Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
1 JULI 2011. - Decreet betreffende het onderwijs XXI(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 30-08-2011 en tekstbijwerking tot 13-02-2017)
Titre
1 JUILLET 2011. - Décret relatif à l'enseignement XXI(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 30-08-2011 et mise à jour au 13-02-2017)
Documentinformatie
Numac: 2011035708
Datum: 2011-07-01
Info du document
Numac: 2011035708
Date: 2011-07-01
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen
HOOFDSTUK II. - Basisonderwijs
HOOFDSTUK III. - Secundair onderwijs
Afdeling I. - Codex Secundair Onderwijs
Afdeling II. - Decreet betreffende het stelsel ...
Afdeling III. - Decreet Specifieke Eindtermen T...
Afdeling IV. - Secundair-na-secundair en hoger ...
Afdeling V. - Buitengewoon secundair onderwijs
Afdeling VI. - Inwerkingtreding
HOOFDSTUK IV. - Volwassenenonderwijs
HOOFDSTUK V. - Hoger onderwijs
Afdeling I. - Decreet betreffende de universite...
Afdeling II. - Decreet betreffende de hogescholen
Afdeling III. - Instellingen voor postinitieel ...
Afdeling IV. - Herstructurering hoger onderwijs
Afdeling V. - Rechtspositieregeling van de stud...
Afdeling VI. - Flexibilisering hoger onderwijs
Afdeling VII. - Financiering en werking van het...
Afdeling VIII. - Inwerkingtreding
HOOFDSTUK VI. - Centra voor leerlingenbegeleiding
HOOFDSTUK VII. - Onderwijsinspectie en pedagogi...
HOOFDSTUK VIII. - Studiefinanciering
HOOFDSTUK IX. - Rechtspositie onderwijspersoneel
Afdeling I. - Rechtspositie van bepaalde person...
Afdeling II. - Decreet betreffende de rechtspos...
Afdeling III. - Decreet betreffende het onderwi...
Afdeling IV. - Decreet betreffende het onderwij...
Afdeling V. - Inwerkingtreding
HOOFDSTUK X. - Andere bepalingen
Afdeling I. - Leerlingenvervoer
Afdeling II. - Decreet betreffende het onderwij...
Afdeling III. - Decreet houdende de organisatie...
Afdeling IV. - Decreet betreffende participatie...
Afdeling V. - Codificatie van regelgeving
Afdeling VI. Opheffingen
Afdeling VII. - Decreet betreffende de kwalific...
Onderafdeling I. - Beroepskwalificatiedossier e...
Onderafdeling II. - Combinatie van eindtermen e...
Afdeling VIII. - Deeltijds kunstonderwijs
Afdeling IX. - Decreet betreffende de gelijke o...
Afdeling X. - Inwerkingtreding
HOOFDSTUK XI. - Autonome bepalingen
Afdeling I. - Secundaire arbeidsvoorwaarden voo...
Afdeling II. - Syndicale premie
Afdeling III. - Inwerkingtreding
Inhoud
CHAPITRE Ier. - Dispositions préliminaires
CHAPITRE II. - Enseignement fondamental
CHAPITRE III. - Enseignement secondaire
Section Ire. - Codex de l'Enseignement secondaire
Section II. - Décret relatif au système d'appre...
Section III. - Décret Objectifs finaux spécifiq...
Section IV. - Enseignement secondaire après sec...
Section V. - Enseignement secondaire spécial
Section VI. - Entrée en vigueur
CHAPITRE IV. - Education des adultes
CHAPITRE V. - Enseignement supérieur
Section Ire. - Décret relatif aux universités
Section II. - Décret relatif aux instituts supé...
Section III. - Etablissements pour l'enseigneme...
Section IV. - Restructuration de l'enseignement...
Section V. - Statut de l'étudiant, participatio...
Section VI. - Flexibilisation de l'enseignement...
Section VII. - Financement et fonctionnement de...
Section VIII. - Entrée en vigueur
CHAPITRE VI. - Centres d'encadrement des élèves
CHAPITRE VII. - Inspection de l'Enseignement et...
CHAPITRE VIII. - Aide financière aux études
CHAPITRE IX. - Statut du personnel enseignant
Section Ire. - Statut de certains membres du pe...
Section II. - Décret relatif au statut de certa...
Section III. - Décret relatif à l'enseignement III
Section IV. - Décret relatif à l'enseignement XIII
Section V. - Entrée en vigueur
CHAPITRE X. - Autres dispositions
Section Ire. - Transport scolaire
Section II. - Décret relatif à l'enseignement XIV
Section III. - Décret portant organisation du s...
Section IV. - Décret relatif à la participation...
Section V. - Codification de la réglementation
Section VI. - Abrogations
Section VII. - Décret relatif à la structure de...
Sous-section Ire. - Dossier de qualification pr...
Sous-section II. Combinaison des objectifs fina...
Section VIII. - Enseignement artistique à temps...
Section IX. - Décret relatif à l'égalité des ch...
Section X. - Entrée en vigueur
CHAPITRE XI. - Dispositions autonomes
Section Ire. - Conditions de travail secondaire...
Section II. - Prime syndicale
Section III. - Entrée en vigueur
Tekst (315)
Texte (314)
HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen
CHAPITRE Ier. - Dispositions préliminaires
Artikel I.1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.
Article I.1. Le présent décret règle une matière communautaire.
HOOFDSTUK II. - Basisonderwijs
CHAPITRE II. - Enseignement fondamental
Art. II.1. In artikel 3 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, gewijzigd bij de decreten van 14 juli 1998, 22 december 2000, 13 juli 2001, 28 juni 2002, 14 februari 2003, 10 juli 2003, 7 juli 2006, 6 juli 2007, 22 juni 2007, 4 juli 2008, 8 mei 2009 en 9 juli 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt 37° worden de woorden " openbaar bestuur " vervangen door de woorden " publiekrechtelijke rechtspersoon ";
2° in punt 37° wordt de zin " Het Gemeenschapsonderwijs is een openbaar bestuur; " opgeheven;
3° in punt 39°bis worden de woorden " door de provincie, de gemeente of " opgeheven.
1° in punt 37° worden de woorden " openbaar bestuur " vervangen door de woorden " publiekrechtelijke rechtspersoon ";
2° in punt 37° wordt de zin " Het Gemeenschapsonderwijs is een openbaar bestuur; " opgeheven;
3° in punt 39°bis worden de woorden " door de provincie, de gemeente of " opgeheven.
Art. II.1. A l'article 3 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, modifié par les décrets des 14 juillet 1998, 22 décembre 2000, 13 juillet 2001, 28 juin 2002, 14 février 2003, 10 juillet 2003, 7 juillet 2006, 6 juillet 2007, 22 juin 2007, 4 juillet 2008, 8 mai 2009 et 9 juillet 2010, sont apportées les modifications suivantes :
1° au point 37°, les mots " administration publique " sont remplacés par les mots personne morale de droit public ";
2° au point 37°, la phrase " l'Enseignement communautaire est un pouvoir public; " est abrogée;
3° au point 39°bis, les mots " la province, la commune ou " sont abrogés.
1° au point 37°, les mots " administration publique " sont remplacés par les mots personne morale de droit public ";
2° au point 37°, la phrase " l'Enseignement communautaire est un pouvoir public; " est abrogée;
3° au point 39°bis, les mots " la province, la commune ou " sont abrogés.
Art. II.2. In artikel 34 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 14 februari 2003 en 8 mei 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt :
" § 2. Bij langdurige afwezigheid wegens ziekte of ongeval van een regelmatig ingeschreven leerplichtige leerling is het schoolbestuur verplicht om de ouders te informeren over het recht op, de mogelijkheden van en de modaliteiten van het tijdelijk onderwijs aan huis. ";
2° er wordt een § 2bis ingevoegd die luidt als volgt :
" § 2bis. De uitdrukkelijke vraag van de ouders voor een leerling als vermeld in paragraaf 1, verplicht het schoolbestuur er toe om tijdelijk onderwijs aan huis te organiseren.
De verplichting om tijdelijk onderwijs aan huis in te richten, vervalt voor de school ten aanzien van de leerling of de kleuter gedurende zijn verblijf in een preventorium of ziekenhuis waar onderwijs van type 5 gefinancierd of gesubsidieerd wordt of bij zijn opname in een dienst bedoeld in artikel X.1, 2°, van het decreet van 14 februari 2003 betreffende het onderwijs XIV. ".
1° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt :
" § 2. Bij langdurige afwezigheid wegens ziekte of ongeval van een regelmatig ingeschreven leerplichtige leerling is het schoolbestuur verplicht om de ouders te informeren over het recht op, de mogelijkheden van en de modaliteiten van het tijdelijk onderwijs aan huis. ";
2° er wordt een § 2bis ingevoegd die luidt als volgt :
" § 2bis. De uitdrukkelijke vraag van de ouders voor een leerling als vermeld in paragraaf 1, verplicht het schoolbestuur er toe om tijdelijk onderwijs aan huis te organiseren.
De verplichting om tijdelijk onderwijs aan huis in te richten, vervalt voor de school ten aanzien van de leerling of de kleuter gedurende zijn verblijf in een preventorium of ziekenhuis waar onderwijs van type 5 gefinancierd of gesubsidieerd wordt of bij zijn opname in een dienst bedoeld in artikel X.1, 2°, van het decreet van 14 februari 2003 betreffende het onderwijs XIV. ".
Art. II.2. A l'article 34 du même décret, modifié par les décrets des 14 février 2003 et 8 mai 2009, sont apportées les modifications suivantes :
1° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Lors d'une absence de longue durée pour cause de maladie ou d'accident d'un élève scolarisable régulièrement inscrit, l'autorité scolaire est obligée d'informer les parents du droit à un enseignement temporaire en milieu familial, ainsi qu'aux possibilités et aux modalités d'un tel enseignement. ";
2° il est ajouté un § 2bis, rédigé comme suit :
" § 2bis. A la demande explicite des parents d'un élève tel que visé au § 1er, l'autorité scolaire est obligée d'organiser un enseignement temporaire en milieu familial.
L'obligation de l'école d'organiser un enseignement temporaire en milieu familial pour l'élève ou le jeune enfant, échoit pour la période pendant laquelle l'élève ou l'enfant en question séjourne dans un préventorium ou un hôpital où l'on dispense un enseignement du type 5 financé ou subventionné ou dans un service prévu à l'article X.1, 2°, du décret du 14 février 2003 relatif à l'enseignement XIV. ".
1° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Lors d'une absence de longue durée pour cause de maladie ou d'accident d'un élève scolarisable régulièrement inscrit, l'autorité scolaire est obligée d'informer les parents du droit à un enseignement temporaire en milieu familial, ainsi qu'aux possibilités et aux modalités d'un tel enseignement. ";
2° il est ajouté un § 2bis, rédigé comme suit :
" § 2bis. A la demande explicite des parents d'un élève tel que visé au § 1er, l'autorité scolaire est obligée d'organiser un enseignement temporaire en milieu familial.
L'obligation de l'école d'organiser un enseignement temporaire en milieu familial pour l'élève ou le jeune enfant, échoit pour la période pendant laquelle l'élève ou l'enfant en question séjourne dans un préventorium ou un hôpital où l'on dispense un enseignement du type 5 financé ou subventionné ou dans un service prévu à l'article X.1, 2°, du décret du 14 février 2003 relatif à l'enseignement XIV. ".
Art. II.3. In artikel 37 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 13 juli 2001, 28 juni 2002, 2 april 2004, 20 maart 2009, 8 mei 2009 en 9 juli 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 2, 3° en 9°, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 2 april 2004 wordt telkens de laatste zin vervangen, door wat volgt :
" Scholen gelegen in een gemeente waar een lokaal overlegplatform, bedoeld in hoofdstuk V, afdeling I, van het decreet van 28 juni 2002 betreffende de gelijke onderwijs-kansen-I, is opgericht, kunnen andere bepalingen over het positieve engagement van ouders ten aanzien van de onderwijstaal toevoegen op voorwaarde dat daarover in het lokaal overlegplatform een akkoord is bereikt.
Scholen gelegen in een gemeente waar geen lokaal overlegplatform is opgericht, kunnen andere bepalingen over het positieve engagement van ouders ten aanzien van de onderwijstaal toevoegen op voorwaarde dat daarover een akkoord bereikt is met minstens twee derde van de scholen met dezelfde onderwijstaal gelegen in die gemeente. ";
2° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt :
" § 4. Het schoolbestuur informeert de ouders over het schoolreglement voorafgaand aan de inschrijving van het kind en bij elke wijziging. Daarbij moeten de volgende principes in acht worden genomen :
1° voorafgaand aan een inschrijving wordt het schoolreglement schriftelijk of via elektronische drager aangeboden en verklaren de ouders zich er schriftelijk mee akkoord;
2° bij elke wijziging van het schoolreglement informeert het schoolbestuur de ouders schriftelijk of via elektronische drager over die wijziging en ouders geven opnieuw schriftelijk akkoord. Indien de ouders zich met de wijziging niet akkoord verklaren, dan wordt aan de inschrijving van het kind een einde gesteld op 31 augustus van het lopende schooljaar;
3° het schoolbestuur vraagt de ouders of ze een papieren versie van het schoolreglement wensen te ontvangen;
4° een wijziging van het schoolreglement kan ten vroegste uitwerking hebben in het daaropvolgende schooljaar tenzij die wijziging het rechtstreekse gevolg is van nieuwe regelgeving. ";
3° er wordt een paragraaf 5 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 5. Voor materies waarbij ouders een individuele keuze kunnen maken, die door een regelgeving gegarandeerd wordt, kan die individuele keuze niet via het schoolreglement geregeld worden. ".
1° in § 2, 3° en 9°, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 2 april 2004 wordt telkens de laatste zin vervangen, door wat volgt :
" Scholen gelegen in een gemeente waar een lokaal overlegplatform, bedoeld in hoofdstuk V, afdeling I, van het decreet van 28 juni 2002 betreffende de gelijke onderwijs-kansen-I, is opgericht, kunnen andere bepalingen over het positieve engagement van ouders ten aanzien van de onderwijstaal toevoegen op voorwaarde dat daarover in het lokaal overlegplatform een akkoord is bereikt.
Scholen gelegen in een gemeente waar geen lokaal overlegplatform is opgericht, kunnen andere bepalingen over het positieve engagement van ouders ten aanzien van de onderwijstaal toevoegen op voorwaarde dat daarover een akkoord bereikt is met minstens twee derde van de scholen met dezelfde onderwijstaal gelegen in die gemeente. ";
2° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt :
" § 4. Het schoolbestuur informeert de ouders over het schoolreglement voorafgaand aan de inschrijving van het kind en bij elke wijziging. Daarbij moeten de volgende principes in acht worden genomen :
1° voorafgaand aan een inschrijving wordt het schoolreglement schriftelijk of via elektronische drager aangeboden en verklaren de ouders zich er schriftelijk mee akkoord;
2° bij elke wijziging van het schoolreglement informeert het schoolbestuur de ouders schriftelijk of via elektronische drager over die wijziging en ouders geven opnieuw schriftelijk akkoord. Indien de ouders zich met de wijziging niet akkoord verklaren, dan wordt aan de inschrijving van het kind een einde gesteld op 31 augustus van het lopende schooljaar;
3° het schoolbestuur vraagt de ouders of ze een papieren versie van het schoolreglement wensen te ontvangen;
4° een wijziging van het schoolreglement kan ten vroegste uitwerking hebben in het daaropvolgende schooljaar tenzij die wijziging het rechtstreekse gevolg is van nieuwe regelgeving. ";
3° er wordt een paragraaf 5 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 5. Voor materies waarbij ouders een individuele keuze kunnen maken, die door een regelgeving gegarandeerd wordt, kan die individuele keuze niet via het schoolreglement geregeld worden. ".
Art. II.3. A l'article 37 du même décret, modifié par les décrets des 13 juillet 2001, 28 juin 2002, 2 avril 2004, 20 mars 2009, 8 mai 2009 et 9 juillet 2010, les modifications suivantes sont apportées :
1° au § 2, 3° et 9°, du même décret, modifié par le décret du 2 avril 2004, la dernière phrase est chaque fois remplacée par la disposition suivante :
" Les écoles situées dans une commune où est installée une plate-forme locale de concertation, telle que visée au chapitre V, section Ire, du décret du 28 juin 2002 relatif à l'égalité des chances en éducation-I, peuvent ajouter d'autres dispositions sur l'engagement positif des parents vis-à-vis de la langue d'enseignement, à condition qu'un accord soit atteint à ce sujet dans la plate-forme locale de concertation.
Les écoles situées dans une commune où une plate-forme locale de concertation n'a pas été installée, peuvent ajouter d'autres dispositions sur l'engagement positif des parents vis-à-vis de la langue d'enseignement, à condition qu'un accord soit atteint à ce sujet dans au moins deux tiers des écoles ayant la même langue d'enseignement et étant situées dans ladite commune. ";
2° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
" § 4. L'autorité scolaire informe les parents du règlement d'école avant l'inscription de l'enfant et à chaque modification du règlement, tout en observant les principes suivants :
1° préalablement à une inscription, le règlement d'école est offert de manière écrite ou sur support électronique et les parents y conviennent par écrit;
2° à chaque modification du règlement d'école, l'autorité scolaire en informe les parents par écrit ou par support électronique, et les parents renouvellent leur accord par écrit. Si les parents déclarent ne pas être d'accord avec la modification, il est mis fin à l'inscription de l'enfant le 31 août de l'année scolaire en cours;
3° l'autorité scolaire demande aux parents s'ils désirent recevoir une version papier du règlement d'école;
4° une modification du règlement d'école peut au plus tôt prendre effet durant l'année scolaire suivante, sauf si cette modification est la conséquence directe d'une nouvelle réglementation. ";
3° il est ajouté un paragraphe 5, rédigé comme suit :
" § 5. Pour les matières faisant l'objet d'un choix individuel de la part des parents garanti par une réglementation, ce choix individuel ne peut pas être réglé par le biais du règlement d'école. ".
1° au § 2, 3° et 9°, du même décret, modifié par le décret du 2 avril 2004, la dernière phrase est chaque fois remplacée par la disposition suivante :
" Les écoles situées dans une commune où est installée une plate-forme locale de concertation, telle que visée au chapitre V, section Ire, du décret du 28 juin 2002 relatif à l'égalité des chances en éducation-I, peuvent ajouter d'autres dispositions sur l'engagement positif des parents vis-à-vis de la langue d'enseignement, à condition qu'un accord soit atteint à ce sujet dans la plate-forme locale de concertation.
Les écoles situées dans une commune où une plate-forme locale de concertation n'a pas été installée, peuvent ajouter d'autres dispositions sur l'engagement positif des parents vis-à-vis de la langue d'enseignement, à condition qu'un accord soit atteint à ce sujet dans au moins deux tiers des écoles ayant la même langue d'enseignement et étant situées dans ladite commune. ";
2° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
" § 4. L'autorité scolaire informe les parents du règlement d'école avant l'inscription de l'enfant et à chaque modification du règlement, tout en observant les principes suivants :
1° préalablement à une inscription, le règlement d'école est offert de manière écrite ou sur support électronique et les parents y conviennent par écrit;
2° à chaque modification du règlement d'école, l'autorité scolaire en informe les parents par écrit ou par support électronique, et les parents renouvellent leur accord par écrit. Si les parents déclarent ne pas être d'accord avec la modification, il est mis fin à l'inscription de l'enfant le 31 août de l'année scolaire en cours;
3° l'autorité scolaire demande aux parents s'ils désirent recevoir une version papier du règlement d'école;
4° une modification du règlement d'école peut au plus tôt prendre effet durant l'année scolaire suivante, sauf si cette modification est la conséquence directe d'une nouvelle réglementation. ";
3° il est ajouté un paragraphe 5, rédigé comme suit :
" § 5. Pour les matières faisant l'objet d'un choix individuel de la part des parents garanti par une réglementation, ce choix individuel ne peut pas être réglé par le biais du règlement d'école. ".
Art. II.4. In artikel 51 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt :
" § 2. Er mag in de school geen politieke propaganda gevoerd worden en er mogen geen politieke activiteiten worden georganiseerd. ";
2° een paragraaf 3 wordt toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 3. In afwijking van § 2 kunnen politieke activiteiten in de school worden toegelaten buiten de periodes waarin er schoolactiviteiten zijn en buiten de periode van 90 dagen voorafgaand aan een verkiezing. Personeelsleden en leerlingen worden niet gevraagd of aangezet om aan deze activiteiten deel te nemen. Het schoolbestuur kan niet betrokken worden bij de organisatie van een politieke activiteit en houdt rekening met het beginsel van gelijke behandeling bij de toepassing van deze bepaling.
Onder politieke activiteiten wordt hier verstaan alle activiteiten die worden georganiseerd door politieke partijen of politieke mandatarissen van politieke partijen, waarvan de standpunten en gedragingen niet in strijd zijn met het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. ".
1° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt :
" § 2. Er mag in de school geen politieke propaganda gevoerd worden en er mogen geen politieke activiteiten worden georganiseerd. ";
2° een paragraaf 3 wordt toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 3. In afwijking van § 2 kunnen politieke activiteiten in de school worden toegelaten buiten de periodes waarin er schoolactiviteiten zijn en buiten de periode van 90 dagen voorafgaand aan een verkiezing. Personeelsleden en leerlingen worden niet gevraagd of aangezet om aan deze activiteiten deel te nemen. Het schoolbestuur kan niet betrokken worden bij de organisatie van een politieke activiteit en houdt rekening met het beginsel van gelijke behandeling bij de toepassing van deze bepaling.
Onder politieke activiteiten wordt hier verstaan alle activiteiten die worden georganiseerd door politieke partijen of politieke mandatarissen van politieke partijen, waarvan de standpunten en gedragingen niet in strijd zijn met het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. ".
Art. II.4. A l'article 51 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
1° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Toute propagande politique est interdite dans l'école et aucune activité politique ne peut y être organisée. ";
2° il est ajouté un paragraphe 3, rédigé comme suit :
§ 3. Par dérogation au § 2, des activités politiques sont admises en dehors des périodes pendant lesquelles des activités scolaires ont lieu et en dehors de la période de 90 jours précédant des élections. Les membres du personnel et les élèves ne sont pas sollicités ou incités à participer à ces activités. L'autorité scolaire ne peut pas être associée à l'organisation d'une activité politique et tient compte du principe de traitement égal lors de l'application de cette disposition.
Par " activités politiques " il faut entendre toutes les activités organisées par des partis politiques ou des mandataires politiques de partis politiques, dont les points de vue et les comportements ne sont pas contraires à la Convention européenne des droits de l'homme et aux libertés fondamentales. ".
1° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Toute propagande politique est interdite dans l'école et aucune activité politique ne peut y être organisée. ";
2° il est ajouté un paragraphe 3, rédigé comme suit :
§ 3. Par dérogation au § 2, des activités politiques sont admises en dehors des périodes pendant lesquelles des activités scolaires ont lieu et en dehors de la période de 90 jours précédant des élections. Les membres du personnel et les élèves ne sont pas sollicités ou incités à participer à ces activités. L'autorité scolaire ne peut pas être associée à l'organisation d'une activité politique et tient compte du principe de traitement égal lors de l'application de cette disposition.
Par " activités politiques " il faut entendre toutes les activités organisées par des partis politiques ou des mandataires politiques de partis politiques, dont les points de vue et les comportements ne sont pas contraires à la Convention européenne des droits de l'homme et aux libertés fondamentales. ".
Art. II.5. In hetzelfde decreet wordt een artikel 57bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 57bis. De Vlaamse Regering kan de algemene gelijkwaardigheid vastleggen van buitenlandse studiebewijzen met het getuigschrift basisonderwijs, afgeleverd door scholen die erkend, gefinancierd of gesubsidieerd zijn door de Vlaamse Gemeenschap.
Bij de vastlegging van de algemene gelijkwaardigheid houdt de Vlaamse Regering rekening :
1° met de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties hanteert de Vlaamse Regering de eindtermen bepaald krachtens afdeling 2 van hoofdstuk V van dit decreet als referentiekader;
2° of, met de niveaus en niveaudescriptoren als vermeld in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. ".
" Art. 57bis. De Vlaamse Regering kan de algemene gelijkwaardigheid vastleggen van buitenlandse studiebewijzen met het getuigschrift basisonderwijs, afgeleverd door scholen die erkend, gefinancierd of gesubsidieerd zijn door de Vlaamse Gemeenschap.
Bij de vastlegging van de algemene gelijkwaardigheid houdt de Vlaamse Regering rekening :
1° met de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties hanteert de Vlaamse Regering de eindtermen bepaald krachtens afdeling 2 van hoofdstuk V van dit decreet als referentiekader;
2° of, met de niveaus en niveaudescriptoren als vermeld in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. ".
Art. II.5. Dans le même décret, il est inséré un article 57bis, rédigé comme suit :
" Art. 57bis. Le Gouvernement flamand peut établir l'équivalence générale de titres étrangers avec le certificat de l'enseignement fondamental, délivré par des écoles agréées, financées ou subventionnées par la Communauté flamande.
Lors de l'établissement de l'équivalence générale, le Gouvernement flamand tient compte :
1° des qualifications d'enseignement décrites en vertu du décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. A défaut des qualifications d'enseignement, le Gouvernement flamand utilise comme cadre de référence les objectifs finaux définis en vertu de la section 2 du chapitre V du présent décret;
2° ou des niveaux et descripteurs de niveau tels que visés par le décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. ".
" Art. 57bis. Le Gouvernement flamand peut établir l'équivalence générale de titres étrangers avec le certificat de l'enseignement fondamental, délivré par des écoles agréées, financées ou subventionnées par la Communauté flamande.
Lors de l'établissement de l'équivalence générale, le Gouvernement flamand tient compte :
1° des qualifications d'enseignement décrites en vertu du décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. A défaut des qualifications d'enseignement, le Gouvernement flamand utilise comme cadre de référence les objectifs finaux définis en vertu de la section 2 du chapitre V du présent décret;
2° ou des niveaux et descripteurs de niveau tels que visés par le décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. ".
Art. II.6. In hetzelfde decreet wordt een artikel 57ter ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 57ter. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure, met inbegrip van een beroepsprocedure, tot de erkenning van de individuele gelijkwaardigheid van buitenlandse studiebewijzen die niet in een besluit als vermeld in artikel 57bis zijn opgenomen, met het getuigschrift basisonderwijs, afgegeven in de Vlaamse Gemeenschap. De Vlaamse Regering waarborgt dat binnen deze procedure rekening wordt gehouden :
1° met de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties worden de eindtermen bepaald krachtens afdeling 2 van hoofdstuk V van dit decreet als referentiekader gebruikt;
2° of, met de niveaus en niveaudescriptoren als vermeld in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur als referentiekader gebruikt. ".
" Art. 57ter. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure, met inbegrip van een beroepsprocedure, tot de erkenning van de individuele gelijkwaardigheid van buitenlandse studiebewijzen die niet in een besluit als vermeld in artikel 57bis zijn opgenomen, met het getuigschrift basisonderwijs, afgegeven in de Vlaamse Gemeenschap. De Vlaamse Regering waarborgt dat binnen deze procedure rekening wordt gehouden :
1° met de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties worden de eindtermen bepaald krachtens afdeling 2 van hoofdstuk V van dit decreet als referentiekader gebruikt;
2° of, met de niveaus en niveaudescriptoren als vermeld in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur als referentiekader gebruikt. ".
Art. II.6. Dans le même décret, il est inséré un article 57ter, rédigé comme suit :
" Art. 57ter. Le Gouvernement flamand fixe les conditions et la procédure, y compris une procédure de recours, de reconnaissance de l'équivalence individuelle de titres étrangers n'étant pas repris dans un arrêté tel que visé à l'article 57bis avec le certificat de l'enseignement fondamental, délivré dans la Communauté flamande. Le Gouvernement flamand garantit qu'il est tenu compte dans cette procédure :
1° des qualifications d'enseignement décrites en vertu du décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. A défaut des qualifications d'enseignement, les objectifs finaux définis en vertu de la section 2 du chapitre V du présent décret sont utilisés comme cadre de référence;
2° ou des niveaux et descripteurs de niveau tels que mentionnés dans le décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. ".
" Art. 57ter. Le Gouvernement flamand fixe les conditions et la procédure, y compris une procédure de recours, de reconnaissance de l'équivalence individuelle de titres étrangers n'étant pas repris dans un arrêté tel que visé à l'article 57bis avec le certificat de l'enseignement fondamental, délivré dans la Communauté flamande. Le Gouvernement flamand garantit qu'il est tenu compte dans cette procédure :
1° des qualifications d'enseignement décrites en vertu du décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. A défaut des qualifications d'enseignement, les objectifs finaux définis en vertu de la section 2 du chapitre V du présent décret sont utilisés comme cadre de référence;
2° ou des niveaux et descripteurs de niveau tels que mentionnés dans le décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. ".
Art. II.7. In artikel 139novies, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 28 juni 2002, en vervangen bij het decreet van 4 juli 2008, worden de jaartallen " en 2010-2011 " vervangen door de jaartallen " , 2010-2011 en 2011-2012 ".
Art. II.7. Dans l'article 139novies, § 1er, du même décret, inséré par le décret du 28 juin 2002, et remplacé par le décret du 4 juillet 2008, les années " et 2010-2011 " sont remplacés par les années " 2010-2011 et 2011-2012 ".
Art. II.8. In artikel 153quinquies van hetzelfde decreet wordt paragraaf 2, ingevoegd bij het decreet van 10 juli 2003 en vervangen bij decreet van 4 juli 2008, vervangen, door wat volgt :
" § 2. Aan iedere school voor gewoon of buitengewoon basisonderwijs wordt jaarlijks een puntenenveloppe toegekend voor ICT-coördinatie. De scholen kunnen de middelen alleen aanwenden als ze deel uit maken van een scholengemeenschap, scholengroep of een samenwerkingsplatform, als vermeld in artikel X.53 van het decreet betreffende het onderwijs XIV van 14 februari 2003. ".
" § 2. Aan iedere school voor gewoon of buitengewoon basisonderwijs wordt jaarlijks een puntenenveloppe toegekend voor ICT-coördinatie. De scholen kunnen de middelen alleen aanwenden als ze deel uit maken van een scholengemeenschap, scholengroep of een samenwerkingsplatform, als vermeld in artikel X.53 van het decreet betreffende het onderwijs XIV van 14 februari 2003. ".
Art. II.8. Dans l'article 153quinquies du même décret, le paragraphe 2, inséré par le décret du 10 juillet 2003 et remplacé par le décret du 4 juillet 2008, est remplacé par la disposition suivante :
" § 2. A chaque école d'enseignement fondamental ordinaire ou spécial, il est attribué annuellement une enveloppe de points à destiner à la coordination TIC. Les écoles peuvent seulement utiliser ces moyens si elles font partie d'un centre d'enseignement, d'un groupe d'écoles ou d'une plate-forme de coopération, tel qu'il est mentionné à l'article X.53 du décret du 14 février 2003 relatif à l'Enseignement XIV. ".
" § 2. A chaque école d'enseignement fondamental ordinaire ou spécial, il est attribué annuellement une enveloppe de points à destiner à la coordination TIC. Les écoles peuvent seulement utiliser ces moyens si elles font partie d'un centre d'enseignement, d'un groupe d'écoles ou d'une plate-forme de coopération, tel qu'il est mentionné à l'article X.53 du décret du 14 février 2003 relatif à l'Enseignement XIV. ".
Art. II.9. In artikel 155, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 14 juli 1998 en 7 juli 2006, wordt de eerste zin van het tweede lid vervangen door wat volgt :
" Het totaal aantal bijkomende lestijden en/of bijkomende uren mag niet meer bedragen dan 0,5 procent van het totaal aantal lestijden of uren dat het voorgaand schooljaar werd toegekend aan respectievelijk het gemeenschapsonderwijs, het gesubsidieerd officieel onderwijs en het gesubsidieerd vrij onderwijs. Voor de berekening van het aantal bijkomende lestijden en/of bijkomende uren gebeurt de omrekening van de voltijdse ambten naar lestijden of uren op basis van de minimumprestaties eigen aan ieder ambt. ".
" Het totaal aantal bijkomende lestijden en/of bijkomende uren mag niet meer bedragen dan 0,5 procent van het totaal aantal lestijden of uren dat het voorgaand schooljaar werd toegekend aan respectievelijk het gemeenschapsonderwijs, het gesubsidieerd officieel onderwijs en het gesubsidieerd vrij onderwijs. Voor de berekening van het aantal bijkomende lestijden en/of bijkomende uren gebeurt de omrekening van de voltijdse ambten naar lestijden of uren op basis van de minimumprestaties eigen aan ieder ambt. ".
Art. II.9. Dans l'article 155, § 1er, du même décret, modifié par les décrets des 14 juillet 1998 et 7 juillet 2006, la phrase introductive de l'alinéa deux est remplacée par la disposition suivante :
" Le nombre total de périodes supplémentaires et/ou d'heures supplémentaires ne peut excéder globalement 0,5 % du nombre total de périodes ou d'heures qui était attribué l'année scolaire précédente respectivement à l'enseignement communautaire, l'enseignement subventionné officiel et l'enseignement subventionné libre. Pour le calcul du nombre de périodes supplémentaires et/ou d'heures supplémentaires, la conversion d'emplois à temps plein vers des périodes ou des heures se fait sur la base des prestations minimums propres à chaque emploi. ".
" Le nombre total de périodes supplémentaires et/ou d'heures supplémentaires ne peut excéder globalement 0,5 % du nombre total de périodes ou d'heures qui était attribué l'année scolaire précédente respectivement à l'enseignement communautaire, l'enseignement subventionné officiel et l'enseignement subventionné libre. Pour le calcul du nombre de périodes supplémentaires et/ou d'heures supplémentaires, la conversion d'emplois à temps plein vers des périodes ou des heures se fait sur la base des prestations minimums propres à chaque emploi. ".
Art. II.10. Aan artikel 164bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 22 juni 2007, wordt een derde lid en vierde lid toegevoegd, die luiden als volgt :
" Binnen een scholengemeenschap mag in het gewoon lager onderwijs maximaal 10 procent plage worden ingericht ten opzichte van de totale personeelsformatie op basis waarvan de betrekkingen van onderwijzer in het gewoon lager onderwijs worden ingericht. Alleszins mag het percentage plage dat in het gewoon lager onderwijs wordt ingericht vanaf het schooljaar 2011-2012 niet hoger liggen dan het percentage plage dat in schooljaar 2010-2011 in de scholengemeenschap werd ingericht. Voor scholen die niet tot een scholengemeenschap behoren, gelden de percentages, vermeld in het vorige lid, per school. Bij het bepalen van de criteria, zoals vermeld in artikel 164, moet er rekening mee gehouden worden dat onderwijzers slechts met een derde lestijd zoals bepaald in artikel 3, 43°bis, van dit decreet, kunnen worden belast als deze lestijd om organisatorische redenen noodzakelijk is.
Alle plage zoals bepaald in artikel 3, 43°bis, van dit decreet die in het basisonderwijs wordt ingericht, moet aan het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming worden gemeld met inbegrip van haar invulling. ".
" Binnen een scholengemeenschap mag in het gewoon lager onderwijs maximaal 10 procent plage worden ingericht ten opzichte van de totale personeelsformatie op basis waarvan de betrekkingen van onderwijzer in het gewoon lager onderwijs worden ingericht. Alleszins mag het percentage plage dat in het gewoon lager onderwijs wordt ingericht vanaf het schooljaar 2011-2012 niet hoger liggen dan het percentage plage dat in schooljaar 2010-2011 in de scholengemeenschap werd ingericht. Voor scholen die niet tot een scholengemeenschap behoren, gelden de percentages, vermeld in het vorige lid, per school. Bij het bepalen van de criteria, zoals vermeld in artikel 164, moet er rekening mee gehouden worden dat onderwijzers slechts met een derde lestijd zoals bepaald in artikel 3, 43°bis, van dit decreet, kunnen worden belast als deze lestijd om organisatorische redenen noodzakelijk is.
Alle plage zoals bepaald in artikel 3, 43°bis, van dit decreet die in het basisonderwijs wordt ingericht, moet aan het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming worden gemeld met inbegrip van haar invulling. ".
Art. II.10. A l'article 164bis du même décret, inséré par le décret du 22 juin 2007, il est ajouté un troisième et un quatrième alinéa, rédigés comme suit :
" Dans l'enseignement primaire ordinaire, au sein d'un centre d'enseignement, au maximum 10 % d'heures de plage peuvent être organisées par rapport à la totalité du cadre organique, sur base duquel sont organisés les emplois d'instituteur dans l'enseignement primaire ordinaire. En tout cas, le pourcentage d'heures de plage organisées dans l'enseignement primaire ordinaire ne peut excéder, à partir de l'année scolaire 2011-2012, le pourcentage d'heures de plage ayant été organisées dans le centre d'enseignement pendant l'année scolaire 2010-2011. Pour les écoles n'appartenant pas à un centre d'enseignement, les pourcentages mentionnés à l'alinéa précédent valent par école. Lors de la fixation des critères telle que mentionnée à l'article 164, il y a lieu de tenir compte du fait, que les instituteurs ne peuvent être chargés d'une troisième période telle que visée à l'article 3, 43°bis, du présent décret, qu'à condition que cette période soit nécessaire pour des raisons organisationnelles.
Toutes les heures de plage telles que visées à l'article 3, 43°bis, du présent décret, organisées dans l'enseignement fondamental, y compris leur concrétisation, doivent être communiquées au Ministère de l'Enseignement et de la Formation. ".
" Dans l'enseignement primaire ordinaire, au sein d'un centre d'enseignement, au maximum 10 % d'heures de plage peuvent être organisées par rapport à la totalité du cadre organique, sur base duquel sont organisés les emplois d'instituteur dans l'enseignement primaire ordinaire. En tout cas, le pourcentage d'heures de plage organisées dans l'enseignement primaire ordinaire ne peut excéder, à partir de l'année scolaire 2011-2012, le pourcentage d'heures de plage ayant été organisées dans le centre d'enseignement pendant l'année scolaire 2010-2011. Pour les écoles n'appartenant pas à un centre d'enseignement, les pourcentages mentionnés à l'alinéa précédent valent par école. Lors de la fixation des critères telle que mentionnée à l'article 164, il y a lieu de tenir compte du fait, que les instituteurs ne peuvent être chargés d'une troisième période telle que visée à l'article 3, 43°bis, du présent décret, qu'à condition que cette période soit nécessaire pour des raisons organisationnelles.
Toutes les heures de plage telles que visées à l'article 3, 43°bis, du présent décret, organisées dans l'enseignement fondamental, y compris leur concrétisation, doivent être communiquées au Ministère de l'Enseignement et de la Formation. ".
Art. II.11. Aan artikel 165, 3°, van hetzelfde decreet worden na de woorden " artikel 164 " de volgende woorden toegevoegd :
" en 164bis ".
" en 164bis ".
Art. II.11. Dans l'article 165, 3°, du même arrêté les mots " visés à l'article 164 " sont remplacés par les mots
" visés aux articles 164 et 164bis ".
" visés aux articles 164 et 164bis ".
Art. II.12. In artikel 173bis, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 14 februari 2003, worden de woorden " openbaar bestuur " vervangen door de woorden " publiekrechtelijke rechtspersoon ".
Art. II.12. Dans l'article 173bis, alinéa premier, du même décret, inséré par le décret du 14 février 2003, les mots " administration publique " sont remplacés par les mots " personne morale de droit public ".
Art. II.13. In hetzelfde decreet wordt een artikel 194sexies ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 194sexies. In afwijking van artikel 139ter, 139ter /1 en 139quater behouden de scholen voor gewoon basisonderwijs tijdens het schooljaar 2011-2012 de aanvullende lestijden voor het voeren van een gelijkonderwijskansenbeleid, die ze in het schooljaar 2010-2011 hebben ontvangen. ".
" Art. 194sexies. In afwijking van artikel 139ter, 139ter /1 en 139quater behouden de scholen voor gewoon basisonderwijs tijdens het schooljaar 2011-2012 de aanvullende lestijden voor het voeren van een gelijkonderwijskansenbeleid, die ze in het schooljaar 2010-2011 hebben ontvangen. ".
Art. II.13. Dans le même décret, il est inséré un article 194sexies, rédigé comme suit :
" Art. 194sexies. Par dérogation aux articles 139ter, 139ter /1 et 139quater, les écoles d'enseignement fondamental ordinaire maintiennent, pendant l'année scolaire 2011-2012, les périodes de cours supplémentaires destinées à la conduite d'une politique d'égalité des chances dans l'enseignement dont ils ont bénéficié pendant l'année scolaire 2010-2011. ".
" Art. 194sexies. Par dérogation aux articles 139ter, 139ter /1 et 139quater, les écoles d'enseignement fondamental ordinaire maintiennent, pendant l'année scolaire 2011-2012, les périodes de cours supplémentaires destinées à la conduite d'une politique d'égalité des chances dans l'enseignement dont ils ont bénéficié pendant l'année scolaire 2010-2011. ".
Art. II.14. In hetzelfde decreet wordt een artikel 194septies ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 194septies. Gedurende het schooljaar 2010-2011 zijn artikel 139septies en 139octies niet van toepassing. ".
" Art. 194septies. Gedurende het schooljaar 2010-2011 zijn artikel 139septies en 139octies niet van toepassing. ".
Art. II.14. Dans le même décret, il est inséré un article 194septies, rédigé comme suit :
" Art. 194septies. Pendant l'année scolaire 2010-2011, les articles 139septies et 139octies ne s'appliquent pas. ".
" Art. 194septies. Pendant l'année scolaire 2010-2011, les articles 139septies et 139octies ne s'appliquent pas. ".
Art. II.15. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 september 2011.
Artikel II.9 heeft uitwerking met ingang van 1 september 1997.
Artikel II.14 heeft uitwerking met ingang van 1 september 2010.
Artikel II.9 heeft uitwerking met ingang van 1 september 1997.
Artikel II.14 heeft uitwerking met ingang van 1 september 2010.
Art. II.15. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er septembre 2011.
L'article II.9 produit ses effets le 1er septembre 1997.
L'article II.14 produit ses effets le 1er septembre 2010.
L'article II.9 produit ses effets le 1er septembre 1997.
L'article II.14 produit ses effets le 1er septembre 2010.
HOOFDSTUK III. - Secundair onderwijs
CHAPITRE III. - Enseignement secondaire
Afdeling I. - Codex Secundair Onderwijs
Section Ire. - Codex de l'Enseignement secondaire
Art. III.1. In artikel 2, § 1, van de Codex Secundair Onderwijs wordt de laatste zin vervangen, door wat volgt :
" De artikelen 96 tot en met 99, artikel 115/1 en artikel 115/4 tot en met 120 gelden niet voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs. ".
" De artikelen 96 tot en met 99, artikel 115/1 en artikel 115/4 tot en met 120 gelden niet voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs. ".
Art. III.1. Dans l'article 2, § 1er, du Codex de l'Enseignement secondaire, la dernière phrase est remplacée par la disposition suivante :
" Les articles 96 à 99 inclus, l'article 115/1 et les articles 115/4 à 120 inclus ne s'appliquent pas à l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel. ".
" Les articles 96 à 99 inclus, l'article 115/1 et les articles 115/4 à 120 inclus ne s'appliquent pas à l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel. ".
Art. III.2. In artikel 3 van de Codex Secundair Onderwijs wordt punt 25° vervangen door wat volgt :
" 25° onderwijsnet :
- het gemeenschapsonderwijs : het onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap zoals bedoeld in artikel 2 van het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het gemeenschapsonderwijs;
- het gesubsidieerd officieel onderwijs : het onderwijs ingericht door publiekrechtelijke rechtspersonen andere dan het gemeenschapsonderwijs en dat in aanmerking komt voor subsidiëring van de Vlaamse Gemeenschap;
- het gesubsidieerd vrij onderwijs : het onderwijs ingericht door natuurlijke personen of privaatrechtelijke rechtspersonen en dat in aanmerking komt voor subsidiëring door de Vlaamse Gemeenschap; ".
" 25° onderwijsnet :
- het gemeenschapsonderwijs : het onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap zoals bedoeld in artikel 2 van het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het gemeenschapsonderwijs;
- het gesubsidieerd officieel onderwijs : het onderwijs ingericht door publiekrechtelijke rechtspersonen andere dan het gemeenschapsonderwijs en dat in aanmerking komt voor subsidiëring van de Vlaamse Gemeenschap;
- het gesubsidieerd vrij onderwijs : het onderwijs ingericht door natuurlijke personen of privaatrechtelijke rechtspersonen en dat in aanmerking komt voor subsidiëring door de Vlaamse Gemeenschap; ".
Art. III.2. Dans l'article 3 du Codex de l'Enseignement secondaire, le point 25° est remplacé par la disposition suivante :
" 25° réseau d'enseignement :
- l'enseignement communautaire : l'enseignement de la Communauté flamande tel que visé à l'article 2 du décret spécial du 14 juillet 1998 relatif à l'enseignement communautaire;
- l'enseignement officiel subventionné : l'enseignement organisé par des personnes morales de droit public autre que l'enseignement communautaire et étant admis aux subventions de la Communauté flamande;
- l'enseignement libre subventionné : l'enseignement organisé par des personnes physiques ou des personnes morales de droit privé et étant admis aux subventions de la Communauté flamande; ".
" 25° réseau d'enseignement :
- l'enseignement communautaire : l'enseignement de la Communauté flamande tel que visé à l'article 2 du décret spécial du 14 juillet 1998 relatif à l'enseignement communautaire;
- l'enseignement officiel subventionné : l'enseignement organisé par des personnes morales de droit public autre que l'enseignement communautaire et étant admis aux subventions de la Communauté flamande;
- l'enseignement libre subventionné : l'enseignement organisé par des personnes physiques ou des personnes morales de droit privé et étant admis aux subventions de la Communauté flamande; ".
Art. III.3. Artikel 8 van de Codex Secundair Onderwijs wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 8. Er mag in de school geen politieke propaganda gevoerd worden en er mogen geen politieke activiteiten worden georganiseerd.
In afwijking van het vorige lid kunnen politieke activiteiten in de school worden toegelaten buiten de periodes waarin er schoolactiviteiten zijn en buiten de periode van 90 dagen voorafgaand aan een verkiezing. Personeelsleden en leerlingen worden niet gevraagd of aangezet om aan deze activiteiten deel te nemen. Het schoolbestuur kan niet betrokken worden bij de organisatie van een politieke activiteit en houdt rekening met het beginsel van gelijke behandeling bij de toepassing van deze bepaling.
Onder politieke activiteiten wordt hier verstaan alle activiteiten die worden georganiseerd door politieke partijen of politieke mandatarissen van politieke partijen, waarvan de standpunten en gedragingen niet in strijd zijn met het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. ".
" Art. 8. Er mag in de school geen politieke propaganda gevoerd worden en er mogen geen politieke activiteiten worden georganiseerd.
In afwijking van het vorige lid kunnen politieke activiteiten in de school worden toegelaten buiten de periodes waarin er schoolactiviteiten zijn en buiten de periode van 90 dagen voorafgaand aan een verkiezing. Personeelsleden en leerlingen worden niet gevraagd of aangezet om aan deze activiteiten deel te nemen. Het schoolbestuur kan niet betrokken worden bij de organisatie van een politieke activiteit en houdt rekening met het beginsel van gelijke behandeling bij de toepassing van deze bepaling.
Onder politieke activiteiten wordt hier verstaan alle activiteiten die worden georganiseerd door politieke partijen of politieke mandatarissen van politieke partijen, waarvan de standpunten en gedragingen niet in strijd zijn met het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. ".
Art. III.3. L'article 8 du Codex de l'Enseignement secondaire est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 8. Toute propagande politique est interdite dans l'école et aucune activité politique ne peut y être organisée.
Par dérogation à l'alinéa précédent, des activités politiques sont admises en dehors des périodes pendant lesquelles des activités scolaires ont lieu et en dehors de la période de 90 jours précédant des élections. Les membres du personnel et les élèves ne sont pas sollicités ou incités à participer à ces activités. L'autorité scolaire ne peut pas être associée à l'organisation d'une activité politique et tient compte du principe de traitement égal lors de l'application de cette disposition.
Par " activités politiques " il faut entendre toutes les activités organisées par des partis politiques ou des mandataires politiques de partis politiques, dont les points de vue et les comportements ne sont pas contraires à la Convention européenne des droits de l'homme et aux libertés fondamentales. ".
" Art. 8. Toute propagande politique est interdite dans l'école et aucune activité politique ne peut y être organisée.
Par dérogation à l'alinéa précédent, des activités politiques sont admises en dehors des périodes pendant lesquelles des activités scolaires ont lieu et en dehors de la période de 90 jours précédant des élections. Les membres du personnel et les élèves ne sont pas sollicités ou incités à participer à ces activités. L'autorité scolaire ne peut pas être associée à l'organisation d'une activité politique et tient compte du principe de traitement égal lors de l'application de cette disposition.
Par " activités politiques " il faut entendre toutes les activités organisées par des partis politiques ou des mandataires politiques de partis politiques, dont les points de vue et les comportements ne sont pas contraires à la Convention européenne des droits de l'homme et aux libertés fondamentales. ".
Art. III.4. In artikel 111 van de Codex Secundair Onderwijs worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° er worden een paragraaf 1bis en 1ter ingevoegd, die luiden als volgt :
" § 1bis. Het school- of centrumbestuur informeert de betrokken personen over het school- of centrumreglement voorafgaand aan de inschrijving van de leerling en bij elke wijziging. Daarbij moeten volgende principes in acht worden genomen :
1° voorafgaand aan een inschrijving wordt het school- of centrumreglement schriftelijk of via elektronische drager aangeboden en verklaren de betrokken personen zich er schriftelijk mee akkoord;
2° bij elke wijziging van het school- of centrumreglement informeert het school- of centrumbestuur de betrokken personen schriftelijk of via elektronische drager over die wijziging en de betrokken personen geven opnieuw schriftelijk akkoord. Indien de betrokken personen zich met de wijziging niet akkoord verklaren, dan wordt aan de inschrijving van de leerling een einde gesteld op 31 augustus van het lopende schooljaar;
3° het school- of centrumbestuur vraagt de betrokken personen of ze een papierenversie van het school- of centrumreglement wensen te ontvangen;
4° een wijziging van het school- of centrumreglement kan ten vroegste uitwerking hebben in het daaropvolgende schooljaar, tenzij die wijziging het rechtstreekse gevolg is van nieuwe regelgeving.
§ 1ter. Voor materies waarbij de betrokken personen een individuele keuze kunnen maken, die door een regelgeving gegarandeerd wordt, kan die individuele keuze niet via het school- of centrumreglement geregeld worden. ";
2° aan paragraaf 3, tweede lid, wordt de volgende zin toegevoegd :
" Scholen gelegen in een gemeente waar geen lokaal overlegplatform is opgericht, kunnen andere bepalingen over het positieve engagement van ouders ten aanzien van de onderwijstaal toevoegen op voorwaarde dat daarover een akkoord bereikt is met minstens twee derde van de scholen gelegen in die gemeente. ".
1° er worden een paragraaf 1bis en 1ter ingevoegd, die luiden als volgt :
" § 1bis. Het school- of centrumbestuur informeert de betrokken personen over het school- of centrumreglement voorafgaand aan de inschrijving van de leerling en bij elke wijziging. Daarbij moeten volgende principes in acht worden genomen :
1° voorafgaand aan een inschrijving wordt het school- of centrumreglement schriftelijk of via elektronische drager aangeboden en verklaren de betrokken personen zich er schriftelijk mee akkoord;
2° bij elke wijziging van het school- of centrumreglement informeert het school- of centrumbestuur de betrokken personen schriftelijk of via elektronische drager over die wijziging en de betrokken personen geven opnieuw schriftelijk akkoord. Indien de betrokken personen zich met de wijziging niet akkoord verklaren, dan wordt aan de inschrijving van de leerling een einde gesteld op 31 augustus van het lopende schooljaar;
3° het school- of centrumbestuur vraagt de betrokken personen of ze een papierenversie van het school- of centrumreglement wensen te ontvangen;
4° een wijziging van het school- of centrumreglement kan ten vroegste uitwerking hebben in het daaropvolgende schooljaar, tenzij die wijziging het rechtstreekse gevolg is van nieuwe regelgeving.
§ 1ter. Voor materies waarbij de betrokken personen een individuele keuze kunnen maken, die door een regelgeving gegarandeerd wordt, kan die individuele keuze niet via het school- of centrumreglement geregeld worden. ";
2° aan paragraaf 3, tweede lid, wordt de volgende zin toegevoegd :
" Scholen gelegen in een gemeente waar geen lokaal overlegplatform is opgericht, kunnen andere bepalingen over het positieve engagement van ouders ten aanzien van de onderwijstaal toevoegen op voorwaarde dat daarover een akkoord bereikt is met minstens twee derde van de scholen gelegen in die gemeente. ".
Art. III.4. A l'article 111 du Codex de l'Enseignement secondaire sont apportées les modifications suivantes :
1° il est inséré un § 1bis et un § 1ter, rédigés comme suit :
" § 1bis. L'autorité scolaire ou la direction du centre informe les personnes intéressées du règlement d'école ou de centre avant l'inscription de l'élève et à chaque modification du règlement, tout en observant les principes suivants :
1° préalablement à une inscription, le règlement d'école ou de centre est offert de manière écrite ou sur support électronique et les personnes intéressées y conviennent par écrit;
2° à chaque modification du règlement d'école ou de centre, l'autorité scolaire ou la direction du centre en informe les parents par écrit ou par support électronique, et les parents renouvellent leur accord par écrit. Si les personnes intéressées déclarent ne pas être d'accord avec la modification, il est mis fin à l'inscription de l'élève le 31 août de l'année scolaire en cours;
3° l'autorité scolaire ou la direction du centre demande aux personnes intéressées si elles désirent recevoir une version papier du règlement d'école ou de centre;
4° une modification du règlement d'école ou de centre peut au plus tôt prendre effet durant l'année scolaire suivante, sauf si cette modification est la conséquence directe d'une nouvelle réglementation.
§ 1ter. Pour les matières faisant l'objet d'un choix individuel de la part des personnes intéressées garanti par une réglementation, ce choix individuel ne peut pas être réglé par le biais du règlement d'école ou de centre. ";
2° le § 3, alinéa deux, est complété par la phrase suivante :
" Les écoles situées dans une commune où une plate-forme locale de concertation n'a pas été installée, peuvent ajouter d'autres dispositions sur l'engagement positif des parents vis-à-vis de la langue d'enseignement, à condition qu'un accord est atteint à ce sujet dans au moins deux tiers des écoles étant situées dans ladite commune. ".
1° il est inséré un § 1bis et un § 1ter, rédigés comme suit :
" § 1bis. L'autorité scolaire ou la direction du centre informe les personnes intéressées du règlement d'école ou de centre avant l'inscription de l'élève et à chaque modification du règlement, tout en observant les principes suivants :
1° préalablement à une inscription, le règlement d'école ou de centre est offert de manière écrite ou sur support électronique et les personnes intéressées y conviennent par écrit;
2° à chaque modification du règlement d'école ou de centre, l'autorité scolaire ou la direction du centre en informe les parents par écrit ou par support électronique, et les parents renouvellent leur accord par écrit. Si les personnes intéressées déclarent ne pas être d'accord avec la modification, il est mis fin à l'inscription de l'élève le 31 août de l'année scolaire en cours;
3° l'autorité scolaire ou la direction du centre demande aux personnes intéressées si elles désirent recevoir une version papier du règlement d'école ou de centre;
4° une modification du règlement d'école ou de centre peut au plus tôt prendre effet durant l'année scolaire suivante, sauf si cette modification est la conséquence directe d'une nouvelle réglementation.
§ 1ter. Pour les matières faisant l'objet d'un choix individuel de la part des personnes intéressées garanti par une réglementation, ce choix individuel ne peut pas être réglé par le biais du règlement d'école ou de centre. ";
2° le § 3, alinéa deux, est complété par la phrase suivante :
" Les écoles situées dans une commune où une plate-forme locale de concertation n'a pas été installée, peuvent ajouter d'autres dispositions sur l'engagement positif des parents vis-à-vis de la langue d'enseignement, à condition qu'un accord est atteint à ce sujet dans au moins deux tiers des écoles étant situées dans ladite commune. ".
Art. III.5. In artikel 112, § 1, 4°, van de Codex Secundair Onderwijs wordt punt b) vervangen door wat volgt :
" b ) de verhaalmogelijkheden tegen eindbeslissingen van klassenraden over leerlingen; ".
" b ) de verhaalmogelijkheden tegen eindbeslissingen van klassenraden over leerlingen; ".
Art. III.5. Dans l'article 112, § 1er, 4°, du Codex de l'Enseignement secondaire, le point b) est remplacé par la disposition suivante :
" b) les modalités de recours contre les décisions finales des conseils de classe au sujet d'élèves; ".
" b) les modalités de recours contre les décisions finales des conseils de classe au sujet d'élèves; ".
Art. III.6. In deel III, titel 2, hoofdstuk 3, van de Codex Secundair Onderwijs wordt een artikel 115/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 115/1. Voor leerlingen die houder zijn van studiebewijzen, uitgereikt door andere scholen dan de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde scholen en die :
a) zich ofwel binnen de leerplichtleeftijd bevinden zoals die is bepaald bij de wet van 29 juni 1983;
b) ofwel uitdrukkelijk opteren voor het volgen van voltijds secundair onderwijs, geldt, behoudens eventueel andere door de Vlaamse Regering opgelegde toelatingsvoorwaarden, als toelatingsvoorwaarde een gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad, zoals die als orgaan door de Vlaamse Regering is bepaald, van een door de betrokken personen gekozen school voor voltijds secundair onderwijs.
In voorkomend geval en in afwijking op de vigerende regelgeving :
a) bestaat de toelatingsklassenraad, voor wat het onderwijzend personeel betreft, uit alle leden van het structuuronderdeel waarvoor de leerling opteert;
b) moet de beslissing van de toelatingsklassenraad uiterlijk genomen worden 25 lesdagen na aanvang van de regelmatige lesbijwoning.
Voor de leerlingen in kwestie kan de Vlaamse Regering nooit toelatingsvoorwaarden met betrekking tot de vooropleiding bepalen. ".
" Art. 115/1. Voor leerlingen die houder zijn van studiebewijzen, uitgereikt door andere scholen dan de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde scholen en die :
a) zich ofwel binnen de leerplichtleeftijd bevinden zoals die is bepaald bij de wet van 29 juni 1983;
b) ofwel uitdrukkelijk opteren voor het volgen van voltijds secundair onderwijs, geldt, behoudens eventueel andere door de Vlaamse Regering opgelegde toelatingsvoorwaarden, als toelatingsvoorwaarde een gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad, zoals die als orgaan door de Vlaamse Regering is bepaald, van een door de betrokken personen gekozen school voor voltijds secundair onderwijs.
