Artikel 1. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 tot vaststelling van de totale investeringssubsidie en de bouwtechnische normen voor voorzieningen voor ouderen en voorzieningen in de thuiszorg, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008 en 24 juli 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt :
"1° aanvrager : rechtspersoon die erkend is of voldoet aan de wettelijke voorwaarden om zorg- en dienstverlening te organiseren in het kader van de persoonsgebonden aangelegenheden en die een aanvraag tot het verkrijgen van een investeringssubsidie of investeringswaarborg indient";
2° punt 2° wordt vervangen door wat volgt :
"2° investering : kosten voor bouw-, uitbreidings- en verbouwingswerkzaamheden, aankoop van infrastructuur, uitrusting of apparatuur, met uitzondering van de aankoop van grond";
3° punt 3° wordt vervangen door wat volgt :
"3° investeringssubsidie : subsidie als rechtstreekse of onrechtstreekse bijdrage in de kostprijs of de financiering van de investering door een aanvrager, overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden";
4° punt 6° wordt vervangen door wat volgt :
"6° project : het voorwerp van de geplande investering, zoals omschreven in het masterplan, waarvoor een investeringssubsidie of investeringswaarborg wordt gevraagd";
5° punt 8° wordt vervangen door wat volgt :
"8° masterplan : globale en beschrijvende schets met kostenraming van het geplande project of de geplande projecten, met vermelding van de doelgroep, de capaciteit, de uitvoeringstermijnen en toekomstige ontwikkelingen, met daarbij een financieel plan in verhouding tot de verwachte exploitatie".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
10 NOVEMBER 2011. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden
Titre
10 NOVEMBRE 2011. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant divers arrêtés relatifs à l'infrastructure affectée aux matières personnalisables
Documentinformatie
Numac: 2011206057
Datum: 2011-11-10
Info du document
Numac: 2011206057
Date: 2011-11-10
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen in het besluit van d...
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen in het besluit van d...
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen in het besluit van d...
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen in het besluit van d...
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen in het besluit van d...
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen in het besluit van d...
HOOFDSTUK 7. - Wijziging in het besluit van de ...
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen in het besluit van d...
HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen in het besluit van d...
HOOFDSTUK 10. - Wijzigingen in het besluit van ...
HOOFDSTUK 11. - Slotbepalingen
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Modifications de l'arrêté du Go...
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 3. - Modifications à l'arrêté du Gouve...
CHAPITRE 4. - Modifications de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 5. - Modifications de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 6. - Modifications de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 7. - Modification de l'arrêté du Gouve...
CHAPITRE 8. - Modifications de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 9. - Modifications de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 10. - Modifications de l'arrêté du Gou...
CHAPITRE 11. - Dispositions finales
Tekst (99)
Texte (99)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen in het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 tot vaststelling van de totale investeringssubsidie en de bouwtechnische normen voor voorzieningen voor ouderen en voorzieningen in de thuiszorg
CHAPITRE 1er. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juin 1999 fixant la subvention globale d'investissement et les normes techniques de la construction pour les structures pour personnes âgées et les structures des soins à domicile
Article 1er. Dans l'article 1er de l'arrête du Gouvernement flamand du 8 juin 1999 fixant la subvention globale d'investissement et les normes techniques de la construction pour des structures destinées aux personnes âgées et des structures de soins à domicile, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 30 mai 2008 et 24 juillet 2009, sont apportées les modifications suivantes :
1° le point 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° demandeur : personne morale agréée ou répondant aux conditions légales pour organiser des soins et des services dans le cadre des matières personnalisables et qui introduit une demande d'octroi d'une subvention d'investissement ou d'une garantie d'investissement ";
2° le point 2° est remplacé par ce qui suit :
" 2° investissement : coûts de construction, de travaux d'agrandissement et de transformation, d'achat d'infrastructure, d'équipement ou d'appareillage, à l'exception de l'achat de terres ";
3° le point 3° est remplacé par ce qui suit :
" 3° subvention d'investissement : subvention en tant que contribution directe ou indirecte au coût du projet ou le financement de l'investissement par un demandeur, conformément aux dispositions du décret du 23 février 1994 relatif à l'infrastructure affectée aux matières personnalisables ";
4° le point 6° est remplacé par ce qui suit :
" 6° projet : l'objet de l'investissement envisagé, tel que décrit dans le plan maître, pour lequel une subvention d'investissement ou une garantie d'investissement est demandée ";
5° le point 8° est remplacé par ce qui suit :
" 8° plan maître : esquisse descriptive et globale avec estimation des frais du projet envisagé ou des projets envisagés, mentionnant le groupe cible, la capacité, les délais d'exécution et développements futurs, y compris un plan financier en proportion de l'exploitation prévue ".
1° le point 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° demandeur : personne morale agréée ou répondant aux conditions légales pour organiser des soins et des services dans le cadre des matières personnalisables et qui introduit une demande d'octroi d'une subvention d'investissement ou d'une garantie d'investissement ";
2° le point 2° est remplacé par ce qui suit :
" 2° investissement : coûts de construction, de travaux d'agrandissement et de transformation, d'achat d'infrastructure, d'équipement ou d'appareillage, à l'exception de l'achat de terres ";
3° le point 3° est remplacé par ce qui suit :
" 3° subvention d'investissement : subvention en tant que contribution directe ou indirecte au coût du projet ou le financement de l'investissement par un demandeur, conformément aux dispositions du décret du 23 février 1994 relatif à l'infrastructure affectée aux matières personnalisables ";
4° le point 6° est remplacé par ce qui suit :
" 6° projet : l'objet de l'investissement envisagé, tel que décrit dans le plan maître, pour lequel une subvention d'investissement ou une garantie d'investissement est demandée ";
5° le point 8° est remplacé par ce qui suit :
" 8° plan maître : esquisse descriptive et globale avec estimation des frais du projet envisagé ou des projets envisagés, mentionnant le groupe cible, la capacité, les délais d'exécution et développements futurs, y compris un plan financier en proportion de l'exploitation prévue ".
Art.2. In artikel 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008 en 24 juli 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 wordt punt 3° vervangen door wat volgt :
"3° de regelgeving over de eisen en handhavingsmaatregelen op het vlak van de energieprestaties en het binnenklimaat voor gebouwen en tot invoering van een energieprestatiecertificaat;";
2° in paragraaf 1 wordt punt 4° en 5° opgeheven;
3° in paragraaf 1 wordt punt 7° vervangen door wat volgt :
"7° de typebestekken, opgesteld door het Vlaams ministerie van Mobiliteit en Openbare Werken;";
4° in paragraaf 1 wordt punt 10° vervangen door wat volgt :
"10° indien van toepassing, de regelgeving houdende integratie van kunstwerken in gebouwen van openbare diensten en daarmee gelijkgestelde diensten en van door de overheid gesubsidieerde inrichtingen, verenigingen en instellingen die tot de Vlaamse Gemeenschap behoren.";
5° er wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 3. De bouwfysische normen, vermeld in paragraaf 1 en 2, gelden met behoud van de toepassing van de wetgeving over veiligheid, hygiëne, comfort en bescherming van de arbeid.".
1° in paragraaf 1 wordt punt 3° vervangen door wat volgt :
"3° de regelgeving over de eisen en handhavingsmaatregelen op het vlak van de energieprestaties en het binnenklimaat voor gebouwen en tot invoering van een energieprestatiecertificaat;";
2° in paragraaf 1 wordt punt 4° en 5° opgeheven;
3° in paragraaf 1 wordt punt 7° vervangen door wat volgt :
"7° de typebestekken, opgesteld door het Vlaams ministerie van Mobiliteit en Openbare Werken;";
4° in paragraaf 1 wordt punt 10° vervangen door wat volgt :
"10° indien van toepassing, de regelgeving houdende integratie van kunstwerken in gebouwen van openbare diensten en daarmee gelijkgestelde diensten en van door de overheid gesubsidieerde inrichtingen, verenigingen en instellingen die tot de Vlaamse Gemeenschap behoren.";
5° er wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 3. De bouwfysische normen, vermeld in paragraaf 1 en 2, gelden met behoud van de toepassing van de wetgeving over veiligheid, hygiëne, comfort en bescherming van de arbeid.".
Art.2. Dans l'article 3 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 30 mai 2008 et 24 juillet 2009, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le paragraphe 1er, le point 3° est remplacé par ce qui suit :
" 3° la réglementation relative aux exigences et mesures de maintien en matière de performance énergétique et de climat intérieur de bâtiments et portant instauration d'un certificat de performance énergétique; ";
2° dans le paragraphe 1er, les points 4° et 5° sont abrogés;
3° dans le paragraphe 1er, le point 7° est remplacé par ce qui suit :
" 7° les cahiers des charges type, établis par le Ministère flamand de la Mobilité et des Travaux publics; ";
4° dans le paragraphe 1er, le point 10° est remplacé par ce qui suit :
" 10° si d'application, la réglementation relative à l'intégration d'oeuvres d'art dans des bâtiments de services publics et de services y assimilés, et des établissements, associations et institutions subventionnées par les pouvoirs publics qui relèvent de la Communauté flamande. ";
5° il est ajouté un paragraphe 3, rédigé comme suit :
" § 3. Les normes physiques de la construction, visées aux paragraphes 1er et 2, s'appliquent sans préjudice de l'application de la législation relative à la sécurité, l'hygiène, le confort et la protection du travail. "
1° dans le paragraphe 1er, le point 3° est remplacé par ce qui suit :
" 3° la réglementation relative aux exigences et mesures de maintien en matière de performance énergétique et de climat intérieur de bâtiments et portant instauration d'un certificat de performance énergétique; ";
2° dans le paragraphe 1er, les points 4° et 5° sont abrogés;
3° dans le paragraphe 1er, le point 7° est remplacé par ce qui suit :
" 7° les cahiers des charges type, établis par le Ministère flamand de la Mobilité et des Travaux publics; ";
4° dans le paragraphe 1er, le point 10° est remplacé par ce qui suit :
" 10° si d'application, la réglementation relative à l'intégration d'oeuvres d'art dans des bâtiments de services publics et de services y assimilés, et des établissements, associations et institutions subventionnées par les pouvoirs publics qui relèvent de la Communauté flamande. ";
5° il est ajouté un paragraphe 3, rédigé comme suit :
" § 3. Les normes physiques de la construction, visées aux paragraphes 1er et 2, s'appliquent sans préjudice de l'application de la législation relative à la sécurité, l'hygiène, le confort et la protection du travail. "
Art.3. Artikel 8 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 8. Behalve bij een lokaal dienstencentrum komt een aankoop alleen in aanmerking voor een investeringssubsidie als hij gepaard gaat met en wordt gevolgd door verbouwingswerkzaamheden.
Het basisbedrag van de investeringssubsidie voor een aankoop met of zonder verbouwing, uitrusting en meubilering inbegrepen, bedraagt maximaal 75 % van het basisbedrag van de investeringssubsidie, vermeld in artikel 5, § 1. Voor de aankoop kan ten hoogste 60 % van de som van de door het comité van aankoop geschatte venale waarde van het gebouw en de aan de aankoop verbonden en bewezen notariskosten en registratierechten of btw, in aanmerking komen voor de investeringssubsidie."
"Art. 8. Behalve bij een lokaal dienstencentrum komt een aankoop alleen in aanmerking voor een investeringssubsidie als hij gepaard gaat met en wordt gevolgd door verbouwingswerkzaamheden.
Het basisbedrag van de investeringssubsidie voor een aankoop met of zonder verbouwing, uitrusting en meubilering inbegrepen, bedraagt maximaal 75 % van het basisbedrag van de investeringssubsidie, vermeld in artikel 5, § 1. Voor de aankoop kan ten hoogste 60 % van de som van de door het comité van aankoop geschatte venale waarde van het gebouw en de aan de aankoop verbonden en bewezen notariskosten en registratierechten of btw, in aanmerking komen voor de investeringssubsidie."
Art.3. L'article 8 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Art. 8. Sauf dans le cas d'un centre de services local, un achat ne peut entrer en considération pour une subvention d'investissement que lorsqu'il s'accompagne et qu'il est suivi de travaux de transformation.
Le montant de base de la subvention d'investissement pour un achat avec ou sans transformation, y compris équipement et mobilier, s'élève au maximum à 75 % du montant de base de la subvention d'investissement, visée à l'article 5, § 1er. Pour l'achat, seuls peuvent entrer en considération pour la subvention d'investissement, 60 % au maximum de la somme de la valeur vénale de l'immeuble estimée par le comité d'acquisition et des frais de notaire et droits d'enregistrement ou la T.V.A. liés à l'achat et prouvés. "
" Art. 8. Sauf dans le cas d'un centre de services local, un achat ne peut entrer en considération pour une subvention d'investissement que lorsqu'il s'accompagne et qu'il est suivi de travaux de transformation.
Le montant de base de la subvention d'investissement pour un achat avec ou sans transformation, y compris équipement et mobilier, s'élève au maximum à 75 % du montant de base de la subvention d'investissement, visée à l'article 5, § 1er. Pour l'achat, seuls peuvent entrer en considération pour la subvention d'investissement, 60 % au maximum de la somme de la valeur vénale de l'immeuble estimée par le comité d'acquisition et des frais de notaire et droits d'enregistrement ou la T.V.A. liés à l'achat et prouvés. "
Art.4. In artikel 9 van hetzelfde besluit worden de woorden "aankoop met verbouwing" vervangen door de woorden "aankoop met of zonder verbouwing".
Art.4. Dans l'article 9 du même arrêté, les mots " d'achat avec transformation " sont remplacés par les mots " d'achat avec ou sans transformation ".
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen in het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juin 1999 établissant les règles de procédure relatives à l'infrastructure affectée aux matières personnalisables
Art.5. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 19 april 2002, 30 mei 2008, 24 juli 2009 en 4 juni 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° punt 3° wordt vervangen door wat volgt :
"3° aanvrager : rechtspersoon die erkend is of voldoet aan de wettelijke voorwaarden om zorg- en dienstverlening te organiseren in het kader van de persoonsgebonden aangelegenheden en die een aanvraag tot het verkrijgen van een investeringssubsidie of investeringswaarborg indient";
2° punt 4° wordt vervangen door wat volgt :
"4° investering : kosten voor bouw-, uitbreidings- en verbouwingswerkzaamheden, aankoop van infrastructuur, uitrusting of apparatuur, met uitzondering van de aankoop van grond";
3° punt 6° wordt vervangen door wat volgt :
"6° investeringssubsidie : subsidie als rechtstreekse of onrechtstreekse bijdrage in de kostprijs of de financiering van de investering door een aanvrager, overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden";
4° punt 13° wordt vervangen door wat volgt :
"13° masterplan : globale en beschrijvende schets met kostenraming van het geplande project of de geplande projecten, met vermelding van de doelgroep, de capaciteit, de uitvoeringstermijnen en toekomstige ontwikkelingen, met daarbij een financieel plan in verhouding tot de verwachte exploitatie";
5° punt 14° wordt vervangen door wat volgt :
"14° project : het voorwerp van de geplande investering, zoals omschreven in het masterplan, waarvoor een investeringssubsidie of investeringswaarborg wordt gevraagd";
6° in punt 28°bis worden de woorden "en de diensten voor pleegzorg" vervangen door de zinsnede ", de diensten voor pleegzorg, de diensten voor herstelgerichte en constructieve afhandeling en de diensten voor crisishulp aan huis";
7° in punt 29° wordt het woord "initiatiefnemer" telkens vervangen door het woord "aanvrager".
