Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
17 JULI 2012. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, strekkende tot de toekenning van een voorlopige arbeidsvergunning in het kader van het verkrijgen van een Europese blauwe kaart
Titre
17 JUILLET 2012. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 9 juin 1999 portant exécution de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers visant l'autorisation provisoire d'occupation octroyée dans le cadre de l'obtention de la carte bleue européenne
Documentinformatie
Info du document
Tekst (13)
Texte (13)
Artikel 1. Dit besluit zet gedeeltelijk de bepalingen van Richtlijn 2009/50/EG van de Raad van 25 mei 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan om.
Article 1er. Le présent arrêté transpose partiellement des dispositions de la Directive 2009/50/CE du Conseil du 25 mai 2009 établissant les conditions d'entrée et de séjour des ressortissants de pays tiers aux fins d'un emploi hautement qualifié.
Art. 2. Artikel 1 van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende de uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, gewijzigd bij de koninklijk besluiten van 6 februari 2003, 12 september 2007, 28 mei 2009 en 13 maart 2011, wordt aangevuld met een 18° en een 19°, luidend als volgt :
"18° europese blauwe kaart : het verblijfsdocument voorzien bij artikel 1, 3° van de wet van 15 december 1980;
19° dienst Vreemdelingenzaken : het bestuur dat belast is met de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen."
"18° europese blauwe kaart : het verblijfsdocument voorzien bij artikel 1, 3° van de wet van 15 december 1980;
19° dienst Vreemdelingenzaken : het bestuur dat belast is met de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen."
Art. 2. L'article 1er de l'arrêté royal du 9 juin 1999 portant exécution de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers, modifié par les arrêtés royaux des 6 février 2003, 12 septembre 2007, 28 mai 2009 et 13 mars 2011, est complété par un 18° et un 19°, rédigés comme suit :
" 18° carte bleue européenne : le document de séjour visé à l'article 1er, 3° de la loi du 15 décembre 1980;
19° office des étrangers : l'administration en charge de l'accès au territoire, du séjour, de l'établissement et de l'éloignement des étrangers. ".
" 18° carte bleue européenne : le document de séjour visé à l'article 1er, 3° de la loi du 15 décembre 1980;
19° office des étrangers : l'administration en charge de l'accès au territoire, du séjour, de l'établissement et de l'éloignement des étrangers. ".
Art. 3. Artikel 2, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijk besluiten van 6 februari 2003, 12 september 2007, 23 april 2008, 28 mei 2009, en 13 maart 2011 wordt aangevuld met een 34°, luidend als volgt :
" 34° de buitenlandse onderdanen die houder zijn van een Europese blauwe kaart uitgereikt door de Dienst Vreemdelingenzaken."
" 34° de buitenlandse onderdanen die houder zijn van een Europese blauwe kaart uitgereikt door de Dienst Vreemdelingenzaken."
Art. 3. L'article 2, alinéa 1er, du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 6 février 2003, 12 septembre 2007, 23 avril 2008, 28 mai 2009, et 13 mars 2011 est complété par un 34°, rédigé comme suit :
" 34° les ressortissants étrangers détenteurs d'une carte bleue européenne délivrée par l'Office des étrangers.".
" 34° les ressortissants étrangers détenteurs d'une carte bleue européenne délivrée par l'Office des étrangers.".
Art. 4. In artikel 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 december 2008, worden de woorden " , bij artikel 2, eerste lid, 34° " ingevoegd tussen de woorden " artikel 9 " en de woorden " en in artikel 38septies ".
Art. 4. Dans l'article 5, du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 23 décembre 2008, les mots " , à l'article 2, alinéa 1er, 34° " sont insérés entre les mots " article 9 " et les mots " et à l'article 38septies ".
Art. 5. In artikel 9, eerste lid, 17°, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 6 februari 2003 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 september 2007, worden de woorden " en 26° " vervangen door ", 26° en 34°;".
Art. 5. Dans l'article 9, alinéa 1er, 17°, du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 6 février 2003 et modifié par l'arrêté royal du 12 septembre 2007, les mots " et 26° " sont remplacés par les mots " , 26° et 34°; ".