In voorkomend geval en in afwijking op de vigerende regelgeving :
a) bestaat de toelatingsklassenraad, voor wat het onderwijzend personeel betreft, uit alle leden van het structuuronderdeel waarvoor de leerling opteert;
b) moet de beslissing van de toelatingsklassenraad uiterlijk genomen worden 25 lesdagen na aanvang van de regelmatige lesbijwoning.
Voor de leerlingen in kwestie kan de Vlaamse Regering nooit toelatingsvoorwaarden met betrekking tot de vooropleiding bepalen. ".
Art. III.6. Un article 115/1, rédigé comme suit, est inséré dans la partie III, titre 2, chapitre 3 du Codex de l'Enseignement secondaire :
" Art. 115/1. A l'égard des élèves titulaires de titres délivrés par des écoles autres que les écoles agréées, financées ou subventionnées par la Communauté flamande qui :
a) soit sont en âge de scolarité tel que défini par la loi du 29 juin 1983;
b) soit optent explicitement pour l'enseignement secondaire à temps plein; une décision favorable du conseil de classe d'admission, déterminé par le Gouvernement flamand en tant qu'organe, d'une école d'enseignement secondaire à temps plein choisie par les personnes intéressées, vaut comme condition d'admission, sous réserve d'autres conditions d'admission éventuellement imposées par le Gouvernement flamand.
Le cas échéant et par dérogation à la réglementation en vigueur :
a) le conseil de classe d'admission se compose, pour ce qui est du personnel enseignant, de tous les membres de la subdivision structurelle pour laquelle l'élève opte;
b) la décision du conseil de classe d'admission doit être prise au plus tard 25 jours de classe après le début de la fréquentation régulière des cours.
Pour les élèves en question, le Gouvernement flamand ne peut jamais définir des conditions d'admission pour ce qui est de la formation préalable. ".
" Art. 115/1. A l'égard des élèves titulaires de titres délivrés par des écoles autres que les écoles agréées, financées ou subventionnées par la Communauté flamande qui :
a) soit sont en âge de scolarité tel que défini par la loi du 29 juin 1983;
b) soit optent explicitement pour l'enseignement secondaire à temps plein; une décision favorable du conseil de classe d'admission, déterminé par le Gouvernement flamand en tant qu'organe, d'une école d'enseignement secondaire à temps plein choisie par les personnes intéressées, vaut comme condition d'admission, sous réserve d'autres conditions d'admission éventuellement imposées par le Gouvernement flamand.
Le cas échéant et par dérogation à la réglementation en vigueur :
a) le conseil de classe d'admission se compose, pour ce qui est du personnel enseignant, de tous les membres de la subdivision structurelle pour laquelle l'élève opte;
b) la décision du conseil de classe d'admission doit être prise au plus tard 25 jours de classe après le début de la fréquentation régulière des cours.
Pour les élèves en question, le Gouvernement flamand ne peut jamais définir des conditions d'admission pour ce qui est de la formation préalable. ".
Art. III.7. In deel III, titel 2, hoofdstuk 3, van de Codex Secundair Onderwijs wordt een artikel 115/2 ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 115/2. De Vlaamse Regering kan de algemene gelijkwaardigheid vastleggen van buitenlandse studiebewijzen met de volgende studiebewijzen, afgeleverd door scholen voor secundair onderwijs die erkend, gefinancierd of gesubsidieerd zijn door de Vlaamse Gemeenschap :
1° het getuigschrift van de eerste graad van het secundair onderwijs;
2° het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs;
3° het diploma van het secundair onderwijs;
4° het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs;
5° het certificaat van Se-n-Se;
6° het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd als een specialisatiejaar;
7° het getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer;
8° het certificaat van een opleiding deeltijds beroepssecundair onderwijs;
9° het getuigschrift van een opleiding buitengewoon secundair onderwijs;
10° het getuigschrift van verworven competenties in een opleiding buitengewoon secundair onderwijs.
Bij de vastlegging van de algemene gelijkwaardigheid houdt de Vlaamse Regering rekening :
1° met de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties hanteert de Vlaamse Regering als referentiekader, in voorkomend geval, de eindtermen, de ontwikkelingsdoelen, de specifieke eindtermen, de doelen, de opleidingsprofielen of de minimale leerinhouden die in federale of Vlaamse wet-, decreet- of regelgeving zijn bepaald;
2° of, met de niveaus en niveaudescriptoren als vermeld in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. ".
" Art. 115/2. De Vlaamse Regering kan de algemene gelijkwaardigheid vastleggen van buitenlandse studiebewijzen met de volgende studiebewijzen, afgeleverd door scholen voor secundair onderwijs die erkend, gefinancierd of gesubsidieerd zijn door de Vlaamse Gemeenschap :
1° het getuigschrift van de eerste graad van het secundair onderwijs;
2° het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs;
3° het diploma van het secundair onderwijs;
4° het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs;
5° het certificaat van Se-n-Se;
6° het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd als een specialisatiejaar;
7° het getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer;
8° het certificaat van een opleiding deeltijds beroepssecundair onderwijs;
9° het getuigschrift van een opleiding buitengewoon secundair onderwijs;
10° het getuigschrift van verworven competenties in een opleiding buitengewoon secundair onderwijs.
Bij de vastlegging van de algemene gelijkwaardigheid houdt de Vlaamse Regering rekening :
1° met de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties hanteert de Vlaamse Regering als referentiekader, in voorkomend geval, de eindtermen, de ontwikkelingsdoelen, de specifieke eindtermen, de doelen, de opleidingsprofielen of de minimale leerinhouden die in federale of Vlaamse wet-, decreet- of regelgeving zijn bepaald;
2° of, met de niveaus en niveaudescriptoren als vermeld in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. ".
Art. III.7. Un article 115/2, rédigé comme suit, est inséré dans la partie III, titre 2, chapitre 3 du Codex de l'Enseignement secondaire :
" Art. 115/2. Le Gouvernement flamand peut établir l'équivalence générale de titres étrangers avec les titres suivants, délivrés par des écoles d'enseignement secondaire agréées, financées ou subventionnées par la Communauté flamande :
1° le certificat du premier degré de l'enseignement secondaire;
2° le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire;
3° le diplôme d'enseignement secondaire;
4° le certificat d'études de la deuxième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire;
5° le certificat de 'Se-n-Se';
6° le certificat de la troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée comme une année de spécialisation;
7° le certificat de connaissance de base de la gestion d'entreprise;
8° le certificat d'une formation de l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel;
9° le certificat d'une formation de l'enseignement secondaire spécial;
10° le certificat de compétences acquises dans une formation de l'enseignement secondaire spécial.
Lors de l'établissement de l'équivalence générale, le Gouvernement flamand tient compte :
1° des qualifications d'enseignement décrites en vertu du décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. A défaut des qualifications d'enseignement, le Gouvernement flamand utilise comme cadre de référence, le cas échéant, les objectifs finaux, les objectifs de développement, les objectifs finaux spécifiques, les objectifs, les profils de formation ou les contenus didactiques minimums définis par des lois, décrets ou réglementations fédéraux ou flamands;
2° ou des niveaux et descripteurs de niveau tels que visés par le décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. ".
" Art. 115/2. Le Gouvernement flamand peut établir l'équivalence générale de titres étrangers avec les titres suivants, délivrés par des écoles d'enseignement secondaire agréées, financées ou subventionnées par la Communauté flamande :
1° le certificat du premier degré de l'enseignement secondaire;
2° le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire;
3° le diplôme d'enseignement secondaire;
4° le certificat d'études de la deuxième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire;
5° le certificat de 'Se-n-Se';
6° le certificat de la troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée comme une année de spécialisation;
7° le certificat de connaissance de base de la gestion d'entreprise;
8° le certificat d'une formation de l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel;
9° le certificat d'une formation de l'enseignement secondaire spécial;
10° le certificat de compétences acquises dans une formation de l'enseignement secondaire spécial.
Lors de l'établissement de l'équivalence générale, le Gouvernement flamand tient compte :
1° des qualifications d'enseignement décrites en vertu du décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. A défaut des qualifications d'enseignement, le Gouvernement flamand utilise comme cadre de référence, le cas échéant, les objectifs finaux, les objectifs de développement, les objectifs finaux spécifiques, les objectifs, les profils de formation ou les contenus didactiques minimums définis par des lois, décrets ou réglementations fédéraux ou flamands;
2° ou des niveaux et descripteurs de niveau tels que visés par le décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. ".
Art. III.8. In deel III, titel 2, hoofdstuk 3, van de Codex Secundair Onderwijs wordt een artikel 115/3 ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 115/3. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure, met inbegrip van een beroepsprocedure, tot de erkenning van de individuele gelijkwaardigheid van studiebewijzen die niet in een besluit als vermeld in artikel 115/2 zijn opgenomen met de volgende studiebewijzen, uitgereikt door scholen of centra voor secundair onderwijs die erkend, gefinancierd of gesubsidieerd zijn door de Vlaamse Gemeenschap :
1° het getuigschrift van de eerste graad van het secundair onderwijs;
2° het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs;
3° het diploma van het secundair onderwijs;
4° het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs;
5° het certificaat van Se-n-Se;
6° het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd als een specialisatiejaar;
7° het getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer;
8° het certificaat van een opleiding deeltijds beroepssecundair onderwijs;
9° het getuigschrift van een opleiding buitengewoon secundair onderwijs;
10° het getuigschrift van verworven competenties in een opleiding buitengewoon secundair onderwijs.
De Vlaamse Regering waarborgt dat binnen deze procedure rekening wordt gehouden :
1° met de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties worden, in voorkomend geval, de eindtermen, de ontwikkelingsdoelen, de specifieke eindtermen, de doelen, de opleidingsprofielen of de minimale leerinhouden die in federale of Vlaamse wet-, decreet- of regelgeving zijn bepaald, als referentiekader gebruikt;
2° of, met de niveaus en niveaudescriptoren als vermeld in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. ".
" Art. 115/3. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure, met inbegrip van een beroepsprocedure, tot de erkenning van de individuele gelijkwaardigheid van studiebewijzen die niet in een besluit als vermeld in artikel 115/2 zijn opgenomen met de volgende studiebewijzen, uitgereikt door scholen of centra voor secundair onderwijs die erkend, gefinancierd of gesubsidieerd zijn door de Vlaamse Gemeenschap :
1° het getuigschrift van de eerste graad van het secundair onderwijs;
2° het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs;
3° het diploma van het secundair onderwijs;
4° het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs;
5° het certificaat van Se-n-Se;
6° het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, georganiseerd als een specialisatiejaar;
7° het getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer;
8° het certificaat van een opleiding deeltijds beroepssecundair onderwijs;
9° het getuigschrift van een opleiding buitengewoon secundair onderwijs;
10° het getuigschrift van verworven competenties in een opleiding buitengewoon secundair onderwijs.
De Vlaamse Regering waarborgt dat binnen deze procedure rekening wordt gehouden :
1° met de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties worden, in voorkomend geval, de eindtermen, de ontwikkelingsdoelen, de specifieke eindtermen, de doelen, de opleidingsprofielen of de minimale leerinhouden die in federale of Vlaamse wet-, decreet- of regelgeving zijn bepaald, als referentiekader gebruikt;
2° of, met de niveaus en niveaudescriptoren als vermeld in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. ".
Art. III.8. Un article 115/3, rédigé comme suit, est inséré dans la partie III, titre 2, chapitre 3 du Codex de l'Enseignement secondaire :
" Art. 115/3. Le Gouvernement flamand fixe les conditions et la procédure, y compris une procédure de recours, de reconnaissance de l'équivalence individuelle de titres n'étant pas repris dans un arrêté tel que visé à l'article 115/2 avec les certificats suivants délivrés par des écoles ou centres d'enseignement secondaire agréés, financés ou subventionnés par la Communauté flamande :
1° le certificat du premier degré de l'enseignement secondaire;
2° le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire;
3° le diplôme d'enseignement secondaire;
4° le certificat d'études de la deuxième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire;
5° le certificat de 'Se-n-Se';
6° le certificat de la troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée comme une année de spécialisation;
7° le certificat de connaissance de base de la gestion d'entreprise;
8° le certificat d'une formation de l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel;
9° le certificat d'une formation de l'enseignement secondaire spécial;
10° le certificat de compétences acquises dans une formation de l'enseignement secondaire spécial.
Le Gouvernement flamand garantit qu'il est tenu compte dans cette procédure :
1° des qualifications d'enseignement décrites en vertu du décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. A défaut des qualifications d'enseignement, les objectifs finaux, les objectifs de développement, les objectifs finaux spécifiques, les objectifs, les profils de formation ou les contenus didactiques minimums définis par des lois, décrets ou réglementations fédéraux ou flamands, sont utilisés, le cas échéant, comme cadre de référence;
2° ou des niveaux et descripteurs de niveau tels que visés par le décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. ".
" Art. 115/3. Le Gouvernement flamand fixe les conditions et la procédure, y compris une procédure de recours, de reconnaissance de l'équivalence individuelle de titres n'étant pas repris dans un arrêté tel que visé à l'article 115/2 avec les certificats suivants délivrés par des écoles ou centres d'enseignement secondaire agréés, financés ou subventionnés par la Communauté flamande :
1° le certificat du premier degré de l'enseignement secondaire;
2° le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire;
3° le diplôme d'enseignement secondaire;
4° le certificat d'études de la deuxième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire;
5° le certificat de 'Se-n-Se';
6° le certificat de la troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée comme une année de spécialisation;
7° le certificat de connaissance de base de la gestion d'entreprise;
8° le certificat d'une formation de l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel;
9° le certificat d'une formation de l'enseignement secondaire spécial;
10° le certificat de compétences acquises dans une formation de l'enseignement secondaire spécial.
Le Gouvernement flamand garantit qu'il est tenu compte dans cette procédure :
1° des qualifications d'enseignement décrites en vertu du décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. A défaut des qualifications d'enseignement, les objectifs finaux, les objectifs de développement, les objectifs finaux spécifiques, les objectifs, les profils de formation ou les contenus didactiques minimums définis par des lois, décrets ou réglementations fédéraux ou flamands, sont utilisés, le cas échéant, comme cadre de référence;
2° ou des niveaux et descripteurs de niveau tels que visés par le décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. ".
Art. III.9. In deel III, titel 2, hoofdstuk 3, van de Codex Secundair Onderwijs wordt een artikel 115/4 ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 115/4. Tegen eindbeslissingen van delibererende klassenraden in het gewoon secundair onderwijs en opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs en tegen eindbeslissingen van klassenraden in opleidingsvorm 3 van het buitengewoon secundair onderwijs die door de betrokken personen worden betwist, hebben die personen verhaalmogelijkheid overeenkomstig de volgende procedure :
1° de betrokken personen kunnen binnen een termijn van drie dagen, zaterdag, zondag, wettelijke en reglementaire feestdagen niet meegerekend, volgend op de dag waarop hen die beslissing werd meegedeeld, het recht doen gelden op overleg met een afgevaardigde van het schoolbestuur of de voorzitter van die klassenraad of afgevaardigde. Beide partijen maken hun standpunten kenbaar;
2° op basis van de argumenten die door de betrokken personen worden aangevoerd, kan de afgevaardigde van het schoolbestuur of de voorzitter van die klassenraad of zijn afgevaardigde na dergelijk overleg de klassenraad zo spoedig mogelijk opnieuw doen bijeenkomen;
3° als, na 1° en 2°, de betwisting blijft bestaan, dan kunnen de betrokken personen zich tot de beroepscommissie richten binnen een termijn van drie dagen, zaterdag, zondag, wettelijke en reglementaire feestdagen niet meegerekend, nadat het resultaat van het in 1° bedoeld overleg aan de betrokken personen werd meegedeeld of, indien het desbetreffend overleg heeft geleid tot een nieuwe bijeenkomst van die klassenraad, binnen een termijn van drie dagen, zaterdag, zondag, wettelijke en reglementaire feestdagen niet meegerekend, nadat het resultaat van deze bijeenkomst aan de betrokken personen werd meegedeeld. Het schoolbestuur bepaalt de samenstelling en de werking van de beroepscommissie, ermee rekening houdend dat, met uitzondering van de voorzitter, de leden van die klassenraad er geen deel van kunnen uitmaken en dat de beroepscommissie uit minstens drie leden bestaat;
4° de beroepscommissie voert een onderzoek uit en deelt het resultaat ervan mee aan het schoolbestuur;
5° het schoolbestuur beslist vervolgens of die klassenraad wel of niet opnieuw dient samen te komen met het oog op het nemen van een definitieve beslissing;
6° indien die klassenraad opnieuw dient samen te komen, dient dit te gebeuren hetzij uiterlijk op 15 september van het daaropvolgend schooljaar, hetzij uiterlijk op 15 maart van het schooljaar in kwestie als de betwiste beslissing betrekking heeft op een Se-n-Se en genomen werd op 31 januari dan wel, bij uitstel, uiterlijk op 1 maart van dat schooljaar. De alsdan genomen beslissing wordt, schriftelijk en gemotiveerd, onmiddellijk aan de betrokken personen meegedeeld. ".
" Art. 115/4. Tegen eindbeslissingen van delibererende klassenraden in het gewoon secundair onderwijs en opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs en tegen eindbeslissingen van klassenraden in opleidingsvorm 3 van het buitengewoon secundair onderwijs die door de betrokken personen worden betwist, hebben die personen verhaalmogelijkheid overeenkomstig de volgende procedure :
1° de betrokken personen kunnen binnen een termijn van drie dagen, zaterdag, zondag, wettelijke en reglementaire feestdagen niet meegerekend, volgend op de dag waarop hen die beslissing werd meegedeeld, het recht doen gelden op overleg met een afgevaardigde van het schoolbestuur of de voorzitter van die klassenraad of afgevaardigde. Beide partijen maken hun standpunten kenbaar;
2° op basis van de argumenten die door de betrokken personen worden aangevoerd, kan de afgevaardigde van het schoolbestuur of de voorzitter van die klassenraad of zijn afgevaardigde na dergelijk overleg de klassenraad zo spoedig mogelijk opnieuw doen bijeenkomen;
3° als, na 1° en 2°, de betwisting blijft bestaan, dan kunnen de betrokken personen zich tot de beroepscommissie richten binnen een termijn van drie dagen, zaterdag, zondag, wettelijke en reglementaire feestdagen niet meegerekend, nadat het resultaat van het in 1° bedoeld overleg aan de betrokken personen werd meegedeeld of, indien het desbetreffend overleg heeft geleid tot een nieuwe bijeenkomst van die klassenraad, binnen een termijn van drie dagen, zaterdag, zondag, wettelijke en reglementaire feestdagen niet meegerekend, nadat het resultaat van deze bijeenkomst aan de betrokken personen werd meegedeeld. Het schoolbestuur bepaalt de samenstelling en de werking van de beroepscommissie, ermee rekening houdend dat, met uitzondering van de voorzitter, de leden van die klassenraad er geen deel van kunnen uitmaken en dat de beroepscommissie uit minstens drie leden bestaat;
4° de beroepscommissie voert een onderzoek uit en deelt het resultaat ervan mee aan het schoolbestuur;
5° het schoolbestuur beslist vervolgens of die klassenraad wel of niet opnieuw dient samen te komen met het oog op het nemen van een definitieve beslissing;
6° indien die klassenraad opnieuw dient samen te komen, dient dit te gebeuren hetzij uiterlijk op 15 september van het daaropvolgend schooljaar, hetzij uiterlijk op 15 maart van het schooljaar in kwestie als de betwiste beslissing betrekking heeft op een Se-n-Se en genomen werd op 31 januari dan wel, bij uitstel, uiterlijk op 1 maart van dat schooljaar. De alsdan genomen beslissing wordt, schriftelijk en gemotiveerd, onmiddellijk aan de betrokken personen meegedeeld. ".
Art. III.9. Un article 115/4, rédigé comme suit, est inséré dans la partie III, titre 2, chapitre 3 du Codex de l'Enseignement secondaire :
" Art. 115/4. Contre les décisions finales des conseils de classe délibérants dans l'enseignement secondaire ordinaire et la forme d'enseignement 4 de l'enseignement secondaire spécial et contre les décisions finales des conseils de classe dans la forme d'enseignement 3 de l'enseignement secondaire spécial qui sont contestées par les personnes concernées, ces personnes ont des possibilités de recours conformément à la procédure suivante :
1° dans un délai de trois jours, samedi, dimanche et jours fériés et réglementaires non compris, les personnes concernées peuvent, après que la décision leur a été communiquée, faire valoir leur droit à la concertation avec un représentant de l'autorité scolaire ou le président de ce conseil de classe ou le représentant. Les deux parties font connaître leurs points de vue;
2° sur la base des arguments évoqués par les personnes concernées, le représentant de la direction de l'autorité scolaire ou le président du conseil de classe ou son représentant peuvent décider, après une telle concertation, de réunir au plus tôt le conseil de classe pour délibérer à nouveau;
3° si, après 1° et 2°, la contestation persiste, les personnes concernées peuvent s'adresser à la commission de recours, dans un délai de trois jours, samedi, dimanche et jours fériés et réglementaires non compris, après communication aux personnes concernées du résultat de la concertation visée au point 1°, ou si la concertation en question a conduit à une nouvelle réunion de ce conseil de classe, dans un délai de trois jours, samedi, dimanche et jours fériés et réglementaires non compris, après communication aux personnes intéressées du résultat de cette réunion. L'autorité scolaire détermine la composition et le fonctionnement de la commission de recours, en tenant compte du fait que, à l'exception du président, les membres du conseil de classe ne peuvent pas en faire partie et que la commission de recours consiste en au moins trois membres;
4° la commission de recours réalise une enquête et en communique le résultat à l'autorité scolaire;
5° ensuite, l'autorité scolaire décide si ce conseil de classe doit se réunir à nouveau ou non pour prendre une décision définitive;
6° si ce conseil de classe doit de nouveau se réunir, cela doit se faire soit au plus tard le 15 septembre de l'année scolaire suivante, soit au plus tard le 15 mars de l'année scolaire en question si la décision contestée a trait à une formation Se-n-Se et a été prise le 31 janvier ou bien, en cas de report, au plus tard le 1er mars de l'année scolaire en question. La décision prise à ce moment est immédiatement communiquée aux personnes concernées, de manière écrite et motivée.
" Art. 115/4. Contre les décisions finales des conseils de classe délibérants dans l'enseignement secondaire ordinaire et la forme d'enseignement 4 de l'enseignement secondaire spécial et contre les décisions finales des conseils de classe dans la forme d'enseignement 3 de l'enseignement secondaire spécial qui sont contestées par les personnes concernées, ces personnes ont des possibilités de recours conformément à la procédure suivante :
1° dans un délai de trois jours, samedi, dimanche et jours fériés et réglementaires non compris, les personnes concernées peuvent, après que la décision leur a été communiquée, faire valoir leur droit à la concertation avec un représentant de l'autorité scolaire ou le président de ce conseil de classe ou le représentant. Les deux parties font connaître leurs points de vue;
2° sur la base des arguments évoqués par les personnes concernées, le représentant de la direction de l'autorité scolaire ou le président du conseil de classe ou son représentant peuvent décider, après une telle concertation, de réunir au plus tôt le conseil de classe pour délibérer à nouveau;
3° si, après 1° et 2°, la contestation persiste, les personnes concernées peuvent s'adresser à la commission de recours, dans un délai de trois jours, samedi, dimanche et jours fériés et réglementaires non compris, après communication aux personnes concernées du résultat de la concertation visée au point 1°, ou si la concertation en question a conduit à une nouvelle réunion de ce conseil de classe, dans un délai de trois jours, samedi, dimanche et jours fériés et réglementaires non compris, après communication aux personnes intéressées du résultat de cette réunion. L'autorité scolaire détermine la composition et le fonctionnement de la commission de recours, en tenant compte du fait que, à l'exception du président, les membres du conseil de classe ne peuvent pas en faire partie et que la commission de recours consiste en au moins trois membres;
4° la commission de recours réalise une enquête et en communique le résultat à l'autorité scolaire;
5° ensuite, l'autorité scolaire décide si ce conseil de classe doit se réunir à nouveau ou non pour prendre une décision définitive;
6° si ce conseil de classe doit de nouveau se réunir, cela doit se faire soit au plus tard le 15 septembre de l'année scolaire suivante, soit au plus tard le 15 mars de l'année scolaire en question si la décision contestée a trait à une formation Se-n-Se et a été prise le 31 janvier ou bien, en cas de report, au plus tard le 1er mars de l'année scolaire en question. La décision prise à ce moment est immédiatement communiquée aux personnes concernées, de manière écrite et motivée.
Art. III.10. In deel III, titel 2, hoofdstuk 3, van de Codex Secundair Onderwijs wordt een artikel 115/5 ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 115/5. Ongeacht van de al dan niet betwisting door de betrokken personen van een eindbeslissing wordt het schoolbestuur steeds het recht voorbehouden desbetreffende klassenraad opnieuw te doen samenkomen, ten einde een door het schoolbestuur zelf omstreden beslissing te heroverwegen. Het opnieuw samenkomen dient te gebeuren hetzij uiterlijk op 15 september van het daaropvolgend schooljaar, hetzij uiterlijk op 15 maart van het schooljaar in kwestie als de omstreden beslissing betrekking heeft op een Se-n-Se en genomen werd op 31 januari dan wel, bij uitstel, uiterlijk op 1 maart van dat schooljaar. In het geval de alsdan genomen beslissing afwijkt van de omstreden beslissing, wordt ze schriftelijk en gemotiveerd, onmiddellijk aan de betrokken personen meegedeeld. ".
" Art. 115/5. Ongeacht van de al dan niet betwisting door de betrokken personen van een eindbeslissing wordt het schoolbestuur steeds het recht voorbehouden desbetreffende klassenraad opnieuw te doen samenkomen, ten einde een door het schoolbestuur zelf omstreden beslissing te heroverwegen. Het opnieuw samenkomen dient te gebeuren hetzij uiterlijk op 15 september van het daaropvolgend schooljaar, hetzij uiterlijk op 15 maart van het schooljaar in kwestie als de omstreden beslissing betrekking heeft op een Se-n-Se en genomen werd op 31 januari dan wel, bij uitstel, uiterlijk op 1 maart van dat schooljaar. In het geval de alsdan genomen beslissing afwijkt van de omstreden beslissing, wordt ze schriftelijk en gemotiveerd, onmiddellijk aan de betrokken personen meegedeeld. ".
Art. III.10. Un article 115/5, rédigé comme suit, est inséré dans la partie III, titre 2, chapitre 3, du Codex de l'Enseignement secondaire :
" Art. 115/5. Sans préjudice de la contestation ou non par les personnes concernées par la décision finale, l'autorité scolaire maintient toujours le droit de convoquer à nouveau le conseil de classe en question, afin de reconsidérer une décision contestée par l'autorité scolaire elle-même. Cette nouvelle réunion doit avoir lieu soit au plus tard le 15 septembre de l'année scolaire suivante, soit au plus tard le 15 mars de l'année scolaire en question si la décision contestée a trait à une formation Se-n-Se et a été prise le 31 janvier ou bien, en cas de report, au plus tard le 1er mars de l'année scolaire en question. Si la décision alors prise déroge à la décision contestée, elle est immédiatement communiquée aux personnes concernées, par écrit et motivée. ".
" Art. 115/5. Sans préjudice de la contestation ou non par les personnes concernées par la décision finale, l'autorité scolaire maintient toujours le droit de convoquer à nouveau le conseil de classe en question, afin de reconsidérer une décision contestée par l'autorité scolaire elle-même. Cette nouvelle réunion doit avoir lieu soit au plus tard le 15 septembre de l'année scolaire suivante, soit au plus tard le 15 mars de l'année scolaire en question si la décision contestée a trait à une formation Se-n-Se et a été prise le 31 janvier ou bien, en cas de report, au plus tard le 1er mars de l'année scolaire en question. Si la décision alors prise déroge à la décision contestée, elle est immédiatement communiquée aux personnes concernées, par écrit et motivée. ".
Art. III.11. In de Codex Secundair Onderwijs wordt een artikel 117/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 117/1. Bij langdurige afwezigheid wegens ziekte of ongeval van een leerling is het schoolbestuur verplicht om de betrokken personen te informeren over het recht op, de mogelijkheden van en de modaliteiten van het tijdelijk onderwijs aan huis.
De uitdrukkelijke vraag van de betrokken personen verplicht het schoolbestuur er toe om tijdelijk onderwijs aan huis te organiseren. ".
" Art. 117/1. Bij langdurige afwezigheid wegens ziekte of ongeval van een leerling is het schoolbestuur verplicht om de betrokken personen te informeren over het recht op, de mogelijkheden van en de modaliteiten van het tijdelijk onderwijs aan huis.
De uitdrukkelijke vraag van de betrokken personen verplicht het schoolbestuur er toe om tijdelijk onderwijs aan huis te organiseren. ".
Art. III.11. Dans le Codes de l'Enseignement secondaire, il est inséré un article 117/1, rédigé comme suit :
" Art. 117/1. Lors d'une absence de longue durée pour cause de maladie ou d'accident d'un élève, l'autorité scolaire est obligée d'informer les personnes concernées du droit à un enseignement temporaire en milieu familial, ainsi qu'aux possibilités et aux modalités d'un tel enseignement.
A la demande explicite des personnes concernées, l'autorité scolaire est obligée d'organiser un enseignement temporaire en milieu familial. ".
" Art. 117/1. Lors d'une absence de longue durée pour cause de maladie ou d'accident d'un élève, l'autorité scolaire est obligée d'informer les personnes concernées du droit à un enseignement temporaire en milieu familial, ainsi qu'aux possibilités et aux modalités d'un tel enseignement.
A la demande explicite des personnes concernées, l'autorité scolaire est obligée d'organiser un enseignement temporaire en milieu familial. ".
Art. III.12. In artikel 124 van de Codex Secundair Onderwijs wordt in het tweede lid een punt c) toegevoegd, dat luidt als volgt :
" c) hetzij naar een derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, aangeduid als naamloos leerjaar, en naar één optie van de derde graad van het technisch of kunstsecundair onderwijs, aangeduid als Se-n-Se, en bestaande uit twee semesters, binnen het geheel van opties zoals door de Vlaamse Regering bepaald; ".
" c) hetzij naar een derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, aangeduid als naamloos leerjaar, en naar één optie van de derde graad van het technisch of kunstsecundair onderwijs, aangeduid als Se-n-Se, en bestaande uit twee semesters, binnen het geheel van opties zoals door de Vlaamse Regering bepaald; ".
Art. III.12. A l'article 124, deuxième alinéa, du même arrêté, il est ajouté un point c), rédigé comme suit :
" c) ou bien en une troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel, désignée comme année anonyme, et en une seule option du troisième degré de l'enseignement secondaire technique ou artistique, désignée comme 'Se-n-Se', et comportant deux semestres, dans l'ensemble d'options telles que déterminées par le Gouvernement flamand; ".
" c) ou bien en une troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel, désignée comme année anonyme, et en une seule option du troisième degré de l'enseignement secondaire technique ou artistique, désignée comme 'Se-n-Se', et comportant deux semestres, dans l'ensemble d'options telles que déterminées par le Gouvernement flamand; ".
Art. III.13. In artikel 131 van de Codex Secundair Onderwijs wordt in het tweede lid de zinsnede " 1 september 2012 " vervangen door de zinsnede " 1 september 2014 ".
Art. III.13. A l'article 131, alinéa deux, du Codex de l'Enseignement secondaire, le membre de phrase " 1er septembre 2012 " est remplacé par le membre de phrase " 1er septembre 2014 ".
Art. III.14. In artikel 135 van de Codex Secundair Onderwijs worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° paragraaf 2 wordt opgeheven;
2° de indeling in paragrafen wordt opgeheven.
1° paragraaf 2 wordt opgeheven;
2° de indeling in paragrafen wordt opgeheven.
Art. III.14. A l'article 135 du Codex de l'Enseignement secondaire sont apportées les modifications suivantes :
1° le § 2er est abrogé;
2° la répartition en paragraphes est abrogée.
1° le § 2er est abrogé;
2° la répartition en paragraphes est abrogée.
Art. III.15. In Codex Secundair Onderwijs wordt een artikel 136/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 136/1. De bepaling van artikel 252, § 1, a), 2), sluit niet uit dat een deel van de vorming van het leerjaar waarin de leerling is ingeschreven, wordt verstrekt door leraars van een andere school dan de school waarin de leerling is ingeschreven en dit op een vestigingsplaats van die andere school. Indien van deze mogelijkheid tot samenwerking gebruik wordt gemaakt, dan zijn de volgende voorwaarden van toepassing :
1° de regeling wordt in het schoolreglement opgenomen;
2° het schoolreglement van de school waar de leerling is ingeschreven, blijft onverkort van toepassing;
3° de regeling wordt voorafgaand onderhandeld in de lokale comités, bevoegd inzake arbeidsvoorwaarden en personeelsaangelegenheden, van de betrokken scholen;
4° de leraars van de andere school die aan de leerling vorming geven :
a) maken stemgerechtigd deel uit van de bevoegde klassenraden in het geval het scholen betreft die tot hetzelfde schoolbestuur behoren;
b) maken raadgevend deel uit van de bevoegde klassenraden in het geval het scholen betreft die niet tot hetzelfde schoolbestuur behoren;
5° uitsluitend de school waar de leerling is ingeschreven, is bevoegd en verantwoordelijk voor evaluatie, studiebekrachtiging en kwaliteitszorg;
6° de samenwerking tussen de scholen wordt vastgelegd in een overeenkomst waarin alleszins volgende elementen worden opgenomen :
a) de samenwerkende scholen, met vermelding van de school van inschrijving;
b) de invulling van de samenwerking;
c) de looptijd van de samenwerking;
d) de afspraken over de evaluatie en kwaliteitszorg.
De samenwerkingsovereenkomst ligt steeds in de scholen ter inzage met het oog op administratieve controle en externe kwaliteitscontrole. ".
" Art. 136/1. De bepaling van artikel 252, § 1, a), 2), sluit niet uit dat een deel van de vorming van het leerjaar waarin de leerling is ingeschreven, wordt verstrekt door leraars van een andere school dan de school waarin de leerling is ingeschreven en dit op een vestigingsplaats van die andere school. Indien van deze mogelijkheid tot samenwerking gebruik wordt gemaakt, dan zijn de volgende voorwaarden van toepassing :
1° de regeling wordt in het schoolreglement opgenomen;
2° het schoolreglement van de school waar de leerling is ingeschreven, blijft onverkort van toepassing;
3° de regeling wordt voorafgaand onderhandeld in de lokale comités, bevoegd inzake arbeidsvoorwaarden en personeelsaangelegenheden, van de betrokken scholen;
4° de leraars van de andere school die aan de leerling vorming geven :
a) maken stemgerechtigd deel uit van de bevoegde klassenraden in het geval het scholen betreft die tot hetzelfde schoolbestuur behoren;
b) maken raadgevend deel uit van de bevoegde klassenraden in het geval het scholen betreft die niet tot hetzelfde schoolbestuur behoren;
5° uitsluitend de school waar de leerling is ingeschreven, is bevoegd en verantwoordelijk voor evaluatie, studiebekrachtiging en kwaliteitszorg;
6° de samenwerking tussen de scholen wordt vastgelegd in een overeenkomst waarin alleszins volgende elementen worden opgenomen :
a) de samenwerkende scholen, met vermelding van de school van inschrijving;
b) de invulling van de samenwerking;
c) de looptijd van de samenwerking;
d) de afspraken over de evaluatie en kwaliteitszorg.
De samenwerkingsovereenkomst ligt steeds in de scholen ter inzage met het oog op administratieve controle en externe kwaliteitscontrole. ".
Art. III.15. Dans le Code de l'Enseignement secondaire, il est inséré un article 136/1, rédigé comme suit :
" Art. 136/1. La disposition de l'article 252, § 1er, a), 2), n'exclut pas qu'une partie de la formation de l'année scolaire dans laquelle l'élève a été inscrit, est enseignée par des enseignants d'une école autre que l'école dans laquelle l'élève est inscrit et dans un lieu d'implantation de cette autre école. S'il est fait usage de cette possibilité de coopération, les conditions suivantes s'appliquent :
1° les mesures sont reprises dans le règlement d'école;
2° le règlement d'école de l'école où l'élève est inscrit continue à s'appliquer intégralement;
3° les mesures sont négociées au préalable dans les comités locaux, compétents en matière de travail et d'affaires du personnel, des écoles concernées;
4° les enseignants de l'autre école qui assurent la formation de l'élève :
a) font partie des conseils de classe compétents et y ont voix délibérative dans le cas où il s'agit d'écoles appartenant à la même autorité scolaire;
b) font partie des conseils de classe compétents et y ont voix consultative dans le cas où il s'agit d'écoles n'appartenant pas à la même autorité scolaire;
5° seule l'école où l'élève est inscrit détient la compétence et la responsabilité en matière d'évaluation, de validation des études et de gestion de la qualité;
6° la coopération entre les écoles est coulée dans un accord reprenant au moins les éléments suivants :
a) les écoles coopérantes, avec mention de l'école d'inscription;
b) la concrétisation de la coopération;
c) la durée de la coopération;
d) les arrangements pris au sujet de l'évaluation et de la gestion de la qualité.
L'accord de coopération peut à tout moment être consulté dans les écoles, en vue du contrôle administratif et du contrôle qualitatif externe. "
" Art. 136/1. La disposition de l'article 252, § 1er, a), 2), n'exclut pas qu'une partie de la formation de l'année scolaire dans laquelle l'élève a été inscrit, est enseignée par des enseignants d'une école autre que l'école dans laquelle l'élève est inscrit et dans un lieu d'implantation de cette autre école. S'il est fait usage de cette possibilité de coopération, les conditions suivantes s'appliquent :
1° les mesures sont reprises dans le règlement d'école;
2° le règlement d'école de l'école où l'élève est inscrit continue à s'appliquer intégralement;
3° les mesures sont négociées au préalable dans les comités locaux, compétents en matière de travail et d'affaires du personnel, des écoles concernées;
4° les enseignants de l'autre école qui assurent la formation de l'élève :
a) font partie des conseils de classe compétents et y ont voix délibérative dans le cas où il s'agit d'écoles appartenant à la même autorité scolaire;
b) font partie des conseils de classe compétents et y ont voix consultative dans le cas où il s'agit d'écoles n'appartenant pas à la même autorité scolaire;
5° seule l'école où l'élève est inscrit détient la compétence et la responsabilité en matière d'évaluation, de validation des études et de gestion de la qualité;
6° la coopération entre les écoles est coulée dans un accord reprenant au moins les éléments suivants :
a) les écoles coopérantes, avec mention de l'école d'inscription;
b) la concrétisation de la coopération;
c) la durée de la coopération;
d) les arrangements pris au sujet de l'évaluation et de la gestion de la qualité.
L'accord de coopération peut à tout moment être consulté dans les écoles, en vue du contrôle administratif et du contrôle qualitatif externe. "
Art. III.16. In de Codex Secundair Onderwijs wordt een artikel 136/2 ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 136/2. Het schoolbestuur kan op grond van specifieke onderwijskundige argumenten en met het oog op het aanbieden van meer individuele leertrajecten, beslissen om voor een leerling of leerlingengroep af te wijken van de voorwaarde, vermeld in artikel 252, § 1, a), 2), onder de volgende modaliteiten :
1° het individueel vrijstellen van het volgen van bepaalde onderdelen van de vorming van een bepaald structuuronderdeel gedurende een deel of het geheel van het schooljaar en de vervanging door andere onderdelen die de finaliteit van het structuuronderdeel niet aantasten, mits de toelatings- of begeleidende klassenraad, naargelang van het geval, een gunstige beslissing neemt én mits akkoord van de betrokken personen, voor een leerling die specifieke onderwijsbehoeften heeft omwille van :
- hetzij leerstoornissen of hoogbegaafdheid, zoals vastgesteld op basis van handelingsgerichte diagnostiek van het CLB;
- hetzij tijdelijke leermoeilijkheden of leerachterstanden voor een of meer vakken;
2° in voorkomend geval :
a) bestaat de toelatingsklassenraad, voor wat het onderwijzend personeel betreft en in afwijking op de vigerende regelgeving, uit alle leden van het structuuronderdeel waarvoor de leerling opteert;
b) kunnen individuele vrijstellingen nooit worden verleend voor het geheel van een vak, tenzij laatstbedoeld vak wordt vervangen door het vak Nederlands;
c) worden individuele vrijstellingen en vervangingen schriftelijk en gemotiveerd vastgelegd;
d) doen individuele vrijstellingen en vervangingen geen afbreuk aan de studiebekrachtiging. ".
" Art. 136/2. Het schoolbestuur kan op grond van specifieke onderwijskundige argumenten en met het oog op het aanbieden van meer individuele leertrajecten, beslissen om voor een leerling of leerlingengroep af te wijken van de voorwaarde, vermeld in artikel 252, § 1, a), 2), onder de volgende modaliteiten :
1° het individueel vrijstellen van het volgen van bepaalde onderdelen van de vorming van een bepaald structuuronderdeel gedurende een deel of het geheel van het schooljaar en de vervanging door andere onderdelen die de finaliteit van het structuuronderdeel niet aantasten, mits de toelatings- of begeleidende klassenraad, naargelang van het geval, een gunstige beslissing neemt én mits akkoord van de betrokken personen, voor een leerling die specifieke onderwijsbehoeften heeft omwille van :
- hetzij leerstoornissen of hoogbegaafdheid, zoals vastgesteld op basis van handelingsgerichte diagnostiek van het CLB;
- hetzij tijdelijke leermoeilijkheden of leerachterstanden voor een of meer vakken;
2° in voorkomend geval :
a) bestaat de toelatingsklassenraad, voor wat het onderwijzend personeel betreft en in afwijking op de vigerende regelgeving, uit alle leden van het structuuronderdeel waarvoor de leerling opteert;
b) kunnen individuele vrijstellingen nooit worden verleend voor het geheel van een vak, tenzij laatstbedoeld vak wordt vervangen door het vak Nederlands;
c) worden individuele vrijstellingen en vervangingen schriftelijk en gemotiveerd vastgelegd;
d) doen individuele vrijstellingen en vervangingen geen afbreuk aan de studiebekrachtiging. ".
Art. III.16. Dans le Code de l'Enseignement secondaire, il est inséré un article 136/2, rédigé comme suit :
" Art. 136/2. L'autorité scolaire peut, sur la base d'arguments pédagogiques spécifiques et en vue d'offrir plus de parcours d'apprentissage individuels, décider de déroger, pour un élève ou un groupe d'élèves, à la condition, visée à l'article 252, § 1er, a), 2) aux modalités suivantes :
1° l'exemption individuelle de suivre certaines subdivisions de la formation d'une certaine subdivision structurelle pendant une partie de l'année scolaire ou l'année scolaire entière et le remplacement par d'autres subdivisions qui ne portent pas atteinte à la finalité de la subdivision structurelle, à condition que le conseil de classe d'admission ou accompagnateur, suivant le cas, prenne une décision favorable après l'accord des personnes concernées, pour un élève ayant des besoins spécifiques en matière d'enseignement en raison :
- soit de troubles d'apprentissage ou d'une nature surdouée, constaté sur la base de diagnostique axé sur les actions et effectué par le CLB;
- soit de difficultés passagères d'apprentissage ou de retards de d'apprentissage pour une ou plusieurs branches;
2° le cas échéant :
a) le conseil de classe d'admission se compose, pour ce qui est du personnel enseignant et par dérogation à la réglementation en vigueur, de tous les membres de la subdivision structurelle pour laquelle l'élève opte;
b) des exemptions individuelles ne peuvent jamais être accordées pour l'ensemble d'un cours, à moins que celui-ci soit remplacé par le cours de néerlandais;
c) des exemptions et remplacements individuels sont fixés par écrit et motivés;
d) des exemptions et remplacements individuels ne portent pas préjudice à la validation des études. ".
" Art. 136/2. L'autorité scolaire peut, sur la base d'arguments pédagogiques spécifiques et en vue d'offrir plus de parcours d'apprentissage individuels, décider de déroger, pour un élève ou un groupe d'élèves, à la condition, visée à l'article 252, § 1er, a), 2) aux modalités suivantes :
1° l'exemption individuelle de suivre certaines subdivisions de la formation d'une certaine subdivision structurelle pendant une partie de l'année scolaire ou l'année scolaire entière et le remplacement par d'autres subdivisions qui ne portent pas atteinte à la finalité de la subdivision structurelle, à condition que le conseil de classe d'admission ou accompagnateur, suivant le cas, prenne une décision favorable après l'accord des personnes concernées, pour un élève ayant des besoins spécifiques en matière d'enseignement en raison :
- soit de troubles d'apprentissage ou d'une nature surdouée, constaté sur la base de diagnostique axé sur les actions et effectué par le CLB;
- soit de difficultés passagères d'apprentissage ou de retards de d'apprentissage pour une ou plusieurs branches;
2° le cas échéant :
a) le conseil de classe d'admission se compose, pour ce qui est du personnel enseignant et par dérogation à la réglementation en vigueur, de tous les membres de la subdivision structurelle pour laquelle l'élève opte;
b) des exemptions individuelles ne peuvent jamais être accordées pour l'ensemble d'un cours, à moins que celui-ci soit remplacé par le cours de néerlandais;
c) des exemptions et remplacements individuels sont fixés par écrit et motivés;
d) des exemptions et remplacements individuels ne portent pas préjudice à la validation des études. ".
Art. III.17. In de Codex Secundair Onderwijs wordt een artikel 136/3 ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 136/3. Het schoolbestuur kan op grond van specifieke onderwijskundige argumenten en met het oog op het aanbieden van meer individuele leertrajecten, beslissen om voor een leerling of leerlingengroep af te wijken van de voorwaarde, vermeld in artikel 252, § 1, a), 2), onder de volgende modaliteiten :
1° het individueel vrijstellen van het volgen van bepaalde onderdelen van de vorming van een bepaald structuuronderdeel gedurende een deel of het geheel van het schooljaar voor een leerling met uitzonderlijke artistieke talenten en het tijdens die vrijgestelde periodes, schoolextern, ontwikkelen van die talenten binnen een specifieke artistieke context, mits de toelatings- of begeleidende klassenraad, naargelang van het geval, een gunstige beslissing neemt én mits akkoord van de betrokken personen;
2° in voorkomend geval :
a) bestaat de toelatingsklassenraad, voor wat het onderwijzend personeel betreft en in afwijking op de vigerende regelgeving, uit alle leden van het structuuronderdeel waarvoor de leerling opteert;
b) moet de desbetreffende artistieke context door de onderwijsinspectie voorafgaandelijk worden aanvaard als van hoogstaand kwalitatief niveau;
c) worden individuele vrijstellingen schriftelijk en gemotiveerd vastgelegd;
d) doen individuele vrijstellingen geen afbreuk aan de studiebekrachtiging. ".
" Art. 136/3. Het schoolbestuur kan op grond van specifieke onderwijskundige argumenten en met het oog op het aanbieden van meer individuele leertrajecten, beslissen om voor een leerling of leerlingengroep af te wijken van de voorwaarde, vermeld in artikel 252, § 1, a), 2), onder de volgende modaliteiten :
1° het individueel vrijstellen van het volgen van bepaalde onderdelen van de vorming van een bepaald structuuronderdeel gedurende een deel of het geheel van het schooljaar voor een leerling met uitzonderlijke artistieke talenten en het tijdens die vrijgestelde periodes, schoolextern, ontwikkelen van die talenten binnen een specifieke artistieke context, mits de toelatings- of begeleidende klassenraad, naargelang van het geval, een gunstige beslissing neemt én mits akkoord van de betrokken personen;
2° in voorkomend geval :
a) bestaat de toelatingsklassenraad, voor wat het onderwijzend personeel betreft en in afwijking op de vigerende regelgeving, uit alle leden van het structuuronderdeel waarvoor de leerling opteert;
b) moet de desbetreffende artistieke context door de onderwijsinspectie voorafgaandelijk worden aanvaard als van hoogstaand kwalitatief niveau;
c) worden individuele vrijstellingen schriftelijk en gemotiveerd vastgelegd;
d) doen individuele vrijstellingen geen afbreuk aan de studiebekrachtiging. ".
Art. III.17. Dans le Code de l'Enseignement secondaire, il est inséré un article 136/3, rédigé comme suit :
" Art. 136/3. L'autorité scolaire peut, sur la base d'arguments pédagogiques spécifiques et en vue d'offrir plus de parcours d'apprentissage individuels, décider de déroger, pour un élève ou un groupe d'élèves, à la condition, visée à l'article 252, § 1er, a), 2) aux modalités suivantes :
1° l'exemption individuelle de suivre certaines parties de la formation d'une certaine subdivision structurelle pendant une partie de l'année scolaire ou toute l'année scolaire pour un élève ayant des talents artistiques extraordinaires et le développement, pendant ces périodes d'exemption et en dehors de l'école, de ces talents dans un contexte artistique spécifique, à condition que le conseil de classe d'admission ou accompagnateur, suivant le cas, prenne une décision favorable et moyennant l'accord des personnes concernées;
2° le cas échéant :
a) le conseil de classe d'admission se compose, pour ce qui est du personnel enseignant et par dérogation à la réglementation en vigueur, de tous les membres de la subdivision structurelle pour laquelle l'élève opte;
b) le contexte artistique en question doit être accepté au préalable comme étant d'un niveau qualitatif supérieur;
c) les exemptions individuelles sont fixées par écrit et motivées;
d) les exemptions individuelles ne portent pas préjudice à la validation des études. ".
" Art. 136/3. L'autorité scolaire peut, sur la base d'arguments pédagogiques spécifiques et en vue d'offrir plus de parcours d'apprentissage individuels, décider de déroger, pour un élève ou un groupe d'élèves, à la condition, visée à l'article 252, § 1er, a), 2) aux modalités suivantes :
1° l'exemption individuelle de suivre certaines parties de la formation d'une certaine subdivision structurelle pendant une partie de l'année scolaire ou toute l'année scolaire pour un élève ayant des talents artistiques extraordinaires et le développement, pendant ces périodes d'exemption et en dehors de l'école, de ces talents dans un contexte artistique spécifique, à condition que le conseil de classe d'admission ou accompagnateur, suivant le cas, prenne une décision favorable et moyennant l'accord des personnes concernées;
2° le cas échéant :
a) le conseil de classe d'admission se compose, pour ce qui est du personnel enseignant et par dérogation à la réglementation en vigueur, de tous les membres de la subdivision structurelle pour laquelle l'élève opte;
b) le contexte artistique en question doit être accepté au préalable comme étant d'un niveau qualitatif supérieur;
c) les exemptions individuelles sont fixées par écrit et motivées;
d) les exemptions individuelles ne portent pas préjudice à la validation des études. ".
Art. III.18. In het vijfde lid van artikel 139 van de Codex Secundair Onderwijs wordt tussen het woord " van " en het woord " descriptorelementen ", het woord " de " geschrapt.
Art. III.18. A l'alinéa cinq de l'article 139 du Codex de l'Enseignement secondaire, les mots " des éléments de descripteur " sont remplacés par les mots " d'éléments de descripteur ".
Art. III.19. In het eerste en tweede lid van artikel 145 van de Codex Secundair Onderwijs wordt telkens tussen het woord " van " en het woord " descriptorelementen ", het woord " de " geschrapt.
Art. III.19. A l'alinéa deux de l'article 145 du Codex de l'Enseignement secondaire, les mots " les éléments de descripteur " sont remplacés par les mots " des éléments de descripteur ".
Art. III.20. In artikel 156 van de Codex Secundair Onderwijs wordt in paragraaf 3, in de opsomming een streepje toegevoegd, dat luidt als volgt :
" - ofwel natuurwetenschappen ofwel fysica en/of chemie en/of biologie. ".
" - ofwel natuurwetenschappen ofwel fysica en/of chemie en/of biologie. ".
Art. III.20. A l'article 156, § 3, du Codex de l'Enseignement secondaire, il est ajouté dans l'énumération un tiret rédigé comme suit :
" - sciences naturelles ou physique et/ou chimie et/ou biologie. ".
" - sciences naturelles ou physique et/ou chimie et/ou biologie. ".
Art. III.21. In artikel 157 van de Codex Secundair Onderwijs wordt in paragraaf 3, in de opsomming een streepje toegevoegd, dat luidt als volgt :
" - ofwel natuurwetenschappen ofwel fysica en/of chemie en/of biologie. ".
" - ofwel natuurwetenschappen ofwel fysica en/of chemie en/of biologie. ".
Art. III.21. A l'article 157, § 3, du Codex de l'Enseignement secondaire, il est ajouté dans l'énumération un tiret rédigé comme suit :
" - sciences naturelles ou physique et/ou chimie et/ou biologie. ".
" - sciences naturelles ou physique et/ou chimie et/ou biologie. ".
Art. III.22. In artikel 158 van de Codex Secundair Onderwijs wordt in het eerste lid de zinsnede " het schooljaar 2011-2012 " vervangen door de zinsnede " het schooljaar 2013-2014 ".
Art. III.22. A l'article 158, alinéa premier, du Codex de l'Enseignement secondaire, le membre de phrase " l'année scolaire 2011-2012 " est remplacé par le membre de phrase " l'année scolaire 2013-2014 ".
Art. III.23. In artikel 165 van de Codex Secundair Onderwijs wordt in het eerste lid in punt 1°, tussen het woord " opleiding " en de woorden " niet met vrucht ", de zinsnede " , met uitzondering van de opleiding verpleegkunde, " ingevoegd.
Art. III.23. Dans l'article 165, alinéa premier, point 1°, du Codex de l'Enseignement secondaire, les mots " suivi sans succès un module d'une formation " sont suivis par le membre de phrase " , à l'exception de la formation de nursing, ".
Art. III.24. In deel IV, titel 1, hoofdstuk 1, van de Codex Secundair Onderwijs wordt een afdeling 6 toegevoegd, met een artikel 168/1, dat luidt als volgt :
" Afdeling 6. - Projecten
Art. 168/1. § 1. De instellingen voor secundair onderwijs die in toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2007 betreffende de organisatie van CLIL-projecten in het secundair onderwijs, bekrachtigd bij het decreet van 4 juli 2008, gedurende het schooljaar 2009-2010 een dergelijk project organiseren, mogen gedurende het schooljaar 2010-2011 dit project verder zetten, overeenkomstig de bepalingen van het besluit in kwestie, met dien verstande dat de organisatie :
1° op één leerlingencohorte betrekking heeft;
2° zowel in het eerste als in het tweede leerjaar van een graad mag plaatsvinden;
3° niet aan een leerlingennorm is onderworpen;
4° geen extra middelen genereert.
§ 2. De scholen voor secundair onderwijs die gedurende het schooljaar 2010-2011 een CLIL-project organiseren, behouden voor het schooljaar 2011-2012 de mogelijkheid tot het aanbieden van CLIL, onder de volgende voorwaarden :
1° CLIL wordt georganiseerd in overeenstemming met de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2007 betreffende de organisatie van CLIL-projecten in het secundair onderwijs, maar met dien verstande dat het niet aan een leerlingennorm is onderworpen en geen extra middelen genereert;
2° over het behoud van de mogelijkheid tot organisatie van CLIL werd vooraf onderhandeld in het bevoegde lokale comité van de betrokken school. ".
" Afdeling 6. - Projecten
Art. 168/1. § 1. De instellingen voor secundair onderwijs die in toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2007 betreffende de organisatie van CLIL-projecten in het secundair onderwijs, bekrachtigd bij het decreet van 4 juli 2008, gedurende het schooljaar 2009-2010 een dergelijk project organiseren, mogen gedurende het schooljaar 2010-2011 dit project verder zetten, overeenkomstig de bepalingen van het besluit in kwestie, met dien verstande dat de organisatie :
1° op één leerlingencohorte betrekking heeft;
2° zowel in het eerste als in het tweede leerjaar van een graad mag plaatsvinden;
3° niet aan een leerlingennorm is onderworpen;
4° geen extra middelen genereert.
§ 2. De scholen voor secundair onderwijs die gedurende het schooljaar 2010-2011 een CLIL-project organiseren, behouden voor het schooljaar 2011-2012 de mogelijkheid tot het aanbieden van CLIL, onder de volgende voorwaarden :
1° CLIL wordt georganiseerd in overeenstemming met de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2007 betreffende de organisatie van CLIL-projecten in het secundair onderwijs, maar met dien verstande dat het niet aan een leerlingennorm is onderworpen en geen extra middelen genereert;
2° over het behoud van de mogelijkheid tot organisatie van CLIL werd vooraf onderhandeld in het bevoegde lokale comité van de betrokken school. ".
Art. III.24. Dans la partie IV, titre 1er, chapitre 1er, du Codex de l'Enseignement secondaire, il est inséré une section 6, comprenant un article 168/1, rédigé ainsi qu'il suit :
" Section 6. - Projets
Art. 168/1. § 1er. Les établissements d'enseignement secondaire qui, par application de l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 septembre 2007 relatif à l'organisation de projets CLIL/EMILE dans l'enseignement secondaire, sanctionné par le décret du 4 juillet 2008, organisent un tel projet dans l'année scolaire 2009-2010, peuvent continuer ce projet dans l'année scolaire 2010-2011, conformément aux dispositions de l'arrêté en question, étant entendu que l'organisation :
1° porte sur une seule cohorte d'élèves;
2° peut être réalisée tant dans la première que dans la deuxième année scolaire d'un degré;
3° n'est pas soumise à une norme d'élèves;
4° ne génère pas de moyens supplémentaires.
§ 2. Les écoles d'enseignement secondaire qui, pendant l'année scolaire 2010-2011, organisent un projet CLIL/EMILE, maintiennent pour l'année scolaire 2011-2012 la possibilité d'offrir un projet CLIL/EMILE aux conditions suivantes :
1° CLIL/EMILE est organisé conformément aux dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 septembre 2007 relatif à l'organisation de projets CLIL/EMILE dans l'enseignement secondaire, mais étant entendu que l'organisation du projet n'est pas soumise à une norme d'élève et ne génère pas de moyens supplémentaires;
2° le maintien de la possibilité d'organiser un projet CLIL/EMILE a été négocié préalablement au sein du comité local compétent de l'école concernée. ".