1° punt 3° wordt vervangen door wat volgt :
"3° aanvrager : rechtspersoon die erkend is of voldoet aan de wettelijke voorwaarden om zorg- en dienstverlening te organiseren in het kader van de persoonsgebonden aangelegenheden en die een aanvraag tot het verkrijgen van een investeringssubsidie of investeringswaarborg indient";
2° punt 4° wordt vervangen door wat volgt :
"4° investering : kosten voor bouw-, uitbreidings- en verbouwingswerkzaamheden, aankoop van infrastructuur, uitrusting of apparatuur, met uitzondering van de aankoop van grond";
3° punt 6° wordt vervangen door wat volgt :
"6° investeringssubsidie : subsidie als rechtstreekse of onrechtstreekse bijdrage in de kostprijs of de financiering van de investering door een aanvrager, overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden";
4° punt 13° wordt vervangen door wat volgt :
"13° masterplan : globale en beschrijvende schets met kostenraming van het geplande project of de geplande projecten, met vermelding van de doelgroep, de capaciteit, de uitvoeringstermijnen en toekomstige ontwikkelingen, met daarbij een financieel plan in verhouding tot de verwachte exploitatie";
5° punt 14° wordt vervangen door wat volgt :
"14° project : het voorwerp van de geplande investering, zoals omschreven in het masterplan, waarvoor een investeringssubsidie of investeringswaarborg wordt gevraagd";
6° in punt 28°bis worden de woorden "en de diensten voor pleegzorg" vervangen door de zinsnede ", de diensten voor pleegzorg, de diensten voor herstelgerichte en constructieve afhandeling en de diensten voor crisishulp aan huis";
7° in punt 29° wordt het woord "initiatiefnemer" telkens vervangen door het woord "aanvrager".
Art.5. Dans l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juin 1999 établissant les règles de procédure relative à l'infrastructure affectée aux matières personnalisables, modifié par les arrêtes du Gouvernement flamand des 19 avril 2002, 30 mai 2008, 24 juillet 2009 et 4 juin 2010, sont apportées les modifications suivantes :
1° le point 3° est remplacé par ce qui suit :
" 3° demandeur : personne morale agréée ou répondant aux conditions légales pour organiser des soins et des services dans le cadre des matières personnalisables et qui introduit une demande d'octroi d'une subvention d'investissement ou d'une garantie d'investissement ";
2° le point 4° est remplacé par ce qui suit :
" 4° investissement : coûts de construction, de travaux d'agrandissement et de transformation, d'achat d'infrastructure, d'équipement ou d'appareillage, à l'exception de l'achat de terres ";
3° le point 6° est remplacé par ce qui suit :
" 6° subvention d'investissement : subvention en tant que contribution directe ou indirecte au coût du projet ou le financement de l'investissement par un demandeur, conformément aux dispositions du décret du 23 février 1994 relatif à l'infrastructure affectée aux matières personnalisables ";
4° le point 13° est remplacé par ce qui suit :
" 13° plan maître : esquisse descriptive et globale avec estimation des frais du projet envisagé ou des projets envisagés, mentionnant le groupe cible, la capacité, les délais d'exécution et développements futurs, y compris un plan financier en proportion de l'exploitation prévue ";
5° le point 14° est remplacé par ce qui suit :
" 14° projet : l'objet de l'investissement envisagé, tel que décrit dans le plan maître, pour lequel une subvention d'investissement ou une garantie d'investissement est demandée ";
6° dans le point 28°bis, les mots " et les services de placement familial " sont remplacés par le syntagme " , les services de placement familial, les services de traitement restaurateur et constructif et les services d'aide de crise à domicile ";
7° dans le point 29°, le mot " l'initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ".
1° le point 3° est remplacé par ce qui suit :
" 3° demandeur : personne morale agréée ou répondant aux conditions légales pour organiser des soins et des services dans le cadre des matières personnalisables et qui introduit une demande d'octroi d'une subvention d'investissement ou d'une garantie d'investissement ";
2° le point 4° est remplacé par ce qui suit :
" 4° investissement : coûts de construction, de travaux d'agrandissement et de transformation, d'achat d'infrastructure, d'équipement ou d'appareillage, à l'exception de l'achat de terres ";
3° le point 6° est remplacé par ce qui suit :
" 6° subvention d'investissement : subvention en tant que contribution directe ou indirecte au coût du projet ou le financement de l'investissement par un demandeur, conformément aux dispositions du décret du 23 février 1994 relatif à l'infrastructure affectée aux matières personnalisables ";
4° le point 13° est remplacé par ce qui suit :
" 13° plan maître : esquisse descriptive et globale avec estimation des frais du projet envisagé ou des projets envisagés, mentionnant le groupe cible, la capacité, les délais d'exécution et développements futurs, y compris un plan financier en proportion de l'exploitation prévue ";
5° le point 14° est remplacé par ce qui suit :
" 14° projet : l'objet de l'investissement envisagé, tel que décrit dans le plan maître, pour lequel une subvention d'investissement ou une garantie d'investissement est demandée ";
6° dans le point 28°bis, les mots " et les services de placement familial " sont remplacés par le syntagme " , les services de placement familial, les services de traitement restaurateur et constructif et les services d'aide de crise à domicile ";
7° dans le point 29°, le mot " l'initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ".
Art.6. In artikel 2 van hetzelfde besluit wordt het woord "initiatiefnemers" vervangen door het woord "aanvragers".
Art.6. Dans l'article 2 du même arrêté, les mots " initiateurs " sont remplacés par le mot " demandeurs ".
Art.7. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2011, wordt een artikel 2bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 2bis. De aanvrager komt alleen in aanmerking voor een investeringssubsidie of een investeringswaarborg als hij voldoet aan de volgende voorwaarden :
1° hij is erkend of hij voldoet aan de wettelijke voorwaarden om zorg- en dienstverlening te organiseren in het kader van de persoonsgebonden aangelegenheden, vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet;
2° hij beschikt over een genotsrecht op het project als vermeld in artikel 12, § 1, derde lid, van het decreet. Als de aanvrager en de eigenaar of de houder van de zakelijke rechten op de grond waarop een project wordt voorzien, twee verschillende personen zijn, mag er geen ongeoorloofde verwantschap bestaan tussen hen als vermeld in artikel 2ter."
"Art. 2bis. De aanvrager komt alleen in aanmerking voor een investeringssubsidie of een investeringswaarborg als hij voldoet aan de volgende voorwaarden :
1° hij is erkend of hij voldoet aan de wettelijke voorwaarden om zorg- en dienstverlening te organiseren in het kader van de persoonsgebonden aangelegenheden, vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet;
2° hij beschikt over een genotsrecht op het project als vermeld in artikel 12, § 1, derde lid, van het decreet. Als de aanvrager en de eigenaar of de houder van de zakelijke rechten op de grond waarop een project wordt voorzien, twee verschillende personen zijn, mag er geen ongeoorloofde verwantschap bestaan tussen hen als vermeld in artikel 2ter."
Art.7. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 mars 2011, il est inséré un article 2bis, rédigé comme suit :
" Art. 2bis. Le demandeur ne peut obtenir de subvention d'investissement ou de garantie d'investissement que lorsqu'il satisfait aux conditions suivantes :
1° il est agréé ou il satisfait aux conditions légales pour organiser des soins et services dans le cadre des matières personnalisables, visés à l'article 2, 1°, du décret;
2° il dispose d'un droit de jouissance du projet, tel que visé à l'article 12, § 1er, alinéa trois, du décret. Lorsque le demandeur et le détenteur des droits réels du terrain sur lequel un projet est prévu sont deux personnes différentes, il ne peut y avoir de parenté illégitime mutuelle, telle que visée à l'article 2ter. "
" Art. 2bis. Le demandeur ne peut obtenir de subvention d'investissement ou de garantie d'investissement que lorsqu'il satisfait aux conditions suivantes :
1° il est agréé ou il satisfait aux conditions légales pour organiser des soins et services dans le cadre des matières personnalisables, visés à l'article 2, 1°, du décret;
2° il dispose d'un droit de jouissance du projet, tel que visé à l'article 12, § 1er, alinéa trois, du décret. Lorsque le demandeur et le détenteur des droits réels du terrain sur lequel un projet est prévu sont deux personnes différentes, il ne peut y avoir de parenté illégitime mutuelle, telle que visée à l'article 2ter. "
Art.8. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2011, wordt een artikel 2ter ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 2ter. De aanvrager en de eigenaar van de grond waarop een project wordt uitgevoerd of de aanvrager en de houder van de zakelijke rechten op de grond waarop een project wordt uitgevoerd, worden geacht een ongeoorloofde verwantschapsband te hebben als de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond een natuurlijke persoon is of een handelsvennootschap met rechtspersoonlijkheid als vermeld in artikel 2, § 2, van het Wetboek van Vennootschappen, en als de ene rechtstreeks of onrechtstreeks de bevoegdheid in rechte of in feite heeft om bij de andere een beslissende invloed uit te oefenen op de aanstelling van de meerderheid van de leden van het bestuursorgaan of op de oriëntatie van het beleid.
De ongeoorloofde verwantschapsband is in rechte en wordt onweerlegbaar vermoed als :
1° de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond in het bezit is van de meerderheid van de stemrechten die verbonden zijn aan het totaal van de deelnamerechten van de aanvrager;
2° de aanvrager in het bezit is van de meerderheid van de stemrechten die verbonden zijn aan het totaal van de effecten van de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond;
3° de meerderheid van de bestuurders van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond, of de aandeelhouders van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond, op persoonlijke titel, alleen of samen, de meerderheid bezit of bezitten van de stemrechten die verbonden zijn aan de deelnamerechten van de aanvrager;
4° de meerderheid van de bestuurders of de leden van de aanvrager op persoonlijke titel, alleen of samen, de meerderheid bezit of bezitten van de stemrechten die verbonden zijn aan de effecten van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond;
5° de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond of de meerderheid van zijn bestuurders of aandeelhouders of zijn economische rechthebbenden het recht heeft of hebben om de meerderheid van de bestuurders van de aanvrager te benoemen of te ontslaan;
6° de aanvrager of de meerderheid van zijn bestuurders of leden of zijn economische rechthebbenden het recht heeft of hebben om de meerderheid van de bestuurders van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond te benoemen of te ontslaan;
7° de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond of de meerderheid van zijn bestuurders of aandeelhouders of zijn economische rechthebbenden krachtens de statuten van de aanvrager of krachtens een gesloten overeenkomst over de bevoegdheid beschikt of beschikken om een beslissende invloed uit te oefenen op de aanstelling van de meerderheid van het bestuursorgaan of op de oriëntatie van het beleid;
8° de aanvrager of de meerderheid van zijn bestuurders, leden of zijn economische rechthebbenden krachtens de statuten van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond of krachtens een gesloten overeenkomst over de bevoegdheid beschikt of beschikken om een beslissende invloed uit te oefenen op de aanstelling van de meerderheid van het bestuursorgaan of op de oriëntatie van het beleid;
9° de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond, zijn bestuurders of aandeelhouders op de voorlaatste en laatste algemene vergadering van de aanvrager stemrechten hebben uitgeoefend die de meerderheid vertegenwoordigen van de stemrechten die verbonden zijn aan de op deze algemene vergaderingen vertegenwoordigde aandelen;
10° de aanvrager, zijn bestuurders of aandeelhouders op de voorlaatste en laatste algemene vergadering van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond stemrechten hebben uitgeoefend die de meerderheid vertegenwoordigen van de stemrechten die verbonden zijn aan de op deze algemene vergaderingen vertegenwoordigde aandelen;
11° de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond en de aanvrager onder een centrale leiding staan. Er wordt vermoed dat ze onder een centrale leiding staan als :
a) de centrale leiding voortvloeit uit de statuten van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond enerzijds, en de aanvrager anderzijds, of uit een overeenkomst tussen alle betrokken entiteiten;
b) de bestuursorganen van respectievelijk de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond en de aanvrager, alsook de entiteit die de centrale leiding voert, voor het merendeel uit dezelfde personen bestaan;
c) de meerderheid van de aandelen of lidmaatschapsrechten van respectievelijk de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond en de aanvrager, alsook de entiteit die de centrale leiding voert, worden gehouden door dezelfde personen;
12° de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond rechtstreeks of onrechtstreeks een invloed van betekenis uitoefent op de oriëntatie van het beleid van de aanvrager door een participatie van minstens tien procent te nemen in het lidmaatschap van de aanvrager;
13° de aanvrager rechtstreeks of onrechtstreeks een invloed van betekenis uitoefent op de oriëntatie van het beleid van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond door een participatie van minstens tien procent te nemen in het kapitaal van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond;
14° de bestuurders of de aandeelhouders van de aanvrager enerzijds, en de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond of zijn bestuurders of de aandeelhouders anderzijds, bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad of echtgenoten zijn. Voor de toepassing van deze bepaling worden personen die een wettelijk samenlevingscontract hebben gesloten, met echtgenoten gelijkgesteld. De onverenigbaarheid wordt geacht op te houden door het overlijden van de persoon door wie ze tot stand is gekomen, door echtscheiding of door het ophouden van het wettelijk samenlevingscontract.
Voor de beoordeling van de gevallen, vermeld in het tweede lid, is het niet belangrijk dat :
1° de bestuurders of aandeelhouders van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond enerzijds, of de bestuurders of leden van de aanvrager anderzijds, alleen of samen handelen.Tenzij het anders wordt bewezen, worden personen die op hetzelfde ogenblik bestuurder of aandeelhouder zijn van de eigenaar van de grond, of van de houder van de zakelijke rechten op de grond en bestuurder of lid van de aanvrager, geacht samen te handelen;
2° de verwantschapsband op rechtstreekse of onrechtstreekse wijze, met tussenplaatsing van andere entiteiten of tussenpersonen, tot stand komt;
3° stemrechten worden geschorst of onderworpen zijn aan stemkrachtbeperking.
De ongeoorloofde verwantschapsband kan in feite worden vermoed door het Fonds op basis van andere elementen dan de elementen, vermeld in het tweede lid. Dat vermoeden is weerlegbaar door de aanvrager.
Het Fonds heeft de mogelijkheid om, in elke fase van de procedure, aan de aanvrager aanvullende gegevens te vragen over de verwantschapsband tussen de aanvrager en de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond.
Het Fonds heeft de mogelijkheid om, in elke fase van de procedure, aan de aanvrager aanvullende gegevens te vragen over de rechtsgeldigheid van zijn rechtsband met de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond, en over de marktconformiteit van de vergoedingen die gebaseerd zijn op die rechtsband."
"Art. 2ter. De aanvrager en de eigenaar van de grond waarop een project wordt uitgevoerd of de aanvrager en de houder van de zakelijke rechten op de grond waarop een project wordt uitgevoerd, worden geacht een ongeoorloofde verwantschapsband te hebben als de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond een natuurlijke persoon is of een handelsvennootschap met rechtspersoonlijkheid als vermeld in artikel 2, § 2, van het Wetboek van Vennootschappen, en als de ene rechtstreeks of onrechtstreeks de bevoegdheid in rechte of in feite heeft om bij de andere een beslissende invloed uit te oefenen op de aanstelling van de meerderheid van de leden van het bestuursorgaan of op de oriëntatie van het beleid.
