droit économique]1 et aux institutions publiques ou privées agréées pour pratiquer la médiation dans le cadre de l'article 1675/17, § 1er, du Code judiciaire.
Ces institutions exercent cette activité sur le territoire de la région de langue française.
Afdeling 2. - Erkenning
Section 2. - Agrément
Art. 119. De [1 minister]1 van Sociale Actie beslist over de aanvragen tot erkenning van de instellingen voor schuldbemiddeling.
Art. 119. Le [1 ministre ]1 qui a l'Action sociale dans ses attributions statue sur les demandes d'agrément des institutions pratiquant la médiation de dettes.
Art. 120. De aanvraagprocedure voor de toekenning van de erkenning wordt door de Regering vastgelegd.
De erkenning wordt voor een onbepaalde duur toegekend.
Art. 120. Le Gouvernement fixe la procédure de demande d'octroi d'agrément.
L'agrément est octroyé pour une durée indéterminée.
Art. 121. [1 De erkenning kan worden toegekend aan instellingen die tegelijkertijd :
een maatschappelijk werker aanstellen met een gespecialiseerde opleiding van minstens dertig uren inzake schuldbemiddeling;
de uitvoering aantonen van juridische prestaties door een persoon houder van de academische graad licentiaat of master in de rechten die beschikt over een gespecialiseerde vorming in de schuldbemiddeling. Deze persoon is gebonden aan de instelling door een arbeidscontract, een statuut of vastgelegd bij overeenkomst volgens het model vastgelegd door de Regering is. Deze overeenkomst is gesloten door een advocaat of door een in schuldbemiddeling gespecialiseerde jurist of door een instelling die één of meerdere in schuldbemiddeling gespecialiseerde juristen in dienst heeft;
[2 zich ertoe verbinden schuldbemiddeling aan te bieden zoals bedoeld in artikel I.9, 55°, van het Wetboek van economisch recht. In voorkomend geval, als er een collectieve schuldenregeling zoals bedoeld in de artikelen 1675/2 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek overwogen dient te worden, verbindt de publieke of privé-instelling zich ertoe, de persoon bedoeld in artikel 1675/2 van genoemd Wetboek erover in te lichten, haar bij te staan bij het opstellen van het verzoekschrift bedoeld in artikel 1675/4 van hetzelfde Wetboek en zich voor te stellen als schuldbemiddelaar in de zin van artikel 1675/4, § 2, 5°, van genoemd Wetboek of op die titel een andere gemachtigde schuldbemiddelaar voor te stellen overeenkomstig artikel 1675/17 van hetzelfde Wetboek.]2
zich ertoe verbinden een vrijwillig aangegane budgettaire begeleiding aan te bieden, die aansluit op een optiek van autonomisering van de persoon;
zich ertoe verbinden een gestandaardiseerde opvolgingsfiche op te maken en bij te houden, die hun tegemoetkomingen, alsmede de data waarop ze verleend worden en de lijst van de schuldeisers vermeldt.
De Regering legt de vereiste kwalificaties voor de toegang tot de betrekking van sociale medewerker zoals bedoeld in lid 1, 1° vast en legt de minimuminhoud van de overeenkomst van juridische diensten zoals bedoeld in lid 1, 2° vast. Ze bepaalt de inhoud van de gespecialiseerde vormingen zoals bedoeld in lid, 1° en 2°.]1

Art. 121. [1 L'agrément peut être accordé aux institutions publiques ou privées qui, à la fois :
affectent à la médiation de dettes un travailleur social disposant d'une formation spécialisée de 30 heures au moins en matière de médiation de dettes;
justifient de l'exécution de prestations juridiques par une personne titulaire du grade académique de licencié en droit ou master en droit et disposant d'une formation spécialisée en médiation de dettes. Cette personne est liée à l'institution par un contrat de travail, un statut ou par voie de convention selon le modèle arrêté par le Gouvernement. Cette convention est conclue avec un avocat ou un juriste spécialisé en médiation de dettes ou une association employant un ou des juristes spécialisés en médiation de dettes;
[2 s'engagent à proposer la médiation de dettes telle que visée à l'article I.9, 55°, du Code de Droit économique. Le cas échéant, si un règlement collectif de dettes tel que visé aux articles 1675/2 et suivants du Code judiciaire doit être envisagé, l'institution publique ou privée s'engage à en informer la personne visée à l'article 1675/2 de ce Code, à l'assister dans la rédaction de la requête visée à l'article 1675/4 du même Code, et à se proposer comme médiateur de dettes au sens de l'article 1675/4, § 2, 5°, de ce Code ou à proposer à ce titre un autre médiateur de dettes habilité conformément à l'article 1675/17 du même Code.]2
s'engagent à proposer une guidance budgétaire librement consentie s'inscrivant dans une optique d'autonomisation de la personne;
s'engagent à créer et tenir à jour une fiche de suivi standardisée par dossier où elles consignent au moins leurs interventions, les dates de celles-ci ainsi que la liste des créanciers.
Le Gouvernement fixe les qualifications requises pour l'accès à l'emploi de travailleur social visé au 1er alinéa, 1°, et le contenu minimal de la convention de prestations juridiques visé au 1er alinéa, 2°. Il définit le contenu des formations spécialisées visées au 1er alinéa, 1° et 2°.]1

Art. 122. Instellingen die geen openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn zijn, kunnen enkel worden erkend als ze bovendien :
geen winstoogmerk najagen;
de rechtspersoonlijkheid hebben;
met name de hulp aan in moeilijkheden verkerende personen [1 tot doel]1 hebben.
Art. 122. Les institutions, autres qu'un centre public d'action sociale, ne peuvent être agréées que si, en outre, elles :
ne poursuivent pas un but de lucre;
disposent de la personnalité juridique;
ont notamment pour [1 objet]1 l'aide aux personnes en difficulté.
Art. 123. Niettegenstaande de naleving van bovenvermelde voorwaarden kan de Minister van Sociale Actie de erkenning weigeren aan instellingen :
indien wordt vastgesteld dat zij of één van hun organen, gemachtigden of aangestelden blijk geven van een gebrek aan eerbaarheid of onbaatzuchtigheid;
binnen dewelke de functies van voorzitter, bestuurder, directeur of gemachtigde worden toevertrouwd aan een niet gerehabiliteerde persoon die veroordeeld werd tot een gevangenisstraf van minstens één maand, zelfs met uitstel, voor een overtreding bedoeld in het koninklijk besluit nr. 22 waarbij aan bepaalde veroordeelden en aan de gefailleerde verbod wordt opgelegd bepaalde ambten, beroepen of werkzaamheden uit te oefenen en waarbij aan de rechtbanken van koophandel de bevoegdheid wordt toegekend dergelijk verbod uit te spreken;
die niet voldoende zelfstandig zijn t.o.v. personen of instellingen die een activiteit van kredietgever of kredietbemiddelaar uitoefenen krachtens de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet.
Art. 123. Le Ministre qui a l'Action sociale dans ses attributions peut, nonobstant le respect des conditions visées ci-avant, refuser l'agrément :
aux institutions, lorsqu'il est établi un manque d'honorabilité ou de désintéressement dans leur chef, ou dans celui d'un de leurs organes, mandataires ou préposés;
aux institutions au sein desquelles les fonctions de président, d'administrateur, de directeur ou de mandataire sont confiées à une personne non réhabilitée ayant encouru une peine d'emprisonnement d'au moins un mois, même avec sursis, pour une infraction prévue à l'arrêté royal n° 22 du 24 octobre 1934 portant interdiction à certains condamnés et aux faillis d'exercer certaines fonctions, professions ou activités et conférant aux tribunaux de commerce la faculté de prononcer de telles interdictions;
aux institutions ne jouissant pas d'une indépendance suffisante vis-à-vis des personnes ou institutions exerçant une activité de prêteur ou d'intermédiaire de crédit soumise à la loi du 12 juin 1991 relative au crédit à la consommation.
Art. 124. De andere erkende particuliere en openbare instellingen dan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de verenigingen van openbare centra voor maatschappelijk welzijn beoogd in hoofdstuk XII van de organieke wet van 8 juli 1976 van openbare centra voor maatschappelijk welzijn, mogen geen bezoldiging of vergoeding vragen, onder welke benaming ook.
Art. 124. Les institutions privées et les institutions publiques agréées autres que les centres publics d'action sociale et les associations de centres publics d'action sociale visées au chapitre XII de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'action sociale ne peuvent réclamer aucune rétribution ni indemnité, sous quelque dénomination que ce soit.
Art. 125. De erkende instellingen moeten de volgende verplichtingen naleven :
de erkenning vermelden;
de [2 minister]2 van Sociale Actie inlichten over elke wijziging van de statuten en over de benoemingen van bestuurders, de beëindiging van de schuldbemiddelingsactiviteit of telkens als ze niet meer voldoen aan de bij deze titel gestelde erkenningsvoorwaarden;
zich onderwerpen aan de controle van de door de [2 minister]2 van Sociale Actie aangeduide leden van de inspectiedienst van de Administratie [1 ...]1.
Art. 125. Les institutions agréées doivent respecter les obligations suivantes :
mentionner l'agrément;
informer le [2 ministre]2 qui a l'Action sociale dans ses attributions de toute modification des statuts et des désignations d'administrateurs, de la cessation de l'activité de médiation de dettes ou lorsqu'elles ne remplissent plus les conditions d'agrément fixées par le présent titre;
se soumettre au contrôle des membres du service d'inspection de l'Administration désignés par le [2 ministre]2 qui a l'Action sociale dans ses attributions [1 ...]1.
Art. 126. De [1 minister]1 van Sociale Actie kan de erkenning ogenblikkelijk intrekken indien de bepalingen van deze titel niet worden nageleefd.
Art. 126. Le [1 ministre]1 qui a l'Action sociale dans ses attributions peut retirer à tout moment l'agrément en cas de non-respect des dispositions du présent titre.
Afdeling 3. - Programmering en subsidiëring
Section 3. - Programmation et subventionnement
Art. 127. § 1. De Regering is gemachtigd om een programmering te bepalen van de instellingen die als schuldbemiddelaar erkend zijn, rekening houdende met het aantal inwoners en met iedere gemeente die het voornemen heeft om door een erkende instelling bediend te worden.
§ 2. Aan de programmering die de Regering zal bepalen overeenkomstig [1 paragraaf 1]1 worden niet onderworpen :
[1 ]1 openbare of privé-instellingen die aan één enkele instelling of onderneming verbonden zijn en waarvan de activiteiten ten behoeve van een welbepaald publiek ontplooid worden;
[1 ]1 de instelling bedoeld in artikel 13 van het samenwerkingsakkoord tussen het Waalse Gewest en de Duitstalige Gemeenschap van 26 november 1998;
[1 ]1 de referentiecentra erkend als schuldbemiddelaar in het kader van deze titel.
§ 3. Behoudens een krachtens artikel 126 besloten intrekking behouden de instellingen die beschikken over een erkenning op de datum van inwerkingtreding van de programmering hun erkenning tot en met het verstrijken van de periode waarvoor zij toegekend is. De programmering mag de verlenging van hun erkenning niet beletten, zolang ze ononderbroken erkend blijven.
Art. 127. § 1er. Le Gouvernement est habilité à fixer une programmation des institutions agréées pour la pratique de médiation de dettes en tenant compte du nombre d'habitants et de la vocation de chaque commune à être desservie par une institution agréée.
§ 2. Ne sont pas soumis à la programmation que le [1 paragraphe 1er]1 du présent article charge le Gouvernement de fixer :
[1 ]1 des organismes publics ou privés exclusivement rattachés à une institution ou une entreprise et dont les activités sont déployées au profit d'un public bien spécifique;
[1 ]1 l'institution visée à l'article 13 de l'Accord de coopération entre la Région wallonne et la Communauté germanophone du 26 novembre 1998;
[1 ]1 les centres de référence agréés pour pratiquer la médiation de dettes dans le cadre du présent titre.
§ 3. Sous réserve d'un retrait décidé en vertu de l'article 126, les institutions disposant d'un agrément à la date d'entrée en vigueur de la programmation conservent leur agrément jusqu'à l'expiration de la période pour laquelle il a été octroyé. La programmation ne peut faire obstacle au renouvellement de leur agrément, aussi longtemps qu'elles restent agréées de façon ininterrompue.
Art. 128. § 1. Binnen de perken van de begrotingskredieten verleent de Regering [3 of haar afgevaardigde]3, onder de voorwaarden en volgens de modaliteiten die zij bepaalt, toelagen aan de erkende instellingen voor schuldbemiddeling, met uitzondering van de in artikel 127, § 2, bedoelde instellingen
Deze toelagen bestaan uit een forfaitair en een variabel gedeelte.
De criteria voor de berekening van het variabel gedeelte houden onder meer rekening met het aantal door de erkende instelling behandelde dossiers.
[2 ...]2
§ 2. Binnen de perken van de begrotingskredieten kan de Regering [3 of haar afgevaardigde]3, onder de voorwaarden en volgens de modaliteiten die zij bepaalt, eveneens referentiecentra erkennen en subsidiëren die belast zijn met :
het verlenen van bijstand op juridisch vlak en inzake de schuldbemiddelingspraktijken aan verschillende erkende instellingen, waarbij deze bijstand voor de moeilijkste gevallen uit een tenlasteneming kan bestaan;
met een algemene opdracht inzake voorkoming van schuldoverlast, alsook met het begeleiden van de steungroepen inzake voorkoming van schuldoverlast die door de erkende instellingen voor schuldbemiddeling georganiseerd worden of die krachtens een samenwerkingsovereenkomst opgericht worden, op pedagogisch vlak, op technisch vlak en op evaluatievlak;
[1 3° een lokaal overlegplatform op te richten waar actieve lokale actoren op het gebied van bestrijding van de overmatige schuldenlast verenigd zijn.]1
Het referentiecentrum moet over de documentatie beschikken die de erkende instellingen voor schuldbemiddeling die onder zijn ambtsgebied vallen, in staat stelt er de nodige informatie te vinden om hun opdrachten uit te voeren. Die informatie betreft o.a. de rechtspraak en de jongste ontwikkeling ervan.
Zij legt het ambtsgebied van de referentiecentra vast. Het moet ten minste acht gemeenten tellen, met een totale bevolking van minimum 200 000 inwoners.
Om erkend te worden, moeten de referentiecentra :
opgericht zijn door ten minste acht openbare centra voor maatschappelijk welzijn, overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk XII van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
beschikken over een maatschappelijk werker die voltijds voor schuldbemiddeling in dienst genomen is, na een speciale opleiding van minimum dertig uren inzake schuldbemiddeling en met vijf jaar beroepservaring inzake maatschappelijk werk;
[1 en persoon houder van de academische graad licentiaat of master in de rechten voltijds tot zijn beschikking hebben, die beschikt over een gespecialiseerde vorming in de schuldbemiddeling, zoals bedoeld in artikel 121, 2°.]1
De Regering [3 of haar afgevaardigde]3 subsidieert de personeels- en werkingskosten van de erkende referentiecentra. De gesubsidieerde personeelskosten mogen de door de Regering vastgelegde weddeschalen niet overschrijden.
Art. 128. § 1er. Dans les limites des crédits budgétaires, le Gouvernement [3 ou son délégué]3 accorde, suivant les conditions et modalités qu'il fixe, des subventions aux institutions agréées pour pratiquer la médiation de dettes, à l'exception des institutions visées à l'article 127, § 2.
Ces subventions sont composées d'une partie forfaitaire et d'une partie variable.
Les critères de calcul de la partie variable des subventions tiennent notamment compte du nombre des dossiers traités par l'institution agréée.
[2 ...]2
§ 2. Le Gouvernement [3 ou son délégué]3 peut également agréer et subventionner, suivant les conditions et modalités qu'il détermine et dans les limites des crédits budgétaires, des centres de référence chargés :
d'assister sur le plan du droit et de la pratique de la médiation de dettes plusieurs institutions de médiation de dettes agréées, cette assistance pouvant consister en la prise en charge des cas les plus difficiles;
d'une mission générale de prévention du surendettement ainsi que d'accompagner les groupes d'appui de prévention du surendettement organisés par les institutions agréées de médiation de dettes ou créés en vertu d'une convention de partenariat, sur les plans pédagogique, technique et de l'évaluation.
[1 3° d'organiser une plate-forme de concertation locale réunissant les acteurs locaux actifs en matière de lutte contre le surendettement.]1
Le centre de référence devra disposer de la documentation lui permettant d'offrir aux institutions de médiation de dettes agréées relevant de son ressort territorial toute l'information nécessaire relative à la bonne exécution de leurs missions. Cette information concerne notamment la jurisprudence et son évolution la plus récente.
Il fixe le ressort territorial des centres de référence. Celui-ci doit couvrir au moins huit communes représentant au total au moins 200 000 habitants.
Pour être agréés, les centres de référence doivent :
être créés par au moins huit centres publics d'action sociale, sur base des dispositions du Chapitre XII de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'action sociale;
disposer d'un travailleur social affecté à plein temps à la médiation de dettes, ayant suivi une formation spécialisée de [2 trente]2 heures au moins en cette matière et justifiant de cinq années d'expérience professionnelle en matière de travail social;
[1 disposer à temps plein d'un titulaire d'un grade académique de licencié en droit ou de master en droit disposant d'une formation spécialisée en médiation de dettes telle que visée à l'article 121, 2°.]1
Le Gouvernement [3 ou son délégué]3 subventionne des frais de personnel et de fonctionnement des centres de référence agréés. Les frais de personnel subventionnés ne peuvent excéder les barèmes fixés par le Gouvernement.
Art. 129. Voor een bijkomende toelage komen in aanmerking de erkende instellingen voor schuldbemiddeling die één of meer steungroepen inzake schuldenlastpreventie organiseren of die een overeenkomst met een partner sluiten met het oog op de organisatie van een dergelijke groep waarvan de opdracht erin bestaat via regelmatige ontmoetingen met personen die in een situatie van schuldenoverlast verkeren of die een dergelijke toestand hebben gekend, de problemen te bespreken inzake budgetbeheer, schuldoverlast en, in het algemeen, ieder thema dat een weerslag heeft op dit beheer om hun sociale situatie te verbeteren.
De Regering bepaalt de voorwaarden en modaliteiten van toelagen aan de erkende instellingen voor de steungroepen inzake schuldenlastpreventie.
De erkende instellingen of de met die instellingen gebonden partners moeten bovendien aan de volgende voorwaarden voldoen :
[1 ]1 over een lokaal beschikken dat een groep van minimum vijftien personen kan onderbrengen;
[1 ]1 pedagogische animaties ontwikkelen die in het kader van de bovenbedoelde opdrachten op de behoeften van de gerechtigden inspelen;
[1 ]1 samenwerkingsverbanden aangaan en in partnerschap werken met terzake doende diensten, instellingen of personen om de thema's inzake schuldenlastpreventie te bespreken;
[1 ]1 aan de door de referentiecentra georganiseerde intervisievergaderingen deelnemen.
Art. 129. Bénéficient d'une subvention complémentaire les institutions agréées pour la pratique de la médiation de dettes qui organisent un ou des groupes d'appui pour la prévention du surendettement ou concluent une convention avec un partenaire en vue de l'organisation d'un tel groupe dont les missions sont, via des réunions régulières, d'aborder avec des personnes en situation de surendettement ou ayant connu une telle situation, ainsi qu'avec d'autres personnes intéressées, les problèmes de gestion budgétaire, de surendettement et, de façon générale, tout thème ayant une incidence sur cette gestion en vue d'améliorer leur situation sociale.
Le Gouvernement détermine les conditions et modalités des subventions aux institutions agréées pour les groupes d'appui pour la prévention du surendettement.
Les institutions agréées ou les partenaires conventionnés avec ces institutions doivent, en outre, répondre aux conditions suivantes :
[1 ]1 disposer d'un local permettant d'accueillir un groupe d'au moins quinze personnes;
[1 ]1 développer des animations pédagogiques adaptées aux besoins exprimés par les bénéficiaires dans le cadre des missions prédécrites;
[1 ]1 établir des collaborations et travailler en partenariat avec des services, institutions ou personnes utiles pour aborder les thématiques de prévention du surendettement;
[1 ]1 participer aux réunions d'intervisions organisées par les centres de référence.
HOOFDSTUK II. - Waarnemingscentrum voor krediet en schuldenlast
CHAPITRE II. - Observatoire du crédit et de l'endettement
Art. 130. § 1. De Regering erkent het Waarnemingscentrum voor krediet en schuldenlast onder de voorwaarden en volgens de modaliteiten die zij bepaalt.
Die instelling heeft de volgende opdrachten :
[1 ]1 statistische gegevens inzake schuldoverlast verzamelen [1 en behandelen]1;
[1 ]1 de evolutie van de wetgeving en de rechtspraak bestuderen;
[1 ]1 de kredietpraktijken en de daarmee gepaard gaande vraagstukken bestuderen;
[1 ]1 tot het preventiewerk inzake schuldoverlast bijdragen door verspreiding van alle nuttige informatie aan het publiek en aan de personen die beroepshalve in de sociale actie of in het kredietwezen actief zijn;
[1 ]1 jaarlijks een basis- en voortgezet opleidingsprogramma voor de schuldbemiddelaars organiseren;
[1 6° het secretariaat van het coördinatiecomité van preventieacties en bestrijding van schuldenoverlast te onderhouden, zoals bedoeld in artikel 130/1.]1
[1 Met het oog op het vervullen van de opdracht die in het tweede lid, onder 1° vermeld is, wordt de Regering gemachtigd om de voorwaarden en modaliteiten van de verzameling van persoonlijke gegevens inzake overmatige schuldenoverlast vast te leggen.]1
§ 2. Het Waarnemingscentrum voor krediet en schuldenlast maakt jaarlijks een verslag op over de evolutie van schuldenlast en schuldoverlast van de Waalse gezinnen, alsook alle nuttige gegevens voor een preventiebeleid inzake schuldoverlast.
[2 Dit verslag wordt overgemaakt aan de Regering [3 of haar afgevaardigde]3 op de datum die zij bepaalt.]2
§ 3. Binnen de perken van de begrotingskredieten verleent de Regering, onder de voorwaarden en volgens de modaliteiten die zij bepaalt, toelagen aan het Waarnemingscentrum voor krediet en schuldenlast.
Deze toelagen dekken :
personeelskosten;
werkingskosten;
initiatieven die een problematiek willen verhelpen of om een specifieke opdracht te vervullen.
Art. 130. § 1er. Le Gouvernement reconnaît, aux conditions et modalités qu'il détermine, l'Observatoire du crédit et de l'endettement.
Cet organisme a pour missions :
[1 ]1 de collecter [1 et de traiter]1 des données statistiques en matière de surendettement;
[1 ]1 d'étudier l'évolution de la législation et de la jurisprudence;
[1 ]1 d'étudier les pratiques relatives au crédit et les problématiques qui y sont liées;
[1 ]1 de contribuer au travail de prévention en matière de surendettement en diffusant toute information utile auprès du public et des professionnels de l'action sociale ou du crédit;
[1 ]1 d'organiser annuellement un programme de formation de base et continuée pour les médiateurs de dettes;
[1 6° assurer le secrétariat du comité de coordination des actions de prévention et de lutte contre le surendettement visé à l'article 130/1.]1
[1 En vue de l'exercice de la mission dont question au 2e alinéa, 1°, le Gouvernement est habilité à arrêter les conditions et modalités de collecte de données personnelles en matière de surendettement.]1
§ 2. L'Observatoire du crédit et de l'endettement rédige un rapport annuel contenant l'évolution de l'endettement et du surendettement des ménages wallons ainsi que toute donnée utile à une politique de prévention du surendettement.
[2 Ce rapport est transmis au Gouvernement [3 ou son délégué]3 à la date qu'il fixe.]2
§ 3. Dans les limites des crédits budgétaires, le Gouvernement accorde, suivant les conditions et modalités qu'il détermine, des subventions à l'Observatoire du crédit et de l'endettement.
Ces subventions couvrent :
des frais de personnel;
des frais de fonctionnement;
des initiatives visant à rencontrer une problématique ou pour assurer une mission spécifique.
Art. 130/1. [1 Er wordt een coördinatiecomité van preventieacties en bestrijding van schuldenoverlast opgericht en op zijn minst samengesteld uit de Minister die bevoegd is voor Sociale Actie of diens vertegenwoordiger, die de verantwoordelijkheid draagt voor het voorzitterschap, het bestuur, het "Observatoire du Crédit et de l'Endettement" (het Observatorium voor Krediet en Schuldenoverlast) en voor de referentiecentra." De Regering wordt gemachtigd de samenstelling, de bevoegdheden en de opdrachten van het coördinatiecomité vast te stellen.]1
Art. 130/1. [1 Il est créé un comité de coordination des actions de prévention et de lutte contre le surendettement composé au moins du Ministre qui a l'action sociale dans ses attributions ou son représentant qui en assure la présidence, l'administration, l'Observatoire du Crédit et de l'Endettement et les centres de référence. Le Gouvernement est habilité à fixer la composition, les compétences et missions de ce comité de coordination.]1
TITEL IV. - Centra voor maatschappelijk werk
TITRE IV. - Centres de service social
HOOFDSTUK I. - Erkenning
CHAPITRE Ier. - Agrément
Art. 131. Onder de door haar bepaalde voorwaarden kan de Regering haar erkenning verlenen aan Centra voor maatschappelijk werk die ermee belast worden een geïndividualiseerde sociale hulp aan personen en gezinnen te verschaffen, als ze aan de volgende eisen voldoen :
hetzij opgericht worden als vennootschap zonder winstoogmerk waarvan het enige doel erin bestaat de in het eerste lid bedoelde opdracht te vervullen, hetzij opgericht worden door een landsbond of een ziekenfonds, zoals omschreven in de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen;
minstens drie geschoolde vakmensen voltijds in dienst nemen, die houder zijn van een diploma van maatschappelijk werker of van gegradueerd maatschappelijk verpleger of van een gelijkwaardig diploma; twee van de drie betrekkingen kunnen echter deeltijdse betrekkingen zijn;
de helft van het aantal geschoolde vakmensen moet houder zijn van een diploma van maatschappelijk werker;
over een centraal secretariaat en één of meerdere spreekkamers beschikken;
een permanentie van minstens tien uur per week verzekeren in het geval van een in 2° bedoelde voltijdse betrekking; de permanentie moet door de in 2° bedoelde geschoolde vakmensen verzekerd worden;
de permanentie gedurende minstens vierenveertig weken per jaar verzekeren;
over de nodige uitrusting en een afzonderlijke wachtkamer beschikken op de plaatsen waar spreekuur wordt gehouden;
voor iedereen toegankelijk zijn, ongeacht de ideologische, filosofische of godsdienstige overtuiging, de nationaliteit, en zonder lid van het centrum voor maatschappelijk werk te moeten zijn.
Art. 131. Selon les modalités qu'il fixe, le Gouvernement peut agréer des centres de service social chargés de dispenser une aide sociale individualisée aux personnes et aux familles, s'ils satisfont aux conditions minimales suivantes :
soit être constitué sous la forme d'une association sans but lucratif qui a pour unique objet l'accomplissement de la mission visée à l'alinéa 1er, soit être créé par une union nationale ou une mutualité telles que définies par la loi du 6 août 1990 relative aux mutualités et aux unions nationales de mutualités;
employer à temps plein au moins trois professionnels qualifiés, titulaires du diplôme d'assistant social ou du diplôme d'infirmier gradué social ou porteurs d'un titre équivalent; deux des trois emplois peuvent toutefois être occupés à temps partiel;
la moitié des professionnels qualifiés doivent être titulaires du diplôme d'assistant social;
disposer d'un secrétariat central et d'un ou plusieurs bureaux de consultation;
assurer une permanence hebdomadaire minimale à raison de dix heures par équivalent temps plein considéré au 2° ; la permanence doit être assurée par des professionnels qualifiés au sens du 2° ;
assurer cette permanence durant quarante-quatre semaines par an au moins;
aux endroits où se tiennent les consultations, disposer de l'équipement nécessaire ainsi que d'une salle d'attente séparée;
être accessible à chacun, quelle que soit son appartenance idéologique, philosophique ou religieuse, quelle que soit sa nationalité, et sans qu'une affiliation au centre de service social ne soit exigée.
HOOFDSTUK II. - Subsidiëring
CHAPITRE II. - Subventionnement
Art. 132. Binnen de perken van de begrotingskredieten bepaalt de Regering de wijze waarop de centra gesubsidieerd worden.
Ze kan hen alzo toelagen verlenen om de loonkosten van de in 131, 2°, bedoelde geschoolde vakmensen en de werkingskosten te dekken. Het aantal geschoolde vakmensen dat in aanmerking wordt genomen, wordt in het erkenningsbesluit vastgesteld
De toelagen voor werkingskosten bestaan uit :
een jaarlijks forfaitair aandeel per geschoolde vakman naar gelang van de duur van zijn dienstverleningen;
een jaarlijks forfaitair werkingsaandeel dat verdubbeld wordt voor centra die niet beschouwd kunnen worden als behorend tot een landsbond of een ziekenfonds, zoals omschreven in bovenbedoelde wet van 6 augustus 1990.
Art. 132. Dans les limites des crédits budgétaires, le Gouvernement fixe les modalités de subventionnement des centres.
Il peut ainsi leur accorder des subventions destinées à couvrir des frais de rémunération des professionnels qualifiés visés à l'article 131, 2°, et des frais de fonctionnement. Le nombre des professionnels qualifiés pris en considération est fixé dans l'arrêté d'agrément.
Les subventions pour frais de fonctionnement comprennent :
une part forfaitaire annuelle par professionnel qualifié, proportionnelle à la durée de ses prestations;
une part forfaitaire annuelle de fonctionnement; cette part est doublée pour les centres ne pouvant être considérés comme appartenant à une union nationale ou une mutualité telles que définies par la loi du 6 août 1990 susmentionnée.
HOOFDSTUK III. - Controle en straffen
CHAPITRE III. - Contrôle et sanctions
Art. 133. De centra zijn ertoe gehouden :
een specifieke boekhouding te voeren;
[1 ...]1
[1 ...]1
vrije toegang tot de lokalen of de documenten te verlenen aan de ambtenaren die gemachtigd zijn om er toezicht op te houden;
de benaming van het centrum en de diensturen op de voorgevel aan te plakken.
Art. 133. Les centres sont tenus de :
tenir une comptabilité spécifique;
[1 ...]1
[1 ...]1
laisser libre accès aux locaux ou aux documents aux fonctionnaires habilités à assurer leur contrôle;
afficher à front de rue la raison sociale du centre et l'horaire des permanences.
TITEL V. - Hulpverlening aan rechtsonderhorigen
TITRE V. - Aide sociale aux justiciables
HOOFDSTUK I. - Definities
CHAPITRE Ier. - Définitions
Art. 134.
Art. 134.
HOOFDSTUK II. - Diensten voor forensisch welzijnswerk
CHAPITRE II. - Services d'aide sociale aux justiciables
Afdeling 1. - Opdrachten
Section 1re. - Missions
Art. 135.
Art. 135.
Art. 136.
Art. 136.
Art. 137.
Art. 137.
Afdeling 2. - Erkenning
Section 2. - Agrément
Art. 138.
Art. 138.
Art. 139.
Art. 139.
Art. 140.
Art. 140.
Art. 141.
Art. 141.
Art. 142.
Art. 142.
Afdeling 3. - Subsidiëring
Section 3. - Subventionnement
Art. 143.
Art. 143.
Art. 144.
Art. 144.
Afdeling 4. - Vrijwilligerswerk
Section 4. - Volontariat
Art. 145.
Art. 145.
Art. 146.
Art. 146.
TITEL VI.
TITRE VI.
HOOFDSTUK I.
CHAPITRE Ier.
Art. 147.
Art. 147.
HOOFDSTUK II.
CHAPITRE II.
Art. 148.
Art. 148.
Art. 149.
Art. 149.
TITEL VII. [1 - Hulp aan de woonwagenbewoner]1
TITRE VII. [1 - Aide aux gens du voyage]1
HOOFDSTUK I. [1 Begripsomschrijvingen]1
CHAPITRE 1er. [1 Définitions]1
Art. 149/1. [1 Voor de toepassing van deze Titel wordt verstaan onder :
woonwagenbewoners: gemeenschappen van verschillende herkomsten, gekenmerkt door een verplaatsbare habitat, door periodes van tijdelijk verblijf en periodes van winterverblijf;
periode van tijdelijk veblijf: de periode van het jaar van maart tot oktober waarin woonwagenbewoners van plaats tot plaats trekken;
winterperiode: periode van het jaar van november tot eind februari;
onthaal: procedure waarmee het tijdelijk verblijf en de winterperiode van de woonwagenbewoners officieel georganiseerd worden;
bemiddeling : actiemethode die de tussenkomst van een onafhankelijke en onpartijdige derde vereist en die als doel heeft personen of partijen het eens te doen worden, tot overeenstemming te brengen of te verzoenen;
[2 onthaalplaats: grond die aangelegd is met minstens één toegang tot drinkwater, tot elektriciteit en tot sanitair, ten behoeve van opvang voor familiegroepen van minstens 15 caravans en die het hele jaar door opvang biedt, voor korte duur tijdens tijdelijke verblijven en voor langere periodes tijdens de winter;]2
tijdelijke onthaalplaats: grond die bezit is van een publieke of privé-eigenaar en die tijdens het jaar tijdelijk gebruikt wordt voor onthaal van woonwagenbewoners.]1

Art. 149/1. [1 Pour l'application du présent Titre, l'on entend par :
les Gens du voyage : des communautés d'origines différentes caractérisées par un habitat mobile et par des périodes de séjour temporaire et par des périodes de séjour hivernal;
la période de séjour temporaire : la période de l'année de mars à octobre durant laquelle les Gens du voyage se déplacent de lieu en lieu;
la période hivernale : la période de l'année de novembre à fin février;
l'accueil : la procédure organisant officiellement le séjour temporaire et le séjour hivernal des Gens du voyage;
la médiation : la méthode d'action sollicitant l'intervention d'un tiers, indépendant et impartial, qui vise à mettre d'accord, à concilier ou à réconcilier des personnes ou des parties;
[2 l'aire d'accueil : le terrain aménagé comprenant au minimum un accès à l'eau potable, à l'électricité et à des sanitaires, destiné à l'accueil de groupes familiaux d'au moins quinze caravanes et offrant un accueil durant toute l'année, et ce pour de courtes durées en période de séjour temporaire et de plus longues durées en période hivernale;]2
l'aire temporaire : le terrain détenu par un propriétaire public ou privé affecté temporairement durant l'année à l'accueil des Gens du voyage.]1

HOOFDSTUK II. [1 Organisme gespecialiseerd voor bemiddeling met woonwagenbewoners]1
CHAPITRE 2. [1 Organisme spécialisé en médiation des Gens du voyage]1
Afdeling 1. [1 Erkenning]1
Section 1re. [1 Agrément]1
Art. 149/2. [1 De Waalse Regering erkent een instelling gespecialiseerd voor bemiddeling voor woonwagenbewoners, hierna "de instelling" genoemd.]1
Art. 149/2. [1 Le Gouvernement agrée un organisme spécialisé en médiation des Gens du voyage, ci-après dénommé " l'organisme ".]1
Art. 149/3. [1 De erkenningsvoorwaarden van de instelling zijn de volgende:
opgericht zijn in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk of een stichting overeenkomstig [2 het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]2;
zijn bedrijfszetel op het grondgebied van het Franse taalgebied hebben en er zijn opdrachten uitoefenen;
de opdrachten waarvan sprake in artikel 149/4 verrichten;
ten minste drie jaar tellen van activiteiten betreffende het onthaal van de woonwagenbewoners;
over een ploeg beschikken waarvan de minimale samenstelling door de Regering wordt bepaald.]1

Art. 149/3. [1 Les conditions d'agrément de l'organisme sont les suivantes :
être constitué sous la forme d'une association sans but lucratif ou d'une fondation au sens [2 du Code des sociétés et des associations]2, les associations internationales sans but lucratif et les fondations;
avoir son siège d'activités et exercer ses missions sur l'ensemble du territoire de la région de langue française;
réaliser les missions visées à l'article 149/4;
compter au moins trois ans d'activités dans le cadre de l'accueil des Gens du voyage;
disposer d'une équipe dont la composition minimale est fixée par le Gouvernement.]1

Afdeling 2. [1 Opdrachten]1
Section 2. [1 Missions]1
Art. 149/4. [1 De opdrachten van de instelling bestaan uit:
de bevordering van de sociale en socioprofessionele projecten van de woonwagenbewoners en de bevordering van de deelname van de woonwagenbewoners en van hun verenigingen aan het maatschappelijk leven;
het verlenen van hulp voor de vervulling van de administratieve formaliteiten van de woonwagenbewoners, met name in verband met hun verplaatsbare habitat;
de bevordering en de verbetering van de betrekkingen tussen de plaatselijke overheid, de woonwagenbewoners en de sedentaire bevolking;
het informeren en de begeleiding van de openbare overheden wat betreft het beheer van het verblijf van de woonwagenbewoners;
het verzekeren van de bemiddeling, met name door op verzoek van de gemeenten of van de woonwagenbewoners op het terrein tussenbeide te komen, ook voor spoedgevallen;
het verzamelen van de statistische gegevens over de groepen, de bemiddelingen van de instelling gespecialiseerd voor het onthaal van de woonwagenbewoners en hun interpretatie;
de analyse van de verordeningen en "goede praktijken" in Europa;
het voorstellen van de oriëntaties van het onthaalbeleid voor de woonwagenbewoners in het Franse taalgebied;
de diensten van de administratie inlichten.]1

Art. 149/4. [1 Les missions de l'organisme consistent à :
promouvoir les projets sociaux et socioprofessionnels des Gens du voyage et favoriser la participation citoyenne des Gens du voyage et de leurs associations;
apporter une aide à l'accomplissement des formalités administratives aux Gens du voyage, notamment en lien avec leur habitat mobile;
favoriser et améliorer les relations entre les autorités publiques locales, les Gens du voyage et la population sédentaire;
informer et assurer un accompagnement des autorités publiques dans la gestion du séjour des Gens du voyage;
assurer la médiation, notamment en intervenant sur le terrain à la demande des communes ou des Gens du voyage, en ce compris dans les cas d'urgence;
recueillir des données statistiques sur les groupes, les interventions de l'organisme et leur interprétation;
analyser des règlements et " bonnes pratiques " en Europe;
proposer des orientations de la politique de l'accueil des Gens du voyage en Région de langue française;
informer les services de l'Administration.]1

Afdeling 3. [1 Erkenningsprocedure]1
Section 3. [1 Procédure d'agrément]1
Art. 149/5. [1 De erkenningsaanvraag wordt aan de Regering gericht bij ter post aangetekend schrijven of op elke wijze waarop een vaststaande datum aan de zending wordt verleend.
De Regering bepaalt de inhoud van het dossier van de erkenningsaanvraag. Dit dossier bevat minstens :
de statuten van de vereniging;
de samenstelling van de beheersorganen;
de laatste goedgekeurde jaarrekeningen;
een omschrijving van de activiteiten van de vereniging en, in voorkomend geval, van haar medewerking met de openbare of private actoren.
in voorkomend geval, de lijst van de door de vereniging tewerkgestelde personen.]1

Art. 149/5. [1 La demande d'agrément est adressée au Gouvernement par envoi recommandé ou par tout autre moyen conférant date certaine à l'envoi.
Le Gouvernement détermine le contenu du dossier de la demande d'agrément. Ce dossier comporte au moins :
les statuts de l'association;
la composition des organes de gestion;
les derniers comptes annuels approuvés;
une description des activités de l'association et, le cas échéant, de sa collaboration avec les acteurs publics ou privés;
la liste des personnes employées par l'association.]1

Art. 149/6. [1 De erkenning wordt door de Regering voor een onbepaalde duur verleend.
Indien meerdere verenigingen de voorwaarden bedoeld in artikel 149/3 vervullen, beslist de Regering aan het einde van een selectie uitgevoerd door een jury waarvan de samenstelling door de Regering wordt bepaald.
De jury baseert zijn advies door de activiteiten van de vereniging, de geografische uitgestrektheid ervan en de ervaring van de personen verbonden aan de uitvoering van de opdrachten bedoeld in artikel 149/4 te vergelijken.]1

Art. 149/6. [1 L'agrément est accordé par le Gouvernement pour une durée indéterminée.
Si plusieurs associations remplissent les conditions visées à l'article 149/3, le Gouvernement statue au terme d'une sélection effectuée par un jury dont la composition est déterminée par le Gouvernement.
Le jury fonde son avis en comparant les activités développées par l'association, l'étendue géographique de celles-ci et l'expérience des personnes attachées à la réalisation des missions visées à l'article 149/4.]1

Art. 149/7. [1 De erkenning kan door de Regering ingetrokken worden als de bepalingen van deze titel of de krachtens deze titel vastgelegde bepalingen niet in acht worden genomen.
Indien de erkenningsaanvraag van een instelling geweigerd dan wel haar erkenning ingetrokken is wegens niet-inachtneming van de bepalingen van deze titel of de bepalingen vastgesteld krachtens deze titel, mag deze instelling geen nieuwe aanvraag indienen tijdens het jaar volgend op de beslissing tot weigering of tot intrekking van de erkenning.".
De Regering bepaalt de procedure tot verlening van de erkenning.]1

Art. 149/7. [1 L'agrément peut être retiré par le Gouvernement pour cause d'inobservation des dispositions du présent Titre ou des dispositions fixées en vertu du présent Titre.
Si un organisme a vu sa demande d'agrément refusée ou son agrément retiré pour cause d'inobservation des dispositions du présent Titre ou des dispositions fixées en vertu de celui-ci, il ne peut pas introduire une nouvelle demande d'agrément pendant l'année suivant la décision de refus ou de retrait d'agrément.
Le Gouvernement fixe la procédure de retrait d'agrément.]1

Art. 149/8. [1 De instelling stelt binnen de twee maanden na haar erkenning en vervolgens alle drie jaar een meerjarig opdrachtenprogramma vast waarin de acties die zij in het kader van artikel 149/4 zal uitvoeren, omstandig omschreven worden.
De Regering gaat binnen de dertig dagen te rekenen van de ontvangst ervan over tot de goedkeuring van het programma bedoeld in lid 1.]1

Art. 149/8. [1 L'organisme établit dans les deux mois après son agrément et ensuite tous les trois ans, un programme de missions pluriannuelles détaillant les actions qu'il mènera dans le cadre de l'article 149/4.
Le Gouvernement procède, dans les trente jours à dater de sa réception, à l'approbation du programme visé à l'alinéa 1er.]1

Afdeling 4. [1 Subsidiëring]1
Section 4. [1 Subventionnement]1
Art. 149/9. [1 Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten subsidieert de Regering de overeenkomstig de artikelen 149/2 en volgende erkende instelling.
De subsidie bedoeld in lid 1 dient voor:
het dekken van de personeelskosten van de ploeg bedoeld in artikel 149/3, 5°;
het forfaitair dekken van de werkingsuitgaven die in rechtstreeks verband staan met de uitvoering van de opdrachten bedoeld in artikel 149/4.
De Regering stelt de modaliteiten, bedragen, de berekeningswijze van de eventuele indexering en de toekennings- en rechtvaardigingsvoorwaarden voor de subsidie vast.]1

Art. 149/9. [1 Dans la limite des crédits budgétaires disponibles, le Gouvernement accorde une subvention annuelle à l'organisme agréé conformément aux articles 149/2 et suivants.
La subvention visée à l'alinéa 1er est destinée :
à couvrir les frais de personnel de l'équipe définie à l'article 149/3, 5°;
à couvrir de manière forfaitaire les dépenses de fonctionnement directement liées à la réalisation des missions visées à l'article 149/4.
Le Gouvernement fixe les modalités, les montants, le mode de calcul de l'indexation éventuelle et les conditions d'octroi et de justification de la subvention.]1

HOOFDSTUK III. [1 Opvang en subsidiëring van de gemeenten]1
CHAPITRE 3. [1 Accueil et subventionnement des communes]1
Art. 149/10. [1 De onthaalplaatsen en tijdelijke onthaalplaatsen beschikken over een huishoudelijk reglement waarvan de minimuminhoud door de Regering is vastgesteld.
De onthaalplaatsen worden door de gemeenten beheerd.
De tijdelijke onthaalplaatsen die niet door de gemeenten worden beheerd, dienen een machtiging te krijgen die jaarlijks door de gemeenten verleend kan worden binnen een termijn van dertig dagen te rekenen van het indienen van de aanvraag tot machtiging. De Regering stelt een model van aanvraag tot machtiging vast. De gemeenten kunnen weigeren om de machtiging toe te kennen als deze de openbare orde, de openbare rust, de volksgezondheid of de openbare netheid dreigen te verstoren. Bij gebreke van antwoord van de betrokken gemeente binnen een termijn van dertig dagen wordt de machtiging toegekend geacht.
Binnen een termijn van 15 dagen voorafgaand aan de daadwerkelijke komst van de woonwagenbewoners licht de eigenaar de gemeente in.
De gemeenten die beschikken over tijdelijke onthaalplaatsen of onthaalplaatsen op hun grondgebied lichten de instelling jaarlijks tijdens de maand januari in over de beschikbare onthaalmogelijkheden tijdens de periode van tijdelijk verblijf.
Tijdens de winterperiode kunnen de gemeenten het onthaal op de onthaalplaatsen of tijdelijke onthaalplaatsen organiseren. In dat geval lichten ze de instelling daarover in.]1

Art. 149/10. [1 Les aires d'accueil et les aires temporaires disposent d'un règlement d'ordre intérieur dont le contenu minimum est fixé par le Gouvernement.
Les aires d'accueil sont gérées par les communes.
Les aires temporaires qui ne sont pas gérées par les communes font l'objet d'une autorisation qui peut être octroyée annuellement par les communes dans un délai de 30 jours à partir de l'envoi de la demande d'autorisation. Le Gouvernement fixe un modèle de demande d'autorisation. Les communes peuvent refuser d'octroyer l'autorisation si cette dernière risque de porter atteinte à l'ordre public, à la tranquillité publique, à la salubrité publique ou à la propreté publique. A défaut de réponse de la commune concernée endéans le délai de 30 jours, l'autorisation est considérée comme accordée.
Dans un délai de 15 jours précédant l'arrivée effective des gens du voyage, le propriétaire en informe la commune.
Les communes disposant d'aires temporaires ou d'aires d'accueil sur leur territoire informent l'organisme, chaque année durant le mois de janvier, des disponibilités d'accueil durant la période de séjour temporaire.
Durant la période hivernale, les communes peuvent organiser l'accueil sur les aires d'accueil ou sur les aires temporaires. Dans ce cas, elles en informent l'Organisme.]1

Afdeling 3.
Section 3.
Art. 149/11. [1 § 1. [2 Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten verleent de Regering subsidies aan de gemeenten, verenigingen van gemeenten, intercommunales en provincies met het oog op de verwerving, de inrichting, de bereikbaarheid en de uitbreiding van de onthaalplaatsen voor woonwagenbewoners.
De Regering stelt via een procedure voor de oproep tot het indienen van projecten de minimumnormen in termen van capaciteit en oppervlakte, toegang tot de wegen, tot water, tot elektriciteit en tot sanitair vast met als doel het toegankelijk blijven van de infrastructuren ongeacht de weersomstandigheden, evenals de in aanmerking komende kosten en de maximumbedragen van de toegekende subsidies.
De verenigingen van gemeenten, intercommunales en provincies die zich kandidaat stellen voor de oproep tot het indienen van projecten plegen overleg met de gemeente op het grondgebied waarvan de grond zich bevindt en stellen met deze een overeenkomst op om het dagelijks gemeentelijk beheer van de verblijven van de woonwagenbewoners te waarborgen.]2

§ 2. Te rekenen van 1 januari 2020 verleent de Regering forfaitaire subsidies aan de gemeenten die een onthaalplaats organiseren. Zij zijn bestemd voor de organisatie van het onthaal en de opdrachten inzake maatschappelijke hulp bij woonwagenbewoners die daar verblijven.
De Regering stelt het bedrag van die subsidies, de modaliteiten, de berekeningswijze van de eventuele indexering en de toekennings- en rechtvaardigingsvoorwaarden voor de subsidie vast.]1

Art. 149/11. [1 § 1er. [2 Dans la limite des crédits budgétaires, le Gouvernement alloue aux communes, associations de communes, intercommunales et provinces, des subventions en vue de l'acquisition, de l'aménagement, de l'accessibilité et de l'extension d'aires d'accueil à destination des Gens du voyage.
Le Gouvernement fixe via une procédure d'appel à projets, les normes minimales en termes de capacité et de superficie, d'accès aux voiries, à l'eau, à l'électricité et aux commodités afin que les infrastructures restent accessibles eu égard aux conditions météorologiques, ainsi que les dépenses éligibles et les montants maximum des subventions octroyées.
Les associations de communes, intercommunales et provinces candidates à un appel à projets se concertent avec la commune sur le territoire de laquelle se trouve le terrain, et établissent une convention avec cette dernière afin de garantir la gestion journalière communale des séjours des Gens du voyage.]2

§ 2. A partir du 1er janvier 2020, le Gouvernement alloue des subventions forfaitaires aux communes qui organisent une aire d'accueil. Celles-ci sont destinées à organiser l'accueil et des missions d'aide sociale auprès des Gens du voyage qui y séjournent.
Le Gouvernement fixe le montant de ces subventions, les modalités, le mode de calcul de l'indexation éventuelle et les conditions d'octroi et de justification de ces subventions.]1

Art. 149/12.
Art. 149/12.
TITEL VIII. [1 - Diensten en voorzieningen voor de begeleiding van partnergeweld en gendergerelateerd geweld]1
TITRE VIII. [1 Services et dispositifs d'accompagnement des violences entre partenaires et des violences fondées sur le genre]1
HOOFDSTUK 1. [1 - Definities]1
CHAPITRE 1er. [1 Définitions ]1
Art. 149/13. [1 Voor de toepassing van deze Titel en zijn uitvoeringsbesluiten wordt verstaan onder :
de dienst : de dienst voor de begeleiding van partnergeweld of gendergerelateerd geweld die de opdrachten vervult, bepaald in artikel 149/14, gespecialiseerd in de begeleiding :
a) hetzij van de plegers van partnergeweld of gendergerelateerd geweld;
a) hetzij van de slachtoffers van partnergeweld of gendergerelateerd geweld;
de voorziening : de voorziening voor de begeleiding van partnergeweld of gendergerelateerd geweld die een hoeveelheid activiteiten heeft die lager is dan de dienst en die de opdrachten vervult, bepaald in artikel 149/14, gespecialiseerd in de begeleiding :
a) hetzij van de plegers van partnergeweld of gendergerelateerd geweld;
b) hetzij van de slachtoffers van partnergeweld of gendergerelateerd geweld;
partnergeweld : het geheel van de gedragingen, handelingen, houdingen, van één van de partners of ex-partners die als doel hebben om de andere te controleren en te overheersen, en namelijk, de agressies, de bedreigingen of het verbale, fysieke, psychologische, sociale, seksuele, economische geweld, herhaald of die ertoe gebracht worden om zich te herhalen, die de integriteit van de andere of zijn socioprofessionele integratie aantast;
gendergerelateerd geweld : elk gebaar of elke handeling die klaarblijkelijk bedoeld is om minachting uit te drukken jegens een persoon wegens zijn geslacht, of deze, om dezelfde reden, als minderwaardig te beschouwen of te reduceren tot diens geslachtelijke dimensie en die een ernstige aantasting van de waardigheid van deze persoon ten gevolge heeft; wat elk geweld omvat, met inbegrip van psychologisch of sociaal geweld, gericht tegen een vrouw omdat ze een vrouw is of geweld dat vrouwen buitenproportioneel treft, hetzij, namelijk, stalking, misdrijven gepleegd in het kader van de zogenaamde,,eer", gedwongen huwelijk, genitale verminking, seksueel geweld;
arrondissementsplatform : de plaats van overleg tussen de instanties die zich bekommeren om personen betrokken bij partnergeweld;
[2 ...]2.
Wat punt 5 betreft, worden de arrondissementsplatforms georganiseerd door de openbare overheden.]1

Art. 149/13. [1 Pour l'application du présent Titre et de ses arrêtés d'exécution, l'on entend par :
le service : le service d'accompagnement des violences entre partenaires ou des violences fondées sur le genre qui remplit les missions fixées à l'article 149/14, spécialisé dans l'accompagnement :
a) soit des auteurs de violences entre partenaires ou de violences fondées sur le genre;
b) soit des victimes de violences entre partenaires ou de violences fondées sur le genre;
le dispositif : le dispositif d'accompagnement des violences entre partenaires ou des violences fondées sur le genre qui a un volume d'activités moindre que le service et qui remplit les missions fixées à l'article 149/14, spécialisé dans l'accompagnement :
a) soit des auteurs de violences entre partenaires ou de violences fondées sur le genre;
b) soit des victimes de violences entre partenaires ou de violences fondées sur le genre;
les violences entre partenaires : l'ensemble de comportements, d'actes, d'attitudes, de l'un des partenaires ou ex-partenaires qui visent à contrôler et dominer l'autre et, notamment, les agressions, les menaces ou les contraintes verbales, physiques, psychologiques, sociales, sexuelles, économiques, répétées ou amenées à se répéter, portant atteinte à l'intégrité de l'autre ou à son intégration socioprofessionnelle;
les violences fondées sur le genre : tout geste ou comportement qui a manifestement pour objet d'exprimer un mépris à l'égard d'une personne, en raison de son appartenance sexuelle, ou de la considérer, pour la même raison, comme inférieure ou comme réduite essentiellement à sa dimension sexuelle et qui entraîne une atteinte grave à sa dignité; ce qui inclut toute violence, y compris psychologique ou sociale, faite à l'égard d'une femme parce qu'elle est femme ou affectant les femmes de manière disproportionnée, soit, notamment, le harcèlement, les violences liées à l'honneur, les mariages forcés, les mutilations génitales féminines, les violences sexuelles;
la plateforme d'arrondissement : le lieu de concertations entre les institutions qui prennent en charge les acteurs de la violence entre partenaires;
[2 ...]2.
Concernant le 5°, les plateformes d'arrondissement sont organisées par les pouvoirs publics.]1

HOOFDSTUK 2. [1 - Opdrachten]1
CHAPITRE 2. [1 - Missions ]1
Art. 149/14. [1 In het ambtsgebied bepaald bij hun erkenning, hebben de diensten en de voorzieningen de volgende opdrachten :
hetzij een globale begeleiding verlenen aan de personen die slachtoffer zijn van partnergeweld of gendergerelateerd geweld via een eerste opvang, een informatie, een sociale, juridische, administratieve en psychologische bijstand;
hetzij een onthaal voorzien voor de personen die auteurs zijn van partnergeweld of gendergerelateerd geweld via een psychologische bijstand die de responsabilisering, het voorkomen van recidive en de veiligheid van de familiale omgeving en de verwanten beoogt, wanneer dit onthaal niet door een gerechtelijke overheid is opgelegd;
in synergie werken met de andere actoren van de strijd tegen geweld, aan de werkzaamheden van het arrondissementsplatform deelnemen of, bij gebrek, van een ander netwerk van hun ambtsgebied;
deelnemen aan de opleidingen betreffende het partnergeweld of het gendergerelateerd geweld;
statistische gegevens inzamelen betreffende het opgevangen publiek, geventileerd per geslacht;
het publiek bepaald door de Regering sensibiliseren of opleiden inzake partnergeweld of gendergerelateerd geweld.
De Regering bepaalt de minimale lijst, de modaliteiten voor de registratie, de bewaring, de mededeling en de periodiciteit van de gegevens ingezameld overeenkomstig punt 5°.]1

Art. 149/14. [1 Les services et dispositifs ont pour missions, dans le ressort territorial fixé lors de leur agrément :
soit de fournir un accompagnement global aux personnes victimes de violences entre partenaires ou de violences fondées sur le genre par le biais d'un premier accueil, d'une information, d'une aide sociale, juridique, administrative et psychologique;
soit de fournir une prise en charge aux personnes auteures de violences entre partenaires ou de violences fondées sur le genre, par le biais d'une aide psychosociale visant à la responsabilisation, la prévention de la récidive et la sécurité de l'entourage familial et des proches, lorsque cette prise en charge n'est pas imposée par une autorité judiciaire;
de travailler en synergie avec les autres acteurs de la lutte contre les violences, de participer aux travaux de la plateforme d'arrondissement ou, à défaut, d'un autre réseau de leur ressort territorial;
de participer aux formations relatives aux violences entre partenaires ou aux violences fondées sur le genre;
de collecter des données statistiques relatives au public accueilli, ventilées par sexe;
de sensibiliser ou former sur les violences entre partenaires ou sur les violences fondées sur le genre le public défini par le Gouvernement.
Le Gouvernement définit la liste minimale, les modalités de l'enregistrement, de la conservation, de la communication et de la périodicité des données collectées conformément au 5°.]1

HOOFDSTUK 3. [1 - Erkenning]1
CHAPITRE 3. [1 - Agrément]1
Afdeling 1. [1 - Voorwaarden]1
Section 1ère. [1 - Conditions]1
Art. 149/15. [1 § 1. De Regering kan de diensten en voorzieningen erkennen die:
een lokale overheid zijn of een vereniging zonder winstoogmerk in de zin [2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]2 waarvan het [2 doel]2 de uitvoering van de in artikel 149/14 bedoelde opdrachten mogelijk maakt;
de in artikel 149/14 bedoelde opdrachten in het Franse taalgebied vervullen;
de opdrachten bedoeld in artikel 149/14 uitvoeren in samenwerking met de openbare en privé actoren die initiatieven i.v.m. deze opdrachten nemen;
niet het voorwerp hebben uitgemaakt van een weigering of intrekking van erkenning in de loop van het jaar dat voorafgaat aan de aanvraag tot erkenning;
minstens over een halve voltijds equivalent beschikken per voorziening en minstens over een voltijds equivalent per dienst aangesteld voor de opdrachten bedoeld in artikel 149/14;
beschikken over lokalen die geschikt zijn voor de uitoefening van de opdrachten bedoeld in artikel 149/14, voor het onthaal van hun personeel en waar confidentiële gesprekken gevoerd kunnen worden;
voldoen aan de beginselen van een goed administratief en boekhoudkundig beheer.
De Regering omschrijft de kwalificaties van het personeel bedoeld in het eerste lid, 5°, en de minimale openingsuren van de diensten en voorzieningen.
De lokalen bedoeld in het eerste lid, 6°, voldoen aan de gezondheids- en veiligsheidsvoorwaarden.
§ 2. Per provincie kan de Regering maximaal een dienst bedoeld in artikel 149/13, eerste lid, 1°, a), of twee voorzieningen bedoeld in artikel 149/13, eerste lid, 2°, a), erkennen.
Per provincie die minder dan vierhonderdvijftigduizend inwoners telt, kan de Regering een maximumaantal van vijf voorzieningen bedoeld in artikel 149/13, eerste lid, 2°, b), of twee diensten bedoeld in artikel 149/13, eerste lid, 1°, b), en een voorziening bedoeld in artikel 149/13, eerste lid, 2°, b), erkennen.
Per provincie die meer dan vierhonderdvijftigduizend en minder dan negenhonderdduizend inwoners telt, kan de Regering een maximumaantal van zeven voorzieningen bedoeld in artikel 149/13, eerste lid, 2°, b), of drie diensten bedoeld in artikel 149/13, eerste lid, 1°, b), en een voorziening bedoeld in artikel 149/13, eerste lid, 2°, b), erkennen.
Per provincie die meer dan negenhonderdduizend inwoners telt, kan de Regering een maximumaantal van negen voorzieningen bedoeld in artikel 149/13, eerste lid, 2°, b), of vier diensten bedoeld in artikel 149/13, eerste lid, 1°, b), en een voorziening bedoeld in artikel 149/13, eerste lid, 2°, b), erkennen.
De diensten of voorzieningen kunnen het onthaal van de auteurs en slachtoffers niet cumuleren.
De Regering bepaalt de minimale hoeveelheid activiteiten van de diensten en voorzieningen.
De Regering kan het aantal diensten of voorzieningen bedoeld in de leden 1 tot 4 wijzigen naar gelang van de beschikbare begrotingskredieten en de evolutie van de bevolking in de provincies.]1

Art. 149/15. [1 § 1er. Le Gouvernement peut agréer les services et dispositifs qui :
sont un pouvoir local ou une association sans but lucratif au sens [2 du Code des sociétés et des associations]2, dont l'[2 objet]2 permet l'accomplissement des missions visées à l'article 149/14;
réalisent les missions visées à l'article 149/14 en région de langue française;
exercent les missions visées à l'article 149/14 en collaboration avec les acteurs publics et privés qui prennent des initiatives en lien avec ces missions;
n'ont pas fait l'objet d'un refus ou retrait d'agrément dans l'année précédant la demande d'agrément;
disposent au moins d'un demi équivalent temps plein par dispositif et au moins d'un équivalent temps plein par service affecté aux missions visées à l'article 149/14;
disposent de locaux adaptés à l'exercice des missions visées à l'article 149/14, à l'accueil de leur personnel et permettant l'entretien confidentiel;
répondent aux principes de bonne gestion administrative et comptable.
Le Gouvernement définit les qualifications du personnel visé à l'alinéa 1er, 5°, et les heures d'ouverture minimales des services et dispositifs.
Les locaux visés à l'alinéa 1er, 6°, répondent aux conditions de salubrité et de sécurité.
§ 2. Le Gouvernement peut agréer maximum un service visé à l'article 149/13, alinéa 1er, 1°, a), ou deux dispositifs visés à l'article 149/13 alinéa 1er, 2°, a), par province.
Le Gouvernement peut agréer un nombre maximum de cinq dispositifs visés à l'article 149/13, alinéa 1er, 2°, b), ou deux services visés à l'article 149/13, alinéa 1er, 1°, b), et un dispositif visés à l'article 149/13, alinéa 1er, 2°, b), par province comptant moins de quatre cent cinquante mille habitants.
Le Gouvernement peut agréer un nombre maximum de sept dispositifs visés à l'article 149/13, alinéa 1er, 2°, b), ou trois services visés à l'article 149/13, alinéa 1er, 1°, b), et un dispositif visé à l'article 149/13, alinéa 1er, 2°, b), par province comptant plus de quatre cent cinquante mille habitants et moins de neuf cent mille habitants.
Le Gouvernement peut agréer un nombre maximum de neuf dispositifs visés à l'article 149/13, alinéa 1er, 2°, b), ou quatre services visés à l'article 149/13, alinéa 1er, 1°, b), et un dispositif visé à l'article 149/13, alinéa 1er, 2°, b), par province comptant plus de neuf cent mille habitants.
Les services ou dispositifs ne peuvent pas cumuler la prise en charge des auteurs et des victimes.
Le Gouvernement fixe le volume d'activités minimal des services et des dispositifs.
Le Gouvernement peut modifier le nombre de services ou dispositifs visés aux alinéa 1er à 4 en fonction des disponibilités budgétaires et de l'évolution de la population dans les provinces.]1

Afdeling 2. [1 - Toekenning van erkenning]1
Section 2. [1 - Octroi d'agrément]1
Art. 149/16. [1 De aanvraag tot erkenning wordt bij de Regering ingediend volgens de modaliteiten die zij bepaalt.
De Regering bepaalt de inhoud van het dossier van de erkenningsaanvraag. Het dossier bevat op zijn minst :
voor de verenigingen zonder winstoogmerk: de vermelding van het ondernemingsnummer en de jaarrekeningen;
een omschrijving van de activiteiten;
de partnerschapsovereenkomsten gebonden aan de ontwikkelde activiteiten;
de lijst van de personen aangesteld voor de opdrachten van de dienst of de voorziening bepaald door artikel 149/14.
De erkenning wordt voor een onbepaalde duur verleend.
De toekenningsprocedures voor de erkenning wordt door de Regering vastgelegd.]1

Art. 149/16. [1 La demande d'agrément est introduite auprès du Gouvernement selon les modalités qu'il arrête.
Le Gouvernement détermine le contenu du dossier de la demande d'agrément. Le dossier comporte au moins :
pour les associations sans but lucratif : la mention du numéro d'entreprise et les comptes annuels;
une description des activités;
les conventions de partenariat liées aux activités développées;
la liste des personnes affectées aux missions du service ou du dispositif fixées par l'article 149/14.
L'agrément est accordé pour une durée indéterminée.
Le Gouvernement fixe les procédures d'octroi de l'agrément.]1

HOOFDSTUK 4. [1 - Subsidiëring]1
CHAPITRE 4. [1 - Subventionnement]1
Art. 149/17. [1 Volgens de voorwaarden en modaliteiten die de Regering vastlegt, kent zij een jaarlijkse subsidie toe aan de erkende diensten en voorzieningen.
De subsidie dient uitsluitend voor de werkings- en personeelskosten van de erkende dienst, met inbegrip van de kosten voor de opleiding, opdat hij zijn opdrachten kan vervullen.
De Regering bepaalt het bedrag, de wijze van berekening en de toekenningsvoorwaarden van de subsidie.]1

Art. 149/17. [1 Le Gouvernement octroie, suivant les conditions et modalités qu'il fixe, aux services et dispositifs agréés une subvention annuelle.
La subvention est exclusivement affectée aux frais de fonctionnement et de personnel du service agréé, en ce compris, les frais de formation, pour lui permettre d'accomplir ses missions.
Le Gouvernement arrête le montant, le mode de calcul et les conditions d'octroi de la subvention.]1

HOOFDSTUK 5. [1 - Controle en sancties]1
CHAPITRE 5. [1 - Contrôle et sanctions]1
Art. 149/18. [1 De controle op de uitvoering van deze titel en de desbetreffende uitvoeringsbesluiten wordt door de Regering uitgeoefend volgens de modaliteiten die zij bepaalt.
Bij niet-nakoming van de verplichtingen waarin deze titel voorziet, kan de Regering de erkenning intrekken volgens de modaliteiten en de procedure die zij bepaalt.
De dienst of de voorziening geeft de Regering onmiddellijk kennis van elk element dat een weerslag kan hebben op het behoud van de erkenning.]1

Art. 149/18. [1 Le contrôle de l'exécution du présent Titre et de ses arrêtés d'exécution est exercé par le Gouvernement selon les modalités qu'il détermine.
En cas de non-respect des obligations prévues par le présent Titre, le Gouvernement peut, selon les modalités et la procédure qu'il détermine, retirer l'agrément.
Le service ou le dispositif porte sans délai à la connaissance du Gouvernement tout élément pouvant avoir une incidence sur le maintien de l'agrément.]1

Art. 149/19. [1 Elke persoon die een vereniging of een dienst leidt dan wel organiseert die de benaming gebruikt "Dienst voor de begeleiding van partnergeweld en gendergerelateerd geweld" of "Voorziening voor de begeleiding van partnergeweld en gendergerelateerd geweld" zonder erkend te zijn krachtens deze Titel wordt bestraft met een administratieve geldboete van 100 tot 1.000 euro.]1
Art. 149/19. [1 Toute personne dirigeant ou organisant une association ou un service qui utilise l'appellation " Service d'accompagnement des violences entre partenaires et violences fondées sur le genre " ou " Dispositif d'accompagnement des violences entre partenaires et violences fondées sur le genre ", sans avoir obtenu un agrément en vertu du présent Titre est punie d'une amende administrative de 100 à 1 000 euros.]1
Boek II. [1 - Integratie van vreemdelingen]1
Livre II. [1 - Intégration des personnes étrangères]1
TITEL 1. [1 Begripsomschrijvingen]1
TITRE 1er. [1 - Définitions]1
Art. 150. [1 Voor de toepassing van dit boek wordt verstaan onder:
vreemdelingen: personen die niet over de Belgische nationaliteit beschikken en die duurzaam of tijdelijk op het grondgebied van het Franse taalgebied verblijven;
[2 ...]2
nieuwkomers: vreemdelingen die sinds minder dan drie jaar [2 wettelijk]2 in België verblijven, die over een verblijfsvergunning van meer dan drie maanden beschikken, met uitzondering van de burgers van een lidstaat van de Europese Unie, van de Europese Economische Ruimte, van Zwitserland, en van hun gezinsleden;
plaatselijk integratieplan: het plan ter bevordering van de integratie van vreemdelingen [2 ...]2 waarbij gewezen wordt op hun specifieke behoeften en voorzien wordt in de strategieën die ontwikkeld moeten worden om daarop in te spelen op elk grondgebied bediend door een centrum bedoeld in titel IV;
[2 plan voor maatschappelijke cohesie: plan bedoeld in het decreet van 4 mei 2017 betreffende het plan voor maatschappelijke cohesie wat betreft de aangelegenheden waarvan de uitoefening van de Franse Gemeenschap is overgedragen]2
[2 sociale begeleiding: sociaal stelsel met als doel de opvang, de begeleiding en de oriëntatie van vreemdelingen]2
het tolken in een sociale context : [2 de]2 structuur die de communicatie tussen [2 personen die geen Frans spreken]2 en vakmensen van de psycho-medisch-sociale en administratieve sectoren vergemakkelijkt om hun toegang te verlenen tot de dienstverleningen;
tolkdienst in een sociale context : de operator die het tolkaanbod in een sociale context verstrekt aan de gebruikende diensten die erom verzoeken;
gebruikende dienst : de openbare of privé-rechtspersoon die een dienst in de sociale context organiseert en die een beroep doet op een sociale tolkdienst;
10° de centra: de gewestelijke integratiecentra bedoeld in titel IV, van boek II, van het tweede deel van het Wetboek.
[2 11° platforms: werkgroepen georganiseerd door de centra die tot doel hebben collectieve begeleiding te verlenen aan plaatselijke initiatieven tot integratie met betrekking tot thema's die verband houden met de opdrachten die onder hun erkenning en/of subsidiëring vallen.]2
Onder gezinslid in de zin van het eerste lid, 3°, wordt verstaan :
een lid van het gezin van personen die de nationaliteit hebben van een Staat van de Europese Unie, dat de voorwaarden van Richtlijn 2004/38/EG betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden vervult;
een gezinslid van een persoon die de nationaliteit heeft van één van de Staten van de Europese Economische Ruimte, dat krachtens de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte het recht heeft om in België binnen te komen en in België te verblijven;
een gezinslid zoals bedoeld in artikel 3 van bijlage I van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen dat het recht heeft om in België binnen te komen en in België te verblijven.
Indien nodig, moet het in 1° tot 3° bedoelde lid van het gezin zelf het bewijs van zijn statuut leveren.]1

Art. 150. [1 Pour l'application du présent livre, on entend par :
les personnes étrangères : les personnes ne possédant pas la nationalité belge, séjournant de manière durable ou temporaire sur le territoire de la région de langue française;
[2 ...]2
les primo-arrivants : les personnes étrangères séjournant [2 légalement]2 en Belgique depuis moins de trois ans et disposant d'un titre de séjour de plus de trois mois, à l'exception des citoyens d'un état membre de l'Union européenne, de l'Espace économique européen, de la Suisse, et des membres de leur famille;
le plan local d'intégration : le plan qui favorise l'intégration des personnes étrangères [2 ...]2, en mettant en évidence leurs besoins spécifiques et en définissant les stratégies à développer pour mieux les rencontrer, sur chaque territoire couvert par un centre visé au titre IV;
[2 le plan de cohésion sociale : le plan visé par le décret du 4 mai 2017 relatif au plan de cohésion sociale pour ce qui concerne les matières dont l'exercice a été transféré de la Communauté française]2
[2 accompagnement social : dispositif social ayant pour objectif l'accueil, l'accompagnement et l'orientation des personnes étrangères]2
l'interprétariat en milieu social : [2 le]2 dispositif facilitant la communication entre les personnes [2 ne parlant pas la langue française]2 et les professionnels des secteurs psycho-médico-sociaux et administratifs en vue de leur permettre l'accès aux prestations de services;
le service d'interprétariat en milieu social : l'opérateur qui dispense l'offre d'interprétariat en milieu social aux services utilisateurs qui en font la demande;
le service utilisateur : la personne morale, publique ou privée, organisant un service dans le contexte social, qui fait appel à un service d'interprétariat social;
10° les centres : les centres régionaux d'intégration visés au titre IV du livre II de la deuxième partie du Code.
[2 11° plate-formes : groupes de travail organisés par les centres ayant pour objectif l'accompagnement collectif des initiatives locales d'intégration sur les thématiques en lien avec les missions couvertes par leur agrément et/ou leur subventionnement.]2
On entend par membre de la famille au sens de l'alinéa 1er, 3° :
un membre de la famille de personnes ayant la nationalité d'un Etat de l'Union européenne qui remplit les conditions de la Directive 2004/38/UE relative au droit des citoyens de l'Union et des membres de leurs familles de circuler et de séjourner librement sur le territoire des Etats membres;
un membre de la famille d'une personne ayant la nationalité d'un des Etats de l'Espace économique européen qui, en vertu de la convention relative à l'Espace économique européen, a le droit d'entrer en Belgique et de séjourner en Belgique;
un membre de la famille tel que visé à l'article 3 de l'annexe Ire de l'accord entre la Communauté européenne et ses Etats membres, d'une part, et la Confédération suisse, d'autre part, sur la libre circulation des personnes, qui a le droit d'entrer en Belgique et de séjourner en Belgique.
Si nécessaire, le membre de la famille visé aux 1° à 3°, est tenu de fournir lui-même la preuve de son statut.]1

TITEL II. [1 - Gewestelijke actie]1
TITRE II. [1 - L'action régionale]1
Art. 151. [1 De gewestelijke actie inzake de integratie van vreemdelingen [2 ...]2 heeft de integratie van personen tot doel via de bevordering van :
de gelijke kansen;
het burgerschap;
de sociale cohesie met het oog op een interculturele gemeenschap;
de toegang van de personen tot de openbare en privé-diensten;
hun sociale en economische deelname.
[2 De gewestelijke actie is toegankelijk voor de personen bedoeld in artikel 150, eerste lid, 1° en 3°, en voor elke andere persoon die er van wenst te genieten.]2
[2 ...]2
[2 ...]2
[2 ...]2]1

Art. 151. [1 L'action régionale en matière d'intégration des personnes étrangères [2 ...]2 a pour objectif l'intégration des personnes, en favorisant :
l'égalité des chances;
la citoyenneté;
la cohésion sociale dans la perspective d'une société interculturelle;
l'accès des personnes aux services publics et privés;
leur participation sociale et économique.
[2 L'action régionale est accessible aux personnes visées à l'article 150, alinéa 1er, 1° et 3°, et à toute autre personne qui souhaite en bénéficier.]2
[2 ...]2
[2 ...]2
[2 ...]2]1

Art. 151/1. [1 Er wordt een Coördinatiecomité van de gewestelijke actie inzake de integratie van vreemdelingen opgericht.
Het coördinatiecomité heeft de volgende opdrachten:
aan de Regering om de vijf jaar een evaluatie van het integratiebeleid en van de voorstellen voor de verbetering ervan overmaken;
aan de Regering de goed te keuren lijst van de statistische indicatoren voorstellen om de identificatie van de behoeften en de evaluatie van het integratiebeleid mogelijk te maken.".
jaarlijks de kwantitatieve gegevens over het integratietraject inzamelen en aan de Regering overmaken;
de Regering een schema voorstellen voor het plaatselijk integratieplan;
aan de Regering, beoordelingen, adviezen en voorstellen overmaken.
Wat punt 4° betreft, houdt het plaatselijk integratieplan verband met het plan voor maatschappelijke cohesie. Het wordt beoordeeld overeenkomstig de door de Regering vastgestelde bepalingen.
Het Coördinatiecomité is samengesteld uit vertegenwoordigers van de Regering, het "Institut wallon de l'évaluation, de la prospective et de la statistique" (Waals instituut voor evaluatie, prospectief en statistiek) en de integratiesector.
De Regering bepaalt de samenstelling en de werkingsmodaliteiten van het Coördinatiecomité.]1

Art. 151/1. [1 Un Comité de coordination de l'action régionale en matière d'intégration des personnes étrangères est créé.
Le Comité de coordination a pour mission de :
transmettre au Gouvernement, tous les cinq ans, une évaluation de la politique d'intégration et des propositions visant à améliorer celle-ci;
proposer au Gouvernement la liste des indicateurs statistiques à adopter pour permettre l'identification des besoins et l'évaluation de la politique d'intégration;
collecter et transmettre annuellement au Gouvernement les données quantitatives du parcours d'intégration;
proposer au Gouvernement un canevas du Plan local d'intégration;
transmettre au Gouvernement des évaluations, des avis et des propositions.
Concernant le 4°, le Plan local d'intégration est en lien avec le Plan de cohésion sociale. Il est évalué conformément aux dispositions fixées par la Gouvernement.
Le Comité de coordination se compose de représentants du Gouvernement, de l'Institut wallon de l'évaluation, de la prospective et de la statistique et du secteur de l'intégration.
Le Gouvernement précise la composition et les modalités de fonctionnement du Comité de coordination.]1

Art. 151/2. [1 Er wordt een begeleidingscomité opgericht, samengesteld uit de vertegenwoordigers van de centra, de instelling inzake tolken in sociaal milieu en de plaatselijke initiatieven tot integratie van vreemdelingen.
Het begeleidingscomité is belast met de opvolging van de activiteiten van de operatoren bedoeld in het eerste lid. Het kan werkgroepen voor bijzondere thema's organiseren.
Het begeleidingscomité vergadert minstens twee keer per jaar.
De samenstelling van het begeleidingscomité wordt door de Regering bepaald.]1

Art. 151/2. [1 Un comité d'accompagnement, regroupant des représentants des centres, de l'organisme d'interprétariat en milieu social et des initiatives locales d'intégration des personnes étrangères est créé.
Le comité d'accompagnement est chargé du suivi des activités des opérateurs visés à l'alinéa 1er. Il peut organiser des groupes de travail sur des thèmes particuliers.
Le comité d'accompagnement se réunit au moins deux fois par an.
La composition du comité d'accompagnement est fixée par le Gouvernement.]1

TITEL III. [1 - Integratietraject]1
TITRE III. [1 - Parcours d'intégration]1
HOOFDSTUK 1. [1 - Organisatie]1
CHAPITRE 1er. [1 - Organisation]1
Art. 152. [1 Een [2 integratietraject]2 wordt georganiseerd en heeft de integratie van de nieuwkomers tot doel.
Het [2 integratietraject]2 omvat :
een persoonlijke onthaalmodule;
een opleiding voor het leren van de Franse taal;
een opleiding over burgerschap;
[3 een oriëntatie naar het geïntegreerd stelsel inzake socioprofessionele inschakeling.]3
[5 De in het kader van het integratietraject georganiseerde activiteiten, met inbegrip van de tolkdiensten, zijn gratis voor de nieuwkomers en voor de vreemdelingen die niet aan de verplichting bedoeld in artikel 152/7 worden onderworpen.]5
[4 Bij de bestelling van hun verblijfsvergunning van meer dan drie maanden in een gemeente van het Franse taalgebied, winnen de nieuwkomers een informatie over het integratietraject in en worden ze naar de centra georiënteerd.]4
De Regering bepaalt de modaliteiten m.b.t. de samenwerking tussen de gemeenten en de centra.]1

Art. 152. [1 Un [2 parcours d'intégration]2 est organisé et a pour but l'intégration des primo-arrivants.
Le [2 parcours d'intégration]2 comprend :
un module d'accueil personnalisé;
une formation à la langue française;
une formation à la citoyenneté;
[3 une orientation vers le dispositif d'insertion socioprofessionnelle adapté.]3
[5 Les activités organisées dans le cadre du parcours d'intégration, en ce compris les prestations d'interprétariat, sont gratuites pour les primo-arrivants et pour les personnes étrangères non soumises à l'obligation visée à l'article 152/7.]5
[4 Lors de la commande de leur titre de séjour de plus de trois mois dans une commune de la région de langue française, les primo-arrivants reçoivent une information relative au parcours d'intégration et sont orientés vers les centres.]4
Le Gouvernement arrête les modalités de collaboration entre les communes et les centres.]1

Art. 152/1. [1 De inhoud en de vorm van de in artikel 152, eerste lid, 1°, bedoelde onthaalmodule worden bepaald door de Regering op voorstel van het in artikel [2 151/1]2 bedoelde coördinatiecomité. Er bestaat één enkele onthaalmodule die van toepassing is op het geheel van de nieuwkomers onderworpen aan de in artikel 152/7 bedoelde verplichtingen.
De onthaalmodule omvat minstens :
een informatie over de rechten en plichten van iedere persoon die in België verblijft;
een sociale balans;
een steun of oriëntering naar de hulpdiensten voor het vervullen van administratieve formaliteiten;
[2 4° een evaluatietest van het niveau van de Franse taal.]2
De onthaalmodule wordt in de centra verstrekt.
In voorkomend geval doen de centra een beroep op de sociale tolkinstelling erkend volgens de artikelen 155 en volgende om de onthaalmodule in een taal, verstaan door de nieuwkomers, te verstrekken.
[2 ...]2.]1

Art. 152/1. [1 Le contenu et la forme du module d'accueil visé à l'article 152, alinéa 1er, 1° sont fixés par le Gouvernement sur la proposition du Comité de coordination visé à l'article [2 151/1]2. Il existe un seul module d'accueil, applicable à l'ensemble des primo-arrivants soumis aux obligations visées à l'article 152/7.
Le module d'accueil comprend, au minimum :
une information sur les droits et devoirs de toute personne résidant en Belgique;
un bilan social;
une aide ou une orientation vers les services d'aide à l'accomplissement des démarches administratives.
[2 4° un test d'évaluation du niveau de français.]2
Le module d'accueil est dispensé au sein des centres.
Le cas échéant, les centres font appel à l'organisme d'interprétariat social agréé en vertu des articles 155 et suivants afin de dispenser le module d'accueil dans une langue comprise par les primo-arrivants.
[2 ...]2]1

Art. 152/2. [1 Op voorstel van het in artikel [2 151/1]2 bedoelde coördinatiecomité bepaalt de Regering de inhoud van de in artikel 152/1, tweede lid, 1°, bedoelde informatie. [2 ...]2]1
Art. 152/2. [1 Le Gouvernement sur la proposition du Comité de coordination visé à l'article [2 151/1]2 fixe le contenu de l'information visée à l'article 152/1, alinéa 2, 1°. [2 ...]2]1
Art. 152/3. [1 § 1. Op voorstel van het in artikel [4 151/1]4 bedoelde coördinatiecomité bepaalt de Regering de uitvoeringsprocedure en de inhoud van de in artikel 152/1, tweede lid, 1°, bedoelde sociale balans.
De sociale balans heeft als doel :
de behoeften van de nieuwkomer op grond van zijn vaardigheden en persoonlijke ervaringen te identificeren;
de verworvenheden van de nieuwkomer te evalueren zodat hij ze kan valoriseren.
Het centrum voert de sociale balans van de nieuwkomer binnen een termijn van één maand na de contactopneming van de nieuwkomer uit.
De in het kader van de sociale balans ingezamelde gegevens hebben betrekking op de burgerlijke staat, de nationaliteit, het verblijfsstatuut in België, de huisvesting, de gezondheid, het diploma, de sociale zekerheid, de werkgelegenheid.
Het centrum wordt ertoe gemachtigd om met de instemming van de nieuwkomer en met inachtneming van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens andere persoonsgegevens in te zamelen.
§ 2. Om in te spelen op de bij de sociale balans geïdentificeerde behoeften van de nieuwkomer, sluit het centrum met de nieuwkomer een [4 ...]4overeenkomst.
[2 [4 Het sluiten van de overeenkomst is verplicht. De overeenkomst omvat:
een geïndividualiseerde opvolging bedoeld in paragraaf 3;
een opleiding tot burgerschap;
een opleiding voor het leren van de Franse taal;
een socio-professionele oriëntatie.
De opleiding voor het leren van de Franse taal en de socio-professionele oriëntatie worden in de overeenkomst opgenomen naar gelang van de analyse van de behoeften in de maatschappelijke balans op grond van de door de Regering bepaalde modaliteiten.]4
]2

[2 ...]2
[2 ...]2
[2 ...]2
[4 De overeenkomst heeft een maximale duur van 18 maanden.]4
§ 3. Het centrum waarborgt een geïndividualiseerde opvolging van de in § 2 bedoelde overeenkomst door met de nieuwkomer minstens één evaluatieonderhoud [3 om de zes maanden]3 te organiseren.
Met het evaluatieonderhoud kan in voorkomend geval de [4 ...]4overeenkomst in onderlinge overeenstemming aangepast worden.
De criteria en de modaliteiten betreffende het evaluatieonderhoud worden door de Regering bepaald.
§ 4. Aan het einde van de overeenkomst geeft het centrum de nieuwkomer een attest van deelname af, waarvan de inhoud en de toekenningsmodaliteiten door de Regering worden bepaald.
§ 5. Op voorstel van het coördinatiecomité bepaalt de Regering de inhoud van de overeenkomst.]1

Art. 152/3. [1 § 1er. Le Gouvernement sur la proposition du Comité de coordination visé à l'article [4 151/1]4 fixe la procédure de réalisation et le contenu du bilan social visé à l'article 152/1, alinéa 2, 2°.
Le bilan social vise à :
identifier les besoins du primo-arrivant sur la base de ses compétences et expériences personnelles;
évaluer les acquis du primo-arrivant pour lui permettre de les valoriser.
Le centre réalise le bilan social du primo-arrivant dans un délai d'un mois à dater de la prise de contact avec le primo-arrivant.
Les données récoltées dans le cadre du bilan social concernent l'état civil, la nationalité, le statut de séjour en Belgique, le logement, la santé, le diplôme, la sécurité sociale, l'emploi.
Le centre est habilité à récolter d'autres données à caractère privé avec l'accord du primo-arrivant et dans le respect de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel.
§ 2. Pour répondre aux besoins du primo-arrivant identifiés lors du bilan social, le centre conclut avec le primo-arrivant une convention [4 ...]4.
[2 [4 La conclusion de la convention est obligatoire. La convention comporte :
un suivi individualisé visé au paragraphe 3;
une formation à la citoyenneté;
une formation à la langue française;
une orientation socioprofessionnelle.
La formation à la langue française et l'orientation socioprofessionnelle sont intégrées à la convention en fonction de l'analyse des besoins réalisés dans le bilan social, sur base des modalités définies par le Gouvernement.]4
]2

[2 ...]2
[2 ...]2
[2 ...]2
[4 La convention a une durée maximale de 18 mois.]4
§ 3. Le centre assure un suivi individualisé de la convention visée au paragraphe 2 en organisant, au minimum, un entretien d'évaluation [3 semestriel]3 avec le primo-arrivant.
L'entretien d'évaluation permet, le cas échéant, d'adapter, d'un commun accord, la convention [4 ...]4.
Le Gouvernement définit les critères et modalités de l'entretien d'évaluation.
§ 4. Au terme de la convention, le centre délivre au primo-arrivant une attestation de fréquentation, dont le Gouvernement détermine le contenu et les modalités d'octroi.
§ 5. Le Gouvernement sur la proposition du Comité de coordination détermine le contenu de la Convention.]1

Art. 152/4. [1 § 1. De opleiding voor het aanleren van de Franse taal bedoeld in artikel 152/3, § 2, [3 tweede lid, 3°]3, wordt verstrekt binnen instellingen erkend in het kader van de in artikel 154 bedoelde plaatselijke integratie-initiatieven van openbare overheden of binnen instellingen erkend door de openbare overheden.
[2 Onder "instellingen erkend door de openbare overheden" wordt verstaan:
de instellingen van het onderwijs voor sociale promotie, de instellingen van het hoger onderwijs en universiteiten in de Franse Gemeenschap;
de verenigingen inzake permanente vorming die erkend worden door de Franse Gemeenschap;
de "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi", de centra voor socioprofessionele inschakeling;
de instellingen die genieten van een specifieke erkenning in het kader van de thematische projectenoproep waarvan de Regering de modaliteiten bepaalt.]2

De Regering bepaalt de minimale vaardigheden van de opleiders voor het leren van de Franse taal.
§ 2. [3 De opleidingsmodules voor het leren van de Franse taal worden over maximum zestien maanden verstrekt en omvatten minimum vierhonderd opleidingsuren.
De Regering bepaalt de volledige of gedeeltelijke vrijstellingen, de criteria en de uitvoeringsmodaliteiten voor de opleiding voor het leren van de Franse taal.
De centra verrichten een test voor de validatie van de verworven kennis aan het einde van de cursus.
De Regering bepaalt op voorstel van het Coördinatiecomité bedoeld in artikel 151/1, de evaluatiecriteria die bij de evaluatietests van het niveau van de Franse taal en de validatie van de verworven kennis worden gehanteerd.]3
]1

Art. 152/4. [1 § 1er. La formation à la langue française visée à l'article 152/3, § 2, [3 alinéa 2, 3°]3, est dispensée au sein d'organismes agréés dans le cadre des initiatives locales d'intégration visées à l'article 154, de pouvoirs publics ou d'organismes reconnus par les pouvoirs publics.
[2 Par " organismes reconnus par les pouvoirs publics ", l'on entend :
les établissements d'enseignement de promotion sociale, les établissements d'enseignement supérieur et universités en Communauté française;
les associations d'éducation permanente agréées par la Communauté française;
l'Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi, les Centres d'insertion socioprofessionnelle;
les organismes bénéficiant d'une reconnaissance spécifique dans le cadre d'un appel à projets thématique dont le Gouvernement détermine les modalités.]2

Le Gouvernement fixe les compétences minimales des formateurs à la langue française.
§ 2. [3 Les modules de formation à la langue française se déroulent sur une période de seize mois maximum et comportent un minimum de quatre cents heures de formation.
Le Gouvernement définit les dispenses totales ou partielles, les critères et les modalités d'exercice de la formation à la langue française.
Les centres effectuent un test de validation des acquis au terme de la session.
Le Gouvernement fixe, sur proposition du Comité de coordination visé à l'article 151/1, les critères d'évaluation utilisés lors des tests d'évaluation du niveau de français et de validation des acquis.]3
]1

Art. 152/5. [1 § 1. De opleiding tot burgerschap bedoeld in artikel 152/3, § 2, [3 tweede lid, 2°]3, wordt verstrekt binnen instellingen erkend in het kader van de in artikel 154 bedoelde plaatselijke integratie-initiatieven van openbare overheden of binnen instellingen erkend door de openbare overheden.
[2 Onder "instellingen erkend door de openbare overheden" wordt verstaan:
de instellingen van het onderwijs voor sociale promotie in de Franse Gemeenchap;
de verenigingen inzake permanente vorming die erkend worden door de Franse Gemeenschap;
de centra voor socioprofessionele inschakeling;
de instellingen die genieten van een specifieke erkenning in het kader van de thematische projectenoproep waarvan de Regering de modaliteiten bepaalt.]2

De Regering bepaalt de minimale vaardigheden van de opleiders voor het burgerschap.
§ 2. De opleiding tot burgerschap wordt over maximum [3 vier maanden]3 verstrekt en omvat minstens [3 zestig]3 opleidingsuren.
Ze heeft minstens betrekking op :
de verblijfsstatuten in België;
de huisvesting;
de gezondheid;
het onderwijs;
de sociale zekerheid;
de belastingen;
de verzekeringen;
de Belgische en internationale instellingen;
het dagelijks leven;
[2 10° de gelijkheid van kansen en van geslachten.]2
Het in artikel [3 151/1]3 bedoelde coördinatiecomité bepaalt op voorstel van de centra de inhoud van de opleiding over burgerschap. De module wordt zodanig geharmoniseerd dat hij ongeacht de instelling die de opleiding in het Franse taalgebied verstrekt, van toepassing is."
[3 ...]3]1

Art. 152/5. [1 § 1er. La formation à la citoyenneté visée à l'article 152/3, § 2, [3 alinéa 2, 2°]3, est dispensée au sein d'organismes agréés dans le cadre des initiatives locales d'intégration visées à l'article 154, de pouvoirs publics ou d'organismes reconnus par les pouvoirs publics.
[2 Par " organismes reconnus par les pouvoirs publics ", l'on entend :
les établissements d'enseignement de promotion sociale en Communauté française;
les associations d'éducation permanente agréées par la Communauté française;
les Centres d'insertion socioprofessionnelle;
les organismes bénéficiant d'une reconnaissance spécifique dans le cadre d'un appel à projets thématique dont le Gouvernement détermine les modalités.]2

Le Gouvernement détermine les compétences minimales des formateurs à la citoyenneté.
§ 2. La formation à la citoyenneté se déroule sur une période de [3 quatre mois]3 maximum et comporte un minimum de [3 soixante]3 heures de formation.
Elle porte, au minimum, sur :
les statuts de séjour en Belgique;
le logement;
la santé;
l'enseignement;
la sécurité sociale;
les impôts;
les assurances;
les institutions belges et internationales;
la vie quotidienne;
[2 10° l'égalité des chances et des genres.]2
Le Comité de coordination visé à l'article [3 151/1]3 fixe, sur proposition des centres, le contenu de la formation à la citoyenneté. Il est harmonisé, de telle sorte qu'il s'applique quel que soit l'organisme qui dispense la formation en région de langue française.
[3 ...]3]1

Art. 152/6. [1 [2 [3 De socio-professionele oriëntatie bedoeld in artikel 152/3, § 2, tweede lid, 4°, wordt verstrekt door de " Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi " (Waalse dienst voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling) en de centra. In een overeenkomst worden de voorwaarden van het partnerschap tussen hen vastgesteld.]3]2
[2 ...]2]1

Art. 152/6. [1 [2 [3 L'orientation socioprofessionnelle visée à l'article 152/3, § 2, alinéa 2, 4°, est dispensée par l'Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi et les centres. Une convention fixe les modalités de partenariat entre eux.]3]2
[2 ...]2]1

HOOFDSTUK 2. [1 - Verplichtingen]1
CHAPITRE 2. [1 - Obligations]1
Art. 152/7. [1 § 1. Behalve behoorlijk bevestigde overmacht meldt de nieuwkomer zich op het bevoegde centrum binnen drie maanden [2 na de bestelling van zijn verblijfsvergunning van meer dan drie maanden]2 in een gemeente van het Franse taalgebied om zich voor de in artikel 152, tweede lid, 1°, bedoelde onthaalmodule in te schrijven.
De gemeente waarin de nieuwkomer is ingeschreven, stelt hem in kennis van de in het eerste lid bedoelde verplichting.
§ 2.[2 ...]2
[2 De nieuwkomer moet het in artikel 152/3, § 4, bedoelde attest binnen achttien maanden na de bestelling van de verblijfsvergunning van meer dan drie maanden in de gemeente krijgen. De Regering kan die termijn verlengen. Ze bepaalt de modaliteiten die de verlengingsprocedure regelen.]2
[2 ...]2
§ 3. Van de in de §§ 1 en 2, [3 ...]3, bedoelde verplichtingen worden vrijgesteld;
de personen die het in § 2, [3 ...]3, of elk ander gelijksoortig attest afgegeven door een andere gemeenschap of een ander gewest van het land reeds hebben gekregen;
de personen die een medisch attest voorleggen, waaruit blijkt dat het voor hen wegens een ziekte of een zware handicap onmogelijk is een [2 integratieproject]2 te volgen;
de personen die een getuigschrift of een diploma van het Belgisch onderwijs hebben behaald;
de personen van minder dan 18 jaar of de personen van 65 jaar of meer;
[3 personen die ten minste gedurende een ononderbroken periode van meer dan drie maanden halftijds een beroepsactiviteit uitoefenen;]3
[3 ...]3
[3 ...]3
[3 ...]3
[3 ...]3
10° [3 ...]3
11° [3 ...]3
[2 12° de geregelde studenden, de uitwisselingsstudenten, de personen die een doctoraatbeurs genieten en de leraars die binnen een instelling van het hoger onderwijs erkend in de Federatie Wallonië-Brussel samenwerken.]2
[3 13° de Turkse onderdanen en de onderdanen van staten die met de Europese Unie associatieovereenkomsten hebben gesloten die een standstill-clausule bevatten die identiek is aan die welke de betrekkingen tussen de Europese Unie en Turkije regelt.]3
De Regering kan [2 categorieën van andere personen dan die bedoeld in lid 1, vrijstellen van de verplichtingen bedoeld in de §§ 1 en 2, [3 ...]3. [3 ...]3]2
[4 Tot en met 31 december 2020, zijn de personen met de Britse nationaliteit en hun gezinsleden zoals bedoeld in artikel 150, vrijgesteld van de in het eerste en in het tweede lid, bedoelde verplichtingen.]4
§ 4. Het centrum stuurt een afschrift van het in § 2 bedoelde attest aan de gemeente waarin de nieuwkomer is ingeschreven.
§ 5. [3 De nieuwkomer is onderworpen aan de verplichting bedoeld in § 2, totdat hij het in artikel 152/3, § 4, bedoelde attest heeft gekregen, met uitzondering van de nieuwkomer die ten minste gedurende een ononderbroken periode van meer dan drie maanden halftijds een beroepsactiviteit uitoefent.]3]1

Art. 152/7. [1 § 1er. Sauf cas de force majeure dûment attesté, le primo-arrivant se présente au centre compétent dans un délai de trois mois à dater [2 de la commande de son titre de séjour de plus de trois mois]2 dans une commune de la région de langue française, afin de s'inscrire au module d'accueil visé à l'article 152, alinéa 2, 1°.
La commune où s'est inscrit le primo-arrivant l'informe de l'obligation visée à l'alinéa 1er.
§ 2. [2 ...]2
[2 Le primo-arrivant doit obtenir l'attestation visée à l'article 152/3, § 4, dans un délai de dix-huit mois à dater de la commande du titre de séjour de plus de trois mois à la commune. Le Gouvernement peut proroger ce délai. Il fixe les modalités qui régissent la procédure de prorogation.]2
[2 ...]2
§ 3. Sont dispensés des obligations visées aux §§ 1er et 2, [3 ...]3 :
les personnes ayant déjà obtenu l'attestation visée au § 2, [3 ...]3 ou toute autre attestation de ce type délivrée par une autre communauté ou région du pays;
les personnes qui présentent un certificat médical attestant de l'impossibilité de suivre un [2 parcours d'intégration]2 en raison d'une maladie ou d'un handicap sévère;
les personnes qui ont obtenu un certificat ou un diplôme dans l'enseignement belge;
les personnes âgées de moins de 18 ans ou de 65 ans et plus;
[3 les personnes exerçant une activité professionnelle au minimum à mi-temps pendant une période continue de plus de trois mois;]3
[3 ...]3
[3 ...]3
[3 ...]3
[3 ...]3
10° [3 ...]3
11° [3 ...]3
[2 12° les étudiants réguliers, les étudiants d'échange, les personnes bénéficiant d'une bourse pour l'obtention d'un doctorat et les enseignants collaborant au sein d'une institution d'enseignement supérieur reconnue en Fédération Wallonie-Bruxelles.]2
[3 13° les ressortissants turcs et les ressortissants d'Etats ayant conclu des accords d'association avec l'Union européenne contenant une clause de standstill identique à celle qui régit les rapports entre l'Union européenne et la Turquie.]3
Le Gouvernement peut dispenser des obligations prévues aux paragraphes 1er et 2, [3 ...]3, [2 des catégories de personnes autres que celles visées à l'alinéa 1er. [3 ...]3]2.
[4 Jusqu'au 31 décembre 2020, les personnes de nationalité britannique et les membres de leur famille tels que définis à l'article 150, sont dispensés des obligations visées aux paragraphes 1er et 2.]4
§ 4. Le centre adresse copie de l'attestation visée au paragraphe 2 à la commune où s'est inscrit le primo-arrivant.
§ 5. [3 Le primo-arrivant est soumis à l'obligation visée au paragraphe 2, jusqu'à ce qu'il ait obtenu l'attestation visée à l'article 152/3, § 4, à l'exception du primo-arrivant qui exerce une activité professionnelle au minimum à mi-temps pendant une période continue de plus de trois mois.]3]1

HOOFDSTUK 3. [1 - Sancties]1
CHAPITRE 3. [1 Sanctions]1
Art. 152/8. [1 § 1. Indien de nieuwkomer nadat hij in gebreke is gesteld, niet aan de in artikel 152/7, § 2, [3 ...]3, bedoelde verplichting voldoet, kan hij gestraft worden met een administratieve boete volgens de door de Regering bepaalde modaliteiten. De nieuwkomer wordt geacht aan zijn verplichting te voldoen indien hij het attest van deelname van de [2 het integratieproject]2 heeft gekregen in een ander centrum dan het bevoegd centrum dat hem overeenkomstig artikel 152, [3 vierde lid]3, is aangeduid.
De overtreding van de in artikel 152/7, § 2, [3 ...]3, van het Wetboek, bedoelde verplichting wordt gestraft met een administratieve boete die 50 euro bedraagt.
Wanneer een administratieve boete overeenkomstig het eerste lid opgelegd wordt aan de nieuwkomer, vervult hij de in artikel 152/7, § 2, [3 ...]3, bedoelde verplichting binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van de beslissing tot oplegging van een administratieve boete.
Zoniet kan hem zonder voorafgaandelijke ingebrekestelling een nieuwe administratieve boete opgelegd worden.
§ 2. De eerste overtreding van de in artikel 152/8, § 1, derde lid bedoelde verplichting wordt gestraft met een administratieve boete die 100 euro bedraagt.
§ 3. Elke nieuwe overtreding van de in 152/8, § 1, derde lid, van het Wetboek, bedoelde verplichting wordt gestraft met een administratieve boete waarvan het bedrag overeenstemt met het dubbele van het bedrag van de aan de betrokkene laatste opgelegde administratieve boete zonder 2500 euro te overschrijden.
§ 4. De Regering is bevoegd om de in § 1 bedoelde administratieve boetes op te leggen. Ze kan die bevoegdheid overdragen. In voorkomend geval krijgt de overheid aan wie de bevoegdheid is overgedragen, een toelage van het Gewest voor de prestaties van sanctionerende ambtenaren die in de hoedanigheid van ambtenaren belast met het opleggen van de in § 1 bedoelde administratieve boetes handelen. Een voorafgaandelijk akkoord betreffende het bedrag van de toelage en de betalingsmodaliteiten van de toelage wordt gesloten tussen het Gewest en de overheid aan wie de bevoegdheid wordt overgedragen.
§ 5. De Regering kan alleen de in § 1 bedoelde administratieve boetes opleggen nadat ze kennis heeft genomen van de eventuele verweermiddelen van de nieuwkomer en indien laatstgenoemde erom heeft verzocht, nadat ze hem, eventueel bijgestaan of vertegenwoordigd door een advocaat of een verdediger van zijn keuze, heef gehoord.
De Regering bepaalt de modaliteiten, de procedure voor het opleggen en de invordering van de in § 1 bedoelde administratieve boetes.
[2 § 5/1. De gemeente en het O.C.M.W. waaronder de nieuwkomers ressorteren, worden door de centra op de hoogte gebracht van de opvolging van het integratietraject.]2
§ 6. De nieuwkomer beschikt over een beroep met volle rechtsmacht voor de politierechtbank tegen de beslissing waarbij hem een administratieve boete is opgelegd.
Het in het eerste lid bedoelde beroep wordt bij verzoekschrift op straffe van verval ingediend binnen een termijn van twee maanden na de mededeling van de beslissing waartegen beroep is ingesteld.
Het in het eerste lid bedoelde beroep schorst de uitvoering van de beslissing waarop het betrekking heeft.
§ 7. Er kan geen administratieve boete opgelegd worden als het Gewest zijn verplichtingen in termen van organisatie van het gehele traject niet vervult.
§ 8. Het Gewest is gehouden zijn verplichtingen in termen van organisatie van het gehele traject uiterlijk op 1 januari 2017 te vervullen. De Regering kan de termijn met twee jaar verlengen.]1

Art. 152/8. [1 § 1er. Si, après avoir été mis en demeure, le primo-arrivant ne satisfait pas à l'obligation visée à l'article 152/7, § 2, [3 ...]3, une amende administrative peut lui être infligée, selon les modalités fixées par le Gouvernement. Le primo-arrivant est réputé satisfaire à son obligation s'il a obtenu l'attestation de fréquentation du [2 parcours d'intégration]2 dans un autre centre que le centre compétent qui lui a été indiqué en application de l'article 152, [3 alinéa 4]3.
L'infraction à l'obligation visée à l'article 152/7, § 2, [3 ...]3, du Code, est sanctionnée d'une amende administrative dont le montant est de 50 euros.
Lorsque le primo-arrivant se voit infliger une amende administrative en exécution de l'alinéa 1er, il satisfait à l'obligation visée à l'article 152/7, § 2, [3 ...]3, dans un délai de trois mois à dater de la notification de la décision de lui infliger une amende administrative.
A défaut, une nouvelle amende administrative peut lui être infligée, sans mise en demeure préalable.
§ 2. La première infraction à l'obligation visée à l'article 152/8, § 1er, alinéa 3, est sanctionnée d'une amende administrative dont le montant est de 100 euros.
§ 3. Toute nouvelle infraction à l'obligation visée à l'article 152/8, § 1er, alinéa 3, du Code est sanctionnée d'une amende administrative dont le montant correspond au double du montant de la dernière amende administrative infligée à l'intéressé, sans pouvoir dépasser la somme de 2.500 euros.
§ 4. Le Gouvernement est compétent pour infliger les amendes administratives visées au paragraphe 1er. Il peut déléguer cette compétence. Le cas échéant, l'autorité à laquelle est déléguée la compétence reçoit de la Région une indemnité pour les prestations des fonctionnaires sanctionnateurs agissant en qualité de fonctionnaires chargés d'infliger les amendes administratives visées au paragraphe 1er. Un accord préalable concernant le montant de l'indemnité et les modalités de paiement de l'indemnité est conclu entre la Région et l'autorité à laquelle est déléguée la compétence.
§ 5. Le Gouvernement peut infliger les amendes administratives visées au paragraphe 1er, uniquement après avoir pris connaissance des éventuels moyens de défense du primo-arrivant et, si ce dernier en a fait la demande, après l'avoir entendu, éventuellement assisté ou représenté par un avocat ou par un défenseur de son choix.
Le Gouvernement fixe les modalités, la procédure d'infliction et de recouvrement des amendes administratives visées au paragraphe 1er.
[2 § 5/1. La commune et le C.P.A.S. desquels émargent les primo-arrivants sont avisés par les centres du suivi du parcours d'intégration.]2
§ 6. Le primo-arrivant dispose d'un recours de pleine juridiction devant le tribunal de police à l'encontre de la décision de lui infliger une amende administrative.
Le recours visé à l'alinéa 1er est introduit par requête, dans un délai de deux mois à dater de la notification de la décision dont recours, à peine de forclusion.
Le recours visé à l'alinéa 1er suspend l'exécution de la décision sur laquelle il porte.
§ 7. Aucune amende administrative ne peut être infligée si la Région ne rencontre pas ses obligations en termes d'organisation de l'ensemble du parcours.
§ 8. La Région est tenue de rencontrer ses obligations en termes d'organisation de l'ensemble du parcours au plus tard le 1er janvier 2017. Le Gouvernement peut proroger le délai de deux ans.]1

HOOFDSTUK 4.
CHAPITRE 4.
Art. 152/9.
Art. 152/9.
HOOFDSTUK 5. [1 - Subsidiëring]1
CHAPITRE 5. [1 Subventionnement]1
Art. 152/10. [1 Binnen de perken van de begrotingskredieten kent de Regering de centra een jaarlijkse subsidie voor de uitvoering van het [2 integratietraject]2 toe.
De Regering stelt de modaliteiten, bedragen, de berekeningswijze van de eventuele indexering en de toekenningsvoorwaarden voor de subsidie vast.]1

Art. 152/10. [1 Dans la limite des crédits budgétaires, le Gouvernement octroie aux centres une subvention annuelle affectée à la mise en oeuvre du [2 parcours d'intégration]2.
Le Gouvernement arrête les modalités, montants, le mode de calcul de l'indexation éventuelle et les conditions d'octroi de la subvention.]1

Art. 152/11. [1 Binnen de perken van de begrotingskredieten kent de Regering de tolkdienst in een sociale context een jaarlijkse toelage bestemd voor het vervullen van zijn opdrachten bedoeld in artikel 155 in het kader van het [2 integratietraject]2.
De Regering stelt de modaliteiten, bedragen, de berekeningswijze van de eventuele indexering en de toekenningsvoorwaarden voor de subsidie vast.]1

Art. 152/11. [1 Dans la limite des crédits budgétaires, le Gouvernement octroie au service d'interprétariat en milieu social une subvention annuelle pour l'accomplissement de ses missions visées à l'article 155 dans le cadre du [2 parcours d'intégration]2.
Le Gouvernement arrête les modalités, montants, le mode de calcul de l'indexation éventuelle et conditions d'octroi de la subvention.]1

TITEL IV. [1 - Gewestelijke centra voor de integratie van vreemdelingen]1
TITRE IV. [1 - Centres régionaux pour l'intégration des personnes étrangères]1
HOOFDSTUK 1. [1 - Opdrachten]1
CHAPITRE 1er. [1 Missions]1
Art. 153. [1 De Gewestelijke centra voor de integratie van vreemdelingen [3 ...]3 hebben tot doel :
het in de artikelen 152 en volgende bedoelde [2 integratietraject]2 te ontwikkelen, uit te voeren en te organiseren via :
a) [3 de oprichting van onthaalkantoren en het verstrekken van de persoonlijke onthaalmodule bedoeld in de artikelen 152 en volgende]3
b) de installatie, de coördinatie, de evaluatie en de informatie op het traject in samenwerking met het in artikel [3 151/1]3 bedoelde coördinatiecomité;
c) de centralisatie, met inachtneming van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, van het geheel van de gegevens betreffende de nieuwkomers;
d) het tot stand brengen en ondersteunen van samenwerkingsverbanden tussen de operatoren;
de plaatselijke initiatieven voor de integratie van vreemdelingen [3 ...]3 bedoeld in de artikelen 154 en volgende te begeleiden [3 , de platforms bedoeld in artikel 150, 11° organiseren]3 en de integratie-activiteiten in het kader van de plaatselijke integratieplannen te coördineren;
integratie-activiteiten in hun ambtsgebied te coördineren;
de sociale, economische en politieke deelname van vreemdelingen [3 ...]3 en de interculturele uitwisselingen aan te moedigen;
de interveniënten die in de sector van de integratie van vreemdelingen [3 ...]3 handelen, te vormen [3 met name voor de opleiding tot burgerschap bedoeld in artikel 152/3, § 2, tweede lid, 2°]3;
statistische gegevens op plaatselijk gebied in te zamelen;
overleg te plegen met de andere centra om coherente beleidsvormen over het hele grondgebied van het Franse taalgebied te voeren.
De Regering bepaalt de modaliteiten voor de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde opdrachten.]1

Art. 153. [1 Les Centres régionaux pour l'intégration des personnes étrangères [3 ...]3 ont pour missions :
de développer, mettre en oeuvre et organiser le [2 parcours d'intégration]2 visé aux articles 152 et suivants par :
a) [3 la création des bureaux d'accueil et la dispense du module d'accueil personnalisé visé aux articles 152 et suivants]3
b) la mise en place, la coordination, l'évaluation et l'information sur le parcours, en lien avec le comité de coordination visé à l'article [3 151/1]3;
c) la centralisation, dans le respect de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel, de l'ensemble des données relatives aux primo-arrivants;
d) l'émergence et le soutien de partenariats entre les opérateurs;
d'accompagner les initiatives locales d'intégration des personnes étrangères [3 ...]3, visées aux articles 154 et suivants [3 organiser les plate-formes visées à l'article 150, 11°]3 et coordonner des activités d'intégration dans le cadre des plans locaux d'intégration;
de coordonner des activités d'intégration dans leur ressort territorial;
d'encourager la participation sociale, économique et politique des personnes étrangères [3 ...]3 et les échanges interculturels;
de former les intervenants agissant dans le secteur de l'intégration des personnes étrangères [3 ...]3 [3 notamment pour la formation à la citoyenneté visée à l'article 152/3, § 2, alinéa 2, 2°]3;
de récolter sur le plan local des données statistiques;
de se concerter avec les autres centres afin de mener des politiques cohérentes sur tout le territoire de la région de langue française.
Le Gouvernement arrête les modalités d'exercice des missions visées à l'alinéa 1er.]1

HOOFDSTUK 2. [1 - Erkenning]1
CHAPITRE 2. [1 Agrément]1
Art. 153/1. [1 De Regering erkent acht gewestelijke centra gelegen respectievelijk te Charleroi, La Louvière, Luik, [2 Saint-Ghislain]2, Namen, Verviers, [2 Libramont]2 en Nijvel, waarvan het ambtsgebied door de Regering wordt bepaald.
De bedrijfszetel van de centra kan na instemming van de Regering naar een andere gemeente van hun ambtsgebied overgeplaatst worden.]1

Art. 153/1. [1 Le Gouvernement agrée huit centres situés respectivement à Charleroi, La Louvière, Liège, [2 Saint-Ghislain]2, Namur, Verviers, [2 Libramon]2 et Nivelles, dont le ressort est défini par le Gouvernement.
Le siège d'activités des centres peut être transféré sur une autre commune de leur ressort, après accord du Gouvernement.]1

Art. 153/2. [1 Om erkend te worden, worden de centra op initiatief van de openbare overheden of van de verenigingen opgericht.
De openbare overheden en de verenigingen beschikken over een gelijk stemmental in de bestuurs- en beheersorganen.]1
[2 De Regering bepaalt de minimumsamenstelling van de bestuurs- en beheersorganen.]2
Art. 153/2. [1 Pour être agréés, les centres sont créés à l'initiative des pouvoirs publics ou des associations.
Les pouvoirs publics et les associations disposent de la parité des voix dans les organes d'administration et de gestion. [2 Le Gouvernement fixe la composition minimale des organes d'administration et de gestion.]2]1

Art. 153/3. [1 De centra beschikken over een personeel waarvan het basisteam samengesteld is uit minstens :
één voltijds equivalent belast met de directie, het dagelijks beheer en het administratieve en financiële toezicht;
één voltijds equivalent belast met het administratief en financieel beheer;
[2 één voltijds equivalent belast met de projectcoördinatie;]2
[2 één voltijds equivalent belast met de coördinatie van het integratietraject;]2
[2 5° drie voltijds equivalenten projectverantwoordelijken;
één halve voltijds equivalent belast met het administratief beheer van het computergestuurd opvolgingssysteem van het integratietraject.]2

De Regering bepaalt de kwalificaties van het personeel waaruit het basisteam samengesteld is.]1

Art. 153/3. [1 Les centres disposent d'un personnel, dont l'équipe de base est composée au moins :
d'un équivalent-temps plein chargé de la direction, de la gestion journalière et de la supervision administrative et financière;
d'un équivalent temps plein chargé de la gestion administrative et financière;
[2 d'un équivalent temps plein chargé de la coordination de projets;]2
[2 d'un équivalent temps plein chargé de la coordination du parcours d'intégration;]2
[2 5° de trois équivalents temps plein responsables de projets;
d'un demi équivalent temps plein chargé de la gestion administrative de l'outil de suivi informatisé du parcours d'intégration.]2

Le Gouvernement définit les qualifications du personnel composant l'équipe de base.]1

Art. 153/4. [1 De centra beschikken over of gebruiken lokalen aangepast aan de uitoefening van hun opdrachten en aan het onthaal van de begunstigden om, in voorkomend geval, het vertrouwelijke onderhoud mogelijk te maken. Ze beschikken over een secretariaat en een vergaderlokaal voor ten minste twintig personen.
De centra zijn ten minste vijf dagen per week open en voldoen aan de gezondheids- en veiligheidsvoorwaarden.]1

Art. 153/4. [1 Les centres disposent ou utilisent des locaux adaptés à l'exercice de leurs missions et à l'accueil des bénéficiaires permettant le cas échéant l'entretien confidentiel. Ils disposent d'un secrétariat et d'une salle de réunion permettant d'accueillir au moins vingt personnes.
Les locaux sont ouverts au moins cinq jours par semaine et répondent aux conditions de salubrité et de sécurité.]1

Art. 153/5. [1 Het centrum dient zijn erkenningsaanvraag bij aangetekend schrijven of door elk middel dat vaste datum aan de verzending verleent, bij de Regering in.
De Regering bepaalt de inhoud van het dossier m.b.t. de erkenningsaanvraag. Het dossier bevat op zijn minst :
de inlichtingen betreffende de geholpen bevolking en de nagestreefde doelstellingen;
de partnerschapsovereenkomsten gebonden aan de ontwikkelde activiteiten;
het organigram van het personeel;
de lijst van de lokalen.]1

Art. 153/5. [1 Le centre introduit sa demande d'agrément auprès du Gouvernement par courrier recommandé ou toute autre voie conférant date certaine à l'envoi.
Le Gouvernement détermine le contenu du dossier de demande d'agrément. Le dossier comporte au minimum :
les renseignements relatifs à la population desservie et aux objectifs poursuivis;
les conventions de partenariat liées aux activités développées;
l'organigramme du personnel;
la liste des locaux.]1

Art. 153/6. [1 De erkenning wordt door de Regering voor een onbepaalde duur verleend.
De erkenning kan worden ingetrokken wanneer de bepalingen van dit Boek of de bepalingen die krachtens dit boek worden uitgevaardigd, niet in acht worden genomen.
De toekennings- en intrekkingsprocedures voor de erkenning worden door de Regering vastgelegd.]1

Art. 153/6. [1 L'agrément est accordé par le Gouvernement pour une durée indéterminée.
L'agrément peut être retiré pour cause d'inobservation des dispositions du présent livre ou des dispositions fixées en exécution de celui-ci.
Le Gouvernement fixe les procédures d'octroi et de retrait de l'agrément.]1

HOOFDSTUK 3. [1 - Subsidiëring]1
CHAPITRE 3. [1 Subventionnement]1
Art. 153/7. [1 Binnen de perken van de begrotingskredieten kent de Regering de centra een jaarlijkse subsidie toe ter dekking van :
ten minste de bezoldiging [2 van de personen bedoeld in artikel 153/3, eerste lid, 1°, 2°, 3°, 4° et 6°]2;
de medefinanciering [2 van de personen bedoeld in artikel 153/3, 5°]2;
de werkingskosten betreffende de opdrachten bedoeld in artikel 153, 2° tot 7°;
de activiteiten die ze gezamenlijk ontwikkelen.
De Regering stelt de modaliteiten, met name die betreffende de berekening van de geldanciënniteit, de weddeschalen van het personeel, het bedrag, de berekeningswijze van de eventuele indexering en de toekenningsvoorwaarden voor de subsidie vast."
De centra kunnen een bijdrage of toelagen van hun leden ontvangen.]1

Art. 153/7. [1 Dans la limite des crédits budgétaires, le Gouvernement octroie aux centres une subvention annuelle couvrant :
au moins les rémunérations [2 des personnes visées à l'article 153/3, alinéa 1er, 1°, 2°, 3°, 4° et 6°]2;
le cofinancement de la rémunération [2 des personnes visées à l'article 153/3, 5°]2;
des frais de fonctionnement relatifs aux missions visées à l'article 153, 2° à 7°;
des activités qu'ils développent en commun.
Le Gouvernement arrête les modalités, notamment relatives au calcul de l'ancienneté pécuniaire, les échelles de traitement du personnel, le montant, le mode de calcul de l'indexation éventuelle et les conditions d'octroi de la subvention.
Les centres peuvent percevoir une cotisation ou des subventions de leurs membres.]1

Art. 153/8.
Art. 153/8.
TITEL V. [1 - Plaatselijke initiatieven voor de integratie van vreemdelingen]1
TITRE V. [1 - Initiatives locales d'intégration des personnes étrangères]1
HOOFDSTUK 1. [1 - Opdrachten]1
CHAPITRE 1er. [1 - Missions]1
Art. 154. [1 De plaatselijke initiatieven voor de integratie van vreemdelingen [2 ...]2 hebben als doel de deelname van vreemdelingen [2 ...]2 aan het sociaal en verenigingsleven en de uitoefening van de rechten en verplichtingen te ondersteunen.
De initiatieven vervullen minstens één van de volgende opdrachten :
de opleiding voor het aanleren van de Franse taal;
de opleiding tot burgerschap;
[2 de sociale begeleiding;]2
[2 de de juridische begeleiding gespecialiseerd in het recht van vreemdelingen]2.]1

Art. 154. [1 Les initiatives locales d'intégration des personnes étrangères [2 ...]2 visent à soutenir la participation à la vie sociale et associative et à aider à l'exercice des droits et des obligations des personnes étrangères [2 ...]2.
Les initiatives rencontrent au moins une des missions suivantes :
la formation à la langue française;
la formation à la citoyenneté;
[2 l'accompagnement social;]2
[2 l'accompagnement juridique spécialisé en droit des étrangers.]2]1

HOOFDSTUK 2. [1 - Erkenning]1
CHAPITRE 2. [1 - Agrément]1
Art. 154/1. [1 De Regering kan verenigingen zonder winstoogmerk als plaatselijke initiatieven voor de integratie van vreemdelingen [2 ...]2 erkennen, indien ze :
minstens één van de opdrachten bedoeld in artikel 154, tweede lid, vervullen;
de opdrachten die sinds minstens drie jaar het voorwerp uitmaken van de erkenningsaanvraag, uitoefenen;
over minstens één voltijds equivalent beschikken;
beschikken over lokalen aangepast aan de uitoefening van hun opdrachten, aan het onthaal van hun personeel om het vertrouwelijke onderhoud mogelijk te maken, alsook over een secretariaat en een vergaderlokaal voor ten minste twintig personen;
[2 nemen deel aan de platforms die door de centra worden georganiseerd voor de opdrachten waarvoor zij wensen te worden erkend;]2
een positieve evaluatie van de Regering genieten inzake administratief- en boekhoudbeheer voor de uitoefening van de activiteiten die het voorwerp uitmaken van de erkenningsaanvraag.
De in het eerste lid bedoelde lokalen voldoen aan de gezondheids- en veiligheidsvoorwaarden.
De Regering bepaalt de kwalificaties van het personeel bedoeld in het eerste lid, 3°.]1

Art. 154/1. [1 Le Gouvernement peut agréer en qualité d'initiatives locales d'intégration des personnes étrangères [2 ...]2 des associations sans but lucratif qui :
développent au moins une des missions visées à l'article 154, alinéa 2;
exercent les missions faisant l'objet de la demande d'agrément depuis au moins trois ans;
disposent au moins d'un équivalent-temps plein;
disposent de locaux adaptés à l'exercice de leurs missions, à l'accueil de leur personnel, permettant l'entretien confidentiel, ainsi que d'un secrétariat et d'une salle de réunion permettant d'accueillir au moins vingt personnes;
[2 participent aux plate-formes organisées par les centres pour les missions pour lesquelles elles souhaitent être agréées;]2
bénéficient d'une évaluation positive du Gouvernement en matière de gestion administrative et comptable et pour l'exercice des activités faisant l'objet de la demande d'agrément.
Les locaux visés à l'alinéa 1er répondent aux conditions de salubrité et de sécurité et sont ouverts au moins cinq jours par semaine.
Le Gouvernement définit les qualifications du personnel visé à l'alinéa 1er, 3°.]1

Art. 154/2. [1 De erkenningsaanvraag wordt bij aangetekend schrijven of door elk middel dat vaste datum aan de verzending verleent, bij de Regering ingediend. De Regering bepaalt de inhoud van het dossier m.b.t. de erkenningsaanvraag. Dit dossier bevat op zijn minst :
de omschrijving van de activiteiten die het voorwerp uitmaken van de erkenningsaanvraag;
de inlichtingen betreffende de geholpen bevolking en de nagestreefde doelstellingen;
de partnerschapsovereenkomsten gebonden aan de ontwikkelde activiteiten;
het organigram van het personeel;
de lijst van de lokalen.]1

Art. 154/2. [1 La demande d'agrément est introduite auprès du Gouvernement, par courrier recommandé ou toute autre voie conférant date certaine à l'envoi. Le Gouvernement détermine le contenu du dossier de demande d'agrément. Ce dossier comporte au minimum :
la description des activités faisant l'objet de la demande d'agrément;
les renseignements relatifs à la population desservie et aux objectifs poursuivis;
les conventions de partenariat liées aux activités développées;
l'organigramme du personnel;
la liste des locaux.]1

Art. 154/3. [1 De erkenning wordt door de Regering voor een onbepaalde duur verleend.
De erkenning kan ingetrokken worden wegens niet-naleving van de bepalingen van dit boek of van die welke krachtens dit boek zijn vastgesteld.
De toekennings- en intrekkingsprocedures voor de erkenning wordt door de Regering vastgelegd.]1

Art. 154/3. [1 L'agrément est accordé par le Gouvernement pour une durée indéterminée.
L'agrément peut être retiré pour cause d'inobservation des dispositions du présent livre ou des dispositions fixées en vertu du présent livre.
Le Gouvernement fixe les procédures d'octroi et de retrait de l'agrément.]1

HOOFDSTUK 3. [1 - Subsidiëring]1
CHAPITRE 3. [1 - Subventionnement]1
Art. 154/4. [1 Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten kan de Regering de plaatselijke initiatieven voor de integratie van vreemdelingen [2 ...]2 gevoerd door een plaatselijke openbare overheid, of een vereniging zonder winstoogmerk subsidiëren, indien ze :
minstens één van de opdrachten bedoeld in artikel 154, tweede lid, vervult;
in de lijn ligt van [2 de platforms georganiseerd door het centrum van het ambtsgebied]2 waarin de opdrachten worden uitgeoefend;
waarvan de projecten een omschrijving bevatten van de bestaande toestand en de nagestreefde doeleinden en de in werking te stellen middelen duidelijk omschrijven.
De in het eerste lid bedoelde toelagen worden toegekend om de personeels- en werkingsuitgaven te dekken, die rechtstreeks verbonden zijn aan de uitvoering van de [2 opdrachten bedoeld in artikel 154, tweede lid]2.
De Regering stelt de modaliteiten, bedragen, de berekeningswijze van de eventuele indexering en de toekenningsvoorwaarden voor die toelagen vast.
Het bedrag van de toelage wordt met name bepaald naar gelang van :
het aantal betrokken personen;
het aantal uren van de ontwikkelde activiteiten;
het type ontwikkelde activiteiten;
de inschrijving van de instelling in de bestaande netwerken;
de vorming van de opleiders;
de toegepaste methodologie.]1

Art. 154/4. [1 Le Gouvernement peut subventionner, dans la limite des crédits budgétaires disponibles, les initiatives locales d'intégration des personnes étrangères [2 ...]2 menées par un pouvoir public local, ou une association sans but lucratif :
qui développe au moins une des missions visées à l'article 154;
qui s'inscrit dans [2 les plate-formes organisées par le centre du ressort territorial]2 où sont exercées les missions;
dont les projets comportent un descriptif de la situation existante et définissent clairement les objectifs poursuivis et les moyens à mettre en oeuvre.
Les subventions visées à l'alinéa 1er sont accordées pour couvrir les dépenses de personnel et de fonctionnement directement liées à la réalisation des [2 missions visées à l'article 154 alinéa 2]2.
Le Gouvernement arrête les modalités, montants, le mode de calcul de l'indexation éventuelle et les conditions d'octroi de ces subventions.
Le montant de la subvention est notamment déterminé en fonction :
du nombre de personnes touchées;
du volume horaire des activités développées;
du type d'activités développées;
de l'inscription de l'organisme dans les réseaux existants;
de la formation des formateurs;
de la méthodologie appliquée.]1

TITEL VI. [1 - Tolken in een sociale context]1
TITRE VI. [1 - Interprétariat en milieu social]1
HOOFDSTUK 1. [1 - Opdrachten]1
CHAPITRE 1er. [1 - Missions]1
Art. 155. [1 De tolkinstelling in een sociale context heeft als opdracht om op verzoek van een gebruikende dienst elke vreemdeling [3 ...]3 die de Franse taal niet beheerst, het mogelijk te maken om de diensten van een tolk te genieten voor het geheel van zijn communicaties met een openbare of privé-rechtspersoon die een dienst organiseert in de sociale context, waarop hij een beroep doet, met name in het kader van het in de artikelen 152 en volgende bedoelde [2 integratietraject]2.
De instelling wordt ermee belast de informatie betreffende het tolken in een sociale context bij de gebruikende diensten te verspreiden.]1

Art. 155. [1 L'organisme d'interprétariat en milieu social a pour mission, à la demande d'un service utilisateur, de permettre à toute personne étrangère [3 ...]3 qui ne maîtrise pas la langue française de bénéficier des services d'un interprète dans l'ensemble de ses communications avec une personne morale, publique ou privée, organisant un service dans le contexte social auquel elle a recours, notamment dans le cadre du [2 parcours d'intégration]2 visé aux articles 152 et suivants.
L'organisme est chargé de diffuser l'information relative à l'interprétariat en milieu social auprès des services utilisateurs.]1

HOOFDSTUK 2. [1 - Erkenning]1
CHAPITRE 2. [1 - Agrément]1
Art. 155/1. [1 De Regering kan een sociale tolkinstelling erkennen die belast is met de organisatie van het tolkaanbod in een sociale context en die hierna "de instelling" wordt genoemd.]1
Art. 155/1. [1 Le Gouvernement peut agréer un organisme d'interprétariat social, chargé d'organiser l'offre d'interprétariat en milieu social, ci-après dénommé " l'organisme.]1
Art. 155/2. [1 De instelling wordt door de Regering erkend onder de volgende voorwaarden :
de vorm aannemen van een vereniging zonder winstoogmerk waarvan de [3 zetel]3 in het Franse taalgebied gevestigd is;
over lokalen beschikken die aan de gezondheids- en veiligsheidsvoorwaarden voldoen;
de opdrachten waarvan sprake in artikel 155 uitoefenen;
zijn opdrachten over het geheel van het grondgebied van het Franse taalgebied uitoefenen;
[2 in haar bestuurs- en beheersorganen, openbare overheden en verenigingen meetellen die over een gelijke stemmental beschikken en waarvan de minimumsamenstelling door de Regering wordt vastgesteld;]2
[2 over een ploeg beschikken waarvan de minimale samenstelling en de kwalificaties door de Regering worden bepaald]2.]1

Art. 155/2. [1 L'organisme est agréé par le Gouvernement aux conditions suivantes :
être constitué sous la forme d'une association sans but lucratif dont le [3 siège]3 est situé dans la région de langue française;
disposer de locaux répondant aux conditions de salubrité et de sécurité;
exercer les missions visées à l'article 155;
exercer ses missions sur l'ensemble du territoire de la région de langue française;
[2 comprendre dans ses organes d'administration et de gestion des pouvoirs publics et des associations qui disposent de la parité des voix et dont la composition minimale est fixée par le Gouvernement; ]2
disposer d'une équipe dont la composition minimale [2 et les qualifications sont fixées]2 par le Gouvernement.]1

Art. 155/3. [1 De erkenningsaanvraag wordt bij aangetekend schrijven of door elk middel dat vaste datum aan de verzending verleent, bij de Regering ingediend.
De Regering bepaalt de inhoud van het dossier m.b.t. de erkenningsaanvraag alsook de procedure voor de oproep tot de kandidaten.
Het dossier voor de erkenningsaanvraag bevat op zijn minst :
de inlichtingen betreffende de geholpen bevolking en de nagestreefde doelstellingen;
de partnerschapsovereenkomsten gebonden aan de ontwikkelde activiteiten;
het organigram van het personeel;
de lijst van de lokalen.]1

Art. 155/3. [1 La demande d'agrément est introduite auprès du Gouvernement par courrier recommandé ou toute autre voie conférant date certaine à l'envoi.
Le Gouvernement détermine le contenu du dossier de demande d'agrément ainsi que la procédure d'appel aux candidatures.
Le dossier de demande d'agrément comporte au minimum :
les renseignements relatifs à la population desservie et aux objectifs poursuivis;
les conventions de partenariat liées aux activités développées;
l'organigramme du personnel;
la liste des locaux.]1

Art. 155/4. [1 De erkenning wordt door de Regering voor een onbepaalde duur verleend.
Indien meerdere verenigingen de voorwaarden bedoeld in artikel 155/2 vervullen, beslist de Regering aan het einde van een selectie uitgevoerd door een jury waarvan de samenstelling door de Regering wordt bepaald.
De jury formuleert zijn mening door de kwaliteit van de projecten en de ervaring van de mensen belast met de uitvoering van deze projecten tegenover de opdrachten zoals bepaald in hoofdstuk 1 te vergelijken.
De erkenning kan ingetrokken worden wegens niet-naleving van de bepalingen van dit boek of van die welke krachtens dit boek zijn vastgesteld.
De toekennings- en intrekkingsprocedures voor de erkenning wordt door de Regering vastgelegd.]1

Art. 155/4. [1 L'agrément est accordé par le Gouvernement pour une durée indéterminée.
Si plusieurs associations remplissent les conditions visées à l'article 155/2, le Gouvernement statue au terme d'une sélection effectuée par un jury dont la composition est déterminée par le Gouvernement.
Le jury fonde son avis en comparant la qualité des projets et l'expérience des personnes attachées à la réalisation des projets, en regard des missions visées au chapitre 1er.
L'agrément peut être retiré pour cause d'inobservation des dispositions du présent livre ou des dispositions fixées en vertu du présent livre.
Le Gouvernement fixe les procédures d'octroi et de retrait de l'agrément.]1

Art. 155/5. [1 Een jaarlijks verslag van de instelling wordt aan de Regering overgemaakt in de loop van het eerste kwartaal van het jaar volgend op het jaar waarop het betrekking heeft. Het verslag bevat :
een balans en een omschrijving van de acties die gedurende het afgelopen jaar uitgevoerd werden;
voorstellen voor de oriëntatie van het beleid dat uitgevoerd moet worden om de tolkdienst in een sociale context in Wallonië te verbeteren;
een statistische bijlage betreffende de dossiers geregistreerd en behandeld gedurende het afgelopen jaar naar gelang van de verschillende soorten tegemoetkoming.]1

Art. 155/5. [1 Un rapport annuel établi par l'organisme est transmis au Gouvernement dans le courant du premier trimestre de l'année suivant celle à laquelle il se rapporte. Le rapport contient :
un bilan et une description des prestations réalisées durant l'année écoulée;
des propositions d'orientation de la politique à mettre en oeuvre pour améliorer le service d'interprétariat en milieu social en Wallonie;
une annexe statistique relative aux dossiers enregistrés et traités durant l'année écoulée en fonction des différents types d'intervention.]1

HOOFDSTUK 3. [1 - Subsidiëring]1
CHAPITRE 3. [1 - Subventionnement]1
Art. 155/6. [1 Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten subsidieert de Regering de overeenkomstig de artikelen 155/1 en volgende erkende instelling.
De in het eerste lid bedoelde toelagen worden toegekend om de personeels- en werkingsuitgaven te dekken, die rechtstreeks verbonden zijn aan de uitvoering van de in artikel 155 bedoelde opdrachten.
De Regering stelt de modaliteiten, bedragen, de berekeningswijze van de eventuele indexering en de toekenningsvoorwaarden voor die toelagen vast.]1

Art. 155/6. [1 Le Gouvernement subventionne, dans la limite des crédits budgétaires disponibles, l'organisme agréé conformément aux articles 155/1 et suivants.
Les subventions visées à l'alinéa 1er sont accordées pour couvrir les dépenses de personnel et de fonctionnement directement liées à la réalisation des missions visées à l'article 155.
Le Gouvernement arrête les modalités, montants, le mode de calcul de l'indexation éventuelle et conditions d'octroi de ces subventions.]1

TITEL VI/1. [1 - Niet-begeleide minderjarige vreemdelingen]1
TITRE VI/1. [1 - Mineurs étrangers non accompagnés]1
Art. 155/7. [1 De Regering subsidieert, binnen de perken van de begrotingskredieten, verenigingen of openbare overheden:
die activiteiten ontwikkelen die gericht zijn op de integratie van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen, zoals bepaald in de programmawet (I) van 24 december 2002 betreffende de voogdij over niet-begeleide autonome minderjarige vreemdelingen, die ten minste 16 jaar oud zijn.
waarvan de projecten een omschrijving bevatten van de bestaande toestand en de nagestreefde doeleinden en de in werking te stellen middelen duidelijk omschrijven.
De toelagen worden toegekend om de personeels- en werkingsuitgaven te dekken, die rechtstreeks verbonden zijn aan de uitvoering van de in het eerste lid bedoelde opdracht.
De Regering stelt de modaliteiten, bedragen, de berekeningswijze van de eventuele indexering en de toekenningsvoorwaarden voor die toelagen vast.]1

Art. 155/7. [1 Le Gouvernement subventionne, dans la limite des crédits budgétaires, des associations ou des pouvoirs publics :
qui développent des activités ayant pour objectif l'intégration des mineurs étrangers non accompagnés, tels que définis par la loi-programme (I) du 24 décembre 2002 en ce qui concerne la tutelle des mineurs étrangers non accompagnés, d'au moins 16 ans et mis en autonomie;
dont les projets comportent un descriptif de la situation existante et définissent clairement les objectifs poursuivis et les moyens à mettre en oeuvre.
Les subventions sont accordées pour couvrir les dépenses de personnel et de fonctionnement directement liées à la réalisation de la mission visée à l'alinéa 1er.
Le Gouvernement arrête les modalités, montants, le mode de calcul de l'indexation éventuelle et conditions d'octroi de ces subventions.]1

TITEL VII. [1 - Controle]1
TITRE VII. [1 - Contrôle]1
Art. 156. [1 De administratieve, financiële en kwalitatieve controle van de instellingen bedoeld in de artikelen 150 en volgende wordt gevoerd door de daartoe aangewezen personeelsleden.
De personeelsleden hebben vrije toegang tot de lokalen en hebben het recht om ter plaatse inzage te nemen van de stukken en documenten die ze nodig achten voor de vervulling van hun opdracht.]1

Art. 156. [1 Le contrôle administratif, financier et qualitatif des organismes visés aux articles 150 et suivants est exercé par les agents désignés à cet effet.
Les agents ont libre accès aux locaux et ont le droit de consulter sur place les pièces et documents qu'ils jugent nécessaires à l'accomplissement de leurs missions.]1

TITEL VIII. [1 - Overgangsbepalingen]1
TITRE VIII. [1 - Dispositions transitoires]1
Art. 157. [1 § 1. De verenigingen zonder winstoogmerk erkend als plaatselijke initiatieven inzake sociale ontwikkeling bij de inwerkingtreding van dit decreet worden geacht erkend te zijn als plaatselijke initiatieven voor de integratie van vreemdelingen.
Alle verenigingen erkend als plaatselijke initiatieven voor de integratie beschikken over een maximale termijn van twee jaar na de inwerkingtreding van dit decreet om zich aan te passen aan de artikelen 154/1 tot 154/4 en de desbetreffende uitvoeringsbesluiten.
§ 2. De verenigingen zonder winstoogmerk erkend als gewestelijk centrum voor de integratie van vreemdelingen bij de inwerkingtreding van dit decreet beschikken over een maximale termijn van twee jaar na de inwerkingtreding van dit decreet om zich aan te passen aan de artikelen 153/1 tot 153/7 en de desbetreffende uitvoeringsbesluiten.
§ 3. De vereniging zonder winstoogmerk erkend als instelling inzake tolken in sociaal milieu bij de inwerkingtreding van dit decreet beschikt over een maximale termijn van twee jaar na de inwerkingtreding van dit decreet om zich aan te passen aan de artikelen 155 tot 155/6 en de desbetreffende uitvoeringsbesluiten.]1

Art. 157. [1 § 1er. Les associations sans but lucratif agréées en qualité d'initiatives locales de développement social au moment de l'entrée en vigueur du présent décret sont considérées comme agréées en qualité d'initiative locale d'intégration des personnes étrangères.
Toutes les associations agréées en qualité d'initiative locale d'intégration disposent d'un délai de maximum deux ans à dater de l'entrée en vigueur du présent décret pour se conformer aux articles 154/1 à 154/4 et à leurs arrêtés d'exécution.
§ 2. Les associations sans but lucratif agréées en qualité de centre régional pour l'intégration des personnes étrangères au moment de l'entrée en vigueur du présent décret disposent d'un délai de maximum deux ans à dater de l'entrée en vigueur du présent décret pour se conformer aux articles 153/1 à 153/7 et à leurs arrêtés d'exécution.
§ 3. L'association sans but lucratif agréé en qualité d'organisme d'interprétariat en milieu social au moment de l'entrée en vigueur du présent décret dispose d'un délai maximum de deux ans à dater de l'entrée en vigueur du présent décret pour se conformer aux articles 155 à 155/6 et à leurs arrêtés d'exécution.]1

Art. 157/1.
Art. 157/1.
Art. 157/2.
Art. 157/2.
Art. 158.
Art. 158.
Art. 159.
Art. 159.
Art. 160.
Art. 160.
Art. 161.
Art. 161.
Art. 162.
Art. 162.
Art. 163.
Art. 163.
Art. 164.
Art. 164.
Art. 165.
Art. 165.
Boek III. - Hulpverlening aan de gezinnen
Livre III. - Aide aux familles
TITEL 1. - Diensten 'Espaces-Rencontres' (Ontmoetingsruimten)
TITRE 1er. - Services Espaces-Rencontres
HOOFDSTUK I. - Definities en Opdrachten
CHAPITRE Ier. - Définitions et missions
Afdeling 1. - Definities
Section 1re. - Définitions
Art. 166.
Art. 166.
Afdeling 2. - Opdrachten
Section 2. - Missions
Art. 167.
Art. 167.
HOOFDSTUK II. - Erkenning
CHAPITRE II. - Agrément
Afdeling 1. - Erkenningsvoorwaarden
Section 1re. - Conditions d'agrément
Art. 168.
Art. 168.
Art. 169.
Art. 169.
Art. 170.
Art. 170.
Afdeling 2. - Toekenningsprocedure
Section 2. - Procédure d'octroi
Art. 171.
Art. 171.
Art. 172.
Art. 172.
HOOFDSTUK III. - Werking
CHAPITRE III. - Fonctionnement
Art. 173.
Art. 173.
Art. 174.
Art. 174.
Art. 175.
Art. 175.
Art. 176.
Art. 176.
HOOFDSTUK IV. - Subsidiëring
CHAPITRE IV. - Subventionnement
Art. 177.
Art. 177.
Art. 178.
Art. 178.
HOOFDSTUK V. - Controle en straffen
CHAPITRE V. - Contrôle et sanctions
Afdeling 1.
Section 1re.
Art. 179.
Art. 179.
Afdeling 2. - Straffen
Section 2. - Sanctions
Onderafdeling 1. - Opschorting, intrekking
Sous-section 1re. - Suspension, retrait
Art. 180.
Art. 180.
Art. 181.
Art. 181.
Onderafdeling 2. - Straffen
Sous-section 2. - Sanctions pénales
Art. 182.
Art. 182.
Titre II. - [1 Centra en centrafederaties voor levens- en gezinsvragen.]1
Titre II. - [1 Centres et fédérations de centres de planning et de consultation familiale et conjugale.]1
HOOFDSTUK I. - [1 Algemene beginselen]1
CHAPITRE Ier. - [1 Principes généraux]1
Art. 183. [1 Met het oog op de toekenning van de toelagen waarin deze titel voorziet, worden de centra voor levens- en gezinsvragen, hierna centra voor gezinsplanning, door de Regering erkend.]1
Art. 183. [1 En vue de l'octroi des subventions prévues par le présent Titre, les centres de planning et de consultation familiale et conjugale, ci-après dénommés les centres de planning familial, sont agréés par le Gouvernement.]1
Art. 184. [1 De centra voor gezinsplanning oefenen hun activiteiten op het grondgebied van het Franse taalgebied uit en worden opgericht op initiatief van een overheid of een vereniging zonder winstoogmerk.]1
Art. 184. [1 Les centres de planning familial ont leurs activités dans la région de langue française et sont créés à l'initiative d'une autorité publique ou d'une association sans but lucratif.]1
Art. 185. [1 Ter informatie staat de melding " Centre de planning familial et de consultation familiale et conjugale agréé et subventionné par la Région wallonne " op alle akten, advertenties, aanplakkingen en elektronische documenten die van het centrum voor gezinsplanning uitgaan.]1
Art. 185. [1 A des fins d'information, tous les actes ainsi que les publicités, affichages et supports dématérialisés émanant du centre de planning familial mentionnent " Centre de planning familial et de consultation familiale et conjugale agréé et subventionné par la Région wallonne ".]1
HOOFDSTUK II. - [1 Centra voor gezinsplanning]1
CHAPITRE II. - [1 Centres de planning familial]1
Afdeling 1. - [1 Definities]1
Section 1re. - [1 Définitions]1
Art. 186. [1 De centra voor gezinsplanning zijn ambulante diensten met als doel bij te dragen tot de optimimalisering van de gezondheid en tot maatschappelijke ontplooiing. Daartoe worden de aspecten van het affectieve, relationele en sexuele leven aangesneden in een multidisciplinaire en positieve aanpak waarbij rekening gehouden wordt met de mogelijkheid voor de personen om :
een bewust, verantwoordelijk, stimulerend en veilig seksueel leven te leiden;
seksuele praktijken te hebben in alle veiligheid, zonder dwang, discriminatie of geweld;
steun te genieten bij de voorbereiding op en gedurende het koppelleven en op verantwoordelijk ouderschap;
te beschikken over de keuze van veilige, efficiënte, betaalbare en aanvaardbare methodes inzake vruchtbaarheidsregulering;
te beschikken over keuzevrijheid wat betreft de geschiktheid of de voortzetting van zwangerschap.]1

Art. 186. [1 Les centres de planning familial sont des services ambulatoires qui ont pour finalité de contribuer à l'optimisation de la santé et à l'épanouissement social en abordant les aspects de la vie affective, relationnelle et sexuelle dans une approche pluridisciplinaire, positive et respectueuse de la possibilité pour les personnes :
de vivre une sexualité consciente, responsable, épanouissante et sûre;
d'avoir des pratiques sexuelles en toute sécurité et sans contrainte, discrimination ou violence;
de bénéficier de soutien à la préparation à et durant la vie de couple et à la parentalité responsable;
de disposer de choix de méthodes de régulation de la fécondité sûres, efficaces, abordables et acceptables;
de disposer de la liberté de choix quant à l'opportunité ou la continuité d'une grossesse.]1

Art. 187. [1 De centra voor gezinsplanning staan in voor :
informatieverstrekking, bewustmaking en vorming inzake het affectieve, relationele en sexuele leven;
de bevordering van contraceptie en de verbetering van de toegankelijkheid ervan;
de preventie van niet gewenste zwangerschappen en de toegang tot de vruchtafdrijving bedoeld [2 de Belgische wetgeving inzake de vrijwillige onderbreking van zwangerschap]2. De toegang tot vruchtafdrijving houdt in dat elk centrum voor gezinsplanning hetzij tot vruchtafdrijving overgaat, [2 hetzij, indien het eigen personeel of de artsen die eraan verbonden zijn weigeren abortus te plegen of abortus niet kunnen plegen, de persoon die om abortus verzoekt oriënteert of begeleidt naar een centrum voor gezinsplanning waar abortus wordt gepleegd]2. Elke vraag of noodsituatie moet een antwoord krijgen van een centrum voor gezinsplanning;
[2 de preventie, opsporing en opvolging van seksueel overdraagbare infecties;]2
hulpverlening aan en begeleiding van de personen i.v.m. hun affectieve, relationele en sexuele leven;
[2 de preventie van verschillende vormen van geweld die verband houden met het relationele, emotionele en seksuele leven]2 en, desgevallend, hun tenlasteneming, onverminderd de bevoegdheden van de instellingen die in dat verband tussenkomen;
informatieverstrekking aan het publiek over de begrippen van het familierecht;
de organisatie van de groepsbenaderingen i.v.m. de bovenvermelde opdrachten;
informatieverstrekking aan en bewustmaking van de vakmensen i.v.m. het affectieve, relationele en sexuele leven.]1

Art. 187. [1 Les centres de planning familial ont pour missions :
l'information, la sensibilisation et l'éducation en matière de vie affective, relationnelle et sexuelle;
la promotion de la contraception et l'amélioration de son accessibilité;
la prévention des grossesses non souhaitées et l'accès à l'avortement visé [2 par la législation belge relative à l'interruption volontaire de grossesse]2. L'accès à l'avortement implique que tout centre de planning soit procède à l'avortement, soit oriente, voire accompagne, [2 la personne qui souhaite en bénéficier vers un centre ou planning qui y procède, si son personnel ou les médecins qui y sont attachés ne veulent pas ou ne peuvent pas y procéder]2. Aucune demande ou détresse ne peut rester sans réponse dans le chef d'un centre de planning;
[2 la prévention, le dépistage et le suivi des infections sexuellement transmissibles;]2
l'aide et l'accompagnement des personnes en lien avec leur vie affective, relationnelle et sexuelle;
[2 la prévention des différentes formes de violences en lien avec la vie relationnelle, affective et sexuelle]2 et, le cas échéant, leur prise en charge sans préjudice des compétences des organismes intervenant en la matière;
l'information au public sur les notions de droit familial;
l'organisation des animations liées aux missions définies ci-avant;
l'information et la sensibilisation des professionnels [2 à la vie relationnelle, affective et sexuelle]2.]1

Art. 188. [1 De opdrachten van de centra voor gezinsplanning worden uitgeoefend in het kader van een actieplan, hierna " Project van centrum voor gezinsplanning " genoemd.
[2 Het project van centrum voor gezinsplanning wordt bij voorrang op de gebruiker gericht en bestaat uit de volgende onderdelen:
een analyse van de interne en externe omgeving van het centrum voor gezinsplanning;
een beoordeling van de doelstellingen en activiteiten van het centrum voor gezinsplanning;
een planning van de doelstellingen en activiteiten van het centrum voor gezinsplanning; ";]2

[2 ...]2
De inhoud van de zes onderdelen van het Project van centrum voor gezinsplanning wordt nader bepaald door de Regering.
De inrichtende macht die de erkenningsaanvraag indient is verantwoordelijk voor de bepaling van het Project van centrum voor gezinsplanning, alsook voor de tenuitvoerlegging, auto-evaluatie en aanneming ervan.]1

[2 De inrichtende macht dient elektronisch een ontwerpcentrum per zetel in bij het Agentschap.]2
Art. 188. [1 Les missions des centres de planning familial s'exercent dans le cadre d'un plan d'action, ci-après désigné sous le terme " Projet de Centre de planning familial ".
[2 Le projet de centre de planning familial est centré prioritairement sur l'usager et se compose des parties suivantes :
une analyse de l'environnement interne et externe du centre de planning familial;
une évaluation des objectifs et des activités du centre de planning familial;
une planification des objectifs et des activités du centre de planning familial.]2

[2 ...]2
Le Gouvernement [2 ou son délégué]2 précise le contenu des [2 trois]2 parties du " Projet de Centre de planning familial ".
Le pouvoir organisateur qui introduit la demande d'agrément est responsable de la définition du Projet de Centre de planning familial, de sa mise en oeuvre, de son auto-évaluation et de son adaptation.]1

[2 Le pouvoir organisateur introduit un projet de centre par siège à l'Agence par voie électronique.]2
Afdeling 2. - [1 Activiteiten van de centra voor gezinsplanning]1
Section 2. - [1 Activités des centres de planning familial]1
Onderafdeling 1. - [1 Algemeenheden]1
Sous-section 1re. - [1 Généralités]1
Art. 189. [1 De activiteiten van een centrum voor gezinsplanning worden georganiseerd in vier pools :
de pool onthaal en beheer van de aanvragen;
de pool pluridisciplinaire begeleiding;
de pool informatieverstrekking, bewustmaking en vorming;
de pool communicatie.]1

[2 Binnen het centrum kan een ondersteuningspool worden georganiseerd.]2
Art. 189. [1 Les activités du centre de planning familial sont organisées en quatre pôles :
le pôle accueil et gestion des demandes;
le pôle accompagnement pluridisciplinaire;
le pôle information, sensibilisation et éducation;
le pôle communication.]1

[2 Un pôle de support peut être organisé au sein du centre.]2
Onderafdeling 2. - [1 Pool opvang en beheer van de aanvragen]1
Sous-section 2. - [1 Pôle accueil et gestion des demandes]1
Art. 190. [1 De opvang en het beheer van de aanvragen, waargenomen door een psycho-sociaal interveniënt in overleg met de pluridisciplinaire ploeg, hebben als doel luisteren naar de aanvraag, ze ophelderen en analyseren alsook informatie verstrekken aan de gebruiker en hem voorlichten.
De Regering bepaalt de modaliteiten voor het onthaal en het beheer van de aanvragen en zorgt voor een evenwichtige verdeling van de onthaalprestaties, waarbij rekening gehouden wordt met het overheersend karakter van de zetel waar de hoofdactiviteit zich ontwikkelt.]1

Art. 190. [1 L'accueil et la gestion des demandes, effectuées par un intervenant psycho-social en concertation avec l'équipe pluridisciplinaire, ont pour objectifs l'écoute, la clarification et l'analyse de la demande ainsi que l'information et l'orientation de l'usager.
Le Gouvernement détermine les modalités d'exercice de l'accueil et de la gestion des demandes, en veillant à une répartition harmonieuse des prestations d'accueil qui tienne compte du caractère prédominant du siège où se développe l'activité principale.]1

Onderafdeling 3. - [1 Pool pluridisciplinaire begeleiding]1
Sous-section 3. - [1 Pôle accompagnement pluridisciplinaire]1
Art. 191. [1 Na opvang van de aanvraag organiseert het centrum voor gezinsplanning het antwoord in het kader van een pluridisciplinair overleg.
De Regering bepaalt de modaliteiten voor het pluridisciplinair overleg.]1

Art. 191. [1 Une fois la demande accueillie, le centre de planning familial organise la réponse dans le cadre de la concertation pluridisciplinaire.
Le Gouvernement détermine les modalités de la concertation pluridisciplinaire.]1

Art. 192. [1 In het kader van de pool pluridisciplinaire begeleiding organiseert het centrum voor gezinsplanning :
verplicht : medische, psychologische, juridische en sociale consultaties, pluridisciplinaire overlegvergaderingen in de gevallen waarin zulks vereist wordt;
facultatief : adviesconsultaties inzake echtelijke en seksuologische problemen, alsook vruchtafdrijvingen.]1

Art. 192. [1 Dans le cadre du pôle accompagnement pluridisciplinaire, le centre de planning familial organise :
de manière obligatoire : des consultations médicales, psychologiques, juridiques et sociales, des réunions de concertation pluridisciplinaire dans les cas qui le requièrent;
de manière facultative : des consultations de conseil conjugal et sexologiques, ainsi que des avortements.]1

Art. 193. [1 Het centrum voor gezinsplanning beschikt over een pluridisciplinaire ploeg die instaat voor de medische, psychologische, [2 juridische, sociale en coördinerende functies]2.
De pluridisciplinaire ploeg kan bovendien belast worden met een functie van huwelijksadviseur en een functie van seksuoloog.]1

Art. 193. [1 Le centre de planning familial dispose d'une équipe pluridisciplinaire assurant au moins les fonctions médicale, psychologique, [2 juridique, sociale et de coordination générale]2.
L'équipe pluridisciplinaire peut être complétée par une fonction de conseiller conjugal et une fonction de sexologue.]1

Onderafdeling 4. - [1 Pool informatieverstrekking, bewustmaking en vorming]1
Sous-section 4. - [1 Pôle information, sensibilisation et éducation]1
Art. 194. [1 Informatieverstrekking, bewustmaking en vorming betreffen :
de activiteiten inzake informatieverstrekking en bewustmaking met een individueel of collectief karakter;
de activiteiten inzake groepsbenadering met een collectieve dimensie alsook de werkzaamheden ter voorbereiding en opvolging van die activiteiten.]1

Art. 194. [1 L'information, la sensibilisation et l'éducation regroupent :
les activités d'information et de sensibilisation à caractère individuel ou collectif;
les activités d'animation à dimension collective ainsi que les travaux préparatoires et de suivi de celles-ci.]1

Art. 195. [1 De Regering bepaalt de doelstellingen en de prioritaire doelgroepen van de activiteiten inzake informatieverstrekking, bewustmaking en groepsbenadering.]1
Art. 195. [1 Le Gouvernement détermine les objectifs et les publics prioritaires des activités d'information, de sensibilisation et d'animation.]1
Art. 196.
Art. 196.
Onderafdeling 5. - [1 Pool communicatie]1
Sous-section 5. - [1 Pôle communication]1
Art. 197. [1 De communicatie beoogt de bevordering van de actie van het centrum voor gezinsplanning.
[2 De Regering bepaalt de aard en de organisatie van het overleg met het oog op de totstandbrenging van die pool tussen de centra voor gezinsplanning binnen hetzelfde zorgverleningsgebied, binnen naburige zorgverleningsgebieden, of binnen elk ander zorgverleningsgebied voor specifieke projecten of doelgroepen]2.]1

Art. 197. [1 La communication vise à promouvoir l'action du centre de planning familial.
Le Gouvernement fixe la nature et les modalités d'organisation de la concertation [2 pour la mise en oeuvre de ce pôle entre les centres de planning familial d'une même zone de soins, de zones de soins limitrophes, ou de toute autre zone de soins pour des projets ou des publics spécifiques]2.]1

Onderafeling 5/1. [1 Ondersteuningspool]1
Sous-section 5/1. [1 Pôle de support]1
Art. 197/1. [1 Het team van het centrum voor gezinsplanning kan ook administratief en onderhoudspersoneel omvatten.]1
Art. 197/1. [1 L'équipe du centre de planning familial peut également être complétée par une fonction administrative et une fonction de maintenance.]1
Onderafeling 5/2. [1 Kwalificaties]1
Sous-section 5/2. [1 Qualifications]1
Art. 197/2. [1 De Regering stelt de kwalificaties vast die vereist zijn voor de toegang tot de functies die verbonden zijn aan de in artikel 189 bedoelde polen.]1
Art. 197/2. [1 Le Gouvernement fixe les qualifications qui permettent d'accéder aux fonctions liées aux pôles visés à l'article 189.]1
Onderafdeling 6. - [1 Verplichtingen van de centra voor gezinsplanning]1
Sous-section 6. - [1 Obligations des centres de planning familial]1
Onderafdeling 6.1. [1 Algemene coördinatie]1
Sous-section 6.1. [1 Le Gouvernement fixe les qualifications qui permettent d'accéder aux fonctions liées aux pôles visés à l'article 189.]1
Art. 198. [1 [2 De algemene coördinatie]2 wordt door de inrichtende macht toevertrouwd aan [2 een of meerdere leden]2 van de ploeg van de pool pluridisciplinaire begeleiding.
[2 De verantwoordelijke(n) voor de algemene coördinatie werkt(en) in samenspraak met]2 de leden van de pluridisciplinaire ploeg en [2 ziet(zien) toe]2 met name op de toepassing van het arbeidsreglement, op de naleving van de verschillende vigerende reglementeringen, op de organisatie van het teamwerk, op de coördinatie met [2 het in artikel 206 bedoelde netwerk]2, alsook op de betrekkingen met de subsidiërende overheid.]1

Art. 198. [1 La [2 coordination générale]2 est confiée par le pouvoir organisateur à [2 un ou plusieurs membres]2 de l'équipe du pôle accompagnement pluridisciplinaire.
[2 Le ou les responsables de la coordination générale travaillent en concertation]2 avec les membres de l'équipe pluridisciplinaire et [2 veillent]2 notamment à l'application du règlement de travail, au respect des diverses réglementations en vigueur, à l'organisation du travail d'équipe, à la coordination avec [2 le réseau visé à l'article 206]2 ainsi qu'aux relations avec le pouvoir subsidiant.]1

Art. 199. [1 Het huishoudelijk reglement van het centrum voor gezinsplanning wordt door de inrichtende macht vastgelegd en voorziet op zijn minst in :
de verdeling van de taken binnen het centrum;
het regelmatig beleggen van pluridisciplinair overlegvergaderingen voor de personeelsleden;
de waarborg van het beroepsgeheim [2 en van de eerbiediging van vertrouwelijkheid]2;
de rechten en plichten van de personeelsleden en van de bij overeenkomst gebonden personen.]1

Art. 199. [1 Le pouvoir organisateur arrête le règlement d'ordre intérieur du centre de planning familial qui établit au minimum :
la répartition des tâches au sein du centre de planning familial;
l'organisation de réunions régulières de concertation pluridisciplinaire entre les membres du personnel;
la garantie du secret professionnel [2 et du respect de la confidentialité]2;
les droits et devoirs des membres du personnel et des personnes liées par convention.]1

Art. 200. [1 Elke persoon die toegang heeft tot de individuele dossiers is gehouden tot het beroepsgeheim.]1
Art. 200. [1 Toute personne ayant accès aux dossiers individuels est tenue au secret professionnel.]1
Art. 201. [1 De inrichtende macht van het centrum voor gezinsplanning neemt de personeelsleden in dienst en bepaalt de duur van de dienstverstrekkingen van de leden van de ploeg.
Zij kan ook bedrijfscontracten met zelfstandige vakmensen sluiten en vrijwilligersovereenkomsten aangaan, onder de voorwaarden gesteld door de Regering.]1

Art. 201. [1 Le pouvoir organisateur du centre de planning familial engage les membres du personnel et détermine la durée des prestations des membres de l'équipe.
Il peut également conclure des contrats d'entreprise avec des professionnels indépendants et des conventions de volontariat, dans les conditions fixées par le Gouvernement.]1

Onderafdeling 6.2. - [1 De gebruiker]1
Sous-section 6.2. - [1 L'usager]1
Art. 202. [1 Het centrum voor gezinsplanning onthaalt elke persoon en wijst hem eventueel een ander centrum of een andere dienst aan dat/die beter op zijn behoeften kan inspelen, als de persoon daarmee instemt.]1
Art. 202. [1 Le centre de planning familial reçoit toute personne, à charge éventuellement de l'orienter, si la personne l'accepte, vers un centre de planning familial ou un service mieux adapté à ses besoins.]1
Art. 203. [1 In ieder gavl heeft de persoon de vrije keuze van het centrum voor gezinsplanning.
De ten laste genomen persoon wordt in geen geval gediscrimineerd en zijn wil wordt gerespecteerd.]1

Art. 203. [1 La personne a, dans tous les cas, le libre choix du centre de planning familial.
En toutes circonstances, l'absence de discrimination ainsi que la volonté de la personne prise en charge sont respectées.]1

Art. 204. [1 De gebruiker is de persoon die toegang heeft tot [2 de opvang,]2 de medische, psychologische, juridische, sociale consultatie, [2 echtelijke en gezins- seksuologische adviesverlening, de activiteiten inzake informatieverstrekking]2, bewustmaking en vorming.]1
Art. 204. [1 L'usager est la personne qui accède [2 à l'accueil,]2 à la consultation médicale, psychologique, juridique, sociale, [2 de conseil conjugal et familial, sexologique, aux activités d'information]2, de sensibilisation et d'éducation.]1
Art. 205. [1 Voor elke gebruiker, met uitzondering van degene die deelneemt aan de activiteiten inzake informatieverstrekking, bewustmaking en vorming, wordt, met inachtneming van de bepalingen betreffende de bescherming van het privé-leven en de rechten van de patiënt, een genummerd individueel dossier aangelegd met alle gegevens die nuttig zijn voor de opvolging ervan.
Er wordt ook een apart dossier met gegevens van medische aard aangelegd.
Onverminderd andere wetsbepalingen, worden de individuele dossiers minstens tien jaar na de afsluiting ervan bewaard onder de verantwoordelijkheid van [2 de persoon(onen) die het dagelijkse beheer waarneemt(en)]2.
De modaliteiten tot afsluiting van het individuele dossier worden nader bepaald door de Regering.
De medische gegevens worden bewaard onder de verantwoordelijkheid van een geneesheer die aan het centrum voor gezinsplanning verbonden is.]1

Art. 205. [1 Pour chaque usager, à l'exception de celui qui participe aux activités d'information, de sensibilisation et d'éducation, un dossier individuel numéroté est constitué dans lequel y figurent tous les renseignements utiles à son suivi dans le respect des dispositions relatives à la protection de la vie privée et aux droits du patient.
Un dossier séparé contenant les données à caractère médical est également constitué.
Sans préjudice d'autres dispositions légales, les dossiers individuels sont conservés, au moins dix ans après leur clôture, sous la responsabilité de [2 la ou des personnes chargées de la coordination générale]2.
Le Gouvernement précise les modalités selon lesquelles le dossier individuel est clôturé.
Les données médicales sont conservées sous la responsabilité d'un médecin attaché au centre de planning familial.]1

Onderafdeling 6.3. - [1 Werk in netverband.]1
Sous-section 6.3. - [1 Travail en réseau]1
Art. 206. [1 § 1. Het centrum voor gezinsplanning vervult zijn opdrachten in samenwerking met het netwerk.
Het netwerk is het geheel van de vakmensen, ongeacht hun activiteitensector, of van niet professionelen die gelijktijdig of achtereenvolgens ten gunste van de gebruiker of van een toestand tussenkomen in een effectief partnerschap, met een werking, finaliteit en doelstellingen die gemeenschappelijk zijn.
Het netwerk omvat minstens de vijf centra voor gezinsplanning van het zorgverleningsgebied waarin de acties van het centrum voor gezinsplanning gevoerd worden.
De activiteitensectoren kunnen, al naar gelang van de plaatselijke realiteit en de behoeften van de gebruikers, betrekking hebben op de aangelegenheden i.v.m. gezondheid, gezin, sociale actie, gehandicapte personen, vreemdelingen of personen van buitenlandse herkomst, senioren, kinderen, onderwijs en hulpverlening aan de jeugd.
De Regering bepaalt welke diensten uit die activiteitensectoren in het netwerk opgenomen mogen worden.
§ 2. Onder institutioneel overleg wordt verstaan het kader dat tot stand is gebracht tussen de instellingen of de samenwerking tussen de instellingen, los van een specifieke toestand, opdat de vakmensen zouden kunnen samenwerken als het geval zich voordoet.
Het centrum voor gezinsplanning doet mee aan het institutioneel overleg door samenwerkingsovereenkomsten met de instellingen te sluiten waarin op zijn minst de partnerschapsprocedures en de aangewende methodologieën nader bepaald worden.]1

Art. 206. [1 § 1er. Le centre de planning familial exerce ses missions en coordination avec le réseau.
Le réseau s'entend comme l'ensemble des professionnels, quel que soit leur secteur d'activités, ou non professionnels qui interviennent, de façon simultanée ou successive, au bénéfice de l'usager ou d'une situation, dans un partenariat effectif définissant un fonctionnement, une finalité et des objectifs communs.
Le réseau comprend au moins les centres de planning familial de la zone de soins dans laquelle le centre de planning familial inscrit ses actions.
Les secteurs d'activités peuvent concerner, en fonction de la réalité locale et des besoins des usagers, les matières liées à la santé, à la famille, à l'action sociale, aux personnes handicapées, aux personnes étrangères ou d'origine étrangère, aux aînés, à l'enfance, à l'enseignement et à l'aide à la jeunesse.
Le Gouvernement précise les services appartenant à ces secteurs d'activités qui peuvent faire partie du réseau.
§ 2. La concertation institutionnelle se définit comme le cadre mis en place ou comme la collaboration entre les institutions, indépendamment d'une situation particulière, pour que les professionnels puissent fonctionner ensemble quand le cas se présente.
Le centre de planning familial s'inscrit dans la concertation institutionnelle en concluant des conventions de collaboration avec des institutions, qui précisent au moins les procédures de partenariat et les méthodologies mises en oeuvre.]1

Onderafdeling 6.4. - [1 Kosten van de dienstverstrekkingen]1
Sous-section 6.4. - [1 Coût des prestations]1
Art. 207. [1 Het centrum voor gezinsplanning vordert van de gebruikers of rechtstreeks van de betrokken instellingen, de honoraria of financiële bijdragen die hen bij wet of reglement worden opgelegd.]1
Art. 207. [1 Le centre de planning familial réclame aux usagers ou directement aux organismes intéressés les honoraires ou interventions financières leur incombant en vertu des lois ou règlements.]1
Art. 208. [1 Het centrum voor gezinsplanning eist een financiële bijdrage voor de medische dienstverstrekkingen die niet opgenomen zijn in de nomenclatuur van de geneeskundige verzorging, met inachtneming van een maximumtarief en de modaliteiten die de Regering bepaalt.
Dat maximumtarief wordt geïndexeerd overeenkomstig de modaliteiten bepaald bij de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, subsidies en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld [3 in de versie van kracht vóór 1 juli 2025]3.
Gratis consultatie is mogelijk in de gevallen waarin de gebruiker niet over voldoende financiële middelen beschikt, op basis van een voorstel van een lid van [2 dat behoort tot het multidisciplinaire team]2.]1

Art. 208. [1 Le centre de planning familial réclame, pour les prestations non reprises dans la nomenclature des soins de santé, une intervention financière en respectant un tarif maximum et des modalités fixés par le Gouvernement.
Ce tarif maximum est indexé conformément aux modalités fixées par la loi du 2 août 1971, organisant un régime de liaison des prix à la consommation des traitements, salaires, pensions, allocations et subventions à charge du Trésor public, de certaines prestations sociales, des limites de rémunération à prendre en considération pour le calcul de certaines cotisations de sécurité sociale des travailleurs, ainsi que des obligations imposées en matière sociale aux travailleurs indépendants [3 dans sa version en vigueur antérieurement au 1er juillet 2025]3.
Des consultations pouvant aller jusqu'à la gratuité peuvent être données dans les cas où l'usager ne dispose pas des ressources financières suffisantes, sur la base d'une proposition d'un membre [2 appartenant à l'équipe pluridisciplinaire.]2]1

Art. 209. [1 Voor de dienstverstrekkingen bepaald bij de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wordt de financiële bijdrage vereist hetzij op basis van de betaling per verstrekking volgens de nomenclatuur van de geneeskundige verzorging, hetzij op basis van het forfaitaire bedrag bepaald bij artikel 52 van het koninklijk besluit van 14 juli 1994 houdende coördinatie van de wet.
Als de financiële bijdrage van de verzekering geëist wordt op basis van de betaling per verstrekking volgens de nomenclatuur van de geneeskundige verzorging, wordt geen persoonlijke tegemoetkoming van de gebruikers verlangd, behalve die bepaald bij de artikelen 37 en volgende van de wet bedoeld in het eerste lid.
Bij gebrek aan de financiële bijdrage van de verplichte verzekering, wordt de persoonlijke bijdrage van de gebruiker vastgelegd op basis van de betaling per verstrekking volgens de nomenclatuur van de geneeskundige verzorging.]1

Art. 209. [1 Pour les prestations prévues par la loi relative à l'assurance obligatoire des soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, l'intervention financière de l'assurance est réclamée, soit sur la base du paiement par prestation selon la nomenclature des soins de santé, soit sur la base du forfait prévu à l'article 52 de l'arrêté royal du 14 juillet 1994 portant coordination de la loi.
Quand l'intervention financière de l'assurance est réclamée sur la base du paiement par prestation selon la nomenclature des soins de santé, aucune intervention personnelle n'est exigée des usagers en dehors de celles prévues aux articles 37 et suivants de la loi visée à l'alinéa 1er.
Si l'intervention financière de l'assurance obligatoire fait défaut, l'intervention personnelle de l'usager est fixée sur la base du paiement par prestation selon la nomenclature des soins de santé.]1

Art. 210. [1 De tarieven, honoraria en financiële bijdragen en het interne reglement voor het in rekening brengen van kosten zijn gemakkelijk toegankelijk voor het publiek en worden gecommuniceerd via de receptieruimtes van het centrum voor gezinsplanning en andere kanalen die door het centrum relevant worden geacht.]1
Art. 210. [1 Les tarifs, honoraires, les contributions financières et le règlement interne relatif à la tarification sont facilement accessibles au public et sont communiqués via les lieux d'accueil du centre de planning familial et d'autres canaux jugés pertinents par le centre.]1
Onderafdeling 6.5. - [1 Toegankelijkheid en infrastructuur]1
Sous-section 6.5. - [1 Accessibilité et infrastructure]1
Art. 211. [1 De Regering bepaalt de minimale normen inzake openingstijden [2 van de pool opvang en beheer van de aanvragen]2.
Tijdens de periodes waarin een centrum voor gezinsplanning gesloten is, wordt het publiek [2 via een passende mededeling]2 in samenspraak met de centra voor gezinsplanning van hetzelfde zorgverleningsgebied georiënteerd naar de dichtsbijgelegen centra voor gezinsplanning die open zijn tijdens die periode.]1

Art. 211. [1 Le Gouvernement fixe les normes minimales d'ouverture [2 du pôle accueil et gestion des demandes]2.
Pour les périodes de fermeture du centre de planning familial, le public est orienté en concertation avec les centres de planning familial d'une même zone de soins vers les centres de planning familial les plus proches ouverts durant cette période via [2 une communication adéquate vers le public]2.]1

Art. 212. [1 § 1. Het centrum voor gezinsplanning kan georganiseerd worden in verschillende zetels en beschikken over antennes zoals omschreven in de artikelen 213 tot 215.
Elke zetel beschikt over een pool opvang en beheer van de aanvragen en een pool pluridisciplinaire begeleiding.
[2 Om een secundaire zetel te openen, moet het centrum voor gezinsplanning vooraf toestemming vragen aan de Regering of haar afgevaardigde. De Regering bepaalt de modaliteiten voor het openen van de secundaire statutaire zetel.]2
§ 2. Het centrum voor gezinsplanning is toegankelijk en geschikt voor personen met beperkte mobiliteit [2 overeenkomstig de normen van de gewestelijke leidraad voor stedenbouw]2.
Elke zetel beschikt op zijn minst over :
een specifieke onthaalruimte;
[2 een specifieke locatie voor het personeelslid of de personeelsleden die verantwoordelijk zijn voor de algemene coördinatie;]2
consultatiebureaus en sanitaire installaties.
Bij de organisatie van de lokalen wordt rekening gehouden met de voorschriften betreffende de bewaring van de individuele dossiers en het archief, met inachtneming van de geheimhouding.]1

Art. 212. [1 § 1er. Le centre de planning familial peut être organisé en sièges distincts et comporter des antennes telles que définies aux articles 213 à 215.
Chaque siège comporte le pôle accueil et gestion des demandes et le pôle accompagnement pluridisciplinaire.
[2 Pour ouvrir un siège secondaire, le centre de planning familial demande l'autorisation préalable au Gouvernement ou son délégué. Le Gouvernement détermine les modalités d'ouverture du siège secondaire.]2
§ 2. Le centre de planning familial est accessible et adapté aux personnes à mobilité réduite [2 selon les normes contenues dans le guide régional d'urbanisme]2.
Tout siège comporte au moins :
un lieu d'accueil spécifique;
[2 un lieu spécifique pour le ou les membres du personnel chargés de la coordination générale;]2
des bureaux de consultation et des installations sanitaires.
L'organisation des locaux tient compte des dispositions relatives à la conservation des dossiers individuels et des archives dans le respect de la confidentialité.]1

