Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° [1 fiets:
a) een vervoermiddel met twee of meer wielen dat voortbewogen wordt door op pedalen te trappen;
b) een elektrische fiets;
c) een speedpedelec]1;
[1 1° /1 elektrische fiets: een vervoermiddel met twee of meer wielen dat voortbewogen wordt door op pedalen te trappen en waarvan de trapondersteuning wegvalt boven de 25 kilometer per uur;]1
[1 1° /2 speedpedelec: een vervoermiddel met twee of meer wielen dat voortbewogen wordt door op pedalen te trappen met een maximaal vermogen van 4 kW en een ondersteuning tot maximaal 45 kilometer per uur, waarbij de motor alleen werkt als je zelf trapt.]1
2° woon-werkverkeer : de verplaatsing van en naar het werk met het openbaar vervoer en/of met de fiets vanaf de wettelijke woonplaats, maar ook vanaf de verblijfplaats als het personeelslid :
a) gedurende een bepaalde periode of op geregelde tijdstippen op een ander adres dan het domicilieadres verblijft, en;
b) de werkgever op de hoogte heeft gebracht van zijn verblijfplaats;
3° openbaar vervoer : trein, bus, tram en metro.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
8 JULI 2011. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de volledige tenlasteneming door de werkgever in de onderwijssector van de vervoerskosten voor het openbaar vervoer naar en van het werk [, de toekenning van een fietsvergoeding voor het woon-werkverkeer en een internetvergoeding] <BVR2022-04-22/17, art. 39, 003; Inwerkingtreding : 01-09-2021>(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-08-2011 en tekstbijwerking tot 22-09-2022)
Titre
8 JUILLET 2011. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif à la prise en charge complète par l'employeur du secteur de l'enseignement des frais de transport en commun du domicile au lieu du travail et vice versa [, à l'octroi d'une indemnité vélo pour la migration pendulaire et d'une indemnité internet] <AGF2022-04-22/17, art. 39, 003; En vigueur : 01-09-2021>(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 09-08-2011 et mise à jour au 22-09-2022)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (23)
Texte (23)
Hoofdstuk 1. - Algemene bepalingen
Chapitre 1er. - Dispositions générales
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° [1 bicyclette :
a) un véhicule à deux roues ou plus, propulsé en appuyant sur des pédales ;
b) un vélo électrique ;
c) un speed pedelec]1;
[1 1° /1 vélo électrique : un véhicule à deux roues ou plus, propulsé en appuyant sur des pédales, et dont le pédalage assisté s'arrête lorsque la vitesse est supérieure à 25 kilomètres par heure ;]1
[1 1° /2 speed pedelec : un véhicule à deux roues ou plus, propulsé en appuyant sur des pédales avec une puissance maximale de 4 kW et un pédalage assisté jusqu'à 45 kilomètres par heure, dont le moteur ne fonctionne qu'en appuyant sur les pédales.]1
2° migration pendulaire : le déplacement du domicile au lieu du travail et vice versa au moyen du transport en commun et/ou à bicyclette au départ du domicile, mais également au départ de la résidence, si le membre du personnel :
a) réside, pendant une certaine période ou régulièrement, à une adresse autre que l'adresse de son domicile, et;
b) s'il a informé l'employeur de sa résidence;
3° transport en commun : train, bus, tram et métro.
1° [1 bicyclette :
a) un véhicule à deux roues ou plus, propulsé en appuyant sur des pédales ;
b) un vélo électrique ;
c) un speed pedelec]1;
[1 1° /1 vélo électrique : un véhicule à deux roues ou plus, propulsé en appuyant sur des pédales, et dont le pédalage assisté s'arrête lorsque la vitesse est supérieure à 25 kilomètres par heure ;]1
[1 1° /2 speed pedelec : un véhicule à deux roues ou plus, propulsé en appuyant sur des pédales avec une puissance maximale de 4 kW et un pédalage assisté jusqu'à 45 kilomètres par heure, dont le moteur ne fonctionne qu'en appuyant sur les pédales.]1
2° migration pendulaire : le déplacement du domicile au lieu du travail et vice versa au moyen du transport en commun et/ou à bicyclette au départ du domicile, mais également au départ de la résidence, si le membre du personnel :
a) réside, pendant une certaine période ou régulièrement, à une adresse autre que l'adresse de son domicile, et;
b) s'il a informé l'employeur de sa résidence;
3° transport en commun : train, bus, tram et métro.