De ongeoorloofde verwantschapsband is in rechte en wordt onweerlegbaar vermoed als :
1° de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond in het bezit is van de meerderheid van de stemrechten die verbonden zijn aan het totaal van de deelnamerechten van de aanvrager;
2° de aanvrager in het bezit is van de meerderheid van de stemrechten die verbonden zijn aan het totaal van de effecten van de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond;
3° de meerderheid van de bestuurders van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond, of de aandeelhouders van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond, op persoonlijke titel, alleen of samen, de meerderheid bezit of bezitten van de stemrechten die verbonden zijn aan de deelnamerechten van de aanvrager;
4° de meerderheid van de bestuurders of de leden van de aanvrager op persoonlijke titel, alleen of samen, de meerderheid bezit of bezitten van de stemrechten die verbonden zijn aan de effecten van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond;
5° de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond of de meerderheid van zijn bestuurders of aandeelhouders of zijn economische rechthebbenden het recht heeft of hebben om de meerderheid van de bestuurders van de aanvrager te benoemen of te ontslaan;
6° de aanvrager of de meerderheid van zijn bestuurders of leden of zijn economische rechthebbenden het recht heeft of hebben om de meerderheid van de bestuurders van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond te benoemen of te ontslaan;
7° de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond of de meerderheid van zijn bestuurders of aandeelhouders of zijn economische rechthebbenden krachtens de statuten van de aanvrager of krachtens een gesloten overeenkomst over de bevoegdheid beschikt of beschikken om een beslissende invloed uit te oefenen op de aanstelling van de meerderheid van het bestuursorgaan of op de oriëntatie van het beleid;
8° de aanvrager of de meerderheid van zijn bestuurders, leden of zijn economische rechthebbenden krachtens de statuten van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond of krachtens een gesloten overeenkomst over de bevoegdheid beschikt of beschikken om een beslissende invloed uit te oefenen op de aanstelling van de meerderheid van het bestuursorgaan of op de oriëntatie van het beleid;
9° de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond, zijn bestuurders of aandeelhouders op de voorlaatste en laatste algemene vergadering van de aanvrager stemrechten hebben uitgeoefend die de meerderheid vertegenwoordigen van de stemrechten die verbonden zijn aan de op deze algemene vergaderingen vertegenwoordigde aandelen;
10° de aanvrager, zijn bestuurders of aandeelhouders op de voorlaatste en laatste algemene vergadering van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond stemrechten hebben uitgeoefend die de meerderheid vertegenwoordigen van de stemrechten die verbonden zijn aan de op deze algemene vergaderingen vertegenwoordigde aandelen;
11° de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond en de aanvrager onder een centrale leiding staan. Er wordt vermoed dat ze onder een centrale leiding staan als :
a) de centrale leiding voortvloeit uit de statuten van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond enerzijds, en de aanvrager anderzijds, of uit een overeenkomst tussen alle betrokken entiteiten;
b) de bestuursorganen van respectievelijk de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond en de aanvrager, alsook de entiteit die de centrale leiding voert, voor het merendeel uit dezelfde personen bestaan;
c) de meerderheid van de aandelen of lidmaatschapsrechten van respectievelijk de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond en de aanvrager, alsook de entiteit die de centrale leiding voert, worden gehouden door dezelfde personen;
12° de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond rechtstreeks of onrechtstreeks een invloed van betekenis uitoefent op de oriëntatie van het beleid van de aanvrager door een participatie van minstens tien procent te nemen in het lidmaatschap van de aanvrager;
13° de aanvrager rechtstreeks of onrechtstreeks een invloed van betekenis uitoefent op de oriëntatie van het beleid van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond door een participatie van minstens tien procent te nemen in het kapitaal van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond;
14° de bestuurders of de aandeelhouders van de aanvrager enerzijds, en de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond of zijn bestuurders of de aandeelhouders anderzijds, bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad of echtgenoten zijn. Voor de toepassing van deze bepaling worden personen die een wettelijk samenlevingscontract hebben gesloten, met echtgenoten gelijkgesteld. De onverenigbaarheid wordt geacht op te houden door het overlijden van de persoon door wie ze tot stand is gekomen, door echtscheiding of door het ophouden van het wettelijk samenlevingscontract.
Voor de beoordeling van de gevallen, vermeld in het tweede lid, is het niet belangrijk dat :
1° de bestuurders of aandeelhouders van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond enerzijds, of de bestuurders of leden van de aanvrager anderzijds, alleen of samen handelen.Tenzij het anders wordt bewezen, worden personen die op hetzelfde ogenblik bestuurder of aandeelhouder zijn van de eigenaar van de grond, of van de houder van de zakelijke rechten op de grond en bestuurder of lid van de aanvrager, geacht samen te handelen;
2° de verwantschapsband op rechtstreekse of onrechtstreekse wijze, met tussenplaatsing van andere entiteiten of tussenpersonen, tot stand komt;
3° stemrechten worden geschorst of onderworpen zijn aan stemkrachtbeperking.
De ongeoorloofde verwantschapsband kan in feite worden vermoed door het Fonds op basis van andere elementen dan de elementen, vermeld in het tweede lid. Dat vermoeden is weerlegbaar door de aanvrager.
Het Fonds heeft de mogelijkheid om, in elke fase van de procedure, aan de aanvrager aanvullende gegevens te vragen over de verwantschapsband tussen de aanvrager en de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond.
Het Fonds heeft de mogelijkheid om, in elke fase van de procedure, aan de aanvrager aanvullende gegevens te vragen over de rechtsgeldigheid van zijn rechtsband met de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond, en over de marktconformiteit van de vergoedingen die gebaseerd zijn op die rechtsband."
Art.8. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 mars 2011, il est inséré un article 2ter, rédigé comme suit :
" Art. 2ter. Le demandeur et le propriétaire du terrain sur lequel un projet est exécuté ou le demandeur et le détenteur des droits réels sur le terrain sur lequel le projet est exécuté, sont supposés avoir une parenté illégitime mutuelle lorsque le propriétaire du terrain ou le détenteur des droits réels sur le terrain est une personne physique ou une société commerciale à personnalité juridique, telle que visée à l'article 2, § 2, du Code des Sociétés, et lorsque l'un a la compétence directe ou indirecte de droit ou de fait d'exercer une influence décisive auprès de l'autre en matière de la désignation de la majorité des membres de l'organe administratif ou de l'orientation politique.
La parenté illégitime est de droit et est présumée irréfragable lorsque :
1° le propriétaire du terrain ou le détenteur des droits réels sur le terrain est en possession de la majorité des droits de vote liés au total des droits de participation du demandeur;
2° le demandeur est en possession de la majorité des droits de vote liés au total des effets du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain;
3° la majorité des administrateurs du propriétaire du terrain ou le détenteur des droits réels sur le terrain, ou les actionnaires du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain, détient ou détiennent, à titre personnel, seul ou ensemble, la majorité des droits de vote liés aux droits de participation du demandeur;
4° la majorité des administrateurs ou des membres du demandeur détient ou détiennent, à titre personnel, seul ou ensemble, la majorité des droits de vote liés aux effets du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain;
5° le propriétaire du terrain ou le détenteur des droits réels sur le terrain ou la majorité de ses administrateurs ou de ses actionnaires ou de ses ayant droits économiques a ou ont le droit de désigner ou de licencier la majorité des administrateurs du demandeur;
6° le demandeur ou la majorité de ses administrateurs ou de ses membres ou de ses ayant droits économiques a ou ont le droit de désigner ou de licencier la majorité des administrateurs du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain;
7° le propriétaire du terrain ou le détenteur des droits réels sur le terrain ou la majorité de ses administrateurs ou de ses actionnaires ou de ses ayant droits économiques dispose ou disposent, en vertu des statuts du demandeur ou en vertu d'un contrat conclu, de la compétence d'exercer une influence décisive sur la désignation de la majorité de l'organe administratif ou sur l'orientation politique;
8° le demandeur ou la majorité de ses administrateurs, de ses membres ou de ses ayant droits économiques dispose ou disposent, en vertu des statuts du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain ou en vertu d'un contrat conclu, de la compétence d'exercer une influence décisive sur la désignation de la majorité de l'organe administratif ou sur l'orientation politique;
9° le propriétaire du terrain ou le détenteur des droits réels sur le terrain, ses administrateurs ou ses actionnaires ont fait valoir des droits de vote lors de l'avant-dernière et dernière assemblée générale du demandeur qui représentent la majorité des droits de vote liés aux actions représentées pendant ces assemblées générales;
10° le demandeur, ses administrateurs ou ses actionnaires ont fait valoir des droits de vote lors de l'avant-dernière et dernière assemblée générale du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain qui représentent la majorité des droits de vote liés aux actions représentées pendant ces assemblées générales;
11° le propriétaire du terrain ou le détenteur des droits réels sur le terrain et le demandeur sont sous une direction centrale. Il est supposé qu'ils sont sous une direction centrale lorsque :
a) la direction centrale résulte des statuts du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain d'une part, et du demandeur d'autre part, ou d'un contrat entre toutes les entités concernées;
b) les organes administratifs du propriétaire du terrain ou respectivement du détenteur des droits réels sur le terrain et du demandeur, ainsi que de l'entité exerçant la direction générale, sont composés pour la majorité des mêmes personnes;
c) la majorité des actions ou des droits d'adhésion du propriétaire du terrain, respectivement du détenteur des droits réels sur le terrain et du demandeur, ainsi que de l'entité exerçant la direction générale, sont entre les mains des mêmes personnes;
12° le propriétaire du terrain ou le détenteur des droits réels sur le terrain exerce une influence directe ou indirecte significative sur l'orientation de la politique du demandeur en prenant une participation d'au moins dix pour cent dans l'adhésion du demandeur;
13° le demandeur exerce une influence directe ou indirecte significative sur l'orientation de la politique du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain en prenant une participation d'au moins dix pour cent dans le capital du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain;
14° les administrateurs ou les actionnaires du demandeur d'une part, et le propriétaire du terrain ou le détenteur des droits réels sur le terrain ou ses administrateurs ou les actionnaires d'autre part, sont des consanguins ou parents jusqu'au deuxième degré ou des conjoints. Pour l'application de cette disposition, les personnes qui ont conclu un contrat de vie commune légal sont assimilées à des conjoints. L'incompatibilité est censée s'arrêter à la suite du décès de la personne par qui elle a été créée, du divorce ou de la cessation du contrat de vie commune légal.
Pour l'évaluation des cas, visés à l'alinéa deux, il n'est pas important que :
1° les administrateurs ou les actionnaires du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain d'une part, ou les administrateurs ou membres du demandeur d'autre part, agissent seuls ou ensemble. Sauf preuve du contraire, des personnes qui sont au même moment administrateur ou actionnaire du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain et administrateur ou membre du demandeur, sont supposés agir ensemble;
2° la parenté de manière directe ou indirecte, avec interposition d'autres entités ou de personnes intermédiaires, est réalisée;
3° des droits de vote sont suspendus ou soumis à une limitation de la valeur de vote.
La parenté illégitime peut en fait être supposée par le Fonds sur la base d'autres éléments que les éléments, visés à l'alinéa deux. Cette supposition est réfutable par le demandeur.
Le Fonds dispose de la possibilité de demander, à n'importe quel stade de la procédure, des données complémentaires au demandeur sur la parenté entre le demandeur et le propriétaire du terrain ou le détenteur des droits réels sur le terrain.
Le Fonds dispose de la possibilité de demander, à n'importe quel stade de la procédure, des données complémentaires au demandeur sur la validité de son lien juridique avec le demandeur et le propriétaire du terrain ou le détenteur des droits réels sur le terrain et sur la conformité au marché des indemnités basées sur ce lien juridique. "
" Art. 2ter. Le demandeur et le propriétaire du terrain sur lequel un projet est exécuté ou le demandeur et le détenteur des droits réels sur le terrain sur lequel le projet est exécuté, sont supposés avoir une parenté illégitime mutuelle lorsque le propriétaire du terrain ou le détenteur des droits réels sur le terrain est une personne physique ou une société commerciale à personnalité juridique, telle que visée à l'article 2, § 2, du Code des Sociétés, et lorsque l'un a la compétence directe ou indirecte de droit ou de fait d'exercer une influence décisive auprès de l'autre en matière de la désignation de la majorité des membres de l'organe administratif ou de l'orientation politique.
La parenté illégitime est de droit et est présumée irréfragable lorsque :
1° le propriétaire du terrain ou le détenteur des droits réels sur le terrain est en possession de la majorité des droits de vote liés au total des droits de participation du demandeur;
2° le demandeur est en possession de la majorité des droits de vote liés au total des effets du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain;
3° la majorité des administrateurs du propriétaire du terrain ou le détenteur des droits réels sur le terrain, ou les actionnaires du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain, détient ou détiennent, à titre personnel, seul ou ensemble, la majorité des droits de vote liés aux droits de participation du demandeur;
4° la majorité des administrateurs ou des membres du demandeur détient ou détiennent, à titre personnel, seul ou ensemble, la majorité des droits de vote liés aux effets du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain;
5° le propriétaire du terrain ou le détenteur des droits réels sur le terrain ou la majorité de ses administrateurs ou de ses actionnaires ou de ses ayant droits économiques a ou ont le droit de désigner ou de licencier la majorité des administrateurs du demandeur;
6° le demandeur ou la majorité de ses administrateurs ou de ses membres ou de ses ayant droits économiques a ou ont le droit de désigner ou de licencier la majorité des administrateurs du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain;
7° le propriétaire du terrain ou le détenteur des droits réels sur le terrain ou la majorité de ses administrateurs ou de ses actionnaires ou de ses ayant droits économiques dispose ou disposent, en vertu des statuts du demandeur ou en vertu d'un contrat conclu, de la compétence d'exercer une influence décisive sur la désignation de la majorité de l'organe administratif ou sur l'orientation politique;
8° le demandeur ou la majorité de ses administrateurs, de ses membres ou de ses ayant droits économiques dispose ou disposent, en vertu des statuts du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain ou en vertu d'un contrat conclu, de la compétence d'exercer une influence décisive sur la désignation de la majorité de l'organe administratif ou sur l'orientation politique;
9° le propriétaire du terrain ou le détenteur des droits réels sur le terrain, ses administrateurs ou ses actionnaires ont fait valoir des droits de vote lors de l'avant-dernière et dernière assemblée générale du demandeur qui représentent la majorité des droits de vote liés aux actions représentées pendant ces assemblées générales;
10° le demandeur, ses administrateurs ou ses actionnaires ont fait valoir des droits de vote lors de l'avant-dernière et dernière assemblée générale du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain qui représentent la majorité des droits de vote liés aux actions représentées pendant ces assemblées générales;
11° le propriétaire du terrain ou le détenteur des droits réels sur le terrain et le demandeur sont sous une direction centrale. Il est supposé qu'ils sont sous une direction centrale lorsque :
a) la direction centrale résulte des statuts du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain d'une part, et du demandeur d'autre part, ou d'un contrat entre toutes les entités concernées;
b) les organes administratifs du propriétaire du terrain ou respectivement du détenteur des droits réels sur le terrain et du demandeur, ainsi que de l'entité exerçant la direction générale, sont composés pour la majorité des mêmes personnes;
c) la majorité des actions ou des droits d'adhésion du propriétaire du terrain, respectivement du détenteur des droits réels sur le terrain et du demandeur, ainsi que de l'entité exerçant la direction générale, sont entre les mains des mêmes personnes;
12° le propriétaire du terrain ou le détenteur des droits réels sur le terrain exerce une influence directe ou indirecte significative sur l'orientation de la politique du demandeur en prenant une participation d'au moins dix pour cent dans l'adhésion du demandeur;
13° le demandeur exerce une influence directe ou indirecte significative sur l'orientation de la politique du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain en prenant une participation d'au moins dix pour cent dans le capital du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain;
14° les administrateurs ou les actionnaires du demandeur d'une part, et le propriétaire du terrain ou le détenteur des droits réels sur le terrain ou ses administrateurs ou les actionnaires d'autre part, sont des consanguins ou parents jusqu'au deuxième degré ou des conjoints. Pour l'application de cette disposition, les personnes qui ont conclu un contrat de vie commune légal sont assimilées à des conjoints. L'incompatibilité est censée s'arrêter à la suite du décès de la personne par qui elle a été créée, du divorce ou de la cessation du contrat de vie commune légal.
Pour l'évaluation des cas, visés à l'alinéa deux, il n'est pas important que :
1° les administrateurs ou les actionnaires du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain d'une part, ou les administrateurs ou membres du demandeur d'autre part, agissent seuls ou ensemble. Sauf preuve du contraire, des personnes qui sont au même moment administrateur ou actionnaire du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain et administrateur ou membre du demandeur, sont supposés agir ensemble;
2° la parenté de manière directe ou indirecte, avec interposition d'autres entités ou de personnes intermédiaires, est réalisée;
3° des droits de vote sont suspendus ou soumis à une limitation de la valeur de vote.