Art. 213. [1 Op verzoek van een derde [2 van het netwerk bedoeld in artikel 206]2 kan het centrum voor gezinsplanning [2 de pool opvang en beheer van de aanvragen]2 decentraliseren naar een ander oord dan dat bedoeld in artikel 212, dat in deze titel " antenne " genoemd wordt.]1
[2 Het centrum voor gezinsplanning kan op ad hoc basis en op verzoek van een derde van het netwerk bedoeld in artikel 206, de pool opvang en het beheer van de aanvragen en bepaalde raadplegingen bedoeld in artikel 192, 1° en 2°, decentraliseren naar een andere plaats dan deze bedoeld in artikel 212.]2
Art. 213. [1 A la demande d'un tiers [2 du réseau visé à l'article 206]2, le centre de planning familial peut décentraliser [2 le pôle accueil et gestion des demandes]2 dans un lieu autre que celui visé à l'article 212, dans le présent titre désigné sous le terme " antenne ".]1
[2 De manière ponctuelle et à la demande d'un tiers du réseau visé à l'article 206, le centre de planning familial peut décentraliser le pôle accueil et gestion des demandes ainsi que certaines consultations visées à l'article 192, 1° et 2°, dans un autre lieu que celui visé à l'article 212.]2
Art. 214. [1 De decentralisering [2 bedoeld in artikel 213]2 wordt gerechtvaardigd door de opsporing van specifieke behoeften.
De decentralisering [2 bedoeld in artikel 213]2 is het voorwerp van een partnerschapsovereenkomst [2 met de derde van het netwerk bedoeld in artikel 206]2 waarvan de minimale inhoud door de Regering wordt bepaald.]1

Art. 214. [1 La décentralisation [2 visée à l'article 213]2 est justifiée par l'identification de besoins spécifiques.
La décentralisation [2 visée à l'article 213]2 fait l'objet d'une convention de partenariat [2 avec le tiers du réseau visé à l'article 206 qui en a fait la demande]2 dont le contenu minimal est fixé par le Gouvernement.]1

Art. 215. [1 Het centrum voor gezinsplanning ziet erop toe [2 dat de overeenkomstig artikel 213 gedecentraliseerde activiteiten de geheimhouding van de gesprekken en de bescherming van het privéleven van de gebruiker in acht nemen]2.]1
Art. 215. [1 Le centre de planning familial veille à ce que [2 les activités décentralisées conformément à l'article 213 répondent]2 à la confidentialité des entretiens et à la protection de la vie privée de l'usager.]1
Onderafdeling 6.6. - [1 Aanbodkadaster]1
Sous-section 6.6. - [1 Cadastre de l'offre]1
Art. 216. [1 De Regering publiceert een syntheserapport waarin gewag gemaakt wordt van het aanbod van de centra voor gezinsplanning en van de wijze waarop dat aanbod zich ontwikkeld heeft.
Het syntheserapport, m.a.w. " aanbodkadaster in centra voor levens- en gezinsvragen ", is het voorwerp van een aangepaste communicatie naar de centra voor gezinsplanning, volgens de modaliteiten die door de Regering bepaald worden.
Het aanbodkadaster in centra voor levens- en gezinsvragen wordt één keer per legislatuur door de Regering aan het Parlement overgelegd.]1

Art. 216. [1 Le Gouvernement publie un rapport de synthèse, faisant état de l'offre des centres de planning familial et de la manière dont cette offre s'est déployée.
Le rapport de synthèse, désigné sous le terme de " cadastre de l'offre en centres de planning et de consultation familiale et conjugale ", fait l'objet d'une communication adaptée à destination des centres de planning familial, selon les modalités définies par le Gouvernement.
Le cadastre de l'offre en centres de planning et de consultation familiale et conjugale est transmis au Parlement par le Gouvernement une fois par législature.]1

Onderafdeling 6.7. - [1 Verzameling van sociaal-epidemiologische gegevens]1
Sous-section 6.7. - [1 Recueil de données socio-épidémiologiques]1
Art. 217. [1 Om zijn opdrachten te vervullen verzamelt het centrum voor gezinsplanning sociaal-epidemiologische gegevens over de gebruikers om :
het profiel van de door hem bediende bevolking te bepalen en om het " Project van centrum voor gezinsplanning " op basis van die gegevens te sturen;
het onderzoek en de analyse te voeden op het niveau van het gezamenlijke Franse taalgebied en te voldoen aan zijn verplichtingen ten opzichte van andere autoriteiten.
De verzamelde gegevens maken het mogelijk om op zijn minst de sociologische kenmerken van de bevolking die het centrum voor gezinsplanning raadpleegt te identificeren, alsook de toegankelijkheidsperimeter van de plaats van de consultatie, het traject van de gebruiker, het hulp- en zorgverleningsnetwerk en de middelen waarover de gebruiker beschikt.
De Regering bepaalt de minimale lijst van de te verzamelen gegevens, de modaliteiten voor de registratie, bewaring en mededeling van de gegevens te harer attentie, alsook de periodiciteit.
De gegevens worden volgens de door de Regering bepaalde modaliteiten anoniem gehouden door het centrum voor gezinsplanning of door de daartoe erkende instelling, met inachtneming van de wet op de bescherming van het privé-leven.
Als de resultaten van het onderzoek en de analyse van de gegevens gekend zijn, organiseert de Regering een informatieverstrekking aan de centra voor gezinsplanning in de meest geschikte vorm.]1

Art. 217. [1 Pour exercer ses missions, le centre de planning familial recueille des données socio-épidémiologiques concernant les usagers qui ont pour objectifs :
d'établir le profil de la population qu'il dessert et, sur la base de ces données, d'orienter le " Projet de Centre de planning familial ";
d'alimenter la recherche et l'analyse au niveau de l'ensemble de la région de langue française et de lui permettre de respecter ses obligations à l'égard d'autres autorités.
Les données recueillies permettent d'identifier au moins les caractéristiques sociologiques de la population qui consulte le centre de planning familial, le périmètre d'accessibilité du lieu de consultation, le parcours de l'usager, le réseau d'aide et de soins et les ressources dont dispose l'usager.
Le Gouvernement définit la liste minimale des données faisant l'objet du recueil, les modalités de l'enregistrement, de conservation et de communication des données à son attention, ainsi que la périodicité.
Le centre de planning familial, ou l'organisme agréé pour ce faire, rend les données anonymes selon les modalités déterminées par le Gouvernement, dans le respect de la loi sur la protection de la vie privée.
Lorsque les résultats de la recherche et de l'analyse des données sont connus, une information à destination des centres de planning familial est organisée par le Gouvernement sous la forme la plus adéquate.]1

Afdeling 3. - [1 Organisatie van het dienstenaanbod]1
Section 3. - [1 Organisation de l'offre de services]1
Art. 218. [1 Er kan een bijkomende erkenning verleend worden aan een centrum voor gezinsplanning dat over een expertise beschikt in de door de Regering bepaalde thematieken. Het centrum voor gezinsplanning heeft de hoedanigheid van " referentiecentrum ".
Het stelt zijn expertise ter beschikking van de krachtens deze titel erkende centra voor gezinsplanning.]1

Art. 218. [1 Un agrément complémentaire peut être accordé à un centre de planning familial disposant d'une expertise dans des thématiques définies par le Gouvernement. Le centre de planning familial a la qualité de " centre référent ".
Il met son expertise à la disposition des centres de planning familial agréés en vertu du présent Titre.]1

Afdeling 4. - [1 Programmering en erkenning]1
Section 4. - [1 Programmation et agrément]1
Onderafdeling 1. - [1 Programmering]1
Sous-section 1re. - [1 Programmation]1
Art. 218/1. [1 De activiteiten van de centra voor gezinsplanning worden geheel of gedeeltelijk gevoerd binnen de door de Waalse Regering bepaalde zorgverleningsgebieden, behalve wat betreft de referentiecentra die bevoegd zijn om het gezamenlijke Franse taalgebied te bedienen.
[2 Het centrum voor gezinsplanning kan de activiteiten van de pool informatieverstrekking, bewustmaking en vorming uitoefenen in een aangrenzend zorgverleningsgebied uitvoeren. In het kader van specifieke projecten of doelgroepen kan het centrum voor gezinsplanning de activiteiten van de pool informatieverstrekking, bewustmaking en vorming op elk ander zorgverleningsgebied uitoefenen.]2]1

[2 De uitoefening van de activiteit bedoeld in lid 2 gebeurt op voorwaarde van voorafgaand overleg met de centra voor gezinsplanning gelegen in het zorgverleningsgebied anders dan zijn vestigingsplaats.]2
Art. 218/1. [1 Les activités des centres de planning familial s'inscrivent totalement ou partiellement au sein des zones de soins définies par le Gouvernement wallon, sauf pour les centres référents qui sont autorisés à couvrir l'ensemble du territoire de la région de langue française.
[2 Le centre de planning familial peut exercer les activités du pôle information, de sensibilisation et éducation dans une zone de soins limitrophe. Dans le cadre de projets ou de publics spécifiques, le centre de planning familial peut exercer les activités du pôle information, de sensibilisation et éducation dans toute autre zone de soins.]2]1

[2 L'exercice de l'activité visé à l'alinéa 2 se réalise à condition qu'il y ait une concertation préalable avec les centres de planning familial situés dans l'autre zone de soins que son siège d'activités.]2
Art. 218/2. [1 Voor het gezamenlijke Franse taalgebied en per zorgverleningsgebied wordt voorzien in één centrum voor gezinsplanning per 50 000 inwoners.
De Regering is bevoegd om verschillende zorgverleningsgebieden te groeperen.
Als het aantal erkenningsaanvragen voor hetzelfde zorgverleningsgebied hoger is dan het aantal centra voor gezinsplanning waarin de programmatie voorziet, worden de centra voor gezinsplanning gescheiden naar gelang van hun project van centrum voor gezinsplanning.]1

Art. 218/2. [1 Pour l'ensemble de la région de langue française et par zone de soins, le nombre de centres de planning familial s'élève à une unité par 50 000 habitants.
Le Gouvernement est habilité à regrouper plusieurs zones de soins.
Lorsque pour une même zone de soins, le nombre de demandes d'agrément est plus élevé que le nombre de centres de planning familial déterminé par la programmation, les centres de planning familial sont départagés en fonction de leur Projet de Centre de planning familial.]1

Onderafdeling 2. - [1 Erkenning]1
Sous-section 2. - [1 Agrément]1
Art. 218/3. [1 De erkenningsaanvraag wordt door de inrichtende macht van het centrum voor gezinsplanning bij de Regering ingediend.
Het erkenningsdossier bevat op zijn minst :
het bedrijfsnummer van de inrichtende macht, de identificatie en het statuut ervan;
het " Project van Centrum voor gezinsplanning ";
de samenstelling van de pluridisciplinaire ploeg, de omvang van de dienstverstrekkingen en de kwalificatie van haar leden;
het plan van de lokalen;
het intern reglement van het centrum voor gezinsplanning [2 ...]2.]1

Art. 218/3. [1 La demande d'agrément est introduite auprès du Gouvernement par le pouvoir organisateur du centre de planning familial.
Le dossier d'agrément comporte au minimum :
le numéro d'entreprise du pouvoir organisateur, son identification et son statut;
le " Projet de Centre de planning familial ";
la composition de l'équipe pluridisciplinaire, le volume des prestations et la qualification de ses membres;
le plan des locaux;
le règlement interne du centre de planning familial [2 ...]2.]1

Art. 218/4. [1 De bijkomende erkenning als " referentiecentrum " kan verleend worden :
hetzij op algemene wijze, op grond van een aanvraag die altijd ingediend kan worden;
hetzij op specifieke wijze, in het kader van een oproep tot thematisch project waarvan de modaliteiten door de Regering bepaald worden.
De procedure tot erkenningsverlening bedoeld in artikel [2 218/3]2 is toepasselijk op de " referentiecentra ".]1

Art. 218/4. [1 L'agrément complémentaire en qualité de " centre référent " peut être octroyé :
soit généralement, sur la base d'une demande qui peut être effectuée en tout temps;
soit spécifiquement, dans le cadre d'un appel à projet thématique dont le Gouvernement détermine les modalités.
La procédure d'octroi d'agrément visée à l'article [2 218/3]2 est applicable aux " centres référents ".]1

Art. 218/5. [1 De erkenning wordt door de Regering voor een onbepaalde duur verleend zodra vastgesteld wordt dat de normen nageleefd worden of, wat betreft de normen die pas na de afgifte van de erkenning nageleefd kunnen worden, dat de inrichtende macht zich ertoe verbonden heeft eraan te voldoen binnen een door de Regering bepaalde termijn.
De verplichtingen die nagekomen moeten worden bij de erkenningsaanvraag betreffen op zijn minst :
het juridisch bestaan van de inrichtende macht;
de vastlegging van het " Project van centrum voor gezinsplanning ".
De Regering bepaalt de procedure tot verlening van de erkenning.]1

Art. 218/5. [1 L'agrément est accordé à durée indéterminée par le Gouvernement dès lors qu'il est constaté que les normes sont respectées ou, pour celles qui ne peuvent l'être qu'après l'obtention de l'agrément, qu'elles font l'objet d'un engagement à être respectées dans le chef du pouvoir organisateur dans un délai fixé par le Gouvernement.
Les obligations qui doivent être remplies au moment de la demande d'agrément concernent au minimum :
l'existence juridique du pouvoir organisateur;
l'établissement du " Projet de Centre de planning familial ".
Le Gouvernement fixe la procédure d'octroi d'agrément.]1

Afdeling 5. - [1 Subsidiëring]1
Section 5. - [1 Subventionnement]1
Art. 218/6. [1 § 1. Binnen de perken van de begrotingskredieten en onder de door haar gestelde voorwaarden verleent de Regering aan het erkende centrum voor gezinsplanning een toelage die uit drie verschillende enveloppes bestaat :
de uitgaven betreffende het statutaire of bij arbeidsovereenkomst in dienst genomen personeel;
[2 de algemene coördinatie;]2
de overige uitgaven.
De overige uitgaven bedoeld in het eerste lid, 3°, zijn twee subenveloppes betreffende :
de werkingskosten waarvan de minimumdrempel en de aard door de Regering bepaald worden;
andere personeelsuitgaven dan die bedoeld in het eerste lid, 1°.
De bedragen van de bedoelde enveloppes en subenveloppes worden door de Regering bepaald op basis van de samenstelling van de erkende ploeg.
§ 2. De toelagen ter dekking van de werkingskosten bedoeld in § 1, tweede lid, 1°, kunnen gebruikt worden voor :
de afschrijvingslasten van een onroerend goed aangekocht of gebouwd door een erkend centrum voor gezinsplanning, met uitzondering van het terrein, en naar rato van de ruimte die door het centrum voor gezinspalanning ingenomen wordt voor de uitvoering van de opdrachten krachtens dit wetboek;
de inrichtingswerken vereist om aan de normen te voldoen, met inbegrip van de normen betreffende de veiligheid, het welzijn op het werk en de werking.
De duur van de afschrijving van de aankoop of van de bouw mag niet korter zijn dan twintig jaar, noch langer dan drieëndertig jaar.
De duur van de afschrijving van de inrichtingswerken mag niet korter zijn dan tien jaar, noch langer dan vijftien jaar.
De Regering bepaalt de voorwaarden waaronder en de modaliteiten volgens welke de afschrijvingslasten en de inrichtingswerken in aanmerking genomen worden.]1

Art. 218/6. [1 § 1er. Dans les limites des crédits budgétaires, le Gouvernement et aux conditions qu'il fixe, alloue au centre de planning familial agréé une subvention composée de trois enveloppes distinctes :
les dépenses du personnel relatives au personnel sous statut ou engagé sous contrat de travail;
[2 la coordination générale;]2
les autres dépenses.
Les autres dépenses visées à l'alinéa 1er, 3°, sont deux sous-enveloppes relatives aux :
frais de fonctionnement dont le seuil minimal et la nature sont déterminés par le Gouvernement;
dépenses de personnel autres que celles visées à l'alinéa 1er, 1°.
Les montants des enveloppes et des sous-enveloppes visées sont déterminés par le Gouvernement sur la base de la composition de l'équipe agréée.
§ 2. Peuvent être admis à charge des subventions couvrant les frais de fonctionnement visés au § 1er, deuxième alinéa, 1° :
les charges d'amortissement d'un bien immobilier acquis ou construit par un centre de planning familial agréé, à l'exception du terrain, et au prorata de l'espace occupé par le centre de planning familial pour la mise en oeuvre des missions en vertu du présent Code;
les travaux d'aménagement requis pour répondre aux normes, y compris celles relatives à la sécurité, au bien-être au travail et au fonctionnement.
La durée de l'amortissement de l'acquisition ou de la construction ne peut être inférieure à vingt années, ni supérieure à trente-trois années.
La durée d'amortissement des travaux d'aménagement ne peut être inférieure à dix années, ni supérieure à quinze années.
Le Gouvernement fixe les conditions et les modalités selon lesquelles les charges d'amortissement et les travaux d'aménagement sont pris en compte.]1

Art. 218/7. [1 Als het centrum voor gezinsplanning ook een bijkomende erkenning geniet als referentiecentrum waar abortus gepleegd wordt, omvat de toelage bedoeld in artikel 218/6, § 1, 1°, de personeelsleden die daarvoor aangesteld zijn.
Voor de overige referentiecentra verleent de Regering een bijkomende toelage met inachtneming van de bepalingen die desgevallend al naar gelang van de thematiek door andere stelsels aangenomen worden.]1

Art. 218/7. [1 Lorsque le centre de planning familial bénéficie également d'un agrément complémentaire en qualité de centre référent pratiquant l'avortement, la subvention visée à l'article 218/6, § 1er, 1°, comprend les membres du personnel qui y sont affectés.
Pour les autres centres référents, le Gouvernement alloue une subvention complémentaire en tenant compte des dispositions adoptées, le cas échéant, par d'autres dispositifs selon la thématique.]1

Art. 218/8. [1 Het forfaitair bedrag betreffende [2 de algemene coördinatie bedoeld in artikel 218/6, § 1, eerste lid, 2°]2 wordt door de Regering bepaald [2 ...]2 gesubsidieerd wordt.]1
Art. 218/8. [1 Le forfait relatif à la [2 coordination générale visé à l'article 218/6, § 1er, alinéa 1er, 2°]2 est déterminé par le Gouvernement [2 ...]2.]1
Art. 218/9. [1 De toelage betreffende de overige uitgaven wordt berekend op basis van een forfaitair bedrag per voltijds equivalent onder de personeelsleden bedoeld in artikel 218/6, § 1,[2 eerste lid]2 1°, met uitzondering van het personeel aangesteld in het referentiecentrum, en beperkt tot de door het centrum voor gezinsplanning gerechtvaardigde uitgaven.
De Regering bepaalt het forfaitair bedrag bedoeld in het vorige lid.]1

Art. 218/9. [1 La subvention relative aux autres dépenses est calculée sur la base d'un montant forfaitaire par équivalent temps plein des membres du personnel visés à l'article 218/6, § 1er,[2 alinéa 1er,]2 1°, à l'exception du personnel affecté au centre référent, et plafonnée aux dépenses justifiées par le centre de planning familial.
Le Gouvernement détermine le montant forfaitaire visé à l'alinéa précédent.]1

Art. 218/10. [1 De modaliteiten tot betaling van de toelagen worden door de Regering bepaald.]1
Art. 218/10. [1 Les modalités de liquidation des subventions sont déterminées par le Gouvernement.]1
Art. 218/11. [1 De toelagen bedoeld in de artikelen 218/6 tot 218/9 worden geïndexeerd overeenkomstig de modaliteiten bepaald bij de wet van 2 augustus 1976 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, subsidies en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld [2 in de versie van kracht vóór 1 juli 2025]2.]1
Art. 218/11. [1 Les subventions visées aux articles 218/6 à 218/9, sont indexées conformément aux modalités fixées par la loi du 2 août 1971, organisant un régime de liaison des prix à la consommation des traitements, salaires, pensions, allocations et subventions à charge du Trésor public, de certaines prestations sociales, des limites de rémunération à prendre en considération pour le calcul de certaines cotisations de sécurité sociale des travailleurs, ainsi que des obligations imposées en matière sociale aux travailleurs indépendants [2 dans sa version en vigueur antérieurement au 1er juillet 2025]2.]1
Afdeling 6. - [1 Beoordeling - controle - sancties]1
Section 6. - [1 Evaluation Contrôle - Sanctions]1
Art. 218/12. [1 De administratieve, financiële en kwalitatieve controle van het centrum voor gezinsplanning wordt gevoerd door de daartoe aangewezen personeelsleden [2 van het Agentschap]2.
Ze hebben vrije toegang tot de lokalen van het centrum voor gezinsplanning en hebben het recht om ter plaatse inzage te nemen van de stukken en documenten die ze nuttig achten om hun opdracht te vervullen, of erom te verzoeken zowel bij het centrum voor gezinsplanning als bij de authentieke bronnen die er eventueel over beschikken.
Ze voeren hun controle met het oog op de verbetering van de praktijken en volgens het systeem van de participatieve beoordeling.]1

[2 De Regering bepaalt de evaluatieprocedure en de modaliteiten inzake administratieve, financiële en kwaliteitscontrole voor het centrum voor gezinsplanning.]2
Art. 218/12. [1 Le contrôle administratif, financier et qualitatif du centre de planning familial est exercé par les agents [2 de l'Agence]2 désignés à cet effet.
Ils ont libre accès aux locaux du centre de planning familial et ont le droit de consulter sur place ou de solliciter, tant auprès du centre de planning familial que des différentes sources authentiques qui en disposeraient, les pièces et documents qu'ils jugent nécessaires à l'accomplissement de leur mission.
Ils exercent leur contrôle dans un objectif d'amélioration des pratiques et selon un mode d'évaluation participative.]1

[2 Le Gouvernement détermine la procédure d'évaluation et les modalités de contrôle administratif, financier et qualitatif du centre de planning familial.]2
Art. 218/13. [1 § 1. Het centrum voor gezinsplanning richt jaarlijks aan de Regering, met inachtneming van de modaliteiten en de inhoud die zij bepaalt, een activiteitenrapport met kwantitatieve gegevens over alle activiteiten die het tijdens het afgelopen jaar heeft uitgeoefend.
Dat activiteitenrapport evalueert de activiteiten in verband met het " Project van centrum voor gezinsplanning ".
Gelijktijdig legt het centrum voor gezinsplanning [2 ...]2 een bijwerking van het " Project van centrum voor gezinsplanning " over [2 ...]2.
De periodiciteit kan door de Regering herzien worden voor het geheel of een deel van het activiteitenrapport indien het " Project van centrum voor gezinsplanning " de doelstellingen bepaalt waarvan de evaluatie niet doorgevoerd kan worden over een duur van één jaar of minder.
§ 2. De Regering bepaalt binnen welke termijn en volgens welke modaliteiten het activiteitenrapport aan haar diensten voorgelegd moet worden.
§ 3. Het centrum voor gezinsplanning geeft de Regering jaarlijks kennis van de recapitulatieve afrekening van de uitgaven i.v.m. de uitoefening van haar opdrachten volgens de modaliteiten, via het model en binnen de termijnen voorgeschreven door de Regering.]1

Art. 218/13. [1 § 1er. Tous les ans, le centre de planning familial adresse au Gouvernement, selon les modalités et le contenu que ce dernier détermine, un rapport d'activités contenant des données quantitatives de toutes les activités menées par le centre de planning familial durant l'année écoulée.
Ce rapport d'activités évalue les activités en relation avec le " Projet de Centre de planning familial ".
Dans le même temps, le centre de planning familial soumet[2 ...]2 une mise à jour du " Projet de Centre de planning familial " [2 ...]2.
La périodicité peut être revue par le Gouvernement, pour tout ou partie du rapport d'activités dès lors que le " Projet de Centre de planning familial " détermine des objectifs dont l'évaluation ne peut s'effectuer sur une durée inférieure ou égale à un an.
§ 2. Le Gouvernement fixe le délai et les modalités de transmission du rapport d'activités à ses Services.
§ 3. Tous les ans, le centre de planning familial communique au Gouvernement, le décompte récapitulatif des dépenses relatives à l'exercice de ses missions selon les modalités, le modèle et dans le délai prescrit par le Gouvernement.]1

Art. 218/14. [1 De Regering maakt het genormaliseerde boekhoudplan van het centrum voor gezinsplanning op.]1
Art. 218/14. [1 Le Gouvernement fixe le plan comptable minimum normalisé du centre de planning familial.]1
Art. 218/15. [1 De erkenning als centrum voor gezinsplanning of referentiecentrum kan elk ogenblik ingetrokken worden wegens niet-naleving van de bepalingen van deze titel of van de krachtens deze titel vastgelegde bepalingen.
De intrekking van de erkenning als centrum voor gezinsplanning brengt in ieder geval van rechtswege de intrekking van de erkenning als referentiecentrum met zich mee.]1

Art. 218/15. [1 A tout moment, l'agrément en qualité de centre de planning familial ou de centre référent peut être retiré pour cause d'inobservation des dispositions du présent Titre ou des dispositions fixées en application de celui-ci.
Dans tous les cas, le retrait d'agrément en qualité de centre de planning familial entraîne de plein droit le retrait d'agrément en qualité de centre référent.]1

Art. 218/16. [1 De procedures tot intrekking van de erkenning worden nader bepaald door de Regering.
Daartoe bepaalt zij de vormen en termijnen en ziet ze toe op de inachtneming van de rechten van de verdediging.]1

Art. 218/16. [1 Le Gouvernement précise les procédures de retrait de l'agrément.
A cet effet, il détermine les formes et les délais et assure le respect des droits de la défense.]1

Art. 218/17. [1 Het toezicht en de controle op het gebruik van de toelagen worden gevoerd overeenkomstig de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof.]1
Art. 218/17. [1 La surveillance et le contrôle de l'utilisation des subventions sont exercés conformément à la loi du 16 mai 2003 fixant les dispositions générales applicables aux budgets, au contrôle des subventions et à la comptabilité des Communautés et des Régions, ainsi qu'à l'organisation du contrôle de la Cour des Comptes.]1
Art. 218/18. [1 Elke organisator of directeur van een centrum of dienst dat/die zonder erkenning de benaming " centre de planning familial et de consultation familiale et conjugale agréé et subventionné par la Région wallonne " draagt, kan veroordeeld worden tot een gevangenisstraf van acht dagen tot één maand en tot een boete van 25 tot 75 euro of tot slechts één van die straffen.]1
Art. 218/18. [1 Toute personne qui organise ou dirige un centre ou service portant, sans être agréé, l'appellation " centre de planning familial et de consultation familiale et conjugale agréé et subventionné par la Région wallonne ", est passible d'une peine d'emprisonnement de huit jours à un mois et d'une amende de 25 à 75 euros ou d'une de ces peines seulement.]1
HOOFDSTUK III. - [1 Federaties van centra voor gezinsplanning]1
CHAPITRE III. - [1 Fédérations de centres de planning familial]1
Art. 218/19. [1 Centra voor gezinsplanning kunnen zich aaneensluiten en hun belangen toevertrouwen aan een federatie van centra voor gezinsplanning van hun keuze.
De federaties van centra voor gezinsplanning hebben de volgende taken:
ze ondersteunen namens hun leden een gemeenschappelijke visie van de sector namens hun leden en geven hen zichtbaarheid;
ze zijn voorstander van overleg met het oog op de bevordering en de ondersteuning van de kwaliteit van de activiteiten van de leden;
ze vertegenwoordigen hun leden collectief, overeenkomstig de geldende bepalingen:
ze vertegenwoordigen een van hun leden individueel wanneer het daarom wordt verzocht, overeenkomstig de geldende bepalingen.]1

Art. 218/19. [1 218/19. Les centres de planning familial peuvent se fédérer et confier leurs intérêts à une fédération de centres de planning familial de leur choix.
Les fédérations de planning familial remplissent les missions suivantes :
elles soutiennent au nom de leurs membres une vision commune du secteur et leur donne de la visibilité;
elles favorisent la concertation en vue de promouvoir et de soutenir la qualité des activités des membres;
elles représentent leurs membres de manière collective, dans le respect des dispositions en vigueur;
elles représentent individuellement un de ses membres lorsque celui-ci lui en fait la demande, dans le respect des dispositions en vigueur.]1

Art. 218/19/1. [1 De Regering kan een meerjarenovereenkomst sluiten met alle federaties die de centra voor gezinsplanning vertegenwoordigen, waarin de in artikel 218/19 vermelde taken en de verplichtingen van de federaties worden vastgelegd. Om representatief te zijn moet de federatie minstens twaalf erkende centra voor gezinsplanning tellen.
Afhankelijk van de beschikbare begrotingsmiddelen bepaalt de overeenkomst het bedrag van de subsidie en hoe deze wordt toegekend en gecontroleerd.
De Regering stelt nadere regels vast voor de toepassing van dit artikel.]1

Art. 218/19/1. [1 Le Gouvernement peut conclure une convention pluriannuelle avec l'ensemble des fédérations représentatives de centres de planning familial qui mentionne les missions reprises à l'article 218/19 ainsi que les obligations des fédérations. Pour être représentative, une fédération compte au moins douze centres de planning familial agréés.
Selon les disponibilités budgétaires, la convention définit le montant de la subvention ainsi que les modalités d'octroi et de contrôle de la subvention.
Le Gouvernement définit les modalités d'exécution de cet article.]1

HOOFDSTUK IV. - [1 Overgangsbepalingen]1
CHAPITRE IV. - [1 Dispositions transitoires]1
Art. 218/20. [1 De personeelsleden van wie de arbeidsovereenkomst melding maakt van de opvangactiviteit op de datum van inwerkingtreding van dit decreet en die gunstig beoordeeld worden door hun werknemer en over de door de Regering bepaalde ervaring beschikken, mogen die opvangactiviteit uitoefenen.]1
Art. 218/20. [1 Les membres du personnel dont le contrat de travail mentionne l'activité d'accueil à la date d'entrée en vigueur du présent décret, et qui sont évalués favorablement par leur employeur et disposent d'une expérience fixée par le Gouvernement, sont autorisés à exercer cette activité d'accueil.]1
Art. 218/21. [1 Artikel 212, § 2, is van toepassing op de centra voor gezinsplanning erkend krachtens het Waalse wetboek voor sociale actie en gezondheid, decretaal luik, als ze andere lokalen betrekken na de de datum van inwerkingtreding van dit decreet.]1
Art. 218/21. [1 L'article 212, § 2, s'applique aux centres de planning agréés en vertu du Code wallon de l'Action sociale et de la Santé, volet décrétal, lorsque ceux-ci emménagent dans d'autres locaux après la date d'entrée en vigueur du présent décret.]1
Art. 218/22. [1 § 1. Het centrum voor gezinsplanning erkend krachtens het Waalse wetboek voor sociale actie en gezondheid, decretaal luik, dient een nieuwe erkenningsaanvraag in binnen zes maanden na de inwerkingtreding van dit decreet.
De aanvraag moet binnen die termijn aangevuld worden met het " Project van centrum voor gezinsplanning ".
Zo niet wordt het centrum voor gezinsplanning niet meer erkend na afloop van die periode van zes maanden.
§ 2. In afwachting van het besluit tot erkenning beschikt het centrum voor gezinsplanning over een tijdelijke erkenning gedurende de periode in de loop waarvan het zich in overeenstemming brengt met deze normen.
De Regering beschikt over een termijn van zes maanden om de erkenningsaanvragen te onderzoeken vanaf de datum waarop de aanvraag volledig en ontvankelijk is.
De Regering geeft kennis van de datum waarop de termijn ingaat.
Indien na afloop van die termijn geen besluit is genomen, behoudt het betrokken centrum voor gezinsplanning tot 31 december 2014 zijn recht op de toelagen verleend op basis van de bepalingen van het Waalse wetboek van sociale actie en gezondheid, decretaal luik, die van toepassing zijn de dag voor de inwerkingtreding van dit stelsel.
§ 3. Artikel 218/2 is niet van toepassing in het kader van de erkenningsprocedure bedoeld in de paragrafen 1 en 2.
§ 4. Vanaf 1 januari 2015 en voor de vijf volgende jaren worden de toelagen i.v.m. de personeelsuitgaven bedoeld in artikel 218/6, § 1, 1° en 3°, berekend volgens de modaliteiten die de Regering bepaalt.
§ 5. De toelage bedoeld in artikel 218/6, § 1, 2°, wordt aan het centrum voor gezinsplanning verleend vanaf 1 januari 2015.]1

Art. 218/22. [1 § 1er. Le centre de planning familial agréé en vertu du Code wallon de l'Action sociale et de la Santé, volet décrétal, introduit une nouvelle demande d'agrément dans les six mois de l'entrée en vigueur du présent décret.
La demande est obligatoirement complétée endéans cette période par le " Projet de Centre de planning familial ".
A défaut, le centre de planning familial n'est plus agréé au terme de la période de six mois précitée.
§ 2. Dans l'attente de la décision relative à l'agrément, le centre de planning familial dispose d'un agrément provisoire durant la période au cours de laquelle il se met en conformité avec les présentes normes.
Le Gouvernement dispose d'un délai de six mois pour examiner les demandes d'agrément à partir de la date à laquelle la demande est complète et recevable.
Le Gouvernement notifie le début du délai.
Si, au terme de ce délai, aucune décision n'est intervenue, le centre de planning familial concerné maintient son droit aux subventions allouées sur la base des dispositions du Code wallon de l'Action sociale et de la Santé, volet décrétal, d'application la veille de l'entrée en vigueur du présent dispositif, jusqu'au 31 décembre 2014.
§ 3. Dans le cadre de la procédure d'agrément visée aux paragraphes 1er et 2, l'article 218/2 ne s'applique pas.
§ 4. A partir du 1er janvier 2015 et pour les années suivantes, les subventions liées aux dépenses de personnel visées à l'article 218/6, § 1er, 1° et 3°, sont établies selon les modalités fixées par le Gouvernement.
§ 5. La subvention visée à l'article 218/6, § 1er, 2°, est allouée à partir du 1er janvier 2015 au centre de planning familial.]1

TITEL III. - Hulpdiensten voor gezinnen en bejaarde personen
TITRE III. - Services d'aide aux familles et aux aînés
HOOFDSTUK I. - Definities
CHAPITRE Ier. - Définitions
Art. 219. Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder :
Regering : de Waalse Regering,
diensten : de hulpdiensten voor gezinnen en bejaarde personen die één of meer van de volgende activiteiten, zoals bedoeld in de artikelen 4 en 5, uitoefenen :
[1 a)]1 hulpverlening in het kader van dagelijkse handelingen;
[1 b)]1 thuisoppas.
Niettegenstaande het gebruik van vrouwelijke of mannelijke termen worden de activiteiten van de diensten zowel door mannen als door vrouwen uitgeoefend;
rechthebbende : elke persoon die geholpen wordt door een dienst bedoeld in 2° [1 ...]1;
naaste hulpverlener : persoon die regelmatig thuishulp verleent aan een rechthebbende, met uitzondering van alle beroepshalve verleende hulp;
administratie : de diensten aangewezen door de Regering;
[2 minister]2 : de [2 minister]2 van Sociale Actie;
vertegenwoordiger :
[1 a)]1 de wettelijke of rechterlijke vertegenwoordiger van de rechthebbende;
[1 b)]1 de gemachtigde aangewezen door de rechthebbende, met uitzondering van elke persoon die een activiteit uitoefent binnen de hulpdienst voor gezinnen en bejaarde personen of die deelneemt aan het beheer ervan, of die onderworpen is aan het gezag van de beheerder van de dienst;
woonplaats : plaats waar de hulpaanvrager doorgaans en daadwerkelijk woont, met uitzondering van de structuren voor collectieve huisvesting waarvan de lijst door de Regering is opgesteld. Om thuiszorg te bevorderen kan de Regering andere plaatsen met woonplaats gelijkstellen;
aanvrager : elke rechthebbende, met uitsluiting van de naaste hulpverlener.
Art. 219. Pour l'application du présent titre, on entend par :
Gouvernement : le Gouvernement wallon;
services : les services d'aide aux familles et aux aînés exerçant une ou plusieurs des activités suivantes, telles que visées aux articles 220 et 221 :
[1 a)]1 aide à la vie quotidienne;
[1 b)]1 garde à domicile.
Nonobstant l'emploi de termes féminins ou masculins, les activités des services sont réalisées tant par des hommes que par des femmes;
bénéficiaire : toute personne recevant une aide d'un service visé au 2° [1 ...]1;
aidant proche : personne qui apporte régulièrement son aide à un bénéficiaire, au domicile de celui-ci, à l'exclusion de toute aide réalisée dans un cadre professionnel;
administration : les services désignés par le Gouvernement;
[2 ministre]2 : le [2 ministre]2 qui a l'Action sociale dans ses attributions;
représentant :
[1 a)]1 le représentant légal ou judiciaire du bénéficiaire;
[1 b)]1 le mandataire désigné par le bénéficiaire à l'exception de toute personne qui exerce une activité dans le service d'aide aux familles et aux aînés ou qui prend part à sa gestion, ou qui est soumise à l'autorité du gestionnaire du service;
domicile : lieu où le demandeur d'aide habite de manière habituelle et effective à l'exclusion des structures d'hébergement collectif dont la liste est définie par le Gouvernement. Afin de soutenir le maintien à domicile, le Gouvernement peut assimiler au domicile d'autres lieux de vie;
requérant : tout bénéficiaire à l'exclusion de l'aidant proche.
HOOFDSTUK II. - Activiteiten van de diensten
CHAPITRE II. - Activités des services
Art. 220. § 1. De diensten verlenen thuiszorg zodat de rechthebbende thuis kan blijven of terugkeren en met het oog op de begeleiding van en op de hulpverlening in het kader van dagelijkse handelingen aan alleenstaande, bejaarde, gehandicapte of zieke personen en gezinnen die in een moeilijke toestand verkeren, in overleg met de familiale en buurtomgeving. Hun doel bestaat er namelijk in de geholpen persoon aan te moedigen zo veel mogelijk autonoom te blijven.
§ 2.De activiteit i.v.m. de hulpverlening in het kader van dagelijkse handelingen, uitgeoefend door gezins- of bejaardenhelp(st)ers, dient om met de rechthebbende handelingen van het dagelijkse leven te verrichten, zoals omschreven in het statuut van de gezinshelp(st)er.
De Regering wordt ermee belast dat statuut aan te nemen. De functie van de gezinshelp(st)er in het kader van de hulpverlening aan gezinnen, in het kader van het teamwerk en in het kader van interdisciplinair werk ligt vast in dat statuut. Het statuut voorziet in de bevoegdheids- en capaciteitsvoorwaarden die vervuld moeten worden om het beroep van gezinshelp(st)er te mogen uitoefenen. Het statuut bevat de deontologische aspecten m.b.t. de rechten en plichten van de gezinshelp(st)ers in het kader van hun contacten met de geholpen persoon, in het kader van hun relaties met de dienst en met de overige interveniënten. De Regering bepaalt hoe de uitvoering van de taken die een dienst aan een gezinshelp(st)er toevertrouwt door de administratie gecontroleerd en beoordeeld moet worden.
Art. 220. § 1er. Les services interviennent à domicile afin de favoriser le maintien et le retour à domicile, l'accompagnement et l'aide à la vie quotidienne des personnes isolées, âgées, handicapées, malades et des familles en difficulté, en concertation avec l'environnement familial et de proximité, et ont notamment pour objectif de stimuler la personne aidée afin de maintenir au maximum son autonomie.
§ 2. L'activité d'aide à la vie quotidienne, effectuée par les aides familiales et les aides seniors, a pour but de réaliser avec le bénéficiaire des actes de vie quotidienne, tels que définis par le statut de l'aide familiale.
Le Gouvernement est chargé d'adopter ce statut. Ce statut doit préciser la fonction de l'aide familiale dans le cadre de l'intervention auprès des familles, dans le cadre du travail en équipe et dans le cadre du travail en interdisciplinarité. Il doit préciser l'accès à la profession d'aide familiale en matière de compétence et de capacité. Le statut [1 comprend]1 des aspects de déontologie qui [1 portent]1 sur les droits et obligations des aides familiales dans le cadre de ses contacts avec la personne aidée, dans le cadre de ses relations avec le service et avec les autres intervenants. Le Gouvernement fixe les modalités de contrôle et d'évaluation par l'administration des tâches confiées à l'aide familiale par son service.
Art. 221. § 1. De opdracht van de thuisoppasser bestaat in het begeleiden van de rechhebbende die permanent iemand nodig heeft en die zich om gezondheids- of handicapredenen niet alleen kan verplaatsen.
§ 2. De thuisoppasser zorgt voornamelijk voor een actieve aanwezigheid, dag en nacht en bovenop de entourage van de rechthebbende, en voor de optimalisering van zijn mentaal, lichamelijk en maatschappelijk welzijn via acties waarin zijn statuut voorziet.
De Regering wordt ermee belast dat statuut aan te nemen. De functie van de thuisoppaser en zijn opdracht liggen vast in dat statuut.
Art. 221. § 1er. Le garde à domicile a pour mission d'accompagner le bénéficiaire qui a besoin de la présence continue d'une personne et qui, pour des raisons de santé ou de handicap, ne peut se déplacer seul hors de son domicile.
§ 2. Il vise principalement à assurer, le jour ou la nuit et en complémentarité avec l'entourage du bénéficiaire, une présence active et à optimaliser le bien-être mental, physique et social du bénéficiaire par des actions définies par le statut du garde à domicile.
Le Gouvernement est chargé d'adopter ce statut. Ce statut doit préciser la fonction du garde à domicile et sa mission.
Art. 222. § 1. De hulpverlening wordt verstrekt op verzoek van de rechthebbende of van zijn vertegenwoordiger, rekening houdend met zijn reële behoeften.
§ 2. De behoeften worden beoordeeld op basis van een sociaal onderzoek dat minstens één keer per jaar wordt gevoerd.
De maatschappelijk assistent, de gegradueerde sociaal verpleger, de gegradueerde verpleger gespecialiseerd in communautaire of in openbare gezondheid beslissen of al dan niet hulpverlening wordt verstrekt.
De toekenning of de weigering van hulp, alsook de sociale opvolging daarvan, worden verantwoord in een sociaal dossier dat bijgehouden wordt.
Art. 222. § 1er. L'aide est fournie sur sollicitation du bénéficiaire ou de son représentant eu égard à ses besoins réels.
§ 2. Les besoins sont évalués à la lumière d'une enquête sociale réalisée au moins annuellement.
L'assistant social, l'infirmier gradué social, l'infirmier gradué spécialisé en santé communautaire ou en santé publique a la responsabilité de la réponse à la demande d'aide.
§ 3. L'octroi ou le refus de l'aide, ainsi que son suivi social, [1 sont justifiés]1 dans un dossier social tenu à jour.
Art. 223. § 1. Hulp in het kader van dagelijkse handelingen kan verleend worden als de verzoekers niet of onvoldoende in staat zijn om hun gezins- of huishoudelijke taken uit te voeren wegens hetzij een lichamelijke of mentale onbekwaamheid, hetzij bijzondere sociale omstandigheden.
Ook naaste hulpverleners van de aanvrager kunnen in aanmerking komen voor hulpverlening in het kader van dagelijkse handelingen. Die hulp bestaat er dan in de naaste hulpverleners begeleiding, informatie en steunen te geven inzake sanitaire hygiëne, behandeling, educatieve rol en administratieve taken m.b.t. de persoon aan wie ze hulp verlenen. De hulpverlening aan een naaste hulpverlener mag nooit een rechtstreekse hulpverlening zijn, zoals het onderhoud van zijn woning. Ze dient steeds om de door de naaste hulpverlener verleende hulp te verbeteren en te vergemakkelijken.
Het aantal uren tijdens welke hulpverlening in het kader van dagelijkse handelingen verstrekt wordt aan een naaste hulpverlener van een aanvrager wordt door de Regering vastgelegd op grond van het aantal uren tijdens welke de hulpverlening in het kader van dagelijkse handelingen aan die aanvrager verstrekt wordt.
§ 2. De hulp wordt bij voorrang verleend aan degenen die ze het meest nodig hebben en die het minst bevoordeeld zijn op financieel vlak.
§ 3. De naleving van die prioriteiten wordt geëvalueerd door de dienst die de Regering daartoe aanwijst. Die evaluatie berust op de criteria die door de diensten gebruikt worden om een aanvraag te aanvaarden of te weigeren naar gelang van het aantal uren waarover ze beschikken.
Art. 223. § 1er. L'aide à la vie quotidienne peut être accordée si les requérants ne sont pas ou sont insuffisamment en état d'accomplir leurs tâches familiales ou ménagères, en raison soit d'une inaptitude physique ou mentale, soit de circonstances sociales particulières.
Cette aide à la vie quotidienne peut également être étendue au bénéfice des aidants proches du requérant. Elle doit alors consister en une guidance, une information et un soutien des aidants proches en matière d'hygiène sanitaire, de maniement, de rôle éducatif et de tâches administratives concernant la personne à qui ils viennent en aide. L'aide aux aidants proches ne peut jamais consister en une aide directe à l'aidant proche, telle que l'entretien de son habitation. Elle a toujours pour objectif d'améliorer ou de faciliter l'aide apportée par l'aidant proche.
Le Gouvernement fixe le nombre d'heures durant lesquelles l'aide à la vie quotidienne est accordée à l'aidant proche d'un requérant en proportion du nombre d'heures durant lesquelles l'aide à la vie quotidienne est accordée à ce requérant.
§ 2. Par priorité, les aides doivent être accordées à ceux qui en ont le plus besoin et qui sont les moins favorisés sur le plan financier.
§ 3. Le service du Gouvernement qu'il désigne procède à une évaluation du respect de ces priorités. Cette évaluation se base sur les critères utilisés par les services pour accepter ou refuser une demande en fonction du nombre d'heures dont les services disposent.
Art. 224. Alle akten en andere stukken, bekendmakingen en aanplakkingen die van de dienst uitgaan worden aangevuld met de melding " Service d'aide aux familles et aux personnes âgées agréé par la Région wallonne ", gevolgd door het erkenningsnummer of, als hij gesubsidieerd wordt, met de melding " service d'aide aux familles et aux personnes âgées agréé et subventionné par la Région wallonne ", gevolgd door het erkenningsnummer.
Art. 224. Dans tous les actes et autres documents, publicités et affichages émanant du service, celui-ci doit ajouter la mention "service d'aide aux familles et aux aînés agréé par la Région wallonne" suivie du numéro d'agrément ou, s'il est subventionné, la mention "service d'aide aux familles et aux aînés agréé et subventionné par la Région wallonne" suivie du numéro d'agrément.
HOOFDSTUK III. - Erkenning
CHAPITRE III. - Agrément
Afdeling 1. - Erkenningsvoorwaarden
Section 1re. - Conditions d'agrément
Art. 225. Om erkend te worden en om hun erkenning te behouden, moeten de diensten voldoen aan de normen vastgelegd bij of krachtens deze titel.
(NOTA : lid 2 niet vertaald)
Art. 225. Pour être agréés et conserver leur agrément, les services doivent respecter les normes établies par ou en vertu du présent titre.
L'agrément est accordé par le Gouvernement [1 ou son délégué]1 pour une durée indéterminée.
Art. 226. De diensten worden opgericht door de provincies, de gemeenten, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen, de intercommunales of de verenigingen bedoeld in hoofdstuk XII van de wet van 8 juli 1976 tot organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
Art. 226. Les services doivent être créés par les provinces, les communes, les centres publics d'action sociale, les associations sans but lucratif, les fondations, les intercommunales ou les associations visées au chapitre XII de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres public d'action sociale.
Art. 227. § 1. De dienst heeft als doel gezinshelp(st)ers, bejaardenhelp(st)ers of thuisoppassers ter beschikking te stellen van de personen en gezinnen bedoeld in artikel 220, § 1, die daarom verzoeken.
Ze worden ter beschikking gesteld, ongeacht de politieke, filosofische of religieuze mening.
§ 2. De dienst beschikt over een gecentraliseerd telefonisch onthaal ter attentie van de rechthebbende, minstens vijf dagen op zeven en minimum acht uur per dag. Dit aantal kan tot minimum vier uren per dag verminderd worden voor de diensten die minder dan zes gezinshelp(st)ers tewerkstellen.
§ 3. De dienst moet in het sociaal dossier bedoeld in artikel 222, § 3, een voorstel van antwoord op de hulpaanvraag opnemen dat voor akkoord getekend wordt door de rechthebbende of zijn vertegenwoordiger. Dat document, waarvan één exemplaar aan de rechthebbende of zijn vertegenwoordiger overgemaakt wordt, vermeldt op zijn minst hoeveel het antwoord op de hulpaanvraag zal kosten, de personalia van een verantwoordelijke gesprekspartner, de wijze waarop de dienst de rechthebbende zal verwittigen dat een hulpverlener niet in staat is om de geplande diensten geheel of gedeeltelijk te verstrekken, alsook de modaliteiten voor de verwerping van de hulpaanvraag naar gelang van het type dienstverstrekkingen.
Art. 227. § 1er. Le service doit avoir pour objet de mettre des aides familiales, des aides seniors ou des gardes à domicile à la disposition des personnes et des familles visées à l'article 220, § 1er, qui en font la demande.
Cette mise à disposition doit se faire sans distinction d'opinion politique, philosophique ou religieuse.
§ 2. Le service doit disposer d'un accueil téléphonique centralisé à l'attention du bénéficiaire, assuré au moins cinq jours sur sept, sur une plage horaire de huit heures par jour au minimum. Cette plage horaire peut être de quatre heures par jour au minimum dans les services occupant moins de six aides familiales.
§ 3. Le service doit intégrer, dans le dossier social visé à l'article 222, § 3, une proposition de réponse à la demande d'aide signée pour accord par le bénéficiaire ou son représentant. Ce document, dont un exemplaire doit être remis au bénéficiaire ou à son représentant, mentionne, au minimum, le coût financier qu'implique la réponse à la demande d'aide, les coordonnées d'un interlocuteur responsable, la manière dont le service informera le bénéficiaire qu'un intervenant n'est pas en mesure d'assurer complètement ou partiellement les prestations prévues ainsi que les modalités de résiliation de la demande d'aide en fonction du type de prestations.
Art. 228. § 1. De dienst moet minstens drie gezins-/bejaardenhelp(st)ers die uitsluitend in het kader van deze titel gesubsidieerd worden voltijds en permanent tewerkstellen.
Een voltijdse betrekking kan door twee deeltijdse betrekkingen vervangen worden voor zover deze met minstens één voltijdse betrekking overeenstemmen.
§ 2. Opdat de dienst erkend zou kunnen worden moeten de gezins-/bejaardenhelp(st)ers bedoeld in [1 paragraaf 1]1 houder zijn van een getuigschrift waaruit blijkt dat één van de door de Regering erkende opleidingen gegeven werd door één van de volgende kanalen :
[1 ]1 secundair onderwijs : familiale en sanitaire helpster, kinderverzorgster, aspirant-nursing (certificaat);
[1 ]1 sociale promotie : polyvalente help(st)er voor dienstverlening aan huis en in groep (certificaat);
[1 ]1 afwisselende educatie en opleiding : dezelfde afdelingen als het voltijds onderwijs (certificaat);
[1 ]1 Waals Gewest : gezinshelp(st)er (bekwaamheidsattest).
§ 3. Opdat de dienst erkend kan worden moeten de thuisoppassers bedoeld in [1 paragraaf 1]1 houder zijn van een diploma of certificaat op grond waarvan ze de functie van gezins- of bejaardenhelp(st)er mogen uitoefenen. De Regering bepaalt de voorwaarden waaronder de personen die niet over de krachtens deze paragraaf vereiste kwalificaties beschikken desalniettemin in aanmerking kunnen komen.
Art. 228. § 1er. Le service doit employer à temps plein et de façon permanente au moins trois aides familiales/aides seniors exclusivement subventionnées dans le cadre du présent titre.
Un emploi à temps plein peut être remplacé par deux emplois à temps partiel pour autant qu'ils correspondent au moins à un emploi équivalent temps plein.
§ 2. Les aides familiales/aides seniors visées au [1 paragraphe 1er]1 doivent, pour que le service puisse faire l'objet d'un agrément, être titulaires d'un certificat attestant qu'une des formations reconnues par le Gouvernement a été suivie selon une des quatre filières suivantes :
[1 ]1 enseignement secondaire : auxiliaire familiale et sanitaire, puéricultrice, aspirante en nursing (certificat);
[1 ]1 promotion sociale : auxiliaire polyvalente des services à domicile et en collectivité (certificat);
[1 ]1 éducation et formation en alternance : mêmes sections que l'enseignement de plein exercice (certificat);
[1 ]1 Région wallonne : aide familiale (attestation de capacité).
§ 3. Les gardes à domicile visés au [1 paragraphe 1er]1 doivent, pour que le service puisse faire l'objet d'un agrément, être porteurs d'un diplôme ou d'un certificat leur permettant d'exercer la fonction d'aide familiale ou d'aide seniors. Le Gouvernement détermine à quelles conditions des personnes, qui ne disposent pas des qualifications requises par le présent paragraphe, peuvent cependant être prises en compte.
Art. 229. De dienst verbindt zich ertoe het statuut op de gezins- en bejaardenhelpsters toe te passen zoals het door de Regering vastgelegd is overeenkomstig de artikelen 220, § 2 en 221, § 2.
Art. 229. Le service doit s'engager à appliquer aux aides familiales, aux aides seniors et aux gardes à domicile leur statut tel qu'il est arrêté par le Gouvernement en application des articles 220, § 2 et 221, § 2.
Art. 230. § 1. De volgende werknemers worden door de dienst tewerkgesteld krachtens een arbeidsovereenkomst of een openbaar statuut :
[1 ]1 een maatschappelijk assistent, een gegradueerde sociaal verpleger, een gegradueerde verpleger gespecialiseed in communautaire of openbare gezondheid;
[1 ]1 een administratief bediende.
De som van de subsidies die in en buiten het kader van deze titel voor die indienstnemingen worden verleend mag niet hoger zijn dan de som van de loonkosten van de betrokken bedienden. Aan de begeleidingsnormen bedoeld in [1 paragraaf 2]1, eerste lid, kan slechts worden voldaan als de tewerkgestelde werknemers uitsluitend in het kader van deze titel gesubsidieerd worden.
§ 2. De Regering bepaalt het aantal sociale werknemers en administratief bedienden bedoeld in [1 paragraaf 1]1 naar evenredigheid van het door de dienst in de loop van het vorige jaar gepresteerd aantal uren hulpverlening in het kader van dagelijkse handelingen dat in aanmerking komt voor subsidies.
De Regering bepaalt ook het aantal sociale werknemers en administratief bedienden bedoeld in [1 paragraaf 1]1 naar evenredigheid van een minimumaantal thuisoppsassers, uitgedrukt in voltijds equivalenten.
§ 3. De maatschappelijk assistent, de gegradueerde sociaal verpleger, de gegradueerde verpleger gespecialiseerd in communautaire of openbare gezondheid worden belast met het voeren van sociale onderzoeken, met de begeleiding van de rechthebbenden, alsook van de gezinshelp(st)ers, de bejaardenhelp(st)ers of de thuisoppassers.
§ 4. De begeleidingsfunctie bedoeld in paragraaf 3 moet uitgeoefend worden door een persoon die een permanente opleiding volgt waardoor hij de specifieke vaardigheden voor de begeleiding van een team gezinshelp(st)ers of thuisoppassers kan opdoen of ontwikkelen. De inhoud van het programma inzake permanente opleiding dat uitgewerkt wordt door het comité voor de begeleiding van de opleidingen wordt door de Regering [2 of haar afgevaardigde]2 goedgekeurd. De Regering [2 of haar afgevaardigde]2 bepaalt de samenstelling van dat comité.
§ 5. De dienst mag andere werknemers in dienst nemen ingevolge de collectieve arbeidsovereenkomst van de paritaire subcommissie voor de diensten van de gezins- en bejaardenhelp(st)ers betreffende de indeling en de loonschalen.
Art. 230. § 1er. Le service doit occuper dans les liens d'un contrat de travail ou soumis à un statut public :
[1 ]1 un assistant social, un infirmier gradué social, un infirmier gradué spécialisé en santé communautaire ou en santé publique;
[1 ]1 un employé administratif.
La somme des subventions obtenues pour ces occupations dans et en dehors du cadre du présent titre ne peut excéder la somme des coûts salariaux des employés concernés. Les normes d'encadrement fixées au [1 paragraphe 2]1, alinéa 1er, ne peuvent être rencontrées que par l'occupation de travailleurs exclusivement subventionnés dans le cadre du présent titre.
§ 2. Le Gouvernement détermine le nombre de travailleurs sociaux et d'employés administratifs visés au [1 paragraphe 1er]1 proportionnellement au nombre d'heures d'aide à la vie quotidienne admissibles à la subvention réalisées par le service l'année précédente.
Le Gouvernement détermine également le nombre de travailleurs sociaux et d'employés administratifs visés au [1 paragraphe 1er]1 proportionnellement à un nombre minimal, exprimé en équivalents temps plein, de gardes à domicile.
§ 3. L'assistant social, l'infirmier gradué social, l'infirmier gradué spécialisé en santé communautaire ou en santé publique sont chargés d'effectuer les enquêtes sociales, d'assurer l'accompagnement des bénéficiaires ainsi que l'encadrement des aides familiales, des aides seniors ou des gardes à domicile.
§ 4. L'exercice de la fonction d'encadrement visée au [1 paragraphe 3]1 est conditionné au fait que la personne qui l'exerce suive une formation permanente lui permettant d'acquérir ou de développer les compétences spécifiques liées à l'encadrement d'une équipe d'aides familiales ou de gardes à domicile. Le Gouvernement [2 ou son délégué]2 approuve le contenu du programme de formation permanente élaboré par le comité d'accompagnement des formations dont il détermine la composition.
§ 5. Le service peut occuper d'autres travailleurs en application de la convention collective de travail de la sous-commission paritaire pour les services des aides familiales et des aides seniors relative à la classification et aux barèmes de rémunération.
Art. 231. De dienst eist gezondheidsgaranties van de gezins-/bejaardenhelp(st)ers en thuisoppassers en onderwerpt ze dan ook bij de indienstneming en vervolgens jaarlijks aan een preventieve medische controle. Het gezamenlijke personeel van de dienst wordt onderworpen aan de controles waarin de codex over het welzijn op het werk voorziet.
Art. 231. Le service doit exiger des aides familiales, des aides seniors et des gardes à domicile des garanties de santé en les soumettant lors de l'engagement et ensuite annuellement à un contrôle médical préventif. L'ensemble du personnel du service doit être soumis aux contrôles prévus par le Code sur le Bien-Etre au Travail.
Art. 232. De dienst beschikt op zijn verschillende activiteitenzetels over lokalen opdat de vertrouwelijke aard van de dienstgesprekken en van de gesprekken met de hulpaanvragers gewaarborgd kan worden.
Art. 232. Dans ses différents sièges d'activité, le service doit disposer de locaux de manière à garantir le caractère confidentiel des entretiens de service et des entretiens avec les demandeurs d'aide.
Art. 233. § 1. De gezinshelp(st)ers tewerkgesteld in het kader van het doorstromingsprogramma, alsook de gezinshelp(st)ers waarvan de baan gefinancierd wordt in het kader van de verminderingen van werknemersbijdragen toegepast krachtens het koninklijk besluit van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profit sector, in het kader van het overstromingsprogramma of van elke andere bepaling inzake tewerkstellingsbevorderende maatregel vallen niet onder de toepassing van artikel 228, § 1.
De erkende dienst voor gezins- en bejaardenhulp die gezinshelp(st)ers tewerkstelt in het kader van de verminderingen van de werkgeversbijdragen, die toegepast worden krachtens het koninklijk besluit van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profit sector, in het kader van het overstromingsprogramma of van elke andere bepaling inzake tewerkstellingsbevorderende maatregel moet zich, wat hen betreft, evenwel houden aan de artikelen 229 tot 231, alsook aan de diploma- of kwalificatievereisten bedoeld in artikel 228, § 2.
§ 2. De activiteit van de gezinshelp(st)ers bedoeld in [1 paragraaf 1]1 wordt in aanmerking genomen wat betreft de naleving van de bepalingen opgenomen in de artikelen 222, 240 en 241. [1 De Regering bepaalt de modaliteiten voor de controle van de activiteit van de gezinshelp(st)ers.]1
Art. 233. § 1er. Les aides familiales employées dans le cadre du programme de transition professionnelle, ainsi que les aides familiales dont l'emploi est financé dans le cadre des réductions de cotisations patronales appliquées en vertu de l'arrêté royal du 18 juillet 2002 portant des mesures visant à promouvoir l'emploi dans le secteur non marchand, dans le cadre du programme de transition professionnelle ou dans le cadre de toute autre disposition en matière d'aide à l'emploi, ne sont pas prises en compte pour l'application de l'article 228, § 1er.
Toutefois, le service agréé d'aide aux familles et aux aînés qui emploie des aides familiales dans le cadre des réductions de cotisations patronales appliquées en vertu de l'arrêté royal du 18 juillet 2002 portant des mesures visant à promouvoir l'emploi dans le secteur non marchand, dans le cadre du programme de transition professionnelle ou dans le cadre de toute autre disposition en matière d'aide à l'emploi, doit, à leur égard, se conformer aux articles 229 à 231 ainsi qu'aux conditions de diplôme ou de qualification visées à l'article 228, § 2.
§ 2. L'activité des aides familiales visées au [1 paragraphe 1er]1 est prise en compte, en ce qui concerne le respect des dispositions inscrites aux articles 222, 240 et 241. [1 Le Gouvernement fixe les modalités du contrôle de l'activité des aides familiales.]1
Art. 234. De administratief en sociale werknemers van wie de tewerkstelling gefinancierd wordt in het kader van de verminderingen van de werkgeversbijdragen, die toegepast worden krachtens het koninklijk besluit van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profitsector, in het kader van het overstromingsprogramma of van elke andere bepaling inzake tewerkstellingsbevorderende maatregel zijn niet gehouden tot inachtneming van de begeleidingsnormen bedoeld in artikel 230, § 2, eerste lid.
Art. 234. Les travailleurs administratifs et sociaux dont l'emploi est financé dans le cadre des réductions de cotisations patronales appliquées en vertu de l'arrêté royal du 18 juillet 2002 portant des mesures visant à promouvoir l'emploi dans le secteur non marchand, dans le cadre du programme de transition professionnelle ou dans le cadre de toute autre disposition en matière d'aide à l'emploi, ne sont pas pris en compte pour le respect des normes d'encadrement visées à l'article 230, § 2, alinéa 1er.
Afdeling 2. - Toekenningsprocedure
Section 2. - Procédure d'octroi
Art. 235. § 1. De aanvraag tot erkenning wordt door de inrichtende macht van de dienst aan de Regering [2 of haar afgevaardigde]2 gericht bij aangetekend schrijven of via elke andere modaliteit die een vaste datum aan de verzending verleent.
§ 2. Het erkenningsdossier bevat de volgende gegevens :
[1 ]1 een omschrijving van de activiteit van de diensten die bestaan in de gemeente(n) waar de dienst voorstelt zijn diensten te verstrekken;
[1 ]1 een concrete omschrijving van de behoeften waarop niet ingespeeld werd door de bestaande diensten;
[1 ]1 voor de diensten opgericht door de OCMW's, informatie over de overeenkomsten gesloten met privédiensten, de moeilijkheden die ze teweegbrengen, eventueel een rechtvaardiging van het gebrek aan overeenkomst;
[1 ]1 begrotingsprognoses betreffende de werking van de geplande dienst;
[1 ]1 informatie over de gewenste omvang en eventuele uitbreidingsprojecten.
§ 3. De door de Regering aangewezen Regeringsdienst onderzoekt het dossier, onderwerpt de dienst aan een inspectie en geeft advies over de toekenning of de weigering van de erkenning binnen vier maanden na ontvangst van het erkenningsdossier.
§ 4. De beslissing tot erkenning, genomen door de Regering [2 of haar afgevaardigde]2 op basis van het uitgebrachte advies, vermeldt de datum van inwerkingtreding ervan, de naam en het adres van de dienst.
De door de Regering [2 of haar afgevaardigde]2 aangewezen Regeringsdienst geeft de dienst kennis van de beslissing binnen zes maanden na de aanvraag.
Art. 235. § 1er. La demande d'agrément est introduite par lettre recommandée ou par toute autre modalité conférant date certaine à l'envoi auprès du Gouvernement [2 ou son délégué]2 par le pouvoir organisateur du service.
§ 2. Les éléments constitutifs du dossier d'agrément sont les suivants :
[1 ]1 une description de l'activité des services existant dans la ou les communes que le service propose de desservir;
[1 ]1 une description concrète des besoins non rencontrés par les services existants;
[1 ]1 pour les services créés par les centres publics d'action sociale, des informations sur les conventions passées avec les services privés, les difficultés qu'elles entraînent, éventuellement une justification de l'absence de convention;
[1 ]1 des prévisions budgétaires relatives au fonctionnement du service envisagé;
[1 ]1 des informations concernant l'ampleur souhaitée et les éventuels projets d'extension ultérieure.
§ 3. Le service du Gouvernement qu'il désigne instruit le dossier, procède à une inspection du service et émet un avis relatif à l'octroi ou au refus de l'agrément dans les quatre mois qui suivent la réception du dossier d'agrément.
§ 4. La décision d'agrément, prise par le Gouvernement [2 ou son délégué]2 sur la base de l'avis émis, mentionne sa date d'entrée en vigueur, le nom et l'adresse du service.
La décision est notifiée au service, dans les six mois de la demande, par le service du Gouvernement [2 ou son délégué]2 qu'il désigne.
Art. 236. § 1. De dienst wordt in kennis gesteld van elk voorstel dat geformuleerd wordt door de Regeringsdienst aangewezen door de Regering.
Hij wordt ook ingelicht over het feit dat hij vanaf de datum van ontvangst van de kennisgeving over een termijn van 15 werkdagen beschikt om hem zijn geschreven opmerkingen toe te sturen. Deze termijn wordt opgeschort tijdens de maanden juli en augustus.
§ 2. De door de Regering aangewezen Regeringsdienst vult het dossier aan met de geschreven opmerkingen van de dienst, met elk nuttig gegeven en stuk dat hij inzamelt en met het proces-verbaal van verhoor van de dienst.
Daartoe roept de door de Regering aangewezen Regeringsdienst de dienst op bij ter post aangetekend schrijven of per brief afgegeven tegen bericht van ontvangst, met melding van de plaats en het uur van het verhoor. De oproeping vermeldt de mogelijkheid om zich door een raadsman te laten bijstaan.
De weigering te verschijnen of zijn verweermiddelen aan te voeren wordt in het proces-verbaal van verhoor geacteerd.
§ 3. [1 De dienst van de Regering stelt een verslag op en maakt het dossier aan de Regering of aan haar afgevaardigde over binnen vijftien dagen na de datum van het verhoor.]1
§ 4. De Regering [2 of haar afgevaardigde]2 beslist binnen twee maanden na ontvangst van het dossier.
§ 5. De Regering [2 of haar afgevaardigde]2 geeft de dienst kennis van zijn beslissing.
Art. 236. § 1er. Lorsque le service du Gouvernement qu'il désigne formule une proposition de refus d'agrément, il la notifie au service.
Il informe également le service qu'il dispose d'un délai de quinze jours ouvrables à dater de la réception de la notification pour lui adresser ses observations écrites. L'écoulement de ce délai est suspendu durant les mois de juillet et d'août.
§ 2. Le service du Gouvernement qu'il désigne complète le dossier par les observations écrites du service, par tous renseignement et document utiles qu'il recueille et par le procès-verbal d'audition du service.
A cette fin, le service du Gouvernement qu'il désigne convoque le service par lettre recommandée à la poste ou par pli déposé contre accusé de réception, en indiquant le lieu et l'heure de l'audition. La convocation mentionne la possibilité de se faire assister d'un conseil.
Le refus de comparaître ou de présenter sa défense est acté au procès-verbal d'audition.
§ 3. [1 Le service du Gouvernement rédige un rapport et transmet le dossier au Gouvernement ou à son délégué dans les quinze jours de la date de l'audition.]1
§ 4. Le Gouvernement [2 ou son délégué]2 statue dans les deux mois de la réception du dossier.
§ 5. Le Gouvernement [2 ou son délégué]2 fait notifier sa décision au service.
HOOFDSTUK IV. - Subsidiëring
CHAPITRE IV. - Subventionnement
Afdeling 1. - Subsidiëringsvoorwaarden
Section 1re. - Conditions de subventionnement
Art. 237. § 1. De Regering [1 of haar afgevaardigde]1 kan subsidies aan de erkende diensten verlenen overeenkomstig de normen die bij of krachtens deze titel zijn vastgelegd.
§ 2. De subsidies worden verleend onder de voorwaarden waarin deze afdeling voorziet.
Art. 237. § 1er. Le Gouvernement [1 ou son délégué]1 peut accorder des subventions aux services agréés conformément aux normes établies par ou en vertu du présent titre.
§ 2. L'octroi des subventions est subordonné au respect des conditions prévues dans la présente section.
Art. 238. De dienst moet minstens drie gezins-/bejaardenhelp(st)ers die uitsluitend in het kader van deze titel gesubsidieerd worden voltijds en permanent tewerkstellen.
Een voltijdse betrekking kan door twee deeltijdse betrekkingen vervangen worden voor zover deze met ten minste één voltijdse betrekking overeenstemmen.
Art. 238. Le service doit employer à temps plein et de façon permanente au moins trois aides familiales ou aides seniors dont l'emploi est exclusivement subventionné dans le cadre du présent titre.
Un emploi à temps plein peut être remplacé par deux emplois à temps partiel pour autant qu'ils correspondent au moins à un emploi équivalent temps plein.
Art. 239. De dienst betaalt zijn personeel voor de diensten verstrekt met inachtneming van de arbeidswetgeving alsook van de verplichtingen m.b.t. de collectieve overeenkomsten als het gaat om een privédienst, krachtens het statuut als het gaat om personeel vastbenoemd door de overheidsdiensten, of krachtens verplichtingen eigen aan de overheidsdiensten..
Art. 239. Le service doit rémunérer son personnel pour les prestations effectuées dans le respect de la législation relative au travail ainsi que des obligations résultant des conventions collectives s'il s'agit d'un service privé, en vertu du statut s'il s'agit de personnel nommé à titre définitif par les services publics, ou en vertu des obligations propres aux services publics.
Art. 240. De dienst moet van de rechthebbende op hulpverlening in het kader van dagelijkse handelingen een bijdrage eisen die in verhouding is met de middelen en de lasten van het gezin, met inachtneming van de door de Regering vastgelegde schaal.
De Regering [1 of haar afgevaardigde]1 kan evenwel een expliciete afwijking toestaan wegens de bijzondere sociale toestand van de rechthebbende. De financiële bijdrage van de rechthebbende op thuisoppas wordt door de dienst bepaald.
Art. 240. Le service doit exiger du bénéficiaire de l'aide à la vie quotidienne une contribution en rapport avec les ressources et les charges de la famille selon le barème fixé par le Gouvernement.
Cependant, une dérogation expresse peut être octroyée par le Gouvernement [1 ou son délégué]1 en raison de la situation sociale particulière du bénéficiaire. La contribution financière du bénéficiaire de la garde à domicile est fixée par le service.
Art. 241. § 1. De dienst mag voor dezelfde rechthebbende [1 tweehonderd]1 uren per kwartaal niet overschrijden voor het geheel van de prestaties inzake hulpverlening in het dagelijkse leven verricht door dezelfde dienst of door verschillende diensten in het kader van deze titel.
Als verschillende rechthebbenden dezelfde woonplaats betrekken, mag de som van de prestaties inzake hulpverlening in het dagelijkse leven die dezelfde dienst of veschillende diensten in deze woonplaats verrichten niet hoger zijn dan [1 tweehonderd vijftig]1 uur per kwartaal.
De hulpuren toegekend aan de naaste hulpverleners worden niet in aanmerking genomen bij de berekening van die urenaantallen.
[1 Er kan door de Regering of door haar afgevaardigde een afwijking om het aantal uren bedoeld in de eerste drie leden te mogen overschrijden, worden toegekend op basis van de gegevens van het sociaal dossier, wegens de bijzondere en tijdelijke toestand van de begunstigde.]1
§ 2. Paragraaf 1 van dit artikel is niet van toepassing op palliatieve patiënten, zoals bedoeld in artikel 3 van het koninklijk besluit van 2 december 1999 tot vaststelling van de tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging voor geneesmiddelen, verzorgingsmiddelen en hulpmiddelen voor palliatieve thuispatiënten, bedoeld in artikel 34, 14°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoordineerd op 14 juli 1994.
§ 3. De toepassing van de grenzen [1 tweehonderd]1 en [1 tweehonderd vijftig]1 uren die in [1 paragraaf 1]1 vastliggen is het voorwerp van een evaluatie.
De door de Regering aangewezen Regeringsdienst maakt jaarlijks een verslag op m.b.t. de aangevraagde afwijkingen, de desbetreffende antwoorden en rechtvaardigingen.
Op basis van dat verslag mag de Regering desnoods wijzigingen aanbrengen in de grenzen waarin § 1 voorziet.
Art. 241. § 1er. Le service ne peut dépasser, pour un même bénéficiaire, une durée de [1 deux cents]1 heures par trimestre pour l'ensemble des prestations d'aide à la vie quotidienne fournies par un même service ou par des services différents dans le cadre du présent titre.
Lorsque plusieurs bénéficiaires occupent le même domicile, la somme des prestations d'aide à la vie quotidienne fournies à ce domicile par un même service ou par des services différents ne peut dépasser [1 deux cent cinquante]1 heures par trimestre.
Les heures d'aide octroyées aux aidants proches ne sont pas prises en compte dans la détermination de ces volumes d'heures.
[1 Une dérogation autorisant le dépassement du nombre d'heures visées aux alinéas 1er à 3 peut être accordée par le Gouvernement ou son délégué sur la base des éléments du dossier social, en raison de la situation particulière et temporaire du bénéficiaire.]1
§ 2. Le [1 paragraphe 1er]1 du présent article n'est pas d'application pour les patients palliatifs, tels que définis à l'article 3 de l'arrêté royal du 2 décembre 1999 déterminant l'intervention de l'assurance soins de santé obligatoire pour les médicaments, le matériel de soins et les auxiliaires pour les patients palliatifs à domicile visés à l'article 34, 14°, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994.
§ 3. L'application des limites de [1 deux cents]1 et de [1 deux cent cinquante]1 heures fixées au [1 paragraphe 1er]1 fera l'objet d'une évaluation.
Chaque année, le service du Gouvernement qu'il désigne établit un rapport relatif aux dérogations demandées, aux réponses apportées et à leur justification.
Sur la base de ce rapport, le Gouvernement est habilité à modifier, si nécessaire, les limites fixées au [1 paragraphe 1er]1.
Afdeling 2. - Subsidies
Section 2. - Subventions
Art. 242. § 1. De Regering verleent de dienst binnen de perken van de begrotingskredieten subsidies ter gehele of gedeeltelijke dekking van :
de personeelsuitgaven;
de werkingskosten;
de opleidings- en vergaderingsduur;
de vervoerskosten.
§ 2. Die subsidies worden toegekend o.a. op basis van de volgende gegevens :
1. het aantal uren gepresteerd door de hulpverleners bij de rechthebbende, tijdens vergaderingen, opleidingen of verplaatsingen;
2. het aantal prestaties verricht door de hulpverleners;
3. het aantal uren dat thuis bij de rechthebbende gepresteerd wordt op zaterdagen, zondagen en feestdagen, en tussen 6 en 8 uur en tussen 18 en 21 uur 30;
4. de anciënniteit van de gezinshelp(st)ers;
5. de bevolkingsdichtheid van de gemeente van de rechthebbende;
6. het aantal uren dat de vorige jaren aan de dienst is toegekend;
7. het aantal kilometers afgelegd door de werknemer.
§ 3. De Regering bepaalt de modaliteiten voor de toekenning van die subsidies op basis van een forfaitair bedrag per uur, kilometer of prestatie.
[1 ...]1
Art. 242. § 1er. Dans les limites des crédits budgétaires, le Gouvernement alloue au service des subventions couvrant en tout ou en partie :
les dépenses de personnel;
les frais de fonctionnement;
le temps de formation et de réunion;
les frais de transport.
§ 2. Ces subventions sont octroyées notamment sur la base des éléments suivants :
le nombre d'heures prestées par les aides auprès du bénéficiaire, en réunions, en formations ou en déplacements;
le nombre de prestations effectuées par les aides;
le nombre d'heures effectuées à domicile le samedi, le dimanche, les jours fériés et entre 6 heures et 8 heures et entre 18 heures et 21 heures 30;
l'ancienneté des aides familiales;
la densité de population de la commune du bénéficiaire;
le nombre d'heures attribuées au service les années précédentes;
le nombre de kilomètres parcourus par le travailleur.
§ 3. Le Gouvernement détermine les modalités d'octroi de ces subventions sur la base d'un montant forfaitaire par heure, par kilomètre ou par prestation.
[1 ...]1
Art. 243. De Regering verleent jaarlijks per dienst een maximumaantal gesubsidieerde uren activiteiten i.v.m. hulpverlening in het kader van dagelijkse handelingen. Dat aantal wordt " contingent " genoemd.
Het contingent wordt door de Regering vastgelegd op basis van de volgende criteria : het contingent dat het vorige jaar is toegekend aan de dienst, het contingent dat het vorige jaar is opgebruikt door de dienst, het aantal inwoners van de gemeente(n) bediend door de dienst, de leeftijd van de inwoners van de door de dienst bediende gemeente(n) en de omvang van de financiële bijdrage van de rechthebbenden op de dienst.
Art. 243. Le Gouvernement attribue par service un nombre maximal annuel d'heures subventionnées d'activités d'aide à la vie quotidienne, dénommé "contingent".
Le Gouvernement fixe le contingent sur la base des critères suivants : le contingent attribué au service l'année précédente, le contingent utilisé par le service l'année précédente, le nombre d'habitants de la ou des communes desservies par le service, l'âge des habitants de la ou des communes desservies par le service et la hauteur de la contribution financière des bénéficiaires du service.
Art. 244. De Regering bepaalt hoe dat contingent tussen de diensten wordt uitgewisseld en hoe het van de de ene dienst aan de andere overgedragen wordt.
Art. 244. Le Gouvernement détermine les modalités d'échange et de transfert de ce contingent entre services.
Art. 245. De Regering voorziet in een systeem door middel waarvan de toegekende subsidieerbare uren die niet zijn opgebruikt door bepaalde diensten gegroepeerd en verspreid kunnen worden. Die uren worden toegekend aan de diensten die activiteiten hebben verricht bovenop de grenzen van het hen toegezezen contingent en, indien een saldo overblijft, aan de diensten die op een erkenning wachten.
Art. 245. Le Gouvernement prévoit un dispositif de mise en commun et de répartition des heures subventionnables attribuées mais non utilisées par certains services. Ces heures bénéficient aux services qui ont effectué des activités au-delà des limites du contingent qui leur a été attribué et, si un solde subsiste, aux services en attente d'un agrément.
Art. 246. De diensten organiseren bijscholingscursussen alsook vergaderingen die noodzakelijk zijn voor de vlotte werking van hun activiteiten. Daartoe genieten ze de subsidies bedoeld [1 in artikel 242]1. De Regering bepaalt de minimale en maximale proportie van het contingent die voor die cursussen en vergaderingen voorzien moet worden, de minimale duur van de cursussen, alsook het minimumaantal gezinshelp(st)ers die de cursussen moeten volgen.
Art. 246. Les services organisent des cours de perfectionnement ainsi que des réunions indispensables au bon fonctionnement de leurs activités. Ils bénéficient pour cela des subventions prévues [1 à l'article 242]1. Le Gouvernement fixe la proportion minimale et maximale du contingent qui doit être consacrée à ces cours et réunions, la durée minimale des cours, ainsi que le nombre minimal d'aides familiales qui doivent les suivre.
Art. 247. De diensten die maaltijden aan huis bezorgen, kunnen aanspraak maken op de in artikel 242 bedoelde subsidies voor activiteiten i.v.m. de verpakking en de distributie van maaltijden.
De Regering bepaalt het maximumaantal uren dat per dag en per gezinshelp(st)er voor de distributie van de maaltijden bestemd moet worden en het aantal prestaties geboekt in het kader van deze activiteit.
Art. 247. Les services qui distribuent des repas à domicile bénéficient des subventions prévues à l'article 242 pour les activités de conditionnement et de distribution des repas.
Le Gouvernement fixe le nombre maximal d'heures par jour et par aide qui peuvent être consacrées à la distribution des repas et le nombre de prestations comptabilisées dans le cadre de cette activité.
Art. 248. De geholpen persoon kan verzocht worden om een bijdrage in de verplaatsingskosten van de hulpverleners. De Regering bepaalt het bedrag van die bijdrage.
Art. 248. Une participation aux frais de déplacement des aides peut être réclamée à la personne aidée. Le Gouvernement détermine la hauteur de cette participation.
Art. 249. Er wordt rekening gehouden met de duur van de verplaatsing voor de activiteit die in aanmerking komt voor de toekenning van subsidies. De afgelegde afstand kan ook in aanmerking genomen worden voor de toekenning van een subsidie. De Regering bepaalt hoe die duur en die afstand in aanmerking genomen worden.
Art. 249. La durée du déplacement est prise en considération dans l'activité prise en compte pour l'octroi des subventions. La distance parcourue peut également être prise en considération pour l'octroi d'une subvention. Le Gouvernement détermine la manière dont cette durée et cette distance sont prises en considération.
Art. 250. § 1. De erkende dienst voor gezins- en bejaardenhulp die gezinshelp(st)ers tewerkstelt in het kader van de verminderingen van de werkgeversbijdragen, die toegepast worden krachtens het koninklijk besluit van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profitsector, in het kader van het overstromingsprogramma of van elke andere bepaling inzake tewerkstellingsbevorderende maatregel moet zich voor die hulpverleners aan de artikelen 239 en 246 van deze titel houden.
§ 2. Binnen de perken van de beschikbare kredieten wordt door de Regering een som aan de dienst toegekend en verdeeld per equivalent voltijdse betrekking bedoeld in [1 paragraaf 1]1 en in artikel 230, § 5.
Die som wordt toegekend als tegemoetkoming in de verplaatsingskosten alsook in alle andere kosten bepaald door de Regering die niet het woorwerp uitmaken van bovenbedoelde tewerkstellingsbevorderende maatregelen.
Voor deeltijdse betrekkingen wordt de subsidie verhoudingsgewijs verminderd.
Art. 250. § 1er. Le service agréé d'aide aux familles et aux aînés qui emploie des aides familiales dans le cadre des réductions de cotisations patronales appliquées en vertu de l'arrêté royal du 18 juillet 2002 portant des mesures visant à promouvoir l'emploi dans le secteur non marchand, dans le cadre du programme de transition professionnelle ou dans le cadre de toute autre disposition en matière d'aide à l'emploi, doit se conformer aux [1 ...]1 articles 239 et 246 [1 ...]1 pour ces aides.
§ 2. Dans la limite des crédits disponibles, une somme déterminée par le Gouvernement est octroyée au service et répartie par emploi équivalent temps plein visé au [1 paragraphe 1er]1 et à l'article 230, § 5.
Cette somme est accordée à titre d'intervention dans les frais de déplacement ainsi que dans tout autre frais déterminé par le Gouvernement et qui n'est pas couvert par les mesures d'aide à l'emploi susmentionnées.
Pour les emplois à temps partiel, la subvention est réduite à due concurrence.
Art. 251. Binnen de perken van de beschikbare kredieten wordt door de Regering een som aan de dienst toegekend per equivalent voltijdse betrekking van oppasser.
Die som wordt toegekend als tegemoetkoming in de onkosten van het administratief personeel en van de begeleidinsgverantwoordelijken bedoeld in artikel 230, in de verplaatsingskosten, alsook in alle andere kosten bepaald door de Regering die niet het woorwerp uitmaken van bovenbedoelde tewerkstellingsbevorderende maatregelen. Die som wordt ook toegekend als tegemoetkoming voor de bijkomende loonkosten toegekend voor de prestaties bedoeld in artikel 242, § 2, 3°.
Voor deeltijdse betrekkingen wordt de subsidie verhoudingsgewijs verminderd.
Art. 251. Dans la limite des crédits disponibles, une somme déterminée par le Gouvernement est octroyée au service par emploi équivalent temps plein de garde à domicile.
Cette somme est accordée à titre d'intervention dans les frais de personnel administratif et des responsables de l'encadrement visés à l'article 230, dans les frais de déplacement, ainsi que dans tout autre frais déterminé par le Gouvernement et qui n'est pas couvert par une mesure d'aide à l'emploi. Cette somme est également accordée à titre d'intervention pour les suppléments salariaux accordés pour les prestations visées à l'article 242, § 2, 3°.
Pour les emplois à temps partiel, la subvention est réduite à due concurrence.
Art. 252. § 1. Binnen de perken van de beschikbare kredieten wordt per equivalent voltijdse werknemer een door de Regering bepaalde som door de [2 minister]2 toegekend aan de erkende dienst die onder de privé sector ressorteert.
Die som wordt toegekend per gezinshelp(st)er of oppasser die voldoet aan de voorwaarden bedoeld in de artikelen 228, § 2 en 228, § 3, en voor wie de dienst in aanmerking komt voor een tewerkstellingsbevorderende maatregel, overeenkomstig het decreet van 25 april 2002 betreffende de tegemoetkomingen ter bevordering van de indienstneming van niet-werkende werkzoekenden door de plaatselijke, gewestelijke en gemeenschapsoverheden, door bepaalde werkgevers in de niet-commerciële sector, het onderwijs en de commerciële sector.
Die som wordt gebruikt opdat de werkgevers het kostenverschil dat voorvloeit uit de gelijkschakeling van de loonkosten zouden kunnen dragen. De som van de subsidies verkregen in en buiten het kader van deze titel mag niet hoger zijn dan de loonkosten van de betrokken werknemers.
§ 2. De subsidie bedoeld in [1 paragraaf 1]1 wordt ten gunste van een werknemer slechts toegekend voor de periode waarin hij in aanmerking komt voor de subsidies toegekend overeenkomstig bovenbedoeld decreet van 25 april 2002.
Art. 252. § 1er. Dans la limite des crédits disponibles, une somme, déterminée par le Gouvernement, est octroyée, par le [2 ministre]2, au service agréé relevant du secteur privé par travailleur équivalent temps plein.
Cette somme est octroyée par aide familiale ou garde à domicile, qui répond respectivement aux conditions inscrites dans les articles 228, § 2 et 228, § 3 et pour lequel le service bénéficie d'une aide à l'emploi, en application du décret du 25 avril 2002 relatif aux aides visant à favoriser l'engagement de demandeurs d'emploi inoccupés par les pouvoirs locaux, régionaux et communautaires, par certains employeurs du secteur non marchand, de l'enseignement et du secteur marchand.
Cette somme [1 est]1 utilisée afin de permettre aux employeurs de supporter la différence de coûts engendrée par l'harmonisation des coûts salariaux. La somme des subventions obtenues dans et en dehors du cadre du présent titre ne peut excéder le coût salarial des travailleurs concernés.
§ 2. La subvention fixée au [1 paragraphe 1er]1 n'est octroyée en faveur d'un demandeur d'emploi que pour la période où celui-ci bénéficie des subventions octroyées en application du décret du 25 avril 2002 susmentionné.
HOOFDSTUK V. - Controle en straffen
CHAPITRE V. - Contrôle et sanctions
Afdeling 1. - Controle
Section 1re. - Contrôle
Art. 253. [1 De dienst onderwerpt zich aan de controle die uitgeoefend wordt door de diensten aangewezen door de Regering. Voor elk geval dat het voorwerp uitmaakt van dienstverstrekkingen die in aanmerking kunnen komen voor de toekenning van toelagen, moet de erkende dienst controledocumenten opmaken onder de voorwaarden en volgens de modaliteiten bepaald door de Regering.
Aan de hand van die documenten kan de uitvoering van de taken die een dienst aan een gezinshelp(st)er toevertrouwt, gecontroleerd en beoordeeld worden.
Aan de hand van die documenten kan ook nagegaan worden of de prioriteiten in acht genomen worden bij de hulpverlening in het kader van dagelijkse handelingen, overeenkomstig artikel 223. Die evaluatie wordt regelmatig doorgevoerd en op zijn minst om de zes jaar.
Aan de hand van die documenten, en onverminderd artikel 47/1, kan worden nagegaan welk gebruik de dienst gemaakt heeft van de subsidies bedoeld in artikel 242, § 1, en of het strookt met de elementen bedoeld in artikel 242,2. Aan de hand daarvan kan ook worden nagegaan welk gebruik de dienst gemaakt heeft van de bijdrage bedoeld in artikel 240 en van de bijdrage bedoeld in artikel 248.]1

Art. 253. [1 Le service se soumet au contrôle réalisé par les services désignés par le Gouvernement. Pour chaque cas faisant l'objet de prestations pouvant être prises en considération pour l'octroi des subventions, le service agréé établit les documents de contrôle dans les conditions et selon les modalités fixées par le gouvernement.
Ces documents permettent de vérifier et d'évaluer les tâches confiées à l'aide familiale par son service.
Ces documents permettent également d'évaluer le respect des priorités dans l'octroi de l'aide à la vie quotidienne, conformément à l'article 223. Cette évaluation se fait de manière régulière et au minimum tous les six ans.
Sans préjudice de l'article 47/1, ces documents doivent permettre de vérifier l'utilisation qui a été faite par le service des subventions visées à l'article 242, § 1er, et son adéquation avec les éléments visés à l'article 242, § 2. Ils permettent de vérifier l'utilisation qui a été faite par le service de la contribution visée à l'article 240 et de la participation visée à l'article 248.]1

Art. 254. Elke dienst [1 onderwerpt zich]1 aan de controle en de evaluatie die door de Regering georganiseerd worden, met name wat betreft de taken toevertrouwd aan de werknemers en het gebruik van de subsidies.
In geval van behoorlijk vastgestelde onregelmatigheid kan de Regering [2 of haar afgevaardigde]2 het voordeel van een deel of van het geheel van de subsidies opschorten voor een periode die zij bepaalt, al naar gelang van de ernst van de onregelmatigheid.
Art. 254. Tout service [1 se soumet]1 au contrôle et à l'évaluation organisés par le Gouvernement, notamment en ce qui concerne les tâches confiées aux travailleurs et à l'utilisation des subventions.
En cas d'irrégularité dûment constatée, le Gouvernement [2 ou son délégué]2 peut suspendre le bénéfice de tout ou partie des subventions pour une période qu'il détermine, en fonction de la gravité de l'irrégularité.
Art. 255. De Regering bepaalt welke controle- en evaluatiedocumenten door de erkende diensten overgemaakt moeten worden overeenkomstig artikel 253. Zij legt de in acht te nemen termijnen en procedure vast.
Art. 255. Le Gouvernement détermine les documents de contrôle et d'évaluation à remettre par les services agréés conformément à l'article 253. Il précise les délais et la procédure à respecter.
Art. 256. De administratieve, financiële en kwalitatieve controle op de dienst wordt uitgeoefend door de ambtenaren die de Regering [2 of haar afgevaardigde]2 daartoe aanwijst.
[1 ...]1
[1 ...]1
Bij het vervullen van hun opdracht kunnen ze :
alle controles en onderzoeken verrichten en alle inlichtingen inzamelen die zij nodig achten, met name :
a. het ondervragen van elke persoon over elk feit waarvan de kennis nuttig is voor het uitoefenen van het toezicht;
b. zich elk nuttig document laten overmaken of elk nuttig document zoeken voor de vervulling van hun opdracht, er een afschrift van nemen of het tegen ontvangstbewijs meenemen;
processen-verbaal van vaststelling opmaken die bewijskracht hebben, behalve tegenbewijs. Binnen vijftien dagen wordt een afschrift van de vaststelling van de feiten overgemaakt aan de beheerders en aan de overtreder;
[1 3° een beroep doen op de openbare macht.]1
Bovendien moet de dienst jaarlijks de volgende stukken overmaken :
[1 ...]1
een afschrift van de documenten van aangifte bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, met melding van de dienstprestaties van de gezinshelp(st)ers, de bejaardenhelp(st)ers, de maatschappelijk assistenten, de gegradueerde sociaal verplegers en het administratief personeel;
[1 ...]1
de lijst van de gezinshelp(st)ers en hun inschrijvingsnummer.
Art. 256. Les contrôles administratif, financier et qualitatif du service sont exercés par les fonctionnaires désignés à cet effet par le Gouvernement [2 ou son délégué]2.
[1 ...]1
[1 ...]1
Ils peuvent dans l'exercice de leurs missions :
procéder à tout examen, contrôle, enquête et recueillir toute information qu'ils estiment nécessaire, notamment :
a. interroger toute personne sur tout fait dont la connaissance est utile à l'exercice de la surveillance;
b. se faire produire ou rechercher tout document utile à l'accomplissement de leur mission, en prendre copie ou l'emporter contre récépissé;
dresser des procès-verbaux de constatation qui font foi jusqu'à preuve du contraire. Une copie en est notifiée dans les quinze jours de la constatation des faits aux gestionnaires et à l'auteur des faits;
[1 3° recourir à l'assistance de la force publique.]1
En outre, le service est tenu de fournir annuellement :
[1 ...]1
une copie des documents de déclaration à l'Office national de Sécurité sociale mentionnant les prestations de travail des aides familiales, des aides seniors, des assistants sociaux et des infirmiers gradués sociaux et du personnel administratif;
[1 ...]1
la liste des aides familiales et leur numéro d'immatriculation.
Art. 257. Het toezicht en de controle op de naleving van de bepalingen van deze titel wordt uitgeoefend overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 5 februari 1998 houdende toezicht en controle op de naleving van de wetgeving betreffende de omscholing en de bijscholing.
Art. 257. La surveillance et le contrôle des dispositions du présent titre sont exercés conformément aux dispositions du décret du 5 février 1998 relatif à la surveillance et au contrôle des législations relatives à la reconversion et au recyclage professionnels.
Afdeling 2. - Straffen
Section 2. - Sanctions
Onderafdeling 1. - Intrekking, opschorting
Sous-section 1re. - Retrait, suspension
Art. 258. § 1. Dezelfde procedure bedoeld in artikel 236 is van toepassing als de subsidiëring opgeschort wordt om overeenkomstig artikel 254 een onregelmatigheid te bestraffen.
§ 2. Bij een procedure tot intrekking of opschorting wordt de erkenning van de dienst behouden tot de procedure tot een resultaat leidt.
Art. 258. § 1er. La procédure visée à l'article 236 est d'application en cas de suspension du subventionnement sanctionnant une irrégularité en application de l'article 254.
§ 2. En cas de procédure de retrait ou de suspension d'agrément, l'agrément du service est maintenu jusqu'à l'aboutissement de ladite procédure.
Art. 259. In geval van opschorting van de erkenning kan de dienst vragen dat ze opgeheven wordt als hij acht dat de gronden waarop de straf berust niet meer bestaan. Het verzoek, gericht aan de door de Regering aangewezen Regeringsdienst, gaat vergezeld van een verantwoordingsmemorie, en de dienst wordt onverwijld aan een inspectie onderworpen. De Regering [1 of haar afgevaardigde]1 beslist binnen een maand na ontvangst van de aanvraag op basis van het inspectieverslag.
In geval van opschorting of intrekking van de erkenning bepaalt de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 op welke datum haar beslisissing in werking treedt. Die datum is vroegstens de eerste dag van de derde maand en uiterlijk de eerste dag van de zesde maand na de kennisgeving van de beslissing.
Art. 259. En cas de suspension de l'agrément, le service peut en demander la levée s'il estime que les motifs qui ont justifié la sanction n'existent plus. La demande, adressée au service du Gouvernement qu'il désigne, est accompagnée d'un mémoire justificatif, et il est procédé sans délai à une inspection du service. Le Gouvernement [1 ou son délégué]1 prend sa décision, sur la base du rapport d'inspection, dans le mois de la réception de la demande.
En cas de suspension ou de retrait de l'agrément, le Gouvernement [1 ou son délégué]1 précise la date d'entrée en vigueur de sa décision. Cette date se situe au plus tôt le premier jour du troisième mois qui suit la notification de la décision et au plus tard le premier jour du sixième mois qui suit la notification de la décision.
Onderafdeling 2. - Straffen
Sous-section 2. - Sanctions pénales
Art. 260. Er wordt een boete van 1.000 à 10.000 euro opgelegd aan degenen die gebruik maken van de bewoordingen " service agréé d'aide aux familles et aux personnes âgées ", " aide à la vie quotidienne " of " aide familiale " zonder erkend te zijn krachtens deze titel. Hetzelfde geldt voor degenen die zich beroepen op het statuut of de hoedanigheid van gezinshelp(st)er zonder te beschikken over een certificaat waaruit blijkt dat ze de bij of krachtens deze titel gestelde voorwaarden vervullen.
Er wordt een boete van 100 à 1.000 euro opgelegd aan de overtreders van de overige regels die bij of krachtens deze titel zijn vastgelegd.
Art. 260. Sont punis d'une amende de 1.000 à 10.000 euros ceux qui font usage des termes"service agréé d'aide aux familles et aux aînés ", des termes"aide à la vie quotidienne" ou des termes"aide familiale" sans être titulaires d'un agrément en vertu du présent titre. Il en est de même de ceux qui se prévalent du statut ou de la qualité d'aide familiale sans être titulaires d'un certificat attestant du respect des conditions établies par ou en vertu du présent titre.
Sont punis d'une amende de 100 à 1.000 euros ceux qui contreviennent aux autres règles établies par ou en vertu du présent titre.
Boek IV. - Integratie van gehandicapte personen
Livre IV. - Intégration des personnes handicapées
TITEL 1. - Algemeen stelsel
TITRE 1er. - Dispositif général
HOOFDSTUK I. - Leidende beginselen
CHAPITRE Ier. - Principes directeurs
Afdeling 1. - Algemene beginselen
Section 1re. - Principes généraux
Art. 261. Voor de toepassing van dit boek wordt als gehandicapte beschouwd iedere minderjarige of meerderjarige persoon wiens capaciteiten inzake sociale integratie en inschakeling in het arbeidsproces aanzienlijk beperkt zijn ten gevolge van een aantasting van zijn geestelijke, zintuiglijke of lichamelijke vermogens, waardoor een tussenkomst van de maatschappij nodig is.
Deze aanzienlijke beperking moet betrekking hebben op een categorie van gehandicapte personen zoals bepaald door de Franse Gemeenschap overeenkomstig artikel 3, 7°, van het decreet II van 22 juli 1993 betreffende de overheveling van sommige bevoegdheden van de Franse Gemeenschap naar het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie.
Voor elke prestatie of dienstverlening mag de Regering de omvang en de aard van de capaciteitenbeperking bepalen.
Art. 261. Pour l'application du présent livre, est considérée comme handicapée toute personne mineure ou majeure présentant une limitation importante de ses capacités d'intégration sociale ou professionnelle suite à une altération de ses facultés mentales, sensorielles ou physiques, qui engendre la nécessité d'une intervention de la société.
Cette limitation importante des capacités d'intégration doit correspondre à une catégorie de personnes handicapées telle que déterminée par la Communauté française en application de l'article 3, 7°, du décret II du 22 juillet 1993 attribuant l'exercice de certaines compétences à la Région wallonne et à la Commission communautaire française.
Pour chaque prestation ou service, le Gouvernement peut déterminer l'importance et la nature de la limitation des capacités visées.
Art. 262. De prestaties van het " AWIPH " (Waals agentschap voor de integratie van gehandicapte personen) moeten verricht worden in een erkende inrichting met internaat- of semi-internaatstelsel, in een erkend opvangcentrum voor meerderjarige gehandicapten of moeten ten laste genomen worden door een erkende dienst voor plaatsing in gezinnen, ten gunste van :
minderjarigen met motorische stoornissen;
minderjarigen getroffen door hersenverlamming;
minderjarigen met ademhalingsstoornissen;
minderjarigen met hartafwijkingen;
minderjarigen getroffen door dysmelie;
minderjarigen getroffen door kinderverlamming;
minderjarigen met zware spraak-, gezichts- of gehoorstoornissen;
minderjarigen getroffen door sclerosis multiplex;
minderjarigen getroffen door spinabifida of myopathie;
10° minderjarigen getroffen door epilepsie
11° minderjarigen met mentale stoornissen;
12° minderjarigen met skeletafwijkingen of afwijkingen van de ledematen;
13° meerderjarigen van de categorieën 1° tot en met 12° en van de categorieën 15 en 16 die zich niet op eigen kracht in het sociale leven kunnen inschakelen;
14° minderjarigen met karakterstoornissen die neurotische of prepsychotische toestand kennen, welke een aangepaste opvoeding vereist;
15° minderjarigen die aan autisme lijden;
16° minderjarigen die een aangeboren of verworven hersenletsel vertonen.
Art. 262. Les prestations de l'AWIPH, doivent être effectuées dans un établissement agréé assurant un régime d'internat ou de semi-internat, dans un home agréé pour handicapés majeurs ou être prises en charge par un service agréé de placements familiaux, en faveur des :
mineurs d'âge atteints de troubles moteurs;
mineurs d'âge atteints de paralysie cérébrale;
mineurs d'âge atteints de troubles respiratoires;
mineurs d'âge atteints de malformations cardiaques;
mineurs d'âge atteints de dysmélie;
mineurs d'âge atteints de poliomyélite;
mineurs d'âge atteints de troubles graves de la parole, de la vue ou de l'ouïe;
mineurs d'âge atteints de sclérose en plaques;
mineurs d'âge atteints de spinabifida ou myopathie;
10° mineurs d'âge atteints d'épilepsie;
11° mineurs d'âge atteints de déficiences mentales;
12° mineurs d'âge atteints de malformations du squelette ou des membres;
13° handicapés majeurs des catégories 1 à 12 et des catégories 15 et 16 qui ne peuvent s'intégrer de leur propre force dans la vie sociale;
14° mineurs d'âge atteints de troubles caractériels, présentant un état névrotique ou prépsychotique et nécessitant une éducation appropriée;
15° mineurs d'âge présentant l'autisme;
16° mineurs d'âge présentant une lésion cérébrale congénitale ou acquise.
Art. 263. De Regering beoogt de volledige integratie van de gehandicapte personen in het sociaal-economische leven, wat de oorsprong, de aard of de graad van de handicap ook mogen zijn.
Art. 263. Le Gouvernement veille à assurer la pleine et entière participation des personnes handicapées à la vie sociale et économique, quels que soient l'origine, la nature ou le degré de leur handicap.
Art. 264. De voorzorgs-, aanpassings- en integratiemaatregelen bedoeld in de afdelingen 2, 3 en 4, hoofdstuk I, titel I, van Boek IV worden door de Regering bepaald. Daarbij worden de volgende principes in acht genomen :
- op een soepele en passende manier voorzien in de duidelijk omlijnde individuele behoeften en in de ontwerpen die eraan verbonden zijn;
- de nadruk leggen op de verwikkeling van de gehandicapte persoon, zijn gezin en zijn omgeving, de tussenkomsten bevoorrechten die het dynamisme van het natuurlijke milieu zoveel mogelijk in acht nemen, en de voorkeur geven aan de handhaving van de gehandicapte persoon binnen zijn gezin of zijn vertrouwde omgeving;
- objectieven nastreven i.v.m. de kwaliteit van het bestaan van de gehandicapte personen en de beroepsregels in acht nemen;
- het voorwerp zijn van een kwalitatieve schatting waaraan de gehandicapte personen, hun gezin en de diensten deelnemen;
- de ideologische, filosofische of religieuze opvattingen van de gehandicapte personen eerbiedigen;
- bedacht zijn in het kader van een plaatselijke en multisectoriële samenwerking waarbij de specifieke bevoegdheden van elke dienst in acht genomen worden;
- zorgen voor een begeleiding en een infrastructuur die qua omvang en de kwalificatie op een geschikte manier in de behoeften van de gehandicapte personen voorzien;
- zorgen voor een opleiding die voor de interveniënten bedacht is en mechanismen voorzien die hun deelneming aan de uitwerking van de pedagogische oriëntaties van de diensten waarborgen;
- bij voorkeur de gehandicapte personen de toegang verlenen tot de algemene diensten die bestemd zijn voor het geheel van de bevolking en die in hun specifieke behoeften voorzien.
Art. 264. Les mesures de prévention, d'adaptation et d'intégration visées par les sections 2, 3 et 4 du chapitre 1er du titre 1er du livre 4 sont arrêtées par le Gouvernement; elles respectent les principes suivants :
- être agencées de façon à répondre de manière souple et adaptée aux besoins individuels clairement identifiés et aux projets qui en découlent;
- mettre l'accent sur l'implication de la personne handicapée, de sa famille et de son entourage, privilégier les interventions qui respectent autant que possible le dynamisme du milieu naturel et donner la préférence au maintien de la personne handicapée dans son milieu familial ou dans son entourage habituel;
- être orientées vers des objectifs de qualité de vie des personnes handicapées et être conformes aux règles de la déontologie;
- faire l'objet d'une évaluation qualitative à laquelle participent les personnes handicapées, leur famille et les services;
- respecter les convictions idéologiques, philosophiques ou religieuses des personnes handicapées;
- être organisées dans le cadre d'une coopération locale et multisectorielle qui respecte les compétences spécifiques de chaque service;
- prévoir un encadrement et une infrastructure dont l'importance et la qualification répondent de façon adéquate aux besoins des personnes handicapées;
- assurer une formation adaptée aux intervenants et prévoir des mécanismes garantissant leur participation à l'élaboration des orientations pédagogiques des services;
- favoriser de façon prioritaire l'accès des personnes handicapées aux services généraux destinés à l'ensemble de la population et répondant à leurs besoins particuliers.
Afdeling 2. - Voorzorgsmaatregelen
Section 2. - Mesures de prévention
Art. 265. De Regering legt, in voorkomend geval in het kader van samenwerkingsakkoorden, voorzorgsmaatregelen vast i.v.m. :
de vaststelling van het type deficiëntie en de oorzaken ervan;
de bevordering van de opsporing ervan en de vroegtijdige diagnose;
de medewerking aan opvoedingsprogramma's voor de bevordering van de gezondheid, met name inzake voeding, hygiëne, sedentair leven en verslavingen;
de verbetering van de toegang tot de basisgezondheidszorgen en van de kwaliteit ervan;
de verbetering van de sociale en culturele positie van de risicopersonen;
de versterking van de maatregelen voor de bescherming van de geestelijke gezondheid;
de beperking van de risico's verbonden aan het fysische milieu, aan de onaangepastheid van de woningen of aan de verstedelijking.
Art. 265. Le Gouvernement arrête des mesures de prévention, le cas échéant dans le cadre d'accords de coopération, concernant :
l'identification des types de déficiences et leurs causes;
la promotion du dépistage et du diagnostic précoce;
la collaboration à des programmes d'éducation pour la promotion de la santé, relatifs notamment à la nutrition, l'hygiène, la sédentarité et aux assuétudes;
l'amélioration de l'accès aux soins de santé primaires et de la qualité de ceux-ci;
l'amélioration de la situation sociale et culturelle des personnes à risque;
le renforcement des mesures de protection de la santé mentale;
la diminution des risques liés à l'environnement physique, à l'inadaptation des logements ou à l'urbanisation.
Afdeling 3. - Aanpassingsmaatregelen
Section 3. - Mesures d'adaptation
Art. 266. De Regering neemt aanpassingsmaatregelen opdat de gehandicapte personen aanspraak zouden kunnen maken op instellingen die het volgende aanbieden :
geschikte zorgen en diensten die zoveel mogelijk en bij voorkeur thuis worden verleend;
een functionele revalidatie die een autonoom leven in de maatschappij bevordert;
een technische hulp en apparaturen die de autonomie en de mobiliteit bevorderen;
een begeleiding van sociale, medische, paramedische of psychologische aard;
een sociale opleiding opdat ze een maximum autonomie zouden kunnen verwerven;
een geschikte opleiding en oriëntatie;
een geschikte beroepsrevalidatie of -opleiding;
een geschikte inschakeling in het arbeidsproces;
een geschikte opvang of huisvesting.
Art. 266. Le Gouvernement arrête des mesures d'adaptation visant à assurer notamment aux personnes handicapées le bénéfice de services offrant :
une dispensation de soins et de services appropriés visant, autant que possible et prioritairement, au maintien à domicile;
une réadaptation fonctionnelle favorisant une vie autonome dans la société;
des aides techniques et des appareillages favorisant l'autonomie et la mobilité;
un accompagnement d'ordre social, médical, paramédical ou psychologique;
un apprentissage social afin de leur faire acquérir la plus large autonomie possible;
une éducation et une orientation appropriées;
une réadaptation ou une formation professionnelles appropriées;
une intégration professionnelle adéquate;
un accueil ou un hébergement adéquat.
Afdeling 4. - Integratiemaatregelen
Section 4. - Mesures d'intégration
Art. 267. De Regering zorgt voor de verspreiding van informatie over de rechten van de gehandicapte personen en over de diensten waarop ze een beroep doen.
Art. 267. Le Gouvernement assure la diffusion de l'information sur les droits des personnes handicapées et sur les services mis à leur disposition.
Art. 268. De Regering voert programma's uit :
voor de bevordering van de bouw van individuele woningen volgens architecturale normen die aan de behoeften van de gehandicapte personen beantwoorden;
voor de bevordering van een vervoerbeleid dat met de behoeften van de gehandicapte personen rekening houdt;
om de gehandicapte personen toegang te verlenen tot de openbare instellingen en installaties, tot opleidings-, vormings- en arbeidsplaatsen alsook tot de verkeerswegen;
om de toegangsmiddelen tot de informatie aan de functionele kenmerken van de gehandicapte personen aan te passen;
voor de bevordering van het onderzoek en de ontwikkeling van nieuwe technologieën m.b.t. de sociale integratie van gehandicapte personen.
Art. 268. Le Gouvernement met en oeuvre des programmes visant à :
promouvoir le développement de logements individuels selon des normes architecturales adaptées aux besoins des personnes handicapées;
promouvoir le développement d'une politique de transport qui tienne compte des besoins des personnes handicapées;
rendre accessibles aux personnes handicapées les établissements et installations destinés au public, les lieux d'éducation, de formation et de travail ainsi que la voirie;
favoriser l'adaptation des moyens d'accès à l'information aux caractéristiques fonctionnelles des personnes handicapées;
favoriser la recherche et le développement de technologies nouvelles en vue de l'intégration sociale des personnes handicapées.
Art. 269. De Regering spoort de gemeenten aan om initiatieven te ontwikkelen opdat de gehandicapte personen en hun verenigingen meer aan het plaatselijke leven zouden kunnen deelnemen.
Art. 269. Le Gouvernement incite les communes à développer des initiatives visant à accroître la participation des personnes handicapées et de leurs associations à la vie locale.
Art. 270. De Regering neemt de nodige maatregelen om de gehandicapte personen gelijke kansen op de arbeidsmarkt te geven. Die maatregelen slaan met name op het scheppen van nieuwe arbeidsplaatsen en op de positieve bevordering van de tewerkstelling.
Er wordt een verplichting tot tewerkstelling van gehandicapte personen ingevoerd. De openbare besturen en instellingen van algemeen nut die onder de overheid van het Waalse Gewest ressorteren, zijn aan deze verplichting onderworpen.
De Regering stelt het aantal te werven gehandicapte personen vast, met inachtneming van de aard en het belang van de diensten alsook van het rendement van die personen.
Art. 270. Le Gouvernement arrête les mesures destinées à promouvoir l'égalité des chances des personnes handicapées sur le marché de l'emploi. Ces mesures portent notamment sur des soutiens à la création de nouveaux emplois et des incitations positives à l'emploi.
Une obligation d'emploi des personnes handicapées est instaurée. Sont soumis à cette obligation les administrations publiques et les organismes d'intérêt public dépendant de l'autorité de la Région.
Le Gouvernement fixe le nombre de personnes handicapées devant être employées en tenant compte de la nature et de l'importance des services ainsi que de la capacité de rendement des personnes handicapées.
HOOFDSTUK II. [1 - Begunstigen, erkenningen en toelagen in het kader van het beleid tot integratie van de gehandicapte personen]1
CHAPITRE II. [1 - Des bénéficiaires, agréments et subventions dans le cadre de la politique d'intégration des personnes handicapées]1
Art. 271.
Art. 271.
Art. 272.
Art. 272.
Art. 273.
Art. 273.
Art. 274.
Art. 274.
Afdeling 1. [1 - Begunstigden]1
Section 1re. [1 - Bénéficiaires]1
Art. 275. § 1. Onverminderd de specifieke bepalingen vermeld in het decreet II van 22 juli 1993 betreffende de overheveling van sommige bevoegdheden van de Franse Gemeenschap naar het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie kunnen de gehandicapte personen die de leeftijd van 65 jaar nog niet bereikt hebben de dag waarop ze hun eerste aanvraag om tegemoetkoming indienen, voor de dienstverleningen [1 ...]1 in aanmerking komen.
Bovendien moeten de begunstigden aan de volgende voorwaarden voldoen :
- woonachtig zijn op het grondgebied van het Franse taalgebied of, in het kader van een samenwerkingsakkoord, op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
- Belg, staatloos, erkende vluchteling, arbeider of kind van een arbeider uit een lidstaat van de Europese Unie zijn.
De personen die de nationaliteitsvoorwaarden niet vervullen, komen echter in aanmerking voor de dienstverleningen [1 ...]1, voor zover ze kunnen bewijzen dat ze 5 jaar lang regelmatig en onafgebroken in België hebben gewoond alvorens hun aanvraag om tussenkomst in te dienen.
De regelmatige en onafgebroken verblijftijd wordt niet geëist voor de echtgenoot/echtgenote of de kinderen ten laste van een persoon die het bewijs levert van de vereiste verblijftijd.
§ 2. De Regering kan de toepassing van dit boek onder de door haar gestelde voorwaarden uitbreiden tot andere gehandicapte personen dan die vermeld in § 1.
§ 3. Onder voorbehoud van het tweede lid2, § 1, wijken de door de Waalse Gewestraad goedgekeurde samenwerkingsakkoorden af van de in § 1 en § 2 van dit artikel vermelde bepalingen.
§ 4. Onder voorbehoud van wederkerigheid en in het kader van een samenwerkingsakkoord draagt [1 de Regering]1 de kosten voor de plaatsing, de sociale en professionele integratie van gehandicapte personen die overeenkomstig de door de Franse Gemeenschapscommissie bepaalde reglementering in instellingen van de franstalige regio opgevangen worden.
§ 5. De voorwaarden en de modaliteiten voor de opvang, de huisvesting en de sociale en professionele integratie van gehandicapte personen die onder andere deelgebieden ressorteren, zijn in samenwerkingsakkoorden vastgelegd.
Art. 275. § 1er. Sans préjudice des dispositions spécifiques énoncées dans le décret II du 22 juillet 1993 attribuant l'exercice de certaines compétences de la Communauté française à la Région wallonne et à la Commission communautaire française et prises en application de ces dispositions, peuvent bénéficier des prestations [1 ...]1 les personnes handicapées qui n'ont pas atteint l'âge de 65 ans au moment où elles introduisent leur première demande d'intervention.
Les bénéficiaires doivent en outre satisfaire aux conditions suivantes :
- être domiciliés sur le territoire de la région de langue française ou sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale dans le cadre d'un accord de coopération;
- être de nationalité belge ou être de statut apatride ou réfugiés reconnus ou être travailleurs ou enfants de travailleurs d'un Etat membre de l'Union européenne.
Les personnes qui ne répondent pas aux conditions de nationalité peuvent néanmoins bénéficier des prestations [1 ...]1 pour autant qu'elles justifient d'une période de résidence régulière et ininterrompue de cinq ans en Belgique précédant leur demande d'intervention.
La période de résidence régulière et ininterrompue n'est pas exigée pour le conjoint ou les enfants à charge d'une personne qui justifie d'une durée de résidence requise.
§ 2. Le Gouvernement peut étendre l'application du présent livre, dans les conditions fixées par lui, à des personnes handicapées autres que celles visées au paragraphe 1er.
§ 3. Sous réserve de l'alinéa 2 du paragraphe 1er, des accords de coopération approuvés par le Parlement dérogent aux dispositions énoncées aux paragraphes 1er et 2 du présent article.
§ 4. Sous réserve de réciprocité et dans le cadre d'un accord de coopération, [1 le Gouvernement]1 prend en charge les frais liés au placement et à l'intégration socio-professionnelle de personnes handicapées accueillies, en vertu de la réglementation arrêtée par la Commission communautaire française, dans des institutions situées dans la région de langue française.
§ 5. Des accords de coopération précisent les conditions et les modalités d'accueil, d'hébergement et d'intégration socio-professionnelle des personnes handicapées relevant des autres entités fédérées.
Art. 276. De dienstverleningen [1 ...]1 zijn individueel of collectief.
De individuele dienstverleningen bestaan in een financiële hulp die aan de gehandicapte personen wordt verleend.
De collectieve dientsverleningen bestaan in subsidies aan instellingen of diensten die voor gehandicapte personen bestemd zijn.
Art. 276. Les prestations [1 ...]1 sont individuelles ou collectives.
Les prestations individuelles consistent en une aide financière versée aux personnes handicapées.
Les prestations collectives consistent en subsides versés à des institutions ou services qui s'adressent à des personnes handicapées.
Art. 277. [1 De dienstverlening kan geweigerd of verminderd worden als]1 de gehandicapte persoon, op grond van dezelfde handicap en dezelfde behoeften als die bedoeld in dit boek, een sociale uitkering geniet overeenkomstig andere wettelijke of verordeningsbepalingen of als hij zijn rechten op dergelijke uitkering niet doet gelden alhoewel zij er recht op heeft.
Art. 277. L'intervention [1 ...]1 peut être refusée ou réduite soit si la personne handicapée bénéficie, sur base du même handicap et des mêmes besoins que ceux visés dans le présent livre, d'une prestation sociale en vertu d'autres dispositions légales ou réglementaires, soit si elle s'abstient de faire valoir ses droits à une telle prestation alors qu'elle pourrait y prétendre.
Art. 278. Met het oog op de financiële tussenkomsten [1 ...]1, wordt, binnen de perken en volgens de modaliteiten vastgesteld door de Regering, rekening gehouden met de aanvraag van de gehandicapte persoon of van zijn wettige vertegenwoordiger, met zijn specifieke behoeften en zijn positie en meer bepaald met :
- de aard van de vereiste hulp;
- de omvang van de behoefte aan de aangevraagde dienstverleningen en met de aanwijzingen voortvloeiende uit een geïndividualiseerd ontwerp van tegemoetkomingen;
- met de normale kosten van de aangevraagde dienstverleningen en de bijkomende kosten die een gehandicapte persoon veroorzaakt in vergelijking met een valide persoon;
- met de andere wettelijke en reglementaire tegemoetkomingen die een gehandicapte kan genieten en eventueel met de omvang van de bestaansmiddelen van de gehandicapte personen.
Art. 278. En vue des interventions financières [1 ...]1, dans les limites et suivant les modalités fixées par le Gouvernement, il est tenu compte de la demande de la personne handicapée ou de son représentant légal, des particularités des besoins et de la situation des personnes handicapées, notamment :
- de la nature de l'aide requise;
- du degré de nécessité des prestations sollicitées et des indications résultant du projet d'intervention personnalisé éventuellement établi;
- du coût normal des prestations demandées et de leur coût supplémentaire à celui qu'une personne non handicapée encourt dans des situations identiques;
- des autres interventions légales et réglementaires dont peut bénéficier la personne handicapée et éventuellement de l'importance des ressources des personnes handicapées.
Art. 279. Het Agentschap stelt een basisdossier op op naam en met de medewerking van de gehandicapte persoon.
Het basisdossier bevat de administratieve, medische, sociale en pedagogische inlichtingen en elk multidisciplinair gegeven op basis waarvan kan worden beslist over de door de gehandicapte persoon of zijn wettige vertegenwoordiger ingediende aanvragen om tegemoetkoming.
Het Agentschap mag, overeenkomstig de door de Regering vastgestelde modaliteiten, het basisdossier samenstellen op grond van gegevens die door daartoe erkende centra worden verstrekt. De erkende centra en de personen die er werken, moeten zelfstandig zijn en geen rechtstreekse belangen hebben binnen de dienst of de structuur waaraan de gehandicapte persoon is toevertrouwd.
De Regering bepaalt de inlichtingen en multidisciplinaire gegevens die nodig zijn om over de aanvraag om tegemoetkoming te beslissen.
Het basisdossier moet, naar gelang van de behoeften, een geïndividualiseerd ontwerp van tegemoetkoming ten gunste van de gehandicapte persoon helpen opstellen. Het ontwerp wordt opgesteld op verzoek of met het akkoord van de betrokkene of zijn wettige vertegenwoordiger.
Het wordt door één van beiden goedgekeurd.
Het basisdossier wordt door het Agentschap bewaard. De ambtenaren belast met het dossier zijn gehouden tot het beroepsgeheim.
Alle diensten en structuren bedoeld in artikel 283 moeten een dossier bijhouden i.v.m de medische, sociale en pedagogische toestand van de gehandicapte persoon, zijn behoeften en de middelen om er in te voorzien.
Art. 279. [1 L'Agence]1 établit un dossier de base au nom et avec le concours de la personne handicapée.
Ce dossier de base comprend les renseignements administratifs, médicaux, sociaux et pédagogiques et toute donnée pluridisciplinaire permettant de statuer sur les demandes d'intervention introduites par la personne handicapée ou son représentant légal.
Selon les modalités fixées par le Gouvernement, le dossier de base peut être constitué par [1 l'Agence]1 en se fondant sur les données communiquées par des centres agréés à cette fin. Les centres agréés ainsi que les personnes qui les composent doivent être indépendants et ne pas avoir d'intérêt direct avec le service ou la structure auxquels la personne handicapée est confiée.
Le Gouvernement détermine les renseignements et les données pluridisciplinaires nécessaires en vue de statuer sur la demande d'intervention.
Le dossier de base sert, selon les nécessités, à l'établissement d'un projet d'interventions personnalisé en faveur de la personne handicapée. Ce projet est élaboré à la demande ou avec l'accord de l'intéressé ou de son représentant légal.
Il est approuvé par l'intéressé ou par son représentant légal.
Le dossier de base est conservé par [1 l'Agence]1. Les fonctionnaires ayant en charge le dossier sont astreints au secret médical et professionnel.
Tous service et structure visés à l'article 283 doivent tenir à jour un dossier permettant de déterminer l'évolution médicale, sociale et pédagogique de la personne handicapée et d'évaluer les besoins et les moyens mis en oeuvre pour les rencontrer.
Art. 280. [1 De Regering]1 beroept zich op het basisdossier om over de tenlasteneming te beslissen.
Het beslist over de aanvraag om tegemoetkoming binnen een termijn van minder dan 60 dagen nadat het de vereiste documenten en inlichtingen heeft ontvangen.
Elke beslissing wordt met redenen omkleed en bij ter post aangetekende brief aan de aanvrager of zijn wettige vertegenwoordiger meegedeeld.
In voorkomend geval vermeldt ze de aard, het aantal en de duur van de dienstverleningen waarvoor [1 de Regering]1 zijn tussenkomst verleent.
De beslissing wordt, binnen 14 dagen nadat ze genomen is, in kennis gesteld van de gehandicapte persoon of zijn wettige vertegenwoordiger en, zo nodig, van de dienst die voor de integratie van de gehandicapte persoon zorgt.
In afwijking van de vorige alinea's bepaalt de Regering, [1 op voorstel van het afdelingscomité "Handicap"]1, de toestanden die een voorlopige beslissing rechtvaardigen.
[1 De Regering]1 mag, zonder terugwerkende kracht, een overeenkomstig het eerste lid van dit artikel genomen beslissing herzien als de toestand van de gehandicapte persoon een verandering ondergaat, met name op medisch vlak.
De Regering regelt de herzieningsprocedure.
Art. 280. [1 Le Gouvernement]1 fonde sa décision relative à la prise en charge sur le dossier de base.
Dans un délai ne dépassant pas les soixante jours à compter de la réception par [1 l'Agence]1 des documents et renseignements nécessaires, [1 le Gouvernement]1 statue sur la demande d'intervention.
Toute décision est motivée et notifiée au demandeur ou à son représentant légal par pli recommandé à la poste.
Le cas échéant, elle mentionne la nature, le nombre et la durée des prestations pour lesquelles [1 le Gouvernement]1 accorde son intervention.
Elle est notifiée, dans les quinze jours suivant la décision, à la personne handicapée ou à son représentant légal et, le cas échéant, au service qui assure l'intégration de la personne handicapée.
Par dérogation aux alinéas précédents, le Gouvernement détermine, [1 sur proposition du comité de branche "Handicap"]1, les situations qui justifient une décision provisoire.
[1 Le Gouvernement]1 peut revoir, sans effet rétroactif, une décision prise en application de l'alinéa 1er du présent article, si une modification, notamment sur le plan médical, intervient dans l'état de la personne handicapée.
Le Gouvernement règle la procédure de révision.
Art. 281. Er wordt een commissie van beroep opgericht om te beslissen over de beroepen die ingesteld worden tegen de overeenkomstig dit boek [1 ...]1 genomen beslissingen betreffende dienstverleningen in geld of in natura aan gehandicapte personen.
De commissie van beroep bestaat uit een voorzitter, vijf werkende en vijf plaatsvervangende leden. Ze is multidisciplinair samengesteld en wordt door een magistraat voorgezeten. Om te beslissen mag ze een beroep doen op het advies van gekwalificeerde deskundigen.
De Regering bepaalt de samenstelling, de werkingsregels, de procedure, de termijn van beroep, de wijze van benoeming van de commissieleden en bepaalt de duur van hun mandaat alsook de vergoedingen die aan de voorzitter, de leden en de deskundigen toegekend worden.
De Regering noemt de voorzitter en de leden van de commissie van beroep.
Art. 281. Il est instauré une commission d'appel chargée de statuer sur les recours introduits contre les décisions relatives à l'octroi aux personnes handicapées de prestations en nature ou en espèces prises [1 ...]1 en application du présent livre.
La commission d'appel comprend un président, cinq membres effectifs et cinq membres suppléants. Elle est composée de manière pluridisciplinaire et est présidée par un magistrat. Elle peut, en vue de statuer, recourir à l'avis d'experts qualifiés.
Le Gouvernement détermine la composition, les règles de fonctionnement, la procédure, le délai d'appel, le mode de nomination des membres de la commission et fixe la durée de leur mandat ainsi que les indemnités allouées au président, aux membres et aux experts.
Le Gouvernement nomme le président et les membres de la commission d'appel.
Afdeling 2. [1 Erkenning, subsidiëring en overeenkomsten]1
Section 2. [1 - Agrément, subventionnement et conventions]1
Art. 282. [1 De Regering]1 zorgt er eerst voor dat de gehandicapte personen aanspraak kunnen maken op de geschikte hulp van de diensten die voor de hele bevolking bestemd zijn.
[1 De Regering]1, hetzij erkent, hetzij erkent en subsidieert elke activiteit of dienst die in het leven is geroepen door de overheid of door een privé-initiatief en die zijn opdrachten helpt uitvoeren.
[1 Zij]1 mag een beroep doen op de samenwerking van diensten en instellingen die over de nodige kwalificaties en middelen beschikken om sommige specifieke of vernieuwende opdrachten te vervullen. Met het oog hierop sluit [1 de Regering]1 overeenkomsten met een overheid, een instelling van algemeen nut of een privé-instelling.
Bij gebrek aan een openbaar of privé-initiatief dat zijn opdrachten helpt uitvoeren, organiseert [1 de Regering]1 elke activiteit of dienst.
Art. 282. [1 Le Gouvernement]1 veille en priorité à ce que les personnes handicapées puissent bénéficier d'une aide appropriée des services s'adressant à l'ensemble de la population.
[1 Le Gouvernement]1, soit agrée, soit agrée et subventionne toute activité ou tout service, créés par des pouvoirs publics ou par l'initiative privée, permettant d'assurer la mise en oeuvre de ses missions.
[1 Il]1 peut recourir à la collaboration de services et d'institutions qui disposent des qualifications et moyens nécessaires pour réaliser certaines missions spécifiques ou novatrices. A cet effet, [1 le Gouvernement]1 conclut des conventions avec un pouvoir public, un établissement d'utilité publique ou un organisme privé.
A défaut d'initiative publique ou privée permettant d'assurer la mise en oeuvre de ses missions, [1 le Gouvernement]1 organise toute activité ou tout service.
Art. 283. De Regering bepaalt de regels voor de programmering, de erkenning, de controle, de organisatie, de goedkeuring en de subsidiëring van de diensten en structuren vermeld in het tweede lid van dit artikel; ze stelt algemene normen vast waaraan elke overeenkomst die met hen gesloten wordt, moet voldoen.
Voor zover ze zich vooral tot gehandicapte personen richten, mag [3 de Regering]3 de volgende diensten of structuren erkennen of subsidiëren :
[5 ...]5
de diensten of centra voor functionele revalidatie;
de diensten of centra voor beroepsevaluatie en -oriëntatie;
[7 ...]7;
de bedrijven voor aangepast werk;
de diensten voor dagonthaal;
de residentiële diensten;
de diensten voor hulp aan de activiteiten van het dagelijkse leven;
[5 de begeleidingsdiensten voor gezinsopvang;]5
10° de begeleidingsdiensten;
11° de diensten voor kort verblijf, al dan niet opgenomen in de bestaande structuren;
[1 12° de diensten die respijtzorg organiseren ten gunste van de mantelzorgers en de gehandicapte personen;]1
[2 13° de diensten inzake tolken gebarentaal.]2
[4 14° mobiele steunregelingen voor de inclusie.]4
[5 15° de adviesdiensten;
16° de diensten die activiteiten voor gehandicapte personen organiseren; 17° de residentiële crisisdiensten;
18° de residentiële diensten voor respijtzorg;
19° de diensten voor de opleiding van geleidehonden.]5

[6 20° kenniscentra.]6
[5 De Regering kan de lijst van de in het tweede lid bedoelde diensten en structuren aanvullen of de benaming van bedoelde diensten en structuren wijzigen.]5
De programma's inzake investeringen en opening van nieuwe diensten of inrichtingen die vatbaar zijn voor erkenning of subsidiëring worden door de Regering goedgekeurd.
Wat betreft de [3 ...]3 gesubsidieerde investeringen bedoeld in het vierde lid, kan de Regering, onder de voorwaarden en volgens de modaliteiten die zij bepaalt, de waarborg van het Gewest toestaan voor leningen die aangegaan worden door de diensten bedoeld in het tweede lid, 6° en 7°.
De toepassing van de bepalingen van dit artikel kan resulteren in tegemoetkomingen die hoger zijn dan de maxima vastgelegd voor de investeringen.
De Regering bepaalt, na advies van het [3 Afdelingscomité "Handicap"]3, de infrastructuur- en werkingsnormen waaraan de in het tweede lid vermelde diensten en instellingen moeten voldoen.
Art. 283. Le Gouvernement arrête les règles de programmation, d'agrément, de contrôle, d'organisation, d'approbation et de subventionnement des services et structures visés à l'alinéa 2 du présent article; il arrête des normes générales auxquelles doit satisfaire toute convention conclue avec eux.
[3 Le Gouvernement]3 peut agréer ou subventionner les services et structures suivants dans la mesure où ils s'adressent particulièrement aux personnes handicapées :
[5 ...]5
les services ou centres de rééducation fonctionnelle;
les services ou centres d'évaluation et d'orientation professionnelle;
[7 ...]7;
les entreprises de travail adapté;
les services d'accueil de jour;
les services résidentiels;
les services d'aide aux activités de la vie journalière;
[5 les services d'accompagnement en accueil de type familial;]5
10° les services d'accompagnement;
11° les services de court séjour inclus ou non dans les structures existantes;
[1 12° les services organisant du répit en faveur des aidants proches et des personnes handicapées;]1
[2 13° Les services prestataires d'interprétation en langue des signes.]2
[4 14° les dispositifs mobiles de soutien à l'inclusion.]4
[5 15° les services de conseil;
16° les services organisant des activités pour personnes handicapées; 17° les services résidentiels de crise;
18° les services résidentiels de répit;
19° les services de dressage de chiens d'assistance.]5

[6 20° les centres de ressources.]6
[5 Le Gouvernement peut compléter la liste ou modifier l'appellation des services et structures énoncés à l'alinéa 2.]5
Le Gouvernement approuve les programmes d'investissements et d'ouverture de nouveaux services ou établissements susceptibles d'être agréés ou subventionnés.
Pour les investissements visés à l'alinéa 4 subventionnés [3 ...]3, le Gouvernement, dans les conditions et modalités qu'il fixe, peut octroyer la garantie régionale pour les emprunts contractés par les services visés à l'alinéa 2, 6° et 7°.
L'application des dispositions de cet article ne peut aboutir à des interventions dépassant les maxima fixés pour les investissements.
Le Gouvernement détermine, après avis du [3 Comité de branche "Handicap"]3, les normes d'infrastructures et les normes de fonctionnement auxquelles doivent répondre les services et institutions visés au second alinéa.
Art. 283/1. [1 De Regering legt de regels vast voor de programmatie, de erkenning, de controle, de organisatie van de verblijfs- en dagopvangdiensten voor personen met een handicap, gelegen op het grondgebied van het Franse taalgebied, maar waarvoor de beslissingen tot plaatsing en financiering bij een buitenlandse overheid liggen.]1
Art. 283/1. [1 Le Gouvernement arrête les règles de programmation, d'agrément, de contrôle, d'organisation des services résidentiels et d'accueil de jour pour personnes en situation de handicap situées sur le territoire de la région de langue française mais pour lesquels les décisions de placement et de financement sont assurées par une autorité étrangère.]1
Art. 284. [1 De Regering kan na advies van het Afdelingscomité "handicap" toelagen verlenen om specifieke initiatieven te bevorderen i.v.m. de integratie van de gehandicapte personen.]1
Art. 284. [1 Le Gouvernement peut accorder, après avis du Comité de branche "handicap", des subventions en vue de promouvoir des initiatives spécifiques visant à assurer l'intégration des personnes handicapées.]1
Art. 285. Elke dienst, centrum of instelling moet voldoen aan de infrastructuur- en werkingsnormen die door de Regering op voordracht van het [1 Afdelingscomité "Handicap"]1 zijn bepaald. Die normen worden op verschillende manieren vastgesteld voor elk type van dienst of instelling en slaan met name op :
de materiële infrastructuur;
de organisatie en de werking;
het aantal personeelsleden en hun kwalificatieniveau;
het beheer, de boekhouding en de door de dienst of het centrum op te stellen verslagen;
het gevoerde beleid i.v.m. de toelating, het onthaal, het bijhouden van de klachten, met inbegrip van de financiële betrekkingen met de gehandicapte personen, het beheer van hun goederen en hun kapitaal.
Art. 285. Tout service, centre ou institution doit répondre aux normes d'infrastructures et aux normes de fonctionnement arrêtées par le Gouvernement sur proposition du [1 comité de la branche "Handicap"]1. Ces normes sont fixées de façon distincte pour chaque type de service et d'institution et portent notamment sur :
l'infrastructure matérielle;
l'organisation et le fonctionnement;
le nombre et le niveau de qualification du personnel;
la gestion, la comptabilité et les rapports à établir par le service ou le centre;
la politique d'admission, d'accueil, le suivi des plaintes, y compris les relations financières avec les personnes handicapées, la gestion des biens et des fonds des personnes handicapées.
Art. 286. Elke erkenning is ondergeschikt aan de verbintenis waarmee de dienst, het centrum of de instelling zich ertoe verplicht het Agentschap alle bewijsstukken te verschaffen die vereist zijn voor de uitoefening van de controle erop en zich aan zijn inspectie te onderwerpen.
Art. 286. Tout agrément est subordonné à l'engagement du service, du centre ou de l'institution de fournir à [1 l'Agence]1 tous documents justificatifs requis pour l'exercice de son contrôle et de se soumettre à son inspection.
Art. 287. Op verzoek van het Agentschap moet elke erkende dienst, centrum of instelling deelnemen aan de algemene evaluatie van de werking van de diensten die voor de gehandicapte personen bestemd zijn.
Art. 287. A la demande de [1 l'Agence]1, tout service, centre ou institution agréé doit participer à l'évaluation générale du fonctionnement des services destinés aux personnes handicapées.
Art. 288. De natuurlijke of rechtspersonen die, onder bezwarende titel, gewoonlijk, tijdelijk of voortdurend, gehandicapte personen geheel of gedeeltelijk ten laste nemen die tot de vierde graad niet aanverwant zijn, en niet door een overheid erkend zijn om deze activiteit uit te oefenen, moeten onderworpen worden aan een voorafgaande machtiging [1 ...]1. De machtiging stelt het aantal personen vast die opgevangen mogen worden.
De Regering bepaalt de procedure betreffende de voorafgaande machtiging alsook de minimale voorwaarden inzake veiligheid, hygiëne en personeel en de controlemodaliteiten voor de personen of diensten die hoofdzakelijk en tegen vergoeding gehandicapte personen onderbrengen.
Art. 288. Les personnes morales ou physiques qui, à titre onéreux, prennent en charge habituellement, de manière temporaire ou permanente, à temps complet ou partiel, des personnes handicapées qui n'appartiennent pas à leur famille jusqu'au quatrième degré, et qui ne sont pas reconnues pour exercer cette activité par une autorité publique, doivent faire l'objet d'une autorisation préalable [1 ...]1. L'autorisation fixe le nombre de personnes pouvant être accueillies.
Le Gouvernement détermine la procédure relative à l'autorisation préalable ainsi que les conditions minimales de sécurité, d'hygiène et de personnel et les modalités de contrôle des personnes ou services qui hébergent de façon principale et à titre onéreux des personnes handicapées.
Art. 289. De Regering stelt de modaliteiten vast voor de indiening en het onderzoek van de aanvragen tot erkenning. Ze stelt eveneens de regels vast volgens dewelke de erkenning verleend, verlengd, geweigerd, uitgesteld of ingetrokken mag worden.
Als de erkenning geweigerd, uitgesteld of ingetrokken wordt, mag de aanvrager tegen deze beslissing een beroep instellen bij de Regering die de daartoe te voeren procedure zal vaststellen.
De erkenning mag niet verleend worden als de dienst [1 ...]1 niet voldoet aan de door de Regering bepaalde programmeringscriteria.
Art. 289. Le Gouvernement fixe les modalités d'introduction et d'instruction des demandes d'agrément.
Si l'agrément est refusé, suspendu ou retiré, le demandeur peut introduire un recours contre cette décision auprès du Gouvernement qui fixera la procédure à suivre à cet effet.
L'agrément ne peut être accordé si, [1 ...]1, le service ne répond pas aux critères de programmation fixés par le Gouvernement.
Art. 290.
Art. 290.
Art. 291.
Art. 291.
Art. 292.
Art. 292.
Art. 293.
Art. 293.
Art. 294.
Art. 294.
Art. 295.
Art. 295.
Art. 296.
Art. 296.
Art. 297.
Art. 297.
Art. 298.
Art. 298.
Art. 299.
Art. 299.
Art. 300.
Art. 300.
Art. 301.
Art. 301.
Art. 302.
Art. 302.
Art. 303.
Art. 303.
Art. 304.
Art. 304.
Art. 305.
Art. 305.
Art. 306.
Art. 306.
Art. 307.
Art. 307.
Art. 308.
Art. 308.
Art. 309.
Art. 309.
Art. 310.
Art. 310.
Art. 311.
Art. 311.
Art. 312.
Art. 312.
Art. 313.
Art. 313.
Art. 314.
Art. 314.
HOOFDSTUK III. [1 - Toezicht]1
Chapitre III. [1 - Surveillance]1
Art. 315. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van de gerechtelijke politie, houden de door de Regering benoemde ambtenaren van de diensten van de Regering en het Agentschap toezicht op de uitvoering van dit boek en op de desbetreffende uitvoeringsbesluiten.
Om hun opdrachten te vervullen mogen deze ambtenaren :
tot alle nodige eksamens, controles, onderzoeken overgaan en alle nuttige inlichtingen inwinnen, met name :
a. elke persoon ondervragen over elk feit waarvan de kennisneming nodig is voor het houden van het toezicht;
b. zich elk nuttig document verschaffen, afschrift ervan nemen of het tegen ontvangbewijs meenemen;
processen-verbaal tot vaststelling opmaken die bewijskracht hebben, behoudens bewijs van het tegendeel. De processen-verbaal worden medegedeeld aan de Regering of het Agentschap alsook aan de betrokken diensten en instellingen.
Art. 315. Sans préjudice des attributions des officiers de police judiciaire, les fonctionnaires des services du Gouvernement et [1 de l'Agence]1 désignés par le Gouvernement surveillent l'exécution du présent livre et de ses arrêtés d'exécution.
Ces fonctionnaires et agents peuvent dans l'exercice de leurs missions :
procéder à tous examens, contrôles, enquêtes et recueillir toutes informations qu'ils estiment nécessaires, notamment :
a) interroger toute personne sur tout fait dont la connaissance est utile à l'exercice de la surveillance;
b) se faire produire ou rechercher tout document utile à l'accomplissement de leur mission, en prendre copie ou l'emporter contre récépissé;
dresser des procès-verbaux de constatation qui font foi jusqu'à preuve du contraire. Les procès-verbaux sont transmis au Gouvernement ou [1 à l'Agence]1 ainsi qu'aux services et établissements concernés.
Art. 316. Bij de uitoefening van de controle op de erkende of gesubsidieerde diensten en instellingen ziet [1 de Regering]1 erop toe dat de wetgeving, de reglementering en het algemeen nut in acht worden genomen.
Art. 316. [1 Le Gouvernement]1 assure le respect de la législation, de la réglementation et de l'intérêt général dans le cadre de l'exercice du contrôle des services et institutions agréés ou subventionnés.
Art. 317. Elke belemmering van de uitvoering van de opdrachten van voornoemde ambtenaren door personen, diensten of instellingen die voor de bepalingen van dit boek in aanmerking komen, kan bij beslissing [1 van de Regering]1 aanleiding geven tot de opschorting of de intrekking van de erkenning, de subsidiëring of de individuele dienstverleningen.
De gemotiveerde beslissing [1 van de Regering]1 wordt genomen nadat de persoon of de vertegenwoordiger van de dienst of instelling is gehoord of nadat ze verzocht werden hun verweermiddel voor te dragen.
Art. 317. Toute entrave mise à l'exécution des missions des fonctionnaires et agents susvisés par des personnes, services ou institutions bénéficiaires des dispositions du présent livre peut entraîner la suspension ou le retrait de l'agrément, du subventionnement ou des prestations individuelles par décision [1 du Gouvernement]1.
La décision motivée du comité de gestion est prise après l'audition de la personne ou du représentant du service ou de l'institution ou après qu'ils aient été invités à présenter leur défense.
Art. 318. Onverminderd de toepassing van de artikelen 269 tot 274 van het Strafwetboek zullen de personen die de bepalingen van de ter uitvoering van dit boek genomen besluiten overtreden of die het krachtens dit boek of de desbetreffende uitvoeringsbesluiten opgelegde toezicht in de weg staan, gestraft worden met een gevangenisstraf van acht dagen tot één maand en met een boete van 500 tot 1.000 euro of met één van die straffen.
Art. 318. Sans préjudice de l'application des articles 269 à 274 du Code pénal, seront punies d'un emprisonnement de huit jours à un mois et d'une amende de 500 à 1000 euro ou d'une de ces peines seulement, les personnes qui auront contrevenu aux dispositions des arrêtés pris en exécution du présent livre ou fait obstacle à la surveillance organisée en vertu du présent livre et de ses arrêtés d'exécution.
Art. 319. Onverminderd de toepassing van de straffen voorzien in het Strafwetboek zal met een gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met een boete van 26 tot 2.000 euro of met één van die straffen gestraft worden :
degene die, rechtstreeks of onrechtstreeks, en terwijl hij een activiteit of een mandaat in een dienst of instelling uitoefent :
- de rekening van gehandicapte personen gezamenlijk beheert;
- de vermenging van het vermogen oplevert;
- het kapitaal of de goederen van gehandicapte personen beheert, behalve met inachtneming van de overeenkomstig artikel 285 vastgelegde normen;
degene die het storten van een borgtocht of om het even welke andere financiële verplichting dan die door de Regering is bepaald, oplegt als voorwaarde voor de opvang, het verblijf of de begeleiding in of door een gesubsidieerde dienst of instelling.
Art. 319. Sans préjudice de l'application des peines prévues au Code pénal, seront punis d'un emprisonnement de huit jours à trois mois et d'une amende de 26 à 2 000 euros ou d'une de ces peines seulement :
celui qui, directement ou indirectement, et tout en exerçant une activité ou un mandat dans un service ou institution :
- gère collectivement le compte de personnes handicapées;
- opère la confusion de patrimoine;
- administre les fonds ou les biens des personnes handicapées sauf dans le respect des normes arrêtées en application de l'article 285;
celui qui impose comme condition préalable à l'accueil, au séjour ou à l'accompagnement dans ou par un service ou une institution subventionné, le paiement d'une caution ou une obligation financière quelconque autre que celle fixée par le Gouvernement.
Art. 320.
Art. 320.
HOOFDSTUK IV. [1 - Verenigingen van gehandicapte personen]1
CHAPITRE IV. [1 - Associations de Personnes handicapées]1
Art. 321. De representatieve verenigingen die de belangen van de gehandicapte personen verdedigen, worden door de Minister van Sociale Actie en Gezondheid erkend.
Als representatieve verenigingen kunnen erkend worden de instellingen die aan de volgende voorwaarden voldoen :
- een VZW, een openbare instelling of een instelling van algemeen nut zijn;
- het verlenen van hulp, steun en raad aan gehandicapte personen, bevordering van hun recht op integratie in de maatschappij als hoofddoelen hebben;
- over een aantal aangesloten leden beschikken of kunnen rekenen op de steun van een aantal personen die in contact zijn hetzij met de hele groep gehandicapte personen van het gebied waar ze werkzaam zijn, hetzij met de personen die een specifieke handicap hebben;
- werkzaam zijn op het grondgebied van het Franse taalgebied, en op z'n minst in drie provincies;
- jaarlijks een voldoende aantal activiteiten ten gunste van gehandicapte personen op touw zetten;
[2 ...]2.
Art. 321. Les associations représentatives qui s'occupent de la défense des intérêts des personnes handicapées sont reconnues par le Ministre qui a l'action sociale et la santé dans ses attributions.
Peuvent être reconnus comme associations représentatives les organismes répondant aux conditions suivantes :
- être constitués en ASBL ou être un organisme public ou d'intérêt public;
- avoir pour objet principal l'entraide, le soutien, le conseil mutuel des personnes handicapées, la promotion de leurs droits à l'intégration dans la société;
- disposer d'un nombre de membres affiliés ou compter sur le soutien d'un nombre de personnes en rapport soit avec l'ensemble de la population des personnes handicapées de la zone couverte par leurs activités, soit avec la population concernée par un handicap spécifique;
- déployer leurs activités sur le territoire de la région de langue française, et au moins sur trois provinces;
- organiser annuellement un nombre suffisant d'activités en faveur des personnes handicapées;
[2 ...]2.
Art. 322. De representatieve verenigingen van gehandicapte personen zijn bevoegd om :
de gehandicapte personen bij te staan in de stappen die ze ondernemen bij de diensten die rechtstreeks of onrechtstreeks onder het Gewest ressorteren;
zitting te hebben in de verschillende organen waar de deelneming van de vertegenwoordigers van de gehandicapte personen bij een wettelijke of verordeningsbepaling is voorzien.
Art. 322. Les associations représentatives des personnes handicapées sont habilitées à :
assister les personnes handicapées dans leurs démarches vis-à-vis des services dépendant directement ou indirectement de la Région;
siéger dans les différents organes où la participation de représentants des personnes handicapées est prévue par une disposition légale ou réglementaire.
TITEL II. - Specifieke bepalingen
TITRE II. - Dispositifs spécifiques
HOOFDSTUK I. - Sociale wetgevingen
CHAPITRE Ier. - Législations sociales
Art. 323. Gedurende hun beroepsopleiding; omscholing en herscholing kunnen de mindervaliden door de personen die deze beroepsopleiding, omscholing en herscholing verzekeren slechts geworven worden krachtens;
een leerovereenkomst in de nijverheid, de ambachten en neringen, in de koopvaardij en de zeevisserij;
een speciale leerovereenkomst voor de omscholing van de mindervaliden;
een overeenkomst voor beroepsopleiding of omscholing gesloten, hetzij met een centrum voor versnelde beroepsopleiding voor volwassenen, opgericht door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening of erkend door de Minister van Tewerkstelling en Arbeid, hetzij met een centrum voor beroepsopleiding of omscholing.
De Regering bepaalt de clausules welke ieder onder 2° bedoelde leerovereenkomst of iedere overeenkomst voor beroepsopleiding of omscholing, gesloten bij toepassing van 3°, verplicht moet bevatten.
Art. 323. Pendant leur formation, réadaptation et rééducation professionnelles, les personnes handicapées ne peuvent être recrutés par les personnes assurant cette formation, réadaptation et rééducation professionnelles que dans les seuls liens :
d'un contrat d'apprentissage dans l'industrie, les métiers et négoces, dans la marine marchande et la pêche maritime;
d'un contrat d'adaptation professionnelle des personnes handicapées;
d'un contrat de formation ou de réadaptation professionnelle conclu soit avec un centre de formation professionnelle accélérée pour adultes, créé par l'Office national de l'emploi ou agréé par le Ministre de l'Emploi et du Travail, soit avec un centre de formation ou de réadaptation professionnelle.
Le Gouvernement détermine les clauses obligatoires que doit comprendre tout contrat d'adaptation professionnelle visé au 2° ou tout contrat de formation ou de réadaptation professionnelle conclu en application du 3°.
Art. 324. De tegemoetkoming [1 van de Regering]1 kan geweigerd of beperkt worden, hetzij als de gehandicapte persoon op basis van dezelfde handicap en dezelfde behoeften als die bedoeld in dit boek een sociale dienstverlening geniet krachtens andere wettelijke of reglementaire bepalingen, hetzij als hij zijn rechten op die dienstverlening niet laat gelden terwijl hij daar aanspraak op kan maken.
Art. 324. L'intervention [1 du Gouvernement]1 peut être refusée ou réduite soit si la personne handicapée bénéficie, sur base du même handicap et des mêmes besoins que ceux visés dans le présent livre, d'une prestation sociale en vertu d'autres dispositions légales ou réglementaires, soit si elle s'abstient de faire valoir ses droits à une telle prestation alors qu'elle pourrait y prétendre.
HOOFDSTUK II. - Geschillen
CHAPITRE II. - Contentieux
Art. 325. De geschillen betreffende de beslissingen genomen door [1 de Regering]1 en de registratie of de toekenning van uitkeringen en verstrekkingen aan mindervaliden, behoren tot de bevoegdheid van de arbeidsrechtbank.
De betwiste administratieve rechtshandelingen moeten, op straffe van verval, binnen een maand na de kennisgeving ervan aan de bevoegde arbeidsrechtbank voorgelegd worden.
De vordering ingeleid voor de arbeidsrechtbank is opschortend.
Art. 325. Les contestations relatives aux décisions prises par [1 le Gouvernement]1 et concernant l'enregistrement ou l'octroi des prestations en espèces et en nature aux personnes handicapées dont de la compétence du tribunal du travail.
Les actes juridiques administratifs contestés doivent, à peine de déchéance, être soumis au tribunal du travail compétent dans le mois de leur notification.
L'action introduite devant le tribunal du travail est suspensive.
Art. 326. De arbeidsrechtbanken zijn bevoegd om kennis te nemen van de betwistingen in verband met de overeenkomsten bedoeld in artikel 323, eerste lid, 2° en 3°.
De vorderingen die uit deze overeenkomsten ontstaan, verjaren een jaar na de beëindiging ervan.
Art. 326. Les tribunaux du travail sont compétents pour connaître des contestations relatives aux contrats visés à l'article 323, alinéa 1er, 2° et 3°.
Les actions naissant de ces contrats sont prescrites un an après la cessation de ceux-ci.
HOOFDSTUK III. [1 - Toegankelijkheid van publieke plaatsen voor personen met een assistentiehond]1
CHAPITRE III. [1 - Accessibilité aux personnes accompagnées de chiens d'assistance aux lieux publics]1
Afdeling 1. - Definities
Section 1re. - Définitions
Art. 327. [1 Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder :
assistentiehond : elke afgerichte of in africhting zijnde hond of elke in opleiding zijnde hond die gehandicapte personen begeleidt tijdens hun verplaatsingen en in hun handelingen van het dagelijkse leven;
publieke plaatsen : alle openbare of privégebouwen of gebouwgedeelten, plaatsen en ruimtes bestemd voor publiek gebruik, alsook het bezoldigde personenvervoer;
vereniging : de vereniging die belast is met de opleiding van de assistentiehond en die door het Agentschap is erkend, of een officiële vereniging die in een ander deelgebied of een andere staat is erkend;
gastgezin : het gezin dat, voor een bepaalde periode, instaat voor de opleiding van de assistentiehond en daarbij hulp en steun krijgt van een vereniging;
de instructeur : de persoon die instaat voor de africhting van de assistentiehond en die door het Agentschap is erkend.
Met betrekking tot het eerste lid, 1°, wordt de africhting ofwel door een instructeur of een vereniging, of in opleiding in een gastgezin verricht. De afgerichte of in africhting zijnde hond of de in opleiding zijnde hond is herkenbaar aan een tuigje of cape.]1

Art. 327. [1 Pour l'application du présent chapitre, l'on entend par :
le chien d'assistance : tout chien dressé ou en cours de dressage, ou en formation et destiné à accompagner des personnes handicapées dans leurs déplacements et actes de la vie quotidienne;
les lieux publics : tous bâtiments ou parties de bâtiments, lieux et espaces, publics ou privés, destinés à un usage public ainsi que les transports rémunérés des personnes;
l'association : l'association qui se charge de la formation du chien d'assistance et qui est agréée par l'Agence ou une association officielle reconnue dans une autre entité fédérée ou un autre Etat;
le milieu d'accueil familial : la famille qui, pendant une période déterminée, se charge de la formation du chien d'assistance et bénéficie de l'aide et du soutien d'une association;
l'instructeur : la personne qui se charge du dressage du chien d'assistance et qui est agréée par l'Agence.
Concernant l'alinéa 1er, 1°, le dressage est effectué soit par un instructeur ou une association, soit en formation en milieu d'accueil familial. Le chien dressé ou en cours de dressage ou en formation est reconnaissable grâce à un harnais ou une cape.]1

Afdeling 2. - Toegangsvoorwaarden
Section 2. - Conditions d'accès
Art. 328. [1 Een persoon die door een assistentiehond wordt begeleid, heeft, zelfs wanneer de hond in opleiding is, recht op toegang tot alle publieke plaatsen.
De uitoefening van dit recht is niet onderworpen aan de betaling van een aanvullende vergoeding.]1

Art. 328. [1 Une personne accompagnée par un chien d'assistance, même en formation, a le droit d'accès à tous les lieux publics.
L'exercice de ce droit n'est pas soumis au paiement d'une indemnité supplémentaire]1

Art. 329. [1 In afwijking van artikel 328, eerste lid, kan de toegang tot publieke plaatsen geweigerd worden :
krachtens een andersluidende wettelijke of reglementaire bepaling;
ingeval het de toegang betreft tot lokalen of gedeelten van lokalen, bestemd voor intensieve zorgverlening en invasieve handelingen;
ingeval het de toegang betreft tot operatiekwartieren en verkoeverkamers, verloskamers, oncohematologie, hemodialyse- en brandwondeneenheden.]1

Art. 329. [1 Par dérogation à l'article 328, alinéa 1er, l'accès aux lieux publics peut être refusé aux personnes accompagnées par un chien d'assistance :
en vertu d'une disposition législative ou réglementaire contraire;
lorsqu'il s'agit de l'accès aux locaux ou aux parties de locaux destinés à des soins intensifs et à des interventions médicales invasives;
lorsqu'il s'agit de l'accès aux quartiers opératoires, salles de réveil, salles d'accouchement, services d'oncohématologie, unités d'hémodialyse et services des grands brûlés.]1

Art. 330. Een geleidehond in de zin van dit hoofdstuk is een hond die opgeleid wordt door een instructeur of een vereniging erkend overeenkomstig de normen en de procedure bepaald door de Regering.
[1 Overeenkomstig de door haar vastgestelde modaliteiten stelt de Regering een paspoort voor assistentiehonden op, dat aan de gebruiker van de hond wordt verstrekt en dat de bepalingen bevat inzake de toegankelijkheid voor personen die vergezeld zijn van een assistentiehond.]1
Art. 330. Est reconnu comme chien d'assistance au sens du présent chapitre le chien dressé par un instructeur ou une association agréés selon les normes et la procédure définies par le Gouvernement.
[1 Selon les modalités qu'il définit, le Gouvernement crée un passeport chien d'assistance, lequel est remis à l'utilisateur du chien et contient les dispositions en matière d'accessibilité pour les personnes accompagnées d'un chien d'assistance.]1
Afdeling 3. - Controle en toezicht
Section 3. - Contrôle et surveillance
Art. 331. [1 Al wie een assistentiehond de toegang tot voor het publiek toegankelijke plaatsen ontzegt op basis van een andere reden dan die waarin dit hoofdstuk voorziet, is strafbaar met een strafrechtelijke geldboete van 26 tot 100 euro en met een gevangenisstraf van een tot zeven dagen, of met een van deze straffen.]1
Art. 331. [1 Quiconque refuse l'accès d'un chien d'assistance aux lieux publics sur la base d'une raison autre que celles prévues par le présent chapitre est punissable d'une amende pénale de 26 à 100 euros et d'un emprisonnement d'un à sept jours ou d'une de ces peines seulement.]1
Art. 332. De controle en het toezicht op de toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk, alsook op de krachtens dit hoofdstuk genomen reglementaire maatregelen, worden uitgevoerd door de diensten van [1 het Agentschap]1.
Art. 332. Le contrôle et la surveillance de l'application des dispositions du présent chapitre, ainsi que des mesures réglementaires prises en exécution de celui-ci, sont assurés par les services de [1 l'Agence]1.
Art. 333. De Regering bezorgt het Waals Parlement jaarlijks volgens de modaliteiten die zij bepaalt een verslag over de uitvoering van dit hoofdstuk.
Art. 333. Le Gouvernement remet annuellement au Parlement wallon, selon les modalités qu'il détermine, un rapport sur l'exécution du présent chapitre.
Boek V. - Hulpverlening aan bejaarde personen
Livre V. - Aide aux aînés
TITEL 1. - Stelsel voor de opvang en de huisvesting van bejaarde personen
TITRE 1er. - Dispositif d'hébergement et d'accueil des aînés
HOOFDSTUK I. - Definities
CHAPITRE Ier. - Définitions
Art. 334. Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder :
[7 bewoner : de bejaarde persoon van minstens zeventig jaar die in een inrichting voor bejaarde personen verblijft of opgevangen wordt, met uitzondering van de service-flats, alsmede elke andere persoon van minder dan zeventig jaar die er, bij wijze van uitzondering, verblijft of wordt opgevangen volgens de modaliteiten bepaald door de Regering;]7
inrichtingen voor bejaarde personen :
a) rustoord : de inrichting (onder welke benaming ook) voor de opvang van bejaarde personen die er op duurzame wijze verblijven en in aanmerking komen, in functie van hun afhankelijkheid, voor collectieve familiale en huishoudelijke diensten, voor hulpverlening in het dagelijkse leven en voor verpleegkundige en paramedische zorg;
b) [1 rust- en verzorgingstehuis : de inrichting, onder welke benaming ook, [2 die bedoeld is in artikel 170, § 1, van de wet op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, gecoördineerd op 10 juli 2008]2. De Regering kan specifieke regels vastleggen wat betreft de leeftijd van de personen die opgevangen worden in rustoord[6 plaatsen]6 gereconverteerd naar rust- en verzorgings[6 plaatsen ]6 die bestemd zijn voor bijzondere pathologieën;]1
c) [7 service-flat : één of meer gebouwen die een functioneel geheel vormen, specifiek aangepast voor de zorgverlening aan bewoners zoals bedoeld in 334, 1°, om hun behoud in een leefomgeving te bevorderen die verschillend is van een gemeenschappelijke huisvestingsstructuur voor bejaarde personen, onder welke benaming ook :
i) hetzij beheerd door een natuurlijke of rechtspersoon die onder bezwarende titel woningen aan zijn bewoners aanbiedt waarin ze zelfstandig kunnen leven, alsook diensten waarop ze zelf een beroep kunnen doen;
ii) hetzij die diensten levert, met uitzondering van huisvesting, in een gebouw of groep van gebouwen onderworpen aan het stelsel van mede-eigendom in artikelen 577-2 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.]7

Onder functioneel geheel van een serviceflat wordt verstaan, het architecturale geheel dat zich onderscheidt van elke andere eventueel op dezelfde site gebouwde structuur en dat ondanks een mogelijke gemeenschappelijke straatingang uitgerust is met specifieke horizontale en verticale verkeerswegen waardoor de bewoners en de personen met beperkte beweeglijkheid een vlotte, veilige en hindernisloze toegang krijgen tot de gemeenschappelijke lokalen en uitrustingen.
De lokalen, uitrustingen en gemeenschappelijke diensten kunnen ook toegankelijk zijn voor andere personen die minstens zestig jaar oud zijn.
Op voorwaarde dat zij de benaming er niet van gebruiken, worden niet beschouwd als serviceflats in de zin van deze titel, de woningen voor oude gezinnen en de centra voor gemeenschappelijke diensten die onder respectievelijk het besluit van de Regent van 2 juli 1949 en het decreet van de Franse Gemeenschap van 30 juni 1982 vallen;
d) dagcentrum : een gebouw of deel van een gebouw, onder welke benaming ook, dat deel uitmaakt van een rustoord of een rust- en verzorgingstehuis, waar bewoners overdag worden opgevangen om er huishoudelijke en gezinsverzorging en, indien nodig, een therapeutische en sociale hulp te genieten; de localen van het dagcentrum worden in een functioneel geheel herenigd.
Onder functioneel geheel van een dagcentum wordt verstaan, het aparte architecturale geheel dat alle lokalen van het dagcentrum herenigt;
e) centrum voor avond- en/of nachtopvang : een gebouw of deel van een gebouw, onder welke benaming ook, dat hoofdzakelijk gebruikt wordt als dagcentrum, waar andere bewoners dan diegene die overdag in een dagcentrum verblijven 's avonds en/of 's nachts worden opgevangen om er huishoudelijke en gezinsverzorging en, indien nodig, een therapeutische en sociale hulp te genieten;
f) dagverzorgingscentrum : een dagcentrum dat over een structuur voor gezondheidszorgen beschikt dat overdag sterk afhankelijke personen die zorgen nodig hebben ten laste neemt en die de nodige steun verleent om deze personen thuis te houden;
g) kortstondig verblijf : tijdelijk verblijf in een rustoord of in een rust- en verzorgingstehuis, waarvan de duur aanvankelijk in gemeenschappelijk overleg wordt vastgelegd door de beheerder en de bewoner of diens vertegenwoordiger en die geen drie maanden of 90 samengetelde dagen per kalenderjaar, al dan niet in dezelfde inrichting, mag overschrijden;
h) [5 ...]5
beheerder : natuurlijke of rechtspersoon houder van een werkingsvergunning die het beheer van een inrichting voor bejaarde personen toelaat en die verantwoordelijk is t.o.v. de overheid voor de naleving van de werkingsnormen;
directeur : de natuurlijke persoon die door de beheerder en onder zijn toezicht belast is met het dagelijks beheer van een inrichting voor bejaarde personen bedoeld in 2°, a) tot g) [3 ...]3;
vertegenwoordiger :
a) de wettelijke of rechterlijke vertegenwoordiger van de bewoner;
b) de door de bewoner aangewezen gemachtigde, met uitzondering van elke persoon die een activiteit in de inrichting voor bejaarde personen uitoefent, er medebeheerder van is of onder het gezag van de beheerder staat. Deze beperking is niet van toepassing op bloed- en aanverwanten tot in de vierde graad;
c) indien nodig of bij ontstentenis, een vertegenwoordiger van het bevoegde openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, met uitzondering van elke persoon die een activiteit in de inrichting voor bejaarde personen uitoefent of er medebeheerder van is;
levensproject van de inrichting : het geheel van de acties en maatregelen die de sociale integratie en de levenskwaliteit van de bewoners zowel binnen als buiten de inrichting voor bejaarde personen bedoeld in 2°, a) en b), [3 ...]3 moeten waarborgen.
Art. 334. Pour l'application du présent titre, on entend par :
[7 résident : l'aîné de septante ans au moins qui est hébergé ou accueilli dans un établissement pour aînés, à l'exception des résidences-services, ainsi que toute autre personne de moins de septante ans qui, à titre exceptionnel et selon les modalités fixées par le Gouvernement, y est hébergée ou accueillie;]7
établissements pour aînés :
a) maison de repos : l'établissement, quelle qu'en soit la dénomination, destiné à l'hébergement d'aînés qui y ont leur résidence habituelle et y bénéficient, en fonction de leur dépendance, de services collectifs familiaux, ménagers, d'aide à la vie journalière et de soins infirmiers ou paramédicaux;
b) [1 maison de repos et de soins : l'établissement, quelle qu'en soit sa dénomination, [2 tel que visé à l'article 170, § 1er, de la loi relative aux hôpitaux et à d'autres établissements de soins, coordonnée le 10 juillet 2008]2. Le Gouvernement peut arrêter des règles spécifiques en ce qui concerne l'âge des personnes accueillies dans des [6 places]6 de maison de repos reconvertis en [6 places]6 de maison de repos et de soins affectés à des pathologies particulières;]1
c) [7 résidence-services : un ou plusieurs bâtiments constituant un ensemble fonctionnel, adapté spécifiquement à la prise en charge des résidents tels que visés au 334, 1°, afin de favoriser leur maintien dans un environnement de vie autre qu'une structure d'hébergement collective pour personnes âgées, quelle qu'en soit la dénomination :
i) soit géré par une personne physique ou morale, qui, à titre onéreux, offre à ses résidents des logements leur permettant de mener une vie indépendante ainsi que des services auxquels ils peuvent faire librement appel;
ii) soit procurant des services à l'exception du logement dans un immeuble ou groupe d'immeubles soumis au régime de la copropriété des articles 577-2 et suivants du Code civil.]7

On entend par ensemble fonctionnel d'une résidence-services, l'unité architecturale, distincte de toute autre structure éventuellement située sur le même site, qui, bien que pouvant avoir une entrée à rue commune, dispose de voies de circulation horizontales et verticales spécifiques et garantissant aux résidents un accès aisé aux locaux et équipements collectifs, en toute sécurité et sans obstacle pour les personnes à mobilité réduite.
Les locaux, équipements et services collectifs de la résidence-services peuvent également être accessibles à d'autres aînés de soixante ans au moins.
A la condition qu'ils n'en utilisent pas la dénomination, ne sont pas considérés comme résidences-services au sens du présent titre les habitations pour vieux ménages et les centres de services communs qui se fondent respectivement sur l'arrêté du Régent du 2 juillet 1949 et sur le décret de la Communauté française du 30 juin 1982;
d) centre d'accueil de jour : un bâtiment ou partie d'un bâtiment, quelle qu'en soit la dénomination, situé au sein ou en liaison avec une maison de repos ou une maison de repos et de soins, où sont accueillis, pendant la journée, des résidents, qui y bénéficient de soins familiaux et ménagers et, au besoin, d'une prise en charge thérapeutique et sociale; les locaux du centre d'accueil de jour sont regroupés en un ensemble fonctionnel.
On entend par ensemble fonctionnel d'un centre d'accueil de jour, l'unité architecturale distincte qui regroupe l'ensemble des locaux du centre d'accueil de jour;
e) centre d'accueil de soirée et/ou de nuit : un bâtiment ou partie d'un bâtiment, quelle qu'en soit la dénomination, affecté principalement à l'usage de centre d'accueil de jour, qui accueille la soirée et/ou la nuit des résidents autres que ceux accueillis le même jour en centre d'accueil de jour, qui y bénéficient de soins familiaux et ménagers et, au besoin, d'une prise en charge thérapeutique et sociale;
f) centre de soins de jour : un centre d'accueil de jour offrant une structure de soins de santé qui prend en charge pendant la journée des personnes fortement dépendantes nécessitant des soins et qui apporte le soutien nécessaire au maintien de ces personnes à domicile;
g) court séjour : séjour temporaire en maison de repos ou en maison de repos et de soins dont la durée est initialement fixée de commun accord entre le gestionnaire et le résident ou son représentant et qui ne peut excéder une durée de trois mois ou de nonante jours cumulés par année civile que ce soit ou non dans le même établissement;
h) [5 ...]5
gestionnaire : la personne physique ou morale titulaire d'un titre de fonctionnement autorisant la gestion d'un établissement pour aînés et responsable devant l'autorité du respect des normes de fonctionnement;
directeur : la personne physique chargée par le gestionnaire et sous son contrôle de la gestion journalière d'un établissement pour aînés visé aux 2°, a) à g) [3 ...]3;
représentant :
a) le représentant légal ou judiciaire du résident;
b) le mandataire désigné par le résident à l'exception de toute personne qui exerce une activité dans l'établissement pour aînés ou qui prend part à sa gestion ou qui est soumise à l'autorité du gestionnaire. Cette restriction ne s'applique pas au parent ou allié jusqu'au quatrième degré inclus;
c) au besoin ou à défaut, un représentant du centre public d'action sociale compétent à l'exception de toute personne qui exerce une activité dans l'établissement pour aînés ou qui prend part à sa gestion;
projet de vie de l'établissement : l'ensemble des actions et des mesures destinées à assurer l'intégration sociale et la qualité de vie des résidents, tant à l'intérieur qu'à l'extérieur d'un établissement pour aînés visé aux 2°, a) et b), [3 ...]3.
HOOFDSTUK II. - Informatie over de inrichting
CHAPITRE II. - Informations sur l'établissement
Art. 335. § 1. De inrichtingen voor bejaarde personen geven informatie over de aard van de verleende dienst.
§ 2. De publiciteit om het publiek over een inrichting voor bejaarde personen te informeren, moet de volgende gegevens bevatten :
de naam en het adres van de inrichting voor bejaarde personen en haar nummer van werkingsvergunning;
de rechtsvorm, het adres en de nauwkeurige identificatie van de beheerder;
het aantal [2 plaatsen]2 als het gaat om een rustoord of een rust- en verzorgingstehuis of een rustoord of tehuis voor kortstondige verblijven, de woningen als het gaat om seviceflats of de plaatsen als het gaat om een dagcentrum, een centrum voor avond en/of nachtopvang, een dagverzorgingscentrum [1 ...]1.
[3 § 3. Elke inrichting voor bejaarde personen moet beschikken over een website die ten minste de in paragraaf 2 bedoelde informatie bevat.
Naast de informatie voorzien in paragraaf 2, bepaalt de Regering of haar afgevaardigde de inhoud van deze website.]3

Art. 335. § 1er. Les établissements pour aînés assurent une information sur la nature du service rendu.
§ 2. La publicité visant à informer le public à propos d'un établissement pour aînés contient obligatoirement les éléments suivants :
le nom et l'adresse de l'établissement pour aînés et son numéro de titre de fonctionnement;
la forme juridique, l'adresse et l'identification exacte du gestionnaire;
le nombre de [2 places]2 s'il s'agit d'une maison de repos, d'une maison de repos et de soins ou de court séjour, de logements s'il s'agit d'une résidence-services ou de places s'il s'agit d'un centre d'accueil de jour, d'un centre d'accueil de soirée et/ou de nuit, d'un centre de soins de jour [1 ...]1.
[3 § 3. Tout établissement pour aînés dispose d'un site internet qui comprend au moins les informations prévues au paragraphe 2.
Outre les informations prévues au paragraphe 2, le Gouvernement ou son délégué détermine le contenu de ce site internet.]3

Art. 336. § 1. In de schriftelijke inlichtingen die aan de kandidaat-bewoner of aan diens vertegenwoordiger worden verstrekt, moeten de volgende gegevens verplicht worden opgenomen :
de naam, het adres van de inrichting en haar nummer van werkingsvergunning;
de rechtsvorm, het adres en de nauwkeurige identificatie van de beheerder.
Bovendien moeten de volgende gegevens worden vermeld :
als het gaat om een rustoord of een rust- en verzorgingstehuis :
a) het aantal [2 plaatsen]2 van het rustoord of het rust- en verzorgingstehuis of het rustoord of het tehuis voor kortstondige verblijven, de verdeling ervan per kamer en het eventueel bestaan van een specifieke eenheid voor gedesoriënteerde bejaarde personen [3 of met ernstige cognitieve stoornissen of als dement gediagnosticeerd]3;
b) de dagprijs van het verblijf volgens het type gekozen of aangeboden kamer;
c) de supplementen en de prijs ervan;
d) de voorwaarden van de samenwerking met één of meerdere coördinatiecentra voor thuiszorg en -hulp alsook de voorwaarden voor de functionele verbinding met een rust- en verzorgingstehuis of met de vereniging inzake palliatieve zorgen die hetzelfde geografisch gebied dekt in het geval van een rustoord dat niet over [2 plaatsen]2 beschikt die gereconverteerd zijn naar rust- en verzorgingstehuizen;
e) [3 het levensproject van de inrichting;]3
als het om een serviceflat gaat :
a) het aantal woningen;
b) de maandprijs van de woning volgens het type woning;
c) de aan de bejaarden aangeboden diensten en de prijs ervan;
d) de voorwaarden van de samenwerking met een rustoord of een rust- en verzorgingstehuis alsook met één of meerdere coördinatiecentra voor thuiszorg en -hulp;
als het gaat om een dagcentrum, een centrum voor avond- en/of nachtopvang of een dagverzorgingscentrum :
a) het aantal opvangplaatsen;
b) de opvangprijs per dag en de eventuele supplementen;
c) de voorwaarden van de samenwerking met een rustoord of een rust- en verzorgingstehuis als het centrum niet gevestigd is op de locatie van een rustoord of een rust- en verzorgingstehuis alsook met één of meerdere coördinatiecentra voor thuiszorg en -hulp;
d) de aan de bewoners voorgestelde activiteiten, hun frequentie en hun eventuele prijs;
e) de openingsdagen en -uren van het centrum;
[1 ...]1
§ 2. Tegelijk met voorgaande inlichtingen worden aan de betrokken personen een afschrift van het huishoudelijk reglement, alsook een standaardexemplaar van de huisvestings- of opvangovereenkomst overgemaakt.
Art. 336. § 1er. Les informations écrites délivrées au candidat résident ou à son représentant mentionnent obligatoirement :
le nom, l'adresse de l'établissement et son numéro de titre de fonctionnement;
la forme juridique, l'adresse et l'identification exacte du gestionnaire.
En outre, sont mentionnés :
s'il s'agit d'une maison de repos ou d'une maison de repos et de soins :
a) le nombre de [3 places]3 de maison de repos et/ou de maison de repos et de soins et/ou de court séjour, leur répartition par chambre et l'éventuelle existence d'une unité spécifique pour [1 aînés désorientés]1 [4 ou présentant des troubles cognitifs majeurs ou diagnostiqués déments]4;
b) le prix journalier d'hébergement suivant le type de chambre choisie ou proposée;
c) les suppléments et leurs prix;
d) les modalités de la collaboration établie avec un ou plusieurs centres de coordination des soins et de l'aide à domicile ainsi que les modalités de la liaison fonctionnelle avec une maison de repos et de soins ou avec l'association en matière de soins palliatifs couvrant la même zone géographique dans le cas d'une maison de repos ne disposant pas de [3 places]3 reconvertis en maison de repos et de soins;
e) [4 le projet de vie de l'établissement; ]4
s'il s'agit d'une résidence-services :
a) le nombre de logements;
b) le prix mensuel du logement suivant le type de logement;
c) les services proposés aux aînés et leurs prix;
d) les modalités de la collaboration établie avec une maison de repos ou une maison de repos et de soins ainsi qu'avec un ou plusieurs centres de coordination des soins et de l'aide à domicile;
s'il s'agit d'un centre d'accueil de jour, d'un centre d'accueil de soirée et/ou de nuit ou d'un centre de soins de jour :
a) le nombre de places d'accueil;
b) le prix journalier d'accueil et des suppléments éventuels;
c) les modalités de la collaboration établie avec une maison de repos ou une maison de repos et de soins si le centre n'est pas situé sur le site d'une maison de repos ou d'une maison de repos et de soins ainsi qu'avec un ou plusieurs centres de coordination des soins et de l'aide à domicile;
d) les activités proposées aux résidents, leur fréquence et leur éventuel prix;
e) les jours et heures d'ouverture du centre;
[2 ...]2
§ 2. Une copie du règlement d'ordre intérieur ainsi qu'un exemplaire de la convention d'hébergement ou d'accueil sont également remises en même temps que ces informations.
HOOFDSTUK III. - Welzijn van de bewoners
CHAPITRE III. - Bien-être des résidents
Art. 337. De inrichtingen voor bejaarde personen die krachtens deze titel een werkingsvergunning hebben gekregen, zijn ertoe gehouden :
de individuele rechten van de bewoners na te leven;
de eerbiediging van hun privaat, affectief en seksueel leven te waarborgen;
het behoud van hun zelfstandigheid te bevorderen;
hun deelname aan het sociaal, economisch en cultureel leven te bevorderen;
een omgeving te waarborgen die gunstig is voor hun persoonlijke ontplooiing en welzijn;
hun veiligheid te verzekeren met eerbied voor hun individuele rechten en vrijheden.
Art. 337. Les établissements pour aînés qui bénéficient d'un titre de fonctionnement en vertu du présent titre sont tenus :
de respecter les droits individuels des résidents;
de garantir le respect de leur vie privée, affective et sexuelle;
de favoriser le maintien de leur autonomie;
de favoriser leur participation à la vie sociale, économique et culturelle;
de garantir un environnement favorable à leur épanouissement personnel et à leur bien-être;
d'assurer leur sécurité dans le respect de leurs droits et libertés individuels.
Art. 338. [1 De inrichtingen voor bejaarde personen verbeteren voortdurend en waarborgen de kwaliteit van de geleverde diensten dankzij hun focus op de behoeften, verwachtingen en respect van de bewoners.
De Regering neemt de nodige maatregelen om de constante verbetering en kwaliteit te bevorderen en om de bereidheid te ontwikkelen om te streven naar uitmuntendheid op dit gebied.]1

