Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
17 JUNI 2011. - Decreet betreffende de scholengemeenschappen in het basis- en secundair onderwijs
Titre
17 JUIN 2011. - Décret relatif aux centres d'enseignement dans l'enseignement fondamental et secondaire
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het decreet van 27...
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het decreet van 27...
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van het decreet basiso...
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van de Codex Secundair...
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van het decreet van 1 ...
HOOFDSTUK 7. - Wijziging van het decreet van 14...
HOOFDSTUK 8. - Slotbepaling
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Disposition introductive
CHAPITRE 2. - Dispositions modifiant le décret ...
CHAPITRE 3. - Modification au décret du 27 mars...
CHAPITRE 4. - Modification au décret du 25 févr...
CHAPITRE 5. - Modification au Codex de l'Enseig...
CHAPITRE 6. - Modification du décret du 1er déc...
CHAPITRE 7. - Modification du décret du 14 févr...
CHAPITRE 8. - Disposition finale
Tekst (41)
Texte (41)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition introductive
Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret rÚgle une matiÚre communautaire.
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs
CHAPITRE 2. - Dispositions modifiant le décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire
Art. 2. In hoofdstuk III van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs wordt artikel 40novies, ingevoegd bij het decreet van 10 juli 2003, vervangen door wat volgt :
  "Art. 40novies. § 1. Zonder afbreuk te doen aan de principes dat een personeelslid wordt aangesteld of geaffecteerd aan een instelling, kunnen :
  1° de leden van het bestuurspersoneel van de scholen die de scholengemeenschap vormen, voor de vervulling van opdrachten voor de totaliteit van de scholengemeenschap worden ingezet;
  2° de leden van het onderwijzend personeel van de scholen die de scholengemeenschap vormen, voor de vervulling van opdrachten voor andere scholen van de scholengemeenschap worden ingezet;
  3° de leden van het beleids- en ondersteunend personeel van de scholen die de scholengemeenschap vormen, voor de vervulling van opdrachten voor en in andere scholen van de scholengemeenschap of voor de totaliteit van de scholengemeenschap worden ingezet;
  4° in afwijking van 1° en 2° de personeelsleden, die worden aangesteld in een functie of een betrekking die wordt ingericht ter ondersteuning van de werking van de scholengemeenschap volgens artikel 125duodecies, § 1, en artikel 153sexies, § 4, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, worden ingezet voor de vervulling van opdrachten voor en in andere scholen van de scholengemeenschap of voor de vervulling van opdrachten voor de totaliteit van de scholengemeenschap.
  § 2. Bij de toepassing van § 1, 3° en 4°, moeten minstens volgende principes worden gehanteerd :
  1° het personeelslid wordt steeds aangesteld of geaffecteerd aan de instelling waar de betrekking reglementair wordt ingericht;
  2° de afstand over de openbare weg tussen de school van aanstelling of affectatie en de school waar het personeelslid wordt ingezet mag nooit meer dan 25 km bedragen. Dit geldt niet als het personeelslid instemt om over een grotere afstand ingezet te worden;
  3° er moet steeds rekening worden gehouden met de volgens dit decreet bepaalde statutaire toestand van het personeelslid.
  § 3. De bepalingen inzake inzetbaarheid zoals bedoeld in paragraaf 1 en 2, worden, onverminderd artikel 18 en 31, opgenomen in het geschrift waarin de aanstelling wordt vastgesteld, evenals in de functiebeschrijving als vermeld in hoofdstuk VIIIbis.".
  "Art. 40novies. § 1. Zonder afbreuk te doen aan de principes dat een personeelslid wordt aangesteld of geaffecteerd aan een instelling, kunnen :
  1° de leden van het bestuurspersoneel van de scholen die de scholengemeenschap vormen, voor de vervulling van opdrachten voor de totaliteit van de scholengemeenschap worden ingezet;
  2° de leden van het onderwijzend personeel van de scholen die de scholengemeenschap vormen, voor de vervulling van opdrachten voor andere scholen van de scholengemeenschap worden ingezet;
  3° de leden van het beleids- en ondersteunend personeel van de scholen die de scholengemeenschap vormen, voor de vervulling van opdrachten voor en in andere scholen van de scholengemeenschap of voor de totaliteit van de scholengemeenschap worden ingezet;
  4° in afwijking van 1° en 2° de personeelsleden, die worden aangesteld in een functie of een betrekking die wordt ingericht ter ondersteuning van de werking van de scholengemeenschap volgens artikel 125duodecies, § 1, en artikel 153sexies, § 4, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, worden ingezet voor de vervulling van opdrachten voor en in andere scholen van de scholengemeenschap of voor de vervulling van opdrachten voor de totaliteit van de scholengemeenschap.
  § 2. Bij de toepassing van § 1, 3° en 4°, moeten minstens volgende principes worden gehanteerd :
  1° het personeelslid wordt steeds aangesteld of geaffecteerd aan de instelling waar de betrekking reglementair wordt ingericht;
  2° de afstand over de openbare weg tussen de school van aanstelling of affectatie en de school waar het personeelslid wordt ingezet mag nooit meer dan 25 km bedragen. Dit geldt niet als het personeelslid instemt om over een grotere afstand ingezet te worden;
  3° er moet steeds rekening worden gehouden met de volgens dit decreet bepaalde statutaire toestand van het personeelslid.
  § 3. De bepalingen inzake inzetbaarheid zoals bedoeld in paragraaf 1 en 2, worden, onverminderd artikel 18 en 31, opgenomen in het geschrift waarin de aanstelling wordt vastgesteld, evenals in de functiebeschrijving als vermeld in hoofdstuk VIIIbis.".
Art. 2. Dans le chapitre III du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire, l'article 40novies, inséré par le décret du 10 juillet 2003, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 40novies. § 1er. Sans porter préjudice aux principes qu'un membre du personnel est affecté ou désigné à un établissement d'enseignement :
  1° les membres du personnel directeur des Ă©coles constituant le centre d'enseignement peuvent ĂȘtre affectĂ©s Ă des charges pour la totalitĂ© du centre d'enseignement;
  2° les membres du personnel enseignant des Ă©coles constituant le centre d'enseignement peuvent ĂȘtre affectĂ©s Ă des charges pour d'autres Ă©coles du centre d'enseignement;
  3° les membres du personnel de gestion et d'appui des Ă©coles constituant le centre d'enseignement, peuvent ĂȘtre affectĂ©s Ă des charges pour et auprĂšs d'autres Ă©coles du centre d'enseignement ou pour la totalitĂ© du centre d'enseignement;
  4° par dĂ©rogation aux points 1° et 2°, les membres du personnel dĂ©signĂ©s dans une fonction ou un emploi organisĂ©(e) Ă l'appui du fonctionnement du centre d'enseignement en vertu de l'article 125duodecies, § 1er, et de l'article 153sexies, § 4, du dĂ©cret du 25 fĂ©vrier 1997 relatif Ă l'enseignement fondamental, peuvent ĂȘtre affectĂ©s Ă des charges pour et auprĂšs d'autres Ă©coles du centre d'enseignement ou pour la totalitĂ© du centre d'enseignement.
  § 2. Lors de l'application du § 1er, 3° et 4°, au moins les principes suivants doivent ĂȘtre suivis :
  1° le membre du personnel est toujours dĂ©signĂ© ou affectĂ© auprĂšs de l'Ă©tablissement oĂč l'emploi est organisĂ© rĂ©glementairement;
  2° la distance par la voie publique entre l'Ă©cole d'affectation et l'Ă©cole oĂč le membre du personnel est occupĂ© ne peut jamais dĂ©passer 25 km. Cette disposition ne s'applique pas si le membre du personnel accepte d'ĂȘtre occupĂ© Ă une plus grande distance;
  3° il faut toujours tenir compte de la position statutaire du membre du personnel fixée par le présent décret.
  § 3. Les dispositions relatives à l'employabilité telle que visée aux paragraphes 1er et 2, sont, sans préjudice des articles 18 et 31, reprises dans le document dans lequel la désignation est fixée, ainsi que dans la description de fonction telle que visée au chapitre VIIIbis.".
  "Art. 40novies. § 1er. Sans porter préjudice aux principes qu'un membre du personnel est affecté ou désigné à un établissement d'enseignement :
  1° les membres du personnel directeur des Ă©coles constituant le centre d'enseignement peuvent ĂȘtre affectĂ©s Ă des charges pour la totalitĂ© du centre d'enseignement;
  2° les membres du personnel enseignant des Ă©coles constituant le centre d'enseignement peuvent ĂȘtre affectĂ©s Ă des charges pour d'autres Ă©coles du centre d'enseignement;
  3° les membres du personnel de gestion et d'appui des Ă©coles constituant le centre d'enseignement, peuvent ĂȘtre affectĂ©s Ă des charges pour et auprĂšs d'autres Ă©coles du centre d'enseignement ou pour la totalitĂ© du centre d'enseignement;
  4° par dĂ©rogation aux points 1° et 2°, les membres du personnel dĂ©signĂ©s dans une fonction ou un emploi organisĂ©(e) Ă l'appui du fonctionnement du centre d'enseignement en vertu de l'article 125duodecies, § 1er, et de l'article 153sexies, § 4, du dĂ©cret du 25 fĂ©vrier 1997 relatif Ă l'enseignement fondamental, peuvent ĂȘtre affectĂ©s Ă des charges pour et auprĂšs d'autres Ă©coles du centre d'enseignement ou pour la totalitĂ© du centre d'enseignement.
  § 2. Lors de l'application du § 1er, 3° et 4°, au moins les principes suivants doivent ĂȘtre suivis :
  1° le membre du personnel est toujours dĂ©signĂ© ou affectĂ© auprĂšs de l'Ă©tablissement oĂč l'emploi est organisĂ© rĂ©glementairement;
  2° la distance par la voie publique entre l'Ă©cole d'affectation et l'Ă©cole oĂč le membre du personnel est occupĂ© ne peut jamais dĂ©passer 25 km. Cette disposition ne s'applique pas si le membre du personnel accepte d'ĂȘtre occupĂ© Ă une plus grande distance;
  3° il faut toujours tenir compte de la position statutaire du membre du personnel fixée par le présent décret.
  § 3. Les dispositions relatives à l'employabilité telle que visée aux paragraphes 1er et 2, sont, sans préjudice des articles 18 et 31, reprises dans le document dans lequel la désignation est fixée, ainsi que dans la description de fonction telle que visée au chapitre VIIIbis.".
Art. 3. In hoofdstuk III van hetzelfde decreet wordt een afdeling VIIbis, die bestaat uit het artikel 40decies, toegevoegd, die luidt als volgt :
  "Afdeling VIIbis. Scholengemeenschappen in het secundair onderwijs
  Art. 40decies. § 1. Zonder afbreuk te doen aan de principes dat een personeelslid wordt aangesteld of geaffecteerd aan een instelling, kunnen :
  1° onverminderd punt 3°, de leden van het bestuurspersoneel van de scholen die de scholengemeenschap vormen, voor de vervulling van opdrachten voor de totaliteit van de scholengemeenschap worden ingezet;
  2° onverminderd punt 3°, de leden van het ondersteunend personeel van de scholen die de scholengemeenschap vormen mits hun instemming, voor de vervulling van opdrachten voor en in andere scholen van de scholengemeenschap of voor de totaliteit van de scholengemeenschap worden ingezet;
  3° de personeelsleden, die worden aangesteld in een functie of een betrekking die wordt ingericht ter ondersteuning van de werking van de scholengemeenschap volgens artikel 30, § 2, van de Codex Secundair Onderwijs, worden ingezet voor de vervulling van opdrachten voor en in andere scholen van de scholengemeenschap of voor de vervulling van opdrachten voor de totaliteit van de scholengemeenschap.
  § 2. Bij de toepassing van § 1, 2° en 3°, moeten minstens volgende principes worden gehanteerd :
  1° het personeelslid wordt steeds aangesteld of geaffecteerd aan de instelling waar de betrekking reglementair wordt ingericht;
  2° de afstand over de openbare weg tussen de school van aanstelling of affectatie en de school waar het personeelslid wordt ingezet mag nooit meer dan 25 km bedragen. Dit geldt niet als het personeelslid instemt om over een grotere afstand ingezet te worden;
  3° er moet steeds rekening worden gehouden met de volgens dit decreet bepaalde statutaire toestand van het personeelslid.
  § 3. De bepalingen inzake inzetbaarheid zoals bedoeld in paragraaf 1 en 2, worden, onverminderd artikel 18 en 31, opgenomen in het geschrift waarin de aanstelling wordt vastgesteld, evenals in de functiebeschrijving als vermeld in hoofdstuk VIIIbis.".