" Section 6. - Projets
Art. 168/1. § 1er. Les établissements d'enseignement secondaire qui, par application de l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 septembre 2007 relatif à l'organisation de projets CLIL/EMILE dans l'enseignement secondaire, sanctionné par le décret du 4 juillet 2008, organisent un tel projet dans l'année scolaire 2009-2010, peuvent continuer ce projet dans l'année scolaire 2010-2011, conformément aux dispositions de l'arrêté en question, étant entendu que l'organisation :
1° porte sur une seule cohorte d'élèves;
2° peut être réalisée tant dans la première que dans la deuxième année scolaire d'un degré;
3° n'est pas soumise à une norme d'élèves;
4° ne génère pas de moyens supplémentaires.
§ 2. Les écoles d'enseignement secondaire qui, pendant l'année scolaire 2010-2011, organisent un projet CLIL/EMILE, maintiennent pour l'année scolaire 2011-2012 la possibilité d'offrir un projet CLIL/EMILE aux conditions suivantes :
1° CLIL/EMILE est organisé conformément aux dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 septembre 2007 relatif à l'organisation de projets CLIL/EMILE dans l'enseignement secondaire, mais étant entendu que l'organisation du projet n'est pas soumise à une norme d'élève et ne génère pas de moyens supplémentaires;
2° le maintien de la possibilité d'organiser un projet CLIL/EMILE a été négocié préalablement au sein du comité local compétent de l'école concernée. ".
Art. III.25. In deel IV, titel 1, hoofdstuk 1, afdeling 6, van de Codex Secundair Onderwijs wordt een artikel 168/2 ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 168/2. De scholen die gedurende het schooljaar 2010-2011 deelnemen aan één van de tijdelijke projecten, vermeld in het decreet van 10 juli 2008 houdende verlenging van sommige van de tijdelijke projecten die zijn vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 23 juni 2006 betreffende de organisatie van tijdelijke projecten in het basis- en secundair onderwijs, kunnen gedurende de schooljaren 2011-2012 en 2012-2013 :
1° structuuronderdelen organiseren die ze zonder normering hebben geprogrammeerd, op basis van een afwijking van de vigerende decretale en reglementaire bepalingen verkregen ingevolge hetzelfde decreet van 10 juli 2008, onder de volgende voorwaarden :
a) het structuuronderdeel komt niet voor in het regulier voltijds gewoon secundair onderwijs;
b) het structuuronderdeel werd door de betrokken school al georganiseerd tijdens het schooljaar 2010-2011;
c) het structuuronderdeel werd, na kennisname van een positieve evaluatie door de onderwijsinspectie en een expertenpanel, positief geadviseerd door de stuurgroep, vermeld in hetzelfde besluit van 23 juni 2006;
2° leerplannen hanteren die geen overheidsgoedkeuring behoeven, op basis van een afwijking van de vigerende decretale en reglementaire bepalingen verkregen ingevolge hetzelfde decreet van 10 juli 2008, onder de volgende voorwaarden :
a) de leerplannen worden enkel toegepast binnen de in 1° bedoelde structuuronderdelen;
b) de in a) bedoelde toepassing vond al in het schooljaar 2010-2011 plaats;
3° aspecten van modulaire onderwijsinrichting invoeren, op basis van een afwijking van de vigerende decretale en reglementaire bepalingen verkregen ingevolge hetzelfde decreet van 10 juli 2008, onder de volgende voorwaarden :
a) de aspecten van modulaire onderwijsinrichting worden enkel toegepast binnen de in 1° bedoelde structuuronderdelen;
b) de in a) bedoelde toepassing vond al in het schooljaar 2010-2011 plaats. ".
" Art. 168/2. De scholen die gedurende het schooljaar 2010-2011 deelnemen aan één van de tijdelijke projecten, vermeld in het decreet van 10 juli 2008 houdende verlenging van sommige van de tijdelijke projecten die zijn vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 23 juni 2006 betreffende de organisatie van tijdelijke projecten in het basis- en secundair onderwijs, kunnen gedurende de schooljaren 2011-2012 en 2012-2013 :
1° structuuronderdelen organiseren die ze zonder normering hebben geprogrammeerd, op basis van een afwijking van de vigerende decretale en reglementaire bepalingen verkregen ingevolge hetzelfde decreet van 10 juli 2008, onder de volgende voorwaarden :
a) het structuuronderdeel komt niet voor in het regulier voltijds gewoon secundair onderwijs;
b) het structuuronderdeel werd door de betrokken school al georganiseerd tijdens het schooljaar 2010-2011;
c) het structuuronderdeel werd, na kennisname van een positieve evaluatie door de onderwijsinspectie en een expertenpanel, positief geadviseerd door de stuurgroep, vermeld in hetzelfde besluit van 23 juni 2006;
2° leerplannen hanteren die geen overheidsgoedkeuring behoeven, op basis van een afwijking van de vigerende decretale en reglementaire bepalingen verkregen ingevolge hetzelfde decreet van 10 juli 2008, onder de volgende voorwaarden :
a) de leerplannen worden enkel toegepast binnen de in 1° bedoelde structuuronderdelen;
b) de in a) bedoelde toepassing vond al in het schooljaar 2010-2011 plaats;
3° aspecten van modulaire onderwijsinrichting invoeren, op basis van een afwijking van de vigerende decretale en reglementaire bepalingen verkregen ingevolge hetzelfde decreet van 10 juli 2008, onder de volgende voorwaarden :
a) de aspecten van modulaire onderwijsinrichting worden enkel toegepast binnen de in 1° bedoelde structuuronderdelen;
b) de in a) bedoelde toepassing vond al in het schooljaar 2010-2011 plaats. ".
Art. III.25. Un article 168/2, rédigé comme suit, est inséré dans la partie IV, titre 1er, chapitre 1er, section 6, du Codex de l'Enseignement secondaire :
" Art. 168/2. Les écoles qui, pendant l'année scolaire 2010-2011, participent à un des projets temporaires mentionnés dans le décret du 10 juillet 2008 portant prolongation de certains des projets temporaires mentionnés dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 juin 2006 relatif à l'organisation de projets temporaires dans l'enseignement fondamental et secondaire, peuvent, pendant les années scolaires 2011-2012 et 2012-2013 :
1° organiser des subdivisions structurelles qu'elles ont programmées sans normes, sur la base d'une dérogation aux dispositions décrétales et réglementaires en vigueur obtenue en vertu du même décret du 10 juillet 2008, aux conditions suivantes :
a) la subdivision structurelle n'est pas prévue dans l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein;
b) la subdivision structurelle a déjà été organisée dans l'école intéressée pendant l'année scolaire 2010-2011;
c) après la prise de connaissance d'une évaluation positive de la part de l'inspection de l'enseignement et d'un panel d'experts, la subdivision structurelle a recueilli un avis favorable de la part du comité directeur, visé au même arrêté du 23 juin 2006;
2° utiliser des programmes d'études non assujettis à une approbation de la part des autorités, sur la base d'une dérogation aux dispositions décrétales et réglementaires en vigueur, obtenue en vertu du même décret du 10 juillet 2008, aux conditions suivantes :
a) les programmes d'études sont uniquement appliquées au sein des subdivisions structurelles visées au point 1°;
b) l'application visée au point a) a déjà eu lieu en l'année scolaire 2010-2011;
3° introduire des aspects d'organisation modulaire de l'enseignement, sur la base d'une dérogation aux dispositions décrétales et réglementaires en vigueur obtenue en vertu du même décret du 10 juillet 2008, aux conditions suivantes :
a) les aspects d'organisation modulaire de l'enseignement sont uniquement appliqués au sein des subdivisions structurelles visées au point 1°;
b) l'application visée au point a) a déjà eu lieu en l'année scolaire 2010-2011. ".
" Art. 168/2. Les écoles qui, pendant l'année scolaire 2010-2011, participent à un des projets temporaires mentionnés dans le décret du 10 juillet 2008 portant prolongation de certains des projets temporaires mentionnés dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 juin 2006 relatif à l'organisation de projets temporaires dans l'enseignement fondamental et secondaire, peuvent, pendant les années scolaires 2011-2012 et 2012-2013 :
1° organiser des subdivisions structurelles qu'elles ont programmées sans normes, sur la base d'une dérogation aux dispositions décrétales et réglementaires en vigueur obtenue en vertu du même décret du 10 juillet 2008, aux conditions suivantes :
a) la subdivision structurelle n'est pas prévue dans l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein;
b) la subdivision structurelle a déjà été organisée dans l'école intéressée pendant l'année scolaire 2010-2011;
c) après la prise de connaissance d'une évaluation positive de la part de l'inspection de l'enseignement et d'un panel d'experts, la subdivision structurelle a recueilli un avis favorable de la part du comité directeur, visé au même arrêté du 23 juin 2006;
2° utiliser des programmes d'études non assujettis à une approbation de la part des autorités, sur la base d'une dérogation aux dispositions décrétales et réglementaires en vigueur, obtenue en vertu du même décret du 10 juillet 2008, aux conditions suivantes :
a) les programmes d'études sont uniquement appliquées au sein des subdivisions structurelles visées au point 1°;
b) l'application visée au point a) a déjà eu lieu en l'année scolaire 2010-2011;
3° introduire des aspects d'organisation modulaire de l'enseignement, sur la base d'une dérogation aux dispositions décrétales et réglementaires en vigueur obtenue en vertu du même décret du 10 juillet 2008, aux conditions suivantes :
a) les aspects d'organisation modulaire de l'enseignement sont uniquement appliqués au sein des subdivisions structurelles visées au point 1°;
b) l'application visée au point a) a déjà eu lieu en l'année scolaire 2010-2011. ".
Art. III.26. Artikel 174 van de Codex Secundair Onderwijs wordt vervangen, door wat volgt :
" Art. 174. § 1. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op het voltijds gewoon secundair onderwijs, met uitzondering van het hoger beroepsonderwijs.
De bepalingen van dit hoofdstuk worden buiten werking gesteld vanaf het schooljaar 2010-2011.
§ 2. In afwijking op § 1 kan in uitzonderlijke gevallen de Vlaamse Regering aan een schoolbestuur toelating geven tot programmatie van een instelling of structuuronderdeel :
1° na schriftelijke aanvraag van dat schoolbestuur, ingediend bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten uiterlijk 30 november van het voorafgaand schooljaar en vergezeld van het protocol van de onderhandeling ter zake in het bevoegd lokaal comité; en
2° na advies van enerzijds de Vlaamse Onderwijsraad en anderzijds het Agentschap voor Onderwijsdiensten en de Onderwijsinspectie.
§ 3. In afwijking op § 2, 1°, bevat een dossier houdende voorstel van een nieuw structuuronderdeel dat, in toepassing van artikel 129 en de uitvoeringsbesluiten, door een schoolbestuur wordt ingediend, tevens een aanvraag tot programmatie in één of meer aangeduide scholen van dat schoolbestuur, onder de volgende voorwaarden :
1° het schoolbestuur moet de aanvraag tot programmatie expliciet in het dossier vermelden;
2° in het dossier is het protocol van de onderhandeling in het bevoegd lokaal comité of lokale comités, naargelang van het geval, met betrekking tot de programmatie opgenomen;
3° het dossier wordt ingediend bij het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming uiterlijk 30 september van het voorafgaand schooljaar.
Uitsluitend in het geval de Vlaamse Regering een positieve beslissing neemt over het voorstel van nieuw structuuronderdeel, neemt zij tevens een beslissing over de aanvraag tot programmatie. ".
" Art. 174. § 1. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op het voltijds gewoon secundair onderwijs, met uitzondering van het hoger beroepsonderwijs.
De bepalingen van dit hoofdstuk worden buiten werking gesteld vanaf het schooljaar 2010-2011.
§ 2. In afwijking op § 1 kan in uitzonderlijke gevallen de Vlaamse Regering aan een schoolbestuur toelating geven tot programmatie van een instelling of structuuronderdeel :
1° na schriftelijke aanvraag van dat schoolbestuur, ingediend bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten uiterlijk 30 november van het voorafgaand schooljaar en vergezeld van het protocol van de onderhandeling ter zake in het bevoegd lokaal comité; en
2° na advies van enerzijds de Vlaamse Onderwijsraad en anderzijds het Agentschap voor Onderwijsdiensten en de Onderwijsinspectie.
§ 3. In afwijking op § 2, 1°, bevat een dossier houdende voorstel van een nieuw structuuronderdeel dat, in toepassing van artikel 129 en de uitvoeringsbesluiten, door een schoolbestuur wordt ingediend, tevens een aanvraag tot programmatie in één of meer aangeduide scholen van dat schoolbestuur, onder de volgende voorwaarden :
1° het schoolbestuur moet de aanvraag tot programmatie expliciet in het dossier vermelden;
2° in het dossier is het protocol van de onderhandeling in het bevoegd lokaal comité of lokale comités, naargelang van het geval, met betrekking tot de programmatie opgenomen;
3° het dossier wordt ingediend bij het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming uiterlijk 30 september van het voorafgaand schooljaar.
Uitsluitend in het geval de Vlaamse Regering een positieve beslissing neemt over het voorstel van nieuw structuuronderdeel, neemt zij tevens een beslissing over de aanvraag tot programmatie. ".
Art. III.26. L'article 174 du Codex de l'Enseignement secondaire est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 174. § 1er. Les dispositions du présent chapitre s'appliquent à l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, à l'exception de l'enseignement supérieur professionnel HBO-5.
Les dispositions du présent chapitre cessent d'être en vigueur à partir de l'année scolaire 2010-2011.
§ 2. Par dérogation au § 1er, le Gouvernement peut, dans des cas exceptionnels, autoriser une autorité scolaire à programmer une école ou une subdivision structurelle :
1° après demande écrite de cette autorité scolaire, déposée auprès de l' 'Agentschap voor Onderwijsdiensten' le 30 novembre au plus tard de l'année scolaire précédente et accompagnée du protocole de négociation en la matière dans le comité local intéressé; et
2° après avis du 'Vlaamse Onderwijsraad' d'une part et de l''Agentschap voor Onderwijsdiensten' et de l'Inspection de l'Enseigement d'autre part.
§ 3. Par dérogation au § 2, 1°, un dossier contenant la proposition d'une nouvelle subdivision structurelle qui, par application de l'article 129 et des arrêtés d'exécution, est introduit par une autorité scolaire, comprend également une demande de programmation dans une ou plusieurs écoles désignées de ladite autorité scolaire, aux conditions suivantes :
1° l'autorité scolaire doit mentionner la demande explicitement dans le dossier;
2° dans le dossier est repris le protocole de la négociation au sein du comité local compétent ou des comités locaux compétents, selon le cas, pour ce qui est de la programmation;
3° le dossier est introduit auprès du Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation, au plus tard le 30 septembre de l'année scolaire précédente.
Uniquement dans le cas où le Gouvernement flamand prend une décision positive quant à la proposition d'une nouvelle subdivision structurelle, il statue également sur la demande de programmation. ".
" Art. 174. § 1er. Les dispositions du présent chapitre s'appliquent à l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, à l'exception de l'enseignement supérieur professionnel HBO-5.
Les dispositions du présent chapitre cessent d'être en vigueur à partir de l'année scolaire 2010-2011.
§ 2. Par dérogation au § 1er, le Gouvernement peut, dans des cas exceptionnels, autoriser une autorité scolaire à programmer une école ou une subdivision structurelle :
1° après demande écrite de cette autorité scolaire, déposée auprès de l' 'Agentschap voor Onderwijsdiensten' le 30 novembre au plus tard de l'année scolaire précédente et accompagnée du protocole de négociation en la matière dans le comité local intéressé; et
2° après avis du 'Vlaamse Onderwijsraad' d'une part et de l''Agentschap voor Onderwijsdiensten' et de l'Inspection de l'Enseigement d'autre part.
§ 3. Par dérogation au § 2, 1°, un dossier contenant la proposition d'une nouvelle subdivision structurelle qui, par application de l'article 129 et des arrêtés d'exécution, est introduit par une autorité scolaire, comprend également une demande de programmation dans une ou plusieurs écoles désignées de ladite autorité scolaire, aux conditions suivantes :
1° l'autorité scolaire doit mentionner la demande explicitement dans le dossier;
2° dans le dossier est repris le protocole de la négociation au sein du comité local compétent ou des comités locaux compétents, selon le cas, pour ce qui est de la programmation;
3° le dossier est introduit auprès du Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation, au plus tard le 30 septembre de l'année scolaire précédente.
Uniquement dans le cas où le Gouvernement flamand prend une décision positive quant à la proposition d'une nouvelle subdivision structurelle, il statue également sur la demande de programmation. ".
Art. III.27. In artikel 216 van de Codex Secundair Onderwijs worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° aan paragraaf 2 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Vanaf het schooljaar 2011-2012 : enerzijds mag ten opzichte van het aantal uren-leraar van de individuele school maximum 3 procent plage-uren worden georganiseerd en anderzijds mogen ten opzichte van de som van de aantallen uren-leraar van de individuele scholen binnen de scholengemeenschap maximum 1,3 procent plage-uren worden georganiseerd. ";
2° aan paragraaf 3 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Vanaf het schooljaar 2011-2012 : het maximum procent plage-uren mag niet hoger liggen dan het procent van het schooljaar 2001-2002. Het maximum procent plage-uren wordt evenwel vastgelegd op 3 procent indien het procent van het schooljaar 2001-2002 meer dan 3 procent bedraagt. ".
1° aan paragraaf 2 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Vanaf het schooljaar 2011-2012 : enerzijds mag ten opzichte van het aantal uren-leraar van de individuele school maximum 3 procent plage-uren worden georganiseerd en anderzijds mogen ten opzichte van de som van de aantallen uren-leraar van de individuele scholen binnen de scholengemeenschap maximum 1,3 procent plage-uren worden georganiseerd. ";
2° aan paragraaf 3 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Vanaf het schooljaar 2011-2012 : het maximum procent plage-uren mag niet hoger liggen dan het procent van het schooljaar 2001-2002. Het maximum procent plage-uren wordt evenwel vastgelegd op 3 procent indien het procent van het schooljaar 2001-2002 meer dan 3 procent bedraagt. ".
Art. III.27. A l'article 216 du Codex de l'Enseignement secondaire sont apportées les modifications suivantes :
1° le § 2 est complété par un alinéa deux, rédigé comme suit :
" A partir de l'année scolaire 2011-2012 : d'une part, par rapport au nombre de périodes-professeur de l'école individuelle, il ne peut être organisé que 3 % d'heures de plage au maximum et d'autre part, par rapport à la somme des nombres de périodes-professeur des écoles individuelles au sein du centre d'enseignement, il ne peut être organisé que 1,3 % d'heures de plage au maximum. ";
2° le § 3 est complété par un alinéa deux, rédigé comme suit :
" A partir de l'année scolaire 2011-2012 : le pourcentage maximum d'heures de plage ne peut être supérieur au pourcentage de l'année scolaire 2001-2002. Le pourcentage maximum d'heures de plage est toutefois fixé à 3 pour cent si le pourcentage de l'année scolaire 2001-2002 est supérieur à 3 pour cent. ".
1° le § 2 est complété par un alinéa deux, rédigé comme suit :
" A partir de l'année scolaire 2011-2012 : d'une part, par rapport au nombre de périodes-professeur de l'école individuelle, il ne peut être organisé que 3 % d'heures de plage au maximum et d'autre part, par rapport à la somme des nombres de périodes-professeur des écoles individuelles au sein du centre d'enseignement, il ne peut être organisé que 1,3 % d'heures de plage au maximum. ";
2° le § 3 est complété par un alinéa deux, rédigé comme suit :
" A partir de l'année scolaire 2011-2012 : le pourcentage maximum d'heures de plage ne peut être supérieur au pourcentage de l'année scolaire 2001-2002. Le pourcentage maximum d'heures de plage est toutefois fixé à 3 pour cent si le pourcentage de l'année scolaire 2001-2002 est supérieur à 3 pour cent. ".
Art. III.28. In artikel 254 van de Codex Secundair Onderwijs worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 2 worden in de laatste zin de volgende woorden toegevoegd :
" , tenzij blijkt dat deze paritaire samenstelling niet kan worden gerealiseerd. ";
2° er wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 3. Bij het bepalen van de bekrachtiging van de studies kan de Vlaamse Regering het met vrucht beëindigen van een structuuronderdeel afhankelijk stellen van het behalen van externe certificering.
Onder externe certificering wordt verstaan : het toekennen aan leerlingen, voor zover ze geslaagd zijn voor bepaalde programmaonderdelen, van studiebewijzen die buiten de onderwijsregelgeving vallen en gerelateerd zijn aan de beroepsuitoefeningvoorwaarden. ".
1° in paragraaf 2 worden in de laatste zin de volgende woorden toegevoegd :
" , tenzij blijkt dat deze paritaire samenstelling niet kan worden gerealiseerd. ";
2° er wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 3. Bij het bepalen van de bekrachtiging van de studies kan de Vlaamse Regering het met vrucht beëindigen van een structuuronderdeel afhankelijk stellen van het behalen van externe certificering.
Onder externe certificering wordt verstaan : het toekennen aan leerlingen, voor zover ze geslaagd zijn voor bepaalde programmaonderdelen, van studiebewijzen die buiten de onderwijsregelgeving vallen en gerelateerd zijn aan de beroepsuitoefeningvoorwaarden. ".
Art. III.28. A l'article 254 du Codex de l'Enseignement secondaire sont apportées les modifications suivantes :
1° au paragraphe 2, la dernière phrase est complétée par les mots suivants :
" , à moins qu'il s'avère que cette composition paritaire ne peut être réalisée. ";
2° il est ajouté un paragraphe 3, rédigé comme suit :
§ 3. Pour la détermination de la sanction des études, le Gouvernement flamand peut subordonner la réussite d'une subdivision structurelle à l'obtention d'une certification externe.
Par certification externe il faut entendre : l'octroi à des élèves, pour autant qu'ils aient réussi certaines subdivisions structurelles, de titres tombant en dehors de la réglementation de l'enseignement et liés à des conditions d'exercice professionnel. ".
1° au paragraphe 2, la dernière phrase est complétée par les mots suivants :
" , à moins qu'il s'avère que cette composition paritaire ne peut être réalisée. ";
2° il est ajouté un paragraphe 3, rédigé comme suit :
§ 3. Pour la détermination de la sanction des études, le Gouvernement flamand peut subordonner la réussite d'une subdivision structurelle à l'obtention d'une certification externe.
Par certification externe il faut entendre : l'octroi à des élèves, pour autant qu'ils aient réussi certaines subdivisions structurelles, de titres tombant en dehors de la réglementation de l'enseignement et liés à des conditions d'exercice professionnel. ".
Art. III.29. In artikel 256, § 1, 2°, van de Codex Secundair Onderwijs, wordt in de punten a) tot en met e), tussen de woorden " gesubsidieerde school " en de woorden " , of door de examencommissie " telkens de woorden " , door Syntra Vlaanderen in de leertijd " ingevoegd.
Art. III.29. A l'article 256, § 1er, 2°, points a) à e) inclus, du Codex de l'Enseignement secondaire, les mots " , par Syntra Vlaanderen durant l'apprentissage " sont chaque fois insérés entre les mots " école agréée, financée ou subventionnée par la Communauté flamande " et les mots " ou par le Jury de la Communauté flamande ".
Art. III.30. In het vijfde lid van artikel 262 van de Codex Secundair Onderwijs wordt tussen het woord " van " en het woord " descriptorelementen ", het woord " de " geschrapt.
Art. III.30. A l'alinéa cinq de l'article 262 du Codex de l'Enseignement secondaire, les mots " des éléments de descripteur " sont remplacés par les mots " d'éléments de descripteur ".
Art. III.31. In het eerste en tweede lid van artikel 265 van de Codex Secundair Onderwijs wordt telkens tussen het woord " van " en het woord " descriptorelementen ", het woord " de " geschrapt.
Art. III.31. A l'alinéa deux de l'article 265 du Codex de l'Enseignement secondaire, les mots " les éléments de descripteur " sont remplacés par les mots " des éléments de descripteur ".
Afdeling II. - Decreet betreffende het stelsel van leren en werken
Section II. - Décret relatif au système d'apprentissage et de travail
Art. III.32. In artikel 27, § 1, tweede lid, van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap, wordt punt 1° vervangen door wat volgt :
" 1° kan het centrumbestuur het deeltijds beroepssecundair onderwijs in een ander week- of jaarritme organiseren op voorwaarde enerzijds dat geen afbreuk wordt gedaan aan het aantal uren op jaarbasis, en anderzijds dat een gemotiveerd dossier in het centrum ter beschikking wordt gehouden voor het Agentschap voor Onderwijsdiensten en de onderwijsinspectie; ".
" 1° kan het centrumbestuur het deeltijds beroepssecundair onderwijs in een ander week- of jaarritme organiseren op voorwaarde enerzijds dat geen afbreuk wordt gedaan aan het aantal uren op jaarbasis, en anderzijds dat een gemotiveerd dossier in het centrum ter beschikking wordt gehouden voor het Agentschap voor Onderwijsdiensten en de onderwijsinspectie; ".
Art. III.32. A l'article 27, § 1er, alinéa deux, du décret du 10 juillet 2008 relatif au système d'apprentissage et de travail en Communauté flamande, le point 1° est remplacé par la disposition suivante :
" 1° la direction du centre peut organiser l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel à un autre rythme hebdomadaire ou annuel à condition qu'il ne soit pas porté préjudice au nombre total d'heures sur base annuelle d'une part, et qu'un dossier motivé soit tenu à la disposition de l''Agentschap voor Onderwijsdiensten' et de l'Inspection de l'Enseignement dans le centre; ".
" 1° la direction du centre peut organiser l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel à un autre rythme hebdomadaire ou annuel à condition qu'il ne soit pas porté préjudice au nombre total d'heures sur base annuelle d'une part, et qu'un dossier motivé soit tenu à la disposition de l''Agentschap voor Onderwijsdiensten' et de l'Inspection de l'Enseignement dans le centre; ".
Art. III.33. Aan artikel 28 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 worden in het vierde lid de woorden " In hoofde van de leerling kan een opleiding starten " vervangen door de woorden " Een opleiding kan starten ";
2° een paragraaf 5 wordt toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 5. De Vlaamse Regering kan voor een opleiding en voor de aansluitende component werkplekleren bijzondere organisatievoorwaarden opleggen. ".
1° in paragraaf 1 worden in het vierde lid de woorden " In hoofde van de leerling kan een opleiding starten " vervangen door de woorden " Een opleiding kan starten ";
2° een paragraaf 5 wordt toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 5. De Vlaamse Regering kan voor een opleiding en voor de aansluitende component werkplekleren bijzondere organisatievoorwaarden opleggen. ".
Art. III.33. A l'article 28 du même décret, modifié par le décret du 9 juillet 2010, sont apportées les modifications suivantes :
1° au § 1er, alinéa quatre, les mots " Dans le chef de l'élève, une formation peut débuter " sont remplacés par les mots " Une formation peut débuter ";
2° il est ajouté un paragraphe 5, rédigé comme suit :
" § 5. Le Gouvernement flamand peut imposer des conditions d'organisation particulières pour une formation et pour la composante apprentissage sur le lieu du travail y attachée. ".
1° au § 1er, alinéa quatre, les mots " Dans le chef de l'élève, une formation peut débuter " sont remplacés par les mots " Une formation peut débuter ";
2° il est ajouté un paragraphe 5, rédigé comme suit :
" § 5. Le Gouvernement flamand peut imposer des conditions d'organisation particulières pour une formation et pour la composante apprentissage sur le lieu du travail y attachée. ".
Art. III.34. In artikel 32, § 1, tweede lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 9 juli 2010, wordt het woord " VLOR " vervangen door de woorden " De raad van bestuur van Syntra Vlaanderen ".
Art. III.34. Dans l'article 32, § 1er, alinéa deux, du même décret, remplacé par le décret du 9 juillet 2010, le mot " VLOR " est remplacé par les mots " Le conseil d'administration de Syntra Vlaanderen ".
Art. III.35. In hetzelfde decreet wordt een artikel 42bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 42bis. Voor leerlingen die houder zijn van studiebewijzen, uitgereikt door andere scholen of centra dan de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde scholen en centra en die :
a) zich ofwel binnen de deeltijdse leerplichtleeftijd bevinden zoals die is bepaald bij de wet van 29 juni 1983;
b) ofwel uitdrukkelijk opteren voor het volgen van deeltijds beroepssecundair onderwijs, geldt,
behoudens eventueel andere door de Vlaamse Regering opgelegde toeltingsvoorwaarden, als toelatingsvoorwaarde een gunstige beslissing van de klassenraad van een door de betrokken personen gekozen centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs.
Voor de leerlingen in kwestie kan de Vlaamse Regering nooit toelatingsvoorwaarden met betrekking tot de vooropleiding bepalen. ".
" Art. 42bis. Voor leerlingen die houder zijn van studiebewijzen, uitgereikt door andere scholen of centra dan de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde scholen en centra en die :
a) zich ofwel binnen de deeltijdse leerplichtleeftijd bevinden zoals die is bepaald bij de wet van 29 juni 1983;
b) ofwel uitdrukkelijk opteren voor het volgen van deeltijds beroepssecundair onderwijs, geldt,
behoudens eventueel andere door de Vlaamse Regering opgelegde toeltingsvoorwaarden, als toelatingsvoorwaarde een gunstige beslissing van de klassenraad van een door de betrokken personen gekozen centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs.
Voor de leerlingen in kwestie kan de Vlaamse Regering nooit toelatingsvoorwaarden met betrekking tot de vooropleiding bepalen. ".
Art. III.35. Il est inséré dans le même décret un article 42bis, rédigé comme suit :
" Art. 42bis. A l'égard des élèves titulaires de titres délivrés par des écoles ou centres autres que les écoles ou centres agréés, financés ou subventionnés par la Communauté flamande qui :
a) soit sont en âge de scolarité partielle tel que défini par la loi du 29 juin 1983;
b) soit optent explicitement pour l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel,
une décision favorable du conseil de classe d'un centre d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel choisi par les personnes intéressées vaut comme condition d'admission, sous réserve d'autres conditions d'admission éventuellement imposées par le Gouvernement flamand.
Pour les élèves en question, le Gouvernement flamand ne peut jamais définir des conditions d'admission pour ce qui est de la formation préalable. ".
" Art. 42bis. A l'égard des élèves titulaires de titres délivrés par des écoles ou centres autres que les écoles ou centres agréés, financés ou subventionnés par la Communauté flamande qui :
a) soit sont en âge de scolarité partielle tel que défini par la loi du 29 juin 1983;
b) soit optent explicitement pour l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel,
une décision favorable du conseil de classe d'un centre d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel choisi par les personnes intéressées vaut comme condition d'admission, sous réserve d'autres conditions d'admission éventuellement imposées par le Gouvernement flamand.
Pour les élèves en question, le Gouvernement flamand ne peut jamais définir des conditions d'admission pour ce qui est de la formation préalable. ".
Art. III.36. Artikel 45 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 45. § 1. Voorafgaand aan een inschrijving en bij elke wijziging moet een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs of een trajectbegeleider Syntra Vlaanderen, naargelang van het geval, de betrokken personen op de hoogte brengen van het centrumreglement. Daarbij moeten de volgende principes in acht worden genomen :
1° voorafgaand aan een inschrijving wordt het centrumreglement schriftelijk of via elektronische drager aangeboden en verklaren de betrokken personen zich er schriftelijk mee akkoord;
2° bij elke wijziging van het centrumreglement worden de betrokken personen schriftelijk of via elektronische drager geïnformeerd over die wijziging en geven ze opnieuw schriftelijk akkoord. Indien de betrokken personen zich met de wijziging niet akkoord verklaren, dan wordt aan de inschrijving van de jongere een einde gesteld op 31 augustus van het lopende schooljaar;
3° het centrumbestuur vraagt de betrokken personen of ze een papieren versie van het centrumreglement wensen te ontvangen;
4° een wijziging van het centrumreglement kan ten vroegste uitwerking hebben in het daaropvolgende schooljaar, tenzij die wijziging het rechtstreekse gevolg is van nieuwe regelgeving.
§ 2. Voor materies waarbij de betrokken personen een individuele keuze kunnen maken, die door een regelgeving gegarandeerd wordt, kan die individuele keuze niet via het centrumreglement geregeld worden. ".
" Art. 45. § 1. Voorafgaand aan een inschrijving en bij elke wijziging moet een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs of een trajectbegeleider Syntra Vlaanderen, naargelang van het geval, de betrokken personen op de hoogte brengen van het centrumreglement. Daarbij moeten de volgende principes in acht worden genomen :
1° voorafgaand aan een inschrijving wordt het centrumreglement schriftelijk of via elektronische drager aangeboden en verklaren de betrokken personen zich er schriftelijk mee akkoord;
2° bij elke wijziging van het centrumreglement worden de betrokken personen schriftelijk of via elektronische drager geïnformeerd over die wijziging en geven ze opnieuw schriftelijk akkoord. Indien de betrokken personen zich met de wijziging niet akkoord verklaren, dan wordt aan de inschrijving van de jongere een einde gesteld op 31 augustus van het lopende schooljaar;
3° het centrumbestuur vraagt de betrokken personen of ze een papieren versie van het centrumreglement wensen te ontvangen;
4° een wijziging van het centrumreglement kan ten vroegste uitwerking hebben in het daaropvolgende schooljaar, tenzij die wijziging het rechtstreekse gevolg is van nieuwe regelgeving.
§ 2. Voor materies waarbij de betrokken personen een individuele keuze kunnen maken, die door een regelgeving gegarandeerd wordt, kan die individuele keuze niet via het centrumreglement geregeld worden. ".
Art. III.36. L'article 45 du même décret est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 45. § 1er. Préalablement à une inscription et à chaque modification, un centre d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel ou un accompagnateur de parcours de Syntra Vlaanderen doit, selon le cas, informer les personnes intéressées du règlement du centre, tout en tenant compte des principes suivants :
1° préalablement à une inscription, le règlement de centre est offert de manière écrite ou sur support électronique et les personnes intéressées y conviennent par écrit;
2° à chaque modification du règlement de centre, les personnes intéressées en sont informées par écrit ou par support électronique, et elles renouvellent leur accord par écrit. Si les personnes intéressées déclarent ne pas être d'accord avec la modification, il est mis fin à l'inscription de l'élève le 31 août de l'année scolaire en cours;
3° la direction du centre demande aux personnes intéressées si elles désirent recevoir une version papier du règlement de centre;
4° une modification du règlement de centre peut au plus tôt prendre effet l'année scolaire suivante, sauf si cette modification est la conséquence directe d'une nouvelle réglementation.
§ 2. Pour les matières faisant l'objet d'un choix individuel de la part des personnes intéressées garanti par une réglementation, ce choix individuel ne peut pas être réglé par le biais du règlement de centre. ".
" Art. 45. § 1er. Préalablement à une inscription et à chaque modification, un centre d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel ou un accompagnateur de parcours de Syntra Vlaanderen doit, selon le cas, informer les personnes intéressées du règlement du centre, tout en tenant compte des principes suivants :
1° préalablement à une inscription, le règlement de centre est offert de manière écrite ou sur support électronique et les personnes intéressées y conviennent par écrit;
2° à chaque modification du règlement de centre, les personnes intéressées en sont informées par écrit ou par support électronique, et elles renouvellent leur accord par écrit. Si les personnes intéressées déclarent ne pas être d'accord avec la modification, il est mis fin à l'inscription de l'élève le 31 août de l'année scolaire en cours;
3° la direction du centre demande aux personnes intéressées si elles désirent recevoir une version papier du règlement de centre;
4° une modification du règlement de centre peut au plus tôt prendre effet l'année scolaire suivante, sauf si cette modification est la conséquence directe d'une nouvelle réglementation.
§ 2. Pour les matières faisant l'objet d'un choix individuel de la part des personnes intéressées garanti par une réglementation, ce choix individuel ne peut pas être réglé par le biais du règlement de centre. ".
Art. III.37. In hetzelfde decreet wordt een artikel 49bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 49bis. Voor leerlingen die houder zijn van studiebewijzen, uitgereikt door andere scholen of centra dan de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde scholen en centra en die :
a) zich ofwel binnen de deeltijdse leerplichtleeftijd bevinden zoals die is bepaald bij de wet van 29 juni 1983;
b) ofwel uitdrukkelijk opteren voor het volgen van leertijd;
geldt, behoudens eventueel andere door de Vlaamse Regering opgelegde toelatingsvoorwaarden, als toelatingsvoorwaarde een gunstige beslissing van Syntra Vlaanderen. ".
" Art. 49bis. Voor leerlingen die houder zijn van studiebewijzen, uitgereikt door andere scholen of centra dan de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde scholen en centra en die :
a) zich ofwel binnen de deeltijdse leerplichtleeftijd bevinden zoals die is bepaald bij de wet van 29 juni 1983;
b) ofwel uitdrukkelijk opteren voor het volgen van leertijd;
geldt, behoudens eventueel andere door de Vlaamse Regering opgelegde toelatingsvoorwaarden, als toelatingsvoorwaarde een gunstige beslissing van Syntra Vlaanderen. ".
Art. III.37. Dans le même décret, il est inséré un article 49bis, rédigé comme suit :
" Art. 49bis. A l'égard des élèves titulaires de titres délivrés par des écoles ou centres autres que les écoles ou centres agréés, financés ou subventionnés par la Communauté flamande qui :
a) soit sont en âge de scolarité partielle tel que défini par la loi du 29 juin 1983;
b) soit optent explicitement pour l'apprentissage;
une décision favorable de Syntra Vlaanderen vaut comme condition d'admission, sous réserve d'autres conditions d'admission éventuellement imposées par le Gouvernement flamand. ".
" Art. 49bis. A l'égard des élèves titulaires de titres délivrés par des écoles ou centres autres que les écoles ou centres agréés, financés ou subventionnés par la Communauté flamande qui :
a) soit sont en âge de scolarité partielle tel que défini par la loi du 29 juin 1983;
b) soit optent explicitement pour l'apprentissage;
une décision favorable de Syntra Vlaanderen vaut comme condition d'admission, sous réserve d'autres conditions d'admission éventuellement imposées par le Gouvernement flamand. ".
Art. III.38. Aan artikel 50, vierde lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2010, wordt de volgende zin toegevoegd :
" Centra gelegen in een gemeente waar geen lokaal overlegplatform is opgericht, kunnen andere bepalingen over het positieve engagement van ouders ten aanzien van de onderwijstaal toevoegen op voorwaarde dat daarover een akkoord bereikt is met minstens twee derde van de scholen en centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs gelegen in die gemeente. ".
" Centra gelegen in een gemeente waar geen lokaal overlegplatform is opgericht, kunnen andere bepalingen over het positieve engagement van ouders ten aanzien van de onderwijstaal toevoegen op voorwaarde dat daarover een akkoord bereikt is met minstens twee derde van de scholen en centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs gelegen in die gemeente. ".
Art. III.38. L'article 50, alinéa quatre, du même décret, modifié par le décret du 9 juillet 2010, est complété par la phrase suivante :
" Des centres situés dans une commune où aucune plate-forme locale de concertation n'a été installée, peuvent ajouter d'autres dispositions sur l'engagement positif des parents vis-à-vis de la langue d'enseignement, à condition qu'un accord soit atteint à ce sujet dans au moins deux tiers des écoles et centres d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel étant situés dans ladite commune. ".
" Des centres situés dans une commune où aucune plate-forme locale de concertation n'a été installée, peuvent ajouter d'autres dispositions sur l'engagement positif des parents vis-à-vis de la langue d'enseignement, à condition qu'un accord soit atteint à ce sujet dans au moins deux tiers des écoles et centres d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel étant situés dans ladite commune. ".
Art. III.39. Artikel 56 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. III.39. L'article 56 du même décret est abrogé.
Art. III.40. In hetzelfde decreet worden een artikel 74bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 74bis. De Vlaamse Regering kan de algemene gelijkwaardigheid vastleggen van buitenlandse studiebewijzen met de volgende studiebewijzen, uitgereikt door centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs die erkend, gefinancierd of gesubsidieerd zijn door de Vlaamse Gemeenschap :
1° het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs;
2° het diploma van het secundair onderwijs;
3° het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs;
4° het getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer;
5° het certificaat van een opleiding deeltijds beroepssecundair onderwijs.
Bij de vastlegging van de algemene gelijkwaardigheid houdt de Vlaamse Regering rekening :
1° met de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties hanteert de Vlaamse Regering als referentiekader, in voorkomend geval, de eindtermen, de doelen of de minimale leerinhouden die in federale of Vlaamse wet-, decreet-of regelgeving zijn bepaald;
2° of, met de niveaus en niveaudescriptoren als vermeld in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. ".
" Art. 74bis. De Vlaamse Regering kan de algemene gelijkwaardigheid vastleggen van buitenlandse studiebewijzen met de volgende studiebewijzen, uitgereikt door centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs die erkend, gefinancierd of gesubsidieerd zijn door de Vlaamse Gemeenschap :
1° het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs;
2° het diploma van het secundair onderwijs;
3° het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs;
4° het getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer;
5° het certificaat van een opleiding deeltijds beroepssecundair onderwijs.
Bij de vastlegging van de algemene gelijkwaardigheid houdt de Vlaamse Regering rekening :
1° met de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties hanteert de Vlaamse Regering als referentiekader, in voorkomend geval, de eindtermen, de doelen of de minimale leerinhouden die in federale of Vlaamse wet-, decreet-of regelgeving zijn bepaald;
2° of, met de niveaus en niveaudescriptoren als vermeld in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. ".
Art. III.40. Dans le même décret, il est inséré un article 74bis, rédigé comme suit :
" Art. 74bis. Le Gouvernement flamand peut établir l'équivalence générale de titres étrangers avec les titres suivants, délivrés par des écoles d'enseignement secondaire agréées, financées ou subventionnées par la Communauté flamande :
1° le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire;
2° le diplôme d'enseignement secondaire;
3° le certificat d'études de la deuxième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire;
4° le certificat de connaissance de base de la gestion d'entreprise;
5° le certificat d'une formation de l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel.
Lors de l'établissement de l'équivalence générale, le Gouvernement flamand tient compte :
1° des qualifications d'enseignement décrites en vertu du décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. A défaut des qualifications d'enseignement, le Gouvernement flamand utilise comme cadre de référence, le cas échéant, les objectifs finaux, les objectifs de développement ou les contenus didactiques minimums définis par des lois, décrets ou réglementations fédéraux ou flamands;
2° ou des niveaux et descripteurs de niveau tels que visés par le décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. ".
" Art. 74bis. Le Gouvernement flamand peut établir l'équivalence générale de titres étrangers avec les titres suivants, délivrés par des écoles d'enseignement secondaire agréées, financées ou subventionnées par la Communauté flamande :
1° le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire;
2° le diplôme d'enseignement secondaire;
3° le certificat d'études de la deuxième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire;
4° le certificat de connaissance de base de la gestion d'entreprise;
5° le certificat d'une formation de l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel.
Lors de l'établissement de l'équivalence générale, le Gouvernement flamand tient compte :
1° des qualifications d'enseignement décrites en vertu du décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. A défaut des qualifications d'enseignement, le Gouvernement flamand utilise comme cadre de référence, le cas échéant, les objectifs finaux, les objectifs de développement ou les contenus didactiques minimums définis par des lois, décrets ou réglementations fédéraux ou flamands;
2° ou des niveaux et descripteurs de niveau tels que visés par le décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. ".
Art. III.41. In hetzelfde decreet wordt een artikel 74ter ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 74ter. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure, met inbegrip van een beroepsprocedure, tot de erkenning van de individuele gelijkwaardigheid van buitenlandse studiebewijzen die niet in een besluit als vermeld in artikel 74bis zijn opgenomen met de volgende studiebewijzen, uitgereikt door centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs die erkend, gefinancierd of gesubsidieerd zijn door de Vlaamse Gemeenschap :
1° het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs;
2° het diploma van het secundair onderwijs;
3° het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs;
4° het getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer;
5° het certificaat van een opleiding deeltijds beroepssecundair onderwijs.
De Vlaamse Regering waarborgt dat binnen deze procedure rekening wordt gehouden :
1° met de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties worden, in voorkomend geval, de eindtermen, de doelen of de minimale leerinhouden die in federale of Vlaamse wet-, decreet- of regelgeving zijn bepaald, als referentiekader gebruikt;
2° of, met de niveaus en niveaudescriptoren als vermeld in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. ".
" Art. 74ter. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure, met inbegrip van een beroepsprocedure, tot de erkenning van de individuele gelijkwaardigheid van buitenlandse studiebewijzen die niet in een besluit als vermeld in artikel 74bis zijn opgenomen met de volgende studiebewijzen, uitgereikt door centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs die erkend, gefinancierd of gesubsidieerd zijn door de Vlaamse Gemeenschap :
1° het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs;
2° het diploma van het secundair onderwijs;
3° het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs;
4° het getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer;
5° het certificaat van een opleiding deeltijds beroepssecundair onderwijs.
De Vlaamse Regering waarborgt dat binnen deze procedure rekening wordt gehouden :
1° met de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties worden, in voorkomend geval, de eindtermen, de doelen of de minimale leerinhouden die in federale of Vlaamse wet-, decreet- of regelgeving zijn bepaald, als referentiekader gebruikt;
2° of, met de niveaus en niveaudescriptoren als vermeld in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. ".
Art. III.41. Dans le même décret, il est inséré un article 74ter, rédigé comme suit :
" Art. 74ter. Le Gouvernement flamand fixe les conditions et la procédure, y compris une procédure de recours, de reconnaissance de l'équivalence individuelle de titres étrangers n'étant pas repris dans un arrêté tel que visé à l'article 74bis avec les titres suivants délivrés par des centres d'enseignement secondaire agréés, financés ou subventionnés par la Communauté flamande :
1° le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire;
2° le diplôme d'enseignement secondaire;
3° le certificat d'études de la deuxième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire;
4° le certificat de connaissance de base de la gestion d'entreprise;
5° le certificat d'une formation de l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel.
Le Gouvernement flamand garantit qu'il est tenu compte dans cette procédure :
1° des qualifications d'enseignement décrites en vertu du décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. A défaut des qualifications d'enseignement, les objectifs finaux, les objectifs de développement, les objectifs finaux spécifiques, les objectifs, les profils de formation ou les contenus didactiques minimums définis par des lois, décrets ou réglementations fédéraux ou flamands, sont utilisés, le cas échéant, comme cadre de référence;
2° ou des niveaux et descripteurs de niveau tels que visés par le décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. ".
" Art. 74ter. Le Gouvernement flamand fixe les conditions et la procédure, y compris une procédure de recours, de reconnaissance de l'équivalence individuelle de titres étrangers n'étant pas repris dans un arrêté tel que visé à l'article 74bis avec les titres suivants délivrés par des centres d'enseignement secondaire agréés, financés ou subventionnés par la Communauté flamande :
1° le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire;
2° le diplôme d'enseignement secondaire;
3° le certificat d'études de la deuxième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire;
4° le certificat de connaissance de base de la gestion d'entreprise;
5° le certificat d'une formation de l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel.
Le Gouvernement flamand garantit qu'il est tenu compte dans cette procédure :
1° des qualifications d'enseignement décrites en vertu du décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. A défaut des qualifications d'enseignement, les objectifs finaux, les objectifs de développement, les objectifs finaux spécifiques, les objectifs, les profils de formation ou les contenus didactiques minimums définis par des lois, décrets ou réglementations fédéraux ou flamands, sont utilisés, le cas échéant, comme cadre de référence;
2° ou des niveaux et descripteurs de niveau tels que visés par le décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. ".
Art. III.42. In artikel 81 van hetzelfde decreet wordt het tweede lid vervangen, door wat volgt :
" De Vlaamse Regering bepaalt welk certificaat of welke combinatie van certificaten aanleiding geeft tot uitreiking van een getuigschrift leertijd. ".
" De Vlaamse Regering bepaalt welk certificaat of welke combinatie van certificaten aanleiding geeft tot uitreiking van een getuigschrift leertijd. ".
Art. III.42. A l'article 81 du même décret, l'alinéa deux est remplacé par la disposition suivante :
" Le Gouvernement flamand arrête quel certificat ou quelle combinaison de certificats donne lieu à la délivrance d'un certificat d'apprentissage. ".
" Le Gouvernement flamand arrête quel certificat ou quelle combinaison de certificats donne lieu à la délivrance d'un certificat d'apprentissage. ".
Art. III.43. In hetzelfde decreet wordt een artikel 84bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 84bis. De Vlaamse Regering kan de algemene gelijkwaardigheid vastleggen van buitenlandse studiebewijzen met de volgende studiebewijzen, uitgereikt in de leertijd :
1° het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs;
2° het diploma van het secundair onderwijs;
3° het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs;
4° het getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer;
5° het certificaat van een opleiding leertijd.
Bij de vastlegging van de algemene gelijkwaardigheid houdt de Vlaamse Regering rekening :
1° met de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties hanteert de Vlaamse Regering als referentiekader, in voorkomend geval, de eindtermen, de doelen of de minimale leerinhouden die in federale of Vlaamse wet-, decreet-of regelgeving zijn bepaald;
2° of, met de niveaus en niveaudescriptoren als vermeld in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. ".
" Art. 84bis. De Vlaamse Regering kan de algemene gelijkwaardigheid vastleggen van buitenlandse studiebewijzen met de volgende studiebewijzen, uitgereikt in de leertijd :
1° het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs;
2° het diploma van het secundair onderwijs;
3° het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs;
4° het getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer;
5° het certificaat van een opleiding leertijd.
Bij de vastlegging van de algemene gelijkwaardigheid houdt de Vlaamse Regering rekening :
1° met de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties hanteert de Vlaamse Regering als referentiekader, in voorkomend geval, de eindtermen, de doelen of de minimale leerinhouden die in federale of Vlaamse wet-, decreet-of regelgeving zijn bepaald;
2° of, met de niveaus en niveaudescriptoren als vermeld in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. ".
Art. III.43. Dans le même décret, il est inséré un article 84bis, rédigé comme suit :
" Art. 84bis. Le Gouvernement flamand peut établir l'équivalence générale de titres étrangers avec les titres suivants, délivrés dans l'apprentissage :
1° le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire;
2° le diplôme d'enseignement secondaire;
3° le certificat d'études de la deuxième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire;
4° le certificat de connaissance de base de la gestion d'entreprise;
5° le certificat d'une formation en apprentissage.
Lors de l'établissement de l'équivalence générale, le Gouvernement flamand tient compte :
1° des qualifications d'enseignement décrites en vertu du décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. A défaut des qualifications d'enseignement, le Gouvernement flamand utilise comme cadre de référence, le cas échéant, les objectifs finaux, les objectifs de développement ou les contenus didactiques minimums définis par des lois, décrets ou réglementations fédéraux ou flamands;
2° ou des niveaux et descripteurs de niveau tels que visés par le décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. ".
" Art. 84bis. Le Gouvernement flamand peut établir l'équivalence générale de titres étrangers avec les titres suivants, délivrés dans l'apprentissage :
1° le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire;
2° le diplôme d'enseignement secondaire;
3° le certificat d'études de la deuxième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire;
4° le certificat de connaissance de base de la gestion d'entreprise;
5° le certificat d'une formation en apprentissage.
Lors de l'établissement de l'équivalence générale, le Gouvernement flamand tient compte :
1° des qualifications d'enseignement décrites en vertu du décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. A défaut des qualifications d'enseignement, le Gouvernement flamand utilise comme cadre de référence, le cas échéant, les objectifs finaux, les objectifs de développement ou les contenus didactiques minimums définis par des lois, décrets ou réglementations fédéraux ou flamands;
2° ou des niveaux et descripteurs de niveau tels que visés par le décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. ".
Art. III.44. In hetzelfde decreet wordt een artikel 84ter ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 84ter. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure, met inbegrip van een beroepsprocedure, tot de erkenning van de individuele gelijkwaardigheid van buitenlandse studiebewijzen die niet in een besluit, vermeld in artikel 84bis zijn opgenomen met de volgende studiebewijzen uitgereikt, in leertijd :
1° het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs;
2° het diploma van het secundair onderwijs;
3° het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs;
4° het getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer;
5° het certificaat van een opleiding leertijd.
De Vlaamse Regering waarborgt dat binnen deze procedure rekening wordt gehouden :
1° met de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties hanteert de Vlaamse Regering als referentiekader, in voorkomend geval, de eindtermen, de doelen of de minimale leerinhouden die in federale of Vlaamse wet-, decreet-of regelgeving zijn bepaald;
2° of, met de niveaus en niveaudescriptoren als vermeld in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. ".
" Art. 84ter. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure, met inbegrip van een beroepsprocedure, tot de erkenning van de individuele gelijkwaardigheid van buitenlandse studiebewijzen die niet in een besluit, vermeld in artikel 84bis zijn opgenomen met de volgende studiebewijzen uitgereikt, in leertijd :
1° het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs;
2° het diploma van het secundair onderwijs;
3° het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs;
4° het getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer;
5° het certificaat van een opleiding leertijd.
De Vlaamse Regering waarborgt dat binnen deze procedure rekening wordt gehouden :
1° met de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties hanteert de Vlaamse Regering als referentiekader, in voorkomend geval, de eindtermen, de doelen of de minimale leerinhouden die in federale of Vlaamse wet-, decreet-of regelgeving zijn bepaald;
2° of, met de niveaus en niveaudescriptoren als vermeld in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. ".
Art. III.44. Dans le même décret, il est inséré un article 84ter, rédigé comme suit :
" Art. 84ter. Le Gouvernement flamand fixe les conditions et la procédure, y compris une procédure de recours, de reconnaissance de l'équivalence individuelle de titres étrangers n'étant pas repris dans un arrêté tel que visé à l'article 84bis avec les titres suivants, délivrés dans l'apprentissage :
1° le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire;
2° le diplôme d'enseignement secondaire;
3° le certificat d'études de la deuxième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire;
4° le certificat de connaissance de base de la gestion d'entreprise;
5° le certificat d'une formation en apprentissage.
Le Gouvernement flamand garantit qu'il est tenu compte dans cette procédure :
1° des qualifications d'enseignement décrites en vertu du décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. A défaut des qualifications d'enseignement, le Gouvernement flamand utilise comme cadre de référence, le cas échéant, les objectifs finaux, les objectifs de développement ou les contenus didactiques minimums définis par des lois, décrets ou réglementations fédéraux ou flamands;
2° ou des niveaux et descripteurs de niveau tels que visés par le décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. ".
" Art. 84ter. Le Gouvernement flamand fixe les conditions et la procédure, y compris une procédure de recours, de reconnaissance de l'équivalence individuelle de titres étrangers n'étant pas repris dans un arrêté tel que visé à l'article 84bis avec les titres suivants, délivrés dans l'apprentissage :
1° le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire;
2° le diplôme d'enseignement secondaire;
3° le certificat d'études de la deuxième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire;
4° le certificat de connaissance de base de la gestion d'entreprise;
5° le certificat d'une formation en apprentissage.
Le Gouvernement flamand garantit qu'il est tenu compte dans cette procédure :
1° des qualifications d'enseignement décrites en vertu du décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. A défaut des qualifications d'enseignement, le Gouvernement flamand utilise comme cadre de référence, le cas échéant, les objectifs finaux, les objectifs de développement ou les contenus didactiques minimums définis par des lois, décrets ou réglementations fédéraux ou flamands;
2° ou des niveaux et descripteurs de niveau tels que visés par le décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. ".
Afdeling III. - Decreet Specifieke Eindtermen Topsport
Section III. - Décret Objectifs finaux spécifiques 'Sport de haut niveau'
Art. III.45. In de bijlage van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 tot vaststelling van de bij decreet te bekrachtigen decretale specifieke eindtermen " topsport " algemeen en technisch secundair onderwijs, bekrachtigd bij het decreet van 2 juni 2006, worden in de rubriek 1.4 de woorden " desbetreffende sportfederatie " vervangen door de woorden " Vlaamse Sportfederatie ".
Art. III.45. Dans l'annexe à l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 mars 2006 définissant les objectifs finaux spécifiques décrétaux 'sport de haut niveau' à sanctionner par décret - enseignement secondaire général et technique, sanctionné par le décret du 2 juin 2006, les mots " la fédération sportive concernée " figurant dans la rubrique 1.4, sont remplacés par les mots " la fédération sportive flamande ".
Afdeling IV. - Secundair-na-secundair en hoger beroepsonderwijs
Section IV. - Enseignement secondaire après secondaire et enseignement supérieur professionnel HBO-5
Art. III.46. In artikel 3 van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair-na-secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° aan punt 17° wordt de volgende zin toegevoegd :
" Voor wat evenwel de opleiding verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs betreft, wordt de studieomvang in een andere eenheid dan in studiepunten uitgedrukt. ";
2° in punt 18° worden tussen de woorden " elke opleiding " en de woorden " wordt uitgedrukt " de woorden " , met uitzondering van de opleiding verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs, " ingevoegd.
1° aan punt 17° wordt de volgende zin toegevoegd :
" Voor wat evenwel de opleiding verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs betreft, wordt de studieomvang in een andere eenheid dan in studiepunten uitgedrukt. ";
2° in punt 18° worden tussen de woorden " elke opleiding " en de woorden " wordt uitgedrukt " de woorden " , met uitzondering van de opleiding verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs, " ingevoegd.
Art. III.46. A l'article 3 du décret du 30 avril 2009 relatif à l'enseignement secondaire après secondaire et l'enseignement supérieur professionnel HBO-5, les modifications suivantes sont apportées :
1° la définition reprise au point 17° est modifiée comme suit :
" volume des études : le nombre de crédits attribué à une subdivision ou à une formation. Cependant, pour ce qui est de la formation de nursing de l'enseignement supérieur professionnel HBO-5, le volume des études est exprimé dans une unité autre que des crédits. ";
2° la définition reprise au point 18° est modifiée comme suit : " crédit (auparavant appelé 'unité d'études) : une unité internationale acceptée au sein de la Communauté flamande correspondant à au moins 25 et au maximum 30 heures d'activités d'enseignement, d'apprentissage et d'évaluation et par laquelle est exprimé le volume des études de toute formation, exceptée la formation de nursing de l'enseignement supérieur professionnel HBO-5 ".
1° la définition reprise au point 17° est modifiée comme suit :
" volume des études : le nombre de crédits attribué à une subdivision ou à une formation. Cependant, pour ce qui est de la formation de nursing de l'enseignement supérieur professionnel HBO-5, le volume des études est exprimé dans une unité autre que des crédits. ";
2° la définition reprise au point 18° est modifiée comme suit : " crédit (auparavant appelé 'unité d'études) : une unité internationale acceptée au sein de la Communauté flamande correspondant à au moins 25 et au maximum 30 heures d'activités d'enseignement, d'apprentissage et d'évaluation et par laquelle est exprimé le volume des études de toute formation, exceptée la formation de nursing de l'enseignement supérieur professionnel HBO-5 ".