Art. 338. [1 Les établissements pour aînés améliorent de manière continue et assurent la qualité des services rendus en étant centrés sur les besoins, les attentes et le respect des résidents.
Le Gouvernement arrête les mesures nécessaires afin de favoriser l'amélioration continue et la qualité et de développer une volonté de tendre vers l'excellence en la matière.]1

HOOFDSTUK IV. - Relaties met de bewoners
CHAPITRE IV. - Relations avec les résidents
Art. 339. [1 Het huishoudelijk reglement waarin de rechten en plichten van de bewoners en de beheerder zijn vastgesteld en waarbij de voorwaarden van artikel 359, 8°, in acht worden genomen, en het levensproject van de inrichting bedoeld in artikel 359, 10°, worden vóór de handtekening van de huisvestings- of opvangovereenkomst aan de bewoners of aan hun vertegenwoordigers overhandigd.]1
De bewoner of zijn vertegenwoordiger krijgen één exemplaar van de overeenkomst die zij gesloten hebben met de beheerder uiterlijk de dag waarop ze hun intrede doen in de inrichting voor bejaarde personen; een tweede exemplaar wordt bij het in artikel 340 bedoelde persoonlijke dossier gevoegd.
Art. 339. [1 Le règlement d'ordre intérieur définissant les droits et devoirs des résidents et du gestionnaire et répondant aux conditions de l'article 359, 8°, et le projet de vie de l'établissement prévu à l'article 359, 10°, sont remis aux résidents ou à leurs représentants avant la signature de la convention d'hébergement ou d'accueil.]1
Un exemplaire de la convention conclue entre le gestionnaire et le résident ou son représentant lui est remis ou à son représentant au plus tard le jour de l'entrée dans l'établissement pour aînés; un autre exemplaire est joint au dossier individuel visé à l'article 340.
Art. 340. Voor elke opgevangen bejaarde wordt een persoonlijk dossier aangelegd. Het [1 wordt voortdurend bijgehouden]1 op basis van de verstrekte gegevens en toegankelijk zijn voor de bewoner, zijn vertegenwoordiger en de met het toezicht belaste ambtenaren van het Waalse Gewest.
Het persoonlijke dossier vermeldt de personalia van de bewoner en zijn vertegenwoordiger, evenals de naam en het adres van de personen en diensten die de beheerder eventueel moet raadplegen, de gegevens over de betaling van de huisvestingsprijs of opvangprijs, en, in voorkomend geval, de gegevens over de mutualiteit, de pensioenen, de plaatsbeschrijving alsook de in deposito gegeven voorwerpen of waarden.
Art. 340. Un dossier individuel est établi lors de l'admission d'un résident. Il [1 est]1 mis à jour en permanence sur la base des informations communiquées et être accessible au résident, à son représentant et aux agents de la Région wallonne chargés du contrôle.
Le dossier individuel reprend les données d'identité du résident, de son représentant, des personnes et des services auxquels le gestionnaire doit recourir au besoin, les renseignements relatifs au payement du prix d'hébergement ou d'accueil, et s'il échet les renseignements relatifs à la mutualité, aux pensions, l'état des lieux ainsi que le relevé des objets et valeurs mis en dépôt.
Art. 341. § 1. Er wordt in elk rustoord, rust- en verzorgingstehuis, alsook in elke serviceflat een bewonersraad opgericht die samengesteld is uit de bewoners of hun vertegenwoordigers en/of hun gezinsleden. De directeur of diens vertegenwoordiger kunnen de vergaderingen van de bewonersraad bijwonen. De raad wordt gesteund door het personeel van de inrichting ten einde de vlotte werking ervan te waarborgen. De sociale dienst van de gemeente waar de betrokken inrichting is gevestigd wordt op de hoogte gebracht van de vergaderingen van de bewonersraad en wordt uitgenodigd om deze vergaderingen minstens één keer per jaar bij te wonen.
De bewonersraad geeft adviezen en doet voorstellen, met name i.v.m. de werking van de inrichting, de organisatie van de diensten, het institutionele levensproject en de animatieactiviteiten.
Er kan één bewonersraad worden opgericht als een rustoord en/of een rust- en verzorgingstehuis en/of een serviceflat in dezelfde inrichting zijn gevestigd.
§ 2. De bewonersraad vergadert minstens één keer per kwartaal.
Voor elke vergadering van de bewonersraad wordt een verslag opgesteld. Dat verslag wordt bekendgemaakt op het aanplakbord en ligt ter inzage van de bewoners, hun gezinsleden, hun vertegenwoordiger, de burgemeester en van de ambtenaren van het Waalse Gewest belast met het toezicht.
Suggesties, opmerkingen of klachten kunnen door de bewoner, zijn vertegenwoordiger of zijn gezin opgenomen worden in een door de inrichting ter beschikking gesteld register. De klagende partij wordt in kennis gesteld van het gevolg dat aan zijn klacht wordt gegeven. Bovenbedoeld register wordt één keer per kwartaal op gewoon verzoek van de Raad van bewoners overgelegd.
Art. 341. § 1er. Dans chaque maison de repos ou maison de repos et de soins ainsi que dans chaque résidence-services, il est créé un conseil des résidents composé de résidents ou de leurs représentants et/ou de membres de leur famille. Le directeur ou son représentant peut assister aux réunions du conseil des résidents. Afin d'assurer le bon fonctionnement de ce conseil, celui-ci reçoit le soutien du personnel de l'établissement. Le service social de la commune où est installé l'établissement concerné est informé de la tenue des réunions du conseil des résidents et invité à y assister au moins une fois par an.
Le conseil des résidents donne des avis et fait des suggestions, notamment au sujet du fonctionnement de l'établissement, de l'organisation des services, du projet de vie institutionnel et des activités d'animation.
Lorsqu'au sein d'un même établissement pour aînés se retrouvent une maison de repos et/ou une maison de repos et de soins et/ou une résidence-services, un seul conseil des résidents peut être mis sur pied.
§ 2. Le Conseil des résidents se réunit au moins une fois par trimestre.
Il est établi un rapport de chaque réunion du Conseil des résidents. Ce rapport [1 est]1 affiché au tableau d'affichage et [1 peut]1 être consulté par les résidents, les membres de leur famille ou leur représentant, par le bourgmestre et par les agents de la Région wallonne chargés du contrôle.
Des suggestions, des remarques ou des plaintes peuvent être consignées par le résident, son représentant ou sa famille dans un registre mis à la disposition par l'établissement. Le plaignant [1 est]1 informé de la suite qui a été donnée à sa plainte. Le registre susvisé [1 est]1 présenté, une fois par trimestre, sur simple requête, au Conseil des résidents.
HOOFDSTUK V. - Prijsverplichtingen
CHAPITRE V. - Obligations relatives au prix
Art. 341/1. [1 In de Commissie " Opvang en huisvesting van bejaarde personen " bedoeld in artikel 15, onderhandelen de leden over één enkele overeenkomst, voor alle opvang- en huisvestingsinrichtingen voor bejaarde personen, waarbij de maximumprijzen voor de bewoners vastgesteld worden. De maximumprijzen betreffen de basisprijzen en de toeslagen die aan de bewoners gefactureerd kunnen worden.
De in lid 1 bedoelde onderhandelde prijzen worden ten minste aangepast aan de omvang, de locatie of de specifieke infrastructuur van de inrichtingen voor bejaarde personen.
De in lid 1 bedoelde overeenkomst wordt aan alle inrichtingen voor bejaarde personen voorgesteld.
De inrichtingen voor bejaarde personen nemen zelf de beslissing om al dan niet met de in lid 1 bedoelde overeenkomst in te stemmen.
Enkel de inrichtingen voor bejaarde personen die met de overeenkomst instemmen genieten van de prijsverhoging bedoeld in artikel 410/2, onverminderd de artikelen 342 en volgende.]1

Art. 341/1. [1 Au sein de la Commission " Accueil et hébergement des personnes âgées " visée à l'article 15, les membres négocient une convention unique, pour tous les établissements d'accueil et d'hébergement des aînés, fixant les prix maxima à facturer aux résidents. Les prix maxima portent sur les prix de base et les suppléments facturables aux résidents.
Les prix négociés visés à l'alinéa 1er sont modulés au minimum en fonction de la taille, de la localisation, ou des infrastructures spécifiques des établissements pour aînés.
La convention visée à l'alinéa 1er est proposée à l'ensemble des établissements pour aînés.
Les établissements pour aînés décident d'adhérer ou de ne pas adhérer à la convention visée à l'alinéa 1er.
Seuls les établissements pour aînés adhérant à la convention bénéficient de la majoration du prix prévue à l'article 410/2 sans préjudice des articles 342 et suivants.]1

Art. 342. [1 In geval van nieuw bouwwerk, van verbouwingswerken van de inrichting voor bejaarde personen op dezelfde locatie, of van nieuw bouwwerk of renovatie op een andere locatie waarbij de plaatsen van de bestaande inrichting overgedragen worden, behouden de bewoners of de personen die voor de aanvang van de werken aanwezig waren een recht op de handhaving van de huisvestings- of opvangprijs die voor de aanvang van de werken gehanteerd was, zoals die vóór de verhuizing gefactureerd was, onverminderd een prijsverhoging toegelaten overeenkomstig artikel 359, 2°.
De huisvestings- of opvangovereenkomst gesloten na de aanvang van de werken zal duidelijk vermelden dat een nieuwe prijs na afloop van de werken gehanteerd kan worden.
Behoudens afwijking bepaald door de Regering, heeft een bewoner van kamer, indien hij moet verhuizen na een beslissing van de inrichting met betrekking tot zijn gezondheidstoestand, recht op de handhaving van de huisvestingsprijs.]1

Art. 342. [1 Sans préjudice d'une augmentation de prix autorisée en application de l'article 359, 2°, en cas de nouvelle construction, de travaux de transformation de l'établissement pour aînés sur le même site ou de nouvelle construction ou réhabilitation sur un autre site impliquant le transfert des places de l'établissement existant, les résidents ou les personnes accueillies présents avant le début des travaux conservent un droit au maintien du prix d'hébergement ou d'accueil existant avant le début des travaux, tel qu'il était facturé avant le déménagement.
La convention d'hébergement ou d'accueil conclue après le début des travaux précisera clairement qu'un nouveau prix peut être appliqué à l'échéance des travaux.
Sauf dérogation prévue par le Gouvernement, le changement de chambre d'un résident décidé par l'établissement pour des raisons liées à son état de santé implique le droit au maintien du prix d'hébergement.]1

Art. 343. Bij laattijdige betaling van de verblijf- of opvangprijs kan enkel een verwijlinterest vereist worden waarvan het percentage niet hoger mag zijn dan het percentage van de wettelijke rente.
Art. 343. En cas de paiement tardif du prix d'hébergement ou d'accueil, seul un intérêt moratoire, dont le taux ne peut excéder le taux de l'intérêt légal, peut être réclamé en sus.
Art. 344. Een voorschot voor de opneming in een inrichting voor bejaarde personen mag pas geëist worden na de ondertekening van de overeenkomst gesloten tussen de beheerder en de bewoner en voor zover de intrede van de bewoner niet ouder is dan één maand.
Dit voorschot mag het maandelijks bedrag van de huisvestingsprijs (met uitsluiting van elke toeslag) niet overschrijden.
Er mag geen voorschot worden gevraagd in de centra voor dag, avond en/of nachtopvang en in de dagverzorgingscentra.
De overeenkomst vermeldt de datum van opneming in de inrichting.
Het voorschot wordt in mindering gebracht van de eerste factuur of onverwijld terugbetaald als de bejaarde personen om redenen buiten zijn wil om onmogelijk opgenomen kan worden in de inrichting of als de beheerder hem niet kan opnemen op de datum waarin de overeenkomst voorziet.
Art. 344. Un acompte pour l'entrée dans un établissement pour aînés, ne peut être exigé qu'après la signature de la convention établie entre le gestionnaire et le résident et pour autant que l'entrée du résident ne soit pas postérieure à un mois.
Cet acompte ne peut dépasser le montant mensuel du prix d'hébergement hors supplément.
Il ne peut pas être demandé d'acompte dans les centres d'accueil de jour et/ou de soirée et/ou de nuit et dans les centres de soins de jour.
La convention indique la date d'entrée dans l'établissement.
L'acompte est déduit de la première facture ou est restitué sans délai si l'aîné est, pour des raisons indépendantes de sa volonté, dans l'impossibilité d'entrer dans l'établissement ou si le gestionnaire ne peut pas accueillir la personne à la date prévue par la convention.
HOOFDSTUK VI. - Programmering en beginselakkoorden
CHAPITRE VI. - Programmation et accords de principe
Afdeling 1. - Programmering
Section 1re. - Programmation
Art. 345. De programmering van de inrichtingen voor bejaarde personen bedoeld in artikel 334, 2°, a), b), f) en g) beoogt :
de beheersing van de evolutie van het aanbod inzake opvang, huisvesting of zorgen voor bejaarde personen in functie van hun evoluerende en gedifferentieerde behoeften;
het verzekeren van een homogene verdeling van de inrichtingen voor bejaarde personen over het geheel van het grondgebied van het Waalse Gewest om een geografische nabijheid te waarborgen voor het behoud van de bestaande maatschappelijke banden;
de garantie geven aan de bewoner dat hij een vrije keuze kan maken tussen de openbare sector, de verenigingssector of de commerciële privésector;
het bijdragen tot het financieel evenwicht van de sociale zekerheid.
Art. 345. La programmation des établissements pour aînés visés à l'article 334, 2°, a), b), f) et g), a pour objectif :
de maîtriser l'évolution de l'offre d'accueil, d'hébergement ou de soins aux aînés, en fonction de leurs besoins évolutifs et différenciés;
d'assurer une répartition homogène des établissements pour aînés sur l'ensemble du territoire de la Région wallonne afin de garantir une proximité géographique permettant le maintien des liens sociaux existants;
de garantir au résident le libre choix entre les secteurs public, associatif ou privé commercial;
de concourir à l'équilibre financier du système de sécurité sociale.
Art. 346. § 1. [1 ...]1 De Regering bepaalt de maximumcapaciteit van de rustoordbedden, met inbegrip van de rustoordbedden die gereconverteerd zijn naar rust- en verzorgingsbedden, alsook de maximale en minimale opvangcapaciteit per inrichting.
[1 ...]1 Zij bepaalt ook de regels voor de herkwalificatie van rustoordbedden in rust- en verzorgingsbedden, alsook voor de herkwalificatie van de plaatsen van een dagcentum in plaatsen van een dagverzorgingscentrum.
[1 ...]1 Zij bepaalt ook de huisvestingsregels per arrondissement op grond van het aantal bejaarde personen van 75 jaar en meer die er wonen.
[1 ...]1 [1 Voor de toepassing van het eerste en van het tweede lid]1, worden minstens [1 negenentwintig procent]1 van de [2 plaatsen]2 bestemd voor de openbare sector, minstens [1 eenentwintig procent]1 voor de verenigingssector en kunnen maximum [1 vijftig procent]1 worden toegewezen aan de commerciële privé-sector.
§ 2. [1 ...]1 De Regering bepaalt het programmacijfer voor de vestiging van de dagverzorgingscentra, alsook de minimale en maximale opvangcapaciteit per inrichting.
[1 ...]1 Zij bepaalt ook de huisvestingsregels per arrondissement op grond van het aantal bejaarde personen van 75 jaar en meer die er wonen.
[1 ...]1 [1 Voor de toepassing van het eerste en van het tweede lid]1, worden minstens [1 negenentwintig procent]1 van de plaatsen bestemd voor de openbare sector, minstens [1 eenentwintig procent]1 voor de verenigingssector en maximum [1 vijftig procent]1 voor de commerciële privésector.
§ 3. [1 ...]1 De Regering bepaalt het specifieke vestigingsprogramma voor de rustoordbedden bestemd voor een kortstondig verblijf, alsook de minimale en maximale capaciteit per inrichting.
[1 ...]1 Dit vestigingsprogramma wordt per arrondissement uitgevoerd op grond van het aantal bejaarde personen van 75 jaar en meer die er wonen.
[1 ...]1 [1 Voor de toepassing van het eerste en van het tweede lid]1, worden minstens [1 negenentwintig procent]1 van de [2 plaatsen]2 bestemd voor de openbare sector, minstens [1 eenentwintig procent]1 voor de verenigingssector en kunnen maximum [1 vijftig procent]1 worden toegewezen aan de commerciële privésector.
[3 § 4. Ten opzichte van de modaliteiten voor de bepaling van de quota bedoeld in paragraaf 1, lid 4, in paragraaf 2, lid 3, en in paragraaf 3, lid 3, kan de beheerder van een bepaalde sector, in de zin van artikel 345, 3°, zich verenigen met een beheerder van een andere sector in het kader van de oprichting van een nieuwe inrichting voor bejaarde personen, en hem het beheer toevertrouwen van plaatsen die in aanmerking komen voor een principeakkoord maar niet voor een werkingsvergunning door het sluiten van een partnerschapsovereenkomst.
Die mogelijkheid tot vereniging wordt georganiseerd onverminderd hoofdstuk XII van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en met inachtneming van hoofdstuk IV van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie betreffende de gemeentelijke vzw's.
Het sluiten van een partnerschapsovereenkomst veroorzaakt geen overdracht van plaatsen tussen quota van verschillende sectoren : de plaatsen worden binnen de verdeling van de quota behouden, afhankelijk van de sector waarvoor het principeakkoord toegekend is.
De Regering bepaalt de voorwaarden en de modaliteiten voor de toepassing van dit paragraaf, met name de minimale inhoud van de overeenkomst bedoeld in lid 3.]3

Art. 346. § 1er. [1 ...]1 Le Gouvernement arrête la capacité maximale de [2 places]2 de maison de repos, en ce compris les [2 places]2 de maison de repos reconvertis en [2 places]2 de maison de repos et de soins, ainsi que les capacités maximales et minimales d'accueil par établissement.
[1 ...]1 Il établit également les règles permettant la requalification de [2 places]2 de maison de repos en [2 places]2 de maison de repos et de soins ainsi que la requalification de places de centre d'accueil de jour en places de centre de soins de jour.
[1 ...]1 Il établit également les règles d'implantation par arrondissement en fonction du nombre d'aînés de 75 ans et plus qui y résident.
[1 ...]1 [1 Pour l'application des alinéas 1er et 2]1, [1 vingt-neuf pour cent]1 au minimum des [2 places]2 sont réservés au secteur public, [1 vingt et un pour cent]1 au minimum au secteur associatif et [1 cinquante pour cent]1 au maximum peuvent être attribués au secteur privé commercial.
§ 2. [1 ...]1 Le Gouvernement arrête le chiffre programme d'implantation des centres de soins de jour ainsi que les capacités minimales et maximales d'accueil par établissement.
[1 ...]1 Il établit également les règles d'implantation par arrondissement en fonction du nombre d'aînés de 75 ans et plus qui y résident.
[1 ...]1 [1 Pour l'application des alinéas 1er et 2]1, [1 vingt-neuf pour cent]1 au minimum des places sont réservées au secteur public, [1 vingt et un pour cent]1 minimum au secteur privé associatif et [1 cinquante pour cent]1 maximum au secteur privé commercial.
§ 3. [1 ...]1 Le Gouvernement arrête le programme spécifique d'implantation des [2 places]2 de maison de repos réservés au court séjour ainsi que les capacités minimale et maximale par établissement.
[1 ...]1 Ce programme d'implantation se réalise par arrondissement en fonction du nombre d'aînés de 75 ans et plus qui y résident.
[1 ...]1 [1 Pour l'application des alinéas 1er et 2]1, [1 vingt-neuf pour cent]1 au minimum des [2 places]2 sont réservés au secteur public, [1 vingt et un pour cent]1 au minimum au secteur associatif et [1 cinquante pour cent]1 au maximum peuvent être attribués au secteur privé commercial.
[3 § 4. Au regard des modalités de détermination des quotas prévus au paragraphe 1er, alinéa 4, au paragraphe 2, alinéa 3, et au paragraphe 3, alinéa 3, le gestionnaire relevant d'un secteur, au sens de l'article 345, 3°, peut s'associer dans le cadre de la création d'un nouvel établissement pour aînés, à un gestionnaire relevant d'un autre secteur, et confier à ce dernier la gestion de places en accord de principe qui ne bénéficient pas d'un titre de fonctionnement via la conclusion d'une convention de partenariat.
Cette faculté d'association est organisée sans préjudice du chapitre XII de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'action sociale et dans le respect du chapitre IV du Code de la démocratie locale et de la décentralisation relatif aux ASBL communales.
La conclusion d'une convention de partenariat n'entraîne pas de transfert des places du quota d'un secteur vers celui d'un autre : les places sont maintenues dans la répartition des quotas en fonction du secteur auquel l'accord de principe est accordé.
Le Gouvernement arrête les conditions et les modalités d'application du présent paragraphe, et notamment le contenu minimal de la convention visée à l'alinéa 3.]3

Art. 347. De Regering bepaalt de modaliteiten volgens welke zij de uitvoerige gegevens over de geactualiseerde stand van de vestigingsprogramma's ter beschikking stelt.
Art. 347. Le Gouvernement fixe les modalités selon lesquelles il met à disposition de la population les données détaillées relatives à l'état actualisé des programmes d'implantation.
Afdeling 2. - Beginselakkoord
Section 2. - Accord de principe
Art. 348. § 1. Elk project betreffende de opening van een inrichting voor bejaarde personen bedoeld in artikel 334, 2°, a), b), f) en g), de uitbreiding ervan of de heropening ervan na een onderbreking van de uitbating die het verlies van de werkingsvergunning tot gevolg had, vereist het beginselakkoord van de Regering [1 of haar afgevaardigde]1.
Als een inrichting voor bejaarde personen van sector verandert, wordt een voorafgaand beginselakkoord vereist.
Worden niet onderworpen aan het beginselakkoord :
de verandering van beheerder binnen éénzelfde sector;
de voorlopige overbrenging, in geval van werken of dringende volksgezondheids- of veiligheidsredenen, van de bewoners van een inrichting naar een andere huisvestingsstructuur bedoeld in deze titel;
de overbrenging naar een andere locatie, zonder capaciteitsverhoging en in hetzelfde arrondissement, van [2 plaatsen]2 of plaatsen verspreid over verschillende locaties of [2 plaatsen]2 of plaatsen die onder éénzelfde beheerder vallen.
De betrokken beheerder moet de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 op de hoogte brengen binnen de maand voor de toestand bedoeld in 1°, onverwijld in geval van dringende redenen bedoeld in 2°, en vijftien dagen vooraf voor de andere toestanden.
[3 Met betrekking tot punt 3° bepaalt de Regering de situaties en de voorwaarden waarin de overbrenging naar een andere locatie aangrenzende arrondissementen betreft, door bij te dragen aan de naleving van de programmering tussen de verschillende arrondissementen.]3
§ 2. Het beginselakkoord mag niet afgestaan worden, behalve bij vervanging van de beheerder van de inrichting waaraan de bij de overdracht betrokken [2 plaatsen]2 en opvangplaatsen toebehoren en voorzover deze geconcretiseerd worden op dezelfde site, onder dezelfde voorwaarden en binnen dezelfde termijnen als die welke zijn vastgelegd bij het geven van het beginselakkoord.
De bescherming van de bewoners kan het voorwerp uitmaken van bijzondere modaliteiten als het verzoek om beginselakkoord vergezeld gaat van een overdracht van [2 plaatsen]2 of opvangplaatsen waarvoor een werkingsvergunning is verleend.
Art. 348. § 1er. Tout projet d'ouverture d'un établissement pour aînés visé l'article 334, 2°, a), b), f) et g), d'extension de celui-ci ou de réouverture après une interruption d'exploitation ayant entraîné la perte du titre de fonctionnement est soumis à l'accord de principe du Gouvernement [1 ou son délégué]1.
Le changement de secteur d'un établissement pour aînés doit également faire l'objet d'un accord de principe préalable.
Ne sont pas soumis à l'accord de principe :
le changement de gestionnaire au sein d'un même secteur;
le transfert provisoire, en cas de travaux ou de motifs urgents relatifs à la santé publique ou à la sécurité, de résidents d'un établissement vers une autre structure d'hébergement visée dans le présent titre;
le transfert sur un autre site, sans augmentation de capacité et dans le même arrondissement, de [2 places]2 ou de places établis sur plusieurs sites ou de [2 places]2 ou de places relevant d'un même gestionnaire.
Le gestionnaire concerné doit informer le Gouvernement [1 ou son délégué]1 dans le mois dans la situation visée au 1°, sans délai en cas de motifs urgents visés au 2°, et quinze jours au préalable dans les autres situations.
[3 Concernant le 3°, le Gouvernement détermine les situations et les conditions dans lesquelles le transfert sur un autre site concerne des arrondissements contigus en contribuant au respect de la programmation entre les différents arrondissements.]3
§ 2. L'accord de principe ne peut pas être cédé, sauf dans le cadre d'un changement de gestionnaire de l'établissement auquel se rapportent les [2 places]2 ou les places d'accueil concernés par la cession et pour autant que ceux-ci soient concrétisés sur le même site et dans les mêmes conditions et délais que ceux déterminés lors de l'octroi de l'accord de principe.
Des modalités particulières visant la protection des résidents peuvent être fixées lorsque la demande d'accord de principe est accompagnée d'une convention de cession de [2 places]2 ou de places d'accueil pour lesquels un titre de fonctionnement a été octroyé.
Art. 349. De Regering bepaalt de criteria en de procedure voor de toekenning van het beginselakkoord.
Met deze criteria moeten de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 het volgende kunnen beoordelen :
1. de wil van de inrichting om verschillende diensten aan te bieden die de thuishouding kunnen steunen en die beantwoorden aan de specifieke behoeften van de gedesoriënteerde bejaarde personen;
2. de architecturale kwaliteit van het project, zijn vestiging, zijn integratie in het maatschappelijk leven en de middelen die aangewend worden om bij te dragen tot de duurzame ontwikkeling, meer bepaald wat betreft energiebesparingen en waterverbruik;
3. de middelen die aangewend worden om een optimale toegankelijkheid te bieden aan de gehandicapte personen en om aan de behoeften van bejaarde personen met zintuiglijke stoornissen te voldoen;
4. de evenwichtige verdeling van de inrichtingen voor bejaarde personen op het grondgebied van het Franse taalgebied.
[2 Betreffende punt 4° voorziet de Regering in specifieke modaliteiten voor de grensarrondissementen om rekening te houden met bewoners van aangrenzende landen.]2
[2 De Regering bepaalt de voorrangscriteria in verband met de wachtlijst. Deze criteria hebben betrekking op :
de te licht uitgevoerde programmering binnen het arrondissement waarin de inrichting zich bevindt;
de datum van de aanvraag;
de sector van de inrichting.]2

Art. 349. Le Gouvernement arrête les critères et la procédure à appliquer pour l'octroi des accords de principe.
Ces critères doivent permettre au Gouvernement [2 ou son délégué]2 d'apprécier :
la volonté de l'établissement de s'inscrire dans une offre diversifiée de services permettant d'apporter un soutien au maintien à domicile et répondant aux besoins spécifiques des [1 aînés désorientés]1;
la qualité architecturale du projet, son implantation, son intégration dans la vie sociale et les moyens mis en oeuvre pour contribuer au développement durable, particulièrement en ce qui concerne les économies d'énergie et la consommation d'eau;
les moyens mis en oeuvre afin de permettre une accessibilité optimale aux personnes en situation de handicap et de satisfaire aux besoins des aînés souffrant de troubles sensoriels;
la bonne répartition des établissements pour aînés sur le territoire linguistique de langue française.
[3 Concernant le 4°, le Gouvernement prévoit des modalités particulières pour les arrondissements frontaliers, afin de tenir compte de résidents provenant de pays limitrophes.]3
[3 Le Gouvernement arrête les critères de priorité dans la liste d'attente. Ces critères portent sur :
la programmation trop faiblement réalisée au sein de l'arrondissement dans lequel se situe l'établissement;
l'ancienneté de la demande;
le secteur de l'établissement.]3

Art. 350. Als een verzoek om beginselakkoord bij de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 ingediend wordt, gaat deze na of het project verenigbaar is met het vestigingsprogramma bedoeld in hoofdstuk VI, afdeling 1.
Art. 350. Lorsqu'il est saisi d'une demande d'accord de principe, le Gouvernement [1 ou son délégué]1 vérifie si le projet est compatible avec le programme d'implantation visé au chapitre 6, section 1re.
Art. 351. [1 Het door de Regering gegeven principeakkoord is niet meer van kracht als de werkingsvergunning niet binnen vijf jaar verleend is.
De Regering bepaalt de voorwaarden en de modaliteiten waarin er van lid 1 afgeweken wordt.]1

Art. 351. [1 L'accord de principe accordé par le Gouvernement perd ses effets si le titre de fonctionnement n'a pas été accordé dans le délai de 5 ans.
Le Gouvernement prévoit les conditions et les modalités auxquels il est dérogé à l'alinéa 1er.]1

HOOFDSTUK VII. - Werkingsvergunning
CHAPITRE VII. - Titre de fonctionnement
Afdeling 1. - Toekenningsprocedure
Section 1re. - Procédure d'octroi
Art. 352. Het verzoek om een werkingsvergunning wordt door de beheerder ingediend bij aangetekend schrijven of via elke door de Regering bepaalde wijze die vaste datum aan de verzending verleent.
De Regering bepaalt de ontvankelijkheidsvoorwaarden, de samenstelling van het dossier en de procedure voor de toekenning van een werkingsvergunning alsook de voorwaarden en de modaliteiten betreffende de voorlopige werkingsvergunning.
De werkingsvergunning bepaalt het aantal [1 plaatsen]1, plaatsen of woningen per type inrichting.
Art. 352. La demande d'un titre de fonctionnement est introduite par le gestionnaire par lettre recommandée, ou par toute autre voie conférant date certaine à l'envoi, déterminée par le Gouvernement.
Le Gouvernement arrête les conditions de recevabilité, la composition du dossier et la procédure de l'octroi d'un titre de fonctionnement ainsi que les conditions et les modalités relatives au titre de fonctionnement provisoire.
Le titre de fonctionnement précise le nombre de [1 places]1, de places ou de logements par type d'établissement.
Art. 353. De werkingsvergunning kan door de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 geweigerd worden als de bepalingen van deze titel of de krachtens deze titel vastgelegde bepalingen niet in acht worden genomen.
De beslissingen tot weigering van werkingsvergunningen kunnen slechts op bepaalde delen van een gebouw of op bepaalde vestigingen slaan
De Regering bepaalt de procedures en de voorwaarden voor de weigering van de werkingsvergunningen, alsmede de beslissingstermijnen.
Weigering heeft de sluiting van de inrichting voor bejaarde personen tot gevolg. De weigering van de werkingsvergunning van een rust- en verzorgingstehuis dat over een werkingsvergunning als rustoord beschikt heeft de afschaffing van de hoedanigheid van rust- en verzorgingstehuis tot gevolg. De weigering van de werkingsvergunning van een rust- en verzorgingstehuis dat niet over een werkingsvergunning als rustoord beschikt heeft de sluiting van bedoelde inrichting tot gevolg.
De weigering van een werkingsvergunning van een dagverzorgingscentrum dat over een werkingsvergunning als dagcentum beschikt heeft de afschaffing van de hoedanigheid van dagverzorgingscentrum tot gevolg.
Art. 353. Le titre de fonctionnement peut être refusé par le Gouvernement [1 ou son délégué]1 pour cause d'inobservation des dispositions du présent titre ou des dispositions fixées en vertu de celui-ci.
Les décisions de refus des titres de fonctionnement peuvent ne concerner que certaines parties du bâtiment ou certains sites d'implantation.
Le Gouvernement fixe les procédures et les conditions de refus des titres de fonctionnement, ainsi que les délais de décision.
Le refus entraîne la fermeture de l'établissement pour aînés. Le refus du titre de fonctionnement d'une maison de repos et de soins qui bénéficie d'un titre de fonctionnement en tant que maison de repos entraîne la suppression de la qualité de maison de repos et de soins. Le refus du titre de fonctionnement d'une maison de repos et de soins qui ne bénéficie pas d'un titre de fonctionnement en tant que maison de repos entraîne la fermeture de l'établissement.
Le refus du titre de fonctionnement d'un centre de soins de jour qui bénéficie d'un titre de fonctionnement en tant que centre d'accueil de jour entraîne la suppression de la qualité de centre de soins de jours.
Art. 354. [1 § 1. Bij verandering van beheerder behoudt de inrichting voor de huisvesting en de opvang van bejaarde personen haar definitieve werkingsvergunning voor zover de toekenningsvoorwaarden vervuld blijven.
§ 2. Als de inrichting voor de huisvesting en de opvang van bejaarde personen over een tijdelijke werkingsvergunning beschikt, wordt de werkingsvergunning, bij verandering van beheerder, met ingang van de datum van kennisgeving van de verandering bedoeld in artikel 368 voor een maximumduur van één jaar verlengd, voor zover de toekenningsvoorwaarden vervuld blijven.]1

Art. 354. [1 § 1er. En cas de changement de gestionnaire, le titre de fonctionnement définitif de l'établissement d'hébergement et d'accueil pour aînés est maintenu pour autant que les conditions d'octroi restent remplies.
§ 2. En cas de changement de gestionnaire, lorsque l'établissement d'hébergement et d'accueil pour aînés bénéficie d'un titre de fonctionnement provisoire, pour autant que les conditions d'octroi restent remplies, ce titre de fonctionnement est reconduit pour une durée maximale d'un an à dater de la communication du changement visé à l'article 368]1

Art. 355. Alle beslissingen tot weigering van een werkingsvergunning worden zo spoedig mogelijk door de beheerder aan de bewoners of aan hun vertegenwoordigers meegedeeld.
Art. 355. Toutes les décisions relatives au refus d'un titre de fonctionnement sont communiquées sans délai aux résidents ou à leurs représentants par le gestionnaire.
Art. 356. De beheerder die van plan is een inrichting voor bejaarde personen vrijwillig te sluiten, verwittigt de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 minstens drie maanden vóór de sluiting en brengt ze op de hoogte van de maatregelen die hij genomen heeft voor de overplaatsing van zijn bewoners. Er wordt akte genomen van de sluiting waarvan wordt nagegaan of ze wordt uitgevoerd.
Art. 356. Le gestionnaire qui souhaite fermer volontairement un établissement pour aînés en avertit le Gouvernement [1 ou son délégué]1 au moins 3 mois avant la fermeture et l'informe des mesures qu'il a prises pour assurer le transfert de ses résidents. Il est pris acte de la fermeture dont l'exécution est vérifiée.
Art. 357. Elke persoon die bij een rechterlijke beslissing met de administratie van een inrichting voor bejaarde personen belast wordt, meldt zich onmmiddellijk bij de Regering [2 of haar afgevaardigde]2 volgens de modaliteiten die zij bepaalt.
[1 Elk besluit tot ontruiming is het voorwerp van een voorafgaand overleg tussen de bestuurder van de inrichting voor bejaarde personen, aangewezen bij een rechtsbeslissing, de burgemeester en de ambtenaren belast met het toezicht op de inrichtingen voor bejaarde personen.]1
Art. 357. Toute personne chargée de l'administration d'un établissement pour aînés par décision judiciaire se fait immédiatement connaître auprès du Gouvernement [2 ou son délégué]2 selon les modalités qu'il détermine.
[1 Toute décision entraînant l'évacuation fait l'objet d'une concertation préalable entre l'administrateur de l'établissement pour aînés désigné par décision judiciaire, le bourgmestre et les agents chargés du contrôle des établissements pour aînés.]1
Afdeling 2. - Werkingsnormen
Section 2. - Normes de fonctionnement
Art. 358. § 1. Een inrichting voor bejaarde personen mag niet zonder werkingsvergunning worden uitgebaat.
De definitieve werkingsvergunning wordt voor een onbepaalde periode verleend.
Een voorlopige werkingsvergunning kan vooraf toegekend worden voor een maximumperiode van één jaar als het om een eerste aanvraag gaat. Ze kan verlengd worden als veiligheidswerken zulks rechtvaardigen.
De definitieve werkingsvergunning wordt geacht verleend te zijn als de voorlopige werkingsvergunning na afloop van de geldigheidstermijn niet het voorwerp van een weigering heeft uitgemaakt.
Een eenmalige werkingsvergunning wordt toegekend voor de [2 plaatsen]2 van het rustoord, van het rust- en verzorgingstehuis en voor een kortstondig verblijf in eenzelfde inrichting.
Een eenmalige werkingsvergunning wordt toegekend voor de plaatsen in een centrum voor dag-, avond en/of nachtopvang en in een dagverzorgingscentrum van eenzelfde inrichting.
§ 2. Elke wijziging in de gegevens van het dossier betreffende de aanvraag tot werkingsvergunning wordt door de beheerder schriftelijk meegedeeld volgens modaliteiten die de Regering bepaalt.
§ 3. In afwijking van [1 paragraaf 1]1, eerste lid, kan een inrichting voor bejaarde personen die over een beginselakkoord beschikt of er krachtens artikel 348, § 1, van vrijgesteld is, die ook over een veiligheidsattest beschikt en waarvan de beheerder bij de administratie een aanvraag tot werkingsvergunning heeft ingediend volgens de modaliteiten omschreven in artikel 352, ten vroegste vijftien dagen na verzending van de aanvraag in exploitatie worden genomen, behoudens andersluidend met redenen omkleed advies, meegedeeld aan de aanvrager vóór de voorziene datum van de opening, volgens de door de Regering bepaalde modaliteiten.
§ 4. De Regering kan, volgens de modaliteiten die zij bepaalt, afwijken van de normen betreffende het gebouw en van de normen genomen overeenkomstig de reglementering inzake brandbeveiliging die bij of krachtens deze titel van toepassing zijn op de inrichtingen voor bejaarde personen, voor zover deze afwijkingen de levenskwaliteit en de veiligheid van de bewoner niet in het gedrang brengen.
Art. 358. § 1er. Un établissement pour aînés ne peut pas être exploité sans bénéficier d'un titre de fonctionnement.
Le titre de fonctionnement définitif est accordé pour une période indéterminée.
Un titre de fonctionnement provisoire peut être préalablement accordé, pour une période maximale d'un an s'il s'agit d'une première demande. Il peut être prolongé si des travaux de sécurité le justifient.
Si au terme du délai de validité du titre de fonctionnement provisoire aucun refus n'est intervenu, le titre de fonctionnement définitif est réputé accordé.
Un titre de fonctionnement unique est accordé pour les [2 places]2 de maison de repos, de maison de repos et de soins et de court séjour d'un même établissement.
Un titre de fonctionnement unique est accordé pour les places en centre d'accueil de jour et/ou de soirée et/ou de nuit et en centre de soins de jour d'un même établissement.
§ 2. Le gestionnaire signale par écrit, selon des modalités fixées par le Gouvernement, toute modification aux éléments du dossier de demande du titre de fonctionnement.
§ 3. Par dérogation au [1 paragraphe 1er]1, 1er alinéa, un établissement pour aînés qui dispose d'un accord de principe ou en est dispensé en fonction de l'article 348, § 1er, qui dispose également d'une attestation de sécurité et dont le gestionnaire a introduit auprès de l'administration la demande d'un titre de fonctionnement dans le respect des modalités définies à l'article 352 peut être mis en exploitation au plus tôt quinze jours après l'envoi de la demande sauf avis contraire motivé, notifié au demandeur préalablement à la date prévue pour l'ouverture, selon les modalités fixées par le Gouvernement.
§ 4. Selon les modalités qu'il détermine, le Gouvernement peut déroger aux normes concernant le bâtiment et aux normes prises en application de la réglementation de la protection contre l'incendie qui s'appliquent aux établissements pour aînés par ou en vertu du présent titre, pour autant que ces dérogations ne mettent pas en péril la qualité de vie et la sécurité du résident.
Onderafdeling 1. - Werkingsnormen eigen aan rustoorden
Sous-section 1re. - Normes de fonctionnement spécifiques aux maisons de repos
Art. 359. De Regering bepaalt de werkingsnormen waaraan de rustoorden moeten voldoen of, als aan bepaalde normen pas gedurende de werking kan worden voldaan, zich ertoe moeten verbinden te voldoen om een werkingsvergunning te krijgen.
Deze normen hebben o.a. betrekking op :
de door de huisvestingsprijs gedekte diensten;
de modaliteiten voor de aanpassing van de huisvestingsprijs;
het gebouw, meer bepaald de reglementering inzake brandbeveiliging en paniek, in zover ze een aanvulling en een aanpassing van de federale normen zijn;
de voeding, de hygiëne en de gezondheidszorg;
de volgende gegevens over de personen die werkzaam zijn in het rustoord : aantal, bevoegdheid, kwalificatie, effectieve aanwezigheid en moraliteit;
de ervarings- en kwalificatievereisten alsmede de minimale vereisten inzake activiteit en aanwezigheid om de functie van directeur uit te oefenen;
de modaliteiten van de samenwerking met één of meerdere coördinatiecentra voor thuiszorg en -hulp, desgevallend, met een rust- en verzorgingstehuis of met de vereniging inzake palliatieve zorgen die het betrokken geografisch gebied dekt, als het rustoord niet over rust- en verzorgings[2 plaatsen]2 beschikt;
[1 het huishoudelijk reglement waarvan de minimale inhoud en de mededelingsmodaliteiten door de Regering worden bepaald, en waarbij de volgende beginselen in acht worden genomen]1 :
a) eerbied voor het privéleven van de bewoners alsmede voor hun ideologische, filosofische en religieuze opvattingen;
b) de vrije keuze van de arts;
c) de vrije toegang tot het rustoord voor familie en vrienden, en voor de bedienaars van de verschillende erediensten en de lekenzorgers die de bewoners of hun vertegenwoordiger hebben laten komen;
d) een maximale uitgangsvrijheid.
[1 ...]1
[1 ...]1
[1 de huisvestingsovereenkomst tussen de beheerder en de bewoner of zijn vertegenwoordiger, waarvan de minimale inhoud en de mededelingsmodaliteiten door de Regering worden bepaald, en waarbij de volgende beginselen in acht worden genomen]1 :
a) de zekerheid van de bewoner omtrent de kwaliteit van de huisvesting en de verleende diensten;
b) de zekerheid van de bewoner omtrent de prijs van de huisvesting en van de verleende diensten, met name de dagelijkse huisvestingsprijs, de door de prijs gedekte diensten, alsmede de voorwaarden voor de aanpassing ervan en eventueel het bedrag van de gedeponeerde waarborg en de bestemming ervan;
c) de bescherming van de bewoner i.v.m. het in bewaring geven van de goederen, waarborgen en waarden die aan de beheerder worden toevertrouwd, alsmede de voorschriften voor het eventuele beheer ervan;
d) de zekerheid van de bewoner omtrent de duur van de overeenkomst, de opzeggingsvoorwaarden en -termijnen ervan;
e) de inachtneming van de bijzondere voorschriften i.v.m. het kortstondig verblijf.
[1 ...]1
10° het levensproject van de inrichting voor bejaarde personen en de uitvoering ervan dat inspeelt op de behoeften van de bewoners om hen een optimale levenskwaliteit te waarborgen en hun autonomie te handhaven.
Dit levensproject bevat minstens :
a) de bepalingen i.v.m. het onthaal van de bewoners, genomen met het oog op het respect van hun persoonlijkheid, op de verzachting van de breuk die ze samen met hun gezin bij hun opneming ondervinden en op de opsporing van de elementen op grond waarvan tijdens het verblijf de nadruk gelegd kan worden op hun bekwaamheden en verlangens;
b) de bepalingen i.v.m. het verblijf waarbij de bewoners een levenskader kunnen terugvinden dat zo dicht mogelijk aanleunt bij hun gezinskader, namelijk door ze aan te zetten tot deelname in de beslissingen betreffende het gemeenschappelijk leven en door het ontwikkelen van bezigheids-, relationele en culturele activiteiten zodat het rustoord zich kan openstellen voor de buitenwereld;
c) de bepalingen i.v.m. de organisatie van de zorgverlening en de hotelwezendiensten om de bewoners autonomie en tegelijkertijd welzijn, levenskwaliteit en waardigheid te waarborgen;
d) de bepalingen houdende organisatie van ploegwerk in een interdisciplinaire geest en in een kader van permanente vorming waarbij het personeel in zijn handelingen en woorden respect moet tonen voor de persoon en de individualiteit van de bewoner en waarbij aan bedoeld personeel o.a. inzake tijd middelen worden verschaft met het oog op een vlottere inzameling en overdracht van de opmerkingen die de doelstellingen van het levensproject helpen halen;
e) de bepalingen i.v.m. een deelname van de bewoners, elk volgens zijn bekwaamheden, om dialoog te bevorderen, suggesties in ontvangst te nemen, in team de verwezenlijking evalueren van de doelstellingen vervat in het institutionele levensproject en activiteiten aanbieden die ieders verwachtingen inlossen.
[3 f) de bepalingen met het oog op het respect voor het relationele, affectieve en seksuele leven van de bewoners, ongeacht hun seksuele geaardheid of hun geslachtsidentiteit.]3
Art. 359. Le Gouvernement arrête les normes de fonctionnement auxquelles doivent répondre ou, si certaines normes ne peuvent être remplies qu'en cours de fonctionnement, doivent s'engager à y répondre, les maisons de repos pour bénéficier d'un titre de fonctionnement.
Ces normes visent notamment :
les services couverts par le prix d'hébergement;
les modalités d'adaptation du prix d'hébergement;
le bâtiment, notamment la réglementation de la protection contre l'incendie et la panique en ce qu'elles complètent et adaptent les normes édictées au niveau fédéral;
la nourriture, l'hygiène et les soins de santé;
le nombre, la compétence, la qualification, la présence effective et la moralité des personnes exerçant leurs activités dans la maison de repos;
les conditions d'expérience et de qualification, ainsi que les exigences minimales d'activité et de présence requises pour exercer la fonction de directeur;
les modalités de la collaboration à établir avec un ou plusieurs centres de coordination des soins et de l'aide à domicile, le cas échéant, avec une maison de repos et de soins et avec l'association en matière de soins palliatifs couvrant la zone géographique concernée, si la maison de repos ne dispose pas de [2 places]2 de maison de repos et de soins;
[1 le règlement d'ordre intérieur dont le Gouvernement fixe le contenu minimal et les modalités de communication, et qui respecte les principes suivants]1 :
a) le respect de la vie privée des résidents ainsi que de leurs convictions idéologiques, philosophiques et religieuses;
b) le libre choix des médecins;
c) le libre accès de la maison de repos à la famille, aux amis, aux ministres des différents cultes et aux conseillers laïques demandés par les résidents ou à défaut par leur représentant;
d) la plus grande liberté possible de sortie.
[1 ...]1
[1 ...]1
[1 la convention d'hébergement entre le gestionnaire et le résident ou son représentant dont le Gouvernement fixe le contenu minimal et les modalités de communication, et qui respecte les principes suivants]1 :
a) la sécurité du résident quant à la qualité de l'hébergement et des services;
b) la sécurité du résident quant aux prix de l'hébergement et des services, notamment quant aux prix journalier de l'hébergement, les services qu'il couvre ainsi que les modalités de son adaptation et le montant de la garantie éventuelle déposée et son affectation;
c) la protection du résident quant à la mise en dépôt des biens, garanties et valeurs confiées au gestionnaire, ainsi que les modalités de leur gestion éventuelle;
d) la sécurité du résident quant à la durée de la convention, les conditions et les délais de résiliation;
e) le respect des dispositions particulières relatives au court séjour.
[1 ...]1
10° le projet de vie de l'établissement pour aînés et sa mise en oeuvre en réponse aux besoins des résidents afin de leur assurer un bien-être optimal et de maintenir leur autonomie.
Ce projet de vie comprend au moins :
a) les dispositions relatives à l'accueil des résidents prises dans le but de respecter leur personnalité, d'apaiser le sentiment de rupture éprouvé par eux et leur famille lors de l'entrée et de déceler les éléments qui permettront, au cours du séjour, de mettre en valeur leurs aptitudes et leurs aspirations;
b) les dispositions relatives au séjour permettant aux résidents de retrouver un cadre de vie aussi proche que possible de leur cadre familial, notamment en encourageant leur participation aux décisions concernant la vie communautaire et en développant des activités occupationnelles, relationnelles, culturelles en vue de susciter l'ouverture de la maison de repos vers l'extérieur;
c) les dispositions relatives à l'organisation des soins et des services d'hôtellerie, dans le but de préserver l'autonomie des résidents tout en leur procurant bien-être, qualité de vie et dignité;
d) les dispositions organisant le travail en équipe dans un esprit interdisciplinaire et de formation permanente, exigeant du personnel, un respect de la personne du résident, de son individualité, en actes et en paroles et octroyant à ce personnel, des moyens, notamment en temps, qui facilitent le recueil et la transmission des observations permettant d'atteindre les objectifs du projet de vie;
e) les dispositions permettant une participation des résidents, chacun selon ses aptitudes, en vue de favoriser le dialogue, d'accueillir les suggestions, d'évaluer en équipe la réalisation des objectifs contenus dans le projet de vie institutionnel et d'offrir des activités rencontrant les attentes de chacun.
[3 f) les dispositions visant à garantir le respect de la vie affective, relationnelle et sexuelle des résidents, quelle que soit leur orientation sexuelle ou leur identité de genre.]3
Art. 360. De Regering bepaalt de specifieke werkingsnormen betreffende de huisvesting van gedesoriënteerde bejaarde personen in een aangepaste eenheid [1 of met ernstige cognitieve stoornissen of als dement gediagnosticeerd]1.
Art. 360. Le Gouvernement arrête les normes de fonctionnement spécifiques concernant l'hébergement en unité adaptée des [1 aînés désorientés]1 [2 ou présentant des troubles cognitifs majeurs ou diagnostiqués dément]2.
Art. 361. De Regering bepaalt de bijkomende werkingsnormen waaraan moet worden voldaan door geografisch verspreide rustoorden die door dezelfde inrichtende macht en dezelfde directeur worden beheerd en om een eenmalige werkingsvergunning vragen.
Deze normen hebben o.a. betrekking op de maximale verwijdering van de locaties, de minimale en maximale capaciteit van elke vestiging en het personeel dat er tewerkgesteld is.
Art. 361. Le Gouvernement arrête les normes de fonctionnement complémentaires auxquelles doit répondre une maison de repos implantée sur plusieurs sites, gérée par un même pouvoir organisateur et ayant un même directeur et qui souhaite bénéficier d'un titre de fonctionnement unique.
Ces normes portent notamment sur l'éloignement maximum des sites, les capacités minimale et maximale de chaque implantation et le personnel y affecté.
Onderafdeling 2. - Werkingsnormen eigen aan serviceflats
Sous-section 2. - Normes de fonctionnement spécifiques aux résidences-services
Art. 362. § 1. De Regering legt de normen vast waaraan de serviceflats moeten voldoen om over een werkingsvergunning te beschikken :
de samenstelling van de individuele woningen die minstens het volgende bevatten :
a) een woonkamer;
b) een keukenruimte, eventueel in de woonkamer;
c) een slaapkamer;
d) een badkamer;
e) een toilet, eventueel in de badkamer;
De minimale oppervlakten van de individuele woningen;
Het aantal, de omschrijving en de oppervlakte van de gemeenschappelijke lokalen;
de wijze waarop een wachtdienst wordt verzekerd, om de bewoners zo nodig de gevraagde bijstand zo spoedig mogelijk te kunnen verlenen;
de facultatieve diensten die de beheerder moet organiseren of ter beschikking stellen van de bewoners en de gebruiksvoorwaarden ervan;
de modaliteiten van de samenwerking met een rustoord of een rust- en verzorgingstehuis als de serviceflat niet gevestigd is op de locatie van een rustoord of een rust- en verzorgingstehuis alsook met één of meerdere coördinatiecentra voor thuiszorg en -hulp.
§ 2. De serviceflats moeten bovendien voldoen of, als aan bepaalde normen pas gedurende de werking kan worden voldaan, zich ertoe verbinden te voldoen aan de door de Regering bepaalde normen betreffende de volgende gegevens :
de door de maandelijkse huisvestingsprijs gedekte diensten;
de aanpassingsmodaliteiten van de huisvestingsprijs;
het gebouw, meer bepaald de reglementering inzake brandbeveiliging en paniek, in zover ze een aanvulling en een aanpassing van de federale normen zijn;
de voeding en de hygiëne;
de volgende gegevens over de personen die werkzaam zijn in de serviceflats : aantal, bevoegdheid, kwalificatie, effectieve aanwezigheid en moraliteit;
de ervarings- en kwalificatievereisten alsmede de minimale vereisten inzake activiteit en aanwezigheid om de functie van directeur uit te oefenen;
[1 het huishoudelijk reglement waarvan de minimale inhoud en de mededelingsmodaliteiten door de Regering worden bepaald, en waarbij de volgende beginselen in acht worden genomen]1 :
a) eerbied voor het privé-leven van de bewoners alsmede voor hun ideologische, filosofische en religieuze opvattingen;
b) de vrije keuze van de arts;
c) de vrije toegang tot de serviceflat voor familie en vrienden, en voor de bedienaars van de verschillende erediensten en de lekenzorgers die de bewoners of hun vertegenwoordiger hebben laten komen;
d) een maximale uitgangsvrijheid.
[1 ...]1
[1 ...]1
[1 de huisvestingsovereenkomst tussen de beheerder en de bewoner of zijn vertegenwoordiger, waarvan de minimale inhoud en de mededelingsmodaliteiten door de Regering worden bepaald, en waarbij de volgende beginselen in acht worden genomen]1 :
a) de zekerheid van de bewoner omtrent de kwaliteit van de huisvesting en de verleende diensten;
b) de zekerheid van de bewoner omtrent de prijs van de huisvesting en van de verleende diensten, met name de maandelijkse huisvestingsprijs, de door de prijs gedekte diensten, alsmede de voorwaarden voor de aanpassing ervan en eventueel het bedrag van de gedeponeerde waarborg en de bestemming ervan;
c) de bescherming van de bewoner i.v.m. het in bewaring geven van de goederen, waarborgen en waarden die aan de beheerder worden toevertrouwd, alsmede de voorschriften voor het eventuele beheer ervan;
d) de zekerheid van de bewoner omtrent de duur van de overeenkomst, de opzeggingsvoorwaarden en -termijnen ervan.
[1 ...]1
Art. 362. § 1er. Le Gouvernement arrête les normes auxquelles doivent répondre les résidences-services pour bénéficier d'un titre de fonctionnement :
la composition des logements individuels qui doivent comprendre au moins :
a) une salle de séjour;
b) un espace cuisine, éventuellement intégré dans la salle de séjour;
c) une chambre à coucher;
d) une salle de bains;
e) une toilette, éventuellement intégrée dans la salle de bains;
les superficies minimales des logements individuels;
le nombre, la description et la superficie des locaux communs;
les modalités selon lesquelles une permanence est assurée permettant d'intervenir dans les plus brefs délais auprès des résidents en cas de nécessité;
les services facultatifs que le gestionnaire doit obligatoirement organiser ou rendre disponibles à la demande des résidents et les conditions de leur accès;
les modalités de la collaboration à établir avec une maison de repos ou une maison de repos et de soins si la résidence-services n'est pas établie sur le site d'une maison de repos ou d'une maison de repos et de soins ainsi qu'avec un ou plusieurs centres de coordination des soins et de l'aide à domicile.
§ 2. En outre, les résidences-services doivent répondre ou, si certaines normes ne peuvent être remplies qu'en cours de fonctionnement, doivent s'engager à répondre aux normes défi nies par le Gouvernement et qui concernent les matières suivantes :
les services couverts par le prix mensuel d'hébergement;
les modalités d'adaptation du prix d'hébergement;
le bâtiment, notamment la réglementation de la protection contre l'incendie et la panique en ce qu'elles complètent et adaptent les normes édictées au niveau fédéral;
la nourriture et l'hygiène;
le nombre, la compétence, la qualification, la présence effective et la moralité des personnes exerçant leurs activités dans la résidence-services;
les conditions d'expérience et de qualification, ainsi que les exigences minimales d'activité et de présence requises pour exercer la fonction de directeur;
[1 le règlement d'ordre intérieur dont le Gouvernement fixe le contenu minimal et les modalités de communication, et qui respecte les principes suivants]1 :
a) le respect de la vie privée des résidents ainsi que de leurs convictions idéologiques, philosophiques et religieuses;
b) le libre choix des médecins;
c) le libre accès de la résidence-services à la famille, aux amis, aux ministres des différents cultes et aux conseillers laïques demandés par les résidents ou à défaut par leur représentant;
d) la plus grande liberté possible de sortie.
[1 ...]1
[1 ...]1
[1 la convention d'hébergement entre le gestionnaire et le résident ou son représentant dont le Gouvernement fixe le contenu minimal et les modalités de communication, et qui respecte les principes suivants]1 :
a) la sécurité du résident quant à la qualité de l'hébergement et des services;
b) la sécurité du résident quant aux prix de l'hébergement et des services, notamment quant au prix mensuel de l'hébergement, les services qu'il couvre ainsi que les modalités de son adaptation et le montant de la garantie éventuelle déposée et son affectation;
c) la protection du résident quant à la mise en dépôt des biens, garanties et valeurs confiées au gestionnaire, ainsi que les modalités de leur gestion éventuelle;
d) la sécurité du résident quant à la durée de la convention, les conditions et les délais de résiliation.
[1 ...]1
Onderafdeling 3. - Werkingsnormen eigen aan centra voor dag-, avond- en/of nachtopvang
Sous-section 3. - Normes de fonctionnement spécifiques aux centres d'accueil de jour et/ou de soirée et/ou de nuit
Art. 363. § 1. De Regering bepaalt de normen waaraan de centra voor dag, avond- en/of nachtopvang moeten voldoen om over een werkingsvergunning te beschikken.
Deze normen hebben o.a. betrekking op :
de inrichting en de oppervlakte van de lokalen die specifiek bestemd zijn voor het centrum voor dag-, avond- en/of nachtopvang;
de aangelegenheden bedoeld in artikel 359, 1° tot 9° ;
de modaliteiten van de samenwerking met een rustoord of een rust- en verzorgingstehuis als het opvangcentrum niet gevestigd is op de locatie van een rustoord of een rust- en verzorgingstehuis alsook met één of meerdere coördinatiecentra voor thuiszorg en -hulp.
§ 2. De Regering bepaalt, binnen de perken van de begrotingskredieten, de voorwaarden waaronder een dagelijkse forfaitaire toelage per opgevangen persoon wordt verleend als tegemoetkoming in de werkingskosten van de centra beheerd door een publiekrechtelijk rechtspersoon of een privaatrechtelijke rechtspersoon zonder winstoogmerk.
Art. 363. § 1er. Le Gouvernement arrête les normes auxquelles doivent répondre les centres d'accueil de jour et/ou de soirée et/ou de nuit pour bénéficier d'un titre de fonctionnement.
Ces normes visent notamment :
l'agencement et la superficie des locaux affectés spécifiquement au centre d'accueil de jour et/ou de soirée et/ou de nuit;
les matières visées à l'article 359, 1° à 9° ;
les modalités de la collaboration à établir avec une maison de repos ou une maison de repos et de soins si le centre d'accueil n'est pas situé sur le site d'une maison de repos ou d'une maison de repos et de soins ainsi qu'avec un ou plusieurs centres de coordination des soins et de l'aide à domicile.
§ 2. Dans les limites des crédits budgétaires, le Gouvernement définit les conditions selon lesquelles une subvention forfaitaire journalière par personne accueillie est accordée à titre d'intervention dans les frais de fonctionnement des centres gérés par une personne morale de droit public ou par une personne morale de droit privé sans but lucratif.
Onderafdeling 4. - Werkingsnormen eigen aan gezinsopvang
Sous-section 4. - Normes de fonctionnement spécifiques à l'accueil familial
Art. 364. en
Art. 364. et
HOOFDSTUK VIII. - Controle en straffen
CHAPITRE VIII. - Contrôle et sanctions
Afdeling 1. - Controle
Section 1re. - Contrôle
Art. 365. [2 Om de drie jaar stelt de beheerder van een inrichting voor bejaarde personen een verslag op, omtrent de kwaliteit van de dienstverlening, zorgverlening, omkadering en infrastructuur, hygiënemaatregelen, het levensproject, de begeleiding van de bewoners en de poging om de praktijken voortdurend te verbeteren.]2
[1 De Regering bepaalt de inhoud en de mededelingsmodaliteiten van het verslag.]1
Art. 365. [2 Tous les trois ans, le gestionnaire d'un établissement pour aînés rédige, un rapport portant sur la qualité des services, des soins, de l'encadrement et de l'infrastructure, les mesures d'hygiène, le projet de vie, l'accompagnement des résidents et la démarche d'amélioration continue des pratiques.]2
[1 Le Gouvernement fixe le contenu et les modalités de communication du rapport.]1
Art. 366. § 1. De burgemeester of diens afgevaardigde kan elk ogenblik een inrichting voor bejaarde personen bezoeken om de huisvestingsvoorwaarden en het welzijn van de personen die er worden ondergebracht of opgevangen te controleren; desgevallend, richt hij een verslag aan de Regering [2 of haar afgevaardigde]2.
Wat betreft de plaatsen die als een woning worden beschouwd in de zin van artikel 15 van de Grondwet, wordt hun bezoek onderworpen aan het uitdrukkelijk akkoord van de bewoner of zijn vertegenwoordiger of, bij gebrek, van de rechter van de politierechtbank of van zijn plaatsvervanger, behalve in spoedgevallen, wanneer de in gevaar verkerende bejaarde dringend hulp behoeft.
§ 2. De ambtenaren aangewezen door de Regering [2 of haar afgevaardigde]2 voor het toezicht op de inrichtingen voor bejaarde personen moeten toezien op de naleving van de bij of krachtens deze titel bepaalde regels alsmede van de door de federale overheid bepaalde regels inzake de erkenning van rust- en verzorgingstehuizen en dagverzorgingscentra.
[1 ...]1
Bij het vervullen van hun opdracht kunnen ze :
alle controles en onderzoeken voeren en alle inlichtingen inwinnen die zij nodig achten, met name :
a) elke persoon ondervragen over elk gegeven dat nuttig is voor het toezicht;
b) elk nuttig document voor de uitoefening van hun opdracht opzoeken of het zich laten bezorgen, er een afschrift van maken of het tegen ontvangbewijs meenemen;
processen-verbaal van bevinding opmaken, die bewijskracht hebben tot het tegendeel is bewezen.
[1 3° "een beroep doen op de openbare macht".]1
Een afschrift daarvan wordt [3 ...]3 ter kennis gebracht van de beheerder en van de auteur van de feiten.
Wat betreft de plaatsen die als een woning worden beschouwd in de zin van artikel 15 van de Grondwet, wordt hun bezoek onderworpen aan het uitdrukkelijk akkoord van de bewoner of zijn vertegenwoordiger of, bij gebrek, van de rechter van de politierechtbank of van zijn plaatsvervanger, behalve in spoedgevallen, wanneer de in gevaar verkerende bejaarde dringend hulp behoeft.
Art. 366. § 1er. Le bourgmestre ou son délégué peut à tout moment visiter un établissement pour aînés dans le but de contrôler les conditions d'hébergement et de bien-être des personnes qui y sont hébergées ou accueillies; le cas échéant, il adresse un rapport au Gouvernement [2 ou son délégué]2.
En ce qui concerne les lieux considérés comme un domicile au sens de l'article 15 de la Constitution, leur visite est conditionnée à l'accord explicite du résident ou de son représentant ou, à défaut, du juge du tribunal de police compétent ou de son suppléant, sauf en cas d'extrême urgence lorsque l'assistance de la personne en danger le requiert.
§ 2. Les agents désignés par le Gouvernement [2 ou son délégué]2 pour le contrôle des établissements pour aînés sont chargés de veiller au respect des règles fixées par ou en vertu du présent titre ainsi que des règles fixées par l'autorité fédérale en matière d'agrément de maison de repos et de soins et de centre de soins de jour.
[1 ...]1
Ils peuvent dans l'exercice de leurs missions :
procéder à tout examen, contrôle, enquête et recueillir toute information qu'ils estiment nécessaire, notamment :
a) interroger toute personne sur tout fait dont la connaissance est utile à l'exercice de la surveillance;
b) se faire produire ou rechercher tout document utile à l'accomplissement de leur mission, en prendre copie ou l'emporter contre récépissé;
dresser des procès-verbaux de constatation qui font foi jusqu'à preuve du contraire;
[1 3° recourir à l'assistance de la force publique.]1
Une copie est notifiée [3 ...]3 au gestionnaire et à l'auteur des faits.
En ce qui concerne les lieux considérés comme un domicile au sens de l'article 15 de la Constitution, leur visite est conditionnée à l'accord explicite du résident ou de son représentant ou, à défaut, du juge du tribunal de police compétent ou de son suppléant, sauf en cas d'extrême urgence lorsque l'assistance de la personne en danger le requiert.
Art. 367. Alle beslissingen tot verlening, tot schorsing, tot weigering of intrekking van een werkingsvergunning worden zo spoedig mogelijk aan de burgemeester en de voorzitter van het centrum voor maatschappelijk welzijn meegedeeld.
De burgemeester houdt een register van de inrichtingen voor bejaarde personen die gevestigd zijn op het grondgebied van zijn gemeente. Dit register wordt ter beschikking van de bevolking gesteld.
Art. 367. Toutes les décisions relatives à l'octroi, à la suspension, au refus ou au retrait d'un titre de fonctionnement sont communiquées sans délai au bourgmestre et au président du centre public d'action sociale.
Le bourgmestre tient un registre des établissements pour aînés établis sur le territoire de sa commune. Ce registre est mis à la disposition de la population.
Art. 368. [1 Elke verandering van beheerder wordt uiterlijk binnen de maand waarin de inrichting voor bejaarde personen wordt overgedragen, volgens de door de Regering bepaalde modaliteiten meegedeeld.]1
Art. 368. Tout changement de gestionnaire [1 est]1 communiqué au plus tard dans le mois de la cession de l'établissement pour aînés selon les modalités fixées par le Gouvernement.
Afdeling 2. - Straffen
Section 2. - Sanctions
Onderafdeling 1. - Opschorting, intrekking, sluiting
Sous-section 1re. - Suspension, retrait, fermeture
Art. 369. De werkingsvergunning kan door de Regering [2 of haar afgevaardigde]2 opgeschort of ingetrokken worden als de bepalingen van deze titel of de krachtens deze titel vastgelegde bepalingen niet in acht worden genomen.
De beslissingen tot opschorting, intrekking van werkingsvergunningen kunnen slechts op bepaalde delen van een gebouw of op bepaalde vestigingen slaan.
Als de beheerder van de inrichting voor bejaarde personen of de persoon die in zijn naam handelt, de ambtenaren aangewezen door de Regering [2 of haar afgevaardigde]2 belet toezicht uit te oefenen, kan dat aanleiding geven tot de opschorting van de werkingsvergunning.
De Regering bepaalt de procedures en de voorwaarden voor de opschorting of de intrekking van de werkingsvergunningen, alsmede de beslissingstermijnen.
[1 De beslissing tot opschorting wordt aan de ingang van het gebouw aangeplakt en houdt in dat het verboden is nieuwe bewoners op te vangen.]1
De intrekking van de werkingsvergunning heeft de sluiting van de inrichting voor bejaarde personen tot gevolg. De intrekking van de werkingsvergunning van een rust- en verzorgingstehuis dat over een werkingsvergunning als rustoord beschikt heeft de afschaffing van de hoedanigheid van rust- en verzorgingstehuis tot gevolg. De intrekking van de werkingsvergunning van een rust- en verzorgingstehuis dat niet over een werkingsvergunning als rustoord beschikt heeft de sluiting van bedoelde inrichting tot gevolg.
De intrekking van de werkingsvergunning van een dagverzorgingscentrum dat over een werkingsvergunning als dagcentum beschikt heeft de afschaffing van de hoedanigheid van dagverzorgingscentrum tot gevolg.
Art. 369. Le titre de fonctionnement peut être suspendu ou retiré par le Gouvernement [2 ou son délégué]2 pour cause d'inobservation des dispositions du présent titre ou des dispositions fixées en vertu de celui-ci.
Les décisions de suspension, de retrait des titres de fonctionnement peuvent ne concerner que certaines parties du bâtiment ou certains sites d'implantation.
Toute entrave à l'exécution des missions de surveillance des agents désignés par le Gouvernement [2 ou son délégué]2 par le gestionnaire de l'établissement pour aînés ou par toute personne agissant en leur nom peut entraîner la suspension du titre de fonctionnement.
Le Gouvernement fixe les procédures et les conditions de suspension ou de retrait des titres de fonctionnement, ainsi que les délais de décision.
La décision de suspension [1 est]1 affichée à l'entrée du bâtiment et implique l'interdiction d'accueillir de nouveaux résidents.
Le retrait du titre de fonctionnement entraîne la fermeture de l'établissement pour aînés. Le retrait du titre de fonctionnement d'une maison de repos et de soins qui bénéficie d'un titre de fonctionnement en tant que maison de repos entraîne la suppression de la qualité de maison de repos et de soins. Le retrait du titre de fonctionnement d'une maison de repos et de soins qui ne bénéficie pas d'un titre de fonctionnement en tant que maison de repos entraîne la fermeture de l'établissement.
Le retrait du titre de fonctionnement d'un centre de soins de jour qui bénéficie d'un titre de fonctionnement en tant que centre d'accueil de jour entraîne la suppression de la qualité de centre de soins de jours.
Art. 370. Als een inrichting voor bejaarde personen de bij of krachtens deze titel bepaalde voorschriften niet naleeft, dan wordt haar volgens de door de Regering bepaalde modaliteiten een waarschuwing toegestuurd die haar verzoekt om zich onmiddellijk te voegen naar de normen als de situatie een dringende correctie vereist of binnen een termijn van een week tot maximum drie maanden in de andere gevallen.
Als de inrichting voor bejaarde personen bij het verstrijken van de termijn de bij of krachtens deze titel bepaalde voorschriften niet naleeft, kan volgens de door de Regering bepaalde modaliteiten een procedure tot opschorting, weigering of intrekking van de werkingsvergunning worden opgestart.
Art. 370. Lorsqu'un établissement pour aînés ne respecte pas les dispositions fixées par ou en vertu du présent titre, selon les modalités déterminées par le Gouvernement, il lui est adressé un avertissement l'invitant à se conformer aux normes immédiatement lorsque la situation nécessite une correction urgente ou dans un délai d'une semaine à trois mois au maximum dans les autres cas.
Si à l'expiration du délai fixé, l'établissement pour aînés ne respecte pas les dispositions fixées par ou en vertu du présent titre, une procédure de suspension, de refus ou de retrait du titre de fonctionnement peut être entamée selon les modalités définies par le Gouvernement.
Art. 371. Als in het kader van de uitoefening van het toezicht ernstige nalatigheden worden vastgesteld en dat de beheerder deze nalatigheden binnen de opgelegde termijn niet rechtzet, kan de Regering [2 of haar afgevaardigde]2 op de kosten van de beheerder een commissaris aanwijzen die belast is met de begeleiding van de directie van de inrichting voor bejaarde personen gedurende de tijd die nodig is om de vastgestelde ernstige nalatigheden te regulariseren.
[1 Elke beslissing betreffende de inrichting en de bejaarde personen die er zijn ondergebracht of opgevangen wordt vooraf door de commissaris gevalideerd.]1
De Regering bepaalt de geldende modaliteiten en voorwaarden, alsook de rechten en plichten van de commissaris en van de inrichtingen voor bejaarde personen.
Art. 371. Si, dans le cadre de l'exercice du contrôle, des manquements graves sont constatés et que le gestionnaire n'y remédie pas dans le délai imparti, le Gouvernement [2 ou son délégué]2 peut désigner, aux frais de ce dernier, un commissaire chargé d'accompagner la direction de l'établissement pour aînés le temps nécessaire pour régulariser les manquements graves constatés.
Toutes les décisions relatives à l'établissement et aux aînés qui y sont hébergées ou accueillies [1 sont]1 validées préalablement par le Commissaire.
Le Gouvernement fixe les modalités et conditions en la matière, ainsi que les droits et devoirs du commissaire et des établissements pour aînés.
Art. 372. § 1. De Regering kan volgens de door haar bepaalde procedure besluiten tot de dringende sluiting van een inrichting voor bejaarde personen om redenen van volksgezondheid, veiligheid of kennelijke niet-naleving van de geldende bepalingen.
De beslissing tot dringende sluiting kan enkel bepaalde gedeelten van het gebouw of bepaalde vestigingen betreffen.
De beslissing tot dringende sluiting kan ongedaan worden gemaakt indien de omstandigheden die tot die beslissing dwongen, niet meer verenigd zijn.
§ 2. De Regering beveelt de sluiting van de inrichtingen die zonder werkingsvergunning werken, met inachtneming van de procedure die zij bepaalt.
Art. 372. § 1er. Selon la procédure qu'il détermine, le Gouvernement peut décider d'urgence la fermeture d'un établissement pour aînés pour des raisons de santé publique, de sécurité ou de non-respect caractérisé des dispositions applicables.
La décision de fermeture d'urgence peut ne concerner que certaines parties du bâtiment ou certains sites d'implantation.
Il peut être mis fin à la décision de fermeture d'urgence si les circonstances qui l'ont justifiée ne sont plus réunies.
§ 2. Selon la procédure qu'il détermine, le Gouvernement ordonne la fermeture des établissements qui fonctionnent sans avoir obtenu un titre de fonctionnement.
Art. 373. § 1. De burgemeester is belast met de uitvoering van de beslissingen tot sluiting bedoeld in artikel 372 en laat de sluitingen verrichten die voortvloeien uit de beslissingen tot weigering of intrekking van een werkingsvergunning.
Met het oog hierop zorgt hij ervoor dat alle nuttige maatregelen genomen worden.
Daartoe kan hij de bewoners laten evacueren en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn verzoeken om ze zo spoedig mogelijk op te vangen en te huisvesten
§ 2. [1 ...]1
Art. 373. § 1er. Le bourgmestre est chargé de l'exécution des décisions de fermeture visées à l'article 372 et de procéder aux fermetures qui découlent des décisions de refus ou de retrait du titre de fonctionnement.
Il veille à l'application de toutes les mesures nécessaires à cet effet.
A cette fin, il procède à l'évacuation des résidents et requiert le centre public d'action sociale pour assurer l'accueil et l'hébergement urgents de ceux-ci.
§ 2. [1 ...]1
Art. 374. Alle beslissingen tot opschorting of tot intrekking van een werkingsvergunning worden onverwijld door de beheerder aan de bewoners of aan hun vertegenwoordigers meegedeeld.
Art. 374. Toutes les décisions relatives à la suspension ou au retrait d'un titre de fonctionnement sont communiquées sans délai aux résidents ou à leurs représentants par le gestionnaire.
Onderafdeling 2. - Administratieve straffen
Sous-section 2. - Sanctions administratives
Art. 375. § 1. [1 Gestraft wordt met een administratieve geldboete :
[4 van 250 euro tot 25.000 euro, de beheerder die een inrichting voor bejaarde personen uitbaat zonder werkingsvergunning, of boven de erkende capaciteit bepaald in de werkingsvergunning waarover hij beschikt, onverminderd artikel 358, § 3;]4
van 250 euro tot 10.000 euro, de beheerder die een inrichting voor bejaarde personen uitbaat waarvan de werkingsvergunning werd opgeschort en die de tekortkomingen die deze beslissing tot gevolg hebben gehad, niet heeft rechtgezet binnen drie maanden na de kennisgeving ervan, alsook de beheerder die nieuwe bewoners opvangt ondanks beslissing tot opschorting van de werkingsvergunning;
van 250 euro tot 5.000 euro, de beheerder die opzettelijk een onjuiste of niet-eerlijke verklaring aflegt om een beginselakkoord of een werkingsvergunning te bekomen of te behouden.]1

§ 2. Bij herhaling binnen vijf jaar na de vaststelling van de overtreding, worden de bovenbedoelde bedragen verdubbeld.
§ 3. De Regering [3 of haar afgevaardigde]3 legt de administratieve geldboetes op. De geldboete moet betaald worden binnen twee maanden na de kennisgeving.
§ 4. [1 De Regering bepaalt de procedure tot toepassing van de administratieve geldboetes bedoeld in [2 paragraaf 1]2 en de procedure voor de ambtshalve inning bij niet-betaling binnen de opgelegde termijn.]1
Art. 375. § 1er. [1 Est passible d'une amende administrative :
[4 de 250 à 25.000 euros, le gestionnaire qui exploite un établissement pour aînés sans bénéficier d'aucun titre de fonctionnement, ou au-delà de la capacité agréée dans le titre de fonctionnement dont il dispose, sans préjudice de l'article 358, § 3 ;]4
de 250 euros à 10.000 euros, le gestionnaire qui exploite un établissement pour personnes âgées dont le titre de fonctionnement a été suspendu et qui n'a pas remédié aux lacunes ayant entraîné la décision dans le délai de trois mois de la notification de celle-ci, ainsi que le gestionnaire qui accueille de nouveaux résidents malgré une décision de suspension du titre de fonctionnement;
de 250 euros à 5.000 euros, le gestionnaire qui, intentionnellement, fait une déclaration inexacte ou non sincère pour obtenir ou maintenir un accord de principe ou un titre de fonctionnement.]1

§ 2. En cas de récidive dans les cinq ans de la constatation de l'infraction, les montants visés ci-avant sont doublés.
§ 3. Le Gouvernement [3 ou son délégué]3 inflige les amendes administratives. L'amende est payable dans les deux mois de la notification.
§ 4.[1 Le Gouvernement définit la procédure d'application des amendes administratives visées au [2 paragraphe 1er]2 et la procédure de recouvrement d'office en cas de non-paiement dans le délai imparti.]1
Onderafdeling 3. - Rechterlijke straffen
Sous-section 3. - Sanctions pénales
Art. 376. § 1. Onverminderd de toepassing van de artikelen 269 tot 281 van het Strafwetboek worden een gevangenisstraf van acht dagen tot één maand en een geldboete van 15 tot 25 euro opgelegd, de beheerder die de werkingsnormen kennelijk niet heeft nageleefd en de bescherming, de veiligheid of de gezondheid van de bewoners daardoor in gevaar brengt.
§ 2. Onverminderd de toepassing van de bij het Strafwetboek bepaalde straffen worden een gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en een geldboete van 10 tot 50 euro of één van die straffen opgelegd :
degene die rechtstreeks of onrechtstreeks terwijl hij een activiteit of een mandaat uitoefent in een inrichting voor bejaarde personen of een bedrijf, een dienst of een instelling die een inrichting voor bejaarde personen beheert :
a) op niet-geïndividualiseerde wijze de rekeningen van de bewoners beheert;
b) door list, dwang, bedreiging, valse belofte of misbruik makend van de zwakheid of ziekte zich goederen die aan een bewoner toebehoren, laat overhandigen;
c) de fondsen of goederen van de bewoners beheert, behalve met inachtneming van de voorwaarden eventueel bepaald bij de overeenkomst bedoeld in de artikelen 359, 9°, 362, § 2, 8°, en 364, 5° ;
degene die als voorwaarde voor de intrede in een inrichting voor bejaarde personen de betaling van een andere voorschot of borg oplegt dan die door deze titel of ter uitvoering ervan toegelaten is.
Art. 376. § 1er. Sans préjudice de l'application des articles 269 à 281 du Code pénal, seront punis d'un emprisonnement de huit jours à un mois et d'une amende de 15 à 25 euros, les gestionnaires qui ne respectent pas de manière caractérisée les normes de fonctionnement en portant atteinte gravement à la protection, à la sécurité ou à la santé des résidents.
§ 2. Sans préjudice de l'application des peines prévues au Code pénal, [1 sont punis]1 d'un emprisonnement de huit jours à trois mois et d'une amende de 10 à 50 euros ou d'une de ces peines seulement :
celui qui, directement ou indirectement, et tout en exerçant une activité ou un mandat dans un établissement pour aînés ou une société, un service ou une institution gérant un établissement pour aînés :
a) gère de façon non individualisée les comptes des résidents;
b) par ruse, contrainte, menace, fausse promesse ou en profitant de l'état de faiblesse ou de maladie, se sera fait remettre des biens appartenant à un résident;
c) administre les fonds ou biens des résidents, sauf dans le respect des conditions éventuellement prévues par la convention visée aux articles 359, 9°, 362, § 2, 8° et 364, 5° ;
celui qui impose comme condition préalable à l'entrée dans un établissement pour aînés le paiement d'un acompte ou d'une garantie autre que celle autorisée par le présent titre ou en application de celui-ci.
Art. 377. Bij wijze van veiligheidsmaatregel kunnen de hoven en rechtbanken, naast de veroordelingen bedoeld in artikel 376, verbieden dat de overtreders van de bepalingen van deze titel en de bepalingen genomen krachtens deze titel een inrichting voor bejaarde personen zouden exploiteren of leiden, zowel persoonlijk als via een tussenpersoon, gedurende een door hen te bepalen periode. Deze periode kan niet langer zijn dan tien jaar.
Het verbod treedt slechts in werking als er tegen de veroordeling geen gewoon of buitengewoon beroep meer mogelijk is. De overtreding van dit verbod wordt gestraft met een gevangenisstraf van één maand tot zes maanden en met een geldboete van 25 tot 125 euro per opgevangen bejaarde persoon of één van die straffen.
Art. 377. A titre de mesure de sûreté, les cours et tribunaux peuvent prononcer, outre les condamnations visées à l'article 376, contre les auteurs d'infractions aux dispositions du présent titre et des dispositions réglementaires prises en vertu de ce dernier, l'interdiction d'exploiter ou de diriger, personnellement ou par personne interposée, pendant une durée qu'ils déterminent, un établissement pour aînés; cette durée ne peut être supérieure à dix ans.
L'interdiction produit ses effets dès que la condamnation n'est plus susceptible de voies de recours ordinaires ou extraordinaires. L'infraction à cette interdiction est punie d'un emprisonnement d'un mois à six mois et d'une amende de 25 à 125 euros par aîné [1 admis]1 ou de l'une de ces peines seulement.
TITEL II. - bestrijding van de mishandeling van bejaarde personen
TITRE II. - Dispositif de lutte contre la maltraitance des aînés
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales
Art. 378. Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder :
" mishandeling " : elke daad of nalatigheid begaan door een persoon of een groep van personen die in zijn persoonlijke of beroepsrelatie met een bejaarde persoon fysieke, morele of materiële schade aan deze persoon berokkent of zou kunnen berokkenen;
" bejaarde personen " : personen die minstens zestig jaar oud zijn;
" interveniënt " : elke persoon in relatie met de bejaarde persoon, ongeacht of hij lid van het gezin of van de omgeving is, of beroepshalve handelt.
Art. 378. Pour l'application du présent titre, on entend par :
"maltraitance" : tout acte ou omission commis par une personne ou un groupe de personnes qui, au sein d'une relation personnelle ou professionnelle avec un aîné, porte ou pourrait porter atteinte physiquement, moralement ou matériellement à cette personne;
"aînés" : les personnes âgées de soixante ans au moins;
"intervenant" : toute personne liée à l'aîné, qu'elle soit membre de la famille, de l'entourage ou agissant dans un contexte professionnel.
Art. 379. Een instelling belast met de bestrijding van de mishandeling, hierna " agentschap " genoemd, wordt door de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 erkend.
Art. 379. Le Gouvernement [1 ou son délégué]1 reconnaît un organisme chargé de la lutte contre la maltraitance, ci-après dénommé "l'agence".
HOOFDSTUK II. - Instelling belast met de bestrijding van de mishandeling van bejaarde personen
CHAPITRE II. - De l'organisme chargé de la lutte contre la maltraitance
Afdeling 1. - Erkenning
Section 1re. - Reconnaissance
Art. 380. Het agentschap wordt op eigen verzoek door de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 erkend onder de volgende voorwaarden :
het is opgericht als een vereniging zonder winstoogmerk waarvan de [3 zetel]3 door de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 wordt bepaald;
zijn raad van bestuur is samengesteld uit de vertegenwoordigers :
- [2 ...]2
- van verenigingen die actief zijn in de sector van de derde leeftijd;
- van openbare regionale operatoren met een statistische opdracht;
het beschikt over een team waarvan de minimale samenstelling door de Regering wordt vastgelegd.
Art. 380. L'agence est reconnue à sa demande par le Gouvernement wallon [1 ou son délégué]1 aux conditions suivantes :
être constituée sous la forme d'une association sans but lucratif dont le [3 siège]3 sera fixé par le Gouvernement [1 ou son délégué]1;
comprendre dans son conseil d'administration des représentants :
- [2 ...]2t;
- d'associations actives dans le secteur du troisième âge;
- d'opérateurs régionaux publics à vocation statistique;
disposer d'une équipe dont la composition minimale est fixée par le Gouvernement.
Art. 381. De erkenningsaanvragen worden bij aangetekend schrijven [1 of op elke wijze waarop een vaststaande datum aan de zending wordt verleend]1 gericht aan de Regering [2 of haar afgevaardigde]2, die zich uitspreekt binnen twee maanden nadat ze onderzocht heeft of de bij het decreet en de desbetreffende uitvoeringsbepalingen bepaalde voorwaarden vervuld zijn.
Indien de voorwaarden door verschillende verenigingen vervuld worden, beslist de Regering [2 of haar afgevaardigde]2 nadat een jury, waarvan zij de samenstelling bepaalt, een selectie heeft doorgevoerd. De jury [1 brengt advies uit]1 door de kwaliteit van de projecten en de ervaring van de personen die voor de uitvoering van de projecten instaan te toetsen aan de opdrachten zoals bepaald bij artikel 382.
Art. 381. Les demandes de reconnaissance sont adressées par pli recommandé [1 ou par tout autre moyen conférant date certaine à l'envoi]1 au Gouvernement [2 ou son délégué]2, lequel statue dans les deux mois après avoir examiné si les conditions prévues par le titre et les dispositions qui l'exécutent ont été remplies.
Si plusieurs associations remplissent les conditions précitées, le Gouvernement [2 ou son délégué]2 statue au terme d'une sélection effectuée par un jury dont la composition est déterminée par le Gouvernement [2 ou son délégué]2. Le jury [1 fonde]1 son avis en comparant la qualité des projets et l'expérience des personnes attachées à la réalisation de ces projets, en regard des missions telles que prévues à l'article 382.
Afdeling 2. - Opdrachten en verslag van het agentschap
Section 2. - Missions et rapport
Art. 382. Het agentschap vervult de volgende opdrachten :
een begeleiding inzake mishandeling ten gunste van de bejaarde personen, o.a. door de invoering, het beheer en de opvolging van een gratis telefoonnummer;
de organisatie van acties, informatieverstrekking en bewustmaking inzake mishandeling naar het publiek toe, o.a. door het totstandbrengen van een website;
de organisatie van opleidingen voor beroepen die met mishandelingsgevallen geconfronteerd kunnen worden;
de uitwisseling van informatie, statistieken of goede praktijken met soortgelijke verenigingen of organisaties in de aangrenzende Gewesten of Gemeenschappen of in andere landen.
Het agentschap [1 vervult deze vier opdrachten]1 op het gezamenlijke grondgebied van het Franse taalgebied, met minstens één antenne per provincie en volgens de modaliteiten die de Regering bepaalt.
Art. 382. Les missions de l'agence consistent à assurer :
une assistance au bénéfice des aînés en matière de maltraitance, notamment par la mise sur pied, la gestion et le suivi d'un numéro d'appel téléphonique gratuit;
l'organisation d'actions, d'information et de sensibilisation de la maltraitance à destination du public, notamment via la création d'un site Internet;
l'organisation de formations au bénéfice de professions susceptibles d'être confrontées à des cas de maltraitance;
l'échange d'informations, de statistiques ou de bonnes pratiques avec des associations ou organisations similaires dans les Régions ou Communautés limitrophes ou dans d'autres pays.
L'agence [1 assure]1 ces quatre missions par une couverture de tout le territoire de la région de langue française avec au moins une antenne par province, selon les modalités que le Gouvernement détermine.
Art. 383. Een door het agentschap opgemaakt jaarverslag wordt [3 ...]3 door de Regering [2 of haar afgevaardigde]2 goedgekeurd en uiterlijk 15 juni voor informatie aan het Parlement overgemaakt.
Dat verslag bevat :
een balans en een omschrijving van de acties die gedurende het afgelopen jaar georganiseerd werden;
voorstellen tot oriëntatie van het tegen mishandeling te voeren beleid;
een statistische bijlage betreffende de mishandelingsdossiers die gedurende het afgelopen jaar geregistreerd en behandeld werden, naar gelang van de volgende types van interventie :
[1 a)]1 interventie van type A : het luisteren
[1 b)]1 interventie van type B : luisteren en, op verzoek van de appellant, informatieverstrekking en oriëntatie met het oog op een oplossing;
[1 c)]1 interventie van type C : luisteren, informatieverstrekking, oriëntatie en bemiddeling met het oog op een oplossing en, op verzoek van de appellant, het zoeken naar een oplossing op de werkvloer door het agentschap waarbij de verschillende interveniënten bijeengebracht en gecoördineerd worden;
een globaal verslag betreffende de klachten die gedurende het afgelopen jaar [3 ...]3 geregistreerd werden.
Art. 383. Un rapport annuel établi par l'agence est [3 ...]3 approuvé par le Gouvernement [2 ou son délégué]2 et transmis pour information au Parlement pour le 15 juin au plus tard.
Ce rapport contient :
un bilan et une description des actions organisées durant l'année écoulée;
des propositions d'orientation de la politique à mettre en oeuvre contre la maltraitance;
une annexe statistique relative aux dossiers de maltraitance enregistrés et traités durant l'année écoulée, en fonction des types d'intervention suivants :
[1 a)]1 intervention de type A : l'écoute;
[1 b)]1 intervention de type B : l'écoute et, à la demande de l'appelant, l'information et l'orientation en vue d'une recherche de solution;
[1 c)]1 intervention de type C : l'écoute, l'information, l'orientation et la médiation en vue d'une recherche d'une solution et, à la demande de l'appelant, une démarche de recherche de solution menée sur le terrain par l'agence consistant à réunir et à coordonner les différents intervenants;
un rapport global relatif aux plaintes enregistrées durant l'année écoulée [3 ...]3.
Afdeling 3. - Subsidies verleend aan het agentschap
Section 3. - Subventionnement
Art. 384. De Regering [1 of haar afgevaardigde]1 verleent een subsidie aan het agentschap binnen de perken van de begrotingskredieten.
Art. 384. Dans la limite des crédits budgétaires, le Gouvernement [1 ou son délégué]1 accorde une subvention à l'agence.
Art. 385. Het agentschap ontvangt een jaarlijkse subsidie om de in artikel 382 van dit decreet bedoelde opdrachten te vervullen en om de volgende kosten te dekken :
de personeelskosten van het team bedoeld in artikel 380;
de werkingskosten.
Het subsidiebedrag wordt door de Regering [2 of haar afgevaardigde]2 bepaald op basis van een voorbegroting voor het volgende jaar, die uiterlijk 15 september door het agentschap wordt opgemaakt.
De Regering is bevoegd voor de vastlegging van de uitgaven die in aanmerking genomen kunnen worden inzake de personeels- en werkingskosten.
[1 ...]1
Art. 385. Il est alloué à l'agence une subvention annuelle permettant d'assurer les missions visées à l'article 382, et destinée à couvrir :
les frais de personnel de l'équipe visée à l'article 380;
les frais de fonctionnement.
La subvention est déterminée par le Gouvernement [2 ou son délégué]2, sur la base d'un budget prévisionnel de l'année suivante, établi par l'agence pour le 15 septembre au plus tard.
Le Gouvernement est habilité à définir les dépenses admissibles en matière de frais de personnel et de frais de fonctionnement.
[1 ...]1
Art. 386. De subsidie wordt aan het agentschap verleend indien het de volgende verplichtingen nakomt :
het in artikel 383 bedoelde verslag en de bewijsstukken aan de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 overmaken binnen de termijnen die zij vastgelegd heeft;
de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 kennis geven van elke wijziging aangebracht in de statuten en in de samenstelling van het gesubsidieerde personeel.
Indien de in dit hoofdstuk bedoelde verplichtingen niet nagekomen worden, geeft de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 het agentschap bij aangetekend schijven kennis van de vermindering of van de opschorting van de subsidie.
Het agentschap beschikt over dertig dagen, te rekenen van de datum van ontvangst van het voorstel tot vermindering of opschorting, om zijn opmerkingen bij aangetekend schrijven aan de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 mee te delen.
De Regering beslist binnen dertig dagen na ontvangst van de opmerkingen.
Art. 386. La subvention est accordée à l'agence si celle-ci remplit les obligations suivantes :
transmettre le rapport visé à l'article 383 ainsi que les pièces justificatives au Gouvernement [1 ou son délégué]1 dans les délais fixés par celui-ci;
communiquer au Gouvernement [1 ou son délégué]1 toute modification apportée aux statuts et à la composition du personnel subventionné.
Lorsque les obligations prévues au présent chapitre ne sont pas remplies, le Gouvernement [1 ou son délégué]1 informe l'agence par lettre recommandée de la réduction ou de la suspension de la subvention.
L'agence dispose de trente jours à dater de la réception de la proposition de réduction ou de suspension pour transmettre par lettre recommandée ses observations au Gouvernement [1 ]1ou son délégué.
Ce dernier statue dans les trente jours suivant la réception des observations précitées.
Afdeling 4. - Controle en sancties
Section 4. - Contrôle et sanctions
Onderafdeling 1. - Controle
Sous-section 1re. - Contrôle
Art. 387. Het agentschap [1 onderwerpt zich]1 aan de controle van de leden van de inspectiedienst van de administratie.
Art. 387. L'agence [1 se soumet]1 au contrôle des membres du service d'inspection de l'administration.
Onderafdeling 2. - Sancties : schorsing, intrekking
Sous-section 2. - Sanctions : suspension, retrait
Art. 388. Het agentschap wordt niet langer erkend in de twee volgende gevallen :
als de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 beslist de erkenning op te schorten;
als de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 de erkenning intrekt.
De Regering [1 of haar afgevaardigde]1 kan de erkenning van het agentschap voor de duur van drie maanden (éénmaal hernieuwbaar) opschorten wanneer de voorwaarden bedoeld in de artikelen 4 en 7 van dit decreet niet nageleefd worden.
Indien de voorwaarden nog steeds niet vervuld zijn na het verstrijken van de schorsingstermijn kan de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 de erkenning intrekken.
Indien de erkenning van het agentschap ingetrokken wordt, kan de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 beslissen een nieuwe erkenningsprocedure op te starten, overeenkomstig artikel 381.
Art. 388. L'agence cesse d'être reconnue dans les deux cas suivants :
lorsque le Gouvernement [1 ou son délégué]1 décide de suspendre sa reconnaissance;
lorsque le Gouvernement [1 ou son délégué]1 lui retire sa reconnaissance.
Le Gouvernement [1 ou son délégué]1 peut suspendre, pour une durée de trois mois, renouvelable une fois, la reconnaissance de l'agence lorsque les conditions prévues aux articles 380 et 382 ou en vertu de ceux-ci ne sont pas respectées.
Après expiration du délai de suspension, si les conditions précitées ne sont toujours pas remplies, le Gouvernement [1 ou son délégué]1 peut retirer sa reconnaissance.
En cas de retrait de la reconnaissance de l'agence, une nouvelle procédure de reconnaissance peut être décidée par le Gouvernement [1 ou son délégué]1, en application de l'article 381.
Afdeling 5. - Overheveling van personeel
Section 5. - Transfert de personnel
Art. 389. Het personeel van verenigingen die de bestrijding van mishandeling als opdracht hebben kan binnen de erkende vereniging overgeplaatst worden onder de voorwaarden en volgens de modaliteiten die de Regering bepaalt.
Art. 389. Le personnel d'associations ayant pour mission la lutte contre la maltraitance peut être transféré au sein de l'association reconnue, suivant les conditions et modalités définies par le Gouvernement.
TITEL III. - Regeling voor telehulp
TITRE III. - Dispositif de télé-assistance
Art. 390. De Regering [1 of haar afgevaardigde]1 kan een subsidie verlenen bij de aankoop van een telehulptoestel door een bejaarde of gehandicapte persoon.
Art. 390. Le Gouvernement [1 ou son délégué]1 peut octroyer un subside à l'acquisition d'un appareil de télé-assistance par un aîné ou une personne handicapée.
Art. 391. De subsidie wordt verleend aan elke persoon die :
[1 ]1 de volle leeftijd van zeventig jaar bereikt heeft, of de volle leeftijd van zestig jaar met een invaliditeit van minstens 66%;
[1 ]1 zijn woning alleen bewoont;
[1 ]1 beschikt over een bruto jaarinkomen dat lager is dan het bedrag bepaald door de Regering.
Art. 391. Le subside est octroyé à toute personne qui :
[1 ]1 a septante ans accomplis, ou a soixante ans accomplis mais est atteinte d'une invalidité de 66 % au moins;
[1 ]1 occupe seule son logement;
[1 ]1 dispose d'un revenu annuel brut inférieur au montant fixé par le Gouvernement.
Art. 392. De subsidie wordt vastgelegd op maximum [1 vijftig procent]1 van een bedrag dat tot 500 euro beperkt wordt. Dat bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd. Het wordt slechts één keer per begunstigde toegekend.
Art. 392. Le subside est fixé à [1 cinquante pour cent]1 maximum d'un montant plafonné à 500 euros. Ce montant est indexé annuellement. Il est accordé une seule fois par bénéficiaire.
Art. 393. De subsidieaanvraag wordt bij de [1 minister]1 van Sociale Actie ingediend. De modaliteiten voor de indiening van de aanvraag worden door de Regering bepaald.
Art. 393. La demande de subside est introduite auprès du [1 ministre]1 qui a l'Action sociale dans ses attributions. Les modalités d'introduction de la demande sont fixées par le Gouvernement.
TITEL IV. - Centra voor gemeenschappelijke diensten
TITRE IV. - Centres de services communs
HOOFDSTUK I. - Begripsomschrijving
CHAPITRE Ier. - Définition
Art. 394. Als " centrum voor gemeenschappelijke diensten " wordt een centrum beschouwd waar ter plaatse of buiten het centrum, activiteiten en diensten georganiseerd of gecoördineerd worden met het oog op prestaties met een materieel, sociaal, cultureel of recreatief karakter voor bejaarde personen die zelfstandig leven en personen die gelet op hun toestand met hen gelijkgesteld kunnen worden.
Art. 394. Est considéré comme " centre de services communs ", un centre où sont organisés et coordonnés, sur place ou en dehors, des activités et des services en vue de prestations d'un caractère matériel, social, culturel ou récréatif, en faveur d'aînés vivant de manière autonome et des personnes qui y sont assimilables en raison de leur état.
HOOFDSTUK II. - Subsidiëring
CHAPITRE II. - Subventionnement
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Section 1re. - Dispositions générales
Art. 395. Binnen de perken van de beschikbare kredieten worden subsidies toegekend vor de aankoop, de bouw, de hervorming en de uitrusting van de centra voor gemeenschappelijke diensten, overeenkomstig de voorwaarden en de nadere regels bepaald in hierna volgende artikelen.
Art. 395. Dans la limite des crédits disponibles, des subventions sont accordées pour l'achat, la construction, la transformation et l'équipement des centres de services communs conformément aux conditions et modalités prévues aux articles suivants.
Art. 396. De initiatieven dienen ingebed te zijn in een programma opgesteld door de Regering. Per 10 000 inwoners minstens kan slechts één centrum gesubsidieerd worden.
Art. 396. Les initiatives doivent s'inscrire dans le cadre d'un programme établi par le Gouvernement. Il ne peut être subventionné qu'un centre pour 10.000 habitants au moins.
Art. 397. § 1. Voor zover de initiatieven kaderen in het programma waarvan sprake in artikel 396 wordt het subsidiebedrag vastgesteld op [1 zestig procent]1 van de prijs van aankoop, werken en leveringen voorzien in het goedgekeurd ontwerp.
§ 2. De maximum toelaatbare prijs die voor subsidie in aanmerking komt wordt berekend naar mate van de bebouwde oppervlakte en binnen de perken bepaald door [1 de Regering]1. De prijs per vierkante meter is de prijs voorzien bij de regelgeving over de toekenning van subsidies voor de uitbreidingen van rusthuizen.
Art. 397. § 1er. Pour autant que les initiatives s'inscrivent dans le cadre du programme dont question à l'article 396, le montant de la subvention est fixé à [1 soixante pour cent]1 du coût de l'achat, des travaux et fournitures prévus dans le projet approuvé.
§ 2. Le coût maximum admissible au bénéfice de la subvention est calculé au prorata de la surface bâtie et dans les limites déterminées par [1 le Gouvernement]1. Le prix du m2 est celui prévu par la réglementation sur l'octroi des subventions pour les extensions des maisons de repos.
Afdeling 2. - Toekenningsvoorwaarden
Section 2. - Conditions d'octroi
Art. 398. De inrichtende macht moet een publiek- of privérechtelijke rechtspersoon zijn zonder winstgevend oogmerk.
Art. 398. Le pouvoir organisateur doit être une personne morale de droit public ou privé ne poursuivant aucun but lucratif.
Art. 399. De bestemming der gebouwen mag niet gewijzigd worden zonder voorafgaandelijke toelating van [1 de Regering]1.
Art. 399. La destination des bâtiments ne peut être modifiée sans autorisation préalable [1 du Gouvernement]1.
Art. 400. Het centrum voor gemeenschappelijke diensten moet :
een centrum voor ontmoeting en ontspanning openen gedurende minstens 32 uur per week;
tenminste twee verschillende dienstprestaties bedoeld in artikel [1 394]1 organiseren.
Art. 400. Le centre de services communs doit :
ouvrir pendant au moins trente-deux heures semaine un centre de rencontres et de récréation;
organiser au moins deux activités distinctes parmi les prestations de services visées à l'article [1 394]1.
Art. 401. § 1. De initiatieven moeten overeenkomen met een maatschappelijke nood waarvan de criteria bepaald worden door [1 de Regering]1.
§ 2. De bejaarde personen die de door het toekomstig centrum bediende bevolking vertegenwoordigen, moeten bij het initiatief betrokken worden en aan het beheer van dit centrum deelnemen volgens de modaliteiten vastgesteld door [1 de Regering]1.
Art. 401. § 1er. Les initiatives doivent correspondre à une utilité sociale dont les critères sont fixés par [1 le Gouvernement]1.
§ 2. Des aînés représentatifs de la population desservie par le futur centre doivent être associées à l'initiative et participer à la gestion de ce centre, selon les modalités fixées par [1 le Gouvernement]1.
Art. 402. Het centrum voor gemeenschappelijke diensten mag verbonden zijn aan een rusthuis. In dat geval :
moeten haar prestaties met voorrang bestemd zijn voor bejaarde personen die zelfstandig leven;
moeten de administratie- en beheersorganen van het centrum verschillend van deze van het rusthuis, in het bijzonder moet het eigen rekeningen voorleggen.
Art. 402. Le centre de services communs peut être rattaché à une maison de repos. Dans ce cas :
ses prestations doivent être destinées en priorité aux aînés vivant de manière autonome;
les organes d'administration et de gestion du centre doivent être distincts de ceux de la maison de repos; ils doivent en particulier présenter des comptes propres.
Afdeling 3. - Procedure
Section 3. - Procédure
Art. 403. Buiten de bepalingen van de artikelen 396, 398, 399, 400, 401 et 402 zijn de procedureregels inzake de indiening van de aanvraag, het onderzoek van het dossier, de uitvoering der werken en het toezicht erop, deze welke toegepast worden voor de subsidiëring van rusthuizen voor bejaarden.
Art. 403. Outre les stipulations prévues aux articles 396, 398, 399, 400, 401 et 402, les règles de procédure relatives à l'introduction de la demande, l'instruction du dossier, l'exécution des travaux et la surveillance de ceux-ci sont celles qui s'appliquent pour la subvention des maisons de repos pour aînés.
TITEL V. - [1 Financiering van de inrichtingen voor de huisvesting en de opvang van bejaarde personen]1
TITRE V. - [1 Financement des établissements d'hébergement et d'accueil pour aînés]1
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales
Art. 404. In de zin van deze titel wordt verstaan onder :
" rustoord " : inrichting zoals bedoeld in artikel 334, 2°, a), van [3 titel]3 I, van [4 boek]4 V, van het tweede deel van dit Wetboek, [1 ...]1;
[1 1°/1 rust- en verzorgingstehuizen" : de inrichting zoals bedoeld in artikel 334, 2°, b) van dit Wetboek;]1
" serviceflat " : serviceflat zoals bedoeld in artikel 334, 2°, c) ;
[1 2°/1 sociale serviceflat" : de inrichting zoals bedoeld in artikel 334, 2°, c) van dit Wetboek, opgericht als sociale woning in de zin van artikel 1, 9°, van het Waalse Wetboek van Huisvesting en Duurzaam Wonen door een plaatselijke overheid, een autonoom bedrijf of een openbare huisvestingsmaatschappij, in de zin van artikel 1, 23°, van het Waalse Wetboek van Huisvesting en Duurzaam Wonen en waarvan het beheer waargenomen wordt door een verzoekende instelling in de zin van artikel 404, 6°, van dit Wetboek.
De woningen van de sociale serviceflat zijn bestemd voor bejaarde gezinnen in een precaire toestand of met een bescheiden inkomen in de zin van artikel 1, 29° en 30°, van het Waalse Wetboek van Huisvesting en Duurzaam Wonen.
De sociale serviceflat is gevestigd op de site van een rustoord of van een rust- en verzorgingstehuis;]1

" dagcentrum " : dagcentrum zoals bedoeld in artikel 334, 2°, d) ;
" kort verblijf " : verblijf zoals bedoeld in artikel 334, 2°, g) ;
" [1 inrichting voor de huisvesting en de opvang en van bejaarde personen]1 " : rustoord, serviceflat en dagcentrum;
" verzoekende instelling " : ondergeschikte overheid, stichting of vereniging zonder winstoogmerk [1 alsmede een plaatselijke overheid, een autonoom bedrijf of een openbare huisvestingsmaatschappij, in de zin van artikel 1, 23°, van het Waalse Wetboek van Huisvesting en Duurzaam Wonen alleen als het gaat om een aanvraag over de sociale serviceflat]1;
" investeringen " : uitgaven voor de bouw-, uitbreidings- en verbouwingswerken bedoeld in 8°, 9°, 10°, 11°, 12° en 13°, voor de aanwervingen bedoeld in 14° [2 ...]2, behalve de aankoop van terreinen, de aankoop zoals bedoeld in 15° van dit artikel en de aankoop van uitrustingen, apparaturen of meubilering opgelegd door de normen voor de erkenning [1 van de betrokken inrichting voor de huisvesting en de opvang van bejaarde personen]1;
" bouw " : bouw van een [1 nieuwe inrichting voor de huisvesting en de opvang van bejaarde personen;]1, waaronder de ruwbouw altijd begrepen is;
" uitbreiding " : een nieuwbouw vlak naast een bestaande [1 inrichting voor de huisvesting en de opvang van bejaarde personen]1 waarmee een functioneel geheel wordt gevormd dat eenheid van beheer garandeert;
10° " verbouwing " : [1 elke materiële tussenkomst, behalve uitbreiding en de wegens slijtage nodige onderhouds- of vervangingswerken tot verbetering of renovatie van een bestaand gebouw of een gebouw dat als inrichting voor de huisvesting en de opvang van bejaarde personen zou kunnen dienen]1;
11° [1 ...]1
12° " herconditionering " : aanpassing van de infrastructuren van een bestaande inrichting [1 voor de huisvesting en de opvang van bejaarde personen]1 opdat ze zouden voldoen aan de normen die zijn vastgelegd met inachtneming van de bestemming ervan;
13° " aanpassing " : aanpassing van de infrastructuren van een bestaande inrichting voor de opvang van bejaarde personen opdat ze zouden voldoen aan de normen die [1 van kracht zijn inzake de huisvesting en de opvang van bejaarde personen]1;
14° " uitgestelde aanwerving " : [1 overheidsopdracht voor aanneming van werken en leveringen gegund aan een promotor, een publiek- of privaatrechtelijke persoon en die tegelijkertijd betrekking heeft op de opvatting, de bouw, de inrichting en de uitrusting van een onroerend goed bestemd om als inrichting voor de huisvesting en de opvang van bejaarde personen gebruikt te worden.
De investering bedoeld in het vorige lid wordt verricht op een terrein waarvoor de verzoekende inrichting een zakelijk recht heeft en waarvoor een recht van opstal ten gunste van de promotor voor de duur van de uitvoering van de werken wordt gevestigd]1
;
15° " aankoop " : aanwerving van een gebouw dat [1 als inrichting voor de huisvesting en de opvang van bejaarde personen]1 gebruikt wordt of gebruikt kan worden.
Art. 404. Au sens du présent titre, on entend par :
"maison de repos" : l'établissement tel que défini à l'article 334, 2°, a), du [3 titre]3 1er, du [4 livre]4 V, de la deuxième partie du présent Code [1 ...]1 ;
[1 1°/1 " maisons de repos et de soins " : l'établissement tel que défini à l'article 334, 2°, b), du présent Code;]1
"résidence-services" : résidence-services telle que définie à l'article 334, 2°, c) ;
[1 2°/1 " résidence-services sociale " : l'établissement tel que défini à l'article 334, 2°, c), du présent Code, construit en tant que logement social au sens de l'article 1er, 9°, du Code wallon du Logement et de l'Habitat durable par un pouvoir local, une régie autonome ou une société de logement de service public, au sens de l'article 1er, 23°, du Code wallon du Logement et de l'Habitat durable et dont la gestion est assurée par un organisme demandeur au sens de l'article 404, 6°, du présent Code.
Les logements de la résidence-services sociale sont destinés à des ménages âgés en état de précarité ou disposant de revenus modestes au sens de l'article 1er, 29° et 30°, du Code wallon du Logement et de l'Habitat durable.
La résidence-services sociale est établie sur le site d'une maison de repos ou d'une maison de repos et de soins;]1

"centre d'accueil de jour" : centre tel que défini à l'article 334, 2°, d) ;
"court-séjour" : séjour tel que défini à l'article 334, 2°, g) ;
"établissement [1 d'hébergement et]1 d'accueil pour aînés" : une maison de repos, une maison de repos et de soins une résidence-services et un centre d'accueil de jour;
"organisme demandeur" : un pouvoir subordonné, une intercommunale une fondation ou une association sans but lucratif [1 ainsi qu'un pouvoir local, une régie autonome ou une société de logement de service public, au sens de l'article 1er, 23°, du Code wallon du Logement et de l'Habitat durable uniquement s'il s'agit d'une demande portant sur une résidence-services sociale]1;
"investissements" : les dépenses engagées par un organisme demandeur pour les travaux qui répondent aux définitions reprises aux 8°, 9°, 10°, 11°, 12° et 13°, l'acquisition différée telle que visée au 14° [2 ...]2 à l'exception de l'achat du terrain, l'achat tel que visé au 15° du présent article et l'acquisition d'équipement, d'appareillage ou de mobilier imposés par les normes d'agrément de l'établissement [1 d'hébergement et]1 d'accueil pour aînés concerné;
"construction" : une nouvelle construction d'un établissement [1 d'hébergement et]1 d'accueil pour aînés comprenant toujours un gros oeuvre;
"extension" : une construction neuve attenante à un établissement [1 d'hébergement et]1 d'accueil pour aînés existant et avec lequel elle constitue un ensemble fonctionnel garantissant l'unicité de gestion;
10° "transformation" : [1 toute intervention matérielle à l'exception de l'extension et des travaux de remplacement indispensables à cause de l'usure, visant à l'amélioration ou à la rénovation d'un établissement existant ou susceptible d'être affecté à une destination fonctionnelle d'établissement d'hébergement et d'accueil pour aînés]1;
11° [1 ...]1
12° "reconditionnement" : adaptation des infrastructures d'un établissement [1 d'hébergement et]1 d'accueil pour aînés existant afin que ces dernières répondent aux normes fixées eu égard à sa destination;
13° "reconversion" : adaptation des infrastructures d'un établissement existant afin que ces dernières répondent aux normes [1 en vigueur en matière d'hébergement et d'accueil des aînés]1;
14° "acquisition différée" : [1 marché public de travaux et de fournitures attribué à un promoteur, personne morale de droit public ou privé, et portant à la fois sur la conception, la construction, l'aménagement et l'équipement d'un bien immeuble destiné à un usage en tant qu'établissement d'hébergement et d'accueil pour aînés.
L'investissement visé à l'alinéa précédent est réalisé sur un terrain à propos duquel l'organisme demandeur dispose d'un droit réel et pour lequel est constitué un droit de superficie au profit du promoteur pour la durée de la réalisation des travaux;]1

15° "achat" : l'acquisition d'un immeuble affecté ou susceptible d'être affecté à un usage en tant qu'établissement [1 d'hébergement et]1 d'accueil pour aînés.
Art. 405. § 1. Er kunnen subsidies ten laste van de begroting van het Waalse Gewest toegekend worden voor investeringen in de inrichtingen [1 voor de huisvesting en de opvang van bejaarde personen]1.
De Regering bepaalt per type inrichting de modaliteiten voor de vastlegging van de maximale kostprijs op grond waarvan de subsidies toegekend kunnen worden.
§ 2. [1 Het percentage van de subsidies bedraagt maximum [2 zestig]2 % van die investeringen met uitzondering van de specifieke investeringen betreffende de sociale serviceflats waarvoor het subsidiespercentage maximum 90 % bedraagt.
Voor de sociale serviceflats dekken de subsidies alleen de investeringen die voldoen aan de specifieke eisen betreffende de serviceflats.
De Regering bepaalt de aard van die specifieke eisen.
Zij bepaalt het maximum percentage dat ze vertegenwoordigen in de kosten van de bouw, de inrichting en de uitrusting van de sociale serviceflat.]1

Art. 405. § 1er. Il peut être accordé à charge du budget de la Région wallonne, des subsides pour les investissements dans les établissements [1 d'hébergement et]1 d'accueil pour aînés.
Le Gouvernement arrête par type d'établissement les modalités permettant de déterminer le coût maximum à prendre en considération pour l'octroi des subsides.
§ 2. [1 Le taux des subsides s'élève à un maximum de [2 soixante]2 pour cent de ces investissements à l'exception des investissements spécifiques concernant les résidences-services sociales pour lesquelles le taux de subsides s'élève à un maximum de 90 pour cent.
Dans le cas des résidences-services sociales, les subsides couvrent uniquement les investissements répondant aux exigences spécifiques relatives aux résidences-services.
Le Gouvernement précise la nature de ces exigences spécifiques.
Il fixe le pourcentage maximum qu'elles représentent dans le coût de la construction, de l'aménagement et de l'équipement de la résidence-services sociale.]1

HOOFDSTUK II. - Regels voor de toekenning van subsidies
CHAPITRE II. - Modalités de subventionnement
Art. 406. § 1. De subsidies worden toegekend voor zover de volgende voorwaarden vervuld zijn :
de verzoekende instelling voldoet aan de normen tot erkenning van de inrichtingen [1 voor de huisvesting en de opvang van bejaarde personen]1;
de creatie, instandhouding of aanpassing van inrichtingen [1 voor de huisvesting en de opvang van bejaarde personen]1 beantwoordt desgevallend aan het vestigings- en capaciteitsprogramma dat door de Regering is vastgelegd;
de verzoekende instelling moet hetzij eigenaar zijn, hetzij een zakelijk recht of een genotsrecht op de inrichting [1 voor de huisvesting en de opvang van bejaarde personen]1 uitoefenen over een periode die minstens gelijk is aan de duur van de boekhoudkundige afschrijving van de investering, die minimum twintig jaar bedraagt;
de verzoekende instelling houdt rekening met de eisen van de duurzame ontwikkeling en de toegankelijkheid voor personen met beperkte beweeglijkheid, met inachtneming van de modaliteiten die de Regering bepaalt.
(NOTA : niet vertaald)
Art. 406. L'octroi des subsides est subordonné aux conditions suivantes :
l'organisme demandeur doit se conformer aux normes fixées pour l'agrément des établissements [1 d'hébergement et]1 d'accueil pour aînés;
la création, le maintien ou la reconversion d'établissements [1 d'hébergement et]1 d'accueil pour aînés s'insère, le cas échéant, dans le cadre du programme d'implantation et de capacité fixé par le Gouvernement;
l'organisme demandeur doit soit être propriétaire, soit exercer un droit réel ou un droit de jouissance sur l'établissement [1 d'hébergement et]1 d'accueil pour aînés, pour une période au moins égale à la durée d'amortissement comptable de l'investissement, laquelle s'étale au moins sur vingt ans;
l'organisme demandeur prend en compte, selon les modalités fixées par le Gouvernement, les nécessités du développement durable et de l'accessibilité aux personnes à mobilité réduite.
l'organisme demandeur doit garantir la finalité sociale de son établissement selon des modalités définies par le Gouvernement.
Art. 407. De Regering bepaalt de criteria en de modaliteiten tot toekenning van de subsidies bedoeld in dit decreet, tot uitvoering van de opdracht en tot betaling van de subsidies, met inachtneming van de volgende elementen :
behalve voor de dossiers die uitsluitend betrekking hebben op roerende investeringen, alsook voor de overige projecten van werken die geen wijziging van de oppervlakte of van de bestemming van lokalen inhouden, legt de opdrachtgever die de subsidie aanvraagt zijn voorontwerp voor akkoord over aan de Regering [3 of haar afgevaardigde]3;
op straffe van verval maakt de verzoeker binnen een termijn van twee jaar, die ingaat op de datum van kennisgeving van het akkoord over het voorontwerp, hetzij zijn globaal project, hetzij het project betreffende de eerste fase van het uitvoeringsprogramma dat in het voorontwerp vastligt voor akkoord over aan de Regering [3 of haar afgevaardigde]3. Deze termijn kan verlengd worden;
binnen twaalf maanden vanaf de datum van kennisgeving van het akkoord over het project maakt de verzoeker het volledige dossier betreffende de toewijzing van de opdracht aan de Regering [3 of haar afgevaardigde]3 over. Deze termijn kan verlengd worden;
het bedrag dat in aanmerking kan komen voor de toekenning van de subsidie betreft de volgende posten :
a. het bedrag van de goedgekeurde offerte, eventueel gewijzigd naar gelang van de toegelaten bijkomende en wijzigende werken;
b. de contractuele prijsherzieningen waarin het bestek voorziet;
c. de belasting op de toegevoegde waarde;
d. de algemene onkosten berekend op basis van de bedragen bedoeld in a., b. en c. volgens een percentage dat om de vijf jaar door de Regering wordt bepaald;
de wijzigende of bijkomende werken komen slechts in aanmerking voor subsidies als ze niet [2 tien procent]2 van de goedgekeurde initiële opdracht overschrijden, indexering niet inbegrepen.
a) In geval van aankoop, zoals bedoeld in artikel 404, 15°, en indien het gaat om een onroerend goed dat voldoet aan de normen vastgelegd met inachtneming van de bestemming ervan, stemt de voor de berekening van de subsidie in aanmerking genomen prijs overeen met de aanwervingsprijs, die niet hoger mag zijn dan de raming verricht, naar keuze van de verzoekende instelling, hetzij door de bevoegde registratieontvanger, hetzij door het aanwervingscomité, hetzij door een college bestaande uit een notaris en een erkende vastgoedmakelaar, na aftrek van de waarde van het terrein, noch dan het bedrag dat resulteert uit de toepassing van de regels van kracht inzake de maximale kostprijzen op grond waarvan subsidies toegekend kunnen worden voor de bouw van een inrichting [1 voor de huisvesting en de opvang van bejaarde personen]1; [1 ...]1;
b) In geval van aankoop, zoals bedoeld in artikel 404, 15°, en indien het gaat om een onroerend goed waar werken uitgevoerd moeten worden opdat het kan voldoen aan de erkenningsnormen met inachtneming van de bestemming ervan, mogen het bedrag voor de berekening van de subsidie die de prijs van de aanwerving van het gebouw dekt en de kostprijs om het aan de normen te laten voldoen niet hoger zijn dan het bedrag dat resulteert uit de toepassing van de regels van kracht inzake de maximale kostprijzen op grond waarvan de subsidies ter verbetering van een inrichting [1 voor de huisvesting en de opvang van bejaarde personen]1 toegekend kunnen worden.
Art. 407. Le Gouvernement fixe les critères et modalités d'octroi des subsides visés par le présent titre, d'exécution du marché et de paiement de la subvention en tenant compte des éléments suivants :
sauf pour les dossiers concernant exclusivement des investissements mobiliers ainsi que pour les autres projets de travaux n'impliquant pas une modification de la superficie ou de l'affectation des locaux, le maître de l'ouvrage demandeur de la subvention soumet son avant-projet à l'accord du Gouvernement [3 ou son délégué]3;
sous peine de forclusion, dans un délai de deux ans à dater de la notification de l'accord sur avant-projet, le demandeur transmet au Gouvernement [3 ou son délégué]3, pour accord, soit son projet global, soit le projet relatif à la première phase du programme de réalisation défini dans l'avant-projet. Ce délai peut être prolongé;
dans les douze mois à dater de la notification de l'accord sur projet, le demandeur transmet au Gouvernement [3 ou son délégué]3 le dossier complet relatif à l'attribution du marché. Ce délai peut être prolongé;
le montant qui peut être admis au bénéfice du subside concerne les postes suivants :
a) le montant de l'offre approuvée, éventuellement modifié en fonction des travaux supplémentaires et modificatifs qui ont été autorisés;
b) les révisions de prix contractuelles prévues par le cahier spécial des charges;
c) la taxe sur la valeur ajoutée;
d) les frais généraux fixés sur la base des montants visés aux a), b) et c) selon un pourcentage déterminé par le Gouvernement tous les cinq ans;
les travaux modificatifs ou supplémentaires ne sont subsidiables que s'ils ne dépassent pas [2 dix pour cent]2 du marché initial approuvé, indexation non comprise;
a) en cas d'achat, tel que visé à l'article 404, 15°, s'il s'agit d'un bien immeuble qui répond aux normes fixées eu égard à sa destination, le montant pris en compte pour le calcul de la subvention correspond au prix d'acquisition qui ne peut excéder ni l'estimation réalisée, au choix de l'organisme demandeur, soit par le receveur de l'enregistrement compétent, soit par le Comité d'acquisition, soit par un collège composé d'un notaire et d'un expert immobilier agréé, déduction faite de la valeur du terrain, ni le montant résultant de l'application des règles en vigueur en matière de coûts maxima à prendre en considération pour l'octroi des subsides pour la construction d'un établissement [1 d'hébergement et]1 d'accueil pour aînés; [1 ...]1;
b) en cas d'achat, tel que visé à l'article 404, 15°, s'il s'agit d'un bien immeuble qui nécessite des travaux de mise en conformité aux normes d'agrément eu égard à sa destination, le montant pris en compte pour le calcul de la subvention couvrant le prix d'acquisition de l'immeuble et le coût des mises en conformité ne peut excéder le montant résultant de l'application des règles en vigueur en matière de coûts maxima à prendre en considération pour l'octroi des subsides pour le reconditionnement d'un établissement [1 d'hébergement et]1 d'accueil pour aînés.
Art. 408. De aanvullende of specifieke bijzondere bepalingen betreffende de toekenning van een subsidie in geval van uitgestelde uitvoering of van aankoop worden door de Regering vastgelegd
Art. 408. Le Gouvernement fixe les dispositions particulières complémentaires ou spécifiques concernant l'octroi d'une subvention en cas de réalisation différée ou d'achat.
Art. 408/1. [1 De Regering bepaalt de aanvullende of bijzondere bepalingen betreffende de toekenning van een toelage aan de sociale serviceflats, met name wat betreft de inhoud van de overeenkomst die gesloten moet worden tussen de toekomstige beheerder en de betrokken vastgoedbeheerder, de bepaling van de prijzen en de modaliteiten voor de toekenning van de woningen.]1
Art. 408/1. [1 Le Gouvernement fixe les dispositions particulières complémentaires ou spécifiques concernant l'octroi d'une subvention aux résidences-services sociales, notamment quant au contenu de la convention à établir entre le futur gestionnaire et l'opérateur immobilier concerné, à la fixation des prix et aux modalités de l'attribution des logements.]1
Art. 409. De toekenning van de subsidies is ondergeschikt aan de voorwaarde dat de verzoekende instelling de bestemming van de inrichting niet wijzigt zonder de voorafgaande toestemming van de Regering [1 of haar afgevaardigde]1, op straffe van verplichte terugbetaling van de als subsidies ontvangen sommen.
Art. 409. Le maintien des subsides est subordonné à la condition que, sous peine de devoir rembourser les sommes reçues à titre de subsides, l'organisme demandeur ne modifie pas l'affectation de l'établissement sans l'autorisation préalable du Gouvernement [1 ou son délégué]1.
HOOFDSTUK III. - Waarborg
CHAPITRE III. - Garantie
Art. 410. De [2 ...]2 Regering kan, in de voorwaarden en volgens de nadere regels die ze bepaalt, haar waarborg verlenen aan de verzoekende instellingen die een krediet willen bekomen voor de verwezenlijking van investeringen zoals bepaald in deze titel voor de [1 inrichtingen voor de huisvesting en de opvang van bejaarde personen]1 zoals bedoeld in artikel 404, 5°, met uitsluiting van de dienstenflats.
De toepassing van de bepalingen van dit artikel mag niet leiden tot tussenkomsten die de maxima vastgelegd voor de investeringen overschrijden.
Art. 410. Le Gouvernement [2 ...]2, dans les conditions et modalités qu'il fixe, peut octroyer sa garantie aux organismes demandeurs pour accéder à un crédit en vue de réaliser des investissements tels que définis dans le présent titre, pour les établissements [1 d'hébergement et]1 d'accueil pour aînés tels que définis à l'article 404, 5°, à l'exclusion des résidences-services.
L'application des dispositions de cet article ne peut aboutir à des interventions dépassant les maxima fixés pour les investissements.
TITEL VI. [1 Huurprijs van de kamer van toepassing bij de opvang- en huisvestingsinrichtingen voor bejaarde personen]1
TITRE VI. [1 Prix de location de la chambre applicable aux établissements d'accueil et d'hébergement pour aînés]1
Art. 410/1. [1 In de zin van deze Titel wordt verstaan onder :
het rusthuis : de inrichting bedoeld in artikel 334, 2°, a);
het rust- en verzorgingshuis : de inrichting bedoeld in artikel 334, 2°, b);
het dagopvangcentrum : de inrichting bedoeld in artikel 334, 2°, d);
het centrum voor dagverzorging : de inrichting bedoeld in artikel 334, 2°, f);
het kortstondig verblijf : het verblijf bedoeld in artikel 334, 2°, g);
de opvang- en huisvestingsinrichting voor bejaarde personen : een rusthuis, een rust- en verzorgingshuis, ook voor het kortstondig verblijf, een dagopvangcentrum of een centrum voor dagverzorging;
de bouw : de bouw van een opvang- en huisvestingsinrichting voor bejaarde personen met altijd een ruwbouw;
de uitbreiding : de nieuwe bouw aangrenzend aan een bestaande opvang- en huisvestingsinrichting voor bejaarde personen waarmee ze een functioneel geheel vormt die een enig beheer garandeert;
de verbouwing : elke materiële tussenkomst, behalve de uitbreiding en de wegens slijtage nodige vervangingswerken, tot verbetering of renovatie van een bestaand gebouw of een gebouw dat een functionele bestemming zou kunnen krijgen als inrichting voor de huisvesting en de opvang van bejaarde personen ;
10° de herconditionering : de aanpassing van de infrastructuur van een bestaande opvang- en huisvestingsinrichting voor bejaarde personen, zodat deze voldoet aan de normen bepaald voor de bestemming ervan;
11° de reconversie : de aanpassing van de infrastructuur van een bestaande inrichting, zodat deze voldoet aan de normen die van kracht zijn inzake de opvang en huisvesting van bejaarde personen;
12° de juiste prijs : de theoretische nieuwwaarde van de wederopbouw van de infrastructuur van de opvang- en huisvestingsinrichting, gegrond op het profiel van elke inrichting, en geraamd exclusief BTW, algemene kosten, vooruitbatings- en financieringskosten;
13° de huurprijs van de kamer : de factureringscapaciteit die zestig procent van de tegemoetkoming van de bewoner in de opbouw-, wederopbouw-, uitbreidings-, verbouwings-, herconditionerings- en reconversiekosten, van het materiaal en de uitrustingen, en de desbetreffende financieringskosten theoretisch dekt, voor de rusthuizen, rust- en verzorgingshuizen en dagverzorgingscentra die deel uitmaken van de bouwplannen bedoeld in artikel 410/12.]1

Art. 410/1. [1 Au sens du présent Titre, l'on entend par :
la maison de repos : l'établissement visé à l'article 334, 2°, a);
la maison de repos et de soins : l'établissement défini à l'article 334, 2°, b);
le centre d'accueil de jour : l'établissement visé à l'article 334, 2°, d);
le centre de soins de jour : l'établissement visé à l'article 334, 2°, f);
le court-séjour : le séjour visé à l'article 334, 2°, g);
l'établissement d'accueil et d'hébergement pour aînés : une maison de repos, une maison de repos et de soins, en ce compris pour le court-séjour, un centre d'accueil de jour ou un centre de soin de jour;
la construction : la construction d'un établissement d'accueil et d'hébergement pour aînés comprenant toujours un gros oeuvre;
l'extension : la construction neuve attenante à un établissement d'accueil et d'hébergement pour aînés existant et avec lequel elle constitue un ensemble fonctionnel garantissant l'unicité de gestion;
la transformation : toute intervention matérielle à l'exception de l'extension et des travaux de remplacement indispensables en raison de l'usure, visant à l'amélioration ou à la rénovation d'un établissement existant ou susceptible d'être affecté à une destination fonctionnelle d'établissement d'accueil et d'hébergement pour aînés;
10° le reconditionnement : l'adaptation des infrastructures d'un établissement d'accueil et d'hébergement pour aînés existant afin que ces dernières répondent aux normes fixées eu égard à sa destination;
11° la reconversion : l'adaptation des infrastructures d'un établissement existant afin que ces dernières répondent aux normes en vigueur en matière d'accueil et d'hébergement des aînés;
12° le juste prix : la valeur théorique de reconstruction à neuf de l'infrastructure de l'établissement d'accueil et d'hébergement, basée sur le profil de chaque établissement, estimé hors T.V.A., frais généraux, frais de pré-exploitation et de financement;
13° le prix de location de la chambre : la capacité de facturation couvrant de façon théorique soixante pour cent de l'intervention du résident dans les frais de construction, de reconstruction, d'extension, de transformation, de reconditionnement et de reconversion, du matériel et des équipements, ainsi que les frais de financement y associés, pour les maisons de repos, maisons de repos et de soins et centres de soins de jours émergeants aux plans de construction visés à l'article 410/12.]1

Art. 410/2. [1 Onverminderd de toepassing van artikel 43/7, lid 1, 4°, mogen de opvang- en huisvestingsinrichtingen een huurprijs voor de kamer factureren aan de bewoners.
Deze huurprijs is ten laste van de Waalse verzekeringsinstellingen, overeenkomstig de voorwaarden en modaliteiten bepaald door en krachtens deze Titel.]1

Art. 410/2. [1 Sans préjudice de l'application de l'article 43/7, alinéa 1er, 4°, les établissements d'accueil et d'hébergement sont autorisés à facturer un prix de location de la chambre aux résidents.
Ce prix est à charge des organismes assureurs wallons, selon les conditions et les modalités définies par et en vertu du présent Titre.]1

Art. 410/3. [1 De opvang- en huisvestingsinrichting die toestemming vraagt om de in artikel 410/2 bedoelde kamerhuurprijs te factureren, voldoet aan de volgende voorwaarden zolang het deze huurprijs factureert :
instemmen met de overeenkomst opgesteld krachtens artikel 341/1, en ondertekend binnen de Commissie " Opvang en huisvesting van bejaarde personen " bedoeld in artikel 15;
een volume en een kwaliteit van de werkgelegenheid, alsook een omkaderingscijfer waarvan de drempel door de Regering bepaald wordt, behalen en behouden;
de sociale mix bevorderen binnen de opvang- en huisvestingsinrichting;
een diversiteit van minstens drie regelingen aanbieden onder de volgende : het rusthuis, het rust- en verzorgingshuis, de eenheid aangepast aan gedesoriënteerde personen, het kortstondig verblijf, het dagopvangcentrum, het centrum voor dagverzorging, de serviceflat of elke aanvullende regeling bepaald door de Regering.
De Regering bepaalt de criteria bedoeld in dit artikel en de toepassingsmodaliteiten ervan.]1

Art. 410/3. [1 L'établissement d'accueil et d'hébergement qui demande l'autorisation de facturer le prix de location de la chambre, visé à l'article 410/2, respecte les conditions suivantes aussi longtemps qu'il procède à la facturation de ce prix :
adhérer à la convention établie en vertu de l'article 341/1, et signée au sein de la " Commission Accueil et hébergement des personnes âgées " visée à l'article 15;
disposer et maintenir un volume et une qualité de l'emploi ainsi qu'un taux d'encadrement dont le seuil est déterminé par le Gouvernement;
favoriser la mixité sociale au sein de l'établissement d'accueil et d'hébergement;
offrir une diversité d'au moins trois dispositifs parmi les suivants : la maison de repos, la maison de repos et de soins, l'unité adaptée pour personnes désorientées, le court séjour, le centre d'accueil de jour, le centre de soins de jour, la résidence services ou tout dispositif complémentaire précisé par le Gouvernement.
Le Gouvernement précise les critères visés au présent article et leurs modalités d'application.]1

Art. 410/4. [1 De huurprijs van de kamer bedoeld in artikel 410/3 bestaat uit drie delen die forfaitair berekend worden :
de bouwkostprijs die de theoretische financiering van de lasten gebonden aan de opbouw-, wederopbouwwerken, uitbreidingen, verbouwingen, herconditioneringen en reconversies beoogt;
de prijs van het materiaal en de uitrustingen die de theorethische financiering van de lasten gebonden aan de aankoop van uitrustingen beoogt;
de prijs van de kosten gebonden aan de vooruitbating en de financiële lasten gebonden aan de verschillende delen van de prijs die voorgefinancierd moeten worden volgens verschillende levenscycli naar gelang van de gedeelten bedoeld in 1° en 2°.]1

Art. 410/4. [1 Le prix de location de la chambre visé à l'article 410/3 est composé de trois parties calculées de façon forfaitaire :
le prix à la construction qui vise le financement théorique des charges liées aux constructions, aux reconstructions, aux extensions, transformations, reconditionnements et reconversions;
le prix du matériel et des équipements qui vise le financement théorique des charges liées à l'achat des équipements;
le prix des coûts liés à la pré-exploitation et aux charges financières engendrés par les différentes parties du prix qui doivent être préfinancées selon des cycles de vies différents en fonction des parties visées aux 1° et 2°.]1

Art. 410/5. [1 De huurprijs van de kamer wordt jaarlijks door de Regering berekend en vastgelegd op grond van de juiste prijs van elke opvang- en huisvestingsinrichting, bepaald overeenkomstig artikel 410/6.
De volgende beginselen zijn van toepassing op de berekening van de huurprijs :
de berekeningsregels en de toepassing van die regels zijn gelijk voor het geheel van de opvang- en huisvestingsinrichtingen;
het resultaat van de berekening wordt geïndividualiseerd voor elke opvang- en huisvestingsinrichting om rekening te houden met zijn profiel dat vanuit de juiste prijs bepaald wordt.]1

Art. 410/5. [1 Le prix de location de la chambre est calculé et arrêté annuellement par le Gouvernement sur la base du juste prix de chaque établissement d'accueil et d'hébergement, fixé conformément à l'article 410/6.
Les principes suivants sont d'application pour le calcul du prix de location :
les règles de calcul et l'application de ces règles sont identiques pour l'ensemble des établissements d'accueil et d'hébergement;
le résultat du calcul est individualisé pour chaque établissement d'accueil et d'hébergement, pour tenir compte de son profil, établi au départ du juste prix.]1

Art. 410/6. [1 § 1. De Regering bepaalt de juiste prijs die overeenstemt met een maximum aantal vierkante meters en met maximale kosten per vierkante meter die gefactureerd kunnen worden.
De Regering bepaalt de wijze van berekening en aanpassing van de juiste prijs met inachtneming van de volgende elementen waarop het profiel van de opvang- en huisvestingsinrichting berust :
het aantal plaatsen in rusthuis en in rust- en verzorgingshuis;
het aantal plaatsen in opvangcentra en dagverzorgingscentra;
het aantal plaatsen in eenheden aangepast aan gedesoriënteerde personen;
het aantal plaatsen in korstondig verblijf.
§ 2. De Regering bepaalt een prijs per vierkante meter en een aantal vierkante meters die gefactureerd kunnen worden. Ze bepaalt ook de modaliteiten voor de indexering van de juiste prijs.]1

Art. 410/6. [1 § 1er. Le Gouvernement détermine le juste prix, qui correspond à un nombre de mètres carrés maximum et à un coût maximum par mètre carré admissibles à la facturation.
Le Gouvernement fixe le mode de calcul et d'adaptation du juste prix en tenant compte des éléments suivants, constitutifs du profil de l'établissement d'accueil et d'hébergement :
le nombre de places en maison de repos et maison de repos et de soins;
le nombre de places en centres d'accueil et centres de soins de jour;
le nombre de places en unité adaptée pour personnes désorientées;
le nombre de places en court-séjour.
§ 2. Le Gouvernement établit un prix par mètre carré et un nombre de mètres carrés admissibles à la facturation. Il arrête par ailleurs les modalités d'indexation du juste prix.]1

Art. 410/7. [1 Voor elke opvang- en huisvestingsinrichting stemt het gedeelte betreffende de bouwkostprijs, zoals bedoeld in artikel 410/4, eerste lid, 1°, overeen met 2 % van de maximale kosten per vierkante meter voor elke gedeelte, bepaald overeenkomstig de in artikel 410/6 bedoelde juiste prijs, vermenigvuldigd door het aantal vierkante meters gekozen voor de opvang- en huisvestingsinrichting in het kader van de opeenvolgende opbouwplannen bepaald door de Regering krachtens artikel 410/12.
De aldus bepaalde prijs wordt verhoogd met de bedragen overeenstemmend met het vigerende BTW-percentage voor de opbouwwerken en de algemene kosten die forfaitair op 10 % vastgelegd worden.]1

Art. 410/7. [1 Pour tout établissement d'accueil et d'hébergement, la partie relative au prix à la construction, visée à l'article 410/4, alinéa 1er, 1°, correspond à deux pour cent du coût maximum au mètre carré pour chaque partie fixé conformément au juste prix visé à l'article 410/6, multiplié par le nombre de mètres carrés retenus pour l'établissement d'accueil et d'hébergement dans le cadre des plans de construction successifs arrêtés par le Gouvernement en vertu de l'article 410/12.
Le prix ainsi arrêté est majoré des montants correspondant au taux de T.V.A. en vigueur pour les travaux de construction et des frais généraux fixés forfaitairement à dix pour cent.]1

Art. 410/8. [1 Voor elke opvang- en huisvestingsinrichting stemt het gedeelte betreffende de prijs van het materiaal en van de uitrustingen, zoals bedoeld in artikel 410/4, eerste lid, 2°, overeen met 0,9 % van de maximale kosten per vierkante meter, bepaald overeenkomstig de juiste prijs, voor het gedeelte betreffende de in artikel 410/6 bedoelde opbouw van de gebouwen, vermenigvuldigd door het aantal vierkante meters gekozen voor de opvang- en huisvestingsinrichting in het kader van de opeenvolgende opbouwplannen bepaald door de Regering krachtens artikel 410/12.
Die prijs wordt verhoogd met de bedragen overeenstemmend met het vigerende BTW-percentage en de algemene kosten die forfaitair op 5 % worden vastgelegd.]1

Art. 410/8. [1 Pour tout établissement d'accueil et d'hébergement, la partie relative au prix du matériel et des équipements, visée à l'article 410/ 4, alinéa 1er, 2°, correspond à zéro virgule neuf pour cent du coût maximum au mètre carré fixé conformément au juste prix, pour la partie relative à la construction des bâtiments visée à l'article 410/6, multiplié par le nombre de mètres carrés retenus pour l'établissement d'accueil et d'hébergement dans le cadre des plans de construction successifs arrêtés par le Gouvernement en vertu de l'article 410/12.
Ce prix est majoré des montants correspondant au taux de T.V.A. en vigueur et de frais généraux fixés forfaitairement à cinq pour cent.]1

Art. 410/9. [1 Het gedeelte betreffende de prijs van de kosten gebonden aan de vooruitbating en de financiële lasten bedoeld in artikel 410/4, eerste lid, 3°, wordt op forfaitaire basis berekend en schommelt naar gelang van elk gedeelte bedoeld in artikel 410/4, eerste lid, 1° en 2°.]1
Art. 410/9. [1 La partie visant le prix des coûts liés à la pré-exploitation et aux charges financières, visés à l'article 410/4, alinéa 1er, 3°, est calculée sur une base forfaitaire et varie en fonction de chaque partie visée à l'article 410/4, alinéa 1er, 1° et 2°.]1
Art. 410/10. [1 De Regering bepaalt de berekeningsmethode van de verschillende delen van de huurprijs van de kamer in opvang- en huisvestingsinrichtingen bedoeld in artikelen 410/4 tot 410/9.]1
Art. 410/10. [1 Le Gouvernement détermine le mode de calcul des différentes parties du prix de location de la chambre en établissement d'accueil et d'hébergement visées aux articles 410/4 à 410/9.]1
Art. 410/11. [1 De huurprijs zoals berekend overeenkomstig artikelen 410/7 tot 410/10 wordt gedeeld om een factureerbare prijs voor een dag opvang of huisvesting van bejaarde personen in de opvang- en huisvestingsinrichtingen, zoals bepaald in artikel 410/2, te bereiken.
De Regering bepaalt de berekeningsmodaliteiten van de in het vorige lid bedoelde deler rekening houdende met de volgende elementen :
het aantal dagen doorgebracht in huisvesting ten opzichte van het aantal plaatsen, in functie van de categorieën van plaatsen;
het aantal dagen doorgebracht in een dagcentrum, in functie van het type plaats in het dagcentrum : opvang of verzorging.
De deler wordt berekend op basis van de laatste elementen gekend door het Agentschap. De Regering voorziet in specifieke regels en in de aanpassingsperiodiciteit(en) van de deler.]1

Art. 410/11. [1 Le prix de location tel que calculé en application des articles 410/7 à 410/10 est divisé pour obtenir un prix facturable à la journée d'hébergement ou d'accueil des aînés dans les établissements d'accueil et d'hébergement, définie à l'article 410/2.
Le Gouvernement détermine les modalités de calcul du diviseur visé à l'alinéa précédent en tenant compte des éléments suivants :
le nombre de journées passées en hébergement par rapport au nombre de places, en fonction des catégories de places;
le nombre de journées passées en centre de jour, en fonction du type de place du centre de jour : accueil ou soin.
Le diviseur est calculé sur la base des derniers éléments connus de l'Agence. Le Gouvernement prévoit les règles spécifiques et la ou les périodicités d'adaptation du diviseur.]1

Art. 410/12. [1 § 1. De opeenvolgende opbouwplannen die om de twee jaar door de Regering bepaald worden, beogen de indiening in het opbouwplan, voor elke kandidaat-opvang- en huisvestingsinrichting, van :
de vierkante meters betreffende de overeenkomstig artikel 410/7 berekende bouwkostprijs voor elk gedeelte bedoeld in artikel 410/6;
de overeenkomstig artikel 410/8 berekende prijs van het materiaal en van de uitrustingen;
de prijs van de kosten gebonden aan de vooruitbating en de financiële lasten gebonden aan de verschillende delen van de prijs die voorgefinancierd moeten worden, berekend krachtens artikel 410/9, voor de gedeelten van de prijs bedoeld in artikel 410/4.
§ 2. De Regering bepaalt de inhoud en de modaliteiten van overmaking van de investeringsprogramma's van de opvang- en huisvestingsinrichtingen die de opneming in de berekening van de in paragraaf 1 bedoelde verhuurde gedeelten vragen. Op voorstel van de Minister van Gezondheid bepaalt ze de prioritaire selectiecriteria voor de opneming van de investeringsprogramma's in de opbouwplannen.
Voor de indiening van de opbouwplannen kan de Regering rekening houden met de ouderdomsgraad van de gebouwen en met de bedragen die reeds door de overheid ten laste worden genomen.
Onder ouderdom wordt verstaan de slijtage- of verslechteringstaat te wijten aan de tijd of het normale gebruik van de materialen en uitrustingselementen van de opvang- en huisvestingsinrichting.
Onder ouderdomsgraad wordt verstaan de verhouding tussen de residuele boekhoudwaarde en de boekhoudwaarde van de aankoop.
De investeringsprogramma's voldoen aan de voorschriften van dit Wetboek met betrekking tot de verplichtingen waaraan de opvang- en huisvestingsinrichtingen voor bejaarde personen moeten voldoen.
§ 3. Elke opvang- en huisvestingsinrichting voor bejaarde personen die een project indient, voor zover het in het kader van het opbouwplan in aanmerking genomen wordt, krijgt een maximum aantal vierkante meters die gefactureerd kunnen worden alsook een meerjarenplanning van inachtneming van die factureringscapaciteit van de in paragraaf 1 bedoelde gedeelten van de prijs.
§ 4. Elke opvang- en huisvestingsinrichting voor bejaarde personen is verplicht de staat van zijn infrastructuur te registreren in een gewestelijk kadaster, waarvan de modaliteiten door de Regering vastgesteld worden.]1

Art. 410/12. [1 § 1er. Les plans de construction successifs arrêtés par le Gouvernement tous les deux ans, ont pour objectif de planifier pour chaque établissement d'accueil et d'hébergement candidat l'introduction dans le plan de construction :
des mètres carrés relatifs au prix à la construction, calculé conformément à l'article 410/7, pour chaque partie visée à l'article 410/6;
du prix du matériel et des équipements, calculé conformément à l'article 410/8;
du prix des coûts liés à la pré-exploitation et aux charges financières liées aux différentes parties du prix qui doivent être préfinancées, calculés en vertu de l'article 410/9, pour les parties du prix visées à l'article 410/4.
§ 2. Le Gouvernement détermine le contenu et les modalités de transmission des programmes d'investissement des établissements d'accueil et d'hébergement qui demandent l'intégration dans le calcul des parties de location visées au paragraphe 1er. Il fixe, sur proposition de la Ministre de la Santé, les critères de sélection prioritaires pour l'introduction de programmes d'investissement dans les plans de construction.
Pour l'introduction des plans de construction, le Gouvernement peut tenir compte d'un indice de vétusté des bâtiments et des montants déjà pris en charge par les autorités publiques.
Par vétusté, il faut entendre l'état d'usure ou de détérioration résultant du temps ou de l'usage normal des matériaux et éléments d'équipement dont est constitué l'établissement d'accueil et d'hébergement.
Par indice de vétusté, il faut entendre le rapport entre la valeur comptable résiduelle et la valeur comptable d'acquisition.
Les programmes d'investissements répondent aux prescrits du présent Code en ce qui concerne les obligations à remplir par les établissements d'accueil et d'hébergement des aînés.
§ 3. Chaque établissement d'accueil et d'hébergement pour aînés qui introduit un projet, pour autant qu'il soit retenu dans le cadre du plan de construction, se voit attribuer un nombre de mètres carré maximum admissibles à la facturation ainsi qu'une planification pluriannuelle de prise en compte de cette capacité de facturation des parties du prix visées au paragraphe 1er.
§ 4. Chaque établissement d'accueil et d'hébergement pour aînés est tenu d'enregistrer l'état de ses infrastructures dans un cadastre régional dont les modalités sont fixées par le Gouvernement.]1

Art. 410/13. [1 De financiële stromen voortgebracht door of krachtens deze Titel maken het voorwerp uit van een financiële monitoring door de financiële en budgettaire Monitoringsraad van het " Agence wallonne de la santé, de la protection sociale, du handicap et des familles " (Waals Agentschap Voor Gezondheid, Sociale Bescherming, Handicap en Gezinnen), opgericht bij artikelen 6 en 6/1.]1
Art. 410/13. [1 Les flux financiers générés par ou en vertu du présent Titre font l'objet d'un monitoring financier du Conseil de monitoring financier et budgétaire de l'Agence wallonne de la santé, de la protection sociale, du handicap et des familles institué par les articles 6 et 6/1. ]1
Boek VI. - Gezondheid
Livre VI. - Santé
TITEL I. - Algemene regelingen voor bijstand inzake gezondheid
TITRE 1er. - Dispositifs généraux d'aide en matière de santé
Inleidend HOOFDSTUK. [1 - [2 regelingen voor gezondheidsbevordering, met inbegrip van preventie]2]1
CHAPITRE Préliminaire [1 Dispositifs de [2 promotion de la santé, en ce compris la prévention]2]1
Inleidende afdeling. [1 - Begripsomschrijvingen]1
Section préliminaire. [1 - Définitions]1
Art. 410/14. [1 Artikel 47/7 is van toepassing op dit inleidende hoofdstuk.]1
Art. 410/14. [1 L'article 47/7 s'applique au présent chapitre préliminaire.]1
Afdeling 1. [1 - Lokale centra voor gezondheidsbevordering]1
Section 1re. [1 Centres locaux de promotion de la santé]1
Onderafdeling 1. [1 - Erkenning]1
Sous-section 1re. [1 - Agrément]1
Art. 410/15. [1 § 1. De lokale centra voor gezondheidsbevordering worden erkend met het oog op de uitoefening, op hun grondgebied, van volgende opdrachten:
[2 het begeleiden van de ontwikkeling, uitvoering, evaluatie, bijstelling en vernieuwing van het plan;]2
[2 de actoren op het gebied van de gezondheidsbevordering op hun grondgebied te ondersteunen bij de ontwikkeling van projecten die betrekking hebben op de sociale determinanten van de gezondheid;]2
[2 ...]2
De Regering bepaalt de modaliteiten voor de uitoefening van de [2 in lid]2 1 bedoelde opdrachten.".
§ 2. Er wordt een overlegcomité van de lokale centra voor gezondheidsbevordering ingesteld. [2 ...]2
Diens opdracht bestaat erin:
de kwaliteit te waarborgen van de interventies en de gemeenschappelijke identiteit van de lokale centra voor gezondheidsbevordering;
de informatieuitwisselingen tussen lokale centra voor gezondheidsbevordering te begunstigen;
de vertegenwoordiging van de lokale centra voor gezondheidsbevordering verzekeren, met name in het sturingscomité;
de informatieoverdracht van de lokale centra voor gezondheidsbevordering naar het Agentschap coördineren.
[2 Het overlegcomité van de lokale centra voor gezondheidsbevordering komt ten minste tweemaal per jaar bijeen. Hij nodigt het agentschap uit op zijn vergaderingen.]2]1

[2 De Regering bepaalt de samenstelling en de werkwijze van het overlegcomité van de lokale centra voor gezondheidsbevordering.]2
Art. 410/15. [1 § 1er. Les centres locaux de promotion de la santé sont agréés en vue d'exercer sur leur territoire les missions suivantes :
[2 accompagner l'élaboration, l'implémentation, l'évaluation, l'ajustement et le renouvellement du plan;]2
[2 accompagner les acteurs en promotion de la santé de leur territoire sur le développement de projets agissant sur les déterminants sociaux de la santé;]2
[2 ...]2
Le Gouvernement arrête les modalités d'exercice des missions visées [2 à l'alinéa]2 1er.
§ 2. Il est institué un comité de concertation des centres locaux de promotion de la santé. [2 ...]2
Il a pour mission :
de garantir la qualité des interventions et l'identité commune des centres locaux de promotion de la santé;
de favoriser les échanges d'informations entre centres locaux de promotion de la santé;
d'assurer la représentation des centres locaux de promotion de la santé, notamment au Comité de pilotage;
de coordonner le transfert d'informations des centres locaux de promotion de la santé vers l'Agence.
[2 Le comité de concertation des centres locaux de promotion de la santé se réunit au moins deux fois par an. Il invite l'Agence à ses réunions.]2]1

[2 Le Gouvernement détermine la composition et les modalités de fonctionnement du comité de concertation des centres locaux de promotion de la santé.]2
Art. 410/16. [1 De activiteiten van de lokale centra voor gezondheidsbevordering passen in een door de Regering omschreven grondgebied.]1
Art. 410/16. [1 Les activités des centres locaux de promotion de la santé s'inscrivent sur un territoire défini par le Gouvernement.]1
Art. 410/17. [1 § 1. De aanvraag tot erkenning wordt door het lokaal centrum voor gezondheidsbevordering bij de Regering ingediend [2 of haar gemachtigde]2.
De erkenning wordt voor een onbepaalde duur verleend [2 door de Regering of haar gemachtigde]2.
§ 2. Om erkend te worden, wordt een lokaal centrum voor gezondheidsbevordering in de vorm van een [2 rechtspersoon zonder winstgevend doel]2 opgericht en:
[2 verbindt zich ertoe een gecoördineerd actieprogramma op te stellen voor een periode van vijf jaar dat voldoet aan de volgende voorwaarden:]2
a) een logische aaneenschakeling zijn van jaarlijkse doelen met een evaluatie in de vorm van kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren en van langetermijndoelstellingen;
b) de richtlijnen van het overlegcomité van de lokale centra voor gezondheidsbevordering in acht nemen, of zich daartoe verbinden;
c) de ingezette middelen om aan de doelstellingen van het plan te beantwoorden, uiteenzetten;
[2 verbindt zich ertoe het actieprogramma bedoeld in 1° uit te voeren;]2
wordt samengesteld uit een pluridisciplinair team waarvan minstens één lid houder is van een master volksgezondheid en over vijf jaar nuttige ervaring beschikt;
[2 verbindt zich ertoe de door de Regering bepaalde deontologische code na te leven]2;
[2 verbindt zich ertoe jaarlijks een activiteitenverslag in te dienen overeenkomstig artikel 46]2;
[2 verbindt zich ertoe deel te nemen aan het overlegcomité van de lokale centra voor gezondheidsbevordering.]2
Het programma bedoeld in lid 1, 1°, wordt door de Regering [2 of haar gemachtigde]2 goedgekeurd, volgens de nadere regels en in de termijn door de Regering bepaald.
De voorwaarden bedoeld in lid 1, 1°, 3°, 4°, worden binnen de zes maanden na toekenning van de erkenning concreet gemaakt.
[2 De regering kan de in dit lid genoemde voorwaarden voor erkenning nader omschrijven en een of meer aanvullende voorwaarden voor erkenning vaststellen.]2
§ 3. Een oproep tot indiening van de erkenningsaanvraag wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt, samen met een door de Regering [2 of haar gemachtigde]2 opgemaakt formulier.
Dat formulier bevat minstens:
het ondernemingsnummer van het lokaal centrum voor gezondheidsbevordering;
[2 een verbintenis om hun opdrachten uit te voeren in het kader van de uitvoering en de aanpassing van het plan.]2]1

[2 § 4. De Regering stelt de nadere regels en de procedure vast voor het verlenen van de in dit artikel bedoelde erkenning.]2
Art. 410/17. [1 § 1er. La demande d'agrément est introduite par le centre local de promotion de la santé auprès du Gouvernement [2 ou de son délégué]2.
L'agrément est accordé pour une durée indéterminée [2 par le Gouvernement ou son délégué]2.
§ 2. Pour être agréé, un centre local de promotion de la santé est constitué sous la forme d'une [2 personne morale sans but lucratif]2 et :
[2 s'engage à élaborer]2 un programme d'actions coordonnées pour une période de cinq ans répondant aux conditions suivantes :
a) il est décliné en objectifs annuels avec une évaluation sous la forme d'indicateurs quantitatifs et qualitatifs et en objectifs à long terme;
b) [2 ...]2
c) il expose les moyens déployés pour répondre aux objectifs du plan;
[2 s'engage à mettre]2 en oeuvre le programme d'action visé au 1°;
est composé d'une équipe multidisciplinaire dont au moins un membre dispose d'un master en santé publique ou d'une expérience utile d'au moins cinq ans;
[2 s'engage à respecter]2 les règles déontologiques définies par le Gouvernement;
[2 s'engage à fournir]2 un rapport d'activité annuel conformément à l'article 46;
[2 s'engage à participer]2 au comité de concertation des centres locaux de promotion de la santé.
Le programme visé à l'alinéa 1er, 1°, est approuvé par le Gouvernement [2 ou son délégué]2, selon les modalités et dans les délais que celui-ci détermine.
Les conditions visées à l'alinéa 1er, 1°, 3°, 4°, sont concrétisées dans les six mois de l'octroi de l'agrément.
[2 Le Gouvernement peut préciser les conditions d'agrément énumérées dans le présent paragraphe, et prévoir une ou plusieurs conditions d'agrément complémentaires.]2
§ 3. Un appel à déposer la demande d'agrément est publié au Moniteur belge, accompagné d'un formulaire établi par le Gouvernement [2 ou son délégué]2.
Ce formulaire comporte au minimum :
le numéro d'entreprise du centre local de promotion de la santé;
[2 l'engagement à exercer leurs missions dans le cadre de la mise en oeuvre et de l'ajustement du plan.]2]1

[2 § 4. Le Gouvernement précise les modalités et la procédure d'octroi de l'agrément visé au présent article.]2
Art. 410/18. [1 De Regering kan bijkomende specifieke opdrachten erkennen, die de lokale centra voor gezondheidsbevordering in het kader van de uitvoering van het plan ontwikkeld hebben.]1
Art. 410/18. [1 Le Gouvernement peut reconnaître des missions spécifiques supplémentaires développées par les Centres locaux de promotion de la santé dans le cadre de la mise en oeuvre du plan.]1
Onderafdeling 2. [1 - Subsidiëring]1
Sous-section 2. [1 - Subventionnement]1
Art. 410/19. [1 Tijdens de periode vallend onder de erkenning en binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten geniet het lokaal centrum voor gezondheidsbevordering een jaarlijkse subsidie [2 ter dekking van personeels- en werkingskosten]2.
De Regering bepaalt de nadere berekeningswijze van de subsidie [2 bedoeld in het vorig lid. Deze subsidie bestaat uit een vast gedeelte, dat voor alle plaatselijke centra voor gezondheidsbevordering identiek is, en een variabel gedeelte, dat berekend wordt op basis van een of meer demografische, sociaal-economische of gezondheidsindicatoren]2.]1

Art. 410/19. [1 Pendant la période couverte par l'agrément et dans la limite des disponibilités budgétaires, le centre local de promotion de la santé bénéficie d'une subvention annuelle destinée [2 à couvrir des frais de personnel et des frais de fonctionnement]2.
Le Gouvernement détermine les modalités de calcul de la subvention [2 visée à l'alinéa précédent. Cette subvention comprend une partie fixe, identique pour tous les centres locaux de promotion de la santé, et une partie variable, calculée sur base d'un ou plusieurs indicateurs d'ordre démographique, socio-économique ou sanitaire]2.]1

Art. 410/20. [1 [2 Onverminderd de boekhoudkundige verplichtingen opgelegd door het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en zijn uitvoeringsbesluiten, voert het lokaal centrum]2 voor gezondheidsbevordering voert een gedeeltelijk dubbele boekhouding per begrotingsjaar en verstrekt jaarlijks een balans en een [2 resultatenrekening]2 volgens het model bepaald door de Regering.]1
Art. 410/20. [1 [2 Sans préjudice des obligations comptables imposées par le Code des sociétés et des associations, et par ses arrêtés d'exécution, le centre]2 local de promotion de la santé tient une comptabilité en partie double par année budgétaire et fournit annuellement un bilan et un [2 compte de résultats]2 selon le modèle déterminé par le Gouvernement.]1
Onderafdeling 3. [1 - Controle, evaluatie, bestraffing]1
Sous-section 3. [1 - Contrôle, évaluation, sanction]1
Art. 410/21. [1 § 1. De activiteiten van elk lokaal centrum voor gezondheidsbevordering worden op geregelde tijdstippen door het Agentschap geëvalueerd
Het lokaal centrum voor gezondheidsbevordering neemt actief deel aan de evaluatie ervan en werkt samen met het Agentschap aan de ontwikkeling en follow-up van deze evaluatie.
De Regering bepaalt de modaliteiten en de procedure van de evaluatie.
§ 2. De administratieve en financiële controle van het lokale centrum voor gezondheidsbevordering wordt gevoerd door de daartoe aangewezen personeelsleden van het Agentschap.
Om alle inlichtingen of documenten te verkrijgen die nuttig zijn voor de controle, of om alle vaststellingen te doen die nuttig zijn voor de controle, kunnen deze personeelsleden :
vrije toegang hebben tot de lokalen van het plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering tijdens de openingsuren;
alle documenten die in het plaatselijke centrum voor gezondheidsbevordering worden bewaard, zonder de lokalen te verlaten, raadplegen en een afschrift ervan ontvangen;
in het formaat van hun keuze kopieën verkrijgen van alle documenten of gegevens die het lokaal centrum voor gezondheidsbevordering elektronisch bijhoudt;
om eender welke verantwoordelijke of personeelslid van het lokaal centrum voor gezondheidsbevordering horen;
schriftelijk of elektronisch alle nuttige informatie of uitleg vragen aan het lokaal centrum voor gezondheidsbevordering;
het Belgisch Staatsblad, de Kruispuntbank van Ondernemingen, de Balanscentrale of elke andere authentieke bron raadplegen voor gegevens met betrekking tot het lokaal centrum voor gezondheidsbevordering.
De Regering kan de grenzen vaststellen van de bevoegdheden die bij het voorgaande lid aan de personeelsleden zijn toegekend, alsmede de wijze waarop deze bevoegdheden moeten worden uitgeoefend.
De Regering bepaalt de modaliteiten van de controle, met inachtneming van het beginsel van hoor en wederhoor.]1

Art. 410/21. [1 § 1er. Les activités de chaque centre local de promotion de la santé font l'objet d'une évaluation périodique par l'Agence.
Le centre local de promotion de la santé participe activement à son évaluation et collabore avec l'Agence pour l'élaboration et le suivi de cette évaluation.
Le Gouvernement détermine les modalités et la procédure d'évaluation.
§ 2. Le contrôle administratif et financier du centre local de promotion de la santé est exercé par les membres du personnel de l'Agence désignés à cet effet.
Dans le but d'obtenir toutes informations ou tous documents utiles au contrôle, ou d'effectuer toutes constatations utiles au contrôle, ces agents peuvent :
avoir libre accès aux locaux du centre local de promotion de la santé pendant les heures d'ouverture de ceux-ci;
consulter sans déplacement tous documents détenus au centre local de promotion de la santé et s'en faire remettre copie;
obtenir copie au format de leur choix de tous documents ou données conservées de manière électronique par le centre local de promotion de la santé;
entendre tout dirigeant ou membre du personnel du centre local de promotion de la santé;
demander par écrit ou par voie électronique au centre local de promotion de la santé toutes informations ou explications utiles;
consulter auprès du Moniteur belge, auprès de la Banque-carrefour des entreprises, auprès de la Centrale des Bilans ou auprès de toutes autres sources authentiques les données relatives au centre local de promotion de la santé.
Le Gouvernement peut préciser les limites des pouvoirs conférés aux agents par l'alinéa précédent, ainsi que les modalités d'exercice de ces pouvoirs.
Le Gouvernement détermine les modalités du contrôle, dans le respect du principe du contradictoire.]1

Art. 410/22. [1 § 1. De erkenning kan te allen tijde [2 door de Regering of haar gemachtigde]2 ingetrokken worden wegens niet-naleving van de bepalingen van deze afdeling of van de op grond van deze afdeling vastgestelde bepalingen.
Het lokaal centrum voor gezondheidsbevordering [2 ...]2 of waarvan de erkenning is ingetrokken, mag tijdens het jaar volgend op de beslissing tot [2 ...]2 intrekking van de erkenning geen nieuwe erkenningsaanvraag indienen.
§ 2. De procedures tot intrekking van de erkenning worden nader bepaald door de Regering.
Te dien einde stelt zij de vorm en de termijnen vast en ziet zij erop toe dat de procedure op tegenspraak wordt gevoerd.]1

Art. 410/22. [1 § 1er. A tout moment, l'agrément en qualité de centre local de promotion de la santé peut être retiré [2 par le Gouvernement ou son délégué]2 pour cause d'inobservation des dispositions de la présente section ou des dispositions fixées en application de celle-ci.
Le centre local de promotion de la santé [2 ...]2 dont l'agrément a été retiré, ne peut pas introduire une nouvelle demande d'agrément pendant l'année suivant la décision [2 ...]2 de retrait d'agrément.
§ 2. Le Gouvernement précise les procédures de retrait de l'agrément.
A cet effet, le Gouvernement détermine les formes et les délais et assure le respect du " caractère contradictoire de la procédure.]1

Afdeling 2. [1 - Kenniscentra voor gezondheidsbevordering]1
Section 2. [1 - Centres d'expertise en promotion de la santé]1
Onderafdeling 1. [1 - Erkenning]1
Sous-section 1re. [1 - Agrément]1
Art. 410/23. [1 § 1. [2 De kenniscentra voor gezondheidsbevordering worden erkend om het Agentschap, de lokale centra voor gezondheidsbevordering, de operationaliseringscentra voor preventieve geneeskunde, de operatoren voor gezondheidsbevordering en de actoren voor gezondheidsbevordering wetenschappelijke en methodologische ondersteuning te bieden.]2 Daarvoor voeren de kenniscentra voor gezondheidsbevordering [2 ten minste één van volgende opdrachten]2 uit:
[2 het verrichten en aanmoedigen van onderzoek en gegevensverzameling, ook met betrekking tot de genderdimensie, in het kader van de gezondheidsbevordering, met inbegrip van de preventie;]2
[2 het verstrekken van informatie en wetenschappelijke documentatie die nuttig zijn voor de uitvoering van het plan en het bevorderen van de toepassing ervan door de actoren van de gezondheidsbevordering;]2
de evaluatie in verschillende vormen in [2 de sector van de gezondheidsbevordering, met inbegrip van preventie]2 ondersteunen;
[2 de bundeling en kapitalisatie van praktijken op het terrein ondersteunen, zoals het opsporen van innoverende initiatieven, het bepalen van hun sterke punten en moeilijkheden, het vergelijken ervan met de bewijzen, het schetsen van de voornaamste punten en de voorwaarden voor de toepassing ervan, enz;]2
bijdragen tot de uitwerking van het plan, de evaluatie, de aanpassing en de hernieuwing ervan.
[2 De Regering bepaalt de modaliteiten voor de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde opdrachten.]2
§ 2. [2 ...]2
§ 3. [2 Er wordt een overlegcomité van de erkende kenniscentra ingesteld.
Diens opdracht bestaat erin
de coördinatie van de acties van de kenniscentra te begunstigen
de informatieuitwisselingen tussen kenniscentra voor gezondheidsbevordering te begunstigen;
de vertegenwoordiging van de kenniscentra voor gezondheidsbevordering verzekeren, met inbegrip van het sturingscomité;
de informatieoverdracht van de kenniscentra voor gezondheidsbevordering en het Agentschap coördineren.
"Het overlegcomité van de lokale centra voor gezondheidsbevordering komt ten minste tweemaal per jaar bijeen. Hij nodigt het agentschap uit op zijn vergaderingen;
"De Regering bepaalt de samenstelling en de werkwijze van het overlegcomité van de kenniscentra voor gezondheidsbevordering.]2
]1

Art. 410/23. [1 § 1er. [2 Les centres d'expertise en promotion de la santé sont agréés en vue d'apporter un support scientifique et méthodologique à l'Agence, aux centres locaux de promotion de la santé, aux centres d'opérationnalisation en médecine préventive, aux opérateurs en promotion de la santé et aux acteurs en promotion de la santé.]2 Pour ce faire, les centres d'expertise en promotion de la santé remplissent [2 au moins une des missions]2 suivantes :
[2 mener et favoriser la recherche et la récolte de données, y compris celles relatives à la dimension de genre, en promotion de la santé, en ce compris la prévention;]2
[2 fournir l'information et la documentation scientifique utile à la mise en oeuvre du plan et en favoriser l'appropriation par les acteurs en promotion de la santé;]2
soutenir l'évaluation sous différentes formes dans le secteur de la [2 promotion de la santé, en ce compris la prévention]2;
[2 soutenir la mutualisation et la capitalisation des pratiques de terrain telles que repérer les initiatives innovantes, identifier leurs atouts et leurs difficultés, les confronter aux données probantes, en dégager les lignes de force et conditions d'application, etc.;]2
contribuer à l'élaboration du plan à son évaluation, à son ajustement et à son renouvellement.
[2 Le Gouvernement arrête les modalités d'exercice des missions visées à l'alinéa 1er.]2
§ 2. [2 ...]2
§ 3. [2 Il est institué un comité de concertation des centres d'expertise agréés.
Il a pour missions :
de favoriser la coordination des actions des centres d'expertise;
de favoriser les échanges d'informations entre centres d'expertise en promotion de la santé;
d'assurer la représentation des centres d'expertise en promotion de la santé, y compris au Comité de pilotage;
de coordonner le transfert d'informations entre les centres d'expertise en promotion de la santé et l'Agence.
Le comité de concertation des centres d'expertise en promotion de la santé se réunit au moins deux fois par an. Il invite l'Agence à ses réunions.
Le Gouvernement détermine la composition et les modalités de fonctionnement du comité de concertation des centres d'expertise en promotion de la santé.]2
]1

Art. 410/24. [1 § 1. De aanvraag tot erkenning wordt door het kenniscentrum voor gezondheidsbevordering bij de Regering [2 of haar gemachtigde]2 ingediend.
De erkenning wordt voor een onbepaalde duur verleend [2 door de Regering of haar gemachtigde]2.
§ 2. Om erkend te worden, wordt door het kenniscentrum voor gezondheidsbevordering [2 is opgericht in de vorm van een rechtspersoon zonder winstoogmerk en]2;
[2 verbindt zich ertoe een gecoördineerd actieprogramma op te stellen voor een periode van vijf jaar dat voldoet aan de volgende voorwaarden:]2
a) een logische aaneenschakeling zijn van jaarlijkse doelen met een evaluatie in de vorm van kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren en van langetermijndoelstellingen;
b) met name de acties die gecoördineerd worden met de lokale centra voor gezondheidsbevordering en de netwerking integreren;
c) de ingezette middelen om aan de [2 aan zijn opdrachten]2 te beantwoorden, uiteenzetten;
samengesteld uit een pluridisciplinair team waarvan minstens één lid houder is van een master volksgezondheid en over vijf jaar nuttige ervaring beschikt;
[2 verbindt zich ertoe jaarlijks een activiteitenverslag in te dienen overeenkomstig artikel 46]2 aan het Agentschap [2 ...]2;
[2 verbindt zich ertoe de deontologische regels die de Regering vastlegt, in acht te nemen.]2
Het programma bedoeld in lid 1, 1°, wordt door de Regering [2 of haar gemachtigde]2 goedgekeurd, volgens de nadere regels en in de termijn door de Regering bepaald.
De voorwaarden bedoeld in lid 1, 1°, 2° en 4°, worden binnen de zes maanden na toekenning van de erkenning concreet gemaakt. [2 ...]2
[2 De Regering kan de in deze paragraaf genoemde voorwaarden voor goedkeuring nader omschrijven en een of meer aanvullende voorwaarden voor goedkeuring vaststellen.]2
§ 3. Een oproep tot indiening van de erkenningsaanvraag wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt, samen met een door de Regering [2 of haar gemachtigde]2 opgemaakt formulier.
Dat formulier bevat minstens:
[2 het ondernemingsnummer van het kenniscentrum voor gezondheidsbevordering;]2
[2 een verbintenis om hun opdrachten uit te voeren in overeenstemming met de bepalingen van dit Wetboek en zijn uitvoeringsbesluiten.]2]1