Art. 6. In hoofdstuk IV van hetzelfde besluit wordt een afdeling 1bis ingevoegd, getiteld "De voorlopige arbeidsvergunning uitgereikt in het kader van het verkrijgen van de Europese blauwe kaart".
Art. 6. Dans le chapitre IV du même arrêté, il est inséré une section 1bis, intitulée " L'autorisation provisoire d'occupation délivrée dans le cadre de l'obtention de la carte bleue européenne ".
Art. 7. In afdeling 1bis, ingevoegd bij artikel 6, wordt een artikel 15/1 ingevoegd dat luidt als volgt :
" Art. 15/1. De voorlopige arbeidsvergunning toegekend in het kader van het verkrijgen van een Europese blauwe kaart wordt toegekend aan de werkgevers die een buitenlandse werknemer willen tewerkstellen voor zover aan de volgende voorwaarden is voldaan :
a) de werkgever moet met de buitenlandse werknemer een arbeidsovereenkomst hebben gesloten van onbepaalde duur of met een duur gelijk aan of hoger dan een jaar;
b) de buitenlandse werknemer dient een bruto jaarloon te ontvangen gelijk aan of hoger dan 49.995 EUR, dit bedrag wordt ieder jaar aangepast volgens artikel 131 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten;
c) de werknemer moet hogere beroepskwalificaties aantonen in het bezit zijn van een diploma uitgereikt door een onderwijsinstituut erkend als hogere onderwijsinstelling door de Staat waar in het instituut is gevestigd.
Voor de toepassing van het voorgaande lid wordt verstaan onder diploma van het hoger onderwijs : alle diploma's, getuigschriften of andere opleidingstitels uitgereikt door een overheid waarbij het succesvol beëindigen wordt aangetoond van een postsecundair programma inzake hogere studies, dit betekent een geheel van lessen verstrekt door een onderwijsinstituut erkend als hoger onderwijsinstelling door de staat waar in het instituut is gevestigd, op voorwaarde dat de studies nodig voor het behalen ervan minstens drie jaar hebben geduurd.
In afwijking van het eerste lid kan de bevoegde overheid een vraag voor een voorlopige arbeidsvergunning afwijzen :
1°) wanneer het mogelijk is, onder de werknemers op de arbeidsmarkt, een werknemer te vinden die geschikt is om de betrokken arbeidsplaats op een bevredigende wijze en binnen een redelijke termijn te bekleden;
2°) om een ethische rekrutering te verzekeren in de sectoren die een tekort aan gekwalificeerde werknemers kennen in het land van oorsprong;
3°) indien de werkgever, zijn aangestelde of lasthebber eerder gesanctioneerd werd door zich niet te schikken naar de bepalingen tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling of om werknemers te hebben tewerkgesteld die geen toelating tot verblijf en tewerkstelling hadden."
" Art. 15/1. De voorlopige arbeidsvergunning toegekend in het kader van het verkrijgen van een Europese blauwe kaart wordt toegekend aan de werkgevers die een buitenlandse werknemer willen tewerkstellen voor zover aan de volgende voorwaarden is voldaan :
a) de werkgever moet met de buitenlandse werknemer een arbeidsovereenkomst hebben gesloten van onbepaalde duur of met een duur gelijk aan of hoger dan een jaar;
b) de buitenlandse werknemer dient een bruto jaarloon te ontvangen gelijk aan of hoger dan 49.995 EUR, dit bedrag wordt ieder jaar aangepast volgens artikel 131 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten;
c) de werknemer moet hogere beroepskwalificaties aantonen in het bezit zijn van een diploma uitgereikt door een onderwijsinstituut erkend als hogere onderwijsinstelling door de Staat waar in het instituut is gevestigd.
