Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
10 NOVEMBER 2011. - Werkingsreglement van de Kamer van Beroep voor het gemeenschapsonderwijs
Titre
10 NOVEMBRE 2011. - Règlement de travail de la Chambre de Recours pour l'enseignement communautaire. (TRADUCTION)
Tekst (63)
Texte (1)
TITEL I. - Inleidende bepalingen
Article M. (NOTE : pas de version française, voir version néerlandaise)
Artikel 1. Onverminderd de definities die vermeld zijn in artikel 3 van het decreet en in artikel 1 van het besluit wordt voor de toepassing van voorliggend werkingsreglement begrepen onder :
  1. het decreet : het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, zoals gewijzigd;
  2. het besluit : het besluit van de Vlaamse Regering van 22 mei 1991 omtrent de evaluatie, maatregelen van orde en tucht in het gemeenschapsonderwijs, zoals gewijzigd;
  3. de verzoekende partij : het personeelslid dat beroep aantekent tegen de preventieve schorsing of, indien van toepassing, tegen de afhouding van salaris, bedoeld in artikel 59 van het decreet, of tegen een tuchtmaatregel bedoeld in artikel 61 van het decreet of tegen een ontslag bedoeld in artikel 24, artikel 52bis, artikel 55undecies, § 2, 2° van het decreet;
  4. de verwerende partij : de tuchtoverheid, bedoeld in artikel 62 van het decreet of de overheid die het ontslag bedoeld in artikel 24, artikel 52bis of artikel 55undecies, § 2, 2° van het decreet heeft gegeven of de overheid die conform artikel 59 van het decreet de preventieve schorsing of, indien van toepassing, de afhouding van salaris heeft uitgesproken;
  5. werkdagen : elke dag van de week behalve de zondag en de wettelijke en decretale feestdagen.
-
TITEL II. - Beroep tegen een tuchtmaatregel
-
HOOFDSTUK I. - Het beroepschrift
-
Art. 2. § 1. Het beroep tegen een tuchtmaatregel, bedoeld in artikel 73 van het decreet, wordt bij de kamer van beroep aanhangig gemaakt door middel van een beroepschrift, overeenkomstig artikel 33septies van het besluit. Als correspondentieadres geldt het adres vermeld in artikel 39.
  § 2. Op hetzelfde ogenblik als de verzoekende partij haar beroepschrift indient, stuurt zij met een aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs een kopie daarvan aan de verwerende partij.
-
Art. 3. Het beroepschrift wordt gedagtekend en ondertekend door de verzoekende partij of haar raadsman en bevat :
  1. de identiteit en het adres van de verzoekende partij;
  2. de identiteit en het adres van de verwerende partij;
  3. een afschrift van de beslissing waartegen beroep wordt ingediend;
  4. een uiteenzetting van de feiten;
  5. een uiteenzetting van middelen die in beroep tegen de tuchtmaatregel worden ingebracht.
-
Art. 4. Na ontvangst van het beroepschrift doet het secretariaat van de kamer van beroep aan de partijen melding van :
  1. het beroepschrift;
  2. de identiteit van de voorzitter, de plaatsvervangende voorzitters en de effectieve en plaatsvervangende leden van de kamer van beroep;
  3. de mogelijkheid tot wraking van de voorzitter, de plaatsvervangende voorzitters en van de effectieve of plaatsvervangende leden;
  4. de mogelijkheid voor de verzoekende partij of haar raadsman om een toelichtende memorie in te dienen tot uiterlijk 20 werkdagen na het indienen van het beroepschrift;
  5. de mogelijkheid voor de verwerende partij of haar raadsman om een verweerschrift in te dienen tot uiterlijk 20 werkdagen na de ontvangst van de toelichtende memorie van de verzoekende partij of tot uiterlijk 20 werkdagen na het verstrijken van de termijn van 20 werkdagen waarover verzoekende partij beschikt om een toelichtende memorie in te dienen, ingeval de verzoekende partij geen toelichtende memorie heeft ingediend. De toelichtende memorie en het verweerschrift worden aan het secretariaat van de kamer en aan de tegenpartij gestuurd bij een ter post aangetekend schrijven of door afgifte tegen ontvangstbewijs;
  6. het werkingsreglement van de kamer van beroep;
  7. plaats, dag en uur van de zitting;
  8. de mogelijkheid om, op eenvoudig verzoek van de verzoekende partij of haar raadsman, de zitting met gesloten deuren te laten doorgaan;
  9. de mogelijkheid om de kamer van beroep te vragen getuigen te horen.