[2 § 4. De Regering stelt de nadere regels en de procedure vast voor het verlenen van de in dit artikel bedoelde goedkeuring.]2
Art. 410/24. [1 § 1er. La demande d'agrément est introduite par le centre d'expertise en promotion de la santé auprès du Gouvernement [2 ou de son délégué]2.
L'agrément est accordé pour une durée indéterminée [2 par le Gouvernement ou son délégué]2.
§ 2. Pour être agréé, le centre d'expertise en promotion de la santé [2 est constitué sous la forme d'une personne morale sans but lucratif et]2 :
[2 s'engage à élaborer]2 un programme d'actions coordonnées pluriannuel pour une période de cinq ans répondant aux conditions suivantes :
a) il est décliné en objectifs annuels avec une évaluation sous la forme d'indicateurs quantitatifs et qualitatifs, et en objectifs à long terme;
b) il intègre notamment les actions coordonnées avec les centres locaux de promotion de la santé et le travail de réseau;
c) il expose les moyens déployés pour répondre [2 à ses missions]2;
est composé d'une équipe multidisciplinaire dont au moins un membre dispose d'un master en santé publique ou d'une expérience utile d'au moins cinq ans;
[2 s'engage à fournir]2 à l'Agence un rapport d'activité annuel conformément à l'article 46;
[2 s'engage à respecter]2 les règles déontologiques définies par le Gouvernement.
Le programme visé à l'alinéa 1er, 1°, est approuvé par le Gouvernement [2 ou son délégué]2, selon les modalités et dans les délais que celui-ci détermine.
Les conditions visées à l'alinéa 1er, 1°, 2° et 4°, sont concrétisées dans les six mois de l'octroi de l'agrément. [2 ...]2
[2 Le Gouvernement peut préciser les conditions d'agrément énumérées dans le présent paragraphe, et prévoir une ou plusieurs conditions d'agrément complémentaires.]2
§ 3. Un appel à déposer la demande d'agrément est publié au Moniteur belge, accompagné d'un formulaire établi par le Gouvernement [2 ou son délégué]2.
Ce formulaire comporte au minimum :
[2 le numéro d'entreprise du centre d'expertise en promotion de la santé;]2
[2 l'engagement à exercer leurs missions conformément aux dispositions du présent Code et de ses arrêtés d'exécution.]2]1

[2 § 4. Le Gouvernement précise les modalités et la procédure d'octroi de l'agrément visé au présent article.]2
Art. 410/25. [1 De Regering kan bijkomende specifieke opdrachten erkennen, die de kenniscentra voor gezondheidsbevordering [2 ...]2 ontwikkeld hebben.]1
Art. 410/25. [1 Le Gouvernement peut reconnaitre des missions spécifiques supplémentaires développées par les Centres d'expertise en promotion de la santé [2 ...]2.]1
Onderafdeling 2. [1 - Subsidiëring]1
Sous-section 2. [1 Subventionnement]1
Art. 410/26. [1 § 1. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten geniet het kenniscentrum voor gezondheidsbevordering een jaarlijkse subsidie [2 ter dekking van personeels- en werkingskosten]2.
§ 2. De Regering bepaalt het bedrag en nadere berekeningswijze van de subsidie.]1

Art. 410/26. [1 § 1er. Dans la limite des crédits budgétaires disponibles, le centre d'expertise en promotion de la santé agréé bénéficie d'une subvention annuelle destinée [2 à couvrir des frais de personnel et des frais de fonctionnement]2.
§ 2. Le Gouvernement détermine le montant et les modalités de calcul de la subvention.]1

Art. 410/27. [1 [2 Onverminderd de boekhoudkundige verplichtingen opgelegd door het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en zijn uitvoeringsbesluiten, voert het kenniscentrum]2 voor gezondheidsbevordering voert een gedeeltelijk dubbele boekhouding per begrotingsjaar en verstrekt jaarlijks een balans en een [2 resultatenrekening]2 volgens het model bepaald door de Regering.]1
Art. 410/27. [1 [2 Sans préjudice des obligations comptables imposées par le Code des sociétés et des associations, et par ses arrêtés d'exécution, le centre]2 d'expertise en promotion de la santé tient une comptabilité en partie double par année budgétaire et fournit annuellement un bilan et un [2 compte de résultats]2 selon le modèle déterminé par le Gouvernement.]1
Onderafdeling 3. [1 - Controle, evaluatie, bestraffing]1
Sous-section 3. [1 - Contrôle, évaluation, sanction]1
Art. 410/28. [1 § 1. De activiteiten van elk kenniscentrum voor gezondheidsbevordering worden op geregelde tijdstippen door het Agentschap geëvalueerd
Het kenniscentrum voor gezondheidsbevordering neemt actief deel aan de evaluatie ervan en werkt samen met het Agentschap aan de ontwikkeling en follow-up van deze evaluatie.
De Regering bepaalt de modaliteiten en de procedure van de evaluatie.
§ 2. De administratieve en financiële controle van het kenniscentrum voor gezondheidsbevordering wordt gevoerd door de daartoe aangewezen personeelsleden van het Agentschap.
Om alle inlichtingen of documenten te verkrijgen die nuttig zijn voor de controle, of om alle vaststellingen te doen die nuttig zijn voor de controle, kunnen deze personeelsleden
vrije toegang hebben tot de lokalen van het plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering tijdens de openingsuren;
alle documenten die in het kenniscentrum voor gezondheidsbevordering worden bewaard, zonder de lokalen te verlaten, raadplegen en een afschrift ervan te ontvangen;
in het formaat van hun keuze kopieën verkrijgen van alle documenten of gegevens die het kenniscentrum voor gezondheidsbevordering elektronisch bijhoudt;
om eender welke verantwoordelijke of personeelslid van het lokaal centrum voor gezondheidsbevordering horen;
schriftelijk of elektronisch alle nuttige informatie of uitleg vragen aan het kenniscentrum voor gezondheidsbevordering;
het Belgisch Staatsblad, de Kruispuntbank van Ondernemingen, de Balanscentrale of elke andere authentieke bron raadplegen voor gegevens met betrekking tot het kenniscentrum voor gezondheidsbevordering.
De Regering kan de grenzen vaststellen van de bevoegdheden die bij het voorgaande lid aan de personeelsleden zijn toegekend, alsmede de wijze waarop deze bevoegdheden moeten worden uitgeoefend.
De Regering bepaalt de modaliteiten van de controle, met inachtneming van het beginsel van hoor en wederhoor.]1

Art. 410/28. [1 § 1er. Les activités de chaque centre d'expertise en promotion de la santé font l'objet d'une évaluation périodique par l'Agence.
Le centre d'expertise en promotion de la santé participe activement à son évaluation et collabore avec l'Agence pour l'élaboration et le suivi de cette évaluation.
Le Gouvernement détermine les modalités et la procédure d'évaluation.
§ 2. Le contrôle administratif et financier du centre d'expertise en promotion de la santé est exercé par les membres du personnel de l'Agence désignés à cet effet.
Dans le but d'obtenir toutes informations ou tous documents utiles au contrôle, ou d'effectuer toutes constatations utiles au contrôle, ces agents peuvent :
avoir libre accès aux locaux du centre d'expertise en promotion de la santé pendant les heures d'ouverture de ceux-ci;
consulter sans déplacement tous documents détenus au centre d'expertise en promotion de la santé et s'en faire remettre copie;
obtenir copie au format de leur choix de tous documents ou données conservées de manière électronique par le centre d'expertise en promotion de la santé;
entendre tout dirigeant ou membre du personnel du centre d'expertise en promotion de la santé;
demander par écrit ou par voie électronique au centre d'expertise en promotion de la santé toutes informations ou explications utiles;
consulter auprès du Moniteur belge, auprès de la Banque-carrefour des entreprises, auprès de la Centrale des Bilans ou auprès de toutes autres sources authentiques les données relatives au centre d'expertise en promotion de la santé.
Le Gouvernement peut préciser les limites des pouvoirs conférés aux agents par l'alinéa précédent, ainsi que les modalités d'exercice de ces pouvoirs.
Le Gouvernement détermine les modalités du contrôle, dans le respect du principe du contradictoire.]1

Art. 410/29. [1 § 1. De erkenning als kenniscentrum voor gezondheidsbevordering kan te allen tijde [2 door de Regering of haar gemachtigde]2 ingetrokken worden wegens niet-naleving van de bepalingen van deze afdeling of van de op grond van deze afdeling vastgestelde bepalingen.
Het lokaal centrum voor gezondheidsbevordering waarvan de erkenningsaanvraag geweigerd is of waarvan de erkenning is ingetrokken, mag tijdens het jaar volgend op de beslissing tot weigering of intrekking van de erkenning geen nieuwe erkenningsaanvraag indienen.
§ 2. De procedures tot intrekking van de erkenning worden nader bepaald door de Regering.
Te dien einde stelt zij de vorm en de termijnen vast en ziet zij erop toe dat de procedure op tegenspraak wordt gevoerd.]1

Art. 410/29. [1 § 1er. A tout moment, l'agrément en qualité de centre d'expertise en promotion de la santé peut être retiré [2 par le Gouvernement ou son délégué]2 pour cause d'inobservation des dispositions de la présente section ou des dispositions fixées en application de celle-ci.
Le centre d'expertise en promotion de la santé [2 ...]2 dont l'agrément a été retiré, ne peut pas introduire une nouvelle demande d'agrément pendant l'année suivant la décision [2 ...]2 de retrait d'agrément.
§ 2. Le Gouvernement précise les procédures de retrait de l'agrément.
A cet effet, le Gouvernement détermine les formes et les délais et assure le respect du " caractère contradictoire de la procédure.]1

Afdeling 3. [1 Operationaliseringscentra voor preventieve geneeskunde]1
Section 3. [1 - Centres d'opérationnalisation en médecine préventive]1
Onderafdeling 1. [1 - Erkenning]1
Sous-section 1re. [1 Agrément]1
Art. 410/30. [1 De Regering [2 of haar gemachtigde]2 erkent de operationaliseringscentra voor preventieve geneeskunde om de opdracht bedoeld in artikel [3 410/31]3, lid 1, te waarborgen.]1
Art. 410/30. [1 Le Gouvernement [2 ou son délégué]2 agrée des centres d'opérationnalisation en médecine préventive pour assurer la mission visée à l'article [3 410/31]3, alinéa 1er.]1
Art. 410/31. [1 De operationaliseringscentra voor preventieve geneeskunde hebben als opdracht het sturen van één of meerdere programma's voor preventieve-geneeskunde. Onder sturing wordt het feit verstaan, dat gewaakt wordt over het voltooien van de verschillende stappen in een [2 programma]2 voor preventieve geneeskunde, namelijk de programmering van de acties, de uitvoering ervan, de registratie van de gegevens, de opvolging van de acties en de evaluatie volgens de indicatoren bepaald in het [2 programma]2.
De operationaliseringscentra voor preventieve geneeskunde werken samen met de andere erkende diensten, met de [2 operatoren inzake gezondheidsbevordering]2 en met de inrichtingen en de publiek- en privaatrechtelijke personen betrokken bij het programma voor preventieve geneeskunde.
De Regering stelt nadere regels vast voor de toepassing van dit artikel.]1

Art. 410/31. [1 Les centres d'opérationnalisation en médecine préventive agréés ont pour mission le pilotage d'un ou plusieurs programmes de médecine préventive. Par pilotage, on entend le fait de veiller à la réalisation des différentes étapes d'un [2 programme]2 de médecine préventive, à savoir la programmation des actions, leur mise en oeuvre, l'enregistrement des données, les suivis des actions et l'évaluation selon les indicateurs définis dans le [2 programme]2.
Les centres d'opérationnalisation en médecine préventive collaborent avec les autres services agréés, les [2 opérateurs en promotion]2 de la santé et avec les établissements et les personnes de droit public et privé concernés par le programme de médecine préventive.
Le Gouvernement fixe les modalités d'exécution du présent article.]1

Art. 410/32. [1 § 1. De erkenningsaanvraag wordt bij de Regering ingediend door het operationaliseringscentrum voor preventieve geneeskunde [2 of haar gemachtigde]2.
De erkenning wordt voor een onbepaalde duur verleend [2 door de Regering of haar gemachtigde]2.
§ 2. Om erkend te worden, wordt door het operationaliseringscentrum voor preventieve geneeskunde [2 is opgericht als rechtspersoon zonder winstgevend doel en]2:
[2 verbindt zich ertoe een gecoördineerd actieprogramma op te stellen voor een periode van vijf jaar dat voldoet aan de volgende voorwaarden:]2
a) een logische aaneenschakeling zijn van jaarlijkse doelen met een evaluatie in de vorm van kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren en van langetermijndoelstellingen;
b) met name de acties die gecoördineerd worden met de lokale centra voor gezondheidsbevordering en de netwerking integreren;
c) de middelen uiteenzetten, die worden ingezet om aan de doelstellingen van het plan en aan de programma's voor preventieve geneeskunde bedoeld in punt 47/17 te voldoen;
[2 verbindt zich ertoe het actieprogramma bedoeld in 1° uit te voeren]2
een pluridisciplinair team samengesteld, waarvan minstens één lid houder is van een master voor geneeskunde;
[2 verbindt zich ertoe jaarlijks een activiteitenverslag in te dienen overeenkomstig artikel 46]2 aan het Agentschap;
[2 verbindt zich ertoe de deontologische regels die de Regering vastlegt, in acht te nemen]2.
Het programma bedoeld in lid 1, 1°, wordt door de Regering [2 of haar gemachtigde]2 goedgekeurd, volgens de nadere regels en in de termijn door de Regering bepaald.
De voorwaarden bedoeld onder 1°, 3° en 5°, worden binnen de zes maanden na toekenning van de erkenning concreet gemaakt. [2 ...]2
[2 De Regering kan de in deze paragraaf genoemde voorwaarden voor goedkeuring nader omschrijven en een of meer aanvullende voorwaarden voor goedkeuring vaststellen.]2
§ 3. Een oproep tot indiening van de erkenningsaanvraag wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt, samen met een door de Regering opgemaakt formulier [2 of haar gemachtigde]2.
Dat formulier bevat minstens:
het ondernemingsnummer van het operationaliseringscentrum voor preventieve geneeskunde;
de verbintenis om zich te schikken naar het programma voor preventieve geneeskunde bedoeld in artikel 47/17.]1

[2 § 4. De Regering stelt de nadere regels en de procedure vast voor het verlenen van de in dit artikel bedoelde goedkeuring.]2
Art. 410/32. [1 § 1er. La demande d'agrément est introduite par le centre d'opérationnalisation en médecine préventive auprès du Gouvernement [2 ou de son délégué]2.
L'agrément est accordé pour une durée indéterminée [2 par le Gouvernement ou son délégué]2.
§ 2. Pour être agréé, le centre d'opérationnalisation en médecine préventive [2 est constitué sous la forme d'une personne morale sans but lucratif et]2 :
[2 s'engage à élaborer]2 un programme d'actions coordonnées pluriannuel pour une période de cinq ans répondant aux conditions suivantes :
a) il est décliné en objectifs annuels avec une évaluation sous la forme d'indicateurs quantitatifs et qualitatifs et en objectifs à long terme;
b) il intègre, notamment, les actions coordonnées avec les centres locaux de promotion de la santé et le travail de réseau;
c) il expose les moyens déployés pour répondre aux objectifs du plan, et aux programmes de médecine préventive visés au point 47/17;
[2 s'engage à mettre]2 en oeuvre le programme d'actions visé au 1°;
est composé d'une équipe multidisciplinaire dont au moins un membre dispose d'un master en médecine;
[2 s'engage à fournir]2 à l'Agence un rapport d'activités annuel conformément à l'[2 article 46]2;
[2 s'engage à respecter]2 les règles déontologiques définies par le Gouvernement.
Le programme visé au 1° est approuvé par le Gouvernement [2 ou son délégué]2, selon les modalités et dans les délais que celui-ci détermine.
Les conditions visées aux 1°, 3° et 5° sont concrétisées dans les six mois de l'octroi de l'agrément. [2 ...]2
[2 Le Gouvernement peut préciser les conditions d'agrément énumérées dans le présent paragraphe, et prévoir une ou plusieurs conditions d'agrément complémentaires.]2
§ 3. Un appel à déposer la demande d'agrément est publié au Moniteur belge, accompagné d'un formulaire établi par le Gouvernement [2 ou son délégué]2.
Ce formulaire comporte au minimum :
le numéro d'entreprise du centre d'opérationnalisation en médecine préventive;
l'engagement à se conformer au programme de médecine préventive visé à l'article 47/17.]1

[2 § 4. Le Gouvernement précise les modalités et la procédure d'octroi de l'agrément visé au présent article.]2
Art. 410/33. [1 De Regering kan bijkomende specifieke opdrachten erkennen, die de operationaliseringscentra voor preventieve geneeskunde in het kader van de uitvoering van het plan ontwikkeld hebben.]1
Art. 410/33. [1 Le Gouvernement peut reconnaitre des missions spécifiques supplémentaires développées par les Centres d'opérationnalisation en médecine préventive dans le cadre de la mise en oeuvre du plan.]1
Onderafdeling 2. [1 Subsidiëring]1
Sous-section 2. [1 Subventionnement]1
Art. 410/34. [1 § 1. Tijdens de periode vallend onder de erkenning en binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten genieten de operationaliseringscentra voor preventieve geneeskunde een jaarlijkse subsidie ter dekking van personeels- en werkingskosten.
De Regering bepaalt de nadere berekeningswijze van de subsidie, rekening houdend met de aard van de activiteiten voor preventieve geneeskunde.
Onverminderd de boekhoudkundige verplichtingen opgelegd door het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en zijn uitvoeringsbesluiten, voert het operationaliseringscentrum voor preventieve geneeskunde een gedeeltelijk dubbele boekhouding per begrotingsjaar en verstrekt jaarlijks een balans en een ontvangsten- en uitgavenrekening volgens het model bepaald door de Regering.]1

Art. 410/34. [1 § 1er. Pendant la période couverte par l'agrément et dans la limite des disponibilités budgétaires, les centres d'opérationnalisation en médecine préventive bénéficient d'une subvention annuelle destinée à couvrir des frais de personnel et des frais de fonctionnement.
Le Gouvernement détermine les modalités de calcul de la subvention, en tenant compte de la nature des activités de médecine préventive.
§ 2. Sans préjudice des obligations comptables imposées par le Code des sociétés et des associations, et par ses arrêtés d'exécution, le centre d'opérationnalisation en médecine préventive tient une comptabilité en partie double par année budgétaire et fournit annuellement un bilan et un compte de résultats selon le modèle déterminé par le Gouvernement.]1

Onderafdeling 3. [1 - Controle, evaluatie, bestraffing]1
Sous-section 3. [1 - Contrôle, évaluation, sanction]1
Art. 410/35. [1 § 1. De activiteiten van elk operationaliseringscentrum voor preventieve geneeskunde worden op geregelde tijdstippen door het Agentschap geëvalueerd.
Het operationaliseringscentrum voor preventieve geneeskunde neemt actief deel aan de evaluatie ervan en werkt samen met het Agentschap aan de ontwikkeling en follow-up van deze evaluatie.
De Regering bepaalt de modaliteiten en de procedure van de evaluatie.
§ 2. De administratieve en financiële controle van het operationaliseringscentrum voor preventieve geneeskunde wordt gevoerd door de daartoe aangewezen personeelsleden van het Agentschap.
Om alle inlichtingen of documenten te verkrijgen die nuttig zijn voor de controle, of om alle vaststellingen te doen die nuttig zijn voor de controle, kunnen deze personeelsleden
vrije toegang hebben tot de lokalen van het operationaliseringscentrum voor preventieve geneeskunde tijdens de openingsuren;
alle documenten die in het operationaliseringscentrum voor preventieve geneeskunde worden bewaard, zonder de lokalen te verlaten, raadplegen en een afschrift ervan ontvangen;
in het formaat van hun keuze kopieën verkrijgen van alle documenten of gegevens die het operationaliseringscentrum voor preventieve geneeskunde elektronisch bijhoudt;
om eender welke verantwoordelijke of personeelslid van het operationaliseringscentrum voor preventieve geneeskunde horen;
schriftelijk of elektronisch alle nuttige informatie of uitleg vragen aan het operationaliseringscentrum voor preventieve geneeskunde;
het Belgisch Staatsblad, de Kruispuntbank van Ondernemingen, de Balanscentrale of elke andere authentieke bron raadplegen voor gegevens met betrekking tot het operationaliseringscentrum voor preventieve geneeskunde.
De Regering kan de grenzen vaststellen van de bevoegdheden die bij het voorgaande lid aan de personeelsleden zijn toegekend, alsmede de wijze waarop deze bevoegdheden moeten worden uitgeoefend.
De Regering bepaalt de modaliteiten van de controle, met inachtneming van het beginsel van hoor en wederhoor.]1

Art. 410/35. [1 § 1er. Les activités de chaque centre d'opérationnalisation en médecine préventive font l'objet d'une évaluation périodique par l'Agence.
Le centre d'opérationnalisation en médecine préventive participe activement à son évaluation et collabore avec l'Agence pour l'élaboration et le suivi de cette évaluation.
Le Gouvernement détermine les modalités et la procédure d'évaluation.
§ 2. Le contrôle administratif et financier du centre d'opérationnalisation en médecine préventive est exercé par les membres du personnel de l'Agence désignés à cet effet.
Dans le but d'obtenir toutes informations ou tous documents utiles au contrôle, ou d'effectuer toutes constatations utiles au contrôle, ces agents peuvent :
avoir libre accès aux locaux du centre d'opérationnalisation en médecine préventive pendant les heures d'ouverture de ceux-ci ;
consulter sans déplacement tous documents détenus au centre d'opérationnalisation en médecine préventive et s'en faire remettre copie ;
obtenir copie au format de leur choix de tous documents ou données conservées de manière électronique par le centre d'opérationnalisation en médecine préventive ;
entendre tout dirigeant ou membre du personnel du centre d'opérationnalisation en médecine préventive ;
demander par écrit ou par voie électronique au centre d'opérationnalisation en médecine préventive toutes informations ou explications utiles;
consulter auprès du Moniteur belge, auprès de la Banque-carrefour des entreprises, auprès de la Centrale des Bilans ou auprès de toutes autres sources authentiques les données relatives au centre d'opérationnalisation en médecine préventive.
Le Gouvernement peut préciser les limites des pouvoirs conférés aux agents par l'alinéa précédent, ainsi que les modalités d'exercice de ces pouvoirs.
Le Gouvernement détermine les modalités du contrôle, dans le respect du principe du contradictoire.]1

Art. 410/36. [1 § 1. De erkenning als operationaliseringscentra voor preventieve geneeskunde kan te allen tijde [2 door de Regering of haar gemachtigde]2 ingetrokken worden wegens niet-naleving van de bepalingen van deze afdeling of van de op grond van deze afdeling vastgestelde bepalingen.
Het operationaliseringscentra voor preventieve geneeskunde [2 ...]2 of waarvan de erkenning is ingetrokken, mag tijdens het jaar volgend op de beslissing tot [2 ...]2 intrekking van de erkenning geen nieuwe erkenningsaanvraag indienen.
§ 2. De procedures tot intrekking van de erkenning worden nader bepaald door de Regering.
Te dien einde stelt zij de vorm en de termijnen vast en ziet zij erop toe dat de procedure op tegenspraak wordt gevoerd.]1

Art. 410/36. [1 § 1er. A tout moment, l'agrément en qualité de centres d'opérationnalisation en médecine préventive peut être retiré [2 par le Gouvernement ou son délégué]2 pour cause d'inobservation des dispositions de la présente section ou des dispositions fixées en application de celle-ci.
Le centre d'opérationnalisation en médecine préventive [2 ...]2 ou dont l'agrément a été retiré, ne peut pas introduire une nouvelle demande d'agrément pendant l'année suivant la décision [2 ...]2 de retrait de l'agrément.
§ 2. Le Gouvernement précise les procédures de retrait de l'agrément.
A cet effet, le Gouvernement détermine les formes et les délais et assure le respect du " caractère contradictoire de la procédure.]1

Onderafdeling 4. [1 - Erkenningen van de inrichtingen of de publiek- of privaatrechtelijke personen voor de uitvoeren van de handelingen voor preventieve geneeskunde]1
Sous-section 4. [1 - Agréments des établissements ou des personnes de droit public ou privé pour l'exécution des actes de médecine préventive]1
Art. 410/37. [1 § 1. De Regering kan inrichtingen of publiek- en privaatrechtelijke personen erkennen en subsidiëren om de medische opsporingshandelingen en de interventies inzake preventieve geneeskunde, bepaald in de programma's voor preventieve geneeskunde bedoeld in artikel 47/17, uit te voeren.
§ 2. De erkenning wordt voor een onbepaalde duur verleend.
§ 3. De Regering stelt de procedure en de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van de inrichtingen of publiek- of privaatrechtelijke personen, bedoeld in § 1, vast.
De erkenningsvoowaarden hebben met name betrekking op de apparaten en de technische voorwaarden, de personeelskwalificaties, de kwaliteitscriteria voor de uitvoering van de programma's.]1

[2 De in lid 2 bedoelde apparatuur wordt onderworpen aan alle controles, ongeacht de kwalificatie ervan, die door de geldende wetgeving worden voorgeschreven.
In geval van niet-naleving van lid 3 wordt de erkenning door de regering of haar afgevaardigde ingetrokken. De Regering bepaalt de modaliteiten en de procedure voor de intrekking van de erkenning.]2

Art. 410/37. [1 § 1er. Le Gouvernement peut agréer et subventionner des établissements ou des personnes de droit public ou privé pour exécuter les actes médicaux de dépistage et [2 les]2 interventions de médecine préventive prévus dans les programmes de médecines préventive visé à l'article 47/17.
§ 2. L'agrément est délivré pour une durée indéterminée.
§ 3. Le Gouvernement fixe la procédure et les conditions d'agrément et de subventionnement des établissements ou des personnes de droit public ou privé visées au paragraphe 1er.
Les conditions d'agrément portent notamment sur l'appareillage et les conditions techniques, les qualifications du personnel, les critères de qualité pour la réalisation des programmes.]1

[2 L'appareillage visé à l'alinéa 2 fait l'objet de tous les contrôles, quelle que soit leur qualification, exigés par la législation en vigueur.
En cas d'inobservation de l'alinéa 3, l'agrément est retiré par le Gouvernement ou son délégué. Le Gouvernement détermine les modalités et la procédure du retrait d'agrément.]2

Onderafdeling 5.
Sous-section 5.
Art. 410/38.
Art. 410/38.
Afdeling 4. [1 - Operatoren inzake gezondheidsbevordering]1
Section 4. [1 - Opérateurs en promotion de la sant]1
Onderafdeling 1. [1 - Erkenning]1
Sous-section 1re. [1 Agrément]1
Art. 410/39. [1 De Regering [2 of haar gemachtigde]2 erkent operatoren inzake gezondheidsbevorderingen met het oog op [2 het uitvoeren van concrete interventies op het grondgebied van het Franse taalgebied of het verlenen van steun aan actoren van gezondheidsbevordering, in overeenstemming met de doelstellingen van het plan]2, onder uitsluiting van de programma's voor preventieve geneeskunde bedoeld in artikel 47/17.]1
[2 De regering stelt de opdrachten vast waarvoor zij operatoren inzake gezondheidsbevordering wenst te erkennen.]2
Art. 410/39. [1 Le Gouvernement [2 ou son délégué]2 agrée des opérateurs en promotion de la santé en vue de [2 de mener sur le territoire de la région de langue française, des interventions concrètes ou fournir un appui aux acteurs de promotion de la santé, en lien avec les objectifs du plan]2, à l'exclusion des programmes de médecine préventive visés à l'article 47/17.]1
[2 Le Gouvernement définit les missions pour lesquelles il souhaite agréer des opérateurs en promotion de la santé.]2
Art. 410/40. [1 § 1. [2 De aanvraag tot erkenning wordt door operator voor gezondheidsbevordering bij de Regering ingediend.
De erkenning wordt voor een duur van vijf jaar door de Regering of haar afgevaardigde toegekend. De erkenning is hernieuwbaar.]2

§ 2. Om erkend te worden, is de operator inzake gezondheidsbevordering een [2 ...]2 rechtspersoon zonder winstgevend doel en:
[2 verbindt zich ertoe, voor een periode van vijf jaar, een gecoördineerd actieprogramma uit te werken dat aan volgende voorwaarden beantwoordt:]2
a) een logische aaneenschakeling zijn van jaarlijkse doelen met een evaluatie in de vorm van kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren en van langetermijndoelstellingen;
b) de ingezette middelen om aan de doelstellingen van het plan te beantwoorden, uiteenzetten;
verbindt zich ertoe het jaarlijks activiteitenverslag overeenkomstig artikel 46 aan het Agentschap te bezorgen;
verbindt zich tot de inachtneming van de deontologische regels die de Regering vastlegt;
[2 verbindt zich ertoe in overleg met de lokale centra voor gezondheidsbevordering die overeenstemmen met zijn activiteitengrondgebied te werken.]2
Het programma bedoeld in lid 1, 1°, wordt door de Regering [2 of haar afgevaardigde]2 goedgekeurd, volgens de nadere regels en in de termijn door de Regering bepaald. De voorwaarden bedoeld onder 3° en 4°, worden binnen de zes maanden na toekenning van de erkenning concreet gemaakt.
[2 De Regering kan de in deze paragraaf genoemde erkenningsvoorwaarden specificeren en zo nodig voorzien in een of meer aanvullende erkenningsvoorwaarden.]2
§ 3. De Regering [2 of haar afgevaardigde]2 bepaalt de inhoud van het dossier m.b.t. de erkenningsaanvraag. Dit dossier bevat op zijn minst :
[2 het ondernemingsnummer van de operator voor gezondheidsbevordering;]2
de verbintenis om zich te schikken naar het plan, vastgelegd door de Regering, en de evoluties ervan.]1

[2 § 4. De Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure voor de toekenning van de in paragraaf 2 bedoelde erkenning alsmede de voorwaarden en de procedure voor het intrekken van die erkenning.]2
Art. 410/40. [1 § 1er. [2 La demande d'agrément est introduite par l'opérateur en promotion de la santé auprès du Gouvernement ou de son délégué.
L'agrément est accordé pour une durée de cinq ans par le Gouvernement ou son délégué. L'agrément est renouvelable.]2

§ 2. Pour être agréé, l'[2 opérateur en promotion]2 de la santé est une personne morale sans but lucratif [2 ...]2 et :
[2 s'engage à élaborer]2 un programme d'actions coordonnées pour une période de cinq ans répondant aux conditions suivantes :
a) il est décliné en objectifs annuels avec une évaluation sous la forme d'indicateurs quantitatifs et qualitatifs, et en objectifs à long terme;
b) il expose les moyens déployés pour répondre aux objectifs du plan;
s'engage à fournir un rapport d'activités annuel conformément à l'article 46;
[2 s'engage à respecter]2 les règles déontologiques définies par le Gouvernement;
[2 s'engage à travailler]2 en concertation avec [2 les centres locaux]2 de promotion de la santé correspondant à son territoire [2 d'activités]2.
Le programme visé à l'alinéa 1er, 1°, est approuvé par le Gouvernement [2 ou son délégué]2, selon les modalités et dans les délais que celui-ci détermine. Les conditions visées aux 3° et 4° sont concrétisées dans les trois mois de l'octroi de l'agrément.
[2 Le Gouvernement peut préciser les conditions d'agrément énumérées dans le présent paragraphe, et prévoir, si nécessaire, une ou plusieurs conditions d'agrément complémentaires.]2
§ 3. Le Gouvernement [2 ou son délégué]2 détermine le contenu du dossier de demande d'agrément. Ce dossier comporte au minimum :
[2 le numéro d'entreprise de l'opérateur en promotion de la santé;]2
l'engagement à se conformer au plan arrêté par le Gouvernement et à ses évolutions.]1

[2 § 4. Le Gouvernement précise les modalités et la procédure d'octroi de l'agrément visé au paragraphe 2, ainsi que les modalités et la procédure de retrait de cet agrément.]2
Art. 410/41. [1 De operatoren inzake gezondheidsbevordering voeren acties die passen in de doelstellingen van het plan. [2 ...]2]1
Art. 410/41. [1 Les opérateurs en promotion de la santé mènent des actions s'inscrivant dans les objectifs du plan. [2 ...]2]1
Onderafdeling 2. [1 - Subsidiëring]1
Sous-section 2. [1 - Subventionnement]1
Art. 410/42. [1 Tijdens de periode vallend onder de erkenning en binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten geniet de operator inzake gezondheidsbevordering een jaarlijkse subsidie [2 ter dekking van personeels- en werkingskosten]2.
De Regering legt de nadere regels, de bedragen, de berekeningswijze van de eventuele indexering en de toekenningsvoorwaarden van de subsidie vast, rekening houdend met de aard van de acties.]1

Art. 410/42. [1 Pendant la période couverte par l'agrément et dans la limite des crédits disponibles, l'[2 opérateur en promotion]2 de la santé peut bénéficier d'une subvention annuelle destinée [2 à couvrir des frais de personnel et des frais de fonctionnement]2.
Le Gouvernement arrête les modalités, montants, mode de calcul de l'indexation éventuelle et conditions d'octroi de la subvention, en tenant compte de la nature des actions.]1

Art. 410/43. [1 [2 Onverminderd de boekhoudkundige verplichtingen die door het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en de uitvoeringsbesluiten daarvan worden opgelegd, voert de operator inzake gezondheidsbevordering een]2 gedeeltelijk dubbele boekhouding per begrotingsjaar en verstrekt jaarlijks een balans en [2 een winst- en verliesrekening]2 volgens het model bepaald door de Regering.]1
Art. 410/43. [1 [2 Sans préjudice des obligations comptables imposées par le Code des sociétés et des associations, et par ses arrêtés d'exécution, l'opérateur en promotion]2 de la santé tient une comptabilité en partie double par année budgétaire, et fournit annuellement un bilan et un [2 compte de résultats]2 selon le modèle déterminé par le Gouvernement.]1
Onderafdeling 3. [1 - Controle, evaluatie en bestraffing]1
Sous-section 3. [1 - Contrôle, évaluation et sanction]1
Art. 410/44. [1 § 1. De activiteiten van elke operator inzake gezondheidsbevordering worden op gezette tijden door het Agentschap geëvalueerd.
De operator inzake gezondheidsbevordering neemt actief deel aan de evaluatie ervan en werkt met het Agentschap samen bij de voorbereiding en de follow-up van deze evaluatie.
De Regering bepaalt de evaluatiemodaliteiten en -procedure.
§ 2. De administratieve en financiële de operator inzake gezondheidsbevordering wordt gevoerd door de daartoe aangewezen personeelsleden van het Agentschap.
Om inlichtingen of documenten te verkrijgen die nuttig zijn voor de controle, of om vaststellingen te doen die nuttig zijn voor de controle, kunnen deze ambtenaren :
vrije toegang hebben tot de lokalen van de operator inzake gezondheidsbevordering tijdens de openingsuren;
alle documenten die in het bezit zijn van de exploitant van een operator inzake gezondheidsbevordering raadplegen zonder de lokalen te hoeven verlaten, en hem een kopie te doen toekomen;
kopieën in een door hen gekozen formaat ontvangen van alle documenten of gegevens die door de operator inzake gezondheidsbevordering elektronisch worden bijgehouden;
elke verantwoordelijke of elk personeelslid van de operator inzake gezondheidsbevordering horen;
de operator inzake gezondheidsbevordering schriftelijk of langs elektronische weg om alle nuttige inlichtingen of toelichtingen vragen;
het Belgisch Staatsblad, de Kruispuntbank van Ondernemingen, de Balanscentrale of elke andere authentieke bron raadplegen voor gegevens met betrekking tot de operator inzake gezondheidsbevordering.
De Regering kan de grenzen vaststellen van de bevoegdheden die bij het voorgaande lid aan de ambtenaren zijn toegekend, alsmede de wijze waarop deze bevoegdheden moeten worden uitgeoefend.
De Regering bepaalt de modaliteiten van de controle, met inachtneming van het beginsel van hoor en wederhoor.]1

Art. 410/44. [1 § 1er. Les activités de chaque opérateur en promotion de la santé font l'objet d'une évaluation périodique par l'Agence.
L'opérateur en promotion de la santé participe activement à son évaluation et collabore avec l'Agence pour l'élaboration et le suivi de cette évaluation.
Le Gouvernement détermine les modalités et la procédure d'évaluation.
§ 2. Le contrôle administratif et financier de l'opérateur en promotion de la santé est exercé par les membres du personnel de l'Agence désignés à cet effet.
Dans le but d'obtenir toutes informations ou tous documents utiles au contrôle, ou d'effectuer toutes constatations utiles au contrôle, ces agents peuvent :
avoir libre accès aux locaux de l'opérateur en promotion de la santé pendant les heures d'ouverture de ceux-ci;
consulter sans déplacement tous documents détenus par l'opérateur en promotion de la santé et s'en faire remettre copie;
obtenir copie au format de leur choix de tous documents ou données conservées de manière électronique par l'opérateur en promotion de la santé;
entendre tout dirigeant ou membre du personnel de l'opérateur en promotion de la santé;
demander par écrit ou par voie électronique à l'opérateur en promotion de la santé toutes informations ou explications utiles;
consulter auprès du Moniteur belge, auprès de la Banque-carrefour des entreprises, auprès de la Centrale des Bilans ou auprès de toutes autres sources authentiques les données relatives à l'opérateur en promotion de la santé.
Le Gouvernement peut préciser les limites des pouvoirs conférés aux agents par l'alinéa précédent, ainsi que les modalités d'exercice de ces pouvoirs.
Le Gouvernement détermine les modalités du contrôle, dans le respect du principe du contradictoire.]1

Art. 410/45. [1 § 1. De erkenning als operator inzake gezondheidsbevordering kan te allen tijde [2 door de Regering of haar afgevaardigde]2 ingetrokken worden wegens niet-naleving van de bepalingen van deze afdeling of van de op grond van deze afdeling vastgestelde bepalingen.
[2 De operator inzake gezondheidsbevordering van wie de erkenning is ingetrokken, mag tijdens het jaar volgend op de beslissing tot weigering of intrekking van de erkenning geen nieuwe erkenningsaanvraag indienen.]2
§ 2. De procedures tot intrekking van de erkenning worden nader bepaald door de Regering.
Te dien einde stelt zij de vorm en de termijnen vast en ziet zij erop toe dat de procedure op tegenspraak wordt gevoerd.]1

Art. 410/45. [1 § 1er. A tout moment, l'agrément en qualité d'[2 opérateur en promotion]2 de la santé peut être retiré [2 par le Gouvernement ou son délégué]2 pour cause d'inobservation des dispositions de la présente section ou des dispositions fixées en application de celle-ci.
[2 L'opérateur en promotion de la santé, dont l'agrément a été retiré, ne peut pas introduire une nouvelle demande d'agrément pendant l'année suivant la décision de retrait de l'agrément.]2
§ 2. Le Gouvernement précise les procédures de retrait de l'agrément.
A cet effet, le Gouvernement détermine les formes et les délais et assure le respect du " caractère contradictoire de la procédure.]1

Afdeling 5. [1 - Federaties voor [2 bevordering van gezondheid, met inbegrip van preventie]2]1
Section 5. [1 - Fédérations de [2 promotion de la santé, en ce compris la prévention]2]1
Art. 410/46. [1 § 1. De operatoren inzake gezondheidsbevordering kunnen zich verenigen en hun belangen toevertrouwen aan een federatie voor gezondheidsbevordering, met inbegrip van preventie, die de erkenning van de Regering of haar afgevaardigde kan aanvragen.
De erkenning wordt verleend voor een hernieuwbare periode van vier jaar.
§ 2. De federatie voor gezondheidsbevordering, met inbegrip van preventie, heeft de volgende taken:
ze ondersteunt namens haar leden een gemeenschappelijke visie op gezondheidsbevordering en geeft er zichtbaarheid aan;
ze is voorstander van overleg met het oog op de bevordering en de ondersteuning van de kwaliteit van de activiteiten van de leden;
ze vertegenwoordigt haar leden collectief, overeenkomstig de geldende bepalingen:
ze vertegenwoordigt een van haar leden individueel wanneer het daarom wordt verzocht, overeenkomstig de geldende bepalingen.
§ 3. Om erkend te worden moet de federatie voor gezondheidsbevordering, met inbegrip van preventie, de volgende taken:
opgericht zijn in de vorm van een rechtspersoon zonder winstoogmerk;
minimum twaalf leden tellen die de hoedanigheid van operatoren inzake gezondheidsbevordering;
een activiteitenprogramma in te voeren waarin wordt aangegeven hoe de in lid 2 bedoelde taken zullen worden uitgevoerd.
" § 4. De Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure voor de toekenning van de in paragraaf 2 bedoelde erkenning alsmede de voorwaarden en de procedure voor het intrekken van die erkenning.]1

Art. 410/46. [1 § 1er. Les acteurs en promotion de la santé peuvent se fédérer et confier leurs intérêts à une fédération de promotion de la santé, en ce compris la prévention, laquelle peut demander à être agréée par le Gouvernement ou son délégué.
L'agrément est accordé pour une durée de quatre ans, renouvelable.
§ 2. La fédération de promotion de la santé, en ce compris la prévention, remplit les missions suivantes :
elle soutient au nom de ses membres une vision commune de la promotion de la santé et lui donne de la visibilité;
elle favorise la concertation en vue de promouvoir et de soutenir la qualité des activités des membres;
elle représente ses membres de manière collective, dans le respect des dispositions en vigueur;
elle représente individuellement un de ses membres lorsque celui-ci lui en fait la demande, dans le respect des dispositions en vigueur.
§ 3. Pour être agréée, la fédération de promotion de la santé, en ce compris la prévention, doit remplir les conditions suivantes :
être constituée sous la forme d'une personne morale sans but lucratif;
comprendre un minimum de douze membres ayant la qualité d'acteurs en promotion de la santé;
introduire un programme d'activités reprenant la manière dont les missions visées au paragraphe 2 seront réalisées.
§ 4. Le Gouvernement précise les modalités et la procédure d'octroi de l'agrément visé au paragraphe 2, ainsi que les modalités et la procédure de retrait de cet agrément.]1

Art. 410/47. [1 Gedurende de door de erkenning bestreken periode en binnen de perken van de beschikbare begroting kan de Regering de federatie voor de bevordering van gezondheid, met inbegrip van preventie, een jaarlijkse subsidie verlenen ter dekking van de personeels- en werkingskosten.
De Regering bepaalt de wijzen voor de erkenning en de modaliteiten voor de berekening van de in het vorig lid bedoelde subsidie.]1

Art. 410/47. [1 Pendant la période couverte par l'agrément et dans la limite des disponibilités budgétaires, le Gouvernement peut accorder à la fédération de promotion de la santé, en ce compris la prévention, une subvention annuelle destinée à couvrir des frais de personnel et des frais de fonctionnement.
Le Gouvernement détermine les conditions d'octroi et les modalités de calcul de la subvention visée à l'alinéa précédent.]1

Afdeling 6. [1 - Departement of afdeling medisch toezicht op het werk]1
Section 6. [1 - Département ou section de surveillance médicale du travail]1
Onderafdeling 1. [1 - Erkenning]1
Sous-section 1re. [1 - Agrément]1
Art. 410/48. [1 [2 ...]2 Om erkend te worden, vervult het departement of de afdeling medisch toezicht op het werk volgende voorwaarden:
actief zijn op een deel van of het gehele grondgebied van het Franse taalgebied;
geplaatst worden onder de leiding van een arts-diensthoofd, die beantwoordt aan de voorwaarden vastgesteld in de artikelen II.3-30, lid 1, 2°, en II.3-32 van de Codex over het Welzijn op het werk van 28 april 2017;
bewijzen dat de samenstelling van het personeel en van het departement of de afdeling medisch toezicht op het werk, de vorm en de prestaties van zijn leden overeenstemmen met de artikelen II.1-12., II.1-13, II.1-20, II.3-30, II.3-33, II.3-34 en II.3-35, van de Codex over het Welzijn op het werk van 28 april 2017;
beschikken over de infrastructuren en de materiële, technische, wetenschappelijke en financiële middelen nodig voor een [2 ...]2 uitvoering van zijn opdrachten;
zich ertoe verbinden een jaarlijks activiteitenverslag op te stellen dat in de voorwaarden bepaald en bedoeld in [2 artikel 46]2 aan het Agentschap wordt overgemaakt;
zich ertoe verbinden de personeelsleden belast met de uitoefening van de activiteiten van medisch toezicht een voortgezette vorming te laten volgen en in het activiteitenverslag daarvan melding maken;
de toegankelijkheid aantonen, aangepast aan de verminderd mobiele personen of personen lijdend aan een sensoriële handicap, tot de onderzoekscentra voor de werknemers onderworpen aan de activiteiten van medisch toezicht;
zich ertoe verbinden activiteiten te ondernemen die gezondheidsgebonden prioriteiten zoals in het plan bepaald uitvoeren;
een totale onafhankelijkheid aantonen ten opzichte van iedere controle- of verzekeringsgeneeskunde;
10° [2 ...]2
11° een statutair erkend autonoom bestaan hebben;
12° [2 zich ertoe verbinden ieder verzoek van de personeelsleden van het Agentschap, belast met de controle bedoeld in artikel [3 410/53]3, te beantwoorden en toestaan dat laatstgenoemde nagaat of de voorwaarden bedoeld onder 1° tot 11° worden nageleefd.]2]1

[2 In afwijking van artikel 46 wordt het in het eerste lid, 5°, bedoelde verslag toegezonden vóór 1 juli van het jaar dat volgt op het jaar waarop het betrekking heeft.
De Regering bepaalt de toegestane afwijkingen van de in lid 7°, bedoelde toegankelijkheidsvereiste.]2

Art. 410/48. [1 [2 ...]2 Pour être agréé, le département ou la section de surveillance médicale du travail remplit les conditions suivantes :
exercer tout ou une partie de ses activités sur le territoire de la région de langue française;
être placé sous la direction d'un médecin-chef de service, répondant aux conditions fixées aux articles II.3-30, alinéa 1er, 2°, et II.3-32, du Code du bien-être au travail du 28 avril 2017;
établir que la composition du personnel du département ou de la section de surveillance médicale, la formation et les prestations de ses membres soient conformes aux articles II.1-12., II.1-13, II.1-20, II.3-30, II.3-33, II.3-34 et II.3-35, du Code du bien-être au travail du 28 avril 2017;
disposer des infrastructures et des moyens matériels, techniques, scientifiques et financiers nécessaires pour accomplir ses missions [2 ...]2;
s'engager à établir un rapport annuel d'activités à transmettre à l'Agence dans les conditions déterminées et visées à l'[2 article 46]2;
s'engager à faire suivre une formation continuée aux membres du personnel chargés d'exercer les activités de surveillance médicale et à mentionner cette dernière dans le rapport d'activités;
démontrer une accessibilité adaptée aux personnes à mobilité réduite ou souffrant d'un handicap sensoriel aux centres d'examen pour les travailleurs soumis aux activités de surveillance médicale;
s'engager à entreprendre des activités mettant en oeuvre des priorités en matière de santé définies par le plan;
attester d'une indépendance totale vis-à-vis de toute médecine de contrôle ou de médecine d'assurance;
10° [2 ...]2
11° avoir une existence autonome reconnue statutairement;
12° [2 s'engager à répondre]2 à toute demande des membres du personnel de l'Agence chargés du contrôle visé à l'article [3 410/53]3 lui permettant de vérifier le respect des conditions visées aux [2 1° à 11°]2.]1

[2 Par dérogation à l'article 46, le rapport visé à l'alinéa 1er, 5°, est transmis avant le 1er juillet de l'année suivant celle à laquelle il se rapporte.
Le Gouvernement détermine les dérogations autorisées à l'exigence d'accessibilité prévue à l'alinéa 1er, 7°.]2

Art. 410/49. [1 Naast de voorwaarden bedoeld in artikel [3 410/48]3 worden door de arts-diensthoofd [2 of zijn afgevaardigde]2:
de verantwoordelijkheden van elk personeelslid bepaald en worden om de twee jaar de personeelsleden van het departement of de afdeling medisch toezicht geëvalueerd;
het jaarlijks activiteitenverslag bedoeld in [2 artikel 46]2 vastgesteld.]1

Art. 410/49. [1 Outre les conditions visées à l'article [3 410/53]3, 3°, le médecin-chef de service [2 ou son délégué]2 :
définit les responsabilités de chaque membre du personnel et évalue tous les deux ans les membres du personnel du département ou de la section de surveillance médicale;
établit le rapport annuel d'activités visé à l'[2 article 46]2.]1

Art. 410/50. [1 Om erkend te worden, wordt de afdeling medisch toezicht, naast de voorwaarden bedoeld in de artikelen [3 410/48]3 en [3 410/49]3, door een paritair comité bijgestaan.
Het paritair comité bedoeld in lid 1 bestaat uit een gelijk aantal vertegenwoordigers van de werkgeversorganisaties en vertegenwoordigers van werknemersorganisaties en heeft als opdracht de directie van de afdeling medisch toezicht een advies over te leggen over iedere aangelegenheid die haar aangaat.
[2 De informatie, met inbegrip van de notulen, betreffende de vergaderingen van het paritair comité wordt binnen de door de regering vastgestelde termijn aan het Agentschap toegezonden]2.]1

Art. 410/50. [1 Pour être agréée, outre les conditions prévues aux articles [3 410/53]3 et [3 410/49]3, la section de surveillance médicale est assistée par un comité paritaire.
Le comité paritaire visé à l'alinéa 1 est composé d'un nombre égal de représentants des organisations d'employeurs et de représentants des organisations de travailleurs et a pour mission de rendre, à la direction de la section de surveillance médicale, un avis sur toutes les matières la concernant.
[2 Les informations, y compris les procès-verbaux, relatives aux réunions du comité paritaire sont transmises à l'Agence dans le délai fixé par le Gouvernement.]2]1

Art. 410/51. [1 Naast de voorwaarden bedoeld in de artikelen [2 410/48]2 tot [2 410/50]2 bewijst de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk die de erkenning van zijn afdeling medisch toezicht aanvraagt door overlegging van zijn ondernemingsnummer dat hij voldoet aan de voorwaarden vastgesteld in de artikelen II.3-5 tot II.3-7 van de Codex van het welzijn op het werk van 28 april 2017 voor zijn activiteiten van medisch toezicht.]1
Art. 410/51. [1 Outre les conditions visées aux articles [2 410/48]2 à [2 410/50]2, le service externe de prévention et de protection au travail qui sollicite l'agrément de sa section de surveillance médicale établit, par la production de son numéro d'entreprise qu'il satisfait aux conditions fixées aux articles II.3-5 à II.3-7 du Code du bien-être au travail du 28 avril 2017, pour ses activités de surveillance médicale.]1
Art. 410/52. [1 De aanvraag tot erkenning wordt bij de Regering [2 of haar afgevaardigde]2 ingediend.
De erkenning wordt voor een onbepaalde duur [2 door de Regering of haar afgevaardigde]2 verleend.
[2 De Regering of haar afgevaardigde bepaalt de inhoud van het dossier m.b.t. de erkenningsaanvraag. Dit dossier bevat op zijn minst :
het ondernemingsnummer van de dienst waartoe de dienst of de afdeling voor gezondheidstoezicht op het werk behoort;
een verbintenis om hun taken uit te voeren in het kader van deze afdeling.]2
]1

[2 De Regering bepaalt de wijze en de procedure voor het verlenen van de in dit artikel bedoelde erkenning.]2
Art. 410/52. [1 La demande d'agrément est introduite auprès du Gouvernement [2 ou de son délégué]2.
L'agrément est accordé pour une durée indéterminée [2 par le Gouvernement ou son délégué]2.
[2 Le Gouvernement ou son délégué détermine le contenu du dossier de demande d'agrément. Ce dossier comporte au minimum :
le numéro d'entreprise du service dont dépend le département ou la section de surveillance médicale du travail;
l'engagement à exercer leurs missions dans le cadre de la présente section.]2
]1

[2 Le Gouvernement précise les modalités et la procédure d'octroi de l'agrément visé au présent article.]2
Onderafdeling 2. [1 - Controle, evaluatie en bestraffing]1
Sous-section 2. [1 - Contrôle, évaluation et sanction]1
Art. 410/53. [1 § 1. De activiteiten van alle departementen of afdelingen medisch toezicht worden op gezette tijden door het Agentschap geëvalueerd.
Het departement of de afdeling medisch toezicht neemt actief deel aan de evaluatie ervan en werkt met het Agentschap samen bij de voorbereiding en de follow-up van deze evaluatie.
De Regering bepaalt de evaluatiemodaliteiten en -procedure.
§ 2. De administratieve en kwalitatieve controle van het departement of afdeling medisch toezicht wordt uitgeoefend door de daartoe aangewezen personeelsleden van het Agentschap.
Om inlichtingen of documenten te verkrijgen die nuttig zijn voor de controle, of om vaststellingen te doen die nuttig zijn voor de controle, kunnen deze ambtenaren :
vrije toegang hebben tot de lokalen van het departement of de afdeling medisch toezicht tijdens de openingsuren daarvan;
alle bij het departement of de afdeling medisch toezicht berustende documenten raadplegen zonder de lokalen te hoeven verlaten en er kopieën van laten maken;
kopieën in een door hen gekozen formaat ontvangen van alle documenten of gegevens die door het departement of de afdeling medisch toezicht elektronisch worden bijgehouden;
elke of elk personeelslid van of van de afdeling medisch toezicht horen
het departement of de afdeling medisch toezicht schriftelijk of langs elektronische weg om alle nuttige inlichtingen of toelichtingen vragen;
het Belgisch Staatsblad, de Kruispuntbank van Ondernemingen, de Balanscentrale of elke andere authentieke bron raadplegen voor gegevens met betrekking tot de rechtspersoon die onder het departement of de afdeling medisch toezicht ressorteert.
De Regering kan de grenzen vaststellen van de bevoegdheden die bij het voorgaande lid aan de ambtenaren zijn toegekend, alsmede de wijze waarop deze bevoegdheden moeten worden uitgeoefend.
De Regering bepaalt de modaliteiten van de controle, met inachtneming van het beginsel van hoor en wederhoor.]1

Art. 410/53. [1 § 1er. Les activités de chaque département ou section de surveillance médicale font l'objet d'une évaluation périodique par l'Agence.
Le département ou la section de surveillance médicale participe activement à son évaluation et collabore avec l'Agence pour l'élaboration et le suivi de cette évaluation.
Le Gouvernement détermine les modalités et la procédure d'évaluation.
§ 2. Le contrôle administratif du département ou de la section de surveillance médicale est exercé par les membres du personnel de l'Agence désignés à cet effet.
Dans le but d'obtenir toutes informations ou tous documents utiles au contrôle, ou d'effectuer toutes constatations utiles au contrôle, ces agents peuvent :
avoir libre accès aux locaux du département ou de la section de surveillance médicale pendant les heures d'ouverture de ceux-ci;
consulter sans déplacement tous documents détenus au département ou à la section de surveillance médicale et s'en faire remettre copie;
obtenir copie au format de leur choix de tous documents ou données conservées de manière électronique par le département ou la section de surveillance médicale;
entendre tout dirigeant ou membre du personnel du département ou de la section de surveillance médicale;
demander par écrit ou par voie électronique au département ou à la section de surveillance médicale toutes informations ou explications utiles;
consulter auprès du Moniteur belge, auprès de la Banque-carrefour des entreprises, auprès de la Centrale des Bilans ou auprès de toutes autres sources authentiques les données relatives à la personne juridique couvrant le département ou la section de surveillance médicale.
Le Gouvernement peut préciser les limites des pouvoirs conférés aux agents par l'alinéa précédent, ainsi que les modalités d'exercice de ces pouvoirs.
Le Gouvernement détermine les modalités du contrôle, dans le respect du principe du contradictoire.]1

Art. 410/54. [1 § 1. De erkenning als departement of afdeling medisch toezicht kan te allen tijde [2 door de Regering of haar afgevaardigde]2 ingetrokken worden wegens niet-naleving van de bepalingen van deze afdeling of van de op grond van deze afdeling vastgestelde bepalingen.
Het departement of de afdeling medisch toezicht [2 ...]2 waarvan de erkenning is ingetrokken, mag tijdens het jaar volgend op de beslissing [2 ...]2 of intrekking van de erkenning geen nieuwe erkenningsaanvraag indienen.
§ 2. De procedures tot intrekking van de erkenning worden nader bepaald door de Regering.
Te dien einde stelt zij de vorm en de termijnen vast en ziet zij erop toe dat de procedure op tegenspraak wordt gevoerd.]1

Art. 410/54. [1 § 1er. A tout moment, l'agrément en qualité de département ou section de surveillance médicale peut être retiré [2 par le Gouvernement ou son délégué]2 pour cause d'inobservation des dispositions de la présente section ou des dispositions fixées en application de celle-ci.
Le département ou la section de surveillance médicale [2 ...]2 dont l'agrément a été retiré, ne peut pas introduire une nouvelle demande d'agrément pendant l'année suivant la décision [2 ...]2 de retrait de l'agrément.
§ 2. Le Gouvernement précise les procédures de retrait de l'agrément.
A cet effet, le Gouvernement détermine les formes et les délais et assure le respect du " caractère contradictoire de la procédure.]1

HOOFDSTUK I. - Verzorgingsinstellingen
CHAPITRE Ier. - Etablissements de soins
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Section 1re. - Dispositions générales
Art. 411. [1 Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder :
"verzorgingsinstellingen" : de instellingen, diensten, structuren, zorgprogramma's, afdelingen en functies waarop de wet op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, gecoördineerd bij de wet van 10 juli 2008 geheel of gedeeltelijk van toepassing is, met uitsluiting van de rust- en verzorgingstehuizen en de dagverzorgingscentra;
"ziekenhuizen" : de ziekenhuizen bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen die onder de bevoegdheid van het Waals Gewest vallen;
"samenwerkingsverband" : elke vorm van gereglementeerd samenwerkingsverband tussen ziekenhuizen op basis van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen;
"locoregionaal klinisch ziekenhuisnetwerk": het ziekenhuisventwerk bedoeld in artikel 14/1, 1°, van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen.]1

Art. 411. [1 Pour l'application du présent chapitre, on entend par :
" établissements de soins " : les établissements, services, structures, programmes de soins, sections et fonctions auxquels la loi coordonnée du 10 juillet 2008 sur les hôpitaux et autres établissements de soins est en tout ou en partie applicable à l'exclusion des maisons de repos et de soins et des centres de soins de jour;
" hôpitaux " : les hôpitaux visés aux articles 2 et 3 de la loi coordonnée du 10 juillet 2008 sur les hôpitaux et autres établissements de soins qui ressortent des compétences de la Région wallonne;
" collaboration " : toute forme de collaboration entre hôpitaux réglementée sur la base de la loi coordonnée du 10 juillet 2008 sur les hôpitaux et autres établissements de soins;
" réseau hospitalier clinique locorégional ": le réseau hospitalier visé à l'article 14/1, 1°, de la loi coordonnée du 10 juillet 2008 sur les hôpitaux et autres établissements de soins.]1

Art. 412. [1 De Regering bepaalt de normen voor de erkenning van de ziekenhuizen en de normen ter aanvulling van de organieke en programmeringswetgeving onverminderd de bevoegdheden van de federale overheid bepaald in artikel 5, § 1, I, 1°, 1°, a) en c), van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen.]1
Art. 412. [1 Le Gouvernement détermine les normes d'agrément des hôpitaux et les normes complémentaires à la législation organique et de programmation sans préjudice des compétences de l'autorité fédérale fixées à l'article 5, § 1er, I, 1°, a) et c), de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles.]1
Art. 413. Om erkend te worden en te blijven, moeten de verzorgingsinstellingen aan de normen voldoen zoals vastgesteld bij of krachtens de organieke wetgeving en de aanvullende criteria bedoeld in artikel 412.
Art. 413. Pour être et rester agréés, les établissements de soins doivent satisfaire aux normes établies par ou en vertu de la législation organique et aux normes complémentaires visées à l'article 412.
Art. 413bis. [1 De regering bepaalt de erkennings- en strafprocedures die van toepassing zijn op ziekenhuizen, samenwerkingsverbanden en locoregionale klinische ziekenhuisnetwerken.]1
Art. 413bis. [1 Le Gouvernement arrête les modalités d'agrément et de sanction applicables aux hôpitaux, aux collaborations et aux réseaux hospitaliers cliniques locorégionaux.]1
Afdeling 2. - Bijzondere erkenning coor de inrichtingen en diensten bedoeld bij artikel 170, § 1, van de wet op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinstellingen, gecoördineerd op 10 juli 2008
Section 2. - Agrément spécial des établissements et services visés par l'article 170, § 1er, de la loi relative aux hôpitaux et à d'autres établissements de soins, coordonnée le 10 juillet 2008
Onderafdeling 1. - Procedure
Sous-section 1re. - Procédure
Art. 414. De Regering bepaalt de procedure voor de erkenning, de vernieuwing, de weigering of de intrekking van de bijzondere erkenning, alsmede de termijnen voor de beslissing. Ze stelt de regels vast voor de ontvankelijkheid van de dossiers.
De bijzondere erkenning kan door de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 verleend worden voor een bepaalde hernieuwbare periode of voor onbepaalde tijd.
Een voorlopige bijzondere erkenning kan voor een hernieuwbare periode van zes maanden worden verleend aan de instellingen die een eerste aanvraag indienen.
De bijzondere erkenning en de voorlopige bijzondere erkenning kunnen geschorst worden volgens de door de Regering vastgestelde modaliteiten.
Art. 414. Le Gouvernement fixe les procédures d'octroi, de renouvellement, de refus et de retrait de l'agrément spécial, ainsi que les délais de décision. Il établit les règles de recevabilité des dossiers.
L'agrément spécial peut être accordé par le Gouvernement [1 ou son délégué]1 pour une période déterminée renouvelable ou pour une durée indéterminée.
Un agrément spécial provisoire peut être accordé, pour une durée de six mois renouvelable, aux établissements qui font une première demande.
L'agrément spécial et l'agrément spécial provisoire peuvent être suspendus selon les modalités fixées par le Gouvernement.
Art. 415. De weigering van de bijzondere erkenning alsmede de intrekking van de bijzondere erkenning of de voorlopige bijzondere erkenning geven aanleiding tot de sluiting van de instelling.
Volgens de door haar vastgestelde procedure kan de Regering bij spoedeisendheid beslissen dat een verzorgingsinstelling gesloten moet worden om redenen van volksgezondheid, veiligheid en ernstige overtreding van de normen. De sluiting kan tijdelijk zijn indien de omstandigheden die daartoe aanleiding gaven, gewijzigd zijn.
Volgens de door haar bepaalde procedure beslist de Regering dat verzorgingsinstellingen die zonder bijzondere erkenning noch voorlopige bijzondere erkenning functioneren, gesloten moeten worden. De vaststelling dat een verzorgingsinstelling zonder bijzondere erkenning of voorlopige bijzondere erkenning geëxploiteerd wordt terwijl ze bestemd is voor de huisvesting van personen met een langdurige en gestabiliseerde psychische stoornis of van mentaal gehandicapten, voor wie een permanente begeleiding nodig is, heeft evenwel geen sluiting tot gevolg indien de instelling overigens door de federale overheid of een deelstaat erkend is.
De burgemeester is belast met de uitvoering van de beslissingen over de sluiting en dringende sluiting en moet overgaan tot de sluitingen die voortvloeien uit de beslissingen tot weigering of intrekking van een bijzondere erkenning.
Art. 415. Le refus de l'agrément spécial ainsi que le retrait de l'agrément spécial ou de l'agrément spécial provisoire entraînent la fermeture de l'établissement.
Selon la procédure qu'il détermine, le Gouvernement peut décider d'urgence de la fermeture d'un établissement de soins pour des raisons de santé publique, de sécurité et de manquement grave aux normes. La fermeture peut être temporaire si les circonstances qui l'ont justifiée ne sont plus réunies.
Selon la procédure qu'il détermine, le Gouvernement décide de la fermeture des établissements de soins qui fonctionnent sans agrément spécial ni agrément spécial provisoire. Toutefois, le constat de l'exploitation sans agrément spécial ni agrément spécial provisoire d'un établissement de soins destiné à l'hébergement de personnes présentant un trouble psychique chronique stabilisé ou de personnes handicapées mentalement, nécessitant un accompagnement continu, n'entraîne pas sa fermeture si l'établissement bénéficie par ailleurs d'une reconnaissance par une autorité fédérale ou fédérée.
Le bourgmestre est chargé de l'exécution des décisions de fermeture et de fermeture d'urgence et de procéder aux fermetures qui découlent des décisions de refus ou de retrait de l'agrément spécial.
Onderafdeling 2. - Controle en sancties
Sous-section 2. - Contrôle et sanctions
Art. 416. De Regering [2 of haar afgevaardigde]2 wijst de ambtenaren aan die moeten controleren of de normen door de verzorgingsinstellingen worden nageleefd.
[1 ...]1
[1 ...]1
Ze hebben toegang tot de verzorgingsinstellingen en mogen er de naleving van de op deze instellingen toepasselijke normen controleren. Ze mogen zich de voor deze controle nodige gegevens laten verstrekken, vragen dat alle voor hun opdracht nuttige bescheiden en inlichtingen, binnen de door hen bepaalde termijn, hun worden overgemaakt of opgestuurd. Zij kunnen iedere persoon ondervragen over elk gegeven dat nuttig is voor het toezicht.
Ze stellen inbreuken in processen-verbaal vast, die bewijskracht hebben tot het tegendeel is bewezen.
Een afschrift daarvan wordt aan de overtreders overgezonden binnen drie werkdagen na de vaststelling van de overtreding.
Bij het vervullen van hun opdracht kunnen ze een beroep doen op de openbare macht.
Art. 416. Le Gouvernement [2 ou son délégué]2 désigne les fonctionnaires chargés de veiller au respect des normes par les établissements de soins.
[1 ...]1
[1 ...]1
Ils peuvent pénétrer dans les établissements de soins et y contrôler le respect des normes applicables à ces établissements, se faire fournir les renseignements nécessaires à ce contrôle, ainsi que se faire remettre ou adresser, dans le délai qu'ils fixent, tous documents et renseignements utiles à l'accomplissement de leur mission. Ils peuvent interroger toute personne sur tout fait dont la connaissance est utile à l'exercice de la surveillance.
Ils dressent des procès-verbaux qui font foi jusqu'à preuve du contraire.
Une copie en est transmise aux contrevenants dans les trois jours ouvrables qui suivent le jour du constat de l'infraction.
Ils peuvent recourir à l'assistance de la force publique dans l'exercice de leur mission.
Art. 417. Onverminderd de toepassing van de straffen bepaald in het Strafwetboek wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met een geldboete van 2 tot 100 euro :
hij die een instelling exploiteert die niet aan de opgelegde normen voldoet of hij die dergelijke instelling exploiteert zonder bijzondere erkenning of die dergelijke instelling verder exploiteert hoewel een beslissing werd genomen om de bijzondere erkenning in te trekken of te weigeren, of om de instelling te sluiten of dringend te sluiten;
hij die de in artikel 412 bedoelde ambtenaren de toegang tot de instelling ontzegt;
hij die de toegang tot de instelling ontzegt aan de ambtenaren bedoeld in artikel 416.
In geval van herhaling binnen twee jaar na de veroordeling [1 worden de straffen op het dubbel gebracht]1.
Art. 417. Sans préjudice de l'application de peines prévues par le Code pénal, est puni d'un emprisonnement de huit jours à trois mois et d'une amende de 2 à 100 euros :
celui qui exploite un établissement de soins qui ne répond pas aux normes imposées ou qui exploite un tel établissement sans agrément spécial ou qui continue l'exploitation d'un tel établissement ayant fait l'objet d'une décision de retrait ou de refus d'agrément spécial, de fermeture ou de fermeture d'urgence;
celui qui exploite un établissement de soins qui ne répond pas aux normes complémentaires visées à l'article 412;
celui qui refuse aux fonctionnaires visés à l'article 416 l'accès à l'établissement.
En cas de récidive dans les deux ans de la condamnation, les peines [1 peuvent être]1 doublées.
Afdeling 3. - Waarborg
Section 3. - Garantie
Art. 418. De [1 ...]1 Regering kan, binnen de voorwaarden en modaliteiten die zij vastlegt, haar waarborg verlenen voor de schuldvorderingen i.v.m. de financiering van de verrichtingen betreffende de bouw- en de herconditioneringswerken, alsook voor de kosten inzake uitrusting en apparatuur van de ziekenhuizen en medisch-sociale inrichtingen bedoeld in de artikelen 2 tot 7 en 170, § 1 van de wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, gecoördineerd op 10 juli 2008.
De toepassing van de bepalingen van dit artikel mag niet leiden tot tussenkomsten die de maxima vastgelegd voor de investeringen overschrijden.
Art. 418. Le Gouvernement [1 ...]1, dans les conditions et modalités qu'il fixe, peut octroyer sa garantie pour les créances relatives au financement des opérations concernant les travaux de construction et de reconditionnement ainsi que dans les frais d'équipement et d'appareillage des hôpitaux et des établissements médico-sociaux visés aux articles 2 à 7 et 170, § 1er, de la loi relative aux hôpitaux et à d'autres établissements de soins, coordonnée le 10 juillet 2008.
L'application des dispositions de cet article ne peut aboutir à des interventions dépassant les maxima fixés pour les investissements.
Afdeling 4.
Section 4.
Art. 418/1.
Art. 418/1.
Afdeling 5. [1 - Platforms voor palliatieve zorg]1
Section 5. [1 - Plates-formes de soins palliatifs]1
Art. 418/2.
Art. 418/2.
Afdeling 6. [1 - Erkenning van een elektronisch uitwisselingsplatform van de gezondheidsgegevens met het oog op de toekenning van een subsidie]1
Section 6. [1 - Reconnaissance d'une plate-forme d'échange électronique des données de santé en vue de l'octroi d'une subvention]1
Art. 418/3. [1 Voor de toepassing van deze afdeling moet worden verstaan onder :
"platform" : het elektronisch uitwisselingsplatform van de gezondheidsgegevens dat voldoet aan de doelstelling bedoeld in artikel 418/5, in het kader van het gezondheidsbeleid bedoeld in artikel 5,
§ 1, I, van de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980 en die onder de bevoegdheid van het Waalse Gewest valt;
"gezondheidsgegevens" : de gegevens betreffende het gezondheidsbeleid bedoeld in artikel 5, § 1, I, van de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980 en die onder de bevoegdheid van het Waalse Gewest valt;
"gezondheidsactoren" : de gezondheidsactoren, -instellingen of -organisaties die behoren bij het gezondheidsbeleid bedoeld in artikel 5, § 1, I, van de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980 en die onder de bevoegdheid van het Waalse Gewest vallen, zoals de huisartsen of de geneesheren-specialisten en andere gezondheidsberoepen, de verzorgingsinstellingen, de gezondheidsdiensten, de geïntegreerde diensten voor thuisverzorging, de overlegplatforms inzake Geestelijke gezondheid, de overlegplatforms in palliatieve zorgen;
"Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer" : de Commissie ingesteld bij artikel 23 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens;
"Sectoraal comité van het Rijksregister" : het comité ingesteld overeenkomstig artikel 15 van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.]1

Art. 418/3. [1 Pour l'application de la présente section, on entend par :
" plate-forme " : la plate-forme d'échange électronique des données de santé qui remplit l'objectif visé à l'article 418/5, dans le cadre de la politique de la santé visée à l'article 5,
§ 1er, I, de la loi spéciale de réformes institutionnelles du 8 août 1980 et ressortissant de la compétence de la Région wallonne;
" données de santé " : les données relatives à la politique de la santé visée à l'article 5, § 1er, I, de la loi spéciale de réformes institutionnelles du 8 août 1980 et ressortissant de la compétence de la Région wallonne;
" acteurs de santé " : les acteurs, établissements, ou organisations de santé relevant de la politique de santé visée à l'article 5, § 1er, I, de la loi spéciale de réformes institutionnelles du 8 août 1980 et ressortissant de la compétence de la Région wallonne, tels que les médecins généralistes ou spécialistes et autres professionnels de santé, les établissements de soins, les services de santé, les services intégrés de soins à domicile, les plates-formes de concertation en santé mentale ou les plates-formes de concertation en soins palliatifs;
" Commission de la protection de la vie privée " : la Commission instituée par l'article 23 de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard du traitement des données à caractère personnel;
" Comité sectoriel du Registre national " : le comité institué conformément à l'article 15 de la loi du 8 août 1983 organisant un Registre national des personnes physiques.]1

Art. 418/4. [1 Het elektronisch uitwisselingsplatform van de gezondheidsgegevens en de gezondheidsactoren bedoeld in deze afdeling komen tussenbeide voor de verwerking van de gegevens betreffende het gezondheidsbeleid in het Waalse Gewest.]1
Art. 418/4. [1 La plate-forme d'échange électronique des données de santé et les acteurs de santé visés dans la présente section interviennent pour le traitement des données relatives à la politique de la santé de la Région wallonne.]1
Art. 418/5. [1 Het platform heeft als doelstelling de studie, de organisatie en de uitvoering van elk middel om een zo goed en goedkoop mogelijke communicatie te hebben tussen de verschillende actoren van de gezondheid, namelijk de elektronische automatische versturing of de telematische terbeschikkingstelling van elk gegeven of communicatie betreffende de gezondheid d.m.v. de meest geschikte systemen van de technologie.]1
Art. 418/5. [1 La plate-forme a comme objectif l'étude, l'organisation et la mise en oeuvre de tout moyen permettant la meilleure communication possible et au moindre coût entre les différents acteurs de la santé, notamment la transmission automatique informatisée ou la mise à disposition par voie télématique de toute donnée ou communication relative à la santé au moyen des systèmes les plus adéquats de la technologie.]1
Art. 418/6. [1 Volgens de procedure die zij bepaalt, erkent de Regering een platform dat de volgende opdrachten uitvoert :
de elektronisch uitwisselingen van de gezondheidsgegevens beheren en ontwikkelen onder de vorm van een concentrator, hierna "hub" genoemd;
onverminderd de opdrachten van de andere bevoegde organen inzake de informatie - en communicatietechnologieën, de Regering adviseren wanneer zij beslissingen moet voorbereiden of aannemen betreffende het beleid van de informatie - en communicatietechnologieën inzake gezondheidsgegevens;
de toegang tot een databank ter beschikking stellen van de gezondheidsactoren, hierna "safe" genoemd, waarin de gezondheidsgegevens kunnen worden opgeslagen met al de vereiste veiligheidswaarborgen.
Het platform kan, op aanvraag van de Regering, specifieke opdrachten ontwikkelen die aan haar [2 doel]2 voldoen voor zover zij overeenstemmen met de doelstelling omschreven in artikel 418/5.]1

Art. 418/6. [1 Selon la procédure qu'il définit, le Gouvernement reconnaît une plate-forme développant les missions suivantes :
gérer et déployer les échanges électroniques des données de santé, sous la forme d'un concentrateur informatique ci-après dénommé " hub ";
sans préjudice des missions des autres organes compétents en matière de technologies de l'information et de la communication, conseiller le Gouvernement lorsqu'il est amené à préparer ou à adopter des décisions relatives à la politique des technologies de l'information et de la communication en matière de données de santé;
mettre à la disposition des acteurs de santé l'accès à une base de données, ci-après dénommée " coffre-fort ", permettant d'y placer les données de santé avec toutes les garanties requises de sécurité.
La plate-forme peut, sur demande du Gouvernement, développer des missions spécifiques qui répondent à son [2 objet]2 dès lors qu'elles sont conformes à l'objectif défini à l'article 418/5.]1

Art. 418/7. [1 Om haar doelstelling tot een goed einde te brengen, moet het platform de volgende acties uitvoeren :
de realisatie en de coördinatie steunen van de telematische projecten inzake gezondheid betreffende het patiëntendossier dat al de gegevens i.v.m. zijn gezondheid bevat op een elektronische drager hierna "elektronisch patiëntendossier" genoemd;
de analyse, de ontwikkeling en de exploitatie van toepasselijke projecten begeleiden en steunen en de desbetreffende opleiding organiseren;
de steun organiseren aan de koppeling van de elektronische patiëntendossiers met de gezondheidssystemen van de andere deelgebieden die verbonden zijn via het verwijzingsrepertorium van het eHealth-platform en de metahub van het eHealth-platform ingesteld krachtens de wet van 21 augustus 2008 houdende oprichting en organisatie van het eHealth-platform en diverse bepalingen, en de desbetreffende opleiding organiseren;
de veiligheid van de "safe" instellen en waarborgen en zijn implementatie, gebruik en toegangsregels coördineren;
een actieplan opstellen waarvan de periodiciteit door de Regering wordt vastgelegd.]1

Art. 418/7. [1 Pour mener à bien son objectif, la plate-forme réalise les actions suivantes :
soutenir la réalisation et la coordination des projets de télématique de santé relatifs au dossier du patient contenant toutes les données relatives à sa santé sur un support dématérialisé, dénommé ci-après " dossier patient informatisé ";
encadrer et appuyer l'analyse, le développement et l'exploitation de projets applicatifs et organiser la formation y afférente;
organiser le support à l'interconnexion des dossiers patients informatisés avec les systèmes de santé des autres entités fédérées connectés via le répertoire de références de la plate-forme eHealth et le méta-hub de la plate-forme eHealth instituée par la loi du 21 août 2008 relative à l'institution et à l'organisation de la plate-forme eHealth et portant diverses dispositions, et organiser la formation y afférente;
créer et garantir la sécurité du coffre-fort et coordonner son implémentation, son utilisation et les règles d'accès;
élaborer un plan d'action, dont la périodicité est fixée par le Gouvernement.]1

Art. 418/8. [1 De ziekenhuizen en de gezondheidsberoepen zijn verantwoordelijk voor de verwerking van de gezondheidsgegevens die elektronisch worden gewisseld en gecentraliseerd in de "safe" van de gezondheid in de zin van artikel 1, § 4, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens;
Voorafgaandelijk aan de uitvoering van deze verwerking, vermelden de verantwoordelijken van de verwerking van de gezondheidsgegevens de uitvoering ervan aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
Het platform kan optreden als onderaannemer wat betreft de elektronische uitwisseling van de gezondheidsgegevens en de centralisatie van deze gegevens in de "safe" van de gezondheid in de zin van artikel 1, § 5, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.]1

Art. 418/8. [1 Les hôpitaux et les professionnels de la santé sont responsables du traitement des données de santé qui sont échangées électroniquement et centralisées au sein du " coffre-fort " de santé, au sens de l'article 1er, § 4, de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard du traitement des données à caractère personnel.
Préalablement à la mise en oeuvre de ce traitement, les responsables du traitement de données de santé en font la déclaration à la Commission de la protection de la vie privée.
La plate-forme peut agir comme sous-traitant en ce qui concerne l'échange électronique des données de santé et la centralisation de ces données au sein du " coffre-fort " de santé, au sens de l'article 1er, § 5, de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard du traitement des données à caractère personnel.]1

Art. 418/9. [1 Een informatica-audit gebaseerd op de veiligheid van de infrastructuur en de beheersprocedures van het platform wordt uitgevoerd door het platform aan een ritme dat door de Regering wordt bepaald.]1
Art. 418/9. [1 Un audit informatique basé sur la sécurité de l'infrastructure et des procédures de gestion de la plate-forme est réalisé par la plate-forme à une fréquence déterminée par le Gouvernement.]1
Art. 418/10. [1 Het platform wordt door de Regering voor onbepaalde duur erkend tegen de volgende voorwaarden :
opgericht zijn in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk of een stichting overeenkomstig [2 het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]2;
zijn activiteitenzetel op het grondgebied van het Franse taalgebied hebben;
samengesteld zijn uit vertegenwoordigers van de huisartsen en ziekenhuisgeneesheren, die zelf huisarts of ziekengeneesheer zijn;
de verbintenis aangaan om, binnen een termijn vastgelegd door de Regering, over een ploeg te beschikken waarvan de minimale samenstelling door de Regering wordt bepaald, en die, o.a., moet bestaan uit een geneesheer verantwoordelijk voor het medisch toezicht en een adviseur voor de informatieveiligheid;
de inachtneming van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, van art 458 van het strafwetboek dat het beroepsgeheim waarborgt, van de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt, van de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende de uitoefening van de gezondheidsberoepen en de aanbevelingen in acht nemen van de beroepsorden die inzake gezondheid bevoegd zijn;
het samenwerkingsakkoord in acht nemen van 23 mei 2013 tussen het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschap over het opstarten van een gemeenschappelijk initiatief om gegevens te delen en over het gemeenschappelijk beheer van dit initiatief, alsook het samenwerkingsakkoord van 15 mei 2014 tussen het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschap houdende uitvoering van het samenwerkingsakkoord van 23 mei 2013;
over een machtiging beschikken van het sectoraal comité van het Rijksregister voor het gebruik van het Rijksregisternummer, overeenkomstig de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen en de wet van 5 mei 2014 houdende verankering van het principe van de unieke gegevensinzameling in de werking van de diensten en instanties die behoren tot of taken uitvoeren voor de overheid en tot vereenvoudiging en gelijkschakeling van elektronische en papieren formulieren;
zich houden aan het reglement om gezondheidsgegevens te delen tussen de gezondheidssystemen die verbonden zijn via het verwijzingsrepertorium van het eHealth-platform en, namelijk, de goedkeuring gekregen hebben van de afdeling gezondheid van het Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid over een verbindingsaanvraag als hub;
voldoen aan de referentiemaatregelen voor de beveiliging van elke verwerking van persoonsgegevens bepaald door de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, alsook aan de minimale beveiligingsnormen vastgelegd door het Algemeen Coördinatiecomité van de Kruispuntbank voor de Sociale Zekerheid en goedgekeurd door het Sectoraal comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid;
10° de richtsnoeren voor Wallonië naleven die door de Regering worden bepaald.]1

Art. 418/10. [1 La plate-forme est reconnue pour une durée indéterminée par le Gouvernement aux conditions suivantes :
être constituée sous la forme d'une association sans but lucratif ou d'une fondation au sens [2 du Code des sociétés et des associations]2, les associations internationales sans but lucratif et les fondations;
avoir son siège d'activité sur le territoire de la région de langue française;
être composée de représentants de médecins généralistes et de médecins hospitaliers, eux-mêmes médecins généralistes ou médecins hospitaliers;
s'engager à disposer, dans un délai fixé par le Gouvernement, d'une équipe dont la composition minimale est déterminée par le Gouvernement, et qui doit comprendre, entre autres, un médecin responsable de la surveillance médicale et un conseiller en sécurité de l'information;
se conformer à la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard du traitement des données à caractère personnel, à l'article 458 du Code pénal garantissant le secret professionnel, à la loi du 22 août 2002 relative aux droits du patient, aux dispositions légales et réglementaires relatives à l'exercice des professions de la santé et prendre en compte les recommandations des ordres professionnels compétents en matière de santé;
respecter l'accord de coopération du 23 mai 2013 entre la Région wallonne et la Communauté française portant sur le développement d'une initiative commune en matière de partage de données et sur la gestion conjointe de cette initiative, ainsi que l'accord de coopération du 15 mai 2014 entre la Région wallonne et la Communauté française portant exécution de l'accord de coopération du 23 mai 2013;
disposer d'une autorisation du comité sectoriel du Registre national pour l'utilisation du numéro du Registre national, conformément à la loi du 8 août 1983 portant organisation d'un Registre national des personnes physiques et à la loi du 5 mai 2014 garantissant le principe de la collecte unique des données dans le fonctionnement des services et instances qui relèvent de ou exécutent certaines missions pour l'autorité et portant simplification et harmonisation des formulaires électroniques et papier;
se conformer au règlement du partage de données de santé entre les systèmes de santé connectés via le répertoire de références de la plate-forme eHealth, et notamment, avoir obtenu l'approbation de la section santé du comité sectoriel de la sécurité sociale et de la santé concernant une demande de connexion en tant que hub;
satisfaire aux mesures de référence en matière de sécurité applicables à tout traitement de données à caractère personnel déterminées par la Commission de la protection de la vie privée, ainsi qu'aux normes minimales de sécurité définies par le Comité général de coordination de la Banque-Carrefour de la sécurité sociale et approuvées par le comité sectoriel de la sécurité sociale et de la santé;
10° observer les lignes directrices pour la Wallonie définies par le Gouvernement.]1

Art. 418/11. [1 Binnen een termijn bepaald door de Regering kan een erkenningsaanvraag worden gericht aan de Regering door elke vereniging of stichting die bewijst dat ze aan de voorwaarden bepaald in artikel 418/10 voldoet.
Deze erkenningsaanvraag moet aan de Regering gericht worden bij ter post aangetekend schrijven of op elke wijze waarop een vaststaande datum aan de zending wordt verleend.
Te rekenen vanaf de afsluitingsdatum van het indienen van de erkenningaanvragen doet de Regering uitspraak erover binnen de termijn die zij vastlegt en erkent ze het platform.
Als verschillende verenigingen of stichtingen evenwel aan de bij het artikel 418/10 gestelde voorwaarden voldoen aan het einde van het onderzoek van de erkenningsaanvragen, gaat de Regering over tot de selectie uitgevoerd door een jury waarvan de samenstelling door de Regering bepaald wordt.
De jury formuleert zijn mening door de kwaliteit van de projecten en de ervaring van de mensen belast met de uitvoering van deze projecten alsook de acties die hen aantonen te vergelijken, tegenover de opdrachten zoals bepaald bij artikel 418/6. De jury doet zijn uitspraak binnen een termijn vastgelegd door de Regering. Te rekenen vanaf deze beslissing erkent de Regering een platform.]1

Art. 418/11. [1 Dans un délai fixé par le Gouvernement, une demande de reconnaissance peut être adressée au Gouvernement par toute association ou fondation attestant répondre aux conditions fixées à l'article 418/10.
Cette demande de reconnaissance doit être adressée au Gouvernement par lettre recommandée ou par tout autre moyen conférant date certaine à l'envoi.
A dater de la clôture du dépôt des demandes de reconnaissance, le Gouvernement statue sur celles-ci dans le délai qu'il fixe et procède à la reconnaissance d'une plate-forme.
Toutefois, si au terme de l'examen des demandes de reconnaissance, plusieurs associations ou fondations remplissent les conditions prescrites par l'article 418/10, le Gouvernement procède alors à une sélection effectuée par un jury dont il fixe la composition.
Le jury fonde son avis en comparant la qualité des projets et l'expérience des personnes attachées à la réalisation desdits projets, ainsi que les actions qui en attestent, en regard des missions telles que prévues à l'article 418/6. Il rend sa décision dans un délai fixé par le Gouvernement. A dater de cette décision, le Gouvernement procède à la reconnaissance d'une plate-forme.]1

Art. 418/12. [1 Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten verleent de Regering een subsidie aan het platform om de opdrachten bedoeld in artikel 418/6 te vervullen en om geheel of gedeeltelijk de volgende kosten te dekken :
de personeelskosten;
de werkingskosten.
De Regering kan investeringssubsidies verlenen, op basis van een verzoek van het platform, samen met een rechtvaardiging.]1

Art. 418/12. [1 Dans la limite des crédits budgétaires, le Gouvernement accorde une subvention à la plate-forme permettant d'assurer les missions visées à l'article 418/6 et destinée à couvrir totalement ou partiellement :
les frais de personnel;
les frais de fonctionnement.
Le Gouvernement peut allouer des subventions d'investissement sur la base d'une demande de la plate-forme, accompagnée d'une justification.]1

Art. 418/13. [1 Het platform houdt op erkend te zijn wanneer, hetzij :
de Regering beslist om de erkenning te schorsen
de Regering de erkenning intrekt.
De Regering kan de erkenning van het platform voor een eenmalige hernieuwbare periode van drie maanden opschorten als de voorwaarden vermeld in artikel 418/6 of 418/7 of 418/8 of 418/9 of 418/10 of overeenkomstig die artikelen niet in acht genomen worden.
Na het verstrijken van de opschortings- of hernieuwingstermijn kan de Regering, als de voorwaarden bepaald in het tweede lid steeds niet nagekomen worden, haar erkenning intrekken.
In geval van ernstige tekortkoming vanwege het platform, zal de Regering de erkenning intrekken.
De schorsing van de erkenning heeft een evenredige vermindering van de subsidie tot gevolg.
De Regering bepaalt de modaliteiten inzake schorsing of intrekking van de erkenning.]1

Art. 418/13. [1 La plate-forme cesse d'être reconnue lorsque, soit :
le Gouvernement décide de suspendre sa reconnaissance;
le Gouvernement lui retire sa reconnaissance.
Le Gouvernement peut suspendre, pour une durée de trois mois, renouvelable une fois, la reconnaissance de la plate-forme lorsque les conditions prévues à l'article 418/6 ou 418/7 ou 418/8 ou 418/9 ou 418/10 ou en vertu de ceux-ci ne sont pas respectées.
Après expiration du délai de suspension ou de son renouvellement, si les conditions prévues à l'alinéa 2 ne sont toujours pas remplies, le Gouvernement peut retirer sa reconnaissance.
En cas de manquement grave de la part de la plate-forme, le Gouvernement retire sa reconnaissance.
La suspension de reconnaissance entraîne une réduction proportionnelle de la subvention.
Le Gouvernement détermine les modalités de suspension et de retrait de la reconnaissance.]1

Art. 418/14. [1 Het Agentschap wordt belast met de controle op het gebruik van de subsidies toegekend aan het platform.]1
Art. 418/14. [1 L'Agence est chargée du contrôle de l'utilisation des subventions octroyées à la plate-forme.]1
HOOFDSTUK II. - Geïntegreerde gezondheidsverenigingen
CHAPITRE II. - Associations de santé intégrée
Afdeling 1. - Begripsomschrijvingen
Section 1re. - Définitions
Art. 419. Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder :
geïntegreerde gezondheidsvereniging, hierna "vereniging" genoemd, elke vereniging die langs een op het medische en psychosociale vlak pluridisciplinaire eerstezorgverleningsequipe, hierna "de equipe" genoemd, zorg verleent vanuit een globale, zowel organieke als psychologische en sociale, visie, waarbij de zieke beschouwd wordt als een persoon die een individuele geschiedenis heeft en die in een familiale, professionele en sociaal-economische omgeving geïntegreerd is, geïntegreerd zorg verleent met inbegrip van preventie die kan worden uitgevoerd ofwel bij individuele contacten ofwel bij acties gevoerd ten aanzien van een bepaalde bevolkingsgroep, ononderbroken zorg verleent waarbij de synthese, de toegankelijkheid en het volgen wordt verzekerd van de informatie in verband met het geheel van de gezondheidsproblemen die door de patiënt worden beleefd gedurende zijn opneming, op welk niveau dan ook;
primaire gezondheidszorg : de eerstelijnszorg die bij een raadpleging of thuis wordt verleend, en het preventief volgen;
communautaire gezondheidsfuncties uitoefenen : activiteiten organiseren die worden gecoördineerd met het gehele psychisch-medisch-sociaal netwerk, en omstandigheden scheppen waarin de bevolking actief kan deelnemen aan de promotie van haar gezondheid;
functies uitoefenen voor het waarnemen van de eerstelijnsgezondheidszorg : gegevens inzamelen waardoor de bediende bevolking op epidemiologisch vlak kan worden beschreven, de doelstellingen kunnen worden geëvalueerd en waardoor er een zelfevaluatie van haar activiteiten kan zijn met het oog op een verbetering van de kwaliteit van de zorgverlening;
stedelijke zone : het geheel, gevormd door een stad en haar voorsteden, of een gemeente die meer dan 10 000 inwoners telt.
Art. 419. Pour l'application du présent chapitre, [1 on entend par]1 :
association de santé intégrée, ci-après dénommée "association" : toute association pratiquant la dispensation par une équipe de premier recours, pluridisciplinaire en matière médico-psycho-sociale, ci-après dénommée "l'équipe", de soins octroyés dans une approche globale, tant organique que psychologique et sociale, considérant le malade comme un sujet ayant une histoire personnelle et s'intégrant dans un environnement familial, professionnel et socio-économique, de soins intégrés octroyés en incluant la prévention qui peut être réalisée, soit lors de contacts individuels, soit lors des actions menées vis-à-vis d'une population définie, de soins continus octroyés en assurant la synthèse, la maîtrise et le suivi de l'information relative à l'ensemble des problèmes de santé vécus par le patient tout au long de sa prise en charge, à quelque niveau que ce soit;
soins de santé primaires : les soins de première ligne dispensés en consultation et à domicile et le suivi préventif;
assurer des fonctions de santé communautaire : développer des activités coordonnées avec l'ensemble du réseau psycho-médico-social et créer des conditions de participation active de la population à la promotion de sa santé;
assurer des fonctions d'observatoire de la santé en première ligne : recueillir des données permettant une description épidémiologique de la population desservie, l'évaluation des objectifs et l'auto-évaluation de ses activités en vue d'une amélioration de la qualité des soins;
zone urbaine : l'ensemble formé par une ville et ses banlieues, ou commune isolée comptant plus de 10 000 habitants.
Afdeling 2. - Geïntegreerde gezondheidsverenigingen
Section 2. - Associations de santé intégrée
Onderafdeling 1. [1 - Programmering en erkenning]1
Sous-section 1re. [1 - Programmation et agrément]1
Art. 420. § 1. De Regering [3 of haar afgevaardigde]3 kan de verenigingen erkennen die aan volgende voorwaarden voldoen :
opgericht zijn in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk of, bij gebrek aan particulier initiatief, opgericht zijn door de overheid;
op zodanige wijze zorg verstrekken dat die toegankelijk is voor iedereen, onder de door de Regering te bepalen voorwaarden;
waarborgen dat de informatie die ononderbroken zorg mogelijk moet maken, wordt medegedeeld;
de verschillende basiszorgdisciplines in een teamwerk integreren;
haar activiteiten hoofdzakelijk uitoefenen in een geografische zone beperkt tot een straal van 5 km of 20 km om de activiteitenzetel van de vereniging, naargelang deze zich binnen of buiten een stedelijke zone bevindt;
als het gaat om een vereniging zonder winstoogmerk, moet de algemene vergadering ervan voor het merendeel samengesteld zijn uit leden van de equipe, waarbij elk lid van de equipe, op zijn verzoek, van rechtswege lid is van de algemene vergadering;
als het gaat om een vereniging die op initiatief van de overheid is opgericht, moet deze laatste het beheer van de geïntegreerde gezondheidsvereniging toevertrouwen aan een voor het merendeel uit leden van de equipe samengesteld beheerscomité, waarbij elk lid van de equipe, op zijn verzoek, van rechtswege lid is van het beheerscomité;
de patiënt waarborgen dat hij zijn zorgverlener vrij kan kiezen.
[1 8° over een minimum team beschikken zoals bedoeld in de artikelen 422 en 423, § 1;]1
[1 9° een actieplan overeenstemmend met artikel 423, § 2 en § 5, hebben opgemaakt.]1
§ 2. [2 In afwijking van artikel 422 en wanneer de algemeen geneeskundigen van de vereniging er hun activiteit niet als hoofdberoep uitoefenen en als het gaat om een nieuwe geïntegreerde gezondheidsvereniging, kan een erkenning voor onbepaalde duur toegekend worden, voor zover de vereniging de andere erkenningsvoorwaarden naleeft.
Indien artikel 422 aan het einde van een termijn van twee jaar na de toekenning van de erkenning door de vereniging niet wordt nageleefd, wordt de in artikel 432 bedoelde procedure tot intrekking van de erkenning toegepast.]2

Art. 420. § 1er. Le Gouvernement [3 ou son délégué]3 peut agréer les associations qui répondent aux conditions suivantes :
être constituée sous la forme d'une association sans but lucratif ou, à défaut d'initiative privée, être organisé par une autorité publique;
dispenser des soins de manière à ce qu'ils soient accessibles à tous, dans les conditions que le Gouvernement définit;
garantir la communication de l'information permettant la continuité des soins;
intégrer les différentes disciplines de soins de base dans un travail d'équipe;
exercer principalement ses activités dans une zone géographique limitée à un rayon de 5 km ou de 20 km autour du siège d'activités de l'association suivant que celle-ci se trouve dans ou en dehors d'une zone urbaine;
s'il s'agit d'une association sans but lucratif, son assemblée générale doit être composée majoritairement par des membres de l'équipe, tout membre de l'équipe étant à sa demande membre de droit de l'assemblée générale;
s'il s'agit d'une association créée à l'initiative d'une autorité publique, celle-ci doit confier la gestion de l'association de santé intégrée à un comité de gestion composé majoritairement des membres de l'équipe, tout membre de l'équipe étant à sa demande membre de droit du comité de gestion;
garantir au patient le libre choix du prestataire de soins.
[1 8° disposer d'une équipe minimale telle que visée aux articles 422 et 423, § 1er;]1
[1 9° avoir élaboré un plan d'action conforme à l'article 423, § 2 et § 5.]1
§ 2. [2 Par dérogation à l'article 422, lorsque les médecins généralistes de l'association n'y exercent pas leur activité à titre principal et qu'il s'agit d'une nouvelle association de santé intégrée, un agrément à durée indéterminée peut être accordé, pour autant que l'association respecte les autres conditions d'agrément.
Si, au terme de deux ans à dater de l'octroi de l'agrément, l'article 422 n'est pas respecté par l'association, la procédure de retrait d'agrément, visée à l'article 432, est mise en oeuvre.]2

Art. 420/1. [1 § 1. De Regering wordt ertoe gemachtigd om een programmering van de erkende geïntegreerde gezondheidsverenigingen te bepalen om, volgens een jaarlijks bepaald begrotingskader, een evenredige verdeling van het aanbod op het grondgebied met een minimale dekking vastgesteld door de Regering te waarborgen.
De in het eerste lid bedoelde programmering berust met name op de volgende criteria : de bepaling van relevante grondgebieden voor de organisatie van de eerste zorglijn, het medische eerste-lijnsaanbod dat in elk grondgebied bestaat en de samenvattende indicator voor de toegang tot de fundamentele rechten.
§ 2. In afwijking van § 1 komen de op de dag van inwerkingtreding van artikel 420/1 erkende verenigingen steeds in aanmerking voor hun erkenning voor onbepaalde duur als geïntegreerde gezondheidsverenigingen.]1

Art. 420/1. [1 § 1er Le Gouvernement est habilité à fixer une programmation des associations de santé intégrée agréées afin d'assurer, selon un cadre budgétaire défini annuellement, une répartition proportionnelle de l'offre sur le territoire, en ayant pour objectif une couverture minimum définie par le Gouvernement.
La programmation visée à l'alinéa 1er se fonde notamment sur les critères suivants : la définition de territoires pertinents pour l'organisation de la première ligne de soins, l'offre médicale de première ligne existante sur chacun d'eux et l'indicateur synthétique d'accès aux droits fondamentaux.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, les associations agréées au jour de l'entrée en vigueur de l'article 420/1 continuent à bénéficier de leur agrément à durée indéterminée en qualité d'associations de santé intégrée.]1

Art. 421. [1 De procedures en modaliteiten m.b.t. de toekenning van de erkenning worden door de Regering bepaald.]1
Art. 421. [1 Les procédures et modalités d'octroi d'agrément sont définies par le Gouvernement.]1
Art. 422. De equipe bestaat uit ten minste twee algemeen geneeskundigen wier hoofdactiviteit wordt uitgeoefend in het kader van de vereniging, een kinesitherapeut, een verpleegkundige, een dienst voor onthaal en secretariaat.
De leden van de equipe worden met arbeidscontract in dienst genomen als de vereniging door de overheid wordt opgericht, of ter beschikking van de vereniging gesteld als ze definitief worden benoemd binnen de diensten van de betrokken overheid.
De nadere werkingsregels van het team voor de organisatie van de opvang, de integratie van de verschillende disciplines van het team en de coördinatie van de activiteiten van de leden worden door de Regering vastgesteld.
Ze worden bepaald in de vorm van aanbevelingen over de aangewende kwaliteit en technieken, waarbij rekening gehouden wordt met de noodzaak om een continue zorgverlening en de toegankelijkheid van de opvang te waarborgen.
Art. 422. L'équipe comprend au moins deux généralistes dont l'activité principale s'exerce dans le cadre de l'association, un kinésithérapeute, un infirmier, un service d'accueil et de secrétariat.
Si l'association est organisée par une autorité publique, les membres de l'équipe sont engagés contractuellement ou, s'ils sont nommés à titre définitif au sein des services de l'autorité publique concernée, mis à la disposition de l'association.
Les modalités de fonctionnement de l'équipe relatives à l'organisation de l'accueil, à l'intégration des différentes disciplines de l'équipe et à la coordination des activités de ses membres sont fixées par le Gouvernement.
Elles sont définies sous la forme de recommandations portant sur la qualité et les techniques mises en oeuvre, en tenant compte de la nécessité d'assurer la continuité des soins et l'accessibilité de l'accueil.
Art. 423. § 1. Het team verzorgt zelf en in samenwerking met het medisch-psychologisch-sociaal netwerk :
curatieve en preventieve functies in het kader van de primaire zorgverlening;
communautaire gezondheidsfuncties;
functies als waarnemingscentrum voor de eerstelijnsgezondheidszorg;
opvangfuncties.
§ 2. De geïntegreerde gezondheidsvereniging ontwikkelt haar activiteiten in het kader van een actieplan dat :
voor de functies waarvan sprake in [1 paragraaf 1]1 de nagestreefde strategische en operationele doelstellingen, de acties en de middelen die aangewend worden om ze te garanderen, de evaluatiecriteria bepaalt, met een terugwerkende kracht;
de pluridisciplinaire aanpak door het team, bedoeld in artikel 1, 1°, in het netwerk opneemt. De vereniging is ingebed in het institutionele overleg door sluiting, tussen instellingen, van samenwerkingsovereenkomsten waarin minstens de aangewende samenwerkingsprocedures en -methodes nader bepaald worden.
§ 3. De communautaire gezondheidsactiviteiten worden georganiseerd ten bate van de verzorgde bevolkingsgroep en de gehele bevolking van het grondgebied waarop de vereniging werkzaam is, waarbij beoogd wordt laatstgenoemde mee te doen werken aan de verbetering van de gezondheidstoestand van die bevolking.
§ 4. Het inzamelen van epidemiologische gegevens beoogt :
het profiel op te stellen van de bevolkingsgroep die bediend wordt door de geïntegreerde gezondheidsdienst en haar actieplan op die gegevens af te stemmen;
het onderzoek en de analyse te voeden voor het geheel van het Waalse Gewest en het Gewest in staat te stellen zijn verplichtingen na te komen ten opzichte van andere overheden.
De Regering bepaalt de minimumlijst van de gegevens die ingezameld worden, de nadere regels voor de registratie, de bewaring en de mededeling van de gegevens aan haar diensten.
Wanneer de resultaten van het onderzoek en de analyse van de gegevens gekend zijn, voorziet de Regering in het verstrekken van informatie aan de geïntegreerde gezondheidsverenigingen in de vorm die het meest gepast is.
§ 5. De Regering bepaalt de inhoud van het in [1 paragraaf 2]1 bedoelde actieplan van de geïntegreerde gezondheidsdienst nader in de vorm van een model van referenties of aanbevelingen.
Art. 423. § 1er. L'équipe assure elle-même et en collaboration avec le réseau médico-psycho-social :
des fonctions curatives et préventives dans le cadre des soins primaires;
des fonctions de santé communautaire;
des fonctions d'observatoire de la santé en première ligne;
des fonctions d'accueil.
§ 2. L'association de santé intégrée développe ses activités dans le cadre d'un plan d'action qui :
détermine, pour les fonctions visées au [1 paragraphe 1er]1, les objectifs stratégiques et opérationnels poursuivis, les actions et les moyens mis en oeuvre pour les assurer, ainsi que les critères d'évaluation, dans une perspective de rétroaction;
articule l'approche pluridisciplinaire réalisée au sein de l'équipe visée à l'article 419, 1°, avec le réseau. L'association s'inscrit dans la concertation institutionnelle en concluant des conventions de collaboration entre institutions qui précisent au moins les procédures de partenariat et les méthodologies mises en oeuvre.
§ 3. Les activités de santé communautaire sont organisées au bénéfice de la population prise en charge et de l'ensemble de la population du territoire desservi par l'association, visant à rencontrer l'objectif de participation de celle-ci à son état de santé dans une perspective d'amélioration.
§ 4. Le recueil de données épidémiologiques a pour objectifs :
d'établir le profil de la population que l'association de santé intégrée dessert et, sur la base de ces données, d'orienter son plan d'action;
d'alimenter la recherche et l'analyse au niveau de l'ensemble de la Région wallonne et de lui permettre de respecter ses obligations à l'égard d'autres autorités.
Le Gouvernement définit la liste minimale des données faisant l'objet du recueil, les modalités de l'enregistrement, de conservation et de communication des données à ses Services.
Lorsque les résultats de la recherche et de l'analyse des données sont connus, une information à destination des associations de santé intégrée est organisée par le Gouvernement sous la forme la plus adéquate.
§ 5. Le Gouvernement précise le contenu du plan d'action visé au [1 paragraphe 2]1 de l'association de santé intégrée, sous forme de modèle de référence ou de recommandations.
Art. 424. § 1. De leden van het team voeren een onderlinge pluridisciplinaire samenwerking en coördinatie in, waarbij rekening wordt gehouden met een door de Regering bepaald aantal regelmatige vergaderingen.
De nadere regels voor de opvolging van de patiënten door de leden van het team bevatten minstens de inschakeling van een verbindingsinstrument, bepaald door de Regering.
§ 2. De leden van het team die kinesitherapeut of verpleger zijn en die bij overeenkomst zijn gebonden, moeten aan elke coördinatievergadering die door de vereniging georganiseerd wordt, deelnemen of er zich laten vertegenwoordigen door een lid van het team dat in dezelfde discipline werkzaam is.
Art. 424. § 1er. Les membres de l'équipe instaurent entre eux une collaboration pluridisciplinaire et une coordination, notamment en tenant un nombre de réunions régulières fixé par le Gouvernement.
Les modalités permettant d'assurer le suivi des patients par les membres de l'équipe comprennent au moins la mise en place d'un outil de liaison défini par le Gouvernement.
§ 2. Les membres de l'équipe qui sont kinésithérapeutes ou infirmiers et qui y sont liés par convention, sont tenus de participer à toute réunion de coordination organisée par l'association, ou de s'y faire représenter par un membre de l'équipe de la discipline à laquelle ils appartiennent.
Art. 425. De vereniging [1 rekent op]1 de samenwerking van maatschappelijk werkers en psychotherapeuten.
De Regering stelt de minimuminhoud vast van de samenwerkingsovereenkomsten die de geïntegreerde gezondheidsvereniging bindt aan de prestatieverleners van vorig lid; die inhoud heeft minstens betrekking op de aard van de dienstverlening, de nadere regels voor het delen van de informatie over de zorgverlening en de continuïteit ervan, de nadere regels voor de aanwijzing van een referentiepersoon tijdens de gehele duur van het zorgtraject en de periodieke beoordeling van de samenwerking.
Art. 425. L'association [1 s'assure]1 la collaboration de travailleurs sociaux et de psychothérapeutes.
Le Gouvernement fixe le contenu minimal des conventions de collaboration qui lient l'association de santé intégrée aux prestataires à l'alinéa précédent, qui porte au moins sur la nature des services, les modalités de partage de l'information utile à la prise en charge et à la continuité de celle-ci, les modalités de désignation d'un référent tout au long du parcours du patient et l'évaluation périodique de la collaboration.
Onderafdeling 2. - Bijdrage
Sous-section 2. - Subventionnement
Art. 426. § 1. Binnen de perken van de begrotingskredieten verleent de Regering [2 of haar afgevaardigde]2 aan de verenigingen [1 die een erkenning hebben]1, een subsidie voor hun activiteiten die niet in aanmerking komen voor andere subsidies of financiële tegemoetkomingen, op grond van volgende criteria :
de organisatie van de opvang;
het deel van de activiteiten dat besteed wordt aan de coördinatie en de omvang van de bediende bevolkingsgroep;
het belang van de communautaire gezondheidsactiviteiten;
het inzamelen van epidemiologische gegevens;
het feit dat de bedrijfszetel in landelijk gebied ligt.
Voor elk criterium wordt er een forfait bepaald, en de gezamenlijke forfaits vormen de subsidie die uitgekeerd wordt aan de geïntegreerde gezondheidsvereniging.
De Regering maakt het forfait dat aan de communautaire gezondheid waarvan sprake in lid 1, 3°, toegewezen wordt, afhankelijk van het aantal en de aard van de activiteiten. Een verhoging van dat forfait wordt toegekend voor de activiteiten met het oog op een vlottere toegankelijkheid van de gezondheidszorgen door de personen die uitermate in sociale bestaansonzekerheid leven, zoals het aannemen van het forfaitaire financieringssysteem van het RIZIV en de activiteiten in samenwerking met de gezondheidsantennes in de steden die beschikken over een stedelijke sociale antenne of die deel uitmaken van de sociale cohesieplannen van de steden en gemeenten van Wallonië.
De Regering stelt de datum of de periodes vast waaraan de criteria voor de vaststelling van de subsidie refereren, om ze vast te stellen.
De toegekende subsidies dekken de personeelsuitgaven en de werkingskosten waarvan de aard door de Regering wordt vastgelegd.
§ 2. De subsidies toegekend bij of overeenkomstig dit decreet worden gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen onder de toepassing van de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, subsidies en tegemoetkomingen ten laste van de Openbare Schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen [3 in de versie van kracht vóór 1 juli 2025]3.
Art. 426. § 1er. Dans la limite des crédits budgétaires, le Gouvernement [2 ou son délégué]2 octroie aux associations [1 bénéficiant d'un agrément]1, une subvention pour celles de leurs activités qui ne bénéficient pas d'autres subventions ou interventions financières, sur la base de critères suivants :
l'organisation de l'accueil;
la part des activités consacrées à la coordination et le volume de la population desservie;
l'importance des activités de santé communautaire;
la réalisation du recueil épidémiologique;
la localisation du siège d'activité dans une zone rurale.
Chaque critère fait l'objet d'un forfait, l'ensemble des forfaits constituant la subvention allouée à l'association de santé intégrée.
Le Gouvernement module le forfait alloué à la santé communautaire visée à l'alinéa 1er, 3°, selon le nombre et la nature des activités. Une majoration de ce forfait est accordée aux activités qui visent à améliorer l'accessibilité aux soins de santé des personnes en grande précarité sociale, comme l'adoption du système de financement forfaitaire de l'INAMI, et les activités en collaboration avec les relais santé dans les villes qui disposent d'un relais social urbain ou en s'inscrivant dans les plans de cohésion sociale établis par les villes et communes de Wallonie.
Le Gouvernement fixe la date ou les périodes auxquelles les critères d'établissement de la subvention se réfèrent pour l'établir.
Les subventions allouées couvrent des dépenses de personnel et des frais de fonctionnement dont la nature est définie par le Gouvernement.
§ 2. Les subventions allouées par ou en application de la présente sous-section sont indexées conformément aux modalités fixées par la loi du 2 août 1971, organisant un régime de liaison des prix à la consommation des traitements, salaires, pensions, allocations et subventions à charge du Trésor public, de certaines prestations sociales, des limites de rémunération à prendre en considération pour le calcul de certaines cotisations de sécurité sociale des travailleurs, ainsi que des obligations imposées en matière sociale aux travailleurs indépendants [3 dans sa version en vigueur antérieurement au 1er juillet 2025]3.
Art. 426/1. [1 Binnen de perken van de begrotingskredieten verleent de Regering volgens de door haar bepaalde voorwaarden een bijkomende subsidie ter dekking van de kosten voor de eerste vestiging aan de verenigingen.
De subsidie wordt gekoppeld aan een positieve index betreffende de samenvattende indicator voor de toegang tot de fundamentele rechten en de bevolkingsdichtheid van de gemeenten.]1

Art. 426/1. [1 Dans la limite des crédits budgétaires, le Gouvernement peut octroyer aux associations, selon les modalités qu'il détermine, une subvention supplémentaire destinée à couvrir les frais de première installation.
La subvention est liée à un indice positif relatif à l'indicateur synthétique d'accès aux droits fondamentaux et à la densité de population des communes.]1

Afdeling 3. - Federaties van geïntegreerde gezondheidsverenigingen
Section 3. - Fédérations d'associations de santé intégrée
Onderafdeling 1. - Erkenning
Sous-section 1re. - Reconnaissance
Art. 427. § 1. De erkende geïntegreerde gezondheidsverenigingen kunnen samengaan en hun belangen toevertrouwen aan een federatie die kan vragen erkend te worden door de Regering [2 of haar afgevaardigde]2.
§ 2. Om erkend te worden, moet de federatie :
opgericht zijn in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk;
de lijst van zijn leden verstrekken;
een activiteitenprogramma indienen waarin de wijze wordt aangegeven waarop de opdrachten vermeld in [1 paragraaf 3]1 uitgevoerd zullen worden in termen van inhoud, doelstellingen, beoordeling of ze zijn bereikt en begroting.
§ 3. Om erkend te worden, vervult de federatie minstens de volgende opdrachten :
het overleg begunstigen om de kwaliteit van de activiteiten te bevorderen en te ondersteunen en de geïntegreerde gezondheidsverenigingen op collectieve wijze of, wanneer laatstgenoemden daarom verzoeken, op individuele wijze te vertegenwoordigen met inachtneming van de vigerende bepalingen;
de logistieke en technische steun verstrekken aan de geïntegreerde gezondheidsverenigingen voor de inzameling van de epidemiologische gegevens, de informatisering en de technologieën in verband met het beheer en de mededeling van die gegevens, met inachtneming van de vigerende bepalingen terzake en minstens door de volgende acties :
a) de personen die beroepsmatig met deze aangelegenheden bezig zijn, sensibiliseren voor het belang en de belangrijkheid van de inzameling van gegevens en voor de rol die ze spelen in de kwaliteit van de resultaten en het gebruik ervan;
b) de wijze van inzameling standaard maken zodat de ingevoerde gegevens samengelegd kunnen worden;
c) vlot hanteerbare instrumenten en procedures ter beschikking stellen van de personen die beroepsmatig met deze aangelegenheden bezig zijn, in overleg met hen;
d) ze ertoe aanzetten om er een werk van lange termijn van te maken;
e) feedback geven over de resultaten van de inzameling van de gegevens en de aanwending van die resultaten.
Art. 427. § 1er. Les associations de santé intégrée agréées peuvent se fédérer et confier leurs intérêts à une fédération, laquelle peut demander à être reconnue par le Gouvernement [2 ou son délégué]2.
§ 2. Pour être reconnue, la fédération :
est constituée sous la forme d'une association sans but lucratif;
fournit la liste de ses membres;
introduit un programme d'activités reprenant la manière dont les missions mentionnées [1 au paragraphe 3]1 seront réalisées en termes de contenu, d'objectifs, d'évaluation de l'atteinte de ceux-ci et de budget.
§ 3. Pour être reconnue, la fédération remplit au moins les missions suivantes :
favoriser la concertation en vue de promouvoir et de soutenir la qualité des activités et représenter les associations de santé intégrée de manière collective ou lorsque celles-ci en font la demande, de manière individuelle, dans le respect des dispositions en vigueur;
offrir l'appui logistique et technique aux associations de santé intégrée, en matière de collecte de données à caractère épidémiologique, d'informatisation et de technologies liées à la gestion et à la communication de ces données, dans le respect des dispositions en vigueur en la matière et au moins par les actions suivantes :
a) sensibiliser les professionnels à l'importance et aux enjeux du recueil de données, ainsi qu'à leur rôle dans la qualité des résultats et de leur utilisation;
b) standardiser le mode de recueil pour permettre la mise en commun des données encodées;
c) mettre à la disposition des professionnels, et en concertation avec eux, des outils et des procédures faciles à utiliser;
d) les motiver à poursuivre l'exercice au long cours;
e) leur donner un retour sur les résultats de leur recueil et sur l'utilisation de ces résultats.
Art. 428. De erkenning van de federaties heeft een duur van vier jaar.
Art. 428. La reconnaissance des fédérations a une durée de quatre ans.
Onderafdeling 2. - Subsidiëring
Sous-section 2. - Subventionnement
Art. 429. § 1. Binnen de perken van de begrotingskredieten kent de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 de federaties een jaarlijkse subsidie toe voor de opdracht bedoeld in artikel 427, § 3, 1°.
De forfaitaire subsidie verschilt naar gelang van het aantal patiënten die verzorgd worden in de erkende of voorlopig erkende geïntegreerde gezondheidsverenigingen die lid zijn van de federatie.
De toegekende subsidies dekken de personeelsuitgaven en de werkingskosten waarvan de aard door de Regering wordt vastgelegd.
§ 2. Binnen de perken van de begrotingskredieten kent de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 de erkende federaties een jaarlijkse subsidie toe voor de opdracht bedoeld in artikel 427, § 3, 2°.
De forfaitaire subsidie verschilt naar gelang van het aantal patiënten die verzorgd worden in de erkende of voorlopig erkende geïntegreerde gezondheidsverenigingen die deelnemen aan de inzameling van epidemiologische gegevens zoals georganiseerd door de federatie.
De activiteit van de verenigingen die niet lid zijn van een federatie en die de uitvoering van opdracht waarvan sprake in artikel 427, § 3, 2°, wordt in rekening gebracht van de federatie die zij daartoe aanwijzen.
De toegekende subsidies dekken de personeelsuitgaven en de werkingskosten waarvan de aard door de Regering wordt vastgelegd.
§ 3. De subsidies toegekend bij of overeenkomstig dit decreet worden gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen onder de toepassing van de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, subsidies en tegemoetkomingen ten laste van de Openbare Schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen [2 in de versie van kracht vóór 1 juli 2025]2.
Art. 429. § 1er. Dans la limite des crédits budgétaires, le Gouvernement [1 ou son délégué]1 accorde aux fédérations reconnues une subvention annuelle pour la mission visée à l'article 427, § 3, 1°.
La subvention forfaitaire varie en fonction du nombre de patients pris en charge dans les associations de santé intégrée agréées ou bénéficiant d'un agrément provisoire qui sont membres de la fédération.
La subvention allouée couvre des dépenses de personnel et des frais de fonctionnement dont la nature est définie par le Gouvernement.
§ 2. Dans la limite des crédits budgétaires, le Gouvernement [1 ou son délégué]1 accorde aux fédérations reconnues une subvention annuelle pour la mission visée à l'article 427, § 3, 2°.
La subvention forfaitaire varie en fonction du nombre de patients pris en charge dans les associations de santé intégrée agréées ou bénéficiant d'un agrément provisoire qui participent à la récolte de données épidémiologiques organisée par la fédération.
L'activité des associations qui ne sont pas membres d'une fédération et qui souhaitent confier la réalisation de la mission visée à l'article 427, § 3, 2°, est comptabilisée au bénéfice de la fédération qu'elles désignent à cet effet.
La subvention allouée couvre des dépenses de personnel et des frais de fonctionnement dont la nature est définie par le Gouvernement.
§ 3. La subvention annuelle est indexée conformément aux modalités fixées par la loi du 2 août 1971, organisant un régime de liaison des prix à la consommation des traitements, salaires, pensions, allocations et subventions à charge du Trésor public, de certaines prestations sociales, des limites de rémunération à prendre en considération pour le calcul de certaines cotisations de sécurité sociale des travailleurs, ainsi que des obligations imposées en matière sociale aux travailleurs indépendants [2 dans sa version en vigueur antérieurement au 1er juillet 2025]2.
Afdeling 4. - Evaluatie en sancties
Section 4. - Evaluation et sanctions
Onderafdeling 1. - Evaluatie
Sous-section 1re. - Evaluation
A. Geïntegreerde gezondheidsverenigingen
A. Associations de santé intégrée
Art. 430. De vereniging moet periodiek worden geëvalueerd volgens door de Regering nader te bepalen regels.
Art. 430. L'association fait l'objet d'une évaluation périodique selon les modalités fixées par le Gouvernement.
B. Federaties van geïntegreerde gezondheidsverenigingen
B. Fédérations d'associations de santé intégrée
Art. 431. De Regering voorziet in de beoordeling van de acties van de door haar diensten erkende federaties.
Daartoe beoordeelt zij de daadwerkelijke uitvoering van de opdracht waarvan sprake in artikel 11, § 3, 1°, op grond van het activiteitenverslag ingediend met inachtneming van de vorm en de termijn bepaald door de Regering en bepaalt zij indicatoren met het oog op de vervulling van de behoeften van de geïntegreerde gezondheidsverenigingen en op de beoordeling van de wijze waarop de richtlijnen voor de inzameling, de globalisering en de verwerking van de epidemiologische gegevens waarvan sprake in artikel 427, § 3, 2°, nageleefd zijn.
Het activiteitenverslag waarvan sprake in vorig lid wordt zo spoedig mogelijk aan het Parlement overgemaakt.
Art. 431. Le Gouvernement organise l'évaluation de l'action des fédérations reconnues par ses Services.
A cette fin, il apprécie la réalisation effective de la mission visée à l'article 427, § 3, 1°, sur la base du rapport d'activités déposé selon les formes et délai définis par le Gouvernement, et détermine des indicateurs visant à mesurer la satisfaction des besoins des associations de santé intégrée et à évaluer la manière dont les directives relatives au recueil, à la globalisation et au traitement des données épidémiologiques visé à l'article 427, § 3, 2°, ont été respectées.
Le rapport d'activité visé à l'alinéa précédent est transmis au Parlement dans les meilleurs délais.
Onderafdeling 2. - Sancties
Sous-section 2. - Sanctions
A. Geïntegreerde gezondheidsverenigingen
A. Associations de santé intégrée
Art. 432. De erkenning van de vereniging die niet meer voldoet aan de vereiste voorwaarden of de haar opgelegde verplichtingen niet nakomt, kan worden ingetrokken. De Regering bepaalt de procedure voor het intrekken van de erkenning.
Art. 432. L'agrément peut être retiré à l'association qui ne remplit plus les conditions requises ou ne se soumet pas aux obligations qui lui incombent. Le Gouvernement détermine la procédure de retrait de l'agrément.
B. Federaties van geïntegreerde gezondheidsverenigingen
B. Fédérations d'associations de santé intégrée
Art. 433. De instandhouding van het voordeel van de erkenning als geïntegreerde gezondheidsvereniging of federatie is verbonden aan de voorwaarde dat de bepalingen aangenomen bij en overeenkomstig dit decreet worden nageleefd.
Art. 433. Le maintien du bénéfice de l'agrément en qualité d'association de santé intégrée ou de fédération est conditionné par le respect des dispositions adoptées par et en application du présent chapitre.
HOOFDSTUK III. - Coördinatie van thuiszorg en thuishulp
CHAPITRE III. - Coordination des soins et de l'aide à domicile
Afdeling 1. - Begripsomschrijvingen en algemene bepalingen
Section 1re. - Définitions et dispositions générales
Art. 434. In de zin van dit hoofdstuk wordt verstaan onder :
de " coördinatie van de thuiszorg en -hulp " : het gezamenlijke proces inzake situatieanalyse en besluitvorming waarbij beroepsbeoefenaars hun kennis, expertises en vaardigheden kunnen bundelen en delen om ze ter beschikking van de begunstigden te stellen ten einde samen een project inzake begeleiding, thuishulp en -zorg uit te werken en uit te voeren;
het " coördinatiecentrum voor thuishulp en -zorg " : het centrum dat alleen of in vereniging instaat voor de coördinatie zoals bedoeld in het vorige lid;
de " thuiszorg- en -hulpdiensten " : elke al dan niet aan een erkenning onderworpen structuur die hulpdiensten en verzorging aan huis verleent, met als doelstelling de continuïteit en de kwaliteit van de thuishandhaving;
de " thuiszorg of -hulpverleners " : elke beroepsbeoefenaar die als zelfstandige hulpdiensten of verzorging aan huis verleent, met als doelstelling de continuïteit en de kwaliteit van de thuishandhaving;
de " begunstigde " : elke persoon, ongeacht de leeftijd, die ziek is of die tijdelijk of blijvend zijn autonomie verliest of een instelling " intra-muros " verlaat, die thuis wenst te leven maar niet in staat is zijn thuishandhaving zelf te organiseren en voor wie een oplossing ten uitvoer gelegd kan worden dankzij de coördinatie;
de " vertegenwoordiger " :
a) de wettelijke of gerechtelijke vertegenwoordiger van de begunstigde;
b) de gevolmachtigde afgevaardigd door de begunstigde, met uitzondering van elke persoon die zijn activiteit in het coördinatiecentrum uitoefent of die er medebeheerder van is, of die aan het gezag van de beheerder ervan onderworpen is;
" de entourage " : elke door de begunstigde aangewezen persoon die niet beroepshalve tussenkomt, met als doelstelling de continuïteit en de kwaliteit van de thuishandhaving, o.a. de naaste hulpverlener in de zin van titel III van boek III van het tweede deel van dit Wetboek;
het eerste niveau : het eerste interventieniveau, met name hulp- en zorgverleners, al dan niet beroepshalve, die hun activiteit uitoefenen met het oog op de bevordering van de thuishandhaving van de persoon en, meer bepaald van de contacten tussen de patiënt en de hulp- of zorgverleners;
het tweede niveau : het tweede interventieniveau, met name de plaats van de coördinatie en van het pluridisciplinaire overleg, wanneer ze nodig blijkt te zijn, tussen de verschillende actoren die de begunstigde omringen;
10° het derde niveau : het derde interventieniveau, met name de geïntegreerde thuiszorgdienst, hierna " het derde niveau " genoemd, met name het geheel van de actoren van het eerste en het tweede niveau binnen een bepaalde geografische zone;
11° het netwerk van de instellingen " intra-muros " : het geheel van de instellingen die inspelen op de behoeften aan tenlasteneming van de persoon, zowel inzake zorg- als hulpverlening in het kader van dagelijkse handelingen, zoals een verzorgings-, huisvestings-, onthaalinrichting of een rustoord;
12° het netwerk van de instellingen " extra-muros " : het geheel van de instellingen of diensten die inspelen op de behoeften aan tenlasteneming van de persoon, zowel inzake zorg- als hulpverlening in het kader van dagelijkse handelingen, die aan huis verzorgen of op ambulante wijze tussenkomen;
13° de " levensplaats " : de plaats waar de begunstigde doorgaans daadwerkelijk woont, met uitzondering van de instellingen die deel uitmaken van het netwerk intra-muros;
14° de " huisarts " : 14° de huisarts aangewezen door de begunstigde;
15° de " coördinator " : het personeelslid belast met de coördinatie dat voldoet aan de criteria bepaald bij of overeenkomstig dit hoofdstuk;
16° de " geïntegreerde dienst voor thuisverzorging ", hierna de " SISD " genoemd : de door de Regering [2 of haar afgevaardigde]2 erkende verzorgingsinstelling waarvan de opdrachten vastgelegd zijn bij het koninklijk besluit van 8 juli 2002 tot vaststelling van de normen voor de bijzondere erkenning van geïntegreerde diensten voor thuisverzorging;
17° [1 zorgzone : de zorgzone zoals bedoeld in hoofdstuk 4 van titel 3 van boek 7 van deel II van het regelgevend deel van het Waals Wetboek van Sociale actie en Gezondheid;]1
18° het " netwerk " : het netwerk voor hulp- en zorgverlening aan huis : het geheel van de personen, zoals de huisarts, de diensten, de thuiszorg of -hulpverleners en de entourage, het netwerk extra-muros, waarvan de activiteiten rond de begunstigde georganiseerd zijn naar gelang van zijn behoeften en de evolutie hiervan.
Art. 434. Au sens du présent chapitre, on entend par :
la "coordination des soins et de l'aide à domicile" : le processus conjoint d'analyse de la situation et de prise de décision qui permet à des professionnels de mettre en commun et de partager leurs connaissances, leurs expertises et leurs compétences pour les mettre au service des bénéficiaires afin de planifier et de réaliser ensemble un projet d'accompagnement, d'aide et de soins à domicile;
le "centre de coordination des soins et de l'aide à domicile" : à savoir celui qui exerce seul ou en association la coordination telle que définie à l'alinéa précédent;
les"services de soins et d'aide à domicile" : toute structure procurant des services d'aide et dispensant des soins à domicile, soumise ou non à un agrément, et ayant pour objectif la continuité et la qualité du maintien au domicile;
les"prestataires de soins ou d'aide à domicile" : tout professionnel procurant des services d'aide ou dispensant des soins à domicile, à titre indépendant, ayant pour objectif la continuité et la qualité du maintien au domicile;
le "bénéficiaire" : toute personne, quel que soit son âge, malade ou en perte d'autonomie temporaire ou permanente ou sortant d'une institution "intra-muros", qui, souhaitant vivre à domicile, se trouve dans l'impossibilité d'organiser elle-même son maintien à domicile et pour laquelle une solution peut être mise en oeuvre grâce à la coordination;
le "représentant" :
a) le représentant légal ou judiciaire du bénéficiaire;
b) le mandataire délégué par le bénéficiaire à l'exception de toute personne qui exerce son activité dans le centre de coordination ou qui prend part à sa gestion, ou qui est soumis à l'autorité du gestionnaire du centre de coordination;
"l'entourage" : toute personne qui intervient à titre non professionnel, avec pour objectif la continuité et la qualité du maintien au domicile, désignée par le bénéficiaire, dont l'aidant proche au sens du titre 3 du livre 3 de la deuxième partie du présent Code;
le premier niveau : le premier niveau d'intervention, à savoir des dispensateurs d'aide ou de soins, qu'ils soient professionnels ou non, exerçant leur activité dans le but de favoriser le maintien de la personne à domicile, et en particulier les contacts entre le patient et les dispensateurs d'aide ou de soins;
le deuxième niveau : le deuxième niveau d'intervention à savoir le lieu de la coordination et de la concertation multidisciplinaire, lorsqu'elle s'avère nécessaire, entre les différents acteurs autour du bénéficiaire;
10° le troisième niveau : le troisième niveau d'intervention où se situe le service intégré de soins à domicile, ci-après désigné comme "le troisième niveau", à savoir, l'ensemble des acteurs du premier et du deuxième niveau sur une zone géographique déterminée;
11° le réseau des institutions "intra-muros" : l'ensemble des institutions répondant aux besoins de prise en charge de la personne, tant en termes de soins que d'aide à la vie journalière, comme un établissement de soins, d'hébergement, d'accueil ou une maison de repos;
12° le réseau des institutions "extra-muros" : l'ensemble des institutions ou services répondant aux besoins de prise en charge de la personne, tant en termes de soins que d'aide à la vie journalière, se déplaçant au domicile ou intervenant de manière ambulatoire;
13° le "lieu de vie" : le lieu où le bénéficiaire habite de manière habituelle et effective, à l'exclusion des institutions faisant partie du réseau intra-muros;
14° le "médecin généraliste" : le médecin généraliste désigné par le bénéficiaire;
15° le "coordinateur" : le membre du personnel en charge de la coordination, répondant aux critères définis par ou en application du présent chapitre;
16° le "service intégré de soins à domicile", ci-après dénommé le "SISD" : l'institution de soins agréée par le Gouvernement [2 ou son délégué]2 dont les missions sont fixées par l'arrêté royal du 8 juillet 2002 fixant les normes pour l'agrément spécial des services intégrés de soins à domicile;
17° [1 "la zone de soins" : la zone de soins telle que visée par le chapitre 4 du titre 3 du livre 7 de la deuxième partie du Code réglementaire wallon de l'Action sociale et de la Santé;]1
18° le "réseau" : le réseau de soins et d'aide à domicilie, à savoir : l'ensemble des personnes, tels le médecin généraliste, les services, les prestataires d'aide et de soins à domicile et l'entourage, le réseau extra-muros, dont les activités s'articulent autour du bénéficiaire en fonction de ses besoins et de leur évolution.
Art. 435. Het coördinatiecentrum voorziet alle akten en andere stukken, advertenties en aanplakkingen die van hem uitgaan van de melding " centre de coordination des soins et de l'aide et de soins à domicile agréé et subventionné par la Région wallonne " (coördinatiecentrum voor thuiszorg en -hulp erkend en gesubsidieerd door het Waalse Gewest).
Art. 435. Dans tous les actes et autres documents, publicités et affichages émanant du centre de coordination, celui-ci ajoute la mention "centre de coordination des soins et de l'aide à domicile agréé et subventionné par la Région wallonne".
Afdeling 2. - Coördinatiecentra voor thuiszorg en -hulp
Section 2. - Centres de coordination des soins et de l'aide à domicile
Onderafdeling 1. - Verplichtingen
Sous-section 1re. - Obligations
A. Opdrachten
A. Missions
Art. 436. De coördinatiecentra worden belast met de begeleiding van elke begunstigde die in zijn levensplaats wenst te blijven of ze wenst te herintegreren, met als doelstellingen de continuïteit en de kwaliteit van de thuishandhaving, en vervullen de volgende taken :
[1 ]1 de toestand analyseren met de begunstigde of met diens vertegenwoordiger via een onderzoek van de al dan niet gedekte behoeften aan hulp- en zorgverlening, van zijn moeilijkheden en omgevingsituatie;
[1 ]1 een aan de begunstigde over te leggen interventieplan uitwerken;
[1 ]1 de interventies in overleg met de diensten en dienstverleners plannen;
[1 ]1 wanneer de diensten tot stand gebracht zijn, op verzoek of op eigen initiatief regelmatig de toestand van de begunstigde naar gelang van de evolutie van zijn behoeften evalueren, telkens als nodig en minstens één keer per jaar. De situatie wordt geëvalueerd aan de hand van de meest geschikte middelen en op zijn minst via de organisatie van coördinatievergaderingen met de leden van de netwerken. Voor de evaluatie wordt een herevaluatieplan opgesteld;
[1 ]1 steeds de situatie van de begunstigde beschermen bij de totstandbrenging van de diensten, via de meest geschikte middelen, door zijn autonomie te stimuleren;
[1 ]1 in geval van geschil tussen de leden van het netwerk en de begunstigde, op verzoek of op eigen initiatief als bemiddelaar optreden in het belang van de begunstigde;
[1 ]1 telkens als nodig voor elke begunstigde op verzoek van de geïntegreerde dienst voor thuisverzorging overgaan tot het pluridisciplinair overleg bedoeld in artikel 9 van het koninklijk besluit van 8 juli 2002 tot vaststelling van de normen voor de bijzondere erkenning van geïntegreerde diensten voor thuisverzorging tussen de verschillende actoren die hem omringen;
[1 ]1 wanneer de begunstigde of zijn vertegenwoordiger erom verzoekt of wanneer de situatie het rechtvaardigt, de begunstigde en zijn entourage bijstaan in de keuzen met het oog op de voorbereiding van de overgang van de levensplaats naar een tenlasteneming in een instelling.
Behalve de acties i.v.m. zijn coördinatieopdrachten geeft het coördinatiecentrum elke persoon die erom verzoekt kennis van de mogelijkheden inzake handhaving of terugkeer in de levensplaats, oriënteert het de aanvraag wanneer ze betrekking heeft op het verkrijgen van één of meer diensten. De aanvraag kan door het centrum ook opgehelderd of heroriënteerd worden, al naar gelang van het geval.
De Regering bepaalt de modaliteiten voor de uitoefening van de coördinatieopdracht en voor de uitvoering van de informatieacties, o.a. de inhoud van de stukken i.v.m. het beheer van de situatie van de begunstigde.
Art. 436. Les centres de coordination ont pour mission d'assister tout bénéficiaire souhaitant rester dans son lieu de vie ou réintégrer celui-ci, avec pour objectifs la continuité et la qualité du maintien au sein du lieu de vie, par les actions suivantes :
[1 ]1 analyser la situation avec le bénéficiaire ou son représentant par l'examen des besoins d'aide et de soins couverts et non couverts, de ses difficultés et de son environnement;
[1 ]1 élaborer un plan d'intervention à proposer au bénéficiaire;
[1 ]1 planifier les interventions en concertation avec les services et prestataires;
[1 ]1 lorsque les services ont été mis en place, à la demande ou d'initiative, évaluer périodiquement, chaque fois que nécessaire et au moins une fois par an, la situation du bénéficiaire en fonction de l'évolution de ses besoins. L'évaluation s'effectue par les moyens les plus appropriés et au moins par l'organisation de réunions de coordination avec les membres des réseaux. Elle fait l'objet de l'établissement d'un plan de réévaluation;
[1 ]1 préserver la situation du bénéficiaire lors de la mise en place des services et à tout moment, par les moyens les plus appropriés, en stimulant l'autonomie du bénéficiaire;
[1 ]1 en cas de conflit entre les membres du réseau et le bénéficiaire, intervenir au titre de médiateur dans l'intérêt de ce dernier, à la demande ou d'initiative;
[1 ]1 à la demande du service intégré de soins à domicile, effectuer la concertation multidisciplinaire visée à l'article 9 de l'arrêté royal du 8 juillet 2002 fixant les normes pour l'agrément spécial des services intégrés de soins à domicile pour tout bénéficiaire, lorsqu'elle s'avère nécessaire, entre les différents acteurs autour du patient;
[1 ]1 lorsque le bénéficiaire ou son représentant en formule la demande ou lorsque la situation le justifie, assister le bénéficiaire et son entourage dans les choix en vue de préparer la transition du lieu de vie vers une prise en charge en institution.
Outre les actions liées à sa mission de coordination, le centre de coordination informe toute personne qui en fait la demande des possibilités de maintien ou de retour au lieu de vie, oriente la demande lorsqu'elle concerne l'obtention d'un seul ou de plusieurs services ou clarifie celle-ci et, selon le cas, la réoriente.
Le Gouvernement fixe les modalités d'exercice de la mission de coordination et des actions d'information et notamment le contenu des documents liés à la gestion de la situation du bénéficiaire.
Art. 437. Het coördinatiecentrum oefent de in artikel 4 bedoelde opdrachten zelf uit of delegeert een gedeelte of het geheel ervan krachtens een overeenkomst.
Art. 437. Le centre de coordination contribue à l'élaboration des programmes de formation des services et des prestataires d'aide et de soins à domicile en vue d'améliorer et de promouvoir la qualité de la prise en charge au domicile.
Art. 438. Het coördinatiecentrum werkt mee aan het opmaken van de opleidingsprogramma's van de diensten en de verleners van thuiszorg en -hulp ten einde de kwaliteit van de tenlasteneming aan huis te verbeteren en te bevorderen.
Art. 438. Le centre de coordination exerce lui-même les missions visées à l'article 436 ou délègue une partie ou la totalité de celles-ci par le biais d'une convention.
Art. 439. § 1. Om zijn opdracht uit te oefenen en een erkenning te genieten werkt het coördinatiecentrum mee met de huisarts die de begunstigde gekozen heeft, met inachtneming van de rol van de verzorgingscoördinator.
§ 2. Het coördinatiecentrum neemt zelf of via een overeenkomst een thuisverpleegdienst waar, alsook een door de Regering [2 of haar afgevaardigde]2 erkende gezinshulpdienst, een centrum voor sociale dienst of elke andere sociale dienst met algemene bestemming, een dienst voor tele-bio-waakzaamheid en minstens vier van de volgende diensten :
[1 ]1 thuisoppas;
[1 ]1 het uitlenen en het vervoer van sanitair materiaal;
[1 ]1 de maaltijddistributie aan huis;
[1 ]1 de inrichting of de aanpassing van de lokalen;
[1 ]1 de apotheek;
[1 ]1 de ergotherapie;
[1 ]1 een dienst ter ondersteuning van de entourage;
[1 ]1 het vervoer van personen, o.a. het medisch-sanitair vervoer bedoeld in hoodstuk 1 van titel II van het boek VI in de tweede deel van het Wetboek;
[1 ]1 een centrum voor geestelijke gezondheidszorg;
[1 10°]1 de kinesitherapeut;
[1 11°]1 een team voor palliatieve verzorging.
De Regering bepaalt de minimuminhoud van elke samenwerkingsovereenkomst en op zijn minst de modaliteiten inzake verstrekking en deling van de informatie, met inbegrip van die betreffende de veiligheid van de werknemers van de diensten of van de zorgverleners, de permanentie, de interventiesnelheid, de beschikbaarheid, de veiligheid van de tenlasteneming, de conformiteit met de sociale wetgeving, de evaluatie van de samenwerking en de inachtneming van de deontologische regels eigen aan elk beroep.
In voorkomend geval is het voordeel van een erkenning door een overheid een bijkomend beoordelingscriterium bij de keuze van de diensten en zorgverleners.
§ 3. Bovendien kan het centrum, al naar gelang van de behoeften van elke begunstigde, samenwerken met andere diensten of zorgverleners die plaatselijk op de levensplaats tussenkomen of, desgevallend, met de organen die hen op plaatselijk vlak vertegenwoordigen, activiteiten organiseren, waaronder :
[1 ]1 tandverzorging;
[1 ]1 logopedie;
[1 ]1 pedicurie;
[1 ]1 kapsel.
§ 4. De Regering stuurt de lijsten van de diensten en zorgverleners bedoeld in de [1 paragrafen 2 en 3]1 bij op grond van de evolutie van de vraag, de behoeften en het aanbod van diensten.
§ 5. Het coördinatiecentrum respecteert de vrije keuze van de begunstigde of van zijn vertegenwoordiger indien hij wenst beroep te doen of beroep doet op andere diensten of zorgverleners dan die welke georganiseerd worden door het centrum of waarmee het centrum overeenkomsten heeft gesloten.
Art. 439. § 1er. Pour exercer sa mission et bénéficier d'un agrément, le centre de coordination collabore avec le médecin généraliste que le bénéficiaire a choisi, dans le respect du rôle de coordinateur des soins assuré par celui-ci.
§ 2. Le centre de coordination assure, lui-même ou par voie de convention, un service de soins infirmiers à domicile, un service d'aide aux familles et aux aînés agréé par le Gouvernement [2 ou son délégué]2, un centre de service social ou tout autre service social à vocation générale, un service de télé-bio-vigilance et au moins quatre services parmi les suivants :
[1 ]1 la garde à domicile;
[1 ]1 le prêt et le transport de matériel sanitaire;
[1 ]1 la distribution de repas à domicile;
[1 ]1 l'aménagement ou à l'adaptation des locaux;
[1 ]1 la pharmacie;
[1 ]1 l'ergothérapie;
[1 ]1 un service destiné au soutien de l'entourage;
[1 ]1 le transport de personnes, notamment le transport médico-sanitaire visé au chapitre 4 du titre II du livre VI de la deuxième partie du présent Code;
[1 ]1 un service de santé mentale;
[1 10°]1 le kinésithérapeute;
[1 11°]1 une équipe de soins palliatifs.
Le Gouvernement fixe le contenu minimal de toute convention de collaboration dont au moins les modalités de communication et de partage d'information, en ce compris celles relatives à la sécurité des travailleurs des services ou des prestataires, la permanence, la rapidité d'intervention, la disponibilité, la sécurité de la prise en charge, la conformité à la législation sociale, l'évaluation de la collaboration et le respect des règles déontologiques inhérentes à chaque profession.
Lorsqu'il existe, le bénéfice d'un agrément par une autorité publique est un critère d'appréciation supplémentaire dans le choix des services et prestataires.
§ 3. En outre, le centre peut, en fonction des besoins de chaque bénéficiaire, organiser ou collaborer avec d'autres services ou prestataires qui exercent localement au lieu de vie ou, s'ils existent, avec les organes qui les représentent sur le plan local, des activités, parmi lesquels, à titre non exhaustif :
[1 ]1 les soins dentaires;
[1 ]1 la logopédie;
[1 ]1 la pédicurie;
[1 ]1 la coiffure.
§ 4. Le Gouvernement adapte les listes des services et des prestataires mentionnées aux [1 paragraphes 2 et 3]1 en tenant compte de l'évolution de la demande, des besoins et de l'offre de services.
§ 5. Le centre de coordination [1 respecte]1 le libre choix du bénéficiaire ou de son représentant si celui-ci souhaite le recours ou a déjà recours à d'autres services ou prestataires que ceux que le centre de coordination organise lui-même ou avec lesquels le centre de coordination a conclu des conventions.
Art. 440. § 1. Het coördinatiecentrum waarborgt de continuïteit en de kwaliteit van de coördinatie van de tenlasteneming inzake aangewende middelen, levensplaats en bij elke overdracht van tenlasteneming.
Daartoe neemt het zelf of via een overeenkomst een telefonische permanentie waar ([1 vierentwintig uur op vierentwintig]1 en zeven dagen op zeven).
De Regering bepaalt de minimale voorwaarden voor de werking van die permanentie.
Die telefonische permanentie kan met andere diensten en zorgverleners of door verschillende coördinatiecentra gedeeld worden.
§ 2. Het coördinatiecentrum waarborgt dat het verzoek [1 binnen vierentwintig uur]1 ingewilligd wordt wanneer de situatie de dringende totstandbrenging van diensten en prestaties vereist.
Art. 440. § 1er. Le centre de coordination garantit la continuité et la qualité de la coordination de la prise en charge, en termes de moyens mis en oeuvre, au lieu de vie et lors de tout transfert de prise en charge.
Pour ce faire, il assure lui-même ou par voie de convention une permanence téléphonique [1 vingt-quatre heures sur vingt-quatre]1, sept jours sur sept.
Le Gouvernement fixe les conditions minimales du fonctionnement de cette permanence.
Cette permanence téléphonique peut être partagée avec d'autres services et prestataires ou par plusieurs centres de coordination.
§ 2. Le centre de coordination garantit la réponse [1 dans les vingt-quatre heures]1 de la demande lorsque la situation requiert la mise en place des services et prestations de façon urgente.
Art. 441. Het coördinatiecentrum waarborgt zijn interventie op het gezamenlijke grondgebied waarvoor het de erkenning verkregen heeft.
Art. 441. Le centre de coordination garantit son intervention sur l'ensemble du territoire pour lequel il obtient l'agrément.
B. Werking
B. Fonctionnement
Art. 442. § 1. Het coördinatiecentrum legt in een huishoudelijk reglement of in elke overeenkomst met een dienst of verlener van thuiszorg of -hulp het beginsel van de gezamenlijke tenlasteneming vast, alsook de desbetreffende modaliteiten, en bepaalt daarbij de rol van iedereen met inachtneming van dit decreet en van de bepalingen aangenomen overeenkomstig dit decreet.
Wanneer het gaat om een overeenkomst tussen het coördinatiecentrum en een dienst of een verlener van thuiszorg of -hulp, vermeldt ze :
[1 ]1 de identiteit van de partijen;
[1 ]1 het doel van de dienstverstrekking;
[1 ]1 het interventieplan;
[1 ]1 de plaats van de dienstverstrekking;
[1 ]1 de plichten van de partijen, met name die betreffende de modaliteiten inzake gegevens- en informatieverstrekking;
[1 ]1 het beginsel van de inachtneming van het decreet en van de bepalingen genomen ter uitvoering ervan;
[1 ]1 de duur van de overeenkomst;
[1 ]1- de voorwaarden van opzegging van de overeenkomst;
[1 ]1 de bevoegde instanties in geval van geschil.
§ 2. Wanneer de overeenkomst betrekking heeft op de gezamenlijke uitoefening of de delegatie van het geheel of van een gedeelte van de in artikel 438 bedoelde opdrachten van het coördinatiecentrum vermeldt ze bovendien :
[1 ]1 de modaliteiten voor de verdeling van de taken;
[1 ]1 de voorwaarden waaronder de aanvragen van de begunstigden behandeld worden;
[1 ]1 de bewaring van de dossiers;
[1 ]1 de wijze waarop de subsidies verdeeld en gerechtvaardigd worden.
Art. 442. § 1er. Le centre de coordination établit, dans un règlement interne ou dans toute convention avec un service ou un prestataire d'aide ou de soins à domicile, le principe de la prise en charge conjointe et les modalités qui en découlent en définissant les limites du rôle de chacun dans le respect du présent chapitre et des dispositions qui sont adoptées en application de celui-ci.
Lorsqu'il s'agit d'une convention entre le centre de coordination et un service ou un prestataire d'aide ou de soins à domicile, celle-ci mentionne :
[1 ]1 l'identification des parties;
[1 ]1 l'objet de la prestation;
[1 ]1 le plan d'intervention;
[1 ]1 le lieu de la prestation;
[1 ]1 les obligations des parties dont celles relatives aux modalités de communication des données et informations;
[1 ]1 le principe du respect du chapitre et des dispositions prises en exécution de celui-ci;
[1 ]1 la durée de la convention;
[1 ]1 les conditions de résiliation de la convention;
[1 ]1 les instances compétentes en cas de litige.
§ 2. Lorsque la convention porte sur l'exercice conjoint ou la délégation de toutes ou partie des missions du centre de coordination visées à l'article 438, elle précise en outre :
[1 ]1 les modalités de répartition des tâches;
[1 ]1 les conditions de traitement des demandes des bénéficiaires;
[1 ]1 la conservation des dossiers;
[1 ]1 la manière dont les subventions sont réparties et justifiées.
Art. 443. § 1. Het coördinatiecentrum sluit een overeenkomst met de huisartsenkring(en), bedoeld in artikel 1, 2°, van het ministerieel besluit van 28 juni 2002 tot vaststelling van de voorwaarden tot het verkrijgen van de erkenning van huisartsenkringen, die zijn grondgebied dekt (dekken), alsook met de SISD.
Die overeenkomst voorziet op zijn minst in de modaliteiten inzake deling en verstrekking van de informatie, waarvan de Regering de minimuminhoud bepaalt.
De verplichting bedoeld in het eerste lid wordt beschouwd als nagekomen door het coördinatiecentrum dat bewijst dat het ze niet kan nakomen wegens gebrek aan reactie of ingevolge de weigering van betrokken kring(en).
§ 2. Het coördinatiecentrum legt de functionele contacten met de sector van het onthaal en de huisvesting van de bejaarden bedoeld in de titel 1 van het boek V in de teweede deel van het Wetboek.
§ 3. Het coördinatiecentrum neemt deel aan elk overlegorgaan aangewezen door de Regering [1 of haar afgevaardigde]1.
Art. 443. § 1er. Le centre de coordination conclut une convention avec le ou les cercles de médecins généralistes, définis à l'article 1er, 2°, de l'arrêté ministériel du 28 juin 2002 fixant les conditions en vue de l'obtention de l'agrément des cercles de médecins généralistes, couvrant son territoire, ainsi qu'avec le SISD.
Cette convention porte au moins sur les modalités de partage et de communication de l'information dont le Gouvernement définit le contenu minimal.
L'obligation formulée à l'alinéa premier est considérée comme rencontrée par le centre de coordination qui démontre qu'il ne peut y satisfaire à la suite de l'absence de réaction ou du refus de la part du ou des cercle(s) concerné(s).
§ 2. Le centre de coordination établit des liaisons fonctionnelles avec le secteur de l'accueil et de l'hébergement des aînés visé par le titre 1er du livre V de la deuxième partie du présent Code.
§ 3. Le centre de coordination participe à tout autre organe de concertation désigné par le Gouvernement [1 ou son délégué]1.
Art. 444. Het coördinatiecentrum registreert de gegevens en de specificiteiten van de thuiszorg- en thuishulpdiensten en -verstrekkers die op de levensplaats kunnen tussenkomen en zorgt voor de bijwerking ervan.
Art. 444. Le centre de coordination enregistre les coordonnées et les spécificités des services et des prestataires d'aide et de soins susceptibles d'intervenir au lieu de vie, et veille à leur mise à jour.
Art. 445. Het coördinatiecentrum oefent geenszins een hiërarchisch gezag op de leden van het netwerk uit.
Art. 445. En aucun cas, le centre de coordination n'exerce d'autorité hiérarchique sur les membres du réseau.
Art. 446. Het coördinatiecentrum is niet aansprakelijk voor de daden van de leden van het netwerk.
Art. 446. Le centre de coordination n'est pas responsable des actes posés par les membres du réseau.
Art. 447. De leden van het netwerk voor zorg- en hulpverlening kunnen zich niet beroepen op hun samenwerking met het coördinatiecentrum op commercieel of publicitair vlak.
Art. 447. Les membres du réseau d'aide et de soins ne peuvent se prévaloir de leur collaboration avec le centre de coordination sur le plan commercial ou publicitaire.
C. Personeel
C. Personnel
Art. 448. Het coördinatiecentrum beschikt in ieder geval over voldoende personeel in aantal en kwaliteit om zijn opdrachten te vervullen in het territoriale kader dat het heeft vastgelegd.
Het personeel van het coördinatiecentrum bestaat uit werknemers aangesteld voor opdrachten inzake directie, coördinatie en logistiek.
Behalve door de Regering bepaalde buitengewone of tijdelijke omstandigheden zijn de verstrekkingen van de werknemers die met een coördinatieopdracht belast worden steeds overwegend t.o.v. de twee overige categorieën van dienstverstrekkingen.
Dat overwicht wordt geëvalueerd op basis van de arbeidscontracten of van elk stuk dat de Regering gelijkwaardig acht.
Art. 448. Dans tous les cas, le centre de coordination dispose de personnel suffisant en nombre et en qualité pour faire face à ses missions, dans le cadre territorial qu'il s'est déterminé.
Le personnel du centre de coordination est composé de travailleurs affectés à des missions de direction, de coordination et de logistique.
A tout moment, et sauf circonstances exceptionnelles ou temporaires définies par le Gouvernement, les prestations des travailleurs en charge d'une mission de coordination sont prépondérantes par rapport aux deux autres catégories de prestations.
Cette prépondérance est évaluée sur la base des contrats de travail ou de tout document que le Gouvernement juge équivalent.
Art. 449. Het personeel wordt door het coördinatiecentrum op grond van een contract in dienst genomen of onder statuut aangeworven.
Het coördinatiecentrum kan een beroep doen op personeel dat wettelijk te zijner beschikking wordt gesteld voor zover de samenwerkingsmodaliteiten duidelijk vastliggen en het voorwerp kunnen uitmaken van dezelfde controle als in geval van indienstneming op grond van een arbeidscontract.
Als het gaat om statutair personeel, identificeert het coördinatiecentrum duidelijk de opdrachten toegewezen aan de betrokken werknemers in een document dat elk ogenblik afgeleverd kan worden.
Het coördinatiecentrum kan een beroep doen op dienstverstrekkingen in het kader van een vereniging bedoeld in artikel 462, 2°, a), voor zover de samenwerkingsmodaliteiten duidelijk vastliggen en het voorwerp kunnen uitmaken van dezelfde controle als in geval van rechtstreekse indienstneming.
Art. 449. Le personnel est engagé sous contrat ou recruté sous statut par le centre de coordination.
Le centre de coordination peut recourir à du personnel mis légalement à sa disposition à condition que les modalités de collaboration soient clairement identifiées et puissent faire l'objet du même contrôle qu'en cas d'engagement sous contrat de travail.
Lorsqu'il s'agit de personnel sous statut, le centre de coordination identifie clairement les missions confiées aux travailleurs concernés dans un document susceptible d'être fourni à tout moment.
Le centre de coordination peut recourir à des prestations de services effectuées dans le cadre d'une association visée à l'article 462, 2°, a), pour autant que les modalités de collaboration soient clairement identifiées et puisse faire l'objet du même contrôle qu'en cas d'engagement direct.
Art. 450. § 1. Om zijn opdrachten te vervullen beschikt een coördinatiecentrum over minstens één werknemer wiens prestaties uitsluitend aan de coördinatieopdracht gewijd worden.
§ 2. De diensten i.v.m. de coördinatieopdracht worden verstrekt door één of meer coördinatoren die houder zijn van een diploma van minstens het niet universitair hoger onderwijs, met paramedische of sociale oriëntering.
Rekening houdend met de evolutie van de onderwijsrichtingen legt de Regering desgevallend andere diploma's op.
Ze kan de coördinator deontologische regels opleggen.
Art. 450. § 1er. Pour exercer les missions d'un centre de coordination, le centre de coordination dispose d'au moins un travailleur dont les prestations sont consacrées exclusivement à la mission de coordination.
§ 2. Les prestations liées à la mission de coordination sont effectuées par un ou plusieurs coordinateurs qui sont titulaires d'un diplôme relevant au moins de l'enseignement supérieur non universitaire, à orientation paramédicale ou sociale.
Le Gouvernement fixe, le cas échéant, d'autres diplômes en tenant compte de l'évolution des filières d'enseignement.
Il peut établir des règles déontologiques applicables au coordinateur.
Art. 451. De coördinator is een verbindingsagent tussen de leden van de netwerken. Hij oefent geen hiërarchisch op de diensten of dienstverstrekkers uit maar neemt in het belang van de begunstigde de coördinatie waar volgens de consensus- en bemiddelingsregels.
Hij neemt kennis van de behoeften van de begunstigde en van diens entourage en tracht ook hun welzijn in stand te houden.
Hij voert zijn taak uit los van de beheersimperatieven van de diensten en dienstverstrekkers.
Art. 451. Le coordinateur est un agent de liaison entre les membres des réseaux. Il n'exerce pas d'autorité hiérarchique sur les services ou les prestataires, mais réalise la coordination selon des règles de consensus et de médiation, dans l'intérêt du bénéficiaire.
Il relaie les besoins du bénéficiaire et de son entourage dont il cherche également à maintenir le bien-être.
Il exécute sa tâche en toute indépendance des impératifs de gestion des services et des prestataires.
Art. 452. Het personeel van het coördinatiecentrum volgt regelmatig een voortgezette opleidingsprogramma in alle domeinen van de thuishandhaving en van de informatieverstrekking, onder de verschillende aspecten ervan.
[1 Het programma inzake voortgezette opleiding wordt ter beschikking gesteld van de Regering of van haar afgevaardigde en meegedeeld op eerste verzoek.]1
Het wordt jaarlijks meegedeeld aan de Regering, die de verzendingstermijn vastlegt.
Art. 452. Le personnel du centre de coordination suit régulièrement un programme de formation continuée, dans tous les domaines du maintien à domicile et de la communication de l'information, sous ses différents aspects.
Le programme de formation continuée du personnel du centre de coordination ne peut être inférieur à deux jours ni supérieur à cinq jours par an et par travailleur engagé ou sous statut à temps plein.
[1 Le programme de formation continuée est tenu à disposition du Gouvernement ou de son délégué et communiqué à première demande.]1
Art. 453. Het personeel van het coördinatiecentrum is gehouden tot het beroepsgeheim.
Art. 453. Le personnel du centre de coordination est soumis au secret professionnel.
D. Begunstigden
D. Bénéficiaires
Art. 454. Het verzoek om informatie, oriëntering, tenlasteneming of evaluatie tijdens de tenlasteneming wordt door de begunstigde zelf of zijn vertegenwoordiger, zijn entourage, een ander coördinatiecentrum, één van de leden van het netwerk voor thuiszorg en -hulp of het netwerk intra-muros ingediend bij een coördinatiecentrum van de zone waar de levensplaats van de begunstigde gevestigd is.
Wanneer de begunstigde in de zone waar zijn levensplaats gevestigd is geen coördinatiecentrum vindt dat aan zijn vrije keuze beantwoordt, kan hij een beroep doen op een erkend coördinatiecentrum in een aangrenzende zone.
Art. 454. La demande d'information, d'orientation, de prise en charge ou d'évaluation en cours de prise en charge est introduite par le bénéficiaire lui-même ou son représentant, l'entourage, un autre centre de coordination, un des membres du réseau des soins et de l'aide à domicile ou le réseau intra-muros, auprès d'un centre de coordination de la zone où se situe le lieu de vie du bénéficiaire.
Toutefois, lorsque dans la zone où se situe le lieu de vie du bénéficiaire, aucun centre de coordination ne correspond à son libre choix, le bénéficiaire peut faire appel à un centre de coordination agréé dans une zone contiguë.
Art. 455. Het coördinatiecentrum [1 neemt elk verzoek aan]1, zonder voorafgaande voorwaarde van aansluiting bij om het even welke structuur of van exclusief beroep op de diensten verstrekt door zijn inrichtende macht en zonder onderscheid van politieke, filosofische of religieuze overtuiging.
Het handelt altijd in het belang van de begunstigde, los van elk belang i.v.m. het beheer van de thuiszorg- of thuishulpdiensten of -verstrekkers, met inachtneming van de vrije keuze van de begunstigde.
Art. 455. Le centre de coordination [1 accepte]1 toute demande, sans condition préalable d'affiliation à une quelconque structure ou de recours exclusif aux services effectués par son pouvoir organisateur, et sans distinction d'opinion politique, philosophique ou religieuse.
Il agit toujours dans l'intérêt du bénéficiaire, indépendamment de tout intérêt lié à la gestion des services ou aux prestataires d'aide et de soins à domicile, dans le respect du libre choix du bénéficiaire.
Art. 456. Bij het begin van de tenlasteneming door het coördinatiecentrum ontvangt de begunstigde of zijn vertegenwoordiger een informatiedocument met de werkwijze van het coördinatiecentrum waarop hij een beroep doet, alsook elk gegeven dat nuttig is voor zijn tenlasteneming.
Dat document bevat een melding betreffende de door de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 verleende erkenning, de prijs die eventueel door de begunstigde betaald moet worden en de bepalingen inzake de indiening van een klacht tegen het coördinatiecentrum.
De minimuminhoud van het informatiedocument wordt nader bepaald door de Regering.
Art. 456. Au début de la prise en charge du centre de coordination, le bénéficiaire ou son représentant reçoit un document d'information reprenant la méthodologie poursuivie par le centre de coordination auquel il fait appel ainsi que toute donnée utile à sa prise en charge.
Ce document comporte une mention quant à l'agrément accordé par le Gouvernement [1 ou son délégué]1, au coût éventuellement mis à charge du bénéficiaire et aux dispositions en matière de dépôt de plainte à l'égard du centre de coordination.
Le Gouvernement précise le contenu minimal du document d'information.
Art. 457. De begunstigde of zijn vertgenwoordiger wordt betrokken bij elke beslissing die hem betreft.
Art. 457. Le bénéficiaire ou son représentant est associé à toute décision qui le concerne.
E. Boekhouding
E. Comptabilité
Art. 458. Het erkende coördinatiecentrum dat zijn recht op subsidies laat gelden houdt boeken met, per boekjaar, de financiële resultaten van zijn beheer en maakt de boekhoudkundige en financiële gegevens aan de Regering over op de wijze en binnen de termijn die zij vastlegt.
[1 De Regering bepaalt de inhoud en de mededelingsmodaliteiten van het boekhoudplan.]1
Art. 458. Le centre de coordination agréé qui fait valoir ses droits aux subventions tient une comptabilité qui fait apparaître, par exercice budgétaire, les résultats financiers de la gestion du centre de coordination et transmet les données comptables et financières au Gouvernement dans les formes et délais fixés par ce dernier.
[1 Le Gouvernement fixe le contenu et les modalités de communication du plan comptable.]1
Onderafdeling 2. - Programmering, erkenning, subsidiëring
Sous-section 2. - Programmation, agrément, subventionnement
A. Programmering
A. Programmation
Art. 459. De activiteiten van elk coördinatiecentrum stroken geheel of gedeeltelijk met de zorgzones vastgelegd voor de SISD.
Indien het coördinatiecentrum zijn activiteit gelijktijdig in meer dan één zorgzone uitoefent, wordt het in aanmerking genomen in de programmering van elke zorgzone, met dien verstande dat die zorgzones aangrenzend zijn.
Voor zover het erkende coördinatiecentrum zijn activiteit in hoogstens vier gemeenten van de aangrenzende zone uitoefent door delegatie van een ander erkend coördinatiecentrum in de zone, wordt het niet in aanmerking genomen in de programmering van de zone.
Art. 459. Les activités de tout centre de coordination s'inscrivent totalement ou partiellement dans les zones de soins définies pour les SISD.
Si le centre de coordination exerce son activité sur plus d'une zone de soins à la fois, il [1 est]1 pris en compte dans la programmation de chaque zone de soins, étant entendu que ces zones de soins doivent être limitrophes.
Pour autant que le centre de coordination agréé exerce son activité dans quatre communes au plus de la zone limitrophe par délégation d'un autre centre de coordination agréé dans la zone, il n'entre pas en ligne de compte dans la programmation de la zone.
Art. 460. In elke zorgzone wordt het aantal coördinatiecentra die erkend kunnen worden bepaald door het aantal aangesneden schijven van 100 000 inwoners, met inachtneming van de volgende regels :
[1 ]1 een zorgzone telt minstens drie en hoogstens vijf centra;
[1 ]1 elke zorgzone telt hoogstens twee centra van dezelfde federatie bedoeld in hoofdstuk V van dit decreet;
[1 ]1 de bevolking van [1 zestig jaar]1 en meer wordt voor twee gerekend.
Art. 460. Dans chaque zone de soins, le nombre de centres de coordination qui peuvent être agréés est déterminé par le nombre de tranches entamées de 100 000 habitants, tenant compte des règles suivantes :
[1 ]1 le nombre de centres ne peut être inférieur à trois et supérieur à cinq dans une zone de soins;
[1 ]1 dans chaque zone de soins, il n'y a pas plus de deux centres d'une même fédération visée à la sous-section 1re de la section 3;
[1 ]1 la population âgée de [1 soixante ans]1 et plus est comptabilisée pour deux.
Art. 461. De programmering wordt voor een periode van zes jaar bepaald op basis van de bevolkingscijfers die door het Directoraat-generaal Statistiek en Economische Informatie van de Federale overheidsdienst Economie zijn vastgelegd op 1 januari van het recentste jaar dat beschikbaar is op het tijdstip van de vastlegging.
In de loop van het jaar vóór de inwerkingtreding van een nieuwe programmering maakt de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 een bericht in het Belgisch Staatsblad bekend waarin sprake is van de vastlegging en van de modaliteiten voor de indiening van de erkenningsaanvragen.
Art. 461. La programmation est fixée pour une période de six ans sur la base des chiffres de population établis officiellement par la Direction générale de la Statistique et de l'Information économique du Service public fédéral de l'Economie au 1er janvier de l'année la plus récemment disponible au moment de sa détermination.
Dans le courant de l'année antérieure à l'entrée en vigueur d'une nouvelle programmation, le Gouvernement [1 ou son délégué]1 publie un avis au Moniteur belge reprenant sa détermination et les modalités d'introduction des demandes d'agrément.
Art. 462. Wanneer het aantal erkenningsaanvragen voor dezelfde zorgzone hoger is dan het aantal coördinatiecentra dat in de programmering vastligt, worden de coördinatiecentra gescheiden op basis van de volgende criteria, opgegeven in de orde van voorrang :
de verzoekende inrichtende macht dekt het grondgebied waarvoor het vraagt om erkend te worden in de vorm van een vereniging bedoeld in hoofdstuk XII van de wet van 8 juli 1976 tot organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en dekt de zorgzone waarvoor ze haar erkenning aanvraagt territoriaal minstens even wijd als de overige verzoekende coördinatiecentra;
het verzoekende centrum vervult de twee volgende cumulatieve voorwaarden :
a) het resulteert uit een fusie met één of meer centra die erkend waren krachtens het decreet van de Franse Gemeenschap van 19 juni 1989 houdende organisatie van de erkenning en de toekenning van toelagen aan de centra voor coördinatie van thuisverzorging en thuisdiensten, hierna " decreet van de Franse Gemeenschap van 19 juni 1989 " genoemd, of uit een vereniging van minstens twee centra die erkend waren krachtens het decreet van de Franse Gemeenschap van 19 juni 1989;
b) het is niet betrokken bij één van de procedures bedoeld in de artikelen 486, 468, 482, 477, 484 en 485;
het verzoekende centrum was krachtens het decreet van de Franse Gemeenschap van 19 juni 1989 erkend voor het geheel of een gedeelte van de zone waarvoor het verzoeker is en is niet betrokken bij één van de procedures bedoeld in de artikelen 36, 37 of 47 van het decreet;
het centrum dekt het hoogste aantal gemeenten van de zone waarvoor het zijn erkenning aanvraagt.
In geval van arbitrage tussen verschillende centra bij de toepassing van de criteria bedoeld onder 2° of 3°, wordt de voorrang gegeven aan het centrum dat de zone territoriaal en inzake dienstenaanbod het wijdst dekt.
Het centrum geeft kennis van de wijze waarop het de zone dekt en vermeldt :
[1 ]1 het geografische grondgebied dat het bedient;
[1 ]1 de bevolkingsomvang van dat grondgebied;
[1 ]1 de overeenkomsten gesloten tussen het coördinatiecentrum en de zorg- en hulpverleners, alsook de identificatie van de diensten die het zelf of in vereniging met een derde organiseert.
Art. 462. Lorsque, pour une même zone de soins, le nombre de demandes d'agrément est plus élevé que le nombre de centres de coordination déterminé par la programmation, les centres de coordination sont départagés en fonction des critères suivants, énumérés selon l'ordre de priorité :
le pouvoir organisateur demandeur couvre le territoire pour lequel il demande à être agréé sous la forme d'une association visée au chapitre XII de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'action sociale et couvre au moins aussi largement d'un point de vue terminal la zone de soins pour laquelle il demande son agrément que les autres centres demandeurs;
le centre demandeur rencontre les deux conditions cumulatives suivantes :
a) il résulte d'une fusion avec un ou plusieurs centres qui bénéficiaient d'un agrément dans le cadre du décret de la Communauté française du 19 juin 1989 organisant l'agrément et le subventionnement des centres de coordination de soins et de services à domicile, ci-après désigné par les termes "décret de la Communauté française du 19 juin 1989" ou bien il résulte d'une association entre au moins deux centres qui bénéficiaient d'un agrément dans le cadre du décret de la Communauté française du 19 juin 1989;
b) il n'est pas concerné par une des procédures visées aux articles 486, 468, 482, 477, 484 et 485;
le centre demandeur bénéficiait d'un agrément dans le cadre du décret de la Communauté française du 19 juin 1989 pour tout ou partie de la zone pour laquelle il est demandeur et n'est pas concerné par une des procédures visées aux articles 486, 468, 482, 477, 484 et 485.
le centre qui couvre le plus grand nombre de communes de la zone pour laquelle il demande son agrément.
En cas d'arbitrage à opérer entre plusieurs centres lors de l'application des critères visés aux 2° ou 3°, la priorité est donnée au centre qui couvre la zone le plus largement d'un point de vue territorial et en terme d'offre de services.
Le centre fait état de la manière dont il couvre la zone en précisant :
[1 ]1 le territoire géographique qu'il dessert;
[1 ]1 la taille de la population au sein de ce territoire;
[1 ]1 les conventions conclues entre le centre de coordination et les prestataires d'aide et de soins ainsi que l'identification des services qu'il organise lui-même ou en association avec un tiers.
B. Erkenning
B. Agrément
Art. 463. Om de erkenning als coördinatiecentrum te verkrijgen en te behouden moet het coördinatiecentrum voldoen aan de normen bedoeld in onderafdeling 1 van afdeling 2 van dit hoofdstuk.
Art. 463. Pour être agréé en qualité de centre de coordination et conserver l'agrément, le centre de coordination répond aux normes définies par la sous-section 1re de la section 2 du présent chapitre.
Art. 464. De coördinatiecentra zijn rechtspersonen opgericht door de provincies, gemeenten, openbare centra voor maatschappelijk welzijn, verenigingen zonder winstoogmerk, stichtingen, intercommunales of de verenigingen bedoeld in hoofdstuk XII van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
Art. 464. Les centres de coordination sont des personnes morales créées par les provinces, les communes, les centres publics d'action sociale, les associations sans but lucratif, les fondations, les intercommunales ou les associations visées au chapitre XII de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'action sociale.
Art. 465. De erkenningsaanvraag wordt ingediend uiterlijk binnen drie maanden na bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het bericht tot vastlegging van de programmering, op straffe van nietigheid.
Indien de programmering na afloop van de procedure niet bereikt is, kan elk ogenblik een nieuwe erkenningsaanvraag ingediend worden.
De Regering bepaalt de indieningsmodaliteiten.
Art. 465. La demande d'agrément est introduite, sous peine de nullité, au plus tard dans les trois mois de la publication au Moniteur belge de l'avis établissant la programmation.
Lorsqu'à l'issue de la procédure, la programmation n'est pas atteinte, une demande d'agrément peut être introduite à tout moment.
Le Gouvernement définit des modalités d'introduction.
Art. 466. De erkenning wordt door de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 voor een onbepaalde duur toegekend.
Wanneer na herziening van de programmering blijkt dat het aantal erkende coördinatiecentra hoger is dan het aantal waarin ze voorziet, wordt artikel 462 toegepast om de doorslag te geven.
Art. 466. L'agrément est octroyé par le Gouvernement [1 ou son délégué]1 pour une durée indéterminée.
Lorsqu'au terme de la révision de la programmation, il apparaît que le nombre de centres de coordination agréés est plus élevé que le nombre induit par celle-ci, il est fait application de l'article 462 pour les départager.
Art. 467. Er wordt een tijdelijke erkenning voor de duur van één jaar verleend aan het coördinatiecentrum dat voor het eerst om een erkenning verzoekt op voorwaarde dat het zich integreert in de programmering opgemaakt door de Regering ter uitvoering van de artikelen 459 tot 462.
Bij gebrek aan andersluidende beslissing na afloop van de tijdelijke erkenning wordt de tijdelijke erkenning behouden totdat een beslissing genomen wordt i.v.m. de erkenning voor onbepaalde duur.
Art. 467. Un agrément provisoire est accordé pour une durée d'un an au centre de coordination qui demande un agrément pour la première fois à condition qu'il s'intègre dans la programmation établie par le Gouvernement en exécution des articles 459 à 462.
Si au terme de l'agrément provisoire, aucune décision contraire n'est intervenue, l'agrément provisoire est maintenu jusqu'à ce qu'une décision sur l'agrément à durée indéterminée soit prise.
Art. 468. De Regering bepaalt de procedures tot toekenning, opschorting en intrekking van de erkenning en de tijdelijke erkenning.
Art. 468. Le Gouvernement fixe les procédures d'octroi, de l'agrément et de l'agrément provisoire.
C. Subsidiëring
C. Subventionnement
Art. 469. [1 Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten, verleent de Regering, aan het erkende coördinatiecentrum, een toelage voor de uitvoering van de opdrachten bepaald bij dit hoofdstuk, volgens de voorwaarden en modaliteiten die zij vaststelt. Deze toelage wordt gebruikt om de bezoldigingskosten van de geschoolde beroepskrachten bedoeld in de artikelen 448 tot 450 alsook de werkingskosten. Hat aantal geschoolde beroepskrachten dat in aanmerking wordt genomen, wordt bepaald in het besluit tot erkenning van het erkende centrum. De toelage bestaat uit een forfaitair gedeelte en een variabel gedeelte. Het forfaitair gedeelte is gelijk aan 85
van de toelage. Het variabele gedeelte, dat met het saldo van de toelage overeenstemt, neemt het dynamisme van het erkende coördinatiecentrum in aanmerking. De criteria voor de berekening van dit gedeelte houden rekening met de gemiddelde activiteit van elk erkend coördinatiecentrum. De Regering wordt ertoe gemachtigd om de activiteit van elk centrum nader te bepalen aan de hand van indicatoren die in overleg met de federaties worden ontwikkeld, rekening houdend met de werklast die inherent is aan elk type opdracht. De Regering bepaalt de modaliteiten betreffende de verdeling van het variabele gedeelte.]1