La parenté illégitime peut en fait être supposée par le Fonds sur la base d'autres éléments que les éléments, visés à l'alinéa deux. Cette supposition est réfutable par le demandeur.
Le Fonds dispose de la possibilité de demander, à n'importe quel stade de la procédure, des données complémentaires au demandeur sur la parenté entre le demandeur et le propriétaire du terrain ou le détenteur des droits réels sur le terrain.
Le Fonds dispose de la possibilité de demander, à n'importe quel stade de la procédure, des données complémentaires au demandeur sur la validité de son lien juridique avec le demandeur et le propriétaire du terrain ou le détenteur des droits réels sur le terrain et sur la conformité au marché des indemnités basées sur ce lien juridique. "
Art.9. In artikel 3, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt het woord "initiatiefnemer" vervangen door het woord "aanvrager".
Art.9. Dans l'article 3, alinéa deux, du même arrêté, les mots " de l'initiateur " sont remplacés par les mots " du demandeur ".
Art.10. In artikel 4, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 19 april 2002, 30 mei 2008 en 24 juli 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt 1° wordt het woord "initiatiefnemers" vervangen door het woord "aanvragers" en wordt het woord "initiatiefnemer" telkens vervangen door het woord "aanvrager";
2° in punt 2° wordt het woord "initiatiefnemer" telkens vervangen door het woord "aanvrager";
3° punt 3° wordt vervangen door wat volgt :
"3° voor de woonzorgcentra, de dagverzorgingscentra en de centra voor kortverblijf :
a) de ondertekende notulen van de vergadering van de bevoegde organen van de aanvrager met de beslissing om een investeringssubsidie en eventueel een investeringswaarborg aan te vragen;
b) de nodige bescheiden, statuten of documenten, waaruit blijkt dat de aanvrager over een rechtsvorm beschikt als vermeld in artikel 63, eerste lid, van het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009;
c) de aanvraag tot goedkeuring van het zorgstrategische plan;";
4° punt 4° wordt vervangen door wat volgt :
"4° voor de regionale dienstencentra en de lokale dienstencentra :
a) de ondertekende notulen van de vergadering van de bevoegde organen van de aanvrager met de beslissing om een investeringssubsidie en eventueel een investeringswaarborg aan te vragen;
b) de nodige bescheiden, statuten of documenten, waaruit blijkt dat de aanvrager over een rechtsvorm beschikt als vermeld in artikel 50 van het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009;
c) de aanvraag tot goedkeuring van het zorgstrategische plan;";
5° in punt 5° wordt het woord "initiatiefnemer" telkens vervangen door het woord "aanvrager".
1° in punt 1° wordt het woord "initiatiefnemers" vervangen door het woord "aanvragers" en wordt het woord "initiatiefnemer" telkens vervangen door het woord "aanvrager";
2° in punt 2° wordt het woord "initiatiefnemer" telkens vervangen door het woord "aanvrager";
3° punt 3° wordt vervangen door wat volgt :
"3° voor de woonzorgcentra, de dagverzorgingscentra en de centra voor kortverblijf :
a) de ondertekende notulen van de vergadering van de bevoegde organen van de aanvrager met de beslissing om een investeringssubsidie en eventueel een investeringswaarborg aan te vragen;
b) de nodige bescheiden, statuten of documenten, waaruit blijkt dat de aanvrager over een rechtsvorm beschikt als vermeld in artikel 63, eerste lid, van het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009;
c) de aanvraag tot goedkeuring van het zorgstrategische plan;";
4° punt 4° wordt vervangen door wat volgt :
"4° voor de regionale dienstencentra en de lokale dienstencentra :
a) de ondertekende notulen van de vergadering van de bevoegde organen van de aanvrager met de beslissing om een investeringssubsidie en eventueel een investeringswaarborg aan te vragen;
b) de nodige bescheiden, statuten of documenten, waaruit blijkt dat de aanvrager over een rechtsvorm beschikt als vermeld in artikel 50 van het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009;
c) de aanvraag tot goedkeuring van het zorgstrategische plan;";
5° in punt 5° wordt het woord "initiatiefnemer" telkens vervangen door het woord "aanvrager".
Art.10. Dans l'article 4, § 1er, du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 19 avril 2002, 30 mai 2008 et 24 juillet 2009, sont apportées les modifications suivantes :
1° au point 1°, le mot " initiateurs " est remplacé par le mot " demandeurs " et le mot " initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ";
2° dans le point 2°, le mot " initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ";
3° le point 3° est remplacé par ce qui suit :
" 3° pour les centres de services de soins et de logement, les centres de soins de jour et les centres de court séjour :
a) le procès-verbal signé de la réunion des organes compétents du demandeur comprenant la décision de demander une subvention d'investissement et éventuellement une garantie d'investissement;
b) les actes, statuts ou documents nécessaires, démontrant que le demandeur dispose d'une forme juridique, telle que visée à l'article 63, alinéa premier, du décret sur les Soins et le Logement du 13 mars 2009;
c) la demande d'approbation du plan stratégique en matière de soins; ";
4° le point 4° est remplacé par ce qui suit :
" 4° pour les centres régionaux de services et les centres locaux de services :
a) le procès-verbal signé de la réunion des organes compétents du demandeur comprenant la décision de demander une subvention d'investissement et éventuellement une garantie d'investissement;
b) les actes, statuts ou documents nécessaires, démontrant que le demandeur dispose d'une forme juridique, telle que visée à l'article 50 du décret sur les Soins et le Logement du 13 mars 2009;
c) la demande d'approbation du plan stratégique en matière de soins; ";
5° dans le point 5°, le mot " l'initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ".
1° au point 1°, le mot " initiateurs " est remplacé par le mot " demandeurs " et le mot " initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ";
2° dans le point 2°, le mot " initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ";
3° le point 3° est remplacé par ce qui suit :
" 3° pour les centres de services de soins et de logement, les centres de soins de jour et les centres de court séjour :
a) le procès-verbal signé de la réunion des organes compétents du demandeur comprenant la décision de demander une subvention d'investissement et éventuellement une garantie d'investissement;
b) les actes, statuts ou documents nécessaires, démontrant que le demandeur dispose d'une forme juridique, telle que visée à l'article 63, alinéa premier, du décret sur les Soins et le Logement du 13 mars 2009;
c) la demande d'approbation du plan stratégique en matière de soins; ";
4° le point 4° est remplacé par ce qui suit :
" 4° pour les centres régionaux de services et les centres locaux de services :
a) le procès-verbal signé de la réunion des organes compétents du demandeur comprenant la décision de demander une subvention d'investissement et éventuellement une garantie d'investissement;
b) les actes, statuts ou documents nécessaires, démontrant que le demandeur dispose d'une forme juridique, telle que visée à l'article 50 du décret sur les Soins et le Logement du 13 mars 2009;
c) la demande d'approbation du plan stratégique en matière de soins; ";
5° dans le point 5°, le mot " l'initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ".
Art.11. In artikel 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 19 april 2002, 30 mei 2008 en 24 juli 2009, wordt het woord "initiatiefnemer" telkens vervangen door het woord "aanvrager".
Art.11. Dans l'article 5 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 19 avril 2002, 30 mai 2008 et 24 juillet 2009, le mot " initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ".
Art.12. In artikel 6 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het woord "initiatiefnemer" wordt telkens vervangen door het woord "aanvrager";
2° in het eerste lid worden de woorden "en het Fonds kunnen" vervangen door het woord "kan".
1° het woord "initiatiefnemer" wordt telkens vervangen door het woord "aanvrager";
2° in het eerste lid worden de woorden "en het Fonds kunnen" vervangen door het woord "kan".
Art.12. Dans l'article 6 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 mai 2008, sont apportées les modifications suivantes :
1° le mot " initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ";
2° dans l'alinéa premier, les mots " et le Fonds peuvent " sont remplacés par les mots " peut ".
1° le mot " initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ";
2° dans l'alinéa premier, les mots " et le Fonds peuvent " sont remplacés par les mots " peut ".
Art.13. Artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008, wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 7. De functioneel bevoegde administratie maakt een evaluatienota op. Binnen veertig kalenderdagen na de datum van ontvankelijkheid stuurt de functioneel bevoegde administratie in een aangetekende brief de evaluatienota naar de aanvrager.
De aanvrager beschikt over een termijn van veertig kalenderdagen, te rekenen vanaf de ontvangst van de evaluatienota, om een reactienota in te dienen bij de functioneel bevoegde administratie dan wel om de functioneel bevoegde administratie te laten weten dat hij een grondige aanpassing van zijn zorgstrategische plan zal doorvoeren. Als de aanvrager besluit het zorgstrategische plan grondig aan te passen, start de procedure van voren af aan."
"Art. 7. De functioneel bevoegde administratie maakt een evaluatienota op. Binnen veertig kalenderdagen na de datum van ontvankelijkheid stuurt de functioneel bevoegde administratie in een aangetekende brief de evaluatienota naar de aanvrager.
De aanvrager beschikt over een termijn van veertig kalenderdagen, te rekenen vanaf de ontvangst van de evaluatienota, om een reactienota in te dienen bij de functioneel bevoegde administratie dan wel om de functioneel bevoegde administratie te laten weten dat hij een grondige aanpassing van zijn zorgstrategische plan zal doorvoeren. Als de aanvrager besluit het zorgstrategische plan grondig aan te passen, start de procedure van voren af aan."
Art.13. L'article 7 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 mai 2008, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 7. L'administration fonctionnellement compétente établit une note d'évaluation. Dans les quarante jours calendaires de la date de recevabilité, l'administration fonctionnellement compétente envoie la note d'évaluation au demandeur par lettre recommandée.
Le demandeur dispose d'un délai de quarante jours calendaires, à compter de la réception de la note d'évaluation, pour introduire une note de réaction auprès de l'administration fonctionnellement compétente ou pour annoncer à l'administration fonctionnellement compétente qu'il effectuera une adaptation approfondie de son plan stratégique en matière de soins. Lorsque le demandeur décide d'adapter le plan stratégique en matière de soins de manière approfondie, la procédure recommence depuis le début. "
" Art. 7. L'administration fonctionnellement compétente établit une note d'évaluation. Dans les quarante jours calendaires de la date de recevabilité, l'administration fonctionnellement compétente envoie la note d'évaluation au demandeur par lettre recommandée.
Le demandeur dispose d'un délai de quarante jours calendaires, à compter de la réception de la note d'évaluation, pour introduire une note de réaction auprès de l'administration fonctionnellement compétente ou pour annoncer à l'administration fonctionnellement compétente qu'il effectuera une adaptation approfondie de son plan stratégique en matière de soins. Lorsque le demandeur décide d'adapter le plan stratégique en matière de soins de manière approfondie, la procédure recommence depuis le début. "
Art.14. In artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 19 april 2002, 30 mei 2008 en 24 juli 2009, wordt het woord "evaluatienota's" vervangen door het woord "evaluatienota".
Art.14. Dans l'article 8 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 19 avril 2002, 30 mai 2008 et 24 juillet 2009, les mots " notes d'évaluation " sont remplacés par les mots " note d'évaluation ".
Art.15. In artikel 9, tweede lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008, worden de woorden "tot het departement van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin of" opgeheven.
Art.15. Dans l'article 9, alinéa deux, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 mai 2008, les mots " au Département du domaine politique du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille ou " sont abrogés.
Art.16. In artikel 11 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het woord "evaluatienota's" wordt vervangen door het woord "evaluatienota";
2° het woord "initiatiefnemer" wordt vervangen door het woord "aanvrager".
1° het woord "evaluatienota's" wordt vervangen door het woord "evaluatienota";
2° het woord "initiatiefnemer" wordt vervangen door het woord "aanvrager".
Art.16. Dans l'article 11 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 mai 2008, sont apportées les modifications suivantes :
1° les mots " notes d'évaluation " sont remplacés par les mots " note d'évaluation ";
2° le mot " initiateur " est remplacé par le mot " demandeur ".
1° les mots " notes d'évaluation " sont remplacés par les mots " note d'évaluation ";
2° le mot " initiateur " est remplacé par le mot " demandeur ".
Art.17. In artikel 13 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008, wordt het woord "initiatiefnemer" vervangen door het woord "aanvrager".
Art.17. Dans l'article 13 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 mai 2008, le mot " initiateur " est remplacé par le mot " demandeur ".
Art.18. In artikel 14 van hetzelfde besluit wordt het woord "initiatiefnemers" vervangen door het woord "aanvragers".
Art.18. Dans l'article 14 du même arrêté, le mot " initiateurs " est remplacé par le mot " demandeurs ".
Art.19. In artikel 15 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 19 april 2002, 30 mei 2008, 19 juni 2009, 24 juli 2009, 18 juni 2010, 16 juli 2010, 10 september 2010 en 4 maart 2011, wordt het woord "initiatiefnemer" telkens vervangen door het woord "aanvrager".
Art.19. Dans l'article 15 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 19 avril 2002, 30 mai 2008, 19 juin 2009, 24 juillet 2009, 18 juin 2010, 16 juillet 2010, 10 septembre 2010 et 4 mars 2011, le mot " initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ".
Art.20. In artikel 16, 2°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 19 april 2002, 30 mei 2008 en 24 juli 2009, wordt het woord "initiatiefnemer" vervangen door het woord "aanvrager".
Art.20. Dans l'article 16, 2°, du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 19 avril 2002, 30 mai 2008 et 24 juillet 2009, le mot " initiateur " est remplacé par le mot " demandeur ".
Art.21. In artikel 17, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt :
"1° als dat door de aard van de werkzaamheden vereist is, een stedenbouwkundig attest of, voor aanvragen van publiekrechtelijke rechtspersonen of voor handelingen van algemeen belang als vermeld in artikel 4.1.1, 5°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, een akkoord van de vergunningverlenende instantie over een principeaanvraag;";
2° in punt 2° wordt het woord "initiatiefnemer" vervangen door het woord "aanvrager";
3° in punt 10° wordt het woord "initiatiefnemer" vervangen door het woord "aanvrager";
4° er wordt een punt 13° toegevoegd, dat luidt als volgt :
"13° met het oog op de controle van de verwantschapsband, vermeld in artikel 2bis en 2ter, als de aanvrager niet de eigenaar is van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond waarop het project is gepland, en onverminderd de mogelijkheid van het Fonds om aanvullende gegevens op te vragen overeenkomstig artikel 2ter, vijfde en zesde lid :
a) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
b) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de bestuurders met rechtspersoonlijkheid in de raad van bestuur van de aanvrager, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
c) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de bestuurders met rechtspersoonlijkheid in de raad van bestuur van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
d) een verklaring waarvan het origineel ondertekend is door de voltallige raad van bestuur van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond enerzijds, en de aanvrager anderzijds, dat er geen ongeoorloofde verwantschapsband bestaat tussen de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond en de aanvrager, vermeld in artikel 2bis en 2ter."
1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt :
"1° als dat door de aard van de werkzaamheden vereist is, een stedenbouwkundig attest of, voor aanvragen van publiekrechtelijke rechtspersonen of voor handelingen van algemeen belang als vermeld in artikel 4.1.1, 5°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, een akkoord van de vergunningverlenende instantie over een principeaanvraag;";
2° in punt 2° wordt het woord "initiatiefnemer" vervangen door het woord "aanvrager";
3° in punt 10° wordt het woord "initiatiefnemer" vervangen door het woord "aanvrager";
4° er wordt een punt 13° toegevoegd, dat luidt als volgt :
"13° met het oog op de controle van de verwantschapsband, vermeld in artikel 2bis en 2ter, als de aanvrager niet de eigenaar is van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond waarop het project is gepland, en onverminderd de mogelijkheid van het Fonds om aanvullende gegevens op te vragen overeenkomstig artikel 2ter, vijfde en zesde lid :
a) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
b) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de bestuurders met rechtspersoonlijkheid in de raad van bestuur van de aanvrager, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
c) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de bestuurders met rechtspersoonlijkheid in de raad van bestuur van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
d) een verklaring waarvan het origineel ondertekend is door de voltallige raad van bestuur van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond enerzijds, en de aanvrager anderzijds, dat er geen ongeoorloofde verwantschapsband bestaat tussen de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond en de aanvrager, vermeld in artikel 2bis en 2ter."