-
Art. 5. Na ontvangst van de in artikel 4 bedoelde documenten stuurt de verwerende partij binnen de tien werkdagen aan het secretariaat en aan de verzoekende partij een afschrift van het volledige dossier waarop de tuchtmaatregel gesteund is en, in voorkomend geval, van de beslissingen betreffende de niet doorgehaalde tuchtstraffen van het betrokken personeelslid.
-
HOOFDSTUK II. - De wraking
-
Art. 6. § 1. De partij die de voorzitter, de plaatsvervangende voorzitter, een effectief lid of een plaatsvervangend lid wil wraken, is ertoe gehouden haar wraking te doen gelden en de redenen daartoe uiteen te zetten in een akte die zij binnen de termijn bedoeld in artikel 33octies, § 1 van het besluit aan de voorzitter bij een ter post aangetekend schrijven moet betekenen. Als correspondentieadres geldt het adres vermeld in artikel 39.
  Indien de in het eerste lid bedoelde akte betrekking heeft op een effectief lid of een plaatsvervangend lid legt de voorzitter die akte onmiddellijk voor aan de gewraakte persoon die ertoe gehouden is onverwijld aan de voorzitter schriftelijk te verklaren of hij met de wraking instemt, dan wel of hij weigert zich te onthouden. In het laatste geval moet hij antwoorden op de wrakingsmiddelen.
  Het eventueel gewraakte lid verwittigt de plaatsvervanger aan wie hij het dossier bezorgt. Het eventueel gewraakte lid deelt aan het secretariaat mee welk plaatsvervangend lid hem zal vervangen.
  Indien de in het eerste lid bedoelde akte betrekking heeft op de voorzitter of een plaatsvervangende voorzitter beslissen zij, ieder voor zich, onmiddellijk over de gegrondheid van de wraking. De reden tot wraking en hun beslissing over het al dan niet instemmen met de wraking delen zij onmiddellijk mee aan de betrokken partijen en aan de effectieve leden en plaatsvervangende leden van de kamer van beroep.
  Indien de reden tot wraking niet binnen de termijn bedoeld in artikel 33octies, § 1 van het besluit aan diegene die een lid wil wraken bekend is, kan hij dat nog doen vóór de aanvang van de beraadslaging. In dat geval beslist de kamer onmiddellijk over de gegrondheid van de wraking.
  § 2. De partij die een effectief of een plaatsvervangend lid in toepassing van artikel 33octies, § 1 van het besluit ongemotiveerd wil wraken, deelt dit binnen de termijn bedoeld in artikel 33octies, § 1 van het besluit mee aan de voorzitter bij een ter post aangetekend schrijven. Als correspondentieadres geldt het adres vermeld in artikel 39.
  Indien de in het eerste lid bedoelde wraking betrekking heeft op een effectief lid deelt de voorzitter dit onmiddellijk mee aan de gewraakte persoon. Het gewraakte lid verwittigt zijn plaatsvervanger aan wie hij het dossier bezorgt en deelt aan het secretariaat mee wie hem op de zitting zal vervangen.
  Indien de in het eerste lid bedoelde wraking betrekking heeft op een plaatsvervangend lid deelt de voorzitter dit onmiddellijk mee aan de gewraakte persoon.
-
Art. 7. Indien de voorzitter, een plaatsvervangende voorzitter, een effectief lid of een plaatsvervangend lid niet instemt met zijn wraking in toepassing van artikel 33octies, § 1, 3e lid, 1e zin van het besluit, wordt hierover beslist door de kamer van beroep voor de aanvang van de zitting. Indien zowel de voorzitter als de plaatsvervangende voorzitters gewraakt zijn wordt dit, met het oog op de toepassing van artikel 33octies, § 2, van het besluit, meegedeeld aan de Vlaamse minister van Onderwijs.