Art. 469. [1 [2 Dans les limites des crédits budgétaires disponibles, le Gouvernement octroie au centre de coordination agréé une subvention destinée à la mise en oeuvre des missions définies par le présent chapitre, suivant les conditions et modalités qu'il fixe. Cette subvention est destinée à couvrir les frais de rémunération des professionnels qualifiés visés aux articles 448 à 450 ainsi que les frais de fonctionnement. Le nombre des professionnels qualifiés pris en considération est fixé dans l'arrêté d'agrément du centre agréé. La subvention est composée d'une partie forfaitaire et d'une partie variable. La partie forfaitaire équivaut à 85 de la subvention. La partie variable, représentant le solde de la subvention, vise à prendre en compte le dynamisme du centre de coordination agréé. Les critères de calcul de cette partie de la subvention tiennent compte de l'activité moyenne de chaque centre de coordination agréé. Le Gouvernement est habilité à détailler l'activité effectuée par chaque centre selon des indicateurs, élaborés en concertation avec les fédérations, tenant compte de la charge de travail inhérente à chaque type de mission. Le Gouvernement fixe les modalités de répartition de la partie variable.]2]1
Art. 470. De subsidie wordt geïndexeerd overeenkomstig de modaliteiten vastgelegd bij de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, subsidies en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen [1 in de versie van kracht vóór 1 juli 2025]1.
Art. 470. La subvention est indexée conformément aux modalités fixées par la loi du 2 août 1971, organisant un régime de liaison des prix à la consommation des traitements, salaires, pensions, allocations et subventions à charge du Trésor public, de certaines prestations sociales, des limites de rémunération à prendre en considération pour le calcul de certaines cotisations de sécurité sociale des travailleurs, ainsi que des obligations imposées en matière sociale aux travailleurs indépendants [1 dans sa version en vigueur antérieurement au 1er juillet 2025]1.
Art. 471. De subsidieperiode gaat in op 1 januari en eindigt op 31 december.
Indien de erkenning in de loop van het boekjaar wordt verleend, wordt het bedrag naar rato van de gedekte periode toegekend.
Art. 471. La période de subvention débute le 1er janvier et se termine le 31 décembre.
Si l'agrément est accordé en cours d'exercice, le montant est octroyé au prorata de la période couverte.
Art. 472.
Art. 472.
Art. 473. De aanvaardbare uitgaven van een coördinatiecentrum worden verdeeld op grond van de volgende categorieën :
[1 ]1 de algemene kosten en de werkingskosten;
[1 ]1 de personeelsuitgaven;
[1 ]1 de afschrijvingen van roerende goederen.
De Regering bepaalt de inhoud van elke categorie en de afschrijvingsregels.
Art. 473. Les dépenses admissibles d'un centre de coordination sont ventilées en fonction des catégories suivantes :
[1 ]1 les frais généraux et les frais de fonctionnement;
[1 ]1 les dépenses de personnel;
[1 ]1 les amortissements de biens mobiliers.
Le Gouvernement définit ce que comporte chacune des catégories et les règles d'amortissement.
Afdeling 3. - Federaties van coördinatiecentra en thuishulp
Section 3. - Fédérations de centres de coordination des soins et de l'aide à domicile
Onderafdeling 1. - Erkenning
Sous-section 1re. - Reconnaissance
Art. 474. De coördinatiecentra kunnen bij een federatie aansluiten of hun belangen toevertrouwen aan een federatie die kan vragen om erkend te worden door de Regering [2 of haar afgevaardigde]2.
Om erkend te worden is de federatie opgericht als een vereniging zonder winstoogmerk en vervult ze minstens de volgende opdrachten :
[1 ]1 de voortgezette opleiding en de supervisie van het personeel van de coördinatiecentra organiseren;
[1 ]1 logistieke en technische steun verlenen aan de coördinatiecentra, o.a. inzake informatisering en technologieën i.v.m. informatiecommunicatie;
[1 ]1 de coördinatiecentra vertegenwoordigen wanneer ze erom vragen; die vertegenwoordiging betreft zowel de individuele procedures als de collectieve aspecten i.v.m. het beheer van de coördinatiecentra.
Rekening houdend met de evolutie van de behoeften van de verenigde coördinatiecentra kan de Regering voorzien in bijkomende opdrachten voor het geheel van de federaties.
De Regering bepaalt de modaliteiten voor de uitoefening van die opdrachten.
Art. 474. Les centres de coordination peuvent se fédérer ou confier leurs intérêts à une fédération, laquelle peut demander à être reconnue par le Gouvernement [2 ou son délégué]2.
Pour être reconnue, la fédération est constituée sous la forme d'une association sans but lucratif et remplit au moins les missions suivantes :
[1 ]1 organiser la formation continuée et la supervision du personnel des centres de coordination;
[1 ]1 offrir l'appui logistique et technique aux centres de coordination, notamment en matière d'informatisation et de technologies liées à la communication de l'information;
[1 ]1 représenter les centres de coordination lorsque ceux-ci en font la demande; cette représentation vise aussi bien les procédures individuelles que les aspects collectifs liés à la gestion des centres de coordination.
Compte tenu de l'évolution des besoins des centres de coordination fédérés, le Gouvernement peut définir des missions complémentaires communes à l'ensemble des fédérations.
Le Gouvernement détermine les modalités d'exercice de ces missions.
Art. 475. § 1. De federatie die wenst erkend te worden verstrekt :
de identificatie van de inrichtende macht;
de lijst van haar leden;
haar activiteitenprogramma waarin melding wordt gemaakt van de wijze waarop de opdrachten uitgevoerd worden qua inhoud, doelstellingen, beoordeling of ze bereikt zijn in de vorm van indicatoren en qua begroting.
[1 De Regering bepaalt de inhoud van het activiteitenprogramma.]1
Zodra de federatie erkend is, mag ze niet verzoeken om een bijdrage ten laste van de gewestelijke subsidie die aan de coördinatiecentra wordt toegekend. De erkenning wordt voor de programmeringsperiode verleend. Ze is hernieuwbaar.
§ 2. In het Belgisch Staatsblad wordt een oproep tot indiening van de erkenningsaanvraag bekendgemaakt, samen met een formulier waarvan de Regering het model bepaalt.
De federatie richt het ingevulde formulier en haar activiteitenprogramma aan de Regering [2 of haar afgevaardigde]2, die er ontvangst van bericht binnen de termijn die zij bepaalt. Dezelfde bepalingen zijn van toepassing in geval van hernieuwing van de erkenning. De hernieuwingsaanvraag wordt aangevuld met de evaluatie van de al dan niet gehaalde doelstellingen.
De Regering beslist binnen twee maanden na ontvangst van de aanvraag.
§ 3. De beslissing tot erkenning bevat het activiteitenprogramma dat door de Regering [2 of haar afgevaardigde]2 is goedgekeurd voor de erkenningsperiode.
Art. 475. § 1er. La fédération qui souhaite être reconnue fournit :
l'identification du pouvoir organisateur;
la liste de ses membres;
son programme d'activités reprenant la manière dont les missions seront réalisées en terme de contenu, d'objectifs, d'évaluation de l'atteinte de ceux-ci sous la forme d'indicateurs et de budget.
[1 Le Gouvernement fixe le contenu du programme d'activités.]1
Dès lors qu'elle est reconnue, la fédération ne peut solliciter aucune contribution à charge de la subvention régionale allouée aux centres de coordination. La reconnaissance est accordée pour la période de la programmation. Elle est renouvelable.
§ 2. Un appel à déposer la demande de reconnaissance est publié au Moniteur belge, accompagné d'un formulaire établi par le Gouvernement.
La fédération envoie le formulaire complété et son programme d'activités au Gouvernement [2 ou son délégué]2 qui en accuse réception dans le délai qu'il détermine. Les mêmes dispositions s'appliquent en cas de renouvellement de la reconnaissance. La demande de renouvellement est complétée par l'évaluation des objectifs atteints et non atteints.
Le Gouvernement statue dans les deux mois de la réception de la demande.
§ 3. La décision de reconnaissance comporte le programme d'activités approuvé par le Gouvernement [2 ou son délégué]2 pour la période de reconnaissance.
Onderafdeling 2. - Subsidiëring
Sous-section 2. - Subventionnement
Art. 476. Binnen de perken van de begrotingskredieten verleent de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 een subsidie van minstens veertigduizend euro aan de erkende federatie, voor zover het aantal verenigde leden of het aantal leden dat haar een mandaat heeft verleend hoger is dan of gelijk is aan het aantal bepaald door de Regering op de datum van inwerkingtreding van de programmering zoals vastgelegd op basis van de activiteit van de coördinatiecentra verenigd binnen haar midden, met dien verstande dat een coördinatiecentrum slechts door één enkele federatie vertegenwoordigd mag worden.
Het bedrag van de subsidie bedoeld in het vorige lid kan door de Regering [2 of haar afgevaardigde]2 verhoogd worden om de federaties in staat te stellen de in artikel 43 bedoelde bijkomende opdrachten te vervullen.
De subsidie wordt geïndexeerd overeenkomstig de modaliteiten vastgelegd bij de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, subsidies en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen [3 in de versie van kracht vóór 1 juli 2025]3.
[1 ...]1
Art. 476. Dans les limites des crédits budgétaires, le Gouvernement [1 ou son délégué]1 alloue une subvention à la fédération reconnue dont le montant est d'au moins quarante mille euros, pour autant que le nombre de membres fédérés ou lui ayant confié un mandat, soit supérieur ou égal au nombre fixé par le Gouvernement au moment de l'entrée en vigueur de la programmation telle qu'établie sur la base de l'activité des centres de coordination fédérés en son sein, étant entendu qu'un centre de coordination ne peut être représenté que par une seule fédération.
Le montant de la subvention visée à l'alinéa précédent peut être majoré par le Gouvernement [2 ou son délégué]2 pour permettre aux fédérations de remplir les missions complémentaires mentionnées à l'article 474.
La subvention est indexée conformément aux modalités fixées par la loi du 2 août 1971, organisant un régime de liaison des prix à la consommation des traitements, salaires, pensions, allocations et subventions à charge du Trésor public, de certaines prestations sociales, des limites de rémunération à prendre en considération pour le calcul de certaines cotisations de sécurité sociale des travailleurs, ainsi que des obligations imposées en matière sociale aux travailleurs indépendants [3 dans sa version en vigueur antérieurement au 1er juillet 2025]3.
[1 ...]1
Afdeling 4. - Evaluatie, controle en sanctie
Section 4. - Evaluation, contrôle et sanction
Onderafdeling 1. - Evaluatie en controle
Sous-section 1re. - Evaluation et contrôle
A. Coördinatiecentra voor zorgen en thuishulp
A. Centres de coordination des soins et de l'aide à domicile
Art. 477. § 1. De kwalitatieve evaluatie van de erkende coördinatiecentra en de administratieve en financiële controle erop worden verricht door de ambtenaren en personeelsleden die de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 aanwijst.
Ze hebben vrije toegang tot de lokalen van het coördinatiecentrum en hebben het recht om ter plaatse inzage te nemen van de stukken en documenten die ze nodig achten voor de vervulling van hun opdracht.
§ 2. De indicatoren betreffende de activiteit ontwikkeld overeenkomstig artikel 38, 3°, a) tot d), worden door de Regering bepaald op basis van een analyse verricht in overleg met de federaties bedoeld in hoofdstuk V.
§ 3. Wanneer het coördinatiecentrum erkend is, onderwerpt het zich aan de evaluatie die door de Regering georganiseerd wordt.
De modaliteiten en de periodiciteit van de evaluatie worden door de Regering bepaald met inachtneming van de bepalingen aangenomen bij of overeenkomstig dit decreet, waarbij de periodiciteit minstens twee jaar bedraagt, behalve buitengewone of bijzondere omstandigheden die een frequentere evaluatie zouden rechtvaardigen.
Na afloop van de evaluatie wordt de subsidie eventueel herzien. Het aldus herziene bedrag is van toepassing op het boekjaar na de periode in de loop waarvan de evaluatie heeft plaatsgevonden.
De Regering bepaalt de modaliteiten voor de eventuele herziening van de subsidies.
Art. 477. § 1er. L'évaluation qualitative et le contrôle administratif et financier des centres de coordination agréés sont exercés par les fonctionnaires et agents désignés par le Gouvernement [1 ou son délégué]1.
Ils ont libre accès aux locaux du centre de coordination et ont le droit de consulter sur place les pièces et documents qu'ils jugent nécessaires à l'accomplissement de leur mission.
§ 2. Les indicateurs relatifs à l'activité déployée conformément à l'article 469, 3°, a) à d), sont définis par le Gouvernement sur la base d'une analyse effectuée en concertation avec les fédérations visées à la section 3 du présent chapitre.
§ 3. Lorsque le centre de coordination est agréé, il se soumet à l'évaluation organisée par le Gouvernement.
Les modalités et la périodicité de l'évaluation sont déterminées par le Gouvernement, sur la base du respect des dispositions adoptées par ou en application du présent chapitre, sans que la périodicité soit inférieure à deux ans, sauf circonstances exceptionnelles ou particulières qui justifieraient une évaluation plus fréquente.
A l'issue de l'évaluation, la subvention est éventuellement revue. Le montant ainsi revu s'applique à l'exercice suivant la période au cours de laquelle l'évaluation s'est déroulée.
Le Gouvernement détermine les modalités suivant lesquelles les subventions sont éventuellement revues.
Art. 478.
Art. 478.
Art. 479.
Art. 479.
Art. 480. De Regering bepaalt de regels voor de organisatie van een voldoeningsonderzoek bij de begunstigden en de leden van het netwerk, alsook de periodiciteit daarvan.
Art. 480. Le Gouvernement définit les règles selon lesquelles une enquête de satisfaction est organisée auprès des bénéficiaires et des membres des réseaux, ainsi que sa périodicité.
B. Federatie van coördinatiecentra voor zorgen en thuishulp
B. Fédération de centres de coordination des soins et de l'aide à domicile
Art. 481. Zodra de federatie haar erkenning heeft aangevraagd, onderwerpt ze zich aan de controle georganiseerd door de Regering, die daartoe ambtenaren en personeelsleden aanwijst.
Art. 481. Dès sa demande de reconnaissance, la fédération se soumet au contrôle organisé par le Gouvernement qui désigne les fonctionnaires et agents à cet effet.
Onderafdeling 2. - Sancties
Sous-section 2. - Sanctions
A. Intrekking, opschorting
A. Retrait, suspension
Coördinatiecentra
Centres de coordination
Art. 482. Le Gouvernement fixe les procédures, de suspension et de retrait de l'agrément et de l'agrément provisoire.
Ze geeft betrokken coördinatiecentrum o.a. de mogelijkheid om zijn standpunt te laten gelden vóór elke intrekking van de erkenning of voorlopige erkenning.
Art. 482. Le Gouvernement fixe les procédures, de suspension et de retrait de l'agrément et de l'agrément provisoire.
Il prévoit notamment la possibilité pour le centre de coordination concerné de faire valoir son point de vue préalablement à tout retrait de l'agrément ou de l'agrément provisoire.
Art. 483. Elke inrichtende macht die de door de Regering georganiseerde controle in de weg staat of belemmert, stelt zich bloot aan de opschorting of intrekking van de erkenning als coördinatiecentrum.
Art. 483. Tout pouvoir organisateur qui s'oppose ou entrave le contrôle organisé par le Gouvernement, encourt la suspension ou le retrait de l'agrément en qualité de centre de coordination.
Art. 484. In geval van ongunstige evaluatie [1 kan de Regering of haar afgevaardigde overgaan tot de opschorting of de intrekking van de erkenning, volgens de modaliteiten die door de Regering worden bepaald]1.
De evaluatie wordt als ongunstig beschouwd als het coördinatiecentrum de coördinatie bewust niet ten uitvoer heeft gelegd of de bij of krachtens dit decreet opgelegde normen niet in acht heeft genomen in het kader van de coördinatie.
De opschorting van de erkenning brengt met zich mee dat de storting van de subsidies opgeschort wordt tot de datum waarop orde op zaken wordt gesteld.
De intrekking van de erkenning brengt met zich mee dat elke subsidietoekenning afgeschaft wordt vanaf de datum van de beslissing.
Art. 484. En cas d'évaluation défavorable, [1 le Gouvernement ou son délégué peut procéder à la suspension ou au retrait de l'agrément, selon les modalités déterminées par le Gouvernement]1.
L'évaluation est considérée comme défavorable dès lors que, délibérément, le centre de coordination n'a pas mis en oeuvre la coordination ou que, dans le cadre de la coordination, il n'a pas respecté les normes énoncées par ou en vertu du présent chapitre.
La suspension de l'agrément entraîne la suspension du versement des subventions jusqu'à la date de mise en conformité.
Le retrait d'agrément a pour conséquence la suppression de tout octroi de subvention à partir de la date de la décision.
Art. 485. Indien de bepalingen van dit decreet en de ter uitvoering van dit decreet genomen bepalingen niet in acht genomen worden, en, meer bepaald, wanneer het coördinatiecentrum volhardt in het niet nakomen van zijn verplichtingen, bepaalt de Regering het stelsel van ingebrekestelling en legt ze de termijn vast waarin het coördinatiecentrum orde op zaken moet stellen.
Art. 485. En cas de non-respect des dispositions du présent chapitre et de celles prises en exécution de celui-ci, et, en particulier, lorsque le centre de coordination persiste à ne pas respecter ses obligations, le Gouvernement fixe le régime de mise en demeure, en déterminant le délai dans lequel le centre de coordination est tenu de se mettre en conformité.
Art. 486. Indien de normen bedoeld in onderafdeling 1 van afdeling 2 van dit hoofdstuk niet in acht genomen worden, kan de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 de erkenning of de tijdelijke erkenning intrekken of opschorten.
Art. 486. En cas de non-respect des normes définies à la sous-section 1ère, de la section 2 du présent chapitre, le Gouvernement [1 ou son délégué]1 peut suspendre ou retirer l'agrément ou l'agrément provisoire.
Federaties van coördinatiecentra
Fédérations de centres de coordination
Art. 487. De Regering organiseert jaarlijks de evaluatie van de activiteit van de federatie, behalve buitengewone of bijzondere omstandigheden.
De evaluatie bestaat in :
[1 ]1 de kwalitatieve en kwantitatieve evaluatie van de middelen aangewend voor de opdrachten en van de inhoud van de uitgevoerde acties;
[1 ]1 het meten van de al dan niet gehaalde doelstellingen op basis van de indicatoren die bij de erkenning aanvaard worden.
Wanneer de Regering [2 of haar afgevaardigde]2 nalatigheden vaststelt bij de tenuitvoerlegging van het activiteitenprogramma, verwittigt ze de federatie en laat ze haar weten binnen welke termijn ze orde op zaken moet stellen.
Indien de federatie na afloop van die termijn geen orde op zaken heeft gesteld, wordt een voorstel tot intrekking van de erkenning voorgelegd aan de Regering [2 of haar afgevaardigde]2, die binnen een termijn van twee maanden beslist.
Art. 487. Le Gouvernement organise l'évaluation de l'activité de la fédération annuellement, sauf circonstances exceptionnelles ou particulières.
L'évaluation consiste à :
[1 ]1 évaluer qualitativement et quantitativement les moyens affectés aux missions et le contenu des actions réalisées;
[1 ]1 mesurer les objectifs atteints et non atteints sur la base des indicateurs acceptés lors de la reconnaissance.
Lorsque le Gouvernement [2 ou son délégué]2 constate des manquements dans la mise en oeuvre du programme d'activités, il le notifie à la fédération en lui précisant le délai dans lequel elle doit avoir remédié à la situation.
Au terme de ce délai, en l'absence de mise en conformité, une proposition de retrait de la reconnaissance est communiquée au Gouvernement [2 ou son délégué]2 qui statue dans un délai de deux mois.
B. Strafrechtelijke sancties
B. Sanctions pénales
Art. 488. Degenen die zonder erkenning gebruik maken van de termen " centre de coordination des soins et de l'aide à domicile agréé " of van elke andere verwante benaming waaruit het bestaan van een dergelijke erkenning afgeleid kan worden, worden gestraft met een boete van 1.000 à 10.000 euro.
Art. 488. Sont punis d'une amende de 1.000 à 10.000 euros, ceux qui, sans être titulaire d'un agrément, font usage des termes"centre de coordination des soins et de l'aide à domicile agréé" ou de toute autre appellation connexe laissant entendre l'existence d'un tel agrément.
Afdeling 5. - Kadaster van het aanbod
Section 5. - Cadastre de l'offre
Art. 489. De Regering [1 of haar afgevaardigde]1 maakt jaarlijks uiterlijk 30 september op basis van de jaarlijkse activiteitenrapporten van de coördinatiecentra betreffende het vorige boekjaar een syntheserapport bekend, waarin gewag wordt gemaakt van het aanbod van die coördinatiecentra en van de wijze waarop dat aanbod zich heeft ontwikkeld.
Het syntheserapport, ook " aanbodkadaster " genoemd, integreert ook de activiteit van de erkende federaties.
Dat aanbodkadaster is het voorwerp van een aangepaste communicatie naar de coördinatiecentra en de federaties toe, volgens de voorschriften die door de Regering bepaald worden.
Het aanbodkadaster wordt voor 15 december door de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 aan het Parlement overgemaakt.
Art. 489. Chaque année et au plus tard le 30 septembre, sur la base des rapports annuels d'activités des centres de coordination relatifs à l'exercice précédent, le Gouvernement [1 ou son délégué]1 publie un rapport de synthèse, faisant état de l'offre de ces centres de coordination et de la manière dont cette offre s'est déployée.
Le rapport de synthèse, désigné sous le terme de "cadastre de l'offre", intègre également l'activité des fédérations reconnues.
Ce cadastre de l'offre fait l'objet d'une communication adaptée à destination des centres de coordination et des fédérations, selon les dispositions définies par le Gouvernement.
Le cadastre de l'offre est transmis au Parlement par le Gouvernement [1 ou son délégué]1 pour le 15 décembre.
Art. 490. Om de tenuitvoerlegging van de nieuwe programmering mogelijk te maken, wordt een balans van de activiteitenrapporten en van het aanbod zoals het zich heeft ontwikkeld in de loop van de vijf eerste jaren van de vorige programmering door de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 opgemaakt.
Indien mogelijk wordt het zesde jaar meegerekend in die balans, al naar gelang van de vervaldata. Die balans wordt zo spoedig mogelijk aan het Parlement overgemaakt.
Art. 490. Pour permettre la mise en oeuvre de la nouvelle programmation, un bilan des rapports d'activités et de l'offre telle qu'elle s'est développée au cours des cinq premières années de la précédente programmation est établi par le Gouvernement [1 ou son délégué]1.
Ce bilan inclut, si possible, en fonction des échéances, la sixième année. Ce bilan est communiqué au Parlement sans délai.
Art. 491. [1 De Regering [2 of haar afgevaardigde]2 legt ter inzake van het publiek een lijst van de per zone erkende coördinatiecentra, met het interventiegebied van elk van hen en de aard van de diensten die ze coördineren, algemeen of beroepsmatig beschouwd.]1
Art. 491. Le Gouvernement [2 ou son délégué]2 [1 met]1 à disposition du public, qu'il soit général ou professionnel, une liste des centres de coordination agréés par zone, reprenant le territoire d'intervention de chacun d'entre eux et la nature des services qu'il coordonne.
HOOFDSTUK IV. [1 - Huisartsenkringen]1
CHAPITRE IV. [1 - Cercles de médecins généralistes]1
Art. 491/2. [1 Binnen de perken van de begrotingskredieten en van het organieke subsidiëringsstelsel ingesteld bij het koninklijk besluit nr. 78 betreffende de gezondheidsberoepen verleent de Regering jaarlijks aan de erkende huisartskringen bedoeld in artikel 9 van hetzelfde besluit een toelage ter uitvoering van de opdrachten bepaald bij of krachtens dat koninklijk besluit en ter dekking van de personeels- en werkingskosten, met inachtneming van de modaliteiten die de Regering bepaalt.]1
Art. 491/2. [1 Dans les limites des crédits budgétaires et du régime organique de subventionnement établi par l'arrêté royal n° 78 relatif à l'exercice des professions de soins de santé, le Gouvernement octroie annuellement aux cercles agréés de médecins généralistes visés à l'article 9 du même arrêté, une subvention destinée à la mise en oeuvre des missions définies par ou en vertu de cet arrêté royal et destinée à couvrir les frais de personnel et les frais de fonctionnement, selon les modalités définies par le Gouvernement.]1
HOOFDSTUK V. [1 Palliatieve zorg, multidisciplinaire begeleidingsequipes, overlegplatforms inzake palliatieve verzorging en hun federatie(s)]1
CHAPITRE V. [1 Soins palliatifs, équipes de soutien multidisciplinaires, plates-formes de concertation en matière de soins palliatifs et leur(s) fédération(s)]1
Afdeling 1. [1 Algemene bepalingen]1
Section 1re. [1 Dispositions générales]1
Art. 491/3. [1 Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
palliatieve zorg: de zorg bedoeld in artikel 2, derde lid, van de wet van 14 juni 2002 betreffende de palliatieve zorg;
palliatieve patiënt: de patiënt bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet van 14 juni 2002 betreffende de palliatieve zorg;
overlegplatform inzake palliatieve verzorging of platform: de vereniging zonder winstoogmerk bedoeld in artikel 491/14;
federatie: de vereniging zonder winstoogmerk bedoeld in artikel 491/23 waarvan minstens twee platformen lid zijn;
omgeving: het gezin, de naasten en de mantelzorgers van de palliatieve patiënt;
mantelzorger: de persoon bepaald in artikel 3 van de wet van 12 mei 2014 betreffende de erkenning van de mantelzorger die een persoon met een grote zorgbehoefte bijstaat;
beoefenaar: de beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg verwijzend naar de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen;
woonplaats: de plaats waar de palliatieve patiënte gewoonlijk en effectief woont;
beoefenaar: de beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg verwijzend naar de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen;
10° opvang- en huisvestingsdiensten: de in artikel 283, tweede lid, 7°, bedoelde opvang- en huisvestingsdiensten voor gehandicapte personen, psychiatrische verzorgingstehuizen, beschermde huisvestingsinitiatieven, overeenkomsten voor functionele revalidatie of iedere andere erkende opvang- en huisvestingsdienst;
11° netwerk palliatieve zorg: de actoren die op het grondgebied van het platform optreden en die een link hebben met palliatieve zorg;
12° institutioneel netwerk: de institutionele actoren die op het grondgebied van het platform optreden en die een link hebben met palliatieve zorg.]1

Art. 491/3. [1 Pour l'application du présent chapitre, l'on entend par :
les soins palliatifs : les soins visés à l'article 2, alinéa 3, de la loi du 14 juin 2002 relative aux soins palliatifs;
le patient en soins palliatifs : le patient visé à l'article 2, alinéa 1er, de la loi du 14 juin 2002 relative aux soins palliatifs;
la plate-forme de concertation en matière de soins palliatifs ou la plate-forme : l'association sans but lucratif visée à l'article 491/4;
la fédération : l'association sans but lucratif visée à l'article 491/23 dont sont membres au minimum deux plates-formes;
l'entourage : la famille, les proches et les aidants proches du patient en soins palliatifs;
l'aidant proche : la personne définie à l'article 3 de la loi du 12 mai 2014 relative à la reconnaissance de l'aidant proche aidant une personne en situation de grande dépendance;
le prestataire : le professionnel de la santé en référence à la loi coordonnée du 10 mai 2015 relative à l'exercice des professions des soins de santé;
le domicile : le lieu où le patient en soins palliatifs habite de manière habituelle et effective;
le prestataire : le professionnel de la santé en référence à la loi coordonnée du 10 mai 2015 relative à l'exercice des professions des soins de santé;
10° les services d'accueil et d'hébergement : les services d'accueil et d'hébergement pour personnes handicapées visés à l'article 283, alinéa 2, 7°, les maisons de soins psychiatriques, les initiatives d'habitations protégées, les conventions de réadaptation fonctionnelle ou tout autre service d'accueil et d'hébergement agréé;
11° le réseau palliatif : les acteurs qui interviennent sur le territoire de la plate-forme et qui ont un lien avec les soins palliatifs;
12° le réseau institutionnel : les acteurs institutionnels qui interviennent sur le territoire de la plate-forme.]1

Afdeling 2. [1 Overlegplatformen inzake palliatieve verzorging]1
Section 2. [1 Plates-formes de concertation en matière de soins palliatifs]1
Onderafdeling 1. [1 Opdrachten]1
Sous-section 1re. [1 Missions]1
Art. 491/4. [1 § 1. Het platform moet worden opgericht als een vereniging zonder winstoogmerk en ontwikkelt de volgende activiteiten:
informatie voor het grote publiek en beroepsbeoefenaren;
bewustmaking van de beroepsbeoefenaars voor palliatieve benadering in de verzorging;
opleiding van de beoefenaars;
opleiding van vrijwilligers in de palliatieve zorg;
psychologische ondersteuning op verzoek:
- van de palliatieve patiënten of van hun omgeving;
- van de beoefenaars en andere beroepsbeoefenaars die betrokken zijn bij de begeleiding aan het einde van het leven;
- van vrijwilligers;
overleg met het netwerk palliatieve zorg bedoeld in artikel 491/3, 9°, met het oog op de oprichting of de consolidatie van het netwerk palliatieve zorg waar de palliatieve patiënt zich bevindt, op het grondgebied dat het dekt;
het verzamelen van statistische gegevens volgens de modaliteiten die door de Regering, in overleg met de andere platformen, worden bepaald;
samenwerking, waarbij de deelname van het personeel aan samenwerkingsactiviteiten tussen platformen wordt bevorderd en toegelaten.
§ 2. De Regering stelt de modaliteiten vast voor de uitvoering van de in § 1, 1° tot en met 4° bedoelde opdrachten, waarbij de certificerende opleiding en de opleidingen aangeboden door de openbare instellingen of door de instellingen erkend door de bevoegde openbare overheden worden bevorderd.
Een platform kan de in het eerste lid bedoelde opleidingen zelf organiseren en verstrekken, mits het voldoet aan de door de Regering gestelde voorwaarden.
§ 3. In het kader van de in § 1, 5°, bedoelde opdracht, verwijst het platform de personen door naar andere zorg- en gezondheidsactoren en waarborgt het de continuïteit van de zorg, wanneer de situatie dit vereist.]1

Art. 491/4. [1 § 1er. La plate-forme doit être constituée en association sans but lucratif et développe les activités suivantes :
l'information du grand public et des professionnels;
la sensibilisation des professionnels à l'approche palliative dans les soins;
la formation des prestataires;
la formation des volontaires en matière de soins palliatifs;
le soutien psychologique à la demande :
- des patients en soins palliatifs ou de leur entourage;
- des prestataires et d'autres professionnels impliqués dans l'accompagnement de fin de vie;
- des volontaires;
la concertation avec le réseau palliatif visé à l'article 491/3, 9°, en vue de la création ou de la consolidation du réseau palliatif au centre duquel se trouve le patient en soins palliatifs, au sein du territoire qu'elle couvre;
la récolte de données statistiques suivant les modalités définies par le Gouvernement, en concertation avec les autres plates-formes;
La collaboration en favorisant et autorisant la participation du personnel à des activités de concertation entre plates-formes.
§ 2. Le Gouvernement détermine les modalités d'exercice des missions visées au paragraphe 1er, 1° à 4°, en favorisant la formation certifiante et les formations délivrées par des organismes publics ou reconnus par les autorités publiques compétentes.
Une plate-forme peut organiser et dispenser elle-même les formations visées à l'alinéa 1er pour autant qu'elles satisfassent aux conditions fixées par le Gouvernement.
§ 3. Dans le cadre de la mission visée au paragraphe 1er, 5°, la plate-forme oriente les personnes vers d'autres acteurs de soins et de santé, en assurant la continuité de la prise en charge, lorsque la situation le requiert.]1

Art. 491/5. [1 Bij de uitvoering van de in artikel 491/4 bedoelde opdrachten moet elke beroepsbeoefenaar die in het kader van het platform optreedt, de volgende elementen in acht nemen:
de vrijheid op het gebied van filosofische en religieuze overtuigingen;
de rechten van de patiënt.]1

Art. 491/5. [1 Lors de la réalisation des missions visées à l'article 491/4, chaque praticien qui intervient dans le cadre de la plate-forme respecte :
la liberté en matière de convictions philosophiques et religieuses;
les droits du patient.]1

Art. 491/6. [1 Het platform beslaat een geografisch gebied met een bevolking van tussen de tweehonderdduizend en een miljoen inwoners.
Er mogen maximum drie platformen per provincie zijn.]1

Art. 491/6. [1 La plate-forme couvre une zone géographique comptant entre deux-cent mille et un million d'habitants.
Il peut y avoir au maximum trois plates-formes par province.]1

Art. 491/7. [1 Het platform legt een actieplan voor een periode van drie jaar voor.
De Regering keurt de inhoud van het actieplan goed, dat de volgende delen omvat:
de omgeving van het platform wat grondgebied en institutioneel netwerk betreft;
de algemene organisatie van het platform, uitvoerig omschreven voor elke opdracht;
de operationele doelstellingen;
de acties i.v.m. de operationele doelstellingen;
de middelen die voor de acties bestemd worden;
de evaluatie in de vorm van kwantitatieve of kwalitatieve indicatoren.
De organiserende autoriteit van het platform is verantwoordelijk voor de operationalisering van de activiteiten, de uitvoering, de zelfevaluatie en de aanpassing ervan.]1

Art. 491/7. [1 La plate-forme présente un plan d'actions pour une période de trois ans.
Le Gouvernement approuve le contenu du plan d'actions qui comporte les parties suivantes :
l'environnement de la plate-forme en termes territorial et de réseau institutionnel;
l'organisation générale de la plate-forme, détaillée pour chacune des missions;
les objectifs opérationnels;
les actions découlant des objectifs opérationnels;
les ressources affectées aux actions;
l'évaluation sous la forme d'indicateurs quantitatifs ou qualitatifs.
Le pouvoir organisateur de la plate-forme est responsable de l'opérationnalisation des activités, de leur mise en oeuvre, de son auto-évaluation et de leur adaptation.]1

Art. 491/8. [1 Kan lid zijn van het platform:
de hulpdiensten voor gezinnen en bejaarde personen bedoeld in artikel 219, 2°;
patiëntenverenigingen;
coördinatiecentra voor thuiszorg en -hulp bedoeld in artikel 434, 2°;
geïntegreerde diensten voor thuisverzorging bedoeld in artikel 434, 16°;
algemene medische kringen en organisaties van andere zorgverleners;
apothekers en verenigingen van apothekers;
inrichtingen voor bejaarde personen bedoeld in artikel 334, 2°;
ziekenhuizen met inbegrip van psychiatrische ziekenhuizen;
opvang- en huisvestingsdiensten zoals bepaald in artikel 334 van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid;
10° verenigingen in verband met palliatieve ondersteuning en de follow-up van de rouwverwerking;
11° opvangcentra en dagverzorgingscentra;
12° iedere andere instelling of persoon die door het platform relevant wordt geacht.]1

Art. 491/8. [1 Peuvent être membres de la plate-forme :
des services d'aide aux familles et aux aînés visés à l'article 219, 2°;
des associations de patients;
des centres de coordination des soins et de l'aide à domicile visés à l'article 434, 2°;
des services intégrés de soins à domicile visés à l'article 434, 16°;
des cercles de médecine générale et des organisations d'autres prestataires de soins;
des pharmaciens d'officine et des associations de pharmaciens;
des établissements pour aînés visés à l'article 334, 2°;
des hôpitaux y compris les hôpitaux psychiatriques;
des services d'accueil et d'hébergement comme définis à l'article 334 du CWASS;
10° des associations en lien avec l'accompagnement palliatif et le suivi de deuils;
11° des centres de soins de jour et des centres d'accueil de jour;
12° toute autre institution ou personne jugée pertinente par la plate-forme.]1

Art. 491/9. [1 § 1. Wanneer een rechtspersoon als bedoeld in artikel 491/8 lid wenst te worden van het platform, treedt hij tot het platform toe door het sluiten van een overeenkomst.
§ 2. De in paragraaf 1 bedoelde overeenkomst omvat minstens:
de identiteit, de administratieve zetel en de rechtsvorm van de partijen;
het doel van de samenwerking;
de praktische samenwerkingsmodaliteiten;
de eventuele financiële overeenkomsten;
de modaliteiten voor geschillenbeslechting;
de duur van de overeenkomst en de modaliteiten voor de opzegging.
§ 3. Wanneer het platform met een partner samenwerkt, specificeert het de inhoud van de samenwerking, bepaalt het de verdeling van de verantwoordelijkheden, plant het activiteiten of projecten, bepaalt het met zijn partner de samenwerkingsmodaliteiten, acties en evaluatiemodaliteiten van de samenwerking.]1

Art. 491/9. [1 § 1er Lorsqu'une personne morale visée à l'article 491/8 souhaite devenir membre de la plate-forme, elle y adhère en concluant une convention.
§ 2. La convention visée au paragraphe 1er contient au minimum :
l'identité, le siège administratif et la forme juridique des parties;
l'objet de la collaboration et ses finalités;
les modalités pratiques de collaboration;
les accords financiers éventuels;
les modalités de règlement des litiges;
la durée de la convention et les modalités de résiliation.
§ 3. Lorsque la plate-forme collabore avec un partenaire, elle précise le contenu de la collaboration, détermine la répartition des responsabilités, planifie les activités ou projet, définit avec son partenaire les modalités de collaboration, les actions et les modalités d'évaluation de la collaboration.]1

Onderafdeling 2. [1 Werking]1
Sous-section 2. [1 Fonctionnement]1
Art. 491/10. [1 Het platform oefent zijn opdrachten exclusief op het grondgebied van het Franse taalgebied uit.]1
Art. 491/10. [1 La plate-forme exerce ses missions exclusivement sur le territoire de langue française.]1
Art. 491/11. [1 De handelingen en de advertenties, aanplakkingen en dragers die afkomstig zijn van het platform vermelden ter informatie "overlegplatforms inzake palliatieve verzorging goedgekeurd en gesubsidieerd door het Waals Gewest]1
Art. 491/11. [1 A des fins d'information, les actes ainsi que les publicités, affichages et supports émanant de la plate-forme mentionnent " Plate-forme de concertation en soins palliatifs agréée et subventionnée par la Région wallonne]1
Art. 491/12. [1 § 1. Binnen elk platform wordt een coördinatiecomité, hierna "het comité" genoemd, opgericht.
Het comité bestaat minstens uit de leden van de raad van bestuur.
De leden van het comité hebben een specifieke ervaring in palliatieve zorg.
§ 2. Het comité:
controleert de uitoefening van de opdrachten van het platform;
evalueert de werking van de toetredingsovereenkomst tussen de leden van het platform met het oog op de verbetering ervan;
zorgt voor het opstellen en voorleggen aan de raad van bestuur van het actieplan en het opstellen van het jaarverslag over de behaalde resultaten;
onderhoudt banden met beoefenaars die niet meewerken of geen lid zijn van het platform, alsmede met patiëntenverenigingen of verzekeringsinstellingen;
discussieert over de ethische aspecten van de gevoerde acties, de eerbiediging van de rechten van de patiënten met betrekking tot de geïnformeerde toestemming in de zin van de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt en de eerbiediging van de levensbeschouwelijke en godsdienstige overtuigingen.
Het comité kan specifieke werkgroepen oprichten die met de uitvoering van bepaalde activiteiten worden belast.]1

Art. 491/12. [1 § 1er. Il est créé un comité de coordination, dénommé ci-après " le comité ", au sein de chaque plate-forme.
Le comité est composé au minimum des membres du conseil d'administration.
Les membres du comité ont une expérience spécifique en matière de soins palliatifs.
§ 2. Le comité :
vérifie l'exercice des missions de la plate-forme;
évalue le fonctionnement de la convention d'adhésion entre les membres de la plate-forme en vue de l'améliorer;
prépare et soumet au conseil d'administration le plan d'actions et établit le bilan annuel des résultats obtenus;
entretient des liens avec des prestataires qui ne collaborent pas ou ne sont pas membres de la plate-forme ainsi qu'avec des associations de patients ou les organismes assureurs;
débat des aspects éthiques des actions menées, du respect des droits des patients en ce qui concerne le consentement éclairé au sens de la loi du 22 août 2002 relative aux droits du patient et du respect des convictions philosophiques et religieuses.
Le comité peut créer des groupes de travail spécifiques visant à prendre en charge la réalisation de certaines activités.]1

Art. 491/13. [1 Er wordt minstens een multidisciplinaire begeleidingsequipe op het grondgebied van elk platform georganiseerd.
Bedoelde equipe wordt ofwel in het platform geïntegreerd ofwel verbonden met het platform door een samenwerkingsovereenkomst, waarvan de minimale inhoud door de Regering wordt bepaald.
De begeleidingsequipe is in palliatieve zorg gespecialiseerd. Ze treedt in de woonomgeving van de patiënt in de tweede lijn op. Haar opdrachten zijn de volgende:
- overleg plegen met de zorgverleners en hen adviseren over alle aspecten van de palliatieve zorg;
- een goede organisatie en een goede coördinatie van de palliatieve zorg in de betrokken context bewerkstelligen;
- psychologische en morele steun verlenen aan de betrokken zorgverleners in de eerste lijn en aan de patiënt en zijn omgeving;
- een aanvullende bijdrage leveren aan de ondersteuning en palliatieve zorg van patiënten die de laatste fase van hun leven thuis willen doorbrengen. De zorg voor patiënten en hun omgeving biedt dezelfde kwaliteiten als de zorg in geval van een ziekenhuisopname. Daartoe moet de equipe beschikken over een hoog niveau van deskundigheid in alle aspecten van de palliatieve zorg;
- advies over palliatieve zorg geven aan zorgverleners in de eerste lijn die, onder leiding van de huisarts van de patiënt, volledig verantwoordelijk blijven voor de zorg en ondersteuning van hun patiënt.
In overleg met de betrokken zorgverleners in de eerste lijn biedt de equipe in sommige gevallen zelf bepaalde aspecten van palliatieve zorg en ondersteuning aan een patiënt in zijn gezinssetting.
Bovendien kan de equipe ook andere activiteiten ondernemen die indirect de kwaliteit van de palliatieve zorg ten goede kunnen komen, zoals:
- praktische opleiding en de begeleiding van de vrijwilligers;
- telefonisch onthaal en informatie voor patiënten en hun omgeving over bepaalde aspecten van palliatieve zorg.]1

Art. 491/13. [1 Au moins une équipe de soutien multidisciplinaire est organisée sur le territoire de chaque plate-forme.
Elle est, soit, intégrée au sein de la plate-forme, soit, liée à la plate-forme par une convention de collaboration dont le contenu minimum est déterminé par le Gouvernement.
L'équipe de soutien est spécialisée en soins palliatifs. Elle intervient sur le lieu de vie du patient, en seconde ligne. Ses missions sont les suivantes :
- se concerter avec les prestataires de soins et les conseiller sur tous les aspects des soins palliatifs;
- concrétiser une bonne organisation et une bonne coordination des soins palliatifs dans le cadre concerné;
- apporter un soutien psychologique et moral aux prestataires de soins de première ligne concernés ainsi qu'au patient et à son entourage;
- fournir une contribution complémentaire au soutien et aux soins palliatifs des patients qui souhaitent passer la dernière phase de leur vie à domicile. Les soins prodigués aux patients et à leur entourage offrent les mêmes qualités que ceux dispensés en cas d'hospitalisation. A cette fin, l'équipe doit disposer d'une grande maîtrise de tous les aspects liés aux soins palliatifs;
- donner des avis sur les soins palliatifs aux prestataires de soins de première ligne qui, sous la direction du médecin de famille du patient, restent entièrement responsables des soins et de l'accompagnement de leur patient.
En concertation avec les prestataires de soins de première ligne concernés et avec leur accord, l'équipe assure, dans certains cas, elle-même certains aspects des soins palliatifs et de l'accompagnement d'un patient dans son cadre familial.
En outre, l'équipe peut aussi déployer d'autres activités qui peuvent s'avérer indirectement bénéfiques pour la qualité des soins palliatifs, comme :
- la formation pratique et l'accompagnement des volontaires;
- l'accueil téléphonique et l'information des patients et de leur entourage sur certains aspects des soins palliatifs.]1

Art. 491/14.. [1 Het platform beschikt over de infrastructuur en de uitrusting die nodig zijn om zijn opdrachten uit te voeren, zoals gespecificeerd door de Regering.]1
Art. 491/14. [1 La plate-forme dispose de l'infrastructure et de l'équipement requis pour exercer ses missions, tels que précisés par le Gouvernement.]1
Onderafdeling 3. [1 Erkenning]1
Sous-section 3. [1 Agrément]1
Art. 491/15. [1 Het platform wordt erkend voor een minimale bevolking van tweehonderd duizend inwoners.]1
Art. 491/15. [1 La plate-forme est agréée pour une population minimale de deux-cent mille habitants.]1
Art. 491/16. [1 Het platform dient een erkenningsaanvraag bij de Regering in door elk middel dat vaste datum aan de zending verleent.]1
Art. 491/16. [1 La plate-forme introduit une demande d'agrément auprès du Gouvernement, par toute voie conférant date certaine à l'envoi.]1
Art. 491/17. [1 § 1. De Regering verleent de erkenning voor een onbepaalde duur indien:
de bepalingen van dit hoofdstuk worden nageleefd;
de bepalingen van dit hoofdstuk, die pas na goedkeuring kunnen worden nageleefd, het voorwerp uitmaken van een verbintenis van de inrichtende macht om deze binnen de door de Regering vastgestelde termijn na te leven.
De verplichtingen die nagekomen moeten worden bij de indiening van erkenningsaanvraag zijn de volgende:
a) de opdrachten bedoeld in de artikelen 491/4, met uitzondering van de verzameling van de statistieke gegevens, 491/6, 491/8, 491/9 en 491/10, vervullen;
b) voldoen aan het decreet van 6 november 2008 betreffende de bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie;
c) een actieplan bepalen volgens de door de Regering vastgestelde presentatie.
§ 2. De erkenningsaanvraag omvat minstens:
de identificatie van de vereniging zonder winstoogmerk en van haar instanties;
de [2 zetel]2 van de vereniging;
de omschrijving van het grondgebied van de vereniging alsook het aantal inwoners ervan;
de lijst van de leden;
de samenstelling van het personeel;
het actieplan.]1

Art. 491/17. [1 § 1er. Le Gouvernement accorde l'agrément à durée indéterminée si :
les dispositions du présent chapitre sont respectées;
les dispositions du présent chapitre qui peuvent être respectées uniquement après l'obtention de l'agrément, font l'objet d'un engagement à être respectées dans le chef du pouvoir organisateur dans le délai fixé par le Gouvernement.
Les obligations qui doivent être remplies au moment de l'introduction de la demande d'agrément sont :
a) remplir les missions visées aux articles 491/4 à l'exception de la récolte de données statistiques, 491/6, 491/8, 491/9 et 491/10;
b) se conformer au décret du 6 novembre 2008 relatif à la lutte contre certaines formes de discrimination;
c) définir un plan d'actions, selon la présentation déterminée par le Gouvernement.
§ 2. La demande d'agrément comporte au moins :
l'identification de l'association sans but lucratif et de ses instances;
le [2 siège]2 de l'association;
la description du territoire de l'association ainsi que son nombre d'habitants;
la liste des membres;
la composition du personnel;
le plan d'actions.]1

Onderafdeling 4. [1 Toelage]1
Sous-section 4. [1 Subvention ]1
Art. 491/18. [1 § 1. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten en onder de door haar gestelde voorwaarden verleent de Regering een jaarlijkse toelage aan de platformen.
De toelage bedoeld in lid 1 bestaat uit:
een vast deel, gelijk voor het geheel van de platformen;
een variabel deel, afhankelijk van het aantal inwoners van het geografische gebied dat door het platform wordt bestreken.
Het in het tweede lid bedoelde variabele deel wordt berekend volgens een basispersoneel waarvan de samenstelling door de Regering wordt bepaald.
Het in het tweede lid, 2°, bedoelde variabele deel wordt jaarlijks met ingang van de inwerkingtreding van dit artikel herberekend op basis van de ontwikkeling van de populatie op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar van herberekening.
§ 2. De toelage dekt :
de personeelskosten betreffende het statutair personeel of personeel aangeworven op basis van een arbeidsovereenkomst, die de uitvoering van de in artikel 491/4 bedoelde opdrachten mogelijk maken en die ten minste wat volgt omvatten:
a) een functie van psycholoog;
b) een coördinatiefunctie;
de andere werkingskosten betreffende de in artikel 491/14 bedoelde opdrachten, waarvan de minimumdrempel en de aard door de Regering bepaald worden.]1

Art. 491/18. [1 § 1er. Dans les limites des crédits budgétaires disponibles, le Gouvernement octroie aux plates-formes une subvention annuelle aux conditions qu'il fixe.
La subvention visée à l'alinéa 1er est composée :
d'une partie fixe, identique pour l'ensemble des plates-formes;
d'une partie variable, dépendant du nombre d'habitants dans la zone géographique couverte par la plate-forme.
La partie fixe visée à l'alinéa 2, 1°, est calculée suivant un personnel de base dont la composition est déterminée par le Gouvernement.
La partie variable visée à l'alinéa 2, 2°, est recalculée tous les ans, sur la base de l'évolution de la population au 1er janvier de l'année précédant l'année de recalcul, et ce à partir de l'entrée en vigueur du présent article.
§ 2. La subvention couvre :
les dépenses de personnel, relatives au personnel sous statut ou engagé sous contrat de travail et permettant de remplir les missions visées à l'article 491/4 et comprenant au minimum :
a) une fonction de psychologue;
b) une fonction de coordination;
les autres frais de fonctionnement relatifs aux missions visées à l'article 491/4 dont le seuil et la nature sont déterminés par le Gouvernement. ]1

Art. 491/19. [1 De Regering stelt de modaliteiten, bedragen, de berekeningswijze van de toelage en de berekeningswijze van de eventuele indexering vast.]1
Art. 491/19. [1 Le Gouvernement arrête les modalités, montants et conditions d'octroi de la subvention ainsi que le mode de calcul de l'indexation éventuelle.]1
Onderafdeling 5. [1 Controle]1
Sous-section 5. [1 Contrôle]1
Art. 491/20. [1 De financiële en kwalitatieve controle van de platformen wordt gevoerd door de daartoe aangewezen personeelsleden van het Agentschap.
Ze hebben vrije toegang tot de lokalen van de platformen en hebben het recht om ter plaatse inzage te nemen van de stukken en documenten die ze nuttig achten om hun opdracht te vervullen of erom te verzoeken zowel bij de platformen als bij de authentieke bronnen die er eventueel over beschikken.
Ze voeren hun controle met het oog op de verbetering van de praktijken en volgens het systeem van de participatieve beoordeling.]1

Art. 491/20. [1 Les agents de l'Agence désignés à cet effet exercent le contrôle administratif, financier et qualitatif des plates-formes.
Ils ont libre accès aux locaux des plates-formes et ont le droit de consulter sur place ou de solliciter, tant auprès des plates-formes que des différentes sources authentiques qui en disposeraient, les pièces et documents qu'ils jugent nécessaires à l'accomplissement de leur mission.
Ils exercent leur contrôle dans un objectif d'amélioration des pratiques et selon un mode d'évaluation participative.]1

Onderafdeling 6. [1 Intrekking van de erkenning]1
Sous-section 6. [1 Retrait de l'agrément]1
Art. 491/21. [1 § 1. De Regering kan te allen tijde op voorstel van het Agentschap de erkenning als platform intrekken wegens niet-naleving van de bepalingen van deze afdeling of van de op grond van deze afdeling vastgestelde bepalingen.
Het platform waarvan de erkenningsaanvraag geweigerd is of waarvan de erkenning is ingetrokken, mag tijdens het jaar volgend op de beslissing tot weigering of intrekking van de erkenning geen nieuwe erkenningsaanvraag indienen.
§ 2. De procedure tot intrekking van de erkenning wordt door de Regering nader bepaald.
Te dien einde stelt zij de vorm en de termijnen vast en ziet zij erop toe dat de procedure op tegenspraak wordt gevoerd.]1

Art. 491/21. [1 § 1er. A tout moment, sur proposition de l'Agence, le Gouvernement peut retirer l'agrément en qualité de plate-forme, pour cause d'inobservation des dispositions de la présente section ou des dispositions fixées en application de celle-ci.
La plate-forme dont la demande d'agrément a été refusée ou dont l'agrément a été retiré, ne peut pas introduire une nouvelle demande d'agrément pendant l'année suivant la décision de refus ou de retrait d'agrément.
§ 2. Le Gouvernement précise la procédure de retrait de l'agrément.
A cet effet, il détermine les formes et les délais et assure le caractère contradictoire de la procédure.]1

Art. 491/22. [1 Met een geldboete van 1000 tot 10000 EUR worden gestraft, degenen die, zonder houder te zijn van een erkenning, de termen "erkend overlegplatform inzake palliatieve verzorging" of iedere andere daarmee samenhangende term die het bestaan van een dergelijke erkenning suggereert, gebruiken.]1
Art. 491/22. [1 Sont punis d'une amende de 1.000 à 10 000 euros, ceux qui, sans être titulaires d'un agrément, font usage des termes " plate-forme de concertation en soins palliatifs agréée " ou de toute autre appellation connexe laissant entendre l'existence d'un tel agrément.]1
Afdeling 3. [1 Federatie]1
Section 3. [1 Fédération]1
Onderafdeling 1. [1 Opdrachten]1
Sous-section 1. [1 Missions]1
Art. 491/23. [1 Een platform kan zich aansluiten bij een federatie, die om erkenning door de Regering kan verzoeken. Een platform mag slechts lid zijn van één federatie.
De Regering erkent de federatie(s) voor een verlengbare maximale periode van vijf jaar.
Om erkend te worden, vervult een federatie de volgende opdrachten:
zorgen voor overleg en samenwerking tussen de platformen die lid zijn, om de harmonisatie van praktijken en de kwaliteit van de activiteiten te bevorderen en te ondersteunen;
de acties, doelstellingen en evaluaties gevoerd door de platformen coördineren;
haar leden vertegenwoordigen bij de overheid, de administratieve overheden en de financiële instellingen;
haar leden informeren over de vooruitgang en uitdagingen van de palliatieve zorgsector;
groepen of personen die palliatieve zorg verlenen, bijeenbrengen om uitwisselingen en reflecties tussen hen te ontwikkelen;
haar ervaring in de palliatieve zorg delen en ze op verschillende manieren verspreiden;
in voorkomend geval, banden aanknopen met andere federaties met hetzelfde doel.
De Regering bepaalt de modaliteiten voor de uitoefening van de in het derde lid bedoelde opdrachten.]1

Art. 491/23. [1 Une plate-forme peut s'affilier au sein d'une fédération, laquelle peut demander à être reconnue par le Gouvernement. Une plate-forme ne peut être membre que d'une seule fédération.
Le Gouvernement reconnaît la ou les fédérations pour une durée maximale de cinq ans, renouvelable.
Pour être reconnue, une fédération remplit les missions suivantes :
assurer la concertation et la coopération entre les plates-formes membres en vue de promouvoir et de soutenir l'harmonisation des pratiques et la qualité des activités;
coordonner les actions, les objectifs et les évaluations menées par les plates-formes;
représenter ses membres auprès des pouvoirs publics, des autorités administratives et des organismes financiers;
informer ses membres des avancées et enjeux du secteur des soins palliatifs;
rassembler les groupements ou personnes prodiguant des soins palliatifs afin de développer les échanges et réflexions entre eux;
faire part de son expérience en matière de soins palliatifs et diffuser celle-ci de différentes manières;
le cas échéant, établir des liens avec d'autres fédérations de même objet.
Le Gouvernement détermine les modalités d'exercice des missions visées à l'alinéa 3.]1

Onderafdeling 2. [1 Erkenning]1
Sous-section 2. [1 Reconnaissance]1
Art. 491/24. [1 § 1. De federatie die wenst erkend te worden, dient een aanvraag bij het Agentschap in en deelt bedoeld Agentschap minstens de volgende elementen mede:
de identificatie van de vereniging zonder winstoogmerk en haar instanties;
de lijst van haar leden;
haar activiteitenprogramma, waarin wordt uiteengezet hoe zij haar taken zal uitvoeren in termen van doelstellingen, acties en evaluatie van de resultaten daarvan in de vorm van indicatoren, en de toewijzing van de middelen.
§ 2. Een oproep tot indiening van een erkenningsaanvraag wordt in het Belgisch Staatsblad bekengemaakt, samen met een door het Agentschap opgemaakt formulier.
De federatie zendt het ingevulde formulier en haar activiteitenprogramma toe aan het Agentschap, dat ontvangst daarvan bericht binnen de termijn die het bepaalt.
De bepalingen van de artikelen 491/23 en 491/24 zijn van toepassing in geval van verlening van de erkenning.
De verlengingsaanvraag wordt aangevuld met de evaluatie van de gehaalde en niet gehaalde doelstellingen.
§ 3. De beslissing tot erkenning omvat het activiteitenprogramma zoals goedgekeurd door de Regering voor de erkenningsperiode.
§ 4. De Regering kan te allen tijde op voorstel van het Agentschap de erkenning als federatie intrekken wegens niet-naleving van de bepalingen van deze afdeling of van de op grond van deze afdeling vastgestelde bepalingen.
De federatie waarvan de erkenningsaanvraag geweigerd is of waarvan de erkenning is ingetrokken, mag tijdens het jaar volgend op de beslissing tot weigering of intrekking van de erkenning geen nieuwe erkenningsaanvraag indienen.]1

Art. 491/24. [1 § 1er. La fédération qui souhaite être reconnue introduit une demande auprès de l'Agence et lui communique au moins :
l'identification de l'association sans but lucratif et de ses instances;
la liste de ses membres;
son programme d'activités reprenant la manière de réaliser ses missions en termes d'objectifs, d'actions et d'évaluation de l'atteinte de ceux-ci sous la forme d'indicateurs, et d'affectation des ressources et moyens.
§ 2. Un appel à déposer la demande de reconnaissance est publié au Moniteur belge, accompagné d'un formulaire établi par l'Agence.
La fédération envoie le formulaire complété et son programme d'activités à l'Agence qui en accuse réception dans le délai qu'elle détermine.
Les dispositions des articles 491/23 et 491/24 s'appliquent en cas de renouvellement de la reconnaissance.
La demande de renouvellement est complétée par l'évaluation des objectifs atteints et non atteints.
§ 3. La décision de reconnaissance comporte le programme d'activités approuvé par le Gouvernement pour la période de reconnaissance.
§ 4. A tout moment, sur proposition de l'Agence, le Gouvernement peut retirer l'agrément en qualité de fédération, pour cause d'inobservation des dispositions de la présente section ou des dispositions fixées en application de celle-ci.
La fédération dont la demande d'agrément a été refusée ou dont l'agrément a été retiré, ne peut pas introduire une nouvelle demande d'agrément pendant l'année suivant la décision de refus ou de retrait d'agrément.]1

Onderafdeling 3. [1 Toelage]1
Sous-section 3. [1 Subvention]1
Art. 491/25. [1 Binnen de perken van de begrotingskredieten kent de Regering een jaarlijkse toelage toe aan de erkende federaties naar rato van hun leden voor de in artikel 491/23 bedoelde opdrachten.
De toegekende toelage dekt de personeelskosten en de werkingskosten.
De Regering stelt de modaliteiten en voorwaarden voor de toekenning en de rechtvaardiging van de toelage en de berekeningswijze van de eventuele indexering vast.]1

Art. 491/25. [1 Dans la limite des crédits budgétaires disponibles, le Gouvernement accorde aux fédérations reconnues une subvention annuelle au prorata de leur nombre de membres pour les missions visées à l'article 491/23.
La subvention allouée couvre des dépenses de personnel et des frais de fonctionnement.
Le Gouvernement arrête les modalités et conditions d'octroi et de justification de la subvention ainsi que le mode de calcul de l'indexation éventuelle.]1

Onderafdeling 4. [1 Bijkomende toelage]1
Sous-section 4. [1 Subvention complémentaire]1
Art. 491/26. [1 Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten verleent de Regering de platformen, onder de door haar vastgestelde voorwaarden, een aanvullende toelage ter dekking van de kosten van de aansluiting bij een federatie waarvan het platform lid is. Deze aanvullende toelagen worden volledig aan de federaties betaald overeenkomstig de door de Regering vastgestelde voorwaarden. Het bedrag wordt door de Regering bepaald op basis van het aantal inwoners dat door elk platform wordt gedekt.]1
Art. 491/26. [1 Dans les limites des crédits budgétaires disponibles, le Gouvernement octroie aux plates-formes, aux conditions qu'il fixe, une subvention complémentaire couvrant les frais d'affiliation à une fédération dont la plate-forme est membre. Ces subventions complémentaires sont reversées entièrement aux fédérations selon les modalités fixées par le Gouvernement. Le montant est déterminé par le Gouvernement sur base du nombre d'habitants couverts par chaque plate-forme.]1
Art. 491/27. [1 De bijkomende toelage wordt rechtstreeks aan het platform toegekend indien bedoeld platform de aanvullende documenten aan het Agentschap overmaakt:
het bewijs van de aansluiting van het platform bij een federatie;
de statuten van de federatie.]1

Art. 491/27. [1 La subvention complémentaire est octroyée directement à la plateforme si elle fournit à l'Agence :
la preuve de l'affiliation de la plate-forme à une fédération;
les statuts de la fédération.]1

Afdeling 4. [1 multidisciplinaire begeleidingsequipes]1
Section 4. [1 Equipes de soutien multidisciplinaires]1
Art. 491/28. [1 De multidisciplinaire begeleidingsequipes leveren een aanvullende bijdrage aan de ondersteuning van palliatieve patiënten die de laatste fase van hun leven in hun woonomgeving willen doorbrengen.
Om patiënten de beste palliatieve zorg te kunnen bieden, geeft de equipe eerst advies over palliatieve zorg aan relevante primaire zorgverleners die, onder leiding van de huisarts van de patiënt, volledig verantwoordelijk blijven voor de zorg en begeleiding van hun patiënt.
In overleg met de betrokken zorgverleners in de eerste lijn biedt de equipe in sommige gevallen zelf bepaalde aspecten van palliatieve zorg en ondersteuning aan een terminale patiënt.
De equipe bestaat uit artsen, verpleegkundigen en eventueel vrijwilligers die zijn opgeleid in de palliatieve zorg.]1

Art. 491/28. [1 Les équipes d'accompagnement multidisciplinaires fournissent, une contribution complémentaire au soutien des patients en soins palliatifs qui veulent passer la dernière phase de leur vie sur leur lieu de vie.
Afin de pouvoir offrir aux patients les meilleurs soins palliatifs, l'équipe donne en premier lieu des avis sur les soins palliatifs aux dispensateurs de soins de première ligne concernés qui, sous la direction du médecin de famille du patient, restent eux-mêmes, entièrement responsables des soins et de l'accompagnement de leur patient.
En concertation avec les dispensateurs de soins de première ligne concernés et avec leur accord, l'équipe peut, dans certains cas, assumer aussi elle-même certains aspects des soins palliatifs et de l'accompagnement d'un patient terminal.
L'équipe est composée notamment de médecins, d'infirmiers et, éventuellement, de volontaires formés en soins palliatifs.]1

Art. 491/29. [1 De in artikel 2, 8°, bedoelde overeenkomst bevat minstens:
de doelstellingen van de multidisciplinaire equipe;
de voorwaarden waaraan een equipe moet voldoen om voor de overeenkomst in aanmerking te komen;
de bevolking die onder de betrokken overeenkomst valt;
de basisopdrachten van de multidisciplinaire equipe;
de samenstelling de multidisciplinaire equipe;
de inhoud betrokken bij de tussenkomst van de Waalse verzekeringsinstelling;
de berekeningsmodaliteiten van de tussenkomsten van de Waalse verzekering sociale bescherming;
de voorwaarden voor de werking van de overeenkomst, met name rapporteringen en statistische activiteitenverslagen;
de modaliteiten voor het beheer van het personeel;
10° de geldigheidsduur van de overeenkomst.]1

Art. 491/29. [1 La convention visée à l'article 2, 8° comprend au minimum :
les objectifs de l'équipe pluridisciplinaire;
les conditions auxquelles une équipe doit satisfaire pour entrer en considération pour la convention;
la population visée par la convention en question;
les missions de base de l'équipe multidisciplinaire;
la composition de l'équipe multidisciplinaire;
le contenu visé par l'intervention de l'assurance protection sociale wallonne;
les modalités de calcul des interventions de l'assurance protection sociale wallonne;
les conditions de fonctionnement de la convention, notamment les rapportages et les rapports d'activités statistiques;
les modalités de gestion du personnel;
10° la durée de validité de la convention.]1

Art. 491/30. [1 De middelen gebonden aan de uitvoering van de opdrachten bepaald bij of krachtens de overeenkomsten inzake palliatieve zorg bedoeld in artikel 1, 8°, worden door de Waalse verzekeraars vereffend overeenkomstig artikel 43/7, eerste lid, 8°, van dit Wetboek in het kader van de Waalse verzekering sociale bescherming.]1
Art. 491/30. [1 Les moyens liés à la mise en oeuvre des missions déterminées par ou en vertu des conventions de soins palliatifs visées à l'article 1er, 8°, sont liquidés par les organismes assureurs wallons en application de l'article 43/7 alinéa 1er, 8°, du présent Code dans le cadre de l'assurance protection sociale wallonne.]1
Afdeling 5. [1 Overgangsbepaling]1
Section 5. [1 Disposition transitoire]1
Art. 491/31. [1 De platformen waarvan de erkenning tot 31 december 2019 loopt, behouden hun erkenning tijdens een periode van één jaar. Zes maanden voor het verstrijken van deze termijn dient het platform een erkenningsaanvraag bij de Regering in volgens de bij en krachtens dit Wetboek vastgestelde modaliteiten.]1
Art. 491/31. [1 Les plateformes dont l'agrément est en cours jusqu'au 31 décembre 2019 conservent leur agrément durant une période d'un an. Six mois avant l'expiration de ce délai, la plateforme introduit une demande d'agrément du Gouvernement, selon les modalités fixées par et en application du présent Code.]1
TITEL II. [1 - Bijzondere zorgregelingen in de geestelijke gezondheidszorg]1
TITRE II. [1 - Dispositifs particuliers de soins en santé mentale]1
INLEIDEND HOOFDSTUK. [1 - Referentiecentra voor geestelijke gezondheidszorg]1
CHAPITRE PRELIMINAIRE. [1 - Centres de référence en santé mentale]1
Afdeling 1. [1 - Algemene bepalingen]1
Section 1re. [1 - Dispositions générales]1
Art. 491/32. [1 Een referentiecentrum voor geestelijke gezondheidszorg is een erkende ondersteuningsinstelling voor de hulp- en zorgverleners inzake geestelijke gezondheid, evenals voor de vertegenwoordigers van de begunstigden van deze sector en hun naasten.]1
Art. 491/32. [1 Un centre de référence en santé mentale est un organisme agréé d'appui destiné aux professionnels du secteur de l'aide et des soins en santé mentale ainsi qu'aux représentants de bénéficiaires de ce secteur et de leurs proches.]1
Art. 491/33. [1 Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
"de geestelijke gezondheid" : de geestelijke gezondheid zoals bepaald in artikel 47/19, 1°, van het Wetboek;
"de Minister": de Minister bevoegd voor gezondheid;
"het Agentschap": het Agentschap bedoeld in artikel 2.]1

Art. 491/33. [1 Pour l'application du présent chapitre, il faut entendre par :
" la santé mentale " : la santé mentale telle que définie à l'article 47/19, 1°, du Code;
" le Ministre " : le Ministre qui a la santé dans ses attributions;
" l'Agence " : l'Agence visée à l'article 2.]1

Afdeling 2. [1 - Opdrachten]1
Section 2. [1 - Missions]1
Art. 491/34. [1 De Regering of haar afgevaardigde erkent minstens één referentiecentrum voor geestelijke gezondheidszorg om de hele sector van de geestelijke gezondheidszorg, erkend door het Waals Gewest, alsook de hulp- en zorgverleners die onder dit Wetboek vallen en die geconfronteerd worden met personen met psychologische moeilijkheden of psychiatrische stoornissen, te ondersteunen.
In deze context is het doel van het referentiecentrum inzake geestelijke gezondheid om beroepsbeoefenaars te helpen effectieve ondersteuning te bieden aan deze mensen terwijl ze werken aan het herstellen van hun zelfstandigheid en opname in hun gemeenschap.]1

Art. 491/34. [1 Le Gouvernement ou son délégué agrée, au minimum, un centre de référence en santé mentale aux fins de soutenir l'ensemble du secteur des soins en santé mentale agréé par la Région wallonne ainsi que les professionnels de l'aide et des soins visés par le présent Code, qui sont confrontés à des personnes présentant des difficultés psychologiques ou des troubles psychiatriques.
Dans ce cadre, l'objectif du centre de référence en santé mentale est d'aider les professionnels à soutenir efficacement ces personnes dans leur cheminement vers le rétablissement de leur autonomie et de leur inclusion dans leur communauté de vie.]1

Art. 491/35. [1 Onverminderd de acties die worden uitgevoerd op basis van de erkenningen als bedoeld in artikel 410/9 (van boek VI van deel II), 410/16 en 410/25, wordt de in artikel 491/34 omschreven opdracht uitgevoerd in het kader van een actieplan dat de volgende acties omvat :
observatie van de praktijken inzake geestelijke gezondheid op het Franstalige grondgebied van het Waals Gewest, in de andere Gewesten en Gemeenschappen, en in het buitenland, met het oog op de verbetering van de praktijken inzake hulp en zorg inzake geestelijke gezondheid;
het verzamelen en ter beschikking stellen van gespecialiseerde informatie en goede praktijken op basis van de huidige stand van de wetenschappelijke, professionele en ervaringskennis, in overleg met het Agentschap;
het sensibiliseren van de hulp- en zorgverleners in de geestelijke gezondheid en de ondersteuning voor benaderingen die gebaseerd zijn op de huidige wetenschappelijke kennis, in overleg met het Agentschap;
steun aan de sector van de geestelijke gezondheidszorg erkend door het Waals Gewest en aan de hulp- en zorgverleners die onder dit Wetboek vallen;
meewerken aan het verzamelen en verspreiden van socio-epidemiologische gegevens ten behoeve van de hulp- en zorgverleners bedoeld in dit Wetboek;
deelnemen aan of organiseren van transregionaal en transsectoraal overleg;
zonder afbreuk te doen aan de analyses en het onderzoek uitgevoerd door het Agentschap en in samenhang met het Agentschap of andere overheidsinstanties, analyses en onderzoek uitvoeren op basis van de huidige stand van de kennis;
permanente vorming voor de hulp- en zorgverleners die onder dit Wetboek vallen.
Om de in lid 1 bedoelde acties uit te voeren, gebruikt het referentiecentrum inzake geestelijke gezondheid actuele informatie, gegevens en instrumenten die gebaseerd zijn op de meest recente wetenschappelijke kennis op het moment van gebruik.
De in lid 1 genoemde acties worden uitgevoerd in samenwerking met de betrokken veldwerkers.
De in lid 1 bedoelde acties hebben de verwezenlijking van de in artikel 491/34 omschreven opdracht ten doel en worden vanuit dit oogpunt geëvalueerd in samenhang met de door het Agentschap uitgevoerde acties.
De Regering :
vermeldt de acties bedoeld in lid 1 en de procedures voor de uitvoering van deze acties;
voorziet in andere acties, niet opgesomd in het eerste lid, wanneer deze nodig of nuttig blijken voor de uitvoering van de opdracht bepaald in artikel 491/34;
De Regering bepaalt de modaliteiten voor de in het derde lid bedoelde overleg.]1

Art. 491/35. [1 Sans préjudice des actions menées sur la base des agréments visés aux articles 410/9 (du Livre VI de la deuxième partie), 410/16 et 410/25, la mission définie à l'article 491/34 s'exerce dans le cadre d'un plan d'actions qui comprend les actions suivantes :
l'observation des pratiques en santé mentale sur le territoire de langue française de la Région wallonne, dans les autres Régions et Communautés, et à l'étranger en vue d'améliorer les pratiques de l'aide et des soins en santé mentale;
la collecte et la mise à disposition d'informations spécialisées et de bonnes pratiques basées sur l'état actuel des connaissances scientifiques, professionnelles et expérientielles, en concertation avec l'Agence;
la sensibilisation des professionnels de l'aide et des soins en santé mentale aux approches basées sur l'état actuel des connaissances scientifiques, en concertation avec l'Agence;
l'appui au secteur des soins en santé mentale agréé par la Région wallonne et aux professionnels de l'aide et des soins visés par le présent Code;
l'aide à la collecte et à la diffusion de données socio-épidémiologiques au bénéfice des professionnels de l'aide et des soins visés par le présent Code;
la participation à des concertations transrégionales et trans-sectorielles, ou l'organisation de telles concertations;
sans préjudice des analyses et recherches menées par l'Agence et en cohérence avec celle-ci ou d'autres pouvoirs publics, la réalisation d'analyses et de recherches basées sur l'état actuel des savoirs;
la formation continuée des professionnels de l'aide et des soins visés par le présent Code.
Pour la réalisation des actions visées à l'alinéa 1er, le centre de référence en santé mentale utilise des informations, des données et des outils actualisés sur la base des dernières connaissances scientifiques identifiées au moment de l'utilisation.
Les actions visées à l'alinéa 1er sont réalisées en collaboration avec les acteurs de terrain concernés.
Les actions visées à l'alinéa 1er ont pour objectif la réalisation de la mission définie à l'article 491/34, et sont évaluées dans cette perspective, en cohérence avec les actions effectuées par l'Agence.
Le Gouvernement :
précise les actions visées à l'alinéa 1er et les modalités de mise en oeuvre de ces actions;
prévoit d'autres actions, non énumérées à l'alinéa 1er, lorsque celles-ci apparaissent nécessaires ou utiles à la réalisation de la mission définie à l'article 491/34;
détermine les modalités de la concertation visée à l'alinéa 3.]1

Afdeling 3. [1 - Erkenning]1
Section 3. [1 - Agrément]1
Art. 491/36. [1 Om een erkenning te krijgen, moet het referentiecentrum voor geestelijke gezondheidszorg :
beschikken over een rechtspersoonlijkheid:
a) hetzij als vereniging zonder winstoogmerk;
b) hetzij als een internationale vereniging zonder winstoogmerk;
c) hetzij als stichting;
d) hetzij als een publiekrechtelijke rechtspersoon;
e) hetzij als een vereniging met rechtspersoonlijkheid waarin de overheid een meerderheidsdeelneming heeft, met uitzondering van verenigingen in de vorm van een vennootschap;
zich ertoe verbinden uitsluitend de opdrachten bedoeld in artikel 491/34 te vervullen;
zich ertoe verbinden de in of krachtens artikel 491/35 bepaalde acties uit te voeren;
een actieplan opstellen waarvan de inhoud en het model door de Regering of haar afgevaardigde worden bepaald;
zich ertoe verbinden zijn actieplan uit te voeren;
begeleid worden door academische of wetenschappelijke adviseurs, volgens de door de Regering vastgelegde procedures;
een vooruitlopende begroting opstellen voor vijf jaar, opgesplitst per actie;
zich ertoe verbinden de deontologische regels die de Regering vastlegt, in acht te nemen.
Het actieplan, opgesteld overeenkomstig het eerste lid, 4°, moet deel uitmaken van de doelstellingen, acties en strategieën, voorzien in het strategisch plan voor de geestelijke gezondheid, vermeld in artikel 47/19, 2°.
Het actieplan, opgesteld overeenkomstig lid 1, 4°, is voor verandering vatbaar. Het referentiecentrum inzake geestelijke gezondheid zal alle aanpassingen aan het actieplan aanbrengen die nodig zijn als gevolg van de impact van de maatregelen in het plan, nieuwe wetenschappelijke kennis over geestelijke gezondheid en veranderingen in de geestelijke gezondheidssituatie. Aanpassingen aan het actieplan worden ter goedkeuring voorgelegd aan de Regering of haar afgevaardigde.
De Regering kan de in dit artikel genoemde erkenningsvoorwaarden specificeren en zo nodig voorzien in een of meer aanvullende erkenningsvoorwaarden.]1

Art. 491/36. [1 Pour obtenir l'agrément, le centre de référence en santé mentale :
dispose de la personnalité juridique :
a) soit en tant qu'association sans but lucratif;
b) soit en tant qu'association internationale sans but lucratif;
c) soit en tant que fondation;
d) soit en tant que personne morale de droit public;
e) soit en tant qu'association dotée de la personnalité juridique détenue ma-joritairement par des pouvoirs publics, à l'exception des associations ayant revêtu la forme d'une société;
s'engage à exercer la mission définie à l'article 491/34;
s'engage à réaliser les actions prévues à l'article 491/35 ou en exécution de celui-ci;
élabore un plan d'actions, dont le contenu et le modèle sont déterminés par le Gouvernement ou son délégué;
s'engage à mettre en oeuvre son plan d'action;
bénéficie d'un encadrement par des conseillers académiques ou scientifiques, selon les modalités déterminées par le Gouvernement;
élabore un budget prévisionnel à cinq ans, détaillé par action;
s'engage à respecter les règles déontologiques définies par le Gouvernement.
Le plan d'actions élaboré conformément à l'alinéa 1er, 4°, doit s'inscrire dans les objectifs, les actions et les stratégies prévus par le plan stratégique pour la santé mentale visé à l'article 47/19, 2°.
Le plan d'actions élaboré conformément à l'alinéa 1er, 4°, est évolutif. Le centre de référence en santé mentale procède aux ajustements du plan d'actions rendus nécessaires par suite de l'impact des mesures prévues dans ce plan, des nouvelles connaissances scientifiques en matière de santé mentale et de l'évolution de la situation sanitaire en santé mentale. Les ajustements du plan d'action sont présentés pour validation au Gouvernement ou à son délégué.
Le Gouvernement peut préciser les conditions d'agrément énumérées dans le présent article, et prévoir, si nécessaire, une ou plusieurs conditions d'agrément complémentaires.]1

Art. 491/37. [1 § 1. Een oproep tot indiening van de erkenningsaanvraag wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt, samen met een door de Regering of haar afgevaardigde opgemaakt formulier.
§ 2. De aanvraag tot erkenning wordt door de inrichtende macht van het referentiecentrum inzake geestelijke gezondheidszorg ingediend bij de Regering of haar afgevaardigde.
De Regering of haar afgevaardigde bepaalt de inhoud van het dossier m.b.t. de erkenningsaanvraag. Dit dossier bevat op zijn minst :
het ondernemingsnummer van het referentiecentrum inzake geestelijke gezondheidszorg;
het formulier bedoeld in paragraaf 1, met alle verbintenissen bedoeld in artikel 491/36.
De Regering bepaalt de wijze en de procedure voor het verlenen van de in dit artikel bedoelde erkenning.
§ 3. De erkenning wordt voor een duur van vijf jaar door de Regering of haar afgevaardigde toegekend.
De erkenningsbeslissing omvat de validatie van het actieplan bedoeld in artikel 491/36, eerste lid, 4°.
§ 4. De erkenning kan telkens voor vijf jaar worden verlengd.
Een aanvraag voor verlenging van een erkenning wordt gelijkgesteld met een erkenningsaanvraag in de zin van deze afdeling, behoudens de specifieke bepalingen van deze paragraaf.
Bij een aanvraag tot verlenging van de erkenning wordt het in paragraaf 2 bedoelde dossier aangevuld met een evaluatie van de al dan niet bereikte doelstellingen voor elke actie in het actieplan dat afloopt.]1

Art. 491/37. [1 § 1er. Un appel à déposer la demande d'agrément est publié au Moniteur belge, accompagné d'un formulaire dont le modèle est établi par le Gouvernement ou son délégué.
§ 2. La demande d'agrément est introduite par le pouvoir organisateur du centre de référence en santé mentale auprès du Gouvernement ou de son délégué.
Le Gouvernement ou son délégué détermine le contenu du dossier de demande d'agrément. Ce dossier comporte au minimum :
le numéro d'entreprise du centre de référence en santé mentale;
le formulaire visé au paragraphe 1er, reprenant tous les engagements visés à l'article 491/36.
Le Gouvernement précise les modalités et la procédure d'octroi de l'agrément visée au présent article.
§ 3. L'agrément est accordé pour une durée de cinq ans par le Gouvernement ou son délégué.
La décision d'agrément comprend la validation du plan d'actions visé à l'article 491/36, alinéa 1er, 4°.
§ 4. L'agrément est renouvelable par périodes de cinq ans.
La demande de renouvellement de l'agrément est assimilée à une demande d'agrément au sens de la présente section, sous réserve des dispositions spécifiques du présent paragraphe.
Lors d'une demande de renouvellement de l'agrément, le dossier visé au paragraphe 2 est complété par l'évaluation des objectifs atteints et non atteints pour chaque action du plan d'actions arrivant à échéance. ]1

Art. 491/38. [1 De benaming van het erkende referentiecentrum inzake geestelijke gezondheid gaat systematisch vergezeld van de woorden "referentiecentrum inzake geestelijke gezondheid erkend en gesubsidieerd door het Waals Gewest".]1
Art. 491/38. [1 La dénomination du centre de référence en santé mentale agréé est systématiquement accompagnée de la mention " centre de référence en santé mentale agréé et subventionné par la Région wallonne ".]1
Afdeling 4. [1 - Begeleidingscomité]1
Section 4. [1 - Comité d'accompagnement]1
Art. 491/39. [1 In elk referentiecentrum inzake geestelijke gezondheidszorg wordt een begeleidingscomité opgericht met de volgende opdracht:
het ondersteunen van de verwezenlijking van de algemene opdracht van het referentiecentrum inzake geestelijke gezondheid zoals bepaald in artikel 491/34;
het ondersteunen van de uitvoering van het actieplan opgesteld overeenkomstig artikel 491/36, eerste lid, 4° ;
de relaties en banden vergemakkelijken tussen het referentiecentrum inzake geestelijke gezondheid, de sector van de geestelijke gezondheidszorg erkend door het Waals Gewest en de hulp- en zorgverleners die onder dit Wetboek vallen.
De Regering bepaalt de samenstelling van het begeleidingscomité en zorgt voor de vertegenwoordiging van:
de referentiecentra inzake geestelijke gezondheid en de specifieke referentiecentra;
de sector van de geestelijke gezondheidszorg erkend door het Waals Gewest en van de hulp- en zorgverleners die onder dit Wetboek vallen;
de personen die verzorgd worden door de sector en de beroepsbeoefenaars bedoeld in 2°, en hun naasten;
de overlegplatforms voor geestelijke gezondheidszorg. ]1

Art. 491/39. [1 Il est institué auprès de chaque centre de référence en santé mentale un comité d'accompagnement qui a pour mission :
d'accompagner la réalisation de la mission générale du centre de référence en santé mentale définie à l'article 491/34;
d'accompagner la réalisation du plan d'actions élaboré conformément à l'article 491/36, alinéa 1er, 4° ;
de faciliter les relations et les liens entre le centre de référence en santé mentale, le secteur des soins en santé mentale agréé par la Région wallonne et les professionnels de l'aide et des soins visés par le présent Code.
Le Gouvernement détermine la composition du comité d'accompagnement en veillant à la représentation :
des centres de référence en santé mentale et des centres de référence spécifiques;
du secteur des soins en santé mentale agréé par la Région wallonne ainsi que des professionnels de l'aide et des soins visés par le présent Code;
des personnes prises en charge par le secteur et les professionnels visés au 2°, et de leurs proches;
des plateformes de concertation en santé mentale.]1

Art. 491/40. [1 § 1. Een oproep voor kandidaten om het begeleidingscomité te vormen wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op hetzelfde moment als de oproep voor erkenningsaanvraag bedoeld in artikel 491/37, § 1.
De Regering of haar afgevaardigde bepaalt de inhoud van het dossier m.b.t. het kandidatuurdossier. Dit dossier bevat op zijn minst :
de identiteit van de kandidaat;
een aanduiding van de categorie van personen die hij vertegenwoordigt; 3° een motivatiebrief.
De Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure voor de aanwijzing van de leden van het begeleidingscomité.
§ 2. De aanwijzing als lid van het begeleidingscomité wordt door de Regering of haar afgevaardigde toegekend voor een periode van vijf jaar.
§ 3. Een aanwijzing als lid van het begeleidingscomité kan telkens voor vijf jaar worden verlengd.
Een verzoek tot verlenging van de aanwijzing als lid van het begeleidingscomité wordt gelijkgesteld met een nieuw verzoek tot aanwijzing in de zin van deze afdeling.]1

Art. 491/40. [1 § 1er. Un appel à candidature en vue de constituer le comité d'accompagnement est publié au Moniteur belge en même temps que l'appel à déposer la demande d'agrément prévu à l'article 491/37, § 1er.
Le Gouvernement ou son délégué détermine le contenu du dossier de candidature. Ce dossier comporte au minimum :
l'identité du candidat;
l'indication de la catégorie de personnes qu'il représente; 3° une lettre de motivation.
Le Gouvernement précise les modalités et la procédure de désignation des membres du comité d'accompagnement.
§ 2. La désignation en tant que membre du comité d'accompagnement est accordée pour une durée de cinq ans par le Gouvernement ou son délégué.
§ 3. La désignation en tant que membre du comité d'accompagnement est renouvelable par périodes de cinq ans.
La demande de renouvellement de la désignation en tant que membre du comité d'accompagnement est assimilée à une nouvelle demande de désignation au sens de la présente section. ]1

Afdeling 5. [1 - Specifieke referentiecentra]1
Section 5. [1 - Centres de référence spécifiques]1
Art. 491/41. [1 De Regering of haar afgevaardigde kan een of meer specifieke referentiecentra erkennen met betrekking tot specifieke geestelijke gezondheidskwesties.
De Regering of haar afgevaardigde bepaalt voor welke specifieke geestelijke gezondheidskwesties zij lid 1 wil toepassen.]1

Art. 491/41. [1 Le Gouvernement ou son délégué peut agréer un ou plusieurs centres de référence spécifiques, en relation avec des thématiques spécifiques de santé mentale.
Le Gouvernement ou son délégué définit les thématiques spécifiques de santé mentale pour lesquelles il souhaite appliquer l'alinéa 1er.]1

Art. 491/42. [1 De opdracht van het specifieke referentiecentrum is het ondersteunen van de volledige sector van de geestelijke gezondheidszorg die erkend is door het Waals Gewest, evenals de hulp- en zorgverleners die onder dit Wetboek vallen, op het gebied waarvoor het erkend is.
Artikel 491/35 is van toepassing op het specifieke referentiecentrum voor het vakgebied waarvoor het is erkend.]1

Art. 491/42. [1 Le centre de référence spécifique a pour mission de soutenir l'ensemble du secteur des soins en santé mentale agréé par la Région wallonne ainsi que les professionnels de l'aide et des soins visés par le présent Code, dans la thématique pour laquelle il est agréé.
L'article 491/35 s'applique au centre de référence spécifique pour la thématique pour laquelle il est agréé. ]1

Art. 491/43. [1 De bepalingen die van toepassing zijn op het referentiecentrum voor geestelijke gezondheid zijn van toepassing op de specifieke referentiecentra, met uitzondering van de speciale regelingen die in deze afdeling zijn opgenomen.
De Regering is gemachtigd om andere specifieke regelingen vast te stellen afhankelijk van de onderwerpen waarvoor de specifieke referentiecentra erkend zijn.]1

Art. 491/43. [1 Les dispositions applicables au centre de référence en santé mentale s'appliquent aux centres de référence spécifiques, à l'exception des modalités particulières prévues à la présente section.
Le Gouvernement est autorisé à prévoir d'autres modalités particulières en fonction des thématiques pour lesquelles les centres de référence spécifiques sont reconnus.]1

Art. 491/44. [1 Bij het bepalen van de samenstelling van het begeleidingscomité gaat de Regering na of de leden die de sector van de geestelijke gezondheidszorg vertegenwoordigen en erkend zijn door het Waals Gewest, alsook de hulp- en zorgverleners die onder dit Wetboek vallen, specifieke ervaring hebben in het domein waarvoor het specifieke referentiecentrum erkend is.]1
Art. 491/44. [1 Dans la détermination de la composition du comité d'accompagnement, le Gouvernement vérifie que les membres représentant le secteur des soins en santé mentale agréé par la Région wallonne ainsi que les professionnels de l'aide et des soins visés par le présent Code disposent d'une expérience spécifique dans la thématique pour laquelle le centre de référence spécifique est reconnu. ]1
Art. 491/45. [1 De benaming van het erkende specifieke referentiecentrum gaat systematisch vergezeld van de woorden "specifiek referentiecentrum erkend en gesubsidieerd door het Waals Gewest".]1
Art. 491/45. [1 La dénomination du centre de référence spécifique agréé est systématiquement accompagnée de la mention " centre de référence spécifique agréé et subventionné par la Région wallonne ".]1
Afdeling 6. [1 - Subsidiëring]1
Section 6. [1 - Subventionnement]1
Art. 491/46. [1 Gedurende de door de erkenning bestreken periode en binnen de perken van de beschikbare begroting ontvangt het referentiecentrum inzake geestelijke gezondheidszorg, een jaarlijkse subsidie ter dekking van de personeels- en werkingskosten.
De Regering bepaalt de modaliteiten voor de berekening van de in het eerste lid bedoelde subsidie.]1

Art. 491/46. [1 Pendant la période couverte par l'agrément et dans la limite des disponibilités budgétaires, le centre de référence en santé mentale bénéficie d'une subvention annuelle destinée à couvrir des frais de personnel et des frais de fonctionnement.
Le Gouvernement détermine les modalités de calcul de la subvention visée à l'alinéa 1er.]1

Art. 491/47. [1 Onverminderd de boekhoudkundige verplichtingen opgelegd door het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen en de uitvoeringsbesluiten ervan, voert het referentiecentrum inzake geestelijke gezondheidszorg voor elk boekjaar een dubbele boekhouding en stelt het een jaarlijkse balans en winst- en verliesrekening op volgens het model bepaald door de Regering.]1
Art. 491/47. [1 Sans préjudice des obligations comptables imposées par le Code des sociétés et des associations, et par ses arrêtés d'exécution, le centre de référence en santé mentale tient une comptabilité en partie double par année budgétaire et fournit annuellement un bilan et un compte de résultats selon le modèle déterminé par le Gouvernement.]1
Afdeling 7. [1 - Evaluatie, controle, bestraffing]1
Section 7. [1 - Evaluation, contrôle et sanction]1
Art. 491/48. [1 De activiteiten van elk referentiecentrum inzake geestelijke gezondheidszorg worden op gezette tijden door het Agentschap geëvalueerd.
Het referentiecentrum inzake gezondheidszorg neemt actief deel aan de evaluatie ervan en werkt met het Agentschap samen bij de voorbereiding en de opvolging van deze evaluatie.
De Regering bepaalt de evaluatiemodaliteiten en -procedure.]1

Art. 491/48. [1 Les activités de chaque centre de référence en santé mentale font l'objet d'une évaluation périodique par l'Agence.
Le centre de référence en santé mentale participe activement à son évaluation et collabore avec l'Agence pour l'élaboration et le suivi de cette évaluation.
Le Gouvernement détermine les modalités et la procédure d'évaluation.]1

Art. 491/49. [1 De administratieve en financiële controle van het referentiecentrum inzake geestelijke gezondheidszorg wordt gevoerd door de daartoe aangewezen personeelsleden van het Agentschap.
Administratieve controle betekent controleren of het referentiecentrum inzake geestelijke gezondheidszorg alle gewestelijke bepalingen naleeft.
Financiële controle betekent het controleren van het gebruik van de financiering die het referentiecentrum inzake geestelijke gezondheidszorg ontvangt, inclusief het controleren van de uitgevoerde facturering.
Om inlichtingen of documenten te verkrijgen die nuttig zijn voor de controle, of om vaststellingen te doen die nuttig zijn voor de controle, kunnen deze personeelsleden :
vrije toegang hebben tot de lokalen van het referentiecentrum inzake geestelijke gezondheidszorg tijdens de openingsuren daarvan;
alle bij het referentiecentrum inzake geestelijke gezondheidszorg berustende documenten raadplegen zonder de lokalen te hoeven verlaten en er kopieën van laten maken;
kopieën in een door hen gekozen formaat ontvangen van alle documenten of gegevens die door het referentiecentrum inzake geestelijke gezondheidszorg elektronisch worden bijgehouden;
elke leidinggevende of elk personeelslid van het referentiecentrum inzake geestelijke gezondheidszorg horen;
het referentiecentrum inzake geestelijke gezondheidszorg schriftelijk of langs elektronische weg om alle nuttige inlichtingen of toelichtingen vragen;
het Belgisch Staatsblad, de Kruispuntbank van Ondernemingen, de Balanscentrale of elke andere authentieke bron raadplegen voor gegevens met betrekking tot het referentiecentrum inzake geestelijke gezondheidszorg.
Voor zover mogelijk zorgt het referentiecentrum voor geestelijke gezondheidszorg ervoor dat de in lid 4 bedoelde documenten, kopieën en informatie die persoonsgegevens bevatten, anoniem worden gemaakt.
Bij de uitoefening van hun in lid 4 bedoelde toezichthoudende bevoegdheden vragen de in lid 1er bedoelde personeelsleden van het Agentschap alleen om persoonsgegevens indien de verkrijging van die gegevens noodzakelijk, redelijk en proportioneel is voor het doel van de controle op het referentiecentrum inzake geestelijke gezondheidszorg.
De Regering kan de grenzen vaststellen van de bevoegdheden die bij het voorgaande lid aan de personeelsleden zijn toegekend, alsmede de wijze waarop deze bevoegdheden moeten worden uitgeoefend.
De Regering bepaalt de modaliteiten van de controle, met inachtneming van het beginsel van hoor en wederhoor.]1

Art. 491/49. [1 Le contrôle administratif et financier du centre de référence en santé mentale est exercé par les membres du personnel de l'Agence désignés à cet effet.
Par contrôle administratif, il faut entendre la vérification du respect de l'ensemble des dispositions régionales par le centre de référence en santé mentale.
Par contrôle financier, il faut entendre la vérification de l'utilisation des financements reçus par le centre de référence en santé mentale, en ce compris par un contrôle des facturations effectuées.
Dans le but d'obtenir toutes informations ou tous documents utiles au contrôle, ou d'effectuer toutes constatations utiles au contrôle, ces membres du personnel peuvent :
avoir libre accès aux locaux du centre de référence en santé mentale pendant les heures d'ouverture de ceux-ci;
consulter sans déplacement tous documents détenus au centre de référence en santé mentale et s'en faire remettre copie;
obtenir copie au format de leur choix de tous documents ou données conservées de manière électronique par le centre de référence en santé mentale;
entendre tout dirigeant ou membre du personnel du centre de référence en santé mentale;
demander par écrit ou par voie électronique au centre de référence en santé mentale toutes informations ou explications utiles;
consulter auprès du Moniteur belge, auprès de la Banque-carrefour des entreprises, auprès de la Centrale des Bilans ou auprès de toutes autres sources authentiques les données relatives au centre de référence en santé mentale.
Dans la mesure du possible, le centre de référence en santé mentale veille à ce que les documents, copies, informations, visés à l'alinéa 4, et contenant des données à caractère personnel soient anonymisés.
Dans l'exercice de leurs pouvoirs de contrôle visés à l'alinéa 4, les membres du personnel de l'Agence visés à l'alinéa 1er ne demandent des données à caractère personnel que si la prise de connaissance de ces données est nécessaire, adéquate et proportionnelle à l'objectif de contrôle du centre de référence en santé mentale.
Le Gouvernement peut préciser les limites des pouvoirs conférés aux membres du personnel par l'alinéa précédent, ainsi que les modalités d'exercice de ces pouvoirs.
Le Gouvernement détermine les modalités du contrôle, dans le respect du principe du contradictoire.]1

Art. 491/50. [1 § 1. De erkenning als referentiecentrum inzake geestelijke gezondheidszorg kan te allen tijde ingetrokken worden wegens niet-naleving van de bepalingen van dit hoofdstuk of van de op grond van dit hoofdstuk vastgestelde bepalingen.
Het referentiecentrum inzake geestelijk gezondheidszorg van wie de erkenning is ingetrokken, mag tijdens het jaar volgend op de beslissing tot weigering of intrekking van de erkenning geen nieuwe erkenningsaanvraag indienen.
§ 2. De procedures tot intrekking van de erkenning worden nader bepaald door de Regering.
Te dien einde stelt de Regering de vorm en de termijnen vast en ziet zij erop toe dat de procedure op tegenspraak wordt gevoerd.]1

Art. 491/50. [1 § 1er. A tout moment, l'agrément en qualité de centre de référence en santé mentale peut être retiré par le Gouvernement ou son délégué pour cause d'inobservation des dispositions du présent chapitre ou des dispositions fixées en application de celui-ci.
Le centre de référence en santé mentale dont l'agrément a été retiré, ne peut pas introduire une nouvelle demande d'agrément pendant l'année suivant la décision de retrait de l'agrément.
§ 2. Le Gouvernement précise les procédures de retrait de l'agrément.
A cet effet, le Gouvernement détermine les formes et les délais et assure le respect du caractère contradictoire de la procédure. ]1

HOOFDSTUK I. - Psychiatrische ziekenhuizen
CHAPITRE Ier. - Hôpitaux psychiatriques
Afdeling 1. - Begripsomschrijvingen en algemene bepalingen
Section 1re. - Définitions et dispositions générales
Art. 492. Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder :
"[1 minister]1" : de [1 minister]1 van Gezondheid;
"centrum" : het psychiatrische ziekenhuis "Chêne aux Haies of het psychiatrische ziekenhuis "Les Marronniers";
"wetgeving op de ziekenhuizen" : de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, alsook de wet van 27 juni 1978 tot wijziging van de wetgeving op de ziekenhuizen en betreffende sommige andere vormen van verzorging;
" de begroting van de financiële middelen " : de begroting bedoeld in artikel 95 van de wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, gecoördineerd op 10 juli 2008;
Art. 492. Pour l'application du présent chapitre, il y a lieu d'entendre par :
" le [1 ministre]1 " : le [1 ministre]1 qui a la Santé dans ses attributions;
" le centre " : le centre hospitalier psychiatrique du Chêne aux Haies ou le centre hospitalier psychiatrique Les Marronniers;
" la législation hospitalière " : la loi relative aux hôpitaux et à d'autres établissements de soins, coordonnée le 10 juillet 2008;
" le budget des moyens financiers " : le budget visé à l'article 95 de la loi relative aux hôpitaux et à d'autres établissements de soins, coordonnée le 10 juillet 2008.
Art. 493. Onder de benamingen "psychiatrisch ziekenhuis 'Chêne aux Haies'" en "psychiatrisch ziekenhuis 'Les Marronniers'" worden twee instellingen van algemeen nut met rechtspersoonlijkheid opgericht, waarvan de zetels respectievelijk in Bergen en Doornik zijn gevestigd.
Art. 493. Il est créé sous la dénomination " centre hospitalier psychiatrique du Chêne aux Haies " et sous la dénomination centre régional de soins psychiatriques " Les Marronniers ", en abrégé CRP " Les Marronniers " deux organismes d'intérêt public dotés de la personnalité juridique et ayant leur siège respectivement à Mons et à Tournai.
Art. 494. Het " Centre hospitalier psychiatrique du Chêne aux Haies " wordt overgedragen aan de Intercommunale " Centre hospitalier universitaire de Mons-Borinage ".
De instelling van openbaar nut blijft evenwel bestaan in haar hoedanigheid van werkgever van het statutaire personeel bedoeld in artikel 530, § 2.
De overdrachtmodaliteiten zijn het voorwerp van een overeenkomst tussen het Gewest en de Intercommunale " Centre hospitalier universitaire de Mons-Borinage ".
De overeenkomst vermeldt o.a. de modaliteiten voor de betaling van de subsidies, voor de terugbetaling van de lonen van het statutaire personeel, voor de verbintenis tot voortzetting van de activiteit van het Centrum en de aanwezigheid van een afgevaardigde van de Intercommunale " Centre hospitalier universitaire de Mons-Borinage " als adviseur binnen de raad van bestuur van de instelling van openbaar nut.
Art. 494. Le " Centre hospitalier psychiatrique du Chêne aux Haies " est transféré à l'Intercommunale " Centre hospitalier universitaire et psychiatrique de Mons-Borinage ".
L'organisme d'intérêt public subsiste, toutefois, en sa seule qualité d'employeur du personnel statutaire dont question à l'article 538, § 2.
Les modalités de transfert font l'objet d'une convention entre la Région et l'Intercommunale " Centre hospitalier universitaire et psychiatrique de Mons-Borinage ".
Cette convention mentionne notamment les modalités de liquidation des subsides, de remboursement des rémunérations du personnel statutaire, l'engagement de poursuivre l'activité du Centre et la présence d'un délégué de l'Intercommunale " Centre hospitalier universitaire et psychiatrique de Mons-Borinage " à titre consultatif au sein du Conseil d'administration de l'organisme d'intérêt public.
Art. 495. De roerende en onroerende goederen van het " Centre hospitalier psychiatrique du Chêne aux Haies ", alsook het geheel van de activa en passiva ervan, worden aan de Intercommunale " Centre hospitalier universitaire de Mons-Borinage " afgestaan.
Art. 495. Les biens meubles et immeubles du " Centre hospitalier psychiatrique du Chêne aux Haies " de même que l'ensemble de ses actifs et passifs sont cédés à l'Intercommunale " Centre hospitalier universitaire et psychiatrique de Mons-Borinage ".
Art. 496. De goederen, rechten en verplichtingen overgeheveld van de Franse Gemeenschap naar het Gewest overeenkomstig de artikelen 5 en 9 van decreet II van 22 juli 1993 waarbij de uitoefening van sommige bevoegdheden van de Franse Gemeenschap overgedragen worden, in verband met het centrum, worden naar het centrum overgeheveld.
Na afsluiting van de vereffening van de vzw voor bijstand aan het psychiatrisch ziekenhuis worden de goederen, rechten en verplichtingen van rechtswege van het Gewest overgeheveld naar het centrum..
Art. 496. Les biens, droits et obligations transférés de la Communauté à la Région en application des articles 5 et 9 du décret II du 22 juillet 1993 attribuant l'exercice de certaines compétences de la Communauté française, qui se rapportent à la mission du centre, sont transférés à celui-ci.
Après clôture de la liquidation de l'A.S.B.L. pour l'aide à l'hôpital psychiatrique, les biens, droits et obligations sont transférés de plein droit de la Région au centre.
Afdeling 2. - Regionaal centrum voor psychiatrische verzorging " Les Marronniers "
Section 2. - Le Centre régional de soins psychiatriques " Les Marronniers "
Onderafdeling 1. - Opdrachten
Sous-section 1re. - Missions
Art. 497. Het centrum is belast met het beheer van het psychiatrische ziekenhuis en het tehuis voor psychiatrische zorg, met inbegrip van hun technische en administratieve diensten.
Het mag bovendien aanvullende activiteiten in het kader van deze opdracht uitoefenen..
Art. 497. Le centre a pour mission de gérer l'hôpital psychiatrique, la section de défense sociale et la maison de soins psychiatriques.
Il peut également exercer des activités complémentaires, liées à l'exercice de cette mission.
Art. 498. In verband met zijn opdracht ontwikkelt het centrum elke vorm van samenwerking met openbare of particuliere partners.
Het centrum mag, onder de door de Regering vastgestelde voorwaarden, deel uitmaken van een publiekrechtelijke vereniging of een VZW opgericht met een andere overheid en/of andere rechtspersonen dan die met winstoogmerk, als deze vereniging de volgende doelstellingen heeft :
- de medisch-sociale coördinatie of de beheershulp;
- de gemeenschappelijke oprichting van een aanvullende dienst in het kader van zijn opdracht;
- de aankoop of het gemeenschappelijke beheer van een medische apparatuur of van medisch-technische diensten.
Art. 498. Le centre développe toute forme de collaboration avec des partenaires publics ou privés en rapport avec sa mission.
Le centre peut participer à une association de droit public ou à une association sans but lucratif constituée avec d'autres pouvoirs publics et/ou des personnes morales autres que celles qui ont un but lucratif de cette association a pour objet :
la création médico-sociale ou l'aide à la gestion;
la création en commun d'un service complémentaire lié à l'exercice de sa mission;
l'acquisition ou la gestion en commun d'un appareillage médical ou de service médico-techniques.
Onderafdeling 2. - Organisatie
Sous-section 2. - Organisation
A. Raad van bestuur
A. Conseil d'administration
Art. 499. § 1. Het centrum wordt bestuurd door een raad van bestuur die samengesteld is uit tien leden [2 die de Regering vertegenwoordigen]2, met name :
vier personen aangewezen door de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 op grond van hun bevoegdheden inzake ziekenhuisbeheer;
drie personen aangewezen door de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 op grond van hun bevoegdheden inzake geestelijke gezondheidszorg;
[2 drie personen aangewezen door de Regering of haar afgevaardigde op grond van hun ervaring in het coördineren van instellingen, bedrijven of aanverwante activiteiten en in het netwerken van zorgactiviteiten en instellingen.]2
Minstens één van de leden bedoeld in 1° en één van de leden bedoeld in 2° hebben zitting in de raad van bestuur van beide centra, alsook drie vertegenwoordigers van de Regering.
§ 2. De volgende personen wonen de vergaderingen van de raad van bestuur bij met raadgevende stem :
de directeur van het psychiatrische ziekenhuis en de directeur van het psychiatrische verzorgingstehuis;
de hoofdgeneesheer;
het hoofd van het departement verpleegkunde;
de verantwoordelijke van de paramedische en psychosociale diensten;
een vertegenwoordiger van het Directoraat-generaal 05 Lokale Besturen, Sociale Actie en Gezondheid met minstens de rang van directeur;
de twee regeringscommissarissen die bij het centrum aangewezen zijn.
§ 3. Op verzoek van de raad van bestuur mag de voorzitter van de medische raad de vergaderingen van eerstgenoemde raad met raadgevende stem bijwonen.
§ 4. De raad van bestuur mag elke persoon die hem de nodige technische gegevens kan verstrekken, op één van zijn vergaderingen uitnodigen.
Hij kan eveneens de vertegenwoordiger van de zorgbehoevenden, zoals bedoeld in artikel 5, tweede lid, van het koninklijk besluit van 10 juli 1990 houdende vaststelling van de normen voor de bijzondere erkenning van psychiatrische verzorgingstehuizen, uitnodigen voor de behandeling van elk vraagstuk betreffende het beheer van het psychiatrische verzorgingstehuis.
Die vertegenwoordiger wordt op eigen verzoek gehoord.
Art. 499. § 1er. Le centre est administré par un conseil d'administration composé de dix membres [2 représentant le Gouvernement]2 :
quatre personnes désignées par le Gouvernement [1 ou son délégué]1 en raison de leurs compétences en matière de gestion hospitalière;
trois personnes désignées par le Gouvernement [1 ou son délégué]1 en raison de leurs compétences en matière de santé mentale;
[2 trois personnes désignées par le Gouvernement ou son délégué en raison de leur expérience dans la coordination d'institution, d'entreprise ou d'activités afférentes ainsi que dans la mise en réseau d'activités de soins et d'institutions.]2
§ 2. Assistent aux réunions du Conseil d'administration, avec voix consultative :
le directeur général et le directeur général adjoint;
le médecin en chef;
le chef du département infirmier;
le directeur des services paramédicaux et psychosociaux;
un représentant de la DG05 Pouvoirs locaux, Action sociale et Santé, ayant au moins rang de directeur;
les deux commissaires du Gouvernement désignés auprès du centre;
un représentant par organisation syndicale représentative en qualité d'observateur.
§ 3. A la demande du conseil d'administration, le président du conseil médical peut assister, avec voix consultative, aux réunions dudit conseil.
§ 4. Le conseil d'administration peut inviter toute personne à assister à une de ses réunions en vue d'apporter à celui-ci les informations techniques qui lui sont nécessaires.
Il peut également inviter le représentant des personnes nécessitant des soins, tel que visé par l'article 5, alinéa 2, de l'arrêté royal du 10 juillet 1990 fixant les normes pour l'agrément spécial des maisons de soins psychiatriques, lors de l'examen de tout point portant sur la gestion de la maison de soins psychiatriques.
Ledit représentant est entendu à sa demande.
Art. 500. De Regering [1 of haar afgevaardigde]1 wijst de voorzitter en twee ondervoorzitters van de raad van bestuur aan onder de leden bedoeld in artikel 499, § 1, 1° en 2°, die samen met de directeur-generaal en de adjunct-directeur-generaal een bureau vormen.
Art. 500. Parmi les membres visés à l'article 499, § 1er, 1° et 2°, le Gouvernement [1 ou son délégué]1 désigne un président et deux vice-présidents du conseil d'administration, qui forment un bureau avec le directeur général et le directeur général adjoint.
Art. 501. De leden van de raad van bestuur worden aangewezen voor vijf jaar.
Dat mandaat is verlengbaar.
Art. 501. Les membres du conseil d'administration sont désignés pour un mandat de cinq ans.
Le mandat est renouvelable.
Art. 502. § 1. Overeenkomstig de artikelen 15, § 1, en 16, van de wetgeving op de ziekenhuizen en onverminderd de bevoegdheden van de medische raad, wordt de Raad van bestuur belast met het beheer van het Centrum en beschikt hij daartoe over de middelen die nodig zijn voor de administratie van het Centrum, met name :
het voorstel van voorontwerp van jaarlijkse begroting en het driejaarlijkse strategisch plan die aan de Regering overgelegd moeten worden;
de besluitvorming betreffende de verbouwing en de afschaffing van bestaande diensten, afdelingen, functies en programma's, de oprichting van nieuwe diensten, afdelingen, functies en programma's en de uitbreiding of de beperking van de capaciteit van het centrum, binnen de perken en onder de voorwaarden van de wetgeving en de regelgeving die op dat gebied van kracht zijn;
de overlegging van het bouw- en investeringsprogramma aan de [2 minister]2, voor zover het centrum betrokken is;
de aanwijzing van de hoofdgeneesheer en van de geneesheren diensthoofden;
de werving of de indienstneming, de bevordering en het ontslag van de personeelsleden;
het sluiten van overeenkomsten met andere ziekenhuizen of andere verzorgingsinrichtingen i.v.m. zorgverstrekking en vorming;
de toekenning van bevoegdheden aan het directiecomité op zijn verzoek;
wat de overheidsopdrachten betreft :
[1 a)]1 de goedkeuring van het voorwerp van de overheidsopdracht, voor zover de uitgave hoger is dan de bedragen bedoeld in artikel 120 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 en in artikel 108 van het koninklijk besluit van 10 januari 1996;
[1 b)]1 de selectie van de kandidaten voor een overheidsopdracht;
[1 c)]1 de toewijzing van de overheidsopdracht, voor zover de uitgave het bedrag van 250.000 euro (excl. btw) overschrijdt;
het sluiten van de leningen die nodig zijn voor de investeringen en voor de werking, mits toestemming van de Regering;
10° de beslissing waarbij het centrum participaties neemt in het kapitaal van andere instellingen of maatschappijen met het oog op de uitvoering van zijn opdracht, zoals bepaald bij dit decreet, mits toestemming van de Regering;
11° de vastlegging van de lijst van de niet-invorderbare schuldvorderingen.
§ 2. De [3 raad]3 van bestuur kan zijn bevoegdheden die in [1 paragraaf 1, 5°]1, vastliggen, geheel of gedeeltelijk aan het Bureau overdragen.
Wat betreft de overheidsopdrachten bedoeld in [1 paragraaf 1, 8°]1, worden de volgende bevoegdheden door de raad van bestuur aan de directeur-generaal overgedragen :
[1 ]1 de keuze van de wijze van toewijzing, de bepaling van het bestek en de tenuitvoerlegging van de procedure, desgevallend, na goedkeuring van het voorwerp van de overheidsopdracht door het Directiecomité of door de [3 raad]3 van bestuur;
[1 ]1 de overheidsopdrachten toewijzen voor zover de uitgave niet meer bedraagt dan 250.000 euro (excl. btw). De directeur-generaal geeft de [3 raad]3 van bestuur om de drie maanden kennis van die uitgaven.
§ 3. De Regering kan de in de [1 paragrafen 1, 8° en 2]1, bedoelde bedragen wijzigen om ze in overeenstemming te brengen met de koninklijke besluiten genomen krachtens de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten. ".
Art. 502. § 1er. Conformément aux articles 15, § 1er, et 16 de la législation hospitalière et sans préjudice des compétences du conseil médical, le conseil d'administration est chargé de la gestion du Centre et dispose pour ce faire de tous les pouvoirs nécessaires à l'administration du Centre, notamment :
la proposition d'avant-projet de budget annuel et le plan stratégique trisannuel à soumettre au Gouvernement;
la prise des décisions relatives à la transformation et la suppression de services, sections, fonctions et programmes existants, la création de nouveaux services, sections, fonctions et programmes et l'extension ou la réduction de la capacité du centre, dans les limites et aux conditions de la législation et de la réglementation en vigueur en cette matière;
la proposition au [2 ministre]2, dans la mesure où le centre est concerné, du programme de construction et d'investissement;
la désignation du médecin en chef et des médecins chefs de service;
le recrutement ou l'engagement, la promotion et le licenciement des membres du personnel;
la conclusion d'accords avec d'autres hôpitaux ou d'autres institutions de santé concernant la prestation de soins et la formation;
les attributions de compétences au comité de direction sur la proposition de celui-ci;
dans le cadre des marchés publics :
[1 a)]1 l'approbation de l'objet du marché, pour autant que la dépense excède les montants fixés à l'article 120 de l'arrêté royal du 8 janvier 1996 et à l'article 108 de l'arrêté royal du 10 janvier 1996;
[1 b)]1 la sélection des candidats pour un marché;
[1 c)]1 l'attribution du marché, pour autant que la dépense excède le montant de 250.000 euros (T.V.A. exclue);
la conclusion des emprunts nécessaires aux investissements et au fonctionnement moyennant l'autorisation du Gouvernement;
10° la décision des prises de participation du centre dans le capital d'autres organismes ou sociétés en vue de la réalisation de sa mission, telle que définie par le présent chapitre, moyennant l'autorisation du Gouvernement;
11° l'arrêt de la liste des créances irrécouvrables.
§ 2. Le [3 conseil]3 d'administration peut déléguer tout ou partie de ses pouvoirs prévus au [1 paragraphe 1er, 5°]1 au Bureau.
Dans le cadre des marchés publics visés au [1 paragraphe 1er, 8°]1, les pouvoirs suivants sont transmis par le conseil d'administration au directeur général :
[1 ]1 choisir le mode d'attribution, déterminer le cahier des charges et mettre en oeuvre la procédure, le cas échéant, après que l'objet du marché ait été approuvé par le Comité de direction ou par le conseil d'administration;
[1 ]1 dans le cadre des marchés publics, attribuer les marchés, pour autant que la dépense n'excède pas le montant de 250.000 euros (T.V.A. exclue). Trimestriellement, le directeur général informe le conseil d'administration des dépenses effectuées dans ce cadre.
§ 3. Le Gouvernement peut modifier les montants visés aux [1 paragraphes 1er, 8° et 2]1 pour les mettre en concordance avec les arrêtés royaux qui sont pris en application de la loi du 24 décembre 1993 relative aux marchés publics de travaux, de fournitures et de services.
Art. 503. De personen bedoeld in artikel 499 alsook de secretaris van de raad van bestuur, mogen niet aanwezig zijn op de raad van bestuur tijdens de behandeling van of de beraadslaging over een punt i.v.m. een vraagstuk waarbij ze een rechtstreeks belang hebben, hetzij persoonlijk, hetzij als gelastigde, bestuurder of personeelslid van elk ander ziekenhuis, zorginstelling of -dienst.
Art. 503. Il est interdit aux personnes visées à l'article 499, ainsi qu'au secrétaire du conseil d'administration, d'être présents au conseil d'administration lorsqu'un point est examiné ou mis en délibération, portant sur un objet à propos duquel elles ont un intérêt direct, soit personnellement, soit comme chargé d'affaires, administrateur ou membre du personnel de tout autre hôpital, institution ou service de soins.
Art. 504. De raad van bestuur maakt zijn huishoudelijk reglement op en legt het ter goedkeuring voor aan de Regering [1 of haar afgevaardigde]1.
Art. 504. Le conseil d'administration établit son règlement d'ordre intérieur et le soumet pour approbation au Gouvernement [1 ou son délégué]1.
Art. 505. De raad van bestuur wijst zijn secretaris aan onder de personeelsleden van het psychiatrische ziekenhuis op de voordracht van de directeur van dat ziekenhuis.
Art. 505. Sur proposition du directeur général, le conseil d'administration désigne son secrétaire parmi les membres du personnel dudit hôpital.
Art. 506. § 1. De Regering verzoekt de raad van bestuur om advies over elk voorontwerp van decreet of van reglementair besluit betreffende de organisatie en de werking van het centrum.
De raad van bestuur brengt advies uit binnen twee maanden na ontvangst van het verzoek. Als het advies niet binnen die termijn gegeven wordt, mag het genegeerd worden.
§ 2. De raad van bestuur legt de Regering elk voorontwerp van decreet of reglementair besluit voor waarvan hij de aanneming nuttig acht.
Art. 506. § 1er. Le Gouvernement soumet à l'avis du conseil d'administration tout avant-projet de décret ou d'arrêté réglementaire concernant l'organisation et le fonctionnement du centre.
Le [1 conseil]1 émet son avis dans les deux mois de la réception de la demande, sauf si le Gouvernement fixe un autre délai. A défaut d'avis dans ce délai, la formalité est réputée avoir été accomplie.
§ 2. Le conseil d'administration soumet au Gouvernement tout avant-projet de décret ou d'arrêté réglementaire dont l'adoption lui paraît utile.
Art. 507. De Regering bepaalt het bedrag van de vergoedingen en presentiegelden die toegekend zullen worden aan de leden van de raad van bestuur en aan de Regeringscommissarissen.
Art. 507. Le Gouvernement fixe le montant des indemnités et des jetons de présence à allouer aux membres du conseil d'administration ainsi qu'aux commissaires du Gouvernement.
B. Dagelijks beheer
B. Gestion journalière
1. Algemene leiding
1. Direction générale
Art. 508. Het centrum wordt door een directeur-generaal geleid.
Hij wordt bijgestaan door een adjunct-directeur-generaal.
De directeur-generaal en de adjunct-directeur-generaal worden op de voordracht van de raad van bestuur door de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 aangewezen na afloop van een procedure die door de Regering bepaald wordt. "
Art. 508. Le centre est dirigé par un directeur général.
Il est assisté d'un directeur général adjoint.
Le directeur général et le directeur général adjoint sont désignés par le Gouvernement [1 ou son délégué]1, sur proposition du conseil d'administration au terme d'une procédure déterminée par le Gouvernement.
Art. 509. De directeur-generaal en de adjunct-directeur-generaal staan onder het gezag van de raad van bestuur.
De directeur-generaal voert de beslissingen van de raad van bestuur uit in nauwe samenwerking met het [1 directiecomité]1 bedoeld in artikel 510.
Hij geeft de raad van bestuur alle informatie die nodig is voor de werking van het centrum. Hij zorgt ervoor dat het verslag over de activiteiten van het directiecomité op elke vergadering van de raad van bestuur een agendapunt vormen.
De directeur-generaal leidt het personeel en neemt het beheer van de dagelijkse activiteit waar onder het gezag en het toezicht van de raad van bestuur.
De directeur-generaal zit het basisoverlegcomité voor.
De raad van bestuur kan, onder de voorwaarden die hij stelt, de directeur-generaal ertoe machtigen een deel van zijn bevoegdheden alsook de ondertekening van bepaalde stukken en briefwisselingen te delegeren.
De directeur-generaal vertegenwoordigt het centrum in de gerechtelijke en extragerechtelijke akten en handelt op geldige wijze in eigen naam en voor eigen rekening zonder het bewijs van een beslissing van de raad van bestuur te moeten leveren.
De adjunct-directeur-generaal staat de directeur-generaal bij in de uitvoering van de taken die hem toegewezen worden op basis van de takenverdeling die door de raad van bestuur bepaald wordt op voorstel van de directeur-generaal.
In geval van verhindering van de directeur-generaal worden zijn bevoegdheden uitgeoefend door de adjunct-directeur-generaal, of bij diens verhindering, door een personeelslid van het centrum dat door de raad van bestuur aangewezen wordt.
Art. 509. Le directeur général du centre et le directeur général adjoint sont placés sous l'autorité du conseil d'administration.
Le directeur général exécute les décisions du conseil d'administration en étroite collaboration avec le [2 comité]2 de direction visé à l'article 510.
Il communique au conseil d'administration toutes les informations utiles au fonctionnement du centre. Il veille à ce que, à chaque réunion du conseil d'administration, un point de l'ordre du jour reprenne le compte rendu des activités du [2 comité]2 de direction.
Le directeur général dirige le personnel et assure, sous l'autorité et le contrôle du conseil d'administration, la gestion quotidienne de l'activité journalière.
Le directeur général préside le [2 comité]2 de [1 concertation]1 de base.
Le conseil d'administration peut, dans les conditions qu'il détermine, autoriser le directeur général à déléguer une partie de ses pouvoirs ainsi que la signature de certaines pièces et correspondances.
Le directeur général représente le centre dans les actes judiciaires et extrajudiciaires et agit valablement en son nom et pour son compte sans avoir à justifier d'une décision du conseil d'administration.
Le directeur général adjoint assiste le directeur général dans l'exécution des tâches qui lui sont confiées sur base de la répartition des tâches fixée par le conseil d'administration sur proposition du directeur général.
En cas d'empêchement du directeur général, ses pouvoirs sont exercés par le directeur général adjoint, ou à défaut de ce dernier, par un membre du personnel du centre désigné par le conseil d'administration.
2. Directiecomité
2. Comité de direction
Art. 510. Binnen het centrum wordt een directiecomité opgericht dat de directeur-generaal zal bijstaan.
Het [1 directiecomité]1 is samengesteld uit de directeur-generaal van het centrum, de adjunct-directeur-generaal, de hoofdgeneesheer, het hoofd van het verpleegkundig departement, de directeur van het paramedisch en psychosociaal departement, de financiële directeur, de administratieve directeur en de ziekenhuisapotheker.
De directeur-generaal zit het [1 directiecomité]1 voor.
Het [1 directiecomité]1 kan elke persoon met nuttige informatie op één van zijn vergaderingen uitnodigen.
Art. 510. Il est créé au sein du centre un [1 comité]1 de direction chargé d'assister le directeur général.
Le [1 comité]1 de direction est composé du directeur général du centre, du directeur général adjoint, du médecin en chef, du chef du département infirmier, du directeur du département paramédical et psychosocial, du directeur financier, du directeur administratif et du pharmacien hospitalier.
Le directeur général préside le [1 comité]1 de direction.
Le [1 comité]1 de direction peut inviter toute personne à assister à une de ses réunions en vue d'apporter à celui-ci les informations qui lui sont nécessaires.
Art. 511. De voorzitter van het directiecomité bepaalt de agenda met inachtneming van de aanvragen van de overige leden van het directiecomité.
Art. 511. Le président du comité de direction fixe l'ordre du jour en tenant compte des demandes émanant des autres membres du comité de direction.
Art. 512. Het [1 directiecomité]1 maakt zijn huishoudelijk reglement op en legt het ter goedkeuring voor aan de raad van bestuur.
Art. 512. Le [2 comité]2 de direction établit son règlement d'ordre intérieur et le soumet pour approbation au [1 conseil]1 d'administration.
Onderafdeling 3. - Financiële lasten
Sous-section 3. - Charges financières
Art. 513. § 1.De lasten i.v.m. de uitvoering van de opdrachten van het CRP " Les Marronniers " worden gedekt door :
ontvangsten uit zijn activiteiten;
ontvangsten uit zijn patrimonium en zijn schatkist;
niet opgebruikte saldi van de vorige boekjaren;
een kapitaalfonds ten laste van het Gewest of een subsidiefonds;
giften et legaten;
leningen aangegaan om zijn doel te verwezenlijken.
De Regering mag de gewestelijke waarborg voor de in het vorige lid bedoelde leningen geven naar rato van een bedrag dat vastgelegd wordt bij de aanneming van de gewestelijke begroting.
§ 2. De raad van bestuur van het CRP " Les Marronniers " zorgt ervoor dat de vastleggingen en ordonanceringen van uitgaven van het centrum i.v.m. de uitvoering van zijn opdrachten binnen de perken van zijn begrotingsontvangsten gehouden worden.
Indien het resultaat van het boekjaar deficitair is, legt de raad van bestuur binnen de maand nadat hij de rekeningen heeft vastgelegd een rapport met de rechtvaardiging van het tekort aan de [2 minister]2 over, waarbij de elementen die niet gedekt worden door de begroting van de financiële middelen of door andere ontvangsten uit de wettelijke opdrachten van het centrum apart gehouden worden.
Op voorstel van de [2 minister]2 kan de Regering aanvaarden om een deel of het geheel van het tekort ten laste te nemen.
Afgezien van het resultaat van het boekjaar kan de Regering, op voorstel van de [2 minister]2 en op verzoek van de raad van bestuur van het centrum, elke uitgave die resulteert uit een gewestelijke decreets- of reglementsbepaling of uit een sociaal akkoord met een bijzondere ontvangst dekken voor zover ze nog niet volledig gedekt is door een andere financieringsbron.
[1 § 3. Op voorstel van de Minister neemt de Regering elke uitgave ten laste die uit de bijzondere bepalingen van het administratief en geldelijk statuut van het personeel van het gewestelijk psychiatrisch centrum "Les Marroniers" voortvloeit en die het beschikbare saldo van de vorige boekjaren overschrijdt.]1
Art. 513. § 1er. Les charges résultant de l'exécution des missions du CRP " Les Marronniers " sont couvertes par :
des recettes provenant de ses activités;
des recettes provenant de son patrimoine et de sa trésorerie;
des soldes non utilisés des exercices antérieurs;
d'un fond de roulement à charge de la Région ou de subventions;
de dons et legs;
des emprunts contractés en vue de réaliser son [3 objet]3.
Le Gouvernement est autorisé à donner la garantie régionale pour les emprunts visés à l'alinéa précédent à concurrence d'un montant fixé lors de l'adoption du budget régional.
§ 2. Le conseil d'administration du CRP " Les Marronniers " veille à maintenir les engagements et les ordonnancements de dépenses du centre résultant de l'exécution de ses missions dans les limites de ses recettes budgétaires.
Si le résultat de l'exercice est déficitaire, dans le mois qui suit l'arrêt des comptes par le conseil d'administration, celui-ci présente au [2 ministre]2 un rapport justificatif du déficit en isolant les éléments non couverts par le budget des moyens financiers ou par d'autres recettes découlant des missions légales du centre.
Sur proposition du [2 ministre]2, le Gouvernement peut accepter de prendre en charge tout ou partie du déficit.
Indépendamment du résultat de l'exercice, sur proposition du [2 ministre]2, et à la demande du conseil d'administration du centre, le Gouvernement peut couvrir par une recette particulière toute dépense découlant d'une disposition décrétale ou réglementaire régionale ou d'un accord social régional, pour autant qu'elle ne soit pas déjà entièrement couverte par une autre source de financement.
[1 § 3. Sur proposition du Ministre, le Gouvernement prend en charge toute dépense découlant des dispositions spécifiques du statut administratif et pécuniaire du personnel du CRP " Les Marronniers " excédant le solde disponible des exercices antérieurs.]1
Onderafdeling 4. - Begroting, rekeningen en controle
Sous-section 4. - Budget, comptes et contrôle
Art. 514. § 1. De controle op het centrum wordt door de Regering uitgeoefend via twee commissarissen die zij aanwijst en die hun opdracht vervullen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 12 februari 2004 betreffende de Regeringscommissaris voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet.
§ 2. Wanneer de raad van bestuur vergeten heeft een maatregel te nemen of een bij wet, decreet of besluit bepaalde akte uit te voeren, kan de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 hem aanmanen de maatregel te nemen of de akte uit voeren binnen een welbepaalde termijn.
Indien de raad van bestuur na afloop van de termijn de maatregel niet heeft genomen of de akte niet heeft uitgevoerd, kan de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 zich in zijn plaats stellen.
De beslissing wordt aan het Waals Parlement overgemaakt.
Art. 514. § 1er. Le contrôle du centre est exercé par le Gouvernement à l'intervention de deux commissaires qu'il désigne et qui exercent leur mission, conformément aux dispositions prévues au décret du 12 février 2004 relatif au commissaire du Gouvernement pour les matières réglées en vertu de l'article 138 de la Constitution.
§ 2. Lorsque le [1 conseil]1 d'administration a omis de prendre une mesure ou d'exécuter un acte prévu dans les lois, décrets et arrêtés, le Gouvernement [2 ou son délégué]2 peut le mettre en demeure de prendre la mesure ou d'exécuter l'acte dans un délai précis.
Lorsque, à l'expiration du délai, le conseil d'administration n'a pas pris la mesure ou exécuté l'acte, le Gouvernement [2 ou son délégué]2 peut se substituer à lui.
La décision est transmise au Parlement wallon.
Art. 515. Het ontwerp van jaarbegroting van het centrum wordt door de Regering opgemaakt op voorstel van de raad van bestuur van het centrum. Het wordt bij het ontwerp van algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest gevoegd en ter goedkeuring aan het Waals Parlement voorgelegd.
Art. 515. Le projet de budget annuel du centre est établi par le Gouvernement sur la proposition du conseil d'administration du centre. Il est annexé au projet de budget général des dépenses de la Région wallonne et soumis à l'approbation du Parlement wallon.
Art. 516. Het gebrek aan goedkeuring op de eerste dag van het begrotingsjaar vormt geen beletsel voor het gebruik van de kredieten waarin het begrotingsontwerp voorziet, tenzij het gaat om uitgaven van een nieuw principe die niet toegelaten worden door de begroting van het vorige jaar.
Indien de kredietoverschrijdingen een hogere financiële tegemoetkoming van het Gewest tot gevolg hebben dan die waarin zijn begroting voorziet, moeten ze vooraf goedgekeurd worden door de stemming van een overeenstemmend krediet op de begroting van het Gewest.
Art. 516. Le défaut d'approbation au premier jour de l'année budgétaire ne fait pas obstacle à l'utilisation des crédits prévus au projet de budget, à moins qu'il ne s'agisse de dépenses d'un principe nouveau non autorisées par le budget de l'année précédente.
Si les dépassements de crédits sont susceptibles d'entraîner une intervention financière de la Région supérieure à celle qui est prévue au budget de celle-ci, ils [1 sont]1 préalablement approuvés par le vote d'un crédit correspondant dans le budget de la Région.
Art. 517. De raad van bestuur bezorgt de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 periodieke toestanden, minstens om de zes maanden, en een jaarverslag over de activiteiten van het centrum. De Regering bepaalt de modellen van de over te leggen instrumentenborden op basis van de van kracht zijnde wetgeving op de ziekenhuizen.
De raad van bestuur maakt uiterlijk 30 juni van het jaar na dat van het beheer de jaarlijkse uitvoeringsrekening van zijn begroting, de balans en de resultatenrekening op, overeenkomstig de bepalingen van de wetgeving op de ziekenhuizen.
De balans en de resultatenrekening zijn het voorwerp van een ontwerp van decreet houdende begrotingsregeling, dat als bijlage bij de algemene rekening van het Waalse Gewest aan het Waals Parlement overgelegd wordt.
Art. 517. Le conseil d'administration présente au Gouvernement [1 ou son délégué]1 des situations périodiques, au moins semestrielles, et un rapport annuel sur les activités du centre. Le Gouvernement arrête les modèles de tableaux de bord à présenter, sur la base de la législation hospitalière en vigueur.
Le conseil d'administration dresse le compte annuel d'exécution de son budget, le bilan et le compte de résultats, au plus tard pour le 30 juin de l'année qui suit celle de la gestion, conformément aux dispositions de la législation hospitalière.
Le bilan et le compte de résultats font l'objet d'un projet de décret de règlement de budget, qui est soumis au Parlement wallon en annexe du compte général de la Région wallonne.
Art. 518. De Regering organiseert de controle op de vastleggingen.
Art. 518. Le Gouvernement organise le contrôle des engagements.
Art. 519. De Regering bepaalt de regels betreffende :
de overlegging van de begroting;
de boekhouding;
de overlegging van de rekeningen;
de periodieke toestanden en verslagen.
De Regering bepaalt de regels betreffende de wijze van schatting van de bestanddelen van het patrimonium en de wijze van berekening en de vastlegging van het maximumbedrag van de reserves en voorschotten die nodig zijn vanwege de aard van de activiteiten van de instelling.
Art. 519. Le Gouvernement fixe les règles relatives :
à la présentation du budget;
à la comptabilité;
à la reddition des comptes;
aux situations et rapports périodiques.
Le Gouvernement fixe les règles relatives au mode d'estimation des éléments constitutifs du patrimoine et au mode de calcul et à la fixation du montant maximum des réserves et provisions qui sont nécessaires en raison de la nature des activités de l'organisme.
Art. 520. Het centrum gebruikt zijn activa en beschikbare middelen slechts om de opdrachten te vervullen die hem bij afdeling 2 van dit hoofdstuk toegewezen worden.
Art. 520. Le centre n'utilise ses avoirs et disponibilités que pour remplir les missions qui lui sont assignées par la sous-section 1re de la section 2 du présent chapitre.
Art. 521. De Regering bepaalt de modaliteiten voor de controle die uitgevoerd moet worden door de bedrijfsrevisoren, leden van het Instituut van bedrijfsrevisoren, die zij aanwijst.
Art. 521. Le Gouvernement détermine les modalités du contrôle à effectuer par les réviseurs d'entreprises, membres de l'Institut des réviseurs d'entreprises, qu'il désigne.
Onderafdeling 5. - Personeel
Sous-section 5. - Personnel
Art. 522. § 1. Het administratief en geldelijk statuut en de personeelsformatie van het centrum worden door de Regering vastgelegd.
§ 2. Boek III " verlofdagen en andere afwezigheden van de personeelsleden " van het besluit van de Waalse Regering van 18 december 2003 houdende de Waalse ambtenarencode is toepasselijk op de personeelsleden van het centrum.
§ 3. Artikel 16 van het besluit van de Waalse Regering van 18 december 2003 houdende de Waalse ambtenarencode betreffende de voorwaarden voor de indienstneming en de administratieve en geldelijke toestand van de personeelsleden is van toepassing op het personeel van het centrum.
[1 § 4. Er kan ook op de personeelsbehoefte ingespeeld worden door personen die in het kader van een arbeidsovereenkomst in dienst zijn genomen.]1
Art. 522. § 1er. Le Gouvernement arrête le statut administratif et pécuniaire et le cadre de personnel du centre.
§ 2. Le livre III " les congés et autres absences des agents " de l'arrêté du Gouvernement wallon du 18 décembre 2003 portant le Code de la fonction publique wallonne est applicable aux agents du centre.
§ 3. L'article 16 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 27 mars 2009 modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 18 décembre 2003 relatif aux conditions d'engagement et à la situation administrative et pécuniaire des membres du personnel contractuel est applicable au personnel du centre.
[1 § 4. Il peut être également satisfait aux besoins en personnel par des personnes engagées par contrat de travail.]1
Art. 523. § 1. Het personeel overgeplaatst van de Franse Gemeenschap naar het Waalse Gewest overeenkomstig de artikelen 3,6°, en 6, § 1, van het decreet II van 22 juli 1993 betreffende de overheveling van sommige bevoegdheden van de Franse Gemeenschap naar het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie, wordt door de Regering en volgens de door haar vastgestelde modaliteiten naar het centrum overgeplaatst.
Het overgeplaatste personeel behoudt de hoedanigheid, de wedde en de anciënniteit die het vóór zijn overplaatsing genoot. Het behoudt de voordelen gebonden aan de uitoefening van een functie echter alleen wanneer de voorwaarden voor de toekenning ervan in het centrum behouden blijven.
§ 2. Na afsluiting van de vereffening van de VZW voor hulp aan het psychiatrische ziekenhuis, erft het centrum van rechtswege de rechten en verplichtingen m.b.t. het personeel van de VZW.
De bepalingen van § 1, alinea 2, zijn van toepassing op het aldus in dienst genomen personeel.
Art. 523. § 1er. Le personnel transféré de la Communauté française à la Région wallonne en application des articles 3, 6°, et 6, § 1er, du décret II du 22 juillet 1993 attribuant l'exercice de certaines compétences de la Communauté française à la Région wallonne et à la Commission communautaire française est transféré au centre par le Gouvernement et selon les modalités fixées par lui.
Le personnel transféré conserve la qualité, la rémunération et l'ancienneté dont il bénéficiait avant son transfert. Toutefois, il ne conserve les avantages liés à l'exercice d'une fonction que pour autant que les conditions de leur octroi subsistent au centre.
§ 2. Après clôture de la liquidation de l'ASBL pour l'aide à l'hôpital psychiatrique, le centre succède de plein droit aux droits et obligations en ce qui concerne le personnel de l'ASBL.
Les dispositions de l'alinéa 2 du paragraphe 1er sont applicables au personnel ainsi engagé.
Afdeling 3. - Het psychiatrisch verzorgingscentrum " Le Chêne aux Haies "
Section 3. - Le Centre hospitalier psychiatrique du Chêne aux Haies
Onderafdeling 1. - Organisatie
Sous-section 1re. - Organisation
A. De Regering
A. Le Gouvernement
Art. 524.
Art. 524.
B.
B.
Art. 525.
Art. 525.
Art. 526.
Art. 526.
Art. 527.
Art. 527.
Art. 528.
Art. 528.
Art. 529.
Art. 529.
Art. 530.
Art. 530.
Onderafdeling 2.
Sous-section 2.
Art. 531.
Art. 531.
Art. 532.
Art. 532.
Art. 533.
Art. 533.
Art. 534.
Art. 534.
Art. 535.
Art. 535.
Art. 536.
Art. 536.
Art. 537.
Art. 537.
Onderafdeling 3.
Sous-section 3.
Art. 538.
Art. 538.
HOOFDSTUK I/I. . [1 - Psychiatrische verzorgingstehuizen]1
CHAPITRE Ier/1. [1 - Maisons de soins psychiatriques]1
Afdeling 1. [1 - Algemene bepalingen]1
Section 1re. [1 - Dispositions générales ]1
Art. 538/1. [1 Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
"psychiatrisch verzorgingstehuis": de residentiële instelling die door de Regering of haar afgevaardigde erkend is om de opdracht bepaald in artikel 538/2 uit te voeren;
"begunstigde": een persoon met een psychiatrische stoornis die in een psychiatrisch verzorgingstehuis wordt opgevangen;
"overlegplatform voor geestelijke gezondheidszorg ": het erkende overlegplatform voor geestelijke gezondheidszorg, zoals gedefinieerd in artikel 679/2, 1° ;
"ziekenhuis": het ziekenhuis zoals bepaald in artikel 2 van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen;
"psychiatrisch ziekenhuis" : het psychiatrisch ziekenhuis zoals bepaald in artikel 3 van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen;
"lokalen toegankelijk voor personen met beperkte mobiliteit": speciaal uitgeruste lokalen, overeenkomstig de normen vermeld in artikelen 415 tot 415/16 van de gewestelijke stedenbouwkundige handleiding, om toegankelijk te zijn voor personen met beperkte mobiliteit;
"inrichtende macht": de instantie die het psychiatrisch verzorgingstehuis voor wettelijk vertegenwoordigt volgens de wetgeving die van toepassing is op zijn rechtsvorm;
"dossier van de begunstigde": het individueel dossier bedoeld in artikel 538/25;
"netwerk" : het geheel van de vakmensen, ongeacht hun activiteitensector, van de operatoren of de niet professionelen die gelijktijdig of achtereenvolgens ten gunste van de begunstigde, van een toestand of van een project tussenkomen in een effectief partnerschap, met een werking, finaliteit en doelstellingen die gemeenschappelijk zijn;
10° "vertegenwoordiger":
a) hetzij de wettelijke of rechterlijke vertegenwoordiger van de begunstigde;
b) hetzij de door de begunstigde aangewezen gemachtigde;
11° "het Agentschap": het Agentschap bedoeld in artikel 2;
12° "de Minister": de Minister die voor volksgezondheid bevoegd is.]1

Art. 538/1. [1 Pour l'application du présent chapitre, il faut entendre par :
" maison de soins psychiatriques " : l'institution résidentielle agréée par le Gouvernement ou son délégué pour exercer la mission définie à l'article 538/2;
" bénéficiaire " : la personne qui souffre de troubles psychiatriques et qui est hébergée dans une maison de soins psychiatriques;
" plate-forme de concertation en santé mentale " : la plate-forme de concertation en santé mentale agréée, telle que définie à l'article 679/2, 1° ;
" hôpital " : l'hôpital, tel que défini à l'article 2 de la loi coordonnée du 10 juillet 2008 sur les hôpitaux et autres établissements de soins;
" hôpital psychiatrique " : l'hôpital psychiatrique, tel que défini à l'article 3 de la loi coordonnée du 10 juillet 2008 sur les hôpitaux et autres établissements de soins;
" locaux accessibles aux personnes à mobilité réduite " : les locaux spécialement aménagés, selon les normes contenues aux articles 415 à 415/16 du guide régional d'urbanisme, pour être accessibles aux personnes à mobilité réduite;
" pouvoir organisateur " : l'organe qui représente juridiquement la maison de soins psychiatrique en fonction de la législation applicable à sa forme juridique;
" dossier du bénéficiaire " : le dossier individuel visé à l'article 538/25;
" réseaux " : l'ensemble des professionnels, quel que soit leur secteur d'activités, des opérateurs ou des non professionnels qui interviennent, de façon simultanée ou successive, en faveur du bénéficiaire, d'une situation ou d'un projet, dans un partenariat effectif définissant un fonctionnement, une finalité et des objectifs communs;
10° " représentant " :
a) soit le représentant légal ou judiciaire du bénéficiaire;
b) soit le mandataire désigné par le bénéficiaire;
11° " l'Agence " : l'Agence visée à l'article 2;
12° " le Ministre " : le Ministre qui a la santé publique dans ses attributions. ]1

Art. 538/2. [1 Het doel van een psychiatrisch verzorgingstehuis is het huisvesten, begeleiden en verlenen van passende en noodzakelijke zorg, zowel overdag als 's nachts, aan de personen bedoeld in artikel 538/4, teneinde hun verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis te verkorten of een verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis te voorkomen.]1
Art. 538/2. [1 Une maison de soins psychiatriques a pour mission d'héberger, d'accompagner et de fournir les soins adéquats et nécessaires, en séjour de jour et de nuit, à des personnes visées à l'article 538/4, en vue de raccourcir leur séjour en hôpital psychiatrique ou de leur éviter un séjour en hôpital psychiatrique.]1
Afdeling 2. [1 - Organisatie- en werkingsregels]1
Section 2. [1 - Règles d'organisation et de fonctionnement]1
Onderafdeling 1. [1 - Dienstproject]1
Sous-section 1re. [1 - Projet de service]1
Art. 538/3. [1 Alle projecten en acties van het psychiatrisch verzorgingstehuis worden uitgevoerd in het kader van een dienstproject.
Het dienstproject wordt opgesteld voor een periode van maximaal vijf jaar.
Het dienstproject wordt aangepast in geval van een verzoek tot wijziging van de erkenning van het psychiatrisch verzorgingstehuis.
Het dienstproject richt zich voornamelijk op de begunstigde.
De in lid 1 bedoelde projecten en acties worden duidelijk beschreven en geïdentificeerd in het dienstproject. Het dienstproject als geheel en elk project en elke actie bedoeld in lid 1 zijn in overeenstemming met de opdracht bedoeld in artikel 538/2.
Het dienstproject bestaat minstens uit de volgende bestanddelen:
de identificatie van het psychiatrisch verzorgingstehuis
de omgeving van het psychiatrisch verzorgingstehuis wat grondgebied en institutioneel netwerk betreft;
de organisatie van het psychiatrisch verzorgingstehuis en zijn banden met het netwerk;
de begripsomschrijving van de doelstellingen en van het actieplan; 5° de mechanismen voor zelfevaluatie.
Het in lid 6, 4°, bedoelde actieplan past in de doelstellingen, acties en strategieën, voorzien in het strategisch plan voor de geestelijke gezondheid, vermeld in artikel 47/19, 2°.
De Regering specificeert en vult de inhoud van het dienstproject en bepaalt de modaliteiten voor de aanneming en mededeling ervan aan het Agentschap.
De Regering of haar afgevaardigde valideert het dienstproject.]1

Art. 538/3. [1 Tous les projets et actions de la maison de soins psychiatriques s'exercent dans le cadre d'un projet de service.
Le projet de service est élaboré pour une durée maximale de cinq ans.
Le projet de service est adapté en cas de demande de modification de l'agrément de la maison de soins psychiatriques.
Le projet de service est centré prioritairement sur le bénéficiaire.
Les projets et actions visés à l'alinéa 1er sont clairement décrits et identifiés dans le projet de service. L'ensemble du projet de service ainsi que chaque projet et action visés à l'alinéa 1er concordent avec la mission visée à l'article 538/2.
Le projet de service reprend au moins les éléments suivants :
l'identification de la maison de soins psychiatriques;
l'environnement de la maison de soins psychiatriques en termes territorial et institutionnel;
l'organisation de la maison de soins psychiatriques et son articulation avec le réseau;
la définition des objectifs et du plan d'actions; 5° les mécanismes d'auto-évaluation.
Le plan d'actions visé à l'alinéa 6, 4°, doit s'inscrire dans les objectifs, actions et stratégies prévus par le plan stratégique pour la santé mentale visé à l'article 47/19, 2°.
Le Gouvernement précise et complète le contenu du projet de service, détermine les modalités de son adoption et de sa communication à l'Agence.
Le Gouvernement ou son délégué valide le projet de service. ]1

Onderafdeling 2. [1 - In aanmerking komende begunstigden]1
Sous-section 2. [1 - Bénéficiaires admissibles]1
Art. 538/4. [1 § 1. Het psychiatrisch verzorgingstehuis is bestemd voor :
personen met een langdurige en gestabiliseerde psychische stoornis, met dien verstande dat zij :
a) geen ziekenhuisbehandeling nodig hebben;
b) niet in aanmerking komen voor opname in een rust- en verzorgingstehuis, gezien hun mentale toestand;
c) niet in aanmerking komen voor de beschermde woning;
d) geen ononderbroken psychiatrisch toezicht nodig hebben;
e) voortdurende ondersteuning nodig hebben;
personen met een mentale handicapverstandelijk gehandicapten, met dien verstande dat zij :
a) geen ziekenhuisbehandeling nodig hebben;
b) niet in aanmerking komen voor de beschermde woning;
c) niet in aanmerking komen voor toelating tot een residentiële dienst voor volwassenen of residentiële overnachtingsdienst voor volwassenen of een onder toezicht staande huisvestingsdienst;
d) geen ononderbroken psychiatrisch toezicht nodig hebben;
e) voortdurende ondersteuning nodig hebben;
§ 2. Het psychiatrisch verzorgingstehuis legt in een reglement de voorwaarden en procedure vast voor het toelaten, uitsluiten en ontslaan van de begunstigde.
Dit reglement wordt meegedeeld aan:
elke begunstigde;
elke persoon die het psychiatrisch verzorgingstehuis wenst te betreden, of zijn vertegenwoordiger;
het Agentschap :
De Regering bepaalt de minimumvoorwaarden waaraan dit reglement qua inhoud en vorm moet voldoen.]1

Art. 538/4. [1 § 1er. La maison de soins psychiatriques est destinée :
aux personnes qui présentent un trouble psychique chronique stabilisé, étant entendu qu'elles :
a) ne requièrent pas de traitement hospitalier;
b) n'entrent pas en ligne de compte pour une admission en maison de repos et de soins étant donné leur état psychique;
c) n'entrent pas en ligne de compte pour l'habitation protégée;
d) ne nécessitent pas une surveillance psychiatrique non-interrompue;
e) nécessitent un accompagnement continu;
aux personnes en situation de handicap mental, étant entendu qu'elles :
a) ne requièrent pas de traitement hospitalier;
b) n'entrent pas en ligne de compte pour l'habitation protégée;
c) n'entrent pas en ligne de compte pour une admission dans un service résidentiel ou résidentiel de nuit pour adultes ou un service de logements supervisés;
d) ne nécessitent pas une surveillance psychiatrique non-interrompue;
e) nécessitent un accompagnement continu.
§ 2. La maison de soins psychiatriques établit, dans un règlement, les conditions et la procédure d'admission, d'exclusion et de départ des bénéficiaires.
Ce règlement est communiqué :
à tous les bénéficiaires;
à toute personne qui souhaite intégrer la maison de soins psychiatriques ou à son représentant;
à l'Agence.
Le Gouvernement détermine les conditions minimales auxquelles doit satisfaire ce règlement, dans son contenu et dans sa forme.]1

Art. 538/5. [1 Op voorwaarde dat hij nog steeds voldoet aan de voorwaarden bepaald in artikel 538/4, § 1, keert een begunstigde die tijdelijk in een ziekenhuis is opgenomen om er de gepaste onderzoeken en behandelingen te ondergaan, in geval van een crisis of de noodzaak om behandelingen en klinische zorgen te ondergaan, aan het einde van de ziekenhuisopname terug naar het psychiatrisch verzorgingstehuis waar hij vóór deze ziekenhuisopname verbleef.]1
Art. 538/5. [1 Pour autant qu'il remplisse toujours les conditions prévues à l'article 538/4, § 1er, le bénéficiaire admis temporairement dans un hôpital afin d'y subir des examens et traitements appropriés, en cas de crise ou de nécessité de procéder à un traitement et à des soins cliniques, réintègre, à la fin de l'hospitalisation, la maison de soins psychiatriques dans laquelle il était hébergé avant cette hospitalisation.]1
Onderafdeling 3. [1 - Samenwerking met andere verzorgingsinstellingen inzake geestelijke gezondheid]1
Sous-section 3. [1 - Collaboration avec d'autres institutions de soins en santé mentale]1
Art. 538/6. [1 In het belang van de begunstigden sluit het psychiatrisch verzorgingstehuis een schriftelijke overeenkomst met ten minste één psychiatrisch ziekenhuis.
De Regering of haar afgevaardigde bepaalt de minimuminhoud en het model van de in lid 1 bedoelde overeenkomst.]1

Art. 538/6. [1 Dans l'intérêt des bénéficiaires, la maison de soins psychiatriques conclut une convention écrite avec au minimum un hôpital psychiatrique.
Le Gouvernement ou son délégué détermine le contenu minimal et le modèle de la convention visée à l'alinéa 1er.]1

Art. 538/7. [1 Het psychiatrisch verzorgingstehuis is lid van ten minste één overlegplatform inzake geestelijke gezondheidszorg.]1
Art. 538/7. [1 La maison de soins psychiatriques est membre au moins d'une plate-forme de concertation en santé mentale.]1
Onderafdeling 4. [1 - Personeel en omkadering]1
Sous-section 4. [1 - Personnel et encadrement ]1
Art. 538/8. [1 Het psychiatrisch verzorgingstehuis wordt apart beheerd van andere instellingen of diensten die onder dezelfde inrichtende macht vallen, zonder afbreuk te doen aan de samenwerking tussen deze instellingen of diensten.]1
Art. 538/8. [1 La maison de soins psychiatriques est gérée d'une manière distincte par rapport à d'autres institutions ou services relevant du même pouvoir organisateur, sans préjudice des collaborations entre ces institutions ou services.]1
Art. 538/9. [1 Het psychiatrisch verzorgingstehuis moet voldoende personeel hebben om de begunstigden te verzorgen.
De Regering of haar afgevaardigde stelt de vereiste titels en kwalificaties vast voor het personeel bedoeld in het eerste lid.]1

Art. 538/9. [1 La maison de soins psychiatriques doit disposer du personnel en nombre suffisant pour l'accompagnement des bénéficiaires.
Le Gouvernement ou son délégué précise les titres et qualifications requis pour le personnel visé à l'alinéa 1er.]1

Art. 538/10. [1 § 1. Elk personeelslid wordt aangeworven door de inrichtende macht:
hetzij als statutaire werknemer.
hetzij als werknemer met een arbeidsovereenkomst;
§ 2. In de gevallen en onder de voorwaarden die zij bepaalt, kan de Regering of haar afgevaardigde geheel of gedeeltelijk toestaan dat bepaalde functies in uitvoering van artikel 538/9, tweede lid, worden uitgeoefend door onafhankelijke dienstverleners die door een samenwerkingsovereenkomst aan de inrichtende macht zijn gebonden.
De in lid 1 bedoelde samenwerkingsovereenkomst wordt gesloten tussen de onafhankelijke dienstverlener en de inrichtende macht. Deze samenwerkingsovereenkomst bepaalt de voorwaarden voor deelname aan de activiteiten en de beheerkosten van het psychiatrisch verzorgingstehuis en het maximumbedrag van de erelonen.
De Regering of haar afgevaardigde bepaalt de minimuminhoud en de voorwaarden en modaliteiten van de samenwerkingsovereenkomst bedoeld in het eerste lid.]1

Art. 538/10. [1 § 1er. Chaque membre du personnel est engagé par le pouvoir organisateur :
soit en tant que travailleur statutaire;
soit en tant que travailleur salarié sous contrat de travail.
§ 2. Dans les cas et selon les conditions qu'il détermine, le Gouvernement ou son délégué peut autoriser, totalement ou partiellement, l'exercice de certains postes prévus en exécution de l'article 538/9, alinéa 2, par des prestataires indépendants liés au pouvoir organisateur par une convention de collaboration.
La convention de collaboration visée à l'alinéa 1er est conclue entre le prestataire indépendant et le pouvoir organisateur. Cette convention définit les conditions et les modalités de participation aux activités et aux frais de gestion de la maison de soins psychiatriques, et le montant maximum des honoraires.
Le Gouvernement ou son délégué précise le contenu minimum, les conditions et les modalités de la convention de collaboration visée à l'alinéa 1er. ]1

Art. 538/11. [1 De Regering bepaalt de normen die van toepassing zijn op de berekening van het minimumaantal personeelsleden dat wordt toegewezen aan het psychiatrisch verzorgingstehuis.]1
Art. 538/11. [1 Le Gouvernement détermine les normes applicables au calcul du nombre minimal de personnel affecté à la maison de soins psychiatrique.]1
Art. 538/12. [1 De inrichtende macht benoemt de geneesheer-psychiater die verantwoordelijk is voor de begeleiding van het multidisciplinaire team.
De Regering bepaalt de minimale kwalificaties die nodig zijn om deze begeleidingsfunctie te vervullen.
De Regering bepaalt de specifieke opdracht die aan de in lid 1 bedoelde geneesheer-psychiater worden toevertrouwd.]1

Art. 538/12. [1 Le pouvoir organisateur désigne le médecin psychiatre chargé de l'encadrement de l'équipe pluridisciplinaire.
Le Gouvernement détermine les qualifications minimales exigées pour exercer cette fonction d'encadrement.
Le Gouvernement détermine les tâches spécifiques qui doivent être confiées au médecin psychiatre visé à l'alinéa 1er. ]1

Art. 538/13. [1 Multidisciplinair overleg wordt georganiseerd binnen het multidisciplinaire team zoals vereist en, op zijn minst, met tussenpozen bepaald door de Regering.
De Regering bepaalt de inhoud en de modaliteiten voor het pluridisciplinair overleg.]1

Art. 538/13. [1 Une concertation pluridisciplinaire est organisée au sein de l'équipe pluridisciplinaire en fonction des besoins, et, au minimum, selon une périodicité déterminée par le Gouvernement.
Le Gouvernement détermine le contenu et les modalités de la concertation pluridisciplinaire. ]1

Art. 538/14. [1 Begunstigden moeten dag en nacht onder toezicht staan.
De Regering bepaalt de voorwaarden van dit toezicht en het minimumaantal mensen dat aan dit toezicht moet worden toegewezen.]1

Art. 538/14. [1 La surveillance des bénéficiaires doit être assurée de jour comme de nuit.
Le Gouvernement détermine les modalités de cette surveillance et le nombre minimal de personnes qui doivent y être affectées.]1

Art. 538/15. [1 De inrichtende macht van het psychiatrisch verzorgingstehuis respecteert de therapeutische vrijheid van de leden van het multidisciplinaire team. ]1
Art. 538/15. [1 Le pouvoir organisateur de la maison de soins psychiatriques respecte la liberté thérapeutique des membres de l'équipe pluridisciplinaire. ]1
Onderafdeling 5. [1 - Beroepsgeheim]1
Sous-section 5. [1 - Secret professionnel]1
Art. 538/16. [1 De leden van het multidisciplinaire team en de inrichtende macht zijn gebonden door het beroepsgeheim ten aanzien van alle informatie met betrekking tot de begunstigden waarvan zij kennis hebben of kunnen hebben.
Elke schending van het geheim wordt overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek gestraft.]1

Art. 538/16. [1 Les membres de l'équipe pluridisciplinaire et le pouvoir organisateur sont tenus au secret professionnel pour tous les éléments relatifs aux bénéficiaires dont ils ont ou pourraient avoir connaissance.
Toute infraction à l'obligation de secret professionnel est sanctionnée conformément à l'article 458 du Code pénal.]1

Onderafdeling 6. [1 - Bepalingen met betrekking tot gebouwen]1
Sous-section 6. [1 - Dispositions relatives au bâtiment]1
Art. 538/17. [1 Het psychiatrisch verzorgingstehuis heeft minimaal tien en maximaal zestig bedden.
Het psychiatrisch verzorgingstehuis kan afwijken van het in het eerste lid bedoelde maximumaantal bedden, wanneer het vóór 1 januari 2024 een erkenning heeft voor meer dan zestig bedden.
De Regering of haar afgevaardigde kan in het belang van de begunstigden andere afwijkingen van lid 1 toestaan dan die waarin lid 2 voorziet, met inachtneming van de beginselen van gelijkheid en non-discriminatie tussen psychiatrische verzorgingstehuizen.]1

Art. 538/17. [1 La maison de soins psychiatriques dispose d'un minimum de dix lits et d'un maximum de soixante lits.
La maison de soins psychiatriques peut déroger au nombre maximal de lits prévu à l'alinéa 1er lorsqu'elle dispose, avant le 1er janvier 2024, d'un agrément pour un nombre de lits supérieur à soixante.
Le Gouvernement ou son délégué peut, dans l'intérêt des bénéficiaires, autoriser des dérogations à l'alinéa 1er autres que celle prévue à l'alinéa 2, dans le respect des principes d'égalité et de non-discrimination entre maisons de soins psychiatriques. ]1

Art. 538/18. [1 Het psychiatrisch verzorgingstehuis ligt buiten de campus van een psychiatrisch ziekenhuis.
Het psychiatrisch verzorgingstehuis bevindt zich in de plaatselijke gemeenschap op een manier die het psychologisch welzijn van de bewoners garandeert.
Van het eerste en tweede lid wordt afgeweken indien het psychiatrisch verzorgingstehuis voor 1 januari 2024 is toegelaten zonder dat is voldaan aan de locatievoorwaarden, bedoeld in het eerste en tweede lid.
De Regering of haar afgevaardigde kan, in de gevallen die zij bepaalt en met inachtneming van de beginselen van gelijkheid en niet-discriminatie tussen psychiatrische verzorgingstehuizen, andere afwijkingen van de bepalingen van dit artikel toestaan, mits de afwijking het welzijn van de begunstigden niet schaadt.]1

Art. 538/18. [1 La maison de soins psychiatriques est implantée en dehors du campus d'un hôpital psychiatrique.
La maison de soins psychiatriques est implantée dans la communauté de vie locale, de manière telle qu'elle puisse assurer le bien-être psychique des bénéficiaires.
Une dérogation aux alinéas 1er et 2 est accordée lorsque la maison de soins psychiatriques a été agréée avant le 1er janvier 2024 sans remplir les conditions de localisation visées auxdits alinéas.
Le Gouvernement ou son délégué peut, dans les cas qu'il détermine et dans le respect des principes d'égalité et de non-discrimination entre maisons de soins psychiatriques, autoriser d'autres dérogations aux dispositions du présent article, pour autant que la dérogation ne porte pas atteinte au bien-être des bénéficiaires. ]1

Art. 538/19. [1 § 1. Elke kamer heeft een eenpersoonsbed.
In afwijking van het eerste lid mag een kamer twee bedden hebben als het psychiatrisch verzorgingstehuis voor 1 januari 2024 een erkenning heeft voor kamers met twee bedden. Het aantal tweepersoonskamers mag nooit meer zijn dan de helft van het totale aantal kamers.
De Regering of haar afgevaardigde kan in het belang van de begunstigden andere afwijkingen van lid 1 toestaan dan die waarin lid 2 voorziet, met inachtneming van de beginselen van gelijkheid en non-discriminatie tussen psychiatrische verzorgingstehuizen.
§ 2. De Regering bepaalt welke gemeenschappelijke ruimten een psychiatrisch verzorgingstehuis moet omvatten om het gemeenschapsleven te waarborgen en specificeert zo nodig de minimumkenmerken van deze gemeenschappelijke ruimten.
§ 3. Elke kamer en de gemeenschappelijke ruimten moeten voldoen aan de gezondheidsnormen van artikel 3 van het Waalse Wetboek voor Duurzaam Wonen en de uitvoeringsbesluiten ervan.
In afwijking van lid 1erkan de Regering specifieke normen vaststellen voor psychiatrische verzorgingstehuizen.
De Regering bepaalt de minimale oppervlaktes en volumes van kamers en gemeenschappelijke ruimtes.]1

Art. 538/19. [1 § 1er. Chaque chambre comprend un seul lit.
Par dérogation à l'alinéa 1er, une chambre peut comporter deux lits lorsque la maison de soins psychiatriques dispose, avant le 1er janvier 2024, d'un agrément autorisant des chambres à deux lits. Le nombre de chambres à deux lits ne peut jamais excéder la moitié du nombre total de chambres.
Le Gouvernement ou son délégué peut, dans l'intérêt des bénéficiaires, autoriser des dérogations à l'alinéa 1er autres que celle prévue à l'alinéa 2, dans le respect des principes d'égalité et de non-discrimination entre maisons de soins psychiatriques.
§ 2. Le Gouvernement détermine les espaces communs que doit comprendre une maison de soins psychiatriques afin d'assurer la vie en collectivité, et précise si nécessaire les caractéristiques minimales de ces espaces communs.
§ 3. Chaque chambre et les parties communes doivent respecter les normes de salubrité édictées par l'article 3 du Code wallon de l'habitation durable et ses arrêtés d'exécution.
Par dérogation à l'alinéa 1er, le Gouvernement peut arrêter des normes spécifiques applicables aux maisons de soins psychiatriques.
Le Gouvernement détermine les superficies et volumes minimaux des chambres et des parties communes. ]1

Art. 538/20. [1 De overheid bepaalt welke brandveiligheidsnormen van toepassing zijn op psychiatrische verzorgingstehuizen.]1
Art. 538/20. [1 Le Gouvernement détermine les normes de protection contre l'incendie applicables aux maisons de soins psychiatriques. ]1
Art. 538/21. [1 Het psychiatrisch verzorgingstehuis heeft een buitenruimte.
Een afwijking van lid 1 wordt toegestaan wanneer het psychiatrisch verzorgingstehuis vóór 1 januari 2024 is erkend zonder over een buitenruimte te beschikken.
De Regering of haar afgevaardigde kan in het belang van de begunstigden andere afwijkingen van lid 1 toestaan dan die waarin lid 2 voorziet, met inachtneming van de beginselen van gelijkheid en non-discriminatie tussen psychiatrische verzorgingstehuizen.]1

Art. 538/21. [1 La maison de soins psychiatriques dispose d'un espace extérieur.
Une dérogation à l'alinéa 1er est accordée lorsque la maison psychiatrique a été agréée avant le 1er janvier 2024 sans disposer d'un espace extérieur.
Le Gouvernement ou son délégué peut, dans l'intérêt des bénéficiaires, autoriser des dérogations à l'alinéa 1er autres que celle prévue à l'alinéa 2, dans le respect des principes d'égalité et de non-discrimination entre maisons de soins psychiatriques. ]1

Art. 538/22. [1 Het psychiatrisch verzorgingstehuis is toegankelijk en geschikt voor personen met beperkte mobiliteit.
De Regering of haar afgevaardigde kan, onder de voorwaarden die zij bepaalt, een afwijking van lid 1 toestaan.
De Regering neemt de nodige maatregelen voor de uitvoering van dit artikel.]1

Art. 538/22. [1 La maison de soins psychiatriques est accessible aux personnes à mobilité réduite.
Le Gouvernement ou son délégué peut, dans les conditions qu'il détermine, autoriser une dérogation à l'alinéa 1er.
Le Gouvernement adopte les mesures nécessaires à l'exécution du présent article.]1

Onderafdeling 7. [1 - Bepalingen met betrekking tot de leefomgeving]1
Sous-section 7. [1 - Dispositions relatives au cadre de vie]1
Art. 538/23. [1 § 1. Het psychiatrisch verzorgingstehuis garandeert dagelijks een sfeer die past bij een prettige leefomgeving.
Het psychiatrisch verzorgingstehuis is zo georganiseerd dat er een familiale sfeer heerst.
De kamers zijn ontworpen en ingericht met als doel een aangenaam verblijf te garanderen en de privacy van de begunstigden te respecteren.
De Regering neemt alle maatregelen die nodig of nuttig zijn voor de uitvoering van deze paragraaf.
§ 2. Het gemeenschapsleven binnen het psychiatrisch verzorgingstehuis wordt bepaald door een huishoudelijk reglement.
Het huishoudelijk reglement wordt bij opname door elke begunstigde ondertekend.
De Regering bepaalt de minimuminhoud van het huishoudelijk reglement en de eisen die ze al dan niet oplegt aan begunstigden.]1

Art. 538/23. [1 § 1er. La maison de soins psychiatriques garantit une atmosphère conforme à un cadre de vie agréable au quotidien.
La maison de soins psychiatriques s'organise de manière à assurer une atmosphère familiale.
Les chambres sont conçues et aménagées dans l'objectif de garantir au maximum un séjour agréable et le respect de l'intimité des bénéficiaires.
Le Gouvernement adopte les mesures nécessaires ou utiles à l'exécution du présent paragraphe.
§ 2. La vie communautaire au sein de la maison de soins psychiatriques est régie par un règlement d'ordre intérieur.
Le règlement d'ordre intérieur est signé par chaque bénéficiaire lors de son admission.
Le Gouvernement détermine le contenu minimal du règlement d'ordre intérieur, et les exigences qu'il peut ou ne peut pas imposer aux bénéficiaires. ]1

Art. 538/24. [1 De Regering bepaalt de regels die van toepassing zijn op de distributie en opslag van geneesmiddelen.]1
Art. 538/24. [1 Le Gouvernement détermine les règles applicables à la distribution et à la conservation des médicaments. ]1
Afdeling 3. [1 - Individueel dossier]1
Section 3. [1 - Dossier individuel]1
Art. 538/25. [1 § 1. Voor elke begunstigde wordt een individueel dossier aangelegd met de in lid 2 bedoelde medische, sociale en administratieve gegevens die noodzakelijk, passend en relevant zijn voor de behandeling van het geestelijke gezondheidsprobleem waarvoor de begunstigde psychiatrische zorg wenst, met inbegrip van de continuïteit van de zorg, met inachtneming van de ethische regels en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Het individuele dossier is een voorwaarde voor de zorgverlening aan de begunstigde; als de begunstigde weigert toestemming te geven voor het bijhouden van zijn individuele dossier, wordt zijn zorg onmiddellijk beëindigd. De begunstigde ondertekent een document dat toestemming geeft voor het bijhouden van het individuele dossier en de uitwisseling van gegevens tussen de leden van het multidisciplinaire team.
Het individuele dossier van de begunstigde bevat alleen de volgende gegevens:
de identificatie van de inwoner aan de hand van zijn sociaal zekerheidsnummer (INSZ), naam, geslacht, geboortedatum, adres, telefoonnummers ene-mailadressen en, indien van toepassing, de gegevens van zijn vertegenwoordiger;
de identificatie van de huisarts van de begunstigde en, in voorkomend geval, van de geneesheer-specialist of andere beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg die door de begunstigde is aangewezen;
de persoonlijke identificatie van de leden van het multidisciplinaire team die betrokken zijn bij de opname van de begunstigde;
de identificatie van de leden van het net, waaronder het lid dat verantwoordelijk is voor de doorverwijzing naar het psychiatrisch verzorgingstehuis;
de reden van de opname of het probleem op het ogenblik van de opname;
de persoonlijke en familiale voorgeschiedenis van de begunstigde;
de resultaten van onderzoeken zoals klinische, radiologische, biologische, functionele en histo-pathologische onderzoeken die nuttig zijn voor de behandeling van de begunstigde;
aantekeningen van gesprekken met de begunstigde, andere beroepsbeoefenaars uit de gezondheidssector of derden, die relevant zijn voor de zorg voor de begunstigde;
de van de begunstigde of van derden ontvangen attesten, verslagen of adviezen;
10° de gezondheidsdoelstellingen en de verklaringen van de uitdrukking van de wil van van de begunstigde;
11° de laatste diagnose gesteld door de betrokken gezondheidswerker;
12° de identificatie van de begunstigde zoals bedoeld in artikel 12 van de wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg;
13° een chronologisch overzicht van de verstrekte geneeskundige verzorging en diensten, met vermelding van de aard ervan, de datum en de identiteit van het betrokken lid van het multidisciplinair team;
14° de evolutie van de pathologie;
15° de doorverwijzingen naar andere zorgverleners, diensten of derden;
16° medicijnen, met het medicatieschema, inclusief medicijnen voor andere aandoeningen;
17° complicaties of co-morbiditeiten die verdere behandeling vereisen;
18° een vermelding dat met toepassing van de artikelen 7, § 2, en 8, § 3, informatie is meegedeeld aan een vertrouwenspersoon of aan de begunstigde in aanwezigheid van een vertrouwenspersoon, en de identiteit van deze vertrouwenspersoon;
19° het uitdrukkelijk verzoek van de begunstigde om geen informatie te verstrekken overeenkomstig de artikelen 7, § 3, en 8, § 3, van de voornoemde wet van 22 augustus 2002;
20° de redenen voor het niet meedelen van informatie aan de begunstigde overeenkomstig artikel 7, § 4, van de voornoemde wet van 22 augustus 2002;
21° het verzoek van de begunstigde overeenkomstig paragraaf 3 om te worden bijgestaan door een door hem aangewezen vertrouwenspersoon of om zijn raadplegingsrecht via die persoon uit te oefenen, en de identiteit van die vertrouwenspersoon;
22° de redenen voor de volledige of gedeeltelijke afwijzing van een verzoek van een vertegenwoordiger van de begunstigde om het dossier van de begunstigde te raadplegen of er een afschrift van te krijgen overeenkomstig artikel 15, § 1, van de voornoemde wet van 22 augustus 2002;
23° de redenen voor het niet meedelen van informatie aan de begunstigde overeenkomstig artikel 15, § 2, van de voornoemde wet van 22 augustus 2002;
24° het tarief dat wordt toegepast op de begunstigde;
25° het inlichtingenblad voor het verzamelen van socio-epidemiologische gegevens bedoeld in artikel 538/32.
Onverminderd andere wettelijke bepalingen worden individuele dossiers door het psychiatrisch verzorgingstehuis bewaard gedurende minimaal dertig jaar en maximaal vijftig jaar na het laatste contact met de begunstigde dat in het individuele dossier is opgenomen, onder verantwoordelijkheid van de administratief directeur.
Het psychiatrisch verzorgingstehuis is verantwoordelijk voor de behandeling.
§ 2. De begunstigde heeft recht op een zorgvuldig bijgehouden individueel dossier van het lid van het psychiatrisch verzorgingsteam, dat bewaard wordt in overeenstemming met de toepasselijke veiligheidsregels.
Op verzoek van de begunstigde voegt het team van het psychiatrisch verzorgingstehuis door de begunstigde verstrekte documenten toe aan het hem betreffende dossier.
§ 3. § 2. De begunstigde heeft recht op inzage in het hem betreffend dossier. De Regering bepaalt de modaliteiten van de aanvraag.
Aan het verzoek van de begunstigde tot inzage in het hem betreffende dossier wordt onverwijld en ten laatste binnen 15 dagen na ontvangst ervan gevolg gegeven.
De persoonlijke notities van een teamlid van het psychiatrisch verzorgingstehuis en gegevens die betrekking hebben op derden zijn van het recht op inzage uitgesloten.
Op zijn verzoek kan de begunstigde zich laten bijstaan door of zijn inzagerecht uitoefenen via een door hem aangewezen vertrouwenspersoon. Indien deze laatste een teamlid van het psychiatrisch verzorgingstehuis of van een ander psychiatrisch verzorgingstehuis is, heeft hij ook inzage in de in het derde lid bedoelde persoonlijke notities. In voorkomend geval wordt het verzoek van de begunstigde schriftelijk ingediend en wordt het verzoek, samen met de identiteit van de vertrouwenspersoon, geregistreerd of toegevoegd aan het dossier van de begunstigde.
Indien het dossier van de begunstigde een schriftelijke motivering bevat zoals bedoeld in artikel 7, § 4, tweede lid, van de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt die nog steeds van toepassing is, oefent de begunstigde zijn inzagerecht van het dossier uit via een door hem aangewezen teamlid van het psychiatrisch verzorgingstehuis of van een ander door hem aangewezen psychiatrisch verzorgingstehuis, die ook inzage heeft in de in het derde lid, bedoelde persoonlijke notities.
De in lid 5 bedoelde situatie waarin de begunstigde zijn recht op inzage van zijn persoonlijk dossier uitsluitend kan uitoefenen door tussenkomst van een teamlid van het psychiatrisch verzorgingstehuis of een andere door hem aangewezen psychiatrisch verzorgingstehuis wanneer zijn dossier een schriftelijke motivering bevat als bedoeld in artikel 7, § 4, lid 2. van de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt, die nog steeds van toepassing is, voldoet aan artikel 23 van Verordening (EU) nr. 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).
§ 4. De begunstigde heeft recht op een afschrift van het geheel of een gedeelte van het hem betreffend patiëntendossier. Ieder afschrift vermeldt dat het strikt persoonlijk en vertrouwelijk is.
Het teamlid van het psychiatrisch verzorgingstehuis weigert dit afschrift indien hij over duidelijke aanwijzingen beschikt dat de begunstigde onder druk wordt gezet om een afschrift van zijn dossier aan derden mee te delen.
§ 5. Na het overlijden van de begunstigde hebben de echtgenoot, de wettelijk samenwonende partner, de partner en de bloedverwanten tot en met de tweede graad van de begunstigde, via een door de verzoeker aangewezen teamlid van het psychiatrisch verzorgingstehuis, het in § 3 bedoelde recht op inzage voorzover hun verzoek voldoende gemotiveerd en gespecifieerd is en de begunstigde zich hiertegen niet uitdrukkelijk heeft verzet.]1