  "Afdeling VIIbis. Scholengemeenschappen in het secundair onderwijs
  Art. 40decies. § 1. Zonder afbreuk te doen aan de principes dat een personeelslid wordt aangesteld of geaffecteerd aan een instelling, kunnen :
  1° onverminderd punt 3°, de leden van het bestuurspersoneel van de scholen die de scholengemeenschap vormen, voor de vervulling van opdrachten voor de totaliteit van de scholengemeenschap worden ingezet;
  2° onverminderd punt 3°, de leden van het ondersteunend personeel van de scholen die de scholengemeenschap vormen mits hun instemming, voor de vervulling van opdrachten voor en in andere scholen van de scholengemeenschap of voor de totaliteit van de scholengemeenschap worden ingezet;
  3° de personeelsleden, die worden aangesteld in een functie of een betrekking die wordt ingericht ter ondersteuning van de werking van de scholengemeenschap volgens artikel 30, § 2, van de Codex Secundair Onderwijs, worden ingezet voor de vervulling van opdrachten voor en in andere scholen van de scholengemeenschap of voor de vervulling van opdrachten voor de totaliteit van de scholengemeenschap.
  § 2. Bij de toepassing van § 1, 2° en 3°, moeten minstens volgende principes worden gehanteerd :
  1° het personeelslid wordt steeds aangesteld of geaffecteerd aan de instelling waar de betrekking reglementair wordt ingericht;
  2° de afstand over de openbare weg tussen de school van aanstelling of affectatie en de school waar het personeelslid wordt ingezet mag nooit meer dan 25 km bedragen. Dit geldt niet als het personeelslid instemt om over een grotere afstand ingezet te worden;
  3° er moet steeds rekening worden gehouden met de volgens dit decreet bepaalde statutaire toestand van het personeelslid.
  § 3. De bepalingen inzake inzetbaarheid zoals bedoeld in paragraaf 1 en 2, worden, onverminderd artikel 18 en 31, opgenomen in het geschrift waarin de aanstelling wordt vastgesteld, evenals in de functiebeschrijving als vermeld in hoofdstuk VIIIbis.".
Art. 3. Dans le chapitre III du mĂȘme arrĂȘtĂ© est insĂ©rĂ©e une section VIIbis, comprenant l'article 40decies, rĂ©digĂ© comme suit :
  "Section VIIbis. Centres d'enseignement dans l'enseignement secondaire
  Art. 40decies. § 1er. Sans porter atteinte aux principes qu'un membre du personnel est affecté ou désigné à un établissement :
  1° sans prĂ©judice du point 3°, les membres du personnel directeur des Ă©coles constituant le centre d'enseignement peuvent ĂȘtre affectĂ©s Ă des charges pour la totalitĂ© du centre d'enseignement;
  2° sans prĂ©judice du point 3°, les membres du personnel d'appui des Ă©coles constituant le centre d'enseignement peuvent ĂȘtre affectĂ©s, moyennant leur consentement, Ă des charges pour et auprĂšs d'autres Ă©coles du centre d'enseignement ou pour la totalitĂ© du centre d'enseignement;
  3° les membres du personnel dĂ©signĂ©s dans une fonction ou un emploi organisĂ©(e) Ă l'appui du fonctionnement du centre d'enseignement en vertu de l'article 30, § 2, du Codex de l'Enseignement secondaire, peuvent ĂȘtre affectĂ©s Ă des charges pour et auprĂšs d'autres Ă©coles du centre d'enseignement ou pour la totalitĂ© du centre d'enseignement.
  § 2. Lors de l'application du § 1er, 2° et 3°, au moins les principes suivants doivent ĂȘtre suivis :
  1° le membre du personnel est toujours dĂ©signĂ© ou affectĂ© auprĂšs de l'Ă©tablissement oĂč l'emploi est organisĂ© rĂ©glementairement;
  2° la distance par la voie publique entre l'Ă©cole d'affectation et l'Ă©cole oĂč le membre du personnel est occupĂ© ne peut jamais dĂ©passer 25 km. Cette disposition ne s'applique pas si le membre du personnel accepte d'ĂȘtre occupĂ© Ă une plus grande distance;
  3° il faut toujours tenir compte de la position statutaire du membre du personnel fixée par le présent décret.
  § 3. Les dispositions relatives à l'employabilité telle que visée aux paragraphes 1er et 2, sont, sans préjudice des articles 18 et 31, reprises dans le document dans lequel la désignation est fixée, ainsi que dans la description de fonction telle que visée au chapitre VIIIbis.".
  "Section VIIbis. Centres d'enseignement dans l'enseignement secondaire
  Art. 40decies. § 1er. Sans porter atteinte aux principes qu'un membre du personnel est affecté ou désigné à un établissement :
  1° sans prĂ©judice du point 3°, les membres du personnel directeur des Ă©coles constituant le centre d'enseignement peuvent ĂȘtre affectĂ©s Ă des charges pour la totalitĂ© du centre d'enseignement;
  2° sans prĂ©judice du point 3°, les membres du personnel d'appui des Ă©coles constituant le centre d'enseignement peuvent ĂȘtre affectĂ©s, moyennant leur consentement, Ă des charges pour et auprĂšs d'autres Ă©coles du centre d'enseignement ou pour la totalitĂ© du centre d'enseignement;
  3° les membres du personnel dĂ©signĂ©s dans une fonction ou un emploi organisĂ©(e) Ă l'appui du fonctionnement du centre d'enseignement en vertu de l'article 30, § 2, du Codex de l'Enseignement secondaire, peuvent ĂȘtre affectĂ©s Ă des charges pour et auprĂšs d'autres Ă©coles du centre d'enseignement ou pour la totalitĂ© du centre d'enseignement.
  § 2. Lors de l'application du § 1er, 2° et 3°, au moins les principes suivants doivent ĂȘtre suivis :
  1° le membre du personnel est toujours dĂ©signĂ© ou affectĂ© auprĂšs de l'Ă©tablissement oĂč l'emploi est organisĂ© rĂ©glementairement;
  2° la distance par la voie publique entre l'Ă©cole d'affectation et l'Ă©cole oĂč le membre du personnel est occupĂ© ne peut jamais dĂ©passer 25 km. Cette disposition ne s'applique pas si le membre du personnel accepte d'ĂȘtre occupĂ© Ă une plus grande distance;
  3° il faut toujours tenir compte de la position statutaire du membre du personnel fixée par le présent décret.
  § 3. Les dispositions relatives à l'employabilité telle que visée aux paragraphes 1er et 2, sont, sans préjudice des articles 18 et 31, reprises dans le document dans lequel la désignation est fixée, ainsi que dans la description de fonction telle que visée au chapitre VIIIbis.".
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding
CHAPITRE 3. - Modification au décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres subventionnés d'encadrement des élÚves
Art. 4. In titel II, hoofdstuk III, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding wordt artikel 36octies, ingevoegd bij het decreet van 10 juli 2003, vervangen door wat volgt :
  "Art. 36octies. § 1. Zonder afbreuk te doen aan de principes dat een personeelslid wordt geaffecteerd aan de instelling waar de betrekking reglementair wordt ingericht, kunnen :
  1° de leden van het bestuurspersoneel van de scholen die de scholengemeenschap vormen, voor de vervulling van opdrachten voor de totaliteit van de scholengemeenschap worden ingezet;
  2° de leden van het onderwijzend personeel van de scholen die de scholengemeenschap vormen, voor de vervulling van opdrachten voor andere scholen van de scholengemeenschap worden ingezet;
  3° de leden van het beleids- en ondersteunend personeel van de scholen die de scholengemeenschap vormen, voor de vervulling van opdrachten voor en in andere scholen van de scholengemeenschap of voor de totaliteit van de scholengemeenschap worden ingezet;
  4° in afwijking van 1° en 2° de personeelsleden, die worden aangesteld in een functie of een betrekking die wordt ingericht ter ondersteuning van de werking van de scholengemeenschap volgens artikel 125duodecies, § 1, en artikel 153sexies, § 4, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, worden ingezet voor de vervulling van opdrachten voor en in andere scholen van de scholengemeenschap of voor de vervulling van opdrachten voor de totaliteit van de scholengemeenschap.
  § 2. Bij de toepassing van § 1, 3° en 4°, moeten minstens volgende principes worden gehanteerd :
  1° het personeelslid wordt steeds aangesteld of geaffecteerd aan de instelling waar de betrekking reglementair wordt ingericht;
  2° de afstand over de openbare weg tussen de school van aanstelling of affectatie en de school waar het personeelslid wordt ingezet mag nooit meer dan 25 km bedragen. Dit geldt niet als het personeelslid instemt om over een grotere afstand ingezet te worden;
  3° er moet steeds rekening worden gehouden met de volgens dit decreet bepaalde statutaire toestand van het personeelslid.
  § 3. De bepalingen inzake inzetbaarheid zoals bedoeld in paragraaf 1 en 2, worden, onverminderd artikel 20 en 45, opgenomen in de overeenkomst of het besluit waarin de aanstelling wordt vastgesteld, evenals in de functiebeschrijving als vermeld in hoofdstuk Vbis.".
  "Art. 36octies. § 1. Zonder afbreuk te doen aan de principes dat een personeelslid wordt geaffecteerd aan de instelling waar de betrekking reglementair wordt ingericht, kunnen :
  1° de leden van het bestuurspersoneel van de scholen die de scholengemeenschap vormen, voor de vervulling van opdrachten voor de totaliteit van de scholengemeenschap worden ingezet;
  2° de leden van het onderwijzend personeel van de scholen die de scholengemeenschap vormen, voor de vervulling van opdrachten voor andere scholen van de scholengemeenschap worden ingezet;
  3° de leden van het beleids- en ondersteunend personeel van de scholen die de scholengemeenschap vormen, voor de vervulling van opdrachten voor en in andere scholen van de scholengemeenschap of voor de totaliteit van de scholengemeenschap worden ingezet;
  4° in afwijking van 1° en 2° de personeelsleden, die worden aangesteld in een functie of een betrekking die wordt ingericht ter ondersteuning van de werking van de scholengemeenschap volgens artikel 125duodecies, § 1, en artikel 153sexies, § 4, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, worden ingezet voor de vervulling van opdrachten voor en in andere scholen van de scholengemeenschap of voor de vervulling van opdrachten voor de totaliteit van de scholengemeenschap.
  § 2. Bij de toepassing van § 1, 3° en 4°, moeten minstens volgende principes worden gehanteerd :
  1° het personeelslid wordt steeds aangesteld of geaffecteerd aan de instelling waar de betrekking reglementair wordt ingericht;
  2° de afstand over de openbare weg tussen de school van aanstelling of affectatie en de school waar het personeelslid wordt ingezet mag nooit meer dan 25 km bedragen. Dit geldt niet als het personeelslid instemt om over een grotere afstand ingezet te worden;
  3° er moet steeds rekening worden gehouden met de volgens dit decreet bepaalde statutaire toestand van het personeelslid.
  § 3. De bepalingen inzake inzetbaarheid zoals bedoeld in paragraaf 1 en 2, worden, onverminderd artikel 20 en 45, opgenomen in de overeenkomst of het besluit waarin de aanstelling wordt vastgesteld, evenals in de functiebeschrijving als vermeld in hoofdstuk Vbis.".
Art. 4. Dans le titre II, chapitre III, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres subventionnés d'encadrement des élÚves, l'article 36octies, inséré par le décret du 10 juillet 2003, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 36octies. § 1er. Sans porter prĂ©judice aux principes qu'un membre du personnel est affectĂ© Ă l'Ă©tablissement oĂč l'emploi est organisĂ© rĂ©glementairement :
  1° les membres du personnel directeur des Ă©coles constituant le centre d'enseignement peuvent ĂȘtre affectĂ©s Ă des charges pour la totalitĂ© du centre d'enseignement;
  2° les membres du personnel enseignant des Ă©coles constituant le centre d'enseignement peuvent ĂȘtre affectĂ©s Ă des charges pour d'autres Ă©coles du centre d'enseignement;
  3° les membres du personnel de gestion et d'appui des Ă©coles constituant le centre d'enseignement, peuvent ĂȘtre affectĂ©s Ă des charges pour et auprĂšs d'autres Ă©coles du centre d'enseignement ou pour la totalitĂ© du centre d'enseignement;
  4° par dĂ©rogation aux points 1° et 2°, les membres du personnel dĂ©signĂ©s dans une fonction ou un emploi organisĂ©(e) Ă l'appui du fonctionnement du centre d'enseignement en vertu de l'article 125duodecies, § 1er, et de l'article 153sexies, § 4, du dĂ©cret du 25 fĂ©vrier 1997 relatif Ă l'enseignement fondamental, peuvent ĂȘtre affectĂ©s Ă des charges pour et auprĂšs d'autres Ă©coles du centre d'enseignement ou pour la totalitĂ© du centre d'enseignement.
