Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
7 OKTOBER 2011. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van de betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage
Titre
7 OCTOBRE 2011. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant différentes dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 avril 1992 relatif à la répartition de fonctions, à la mise en disponibilité par défaut d'emploi, à la réaffectation, à la remise au travail et à l'attribution d'un traitement d'attente ou d'une subvention-traitement d'attente
Documentinformatie
Numac: 2011205584
Datum: 2011-10-07
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2011205584
Date: 2011-10-07
Moniteur: Voir
Tekst (13)
Texte (13)
Artikel 1. In artikel 2, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010, wordt in punt 11° de woorden "codificatie betreffende het secundair onderwijs" vervangen door de woorden "Codex Secundair Onderwijs".
Article 1er. Dans l'article 2, § 2, point 11°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 avril 1992 relatif à la répartition de fonctions, à la mise en disponibilité par défaut d'emploi, à la réaffectation, à la remise au travail et à l'attribution d'un traitement d'attente ou d'une subvention-traitement d'attente, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 septembre 2010, les mots "de la codification relative à l'enseignement secondaire" sont remplacés par les mots "du Codex de l'Enseignement secondaire".
Art. 2. In artikel 11, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999, 5 december 2003, 8 september 2006, 17 oktober 2008, 28 mei 2010 en 10 september 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de laatste tabel wordt vervangen door wat volgt :
Art. 2. A l'article 11, § 2, du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 31 août 1999, 5 décembre 2003, 8 septembre 2006, 17 octobre 2008, 28 mai 2010 et 10 septembre 2010, sont apportées les modifications suivantes :
1° le dernier tableau est remplacé par ce qui suit :
TERBESCHIKKINGSTELLING WEDERTEWERKSTELLING
de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn omdat zij door een beslissing van Medex definitief ongeschikt verklaard werden om op normale en regelmatige wijze hun ambt uit te oefenen, maar die wel geschikt bevonden werden om tewerkgesteld te worden onder bepaalde voorwaarden wervingsambten, rekening houdend met de beslissing van Medex, van het : - bestuurs- en onderwijzend personeel - opvoedend hulppersoneel - administratief personeel - psychologisch personeel - paramedisch personeel - sociaal personeel - orthopedagogisch personeel - medisch personeel - technisch personeel
MISE EN DISPONIBILITE REMISE AU TRAVAIL
les membres du personnel mis en disponibilité parce qu'une décision de Medex les a déclarés définitivement inaptes à exercer leur fonction d'une manière normale et régulière, mais qui ont été déclarés aptes à être remis au travail à certaines conditions fonctions de recrutement, compte tenu de la décision de Medex, du personnel : - directeur et enseignant - auxiliaire d'éducation - administratif - psychologique - paramédical - social - orthopédagogique - médical - technique
TERBESCHIKKINGSTELLING WEDERTEWERKSTELLING
de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn omdat zij door een beslissing van Medex definitief ongeschikt verklaard werden om op normale en regelmatige wijze hun ambt uit te oefenen, maar die wel geschikt bevonden werden om tewerkgesteld te worden onder bepaalde voorwaarden wervingsambten, rekening houdend met de beslissing van Medex, van het : - bestuurs- en onderwijzend personeel - opvoedend hulppersoneel - administratief personeel - psychologisch personeel - paramedisch personeel - sociaal personeel - orthopedagogisch personeel - medisch personeel - technisch personeel
MISE EN DISPONIBILITE REMISE AU TRAVAIL
les membres du personnel mis en disponibilité parce qu'une décision de Medex les a déclarés définitivement inaptes à exercer leur fonction d'une manière normale et régulière, mais qui ont été déclarés aptes à être remis au travail à certaines conditions fonctions de recrutement, compte tenu de la décision de Medex, du personnel : - directeur et enseignant - auxiliaire d'éducation - administratif - psychologique - paramédical - social - orthopédagogique - médical - technique
2° de laatste tabel wordt vervangen door wat volgt :
"
2° le dernier tableau est remplacé par ce qui suit :
"
TERBESCHIKKINGSTELLING WEDERTEWERKSTELLING
de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn omdat zij door een beslissing van Medex definitief ongeschikt verklaard werden om op normale en regelmatige wijze hun ambt uit te oefenen, maar die wel geschikt bevonden werden om tewerkgesteld te worden onder bepaalde voorwaarden wervingsambten, rekening houdend met de beslissing van Medex, van het : - bestuurs- en onderwijzend personeel - opvoedend hulppersoneel - ondersteunend personeel - beleids- en ondersteunend personeel - administratief personeel - psychologisch personeel - paramedisch personeel - sociaal personeel - orthopedagogisch personeel - medisch personeel - technisch personeel
de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in het kader van een procedure tot re-integratie en door de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer geschikt geacht zijn om een andere functie uit te oefenen wervingsambten, rekening houdend met de beslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer, van het : - bestuurs- en onderwijzend personeel - ondersteunend personeel - beleids- en ondersteunend personeel - opvoedend hulppersoneel - administratief personeel - psychologisch personeel - paramedisch personeel - sociaal personeel - orthopedagogisch personeel - medisch personeel - technisch personeel
MISE EN DISPONIBILITE REMISE AU TRAVAIL
les membres du personnel mis en disponibilité parce qu'une décision de Medex les a déclarés définitivement inaptes à exercer leur fonction d'une manière normale et régulière, mais qui ont été déclarés aptes à être remis au travail à certaines conditions fonctions de recrutement, compte tenu de la décision de Medex, du personnel : - directeur et enseignant - auxiliaire d'éducation - d'appui - de gestion et d'appui - administratif - psychologique - paramédical - social - orthopédagogique - médical - technique
les membres du personnel mis en disponibilité dans le cadre d'une procédure de réintégration et étant jugés aptes à exercer une autre fonction par le conseiller en prévention-médecin du travail fonctions de recrutement, compte tenu de la décision du conseiller en prévention-médecin du travail, du personnel : - directeur et enseignant - d'appui - de gestion et d'appui - auxiliaire d'éducation - administratif - psychologique - paramédical - social - orthopédagogique - médical - technique
TERBESCHIKKINGSTELLING WEDERTEWERKSTELLING
de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn omdat zij door een beslissing van Medex definitief ongeschikt verklaard werden om op normale en regelmatige wijze hun ambt uit te oefenen, maar die wel geschikt bevonden werden om tewerkgesteld te worden onder bepaalde voorwaarden wervingsambten, rekening houdend met de beslissing van Medex, van het : - bestuurs- en onderwijzend personeel - opvoedend hulppersoneel - ondersteunend personeel - beleids- en ondersteunend personeel - administratief personeel - psychologisch personeel - paramedisch personeel - sociaal personeel - orthopedagogisch personeel - medisch personeel - technisch personeel
de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in het kader van een procedure tot re-integratie en door de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer geschikt geacht zijn om een andere functie uit te oefenen wervingsambten, rekening houdend met de beslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer, van het : - bestuurs- en onderwijzend personeel - ondersteunend personeel - beleids- en ondersteunend personeel - opvoedend hulppersoneel - administratief personeel - psychologisch personeel - paramedisch personeel - sociaal personeel - orthopedagogisch personeel - medisch personeel - technisch personeel
MISE EN DISPONIBILITE REMISE AU TRAVAIL
les membres du personnel mis en disponibilité parce qu'une décision de Medex les a déclarés définitivement inaptes à exercer leur fonction d'une manière normale et régulière, mais qui ont été déclarés aptes à être remis au travail à certaines conditions fonctions de recrutement, compte tenu de la décision de Medex, du personnel : - directeur et enseignant - auxiliaire d'éducation - d'appui - de gestion et d'appui - administratif - psychologique - paramédical - social - orthopédagogique - médical - technique
les membres du personnel mis en disponibilité dans le cadre d'une procédure de réintégration et étant jugés aptes à exercer une autre fonction par le conseiller en prévention-médecin du travail fonctions de recrutement, compte tenu de la décision du conseiller en prévention-médecin du travail, du personnel : - directeur et enseignant - d'appui - de gestion et d'appui - auxiliaire d'éducation - administratif - psychologique - paramédical - social - orthopédagogique - médical - technique
".
".
Art. 3. In artikel 12bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 december 2003, 23 september 2005, 17 oktober 2008 en 10 september 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 worden de woorden "codificatie betreffende het secundair onderwijs" vervangen door de woorden "Codex Secundair Onderwijs";
2° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt :
"§ 2. Voor de toepassing van dit besluit richt een scholengemeenschap een reaffectatiecommissie op volgens de samenstelling van die scholengemeenschap op 1 september van het schooljaar waarin de toewijzingen van die commissie ingaan."