Art. 538/25. [1 § 1er. Pour chaque bénéficiaire, il est constitué un dossier individuel contenant les données médicales, sociales et administratives, visées à l'alinéa 2, nécessaires, adéquates et pertinentes pour la prise en charge afin de traiter la problématique de santé mentale pour laquelle le bénéficiaire sollicite la maison de soins psychiatriques, en ce comprise la continuité des soins, dans le respect des règles déontologiques et de protection de la vie privée. Le dossier individuel est une condition de la prise en charge du bénéficiaire; le refus de consentement du bénéficiaire quant à la tenue de son dossier individuel met immédiatement fin à sa prise en charge. Le bénéficiaire signe un document par lequel il autorise la tenue du dossier individuel et l'échange de données entre les membres de l'équipe pluridisciplinaire.
Le dossier individuel du bénéficiaire comprend exclusivement les données suivantes :
l'identification du bénéficiaire par son numéro d'identification à la sécurité sociale (NISS), son nom, son prénom, son sexe, sa date de naissance, son adresse, ses numéros de téléphone et ses adresses électroniques, et, le cas échéant, les coordonnées de son représentant;
l'identification du médecin généraliste du bénéficiaire, et, le cas échéant, du médecin spécialiste ou autre professionnel de santé désigné par le bénéficiaire;
l'identification personnelle des membres de l'équipe pluridisciplinaire qui interviennent dans la prise en charge du bénéficiaire;
l'identification des membres du réseau dont celui qui est à l'origine de l'orientation vers la maison de soins psychiatriques;
le motif de la prise en charge ou la problématique au moment de la prise en charge;
les antécédents personnels et familiaux du bénéficiaire;
les résultats d'examens tels que des examens cliniques, radiologiques, biologiques, fonctionnels et histo-pathologiques utiles à la prise en charge du bénéficiaire;
les notes des entretiens avec le bénéficiaire, d'autres professionnels des soins de santé ou des tiers, pertinentes dans le cadre de la prise en charge du bénéficiaire;
les attestations, rapports ou avis reçus du bénéficiaire ou de tiers;
10° les objectifs de santé et les déclarations d'expression de la volonté reçues du bénéficiaire;
11° le dernier diagnostic établi par le professionnel des soins de santé concerné;
12° la caractérisation du bénéficiaire telle que visée à l'article 12 de la loi du 22 avril 2019 relative à la qualité de la pratique des soins de santé;
13° l'aperçu chronologique des soins de santé et prestations dispensés avec indication de leur nature, de la date et de l'identité du membre de l'équipe pluridisciplinaire concerné;
14° l'évolution de la pathologie;
15° les renvois vers d'autres professionnels des soins de santé, services ou tiers;
16° les médicaments, avec le schéma de médication, y compris les médicaments pris pour d'autres pathologies;
17° les complications ou comorbidités qui nécessitent un traitement complémentaire;
18° la mention qu'en application des articles 7, § 2, et 8, § 3, de la loi du 22 août 2002 relative aux droits du patient, des informations ont été communiquées, avec l'accord du bénéficiaire, à une personne de confiance ou au bénéficiaire en présence d'une personne de confiance et l'identité de cette personne de confiance;
19° la demande expresse du bénéficiaire de ne pas lui fournir d'informations en application des articles 7, § 3, et 8, § 3, de la loi précitée du 22 août 2002;
20° la motivation du fait de ne pas divulguer des informations au bénéficiaire en application de l'article 7, § 4, de la loi précitée du 22 août 2002;
21° la demande du bénéficiaire en application du paragraphe 3 de se faire assister par une personne de confiance désignée par lui ou d'exercer son droit de consultation par l'entremise de celle-ci ainsi que l'identité de cette personne de confiance;
22° la motivation du rejet total ou partiel de la demande d'un représentant du bénéficiaire visant à obtenir la consultation ou une copie du dossier de bénéficiaire en application de l'article 15, § 1er, de la loi précitée du 22 août 2002;
23° la motivation de la dérogation à la décision prise par un représentant du bénéficiaire en application de l'article 15, § 2, de la loi précitée du 22 août 2002;
24° le tarif appliqué au bénéficiaire;
25° la fiche de renseignement destinée au recueil des données socioépidémiologiques visé à l'article 538/32.
Sans préjudice d'autres dispositions légales, les dossiers individuels sont conservés par la maison de soins psychiatriques au minimum trente ans et maximum cinquante ans après le dernier contact avec le bénéficiaire concerné repris dans le dossier individuel, sous la responsabilité du directeur administratif.
La maison de soins psychiatriques est responsable du traitement.
§ 2. Le bénéficiaire a droit, de la part du membre de l'équipe de la maison de soins psychiatriques, à un dossier individuel soigneusement tenu à jour et conservé selon des règles de sécurité appropriées.
A la demande du bénéficiaire, le membre de l'équipe de la maison de soins psychiatriques ajoute les documents fournis par le bénéficiaire dans le dossier le concernant.
§ 3. Le bénéficiaire a droit à la consultation du dossier le concernant. Le Gouvernement détermine les modalités de la demande de consultation.
Il est donné suite dans les meilleurs délais et au plus tard dans les quinze jours de sa réception, à la demande du bénéficiaire visant à consulter le dossier le concernant.
Les annotations personnelles d'un membre de l'équipe de la maison de soins psychiatriques et les données concernant des tiers n'entrent pas dans le cadre de ce droit de consultation.
A sa demande, le bénéficiaire peut se faire assister par une personne de confiance désignée par lui ou exercer son droit de consultation par l'entremise de celle-ci. Si cette personne est un membre de l'équipe de la maison de soins psychiatriques ou d'une autre maison de soins psychiatriques, elle consulte également les annotations personnelles visées à l'alinéa 3. Le cas échéant, la demande du bénéficiaire est formulée par écrit et la demande, ainsi que l'identité de la personne de confiance, sont consignées ou ajoutées au dossier du bénéficiaire.
Si le dossier du bénéficiaire contient une motivation écrite telle que visée à l'article 7, § 4, alinéa 2, de la loi du 22 août 2002 sur les droits du patient, qui est encore pertinente, le bénéficiaire exerce son droit de consultation du dossier par l'intermédiaire d'un membre de l'équipe de la maison de soins psychiatriques ou d'une autre maison de soins psychiatriques désigné par lui, lequel membre consulte également les annotations personnelles visées à l'alinéa 3.
La situation visée à l'alinéa 5 dans laquelle le bénéficiaire peut exercer son droit de consultation de son dossier individuel uniquement en passant par l'intermédiaire d'un membre de l'équipe de la maison de soins psychiatriques ou d'une autre maison de soins psychiatriques désigné par lui lorsque son dossier contient une motivation écrite telle que visée à l'article 7, § 4, alinéa 2, de la loi du 22 août 2002 sur les droits du patient, qui est toujours d'application, est en conformité avec l'article 23 du Règlement (UE) n° 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données).
§ 4. Le bénéficiaire a le droit d'obtenir une copie du dossier le concernant ou d'une partie de celui-ci. Sur chaque copie, il est précisé que celle-ci est strictement personnelle et confidentielle.
Le membre de l'équipe de la maison de soins psychiatriques refuse de donner cette copie s'il dispose d'indications claires selon lesquelles le bénéficiaire subit des pressions afin de communiquer une copie de son dossier à des tiers.
§ 5. Après le décès du bénéficiaire, l'époux, le partenaire cohabitant légal, le partenaire et les parents jusqu'au deuxième degré inclus ont, par l'intermédiaire du membre de l'équipe de la maison de soins psychiatriques désigné par le demandeur, le droit de consultation visé au paragraphe 3 pour autant que leur demande soit suffisamment motivée et spécifiée et que le bénéficiaire ne s'y soit pas opposé expressément.]1

Art. 538/26. [1 Voor het in artikel 538/25 bedoelde individuele dossier en voor alle persoonsgegevens waarvan het psychiatrisch verzorgingstehuis kennis heeft, voldoet het aan Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), alsook aan alle andere bindende bepalingen inzake gegevensbescherming.
Het psychiatrisch verzorgingstehuis stelt een protocol inzake de bescherming van persoonsgegevens op, waarin wordt uiteengezet hoe hij de in lid 1 bedoelde bepalingen naleeft.
Het psychiatrisch verzorgingstehuis deelt het in lid 2 bedoelde protocol mee aan iedere begunstigde.
Elke wijziging van het in lid 2 bedoelde protocol wordt meegedeeld aan de begunstigden.]1

Art. 538/26. [1 Pour le dossier individuel visé à l'article 538/25, ainsi que pour toutes les données personnelles dont elle a connaissance, la maison de soins psychiatriques se conforme au Règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données), ainsi qu'à toutes autres dispositions contraignantes relatives à la protection des données.
La maison de soins psychiatriques élabore un protocole de protection des données personnelles indiquant la manière dont elle se conforme aux dispositions visées à l'alinéa 1er.
La maison de soins psychiatriques communique le protocole visé à l'alinéa 2 à tout bénéficiaire.
Toute modification du protocole visé à l'alinéa 2 est communiquée aux bénéficiaires. ]1

Afdeling 4. [1 - Specifieke rechten van de begunstigde]1
Section 4. [1 - Droits spécifiques du bénéficiaire]1
Art. 538/27. [1 De begunstigde heeft te allen tijde recht op duidelijke schriftelijke informatie over :
de werking van het psychiatrisch verzorgingstehuis en de verschillende functies die het vervult;
de multidisciplinaire aard van het psychiatrisch verzorgingstehuis en de gevolgen daarvan voor het delen van informatie tussen beroepsbeoefenaars;
de zorgmethoden die het psychiatrisch verzorgingstehuis toepast;
de kosten van de dienstverleningen en de voorwaarden waaronder hij een vermindering van het tarief of gratis kan krijgen;
zijn rechten, met inbegrip van het recht om zich te verzetten tegen de uitwisseling van alle of een deel van de informatie die hij meedeelt.
Zonder afbreuk te doen aan zijn geïnformeerde toestemming, wordt begunstigde verondersteld de multidisciplinaire aard van de dienst te aanvaarden.
De Regering of haar afgevaardigde kan de vorm en de inhoud van de in het eerste lid bedoelde informatie nader bepalen.]1

Art. 538/27. [1 Le bénéficiaire a, à tout moment, le droit de recevoir par écrit une information claire sur :
le fonctionnement de la maison de soins psychiatriques et les différentes fonctions présentes dans celle-ci;
le caractère pluridisciplinaire de la maison de soins psychiatriques et ses implications sur le partage d'informations entre professionnels;
les modalités de soins mises en oeuvre par la maison de soins psychiatriques;
le coût des prestations et les conditions dans lesquelles il peut obtenir une diminution ou la gratuité du tarif;
ses droits, en ce compris son droit à s'opposer à l'échange des informations qu'il communique, en tout ou en partie.
Sans préjudice de son consentement éclairé, le bénéficiaire est présumé accepter le caractère pluridisciplinaire du service.
Le Gouvernement ou son délégué précise les modalités et le contenu minimal de l'information visée à l'alinéa 1er. ]1

Art. 538/28. [1 § 1. Het psychiatrisch verzorgingstehuis is verplicht om de continuïteit van de zorgen te garanderen voor de begunstigde voor wie het zorgt.
Het psychiatrisch verzorgingstehuis evalueert regelmatig de voortgang van het therapeutisch proces met de begunstigde of zijn vertegenwoordiger, in overeenstemming met het tijdsbestek en de zorgen van de begunstigde.
De modaliteiten van de beoordeling zijn vastgelegd in het dienstproject.
§ 2. Wanneer de begunstigde in het ziekenhuis wordt opgenomen, bezorgt het psychiatrisch verzorgingstehuis het betrokken ziekenhuis een verbindingsformulier om de continuïteit van de zorg te garanderen. Het verbindingsformulier wordt systematisch bijgewerkt.
De Regering bepaalt de vorm en de inhoud van het verbindingsformulier.]1

Art. 538/28. [1 § 1er. La maison de soins psychiatriques est tenue d'assurer la continuité des soins du bénéficiaire qu'elle prend en charge.
La maison de soins psychiatriques évalue régulièrement avec le bénéficiaire ou son représentant l'avancement du processus thérapeutique en phase avec la temporalité et les préoccupations de celui-ci.
Les modalités de l'évaluation sont définies dans le projet de service.
§ 2. Lorsque le bénéficiaire est hospitalisé, la maison de soins psychiatriques fournit, à destination de l'hôpital concerné, une fiche de liaison afin d'assurer la continuité des soins. La fiche de liaison est mise à jour systématiquement.
Le Gouvernement définit le contenu de la fiche de liaison. ]1

Art. 538/29. [1 Onverminderd de bepalingen van de federale wetgever ten gunste van de beschermde personen, mag de begunstigde in geen geval, noch bij zijn opname, noch daarna, het beheer van zijn geld of goederen of de bewaring ervan toevertrouwen aan het psychiatrisch verzorgingstehuis, haar bewindvoerder of haar personeelsleden.]1
Art. 538/29. [1 Sans préjudice des dispositions prévues par le législateur fédéral en faveur des personnes protégées, le bénéficiaire ne peut en aucun cas, soit à l'admission, soit ultérieurement, confier la gestion de son argent ou de ses biens ou leur garde à la maison de soins psychiatriques, à un administrateur de celle-ci, ou à un membre du personnel de celle-ci. ]1
Afdeling 5. [1 - Financiële bepalingen]1
Section 5. [1 - Dispositions financières]1
Art. 538/30. [1 § 1. Binnen de Commissie "Geestelijke Gezondheid" bedoeld in artikel 14 onderhandelen de leden over één overeenkomst voor alle psychiatrische verzorgingstehuizen, waarin de financiële en administratieve relaties tussen de psychiatrische verzorgingstehuizen en de begunstigden enerzijds en de verzekeraars anderzijds worden vastgelegd.
De in lid 1 bedoelde overeenkomst wordt aan alle psychiatrische verzorgingstehuizen voorgesteld.
Psychiatrische verzorgingstehuizen moeten zich houden aan de overeenkomst waarnaar wordt verwezen in lid 1er om hun erkenning te verkrijgen of te behouden.
De Regering neemt alle maatregelen die nodig of nuttig zijn voor de uitvoering van deze paragraaf.
§ 2. Onverminderd paragraaf 1 en binnen de grenzen van de beschikbare kredieten kan de Regering aanvullende financiering toekennen ter dekking van personeels-, exploitatie- of investeringskosten.
De Regering bepaalt de procedure en de modaliteiten voor de financiering bedoeld in het eerste lid.
§ 3. De Regering bepaalt het minimuminkomen waarover de begunstigde vrij moet kunnen beschikken.]1

Art. 538/30. [1 § 1er. Au sein de la Commission " Santé mentale " visée à l'article 14, les membres négocient une convention unique, pour toutes les maisons de soins psychiatriques, définissant les rapports financiers et administratifs entre, d'une part, les maisons de soins psychiatriques et les bénéficiaires, et d'autre part, les organismes assureurs.
La convention visée à l'alinéa 1er est proposée à l'ensemble des maisons de soins psychiatriques.
Les maisons de soins psychiatriques doivent adhérer à la convention visée à l'alinéa 1er pour obtenir ou conserver leur agrément.
Le Gouvernement adopte toutes mesures nécessaires ou utiles à la mise en oeuvre du présent paragraphe.
§ 2. Sans préjudice du paragraphe 1er, et dans la limite des crédits disponibles, le Gouvernement peut accorder un financement complémentaire destiné à couvrir des frais de personnel, de fonctionnement ou d'investissement.
Le Gouvernement détermine le montant et les modalités du financement visé à l'alinéa 1er.
§ 3. Le Gouvernement détermine le montant minimal de revenu qui doit être laissé à la libre disposition du bénéficiaire.]1

Art. 538/31. [1 Onverminderd de boekhoudkundige verplichtingen opgelegd door het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen en de uitvoeringsbesluiten ervan, voert het psychiatrisch verzorgingstehuis voor elk boekjaar een dubbele boekhouding en stelt het een jaarlijkse balans en winst- en verliesrekening op volgens het model bepaald door de Regering.]1
Art. 538/31. [1 Sans préjudice des obligations comptables imposées par le Code des sociétés et des associations, et par ses arrêtés d'exécution, la maison de soins psychiatriques tient une comptabilité en partie double par année budgétaire et fournit annuellement un bilan et un compte de résultats selon le modèle déterminé par le Gouvernement.]1
Afdeling 6. [1 - Sociaal-sanitaire gegevens]1
Section 6. [1 - Données socio-sanitaires]1
Art. 538/32. [1 § 1. Het psychiatrisch verzorgingstehuis verzamelt socio-epidemiologische gegevens over de begunstigden. Deze gegevens worden verzameld aan het begin van de opname van de begunstigde.
Deze gegevens worden verzameld voor de volgende doeleinden:
voor het psychiatrisch verzorgingstehuis, om het profiel van de begunstigden die het verzorgt vast te stellen en op basis van deze gegevens het dienstproject te sturen;
voor het Agentschap, input leveren voor onderzoek en analyse op het niveau van het Franse taalgebied, onder meer voor de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van het strategisch plan voor geestelijke gezondheid.
§ 2. De socio-epidemiologische gegevens die het psychiatrisch verzorgingstehuis verzamelde voor elke begunstigde zijn als volgt:
de leeftijd;
geslacht;
de burgerlijke stand;
de nationaliteit;
de moedertaal;
de leefplaats.
het schoolbezoek;
de beroepscategorie;
de hoofdzakelijke inkomensbron;
10° de postcode;
11° als de begunstigde minderjarig is, het aantal kinderen die op de wettelijke woonplaats van de begunstigde wonen;
12° het type verblijfplaats voorafgaand aan het psychiatrisch verzorgingstehuis
13° de aard en de oorsprong van het initiatief;
14° de vroegere opnames;
15° de bij de opname voorgestelde redenen;
16° de belangrijkste pathologie die bij de opname werd vastgesteld;
17° het netwerk dat rond de begunstigde werd gemobiliseerd.
Deze gegevens maken het mogelijk om ten minste het volgende te identificeren:
de sociologische en mentale gezondheidskenmerken van de populatie die in het psychiatrisch verzorgingstehuis terechtkomt;
de bereikbaarheidsomtrek van het psychiatrisch verzorgingstehuis; 3° de trajecten die de begunstigden volgen in het hulp- en zorgnetwerk.
De gegevens worden eenmaal per jaar veilig naar het Agentschap gestuurd. De Regering of haar afgevaardigde bepaalt de nadere regels voor die overmaking.
Het is aan het psychiatrische verzorgingstehuis om de gegevens te anonimiseren voordat ze naar het Agentschap worden gestuurd.
Het psychiatrisch verzorgingstehuis bewaart de in het eerste lid bedoelde sociaal-epidemiologische gegevens in het individuele dossier, bedoeld in artikel 538/25, zolang dit dossier wordt bewaard.
§ 3. De overeenkomstig paragraaf 2 ingediende sociaal-epidemiologische gegevens worden geanalyseerd door het Agentschap of door een door het Agentschap aangewezen externe dienstverlener.
Elk jaar voorziet het Agentschap de psychiatrische verzorgingstehuizen van geaggregeerde gegevens en, indien beschikbaar, analyses op basis van deze gegevens.
Deze gegevens worden ook verstrekt aan het sturingscomité van het strategisch plan voor geestelijke gezondheid.
De Regering of haar afgevaardigde bepaalt de modaliteiten voor de bekendmaking van deze analyses.]1

Art. 538/32. [1 § 1er. La maison de soins psychiatriques recueille des données socio-épidémiologiques concernant les bénéficiaires. Ces données sont récoltées au début de la prise en charge du bénéficiaire.
Cette collecte a pour finalités :
pour la maison de soins psychiatrique, d'établir le profil des bénéficiaires qu'elle prend en charge et, sur la base de ces données, d'orienter le projet de service;
pour l'Agence, d'alimenter la recherche et l'analyse au niveau du territoire de la région de langue française, en ce compris pour l'élaboration, la mise en oeuvre et l'évaluation du plan stratégique pour la santé mentale.
§ 2. Les données socio-épidémiologiques recueillies par la maison de soins psychiatriques sont, pour chaque bénéficiaire, les suivantes :
l'âge;
le genre;
l'état civil;
la nationalité;
la langue maternelle;
le lieu de vie;
la scolarité;
la catégorie professionnelle;
la source principale de revenus;
10° le code postal;
11° si le bénéficiaire est mineur, le nombre d'enfants habitant au domicile légal du bénéficiaire;
12° le type de lieu de résidence antérieur à la maison de soins psychiatriques;
13° la nature et l'origine de la démarche;
14° les prises en charge antérieures;
15° les motifs présentés lors de l'admission;
16° la pathologie principalement identifiée lors de l'admission;
17° le réseau mobilisé autour du bénéficiaire.
Ces données permettent d'identifier au moins :
les caractéristiques sociologiques et de santé mentale de la population qui entre dans la maison de soins psychiatriques;
le périmètre d'accessibilité de la maison de soins psychiatriques; 3° les parcours des bénéficiaires dans le réseau d'aide et de soins.
Les données sont communiquées de façon sécurisée une fois par an à l'Agence. Le Gouvernement ou son délégué détermine les modalités de cet envoi.
Il appartient à la maison de soins psychiatriques de rendre les données anonymes avant l'envoi à l'Agence.
La maison de soins psychiatriques conserve les données socioépidémiologiques visées à l'alinéa 1er dans le dossier individuel visé à l'article 538/25, pendant toute la durée de conservation de celui-ci.
§ 3. Les données socio-épidémiologiques transmises conformément au paragraphe 2 sont analysées par l'Agence ou par un prestataire externes désigné par l'Agence.
Chaque année, l'Agence communique aux maisons de soins psychiatriques les données globalisées et, lorsqu'elles sont effectuées, les analyses réalisées avec ces données.
Ces données sont également fournies au comité de pilotage du plan stratégique pour la santé mentale.
Le Gouvernement ou son délégué détermine les modalités de la publicité des analyses.]1

Afdeling 7. [1 - Programmering en erkenning]1
Section 7. [1 - Programmation et agrément]1
Art. 538/33. [1 De Regering of haar afgevaardigde stelt met door haar te bepalen tussenpozen een programma op voor het aantal psychiatrische verzorgingstehuizen en het aantal bedden dat daaraan wordt toegewezen.
De Regering of haar afgevaardigde zal in haar programmering toezien op een harmonieuze spreiding van de psychiatrische verzorgingstehuizen over het Franse taalgebied.]1

Art. 538/33. [1 Le Gouvernement ou son délégué établit, selon une périodicité qu'il détermine, la programmation du nombre de maisons de soins psychiatriques et du nombre de lits qui leurs sont attribués.
Dans sa programmation, le Gouvernement ou son délégué veille à une répartition harmonieuse des maisons de soins psychiatriques sur le territoire de la Région de langue française.]1

Art. 538/34. [1 Om erkenning te krijgen, moet het psychiatrisch verzorgingstehuis :
beschikken over een rechtspersoonlijkheid:
a) hetzij als vereniging zonder winstoogmerk;
b) hetzij als een internationale vereniging zonder winstoogmerk;
c) hetzij als stichting;
d) hetzij als een publiekrechtelijke rechtspersoon;
e) hetzij als een vereniging met rechtspersoonlijkheid waarin de overheid een meerderheidsdeelneming heeft, met uitzondering van verenigingen in de vorm van een vennootschap;
zich ertoe verbinden uitsluitend de opdrachten bedoeld in artikel 538/2 te vervullen;
een initieel dienstproject opstellen, overeenkomstig artikel 538/3;
zich ertoe verbinden om overeenkomstig artikel 538/3 om de vijf jaar een nieuw dienstproject op te stellen;
zich ertoe verbinden zijn actieplan uit te voeren;
zich ertoe verbinden een of meer overeenkomsten als bedoeld in artikel 538/6 te sluiten;
zich ertoe verbinden lid te zijn van ten minste één overlegplatform inzake geestelijke gezondheid;
zich ertoe verbinden te beschikken over een multidisciplinair team dat voldoet aan de bepalingen die de Regering heeft vastgesteld krachtens de artikelen 538/9 tot 538/12;
zich ertoe verbinden uitsluitend de opdrachten bedoeld in artikel 538/13 te vervullen;
10° zich ertoe verbinden dag- en nachtbewaking te voorzien als bedoeld in artikel 538/14;
11° over een gebouw beschikken dat voldoet aan de artikelen 538/17 tot 538/22, of een vrijstelling aanvragen zoals bepaald in deze artikelen;
12° zich ertoe verbinden te voldoen aan de eisen van de artikelen 538/23 en 538/24;
13° zich ertoe verbinden voor elke begunstigde het individuele dossier bedoeld in artikel 538/25 bij te houden;
14° een protocol voor de bescherming van persoonsgegevens opstellen als bedoeld in artikel 538/26, tweede lid;
15° zich ertoe verbinden de rechten van de begunstigde, zoals bepaald in de artikelen 538/27 tot 538/29, na te leven;
16° zich ertoe verbinden geen hogere verblijfkosten aan te rekenen dan die welke overeenkomstig artikel 538/30 zijn vastgesteld;
17° zich ertoe verbinden de socio-epidemiologische gegevens bedoeld in artikel 538/32 te verzamelen en mee te delen;
18° deel uitmaken van het programma dat de Regering of haar afgevaardigde overeenkomstig artikel 538/33 heeft opgesteld;
19° zich ertoe verbinden de deontologische regels die de Regering vastlegt, in acht te nemen.
De verbintenissen bedoeld in lid 1, 6° tot 8°, moeten binnen de zes maanden na toekenning van de erkenning concreet worden gemaakt.
De Regering kan de in dit artikel genoemde erkenningsvoorwaarden specificeren en zo nodig voorzien in een of meer aanvullende erkenningsvoorwaarden. ]1

Art. 538/34. [1 Pour obtenir l'agrément, la maison de soins psychiatriques :
dispose de la personnalité juridique :
a) soit en tant qu'association sans but lucratif;
b) soit en tant qu'association internationale sans but lucratif;
c) soit en tant que fondation;
d) soit en tant que personne morale de droit public;
e) soit en tant qu'association dotée de la personnalité juridique détenue majoritairement par des pouvoirs publics, à l'exception des associations ayant revêtu la forme d'une société;
s'engage à exercer la mission définie à l'article 538/2;
élabore un premier projet de service, dans le respect de l'article 538/3;
s'engage à élaborer un nouveau projet de service tous les cinq ans, dans le respect de l'article 538/3;
s'engage à mettre en oeuvre son projet de service;
s'engage à conclure une ou plusieurs conventions visées à l'article 538/6;
s'engage à être membre au moins d'une plate-forme de concertation en santé mentale;
s'engage à disposer d'une équipe pluridisciplinaire conforme aux dispositions arrêtées par le Gouvernement en exécution des articles 538/9 à 538/12;
s'engage à organiser la concertation pluridisciplinaire visée à l'article 538/13;
10° s'engage à assurer la surveillance de jour comme de nuit telle que visée à l'article 538/14;
11° dispose d'un bâtiment conforme aux articles 538/17 à 538/22, ou demande une dérogation telle que prévue auxdits articles;
12° s'engage à se conformer aux exigences des articles 538/23 et 538/24;
13° s'engage, pour chaque bénéficiaire, à tenir le dossier individuel visé à l'article 538/25;
14° élabore un protocole de protection des données personnelles visé à l'article 538/26, alinéa 2;
15° s'engage à respecter les droits du bénéficiaire tels que prévus aux articles 538/27 à 538/29;
16° s'engage à ne pas réclamer des prix d'hébergement supérieurs à ceux fixés en exécution de l'article 538/30;
17° s'engage à recueillir et à communiquer les données socioépidémiologiques visées à l'article 538/32;
18° s'inscrit dans la programmation établie par le Gouvernement ou son délégué en exécution de l'article 538/33;
19° s'engage à respecter les règles déontologiques définies par le Gouvernement.
Les engagements visés à l'alinéa 1er, 6° à 8°, doivent être concrétisés au plus tard six mois à dater de l'octroi de l'agrément.
Le Gouvernement peut préciser les conditions d'agrément énumérées dans le présent article, et prévoir, si nécessaire, une ou plusieurs conditions d'agrément complémentaires. ]1

Art. 538/35. [1 § 1. De aanvraag tot erkenning wordt door de inrichtende macht van het psychiatrisch verzorgingstehuis bij de Regering ingediend.
§ 2. De Regering of haar afgevaardigde bepaalt de inhoud van het dossier m.b.t. de erkenningsaanvraag. Dit dossier bevat op zijn minst :
het ondernemingsnummer van het psychiatrisch verzorgingstehuis
een formulier, waarvan het model wordt opgesteld door de Regering of haar afgevaardigde, waarin alle verbintenissen bedoeld in artikel 538/34 worden opgenomen.
De Regering bepaalt de wijze en de procedure voor het verlenen van de in dit artikel bedoelde erkenning.
§ 3. De erkenning wordt voor onbepaalde duur door de Regering of haar afgevaardigde toegekend. ]1

Art. 538/35. [1 § 1er. La demande d'agrément est introduite par le pouvoir organisateur de la maison de soins psychiatriques auprès du Gouvernement ou de son délégué.
§ 2. Le Gouvernement ou son délégué détermine le contenu du dossier de demande d'agrément. Ce dossier comporte au minimum :
le numéro d'entreprise de la maison de soins psychiatriques;
un formulaire, dont le modèle est établi par le Gouvernement ou son délégué, qui reprend tous les engagements visés à l'article 538/34.
Le Gouvernement précise les modalités et la procédure d'octroi de l'agrément visé au présent article.
§ 3. L'agrément est accordé pour une durée indéterminée par le Gouvernement ou son délégué. ]1

Art. 538/36. [1 Het erkenningsbesluit voor de psychiatrische verzorgingstehuizen moet ten minste de volgende informatie bevatten:
de volledige identiteit van het psychiatrisch verzorgingstehuis; 2° een aanduiding van de vestigingsplaats van het psychiatrisch verzorgingstehuis; 3° een aanduiding van het aantal erkende bedden.
Indien nodig vult de Regering de in lid 1 bedoelde lijst aan.]1

Art. 538/36. [1 L'arrêté d'agrément de la maison de soins psychiatriques reprend au minimum les informations suivantes :
l'identité complète de la maison de soins psychiatriques; 2° l'indication du siège d'activité de la maison de soins psychiatriques; 3° l'indication du nombre de lits agréés.
Le Gouvernement complète si nécessaire la liste visée à l'alinéa 1er.]1

Art. 538/37. [1 De benaming van het psychiatrisch verzorgingstehuis gaat systematisch vergezeld van de vermelding "psychiatrisch verzorgingstehuis erkend door het Waals Gewest". ]1
Art. 538/37. [1 La dénomination de la maison de soins psychiatriques agréée est systématiquement accompagnée de la mention " maison de soins psychiatriques agréée par la Région wallonne ". ]1
Afdeling 8. [1 - Evaluatie, controle en sanctie]1
Section 8. [1 - Evaluation, contrôle et sanctions]1
Art. 538/38. [1 De activiteiten van elk psychiatrisch verzorgingstehuis worden periodiek kwalitatief geëvalueerd door het Agentschap.
Het psychiatrisch verzorgingstehuis neemt actief deel aan de evaluatie ervan en werkt met het Agentschap samen bij de voorbereiding en de opvolging van deze evaluatie.
De Regering bepaalt de evaluatiemodaliteiten en -procedure. ]1

Art. 538/38. [1 Les activités de chaque maison de soins psychiatriques font l'objet d'une évaluation qualitative périodique par l'Agence.
La maison de soins psychiatriques participe activement à son évaluation et collabore avec l'Agence pour l'élaboration et le suivi de cette évaluation.
Le Gouvernement détermine les modalités et la procédure d'évaluation.]1

Art. 538/39. [1 De administratieve en financiële controle van het psychiatrisch verzorgingstehuis wordt gevoerd door de daartoe aangewezen personeelsleden van het Agentschap.
Administratieve controle betekent controleren of het psychiatrisch verzorgingstehuis alle gewestelijke bepalingen naleeft.
Financiële controle betekent het controleren van het gebruik van de financiering die het psychiatrisch verzorgingstehuis ontvangt, inclusief het controleren van de uitgevoerde facturering.
Om inlichtingen of documenten te verkrijgen die nuttig zijn voor de controle, of om vaststellingen te doen die nuttig zijn voor de controle, kunnen deze personeelsleden :
zonder afbreuk te doen aan de grondwettelijke bescherming van de woning, vrije toegang hebben tot de lokalen van het psychiatrisch verzorgingstehuis tijdens de openingsuren;
alle bij het psychiatrisch verzorgingstehuis berustende documenten raadplegen zonder de lokalen te hoeven verlaten en er kopieën van laten maken;
kopieën in een door hen gekozen formaat ontvangen van alle documenten of gegevens die door het psychiatrisch verzorgingstehuis elektronisch worden bijgehouden;
elke verantwoordelijke of elk personeelslid van het psychiatrisch verzorgingstehuis horen;
het psychiatrisch verzorgingstehuis schriftelijk of langs elektronische weg om alle nuttige inlichtingen of toelichtingen vragen;
het Belgisch Staatsblad, de Kruispuntbank van Ondernemingen, de Balanscentrale of elke andere authentieke bron raadplegen voor gegevens met betrekking tot het psychiatrisch verzorgingstehuis.
Voor zover mogelijk zorgt het psychiatrisch verzorgingstehuis ervoor dat de in lid 4 bedoelde documenten, kopieën en informatie die persoonsgegevens bevatten, anoniem worden gemaakt.
Bij de uitoefening van hun in lid 4 bedoelde toezichthoudende bevoegdheden vragen de in lid 1er bedoelde personeelsleden van het Agentschap alleen om persoonsgegevens indien de verkrijging van die gegevens noodzakelijk, redelijk en proportioneel is voor het doel van de controle op het psychiatrisch verzorgingstehuis. Deze gegevens worden niet langer bewaard dan nodig is voor het doel van de controle.
Het in artikel 538/25 bedoelde individueel dossier kan worden geraadpleegd door speciaal daartoe aangewezen artsen en verpleegkundigen van het Agentschap, wanneer deze raadpleging noodzakelijk, passend en evenredig is aan het doel van toezicht op het psychiatrisch verzorgingstehuis. Deze raadpleging mag nooit betrekking hebben op de punten opgesomd in artikel 538/25, § 1, tweede lid, 6°, 7°, 8°, 9°, 11°, 12°, 14°, 16° en 25°.
De bij lid 2 verleende bevoegdheden mogen alleen worden uitgeoefend door speciaal daartoe aangewezen artsen en verpleegkundigen van het Agentschap wanneer zij betrekking hebben op gegevens over de gezondheidstoestand van de begunstigden.
De Regering kan de grenzen vaststellen van de bevoegdheden die bij lid 2 aan de personeelsleden zijn toegekend, alsmede de wijze waarop deze bevoegdheden moeten worden uitgeoefend.
De Regering bepaalt de modaliteiten van de controle, met inachtneming van het beginsel van hoor en wederhoor. ]1

Art. 538/39. [1 Le contrôle administratif et financier de la maison de soins psychiatriques est exercé par les membres du personnel de l'Agence désignés à cet effet.
Par contrôle administratif, il faut entendre la vérification du respect de l'ensemble des dispositions régionales par la maison de soins psychiatriques.
Par contrôle financier, il faut entendre la vérification de l'utilisation des financements reçus par la maison de soins psychiatriques, en ce compris par un contrôle des facturations effectuées.
Dans le but d'obtenir toutes informations ou tous documents utiles au contrôle, ou d'effectuer toutes constatations utiles au contrôle, ces membres du personnel peuvent :
sans préjudice de la protection constitutionnelle du domicile, avoir libre accès aux locaux de la maison de soins psychiatriques pendant les heures d'ouverture de ceux-ci;
consulter sans déplacement tous documents détenus à la maison de soins psychiatriques et s'en faire remettre copie;
obtenir copie au format de leur choix de tous documents ou données conservées de manière électronique par la maison de soins psychiatriques;
entendre tout dirigeant ou membre du personnel de la maison de soins psychiatriques;
demander par écrit ou par voie électronique à la maison de soins psychiatriques tous documents, toutes informations ou explications utiles;
consulter auprès du Moniteur belge, auprès de la Banque-carrefour des entreprises, auprès de la Centrale des Bilans ou auprès de toutes autres sources authentiques les données relatives à la maison de soins psychiatriques.
Dans la mesure du possible, la maison de soins psychiatriques veille à ce que les documents, copies, informations, visés à l'alinéa 4, et contenant des données à caractère personnel des bénéficiaires soient anonymisés.
Dans l'exercice de leurs pouvoirs de contrôle visés à l'alinéa 4, les membres du personnel de l'Agence visés à l'alinéa 1er ne demandent des données à caractère personnel que si la prise de connaissance de ces données est nécessaire, adéquate et proportionnelle à l'objectif de contrôle de la maison de soins psychiatriques. Ces données ne sont conservées que le temps nécessaire à l'objectif de contrôle.
Le dossier individuel visé à l'article 538/25 peut être consulté par des médecins et infirmiers de l'Agence désignés spécifiquement à cette fin lorsque cette consultation est nécessaire, adéquate et proportionnelle à l'objectif de contrôle de la maison de soins psychiatriques. Cette consultation ne peut jamais porter sur les éléments repris à l'article 538/25, § 1er, alinéa 2, 6°, 7°, 8°, 9°, 11°, 12°, 14°, 16° et 25°.
Les pouvoirs conférés par l'alinéa 2 ne peuvent être exercés que par des médecins et infirmiers de l'Agence désignés spécifiquement à cette fin lorsqu'ils portent sur des données relatives à l'état de santé des bénéficiaires.
Le Gouvernement peut préciser les limites des pouvoirs conférés aux membres du personnel par l'alinéa 2, ainsi que les modalités d'exercice de ces pouvoirs.
Le Gouvernement détermine les modalités du contrôle, dans le respect du principe du contradictoire. ]1

Art. 538/40. [1 § 1. De Regering of haar afgevaardigde kan te allen tijde de erkenning als psychiatrisch verzorgingstehuis intrekken wegens niet-naleving van de bepalingen van dit hoofdstuk of de bepalingen die krachtens dit hoofdstuk zijn vastgesteld.
Het psychiatrisch verzorgingstehuis van wie de erkenning is ingetrokken, mag tijdens het jaar volgend op de beslissing tot weigering of intrekking van de erkenning geen nieuwe erkenningsaanvraag indienen.
§ 2. De procedures tot intrekking van de erkenning worden nader bepaald door de Regering.
Te dien einde stelt zij de vorm en de termijnen vast en ziet zij erop toe dat de procedure op tegenspraak wordt gevoerd.".
§ 3. In het geval van intrekking van de erkenning, zal de Regering of haar afgevaardigde de nodige maatregelen nemen om de overdracht van de begunstigden naar een ander psychiatrisch verzorgingstehuis en de continuïteit van hun therapeutische zorg te garanderen. ]1

Art. 538/40. [1 § 1er. Le Gouvernement ou son délégué peut, à tout moment, retirer l'agrément en qualité de maison de soins psychiatriques pour cause d'inobservation des dispositions du présent chapitre ou des dispositions fixées en application de celui-ci.
La maison de soins psychiatriques dont l'agrément a été retiré, ne peut pas introduire une nouvelle demande d'agrément pendant l'année suivant la décision de retrait de l'agrément.
§ 2. Le Gouvernement précise les procédures de retrait de l'agrément.
Le Gouvernement détermine les formes et les délais et assure le respect du caractère contradictoire de la procédure.
§ 3. En cas de retrait d'agrément, le Gouvernement ou son délégué adopte les dispositions nécessaires pour assurer le transfert des bénéficiaires vers une autre maison de soins psychiatriques et la continuité de leur suivi thérapeutique.]1

Art. 538/41. [1 Onverminderd de toepassing van de in het Strafwetboek gestelde straffen, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met een geldboete van twee tot honderd euro :
eenieder die een psychiatrisch verzorgingstehuis uitbaat zonder erkenning of die een dergelijke inrichting blijft uitbaten na in kennis te zijn gesteld van een beslissing tot intrekking of weigering van de erkenning;
eenieder die een psychiatrisch verzorgingstehuis uitbaat dat niet voldoet aan de normen opgelegd door het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid en de uitvoeringsbesluiten ervan;
eenieder die de personeelsleden bedoeld in artikel 538/39 de toegang tot de inrichting weigert.
Bij recidive binnen twee jaar na veroordeling kunnen de straffen worden verdubbeld. ]1

Art. 538/41. [1 Sans préjudice de l'application de peines prévues par le Code pénal, est puni d'un emprisonnement de huit jours à trois mois et d'une amende de 2 à 100 euros :
celui qui exploite une maison de soins psychiatriques sans agrément ou qui continue l'exploitation d'un tel établissement après la notification d'une décision de retrait ou de refus d'agrément;
celui qui exploite une maison de soins psychiatriques qui ne répond pas aux normes imposées par le Code wallon de l'Action sociale et de la Santé et ses arrêtés d'exécution;
celui qui refuse aux membres du personnel visés à l'article 538/39 l'accès à l'établissement.
En cas de récidive dans les deux ans de la condamnation, les peines peuvent être doublées.]1

HOOFDSTUK I/2. [1 - Initiatieven voor beschut wonen]1
CHAPITRE Ier/2. [1 - Initiatives d'habitations protégées]1
Afdeling 1. [1 - Algemene bepalingen]1
Section 1re. [1 - Dispositions générales]1
Art. 538/42. [1 Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
"initiatief voor beschut wonen": de gespecialiseerde residentiële en ambulante instelling die door de Regering of haar afgevaardigde erkend is om de opdracht bepaald in artikel 538/43 uit te voeren;
"begunstigde": een persoon met een psychisch gezondheidsprobleem die wordt opgevangen in een initiatief voor beschermd wonen;;
"overlegplatform voor geestelijke gezondheidszorg ": het erkende overlegplatform voor geestelijke gezondheidszorg, zoals gedefinieerd in artikel 679/2, 1° ;
"ziekenhuis": het ziekenhuis zoals bepaald in artikel 2 van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen;
"algemeen ziekenhuis": een ziekenhuis met meerdere erkende ziekenhuisdiensten overeenkomstig artikel 72 van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen;
"psychiatrisch ziekenhuis" : het psychiatrisch ziekenhuis zoals bepaald in artikel 3 van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen;
"psychiatrisch verzorgingstehuis": het psychiatrisch verzorgingstehuis zoals gedefinieerd in artikel 538/1, 1° ;
"dienst voor geestelijke gezondheid" : de erkende dienst voor geestelijke gezondheid zoals bepaald in artikel 539/1, 1°
"lokalen toegankelijk voor personen met beperkte mobiliteit": speciaal uitgeruste lokalen, overeenkomstig de normen vermeld in artikelen 415 tot 415/16 van de gewestelijke stedenbouwkundige handleiding, om toegankelijk te zijn voor personen met beperkte mobiliteit;
10° "inrichtende macht": de instantie die het initiatief voor beschut wonen wettelijk vertegenwoordigt volgens de wetgeving die van toepassing is op zijn rechtsvorm;
11° "dossier van de begunstigde": het individueel dossier bedoeld in artikel 538/66;
12° "netwerk": het geheel van de vakmensen, ongeacht hun activiteitensector, van de operatoren of van niet professionelen die gelijktijdig of achtereenvolgens ten gunste van de gebruiker, van een toestand of een project tussenkomen in een effectief partnerschap, met een werking, finaliteit en doelstellingen die gemeenschappelijk zijn.
13° "vertegenwoordiger" :
a) hetzij de wettelijke of rechterlijke vertegenwoordiger van de begunstigde;
b) hetzij de door de begunstigde aangewezen gemachtigde;
14° "het Agentschap": het Agentschap bedoeld in artikel 2;
15° "de Minister": de Minister die voor volksgezondheid bevoegd is.]1

Art. 538/42. [1 Pour l'application du présent chapitre, il faut entendre par :
" initiative d'habitations protégées " : l'institution résidentielle et ambulatoire spécialisée agréée par le Gouvernement ou son délégué pour exercer la mission définie à l'article 538/43;
" bénéficiaire " : la personne souffrant de troubles de santé mentale hébergée dans une initiative d'habitations protégées;
" plate-forme de concertation en santé mentale " : la plate-forme de concertation en santé mentale agréée, telle que définie à l'article 679/2, 1° ;
" hôpital " : l'hôpital, tel que défini à l'article 2 de la loi coordonnée du 10 juillet 2008 sur les hôpitaux et autres établissements de soins;
" hôpital général " : l'hôpital disposant de plusieurs services hospitaliers agréés conformément à l'article 72 de la loi coordonnée du 10 juillet 2008 sur les hôpitaux et autres établissements de soins;
" hôpital psychiatrique " : l'hôpital psychiatrique, tel que défini à l'article 3 de la loi coordonnée du 10 juillet 2008 sur les hôpitaux et autres établissements de soins;
" maison de soins psychiatriques " : la maison de soins psychiatriques telle que définie à l'article 538/1, 1° ;
" service de santé mentale " : le service de santé mentale agréé, tel que défini à l'article 539/1, 1° ;
" locaux accessibles aux personnes à mobilité réduite " : les locaux spécialement aménagés, selon les normes contenues aux articles 415 à 415/16 du guide régional d'urbanisme, pour être accessibles aux personnes à mobilité réduite;
10° " pouvoir organisateur " : l'organe qui représente juridiquement l'initiative d'habitations protégées en fonction de la législation applicable à sa forme juridique;
11° " dossier du bénéficiaire " : le dossier individuel visé à l'article 538/66;
12° " réseaux " : l'ensemble des professionnels, quel que soit leur secteur d'activités, des opérateurs ou des non professionnels qui interviennent, de façon simultanée ou successive, en faveur du bénéficiaire, d'une situation ou d'un projet, dans un partenariat effectif définissant un fonctionnement, une finalité et des objectifs communs;
13° " représentant " :
a) soit le représentant légal ou judiciaire du bénéficiaire;
b) soit le mandataire désigné par le bénéficiaire;
14° " l'Agence " : l'Agence visée à l'article 2;
15° " le Ministre " : le Ministre qui a la santé publique dans ses attributions. ]1

Art. 538/43. [1 Het doel van een initiatief voor beschermd wonen is om accommodatie en ondersteuning te bieden aan mensen die geen voortdurende intramurale behandeling nodig hebben en die om psychiatrische redenen in hun woon- en leefomgeving geholpen moeten worden bij het verwerven van sociale vaardigheden en voor wie passende dagactiviteiten georganiseerd moeten worden.]1
Art. 538/43. [1 Une initiative d'habitations protégées a pour mission d'héberger et d'accompagner des personnes qui ne nécessitent pas un traitement continu en hôpital et qui, pour des raisons psychiatriques, doivent être aidées dans leur milieu de vie et de logement pour l'acquisition d'aptitudes sociales et pour lesquelles des activités de jour adaptées doivent être organisées.]1
Afdeling 2. [1 Organisatie- en werkingsregels]1
Section 2. [1 - Règles d'organisation et de fonctionnement ]1
Onderafdeling 1. [1 - Dienstproject]1
Sous-section 1re. [1 - Projet de service]1
Art. 538/44. [1 Alle projecten en acties van het initiatief voor beschut wonen worden uitgevoerd in het kader van een dienstproject.
Het dienstproject wordt opgesteld voor een periode van maximaal vijf jaar.
Het dienstproject wordt aangepast in geval van een verzoek tot wijziging van de erkenning van het psychiatrisch verzorgingstehuis.
Het dienstproject richt zich voornamelijk op de begunstigde.
De in lid 1 bedoelde projecten en acties worden duidelijk beschreven en geïdentificeerd in het dienstproject. Het dienstproject als geheel en elk project en elke actie bedoeld in lid 1 zijn in overeenstemming met de opdracht bedoeld in artikel 538/43.
Het dienstproject bestaat minstens uit de volgende bestanddelen:
de identificatie van het initiatief voor beschut wonen;
de omgeving van het initiatief voor beschut wonen wat grondgebied en institutioneel netwerk betreft ;
de organisatie van het initiatief voor beschut wonen en zijn banden met het netwerk;
de begripsomschrijving van de doelstellingen en van het actieplan; 5° de mechanismen voor zelfevaluatie.
Het in lid 6, 4°, bedoelde actieplan past in de doelstellingen, acties en strategieën, voorzien in het strategisch plan voor de geestelijke gezondheid, vermeld in artikel 47/19, 2°.
De Regering specificeert en vult de inhoud van het dienstproject en bepaalt de modaliteiten voor de aanneming en mededeling ervan aan het Agentschap.
De Regering of haar afgevaardigde valideert het dienstproject.]1

Art. 538/44. [1 Tous les projets et actions de l'initiative d'habitations protégées s'exercent dans le cadre d'un projet de service.
Le projet de service est élaboré pour une durée maximale de cinq ans.
Le projet de service est adapté en cas de demande de modification de l'agrément de l'initiative d'habitations protégées.
Le projet de service est centré prioritairement sur le bénéficiaire.
Les projets et actions visés à l'alinéa 1er sont clairement décrits et identifiés dans le projet de service. L'ensemble du projet de service ainsi que chaque projet et action visés à l'alinéa 1er concordent avec la mission visée à l'article 538/43.
Le projet de service reprend au moins les éléments suivants :
l'identification de l'initiative d'habitations protégées;
l'environnement de l'initiative d'habitations protégées en termes territorial et institutionnel;
l'organisation de l'initiative d'habitations protégées et son articulation avec le réseau;
la définition des objectifs et du plan d'actions; 5° les mécanismes d'auto-évaluation.
Le plan d'actions visé à l'alinéa 6, 4°, doit s'inscrire dans les objectifs, actions et stratégies prévus par le plan stratégique pour la santé mentale visé à l'article 47/19, 2°.
Le Gouvernement précise et complète le contenu du projet de service, détermine les modalités de son adoption et de sa communication à l'Agence.
Le Gouvernement ou son délégué valide le projet de service. ]1

Onderafdeling 2. [1 - In aanmerking komende begunstigden]1
Sous-section 2. [1 - Bénéficiaires admissibles]1
Art. 538/45. [1 § 1. Het initiatief voor beschut wonen huisvest mensen die alle volgende kenmerken hebben:
een psychiatrische stoornis hebben;
ze vereisen de organisatie van specifieke dagactiviteiten;
ze hebben ondersteuning nodig die in de eerste plaats gericht is op het maximaliseren van de individuele autonomie.
§ 2. Een verblijf in een initiatief voor beschut wonen is gerechtvaardigd zolang de betrokken persoon niet volledig kan re-integreren in het sociale leven.
§ 3. Het initiatief voor beschut wonen legt in een reglement de voorwaarden en procedure vast voor het toelaten, uitsluiten en ontslaan van de begunstigde.
Dit reglement wordt meegedeeld aan:
elke begunstigde;
elke persoon die wenst deel te nemen aan het initiatief voor beschut wonen; 3° het Agentschap.
De Regering bepaalt de minimumvoorwaarden waaraan dit reglement qua inhoud en vorm moet voldoen. ]1

Art. 538/45. [1 § 1er. L'initiative d'habitations protégées héberge des personnes qui réunissent l'ensemble des caractéristiques suivantes :
elles présentent un trouble psychiatrique;
elles nécessitent l'organisation d'activités de jour spécifiques;
elles nécessitent un accompagnement axé essentiellement sur le développement maximal de l'autonomie individuelle.
§ 2. Le séjour dans une initiative d'habitation protégée est justifié aussi longtemps que la personne concernée ne peut pas être totalement réintégrée dans la vie sociale.
§ 3. L'initiative d'habitations protégées établit, dans un règlement, les conditions et la procédure d'admission, d'exclusion et de départ des bénéficiaires.
Ce règlement est communiqué :
à tous les bénéficiaires;
à toute personne souhaitant intégrer l'initiative d'habitations protégées; 3° à l'Agence.
Le Gouvernement détermine les conditions minimales auxquelles doit satisfaire ce règlement, dans son contenu et dans sa forme. ]1

Art. 538/46. [1 Op voorwaarde dat hij nog steeds voldoet aan de voorwaarden bepaald in artikel 538/45, § 1, keert een begunstigde die tijdelijk in een ziekenhuis is opgenomen om er de gepaste onderzoeken en behandelingen te ondergaan, in geval van een crisis of de noodzaak om behandelingen en klinische zorgen te ondergaan, aan het einde van de ziekenhuisopname terug naar het psychiatrisch verzorgingstehuis waar hij vóór deze ziekenhuisopname verbleef. ]1
Art. 538/46. [1 Pour autant qu'il remplisse toujours les conditions prévues à l'article 538/45, § 1er, le bénéficiaire admis temporairement dans un hôpital afin d'y subir des examens et traitements appropriés, en cas de crise ou de nécessité de procéder à un traitement et à des soins cliniques, réintègre, à la fin de l'hospitalisation, l'initiative d'habitations protégées dans laquelle il était hébergé avant cette hospitalisation. ]1
Onderafdeling 3. [1 - Samenwerking met andere verzorgingsinstellingen inzake geestelijke gezondheid]1
Sous-section 3. [1 - Collaboration avec d'autres institutions de soins en santé mentale]1
Art. 538/47. [1 In het belang van de begunstigden moet het initiatief voor beschut wonen, onder zijn leden, ten minste de volgende instellingen omvatten :
een psychiatrisch ziekenhuis of een algemeen ziekenhuis met een psychiatrische afdeling;
een dienst voor geestelijke gezondheidszorg
Wanneer een in lid 1 bedoelde categorie instellingen niet vertegenwoordigd is onder de leden van het initiatief voor beschut wonen, stelt dit initiatief, voor zover mogelijk, een samenwerkingsovereenkomst op met een of meer instellingen van die categorie.
De Regering kan de minimale inhoud van de in het tweede lid bedoelde overeenkomst aanvullen of bepalen. ]1

Art. 538/47. [1 Dans l'intérêt des bénéficiaires, l'initiative d'habitations protégées doit comprendre parmi ses membres au minimum :
un hôpital psychiatrique ou un hôpital général disposant d'un service psychiatrique;
un service de santé mentale.
Lorsqu'une catégorie d'institutions visée à l'alinéa 1er n'est pas représentée parmi les membres de l'initiative d'habitations protégées, celle-ci établit, dans la mesure du possible, une convention de collaboration avec une ou plusieurs institutions de cette catégorie.
Le Gouvernement ou son délégué détermine le contenu minimal et le modèle de la convention visée à l'alinéa 2. ]1

Art. 538/48. [1 Het initiatief voor beschut wonen is lid van ten minste één overlegplatform inzake geestelijke gezondheidszorg.]1
Art. 538/48. [1 L'initiative d'habitations protégées est membre au moins d'une plate-forme de concertation en santé mentale. ]1
Onderafdeling 4. [1 - Personeel en omkadering]1
Sous-section 4. [1 - Personnel et encadrement]1
Art. 538/49. [1 Het initiatief voor beschut wonen wordt apart beheerd van andere instellingen of diensten die onder dezelfde inrichtende macht vallen, zonder afbreuk te doen aan de samenwerking tussen deze instellingen of diensten.]1
Art. 538/49. [1 L'initiative d'habitations protégées est gérée d'une manière distincte par rapport à d'autres institutions ou services relevant du même pouvoir organisateur, sans préjudice des collaborations entre ces institutions ou services. ]1
Art. 538/50. [1 Het initiatief voor beschermd wonen moet voldoende personeel hebben om de begunstigden te begeleiden.
De Regering stelt de verschillende functies vast die door het in lid 1 bedoelde personeel worden vervuld.
De Regering of haar afgevaardigde omschrijft de titels en kwalificaties die vereist zijn voor de uitoefening van elk van de functies die zij ingevolge lid 2 vaststelt. ]1

Art. 538/50. [1 L'initiative d'habitations protégées doit disposer, pour l'accompagnement des bénéficiaires, du personnel en nombre suffisant.
Le Gouvernement détermine les diverses fonctions que doit assurer le personnel visé à l'alinéa 1er.
Le Gouvernement ou son délégué précise les titres et qualifications requis pour exercer chacune des fonctions qu'il détermine en exécution de l'alinéa 2.]1

Art. 538/51. [1 § 1. Elk personeelslid wordt aangeworven door de inrichtende macht:
hetzij als statutaire werknemer.
hetzij als werknemer met een arbeidsovereenkomst;
§ 2. In de gevallen en onder de voorwaarden die zij bepaalt, kan de Regering of haar afgevaardigde geheel of gedeeltelijk toestaan dat bepaalde functies in uitvoering van artikel 538/50, tweede lid, worden uitgeoefend door onafhankelijke dienstverleners die door een samenwerkingsovereenkomst aan de inrichtende macht zijn gebonden.
De in lid 1 bedoelde samenwerkingsovereenkomst wordt gesloten tussen de onafhankelijke dienstverlener en de inrichtende macht. Deze samenwerkingsovereenkomst bepaalt de voorwaarden voor deelname aan de activiteiten en de beheerkosten van het psychiatrisch verzorgingstehuis en het maximumbedrag van de erelonen.
De Regering of haar afgevaardigde bepaalt de minimuminhoud en de voorwaarden en modaliteiten van de samenwerkingsovereenkomst bedoeld in het eerste lid. ]1

Art. 538/51. [1 § 1er. Chaque membre du personnel est engagé par le pouvoir organisateur :
soit en tant que travailleur statutaire;
soit en tant que travailleur salarié sous contrat de travail.
§ 2. Dans les cas et selon les conditions qu'il détermine, le Gouvernement ou son délégué peut autoriser, totalement ou partiellement, l'exercice de certaines fonctions prévues en exécution de l'article 538/50, alinéa 2, par des prestataires indépendants liés au pouvoir organisateur par une convention de collaboration.
La convention de collaboration visée à l'alinéa 1er est conclue entre le prestataire indépendant et le pouvoir organisateur. Elle définit les conditions et les modalités de participation aux activités et aux frais de gestion de l'initiative d'habitations protégées, et le montant maximum des honoraires.
Le Gouvernement ou son délégué précise le contenu minimum, les conditions et les modalités de la convention de collaboration visée à l'alinéa 1er.]1

Art. 538/52. [1 De Regering bepaalt de normen die van toepassing zijn op de berekening van het minimumaantal personeelsleden dat wordt toegewezen aan elk van de in artikel 538/50, lid 2, bedoelde functies.]1
Art. 538/52. [1 Le Gouvernement détermine les normes applicables au calcul du nombre minimal de personnel affecté à chacune des fonctions visées à l'article 538/50, alinéa 2.]1
Art. 538/53. [1 De inrichtende macht wijst de geneesheer-psychiater aan die verantwoordelijk is voor de coördinatie van het multidisciplinaire team.
De Regering bepaalt de minimale kwalificaties die nodig zijn om deze coördinatiefunctie te vervullen.
De regering bepaalt de specifieke taken die worden toevertrouwd aan de persoon die verantwoordelijk is voor de coördinatie van het multidisciplinaire team. ]1

Art. 538/53. [1 Le pouvoir organisateur désigne la personne chargée de la coordination de l'équipe pluridisciplinaire.
Le Gouvernement détermine les qualifications minimales exigées pour exercer cette fonction de coordination.
Le Gouvernement détermine les tâches spécifiques qui doivent être confiées à la personne chargée de la coordination de l'équipe pluridisciplinaire. ]1

Art. 538/54. [1 Multidisciplinair overleg wordt georganiseerd binnen het multidisciplinaire team zoals vereist en, op zijn minst, met tussenpozen bepaald door de Regering.
De Regering bepaalt de inhoud en de modaliteiten voor het pluridisciplinair overleg. ]1

Art. 538/54. [1 Une concertation pluridisciplinaire est organisée au sein de l'équipe pluridisciplinaire en fonction des besoins, et au minimum selon une périodicité déterminée par le Gouvernement.
Le Gouvernement détermine le contenu et les modalités de la concertation pluridisciplinaire. ]1

Art. 538/55. [1 Behalve in noodgevallen moeten begunstigden te allen tijde contact kunnen opnemen met een personeelslid.
De Regering of haar afgevaardigde bepaalt de procedures voor dit contact en de personeelsleden die verantwoordelijk kunnen zijn voor dit contact. ]1

Art. 538/55. [1 Hors les cas d'urgence, les bénéficiaires doivent pouvoir en permanence entrer en contact avec un membre du personnel.
Le Gouvernement ou son délégué détermine les modalités de ce contact et les membres du personnels susceptibles d'être chargés de ce contact.]1

Art. 538/56. [1 De inrichtende macht van het initiatief voor beschut wonen respecteert de therapeutische vrijheid van de leden van het multidisciplinaire team. ]1
Art. 538/56. [1 Le pouvoir organisateur de l'initiative d'habitations protégées respecte la liberté thérapeutique des membres de l'équipe pluridisciplinaire. ]1
Onderafdeling 5. [1 - Beroepsgeheim]1
Sous-section 5. [1 - Secret professionnel ]1
Art. 538/57. [1 De leden van het multidisciplinaire team en de inrichtende macht zijn gebonden door het beroepsgeheim ten aanzien van alle informatie met betrekking tot de begunstigden waarvan zij kennis hebben of kunnen hebben.
Elke schending van het geheim wordt overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek gestraft. ]1

Art. 538/57. [1 Les membres de l'équipe pluridisciplinaire et le pouvoir organisateur sont tenus au secret professionnel pour tous les éléments relatifs aux bénéficiaires dont ils ont ou pourraient avoir connaissance.
Toute infraction à l'obligation de secret professionnel est sanctionnée conformément à l'article 458 du Code pénal. ]1

Onderafdeling 6. [1 - Bepalingen met betrekking tot gebouwen]1
Sous-section 6. [1 - Dispositions relatives au bâtiment ]1
Art. 538/58. [1 Elk beschutte woning heeft minimaal drie en maximaal tien plaatsen.
Het initiatief voor beschut wonen mag afwijken van het in lid 1 vastgestelde minimum- of maximumaantal plaatsen op basis van een specifieke machtiging van de Regering of haar afgevaardigde. ]1

Art. 538/58. [1 Chaque habitation protégée dispose d'un minimum de trois places et d'un maximum de dix places.
L'initiative d'habitations protégées peut déroger au nombre minimal ou maximal de places prévu à l'alinéa 1er sur la base d'une autorisation spécifique délivrée par le Gouvernement ou son délégué.]1

Art. 538/59. [1 Het initiatief voor beschut wonen bevindt zich buiten de campus van een psychiatrisch ziekenhuis of verzorgingstehuis.
Het initiatief voor beschut wonen bevindt zich in de plaatselijke gemeenschap op een manier die het psychologisch welzijn van de begunstigden garandeert.
Van het eerste en tweede lid wordt afgeweken indien het initiatief voor beschut wonen voor 1 januari 2024 is erkend zonder dat is voldaan aan de locatievoorwaarden, bedoeld in het eerste en tweede lid.
De Regering of haar afgevaardigde kan, in de gevallen die zij bepaalt en met inachtneming van de beginselen van gelijkheid en niet-discriminatie tussen initiatieven voor beschut wonen, andere afwijkingen van de bepalingen van dit artikel toestaan, mits de afwijking het welzijn van de begunstigden niet schaadt. ]1

Art. 538/59. [1 L'initiative d'habitations protégées est implantée en dehors du campus d'un hôpital psychiatrique ou d'une maison de soins psychiatriques.
L'initiative d'habitations protégées est implantée dans la communauté de vie locale, de manière telle qu'elle puisse travailler à une réinsertion sociale des bénéficiaires.
Une dérogation aux alinéas 1er et 2 est accordée lorsque l'initiative d'habitations protégées a été agréée avant le 1er janvier 2024 sans remplir les conditions de localisation visées auxdits alinéas.
Le Gouvernement ou son délégué peut, dans les cas qu'il détermine et dans le respect des principes d'égalité et de non-discrimination entre initiatives d'habitations protégées, autoriser d'autres dérogations aux dispositions du présent article, pour autant que la dérogation ne porte pas atteinte au bienêtre des bénéficiaires.]1

Art. 538/60. [1 § 1. Elke slaapkamer heeft een eenpersoonsbed.
De Regering of haar afgevaardigde kan in het belang van de begunstigden andere afwijkingen van lid 1 toestaan dan die waarin lid 2 voorziet, met inachtneming van de beginselen van gelijkheid en non-discriminatie tussen initiatieven voor beschut wonen.
§ 2. De Regering bepaalt welke gemeenschappelijke ruimten een initiatief voor beschut wonen moet omvatten om het gemeenschapsleven te waarborgen en specificeert zo nodig de minimumkenmerken van deze gemeenschappelijke ruimten.
§ 3. Elke kamer en de gemeenschappelijke ruimten moeten voldoen aan de gezondheidsnormen van artikel 3 van het Waalse Wetboek voor Duurzaam Wonen en de uitvoeringsbesluiten ervan.
In afwijking van lid 1erkan de Regering specifieke normen vaststellen voor initiatieven voor beschut wonen.
De Regering bepaalt de minimale oppervlaktes en volumes van kamers en gemeenschappelijke ruimtes. ]1

Art. 538/60. [1 § 1er. Chaque chambre comprend une seule place.
Le Gouvernement ou son délégué peut, dans l'intérêt des bénéficiaires, autoriser des dérogations à l'alinéa 1er, dans le respect des principes d'égalité et de non-discrimination entre initiatives d'habitations protégées.
§ 2. Le Gouvernement détermine les espaces communs que doit comprendre une initiative d'habitations protégées afin d'assurer la vie en collectivité, et précise si nécessaire les caractéristiques minimales de ces espaces communs.
§ 3. Chaque chambre et les parties communes respectent les normes de salubrité édictées par l'article 3 du Code wallon de l'habitation durable et ses arrêtés d'exécution.
Par dérogation à l'alinéa 1er, le Gouvernement peut arrêter des normes spécifiques applicables aux initiatives d'habitations protégées.
Le Gouvernement détermine les superficies et volumes minimaux des chambres et des parties communes. ]1

Art. 538/61. [1 De Regering bepaalt welke brandveiligheidsnormen van toepassing zijn op initiatieven voor beschut wonen. ]1
Art. 538/61. [1 Le Gouvernement détermine les normes de protection contre l'incendie applicables aux initiatives d'habitations protégées. ]1
Art. 538/62. [1 Het initiatief voor beschut wonen heeft een buitenruimte.
Een afwijking van lid 1 wordt toegestaan wanneer het initiatief voor beschut wonen vóór 1 januari 2024 is erkend zonder over een buitenruimte te beschikken.
De Regering of haar afgevaardigde kan in het belang van de begunstigden andere afwijkingen van lid 1 toestaan dan die waarin lid 2 voorziet, met inachtneming van de beginselen van gelijkheid en non-discriminatie tussen initiatieven voor beschut wonen. ]1

Art. 538/62. [1 L'initiative d'habitations protégées dispose d'un espace extérieur.
Une dérogation à l'alinéa 1er est accordée lorsque l'initiative d'habitations protégées a été agréée avant le 1er janvier 2024 sans disposer d'un espace extérieur.
Le Gouvernement ou son délégué peut, dans l'intérêt des bénéficiaires, autoriser des dérogations à l'alinéa 1er autres que celle prévue à l'alinéa 2, dans le respect des principes d'égalité et de non-discrimination entre initiatives d'habitations protégées. ]1

Art. 538/63. [1 Het initiatief voor beschut wonen is toegankelijk voor personen met beperkte mobiliteit.
Een afwijking van lid 1 wordt toegestaan wanneer het initiatief voor beschut wonen vóór 1 januari 2024 is erkend zonder toegankelijk te zijn voor personen met een beperkte mobiliteit
De Regering of haar afgevaardigde kan, onder de voorwaarden die zij bepaalt, een afwijking van lid 1 toestaan.
De Regering neemt de nodige maatregelen voor de uitvoering van dit artikel. ]1

Art. 538/63. [1 L'initiative d'habitations protégées est accessible aux personnes à mobilité réduite.
Une dérogation à l'alinéa 1er est accordée lorsque l'initiative d'habitations protégées a été agréée avant le 1er janvier 2024 sans être accessible aux personnes à mobilité réduite.
Le Gouvernement ou son délégué peut, dans les conditions qu'il détermine, autoriser une dérogation à l'alinéa 1er.
Le Gouvernement adopte les mesures nécessaires à l'exécution du présent article. ]1

Onderafdeling 7. [1 - Bepalingen met betrekking tot de leefomgeving]1
Sous-section 7. [1 - Dispositions relatives au cadre de vie]1
Art. 538/64. [1 Het initiatief voor beschut wonen garandeert een aangename sfeer voor samenleven.
Het initiatief voor beschut wonen wordt georganiseerd met het oog op het bieden van een familiale sfeer die bevorderlijk is voor de volledige sociale re-integratie van de begunstigden.
De kamers zijn ontworpen en ingericht met als doel een aangenaam verblijf te garanderen en de privacy van de begunstigden te respecteren.
De Regering neemt alle maatregelen die nodig of nuttig zijn voor de uitvoering van dit artikel. ]1

Art. 538/64. [1 L'initiative d'habitations protégées garantit une atmosphère agréable dans le cadre d'une vie communautaire.
L'initiative d'habitations protégées est organisée en vue d'assurer une atmosphère familiale de nature à favoriser une réinsertion sociale complète des bénéficiaires.
Les chambres sont conçues et aménagées dans l'objectif de garantir au maximum un séjour agréable et l'intimité de chaque bénéficiaire.
Le Gouvernement adopte les mesures nécessaires ou utiles à l'exécution du présent article.]1

Art. 538/65. [1 § 1. Er wordt een verblijfscontract getekend tussen de begunstigde en de inrichtende macht van het initiatief voor beschut wonen of haar afgevaardigde.
In dat verblijfscontract worden minstens omschreven :
de huisvestingsvoorwaarden;
de gedetailleerde kosten van het verblijf;
de opzeggingsvoorwaarden.
De Regering bepaalt de minimumvoorwaarden waaraan het verblijfscontract moet voldoen.
§ 2. Het gemeenschapsleven binnen het initiatief voor beschut wonen wordt bepaald door een huishoudelijk reglement.
Het huishoudelijk reglement wordt bij opname door elke begunstigde ondertekend.
De Regering bepaalt de minimuminhoud van het huishoudelijk reglement en de eisen die ze al dan niet oplegt aan begunstigden. ]1

Art. 538/65. [1 § 1er. Il est signé, entre le bénéficiaire et le pouvoir organisateur de l'initiative d'habitations protégées ou son délégué un contrat de séjour.
Ce contrat de séjour détermine au minimum :
les conditions d'hébergement;
le coût détaillé du séjour;
les conditions de résiliation.
Le Gouvernement détermine les conditions minimales à remplir par le contrat de séjour.
§ 2. La vie communautaire au sein de l'initiative d'habitations protégées est régie par un règlement d'ordre intérieur.
Le règlement d'ordre intérieur est signé par chaque bénéficiaire lors de son admission.
Le Gouvernement détermine le contenu minimal du règlement d'ordre intérieur, et les exigences qu'il peut ou ne peut pas imposer aux bénéficiaires. ]1

Afdeling 3. [1 - Individueel dossier]1
Section 3. [1 - Dossier individuel]1
Art. 538/66. [1 § 1. Voor elke begunstigde wordt een individueel dossier aangelegd met de in lid 2 bedoelde medische, sociale en administratieve gegevens die noodzakelijk, passend en relevant zijn voor de behandeling van het geestelijke gezondheidsprobleem waarvoor de begunstigde psychiatrische zorg wenst, met inbegrip van de continuïteit van de zorg, met inachtneming van de ethische regels en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Het individuele dossier is een voorwaarde voor de zorgverlening aan de begunstigde; als de begunstigde weigert toestemming te geven voor het bijhouden van zijn individuele dossier, wordt zijn zorg onmiddellijk beëindigd. De begunstigde ondertekent een document dat toestemming geeft voor het bijhouden van het individuele dossier en de uitwisseling van gegevens tussen de leden van het multidisciplinaire team.
Het individuele dossier van de begunstigde bevat alleen de volgende gegevens:
de identificatie van de inwoner aan de hand van zijn sociaal zekerheidsnummer (INSZ), naam, geslacht, geboortedatum, adres, telefoonnummers en, indien van toepassing, e-mailadressen;
de identificatie van de huisarts van de begunstigde en, in voorkomend geval, van de geneesheer-specialist of andere beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg die door de begunstigde is aangewezen;
de persoonlijke identificatie van de leden van het multidisciplinaire team die betrokken zijn bij de opname van de begunstigde;
de identificatie van de leden van het net, waaronder het lid dat verantwoordelijk is voor de doorverwijzing naar het initiatief voor beschut wonen;
de reden van de opname of het probleem op het ogenblik van de opname;
de persoonlijke en familiale voorgeschiedenis van de begunstigde;
de resultaten van onderzoeken zoals klinische, radiologische, biologische, functionele en histo-pathologische onderzoeken die nuttig zijn voor de behandeling van de begunstigde;
aantekeningen van gesprekken met de begunstigde, andere beroepsbeoefenaars uit de gezondheidssector of derden, die relevant zijn voor de zorg voor de begunstigde;
de van de begunstigde of van derden ontvangen attesten, verslagen of adviezen;
10° de gezondheidsdoelstellingen en de verklaringen van de uitdrukking van de wil van van de begunstigde;
11° de laatste diagnose gesteld door de betrokken gezondheidswerker;
12° de identificatie van de begunstigde zoals bedoeld in artikel 12 van de wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg;
13° een chronologisch overzicht van de verstrekte geneeskundige verzorging en diensten, met vermelding van de aard ervan, de datum en de identiteit van het betrokken lid van het multidisciplinair team;
14° de evolutie van de pathologie indien relevant;
15° de doorverwijzingen naar andere zorgverleners, diensten of derden;
16° medicijnen, met het medicatieschema, inclusief medicijnen voor andere aandoeningen;
17° complicaties of co-morbiditeiten die verdere behandeling vereisen;
18° een vermelding dat met toepassing van de artikelen 7, § 2, en 8, § 3, informatie is meegedeeld aan een vertrouwenspersoon of aan de begunstigde in aanwezigheid van een vertrouwenspersoon, en de identiteit van deze vertrouwenspersoon;
19° het uitdrukkelijk verzoek van de begunstigde om geen informatie te verstrekken overeenkomstig de artikelen 7, § 3, en 8, § 3, van de voornoemde wet van 22 augustus 2002;
20° de redenen voor het niet meedelen van informatie aan de begunstigde overeenkomstig artikel 7, § 4, van de voornoemde wet van 22 augustus 2002;
21° het verzoek van de begunstigde overeenkomstig paragraaf 3 om te worden bijgestaan door een door hem aangewezen vertrouwenspersoon of om zijn raadplegingsrecht via die persoon uit te oefenen, en de identiteit van die vertrouwenspersoon;
22° de redenen voor de volledige of gedeeltelijke afwijzing van een verzoek van een vertegenwoordiger van de begunstigde om het dossier van de begunstigde te raadplegen of er een afschrift van te krijgen overeenkomstig artikel 15, § 1, van de voornoemde wet van 22 augustus 2002;
23° de redenen voor het niet meedelen van informatie aan de begunstigde overeenkomstig artikel 15, § 2, van de voornoemde wet van 22 augustus 2002;
24° het tarief dat wordt toegepast op de begunstigde;
25° het inlichtingenblad voor het verzamelen van socio-epidemiologische gegevens bedoeld in artikel 538/73.
Onverminderd andere wettelijke bepalingen worden individuele dossiers door het initiatief voor beschut wonen bewaard gedurende minimaal dertig jaar en maximaal vijftig jaar na het laatste contact met de begunstigde dat in het individuele dossier is opgenomen, onder verantwoordelijkheid van de administratief directeur.
Het initiatief voor beschut wonen is verantwoordelijk voor de verwerking.
§ 2. De begunstigde heeft recht op een zorgvuldig bijgehouden individueel dossier van het lid van het initiatief voor beschut wonen, dat bewaard wordt in overeenstemming met de toepasselijke veiligheidsregels.
Op verzoek van de begunstigde voegt het teamlid van het initiatief voor beschut wonen de door de begunstigde verstrekte documenten toe aan het hem betreffende dossier.
§ 3. § 2. De begunstigde heeft recht op inzage in het hem betreffend dossier. De Regering bepaalt de modaliteiten van de aanvraag.
Aan het verzoek van de begunstigde tot inzage in het hem betreffende dossier wordt onverwijld en ten laatste binnen 15 dagen na ontvangst ervan gevolg gegeven.
De persoonlijke notities van een teamlid van het initiatief voor beschut wonen en de gegevens die betrekking hebben op derden zijn van het recht op inzage uitgesloten.
Op zijn verzoek kan de begunstigde zich laten bijstaan door een door hem aangewezen vertrouwenspersoon of via deze persoon zijn of haar raadplegingsrecht uitoefenen. Indien deze persoon lid is van het team van het initiatief voor beschut wonen of van een ander initiatief voor beschut wonen, raadpleegt hij eveneens de persoonlijke nota's bedoeld in lid 3. In voorkomend geval wordt het verzoek van de begunstigde schriftelijk ingediend en wordt het verzoek, samen met de identiteit van de vertrouwenspersoon, geregistreerd of toegevoegd aan het dossier van de begunstigde.
Indien het dossier van de begunstigde een schriftelijke motivering bevat zoals bedoeld in artikel 7, § 4, tweede lid van de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van patiënten, die nog steeds relevant is, oefent de begunstigde zijn recht uit om het dossier te raadplegen via een lid van het team van het initiatief voor beschut wonen of een ander door hem aangeduid initiatief voor beschut wonen, dat ook de persoonlijke nota's bedoeld in paragraaf 3 raadpleegt.
De in lid 5 bedoelde situatie waarin de begunstigde zijn recht op inzage van zijn persoonlijk dossier uitsluitend kan uitoefenen door tussenkomst van een teamlid van het initiatief voor beschut wonen of een ander door hem aangewezen initiatief voor beschut wonen wanneer zijn dossier een schriftelijke motivering bevat als bedoeld in artikel 7, § 4, lid 2, van de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt, die nog steeds van toepassing is, voldoet aan artikel 23 van Verordening (EU) nr. 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).
§ 4. De begunstigde heeft recht op een afschrift van het geheel of een gedeelte van het hem betreffend patiëntendossier. Ieder afschrift vermeldt dat het strikt persoonlijk en vertrouwelijk is.
Het teamlid van het initiatief voor beschut wonen weigert dit afschrift indien hij over duidelijke aanwijzingen beschikt dat de begunstigde onder druk wordt gezet om een afschrift van zijn dossier aan derden mee te delen.
§ 5. Na het overlijden van de begunstigde hebben de echtgenoot, de wettelijk samenwonende partner, de partner en de bloedverwanten tot en met de tweede graad van de begunstigde, via een door de verzoeker aangewezen teamlid van het initiatief voor beschut wonen, het in § 3 bedoelde recht op inzage voorzover hun verzoek voldoende gemotiveerd en gespecifieerd is en de begunstigde zich hiertegen niet uitdrukkelijk heeft verzet. ]1

Art. 538/66. [1 § 1er. Pour chaque bénéficiaire, il est constitué un dossier individuel contenant les données médicales, sociales et administratives, visées à l'alinéa 2, nécessaires, adéquates et pertinentes pour la prise en charge afin de traiter la problématique de santé mentale pour laquelle le bénéficiaire sollicite l'initiative d'habitations protégées, en ce compris la continuité des soins, dans le respect des règles déontologiques et de protection de la vie privée. Le dossier individuel est une condition de la prise en charge du bénéficiaire; le refus de consentement du bénéficiaire quant à la tenue de son dossier individuel met immédiatement fin à sa prise en charge. Le bénéficiaire signe un document par lequel il autorise la tenue du dossier individuel et l'échange de données entre les membres de l'équipe pluridisciplinaire.
Le dossier individuel du bénéficiaire comprend exclusivement les données suivantes :
l'identification du bénéficiaire par son numéro d'identification à la sécurité sociale (NISS), son nom, son prénom, son sexe, sa date de naissance, son adresse, ses numéros de téléphone et ses adresses électroniques;
l'identification du médecin généraliste du bénéficiaire, et, le cas échéant, du médecin spécialiste ou autre professionnel de santé désigné par le bénéficiaire;
l'identification personnelle des membres de l'équipe pluridisciplinaire qui interviennent dans la prise en charge du bénéficiaire;
l'identification des membres du réseau dont celui qui est à l'origine de l'orientation vers l'initiative d'habitations protégées;
le motif de la prise en charge ou la problématique au moment de la prise en charge;
les antécédents personnels et familiaux du bénéficiaire;
les résultats d'examens tels que des examens cliniques, radiologiques, biologiques, fonctionnels et histo-pathologiques utiles à la prise en charge du bénéficiaire;
les notes des entretiens avec le bénéficiaire, d'autres professionnels des soins de santé ou des tiers, pertinentes dans le cadre de la prise en charge du bénéficiaire;
les attestations, rapports ou avis reçus du bénéficiaire ou de tiers;
10° les objectifs de santé et les déclarations d'expression de la volonté reçues du bénéficiaire;
11° le dernier diagnostic établi par le professionnel des soins de santé concerné;
12° la caractérisation du bénéficiaire telle que visée à l'article 12 de la loi du 22 avril 2019 relative à la qualité de la pratique des soins de santé;
13° l'aperçu chronologique des soins de santé et prestations dispensés avec indication de leur nature, de la date et de l'identité du membre de l'équipe pluridisciplinaire concerné;
14° l'évolution de la pathologie si cela est pertinent;
15° les renvois vers d'autres professionnels des soins de santé, services ou tiers;
16° les médicaments, avec le schéma de médication, y compris les médicaments pris pour d'autres pathologies;
17° les complications ou comorbidités qui nécessitent un traitement complémentaire;
18° la mention qu'en application des articles 7, § 2, et 8, § 3, de la loi du 22 août 2002 relative aux droits du patient, des informations ont été communiquées, avec l'accord du bénéficiaire, à une personne de confiance ou au bénéficiaire en présence d'une personne de confiance et l'identité de cette personne de confiance;
19° la demande expresse du bénéficiaire de ne pas lui fournir d'informations en application des articles 7, § 3, et 8, § 3, de la loi précitée du 22 août 2002;
20° la motivation du fait de ne pas divulguer des informations au bénéficiaire en application de l'article 7, § 4, de la loi précitée du 22 août 2002;
21° la demande du bénéficiaire en application du paragraphe 3 de se faire assister par une personne de confiance désignée par lui ou d'exercer son droit de consultation par l'entremise de celle-ci ainsi que l'identité de cette personne de confiance;
22° la motivation du rejet total ou partiel de la demande d'un représentant du bénéficiaire visant à obtenir la consultation ou une copie du dossier de bénéficiaire en application de l'article 15, § 1er, de la loi précitée du 22 août 2002;
23° la motivation de la dérogation à la décision prise par un représentant du bénéficiaire en application de l'article 15, § 2, de la loi précitée du 22 août 2002;
24° le tarif appliqué au bénéficiaire;
25° la fiche de renseignement destinée au recueil des données socioépidémiologiques visé à l'article 538/73.
Sans préjudice d'autres dispositions légales, les dossiers individuels sont conservés par l'initiative d'habitations protégées au minimum trente ans et maximum cinquante ans après le dernier contact avec le bénéficiaire concerné repris dans le dossier individuel, sous la responsabilité du directeur administratif.
L'initiative d'habitations protégées est responsable du traitement.
§ 2. Le bénéficiaire a droit, de la part du membre de l'équipe de l'initiative d'habitations protégées, à un dossier individuel soigneusement tenu à jour et conservé selon des règles de sécurité appropriées.
A la demande du bénéficiaire, le membre de l'équipe de l'initiative d'habitations protégées ajoute les documents fournis par le bénéficiaire dans le dossier le concernant.
§ 3. Le bénéficiaire a droit à la consultation du dossier le concernant. Le Gouvernement détermine les modalités de la demande de consultation.
Il est donné suite dans les meilleurs délais et au plus tard dans les quinze jours de sa réception, à la demande du bénéficiaire visant à consulter le dossier le concernant.
Les annotations personnelles d'un membre de l'équipe de l'initiative d'habitations protégées et les données concernant des tiers n'entrent pas dans le cadre de ce droit de consultation.
A sa demande, le bénéficiaire peut se faire assister par une personne de confiance désignée par lui ou exercer son droit de consultation par l'entremise de celle-ci. Si cette personne est un membre de l'équipe de l'initiative d'habitations protégées ou d'une autre initiative d'habitations protégées, elle consulte également les annotations personnelles visées à l'alinéa 3. Le cas échéant, la demande du bénéficiaire est formulée par écrit et la demande, ainsi que l'identité de la personne de confiance, sont consignées ou ajoutées au dossier du bénéficiaire.
Si le dossier du bénéficiaire contient une motivation écrite telle que visée à l'article 7, § 4, alinéa 2, de la loi du 22 août 2002 sur les droits du patient, qui est encore pertinente, le bénéficiaire exerce son droit de consultation du dossier par l'intermédiaire d'un membre de l'équipe de l'initiative d'habitations protégées ou d'une autre initiative d'habitations protégées désigné par lui, lequel membre consulte également les annotations personnelles visées à l'alinéa 3.
La situation visée à l'alinéa 5 dans laquelle le bénéficiaire peut exercer son droit de consultation de son dossier individuel uniquement en passant par l'intermédiaire d'un membre de l'équipe de l'initiative d'habitations protégées ou d'une autre initiative d'habitations protégées désigné par lui lorsque son dossier contient une motivation écrite telle que visée à l'article 7, § 4, alinéa 2, de la loi du 22 août 2002 sur les droits du patient, qui est toujours d'application, est en conformité avec l'article 23 du Règlement (UE) n° 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données).
§ 4. Le bénéficiaire a le droit d'obtenir une copie du dossier le concernant ou d'une partie de celui-ci. Sur chaque copie, il est précisé que celle-ci est strictement personnelle et confidentielle.
Le membre de l'équipe de l'initiative d'habitations protégées refuse de donner cette copie s'il dispose d'indications claires selon lesquelles le bénéficiaire subit des pressions afin de communiquer une copie de son dossier à des tiers.
§ 5. Après le décès du bénéficiaire, l'époux, le partenaire cohabitant légal, le partenaire et les parents jusqu'au deuxième degré inclus ont, par l'intermédiaire du membre de l'équipe de l'initiative d'habitations protégées désigné par le demandeur, le droit de consultation visé au paragraphe 3 pour autant que leur demande soit suffisamment motivée et spécifiée et que le bénéficiaire ne s'y soit pas opposé expressément. ]1

Art. 538/67. [1 Voor het in artikel 538/66 bedoelde individuele dossier en voor alle persoonsgegevens waarvan het initiatief voor beschut wonen kennis heeft, voldoet het aan Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), alsook aan alle andere bindende bepalingen inzake gegevensbescherming.
Het initiatief voor beschut wonen stelt een protocol inzake de bescherming van persoonsgegevens op, waarin wordt uiteengezet hoe het de in lid 1 bedoelde bepalingen naleeft.
Het initiatief voor beschut wonen deelt het in lid 2 bedoelde protocol mee aan alle begunstigden.
Elke wijziging van het in lid 2 bedoelde protocol wordt meegedeeld aan de begunstigden. ]1

Art. 538/67. [1 Pour le dossier individuel visé à l'article 538/66, ainsi que pour toutes les données personnelles dont elle a connaissance, l'initiative d'habitations protégées se conforme au Règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données), ainsi qu'à toutes autres dispositions contraignantes relatives à la protection des données.
L'initiative d'habitations protégées élabore un protocole de protection des données personnelles indiquant la manière dont elle se conforme aux dispositions visées à l'alinéa 1er.
L'initiative d'habitations protégées communique le protocole visé à l'alinéa 2 à tout bénéficiaire.
Toute modification du protocole visé à l'alinéa 2 est communiquée aux bénéficiaires. ]1

Afdeling 4. [1 - Specifieke rechten van de begunstigde]1
Section 4. [1 - Droits spécifiques du bénéficiaire ]1
Art. 538/68. [1 De begunstigde heeft te allen tijde recht op duidelijke schriftelijke informatie over :
de werking van het initiatief voor beschut wonen en de verschillende functies die het vervult;
de multidisciplinaire aard van het initiatief voor beschut wonen en de gevolgen daarvan voor het delen van informatie tussen beroepsbeoefenaars;
de zorgmethodes die door het initiatief voor beschut wonen worden toegepast;
de kosten van de dienstverleningen en de voorwaarden waaronder hij een vermindering van het tarief of gratis kan krijgen;
zijn rechten, met inbegrip van het recht om zich te verzetten tegen de uitwisseling van alle of een deel van de informatie die hij meedeelt.
Zonder afbreuk te doen aan zijn geïnformeerde toestemming, wordt begunstigde verondersteld de multidisciplinaire aard van de dienst te aanvaarden.
De Regering of haar afgevaardigde kan de vorm en de inhoud van de in het eerste lid bedoelde informatie nader bepalen. ]1

Art. 538/68. [1 Le bénéficiaire a, à tout moment, le droit de recevoir par écrit une information claire sur :
le fonctionnement de l'initiative d'habitations protégées et les différentes fonctions présentes dans celle-ci;
le caractère pluridisciplinaire de l'initiative d'habitations protégées et ses implications sur le partage d'informations entre professionnels;
les modalités de soins mises en oeuvre par l'initiative d'habitations protégées;
le coût des prestations et les conditions dans lesquelles il peut obtenir une diminution ou la gratuité du tarif;
ses droits, en ce compris son droit à s'opposer à l'échange des informations qu'il communique, en tout ou en partie.
Sans préjudice de son consentement éclairé, le bénéficiaire est présumé accepter le caractère pluridisciplinaire du service.
Le Gouvernement ou son délégué précise les modalités et le contenu minimal de l'information visée à l'alinéa 1er. ]1

Art. 538/69. [1 Het initiatief voor beschut wonen is verplicht om de continuïteit van de zorgen te garanderen voor de begunstigde voor wie het zorgt.
Het initiatief voor beschut wonen evalueert regelmatig de voortgang van het therapeutisch proces met de begunstigde of zijn vertegenwoordiger, in overeenstemming met het tijdsbestek en de zorgen van de begunstigde.
De modaliteiten van de beoordeling zijn vastgelegd in het dienstproject.]1

Art. 538/69. [1 L'initiative d'habitations protégées est tenue d'assurer la continuité des soins du bénéficiaire qu'elle prend en charge.
L'initiative d'habitations protégées évalue régulièrement avec le bénéficiaire ou son représentant l'avancement du processus thérapeutique en phase avec la temporalité et les préoccupations de celui-ci.
Les modalités de l'évaluation sont définies dans le projet de service.]1

Art. 538/70. [1 Onverminderd de bepalingen van de federale wetgever ten gunste van de beschermde personen, mag de begunstigde in geen geval, noch bij zijn opname, noch daarna, het beheer van zijn geld of goederen of de bewaring ervan toevertrouwen aan het initiatief voor beschut wonen, haar bewindvoerder of haar personeelsleden.]1
Art. 538/70. [1 Sans préjudice des dispositions prévues par le législateur fédéral en faveur des personnes protégées, le bénéficiaire ne peut en aucun cas, soit à l'admission, soit ultérieurement, confier la gestion de son argent ou de ses biens ou leur garde à l'initiative d'habitations protégées, à un administrateur de celle-ci, ou à un membre du personnel de celle-ci.]1
Afdeling 5. [1 Financiële bepalingen]1
Section 5. [1 - Dispositions financières ]1
Art. 538/71. [1 § 1. Binnen de Commissie "Geestelijke Gezondheid" bedoeld in artikel 14 onderhandelen de leden over één overeenkomst voor alle initiatieven voor beschut wonen, waarin de financiële en administratieve relaties tussen de initiatieven voor beschut wonen en de begunstigden enerzijds en de verzekeraars anderzijds worden vastgelegd.
De in lid 1 bedoelde onderhandelde prijzen worden ten minste aangepast aan de omvang en de locatie
De in lid 1 bedoelde overeenkomst wordt aan alle initiatieven voor beschut wonen voorgesteld.
De initiatieven voor beschut wonen moeten zich houden aan de overeenkomst waarnaar wordt verwezen in lid 1 om hun erkenning te verkrijgen of te behouden.
De Regering neemt alle maatregelen die nodig of nuttig zijn voor de uitvoering van deze paragraaf.
§ 2. Onverminderd paragraaf 1 en binnen de grenzen van de beschikbare kredieten kan de Regering aanvullende financiering toekennen ter dekking van personeels-, exploitatie- of investeringskosten.
De Regering bepaalt de procedure en de modaliteiten voor de financiering bedoeld in het eerste lid.]1

Art. 538/71. [1 § 1er. Au sein de la Commission " Santé mentale " visée à l'article 14, les membres négocient une convention unique, pour toutes les initiatives d'habitations protégées, définissant les rapports financiers et administratifs entre, d'une part, les initiatives d'habitations protégées et les bénéficiaires, et d'autre part, les organismes assureurs.
Les prix négociés visés à l'alinéa 1er sont modulés au minimum en fonction de la taille, de la localisation.
La convention visée à l'alinéa 1er est proposée à l'ensemble des initiatives d'habitations protégées.
Les initiatives d'habitations protégées doivent adhérer à la convention visée à l'alinéa 1er pour obtenir ou conserver leur agrément.
Le Gouvernement adopte toutes mesures nécessaires ou utiles à la mise en oeuvre du présent paragraphe.
§ 2. Sans préjudice du paragraphe 1er, et dans la limite des crédits disponibles, le Gouvernement peut accorder un financement complémentaire destiné à couvrir des frais de personnel, de fonctionnement ou d'investissement.
Le Gouvernement détermine le montant et les modalités du financement visé à l'alinéa 1er. ]1

Art. 538/72. [1 Onverminderd de boekhoudkundige verplichtingen opgelegd door het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen en de uitvoeringsbesluiten ervan, voert het initiatief voor beschut wonen voor elk boekjaar een dubbele boekhouding en stelt het een jaarlijkse balans en winst- en verliesrekening op volgens het model bepaald door de Regering.]1
Art. 538/72. [1 Sans préjudice des obligations comptables imposées par le Code des sociétés et des associations, et par ses arrêtés d'exécution, l'initiative d'habitations protégées tient une comptabilité en partie double par année budgétaire et fournit annuellement un bilan et un compte de résultats selon le modèle déterminé par le Gouvernement. ]1
Afdeling 6. [1 Sociaal-sanitaire gegevens]1
Section 6. [1 - Données socio-sanitaires ]1
Art. 538/73. [1 § 1. Het initiatief voor beschut wonen verzamelt socio-epidemiologische gegevens over de begunstigden. Deze gegevens worden verzameld aan het begin van de opname.
Deze gegevens worden verzameld voor de volgende doeleinden:
voor het initiatief voor beschut wonen, om het profiel van de begunstigden die het verzorgt vast te stellen en op basis van deze gegevens het dienstproject te sturen;
voor het Agentschap, input leveren voor onderzoek en analyse op het niveau van het Franse taalgebied, onder meer voor de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van het strategisch plan voor geestelijke gezondheid.
§ 2. De socio-epidemiologische gegevens die het initiatief voor beschut wonen verzamelt voor elke begunstigde zijn als volgt:
de leeftijd;
geslacht;
de burgerlijke stand;
de nationaliteit;
de moedertaal;
de leefplaats.
het schoolbezoek;
de beroepscategorie;
de hoofdzakelijke inkomensbron;
10° de postcode;
11° als de begunstigde minderjarig is, het aantal kinderen die op de wettelijke woonplaats van de begunstigde wonen;
12° het type verblijfplaats vóór de toelating tot het initiatief voor beschermd wonen;
13° de aard en de oorsprong van het initiatief;
14° de vroegere opnames;
15° de aard van het verzoek van de begunstigde;
16 de redenen voor de toelating;
17° de belangrijkste pathologie geïdentificeerd op het moment van opname;
18° het voorstel tot verzorging;
19° het netwerk rond de begunstigde.
Deze gegevens maken het mogelijk om ten minste het volgende te identificeren:
de sociologische en mentale gezondheidskenmerken van de populatie die in het initiatief voor beschut wonen terechtkomt;
de bereikbaarheidsomtrek van het initiatief voor beschut wonen; 3° de trajecten die de begunstigden volgen in het hulp- en zorgnetwerk.
De gegevens worden eenmaal per jaar veilig naar het Agentschap gestuurd. De Regering of haar afgevaardigde bepaalt de nadere regels voor die overmaking.
Het is aan het initiatief voor beschut wonen om de gegevens te anonimiseren voordat ze naar het Agentschap worden gestuurd.
Het initiatief voor beschut wonen bewaart de in het eerste lid bedoelde sociaal-epidemiologische gegevens in het individuele dossier, bedoeld in artikel 538/66, zolang dit dossier wordt bewaard.
§ 3. De overeenkomstig paragraaf 2 ingediende sociaal-epidemiologische gegevens worden geanalyseerd door het Agentschap of door een door het Agentschap aangewezen externe dienstverlener.
Elk jaar voorziet het Agentschap de initiatieven voor beschut wonen van geaggregeerde gegevens en, indien beschikbaar, analyses op basis van deze gegevens.
Deze gegevens worden ook verstrekt aan het sturingscomité van het strategisch plan voor geestelijke gezondheid.
De Regering of haar afgevaardigde bepaalt de modaliteiten voor de bekendmaking van deze analyses. ]1

Art. 538/73. [1 § 1er. L'initiative d'habitations protégées recueille des données socio-épidémiologiques concernant les bénéficiaires. Ces données sont récoltées au début de la prise en charge.
Cette collecte a pour finalités :
pour l'initiative d'habitations protégées, d'établir le profil des bénéficiaires qu'elle prend en charge et, sur la base de ces données, d'orienter le projet de service;
pour l'Agence, d'alimenter la recherche et l'analyse au niveau du territoire de la région de langue française, en ce compris pour l'élaboration, la mise en oeuvre et l'évaluation du plan stratégique pour la santé mentale.
§ 2. Les données socio-épidémiologiques recueillies par l'initiative d'habitations protégées sont, pour chaque bénéficiaire, les suivantes :
l'âge;
le genre;
l'état civil;
la nationalité;
la langue maternelle;
le lieu de vie;
la scolarité;
la catégorie professionnelle;
la source principale de revenus;
10° le code postal;
11° si le bénéficiaire est mineur, le nombre d'enfants habitant au domicile légal du bénéficiaire;
12° le type de lieu de résidence avant l'admission en initiative d'habitations protégées;
13° la nature et l'origine de la démarche;
14° les prises en charge antérieures;
15° la nature de la demande du bénéficiaire;
16° les motifs présentés lors de l'admission;
17° la pathologie principalement identifiée au moment de l'admission;
18° la proposition de prise en charge;
19° le réseau mobilisé autour du bénéficiaire.
Ces données permettent d'identifier au moins :
les caractéristiques sociologiques et de santé mentale de la population qui consulte l'initiative d'habitations protégées;
le périmètre d'accessibilité de l'initiative d'habitations protégées; 3° les parcours des bénéficiaires dans le réseau d'aide et de soins.
Les données sont communiquées de façon sécurisée une fois par an à l'Agence. Le Gouvernement ou son délégué détermine les modalités de cet envoi.
Il appartient à l'initiative d'habitations protégées de rendre les données anonymes avant l'envoi à l'Agence.
L'initiative d'habitations protégées conserve les données socioépidémiologiques visées à l'alinéa 1er dans le dossier individuel visé à l'article 538/66, pendant toute la durée de conservation de celui-ci.
§ 3. Les données socio-épidémiologiques transmises conformément au paragraphe 2 sont analysées par l'Agence ou par un prestataire externes désigné par l'Agence.
Chaque année, l'Agence communique aux initiatives d'habitations protégées les données globalisées et, lorsqu'elles sont effectuées, les analyses réalisées avec ces données.
Ces données sont également fournies au comité de pilotage du plan stratégique pour la santé mentale.
Le Gouvernement ou son délégué détermine les modalités de la publicité des analyses. ]1

Afdeling 7. [1 - Programmering en erkenning]1
Section 7. [1 - Programmation et agrément ]1
Art. 538/74. [1 De Regering of haar afgevaardigde stelt met door haar te bepalen tussenpozen een programma op voor het aantal initiatieven voor beschut wonen en het aantal bedden dat daaraan wordt toegewezen.
De Regering of haar afgevaardigde zal in haar programmering toezien op een harmonieuze spreiding van de initiatieven voor beschut wonen over het Franse taalgebied.]1

Art. 538/74. [1 Le Gouvernement ou son délégué établit, selon une périodicité qu'il détermine, la programmation du nombre d'initiatives d'habitations protégées et du nombre de places qui leur sont attribués.
Dans sa programmation, le Gouvernement ou son délégué veille à une répartition harmonieuse des initiatives d'habitations protégées sur le territoire de la Région de langue française.]1

Art. 538/75. [1 Om erkenning te krijgen, moet het initiatief voor beschut wonen:
beschikken over een rechtspersoonlijkheid:
a) hetzij als vereniging zonder winstoogmerk;
b) hetzij als een internationale vereniging zonder winstoogmerk;
c) hetzij als stichting;
d) hetzij als een publiekrechtelijke rechtspersoon;
e) hetzij als een vereniging met rechtspersoonlijkheid waarin de overheid een meerderheidsdeelneming heeft, met uitzondering van verenigingen in de vorm van een vennootschap;
zich ertoe verbinden uitsluitend de opdrachten bedoeld in artikel 538/43 te vervullen;
een initieel dienstproject opstellen, waarvan de inhoud in artikel 44 wordt bepaald;
zich ertoe verbinden om overeenkomstig artikel 538/44 om de vijf jaar een nieuw dienstproject op te stellen;
zich ertoe verbinden zijn actieplan uit te voeren;
de in artikel 538/47 bedoelde leden omvatten of zich ertoe verbinden een of meer in dat artikel 538/47 bedoelde overeenkomsten te sluiten;
zich ertoe verbinden lid te zijn van ten minste één overlegplatform inzake geestelijke gezondheid;
zich ertoe verbinden te beschikken over een multidisciplinair team dat voldoet aan de bepalingen van de artikelen 538/50 tot 538/53;
zich ertoe verbinden uitsluitend de opdrachten bedoeld in artikel 538/54 te vervullen;
10° zich ertoe verbinden uitsluitend de opdrachten bedoeld in artikel 538/55 te vervullen;
11° beschikken over lokalen die voldoen aan de eisen van artikel 538/58 tot 538/63;
12° zich ertoe verbinden te voldoen aan de eisen van de artikelen 538/64 en 538/65;
13° zich ertoe verbinden voor elke begunstigde het individuele dossier bedoeld in artikel 538/66 bij te houden;
14° een protocol voor de bescherming van persoonsgegevens opstellen als bedoeld in artikel 538/67, tweede lid;
15° zich ertoe verbinden de rechten van de begunstigde, zoals bepaald in de artikelen 538/68 tot 538/70, na te leven;
16° zich ertoe verbinden geen hogere verblijfkosten aan te rekenen dan die welke overeenkomstig artikel 538/71 zijn vastgesteld;
17° zich ertoe verbinden de socio-epidemiologische gegevens bedoeld in artikel 538/73 te verzamelen en mee te delen;
18° deel uitmaken van het programma dat de Regering of haar afgevaardigde overeenkomstig artikel 538/74 heeft opgesteld;
19° zich ertoe verbinden de deontologische regels die de Regering vastlegt, in acht te nemen.
De verbintenissen bedoeld in lid 1, 6° tot 8°, moeten binnen de zes maanden na toekenning van de erkenning concreet worden gemaakt.
De Regering kan de in dit artikel genoemde erkenningsvoorwaarden specificeren en zo nodig voorzien in een of meer aanvullende erkenningsvoorwaarden.]1

Art. 538/75. [1 Pour obtenir l'agrément, l'initiative d'habitations protégées :
dispose de la personnalité juridique :
a) soit en tant qu'association sans but lucratif;
b) soit en tant qu'association internationale sans but lucratif;
c) soit en tant que fondation;
d) soit en tant que personne morale de droit public;
e) soit en tant qu'association dotée de la personnalité juridique détenue majoritairement par des pouvoirs publics, à l'exception des associations ayant revêtu la forme d'une société;
s'engage à exercer la mission définie à l'article 538/43;
élabore un premier projet de service, dont le contenu est défini à l'article 538/44;
s'engage à élaborer un nouveau projet de service tous les cinq ans, dans le respect de l'article 538/44;
s'engage à mettre en oeuvre son projet de service;
comprend les membres visés à l'article 538/47 ou s'engage à conclure une ou plusieurs conventions visées à cet article 538/47;
s'engage à être membre au moins d'une plate-forme de concertation en santé mentale;
s'engage à disposer d'une équipe pluridisciplinaire conforme aux dispositions des articles 538/50 à 538/53;
s'engage à organiser la concertation pluridisciplinaire visée à l'article 538/54;
10° s'engage à assurer le contact visé à l'article 538/55;
11° dispose d'un bâtiment conforme aux articles 538/58 à 538/63;
12° s'engage à se conformer aux exigences des articles 538/64 et 538/65;
13° s'engage, pour chaque bénéficiaire, à tenir le dossier individuel visé à l'article 538/66;
14° élabore un protocole de protection des données personnelles visé à l'article 538/67, alinéa 2;
15° s'engage à respecter les droits du bénéficiaire tels que prévus aux articles 538/68 à 538/70;
16° s'engage à ne pas réclamer des prix d'hébergement supérieurs à ceux fixés en exécution de l'article 538/71;
17° s'engage à recueillir et à communiquer les données socioépidémiologiques visées à l'article 538/73;
18° s'inscrit dans la programmation établie par le Gouvernement ou son délégué en exécution de l'article 538/74;
19° s'engage à respecter les règles déontologiques définies par le Gouvernement.
Les engagements visés à l'alinéa 1er, 6° à 8°, doivent être concrétisés au plus tard six mois à dater de l'octroi de l'agrément.
Le Gouvernement peut préciser les conditions d'agrément énumérées au présent article, et prévoir, si nécessaire, une ou plusieurs conditions d'agrément complémentaires. ]1

Art. 538/76. [1 § 1. De aanvraag tot erkenning wordt door de inrichtende macht van het initiatief voor beschut wonen bij de Regering of haar afgevaardigde ingediend.
§ 2. De Regering of haar afgevaardigde bepaalt de inhoud van het dossier m.b.t. de erkenningsaanvraag. Dit dossier bevat op zijn minst :
het ondernemingsnummer van het initiatief voor beschut wonen;
een formulier, waarvan het model wordt opgesteld door de Regering of haar afgevaardigde, waarin alle verbintenissen bedoeld in artikel 5375 worden opgenomen.
De Regering bepaalt de wijze en de procedure voor het verlenen van de in dit artikel bedoelde erkenning.
§ 3. De erkenning wordt voor onbepaalde duur door de Regering of haar afgevaardigde toegekend.]1

Art. 538/76. [1 § 1er. La demande d'agrément est introduite par le pouvoir organisateur de l'initiative d'habitations protégées auprès du Gouvernement ou de son délégué.
§ 2. Le Gouvernement ou son délégué détermine le contenu du dossier de demande d'agrément. Ce dossier comporte au minimum :
le numéro d'entreprise de l'initiative d'habitations protégées;
un formulaire, dont le modèle est établi par le Gouvernement ou son délégué, reprenant tous les engagements visés à l'article 538/75.
Le Gouvernement précise les modalités et la procédure d'octroi de l'agrément visée au présent article.
§ 3. L'agrément est accordé pour une durée indéterminée par le Gouvernement ou son délégué. ]1

Art. 538/77. [1 Het erkenningsbesluit voor het initiatief voor beschut wonen moet ten minste de volgende informatie bevatten:
de volledige identiteit van het initiatief voor beschut wonen; 2° een aanduiding van de vestigingsplaats van het initiatief voor beschut wonen;; 3° een aanduiding van het aantal erkende bedden.
Indien nodig vult de Regering de in lid 1 bedoelde lijst aan.]1

Art. 538/77. [1 L'arrêté d'agrément de l'initiative d'habitations protégées reprend au minimum les informations suivantes :
l'identité complète de l'initiative d'habitations protégées; 2° l'indication du siège de l'initiative d'habitations protégées; 3° l'indication du nombre de places agréées.
Le Gouvernement complète si nécessaire la liste visée à l'alinéa 1er. ]1

Art. 538/78. [1 De benaming van het initiatief voor beschut wonen gaat systematisch vergezeld van de vermelding "initiatief voor beschut wonen erkend door het Waals Gewest.". ]1
Art. 538/78. [1 La dénomination de l'initiative d'habitations protégées agréée est systématiquement accompagnée de la mention " initiative d'habitations protégées agréée par la Région wallonne. ]1
Afdeling 8. [1 - Evaluatie, controle en sanctie]1
Section 8. [1 - Evaluation, contrôle et sanctions ]1
Art. 538/79. [1 De activiteiten van elk initiatief voor beschut wonen worden op gezette tijden door het Agentschap geëvalueerd.
Het initiatief voor beschut wonen neemt actief deel aan de evaluatie ervan en werkt met het Agentschap samen bij de voorbereiding en de follow-up van deze evaluatie.
De Regering bepaalt de evaluatiemodaliteiten en -procedure.]1

Art. 538/79. [1 Les activités de chaque initiative d'habitations protégées font l'objet d'une évaluation qualitative périodique par l'Agence.
L'initiative d'habitations protégées participe activement à son évaluation et collabore avec l'Agence pour l'élaboration et le suivi de cette évaluation.
Le Gouvernement détermine les modalités et la procédure d'évaluation. ]1

Art. 538/80. [1 De administratieve en financiële controle van het initiatief voor beschut wonen wordt gevoerd door de daartoe aangewezen personeelsleden van het Agentschap.
Onder administratieve controle wordt verstaan de verificatie van de naleving van alle gewestelijke bepalingen door het initiatief voor beschut wonen
Onder financiële controle wordt verstaan de verificatie van het gebruik van de door het initiatief voor beschut wonen ontvangen financiering, met inbegrip van de verificatie van de verrichte facturering.
Om inlichtingen of documenten te verkrijgen die nuttig zijn voor de controle, of om vaststellingen te doen die nuttig zijn voor de controle, kunnen deze personeelsleden :
zonder afbreuk te doen aan de grondwettelijke bescherming van de woning, vrije toegang hebben tot de lokalen van het initiatief voor beschut wonen tijdens de openingsuren;
alle bij het initiatief voor beschut wonen berustende documenten raadplegen zonder de lokalen te hoeven verlaten en er kopieën van laten maken;
kopieën in een door hen gekozen formaat ontvangen van alle documenten of gegevens die door het initiatief voor beschut wonen elektronisch worden bijgehouden;
elke verantwoordelijke of elk personeelslid van het initiatief voor beschut wonen horen;
het initiatief voor beschut wonen schriftelijk of langs elektronische weg om alle nuttige inlichtingen of toelichtingen vragen;
het Belgisch Staatsblad, de Kruispuntbank van Ondernemingen, de Balanscentrale of elke andere authentieke bron raadplegen voor gegevens met betrekking tot het initiatief voor beschut wonen.
Voor zover mogelijk zorgt het initiatief voor beschut wonend ervoor dat de in lid 4 bedoelde documenten, kopieën en informatie die persoonsgegevens bevatten, anoniem worden gemaakt.
Bij de uitoefening van hun in lid 4 bedoelde toezichthoudende bevoegdheden vragen de in lid 1 bedoelde personeelsleden van het Agentschap alleen om persoonsgegevens indien de verkrijging van die gegevens noodzakelijk, redelijk en proportioneel is voor het doel van de controle op het initiatief voor beschut wonen. Deze gegevens worden niet langer bewaard dan nodig is voor het doel van de controle.
Het in artikel 538/66 bedoelde individueel dossier kan worden geraadpleegd door speciaal daartoe aangewezen artsen en verpleegkundigen van het Agentschap, wanneer deze raadpleging noodzakelijk, passend en evenredig is aan het doel van toezicht op het initiatief voor beschut wonen. Deze raadpleging mag nooit betrekking hebben op de punten opgesomd in artikel 538/66, § 1, tweede lid, 6°, 7°, 8°, 9°, 11°, 12°, 14°, 16° en 25°.
De bij lid 2 verleende bevoegdheden mogen alleen worden uitgeoefend door speciaal daartoe aangewezen artsen en verpleegkundigen van het Agentschap wanneer zij betrekking hebben op gegevens over de gezondheidstoestand van de begunstigden.
De Regering kan de grenzen vaststellen van de bevoegdheden die bij lid 2 aan de personeelsleden zijn toegekend, alsmede de wijze waarop deze bevoegdheden moeten worden uitgeoefend.
De Regering bepaalt de modaliteiten van de controle, met inachtneming van het beginsel van hoor en wederhoor. ]1

Art. 538/80. [1 Le contrôle administratif et financier de l'initiative d'habitations protégées est exercé par les membres du personnel de l'Agence désignés à cet effet.
Par contrôle administratif, il faut entendre la vérification du respect de l'ensemble des dispositions régionales par l'initiative d'habitations protégées.
Par contrôle financier, il faut entendre la vérification de l'utilisation des financements reçus par l'initiative d'habitations protégées, en ce compris par un contrôle des facturations effectuées.
Dans le but d'obtenir toutes informations ou tous documents utiles au contrôle, ou d'effectuer toutes constatations utiles au contrôle, ces membres du personnel peuvent :
sans préjudice de la protection constitutionnelle du domicile, avoir libre accès aux locaux de l'initiative d'habitations protégées pendant les heures d'ouverture de ceux-ci;
consulter sans déplacement tous documents détenus à l'initiative d'habitations protégées et s'en faire remettre copie;
obtenir copie au format de leur choix de tous documents ou données conservées de manière électronique par l'initiative d'habitations protégées;
entendre tout dirigeant ou membre du personnel de l'initiative d'habitations protégées;
demander par écrit ou par voie électronique à l'initiative d'habitations protégées tous documents, toutes informations ou explications utiles;
consulter auprès du Moniteur belge, auprès de la Banque-carrefour des entreprises, auprès de la Centrale des Bilans ou auprès de toutes autres sources authentiques les données relatives à l'initiative d'habitations protégées.
Dans la mesure du possible, l'initiative d'habitations protégées veille à ce que les documents, copies, informations, visés à l'alinéa 4, et contenant des données à caractère personnel des bénéficiaires soient anonymisés.
Dans l'exercice de leurs pouvoirs de contrôle visés à l'alinéa 4, les membres du personnel de l'Agence visés à l'alinéa 1er ne demandent des données à caractère personnel que si la prise de connaissance de ces données est nécessaire, adéquate et proportionnelle à l'objectif de contrôle de l'initiative d'habitations protégées. Ces données ne sont conservées que le temps nécessaire à l'objectif de contrôle.
Le dossier individuel visé à l'article 538/66 peut être consulté par des médecins et infirmiers de l'Agence désignés spécifiquement à cette fin lorsque cette consultation est nécessaire, adéquate et proportionnelle à l'objectif de contrôle de l'initiative d'habitations protégées. Cette consultation ne peut jamais porter sur les éléments repris à l'article 538/66, § 1er, alinéa 2, 6°, 7°, 8°, 9°, 11°, 12°, 14°, 16° et 25°.
Les pouvoirs conférés par l'alinéa 2 ne peuvent être exercés que par des médecins et infirmiers de l'Agence désignés spécifiquement à cette fin lorsqu'ils portent sur des données relatives à l'état de santé des bénéficiaires.
Le Gouvernement peut préciser les limites des pouvoirs conférés aux membres du personnel par l'alinéa 2, ainsi que les modalités d'exercice de ces pouvoirs.
Le Gouvernement détermine les modalités du contrôle, dans le respect du principe du contradictoire. ]1

Art. 538/81. [1 § 1. De erkenning als initiatief voor beschut wonen kan te allen tijde door de Regering of haar afgevaardigde ingetrokken worden wegens niet-naleving van de bepalingen van dit hoofdstuk of van de op grond van dit hoofdstuk vastgestelde bepalingen.
Het initiatief voor beschut wonen waarvan de erkenning is ingetrokken, mag tijdens het jaar volgend op de beslissing tot weigering of intrekking van de erkenning geen nieuwe erkenningsaanvraag indienen.
§ 2. De procedures tot intrekking van de erkenning worden nader bepaald door de Regering.
De Regering stelt de vorm en de termijnen vast en ziet erop toe dat de procedure op tegenspraak wordt gevoerd.
§ 3. In het geval van intrekking van de erkenning, zal de Regering of haar afgevaardigde de nodige maatregelen nemen om de overdracht van de begunstigden naar een ander initiatief voor beschut wonen de continuïteit van hun therapeutische zorg te garanderen.]1

Art. 538/81. [1 § 1er. A tout moment, l'agrément en qualité d'initiative d'habitations protégées peut être retiré par le Gouvernement ou son délégué pour cause d'inobservation des dispositions du présent chapitre ou des dispositions fixées en application de celui-ci.
L'initiative d'habitations protégées dont l'agrément a été retiré, ne peut pas introduire une nouvelle demande d'agrément pendant l'année suivant la décision de retrait de l'agrément.
§ 2. Le Gouvernement précise les procédures de retrait de l'agrément.
Le Gouvernement détermine les formes et les délais et assure le respect du caractère contradictoire de la procédure.
§ 3. En cas de retrait d'agrément, le Gouvernement ou son délégué adopte les dispositions nécessaires pour assurer le transfert des bénéficiaires vers une autre initiative d'habitations protégées et la continuité de leur suivi thérapeutique. ]1

Art. 538/82. [1 Onverminderd de toepassing van de in het Strafwetboek gestelde straffen, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en een geldboete van 2 tot 100 euro :
eenieder die een initiatief voor beschut wonen uitbaat zonder erkenning of die een dergelijke inrichting blijft uitbaten na in kennis te zijn gesteld van een beslissing tot intrekking of weigering van de erkenning;
eenieder die een initiatief voor beschut wonen uitbaat dat niet voldoet aan de normen opgelegd door het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid en de uitvoeringsbesluiten ervan;
eenieder die de personeelsleden bedoeld in artikel 538/80 de toegang tot de inrichting weigert.
Bij recidive binnen twee jaar na veroordeling kunnen de straffen worden verdubbeld.]1

Art. 538/82. [1 Sans préjudice de l'application de peines prévues par le Code pénal, est puni d'un emprisonnement de huit jours à trois mois et d'une amende de 2 à 100 euros :
celui qui exploite une initiative d'habitations protégées sans agrément ou qui continue l'exploitation d'un tel établissement après la notification d'une décision de retrait ou de refus d'agrément;
celui qui exploite une initiative d'habitations protégées qui ne répond pas aux normes imposées par le Code wallon de l'Action sociale et de la Santé et ses arrêtés d'exécution;
celui qui refuse aux membres du personnel visés à l'article 538/80 l'accès à l'établissement.
En cas de récidive dans les deux ans de la condamnation, les peines peuvent être doublées. ]1

HOOFDSTUK II. - Geestelijke gezondheidszorg [1 ...]1
CHAPITRE II. - Services de santé mentale [1 ...]1
Afdeling 1. - Algemene beginselen
Section 1re. - Principes généraux
Art. 539. [1 Om de bevolking van het Franse taalgebied geestelijke gezondheidszorg te bieden buiten de psychiatrische ziekenhuizen bedoeld in artikel 3 van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, en de psychiatrische ziekenhuisdiensten die overeenkomstig artikel 72 van dezelfde wet zijn goedgekeurd, keurt de Regering of haar afgevaardigde diensten voor geestelijke gezondheidszorg goed overeenkomstig de modaliteiten die in dit hoofdstuk of in de uitvoering ervan zijn vastgelegd.
De diensten voor geestelijke gezondheidszorg worden gesubsidieerd overeenkomstig de bij of krachtens dit hoofdstuk vastgestelde voorwaarden.
De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing onverminderd de respectieve bevoegdheden van de Federale Staat en de Franse Gemeenschap.]1

Art. 539. [1 Afin d'assurer à la population de la région de langue française une aide et des soins en matière de santé mentale en dehors des hôpitaux psychiatriques visés à l'article 3 de la loi coordonnée du 10 juillet 2008 sur les hôpitaux et autres établissements de soins, et des services hospitaliers psychiatriques agréés conformément à l'article 72 de la même loi, le Gouvernement ou son délégué agrée des services de santé mentale selon les modalités prévues au présent chapitre ou en exécution de celui-ci.
Les services de santé mentale bénéficient de subventions dans les conditions prévues par le présent chapitre, ou en exécution de celui-ci.
Les dispositions du présent chapitre s'appliquent sans préjudice des compétences respectives de l'Etat fédéral et de la Communauté française.]1

Art. 539/1. [1 Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
"dienst voor geestelijke gezondheidszorg": de ambulante gezondheidsdienst die, in het kader van secundaire en tertiaire preventie, gebruik maakt van een globale en geïntegreerde multidisciplinaire medisch-psychosociale benadering om de psychosociale of psychologische moeilijkheden of psychiatrische stoornissen van de begunstigde aan te pakken;
"inrichtende macht": de instantie die de dienst voor geestelijke gezondheidszorg wettelijk vertegenwoordigt volgens de wetgeving die van toepassing is op zijn rechtsvorm;
"aanvrager": elke persoon, gezin of groep van personen die een beroep doet op een dienst voor geestelijke gezondheidszorg;
"begunstigde": elke persoon, gezin of groep van personen die tijdelijk of chronisch verzwakt is door psychologische of psychosociale moeilijkheden of psychiatrische stoornissen, en die baat heeft bij de tussenkomst van een dienst voor geestelijke gezondheidszorg;
"mantelzorger": de persoon die permanent of regelmatig hulp en steun biedt aan de aanvrager of begunstigde, en die erkend is overeenkomstig de wet van 12 mei 2014 betreffende de erkenning van de mantelzorger;
"peer-helper": een persoon die te maken heeft of heeft gehad met psychosociale of psychologische moeilijkheden of psychiatrische stoornissen en die op basis van deze ervaring en een specifieke opleiding voor peer-helpers in de geestelijke gezondheidszorg of verslaving hulp verleent in de dienst;
"secundaire preventie": alle maatregelen die het mogelijk maken om in een vroeg stadium van de ziekte in te grijpen om een verergering van psychosociale, psychologische of psychiatrische nood te voorkomen;
"tertiaire preventie": alle maatregelen die het mogelijk maken om in te grijpen bij complicaties en risico's op recidive;
"netwerken": het geheel van de beroepsbeoefenaars, ongeacht hun activiteitensector, of van operatoren of niet-professionals die gelijktijdig of achtereenvolgens ten gunste van de gebruiker, een toestand of een project tussenkomen in een effectief partnerschap, met een werking, finaliteit en doelstellingen die gemeenschappelijk zijn;
10° "institutioneel overleg": het kader voor samenwerking tussen instellingen, dat onafhankelijk van de zorgverlening aan een begunstigde wordt opgezet en dat tot doel heeft beroepsbeoefenaars te laten samenwerken in het belang van de begunstigden en de kwaliteit van hun zorg;
11° "deskundigheid": het vaststellen van elementen die verband houden met het verlenen van zorg die toegang geeft tot een recht of het beantwoorden van een verzoek van de gerechtelijke autoriteit;
12° "zetel": de plaats waar de dienst voor geestelijke gezondheidszorg permanent actief is;
13° "bijkantoor": de plaats van raadpleging buiten een zetel;
14° "overlegplatform voor geestelijke gezondheidszorg ": het erkende overlegplatform voor geestelijke gezondheidszorg, zoals gedefinieerd in artikel 679/2, 1° ;
15° "lokalen toegankelijk voor personen met beperkte mobiliteit": speciaal uitgeruste lokalen, overeenkomstig de normen vermeld in artikelen 415 tot 415/16 van de gewestelijke leidraad voor stedenbouw, om toegankelijk te zijn voor personen met beperkte mobiliteit;
16° "specifiek initiatief": een specifieke activiteit gericht op een specifieke populatie, die een bepaald zorgaanbod ontwikkelt;
17° "therapeutische club": een plek waar kinderen, tieners of volwassenen kunnen samenkomen voor groepsactiviteiten;
18° "referentiecentrum inzake geestelijke gezondheidszorg": het erkende referentiecentrum inzake geestelijke gezondheidszorg bedoeld in artikel 491/32;
19° "specifiek referentiecentrum": het erkende specifiek referentiecentrum bedoeld in artikel 491/41;
20° "Agentschap": het agentschap bedoeld in artikel 2;
21° "Minister": de Minister die bevoegd is voor gezondheid; ]1

Art. 539/1. [1 Pour l'application du présent chapitre, on entend par :
" service de santé mentale " : le service de santé ambulatoire qui, dans le cadre de la prévention secondaire et tertiaire, par une approche pluridisciplinaire médico-psycho-sociale globale et intégrée, répond aux difficultés psycho-sociales ou psychologiques, ou aux troubles psychiatriques du bénéficiaire;
" pouvoir organisateur " : l'organe qui représente juridiquement le service de santé mentale en fonction de la législation applicable à sa forme juridique;
" demandeur " : toute personne, toute famille ou tout groupe de personnes qui introduit une demande d'intervention auprès d'un service de santé mentale;
" bénéficiaire " : toute personne, toute famille ou tout groupe de personnes fragilisées de manière momentanée ou chronique par des difficultés psychologiques ou psycho-sociales ou des troubles psychiatriques, qui bénéficie de l'intervention d'un service de santé mentale;
" aidant proche " : la personne qui apporte une aide et un soutien continus ou réguliers au demandeur ou au bénéficiaire, reconnue conformément à la loi du 12 mai 2014 relative à la reconnaissance de l'aidant proche;
" pair-aidant " : la personne qui est ou a été atteinte de difficultés psycho-sociales ou psychologiques ou de troubles psychiatriques et qui, sur la base de cette expérience et d'une formation spécifique destinée aux pairsaidants en santé mentale ou assuétudes, fournit une aide dans le service;
" prévention secondaire " : l'ensemble des mesures qui permettent d'agir à un stade précoce de la maladie, afin d'éviter toute aggravation de détresse psychosociale, psychologique ou psychiatrique;
" prévention tertiaire " : l'ensemble des mesures qui permettent d'agir sur les complications et les risques de récidive;
" réseaux " : l'ensemble des professionnels, quel que soit leur secteur d'activités, des opérateurs ou des non professionnels qui interviennent, de façon simultanée ou successive, en faveur du bénéficiaire, d'une situation ou d'un projet, dans un partenariat effectif définissant un fonctionnement, une finalité et des objectifs communs;
10° " concertation institutionnelle " : le cadre de collaboration entre des institutions, mis en place indépendamment d'une prise en charge d'un bénéficiaire, destiné à permettre à des professionnels de travailler ensemble, dans l'intérêt des bénéficiaires et de la qualité de leur prise en charge;
11° " expertise " : l'établissement des éléments liés à la dispensation des soins donnant accès à un droit ou la réponse à une demande émanant de l'autorité judiciaire;
12° " siège " : le lieu où s'exerce de manière permanente l'activité du service de santé mentale;
13° " antenne " : le lieu de consultation extérieur à un siège;
14° " plate-forme de concertation en santé mentale " : la plate-forme de concertation en santé mentale agréée, telle que définie à l'article 679/2, 1° ;
15° " locaux accessibles aux personnes à mobilité réduite " : les locaux spécialement aménagés, selon les normes contenues aux articles 415 à 415/16 du guide régional d'urbanisme, pour être accessibles aux personnes à mobilité réduite;
16° " initiative spécifique " : l'activité spécifique à destination d'une population déterminée, développant une offre de soins particulière;
17° " club thérapeutique " : le lieu d'accueil et d'activités collectif à destination de bénéficiaires enfants, adolescents ou adultes;
18° " centre de référence en santé mentale " : le centre de référence en santé mentale reconnu, visé à l'article 491/32;
19° " centre de référence spécifique " : le centre de référence spécifique reconnu, visé à l'article 491/41;
20° " l'Agence " : l'Agence visée à l'article 2;
21° " le Ministre " : le Ministre qui a la santé dans ses attributions. ]1

Afdeling 2. [1 - Diensten voor geestelijke gezondheidszorg]1
Section 2. [1 - Services de santé mentale]1
Onderafdeling 1. [1 - Opdracht en werking]1
Sous-section 1re. [1 - Mission et fonctionnement ]1
A. Opdracht en project
A. Mission et projet
Art. 540. [1 De dienst voor geestelijke gezondheidszorg ondersteunt de begunstigde op zijn weg naar onafhankelijkheid en inclusie in zijn gemeenschap, zodat hij kan genieten van een betere geestelijke gezondheid.
De in lid bedoelde opdracht is georganiseerd in twee zorglijnen.
Eerstelijnszorg is de levering van geïntegreerde, multidisciplinaire gezondheidszorg in de gemeenschap. Deze zorg wordt gekenmerkt door universele toegankelijkheid en een globale, persoonsgerichte benadering. De dienst voor geestelijke gezondheidszorg biedt deze zorg in langdurige samenwerking met patiënten, hun huisartsen, hun mantelzorgers en peer-helpers, in de context van het gezine en de lokale gemeenschap.
Tweedelijnszorg bestaat uit de langdurige en chronische opvolging van patiënten door multidisciplinaire en gespecialiseerde zorg.
Als onderdeel van zijn opdracht voert de dienst voor geestelijke gezondheidszorg de volgende prioritaire activiteiten uit:
het in ontvangst nemen van alle aanvragen in verband met psychosociale of psychologische moeilijkheden of psychiatrische stoornissen;
het antwoord op het verzoek bedoeld in 1°, rekening houdend met de beschikbare middelen, de bijzonderheden van het verzoek en de eerdere opvolging;
als de aanvraag bedoeld in 1° wordt aanvaard, multidisciplinaire medische, psychologische en sociale zorg voor de begunstigde;
regelmatige evaluatie van de onder 3° bedoelde zorg.
De in lid 5 bedoelde activiteiten kunnen ook buiten zijn zetel worden uitgeoefend, overeenkomstig de door de Regering vastgestelde modaliteiten. ]1

Art. 540. [1 Le service de santé mentale soutient le bénéficiaire dans son cheminement vers son autonomie et son inclusion dans sa communauté de vie de manière à lui permettre de bénéficier d'un meilleur état de santé mentale.
La mission visée à l'alinéa 1er s'organise en deux lignes de soins.
Les soins de première ligne consistent à dispenser des soins de santé intégrés et pluridisciplinaires au sein de la communauté. Ces soins se caractérisent par une accessibilité universelle et une approche globale axée sur la personne. Le service de santé mentale dispense ces soins en partenariat durable avec les bénéficiaires, leur médecin généraliste, leurs aidants proches et les pairs-aidants, dans le contexte de la famille et de la communauté locale.
Les soins de deuxième ligne consistent à assurer sur le long terme et de manière chronique le suivi des bénéficiaires par des soins pluridisciplinaires et spécialisés.
Dans le cadre de sa mission, le service de santé mentale réalise les activités prioritaires suivantes :
l'accueil de toute demande relative à des difficultés psycho-sociales ou psychologiques ou à des troubles psychiatriques;
la réponse à la demande visée au 1°, en tenant compte des ressources disponibles, des particularités de la demande et des suivis antérieurs;
en cas d'acceptation de la demande visée au 1°, la prise en charge pluridisciplinaire médico-psycho-sociale du bénéficiaire;
l'évaluation régulière de la prise en charge visée au 3°.
Les activités visées à l'alinéa 5 peuvent également être exercées en dehors de son siège, selon les modalités déterminées par le Gouvernement. ]1

Art. 540/1. [1 Om deze opdracht uit te voeren, maakt de dienst voor geestelijke gezondheidszorg gebruik van de benaderingen en middelen die hij het meest doeltreffend en relevant acht, met inbegrip van de in artikel 552 bedoelde netwerken, rekening houdend met de huidige stand van de wetenschappelijke kennis. ]1
Art. 540/1. [1 Pour réaliser cette mission, le service de santé mentale utilise les approches et les moyens qu'il estime les plus efficaces et pertinents, en ce compris le travail en réseau visé à l'article 552, en tenant compte de l'état actuel des connaissances scientifiques. ]1
Art. 541. [1 Alle projecten en acties van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg, inclusief die van de verschillende zetels, specifieke initiatieven, therapeutische clubs en andere aanvullende acties, worden uitgevoerd binnen het kader van een dienstproject.
Het dienstproject wordt voor maximum vijf jaar uitgewerkt.
Het dienstproject wordt aangepast in geval van een aanvraag tot wijziging van de erkenning van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg, of een aanvraag tot erkenning van een specifiek initiatief of een therapeutische club.
Het dienstproject richt zich voornamelijk op de begunstigde.
De in lid bedoelde projecten en acties worden duidelijk beschreven en geïdentificeerd in het dienstproject. Het dienstproject als geheel en elk project en elke actie bedoeld in lid 1 zijn in overeenstemming met de opdracht bedoeld in artikel 540.
Het dienstproject bestaat minstens uit de volgende bestanddelen:
de identificatie van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg;
de omgeving van de geestelijke gezondheidszorg in territoriale en institutionele termen;
de organisatie van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg en zijn banden met het netwerk;
de begripsomschrijving van de doelstellingen en van het actieplan;
mechanismen voor zelfevaluatie.
Het in lid 6, 4°, bedoelde actieplan past in de doelstellingen, acties en strategieën, voorzien in het strategisch plan voor de geestelijke gezondheid, vermeld in artikel 47/19, 2°.
De Regering specificeert en vult de inhoud van het dienstproject en bepaalt de modaliteiten voor de aanneming en mededeling ervan aan het Agentschap.
De Regering of haar afgevaardigde valideert het dienstproject.]1

Art. 541. [1 Tous les projets et actions du service de santé mentale, en ce compris ceux de ses différents sièges, initiatives spécifiques, clubs thérapeutiques et autres actions complémentaires, s'exercent dans le cadre d'un projet de service.
Le projet de service est élaboré pour une durée maximale de cinq ans.
Le projet de service est adapté en cas de demande de modification de l'agrément du service de santé mentale, ou de demande d'agrément d'une initiative spécifique ou d'un club thérapeutique.
Le projet de service est centré prioritairement sur le bénéficiaire.
Les projets et actions visés à l'alinéa 1er sont clairement décrits et identifiés dans le projet de service. L'ensemble du projet de service ainsi que chaque projet et action visés à l'alinéa 1er concordent avec la mission visée à l'article 540.
Le projet de service reprend au moins les éléments suivants :
l'identification du service de santé mentale;
l'environnement du service de santé mentale en termes territorial et institutionnel;
l'organisation du service de santé mentale et son articulation avec le réseau;
la définition des objectifs et du plan d'actions;
les mécanismes d'auto-évaluation.
Le plan d'actions prévu à l'alinéa 6, 4°, doit s'inscrire dans les objectifs, actions et stratégies prévus par le plan stratégique pour la santé mentale visé à l'article 47/19, 2°.
Le Gouvernement précise et complète le contenu du projet de service, détermine les modalités de son adoption et de sa communication à l'Agence.
Le Gouvernement ou son délégué valide le projet de service. ]1

B. Onthaal [1 van de aanvragers en begunstigden]1
B. Accueil [1 des demandeurs et des bénéficiaires]1
Art. 542. [1 § 1. Tijdens de in artikel 590 bedoelde openingstijden organiseert de dienst voor geestelijke gezondheidszorg]1 een onthaaldienst [1 ...]1. [1 Het is mogelijk telefonisch contact op te nemen met de dienst en te worden ontvangen in de lokalen, indien nodig op afspraak]1.
[1 § 2. Het verzoek om bijstand is ontvangen :
wanneer de aanvrager wordt opgevangen in de lokalen van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg;
tijdens een bijeenkomst buiten de gebouwen van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg;
per telefoon of teleconferentie;
elektronisch.
Alle verzoeken om bijstand, ongeacht de manier waarop ze zijn ontvangen, worden geregistreerd.
De Regering of haar afgevaardigde stelt de modaliteiten vast voor het ontvangen en registreren van de verzoeken.]1

Art. 542. [1 § 1er. Durant les heures d'ouverture visées à l'article 590, le service]1 de santé mentale organise une permanence [1 ...]1 au cours de laquelle [1 il est possible de le contacter par téléphone, et d'être accueilli en ses locaux, le cas échéant sur rendez-vous]1.
[1 § 2. La demande d'intervention est reçue :
soit lors de la réception du demandeur dans les locaux du service de santé mentale;
soit lors d'une rencontre en dehors des locaux du service de santé mentale;
soit par téléphone ou par télé-conférence; 4° soit par voie électronique.
Toute demande d'intervention, quel que soit son mode de réception, fait l'objet d'un enregistrement.
Le Gouvernement ou son délégué précise les modalités de réception des demandes, ainsi que de l'enregistrement des demandes. ]1
Art. 543. Buiten de openingstijden [2 bedoeld in artikel 590 of bij niet-beschikbaarheid]2 wordt een onthaal- en oriënteringsbericht door een antwoordapparaat meegedeeld. Dat bericht vermeldt het adres en verdere gegevens van [2 het ziekenhuis]2 [2 waartoe de aanvrager of begunstigde]2 zich in noodgevallen of in geval van noodzaak wenden kan en wijst hem erop dat hij zijn aanvraag op het antwoordapparaat [2 bij alle telefoongesprekken]2 meedelen kan.
[2 De contactgegevens van het ziekenhuis waarnaar de aanvrager of begunstigde kan worden doorverwezen in geval van crisis of nood, staan ook op de website van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg, als die bestaat, en op elk automatisch bericht dat reageert op een elektronisch verzonden aanvraag. ]2
[2 Met het oog op de in lid 1 bedoelde doorverwijzing]2 sluit de dienst voor geestelijke gezondheidszorg één of meer overeenkomsten met andere [2 ziekenhuizen]2.
De overeenkomst [2 bedoeld in lid 3]2 bevat op zijn minst de kennisgevingsmodaliteiten die ten uitvoer gelegd worden i.v.m. de opvolging van de [2 aanvragers of begunstigden]2.
[1 De Regering [2 of haar afgevaardigde]2 bepaalt de inhoud van de overeenkomst [2 bedoeld in lid 3]2.]1
Art. 543. En dehors des heures d'ouverture [2 visées à l'article 590, ou en cas d'indisponibilité]2, un message enregistré d'accueil et d'orientation est diffusé [2 lors de tout appel téléphonique ]2. Ce message comporte les coordonnées de [2 l'hôpital]2 vers [2 lequel le demandeur ou le bénéficiaire]2 peut s'orienter en cas d'urgence ou de nécessité, et prévoit la possibilité [2 pour le demandeur ou le bénéficiaire]2 d'enregistrer [2 un message]2.
[2 Les coordonnées de l'hôpital vers lequel le demandeur ou le bénéficiaire peut s'orienter en cas de crise ou de nécessité sont également reprises sur le site internet du service de santé mentale, s'il existe, ainsi que sur tout message automatique de réponse à une demande envoyée par voie électronique.]2
[2 En vue d'assurer la réorientation visée à l'alinéa 1er]2, le service de santé mentale conclut une ou plusieurs conventions avec d'autres [2 hôpitaux]2.
La convention [2 visée à l'alinéa 3]2 comporte au moins les modalités de communication mises en oeuvre relatives au suivi des [2 demandeurs ou bénéficiaires]2.
[1 Le Gouvernement [2 ou son délégué]2 fixe le contenu de la convention [2 visée à l'alinéa 3.]2]1
C. Beantwoording van de aanvraag
C. Réponse à la demande
Art. 544. [1 § 1.]1 [1 Na registratie van de opnameaanvraag]1 organiseert de dienst voor geestelijke gezondheidszorg het antwoord dat gegeven moet worden.
Daartoe wordt de aanvraag behandeld in het raam van het multidisciplinaire overleg, behalve dringende noodzakelijkheid of crisissituatie [1 bedoeld in artikel 545.]1
[1 Het antwoord houdt rekening met de mening van de aanvrager, zijn doelstellingen, behoeften, middelen en, indien van toepassing, de mening van zijn naasten.]1
[1 § 2. De dienst voor geestelijke gezondheidszorg zorgt voor mensen:
die psychologische of psychosociale moeilijkheden of psychiatrische stoornissen vertonen;
en die ofwel multidisciplinaire samenwerking vereisen of zich in een precaire financiële situatie bevinden.
Als de dienst voor geestelijke gezondheidszorg niet op elke zorgvraag kan reageren :
zorgt hij eerst voor aanvragers die mentaal, financieel of sociaal onstabiel zijn;
worden andere aanvragers door hem indien nodig doorverwezen.]1
Art. 544. [1 § 1er.]1 Une fois que la demande [1 de prise en charge est enregistrée]1, le service de santé mentale organise la réponse à y apporter.
A cette fin, sauf urgence ou situation de crise, la demande est examinée dans le cadre de la concertation pluridisciplinaire [1 visée à l'article 545]1.
[1 La réponse prend en considération l'avis du demandeur, ses objectifs, ses besoins, ses ressources et, le cas échéant, l'avis de ses proches.]1
[1 § 2. Le service de santé mentale prend en charge les personnes :
qui présentent des difficultés psychologiques ou psycho-sociales ou des troubles psychiatriques;
et qui soit nécessitent une collaboration pluridisciplinaire, soit sont dans une situation de précarité financière.
Si le service de santé mentale n'est pas en mesure de répondre à chaque demande de prise en charge :
il prend en charge d'abord les demandeurs en situation de précarité psychique, financière ou sociale;
il réoriente si possible les autres demandeurs.]1
C/1. [1 Multidisciplinair overleg]1
C/1. [1 - Concertation pluridisciplinaire]1
Art. 545. [1 In elke dienst voor geestelijke gezondheidszorg wordt een multidisciplinair overleg opgezet. De prioritaire doelstelling van dit multidisciplinaire overleg is het definiëren van de meest geschikte, effectieve en relevante zorg voor de patiënt, gebaseerd op zijn behoeften en middelen, zijn vooruitgang, de voortgang van zijn zorg en de beschikbare middelen binnen de geestelijke gezondheidszorg of in de netwerken.
Het multidisciplinair overleg is ook de plaats waar de in artikel 544 bedoelde antwoorden worden besproken.
Het multidisciplinair overleg brengt het in artikel 555 bedoelde hele multidisciplinaire team samen.
Er wordt ten minste eenmaal per week multidisciplinair overleg georganiseerd, ook als een lid van het in artikel 555 bedoelde multidisciplinaire team afwezig is.]1

De Regering bepaalt de modaliteiten van het multidisciplinaire overleg.
Art. 545. [1 Une concertation pluridisciplinaire est instaurée dans chaque service de santé mentale. L'objectif prioritaire de cette concertation pluridisciplinaire est de définir la prise en charge la plus adéquate, efficace et pertinente pour le bénéficiaire en fonction de ses besoins et ressources, de son évolution, de l'évolution de sa prise en charge, des ressources disponibles au sein du service de santé mentale ou dans les réseaux.
La concertation pluridisciplinaire est également le lieu où sont débattues les réponses visées à l'article 544.
La concertation pluridisciplinaire réunit l'ensemble de l'équipe pluridisciplinaire visée à l'article 555.
La concertation pluridisciplinaire est organisée au minimum une fois chaque semaine, même en l'absence d'un membre de l'équipe pluridisciplinaire visée à l'article 555.]1

Le Gouvernement précise les modalités de la concertation pluridisciplinaire.
Art. 546.
Art. 546.
Art. 547. De dienst voor geestelijke gezondheidszorg organiseert minstens één keer per kwartaal een multidisciplinair overleg met alle personeelsleden, [2 met inbegrip van]2 degenen i.v.m. een specifiek initiatief of een therapeutische club.
[2 Het driemaandelijks multidisciplinair overleg maakt het mogelijk om ten minste de volgende acties te ondernemen:
de beoordeling van de projecten en acties in het licht van het dienstproject;
de uitwisseling van praktijken en intervisie]2
.
[2 De Regering bepaalt de modaliteiten voor de toepassing van dit artikel. ]2
[2 ...]2.
Art. 547. Au moins une fois par trimestre, le service de santé mentale organise une concertation pluridisciplinaire rassemblant l'ensemble des membres du personnel, [2 en ce compris]2 ceux qui relèvent d'une initiative spécifique ou d'un club thérapeutique.
[2 La concertation pluridisciplinaire trimestrielle, au minimum :
évalue les projets et actions en relation avec le projet de service;
permet l'échange de pratiques et l'intervision]2
.
[2 Le Gouvernement précise les modalités d'application du présent article.]2
[2 ...]2.
Art. 548. [1 In het belang van de begunstigde en indien de begunstigde daartoe toestemming heeft verleend, een huisarts of een andere beroepsbeoefenaar uit de gezondheidssector,]1 die niet deel uitmaakt van de door [1 de begunstigde]1 aangewezen dienst voor geestelijke gezondheidszorg wordt, indien de gebruiker daarmee instemt, bij [1 de zorg]1 betrokken en over de uit het het multidisciplinaire overleg voortvloeiende voorstellen ingelicht.
Art. 548. [1 Dans l'intérêt du bénéficiaire et si le bénéficiaire l'autorise, un médecin généraliste ou un autre professionnel de la santé,]1 extérieur au service de santé mentale [1 et]1 désigné par [1 le bénéficiaire]1 est, si ce dernier l'y autorise, associé [1 à la prise en charge]1 et informé des propositions résultant de la concertation pluridisciplinaire.
Art. 549.
Art. 549.
D. Bijkomende activiteiten
D. Activités [1 complémentaires]1
Art. 550. [1 Onverminderd de taken die hem worden toevertrouwd en die worden gefinancierd door de Franse Gemeenschap in het kader van zijn bevoegdheden, kan de dienst voor geestelijke gezondheidszorg de volgende bijkomende activiteiten uitvoeren, voor zover deze overeenstemmen met zijn opdracht beschreven in artikel 540 :
de uitvoering van expertises;
het organiseren van activiteiten ten behoeve van andere beroepsbeoefenaars met het oog op het verbeteren van de kwaliteit van de hulp of zorg die zij bieden aan personen met psychische of psychosociale moeilijkheden of psychiatrische stoornissen, in de vorm van informatie, begeleiding of opleiding;
elke eenmalige activiteit of project opgezet voor een specifiek publiek binnen de dienst voor geestelijke gezondheidszorg of de bevolking die hij bedient.
De uren van het erkende kader besteed aan de bijkomende activiteiten bedoeld in 1° en 2° mogen niet meer bedragen dan twintig procent van de totale uren van het erkende kader van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg. ]1

Art. 550. [1 Sans préjudice des missions qui lui seraient confiées et financées par la Communauté française dans le cadre de ses compétences, le service de santé mentale peut accomplir les activités complémentaires suivantes dans la mesure où elles concordent avec sa mission décrite à l'article 540 :
la réalisation d'expertises;
l'organisation d'activités au bénéfice d'autres professionnels en vue d'améliorer la qualité de l'aide ou des soins qu'ils offrent à des personnes présentant des difficultés psychologiques ou psycho-sociales ou des troubles psychiatriques, sous la forme d'information, de supervision ou de formation;
toute activité ou projet ponctuel mis en place à destination d'un public spécifique du service de santé mentale ou de la population qu'il dessert.
Les heures du cadre agréé consacrées aux activités complémentaires visées sous les 1° et 2° ne peuvent pas dépasser vingt pour cent de la totalité des heures du cadre agréé du service de santé mentale.]1

Art. 551.
Art. 551.
E. Netwerking [1 en institutioneel overleg]1
E. Travail en réseau [1 et concertation institutionnelle]1
Art. 552. [1 § 1. Om de opdracht bedoeld in artikel 540, § 1te vervullen, werkt de dienst voor geestelijke gezondheidszorg samen met de netwerken.
Het multidisciplinaire team zorgt ervoor dat dit netwerk voor elke begunstigde :
zich op de behoeften van de begunstigde richt;
de opvolging van de genomen beslissingen garandeert en het hele zorgproces voor de begunstigde ondersteunt;
de continuïteit en complementariteit van de zorg voor deze begunstigde garandeert.
De Regering neemt alle maatregelen die nodig of nuttig zijn voor de uitvoering van het tweede lid.
Hiertoe sluit de dienst voor geestelijke gezondheidszorg samenwerkingsovereenkomsten met de netwerken.
De Regering of haar afgevaardigde bepaalt de voorwaarden en modaliteiten voor deelname aan de netwerken.
§ 2. Om de taak bedoeld in artikel 540, § 1uit te voeren, werkt de dienst voor geestelijke gezondheidszorg samen met de omgeving van de begunstigde, zijn naasten en met hulpverleners, voor zover de zorg dit vereist. ]1

Art. 552. [1 § 1er. Pour atteindre la mission visée à l'article 540, § 1er, le service de santé mentale collabore avec les réseaux.
L'équipe pluridisciplinaire veille à ce que ce travail de réseau pour chaque bénéficiaire :
centre son action sur les besoins de ce bénéficiaire;
garantisse le suivi des décisions prises et soutienne l'ensemble du processus de prise en charge autour de ce bénéficiaire;
garantisse la continuité et la complémentarité de la prise en charge pour ce bénéficiaire.
Le Gouvernement adopte les précisions nécessaires ou utiles à la mise en oeuvre de l'alinéa 2.
A cette fin, le service de santé mentale conclut des conventions de collaboration avec les réseaux.
Le Gouvernement ou son délégué définit les conditions et les modalités de la participation aux réseaux.
§ 2. Pour atteindre la mission visée à l'article 540, § 1er, le service de santé mentale travaille avec l'entourage du bénéficiaire, ses proches et les professionnels de l'aide et du soin, dans la mesure où la prise en charge le requiert. ]1

Art. 553. De dienst voor geestelijke gezondheidszorg [1 neemt actief deel]1 aan de overleggen gevoerd op initiatief van de overheden [1 , een referentiecentrum inzake geestelijke gezondheidszorg, een specifiek referentiecentrum, een platform voor raadpleging op het gebied van geestelijke gezondheid of netwerken, wanneer deze overleggen betrekking hebben op zijn opdracht beschreven in artikel 540, § 1.]1
[1 De Regering is belast met de uitvoering van dit artikel.]1
Art. 553. Le service de santé mentale [1 prend part activement]1 aux concertations menées sur l'initiative des autorités publiques [1 , d'un centre de référence en santé mentale, d'un centre de référence spécifique, d'une plate-forme de concertation en santé mentale ou des réseaux, lorsque ces concertations concernent sa mission décrite à l'article 540, § 1er]1.
[1 Le Gouvernement est chargé de l'exécution du présent article.]1
Art. 554. [1 § 1. De dienst voor geestelijke gezondheidszorg is vrij om de instellingen te kiezen waarmee hij een institutioneel overleg wil plegen.
De Regering bepaalt de minimumdoelstellingen van institutioneel overleg waaraan de diensten voor geestelijke gezondheidszorg moeten voldoen.
§ 2. De dienst voor geestelijke gezondheidszorg is lid van ten minste één overlegplatform inzake geestelijke gezondheid. ]1

Art. 554. [1 § 1er. Le service de santé mentale choisit librement les institutions avec lesquelles il souhaite développer une concertation institutionnelle.
Le Gouvernement détermine les objectifs minimaux de concertation institutionnelle à remplir par les services de santé mentale.
§ 2. Le service de santé mentale est membre au moins d'une plate-forme de concertation en santé mentale.]1

F. Multidisciplinair team
F. Equipe pluridisciplinaire
Art. 555. Om [1 de in artikel 540 bedoelde opdracht]1 te vervullen, beschikt de dienst voor geestelijke gezondheidszorg over één [1 multidisciplinair team]1, hierna " team " genoemd [1 , dat verdeeld is over één of meerdere zetels.]1
Art. 555. Pour remplir [1 sa mission décrite à l'article 540]1, le service de santé mentale dispose d'une [1 équipe pluridisciplinaire]1, ci-après désignées sous le terme "d'équipe" [1 , répartie sur un ou plusieurs sièges]1.
Art. 556. § 1. Het team vervult de volgende functies :
[1 ]1 de psychiatrische functie;
[1 ]1 de psychologische functie;
[1 ]1 de sociale functie;
[1 ]1 de onthaal- en secretariaatfunctie.
[2 ...]2.
[2 § 1/1. Het team staat onder toezicht van een administratieve directie en een therapeutisch directeur, wier taken zijn vastgelegd in de artikelen 560 tot en met 561/1. ]2
§ 2. Om in te spelen op de behoeften van de [2 begunstigden]2 kan het team andere functies vervullen, hierna " bijkomende functies " genoemd.
Die bijkomende functies worden [2 door de Regering of haar afgevaardigde]2, [2 volgens de uitvoeringsvoorwaarden en -modaliteiten]2 die zij bepaalt, in het raam van de erkenning of van een wijziging ervan op basis van het project [2 ...]2 toegekend [2 ...]2.
[2 De Regering of haar afgevaardigde stelt de lijst vast van activiteitsgebieden waarop een bijkomende functie kan worden toegekend.]2
[2 § 3. Het team kan een beroep doen op de expertise van een peer-helper.
Peer-helpers hebben de status van vrijwilliger onder de voorwaarden van de wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers.
§ 4. Het personeel voert de activiteiten die verband houden met de in de paragrafen 1 en 2 beschreven functies uit volgens de beste praktijken van hun beroep, onder de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de administratieve directie en de therapeutische directie van de dienst.]2

Art. 556. § 1er. L'équipe assure les fonctions suivantes :
[1 ]1 la fonction psychiatrique;
[1 ]1 la fonction psychologique;
[1 ]1 la fonction sociale;
[1 ]1 la fonction d'accueil et de secrétariat.
[2 ...]2.
[2 § 1er/1. L'équipe est encadrée par une direction administrative et par une direction thérapeutique, dont les missions sont définies aux articles 560 à 561/1.]2
§ 2. L'équipe peut assurer d'autres fonctions, ci-après désignées sous le terme de "fonctions complémentaires", pour répondre aux besoins des [2 bénéficiaires]2.
[2 Selon les conditions et les modalités]2 d'exécution fixées par le Gouvernement, ces fonctions complémentaires sont [2 accordées par le Gouvernement ou son délégué]2, dans le cadre de l'agrément ou d'une modification de celui-ci, sur la base du projet de service [2 ...]2.
[2 Le Gouvernement ou son délégué détermine la liste des domaines d'activités dans lesquels une fonction complémentaire peut être accordée.]2
[2 § 3. L'équipe peut s'adjoindre la compétence d'un pair-aidant.
Les pairs-aidants sont engagés sous statut de volontaire au sens de la loi du 3 juillet 2005 relative aux droits des volontaires.]2

[2 § 4. Le personnel réalise les activités liées aux fonctions décrites aux paragraphes 1er et 2, dans le respect des règles de l'art de sa profession, sous la responsabilité conjointe de la direction administrative et de la direction thérapeutique du service.]2
Art. 557. [1 De Regering of haar afgevaardigde stelt de lijst vast van de vereiste diploma's en kwalificaties en, in voorkomend geval, van de ervaring die nuttig en noodzakelijk is voor de uitoefening van de in artikel 556 bedoelde functies.
Onverminderd de federale bepalingen bepaalt de Regering of haar afgevaardigde de verplichtingen inzake permanente vorming voor elke persoon die een van de in artikel 556 bedoelde functies uitoefent.]1

Art. 557. [1 Le Gouvernement ou son délégué précise la liste des diplômes et des titres nécessaires, ainsi que, le cas échéant, l'expérience utile et nécessaire à l'accomplissement des fonctions visées à l'article 556.
Sans préjudice des dispositions fédérales, le Gouvernement ou son délégué précise les obligations en matière de formation continuée pour chaque personne exerçant une des fonctions visées à l'article 556.]1

Art. 558. [1 § 1. Elk lid van het multidisciplinaire team is aangeworven door de inrichtende macht van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg:
ofwel als statutaire werknemer;
als werknemer met een arbeidsovereenkomst;
of als zelfstandig psychiater, kinderpsychiater of psycholoog in het kader van een samenwerkingsovereenkomst.
De inrichtende macht van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg bepaalt de duur van de dienstverleningen van de leden van het team en wijst de personen aan wie ze het administratief en therapeutisch beheer van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg toevertrouwt.
§ 2. Elk lid van het multidisciplinaire team dat zijn functie verlaat, wordt voor zover mogelijk binnen zes maanden na zijn vertrek vervangen.
De Regering bepaalt de gevallen en de modaliteiten van de in het eerste lid bedoelde afwijkingen.]1

Art. 558. [1 § 1er. Chaque membre de l'équipe pluridisciplinaire est engagé par le pouvoir organisateur du service de santé mentale :
soit en tant que travailleur salarié sous statut;
soit en tant que travailleur salarié sous contrat de travail;
soit en tant que psychiatre, pédopsychiatre ou psychologue indépendant dans le cadre d'une convention de collaboration.
Le pouvoir organisateur du service de santé mentale détermine la durée des prestations des membres de l'équipe et désigne ceux à qui il confie la direction administrative et la direction thérapeutique du service de santé mentale.
§ 2. Tout membre de l'équipe pluridisciplinaire qui quitte ses fonctions est remplacé, dans la mesure du possible, dans les six mois de son départ.
Le Gouvernement détermine les cas et les modalités des dérogations à l'alinéa 1er.]1

Art. 559. De inrichtende macht van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg neemt de therapeutische vrijheid van de leden van het team in acht.
[1 ...]1.
Art. 559. Le pouvoir organisateur du service de santé mentale respecte la liberté thérapeutique des membres de l'équipe.
[1 ...]1.
Art. 560. § 1. Onder het toezicht van de inrichtende macht is het lid van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg dat belast is met de administratieve directie, hierna " administratief directeur " genoemd, verantwoordelijk voor de goede organisatie en de totstandbrenging van het [1 dienstproject]1, de administratieve en technische coördinatie, [1 ...]1 en de [1 administratieve]1 begeleiding van het personeel.
Het zorgt ervoor dat de werking van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg aan de wettelijke en reglementaire voorschriften voldoet.
[1 ...]1.
Het wordt bijgestaan door het personeel dat het onthaal en het secretariaat waarneemt.
De Regering bepaalt de minimuminhoud van zijn opdrachten inzake organisatie, coördinatie en begeleiding.
§ 2. [1 De administratief directeur zorgt voor het in artikel 553 bedoelde overleg.]1
§ 3. [1 De Regering of haar afgevaardigde kan andere taken specifiek aan de administratief directeur toevertrouwen. ]1
[1 § 4. De administratief directeur mag niet tegelijkertijd de functie van therapeutisch directeur bekleden.]1
Art. 560. § 1er. Sous l'autorité du pouvoir organisateur, le membre du service de santé mentale en charge de la direction administrative, ci-après désigné sous le terme de "directeur administratif", est responsable de la bonne organisation et de la mise en place du [1 projet de service]1, de la coordination administrative et technique, [1 ...]1 et de l'encadrement [1 administratif]1 du personnel.
Il garantit la conformité du fonctionnement du service de santé mentale aux prescriptions légales et réglementaires.
[1 ...]1.
Il est assisté du personnel en charge de l'accueil et du secrétariat.
Le Gouvernement définit le contenu minimal de ses missions d'organisation, de coordination et d'encadrement.
§ 2. [1 Le directeur administratif assure la concertation visée à l'article 553.]1
§ 3. [1 Le Gouvernement ou son délégué peut confier d'autres tâches spécifiquement au directeur administratif.]1
[1 § 4. Le directeur administratif ne peut exercer simultanément la fonction de directeur thérapeutique.]1
Art. 561. [1 § 1. De therapeutische directie wordt waargenomen door een geneesheer van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg, hierna de "therapeutisch directeur" genoemd. Deze geneesheer is een psychiater of kinderpsychiater, volgens de erkenning toegekend door de Franse Gemeenschap.
§ 2. De therapeutisch directeur zorgt ervoor dat de dienst voor geestelijke gezondheidszorg vanuit therapeutisch oogpunt soepel verloopt, zit de wekelijkse teamvergaderingen voor en werkt mee aan aanvullende activiteiten en activiteiten die verband houden met netwerken, in termen van therapeutische inhoud.
De therapeutisch directeur zorgt ervoor dat informatie met betrekking tot gezondheidszorg, inclusief medicatie, correct wordt doorgegeven aan de huisarts of andere zorgverleners die de begunstigde hebben doorverwezen, met de toestemming van de begunstigde of zijn wettelijke vertegenwoordiger.
§ 3. De Regering of haar afgevaardigde kan andere taken specifiek aan de therapeutisch directeur toevertrouwen.
§ 4. De therapeutisch directeur mag niet tegelijkertijd de functie van administratief directeur bekleden.]1

Art. 561. [1 § 1er. La direction thérapeutique est exercée par un médecin du service de santé mentale, ci-après désigné sous le terme de " directeur thérapeutique ". Ce médecin est psychiatre ou pédopsychiatre, selon l'agrément délivré par la Communauté française.
§ 2. Le directeur thérapeutique garantit le bon fonctionnement thérapeutique du service de santé mentale, préside les réunions d'équipe hebdomadaires et collabore aux activités complémentaires et à celles liées au fonctionnement en réseau, sur le plan du contenu thérapeutique.
Le directeur thérapeutique veille à la bonne communication des informations relatives aux soins de santé, en ce compris la médication, au médecin généraliste ou aux autres professionnels de santé qui ont référé le bénéficiaire, avec l'accord du bénéficiaire ou de son représentant légal.
§ 3. Le Gouvernement ou son délégué peut confier d'autres tâches spécifiquement au directeur thérapeutique.
§ 4. Le directeur thérapeutique ne peut exercer simultanément la fonction de directeur administratif.]1

Art. 561/1. [1 § 1. De administratief directeur en de therapeutisch directeur voeren hun respectieve taken uit in volledige samenwerking met elkaar, om ervoor te zorgen dat de taken van de dienst naar behoren worden uitgevoerd.
§ 2. De administratief directeur en de therapeutisch directeur zijn samen verantwoordelijk voor :
de continuïteit, efficiëntie en kwaliteit van de opdrachten;
het geven van een zo snel mogelijk antwoord aan de aanvragers, in overleg met het multidisciplinaire team.
§ 3. De Regering of haar afgevaardigde kan andere taken specifiek aan de administratief directeur en aan de therapeutisch directeur toevertrouwen.]1

Art. 561/1. [1 § 1er. Le directeur administratif et le directeur thérapeutique exercent leurs fonctions respectives en pleine collaboration l'un avec l'autre, pour le bon accomplissement des missions du service.
§ 2. Le directeur administratif et le directeur thérapeutique veillent conjointement :
à la continuité, à l'efficacité et à la qualité des missions;
à donner une réponse la plus rapide possible aux demandeurs, en concertation avec l'équipe pluridisciplinaire.
§ 3. Le Gouvernement ou son délégué peut confier d'autres tâches conjointes au directeur administratif et au directeur thérapeutique.]1

G. Prestaties van de leden van het team
G. Prestations des membres de l'équipe
Art. 562. [1 De Regering of haar afgevaardigde bepaalt het aantal gesubsidieerde voltijdsequivalenten dat aan de dienst voor geestelijke gezondheidszorg wordt toegekend voor de administratief directeur.]1
Art. 562. [1 Le Gouvernement ou son délégué détermine le nombre d'équivalents temps plein subventionnés attribués au service de santé mentale pour le directeur administratif.]1
Art. 563. [1 De Regering of haar afgevaardigde stelt de vereiste kwalificaties vast voor het personeel belast met de onthaal- en secretariaatfuncties.
De Regering of haar afgevaardigde bepaalt het aantal gesubsidieerde voltijdsequivalenten dat aan de dienst voor geestelijke gezondheidszorg wordt toegekend voor de onthaal- en secretariaatfuncties.]1

Art. 563. [1 Le Gouvernement ou son délégué précise les titres et qualifications requis pour le personnel chargé des fonctions d'accueil et de secrétariat.
Le Gouvernement ou son délégué détermine le nombre d'équivalents temps plein subventionnés attribués au service de santé mentale pour les fonctions d'accueil ou de secrétariat.]1

Art. 564. [1 De Regering of haar afgevaardigde stelt de vereiste titels en kwalificaties vast voor het personeel belast met de onthaal- en secretariaatfuncties.
De Regering of haar afgevaardigde bepaalt het aantal gesubsidieerde voltijdsequivalenten dat aan de dienst voor geestelijke gezondheidszorg wordt toegekend voor de sociale functie.]1

Art. 564. [1 Le Gouvernement ou son délégué précise les titres et qualifications requis pour le personnel chargé de la fonction sociale.
Le Gouvernement ou son délégué détermine le nombre d'équivalents temps plein subventionnés attribués au service de santé mentale pour la fonction sociale.]1

Art. 565. [1 De Regering of haar afgevaardigde stelt de vereiste titels en kwalificaties vast voor het personeel belast met de psychologische functie.
De Regering of haar afgevaardigde bepaalt het aantal gesubsidieerde voltijdsequivalenten dat aan de dienst voor geestelijke gezondheidszorg wordt toegekend voor de psychologische functie.]1

Art. 565. [1 Le Gouvernement ou son délégué précise les titres et qualifications requis pour le personnel chargé de la fonction psychologique.
Le Gouvernement ou son délégué détermine le nombre d'équivalents temps plein subventionnés attribués au service de santé mentale pour la fonction psychologique.]1

Art. 566. [1 § 1. De psychiatrische functie wordt uitgevoerd door een psychiater of kinderpsychiater.
De dienst kan een samenwerkingsovereenkomst aangaan met een onafhankelijke psychiater of kinderpsychiater die psychiatrie praktiseert voor het aantal uren dat in de overeenkomst wordt gespecificeerd.
§ 2. De Regering of haar afgevaardigde bepaalt het aantal gesubsidieerde voltijdsequivalenten dat aan de dienst voor geestelijke gezondheidszorg wordt toegekend voor de psychiatrische functie.
De Regering of haar afgevaardigde kan een afwijking toestaan van het aantal gesubsidieerde voltijdse equivalenten dat in toepassing van het eerste lid is toegekend, wanneer de inrichtende macht van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg bewijst dat het materieel onmogelijk is om een voldoende aantal psychiaters of kinderpsychiaters tewerk te stellen om het toegekende kader te vullen en compenserende maatregelen voorstelt die hij belooft uit te voeren.
Het doel van de in lid 2 genoemde maatregelen is de toegang tot zorg te behouden en ervoor te zorgen dat de leden van het team een beroep kunnen doen op therapeutische begeleiding.
De in lid 2 bedoelde afwijking wordt toegestaan voor een periode van maximaal een jaar en wordt verlengd als de inrichtende macht aantoont dat de situatie die tot de afwijking heeft geleid, ongewijzigd blijft.
§ 3. De Regering of haar afgevaardigde bepaalt het minimumaantal uren dat aan de functie van therapeutisch directeur moet worden besteed.]1

Art. 566. [1 § 1er. La fonction psychiatrique est exercée par un médecin psychiatre ou pédopsychiatre.
Le service peut conclure une convention de collaboration avec un médecin psychiatre ou pédopsychiatre indépendant exerçant la fonction psychiatrique pour le nombre d'heures spécifiées dans l'agrément.
§ 2. Le Gouvernement ou son délégué détermine le nombre d'équivalents temps plein subventionnés attribués au service de santé mentale pour la fonction psychiatrique.
Le Gouvernement ou son délégué peut accorder une dérogation au nombre d'équivalents temps plein subventionnés attribué en application de l'alinéa 1er, lorsque le pouvoir organisateur du service de santé mentale fait la preuve de l'impossibilité matérielle d'engager un nombre suffisant de psychiatres ou pédopsychiatres pour remplir le cadre attribué et propose des mesures compensatoires qu'il s'engage à mettre en oeuvre.
Les mesures visées à l'alinéa 2 ont pour objectif de maintenir l'accessibilité aux soins et d'assurer le recours à une direction thérapeutique pour les membres de l'équipe.
La dérogation visée à l'alinéa 2 est accordée pour une durée maximale d'un an et est renouvelée si le pouvoir organisateur démontre que la situation ayant conduit à la dérogation reste inchangée.
§ 3. Le Gouvernement ou son délégué détermine le nombre d'heures minimal consacré à la fonction de directeur thérapeutique.]1

Art. 567. [1 De Regering of haar afgevaardigde bepaalt het aantal gesubsidieerde voltijdsequivalenten dat aan de dienst voor geestelijke gezondheidszorg wordt toegekend voor de bijkomende functies.]1
Art. 567. [1 Le Gouvernement ou son délégué détermine le nombre d'équivalents temps plein subventionnés attribués au service de santé mentale pour les fonctions complémentaires. ]1
Art. 567/1. [1 Wanneer de dienst voor geestelijke gezondheidszorg specifieke diensten voor kinderen en adolescenten organiseert, zijn de volgende normen van toepassing:
de psychiatrische functie wordt uitgevoerd door een psychiater of kinderpsychiater;
de dienst voor geestelijke gezondheidszorg vult zijn aanbod aan met mediatherapie in de vorm van logopedie, kinesitherapie of psychomotorische therapie.]1

Art. 567/1. [1 Lorsque le service de santé mentale organise une offre spécifique à destination des enfants et des adolescents, les normes suivantes sont d'application :
la fonction psychiatrique est exercée par un pédopsychiatre;
le service de santé mentale complète son offre par de la thérapie a media sous la forme de logopédie, kinésithérapie ou psychomotricité.]1

Art. 568. [1 De onafhankelijke dienstverleners bedoeld in artikel 558, lid 1, 3°, die al dan niet gesubsidieerd zijn, vervullen de functies bepaald in artikel 556, §§ 1 en 2, in het kader van een samenwerkingsovereenkomst gesloten met de inrichtende macht.
Deze samenwerkingsovereenkomst bepaalt de voorwaarden voor deelname aan multidisciplinair overleg, de beheerkosten van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg en het maximumbedrag aan vergoedingen.
De Regering of haar afgevaardigde bepaalt de minimuminhoud en de voorwaarden en modaliteiten van de samenwerkingsovereenkomst. ]1

Art. 568. [1 Les prestataires indépendants visés à l'article 558, alinéa 1er, 3°, subventionnés ou non subventionnés, exercent les fonctions définies à l'article 556, §§ 1er et 2, dans le cadre d'une convention de collaboration conclue avec le pouvoir organisateur.
Cette convention de collaboration définit les conditions et les modalités de participation à la concertation pluridisciplinaire, aux frais de gestion du service de santé mentale, et le montant maximum des honoraires.
Le Gouvernement ou son délégué précise le contenu minimum, les conditions et les modalités de la convention de collaboration.]1

G/1. [1 Beroepsgeheim]1
G/1. [1 - Secret professionnel ]1
Art. 568/1. [1 De leden van het multidisciplinaire team, de inrichtende macht, de peer-helpers en de leden van de netwerken zijn gebonden door het beroepsgeheim ten aanzien van alle informatie met betrekking tot aanvragers en begunstigden waarvan zij kennis hebben of kunnen hebben.
Elke schending van het geheim wordt overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek gestraft.]1

Art. 568/1. [1 Les membres de l'équipe pluridisciplinaire, le pouvoir organisateur, les pairs-aidants et les membres des réseaux sont tenus au secret professionnel pour tous les éléments relatifs aux demandeurs et bénéficiaires dont ils ont ou pourraient avoir connaissance.
Toute infraction à l'obligation de secret professionnel est sanctionnée conformément à l'article 458 du Code pénal.]1

H. [1 De begunstigde]1
H. [1 Le bénéficiaire]1
1. [1 Vrije keuze van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg]1
1. [1 Libre choix du service de santé mentale]1
Art. 569. [1 In alle gevallen is de begunstigde vrij om de dienst voor geestelijke gezondheidszorg te kiezen.
De begunstigde kan te allen tijde verzoeken om zijn dossier over te dragen aan een andere dienst voor geestelijke gezondheidszorg of aan een zorgverlener van zijn keuze.
De begunstigde heeft recht op kwaliteitsvolle dienstverleningen van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg die beantwoorden aan zijn behoeften, met respect voor hun menselijke waardigheid en autonomie en zonder enige discriminatie in de zin van Artikel 3 van het decreet van 6 november 2008 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie.]1

Art. 569. [1 Le bénéficiaire a, dans tous les cas, le libre choix du service de santé mentale.
Le bénéficiaire peut, à tout moment, demander le transfert de son dossier dans un autre service de santé mentale ou vers un professionnel de santé qu'il désigne.
Le bénéficiaire a droit, de la part du service de santé mentale, à des prestations de qualité répondant à ses besoins et ce, dans le respect de sa dignité humaine et de son autonomie et sans aucune discrimination au sens de l'article 3 du décret du 6 novembre 2008 relatif à la lutte contre certaines formes de discrimination.]1

2. Het individuele dossier [1 van de begunstigde]1.
2. Le dossier individuel [1 du bénéficiaire]1
Art. 570. § 1. Voor elke [2 begunstigde]2 wordt een individueel dossier aangelegd met de medische, sociale en administratieve gegevens [2 , die bedoeld zijn in lid 2 en die noodzakelijk, toereikend en relevant zijn voor de zorg om het geestelijke gezondheidsprobleem te behandelen waarvoor de begunstigde hulp zoekt bij de dienst voor geestelijke gezondheidszorg, met inbegrip van de continuïteit van de zorgverlening,]2 met inachtneming van de deontologische regels en van de regels inzake bescherming van de private levensfeer.
[2 Het individuele dossier van de begunstigde bevat alleen de volgende gegevens:
"1° de identificatie van de begunstigde aan de hand van zijn identificatienummer bij de Sociale Zekerheid (INSZ), naam, geslacht, geboortedatum, adres, telefoonnummers en, indien van toepassing, e-mailadres(sen)";
de identificatie van de huisarts van de begunstigde en, in voorkomend geval, van de geneesheer of andere beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg die door de begunstigde is aangewezen overeenkomstig artikel 548;
de persoonlijke identificatie van de leden van het multidisciplinaire team dat betrokken is bij de verzorging van de begunstigde;
de identificatie van de leden van het net, waaronder het lid dat verantwoordelijk is voor de doorverwijzing naar de dienst;
de reden van de bijstandsaanvraag of het probleem op het ogenblik van de bijstandsaanvraag;
de persoonlijke en familiale voorgeschiedenis van de begunstigde;
de resultaten van onderzoeken zoals klinische, radiologische, biologische, functionele en histo-pathologische onderzoeken die nuttig zijn voor de behandeling van de begunstigde;
aantekeningen van gesprekken met de begunstigde, andere beroepsbeoefenaars uit de gezondheidssector of derden, die relevant zijn voor de zorg voor de begunstigde;
de van de begunstigde of van derden ontvangen attesten, verslagen of adviezen;
10° de gezondheidsdoelstellingen en de wensen van de begunstigde;
11° de laatste diagnose gesteld door de betrokken gezondheidswerker;
12° de identificatie van de begunstigde zoals bedoeld in artikel 12 van de wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg;
13° een chronologisch overzicht van de verstrekte geneeskundige verzorging en diensten, met vermelding van de aard ervan, de datum en de identiteit van het betrokken lid van het multidisciplinair team;
14° de evolutie van de pathologie indien relevant;
15° doorverwijzingen naar andere zorgverleners, diensten of derden;
16° medicijnen, met het medicatieschema, inclusief medicijnen voor andere aandoeningen;
17° complicaties of co-morbiditeiten die verdere behandeling vereisen;
18° een verklaring dat met toepassing van de artikelen 573, § 2, en 574, § 3, informatie is meegedeeld aan een vertrouwenspersoon of aan de begunstigde in aanwezigheid van een vertrouwenspersoon, en de identiteit van deze vertrouwenspersoon;
19° het uitdrukkelijk verzoek van de begunstigde om geen informatie te verstrekken overeenkomstig de artikelen 573, § 3, en 574, § 3;
20° de redenen voor het niet meedelen van informatie aan de begunstigde overeenkomstig artikel 573, § 4;
21° het verzoek van de begunstigde overeenkomstig paragraaf 3 om te worden bijgestaan door een door hem aangewezen vertrouwenspersoon of om zijn raadplegingsrecht via die persoon uit te oefenen, en de identiteit van die vertrouwenspersoon;
22° de redenen voor de volledige of gedeeltelijke afwijzing van een verzoek van een vertegenwoordiger van de begunstigde om het dossier van de begunstigde te raadplegen of er een afschrift van te krijgen overeenkomstig artikel 579, § 1;
23° de redenen voor het niet meedelen van informatie aan de begunstigde overeenkomstig artikel 579, § 2;
24° het tarief dat wordt toegepast op de begunstigde;
25° het inlichtingenblad voor het verzamelen van socio-epidemiologische gegevens bedoeld in artikel 585.]2