-
Art. 8. § 1. Het lid dat meent dat er een reden tot wraking tegen hem bestaat, verwittigt hiervan onmiddellijk de voorzitter. Hij verwittigt tevens de plaatsvervanger aan wie hij het dossier bezorgt. Aan het secretariaat meldt hij welk plaatsvervangend lid hem zal vervangen.
  § 2. Indien de voorzitter meent dat er een reden tot wraking tegen hem bestaat, verwittigt hij hiervan een plaatsvervangende voorzitter.
  Indien een plaatsvervangende voorzitter meent dat er een reden tot wraking tegen hem bestaat, verwittigt hij hiervan onmiddellijk de voorzitter.
  Indien zowel de voorzitter als de plaatsvervangende voorzitters menen dat er een reden tot wraking tegen hen bestaat, melden zij dit bij de Vlaamse minister van Onderwijs, en dit met het oog op de toepassing van artikel 33octies, § 2, van het besluit.
-
HOOFDSTUK III. - Voorafgaande maatregelen
-
Art. 9. Het secretariaat deelt aan de effectieve leden van de kamer van beroep de plaats, de dag en het uur mee waarop de zitting zal plaats vinden en bezorgt hen :
  1. een afschrift van het beroepschrift;
  2. een afschrift van de toelichtende memorie van de verzoekende partij;
  3. een afschrift van het verweerschrift van de verwerende partij;
  4. een afschrift van de in artikel 5 bedoelde documenten.
  Bij plaatsvervanging wordt het effectief lid geacht het dossier over te maken aan de plaatsvervanger.
-
Art. 10. Indien één der partijen getuigen wenst te laten horen, deelt zij dit schriftelijk mee aan de voorzitter, via het correspondentieadres vermeld in artikel 39 van dit reglement. Zij vermeldt de naam, het adres en desgevallend het telefoonnummer van de op te roepen getuigen. De verzoekende partij die getuigen wenst te laten horen deelt haar verzoek ten laatste mee bij het indienen van haar toelichtende memorie.
  De verwerende partij die getuigen wenst te laten horen, deelt dit ten laatste mee bij het indienen van haar verweerschrift.
-
HOOFDSTUK IV. - De zitting
-
Art. 11. De zitting wordt geopend door de voorzitter. De voorzitter leidt de debatten. Wat de voorzitter met het oog op de handhaving van de orde beveelt, wordt stipt en terstond uitgevoerd.
-
Art. 12. De verzoekende partij brengt eerst haar uiteenzetting van het verweer tegen de opgelegde tuchtmaatregel, waarna de verwerende partij kan repliceren.
-
Art. 13. Van het getuigenverhoor wordt door het secretariaat onmiddellijk een samenvatting gemaakt die ter zitting wordt ondertekend door de getuigen. In uitzonderlijke omstandigheden, te beoordelen door de kamer van beroep, kan deze samenvatting ook na de zitting worden opgemaakt en aan de getuigen ter ondertekening worden toegestuurd.
  Ter zitting ondertekenen de getuigen een verklaring. Die verklaring vermeldt de naam van de getuige, zijn/haar leeftijd, zijn/haar beroep, zijn/haar woonplaats en of hij/zij al dan niet bloed- of aanverwant is van de verzoekende of verwerende partij.
-
Art. 14. Op het einde van de debatten sluit de voorzitter de zitting.
-
HOOFDSTUK V. - De uitspraak
-
Art. 15. Met het oog op de beslissing voorzien in artikel 33sexies van het besluit volgt, onmiddellijk na het sluiten van de debatten, het overleg over de tuchtuitspraak. Dit overleg gebeurt met gesloten deuren.
-
Art. 16. De beslissing wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris.
  Onverminderd de toepassing van artikel 33decies van het besluit wordt een afschrift van de beslissing elektronisch meegedeeld aan de effectieve leden en aan de plaatsvervangende leden die in de kamer gezeteld hebben.