3° paragraaf 5 wordt vervangen door wat volgt :
"§ 5. De reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap heeft de volgende bevoegdheden :
1° het verzamelen van gegevens over de vacatures en de ter beschikking gestelde personeelsleden;
2° het reaffecteren van ter beschikking gestelde personeelsleden binnen de instellingen van de scholengemeenschap, met inbegrip van de ter beschikking gestelde personeelsleden van de instellingen van de scholengemeenschap in het basisonderwijs die de eerste schooldag van oktober als teldag hebben;
3° het weder tewerkstellen binnen dezelfde categorie van ter beschikking gestelde personeelsleden binnen de instellingen van de scholengemeenschap, met inbegrip van de ter beschikking gestelde personeelsleden van de instellingen van de scholengemeenschap in het basisonderwijs die de eerste schooldag van oktober als teldag hebben;
4° het behandelen van de bezwaarschriften tegen reaffectaties en wedertewerkstellingen, uitgesproken door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap. De reaffectaties en wedertewerkstellingen waarvan blijkt dat ze in strijd zijn met het decreet of de regelgeving, worden onmiddellijk ingetrokken en zo mogelijk vervangen door een nieuwe reaffectatie of wedertewerkstelling.";
4° aan paragraaf 5 wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt :
"5° Nadat de bepalingen van punt 1° tot en met 4° zijn gerealiseerd, wijst de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap personeelsleden die met toepassing van artikel 5, § 1bis, § 1ter of § 1quater, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs - III ter beschikking worden gesteld wegens ontstentenis van betrekking een andere functie toe bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling over de categorieën heen conform artikel 11. Bij die toewijzing houdt de reaffectatiecommissie rekening met de beslissing van Medex, respectievelijk de beslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer. De reaffectatiecommissie bezorgt de gegevens over die personeelsleden en de uitvoering die ze aan de desbetreffende dossiers heeft gegeven aan de Vlaamse reaffectatiecommissie.".
Art. 3. A l'article 12bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 5 décembre 2003, 23 septembre 2005, 17 octobre 2008 et 10 septembre 2010, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le paragraphe 1er, les mots "de la codification relative à l'enseignement secondaire" sont remplacés par les mots "du Codex de l'Enseignement secondaire";
2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
"§ 2. Pour l'application du présent arrêté, un centre d'enseignement installe une commission de réaffectation suivant la composition de ce centre d'enseignement, au 1er septembre de l'année scolaire dans laquelle les désignations faites par cette commission entrent en vigueur."
3° le paragraphe 5 est remplacé par ce qui suit :
"§ 5. La commission de réaffectation du centre d'enseignement a les compétences suivantes :
1° la réunion de données sur les vacances d'emploi et les personnels mis en disponibilité;
2° la réaffectation de personnels mis en disponibilité au sein des établissements du centre d'enseignement, y compris les personnels mis en disponibilité des établissements du centre d'enseignement dans l'enseignement fondamental dont le premier jour de classe d'octobre constitue la date de comptage;
3° la remise au travail dans la même catégorie des personnels mis en disponibilité au sein des établissements du centre d'enseignement, y compris les personnels mis en disponibilité des établissements du centre d'enseignement dans l'enseignement fondamental dont le premier jour de classe d'octobre constitue la date de comptage;
4° le traitement des réclamations contre les réaffectations et remises au travail prononcées par la commission de réaffectation du centre d'enseignement. Les réaffectations et remises au travail qui se révèlent être contraires au décret ou à la réglementation, sont immédiatement retirées et si possible remplacées par une nouvelle réaffectation ou remise au travail.";
4° au paragraphe 5 est ajouté un point 5°, rédigé comme suit :
"5° Après réalisation des dispositions des points 1° à 4° inclus, la commission de réaffectation du centre d'enseignement attribue, par voie de réaffectation ou de remise au travail au delà des catégories, conformément à l'article 11, une autre fonction aux personnels qui, par application de l'article 5, § 1erbis, § 1erter ou § 1erquater, du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement-III, sont mis en disponibilité par défaut d'emploi. Pour cette affectation, la commission de réaffectation tient respectivement compte de la décision de Medex ou du conseiller en prévention-médecin du travail. La commission de réaffectation transmet les données relatives à ces personnels et la suite qu'elle a donnée aux dossiers en question à la commission flamande de réaffectation.".
Art. 4. In artikel 12ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 en 10 september 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt :
"§ 2. De reaffectatiecommissie van de scholengroep gaat als volgt te werk :
1° In de reaffectatiecommissie van de scholengroep wordt eerst afzonderlijk gereaffecteerd voor :
a) het gewoon basisonderwijs;
b) het buitengewoon basisonderwijs.
In tweede instantie worden de wedertewerkstellingen binnen dezelfde categorie gerealiseerd.
In derde instantie wordt weder tewerkgesteld volgens de bepalingen van dit besluit tussen het gewoon en het buitengewoon basisonderwijs;
2° In de reaffectatiecommissie van de scholengroep wordt eerst afzonderlijk gereaffecteerd voor :
a) het gewoon secundair onderwijs;
b) het buitengewoon secundair onderwijs.
In tweede instantie worden de wedertewerkstellingen binnen dezelfde categorie gerealiseerd.
In derde instantie wordt wedertewerkgesteld volgens de bepalingen van dit besluit tussen het gewoon en het buitengewoon secundair onderwijs;
3° In de reaffectatiecommissie van de scholengroep wordt eerst afzonderlijk gereaffecteerd voor het volwassenenonderwijs.
In tweede instantie worden de wedertewerkstellingen binnen dezelfde categorie gerealiseerd;
4° In de reaffectatiecommissie van de scholengroep wordt eerst afzonderlijk gereaffecteerd voor het deeltijds kunstonderwijs.
In tweede instantie worden de wedertewerkstellingen binnen dezelfde categorie gerealiseerd;
5° in de reaffectatiecommissie van de scholengroep wordt eerst afzonderlijk gereaffecteerd voor de centra.
In tweede instantie worden de wedertewerkstellingen binnen dezelfde categorie gerealiseerd;
6° Nadat de reaffectaties en wedertewerkstellingen, vermeld in 1° tot en met 5°, zijn gerealiseerd, wordt gereaffecteerd en weder tewerkgesteld volgens de bepalingen van dit besluit over de categorieën en onderwijsniveaus heen.";
2° aan paragraaf 2 wordt een punt 7° toegevoegd, dat luidt als volgt :
"7° Nadat de bepalingen van punt 1° tot en met 6° zijn gerealiseerd, wijst de reaffectatiecommissie van de scholengroep personeelsleden die met toepassing van artikel 5, § 1bis, § 1ter of § 1quater, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs - III ter beschikking worden gesteld wegens ontstentenis van betrekking een andere functie toe bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling over de categorieën heen conform artikel 11. Bij die toewijzing houdt de reaffectatiecommissie rekening met de beslissing van Medex, respectievelijk de beslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer. De reaffectatiecommissie bezorgt de gegevens over die personeelsleden en de uitvoering die ze aan de desbetreffende dossiers heeft gegeven aan de Vlaamse reaffectatiecommissie.".
Art. 4. A l'article 12ter du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 5 décembre 2003 et 10 septembre 2010, sont apportées les modifications suivantes :
1° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
"§ 2. La commission de réaffectation du groupe d'écoles procède de la manière suivante :
1° Dans la commission de réaffectation du groupe d'écoles, les réaffectations sont en premier lieu opérées séparément pour :
a) l'enseignement fondamental ordinaire;
b) l'enseignement fondamental spécial.
En deuxième lieu, il est procédé aux remises au travail dans la même catégorie.
En troisième lieu, les remises au travail sont opérées suivant les dispositions du présent arrêté entre l'enseignement fondamental ordinaire et l'enseignement fondamental spécial;
2° Dans la commission de réaffectation du groupe d'écoles, les réaffectations sont en premier lieu opérées séparément pour :
a) l'enseignement secondaire ordinaire;
b) l'enseignement secondaire spécial.
En deuxième lieu, il est procédé aux remises au travail dans la même catégorie.
En troisième lieu, les remises au travail sont opérées suivant les dispositions du présent arrêté entre l'enseignement secondaire ordinaire et l'enseignement secondaire spécial;
3° Dans la commission de réaffectation du groupe d'écoles, les réaffectations sont en premier lieu opérées séparément pour l'éducation des adultes.