Onverminderd andere wetsbepalingen, worden de individuele dossiers [2 door de dienst voor geestelijke gezondheidszorg ten minste dertig jaar en ten hoogste vijftig jaar na het laatste contact met de betrokken begunstigde dat in het individuele dossier is opgenomen]2 bewaard onder de verantwoordelijkheid van de administratief directeur. [2 Het individueel dossier wordt aangevuld met informatie uit de balans bedoeld in artikel 572, § 2, en met de informatie uit het eventuele overleg dat binnen het netwerk wordt uitgevoerd. Het individuele dossier is een voorwaarde voor de zorgverlening aan de begunstigde; als de begunstigde weigert toestemming te geven voor het bijhouden van zijn individuele dossier, wordt zijn zorg onmiddellijk beëindigd. De begunstigde ondertekent een document dat toestemming geeft voor het bijhouden van het individuele dossier en de uitwisseling van gegevens tussen de leden van het multidisciplinaire team. ]2
[2 De dienstgeestelijke gezondheidszorg is verantwoordelijk voor de behandeling. ]2
§ 2. [2 De begunstigde]2 heeft vanwege het lid van het team van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg recht op een zorgvuldig bijgehouden en veilig bewaard individueel dossier.
Op verzoek [2 van de begunstigde]2 voegt het lid van het team van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg de door hem verstrekte stukken toe aan zijn dossier.
§ 3. [2 De begunstigde]2 heeft recht op inzage van zijn dossier. [2 De Regering bepaalt de modaliteiten van het verzoek om inzage.]2
Aan het verzoek waarbij [2 de begunstigde]2 zijn dossier wenst in te kijken wordt zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen [1 vijftien dagen]1 na ontvangst ervan gevolg gegeven.
De persoonlijke aantekeningen van een lid van het team van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg en de gegevens die betrekking hebben op derden zijn van het inzagerecht uitgesloten.
[2 De begunstigde]2 kan zich op eigen verzoek laten bijstaan door een vertrouwenspersoon die hij aanwijst of zijn inzagerecht door die persoon laten uitoefenen. Indien die persoon een lid van het team van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg of van een andere dienst voor geestelijke gezondheidszorg is, neemt hij ook inzage van de persoonlijke aantekeningen bedoeld in het derde lid. [2 In voorkomend geval wordt het verzoek van de begunstigde schriftelijk ingediend en wordt het verzoek, samen met de identiteit van de vertrouwenspersoon, geregistreerd of toegevoegd aan het dossier van de begunstigde. ]2
Indien het dossier [2 van de begunstigde]2 een schriftelijke motivering bevat, zoals bedoeld in artikel 573, § 4, tweede lid, die nog steeds relevant is, [2 oefent de begunstigde]2 zijn recht op inzage van het dossier uit via een door hem aangewezen lid van het team van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg of van een andere dienst voor geestelijke gezondheidszorg. Dat lid neemt ook inzage van de persoonlijke aantekeningen bedoeld in het derde lid.
[2 De in lid 5 bedoelde situatie waarin de begunstigde zijn recht op inzage van zijn persoonlijk dossier uitsluitend kan uitoefenen door tussenkomst van een lid van het team van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg of een andere door hem aangewezen dienst voor geestelijke gezondheidszorg wanneer zijn dossier een schriftelijke motivering bevat als bedoeld in artikel 573, § 4, lid 2. die nog steeds van toepassing is, voldoet aan artikel 23 van Verordening (EU) nr. 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).]2
§ 4. [2 De begunstigde]2 heeft recht op de aflevering [2 ...]2 van een afschrift van het dossier of van een gedeelte ervan [2 ...]2. Op ieder afschrift wordt vermeld dat het strikt persoonlijk en vertrouwelijk is.
Het lid van het team van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg weigert dat afschrift af te leveren indien het beschikt over duidelijke aanwijzingen dat [2 de begunstigde]2 onder druk wordt gezet om een afschrift van zijn dossier aan derden mee te delen.
§ 5. Na het overlijden [2 van de begunstigde]2 hebben de echtgeno(o)t(e), de wettelijk samenwonende partner, de partner en de bloedverwanten tot en met de tweede graad, via het door de verzoeker aangewezen lid van het team van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg, het in [1 [2 paragraaf 3]2]1 bedoelde inzagerecht voor zover hun verzoek voldoende gemotiveerd en gespecifieerd is [2 en de begunstigde]2 zich hiertegen niet uitdrukkelijk heeft verzet. [2 ...]2.
Art. 570. § 1er. Pour chaque [2 bénéficiaire]2, il est constitué un dossier individuel contenant les données médicales, sociales et administratives [2 , visées à l'alinéa 2, nécessaires, adéquates et pertinentes pour la prise en charge afin de traiter la problématique de santé mentale pour laquelle le bénéficiaire sollicite le service de santé mentale, en ce comprise la continuité des soins,]2 dans le respect des règles déontologiques et de protection de la vie privée. [2 Le dossier individuel est complété par les informations issues du bilan visé à l'article 572, § 2, et celles issues de l'éventuelle concertation réalisée au sein du réseau. Le dossier individuel est une condition de la prise en charge du bénéficiaire; le refus de consentement du bénéficiaire quant à la tenue de son dossier individuel met immédiatement fin à sa prise en charge. Le bénéficiaire signe un document par lequel il autorise la tenue du dossier individuel et l'échange de données entre les membres de l'équipe pluridisciplinaire.]2
[2 Le dossier individuel du bénéficiaire comprend exclusivement les données suivantes :
l'identification du bénéficiaire par son numéro d'identification à la sécurité sociale (NISS), son nom, son prénom, son sexe, sa date de naissance, son adresse, ses numéros de téléphone et ses adresses électroniques;
l'identification du médecin généraliste du bénéficiaire, et, le cas échéant, du médecin ou autre professionnel de santé désigné par le bénéficiaire conformément à l'article 548;
l'identification personnelle des membres de l'équipe pluridisciplinaire qui interviennent dans la prise en charge du bénéficiaire;
l'identification des membres du réseau dont celui qui est à l'origine de l'orientation vers le service de santé mentale;
le motif de la demande d'intervention ou la problématique au moment de la demande d'intervention;
les antécédents personnels et familiaux du bénéficiaire;
les résultats d'examens tels que des examens cliniques, radiologiques, biologiques, fonctionnels et histo-pathologiques utiles à la prise en charge du bénéficiaire;
les notes des entretiens avec le bénéficiaire, d'autres professionnels des soins de santé ou des tiers, pertinentes dans le cadre de la prise en charge du bénéficiaire;
les attestations, rapports ou avis reçus du bénéficiaire ou de tiers;
10° les objectifs de santé et les déclarations d'expression de la volonté reçues du bénéficiaire;
11° le dernier diagnostic établi par le professionnel des soins de santé concerné;
12° la caractérisation du bénéficiaire telle que visée à l'article 12 de la loi du 22 avril 2019 relative à la qualité de la pratique des soins de santé;
13° l'aperçu chronologique des soins de santé et prestations dispensés avec l'indication de leur nature, de la date et de l'identité du membre de l'équipe pluridisciplinaire concerné;
14° l'évolution de la pathologie si cela est pertinent;
15° les renvois vers d'autres professionnels des soins de santé, services ou tiers;
16° les médicaments, avec le schéma de médication, y compris les médicaments pris pour d'autres pathologies;
17° les complications ou comorbidités qui nécessitent un traitement complémentaire;
18° la mention qu'en application des articles 573, § 2, et 574, § 3, des informations ont été communiquées, avec l'accord du bénéficiaire, à une personne de confiance ou au bénéficiaire en présence d'une personne de confiance et l'identité de cette personne de confiance;
19° la demande expresse du bénéficiaire de ne pas lui fournir d'informations en application des articles 573, § 3, et 574, § 3;
20° la motivation du fait de ne pas divulguer des informations au bénéficiaire en application de l'article 573, § 4;
21° la demande du bénéficiaire en application du paragraphe 3 de se faire assister par une personne de confiance désignée par lui ou d'exercer son droit de consultation par l'entremise de celle-ci ainsi que l'identité de cette personne de confiance;
22° la motivation du rejet total ou partiel de la demande d'un représentant du bénéficiaire visant à obtenir la consultation ou une copie du dossier de bénéficiaire en application de l'article 579, § 1er;
23° la motivation de la dérogation à la décision prise par un représentant du bénéficiaire en application de l'article 579, § 2;
24° le tarif appliqué au bénéficiaire;
25° la fiche de renseignement destinée au recueil des données socioépidémiologiques visé à l'article 585.]2

Sans préjudice d'autres dispositions légales, les dossiers individuels sont conservés [2 par le service de santé mentale au minimum trente ans et maximum cinquante ans après le dernier contact avec le bénéficiaire concerné repris dans le dossier individuel]2, sous la responsabilité du directeur administratif.
[2 Le service de santé mentale est responsable du traitement]2.
§ 2. [2 Le bénéficiaire]2 a droit, de la part du membre de l'équipe du service de santé mentale, à un dossier individuel soigneusement tenu à jour et conservé en lieu sûr.
A la demande [2 du bénéficiaire]2, le membre de l'équipe du service de santé mentale ajoute les documents fournis [2 par le bénéficiaire]2 dans le dossier le concernant.
§ 3. [2 Le bénéficiaire]2 a droit à la consultation du dossier le concernant. [2 Le Gouvernement détermine les modalités de la demande de consultation.]2
Il est donné suite dans les meilleurs délais et au plus tard dans les [1 quinze jours]1 de sa réception, à la demande [2 du bénéficiaire]2 visant à consulter le dossier le concernant.
Les annotations personnelles d'un membre de l'équipe du service de santé mentale et les données concernant des tiers n'entrent pas dans le cadre de ce droit de consultation.
A sa demande, [2 le bénéficiaire]2 peut se faire assister par une personne de confiance désignée par lui ou exercer son droit de consultation par l'entremise de celle-ci. Si cette personne est un membre de l'équipe du service de santé mentale ou d'un autre service de santé mentale, elle consulte également les annotations personnelles visées à l'alinéa 3. [2 Le cas échéant, la demande du bénéficiaire est formulée par écrit et la demande, ainsi que l'identité de la personne de confiance, sont consignées ou ajoutées au dossier du bénéficiaire.]2
Si le dossier [2 du bénéficiaire]2 contient une motivation écrite telle que visée à l'article 573, § 4, alinéa 2, qui est encore pertinente, [2 le bénéficiaire exerce]2 son droit de consultation du dossier par l'intermédiaire d'un membre de l'équipe du service de santé mentale ou d'un autre service de santé mentale désigné par lui, lequel membre consulte également les annotations personnelles visées à l'alinéa 3.
[2 La situation visée à l'alinéa 5 dans laquelle le bénéficiaire peut exercer son droit de consultation de son dossier individuel uniquement en passant par l'intermédiaire d'un membre de l'équipe du service de santé mentale ou d'un autre service de santé mentale désigné par lui lorsque son dossier contient une motivation écrite telle que visée à l'article 573, § 4, alinéa 2, qui est toujours d'application, est en conformité avec l'article 23 du Règlement (UE) n° 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données).]2
§ 4. [2 Le bénéficiaire]2 a le droit d'obtenir [2 ...]2 une copie du dossier le concernant ou d'une partie de celui-ci, [2 ...]2. Sur chaque copie, il est précisé que celle-ci est strictement personnelle et confidentielle.
Le membre de l'équipe du service de santé mentale refuse de donner cette copie s'il dispose d'indications claires selon lesquelles [2 le bénéficiaire]2 subit des pressions afin de communiquer une copie de son dossier à des tiers.
§ 5. Après le décès [2 du bénéficiaire]2, l'époux, le partenaire cohabitant légal, le partenaire et les parents jusqu'au deuxième degré inclus ont, par l'intermédiaire du membre de l'équipe du service de santé mentale désigné par le demandeur, le droit de consultation, visé au [1 [2 paragraphe 3]2]1, pour autant que leur demande soit suffisamment motivée et spécifiée et [2 que le bénéficiaire]2 ne s'y soit pas opposé expressément. [2 ...]2]1.
Art. 570/1. [1 Voor het in artikel 570 bedoelde individuele dossier en voor alle persoonsgegevens waarvan de dienst voor geestelijke gezondheidszorg kennis heeft, voldoet hij aan Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), alsook aan alle andere bindende bepalingen inzake gegevensbescherming.
De dienst voor geestelijke gezondheidszorg stelt een protocol inzake de bescherming van persoonsgegevens op, waarin wordt uiteengezet hoe hij de in lid 1 bedoelde bepalingen naleeft.
De dienst voor geestelijke gezondheidszorg deelt het in lid 2 bedoelde protocol mee:
aan elke begunstigde;
aan elke aanvrager die dit wenst.
Elke wijziging van het in lid 2 bedoelde protocol wordt meegedeeld aan de in lid 3 bedoelde personen. ]1

Art. 570/1. [1 Pour le dossier individuel visé à l'article 570, ainsi que pour toutes les données personnelles dont il a connaissance, le service de santé mentale se conforme au Règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données), ainsi qu'à toutes autres dispositions contraignantes relatives à la protection des données.
Le service de santé mentale élabore un protocole de protection des données personnelles indiquant la manière dont il se conforme aux dispositions visées à l'alinéa 1er.
Le service de santé mentale communique le protocole visé à l'alinéa 2 :
à tout bénéficiaire;
à tout demandeur qui en exprime le souhait.
Toute modification du protocole visé à l'alinéa 2 est communiquée aux personnes visées à l'alinéa 3. ]1

3. Rechten [1 van de begunstigde]1
3. Droits [1 du bénéficiaire]1
Art. 571. [1 De aanvrager of begunstigde heeft te allen tijde recht op duidelijke schriftelijke informatie over :
de werking van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg en de verschillende functies die hij vervult;
de multidisciplinaire aard van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg en de gevolgen daarvan voor het delen van informatie tussen beroepsbeoefenaars;
de zorgmethoden die de dienst voor geestelijke gezondheidszorg toepast;
de kosten van de dienstverleningen en de voorwaarden waaronder hij een vermindering van het tarief of gratis kan krijgen;
zijn rechten, met inbegrip van het recht om zich te verzetten tegen de uitwisseling van alle of een deel van de informatie die hij meedeelt.
Zonder afbreuk te doen aan zijn geïnformeerde toestemming, wordt begunstigde verondersteld de multidisciplinaire aard van de dienst te aanvaarden.
De Regering of haar afgevaardigde kan de modaliteiten en de inhoud van de in het eerste lid bedoelde informatie nader bepalen. ]1

Art. 571. [1 Le demandeur ou le bénéficiaire a, à tout moment, le droit de recevoir par écrit une information claire sur :
le fonctionnement du service de santé mentale et les différentes fonctions présentes dans celui-ci;
le caractère pluridisciplinaire du service de santé mentale et ses implications sur le partage d'informations entre professionnels;
les modalités de soins mises en oeuvre par le service de santé mentale;
le coût des prestations et les conditions dans lesquelles il peut obtenir une diminution ou la gratuité du tarif;
ses droits, en ce compris son droit à s'opposer à l'échange des informations qu'il communique, en tout ou en partie.
Sans préjudice de son consentement éclairé, le bénéficiaire est présumé accepter le caractère pluridisciplinaire du service.
Le Gouvernement ou son délégué précise les modalités et le contenu minimal de l'information visée à l'alinéa 1er. ]1

Art. 572. [1 De dienst voor geestelijke gezondheidszorg is verplicht om de continuïteit van de zorgen te garanderen voor de begunstigde voor wie hij zorgt.
In het kader van de tertiaire preventie beoordeelt elke dienst voor geestelijke gezondheidszorg regelmatig de voortgang van het therapeutische proces met de patiënt, in overeenstemming met het tijdsbestek en de zorgen van de patiënt.
De modaliteiten van de beoordeling zijn vastgelegd in het dienstproject. ]1

Art. 572. [1 Le service de santé mentale est tenu d'assurer la continuité des soins du bénéficiaire qu'il prend en charge.
Dans le cadre de la prévention tertiaire, chaque service de santé mentale évalue régulièrement avec le bénéficiaire l'avancement du processus thérapeutique en phase avec la temporalité et les préoccupations de celui-ci.
Les modalités de l'évaluation sont définies dans le projet de service.]1

Art. 573. § 1. [2 De begunstigde]2 heeft vanwege het lid van het team van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg recht op alle informatie die hem betreft en die nodig is om inzicht te krijgen in zijn gezondheidstoestand en de vermoedelijke evolutie ervan.
§ 2. De communicatie met [2 de begunstigde]2 geschiedt in een duidelijke taal [2 , die aan zijn vaardigheden aangepast is]2.
[2 De begunstigde]2 kan erom verzoeken dat de informatie hem schriftelijk wordt bevestigd.
Op schriftelijk verzoek van [2 de begunstigde]2 kan de informatie verstrekt worden aan de vertrouwenspersoon die hij aangewezen heeft. Dat verzoek [2 van de begunstigde]2 en de identiteit van de vertrouwenspersoon kunnen in het dossier [2 van de begunstigde]2 opgetekend of eraan toegevoegd worden.
§ 3. De informatie wordt niet [2 aan de begunstigde]2 verstrekt indien deze hierom uitdrukkelijk verzoekt, tenzij het niet meedelen ervan klaarblijkelijk ernstig nadeel voor de gezondheid [2 van de begunstigde]2 of derden oplevert en op voorwaarde dat het lid van het team van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg hierover vooraf een ander lid van die team of van een andere team van een dienst voor geestelijke gezondheidszorg voor dezelfde functie heeft geraadpleegd en de eventueel aangewezen vertrouwenspersoon, bedoeld in [1 paragraaf 2]1, derde lid, heeft gehoord.
Het verzoek [2 van de begunstigde]2 wordt opgetekend of toegevoegd in zijn dossier.
§ 4. Het lid van het team van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg mag bij wijze van uitzondering de in [1 paragraaf 1]1 bedoelde informatie [2 aan de begunstigde]2 onthouden indien het meedelen ervan klaarblijkelijk ernstig nadeel voor zijn gezondheid zou meebrengen en op voorwaarde dat het vooraf een ander lid van het team van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg of van een andere team van een dienst voor geestelijke gezondheidszorg voor dezelfde functie heeft geraadpleegd.
In dat geval voegt het lid van het team van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg een schriftelijke motivering toe in het dossier [2 van de begunstigde]2 en licht hij de eventueel aangewezen vertrouwenspersoon bedoeld in [1 paragraaf 2]1, derde lid, in.
Zodra het meedelen van de informatie niet langer het in het eerste lid bedoelde nadeel oplevert, moet het lid van het team van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg de informatie alsnog meedelen.
Art. 573. § 1er. [2 Le bénéficiaire]2 a droit, de la part du membre de l'équipe du service de santé mentale, à toutes les informations qui le concernent et peuvent lui être nécessaires pour comprendre son état de santé et son évolution probable.
§ 2. La communication avec [2 le bénéficiaire]2 se déroule dans une langue claire [2 , adaptée à ses compétences.]2
[2 Le bénéficiaire]2 peut demander que les informations soient confirmées par écrit.
A la demande écrite [2 du bénéficiaire]2, les informations peuvent être communiquées à la personne de confiance qu'il a désignée. Cette demande [2 du bénéficiaire]2 et l'identité de cette personne de confiance sont consignées ou ajoutées dans le dossier [2 du bénéficiaire]2.
§ 3. Les informations ne sont pas fournies [2 au bénéficiaire]2 si celui-ci en formule expressément la demande à moins que la non-communication de ces informations ne cause manifestement un grave préjudice à la santé [2 du bénéficiaire]2 ou de tiers et à condition que le membre de l'équipe du service de santé mentale ait consulté préalablement un autre membre de l'équipe du service de santé mentale ou d'une autre équipe d'un service de santé mentale relevant de la même fonction à ce sujet et entendu la personne de confiance éventuellement désignée dont question au [1 paragraphe 2]1, alinéa 3.
La demande [2 du bénéficiaire]2 est consignée ou ajoutée dans le dossier [2 du bénéficiaire]2.
§ 4. Le membre de l'équipe du service de santé mentale peut, à titre exceptionnel, ne pas divulguer les informations visées au [1 paragraphe 1er]1 [2 au bénéficiaire]2 si la communication de celles-ci risque de causer manifestement un préjudice grave à la santé [2 du bénéficiaire]2 et à condition que le membre de l'équipe du service de santé mentale ait consulté un autre membre de l'équipe ou d'une autre équipe d'un service de santé mentale de la même fonction.
Dans ce cas, le membre de l'équipe du service de santé mentale ajoute une motivation écrite dans le dossier [2 du bénéficiaire]2 et en informe l'éventuelle personne de confiance désignée dont question au [1 paragraphe 2]1, alinéa 3.
Dès que la communication des informations ne cause plus le préjudice visé à l'alinéa 1er, le membre de l'équipe du service de santé mentale doit les communiquer.
Art. 574. § 1. [2 De begunstigde]2 heeft het recht om vrij in te stemmen met elke tussenkomst van het team van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg, mits voorafgaande kennisgeving.
Deze instemming wordt uitdrukkelijk gegeven, behalve wanneer het lid van het team van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg, na [2 de begunstigde]2 voldoende te hebben geïnformeerd, diens instemming redelijkerwijze uit zijn gedrag kan afleiden.
Op verzoek [2 van de begunstigde]2 of van het lid van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg en met de toestemming van het lid van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg of [2 van de begunstigde]2, wordt de instemming schriftelijk vastgelegd en in het dossier van [2 de begunstigde]2 toegevoegd.
§ 2. De gegevens die [2 aan de begunstigde]2 verstrekt worden met het oog op de uiting van de instemming bedoeld in [1 paragraaf 1]1 betreffen de doelstelling, de aard, de mate van de dringende noodzakelijkheid, de duur, de frequentie, de contra-indicaties, de bijgevolgen en risico's i.v.m. de interventie die relevant zijn [2 voor de begunstigde]2, de opvolgingszorgen, de mogelijke alternatieven en de financiële gevolgen. Ze betreffen bovendien de mogelijke gevolgen in geval van weigering of intrekking van de instemming en de andere nadere gegevens die [2 de begunstigde]2 of het lid van het team van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg nuttig acht, desgevallend met inbegrip van de wetsbepalingen die in acht genomen moeten worden in geval van interventie.
§ 3. De gegevens bedoeld in [1 paragraaf 1]1 worden vooraf en ten gepaste tijde verstrekt onder de voorwaarden en volgens de modaliteiten bedoeld in de §§ 3 en 4 van artikel 573.
§ 4. [2 De begunstigde]2 heeft het recht om zijn instemming met een interventie te weigeren of in te trekken, zoals bedoeld in [1 paragraaf 1]1.
Op verzoek [2 van de begunstigde]2 of van het lid van het team van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg wordt de weigering of de intrekking van de instemming schriftelijk vastgelegd en in het dossier [2 van de begunstigde]2 toegevoegd.
De weigering of de intrekking van de instemming doet het recht op kwaliteitsprestaties [2 van]2 het diensthoofd van het lid van het team van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg niet vervallen.
Indien [2 de begunstigde]2, toen hij nog in staat was tot het uitoefenen van de rechten zoals ze in dit decreet vastliggen, schriftelijk heeft laten weten dat hij zijn instemming met een bepaalde interventie van het lid van het team van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg weigert, moet die weigering in acht genomen worden zolang [2 de begunstigde]2 ze niet ingetrokken heeft op een moment waarop hij zelf in staat is om zijn rechten uit te oefenen.
§ 5. Wanneer het in geval van dringende noodzakelijkheid onduidelijk is [2 of de begunstigde]2 of diens vertegenwoordiger vooraf een wil heeft uitgedrukt, wordt elke nodige interventie onmiddellijk in het belang van [2 de begunstigde]2 verricht door het lid van het team van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg.
Het lid van het team van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg maakt daar melding van in het in artikel 570 bedoelde individuele dossier [2 van de begunstigde]2 en gaat zo snel mogelijk te werk overeenkomstig de bepalingen opgenomen in de vorige paragrafen.
Art. 574. § 1er. [2 Le bénéficiaire]2 a le droit de consentir librement à toute intervention du membre de l'équipe du service de santé mentale moyennant information préalable.
Ce consentement est donné expressément, sauf lorsque le membre de l'équipe de service de santé mentale, après avoir informé suffisamment [2 le bénéficiaire]2, peut raisonnablement inférer du comportement de celui-ci qu'il consent à l'intervention.
A la demande [2 du bénéficiaire]2 ou du membre de l'équipe du service de santé mentale et avec l'accord du membre de l'équipe du service de santé mentale ou [2 du bénéficiaire]2, le consentement est fixé par écrit et ajouté dans le dossier [2 du bénéficiaire]2.
§ 2. Les informations fournies [2 au bénéficiaire]2, en vue de la manifestation de son consentement visé au [1 paragraphe 1er]1, concernent l'objectif, la nature, le degré d'urgence, la durée, la fréquence, les contre-indications, effets secondaires et risques inhérents à l'intervention et pertinents [2 pour le bénéficiaire]2, les soins de suivi, les alternatives possibles et les répercussions financières. Elles concernent en outre les conséquences possibles en cas de refus ou de retrait du consentement, et les autres précisions jugées souhaitables [2 par le bénéficiaire]2 ou le membre de l'équipe du service de santé mentale, le cas échéant en ce compris les dispositions légales devant être respectées en ce qui concerne une intervention.
§ 3. Les informations visées au [1 paragraphe 1er]1 sont fournies préalablement et en temps opportun, ainsi que dans les conditions et suivant les modalités prévues à l'article 573, §§ 3 et 4.
§ 4. [2 Le bénéficiaire]2 a le droit de refuser ou de retirer son consentement, tel que visé au [1 paragraphe 1er]1, pour une intervention.
A la demande [2 du bénéficiaire]2 ou du membre de l'équipe du service de santé mentale, le refus ou le retrait du consentement est fixé par écrit et ajouté dans le dossier [2 du bénéficiaire]2.
Le refus ou le retrait du consentement n'entraîne pas l'extinction du droit à des prestations de qualité [2 de la part du]2 membre de l'équipe du service de santé mentale.
Si, lorsqu'il était encore à même d'exercer les droits tels que fixés dans ce chapitre, [2 le bénéficiaire]2 a fait savoir par écrit qu'il refuse son consentement à une intervention déterminée du membre de l'équipe du service de santé mentale, ce refus doit être respecté aussi longtemps que [2 le bénéficiaire]2 ne l'a pas révoqué à un moment où il est lui-même en mesure d'exercer ses droits.
§ 5. Lorsque, dans un cas d'urgence, il y a incertitude quant à l'existence ou non d'une volonté exprimée au préalable [2 par le bénéficiaire]2 ou son représentant, toute intervention nécessaire est pratiquée immédiatement par le membre de l'équipe du service de santé mentale dans l'intérêt [2 du bénéficiaire]2.
Le membre de l'équipe du service de santé mentale en fait mention dans le dossier individuel [2 du bénéficiaire]2 visé à l'article 570 et agit, dès que possible, conformément aux dispositions des paragraphes précédents.
Art. 574/1. [1 De dienst voor geestelijke gezondheidszorg en, in voorkomend geval, het lid van het team van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg informeren de begunstigde indien nodig of hij al dan niet verzekerd is of een andere vorm van individuele of collectieve bescherming geniet inzake beroepsaansprakelijkheid. ]1
Art. 574/1. [1 Le service de santé mentale, et, le cas échéant, le membre de l'équipe du service de santé mentale, informe, en cas de besoin, le bénéficiaire s'il dispose ou non d'une couverture d'assurance ou d'une autre forme individuelle ou collective de protection concernant la responsabilité professionnelle.]1
Art. 574/2. [1 De dienst voor geestelijke gezondheidszorg brengt de begunstigde op de hoogte van zijn erkenning.
Het lid van het team van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg informeert de begunstigde over zijn bevoegdheid om te praktiseren of registratiestatus.]1

Art. 574/2. [1 Le service de santé mentale informe le bénéficiaire de son agrément.
Le membre de l'équipe du service de santé mentale informe le bénéficiaire de son statut d'autorisation à exercer ou d'enregistrement. ]1

Art. 575. § 1. [1 De begunstigde]1 heeft bij elke interventie van het lid van het team van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg recht op de bescherming van zijn private levenssfeer, o.a. wat betreft de gegevens over zijn gezondheidstoestand.
[1 De begunstigde]1 heeft recht op de bescherming van zijn intimiteit. Behoudens toestemming [1 van de begunstigde]1, mogen alleen de personen wier aanwezigheid gerechtvaardigd is in het raam van de door een lid van het team van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg verstrekte diensten, de zorgverlening, examens en behandelingen bijwonen.
§ 2. Er wordt geen inmenging geduld in de uitoefening van dat recht, behalve indien de wet of het decreet daarin voorziet en indien ze nodig is voor de bescherming van de volksgezondheid of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van derden.
Art. 575. § 1er. [1 Le bénéficiaire]1 a droit à la protection de sa vie privée lors de toute intervention du membre de l'équipe du service de santé mentale, notamment en ce qui concerne les informations liées à sa santé.
[1 Le bénéficiaire]1 a droit au respect de son intimité. Sauf accord [1 du bénéficiaire]1, seules les personnes dont la présence est justifiée dans le cadre de services dispensés par un membre de l'équipe du service de santé mentale peuvent assister aux soins, examens et traitements.
§ 2. Aucune ingérence n'est autorisée dans l'exercice de ce droit sauf si cela est prévu par la loi ou le décret et est nécessaire pour la protection de la santé publique ou pour la protection des droits et des libertés de tiers.
Art. 575/1. [1 § 1. De begunstigde heeft het recht om bij de bevoegde ombudsfunctie een klacht in te dienen over de uitoefening van de rechten die hem op grond van de artikelen 569 tot en met 575 zijn toegekend.
§ 2. De ombudsfunctie heeft volgende opdrachten :
het voorkomen van vragen en klachten door de communicatie tussen de begunstigde en de beroepsbeoefenaar te bevorderen;
het bemiddelen bij de in § 1 bedoelde klachten met het oog op het bereiken van een oplossing;
het inlichten van de begunstigde inzake de mogelijkheden voor de afhandeling van zijn klacht bij gebrek aan het bereiken van een in 2° bedoelde oplossing;
het verstrekken van informatie over de organisatie, de werking en de procedureregels van de ombudsfunctie;
het formuleren van aanbevelingen ter voorkoming van herhaling van tekortkomingen die aanleiding kunnen geven tot een in § 1 bedoelde klacht;
het opstellen van een jaarlijks geanonimiseerd verslag met alle klachten bedoeld in 2°, en de oplossingen die voor deze klachten werden gevonden.
De Regering kan de inhoud van het jaarlijks verslag bedoeld in lid 1, 6°, nader bepalen.
§ 3. De Regering of haar afgevaardigde benoemt de personen die verantwoordelijk zijn voor de bemiddeling.
§ 4. De Regering bepaalt de voorwaarden waaraan de ombudsfunctie dient te voldoen wat betreft de onafhankelijkheid, het beroepsgeheim, de deskundigheid, de juridische bescherming, de organisatie, de werking, de financiering, de procedureregeling en de gebiedsomschrijving. ]1

Art. 575/1. [1 § 1er. Le bénéficiaire a le droit d'introduire une plainte concernant l'exercice des droits que lui octroient les articles 569 à 575, auprès de la fonction de médiation compétente.
§ 2. La fonction de médiation a les missions suivantes :
la prévention des questions et des plaintes par le biais de la promotion de la communication entre le bénéficiaire et le membre de l'équipe du service de santé mentale;
la médiation concernant les plaintes visées au paragraphe 1er en vue de trouver une solution;
l'information du bénéficiaire au sujet des possibilités en matière de règlement de sa plainte en l'absence de solution telle que visée en 2° ;
la communication d'informations sur l'organisation, le fonctionnement et les règles de procédure de la fonction de médiation;
la formulation de recommandations permettant d'éviter que les manquements susceptibles de donner lieu à une plainte, telle que visée au paragraphe 1er, ne se reproduisent;
la rédaction d'un rapport annuel reprenant de manière anonymisée l'ensemble des plaintes visées au 2°, et les solutions apportées à ces plaintes.
Le Gouvernement précise et complète le contenu du rapport annuel visé à l'alinéa 1er, 6°.
§ 3. Le Gouvernement ou son délégué désigne les personnes chargées de la fonction de médiation.
§ 4. Le Gouvernement fixe les conditions auxquelles la fonction de médiation doit répondre en ce qui concerne l'indépendance, le secret professionnel, l'expertise, la protection juridique, l'organisation, le fonctionnement, le financement, les règles de procédure et le ressort.]1

Art. 576. § 1. Indien [1 de begunstigde]1 minderjarig is, worden de bij [1 de artikelen 569 tot 575/1]1 vastgelegde rechten uitgeoefend door de ouders die het toezicht op de minderjarige uitoefenen of door zijn voogd.
§ 2. [1 De begunstigde]1 wordt bij de uitoefening van zijn rechten betrokken naar gelang van zijn leeftijd en volwassenheid. De rechten opgesomd in dit decreet kunnen op autonome wijze uitgeoefend worden door de minderjarige [1 begunstigde]1 van wie geacht wordt dat hij bekwaam is om zijn belangen redelijkerwijs te beoordelen.
Art. 576. § 1er. Si [1 le bénéficiaire]1 est mineur, les droits fixés par [1 les articles 569 à 575/1]1 sont exercés par les parents exerçant l'autorité sur le mineur ou par son tuteur.
§ 2. Suivant son âge et sa maturité, [1 le bénéficiaire]1 est associé à l'exercice de ses droits. Les droits énumérés dans ce chapitre peuvent être exercés de manière autonome par [1 le bénéficiaire]1 mineur qui peut être estimé apte à apprécier raisonnablement ses intérêts.
Art. 577.
Art. 577.
Art. 578. § 1. De [1 bij de artikelen 569 tot 575/1 vastgelegde rechten van een meerderjarige begunstigde]1 [1 ...]1, worden uitgeoefend door de persoon die [1 de begunstigde]1 vooraf zal hebben aangewezen om hem te vervangen, voor zover en zolang hij niet bekwaam is om die rechten zelf uit te oefenen.
De persoon bedoeld in het eerste lid, [1 ...]1 wordt aangewezen d.m.v. een specifiek geschreven mandaat, gedateerd en getekend door die persoon en [1 de begunstigde]1. Met dat mandaat geeft die persoon zijn instemming. Dat mandaat kan d.m.v. van een gedateerd en getekend geschrift ingetrokken worden door [1 de begunstigde]1 of door de mandataris die hij aangewezen heeft.
[1 § 1/1. Indien de begunstigde geen mandataris heeft aangewezen of indien de door de begunstigde aangewezen mandataris niet tussenbeide komt, worden de bij de artikelen 569 tot 575/1 vastgestelde rechten uitgeoefend door de bestuurder van de persoon, die daartoe door de vrederechter is aangewezen, overeenkomstig artikel 492/1, § 1, lid 4, van het Burgerlijk Wetboek, voor zover en zolang de beschermde persoon niet in staat is zijn rechten zelf uit te oefenen.]1
§ 2. Indien [1 de begunstigde]1 geen mandataris heeft aangewezen of indien de door [1 de begunstigde]1 aangewezen mandataris niet tussenkomt [1 en indien geen enkele bestuurder van de persoon gemachtigd is om de persoon te vertegenwoordigen overeenkomstig lid 1er/1,]1 worden de [1 bij de artikelen 569 tot 575/1]1 vastgelegde rechten door de samenwonende echtgeno(o)t(e), de wettelijke samenwonende partner of de feitelijke samenwonende partner uitgeoefend.
Indien die persoon niet wenst tussen te komen of verstek laat, worden de rechten in volgorde uitgeoefend door een meerderjarig kind, een ouder, een meerderjarige broer of zuster [1 van de begunstigde]1.
Indien die personen niet wensen tussen te komen of verstek laten, worden de belangen [1 van de begunstigde]1 door het betrokken lid van het team van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg behartigd, desgevallend in het raam van het multidisciplinaire overleg.
Dat geldt ook in geval van conflict tussen twee of meer personen onder die vermeld in deze paragraaf.
§ 3. [1 De begunstigde]1 wordt, rekening houdend met zijn begripsvermogen, zoveel mogelijk bij de uitoefening van zijn rechten betrokken.
Art. 578. § 1er. Les droits, tels que fixés par [1 les articles 569 à 575/1, d'un bénéficiaire]1 majeur [1 ...]1, sont exercés par la personne que [1 le bénéficiaire]1 aura préalablement désignée pour se substituer à lui pour autant et aussi longtemps qu'il n'est pas en mesure d'exercer ces droits lui-même.
La désignation de la personne visée à l'alinéa 1er [1 ...]1 s'effectue par un mandat écrit spécifique, daté et signé par cette personne ainsi que par [1 le bénéficiaire]1, mandat par lequel cette personne marque son consentement. Ce mandat peut être révoqué [1 par le bénéficiaire]1 ou par le mandataire désigné par lui par le biais d'un écrit daté et signé.
[1 § 1er/1. Si le bénéficiaire n'a pas désigné de mandataire ou si le mandataire désigné par le bénéficiaire n'intervient pas, les droits établis par les articles 569 à 575/1 sont exercés par l'administrateur de la personne, désigné par le juge de paix pour le faire, conformément à l'article 492/1, § 1er, alinéa 4, du Code civil, pour autant et aussi longtemps que la personne protégée n'est pas en mesure d'exercer ses droits elle-même.]1
§ 2. Si [1 le bénéficiaire]1 n'a pas désigné de mandataire ou si le mandataire désigné par [1 le bénéficiaire]1 n'intervient pas [1 et si aucun administrateur de la personne n'est habilité à représenter la personne conformément au paragraphe 1er/1 ]1, les droits fixés par [1 les articles 569 à 575/1]1 sont exercés par l'époux cohabitant, le partenaire cohabitant légal ou le partenaire cohabitant de fait.
Si cette personne ne souhaite pas intervenir ou si elle fait défaut, les droits sont exercés, en ordre subséquent, par un enfant majeur, un parent, un frère ou une soeur majeurs [1 du bénéficiaire]1.
Si une telle personne ne souhaite pas intervenir ou si elle fait défaut, c'est le membre de l'équipe du service de santé mentale concerné, le cas échéant dans le cadre de la concertation pluridisciplinaire, qui veille aux intérêts [1 du bénéficiaire]1.
Cela vaut également en cas de conflit entre deux ou plusieurs des personnes mentionnées dans le présent paragraphe.
§ 3. [1 Le bénéficiaire]1 est associé à l'exercice de ses droits autant qu'il est possible et compte tenu de sa capacité de compréhension.
Art. 579. § 1. Met het oog op de bescherming van de private levenssfeer [2 van de begunstigde]2, zoals bedoeld in artikel 575, kan het betrokken lid van het team van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg het door de [2 in de artikelen 576 en 578]2 bedoelde persoon ingediende verzoek om inzage of afschrift, zoals bedoeld in artikel 570, § 3, of § 4, geheel of gedeeltelijk verwerpen. In dat geval wordt het inzage- of afschriftrecht uitgeoefend door het lid van het team van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg dat door de mandataris aangewezen wordt.
§ 2. In het belang [2 van de begunstigde]2 en om elke risico voor zijn leven of elke ernstige aantasting van zijn gezondheid te voorkomen, wijkt het lid van het team van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg, desgevallend in het raam van het multidisciplinaire overleg, af van de beslissing genomen door de persoon bedoeld [2 in de artikelen 576 en 578, § 1/1 en § 2]2. Indien de beslissing is genomen door een persoon bedoeld in artikel 578, § 1, wijkt het lid van het team van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg er slechts van af voor zover die persoon de uitdrukkelijke wil [2 van de begunstigde]2 niet kan inroepen.
§ 3. In de gevallen bedoeld in de [1 paragraaf 1 en paragraaf 2]1 voegt het lid van het team van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg een schriftelijke motivering toe in het dossier [2 van de begunstigde]2.
Art. 579. § 1er. En vue de la protection de la vie privée [2 du bénéficiaire]2 telle que visée à l'article 575, le membre de l'équipe du service de santé mentale concerné peut rejeter en tout ou en partie la demande de la personne visée [2 aux articles 576 et 578]2 visant à obtenir consultation ou copie comme visé à l'article 570, § 3 ou § 4. Dans ce cas, le droit de consultation ou de copie est exercé par le membre de l'équipe du service de santé mentale désigné par le mandataire.
§ 2. Dans l'intérêt [2 du bénéficiaire]2 et afin de prévenir toute menace pour sa vie ou toute atteinte grave à sa santé, le membre de l'équipe du service de santé mentale, le cas échéant dans le cadre de la concertation pluridisciplinaire, déroge à la décision prise par la personne visée [2 aux articles 576 et 578, § 1er/1 et § 2]2. Si la décision a été prise par une personne visée à l'article 578, § 1er, le membre de l'équipe du service de santé mentale n'y déroge que pour autant que cette personne ne puisse invoquer la volonté expresse [2 du bénéficiaire]2.
§ 3. Dans les cas visés aux [1 paragraphes 1er et 2]1, le membre de l'équipe du service de santé mentale ajoute une motivation écrite dans le dossier [2 du bénéficiaire]2.
I. Kostprijs van de prestaties
I. Coût des prestations
Art. 580. § 1. De dienst voor geestelijke gezondheidszorg vordert [2 van de begunstigde, desgevallend van diens wettelijke vertegenwoordigers of]2 van de betrokken instellingen, de honoraria of financiële tegemoetkomingen die hen krachtens de wetgeving of reglementen opgelegd worden.
[2 Volgens de voorwaarden en modaliteiten bepaald door de Regering of haar afgevaardigde]2 [2 wordt er]2, [2 tegen een verlaagd tarief of]2 gratis geraadpleegd, wanneer de persoon niet over voldoende financiële middelen beschikt [2 ...]2.
[2 ...]2.
[2 ...]2.
§ 2. Voor de prestaties bepaald bij de wet van 9 augustus 1963 tot instelling en organisatie van een verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 14 juli 1994, wordt de financiële tegemoetkoming van de verzekering gevorderd op basis van de betaling per prestatie volgens de nomenclatuur van de gezondheidszorgen, of op basis van het forfaitair bedrag bepaald bij artikel 52 van het koninklijk besluit van 14 juli 1994 houdende coördinatie van genoemde wet.
Wanneer de financiële tegemoetkoming van de verzekering gevorderd wordt op basis van de betaling per prestatie volgens de nomenclatuur van de gezondheidszorgen, wordt geen persoonlijke tegemoetkoming gevorderd van de verzekerde gebruiker of van diens wettelijke vertegenwoordiger, behalve die bepaald bij artikel 37 van genoemde wet.
Bij gebrek aan financiële tegemoetkoming van de verzekering wordt de persoonlijke tegemoetkoming van de gebruiker vastgelegd op basis van de betaling per prestatie volgens de nomenclatuur van de gezondheidszorgen.
Art. 580. § 1er. Le service de santé mentale réclame [2 au bénéficiaire ou, le cas échéant, à ses représentants légaux ou]2 aux organismes intéressés, les honoraires ou interventions financières leur incombant en vertu des lois ou règlements.
Des consultations [2 à tarif réduit]2 gratuites [2 sont]2 données dans les cas où la personne ne dispose pas des ressources financières suffisantes, [2 selon les conditions et les modalités fixées par le Gouvernement ou son délégué]2.
[2 ...]2.
[2 ...]2.
§ 2. Pour les prestations prévues par la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, l'intervention financière de l'assurance est réclamée soit sur la base du paiement par prestation selon la nomenclature des soins de santé, soit sur la base du forfait prévu à l'article 52 la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994.
Quand l'intervention financière de l'assurance est réclamée sur la base du paiement par prestation selon la nomenclature des soins de santé, aucune intervention personnelle n'est exigée de l'usager assuré ou de son représentant légal en dehors de celles prévues à l'article 37 de ladite loi.
Si l'intervention financière de l'assurance fait défaut, l'intervention personnelle de l'usager est fixée sur la base du paiement par prestation selon la nomenclature des soins de santé.
Art. 581. Voor de prestaties van het niet medisch personeel vordert de dienst voor geestelijke gezondheidszorg een financiële tegemoetkoming, [1 zonder het door de Regering vastgelegde maximumbedrag te overschrijden]1.
Dat [1 bedrag]1 wordt geïndexeerd overeenkomstig de modaliteiten bepaald bij de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare Schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid van de arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen [2 in de versie van kracht vóór 1 juli 2025]2, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld.
Art. 581. Le service de santé mentale réclame, pour les prestations du personnel non médical, une intervention financière [1 sans dépasser le montant maximum fixé]1 par le Gouvernement.
Ce [1 montant]1 est indexé conformément aux modalités fixées par la loi du 2 août 1971, organisant un régime de liaison des prix à la consommation des traitements, salaires, pensions, allocations et subventions à charge du Trésor public, de certaines prestations sociales, des limites de rémunération à prendre en considération pour le calcul de certaines cotisations de sécurité sociale des travailleurs, ainsi que des obligations imposées en matière sociale aux travailleurs indépendants [2 dans sa version en vigueur antérieurement au 1er juillet 2025]2.
Art. 582. De tarieven, honoraria en financiële bijdragen worden aangeplakt in de wachtzalen van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg en vermeld in de informatiedocumenten die hij uitgeeft.
[1 De aanvrager wordt, voordat hij daadwerkelijk in zorg wordt genomen, geïnformeerd over de bedragen die hij persoonlijk zal moeten betalen voor de dienstverleningen van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg.]1
[1 De Regering bepaalt de modaliteiten voor die informatie. ]1
Art. 582. Les tarifs, honoraires et contributions financières sont affichés dans les salles d'attente du service de santé mentale et énoncés dans les documents d'information qu'il publie.
[1 Le demandeur est informé, avant sa prise en charge effective, des sommes qu'il devra personnellement supporter pour les prestations du service de santé mentale.
Le Gouvernement détermine les modalités de cette information.]1
J. Adviesraad
J. Conseil d'avis
Art. 583. § 1. [2 De dienst voor geestelijke gezondheidszorg wordt bijgestaan door een adviesraad, hierna "raad" genoemd, die ten minste samengesteld is uit :
twee vertegenwoordigers van de inrichtende macht;
de administratief directeur en de therapeutisch directeur;
twee teamvertegenwoordigers, elk met een andere functie.
De Regering of haar afgevaardigde bepaalt de modaliteiten voor de aanwijzing van de vertegenwoordigers van het team]2
.
§ 2. De raad vergadert [2 ...]2 onder het voorzitterschap van één van de vertegenwoordigers van de inrichtende macht, wiens stem bij staking van stemmen doorslaggevend is.
[2 De Regering of haar afgevaardigde bepaalt de inhoud van het dossier m.b.t. de aanwijzing van de voorzitter.]2
De raad wijst de persoon aan die het secretariaat waarneemt en de notulen opmaakt.
[2 De Regering of haar afgevaardigde bepaalt de voorwaarden en modaliteiten voor het bewaren en beschikbaar stellen van de notulen]2.
[2 ...]2.
[2 § 3. De raad wordt bijeengeroepen door de voorzitter bedoeld in paragraaf 2, hetzij op diens initiatief, hetzij op verzoek van de leden bedoeld in paragraaf 1, lid 1, 1°, 2° of 3°.]2
Art. 583. § 1er. [2 Le service de santé mentale est assisté par un conseil d'avis, ci-après désigné sous le terme de " conseil ", composé au minimum de :
deux représentants du pouvoir organisateur;
du directeur administratif et du directeur thérapeutique;
deux représentants de l'équipe, dont chacun relève d'une fonction différente.
Le Gouvernement ou son délégué détermine les modalités de désignation des représentants de l'équipe]2
.
§ 2. Le conseil se réunit [2 ...]2, sous la présidence d'un des représentants du pouvoir organisateur, qui a voix prépondérante en cas d'égalité des voix.
[2 Le Gouvernement ou son délégué détermine les modalités de désignation du président. ]2
Le conseil désigne la personne qui assure le secrétariat et la rédaction des procès-verbaux.
[2 Le Gouvernement ou son délégué définit les conditions et les modalités de conservation des procès-verbaux et de leur mise à disposition]2.
[2 ...]2.
[2 § 3. Le conseil est convoqué par le président visé au paragraphe 2, soit d'initiative, soit à la demande des membres visés au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°, 2° ou 3°. ]2
Art. 584. De raad organiseert het overleg tussen de inrichtende macht en het team van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg [2 , onverminderd de rol van de vakbondsafvaardiging en de overlegorganen]2.
[2 De Raad organiseert overleg over ten minste]2 :
[1 ]1 [2 zijn huishoudelijk reglement]2 dat voorziet in, o.a., de modaliteiten en de periodiciteit van de aanwijzing van de leden van de raad en in een oproepingsprocedure in geval van dringende noodzakelijkheid;
[1 ]1 [2 het dienstproject bedoeld in artikel 541]2;
[1 ]1 [2 ...]2;
[1 ]1 [2 ...]2;
[1 ]1 de behoeften aan personeel, de indienstneming ervan en het afsluiten van overeenkomsten met de zelfstandige zorgverleners;
[1 ]1 de behoefte aan lokalen en uitrusting;
[1 ]1 de overeenkomsten i.v.m. de opdrachten van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg en de werking in netverband;
[1 ]1 de begroting;
[1 ]1 [2 de jaarrekeningen]2;
[1 10°]1 de bestemming van de ontvangsten;
[1 11°]1 de evaluatie van de activiteiten van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg.
De beslissingen van de inrichtende macht worden met redenen omkleed wanneer ze afwijken van het advies van de raad en worden hem in alle gevallen meegedeeld.
[2 De Regering bepaalt de modaliteiten van het door de Raad georganiseerde overleg.]2
Art. 584. Le conseil organise la concertation entre le pouvoir organisateur et l'équipe du service de santé mentale [2 , sans préjudice des rôles de la délégation syndicale et des organes de concertation.]2
[2 Le conseil organise la concertation au minimum]2 sur :
[1 ]1 [2 son règlement]2 d'ordre intérieur qui comporte notamment les modalités et la périodicité de désignation des membres du conseil et une procédure de convocation en cas d'urgence;
[1 ]1 le projet de service [2 visé à l'article 541]2;
[1 ]1 [2 ...]2;
[1 ]1 [2 ...]2;
[1 ]1 les besoins, l'engagement de personnel et la conclusion des conventions avec les prestataires de soins indépendants;
[1 ]1 les besoins en locaux et en équipement;
[1 ]1 les conventions liées aux missions du service de santé mentale et au fonctionnement en réseau;
[1 ]1 le budget;
[1 ]1 [2 les comptes annuels]2;
[1 10°]1 l'affectation des recettes;
[1 11°]1 l'évaluation des activités du service de santé mentale.
Les décisions du pouvoir organisateur sont motivées lorsqu'elles s'écartent de l'avis rendu par le conseil, et, dans tous les cas, portées à la connaissance de celui-ci.
[2 Le Gouvernement définit les conditions et les modalités de la concertation organisée par le conseil.]2
K. Inzameling van sociaal-epidemiologische gegevens
K. Recueil de données socio-épidémiologiques
Art. 585. [1 § 1. De dienst voor geestelijke gezondheidszorg verzamelt socio-epidemiologische gegevens over de begunstigden. Deze gegevens worden verzameld aan het begin van de zorg.
Het doel van die verzameling is:
voor de dienst voor geestelijke gezondheidszorg, het profiel van de begunstigden die hij verzorgt vast te stellen en op basis van deze gegevens het dienstproject te sturen;
voor het Agentschap, bij te dragen in het onderzoek en de analyse op het niveau van het Franse taalgebied, met inbegrip van de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van het strategisch plan voor geestelijke gezondheid.
§ 2. De socio-epidemiologische gegevens die de dienst voor geestelijke gezondheidszorg verzamelt voor elke begunstigde zijn als volgt:
de leeftijd;
het gender;
de burgerlijke stand;
de nationaliteit;
de moedertaal;
de leefomgeving;
het schoolbezoek;
de beroepscategorie;
de hoofdzakelijke inkomensbron;
10° de postcode;
11° als de gebruiker minderjarig is, het aantal kinderen die op de wettelijke woonplaats van de gebruiker wonen;
12° de bereikbaarheidsomtrek van de dienst;
13° de aard en de oorsprong van het initiatief;
14° de vroegere verzorgingen;
15° de aard van de aanvraag van de gebruiker;
16° de bij de eerste raadpleging voorgestelde redenen;
17° de hoofdzakelijk ontdekte pathologie;
18° het voorstel tot verzorging;
19° het netwerk rond de begunstigde.
Deze gegevens maken het mogelijk om ten minste het volgende te identificeren:
de sociologische en mentale gezondheidskenmerken van de populatie die in de dienst voor geestelijke gezondheidszorg terechtkomt;
de bereikbaarheidsomtrek van de dienst;
de voortgang van de begunstigden doorheen het zorg- en bijstandsnetwerk.
De gegevens worden eenmaal per jaar veilig naar het Agentschap gestuurd. De Regering of haar afgevaardigde bepaalt de modaliteiten voor die overmaking.
Het is aan de dienst voor geestelijke gezondheidszorg om de gegevens te anonimiseren voordat ze naar het Agentschap worden gestuurd.
De dienst voor geestelijke gezondheidszorg bewaart de in het eerste lid bedoelde sociaal-epidemiologische gegevens in het individuele dossier, bedoeld in artikel 538/570, zolang dit dossier wordt bewaard.
§ 3. De overeenkomstig paragraaf 2 ingediende sociaal-epidemiologische gegevens worden geanalyseerd door het Agentschap of door een door het Agentschap aangewezen externe dienstverlener.
Elk jaar stuurt het Agentschap de diensten voor geestelijke gezondheidszorg de geaggregeerde gegevens en, indien ze verricht worden, de analyses op basis van deze gegevens.
Deze gegevens worden ook verstrekt aan het sturingscomité van het strategisch plan voor geestelijke gezondheid.
De Regering of haar afgevaardigde bepaalt de modaliteiten voor de bekendmaking van de analyses. ]1

Art. 585. [1 § 1er. Le service de santé mentale recueille des données socioépidémiologiques concernant les bénéficiaires. Ces données sont récoltées au début de la prise en charge.
Cette collecte a pour finalités :
pour le service de santé mentale, d'établir le profil des bénéficiaires qu'il prend en charge et, sur la base de ces données, d'orienter le projet de service;
pour l'Agence, d'alimenter la recherche et l'analyse au niveau du territoire de la région de langue française, en ce compris pour l'élaboration, la mise en oeuvre et l'évaluation du plan stratégique pour la santé mentale.
§ 2. Les données socio-épidémiologiques recueillies par le service de santé mentale sont, pour chaque bénéficiaire, les suivantes :
l'âge;
le genre;
l'état civil;
la nationalité;
la langue maternelle;
le lieu de vie;
la scolarité;
la catégorie professionnelle;
la source principale de revenus;
10° le code postal;
11° si le bénéficiaire est mineur, le nombre d'enfants habitant au domicile légal du bénéficiaire;
12° le périmètre d'accessibilité du service;
13° la nature et l'origine de la démarche;
14° les prises en charge antérieures;
15° la nature de la demande du bénéficiaire;
16° les motifs présentés lors de la première consultation;
17° la pathologie principalement décelée;
18° la proposition de prise en charge;
19° le réseau mobilisé autour du bénéficiaire.
Ces données permettent d'identifier au moins :
les caractéristiques sociologiques et de santé mentale de la population qui consulte le service de santé mentale;
le périmètre d'accessibilité du lieu de consultation;
les parcours des bénéficiaires dans le réseau d'aide et de soins.
Les données sont communiquées de façon sécurisée une fois par an à l'Agence. Le Gouvernement ou son délégué détermine les modalités de cet envoi.
Il appartient au service de santé mentale de rendre les données anonymes avant l'envoi à l'Agence.
Le service de santé mentale conserve les données socio-épidémiologiques visées à l'alinéa 1er dans le dossier individuel visé à l'article 570, pendant toute la durée de conservation de celui-ci.
§ 3. Les données socio-épidémiologiques transmises conformément au paragraphe 2 sont analysées par l'Agence ou par un prestataire externes désigné par l'Agence.
Chaque année, l'Agence communique aux services de santé mentale les données globalisées et, lorsqu'elles sont effectuées, les analyses réalisées avec ces données.
Ces données sont également fournies au comité de pilotage du plan stratégique pour la santé mentale.
Le Gouvernement ou son délégué détermine les modalités de la publicité des analyses. ]1

L. : Toegankelijkheid en infrastructuur
L. Accessibilité et infrastructure
Art. 586. [1 De dienst voor geestelijke gezondheidszorg zorgt ervoor dat zijn lokalen gemakkelijk bereikbaar zijn vanuit alle delen van het gebied waar hij werkzaam is.]1
Art. 586. [1 Le service de santé mentale veille à disposer de locaux aisément accessibles depuis l'ensemble du territoire qu'il dessert. ]1
Art. 587. § 1. De dienst voor geestelijke gezondheidszorg kan in aparte zetels georganiseerd worden en over antennes beschikken.
[2 ...]2.
§ 2. Elke zetel beschikt minstens over :
[1 ]1 een wachtzaal;
[1 ]1 een specifiek lokaal voor de administratieve functie;
[1 ]1 raadplegingsbureau's [2 ...]2;
[2 4° sanitaire installaties.]2
De organisatie van het [2 telefonisch]2 onthaal kan gemeen zijn aan verschillende zetels.
De organisatie van de lokalen houdt rekening met de bepalingen betreffende de bewaring van de individuele dossiers en de archieven, met inachtneming van de geheimhouding.
[2 § 2/1. De lokalen van elke zetel zijn toegankelijk voor personen met beperkte mobiliteit.
Voor de lokalen die op het moment van inwerkingtreding van dit artikel door een zetel worden gebruikt, moet de toegankelijkheid voor personen met beperkte mobiliteit gewaarborgd worden uiterlijk:
na de uitvoering van de eerste verbouwingswerken in die lokalen, met de uitzonderingen voorzien in artikel 414, § 2 van de gewestelijke leidraad voor stedenbouw;
na verplaatsing van de activiteiten naar nieuwe lokalen die zijn gebouwd of verbouwd op grond van een na 3 juli 1999 afgegeven stedenbouwkundige vergunning.
De dienst voor geestelijke gezondheidszorg die beschikt over lokalen die toegankelijk zijn voor personen met beperkte mobiliteit, mag zijn activiteiten niet overbrengen naar lokalen die niet toegankelijk zijn voor personen met beperkte mobiliteit.
Wanneer de lokalen om een van de in lid 2 genoemde redenen niet toegankelijk zijn voor personen met beperkte mobiliteit, biedt de dienst voor geestelijke gezondheidszorg personen met beperkte mobiliteit of lijdend aan een sensoriële handicap alternatieve oplossingen die hen in staat stellen gebruik te maken van dezelfde diensten als valide personen. ]2

§ 3. De antenne is een externe raadplegingsplaats die niet voldoet aan de criteria van de zetel.
De dienst voor geestelijke gezondheidszorg zorgt ervoor dat in die raadplegingsplaats rekening gehouden met de geheimhouding van de gesprekken en met de bescherming van de private levenssfeer [2 van de begunstigde]2.
Art. 587. § 1er. Le service de santé mentale peut être organisé en sièges distincts et comporter des antennes.
[2 ...]2.
§ 2. Chaque siège comporte au moins :
[1 ]1 une salle d'attente;
[1 ]1 un local spécifique pour la fonction administrative;
[1 ]1 des bureaux de consultation [2 ...]2.
[2 4° des installations sanitaires. ]2
L'organisation de l'accueil [2 téléphonique]2 peut être commune à plusieurs sièges.
L'organisation des locaux tient compte des dispositions relatives à la conservation des dossiers individuels et des archives dans le respect de la confidentialité.
[2 § 2/1. Les locaux de chaque siège sont accessibles aux personnes à mobilité réduite.
Pour les locaux occupés par un siège au moment de l'entrée en vigueur du présent article, l'accessibilité aux personnes à mobilité réduite est assurée au plus tard :
après les premiers travaux de transformation effectués auxdits locaux, sauf les exceptions prévues à l'article 414, § 2, du guide régional d'urbanisme;
après déménagement des activités dans de nouveaux locaux construits ou transformés sur base d'un permis d'urbanisme délivré après le 3 juillet 1999.
Le service de santé mentale qui dispose de locaux accessibles aux personnes à mobilité réduite ne peut transférer son siège vers des locaux qui ne seraient pas accessibles aux personnes à mobilité réduite.
Lorsque les locaux ne sont pas accessibles aux personnes à mobilité réduite pour une des raisons mentionnées à l'alinéa 2, le service de santé mentale propose aux personnes à mobilité réduite ou souffrant d'un handicap sensoriel des solutions alternatives leur permettant de bénéficier des mêmes services que les personnes valides. ]2

§ 3. L'antenne est constituée d'un lieu de consultation externe qui ne répond pas aux critères du siège.
Le service de santé mentale veille à ce que ce lieu de consultation respecte la confidentialité des entretiens et la protection de la vie privée [2 du bénéficiaire]2.
Art. 588. Wanneer de dienst voor geestelijke gezondheidszorg gevestigd is in een gebouw waar andere sociale of zorgverlenende instellingen of diensten ondergebracht zijn, wordt voor de dienst voor geestelijke gezondheidszorg binnen dat gebouw voorzien in lokalen die een samenhangende entiteit vormen.
De lokalen van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg mogen zich in geen geval [1 in een collectieve residentiële structuur of een ziekenhuis bevinden]1.
In ieder geval wordt de dienst voor geestelijke gezondheidszorg duidelijk geïdentificeerd naar het publiek toe.
Art. 588. Lorsque le service de santé mentale est situé dans un bâtiment qui comprend d'autres institutions ou services sociaux ou de santé, des locaux formant une entité cohérente sont réservés au service de santé mentale à l'intérieur de ce bâtiment.
En aucun cas, [1 les locaux du service de santé mentale]1 ne peuvent faire partie intégrante de ceux d'une structure résidentielle [1 collective ou d'un hôpital]1.
Dans tous les cas, le service de santé mentale bénéficie d'une identification claire à destination du public.
Art. 588/1. [1 De lokalen van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg mogen nooit ter beschikking worden gesteld van een andere onafhankelijke dienstverstrekker dan deze bedoeld in artikel 558, § 1, eerste lid, 3° en 4°.
De lokalen van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg mogen nooit ter beschikking worden gesteld van een onafhankelijke dienstverstrekker als bedoeld in artikel 558, § 1, eerste lid, 3° en 4°, wanneer deze onafhankelijke dienstverlener niet voldoet aan de maximumtarieven vastgelegd in de samenwerkingsovereenkomst bedoeld in artikel 568.]1

Art. 588/1. [1 Les locaux du service de santé mentale ne peuvent jamais être mis à disposition d'un prestataire indépendant autre que ceux visé à l'article 558, § 1er, alinéa 1er, 3° et 4°.
Les locaux du service de santé mentale ne peuvent jamais être mis à disposition d'un prestataire indépendant visé à l'article 558, § 1er, alinéa 1er, 3° et 4°, lorsque ce prestataire indépendant ne respecte pas les honoraires maximaux fixés dans la convention de collaboration visée à l'article 568.]1

Art. 589. De lokalen van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg worden gedekt door een attest waaruit blijkt dat ze voldoen aan de veiligheidsnormen. Dat attest wordt afgeleverd door de Burgemeester van de gemeente waar ze gevestigd zijn en is opgemaakt op grond van een rapport van de regionale brandweerdienst.
Art. 589. Les locaux du service de santé mentale sont couverts par une attestation de conformité aux normes de sécurité délivrée par le bourgmestre de la commune dans laquelle ils sont implantés, établie sur la base d'un rapport du service régional d'incendie.
Art. 590. [1 De Regering bepaalt de openingstijden van de diensten voor geestelijke gezondheidszorg en de modaliteiten voor de organisatie van raadplegingen op afstand. ]1
Art. 590. [1 Le Gouvernement détermine les heures d'ouverture des services de santé mentale, ainsi que les modalités de l'organisation de consultations à distance.]1
M. Boekhouding
M. Comptabilité
Art. 591. [1 Onverminderd de boekhoudkundige verplichtingen opgelegd door het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen en de uitvoeringsbesluiten ervan, voert de dienst voor geestelijke gezondheidszorg voor elk boekjaar een dubbele boekhouding en stelt hij een jaarlijkse balans en winst- en verliesrekening op volgens het model bepaald door de Regering. ]1
Art. 591. [1 Sans préjudice des obligations comptables imposées par le Code des sociétés et des associations, et par ses arrêtés d'exécution, le service de santé mentale tient une comptabilité en partie double par année budgétaire et fournit annuellement un bilan et un compte de résultats selon le modèle déterminé par le Gouvernement.]1
Onderafdeling 2. - Verplichtingen eigen aan de specifieke initiatieven en aan de therapeutische clubs
Sous-section 2. - Obligations propres aux initiatives spécifiques et aux clubs thérapeutiques
A. Specifieke initiatieven
A. Initiatives spécifiques
Art. 592. Het specifieke initiatief dat door de dienst voor geestelijke gezondheidszorg georganiseerd wordt, integreert zich in zijn werking en geniet de begeleiding van zijn administratieve en therapeutische directies volgens de modaliteiten die de Regering bepaalt.
[1 Het uitvoeren van de opdrachten bedoeld in het samenwerkingsakkoord van 8 oktober 1998 inzake de begeleiding en behandeling van daders van seksueel misbruik wordt beschouwd als een specifiek initiatief.]1
Art. 592. L'initiative spécifique organisée par le service de santé mentale s'intègre dans le fonctionnement du service de santé mentale et bénéficie de l'encadrement des directions administrative et thérapeutique de celui-ci, selon les modalités fixées par le Gouvernement.
[1 La réalisation des missions visées dans l'accord de coopération du 8 octobre 1998 relatif à la guidance et au traitement des auteurs d'infractions à caractère sexuel est considérée comme une initiative spécifique. ]1
Art. 593. De Regering [1 of haar afgevaardigde]1 kan [2 , voor specifieke initiatieven,]2 afwijken van de bepalingen inzake de vestiging van de lokalen opdat ze [2 aan deze specifieke initiatieven]2 aangepast kunnen worden.
[2 ...]2.
Art. 593. Le Gouvernement [1 ou son délégué]1 peut déroger [2 , pour les initiatives spécifiques,]2 aux dispositions en matière d'implantation des locaux afin que ceux-ci soient adaptés [2 à ces initiatives spécifiques]2.
[2 ...]2.
B. Therapeutische clubs
B. Clubs thérapeutiques
Art. 594. De door de dienst voor geestelijke gezondheidszorg georganiseerde therapeutische club integreert zich in zijn werking [1 en geniet minstens de begeleiding van de administratieve en therapeutische directies van laatstgenoemde]1 volgens de modaliteiten die de Regering bepaalt.
[1 ...]1.
[1 ...]1.
Art. 594. Le club thérapeutique organisé par le service de santé mentale s'intègre dans le fonctionnement du service de santé mentale [1 et bénéficie de l'encadrement des directions administrative et thérapeutique de celui-ci]1, selon les modalités fixées par le Gouvernement.
[1 ...]1.
[1 ...]1.
Art. 595. De Regering [1 of haar afgevaardigde]1 kan [2 , voor de therapeutische clubs,]2 afwijken van de bepalingen inzake de vestiging van de lokalen opdat ze [2 aan deze specifieke initiatieven]2 aangepast kunnen worden.
De aanvraag tot afwijking wordt samen met de aanvraag tot toekenning van de erkenning ingediend en behandeld volgens de modaliteiten die de Regering bepaalt.
Art. 595. Le Gouvernement [1 ou son délégué]1 peut déroger [2 , pour les clubs thérapeutiques,]2 aux dispositions en matière d'implantation des locaux afin que ceux-ci soient adaptés [2 à ces clubs thérapeutiques]2.
La demande de dérogation est introduite et examinée en même temps que la demande d'octroi de l'agrément, selon les modalités fixées par le Gouvernement.
Onderafdeling 3. - Programmering en erkenning
Sous-section 3. - Programmation et agrément
A. Programmering
A. Programmation
Art. 596.
Art. 596.
Art. 597. [2 In haar programmering zorgt de Regering of haar afgevaardigde voor]2 een evenwichige verdeling van de diensten voor geestelijke gezondheidszorg en van hun zetels over het grondgebied van het Franse taalgebied en tracht ze daarbij de doelstelling van minstens één dienst voor geestelijke gezondheidszorg per 50.000 inwoners en per administratief arrondissement te halen.
Art. 597. [2 Dans sa programmation]2, le Gouvernement [1 ou son délégué]1 veille à une répartition harmonieuse des services de santé mentale et de leurs sièges sur le territoire de la Région de langue française en tendant vers l'objectif d'au moins un service de santé mentale par 50 000 habitants et par arrondissement administratif.
B. Erkenning
B. Agrément
Art. 598. [1 De Regering bepaalt de modaliteiten en de procedure voor het verlenen van de erkenning met inachtneming van de artikelen 599 tot en met 602. Zij zorgt ervoor dat de procedure op tegenspraak verloopt. ]1
Art. 598. [1 Le Gouvernement précise les modalités et la procédure d'octroi de l'agrément dans le respect des articles 599 à 602. Il veille au caractère contradictoire de la procédure.]1
Art. 599. De erkenning [1 van een specifiek initiatief of een]1 therapeutische club kan verleend worden :
hetzij doorgaans, op basis van een aanvraag die altijd ingediend kan worden;
hetzij specifiek, in het raam van een oproep tot thematische projecten waarvan de Regering de modaliteiten bepaalt.
[1 ...]1
Art. 599. L'agrément [1 d'une initiative spécifique ou d'un]1 club thérapeutique peut être octroyé :
soit généralement, sur la base d'une demande qui peut être effectuée en tout temps;
soit spécifiquement, dans le cadre d'un appel à projets thématiques dont le Gouvernement détermine les modalités.
[1 ...]1.
Art. 600. [1 § 1. Om de erkenning te verkrijgen moet de dienst voor geestelijke gezondheidszorg:
beschikken over een rechtspersoonlijkheid;
a) hetzij als vereniging zonder winstoogmerk;
b) hetzij als een internationale vereniging zonder winstoogmerk;
c) hetzij als stichting;
d) of als lokale overheidsinstantie;
e) hetzij als vereniging met rechtspersoonlijkheid waarin de overheid een meerderheidsdeelneming heeft, met uitzondering van verenigingen in de vorm van een vennootschap;
een initieel dienstproject opstellen, waarvan de inhoud in artikel 541 wordt bepaald;
zich ertoe verbinden om overeenkomstig artikel 541 om de vijf jaar een nieuw dienstproject op te stellen;
zich ertoe verbinden zijn dienstproject uit te voeren;
zich ertoe verbinden elk verzoek tot tussenkomst te registreren overeenkomstig artikel 542, § 2;
zich ertoe verbinden een of meerdere overeenkomsten als bedoeld in artikel 543, lid 3, te sluiten;
zich ertoe verbinden uitsluitend de multidisciplinaire overleggen bedoeld in de artikelen 545 en 547 te organiseren;
zich ertoe verbinden samen te werken met de netwerken;
zich ertoe verbinden lid te zijn van ten minste één overlegplatform inzake geestelijke gezondheid;
10° zich ertoe verbinden te beschikken over een multidisciplinair team dat voldoet aan de bepalingen van de artikelen 555 tot 568;
11° zich ertoe verbinden voor elke begunstigde het individuele dossier bedoeld in artikel 570 bij te houden;
12° een protocol voor de bescherming van persoonsgegevens opstellen als bedoeld in artikel 570/1, tweede lid;
13° zich ertoe verbinden de rechten van de begunstigde, zoals bepaald in de artikelen 571 tot 579 na te leven;
14° zich ertoe verbinden geen hogere dienstverleningskosten aan te rekenen dan die welke overeenkomstig de artikelen 580 tot 582 zijn vastgesteld;
15° zich ertoe verbinden te zorgen voor de installatie van de in artikel 583 bedoelde adviesraad;
16° zich ertoe verbinden de sociaaleconomische gegevens bedoeld in artikel 585, § 1, te verzamelen en mee te delen;
17° zich ertoe verbinden voor elke zetel over lokalen overeenkomstig de artikelen 587, §§ 2 en 2/1, 588 en 589 te beschikken;
18° zich ertoe verbinden openingsuren te handhaven overeenkomstig de door de Regering krachtens artikel 590 vastgestelde voorschriften;
19° in de lijn liggen van de programmering die de Regering of haar afgevaardigde overeenkomstig artikel 597 heeft opgesteld;
20° de deontologische regels die de Regering vastlegt, in acht nemen.
Aan de verbintenissen, vermeld in het eerste lid, 6°, 9°, 10°, 15° en 17°, moet worden voldaan binnen zes maanden na het verlenen van de erkenning.
De Regering kan de in deze paragraaf genoemde erkenningsvoorwaarden specificeren en zo nodig voorzien in een of meerdere aanvullende erkenningsvoorwaarden.
§ 2. Om de erkenning van een specifiek initiatief te verkrijgen moet de dienst voor geestelijke gezondheidszorg:
al minstens zes maanden erkend zijn als dienst voor geestelijke gezondheidszorg;
het specifieke initiatief waarvoor hij de erkenning vraagt, beschrijven.
De Regering kan de in deze paragraaf genoemde erkenningsvoorwaarden specificeren en zo nodig voorzien in een of meerdere aanvullende erkenningsvoorwaarden.
§ 3. Om de erkenning van een therapeutisch club te verkrijgen moet de dienst voor geestelijke gezondheidszorg:
al minstens zes maanden erkend zijn als dienst voor geestelijke gezondheidszorg;
de therapeutisch club waarvoor hij de erkenning vraagt, beschrijven.
De Regering kan de in deze paragraaf genoemde erkenningsvoorwaarden specificeren en zo nodig voorzien in een of meerdere aanvullende erkenningsvoorwaarden.]1

Art. 600. [1 § 1er. Pour obtenir l'agrément, le service de santé mentale :
dispose de la personnalité juridique :
a) soit en tant qu'association sans but lucratif;
b) soit en tant qu'association internationale sans but lucratif;
c) soit en tant que fondation;
d) soit en tant que pouvoir public local;
e) soit en tant qu'association dotée de la personnalité juridique détenue majoritairement par des pouvoirs publics, à l'exception des associations ayant revêtu la forme d'une société;
élabore un premier projet de service, dont le contenu est défini à l'article 541;
s'engage à élaborer un nouveau projet de service au maximum tous les cinq ans, dans le respect de l'article 541;
s'engage à mettre en oeuvre son projet de service;
s'engage à enregistrer toute demande d'intervention, conformément à l'article 542, paragraphe 2;
s'engage à conclure une ou plusieurs conventions visées à l'article 543, alinéa 3;
s'engage à organiser les concertations pluridisciplinaires visées aux articles 545 et 547;
s'engage à collaborer avec les réseaux;
s'engage à être membre au moins d'une plate-forme de concertation en santé mentale;
10° s'engage à disposer d'une équipe pluridisciplinaire conforme aux dispositions des articles 555 à 568;
11° s'engage, pour chaque bénéficiaire, à tenir le dossier individuel visé à l'article 570;
12° élabore un protocole de protection des données personnelles visé à l'article 570/1, alinéa 2;
13° s'engage à respecter les droits du bénéficiaire tels que prévus aux articles 571 à 579;
14° s'engage à ne pas réclamer des coûts de prestations supérieurs à ceux fixés en exécution des articles 580 à 582;
15° s'engage à installer le conseil d'avis visé à l'article 583;
16° s'engage à recueillir et à communiquer les données socio- épidémiologiques visées à l'article 585, paragraphe 1er;
17° s'engage à disposer, pour chaque siège, de locaux conforme aux articles 587, paragraphes 2 et 2/1, 588 et 589;
18° s'engage à maintenir des heures d'ouverture conformes aux exigences arrêtées par le Gouvernement en exécution de l'article 590;
19° s'inscrit dans la programmation établie par le Gouvernement ou son délégué en exécution de l'article 597;
20° s'engage à respecter les règles déontologiques définies par le Gouvernement.
Les engagements visés à l'alinéa 1er, 6°, 9°, 10°, 15° et 17°, doivent être concrétisés au plus tard six mois à dater de l'octroi de l'agrément.
Le Gouvernement peut préciser les conditions d'agrément énumérées dans le présent paragraphe, et prévoir, si nécessaire, une ou plusieurs conditions d'agrément complémentaires.
§ 2. Pour obtenir l'agrément d'une initiative spécifique, le service de santé mentale :
dispose d'un agrément en tant que service de santé mentale depuis au moins six mois;
décrit l'initiative spécifique pour laquelle il demande l'agrément.
Le Gouvernement peut préciser les conditions d'agrément énumérées dans le présent paragraphe, et prévoir, si nécessaire, une ou plusieurs conditions d'agrément complémentaires.
§ 3. Pour obtenir l'agrément d'un club thérapeutique, le service de santé mentale :
dispose d'un agrément en tant que service de santé mentale depuis au moins six mois;
décrit le club thérapeutique pour lequel il demande l'agrément.
Le Gouvernement peut préciser les conditions d'agrément énumérées dans le présent paragraphe, et prévoir, si nécessaire, une ou plusieurs conditions d'agrément complémentaires. ]1

Art. 601. [1 § 1. De aanvraag tot erkenning wordt door de inrichtende macht van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg bij de Regering of haar afgevaardigde ingediend.
§ 2. De Regering of haar afgevaardigde bepaalt de inhoud van het dossier m.b.t. de erkenningsaanvraag. Dit dossier bevat op zijn minst :
het ondernemingsnummer van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg;
een formulier, waarvan het model wordt opgesteld door de Regering of haar afgevaardigde, waarin alle verbintenissen bedoeld in artikel 600 worden opgenomen.
§ 3. De erkenning wordt voor een onbepaalde duur door de Regering of haar afgevaardigde toegekend. ]1

Art. 601. [1 § 1er. La demande d'agrément est introduite par le pouvoir organisateur du service de santé mentale auprès du Gouvernement ou de son délégué.
§ 2. Le Gouvernement ou son délégué détermine le contenu du dossier de demande d'agrément. Ce dossier comporte au minimum :
le numéro d'entreprise du service de santé mentale;
un formulaire, dont le modèle est établi par le Gouvernement ou son délégué, reprenant tous les engagements visés à l'article 600.
§ 3. L'agrément est accordé pour une durée indéterminée par le Gouvernement ou son délégué. ]1

Art. 602. [1 § 1. Het erkenningsbesluit voor de dienst voor geestelijke gezondheidszorg moet ten minste de volgende informatie bevatten:
de volledige identiteit van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg;
de aanduiding van de zetel(s) van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg;
de aanduiding van het aantal gesubsidieerde voltijdse equivalenten toegekend voor elke functie;
in voorkomend geval, de aanduiding van een specifiek aanbod voor kinderen of adolescenten;
desgevallend, de gesubsidieerde werkingskosten.
Indien nodig vult de Regering de in lid 1 bedoelde lijst aan.
§ 2. Het erkenningsbesluit van een specifiek initiatief moet ten minste de volgende informatie bevatten:
de volledige identiteit van de betrokken dienst voor geestelijke gezondheidszorg;
de aanduiding van het betrokken specifieke initiatief of de betrokken therapeutische club;
de aanduiding van de zetel(s) van de dienst geestelijke gezondheidszorg waarop het specifieke initiatief of de therapeutische club betrekking heeft;
in voorkomend geval, de aanduiding van het aantal gesubsidieerde voltijdse equivalenten toegekend voor het specifieke initiatief of de therapeutische club; 5° in voorkomend geval, de gesubsidieerde werkingskosten. ]1

Art. 602. [1 § 1er. L'arrêté d'agrément du service de santé mentale reprend au minimum les informations suivantes :
l'identité complète du service de santé mentale;
l'indication du ou des sièges du service de santé mentale;
l'indication du nombre d'équivalents temps plein subventionnés accordés pour chaque fonction;
le cas échéant l'indication d'une offre spécifique à destination des enfants ou des adolescents;
le cas échéant, les frais de fonctionnement subventionnés.
Le Gouvernement complète si nécessaire la liste visée à l'alinéa 1er.
§ 2. L'arrêté d'agrément d'une initiative spécifique ou d'un club thérapeutique reprend au minimum les informations suivantes :
l'identité complète du service de santé mentale concerné;
l'indication de l'initiative spécifique ou du club thérapeutique concerné;
l'indication du ou des sièges du service de santé mentale concernés par l'initiative spécifique ou le club thérapeutique;
le cas échéant, l'indication du nombre d'équivalents temps plein subventionnés accordés pour l'initiative spécifique ou le club thérapeutique; 5° le cas échéant, les frais de fonctionnement subventionnés. ]1

Art. 602/1. [1 De benaming van de erkende dienst voor geestelijke gezondheidszorg gaat systematisch vergezeld van de woorden "dienst voor geestelijke gezondheidszorg erkend en gesubsidieerd door het Waals Gewest".]1
Art. 602/1. [1 La dénomination du service de santé mentale agréé est systématiquement accompagnée de la mention " service de santé mentale agréé et subventionné par la Région wallonne ".]1
Onderafdeling 4. - Subsidiëring
Sous-section 4. - Subventionnement
Art. 603. [1 Gedurende de door de erkenning bestreken periode en binnen de perken van de beschikbare kredieten kan de dienst voor geestelijke gezondheidszorg een jaarlijkse subsidie genieten ter dekking van de personeels- en werkingskosten.
De Regering stelt de modaliteiten, bedragen, de berekeningswijze en de eventuele indexering en de toekenningsvoorwaarden voor de subsidie vast.]1

Art. 603. [1 Pendant la période couverte par l'agrément et dans la limite des crédits disponibles, le service de santé mentale peut bénéficier d'une subvention annuelle destinée à couvrir des frais de personnel et des frais de fonctionnement.
Le Gouvernement arrête les modalités, montants, mode de calcul de la subvention et de l'indexation éventuelle et les conditions d'octroi de la subvention.]1

Art. 604.
Art. 604.
Art. 605.
Art. 605.
Art. 606.
Art. 606.
Art. 607.
Art. 607.
Art. 608. [1 § 1. Binnen de perken van de beschikbare kredieten kan de dienst voor geestelijke gezondheidszorg een aanvullende subsidie ontvangen om de verbindingsfunctie te dekken, indien hij vóór 1 januari 2024 een verbindingsfunctie aan een personeelslid heeft toevertrouwd.
Voor de toepassing van lid 1 betekent de verbindingsfunctie dat het multidisciplinair overleg voor elke begunstigde een personeelslid de taak toewijst om de interventies te coördineren, de genomen beslissingen te garanderen en het hele proces te ondersteunen.
§ 2. De Regering legt de modaliteiten, de bedragen, de berekeningswijze van de eventuele indexering en de toekenningsvoorwaarden van de in § 1, lid 1, bedoelde subsidie vast.
§ 3. De Regering of haar afgevaardigde stelt de subsidiabele kosten vast die ten laste komen van de in § 1, lid 1, bedoelde subsidie.
§ 4. De in § 1, lid 1, bedoelde subsidie wordt verleend tot het tijdstip waarop de persoon die voor 1 januari 2024 is aangewezen voor een verbindingsfunctie, die functie niet langer vervult. ]1

Art. 608. [1 § 1er. Dans la limite des crédits disponibles, le service de santé mentale peut bénéficier d'une subvention complémentaire destinée à couvrir la fonction de liaison, lorsqu'il a confié une fonction de liaison à un membre du personnel avant le 1er janvier 2024.
Par fonction de liaison pour l'application de l'alinéa 1er, il faut entendre l'attribution par la concertation pluridisciplinaire à un membre du personnel, pour chaque bénéficiaire, de la charge de coordonner les interventions, garantir les décisions prises et soutenir l'ensemble du processus.
§ 2. Le Gouvernement arrête les modalités, montants, mode de calcul de l'indexation éventuelle et conditions d'octroi de la subvention visée au paragraphe 1er, alinéa 1er.
§ 3. Le Gouvernement ou son délégué détermine les frais admissibles à charge de la subvention visée au paragraphe 1er, alinéa 1er.
§ 4. La subvention visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, est accordée jusqu'au moment où la personne désignée avant le 1er janvier 2024 pour une fonction de liaison cesse d'exercer cette fonction. ]1

Art. 609.
Art. 609.
Art. 610.
Art. 610.
Art. 611.
Art. 611.
Onderafdeling 5. - Evaluatie, controle en sanctie
Sous-section 5. - Evaluation, contrôle et sanction
A. Evaluatie en controle
A. Evaluation et contrôle
Art. 612. [1 § 1. De activiteiten van elke dienst voor geestelijke gezondheidszorg worden op gezette tijden door het Agentschap geëvalueerd.
De dienst voor geestelijke gezondheidszorg neemt actief deel aan de evaluatie ervan en werkt met het Agentschap samen bij de voorbereiding en de follow-up van deze evaluatie.
De Regering bepaalt de evaluatiemodaliteiten en -procedure.
§ 2. De administratieve en financiële controle van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg wordt uitgeoefend door de daartoe aangewezen personeelsleden van het Agentschap.
Onder administratieve controle wordt verstaan de verificatie van de naleving van alle gewestelijke bepalingen door de dienst voor geestelijke gezondheidszorg.
Onder financiële controle wordt verstaan de verificatie van het gebruik van de door de dienst voor geestelijke gezondheidszorg ontvangen financiering, met inbegrip van de verificatie van de verrichte facturering.
Om alle inlichtingen of documenten te verkrijgen die nuttig zijn voor de controle, of om alle vaststellingen te doen die nuttig zijn voor de controle, kunnen deze personeelsleden:
vrije toegang hebben tot de lokalen van de dienst voor geestelijke gezondheidszorgtijdens de openingsuren;
alle dienst voor geestelijke gezondheidszorg berustende documenten raadplegen zonder de lokalen te hoeven verlaten en er kopieën van laten maken;
kopieën in een door hen gekozen formaat ontvangen van alle documenten of gegevens die door de dienst voor geestelijke gezondheidszorg elektronisch worden bijgehouden;
elke leidinggevend of elk personeelslid van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg horen;
de dienst voor geestelijke gezondheidszorg schriftelijk of langs elektronische weg om alle nuttige inlichtingen of toelichtingen vragen;
het Belgisch Staatsblad, de Kruispuntbank van Ondernemingen, de Balanscentrale of elke andere authentieke bron raadplegen voor gegevens met betrekking tot de dienst voor geestelijke gezondheidszorg.
Voor zover mogelijk zorgt de dienst voor geestelijke gezondheidszorg ervoor dat de in lid 4 bedoelde documenten, kopieën en informatie die persoonsgegevens bevatten, anoniem worden gemaakt.
Bij de uitoefening van hun in lid 4 bedoelde toezichthoudende bevoegdheden vragen de in lid 1 bedoelde personeelsleden van het Agentschap alleen om persoonsgegevens indien de verkrijging van die gegevens noodzakelijk, redelijk en proportioneel is voor het doel van de controle op de dienst voor geestelijke gezondheidszorg. Deze gegevens worden niet langer bewaard dan nodig is voor het doel van de controle.
Het in artikel 570 bedoelde individueel dossier kan worden geraadpleegd door speciaal daartoe aangewezen artsen en verpleegkundigen van het Agentschap, wanneer deze raadpleging noodzakelijk, passend en evenredig is aan het doel van toezicht op de dienst voor geestelijke gezondheidszorg. Deze raadpleging mag nooit betrekking hebben op de punten opgesomd in artikel 570, § 1, tweede lid, 6°, 7°, 8°, 9°, 11°, 12°, 14°, 16° en 25°.
De bij lid 2 verleende bevoegdheden mogen alleen worden uitgeoefend door speciaal daartoe aangewezen artsen en verpleegkundigen van het Agentschap wanneer zij betrekking hebben op gegevens over de gezondheidstoestand van de begunstigden.
De Regering kan de grenzen vaststellen van de bevoegdheden die bij lid 2 aan de personeelsleden zijn toegekend, alsmede de wijze waarop deze bevoegdheden moeten worden uitgeoefend.
De Regering bepaalt de modaliteiten van de controle, met inachtneming van het beginsel van hoor en wederhoor. ]1

Art. 612. [1 § 1er. Les activités de chaque service de santé mentale font l'objet d'une évaluation qualitative périodique par l'Agence.
Le service de santé mentale participe activement à son évaluation et collabore avec l'Agence pour l'élaboration et le suivi de cette évaluation.
Le Gouvernement détermine les modalités et la procédure d'évaluation.
§ 2. Le contrôle administratif et financier du service de santé mentale est exercé par les membres du personnel de l'Agence désignés à cet effet.
Par contrôle administratif, il faut entendre la vérification du respect de l'ensemble des dispositions régionales par le service de santé mentale.
Par contrôle financier, il faut entendre la vérification de l'utilisation des financements reçus par le service de santé mentale, en ce compris par un contrôle des facturations effectuées.
Dans le but d'obtenir toutes informations ou tous documents utiles au contrôle, ou d'effectuer toutes constatations utiles au contrôle, ces membres du personnel peuvent :
avoir libre accès aux locaux du service de santé mentale pendant les heures d'ouverture de ceux-ci;
consulter sans déplacement tous documents détenus au service de santé mentale et s'en faire remettre copie;
obtenir copie au format de leur choix de tous documents ou données conservées de manière électronique par le service de santé mentale;
entendre tout dirigeant ou membre du personnel du service de santé mentale;
demander par écrit ou par voie électronique au service de santé mentale tous documents, toutes informations ou explications utiles;
consulter auprès du Moniteur belge, auprès de la Banque-carrefour des entreprises, auprès de la Centrale des Bilans ou auprès de toutes autres sources authentiques les données relatives au service de santé mentale.
Dans la mesure du possible, le service de santé mentale veille à ce que les documents, copies, informations, visés à l'alinéa 4, et contenant des données à caractère personnel des bénéficiaires soient anonymisés.
Dans l'exercice de leurs pouvoirs de contrôle visés à l'alinéa 4, les membres du personnel de l'Agence visés à l'alinéa 1er ne demandent des données à caractère personnel que si la prise de connaissance de ces données est nécessaire, adéquate et proportionnelle à l'objectif de contrôle du service de santé mentale. Ces données ne sont conservées que le temps nécessaire à l'objectif de contrôle.
Le dossier individuel visé à l'article 570 peut être consulté par des médecins et infirmiers de l'Agence désignés spécifiquement à cette fin lorsque cette consultation est nécessaire, adéquate et proportionnelle à l'objectif de contrôle du service de santé mentale. Cette consultation ne peut jamais porter sur les éléments repris à l'article 570, § 1er, alinéa 2, 6°, 7°, 8°, 9°, 11°, 12°, 14°, 16° et 25°.
Les pouvoirs conférés par l'alinéa 2 ne peuvent être exercés que par des médecins et infirmiers de l'Agence désignés spécifiquement à cette fin lorsqu'ils portent sur des données relatives à l'état de santé des bénéficiaires.
Le Gouvernement peut préciser les limites des pouvoirs conférés aux membres du personnel par l'alinéa 2, ainsi que les modalités d'exercice de ces pouvoirs.
Le Gouvernement détermine les modalités du contrôle, dans le respect du principe du contradictoire. ]1

Art. 613.
Art. 613.
B.
B.
Art. 614.
Art. 614.
C. Sanctions
C. Sanctions
Art. 615. De voorwaarden tot toekenning, [1 ...]1 intrekking van de erkenning worden nader bepaald door de Regering. Daartoe bepaalt ze de desbetreffende modaliteiten en termijnen en zorgt ervoor dat het recht om vóór de besluitvorming gehoord te worden in acht genomen wordt.
[1 De Regering bepaalt de procedure voor de heroriëntering van begunstigden van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg waarvan de erkenning is ingetrokken. ]1
Art. 615. Le Gouvernement précise les procédures [1 ...]1 de retrait de l'agrément. A cet effet, il détermine les formes et les délais et assure le respect du droit à être entendu préalablement à la décision.
[1 Le Gouvernement détermine la procédure de réorientation des bénéficiaires du service de santé mentale dont l'agrément a été retiré.]1
Art. 616. De erkenning [1 van een dienst voor geestelijke gezondheidszorg, een specifiek initiatief of een therapeutische club kan]1 ingetrokken worden wegens niet-inachtneming van de bepalingen [1 van deze afdeling]1 of de [1 overeenkomstig deze afdeling]1 vastgelegde bepalingen.
[1 De dienst voor geestelijke gezondheidszorg waarvan de erkenning is ingetrokken, mag tijdens het jaar volgend op de beslissing tot intrekking van de erkenning geen nieuwe erkenningsaanvraag indienen.]1
Art. 616. A tout moment, l'agrément [1 d'un service de santé mentale, d'une initiative spécifique ou d'un club thérapeutique peut être]1 retiré pour cause d'inobservation des dispositions [1 de la présente section]1 ou des dispositions fixées en application [1 de celle-ci]1.
[1 Le service de santé mentale dont l'agrément a été retiré ne peut pas introduire une nouvelle demande d'agrément pendant l'année suivant la décision de retrait de l'agrément.]1
Art. 617. Wanneer de bepalingen [3 van deze afdeling en de ter uitvoering van deze afdeling genomen bepalingen]3 niet in acht genomen worden en, meer bepaald, wanneer de dienst voor geestelijke gezondheidszorg de nakoming van zijn verplichtingen blijft verzuimen, legt de Regering het aanmaningsstelsel vast en bepaalt ze de termijn waarbinnen de dienst voor geestelijke gezondheidszorg orde op zaken moet stellen.
[1 [3 ...]3]1
[3 ...]3.
[3 ...]3.
De opschorting van de erkenning houdt in dat de storting van de subsidies opgeschort wordt tot de datum waarop de verplichtingen nagekomen worden.
De intrekking van de erkenning houdt in dat elke toekenning van subsidie vanaf de datum van de beslissing opgeschort wordt.
Wanneer het gaat om een [3 intrekking van de erkenning voor een specifiek initiatief of een therapeutische club]3, worden de subsidies naar verhouding verminderd.
Art. 617. En cas de non-respect des dispositions [3 de la présente section ou des dispositions fixées en application de la présente section]3, et, en particulier, lorsque le service de santé mentale persiste à ne pas respecter ses obligations, le Gouvernement fixe le régime de mise en demeure, en déterminant le délai dans lequel le service de santé mentale est tenu de se mettre en conformité.
[3 ...]3
[3 ...]3.
[3 ...]3.
[3 ...]3.
Le retrait d'agrément a pour conséquence la suppression de tout octroi de subvention à partir de la date de la décision.
Lorsqu'il s'agit [3 du retrait d'un agrément pour une initiative spécifique ou club thérapeutique]3, les subventions sont réduites au prorata.
Afdeling 2/1. [1 - Federaties van de diensten voor geestelijke gezondheidszorg]1
Section 2/1. [1 - Fédérations de services de santé mentale]1
Art. 617/1. [1 § 1. De diensten voor geestelijke gezondheidszorg kunnen zich verenigen en hun belangen toevertrouwen aan een federatie van diensten voor geestelijke gezondheidszorg, die de erkenning van de Regering of haar afgevaardigde kan aanvragen.
De erkenning wordt verleend voor een hernieuwbare periode van vijf jaar.
§ 2. De federatie van diensten voor geestelijke gezondheidszorg heeft de volgende taken:
ze bevordert het overleg met het oog op de ondersteuning en de bevordering van de werkfilosofie en de diversiteit van de acties die door haar leden worden ontwikkeld;
ze versterkt gemeenschappelijke praktijken door een beroep te doen op de expertise van haar leden;
ze biedt logistieke en technische ondersteuning aan haar leden;
ze vertegenwoordigt haar leden collectief, overeenkomstig de geldende bepalingen:
ze vertegenwoordigt een van haar leden individueel wanneer het daarom wordt verzocht, overeenkomstig de geldende bepalingen.
§ 3. Om erkend te worden moet de federatie van diensten voor geestelijke gezondheidszorg de volgende voorwaarden vervullen:
opgericht zijn in de vorm van een rechtspersoon zonder winstoogmerk;
minstens dertig procent van de erkende diensten voor geestelijke gezondheidszorg omvatten;
een activiteitenprogramma invoeren waarin wordt aangegeven hoe de in paragraaf 2 bedoelde taken zullen worden uitgevoerd.
§ 4. De Regering bepaalt de modaliteiten en de procedure voor de toekenning van de in paragraaf 1 bedoelde erkenning alsmede de modaliteiten en de procedure voor het intrekken van die erkenning.]1

Art. 617/1. [1 § 1er. Les services de santé mentale peuvent se fédérer et confier leurs intérêts à une fédération de services de santé mentale, laquelle peut demander à être agréée par le Gouvernement ou son délégué.
L'agrément est accordé pour une durée de cinq ans, renouvelable.
§ 2. La fédération de services de santé mentale remplit les missions suivantes :
elle favorise la concertation en vue de soutenir et promouvoir la philosophie de travail et la diversité des actions développées par ses membres;
elle renforce les pratiques communes en s'appuyant sur l'expertise de ses membres;
elle offre un appui logistique et technique à ses membres;
elle représente ses membres de manière collective, dans le respect des dispositions en vigueur;
elle représente individuellement un de ses membres lorsque celui-ci lui en fait la demande, dans le respect des dispositions en vigueur.
§ 3. Pour être agréée, la fédération de services de santé mentale doit remplir les conditions suivantes :
être constituée sous la forme d'une personne morale sans but lucratif;
comprendre un minimum de trente pour cent des services de santé mentale agréés;
introduire un programme d'activités reprenant la manière dont les missions visées au paragraphe 2 seront réalisées.
§ 4. Le Gouvernement précise les modalités et la procédure d'octroi de l'agrément visé au paragraphe 1er, ainsi que les modalités et la procédure de retrait de cet agrément. ]1

Art. 617/2. [1 Gedurende de door de erkenning bestreken periode en binnen de perken van de beschikbare begroting kan de Regering de federatie van diensten voor geestelijke gezondheidszorg een jaarlijkse subsidie verlenen ter dekking van de personeels- en werkingskosten.
De Regering bepaalt de wijzen voor de erkenning en de modaliteiten voor de berekening van de in het vorig lid bedoelde subsidie. ]1

Art. 617/2. [1 Pendant la période couverte par l'agrément et dans la limite des disponibilités budgétaires, le Gouvernement peut accorder à la fédération de services de santé mentale une subvention annuelle destinée à couvrir des frais de personnel et des frais de fonctionnement.
Le Gouvernement détermine les conditions d'octroi et les modalités de calcul de la subvention visée à l'alinéa précédent.]1

Afdeling 3.
Section 3.
Onderafdeling 1.
Sous-section 1re.
A.
A.
Art. 618.
Art. 618.
Art. 619.
Art. 619.
B.
B.
Art. 620.
Art. 620.
Onderafdeling 2.
Sous-section 2.
Art. 621.
Art. 621.
Onderafdeling 3.
Sous-section 3.
Art. 622.
Art. 622.
Afdeling 4. - Kadaster van het aanbod en informatieverstrekking aan het publiek
Section 4. - Cadastre de l'offre et information du public
Art. 623. § 1. [3 Om de twee jaar zendt het Agentschap de Regering de twee jaar een syntheserapport]3 waarin melding gemaakt wordt van het aanbod van de diensten voor geestelijke gezondheidszorg en van de wijze waarop dat aanbod zich ontwikkeld heeft.
Het syntheserapport, hierna " aanbodkadaster " genoemd, maakt ook melding van de activiteit van de referentiecentra inzake geestelijke gezondheidszorg [3 in bedoeld in hoofdstuk I/1]3.
[3 De Regering bepaalt de toepassingsmodaliteiten van deze paragraaf.]3
§ 2. Het aanbodkadaster wordt op gepaste wijze aan de diensten voor geestelijke gezondheidszorg en de referentiecentra inzake geestelijke gezondheidszorg meegedeeld volgens de bepalingen waarin de Regering voorziet.
Het aanbodkadaster wordt [3 ter informatie]3 door de Regering [2 [3 ...]3]2 aan het Parlement overgelegd.
Art. 623. § 1er. Tous les deux ans, [3 l'Agence transmet au Gouvernement]3 un rapport de synthèse, faisant état de l'offre des services de santé mentale et de la manière dont cette offre s'est déployée.
Le rapport de synthèse, désigné sous le terme de "cadastre de l'offre", intègre également l'activité des centres de référence en santé mentale visés [3 au chapitre Ier/1]3.
[3 Le Gouvernement détermine les modalités d'application du présent paragraphe. ]3
§ 2. Le cadastre de l'offre fait l'objet d'une communication adaptée à destination des services de santé mentale et des centres de référence en santé mentale, selon les dispositions définies par le Gouvernement.
Le cadastre de l'offre est transmis [3 pour information]3 au Parlement par le Gouvernement [2 [3 ...]3]2.
Art. 624. [3 Het Agentschap]3 [1 legt het publiek, algemeen of beroepshalve beschouwd, een lijst van de erkende diensten voor geestelijke gezondheidszorg ter inzage]1, met het grondgebied dat door elk van hen bediend wordt, de toegankelijkheidsmodaliteiten en de omschrijving van hun aanbod in de meest geschikte vorm.
Art. 624. [3 L'Agence]3 [1 met]1 à disposition du public, qu'il soit général ou professionnel, une liste des services de santé mentale agréés, reprenant le territoire d'intervention de chacun d'entre eux, les modalités d'accessibilité et la définition de leur offre sous la forme la plus adaptée.
HOOFDSTUK II/1. [1 - Tele-onthaalcentra]1
CHAPITRE II/1. [1 - Centres de Télé-Accueil]1
Afdeling 1. [1 - Algemene bepalingen]1
Section 1re. [1 - Dispositions générales]1
Art. 624/1. [1 Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder :
" centrum " : Tele-onthaalcentrum bestemd voor personen met psychologische problemen;
" gebruiker ": persoon met psychologische problemen die zich tot een Tele-onthaalcentrum wendt;
" vrijwilliger " : persoon onderworpen aan de wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers die de in artikel 624/13 bedoelde opleiding heeft gevolgd en een in artikel 624/2 bedoelde luisteractiviteit ten gunste van een centrum uitoefent;
" netwerk " : geheel van de instellingen die gelijktijdig of achtereenvolgens ten gunste van een gebruiker tussenkomen via een institutioneel overleg;
" supervisie " : handeling inzake basis- of permanente opleiding, die concreet bestaat uit een reeks gesprekken tussen één of meer vrijwilligers en een derde die beschikt over een nuttige ervaring in de uit te voeren opdrachten en over vereiste capaciteiten om die gesprekken tot een goed einde te brengen;
" Minister " : de Minister die voor gezondheid bevoegd is.]1

Art. 624/1. [1 Pour l'application du présent chapitre, on entend par :
" centre " : centre de télé-accueil destiné aux personnes en état de difficulté psychologique;
" usager " : personne en état de difficulté psychologique s'adressant à un centre de télé-accueil;
" volontaire " : personne soumise à la loi du 3 juillet 2005 relative aux droits des volontaires, disposant de la formation visée à l'article 624/13 et qui exerce, au profit d'un centre, une activité d'écoute visée à l'article 624/2;
" réseau " : ensemble des institutions qui interviennent, de façon simultanée ou successive, sous forme de concertation institutionnelle, en faveur d'un usager;
" supervision " : acte de formation de base ou continue, composé concrètement d'une série d'entretiens entre un ou plusieurs volontaires et un tiers disposant d'une expérience utile dans les missions effectuées et des capacités requises pour mener à bien ces entretiens;
" Ministre " : le Ministre qui a la santé dans ses attributions.]1

Afdeling 2. [1 - Tele-onthaalcentra]1
Section 2. [1 - Centres de télé-accueil]1
Onderafdeling 1. [1 - Opdrachten]1
Sous-section 1re. [1 - Missions]1
Art. 624/2. [1 § 1. De basisopdracht van het erkende centrum bestaat erin vierentwintig uur op vierentwintig oor te hebben voor de gebruiker alsook hem eventueel te oriënteren naar de gepaste hulp- en zorgverleningsdiensten.
Luisteren naar de gebruiker zoals bedoeld in het eerste lid bestaat erin een welwillend oor voor elke gebruiker te hebben, hem antwoord te geven en eventueel te oriënteren om zo goed mogelijk in te spelen op de situatie en de moeilijkheden die zijn oproep gemotiveerd hebben.
Het centrum is elke dag van het jaar vierentwintig uur op vierentwintig telefonisch bereikbaar, zoals bedoeld in het eerste lid; de toegang kan via andere voorzieningen uitgebreid worden naar gelang van de evolutie van de informatie - en communicatietechnologieën.
§ 2. De Regering bepaalt de minimale lijst van de diensten bedoeld in de eerste paragraaf, eerste lid, alsook de modaliteiten voor de oriëntering van de gebruiker naar die diensten.]1

Art. 624/2. [1 § 1er. Le centre agréé a pour mission de base l'écoute de l'usager et ce, vingt-quatre heures sur vingt-quatre, ainsi que son orientation éventuelle vers des services d'aide et de soins adéquats.
L'écoute de l'usager visée à l'alinéa 1er consiste à garantir à tout usager une écoute attentive, une réponse et une orientation éventuelle qui répondent au mieux à la situation et aux difficultés qui ont motivé l'appel.
L'accessibilité du centre par téléphone vingt-quatre heures sur vingt-quatre, telle que visée à l'alinéa 1er, est mise en oeuvre tous les jours de l'année; l'accès peut être élargi à d'autres dispositifs liés à l'évolution des technologies de l'information et de la communication.
§ 2. Le Gouvernement définit la liste minimum des services visés au paragraphe premier, alinéa 1er, ainsi que les modalités d'orientation de l'usager vers ceux-ci.]1

Art. 624/3. [1 § 1. Naast zijn hoofdopdracht bedoeld in artikel 624/2 kan het erkende centrum de volgende bijkomende activiteiten uitoefenen :
informatie verstrekken aan al dan niet professionele derden en ze sensibiliseren voor luisterbereidheid;
de opleiding luisterbereidheid voor professionele derden;
de supervisie van al dan niet professionele derden in het kader van het onthaal en de luisterbereidheid.
De Regering kan een minimale lijst van derden opmaken ten gunste van wie het centrum de bijkomende activiteiten bedoeld in het eerste lid uitoefent.
§ 2. De Regering kan de lijst van de bijkomende activiteiten bedoeld in het eerste lid uitbreiden op voorstel van de " Commission wallonne de la santé " (Waalse commissie voor gezondheid).]1

Art. 624/3. [1 § 1er. En plus de sa mission principale visée à l'article 624/2, le centre agréé peut exercer les activités accessoires suivantes :
l'information et la sensibilisation à l'écoute à destination de tiers, professionnels ou non;
la formation à l'écoute de tiers professionnels;
la supervision de tiers, professionnels ou non, dans le cadre de l'accueil et de l'écoute.
Le Gouvernement peut déterminer une liste minimum de tiers au bénéfice desquels le centre exerce les activités accessoires visées à l'alinéa premier.
§ 2. Le Gouvernement peut étendre la liste des activités accessoires visées au paragraphe 1er, sur proposition de la Commission wallonne de la Santé.]1

Art. 624/4. [1 Het erkende centrum bevordert het geheel van zijn activiteiten bij het publiek, alsook bij de vakmensen.]1
Art. 624/4. [1 Le centre agréé réalise la promotion de l'ensemble de ses activités auprès du public, ainsi que des professionnels.]1
Art. 624/5. [1 Om in netverband te kunnen werken verzamelt het erkende centrum informatie over de hulpmiddelen die beschikbaar zijn op zijn grondgebied, brengt het een samenwerking met de partners tot stand en sluit het een samenwerkingsovereenkomst met minstens één dienst voor geestelijke gezondheidszorg erkend krachtens de artikelen 539 en volgende, alsook met een geïntegreerde thuiszorgdienst bedoeld in artikel 434, 16°.
Elke samenwerkingsovereenkomst tussen een erkend centrum en een partner bevat minstens de volgende gegevens :
de identificatie van de partijen;
het doel van de samenwerking;
de verplichtingen van de partijen, waaronder die betreffende de modaliteiten voor de communicatie van de relevante informatie t.o.v. de doelstelling nagestreefd door de samenwerking;
het beginsel van de naleving van dit hoofdstuk en van de bepalingen genomen ter uitvoering ervan;
de duur van de overeenkomst;
de voorwaarden voor de opzegging van de overeenkomst;
de bevoegde instanties in geval van geschil.
De overeenkomsten worden aan de Regering overgelegd binnen de maand waarin ze gesloten worden.]1

Art. 624/5. [1 Dans un objectif de travail de réseau, le centre agréé s'informe des ressources disponibles sur son territoire, établit une collaboration avec les partenaires et conclut une convention de collaboration avec au minimum un service de santé mentale agréé en vertu des articles 539 et suivants, ainsi qu'avec un service intégré de soins à domicile visé à l'article 434,16°.
Le contenu minimal de toute convention de collaboration entre un centre agréé et un partenaire comporte :
l'identification des parties;
l'objet de la collaboration;
les obligations des parties dont celles relatives aux modalités de communication des informations pertinentes au regard de l'objectif poursuivi par la collaboration;
le principe du respect du présent chapitre et des dispositions prises en exécution de celui-ci;
la durée de la convention;
les conditions de résiliation de la convention;
les instances compétentes en cas de litige.
Les conventions sont communiquées au Gouvernement dans le mois de leur conclusion.]1

Onderafdeling 2. [1 - Erkenning]1
Sous-section 2. [1 - Agrément]1
Art. 624/6. [1 Er kan hoogstens één centrum erkend worden voor elke provincie die tot 1 000 000 inwoners telt. Voor elke provincie met meer dan 1 000 000 inwoners kunnen hoogstens twee centra erkend worden.]1
Art. 624/6. [1 Au maximum un centre peut être agréé pour toute province comptant jusqu'à 1 000 000 d'habitants. Le maximum est porté à deux pour toute province de plus d'1 000 000 d'habitants.]1
Art. 624/7. [1 Om de erkenning te verkrijgen wordt het centrum georganiseerd door een vereniging zonder winstoogmerk of een stichting, zoals bedoeld in [2 het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]2, en oefent het zijn activiteiten uit op het grondgebied van het Franse taalgebied.]1
Art. 624/7. [1 Pour bénéficier de l'agrément, le centre est organisé par une association sans but lucratif ou une fondation, telles que visées par [2 le Code des sociétés et des associations]2, les associations internationales sans but lucratif et les fondations, et exerce ses activités sur le territoire de la région de langue française.]1
Art. 624/8. [1 De aanvraag tot erkenning wordt door het centrum bij de Regering ingediend.
Het aanvraagdossier bevat op zijn minst :
de identificatie van de inrichtende macht;
de melding van het grondgebied bestreken door de onthaalactiviteit;
het bewijs van het bestaan van de activiteit van het centrum minstens één jaar voor de indiening van de aanvraag;
de omschrijving van de ploeg;
het actieplan, waarvan de inhoud door de Regering bepaald wordt.
De inhoud en de modaliteiten voor de indiening en de behandeling van de erkenningsaanvraag worden nader bepaald door de Regering.]1

Art. 624/8. [1 La demande d'agrément est introduite par le centre auprès du Gouvernement.
Le dossier de demande comporte au moins :
l'identification du pouvoir organisateur;
l'indication du territoire couvert par l'activité d'accueil;
la preuve de l'existence de l'activité du centre au minimum un an avant l'introduction de la demande;
la description de l'équipe;
le plan d'actions dont le contenu est défini par le Gouvernement.
Le Gouvernement précise le contenu, les modalités d'introduction et de traitement de la demande d'agrément.]1

Art. 624/9. [1 De erkenning wordt door de Regering voor onbepaalde duur verleend zodra vastgesteld wordt dat de normen nageleefd worden of dat de normen die pas na de afgifte van de erkenning nageleefd kunnen worden, het voorwerp zijn van een verbintenis dat ze door de inrichtende macht nageleefd zullen worden binnen een termijn die door de Regering bepaald wordt.
De verplichtingen die op het tijdstip van de erkenningsaanvraag nagekomen moeten worden betreffen :
de rechtsvorm van het centrum;
het bestaan van de activiteit van het centrum minstens één jaar tevoren.
De verplichtingen die het voorwerp zijn van een verbintenis van de inrichtende macht betreffen de uitoefening van de opdrachten en de werking bedoeld in de artikelen 624/2 en volgende.]1

Art. 624/9. [1 L'agrément est accordé à durée indéterminée par le Gouvernement, dès lors qu'il est constaté que les normes sont respectées ou, pour celles qui peuvent l'être uniquement après l'obtention de l'agrément, qu'elles font l'objet d'un engagement à être respectées dans le chef du pouvoir organisateur dans un délai fixé par le Gouvernement.
Les obligations qui sont remplies au moment de la demande d'agrément concernent :
la forme juridique du centre;
l'existence de l'activité du centre au minimum un an auparavant.
Les obligations qui font l'objet d'un engagement de la part du pouvoir organisateur sont relatives à l'exercice des missions et au fonctionnement visés aux articles 624/2 et suivants.]1

Art. 624/10. [1 De procedures tot toekenning van de erkenning worden nader bepaald door de Regering.]1
Art. 624/10. [1 Le Gouvernement précise les procédures d'octroi de l'agrément.]1
Onderafdeling 3. [1 - Werking]1
Sous-section 3. [1 - Fonctionnement]1
Art. 624/11. [1 § 1. Het erkende centrum beschikt over minimum volgend personeel :
een voltijds equivalent belast met de directie en de organisatie van het centrum;
een voltijds equivalent secretariaat;
anderhalve voltijds equivalent verantwoordelijk voor de opleiding en de supervisie van de luisteractiviteit van de vrijwilligers.
De personen bedoeld in het eerste lid zijn de administratief verantwoordelijken.
Onder " voltijds equivalent " wordt verstaan een werknemer die krachtens een arbeidsovereenkomst naar rato van achtendertig uur per week tewerkgesteld is.
§ 2. De Regering bepaalt de lijst van de diploma's en de specifieke kwalificaties alsook de bijscholingsverplichtingen die nodig zijn voor de uitoefening van de functies bedoeld in paragraaf 1.
De specifieke taken i.v.m. elke functie worden nader bepaald door de Regering.]1

Art. 624/11. [1 § 1er. Le centre agréé dispose au minimum du personnel suivant :
un équivalent temps plein chargé de la direction et de l'organisation du centre;
un équivalent temps plein de secrétariat;
un équivalent temps plein et demi responsable de la formation et de la supervision de l'activité d'écoute des volontaires.
Les personnes visées à l'alinéa 1er constituent les responsables administratifs.
Par " équivalent temps plein ", il y a lieu d'entendre un travailleur occupé dans les liens d'un contrat de travail à concurrence de trente-huit heures par semaine.
§ 2. Le Gouvernement détermine la liste des diplômes et des qualifications spécifiques ainsi que les obligations en matière de perfectionnement nécessaires à l'accomplissement des fonctions visées au paragraphe 1er.
Le Gouvernement précise les tâches spécifiques liées à chaque fonction.]1

Art. 624/12. [1 § 1. Om de in artikel 624/2 bedoelde opdracht te vervullen doet het centrum een beroep op vrijwilligers.
Het centrum zorgt ervoor dat het aantal beschikbare vrijwilligers per centrum volstaat om elke dag van het burgerlijk jaar, zondagen en feestdagen inbegrepen, vierentwintig op vierentwintig een luisteractiviteit te waarborgen.
§ 2. Als het erkende centrum vaststelt dat het aantal beschikbare vrijwilligers gedurende een periode van een maand niet volstaat om een welwillend oor te bieden volgens de modaliteiten bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, en dat de partners van de overige erkende centra de toegankelijkheid van het centrum niet kunnen garanderen, overeenkomstig artikel 624/2, § 1, derde lid, verwittigt het de Regering volgens de modaliteiten die zij bepaalt.
§ 3. De Regering bepaalt de inhoud en de modaliteiten betreffende de informatie die het centrum haar meedeelt i.v.m. de indienstneming van zijn vrijwilligers.]1

Art. 624/12. [1 § 1er. Afin de remplir la mission visée à l'article 624/2, le centre fait appel à des volontaires.
Le centre veille à ce que le nombre de volontaires disponibles par centre soit suffisant à offrir une écoute vingt-quatre heures sur vingt-quatre, tous les jours de l'année civile, en ce compris les dimanches et jours fériés.
§ 2. S'il constate que, durant une période d'un mois, le nombre de volontaires disponibles ne permet pas d'offrir une écoute selon les modalités visées au paragraphe 1er, alinéa 2, et que les partenariats existants avec les autres centres agréés ne peuvent pas garantir l'accessibilité du centre, conformément à l'article 624/2, § 1er, alinéa 3, le centre agréé en informe le Gouvernement selon les modalités définies par le Gouvernement.
§ 3. Le Gouvernement détermine le contenu et les modalités relatives aux informations que le centre lui communique concernant l'engagement de ses volontaires.]1

Art. 624/13. [1 De vrijwilligers bedoeld in artikel 624/12 worden door het centrum uitgekozen, opgeleid en gesuperviseerd met inachtneming van de bepalingen van dit hoofdstuk.
De minimale inhoud van de opleiding bedoeld in het eerste lid kan door de Regering in overleg met de directeurs van de erkende centra bepaald worden.]1

Art. 624/13. [1 Les volontaires visés à l'article 624/12 sont sélectionnés, formés et supervisés par le centre, dans le respect des dispositions du présent chapitre.
Le Gouvernement peut, en concertation avec les directeurs des centres agréés, définir le contenu minimal de la formation visée à l'alinéa 1er.]1

Art. 624/14. [1 De gezamenlijke ploeg is gehouden tot het beroepsgeheim bedoeld in artikel 458 van het strafwetboek en tot de inachtneming van de anonimiteit van de gebruiker.]1
Art. 624/14. [1 L'ensemble de l'équipe est tenu au secret professionnel visé à l'article 458 du code pénal et au respect de l'anonymat de l'usager.]1
Art. 624/15. [1 De centra bieden de gebruikers gratis gehoor, ongeacht de toegepaste technologie.]1
Art. 624/15. [1 L'accès, par les usagers, à l'écoute offerte par les centres est gratuit, quelle que soit la technologie mise en oeuvre.]1
Art. 624/16. [1 § 1. De verantwoordelijken voor de directie en de organisatie en de verantwoordelijken voor de opleiding en de supervisie van de erkende centra vergaderen minstens vier keer per jaar om te zorgen voor de cohesie van de acties die door het geheel van de erkende centra gevoerd worden op het Franstalige grondgebied.
§ 2. De verantwoordelijken zorgen volgens de door de Regering bepaalde modaliteiten voor de opvolging van de werken die bij de Regering gevoerd worden. ]1

Art. 624/16. [1 § 1er. Les responsables de la direction et de l'organisation et les responsables de la formation et de la supervision des centres agréés se réunissent au minimum quatre fois par année, afin d'assurer la cohérence des actions mises en oeuvre par l'ensemble des centres agréés sur le territoire de langue française.
§ 2. Les responsables assurent le suivi des travaux menés auprès du Gouvernement selon les modalités déterminées par le Gouvernement.]1

Art. 624/17. [1 De vergaderingen bedoeld in artikel 624/16 hebben o.a. tot doel :
in het kader van de uitvoering van de opdrachten bedoeld in artikel 624/3, de organisatie, op gezamenlijke wijze, van beroepsactiviteiten en het uitwerken van de dragers die noodzakelijk zijn voor die activiteiten;
het uitwerken en de organisatie van gemeenschappelijke opleidingen zowel voor professionele derden als voor de vrijwilligers van de erkende centra;
het gezamenlijk werven van vrijwilligers;
de uitwisseling van overwegingen en goede praktijken over specifieke thematieken i.v.m. met het luisteren naar de problemen van de gebruiker.]1

Art. 624/17. [1 Les réunions visées à l'article 624/16 ont notamment pour objet :
dans le cadre de la mise en oeuvre des missions visées à l'article 624/3, l'organisation, de façon conjointe, d'activités promotionnelles et l'élaboration des supports nécessaires à ces activités;
l'élaboration et l'organisation de formations conjointes tant à destination des tiers professionnels, qu'au bénéfice des volontaires des centres agréés;
la mise en place, de manière conjointe, de recrutements de volontaires;
le partage de réflexions et de bonnes pratiques sur des thématiques spécifiques en lien avec l'écoute des difficultés de l'usager.]1

Art. 624/18. [1 Gegevens over de gebruiker worden ingezameld met inachtneming van de deontologische regels en de bescherming van het privéleven, alsook van de anonimiteit van de gebruiker.]1
Art. 624/18. [1 Le recueil de données relatives à l'usager est effectué dans le respect des règles déontologiques et de protection de la vie privée, ainsi que dans le respect de l'anonymat de l'usager.]1
Art. 624/19. [1 Het erkende centrum houdt een geïnformatiseerd bestand met de genummerde telefoonoproepen, de tussenkomsten met melding van dag en uur, de aard van het behandelde probleem, de identificatie van de vrijwilliger en het gegeven antwoord.
Het bestand wordt minstens vijf jaar bewaard.
De Regering kan bepalen welke bijkomende gegevens in het bestand opgenomen moeten worden.]1

Art. 624/19. [1 Le centre agréé tient un fichier informatisé dans lequel sont notés et numérotés les appels téléphoniques et les interventions avec indication du jour et de l'heure, de la nature du problème traité, de l'identification du volontaire et de la réponse donnée.
Le fichier est conservé durant cinq ans au minimum.
Le Gouvernement peut définir des éléments complémentaires devant figurer dans le fichier.]1

Onderafdeling 4. [1 - Subsidiëring]1
Sous-section 4. [1 - Subventionnement]1
Art. 624/20. [1 Binnen de perken van de begrotingskredieten verleent de Regering een toelage aan het erkende centrum voor de uitvoering van de opdrachten omschreven in dit hoofdstuk.
De toelage kan de personeels- en werkingskosten dekken volgens de modaliteiten die de Regering bepaalt.]1

Art. 624/20. [1 Dans les limites des crédits budgétaires, le Gouvernement octroie au centre agréé une subvention destinée à la mise en oeuvre des missions définies par le présent chapitre.
La subvention peut couvrir les frais de personnel et les frais de fonctionnement, selon les modalités définies par le Gouvernement.]1

Onderafdeling 5. [1 - Evaluatie, controle en sancties]1
Sous-section 5. [1 - Evaluation, contrôle et sanctions]1
Art. 624/21. [1 Wanneer een centrum erkend wordt, wordt het onderworpen aan de evaluatie die door de Regering georganiseerd wordt.
De modaliteiten en de periodiciteit van de evaluatie worden door de Regering bepaald op basis van de opdrachten van het centrum en met inachtneming van de bepalingen aangenomen bij of krachtens dit hoofdstuk.]1

Art. 624/21. [1 Lorsque le centre est agréé, il se soumet à l'évaluation organisée par le Gouvernement.
Les modalités et la périodicité de l'évaluation sont déterminées par le Gouvernement, sur la base des missions du centre et du respect des dispositions adoptées par ou en application du présent chapitre.]1

Art. 624/22. [1 De kwalitatieve evaluatie van de erkende centra en de administratieve en financiële controle erop worden uitgeoefend door de diensten die de Regering aanwijst.
De diensten bedoeld in het eerste lid hebben vrije toegang tot de lokalen van het centrum en hebben het recht om ter plaatse inzage te nemen van de stukken en documenten die ze nodig achten voor de uitvoering van hun opdracht.]1

Art. 624/22. [1 L'évaluation qualitative et le contrôle administratif et financier des centres agréés sont exercés par les services désignés par le Gouvernement.
Les services visés à l'alinéa 1er ont libre accès aux locaux du centre et ont le droit de consulter sur place les pièces et documents qu'ils jugent nécessaires à l'accomplissement de leur mission.]1

Art. 624/23. [1 § 1. De erkenning van het geheel of een gedeelte van de activiteiten die door een centrum uitgeoefend worden kan elk ogenblik opgeschort of ingetrokken worden wegens niet-naleving van de bepalingen van dit hoofdstuk of van de overeenkomstig dit hoofdstuk vastgelegde bepalingen.
§ 2. De opschorting van de erkenning heeft tot gevolg dat de storting van de toelagen opgeschort wordt tot de datum waarop orde op zaken gesteld wordt.
De intrekking van de erkenning heeft tot gevolg dat geen toelage meer gestort wordt vanaf de datum van de beslissing.
Als het gaat om een gedeeltelijke opschorting of intrekking van de activiteit, worden de toelagen verhoudingsgewijs verminderd.]1

Art. 624/23. [1 § 1er. A tout moment, l'agrément de tout ou partie des activités menées par un centre peut être suspendu ou retiré pour cause d'inobservation des dispositions du présent chapitre ou des dispositions fixées en application de celui-ci.
§ 2. La suspension de l'agrément entraîne la suspension du versement des subventions jusqu'à la date de mise en conformité.
Le retrait d'agrément a pour conséquence la suppression de tout octroi de subvention à partir de la date de la décision.
Lorsqu'il s'agit d'une suspension ou d'un retrait partiel de l'activité, les subventions sont réduites au prorata.]1

Art. 624/24. [1 De procedures tot opschorting en tot intrekking van de erkenning worden nader bepaald door de Regering. ".
Daartoe bepaalt de Regering de vormen en termijnen en waarborgt ze het recht om gehoord te worden vooraleer de beslissing genomen wordt.]1

Art. 624/24. [1 Le Gouvernement précise les procédures de suspension et de retrait de l'agrément.
A cet effet, le Gouvernement détermine les formes et les délais et assure le respect du droit à être entendu préalablement à la décision.]1

Afdeling 3. [1 - Coördinatiecel]1
Section 3. [1 - Cellule de coordination]1
Art. 624/25. [1 § 1. De Regering kan volgens de modaliteiten die zij bepaalt een coördinatiecel voor de Tele-onthaalcentra erkennen die de volgende opdrachten zal vervullen :
overleg tussen haar leden met het oog op de bevordering en de ondersteuning van de kwaliteit van de activiteiten;
de vertegenwoordiging van de erkende centra op gemeenschappelijke of individuele wijze als ze daarom vragen;
de ontwikkeling van uitwisselingen en overwegingen tussen haar leden, met name de organisatie en de ondersteuning van de samenwerking tussen centra bedoeld in de artikelen 624/16 en 624/17;
de totstandbrenging van banden met de federaties of andere representatieve organen van de sector.
§ 2. De cel die wenst erkend te worden wordt georganiseerd in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk.
De cel maakt een activiteitenprogramma op dat voorziet in de wijze waarop de opdrachten vermeld in paragraaf 1 uitgevoerd zullen worden inzake inhoud, doelstellingen, evaluatie van het halen hiervan in de vorm van indicatoren en begroting.
De erkenning heeft een duur van vier jaar. Ze is hernieuwbaar.]1

Art. 624/25. [1 § 1er. Le Gouvernement peut reconnaître, selon les modalités déterminées par le Gouvernement, une Cellule de coordination des centres de Télé-Accueil, aux fins de remplir les missions suivantes :
la concertation entre ses membres en vue de promouvoir et de soutenir la qualité des activités;
la représentation des centres agréés de manière collective ou, lorsque ceux-ci en font la demande, de manière individuelle;
le développement d'échanges et de réflexions entre ses membres, dont notamment l'organisation et le soutien de la collaboration inter-centres visée aux articles 624/16 et 624/17;
l'établissement de liens avec des fédérations ou d'autres organes représentatifs du secteur.
§ 2. La cellule qui souhaite être reconnue est organisée sous forme d'une association sans but lucratif.
La cellule établit un programme d'activités reprenant la manière dont les missions mentionnées au paragraphe 1er seront réalisées en termes de contenu, d'objectifs, d'évaluation de l'atteinte de ceux-ci sous la forme d'indicateurs et de budget.
La reconnaissance est d'une durée de quatre ans. Elle est renouvelable.]1

Art. 624/26. [1 § 1. Binnen de perken van de begrotingskredieten verleent de Regering een toelage aan de erkende cel voor de uitvoering van de opdrachten omschreven in deze afdeling.
De toelage kan de personeels- en werkingskosten dekken volgens de modaliteiten die de Regering bepaalt.]1

Art. 624/26. [1 § 1er. Dans les limites des crédits budgétaires, le Gouvernement octroie, à la cellule reconnue, une subvention destinée à la mise en oeuvre des missions définies par la présente section.
La subvention peut couvrir les frais de personnel et les frais de fonctionnement, selon les modalités définies par le Gouvernement.]1

HOOFDSTUK III. - Verslavingen
CHAPITRE III. - Assuétudes
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Section 1re. - Dispositions générales
Art. 625. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder :
" verslavingen ", afhankelijkheid en gewenning wegens overmatig gebruik van :
a) geoorloofde of ongeoorloofde psychotrope producten;
b) alcohol of tabak;
c) spelen;
" entourage " : elke persoon die bevoorrechte relaties onderhoudt met de persoon die aan verslavingen lijdt;
" netwerk " : het geheel van de instellingen gespecialiseerd in verslavingen, in het bijzonder, en inzake hulp- en zorgverlening, in het algemeen, die gelijktijdig of achtereenvolgend tussenkomen ten gunste van de personen die aan verslavingen lijden of van hun entourage, hierna " begunstigden ", in de vorm van institutioneel overleg;
" institutioneel overleg " : het kader of de samenwerking tussen de instellingen, los van een toestand, opdat hun vakmensen desnoods kunnen samenwerken;
" intervisie " : de creatie en de ontwikkeling van een opleidingssynergie, in een dynamiek van zelfopleiding door het scheppen van een context waarin de collectieve intelligentie binnen een groep van gelijken makkelijk aan de dag kan treden, zodat hen de mogelijkheid gegeven wordt om hun beroepspraktijk te onderzoeken, te verdiepen en te verbeteren;
" supervisie " : de handeling inzake de basis- of voortgezette opleiding, meer bepaald een reeks gesprekken tussen een personeelslid van de instellingen bedoeld in het vorige lid en een derde met een nuttige ervaring in de uitgevoerde opdrachten en met de vereiste capaciteiten om die gesprekken tot een goed eind te brengen;
De Regering is bevoegd om de lijst van de in 1 [1 ...]1 bedoelde verslavingen uit te breiden op basis van de evolutie van de wetenschappelijke kennis.
Art. 625. Pour l'application du présent chapitre, on entend par :
" assuétudes ", la dépendance et l'accoutumance engendrées par l'usage abusif :
a) de produits psychotropes licites ou illicites;
b) d'alcool ou de tabac;
c) de jeux;
" entourage " : toute personne entretenant des liens privilégiés avec la personne souffrant d'assuétudes;
" réseau " : l'ensemble des institutions spécialisées en matière d'assuétudes en particulier et d'aide et de soins en général qui interviennent, de façon simultanée ou successive en faveur des personnes souffrant d'assuétudes ou de leur entourage, ci-après désignées sous le terme de " bénéficiaires ", sous forme de concertation institutionnelle;
" concertation institutionnelle " : le cadre ou la collaboration entre les institutions, indépendamment d'une situation, pour que leurs professionnels puissent fonctionner ensemble quand le cas le requiert;
" intervision " : la création et le développement d'une synergie d'apprentissage, dans une dynamique auto-formative en établissant un contexte facilitant l'émergence de l'intelligence collective au sein d'un groupe de pairs, pour leur permettre d'interroger, d'approfondir et d'améliorer leur pratique professionnelle;
" supervision " : l'acte de formation de base ou continue, composée concrètement d'une série d'entretiens entre un membre du personnel des institutions visées à l'alinéa précédent et un tiers disposant d'une expérience utile dans les missions effectuées et des capacités requises pour mener à bien ces entretiens;
Le Gouvernement est habilité à étendre la liste des assuétudes visées au 1° [1 ...]1 sur la base de l'évolution des connaissances scientifiques.
Art. 626. De zorg- en hulpverleningsnetwerken en -diensten gespecialiseerd in verslavingen voorzien ter informatie alle akten en andere stukken, advertenties en aanplakkingen die van de dienst uitgaan van een melding waaruit blijkt dat ze door het Waalse Gewest erkend zijn en gesubsidieerd worden.
Art. 626. Dans tous les actes et autres documents, les publicités et affichages émanant du service, les réseaux et les services d'aide et de soins spécialisés en assuétudes ajoutent une mention selon laquelle ils sont agréés et subventionnés par la Région wallonne, à des fins d'information.
Afdeling 2. - Zorg- en hulpverleningsnetwerken gespecialiseerd in verslavingen
Section 2. - Réseaux d'aide et de soins spécialisés en assuétudes
Onderafdeling 1. - Zorgzones
Sous-section 1re. - Organisation en zones de soins
Art. 627. § 1. Het Franstalige grondgebied van het Waalse Gewest wordt in minstens twaalf zorgzones onderverdeeld. De geographische afbakening wordt door de Regering bepaald met inachtneming van de territoriale grenzen van de verenigingen bedoeld in artikel 1, 2°, van het koninklijk besluit van 10 juli 1990 houdende vaststelling van de normen voor de erkenning van samenwerkingsverbanden van psychiatrische instellingen en diensten, hierna " overlegplatforms inzake geestelijke gezondheidszorg " genoemd.
Binnen elke zorgzone wordt een in verslavingen gespecialiseerd zorg- en hulpverleningsnetwerk opgericht, hierna " netwerk " genoemd.
Het institutioneel overleg van het netwerk ligt in ruimere mate in de lijn van het overleg ingesteld door de overlegplatforms inzake geestelijke gezondheidszorg waarmee het samenwerkt en van elke andere vorm van institutioneel overleg bepaald door de Regering naar gelang van de evolutie van de behoeften of van de organisatie van de zorg- en hulpverlening.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, tweede lid, [1 ...]1, mogen de in de aangrenzende zones gevestigde netwerken één enkel netwerk vormen voor zover ze binnen de territoriale grenzen van de overlegplatforms inzake geestelijke gezondheidszorg blijven.
§ 3. De netwerken die het wensen mogen via overlegde tenlastenemingsprocessen samenwerkingsovereenkomsten sluiten om hun wederzijdse acties ten gunste van de begunstigden te intensifiëren.
De samenwerkingsovereenkomst tussen de netwerken bevat minstens :
[1 ]1 de identificatie van de partijen;
[1 ]1 het voorwerp van de samenwerking;
[1 ]1 de plichten van de partijen, o.a. die betreffende de modaliteiten voor de verstrekking van relevante informatie t.o.v. van de doelstelling die door de samenwerking nagestreefd wordt;
[1 ]1 het beginsel van de naleving van het decreet en van de bepalingen genomen ter uitvoering ervan;
[1 ]1 de duur van de overeenkomst;
[1 ]1 de voorwaarden van opzegging van de overeenkomst;
[1 ]1 de bevoegde instanties in geval van geschil.
De overeenkomsten worden aan de Regering [2 of haar afgevaardigde]2 meegedeeld binnen de maand waarin ze gesloten worden.
Art. 627. § 1er. Le territoire de langue française de la Région wallonne est subdivisé en minimum douze zones de soins dont la délimitation géographique est définie par le Gouvernement, en tenant compte des limites territoriales des associations visées à l'article 1er, 2° de l'arrêté royal du 10 juillet 1990 fixant les normes d'agrément applicables aux associations d'institutions et de services psychiatriques, ci-après désignées sous le terme de " plates-formes de concertation en santé mentale ".
Au sein de chaque zone de soins, est constitué un réseau d'aide et de soins spécialisés en assuétudes, ci-après désigné sous le terme de " réseau ".
La concertation institutionnelle du réseau s'inscrit plus largement dans la concertation instituée par les plates-formes de concertation en santé mentale avec lesquelles il collabore et dans toute autre forme de concertation institutionnelle définie par le Gouvernement en fonction de l'évolution des besoins ou de l'organisation des soins et de l'aide.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, alinéa 2, [1 ...]1, les réseaux implantés dans des zones limitrophes sont autorisés à constituer un seul réseau pour autant qu'ils restent dans les limites territoriales des plates-formes de concertation en santé mentale.
§ 3. Les réseaux qui le souhaitent, peuvent établir des conventions de collaboration visant à renforcer leurs actions mutuelles en faveur des bénéficiaires, au travers de processus de prise en charge concertés.
Le contenu minimal de la convention de collaboration entre les réseaux comporte :
[1 ]1 l'identification des parties;
[1 ]1 l'objet de la collaboration;
[1 ]1 les obligations des parties dont celles relatives aux modalités de communication des informations pertinentes au regard de l'objectif poursuivi par la collaboration;
[1 ]1 le principe du respect du présent chapitre et des dispositions prises en exécution de celui-ci;
[1 ]1 la durée de la convention;
[1 ]1 les conditions de résiliation de la convention;
[1 ]1 les instances compétentes en cas de litige.
Les conventions sont communiquées au Gouvernement [2 ou son délégué]2 dans le mois de leur conclusion.
Onderafdeling 2. - Opdrachten en werking
Sous-section 2. - Missions et fonctionnement
A. Opdrachten
A. Missions
Art. 628. § 1. Om de kwaliteit van de zorg- en hulpverlening te verbeteren en om de continuïteit van de tenlastenemingen te bevorderen vervult het netwerk de volgende specifieke opdrachten :
de identificatie van het bestaande aanbod in samenwerking met de overlegplatforms inzake geestelijke gezondheidszorg en van de vraag naar hulp- en zorgverlening inzake verslavingen in de zorgzone waar het zijn activiteiten uitoefent;
het institutioneel overleg betreffende de verdeling van de taken en de complementariteit ervan om een coherent zorg- en hulpverleningsaanbod in de betrokken zorgzone te ontwikkelen, incluis de tenlasteneming van crisis- en noodtoestanden, ongeacht de aard van de verslaving;
op institutioneel en methodologisch vlak, de ondersteuning van de actie van de hulp- en zorgverleningsdiensten gespecialiseerd in verslavingen, hierna " diensten " genoemd, in het kader van de samenwerking tussen hen en de overige leden van het netwerk, door het sluiten van overeenkomsten of het uitwerken van gemeenschappelijke instrumenten, wat de volgende domeinen betreft :
a) onthaal van en informatieverstrekking aan de begunstigden;
b) psychosociale begeleiding;
c) psychotherapeutische en medische tenlasteneming;
d) de zorgverlening, o.a. minstens de vervangende zorgverlening, de ontwenningskuren, de residentiële tenlasteneming of de tenlasteneming in een ziekenhuis;
e) de vermindering van de risico's;
de samenwerking met het overlegplatform inzake geestelijke gezondheidszorg van het grondgebied waar het netwerk ingeschreven is;
het opstarten van de intervisie wanneer ze nog niet ten uitvoer is gelegd binnen de zorgzone of de organisatie ervan op verzoek van de leden van het netwerk.
§ 2. Het netwerk garandeert al haar leden dat het beroepsgeheim in acht genomen wordt.
§ 3. De Regering bepaalt de modaliteiten voor de uitoefening van de opdrachten bedoeld in [1 paragraaf 1]1.
Art. 628. § 1er. Dans le but d'améliorer la qualité des soins et de l'aide et de favoriser la continuité des prises en charge, le réseau a spécifiquement pour missions :
l'identification de l'offre existante en collaboration avec les plates-formes de concertation en santé mentale et de la demande d'aide et de soins en matière d'assuétudes dans la zone de soins où il exerce ses activités;
la concertation institutionnelle relative à la répartition des tâches et à leur complémentarité afin de développer une offre cohérente d'aide et de soins dans la zone de soins concernée, en ce compris la prise en charge des situations de crise et d'urgence, quelle que soit la nature de l'assuétude;
sur les plans institutionnel et méthodologique, l'appui de l'action des services d'aide et de soins spécialisés en assuétudes, ci-après désigné sous le terme de " services ", dans le cadre de la collaboration entre eux et les autres membres du réseau, par la conclusion de conventions ou l'élaboration d'outils communs, sur les aspects suivants :
a) l'accueil et l'information des bénéficiaires;
b) l'accompagnement psychosocial;
c) la prise en charge psychothérapeutique et médicale;
d) les soins dont au moins les soins de substitution, les cures de sevrage, la prise en charge résidentielle ou hospitalière;
e) la réduction des risques;
la collaboration avec la plate-forme de concertation en santé mentale du territoire dans lequel le réseau est inscrit;
l'initiation de l'intervision lorsqu'elle n'est pas encore mise en oeuvre au sein de la zone de soins ou son organisation à la demande des membres du réseau.
§ 2. Le réseau garantit à ses membres le respect du secret professionnel.
§ 3. Le Gouvernement précise les modalités d'exercice des missions visées au [1 paragraphe 1er]1.
Art. 629. § 1. De netwerken worden georganiseerd in de vorm van een vereniging bedoeld in hoofdstuk XII van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn of van een vereniging zonder winstoogmerk en verenigen de rechtspersonen die binnen een zorgzone de volgende activiteiten uitoefenen :
onthaal van en informatieverstrekking aan de begunstigden;
psychosociale begeleiding;
psychotherapeutische en medische tenlasteneming;
de zorgverlening, o.a. minstens de vervangende zorgverlening, de ontwenningskuren, de residentiële tenlasteneming of de tenlasteneming in een ziekenhuis;
de vermindering van de risico's.
§ 2. Wanneer de zorgzone een stad van meer dan [1 150.000]1 inwoners telt, wordt het netwerk door die stad georganiseerd, tenzij ze beslist om de organisatie van het netwerk te delegeren aan een vereniging bedoeld in voornoemde wet van 8 juli 1976 of aan een vereniging zonder winstoogmerk.
Wanneer het netwerk door een stad georganiseerd wordt, verbindt die stad zich ertoe het institutioneel overleg te waarborgen voor de instellingen of de vakmensen die hun activiteiten binnen het grondgebied van de zorgzone uitoefenen, onder dezelfde voorwaarden, ook wanneer ze buiten het gemeentelijke grondgebied gevestigd zijn.
Art. 629. § 1er. Les réseaux sont organisés sous la forme d'une association visée au chapitre XII de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'action sociale ou d'une association sans but lucratif, rassemblant les personnes morales qui exercent au sein d'une zone de soins les activités suivantes :
l'accueil et l'information des bénéficiaires;
l'accompagnement psychosocial;
la prise en charge psychothérapeutique et médicale;
les soins dont au moins les soins de substitution, les cures de sevrage, la prise en charge résidentielle ou hospitalière;
la réduction des risques.
§ 2. Lorsque la zone de soins compte une ville de plus de [1 150 000]1 habitants, le réseau est organisé par ladite ville, à moins qu'elle ne décide de déléguer l'organisation du réseau à une association visée au chapitre XII de la loi du 8 juillet 1976 précitée ou à une association sans but lucratif.
Lorsque le réseau est organisé par une ville, celle-ci s'engage à assurer la concertation institutionnelle pour les institutions ou professionnels exerçant leurs activités au sein du territoire de la zone de soins, dans les mêmes conditions, y compris lorsqu'ils sont installés en dehors de son territoire communal.
B. Werking
B. Fonctionnement
Art. 630. De opdrachten van het netwerk worden uitgeoefend in het kader van een actieplan dat minstens de volgende gegevens bevat :
de nagestreefde doelstellingen;
de modaliteiten voor de tenuitvoerlegging van de doelstellingen bedoeld in 1o;
de criteria voor de evaluatie van de acties ontwikkeld om de doelstellingen te halen.
De Regering bepaalt de minimuminhoud van het actieplan en neemt er het volgende in op :
de uitwisseling van de informatie tussen het netwerk en de leden ervan;
de organisatie van de coördinatiefunctie zoals bedoeld in artikel 632;
het financieel beheer en de logistiek.
Art. 630. Les missions du réseau s'exercent dans le cadre d'un plan d'action qui contient au moins :
les objectifs poursuivis;
les modalités de mise en oeuvre des objectifs visés au 1° ;
les critères d'évaluation des actions développées pour atteindre les objectifs.
Le Gouvernement précise le contenu minimal du plan d'action en y incluant :
la communication de l'information entre le réseau et ses membres;
l'organisation de la fonction de coordination telle que visée à l'article 632;
la gestion financière et la logistique.
Art. 631. § 1. Het netwerk is samengesteld uit rechtspersonen die activiteiten inzake verslavingen uitoefenen, in meerderheid binnen de zorgzone, en minstens uit de diensten die de erkenning hebben aangevraagd of verkregen, indien ze bestaan.
§ 2. Zonder lijstbeperking en met het oog op een beter institutioneel overleg zorgt het netwerk ervoor om zijn samenstelling tot de volgende rechtspersonen uit te breiden :
de huisartskringen bedoeld in het koninklijk besluit van 8 juli 2002;
de geïntegreerde gezondheidsverenigingen erkend op basis van het hoofdstuk 2 ban titel 1 van boek VI van het tweede deel;
de diensten voor geestelijke gezondheidszorg erkend krachtens het hoodstuk 2 van titel II van boek II van het tweede deel;
de centra voor de coördinatie van thuisverzorging en thuisdiensten bedoeld in het hoofdstuk 3, van titel 1, van boek VI van het teweede deel;
de centra voor levens- en gezinsvragen;
de verzorgingsinrichtingen bedoeld in de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op het 10 juli 2008;
de centra voor functionele heraanpassing die een overeenkomst met het RIZIV gesloten hebben;
het overlegplatform inzake geestelijke gezondheidszorg in het kader waarvan de actie van het netwerk past;
de verenigingen van begunstigden.
§ 3. Het netwerk wordt gestuurd door een comité, met name het " sturingscomité ", dat samengesteld is uit de afgevaardigden van elke rechtspersoon die deel uitmaakt van het netwerk.
Het sturingscomité bepaalt de doelstellingen, keurt de modaliteiten voor de tenuitvoerlegging ervan goed en evalueert het actieplan van het netwerk.
Bij gebrek aan sturingscomité kunnen zijn opdrachten vervuld worden door de algemene vergadering van de vereniging bedoeld in bedoeld in hoofdstuk XII van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn of van de vereniging zonder winstoogmerk.
§ 4. Het sturingscomité wordt geregeld op grond van een huishoudelijk reglement en wijst binnen zijn midden het lid aan dat het voorzitterschap zal waarnemen.
De minimuminhoud van het huishoudelijk reglement wordt door de Regering bepaald met inachtneming van de beginselen van het institutioneel overleg en van het evenwicht tussen de partners.
De notulen worden door het secretariaat van het sturingscomité opgemaakt en gedurende hoogstens vijf jaar ter beschikking gesteld van de Regering [2 of haar afgevaardigde]2.
Het sturingscomité betrekt bij zijn werkzaamheden elke persoon wiens kwalificatie of bevoegdheden nodig zijn om de doelstellingen te halen.
§ 5. Alle beslissingen van het sturingscomité vereisen de meerderheid van de stemmen van de aanwezige leden of van de leden vertegenwoordigd binnen de groep van de leden van de openbare sector en de meerderheid van de stemmen van de aanwezige leden of van de leden vertegenwoordigd binnen de groep van de leden van de privé sector.
§ 6. De leden van het netwerk verbinden zich ertoe aan de volgende voorwaarden te voldoen :
ze verstrekken hun diensten zonder onderscheid van geslacht, ras, taal, godsdienst, overtuiging of maatschappelijke herkomst;
ze respecteren de keuze van de aard van de tenlasteneming die door de begunstigde wordt gemaakt;
ze werken uitsluitend voor begunstigden die op eigen initiatief een beroep op hun diensten doen, ongeacht of ze al dan niet het voorwerp van een rechterlijk bevel uitmaken.
§ 7. Elke rechtspersoon die in de bedoelde zorgzone betrokken is bij de activiteiten waarop het netwerk gericht is, heeft het recht om zijn deelneming aan te vragen indien hij voldoet aan de voorwaarden bedoeld in [1 paragraaf 5]1 en het actieplan goedkeurt.
Zijn aanvraag wordt door het sturingscomité onderzocht en behandeld volgens de voorschriften van het huishoudelijk reglement.
Het netwerk heeft het recht om een onderscheid te maken tussen de hoedanigheid van gewoon lid en die van lid dat met zijn activiteiten instemt, voor zover dat recht, alsook de respectieve rechten en plichten, vermeld worden in de statuten of in de stichtingsakte die ermee gelijkgesteld wordt.
Art. 631. § 1er. Le réseau est composé de personnes morales qui exercent des activités dans le domaine des assuétudes majoritairement à l'intérieur de la zone de soins et au moins des services ayant sollicité ou obtenu l'agrément, s'il en existe.
§ 2. Sans que la liste soit limitative et dans l'objectif d'améliorer la concertation institutionnelle, le réseau veille à étendre sa composition aux personnes morales suivantes :
les cercles de médecins généralistes visés par l'arrêté royal du 8 juillet 2002;
les associations de santé intégrée agréées en vertu du chapitre 2 du titre 1er du livre VI de la deuxième partie;
les services de santé mentale agréés en vertu du chapitre 2 du titre II du livre II de la deuxième partie;
les centres de coordination de soins et de services à domicile visés au chapitre 3, du titre 1er, du livre VI de la deuxième partie;
les centres de planning de consultation familiale et conjugale;
les établissements de soins visés par la loi relative aux hôpitaux et à d'autres établissements de soins, coordonnée le 10 juillet 2008;
les centres de réadaptation fonctionnelle sous convention avec l'INAMI;
la plate-forme de concertation en santé mentale au sein de laquelle s'inscrit l'action du réseau;
les associations de bénéficiaires.
§ 3. Le réseau est piloté par un comité, appelé " comité de pilotage " composé des délégués de toute personne morale faisant partie du réseau.
Le comité de pilotage décide des objectifs, approuve les modalités de mise en oeuvre de ceux-ci et évalue le plan d'action du réseau.
A défaut de comité de pilotage, ses missions peuvent être exercées par l'assemblée générale de l'association visée au chapitre XII de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'action sociale ou de l'association sans but lucratif.
§ 4. Le comité de pilotage est régi par un règlement d'ordre intérieur et désigne, en son sein, le membre qui en assure la présidence.
Le contenu minimal du règlement d'ordre intérieur est fixé par le Gouvernement en veillant au respect des principes de la concertation institutionnelle et de l'équilibre entre les partenaires.
Le secrétariat du comité de pilotage établit les procès-verbaux qui sont tenus à la disposition du Gouvernement [2 ou son délégué]2, durant cinq années au plus.
Le comité de pilotage associe à ses travaux toute personne dont la qualification ou les compétences sont nécessaires à l'atteinte de ses objectifs.
§ 5. Toutes les décisions du comité de pilotage requièrent la majorité des voix des membres présents ou représentés dans le groupe des membres du secteur public et la majorité des voix des membres présents ou représentés dans le groupe des membres du secteur privé.
§ 6. Les membres du réseau s'engagent à respecter les conditions suivantes :
ils fournissent leurs prestations sans distinction de sexe, de race, de langue, de religion, d'opinion ou d'origine sociale;
ils respectent le choix de la nature de la prise en charge opéré par le bénéficiaire;
ils travaillent exclusivement pour des bénéficiaires qui font appel de leur propre initiative à leurs services, qu'ils fassent ou non l'objet d'une injonction judiciaire.
§ 7. Toute personne morale qui, dans la zone de soins concernée, est impliquée dans les activités visées par le réseau, a le droit de solliciter sa participation si elle répond aux conditions visées au [1 " paragraphe 5]1 et avalise le plan d'action.
Sa demande est examinée et traitée par le comité de pilotage, selon les dispositions du règlement d'ordre intérieur.
Le réseau a le droit de distinguer les qualités de membre effectif et de membre adhérent à ses activités, pour autant que ses statuts ou l'acte fondateur qui en tient lieu le précisent et mentionnent les droits et devoirs respectifs.
Art. 632. Het sturingscomité voorziet zich van een coördinatiefunctie en wijst de persoon (personen) aan die met die functie belast wordt (worden), hierna " de coördinator " genoemd.
De coördinator vervult de volgende opdrachten :
de uitwerking en de tenuitvoerlegging van het actieplan;
de tenuitvoerlegging van de doelstellingen i.v.m. de opdrachten van het netwerk.
De Regering bepaalt de modaliteiten voor de uitoefening van de opdrachten.
Art. 632. Le comité de pilotage se dote d'une fonction de coordination et y désigne la ou les personnes en charge de la fonction, ci-après nommé sous le terme " le coordinateur ".
Le coordinateur assure les missions suivantes :
l'élaboration et la mise à jour du plan d'action;
la mise en oeuvre des objectifs liés aux missions du réseau.
Le Gouvernement précise les modalités d'exercice des missions.
Art. 633. Om de uitwisseling van de netwerkpraktijken te bevorderen, organiseert de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 minstens één keer per jaar een overleg met de netwerken, waarvoor ze de coördinatoren uitnodigt.
Dat overleg heeft betrekking op de modaliteiten voor de vervulling van de opdrachten.
Het maakt het voorwerp uit van een oproeping die minstens vijftien dagen vooraf verzonden wordt.
De oproeping vermeldt de datum, het uur en de plaats van het overleg, de nodige aanhangsels voor de goede uitvoering van de werkzaamheden, alsook de mogelijkheid voor elk netwerk om er een complement aan toe te voegen.
De agenda wordt erin bepaald. Het gaat vergezeld van de notulen van het overige overleg indien het niet eerder is meegedeeld.
Art. 633. En vue de stimuler l'échange des pratiques des réseaux, le Gouvernement [1 ou son délégué]1 organise au moins une fois par an une concertation rassemblant les réseaux, en y conviant les coordinateurs.
Cette concertation porte sur les modalités de réalisation des missions.
Elle fait l'objet d'une convocation adressée au moins quinze jours avant sa tenue.
La convocation comprend la date, l'heure et le lieu de la concertation, les annexes nécessaires à la bonne réalisation des travaux ainsi que la possibilité pour tout réseau d'y ajouter un complément.
L'ordre du jour y est défini. Il est accompagné du procès-verbal de la concertation précédente si celui-ci n'a pas été communiqué antérieurement.
Onderafdeling 3. - Erkenning
Sous-section 3. - Agrément
Art. 634. Om de erkenning te verkrijgen legt de inrichtende macht van het netwerk een actieplan over waarvan de tenuitvoerlegging uitvoerig beschreven wordt overeenkomstig de opdrachten en verbindt ze zich ertoe het institutioneel overleg overeenkomstig onderafdeling 1 van afdeling 2 van dit hoofdstuk ten gunste van haar leden te organiseren.
Art. 634. Pour obtenir l'agrément, le pouvoir organisateur du réseau présente un plan d'action dont la mise en oeuvre est détaillée conformément aux missions et s'engage à organiser la concertation institutionnelle en faveur de ses membres conformément à la sous-section 1re de la section 2 du présent chapitre.
Art. 635. De erkenningsaanvraag bevat :
de identificatie van de inrichtende macht;
de melding van de zorgzone waarin het haar activiteit uitoefent;
het actieplan van het door het sturingscomité goedgekeurde netwerk.
De inhoud van de erkenningsaanvraag en de modaliteiten voor de indiening en de behandeling ervan worden door de Regering bepaald.
Art. 635. La demande d'agrément comporte :
l'identification du pouvoir organisateur;
l'indication de la zone de soins au sein de laquelle il inscrit son activité;
le plan d'action du réseau avalisé par le comité de pilotage.
Le Gouvernement précise le contenu, les modalités d'introduction et de traitement de la demande d'agrément.
Art. 636. De erkenning wordt door de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 voor onbepaalde duur verleend zodra vastgesteld wordt dat de normen nageleefd worden of dat de normen waaraan pas na het verkrijgen van de erkenning voldaan kan worden, het voorwerp zijn van een verbintenis waarbij de inrichtende macht belooft eraan te voldoen binnen een termijn die door de Regering bepaald wordt.
De verplichtingen die nagekomen moeten worden bij de aanvraag van de erkenning betreffen :
[1 ]1 de rechtsvorm van de inrichtende macht;
[1 ]1 de opmaking van het actieplan.
De verplichtingen die het voorwerp zijn van een verbintenis van de inrichtende macht zijn die betreffende de uitoefening van de opdrachten en de goede werking, alsook de bijwerking van het actieplan, waarop onderafdeling 2 van afdeling 2 van dit hoofdstuk betrekking heeft.
Art. 636. L'agrément est accordé à durée indéterminée par le Gouvernement [1 ou son délégué]1 dès lors qu'il est constaté que les normes sont respectées ou, pour celles qui ne peuvent l'être qu'après l'obtention de l'agrément, qu'elles font l'objet d'un engagement à être respectées dans le chef du pouvoir organisateur dans un délai fixé par le Gouvernement.
Les obligations qui doivent être remplies au moment de la demande d'agrément concernent :
[1 ]1 la forme juridique du pouvoir organisateur;
[1 ]1 l'établissement du plan d'action.
Les obligations qui font l'objet d'un engagement de la part du pouvoir organisateur sont celles relatives à l'exercice des missions et au fonctionnement ainsi qu'à la mise à jour du plan d'action visés à la sous-section 2 de la section 2 du présent chapitre.
Art. 637. Het netwerk kan erkend worden ondanks het bestaan van diensten in de zorgzone ervan.
Art. 637. Le Gouvernement précise les procédures d'octroi de l'agrément.
Art. 638. Elk netwerk beschikt over een erkenning in de vorm van een document dat de zorgzone specificeert waarin het zijn actie uitoefent.
Het actieplan maakt noodzakelijk deel uit van de erkenning.
[1 Elke wijziging in het actieplan wordt door de Regering of haar afgevaardigde goedgekeurd volgens de modaliteiten die door de Regering worden bepaald.]1.
Art. 638. Chaque réseau dispose d'un agrément sous la forme d'un document spécifiant la zone de soins dans laquelle il inscrit son action.
Le plan d'action fait partie intégrante de l'agrément.
[1 Toute modification du plan d'action est approuvée par le Gouvernement ou son délégué selon les modalités définies par le Gouvernement.]1
Art. 639. Het netwerk kan erkend worden ondanks het bestaan van diensten in de zorgzone ervan.
Art. 639. Le réseau peut être agréé indépendamment de l'existence préalable de services dans sa zone de soins.
Onderafdeling 4. - Subsidiëring
Sous-section 4. - Subventionnement
Art. 640. Binnen de perken van de begrotingskredieten worden subsidies naar rato van het aantal inwoners van elke zorgzone toegekend, waarbij het minimumbedrag op 30.000 euro vastgelegd wordt.
Art. 640. Dans les limites des disponibilités budgétaires, les subventions sont allouées au prorata du nombre d'habitants de chacune des zones de soins avec un montant minimum fixé à 30.000 euros.
Afdeling 3. - Hulp- en verzorgingsdiensten gespecialiseerd in verslavingen
Section 3. - Services d'aide et de soins spécialisés en assuétudes
Onderafdeling 1. - Opdrachten en werking
Sous-section 1re. - Missions et fonctionnement
A. Opdrachten
A. Missions
Art. 641. § 1. Behalve het onthaal en de informatieverstrekking, vervult de dienst op specifieke wijze en ten behoeve van de begunstigden minstens één van de volgende opdrachten :
de psychosociale begeleiding;
de psychotherapeutische en medische tenlasteneming;
de zorgverlening, waaronder minstens de vervangende zorgverlening, de ontwenningskuren, de residentiële tenlasteneming en de tenlasteneming in het ziekenhuis;
de beperking van de risico's.
Die opdrachten worden uitgeoefend in het kader van het multidisciplinair overleg.
Het multidisciplinair overleg beoogt de evaluatie van de behoeften van de begunstigde, de evolutie ervan, de beschikbare hulpmiddelen binnen de dienst, in of buiten het netwerk om het meest geschikte antwoord te geven.
Het wordt gelijktijdig uitgeoefend in het kader van de dienst en van de relaties binnen het netwerk.
Het is het voorwerp van de instemming van de begunstigde, bij voorkeur schriftelijk en elk ogenblik herroepbaar.
De dienst zorgt in de vorm van een bijkomende opdracht en op verzoek voor de supervisie en de intervisie van het personeel van instellingen die deel uitmaken van het netwerk, indien het bestaat.
§ 2. De opdrachten worden op ambulante wijze uitgevoerd.
§ 3. De Regering bepaalt de modaliteiten voor de uitoefening van de opdrachten bedoeld in [1 paragraaf 1]1 van dit artikel met inachtneming van de therapeutische vrijheid en van de bescherming van de private levenssfeer.
Art. 641. § 1er. En sus de l'accueil et de l'information, le service exerce de manière spécifique et en faveur des bénéficiaires au moins une des missions suivantes :
l'accompagnement psychosocial;
la prise en charge psychothérapeutique et médicale;
les soins dont au moins les soins de substitution, les cures de sevrage, la prise en charge résidentielle ou hospitalière;
la réduction des risques.
Ces missions s'exercent dans le cadre de la concertation pluridisciplinaire.
La concertation pluridisciplinaire vise à évaluer les besoins du bénéficiaire, leur évolution, les ressources disponibles au sein du service, dans le réseau ou en dehors de celui-ci pour apporter la réponse la plus adéquate.
Elle est exercée à la fois dans le cadre du service et des relations au sein du réseau.
Elle fait l'objet d'un accord de la part du bénéficiaire, de préférence sous forme écrite et révocable à tout moment.
Le service assure sous la forme d'une mission accessoire et à la demande, la supervision et l'intervision du personnel d'institutions appartenant au réseau, lorsqu'il existe.
§ 2. Les missions s'exercent sous forme ambulatoire.
§ 3. Le Gouvernement précise les modalités d'exercice des missions visées au [1 paragraphe 1er]1 du présent article dans le respect de la liberté thérapeutique et de celui de la protection de la vie privée.
Art. 642. § 1. De onthaal- en informatieopdracht bedoeld in artikel 641, § 1, wordt op efficiënte wijze georganiseerd zodat zo spoedig mogelijk ingespeeld kan worden op de aanvraag van elke begunstigde.
Ze bevat minstens :
de analyse de aanvraag;
desnoods, de oriëntering naar een andere dienst die voldoet aan de definitie van dit decreet, elke andere zorg- of hulpinstelling of elke vakmens, waarvan het antwoord beter past.
Ze wordt georganiseerd door de hulpmiddelen binnen het netwerk te verdelen.
Onder " hulpmiddelen " wordt verstaan de methodologische instrumenten voor de analyse of de informatiebronnen.
§ 2. Wanneer na onderzoek van de aanvraag blijkt dat binnen de zorgzone geen enkel antwoord met de aanvraag of met de vrije keuze van de begunstigde overeenstemt, wordt de aanvraag georiënteerd naar gelang van de kenmerken ervan of van de keuze van de begunstigde.
Art. 642. § 1er. La mission d'accueil et d'information visée à l'article 641, § 1er, est organisée de manière efficiente afin que tout bénéficiaire reçoive une réponse à sa demande, dans le meilleur délai.
Elle comporte au moins :
l'analyse de la demande;
au besoin, l'orientation vers un autre service répondant à la définition du présent chapitre, toute autre institution d'aide ou de soins ou tout professionnel, dont la réponse est mieux adaptée.
Elle est organisée en partageant les ressources au sein du réseau.
Par le terme de " ressources ", il faut comprendre les outils méthodologiques destinés à l'analyse ou les sources d'information.
§ 2. Lorsque dans la zone de soins, à la suite de l'analyse de la demande, il apparaît qu'aucune réponse ne correspond à la demande ou au libre choix du bénéficiaire, la demande est orientée en fonction de ses particularités ou du choix du bénéficiaire.
Art. 643. De psychosociale begeleidingsopdracht bedoeld in artikel 641, § 1, 1°, zorgt zolang het nodig is en met de toestemming van de begunstigde voor een geïndividualiseerde opvolging, in overleg met het geheel van de actoren van de zorg- en hulpverlening.
Zodra de begunstigde met het begeleidingsvoorstel heeft ingestemd, ongeacht of het gaat om een persoon die aan verslavingen lijdt of om zijn entourage, beoogt de in dit artikel bedoelde opdracht de organisatie van het antwoord, de verbetering van zijn toestand, zijn herstelling en psychosociale herinschakeling door hem gedurende zijn hele traject te begeleiden.
Art. 643. La mission d'accompagnement psychosocial visée à visée à l'article 641, § 1er, 1°, assure, aussi longtemps que nécessaire et avec l'accord du bénéficiaire, un suivi individualisé, en concertation avec l'ensemble des acteurs du soin et de l'aide.
Dès lors que le bénéficiaire a marqué son accord sur la proposition d'accompagnement, qu'il s'agisse d'une personne souffrant d'assuétudes ou de son entourage, la mission visée au présent article tend à l'organisation de la réponse, l'amélioration de la situation et au rétablissement et à la réinsertion psychosociale, en l'accompagnant tout au long du parcours.
Art. 644. De opdracht betreffende de psychotherapeutische en medische tenlasteneming bedoeld in artikel 641, § 1, 2°, omvat de organisatie van de raadplegingen in het ambulante kader voor de begunstigden of, op zijn minst, de samenwerking met de leden van het netwerk voor de organisatie ervan.
Art. 644. La mission relative à la prise en charge psychothérapeutique et médicale mentionnée à l'article 641, § 1er, 2°, comporte l'organisation de consultations dans le cadre ambulatoire à destination des bénéficiaires ou, à tout le moins, la collaboration avec des membres du réseau pour leur organisation.
Art. 645. De opdracht inzake risicovermindering bedoeld in artikel 641, § 1, 4°, is vervuld zodra de dienst activiteiten organiseert met het oog op de vermindering van de schade die aan het verbruik te wijten is en opdat de levens- en gezondheidskwaliteit van de begunstigde aan zijn keuzen zou beantwoorden.
Art. 645. La mission de réduction des risques visée à l'article 641, § 1er, 4°, est remplie dès lors que le service organise des activités visant à réduire les dommages liés à la consommation et à ce que le bénéficiaire dispose d'une qualité de vie et de santé conforme à et respectueuse de ses choix.
Art. 646. Om de in artikel 641 bedoelde opdrachten uit te oefenen integreert de dienst zijn activiteiten in die van het netwerk van de zorgzone waarin hij zijn actie uitoefent.
Hij geeft zijn personeel de toestemming om deel te nemen aan supervisie- en intervisieactiviteiten met het oog op de verbetering van de praktijken.
Art. 646. En vue d'exercer les missions visées à l'article 641, le service intègre ses activités au sein de celles du réseau de la zone de soins dans laquelle il inscrit son action.
Il autorise la participation de son personnel à des activités de supervision et d'intervision dans le but d'améliorer les pratiques.
Art. 646/1. [1 Diensten die de opdracht inzake risicovermindering uitvoeren in de zin van artikel 645 zijn gemachtigd om:
de volgende geneesmiddelen en medische hulpmiddelen rechtstreeks bij leveranciers te kopen, op te slaan en aan hun begunstigden te leveren:
a) water voor injectie in kleine verpakkingen voor eenmalig gebruik;
b) citroenzuur voor injectie in kleine verpakkingen voor eenmalig gebruik;
c) ascorbinezuur voor injectie in kleine verpakkingen voor eenmalig gebruik;
d) steriele desinfectiedoekjes voor eenmalig gebruik;
e) spuiten en naalden die zijn aangepast aan de praktijken van injecterende drugsgebruikers;
kits met steriele materialen en medische hulpmiddelen te bestellen bij apothekers, verdelers, groothandelaars, invoerders en fabrikanten erkend door de Federale Minister van Volksgezondheid.]1

Art. 646/1. [1 Les services qui exercent une mission de réduction des risques au sens de l'article 645 sont autorisés :
à acheter directement auprès des fournisseurs, à stocker et à fournir à leurs bénéficiaires les médicaments et dispositifs médicaux suivants :
a) de l'eau pour préparation injectable en petits conditionnements à usage unique;
b) de l'acide citrique injectable en petits conditionnements à usage unique;
c) de l'acide ascorbique injectable en petits conditionnements à usage unique;
d) des tampons stériles désinfectants à usage unique;
e) des seringues et aiguilles adaptées aux pratiques des consommateurs de drogues par injection;
à commanditer la confection de kits de matériel stérile et de dispositifs médicaux auprès des pharmaciens, des distributeurs, des grossistes, des importateurs et des fabricants agréés par le ministre fédéral de la Santé publique.]1

B. Werking
B. Fonctionnement
Art. 647. § 1. De opdrachten van de dienst worden uitgeoefend in het kader van een actieplan dat op zijn minst de volgende gegevens bevat :
de omgeving van de dienst op territoriaal en institutioneel vlak;
de algemene organisatie van de dienst, uitvoerig omschreven voor elke opdracht;
de doelstellingen;
de acties die uit de doelstellingen voortvloeien;
de evaluatie in de vorm van kwantitatieve ou kwalitatieve indicatoren.
De indicatoren meten de afstand tussen de doelstelling en de ten uitvoer gelegde acties.
De inrichtende macht die de erkenningsaanvraag indient is verantwoordelijk voor de definitie van het actieplan en de tenuitvoerlegging ervan.
§ 2. De Regering bepaalt de minimuminhoud van het actieplan door er het volgende in op te nemen :
de organisatie van het antwoord en van de tenlasteneming, meer bepaald de definitie van het multidisciplinair overleg, en, indien de dienst geïntegreerd is in een instelling die andere activiteiten organiseert voor personen die begunstigden zouden kunnen worden, de verdeling van de taken onder het personeel van de dienst en het personeel gefinancierd op basis van andere bepalingen;
de communicatie, meer bepaald, enerzijds, de activiteiten die zorgen voor de zichtbaarheid van de actie van de dienst en, anderzijds, de communicatie van alle relevante informatie t.o.v. de activiteiten gevoerd tussen de dienst en de overige leden van het netwerk of t.o.v. het netwerk zelf;
de aangewende hulpmiddelen, ongeacht de aard ervan.
Art. 647. § 1er. Les missions du service s'exercent dans le cadre d'un plan d'action qui se compose au moins des parties suivantes :
l'environnement du service en termes territorial et institutionnel;
l'organisation générale du service détaillée pour chacune des missions;
les objectifs;
les actions découlant des objectifs;
l'évaluation sous forme d'indicateurs quantitatifs ou qualitatifs.
Les indicateurs mesurent l'écart entre l'objectif et les actions mises en oeuvre.
Le pouvoir organisateur qui introduit la demande d'agrément, est responsable de la définition du plan d'action et de sa mise en oeuvre.
§ 2. Le Gouvernement précise le contenu minimal du plan d'action en y incluant :
l'organisation de la réponse et de la prise en charge, en particulier la définition de la concertation pluridisciplinaire et si le service est intégré dans une institution organisant d'autres activités à destination de personnes susceptibles d'être des bénéficiaires, la répartition des tâches entre le personnel du service et celui qui est financé sur la base d'autres dispositions;
la communication, en particulier, d'une part, les activités qui assurent la visibilité de l'action du service et, d'autre part, la communication de toute information pertinente par rapport aux activités menées entre le service et les autres membres du réseau ou au réseau lui-même;
les ressources affectées, quelle que soit leur nature.
Art. 647/1. [1 Elke dienst werkt met een multidisciplinair team bestaande uit administratief, ondersteunend en verzorgend en psychosociaal personeel.
De Regering bepaalt de regels voor de samenstelling van het multidisciplinaire team van de diensten.]1

Art. 647/1. [1 Chaque service fonctionne avec une équipe pluridisciplinaire comprenant du personnel administratif, d'aide et de soins et psychosocial.
Le Gouvernement fixe les règles de composition de l'équipe pluridisciplinaire des services.]1

Onderafdeling 2. - Erkenning
Sous-section 2. - Agrément
Art. 648. De erkenning wordt verleend indien de dienst georganiseerd is door een overheid of een vereniging zonder winstoogmerk en zijn activiteiten op het grondgebied van het Franse taalgebied uitoefent.
Art. 648. Pour bénéficier de l'agrément, le service est organisé par une autorité publique ou une association sans but lucratif et exerce ses activités sur le territoire de la région de langue française.
Art. 649. De erkenningsaanvraag wordt door de inrichtende macht van de dienst bij de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 ingediend.
Het dossier bevat minstens :
de identificatie van de inrichtende macht;
de vermelding van de zorgzone waar ze haar activiteiten hoofdzakelijk wenst uit te oefenen;
de omvang van de bediende bevolking;
de vermelding van de opdrachten waarvoor de erkenning aangevraagd wordt;
het actieplan van de dienst, uitvoerig omschreven naar gelang van de gevraagde opdrachten.
De Regering bepaalt de inhoud, de modaliteiten voor de indiening en de behandeling van de erkenningsaanvraag.
Art. 649. La demande d'agrément est introduite par le pouvoir organisateur du service auprès du Gouvernement [1 ou son délégué]1.
Ce dossier comporte au moins :
l'identification du pouvoir organisateur;
l'indication de la zone de soins au sein de laquelle il choisit d'inscrire son activité, à titre principal;
la taille de la population desservie;
l'indication des missions pour lesquelles l'agrément est sollicité;
le plan d'action du service, détaillé selon les missions sollicitées.
Le Gouvernement précise le contenu, les modalités d'introduction et de traitement de la demande d'agrément.
Art. 650. De erkenning wordt door de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 voor een onbepaalde duur verleend zodra vastgesteld is dat de normen nageleefd worden of dat de normen die pas na het verkrijgen van de erkenning nageleefd kunnen worden het voorwerp van een verbintenis zijn waarbij de inrichtende macht belooft eraan te voldoen binnen een termijn die door de Regering bepaald wordt.
De verplichtingen die nagekomen moeten worden bij de aanvraag van de erkenning betreffen :
[1 ]1 de rechtsvorm van de inrichtende macht;
[1 ]1 het opmaken van het actieplan.
De verplichtingen die het voorwerp zijn van een verbintenis van de inrichtende macht betreffen de uitoefening van de opdrachten en de werking bedoeld in afdeling 1 van dit hoofdstuk.
Art. 650. L'agrément est accordé à durée indéterminée par le Gouvernement [1 ou son délégué]1 dès lors qu'il est constaté que les normes sont respectées ou, pour celles qui ne peuvent l'être qu'après l'obtention de l'agrément, qu'elles font l'objet d'un engagement à être respectées dans le chef du pouvoir organisateur dans un délai fixé par le Gouvernement.
Les obligations qui doivent être remplies au moment de la demande d'agrément concernent :
[1 ]1 la forme juridique du pouvoir organisateur;
[1 ]1 l'établissement du plan d'action.
Les obligations qui font l'objet d'un engagement de la part du pouvoir organisateur sont relatives à l'exercice des missions et au fonctionnement visés à la section 1re du présent chapitre.
Art. 651. Elke dienst beschikt over een erkenning in de vorm van een document met de opdrachten waarvoor ze verleend wordt, de bediende bevolking, de plaats van de activiteiten en de zorgzone waarin hij zijn actie hoofdzakelijk inschrijft.
Art. 651. Chaque service dispose d'un agrément sous la forme d'un document précisant les missions pour lesquelles il est accordé, la population desservie, le lieu des activités et la zone de soins dans laquelle il inscrit son action à titre principal.
Art. 652. De procedures tot toekenning, opschorting en intrekking van de erkenning worden door de Regering vastgelegd.
Art. 652. Le Gouvernement précise les procédures d'octroi de l'agrément.
Art. 653. § 1. De dienst kan erkend worden ondanks het bestaan van een netwerk in zijn zorgzone.
§ 2. Bij gebrek aan netwerk kan het overlegplatform inzake geestelijke gezondheidszorg voor het grondgebied waarvan de zorgzone ingeschreven is, een erkenning verkrijgen onder dezelfde voorwaarden als een netwerk en zolang geen netwerk erkend is.
In dat geval worden de praktische modaliteiten tot overdracht van activiteiten van het overlegplatform inzake geestelijke gezondheidszorg aan het netwerk in een overeenkomst vastgelegd.
§ 3. Wanneer er geen aanvraag tot erkenning als netwerk is ingediend en twee diensten binnen dezelfde zorgzone erkend worden, beschikken die over een termijn van twee jaar, die ingaat op de datum waarop de meest recente erkenning is verleend, om een netwerk aan te leggen of om zich te integreren in het netwerk ingesteld overeenkomstig de vorige paragraaf.
In geval van mislukking verliezen de diensten hun erkenning na afloop van die termijn.
§ 4. Indien de terreinactoren, ongeacht wie het zijn, netwerk noch dienst in een zorgzone organiseren, is de Regering bevoegd om die organisatie toe te vertrouwen aan een andere aangrenzende zorgzone die al ingesteld is en die daarom verzoekt, voor zover het gaat om een zorgzone ingeschreven op het grondgebied van hetzelfde overlegplatform inzake geestelijke gezondheidszorg.
§ 5. Wanneer de zorgzone een stad van meer dan [1 150.000]1 inwoners telt en dat die stad geen enkel initiatief genomen heeft om het netwerk na afloop van een periode van twee jaar aan te leggen, worden de erkende diensten bij voorafgaande beslissing van de Regering [2 of haar afgevaardigde]2 ertoe gemachtigd een netwerk aan te leggen met het oog op de erkenning ervan.
Art. 653. § 1er. Le service peut être agréé indépendamment de l'existence préalable d'un réseau dans sa zone de soins.
§ 2. En l'absence de réseau, la plate-forme de concertation en santé mentale dans le territoire de laquelle est inscrite la zone de soins, peut obtenir un agrément dans les mêmes conditions qu'un réseau et aussi longtemps qu'aucun réseau n'est agréé.
Dans ce cas, les modalités pratiques de transfert d'activités de la plate-forme de concertation en santé mentale au réseau agréé sont définies dans une convention.
§ 3. Lorsque aucune demande d'agrément en qualité de réseau n'a été introduite et que deux services sont agréés au sein de la même zone de soins, ils disposent d'un délai de deux ans à dater de l'agrément le plus récemment accordé pour constituer un réseau ou s'intégrer dans celui institué en application du paragraphe précédent.
Au terme de ce délai, en cas de constat d'échec, les services perdent leur agrément.
§ 4. Dans l'éventualité où les acteurs de terrain, quels qu'ils soient, ne créent ni réseau, ni service dans une zone de soins, le Gouvernement est habilité à confier cette organisation à une autre zone de soins limitrophe déjà instituée et qui en fait la demande, pour autant qu'il s'agisse d'une zone de soins inscrite sur le territoire de la même plate-forme de concertation en santé mentale.
§ 5. Lorsque la zone de soins compte une ville de plus de [1 150 000]1 habitants et que celle-ci n'a pris aucune initiative pour constituer le réseau au terme d'une période de deux ans, les services agréés sont autorisés par décision préalable du Gouvernement [2 ou son délégué]2 à constituer un réseau en vue de son agrément.
Onderafdeling 3. - Subsidiëring
Sous-section 3. - Subventionnement
Art. 654. De Regering [1 of haar afgevaardigde]1 verleent subsidies aan de erkende diensten binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen.
De erkende dienst geniet de toekenning van subsidies voor de zorgzone waarin hij zijn activiteit als hoofdactiviteit uitoefent.
Art. 654. Dans les limites des disponibilités budgétaires, le Gouvernement [1 ou son délégué]1 octroie des subventions aux services agréés.
Le service agréé bénéficie de l'octroi de subventions pour la zone de soins dans laquelle il exerce son activité à titre principal.
Art. 655. [1 Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten, verleent de Regering een jaarlijkse subsidie als tegemoetkoming aan de erkende diensten om de werkings- en personeelskosten te dekken.
De Regering bepaalt de berekeningsmethode, de voorwaarden voor de toekenning en het gebruik van de subsidie.
Voor elke erkende dienst in het zorggebied mag de subsidie niet minder bedragen dan 250.000 geïndexeerd per boekjaar.]1