Voor de toepassing van het voorgaande lid wordt verstaan onder diploma van het hoger onderwijs : alle diploma's, getuigschriften of andere opleidingstitels uitgereikt door een overheid waarbij het succesvol beëindigen wordt aangetoond van een postsecundair programma inzake hogere studies, dit betekent een geheel van lessen verstrekt door een onderwijsinstituut erkend als hoger onderwijsinstelling door de staat waar in het instituut is gevestigd, op voorwaarde dat de studies nodig voor het behalen ervan minstens drie jaar hebben geduurd.
In afwijking van het eerste lid kan de bevoegde overheid een vraag voor een voorlopige arbeidsvergunning afwijzen :
1°) wanneer het mogelijk is, onder de werknemers op de arbeidsmarkt, een werknemer te vinden die geschikt is om de betrokken arbeidsplaats op een bevredigende wijze en binnen een redelijke termijn te bekleden;
2°) om een ethische rekrutering te verzekeren in de sectoren die een tekort aan gekwalificeerde werknemers kennen in het land van oorsprong;
3°) indien de werkgever, zijn aangestelde of lasthebber eerder gesanctioneerd werd door zich niet te schikken naar de bepalingen tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling of om werknemers te hebben tewerkgesteld die geen toelating tot verblijf en tewerkstelling hadden."
Art. 7. Dans la section 1rebis, insérée par l'article 6, il est inséré un article 15/1 rédigé comme suit :
" Art. 15/1. L'autorisation provisoire d'occupation octroyée dans le cadre de l'obtention d'une carte bleue européenne est accordée aux employeurs qui souhaitent occuper un travailleur étranger pour autant que les conditions suivantes soient réunies :
a) l'employeur doit avoir conclu avec le travailleur étranger un contrat de travail à durée indéterminée ou d'une durée égale ou supérieure à un an;
b) le travailleur étranger doit bénéficier d'une rémunération annuelle brute égale ou supérieure à 49.995 EUR, ce montant est adapté chaque année suivant l'article 131 de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail;
c) le travailleur doit attester de qualifications professionnelles élevées en étant titulaire d'un diplôme délivré par un institut d'enseignement reconnu comme établissement d'enseignement supérieur par l'Etat dans lequel il est établi.
Pour l'application de l'alinéa précédent, on entend par diplôme de l'enseignement supérieur : tout diplôme, certificat ou autre titre de formation délivré par une autorité attestant l'accomplissement avec succès d'un programme d'études supérieures postsecondaires, c'est-à-dire un ensemble de cours dispensés par un institut d'enseignement reconnu comme établissement d'enseignement supérieur par l'Etat dans lequel il se situe, à condition que les études nécessaires à son obtention aient duré trois années au moins.
Par dérogation à l'alinéa 1er, l'autorité compétente peut rejeter une demande d'autorisation provisoire d'occupation :
1°) si il est possible, de trouver parmi les travailleurs appartenant au marché de l'emploi, un travailleur apte à occuper de façon satisfaisante et dans un délai raisonnable l'emploi envisagé;
2°) afin d'assurer un recrutement éthique dans des secteurs souffrant d'une pénurie de travailleurs qualifiés dans le pays d'origine;
3°) si l'employeur, son préposé ou mandataire a été sanctionné pour avoir occupé des travailleurs sans avoir effectué la déclaration immédiate de l'emploi ou pour avoir occupé des travailleurs qui n'étaient pas autorisés à séjourner et à travailler. "
" Art. 15/1. L'autorisation provisoire d'occupation octroyée dans le cadre de l'obtention d'une carte bleue européenne est accordée aux employeurs qui souhaitent occuper un travailleur étranger pour autant que les conditions suivantes soient réunies :
a) l'employeur doit avoir conclu avec le travailleur étranger un contrat de travail à durée indéterminée ou d'une durée égale ou supérieure à un an;
b) le travailleur étranger doit bénéficier d'une rémunération annuelle brute égale ou supérieure à 49.995 EUR, ce montant est adapté chaque année suivant l'article 131 de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail;
c) le travailleur doit attester de qualifications professionnelles élevées en étant titulaire d'un diplôme délivré par un institut d'enseignement reconnu comme établissement d'enseignement supérieur par l'Etat dans lequel il est établi.