Wijzigingen
Art. 2. Dit besluit is van toepassing op de personeelsleden vermeld in artikel XI.1 van het decreet van 13 juli 2001 betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek.
Art. 2. Le présent arrêté s'applique aux membres du personnel visés à l'article XI.1 du décret du 13 juillet 2001 relatif à l'enseignement XIII - Mosaïque.
Hoofdstuk 2. - Openbaar vervoer
Chapitre 2. - Transport en commun
Art. 3. De personeelsleden, vermeld in artikel 2, hebben recht op de volledige terugbetaling van de kosten verbonden aan het woon-werkverkeer onder de voorwaarden, vermeld in dit besluit.
[1 In afwijking van het eerste lid is dit hoofdstuk niet van toepassing op de personeelsleden, vermeld in artikel 3 van het decreet van 7 juli 2017 betreffende de rechtspositie van de personeelsleden in de basiseducatie.]1
[1 In afwijking van het eerste lid is dit hoofdstuk niet van toepassing op de personeelsleden, vermeld in artikel 3 van het decreet van 7 juli 2017 betreffende de rechtspositie van de personeelsleden in de basiseducatie.]1
Art. 3. Les membres du personnel visés à l'article 2 ont droit au remboursement complet des frais de la migration pendulaire aux conditions énoncées dans le présent arrêté.
[1 Par dérogation à l'alinéa 1, le présent chapitre ne s'applique pas aux membres du personnel visés à l'article 3 du décret du 7 juillet 2017 relatif au statut des membres du personnel de l'éducation de base.]1
[1 Par dérogation à l'alinéa 1, le présent chapitre ne s'applique pas aux membres du personnel visés à l'article 3 du décret du 7 juillet 2017 relatif au statut des membres du personnel de l'éducation de base.]1
Wijzigingen
Art. 4. De terugbetaling is beperkt tot :
1° de prijs van het goedkoopste vervoerbewijs voor het woon-werktraject dat beschikbaar is bij het gebruikte openbaar vervoermiddel of bij de combinatie van deze vervoermiddelen;
2° een afstand per enkele rit van 250 kilometer tussen de wettelijke woonplaats of de verblijfplaats en de plaats van tewerkstelling.
1° de prijs van het goedkoopste vervoerbewijs voor het woon-werktraject dat beschikbaar is bij het gebruikte openbaar vervoermiddel of bij de combinatie van deze vervoermiddelen;
2° een afstand per enkele rit van 250 kilometer tussen de wettelijke woonplaats of de verblijfplaats en de plaats van tewerkstelling.
Art. 4. Le remboursement est limité :
1° au prix du titre de transport le moins cher pour le trajet domicile-travail disponible pour le moyen de transport en commun utilisé ou pour la combinaison de ces moyens de transport;
2° à une distance par trajet simple de 250 kilomètres entre le domicile légal ou la résidence et le lieu de travail.
1° au prix du titre de transport le moins cher pour le trajet domicile-travail disponible pour le moyen de transport en commun utilisé ou pour la combinaison de ces moyens de transport;
2° à une distance par trajet simple de 250 kilomètres entre le domicile légal ou la résidence et le lieu de travail.
Art. 5. Tenzij in het bevoegd lokaal onderhandelingscomité een eerder tijdstip van uitbetaling is afgesproken, betaalt de werkgever de kosten verbonden aan het woon-werkverkeer uit op het einde van de maand die volgt op de maand waarin de geldigheidsduur van het vervoerbewijs verstrijkt.
De kosten voor het openbaar vervoer worden uitbetaald tegen afgifte van het vervoerbewijs dat uitgereikt wordt door de maatschappijen die het gemeenschappelijk openbaar vervoer organiseren.
De kosten voor het openbaar vervoer worden uitbetaald tegen afgifte van het vervoerbewijs dat uitgereikt wordt door de maatschappijen die het gemeenschappelijk openbaar vervoer organiseren.