Art.21. Dans l'article 17, alinéa premier, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 mai 2008, sont apportées les modifications suivantes :
1° le point 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° si tel est nécessaire suite à la nature des travaux, une attestation urbanistique ou, pour des demandes par des personnes de droit public ou pour des actes d'intérêt général, tels que visés à l'article 4.1.1, 5°, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire du 15 mai 2009, un accord de l'instance octroyant l'attestation sur la demande de principe; ";
2° dans le point 2°, le mot " initiateur " est remplacé par le mot " demandeur ";
3° dans le point 10°, le mot " initiateur " est remplacé par le mot " demandeur ";
4° il est ajouté un point 13°, rédigé comme suit :
" 13° en vue du contrôle sur la parenté, visée aux articles 2bis et 2ter, lorsque le demandeur n'est pas le propriétaire du terrain ou le détenteur du droit réel sur le terrain sur lequel le projet est envisagé, et sans préjudice de la possibilité du Fonds de demander des données complémentaires, conformément à l'article 2ter, alinéas cinq et six :
a) le dernier compte annuel approuvé du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain, lorsque celui-ci ne doit pas être déposé à la Banque nationale de Belgique;
b) le dernier compte annuel approuvé des administrateurs dotés de la personnalité juridique dans le conseil d'administration du demandeur, lorsque celui-ci ne doit pas être déposé à la Banque nationale de Belgique;
c) le dernier compte annuel approuvé des administrateurs dotés de la personnalité juridique dans le conseil d'administration du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain, lorsque celui-ci ne doit pas être déposé à la Banque nationale de Belgique;
d) une déclaration dont l'original est signé par l'entier conseil d'administration du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain d'une part, et par le demandeur d'autre part, qu'il n'existe pas de parenté illégitime entre le propriétaire du terrain ou le détenteur des droits réels sur le terrain et le demandeur, tel que visé aux articles 2bis et 2ter. "
1° le point 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° si tel est nécessaire suite à la nature des travaux, une attestation urbanistique ou, pour des demandes par des personnes de droit public ou pour des actes d'intérêt général, tels que visés à l'article 4.1.1, 5°, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire du 15 mai 2009, un accord de l'instance octroyant l'attestation sur la demande de principe; ";
2° dans le point 2°, le mot " initiateur " est remplacé par le mot " demandeur ";
3° dans le point 10°, le mot " initiateur " est remplacé par le mot " demandeur ";
4° il est ajouté un point 13°, rédigé comme suit :
" 13° en vue du contrôle sur la parenté, visée aux articles 2bis et 2ter, lorsque le demandeur n'est pas le propriétaire du terrain ou le détenteur du droit réel sur le terrain sur lequel le projet est envisagé, et sans préjudice de la possibilité du Fonds de demander des données complémentaires, conformément à l'article 2ter, alinéas cinq et six :
a) le dernier compte annuel approuvé du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain, lorsque celui-ci ne doit pas être déposé à la Banque nationale de Belgique;
b) le dernier compte annuel approuvé des administrateurs dotés de la personnalité juridique dans le conseil d'administration du demandeur, lorsque celui-ci ne doit pas être déposé à la Banque nationale de Belgique;
c) le dernier compte annuel approuvé des administrateurs dotés de la personnalité juridique dans le conseil d'administration du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain, lorsque celui-ci ne doit pas être déposé à la Banque nationale de Belgique;
d) une déclaration dont l'original est signé par l'entier conseil d'administration du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain d'une part, et par le demandeur d'autre part, qu'il n'existe pas de parenté illégitime entre le propriétaire du terrain ou le détenteur des droits réels sur le terrain et le demandeur, tel que visé aux articles 2bis et 2ter. "
Art.22. Artikel 18 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 18. De aanvraag van een subsidiebelofte kan alleen betrekking hebben op een aankoop als die gevolgd wordt door een verbouwing. In dat geval moeten naast de stukken, vermeld in artikel 15 en 17, de verkoopbelofte of het compromis met opschortende voorwaarde bij de aanvraag gevoegd worden.
In afwijking van het eerste lid is voor de sectoren algemeen welzijnswerk, preventieve en ambulante gezondheidszorg, bijzondere jeugdbijstand en voorzieningen voor gezinnen met kinderen, voor een erkend centrum voor ontwikkelingsstoornissen als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juni 1998 tot regeling van de erkenning en de subsidiëring van de centra voor ontwikkelingsstoornissen, en voor een door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap erkend extramuraal centrum of erkende extramurale dienst voor de functionele revalidatie van personen met een handicap, een aankoop zonder verbouwing mogelijk. In dat geval moet de aanvraag tot subsidiebelofte behalve de stukken, vermeld in artikel 15, bovendien de volgende stukken bevatten :
1° de verkoopbelofte of het compromis met opschortende voorwaarde;
2° de bouwvergunning en het bijbehorende brandpreventieverslag met betrekking tot het aan te kopen gebouw. Ingeval van functiewijziging van het gebouw in kwestie wordt de aanvraag aangevuld, met betrekking tot de toekomstige bestemming, met een advies van de bevoegde brandweerdienst of een verslag van de bespreking met de bevoegde brandweerdienst, dat door de aanvrager werd ondertekend en dat ter kennisgeving werd bezorgd aan de bevoegde brandweerdienst;
3° de plannen op schaal 1/100, met vermelding van eventuele uitbreiding in toekomstige projecten;
4° een conceptnota over de functionele, bouwfysische en bouwtechnische opvattingen;
5° een verslag over het gevolg dat is gegeven aan de voorafgaande werkvergaderingen en aan de aanbevelingen van de agentschappen;
6° een raming van het project;
7° de oppervlakteberekening van het project;
8° een bodemattest overeenkomstig de regelgeving betreffende de bodemsanering;
9° het programma van eisen op het vlak van comfort en gebruik van energie, water en materialen. Een programma van eisen is een basisdocument waarin de projectgebonden doelstellingen en prestatie-eisen op het vlak van comfort en gebruik van energie, water en materialen worden bepaald. De minister bepaalt de minimumeisen en de voorwaarden op het vlak van comfort en gebruik van energie, water en materialen;
10° met het oog op de controle van de verwantschapsband, vermeld in artikel 2bis en 2ter, als de aanvrager niet de eigenaar is van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond waarop het project is gepland, en onverminderd de mogelijkheid van het Fonds om aanvullende gegevens op te vragen overeenkomstig artikel 2ter, vijfde en zesde lid :
a) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
b) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de bestuurders met rechtspersoonlijkheid in de raad van bestuur van de aanvrager, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
c) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de bestuurders met rechtspersoonlijkheid in de raad van bestuur van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
d) een verklaring waarvan het origineel ondertekend is door de voltallige raad van bestuur van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond enerzijds, en de aanvrager anderzijds, dat er geen ongeoorloofde verwantschapsband bestaat tussen de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond en de aanvrager als vermeld in artikel 2bis en 2ter.".
"Art. 18. De aanvraag van een subsidiebelofte kan alleen betrekking hebben op een aankoop als die gevolgd wordt door een verbouwing. In dat geval moeten naast de stukken, vermeld in artikel 15 en 17, de verkoopbelofte of het compromis met opschortende voorwaarde bij de aanvraag gevoegd worden.
In afwijking van het eerste lid is voor de sectoren algemeen welzijnswerk, preventieve en ambulante gezondheidszorg, bijzondere jeugdbijstand en voorzieningen voor gezinnen met kinderen, voor een erkend centrum voor ontwikkelingsstoornissen als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juni 1998 tot regeling van de erkenning en de subsidiëring van de centra voor ontwikkelingsstoornissen, en voor een door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap erkend extramuraal centrum of erkende extramurale dienst voor de functionele revalidatie van personen met een handicap, een aankoop zonder verbouwing mogelijk. In dat geval moet de aanvraag tot subsidiebelofte behalve de stukken, vermeld in artikel 15, bovendien de volgende stukken bevatten :
1° de verkoopbelofte of het compromis met opschortende voorwaarde;
2° de bouwvergunning en het bijbehorende brandpreventieverslag met betrekking tot het aan te kopen gebouw. Ingeval van functiewijziging van het gebouw in kwestie wordt de aanvraag aangevuld, met betrekking tot de toekomstige bestemming, met een advies van de bevoegde brandweerdienst of een verslag van de bespreking met de bevoegde brandweerdienst, dat door de aanvrager werd ondertekend en dat ter kennisgeving werd bezorgd aan de bevoegde brandweerdienst;
3° de plannen op schaal 1/100, met vermelding van eventuele uitbreiding in toekomstige projecten;
4° een conceptnota over de functionele, bouwfysische en bouwtechnische opvattingen;
5° een verslag over het gevolg dat is gegeven aan de voorafgaande werkvergaderingen en aan de aanbevelingen van de agentschappen;
6° een raming van het project;
7° de oppervlakteberekening van het project;
8° een bodemattest overeenkomstig de regelgeving betreffende de bodemsanering;
9° het programma van eisen op het vlak van comfort en gebruik van energie, water en materialen. Een programma van eisen is een basisdocument waarin de projectgebonden doelstellingen en prestatie-eisen op het vlak van comfort en gebruik van energie, water en materialen worden bepaald. De minister bepaalt de minimumeisen en de voorwaarden op het vlak van comfort en gebruik van energie, water en materialen;
10° met het oog op de controle van de verwantschapsband, vermeld in artikel 2bis en 2ter, als de aanvrager niet de eigenaar is van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond waarop het project is gepland, en onverminderd de mogelijkheid van het Fonds om aanvullende gegevens op te vragen overeenkomstig artikel 2ter, vijfde en zesde lid :
a) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
b) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de bestuurders met rechtspersoonlijkheid in de raad van bestuur van de aanvrager, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
c) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de bestuurders met rechtspersoonlijkheid in de raad van bestuur van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
d) een verklaring waarvan het origineel ondertekend is door de voltallige raad van bestuur van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond enerzijds, en de aanvrager anderzijds, dat er geen ongeoorloofde verwantschapsband bestaat tussen de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond en de aanvrager als vermeld in artikel 2bis en 2ter.".
Art.22. L'article 18 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Art. 18. La demande d'une promesse de subvention ne peut avoir trait qu'à un achat lorsque ce dernier est suivi d'une transformation. Dans ce cas, la promesse de vente ou le compromis à condition suspensive doit être joint à la demande, outre les documents, visés aux articles 15 et 17.
Par dérogation à l'alinéa premier, pour les secteurs de l'aide sociale générale, des soins de santé préventifs et ambulatoires, de l'assistance spéciale à la jeunesse et des établissements de soins destinés à des familles avec des enfants, un achat sans transformation est possible pour un centre agréé pour troubles du développement, tel que visé à l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juin 1998 réglant l'agrément et le subventionnement des centres pour troubles du développement, et pour des centres hors de l'hôpital ou des services de réadaptation fonctionnelle de personnes handicapées hors de l'hôpital agréés par l'Agence flamande pour les personnes handicapées. Dans ce cas, la demande de promesse de subvention doit comporter outre les documents, visés à l'article 15, en outre les documents suivants :
1° la promesse de vente ou le compromis à condition suspensive;
2° le permis de bâtir et rapport de prévention incendie ayant trait au bâtiment à acheter. En cas de modification de fonction du bâtiment en question, la demande est complétée, en ce qui concerne l'affectation future, d'un avis du service des pompiers compétent ou d'un rapport des pourparlers avec le service d'incendie compétent, signé par le demandeur et transmis pour information au service d'incendie compétent;
3° les plans à l'échelle 1/100e, avec mention de l'éventuelle extension lors de projets futurs;
4° une note conceptuelle sur les aspects fonctionnels, physiques et techniques de la construction;
5° un rapport sur la suite donnée aux réunions de travail préalables et aux recommandations des agences;
6° une estimation du projet;
7° le calcul de la superficie du projet;
8° une attestation du sol conformément à la réglementation relative à l'assainissement du sol;
9° le programme d'exigences en matière de confort et d'usage d'énergie, d'eau et de matériaux. Un programme d'exigences est un document de base fixant les objectifs et les exigences de prestation liés à un projet en matière de confort et d'usage d'énergie, d'eau et de matériaux. Le Ministre fixe les exigences minimales et les conditions en matière de confort et d'usage d'énergie, d'eau et de matériaux;
10° en vue du contrôle sur la parenté, visée aux articles 2bis et 2ter, lorsque le demandeur n'est pas le propriétaire du terrain ou le détenteur du droit réel sur le terrain sur lequel le projet est envisagé, et sans préjudice de la possibilité du Fonds de demander des données complémentaires, conformément à l'article 2ter, alinéas cinq et six :
a) le dernier compte annuel approuvé du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain, lorsque celui-ci ne doit pas être déposé à la Banque Nationale de Belgique;
b) le dernier compte annuel approuvé des administrateurs dotés de la personnalité juridique dans le conseil d'administration du demandeur, lorsque celui-ci ne doit pas être déposé à la Banque nationale de Belgique;
c) le dernier compte annuel approuvé des administrateurs dotés de la personnalité juridique dans le conseil d'administration du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain, lorsque celui-ci ne doit pas être déposé à la Banque nationale de Belgique;
d) une déclaration dont l'original est signé par l'entier conseil d'administration du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain d'une part, et par le demandeur d'autre part, qu'il n'existe pas de parenté illégitime entre le propriétaire du terrain ou le détenteur des droits réels sur le terrain et le demandeur, tel que visé aux articles 2bis et 2ter. "
" Art. 18. La demande d'une promesse de subvention ne peut avoir trait qu'à un achat lorsque ce dernier est suivi d'une transformation. Dans ce cas, la promesse de vente ou le compromis à condition suspensive doit être joint à la demande, outre les documents, visés aux articles 15 et 17.
Par dérogation à l'alinéa premier, pour les secteurs de l'aide sociale générale, des soins de santé préventifs et ambulatoires, de l'assistance spéciale à la jeunesse et des établissements de soins destinés à des familles avec des enfants, un achat sans transformation est possible pour un centre agréé pour troubles du développement, tel que visé à l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juin 1998 réglant l'agrément et le subventionnement des centres pour troubles du développement, et pour des centres hors de l'hôpital ou des services de réadaptation fonctionnelle de personnes handicapées hors de l'hôpital agréés par l'Agence flamande pour les personnes handicapées. Dans ce cas, la demande de promesse de subvention doit comporter outre les documents, visés à l'article 15, en outre les documents suivants :
1° la promesse de vente ou le compromis à condition suspensive;
2° le permis de bâtir et rapport de prévention incendie ayant trait au bâtiment à acheter. En cas de modification de fonction du bâtiment en question, la demande est complétée, en ce qui concerne l'affectation future, d'un avis du service des pompiers compétent ou d'un rapport des pourparlers avec le service d'incendie compétent, signé par le demandeur et transmis pour information au service d'incendie compétent;
3° les plans à l'échelle 1/100e, avec mention de l'éventuelle extension lors de projets futurs;
4° une note conceptuelle sur les aspects fonctionnels, physiques et techniques de la construction;
5° un rapport sur la suite donnée aux réunions de travail préalables et aux recommandations des agences;
6° une estimation du projet;
7° le calcul de la superficie du projet;
8° une attestation du sol conformément à la réglementation relative à l'assainissement du sol;
9° le programme d'exigences en matière de confort et d'usage d'énergie, d'eau et de matériaux. Un programme d'exigences est un document de base fixant les objectifs et les exigences de prestation liés à un projet en matière de confort et d'usage d'énergie, d'eau et de matériaux. Le Ministre fixe les exigences minimales et les conditions en matière de confort et d'usage d'énergie, d'eau et de matériaux;
10° en vue du contrôle sur la parenté, visée aux articles 2bis et 2ter, lorsque le demandeur n'est pas le propriétaire du terrain ou le détenteur du droit réel sur le terrain sur lequel le projet est envisagé, et sans préjudice de la possibilité du Fonds de demander des données complémentaires, conformément à l'article 2ter, alinéas cinq et six :
a) le dernier compte annuel approuvé du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain, lorsque celui-ci ne doit pas être déposé à la Banque Nationale de Belgique;
b) le dernier compte annuel approuvé des administrateurs dotés de la personnalité juridique dans le conseil d'administration du demandeur, lorsque celui-ci ne doit pas être déposé à la Banque nationale de Belgique;
c) le dernier compte annuel approuvé des administrateurs dotés de la personnalité juridique dans le conseil d'administration du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain, lorsque celui-ci ne doit pas être déposé à la Banque nationale de Belgique;
d) une déclaration dont l'original est signé par l'entier conseil d'administration du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain d'une part, et par le demandeur d'autre part, qu'il n'existe pas de parenté illégitime entre le propriétaire du terrain ou le détenteur des droits réels sur le terrain et le demandeur, tel que visé aux articles 2bis et 2ter. "
Art.23. In artikel 19 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 19 april 2002, 30 mei 2008 en 24 juli 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het woord "initiatiefnemer" wordt telkens vervangen door het woord "aanvrager";
2° in paragraaf 2, 1°, wordt het woord "initiatiefnemers" vervangen door het woord "aanvragers";
3° aan paragraaf 2, 2°, wordt de zinsnede", en over de controle van de verwantschapsband, vermeld in artikel 2bis en 2ter." toegevoegd.