Pour l'application de l'alinéa précédent, on entend par diplôme de l'enseignement supérieur : tout diplôme, certificat ou autre titre de formation délivré par une autorité attestant l'accomplissement avec succès d'un programme d'études supérieures postsecondaires, c'est-à-dire un ensemble de cours dispensés par un institut d'enseignement reconnu comme établissement d'enseignement supérieur par l'Etat dans lequel il se situe, à condition que les études nécessaires à son obtention aient duré trois années au moins.
Par dérogation à l'alinéa 1er, l'autorité compétente peut rejeter une demande d'autorisation provisoire d'occupation :
1°) si il est possible, de trouver parmi les travailleurs appartenant au marché de l'emploi, un travailleur apte à occuper de façon satisfaisante et dans un délai raisonnable l'emploi envisagé;
2°) afin d'assurer un recrutement éthique dans des secteurs souffrant d'une pénurie de travailleurs qualifiés dans le pays d'origine;
3°) si l'employeur, son préposé ou mandataire a été sanctionné pour avoir occupé des travailleurs sans avoir effectué la déclaration immédiate de l'emploi ou pour avoir occupé des travailleurs qui n'étaient pas autorisés à séjourner et à travailler. "
Art. 8. In dezelfde afdeling 1bis wordt een artikel 15/2 ingevoegd dat luidt als volgt :
" Art. 15/2 De artikelen 8, 10 en 14 zijn niet van toepassing in het geval van toekenning van een voorlopige arbeidsvergunning uitgereikt in het kader van het verkrijgen van een Europese blauwe kaart.
Bij afwijking op het voorgaande lid kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de gevallen bepalen waarvoor een onderzoek van de arbeidsmarkt noodzakelijk is."
" Art. 15/2 De artikelen 8, 10 en 14 zijn niet van toepassing in het geval van toekenning van een voorlopige arbeidsvergunning uitgereikt in het kader van het verkrijgen van een Europese blauwe kaart.
Bij afwijking op het voorgaande lid kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de gevallen bepalen waarvoor een onderzoek van de arbeidsmarkt noodzakelijk is."
Art. 8. Dans la même section 1rebis, il est inséré un article 15/2 rédigé comme suit :
" Art. 15/2. Les articles 8, 10 et 14 ne sont pas d'application en cas d'octroi d'une autorisation provisoire d'occupation délivrée dans le cadre de l'obtention d'une carte bleue européenne.
Par dérogation à l'alinéa précédent, le Roi peut fixer, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, les cas dans lesquels un examen du marché de l'emploi est nécessaire. ".
" Art. 15/2. Les articles 8, 10 et 14 ne sont pas d'application en cas d'octroi d'une autorisation provisoire d'occupation délivrée dans le cadre de l'obtention d'une carte bleue européenne.
Par dérogation à l'alinéa précédent, le Roi peut fixer, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, les cas dans lesquels un examen du marché de l'emploi est nécessaire. ".
Art. 9. In dezelfde afdeling 1bis wordt een artikel 15/3, ingevoegd dat luidt als volgt :
" Art. 15/3. De voorlopige arbeidsvergunning wordt in het kader van het verkrijgen van een Europese blauwe kaart toegekend binnen de dertig dagen voor zover de betreffende toekenningvoorwaarden zijn vervuld.
De werkgever bezorgt de werknemer een afschrift van deze voorlopige arbeidsvergunning in afwachting van de toekenning van de Europese blauwe kaart.
De werknemer kan beginnen werken van zodra hij in het bezit is van het afschrift van deze voorlopige arbeidsvergunning en hij het verblijf aangevraagd heeft en wettig verblijft.
De voorlopige arbeidsvergunning is niet langer geldig :
- op de dag van de uitreiking aan de werknemer van de Europese blauwe kaart;
- op de dag van de betekening aan de werknemer door de Dienst Vreemdelingenzaken van de beslissing tot weigering van de aanvraag voor een Europese blauwe kaart;
- indien de werknemer binnen de negentig dagen te rekenen vanaf de dag van uitreiking van de voorlopige arbeidsvergunning geen aanvraag voor een Europese blauwe kaart heeft ingediend bij de Dienst Vreemdelingenzaken."