  § 2. Lors de l'application du § 1er, 3° et 4°, au moins les principes suivants doivent ĂȘtre suivis :
  1° le membre du personnel est toujours dĂ©signĂ© ou affectĂ© auprĂšs de l'Ă©tablissement oĂč l'emploi est organisĂ© rĂ©glementairement;
  2° la distance par la voie publique entre l'Ă©cole d'affectation et l'Ă©cole oĂč le membre du personnel est occupĂ© ne peut jamais dĂ©passer 25 km. Cette disposition ne s'applique pas si le membre du personnel accepte d'ĂȘtre occupĂ© Ă une plus grande distance;
  3° il faut toujours tenir compte de la position statutaire du membre du personnel fixée par le présent décret.
  § 3. Les dispositions relatives Ă l'employabilitĂ© telle que visĂ©e aux § § 1er et 2, sont, sans prĂ©judice des articles 20 et 45, reprises dans la convention ou l'arrĂȘtĂ© Ă©tablissant la dĂ©signation, ainsi que dans la description de fonction telle que visĂ©e au chapitre Vbis.".
  "Art. 36octies. § 1er. Sans porter prĂ©judice aux principes qu'un membre du personnel est affectĂ© Ă l'Ă©tablissement oĂč l'emploi est organisĂ© rĂ©glementairement :
  1° les membres du personnel directeur des Ă©coles constituant le centre d'enseignement peuvent ĂȘtre affectĂ©s Ă des charges pour la totalitĂ© du centre d'enseignement;
  2° les membres du personnel enseignant des Ă©coles constituant le centre d'enseignement peuvent ĂȘtre affectĂ©s Ă des charges pour d'autres Ă©coles du centre d'enseignement;
  3° les membres du personnel de gestion et d'appui des Ă©coles constituant le centre d'enseignement, peuvent ĂȘtre affectĂ©s Ă des charges pour et auprĂšs d'autres Ă©coles du centre d'enseignement ou pour la totalitĂ© du centre d'enseignement;
  4° par dĂ©rogation aux points 1° et 2°, les membres du personnel dĂ©signĂ©s dans une fonction ou un emploi organisĂ©(e) Ă l'appui du fonctionnement du centre d'enseignement en vertu de l'article 125duodecies, § 1er, et de l'article 153sexies, § 4, du dĂ©cret du 25 fĂ©vrier 1997 relatif Ă l'enseignement fondamental, peuvent ĂȘtre affectĂ©s Ă des charges pour et auprĂšs d'autres Ă©coles du centre d'enseignement ou pour la totalitĂ© du centre d'enseignement.
  § 2. Lors de l'application du § 1er, 3° et 4°, au moins les principes suivants doivent ĂȘtre suivis :
  1° le membre du personnel est toujours dĂ©signĂ© ou affectĂ© auprĂšs de l'Ă©tablissement oĂč l'emploi est organisĂ© rĂ©glementairement;
  2° la distance par la voie publique entre l'Ă©cole d'affectation et l'Ă©cole oĂč le membre du personnel est occupĂ© ne peut jamais dĂ©passer 25 km. Cette disposition ne s'applique pas si le membre du personnel accepte d'ĂȘtre occupĂ© Ă une plus grande distance;
  3° il faut toujours tenir compte de la position statutaire du membre du personnel fixée par le présent décret.
  § 3. Les dispositions relatives Ă l'employabilitĂ© telle que visĂ©e aux § § 1er et 2, sont, sans prĂ©judice des articles 20 et 45, reprises dans la convention ou l'arrĂȘtĂ© Ă©tablissant la dĂ©signation, ainsi que dans la description de fonction telle que visĂ©e au chapitre Vbis.".
Art. 5. In titel II, hoofdstuk III, van hetzelfde decreet wordt een afdeling 6, die bestaat uit artikel 36novies, toegevoegd, die luidt als volgt :
  "Afdeling 6. Scholengemeenschappen in het secundair onderwijs
  Art. 36novies. § 1. Zonder afbreuk te doen aan de principes dat een personeelslid wordt aangesteld of geaffecteerd aan een instelling, kunnen :
  1° onverminderd punt 3°, de leden van het bestuurspersoneel van de scholen die de scholengemeenschap vormen, voor de vervulling van opdrachten voor de totaliteit van de scholengemeenschap worden ingezet;
  2° onverminderd punt 3°, de leden van het ondersteunend personeel van de scholen die de scholengemeenschap vormen mits hun instemming, voor de vervulling van opdrachten voor en in andere scholen van de scholengemeenschap of voor de totaliteit van de scholengemeenschap worden ingezet;
  3° de personeelsleden, die worden aangesteld in een functie of een betrekking die wordt ingericht ter ondersteuning van de werking van de scholengemeenschap volgens artikel 30, § 2, van de Codex Secundair Onderwijs, worden ingezet voor de vervulling van opdrachten voor en in andere scholen van de scholengemeenschap of voor de vervulling van opdrachten voor de totaliteit van de scholengemeenschap.
  § 2. Bij de toepassing van § 1, 2° en 3°, moeten minstens volgende principes worden gehanteerd :
  1° het personeelslid wordt steeds aangesteld of geaffecteerd aan de instelling waar de betrekking reglementair wordt ingericht;
  2° de afstand over de openbare weg tussen de school van aanstelling of affectatie en de school waar het personeelslid wordt ingezet mag nooit meer dan 25 km bedragen. Dit geldt niet als het personeelslid instemt om over een grotere afstand ingezet te worden;
  3° er moet steeds rekening worden gehouden met de volgens dit decreet bepaalde statutaire toestand van het personeelslid.
  § 3. De bepalingen inzake inzetbaarheid zoals bedoeld in paragraaf 1 en 2, worden, onverminderd artikel 20 en 45, opgenomen in de overeenkomst of het besluit waarin de aanstelling wordt vastgesteld, evenals in de functiebeschrijving als vermeld in hoofdstuk Vbis.".
  "Afdeling 6. Scholengemeenschappen in het secundair onderwijs
  Art. 36novies. § 1. Zonder afbreuk te doen aan de principes dat een personeelslid wordt aangesteld of geaffecteerd aan een instelling, kunnen :
  1° onverminderd punt 3°, de leden van het bestuurspersoneel van de scholen die de scholengemeenschap vormen, voor de vervulling van opdrachten voor de totaliteit van de scholengemeenschap worden ingezet;
  2° onverminderd punt 3°, de leden van het ondersteunend personeel van de scholen die de scholengemeenschap vormen mits hun instemming, voor de vervulling van opdrachten voor en in andere scholen van de scholengemeenschap of voor de totaliteit van de scholengemeenschap worden ingezet;
  3° de personeelsleden, die worden aangesteld in een functie of een betrekking die wordt ingericht ter ondersteuning van de werking van de scholengemeenschap volgens artikel 30, § 2, van de Codex Secundair Onderwijs, worden ingezet voor de vervulling van opdrachten voor en in andere scholen van de scholengemeenschap of voor de vervulling van opdrachten voor de totaliteit van de scholengemeenschap.
  § 2. Bij de toepassing van § 1, 2° en 3°, moeten minstens volgende principes worden gehanteerd :
  1° het personeelslid wordt steeds aangesteld of geaffecteerd aan de instelling waar de betrekking reglementair wordt ingericht;
  2° de afstand over de openbare weg tussen de school van aanstelling of affectatie en de school waar het personeelslid wordt ingezet mag nooit meer dan 25 km bedragen. Dit geldt niet als het personeelslid instemt om over een grotere afstand ingezet te worden;
  3° er moet steeds rekening worden gehouden met de volgens dit decreet bepaalde statutaire toestand van het personeelslid.
  § 3. De bepalingen inzake inzetbaarheid zoals bedoeld in paragraaf 1 en 2, worden, onverminderd artikel 20 en 45, opgenomen in de overeenkomst of het besluit waarin de aanstelling wordt vastgesteld, evenals in de functiebeschrijving als vermeld in hoofdstuk Vbis.".
Art. 5. Dans le titre II, chapitre III, du mĂȘme dĂ©cret est insĂ©rĂ©e une section 6, comprenant l'article 36novies, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Section 6. Centres d'enseignement dans l'enseignement secondaire
  Art. 36novies. § 1er. Sans porter préjudice aux principes qu'un membre du personnel est affecté ou désigné à un établissement :
  1° sans prĂ©judice du point 3°, les membres du personnel directeur des Ă©coles constituant le centre d'enseignement peuvent ĂȘtre affectĂ©s Ă des charges pour la totalitĂ© du centre d'enseignement;
  2° sans prĂ©judice du point 3°, les membres du personnel d'appui des Ă©coles constituant le centre d'enseignement, peuvent ĂȘtre affectĂ©s, moyennant leur consentement, Ă des charges pour et auprĂšs d'autres Ă©coles du centre d'enseignement ou pour la totalitĂ© du centre d'enseignement;
  3° les membres du personnel désignés dans une fonction ou un emploi organisé(e) à l'appui du fonctionnement du centre d'enseignement en vertu de l'article 30, § 2, du Codex de l'Enseignement secondaire, sont affectés à des charges pour et auprÚs d'autres écoles du centre d'enseignement ou pour la totalité du centre d'enseignement.
  § 2. Lors de l'application du § 1er, 2° et 3°, au moins les principes suivants doivent ĂȘtre suivis :
  1° le membre du personnel est toujours dĂ©signĂ© ou affectĂ© auprĂšs de l'Ă©tablissement oĂč l'emploi est organisĂ© rĂ©glementairement;
  2° la distance par la voie publique entre l'Ă©cole d'affectation et l'Ă©cole oĂč le membre du personnel est occupĂ© ne peut jamais dĂ©passer 25 km. Cette disposition ne s'applique pas si le membre du personnel accepte d'ĂȘtre occupĂ© Ă une plus grande distance;
  3° il faut toujours tenir compte de la position statutaire du membre du personnel fixée par le présent décret.
  § 3. Les dispositions relatives Ă l'employabilitĂ© telle que visĂ©e aux §§ 1er et 2, sont, sans prĂ©judice des articles 20 et 45, reprises dans la convention ou l'arrĂȘtĂ© Ă©tablissant la dĂ©signation, ainsi que dans la description de fonction telle que visĂ©e au chapitre Vbis.".
  " Section 6. Centres d'enseignement dans l'enseignement secondaire
  Art. 36novies. § 1er. Sans porter préjudice aux principes qu'un membre du personnel est affecté ou désigné à un établissement :
  1° sans prĂ©judice du point 3°, les membres du personnel directeur des Ă©coles constituant le centre d'enseignement peuvent ĂȘtre affectĂ©s Ă des charges pour la totalitĂ© du centre d'enseignement;
  2° sans prĂ©judice du point 3°, les membres du personnel d'appui des Ă©coles constituant le centre d'enseignement, peuvent ĂȘtre affectĂ©s, moyennant leur consentement, Ă des charges pour et auprĂšs d'autres Ă©coles du centre d'enseignement ou pour la totalitĂ© du centre d'enseignement;
  3° les membres du personnel désignés dans une fonction ou un emploi organisé(e) à l'appui du fonctionnement du centre d'enseignement en vertu de l'article 30, § 2, du Codex de l'Enseignement secondaire, sont affectés à des charges pour et auprÚs d'autres écoles du centre d'enseignement ou pour la totalité du centre d'enseignement.
  § 2. Lors de l'application du § 1er, 2° et 3°, au moins les principes suivants doivent ĂȘtre suivis :
  1° le membre du personnel est toujours dĂ©signĂ© ou affectĂ© auprĂšs de l'Ă©tablissement oĂč l'emploi est organisĂ© rĂ©glementairement;
  2° la distance par la voie publique entre l'Ă©cole d'affectation et l'Ă©cole oĂč le membre du personnel est occupĂ© ne peut jamais dĂ©passer 25 km. Cette disposition ne s'applique pas si le membre du personnel accepte d'ĂȘtre occupĂ© Ă une plus grande distance;
  3° il faut toujours tenir compte de la position statutaire du membre du personnel fixée par le présent décret.
  § 3. Les dispositions relatives Ă l'employabilitĂ© telle que visĂ©e aux §§ 1er et 2, sont, sans prĂ©judice des articles 20 et 45, reprises dans la convention ou l'arrĂȘtĂ© Ă©tablissant la dĂ©signation, ainsi que dans la description de fonction telle que visĂ©e au chapitre Vbis.".
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997
CHAPITRE 4. - Modification au décret du 25 février 1997
Art. 6. In artikel 3 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 worden in punt 8°, gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2010, de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het woord ", § 2,"wordt vervangen door de woorden ", § 4, of respectievelijk op 1 februari van het schooljaar voorafgaand aan de start van de driejaarlijkse periode voor scholengemeenschappen, vermeld in artikel 125quinquies, § 2,";
  2° het woord "periodes" wordt vervangen door het woord "periode".