1° het woord "initiatiefnemer" wordt telkens vervangen door het woord "aanvrager";
2° in paragraaf 2, 1°, wordt het woord "initiatiefnemers" vervangen door het woord "aanvragers";
3° aan paragraaf 2, 2°, wordt de zinsnede", en over de controle van de verwantschapsband, vermeld in artikel 2bis en 2ter." toegevoegd.
Art.23. Dans l'article 19 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 19 avril 2002, 30 mai 2008 et 24 juillet 2009, sont apportées les modifications suivantes :
1° le mot " initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ";
2° dans le paragraphe 2, 1°, le mot " initiateurs " est remplacé par le mot " demandeurs ";
3° le paragraphe 2, 2°, est complété par le syntagme " , et sur le contrôle de la parenté, visée aux articles 2bis et 2ter. ".
1° le mot " initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ";
2° dans le paragraphe 2, 1°, le mot " initiateurs " est remplacé par le mot " demandeurs ";
3° le paragraphe 2, 2°, est complété par le syntagme " , et sur le contrôle de la parenté, visée aux articles 2bis et 2ter. ".
Art.24. In artikel 20 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008, wordt het woord "initiatiefnemer" telkens vervangen door het woord "aanvrager".
Art.24. Dans l'article 20 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 mai 2008, le mot " initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ".
Art.25. In artikel 21, punt 1°, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008, wordt het woord "initiatiefnemer" vervangen door het woord "aanvrager".
Art.25. Dans l'article 21, point 1°, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 mai 2008, le mot " initiateur " est remplacé par le mot " demandeur ".
Art.26. In artikel 22 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt 8° wordt het woord "initiatiefnemer" vervangen door het woord "aanvrager";
2° in punt 9° wordt het woord "initiatiefnemer" telkens vervangen door het woord "aanvrager";
3° er wordt een punt 10° toegevoegd, dat luidt als volgt :
"10° voor de aanvragen waarbij de aanvrager geen eigenaar is van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond waarop het project is gepland, bijkomend een verklaring van de aanvrager dat hij zich niet bevindt in een geval van ongeoorloofde verwantschap als vermeld in artikel 2bis en 2ter ;";
4° er wordt een punt 11° toegevoegd, dat luidt als volgt :
"11° een bewijs dat de aanvrager over een genotsrecht beschikt als vermeld in artikel 12, § 1, derde lid, van het decreet.".
1° in punt 8° wordt het woord "initiatiefnemer" vervangen door het woord "aanvrager";
2° in punt 9° wordt het woord "initiatiefnemer" telkens vervangen door het woord "aanvrager";
3° er wordt een punt 10° toegevoegd, dat luidt als volgt :
"10° voor de aanvragen waarbij de aanvrager geen eigenaar is van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond waarop het project is gepland, bijkomend een verklaring van de aanvrager dat hij zich niet bevindt in een geval van ongeoorloofde verwantschap als vermeld in artikel 2bis en 2ter ;";
4° er wordt een punt 11° toegevoegd, dat luidt als volgt :
"11° een bewijs dat de aanvrager over een genotsrecht beschikt als vermeld in artikel 12, § 1, derde lid, van het decreet.".
Art.26. Dans l'article 22 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 mai 2008, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le point 8°, le mot " initiateur " est remplacé par le mot " demandeur ";
2° dans le point 9°, le mot " initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ";
3° il est ajouté un point 10°, rédigé comme suit :
" 10° en ce qui concerne les demandes pour lesquelles le demandeur n'est pas le propriétaire du terrain ou le détenteur des droits réels sur le terrain sur lequel le projet est envisagé, une déclaration complémentaire du demandeur qu'il ne se trouve pas dans une situation de parenté illégitime, telle que visée aux articles 2bis et 2ter ; ";
4° il est ajouté un point 11°, rédigé comme suit :
" 11° une preuve dont il ressort que le demandeur bénéficie d'un droit de jouissance, tel que visé à l'article 12, § 1er, alinéa trois, du décret. "
1° dans le point 8°, le mot " initiateur " est remplacé par le mot " demandeur ";
2° dans le point 9°, le mot " initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ";
3° il est ajouté un point 10°, rédigé comme suit :
" 10° en ce qui concerne les demandes pour lesquelles le demandeur n'est pas le propriétaire du terrain ou le détenteur des droits réels sur le terrain sur lequel le projet est envisagé, une déclaration complémentaire du demandeur qu'il ne se trouve pas dans une situation de parenté illégitime, telle que visée aux articles 2bis et 2ter ; ";
4° il est ajouté un point 11°, rédigé comme suit :
" 11° une preuve dont il ressort que le demandeur bénéficie d'un droit de jouissance, tel que visé à l'article 12, § 1er, alinéa trois, du décret. "
Art.27. In artikel 23 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 april 2004, worden de woorden "van de aankoopbelofte of van de aankoopakte" vervangen door de zinsnede "van de verkoopbelofte, van het compromis of van de aankoopakte".
Art.27. Dans l'article 23 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 avril 2004, les mots " de la promesse d'achat ou de l'acte d'acquisition " sont remplacés par le syntagme " de la promesse de vente, du compromis ou de l'acte d'acquisition ".
Art.28. In artikel 25 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008, wordt het woord "initiatiefnemer" telkens vervangen door het woord "aanvrager".
Art.28. Dans l'article 25 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 mai 2008, le mot " initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ".
Art.29. In artikel 26, § 3, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008, wordt het woord "initiatiefnemer" vervangen door het woord "aanvrager".
Art.29. Dans l'article 26, § 3, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 mai 2008, le mot " initiateur " est remplacé par le mot " demandeur ".
Art.30. In artikel 27 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 juni 2010, wordt het woord "initiatiefnemer" telkens vervangen door het woord "aanvrager".
Art.30. Dans l'article 27 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 mai 2008 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 juin 2010, le mot " initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ".
Art.31. In artikel 29 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008, wordt het woord "initiatiefnemer" vervangen door het woord "aanvrager".
Art.31. Dans l'article 29 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 mai 2008, le mot " initiateur " est remplacé par le mot " demandeur ".
Art.32. In artikel 31 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het woord "initiatiefnemer" wordt telkens vervangen door het woord "aanvrager";
2° aan het eerste lid, 2°, wordt een punt f) toegevoegd, dat luidt als volgt :
"f) met het oog op de controle van de verwantschapsband, vermeld in artikel 2bis en 2ter, als de aanvrager niet de eigenaar is van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond waarop het project is gepland, en onverminderd de mogelijkheid van het Fonds om aanvullende gegevens op te vragen overeenkomstig artikel 2ter, vijfde en zesde lid :
1) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
2) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de bestuurders met rechtspersoonlijkheid in de raad van bestuur van de aanvrager, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
3) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de bestuurders met rechtspersoonlijkheid in de raad van bestuur van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
4) een verklaring waarvan het origineel ondertekend is door de voltallige raad van bestuur van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond enerzijds, en de aanvrager anderzijds, dat er geen ongeoorloofde verwantschapsband bestaat tussen de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond en de aanvrager, vermeld in artikel 2bis en 2ter.".
1° het woord "initiatiefnemer" wordt telkens vervangen door het woord "aanvrager";
2° aan het eerste lid, 2°, wordt een punt f) toegevoegd, dat luidt als volgt :
"f) met het oog op de controle van de verwantschapsband, vermeld in artikel 2bis en 2ter, als de aanvrager niet de eigenaar is van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond waarop het project is gepland, en onverminderd de mogelijkheid van het Fonds om aanvullende gegevens op te vragen overeenkomstig artikel 2ter, vijfde en zesde lid :
1) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
2) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de bestuurders met rechtspersoonlijkheid in de raad van bestuur van de aanvrager, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
3) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de bestuurders met rechtspersoonlijkheid in de raad van bestuur van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
4) een verklaring waarvan het origineel ondertekend is door de voltallige raad van bestuur van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond enerzijds, en de aanvrager anderzijds, dat er geen ongeoorloofde verwantschapsband bestaat tussen de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond en de aanvrager, vermeld in artikel 2bis en 2ter.".
Art.32. Dans l'article 31 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 mai 2008, sont apportées les modifications suivantes :
1° le mot " initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ";
2° le premier alinéa, 2°, est complété par un point f), rédigé comme suit :
" f) en vue du contrôle sur la parenté, visée aux articles 2bis et 2ter, lorsque le demandeur n'est pas le propriétaire du terrain ou le détenteur des droits réels sur le terrain sur lequel le projet est envisagé, et sans préjudice de la possibilité du Fonds de demander des données complémentaires, conformément à l'article 2ter, alinéas cinq et six :
1) le dernier compte annuel approuvé du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain, lorsque celui-ci ne doit pas être déposé à la Banque Nationale de Belgique;
2) le dernier compte annuel approuvé des administrateurs dotés de la personnalité juridique dans le conseil d'administration du demandeur, lorsque celui-ci ne doit pas être déposé à la Banque Nationale de Belgique;
3) le dernier compte annuel approuvé des administrateurs dotés de la personnalité juridique dans le conseil d'administration du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain, lorsque celui-ci ne doit pas être déposé à la Banque nationale de Belgique;
4) une déclaration dont l'original est signé par l'entier conseil d'administration du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain d'une part, et par le demandeur d'autre part, qu'il n'existe pas de parenté illégitime entre le propriétaire du terrain ou le détenteur des droits réels sur le terrain et le demandeur, tel que visé aux articles 2bis et 2ter. "
1° le mot " initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ";
2° le premier alinéa, 2°, est complété par un point f), rédigé comme suit :
" f) en vue du contrôle sur la parenté, visée aux articles 2bis et 2ter, lorsque le demandeur n'est pas le propriétaire du terrain ou le détenteur des droits réels sur le terrain sur lequel le projet est envisagé, et sans préjudice de la possibilité du Fonds de demander des données complémentaires, conformément à l'article 2ter, alinéas cinq et six :
1) le dernier compte annuel approuvé du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain, lorsque celui-ci ne doit pas être déposé à la Banque Nationale de Belgique;
2) le dernier compte annuel approuvé des administrateurs dotés de la personnalité juridique dans le conseil d'administration du demandeur, lorsque celui-ci ne doit pas être déposé à la Banque Nationale de Belgique;
3) le dernier compte annuel approuvé des administrateurs dotés de la personnalité juridique dans le conseil d'administration du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain, lorsque celui-ci ne doit pas être déposé à la Banque nationale de Belgique;
4) une déclaration dont l'original est signé par l'entier conseil d'administration du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain d'une part, et par le demandeur d'autre part, qu'il n'existe pas de parenté illégitime entre le propriétaire du terrain ou le détenteur des droits réels sur le terrain et le demandeur, tel que visé aux articles 2bis et 2ter. "
Art.33. In artikel 32 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008, wordt het woord "initiatiefnemer" vervangen door het woord "aanvrager".
Art.33. Dans l'article 32 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 mai 2008, le mot " initiateur " est remplacé par le mot " demandeur ".
Art.34. In artikel 34 van hetzelfde besluit wordt het woord "initiatiefnemer" vervangen door het woord "aanvrager".
Art.34. Dans l'article 34 du même arrêté, le mot " initiateur " est remplacé par le mot " demandeur ".
Art.35. In artikel 35 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 31 maart 2006, 30 mei 2008 en 24 juli 2009, wordt het woord "initiatiefnemer" telkens vervangen door het woord "aanvrager".
Art.35. Dans l'article 35 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 31 mars 2006, 30 mai 2008 et 24 juillet 2009, le mot " initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ".
Art.36. In artikel 36, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008, wordt het woord "initiatiefnemer" vervangen door het woord "aanvrager".
Art.36. Dans l'article 36, § 1er, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 mai 2008, le mot " initiateur " est remplacé par le mot " demandeur ".
Art.37. In artikel 36bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008, wordt het woord "initiatiefnemer" telkens vervangen door het woord "aanvrager".
Art.37. Dans l'article 36bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 mai 2008, le mot " initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ".
Art.38. In artikel 36ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008, wordt het woord "initiatiefnemer" telkens vervangen door het woord "aanvrager".
Art.38. Dans l'article 36ter du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 mai 2008, le mot " initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ".
Art.39. In artikel 36quater van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008, wordt het woord "initiatiefnemer" telkens vervangen door het woord "aanvrager".
Art.39. Dans l'article 36quater du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 mai 2008, le mot " initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ".
Art.40. In artikel 36quinquies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het woord "initiatiefnemer" wordt telkens vervangen door het woord "aanvrager";
2° in het tweede lid, punt 2°, wordt het woord "initiatiefnemers" vervangen door het woord "aanvragers".
1° het woord "initiatiefnemer" wordt telkens vervangen door het woord "aanvrager";
2° in het tweede lid, punt 2°, wordt het woord "initiatiefnemers" vervangen door het woord "aanvragers".
Art.40. Dans l'article 36quinquies du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 mai 2008, sont apportées les modifications suivantes :
1° le mot " initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ";
2° dans l'alinéa deux, point 2°, le mot " initiateurs " est remplacé par le mot " demandeurs ".
1° le mot " initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ";
2° dans l'alinéa deux, point 2°, le mot " initiateurs " est remplacé par le mot " demandeurs ".
Art.41. In artikel 36sexies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008, wordt het woord "initiatiefnemer" telkens vervangen door het woord "aanvrager".
Art.41. Dans l'article 36sexies du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 mai 2008, le mot " initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ".
Art.42. In artikel 36septies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008, wordt het woord "initiatiefnemer" telkens vervangen door het woord "aanvrager".
Art.42. Dans l'article 36septies du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 mai 2008, le mot " initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ".
Art.43. In artikel 37 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008, wordt het woord "initiatiefnemer" telkens vervangen door het woord "aanvrager".
Art.43. Dans l'article 37 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 mai 2008, le mot " initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ".
Art.44. In artikel 39 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008, wordt het woord "initiatiefnemer" telkens vervangen door het woord "aanvrager".
Art.44. Dans l'article 39 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 mai 2008, le mot " initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ".
Art.45. In artikel 40 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008, wordt het woord "initiatiefnemer" telkens vervangen door het woord "aanvrager".
Art.45. Dans l'article 40 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 mai 2008 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 juillet 2008, le mot " initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ".