En deuxième lieu, il est procédé aux remises au travail dans la même catégorie;
4° Dans la commission de réaffectation du groupe d'écoles, les réaffectations sont en premier lieu opérées séparément pour l'enseignement artistique à temps partiel.
En deuxième lieu, il est procédé aux remises au travail dans la même catégorie;
5° Dans la commission de réaffectation du groupe d'écoles, les réaffectations sont d'abord opérées séparément pour les centres.
En deuxième lieu, il est procédé aux remises au travail dans la même catégorie;
6° Après réalisation des réaffectations et remises au travail visées aux points 1° à 5° inclus, les réaffectations et remises au travail sont entamées suivant les dispositions du présent arrêté au-delà des catégories et niveaux d'enseignement.";
2° au paragraphe 2 est ajouté un point 7°, rédigé comme suit :
"7° Après réalisation des dispositions des points 1° à 6° inclus, la commission de réaffectation du groupe d'écoles attribue, par voie de réaffectation ou de remise au travail,au delà des catégories, conformément à l'article 11, une autre fonction aux personnels qui, par application de l'article 5, § 1bis, § 1ter ou § 1quater, du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement-III, sont mis en disponibilité par défaut d'emploi. Pour cette affectation, la commission de réaffectation tient respectivement compte de la décision de Medex ou du conseiller en prévention-médecin du travail. La commission de réaffectation transmet les données relatives à ces personnels et la suite qu'elle a donnée aux dossiers en question à la commission flamande de réaffectation.".
Art. 5. Aan artikel 25bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 1 maart 2002, 5 december 2003, 23 september 2005, 17 oktober 2008, 28 mei 2010 en 10 september 2010, wordt een paragraaf 7 toegevoegd, die luidt als volgt :
"§ 7. Als een instelling op 31 augustus uit een bestaande scholengemeenschap treedt, moet de inrichtende macht van die instelling de gegevens, vermeld in paragraaf 2 en 3, niet meer meedelen aan de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap waar de instelling uittreedt. Als die instelling op 1 september toetreedt tot een andere scholengemeenschap, moet de inrichtende macht van die instelling de gegevens, vermeld in paragraaf 2 en 3, meedelen aan de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap waartoe de instelling vanaf 1 september zal behoren. Die gegevens worden meegedeeld conform paragraaf 4. Als die instelling op 1 september niet meer tot een scholengemeenschap zal behoren, is artikel 25ter van toepassing.".
Art. 5. A l'article 25bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 1er mars 2002, 5 décembre 2003, 23 septembre 2005, 17 octobre 2008, 28 mai 2010 et 10 septembre 2010, il est ajouté un paragraphe 7, rédigé comme suit :
"§ 7. Lorsqu'un établissement se désaffilie d'un centre d'enseignement existant le 31 août, le pouvoir organisateur de cet établissement ne doit plus communiquer les données visées aux §§ 2 et 3 à la commission de réaffectation du centre d'enseignement que l'établissement quitte. Lorsqu'un établissement adhère à un autre centre d'enseignement le 1er septembre, le pouvoir organisateur de cet établissement doit communiquer les données visées aux §§ 2 et 3 à la commission de réaffectation du centre d'enseignement auquel l'établissement appartiendra à partir du 1er septembre. Ces données sont communiquées conformément au § 4. Si, au 1er septembre, cet établissement n'appartiendra plus à un centre d'enseignement, l'article 25ter s'applique.".
Art. 6. Aan artikel 25ter, § 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2005, wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
"Dit artikel geldt ook voor de instelling die op 31 augustus uit een scholengemeenschap treedt en op 1 september niet tot een andere scholengemeenschap toetreedt.".
Art. 6. A l'article 25ter, § 1er, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999 et remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 septembre 2005, est ajouté un alinéa, rédigé comme suit :
"Le présent article s'applique également à l'établissement qui se désaffilie d'un centre d'enseignement le 31 août et qui, au 1er septembre, n'adhère pas à un autre centre d'enseignement.".
Art. 7. In artikel 34 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2005 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 17 oktober 2008 en 10 september 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 wordt punt A vervangen door wat volgt :
Art. 7. A l'article 34 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 septembre 2005 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 17 octobre 2008 et 10 septembre 2010, sont apportées les modifications suivantes :
"A. Instellingen die behoren tot een scholengemeenschap :
Elke inrichtende macht is :
1° verplicht om bij het toewijzen van een betrekking van het ambt van onderwijzer in deze volgorde een beroep te doen :
a) op elke directeur van een basisschool die tot dezelfde scholengemeenschap behoort en die ze ter beschikking heeft gesteld met toepassing van de wettelijke bepalingen tot opheffing van de vierde graden of van artikel 22, a en c, van de gecoördineerde wetten op het lager onderwijs, of nog van de bepalingen van het koninklijk besluit houdende de eerste maatregelen tot rationalisatie van het gewoon lager onderwijs. Als deze inrichtende macht zelf verscheidene directeurs ter beschikking heeft gesteld, begint ze de directeur opnieuw in dienst te roepen die de grootste dienstanciënniteit heeft en, bij gelijke dienst anciënniteit, de directeur met de grootste ambtsanciënniteit;
b) op elke directeur van een basisschool die tot dezelfde scholengemeenschap behoort en die ter beschikking gesteld is met toepassing van de wettelijke bepalingen tot opheffing van de vierde graden of van artikel 22, a en c, en van de gecoördineerde wetten op het lager onderwijs, of nog van de bepalingen van het koninklijk besluit houdende eerste maatregelen tot rationalisatie van het gewoon lager onderwijs in een lagere school of in een basisschool die ze van een andere inrichtende macht heeft overgenomen.
2° in volgende volgorde :
1° au paragraphe 1er, le point A est remplacé par la disposition suivante :
"A. Etablissements appartenant à un centre d'enseignement :
Tout pouvoir organisateur est :
1° tenu, lors de l'attribution d'un emploi dans la fonction d'instituteur primaire, de faire appel dans l'ordre suivant :
a) à tout directeur d'une école fondamentale appartenant au même centre d'enseignement qu'il a mis en disponibilité par application des dispositions légales tendant à supprimer les quatrièmes degrés ou de l'article 22, litteras a et c, des lois coordonnées sur l'enseignement primaire ou encore des dispositions de l'arrêté royal portant les premières mesures de rationalisation et de programmation de l'enseignement primaire ordinaire. Si le pouvoir organisateur a lui-même procédé à la mise en disponibilité de plusieurs directeurs, il commence à rappeler en service le directeur qui a le plus d'ancienneté de service et, à ancienneté de service égale, le directeur ayant le plus d'ancienneté de fonction;
b) à tout directeur d'une école fondamentale appartenant au même centre d'enseignement mis en disponibilité par application des dispositions légales tendant à supprimer les quatrièmes degrés ou de l'article 22, litteras a et c, des lois coordonnées sur l'enseignement primaire ou encore des dispositions de l'arrêté royal portant les premières mesures de rationalisation de l'enseignement primaire ordinaire dans une école primaire ou dans une école fondamentale qu'il a reprise d'un autre pouvoir organisateur.
a) verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in die instelling. Die verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt;
b) verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort. Die verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt;
c) verplicht om elke directeur van een basisschool die tot dezelfde scholengemeenschap behoort en bij deze inrichtende macht ter beschikking gesteld is met toepassing van de wettelijke bepalingen tot opheffing van de vierde graden of van artikel 22, a en c, van de gecoördineerde wetten op het lager onderwijs, of nog van de bepalingen van het koninklijk besluit houdende de eerste maatregelen tot rationalisatie van het gewoon lager onderwijs of die ter beschikking werd gesteld in een lagere school die ze van een andere inrichtende macht heeft overgenomen in dienst te nemen, zelfs als ze nadien het hogervermelde personeelslid vast benoemd heeft in een van de ambten van onderwijzer, van leermeester godsdienst of van leermeester niet-confessionele zedenleer of van leermeester lichamelijke opvoeding of van bijzonder leermeester;
d) verplicht om elke persoon die bij deze inrichtende macht ter beschikking gesteld is in "hetzelfde ambt" in een instelling die tot dezelfde scholengemeenschap behoort en die van een andere inrichtende macht is overgenomen, hetzij door gewone overname, hetzij door fusie van instellingen, in dienst te nemen. Die verplichting geldt niet als een tijdelijk vacante betrekking aangeboden moet worden aan een ter beschikking gesteld directeur die met toepassing van artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 belast is met de functie van adjunct-directeur, behalve als de tijdelijk vacante betrekking van directeur zich voordoet in de school waar het personeelslid de functie van adjunct-directeur waarneemt.