" Art. 15/3. De voorlopige arbeidsvergunning wordt in het kader van het verkrijgen van een Europese blauwe kaart toegekend binnen de dertig dagen voor zover de betreffende toekenningvoorwaarden zijn vervuld.
De werkgever bezorgt de werknemer een afschrift van deze voorlopige arbeidsvergunning in afwachting van de toekenning van de Europese blauwe kaart.
De werknemer kan beginnen werken van zodra hij in het bezit is van het afschrift van deze voorlopige arbeidsvergunning en hij het verblijf aangevraagd heeft en wettig verblijft.
De voorlopige arbeidsvergunning is niet langer geldig :
- op de dag van de uitreiking aan de werknemer van de Europese blauwe kaart;
- op de dag van de betekening aan de werknemer door de Dienst Vreemdelingenzaken van de beslissing tot weigering van de aanvraag voor een Europese blauwe kaart;
- indien de werknemer binnen de negentig dagen te rekenen vanaf de dag van uitreiking van de voorlopige arbeidsvergunning geen aanvraag voor een Europese blauwe kaart heeft ingediend bij de Dienst Vreemdelingenzaken."
Art. 9. Dans la même section 1rebis, il est inséré un article 15/3, rédigé comme suit :
" Art. 15/3. L'autorisation provisoire d'occupation octroyée dans le cadre de l'obtention d'une carte bleue européenne est délivrée dans les trente jours lorsque les conditions pour l'octroi de celles-ci sont remplies.
L'employeur remet au travailleur une copie de cette autorisation provisoire d'occupation en attendant l'octroi de la carte bleue européenne.
Le travailleur peut commencer à travailler dés qu'il est en possession de la copie de cette autorisation provisoire d'occupation et qu'il a fait sa demande de séjour et est en séjour légal.
L'autorisation provisoire d'occupation perd sa validité :
- à la date de la délivrance au travailleur de la carte bleue européenne;
- à la date de la notification au travailleur de la décision de refus par l'Office des étrangers de la demande de la carte bleue européenne;
- en cas d'absence de demande par le travailleur auprès de l'Office des étrangers d'une carte bleue européenne dans les nonante jours à compter de la date de délivrance de l'autorisation d'occupation provisoire. "
" Art. 15/3. L'autorisation provisoire d'occupation octroyée dans le cadre de l'obtention d'une carte bleue européenne est délivrée dans les trente jours lorsque les conditions pour l'octroi de celles-ci sont remplies.
L'employeur remet au travailleur une copie de cette autorisation provisoire d'occupation en attendant l'octroi de la carte bleue européenne.
Le travailleur peut commencer à travailler dés qu'il est en possession de la copie de cette autorisation provisoire d'occupation et qu'il a fait sa demande de séjour et est en séjour légal.
L'autorisation provisoire d'occupation perd sa validité :
- à la date de la délivrance au travailleur de la carte bleue européenne;
- à la date de la notification au travailleur de la décision de refus par l'Office des étrangers de la demande de la carte bleue européenne;
- en cas d'absence de demande par le travailleur auprès de l'Office des étrangers d'une carte bleue européenne dans les nonante jours à compter de la date de délivrance de l'autorisation d'occupation provisoire. "
Art. 10. In dezelfde afdeling 1bis, wordt een artikel 15/4 ingevoegd, luidend als volgt :
" Tijdens de eerste twee jaar van tewerkstelling van de werknemer gedekt door een voorlopige arbeidsvergunning of door de Europese blauwe kaart :
1° is de werkgever ertoe gehouden de bevoegde overheid te verwittigen in geval van verbreking van de arbeidsovereenkomst;
2° is elke wijziging van werkgever evenals elke wijziging van de arbeidsvoorwaarden zoals bedoeld in artikel 15/1 die gevolgen heeft voor de geldigheid van de Europese blauwe kaart, onderworpen aan de voorafgaande toekenning door de bevoegde overheid van een voorlopige arbeidsvergunning;
3° is de hernieuwing van de Europese blauwe kaart door de werknemer bij de Dienst Vreemdelingenzaken afhankelijk van de toekenning door de bevoegde overheid van een nieuwe voorlopige arbeidsvergunning aan de werkgever voor zover de voorwaarden vermeld onder artikel 15/1 zijn vervuld."