-
TITEL III. - Beroep tegen een ontslag om dringende redenen
-
HOOFDSTUK I. - Het beroepschrift
-
Art. 17. § 1. Het beroep tegen het ontslag bedoeld in artikel 24, artikel 52bis of artikel 55undecies, § 2, 2° van het decreet wordt bij de kamer van beroep aanhangig gemaakt door middel van een beroepschrift overeenkomstig het bepaalde in artikel 24, vierde lid of artikel 52bis, vierde lid van het decreet. Als correspondentieadres geldt het adres vermeld in artikel 39. § 2. Op hetzelfde ogenblik als verzoekende partij het beroepschrift indient, stuurt zij met een aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs een kopie daarvan aan de verwerende partij.
-
Art. 18. Het beroepschrift wordt gedagtekend en ondertekend door verzoekende partij of haar raadsman en bevat :
  1. de identiteit en het adres van de verzoekende partij;
  2. de identiteit en het adres van de verwerende partij;
  3. een afschrift van het document houdende het ontslag;
  4. een uiteenzetting van de feiten;
  5. een uiteenzetting van middelen die in beroep tegen het ontslag worden ingebracht.
-
Art. 19. Na ontvangst van het beroepschrift doet het secretariaat van de kamer van beroep aan de partijen melding van :
  1. het beroepschrift;
  2. de identiteit van de voorzitter, de plaatsvervangende voorzitter en de effectieve en plaatsvervangende leden van de kamer van beroep;
  3. de mogelijkheid tot wraking van de voorzitter, de plaatsvervangende voorzitter en van de effectieve of plaatsvervangende leden;
  4. de mogelijkheid voor de verwerende partij of haar raadsman om een verweerschrift in te dienen tot uiterlijk 5 werkdagen na de ontvangst van een kopie van het beroepschrift;
  5. het werkingsreglement van de kamer van beroep;
  6. plaats, dag en uur van de zitting;
  7. de mogelijkheid om, op eenvoudig verzoek van de verzoekende partij of haar raadsman, de zitting met gesloten deuren te laten doorgaan;
  8. de mogelijkheid om de kamer van beroep te vragen getuigen te horen
-
Art. 20. Na ontvangst van de in artikel 19 bedoelde documenten stuurt de verwerende partij binnen de vijf werkdagen aan het secretariaat en aan de verzoekende partij een afschrift van het volledige dossier waarop het ontslag gegeven met toepassing van artikel 24, artikel 52bis of artikel 55undecies, § 2, 2° van het decreet gebaseerd is.
-
HOOFDSTUK II. - De wraking
-
Art. 21. Hoofdstuk II van titel II is van overeenkomstige toepassing op het in artikel 17 bedoelde beroep met dien verstande dat voor de termijn van wraking de termijn bedoeld in artikel 33duodecies, § 1 van het besluit geldt.
-
HOOFDSTUK III. - Voorafgaande maatregelen
-
Art. 22. Het secretariaat deelt aan de effectieve leden van de kamer van beroep de plaats, de dag en het uur mee waarop de zitting zal plaats vinden en bezorgt hen;
  1. een afschrift van het beroepschrift;
  2. een afschrift van het verweerschrift van de verwerende partij;
  3. een afschrift van het dossier bedoeld in artikel 20.
  Bij plaatsvervanging wordt het effectief lid geacht het dossier over te maken aan de plaatsvervanger.
-
Art. 23. Indien één der partijen getuigen wenst te horen, deelt zij dit schriftelijk mee aan de voorzitter, via het correspondentieadres vermeld in artikel 39. Zij vermeldt de naam, het adres en desgevallend het telefoonnummer van de op te roepen getuigen.
  De partij die getuigen wenst te horen deelt haar verzoek mee binnen de termijn voorzien voor wraking bedoeld in artikel 33duodecies, § 1 van het besluit.
-
HOOFDSTUK IV. - De zitting
-
Art. 24. Hoofdstuk IV van titel II is van overeenkomstige toepassing op de behandeling van het in artikel 17 bedoelde beroep.