Art. III.47. In de laatste zin van artikel 161, § 2, van hetzelfde decreet wordt tussen het woord " van " en het woord " descriptorelementen ", het woord " de " geschrapt.
Art. III.47. Dans la dernière phrase de l'article 161, § 2, du même décret, les mots " des éléments de descripteur " sont modifiés par les mots " d'éléments de descripteur ".
Afdeling V. - Buitengewoon secundair onderwijs
Section V. - Enseignement secondaire spécial
Art. III.48. In artikel 287 van de Codex Secundair Onderwijs, wordt paragraaf 3 vervangen door wat volgt :
" § 3. In de vestigingsplaatsen bedoeld bij § 1 en § 2 kunnen uitsluitend al in de school georganiseerde of in de toelageregeling opgenomen opleidingsvormen en opleidingen worden opgericht, tenzij er nieuwe opleidingsvormen of opleidingen worden opgericht. ".
" § 3. In de vestigingsplaatsen bedoeld bij § 1 en § 2 kunnen uitsluitend al in de school georganiseerde of in de toelageregeling opgenomen opleidingsvormen en opleidingen worden opgericht, tenzij er nieuwe opleidingsvormen of opleidingen worden opgericht. ".
Art. III.48. Dans l'article 287 du Codex de l'Enseignement secondaire, le § 3 est remplacé par la disposition suivante :
§ 3. Dans les implantations visées aux §§ 1er et 2, seules les formes d'enseignement et formations déjà organisées ou subventionnées dans l'école peuvent être créées, à moins que de nouvelles formes d'enseignement ou formations y soient créées. ".
§ 3. Dans les implantations visées aux §§ 1er et 2, seules les formes d'enseignement et formations déjà organisées ou subventionnées dans l'école peuvent être créées, à moins que de nouvelles formes d'enseignement ou formations y soient créées. ".
Art. III.49. In artikel 293 van de Codex Secundair Onderwijs worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 wordt het punt 4° opgeheven;
2° er wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 3. In afwijking van de voorgaande paragrafen kunnen de leerlingen van het geïntegreerd onderwijs, zonder advies van de Commissie van Advies voor het Buitengewoon Onderwijs, ook na de leeftijd van 21 jaar genieten van de voordelen van het geïntegreerd onderwijs. ".
1° in paragraaf 1 wordt het punt 4° opgeheven;
2° er wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 3. In afwijking van de voorgaande paragrafen kunnen de leerlingen van het geïntegreerd onderwijs, zonder advies van de Commissie van Advies voor het Buitengewoon Onderwijs, ook na de leeftijd van 21 jaar genieten van de voordelen van het geïntegreerd onderwijs. ".
Art. III.49. A l'article 293 du Codex de l'Enseignement secondaire sont apportées les modifications suivantes :
1° au paragraphe 1er, le point 4° est abrogé;
2° il est ajouté un paragraphe 3, rédigé comme suit :
" § 3. Par dérogation aux paragraphes précédents, les élèves de l'enseignement intégré peuvent, sans que la 'Commissie voor Advies Buitengewoon Onderwijs' (Commission consultative de l'enseignement spécial) ne doive rendre un avis, jouir des avantages de l'enseignement intégré également après l'âge de 21 ans. ".
1° au paragraphe 1er, le point 4° est abrogé;
2° il est ajouté un paragraphe 3, rédigé comme suit :
" § 3. Par dérogation aux paragraphes précédents, les élèves de l'enseignement intégré peuvent, sans que la 'Commissie voor Advies Buitengewoon Onderwijs' (Commission consultative de l'enseignement spécial) ne doive rendre un avis, jouir des avantages de l'enseignement intégré également après l'âge de 21 ans. ".
Art. III.50. In artikel 294, § 1, van de Codex Secundair Onderwijs, wordt tussen de eerste zin en de laatste zin van het tweede lid, een tekst ingevoegd, die luidt als volgt :
" Ook kunnen op de attesten van deze leerlingen, afkomstig uit het buitengewoon secundair onderwijs, alle opleidingsvormen vermeld worden. Op de attesten van deze leerlingen, afkomstig uit het gewoon secundair onderwijs, kan enkel opleidingsvorm 4 vermeld worden. ".
" Ook kunnen op de attesten van deze leerlingen, afkomstig uit het buitengewoon secundair onderwijs, alle opleidingsvormen vermeld worden. Op de attesten van deze leerlingen, afkomstig uit het gewoon secundair onderwijs, kan enkel opleidingsvorm 4 vermeld worden. ".
Art. III.50. Entre la première et la deuxième phrase de l'article 294, § 1er, du Codex de l'Enseignement secondaire, est inséré un texte rédigé comme suit :
" Sur les attestations de ces élèves, provenant de l'enseignement secondaire spécial, peuvent également être mentionnées toutes les formes d'enseignement. Sur les attestations de ces élèves, provenant de l'enseignement secondaire ordinaire, peut uniquement être mentionnée la forme d'enseignement 4. ".
" Sur les attestations de ces élèves, provenant de l'enseignement secondaire spécial, peuvent également être mentionnées toutes les formes d'enseignement. Sur les attestations de ces élèves, provenant de l'enseignement secondaire ordinaire, peut uniquement être mentionnée la forme d'enseignement 4. ".
Art. III.51. In artikel 301 van de Codex Secundair Onderwijs, wordt een paragraaf 3 ingevoegd, die luidt als volgt :
" § 3. De leerlingen van type 5 worden voor wat het richtgetal en de personeelsomkadering betreft, gelijkgesteld met opleidingvorm 4, ongeacht welke opleidingsvorm er op hun attest vermeld wordt. ".
" § 3. De leerlingen van type 5 worden voor wat het richtgetal en de personeelsomkadering betreft, gelijkgesteld met opleidingvorm 4, ongeacht welke opleidingsvorm er op hun attest vermeld wordt. ".
Art. III.51. L'article 301 du Codex de l'Enseignement secondaire est complété par un paragraphe 3, rédigé comme suit :
" § 3. Les élèves du type 5 sont, pour ce qui est du nombre guide et l'encadrement des personnels, assimilés à la forme d'enseignement 4, quelle que soit la forme d'enseignement mentionnée sur leur attestation. ".
" § 3. Les élèves du type 5 sont, pour ce qui est du nombre guide et l'encadrement des personnels, assimilés à la forme d'enseignement 4, quelle que soit la forme d'enseignement mentionnée sur leur attestation. ".
Art. III.52. In de Codex Secundair Onderwijs wordt een artikel 308/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 308/1. § 1. Onverminderd het reglementair voorziene lesurenpakket dat wordt toegekend, wordt aan elke door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde instelling voor buitengewoon secundair onderwijs die de opleiding tuinbouwarbeider organiseert of die binnen het studiegebied land- en tuinbouw ten minste een van de structuuronderdelen landbouw, tuinbouw, landbouwtechnieken, tuinbouwtechnieken en paardrijden en -verzorgen organiseert, een specifiek aantal lesuren toegekend.
Dat specifieke aantal lesuren, dat respectievelijk overeenstemt met één voltijdse betrekking in het ambt van leraar secundair onderwijs, belast met praktische vakken in de tweede en derde graad van het voltijds gewoon secundair onderwijs in opleidingsvorm 4 of één voltijdse betrekking in het ambt van leraar secundair onderwijs, belast met beroepsgerichte vorming in opleidingsvorm 3 moet de instelling toestaan :
1° de culturen, de serres en de veestapel die van de instelling afhangen, uit te baten en te onderhouden;
2° tijdens de praktijklessen aan de leerlingen van het studiegebied land- en tuinbouw illustratieve demonstraties te geven die rekening houden met de technische en technologische ontwikkelingen in de sector.
§ 2. Voor de toepassing van dit artikel worden alle administratieve groepen uit de opleidingsfase, de kwalificatiefase en de integratiefase van de opleiding tuinbouwarbeider van opleidingsvorm 3 en alle structuuronderdelen van het studiegebied land- en tuinbouw van opleidingsvorm 4, dat zich over de tweede en derde graad van het technisch en beroepssecundair onderwijs uitstrekt, in aanmerking genomen, met uitzondering van die structuuronderdelen waarvan de wekelijkse lessentabel geen praktijkvakken bevat. ".
" Art. 308/1. § 1. Onverminderd het reglementair voorziene lesurenpakket dat wordt toegekend, wordt aan elke door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde instelling voor buitengewoon secundair onderwijs die de opleiding tuinbouwarbeider organiseert of die binnen het studiegebied land- en tuinbouw ten minste een van de structuuronderdelen landbouw, tuinbouw, landbouwtechnieken, tuinbouwtechnieken en paardrijden en -verzorgen organiseert, een specifiek aantal lesuren toegekend.
Dat specifieke aantal lesuren, dat respectievelijk overeenstemt met één voltijdse betrekking in het ambt van leraar secundair onderwijs, belast met praktische vakken in de tweede en derde graad van het voltijds gewoon secundair onderwijs in opleidingsvorm 4 of één voltijdse betrekking in het ambt van leraar secundair onderwijs, belast met beroepsgerichte vorming in opleidingsvorm 3 moet de instelling toestaan :
1° de culturen, de serres en de veestapel die van de instelling afhangen, uit te baten en te onderhouden;
2° tijdens de praktijklessen aan de leerlingen van het studiegebied land- en tuinbouw illustratieve demonstraties te geven die rekening houden met de technische en technologische ontwikkelingen in de sector.
§ 2. Voor de toepassing van dit artikel worden alle administratieve groepen uit de opleidingsfase, de kwalificatiefase en de integratiefase van de opleiding tuinbouwarbeider van opleidingsvorm 3 en alle structuuronderdelen van het studiegebied land- en tuinbouw van opleidingsvorm 4, dat zich over de tweede en derde graad van het technisch en beroepssecundair onderwijs uitstrekt, in aanmerking genomen, met uitzondering van die structuuronderdelen waarvan de wekelijkse lessentabel geen praktijkvakken bevat. ".
Art. III.52. Dans le Code de l'Enseignement secondaire, il est inséré un article 308/1, rédigé comme suit :
" Art. 308/1. § 1er. Sans préjudice du capital-heures de cours réglementairement prévu qui est accordé, un nombre spécifique d'heures de cours est accordé à chaque établissement d'enseignement secondaire spécial qui organise la formation horticulteur ou qui, dans la discipline 'land- en tuinbouw' (agriculture et horticulture), organise au moins une des subdivisions structurelles 'landbouw', 'tuinbouw', 'landbouwtechnieken', 'tuinbouwtechnieken' et 'paardrijden en -verzorgen'.
Ce nombre spécifique d'heures de cours, qui correspond spécifiquement à 1 emploi à temps plein dans la fonction de professeur de l'enseignement secondaire chargé de cours pratiques dans les deuxième et troisième degrés de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein dans la forme d'enseignement 4 ou à 1 emploi à temps plein dans la fonction de professeur de l'enseignement secondaire chargé de la formation à vocation professionnelle dans la forme d'enseignement 3, doit permettre à l'établissement :
1° d'exploiter et d'entretenir les cultures, les serres et le cheptel qui dépendent de l'établissement;
2° de donner aux élèves de la discipline 'land- en tuinbouw', pendant les cours pratiques, des démonstrations illustratives qui tiennent compte des développements techniques et technologiques dans le secteur.
§ 2. Pour l'application du présent arrêté, tous les groupes administratifs de la phase de formation, la phase de qualification et la phase d'intégration de la formation 'horticulteur' de la forme d'enseignement 3 et toutes les subdivisions structurelles de la discipline 'land- en tuinbouw' de la forme d'enseignement 4, qui s'étale sur les deuxième et troisième degrés de l'enseignement secondaire technique et professionnel, sont pris en compte, à l'exception des subdivisions structurelles dont la grille horaire hebdomadaire ne contient pas de cours pratiques. ".
" Art. 308/1. § 1er. Sans préjudice du capital-heures de cours réglementairement prévu qui est accordé, un nombre spécifique d'heures de cours est accordé à chaque établissement d'enseignement secondaire spécial qui organise la formation horticulteur ou qui, dans la discipline 'land- en tuinbouw' (agriculture et horticulture), organise au moins une des subdivisions structurelles 'landbouw', 'tuinbouw', 'landbouwtechnieken', 'tuinbouwtechnieken' et 'paardrijden en -verzorgen'.
Ce nombre spécifique d'heures de cours, qui correspond spécifiquement à 1 emploi à temps plein dans la fonction de professeur de l'enseignement secondaire chargé de cours pratiques dans les deuxième et troisième degrés de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein dans la forme d'enseignement 4 ou à 1 emploi à temps plein dans la fonction de professeur de l'enseignement secondaire chargé de la formation à vocation professionnelle dans la forme d'enseignement 3, doit permettre à l'établissement :
1° d'exploiter et d'entretenir les cultures, les serres et le cheptel qui dépendent de l'établissement;
2° de donner aux élèves de la discipline 'land- en tuinbouw', pendant les cours pratiques, des démonstrations illustratives qui tiennent compte des développements techniques et technologiques dans le secteur.
§ 2. Pour l'application du présent arrêté, tous les groupes administratifs de la phase de formation, la phase de qualification et la phase d'intégration de la formation 'horticulteur' de la forme d'enseignement 3 et toutes les subdivisions structurelles de la discipline 'land- en tuinbouw' de la forme d'enseignement 4, qui s'étale sur les deuxième et troisième degrés de l'enseignement secondaire technique et professionnel, sont pris en compte, à l'exception des subdivisions structurelles dont la grille horaire hebdomadaire ne contient pas de cours pratiques. ".
Art. III.53. In de Codex Secundair Onderwijs wordt een artikel 308/2 ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 308/2. § 1. Voor de toepassing van artikel 308/1 worden 24 lesuren toegekend aan de instelling met opleidingvorm 3, wat overeenkomt met één voltijdse betrekking, als de instelling op de gebruikelijke tellingsdatum de norm van 40 regelmatige leerlingen, die voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 308/1, § 2, bereikt.
§ 2. Voor de toepassing van artikel 308/1 worden 29 lesuren toegekend aan de instelling met opleidingvorm 4, wat overeenkomt met één voltijdse betrekking, als de instelling op de gebruikelijke tellingsdatum de norm van 40 regelmatige leerlingen, die voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 308/1, § 2, bereikt.
§ 3. Het desbetreffende aantal lesuren blijft toegekend gedurende twee opeenvolgende schooljaren waarin de behoudsnorm niet wordt bereikt. Vanaf het daaropvolgende schooljaar wordt de toekenning stopgezet tot de oprichtingsnorm opnieuw wordt bereikt. ".
" Art. 308/2. § 1. Voor de toepassing van artikel 308/1 worden 24 lesuren toegekend aan de instelling met opleidingvorm 3, wat overeenkomt met één voltijdse betrekking, als de instelling op de gebruikelijke tellingsdatum de norm van 40 regelmatige leerlingen, die voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 308/1, § 2, bereikt.
§ 2. Voor de toepassing van artikel 308/1 worden 29 lesuren toegekend aan de instelling met opleidingvorm 4, wat overeenkomt met één voltijdse betrekking, als de instelling op de gebruikelijke tellingsdatum de norm van 40 regelmatige leerlingen, die voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 308/1, § 2, bereikt.
§ 3. Het desbetreffende aantal lesuren blijft toegekend gedurende twee opeenvolgende schooljaren waarin de behoudsnorm niet wordt bereikt. Vanaf het daaropvolgende schooljaar wordt de toekenning stopgezet tot de oprichtingsnorm opnieuw wordt bereikt. ".
Art. III.53. Dans le Code de l'Enseignement secondaire, il est inséré un article 308/2, rédigé comme suit :
" Art. 308/2. § 1er. Pour l'application de l'article 308/1, 24 heures de cours sont attribuées à l'établissement offrant la forme d'enseignement 3, ce qui correspond à 1 emploi à temps plein, si l'établissement atteint, à la date de comptage habituelle, la norme de 40 élèves réguliers qui remplissent les conditions visées à l'article 308/1, § 2.
§ 2. Pour l'application de l'article 308/1, 29 heures de cours sont attribuées à l'établissement offrant la forme d'enseignement 4, ce qui correspond à 1 emploi à temps plein, si l'établissement atteint, à la date de comptage habituelle, la norme de 40 élèves réguliers qui remplissent les conditions visées à l'article 308/1, § 2.
§ 3. Le nombre d'heures de cours en question reste attribué pendant deux années scolaires consécutives pendant lesquelles la norme de maintien n'est pas atteinte. A partir de l'année scolaire suivante, l'octroi d'heures de cours est suspendu jusqu'à ce que la norme de création soit à nouveau atteinte. ".
" Art. 308/2. § 1er. Pour l'application de l'article 308/1, 24 heures de cours sont attribuées à l'établissement offrant la forme d'enseignement 3, ce qui correspond à 1 emploi à temps plein, si l'établissement atteint, à la date de comptage habituelle, la norme de 40 élèves réguliers qui remplissent les conditions visées à l'article 308/1, § 2.
§ 2. Pour l'application de l'article 308/1, 29 heures de cours sont attribuées à l'établissement offrant la forme d'enseignement 4, ce qui correspond à 1 emploi à temps plein, si l'établissement atteint, à la date de comptage habituelle, la norme de 40 élèves réguliers qui remplissent les conditions visées à l'article 308/1, § 2.
§ 3. Le nombre d'heures de cours en question reste attribué pendant deux années scolaires consécutives pendant lesquelles la norme de maintien n'est pas atteinte. A partir de l'année scolaire suivante, l'octroi d'heures de cours est suspendu jusqu'à ce que la norme de création soit à nouveau atteinte. ".
Art. III.54. In de Codex Secundair Onderwijs wordt in deel V, titel 2, hoofdstuk 3, afdeling 1, een onderafdeling 3/1, bestaande uit artikel 314/1 tot en met artikel 314/4, ingevoegd, die luidt als volgt :
" Onderafdeling 3/1. - Omzetten van lesuren en uren naar middelen
Art. 314/1. § 1. Er wordt aan de scholen van het buitengewoon secundair onderwijs, die voldoen aan de voorwaarden bepaald in deze onderafdeling, toegestaan dat, in afwijking van de artikelen 305, § 2, en 313, § 2, maximum 30 lesuren en uren van de extra lesuren en uren, vermeld in de artikelen 304, § 1, § 2 en § 3, en 312, § 1, § 2 en § 3, toegekend aan een school voor buitengewoon secundair onderwijs overgedragen kunnen worden aan een centrum voor deeltijdse vorming of aan een andere instelling met ervaring in het begeleiden van de doelgroep vermeld in artikel 314/2 en omgezet kunnen worden in kredieten. In voorkomend geval beslist het schoolbestuur, na onderhandeling in het lokale comité, over de overdracht van maximum 30 lesuren en uren naar een centrum voor deeltijdse vorming of naar een andere instelling voor realisatie van leerlinggebonden activiteiten voor de betrokken doelgroep. In dit geval worden de overgedragen lesuren en uren omgezet in een krediet.
§ 2. De omzetting van lesuren en uren van een school voor buitengewoon secundair onderwijs in een krediet voor een centrum voor deeltijdse vorming of voor een andere instelling, bestemd voor de organisatie van leerlinggebonden activiteiten voor de doelgroep vermeld in artikel 314/2 wordt als volgt vastgesteld :
1° het aantal lesuren en uren dat wordt omgezet in kredieten, wordt vermenigvuldigd met veertig, dat is het aantal weken openstelling per jaar, zodat een aantal jaarlesuren en een aantal jaaruren wordt verkregen. Dat resultaat, dat in de loop van het schooljaar niet meer kan worden gewijzigd, wordt vóór 1 oktober van het schooljaar in kwestie aan het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming meegedeeld;
2° het bedrag dat wordt toegepast bij de omzetting van lesuren, wordt vastgesteld op 31,72 euro, het bedrag dat wordt toegepast bij de omzetting van uren wordt vastgelegd op 22,46 euro. Dat bedrag wordt gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer der consumptieprijzen overeenkomstig de bepalingen van de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer der consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Dat bedrag wordt vanaf 1 januari 1990 aan de spilindex 138,01 gekoppeld. De indexaanpassingen die na 1 oktober van het schooljaar gebeuren, hebben evenwel pas uitwerking met ingang van het daaropvolgende schooljaar;
3° het product van het aantal jaarlesuren en jaaruren dat wordt overgedragen met het geïndexeerd bedrag vormt het krediet dat voorbehouden is voor de organisatie van leerlinggebonden activiteiten door het centrum voor deeltijdse vorming of door een andere instelling.
Indien het krediet wordt toegekend aan een centrum voor deeltijdse vorming, wordt dit krediet toegekend, samen met de eerste schijf van de uitbetaling van de persoonlijke ontwikkelingstrajecten, vermeld in artikel 95 van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap.
Indien het krediet wordt toegekend aan een andere instelling, wordt dit krediet toegekend in de loop van de maand februari van het schooljaar in kwestie.
Art. 314/2. § 1. In de scholen van buitengewoon secundair onderwijs, bedoeld in deze onderafdeling wordt buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 1, type 3 georganiseerd.
De jongeren in de opleidingsvorm en het type vermeld in het vorig lid hebben ernstige gedrags- of emotionele stoornissen, vastgesteld door een psychiater. Deze jongeren functioneren daarenboven op het niveau van licht verstandelijke beperking. Door de complexiteit van hun problematiek zijn deze leerlingen niet in staat om voltijds onderwijs te lopen in het gewoon of buitengewoon secundair onderwijs en hebben zij een problematisch schoolverloop.
§ 2. De scholen, bedoeld in deze onderafdeling, stellen zich open voor de doelgroep vermeld in paragraaf 1, en dit voor minimum 6 en maximum 12 leerlingen.
§ 3. De scholen, bedoeld in deze onderafdeling, werken samen met andere scholen van voltijds of centra van deeltijds gewoon secundair onderwijs voor de opvang van de doelgroep vermeld in paragraaf 1.
§ 4. De scholen, bedoeld in deze onderafdeling, werken samen met internaten met een werking gericht op de ambulante begeleiding of opvang van de doelgroep vermeld in paragraaf 1.
§ 5. De scholen, bedoeld in deze onderafdeling, werken samen met CLB's, voor de inschaling van de doelgroep vermeld in paragraaf 1.
§ 6. De scholen, bedoeld in deze onderafdeling, werken samen met een centrum voor deeltijdse vorming of met een andere instelling met ervaring in het begeleiden van de doelgroep vermeld in paragraaf 1, die bereid zijn ondersteuning te bieden voor leerling-gebonden activiteiten voor de doelgroep vermeld in paragraaf 1.
Art. 314/3. § 1. De Vlaamse Regering volgt de scholen, bedoeld in deze onderafdeling, op en evalueert hen, in overleg met een door hem samengestelde stuurgroep die bestaat uit leden van de onderwijsinspectie, afgevaardigden van het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming, van de representatieve vakorganisaties, van het Gemeenschapsonderwijs, van de representatieve verenigingen van schoolbesturen van het gesubsidieerd officieel onderwijs of van het gesubsidieerd vrij onderwijs.
§ 2. Steeds vanuit de optiek om het onderwijs voor de doelgroep van gedragsmoeilijke leerlingen te bevorderen, moet de evaluatie, vermeld in paragraaf 1, resulteren in beleidsbeslissingen over eventuele decretale, reglementaire of andere maatregelen of acties op het vlak van optimalisering van het buitengewoon en gewoon secundair onderwijs voor leerlingen met ernstige gedrags- of emotionele stoornissen of een verlenging van deze maatregel.
§ 3. De betrokken schoolbesturen, scholen, internaten, CLB's, centra en instellingen verlenen hun volledige medewerking aan de opvolging en evaluatie vermeld in paragraaf 1.
Art. 314/4. De bepalingen van deze onderafdeling treden in werking op 1 september 2011 en houden op van kracht te zijn op 31 augustus 2013. ".
" Onderafdeling 3/1. - Omzetten van lesuren en uren naar middelen
Art. 314/1. § 1. Er wordt aan de scholen van het buitengewoon secundair onderwijs, die voldoen aan de voorwaarden bepaald in deze onderafdeling, toegestaan dat, in afwijking van de artikelen 305, § 2, en 313, § 2, maximum 30 lesuren en uren van de extra lesuren en uren, vermeld in de artikelen 304, § 1, § 2 en § 3, en 312, § 1, § 2 en § 3, toegekend aan een school voor buitengewoon secundair onderwijs overgedragen kunnen worden aan een centrum voor deeltijdse vorming of aan een andere instelling met ervaring in het begeleiden van de doelgroep vermeld in artikel 314/2 en omgezet kunnen worden in kredieten. In voorkomend geval beslist het schoolbestuur, na onderhandeling in het lokale comité, over de overdracht van maximum 30 lesuren en uren naar een centrum voor deeltijdse vorming of naar een andere instelling voor realisatie van leerlinggebonden activiteiten voor de betrokken doelgroep. In dit geval worden de overgedragen lesuren en uren omgezet in een krediet.
§ 2. De omzetting van lesuren en uren van een school voor buitengewoon secundair onderwijs in een krediet voor een centrum voor deeltijdse vorming of voor een andere instelling, bestemd voor de organisatie van leerlinggebonden activiteiten voor de doelgroep vermeld in artikel 314/2 wordt als volgt vastgesteld :
1° het aantal lesuren en uren dat wordt omgezet in kredieten, wordt vermenigvuldigd met veertig, dat is het aantal weken openstelling per jaar, zodat een aantal jaarlesuren en een aantal jaaruren wordt verkregen. Dat resultaat, dat in de loop van het schooljaar niet meer kan worden gewijzigd, wordt vóór 1 oktober van het schooljaar in kwestie aan het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming meegedeeld;
2° het bedrag dat wordt toegepast bij de omzetting van lesuren, wordt vastgesteld op 31,72 euro, het bedrag dat wordt toegepast bij de omzetting van uren wordt vastgelegd op 22,46 euro. Dat bedrag wordt gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer der consumptieprijzen overeenkomstig de bepalingen van de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer der consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Dat bedrag wordt vanaf 1 januari 1990 aan de spilindex 138,01 gekoppeld. De indexaanpassingen die na 1 oktober van het schooljaar gebeuren, hebben evenwel pas uitwerking met ingang van het daaropvolgende schooljaar;
3° het product van het aantal jaarlesuren en jaaruren dat wordt overgedragen met het geïndexeerd bedrag vormt het krediet dat voorbehouden is voor de organisatie van leerlinggebonden activiteiten door het centrum voor deeltijdse vorming of door een andere instelling.
Indien het krediet wordt toegekend aan een centrum voor deeltijdse vorming, wordt dit krediet toegekend, samen met de eerste schijf van de uitbetaling van de persoonlijke ontwikkelingstrajecten, vermeld in artikel 95 van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap.
Indien het krediet wordt toegekend aan een andere instelling, wordt dit krediet toegekend in de loop van de maand februari van het schooljaar in kwestie.
Art. 314/2. § 1. In de scholen van buitengewoon secundair onderwijs, bedoeld in deze onderafdeling wordt buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 1, type 3 georganiseerd.
De jongeren in de opleidingsvorm en het type vermeld in het vorig lid hebben ernstige gedrags- of emotionele stoornissen, vastgesteld door een psychiater. Deze jongeren functioneren daarenboven op het niveau van licht verstandelijke beperking. Door de complexiteit van hun problematiek zijn deze leerlingen niet in staat om voltijds onderwijs te lopen in het gewoon of buitengewoon secundair onderwijs en hebben zij een problematisch schoolverloop.
§ 2. De scholen, bedoeld in deze onderafdeling, stellen zich open voor de doelgroep vermeld in paragraaf 1, en dit voor minimum 6 en maximum 12 leerlingen.
§ 3. De scholen, bedoeld in deze onderafdeling, werken samen met andere scholen van voltijds of centra van deeltijds gewoon secundair onderwijs voor de opvang van de doelgroep vermeld in paragraaf 1.
§ 4. De scholen, bedoeld in deze onderafdeling, werken samen met internaten met een werking gericht op de ambulante begeleiding of opvang van de doelgroep vermeld in paragraaf 1.
§ 5. De scholen, bedoeld in deze onderafdeling, werken samen met CLB's, voor de inschaling van de doelgroep vermeld in paragraaf 1.
§ 6. De scholen, bedoeld in deze onderafdeling, werken samen met een centrum voor deeltijdse vorming of met een andere instelling met ervaring in het begeleiden van de doelgroep vermeld in paragraaf 1, die bereid zijn ondersteuning te bieden voor leerling-gebonden activiteiten voor de doelgroep vermeld in paragraaf 1.
Art. 314/3. § 1. De Vlaamse Regering volgt de scholen, bedoeld in deze onderafdeling, op en evalueert hen, in overleg met een door hem samengestelde stuurgroep die bestaat uit leden van de onderwijsinspectie, afgevaardigden van het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming, van de representatieve vakorganisaties, van het Gemeenschapsonderwijs, van de representatieve verenigingen van schoolbesturen van het gesubsidieerd officieel onderwijs of van het gesubsidieerd vrij onderwijs.
§ 2. Steeds vanuit de optiek om het onderwijs voor de doelgroep van gedragsmoeilijke leerlingen te bevorderen, moet de evaluatie, vermeld in paragraaf 1, resulteren in beleidsbeslissingen over eventuele decretale, reglementaire of andere maatregelen of acties op het vlak van optimalisering van het buitengewoon en gewoon secundair onderwijs voor leerlingen met ernstige gedrags- of emotionele stoornissen of een verlenging van deze maatregel.
§ 3. De betrokken schoolbesturen, scholen, internaten, CLB's, centra en instellingen verlenen hun volledige medewerking aan de opvolging en evaluatie vermeld in paragraaf 1.
Art. 314/4. De bepalingen van deze onderafdeling treden in werking op 1 september 2011 en houden op van kracht te zijn op 31 augustus 2013. ".
Art. III.54. Dans la partie V, titre 2, chapitre 3, section 1re, du Codex de l'Enseignement secondaire, est insérée une sous-section 3/1, comportant les articles 314/1 à 314/4 inclus, rédigée comme suit :
" Sous-section 3/1. - Conversion d'heures de cours en moyens
Art. 314/1. § 1er. Les écoles de l'enseignement secondaire spécial qui remplissent les conditions définies dans la présente sous-section, sont autorisées, par dérogation aux articles 305, § 2, et 313, § 2, à transférer au maximum 30 heures de cours et heures des heures de cours supplémentaires et heures, visées aux articles 304, § 1er, § 2 et § 3, et 312, § 1er, § 2 et § 3, attribuées à une école d'enseignement secondaire spécial, à un centre de formation à temps partiel ou à un autre établissement ayant de l'expérience en matière d'accompagnement du groupe cible visé à l'article 314/2 et à les convertir en des crédits. Le cas échéant, l'autorité scolaire décide, après négociation au sein du comité local, du transfert de 30 heures de cours et d'heures au maximum à un centre de formation à temps partiel ou à un autre établissement pour la réalisation d'activités liées aux élèves du groupe cible concerné. Dans ce cas, les heures de cours et heures transférées sont converties en un crédit.
§ 2. La conversion d'heures de cours et d'heures d'une école d'enseignement secondaire spécial en un crédit pour un centre de formation à temps partiel ou un autre établissement, destiné à la réalisation d'activités liées aux élèves du groupe cible mentionné à l'article 314/2 est établie comme suit :
1° le nombre d'heures de cours et d'heures qui est converti en des crédits, est multiplié par quarante, ce qui représente le nombre de semaines d'ouverture par année, de sorte qu'un nombre d'heures de cours/année et un nombre d'heures/année est obtenu. Ce résultat, qui ne peut plus être modifié dans le courant de l'année scolaire, est communiqué au Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation avant le 1er octobre de l'année scolaire en question;
2° le montant appliqué pour la conversion d'heures de cours est fixé à 31,72 euros, le montant appliqué pour la conversion d'heures est fixé à 22,46 euros. Ce montant est rattaché aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation conformément aux dispositions de la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public. A partir du 1er janvier 1990, ce montant est rattaché à l'indice-pivot 138,01. Les adaptations à l'indice ayant lieu après le 1er octobre de l'année scolaire ne produisent toutefois leurs effets qu'à partir de l'année scolaire suivante;
3° le produit de la multiplication du nombre d'heures de cours/année et d'heures/année transféré par le montant indexé constitue le crédit étant réservé à l'organisation d'activités liées aux élèves par le centre de formation à temps partiel ou un autre établissement.
Si le crédit est accordé à un centre de formation à temps partiel, cela se fait en même temps que la première tranche du paiement des parcours de développement personnels, visés à l'article 95 du décret du 10 juillet 2008 relatif au système d'apprentissage et de travail en Communauté flamande.
Si le crédit est accordé à un autre établissement, cela se fait dans le courant du mois de février de l'année scolaire en question.
Art. 314/2. § 1er. Dans les écoles d'enseignement secondaire spécial visées à la présente sous-section, un enseignement secondaire spécial de la forme d'enseignement 1, type 3, est organisé.
Les jeunes inscrits dans la forme d'enseignement et le type visés à l'alinéa précédent, ont des troubles sévères comportementaux ou émotionnels, constatés par un psychiatre. En outre, ces jeunes fonctionnent au niveau d'un handicap mental léger. Par la complexité de leur problématique, ces élèves ne sont pas aptes à suivre un enseignement à temps plein dans l'enseignement secondaire ordinaire ou spécial et ils affichent un parcours scolaire problématique.
§ 2. Les écoles visées à la présente sous-section s'ouvrent au groupe cible visé au § 1er, pour 6 élèves au minimum et 12 élèves au maximum.
§ 3. Les écoles visées à la présente sous-section coopèrent avec d'autres écoles d'enseignement secondaire ordinaire à temps plein ou d'autres centres d'enseignement secondaire ordinaire à temps partiel pour l'accueil du groupe cible visé au § 1er.
§ 4. Les écoles visées à la présente sous-section coopèrent avec des internats dont le fonctionnement est axé sur l'accompagnement ambulant ou l'accueil du groupe cible visé au § 1er.
§ 5. Les écoles visées à la présente sous-section coopèrent avec des CLB pour l'appréciation du groupe cible visé au § 1er.
§ 6. Les écoles visées à la présente sous-section coopèrent avec un centre de formation à temps partiel ou avec un autre établissement ayant de l'expérience en matière d'accompagnement du groupe cible visé au § 1er, qui sont disposés à offrir leur soutien à des activités liées aux élèves destinées au groupe cible visé au § 1er.
Art. 314/3. § 1er. Le Gouvernement flamand assure le suivi des écoles visées à la présente sous-section, et les soumet à une évaluation, en concertation avec un comité directeur qu'il compose et qui comporte des membres de l'inspection de l'enseignement, des représentants du Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation, des organisations syndicales représentatives, de l'Enseignement communautaire, des associations représentatives d'autorités scolaires de l'enseignement officiel subventionné ou de l'enseignement libre subventionné.
§ 2. Toujours dans le but d'encourager l'enseignement pour le groupe cible d'élèves aux troubles comportementaux, l'évaluation visée au § 1er doit résulter en des décisions politiques sur des mesures éventuelles décrétales, réglementaires ou autres au niveau de l'optimisation de l'enseignement secondaire spécial et ordinaire s'adressant à des élèves souffrant de troubles sévères comportementaux ou émotionnels ou en une prolongation de cette mesure.
§ 3. Les autorités scolaires, écoles, internats, CLB, centres et établissements assurent leur entière collaboration au suivi et à l'évaluation visés au § 1er.
Art. 314/4. Les dispositions de la présente sous-section entrent en vigueur le 1er septembre 2011 et cesseront d'être en vigueur le 31 août 2013. ".
" Sous-section 3/1. - Conversion d'heures de cours en moyens
Art. 314/1. § 1er. Les écoles de l'enseignement secondaire spécial qui remplissent les conditions définies dans la présente sous-section, sont autorisées, par dérogation aux articles 305, § 2, et 313, § 2, à transférer au maximum 30 heures de cours et heures des heures de cours supplémentaires et heures, visées aux articles 304, § 1er, § 2 et § 3, et 312, § 1er, § 2 et § 3, attribuées à une école d'enseignement secondaire spécial, à un centre de formation à temps partiel ou à un autre établissement ayant de l'expérience en matière d'accompagnement du groupe cible visé à l'article 314/2 et à les convertir en des crédits. Le cas échéant, l'autorité scolaire décide, après négociation au sein du comité local, du transfert de 30 heures de cours et d'heures au maximum à un centre de formation à temps partiel ou à un autre établissement pour la réalisation d'activités liées aux élèves du groupe cible concerné. Dans ce cas, les heures de cours et heures transférées sont converties en un crédit.
§ 2. La conversion d'heures de cours et d'heures d'une école d'enseignement secondaire spécial en un crédit pour un centre de formation à temps partiel ou un autre établissement, destiné à la réalisation d'activités liées aux élèves du groupe cible mentionné à l'article 314/2 est établie comme suit :
1° le nombre d'heures de cours et d'heures qui est converti en des crédits, est multiplié par quarante, ce qui représente le nombre de semaines d'ouverture par année, de sorte qu'un nombre d'heures de cours/année et un nombre d'heures/année est obtenu. Ce résultat, qui ne peut plus être modifié dans le courant de l'année scolaire, est communiqué au Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation avant le 1er octobre de l'année scolaire en question;
2° le montant appliqué pour la conversion d'heures de cours est fixé à 31,72 euros, le montant appliqué pour la conversion d'heures est fixé à 22,46 euros. Ce montant est rattaché aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation conformément aux dispositions de la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public. A partir du 1er janvier 1990, ce montant est rattaché à l'indice-pivot 138,01. Les adaptations à l'indice ayant lieu après le 1er octobre de l'année scolaire ne produisent toutefois leurs effets qu'à partir de l'année scolaire suivante;
3° le produit de la multiplication du nombre d'heures de cours/année et d'heures/année transféré par le montant indexé constitue le crédit étant réservé à l'organisation d'activités liées aux élèves par le centre de formation à temps partiel ou un autre établissement.
Si le crédit est accordé à un centre de formation à temps partiel, cela se fait en même temps que la première tranche du paiement des parcours de développement personnels, visés à l'article 95 du décret du 10 juillet 2008 relatif au système d'apprentissage et de travail en Communauté flamande.
Si le crédit est accordé à un autre établissement, cela se fait dans le courant du mois de février de l'année scolaire en question.
Art. 314/2. § 1er. Dans les écoles d'enseignement secondaire spécial visées à la présente sous-section, un enseignement secondaire spécial de la forme d'enseignement 1, type 3, est organisé.
Les jeunes inscrits dans la forme d'enseignement et le type visés à l'alinéa précédent, ont des troubles sévères comportementaux ou émotionnels, constatés par un psychiatre. En outre, ces jeunes fonctionnent au niveau d'un handicap mental léger. Par la complexité de leur problématique, ces élèves ne sont pas aptes à suivre un enseignement à temps plein dans l'enseignement secondaire ordinaire ou spécial et ils affichent un parcours scolaire problématique.
§ 2. Les écoles visées à la présente sous-section s'ouvrent au groupe cible visé au § 1er, pour 6 élèves au minimum et 12 élèves au maximum.
§ 3. Les écoles visées à la présente sous-section coopèrent avec d'autres écoles d'enseignement secondaire ordinaire à temps plein ou d'autres centres d'enseignement secondaire ordinaire à temps partiel pour l'accueil du groupe cible visé au § 1er.
§ 4. Les écoles visées à la présente sous-section coopèrent avec des internats dont le fonctionnement est axé sur l'accompagnement ambulant ou l'accueil du groupe cible visé au § 1er.
§ 5. Les écoles visées à la présente sous-section coopèrent avec des CLB pour l'appréciation du groupe cible visé au § 1er.
§ 6. Les écoles visées à la présente sous-section coopèrent avec un centre de formation à temps partiel ou avec un autre établissement ayant de l'expérience en matière d'accompagnement du groupe cible visé au § 1er, qui sont disposés à offrir leur soutien à des activités liées aux élèves destinées au groupe cible visé au § 1er.
Art. 314/3. § 1er. Le Gouvernement flamand assure le suivi des écoles visées à la présente sous-section, et les soumet à une évaluation, en concertation avec un comité directeur qu'il compose et qui comporte des membres de l'inspection de l'enseignement, des représentants du Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation, des organisations syndicales représentatives, de l'Enseignement communautaire, des associations représentatives d'autorités scolaires de l'enseignement officiel subventionné ou de l'enseignement libre subventionné.
§ 2. Toujours dans le but d'encourager l'enseignement pour le groupe cible d'élèves aux troubles comportementaux, l'évaluation visée au § 1er doit résulter en des décisions politiques sur des mesures éventuelles décrétales, réglementaires ou autres au niveau de l'optimisation de l'enseignement secondaire spécial et ordinaire s'adressant à des élèves souffrant de troubles sévères comportementaux ou émotionnels ou en une prolongation de cette mesure.
§ 3. Les autorités scolaires, écoles, internats, CLB, centres et établissements assurent leur entière collaboration au suivi et à l'évaluation visés au § 1er.
Art. 314/4. Les dispositions de la présente sous-section entrent en vigueur le 1er septembre 2011 et cesseront d'être en vigueur le 31 août 2013. ".
Art. III.55. In artikel 336 van de Codex Secundair Onderwijs worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in 1° wordt het woord " (kwalificatie)getuigschrift " vervangen door de woorden " getuigschrift van de opleiding ";
2° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Deze facultatieve integratiefase van één schooljaar kan bij wijze van uitzondering door de klassenraad verlengd worden tot een tweede schooljaar, indien een leerling door omstandigheden een lange periode gewettigd afwezig was gedurende het eerste schooljaar van de integratiefase en daardoor geen getuigschrift behaalde. ".
1° in 1° wordt het woord " (kwalificatie)getuigschrift " vervangen door de woorden " getuigschrift van de opleiding ";
2° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Deze facultatieve integratiefase van één schooljaar kan bij wijze van uitzondering door de klassenraad verlengd worden tot een tweede schooljaar, indien een leerling door omstandigheden een lange periode gewettigd afwezig was gedurende het eerste schooljaar van de integratiefase en daardoor geen getuigschrift behaalde. ".
Art. III.55. A l'article 336 du Codex de l'Enseignement secondaire sont apportées les modifications suivantes :
1° sous 1°, les mots " le certificat (de qualification) " sont remplacés par les mots " le certificat de la formation ";
2° il est ajouté un alinéa deux, rédigé comme suit :
" Cette phase d'intégration facultative d'une seule année scolaire peut, à titre d'exception, être prolongée d'une deuxième année scolaire par le conseil de classe, si l'élève était légitimement absent pour une longue période pendant la première année scolaire de la phase d'intégration et n'a, de ce fait, pas pu obtenir de certificat. ".
1° sous 1°, les mots " le certificat (de qualification) " sont remplacés par les mots " le certificat de la formation ";
2° il est ajouté un alinéa deux, rédigé comme suit :
" Cette phase d'intégration facultative d'une seule année scolaire peut, à titre d'exception, être prolongée d'une deuxième année scolaire par le conseil de classe, si l'élève était légitimement absent pour une longue période pendant la première année scolaire de la phase d'intégration et n'a, de ce fait, pas pu obtenir de certificat. ".
Art. III.56. In artikel 338 van de Codex Secundair Onderwijs wordt het woord " (kwalificatie)getuigschrift " vervangen door de woorden " getuigschrift van de opleiding ".
Art. III.56. Dans l'article 338 du Codex de l'Enseignement secondaire, les mots " le certificat (de qualification) " sont remplacés par les mots " le certificat de la formation ".
Art. III.57. In artikel 350 van de Codex Secundair Onderwijs wordt na het cijfer " 136 ", het cijfer " 136/1, " ingevoegd.
Art. III.57. Dans l'article 350 du Codex de l'Enseignement secondaire est inséré, après le chiffre " 136 ", le chiffre " 136/1, ".
Art. III.58. In artikel 7 van het koninklijk besluit van 26 juni 1978 houdende de omschrijving van de types en de organisatie van het buitengewoon onderwijs en vaststellende de toelatings- en behoudsvoorwaarden in de diverse niveaus van het buitengewoon onderwijs, wordt het punt 2° vervangen, door wat volgt :
" 2° voor de types 5, 6 en 7 van buitengewoon onderwijs, zoals vermeld in artikel 5 van dit besluit, door een medisch onderzoek waarvan de besluiten neergeschreven worden in een inschrijvingsverslag, verricht door een geneesheer-specialist als dusdanig erkend door de minister van Volksgezondheid. ".
" 2° voor de types 5, 6 en 7 van buitengewoon onderwijs, zoals vermeld in artikel 5 van dit besluit, door een medisch onderzoek waarvan de besluiten neergeschreven worden in een inschrijvingsverslag, verricht door een geneesheer-specialist als dusdanig erkend door de minister van Volksgezondheid. ".
Art. III.58. A l'article 7 de l'arrêté royal du 26 juin 1978 portant définition des types et organisation de l'enseignement spécial et déterminant les conditions d'admission et de maintien dans les divers niveaux d'enseignement spécial, le point 2° est remplacé par la disposition suivante :
" 2° pour les types 5, 6 et 7 de l'enseignement spécial visés à l'article 5 du présent arrêté, par un examen médical dont les conclusions sont consignées dans un rapport d'inscription et qui est effectué par un médecin spécialiste agréé comme tel par le Ministre de la Santé publique. ".
" 2° pour les types 5, 6 et 7 de l'enseignement spécial visés à l'article 5 du présent arrêté, par un examen médical dont les conclusions sont consignées dans un rapport d'inscription et qui est effectué par un médecin spécialiste agréé comme tel par le Ministre de la Santé publique. ".
Afdeling VI. - Inwerkingtreding
Section VI. - Entrée en vigueur
Art. III.59. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 september 2011.
Artikel III.33, 2°, en III.34, hebben uitwerking met ingang van 1 september 2010.
Artikel III.45 heeft uitwerking met ingang van 1 juni 2010.
Artikel III.28, 1°, treedt in werking op 1 januari 2012.
Artikel III.20 treedt in werking op :
1° 1 september 2012 voor wat betreft het eerste leerjaar van de tweede graad;
2° 1 september 2013 voor wat betreft het tweede leerjaar van de tweede graad.
Artikel III.21 treedt in werking op :
1° 1 september 2014 voor wat betreft het eerste leerjaar van de derde graad;
2° 1 september 2015 voor wat betreft het tweede leerjaar van de derde graad.
Artikel III.33, 2°, en III.34, hebben uitwerking met ingang van 1 september 2010.
Artikel III.45 heeft uitwerking met ingang van 1 juni 2010.
Artikel III.28, 1°, treedt in werking op 1 januari 2012.
Artikel III.20 treedt in werking op :
1° 1 september 2012 voor wat betreft het eerste leerjaar van de tweede graad;
2° 1 september 2013 voor wat betreft het tweede leerjaar van de tweede graad.
Artikel III.21 treedt in werking op :
1° 1 september 2014 voor wat betreft het eerste leerjaar van de derde graad;
2° 1 september 2015 voor wat betreft het tweede leerjaar van de derde graad.
Art. III.59. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er septembre 2011.
Les articles III.33, 2°, et III. 34 produisent leurs effets le 1er septembre 2010.
L'article III.45 produit ses effets le 1er juin 2010.
L'article III.28, 1°, entre en vigueur le 1er janvier 2012.
L'article III.20 entre en vigueur :
1° le 1er septembre 2012 pour ce qui est de la première année d'études du deuxième degré;
2° le 1er septembre 2013 pour ce qui est de la deuxième année d'études du deuxième degré.
L'article III.21 entre en vigueur :
1° le 1er septembre 2014 pour ce qui est de la première année d'études du troisième degré;
2° le 1er septembre 2015 pour ce qui est de la deuxième année d'études du troisième degré.
Les articles III.33, 2°, et III. 34 produisent leurs effets le 1er septembre 2010.
L'article III.45 produit ses effets le 1er juin 2010.
L'article III.28, 1°, entre en vigueur le 1er janvier 2012.
L'article III.20 entre en vigueur :
1° le 1er septembre 2012 pour ce qui est de la première année d'études du deuxième degré;
2° le 1er septembre 2013 pour ce qui est de la deuxième année d'études du deuxième degré.
L'article III.21 entre en vigueur :
1° le 1er septembre 2014 pour ce qui est de la première année d'études du troisième degré;
2° le 1er septembre 2015 pour ce qui est de la deuxième année d'études du troisième degré.
HOOFDSTUK IV. - Volwassenenonderwijs
CHAPITRE IV. - Education des adultes
Art. IV.1. In artikel 2 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, gewijzigd bij de decreten van 4 juli 2008, 30 april 2009, 8 mei 2009 en 9 juli 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° er wordt een punt 16°bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 16°bis gedetineerden : personen die ter uitvoering van een vrijheidsstraf of een vrijheidsbenemende maatregel verblijven in een Belgische gevangenis, personen die krachtens artikel 7 en 21 van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen, gewoontemisdadigers en plegers van bepaalde seksuele strafbare feiten geïnterneerd zijn, personen die met toepassing van artikel 57bis van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade, of van artikel 606 van het Wetboek van strafvordering, verblijven in een gesloten federaal centrum, voor zover de gevangenis, de instelling waarin de betrokkene is geïnterneerd of het gesloten federaal centrum hetzij gelegen is in het Nederlandse taalgebied of in Brussel-Hoofdstad, hetzij elders gelegen is en daarvoor een overeenkomst met de bevoegde overheid werd gesloten; ";
2° in punt 24° worden de woorden " in het secundair volwassenenonderwijs of het hoger beroepsonderwijs " vervangen door de woorden " secundair volwassenenonderwijs of een lector ";
3° er wordt een punt 48° ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 48° wettig verblijf : de situatie van de vreemdeling die toegelaten of gemachtigd is om in het Rijk te verblijven of die gemachtigd is er zich te vestigen, of die volgens een geldig document in het Rijk mag verblijven, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. ".
1° er wordt een punt 16°bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 16°bis gedetineerden : personen die ter uitvoering van een vrijheidsstraf of een vrijheidsbenemende maatregel verblijven in een Belgische gevangenis, personen die krachtens artikel 7 en 21 van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen, gewoontemisdadigers en plegers van bepaalde seksuele strafbare feiten geïnterneerd zijn, personen die met toepassing van artikel 57bis van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade, of van artikel 606 van het Wetboek van strafvordering, verblijven in een gesloten federaal centrum, voor zover de gevangenis, de instelling waarin de betrokkene is geïnterneerd of het gesloten federaal centrum hetzij gelegen is in het Nederlandse taalgebied of in Brussel-Hoofdstad, hetzij elders gelegen is en daarvoor een overeenkomst met de bevoegde overheid werd gesloten; ";
2° in punt 24° worden de woorden " in het secundair volwassenenonderwijs of het hoger beroepsonderwijs " vervangen door de woorden " secundair volwassenenonderwijs of een lector ";
3° er wordt een punt 48° ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 48° wettig verblijf : de situatie van de vreemdeling die toegelaten of gemachtigd is om in het Rijk te verblijven of die gemachtigd is er zich te vestigen, of die volgens een geldig document in het Rijk mag verblijven, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. ".
Art. IV.1er. A l'article 2 du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes, modifié par les décrets des 4 juillet 2008, 30 avril 2009, 8 mai 2009 et 9 juillet 2010, les modifications suivantes sont apportées :
1° il est inséré un point 16°bis ainsi rédigé :
" 16°bis détenus : personnes qui, en exécution d'une peine privative de liberté ou d'une mesure de privation de liberté, séjournent dans une prison belge, personnes qui, en vertu des articles 7 et 21 de la loi du 9 avril 1930 de défense sociale à l'égard des anormaux, délinquants d'habitude et auteurs de certains faits sexuels punissables sont internées, personnes qui, par application de l'article 57bis de la loi du jeudi 8 avril 1965 relative à la protection de la jeunesse, à la prise en charge des mineurs ayant commis un fait qualifié infraction et à la réparation du dommage causé par ce fait, ou qui par application de l'article 606 du Code d'Instruction criminelle, séjournent dans un centre fédéral fermé, pour autant que la prison, l'établissement où l'intéressé est interné ou le centre fédéral fermé est soit situé dans la région linguistique néerlandaise ou à Bruxelles-Capital, soit situé ailleurs et qu'une convention y afférente est conclue avec l'autorité compétente; ";
2° au point 24°, les mots " dans l'éducation des adultes secondaire ou l'enseignement supérieur professionnel " sont remplacés par les mots " de l'enseignement secondaire des adultes ou de maître de conférences ";
3° il est inséré un point 48° rédigé comme suit :
" 48° : séjour légal : la situation de l'étranger admis ou autorisé à séjourner dans le Royaume ou autorisé à s'y établir, ou pouvant séjourner dans le Royaume en vertu d'un document légal, conformément aux dispositions de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers. ".
1° il est inséré un point 16°bis ainsi rédigé :
" 16°bis détenus : personnes qui, en exécution d'une peine privative de liberté ou d'une mesure de privation de liberté, séjournent dans une prison belge, personnes qui, en vertu des articles 7 et 21 de la loi du 9 avril 1930 de défense sociale à l'égard des anormaux, délinquants d'habitude et auteurs de certains faits sexuels punissables sont internées, personnes qui, par application de l'article 57bis de la loi du jeudi 8 avril 1965 relative à la protection de la jeunesse, à la prise en charge des mineurs ayant commis un fait qualifié infraction et à la réparation du dommage causé par ce fait, ou qui par application de l'article 606 du Code d'Instruction criminelle, séjournent dans un centre fédéral fermé, pour autant que la prison, l'établissement où l'intéressé est interné ou le centre fédéral fermé est soit situé dans la région linguistique néerlandaise ou à Bruxelles-Capital, soit situé ailleurs et qu'une convention y afférente est conclue avec l'autorité compétente; ";
2° au point 24°, les mots " dans l'éducation des adultes secondaire ou l'enseignement supérieur professionnel " sont remplacés par les mots " de l'enseignement secondaire des adultes ou de maître de conférences ";
3° il est inséré un point 48° rédigé comme suit :
" 48° : séjour légal : la situation de l'étranger admis ou autorisé à séjourner dans le Royaume ou autorisé à s'y établir, ou pouvant séjourner dans le Royaume en vertu d'un document légal, conformément aux dispositions de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers. ".
Art. IV.2. In artikel 12, § 3, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 30 april 2009 en 8 mei 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° er wordt een punt 4° toegevoegd dat luidt als volgt : " 4° de opleiding aanvullende algemene vorming. ";
2° in de laatste zin wordt tussen het woord " van " en het woord " descriptorelementen ", het woord " de " geschrapt.
1° er wordt een punt 4° toegevoegd dat luidt als volgt : " 4° de opleiding aanvullende algemene vorming. ";
2° in de laatste zin wordt tussen het woord " van " en het woord " descriptorelementen ", het woord " de " geschrapt.
Art. IV.2. A l'article 12, § 3, du même décret, modifié par les décrets des 30 avril 2009 et 8 mai 2009, sont apportées les modifications suivantes :
1° il est ajouté un point 4°, rédigé comme suit : " 4° la formation 'aanvullende algemene vorming'. ";
2° dans la dernière phrase, version néerlandaise, le mot " de " figurant entre le mot " van " et le mot " descriptorelementen ", est supprimé.
1° il est ajouté un point 4°, rédigé comme suit : " 4° la formation 'aanvullende algemene vorming'. ";
2° dans la dernière phrase, version néerlandaise, le mot " de " figurant entre le mot " van " et le mot " descriptorelementen ", est supprimé.
Art. IV.3. Artikel 17, § 3, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 4 juli 2008, wordt vervangen als volgt :
" § 3. De Vlaamse Regering kan jaarlijks middelen toekennen aan projecten die de kwaliteit van de lerarenopleidingen ten goede komen door middel van innovatie. Hiertoe zal ze jaarlijks beleidsprioriteiten vastleggen.
De projecten kunnen georganiseerd worden door één of meerdere lerarenopleidingen, zowel geïntegreerde lerarenopleidingen als specifieke lerarenopleidingen, een expertisenetwerk of regionaal platform of een combinatie van deze.
De Vlaamse Regering stelt nadere inhoudelijke, organisatorische en procedurele regels vast voor de bepaling van de beleidsprioriteiten, de selectie van projecten en de toekenning van de financiële middelen. Zij treft de nodige maatregelen om een evaluatie van deze projecten te realiseren. ".
" § 3. De Vlaamse Regering kan jaarlijks middelen toekennen aan projecten die de kwaliteit van de lerarenopleidingen ten goede komen door middel van innovatie. Hiertoe zal ze jaarlijks beleidsprioriteiten vastleggen.
De projecten kunnen georganiseerd worden door één of meerdere lerarenopleidingen, zowel geïntegreerde lerarenopleidingen als specifieke lerarenopleidingen, een expertisenetwerk of regionaal platform of een combinatie van deze.
De Vlaamse Regering stelt nadere inhoudelijke, organisatorische en procedurele regels vast voor de bepaling van de beleidsprioriteiten, de selectie van projecten en de toekenning van de financiële middelen. Zij treft de nodige maatregelen om een evaluatie van deze projecten te realiseren. ".
Art. IV.3. L'article 17, § 3, du même décret, modifié par le décret du 4 juillet 2008, est remplacé par la disposition suivante :
" § 3. Chaque année, le Gouvernement flamand peut accorder des moyens à des projets en faveur de la qualité des formations des enseignants, par le biais de l'innovation. A cet effet, le Gouvernement flamand établira chaque année des priorités politiques.
Les projets peuvent être organisés par une ou plusieurs formations des enseignants, tant des formations intégrées des enseignants, que des formations spécifiques des enseignants, un réseau d'expertise ou une plateforme régionale ou une combinaison de ceux-ci.
Le Gouvernement flamand fixe des modalités quant au contenu, à l'organisation et à la procédure pour la détermination des priorités politiques, la sélection de projets et l'octroi des moyens financiers. Il prend les mesures nécessaires pour réaliser une évaluation des projets d'appui. ".
" § 3. Chaque année, le Gouvernement flamand peut accorder des moyens à des projets en faveur de la qualité des formations des enseignants, par le biais de l'innovation. A cet effet, le Gouvernement flamand établira chaque année des priorités politiques.
Les projets peuvent être organisés par une ou plusieurs formations des enseignants, tant des formations intégrées des enseignants, que des formations spécifiques des enseignants, un réseau d'expertise ou une plateforme régionale ou une combinaison de ceux-ci.
Le Gouvernement flamand fixe des modalités quant au contenu, à l'organisation et à la procédure pour la détermination des priorités politiques, la sélection de projets et l'octroi des moyens financiers. Il prend les mesures nécessaires pour réaliser une évaluation des projets d'appui. ".