  1° het woord ", § 2,"wordt vervangen door de woorden ", § 4, of respectievelijk op 1 februari van het schooljaar voorafgaand aan de start van de driejaarlijkse periode voor scholengemeenschappen, vermeld in artikel 125quinquies, § 2,";
  2° het woord "periodes" wordt vervangen door het woord "periode".
Art. 6. A l'article 3 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, les modifications suivantes sont apportées au point 8°, modifié par le décret du 9 juillet 2010 :
  1° le mot " § 2" est remplacé par les mots " § 4, ou respectivement au 1er février de l'année scolaire précédant le début de la période triennale pour les centres d'enseignement visée à l'article 125quinquies, § 2, ";
  2° le mot "périodes" est remplacé par le mot "période".
  1° le mot " § 2" est remplacé par les mots " § 4, ou respectivement au 1er février de l'année scolaire précédant le début de la période triennale pour les centres d'enseignement visée à l'article 125quinquies, § 2, ";
  2° le mot "périodes" est remplacé par le mot "période".
Art. 7. Artikel 125quinquies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 10 juli 2003 en gewijzigd bij de decreten van 15 juli 2005, 22 juni 2007 en 4 juli 2008, wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 125quinquies. § 1. Een scholengemeenschap wordt opgericht :
  1° bij beslissing als de scholengemeenschap wordt gevormd door scholen van hetzelfde schoolbestuur;
  2° bij overeenkomst als de scholengemeenschap wordt gevormd door scholen van verschillende schoolbesturen.
  De beslissing of de overeenkomst regelt de organisatie en de werking van de scholengemeenschap.
  § 2. De beslissing of overeenkomst die in werking treedt op 1 september 2011, geldt voor een periode van drie schooljaren. De beslissing of overeenkomst die in werking treedt op 1 september 2012, geldt voor een periode van twee schooljaren. De beslissing of overeenkomst die in werking treedt op 1 september 2013, geldt voor één schooljaar.
  § 3. Tijdens de periode, vermeld in paragraaf 2, kan de beslissing of overeenkomst inzake de vorming van een scholengemeenschap evenwel worden gewijzigd, zodat een school alsnog tot de scholengemeenschap kan toetreden of uit de scholengemeenschap kan stappen.
  Een school kan uit de scholengemeenschap stappen in een van de volgende gevallen :
  1° de scholengemeenschap telt minder dan negenhonderd gewogen regelmatige leerlingen
  op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar;
  2° een school wordt overgenomen door een schoolbestuur van een andere groep als vermeld in artikel 3, 21°, op voorwaarde dat alle schoolbesturen die behoren tot de scholengemeenschap, ermee instemmen dat de school uit de scholengemeenschap stapt.
  Wijzigingen van een beslissing of overeenkomst treden in werking op 1 september na de datum waarop de wijziging tot stand is gekomen.
  § 4. Vanaf 1 september 2014 treedt de beslissing of overeenkomst in werking op 1 september en geldt ze telkens voor een periode van zes schooljaren.
  Elke volgende periode van zes schooljaren start zes jaar of een veelvoud van zes jaar na 1 september 2014.
  De beslissing of overeenkomst wordt telkens van rechtswege voor dezelfde periode verlengd als voldaan is aan al de volgende voorwaarden :
  1° de scholengemeenschap beantwoordt nog aan de criteria voor het vormen van scholengemeenschappen;
  2° er is geen beslissing of overeenkomst om de scholengemeenschap niet te verlengen of te wijzigen;
  3° de samenstelling van de scholengemeenschap blijft ongewijzigd;
  4° geen enkel schoolbestuur meldt voor 1 mei voorafgaand aan de start van een periode van zes schooljaren aan de andere schoolbesturen dat ze de beslissing of overeenkomst niet wil verlengen.
  § 5. In afwijking van paragraaf 4 eindigen de overeenkomsten of beslissingen die in werking treden in de loop van de zesjaarlijkse periode, vermeld in paragraaf 4, op het einde van de zes schooljaren in kwestie.
  De beslissing of overeenkomst wordt telkens van rechtswege voor een zesjaarlijkse periode verlengd als voldaan is aan al de volgende voorwaarden :
  1° de scholengemeenschap beantwoordt nog aan de criteria voor het vormen van scholengemeenschappen;
  2° er is geen beslissing of overeenkomst om de scholengemeenschap niet te verlengen of te wijzigen;
  3° de samenstelling van de scholengemeenschap blijft ongewijzigd;
  4° geen enkel schoolbestuur meldt voor 1 mei voorafgaand aan de start van een periode van zes schooljaren aan de andere schoolbesturen dat ze de beslissing of overeenkomst niet wil verlengen.
  § 6. Tijdens de voormelde periode van zes schooljaren kan de beslissing of overeenkomst inzake de vorming van een scholengemeenschap evenwel worden gewijzigd, zodat een school alsnog tot de scholengemeenschap kan toetreden of uit de scholengemeenschap kan stappen.
  Een school kan uit de scholengemeenschap stappen in een van de volgende gevallen :
  1° de scholengemeenschap telt minder dan negenhonderd gewogen regelmatige leerlingen op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar;
  2° een school wordt overgenomen door een schoolbestuur van een andere groep als vermeld in artikel 3, 21°, op voorwaarde dat alle schoolbesturen die behoren tot de scholengemeenschap, ermee instemmen dat de school uit de scholengemeenschap stapt.
  Wijzigingen van een beslissing of overeenkomst treden in werking op 1 september na de datum waarop de wijziging tot stand is gekomen.
  § 7. De beslissing of overeenkomst wordt voor 15 juni voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding bezorgd aan Agodi.".
  "Art. 125quinquies. § 1. Een scholengemeenschap wordt opgericht :
  1° bij beslissing als de scholengemeenschap wordt gevormd door scholen van hetzelfde schoolbestuur;
  2° bij overeenkomst als de scholengemeenschap wordt gevormd door scholen van verschillende schoolbesturen.
  De beslissing of de overeenkomst regelt de organisatie en de werking van de scholengemeenschap.
  § 2. De beslissing of overeenkomst die in werking treedt op 1 september 2011, geldt voor een periode van drie schooljaren. De beslissing of overeenkomst die in werking treedt op 1 september 2012, geldt voor een periode van twee schooljaren. De beslissing of overeenkomst die in werking treedt op 1 september 2013, geldt voor één schooljaar.
  § 3. Tijdens de periode, vermeld in paragraaf 2, kan de beslissing of overeenkomst inzake de vorming van een scholengemeenschap evenwel worden gewijzigd, zodat een school alsnog tot de scholengemeenschap kan toetreden of uit de scholengemeenschap kan stappen.
  Een school kan uit de scholengemeenschap stappen in een van de volgende gevallen :
  1° de scholengemeenschap telt minder dan negenhonderd gewogen regelmatige leerlingen
  op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar;
  2° een school wordt overgenomen door een schoolbestuur van een andere groep als vermeld in artikel 3, 21°, op voorwaarde dat alle schoolbesturen die behoren tot de scholengemeenschap, ermee instemmen dat de school uit de scholengemeenschap stapt.
  Wijzigingen van een beslissing of overeenkomst treden in werking op 1 september na de datum waarop de wijziging tot stand is gekomen.
  § 4. Vanaf 1 september 2014 treedt de beslissing of overeenkomst in werking op 1 september en geldt ze telkens voor een periode van zes schooljaren.
  Elke volgende periode van zes schooljaren start zes jaar of een veelvoud van zes jaar na 1 september 2014.
  De beslissing of overeenkomst wordt telkens van rechtswege voor dezelfde periode verlengd als voldaan is aan al de volgende voorwaarden :
  1° de scholengemeenschap beantwoordt nog aan de criteria voor het vormen van scholengemeenschappen;
  2° er is geen beslissing of overeenkomst om de scholengemeenschap niet te verlengen of te wijzigen;
  3° de samenstelling van de scholengemeenschap blijft ongewijzigd;
  4° geen enkel schoolbestuur meldt voor 1 mei voorafgaand aan de start van een periode van zes schooljaren aan de andere schoolbesturen dat ze de beslissing of overeenkomst niet wil verlengen.
  § 5. In afwijking van paragraaf 4 eindigen de overeenkomsten of beslissingen die in werking treden in de loop van de zesjaarlijkse periode, vermeld in paragraaf 4, op het einde van de zes schooljaren in kwestie.
  De beslissing of overeenkomst wordt telkens van rechtswege voor een zesjaarlijkse periode verlengd als voldaan is aan al de volgende voorwaarden :
  1° de scholengemeenschap beantwoordt nog aan de criteria voor het vormen van scholengemeenschappen;
  2° er is geen beslissing of overeenkomst om de scholengemeenschap niet te verlengen of te wijzigen;
  3° de samenstelling van de scholengemeenschap blijft ongewijzigd;
  4° geen enkel schoolbestuur meldt voor 1 mei voorafgaand aan de start van een periode van zes schooljaren aan de andere schoolbesturen dat ze de beslissing of overeenkomst niet wil verlengen.
  § 6. Tijdens de voormelde periode van zes schooljaren kan de beslissing of overeenkomst inzake de vorming van een scholengemeenschap evenwel worden gewijzigd, zodat een school alsnog tot de scholengemeenschap kan toetreden of uit de scholengemeenschap kan stappen.
  Een school kan uit de scholengemeenschap stappen in een van de volgende gevallen :
  1° de scholengemeenschap telt minder dan negenhonderd gewogen regelmatige leerlingen op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar;
  2° een school wordt overgenomen door een schoolbestuur van een andere groep als vermeld in artikel 3, 21°, op voorwaarde dat alle schoolbesturen die behoren tot de scholengemeenschap, ermee instemmen dat de school uit de scholengemeenschap stapt.
  Wijzigingen van een beslissing of overeenkomst treden in werking op 1 september na de datum waarop de wijziging tot stand is gekomen.
  § 7. De beslissing of overeenkomst wordt voor 15 juni voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding bezorgd aan Agodi.".
Art. 7. L'article 125quinquies du mĂȘme dĂ©cret, insĂ©rĂ© par le dĂ©cret du 10 juillet 2003 et modifiĂ© par les dĂ©crets des 15 juillet 2005, 22 juin 2007 et 4 juillet 2008, est remplacĂ© par ce qui suit :
  "Art. 125quinquies. § 1er. Un centre d'enseignement est créé :
  1° par voie de dĂ©cision, si le centre d'enseignement est formĂ© par des Ă©coles de la mĂȘme autoritĂ© scolaire;
  2° par voie de décision, si le centre d'enseignement est formé par des écoles de différentes autorités scolaires.
  La décision ou la convention rÚgle l'organisation et le fonctionnement du centre d'enseignement.
  § 2. La décision ou convention qui entre en vigueur le 1er septembre 2011 porte sur une période de trois années scolaires. La décision ou convention qui entre en vigueur le 1er septembre 2012 porte sur une période de deux années scolaires. La décision ou convention qui entre en vigueur le 1er septembre 2013 porte sur une période d'une année scolaire.
  § 3. Au cours de la pĂ©riode citĂ©e au § 2, la dĂ©cision ou convention relative Ă la constitution d'un centre d'enseignement peut toutefois ĂȘtre modifiĂ©e, dans ce sens qu'une Ă©cole peut encore adhĂ©rer au centre d'enseignement ou le quitter.
  Une école peut quitter un centre d'enseignement dans un des cas suivants :
  1° le centre d'enseignement compte moins de neuf cents élÚves réguliers pondérés au premier jour de classe de février de l'année scolaire précédente;
  2° une école est reprise par une autorité scolaire d'un autre groupe tel que visé à l'article 3, 21°, à condition que toutes les autorités scolaires appartenant au centre d'enseignement soient d'accord à ce que l'école quitte le centre d'enseignement.
  Toute modification apportée à une décision ou convention entre en vigueur le 1er septembre suivant la date de la modification.
  § 4. A partir du 1er septembre 2014, la décision ou convention entre en vigueur le 1er septembre et porte chaque fois sur une période de six années scolaires.
  Chaque période suivante de six années scolaires commence six ans ou un multiple de six ans aprÚs le 1er septembre 2014.
  La dĂ©cision ou convention est chaque fois prolongĂ©e d'office pour la mĂȘme pĂ©riode, si les conditions suivantes sont remplies :
  1° le centre d'enseignement remplit encore les critÚres fixés pour la constitution de centres d'enseignement;
  2° il n'y a pas de décision ou de convention pour prolonger ou modifier le centre d'enseignement;
  3° la composition du centre d'enseignement reste inchangée;
  4° aucune autorité scolaire ne communique, avant 1er mai précédant le début d'une période de six années scolaires, aux autres autorités scolaires qu'elle ne souhaite pas prolonger la décision ou convention.
  § 5. Par dérogation au paragraphe 4, les conventions ou décisions entrant en vigueur dans le courant de la période de six années visée au § 4, prennent fin à l'issue des six années scolaires en question.