Art. 5. A moins qu'un moment de paiement antérieur ne soit convenu au sein du comité local de négociation compétent, l'employeur paie les frais de la migration pendulaire à la fin du mois suivant le mois dans lequel la validité du titre de transport expire.
Les frais du transport en commun sont payés contre remise du titre de transport délivré par les sociétés organisant les transports en commun.
Les frais du transport en commun sont payés contre remise du titre de transport délivré par les sociétés organisant les transports en commun.
Hoofdstuk 3. - Fietsvergoeding
Chapitre 3. - Indemnité vélo
Art. 6. De personeelsleden, vermeld in artikel 2, die het volledige traject van het woon-werkverkeer of een gedeelte ervan met de fiets afleggen, hebben per effectief gepresteerde dag recht op een fietsvergoeding op voorwaarde dat de afstand van een enkele rit ten minste één kilometer bedraagt.
Per dag wordt slechts één traject, heen en terug, vergoed per school, instelling of centrum waar het personeelslid werkt.
Per dag kan de fietsvergoeding voor het volledige traject niet gecumuleerd worden met de vergoeding voor de kosten van het openbaar vervoer.
Per dag wordt slechts één traject, heen en terug, vergoed per school, instelling of centrum waar het personeelslid werkt.
Per dag kan de fietsvergoeding voor het volledige traject niet gecumuleerd worden met de vergoeding voor de kosten van het openbaar vervoer.
Art. 6. Les membres du personnel visés à l'article 2 qui effectuent tout ou partie du déplacement domicile-travail à bicyclette, ont droit, par jour effectivement presté, à une indemnité vélo, à condition que la distance d'un trajet simple s'élève à au moins un kilomètre.
Par jour, un seul trajet, allez et retour, est indemnisé par école, établissement ou centre où le membre du personnel est occupé.
Par jour, l'indemnité vélo pour un trajet entier ne peut pas être cumulée avec l'indemnité pour les frais de transport en commun.
Par jour, un seul trajet, allez et retour, est indemnisé par école, établissement ou centre où le membre du personnel est occupé.
Par jour, l'indemnité vélo pour un trajet entier ne peut pas être cumulée avec l'indemnité pour les frais de transport en commun.
Art. 7. [1 De fietsvergoeding bedraagt 0,21 euro per kilometer.]1
Art. 7. [1 L'indemnité vélo est de 0,21 euros par kilomètre.]1
Wijzigingen
Art. 8. Tenzij in het bevoegd lokaal onderhandelingscomité een eerder tijdstip van uitbetaling is afgesproken, betaalt de werkgever de kosten verbonden aan het woon-werkverkeer maandelijks uit. De fietsvergoeding wordt betaald op grond van een verklaring op erewoord.
Art. 8. L'employeur paie mensuellement les frais de la migration pendulaire, à moins qu'un moment de paiement antérieur ne soit convenu dans le comité local de négociation compétent.L'indemnité vélo est payée sur la base d'une déclaration sur l'honneur.
Hoofdstuk 3/1. [1 - Internetvergoeding]1
Chapitre 3/1. [1 - Indemnité internet]1
Art.8/1. [1 § 1. De personeelsleden, vermeld in artikel V.60, § 1, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, de personeelsleden, vermeld in deel III van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs en de personeelsleden, vermeld in artikel 10 van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken, die voldoen aan de wettelijke bepalingen voor een fiscale vrijstelling, hebben recht op een forfaitaire internetvergoeding voor de kalendermaanden waarin ze rechten genereren op een betaling, ongeacht de omvang en de looptijd van de opdracht tijdens een kalendermaand.
Personeelsleden die in verschillende instellingen zijn aangesteld, ontvangen één forfaitaire internetvergoeding die wordt toegekend en aangerekend op de instelling van de hoofdopdracht.