-
HOOFDSTUK V. - De uitspraak
-
Art. 25. Met het oog op de beslissing zoals voorzien in artikel 33sexies van het besluit, volgt onmiddellijk na het sluiten van de debatten het overleg over de uitspraak over het in artikel 17 bedoelde beroep. Dit overleg gebeurt met gesloten deuren.
-
Art. 26. De beslissing wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris.
  Onverminderd de toepassing van artikel 33quaterdecies van het besluit wordt een afschrift van de beslissing elektronisch meegedeeld aan de effectieve leden en aan de plaatsvervangende leden die in de kamer gezeteld hebben.
-
TITEL IV. - Beroep tegen de preventieve schorsing
-
HOOFDSTUK I. - Het beroepschrift
-
Art. 27. § 1. Het beroep tegen de preventieve schorsing of, indien van toepassing, tegen de afhouding van salaris, bedoeld in artikel 59ter van het decreet wordt bij de kamer van beroep aanhangig gemaakt door middel van een beroepschrift overeenkomstig het bepaalde in artikel 59ter, § 1 van het decreet. Als correspondentieadres geldt het adres vermeld in artikel 39 van dit reglement.
  § 2. Op hetzelfde ogenblik als verzoekende partij het beroepschrift indient, stuurt hij met een aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs een kopie daarvan aan de verwerende partij.
-
Art. 28. Het beroepschrift wordt gedagtekend en ondertekend door verzoekende partij of haar raadsman en bevat :
  1. de identiteit en het adres van de verzoekende partij;
  2. de identiteit en het adres van de verwerende partij;
  3. een afschrift van de beslissing betreffende de preventieve schorsing of, indien van toepassing, betreffende de afhouding van de wedde;
  4. een uiteenzetting van de feiten;
  5. een uiteenzetting van alle middelen die in beroep tegen de preventieve schorsing en, indien van toepassing, tegen de afhouding van salaris, worden ingebracht.
-
Art. 29. Na ontvangst van het beroepschrift doet het secretariaat van de kamer van beroep aan de partijen melding van :
  1. het beroepschrift;
  2. de identiteit van de voorzitter, de plaatsvervangende voorzitter en de effectieve en plaatsvervangende leden van de kamer van beroep;
  3. de mogelijkheid tot wraking van de voorzitter, de plaatsvervangende voorzitter en van de effectieve of plaatsvervangende leden;
  4. de mogelijkheid voor de verwerende partij of haar raadsman om een verweerschrift in te dienen tot uiterlijk 5 werkdagen na de ontvangst van een kopie van het beroepschrift;
  5. het werkingsreglement van de kamer van beroep;
  6. plaats, dag en uur van de zitting;
  7. de mogelijkheid om, op eenvoudig verzoek van de verzoekende partij, de zitting met gesloten deuren te laten doorgaan;
  8. de mogelijkheid om de kamer van beroep te vragen getuigen te horen.
-
Art. 30. Na ontvangst van de in artikel 29 bedoelde documenten stuurt de verwerende partij binnen de vijf werkdagen aan het secretariaat een afschrift van het volledige dossier waarop de preventieve schorsing gegeven met toepassing van artikel 59 van het decreet gebaseerd is.
-
HOOFDSTUK II. - De wraking
-
Art. 31. Hoofdstuk II van titel II is van overeenkomstige toepassing op het in artikel 27 bedoelde beroep met dien verstande dat voor de termijn van wraking de termijn bedoeld in artikel 33quater decies /2, § 1 van het besluit geldt.
-
HOOFDSTUK III. - Voorafgaande maatregelen
-
Art. 32. Het secretariaat deelt aan de effectieve leden van de kamer van beroep de plaats, de dag en het uur mee waarop de zitting zal plaats vinden en bezorgt hen :
  1. een afschrift van het beroepschrift;
  2. een afschrift van het verweerschrift van de verwerende partij;
  3. een afschrift van het dossier bedoeld in artikel 30.
  Bij plaatsvervanging wordt het effectief lid geacht het dossier over te maken aan zijn plaatsvervanger.