Art. 655. [1 Dans la limite des crédits budgétaires disponibles, le Gouvernement octroie une subvention annuelle aux services agréés à titre d'intervention dans les frais de fonctionnement et de personnel.
Le Gouvernement arrête le mode de calcul, les conditions d'octroi et d'utilisation de la subvention.
Pour chaque service agréé dans la zone de soins, la subvention ne peut pas être inférieure, par exercice budgétaire, à 250 000 euros indexés.]1

Onderafdeling 4. - Begunstigden
Sous-section 4. - Bénéficiaires
Art. 656. [1 De erkende dienst aanvaardt elke aanvraag]1, zonder voorafgaande voorwaarde van aansluiting tot een structuur of, indien hij georganiseerd is door een inrichtende macht die andere dienstverstrekkingen aanbiedt, zonder voorwaarde van uitsluitend beroep op zijn diensten, met inachtneming van de vrije keuze van de begunstigde.
Art. 656. Le service agréé [1 accepte]1 toute demande, sans condition préalable d'affiliation à une quelconque structure ou, s'il est organisé par un pouvoir organisateur offrant d'autres prestations, de recours exclusif à ses services, dans le respect du libre choix du bénéficiaire.
Art. 657. Bij het onthaal ontvangt de begunstigde een informatiedocument met :
de methodologie van de erkende dienst waarop hij een beroep doet;
elk gegeven dat nuttig is voor zijn tenlasteneming en voor zijn deelneming hieraan;
de kost die eventueel door de begunstigde gedragen wordt;
de melding van de erkenning verleend door de Regering [1 of haar afgevaardigde]1.
De minimuminhoud van het informatiedocument wordt nader bepaald door de Regering.
Art. 657. Lors de l'accueil, le bénéficiaire reçoit un document d'information reprenant :
la méthodologie du service agréé auquel il fait appel;
toute donnée utile à sa prise en charge et à sa participation à celle-ci;
le coût éventuellement mis à charge du bénéficiaire;
la mention de l'agrément accordé par le Gouvernement [1 ou son délégué]1.
Le Gouvernement précise le contenu minimal du document d'information.
Art. 658. De begunstigde wordt betrokken bij elke beslissing die hem betreft.
Art. 658. Le bénéficiaire est associé à toute décision qui le concerne.
Art. 659. § 1. Voor elke tenlasteneming wordt een individueel dossier aangelegd met de gegevens die daarvoor nuttig zijn en de continuïteit van de zorgverlening, met inachtneming van de deontologische regels en met die inzake bescherming van de private levensfeer.
De minimuminhoud van het individuele dossier wordt nader bepaald door de Regering.
Onverminderd andere wetsbepalingen, worden de individuele dossiers minstens 5 jaar na afsluiting ervan bewaard onder de verantwoordelijkheid van de inrichtende macht of van de persoon die zij daartoe aanwijst.
§ 2. Onverminderd andere bepalingen mag de begunstigde op verzoek zijn individueel dossier inkijken en kan hij een dienstenverstrekker die niet deel uitmaakt van de dienst of elke andere vertrouwenspersoon aanwijzen om er inzage van te nemen.
Art. 659. § 1er. Pour chaque prise en charge, il est constitué un dossier individuel contenant les données utiles à celle-ci et à la continuité des soins, dans le respect des règles déontologiques et de protection de la vie privée.
Le Gouvernement précise le contenu minimal du dossier individuel.
Sans préjudice d'autres dispositions légales, les dossiers individuels sont conservés au moins cinq ans après leur clôture, sous la responsabilité du pouvoir organisateur ou de la personne qu'il désigne à cette fin.
§ 2. Sur sa demande et sans préjudice d'autres dispositions, le bénéficiaire a accès à son dossier individuel et peut désigner un prestataire de soins extérieur au service ou toute autre personne de confiance pour en prendre connaissance.
Art. 660. § 1. De dienst vordert van de begunstigde of, in voorkomend geval, van diens wettelijke vertegenwoordigers of rechtsreeks van de betrokken instellingen, de honoraria of financiële bijdragen die hen krachtens wetten of verordeningen worden opgelegd.
Er kan gratis geraadpleegd worden op basis van een huishoudelijk reglement waarin de desbetreffende modaliteiten vastliggen.
Het huishoudelijk reglement, alsook elke wijziging die erin aangebracht wordt, [1 worden aan de Regering en haar afgevaardigde overgemaakt, volgens de modaliteiten en termijnen die door de Regering worden bepaald]1.
§ 2. Voor de verstrekkingen bepaald bij de wet van 9 augustus 1963, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 14 juli 1994 tot instelling en organisatie van een regeling voor verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, wordt de financiële bijdrage van de verzekering gevorderd, hetzij op basis van de betaling per verstrekking volgens de nomenclatuur van de geneeskundige verzorging, hetzij op basis van het forfaitaire bedrag bedoeld in artikel 52 van het koninklijk besluit van 14 juli 1994 houdende coördinatie van bovenbedoelde wet.
Wanneer de financiële bijdrage van de verzekering op basis van de betaling per verstrekking volgens de nomenclatuur van de geneeskundige verzorging wordt gevorderd, wordt geen persoonlijke bijdrage van de verzekerde begunstigde of van diens wettelijke vertegenwoordiger geëist, behalve die bedoeld in artikel 37 van genoemde wet.
Bij gebrek aan de financiële bijdrage van de verzekering, wordt de persoonlijke bijdrage van de begunstigde vastgesteld op basis van de betaling per verstrekking volgens de nomenclatuur van de geneeskundige verzorging.
Art. 660. § 1er. Le service réclame au bénéficiaire, le cas échéant, à ses représentants légaux ou directement aux organismes intéressés, les honoraires ou interventions financières leur incombant en vertu des lois ou règlements.
Des consultations gratuites peuvent être données sur la base d'un règlement interne qui en fixe les modalités.
Le règlement interne ainsi que toute modification de celui-ci [1 sont transmis au Gouvernement ou son délégué, selon les modalités et délais définis par le Gouvernement]1.
§ 2. Pour les prestations prévues par la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, l'intervention financière de l'assurance est réclamée soit sur la base du paiement par prestation selon la nomenclature des soins de santé, soit sur la base du forfait prévu à l'article 52 de loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994.
Quand l'intervention financière de l'assurance est réclamée sur la base du paiement par prestation selon la nomenclature des soins de santé, aucune intervention personnelle n'est exigée du bénéficiaire assuré ou de son représentant légal en dehors de celles prévues à l'article 37 de ladite loi.
Si l'intervention financière de l'assurance fait défaut, l'intervention personnelle du bénéficiaire est fixée sur la base du paiement par prestation selon la nomenclature des soins de santé.
Art. 661. De dienst vordert een financiële bijdrage voor de verstrekkingen van het niet medisch personeel, met inachtneming van de modaliteiten en van een maximumtarief die door de Regering bepaald worden.
Dat tarief wordt geïndexeerd overeenkomstig de modaliteiten vastgelegd bij de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, subsidies en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen [1 in de versie van kracht vóór 1 juli 2025]1.
Art. 661. Le service réclame, pour les prestations du personnel non médical, une intervention financière en respectant des modalités et un tarif maximum fixés par le Gouvernement.
Ce tarif est indexé conformément aux modalités fixées par la loi du 2 août 1971, organisant un régime de liaison des prix à la consommation des traitements, salaires, pensions, allocations et subventions à charge du Trésor public, de certaines prestations sociales, des limites de rémunération à prendre en considération pour le calcul de certaines cotisations de sécurité sociale des travailleurs, ainsi que des obligations imposées en matière sociale aux travailleurs indépendants [1 dans sa version en vigueur antérieurement au 1er juillet 2025]1.
Art. 662. De tarieven, honoraria en financiële bijdragen worden aangeplakt in de lokalen van de dienst en verschijnen in de informatiebladen die hij publiceert.
Art. 662. Les tarifs, honoraires et contributions financières sont affichés dans les locaux du service et énoncés dans les documents d'information qu'il publie.
Afdeling 4. - Bepalingen gemeen aan de hulp- en zorgnetwerken diensten voor gespecialiseerd in verslavingen
Section 4. - Dispositions communes aux réseaux et services d'aide et de soins spécialisés en assuétudes
Onderafdeling 1. - Vereffening van de subsidies, controle en boekhouding
Sous-section 1re. - Liquidation des subventions, contrôle et comptabilité
Art. 663. De erkende netwerken en diensten gebruiken hun subsidies om de personeelsuitgaven en werkingskosten van het boekjaar te dekken.
De eventuele investeringen zijn het voorwerp van een afschrijving volgens de regels die de Regering bepaalt.
Het boekjaar is de periode tussen 1 januari en 31 december.
De Regering bepaalt de procedures en termijnen voor de rechtvaardiging van de subsidie, alsook de aard van de toelaatbare uitgaven.
Art. 663. Les réseaux et les services agréés utilisent les subventions pour couvrir des dépenses de personnel et des frais de fonctionnement de l'exercice.
Les éventuels investissements font l'objet d'un amortissement selon les règles définies par le Gouvernement.
L'exercice se définit comme la période s'écoulant du 1er janvier au 31 décembre.
Le Gouvernement définit les procédures et les délais pour la justification de la subvention, ainsi que la nature des dépenses admissibles.
Art. 664.
Art. 664.
Art. 665. De subsidies worden geïndexeerd overeenkomstig de modaliteiten vastgelegd bij de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, subsidies en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen [1 in de versie van kracht vóór 1 juli 2025]1.
De indexeringen die in de loop van het boekjaar plaatsvinden worden in aanmerking genomen bij de betaling van het saldo van de subsidie.
Art. 665. Les subventions sont indexées conformément aux modalités fixées par la loi du 2 août 1971, organisant un régime de liaison des prix à la consommation des traitements, pensions, allocations et subventions à charge du Trésor public, de certaines prestations sociales, des limites de rémunération à prendre en considération pour le calcul de certaines cotisations de sécurité sociale des travailleurs, ainsi que des obligations imposées en matière sociale aux travailleurs indépendants [1 dans sa version en vigueur antérieurement au 1er juillet 2025]1.
Les indexations intervenues au cours de l'exercice sont prises en compte lors de la liquidation du solde de la subvention.
Art. 666. De erkende netwerken of diensten die hun recht op subsidies laten gelden houden boeken met, per boekjaar, de financiële resultaten van hun beheer en [1 maken de boekhoudkundige en financiële gegevens aan de Regering en haar afgevaardigde over op de wijze en binnen de termijn die door de Regering worden bepaald]1.
De Regering bepaalt het boekhoudplan dat toepasselijk is op de federatie, de netwerken en de diensten.
Art. 666. Le réseau ou le service agréé qui fait valoir ses droits aux subventions tient une comptabilité qui fait apparaître, par exercice budgétaire, les résultats financiers de sa gestion et [1 transmet les données comptables et financières au Gouvernement ou à son délégué dans les formes et délais fixés par le Gouvernement]1.
Le Gouvernement définit le plan comptable applicable à la fédération, aux réseaux et aux services.
Art. 666/1. [1 Na kennisgeving gaat het Agentschap over tot de rechtzetting en de ambtshalve invordering van de toelagen verleend op grond van onjuiste aangiften of waarvan het gebruik ongerechtvaardigd blijkt te zijn.]1
Art. 666/1. [1 L'Agence procède après notification, à la rectification et à la récupération d'office des subventions allouées sur base de déclarations inexactes ou dont l'utilisation s'avère injustifiée.]1
Art. 666/2. [1 Ze worden rechtgezet en ingevorderd in de loop van de tweede maand na die van de kennisgeving en kunnen het voorwerp uitmaken van een aanzuiveringsplan. Als het overschot minder dan tien procent van de jaarlijkse subsidie bedraagt, worden de terug te vorderen bedragen afgetrokken van de volgende subsidie.]1
Art. 666/2. [1 La rectification et la récupération s'effectuent le deuxième mois qui suit celui au cours duquel elles ont été notifiées et peuvent faire l'objet d'un plan d'apurement. Si la part excédentaire est inférieure à dix pourcent de la subvention annuelle, les montants à récupérer sont déduits de la subvention suivante.]1
Onderafdeling 2. - Evaluatie, controle en sancties
Sous-section 2. - Evaluation, contrôle et sanctions
Art. 667. De kwalitatieve evaluatie van de erkende netwerken en diensten en de administratieve en financiële controle erop worden verricht door de ambtenaren en personeelsleden die de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 aanwijst.
Ze hebben vrije toegang tot de lokalen van het netwerk of van de dienst en hebben het recht om ter plaatse inzage te nemen van de stukken en documenten die ze nodig achten voor de vervulling van hun opdracht.
Art. 667. L'évaluation qualitative et le contrôle administratif et financier des réseaux et des services agréés, sont exercés par les fonctionnaires et agents désignés par le Gouvernement [1 ou son délégué]1.
Ils ont libre accès aux locaux du réseau ou du service et ont le droit de consulter sur place les pièces et documents qu'ils jugent nécessaires à l'accomplissement de leur mission.
Art. 668. Wanneer het netwerk of de dienst erkend is, onderwerpt het/hij zich aan de evaluatie die door de Regering georganiseerd wordt.
De modaliteiten en de periodiciteit van de evaluatie worden door de Regering bepaald op basis van het actieplan en van de naleving van de bepalingen aangenomen bij of overeenkomstig dit decreet, waarbij de periodiciteit minstens twee jaar bedraagt.
Art. 668. Lorsque le service ou le réseau est agréé, il se soumet à l'évaluation organisée par le Gouvernement.
Les modalités et la périodicité de l'évaluation sont déterminées par le Gouvernement, sur la base du plan d'action et le respect des dispositions adoptées par ou en application du présent chapitre, sans que la périodicité soit inférieure à deux ans.
Art. 669. In geval van ongunstige evaluatie kan de Regering [2 of haar afgevaardigde]2 de erkenning opschorten of intrekken.
De opschorting van de erkenning heeft de opschorting van de storting van de subsidies tot gevolg.
De evaluatie [1 is ongustig]1 als de inrichtende macht het actieplan bewust niet ten uitvoer heeft gelegd alhoewel zij zich daartoe verbonden had of de bij of krachtens dit decreet opgelegde normen niet in acht heeft genomen in het kader van de toepassing van het actieplan.
Art. 669. En cas d'évaluation défavorable, le Gouvernement [2 ou son délégué]2 peut procéder à la suspension ou au retrait d'agrément.
La suspension de l'agrément entraîne la suspension du versement des subventions.
L'évaluation [1 est défavorable]1 dès lors que délibérément le pouvoir organisateur n'a pas mis en oeuvre le plan d'action alors qu'il s'y était engagé ou que, dans le cadre de l'application du plan d'action, il n'a pas respecté les normes énoncées par ou en vertu du présent chapitre.
Art. 670. De erkenning kan altijd opgeschort of ingetrokken worden wegens niet-inachtneming van de bepalingen van dit hoofdstuk of van die vastgelegd overeenkomstig dit hoofdstuk
Art. 670. A tout moment, l'agrément de tout ou partie des activités menées par un service peut être suspendu ou retiré pour cause d'inobservation des dispositions du présent chapitre ou des dispositions fixées en application de celui-ci.
Art. 671. Bij niet-inachtneming van de bepalingen van dit hoofdstuk of van de bepalingen genomen ter uitvoering ervan, geeft de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 het netwerk of de dienst kennis van de vastgestelde nalatigheden en bepaalt ze een termijn waarin orde op zaken gesteld moet worden.
Indien het netwerk of de dienst na afloop van die termijn geen gevolg aan de kennisgeving heeft gegeven, wordt hem een voorstel tot opschorting of tot intrekking van de erkenning gericht via elk middel dat een vaste datum aan de verzending verleent.
Art. 671. En cas de non-respect des dispositions du présent chapitre et de celles prises en exécution de celui-ci, le Gouvernement [1 ou son délégué]1 notifie au réseau ou au service les manquements constatés et fixe un délai dans lequel ce dernier est tenu d'y remédier.
Si, au terme de ce délai, le réseau ou le service n'a pas donné suite à la notification, une proposition de suspension ou de retrait de l'agrément lui est adressée par toute voie conférant date certaine à l'envoi.
Art. 672. De procedures tot toekenning, opschorting en intrekking van de erkenning worden door de Regering vastgelegd.
Art. 672. Le Gouvernement précise les procédures de suspension et de retrait de l'agrément.
Art. 673.
Art. 673.
Onderafdeling 3. - Inzameling van sociaal-epidemiologische gegevens
Sous-section 3. - Collectes de données socio-épidémiologiques
Art. 674. § 1. Om zijn opdrachten uit te oefenen zorgt het netwerk in overleg met zijn leden voor de organisatie van de inzameling van de sociaal-epidemiologische gegevens over de begunstigden.
Die inzameling heeft de volgende doelstellingen :
[1 ]1 het opmaken van het profiel van de bevolking die het bedient en, op basis van die gegevens, de oriëntering van het actieplan van het netwerk en van die van zijn leden;
[1 ]1 de bevoorrading van de onderzoekingen en analyses voor het gezamenlijke franse taalgebied;
[1 ]1 de nakoming van de verplichtingen van het Waalse Gewest jegens de andere overheden.
De ingezamelde gegevens worden anoniem gemaakt volgens de modaliteiten die door de Regering bepaald worden.
Op grond van die gegevens kan minstens het volgende vastgesteld worden : de sociologische kenmerken van de ten laste genomen bevolking, de toegankelijkheid van de plaats van de activiteiten, het traject en het zorg- en hulpverleningsnetwerk van de begunstigde, de aard van de verslavingen tegengekomen binnen de doelgroep waarvan de begustigden deel uitmaken en de prevalentie ervan, i.v.m. voornoemde gegevens.
De Regering bepaalt de minimumlijst van de gegevens die ingezameld worden, de nadere modaliteiten voor de registratie, de bewaring en de mededeling van de gegevens in het kader van het overleg gepleegd overeenkomstig artikel 633.
§ 2. Wanneer de resultaten van de onderzoeken en analyses van de gegevens gekend zijn, organiseert de Regering [2 of haar afgevaardigde]2 in de meest gepaste vorm een informatieverstrekking aan de netwerken en diensten om de kwaliteit van de inzameling te verbeteren, om ze in staat te stellen zich te situeren t.o.v. het geheel van de netwerken en diensten erkend in het Franse taalgebied en om de uitoefening van hun opdrachten beter te oriënteren.
Art. 674. § 1er. Pour exercer ses missions, le réseau veille à l'organisation du recueil des données socio-épidémiologiques concernant les bénéficiaires, en concertation avec ses membres.
Cette collecte a pour objectifs :
[1 ]1 l'établissement du profil de la population qu'il dessert et, sur la base de ces données, l'orientation du plan d'action du réseau et ceux de ses membres;
[1 ]1 l'alimentation des recherches et des analyses au niveau de l'ensemble de la région de langue française;
[1 ]1 le respect des obligations de la Région wallonne à l'égard d'autres autorités.
Les données recueillies sont rendues anonymes selon les modalités définies par le Gouvernement.
Elles permettent d'identifier au moins les caractéristiques sociologiques de la population prise en charge, l'accessibilité du lieu d'activités, le parcours et le réseau d'aide et de soins du bénéficiaire, la nature des assuétudes rencontrées dans la population des bénéficiaires et leur prévalence, en liaison avec les données précitées.
Le Gouvernement définit la liste minimale des données faisant l'objet du recueil, les modalités de l'enregistrement, de conservation et de communication des données, dans le cadre de la concertation menée en application de l'article 633.
§ 2. Lorsque les résultats des recherches et des analyses des données sont connus, une information à destination des réseaux et des services est organisée par le Gouvernement [2 ou son délégué]2 sous la forme la plus adéquate, afin d'améliorer la qualité du recueil, de leur permettre de se situer par rapport à l'ensemble des réseaux et services agréés sur le territoire de langue française et de mieux orienter l'exercice de leurs missions.
Afdeling 5. - Federaties
Section 5. - Fédérations
Onderafdeling 1. - Erkenning
Sous-section 1re. - Reconnaissance
Art. 675. § 1. De Regering [2 of haar afgevaardigde]2 erkent minstens één federatie om de volgende opdrachten te vervullen :
[1 ]1 het overleg tussen haar leden met het oog op de bevordering en de ondersteuning van de kwaliteit van de activiteiten;
[1 ]1 de vertegenwoordiging van de netwerken en de diensten op collectieve wijze of, wanneer ze erom verzoeken, op individuele wijze;
[1 ]1 de ontwikkeling van uitwisselingen en gedachten onder haar leden en de deelneming in hun informatie en sensibilisering;
[1 ]1 het leggen van banden met andere federaties met hetzelfde voorwerp.
§ 2. De federatie die erkend wenst te worden is georganiseerd in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk.
Ze verstrekt :
de identificatie van de inrichtende macht;
de lijst van haar leden;
het activiteitenprogramma met melding van de wijze waarop de in de vorige paragraaf vermelde opdrachten uitgevoerd zullen worden qua inhoud, doelstellingen, evaluatie van het halen van die doelstellingen in de vorm van indicatoren en begroting.
De erkenning duurt vier jaar. Ze is hernieuwbaar.
§ 3. Een oproep tot indiening van de erkenningsaanvraag wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt, samen met een formulier waarvan het model door de Regering bepaald wordt.
De Regering [2 of haar afgevaardigde]2 bericht ontvangst van de aanvragen binnen de termijn die zij bepaalt [3 ...]3.
Zodra de Regering [2 of haar afgevaardigde]2 [3 de aanvraag]3 in ontvangst neemt, beschikt ze over een termijn van twee maanden om te beslissen.
[3 ...]3
Het dossier dat voorgelegd wordt aan de Vaste gezondheidscommissie bedoeld in artikel [1 19, wordt aangevuld met de evaluatie van de al dan niet gehaalde doelstellingen]1.
§ 4. De beslissing tot erkenning bevat het activiteitenprogramma dat de Regering [2 of haar afgevaardigde]2 voor de erkenningsperiode goedgekeurd heeft.
Dat programma kan in de loop van de erkenningsperiode gewijzigd worden krachtens een overeenkomst.
Art. 675. § 1er. Le Gouvernement [2 ou son délégué]2 reconnaît, au moins, une fédération aux fins de remplir les missions suivantes :
[1 ]1 la concertation entre ses membres en vue de promouvoir et de soutenir la qualité des activités;
[1 ]1 la représentation des réseaux et des services de manière collective ou, lorsque ceux-ci en font la demande, de manière individuelle;
[1 ]1 le développement d'échanges et de réflexions entre ses membres et de la participation à l'information et à la sensibilisation de ceux-ci;
[1 ]1 l'établissement de liens avec d'autres fédérations de même objet.
§ 2. La fédération qui souhaite être reconnue est organisée sous forme d'une association sans but lucratif.
Elle fournit :
l'identification du pouvoir organisateur;
la liste de ses membres;
le programme d'activités reprenant la manière dont les missions mentionnées au paragraphe précédent seront réalisées en termes de contenu, d'objectifs, d'évaluation de l'atteinte de ceux-ci sous la forme d'indicateurs et de budget.
La reconnaissance est d'une durée de quatre ans. Elle est renouvelable.
§ 3. Un appel à déposer la demande de reconnaissance est publié au Moniteur belge, accompagné d'un formulaire établi par le Gouvernement.
Le Gouvernement [2 ou son délégué]2 en accuse réception dans le délai qu'il détermine [3 ...]3.
Dès réception [3 de la demande]3, le Gouvernement [2 ou son délégué]2 dispose d'un délai de deux mois pour statuer.
[3 ...]3
Le dossier soumis à la Commission permanente de la Santé visée à l'article 19 [1 ...]1, est complété par l'évaluation des objectifs atteints et non atteints.
§ 4. La décision de reconnaissance comporte le programme d'activités approuvé par le Gouvernement [2 ou son délégué]2 pour la période de reconnaissance.
Celui-ci peut être modifié en cours de période de reconnaissance, au moyen d'une convention.
Onderafdeling 2. - Subsidiëring
Sous-section 2. - Subventionnement
Art. 676. § 1. Binnen de perken van de begrotingskredieten verleent de Regering [2 of haar afgevaardigde]2 aan de erkende federaties subsidies waarvan het bedrag niet lager mag zijn dan 15.000 euro voor het geheel van de federaties.
Dat bedrag wordt geïndexeerd overeenkomstig de modaliteiten bepaald bij de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen [3 in de versie van kracht vóór 1 juli 2025]3, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld.
§ 2. [1 ...]1
§ 3. De toegekende subsidies dekken de personeels- en werkingsuitgaven, waarvan de aard door de Regering bepaald wordt.
Art. 676. § 1er. Dans les limites des crédits budgétaires, le Gouvernement [2 ou son délégué]2 alloue des subventions aux fédérations reconnues qui ne peuvent être inférieures à 15.000 euros pour l'ensemble des fédérations.
Ce montant est indexé conformément aux modalités fixées par la loi du 2 août 1971, organisant un régime de liaison des prix à la consommation des traitements, salaires, pensions, allocations et subventions à charge du Trésor public, de certaines prestations sociales, des limites de rémunération à prendre en considération pour le calcul de certaines cotisations de sécurité sociale des travailleurs, ainsi que des obligations imposées en matière sociale aux travailleurs indépendants [3 dans sa version en vigueur antérieurement au 1er juillet 2025]3.
§ 2. [1 ...]1
§ 3. Les subventions allouées couvrent des dépenses de personnel et de fonctionnement dont la nature est précisée par le Gouvernement.
Onderafdeling 3. - Evaluatie
Sous-section 3. - Evaluation
Art. 677. Wanneer de federatie erkend is, onderwerpt ze zich aan de evaluatie die jaarlijks door de Regering georganiseerd wordt.
De evaluatie wordt onder het voorzitterschap van de Regering [2 of haar afgevaardigde]2 verricht op basis van het activiteitenrapport, waarvan een afschrift ter informatie aan het Parlement gericht wordt.
De modaliteiten betreffen :
[1 ]1 de evaluatie van de middelen aangewend voor de opdrachten en de inhoud van de uitgevoerde acties;
[1 ]1 het toetsen van de al dan niet gehaalde doelstellingen aan de indicatoren opgenomen in het activiteitenprogramma.
Art. 677. Lorsque la fédération est reconnue, elle se soumet à l'évaluation organisée annuellement par le Gouvernement.
L'évaluation est menée sous la présidence du Gouvernement [2 ou son délégué]2 sur la base du rapport d'activités dont une copie est adressée au Parlement pour information.
Les modalités consistent à :
[1 ]1 évaluer les moyens affectés aux missions et le contenu des actions réalisées;
[1 ]1 mesurer les objectifs atteints et non atteints sur la base des indicateurs repris dans le programme d'activités.
Afdeling 6. - Kadaster van het aanbod inzake verslavingen en informatieverstrekking aan het publiek
Section 6. - Cadastre de l'offre en assuétudes et information au public
Art. 678. De Regering [1 of haar afgevaardigde]1 maakt om de twee jaar een syntheserapport bekend waarin sprake is van het aanbod van de diensten en netwerken en van de wijze waarop dat aanbod zich ontwikkeld heeft.
De diensten en netwerken worden op gepaste wijze volgens de door de Regering bepaalde modaliteiten in kennis gesteld van het syntheserapport, " kadaster van het aanbod inzake verslavingen " genoemd.
Het kadaster van het aanbod inzake verslavingen wordt door de Regering [1 of haar afgevaardigde]1 aan het Parlement overgemaakt.
Art. 678. Tous les deux ans, le Gouvernement [1 ou son délégué]1 publie un rapport de synthèse, faisant état de l'offre des services et des réseaux et de la manière dont cette offre s'est déployée.
Le rapport de synthèse, désigné sous le terme de " cadastre de l'offre en assuétudes ", fait l'objet d'une communication adaptée à destination des services et des réseaux, selon les modalités définies par le Gouvernement.
Le cadastre de l'offre en assuétudes est transmis au Parlement par le Gouvernement [1 ou son délégué]1.
Art. 679. De Regering [1 of haar afgevaardigde]1 legt de lijst van de erkende netwerken en diensten ter inzage van het publiek, algemeen of beroepsmatig beschouwd, met voor elk van hen het interventiegebied en de definitie van het aanbod in de meest gepaste vorm.
Art. 679. Le Gouvernement [1 ou son délégué]1 tient à la disposition du public, qu'il soit général ou professionnel, la liste des réseaux et des services agréés, reprenant le territoire d'intervention de chacun d'eux et la définition de leur offre sous la forme la plus adaptée.
HOOFDSTUK IV. [1 - Overlegplatforms inzake geestelijke gezondheid]1
CHAPITRE IV. [1 Plates-formes de concertation en santé mentale]1
Afdeling 1. [1 - Algemene bepalingen]1
Section 1re. [1 - Dispositions générales]1
Art. 679/1. [1 Met het oog op de uitvoering van de in artikel 679/3 bedoelde taken keurt de Regering of haar afgevaardigde overlegplatforms inzake geestelijke gezondheid goed overeenkomstig de bij of krachtens dit hoofdstuk vastgestelde modaliteiten.
Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten genieten de overlegplatforms inzake geestelijke gezondheid subsidies overeenkomstig de bij of krachtens dit hoofdstuk vastgestelde voorwaarden.
De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing onverminderd de respectieve bevoegdheden van de Federale Staat en de Franse Gemeenschap.]1

Art. 679/1. [1 Afin d'assurer les missions visées à l'article 679/3, le Gouvernement ou son délégué agrée des plates-formes de concertation en santé mentale selon les modalités prévues au présent chapitre ou en exécution de celui-ci.
Dans la limite des crédits budgétaires disponibles, les plates-formes de concertation en santé mentale bénéficient de subventions dans les conditions prévues par le présent chapitre, ou en exécution de celui-ci.
Les dispositions du présent chapitre s'appliquent sans préjudice des compétences respectives de l'Etat fédéral et de la Communauté française.]1

Art. 679/2. [1 Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
"overlegplatform inzake geestelijke gezondheid": de erkende vereniging die tot doel heeft de taken bedoeld in artikel 679/3 uit te voeren;
"geestelijke gezondheid": de geestelijke gezondheid, zoals bedoeld in artikel 47/19, 1°, van het Wetboek;
"ziekenhuis": het ziekenhuis zoals bedoeld in artikel 2 van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen;
"algemeen ziekenhuis": het ziekenhuis met meerdere erkende ziekenhuisafdelingen overeenkomstig artikel 72 van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen;
"psychiatrisch ziekenhuis": het psychiatrisch ziekenhuis zoals gedefinieerd in artikel 3 van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen;
"psychiatrisch verzorgingstehuis": het psychiatrisch verzorgingstehuis zoals gedefinieerd in artikel 538/1, 1° ;
"initiatief voor beschut wonen": het initiatief voor beschut wonen zoals gein artikel 538/42, 1° ;
"dienst voor geestelijke gezondheidszorg": de erkende dienst voor geestelijke gezondheidszorg zoals gedefinieerd in artikel 539/1, 1° ;
"in verslavingen gespecialiseerd zorg- en hulpverleningsnetwerk ": het in verslavingen gespecialiseerd zorg- en hulpverleningsnetwerk, zoals gedefinieerd in artikel 625, eerste lid, 3° ;;
10° "referentiecentrum inzake geestelijke gezondheidszorg": het erkende referentiecentrum inzake geestelijke gezondheidszorg bedoeld in artikel 491/32;
11° "specifiek referentiecentrum": het erkende specifiek referentiecentrum bedoeld in artikel 491/41;
12° "Agentschap": het agentschap bedoeld in artikel 2;
13° "Minister": de Minister die bevoegd is voor gezondheid; ]1

Art. 679/2. [1 Pour l'application du présent chapitre, on entend par :
" plate-forme de concertation en santé mentale " : l'association agréée ayant pour objectif d'assurer les missions visées à l'article 679/3;
" santé mentale " : la santé mentale telle que définie à l'article 47/19, 1°, du Code;
" hôpital " : l'hôpital, tel que défini à l'article 2 de la loi coordonnée du 10 juillet 2008 sur les hôpitaux et autres établissements de soins;
" hôpital général " : l'hôpital disposant de plusieurs services hospitaliers agréés conformément à l'article 72 de la loi coordonnée du 10 juillet 2008 sur les hôpitaux et autres établissements de soins;
" hôpital psychiatrique " : l'hôpital psychiatrique, tel que défini à l'article 3 de la loi coordonnée du 10 juillet 2008 sur les hôpitaux et autres établissements de soins;
" maison de soins psychiatriques " : la maison de soins psychiatriques telle que définie à l'article 538/1, 1° ;
" initiative d'habitations protégées " : l'initiative d'habitations protégées telle que définie à l'article 538/42, 1° ;
" service de santé mentale " : le service de santé mentale agréé, tel que défini à l'article 539/1, 1° ;
" réseau d'aide et de soins spécialisés en assuétudes " : le réseau d'aide et de soins spécialisés en assuétudes, tel que défini à l'article 625, alinéa 1er, 3° ;
10° " centre de référence en santé mentale " : le centre de référence en santé mentale reconnu, visé à l'article 491/32;
11° " centre de référence spécifique " : le centre de référence spécifique reconnu, visé à l'article 491/41;
12° " l'Agence " : l'Agence visée à l'article 2;
13° " le Ministre " : le Ministre qui a la santé dans ses attributions. ]1

Afdeling 2. [1 - Opdrachten]1
Section 2. [1 - Missions]1
Art. 679/3. [1 De overlegplatforms inzake geestelijke gezondheid voeren de volgende opdrachten uit:
ze identificeren het aanbod aan geestelijke gezondheidszorg en de behoeften aan geestelijke gezondheidszorg op hun grondgebied;
ze ondersteunen de verbetering van de kwaliteit van de geestelijke gezondheidszorg op hun grondgebied;
ze moedigen de uitwisseling van praktijken tussen actoren in de geestelijke gezondheidszorg aan;
ze dragen tot de ontwikkeling, de uitvoering en de evaluatie van het strategisch plan voor geestelijke gezondheid voor Wallonië bedoeld in artikel 47/20 op het Franse taalgebied en op basis van zijn lokaal territoriaal overleg bij door alle actoren samen te brengen die op het grondgebied van het platform actief zijn;
ze organiseren de bemiddelingsfunctie in de geestelijke gezondheidszorg voor alle instellingen voor geestelijke gezondheidszorg op hun grondgebied en tussen hun leden;
ze werken met netwerken voor geestelijke gezondheidszorg op hun grondgebied samen;
ze werken met de zorg- en hulpverleningsnetwerken gespecialiseerd in verslavingen op hun grondgebied samen.
De Regering preciseert de in lid 1 bedoelde opdrachten en stelt de modaliteiten voor de uitvoering ervan vast.
De Regering kan andere opdrachten toevertrouwen aan de overlegplatforms inzake geestelijke gezondheid.]1

Art. 679/3. [1 Les plates-formes de concertation en santé mentale exercent les missions suivantes :
identifient l'offre de santé mentale et les besoins de soins en santé mentale sur leur territoire;
soutiennent l'amélioration de la qualité des soins en santé mentale sur leur territoire;
favorisent le partage des pratiques entre les acteurs du domaine de la santé mentale;
contribuent à l'élaboration, à la mise en oeuvre et à l'évaluation du plan stratégique pour la santé mentale pour la Wallonie visé à l'article 47/20, sur le territoire de langue française, sur la base de sa concertation territoriale locale, en regroupant tous les acteurs oeuvrant sur le territoire de la plateforme;
organisent la fonction de médiation en santé mentale, pour l'ensemble des dispositifs de santé mentale sur leur territoire et entre leurs membres;
collaborent, sur leur territoire, avec les réseaux de soins en santé mentale;
collaborent, sur leur territoire, avec les réseaux d'aide et de soins spécialisés en assuétude.
Le Gouvernement précise les missions visées à l'alinéa 1er et fixe les modalités d'exercice de celles-ci.
Le Gouvernement peut confier d'autres missions aux plates-formes de concertation en santé mentale. ]1

Art. 679/4. [1 Om de in artikel 679/3 bedoelde opdrachten uit te voeren, ontwikkelen de overlegplatforms inzake geestelijke gezondheid de volgende activiteiten:
overleg plegen met de erkende lokale centra voor gezondheidsbevordering bedoeld in artikel 410/1, § 1, om hen in staat te stellen de behoeften te identificeren op het vlak van de bevordering van een goede geestelijke gezondheid en de preventie van verslavingsgebruik en schadebeperking, met het oog op een bijdrage tot het plan voor gezondheidsbevordering, inclusief preventie, bedoeld in artikel 47/8, 2°, en overleg plegen met haar leden bedoeld in artikel 679/6:
a) over de behoeften op het gebied van geestelijke gezondheidszorg op haar grondgebied om de behoeften en het aanbod beter op elkaar af te stemmen;
b) over mogelijke samenwerking en complementariteit in termen van diensten, activiteiten en doelgroepen, om beter tegemoet te komen aan de behoeften van de bevolking en de kwaliteit van geïntegreerde geestelijke gezondheidszorg te verbeteren;
overleg plegen met andere niet-aangesloten verenigingen of netwerken van instellingen en diensten voor geestelijke gezondheidszorg om het aanbod te verbeteren en duidelijk en toegankelijk te maken voor de doelgroepen op hun grondgebied;
meewerken aan het opzetten van gegevensverzameling door de leden van de overlegplatformen inzake geestelijke gezondheid en aan hun dematerialisatie;
bijdragen tot het gebruik van gegevens in studies over geestelijke gezondheid, in nauwe samenwerking met de referentiecentra inzake geestelijke gezondheidszorg en het Agentschap;
de samenwerking en het overleg bevorderen tussen zorg- en hulpverleningsnetwerken gespecialiseerd in verslavingen en relevante zorginstellingen voor mensen met een verslavingsstoornis in de zin van artikel 625 van het Wetboek;
het inzicht in en de verspreiding van alle informatie van de overheid naar de leden van het overlegplatform geestelijke gezondheidszorg ondersteunen;
7 ° bijdragen tot het bepalen van de regionale en subregionale strategie voor geestelijke gezondheid op het Franse taalgebied, met inbegrip van deelname aan de ontwikkeling en de uitvoering van het strategisch plan voor geestelijke gezondheid bedoeld in artikel 47/20, door alle actoren die actief zijn op het grondgebied van het platform samen te brengen, in co-constructie met de netwerken.
De Regering preciseert de in lid 1 bedoelde acties en stelt de modaliteiten voor de uitvoering ervan vast.
De Regering kan andere opdrachten toevertrouwen aan de overlegplatforms inzake geestelijke gezondheid. ]1

Art. 679/4. [1 En vue de réaliser les missions prévues à l'article 679/3, les plates-formes de concertation en santé mentale développent les activités suivantes :
mener une concertation avec les centres locaux de promotion de la santé agréés visés à l'article 410/1, § 1er, afin de leur permettre d'identifier les besoins en matière de promotion d'une bonne santé mentale et de prévention des usages addictifs et de réductions des risques, en vue de contribuer au plan de promotion de la santé, en ce compris la prévention, visé à l'article 47/8, 2°, et de mener une concertation entre ses membres visés à l'article 679/6 :
a) sur les besoins en matière de dispositifs de santé mentale sur son territoire dans le but d'améliorer l'articulation entre les besoins et l'offre;
b) sur la collaboration possible, et la complémentarité en ce qui concerne l'offre de services, les activités et les publics cibles, afin de mieux répondre aux besoins de la population et d'améliorer le niveau qualitatif des soins de santé mentale intégrés;
mener une concertation avec d'autres associations ou réseaux d'institutions et de services de santé mentale non-membres en vue d'améliorer l'offre et de la rendre lisible et accessible pour les publics cibles sur leur territoire;
collaborer à l'établissement des collectes de données par les membres des plates-formes en concertation en santé mentale et à leur dématérialisation;
contribuer à l'exploitation des données dans le cadre d'études relatives à la santé mentale en collaboration étroite avec les centres de référence en santé mentale et l'Agence;
faciliter la collaboration et la concertation entre les réseaux d'aide et de soins spécialisés en assuétudes et les institutions de soins pertinentes pour les personnes présentant un trouble lié aux assuétudes au sens de l'article 625 du Code;
soutenir la compréhension et la diffusion de toute information en provenance des autorités publiques auprès des membres de la plate-forme de concertation des soins en santé mentale;
contribuer à la définition de la stratégie régionale et sous-régionale de santé mentale sur le territoire de langue française, en ce compris par la participation à l'élaboration et à la mise en oeuvre du plan stratégique pour la santé mentale visé à l'article 47/20, en regroupant tous les acteurs oeuvrant sur le territoire de la plate-forme, en co-construction avec les réseaux.
Le Gouvernement précise les actions visées à l'alinéa 1er et fixe les modalités d'exercice de celles-ci.
Le Gouvernement peut confier d'autres actions aux plates-formes de concertation en santé mentale. ]1

Art. 679/5. [1 Er wordt een overlegcomité van de overlegplatforms inzake geestelijke gezondheid ingesteld.
Het directiecomité heeft de volgende opdrachten :
de gemeenschappelijke identiteit van de overlegplatforms inzake geestelijke gezondheid garanderen;
de uitwisseling van informatie tussen de overlegplatforms inzake geestelijke gezondheid aanmoedigen;
de vertegenwoordiging van de overlegplatforms inzake geestelijke gezondheid verzekeren;
de informatieoverdracht van de overlegplatforms inzake geestelijke gezondheid naar het Agentschap coördineren.
Het overlegcomité van de overlegplatforms inzake geestelijke gezondheid komt minstens twee keer per jaar bijeen. Het informeert het Agentschap over zijn vergaderingen.
De Regering bepaalt de samenstelling en werkwijze van het overlegcomitévoor de overlegplatforms inzake geestelijke gezondheid. ]1

Art. 679/5. [1 Il est institué un comité de concertation des plates-formes de concertation en santé mentale.
Ce comité de concertation a pour mission :
de garantir l'identité commune des plates-formes de concertation en santé mentale;
de favoriser les échanges d'informations entre plates-formes de concertation en santé mentale;
d'assurer la représentation des plates-formes de concertation en santé mentale;
de coordonner le transfert d'informations des plates-formes de concertation en santé mentale vers l'Agence.
Le comité de concertation des plates-formes de concertation en santé mentale se réunit au moins deux fois par an. Il informe l'Agence de ses réunions.
Le Gouvernement détermine la composition et les modalités de fonctionnement du comité de concertation des plates-formes de concertation en santé mentale.]1

Afdeling 3. [1 - Organisatie]1
Section 3. [1 - Organisation]1
Art. 679/6. [1 Om erkend te worden, moet een overlegplatform inzake geestelijke gezondheid worden opgericht als een vereniging zonder winstoogmerk.]1
Art. 679/6. [1 Pour être agréée, une plate-forme de concertation en santé mentale doit être constituée sous la forme d'une association sans but lucratif.]1
Art. 679/7. [1 § 1. De leden van een overlegplatform inzake geestelijke gezondheid behoren tot de volgende categorieën instellingen:
de algemene ziekenhuizen met een erkende psychiatrische ziekenhuisdienst;
de psychiatrische ziekenhuizen;
de psychiatrische verzorgingstehuizen;
de geestelijke gezondheidsdiensten;
de initiatieven voor beschut wonen;
de instellingen gebonden door een RIZIV-overeenkomst of een overeenkomst met het Agentschap, die als opdracht hebben een specifiek aanbod in het kader van de geestelijke gezondheidszorg te organiseren;
de zorg- en hulpverleningsnetwerken gespecialiseerd in verslavingen.
De in lid 1 bedoelde instellingen kunnen alleen lid worden van overlegplatforms inzake geestelijke gezondheid waarvan het grondgebied geheel of gedeeltelijk hun werkgebied bestrijkt.
§ 2. Om te worden erkend, moet het overlegplatform inzake geestelijke gezondheid, voor zover mogelijk, minstens één lid tellen uit elk van de categorieën, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, en moet minstens 55% van zijn leden behoren tot de categorieën, vermeld in lid 1, 3° tot 6°.
Wanneer een categorie instellingen niet vertegenwoordigd is onder de leden van het overlegplatform inzake geestelijke gezondheid, stelt dit overlegplatform, voor zover mogelijk, een samenwerkingsovereenkomst op met een of meerdere instellingen van die categorie.
De Regering bepaalt de minimale inhoud van de in lid 2 bedoelde samenwerkingsovereenkomst.
De in lid 2 bedoelde samenwerkingsovereenkomst wordt door de Regering of haar afgevaardigde goedgekeurd volgens de modaliteiten binnen de termijn die door de Regering worden bepaald.
§ 3. Actoren die actief zijn op het gebied van de geestelijke gezondheid kunnen eveneens lid zijn van een overlegplatform inzake geestelijke gezondheid, op voorwaarde dat het overlegplatform inzake geestelijke gezondheid voor minstens 55% is samengesteld uit leden bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 3° tot en met 6°.
De Regering bepaalt de lijst van de in het eerste lid bedoelde bepalingen.
§ 4. De relatie tussen het overlegplatform inzake geestelijke gezondheid en zijn leden is het voorwerp van een overeenkomst, waarvan de minimuminhoud bepaald wordt door de Regering.
De in lid 1 bedoelde overeenkomst wordt door de Regering goedgekeurd, volgens de modaliteiten en in de termijn door de Regering bepaald.]1

Art. 679/7. [1 § 1er. Les membres d'une plate-forme de concertation en santé mentale appartiennent aux catégories d'institutions suivantes :
les hôpitaux généraux qui disposent d'un service hospitalier psychiatrique agréé;
les hôpitaux psychiatriques;
les maisons de soins psychiatriques;
les services de santé mentale;
les initiatives d'habitations protégées;
les institutions liées par une convention INAMI ou une convention avec l'Agence, qui ont pour mission d'organiser une offre spécifique dans le cadre des soins de santé mentale;
les réseaux d'aide et de soins spécialisés en assuétudes.
Les institutions visées à l'alinéa 1er ne peuvent devenir membres que des plates-formes de concertation en santé mentale dont le territoire couvre totalement ou partiellement leur zone d'activité.
§ 2. Pour être agréée, la plate-forme de concertation en santé mentale doit comprendre, dans la mesure du possible, au minimum un membre appartenant à chacune des catégories visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, et être composée à 55% au moins de membres visés à l'alinéa 1er, 3° à 6°.
Lorsqu'une catégorie d'institutions n'est pas représentée parmi les membres de la plate-forme de concertation en santé mentale, celle-ci établit, dans la mesure du possible, une convention de collaboration avec une ou plusieurs institutions de cette catégorie.
Le Gouvernement détermine le contenu minimum de la convention de collaboration visées à l'alinéa 2.
La convention de collaboration visée à l'alinéa 2 est approuvée par le Gouvernement ou son délégué, selon les modalités et dans les délais précisés par lui.
§ 3. Peuvent également être membres d'une plate-forme de concertation en santé mentale, des acteurs actifs dans le domaine de la santé mentale, pour autant que la plate-forme de concertation en santé mentale reste composée à 55% au moins de membres, visés au paragraphe 1er, alinéa 1er, 3° à 6°.
Le Gouvernement détermine la liste des acteurs visés à l'alinéa 1er.
§ 4. Les relations entre la plate-forme de concertation en santé mentale et ses membres font l'objet d'une convention dont le contenu minimum est déterminé par le Gouvernement.
La convention visée à l'alinéa 1er est approuvée par le Gouvernement ou son délégué, selon les modalités et dans les délais précisés par lui.]1

Art. 679/8. [1 Het overlegplatform inzake geestelijke gezondheid sluit samenwerkingsovereenkomsten af met de referentiecentra inzake geestelijke gezondheidszorg en de specifieke referentiecentra.
De Regering bepaalt de minimale inhoud van de in lid 1 bedoelde samenwerkingsovereenkomst.
De in lid 2 bedoelde samenwerkingsovereenkomst wordt door de Regering of haar afgevaardigde goedgekeurd volgens de modaliteiten binnen de termijn die door de Regering worden bepaald.]1

Art. 679/8. [1 La plate-forme de concertation en santé mentale conclut des conventions de collaboration avec les centres de référence en santé mentale et les centres de référence spécifiques.
Le Gouvernement détermine le contenu minimum de la convention de collaboration visées à l'alinéa 1er.
La convention de collaboration visée à l'alinéa 2 est approuvée par le Gouvernement ou son délégué, selon les modalités et dans les délais précisés par lui.]1

Afdeling 4. [1 - Programmering en erkenning]1
Section 4. [1 - Programmation et agrément]1
Art. 679/9. [1 In haar programmering bepaalt de Regering het aantal overlegplatforms inzake geestelijke gezondheid dat ze erkent en het grondgebied dat door elk van deze platforms wordt gedekt.
De Regering zorgt ervoor dat het hele grondgebied van het Franse taalgebied door haar programmering wordt bestreken.]1

Art. 679/9. [1 Le Gouvernement détermine dans sa programmation le nombre de plates-formes de concertation en santé mentale qu'il agrée et le territoire couvert par chacune de ces plates-formes.
Le Gouvernement veille à ce que l'entièreté du territoire de la région de langue française soit couvert par sa programmation.]1

Art. 679/10. [1 Om te worden erkend moet het overlegplatforms inzake geestelijke gezondheid:
de rechtsvorm voorzien in artikel 679/6 aannemen;
zich ertoe verbinden de in of krachtens artikel 679/3 bepaalde opdrachten uit te voeren;
zich ertoe verbinden de in of krachtens artikel 679/4 bepaalde acties uit te voeren;
ten minste één lid tellen uit elke categorie van instellingen bedoeld in artikel 679/7, § 1, eerste lid, of, bij ontstentenis daarvan, de samenwerkingsovereenkomst bedoeld in artikel 679/7, § 2, tweede lid, hebben gesloten of de onmogelijkheid aantonen om aan deze voorwaarde te voldoen;
zich ertoe verbinden de overeenkomsten bedoeld in artikel 679/7, § 4, te sluiten;
zich ertoe verbinden de overeenkomsten bedoeld in artikel 679/8, te sluiten;
zich ertoe verbinden een vijfjarig actieplan op te stellen, volgens het model en het tijdschema bepaald door de Regering;
in de lijn liggen van de programmering bedoeld in artikel 679/9;
de deontologische regels die de Regering vastlegt, in acht nemen.
Het actieplan, opgesteld overeenkomstig het eerste lid, 6°, moet deel uitmaken van de doelstellingen, acties en strategieën, voorzien in het strategisch plan voor de geestelijke gezondheid, vermeld in artikel 47/19, 2°.
De Regering kan de in deze paragraaf genoemde erkenningsvoorwaarden specificeren en zo nodig voorzien in een of meerdere aanvullende erkenningsvoorwaarden. ]1

Art. 679/10. [1 Pour obtenir l'agrément, la plate-forme de concertation en santé mentale :
adopte la forme juridique prévue à l'article 679/6;
s'engage à exercer les missions définies à l'article 679/3, ou en exécution de celui-ci;
s'engage à réaliser les actions prévues à l'article 679/4, ou en exécution de celui-ci;
comprend au minimum un membre de chaque catégorie d'institutions visées à l'article 679/7, § 1er, alinéa 1er, ou, à défaut, a conclu la convention de collaboration visée à l'article 679/7, § 2, alinéa 2, ou démontre l'impossibilité de rencontrer cette condition;
s'engage à conclure les conventions visées à l'article 679/7, § 4;
s'engage à conclure les conventions visées à l'article 679/8;
s'engage à définir un plan d'actions sur cinq ans, selon le modèle et le délai déterminés par le Gouvernement;
s'inscrit dans la programmation visée à l'article 679/9;
s'engage à respecter les règles déontologiques définies par le Gouvernement.
Le plan d'actions élaboré conformément à l'alinéa 1er, 6°, doit s'inscrire dans les objectifs, actions et stratégies prévus par le plan stratégique pour la santé mentale visé à l'article 47/19, 2°.
Le Gouvernement peut préciser les conditions d'agrément énumérées dans le présent article, et prévoir, si nécessaire, une ou plusieurs conditions d'agrément complémentaires.]1

Art. 679/11. [1 § 1. Een oproep tot indiening van de erkenningsaanvraag wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt, samen met een door de Regering of haar afgevaardigde opgemaakt formulier.
§ 2. De erkenningsaanvraag wordt door de inrichtende macht van het overlegplatform inzake geestelijke gezondheid bij de Regering ingediend.
De Regering of haar afgevaardigde bepaalt de inhoud van het dossier m.b.t. de erkenningsaanvraag. Dit dossier bevat op zijn minst :
het ondernemingsnummer van het overlegplatform inzake geestelijke gezondheid;
het formulier bedoeld in paragraaf 1, met de verbintenis bedoeld in artikel 679/10, eerste lid, 2°.
de lijst van de leden bedoeld in artikel 679/7, §§ 1er en 3;
de verbintenis om zich te schikken naar het plan bedoeld in artikel 47/20 vastgelegd door de Regering, en de evoluties ervan.
De Regering bepaalt de modaliteiten en de procedure voor het verlenen van de in dit artikel bedoelde erkenning.
§ 3. De erkenning wordt voor een duur van vijf jaar door de Regering of haar afgevaardigde toegekend. ]1

Art. 679/11. [1 § 1er. Un appel à déposer la demande d'agrément est publié au Moniteur belge, accompagné d'un formulaire dont le modèle est établi par le Gouvernement ou son délégué.
§ 2. La demande d'agrément est introduite par le pouvoir organisateur de la plate-forme de concertation en santé mentale auprès du Gouvernement ou de son délégué.
Le Gouvernement ou son délégué détermine le contenu du dossier de demande d'agrément. Ce dossier comporte au minimum :
le numéro d'entreprise de la plate-forme de concertation en santé mentale;
le formulaire visé au paragraphe 1er, reprenant l'engagement visé à l'article 679/10, alinéa 1er, 2° ;
la liste des membres visés à l'article 679/7, §§ 1er et 3;
l'engagement à se conformer au plan visé à l'article 47/20 arrêté par le Gouvernement et à ses évolutions.
Le Gouvernement précise les modalités et la procédure d'octroi de l'agrément visé au présent article.
§ 3. L'agrément est accordé pour une durée indéterminée par le Gouvernement ou son délégué.]1

Art. 679/12. [1 De benaming van het erkende overlegplatform inzake geestelijke gezondheid gaat systematisch vergezeld van de woorden "overlegplatform inzake geestelijke gezondheid erkend en gesubsidieerd door het Waals Gewest".]1
Art. 679/12. [1 La dénomination de la plate-forme de concertation en santé mentale agréée est systématiquement accompagnée de la mention " plateforme de concertation en santé mentale agréée et subventionnée par la Région wallonne ". ]1
Afdeling 5. [1 - Subsidiëring]1
Section 5. [1 - Subventionnement]1
Art. 679/13. [1 Gedurende de door de erkenning bestreken periode en binnen de perken van de beschikbare kredieten kan de Regering het overlegplatform inzake geestelijke gezondheid een jaarlijkse subsidie verlenen ter dekking van de personeels- en werkingskosten.
De Regering bepaalt de modaliteiten voor de berekening van de in het eerste lid bedoelde subsidie. ]1

Art. 679/13. [1 Pendant la période couverte par l'agrément et dans la limite des disponibilités budgétaires, la plate-forme de concertation en santé mentale bénéficie d'une subvention annuelle destinée à couvrir des frais de personnel et des frais de fonctionnement.
Le Gouvernement détermine les modalités de calcul de la subvention visée à l'alinéa 1er. ]1

Art. 679/14. [1 Onverminderd de boekhoudkundige verplichtingen opgelegd door het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen en de uitvoeringsbesluiten ervan, voert het overlegplatform inzake geestelijke gezondheid voor elk boekjaar een dubbele boekhouding en stelt het een jaarlijkse balans en winst- en verliesrekening op volgens het model bepaald door de Regering. ]1
Art. 679/14. [1 Sans préjudice des obligations comptables imposées par le Code des sociétés et des associations, et par ses arrêtés d'exécution, la plateforme de concertation en santé mentale tient une comptabilité en partie double par année budgétaire et fournit annuellement un bilan et un compte de résultats selon le modèle déterminé par le Gouvernement. ]1
Afdeling 6. [1 - Evaluatie, controle en sanctie]1
Section 6. [1 - Evaluation, contrôle et sanction]1
Art. 679/15. [1 De activiteiten van elk overlegplatform inzake geestelijke gezondheid worden op gezette tijden door het Agentschap geëvalueerd.
Het overlegplatform inzake geestelijke gezondheid neemt actief deel aan de evaluatie ervan en werkt met het Agentschap samen bij de voorbereiding en de follow-up van deze evaluatie.
De Regering bepaalt de evaluatiemodaliteiten en -procedure. ]1

Art. 679/15. [1 Les activités de chaque plate-forme de concertation en santé mentale font l'objet d'une évaluation périodique par l'Agence.
La plate-forme de concertation en santé mentale participe activement à son évaluation et collabore avec l'Agence pour l'élaboration et le suivi de cette évaluation.
Le Gouvernement détermine les modalités et la procédure d'évaluation. ]1

Art. 679/16. [1 De administratieve en financiële controle van het overlegplatform inzake geestelijke gezondheid wordt gevoerd door de daartoe aangewezen personeelsleden van het Agentschap.
Onder administratieve controle wordt verstaan de verificatie van de naleving van alle gewestelijke bepalingen door het overlegplatform inzake geestelijke gezondheid.
Onder financiële controle wordt verstaan de verificatie van het gebruik van de door het overlegplatform inzake geestelijke gezondheid ontvangen financiering, met inbegrip van de verificatie van de verrichte facturering.
Om alle inlichtingen of documenten te verkrijgen die nuttig zijn voor de controle, of om alle vaststellingen te doen die nuttig zijn voor de controle, kunnen deze personeelsleden:
vrije toegang hebben tot de lokalen van het overlegplatform inzake geestelijke gezondheid tijdens de openingsuren;
alle bij het overlegplatform inzake geestelijke gezondheid berustende documenten raadplegen zonder de lokalen te hoeven verlaten en er kopieën van laten maken;
kopieën in een door hen gekozen formaat ontvangen van alle documenten of gegevens die door het overlegplatform inzake geestelijke gezondheid elektronisch worden bijgehouden;
elke verantwoordelijke of elk personeelslid van het overlegplatform inzake geestelijke gezondheid horen;
het overlegplatform inzake geestelijke gezondheid schriftelijk of langs elektronische weg om alle nuttige inlichtingen of toelichtingen vragen;
het Belgisch Staatsblad, de Kruispuntbank van Ondernemingen, de Balanscentrale of elke andere authentieke bron raadplegen voor gegevens met betrekking tot het overlegplatform inzake geestelijke gezondheid.
Voor zover mogelijk zorgt het overlegplatform inzake geestelijke gezondheid ervoor dat de in lid 4 bedoelde documenten, kopieën en informatie die persoonsgegevens bevatten, anoniem worden gemaakt.
Bij de uitoefening van hun in lid 4 bedoelde toezichthoudende bevoegdheden vragen de in lid 1 bedoelde personeelsleden van het Agentschap alleen om persoonsgegevens indien de verkrijging van die gegevens noodzakelijk, redelijk en proportioneel is voor het doel van de controle op het overlegplatform inzake geestelijke gezondheid.
De Regering kan de grenzen vaststellen van de bevoegdheden die bij het voorgaande lid aan de personeelsleden zijn toegekend, alsmede de wijze waarop deze bevoegdheden moeten worden uitgeoefend.
De Regering bepaalt de modaliteiten van de controle, met inachtneming van het beginsel van hoor en wederhoor. ]1

Art. 679/16. [1 Le contrôle administratif et financier de la plate-forme de concertation en santé mentale est exercé par les membres du personnel de l'Agence désignés à cet effet.
Par contrôle administratif, il faut entendre la vérification du respect de l'ensemble des dispositions régionales par la plate-forme de concertation en santé mentale.
Par contrôle financier, il faut entendre la vérification de l'utilisation des financements reçus par la plate-forme de concertation en santé mentale, en ce compris par un contrôle des facturations effectuées.
Dans le but d'obtenir toutes informations ou tous documents utiles au contrôle, ou d'effectuer toutes constatations utiles au contrôle, ces membres du personnel peuvent :
avoir libre accès aux locaux de la plate-forme de concertation en santé mentale pendant les heures d'ouverture de ceux-ci;
consulter sans déplacement tous documents détenus à la plate-forme de concertation en santé mentale et s'en faire remettre copie;
obtenir copie au format de leur choix de tous documents ou données conservées de manière électronique par la plate-forme de concertation en santé mentale;
entendre tout dirigeant ou membre du personnel de la plate-forme de concertation en santé mentale;
demander par écrit ou par voie électronique à la plate-forme de concertation en santé mentale toutes informations ou explications utiles;
consulter auprès du Moniteur belge, auprès de la Banque-carrefour des entreprises, auprès de la Centrale des Bilans ou auprès de toutes autres sources authentiques les données relatives à la plate-forme de concertation en santé mentale.
Dans la mesure du possible, la plate-forme de concertation en santé mentale veille à ce que les documents, copies, informations, visés à l'alinéa 4, et contenant des données à caractère personnel soient anonymisés.
Dans l'exercice de leurs pouvoirs de contrôle visés à l'alinéa 4, les membres du personnel de l'Agence visés à l'alinéa 1er ne demandent des données à caractère personnel que si la prise de connaissance de ces données est nécessaire, adéquate et proportionnelle à l'objectif de contrôle de la plateforme de concertation en santé mentale.
Le Gouvernement peut préciser les limites des pouvoirs conférés aux membres du personnel par l'alinéa précédent, ainsi que les modalités d'exercice de ces pouvoirs.
Le Gouvernement détermine les modalités du contrôle, dans le respect du principe du contradictoire.]1

Art. 679/17. [1 § 1. De erkenning als overlegplatform inzake geestelijke gezondheid kan te allen tijde door de Regering of haar afgevaardigde ingetrokken worden wegens niet-naleving van de bepalingen van dit hoofdstuk of van de op grond van dit hoofdstuk vastgestelde bepalingen.
Het overlegplatform inzake geestelijke gezondheid waarvan de erkenning is ingetrokken, mag tijdens het jaar volgend op de beslissing tot intrekking van de erkenning geen nieuwe erkenningsaanvraag indienen.
§ 2. De procedures tot intrekking van de erkenning worden nader bepaald door de Regering.
Te dien einde stelt zij de vorm en de termijnen vast en ziet zij erop toe dat de procedure op tegenspraak wordt gevoerd.
§ 3. Indien de erkenning wordt ingetrokken, stelt de Regering of haar afgevaardigde de nodige bepalingen vast om de follow-up te verzekeren van de opdrachten en acties die aan de overlegplatforms inzake geestelijke gezondheid zijn toevertrouwd, in afwachting van de erkenning van een nieuw overlegplatform inzake geestelijke gezondheid. ]1

Art. 679/17. [1 § 1er. A tout moment, l'agrément en qualité de plate-forme de concertation en santé mentale peut être retiré par le Gouvernement ou son délégué pour cause d'inobservation des dispositions du présent chapitre ou des dispositions fixées en application de celui-ci.
La plate-forme de concertation en santé mentale dont l'agrément a été retiré, ne peut pas introduire une nouvelle demande d'agrément pendant l'année suivant la décision de retrait de l'agrément.
§ 2. Le Gouvernement précise les procédures de retrait de l'agrément.
A cet effet, le Gouvernement détermine les formes et les délais et assure le respect du caractère contradictoire de la procédure.
§ 3. En cas retrait d'agrément, le Gouvernement ou son délégué adopte les dispositions nécessaires pour assurer le suivi des missions et actions confiées aux plates-formes de concertation en santé mentale dans l'attente de l'agrément d'une nouvelle plate-forme de concertation en santé mentale.]1

TITEL III. [1 - Medisch-sanitair vervoer]1
TITRE III. [1 - Transport médico-sanitaire]1
Afdeling 1. - [1 Begripsomschrijvingen en algemene bepaling]1
Section 1re. [1 - Définitions et dispositions générales]1
Art. 680. [1 § 1. In de zin van dit hoofdstuk wordt verstaan onder :
medisch-sanitair vervoer : elk vervoer dat tegen bezoldiging over de weg en per ambulance of met een lichte ziekenwagen uitgevoerd wordt door gekwalificeerd personeel, met uitzondering van het vervoer bedoeld in de wet van 8 juli 1964 betreffende de dringende geneeskundige hulpverlening;
patiënt : natuurlijke persoon die een aan zijn gezondheidstoestand aangepast medisch-sanitair vervoer gebruikt om zich naar een medische hulpverlener te begeven of om van erbij weg te gaan;
lichte ziekenwagen : elk voertuig dat gebruikt wordt voor het sanitair vervoer van patiënten die geen medisch toezicht nodig hebben en niet moeten liggen, en dat al dan niet aangepast is aan het vervoer van personen met beperkte beweeglijkheid;
ambulance : voertuig ingericht en uitgerust voor het vervoer van liggende patiënten of van patiënten die een bijzonder medisch toezicht nodig hebben in de sanitaire cel;
ambulancier : elke persoon die beschikt over de bevoegdheden bedoeld in artikel 687, 4°, om medisch-sanitair vervoer te verrichten;
dienst voor medisch-sanitair vervoer : dienst die voor het medisch-sanitair vervoer in het Franse taalgebied wordt georganiseerd;
exploitant : elke natuurlijke of rechtspersoon die een dienst voor medisch-sanitair vervoer die krachtens dit hoofdstuk voor een onbepaalde duur of voorlopig wordt erkend, uitbaat.
§ 2. De Regering bepaalt de lijst van de medische hulpverleners bedoeld in [2 paragraaf 1]2, 2°.]1

Art. 680. [1 § 1er Au sens du présent chapitre, on entend par :
transport médico-sanitaire : tout transport effectué contre rémunération, par route, en ambulance ou en véhicule sanitaire léger, par un personnel qualifié, à l'exception des transports visés par la loi du 8 juillet 1964 relative à l'aide médicale urgente;
patient : personne physique qui utilise un transport médico-sanitaire adapté à son état de santé pour se rendre chez un prestataire de soins ou le quitter;
véhicule sanitaire léger : tout véhicule utilisé pour le transport sanitaire de patients qui ne nécessitent ni de surveillance médicale, ni la position couchée, adapté ou non au transport de personnes à mobilité réduite;
ambulance : véhicule aménagé et équipé pour le transport de patient couché ou nécessitant une surveillance médicale dans la cellule sanitaire;
ambulancier : toute personne ayant les qualifications visées à l'article 687, 4°, qui pratique le transport médico-sanitaire;
service de transport médico-sanitaire : service organisé à des fins de transport médico-sanitaire en région de langue française;
exploitant : toute personne physique ou morale qui exploite un service de transport médico-sanitaire disposant d'un agrément à durée indéterminée ou à titre provisoire en vertu du présent chapitre.
§ 2. Le Gouvernement arrête la liste des prestataires de soins visés au [2 paragraphe 1er]2, 2°.]1

Art. 681. [1 Elke dienst voor medisch-sanitair vervoer waarvan de [2 zetel]2 in het Franse taalgebied gelegen is, wordt krachtens dit hoofdstuk erkend.
Elke dienst voor medisch-sanitair vervoer waarvan de [2 zetel]2 buiten het Franse taalgebied maar binnen de Europese Unie is gelegen en die beschikt over een erkenning toegekend door de bevoegde overheid van het grondgebied waarin zijn [2 zetel]2 is gelegen, of over een gelijkwaardige titel, mag zijn activiteiten in het Franse taalgebied uitoefenen onder dezelfde voorwaarden als voor de diensten bedoeld in artikel 680, 7°.]1

Art. 681. [1 Tout service de transport médico-sanitaire dont le [2 siège]2 se situe en région de langue française est agréé en vertu du présent chapitre.
Tout service de transport médico-sanitaire dont le [2 siège]2 se situe en dehors de la région de langue française mais au sein de l'Union européenne et qui dispose d'un agrément délivré par l'autorité compétente du territoire sur lequel son [2 siège]2 se situe, ou d'un titre équivalent, est autorisé à exercer ses activités en région de langue française aux mêmes conditions que les services visés à l'article 680, 7°.]1

Afdeling 2. - Erkenning
Section 2. - Agrément
Onderafdeling 1.
Sous-section 1re.
Art. 682. [1 De erkenning wordt voor een onbepaalde duur door de Regering [2 of haar afgevaardigde]2 toegekend.
De toekenning van de erkenning wordt onderworpen aan de naleving van de werkingsnormen bedoeld in afdeling 3. Als sommige van die normen slechts tijdens de werking vervuld kunnen worden, verbindt de exploitant zich ertoe om eraan te voldoen volgens de modaliteiten en de termijn bepaald door de Regering.
De Regering bepaalt de procedures voor de toekenning, de schorsing, de weigering, de intrekking van de erkenning en voor de dringende sluiting van de diensten voor medisch-sanitair vervoer.
De Regering bepaalt de regels betreffende de ontvankelijkheid en de samenstelling van het dossier m.b.t. de erkenningsaanvraag.]1

Art. 682. [1 L'agrément est octroyé par le Gouvernement [2 ou son délégué]2 pour une durée indéterminée.
L'octroi de l'agrément est conditionné au respect des normes de fonctionnement visées à la section 3. Si certaines de ces normes ne peuvent être remplies qu'en cours de fonctionnement, l'exploitant s'engage à y répondre, selon les modalités et dans un délai fixé par le Gouvernement.
Le Gouvernement fixe les procédures d'octroi, de suspension, de refus, de retrait d'agrément et de fermeture d'urgence des services de transport médico-sanitaire.
Le Gouvernement fixe les règles de recevabilité et de composition du dossier de demande d'agrément.]1

Art. 683. [1 De exploitant die een ontvankelijke en volledige erkenningsaanvraag heeft ingediend, geniet een voorlopige werkingserkenning totdat over zijn aanvraag wordt beslist onverminderd de wettelijke bepalingen die van toepassing zijn op het bezoldigde vervoer van personen met autovoertuigen.
Om in aanmerking te komen voor een werkingserkenning, moet de exploitant niet het voorwerp hebben uitgemaakt van een weigering of een intrekking van de erkenning.]1

Art. 683. [1 L'exploitant ayant introduit une demande d'agrément recevable et complète bénéficie d'un agrément provisoire de fonctionner jusqu'à ce qu'il soit statué sur sa demande sans préjudice des dispositions légales applicables au transport rémunéré de personnes par véhicules automobiles.
Pour bénéficier d'un agrément provisoire de fonctionner, l'exploitant ne doit pas avoir fait l'objet d'un refus ou d'un retrait d'agrément.]1

Onderafdeling 2.
Sous-section 2.
Art. 684. [1 De exploitant die zijn activiteiten inzake medisch-sanitair vervoer schorst of staakt, moet er de Regering [2 of haar afgevaardigde]2 onmiddellijk over inlichten volgens de door haar bepaalde modaliteiten.]1
Art. 684. [1 L'exploitant qui suspend ou cesse ses activités de transport médico-sanitaire en informe immédiatement le Gouvernement [2 ou son délégué]2, selon les modalités fixées par celui-ci.]1
Afdeling 3. [1 - Werkingsnormen]1
Section 3. [1 - Normes de fonctionnement]1
Onderafdeling 1. [1 - Algemene bepalingen]1
Sous-section 1er. [1 - Dispositions générales]1
Art. 685. [1 § 1. Elk voertuig dat gebruikt wordt voor een opdracht van medisch-sanitair vervoer voldoet aan de normen krachtens dit hoofdstuk en aan de eisen bepaald door de Regering.
§ 2. De exploitant is de eigenaar van de voertuigen gebruikt in het kader van de dienst voor medisch-sanitair vervoer behalve :
wanneer een voertuig het voorwerp uitmaakt van een verkoopovereenkomst op afbetaling, een leasingovereenkomst of een huurkoopovereenkomt;
wanneer een voertuig tijdelijk niet beschikbaar is ten gevolge van een ongeval, een ernstig mechanisch defect, brand of diefstal.
Het gebruik van een vervangingsvoertuig of van het voertuig dat het voorwerp uitmaakt van een verkoopovereenkomst op afbetaling, een leasingovereenkomst of een huurkoopovereenkomst moet vóór de inbedrijfstelling ervan aangegeven worden bij de Regering [2 of haar afgevaardigde]2 volgens de door haar bepaalde modaliteiten.]1

Art. 685. [1 § 1er. Tout véhicule affecté à une mission de service de transport médico-sanitaire satisfait aux normes en vertu du présent chapitre et aux exigences fixées par le Gouvernement.
§ 2. L'exploitant est le propriétaire des véhicules utilisés dans le cadre du service de transport médico-sanitaire sauf :
lorsqu'un véhicule fait l'objet d'un contrat de vente à tempérament, d'un contrat de location-financement ou de location-vente;
lorsqu'un véhicule est momentanément indisponible par la suite d'un accident, de panne mécanique, d'incendie ou de vol.
L'usage du véhicule de remplacement ou du véhicule faisant l'objet d'un contrat de vente à tempérament, d'un contrat de location-financement ou de location-vente donne lieu à une déclaration préalable à sa mise en service auprès du Gouvernement [2 ou son délégué]2, selon les modalités définies par celui-ci.]1

Onderafdeling 2. [1 - Werkingsnormen van de diensten voor medisch-sanitair vervoer per ambulance]1
Sous-section 2. [1 - Normes de fonctionnement des services de transport médico-sanitaire par ambulance]1
Art. 686. [1 Elk medisch-sanitair vervoer per ambulance vereist de aanwezigheid van twee ambulanciers, de ene in de sanitaire cel, de andere aan het bed van de patiënt.
Wanneer voor een vervoer het gebruik van een ambulance van type B of C evenwel vereist is, is de aanwezigheid van een dokter en/of een verpleger aan het bed van de patiënt vereist. In dat geval is de aanwezigheid van de tweede ambulancier niet verplicht.]1

Art. 686. [1 Tout transport médico-sanitaire par ambulance nécessite la présence de deux ambulanciers, dont l'un dans la cellule sanitaire, au chevet du patient.
Toutefois, lorsque l'état du patient nécessite l'utilisation d'une ambulance de type B ou C, la présence d'un médecin ou d'un infirmier est requise au chevet du patient. Dans ce cas, la présence du second ambulancier n'est pas obligatoire.]1

Art. 687. [1 Elk medisch-sanitair vervoer per ambulance voldoet aan de door de Regering bepaalde criteria betreffende :
de maximumprijs van de ritten, met inachtneming van de kosten voor de tenlasteneming, het aantal afgelegde kilometers en de wijze waarop het berekend wordt, de toeslagen;
de communicatie en het aanplakken van de tarieven;
de gegevens die op de factuur vermeld moeten staan;
de vereiste kwalificaties van de ambulanciers, de titels van gelijkwaardigheid met die kwalificaties en de verplichte voortgezette opleiding onverminderd de bepalingen bedoeld in het koninklijk besluit van 2 juli 2009 tot vaststelling van de lijst van de paramedische beroepen;
de traceerbaarheid van de ritten;
de hygiëne;
de modaliteiten voor de samenwerking met een apotheker;
de nodige logistieke en menselijke middelen om een vervoer te waarborgen dat aan de gezondheidstoestand van de patiënt beantwoordt;
de voertuigen en personeelsverzekeringen;
10° de kenmerken op de buitenkant, het uitzicht en het geluid van de voertuigen.
De technische uitrusting van elk type ambulance stemt overeen met norm EN 1789.]1

Art. 687. [1 Tout transport médico-sanitaire par ambulance répond aux critères définis par le Gouvernement concernant :
les prix minimum et maximum des transports, en considérant le coût de la prise en charge, le nombre de kilomètres parcourus et la manière de la fixer, les suppléments;
la communication et l'affichage des tarifs;
les mentions devant figurer sur la facture;
les qualifications requises des ambulanciers, les équivalences à ces qualifications et la formation continuée obligatoire, sans préjudice des dispositions prévues par l'arrêté royal du 2 juillet 2009 établissant la liste des professions paramédicales;
la traçabilité des transports;
les conditions d'hygiène;
les modalités de collaboration avec un pharmacien;
les moyens logistiques et humains nécessaires pour garantir un transport approprié en fonction de l'état de santé du patient;
l'existence des assurances relatives aux véhicules et au personnel;
10° les caractéristiques extérieures, visuelles et sonores des véhicules.
L'équipement technique de chaque type d'ambulance est conforme à la norme EN 1789.]1

Onderafdeling 3. [1 - Werkingsnormen van de diensten voor medisch-sanitair vervoer per lichte ziekenwagen]1
Sous-section 3. [1 - Normes de fonctionnement des services de transport médico-sanitaire par véhicule sanitaire léger]1
Art. 688. [1 Elk medisch-sanitair vervoer per lichte ziekenwagen voldoet aan de door de Regering bepaalde criteria betreffende :
de maximumprijs van de ritten, met inachtneming van de kosten voor de tenlasteneming, het aantal afgelegde kilometers en de wijze waarop het berekend wordt, de toeslagen;
de communicatie en het aanplakken van de tarieven;
de gegevens die op de factuur vermeld moeten staan;
de vereiste kwalificaties van het personeel, de titels van gelijkwaardigheid met die kwalificaties en de verplichte voortgezette opleiding;
de traceerbaarheid van de transporten;
de hygiëne;
de sanitaire uitrusting van de lichte ziekenwagen;
de technische uitrusting van de lichte ziekenwagen;
de voertuigen en personeelsverzekeringen;
10° de kenmerken op de buitenkant, het uitzicht en het geluid van de voertuigen.]1

Art. 688. [1 Tout transport médico-sanitaire par véhicule sanitaire léger répond aux critères définis par le Gouvernement concernant :
les prix minimum et maximum des transports, en considérant le coût de la prise en charge, le nombre de kilomètres parcourus et la manière de la fixer, les suppléments;
la communication et l'affichage des tarifs;
les mentions devant figurer sur la facture;
les qualifications requises du personnel, les équivalences à ces qualifications et la formation continuée obligatoire;
la traçabilité des transports;
les conditions d'hygiène;
l'équipement sanitaire des véhicules sanitaires légers;
l'équipement technique des véhicules sanitaires légers;
l'existence des assurances relatives aux véhicules et au personnel;
10° les caractéristiques extérieures et visuelles des véhicules.]1

Afdeling 4. [1 - Controles en sancties]1
Section 4. [1 - Contrôles et sanctions]1
Onderafdeling 1. [1 - Controles]1
Sous-section 1er. [1 - Contrôles]1
Art. 689. [1 § 1. De Regering [2 of haar afgevaardigde]2 wijst de personeelsleden aan die zullen toezien op de naleving van de bepalingen van dit hoofdstuk en van de uitvoeringsbepalingen ervan.
§ 2. Bij het vervullen van hun opdrachten kunnen ze :
alle controles en onderzoeken verrichten en alle inlichtingen inwinnen die zij nodig achten, met name :
a) elke persoon ondervragen over elk feit waarvan de kennis nuttig is voor het uitoefenen van de controle op de naleving van de normen bedoeld in dit hoofdstuk;
b) zich elk nuttig document laten overmaken of elk nuttig document zoeken voor de voltooiing van hun opdracht, er een afschrift van nemen of het tegen ontvangstbewijs meenemen;
de lokalen van de dienst voor medisch-sanitair vervoer, de ambulances of de lichte ziekenwagen betreden.
Ze mogen een beroep doen op de openbare macht om hun opdrachten te vervullen.
§ 3. Ze maken processen-verbaal van vaststelling op die gelden tot het tegendeel bewezen is.
Een afschrift van het proces-verbaal wordt aan de overtreder betekend binnen een termijn van vijftien dagen na de vaststelling van de feiten.]1

Art. 689. [1 § 1er. Le Gouvernement [2 ou son délégué]2 désigne les agents chargés de veiller au respect des dispositions du présent chapitre et de ses dispositions exécutoires.
§ 2. Ils peuvent, dans l'exercice de leurs missions :
procéder à tout examen, contrôle, enquête et recueillir toute information qu'ils estiment nécessaire, notamment :
a) interroger toute personne sur tout fait dont la connaissance est utile à l'exercice du contrôle du respect des normes visées par le présent chapitre;
b) se faire produire ou rechercher tout document utile à l'accomplissement de leur mission, en prendre copie ou l'emporter contre récépissé;
pénétrer dans les locaux du service de transport médico-sanitaire, dans les ambulances ou dans les véhicules sanitaires légers.
Ils peuvent recourir à la force publique pour l'exercice de leurs missions.
§ 3. Ils dressent des procès-verbaux de constatation qui valent jusqu'à preuve du contraire.
Une copie du procès-verbal est notifiée au contrevenant dans un délai de quinze jours qui suit le jour du constat des faits.]1

Onderafdeling 2. [1 - Sancties en boetes]1
Sous-section 2. [1 - Sanctions et amendes]1
A. [1 A. Dringende sluiting, schorsing en intrekking]1
A. [1 Fermeture d'urgence, suspension, refus et retrait]1
Art. 690. [1 Bij niet-naleving van dit hoofdstuk kan de Regering [2 of haar afgevaardigde]2 overgaan tot de schorsing, de weigering of de intrekking van de erkenning volgens de door haar bepaalde voorwaarden.
Bij vaststelling van een ernstige overtreding bedoeld in het eerste lid, die schadelijk kan zijn voor de gezondheid of de veiligheid van de patiënten, gaat de Regering [2 of haar afgevaardigde]2 tot de dringende sluiting van de dienst voor medisch-sanitair vervoer over.
De erkenning van de dienst voor het medisch-sanitair vervoer met een lichte ziekenwagen wordt van rechtswege gestort indien de uitbatingsvergunning toegekend krachtens de bepalingen betreffende de collectieve taxidiensten van het decreet van 18 oktober 2007 betreffende de taxidiensten en de diensten van verhuur van wagens met chauffeur niet hernieuwd wordt binnen de voorgeschreven termijn, geschorst wordt of ingetrokken is.]1

Art. 690. [1 En cas de non-respect du présent chapitre, le Gouvernement [2 ou son délégué]2 peut procéder à la suspension, au refus ou au retrait de l'agrément selon les conditions qu'il fixe.
Si un manquement grave visé à l'alinéa 1er, susceptible de porter préjudice à la santé ou à la sécurité des patients est constaté, le Gouvernement [2 ou son délégué]2 procède à la fermeture urgente du service de transport médico-sanitaire.
L'agrément du service de transport médico-sanitaire par véhicule sanitiare léger est suspendu de plein droit si l'autorisation d'exploiter délivrée en vertu des dispositions relatives aux service de taxis collectifs du décret du 18 octobre 2007 relatif aux service de taxis et aux service de location de voitures avec chauffeur est arrivée à échéance, n'est pas renouvelée dans le délai prescrit, est suspendue ou a fait l'objet d'un retrait.]1

B. [1 Strafrechtelijke sancties]1
B. [1 Sanctions pénales]1
Art. 691. [1 § 1. Degenen die een activiteit van medisch-sanitair vervoer uitoefenen zonder erkenning of ten gevolge van een intrekking van de erkenning of van een dringende sluiting, worden gestraft met drie maandentot twee jaar opsluiting en met een boete van 1.000 à 10.000 euro of slechts met één van die straffen.
Degenen die de normen bedoeld in afdeling 3 van dit hoofdstuk overtreden, worden gestraft met veertien dagen tot zes maanden opsluiting en met een boete van 100 tot 1.000 euro of met één van die straffen.
§ 2. De hoven en de rechtbanken kunnen krachtens [2 paragraaf 1]2 de veroordeelde verbieden, hetzij persoonlijk, hetzij via een tussenpersoon, een dienst voor medisch-sanitair vervoer te beheren. Dat verbod mag niet langer duren dan tien jaar.]1

Art. 691. [1 § 1er. Sont punis d'un emprisonnement de trois mois à deux ans et d'une amende de 1.000 à 10.000 euros, ou d'une de ces peines seulement, les personnes qui exercent une activité de transport médico-sanitaire sans être titulaire d'un agrément, ou à la suite d'un retrait d'agrément ou d'une fermeture d'urgence.
Sont punis d'un emprisonnement de quinze jours à six mois et d'une amende de 100 à 1.000 euros, ou d'une de ces peines seulement, ceux qui contreviennent aux normes visées à la section 3 du présent chapitre.
§ 2. Les cours et tribunaux pourront interdire au condamné en vertu du [2 paragraphe 1er]2 de gérer un service de transport médico-sanitaire soit lui-même, soit par personne interposée. Cette interdiction ne pourra excéder dix ans.]1

C. [1 Administratieve sancties]1
C. [1 Sanctions administratives]1
Art. 692. [1 § 1. Gestraft wordt met een administratieve geldboete :
de exploitant die een valse of onvolledige aangifte doet of verzuimt een aangifte te doen i.v.m. de verplichtingen bepaald bij of krachtens dit hoofdstuk;
de exploitant die de uitoefening van de opdrachten van de personeelsleden bedoeld in artikel 690, § 1 verhindert;
de exploitant die geen gevolg geeft aan de bevelen van de Regering [3 of haar afgevaardigde]3 binnen de hem opgelegde termijn.
§ 2. De administratieve geldboete wordt vastgesteld op :
2.000 euro voor de overtredingen waarvan sprake in [2 paragraaf 1]2, 1°;
1.000 euro voor de overtredingen waarvan sprake in [2 paragraaf 1]2, 2°;
500 euro voor de overtredingen waarvan sprake in [2 paragraaf 1]2, 3°.
§ 3. Bij herhaling binnen het jaar volgend op de vaststelling van de overtreding, worden de hierboven bedoelde bedragen verdubbeld.
§ 4. De Regering [3 of haar afgevaardigde]3 wijst een ambtenaar aan die met het opleggen van de administratieve boeten binnen het Operationeel Directoraat-generaal Plaatselijke Besturen, Sociale Actie en Gezondheid belast wordt.
De aangewezen ambtenaar betekent de administratieve boete aan de betrokken beheerder binnen de maand na de beslissing ervan.
De geldboete moet betaald worden binnen twee maanden na de kennisgeving aan de algemene rekening der ontvangsten van de Waalse Overheidsdienst.
§ 5. De Regering legt de procedure vast voor de ambtshalve inning bij niet-betaling binnen de opgelegde termijn.]1

Art. 692. [1 § 1er. Est passible d'une amende administrative :
l'exploitant qui fait une fausse déclaration, une déclaration incomplète ou omet de faire une déclaration quant aux obligations prévues par ou en vertu du présent chapitre;
l'exploitant qui entrave l'exercice des missions des agents visés à l'article 690, § 1er;
l'exploitant qui ne donne pas suite aux injonctions du Gouvernement [3 ou son délégué]3 dans le délai qui lui est imparti.
§ 2. L'amende administrative est fixée à :
2.000 euros pour les infractions visées au [2 paragraphe 1er]2, 1°;
1.000 euros pour les infractions visées au [2 paragraphe 1er]2, 2°;
500 euros pour les infractions visées au [2 paragraphe 1er]2, 3°.
§ 3. En cas de récidive dans l'année de la constatation de l'infraction, les montants visés ci-avant sont doublés.
§ 4. Le Gouvernement [3 ou son délégué]3 désigne un fonctionnaire chargé d'infliger les amendes administratives au sein de la Direction générale opérationnelle Pouvoirs locaux, Action sociale et Santé.
Le fonctionnaire désigné notifie l'amende administrative au gestionnaire concerné dans le mois de sa décision.
Elle est payable dans les deux mois de la notification, au compte général des recettes du Service public de Wallonie.
§ 5. Le Gouvernement définit la procédure de recouvrement d'office en cas de non-paiement dans le délai imparti.]1

Afdeling 5. [1 - Activiteitenverslag]1
Section 5. [1 - Rapport d'activités]1
Art. 693. [1 [2 ...]2
Op grond van het geheel van de overgemaakte verslagen [2 in uitvoering van artikel 46]2 maakt de Regering [3 of haar afgevaardigde]3 een samenvatting van de activiteit van het medisch-sanitair vervoer binnen het Franse taalgebied op en dient ze bij het Waalse Parlement aan het einde van de legislatuur in.]1

Art. 693. [1 [2 ...]2
Sur la base de l'ensemble des rapports transmis [2 en exécution de l'article 46]2, le Gouvernement [3 ou son délégué]3 élabore une synthèse de l'activité du transport médico-sanitaire au sein de la région de langue française et la présente au Parlement wallon en fin de législature.]1

Art. 694.
Art. 694.
Boek VII. [1 - Steun aan lesbische, gay, bisexuele, transgender, queer, intersekse en asexuele personen]1
Livre VII. [1 Soutien aux personnes lesbiennes, gays, bisexuelles, transgenres, queer, intersexes et asexuelles]1
TITEL I. [1 - Erkenning van regenbooghuizen]1
TITRE Ier. [1 Agrément des maisons arc-en-ciel]1
HOOFDSTUK I. [1 - Definities]1
CHAPITRE 1er. [1 - Définitions ]1
Art. 694/1. [1 oor de toepassing van dit boek en de desbetreffende besluiten wordt verstaan onder :
" regenbooghuis " : vereniging erkend krachtens deze titel;
[2 "LGBTQIA": de lesbische, gay, bisexuele, transgender, queer, intersekse of asexuele persoon";]2
[2 "de Minister": de Minister bevoegd voor Gelijke kansen;]2
[3 ...]3.]1

Art. 694/1. [1 Pour l'application du présent Livre et de ses arrêtés, on entend par :
" maison arc-en-ciel " : association agréée en vertu du présent Titre;
[2 LGBTQIA " : la personne lesbienne, gay, bisexuelle, transgenre, queer, intersexe ou asexuelle;]2
[2 " le Ministre " : le Ministre qui a l'égalité des chances dans ses attributions;]2
[3 ...]3.]1

HOOFDSTUK 2. [1 - Opdrachten]1
CHAPITRE 2. [1 - Missions ]1
Art. 694/2. [1 De regenbooghuizen beogen de emancipatie en het welzijn van de [2 LGBTQIA]2 -personen.
Daartoe hebben de regenbooghuizen de volgende opdrachten in hun territorial ambtsgebied :
[2 sociale bijstand verlenen, evenals een doorverwijzing naar gespecialiseerde psychologische, medische en juridische diensten aan LGBTQIA personen, aan beroepsbeoefenaars, evenals aan hun naasten;]2
[2 acties organiseren, ondersteunen en coördineren met het oog op:
a) de bestrijding van discriminatie op basis [3 van seksuele geaardheid,]3 medische of sociale transitie, genderidentiteit en genderuitdrukking;
b) de bevordering van gelijke kansen;]2

[2 LGBTQIA personen en het grote publiek informeren over en sensibiliseren voor de daarmee verband houdende thematieken;]2
[2 een netwerking met de publieke of privé-structuren die te maken hebben met een LGBTQIA publiek formaliseren;]2
een onthaalruimte creëren voor de plaatselijk actieve [2 LGBTQIA]2 -organisaties;
[2 ...]2]1

[2 De in lid 2, 1°, bedoelde opdracht wordt kosteloos verstrekt.]2
Art. 694/2. [1 Les maisons arc-en-ciel ont pour objectif l'émancipation et le bien-être des personnes [2 LGBTQIA]2.
Pour y parvenir, les maisons arc-en-ciel ont pour missions, dans leur ressort territorial :
[2 de fournir une aide sociale, ainsi qu'une orientation vers des services spécialisés psychologiques, médicaux et juridiques, aux personnes LGBTQIA, aux professionnels, ainsi qu'à leurs proches;]2
[2 d'organiser, de soutenir et de coordonner des actions visant à :
a) lutter contre les discriminations sur la base [3 de l'orientation sexuelle,]3 de la transition médicale ou sociale, l'identité de genre, et l'expression de genre;
b) promouvoir l'égalité des chances;]2

[2 d'informer et de sensibiliser les personnes LGBTQIA et le grand public sur les thématiques y relatives;]2
[2 de formaliser un travail en réseau avec les structures publiques ou privées confrontées à un public LGBTQIA;]2
de créer un espace d'accueil à destination des associations [2 LGBTQIA]2 actives localement;
[2 ...]2]1

[2 La mission visée à l'alinéa 2, 1°, est fournie gratuitement.]2
HOOFDSTUK 3. [1 - Erkenning]1
CHAPITRE 3. [1 - Agrément]1
Afdeling 1. [1 - Voorwaarden]1
Section 1re. [1 - Conditions ]1
Art. 694/3. [1 § 1. De Regering of haar afgevaardigde erkent de regenbooghuizen die de volgende voorwaarden vervullen :
opgericht zijn als een vereniging zonder winstoogmerk in de zin [3 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]3 waarvan het [3 doel]3 de uitvoering van de in artikel 694/2 bedoelde opdrachten mogelijk maakt;
de in artikel 694/2 bedoelde opdrachten in het Franse taalgebied vervullen;
zijn opdrachten uitvoeren in samenwerking met de openbare en privé actoren die initiatieven i.v.m. de opdrachten van de regenbooghuizen nemen;
niet het voorwerp hebben uitgemaakt van een weigering of intrekking van erkenning in de loop van het jaar dat voorafgaat aan de aanvraag tot erkenning;
beschikken over lokalen die geschikt zijn voor de uitoefening van hun opdrachten, voor het onthaal van hun personeel en waar confidentiële gesprekken gevoerd kunnen worden. De lokalen voldoen aan de gezondheids- en veiligheidsnormen [2 ...]2;
voldoen aan de beginselen van een goed administratief en boekhoudkundig beheer;
[2 7° over minstens anderhalve voltijds equivalent beschikken die ingezet wordt voor de opdrachten als bedoeld in artikel 694/2, lid 2.]2
§ 2. [2 De Regering legt de kwalificaties van het personeel dat ingezet wordt overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid 7°, en de minimale openingsuren van de lokalen als bedoeld in paragraaf 1, 5°, vast.
De Regering of haar afgevaardigde kan één regenbooghuis erkennen per provincie van maximum één miljoen inwoners.
De Regering of haar afgevaardigde kan twee regenbooghuizen erkennen per provincie van meer dan één miljoen inwoners.]2
]1

Art. 694/3. [1 § 1er. Le Gouvernement ou son délégué agrée les maisons arc-en-ciel qui répondent aux conditions suivantes :
revêtir la forme d'une association sans but lucratif au sens [3 du Code des sociétés et des associations]3, dont l'[3 objet]3 permet l'accomplissement des missions visées à l'article 694/2;
réaliser les missions visées à l'article 694/2 en région de langue française;
exercer ses missions en collaboration avec les acteurs publics et privés qui prennent des initiatives en lien avec les missions des maisons arc-en-ciel;
ne pas avoir fait l'objet d'un refus ou retrait d'agrément dans l'année précédant la demande d'agrément;
disposer de locaux adaptés à l'exercice de leurs missions, à l'accueil de leur personnel, permettant l'entretien confidentiel. Les locaux doivent répondre aux conditions de salubrité et de sécurité [2 ...]2;
répondre aux principes de bonne gestion administrative et comptable ;
[2 7° disposer d'au moins un équivalent temps plein et demi affecté aux missions visées à l'article 694/2, alinéa 2.]2
§ 2. [2 Le Gouvernement définit les qualifications du personnel affecté conformément au paragraphe 1er, alinéa 1er, 7°, et les heures d'ouverture minimales des locaux visés au paragraphe 1er, 5°.
Le Gouvernement ou son délégué peut agréer une maison arc-en-ciel par province de maximum un million d'habitants.
Le Gouvernement ou son délégué peut agréer deux maisons arc-en-ciel par province de plus d'un million d'habitants.]2
]1

Afdeling 2. [1 - Toekenning van erkenning]1
Section 2. [1 - Octroi d'agrément]1
Art. 694/4. [1 De aanvraag tot erkenning wordt bij de Regering ingediend volgens de modaliteiten die zij bepaalt.
De Regering bepaalt de inhoud van het dossier van de erkenningsaanvraag. Het dossier bevat op zijn minst :
de statuten van de vereniging;
de samenstelling van de beheersorganen;
de laatste goedgekeurde jaarrekeningen;
een omschrijving van de activiteiten van de vereniging en, desgevallend, van haar samenwerking met de openbare en privé actoren die initiatieven i.v.m. de opdrachten van de regenbooghuizen nemen;
[2 ...]2 de lijst van de personen die in dienst genomen worden door de vereniging [2 , evenals hun diploma's en kwalificaties]2.
De erkenning wordt voor een onbepaalde duur verleend.
De Regering bepaalt de procedures tot toekenning of intrekking van de erkenning.]1

Art. 694/4. [1 La demande d'agrément est introduite auprès du Gouvernement selon les modalités qu'il arrête.
Le Gouvernement détermine le contenu du dossier de la demande d'agrément. Le dossier comporte au moins :
les statuts de l'association;
la composition des organes de gestion;
les derniers comptes annuels approuvés;
une description des activités de l'association et, le cas échéant, de sa collaboration avec les acteurs publics ou privés qui prennent des initiatives en lien avec les missions de la maison arc-en-ciel;
[2 ...]2 la liste des personnes employées par l'association [2 , ainsi que leurs diplômes et leurs qualifications]2.
L'agrément est accordé pour une durée indéterminée.
Le Gouvernement fixe les procédures d'octroi et de retrait de l'agrément.]1

HOOFDSTUK 4. [1 - Subsidiëring]1
CHAPITRE 4. [1 - Subventionnement]1
Art. 694/5. [1 Binnen de perken van de begrotingskredieten verleent de Regering of haar afgevaardigde een jaarlijkse subsidie aan de erkende regenbooghuizen, onder de voorwaarden en volgens de modaliteiten die zij bepaalt.
De subsidie dient uitsluitend [2 voor de werkings- en personeelskosten]2 van het regenbooghuis opdat het zijn opdrachten kan vervullen. De Regering bepaalt het bedrag en de wijze van berekening van de subsidie.
[2 De Regering bepaalt het bedrag en de berekeningswijze van de subsidie bedoeld in lid 1.]2]1

Art. 694/5. [1 Dans les limites des crédits budgétaires, le Gouvernement ou son délégué octroie, suivant les conditions et modalités qu'il fixe, aux maisons arc-en-ciel agréées une subvention annuelle.
La subvention est exclusivement affectée [2 aux frais de personnel et de fonctionnement]2 de la maison arc-en-ciel, pour lui permettre d'accomplir ses missions. Le Gouvernement arrête le montant et le mode de calcul de la subvention.
[2 Le Gouvernement arrête le montant et le mode de calcul de la subvention visée à l'alinéa 1er.]2]1

HOOFDSTUK 5. [1 - Controle en sancties]1
CHAPITRE 5. [1 - Contrôle et sanctions]1
Art. 694/6. [1 De controle op de uitvoering van deze titel en de desbetreffende uitvoeringsbesluiten wordt door de Regering uitgeoefend volgens de modaliteiten die zij bepaalt.
De Regering kan elk ogenblik controle voeren op de naleving van de erkenningsvoorwaarden bedoeld in artikel 694/3.
Het regenbooghuis geeft de Regering onmiddellijk kennis van elk element dat een weerslag kan hebben op het behoud van de erkenning.]1

Art. 694/6. [1 Le contrôle de l'exécution du présent Titre et de ses arrêtés d'exécution est exercé par le Gouvernement selon les modalités qu'il détermine.
Le Gouvernement peut à tout moment contrôler le respect des conditions d'agrément visées à l'article 694/3.
La maison arc-en-ciel porte sans délai à la connaissance du Gouvernement tout élément pouvant avoir une incidence sur le maintien de l'agrément.]1

Art. 694/7. [1 Bij niet-nakoming van de verplichtingen waarin deze titel voorziet, kan de Regering de erkenning intrekken volgens de modaliteiten en de procedure die zij bepaalt.]1
Art. 694/7. [1 En cas de non-respect des obligations prévues par le présent Titre, le Gouvernement peut, selon les modalités et la procédure qu'il détermine, retirer l'agrément.]1
TITEL II. [1 - Erkenning van de federatie van de regenbooghuizen]1
TITRE 2. [1 Reconnaissance de la fédération des maisons arc-en-ciel]1
HOOFDSTUK 1. [1 - Opdrachten]1
CHAPITRE 1er. [1 - Missions]1
Art. 694/8. [1 De federatie van de regenbooghuizen heeft de volgende opdrachten :
overleg tussen de regenbooghuizen om de kwaliteit van de activiteiten te bevorderen en te steunen;
de vertegenwoordiging van de regenbooghuizen op gemeenschappelijke of op individuele wijze als ze daarom vragen;
[2 de voortgezette vorming van de personeelsleden van de regenbooghuizen;]2
[2 de ontwikkeling van een LGBTQIA expertise;]2
banden leggen met andere verenigingen die hetzelfde doel hebben en met actoren van de maatschappij;
[2 5/1°de informatie, de sensibilisering en de vorming van de beroepsbeoefenaars in verband met het doelpubliek via websites gewijd aan de LGBTQIA-thematiek;]2
het opmaken van een jaarlijks rapport dat aan de Regering overgelegd wordt in de loop van het eerste kwartaal van het jaar na dat waarop het betrekking heeft. Dat rapport bevat :
a. een balans en een omschrijving van de acties verwezenlijkt door de federatie tijdens het afgelopen jaar;
b° acties organiseren, steunen en coördineren ter bestrijding van discriminaties wegens de seksuele oriëntatie [2 en de genderidentiteit of -uitdrukking en de bevordering van het welzijn van LGBTQIA-personen]2;
c. een evaluatie van de acties gevoerd door de regenbooghuizen tijdens het afgelopen jaar;
d. een statistische bijlage [2 , waarvan de inhoud door de Regering wordt vastgesteld,]2 betreffende de tijdens het afgelopen jaar geregistreerde en behandelde dossiers, naar gelang van de verschillende types actie.]1

Art. 694/8. [1 La fédération des maisons arc-en-ciel a pour missions :
la concertation entre les maisons arc-en-ciel en vue de promouvoir et de soutenir la qualité des activités;
la représentation des maisons arc-en-ciel de manière collective ou, lorsque [2 celles-ci]2 en font la demande, de manière individuelle;
[2 la formation continuée des membres du personnel des maisons arc-en-ciel;]2
[2 le développement d'une expertise LGBTQIA;]2
l'établissement de liens avec d'autres associations de même objet et des acteurs de la société;
[2 5/1° l'information, la sensibilisation et la formation des professionnels en lien avec le public cible par le biais de sites internet relatifs à la thématique LGBTQIA;]2
l'établissement d'un rapport annuel transmis au Gouvernement dans le courant du premier trimestre de l'année suivant celle à laquelle il se rapporte. Ce rapport contient :
a. un bilan et une description des actions réalisées par la fédération durant l'année écoulée;
b. des propositions d'orientation de la politique à mettre en oeuvre pour lutter contre les discriminations sur base de l'orientation sexuelle [2 , de l'identité ou de l'expression de genre et la promotion du bien-être des personnes LGBTQIA]2;
c. une évaluation des actions menées par les maisons arc-en-ciel durant l'année écoulée;
d. une annexe statistique [2 , dont le contenu est fixé par le Gouvernement,]2 relative aux dossiers enregistrés et traités durant l'année écoulée en fonction des différents types d'action.]1

HOOFDSTUK 2. [1 - Erkenning1]1
CHAPITRE 2. [1 - Agrément]1
Afdeling 1. [1 - Voorwaarden]1
Section 1re. [1 - Conditions]1
Art. 694/9. [1 De Regering of haar afgevaardigde erkent een federatie van regenbooghuizen als ze de volgende voorwaarden vervult :
opgericht zijn als een vereniging zonder winstoogmerk in de zin [3 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen]3 waarvan het [3 doel]3 de uitvoering van de in artikel 694/8 bedoelde opdrachten mogelijk maakt;
de in artikel 694/8 bedoelde opdrachten in het Franse taalgebied vervullen;
niet het voorwerp hebben uitgemaakt van een weigering of intrekking van erkenning in de loop van het jaar dat voorafgaat aan de aanvraag tot erkenning;]1

[2 4° over minstens twee voltijds equivalenten beschikken die ingezet worden voor de opdrachten als bedoeld in artikel 694/8.]2
[2 De Regering bepaalt de kwalificaties van het personeel dat overeenkomstig 4° wordt ingezet.]2
Art. 694/9. [1 Le Gouvernement ou son délégué [3 agrée]3 une fédération des maisons arc-en-ciel qui répond aux conditions suivantes :
revêtir la forme d'une association sans but lucratif au sens [4 du Code des sociétés et des associations]4, dont l'[4 objet]4 permet l'accomplissement des missions visées à l'article 694/8;
réaliser les missions visées à l'article 694/8 en région de langue française;
ne pas avoir fait l'objet d'un refus ou retrait [2 d'agrément]2 dans l'année précédant la demande [2 d'agrément]2;]1

[3 4° disposer d'au moins deux équivalents temps plein affectés aux missions visées à l'article 694/8.]3
[3 Le Gouvernement définit les qualifications du personnel affecté conformément au 4°.]3
Afdeling 2. [1 - Toekenning van de erkenning]1
Section 2. [1 - Octroi de [2 l'agrément]2]1
Art. 694/10. [1 De aanvraag tot erkenning wordt bij de Regering ingediend volgens de modaliteiten die zij bepaalt.
De Regering bepaalt de inhoud van het dossier van de erkenningsaanvraag. Het dossier bevat op zijn minst :
de statuten van de vereniging;
de samenstelling van de beheersorganen;
de laatste goedgekeurde jaarrekeningen;
het activiteitenprogramma conform de opdrachten bedoeld in artikel 694/8;
[2 ...]2 de lijst van de personen die in dienst genomen worden door de vereniging [2 , evenals hun diploma's en kwalificaties]2.
De erkenning wordt voor een onbepaalde duur verleend. De Regering bepaalt de procedures tot toekenning en intrekking van de erkenning.]1

Art. 694/10. [1 La demande [2 d'agrément]2 est introduite auprès du Gouvernement, selon les modalités qu'il arrête.
Le Gouvernement détermine le contenu du dossier de la demande [2 d'agrément]2. Le dossier comporte au moins :
les statuts de l'association;
la composition des organes de gestion;
les derniers comptes annuels approuvés;
le programme d'activités conforme aux missions visées à l'article 694/8;
[3 ...]3 la liste des personnes employées par l'association [3 , ainsi que leurs diplômes et leurs qualifications]3.
L'[2 agrément]2 [3 est accordé]3 pour une durée indéterminée. Le Gouvernement fixe les procédures d'octroi et de retrait de [2 l'agrément]2.]1

HOOFDSTUK 3. [1 - Subsidiëring]1
CHAPITRE 3. [1 - Subventionnement]1
Art. 694/11. [1 Binnen de perken van de begrotingskredieten verleent de Regering of haar afgevaardigde een jaarlijkse subsidie aan de erkende federatie van regenbooghuizen.
De subsidie dient uitsluitend voor de werkings- [2 en]2 personeelskosten van de federatie opdat ze haar opdrachten kan vervullen.
De Regering bepaalt de modaliteiten, bedragen en voorwaarden voor de toekenning van die subsidie.]1

Art. 694/11. [1 Dans les limites des crédits budgétaires, le Gouvernement ou son délégué octroie à la fédération des maisons arc-en-ciel [2 agréée]2 une subvention annuelle.
La subvention est exclusivement affectée aux frais de fonctionnement [3 et]3 de personnel de la fédération, pour lui permettre d'accomplir ses missions.
Le Gouvernement arrête les modalités, montants et conditions d'octroi de la subvention.]1

HOOFDSTUK 4. [1 - Evaluatie]1
CHAPITRE 4. [1 - Evaluation]1
Art. 694/12. [1 De erkende federatie is het voorwerp van een jaarlijkse evaluatie die door de Regering georganiseerd wordt.
De evaluatie wordt doorgevoerd op basis van het activiteitenrapport bedoeld in artikel 694/8.]1

Art. 694/12. [1 La fédération [2 agréée]2 fait l'objet d'une évaluation annuelle organisée par le Gouvernement.
L'évaluation a lieu sur base du rapport d'activités visé à l'article 694/8.]1

HOOFDSTUK 5. [1 - Controle en sancties-]1
CHAPITRE 5. [1 - Contrôle et sanctions]1
Art. 694/13. [1 § 1. De controle op de uitvoering van deze titel en de desbetreffende uitvoeringsbesluiten wordt door de Regering uitgeoefend volgens de modaliteiten die zij bepaalt.
§ 2. De Regering kan elk ogenblik controle voeren op de naleving van de in artikel 694/9 bedoelde erkenningsvoorwaarden door de federatie van regenbooghuizen.
§ 3. De federatie van regenbooghuizen geeft de Regering onmiddellijk kennis van elk element dat een weerslag kan hebben op het behoud van de erkenning.]1

Art. 694/13. [1 § 1er. Le contrôle de l'exécution du présent Titre et de ses arrêtés d'exécution est exercé par le Gouvernement selon les modalités qu'il détermine.
§ 2. Le Gouvernement peut à tout moment contrôler le respect par la fédération des maisons arc-en-ciel des conditions de [2 l'agrément]2 visées à l'article 694/9.
§ 3. La fédération des maisons arc-en-ciel porte sans délai à la connaissance du Gouvernement tout élément pouvant avoir une incidence sur le maintien de [2 l'agrément]2.]1

Art. 694/14. [1 Bij niet-nakoming van de verplichtingen waarin deze titel voorziet, kan de Regering de erkenning intrekken volgens de modaliteiten en de procedure die zij bepaalt.]1
Art. 694/14. [1 En cas de non-respect des obligations prévues par le présent Titre, le Gouvernement peut, selon les modalités et la procédure qu'il détermine, retirer [2 l'agrément]2.]1
Boek VIII. [1 Huizen voor collectieve huisvesting van personen in langdurige moeilijkheden]1
Livre VIII. [1 Les maisons d'hébergement collectif de personnes en difficultés prolongées]1
HOOFDSTUK 1. [1 - Begripsomschrijvingen]1
CHAPITRE 1er. [1 - Définitions]1
Art. 694/15. [1 In dit boek wordt verstaan onder :
huis voor collectieve huisvesting : de inrichting die :
- onder welke benaming dan ook, huisvesting tegen betaling verleent aan personen in langdurige moeilijkheden in de zin van punt 3° en,
- over geen erkenning van de Regering beschikt voor deze activiteit;
huisvesting : woning uitgerust met een privatieve ruimte alsook met gemeenschappelijke en individuele begeleidingsruimten die bestemd zijn om de personen in langdurige moeilijkheden op fysiek, mentaal of sociaal vlak te helpen;
persoon in langdurige moeilijkheden: meerderjarige persoon gekenmerkt door een broos sociaal, mentaal of fysiek bestaan die geen privatieve woning vindt of die niet kan opgevangen worden in een van de structuren voor huisvesting erkend krachtens een ander boek van dit Wetboek;
bewoner : persoon in langdurige moeilijkheden die in een huis voor collectieve huisvesting verblijft;
erkenning : werkingsvergunning verleend door de Regering;
directeur : persoon verantwoordelijk voor het dagelijks bestuur van de inrichting.]1

Art. 694/15. [1 Dans le présent livre, on entend par :
maison d'hébergement collectif : l'établissement qui :
- sous quelque dénomination que ce soit, offre un hébergement contre paiement à des personnes en difficultés prolongées au sens du point 3° et,
- ne bénéficie d'aucun agrément du Gouvernement pour cette activité;
hébergement : logement doté d'un espace privatif ainsi que de pièces communes et d'accompagnement individuel destiné à aider au niveau physique, mental ou social la personne en difficultés prolongées;
personne en difficultés prolongées : personne majeure caractérisée par des fragilités au niveau social, mental ou physique qui ne trouve pas de logement privatif ou qui ne peut pas être accueillie dans une des structures d'hébergement reconnues en vertu d'un autre livre du présent Code;
résident : personne en difficultés prolongées qui séjourne dans une maison d'hébergement collectif;
reconnaissance : autorisation de fonctionnement délivrée par le Gouvernement;
directeur : personne responsable de la gestion journalière de l'établissement.]1

HOOFDSTUK 2. [1 - Erkenning]1
CHAPITRE 2. [1 - Reconnaissance]1
Afdeling 1. [1 - Toekenning, schorsing, beperking en intrekking]1
Section 1. [1 - Octroi, suspension, réduction et retrait]1
Art. 694/16. [1 Elk huis voor collectieve huisvesting moet beschikken over een erkenning toegekend door de Regering.
De erkenning wordt opgesteld op basis van een verslag van het Agentschap dat voldoet aan de eisen vastgelegd door de Regering.
De criteria en de procedure voor de toekenning van de vergunning worden ook vastgelegd door de Regering.]1

Art. 694/16. [1 Toute maison d'hébergement collectif doit bénéficier d'une reconnaissance octroyée par le Gouvernement.
La reconnaissance est établie sur base d'un rapport de l'Agence répondant aux exigences fixées par le Gouvernement.
Les critères et la procédure d'octroi de l'autorisation sont également arrêtés par le Gouvernement.]1

Art. 694/17. [1 § 1. De erkenning kan opgeschort, beperkt of ingetrokken worden wegens niet-inachtneming van verschillende bepalingen van dit boek of van de bepalingen genomen krachtens dit decreet.
De opschorting heeft tot gevolg dat de huisvesting van nieuwe personen in langdurige moeilijkheden verboden wordt. De opschortingstermijn wordt berekend in functie van de tijd die nodig is voor het huis voor collectieve huisvesting om zich in orde te stellen met de normen.
De beperking heeft tot gevolg de huisvestingscapaciteit te verminderen.
De erkenning wordt automatisch ingetrokken als de beslissing tot beperking niet effectief wordt toegepast binnen de zes maanden van de kennisgeving ervan aan de directie.
§ 2. Het einde van de erkenning kan vergezeld gaan van een beslissing tot dringende sluiting, in geval van ernstige en herhaalde tekortkomingen, vastgesteld door de inspectieverslagen en de talrijke klachten van de bewoners.
§ 3. De Regering stelt de procedures vast voor de toekenning, de hernieuwing, de opschorting, de beperking en de intrekking van de erkenning.]1

Art. 694/17. [1 § 1er. La reconnaissance peut être suspendue, réduite ou retirée pour cause d'inobservation des dispositions du présent livre ou des dispositions prises en vertu de celui-ci.
La suspension a pour effet d'interdire l'hébergement de nouvelles personnes en difficultés prolongées. Le délai de suspension est calculé en fonction du temps nécessaire pour que la maison d'hébergement collectif se mette en règle avec les normes.
La réduction a pour effet de diminuer la capacité d'hébergement.
La reconnaissance est automatiquement retirée si la décision de réduction n'est pas effectivement mise en pratique dans les six mois de sa notification à la direction.
§ 2. La fin de la reconnaissance peut être accompagnée, en cas de manquements graves et répétés, constatés par les rapports d'inspection et les plaintes multiples de résidents, d'une décision de fermeture d'urgence.
§ 3. Le Gouvernement fixe les procédures d'octroi, de renouvellement, de suspension, de réduction et de retrait de la reconnaissance.]1

Art. 694/18. [1 De Regering stelt de modaliteiten vast voor het beroep in geval van weigering, opschorting, beperking of intrekking van de erkenning.
In geval van sluiting van deze structuren wordt het Agentschap belast met het toezien op de acties om er voor te zorgen dat de ontredderde personen correct worden beschermd.
Het beroep is niet opschortend.]1

Art. 694/18. [1 Le Gouvernement fixe les modalités de recours en cas de refus, de suspension, de réduction ou de retrait de la reconnaissance.
En cas de fermeture de ces structures, l'Agence est chargée de superviser les actions pour veiller à ce que les personnes fragilisées soient correctement protégées.
Le recours n'est pas suspensif.]1

Afdeling 2. [1 - Inrichtende mach]1
Section 2. [1 Pouvoir organisateur]1
Art. 694/19. [1 De inrichtende macht van het huis voor collectieve huisvesting moet een rechtspersoon zijn.
Zijn activiteitenzetel moet in een gemeente van het Franse taalgebied gelegen zijn.]1

Art. 694/19. [1 Le pouvoir organisateur de la maison d'hébergement collectif doit être une personne morale.
Son siège d'activité doit être situé dans une commune de la Région de langue française.]1

Afdeling 3. [1 - Infrastructuur]1
Section 3. [1 - Infrastructure]1
Art. 694/20. [1 Een huis voor collectieve huisvesting moet :
gelegen zijn in een Franstalige gemeente van het Waals Gewest;
over een huisvestingscapaciteit beschikken zowel overdag als 's nachts van minstens acht personen in langdurige moeilijkheden;
over kamers beschikken, namelijk privatieve ruimten bestemd voor de bewoners, die allemaal aan de volgende kenmerken voldoen :
a) bestemd zijn voor maximum twee bewoners;
b) een oppervlakte hebben van minstens 10 m2 voor een alleenstaand persoon en van 15 m2 als ze door twee personen worden ingenomen;
c) met meubilair uitgerust zijn door de bewoners die ze innemen of, bij gebrek, door het huis voor collectieve huisvesting. Het meubilair moet minstens bestaan uit een bed (of een tweepersoonsbed voor een echtpaar) een stoel, een tafel en een wandkast of een kast om de kleren te bergen;
d) uitgerust zijn met een tappunt voor drinkwater;
e) uitgerust zijn met een raam met opening naar buiten;
f) uitgerust zijn met een beveiligd stopcontact 220 V;
over een collectieve uitrusting beschikken die minstens het volgende bevat :
a) een gemeenschapsruimte met een oppervlakte van minstens 12 m2 vermeerderd met een 1 m2 per bewoner, die een ontmoetings- en gezelligheidsplaats vormt voor de bewoners die het wensen;
b) een refter met een oppervlakte van minstens 10 m2 vermeerderd met 1 m2 per bewoner;
c) een keuken met minstens een wastafel met warm en koud water, wasbare vloerbedekkingen en wanden, een kookplaat en een koelkast;
d) sanitaire ruimten die naar geslacht zijn ingedeeld en die minstens een douche en/of badkuip voor 4 bewoners bevatten.]1

Art. 694/20. [1 Une maison d'hébergement collectif doit :
être située dans une commune francophone de la Région wallonne;
disposer d'une capacité d'hébergement de jour comme de nuit d'au moins huit personnes en difficultés prolongées;
disposer de chambres, c'est-à-dire d'espaces privatifs destinés aux résidents, répondant toutes aux caractéristiques suivantes :
a) être destinée à deux résidents au maximum;
b) être d'une superficie d'au moins 10 m2 pour une personne seule et de 15 m2 si elles sont occupées par deux personnes;
c) être équipée de mobiliers par les résidents qui les occupent ou, à défaut, par la maison d'hébergement collectif. Le mobilier doit comprendre au minimum un lit (ou un lit double pour un couple), une chaise, une table et un placard ou une armoire pour entreposer des vêtements;
d) être équipée d'un point d'eau potable;
e) être équipée d'une fenêtre avec une ouverture vers l'extérieur;
f) être équipée d'une prise électrique 220 V sécurisée;
disposer d'un équipement collectif comprenant au minimum :
a) une salle commune d'une superficie d'au moins 12 m2 augmentée d'1 m2 par résident, constituant un lieu de rencontre et de convivialité pour les résidents qui le souhaitent;
b) un réfectoire d'une superficie d'au moins 10 m2 augmentée d'1 m2 par résident;
c) une cuisine contenant au minimum un évier avec eau chaude et froide, des revêtements de sol et murs lavables, une table de cuisson et un frigo;
d) de sanitaires séparés selon le genre et comprenant au moins une douche et/ou baignoire pour 4 résidents.]1

Afdeling 4. [1 - Verplichte documenten]1
Section 4. [1 - Documents obligatoires]1
Art. 694/21. [1 § 1. Het huis voor collectieve huisvesting moet altijd over het volgende beschikken :
een veiligheidsattest afgeleverd sinds minder dan vier jaar door de burgemeester;
het sluiten van een verzekering in burgerlijke aansprakelijkheid uitbating (die voorziet dat de bewoner de hoedanigheid van derde bewaart) en in objectieve burgerlijke aansprakelijkheid brand of ontploffing.
Deze documenten moeten in de inrichting worden bewaard en op gewoon verzoek worden voorgelegd.
§ 2. Het huis voor collectieve huisvesting moet ook, op een centrale plaats en die toegankelijk is voor elke bewoner of bezoeker, de volgende bijgewerkte informatie aanplakken :
- de bezoektijd of de openingsuren;
- de tarieven van de huisvesting en de tarieven van alle diensten aangeboden door het huis voor collectieve huisvesting;
- het huishoudelijk reglement;
- de lijst van het personeel;
- de lijst van de bewoners;
- het plan van de inrichting en een noodnummer.]1

Art. 694/21. [1 § 1er. La maison d'hébergement collectif doit toujours disposer :
d'une attestation de sécurité délivrée depuis moins de quatre ans par le bourgmestre;
de la souscription à une police d'assurance en responsabilité civile exploitation (qui prévoit que le résident garde la qualité de tiers) et en responsabilité civile objective incendie ou explosion.
Ces documents doivent être détenus au sein de l'établissement et produits sur simple demande.
§ 2. La maison d'hébergement collectif doit également afficher, à un endroit central et accessible pour tout résident ou visiteur, les informations à jour suivantes :
- les heures de visite ou d'ouverture;
- les tarifs de l'hébergement et les tarifs de tous les services offerts par la maison d'hébergement collectif;
- le règlement d'ordre intérieur;
- la liste du personnel;
- la liste des résidents;
- le plan du bâtiment et un numéro d'urgence]1

Afdeling 5. [1 - Personeel]1
Section 5. [1 - Personnel ]1
Art. 694/22. [1 § 1. Het huis voor collectieve huisvesting moet beschikken over een personeel dat aan de volgende kenmerken voldoet :
- een coördinatiefunctie vervuld door een directeur die ter plaatse aanwezig is minstens één dag per week;
- een begeleidingsfunctie die de verwezenlijking van het collectief project en de begeleiding van de bewoners beoogt op basis van een halve voltijds equivalent per aangesneden schijf van 8 bewoners;
- een logistieke functie die bestaat uit keuken- en onderhoudspersoneel, intern of extern in functie van het profiel van de bewoners.
§ 2. Elk personeelslid moet houder zijn van een uittreksel uit het strafregister, naar het model bedoeld in artikel 595 van het Wetboek van Strafvordering, vrij van veroordelingen tot correctionele of criminele straffen die onverenigbaar zijn met het ambt.
§ 3. De coördinatie-, begeleidings- en logistieke functies moeten minstens door drie verschillende natuurlijke personen worden vervuld.
§ 4. De coördinatiefunctie wordt vervuld door een persoon die houder is van een diploma van het hoger secundair onderwijs erkend door de Franse Gemeenschap. Deze voorwaarde is niet van toepassing op de bestaande inrichtingen die de andere voorwaarden van dit boek naleven als de directeur zijn beroep sinds minstens tien jaar uitoefent. De Regering of diens afgevaardigde bepaalt de bijkomende opleiding die kan worden opgelegd aan de personen die de coördinatiefunctie uitoefenen en de voorwaarden voor de opvolging van deze opleiding.
§ 5. De begeleidingsfunctie kan alleen maar worden vervuld door de houders van een diploma van het hoger secundair onderwijs erkend door de Franse Gemeenschap, op het gebied van hulp of zorg, waarvan de lijst door de Regering wordt vastgelegd.]1

Art. 694/22. [1 § 1er. La maison d'hébergement collectif doit disposer d'un personnel répondant aux caractéristiques suivantes :
- une fonction de coordination remplie par un directeur présent sur place au moins une journée par semaine;
- une fonction d'accompagnement visant la réalisation du projet collectif et l'accompagnement des résidents sur la base d'une norme arrêtée par le Gouvernement, avec un minimum d'un demi équivalent temps plein;
- une fonction logistique comprenant du personnel de cuisine et d'entretien, interne ou externe en fonction du profil des résidents.
§ 2. Chaque membre du personnel doit être titulaire d'un extrait de casier judiciaire du modèle visé à l'article 595 du Code d'instruction criminelle, exempt de condamnations à des peines correctionnelles incompatibles avec la fonction ou criminelles.
§ 3. Les fonctions de coordination, d'accompagnement et de logistique doivent être remplies par au moins trois personnes physiques différentes.
§ 4. La fonction de coordination est remplie par une personne titulaire d'un diplôme de l'enseignement secondaire supérieur reconnu par la Communauté française. Cette condition ne s'applique pas aux établissements existants qui respectent les autres conditions du présent livre si le directeur exerce sa profession depuis au moins dix ans. Le Gouvernement ou son délégué détermine la formation complémentaire qui peut être imposée aux personnes exerçant la fonction de coordination et les conditions du suivi de cette formation.
§ 5. La fonction d'accompagnement ne peut être remplie que par les titulaires d'un diplôme de l'enseignement supérieur, reconnu par la Communauté française, dans le domaine de l'aide ou des soins, dont la liste est arrêtée par le Gouvernement.]1

Afdeling 6. [1 - Opdrachten]1
Section 6. [1 - Missions]1
Art. 694/23. [1 § 1. Het huis voor collectieve huisvesting moet :
a) zijn opdrachten vervullen zonder ten aanzien van de personen in langdurige moeilijkheden een onderscheid te maken in nationaliteit, geloof, opinie of sexuele geaardheid, en met respect voor de ideologische, filosofische of geloofsovertuigingen van de belanghebbenden;
b) beschikken over een levensproject betreffende het geheel van de doelstellingen en middelen omschreven door een huis voor collectieve huisvesting om :
- de samenleving binnen de inrichting te bevorderen;
- via verschillende activiteiten, de bewoners te resocialiseren en ze onafhankelijker te maken;
- als de fysieke, mentale of sociale behoeften van de bewoner het verlangen of als hij de wens daartoe te kennen geeft, elke bewoner te helpen om een meer geschikte huisvestingsplaats of een privatieve woning te vinden;
c) over samenwerkingsovereenkomsten te beschikken met inrichtingen erkend in het kader van dit Wetboek, waarin vastgesteld wordt dat het huis voor collectieve huisvesting in staat is om in geval van nood een beroep te doen op de professionele sector of de diensten die actief zijn op medisch, psychologisch of sociaal gebied in functie van het profiel van de bewoners;
d) een telefoonpermanentie 's nachts aan te bieden behalve als het profiel van de bewoners een permanente aanwezigheid ter plaatse vereist;
e) een maaltijddienst te organiseren behalve als de bewoners in staat zijn om al hun maaltijden alleen voor te bereiden.
§ 2. De Regering bepaalt de modaliteiten voor de uitwerking en de evaluatie en het model van het levensproject bedoed in paragraaf 1.
In functie van het profiel van de bewoners, bepaalt de Regering de eisen opgenomen in § 1, c), d) en e), in de erkenning afgegeven aan een huis voor collectieve huisvesting, overeenkomstig dit boek.]1

Art. 694/23. [1 § 1er. La maison d'hébergement collectif doit :
a) exercer ses missions sans opérer, à l'égard des personnes en difficultés prolongées, de distinction de nationalité, de croyance, d'opinion ou d'orientation sexuelle, dans le respect des convictions idéologiques, philosophiques ou religieuses des intéressés;
b) disposer d'un projet de vie reprenant l'ensemble des objectifs et moyens définis par une maison d'hébergement collectif pour :
- favoriser le vivre ensemble au sein de l'établissement;
- par le biais de diverses activités, resocialiser les résidents et les rendre plus autonomes;
- si les besoins physiques, mentaux ou sociaux du résident le requièrent ou s'il en exprime le désir, aider chaque résident à trouver une place d'hébergement plus adaptée ou un logement privatif;
c) disposer de conventions de collaborations avec des institutions agréées dans le cadre du présent Code, établissant que la maison d'hébergement collectif est en mesure de faire appel, en cas de besoin, à des professionnels ou à des services actifs en matière médicale, psychologique ou sociale en fonction du profil des résidents;
d) offrir une permanence téléphonique de nuit sauf si le profil des résidents nécessite une présence permanente sur place;
e) organiser un service de repas sauf si tous les résidents ont les capacités de se préparer tous leurs repas seuls.
§ 2. Le Gouvernement détermine les modalités d'élaboration et d'évaluation et le modèle du projet de vie visé au paragraphe 1er.
En fonction du profil des résidents, le Gouvernement précise les exigences reprises au § 1er, c), d) et e), dans la reconnaissance délivrée à une maison d'hébergement collectif, en application du présent livre.]1

Afdeling 7. [1 - Opvang van de bewoners]1
Section 7. [1 - Accueil des résidents]1
Art. 694/24. [1 Het huis voor collectieve huisvesting is ertoe verplicht elke persoon die daarom verzoekt, een onderkomen te verschaffen, behalve :
indien de maximumcapaciteit voor het verschaffen van een onderkomen bereikt is;
indien de persoon niet in staat is om de kosten van de huisvesting en de diensten ten laste te nemen.]1

Art. 694/24. [1 La maison d'hébergement collectif est tenue d'héberger toute personne qui en fait la demande, sauf :
lorsque la capacité maximale d'hébergement est atteinte;
lorsque la personne n'est pas en mesure de prendre en charge le coût de l'hébergement et des services.]1

Afdeling 8. [1 - Registers]1
Section 8. [1 - Registres]1
Art. 694/25. [1 Het huis voor collectieve huisvesting houdt een register bij van de niet voldane aanvragen. Elke aanvraag bevat de datum van de aanvraag, de naam van de persoon en de reden waarom de huisvesting werd geweigerd. De Regering bepaalt met welke frequentie deze lijst aan onze diensten wordt overgemaakt.]1
Art. 694/25. [1 La maison d'hébergement collectif tient un registre des demandes non rencontrées. Chaque demande contient la date de la demande, le nom de la personne et la raison pour laquelle l'hébergement a été refusé. Le Gouvernement fixe la fréquence à laquelle cette liste est transmise à ses services.]1
Art. 694/26. [1 Het huis voor collectieve huisvesting houdt een register bij van de bewoners dat de voornaam en de naam van elke bewoner, zijn geboortedatum en -plaats alsook de datum van zijn intrek in het huis bevat.
Elk einde van het verblijf wordt in het register opgenomen met de datum, de reden van het einde van het verblijf en de bestemming indien bekend.]1

Art. 694/26. [1 La maison d'hébergement collectif tient un registre des résidents comprenant le prénom et le nom de chaque résident, sa date et son lieu de naissance ainsi que la date de son entrée dans la maison.
Chaque fin de séjour est inscrite dans le registre avec la date, le motif de la fin de séjour et la destination lorsque cette dernière est connue.]1

Afdeling 9. [1 - Individueel dossier]1
Section 9. [1 - Dossier individuel]1
Art. 694/27. [1 Het huis voor collectieve huisvesting opent een individueel dossier voor elke bewoner.
Dat dossier bevat de administratieve en financiële documenten met betrekking tot de toestand van de bewoner.
Het dossier bevat op zijn minst de volgende informatie:
- de volledige identificatie van de bewoner;
- de naam van zijn huisdokter;
- in voorkomend geval, de naam en de personalia van zijn bewindvoerder over de goederen;
- de individuele overeenkomst van huisvesting;
- de individuele factuurafrekeningen;
- het sociaal dossier van de bewoner.
Het individueel dossier is toegankelijk voor de bewoner op zijn verzoek tijdens de bezoektijd. Het dossier is ook toegankelijk tijdens de inspecties.
Het individueel dossier moet minstens elektronisch bewaard worden tijdens minstens tien jaar na het vertrek van de bewoner.]1

Art. 694/27. [1 La maison d'hébergement collectif ouvre un dossier individuel pour tout résident.
Ce dossier comprend les documents administratifs et financiers relatifs à la situation du résident.
Il reprend au minimum les informations suivantes :
- l'identification complète du résident;
- le nom de son médecin traitant;
- le cas échéant, le nom et les coordonnées de son administrateur de biens;
- la convention individuelle d'hébergement;
- les décomptes de facture individuels;
- le dossier social du résident.
Le dossier individuel est accessible au résident à sa demande pendant les heures de visite. Il est également accessible lors des inspections.
Le dossier individuel doit être conservé au minimum de façon électronique pendant au moins dix ans après le départ du résident.]1

Afdeling 10. [1 - Individuele huisvestingsovereenkomst]1
Section 10. [1 - Convention d'hébergement individuelle]1
Art. 694/28. [1 Elke bewoner geniet een individuele huisvestingsovereenkomst met nadere bepaling van de voorwaarden, de tarieven van de huisvesting, het levensproject van de inrichting, de rechten van de bewoner opgenomen in artikel 694/32 en het huishoudelijk reglement.
Deze overeenkomst moet worden ondertekend door de directeur en de bewoner, zijn bewindvoerder over de goederen of de persoon die de bewoner aangewezen zal hebben als vertrouwenspersoon, voorafgaandelijk aan de opname van de bewoner.
De overeenkomst verplicht de bewoner om een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid te nemen.
De inhoud en de modaliteiten van de individuele huisvestingsovereenkomst worden door de Regering bepaald.]1

Art. 694/28. [1 Chaque résident bénéficie d'une convention d'hébergement individuelle spécifiant les conditions, les tarifs de l'hébergement, le projet de vie de l'établissement, les droits du résident repris dans l'article 694/32 et le règlement d'ordre intérieur.
Cette convention doit être signée par le directeur et par le résident, son administrateur de biens ou la personne que le résident aura désignée comme personne de confiance, préalablement à l'admission du résident.
La convention oblige le résident à prendre une assurance en responsabilité civile.
Le Gouvernement définit le contenu et les modalités de la convention d'hébergement individuelle.]1

Afdeling 11. [1 - Financiële bijdrage]1
Section 11. [1 - Participation financière]1
Art. 694/29. [1 Het huis voor collectieve huisvesting kan aan de bewoners een financiële bijdrage vragen in functie van de aangeboden diensten en van de tarieven aangekondigd overeenkomstig het voorschrift van artikel 694/21.
Elke bewoner moet nauwkeurig worden geïnformeerd, vóór zijn intrek in het huis voor collectieve huisvesting, over de prijs die hem maandelijks zal worden gefactureerd voor de huisvesting en de aangeboden diensten.
De bewoner moet ook nauwkeurig geïnformeerd worden van wat er inbegrepen is in de minimumprijs van de huisvesting.
Hij moet geïnformeerd worden over wat hij kan weigeren binnen de aangeboden diensten en over wat hem automatisch gefactureerd zal worden.
Een tariefverandering mag alleen worden toegepast als ze uitdrukkelijk voorzien is in de individuele overeenkomst ondertekend door de voorzitter en de directeur van de inrichting.
Als de overeenkomst een mogelijkheid voorziet om de tarieven te herzien, moet elke wijziging aan de bewoner of aan zijn bewindvoerder over de goederen meegedeeld worden uiterlijk drie maanden vóór de toepassing van het nieuwe tarief.]1

Art. 694/29. [1 La maison d'hébergement collectif peut demander aux résidents une participation financière en fonction des services offerts et des tarifs affichés selon le prescrit de l'article 694/21.
Chaque résident doit être informé précisément, avant son entrée dans la maison d'hébergement collectif, du prix qui lui sera facturé mensuellement pour l'hébergement et les services offerts.
Le résident doit être également informé précisément de ce qui est compris dans le prix minimum de l'hébergement.
Il doit être informé de ce qu'il peut refuser parmi les services offerts et de ce qui lui sera facturé automatiquement.
Un changement de tarif ne peut être appliqué que s'il est prévu expressément dans la convention individuelle signée par le résident et le directeur de l'établissement.
Si la convention prévoit une possibilité de revoir les tarifs, toute modification doit être notifiée au résident ou à son administrateur de bien au plus tard trois mois avant l'application du nouveau tarif.]1

Art. 694/30. [1 Minstens één keer per maand, wordt de bewoner schriftelijk op de hoogte gehouden van zijn financiële toestand en, voor de afgelopen maand, van het bedrag van de financiële bijdrage bedoeld in artikel 694/29.]1
Art. 694/30. [1 Au moins une fois par mois, le résident est tenu informé par écrit de sa situation financière et, pour le mois écoulé, du montant de la participation financière visée à l'article 694/29.]1
Art. 694/31. [1 Het huis voor collectieve huisvesting moet voldoen aan de minimale vereisten inzake gezondheid en hygiëne.
De logistieke functie is bovendien verplicht om de volgende taken te verzekeren :
- de dagelijkse schoonmaak van de collectieve uitrusting en, op zijn minst, de wekelijkse schoonmaak van de individuele woningen :
- de halfmaandelijkse vervanging van het beddengoed. Als het echter bevuild is, wordt het onmiddellijk vervangen.]1

Art. 694/31. [1 La maison d'hébergement collectif doit satisfaire aux exigences minimales en matière de salubrité et d'hygiène.
La fonction logistique est en outre tenue d'assurer :
- le nettoyage journalier de l'équipement collectif et, à tout le moins, hebdomadaire des logements individuels;
- le remplacement bimensuel de la literie. Toutefois, si celle-ci est souillée, elle est immédiatement remplacée.]1

Afdeling 12. [1 - Rechten van de bewoner]1
Section 12. [1 - Droits du résident]1
Art. 694/32. [1 § 1. Elke bewoner moet een informatie krijgen met betrekking tot de sociale diensten die gevestigd zijn in de gemeente en de omgeving waar het huis voor collectieve huisvesting zich bevindt (soort voorgestelde diensten, adresgegevens, openingsuren).
Deze informatie kan worden aangeplakt overeenkomstig de bepalingen van artikel 694/20.
§ 2. De bewoner, zijn bewindvoerder over de goederen of de persoon die de bewoner aangewezen zal hebben als vertrouwenspersoon, zal op elk ogenblik tijdens de openingsuren van de dienst:
- het individueel dossier van de bewoner kunnen raadplegen;
- de gemeenschappelijke ruimten en de kamer van de bewoner kunnen bezoeken;
- de geldende tarieven kunnen raadplegen.
§ 3. Als de bewoner erom verzoekt om het huis voor collectieve huisvesting te verlaten, moet hij begeleid en geholpen worden in zijn zoektocht naar een privatieve woning of een ander meer geschikte huisvesting.
§ 4. De bewoner moet ook geholpen worden als hij een externe interveniënt op medisch gebied, hulp en zorg wenst te ontvangen of wenst te gaan zien.
§ 5. De hulp en de begeleiding bedoeld in de paragrafen 3 en 4 worden uitgevoerd door een externe dienst, indien beschikbaar, of, bij gebrek, door de persoon die de begeleidingsfunctie uitoefent.]1

Art. 694/32. [1 § 1er. Chaque résident doit recevoir une information relative aux services sociaux établis dans la commune et environs où se trouve la maison d'hébergement collectif (type de services proposés, coordonnées, heures d'ouverture).
Cette information peut être affichée conformément aux dispositions de l'article 694/20.
§ 2. Le résident, son administrateur de biens ou la personne que le résident aura désignée comme personne de confiance pourra à tout moment pendant les heures d'ouverture du service :
- consulter le dossier individuel du résident;
- visiter les espaces communs et la chambre du résident;
- consulter les tarifs en vigueur.
§ 3. Si le résident fait la demande de quitter la maison d'hébergement collectif, il doit être accompagné et aidé dans sa recherche d'un logement privatif ou d'un autre hébergement plus adapté.
§ 4. Le résident doit également être aidé s'il souhaite recevoir ou aller voir un intervenant extérieur dans le domaine médical, de l'aide et des soins.
§ 5. L'aide et l'accompagnement visés aux paragraphes 3 et 4 sont réalisées par un service extérieur, si celui-ci est disponible, ou, à défaut, par la personne exerçant la fonction d'accompagnement.]1

Afdeling 13. [1 - Huishoudelijk reglement]1
Section 13. [1 - Règlement d'ordre intérieur]1
Art. 694/33. [1 Het huis voor collectieve huisvesting moet over een huishoudelijk reglement beschikken dat aan de bewoners wordt afgegeven bij aankomst.
In het huishoudelijk reglement wordt er op zijn minst voorzien dat de bewoner het recht heeft om personen, relaties of interveniënten, in zijn privatieve ruimte uit te nodigen voor zover dat de andere bewoners niet stoort.
Een model van huishoudelijk reglement met minimale regels wordt bepaald door de Regering en aan de huizen voor collectieve huisvesting opgelegd.]1

Art. 694/33. [1 La maison d'hébergement collectif doit disposer d'un règlement d'ordre intérieur remis aux résidents dès leur arrivée.
Dans le règlement d'ordre intérieur, il est prévu au minimum que le résident a le droit d'inviter des personnes, relations ou intervenants, dans son espace privatif dans la mesure où cela ne perturbe pas les autres résidents.
Un canevas de règlement d'ordre intérieur avec des règles minimales est défini par le Gouvernement et imposé aux maisons d'hébergement collectif.]1

HOOFDSTUK 3. [1 Controle en sancties]1
CHAPITRE 3. [1 - Contrôle et sanctions]1
Afdeling 1. [1 - Controle]1
Section 1. [1 - Contrôle]1
Art. 694/34. [1 De administratieve en kwalitatieve controle van de huizen voor collectieve huisvesting die genieten van een erkenning in het kader van dit boek wordt verzekerd door de ambtenaren aangewezen door de Regering. Deze ambtenaren zijn bekleed met het ambt van politieofficier van de procureur des Konings. Zij zijn ertoe verplicht voor de vrederechter van hun woonplaats de bij het decreet van 20 juli 1831 voorgeschreven eed af te leggen. In de uitoefening van hun opdrachten, kunnen zij:
alle controles en onderzoeken verrichten en alle inlichtingen inwinnen die zij nodig achten, met name :
a) het ondervragen van elke persoon over elk feit waarvan de kennis nuttig is voor het uitoefenen van het toezicht;
b) zich elk nuttig document laten overmaken of elk nuttig document zoeken voor de voltooiing van hun opdracht, er een afschrift van nemen of het tegen ontvangstbewijs meenemen;
processen-verbaal van vaststelling nalatigheden opmaken die bewijskracht hebben tot het tegendeel bewezen is. Daarvan wordt een afschrift bekendgemaakt binnen de vijftien dagen na vaststelling van de feiten aan de exploitant en de dader. In geval van doorzoeking van de lokalen die een woonplaats uitmaken en bij ontstentenis van de instemming van de bewoner, behalve in uiterst dringende gevallen indien de bijstand aan de in gevaar zijnde ondergebrachte persoon het vereist, hebben de hiervoor genoemde ambtenaren niet toegang tot die lokalen dan krachtens een machtiging van de rechter van de politierechtbank of diens plaatsvervanger. De gemachtigde ambtenaar kan de overtreder een termijn stellen om zich naar de wet te schikken; die termijn kan slechts één keer verlengd worden. Hij stelt de burgemeester van de gemeente waar de inrichting gevestigd is, hiervan in kennis.
de burgemeester van de gemeente waar de inrichting gevestigd is, interpelleren.]1

Art. 694/34. [1 Le contrôle administratif et qualitatif des maisons d'hébergement collectif bénéficiant d'une reconnaissance dans le cadre du présent livre est assuré par les fonctionnaires désignés par le Gouvernement. Ces fonctionnaires sont revêtus de la qualité d'officier de police judiciaire auxiliaire du procureur du Roi. Ils sont tenus de prêter, devant le juge de paix de leur domicile, le serment prescrit par le décret du 20 juillet 1831. Dans l'exercice de leurs missions, ils peuvent :
procéder à tout examen, contrôle, enquête et recueillir toute information qu'ils estiment nécessaire, notamment :
a) interroger toute personne sur tout fait dont la connaissance est utile à l'exercice de la surveillance;
b) se faire produire ou rechercher tout document utile à l'accomplissement de leur mission, en prendre copie ou l'emporter contre récépissé;
dresser des procès-verbaux de constatation manquements qui font foi jusqu'à preuve du contraire. Une copie en est notifiée dans les quinze jours de la constatation des faits à l'exploitant et à l'auteur des faits. En cas de visite dans des locaux constitutifs d'un domicile et à défaut de l'accord de l'occupant, sauf en cas d'extrême urgence lorsque l'assistance de la personne hébergée en danger le requiert, les fonctionnaires visés ci-avant n'ont accès à ces locaux qu'en vertu d'une autorisation du juge du tribunal de police ou de son suppléant. Le fonctionnaire délégué pourra fixer au contrevenant un délai destiné à lui permettre de se mettre en règle; ce délai ne peut être prolongé qu'une seule fois. Il en informe le bourgmestre de la commune où est situé l'établissement;
d'interpeller le bourgmestre de la commune où se situe l'établissement.]1

Afdeling 2. [1 - Bemiddeling]1
Section 2. [1 - Médiation]1
Art. 694/35. [1 Er wordt binnen de diensten van het Agentschap een ombudsfunctie opgericht met het oog om de aanvragen van de bewoners van de huizen voor collectieve huisvesting in te zamelen. De Regering bepaalt het bevoegdheidsgebied en de modaliteiten voor de organisatie van de ombudsfunctie.]1
Art. 694/35. [1 Il est créé au sein des services de l'Agence une fonction de médiation visant à récolter les demandes des résidents des maisons d'hébergement collectif. Le Gouvernement détermine le champ de compétence et les modalités d'organisation de la fonction de médiation.]1
Afdeling 3. [1 - Sancties]1
Section 3. [1 - Sanctions]1
Art. 694/36. [1 Met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van 25 tot 2.000 euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft, degene die rechtstreeks of onrechtstreeks terwijl hij een activiteit of een mandaat uitoefent in een huis voor collectieve huisvesting:
op niet-geïndividualiseerde wijze de rekeningen van de ondergebrachte personen beheert;
door list, dwang, bedreiging, valse belofte of misbruik makend van de zwakheid of ziekte zich goed die aan een ondergebrachte persoon toebehoren, laat overhandigen;
gelden of goeden van de ondergebrachte personen beheert, behalve met naleving van de eventueel in overeenstemming met laatstgenoemden overeengekomen voorwaarden;
een bewoner in het huis voor collectieve huisvesting tegen zijn wil vasthoudt.]1

Art. 694/36. [1 Est puni d'un emprisonnement de huit jours à trois mois et d'une amende de 25 à 2.000 euros ou d'une de ces peines seulement celui qui, directement ou indirectement, et tout en exerçant une activité ou un mandat dans une maison d'hébergement collectif :
gère de façon non individualisée les comptes des personnes hébergées;
par ruse, contrainte, menace, fausse promesse ou en profitant de l'état de faiblesse ou de maladie, se sera fait remettre des biens appartenant à une personne hébergée;
administre les fonds ou biens des hébergés, sauf dans le respect des conditions éventuellement prévues en accord avec ces derniers;
retient un résident contre sa volonté au sein de la maison d'hébergement collectif.]1

HOOFDSTUK 4. [1 - Overgangs- en slotbepalingen]1
CHAPITRE 4. [1 - Dispositions transitoires et finales]1
Afdeling 1. [1 Overgangsbepalingen]1
Section 1. [1 - Dispositions transitoires]1
Art. 694/37. [1 De huizen voor collectieve huisvesting die onder welke benaming dan ook actief zijn vóór de inwerkingtreding van dit boek, beschikken over een periode van één jaar om een erkenningsaanvraag in te dienen en over een periode van drie jaar om een erkenning van het Gewest te krijgen.]1
Art. 694/37. [1 Les maisons d'hébergement collectif qui sont actives sous quelque dénomination que ce soit avant l'entrée en vigueur du présent livre disposent d'une période d'un an pour introduire une demande de reconnaissance et d'une période de trois ans pour obtenir une reconnaissance de la Région.]1
Art. 694/38. [1 Het huis voor collectieve huisvesting waarvan de activiteit begonnen is vóór 1 januari 2018 heeft 10 jaar om in orde te zijn op het niveau van de infrastructuur, op voorwaarde dat een concreet plan wordt ontwikkeld met omschrijving van de acties die jaar per jaar uitgevoerd zullen worden om zich aan te passen aan het decreet.
De Regering bepaalt de modaliteiten van de procedure voor de aanpassing aan de normen.]1

Art. 694/38. [1 La maison d'hébergement collectif dont l'activité a commencé avant le 1er juillet 2018 a 15 ans pour se mettre en ordre au niveau de l'infrastructure, à condition d'élaborer un plan concret détaillant les actions qui seront réalisées année par année pour se conformer au décret.
Le Gouvernement fixe les modalités de la procédure de mise aux normes.]1

Art. 694/39. [1 De Regering bepaalt de manier waarop de voorziening ingeschreven in dit boek wordt geëvalueerd.]1
Art. 694/39. [1 Le Gouvernement détermine la manière dont est évalué le dispositif inscrit dans le présent livre.]1
Afdeling 2. [1 - Slotbepalingen]1
Section 2. [1 - Dispositions finales]1
Art. 694/40. [1 Dit decreet treedt in werking op de dag bepaald door de Regering in het uitvoeringsbesluit, uiterlijk zes maanden na de bekendmaking van dit boek in het Belgisch Staatsblad.]1
Art. 694/40. [1 Le présent décret entre en vigueur au jour fixé par le Gouvernement dans l'arrêté d'exécution, au plus tard six mois après la publication du présent livre au Moniteur belge.]1
Art. 694/41. [1 Op voorstel van het Agentschap, kan de minister, binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten, aan de erkende huizen voor collectieve huisvesting een tegemoetkoming toekennen die de uitgaven i.v.m. de sociale begeleiding en de integratie van de bewoners dekt op basis van een revalidatieovereenkomst in de zin van artikel 1, 6°, van dit Wetboek.]1
Art. 694/41. [1 Sur proposition de l'Agence, dans la limite des crédits budgétaires disponibles, le ministre peut allouer aux maisons d'hébergement collectif reconnues une intervention couvrant des dépenses liées à l'accompagnement social et à l'intégration des résidents sur la base d'une convention de revalidation au sens de l'article 1er, alinéa 1er, 6°, du présent Code.]1
DEEL 3. - OVERGANGSBEPALINGEN
PARTIE 3. - DISPOSITIONS TRANSITOIRES
Art. 695. In afwijking van artikel 66, 1°, 2° en 4° worden beschouwd als opvangtehuizen, gemeenschapshuizen of opvangtehuizen van het gezinstype, de diensten of inrichtingen die op 1 oktober 2004 erkend zijn als opvangcentra voor volwassenen of moederhuizen en die :
voor een deel of het geheel van hun erkende huisvestingsinfrastructuren in aanmerking komen voor een tegemoetkoming inzake transitwoningen zoals bedoeld bij de artikelen 31 en 56 van de Waalse Huisvestingscode;
terwijl zij in aanmerking zijn gekomen voor de tegemoetkoming bedoeld in 1°, opnieuw daarvoor in aanmerking komen om hun erkende huisvestingsinfrastructuren geheel of gedeeltelijk te hernieuwen of te herstructureren.
In afwijking van artikel 66, 1°, 2° en 4° behouden de opvangtehuizen, de gemeenschapshuizen of de opvangtehuizen van het gezinstype hun hoedanigheid van opvangtehuizen, gemeenschapshuizen of opvangtehuizen van het gezinstype.
Art. 695. Par dérogation à l'article 66, 1°, 2° et 4°, sont considérés comme maisons d'accueil, maisons de vie communautaire ou maisons d'hébergement de type familial les services ou institutions qui, le 1er octobre 2004, sont agréés en tant que centres d'accueil pour adultes ou maisons maternelles et qui :
bénéficient, pour partie ou totalité de leurs infrastructures agréées d'hébergement, d'une aide en matière de logements de transit tels que visés par les articles 31 et 56 du Code wallon du logement;
ayant bénéficié de l'aide visée au 1°, bénéficient à nouveau de celle-ci en vue de rénover ou de restructurer partiellement ou totalement leurs infrastructures agréées d'hébergement.
Par dérogation à l'article 66, 1°, 2° et 4°, les maisons d'accueil, maisons de vie communautaire ou maisons d'hébergement de type familial qui bénéficient d'une aide en matière de logements de transit conservent leur qualité de maisons d'accueil, maisons de vie communautaire ou maisons d'hébergement de type familial.
Art. 696. In afwijking van artikel 120 worden de maatschappelijk assistenten toegewezen aan de schuldbemiddeling op grond van drie jaar beroepservaring vóór 1 januari 2007 vrijgesteld van het verplicht volgens van de basisopleiding.
Art. 696. Par dérogation à l'article 120, les assistants sociaux affectés à la médiation de dettes sur la base d'une expérience professionnelle de trois ans avant la date du 1er janvier 2007 sont dispensés de l'obligation de suivi de la formation de base.
Art. 697. De projecten die gesubsidieerd worden krachtens het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 11 december 1983. tot erkenning van de personen die migranten religieus of moreel willen helpen voor het jaar voor 1 juni 2009 tot wijziging van het decreet van 4 juli 1996 etreffende de integratie van vreemdelingen of van personen van buitenlandse herkomst komen in aanmerking volgens dezelfde voorwaarden voor de bepalingen van de artikelen 163 en 164.
Art. 697. Les projets subventionnés en vertu de l'arrêté de l'Exécutif de la Communauté française du 11 mars 1983 portant agrément des personnes appelées à aider religieusement et/ou moralement les immigrés, pour l'année précédant le 1er juin 2009, bénéficieront dans les mêmes conditions des dispositions prévues aux articles 163 et 164.
Art. 698. Bij wijze van overgangsmaatregel zijn de seniorenhelp(st)ers die ingezet worden door de diensten op de datum van inwerkingtreding van dit decreet wegens het afschaffen van de specifieke opleiding voor deze functie slechts bevoegd om hulp te verlenen aan personen van minimum 60 jaar, aan volwassenen met een erkende permanente en definitieve handicap van minimum 66 %, bevestigd aan de hand van één van de door het bestuur erkende attesten, en aan gezinnen die een volwassene ten laste hebben met een erkende permanente en definitieve handicap van minimum 66 %, bevestigd aan de hand van één van de door het bestuur erkende attesten.
Art. 698. De manière transitoire, étant donné la suppression de la formation spécifique à cette fonction, les aides seniors occupées par les services à la date du 1er janvier 2009 ne sont qualifiées que pour aider les personnes ayant atteint l'âge de soixante ans minimum, les personnes adultes reconnues handicapées de manière permanente et définitive à 66 % au moins et dont la preuve est apportée au moyen de l'une des attestations reconnues par l'administration, les familles ayant à charge une personne adulte reconnue handicapée de manière permanente et définitive à 66 % au moins et dont la preuve est apportée au moyen de l'une des attestations reconnues par l'administration.
Art. 699.
Art. 699.
Art. 700.
Art. 700.
Art. 701.
Art. 701.
Art. 702. De werkingstitels die geldig zijn op de dag van inwerkingtreding van het decreet van 30 april 2009 betreffende de opvang en de huisvesting van bejaarde personen worden geacht toegekend te zijn voor een onbeperkte duur behoudens de voorlopige en de opgeschorte werkingstitels.
Art. 702. Les titres de fonctionnement valides au jour d'entrée en vigueur du décret du 30 avril 2009 relatif à l'hébergement et à l'accueil des personnes âgées sont réputés avoir été octroyés pour une durée illimitée à l'exception des titres de fonctionnement provisoire et des titres de fonctionnement suspendus.
Art. 703. Titel II van [1 boek]1 V treedt in werking op de door de Regering bepaalde datum.
Art. 703. Le [1 titre]1 II du [2 livre]2 V entre en vigueur à une date déterminée par le Gouvernement.
Art. 704. In afwijking van artikel 467 wordt de programering ingediend door een coördinatiecentrum waarvan een deel of het geheel van de activiteit het voorwerp van een erkenning heeft uitgemaakt op grond van het decreet van de Franse Gemeenschap van 19 juni 1989 houdende organisatie van de erkenning en de subsidiëring van de centra voor de coördinatie van zorgverstrekking en diensten voor thuisverpleging, niet als een eerste programmering beschouwd.
Art. 704. Par dérogation à l'article 467, n'est pas considérée comme une première demande d'agrément, celle qui est introduite par un centre de coordination dont une part de son activité ou la totalité a fait l'objet d'un agrément sur la base du décret de la Communauté française du 19 juin 1989 organisant l'agrément et le subventionnement des centres de coordination de soins et de services à domicile.
Art. 705. De in artikel 704 bedoelde coördinatiecentra die een ontvankelijke erkenningsaanvraag hebben ingediend, blijven in aanmerking komen voor hun erkenning en de desbetreffende subsidies die in het vorige stelsel vastgelegd werden totdat over hun erkenningsaanvraag beslist wordt.
Tijdens het onderzoek van de aanvragen en binnen een termijn van uiterlijk zes maanden, die ingaat op de vervaldatum van de indiening van de erkenningsaanvragen, kunnen de centra bedoeld in het vorige lid hun erkenningsaanvraag wijzigen.
Art. 705. Les centres de coordination visés à l'article 704 qui ont introduit une demande d'agrément recevable, continuent à bénéficier de leur agrément et des subventions y afférentes établies dans le régime précédent jusqu'à ce qu'il soit statué sur leur demande d'agrément.
Durant l'instruction des demandes, et dans un délai de six mois au plus tard à dater de la fin du délai d'introduction des demandes d'agrément, les centres visés à l'alinéa précédent, peuvent modifier leur demande d'agrément.
Art. 706. § 1. Voor de vastlegging van het voorschot betreffende de eerste subsidie verleend aan de coördinatiecentra bedoeld in artikel 57, worden de activiteiten bedoeld in artikel 469, § 1, 3°, b) en c), geëvalueerd op basis van het aantal begunstigden die gelijktijdig de tussenkomst van minstens twee thuiszorg- of thuishulpdiensten of -verstrekkers hebben gekregen, waarvan één ressorteert hetzij onder thuisverpleging, hetzij onder gezinshulp of een sociale dienst is die niet onder de organisatie van de twee eerste diensten valt, zoals vermeld in het meest recente activiteitenrapport.
De Regering bepaalt de wijze waarop die activiteiten in aanmerking genomen worden.
De subsidie wordt gestort door het voorschot te corrigeren op basis van de activiteit vastgesteld tijdens dat eerste boekjaar.
§ 2. In afwijking van artikel 469 en volgende behouden de in artikel 57 bedoelde coördinatiecentra gedurende hoogstens twee jaar het voordeel van de krachtens het decreet van 19 juni 1989 toegekende subsidie naar rato van een door de Regering bepaald percentage voor zover de financiering die op basis van [2 boek]2 VI, [1 titel]1 I, [3 hoofdstuk]3 3, [4 afdeling]4 2, van dit Wetboek toegekend wordt hen minder gunstig is.
De Regering legt het percentage op degressieve wijze vast zodat de coördinatiecentra zich geleidelijk kunnen aanpassen.
Art. 706. § 1er. Pour la détermination de l'avance relative à la première subvention aux centres de coordination visés à l'article 704, les activités visées à l'article 469, § 1er, 3°, b) et c) sont évaluées sur la base du nombre de bénéficiaires ayant reçu l'intervention d'au moins deux services ou prestataires d'aide et de soins à domicile simultanément dont un relève soit des soins infirmiers à domicile, soit de l'aide aux familles ou est un service social distinct de l'organisation des deux premiers services, tel que figurant dans le rapport d'activités le plus récent.
Le Gouvernement précise la manière dont ces activités sont prises en compte.
La subvention est liquidée en corrigeant l'avance sur la base de l'activité constatée durant ce premier exercice.
§ 2. Par dérogation à l'article 469 et suivants, les centres de coordination visés à l'article 704 maintiennent, durant deux années au plus, le bénéfice de la subvention allouée sous l'empire du décret du 19 juin 1989 au prorata d'un pourcentage défini par le Gouvernement, dès lors que le financement accordé sur la base du [2 livre]2 6, [1 titre]1 1er, [3 chapitre]3 3, [4 section]4 2, du présent Code, leur est moins favorable.
Le Gouvernement établit le pourcentage de manière dégressive en vue de permettre aux centres de coordination de s'adapter progressivement.
Art. 707. Het personeel dat uiterlijk op 1 januari 2010 door een in artikel 57 bedoelde coördinatiecentrum op grond van een arbeidscontract in dienst genomen wordt of onder een statuut geworven wordt en dat niet voldoet aan de voorwaarden die toegang tot de functies verlenen, wordt geacht te voldoen aan de voorwaarden die in [2 boek]2 VI, [1 titel]1 I, [3 hoofdstuk]3 3, [4 afdeling]4 2, van dit Wetboek vastliggen.
Het personeel dat op 1 januari 2010 door een niet erkend coördinatiecentrum op grond van een arbeidscontract in dienst genomen wordt of onder een statuut geworven wordt, levert het bewijs dat het minstens zes jaar ervaring heeft in die functie indien het niet voldoet aan de voorwaarden die toegang tot de coördinatiefunctie verlenen, met inachtneming van de modaliteiten die door de Regering bepaald worden.
Art. 707. Le personnel engagé sous contrat de travail ou recruté sous statut au plus tard le 1er janvier 2010 dans un centre de coordination visé à l'article 704 et qui ne satisfait pas aux conditions d'accès aux fonctions, est réputé satisfaire aux conditions fixées par le [2 livre]2 6, [1 titre]1 1er, [3 chapitre]3 3, [4 section]4 2, du présent Code.
Le personnel engagé sous contrat de travail ou recruté sous statut le 1er janvier 2010 dans un centre de coordination non agréé, fait la preuve d'une expérience d'au moins six années dans ce poste, s'il ne satisfait pas aux conditions d'accès à la fonction de coordination, selon les modalités définies par le Gouvernement.
Art. 708.
Art. 708.
Art. 709.
Art. 709.
Art. 710.
Art. 710.
Art. 711.
Art. 711.
Art. 712.
Art. 712.
Art. 713. § 1. Het netwerk of de dienst erkend krachtens het decreet van 27 november 2003 dient een nieuwe erkenningsaanvraag in binnen zes maanden na de inwerkingtreding van dit decreet.
De aanvraag moet binnen die periode met het actieplan aangevuld worden
Zoniet wordt het netwerk of de dienst niet meer erkend na afloop van voornoemde periode van zes maanden.
§ 2. Zodra zijn erkenningsaanvraag is ingediend, beschikt het netwerk of de dienst over een tijdelijke erkenning van zes maanden in de loop waarvan hij zich in overeenstemming brengt met de normen bedoeld in onderafdeling 2 van afdeling 2 en in onderafdeling 1 van afdeling 3 van hoofdstuk 3 van [1 boek]1 VI.
De Regering beschikt over een termijn van zes maanden om de erkenningsaanvragen te onderzoeken.
Bij gebrek aan beslissing na afloop van die termijn, blijven de betrokken inrichtende machten recht hebben op de subsidies die voor personeels- en werkingskosten toegekend worden op basis van het decreet van 27 november 2003 totdat over hun aanvraag beslist wordt.
§ 3. [2 ...]2.
§ 4. In afwijking van artikel 640 wordt het totaalbedrag van de aan de netwerken toegekende subsidies voor het eerste boekjaar waarop hoofdstuk 3 van [1 boek]1 VI van toepassing is, beperkt tot het totaalbedrag dat de netwerken ontvangen zouden hebben indien alle op 31 december van het jaar voor de inwerkingtreding van dit decreet op basis van het decreet van 27 november 2003 erkend en gesubsidieerd werden.
Art. 713. § 1er. Le réseau ou le service agréé en vertu du décret du 27 novembre 2003, introduit une nouvelle demande d'agrément dans les six mois qui suivent le 1er août 2010.
La demande est obligatoirement complétée endéans cette période par le plan d'action.
A défaut, il n'est plus agréé au terme de la période de six mois précitée.
§ 2. Dès l'introduction de sa demande d'agrément, le réseau ou le service dispose d'un agrément provisoire de six mois au cours duquel il se met en conformité avec les normes visées respectivement à la sous-section 2 de la section 2 et à la sous-section 1re de la section 3 du chapitre 3 du [1 livre]1 VI.
Le Gouvernement dispose d'un délai de six mois pour examiner les demandes d'agrément.
Si, au terme de ce délai, aucune décision n'est intervenue, les pouvoirs organisateurs concernés maintiennent leur droit aux subventions allouées pour les frais de personnel et de fonctionnement sur la base du décret du 27 novembre 2003 jusqu'à ce qu'il soit statué sur leur demande.
§ 3. [2 ...]2.
§ 4. Par dérogation à l'article 640, pour le premier exercice d'application du chapitr 3 du [1 livre]1 VI, le montant total des subventions allouées aux réseaux est plafonné au montant total dont auraient bénéficié les réseaux si tous avaient été agréés et subventionnés sur la base du décret du 27 novembre 2003 au 31 décembre 2010.
Art. 714. [1 Elke dienst voor medisch-sanitair vervoer die krachtens het decreet van 29 april 2004 houder is van de erkenning, dient een ontvankelijke en volledige erkenningsaanvraag in binnen zes maanden na de inwerkingtreding van hoofdstuk 4 van titel 2 van [3 boek]3 VI van Deel II van het decretaal deel van dit Wetboek.
Zo niet wordt hij aan het einde van bovenvermelde periode niet meer erkend.
Onmiddellijk vanaf de indiening van de in het eerste lid bedoelde aanvraag kan de dienst overeenkomstig afdeling 2 van hoofdstuk 4 van [2 titel]2 2 van [3 boek]3 VI van Deel II van het decretaal deel van het Wetboek zijn activiteiten verder uitoefenen tot de dag waarop beslist wordt over zijn erkenning met onbepaalde duur.]1

Art. 714. [1 Tout service de transport médico-sanitaire titulaire d'un agrément en vertu du décret du 29 avril 2004 introduit une demande d'agrément recevable et complète dans les six mois de l'entrée en vigueur du chapitre 4 du titre 2 du [3 livre]3 VI de la deuxième partie de la partie décrétale du présent Code.
A défaut, il n'est plus agréé au terme de la période précitée.
Dès l'introduction de la demande visée à l'alinéa 1er, conformément à la section 2 du chapitre 4 du [2 titre]2 [3 livre]3 VI de la deuxième partie de la partie décrétale du Code, le service peut continuer à exercer ses activités jusqu'au jour où il est statué quant à son agrément à durée indéterminée.]1

Art. 715.
Art. 715.
Art. 716. [1 In afwijking van artikel 687, tweede lid, [2 ...]2 en onverminderd norm EN 1789 blijven de ambulances die in activiteit zijn in de dienst voor medisch-sanitair vervoer die erkend is de dag van inwerkingtreding van hoofdstuk 4 van titel 2, [3 boek]3 6, Deel II, van het decretaal deel van dit Wetboek, onderworpen aan de technische normen zoals bepaald bij of krachtens het decreet van 29 april 2004 betreffende het medisch-sanitair vervoer en het besluit van de Waalse Regering van 12 mei 2005 houdende uitvoering van het decreet van 29 april 2004 betreffende het medisch-sanitair vervoer.]1
Art. 716. [1 Par dérogation à l'article 687, alinéa 2, [2 ...]2 et sans préjudice de la norme EN 1789, les ambulances en activité au sein d'un service de transport médico-sanitaire agréé au jour de l'entrée en vigueur du chapitre 4 du titre 2 du [3 livre]3Livre 6 de la deuxième partie de la partie décrétale du présent Code restent soumises aux normes techniques telles qu'elles étaient définies par ou en vertu du décret du 29 avril 2004 relatif au transport médico-sanitaire et de l'arrêté du Gouvernement wallon du 12 mai 2005 portant application du décret du 29 avril 2004 relatif au transport médico-sanitaire.]1
Art. 717. [1 § 1. In afwijking van artikel 469, § 1, van het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid wordt de toelage van een op 1 januari 2015 erkend coördinatiecentrum voor thuiszorg en -hulp binnen de perken van de begrotingskredieten berekend overeenkomstig de volgende regels :
voor het boekjaar 2016 is de toelage gelijk aan het gemiddelde verkregen na optelling van :
a) de gecontroleerde bedragen die daadwerkelijk voor de boekjaren 2013 en 2014 zijn geïnd;
b) het voor 2015 verwachte bedrag;
voor het boekjaar 2017 is de toelage gelijk aan het gemiddelde verkregen na optelling van :
a) de gecontroleerde bedragen die daadwerkelijk voor de boekjaren 2014 en 2015 zijn geïnd;
b) het verdrag verkregen na verdeling van de begrotingsenveloppe 2016 naar gelang van de activiteit uitgeoefend door elk centrum overeenkomstig artikel 469, § 1;
voor het boekjaar 2018 is de toelage gelijk aan het gemiddelde verkregen na optelling van :
a) de gecontroleerde bedragen die daadwerkelijk voor de boekjaren 2015 en 2016 zijn geïnd;
b) het verdrag verkregen na verdeling van de begrotingsenveloppe 2017 naar gelang van de activiteit uitgeoefend door elk centrum overeenkomstig artikel 469, § 1.
§ 2. Het centrum dat tijdens het boekjaar 2015 een uitbreiding van grondgebied heeft ontvangen, krijgt een bijkomende toelage gelijk aan het overeenkomstig artikel 469, § 1, 2°, bepaalde bedrag voor het boekjaar waarop die uitbreiding betrekking heeft.
Het centrum waarvoor de uitbreiding van grondgebied gelijkgesteld kan worden met een nieuwe erkenning, ontvangt de voorziene toelage overeenkomstig artikel 469, § 2. Het derde van die bedragen zal daadwerkelijk in aanmerking worden genomen. "
§ 3. Voor een nieuw centrum dat tijdens de begrotingsjaar 2016, 2017 of 2018 een erkenning zou krijgen, zal zijn oorspronkelijke toelage overeenkomstig artikel 469, § 2, berekend worden. Voor het volgende jaar zal die toelage gelijk zijn aan het gemiddelde van het tijdens het eerste jaar geïnde bedrag met het bedrag verkregen na verdeling van de begrotingsenveloppe van het tweede jaar naar gelang van de activiteit uitgeoefend door het centrum overeenkomstig artikel 469, § 1. Voor het eventuele derde jaar zal de toelage gelijk zijn aan het gemiddelde tussen de bedragen die gecontroleerd zijn en die tijdens de eerste twee jaar daadwerkelijk zijn geïnd, en het bedrag verkregen na verdeling van de begrotingsenveloppe tijdens het derde jaar naar gelang van de activiteit uitgeoefend door het centrum overeenkomstig artikel 469, § 1.]1

Art. 717. [1 § 1er. Par dérogation à l'article 469, § 1er, du Code wallon de l'Action sociale et de la Santé, la subvention d'un centre de coordination des soins et de l'aide à domicile agréé au 1er janvier 2015 est calculée, dans les limites des disponibilités budgétaires, conformément aux règles suivantes :
pour l'exercice 2016, la subvention est égale à la moyenne obtenue en additionnant :
a) les montants contrôlés et effectivement perçus pour les exercices 2013 et 2014;
b) le montant escompté pour 2015;
pour l'exercice 2017, la subvention est égale à la moyenne obtenue en additionnant :
a) les montants contrôlés et effectivement perçus pour les exercices 2014 et 2015;
b) le montant obtenu en répartissant l'enveloppe budgétaire 2016 en fonction de l'activité exercée par chaque centre, conformément à l'article 469, § 1er ;
pour l'exercice 2018, la subvention est égale, à la moyenne obtenue en additionnant :
a) les montants contrôlés et effectivement perçus pour les exercices 2015 et 2016;
b) le montant obtenu en répartissant l'enveloppe budgétaire 2017 en fonction de l'activité exercée par chaque centre, conformément à l'article 469, § 1er.
§ 2. Pour le centre qui, durant l'exercice 2015, a obtenu une extension de territoire, une subvention supplémentaire égale au montant déterminé en application de l'article 469, § 1er, 2°, lui est octroyée pour l'exercice auquel cette extension se rapporte.
Le centre pour lequel l'extension de territoire peut être assimilée à un nouvel agrément se voit octroyer la subvention prévue, conformément à l'article 469, § 2. Le tiers de ces montants sera effectivement pris en compte. "
§ 3. Pour un nouveau centre, qui obtiendrait un agrément lors des années budgétaires 2016, 2017 ou 2018, sa subvention initiale sera calculée conformément à l'article 469, § 2. Pour l'année qui suit, elle consistera en la moyenne du montant perçu la première année, avec le montant obtenu en répartissant l'enveloppe budgétaire de la seconde année en fonction de l'activité exercée par le centre, conformément à l'article 469, § 1er. Pour la troisième année éventuelle, la subvention consistera en la moyenne entre les montants contrôlés et effectivement perçus les deux premières années, et le montant obtenu en répartissant l'enveloppe budgétaire de la troisième année en fonction de l'activité exercée par le centre, conformément à l'article 469, § 1er.]1

Art. 718.
Art. 718.
Art. 719.
Art. 719.