§ 2. De instellingen bezorgen aan de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering de gegevens van de personeelsleden die geen recht hebben op de forfaitaire internetvergoeding, vermeld in paragraaf 1, omdat ze niet voldoen aan de voorwaarden die zijn vastgelegd in de circulaire 2021/C/20 over tussenkomsten van de werkgever voor thuiswerk van 26 februari 2021 van de Federale Overheidsdienst Financiën.]1
Personeelsleden die in verschillende instellingen zijn aangesteld, ontvangen één forfaitaire internetvergoeding die wordt toegekend en aangerekend op de instelling van de hoofdopdracht.
§ 2. De instellingen bezorgen aan de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering de gegevens van de personeelsleden die geen recht hebben op de forfaitaire internetvergoeding, vermeld in paragraaf 1, omdat ze niet voldoen aan de voorwaarden die zijn vastgelegd in de circulaire 2021/C/20 over tussenkomsten van de werkgever voor thuiswerk van 26 februari 2021 van de Federale Overheidsdienst Financiën.]1
Art. 8/1. [1 § 1. Les membres du personnel visés à l'article V.60 § 1, de la Codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016, les membres du personnel visés à la partie III du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement et les membres du personnel visés à l'article 10 du décret du 1 décembre 1993 relatif à l'inspection et à l'encadrement des cours philosophiques, qui remplissent les conditions légales d'exonération fiscale, ont droit à une indemnité forfaitaire internet pour les mois civils au cours desquels ils génèrent des droits à un paiement, indépendamment de l'étendue et de la durée de la mission au cours d'un mois civil.
Les membres du personnel affectés dans différents établissements bénéficient d'une indemnité forfaitaire internet, qui est attribuée et imputée à l'établissement de l'affectation principale.
§ 2. Les établissements remettent au service compétent du Gouvernement flamand les coordonnées des membres du personnel qui n'ont pas droit à l'indemnité forfaitaire internet visée au paragraphe 1, parce qu'ils ne remplissent pas les conditions fixées dans la circulaire 2021/C/20 relative aux relative aux interventions de l'employeur pour le télétravail du 26 février 2021 du Service public fédéral Finances.]1
Les membres du personnel affectés dans différents établissements bénéficient d'une indemnité forfaitaire internet, qui est attribuée et imputée à l'établissement de l'affectation principale.
§ 2. Les établissements remettent au service compétent du Gouvernement flamand les coordonnées des membres du personnel qui n'ont pas droit à l'indemnité forfaitaire internet visée au paragraphe 1, parce qu'ils ne remplissent pas les conditions fixées dans la circulaire 2021/C/20 relative aux relative aux interventions de l'employeur pour le télétravail du 26 février 2021 du Service public fédéral Finances.]1
Art.8/2. [1 De personeelsleden, vermeld in artikel V.60, § 3, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, met een opdracht van ten minste 20% die voldoen aan de wettelijke bepalingen voor een fiscale vrijstelling, hebben recht op een forfaitaire internetvergoeding voor de kalendermaanden waarin ze rechten genereren op een betaling. Personeelsleden die in verschillende hogescholen werken, ontvangen één forfaitaire internetvergoeding.]1
Art. 8/2. [1 Les membres du personnel visés à l'article V.60, § 3, de la Codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016, avec une affectation d'au moins 20 % qui répondent aux dispositions légales d'exonération fiscale, ont droit à une indemnité forfaitaire internet pour les mois civils au cours desquels ils génèrent des droits à un paiement. Les membres du personnel travaillant dans différents instituts supérieurs bénéficient d'une indemnité forfaitaire internet.]1
Art.8/3. [1 De forfaitaire internetvergoeding bedraagt 20 euro per kalendermaand.]1
Art. 8/3. [1 L'indemnité forfaitaire internet s'élève à 20 euros par mois civil.]1
Hoofdstuk 4. - Terugbetalingsregeling tussen de school, de instelling of het centrum voor leerlingenbegeleiding en de Vlaamse Gemeenschap
Chapitre 4. - Règlement du remboursement entre l'école, l'établissement ou le centre d'encadrement des élèves et la Communauté flamande
Art. 9. De werkgevers sturen de verklaring van schuldvordering voor de terugbetaling van de door hen gedragen vervoerskosten en fietsvergoedingen naar het Agentschap voor Onderwijsdiensten uiterlijk op 28 februari van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarop de verklaring betrekking heeft. Als de verklaring van schuldvordering niet op tijd wordt ingediend, vervalt het recht op terugbetaling. De datum van de poststempel geldt als bewijs.