Voor de toepassing van 1° en 2° geldt het volgende :
- Als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van deze volgorde worden afgeweken.
- Als het gaat om een wervingsambt wordt het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang.
2° dans l'ordre suivant :
a) tenu d'engager auprès du même établissement les membres du personnel mis en disponibilité dans "la même fonction" dans un établissement du pouvoir organisateur appartenant au même centre d'enseignement, à titre de réaffectation et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée. Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion;
b) tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité dans "la même fonction" dans un établissement du pouvoir organisateur appartenant au même centre d'enseignement, à titre de réaffectation et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée, et ce dans un établissement du pouvoir organisateur appartenant au même centre d'enseignement. Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion;
c) tenu d'engager tout directeur d'école fondamentale appartenant au même centre d'enseignement et mis en disponibilité auprès de ce pouvoir organisateur par application des dispositions légales supprimant les quatrièmes degrés ou de l'article 22, litteras a et c, des lois coordonnées sur l'enseignement primaire ou encore des dispositions de l'arrêté royal portant les premières mesures de rationalisation de l'enseignement primaire ordinaire, ou qui a été mis en disponibilité dans une école primaire reprise d'un autre pouvoir organisateur, même s'il a par la suite nommé ce membre du personnel à titre définitif dans une des fonctions d'instituteur primaire, de maître de religion, de maître de morale non confessionnelle, de maître d'éducation physique ou de maître spécial;
d) tenu d'engager toute personne mise en disponibilité auprès de ce pouvoir organisateur dans "la même fonction" dans un établissement appartenant au même centre d'enseignement et ayant été repris d'un autre pouvoir organisateur, soit par simple reprise, soit par fusion d'établissements. Cette obligation n'a pas lieu lorsqu'un emploi temporairement vacant doit être offert à un directeur mis en disponibilité qui, par application de l'article 129 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, est chargé de la fonction de directeur adjoint, excepté lorsque l'emploi de directeur est temporairement vacant dans l'école où le membre du personnel exerce la fonction intérimaire de directeur adjoint.
3° verplicht om en naar keuze, bij het toewijzen van een functie van adjunct-directeur, als vermeld in artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, een van de directeurs van een basisschool in dienst te nemen die ten gevolge van de vrijwillige fusie ter beschikking zijn gesteld wegens ontstentenis van betrekking;
4° vrij om een van de ter beschikking gestelde personeelsleden van de instellingen van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoren, in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort. Die wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het ter beschikking gestelde personeelslid. De vrijwillige wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden in een betrekking die wordt ingenomen door een personeelslid dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;
Aux points 1° et 2° s'appliquent les dispositions suivantes :
- Lorsque le pouvoir organisateur et le membre du personnel sont d'accord, il peut être dérogé de cet ordre.
- Lorsqu'il s'agit d'une fonction de recrutement, le membre du personnel ayant la plus grande ancienneté de service est le premier appelé à la fonction. A ancienneté de service égale, le membre du personnel ayant la plus grande ancienneté de fonction a la priorité.
3° tenu, lors de l'attribution d'une fonction de directeur adjoint, visé à l'article 129 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, d'engager, au choix, un des directeurs d'école fondamentale mis en disponibilité par défaut d'emploi à la suite de la fusion volontaire;
4° libre d'engager un des membres du personnel mis en disponibilité des établissements du pouvoir organisateur appartenant au même centre d'enseignement, à titre de remise au travail dans la même catégorie auprès d'un établissement du pouvoir organisateur appartenant au même centre d'enseignement. Cette remise au travail s'effectue toujours moyennant le consentement du membre du personnel mis en disponibilité. Cette remise au travail volontaire peut également avoir lieu dans un emploi occupé par un membre du personnel ayant acquis le droit à une désignation à titre temporaire à durée ininterrompue;
5° tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité des établissements appartenant au centre d'enseignement qui sont attribués, à titre de réaffectation ou de remise au travail dans la même catégorie, par la commission de réaffectation. Cette disposition ne s'applique pas si l'emploi devant être attribué est un emploi de directeur, à condition que le pouvoir organisateur attribue l'emploi à un de ses membres du personnel. Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion, à l'exception de l'emploi de directeur, à condition que le pouvoir organisateur attribue l'emploi à un de ses membres du personnel. Cette obligation n'a pas lieu lorsqu'un emploi doit être offert à un directeur mis en disponibilité d'emploi qui, par application de l'article 129 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, est chargé de la fonction de directeur adjoint dans un établissement d'un autre pouvoir organisateur.
6° et sans préjudice des dispositions soit du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire, soit du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres subventionnés d'encadrement des élèves, dans l'ordre suivant :
a) libre de procéder à une mutation ou une nouvelle affectation;
b) tenu de désigner ou de maintenir en service un membre du personnel ayant acquis le droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue;
c) libre d'engager un membre du personnel mis en disponibilité;
d) libre de désigner un membre du personnel répondant aux conditions de l'article 2, § 2, 5°;
7° tenu, dans l'enseignement communautaire, d'engager les membres du personnel mis en disponibilité et qui sont attribués, à titre de réaffectation ou de remise au travail, par la commission de réaffectation du groupe d'écoles;
8° tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité et affectés par la commission flamande de réaffectation, par voie de réaffectation ou de remise au travail.";
5° verplicht om de ter beschikking gestelde personeelsleden van de instellingen van de scholengemeenschap die door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie, in dienst te nemen. Dat geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen, een betrekking van directeur is, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden. Die verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt, met uitzondering van de betrekking van directeur, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden. Die verplichting geldt niet als een betrekking moet worden aangeboden aan een ter beschikking gestelde directeur die met toepassing van artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 belast is met de functie van adjunct-directeur in een instelling van een andere inrichtende macht;
2° il est inséré dans le paragraphe 1er, A, un point 5°bis, rédigé comme suit :
"5°bis. tenu d'engager les membres du personnel des établissements appartenant au centre d'enseignement qui sont, en application de l'article 5, § 1erbis, § 1erter ou § 1erquater, du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement-III, mis en disponibilité par défaut d'emploi et qui sont affectés, à titre de réaffectation ou de remise au travail au-delà des catégories, conformément à l'article 11, par la commission de réaffectation du centre d'enseignement. Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion, à l'exception de l'emploi de directeur, à condition que le pouvoir organisateur attribue l'emploi à un de ses membres du personnel.";
6° onverminderd de bepalingen van hetzij het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs hetzij het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, in deze volgorde :
3° dans le paragraphe 1er, le point est remplacé par la disposition suivante :
C. Etablissements de centres d'enseignement transréseaux
Tout pouvoir organisateur est, dans l'ordre suivant :
1° tenu, lors de l'attribution d'un emploi dans la fonction d'instituteur primaire, de faire appel en priorité :
a) à tout directeur d'une école fondamentale appartenant au même centre d'enseignement qu'il a mis en disponibilité par application des dispositions légales tendant à supprimer les quatrièmes degrés ou de l'article 22, litteras a et c, des lois coordonnées sur l'enseignement primaire ou encore des dispositions de l'arrêté royal portant les premières mesures de rationalisation et de programmation de l'enseignement primaire ordinaire. Si le pouvoir organisateur a lui-même procédé à la mise en disponibilité de plusieurs directeurs, il commence à rappeler en service le directeur qui a le plus d'ancienneté de service et, à ancienneté de service égale, le directeur ayant le plus d'ancienneté de fonction;
b) à tout directeur d'une école fondamentale appartenant au même centre d'enseignement mis en disponibilité par application des dispositions légales tendant à supprimer les quatrièmes degrés ou de l'article 22, litteras a et c, des lois coordonnées sur l'enseignement primaire ou encore des dispositions de l'arrêté royal portant les premières mesures de rationalisation de l'enseignement primaire ordinaire dans une école primaire ou dans une école fondamentale qu'il a reprise d'un autre pouvoir organisateur;
2° dans l'ordre suivant :
a) tenu d'engager auprès du même établissement les membres du personnel mis en disponibilité dans "la même fonction" dans un établissement du pouvoir organisateur appartenant au même centre d'enseignement, à titre de réaffectation et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée. Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion;
b) tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité dans "la même fonction" dans un établissement du pouvoir organisateur appartenant au même centre d'enseignement, à titre de réaffectation et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée, et ce dans un établissement du pouvoir organisateur appartenant au même centre d'enseignement. Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion;
c) tenu d'engager tout directeur d'école fondamentale appartenant au même centre d'enseignement et mis en disponibilité auprès de ce pouvoir organisateur par application des dispositions légales supprimant les quatrièmes degrés ou de l'article 22, litteras a et c, des lois coordonnées sur l'enseignement primaire ou encore des dispositions de l'arrêté royal portant les premières mesures de rationalisation de l'enseignement primaire ordinaire, ou qui a été mis en disponibilité dans une école primaire reprise d'un autre pouvoir organisateur, même s'il a par la suite nommé ce membre du personnel à titre définitif dans une des fonctions d'instituteur primaire, de maître de religion, de maître de morale non confessionnelle, de maître d'éducation physique ou de maître spécial;
d) tenu d'engager toute personne mise en disponibilité auprès de ce pouvoir organisateur dans "la même fonction" dans un établissement appartenant au même centre d'enseignement et ayant été repris d'un autre pouvoir organisateur, soit par simple reprise, soit par fusion d'établissements. Cette obligation n'a pas lieu lorsqu'un emploi temporairement vacant doit être offert à un directeur mis en disponibilité qui, par application de l'article 129 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, est chargé de la fonction de directeur adjoint, excepté lorsque l'emploi de directeur est temporairement vacant dans l'école où le membre du personnel exerce la fonction intérimaire de directeur adjoint.