Art. IV.4. In artikel 24 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 30 april 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 5° als de modules in sequentieel verband dienen te staan, de volgorderelatie van de modules; ";
2° er wordt een paragraaf 1bis ingevoegd, die luidt als volgt :
" § 1bis. Een opleidingsprofiel, zoals bedoeld in § 1, kan geletterdheidsmodules of uitbreidingsmodules omvatten. Een uitbreidingsmodule is een module die inspeelt op een vraag naar een specifieke uitbreiding van competenties van een bepaalde beroepsopleiding. Een geletterdheidsmodule is een module die inspeelt op een specifieke vraag naar geletterdheidscompetenties in functie van een beroepssituatie of een inhoudelijk aansluitende opleiding.
Een uitbreidingsmodule dient in sequentieel verband te staan met de aansluitende beroepsopleiding. ".
1° in paragraaf 1 wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 5° als de modules in sequentieel verband dienen te staan, de volgorderelatie van de modules; ";
2° er wordt een paragraaf 1bis ingevoegd, die luidt als volgt :
" § 1bis. Een opleidingsprofiel, zoals bedoeld in § 1, kan geletterdheidsmodules of uitbreidingsmodules omvatten. Een uitbreidingsmodule is een module die inspeelt op een vraag naar een specifieke uitbreiding van competenties van een bepaalde beroepsopleiding. Een geletterdheidsmodule is een module die inspeelt op een specifieke vraag naar geletterdheidscompetenties in functie van een beroepssituatie of een inhoudelijk aansluitende opleiding.
Een uitbreidingsmodule dient in sequentieel verband te staan met de aansluitende beroepsopleiding. ".
Art. IV.4. A l'article 24 du même décret, modifié par le décret du 30 avril 2009, sont apportées les modifications suivantes :
1° au paragraphe 1er, il est ajouté un point 5°, rédigé comme suit :
" 5° si les modules doivent être organisés de façon séquentielle, la relation d'ordre des modules; ";
2° il est inséré un § 1bis, rédigé comme suit :
" § 1bis. Un profil de formation, tel que visé au § 1er, peut comprendre des modules d'alphabétisation ou des modules d'extension. Un module d'extension est un module qui va à l'encontre de la demande d'une extension spécifique de compétences d'une formation professionnelle déterminée. Un module d'alphabétisation est un module qui va à l'encontre d'une demande spécifique de compétences d'alphabétisation en fonction d'une situation professionnelle ou d'une formation s'y rapprochant en termes de contenu.
Un module d'extension doit avoir un lien séquentiel avec la formation professionnelle y faisant suite. ".
1° au paragraphe 1er, il est ajouté un point 5°, rédigé comme suit :
" 5° si les modules doivent être organisés de façon séquentielle, la relation d'ordre des modules; ";
2° il est inséré un § 1bis, rédigé comme suit :
" § 1bis. Un profil de formation, tel que visé au § 1er, peut comprendre des modules d'alphabétisation ou des modules d'extension. Un module d'extension est un module qui va à l'encontre de la demande d'une extension spécifique de compétences d'une formation professionnelle déterminée. Un module d'alphabétisation est un module qui va à l'encontre d'une demande spécifique de compétences d'alphabétisation en fonction d'une situation professionnelle ou d'une formation s'y rapprochant en termes de contenu.
Un module d'extension doit avoir un lien séquentiel avec la formation professionnelle y faisant suite. ".
Art. IV.5. In hetzelfde decreet wordt een artikel 25ter ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 25ter. Zodra voor een modulaire opleiding waarvan een opleidingsprofiel door de Vlaamse Regering werd goedgekeurd een nieuw opleidingsprofiel door de Vlaamse Regering wordt goedgekeurd, kan de bestaande modulaire opleiding nog georganiseerd worden :
1° gedurende één schooljaar, volgend op de implementatie van het opleidingsprofiel, ingeval de modulaire opleiding minder dan 700 lestijden bedraagt;
2° gedurende twee schooljaren, volgend op de implementatie van het opleidingsprofiel, ingeval de modulaire opleiding meer dan 700 lestijden bedraagt.
In afwijking van het eerste lid kan zodra het opleidingsprofiel voor de opleiding Aanvullende Algemene Vorming door de Vlaamse Regering wordt goedgekeurd, de bestaande modulaire opleiding algemene vorming BSO3 nog gedurende twee schooljaren volgend op de goedkeuring door de Vlaamse Regering georganiseerd worden. ".
" Art. 25ter. Zodra voor een modulaire opleiding waarvan een opleidingsprofiel door de Vlaamse Regering werd goedgekeurd een nieuw opleidingsprofiel door de Vlaamse Regering wordt goedgekeurd, kan de bestaande modulaire opleiding nog georganiseerd worden :
1° gedurende één schooljaar, volgend op de implementatie van het opleidingsprofiel, ingeval de modulaire opleiding minder dan 700 lestijden bedraagt;
2° gedurende twee schooljaren, volgend op de implementatie van het opleidingsprofiel, ingeval de modulaire opleiding meer dan 700 lestijden bedraagt.
In afwijking van het eerste lid kan zodra het opleidingsprofiel voor de opleiding Aanvullende Algemene Vorming door de Vlaamse Regering wordt goedgekeurd, de bestaande modulaire opleiding algemene vorming BSO3 nog gedurende twee schooljaren volgend op de goedkeuring door de Vlaamse Regering georganiseerd worden. ".
Art. IV.5. Dans le même décret, il est inséré un article 25ter, rédigé comme suit :
" Art. 25ter. " Dès qu'un nouveau profil de formation est approuvé par le Gouvernement flamand pour une formation modulaire dont un profil de formation avait été approuvé par le Gouvernement flamand, la formation modulaire existante peut encore être organisée :
1° pendant une seule année scolaire suivant la mise en oeuvre du profil de formation, au cas où la formation modulaire comporte moins de 700 périodes de cours;
2° pendant deux années scolaires suivant la mise en oeuvre du profil de formation, au cas où la formation modulaire comporte plus de 700 périodes de cours.
Par dérogation à l'alinéa premier, la formation modulaire existante 'algemene vorming BSO3' peut encore être organisée pendant deux années scolaires suivant l'approbation par le Gouvernement flamand, dès que le profil de formation pour la formation 'Aanvullende Algemene Vorming' est approuvé par le Gouvernement flamand. ".
" Art. 25ter. " Dès qu'un nouveau profil de formation est approuvé par le Gouvernement flamand pour une formation modulaire dont un profil de formation avait été approuvé par le Gouvernement flamand, la formation modulaire existante peut encore être organisée :
1° pendant une seule année scolaire suivant la mise en oeuvre du profil de formation, au cas où la formation modulaire comporte moins de 700 périodes de cours;
2° pendant deux années scolaires suivant la mise en oeuvre du profil de formation, au cas où la formation modulaire comporte plus de 700 périodes de cours.
Par dérogation à l'alinéa premier, la formation modulaire existante 'algemene vorming BSO3' peut encore être organisée pendant deux années scolaires suivant l'approbation par le Gouvernement flamand, dès que le profil de formation pour la formation 'Aanvullende Algemene Vorming' est approuvé par le Gouvernement flamand. ".
Art. IV.6. In het artikel 26, § 5, van hetzelfde decreet, wordt het woord " leraar " vervangen door de woorden " leraar secundair volwassenenonderwijs of een lector ".
Art. IV.6. Dans l'article 26, § 5, du même décret, le mot " enseignant " est remplacé par les mots " enseignant de l'enseignement secondaire des adultes ou un maître de conférences ".
Art. IV.7. In artikel 37 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het tweede lid wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 5° indien men voldaan heeft aan de deeltijdse leerplicht, het bewijs geleverd hebben te beschikken over de Belgische nationaliteit of te voldoen aan de bepalingen van het wettig verblijf, zoals bedoeld in artikel 2, 48°. ";
2° het derde lid wordt vervangen door wat volgt :
" De cursisten die behoren tot de volgende doelgroepen worden bij voorrang ingeschreven voor een opleiding die behoort tot het leergebied alfabetisering Nederlands tweede taal en Nederlands tweede taal of het studiegebied Nederlands tweede taal.
Het gaat om de doelgroepen :
1° vermeld in artikel 3, § 1, van het decreet van 28 februari 2003 betreffende het Vlaamse inburgeringsbeleid, die een inburgeringscontract hebben ondertekend, bedoeld in artikel 2, 9°, van hetzelfde decreet;
2° vermeld in artikel 3 van het decreet van 4 juni 2003 betreffende het inwerkingsbeleid;
3° die de bereidheid om Nederlands leren moeten tonen zoals bedoeld in het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode. ".
1° in het tweede lid wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 5° indien men voldaan heeft aan de deeltijdse leerplicht, het bewijs geleverd hebben te beschikken over de Belgische nationaliteit of te voldoen aan de bepalingen van het wettig verblijf, zoals bedoeld in artikel 2, 48°. ";
2° het derde lid wordt vervangen door wat volgt :
" De cursisten die behoren tot de volgende doelgroepen worden bij voorrang ingeschreven voor een opleiding die behoort tot het leergebied alfabetisering Nederlands tweede taal en Nederlands tweede taal of het studiegebied Nederlands tweede taal.
Het gaat om de doelgroepen :
1° vermeld in artikel 3, § 1, van het decreet van 28 februari 2003 betreffende het Vlaamse inburgeringsbeleid, die een inburgeringscontract hebben ondertekend, bedoeld in artikel 2, 9°, van hetzelfde decreet;
2° vermeld in artikel 3 van het decreet van 4 juni 2003 betreffende het inwerkingsbeleid;
3° die de bereidheid om Nederlands leren moeten tonen zoals bedoeld in het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode. ".
Art. IV.7. A l'article 37 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
1° à l'alinéa deux, il est ajouté un point 5°, rédigé comme suit :
" 5° s'il est satisfait à l'obligation scolaire, avoir fourni la preuve d'avoir la nationalité belge ou de remplir les conditions relatives à la résidence légale, telle que visée à l'article 2, 48°. ";
2° l'alinéa trois est remplacé par la disposition suivante :
" Les apprenants appartenant aux groupes cibles suivants sont inscrits par priorité à une formation appartenant au domaine d'apprentissage 'alfabetisering Nederlands tweede taal' (alphabétisation néerlandais - deuxième langue) et 'Nederlands tweede taal' (néerlandais - deuxième langue) ou à la discipline 'Nederlands tweede taal' (néerlandais - deuxième langue).
Il s'agit des groupes cibles :
1° visés à l'article 3, § 1er, du décret du 28 février 2003 relatif à la politique flamande d'intégration civique, qui ont signé un contrat d'intégration civique visé à l'article 2, 9°, du même décret;
2° visés à l'article 3 du décret du 4 juin 2003 relatif à la politique flamande d'intégration par le travail;
3° qui doivent montrer la volonté d'apprendre le néerlandais, tel que visé au décret du 15 juillet 1997 contenant le Code flamand du Logement. ".
1° à l'alinéa deux, il est ajouté un point 5°, rédigé comme suit :
" 5° s'il est satisfait à l'obligation scolaire, avoir fourni la preuve d'avoir la nationalité belge ou de remplir les conditions relatives à la résidence légale, telle que visée à l'article 2, 48°. ";
2° l'alinéa trois est remplacé par la disposition suivante :
" Les apprenants appartenant aux groupes cibles suivants sont inscrits par priorité à une formation appartenant au domaine d'apprentissage 'alfabetisering Nederlands tweede taal' (alphabétisation néerlandais - deuxième langue) et 'Nederlands tweede taal' (néerlandais - deuxième langue) ou à la discipline 'Nederlands tweede taal' (néerlandais - deuxième langue).
Il s'agit des groupes cibles :
1° visés à l'article 3, § 1er, du décret du 28 février 2003 relatif à la politique flamande d'intégration civique, qui ont signé un contrat d'intégration civique visé à l'article 2, 9°, du même décret;
2° visés à l'article 3 du décret du 4 juin 2003 relatif à la politique flamande d'intégration par le travail;
3° qui doivent montrer la volonté d'apprendre le néerlandais, tel que visé au décret du 15 juillet 1997 contenant le Code flamand du Logement. ".
Art. IV.8. In artikel 41, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden " in een opleiding " geschrapt.
Art. IV.8. A l'article 41, § 1er, alinéa premier, du même décret, les mots " dans une formation " sont supprimés.
Art. IV.9. In hetzelfde decreet wordt een artikel 41bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 41bis. De Vlaamse Regering kan de algemene gelijkwaardigheid vastleggen van stu-diebewijzen, afgegeven in het buitenland, met de in dit decreet bepaalde studiebewijzen.
Bij de vastlegging van de algemene gelijkwaardigheid houdt de Vlaamse Regering rekening :
1° met de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties hanteert de Vlaamse Regering de opleidingsprofielen bepaald krachtens dit decreet als referentiekader;
2° of, met de niveaus en niveaudescriptoren als vermeld in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. ".
" Art. 41bis. De Vlaamse Regering kan de algemene gelijkwaardigheid vastleggen van stu-diebewijzen, afgegeven in het buitenland, met de in dit decreet bepaalde studiebewijzen.
Bij de vastlegging van de algemene gelijkwaardigheid houdt de Vlaamse Regering rekening :
1° met de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties hanteert de Vlaamse Regering de opleidingsprofielen bepaald krachtens dit decreet als referentiekader;
2° of, met de niveaus en niveaudescriptoren als vermeld in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. ".
Art. IV.9. Dans le même décret, il est inséré un article 41bis, rédigé ainsi qu'il suit :
" Art. 41bis. Le Gouvernement flamand peut établir l'équivalence générale de titres délivrés à l'étranger avec les titres fixés dans le présent décret.
Lors de l'établissement de l'équivalence générale, le Gouvernement flamand tient compte :
1° des qualifications d'enseignement décrites en vertu du décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. A défaut des qualifications d'enseignement, le Gouvernement flamand utilise comme cadre de référence les profils de formation définis en vertu du présent décret;
2° ou des niveaux et descripteurs de niveau tels que visés par le décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. ".
" Art. 41bis. Le Gouvernement flamand peut établir l'équivalence générale de titres délivrés à l'étranger avec les titres fixés dans le présent décret.
Lors de l'établissement de l'équivalence générale, le Gouvernement flamand tient compte :
1° des qualifications d'enseignement décrites en vertu du décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. A défaut des qualifications d'enseignement, le Gouvernement flamand utilise comme cadre de référence les profils de formation définis en vertu du présent décret;
2° ou des niveaux et descripteurs de niveau tels que visés par le décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. ".
Art. IV.10. In hetzelfde decreet wordt een artikel 41ter ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art.41ter. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure, met inbegrip van een beroepsprocedure, tot de erkenning van de individuele gelijkwaardigheid van stu-diebewijzen die niet in een besluit als vermeld in artikel 41bis zijn opgenomen, met de in dit decreet bepaalde studiebewijzen. De Vlaamse Regering waarborgt dat binnen deze procedure rekening wordt gehouden :
1° met de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties worden de opleidingsprofielen bepaald krachtens dit decreet als referentiekader gebruikt;
2° of, met de niveaus en niveaudescriptoren als vermeld in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. ".
" Art.41ter. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure, met inbegrip van een beroepsprocedure, tot de erkenning van de individuele gelijkwaardigheid van stu-diebewijzen die niet in een besluit als vermeld in artikel 41bis zijn opgenomen, met de in dit decreet bepaalde studiebewijzen. De Vlaamse Regering waarborgt dat binnen deze procedure rekening wordt gehouden :
1° met de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties worden de opleidingsprofielen bepaald krachtens dit decreet als referentiekader gebruikt;
2° of, met de niveaus en niveaudescriptoren als vermeld in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. ".
Art. IV.10. Dans le même décret, il est inséré un article 41ter, rédigé comme suit :
" Art.41ter. Le Gouvernement flamand fixe les conditions et la procédure, y compris une procédure de recours, de reconnaissance de l'équivalence individuelle de titres n'étant pas repris dans un arrêté tel que visé à l'article 41bis avec les titres fixés dans le présent décret. Le Gouvernement flamand garantit qu'il est tenu compte dans cette procédure :
1° des qualifications d'enseignement décrites en vertu du décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. A défaut des qualifications d'enseignement, les profils de formation définis en vertu du présent décret sont utilisés comme cadre de référence;
2° ou des niveaux et descripteurs de niveau tels que visés par le décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. ".
" Art.41ter. Le Gouvernement flamand fixe les conditions et la procédure, y compris une procédure de recours, de reconnaissance de l'équivalence individuelle de titres n'étant pas repris dans un arrêté tel que visé à l'article 41bis avec les titres fixés dans le présent décret. Le Gouvernement flamand garantit qu'il est tenu compte dans cette procédure :
1° des qualifications d'enseignement décrites en vertu du décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. A défaut des qualifications d'enseignement, les profils de formation définis en vertu du présent décret sont utilisés comme cadre de référence;
2° ou des niveaux et descripteurs de niveau tels que visés par le décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications. ".
Art. IV.11. Aan artikel 50, § 1, 3°, van hetzelfde decreet wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Op verzoek van een verantwoordelijk bestuurslid van een representatieve vakorganisatie, krijgt een vakbondsafgevaardigde dienstvrijstelling om de vergaderingen van de stuurgroep vermeld in artikel 2, 42°, bij te wonen. De dienstvrij stelling wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit. Het personeelslid behoudt het recht op een salaris. ".
" Op verzoek van een verantwoordelijk bestuurslid van een representatieve vakorganisatie, krijgt een vakbondsafgevaardigde dienstvrijstelling om de vergaderingen van de stuurgroep vermeld in artikel 2, 42°, bij te wonen. De dienstvrij stelling wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit. Het personeelslid behoudt het recht op een salaris. ".
Art. IV.11. A l'article 50, § 1er, 3°, du même décret, il est ajouté un deuxième alinéa, rédigé comme suit :
" A la demande d'un membre responsable du comité directeur d'une organisation syndicale représentative, un délégué syndical obtient une dispense de service pour participer aux réunions du comité directeur visé à l'article 2, 42°. La dispense de service est assimilée à une période d'activité de service. ". Le membre du personnel maintient son droit au traitement. ".
" A la demande d'un membre responsable du comité directeur d'une organisation syndicale représentative, un délégué syndical obtient une dispense de service pour participer aux réunions du comité directeur visé à l'article 2, 42°. La dispense de service est assimilée à une période d'activité de service. ". Le membre du personnel maintient son droit au traitement. ".
Art. IV.12. In hetzelfde decreet wordt artikel 54 vervangen, door wat volgt :
" Art. 54. Artikel 93 en artikel 93bis van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen, zijn van toepassing op de specifieke lerarenopleidingen. ".
" Art. 54. Artikel 93 en artikel 93bis van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen, zijn van toepassing op de specifieke lerarenopleidingen. ".
Art. IV.12. Dans le même décret, l'article 54 est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 54. Les articles 93 et 93bis du décret du 4 avril 2003 relatif à la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre s'appliquent aux formations spécifiques des enseignants. ".
" Art. 54. Les articles 93 et 93bis du décret du 4 avril 2003 relatif à la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre s'appliquent aux formations spécifiques des enseignants. ".
Art. IV.13. In artikel 64, § 5, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 30 april 2009, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
" In afwijking van het eerste lid verliest een centrum voor volwassenenonderwijs de onderwijsbevoegdheid voor de specifieke lerarenopleiding als het niet deelneemt aan de externe beoordeling van de specifieke lerarenopleiding door een visitatiecommissie als vermeld in artikel 93 van decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen. ".
" In afwijking van het eerste lid verliest een centrum voor volwassenenonderwijs de onderwijsbevoegdheid voor de specifieke lerarenopleiding als het niet deelneemt aan de externe beoordeling van de specifieke lerarenopleiding door een visitatiecommissie als vermeld in artikel 93 van decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen. ".
Art. IV.13. A l'article 64, § 5, du même décret, modifié par le décret du 30 avril 2009, il est inséré un nouvel alinéa entre les alinéas premier et deux, rédigé comme suit :
" Par dérogation à l'alinéa premier, un centre d'éducation des adultes perd la compétence d'enseignement pour la formation spécifique des enseignants, s'il ne participe pas à l'évaluation externe de la formation spécifique des enseignants par une commission de visite telle que visée à l'article 93 du décret du 4 avril 2003 relatif à la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre. ".
" Par dérogation à l'alinéa premier, un centre d'éducation des adultes perd la compétence d'enseignement pour la formation spécifique des enseignants, s'il ne participe pas à l'évaluation externe de la formation spécifique des enseignants par une commission de visite telle que visée à l'article 93 du décret du 4 avril 2003 relatif à la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre. ".
Art. IV.14. In artikel 72ter, § 1, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt 1° worden de woorden " één of meer " opgeheven;
2° in punt 2° worden tussen de woorden " minimaal 50 percent van het totale aantal lestijden " en de woorden " bedraagt en " de woorden " van de volledige opleiding " toegevoegd.
1° in punt 1° worden de woorden " één of meer " opgeheven;
2° in punt 2° worden tussen de woorden " minimaal 50 percent van het totale aantal lestijden " en de woorden " bedraagt en " de woorden " van de volledige opleiding " toegevoegd.
Art. IV.14. A l'article 72ter, § 1er, alinéa deux, du même décret, inséré par le décret du 8 mai 2009, les modifications suivantes sont apportées :
1° au point 1°, les mots " sur un ou plusieurs modules " sont remplacés par les mots " sur des modules ";
2° au point 2°, les mots " de la totalité de la formation " sont ajoutés après les mots " au moins 50 pour cent du nombre total des périodes de cours ".
1° au point 1°, les mots " sur un ou plusieurs modules " sont remplacés par les mots " sur des modules ";
2° au point 2°, les mots " de la totalité de la formation " sont ajoutés après les mots " au moins 50 pour cent du nombre total des périodes de cours ".
Art. IV.15. In artikel 72sexies, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009, wordt de zinsnede " schooljaar n/n+1 " vervangen door de zinsnede " schooljaar n+1/n+2 ".
Art. IV.15. A l'article 72sexies, alinéa deux, du même décret, inséré par le décret du 8 mai 2009, le membre de phrase " année scolaire n/n+1 " est remplacé par le membre de phrase " année scolaire n+1/n+2 ".
Art. IV.16. In artikel 85, § 4, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 8 mei 2009, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Een Centrum voor Basiseducatie kan de extra leraarsuren gegenereerd door de vermenigvuldiging van het volume aan lesurencursist met factor 1,2 enkel aanwenden voor de organisatie, de uitbouw, de ondersteuning en de ontwikkeling van gecombineerd onderwijs. ".
" Een Centrum voor Basiseducatie kan de extra leraarsuren gegenereerd door de vermenigvuldiging van het volume aan lesurencursist met factor 1,2 enkel aanwenden voor de organisatie, de uitbouw, de ondersteuning en de ontwikkeling van gecombineerd onderwijs. ".
Art. IV.16. A l'article 85, § 4, du même décret, modifié par le décret du 8 mai 2009, il est inséré un nouvel alinéa entre les alinéas premier et deux, rédigé comme suit :
" Un centre d'éducation de base peut uniquement adopter les périodes/enseignant supplémentaires générées par la multiplication du volume d'heures de cours/apprenant par le facteur 1,2, pour l'organisation, l'élaboration, le soutien et le développement de l'enseignement combiné. ".
" Un centre d'éducation de base peut uniquement adopter les périodes/enseignant supplémentaires générées par la multiplication du volume d'heures de cours/apprenant par le facteur 1,2, pour l'organisation, l'élaboration, le soutien et le développement de l'enseignement combiné. ".
Art. IV.17. In artikel 86 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2010, worden volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1, 2°, wordt de datum " 1 februari " vervangen door de datum " 30 april ";
2° aan § 2, eerste lid, wordt volgende zin toegevoegd : " Die overdracht wordt uiterlijk op 30 april van het lopende schooljaar vastgelegd. ".
1° in § 1, 2°, wordt de datum " 1 februari " vervangen door de datum " 30 april ";
2° aan § 2, eerste lid, wordt volgende zin toegevoegd : " Die overdracht wordt uiterlijk op 30 april van het lopende schooljaar vastgelegd. ".
Art. IV.17. A l'article 86 du même décret, modifié par le décret du 9 juillet 2010, sont apportées les modifications suivantes :
1° au § 1er, 2°, la date du " 1er février " est remplacée par la date du " 30 avril ";
2° le § 2, alinéa premier, est complété par la phrase suivante : " Ce transfert est fixé au plus tard le 30 avril de l'année scolaire en cours. ".
1° au § 1er, 2°, la date du " 1er février " est remplacée par la date du " 30 avril ";
2° le § 2, alinéa premier, est complété par la phrase suivante : " Ce transfert est fixé au plus tard le 30 avril de l'année scolaire en cours. ".
Art. IV.18. Aan artikel 87, § 5, van hetzelfde decreet wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt :
" Die overdracht wordt uiterlijk op 30 april van het lopende schooljaar vastgelegd. ".
" Die overdracht wordt uiterlijk op 30 april van het lopende schooljaar vastgelegd. ".
Art. IV.18. A l'article 87, § 5, du même arrêté, il est ajouté une phrase, rédigée comme suit :
" Ce transfert est fixé au plus tard le 30 avril de l'année scolaire en cours. ".
" Ce transfert est fixé au plus tard le 30 avril de l'année scolaire en cours. ".
Art. IV.19. In artikel 98 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 worden de woorden " in het ambt van leraar " vervangen door de woorden 'in de ambten van leraar secundair volwassenenonderwijs of van lector ";
2° in paragraaf 5, gewijzigd bij het decreet van 8 mei 2009, wordt tussen het eerste en het tweede lid een nieuw lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Een Centrum voor Volwassenenonderwijs kan de extra leraarsuren gegenereerd door de vermenigvuldiging van het volume aan lesurencursist met factor 1,2 enkel aanwenden voor de organisatie, de uitbouw, de ondersteuning en de ontwikkeling van gecombineerd onderwijs. ".
1° in paragraaf 1 worden de woorden " in het ambt van leraar " vervangen door de woorden 'in de ambten van leraar secundair volwassenenonderwijs of van lector ";
2° in paragraaf 5, gewijzigd bij het decreet van 8 mei 2009, wordt tussen het eerste en het tweede lid een nieuw lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Een Centrum voor Volwassenenonderwijs kan de extra leraarsuren gegenereerd door de vermenigvuldiging van het volume aan lesurencursist met factor 1,2 enkel aanwenden voor de organisatie, de uitbouw, de ondersteuning en de ontwikkeling van gecombineerd onderwijs. ".
Art. IV.19. A l'article 98 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
1° au § 1er, les mots " dans la fonction d'enseignant " sont remplacés par les mots " dans les fonctions d'enseignant de l'enseignement secondaire des adultes ou de maître de conférences ";
2° au § 5, modifié par le décret du 8 mai 2009, il est inséré un nouvel alinéa entre les alinéas premier et deux, rédigé comme suit :
" Un centre d'éducation des adultes peut uniquement adopter les périodes/enseignant supplémentaires générées par la multiplication du volume d'heures de cours/apprenant par le facteur 1,2, pour l'organisation, l'élaboration, le soutien et le développement de l'enseignement combiné. ".
1° au § 1er, les mots " dans la fonction d'enseignant " sont remplacés par les mots " dans les fonctions d'enseignant de l'enseignement secondaire des adultes ou de maître de conférences ";
2° au § 5, modifié par le décret du 8 mai 2009, il est inséré un nouvel alinéa entre les alinéas premier et deux, rédigé comme suit :
" Un centre d'éducation des adultes peut uniquement adopter les périodes/enseignant supplémentaires générées par la multiplication du volume d'heures de cours/apprenant par le facteur 1,2, pour l'organisation, l'élaboration, le soutien et le développement de l'enseignement combiné. ".
Art. IV.20. In artikel 102, § 2, van hetzelfde decreet worden de woorden " in het ambt van leraar " vervangen door de woorden 'in de ambten van leraar secundair volwassenenonderwijs of van lector ".
Art. IV.20. Dans l'article 102, § 2, du même décret, les mots " dans la fonction d'enseignant " sont remplacés par les mots " dans les fonctions d'enseignant de l'enseignement secondaire des adultes ou de maître de conférences ".
Art. IV.21. Aan artikel 103, § 1, van hetzelfde decreet wordt de volgende zin toegevoegd : " Die overdracht wordt uiterlijk op 30 april van het lopende schooljaar vastgelegd. ".
Art. IV.21. L'article 103, § 1er, du même décret, est complété par la phrase suivante : " Ce transfert est fixé au plus tard le 30 avril de l'année scolaire en cours. ".
Art. IV.22. In artikel 104, § 1, 2°, van hetzelfde decreet wordt de datum " 1 februari " vervangen door de datum " 30 april ".
Art. IV.22. Dans l'article 104, § 1er, 2°, du même décret, la date " 1er février " est remplacée par la date " 30 avril ".
Art. IV.23. Aan artikel 105, § 6, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt volgende zin toegevoegd :
" Deze overdracht wordt uiterlijk op 30 april van het lopende schooljaar vastgelegd. ".
" Deze overdracht wordt uiterlijk op 30 april van het lopende schooljaar vastgelegd. ".
Art. IV.23. A l'article 105, § 6, alinéa premier, du même décret, la phrase suivante est ajoutée :
" Ce transfert est fixé au plus tard le 30 avril de l'année scolaire en cours. ".
" Ce transfert est fixé au plus tard le 30 avril de l'année scolaire en cours. ".
Art. IV.24. In hetzelfde decreet wordt een artikel 107bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 107bis. De Vlaamse Regering beschikt jaarlijks over ten minste een totaal bedrag van 241.000 euro voor de organisatie van opleidingen van het studiegebied Nederlands tweede taal door de Centra voor Volwassenenonderwijs in de maanden juli en augustus. ".
" Art. 107bis. De Vlaamse Regering beschikt jaarlijks over ten minste een totaal bedrag van 241.000 euro voor de organisatie van opleidingen van het studiegebied Nederlands tweede taal door de Centra voor Volwassenenonderwijs in de maanden juli en augustus. ".
Art. IV.24. Dans le même décret, il est inséré un article 107bis, rédigé comme suit :
" Art. 107bis. Le Gouvernement flamand dispose annuellement d'un montant total minimum de 241.000 euros pour l'organisation de formations de la discipline " Nederlands tweede taal " par les centres d'éducation des adultes pendant les mois de juillet et d'août. ".
" Art. 107bis. Le Gouvernement flamand dispose annuellement d'un montant total minimum de 241.000 euros pour l'organisation de formations de la discipline " Nederlands tweede taal " par les centres d'éducation des adultes pendant les mois de juillet et d'août. ".
Art. IV.25. In hetzelfde decreet wordt een artikel 107ter ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 107ter. § 1. Het centrumbestuur dat in aanmerking wil komen voor de subsidiëring van het aanbod Nederlands tweede taal, vermeld in artikel 107bis, dient hiertoe uiterlijk op 31 maart een of meerdere aanvragen in bij de Vlaamse Regering.
Deze aanvragen voldoen aan volgende criteria om ontvankelijk te zijn :
1° het heeft betrekking op de modules Nederlands tweede taal breakthrough A en Nederlands tweede taal breakthrough B van de opleiding Nederlands tweede taal richtgraad 1 van het studiegebied Nederlands tweede taal;
2° het aantal lestijden van de module(s) waarop de aanvraag betrekking heeft, wordt vermeld;
3° de startdatum van de module(s) waarop de aanvraag betrekking heeft, bevindt zich in de maanden juli of augustus;
4° het protocol van de onderhandeling over de organisatie van aanbod Nederlands tweede taal in de maanden juli en augustus is bij de aanvraag bijgevoegd. ".
" Art. 107ter. § 1. Het centrumbestuur dat in aanmerking wil komen voor de subsidiëring van het aanbod Nederlands tweede taal, vermeld in artikel 107bis, dient hiertoe uiterlijk op 31 maart een of meerdere aanvragen in bij de Vlaamse Regering.
Deze aanvragen voldoen aan volgende criteria om ontvankelijk te zijn :
1° het heeft betrekking op de modules Nederlands tweede taal breakthrough A en Nederlands tweede taal breakthrough B van de opleiding Nederlands tweede taal richtgraad 1 van het studiegebied Nederlands tweede taal;
2° het aantal lestijden van de module(s) waarop de aanvraag betrekking heeft, wordt vermeld;
3° de startdatum van de module(s) waarop de aanvraag betrekking heeft, bevindt zich in de maanden juli of augustus;
4° het protocol van de onderhandeling over de organisatie van aanbod Nederlands tweede taal in de maanden juli en augustus is bij de aanvraag bijgevoegd. ".
Art. IV.25. Dans le même décret, il est inséré un article 107ter, rédigé comme suit :
" Art. 107ter. § 1er. La direction du centre qui souhaite être admissible au subventionnement de l'offre " Nederlands tweede taal ", visée à l'article 107bis, doit à cet effet introduire, le 31 mars au plus tard, une ou plusieurs demandes auprès du Gouvernement flamand.
Les demandes doivent, pour être recevables, remplir les critères suivants :
1° elles doivent porter sur les modules " Nederlands tweede taal breakthrough A " et " Nederlands tweede taal breakthrough B " de la formation " Nederlands tweede taal richtgraad 1 " de la discipline " Nederlands tweede taal ";
2° le nombre de périodes du/des module(s) faisant l'objet de la demande est mentionné;
3° la date de début du/des module(s) faisant l'objet de la demande se situe dans le mois de juillet ou août;
4° le protocole de la négociation sur l'organisation de l'offre " Nederlands tweede taal " dans les mois de juillet et août est joint à la demande. ".
" Art. 107ter. § 1er. La direction du centre qui souhaite être admissible au subventionnement de l'offre " Nederlands tweede taal ", visée à l'article 107bis, doit à cet effet introduire, le 31 mars au plus tard, une ou plusieurs demandes auprès du Gouvernement flamand.
Les demandes doivent, pour être recevables, remplir les critères suivants :
1° elles doivent porter sur les modules " Nederlands tweede taal breakthrough A " et " Nederlands tweede taal breakthrough B " de la formation " Nederlands tweede taal richtgraad 1 " de la discipline " Nederlands tweede taal ";
2° le nombre de périodes du/des module(s) faisant l'objet de la demande est mentionné;
3° la date de début du/des module(s) faisant l'objet de la demande se situe dans le mois de juillet ou août;
4° le protocole de la négociation sur l'organisation de l'offre " Nederlands tweede taal " dans les mois de juillet et août est joint à la demande. ".
Art. IV.26. In hetzelfde decreet wordt een artikel 107quater ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 107quater. § 1. De Vlaamse Regering bepaalt aan welke ontvankelijk verklaarde aanvragen een subsidie voor de organisatie van aanbod Nederlands tweede taal in de maanden juli en augustus wordt toegekend. Indien het totale subsidiebedrag, vermeld in § 1, ontoereikend is om aan alle ontvankelijke aanvragen een subsidie toe te kennen, dan wordt prioriteit gegeven aan :
1° de aanvragen van Centra voor Volwassenenonderwijs die op het moment van de aanvraag beschikken over een wachtlijst, zoals bedoeld in artikel 37, voor de opleiding Nederlands tweede taal richtgraad 1;
2° de aanvragen die betrekking hebben op de organisatie van opleidingen Nederlands tweede taal voor inburgeraars, die behoren tot de doelgroep, vermeld in artikel 3, § 4, van het decreet van 28 februari 2003 betreffende het Vlaamse inburgeringsbeleid;
3° de aanvragen van de Centra voor Volwassenenonderwijs die het meest aantal lesuren-cursist in het studiegebied Nederlands tweede taal gegenereerd hebben in de laatst afgesloten referteperiode.
Indien een centrumbestuur meerdere aanvragen heeft ingediend die ontvankelijk zijn, wordt de tweede aanvraag van dat centrumbestuur pas goedgekeurd nadat er subsidies zijn toegekend aan de ontvankelijke aanvragen van de andere centrumbesturen.
§ 2. Het centrumbestuur ontvangt voor de goedgekeurde aanvragen een subsidie van 86,36 euro per lestijd.
De subsidie per lestijd, vermeld in het eerste lid, wordt jaarlijks met ingang van 1 januari 2012 aangepast aan de evolutie van de prijsindex die berekend en benoemd wordt door de toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, bekrachtigd bij wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen.
§ 3. De subsidie, vermeld in § 2, wordt uitbetaald in een voorschot en een saldo :
1° een voorschot van 50 percent wordt uitbetaald na de beslissing van de Vlaamse Regering;
2° het saldo van 50 percent wordt uitbetaald na controle van het eindrapport, vermeld in artikel 107quinquies.
§ 4. De cursisten ingeschreven in een module, ingericht op basis van de subsidie, bedoeld in § 2, komen niet in aanmerking voor de berekening van het aantal lesurencursist. ".
" Art. 107quater. § 1. De Vlaamse Regering bepaalt aan welke ontvankelijk verklaarde aanvragen een subsidie voor de organisatie van aanbod Nederlands tweede taal in de maanden juli en augustus wordt toegekend. Indien het totale subsidiebedrag, vermeld in § 1, ontoereikend is om aan alle ontvankelijke aanvragen een subsidie toe te kennen, dan wordt prioriteit gegeven aan :
1° de aanvragen van Centra voor Volwassenenonderwijs die op het moment van de aanvraag beschikken over een wachtlijst, zoals bedoeld in artikel 37, voor de opleiding Nederlands tweede taal richtgraad 1;
2° de aanvragen die betrekking hebben op de organisatie van opleidingen Nederlands tweede taal voor inburgeraars, die behoren tot de doelgroep, vermeld in artikel 3, § 4, van het decreet van 28 februari 2003 betreffende het Vlaamse inburgeringsbeleid;
3° de aanvragen van de Centra voor Volwassenenonderwijs die het meest aantal lesuren-cursist in het studiegebied Nederlands tweede taal gegenereerd hebben in de laatst afgesloten referteperiode.
Indien een centrumbestuur meerdere aanvragen heeft ingediend die ontvankelijk zijn, wordt de tweede aanvraag van dat centrumbestuur pas goedgekeurd nadat er subsidies zijn toegekend aan de ontvankelijke aanvragen van de andere centrumbesturen.
§ 2. Het centrumbestuur ontvangt voor de goedgekeurde aanvragen een subsidie van 86,36 euro per lestijd.
De subsidie per lestijd, vermeld in het eerste lid, wordt jaarlijks met ingang van 1 januari 2012 aangepast aan de evolutie van de prijsindex die berekend en benoemd wordt door de toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, bekrachtigd bij wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen.
§ 3. De subsidie, vermeld in § 2, wordt uitbetaald in een voorschot en een saldo :
1° een voorschot van 50 percent wordt uitbetaald na de beslissing van de Vlaamse Regering;
2° het saldo van 50 percent wordt uitbetaald na controle van het eindrapport, vermeld in artikel 107quinquies.
§ 4. De cursisten ingeschreven in een module, ingericht op basis van de subsidie, bedoeld in § 2, komen niet in aanmerking voor de berekening van het aantal lesurencursist. ".
Art. IV.26. Dans le même décret, il est inséré un article 107quater, rédigé comme suit :
" Art. 107quater. § 1er. Le Gouvernement flamand fixe à quelles demandes ayant été déclarées recevables est accordée une subvention pour l'organisation de l'offre " Nederlands tweede taal " pendant les mois de juillet et août. Si le montant total de la subvention visé au § 1er est insuffisant pour accorder une subvention à toutes les demandes recevables, la priorité est donnée :
1° aux demandes de centres d'éducation des adultes qui, au moment de la demande, disposent d'une liste d'attente telle que visée à l'article 37 pour la formation " Nederlands tweede taal richtgraad 1 ";
2° aux demandes portant sur l'organisation de formations " Nederlands tweede taal " pour les intégrants civiques appartenant au groupe cible, visé à l'article 3, § 4, du décret du 28 février 2003 relatif à la politique flamande d'intégration civique;
3° aux demandes des centres d'éducation des adultes ayant généré le plus grand nombre d'heures de cours/apprenant dans la discipline " Nederlands tweede taal " dans la dernière période de référence clôturée.
Lorsqu'une direction d'un centre a introduit plusieurs demandes étant recevables, la deuxième demande de cette direction n'est approuvée qu'après que des subventions aient été accordées aux demandes recevables des autres directions de centres.
§ 2. La direction du centre reçoit pour les demandes approuvées une subvention de 86,36 euros par période de cours.
La subvention par période de cours, visée à l'alinéa premier, est adaptée annuellement, à partir du 1er janvier 2012, à l'évolution de l'indice des prix, calculé et dénommé par application de l'article 2 de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays, confirmé par la loi du 30 mars 1994 portant dispositions sociales.
§ 3. La subvention visée au § 2 est payée au moyen d'une avance et d'un solde :
1° une avance de 50 pour cent est payée après la décision du Gouvernement flamand;
2° le solde de 50 pour cent est payé après contrôle du rapport final visé à l'article 107quinquies.
§ 4. Les apprenants inscrits à un module organisé sur la base de la subvention visée au § 2, n'entrent pas en ligne de compte pour le calcul du nombre d'heures de cours/apprenant. ".
" Art. 107quater. § 1er. Le Gouvernement flamand fixe à quelles demandes ayant été déclarées recevables est accordée une subvention pour l'organisation de l'offre " Nederlands tweede taal " pendant les mois de juillet et août. Si le montant total de la subvention visé au § 1er est insuffisant pour accorder une subvention à toutes les demandes recevables, la priorité est donnée :
1° aux demandes de centres d'éducation des adultes qui, au moment de la demande, disposent d'une liste d'attente telle que visée à l'article 37 pour la formation " Nederlands tweede taal richtgraad 1 ";
2° aux demandes portant sur l'organisation de formations " Nederlands tweede taal " pour les intégrants civiques appartenant au groupe cible, visé à l'article 3, § 4, du décret du 28 février 2003 relatif à la politique flamande d'intégration civique;
3° aux demandes des centres d'éducation des adultes ayant généré le plus grand nombre d'heures de cours/apprenant dans la discipline " Nederlands tweede taal " dans la dernière période de référence clôturée.
Lorsqu'une direction d'un centre a introduit plusieurs demandes étant recevables, la deuxième demande de cette direction n'est approuvée qu'après que des subventions aient été accordées aux demandes recevables des autres directions de centres.
§ 2. La direction du centre reçoit pour les demandes approuvées une subvention de 86,36 euros par période de cours.
La subvention par période de cours, visée à l'alinéa premier, est adaptée annuellement, à partir du 1er janvier 2012, à l'évolution de l'indice des prix, calculé et dénommé par application de l'article 2 de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays, confirmé par la loi du 30 mars 1994 portant dispositions sociales.
§ 3. La subvention visée au § 2 est payée au moyen d'une avance et d'un solde :
1° une avance de 50 pour cent est payée après la décision du Gouvernement flamand;
2° le solde de 50 pour cent est payé après contrôle du rapport final visé à l'article 107quinquies.
§ 4. Les apprenants inscrits à un module organisé sur la base de la subvention visée au § 2, n'entrent pas en ligne de compte pour le calcul du nombre d'heures de cours/apprenant. ".
Art. IV.27. In hetzelfde decreet wordt een artikel 107quinquies ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 107quinquies. Uiterlijk één maand na het beëindigen van de module(s) waarvoor men het voorschot, vermeld in artikel 107quater, § 3, 1°, heeft ontvangen, dient het centrumbestuur een eindrapport in bij de Vlaamse Regering. Het eindrapport omvat ten minste :
1° de begin- en einddatum van de ingerichte module(s);
2° de lesplaats waar de module(s) werd ingericht;
3° het aantal aangewende lestijden voor de module(s);
4° het aantal ingeschreven cursisten;
5° het aantal uitgereikte deelcertificaten;
6° het proces-verbaal van de evaluatie, zoals vermeld in artikel 38. ".
" Art. 107quinquies. Uiterlijk één maand na het beëindigen van de module(s) waarvoor men het voorschot, vermeld in artikel 107quater, § 3, 1°, heeft ontvangen, dient het centrumbestuur een eindrapport in bij de Vlaamse Regering. Het eindrapport omvat ten minste :
1° de begin- en einddatum van de ingerichte module(s);
2° de lesplaats waar de module(s) werd ingericht;
3° het aantal aangewende lestijden voor de module(s);
4° het aantal ingeschreven cursisten;
5° het aantal uitgereikte deelcertificaten;
6° het proces-verbaal van de evaluatie, zoals vermeld in artikel 38. ".
Art. IV.27. Dans le même décret est inséré un article 107quinquies, rédigé comme suit :
" Art. 107quinquies. Au plus tard un mois après la conclusion du/des module(s) pour le(s)quel(s) l'avance visée à l'article 107quater, § 3, 1°, a été reçue, la direction du centre introduit un rapport final auprès du Gouvernement flamand. Le rapport final comprend au moins :
1° la date du début et de la fin des du/des module(s) organisé(s);
2° le lieu de cours où le(s) module(s) a/ont été organisé(s);
3° le nombre de périodes de cours affectées au(x) module(s);
4° le nombre d'apprenants inscrits;
5° le nombre de certificats partiels délivrés;
6° le procès-verbal de l'évaluation, tel que visé à l'article 38. ".
" Art. 107quinquies. Au plus tard un mois après la conclusion du/des module(s) pour le(s)quel(s) l'avance visée à l'article 107quater, § 3, 1°, a été reçue, la direction du centre introduit un rapport final auprès du Gouvernement flamand. Le rapport final comprend au moins :
1° la date du début et de la fin des du/des module(s) organisé(s);
2° le lieu de cours où le(s) module(s) a/ont été organisé(s);
3° le nombre de périodes de cours affectées au(x) module(s);
4° le nombre d'apprenants inscrits;
5° le nombre de certificats partiels délivrés;
6° le procès-verbal de l'évaluation, tel que visé à l'article 38. ".
Art. IV.28. In artikel 109, § 3, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 4 juli 2008, 8 mei 2009 en 9 juli 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° punt 4° wordt vervangen door wat volgt :
" 4° op het moment van inschrijving gedetineerd zijn zoals is bepaald in artikel 2, 16°bis ; ";
2° punt 6° wordt vervangen door wat volgt :
" 6° inburgeraar zijn en een inburgeringscontract hebben ondertekend, zoals is bepaald in artikel 2, 9°, van het decreet van 28 februari 2003 betreffende het Vlaamse inburgeringsbeleid, of een attest van inburgering of een attest van EVC hebben behaald, zoals is bepaald in artikel 2, 11° en 13°, van voormeld decreet voor de opleidingen Nederlands tweede taal richtgraad 1, Nederlands tweede taal richtgraad 2 en Latijns schrift in het studiegebied Nederlands tweede taal; ".
1° punt 4° wordt vervangen door wat volgt :
" 4° op het moment van inschrijving gedetineerd zijn zoals is bepaald in artikel 2, 16°bis ; ";
2° punt 6° wordt vervangen door wat volgt :
" 6° inburgeraar zijn en een inburgeringscontract hebben ondertekend, zoals is bepaald in artikel 2, 9°, van het decreet van 28 februari 2003 betreffende het Vlaamse inburgeringsbeleid, of een attest van inburgering of een attest van EVC hebben behaald, zoals is bepaald in artikel 2, 11° en 13°, van voormeld decreet voor de opleidingen Nederlands tweede taal richtgraad 1, Nederlands tweede taal richtgraad 2 en Latijns schrift in het studiegebied Nederlands tweede taal; ".
Art. IV.28. A l'article 109, § 3, du même décret, modifié par les décrets des 4 juillet 2008, 8 mai 2009 et 9 juillet 2010, sont apportées les modifications suivantes :
1° le point 4° est remplacé par la disposition suivante :
" 4° être, au moment de l'inscription, détenu tel que visé à l'article 2, 16°bis ; ";
2° le point 6° est remplacé par la disposition suivante :
" 6° sont intégrants et qui ont signé un contrat d'intégration civique tel que visé à l'article 2, 9°, du décret du 28 février 2003 relatif à la politique flamande d'intégration civique ou ont obtenu une attestation d'intégration civique ou une attestation EVC, telle que visée à l'article 2, 11° et 13°, du décret précité pour les formations 'Nederlands tweede taal richtgraad 1', 'Nederlands tweede taal richtgraad 2' et 'Latijns schrift' de la discipline 'Nederlands tweede taal' (néerlandais - deuxième langue); ".
1° le point 4° est remplacé par la disposition suivante :
" 4° être, au moment de l'inscription, détenu tel que visé à l'article 2, 16°bis ; ";
2° le point 6° est remplacé par la disposition suivante :
" 6° sont intégrants et qui ont signé un contrat d'intégration civique tel que visé à l'article 2, 9°, du décret du 28 février 2003 relatif à la politique flamande d'intégration civique ou ont obtenu une attestation d'intégration civique ou une attestation EVC, telle que visée à l'article 2, 11° et 13°, du décret précité pour les formations 'Nederlands tweede taal richtgraad 1', 'Nederlands tweede taal richtgraad 2' et 'Latijns schrift' de la discipline 'Nederlands tweede taal' (néerlandais - deuxième langue); ".
Art. IV.29. In artikel 110 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt :
" § 2. Het Fonds wordt belast met het financieel beheer van de inschrijvingsgelden van de centra voor volwassenenonderwijs en de middelen die ter beschikking worden gesteld door de uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap.
Per begrotingsjaar wordt per centrum voor volwassenenonderwijs een afrekening gemaakt tussen de ontvangsten en uitgaven. Alleen het resultaat van de afrekening wordt in de begroting van het Fonds als uitgave of als ontvangst geboekt. ";
2° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt :
" § 3. De middelen van het Fonds zijn :
1° een dotatie ten laste van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap - Beleidsdomein Onderwijs en Vorming;
2° dotaties ten laste van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap - overige beleidsdomeinen;
3° een vordering op de ontvangen inschrijvingsgelden van de centra voor volwassenenonderwijs. Die vordering bedraagt 0,25 euro per euro inschrijvingsgeld van cursisten, zoals is bepaald in artikel 109, § 1;
4° de terugvorderingen die voortvloeien uit de ten onrechte verrichte betalingen. ".
1° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt :
" § 2. Het Fonds wordt belast met het financieel beheer van de inschrijvingsgelden van de centra voor volwassenenonderwijs en de middelen die ter beschikking worden gesteld door de uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap.
Per begrotingsjaar wordt per centrum voor volwassenenonderwijs een afrekening gemaakt tussen de ontvangsten en uitgaven. Alleen het resultaat van de afrekening wordt in de begroting van het Fonds als uitgave of als ontvangst geboekt. ";
2° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt :
" § 3. De middelen van het Fonds zijn :
1° een dotatie ten laste van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap - Beleidsdomein Onderwijs en Vorming;
2° dotaties ten laste van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap - overige beleidsdomeinen;
3° een vordering op de ontvangen inschrijvingsgelden van de centra voor volwassenenonderwijs. Die vordering bedraagt 0,25 euro per euro inschrijvingsgeld van cursisten, zoals is bepaald in artikel 109, § 1;
4° de terugvorderingen die voortvloeien uit de ten onrechte verrichte betalingen. ".
Art. IV.29. A l'article 110 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
1° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Le Fonds est chargé de la gestion financière des droits d'inscription des centres d'éducation des adultes et des moyens mis à la disposition par le budget des dépenses de la Communauté flamande.
Par année budgétaire, un décompte entre les recettes et les dépenses est fait pour chaque centre d'éducation des adultes. Seul le résultat du décompte est imputé dans le budget du Fonds comme dépense ou comme recette. ";
2° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
" § 3. Le Fonds dispose des ressources suivantes :
1° une dotation à charge du budget général des dépenses de la Communauté flamande - Domaine politique de l'Enseignement et de la Formation;
2° des dotations à charge du budget général des dépenses de la Communauté flamande - autres domaines politiques;
3° une créance sur les droits d'inscription reçus des centres d'éducation des adultes. Cette créance s'élève à 0,25 euro par euro de droits d'inscription des apprenants, tels que visés à l'article 109, § 1er;
4° les redevances découlant des paiements indûment effectués. ".
1° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Le Fonds est chargé de la gestion financière des droits d'inscription des centres d'éducation des adultes et des moyens mis à la disposition par le budget des dépenses de la Communauté flamande.
Par année budgétaire, un décompte entre les recettes et les dépenses est fait pour chaque centre d'éducation des adultes. Seul le résultat du décompte est imputé dans le budget du Fonds comme dépense ou comme recette. ";
2° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
" § 3. Le Fonds dispose des ressources suivantes :
1° une dotation à charge du budget général des dépenses de la Communauté flamande - Domaine politique de l'Enseignement et de la Formation;
2° des dotations à charge du budget général des dépenses de la Communauté flamande - autres domaines politiques;
3° une créance sur les droits d'inscription reçus des centres d'éducation des adultes. Cette créance s'élève à 0,25 euro par euro de droits d'inscription des apprenants, tels que visés à l'article 109, § 1er;
4° les redevances découlant des paiements indûment effectués. ".
Art. IV.30. In titel V van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 4 juli 2008, 30 april 2009, 8 mei 2009, 9 juli 2010, wordt een hoofdstuk IIbis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Hoofdstuk IIbis. Maatregelen in het kader van het wegwerken van wachtlijsten voor de opleidingen Nederlands tweede taal ".
" Hoofdstuk IIbis. Maatregelen in het kader van het wegwerken van wachtlijsten voor de opleidingen Nederlands tweede taal ".
Art. IV.30. Au titre V du même décret, modifié par les décrets des 4 juillet 2008, 30 avril 2009, 8 mai 2009, 9 juillet 2010, il est ajouté un chapitre IIbis, rédigé comme suit :
" Chapitre IIbis. Mesures dans le cadre de l'élimination des listes d'attente pour les formations 'Nederlands tweede taal' ".
" Chapitre IIbis. Mesures dans le cadre de l'élimination des listes d'attente pour les formations 'Nederlands tweede taal' ".
Art. IV.31. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk IIbis een artikel 113bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 113bis. Indien zich in een centrum een wachtlijst, zoals bedoeld in artikel 37, eerste lid, voordoet voor een opleiding van de leergebieden alfabetisering Nederlands tweede taal of Nederlands tweede taal of voor het studiegebied Nederlands tweede taal, bedraagt in afwijking van artikelen 85, § 2, en 98, § 1, de waarde van de deler :
1° 11 voor het leergebied Nederlands tweede taal;
2° 13 voor het studiegebied Nederlands tweede taal. ".
" Art. 113bis. Indien zich in een centrum een wachtlijst, zoals bedoeld in artikel 37, eerste lid, voordoet voor een opleiding van de leergebieden alfabetisering Nederlands tweede taal of Nederlands tweede taal of voor het studiegebied Nederlands tweede taal, bedraagt in afwijking van artikelen 85, § 2, en 98, § 1, de waarde van de deler :
1° 11 voor het leergebied Nederlands tweede taal;
2° 13 voor het studiegebied Nederlands tweede taal. ".
Art. IV.31. Dans le même décret, le chapitre IIbis est complété par un article 113bis, rédigé comme suit :
" Art. 113bis. S'il existe dans un centre une liste d'attente telle que visée à l'article 37, alinéa premier, pour une formation des domaines d'apprentissage 'alfabetisering Nederlands tweede taal' (alphabétisation néerlandais - deuxième langue) ou 'Nederlands tweede taal' (néerlandais - deuxième langue) ou pour la discipline 'Nederlands tweede taal' (néerlandais - deuxième langue), la valeur du diviseur est, par dérogation aux articles 85, § 2, et 98, § 1er :
1° 11 pour le domaine d'apprentissage 'Nederlands tweede taal';
2° 13 pour la discipline 'Nederlands tweede taal'.
" Art. 113bis. S'il existe dans un centre une liste d'attente telle que visée à l'article 37, alinéa premier, pour une formation des domaines d'apprentissage 'alfabetisering Nederlands tweede taal' (alphabétisation néerlandais - deuxième langue) ou 'Nederlands tweede taal' (néerlandais - deuxième langue) ou pour la discipline 'Nederlands tweede taal' (néerlandais - deuxième langue), la valeur du diviseur est, par dérogation aux articles 85, § 2, et 98, § 1er :
1° 11 pour le domaine d'apprentissage 'Nederlands tweede taal';
2° 13 pour la discipline 'Nederlands tweede taal'.
Art. IV.32. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk IIbis een artikel 113ter ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 113ter. § 1. De Vlaamse Regering beschikt jaarlijks over een volume aan leraarsuren voor de organisatie van de opleidingen van de leergebieden Nederlands tweede taal en alfabetisering Nederlands tweede taal en opleidingen van het studiegebied Nederlands tweede taal.
Het volume, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt voor het schooljaar n/n+1 berekend volgens de formule :
((LUC NT2CVO/12) - (LUC NT2CVO/13)) + ((LUC NT2CBE/10) - (LUCNT2CBE/11));
waarbij :
1° LUC NT2CVO : het aantal lesurencursist van de referteperiode van 1 april n-1 tot en met 31 maart n van het studiegebied Nederlands tweede taal;
2° LUC NT2CBE : het aantal lesurencursist van de referteperiode van 1 april n-1 tot en met 31 maart n van het leergebied Nederlands tweede taal.
§ 2. Het volume aan leraarsuren, zoals bepaald in § 1, kan gedeeltelijk of geheel omgezet worden in een volume aan vte, door het om te zetten volume aan leraarsuren te delen door 667. ".
" Art. 113ter. § 1. De Vlaamse Regering beschikt jaarlijks over een volume aan leraarsuren voor de organisatie van de opleidingen van de leergebieden Nederlands tweede taal en alfabetisering Nederlands tweede taal en opleidingen van het studiegebied Nederlands tweede taal.
Het volume, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt voor het schooljaar n/n+1 berekend volgens de formule :
((LUC NT2CVO/12) - (LUC NT2CVO/13)) + ((LUC NT2CBE/10) - (LUCNT2CBE/11));
waarbij :
1° LUC NT2CVO : het aantal lesurencursist van de referteperiode van 1 april n-1 tot en met 31 maart n van het studiegebied Nederlands tweede taal;
2° LUC NT2CBE : het aantal lesurencursist van de referteperiode van 1 april n-1 tot en met 31 maart n van het leergebied Nederlands tweede taal.
§ 2. Het volume aan leraarsuren, zoals bepaald in § 1, kan gedeeltelijk of geheel omgezet worden in een volume aan vte, door het om te zetten volume aan leraarsuren te delen door 667. ".
Art. IV.32. Dans le même décret, le chapitre IIbis est complété par un article 113ter, rédigé comme suit :
" Art. 113ter. § 1er. Le Gouvernement flamand dispose annuellement d'un volume d'heures/enseignant pour l'organisation des formations des domaines d'apprentissage 'Nederlands tweede taal' et 'alfabetisering Nederlands tweede taal' et des formations de la discipline 'Nederlands tweede taal'.