  La décision ou convention est renouvelée chaque fois d'office pour une période de six années, s'il est satisfait aux conditions suivantes :
  1° le centre d'enseignement remplit encore les critÚres fixés pour la constitution de centres d'enseignement;
  2° il n'y a pas de décision ou de convention pour prolonger ou modifier le centre d'enseignement;
  3° la composition du centre d'enseignement reste inchangée;
  4° aucune autorité scolaire ne communique, avant le 1er mai précédant le début d'une période de six années scolaires, aux autres autorités scolaires qu'elle ne souhaite pas prolonger la décision ou convention.
  § 6. Au cours de la pĂ©riode prĂ©citĂ©e de six annĂ©es scolaires, la dĂ©cision ou convention relative Ă la constitution d'un centre d'enseignement peut toutefois ĂȘtre modifiĂ©e, dans ce sens qu'une Ă©cole peut encore adhĂ©rer au centre d'enseignement ou le quitter.
  Une école peut quitter un centre d'enseignement dans un des cas suivants :
  1° le centre d'enseignement compte moins de neuf cents élÚves réguliers pondérés au premier jour de classe de février de l'année scolaire précédente;
  2° une école est reprise par une autorité scolaire d'un autre groupe tel que visé à l'article 3, 21°, à condition que toutes les autorités scolaires appartenant au centre d'enseignement soient d'accord à ce que l'école quitte le centre d'enseignement.
  Toute modification apportée à une décision ou convention entre en vigueur le 1er septembre suivant la date de la modification.
  § 7. La décision ou convention est remise à Agodi avant le 15 juin précédant la date d'entrée en vigueur.".
  "Art. 125quinquies. § 1er. Un centre d'enseignement est créé :
  1° par voie de dĂ©cision, si le centre d'enseignement est formĂ© par des Ă©coles de la mĂȘme autoritĂ© scolaire;
  2° par voie de décision, si le centre d'enseignement est formé par des écoles de différentes autorités scolaires.
  La décision ou la convention rÚgle l'organisation et le fonctionnement du centre d'enseignement.
  § 2. La décision ou convention qui entre en vigueur le 1er septembre 2011 porte sur une période de trois années scolaires. La décision ou convention qui entre en vigueur le 1er septembre 2012 porte sur une période de deux années scolaires. La décision ou convention qui entre en vigueur le 1er septembre 2013 porte sur une période d'une année scolaire.
  § 3. Au cours de la pĂ©riode citĂ©e au § 2, la dĂ©cision ou convention relative Ă la constitution d'un centre d'enseignement peut toutefois ĂȘtre modifiĂ©e, dans ce sens qu'une Ă©cole peut encore adhĂ©rer au centre d'enseignement ou le quitter.
  Une école peut quitter un centre d'enseignement dans un des cas suivants :
  1° le centre d'enseignement compte moins de neuf cents élÚves réguliers pondérés au premier jour de classe de février de l'année scolaire précédente;
  2° une école est reprise par une autorité scolaire d'un autre groupe tel que visé à l'article 3, 21°, à condition que toutes les autorités scolaires appartenant au centre d'enseignement soient d'accord à ce que l'école quitte le centre d'enseignement.
  Toute modification apportée à une décision ou convention entre en vigueur le 1er septembre suivant la date de la modification.
  § 4. A partir du 1er septembre 2014, la décision ou convention entre en vigueur le 1er septembre et porte chaque fois sur une période de six années scolaires.
  Chaque période suivante de six années scolaires commence six ans ou un multiple de six ans aprÚs le 1er septembre 2014.
  La dĂ©cision ou convention est chaque fois prolongĂ©e d'office pour la mĂȘme pĂ©riode, si les conditions suivantes sont remplies :
  1° le centre d'enseignement remplit encore les critÚres fixés pour la constitution de centres d'enseignement;
  2° il n'y a pas de décision ou de convention pour prolonger ou modifier le centre d'enseignement;
  3° la composition du centre d'enseignement reste inchangée;
  4° aucune autorité scolaire ne communique, avant 1er mai précédant le début d'une période de six années scolaires, aux autres autorités scolaires qu'elle ne souhaite pas prolonger la décision ou convention.
  § 5. Par dérogation au paragraphe 4, les conventions ou décisions entrant en vigueur dans le courant de la période de six années visée au § 4, prennent fin à l'issue des six années scolaires en question.
  La décision ou convention est renouvelée chaque fois d'office pour une période de six années, s'il est satisfait aux conditions suivantes :
  1° le centre d'enseignement remplit encore les critÚres fixés pour la constitution de centres d'enseignement;
  2° il n'y a pas de décision ou de convention pour prolonger ou modifier le centre d'enseignement;
  3° la composition du centre d'enseignement reste inchangée;
  4° aucune autorité scolaire ne communique, avant le 1er mai précédant le début d'une période de six années scolaires, aux autres autorités scolaires qu'elle ne souhaite pas prolonger la décision ou convention.
  § 6. Au cours de la pĂ©riode prĂ©citĂ©e de six annĂ©es scolaires, la dĂ©cision ou convention relative Ă la constitution d'un centre d'enseignement peut toutefois ĂȘtre modifiĂ©e, dans ce sens qu'une Ă©cole peut encore adhĂ©rer au centre d'enseignement ou le quitter.
  Une école peut quitter un centre d'enseignement dans un des cas suivants :
  1° le centre d'enseignement compte moins de neuf cents élÚves réguliers pondérés au premier jour de classe de février de l'année scolaire précédente;
  2° une école est reprise par une autorité scolaire d'un autre groupe tel que visé à l'article 3, 21°, à condition que toutes les autorités scolaires appartenant au centre d'enseignement soient d'accord à ce que l'école quitte le centre d'enseignement.
  Toute modification apportée à une décision ou convention entre en vigueur le 1er septembre suivant la date de la modification.
  § 7. La décision ou convention est remise à Agodi avant le 15 juin précédant la date d'entrée en vigueur.".
Art. 8. In artikel 125septies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 10 juli 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° er wordt een paragraaf 3bis ingevoegd, die luidt als volgt :
  " § 3bis. In afwijking van paragraaf 3 geldt de telling om te voldoen aan de norm van de scholengemeenschap voor overeenkomsten of beslissingen die in werking treden op 1 september 2011, voor een periode van drie schooljaren.";
  2° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 4. In afwijking van paragraaf 3 geldt de telling om te voldoen aan de norm van de scholengemeenschap voor overeenkomsten of beslissingen die in werking treden op 1 september 2012 of 1 september 2013, als vermeld in artikel 125quinquies, § 2, tot en met 31 augustus 2014.";
  3° in paragraaf 5 worden de woorden "§ 2, tweede lid," vervangen door de woorden "§ 4".
  1° er wordt een paragraaf 3bis ingevoegd, die luidt als volgt :
  " § 3bis. In afwijking van paragraaf 3 geldt de telling om te voldoen aan de norm van de scholengemeenschap voor overeenkomsten of beslissingen die in werking treden op 1 september 2011, voor een periode van drie schooljaren.";
  2° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 4. In afwijking van paragraaf 3 geldt de telling om te voldoen aan de norm van de scholengemeenschap voor overeenkomsten of beslissingen die in werking treden op 1 september 2012 of 1 september 2013, als vermeld in artikel 125quinquies, § 2, tot en met 31 augustus 2014.";
  3° in paragraaf 5 worden de woorden "§ 2, tweede lid," vervangen door de woorden "§ 4".
Art. 8. A l'article 125septies du mĂȘme dĂ©cret, insĂ©rĂ© par le dĂ©cret du 10 juillet 2003, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° il est ajouté un § 3bis, rédigé comme suit :
  " § 3bis. Par dérogation au § 3, pour ce qui concerne les conventions ou décisions entrant en vigueur le 1er septembre 2011, le comptage effectué pour remplir la norme du centre d'enseignement est valable pour une période de trois années scolaires.";
  2° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
  " § 4. Par dérogation au § 3, pour ce qui concerne les conventions ou décisions entrant en vigueur le 1er septembre 2012 ou le 1er septembre 2013, telles que visées à l'article 125quinquies, § 2, le comptage effectué pour remplir la norme du centre d'enseignement est valable jusqu'au 31 août 2014 inclus.";
  3° au paragraphe 5, les mots " § 2, deuxiÚme alinéa" sont remplacés par les mots " § 4".
  1° il est ajouté un § 3bis, rédigé comme suit :
  " § 3bis. Par dérogation au § 3, pour ce qui concerne les conventions ou décisions entrant en vigueur le 1er septembre 2011, le comptage effectué pour remplir la norme du centre d'enseignement est valable pour une période de trois années scolaires.";
  2° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
  " § 4. Par dérogation au § 3, pour ce qui concerne les conventions ou décisions entrant en vigueur le 1er septembre 2012 ou le 1er septembre 2013, telles que visées à l'article 125quinquies, § 2, le comptage effectué pour remplir la norme du centre d'enseignement est valable jusqu'au 31 août 2014 inclus.";
  3° au paragraphe 5, les mots " § 2, deuxiÚme alinéa" sont remplacés par les mots " § 4".
Art. 9. In artikel 125novies, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 10 juli 2003 en gewijzigd bij de decreten van 15 december 2006, 22 juni 2007, 13 juli 2007 en 4 juli 2008, wordt punt 8° vervangen door wat volgt :
  "8° maakt algemene afspraken over de interne afstemming van het personeelsbeleid binnen de scholengemeenschap;".
  "8° maakt algemene afspraken over de interne afstemming van het personeelsbeleid binnen de scholengemeenschap;".
Art. 9. A l'article 125novies, § 1er, du mĂȘme dĂ©cret, insĂ©rĂ© par le dĂ©cret du 10 juillet 2003 et modifiĂ© par les dĂ©crets des 15 dĂ©cembre 2006, 22 juin 2007, 13 juillet 2007 et 4 juillet 2008, le point 8° est remplacĂ© par ce qui suit :
  "8° conclut des arrangements généraux quant à l'harmonisation interne de la gestion du personnel au sein du centre d'enseignement;".
  "8° conclut des arrangements généraux quant à l'harmonisation interne de la gestion du personnel au sein du centre d'enseignement;".
Art. 10. In artikel 125decies, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 10 juli 2003 en gewijzigd bij de decreten van 4 juli 2008, 20 maart 2009, 8 mei 2009 en 9 juli 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de aanduiding " § 1" wordt opgeheven;
  2° punt 4° wordt opgeheven;
  3° in punt 6° worden de woorden " § 4ter, 1° en 2°," vervangen door de woorden ", § 3, tweede lid, 1° en 2°, of § 6, tweede lid, 1° en 2°,".
  1° de aanduiding " § 1" wordt opgeheven;
  2° punt 4° wordt opgeheven;
  3° in punt 6° worden de woorden " § 4ter, 1° en 2°," vervangen door de woorden ", § 3, tweede lid, 1° en 2°, of § 6, tweede lid, 1° en 2°,".
Art. 10. A l'article 125decies, § 1er, du mĂȘme dĂ©cret, insĂ©rĂ© par le dĂ©cret du 10 juillet 2003 et modifiĂ© par les dĂ©crets des 4 juillet 2008, 20 mars 2009, 8 mai 2009 et 9 juillet 2010, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° l'indication " § 1er" est abrogée; 2° le point 4° est abrogé;
  3° au point 6°, les mots " § 4ter, 1° et 2°," sont remplacés par les mots ", § 3, deuxiÚme alinéa, 1° et 2°, ou § 6, deuxiÚme alinéa, 1° et 2°,".
  1° l'indication " § 1er" est abrogée; 2° le point 4° est abrogé;
  3° au point 6°, les mots " § 4ter, 1° et 2°," sont remplacés par les mots ", § 3, deuxiÚme alinéa, 1° et 2°, ou § 6, deuxiÚme alinéa, 1° et 2°,".
Art. 11. In artikel 125duodecies 1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 22 juni 2007, vervangen bij het decreet van 4 juli 2008 en gewijzigd bij het decreet van 8 mei 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, tweede lid, punt 1°, eerste zin, worden de woorden " § 4ter " vervangen door de woorden " § 3";
  2° in paragraaf 1, tweede lid, punt 1°, eerste zin, worden de woorden "2009-2010 of 2010-2011" vervangen door de woorden "2010-2011, 2011-2012, 2012-2013 of 2013-2014";
  3° in paragraaf 1, tweede lid, punt 1°, tweede zin, worden de woorden " § 4ter " vervangen door de woorden " § 3 of § 6";
  4° in paragraaf 4 worden de woorden "en 2010-2011" vervangen door de woorden ", 2010-2011, 2011-2012, 2012-2013 en 2013-2014".