De vervoerskosten en de fietsvergoedingen, vermeld op de verklaring van schuldvordering, worden terugbetaald na controle.
De vervoerskosten en de fietsvergoedingen, vermeld op de verklaring van schuldvordering, worden terugbetaald na controle.
Art. 9. Les employeurs envoient la déclaration de créance pour le remboursement des frais de transport et des indemnités vélo supportés par eux à 'l'Agentschap voor Onderwijsdiensten' (Agence de Services d'Enseigneement), au plus tard le 28 février de l'année qui suit l'année calendrier à laquelle se rapporte la déclaration.
Si la déclaration de créance n'est pas introduite dans les délais, le droit au remboursement échoit.La date de la poste fait foi.Les frais de transport et les indemnités vélo mentionnés dans la déclaration de créance sont remboursés après vérification.
Si la déclaration de créance n'est pas introduite dans les délais, le droit au remboursement échoit.La date de la poste fait foi.Les frais de transport et les indemnités vélo mentionnés dans la déclaration de créance sont remboursés après vérification.
Art. 10. De werkgevers ontvangen jaarlijks in juni het bedrag van de afrekening van de vervoerskosten van het voorgaande jaar.
De werkgevers ontvangen jaarlijks, ten laatste in september, een voorschot van minimum 25 % op de middelen voor de vervoerskosten van hetzelfde jaar op basis van het totaalbedrag van vervoerskosten en fietsvergoedingen dat het voorgaande kalenderjaar werd uitgekeerd.
De werkgevers ontvangen jaarlijks, ten laatste in september, een voorschot van minimum 25 % op de middelen voor de vervoerskosten van hetzelfde jaar op basis van het totaalbedrag van vervoerskosten en fietsvergoedingen dat het voorgaande kalenderjaar werd uitgekeerd.
Art. 10. Chaque année au mois de juin, les employeurs reçoivent le montant du règlement des frais de transport de l'année précédente.
Chaque année, au plus tard au mois de septembre, les employeurs reçoivent une avance d'au moins 25 % sur les moyens pour les frais de transport de la même année, sur la base du montant global des frais de transport et des indemnités vélo ayant été payé l'année calendrier précédente.
Chaque année, au plus tard au mois de septembre, les employeurs reçoivent une avance d'au moins 25 % sur les moyens pour les frais de transport de la même année, sur la base du montant global des frais de transport et des indemnités vélo ayant été payé l'année calendrier précédente.
Hoofdstuk 5. - Slotbepalingen
Chapitre 5. - Dispositions finales
Art. 11. Het besluit van de Vlaamse Regering van 22 juli 1993 betreffende de tegemoetkoming van de werkgevers in de onderwijssector in de vervoerkosten van hun personeelsleden, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 1995, wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2001.
Art. 11. L'arrêté du Gouvernement flamand du 22 juillet 1993 relatif à l'intervention des employeurs du secteur de l'enseignement dans les frais de transport de leurs membres du personnel, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 mai 1995, est abrogé à partir du 1er janvier 2001.
Art. 12. De vergoedingen voor woon-werkverkeer of de fietsvergoedingen toegekend tussen 1 januari 2001 en de datum waarop dit besluit in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, alsook de terugbetaling ervan aan de werkgever, worden geacht in overeenstemming te zijn met de bepalingen van dit besluit.
Art. 12. Les indemnités pour frais de migration pendulaire ou les indemnités vélo accordées entre le 1er janvier 2001 et la date à laquelle le présent arrêté est publié au Moniteur belge, ainsi que le remboursement de celles-ci à l'employeur, sont censées être conformes aux dispositions du présent arrêté.
Art. 13. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2010, met uitzondering van artikel 2 dat uitwerking heeft op 1 januari 2001.
Art. 13. Le présent arrêté produit ses effets le 1er septembre 2010, à l'exception de l'article 2 qui produit ses effets le 1er janvier 2001.
Art. 14. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 14. Le Ministre flamand qui a l'enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.