a) vrij om een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;
b) verplicht om een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;
c) vrij om een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;
d) vrij om een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°;
7° verplicht om in het gemeenschapsonderwijs de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de reaffectatiecommissie van de scholengroep worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen;
Aux points 1° et 2° s'appliquent les dispositions suivantes :
- Lorsque le pouvoir organisateur et le membre du personnel sont d'accord, il peut être dérogé de cet ordre.
- Lorsqu'il s'agit d'une fonction de recrutement, le membre du personnel ayant la plus grande ancienneté de service est le premier appelé à la fonction. A ancienneté de service égale, la priorité revient au membre du personnel ayant la plus grande ancienneté de fonction.
3° tenu, lors de l'attribution d'une fonction de directeur adjoint, visé à l'article 129 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, d'engager, au choix, un des directeurs d'école fondamentale mis en disponibilité par défaut d'emploi à la suite de la fusion volontaire.
4° libre d'engager un des membres du personnel mis en disponibilité des établissements du pouvoir organisateur appartenant au même centre d'enseignement, à titre de remise au travail dans la même catégorie auprès d'un établissement du pouvoir organisateur appartenant au même centre d'enseignement. Cette remise au travail s'effectue toujours moyennant le consentement du membre du personnel mis en disponibilité. Cette remise au travail volontaire peut également avoir lieu dans un emploi occupé par un membre du personnel ayant acquis le droit à une désignation à titre temporaire à durée ininterrompue;
5° tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité des établissements appartenant au centre d'enseignement qui sont attribués, à titre de réaffectation ou de remise au travail dans la même catégorie, par la commission de réaffectation. Cette disposition ne s'applique pas si l'emploi devant être attribué est un emploi de directeur, à condition que le pouvoir organisateur attribue l'emploi à un de ses membres du personnel. Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion, à l'exception de l'emploi de directeur, à condition que le pouvoir organisateur attribue l'emploi à un de ses membres du personnel. Cette obligation n'a pas lieu lorsqu'un emploi doit être offert à un directeur mis en disponibilité d'emploi qui, par application de l'article 129 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, est chargé de la fonction de directeur adjoint dans un établissement d'un autre pouvoir organisateur. Si l'établissement auquel le membre du personnel mis en disponibilité est affecté appartient à un autre réseau que l'établissement auquel le membre du personnel est réaffecté ou remis au travail, celui-ci n'est pas obligé d'accepter la réaffectation ou la remise au travail;
6° et sans préjudice des dispositions soit du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire, soit du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres subventionnés d'encadrement des élèves, dans l'ordre suivant :
a) libre de procéder à une mutation ou une nouvelle affectation;
b) tenu de désigner ou de maintenir en service un membre du personnel ayant acquis le droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue;
c) libre d'engager un membre du personnel mis en disponibilité;
d) libre de désigner un membre du personnel répondant aux conditions de l'article 2, § 2, 5°;
7° tenu, dans l'enseignement communautaire, d'engager les membres du personnel mis en disponibilité et qui sont attribués, à titre de réaffectation ou de remise au travail, par la commission de réaffectation du groupe d'écoles;
8° tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité et affectés par la commission flamande de réaffectation, par voie de réaffectation ou de remise au travail.";
8° verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.";
4° il est inséré dans le paragraphe 1er, C, un point 5°bis, rédigé comme suit :
"5°bis. tenu d'engager les membres du personnel des établissements appartenant au centre d'enseignement qui sont, en application de l'article 5, § 1erbis, § 1erter ou § 1erquater, du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement-III, mis en disponibilité par défaut d'emploi et qui sont affectés, à titre de réaffectation ou de remise au travail au-delà des catégories, conformément à l'article 11, par la commission de réaffectation du centre d'enseignement. Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion. Si l'établissement auquel le membre du personnel mis en disponibilité est affecté appartient à un autre réseau que l'établissement auquel le membre du personnel est réaffecté ou remis au travail, celui-ci n'est pas obligé d'accepter la réaffectation ou la remise au travail. Dans ce cas, les données du membre du personnel en question sont transmises à la prochaine commission de réaffectation compétente, à l'exception de l'emploi de directeur, à condition que le pouvoir organisateur attribue l'emploi à un de ses membres du personnel.".
2° in paragraaf 1 wordt in punt A een punt 5°bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
"5°bis. verplicht om de personeelsleden van de instellingen van de scholengemeenschap die met toepassing van artikel 5, § 1bis, § 1ter of § 1quater, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs - III ter beschikking zijn gesteld wegens ontstentenis van betrekking en die door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling over de categorieën heen conform artikel 11, in dienst te nemen. Die verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die zijn aangesteld voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of een bevorderingsambt, met uitzondering van de betrekking van directeur, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden.";
3° in paragraaf 1 wordt punt C vervangen door wat volgt :
"C. Instellingen van netoverschrijdende scholengemeenschappen
Elke inrichtende macht is in deze volgorde :
1° verplicht om bij het toewijzen van een betrekking van het ambt van onderwijzer bij voorrang een beroep te doen :
-
a) op elke directeur van een basisschool die tot dezelfde scholengemeenschap behoort en die ze ter beschikking heeft gesteld met toepassing van de wettelijke bepalingen tot opheffing van de vierde graden of van artikel 22, a en c, van de gecoördineerde wetten op het lager onderwijs, of nog van de bepalingen van het koninklijk besluit houdende de eerste maatregelen tot rationalisatie van het gewoon lager onderwijs. Als de inrichtende macht zelf verscheidene directeurs ter beschikking heeft gesteld, begint ze de directeur opnieuw in dienst te roepen die de grootste dienstanciënniteit heeft en, bij gelijke dienst anciënniteit, de directeur met de grootste ambtsanciënniteit;
b) op elke directeur van een basisschool die tot dezelfde scholengemeenschap behoort en die ter beschikking gesteld is met toepassing van de wettelijke bepalingen tot opheffing van de vierde graden of van artikel 22, a en c, en van de gecoördineerde wetten op het lager onderwijs, of nog van de bepalingen van het koninklijk besluit houdende eerste maatregelen tot rationalisatie van het gewoon lager onderwijs in een lagere school of in een basisschool die ze van een andere in richtende macht heeft overgenomen;
2° is in deze volgorde :
-
a) verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in die instelling. Die verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt;
b) verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort. Die verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt;
c) verplicht om elke directeur van een basisschool die tot dezelfde scholengemeenschap behoort en bij die inrichtende macht ter beschikking gesteld is bij toepassing van de wettelijke bepalingen tot opheffing van de vierde graden of van artikel 22, a en c, van de gecoördineerde wetten op het lager onderwijs, of nog van de bepalingen van het koninklijk besluit houdende de eerste maatregelen tot rationalisatie van het gewoon lager onderwijs of die ter beschikking werd gesteld in een lagere school die ze van een andere inrichtende macht heeft overgenomen in dienst te nemen, zelfs als ze nadien het hogervermelde personeelslid vast benoemd heeft in een van de ambten van onderwijzer, van leermeester godsdienst of van leermeester niet-confessionele zedenleer, van leermeester lichamelijke opvoeding of van bijzonder leermeester;
-
d) verplicht om elke persoon die bij deze inrichtende macht ter beschikking gesteld is in "hetzelfde ambt" in een instelling die tot dezelfde scholengemeenschap behoort en die van een andere inrichtende macht is overgenomen, hetzij door gewone overname, hetzij door fusie van instellingen in dienst te nemen. Die verplichting geldt niet als een tijdelijk vacante betrekking aangeboden moet worden aan een ter beschikking gesteld directeur die met toepassing van artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 belast is met de functie van adjunct-directeur, behalve als de tijdelijk vacante betrekking van directeur zich voordoet in de school waar het personeelslid de functie van adjunct-directeur waarneemt.