Le volume tel que visé à l'alinéa premier est calculé pour l'année scolaire n/n+1 suivant la formule ci-dessous :
((LUC NT2CVO/12) - (LUC NT2CVO/13)) + ((LUC NT2CBE/10)- (LUC NT2CBE/11));
où :
1° LUC NT2CVO : le nombre d'heures de cours/apprenant de la période de référence du 1er avril n-1 au 31 mars n inclus de la discipline 'Nederlands tweede taal';
2° LUC NT2CBE : le nombre d'heures de cours/apprenant de la période de référence du 1er avril n-1 au 31 mars n du domaine d'apprentissage 'Nederlands tweede taal'.
§ 2. Le volume de périodes/enseignant tel que visé au § 1er, peut, entièrement ou partiellement, être converti en un volume d'ETP, en divisant le volume de périodes/enseignant par 667. ".
" Art. 113ter. § 1er. Le Gouvernement flamand dispose annuellement d'un volume d'heures/enseignant pour l'organisation des formations des domaines d'apprentissage 'Nederlands tweede taal' et 'alfabetisering Nederlands tweede taal' et des formations de la discipline 'Nederlands tweede taal'.
Le volume tel que visé à l'alinéa premier est calculé pour l'année scolaire n/n+1 suivant la formule ci-dessous :
((LUC NT2CVO/12) - (LUC NT2CVO/13)) + ((LUC NT2CBE/10)- (LUC NT2CBE/11));
où :
1° LUC NT2CVO : le nombre d'heures de cours/apprenant de la période de référence du 1er avril n-1 au 31 mars n inclus de la discipline 'Nederlands tweede taal';
2° LUC NT2CBE : le nombre d'heures de cours/apprenant de la période de référence du 1er avril n-1 au 31 mars n du domaine d'apprentissage 'Nederlands tweede taal'.
§ 2. Le volume de périodes/enseignant tel que visé au § 1er, peut, entièrement ou partiellement, être converti en un volume d'ETP, en divisant le volume de périodes/enseignant par 667. ".
Art. IV.33. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk IIbis een artikel 113quater ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 113quater. § 1. De Vlaamse Regering kent de leraarsuren of vte, bedoeld in artikel 113ter, prioritair toe aan de centra die hun onderwijsbevoegdheid voor de opleiding Nederlands tweede taal richtgraad 1 van het leergebied Nederlands tweede taal, voor de opleiding Nederlands tweede taal alfa - richtgraad 1 van het leergebied alfabetisering Nederlands tweede taal, voor de opleiding Latijn schrift - richtgraad 1 basiseducatie van het leergebied alfabetisering Nederlands tweede taal, voor de opleiding Latijns schrift van het studiegebied Nederlands tweede taal, voor de opleiding Nederlands tweede taal richtgraad 1 van het studiegebied Nederlands tweede taal, voor de opleiding bedoeld in artikel 62bis of voor de opleiding bedoeld in artikel 64, § 9, uitoefenen in een vestigingsplaats waar zich een wachtlijst, zoals bedoeld in artikel 37, voordoet.
§ 2. De leraarsuren of vte voor de centra, bedoeld in § 1, worden toegekend in verhouding tot het aantal cursisten die de intake, testing en doorverwijzing door het Huis van het Nederlands hebben doorlopen en op een wachtlijst, zoals bedoeld in artikel 37, staan.
§ 3. De leraarsuren die niet werden toegekend op basis van de bepalingen, bedoeld in § 2, worden pro rata het volume gegenereerde lesurencursist in de voorafgaande referteperiode verdeeld over de centra die nog geen leraarsuren of vte, bedoeld in artikel 113ter, toegekend kregen. ".
" Art. 113quater. § 1. De Vlaamse Regering kent de leraarsuren of vte, bedoeld in artikel 113ter, prioritair toe aan de centra die hun onderwijsbevoegdheid voor de opleiding Nederlands tweede taal richtgraad 1 van het leergebied Nederlands tweede taal, voor de opleiding Nederlands tweede taal alfa - richtgraad 1 van het leergebied alfabetisering Nederlands tweede taal, voor de opleiding Latijn schrift - richtgraad 1 basiseducatie van het leergebied alfabetisering Nederlands tweede taal, voor de opleiding Latijns schrift van het studiegebied Nederlands tweede taal, voor de opleiding Nederlands tweede taal richtgraad 1 van het studiegebied Nederlands tweede taal, voor de opleiding bedoeld in artikel 62bis of voor de opleiding bedoeld in artikel 64, § 9, uitoefenen in een vestigingsplaats waar zich een wachtlijst, zoals bedoeld in artikel 37, voordoet.
§ 2. De leraarsuren of vte voor de centra, bedoeld in § 1, worden toegekend in verhouding tot het aantal cursisten die de intake, testing en doorverwijzing door het Huis van het Nederlands hebben doorlopen en op een wachtlijst, zoals bedoeld in artikel 37, staan.
§ 3. De leraarsuren die niet werden toegekend op basis van de bepalingen, bedoeld in § 2, worden pro rata het volume gegenereerde lesurencursist in de voorafgaande referteperiode verdeeld over de centra die nog geen leraarsuren of vte, bedoeld in artikel 113ter, toegekend kregen. ".
Art. IV.33. Dans le même décret, le chapitre IIbis est complété par un article 113quater, rédigé comme suit :
" Art. 113quater. § 1er. Le Gouvernement flamand accorde les périodes/enseignant ou ETP, visées à l'article 113ter, prioritairement aux centres qui exercent leur compétence d'enseignement pour la formation 'Nederlands tweede taal richtgraad 1' du domaine d'apprentissage 'Nederlands tweede taal', pour la formation 'Nederlands tweede taal alfa - richtgraad 1' du domaine d'apprentissage 'alfabetisering Nederlands tweede taal', pour la formation' Latijn schrift - richtgraad 1 basiseducatie' du domaine d'apprentissage 'alfabetisering Nederlands tweede taal', pour la formation 'Latijns schrift' de la discipline 'Nederlands tweede taal', pour la formation 'Nederlands tweede taal richtgraad 1' de la discipline 'Nederlands tweede taal', pour la formation visée à l'article 62bis ou pour la formation visée à l'article 64, § 9, dans un lieu d'implantation où il y a une liste d'attente telle que visée à l'article 37.
§ 2. Les périodes/enseignant ou ETP pour les centres visés au § 1er, sont octroyées au prorata du nombre d'apprenants ayant parcouru l'accueil, le testing et l'aiguillage par la Maison du néerlandais et qui se trouvent sur une liste d'attente telle que visée à l'article 37.
§ 3. Les périodes/enseignant n'ayant pas été octroyées sur la base des dispositions visées au § 2, sont réparties, au prorata du volume d'heures de cours/apprenant généré dans la période de référence précédente, entre les centres n'ayant pas encore obtenu des périodes/enseignant ou ETP, telles que visées à l'article 113ter. ".
" Art. 113quater. § 1er. Le Gouvernement flamand accorde les périodes/enseignant ou ETP, visées à l'article 113ter, prioritairement aux centres qui exercent leur compétence d'enseignement pour la formation 'Nederlands tweede taal richtgraad 1' du domaine d'apprentissage 'Nederlands tweede taal', pour la formation 'Nederlands tweede taal alfa - richtgraad 1' du domaine d'apprentissage 'alfabetisering Nederlands tweede taal', pour la formation' Latijn schrift - richtgraad 1 basiseducatie' du domaine d'apprentissage 'alfabetisering Nederlands tweede taal', pour la formation 'Latijns schrift' de la discipline 'Nederlands tweede taal', pour la formation 'Nederlands tweede taal richtgraad 1' de la discipline 'Nederlands tweede taal', pour la formation visée à l'article 62bis ou pour la formation visée à l'article 64, § 9, dans un lieu d'implantation où il y a une liste d'attente telle que visée à l'article 37.
§ 2. Les périodes/enseignant ou ETP pour les centres visés au § 1er, sont octroyées au prorata du nombre d'apprenants ayant parcouru l'accueil, le testing et l'aiguillage par la Maison du néerlandais et qui se trouvent sur une liste d'attente telle que visée à l'article 37.
§ 3. Les périodes/enseignant n'ayant pas été octroyées sur la base des dispositions visées au § 2, sont réparties, au prorata du volume d'heures de cours/apprenant généré dans la période de référence précédente, entre les centres n'ayant pas encore obtenu des périodes/enseignant ou ETP, telles que visées à l'article 113ter. ".
Art. IV.34. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk IIbis een artikel 113quinquies ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art.113quinquies. § 1. De leraarsuren of vte, zoals bedoeld in artikel 113quater, § 1, kunnen enkel aangewend worden voor de organisatie van de opleiding Nederlands tweede taal richtgraad 1 van het leergebied Nederlands tweede taal, de opleiding Nederlands tweede taal alfa - richtgraad 1 van het leergebied alfabetisering Nederlands tweede taal, de opleiding Latijn schrift - richtgraad 1 basiseducatie van het leergebied alfabetisering Nederlands tweede taal, de opleiding Latijns schrift van het studiegebied Nederlands tweede taal, de opleiding Nederlands tweede taal richtgraad 1 van het studiegebied Nederlands tweede taal, de opleiding bedoeld in artikel 62bis of de opleiding bedoeld in artikel 64, § 9.
Deze leraarsuren of vte, bedoeld in artikel 113quater, § 2, eerste lid, kunnen niet aangewend worden voor andere opdrachten dan de lesopdracht.
§ 2. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de organisatie van de opleidingen, bedoeld in § 1, eerste lid, met betrekking tot het aantal in te richten lestijden per week, het aantal ingeschreven cursisten en de vestigingsplaats waar de opleiding wordt ingericht. ".
" Art.113quinquies. § 1. De leraarsuren of vte, zoals bedoeld in artikel 113quater, § 1, kunnen enkel aangewend worden voor de organisatie van de opleiding Nederlands tweede taal richtgraad 1 van het leergebied Nederlands tweede taal, de opleiding Nederlands tweede taal alfa - richtgraad 1 van het leergebied alfabetisering Nederlands tweede taal, de opleiding Latijn schrift - richtgraad 1 basiseducatie van het leergebied alfabetisering Nederlands tweede taal, de opleiding Latijns schrift van het studiegebied Nederlands tweede taal, de opleiding Nederlands tweede taal richtgraad 1 van het studiegebied Nederlands tweede taal, de opleiding bedoeld in artikel 62bis of de opleiding bedoeld in artikel 64, § 9.
Deze leraarsuren of vte, bedoeld in artikel 113quater, § 2, eerste lid, kunnen niet aangewend worden voor andere opdrachten dan de lesopdracht.
§ 2. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de organisatie van de opleidingen, bedoeld in § 1, eerste lid, met betrekking tot het aantal in te richten lestijden per week, het aantal ingeschreven cursisten en de vestigingsplaats waar de opleiding wordt ingericht. ".
Art. IV.34. Dans le même décret, le chapitre IIbis est complété par un article 113quinquies, rédigé comme suit :
" Art.113quinquies. § 1er. Les périodes/enseignant ou ETP, visées à l'article 113quater, § 1er, peuvent uniquement être affectées à l'organisation de la formation 'Nederlands tweede taal richtgraad 1' du domaine d'apprentissage 'Nederlands tweede taal', de la formation 'Nederlands tweede taal alfa - richtgraad 1' du domaine d'apprentissage 'alfabetisering Nederlands tweede taal', de la formation' Latijn schrift - richtgraad 1 basiseducatie' du domaine d'apprentissage 'alfabetisering Nederlands tweede taal', de la formation 'Latijns schrift' de la discipline 'Nederlands tweede taal', de la formation 'Nederlands tweede taal richtgraad 1' de la discipline 'Nederlands tweede taal', de la formation visée à l'article 62bis ou de la formation visée à l'article 64, § 9.
Ces périodes/enseignant ou ETP, visées à l'article 113quater, § 2, alinéa premier, ne peuvent pas être affectées à d'autres charges que la charge d'enseignement.
§ 2. Le Gouvernement flamand peut définir les modalités d'organisation des formations visées au § 1er, alinéa premier, pour ce qui est du nombre de périodes hebdomadaires à organiser, du nombre d'apprenants inscrits et du lieu d'implantation où la formation est organisée. ".
" Art.113quinquies. § 1er. Les périodes/enseignant ou ETP, visées à l'article 113quater, § 1er, peuvent uniquement être affectées à l'organisation de la formation 'Nederlands tweede taal richtgraad 1' du domaine d'apprentissage 'Nederlands tweede taal', de la formation 'Nederlands tweede taal alfa - richtgraad 1' du domaine d'apprentissage 'alfabetisering Nederlands tweede taal', de la formation' Latijn schrift - richtgraad 1 basiseducatie' du domaine d'apprentissage 'alfabetisering Nederlands tweede taal', de la formation 'Latijns schrift' de la discipline 'Nederlands tweede taal', de la formation 'Nederlands tweede taal richtgraad 1' de la discipline 'Nederlands tweede taal', de la formation visée à l'article 62bis ou de la formation visée à l'article 64, § 9.
Ces périodes/enseignant ou ETP, visées à l'article 113quater, § 2, alinéa premier, ne peuvent pas être affectées à d'autres charges que la charge d'enseignement.
§ 2. Le Gouvernement flamand peut définir les modalités d'organisation des formations visées au § 1er, alinéa premier, pour ce qui est du nombre de périodes hebdomadaires à organiser, du nombre d'apprenants inscrits et du lieu d'implantation où la formation est organisée. ".
Art. IV.35. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk IIbis een artikel 113sexies ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 113sexies. In afwijking van artikel 113ter, § 1, wordt voor de schooljaren 2011-2012 en 2012-2013 het aantal leraarsuren waarover de Vlaamse Regering beschikt voor de organisatie van de opleidingen van de leergebieden Nederlands tweede taal en alfabetisering Nederlands tweede taal en opleidingen van het studiegebied Nederlands tweede taal, berekend volgens de formule :
1° schooljaar 2011-2012 :
(((LUC NT2CVO/12) - (LUC NT2CVO/13)) x 0,35) + ((CVO NT2CBE/10) - (CVO NT2CBE/11));
2° schooljaar 2012-2013 :
(((LUC NT2CVO/12) - (LUC NT2CVO/13)) x 0,65) + ((CVO NT2CBE/10)-(CVO NT2CBE/11));
waarbij :
1° LUC NT2CVO : het aantal lesurencursist van de referteperiode van 1 april n-1 tot en met 31 maart n van het studiegebied Nederlands tweede taal;
2° LUC NT2CBE : het aantal lesurencursist van de referteperiode van 1 april n-1 tot en met 31 maart n van het leergebied Nederlands tweede taal. ".
" Art. 113sexies. In afwijking van artikel 113ter, § 1, wordt voor de schooljaren 2011-2012 en 2012-2013 het aantal leraarsuren waarover de Vlaamse Regering beschikt voor de organisatie van de opleidingen van de leergebieden Nederlands tweede taal en alfabetisering Nederlands tweede taal en opleidingen van het studiegebied Nederlands tweede taal, berekend volgens de formule :
1° schooljaar 2011-2012 :
(((LUC NT2CVO/12) - (LUC NT2CVO/13)) x 0,35) + ((CVO NT2CBE/10) - (CVO NT2CBE/11));
2° schooljaar 2012-2013 :
(((LUC NT2CVO/12) - (LUC NT2CVO/13)) x 0,65) + ((CVO NT2CBE/10)-(CVO NT2CBE/11));
waarbij :
1° LUC NT2CVO : het aantal lesurencursist van de referteperiode van 1 april n-1 tot en met 31 maart n van het studiegebied Nederlands tweede taal;
2° LUC NT2CBE : het aantal lesurencursist van de referteperiode van 1 april n-1 tot en met 31 maart n van het leergebied Nederlands tweede taal. ".
Art. IV.35. Dans le même décret, le chapitre IIbis est complété par un article 113sexies, rédigé comme suit :
" Art. 113sexies. Par dérogation à l'article 113ter, § 1er, le nombre de périodes/enseignant dont le Gouvernement flamand dispose pour l'organisation, dans les années scolaires 2011-2012 et 2012-2013, des formations des domaines d'apprentissage 'Nederlands tweede taal' et 'alfabetisering Nederlands tweede taal' et des formations de la discipline' Nederlands tweede taal', est calculé suivant la formule ci-dessous :
1° l'année scolaire 2011-2012 :
(((LUC NT2CVO/12) - (LUC NT2CVO/13)) x 0,35) + ((CVO NT2CBE/10)-(CVO NT2CBE/11));
2° l'année scolaire 2012-2013 :
(((LUC NT2CVO/12) - (LUC NT2CVO/13)) x 0,65) + ((CVO NT2CBE/10)-(CVO NT2CBE/11));
où :
1° LUC NT2CVO : le nombre d'heures de cours/apprenant de la période de référence du 1er avril n-1 au 31 mars n inclus de la discipline 'Nederlands tweede taal';
2° LUC NT2CBE : le nombre d'heures de cours/apprenant de la période de référence du 1er avril n-1 au 31 mars n inclus du domaine d'apprentissage 'Nederlands tweede taal'. ".
" Art. 113sexies. Par dérogation à l'article 113ter, § 1er, le nombre de périodes/enseignant dont le Gouvernement flamand dispose pour l'organisation, dans les années scolaires 2011-2012 et 2012-2013, des formations des domaines d'apprentissage 'Nederlands tweede taal' et 'alfabetisering Nederlands tweede taal' et des formations de la discipline' Nederlands tweede taal', est calculé suivant la formule ci-dessous :
1° l'année scolaire 2011-2012 :
(((LUC NT2CVO/12) - (LUC NT2CVO/13)) x 0,35) + ((CVO NT2CBE/10)-(CVO NT2CBE/11));
2° l'année scolaire 2012-2013 :
(((LUC NT2CVO/12) - (LUC NT2CVO/13)) x 0,65) + ((CVO NT2CBE/10)-(CVO NT2CBE/11));
où :
1° LUC NT2CVO : le nombre d'heures de cours/apprenant de la période de référence du 1er avril n-1 au 31 mars n inclus de la discipline 'Nederlands tweede taal';
2° LUC NT2CBE : le nombre d'heures de cours/apprenant de la période de référence du 1er avril n-1 au 31 mars n inclus du domaine d'apprentissage 'Nederlands tweede taal'. ".
Art. IV.36. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk IIbis, een artikel 113septies ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 113septies. Een centrum dat beschikt over een wachtlijst, zoals bedoeld in artikel 37, eerste lid, voor een opleiding uit de leergebieden alfabetisering Nederlands tweede taal of Nederlands tweede taal of het studiegebied Nederlands tweede taal, dient de vte of leraarsuren die het gegenereerd heeft in deze leer- of studiegebieden in de referteperiode 1 april n-1 tot en met 31 maart n, volledig aan te wenden voor de organisatie van opleidingen in deze leer- of studiegebieden in het schooljaar n / n+1. ".
" Art. 113septies. Een centrum dat beschikt over een wachtlijst, zoals bedoeld in artikel 37, eerste lid, voor een opleiding uit de leergebieden alfabetisering Nederlands tweede taal of Nederlands tweede taal of het studiegebied Nederlands tweede taal, dient de vte of leraarsuren die het gegenereerd heeft in deze leer- of studiegebieden in de referteperiode 1 april n-1 tot en met 31 maart n, volledig aan te wenden voor de organisatie van opleidingen in deze leer- of studiegebieden in het schooljaar n / n+1. ".
Art. IV.36. Dans le même décret, le chapitre IIbis est complété par un article 113septies, rédigé comme suit :
" Art. 113septies. Un centre qui dispose d'une liste d'attente telle que visée à l'article 37, alinéa premier, pour une formation des domaines d'apprentissage 'alfabetisering Nederlands tweede taal' ou 'Nederlands tweede taal' ou de la discipline 'Nederlands tweede taal', doit affecter les ETP ou périodes/enseignant qu'il a générées dans ces domaines d'apprentissage ou disciplines pendant la période de référence du 1er avril n-1 au 31 mars n inclus, entièrement à l'organisation de formations dans ces domaines d'apprentissage ou disciplines dans l'année scolaire n / n+1. ".
" Art. 113septies. Un centre qui dispose d'une liste d'attente telle que visée à l'article 37, alinéa premier, pour une formation des domaines d'apprentissage 'alfabetisering Nederlands tweede taal' ou 'Nederlands tweede taal' ou de la discipline 'Nederlands tweede taal', doit affecter les ETP ou périodes/enseignant qu'il a générées dans ces domaines d'apprentissage ou disciplines pendant la période de référence du 1er avril n-1 au 31 mars n inclus, entièrement à l'organisation de formations dans ces domaines d'apprentissage ou disciplines dans l'année scolaire n / n+1. ".
Art. IV.37. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk IIbis een artikel 113octies ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 113octies. De bepalingen uit dit hoofdstuk treden in werking op een door de Vlaamse Regering te bepalen datum. ".
" Art. 113octies. De bepalingen uit dit hoofdstuk treden in werking op een door de Vlaamse Regering te bepalen datum. ".
Art. IV.37. Dans le même décret, le chapitre IIbis est complété par un article 113octies, rédigé comme suit :
" Art. 113octies. Les dispositions du présent chapitre entrent en vigueur à une date à fixer par le Gouvernement flamand. ".
" Art. 113octies. Les dispositions du présent chapitre entrent en vigueur à une date à fixer par le Gouvernement flamand. ".
Art. IV.38. In artikel 118, § 2, van hetzelfde decreet, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :
" In afwijking van het eerste lid, bedraagt de financiële sanctie voor de inbreuk, vermeld in § 1, 3°, maximum 0,75 euro per lesuurcursist, gegenereerd door cursisten waarover het centrum de door de Vlaamse Regering bepaalde gegevens niet correct en tijdig aangeleverd heeft.
De in het eerste en tweede lid bedoelde financiële sanctie kan er niet toe leiden dat het aandeel in de werkingsmiddelen dat gebruikt wordt voor personeelsaangelegenheden in absolute cijfers kleiner wordt dan wanneer de maatregel niet zou getroffen worden. ".
" In afwijking van het eerste lid, bedraagt de financiële sanctie voor de inbreuk, vermeld in § 1, 3°, maximum 0,75 euro per lesuurcursist, gegenereerd door cursisten waarover het centrum de door de Vlaamse Regering bepaalde gegevens niet correct en tijdig aangeleverd heeft.
De in het eerste en tweede lid bedoelde financiële sanctie kan er niet toe leiden dat het aandeel in de werkingsmiddelen dat gebruikt wordt voor personeelsaangelegenheden in absolute cijfers kleiner wordt dan wanneer de maatregel niet zou getroffen worden. ".
Art. IV.38. A l'article 118, § 2, du même décret, l'alinéa deux est remplacé par la disposition suivante :
" Par dérogation à l'alinéa premier, la sanction financière pour l'infraction, visée au § 1er, 3°, s'élève à 0,75 euro au maximum par heure de cours/apprenant, générée par les apprenants pour laquelle le centre n'a pas fourni correctement et à temps les données fixées par le Gouvernement flamand.
La sanction financière visée aux alinéas premier et deux ne peut avoir comme effet, que la proportion des moyens de fonctionnement à mettre au profit des personnels baisse, en chiffres absolus, au dessous du niveau qu'elle atteindrait si la mesure n'avait pas été prise. ".
" Par dérogation à l'alinéa premier, la sanction financière pour l'infraction, visée au § 1er, 3°, s'élève à 0,75 euro au maximum par heure de cours/apprenant, générée par les apprenants pour laquelle le centre n'a pas fourni correctement et à temps les données fixées par le Gouvernement flamand.
La sanction financière visée aux alinéas premier et deux ne peut avoir comme effet, que la proportion des moyens de fonctionnement à mettre au profit des personnels baisse, en chiffres absolus, au dessous du niveau qu'elle atteindrait si la mesure n'avait pas été prise. ".
Art. IV.39. Artikel 123 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 123. Er mag in een centrum geen politieke propaganda gevoerd worden en er mogen geen politieke activiteiten worden georganiseerd.
In afwijking van het vorige lid kunnen politieke activiteiten in een centrum worden toegelaten buiten de periodes waarin er centrumactiviteiten zijn en buiten de periode van 90 dagen voorafgaand aan een verkiezing. Personeelsleden en cursisten worden niet gevraagd of aangezet om aan deze activiteiten deel te nemen. Het centrumbestuur kan niet betrokken worden bij de organisatie van een politieke activiteit en houdt rekening met het beginsel van gelijke behandeling bij de toepassing van deze bepaling.
Onder politieke activiteiten wordt hier verstaan alle activiteiten die worden georganiseerd door politieke partijen of politieke mandatarissen van politieke partijen, waarvan de standpunten en gedragingen niet in strijd zijn met het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. ".
" Art. 123. Er mag in een centrum geen politieke propaganda gevoerd worden en er mogen geen politieke activiteiten worden georganiseerd.
In afwijking van het vorige lid kunnen politieke activiteiten in een centrum worden toegelaten buiten de periodes waarin er centrumactiviteiten zijn en buiten de periode van 90 dagen voorafgaand aan een verkiezing. Personeelsleden en cursisten worden niet gevraagd of aangezet om aan deze activiteiten deel te nemen. Het centrumbestuur kan niet betrokken worden bij de organisatie van een politieke activiteit en houdt rekening met het beginsel van gelijke behandeling bij de toepassing van deze bepaling.
Onder politieke activiteiten wordt hier verstaan alle activiteiten die worden georganiseerd door politieke partijen of politieke mandatarissen van politieke partijen, waarvan de standpunten en gedragingen niet in strijd zijn met het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. ".
Art. IV.39. L'article 123 du même décret est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 123. Toute propagande politique est interdite dans un centre et aucune activité politique ne peut y être organisée.
Par dérogation à l'alinéa précédent, des activités politiques sont admises en dehors des périodes pendant lesquelles des activités de centres ont lieu et en dehors de la période de 90 jours précédant des élections. Les membres du personnel et les apprenants ne sont pas sollicités ou incités à participer à ces activités. La direction du centre ne peut pas être associée à l'organisation d'une activité politique et tient compte du principe de traitement égal lors de l'application de cette disposition.
Par 'activités politiques' il faut entendre toutes les activités organisées par des partis politiques ou des mandataires politiques de partis politiques, dont les points de vue et les comportements ne sont pas contraires à la Convention européenne des droits de l'homme et aux libertés fondamentales. ".
" Art. 123. Toute propagande politique est interdite dans un centre et aucune activité politique ne peut y être organisée.
Par dérogation à l'alinéa précédent, des activités politiques sont admises en dehors des périodes pendant lesquelles des activités de centres ont lieu et en dehors de la période de 90 jours précédant des élections. Les membres du personnel et les apprenants ne sont pas sollicités ou incités à participer à ces activités. La direction du centre ne peut pas être associée à l'organisation d'une activité politique et tient compte du principe de traitement égal lors de l'application de cette disposition.
Par 'activités politiques' il faut entendre toutes les activités organisées par des partis politiques ou des mandataires politiques de partis politiques, dont les points de vue et les comportements ne sont pas contraires à la Convention européenne des droits de l'homme et aux libertés fondamentales. ".
Art. IV.40. In artikel 182, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2010, worden volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden " leiden de opleidingen algemene vorming BSO 3 " worden vervangen door de woorden " leidt het certificaat van de opleiding algemene vorming BSO 3 ";
2° tussen het woord " of " en de woorden " algemene vorming TSO 3 " worden de woorden " het certificaat van de opleiding " ingevoegd;
3° de woorden " tijdens de schooljaren 2007-2008 tot en met 2011-2012 " worden opgeheven.
1° de woorden " leiden de opleidingen algemene vorming BSO 3 " worden vervangen door de woorden " leidt het certificaat van de opleiding algemene vorming BSO 3 ";
2° tussen het woord " of " en de woorden " algemene vorming TSO 3 " worden de woorden " het certificaat van de opleiding " ingevoegd;
3° de woorden " tijdens de schooljaren 2007-2008 tot en met 2011-2012 " worden opgeheven.
Art. IV.40. A l'article 182, § 1er, du même décret, modifié par le décret du 9 juillet 2010, sont apportées les modifications suivantes :
1° les mots " les formations 'algemene vorming BSO 3' " sont remplacés par les mots " le certificat de la formation 'formation générale BSO 3 ";
2° entre le mot " ou " et les mots " formation générale TSO 3 " sont insérés les mots " le certificat de la formation ";
3° les mots " pendant les années scolaires 2007-2008 à 2011-2012 incluse " sont abrogés.
1° les mots " les formations 'algemene vorming BSO 3' " sont remplacés par les mots " le certificat de la formation 'formation générale BSO 3 ";
2° entre le mot " ou " et les mots " formation générale TSO 3 " sont insérés les mots " le certificat de la formation ";
3° les mots " pendant les années scolaires 2007-2008 à 2011-2012 incluse " sont abrogés.
Art. IV.41. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 september 2011.
Artikel IV29 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2010.
Artikel IV. 1, 2°, IV.6, IV. 19, 1°, IV.20 hebben uitwerking met ingang van 1 september 2010.
Artikel IV. 11 heeft uitwerking met ingang van 10 december 2010.
Artikel IV.17, IV.18, IV.21, IV.22 en IV.23 hebben uitwerking met ingang van 31 januari 2011.
Artikel IV.24 tot en met artikel IV.27 hebben uitwerking met ingang van 1 april 2011.
Artikel IV29 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2010.
Artikel IV. 1, 2°, IV.6, IV. 19, 1°, IV.20 hebben uitwerking met ingang van 1 september 2010.
Artikel IV. 11 heeft uitwerking met ingang van 10 december 2010.
Artikel IV.17, IV.18, IV.21, IV.22 en IV.23 hebben uitwerking met ingang van 31 januari 2011.
Artikel IV.24 tot en met artikel IV.27 hebben uitwerking met ingang van 1 april 2011.
Art. IV.41. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er septembre 2011.
L'article IV.29 produit ses effets le 1er janvier 2010.
Les articles IV.1, 2°, IV.6, IV.19, 1°, IV.20 produisent leurs effets le 1er septembre 2010.
L'article IV.11 produit ses effets le 10 décembre 2010.
Les articles IV.17, IV.18, IV.21, IV.22 et IV.23 produisent leurs effets le 31 janvier 2011.
Les articles IV.24 à IV.27 inclus produisent leurs effets le 1er avril 2011.
L'article IV.29 produit ses effets le 1er janvier 2010.
Les articles IV.1, 2°, IV.6, IV.19, 1°, IV.20 produisent leurs effets le 1er septembre 2010.
L'article IV.11 produit ses effets le 10 décembre 2010.
Les articles IV.17, IV.18, IV.21, IV.22 et IV.23 produisent leurs effets le 31 janvier 2011.
Les articles IV.24 à IV.27 inclus produisent leurs effets le 1er avril 2011.
HOOFDSTUK V. - Hoger onderwijs
CHAPITRE V. - Enseignement supérieur
Afdeling I. - Decreet betreffende de universiteiten
Section Ire. - Décret relatif aux universités
Art. V.1. Aan het derde lid van artikel 91 van het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap, gewijzigd bij het decreet van 19 maart 2004, wordt de zin " In geval van zwangerschap of langdurige en ernstige ziekte tijdens de termijn van de aanstelling wordt op verzoek van het betrokken zelfstandig academisch personeelslid de aanstelling met een bijkomende termijn van één jaar verlengd. " toegevoegd.
Art. V.1. A l'alinéa trois de l'article 91 du décret du 12 juin 1991 relatif aux universités dans la Communauté flamande, modifié par le décret du 19 mars 2004, est ajoutée la phrase suivante : " En cas d'une grossesse ou d'une maladie sévère de longue durée durant la période de désignation, le membre du personnel académique indépendant intéressé sera désigné, à sa demande, pour un délai supplémentaire d'un an. "
Art. V.2. Artikel 113 van hetzelfde decreet, opgeheven bij het decreet van 22 juni 2007, wordt opnieuw opgenomen onder de volgende lezing :
" Art. 113. Een universiteit kan een vacante betrekking in het administratief en technisch personeel ook invullen via de overname van een benoemd lid van het administratief en technisch personeel van een andere universiteit. Het overgenomen personeelslid behoudt bij de overname de salarisschaal en anciënniteit die het genoot aan de universiteit waar het benoemd was, tenzij de overnemende universiteit het personeelslid in een hogere salaristrap of salarisschaal inschaalt.
De overname van een benoemd personeelslid is niet mogelijk zonder de instemming van het betrokken personeelslid. ".
" Art. 113. Een universiteit kan een vacante betrekking in het administratief en technisch personeel ook invullen via de overname van een benoemd lid van het administratief en technisch personeel van een andere universiteit. Het overgenomen personeelslid behoudt bij de overname de salarisschaal en anciënniteit die het genoot aan de universiteit waar het benoemd was, tenzij de overnemende universiteit het personeelslid in een hogere salaristrap of salarisschaal inschaalt.
De overname van een benoemd personeelslid is niet mogelijk zonder de instemming van het betrokken personeelslid. ".
Art. V.2. Dans l'article 130quater du même décret, le paragraphe 4 est remplacé par la disposition suivante :
" § 4. Une université peut également combler une vacance d'emploi dans le personnel administratif et technique par le biais d'une reprise d'un membre du personnel administratif et technique nommé à titre définitif d'une autre université. Lors de la reprise, le membre du personnel repris conserve l'échelle de traitement et l'ancienneté dont il bénéficiait auprès de l'université où il était nommé à titre définitif, à moins que l'université reprenante ne lui accorde un échelon supérieur ou une échelle de traitement supérieure.
La reprise d'un membre du personnel nommé à titre définitif n'est pas possible sans le consentement du membre du personnel intéressé. ".
" § 4. Une université peut également combler une vacance d'emploi dans le personnel administratif et technique par le biais d'une reprise d'un membre du personnel administratif et technique nommé à titre définitif d'une autre université. Lors de la reprise, le membre du personnel repris conserve l'échelle de traitement et l'ancienneté dont il bénéficiait auprès de l'université où il était nommé à titre définitif, à moins que l'université reprenante ne lui accorde un échelon supérieur ou une échelle de traitement supérieure.
La reprise d'un membre du personnel nommé à titre définitif n'est pas possible sans le consentement du membre du personnel intéressé. ".
Art. V.3. In artikel 130quater van hetzelfde decreet wordt paragraaf 4 vervangen door wat volgt :
" § 4. De in paragraaf 1 vermelde bedragen gelden tot en met het begrotingsjaar 2012 en worden met ingang van het begrotingsjaar 2009 geïndexeerd volgens de bepalingen in artikel 9, § 5, van het decreet betreffende de financiering van de werking van de hogescholen en de universiteiten in Vlaanderen. ".
" § 4. De in paragraaf 1 vermelde bedragen gelden tot en met het begrotingsjaar 2012 en worden met ingang van het begrotingsjaar 2009 geïndexeerd volgens de bepalingen in artikel 9, § 5, van het decreet betreffende de financiering van de werking van de hogescholen en de universiteiten in Vlaanderen. ".
Art. V.3. Dans l'article 130quater du même décret, le paragraphe 4 est remplacé par la disposition suivante :
" § 4. Les montants mentionnés au § 1er s'appliquent jusqu'en l'année budgétaire 2012 incluse et sont indexés à partir de l'année budgétaire 2009, suivant les dispositions de l'article 9, § 5, du décret relatif au financement du fonctionnement des instituts supérieurs et des universités en Flandre. ".
" § 4. Les montants mentionnés au § 1er s'appliquent jusqu'en l'année budgétaire 2012 incluse et sont indexés à partir de l'année budgétaire 2009, suivant les dispositions de l'article 9, § 5, du décret relatif au financement du fonctionnement des instituts supérieurs et des universités en Flandre. ".
Afdeling II. - Decreet betreffende de hogescholen
Section II. - Décret relatif aux instituts supérieurs
Art. V.4. In artikel 78, § 1, eerste lid, van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap, wordt een punt 7° ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 7° de afzetting. ".
" 7° de afzetting. ".
Art. V.4. Dans l'article 78, § 1er, alinéa premier, du décret du 13 juillet 1994 relatif aux instituts supérieurs en Communauté flamande, il est inséré un point 7°, rédigé comme suit :
" 7° la révocation. ".
" 7° la révocation. ".
Art. V.5. Aan artikel 94 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 14 juli 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het derde lid wordt de laatste zin vervangen, door wat volgt :
" Het college van beroep inzake tucht spreekt zich binnen de twintig werkdagen te rekenen vanaf de eerste werkdag na de indiening van het bezwaarschrift bij de post uit over de gegrondheid van het ontslag om dringende redenen. ";
2° na het derde lid wordt een nieuw vierde lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Indien het college van beroep inzake tucht het ontslag om dringende redenen van een benoemd personeelslid ongegrond verklaart, kan het beslissen tot een preventieve schorsing van het personeelslid, met een tuchtprocedure tot gevolg. Het personeelslid wordt in dat geval in de administratieve stand geplaatst waarin het zich de dag voor het ontslag bevond. ";
3° het vijfde lid, gewijzigd bij het decreet van 14 juli 1998, wordt opgeheven.
1° in het derde lid wordt de laatste zin vervangen, door wat volgt :
" Het college van beroep inzake tucht spreekt zich binnen de twintig werkdagen te rekenen vanaf de eerste werkdag na de indiening van het bezwaarschrift bij de post uit over de gegrondheid van het ontslag om dringende redenen. ";
2° na het derde lid wordt een nieuw vierde lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Indien het college van beroep inzake tucht het ontslag om dringende redenen van een benoemd personeelslid ongegrond verklaart, kan het beslissen tot een preventieve schorsing van het personeelslid, met een tuchtprocedure tot gevolg. Het personeelslid wordt in dat geval in de administratieve stand geplaatst waarin het zich de dag voor het ontslag bevond. ";
3° het vijfde lid, gewijzigd bij het decreet van 14 juli 1998, wordt opgeheven.
Art. V.5. A l'article 94 du même décret, modifié par le décret du 14 juillet 1998, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa trois, la dernière phrase est remplacée par la disposition suivante :
" Dans les vingt jours ouvrables à dater du premier jour ouvrable après le dépôt à la poste de la réclamation, le collège de recours se prononce sur le bien-fondé du licenciement pour motif grave. ";
2° après l'alinéa trois, il est inséré un nouvel alinéa quatre, rédigé comme suit :
" Si le collège de recours en matière disciplinaire déclare le licenciement pour motif grave d'un membre du personnel nommé à titre définitif non fondé, le collège peut décider d'infliger une suspension préventive du membre du personnel, entraînant une procédure disciplinaire. Dans ce cas, le membre du personnel est placé dans la position administrative dans laquelle il se trouvait le jour avant son licenciement. ";
3° l'alinéa cinq, modifié par le décret du 14 juillet 1998, est abrogé.
1° dans l'alinéa trois, la dernière phrase est remplacée par la disposition suivante :
" Dans les vingt jours ouvrables à dater du premier jour ouvrable après le dépôt à la poste de la réclamation, le collège de recours se prononce sur le bien-fondé du licenciement pour motif grave. ";
2° après l'alinéa trois, il est inséré un nouvel alinéa quatre, rédigé comme suit :
" Si le collège de recours en matière disciplinaire déclare le licenciement pour motif grave d'un membre du personnel nommé à titre définitif non fondé, le collège peut décider d'infliger une suspension préventive du membre du personnel, entraînant une procédure disciplinaire. Dans ce cas, le membre du personnel est placé dans la position administrative dans laquelle il se trouvait le jour avant son licenciement. ";
3° l'alinéa cinq, modifié par le décret du 14 juillet 1998, est abrogé.
Art. V.6. In artikel 109 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 19 april 1995 en het decreet van 18 mei 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt :
" Een lid van het onderwijzend personeel uit de groep van lectoren, hoofdlectoren, docenten, hoofddocenten, hoogleraren en gewoon hoogleraren, of een lid van het administratief - en technisch personeel vult de functie van departementshoofd in bij mandaat voor hernieuwbare periodes van vier jaar. ";
2° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Het hogeschoolbestuur bepaalt bij reglement de voorwaarden en de procedure voor de toekenning van het mandaat van departementshoofd. ".
1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt :
" Een lid van het onderwijzend personeel uit de groep van lectoren, hoofdlectoren, docenten, hoofddocenten, hoogleraren en gewoon hoogleraren, of een lid van het administratief - en technisch personeel vult de functie van departementshoofd in bij mandaat voor hernieuwbare periodes van vier jaar. ";
2° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Het hogeschoolbestuur bepaalt bij reglement de voorwaarden en de procedure voor de toekenning van het mandaat van departementshoofd. ".
Art. V.6. A l'article 109 du même décret, modifié par les décrets des 19 avril 1995 et 18 mai 1999, sont apportées les modifications suivantes :
1° l'alinéa premier est remplacé par la disposition suivante :
" Un membre du personnel enseignant du groupe de maîtres de conférence, maîtres de conférences principaux, chargés de cours, chargés de cours principaux, professeurs et professeurs ordinaires, ou un membre du personnel administratif et technique remplit la fonction de chef de département par voie de mandat et pour des périodes renouvelables de quatre ans. ";
2° il est ajouté un alinéa trois, rédigé comme suit :
" La direction de l'institut supérieur fixe par règlement les conditions et la procédure d'octroi du mandat de chef de département. ".
1° l'alinéa premier est remplacé par la disposition suivante :
" Un membre du personnel enseignant du groupe de maîtres de conférence, maîtres de conférences principaux, chargés de cours, chargés de cours principaux, professeurs et professeurs ordinaires, ou un membre du personnel administratif et technique remplit la fonction de chef de département par voie de mandat et pour des périodes renouvelables de quatre ans. ";
2° il est ajouté un alinéa trois, rédigé comme suit :
" La direction de l'institut supérieur fixe par règlement les conditions et la procédure d'octroi du mandat de chef de département. ".
Art. V.7. In hetzelfde decreet wordt een artikel 119bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art.119bis. Een hogeschool kan een vacante betrekking in het onderwijzend personeel ook invullen via de overname van een benoemd lid van het onderwijzend personeel van een andere hogeschool. Het overgenomen personeelslid behoudt bij de overname de salarisschaal en anciënniteit die het genoot aan de hogeschool waar het benoemd was, tenzij de overnemende hogeschool het personeelslid in een hogere salarisschaal of anciënniteit inschaalt.
De overname van een benoemd personeelslid is niet mogelijk zonder de instemming van het betrokken personeelslid. ".
" Art.119bis. Een hogeschool kan een vacante betrekking in het onderwijzend personeel ook invullen via de overname van een benoemd lid van het onderwijzend personeel van een andere hogeschool. Het overgenomen personeelslid behoudt bij de overname de salarisschaal en anciënniteit die het genoot aan de hogeschool waar het benoemd was, tenzij de overnemende hogeschool het personeelslid in een hogere salarisschaal of anciënniteit inschaalt.
De overname van een benoemd personeelslid is niet mogelijk zonder de instemming van het betrokken personeelslid. ".
Art. V.7. Dans le même décret, il est inséré un article 119bis, rédigé comme suit :
" Art.119bis. Un institut supérieur peut également combler une vacance d'emploi dans le personnel enseignant par le biais d'une reprise d'un membre du personnel enseignant nommé à titre définitif d'un autre institut supérieur. Lors de la reprise, le membre du personnel repris conserve l'échelle de traitement et l'ancienneté dont il bénéficiait auprès de l'institut supérieur où il était nommé à titre définitif, à moins que l'institut supérieur reprenant ne lui accorde un échelon supérieur ou une échelle de traitement supérieure.
La reprise d'un membre du personnel nommé à titre définitif n'est pas possible sans le consentement du membre du personnel intéressé. ".
" Art.119bis. Un institut supérieur peut également combler une vacance d'emploi dans le personnel enseignant par le biais d'une reprise d'un membre du personnel enseignant nommé à titre définitif d'un autre institut supérieur. Lors de la reprise, le membre du personnel repris conserve l'échelle de traitement et l'ancienneté dont il bénéficiait auprès de l'institut supérieur où il était nommé à titre définitif, à moins que l'institut supérieur reprenant ne lui accorde un échelon supérieur ou une échelle de traitement supérieure.
La reprise d'un membre du personnel nommé à titre définitif n'est pas possible sans le consentement du membre du personnel intéressé. ".
Art. V.8. Aan artikel 140, § 2, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 18 mei 1999 en 4 juli 2008, wordt een tweede en derde lid toegevoegd, die luiden als volgt :
" De beperking voor het in aanmerking nemen van nuttige beroepservaring tot tien jaar is niet van toepassing op nieuwe personeelsleden die vanaf 1 februari 2011 in een hogeschool aangesteld of benoemd worden. De toekenning van de nuttige beroepservaring gebeurt op basis van een gemotiveerde beoordeling van de doorlopen carrière, de verworven ervaring en de verworven kwalificaties.
Voor de toepassing van het tweede lid wordt onder nieuwe personeelsleden verstaan alle personeelsleden die op 1 februari 2011 nog geen benoeming of aanstelling als statutair of contractueel personeelslid in de betrokken hogeschool hadden. ".
" De beperking voor het in aanmerking nemen van nuttige beroepservaring tot tien jaar is niet van toepassing op nieuwe personeelsleden die vanaf 1 februari 2011 in een hogeschool aangesteld of benoemd worden. De toekenning van de nuttige beroepservaring gebeurt op basis van een gemotiveerde beoordeling van de doorlopen carrière, de verworven ervaring en de verworven kwalificaties.
Voor de toepassing van het tweede lid wordt onder nieuwe personeelsleden verstaan alle personeelsleden die op 1 februari 2011 nog geen benoeming of aanstelling als statutair of contractueel personeelslid in de betrokken hogeschool hadden. ".
Art. V.8. A l'article 140, § 2, du même décret, modifié par les décrets des 18 mai 1999 et 4 juillet 2008, il est ajouté un deuxième et un troisième alinéas rédigés comme suit :
" La restriction pour ce qui concerne la prise en considération de l'expérience professionnelle utile jusqu'à dix ans ne s'applique pas aux membres du personnel désignés ou nommés auprès d'un institut supérieur à partir du 1er février 2011. L'octroi de l'expérience professionnelle utile se fait sur la base d'une évaluation motivée de la carrière parcourue, l'expérience acquise et les qualifications acquises.
Pour l'application de l'alinéa deux, il faut entendre par 'nouveaux membres du personnel', tous les membres du personnel qui, au 1er février 2011, n'étaient pas encore nommés ou désignés comme membre du personnel statutaire ou contractuel dans l'institut supérieur intéressé. ".
" La restriction pour ce qui concerne la prise en considération de l'expérience professionnelle utile jusqu'à dix ans ne s'applique pas aux membres du personnel désignés ou nommés auprès d'un institut supérieur à partir du 1er février 2011. L'octroi de l'expérience professionnelle utile se fait sur la base d'une évaluation motivée de la carrière parcourue, l'expérience acquise et les qualifications acquises.
Pour l'application de l'alinéa deux, il faut entendre par 'nouveaux membres du personnel', tous les membres du personnel qui, au 1er février 2011, n'étaient pas encore nommés ou désignés comme membre du personnel statutaire ou contractuel dans l'institut supérieur intéressé. ".
Art. V.9. Aan artikel 156, § 2, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 18 mei 1999 en 4 juli 2008, wordt een tweede en derde lid toegevoegd, die luiden als volgt :
" De beperking voor het in aanmerking nemen van nuttige beroepservaring tot tien jaar is niet van toepassing op nieuwe personeelsleden die vanaf 1 februari 2011 in een hogeschool aangesteld of benoemd worden. De toekenning van de nuttige beroepservaring gebeurt op basis van een gemotiveerde beoordeling van de doorlopen carrière, de verworven ervaring en de verworven kwalificaties.
Voor de toepassing van het tweede lid wordt onder nieuwe personeelsleden verstaan alle personeelsleden die op 1 februari 2011 nog geen benoeming of aanstelling als statutair of contractueel personeelslid in de betrokken hogeschool hadden. ".
" De beperking voor het in aanmerking nemen van nuttige beroepservaring tot tien jaar is niet van toepassing op nieuwe personeelsleden die vanaf 1 februari 2011 in een hogeschool aangesteld of benoemd worden. De toekenning van de nuttige beroepservaring gebeurt op basis van een gemotiveerde beoordeling van de doorlopen carrière, de verworven ervaring en de verworven kwalificaties.
Voor de toepassing van het tweede lid wordt onder nieuwe personeelsleden verstaan alle personeelsleden die op 1 februari 2011 nog geen benoeming of aanstelling als statutair of contractueel personeelslid in de betrokken hogeschool hadden. ".
Art. V.9. A l'article 156, § 2, du même décret, modifié par les décrets des 18 mai 1999 et 4 juillet 2008, il est ajouté un deuxième et un troisième alinéas rédigés comme suit :
" La restriction pour ce qui concerne la prise en considération de l'expérience professionnelle utile jusqu'à dix ans ne s'applique pas aux membres du personnel désignés ou nommés auprès d'un institut supérieur à partir du 1er février 2011. L'octroi de l'expérience professionnelle utile se fait sur la base d'une évaluation motivée de la carrière parcourue, l'expérience acquise et les qualifications acquises.
Pour l'application de l'alinéa deux, il faut entendre par 'nouveaux membres du personnel', tous les membres du personnel qui, au 1er février 2011, n'étaient pas encore nommés ou désignés comme membre du personnel statutaire ou contractuel dans l'institut supérieur intéressé. ".
" La restriction pour ce qui concerne la prise en considération de l'expérience professionnelle utile jusqu'à dix ans ne s'applique pas aux membres du personnel désignés ou nommés auprès d'un institut supérieur à partir du 1er février 2011. L'octroi de l'expérience professionnelle utile se fait sur la base d'une évaluation motivée de la carrière parcourue, l'expérience acquise et les qualifications acquises.
Pour l'application de l'alinéa deux, il faut entendre par 'nouveaux membres du personnel', tous les membres du personnel qui, au 1er février 2011, n'étaient pas encore nommés ou désignés comme membre du personnel statutaire ou contractuel dans l'institut supérieur intéressé. ".
Art. V.10. In titel III, hoofdstuk III, afdeling 3, van hetzelfde decreet, wordt een artikel 158ter ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 158ter. Het departementshoofd, lid van het administratief en technisch personeel wordt bezoldigd met hetzij een mandaatsvergoeding, hetzij een niet verworven salarisschaal. Het hogeschoolbestuur bepaalt vrij het bedrag van de vergoeding dat aan het vervullen van het mandaat verbonden is. Het salaris, met inbegrip van een eventuele mandaatsvergoeding, mag maximaal 20 % hoger zijn dan het salaris dat het personeelslid zou genieten als het niet belast was met het mandaat van departementshoofd.
Het personeelslid dat gedurende 10 jaar belast was met het mandaat van departementshoofd, verwerft bij de beëindiging van dit mandaat definitief het in het eerste lid vermelde salaris en behoudt dit salaris als het personeelslid zijn betrekking op de personeelsformatie weer opneemt. ".
" Art. 158ter. Het departementshoofd, lid van het administratief en technisch personeel wordt bezoldigd met hetzij een mandaatsvergoeding, hetzij een niet verworven salarisschaal. Het hogeschoolbestuur bepaalt vrij het bedrag van de vergoeding dat aan het vervullen van het mandaat verbonden is. Het salaris, met inbegrip van een eventuele mandaatsvergoeding, mag maximaal 20 % hoger zijn dan het salaris dat het personeelslid zou genieten als het niet belast was met het mandaat van departementshoofd.
Het personeelslid dat gedurende 10 jaar belast was met het mandaat van departementshoofd, verwerft bij de beëindiging van dit mandaat definitief het in het eerste lid vermelde salaris en behoudt dit salaris als het personeelslid zijn betrekking op de personeelsformatie weer opneemt. ".
Art. V.10. Dans le titre III, chapitre III, section 3, du même décret, il est inséré un article 158ter, rédigé comme suit :
" Art. 158ter. Le chef de département, membre du personnel administratif et technique, est rémunéré soit avec une indemnité de mandat, soit avec une échelle de traitement non acquise. La direction de l'institut supérieur fixe librement le montant de l'indemnité liée à l'accomplissement du mandat. Le traitement, y compris une indemnité de mandat éventuelle, peut être au maximum 20 % plus élevé que le traitement dont le membre du personnel bénéficierait s'il n'était pas chargé du mandat de chef de département.
Le membre du personnel qui, pendant dix ans, était chargé du mandat de chef de département, acquiert, au terme de ce mandat, définitivement le traitement tel que visé à l'alinéa premier et garde ce traitement s'il reprend sa fonction au cadre organique. ".
" Art. 158ter. Le chef de département, membre du personnel administratif et technique, est rémunéré soit avec une indemnité de mandat, soit avec une échelle de traitement non acquise. La direction de l'institut supérieur fixe librement le montant de l'indemnité liée à l'accomplissement du mandat. Le traitement, y compris une indemnité de mandat éventuelle, peut être au maximum 20 % plus élevé que le traitement dont le membre du personnel bénéficierait s'il n'était pas chargé du mandat de chef de département.
Le membre du personnel qui, pendant dix ans, était chargé du mandat de chef de département, acquiert, au terme de ce mandat, définitivement le traitement tel que visé à l'alinéa premier et garde ce traitement s'il reprend sa fonction au cadre organique. ".
Art. V.11. Aan artikel 163 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 18 mei 1999, wordt een derde en vierde lid toegevoegd, die luiden als volgt :
" In afwijking van het eerste lid kan een bevordering of een ambtswijziging in een functie van de onmiddellijk hogere graad en van de daaropvolgende graad plaatsvinden zonder interne vacantverklaring en zonder selectie indien dit gebeurt in het kader van een vooraf door het hogeschoolbestuur bepaalde loopbaanplanning. Deze afwijking geldt enkel voor de zeer goed functionerende en presterende personeelsleden. De bevordering of ambtswijziging moet afdoende gemotiveerd worden op basis van een evaluatie van de door het betrokken personeelslid geleverde prestaties.
Een eerste bevordering of ambtswijziging in een leidinggevende functie vindt steeds plaats na een interne vacantverklaring en selectie. ".
" In afwijking van het eerste lid kan een bevordering of een ambtswijziging in een functie van de onmiddellijk hogere graad en van de daaropvolgende graad plaatsvinden zonder interne vacantverklaring en zonder selectie indien dit gebeurt in het kader van een vooraf door het hogeschoolbestuur bepaalde loopbaanplanning. Deze afwijking geldt enkel voor de zeer goed functionerende en presterende personeelsleden. De bevordering of ambtswijziging moet afdoende gemotiveerd worden op basis van een evaluatie van de door het betrokken personeelslid geleverde prestaties.
Een eerste bevordering of ambtswijziging in een leidinggevende functie vindt steeds plaats na een interne vacantverklaring en selectie. ".
Art. V.11. A l'article 163 du même décret, inséré par le décret du 18 mai 1999, il est ajouté un troisième et un quatrième alinéas, rédigés comme suit :
" Par dérogation à l'alinéa premier, une promotion ou un changement de fonction dans une fonction du degré immédiatement supérieur et du degré suivant peut avoir lieu sans déclaration de vacance interne et sans sélection, si cela se fait dans le cadre d'une planification de carrière fixée au préalable par la direction de l'institut supérieur. Cette dérogation vaut uniquement pour les membres du personnel dont les performances et prestations sont excellentes. La promotion ou le changement de fonction doit être suffisamment motivé sur la base d'une évaluation des prestations rendues par le membre du personnel concerné.
Une première promotion ou un premier changement de fonction dans une fonction dirigeante a toujours lieu après une déclaration de vacance et une sélection internes. ".
" Par dérogation à l'alinéa premier, une promotion ou un changement de fonction dans une fonction du degré immédiatement supérieur et du degré suivant peut avoir lieu sans déclaration de vacance interne et sans sélection, si cela se fait dans le cadre d'une planification de carrière fixée au préalable par la direction de l'institut supérieur. Cette dérogation vaut uniquement pour les membres du personnel dont les performances et prestations sont excellentes. La promotion ou le changement de fonction doit être suffisamment motivé sur la base d'une évaluation des prestations rendues par le membre du personnel concerné.
Une première promotion ou un premier changement de fonction dans une fonction dirigeante a toujours lieu après une déclaration de vacance et une sélection internes. ".
Art. V.12. In hetzelfde decreet wordt een artikel 166bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 166bis. Een hogeschool kan een vacante betrekking in het administratief en technisch personeel ook invullen via de overname van een benoemd lid van het administratief en technisch personeel van een andere hogeschool. Het overgenomen personeelslid behoudt bij de overname de salarisschaal en anciënniteit die het genoot aan de hogeschool waar het benoemd was, tenzij de overnemende hogeschool het personeelslid in een hogere salarisschaal of anciënniteit inschaalt.
De overname van een benoemd personeelslid is niet mogelijk zonder de instemming van het betrokken personeelslid. ".
" Art. 166bis. Een hogeschool kan een vacante betrekking in het administratief en technisch personeel ook invullen via de overname van een benoemd lid van het administratief en technisch personeel van een andere hogeschool. Het overgenomen personeelslid behoudt bij de overname de salarisschaal en anciënniteit die het genoot aan de hogeschool waar het benoemd was, tenzij de overnemende hogeschool het personeelslid in een hogere salarisschaal of anciënniteit inschaalt.
De overname van een benoemd personeelslid is niet mogelijk zonder de instemming van het betrokken personeelslid. ".
Art. V.12. Dans le même décret, il est inséré un article 166bis, rédigé comme suit :
" Art. 166bis. Un institut supérieur peut également combler une vacance d'emploi dans le personnel administratif et technique par le biais d'une reprise d'un membre du personnel administratif et technique nommé à titre définitif d'un autre institut supérieur. Lors de la reprise, le membre du personnel repris conserve l'échelle de traitement et l'ancienneté dont il bénéficiait auprès de l'institut supérieur où il était nommé à titre définitif, à moins que l'institut supérieur reprenant ne lui accorde un échelon supérieur ou une échelle de traitement supérieure.
La reprise d'un membre du personnel nommé à titre définitif n'est pas possible sans le consentement du membre du personnel intéressé. ".
" Art. 166bis. Un institut supérieur peut également combler une vacance d'emploi dans le personnel administratif et technique par le biais d'une reprise d'un membre du personnel administratif et technique nommé à titre définitif d'un autre institut supérieur. Lors de la reprise, le membre du personnel repris conserve l'échelle de traitement et l'ancienneté dont il bénéficiait auprès de l'institut supérieur où il était nommé à titre définitif, à moins que l'institut supérieur reprenant ne lui accorde un échelon supérieur ou une échelle de traitement supérieure.
La reprise d'un membre du personnel nommé à titre définitif n'est pas possible sans le consentement du membre du personnel intéressé. ".