  1° in paragraaf 1, tweede lid, punt 1°, eerste zin, worden de woorden " § 4ter " vervangen door de woorden " § 3";
  2° in paragraaf 1, tweede lid, punt 1°, eerste zin, worden de woorden "2009-2010 of 2010-2011" vervangen door de woorden "2010-2011, 2011-2012, 2012-2013 of 2013-2014";
  3° in paragraaf 1, tweede lid, punt 1°, tweede zin, worden de woorden " § 4ter " vervangen door de woorden " § 3 of § 6";
  4° in paragraaf 4 worden de woorden "en 2010-2011" vervangen door de woorden ", 2010-2011, 2011-2012, 2012-2013 en 2013-2014".
Art. 11. A l'article 125duodecies 1 du mĂȘme dĂ©cret, insĂ©rĂ© par le dĂ©cret du 22 juin 2007, remplacĂ© par le dĂ©cret du 4 juillet 2008 et modifiĂ© par le dĂ©cret du 8 mai 2009, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au § 1er, deuxiÚme alinéa, point 1°, premiÚre phrase, les mots "§ 4ter " sont remplacés par les mots " § 3";
  2° au § 1er, deuxiÚme alinéa, point 1°, premiÚre phrase, les mots "2009-2010 ou 2010-2011" sont remplacés par les mots "2010-2011,2011-2012, 2012-2013 ou 2013-2014";
  3° au § 1er, deuxiÚme alinéa, point 1°, deuxiÚme phrase, les mots "§ 4ter " sont remplacés par les mots " § 3 ou § 6";
  4° au § 4, les mots "et 2010-2011" sont remplacés par les mots ", 2010-2011, 2011-2012, 2012-2013 et 2013-2014".
  1° au § 1er, deuxiÚme alinéa, point 1°, premiÚre phrase, les mots "§ 4ter " sont remplacés par les mots " § 3";
  2° au § 1er, deuxiÚme alinéa, point 1°, premiÚre phrase, les mots "2009-2010 ou 2010-2011" sont remplacés par les mots "2010-2011,2011-2012, 2012-2013 ou 2013-2014";
  3° au § 1er, deuxiÚme alinéa, point 1°, deuxiÚme phrase, les mots "§ 4ter " sont remplacés par les mots " § 3 ou § 6";
  4° au § 4, les mots "et 2010-2011" sont remplacés par les mots ", 2010-2011, 2011-2012, 2012-2013 et 2013-2014".
Art. 12. In artikel 194quater, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 4 juli 2008, worden de woorden "en 2010-2011" vervangen door de woorden ", 2010-2011, 2011-2012, 2012-2013 en 2013-2014".
Art. 12. Dans l'article 194quater, § 1er, du mĂȘme dĂ©cret, insĂ©rĂ© par le dĂ©cret du 4 juillet 2008, les mots "et 2010-2011" sont remplacĂ©s par les mots ", 2010-2011, 2011-2012, 2012-2013 et 2013-2014".
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van de Codex Secundair Onderwijs
CHAPITRE 5. - Modification au Codex de l'Enseignement secondaire
Art. 13. In artikel 23 van de Codex Secundair Onderwijs wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt :
  " § 3. De bepalingen van deze titel gelden voor de schooljaren 2009-2010 tot en met 2013-2014.".
  " § 3. De bepalingen van deze titel gelden voor de schooljaren 2009-2010 tot en met 2013-2014.".
Art. 13. Dans l'article 23 du Codex de l'Enseignement secondaire, le § 2 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 3. Les dispositions du présent titre s'appliquent aux années scolaires 2009-2010 jusque 2013-2014 incluses.".
  " § 3. Les dispositions du présent titre s'appliquent aux années scolaires 2009-2010 jusque 2013-2014 incluses.".
Art. 14. In artikel 25, § 9, van dezelfde codex wordt in punt 3° de laatste zin opgeheven.
Art. 14. Dans l'article 25, § 9, du mĂȘme Codex, la derniĂšre phrase du point 3° est abrogĂ©e.
Art. 15. In artikel 29 van dezelfde codex wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt :
  " § 2. In afwijking van § 1, eerste lid, kent de scholengemeenschap tot en met het schooljaar 2013-2014 aan elke instelling voor buitengewoon secundair onderwijs die op of na 1 september 2011 voor het eerst toetreedt tot een scholengemeenschap, ten minste het aantal punten toe dat zij voor deze instelling ontvangt volgens de parameters vastgelegd in artikel 25, § 9, 3°.".
  " § 2. In afwijking van § 1, eerste lid, kent de scholengemeenschap tot en met het schooljaar 2013-2014 aan elke instelling voor buitengewoon secundair onderwijs die op of na 1 september 2011 voor het eerst toetreedt tot een scholengemeenschap, ten minste het aantal punten toe dat zij voor deze instelling ontvangt volgens de parameters vastgelegd in artikel 25, § 9, 3°.".
Art. 15. Dans l'article 29 du mĂȘme Codex, le paragraphe 2 est remplacĂ© par la disposition suivante :
  " § 2. Par dérogation au § 1er, alinéa premier, le centre d'enseignement accorde, jusque l'année scolaire 2013-2014 incluse, à chaque établissement d'enseignement secondaire spécial adhérant, le 1er septembre 2011 ou plus tard, pour la premiÚre fois à un centre d'enseignement, le nombre de points qu'il reçoit pour cet établissement suivant les paramÚtres fixés à l'article 25, § 9, 3°.".
  " § 2. Par dérogation au § 1er, alinéa premier, le centre d'enseignement accorde, jusque l'année scolaire 2013-2014 incluse, à chaque établissement d'enseignement secondaire spécial adhérant, le 1er septembre 2011 ou plus tard, pour la premiÚre fois à un centre d'enseignement, le nombre de points qu'il reçoit pour cet établissement suivant les paramÚtres fixés à l'article 25, § 9, 3°.".
Art. 16. In artikel 30 van dezelfde codex worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, eerste zin, worden de woorden "artikel 29, § 1" vervangen door de woorden "artikel 29";
  2° in paragraaf 3 worden de woorden "artikel 29, § 1," vervangen door de woorden "artikel 29".
  1° in paragraaf 1, eerste zin, worden de woorden "artikel 29, § 1" vervangen door de woorden "artikel 29";
  2° in paragraaf 3 worden de woorden "artikel 29, § 1," vervangen door de woorden "artikel 29".
Art. 16. A l'article 30 du mĂȘme Codex sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° dans le § 1er, premiÚre phrase, les mots "l'article 29, § 1er," sont remplacés par les mots "l'article 29";
  2° dans le § 3, les mots "l'article 29, § 1er," sont remplacés par les mots "l'article 29".
  1° dans le § 1er, premiÚre phrase, les mots "l'article 29, § 1er," sont remplacés par les mots "l'article 29";
  2° dans le § 3, les mots "l'article 29, § 1er," sont remplacés par les mots "l'article 29".
Art. 17. In artikel 51 van dezelfde codex worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het tweede lid worden de woorden "zo spoedig mogelijk" vervangen door de woorden "uiterlijk 31 maart van het schooljaar";
  2° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "In afwijking van het tweede lid wordt de vorming van de scholengemeenschappen per 1 september 2011 uitzonderlijk beperkt tot een periode van drie schooljaren.";
  3° in het bestaande derde lid, dat het vierde lid wordt, worden de woorden "van zes schooljaren" opgeheven.
  1° in het tweede lid worden de woorden "zo spoedig mogelijk" vervangen door de woorden "uiterlijk 31 maart van het schooljaar";
  2° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "In afwijking van het tweede lid wordt de vorming van de scholengemeenschappen per 1 september 2011 uitzonderlijk beperkt tot een periode van drie schooljaren.";
  3° in het bestaande derde lid, dat het vierde lid wordt, worden de woorden "van zes schooljaren" opgeheven.
Art. 17. A l'article 51 du mĂȘme Codex sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° à l'alinéa deux, les mots "le plus tÎt possible" est remplacé par les mots "au plus tard le 31 mars de l'année scolaire";
  2° entre les alinéas deux et trois, il est inséré un alinéa, rédigé comme suit :
  "Par dérogation à l'alinéa deux, la formation des centres d'enseignement le 1er septembre 2011 est limitée à une période de trois années scolaires.";
  3° à l'alinéa trois existant, qui devient l'alinéa quatre, les mots "de six années scolaires" sont abrogés.
  1° à l'alinéa deux, les mots "le plus tÎt possible" est remplacé par les mots "au plus tard le 31 mars de l'année scolaire";
  2° entre les alinéas deux et trois, il est inséré un alinéa, rédigé comme suit :
  "Par dérogation à l'alinéa deux, la formation des centres d'enseignement le 1er septembre 2011 est limitée à une période de trois années scolaires.";
  3° à l'alinéa trois existant, qui devient l'alinéa quatre, les mots "de six années scolaires" sont abrogés.
Art. 18. In artikel 57 van dezelfde codex worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in punt 2° worden de woorden "tot 31 augustus 2012" telkens vervangen door de woorden "tot en met 31 augustus 2014";
  2° punt 10° wordt opgeheven.
  1° in punt 2° worden de woorden "tot 31 augustus 2012" telkens vervangen door de woorden "tot en met 31 augustus 2014";
  2° punt 10° wordt opgeheven.
Art. 18. A l'article 57 du mĂȘme Codex sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° au point 2°, les mots "jusqu'au 31 août 2012" sont remplacés chaque fois par les mots "jusqu'au 31 août 2014";
  2° le point 10° est abrogé.
  1° au point 2°, les mots "jusqu'au 31 août 2012" sont remplacés chaque fois par les mots "jusqu'au 31 août 2014";
  2° le point 10° est abrogé.
Art. 19. Artikel 63 van dezelfde codex wordt opgeheven.
Art. 19. L'article 63 du mĂȘme Code est abrogĂ©.
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van het decreet van 1 december 1998 betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding
CHAPITRE 6. - Modification du décret du 1er décembre 1998 relatif aux centres d'encadrement des élÚves
Art. 20. In artikel 38 van het decreet van 1 december 1998 betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding, gewijzigd bij de decreten van 18 mei 1999, 14 februari 2003 en 8 mei 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 1 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 1. De school en het centrum stellen op 1 september 2012 een gezamenlijk beleidsplan op als ze tot hetzelfde bestuur behoren of een gezamenlijk beleidscontract in het andere geval, dat de samenwerking regelt voor een duur van twee jaar.
  In afwijking van het eerste lid stellen de school en het centrum met ingang van 1 september 2014 om de zes jaar een gezamenlijk beleidsplan op als ze tot hetzelfde bestuur behoren of een gezamenlijk beleidscontract in het andere geval, dat de samenwerking regelt voor een duur van zes jaar.
  Uiterlijk op 31 maart voorafgaand aan het schooljaar waarop het beleidsplan of beleidscontract ingaat, deelt elk centrum aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Regering mee met welke scholen het een beleidsplan of beleidscontract zal afsluiten of heeft afgesloten.";
  2° er wordt een § 1/1 ingevoegd, die luidt als volgt :
  " § 1/1. De looptijd van het beleidsplan of beleidscontract dat gesloten wordt tussen enerzijds een school die na de start van de periodes van beleidsplannen en beleidscontracten, vermeld in § 1, opgenomen wil worden in de erkenning en anderzijds een CLB, is beperkt tot het einde van de duur van het beleidsplan of beleidscontract, vermeld in § 1.";
  3° in § 3 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) het tweede lid wordt vervangen door wat volgt :
  "Het beleidscontract of beleidsplan met het nieuwe centrum is beperkt tot het einde van de duur van het beleidsplan of beleidscontract, vermeld in § 1.";
  b) er wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "Indien de duur van de beleidsplannen en beleidscontracten, vermeld in het tweede lid of in § 1/1, minstens drie jaar bedraagt, worden de beleidsplannen en beleidscontracten uiterlijk op 31 maart voorafgaand aan de eerstvolgende periode waarvoor de omkadering, vermeld in artikel 67, zal worden vastgesteld, aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Regering meegedeeld.";
  4° in § 4 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
  "Indien een scholengemeenschap gevormd wordt wanneer de duur van het beleidsplan of het beleidscontract nog niet verstreken is, kunnen de centra die de scholen van de scholengemeenschap begeleiden een tijdelijk samenwerkingsverband aangaan tot het einde van de lopende periode waarvoor de omkadering werd vastgesteld, vermeld in artikel 67.".
  1° § 1 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 1. De school en het centrum stellen op 1 september 2012 een gezamenlijk beleidsplan op als ze tot hetzelfde bestuur behoren of een gezamenlijk beleidscontract in het andere geval, dat de samenwerking regelt voor een duur van twee jaar.
  In afwijking van het eerste lid stellen de school en het centrum met ingang van 1 september 2014 om de zes jaar een gezamenlijk beleidsplan op als ze tot hetzelfde bestuur behoren of een gezamenlijk beleidscontract in het andere geval, dat de samenwerking regelt voor een duur van zes jaar.