Voor de toepassing van 1° en 2° geldt het volgende :
- Als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van deze volgorde worden afgeweken.
- Als het gaat om een wervingsambt wordt het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang;
3° verplicht om en naar keuze, bij het toewijzen van een functie van adjunct-directeur, als vermeld in artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, een van de directeurs van een basisschool in dienst te nemen die ten gevolge van de vrijwillige fusie ter beschikking zijn gesteld wegens ontstentenis van betrekking.
-
4° vrij om een van de ter beschikking gestelde personeelsleden van de instellingen van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoren, in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort. Die wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het ter beschikking gestelde personeelslid. De vrijwillige wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden in een betrekking die wordt ingenomen door een personeelslid dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;
5° verplicht om de ter beschikking gestelde personeelsleden van de instellingen van de scholengemeenschap die door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie, in dienst te nemen. Dat geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking van directeur is, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden. Die verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt, met uitzondering van de betrekking van directeur, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden. Die verplichting geldt niet als een betrekking moet worden aangeboden aan een ter beschikking gestelde directeur die met toepassing van artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 belast is met de functie van adjunct-directeur in een instelling van een andere inrichtende macht. Als de instelling waar het ter beschikking gestelde personeelslid geaffecteerd is, behoort tot een ander net dan de instelling waarnaar het personeelslid wordt gereaffecteerd of weder tewerkgesteld, is het personeelslid niet verplicht de reaffectatie of wedertewerkstelling te aanvaarden;
-
6° onverminderd de bepalingen van hetzij het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs hetzij het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, in deze volgorde :
-
a) vrij om een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;
b) verplicht om een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;
c) vrij om een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;
d) vrij om een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°;
7° verplicht om in het gemeenschapsonderwijs de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de reaffectatiecommissie van de scholengroep worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen;
-
8° verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.";
-
4° in paragraaf 1 wordt in punt C een punt 5°bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
"5°bis. verplicht om de personeelsleden van de instellingen van de scholengemeenschap die met toepassing van artikel 5, § 1bis, § 1ter of § 1quater, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs - III ter beschikking zijn gesteld wegens ontstentenis van betrekking en die door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling over de categorieën heen conform artikel 11, in dienst te nemen. Die verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die zijn aangesteld voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of een bevorderingsambt. Als de instelling waar het ter beschikking gestelde personeelslid geaffecteerd is, behoort tot een ander net dan de instelling waarnaar het personeelslid wordt gereaffecteerd of wedertewerkgesteld, is het personeelslid niet verplicht de reaffectatie of wedertewerkstelling te aanvaarden. De gegevens van dat personeelslid worden dan gemeld aan de eerstvolgende bevoegde reaffectatiecommissie, met uitzondering van de betrekking van directeur, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden.".
-
Art. 8. In artikel 36 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2005 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 september 2005, 17 oktober 2008, 28 mei 2010 en 10 september 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 2 wordt punt A vervangen door wat volgt :
Art. 8. A l'article 36 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 septembre 2005 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 23 septembre 2005, 17 octobre 2008, 28 mai 2010 et 10 septembre 2010, sont apportées les modifications suivantes :
1° au paragraphe 2, le point A est remplacé par la disposition suivante :
"A. Etablissements appartenant à un centre d'enseignement
Tout pouvoir organisateur est, dans l'ordre suivant :
1° a) tenu d'engager auprès du même établissement ou de la même unité pédagogique les membres du personnel mis en disponibilité dans "la même fonction" dans un établissement ou une entité pédagogique du pouvoir organisateur appartenant au même centre d'enseignement, à titre de réaffectation et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée. Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion;
b) tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité dans "la même fonction" dans un établissement du pouvoir organisateur appartenant au même centre d'enseignement, à titre de réaffectation et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée, et ce dans un établissement du pouvoir organisateur appartenant au même centre d'enseignement. Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion.
"A. Instellingen die behoren tot een scholengemeenschap
Elke inrichtende macht is in deze volgorde :
1° a) verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling of pedagogische entiteit van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in die instelling of pedagogische entiteit. Die verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt;
b) verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort. Die verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt.
Voor de toepassing van a en b geldt het volgende :
- als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van deze volgorde worden afgeweken;
- als het gaat om een wervingsambt wordt het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang;
2° vrij om een van de ter beschikking gestelde personeelsleden van de instellingen van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoren, in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort. Die wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het ter beschikking gestelde personeelslid. De vrijwillige wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden in een betrekking die wordt ingenomen door een personeelslid dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven.
Aux points a) et b) s'appliquent les dispositions suivantes :
- Lorsque le pouvoir organisateur et le membre du personnel sont d'accord, il peut être dérogé de cet ordre;
- Lorsqu'il s'agit d'une fonction de recrutement, le membre du personnel ayant la plus grande ancienneté de service est le premier appelé à la fonction. A ancienneté de service égale, la priorité revient au membre du personnel ayant la plus grande ancienneté de fonction.
2° libre d'engager un des membres du personnel mis en disponibilité des établissements du pouvoir organisateur appartenant au même centre d'enseignement, à titre de remise au travail dans la même catégorie auprès d'un établissement du pouvoir organisateur appartenant au même centre d'enseignement. Cette remise au travail s'effectue toujours moyennant le consentement du membre du personnel mis en disponibilité. Cette remise au travail volontaire peut également avoir lieu dans un emploi occupé par un membre du personnel ayant acquis le droit à une désignation à titre temporaire à durée ininterrompue.
3° tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité des établissements appartenant au centre d'enseignement qui sont attribués, à titre de réaffectation ou de remise au travail dans la même catégorie, par la commission de réaffectation. Cette disposition ne s'applique pas si l'emploi devant être attribué est un emploi de directeur ou de directeur adjoint, à condition que le pouvoir organisateur attribue l'emploi à un de ses membres du personnel. Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion, à l'exception des emplois de directeur ou de directeur adjoint que le pouvoir organisateur a attribués à un de ses membres du personnel. S'il s'agit de membres du personnel d'appui mis en disponibilité, l'affectation doit se faire par priorité dans un emploi vacant ayant la même pondération que celui du membre du personnel mis en disponibilité. Lorsque cela n'est pas possible, la réaffectation s'effectue dans un emploi ayant une autre pondération;
4° et sans préjudice des dispositions soit du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire, soit du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres subventionnés d'encadrement des élèves, dans l'ordre suivant :
a) libre de procéder à une mutation ou une nouvelle affectation;
b) tenu de désigner ou de maintenir en service un membre du personnel ayant acquis le droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue;
c) libre d'engager un membre du personnel mis en disponibilité;
d) libre de désigner un membre du personnel répondant aux conditions de l'article 2, § 2, 5°;
5° tenu, dans l'enseignement communautaire, d'engager les membres du personnel mis en disponibilité et qui sont attribués, à titre de réaffectation ou de remise au travail, par la commission de réaffectation du groupe d'écoles;
6° tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité et affectés par la commission flamande de réaffectation, par voie de réaffectation ou de remise au travail.";
3° verplicht om de ter beschikking gestelde personeelsleden van de instellingen van de scholengemeenschap die door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie, in dienst te nemen. Dat geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking van directeur of adjunct-directeur is, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden. Die verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt, met uitzondering van de betrekkingen van directeur of adjunct-directeur die door de inrichtende macht zijn toegewezen aan een van haar personeelsleden. Als het gaat om ter beschikking gestelde personeelsleden van het ondersteunend personeel, moet de toewijzing bij voorrang plaatsvinden in een vacante betrekking met dezelfde puntenwaarde als die van het ter beschikking gestelde personeelslid. Als dat niet mogelijk is, gebeurt de toewijzing in een betrekking met een andere puntenwaarde;
2° il est inséré dans le paragraphe 2, A, un point 3°bis, rédigé comme suit :
"3°bis. tenu d'engager les membres du personnel des établissements appartenant au centre d'enseignement qui sont, en application de l'article 5, § 1bis, § 1ter ou § 1quater, du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement-III, mis en disponibilité par défaut d'emploi et qui sont affectés, à titre de réaffectation ou de remise au travail au-delà des catégories, conformément à l'article 11, par la commission de réaffectation du centre d'enseignement.
Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion, à l'exception de l'emploi de directeur ou de directeur adjoint, à condition que le pouvoir organisateur attribue l'emploi à un de ses membres du personnel.";
3° au paragraphe 2, point B, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
"1° a) tenu d'engager auprès du même établissement ou de la même unité pédagogique les membres du personnel mis en disponibilité dans "la même fonction" dans un établissement ou une entité pédagogique du pouvoir organisateur n'appartenant pas à un centre d'enseignement, à titre de réaffectation et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée. Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et les membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion.
b) tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité dans "la même fonction" auprès d'un établissement du pouvoir organisateur n'appartenant pas à un centre d'enseignement ou auprès d'un établissement de ce pouvoir organisateur ayant été fermé avant le 1er septembre 1999, à titre de réaffectation et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée, auprès d'un établissement de ce pouvoir organisateur n'appartenant pas au même centre d'enseignement. Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et les membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion.
4° onverminderd de bepalingen van hetzij het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs hetzij het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, in deze volgorde :
a) vrij om een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;
b) verplicht om een personeelslid in dienst te houden of aan te stellen dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;
c) vrij om een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;
d) vrij om een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°;
5° verplicht om in het gemeenschapsonderwijs de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de reaffectatiecommissie van de scholengroep worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen;
6° verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.";
Aux points a) et b) s'appliquent les dispositions suivantes :
- Lorsque le pouvoir organisateur et le membre du personnel sont d'accord, il peut être dérogé de cet ordre;
- Lorsqu'il s'agit d'une fonction de recrutement, le membre du personnel ayant la plus grande ancienneté de service est le premier appelé à la fonction. A ancienneté de service égale, la priorité revient au membre du personnel ayant la plus grande ancienneté de fonction;";
4° dans le paragraphe 2, le point C est remplacé par la disposition suivante :
C. Etablissements de centres d'enseignement transréseaux
Tout pouvoir organisateur est, dans l'ordre suivant :
1° a) tenu d'engager auprès du même établissement ou de la même unité pédagogique les membres du personnel mis en disponibilité dans "la même fonction" dans un établissement ou une entité pédagogique du pouvoir organisateur appartenant au même centre d'enseignement, à titre de réaffectation et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée. Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion;
b) tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité dans "la même fonction" dans un établissement du pouvoir organisateur appartenant au même centre d'enseignement, à titre de réaffectation et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée, et ce dans un établissement du pouvoir organisateur appartenant au même centre d'enseignement. Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion. Lorsque le pouvoir organisateur et le membre du personnel sont d'accord, il peut être dérogé de cet ordre. Lorsqu'il s'agit d'une fonction de recrutement, le membre du personnel ayant la plus grande ancienneté de service est le premier appelé à la fonction. A ancienneté de service égale, le membre du personnel ayant la plus grande ancienneté de fonction a la priorité.
2° in paragraaf 2 wordt in punt A een punt 3°bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
"3°bis. Verplicht om de personeelsleden van de instellingen van de scholengemeenschap die met toepassing van artikel 5, § 1bis, § 1ter of § 1quater, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs - III ter beschikking zijn gesteld wegens ontstentenis van betrekking en die door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling over de categorieën heen conform artikel 11, in dienst te nemen.
Die verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die zijn aangesteld voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of een bevorderingsambt, met uitzondering van de betrekking van directeur of adjunct-directeur, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden.";
3° in paragraaf 2 wordt in punt B punt 1° vervangen door wat volgt :
"1° a) Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling of pedagogische entiteit van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in die instelling of pedagogische entiteit. Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt.
b) Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort of in een instelling van deze inrichtende macht die vóór 1 september 1999 werd gesloten, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in een instelling van deze inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort. Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt.
Aux points 1° et 2° s'appliquent les dispositions suivantes :
- Lorsque le pouvoir organisateur et le membre du personnel sont d'accord, il peut être dérogé de cet ordre;
- Lorsqu'il s'agit d'une fonction de recrutement, le membre du personnel ayant la plus grande ancienneté de service est le premier appelé à la fonction. A ancienneté de service égale, la priorité revient au membre du personnel ayant la plus grande ancienneté de fonction :
2° libre d'engager un des membres du personnel mis en disponibilité des établissements du pouvoir organisateur appartenant au centre d'enseignement, à titre de remise au travail dans la même catégorie auprès d'un établissement du pouvoir organisateur appartenant au même centre d'enseignement. Cette remise au travail s'effectue toujours moyennant le consentement du membre du personnel mis en disponibilité. Cette remise au travail volontaire peut également avoir lieu dans un emploi occupé par un membre du personnel désigné à titre temporaire pour une durée ininterrompue;
3° tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité des établissements appartenant au centre d'enseignement qui sont attribués, à titre de réaffectation ou de remise au travail dans la même catégorie, par la commission de réaffectation. Cette disposition ne s'applique pas si l'emploi devant être attribué est un emploi de directeur ou de directeur adjoint, à condition que le pouvoir organisateur attribue l'emploi à un de ses membres du personnel. Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion, à l'exception des emplois de directeur ou de directeur adjoint que le pouvoir organisateur a attribués à un de ses membres du personnel. S'il s'agit de membres du personnel d'appui mis en disponibilité, l'affectation doit se faire par priorité dans un emploi vacant ayant la même pondération que celui du membre du personnel mis en disponibilité. Lorsque cela n'est pas possible, la réaffectation s'effectue dans un emploi ayant une autre pondération. Si l'établissement auquel le membre du personnel mis en disponibilité est affecté appartient à un autre réseau que l'établissement auquel le membre du personnel est réaffecté ou remis au travail, celui-ci n'est pas obligé d'accepter la réaffectation ou la remise au travail. Les données de ce membre du personnel sont alors signalées à la prochaine commission de réaffectation;
4° et sans préjudice des dispositions soit du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire, soit du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres subventionnés d'encadrement des élèves, dans l'ordre suivant :
a) libre de procéder à une mutation ou une nouvelle affectation;
b) tenu de désigner ou de maintenir en service un membre du personnel ayant acquis le droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue;
c) libre d'engager un membre du personnel mis en disponibilité;
d) libre de désigner un membre du personnel répondant aux conditions de l'article 2, § 2, 5°;
5° tenu, dans l'enseignement communautaire, d'engager les membres du personnel mis en disponibilité et qui sont attribués, à titre de réaffectation ou de remise au travail, par la commission de réaffectation du groupe d'écoles;
6° tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité et affectés par la commission flamande de réaffectation, par voie de réaffectation ou de remise au travail.";
Voor de toepassing van a en b geldt het volgende :
- als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van deze volgorde worden afgeweken;
- als het gaat om een wervingsambt wordt het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang;";
4° in paragraaf 2 wordt punt C vervangen door wat volgt :
"C. Instellingen van netoverschrijdende scholengemeenschappen
Elke inrichtende macht is in deze volgorde :
1° a) verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling of pedagogische entiteit van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in die instelling of pedagogische entiteit. Die verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt;
5° il est inséré dans le paragraphe 2, C, un point 3°bis, rédigé comme suit :
"3°bis. tenu d'engager les membres du personnel des établissements appartenant au centre d'enseignement qui sont, en application de l'article 5, § 1bis, § 1ter ou § 1quater, du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement-III, mis en disponibilité par défaut d'emploi et qui sont affectés, à titre de réaffectation ou de remise au travail au-delà des catégories, conformément à l'article 11, par la commission de réaffectation du centre d'enseignement. Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion, à l'exception de l'emploi de directeur ou de directeur adjoint, à condition que le pouvoir organisateur attribue l'emploi à un de ses membres du personnel. Si l'établissement auquel le membre du personnel mis en disponibilité est affecté appartient à un autre réseau que l'établissement auquel le membre du personnel est réaffecté ou remis au travail, celui-ci n'est pas obligé d'accepter la réaffectation ou la remise au travail. Les données de ce membre du personnel sont alors signalées à la prochaine commission de réaffectation.".
b) verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort. Die verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt. Als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van die volgorde worden afgeweken. Als het gaat om een wervingsambt wordt het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang.