-
Art. 33. Indien één der partijen getuigen wenst te horen, deelt zij dit schriftelijk mee aan de voorzitter, via het correspondentieadres vermeld in artikel 39 van dit reglement. Zij vermeldt de naam, het adres en desgevallend het telefoonnummer van de op te roepen getuigen.
  De partij die getuigen wenst te horen deelt haar verzoek mee binnen de termijn voorzien voor wraking bedoeld in artikel 33quater decies /2 van het besluit.
-
HOOFDSTUK IV. - De zitting
-
Art. 34. Hoofdstuk IV van titel II is van overeenkomstige toepassing op de behandeling van het in artikel 27 bedoelde beroep.
-
HOOFDSTUK V. - De uitspraak
-
Art. 35. Met het oog op de beslissing zoals voorzien in artikel 33sexies van het besluit, volgt onmiddellijk na het sluiten van de debatten het overleg over de uitspraak over het in artikel 27 bedoelde beroep. Dit overleg gebeurt met gesloten deuren.
-
Art. 36. De beslissing wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris. Onverminderd de toepassing van artikel 33quater decies /4 van het besluit wordt een afschrift van de beslissing elektronisch meegedeeld aan de effectieve leden en aan de plaatsvervangende leden die in de kamer gezeteld hebben.
-
TITEL V. - Algemene bepalingen
-
Art. 37. De agenda van de zittingen wordt bepaald door de voorzitter in overleg met de secretaris.
-
Art. 38. De voorzitter, de plaatsvervangende voorzitters, de secretaris en de effectieve en plaatsvervangende leden zijn gehouden tot discretie over de aangelegenheden die zij in de uitoefening van hun mandaat vernemen. Zij oefenen hun mandaat op een onpartijdige en onbevooroordeelde wijze uit.
-
Art. 39. Het secretariaat van de kamer van beroep is gevestigd op het hiernavolgend adres :
  Kamer van beroep voor het gemeenschapsonderwijs
  Afdeling Advies en Ondersteuning Onderwijspersoneel
  T.a.v. Frederik Stevens, secretaris
  Hendrik Consciencegebouw, toren C, 1e verdieping
  Koning Albert II-laan 15
  1210 Brussel
-
Art. 40. Onverminderd het bepaalde in artikelen 16, 26 en 36 wordt alle briefwisseling van de kamer van beroep ondertekend door de secretaris namens de voorzitter.
-
Art. 41. De beslissingen worden door het secretariaat van de kamer blijvend bewaard. De administratieve dossiers, bedoeld in titel II worden bewaard gedurende een periode gelijk aan deze voor de doorhaling der tuchtstraffen bedoeld in artikel 70 van het decreet. De dossiers bedoeld in Titel III worden bewaard gedurende een periode van drie jaar te rekenen vanaf de beslissing. De dossiers bedoeld in Titel IV worden bewaard gedurende een periode van drie jaar te rekenen vanaf de beslissing, wanneer de beslissing niet gevolgd wordt door een tuchtstraf of gedurende een periode gelijk aan deze voor de doorhaling van tuchtstraffen bedoeld in artikel 73 van het decreet, wanneer de beslissing gevolgd wordt door een tuchtstraf. Na het verstrijken van deze termijn worden ze vernietigd.
  In afwijking hierop wordt een dossier na het verstrijken van deze termijn verder bewaard indien over dit dossier nog een procedure loopt bij een rechtsinstantie. De partijen verwittigen het secretariaat wanneer zij een dergelijke procedure hebben ingesteld.
-
Art. 42. De beroepen die werden neergelegd vóór de goedkeuring van dit werkingsreglement, worden geacht in overeenstemming te zijn met dit reglement.
-
Art. 43. Het werkingsreglement van 23 september 2009 wordt opgeheven.
-
  Goedgekeurd door de kamer van beroep in zitting van 10 november 2011.
  De Secretaris,
  Frederik STEVENS
  De Voorzitter, Kaat LEUS, verhinderd
  De Plaatsvervangende Voorzitter,
  Jean DUJARDIN
-