Art. V.13. Aan artikel 179 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het vijfde lid worden de woorden " artikel 184 van dit decreet " vervangen door de woorden " artikel 9, § 5, van het decreet betreffende de financiering van de werking van de hogescholen en de universiteiten in Vlaanderen ";
2° in het zesde lid wordt het jaartal " 2010 " vervangen door het jaartal " 2012 ".
1° in het vijfde lid worden de woorden " artikel 184 van dit decreet " vervangen door de woorden " artikel 9, § 5, van het decreet betreffende de financiering van de werking van de hogescholen en de universiteiten in Vlaanderen ";
2° in het zesde lid wordt het jaartal " 2010 " vervangen door het jaartal " 2012 ".
Art. V.13. A l'article 179 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa cinq, les mots " l'article 184 du présent décret " sont remplacés par les mots " l'article 9, § 5, du décret relatif au financement du fonctionnement des instituts supérieurs et des universités en Flandre ";
2° dans l'alinéa six, l'année " 2010 " est remplacée par l'année " 2012 ".
1° dans l'alinéa cinq, les mots " l'article 184 du présent décret " sont remplacés par les mots " l'article 9, § 5, du décret relatif au financement du fonctionnement des instituts supérieurs et des universités en Flandre ";
2° dans l'alinéa six, l'année " 2010 " est remplacée par l'année " 2012 ".
Art. V.14. Aan artikel 208 van hetzelfde decreet wordt een paragraaf 4 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 4. In geval van ontbinding van de vzw worden alle activa en passiva van de vzw met behoud van de bestemming overgedragen aan de hogeschool waar de vzw aan verbonden is. De overdracht van de goederen die de VZW rechtstreeks of onrechtstreeks met de sociale toelage heeft verworven, gebeurt om niet. ".
" § 4. In geval van ontbinding van de vzw worden alle activa en passiva van de vzw met behoud van de bestemming overgedragen aan de hogeschool waar de vzw aan verbonden is. De overdracht van de goederen die de VZW rechtstreeks of onrechtstreeks met de sociale toelage heeft verworven, gebeurt om niet. ".
Art. V.14. L'article 208 du même décret est complété par un § 4, rédigé comme suit :
" § 4. En cas de dissolution de l'a.s.b.l., tous les actifs et passifs de celle-ci sont transférés à l'institut supérieur auquel l'ASBL est rattachée, avec maintien de l'affectation. Le transfert des biens que l'ASBL a acquis, directement ou indirectement, avec l'allocation sociale, se fait gratuitement. ".
" § 4. En cas de dissolution de l'a.s.b.l., tous les actifs et passifs de celle-ci sont transférés à l'institut supérieur auquel l'ASBL est rattachée, avec maintien de l'affectation. Le transfert des biens que l'ASBL a acquis, directement ou indirectement, avec l'allocation sociale, se fait gratuitement. ".
Art. V.15. Aan artikel 231bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 juli 1996, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" In afwijking van de bepalingen van artikel 231 kan het hogeschoolbestuur een personeelslid benoemen dat de leeftijd van 55 jaar bereikt heeft en een aanstelling in een vacant ambt heeft. Het hogeschoolbestuur bepaalt bij reglement de voorwaarden waaronder deze benoeming mogelijk is. ".
" In afwijking van de bepalingen van artikel 231 kan het hogeschoolbestuur een personeelslid benoemen dat de leeftijd van 55 jaar bereikt heeft en een aanstelling in een vacant ambt heeft. Het hogeschoolbestuur bepaalt bij reglement de voorwaarden waaronder deze benoeming mogelijk is. ".
Art. V.15. A l'article 231bis du même décret, inséré par le décret du 8 juillet 1996, il est ajouté un alinéa deux, rédigé comme suit :
" Par dérogation aux dispositions de l'article 231, la direction de l'institut supérieur peut nommer à titre définitif un membre du personnel ayant atteint l'âge de 55 ans et étant désigné dans une fonction vacante. La direction de l'institut supérieur établit par règlement les conditions auxquelles cette nomination est possible. ".
" Par dérogation aux dispositions de l'article 231, la direction de l'institut supérieur peut nommer à titre définitif un membre du personnel ayant atteint l'âge de 55 ans et étant désigné dans une fonction vacante. La direction de l'institut supérieur établit par règlement les conditions auxquelles cette nomination est possible. ".
Art. V.16. In titel V, hoofdstuk I, van hetzelfde decreet wordt een afdeling 3bis, Deelname aan lokale inspraakorganen en andere vergaderingen, ingevoegd, bestaande uit een artikel 28 1bis, dat luidt als volgt :
" Afdeling 3bis. - Deelname aan lokale inspraakorganen en andere vergaderingen
Art. 281bis. Het personeelslid dat zitting heeft in een lokaal inspraakorgaan dat opgericht is door of krachtens een wet of een decreet, krijgt dienstvrij stelling om de vergaderingen bij te wonen. De dienstvrij stelling wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit. Het personeelslid behoudt het recht op een salaris.
Op verzoek van een verantwoordelijk bestuurslid van een representatieve vakorganisatie, krijgt een vakbondsafgevaardigde dienstvrij stelling om de vergaderingen van de Vlaamse Onderwijsraad bij te wonen. De dienstvrijstelling wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit. Het personeelslid behoudt het recht op een salaris. ".
" Afdeling 3bis. - Deelname aan lokale inspraakorganen en andere vergaderingen
Art. 281bis. Het personeelslid dat zitting heeft in een lokaal inspraakorgaan dat opgericht is door of krachtens een wet of een decreet, krijgt dienstvrij stelling om de vergaderingen bij te wonen. De dienstvrij stelling wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit. Het personeelslid behoudt het recht op een salaris.
Op verzoek van een verantwoordelijk bestuurslid van een representatieve vakorganisatie, krijgt een vakbondsafgevaardigde dienstvrij stelling om de vergaderingen van de Vlaamse Onderwijsraad bij te wonen. De dienstvrijstelling wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit. Het personeelslid behoudt het recht op een salaris. ".
Art. V.16. Dans le titre V, chapitre Ier, du même décret, est insérée une section 3bis, 'Participation aux organes locaux de participation et à d'autres réunions', comportant un article 281bis, rédigé comme suit :
" Section 3bis. - Participation aux organes locaux de participation et à d'autres réunions
Art. 281bis. Le membre du personnel siégeant dans un organe local de participation créé par ou en vertu d'une loi ou d'un décret, obtient une dispense de service pour assister aux réunions. La dispense de service est assimilée à une période d'activité de service. Le membre du personnel maintient son droit au traitement.
" A la demande d'un membre responsable du comité directeur d'une organisation syndicale représentative, un délégué syndical obtient une dispense de service pour participer aux réunions du 'Vlaamse Onderwijsraad'. La dispense de service est assimilée à une période d'activité de service. Le membre du personnel maintient son droit au traitement. ".
" Section 3bis. - Participation aux organes locaux de participation et à d'autres réunions
Art. 281bis. Le membre du personnel siégeant dans un organe local de participation créé par ou en vertu d'une loi ou d'un décret, obtient une dispense de service pour assister aux réunions. La dispense de service est assimilée à une période d'activité de service. Le membre du personnel maintient son droit au traitement.
" A la demande d'un membre responsable du comité directeur d'une organisation syndicale représentative, un délégué syndical obtient une dispense de service pour participer aux réunions du 'Vlaamse Onderwijsraad'. La dispense de service est assimilée à une période d'activité de service. Le membre du personnel maintient son droit au traitement. ".
Art. V.17. In artikel 286 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 18 mei 1999, worden in de eerste zin de woorden " onder de leden van het onderwijzend personeel die verbonden zijn aan het departement " geschrapt.
Art. V.17. Dans la première phrase de l'article 286 du même décret, modifié par le décret du 18 mai 1999, les mots " parmi les membres du personnel enseignant et rattachés au département " sont supprimés.
Art. V.18. In titel V, hoofdstuk III, van hetzelfde decreet wordt een afdeling 4, Deelname aan lokale inspraakorganen en andere vergaderingen, ingevoegd, bestaande uit een artikel 304bis /1, dat luidt als volgt :
" Afdeling 4. - Deelname aan lokale inspraakorganen en andere vergaderingen
Art. 304bis. /1. Het personeelslid dat zitting heeft in een lokaal inspraakorgaan dat opgericht is door of krachtens een wet of een decreet, krijgt dienstvrijstelling om de vergaderingen bij te wonen. De dienstvrijstelling wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit. Het personeelslid behoudt het recht op een salaris.
Op verzoek van een verantwoordelijk bestuurslid van een representatieve vakorganisatie, krijgt een vakbondsafgevaardigde dienstvrijstelling om de vergaderingen van de Vlaamse Onderwijsraad bij te wonen. De dienstvrijstelling wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit. Het personeelslid behoudt het recht op een salaris. ".
" Afdeling 4. - Deelname aan lokale inspraakorganen en andere vergaderingen
Art. 304bis. /1. Het personeelslid dat zitting heeft in een lokaal inspraakorgaan dat opgericht is door of krachtens een wet of een decreet, krijgt dienstvrijstelling om de vergaderingen bij te wonen. De dienstvrijstelling wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit. Het personeelslid behoudt het recht op een salaris.
Op verzoek van een verantwoordelijk bestuurslid van een representatieve vakorganisatie, krijgt een vakbondsafgevaardigde dienstvrijstelling om de vergaderingen van de Vlaamse Onderwijsraad bij te wonen. De dienstvrijstelling wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit. Het personeelslid behoudt het recht op een salaris. ".
Art. V.18. Dans le titre V, chapitre III, du même décret, est insérée une section 4, 'Participation aux organes locaux de participation et à d'autres réunions', comportant un article 304bis /1, rédigé comme suit :
" Section 4. - Participation aux organes locaux de participation et à d'autres réunions
Art. 304bis./1. Le membre du personnel siégeant dans un organe local de participation créé par ou en vertu d'une loi ou d'un décret, obtient une dispense de service pour assister aux réunions. La dispense de service est assimilée à une période d'activité de service. Le membre du personnel maintient son droit au traitement.
" A la demande d'un membre responsable du comité directeur d'une organisation syndicale représentative, un délégué syndical obtient une dispense de service pour participer aux réunions du 'Vlaamse Onderwijsraad'. La dispense de service est assimilée à une période d'activité de service. Le membre du personnel maintient son droit au traitement. ".
" Section 4. - Participation aux organes locaux de participation et à d'autres réunions
Art. 304bis./1. Le membre du personnel siégeant dans un organe local de participation créé par ou en vertu d'une loi ou d'un décret, obtient une dispense de service pour assister aux réunions. La dispense de service est assimilée à une période d'activité de service. Le membre du personnel maintient son droit au traitement.
" A la demande d'un membre responsable du comité directeur d'une organisation syndicale représentative, un délégué syndical obtient une dispense de service pour participer aux réunions du 'Vlaamse Onderwijsraad'. La dispense de service est assimilée à une période d'activité de service. Le membre du personnel maintient son droit au traitement. ".
Art. V.19. Aan hetzelfde decreet wordt een artikel 322bis toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 322bis. In afwijking van het bepaalde in artikel 322 kan het hogeschoolbestuur vanaf 1 januari 2011 de personeelsleden, bedoeld in artikel 318, 2°, die aan de voorwaarden, vermeld in artikel 326, tweede lid, voldoen, benoemen in het ambt waarnaar ze geconcordeerd zijn, zonder dat deze personeelsleden over het voor dit ambt vereiste diploma beschikken. ".
" Art. 322bis. In afwijking van het bepaalde in artikel 322 kan het hogeschoolbestuur vanaf 1 januari 2011 de personeelsleden, bedoeld in artikel 318, 2°, die aan de voorwaarden, vermeld in artikel 326, tweede lid, voldoen, benoemen in het ambt waarnaar ze geconcordeerd zijn, zonder dat deze personeelsleden over het voor dit ambt vereiste diploma beschikken. ".
Art. V.19. Au même décret, il est ajouté un article 322bis, rédigé comme suit :
" Art. 322bis. Par dérogation aux dispositions de l'article 322, la direction de l'institut supérieur peut, à partir du 1er janvier 2011, nommer les membres du personnel visés à l'article 318, 2°, qui remplissent les conditions de l'article 326, alinéa deux, dans la fonction à laquelle ils ont été concordés, sans que ces membres du personnel ne disposent du diplôme requis pour cette fonction. ".
" Art. 322bis. Par dérogation aux dispositions de l'article 322, la direction de l'institut supérieur peut, à partir du 1er janvier 2011, nommer les membres du personnel visés à l'article 318, 2°, qui remplissent les conditions de l'article 326, alinéa deux, dans la fonction à laquelle ils ont été concordés, sans que ces membres du personnel ne disposent du diplôme requis pour cette fonction. ".
Art. V.20. In artikel 332 van hetzelfde decreet worden de woorden " 16, § 1, B, a), voor wat betreft de werkelijke diensten die een personeelslid heeft verstrekt in het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde onderwijs met beperkt leerplan, " opgeheven.
Art. V.20. Dans l'article 332 du même décret, les mots " 16, § 1er, B, a), pour ce qui est des services réels qu'un membre du personnel a fourni dans l'enseignement à horaire réduit financé ou subventionné par la Communauté flamande, " sont supprimés.
Afdeling III. - Instellingen voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening
Section III. - Etablissements pour l'enseignement post-initial, la recherche et les services scientifiques
Art. V.21. In artikel 2 van het decreet van 18 mei 1999 betreffende sommige instellingen van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening, vervangen bij het decreet van 4 juli 2008, worden de woorden " de Universiteit Antwerpen Management School " vervangen door de woorden " de Antwerp Management School ".
Art. V.21. Dans l'article 2 du décret du 18 mai 1999 relatif à certains établissements d'intérêt public pour l'enseignement post-initial, la recherche et les services scientifiques, modifié par le décret du 4 juillet 2008, les mots " la 'Universiteit Antwerpen Management School' " sont remplacés par les mots " la 'Antwerp Management School' ".
Art. V.22. In artikel 8bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 4 juli 2008, worden de woorden " de Universiteit Antwerpen Management School " vervangen door de woorden " de Antwerp Management School ".
Art. V.22. Dans l'article 8bis du même décret, inséré par le décret du 4 juillet 2008, les mots " la 'Universiteit Antwerpen Management School' " sont remplacés par les mots " la 'Antwerp Management School' ".
Art. V.23. In artikel 15, § 3bis, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 4 juli 2008, worden de woorden " de Universiteit Antwerpen Management School " vervangen door de woorden " de Antwerp Management School ".
Art. V.23. Dans l'article 15, § 3bis, du même décret, inséré par le décret du 4 juillet 2008, les mots " la 'Universiteit Antwerpen Management School' " sont remplacés par les mots " la 'Antwerp Management School' ".
Afdeling IV. - Herstructurering hoger onderwijs
Section IV. - Restructuration de l'enseignement supérieur
Art. V.24. In artikel 2 van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen, gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2006, wordt tussen het cijfer " 12 " en het cijfer " 18 ", het cijfer " 13, " ingevoegd.
Art. V.24. Dans l'article 2 du décret du 4 avril 2003 relatif à la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre, modifié par le décret du 16 juin 2006, le chiffre " 13, " est inséré entre le chiffre " 12 " et le chiffre " 18 ".
Art. V.25. In artikel 3 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 30 april 2004, 16 juni 2006, 29 juni 2007 en van 30 april 2009, wordt het dertiende streepje vervangen door wat volgt :
" - specificatie van een graad : de toevoeging van de woorden " of Arts ", " of Science ", " of Laws ", " of Medicine ", " of Veterinary Science ", " of Veterinary Medicine " of " of Philosophy " aan een graad; ".
" - specificatie van een graad : de toevoeging van de woorden " of Arts ", " of Science ", " of Laws ", " of Medicine ", " of Veterinary Science ", " of Veterinary Medicine " of " of Philosophy " aan een graad; ".
Art. V.25. Dans l'article 3 du même décret, modifié par les décrets des 30 avril 2004, 16 juin 2006, 29 juin 2007 et 30 avril 2009, le treizième tiret est remplacé par ce qui suit :
" - spécification d'un grade : l'ajout des mots " of Arts ", " of Science ", " of Laws ", " of Medicine ", " of Veterinary Science ", " of Veterinary Medicine " ou " of Philosophy " à un grade; "
" - spécification d'un grade : l'ajout des mots " of Arts ", " of Science ", " of Laws ", " of Medicine ", " of Veterinary Science ", " of Veterinary Medicine " ou " of Philosophy " à un grade; "
Art. V.26. In artikel 5 van hetzelfde decreet wordt punt 9° opgeheven.
Art. V.26. Dans l'article 5 du même décret, le point 9° est abrogé.
Art. V.27. In artikel 9bis, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt het punt 5°, gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2006, opgeheven.
Art. V.27. Dans l'article 9bis, premier alinéa, du même décret, le point 5° modifié par le décret du 16 juin 2006, est supprimé.
Art. V.28. In artikel 13 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden " de Vlaamse Interuniversitaire Raad, de Vlaamse Hogescholenraad " worden vervangen door de woorden " de Vlaamse Universiteiten en Hogescholen Raad ";
2° de zinsnede " of science " of " of arts ", wordt vervangen door de woorden " of Arts ", " of Science ", " of Laws ", " of Medicine ", " of Veterinary Science ", " of Veterinary Medicine " of " of Philosophy ";
3° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" De onderstaande afkortingen zijn voor de volgende categorieën voorbehouden :
1° Ba voor diegene die gerechtigd is tot het voeren van de graad van bachelor;
2° Ma voor diegene die gerechtigd is tot het voeren van de graad van master;
3° BA voor diegene die gerechtigd is tot het voeren van de graad van bachelor met de specificatie " of Arts ";
4° MA voor diegene die gerechtigd is tot het voeren van de graad van master met de specificatie " of Arts ";
5° BSc voor diegene die gerechtigd is tot het voeren van de graad van bachelor met de specificatie " of Science ";
6° MSc voor diegene die gerechtigd is tot het voeren van de graad van master met de specificatie " of Science ";
7° LL.B voor diegene die gerechtigd is tot het voeren van de graad van bachelor met de specificatie " of Laws ";
8° LL.M voor diegene die gerechtigd is tot het voeren van de graad van master met de specificatie " of Laws ";
9° MMed voor diegene die gerechtigd is tot het voeren van de graad van master met de specificatie " of Medicine ";
10° BVetSc voor diegene die gerechtigd is tot het voeren van de graad van bachelor met de specificatie " of Veterinary Science ";
11° MVetMed voor diegene die gerechtigd is tot het voeren van de graad van master met de specificatie " of Veterinary Medicine ";
12° MPhil voor diegene die gerechtigd is tot het voeren van de graad van master met de specificatie " of Philosophy ". ".
1° de woorden " de Vlaamse Interuniversitaire Raad, de Vlaamse Hogescholenraad " worden vervangen door de woorden " de Vlaamse Universiteiten en Hogescholen Raad ";
2° de zinsnede " of science " of " of arts ", wordt vervangen door de woorden " of Arts ", " of Science ", " of Laws ", " of Medicine ", " of Veterinary Science ", " of Veterinary Medicine " of " of Philosophy ";
3° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" De onderstaande afkortingen zijn voor de volgende categorieën voorbehouden :
1° Ba voor diegene die gerechtigd is tot het voeren van de graad van bachelor;
2° Ma voor diegene die gerechtigd is tot het voeren van de graad van master;
3° BA voor diegene die gerechtigd is tot het voeren van de graad van bachelor met de specificatie " of Arts ";
4° MA voor diegene die gerechtigd is tot het voeren van de graad van master met de specificatie " of Arts ";
5° BSc voor diegene die gerechtigd is tot het voeren van de graad van bachelor met de specificatie " of Science ";
6° MSc voor diegene die gerechtigd is tot het voeren van de graad van master met de specificatie " of Science ";
7° LL.B voor diegene die gerechtigd is tot het voeren van de graad van bachelor met de specificatie " of Laws ";
8° LL.M voor diegene die gerechtigd is tot het voeren van de graad van master met de specificatie " of Laws ";
9° MMed voor diegene die gerechtigd is tot het voeren van de graad van master met de specificatie " of Medicine ";
10° BVetSc voor diegene die gerechtigd is tot het voeren van de graad van bachelor met de specificatie " of Veterinary Science ";
11° MVetMed voor diegene die gerechtigd is tot het voeren van de graad van master met de specificatie " of Veterinary Medicine ";
12° MPhil voor diegene die gerechtigd is tot het voeren van de graad van master met de specificatie " of Philosophy ". ".
Art. V.28. A l'article 13 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
1° les mots " du Conseil interuniversitaire flamand, du Conseil des Instituts supérieurs flamands " sont remplacés par les mots " du Conseil des universités et instituts supérieurs flamands ";
2° le membre de phrase " of science " ou " of arts ", est remplacé par les mots " of Arts ", " of Science ", " of Laws ", " of Medicine ", " of Veterinary Science ", " of Veterinary Medicine " ou " of Philosophy ";
3° il est ajouté un deuxième alinéa, rédigé comme suit :
" Les abréviations suivantes sont réservées aux catégories suivantes :
1° Ba pour la personne autorisée à porter le titre de bachelor;
2° Ma pour la personne autorisée à porter le titre de master;
3° BA pour la personne autorisée à porter le titre de bachelor avec la spécification " of Arts ";
4° MA pour la personne autorisée à porter le titre de master avec la spécification " of Arts ";
5° BSc pour la personne autorisée à porter le titre de bachelor avec la spécification " of Science ";
6° MSc pour la personne autorisée à porter le titre de master avec la spécification " of Science ";
7° LL.B pour la personne autorisée à porter le titre de bachelor avec la spécification " of Laws ";
8° LL.M pour la personne est autorisée à porter le titre de master avec la spécification " of Laws ";
9° MMed pour la personne autorisée à porter le titre de master avec la spécification " of Medicine ";
10° BVetSc pour la personne autorisée à porter le titre de bachelor avec la spécification " of Veterinary Science ";
11° MVetMed pour la personne autorisée à porter le titre de master avec la spécification " of Veterinary Medicine ";
12° MPhil pour la personne autorisée à porter le titre de master avec la spécification " of Philosophy ";
1° les mots " du Conseil interuniversitaire flamand, du Conseil des Instituts supérieurs flamands " sont remplacés par les mots " du Conseil des universités et instituts supérieurs flamands ";
2° le membre de phrase " of science " ou " of arts ", est remplacé par les mots " of Arts ", " of Science ", " of Laws ", " of Medicine ", " of Veterinary Science ", " of Veterinary Medicine " ou " of Philosophy ";
3° il est ajouté un deuxième alinéa, rédigé comme suit :
" Les abréviations suivantes sont réservées aux catégories suivantes :
1° Ba pour la personne autorisée à porter le titre de bachelor;
2° Ma pour la personne autorisée à porter le titre de master;
3° BA pour la personne autorisée à porter le titre de bachelor avec la spécification " of Arts ";
4° MA pour la personne autorisée à porter le titre de master avec la spécification " of Arts ";
5° BSc pour la personne autorisée à porter le titre de bachelor avec la spécification " of Science ";
6° MSc pour la personne autorisée à porter le titre de master avec la spécification " of Science ";
7° LL.B pour la personne autorisée à porter le titre de bachelor avec la spécification " of Laws ";
8° LL.M pour la personne est autorisée à porter le titre de master avec la spécification " of Laws ";
9° MMed pour la personne autorisée à porter le titre de master avec la spécification " of Medicine ";
10° BVetSc pour la personne autorisée à porter le titre de bachelor avec la spécification " of Veterinary Science ";
11° MVetMed pour la personne autorisée à porter le titre de master avec la spécification " of Veterinary Medicine ";
12° MPhil pour la personne autorisée à porter le titre de master avec la spécification " of Philosophy ";
Art. V.29. In artikel 25 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 19 maart 2004, 30 april 2009 en 16 juni 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 2, eerste lid, eerste streepje, worden na het woord " vroedvrouw " de woorden " , verantwoordelijk algemeen ziekenverple(e)g(st)er " toegevoegd;
2° in paragraaf 2, eerste lid, wordt het tweede streepje geschrapt;
3° paragraaf 9 wordt vervangen, door wat volgt :
" § 9. De toevoeging van de specificaties " of Arts ", " of Science ", " of Laws ", " of Medicine ", " of Veterinary Science ", " of Veterinary Medicine " of " of Philosophy " en de afkortingen, vermeld in artikel 13, genieten dezelfde bescherming als de graad zelf en de met de graad verbonden titel. ".
1° in paragraaf 2, eerste lid, eerste streepje, worden na het woord " vroedvrouw " de woorden " , verantwoordelijk algemeen ziekenverple(e)g(st)er " toegevoegd;
2° in paragraaf 2, eerste lid, wordt het tweede streepje geschrapt;
3° paragraaf 9 wordt vervangen, door wat volgt :
" § 9. De toevoeging van de specificaties " of Arts ", " of Science ", " of Laws ", " of Medicine ", " of Veterinary Science ", " of Veterinary Medicine " of " of Philosophy " en de afkortingen, vermeld in artikel 13, genieten dezelfde bescherming als de graad zelf en de met de graad verbonden titel. ".
Art. V.29. A l'article 25 du même décret, modifié par les décrets des 19 mars 2004, 30 avril 2009 et 16 juin 2006, sont apportées les modifications suivantes :
1° au paragraphe 2, premier alinéa, premier tiret, sont insérés les mots " infirmier/infirmière responsable des soins généraux " après le mot " sage-femme ";
2° au paragraphe 2, premier alinéa, le deuxième tiret est supprimé;
3° le paragraphe 9 est remplacé par ce qui suit :
" § 9. L'ajout des spécifications " of Arts ", " of Science ", " of Laws ", " of Medicine ", " of Veterinary Science ", " of Veterinary Medicine " ou " of Philosophy " et les abréviations, visées à l'article 13, bénéficient de la même protection que le grade lui-même et le titre lié au grade. ".
1° au paragraphe 2, premier alinéa, premier tiret, sont insérés les mots " infirmier/infirmière responsable des soins généraux " après le mot " sage-femme ";
2° au paragraphe 2, premier alinéa, le deuxième tiret est supprimé;
3° le paragraphe 9 est remplacé par ce qui suit :
" § 9. L'ajout des spécifications " of Arts ", " of Science ", " of Laws ", " of Medicine ", " of Veterinary Science ", " of Veterinary Medicine " ou " of Philosophy " et les abréviations, visées à l'article 13, bénéficient de la même protection que le grade lui-même et le titre lié au grade. ".
Art. V.30. Artikel 40 van het hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. V.30. L'article 40 du même décret est abrogé.
Art. V.31. In hetzelfde decreet wordt na artikel 53, een nieuw artikel 53/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 53/1. § 1. De Vlaamse Regering legt een lijst vast van de bachelor- en masteropleidin-gen die per instelling aangeboden worden in overeenstemming met de onderwijsbevoegdheid zoals vastgelegd in de artikelen 26 tot en met 53 van dit decreet. Deze lijst bevat per instelling en per studiegebied, deel van een studiegebied of cluster van studiegebieden, de volgende gegevens :
1° graad en kwalificatie van de betrokken opleiding;
2° afstudeerrichtingen binnen de betrokken opleidingen;
3° vestiging waar de betrokken opleiding of afstudeerrichting aangeboden wordt.
Deze eerste lijst geeft de situatie weer van het academiejaar 2010-2011.
De VLUHR bezorgt uiterlijk tegen 30 juni 2011 aan de Vlaamse Regering een voorstel van de lijst zoals bedoeld in het eerste en tweede lid. Bij gebrek aan een voorstel werkt de Vlaamse Regering een eigen lijst uit op basis van de gegevens in het hogeronderwijsregister en de databank hoger onderwijs.
De door de Vlaamse Regering vastgestelde lijst blijft van kracht voor de academiejaren 2011-2012 en 2012-2013, behoudens de aanpassingen door de Vlaamse Regering op basis van :
1° de beslissing van de Vlaamse Regering houdende erkenning van een nieuwe opleiding;
2° een beslissing van het instellingsbestuur waarmee ze aangeeft deze opleiding niet langer in te richten;
3° een negatief accreditatiebesluit van de NVAO, na het doorlopen van de prodecure voor tijdelijke erkenning;
4° een oordeel van de Erkenningscommissie voor wat betreft het samenvoegen van opleidingen bedoeld in artikel 63duodecies en voor wat betreft het omvormen van een bachelor- of masteropleiding tot een gezamenlijk georganiseerde opleiding zoals bedoeld in artikel 63duodecies of beslissing van de Vlaamse Regering na indiening tweede aanvraag bedoeld in hetzelfde artikel;
5° wijzigingen van benamingen of samenvoegingen van opleidingen die deel uitmaken van de uitvoering van door de Vlaamse Regering goedgekeurde rationalisatieplannen;
6° masteropleidingen die geselecteerd werden overeenkomstig de bepalingen van een Europees financieringsprogramma ter bevordering van de internationale samenwerking in het hoger onderwijs en waarbinnen een multi- of gezamenlijke diplomering wordt vooropgesteld;
7° een oordeel van de Erkenningscommissie gegeven voor 1 december 2010 inzake een taalequivalent, een naamswijziging of een wijziging aan de aard van een opleiding die pas uitwerking heeft vanaf het academiejaar 2011-2012 of later;
8° binnen de perken van de decretaal vastgestelde onderwijsbevoegdheid wijzigingen aan vestigingsplaatsen op basis van uitvoerbare beslissingen van raden van bestuur van hogeronderwijsinstellingen genomen voor 1 januari 2011 maar die pas uitwerking hebben vanaf het academiejaar 2011-2012 of later.
§ 2. Vanaf het academiejaar 2013-2014 past de Vlaamse Regering de lijst, bedoeld in § 1, jaarlijks aan op basis van :
1° de beslissing van de Vlaamse Regering houdende erkenning van een nieuwe opleiding;
2° op voorstel van de algemene vergadering van de VLUHR die beslist volgens haar eigen beslissingsregels voor wat betreft wijzigingen in de benaming van de opleiding (kwalificatie), in de onderwijstaal van een opleiding, in de aard (statuut) van de opleiding, wijzigingen aan afstudeerrichtingen die binnen een bepaalde opleiding kunnen worden aangeboden en verandering van vestiging binnen een hogeschool binnen het kader van de artikelen 26 tot en met 53;
3° een beslissing van het instellingsbestuur waarmee ze aangeeft deze opleiding niet langer in te richten;
4° een negatief accreditatiebesluit van de NVAO, na doorlopen van de procedure voor tijdelijke erkenning;
5° een oordeel van de Erkenningscommissie voor wat betreft het samenvoegen van opleidingen bedoeld in artikel 63duodecies en voor wat betreft het omvormen van een bachelor- of masteropleiding tot een gezamenlijk georganiseerde opleiding zoals bedoeld in artikel 63duodecies of beslissing van de Vlaamse Regering na indiening tweede aanvraag bedoeld in hetzelfde artikel;
6° wijzigingen van benamingen of samenvoegingen van opleidingen die deel uitmaken van de uitvoering van door de Vlaamse Regering goedgekeurde rationalisatieplannen.
§ 3. De Vlaamse Regering kan de lijst ook aanpassen om de noodzakelijke vergelijkbaarheid, duidelijkheid en transparantie in de benamingen te realiseren, op advies van de VLUHR. ".
" Art. 53/1. § 1. De Vlaamse Regering legt een lijst vast van de bachelor- en masteropleidin-gen die per instelling aangeboden worden in overeenstemming met de onderwijsbevoegdheid zoals vastgelegd in de artikelen 26 tot en met 53 van dit decreet. Deze lijst bevat per instelling en per studiegebied, deel van een studiegebied of cluster van studiegebieden, de volgende gegevens :
1° graad en kwalificatie van de betrokken opleiding;
2° afstudeerrichtingen binnen de betrokken opleidingen;
3° vestiging waar de betrokken opleiding of afstudeerrichting aangeboden wordt.
Deze eerste lijst geeft de situatie weer van het academiejaar 2010-2011.
De VLUHR bezorgt uiterlijk tegen 30 juni 2011 aan de Vlaamse Regering een voorstel van de lijst zoals bedoeld in het eerste en tweede lid. Bij gebrek aan een voorstel werkt de Vlaamse Regering een eigen lijst uit op basis van de gegevens in het hogeronderwijsregister en de databank hoger onderwijs.
De door de Vlaamse Regering vastgestelde lijst blijft van kracht voor de academiejaren 2011-2012 en 2012-2013, behoudens de aanpassingen door de Vlaamse Regering op basis van :
1° de beslissing van de Vlaamse Regering houdende erkenning van een nieuwe opleiding;
2° een beslissing van het instellingsbestuur waarmee ze aangeeft deze opleiding niet langer in te richten;
3° een negatief accreditatiebesluit van de NVAO, na het doorlopen van de prodecure voor tijdelijke erkenning;
4° een oordeel van de Erkenningscommissie voor wat betreft het samenvoegen van opleidingen bedoeld in artikel 63duodecies en voor wat betreft het omvormen van een bachelor- of masteropleiding tot een gezamenlijk georganiseerde opleiding zoals bedoeld in artikel 63duodecies of beslissing van de Vlaamse Regering na indiening tweede aanvraag bedoeld in hetzelfde artikel;
5° wijzigingen van benamingen of samenvoegingen van opleidingen die deel uitmaken van de uitvoering van door de Vlaamse Regering goedgekeurde rationalisatieplannen;
6° masteropleidingen die geselecteerd werden overeenkomstig de bepalingen van een Europees financieringsprogramma ter bevordering van de internationale samenwerking in het hoger onderwijs en waarbinnen een multi- of gezamenlijke diplomering wordt vooropgesteld;
7° een oordeel van de Erkenningscommissie gegeven voor 1 december 2010 inzake een taalequivalent, een naamswijziging of een wijziging aan de aard van een opleiding die pas uitwerking heeft vanaf het academiejaar 2011-2012 of later;
8° binnen de perken van de decretaal vastgestelde onderwijsbevoegdheid wijzigingen aan vestigingsplaatsen op basis van uitvoerbare beslissingen van raden van bestuur van hogeronderwijsinstellingen genomen voor 1 januari 2011 maar die pas uitwerking hebben vanaf het academiejaar 2011-2012 of later.
§ 2. Vanaf het academiejaar 2013-2014 past de Vlaamse Regering de lijst, bedoeld in § 1, jaarlijks aan op basis van :
1° de beslissing van de Vlaamse Regering houdende erkenning van een nieuwe opleiding;
2° op voorstel van de algemene vergadering van de VLUHR die beslist volgens haar eigen beslissingsregels voor wat betreft wijzigingen in de benaming van de opleiding (kwalificatie), in de onderwijstaal van een opleiding, in de aard (statuut) van de opleiding, wijzigingen aan afstudeerrichtingen die binnen een bepaalde opleiding kunnen worden aangeboden en verandering van vestiging binnen een hogeschool binnen het kader van de artikelen 26 tot en met 53;
3° een beslissing van het instellingsbestuur waarmee ze aangeeft deze opleiding niet langer in te richten;
4° een negatief accreditatiebesluit van de NVAO, na doorlopen van de procedure voor tijdelijke erkenning;
5° een oordeel van de Erkenningscommissie voor wat betreft het samenvoegen van opleidingen bedoeld in artikel 63duodecies en voor wat betreft het omvormen van een bachelor- of masteropleiding tot een gezamenlijk georganiseerde opleiding zoals bedoeld in artikel 63duodecies of beslissing van de Vlaamse Regering na indiening tweede aanvraag bedoeld in hetzelfde artikel;
6° wijzigingen van benamingen of samenvoegingen van opleidingen die deel uitmaken van de uitvoering van door de Vlaamse Regering goedgekeurde rationalisatieplannen.
§ 3. De Vlaamse Regering kan de lijst ook aanpassen om de noodzakelijke vergelijkbaarheid, duidelijkheid en transparantie in de benamingen te realiseren, op advies van de VLUHR. ".
Art. V.31. Dans le même décret, il est inséré un article 53/1 après l'article 53, rédigé comme suit :
" Art. 53/1. § 1er. Le Gouvernement flamand établit une liste des formations de bachelor et de master offertes par institution conformément à la compétence d'enseignement, telle que fixée aux articles 26 à 53 du présent décret. Cette liste comporte, par institution et par discipline, partie de discipline ou cluster de disciplines, les informations suivantes :
1° le grade et la qualification de la formation concernée;
2° les orientations diplômantes dans les formations concernées;
3° l'implantation où est offerte la formation ou l'orientation diplômante concernée.
Cette première liste reflète la situation de l'année académique 2010-2011.
Le VLHUR soumet, au Gouvernement flamand, une proposition de la liste, telle que visée aux premier et deuxième alinéas, le 30 juin 2011 au plus tard. A défaut d'une proposition, le Gouvernement flamand établit une propre liste sur la base des données du Registre de l'Enseignement supérieur et de la Base de données de l'Enseignement supérieur.
La liste établie par le Gouvernement flamand reste en vigueur pendant les années académiques 2011-2012 et 2012-2013, sauf les adaptations par le Gouvernement flamand sur la base de :
1° la décision du Gouvernement flamand portant reconnaissance d'une nouvelle formation;
2° une décision de la direction de l'institution indiquant qu'elle n'organise plus la formation;
3° une décision d'accréditation négative de la NVAO, après avoir parcouru la procédure de reconnaissance temporaire;
4° un avis de la Commission de reconnaissance sur la fusion de formations visée à l'article 63duodecies et sur la transformation d'une formation de bachelor ou de master en une formation organisée en commun, telle que visée à l'article 63duodecies ou à la décision du Gouvernement flamand après soumission d'une deuxième demande visée au même article;
5° les modifications des dénominations ou fusions de formations qui font partie de l'exécution des plans de rationalisation approuvés par le Gouvernement flamand;
6° les formations de master ayant été sélectionnées conformément aux dispositions d'un programme européen de financement visant à promouvoir la coopération internationale dans l'enseignement supérieur et dans le cadre duquel est envisagé le multidiplômage ou la délivrance conjointe du diplôme;
7° un avis de la Commission de reconnaissance émis avant le 1er décembre 2010 sur un équivalent linguistique, un changement de dénomination ou une modification de la nature d'une formation qui ne produit ses effets qu'à partir de l'année académique 2011-2012 ou plus tard;
8° dans les limites de la compétence d'enseignement fixée par décret, les modifications aux implantations sur la base de décisions exécutoires des conseils d'administration d'institutions d'enseignement supérieur prises avant le 1er janvier 2011 qui ne produisent leurs effets qu'à partir de l'année académique 2011-2012 ou plus tard.
§ 2. A partir de l'année académique 2013-2014, le Gouvernement flamand adapte annuellement la liste visée au § 1er sur la base de :
1° la décision du Gouvernement flamand portant agrément d'une nouvelle formation;
2° sur la proposition de l'assemblée générale du VLUHR qui décide conformément à ses propres règles de décision pour ce qui est des modifications de la dénomination de la formation (qualification), de la langue d'enseignement d'une formation, de la nature (statut) d'une formation, des modifications des orientations diplômantes qui peuvent être offertes au sein d'une certaine formation et d'un changement d'implantation dans un institut supérieur dans le cadre des articles 26 à 53;
3° une décision de la direction de l'institution par laquelle elle indique qu'elle n'organise plus cette formation;
4° une décision d'accréditation négative de la NVAO, après avoir parcouru la procédure de reconnaissance temporaire;
5° un avis de la Commission d'agrément sur la fusion de formations visée à l'article 63duodecies et sur la transformation d'une formation de bachelor ou de master en une formation organisée en commun, telle que visée à l'article 63duodecies ou à la décision du Gouvernement flamand après soumission d'une deuxième demande visée au même article;
6° les modifications des dénominations ou fusions de formations qui font partie de l'exécution des plans de rationalisation approuvés par le Gouvernement flamand;
§ 3. Le Gouvernement flamand peut également adapter la liste afin de réaliser la comparabilité, la clarté et la transparence nécessaires des dénominations sur l'avis du VLHUR. ".
" Art. 53/1. § 1er. Le Gouvernement flamand établit une liste des formations de bachelor et de master offertes par institution conformément à la compétence d'enseignement, telle que fixée aux articles 26 à 53 du présent décret. Cette liste comporte, par institution et par discipline, partie de discipline ou cluster de disciplines, les informations suivantes :
1° le grade et la qualification de la formation concernée;
2° les orientations diplômantes dans les formations concernées;
3° l'implantation où est offerte la formation ou l'orientation diplômante concernée.
Cette première liste reflète la situation de l'année académique 2010-2011.
Le VLHUR soumet, au Gouvernement flamand, une proposition de la liste, telle que visée aux premier et deuxième alinéas, le 30 juin 2011 au plus tard. A défaut d'une proposition, le Gouvernement flamand établit une propre liste sur la base des données du Registre de l'Enseignement supérieur et de la Base de données de l'Enseignement supérieur.
La liste établie par le Gouvernement flamand reste en vigueur pendant les années académiques 2011-2012 et 2012-2013, sauf les adaptations par le Gouvernement flamand sur la base de :
1° la décision du Gouvernement flamand portant reconnaissance d'une nouvelle formation;
2° une décision de la direction de l'institution indiquant qu'elle n'organise plus la formation;
3° une décision d'accréditation négative de la NVAO, après avoir parcouru la procédure de reconnaissance temporaire;
4° un avis de la Commission de reconnaissance sur la fusion de formations visée à l'article 63duodecies et sur la transformation d'une formation de bachelor ou de master en une formation organisée en commun, telle que visée à l'article 63duodecies ou à la décision du Gouvernement flamand après soumission d'une deuxième demande visée au même article;
5° les modifications des dénominations ou fusions de formations qui font partie de l'exécution des plans de rationalisation approuvés par le Gouvernement flamand;
6° les formations de master ayant été sélectionnées conformément aux dispositions d'un programme européen de financement visant à promouvoir la coopération internationale dans l'enseignement supérieur et dans le cadre duquel est envisagé le multidiplômage ou la délivrance conjointe du diplôme;
7° un avis de la Commission de reconnaissance émis avant le 1er décembre 2010 sur un équivalent linguistique, un changement de dénomination ou une modification de la nature d'une formation qui ne produit ses effets qu'à partir de l'année académique 2011-2012 ou plus tard;
8° dans les limites de la compétence d'enseignement fixée par décret, les modifications aux implantations sur la base de décisions exécutoires des conseils d'administration d'institutions d'enseignement supérieur prises avant le 1er janvier 2011 qui ne produisent leurs effets qu'à partir de l'année académique 2011-2012 ou plus tard.
§ 2. A partir de l'année académique 2013-2014, le Gouvernement flamand adapte annuellement la liste visée au § 1er sur la base de :
1° la décision du Gouvernement flamand portant agrément d'une nouvelle formation;
2° sur la proposition de l'assemblée générale du VLUHR qui décide conformément à ses propres règles de décision pour ce qui est des modifications de la dénomination de la formation (qualification), de la langue d'enseignement d'une formation, de la nature (statut) d'une formation, des modifications des orientations diplômantes qui peuvent être offertes au sein d'une certaine formation et d'un changement d'implantation dans un institut supérieur dans le cadre des articles 26 à 53;
3° une décision de la direction de l'institution par laquelle elle indique qu'elle n'organise plus cette formation;
4° une décision d'accréditation négative de la NVAO, après avoir parcouru la procédure de reconnaissance temporaire;
5° un avis de la Commission d'agrément sur la fusion de formations visée à l'article 63duodecies et sur la transformation d'une formation de bachelor ou de master en une formation organisée en commun, telle que visée à l'article 63duodecies ou à la décision du Gouvernement flamand après soumission d'une deuxième demande visée au même article;
6° les modifications des dénominations ou fusions de formations qui font partie de l'exécution des plans de rationalisation approuvés par le Gouvernement flamand;
§ 3. Le Gouvernement flamand peut également adapter la liste afin de réaliser la comparabilité, la clarté et la transparence nécessaires des dénominations sur l'avis du VLHUR. ".
Art. V.32. In artikel 55ter van hetzelfde decreet wordt paragraaf 3 vervangen door wat volgt :
" § 3. De Vlaamse Regering kan jaarlijks middelen toekennen aan projecten die de kwaliteit van de lerarenopleidingen ten goede komen door middel van innovatie. Hiertoe zal ze jaarlijks beleidsprioriteiten vastleggen.
De projecten kunnen georganiseerd worden door één of meerdere lerarenopleidingen (zowel geïntegreerde lerarenopleidingen als specifieke lerarenopleidingen), een expertisenetwerk of regionaal platform of een combinatie van deze.
De Vlaamse Regering stelt nadere inhoudelijke, organisatorische en procedurele regels vast voor de bepaling van de beleidsprioriteiten, de selectie van projecten en de toekenning van de financiële middelen. Zij treft de nodige maatregelen om een evaluatie van deze projecten te realiseren. ".
" § 3. De Vlaamse Regering kan jaarlijks middelen toekennen aan projecten die de kwaliteit van de lerarenopleidingen ten goede komen door middel van innovatie. Hiertoe zal ze jaarlijks beleidsprioriteiten vastleggen.
De projecten kunnen georganiseerd worden door één of meerdere lerarenopleidingen (zowel geïntegreerde lerarenopleidingen als specifieke lerarenopleidingen), een expertisenetwerk of regionaal platform of een combinatie van deze.
De Vlaamse Regering stelt nadere inhoudelijke, organisatorische en procedurele regels vast voor de bepaling van de beleidsprioriteiten, de selectie van projecten en de toekenning van de financiële middelen. Zij treft de nodige maatregelen om een evaluatie van deze projecten te realiseren. ".
Art. V.32. Dans l'article 55ter du même décret, le paragraphe 3 est remplacé par la disposition suivante :
" § 3. Le Gouvernement flamand peut attribuer annuellement des moyens aux projets visant à améliorer, par l'innovation, la qualité des formations des enseignants. Chaque année, il fixera des priorités politiques à cet effet.
Les projets peuvent être organisés par une ou plusieurs formations des enseignants (tant les formations intégrées des enseignants que les formations spécifiques des enseignants), un réseau d'expertise ou une plate-forme régionale ou une combinaison de ceux-ci.
Le Gouvernement flamand arrête les modalités fonctionnelles, organisationnelles et procédurales pour l'établissement des priorités politiques, la sélection des projets et l'octroi des moyens financiers. Il prend les mesures nécessaires pour réaliser une évaluation de ces projets. ".
" § 3. Le Gouvernement flamand peut attribuer annuellement des moyens aux projets visant à améliorer, par l'innovation, la qualité des formations des enseignants. Chaque année, il fixera des priorités politiques à cet effet.
Les projets peuvent être organisés par une ou plusieurs formations des enseignants (tant les formations intégrées des enseignants que les formations spécifiques des enseignants), un réseau d'expertise ou une plate-forme régionale ou une combinaison de ceux-ci.
Le Gouvernement flamand arrête les modalités fonctionnelles, organisationnelles et procédurales pour l'établissement des priorités politiques, la sélection des projets et l'octroi des moyens financiers. Il prend les mesures nécessaires pour réaliser une évaluation de ces projets. ".
Art. V.33. In artikel 55quinquies van hetzelfde decreet wordt een paragraaf 4bis ingevoegd, die luidt als volgt :
" § 4bis. Een student die al een diploma van de geïntegreerde lerarenopleiding secundair onderwijs bezit, kan, in afwijking van § 3 en § 4, een aanvullend diploma behalen met slechts één onderwijsvak. ".
" § 4bis. Een student die al een diploma van de geïntegreerde lerarenopleiding secundair onderwijs bezit, kan, in afwijking van § 3 en § 4, een aanvullend diploma behalen met slechts één onderwijsvak. ".
Art. V.33. Dans l'article 55quinquies du même décret, il est inséré un paragraphe 4bis, rédigé comme suit :
" § 4bis. Un étudiant qui possède déjà un diplôme de la formation intégrée des enseignants-enseignement secondaire, peut obtenir, par dérogation aux §§ 3 et 4, un diplôme complémentaire avec une seule branche d'enseignement. ".
" § 4bis. Un étudiant qui possède déjà un diplôme de la formation intégrée des enseignants-enseignement secondaire, peut obtenir, par dérogation aux §§ 3 et 4, un diplôme complémentaire avec une seule branche d'enseignement. ".
Art. V.34. Aan artikel 55octies van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 2 wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
" De hogescholen kunnen ook 15 studiepunten aanbieden in het opleidingsprogramma van de academische bacheloropleiding als keuzepakket. ";
2° in § 3 wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
" De universiteiten kunnen ook 15 studiepunten aanbieden in het opleidingsprogramma van de academische bacheloropleiding als keuzepakket. ";
3° aan § 4 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" De instellingen, vermeld in het eerste lid, kunnen ook 15 studiepunten aanbieden in het opleidingsprogramma van de academische bacheloropleiding als keuzepakket. ".
1° in § 2 wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
" De hogescholen kunnen ook 15 studiepunten aanbieden in het opleidingsprogramma van de academische bacheloropleiding als keuzepakket. ";
2° in § 3 wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
" De universiteiten kunnen ook 15 studiepunten aanbieden in het opleidingsprogramma van de academische bacheloropleiding als keuzepakket. ";
3° aan § 4 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" De instellingen, vermeld in het eerste lid, kunnen ook 15 studiepunten aanbieden in het opleidingsprogramma van de academische bacheloropleiding als keuzepakket. ".
Art. V.34. A l'article 55octies du même décret sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le § 2, il est inséré entre l'alinéa deux et l'alinéa trois, un nouvel alinéa rédigé comme suit :
" Les instituts supérieurs peuvent également organiser 15 crédits dans le programme de formation de la formation académique de bachelor, en option. ";
2° au § 3, il est inséré un alinéa entre le deuxième et le troisième alinéa qui est rédigé comme suit :
" Les universités peuvent également organiser 15 crédits dans le programme de formation de la formation académique de bachelor, en option. ";
3° au § 4, il est ajouté un troisième alinéa, rédigé comme suit :
" Les institutions, visées au premier alinéa, peuvent également organiser 15 crédits dans le programme de formation de la formation académique de bachelor, en option. ".
1° dans le § 2, il est inséré entre l'alinéa deux et l'alinéa trois, un nouvel alinéa rédigé comme suit :
" Les instituts supérieurs peuvent également organiser 15 crédits dans le programme de formation de la formation académique de bachelor, en option. ";
2° au § 3, il est inséré un alinéa entre le deuxième et le troisième alinéa qui est rédigé comme suit :
" Les universités peuvent également organiser 15 crédits dans le programme de formation de la formation académique de bachelor, en option. ";
3° au § 4, il est ajouté un troisième alinéa, rédigé comme suit :
" Les institutions, visées au premier alinéa, peuvent également organiser 15 crédits dans le programme de formation de la formation académique de bachelor, en option. ".
Art. V.35. Aan artikel 55undecies van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 18 december 2009, wordt de volgende zin toegevoegd :
" De lopende overeenkomsten, die eindigen op 31 augustus 2011, worden verlengd tot 31 december 2011. ".
" De lopende overeenkomsten, die eindigen op 31 augustus 2011, worden verlengd tot 31 december 2011. ".
Art. V.35. L'article 55undecies du même décret, modifié par le décret du 18 décembre 2009, est complété par la phrase suivante :
" Les conventions en cours, expirant le 31 août 2011, sont prolongées jusqu'au 31 décembre 2011. ".
" Les conventions en cours, expirant le 31 août 2011, sont prolongées jusqu'au 31 décembre 2011. ".
Art. V.36. In artikel 62 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 2, eerste lid, gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2006, worden de woorden " 1 april " vervangen door de woorden " 1 maart ";
2° in paragraaf 3, gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2006 en van 30 april 2009, wordt een nieuw tweede lid ingevoegd dat luidt als volgt :
" Indien het gaat om een opleiding waarvan de domeinspecifieke leerresultaten nog niet vastgesteld zijn of nog niet in de kwalificatiedatabank zijn opgenomen dan bezorgt de VLUHR de door de hem vastgestelde gezamenlijk beschreven domeinspecifieke leerresultaten aan de Erkenningscommissie ten laatste op 30 april van het kalenderjaar, vermeld in § 2, eerste lid. ".
1° in paragraaf 2, eerste lid, gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2006, worden de woorden " 1 april " vervangen door de woorden " 1 maart ";
2° in paragraaf 3, gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2006 en van 30 april 2009, wordt een nieuw tweede lid ingevoegd dat luidt als volgt :
" Indien het gaat om een opleiding waarvan de domeinspecifieke leerresultaten nog niet vastgesteld zijn of nog niet in de kwalificatiedatabank zijn opgenomen dan bezorgt de VLUHR de door de hem vastgestelde gezamenlijk beschreven domeinspecifieke leerresultaten aan de Erkenningscommissie ten laatste op 30 april van het kalenderjaar, vermeld in § 2, eerste lid. ".
Art. V.36. A l'article 62 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
1° au paragraphe 2, § 1er, premier alinéa, modifié par le décret du 16 juin 2006, les mots " 1er avril " sont remplacés par les mots " 1er mars ".
2° au paragraphe 3, modifiés par le décret du 16 juin 2006 et du 30 avril 2009, il est inséré un nouveau deuxième alinéa ainsi rédigé :
" S'il s'agit d'une formation dont les acquis de formation et d'éducation spécifiques au domaine ne sont pas encore fixés ou enregistrés dans le répertoire des certifications, le VLUHR transmet les acquis de formation et d'éducation spécifiques au domaine décrits conjointement et fixés par lui à la Commission de reconnaissance le 30 avril de l'année calendaire, visée au § 2, premier alinéa, au plus tard. ".
1° au paragraphe 2, § 1er, premier alinéa, modifié par le décret du 16 juin 2006, les mots " 1er avril " sont remplacés par les mots " 1er mars ".
2° au paragraphe 3, modifiés par le décret du 16 juin 2006 et du 30 avril 2009, il est inséré un nouveau deuxième alinéa ainsi rédigé :
" S'il s'agit d'une formation dont les acquis de formation et d'éducation spécifiques au domaine ne sont pas encore fixés ou enregistrés dans le répertoire des certifications, le VLUHR transmet les acquis de formation et d'éducation spécifiques au domaine décrits conjointement et fixés par lui à la Commission de reconnaissance le 30 avril de l'année calendaire, visée au § 2, premier alinéa, au plus tard. ".
Art. V.37. Artikel 63bis van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2010, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 63bis. Hogescholen en universiteiten kunnen uiterlijk op 31 oktober 2011, 30 juni 2012, 30 juni 2013 en 30 juni 2014 een aanvraag indienen bij de Vlaamse Regering tot uitbreiding van de studieomvang van een masteropleiding met een studieomvang van 60 studiepunten naar een masteropleiding met een studieomvang van 90 of 120 studiepunten met het oog op het starten van deze masteropleidingen ten vroegste vanaf het academiejaar dat volgt op het academiejaar waarin de Vlaamse Regering het in artikel 63sexies bedoelde besluit genomen heeft. De instellingen geven een motivatie waarom de verlengde masteropleiding in het in de aanvraag voorgestelde academiejaar, moet starten. De aanvragen worden gezamenlijk ingediend door alle instellingen die de betrokken opleidingen aanbieden. Aanvragen die betrekking hebben op de academische masteropleidingen van de hogescholen worden gezamenlijk ingediend door de hogescholen en de universiteiten die betrokken zijn bij de academisering van deze opleidingen. ".
" Art. 63bis. Hogescholen en universiteiten kunnen uiterlijk op 31 oktober 2011, 30 juni 2012, 30 juni 2013 en 30 juni 2014 een aanvraag indienen bij de Vlaamse Regering tot uitbreiding van de studieomvang van een masteropleiding met een studieomvang van 60 studiepunten naar een masteropleiding met een studieomvang van 90 of 120 studiepunten met het oog op het starten van deze masteropleidingen ten vroegste vanaf het academiejaar dat volgt op het academiejaar waarin de Vlaamse Regering het in artikel 63sexies bedoelde besluit genomen heeft. De instellingen geven een motivatie waarom de verlengde masteropleiding in het in de aanvraag voorgestelde academiejaar, moet starten. De aanvragen worden gezamenlijk ingediend door alle instellingen die de betrokken opleidingen aanbieden. Aanvragen die betrekking hebben op de academische masteropleidingen van de hogescholen worden gezamenlijk ingediend door de hogescholen en de universiteiten die betrokken zijn bij de academisering van deze opleidingen. ".
Art. V.37. L'article 63bis du même décret, modifié par le décret du 9 juillet 2010, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 63bis. Les instituts supérieurs et les universités peuvent déposer, au plus tard le 31 octobre 2011, le 30 juin 2012, le 30 juin 2013 et le 30 juin 2014, au Gouvernement flamand, une demande d'extension du volume des études d'une formation de master ayant un volume des études de 60 crédits à une formation de master ayant un volume des études de 90 ou 120 crédits en vue du démarrage de ces formations de master au plus tôt dans l'année académique qui suit l'année académique dans laquelle le Gouvernement flamand a pris la décision visée à l'article 63sexies. Les institutions justifient pourquoi la formation de master prolongée doit débuter dans l'année académique proposée dans la demande. Les demandes sont introduites conjointement par toutes les institutions qui offrent les formations concernées. Les demandes portant sur les formations académiques de master des instituts supérieurs sont introduites conjointement par les instituts supérieurs et les universités impliquées dans l'académisation de ces formations. ".
" Art. 63bis. Les instituts supérieurs et les universités peuvent déposer, au plus tard le 31 octobre 2011, le 30 juin 2012, le 30 juin 2013 et le 30 juin 2014, au Gouvernement flamand, une demande d'extension du volume des études d'une formation de master ayant un volume des études de 60 crédits à une formation de master ayant un volume des études de 90 ou 120 crédits en vue du démarrage de ces formations de master au plus tôt dans l'année académique qui suit l'année académique dans laquelle le Gouvernement flamand a pris la décision visée à l'article 63sexies. Les institutions justifient pourquoi la formation de master prolongée doit débuter dans l'année académique proposée dans la demande. Les demandes sont introduites conjointement par toutes les institutions qui offrent les formations concernées. Les demandes portant sur les formations académiques de master des instituts supérieurs sont introduites conjointement par les instituts supérieurs et les universités impliquées dans l'académisation de ces formations. ".
Art. V.38. In artikel 63ter van hetzelfde decreet worden de woorden " masteropleidingen van 120 studiepunten " vervangen door de woorden " masteropleidingen van 90 of 120 studiepunten ".
Art. V.38. A l'article 63ter du même décret, les mots " les formations de master de 120 unités d'études " sont remplacés par les mots " les formations de master de 90 ou 120 crédits ".