Art.46. In artikel 41 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het woord "initiatiefnemer" wordt telkens vervangen door het woord "aanvrager";
2° aan paragraaf 1 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
"De aanvrager is verplicht alle documenten die verband houden met de verwantschapsband, vermeld in artikel 2bis en 2ter, te bezorgen aan het Fonds als dat erom verzoekt."
1° het woord "initiatiefnemer" wordt telkens vervangen door het woord "aanvrager";
2° aan paragraaf 1 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
"De aanvrager is verplicht alle documenten die verband houden met de verwantschapsband, vermeld in artikel 2bis en 2ter, te bezorgen aan het Fonds als dat erom verzoekt."
Art.46. Dans l'article 41 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 mai 2008, sont apportées les modifications suivantes :
1° le mot " initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ";
2° le paragraphe 1er est complété par un alinéa deux, rédigé comme suit :
" Le demandeur est obligé de transmettre tous les documents ayant trait au lien de parenté, visé aux articles 2bis et 2ter, au Fonds si ce dernier le demande. ".
1° le mot " initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ";
2° le paragraphe 1er est complété par un alinéa deux, rédigé comme suit :
" Le demandeur est obligé de transmettre tous les documents ayant trait au lien de parenté, visé aux articles 2bis et 2ter, au Fonds si ce dernier le demande. ".
Art.47. In artikel 42 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste en het tweede lid worden opgeheven;
2° in het vierde lid wordt het woord "initiatiefnemer" telkens vervangen door het woord "aanvrager";
3° er wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
"Als de aanvrager een onjuiste verklaring aflegt over de voorwaarden, vermeld in artikel 2bis en 2ter, zullen de verleende investeringssubsidies worden teruggevorderd."
1° het eerste en het tweede lid worden opgeheven;
2° in het vierde lid wordt het woord "initiatiefnemer" telkens vervangen door het woord "aanvrager";
3° er wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
"Als de aanvrager een onjuiste verklaring aflegt over de voorwaarden, vermeld in artikel 2bis en 2ter, zullen de verleende investeringssubsidies worden teruggevorderd."
Art.47. Dans l'article 42 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 mai 2008, sont apportées les modifications suivantes :
1° les alinéas premier et deux sont abrogés;
2° dans l'alinéa quatre, le mot " initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ";
3° il est ajouté un alinéa cinq, rédigé comme suit :
" Lorsque le demandeur dépose une déclaration inexacte relative aux conditions, visées aux articles 2bis et 2ter, les subventions d'investissement seront recouvrées. "
1° les alinéas premier et deux sont abrogés;
2° dans l'alinéa quatre, le mot " initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ";
3° il est ajouté un alinéa cinq, rédigé comme suit :
" Lorsque le demandeur dépose une déclaration inexacte relative aux conditions, visées aux articles 2bis et 2ter, les subventions d'investissement seront recouvrées. "
Art.48. In artikel 42bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008, wordt het woord "initiatiefnemer" telkens vervangen door het woord "aanvrager".
Art.48. Dans l'article 42bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 mai 2008, le mot " initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen in het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 tot regeling van de alternatieve investeringswaarborg verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden
CHAPITRE 3. - Modifications à l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er septembre 2006 réglant la garantie d'investissement alternative octroyée par le " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden " (Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux Matières personnalisables)
Art.49. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 tot regeling van de alternatieve investeringswaarborg verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 19 juni 2009, 24 juli 2009 en 4 juni 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° punt 3° wordt vervangen door wat volgt :
"3° ziekenhuis : een voorziening als vermeld in artikel 2 van de wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, gecoördineerd op 10 juli 2008;";
2° punt 4° wordt vervangen door wat volgt :
"4° psychiatrisch ziekenhuis : een ziekenhuis als vermeld in artikel 3 van de wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, gecoördineerd op 10 juli 2008;";
3° punt 5° wordt vervangen door wat volgt :
"5° rust- en verzorgingstehuis : een rust- en verzorgingstehuis als vermeld in artikel 170 van de wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, gecoördineerd op 10 juli 2008;";
4° punt 6° wordt vervangen door wat volgt :
"6° psychiatrisch verzorgingstehuis : een psychiatrisch verzorgingstehuis als vermeld in artikel 170 van de wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, gecoördineerd op 10 juli 2008";
5° in punt 15° worden de woorden "met uitzondering van de revalidatiecentra" vervangen door de woorden "met uitzondering van de revalidatiecentra en de centra voor ontwikkelingsstoornissen";
6° punt 17° wordt vervangen door wat volgt :
"17° project : het voorwerp van de geplande investering, omschreven in het masterplan, waarvoor een investeringssubsidie of investeringswaarborg wordt gevraagd";
7° punt 19° wordt opgeheven.
1° punt 3° wordt vervangen door wat volgt :
"3° ziekenhuis : een voorziening als vermeld in artikel 2 van de wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, gecoördineerd op 10 juli 2008;";
2° punt 4° wordt vervangen door wat volgt :
"4° psychiatrisch ziekenhuis : een ziekenhuis als vermeld in artikel 3 van de wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, gecoördineerd op 10 juli 2008;";
3° punt 5° wordt vervangen door wat volgt :
"5° rust- en verzorgingstehuis : een rust- en verzorgingstehuis als vermeld in artikel 170 van de wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, gecoördineerd op 10 juli 2008;";
4° punt 6° wordt vervangen door wat volgt :
"6° psychiatrisch verzorgingstehuis : een psychiatrisch verzorgingstehuis als vermeld in artikel 170 van de wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, gecoördineerd op 10 juli 2008";
5° in punt 15° worden de woorden "met uitzondering van de revalidatiecentra" vervangen door de woorden "met uitzondering van de revalidatiecentra en de centra voor ontwikkelingsstoornissen";
6° punt 17° wordt vervangen door wat volgt :
"17° project : het voorwerp van de geplande investering, omschreven in het masterplan, waarvoor een investeringssubsidie of investeringswaarborg wordt gevraagd";
7° punt 19° wordt opgeheven.
Art.49. Dans l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er septembre 2006 réglant la garantie d'investissement alternative octroyée par le " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden " (Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux Matières personnalisables), modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 19 juin 2009, 24 juillet 2009 et 4 juin 2010, sont apportées les modifications suivantes :
1° le point 3° est remplacé par ce qui suit :
" 3° hôpital : une structure telle que visée à l'article 2 de la loi relative aux hôpitaux et à d'autres établissements de soins, coordonnée le 10 juillet 2008; ";
2° le point 4° est remplacé par ce qui suit :
" 4° hôpital psychiatrique : un hôpital tel que visé à l'article 3 de la loi relative aux hôpitaux et à d'autres établissements de soins, coordonnée le 10 juillet 2008; ";
3° le point 5° est remplacé par ce qui suit :
" 5° maison de repos et de soins : une maison de repos et de soins telle que visée à l'article 170 de la loi relative aux hôpitaux et à d'autres établissements de soins, coordonnée le 10 juillet 2008; ";
4° le point 6° est remplacé par ce qui suit :
" 6° maison de soins psychiatriques : une maison de soins psychiatriques telle que visée à l'article 170 de la loi relative aux hôpitaux et à d'autres établissements de soins, coordonnée le 10 juillet 2008; ";
5° dans le point 15°, les mots " à l'exception des centres de réadaptation " sont remplacés par les mots " à l'exception des centres de réadaptation et des centres pour troubles de développement ";
6° le point 17° est remplacé par ce qui suit :
" 17° projet : l'objet de l'investissement envisagé, décrit dans le plan maître, pour lequel une subvention d'investissement ou une garantie d'investissement est demandée ";
7° le point 19° est abrogé.
1° le point 3° est remplacé par ce qui suit :
" 3° hôpital : une structure telle que visée à l'article 2 de la loi relative aux hôpitaux et à d'autres établissements de soins, coordonnée le 10 juillet 2008; ";
2° le point 4° est remplacé par ce qui suit :
" 4° hôpital psychiatrique : un hôpital tel que visé à l'article 3 de la loi relative aux hôpitaux et à d'autres établissements de soins, coordonnée le 10 juillet 2008; ";
3° le point 5° est remplacé par ce qui suit :
" 5° maison de repos et de soins : une maison de repos et de soins telle que visée à l'article 170 de la loi relative aux hôpitaux et à d'autres établissements de soins, coordonnée le 10 juillet 2008; ";
4° le point 6° est remplacé par ce qui suit :
" 6° maison de soins psychiatriques : une maison de soins psychiatriques telle que visée à l'article 170 de la loi relative aux hôpitaux et à d'autres établissements de soins, coordonnée le 10 juillet 2008; ";
5° dans le point 15°, les mots " à l'exception des centres de réadaptation " sont remplacés par les mots " à l'exception des centres de réadaptation et des centres pour troubles de développement ";
6° le point 17° est remplacé par ce qui suit :
" 17° projet : l'objet de l'investissement envisagé, décrit dans le plan maître, pour lequel une subvention d'investissement ou une garantie d'investissement est demandée ";
7° le point 19° est abrogé.
Art.50. In artikel 2, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt het woord "initiatiefnemers" vervangen door het woord "aanvragers".
Art.50. Dans l'article 2, alinéa deux, du même arrêté, le mot " initiateurs " est remplacé par le mot " demandeurs ".
Art.51. In artikel 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het woord "initiatiefnemer" wordt telkens vervangen door het woord "aanvrager";
2° het zesde lid wordt opgeheven.
1° het woord "initiatiefnemer" wordt telkens vervangen door het woord "aanvrager";
2° het zesde lid wordt opgeheven.
Art.51. Dans l'article 3 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 septembre 2007, sont apportées les modifications suivantes :
1° le mot " initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ";
2° l'alinéa six est abrogé.
1° le mot " initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ";
2° l'alinéa six est abrogé.
Art.52. In artikel 4, tweede lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007, wordt het woord "initiatiefnemer" telkens vervangen door het woord "aanvrager".
Art.52. Dans l'article 4, alinéa deux, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 février 2007, le mot " initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ".
Art.53. In artikel 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2007, wordt het woord "initiatiefnemer" telkens vervangen door het woord "aanvrager".
Art.53. Dans l'article 5 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 septembre 2007, le mot " initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ".
Art.54. In artikel 6 van hetzelfde besluit wordt het woord "initiatiefnemer" telkens vervangen door het woord "aanvrager".
Art.54. Dans l'article 6 du même arrêté, le mot " initiateur " est remplacé par le mot " demandeur ".
Art.55. In artikel 7 van hetzelfde besluit wordt het woord "initiatiefnemer" telkens vervangen door het woord "aanvrager".
Art.55. Dans l'article 7 du même arrêté, le mot " initiateur " est remplacé par le mot " demandeur ".
Art.56. In artikel 8 van hetzelfde besluit wordt het woord "initiatiefnemer" telkens vervangen door het woord "aanvrager".
Art.56. Dans l'article 8 du même arrêté, le mot " initiateur " est remplacé par le mot " demandeur ".
Art.57. In artikel 9 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het woord "initiatiefnemer" wordt telkens vervangen door het woord "aanvrager";
2° in het tweede lid, 2°, wordt het woord "initiatiefnemers" vervangen door het woord "aanvragers".
1° het woord "initiatiefnemer" wordt telkens vervangen door het woord "aanvrager";
2° in het tweede lid, 2°, wordt het woord "initiatiefnemers" vervangen door het woord "aanvragers".
Art.57. Dans l'article 9 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° le mot " initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ";
2° dans l'alinéa deux, 2°, le mot " initiateurs " est remplacé par le mot " demandeurs ".
1° le mot " initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ";
2° dans l'alinéa deux, 2°, le mot " initiateurs " est remplacé par le mot " demandeurs ".
Art.58. In artikel 10 van hetzelfde besluit wordt het woord "initiatiefnemer" telkens vervangen door het woord "aanvrager".
Art.58. Dans l'article 10 du même arrêté, le mot " initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ".
Art.59. In artikel 11 van hetzelfde besluit wordt het woord "initiatiefnemer" vervangen door het woord "aanvrager".
Art.59. Dans l'article 11 du même arrêté, le mot " initiateur " est remplacé par le mot " demandeur ".
Art.60. In artikel 13 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2007, wordt het woord "initiatiefnemer" telkens vervangen door het woord "aanvrager".
Art.60. Dans l'article 13 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 septembre 2007, le mot " initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ".
Art.61. In artikel 14 van hetzelfde besluit wordt het woord "initiatiefnemer" telkens vervangen door het woord "aanvrager".
Art.61. Dans l'article 14 du même arrêté, le mot " initiateur " est remplacé par le mot " demandeur ".
Art.62. In artikel 15, eerste lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2007, wordt het woord "initiatiefnemer" telkens vervangen door het woord "aanvrager".
Art.62. Dans l'article 15, alinéa premier, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 septembre 2007, le mot " initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ".
Art.63. In hoofdstuk V van hetzelfde besluit wordt in het opschrift van afdeling II het woord "initiatiefnemer" vervangen door het woord "aanvrager".
Art.63. Dans le chapitre V du même arrêté, dans l'intitulé de la section II, le mot " initiateur " est remplacé par le mot " demandeur ".
Art.64. In artikel 16 van hetzelfde besluit wordt het woord "initiatiefnemer" telkens vervangen door het woord "aanvrager".
Art.64. Dans l'article 16 du même arrêté, le mot " initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ".
Art.65. In artikel 17 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008, wordt het woord "initiatiefnemer" vervangen door het woord "aanvrager".
Art.65. Dans l'article 17 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 mai 2008, le mot " initiateur " est remplacé par le mot " demandeur ".
Art.66. In artikel 18 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007, wordt het woord "initiatiefnemer" telkens vervangen door het woord "aanvrager".
Art.66. Dans l'article 18 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 février 2007, le mot " initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ".
Art.67. In artikel 19 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007, 7 september 2007, 30 mei 2008 en 18 juli 2008, wordt het woord "initiatiefnemer" telkens vervangen door het woord "aanvrager".
Art.67. Dans l'article 19 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 9 février 2007, 7 septembre 2007, 30 mai 2008 et 18 juillet 2008, le mot " initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ".
Art.68. In artikel 20 van hetzelfde besluit wordt het woord "initiatiefnemer" vervangen door het woord "aanvrager".
Art.68. Dans l'article 20 du même arrêté, le mot " initiateur " est remplacé par le mot " demandeur ".
Art.69. In artikel 21 van hetzelfde besluit wordt het woord "initiatiefnemer" telkens vervangen door het woord "aanvrager".
Art.69. Dans l'article 21 du même arrêté, le mot " initiateur " est à chaque fois remplacé par le mot " demandeur ".
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen in het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008 tot regeling van de algemene leiding, de werking, het beheer en de vertegenwoordiging van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden
CHAPITRE 4. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 juillet 2008 réglant la direction générale, le fonctionnement, la gestion et la représentation du " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden " (Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux Matières personnalisables)
Art.70. In artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008 tot regeling van de algemene leiding, de werking, het beheer en de vertegenwoordiging van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt 4° worden de woorden "de initiatiefnemer of de verplichtingen van de financier" vervangen door de woorden "de aanvrager of de financier";
2° in punt 7° wordt punt c) vervangen door wat volgt :
"c) het sluiten van een conventionele hypotheek met een aanvrager in het kader van de investeringswaarborg;".
1° in punt 4° worden de woorden "de initiatiefnemer of de verplichtingen van de financier" vervangen door de woorden "de aanvrager of de financier";
2° in punt 7° wordt punt c) vervangen door wat volgt :
"c) het sluiten van een conventionele hypotheek met een aanvrager in het kader van de investeringswaarborg;".
Art.70. Dans l'article 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 juillet 2008 réglant la direction générale, le fonctionnement, la gestion et la représentation du " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden " (Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux Matières personnalisables) sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le point 4°, les mots " de l'initiateur ou aux obligations du financier " sont remplacés par les mots " du demandeur ou du financier ";
2° dans le point 7°, le point c) est remplacé par ce qui suit :
" c) la conclusion d'une hypothèque conventionnelle avec un demandeur dans le cadre de la garantie d'investissement; ".