Voor de toepassing van 1° en 2° geldt het volgende :
-
- als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van deze volgorde worden afgeweken;
- als het gaat om een wervingsambt wordt het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang :
2° vrij om een van de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen van de inrichtende macht die tot de scholengemeenschap behoren, in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort. Die wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het ter beschikking gestelde personeelslid. Deze vrijwillige wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden in een betrekking die wordt ingenomen door een personeelslid dat tijdelijk aangesteld is voor doorlopende duur;
3° verplicht om de ter beschikking gestelde personeelsleden van de instellingen van de scholengemeenschap die door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie, in dienst te nemen. Dat geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking van directeur of adjunct-directeur is, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden. Die verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt, met uitzondering van de betrekkingen van directeur of adjunct-directeur die door de inrichtende macht zijn toegewezen aan een van haar personeelsleden.
Als het gaat om ter beschikking gestelde personeelsleden van het ondersteunend personeel, moet de toewijzing bij voorrang plaatsvinden in een vacante betrekking met dezelfde puntenwaarde als die van het ter beschikking gestelde personeelslid. Als dat niet mogelijk is, gebeurt de toewijzing in een betrekking met een andere puntenwaarde. Als de instelling waar het ter beschikking gestelde personeelslid geaffecteerd is, behoort tot een ander net dan de instelling waarnaar het personeelslid wordt gereaffecteerd of weder tewerkgesteld, is het personeelslid niet verplicht de reaffectatie of wedertewerkstelling te aanvaarden.
De gegevens van dat personeelslid worden dan gemeld aan de eerstvolgende bevoegde reaffectatiecommissie;
4° onverminderd de bepalingen van hetzij het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs hetzij het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, in deze volgorde :
a) vrij om een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;
b) verplicht om een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;
c) vrij om een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;
d) vrij om een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°;
-
5° verplicht om in het gemeenschapsonderwijs de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de reaffectatiecommissie van de scholengroep worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen;
6° verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.";
5° in paragraaf 2 wordt in punt C een punt 3°bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
"3°bis. verplicht om de personeelsleden van de instellingen van de scholengemeenschap die met toepassing van artikel 5, § 1bis, § 1ter of § 1quater, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs - III ter beschikking zijn gesteld wegens ontstentenis van betrekking en die door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling over de categorieën heen conform artikel 11, in dienst te nemen. Die verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die zijn aangesteld voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of een bevorderingsambt, met uitzondering van de betrekking van directeur of adjunct-directeur op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden. Als de instelling waar het ter beschikking gestelde personeelslid geaffecteerd is, behoort tot een ander net dan de instelling waarnaar het personeelslid wordt gereaffecteerd of weder tewerkgesteld, is het personeelslid niet verplicht de reaffectatie of wedertewerkstelling te aanvaarden. De gegevens van dat personeelslid worden dan gemeld aan de eerstvolgende bevoegde reaffectatiecommissie.".
-
Art. 9. In hetzelfde besluit wordt in het opschrift van titel VI, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 1994, het woord "instelling" vervangen door het woord "onderwijsinstelling".
Art. 9. Dans l'intitulé du titre VI du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 décembre 1994, le mot "établissement" est remplacé par les mots "établissement d'enseignement ".
Art. 10. In artikel 47 van hetzelfde besluit, vervangen bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 1 augustus 1999 en 23 september 2005, wordt paragraaf 1 vervangen door wat volgt :
" § 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder onderwijsinstelling : school, instelling, centrum voor volwassenenonderwijs of centrum voor leerlingenbegeleiding.
De bepalingen van deze titel zijn van toepassing op de personeelsleden, die ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking aan een van de volgende onderwijsinstellingen :
1° onderwijsinstellingen van het Technisch Instituut van het Kempens Bekken;
2° de School voor Moderne Beroepen in Kortrijk;
3° het Hof ter Linden in Evergem;
4° het Instituut voor Secundair Beroepsonderwijs in Zelzate;
5° de Vrije Beroepsschool voor Beenhouwers-Charcutiers in Brussel;
6° de gesubsidieerde vrije niet-confessionele onderwijsinstellingen die gesloten zijn;
7° de gesubsidieerde vrije lagere school in Horebeke, Abraham Hansstraat 1;
8° de gesubsidieerde vrije basisschool in Boechout, Lange Kroonstraat 1;
9° de gesloten onderwijsinstellingen die werden of worden overgedragen naar een inrichtende macht die behoort tot een ander net voorzover de personeelsleden ervoor opteren om niet mee over te gaan naar een onderwijsinstelling van het overnemende net en voorzover er voor die gesloten onderwijsinstellingen enkel de Vlaamse reaffectatiecommissie bestaat."
Art. 10. A l'article 47 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 1er août 1999 et 23 septembre 2005, le paragraphe 1er est remplacé par la disposition suivante :
"§ 1er. Pour l'application du présent article, il faut entendre par établissement d'enseignement : école, établissement, centre d'éducation des adultes ou centre d'encadrement des élèves.
Les dispositions du présent titre s'appliquent aux membres du personnel mis en disponibilité par défaut d'emploi auprès d'un des établissements d'enseignement suivants :
1° établissements d'enseignement du "Technisch Instituut van het Kempens Bekken";
2° "School voor Moderne Beroepen" à Courtrai;
3° "Hof ter Linden" à Evergem;
4° "Instituut voor Secundair Beroepsonderwijs" à Zelzate;
5° "Vrije Beroepsschool voor Beenhouwers-Charcutiers" à Bruxelles;
6° les établissements d'enseignement libres non confessionnels subventionnés qui sont fermés;
7° l'école primaire libre subventionnée à Horebeke, 1 Abraham Hansstraat;
8° l'école fondamentale libre subventionnée à Boechout, 1 Lange Kroonstraat;
9° les établissements d'enseignement fermés ayant été ou étant transférés à un pouvoir organisateur appartenant à un autre réseau, dans la mesure où les membres du personnel choisissent de ne pas passer à un établissement d'enseignement du réseau absorbant et dans la mesure où il n'existe que la commission flamande de réaffectation pour ces établissements fermés."
Art. 11. In hetzelfde besluit wordt artikel 52, opgeheven door het decreet van 18 december 2009, opnieuw opgenomen in de volgende lezing :
"Art. 52. De reaffectaties en wedertewerkstellingen voor het schooljaar 2011-2012 die vóór 1 september 2011 door een reaffectatiecommissie van een scholengemeenschap van het basisonderwijs zijn uitgesproken in een school die op 1 september 2011 niet meer tot die scholengemeenschap behoort, worden geacht gebeurd te zijn volgens dit besluit.
De reaffectaties en wedertewerkstellingen voor het schooljaar 2011-2012 die vóór 1 september 2011 zijn uitgesproken door een reaffectatiecommissie van een scholengemeenschap van het basisonderwijs t.a.v. personeelsleden die ter beschikking worden gesteld wegens ontstentenis van betrekking in een school die op 1 september 2011 niet meer tot die scholengemeenschap behoort, worden geacht gebeurd te zijn volgens dit besluit.".
Art. 11. Dans le même arrêté, l'article 52, abrogé par le décret du 18 décembre 2009, est rétabli dans la rédaction suivante :
"Art. 52. Les réaffectations et remises au travail pour l'année scolaire 2011-2012 ayant été prononcées avant le 1er septembre 2011 par une commission de réaffectation d'un centre d'enseignement de l'enseignement fondamental dans une école qui, au 1er septembre 2011, ne fait plus partie de ce centre d'enseignement, sont censées avoir eu lieu conformément au présent arrêté.
Les réaffectations et remises au travail pour l'année scolaire 2011-2012 ayant été prononcées avant le 1er septembre 2011 par une commission de réaffectation d'un centre d'enseignement de l'enseignement fondamental dans une école qui, au 1er septembre 2011, ne fait plus partie de ce centre d'enseignement, sont censées avoir eu lieu conformément au présent arrêté.".
Art. 12. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2011, met uitzondering van artikel 2, 2°, artikel 3, 4°, artikel 4, 2°, artikel 7, 2° en 4°, en artikel 8, 2° en 5°, die in werking treden op 1 september 2012.
Artikel 3, 2°, artikel 5 en artikel 6 hebben uitwerking met ingang van 1 augustus 2011.
Art. 12. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2008, à l'exception de l'article 2, 2°, de l'article 3, 4°, de l'article 4, 2°, de l'article 7, 2° et 4°, et de l'article 8, 2° et 5°, qui entrent en vigueur le 1er septembre 2012.
Les articles 3, 2°, 5 et 6 produisent leurs effets le 1er août 2011.
Art. 13. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 13. Le Ministre flamand qui a l'enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Bruxelles, le 7 octobre 2011.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand de l'Enseignement, de la Jeunesse, de l'Egalité des Chances et des Affaires bruxelloises,
P. SMET
Brussel, 7 oktober 2011.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
P. SMET
-