  Uiterlijk op 31 maart voorafgaand aan het schooljaar waarop het beleidsplan of beleidscontract ingaat, deelt elk centrum aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Regering mee met welke scholen het een beleidsplan of beleidscontract zal afsluiten of heeft afgesloten.";
  2° er wordt een § 1/1 ingevoegd, die luidt als volgt :
  " § 1/1. De looptijd van het beleidsplan of beleidscontract dat gesloten wordt tussen enerzijds een school die na de start van de periodes van beleidsplannen en beleidscontracten, vermeld in § 1, opgenomen wil worden in de erkenning en anderzijds een CLB, is beperkt tot het einde van de duur van het beleidsplan of beleidscontract, vermeld in § 1.";
  3° in § 3 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) het tweede lid wordt vervangen door wat volgt :
  "Het beleidscontract of beleidsplan met het nieuwe centrum is beperkt tot het einde van de duur van het beleidsplan of beleidscontract, vermeld in § 1.";
  b) er wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "Indien de duur van de beleidsplannen en beleidscontracten, vermeld in het tweede lid of in § 1/1, minstens drie jaar bedraagt, worden de beleidsplannen en beleidscontracten uiterlijk op 31 maart voorafgaand aan de eerstvolgende periode waarvoor de omkadering, vermeld in artikel 67, zal worden vastgesteld, aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Regering meegedeeld.";
  4° in § 4 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
  "Indien een scholengemeenschap gevormd wordt wanneer de duur van het beleidsplan of het beleidscontract nog niet verstreken is, kunnen de centra die de scholen van de scholengemeenschap begeleiden een tijdelijk samenwerkingsverband aangaan tot het einde van de lopende periode waarvoor de omkadering werd vastgesteld, vermeld in artikel 67.".
Art. 20. A l'article 38 du décret du 1er décembre 1998 relatif aux centres d'encadrement des élÚves, modifié par les décrets des 18 mai 1999, 14 février 2003 et 8 mai 2009, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le § 1er est remplacé par la disposition suivante :
  " § 1er. Le 1er septembre 2012, l'Ă©cole et le centre Ă©tablissent un plan de gestion commun s'ils appartiennent Ă la mĂȘme direction ou un contrat de gestion commun si ce n'est pas le cas, rĂ©glant la coopĂ©ration pour une durĂ©e de deux ans.
  Par dĂ©rogation Ă l'alinĂ©a premier, l'Ă©cole et le centre Ă©tablissent, Ă partir du 1er septembre 2014, tous les six ans, un plan de gestion commun s'ils appartiennent Ă la mĂȘme direction ou un contrat de gestion commun si ce n'est pas le cas, rĂ©glant la coopĂ©ration pour une durĂ©e de six ans.
  Au plus tard le 31 mars précédant l'année scolaire durant laquelle le plan de gestion ou le contrat de gestion entre en vigueur, chaque centre communiquera aux services compétents du Gouvernement flamand les écoles avec lesquelles un plan ou contrat de gestion sera conclu ou a été conclu.";
  2° il est inséré un § 1er/1, rédigé comme suit :
  " § 1er/1. La durĂ©e de validitĂ© du plan de gestion ou du contrat de gestion conclu entre une Ă©cole dĂ©sirant ĂȘtre reprise dans l'agrĂ©ment aprĂšs le dĂ©but des pĂ©riodes de plans de gestion et contrats de gestion visĂ©s au § 1er d'une part et un CLB d'autre part, est limitĂ©e Ă la fin de la durĂ©e du plan de gestion ou du contrat de gestion visĂ© au § 1er.";
  3° au § 3 sont apportées les modifications suivantes :
  a) l'alinéa deux est remplacé par ce qui suit :
  "Le contrat de gestion ou plan de gestion conclu avec le nouveau centre est limité à la fin de la durée du plan de gestion ou contrat de gestion visé au § 1er.";
  b) il est ajouté un alinéa, rédigé comme suit :
  "Si la durée des plans de gestion et des contrats de gestion, visés à l'alinéa deux ou au § 1er/1, est de trois ans au moins, les plans de gestion et contrats de gestion sont communiqués aux services compétents du Gouvernement flamand au plus tard le 31 mars précédant la prochaine période pour laquelle l'encadrement visé à l'article 67 sera fixé.";
  4° dans le § 4, l'alinéa premier est remplacé par ce qui suit :
  "Si un centre d'enseignement est formĂ© au moment oĂč la durĂ©e du plan de gestion ou du contrat de gestion n'a pas encore Ă©chu, les centres encadrant les Ă©coles du centre d'enseignement peuvent conclure un partenariat temporaire jusqu'Ă la fin de la pĂ©riode courante pour laquelle l'encadrement visĂ© Ă l'article 67 a Ă©tĂ© fixĂ©.".
  1° le § 1er est remplacé par la disposition suivante :
  " § 1er. Le 1er septembre 2012, l'Ă©cole et le centre Ă©tablissent un plan de gestion commun s'ils appartiennent Ă la mĂȘme direction ou un contrat de gestion commun si ce n'est pas le cas, rĂ©glant la coopĂ©ration pour une durĂ©e de deux ans.
  Par dĂ©rogation Ă l'alinĂ©a premier, l'Ă©cole et le centre Ă©tablissent, Ă partir du 1er septembre 2014, tous les six ans, un plan de gestion commun s'ils appartiennent Ă la mĂȘme direction ou un contrat de gestion commun si ce n'est pas le cas, rĂ©glant la coopĂ©ration pour une durĂ©e de six ans.
  Au plus tard le 31 mars précédant l'année scolaire durant laquelle le plan de gestion ou le contrat de gestion entre en vigueur, chaque centre communiquera aux services compétents du Gouvernement flamand les écoles avec lesquelles un plan ou contrat de gestion sera conclu ou a été conclu.";
  2° il est inséré un § 1er/1, rédigé comme suit :
  " § 1er/1. La durĂ©e de validitĂ© du plan de gestion ou du contrat de gestion conclu entre une Ă©cole dĂ©sirant ĂȘtre reprise dans l'agrĂ©ment aprĂšs le dĂ©but des pĂ©riodes de plans de gestion et contrats de gestion visĂ©s au § 1er d'une part et un CLB d'autre part, est limitĂ©e Ă la fin de la durĂ©e du plan de gestion ou du contrat de gestion visĂ© au § 1er.";
  3° au § 3 sont apportées les modifications suivantes :
  a) l'alinéa deux est remplacé par ce qui suit :
  "Le contrat de gestion ou plan de gestion conclu avec le nouveau centre est limité à la fin de la durée du plan de gestion ou contrat de gestion visé au § 1er.";
  b) il est ajouté un alinéa, rédigé comme suit :
  "Si la durée des plans de gestion et des contrats de gestion, visés à l'alinéa deux ou au § 1er/1, est de trois ans au moins, les plans de gestion et contrats de gestion sont communiqués aux services compétents du Gouvernement flamand au plus tard le 31 mars précédant la prochaine période pour laquelle l'encadrement visé à l'article 67 sera fixé.";
  4° dans le § 4, l'alinéa premier est remplacé par ce qui suit :
  "Si un centre d'enseignement est formĂ© au moment oĂč la durĂ©e du plan de gestion ou du contrat de gestion n'a pas encore Ă©chu, les centres encadrant les Ă©coles du centre d'enseignement peuvent conclure un partenariat temporaire jusqu'Ă la fin de la pĂ©riode courante pour laquelle l'encadrement visĂ© Ă l'article 67 a Ă©tĂ© fixĂ©.".
Art. 21. In artikel 58, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 14 februari 2003, worden in de tweede zin de woorden "drie jaar" vervangen door de woorden "de duur van de periode waarvoor de omkadering wordt vastgesteld, vermeld in artikel 67,".
Art. 21. Dans la deuxiĂšme phrase de l'article 58, § 1er, du mĂȘme dĂ©cret, modifiĂ© par le dĂ©cret du 14 fĂ©vrier 2003, les mots "durĂ©e de trois ans" sont remplacĂ©s par les mots "durĂ©e de la pĂ©riode pour laquelle l'encadrement visĂ© Ă l'article 67 a Ă©tĂ© fixĂ©,".
Art. 22. In artikel 60, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 14 februari 2003, wordt de zinsnede "Om de drie jaar" vervangen door de zinsnede "Bij de start van elke nieuwe periode waarvoor de omkadering wordt vastgesteld, vermeld in artikel 67,".
Art. 22. Dans l'article 60, alinĂ©a premier, du mĂȘme dĂ©cret, modifiĂ© par le dĂ©cret du 14 fĂ©vrier 2003, le membre de phrase "Tous les trois ans" est remplacĂ© par le membre de phrase "Au dĂ©but de chaque nouvelle pĂ©riode pour laquelle l'encadrement visĂ© Ă l'article 67 a Ă©tĂ© fixĂ©".
Art. 23. In artikel 61, eerste lid, van hetzelfde decreet, wordt de zinsnede "Om de drie jaar" vervangen door de zinsnede "Bij de start van elke nieuwe periode waarvoor de omkadering wordt vastgesteld, vermeld in artikel 67,".
Art. 23. Dans l'article 61, alinĂ©a premier, du mĂȘme dĂ©cret, le membre de phrase "Tous les trois ans" est remplacĂ© par le membre de phrase "Au dĂ©but de chaque nouvelle pĂ©riode pour laquelle l'encadrement visĂ© Ă l'article 67 a Ă©tĂ© fixĂ©".
Art. 24. Artikel 65 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 14 februari 2003, wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 65. Om gefinancierd of gesubsidieerd te blijven tijdens de eerstvolgende periode waarvoor overeenkomstig artikel 67 de omkadering opnieuw wordt vastgesteld, moet het gewogen leerlingenaantal van een centrum, geteld op de eerste schooldag van februari van het kalenderjaar dat voorafgaat aan deze nieuwe periode, de rationalisatienorm bereiken. Als dit niet het geval is, wordt het centrum vanaf 1 september van het daarop volgende kalenderjaar niet langer gefinancierd of gesubsidieerd.".
  "Art. 65. Om gefinancierd of gesubsidieerd te blijven tijdens de eerstvolgende periode waarvoor overeenkomstig artikel 67 de omkadering opnieuw wordt vastgesteld, moet het gewogen leerlingenaantal van een centrum, geteld op de eerste schooldag van februari van het kalenderjaar dat voorafgaat aan deze nieuwe periode, de rationalisatienorm bereiken. Als dit niet het geval is, wordt het centrum vanaf 1 september van het daarop volgende kalenderjaar niet langer gefinancierd of gesubsidieerd.".
Art. 24. L'article 65 du mĂȘme dĂ©cret, modifiĂ© par le dĂ©cret du 14 fĂ©vrier 2003, est remplacĂ© par la disposition suivante :
  "Art. 65. Pour rester admis au financement ou aux subventions pendant la prochaine période pour laquelle l'encadrement est à nouveau fixé conformément à l'article 67, le nombre d'élÚves pondérés d'un centre, recensé le premier jour de classe du mois de février de l'année calendrier précédant cette nouvelle période, doit atteindre la norme de rationalisation. Sinon, le centre n'est plus admis au financement ou aux subventions à partir du 1er septembre de l'année calendrier suivante. ".
  "Art. 65. Pour rester admis au financement ou aux subventions pendant la prochaine période pour laquelle l'encadrement est à nouveau fixé conformément à l'article 67, le nombre d'élÚves pondérés d'un centre, recensé le premier jour de classe du mois de février de l'année calendrier précédant cette nouvelle période, doit atteindre la norme de rationalisation. Sinon, le centre n'est plus admis au financement ou aux subventions à partir du 1er septembre de l'année calendrier suivante. ".
Art. 25. In artikel 67 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 14 februari 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° tussen het tweede en het derde lid wordt een nieuw lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "In afwijking van het eerste en het tweede lid, wordt het omkaderingsgewicht voor het schooljaar 2012-2013 vastgesteld voor een periode van twee jaar. Met ingang van schooljaar 2014-2015 wordt het omkaderingsgewicht opnieuw vastgesteld, telkens voor een periode van drie jaar.";
  2° in het derde lid wordt de zinsnede "gedurende de drie schooljaren waarvoor het omkaderingsgewicht wordt vastgesteld" vervangen door de zinsnede "gedurende de periode waarvoor het omkaderingsgewicht reeds werd vastgesteld".
  1° tussen het tweede en het derde lid wordt een nieuw lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "In afwijking van het eerste en het tweede lid, wordt het omkaderingsgewicht voor het schooljaar 2012-2013 vastgesteld voor een periode van twee jaar. Met ingang van schooljaar 2014-2015 wordt het omkaderingsgewicht opnieuw vastgesteld, telkens voor een periode van drie jaar.";
  2° in het derde lid wordt de zinsnede "gedurende de drie schooljaren waarvoor het omkaderingsgewicht wordt vastgesteld" vervangen door de zinsnede "gedurende de periode waarvoor het omkaderingsgewicht reeds werd vastgesteld".