1° dans le point 4°, les mots " de l'initiateur ou aux obligations du financier " sont remplacés par les mots " du demandeur ou du financier ";
2° dans le point 7°, le point c) est remplacé par ce qui suit :
" c) la conclusion d'une hypothèque conventionnelle avec un demandeur dans le cadre de la garantie d'investissement; ".
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen in het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juni 2009 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de voorzieningen voor personen met een handicap
CHAPITRE 5. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juin 2009 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour les structures destinées aux personnes handicapées
Art.71. In artikel 2, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juni 2009 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de voorzieningen voor personen met een handicap wordt punt 8° vervangen door wat volgt :
"8° indien van toepassing, de regelgeving houdende integratie van kunstwerken in gebouwen van openbare diensten en daarmee gelijkgestelde diensten en van door de overheid gesubsidieerde inrichtingen, verenigingen en instellingen die tot de Vlaamse Gemeenschap behoren."
"8° indien van toepassing, de regelgeving houdende integratie van kunstwerken in gebouwen van openbare diensten en daarmee gelijkgestelde diensten en van door de overheid gesubsidieerde inrichtingen, verenigingen en instellingen die tot de Vlaamse Gemeenschap behoren."
Art.71. Dans l'article 2, alinéa premier, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juin 2009 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour les structures destinées aux personnes handicapées, le point 8° est remplacé par ce qui suit :
" 8° si d'application, la réglementation relative à l'intégration d'oeuvres d'art dans des bâtiments de services publics et de services y assimilés, et des établissements, associations et institutions subventionnées par les pouvoirs publics qui relèvent de la Communauté flamande. "
" 8° si d'application, la réglementation relative à l'intégration d'oeuvres d'art dans des bâtiments de services publics et de services y assimilés, et des établissements, associations et institutions subventionnées par les pouvoirs publics qui relèvent de la Communauté flamande. "
Art.72. In artikel 15 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° voor het eerste lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Behalve bij een centrum voor ontwikkelingsstoornissen en bij een revalidatiecentrum komt een aankoop alleen in aanmerking voor een investeringssubsidie als hij gepaard gaat met en wordt gevolgd door verbouwingswerkzaamheden.";
2° in het eerste lid worden de woorden "en de noodzakelijk bijbehorende verbouwing" telkens vervangen door de woorden "met of zonder verbouwing".
1° voor het eerste lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Behalve bij een centrum voor ontwikkelingsstoornissen en bij een revalidatiecentrum komt een aankoop alleen in aanmerking voor een investeringssubsidie als hij gepaard gaat met en wordt gevolgd door verbouwingswerkzaamheden.";
2° in het eerste lid worden de woorden "en de noodzakelijk bijbehorende verbouwing" telkens vervangen door de woorden "met of zonder verbouwing".
Art.72. Dans l'article 15 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° précédant l'alinéa premier, il est inséré un alinéa, rédigé comme suit :
" Sauf dans les cas d'un centre pour troubles du développement et d'un centre de réadaptation, un achat ne peut entrer en considération pour une subvention d'investissement que lorsqu'il s'accompagne et qu'il est suivi de travaux de transformation. ";
2° dans le premier alinéa, les mots " et la transformation qui en suit nécessairement " sont à chaque fois remplacés par les mots " avec ou sans transformation ".
1° précédant l'alinéa premier, il est inséré un alinéa, rédigé comme suit :
" Sauf dans les cas d'un centre pour troubles du développement et d'un centre de réadaptation, un achat ne peut entrer en considération pour une subvention d'investissement que lorsqu'il s'accompagne et qu'il est suivi de travaux de transformation. ";
2° dans le premier alinéa, les mots " et la transformation qui en suit nécessairement " sont à chaque fois remplacés par les mots " avec ou sans transformation ".
Art.73. In artikel 16 van hetzelfde besluit worden de woorden "aankoop met verbouwing" vervangen door de woorden "aankoop met of zonder verbouwing".
Art.73. Dans l'article 16 du même arrêté, les mots " d'achat avec transformation " sont remplacés par les mots " d'achat avec ou sans transformation ".
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen in het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juni 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de voorzieningen van de bijzondere jeugdbijstand
CHAPITRE 6. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 juin 2010 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour les structures d'assistance spéciale à la jeunesse
Art.74. In artikel 2, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juni 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de voorzieningen van de bijzondere jeugdbijstand wordt punt 8° vervangen door wat volgt :
"8° indien van toepassing, de regelgeving houdende integratie van kunstwerken in gebouwen van openbare diensten en daarmee gelijkgestelde diensten en van door de overheid gesubsidieerde inrichtingen, verenigingen en instellingen die tot de Vlaamse Gemeenschap behoren."
"8° indien van toepassing, de regelgeving houdende integratie van kunstwerken in gebouwen van openbare diensten en daarmee gelijkgestelde diensten en van door de overheid gesubsidieerde inrichtingen, verenigingen en instellingen die tot de Vlaamse Gemeenschap behoren."
Art.74. Dans l'article 2, alinéa premier, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 juin 2010 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour les structures d'assistance spéciale à la jeunesse, le point 8° est remplacé par ce qui suit :
" 8° si d'application, la réglementation relative à l'intégration d'oeuvres d'art dans des bâtiments de services publics et de services y assimilés, et des établissements, associations et institutions subventionnées par les pouvoirs publics qui relèvent de la Communauté flamande. "
" 8° si d'application, la réglementation relative à l'intégration d'oeuvres d'art dans des bâtiments de services publics et de services y assimilés, et des établissements, associations et institutions subventionnées par les pouvoirs publics qui relèvent de la Communauté flamande. "
Art.75. In artikel 11, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "en de noodzakelijk bijbehorende verbouwing" telkens vervangen door de woorden "met of zonder verbouwing".
Art.75. Dans l'article 11, alinéa premier, du même arrêté, les mots " et la transformation qui en suit nécessairement " sont à chaque fois remplacés par les mots " avec ou sans transformation ".
Art.76. In artikel 12 van hetzelfde besluit worden de woorden "aankoop met verbouwing" vervangen door de woorden "aankoop met of zonder verbouwing".
Art.76. Dans l'article 12 du même arrêté, les mots " d'achat avec transformation " sont remplacés par les mots " d'achat avec ou sans transformation ".
HOOFDSTUK 7. - Wijziging in het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de verzorgingsvoorzieningen
CHAPITRE 7. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juillet 2010 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour les établissements de soins
Art.77. In artikel 3, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de verzorgingsvoorzieningen wordt punt 8° vervangen door wat volgt :
"8° indien van toepassing, de regelgeving houdende integratie van kunstwerken in gebouwen van openbare diensten en daarmee gelijkgestelde diensten en van door de overheid gesubsidieerde inrichtingen, verenigingen en instellingen die tot de Vlaamse Gemeenschap behoren."
"8° indien van toepassing, de regelgeving houdende integratie van kunstwerken in gebouwen van openbare diensten en daarmee gelijkgestelde diensten en van door de overheid gesubsidieerde inrichtingen, verenigingen en instellingen die tot de Vlaamse Gemeenschap behoren."
Art.77. Dans l'article 3, alinéa premier, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juillet 2010 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour les établissements de soins, le point 8° est remplacé par ce qui suit :
" 8° si d'application, la réglementation relative à l'intégration d'oeuvres d'art dans des bâtiments de services publics et de services y assimilés, et des établissements, associations et institutions subventionnées par les pouvoirs publics qui relèvent de la Communauté flamande. "
" 8° si d'application, la réglementation relative à l'intégration d'oeuvres d'art dans des bâtiments de services publics et de services y assimilés, et des établissements, associations et institutions subventionnées par les pouvoirs publics qui relèvent de la Communauté flamande. "
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen in het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor het algemeen welzijnswerk
CHAPITRE 8. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 septembre 2010 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour l'aide sociale générale
Art.78. In artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor het algemeen welzijnswerk wordt punt 8° vervangen door wat volgt :
"8° indien van toepassing, de regelgeving houdende integratie van kunstwerken in gebouwen van openbare diensten en daarmee gelijkgestelde diensten en van door de overheid gesubsidieerde inrichtingen, verenigingen en instellingen die tot de Vlaamse Gemeenschap behoren."
"8° indien van toepassing, de regelgeving houdende integratie van kunstwerken in gebouwen van openbare diensten en daarmee gelijkgestelde diensten en van door de overheid gesubsidieerde inrichtingen, verenigingen en instellingen die tot de Vlaamse Gemeenschap behoren."
Art.78. Dans l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 septembre 2010 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour l'aide sociale générale, le point 8° est remplacé par la disposition suivante :
" 8° si d'application, la réglementation relative à l'intégration d'oeuvres d'art dans des bâtiments de services publics et de services y assimilés, et des établissements, associations et institutions subventionnées par les pouvoirs publics qui relèvent de la Communauté flamande. "
" 8° si d'application, la réglementation relative à l'intégration d'oeuvres d'art dans des bâtiments de services publics et de services y assimilés, et des établissements, associations et institutions subventionnées par les pouvoirs publics qui relèvent de la Communauté flamande. "
Art.79. In artikel 10, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "en de noodzakelijk bijbehorende verbouwing" telkens vervangen door de woorden "met of zonder verbouwing".
Art.79. Dans l'article 10, alinéa premier, du même arrêté, les mots " et la transformation qui en suit nécessairement " sont à chaque fois remplacés par les mots " avec ou sans transformation ".
Art.80. In artikel 11 van hetzelfde besluit worden de woorden "aankoop met verbouwing" vervangen door de woorden "aankoop met of zonder verbouwing".
Art.80. Dans l'article 11 du même arrêté, les mots " d'achat avec transformation " sont remplacés par les mots " d'achat avec ou sans transformation ".
HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen in het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de preventieve en de ambulante gezondheidszorg
CHAPITRE 9. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 septembre 2010 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour le secteur des soins de santé préventifs et ambulants
Art.81. In artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de preventieve en de ambulante gezondheidszorg wordt punt 8° vervangen door wat volgt :
"8° indien van toepassing, de regelgeving houdende integratie van kunstwerken in gebouwen van openbare diensten en daarmee gelijkgestelde diensten en van door de overheid gesubsidieerde inrichtingen, verenigingen en instellingen die tot de Vlaamse Gemeenschap behoren."
"8° indien van toepassing, de regelgeving houdende integratie van kunstwerken in gebouwen van openbare diensten en daarmee gelijkgestelde diensten en van door de overheid gesubsidieerde inrichtingen, verenigingen en instellingen die tot de Vlaamse Gemeenschap behoren."
Art.81. Dans l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 septembre 2010 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour le secteur des soins de santé préventifs et ambulants, le point 8° est remplacé par ce qui suit :
" 8° si d'application, la réglementation relative à l'intégration d'oeuvres d'art dans des bâtiments de services publics et de services y assimilés, et des établissements, associations et institutions subventionnées par les pouvoirs publics qui relèvent de la Communauté flamande. "
" 8° si d'application, la réglementation relative à l'intégration d'oeuvres d'art dans des bâtiments de services publics et de services y assimilés, et des établissements, associations et institutions subventionnées par les pouvoirs publics qui relèvent de la Communauté flamande. "
Art.82. In artikel 14, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "en de noodzakelijk bijbehorende verbouwing" telkens vervangen door de woorden "met of zonder verbouwing".
Art.82. Dans l'article 14, alinéa premier, du même arrêté, les mots " et la transformation qui en suit nécessairement " sont à chaque fois remplacés par les mots " avec ou sans transformation ".
Art.83. In artikel 15 van hetzelfde besluit worden de woorden "aankoop met verbouwing" vervangen door de woorden "aankoop met of zonder verbouwing".
Art.83. Dans l'article 15 du même arrêté, les mots " d'achat avec transformation " sont remplacés par les mots " d'achat avec ou sans transformation ".
HOOFDSTUK 10. - Wijzigingen in het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2011 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de sector van de voorzieningen voor gezinnen met kinderen
CHAPITRE 10. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 mars 2011 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour le secteur des établissements de soins destinés à des familles avec des enfants
Art.84. In artikel 2, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2011 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de sector van de voorzieningen voor gezinnen met kinderen wordt punt 8° vervangen door wat volgt :
"8° indien van toepassing, de regelgeving houdende integratie van kunstwerken in gebouwen van openbare diensten en daarmee gelijkgestelde diensten en van door de overheid gesubsidieerde inrichtingen, verenigingen en instellingen die tot de Vlaamse Gemeenschap behoren."
"8° indien van toepassing, de regelgeving houdende integratie van kunstwerken in gebouwen van openbare diensten en daarmee gelijkgestelde diensten en van door de overheid gesubsidieerde inrichtingen, verenigingen en instellingen die tot de Vlaamse Gemeenschap behoren."
Art.84. Dans l'article 2, alinéa premier, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 mars 2011 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour le secteur des établissements de soins destinés à des familles avec des enfants, le point 8° est remplacé par ce qui suit :
" 8° si d'application, la réglementation relative à l'intégration d'oeuvres d'art dans des bâtiments de services publics et de services y assimilés, et des établissements, associations et institutions subventionnées par les pouvoirs publics qui relèvent de la Communauté flamande ".
" 8° si d'application, la réglementation relative à l'intégration d'oeuvres d'art dans des bâtiments de services publics et de services y assimilés, et des établissements, associations et institutions subventionnées par les pouvoirs publics qui relèvent de la Communauté flamande ".
Art.85. In artikel 13, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "en de noodzakelijk bijbehorende verbouwing" vervangen door de woorden "met of zonder verbouwing".
Art.85. Dans l'article 13, alinéa premier, du même arrêté, les mots " et la transformation qui en suit nécessairement " sont remplacés par les mots " avec ou sans transformation ".
Art.86. In artikel 14 van hetzelfde besluit worden de woorden "aankoop met verbouwing" vervangen door de woorden "aankoop met of zonder verbouwing".
Art.86. Dans l'article 14 du même arrêté, les mots " d'achat avec transformation " sont remplacés par les mots " d'achat avec ou sans transformation ".
HOOFDSTUK 11. - Slotbepalingen
CHAPITRE 11. - Dispositions finales
Art.87. Voor de dossiers waarvoor de subsidiebelofte of het principieel akkoord inzake de investeringswaarborg werd gegeven voor de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, gelden de bepalingen die van toepassing waren voor de inwerkingtreding van dit besluit.
In afwijking van het eerste lid, geldt artikel 47, 1°, ook voor de dossiers waarvoor de subsidiebelofte of het principieel akkoord inzake de investeringswaarborg werd gegeven voor de datum van de inwerkingtreding van dit besluit.
In afwijking van het eerste lid, geldt artikel 47, 1°, ook voor de dossiers waarvoor de subsidiebelofte of het principieel akkoord inzake de investeringswaarborg werd gegeven voor de datum van de inwerkingtreding van dit besluit.
Art.87. Pour les dossiers pour lesquels la promesse de subvention ou l'accord de principe relatif à la garantie d'investissement a été octroyé avant la date de l'entrée en vigueur du présent arrêté, les dispositions applicables avant l'entrée en vigueur du présent arrêté s'appliquent.
Par dérogation à l'alinéa premier, l'article 47, 1°, s'applique également aux dossiers pour lesquels la promesse de subvention ou l'accord de principe relatif à la garantie d'investissement a été octroyé avant la date de l'entrée en vigueur du présent arrêté.
Par dérogation à l'alinéa premier, l'article 47, 1°, s'applique également aux dossiers pour lesquels la promesse de subvention ou l'accord de principe relatif à la garantie d'investissement a été octroyé avant la date de l'entrée en vigueur du présent arrêté.
Art. 88. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, en de Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 88. Le Ministre flamand ayant l'assistance aux personnes dans ses attributions et le Ministre flamand ayant la politique en matière de santé dans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
Brussel, 10 november 2011.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin,
J. VANDEURZEN
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin,
J. VANDEURZEN
Bruxelles, le 10 novembre 2011.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille,
J. VANDEURZEN
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille,
J. VANDEURZEN