" Tijdens de eerste twee jaar van tewerkstelling van de werknemer gedekt door een voorlopige arbeidsvergunning of door de Europese blauwe kaart :
1° is de werkgever ertoe gehouden de bevoegde overheid te verwittigen in geval van verbreking van de arbeidsovereenkomst;
2° is elke wijziging van werkgever evenals elke wijziging van de arbeidsvoorwaarden zoals bedoeld in artikel 15/1 die gevolgen heeft voor de geldigheid van de Europese blauwe kaart, onderworpen aan de voorafgaande toekenning door de bevoegde overheid van een voorlopige arbeidsvergunning;
3° is de hernieuwing van de Europese blauwe kaart door de werknemer bij de Dienst Vreemdelingenzaken afhankelijk van de toekenning door de bevoegde overheid van een nieuwe voorlopige arbeidsvergunning aan de werkgever voor zover de voorwaarden vermeld onder artikel 15/1 zijn vervuld."
Art. 10. Dans la même section 1rebis, il est inséré un article 15/4 rédigé comme suit :
" Durant les deux premières années d'emploi du travailleur couvertes par une autorisation provisoire d'occupation ou par une carte bleue européenne :
1° l'employeur est tenu d'informer l'autorité compétente en cas de rupture du contrat de travail;
2° tout changement d'employeur ainsi que toutes modifications des conditions d'emploi visées à l'article 15/1, ayant des conséquences quant à la validité de la carte bleue européenne, sont subordonnés à l'octroi préalable par l'autorité compétente d'une autorisation provisoire d'occupation;
3° le renouvellement de la carte bleue européenne par le travailleur auprès de l'Office des étrangers est subordonné à l'octroi par l'autorité compétente d'une nouvelle autorisation provisoire d'occupation à l'employeur pour autant que les conditions visées à l'article 15/1 soient remplies. "
" Durant les deux premières années d'emploi du travailleur couvertes par une autorisation provisoire d'occupation ou par une carte bleue européenne :
1° l'employeur est tenu d'informer l'autorité compétente en cas de rupture du contrat de travail;
2° tout changement d'employeur ainsi que toutes modifications des conditions d'emploi visées à l'article 15/1, ayant des conséquences quant à la validité de la carte bleue européenne, sont subordonnés à l'octroi préalable par l'autorité compétente d'une autorisation provisoire d'occupation;
3° le renouvellement de la carte bleue européenne par le travailleur auprès de l'Office des étrangers est subordonné à l'octroi par l'autorité compétente d'une nouvelle autorisation provisoire d'occupation à l'employeur pour autant que les conditions visées à l'article 15/1 soient remplies. "
Art. 11. In artikel 17 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 13 maart 2011, wordt het tweede streepje onder 6° en 7° telkens aangevuld met "en 34°".
Art. 11. Dans l'article 17 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 13 mars 2011, le 2ème tiret des 6° et le 7°, est chaque fois complété par les mots " et 34° ".
Art. 12. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het koninklijk besluit van 15 augustus 2012 houdende wijziging van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen in het Belgisch Staatsblad wordt inwerking treedt.
Art. 12. Le présent arrêté entre en vigueur le jour où entre en vigueur l'arrêté royal du 15 août 2012 portant modifications de l'arrêté royal du 8 octobre 1981 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers.
Art. 13. De Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 13. La Ministre de l'Emploi est chargée de l'exécution du présent arrêté.
Gegeven te Brussel, 17 juli 2012.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Werk,
Mevr. M. DE CONINCK
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Werk,
Mevr. M. DE CONINCK
Donné à Bruxelles, le 17 juillet 2012.
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre de l'Emploi,
Mme M. DE CONINCK
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre de l'Emploi,
Mme M. DE CONINCK