Art. 25. A l'article 67 du mĂȘme dĂ©cret, modifiĂ© par le dĂ©cret du 14 fĂ©vrier 2003, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° entre le deuxiÚme et le troisiÚme alinéa, il est inséré un nouvel alinéa, rédigé comme suit :
  "Par dérogation aux alinéas premier et deux, la pondération d'encadrement pour l'année scolaire 2012-2013 est fixée pour une période de deux ans. A partir de l'année scolaire 2014-2015, la pondération d'encadrement est de nouveau fixée, chaque fois pour une période de trois ans.";
  2° à l'alinéa trois, le membre de phrase "pendant les trois années scolaires pour lesquelles la pondération d'encadrement est fixée" est remplacé par le membre de phrase "pendant la période pour laquelle la pondération d'encadrement a déjà été fixée".
  1° entre le deuxiÚme et le troisiÚme alinéa, il est inséré un nouvel alinéa, rédigé comme suit :
  "Par dérogation aux alinéas premier et deux, la pondération d'encadrement pour l'année scolaire 2012-2013 est fixée pour une période de deux ans. A partir de l'année scolaire 2014-2015, la pondération d'encadrement est de nouveau fixée, chaque fois pour une période de trois ans.";
  2° à l'alinéa trois, le membre de phrase "pendant les trois années scolaires pour lesquelles la pondération d'encadrement est fixée" est remplacé par le membre de phrase "pendant la période pour laquelle la pondération d'encadrement a déjà été fixée".
Art. 26. Artikel 68 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 14 februari 2003, wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 68. Onverminderd de toepassing van artikel 59, § 3, is het gewogen leerlingenaantal van een centrum voor de periode waarvoor de omkadering wordt vastgesteld, vermeld in artikel 67, gelijk aan het aantal regelmatige leerlingen in de scholen begeleid door het centrum, geteld op de eerste schooldag van februari van het kalenderjaar dat voorafgaat aan de start van het eerste jaar van de periode waarvoor de omkadering wordt vastgesteld, vermeld in artikel 67, vermenigvuldigd met de overeenkomstige coëfficiënt, bedoeld in artikel 69.".
  "Art. 68. Onverminderd de toepassing van artikel 59, § 3, is het gewogen leerlingenaantal van een centrum voor de periode waarvoor de omkadering wordt vastgesteld, vermeld in artikel 67, gelijk aan het aantal regelmatige leerlingen in de scholen begeleid door het centrum, geteld op de eerste schooldag van februari van het kalenderjaar dat voorafgaat aan de start van het eerste jaar van de periode waarvoor de omkadering wordt vastgesteld, vermeld in artikel 67, vermenigvuldigd met de overeenkomstige coëfficiënt, bedoeld in artikel 69.".
Art. 26. L'article 68 du mĂȘme dĂ©cret, modifiĂ© par le dĂ©cret du 14 fĂ©vrier 2003, est remplacĂ© par la disposition suivante :
  "Art. 68. Sans préjudice de l'application de l'article 59, § 3, le nombre d'élÚves pondérés d'un centre pour la période pour laquelle l'encadrement est fixé, mentionné à l'article 67, égale le nombre d'élÚves réguliers dans les écoles encadrées par le centre, recensés le premier jour de classe du mois de février de l'année calendrier précédant le début de la premiÚre année de la période pour laquelle l'encadrement est fixé, mentionné à l'article 67, multiplié par le coefficient correspondant visé à l'article 69.".
  "Art. 68. Sans préjudice de l'application de l'article 59, § 3, le nombre d'élÚves pondérés d'un centre pour la période pour laquelle l'encadrement est fixé, mentionné à l'article 67, égale le nombre d'élÚves réguliers dans les écoles encadrées par le centre, recensés le premier jour de classe du mois de février de l'année calendrier précédant le début de la premiÚre année de la période pour laquelle l'encadrement est fixé, mentionné à l'article 67, multiplié par le coefficient correspondant visé à l'article 69.".
Art. 27. In artikel 72, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 14 februari 2003, worden de woorden "voor de volgende drie schooljaren" vervangen door de woorden "voor de periode, vermeld in artikel 67".
Art. 27. Dans l'article 72, alinĂ©a premier, du mĂȘme dĂ©cret, modifiĂ© par le dĂ©cret du 14 fĂ©vrier 2003, les mots "pour les trois prochaines annĂ©es scolaires" sont remplacĂ©s par les mots "pour la pĂ©riode visĂ©e Ă l'article 67".
Art. 28. In artikel 88, § 2, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 14 februari 2003, wordt het woord "driejaarlijks" vervangen door de woorden "in het eerste jaar en voor de duur van de periode waarvoor de omkadering wordt vastgesteld, vermeld in artikel 67,".
Art. 28. Dans l'article 88, § 2, du mĂȘme dĂ©cret, modifiĂ© par le dĂ©cret du 14 fĂ©vrier 2003, les mots "tous les trois ans" sont remplacĂ©s par les mots "dans la premiĂšre annĂ©e et pour la durĂ©e de la pĂ©riode pour laquelle l'encadrement visĂ© Ă l'article 67 est fixĂ©,".
Art. 29. In artikel 89, derde lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 14 februari 2003, wordt het woord "driejaarlijks" vervangen door de woorden "in het eerste jaar en voor de duur van de periode waarvoor de omkadering wordt vastgesteld, vermeld in artikel 67,".
Art. 29. Dans l'article 89, alinĂ©a trois, du mĂȘme dĂ©cret, modifiĂ© par le dĂ©cret du 14 fĂ©vrier 2003, les mots "tous les trois ans" sont remplacĂ©s par les mots "dans la premiĂšre annĂ©e et pour la durĂ©e de la pĂ©riode pour laquelle l'encadrement visĂ© Ă l'article 67 est fixĂ©,".
Art. 30. In artikel 90, § 1, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 7 juli 2006, wordt het woord "driejaarlijks" vervangen door de woorden "in het eerste jaar en voor de duur van de periode waarvoor de omkadering wordt vastgesteld, vermeld in artikel 67,".
Art. 30. Dans l'article 90, § 1er, du mĂȘme dĂ©cret, remplacĂ© par le dĂ©cret du 7 juillet 2006, les mots "tous les trois ans" sont remplacĂ©s par les mots "dans la premiĂšre annĂ©e et pour la durĂ©e de la pĂ©riode pour laquelle l'encadrement visĂ© Ă l'article 67 est fixĂ©,".
HOOFDSTUK 7. - Wijziging van het decreet van 14 februari 2003 betreffende het onderwijs XIV
CHAPITRE 7. - Modification du décret du 14 février 2003 relatif à l'enseignement XIV
Art. 31. In artikel X.53, § 2, eerste lid, van het decreet van 14 februari 2003 betreffende het onderwijs XIV, gewijzigd bij de decreten van 7 mei 2004 en 15 juli 2005, wordt punt 3° vervangen door wat volgt :
  "3° vanaf 1 september 2005 steeds voor de duur van zes schooljaren, met uitzondering van de overeenkomst die in werking treedt op 1 september 2011 en slechts geldt voor de duur van drie schooljaren. Tijdens de betrokken periode kan deze overeenkomst worden gewijzigd ten gevolge van toepassing van artikel 125quinquies, § 3 of § 6, van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs, van artikel 51, derde lid, van de Codex Secundair Onderwijs, of van artikel 73 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs. Een wijziging van een overeenkomst treedt in werking op dezelfde datum waarop de wijziging in de scholengemeenschap in werking treedt.".
  "3° vanaf 1 september 2005 steeds voor de duur van zes schooljaren, met uitzondering van de overeenkomst die in werking treedt op 1 september 2011 en slechts geldt voor de duur van drie schooljaren. Tijdens de betrokken periode kan deze overeenkomst worden gewijzigd ten gevolge van toepassing van artikel 125quinquies, § 3 of § 6, van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs, van artikel 51, derde lid, van de Codex Secundair Onderwijs, of van artikel 73 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs. Een wijziging van een overeenkomst treedt in werking op dezelfde datum waarop de wijziging in de scholengemeenschap in werking treedt.".
Art. 31. Dans l'article X.53, § 2, alinéa premier, du décret du 14 février 2003 relatif à l'enseignement XIV, modifié par les décrets des 7 mai 2004 et 15 juillet 2005, le point 3° est remplacé par ce qui suit :
  " 3° Ă partir du 1er septembre 2005 pour la durĂ©e de six annĂ©es scolaires, Ă l'exception de l'accord qui entre en vigueur le 1er septembre 2011 et qui ne vaut que pour la durĂ©e de trois annĂ©es scolaires. Pendant la pĂ©riode prĂ©citĂ©e, cet accord peut ĂȘtre modifiĂ© a cause de l'application de l'article 125quinquies, § 3 ou § 6, du dĂ©cret du 25 fĂ©vrier 1997 relatif Ă l'enseignement fondamental, de l'article 51, troisiĂšme alinĂ©a, du Codex de l'Enseignement secondaire, ou de l'article 73 du dĂ©cret du 15 juin 2007 relatif Ă l'Ă©ducation des adultes. Une modification d'un accord entre en vigueur Ă la mĂȘme date Ă laquelle la modification entre en vigueur dans le centre d'enseignement.".
  " 3° Ă partir du 1er septembre 2005 pour la durĂ©e de six annĂ©es scolaires, Ă l'exception de l'accord qui entre en vigueur le 1er septembre 2011 et qui ne vaut que pour la durĂ©e de trois annĂ©es scolaires. Pendant la pĂ©riode prĂ©citĂ©e, cet accord peut ĂȘtre modifiĂ© a cause de l'application de l'article 125quinquies, § 3 ou § 6, du dĂ©cret du 25 fĂ©vrier 1997 relatif Ă l'enseignement fondamental, de l'article 51, troisiĂšme alinĂ©a, du Codex de l'Enseignement secondaire, ou de l'article 73 du dĂ©cret du 15 juin 2007 relatif Ă l'Ă©ducation des adultes. Une modification d'un accord entre en vigueur Ă la mĂȘme date Ă laquelle la modification entre en vigueur dans le centre d'enseignement.".
Art. 32. In artikel X.55, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 10 juli 2003, wordt punt 1° vervangen door wat volgt :
  "1° als in een instelling voor gewoon of buitengewoon secundair onderwijs een betrekking in een ambt van het ondersteunend personeel wordt opgericht, gebeurt dat volgens artikel 30 of artikel 31 van de Codex Secundair Onderwijs;".
  "1° als in een instelling voor gewoon of buitengewoon secundair onderwijs een betrekking in een ambt van het ondersteunend personeel wordt opgericht, gebeurt dat volgens artikel 30 of artikel 31 van de Codex Secundair Onderwijs;".
Art. 32. A l'article X.55, alinĂ©a premier, du mĂȘme dĂ©cret, modifiĂ© par le dĂ©cret du 10 juillet 2003, le point 1° est remplacĂ© par la disposition suivante :
  "1° s'il est créé, dans un établissement d'enseignement secondaire ordinaire ou spécial, un emploi dans une fonction du personnel d'appui, ceci s'opÚre conformément aux dispositions prévues à l'article 30 ou 31 du Codex de l'Enseignement secondaire; ".
  "1° s'il est créé, dans un établissement d'enseignement secondaire ordinaire ou spécial, un emploi dans une fonction du personnel d'appui, ceci s'opÚre conformément aux dispositions prévues à l'article 30 ou 31 du Codex de l'Enseignement secondaire; ".
HOOFDSTUK 8. - Slotbepaling
CHAPITRE 8. - Disposition finale
Art. 33. Dit decreet treedt in werking op 1 september 2011, met uitzondering van de artikelen 17, 1°, en 20 tot 30, die in werking treden op 1 september 2012.
Art. 33. Le présent décret entre en vigueur le 1er septembre 2011, à l'exception des articles 17, 1°, et 20 à 30, qui entrent en vigueur le 1er septembre 2012.
  Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Brussel, 17 juni 2011.
  De minister-president van de Vlaamse Regering,
  K. PEETERS
  De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
  P. SMET
  Brussel, 17 juni 2011.
  De minister-president van de Vlaamse Regering,
  K. PEETERS
  De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
  P. SMET
  Promulguons le présent décret, ordonnons qu'il soit publié au Moniteur belge.
  Bruxelles, le 17 juin 2011.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  K. PEETERS
  Le Ministre flamand de l'Enseignement, de la Jeunesse, de l'Egalité des Chances et des Affaires bruxelloises,
  P. SMET
  Bruxelles, le 17 juin 2011.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  K. PEETERS
  Le Ministre flamand de l'Enseignement, de la Jeunesse, de l'Egalité des Chances et des Affaires bruxelloises,
  P. SMET