Art. V.39. Aan artikel 63sexies van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2010, wordt een tweede lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
" In afwijking van het eerste lid, neemt de Vlaamse Regering voor de aanvragen die uiterlijk op 31 oktober 2011 worden ingediend, een beslissing voor 1 april 2012. ".
" In afwijking van het eerste lid, neemt de Vlaamse Regering voor de aanvragen die uiterlijk op 31 oktober 2011 worden ingediend, een beslissing voor 1 april 2012. ".
Art. V.39. A l'article 63sexies du même décret, modifié par le décret du 9 juillet 2010, il est ajouté un deuxième alinéa, rédigé comme suit :
" Par dérogation au premier alinéa, le Gouvernement flamand prend une décision avant le 1er avril 2012 pour les demandes introduites au plus tard le 31 octobre 2011. ".
" Par dérogation au premier alinéa, le Gouvernement flamand prend une décision avant le 1er avril 2012 pour les demandes introduites au plus tard le 31 octobre 2011. ".
Art. V.40. In artikel 63duodecies, paragraaf 3, derde lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2010, wordt zowel in de eerste als in de tweede zin het woord " dertig " vervangen door het woord " zestig ".
Art. V.40. Dans l'article 63duodecies, paragraphe 3, troisième alinéa, du même décret, modifié par le décret du 9 juillet 2010, le mot " trente " est remplacé par le mot " soixante " tant dans la première que dans la deuxième phrase.
Art. V.41. In artikel 64 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 wordt het tweede lid geschrapt;
2° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt :
" § 2. Het Hoger Onderwijsregister bevat van elke opleiding de volgende algemene gegevens :
1° de naam van de opleiding;
2° in voorkomend geval de afstudeerrichtingen;
3° de onderwijstaal gebruikt in de opleiding;
4° in voorkomend geval de vermelding dat er een opleidingstraject is ten behoeve van werkstudenten;
5° de graad waartoe de opleiding leidt en de kwalificatie van de graad, respectievelijk aangevuld met de specificatie van de graad;
6° de titel die door de houder van het diploma kan worden gevoerd;
7° de bevoegde instelling die de opleiding verzorgt, de vestiging(en) waar de opleiding wordt aangeboden en respectievelijk de associatie waarvan de instelling lid is;
8° de studieomvang van de opleiding uitgedrukt in studiepunten;
9° de domeinspecifieke leerresultaten van de opleidingen;
10° de datum van de accreditatie, tijdelijke erkenning of erkenning als nieuwe opleiding;
11° het tijdstip waarop de accreditatie, de tijdelijke erkenning of de erkenning als nieuwe opleiding vervalt;
12° het academiejaar of de academiejaren waarin de opleiding wordt aangeboden;
13° het studiegebied, een deel van een studiegebied of studiegebieden waarbinnen een opleiding wordt gerangschikt;
14° de ISCED benaming van het studiegebied waarin de opleiding gerangschikt wordt.
Het Hoger Onderwijsregister omvat uitsluitend de gegevens die in paragraaf 2 zijn opgenomen. De Vlaamse Regering kan in functie van de organisatorische transparantie de in paragraaf 2 opgesomde gegevens verder verduidelijken.
In het Hoger Onderwijsregister wordt in een link voorzien naar de websites van de instellingen met meer uitgebreide informatie over de gegevens inzake aansluiting en vervolgopleidingen en de onderwijs- en examenreglementen. Het Hoger Onderwijsregister voorziet in een historiek met betrekking tot de accreditatiestatus van de opleidingen en hun benamingen. ";
3° in paragraaf 3, eerste lid, wordt de tweede zin geschrapt;
4° in paragraaf 3, tweede lid, worden de woorden " Het departement Onderwijs " vervangen door de woorden " Het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming ";
5° paragraaf 4 wordt opgeheven.
1° in paragraaf 1 wordt het tweede lid geschrapt;
2° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt :
" § 2. Het Hoger Onderwijsregister bevat van elke opleiding de volgende algemene gegevens :
1° de naam van de opleiding;
2° in voorkomend geval de afstudeerrichtingen;
3° de onderwijstaal gebruikt in de opleiding;
4° in voorkomend geval de vermelding dat er een opleidingstraject is ten behoeve van werkstudenten;
5° de graad waartoe de opleiding leidt en de kwalificatie van de graad, respectievelijk aangevuld met de specificatie van de graad;
6° de titel die door de houder van het diploma kan worden gevoerd;
7° de bevoegde instelling die de opleiding verzorgt, de vestiging(en) waar de opleiding wordt aangeboden en respectievelijk de associatie waarvan de instelling lid is;
8° de studieomvang van de opleiding uitgedrukt in studiepunten;
9° de domeinspecifieke leerresultaten van de opleidingen;
10° de datum van de accreditatie, tijdelijke erkenning of erkenning als nieuwe opleiding;
11° het tijdstip waarop de accreditatie, de tijdelijke erkenning of de erkenning als nieuwe opleiding vervalt;
12° het academiejaar of de academiejaren waarin de opleiding wordt aangeboden;
13° het studiegebied, een deel van een studiegebied of studiegebieden waarbinnen een opleiding wordt gerangschikt;
14° de ISCED benaming van het studiegebied waarin de opleiding gerangschikt wordt.
Het Hoger Onderwijsregister omvat uitsluitend de gegevens die in paragraaf 2 zijn opgenomen. De Vlaamse Regering kan in functie van de organisatorische transparantie de in paragraaf 2 opgesomde gegevens verder verduidelijken.
In het Hoger Onderwijsregister wordt in een link voorzien naar de websites van de instellingen met meer uitgebreide informatie over de gegevens inzake aansluiting en vervolgopleidingen en de onderwijs- en examenreglementen. Het Hoger Onderwijsregister voorziet in een historiek met betrekking tot de accreditatiestatus van de opleidingen en hun benamingen. ";
3° in paragraaf 3, eerste lid, wordt de tweede zin geschrapt;
4° in paragraaf 3, tweede lid, worden de woorden " Het departement Onderwijs " vervangen door de woorden " Het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming ";
5° paragraaf 4 wordt opgeheven.
Art. V.41. A l'article 64 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
1° au paragraphe 1er, le deuxième alinéa est supprimé;
2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Le Registre de l'Enseignement supérieur contient les données générales suivantes de chaque formation :
1° la dénomination de la formation;
2° le cas échéant, les orientations diplômantes;
3° la langue d'enseignement utilisée dans la formation;
4° la mention, le cas échéant, qu'il y a un parcours de formation pour les étudiants travailleurs;
5° le grade auquel conduit la formation et la qualification du grade, respectivement complétés par la spécification du grade;
6° le titre qui peut être porté par le titulaire du diplôme;
7° l'institution compétente qui dispense la formation, l'(les ) implantation(s) où est proposée la formation et, respectivement, l'association à laquelle est affiliée l'institution;
8° le volume des études de la formation exprimé en crédits;
9° les acquis de formation et d'éducation spécifiques au domaine des formations;
10° la date de l'accréditation, de la reconnaissance temporaire ou de la reconnaissance comme nouvelle formation;
11° la date à laquelle l'accréditation, la reconnaissance temporaire ou la reconnaissance comme nouvelle formation échoue;
12° l'année académique ou les années académiques dans laquelle (lesquelles) la formation est offerte;
13° la discipline, partie de discipline ou les disciplines où est classée une formation;
14° la dénomination de la discipline selon la classification CITE où est classée la formation.
Le Registre de l'Enseignement supérieur contient uniquement les données reprises au paragraphe 2. Afin de favoriser la transparence organisationnelle, le Gouvernement flamand peut préciser davantage les données énumérées au paragraphe 2.
Dans le Registre de l'Enseignement supérieur, un lien vers les sites web des institutions est prévu. Ceux-ci offrent de plus amples informations sur les formations complémentaires et continues ainsi que sur les règlements d'enseignement et d'examen. Le Registre de l'Enseignement supérieur comprend un tableau historique de l'état d'accréditation des formations et de leurs dénominations. ";
3° au paragraphe 3, premier alinéa, la deuxième phrase est supprimée;
4° dans le paragraphe 3, deuxième alinéa, les mots " Le Département de l'Enseignement " sont remplacés par les mots " Le Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation ";
5° le paragraphe 4 est abrogé.
1° au paragraphe 1er, le deuxième alinéa est supprimé;
2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Le Registre de l'Enseignement supérieur contient les données générales suivantes de chaque formation :
1° la dénomination de la formation;
2° le cas échéant, les orientations diplômantes;
3° la langue d'enseignement utilisée dans la formation;
4° la mention, le cas échéant, qu'il y a un parcours de formation pour les étudiants travailleurs;
5° le grade auquel conduit la formation et la qualification du grade, respectivement complétés par la spécification du grade;
6° le titre qui peut être porté par le titulaire du diplôme;
7° l'institution compétente qui dispense la formation, l'(les ) implantation(s) où est proposée la formation et, respectivement, l'association à laquelle est affiliée l'institution;
8° le volume des études de la formation exprimé en crédits;
9° les acquis de formation et d'éducation spécifiques au domaine des formations;
10° la date de l'accréditation, de la reconnaissance temporaire ou de la reconnaissance comme nouvelle formation;
11° la date à laquelle l'accréditation, la reconnaissance temporaire ou la reconnaissance comme nouvelle formation échoue;
12° l'année académique ou les années académiques dans laquelle (lesquelles) la formation est offerte;
13° la discipline, partie de discipline ou les disciplines où est classée une formation;
14° la dénomination de la discipline selon la classification CITE où est classée la formation.
Le Registre de l'Enseignement supérieur contient uniquement les données reprises au paragraphe 2. Afin de favoriser la transparence organisationnelle, le Gouvernement flamand peut préciser davantage les données énumérées au paragraphe 2.
Dans le Registre de l'Enseignement supérieur, un lien vers les sites web des institutions est prévu. Ceux-ci offrent de plus amples informations sur les formations complémentaires et continues ainsi que sur les règlements d'enseignement et d'examen. Le Registre de l'Enseignement supérieur comprend un tableau historique de l'état d'accréditation des formations et de leurs dénominations. ";
3° au paragraphe 3, premier alinéa, la deuxième phrase est supprimée;
4° dans le paragraphe 3, deuxième alinéa, les mots " Le Département de l'Enseignement " sont remplacés par les mots " Le Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation ";
5° le paragraphe 4 est abrogé.
Art. V.42. Aan artikel 69, § 3, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 19 maart 2004 en 22 juni 2007, wordt een tweede lid toegevoegd dat luidt als volgt :
" Bij het onderzoek van de gelijkwaardigheid bedoeld in de eerste zin van het voorgaande lid past het instellingsbestuur de bepalingen en de principes van het Verdrag van de Raad van Europa en de Unesco betreffende de erkenning van diploma's hoger onderwijs in de Europese Regio, opgemaakt in Lissabon op 11 april 1997, goedgekeurd bij decreet van 15 december 2006 en geratificeerd op 22 juli 2009 toe voor zover het land van herkomst het verdrag ook heeft geratificeerd. ".
" Bij het onderzoek van de gelijkwaardigheid bedoeld in de eerste zin van het voorgaande lid past het instellingsbestuur de bepalingen en de principes van het Verdrag van de Raad van Europa en de Unesco betreffende de erkenning van diploma's hoger onderwijs in de Europese Regio, opgemaakt in Lissabon op 11 april 1997, goedgekeurd bij decreet van 15 december 2006 en geratificeerd op 22 juli 2009 toe voor zover het land van herkomst het verdrag ook heeft geratificeerd. ".
Art. V.42. A l'article 69, § 3, du même décret, modifié par les décrets du 19 mars 2004 et 22 juin 2007, il est ajouté un deuxième alinéa ainsi rédigé :
" Aux fins de l'examen de l'équivalence, visée à la première phrase de l'alinéa précédent, la direction de l'institution applique les dispositions et principes de la Convention du Conseil de l'Europe et de l'UNESCO relative à la reconnaissance des diplômes de l'enseignement supérieur dans la région européenne, établie à Lisbonne, le 11 avril 1997, adoptée par le décret du 15 décembre 2006 et ratifiée le 22 juillet 2009, pour autant que le pays d'origine ait également ratifié la convention. ".
" Aux fins de l'examen de l'équivalence, visée à la première phrase de l'alinéa précédent, la direction de l'institution applique les dispositions et principes de la Convention du Conseil de l'Europe et de l'UNESCO relative à la reconnaissance des diplômes de l'enseignement supérieur dans la région européenne, établie à Lisbonne, le 11 avril 1997, adoptée par le décret du 15 décembre 2006 et ratifiée le 22 juillet 2009, pour autant que le pays d'origine ait également ratifié la convention. ".
Art. V.43. Aan artikel 87 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 19 maart 2004, wordt een paragraaf 3 toegevoegd die luidt als volgt :
" § 3. De Vlaamse Regering garandeert bij de uitvoering van de bepalingen in de paragrafen 1 en 2 de toepassing van de bepalingen en de principes van het Verdrag van de Raad van Europa en de Unesco betreffende de erkenning van diploma's hoger onderwijs in de Europese Regio, opgemaakt in Lissabon op 11 april 1997, goedgekeurd bij decreet van 15 december 2006 en geratificeerd op 22 juli 2009 voor zover het land van herkomst het verdrag ook heeft geratificeerd.
Bij het vastleggen van de algemene gelijkwaardigheid hanteert de Vlaamse Regering de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur dan wel de gevalideerde domeinspecifieke leerresultaten bedoeld in de artikelen 16, 17 en 18 van hetzelfde decreet als referentiekader. Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties hanteert de Vlaamse Regering de opleidingsprofielen bepaald krachtens het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs als referentiekader. Bij ontstentenis van de domeinspecifieke leerresultaten hanteert de Vlaamse Regering de referentiekaders van de visitatierapporten als bedoeld in artikel 51 van hetzelfde decreet als referentiekader. In het geval van niveaugelijkwaardigheid hanteert de Vlaamse Regering de niveaudescriptoren als beschreven in artikel 58 als referentiekader. ".
" § 3. De Vlaamse Regering garandeert bij de uitvoering van de bepalingen in de paragrafen 1 en 2 de toepassing van de bepalingen en de principes van het Verdrag van de Raad van Europa en de Unesco betreffende de erkenning van diploma's hoger onderwijs in de Europese Regio, opgemaakt in Lissabon op 11 april 1997, goedgekeurd bij decreet van 15 december 2006 en geratificeerd op 22 juli 2009 voor zover het land van herkomst het verdrag ook heeft geratificeerd.
Bij het vastleggen van de algemene gelijkwaardigheid hanteert de Vlaamse Regering de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur dan wel de gevalideerde domeinspecifieke leerresultaten bedoeld in de artikelen 16, 17 en 18 van hetzelfde decreet als referentiekader. Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties hanteert de Vlaamse Regering de opleidingsprofielen bepaald krachtens het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs als referentiekader. Bij ontstentenis van de domeinspecifieke leerresultaten hanteert de Vlaamse Regering de referentiekaders van de visitatierapporten als bedoeld in artikel 51 van hetzelfde decreet als referentiekader. In het geval van niveaugelijkwaardigheid hanteert de Vlaamse Regering de niveaudescriptoren als beschreven in artikel 58 als referentiekader. ".
Art. V.43. L'article 87 du même décret, modifié par le décret du 19 mars 2004, est complété par un paragraphe 3, rédigé comme suit :
" § 3. Le Gouvernement flamand garantit, lors de l'exécution des dispositions des paragraphes 1er et 2, l'application des dispositions et principes de la Convention du Conseil de l'Europe et de l'UNESCO relative à la reconnaissance des diplômes de l'enseignement supérieur dans la région européenne, établie à Lisbonne, le 11 avril 1997, adoptée par le décret du 15 décembre 2006 et ratifiée le 22 juillet 2009, pour autant que le pays d'origine ait également ratifié la convention. ".
Lors de la détermination de l'équivalence générale, le Gouvernement flamand utilise les qualifications d'enseignement décrites dans le décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications ainsi que les acquis de formation et d'éducation spécifiques au domaine visés aux articles 16, 17 et 18 du même décret comme cadre de référence. A défaut de qualifications d'enseignement, le Gouvernement flamand utilise les profils de formation prévus au décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes comme cadre de référence. A défaut d'acquis de formation et d'éducation spécifiques au domaine, le Gouvernement flamand utilise les cadres de référence des rapports de visite, visés à l'article 51 du même décret, comme cadre de référence. Dans le cas de l'équivalence de niveau, le Gouvernement flamand utilise les descripteurs de niveau décrits à l'article 58 comme cadre de référence. ".
" § 3. Le Gouvernement flamand garantit, lors de l'exécution des dispositions des paragraphes 1er et 2, l'application des dispositions et principes de la Convention du Conseil de l'Europe et de l'UNESCO relative à la reconnaissance des diplômes de l'enseignement supérieur dans la région européenne, établie à Lisbonne, le 11 avril 1997, adoptée par le décret du 15 décembre 2006 et ratifiée le 22 juillet 2009, pour autant que le pays d'origine ait également ratifié la convention. ".
Lors de la détermination de l'équivalence générale, le Gouvernement flamand utilise les qualifications d'enseignement décrites dans le décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications ainsi que les acquis de formation et d'éducation spécifiques au domaine visés aux articles 16, 17 et 18 du même décret comme cadre de référence. A défaut de qualifications d'enseignement, le Gouvernement flamand utilise les profils de formation prévus au décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes comme cadre de référence. A défaut d'acquis de formation et d'éducation spécifiques au domaine, le Gouvernement flamand utilise les cadres de référence des rapports de visite, visés à l'article 51 du même décret, comme cadre de référence. Dans le cas de l'équivalence de niveau, le Gouvernement flamand utilise les descripteurs de niveau décrits à l'article 58 comme cadre de référence. ".
Art. V.44. Aan artikel 88 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 19 maart 2004, wordt een tweede en derde lid toegevoegd die luiden als volgt :
" De Vlaamse Regering garandeert bij de uitvoering van de voorgaande bepalingen dat de bepalingen en de principes van het Verdrag van de Raad van Europa en de Unesco betreffende de erkenning van diploma's hoger onderwijs in de Europese Regio, opgemaakt in Lissabon op 11 april 1997, goedgekeurd bij decreet van 15 december 2006 en geratificeerd op 22 juli 2009 worden toegepast voor zover het land van herkomst het verdrag ook heeft geratificeerd.
Elke beslissing tot erkenning van de volledige gelijkwaardigheid genomen krachtens dit artikel hanteert de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur dan wel de gevalideerde domeinspecifieke leerresultaten bedoeld in de artikelen 16, 17 en 18 van hetzelfde decreet als referentiekader. Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties worden de opleidingsprofielen bepaald krachtens het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs als referentiekader gebruikt. Bij ontstentenis van de domeinspecifieke leerresultaten worden de referentiekaders van de visitatierapporten als bedoeld in artikel 51 van hetzelfde decreet als referentiekader gebruikt. In het geval van niveaugelijkwaardigheid worden de niveaudescriptoren als beschreven in artikel 58 als referentiekader gebruikt. ".
" De Vlaamse Regering garandeert bij de uitvoering van de voorgaande bepalingen dat de bepalingen en de principes van het Verdrag van de Raad van Europa en de Unesco betreffende de erkenning van diploma's hoger onderwijs in de Europese Regio, opgemaakt in Lissabon op 11 april 1997, goedgekeurd bij decreet van 15 december 2006 en geratificeerd op 22 juli 2009 worden toegepast voor zover het land van herkomst het verdrag ook heeft geratificeerd.
Elke beslissing tot erkenning van de volledige gelijkwaardigheid genomen krachtens dit artikel hanteert de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur dan wel de gevalideerde domeinspecifieke leerresultaten bedoeld in de artikelen 16, 17 en 18 van hetzelfde decreet als referentiekader. Bij ontstentenis van de onderwijskwalificaties worden de opleidingsprofielen bepaald krachtens het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs als referentiekader gebruikt. Bij ontstentenis van de domeinspecifieke leerresultaten worden de referentiekaders van de visitatierapporten als bedoeld in artikel 51 van hetzelfde decreet als referentiekader gebruikt. In het geval van niveaugelijkwaardigheid worden de niveaudescriptoren als beschreven in artikel 58 als referentiekader gebruikt. ".
Art. V.44. A l'article 88 du même décret, modifié par le décret du 19 mars 2004, il est ajouté un deuxième et un troisième alinéa ainsi rédigés :
" Le Gouvernement flamand garantit, lors de l'exécution des dispositions précédentes, l'application des dispositions et principes de la Convention du Conseil de l'Europe et de l'UNESCO relative à la reconnaissance des diplômes de l'enseignement supérieur dans la région européenne, établie à Lisbonne, le 11 avril 1997, adoptée par le décret du 15 décembre 2006 et ratifiée le 22 juillet 2009, pour autant que le pays d'origine ait également ratifié la convention.
Toute décision reconnaissant l'équivalence complète, prise conformément au présent article, utilise les qualifications d'enseignement décrites dans le décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications ainsi que les acquis de formation et d'éducation spécifiques au domaine visés aux articles 16, 17 et 18 du même décret comme cadre de référence. A défaut de qualifications d'enseignement, les profils de formation prévus au décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes sont utilisés comme cadre de référence. A défaut d'acquis de formation et d'éducation spécifiques au domaine, les cadres de référence des rapports de visite, visés à l'article 51 du même décret, sont utilisés comme cadre de référence. Dans le cas de l'équivalence de niveau, les descripteurs de niveau décrits à l'article 58 sont utilisés comme cadre de référence. ".
" Le Gouvernement flamand garantit, lors de l'exécution des dispositions précédentes, l'application des dispositions et principes de la Convention du Conseil de l'Europe et de l'UNESCO relative à la reconnaissance des diplômes de l'enseignement supérieur dans la région européenne, établie à Lisbonne, le 11 avril 1997, adoptée par le décret du 15 décembre 2006 et ratifiée le 22 juillet 2009, pour autant que le pays d'origine ait également ratifié la convention.
Toute décision reconnaissant l'équivalence complète, prise conformément au présent article, utilise les qualifications d'enseignement décrites dans le décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications ainsi que les acquis de formation et d'éducation spécifiques au domaine visés aux articles 16, 17 et 18 du même décret comme cadre de référence. A défaut de qualifications d'enseignement, les profils de formation prévus au décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes sont utilisés comme cadre de référence. A défaut d'acquis de formation et d'éducation spécifiques au domaine, les cadres de référence des rapports de visite, visés à l'article 51 du même décret, sont utilisés comme cadre de référence. Dans le cas de l'équivalence de niveau, les descripteurs de niveau décrits à l'article 58 sont utilisés comme cadre de référence. ".
Art. V.45. In hetzelfde decreet wordt een artikel 93bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 93bis. Indien de kwaliteit van het onderwijs in een specifieke lerarenopleiding, na een grondig kwaliteitsonderzoek uitgevoerd volgens paragraaf 3bis onvoldoende wordt geacht, of in redelijkheid moet geacht worden niet te behoren tot het hoger onderwijs, kan de Vlaamse Regering besluiten dat :
1° de cursisten van die opleiding niet in aanmerking komen voor de berekening van het aantal lesurencursist, zoals bedoeld in artikel 99 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs;
2° de diploma's van de studenten van die opleiding niet meer in aanmerking komen voor de berekening van de financiering zoals bedoeld in artikel 179, 12°, van het hogescholendecreet;
3° de diploma's van de studenten van die opleiding niet meer in aanmerking komen voor de berekening van de financiering zoals bedoeld in artikel 130quater van het universiteitendecreet;
4° het instellingsbestuur de opleiding niet meer mag sanctioneren met het diploma van leraar.
De ingeschreven studenten of cursisten moeten wel de mogelijkheid krijgen hun opleiding af te ronden. De Vlaamse Regering neemt daartoe de nodige maatregelen.
Het uitsluitingsbesluit kan pas genomen worden nadat de Vlaamse Regering aan de desbetreffende instelling een waarschuwing heeft gegeven. Deze waarschuwing houdt in dat zij voornemens is dit uitsluitingsbesluit te treffen onder bepaling van een termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet worden gegeven en desgewenst overleg met hem dienaangaande plaats kan vinden. Het uitsluitingsbesluit treedt slechts in werking in het tweede daaropvolgende academiejaar. ".
" Art. 93bis. Indien de kwaliteit van het onderwijs in een specifieke lerarenopleiding, na een grondig kwaliteitsonderzoek uitgevoerd volgens paragraaf 3bis onvoldoende wordt geacht, of in redelijkheid moet geacht worden niet te behoren tot het hoger onderwijs, kan de Vlaamse Regering besluiten dat :
1° de cursisten van die opleiding niet in aanmerking komen voor de berekening van het aantal lesurencursist, zoals bedoeld in artikel 99 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs;
2° de diploma's van de studenten van die opleiding niet meer in aanmerking komen voor de berekening van de financiering zoals bedoeld in artikel 179, 12°, van het hogescholendecreet;
3° de diploma's van de studenten van die opleiding niet meer in aanmerking komen voor de berekening van de financiering zoals bedoeld in artikel 130quater van het universiteitendecreet;
4° het instellingsbestuur de opleiding niet meer mag sanctioneren met het diploma van leraar.
De ingeschreven studenten of cursisten moeten wel de mogelijkheid krijgen hun opleiding af te ronden. De Vlaamse Regering neemt daartoe de nodige maatregelen.
Het uitsluitingsbesluit kan pas genomen worden nadat de Vlaamse Regering aan de desbetreffende instelling een waarschuwing heeft gegeven. Deze waarschuwing houdt in dat zij voornemens is dit uitsluitingsbesluit te treffen onder bepaling van een termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet worden gegeven en desgewenst overleg met hem dienaangaande plaats kan vinden. Het uitsluitingsbesluit treedt slechts in werking in het tweede daaropvolgende academiejaar. ".
Art. V.45. Dans le même décret est inséré un article 93bis, rédigé comme suit :
" Art. 93bis. Si, après un examen approfondi de la qualité entrepris suivant le paragraphe 3bis, la qualité de l'enseignement d'une formation spécifique des enseignants est censée insuffisante ou est raisonnablement censée ne pas appartenir à l'enseignement supérieur, le Gouvernement flamand peut conclure que :
1° les apprenants suivant cette formation n'entrent pas en considération pour le calcul du nombre d'heures de cours/apprenant, visé à l'article 99 du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes;
2° les diplômes des étudiants de cette formation n'entrent plus en considération pour le calcul du financement tel que visé à l'article 179, 12°, du décret-instituts supérieurs;
3° les diplômes des étudiants de cette formation n'entrent plus en considération pour le calcul du financement tel que visé à l'article 130quater du décret-universités;
4° la direction de l'institution ne peut plus délivrer le diplôme d'enseignant pour la formation.
Toutefois, les étudiants ou apprenants inscrits doivent avoir la possibilité d'achever leur formation. Le Gouvernement flamand prend des mesures à cet effet.
L'arrêté d'exclusion ne peut être pris qu'après que le Gouvernement flamand a prononcé un avertissement à l'institution concernée. Cet avertissement implique qu'il a l'intention de prendre cet arrêté d'exclusion en fixant le délai dans lequel il doit être donné suite à l'avertissement et, le cas échéant, une consultation peut avoir lieu à ce sujet. L'arrêté d'exclusion n'entre en vigueur que dans la deuxième année académique suivante. ".
" Art. 93bis. Si, après un examen approfondi de la qualité entrepris suivant le paragraphe 3bis, la qualité de l'enseignement d'une formation spécifique des enseignants est censée insuffisante ou est raisonnablement censée ne pas appartenir à l'enseignement supérieur, le Gouvernement flamand peut conclure que :
1° les apprenants suivant cette formation n'entrent pas en considération pour le calcul du nombre d'heures de cours/apprenant, visé à l'article 99 du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes;
2° les diplômes des étudiants de cette formation n'entrent plus en considération pour le calcul du financement tel que visé à l'article 179, 12°, du décret-instituts supérieurs;
3° les diplômes des étudiants de cette formation n'entrent plus en considération pour le calcul du financement tel que visé à l'article 130quater du décret-universités;
4° la direction de l'institution ne peut plus délivrer le diplôme d'enseignant pour la formation.
Toutefois, les étudiants ou apprenants inscrits doivent avoir la possibilité d'achever leur formation. Le Gouvernement flamand prend des mesures à cet effet.
L'arrêté d'exclusion ne peut être pris qu'après que le Gouvernement flamand a prononcé un avertissement à l'institution concernée. Cet avertissement implique qu'il a l'intention de prendre cet arrêté d'exclusion en fixant le délai dans lequel il doit être donné suite à l'avertissement et, le cas échéant, une consultation peut avoir lieu à ce sujet. L'arrêté d'exclusion n'entre en vigueur que dans la deuxième année académique suivante. ".
Art. V.46. In artikel 94 van hetzelfde decreet wordt in paragraaf 2, punt 2° vervangen door wat volgt :
" 2° de betrokken studenten ten minste 20 studiepunten gevolgd en verworven hebben in de andere instelling of instellingen dan deze waar zij bij de aanvang van de opleiding initieel waren ingeschreven als het gaat om een opleiding met een studieomvang van 60 studiepunten en ten minste 27 studiepunten in alle andere gevallen; ".
" 2° de betrokken studenten ten minste 20 studiepunten gevolgd en verworven hebben in de andere instelling of instellingen dan deze waar zij bij de aanvang van de opleiding initieel waren ingeschreven als het gaat om een opleiding met een studieomvang van 60 studiepunten en ten minste 27 studiepunten in alle andere gevallen; ".
Art. V.46. Dans l'article 94 du même décret, le paragraphe 2° est remplacé par la disposition suivante :
" 2° les étudiants concernés ont suivi et acquis au moins 20 crédits dans l'autre institution ou dans d'autres institutions que celle où ils étaient initialement inscrits au début de la formation s'il s'agit d'une formation dont le volume des études correspond à 60 crédits et à 27 crédits dans tous les autres cas; ".
" 2° les étudiants concernés ont suivi et acquis au moins 20 crédits dans l'autre institution ou dans d'autres institutions que celle où ils étaient initialement inscrits au début de la formation s'il s'agit d'une formation dont le volume des études correspond à 60 crédits et à 27 crédits dans tous les autres cas; ".
Art. V.47. In artikel 113ter, § 1, van hetzelfde decreet ingevoegd bij het decreet van 14 maart 2008, wordt na de tweede zin een zin ingevoegd, die luidt als volgt :
" De Vlaamse Regering benoemt de leden van de stuurgroep, die zijn voorgedragen door de VLUHR en het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming. ".
" De Vlaamse Regering benoemt de leden van de stuurgroep, die zijn voorgedragen door de VLUHR en het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming. ".
Art. V.47. Dans l'article 113ter, § 1er, du même décret, inséré par le décret du 14 mars 2008, il est inséré après la deuxième phrase, une phrase ainsi rédigé :
" Le Gouvernement flamand nomme les membres du groupe de pilotage proposés par le VLUHR et le Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation. ".
" Le Gouvernement flamand nomme les membres du groupe de pilotage proposés par le VLUHR et le Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation. ".
Art. V.48. In hetzelfde decreet wordt een artikel 113quinquies ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 113quinquies. De Vlaamse Regering kan verdere regels vastleggen met betrekking tot de registratie en de validatie van de gegevens in de Databank Hoger Onderwijs (DHO), inbegrepen een bindende gedragscode voor alle instellingen en actoren die gegevens in DHO registreren en valideren. ".
" Art. 113quinquies. De Vlaamse Regering kan verdere regels vastleggen met betrekking tot de registratie en de validatie van de gegevens in de Databank Hoger Onderwijs (DHO), inbegrepen een bindende gedragscode voor alle instellingen en actoren die gegevens in DHO registreren en valideren. ".
Art. V.48. Dans le même décret, il est inséré un article 113quinquies, rédigé comme suit :
" Art. 113quinquies. Le Gouvernement flamand peut fixer les modalités relatives à l'enregistrement et la validation des données dans la Base de données de l'Enseignement supérieur (DHO), y compris un code de conduite contraignant pour tous les acteurs et institutions enregistrant et validant des données dans la DHO. ".
" Art. 113quinquies. Le Gouvernement flamand peut fixer les modalités relatives à l'enregistrement et la validation des données dans la Base de données de l'Enseignement supérieur (DHO), y compris un code de conduite contraignant pour tous les acteurs et institutions enregistrant et validant des données dans la DHO. ".
Afdeling V. - Rechtspositieregeling van de student, de medezeggenschap, de integratie van bepaalde afdelingen in het hoger onderwijs en de begeleiding van de herstructurering
Section V. - Statut de l'étudiant, participation, intégration de certaines sections dans l'enseignement supérieur et accompagnement de la restructuration
Art. V.49. Aan artikel II.1, 15°bis, van het decreet 19 maart 2004 betreffende de rechtspositieregeling van de student, de medezeggenschap in het hoger onderwijs, de integratie van bepaalde afdelingen van het hoger onderwijs voor sociale promotie in de hogescholen en de begeleiding van de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen, ingevoegd bij het decreet van 30 april 2004 en gewijzigd bij het decreet van 8 mei 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° er wordt een punt h) en i) toegevoegd, die luiden als volgt :
" h) een beslissing van een instellingsbestuur over de gelijkwaardigheid van een buitenlands diploma genomen in toepassing van artikel 69, § 3, van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen;
i) een beslissing inzake gelijkwaardigheid van een buitenlands diploma van hoger onderwijs met een Vlaams diploma van hoger onderwijs genomen krachtens artikel 88 van het decreet 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen; ";
2° er wordt een punt j) toegevoegd, dat luidt als volgt :
" j) een beslissing waarbij er in geval van overmacht geen aangepaste examenregeling mogelijk is om organisatorische redenen. ".
1° er wordt een punt h) en i) toegevoegd, die luiden als volgt :
" h) een beslissing van een instellingsbestuur over de gelijkwaardigheid van een buitenlands diploma genomen in toepassing van artikel 69, § 3, van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen;
i) een beslissing inzake gelijkwaardigheid van een buitenlands diploma van hoger onderwijs met een Vlaams diploma van hoger onderwijs genomen krachtens artikel 88 van het decreet 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen; ";
2° er wordt een punt j) toegevoegd, dat luidt als volgt :
" j) een beslissing waarbij er in geval van overmacht geen aangepaste examenregeling mogelijk is om organisatorische redenen. ".
Art. V.49. A l'article II. 1, 15°bis, du décret du 19 mars 2004 relatif au statut de l'étudiant, à la participation dans l'enseignement supérieur, l'intégration de certaines sections de l'enseignement supérieur de promotion sociale dans les instituts supérieurs et l'accompagnement de la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre, inséré par le décret du 30 avril 2004 et modifié par le décret du 8 mai 2009, sont apportées les modifications suivantes :
1° il est ajouté un point h) ainsi qu'un point i), ainsi rédigés :
" h) une décision d'une direction d'institution sur l'équivalence d'un diplôme étranger prise en application de l'article 69, § 3, du décret du 4 avril 2003 relatif à la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre;
i) une décision relative à l'équivalence d'un diplôme étranger de l'enseignement supérieur à un diplôme flamand de l'enseignement supérieur prise en vertu de l'article 88 du décret du 4 avril 2003 relatif à la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre; ";
2° il est ajouté un point j), rédigé comme suit :
j) une décision par laquelle, en cas de force majeure, aucun régime des examens adapté n'est possible pour des raisons organisationnelles. ".
1° il est ajouté un point h) ainsi qu'un point i), ainsi rédigés :
" h) une décision d'une direction d'institution sur l'équivalence d'un diplôme étranger prise en application de l'article 69, § 3, du décret du 4 avril 2003 relatif à la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre;
i) une décision relative à l'équivalence d'un diplôme étranger de l'enseignement supérieur à un diplôme flamand de l'enseignement supérieur prise en vertu de l'article 88 du décret du 4 avril 2003 relatif à la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre; ";
2° il est ajouté un point j), rédigé comme suit :
j) une décision par laquelle, en cas de force majeure, aucun régime des examens adapté n'est possible pour des raisons organisationnelles. ".
Art. V.50. Aan artikel II.2, § 3, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 30 april 2004, worden een punt 3° en een punt 4° toegevoegd, die luiden als volgt :
" 3° worden de personen die op grond van EVK's of van een bewijs van bekwaamheid een vrijstelling aanvragen als studenten beschouwd;
4° worden de personen die een aanvraag doen voor het volgen van een schakel- of voorbereidingsprogramma als studenten beschouwd. ".
" 3° worden de personen die op grond van EVK's of van een bewijs van bekwaamheid een vrijstelling aanvragen als studenten beschouwd;
4° worden de personen die een aanvraag doen voor het volgen van een schakel- of voorbereidingsprogramma als studenten beschouwd. ".
Art. V.50. A l'article II.2, § 3, deuxième alinéa, du même décret, inséré par le décret du 30 avril 2004, sont ajoutés un point 3° et un point 4°, rédigés comme suit :
" 3° sont considérés comme étudiants tous ceux qui, sur la base des EVK ou d'un certificat d'aptitude, demandent une dispense;
4° sont considérés comme étudiants tous ceux qui présentent une demande de participation à un programme de transition et/ou préparatoire. ".
Art. V.50. A l'article II. 15 du même décret, modifié par le décret du 8 mai 2009, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le deuxième alinéa, les mots " ou des personnes auxquelles se rapporte la décision " sont insérés entre les mots " par des étudiants " et les mots " contre des décisions sur la progression des études ";
2° il est ajouté un quatrième alinéa, rédigé comme suit :
" Des personnes qui ne sont pas encore inscrites dans une institution d'enseignement supérieur ne peuvent introduire qu'un seul recours auprès du Conseil contre une décision visée à l'article II. 1, 15°bis, h), ou relatif à une demande de dispense sur la base d'EVK ou d'un certificat d'aptitude si elles ont déposé dans une période de 4 ans la même ou une demande semblable auprès de plusieurs institutions. Un tel recours qui a été introduit une deuxième fois est irrecevable. ".
" 3° sont considérés comme étudiants tous ceux qui, sur la base des EVK ou d'un certificat d'aptitude, demandent une dispense;
4° sont considérés comme étudiants tous ceux qui présentent une demande de participation à un programme de transition et/ou préparatoire. ".
Art. V.50. A l'article II. 15 du même décret, modifié par le décret du 8 mai 2009, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le deuxième alinéa, les mots " ou des personnes auxquelles se rapporte la décision " sont insérés entre les mots " par des étudiants " et les mots " contre des décisions sur la progression des études ";
2° il est ajouté un quatrième alinéa, rédigé comme suit :
" Des personnes qui ne sont pas encore inscrites dans une institution d'enseignement supérieur ne peuvent introduire qu'un seul recours auprès du Conseil contre une décision visée à l'article II. 1, 15°bis, h), ou relatif à une demande de dispense sur la base d'EVK ou d'un certificat d'aptitude si elles ont déposé dans une période de 4 ans la même ou une demande semblable auprès de plusieurs institutions. Un tel recours qui a été introduit une deuxième fois est irrecevable. ".
Art. V.51. Aan artikel II.15 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 8 mei 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het tweede lid tussen het woord " studenten " en de woorden " worden ingesteld " worden de woorden " of personen op wie de beslissing betrekking heeft, " ingevoegd;
2° er wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Personen die nog niet ingeschreven zijn aan een instelling voor hoger onderwijs kunnen tegen een beslissing, bedoeld in artikel II. 1, 15°bis, h), of over een aanvraag om vrijstelling op grond van EVK's of van een bewijs van bekwaamheid maar een keer een beroep instellen bij de Raad ingeval ze in een periode van 4 jaar een aanvraag met dezelfde of vergelijkbare strekking hebben ingediend bij meerdere instellingen. Een dergelijk beroep dat een tweede keer is ingesteld, is onontvankelijk. ".
1° in het tweede lid tussen het woord " studenten " en de woorden " worden ingesteld " worden de woorden " of personen op wie de beslissing betrekking heeft, " ingevoegd;
2° er wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Personen die nog niet ingeschreven zijn aan een instelling voor hoger onderwijs kunnen tegen een beslissing, bedoeld in artikel II. 1, 15°bis, h), of over een aanvraag om vrijstelling op grond van EVK's of van een bewijs van bekwaamheid maar een keer een beroep instellen bij de Raad ingeval ze in een periode van 4 jaar een aanvraag met dezelfde of vergelijkbare strekking hebben ingediend bij meerdere instellingen. Een dergelijk beroep dat een tweede keer is ingesteld, is onontvankelijk. ".
Art. V.52. A l'article II.22, § 1er, du même décret, il est ajouté un troisième alinéa, rédigé comme suit :
" Lors du traitement d'une requête qui a pour objet une décision sur la progression des études telle que visée à l'article II. 1, 15bis °, j), le Conseil juge si, en l'espèce, il s'agit d'un cas de force majeure remédiable et si, d'un point de vue organisationnel, il est possible d'élaborer un régime des examens adapté à l'étudiant concerné. ".
" Lors du traitement d'une requête qui a pour objet une décision sur la progression des études telle que visée à l'article II. 1, 15bis °, j), le Conseil juge si, en l'espèce, il s'agit d'un cas de force majeure remédiable et si, d'un point de vue organisationnel, il est possible d'élaborer un régime des examens adapté à l'étudiant concerné. ".
Art. V.52. Aan artikel II.22, § 1, van hetzelfde decreet wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Bij de behandeling van een verzoekschrift dat als voorwerp een studievoortgangsbeslissing heeft zoals bepaald in artikel II. 1, 15bis °, j), oordeelt de Raad of er in voorkomend geval al dan niet sprake is van een niet remedieerbare overmacht en de onmogelijkheid om voor de betrokken student om organisatorische redenen een aangepaste examenregeling uit te werken. ".
" Bij de behandeling van een verzoekschrift dat als voorwerp een studievoortgangsbeslissing heeft zoals bepaald in artikel II. 1, 15bis °, j), oordeelt de Raad of er in voorkomend geval al dan niet sprake is van een niet remedieerbare overmacht en de onmogelijkheid om voor de betrokken student om organisatorische redenen een aangepaste examenregeling uit te werken. ".
Art. V.53. Dans l'article II.24, § 1er, du même décret, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le premier alinéa, le membre de phrase " ou, le cas échéant, après expiration du délai visé à l'article II.14, deuxième alinéa " est supprimé;
2° dans le deuxième alinéa, les mots " le cinquième jour du délai visé à l'alinéa premier " sont remplacés par les mots " le cinquième ou trentième jour du délai visé respectivement à l'alinéa premier ou à l'alinéa deux; "
3° il est inséré, entre les premier et deuxième alinéas, un nouvel alinéa ainsi rédigé :
" Les recours contre une décision visée à l'article II. 1, 15°bis, h) et i), sont introduits devant le Conseil dans un délai de 30 jours prenant cours le lendemain de la prise de connaissance de la décision définitive de l'organe compétent par ou en vertu du décret et au plus tard le trente et unième jour après la notification de la décision concernée. ".
4° il est inséré, après le nouveau deuxième alinéa, un troisième alinéa ainsi rédigé :
" En l'absence d'une décision de l'instance de recours interne dans le délai tel que fixé à l'article II. 14, deuxième alinéa, il est impératif que, le cas échéant, le recours soit formé auprès du Conseil dans une échéance de cinq jours calendaires après l'expiration de ce délai, sauf si l'instance de recours interne informe, avant l'expiration du délai dont elle dispose, l'étudiant à quelle date ultérieure elle se prononcera. Dans ce cas, l'échéance de cinq jours calendaires pour le recours auprès du Conseil commence le lendemain de cette date. ".
1° dans le premier alinéa, le membre de phrase " ou, le cas échéant, après expiration du délai visé à l'article II.14, deuxième alinéa " est supprimé;
2° dans le deuxième alinéa, les mots " le cinquième jour du délai visé à l'alinéa premier " sont remplacés par les mots " le cinquième ou trentième jour du délai visé respectivement à l'alinéa premier ou à l'alinéa deux; "
3° il est inséré, entre les premier et deuxième alinéas, un nouvel alinéa ainsi rédigé :
" Les recours contre une décision visée à l'article II. 1, 15°bis, h) et i), sont introduits devant le Conseil dans un délai de 30 jours prenant cours le lendemain de la prise de connaissance de la décision définitive de l'organe compétent par ou en vertu du décret et au plus tard le trente et unième jour après la notification de la décision concernée. ".
4° il est inséré, après le nouveau deuxième alinéa, un troisième alinéa ainsi rédigé :
" En l'absence d'une décision de l'instance de recours interne dans le délai tel que fixé à l'article II. 14, deuxième alinéa, il est impératif que, le cas échéant, le recours soit formé auprès du Conseil dans une échéance de cinq jours calendaires après l'expiration de ce délai, sauf si l'instance de recours interne informe, avant l'expiration du délai dont elle dispose, l'étudiant à quelle date ultérieure elle se prononcera. Dans ce cas, l'échéance de cinq jours calendaires pour le recours auprès du Conseil commence le lendemain de cette date. ".
Art. V.53. In artikel II.24, § 1, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid wordt de zinsnede " , of, in voorkomend geval, na het verstrijken van de in artikel II.14, tweede lid bedoelde termijn " geschrapt;
2° in het tweede lid, worden de woorden " de vijfde dag van de in het eerste lid " vervangen door de woorden " de vijfde of dertigste dag van de in het eerste lid respectievelijk tweede lid ";
3° er wordt tussen het eerste en het tweede lid, een nieuw lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
" De beroepen tegen een beslissing bedoeld in artikel II. 1, 15°bis, h) en i), worden bij de Raad ingesteld binnen een vervaltermijn van 30 dagen die ingaat de dag na kennisname van de definitieve beslissing van het bij of krachtens het decreet bevoegd orgaan en uiterlijk de eenendertigste dag na de dag van een kennisgeving van de betrokken beslissing. ";
4° er wordt na het nieuw tweede lid een nieuw derde lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Bij het uitblijven van een tijdige beslissing van de interne beroepsinstantie binnen de termijn zoals bepaald in artikel II.14, tweede lid, dient in voorkomend geval het beroep bij de Raad binnen de vervaltermijn van vijf kalenderdagen na het verstrijken van deze termijn te worden ingesteld, tenzij vóór het verstrijken van de termijn waarover de interne beroepsinstantie beschikt, deze aan de student meedeelt op welke latere datum zij uitspraak zal doen. In dat geval gaat de vervaltermijn van vijf kalenderdagen voor het beroep bij de Raad in de dag na die datum. ".
1° in het eerste lid wordt de zinsnede " , of, in voorkomend geval, na het verstrijken van de in artikel II.14, tweede lid bedoelde termijn " geschrapt;
2° in het tweede lid, worden de woorden " de vijfde dag van de in het eerste lid " vervangen door de woorden " de vijfde of dertigste dag van de in het eerste lid respectievelijk tweede lid ";
3° er wordt tussen het eerste en het tweede lid, een nieuw lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
" De beroepen tegen een beslissing bedoeld in artikel II. 1, 15°bis, h) en i), worden bij de Raad ingesteld binnen een vervaltermijn van 30 dagen die ingaat de dag na kennisname van de definitieve beslissing van het bij of krachtens het decreet bevoegd orgaan en uiterlijk de eenendertigste dag na de dag van een kennisgeving van de betrokken beslissing. ";
4° er wordt na het nieuw tweede lid een nieuw derde lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Bij het uitblijven van een tijdige beslissing van de interne beroepsinstantie binnen de termijn zoals bepaald in artikel II.14, tweede lid, dient in voorkomend geval het beroep bij de Raad binnen de vervaltermijn van vijf kalenderdagen na het verstrijken van deze termijn te worden ingesteld, tenzij vóór het verstrijken van de termijn waarover de interne beroepsinstantie beschikt, deze aan de student meedeelt op welke latere datum zij uitspraak zal doen. In dat geval gaat de vervaltermijn van vijf kalenderdagen voor het beroep bij de Raad in de dag na die datum. ".
Art. V.54. A l'article II.38 du même décret, il est ajouté un deuxième alinéa, rédigé comme suit :
Par dérogation aux dispositions du premier alinéa, les prononcés du Conseil relatifs aux recours contre une décision visée à l'article II. 1, 15°bis, h) et i), sont faits dans un délai d'ordre de 30 jours calendaires. ".
Par dérogation aux dispositions du premier alinéa, les prononcés du Conseil relatifs aux recours contre une décision visée à l'article II. 1, 15°bis, h) et i), sont faits dans un délai d'ordre de 30 jours calendaires. ".
Art. V.54. Aan artikel II.38 van hetzelfde decreet wordt een tweede lid toegevoegd dat luidt als volgt :
" In afwijking van het bepaalde in het eerste lid worden de uitspraken van de Raad in beroepen tegen een beslissing bedoeld in artikel II. 1, 15°bis, h) en i), uitgebracht binnen een ordetermijn van 30 kalenderdagen. ".
" In afwijking van het bepaalde in het eerste lid worden de uitspraken van de Raad in beroepen tegen een beslissing bedoeld in artikel II. 1, 15°bis, h) en i), uitgebracht binnen een ordetermijn van 30 kalenderdagen. ".
Art. V.55. A l'article II.61, § 2, 2°, du même décret, les mots " et aux articles 6, 8° et 20, 3°, du décret portant le statut de l'Universiteit Hasselt et du 'Hoge Raad voor het Hoger Onderwijs in Limburg' (Conseil supérieur de l'Enseignement supérieur au Limbourg) " sont ajoutés.
Art. V.55. Aan artikel II.61, § 2, 2°, van hetzelfde decreet worden de woorden " en de artikelen 6, 8° en 20, 3°, van het decreet houdende het statuut van de Universiteit Hasselt en de Hoge Raad voor het Hoger Onderwijs in Limburg " toegevoegd.
Section VI. - Flexibilisation de l'enseignement supérieur
Afdeling VI. - Flexibilisering hoger onderwijs
Art. V.56. Dans l'article 4 du décret du 30 avril 2004 relatif à la flexibilisation de l'enseignement supérieur en Flandre et portant des mesures urgentes en matière d'enseignement supérieur, modifié par le décret du 30 avril 2009, la phrase " Une formation a un volume des études de 60 unités d'études ou une multitude de celles-ci; sauf pour ce qui est d'une formation de l'enseignement supérieur professionnel HBO 5 " est remplacée par la phrase suivante " Une formation a un volume des études de 60 crédits ou un multiple de ceux-ci; sauf pour ce qui est d'une formation de l'enseignement supérieur professionnel HBO 5 et des formations de master pour lesquelles un multiple de 30 est possible ".
Art. V.56. In artikel 4 van het decreet van 30 april 2004 betreffende de flexibilisering van het hoger onderwijs in Vlaanderen en houdende dringende hogeronderwijsmaatregelen, gewijzigd bij het decreet van 30 april 2009, worden na het woord " beroepsonderwijs " de woorden " en de masteropleidingen, waarvoor een veelvoud van 30 mogelijk is " ingevoegd.
Art. V.57. L'article 5 du même décret, modifié par le décret du 9 juillet 2010, est complété par un quatrième, un cinquième et un sixième alinéas, ainsi rédigés :
" Pour ce qui est des formations conduisant aux professions de médecin, de médecin généraliste, d'infirmier/infirmière responsable des soins généraux, de dentiste, de médecin vétérinaire, de sage-femme, de pharmacien et d'architecte, la direction de l'institution répond, lors de l'établissement du programme de formation, aux exigences prévues dans la Directive 2005/36/CE du Parlement européen et du Conseil de l'Union européenne du 7 septembre 2005 relative à la reconnaissance des qualifications professionnelles. Les directions des institutions précisent clairement dans leur règlement d'enseignement comment leurs programmes de formation répondent aux conditions prévues dans la directive.
L'Organe d'accréditation confirme dans son rapport d'accréditation et sa décision d'accréditation, visés à l'article 60 du décret du 4 avril 2003 relatif à la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre, si la direction de l'institution a respecté ou non la directive européenne lors de l'établissement des programmes de formation. L'Organe d'accréditation prend la décision sur la base de l'évaluation externe publiée de la formation.
Le Gouvernement flamand publie la Directive 2005/36/CE du 7 septembre 2005 relative à la reconnaissance des qualifications professionnelles, ainsi que les annexes au Moniteur belge. ".
" Pour ce qui est des formations conduisant aux professions de médecin, de médecin généraliste, d'infirmier/infirmière responsable des soins généraux, de dentiste, de médecin vétérinaire, de sage-femme, de pharmacien et d'architecte, la direction de l'institution répond, lors de l'établissement du programme de formation, aux exigences prévues dans la Directive 2005/36/CE du Parlement européen et du Conseil de l'Union européenne du 7 septembre 2005 relative à la reconnaissance des qualifications professionnelles. Les directions des institutions précisent clairement dans leur règlement d'enseignement comment leurs programmes de formation répondent aux conditions prévues dans la directive.
L'Organe d'accréditation confirme dans son rapport d'accréditation et sa décision d'accréditation, visés à l'article 60 du décret du 4 avril 2003 relatif à la restructuration de l'enseignement supérieur en Flandre, si la direction de l'institution a respecté ou non la directive européenne lors de l'établissement des programmes de formation. L'Organe d'accréditation prend la décision sur la base de l'évaluation externe publiée de la formation.
Le Gouvernement flamand publie la Directive 2005/36/CE du 7 septembre 2005 relative à la reconnaissance des qualifications professionnelles, ainsi que les annexes au Moniteur belge. ".
Art. V.57. Aan artikel 5 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2010, wordt een vierde, een vijfde en een zesde lid toegevoegd, die luiden als volgt :
" Wat betreft de opleidingen die leiden tot de beroepen van arts, huisarts, verantwoordelijk algemeen ziekenverple(e)g(st)er, tandarts, dierenarts, vroedvrouw, apotheker en architect leeft het instellingsbestuur bij de vaststelling van het opleidingsprogramma de vereisten na bepaald in de Europese Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties. De instellingsbesturen geven in hun onderwijsregeling duidelijk aan hoe zij in hun opleidingsprogramma's beantwoorden aan de voorwaarden uiteengezet in de richtlijn.
Het accreditatieorgaan bevestigt in zijn accreditatierapport en in zijn accreditatiebesluit, bedoeld in artikel 60 van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen, of het instellingsbestuur bij het vaststellen van de opleidingsprogramma's de betreffende Europese Richtlijn al dan niet heeft nageleefd. Het accreditatieorgaan neemt dat besluit op grond van de gepubliceerde externe beoordeling van de opleiding.
De Vlaamse Regering publiceert de Europese Richtlijn 2005/36/EG van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties, inclusief de bijlagen in het Belgisch Staatsblad. ".
" Wat betreft de opleidingen die leiden tot de beroepen van arts, huisarts, verantwoordelijk algemeen ziekenverple(e)g(st)er, tandarts, dierenarts, vroedvrouw, apotheker en architect leeft het instellingsbestuur bij de vaststelling van het opleidingsprogramma de vereisten na bepaald in de Europese Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties. De instellingsbesturen geven in hun onderwijsregeling duidelijk aan hoe zij in hun opleidingsprogramma's beantwoorden aan de voorwaarden uiteengezet in de richtlijn.
Het accreditatieorgaan bevestigt in zijn accreditatierapport en in zijn accreditatiebesluit, bedoeld in artikel 60 van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen, of het instellingsbestuur bij het vaststellen van de opleidingsprogramma's de betreffende Europese Richtlijn al dan niet heeft nageleefd. Het accreditatieorgaan neemt dat besluit op grond van de gepubliceerde externe beoordeling van de opleiding.
De Vlaamse Regering publiceert de Europese Richtlijn 2005/36/EG van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties, inclusief de bijlagen in het Belgisch Staatsblad. ".
Art. V.58. Dans le même décret, il est inséré un article 11bis, rédigé comme suit :
" Art.11bis. § 1er. La direction de l'institution fixe, dans le règlement d'enseignement, les conditions d'admission dérogatoires en vertu desquelles les personnes ne remplissant pas les conditions visées à l'article 11 peuvent s'inscrire pour une formation de master. Les conditions d'admission dérogatoires ne peuvent tenir compte que des éléments suivants :
1° des raisons humanitaires;
2° des raisons médicales, psychiques ou sociales.
§ 2. A la lumière de l'équilibre nécessaire entre les règlements des différentes institutions, la direction de l'institution fait correspondre ses conditions d'admission dérogatoires aux prescriptions générales relatives aux conditions d'admission dérogatoires que l'association a inscrites dans un règlement. Cette dernière disposition ne s'applique pas à la direction d'une institution qui n'appartient pas à une association. ";
" Art.11bis. § 1er. La direction de l'institution fixe, dans le règlement d'enseignement, les conditions d'admission dérogatoires en vertu desquelles les personnes ne remplissant pas les conditions visées à l'article 11 peuvent s'inscrire pour une formation de master. Les conditions d'admission dérogatoires ne peuvent tenir compte que des éléments suivants :
1° des raisons humanitaires;
2° des raisons médicales, psychiques ou sociales.
§ 2. A la lumière de l'équilibre nécessaire entre les règlements des différentes institutions, la direction de l'institution fait correspondre ses conditions d'admission dérogatoires aux prescriptions générales relatives aux conditions d'admission dérogatoires que l'association a inscrites dans un règlement. Cette dernière disposition ne s'applique pas à la direction d'une institution qui n'appartient pas à une association. ";
Art. V.58. In hetzelfde decreet wordt een artikel 1 1bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 1 1bis. § 1. Het instellingsbestuur bepaalt in de onderwijsregeling de afwijkende toelatingsvoorwaarden op grond waarvan personen die niet aan de voorwaarden vermeld in artikel 11 voldoen, ingeschreven kunnen worden voor een masteropleiding. De afwijkende toelatingsvoorwaarden kunnen alleen rekening houden met de volgende elementen :
1° humanitaire redenen;
2° medische, psychische of sociale redenen.
§ 2. In het licht van het noodzakelijke evenwicht tussen de reglementen van de verschillende instellingen stemt het instellingsbestuur zijn afwijkende toelatingsvoorwaarden af op de algemene voorschriften betreffende afwijkende toelatingsvoorwaarden die de associatie in een reglement heeft opgenomen. Die laatste bepaling geldt niet voor het bestuur van een instelling die niet tot een associatie behoort. ".
" Art. 1 1bis. § 1. Het instellingsbestuur bepaalt in de onderwijsregeling de afwijkende toelatingsvoorwaarden op grond waarvan personen die niet aan de voorwaarden vermeld in artikel 11 voldoen, ingeschreven kunnen worden voor een masteropleiding. De afwijkende toelatingsvoorwaarden kunnen alleen rekening houden met de volgende elementen :
1° humanitaire redenen;
2° medische, psychische of sociale redenen.
§ 2. In het licht van het noodzakelijke evenwicht tussen de reglementen van de verschillende instellingen stemt het instellingsbestuur zijn afwijkende toelatingsvoorwaarden af op de algemene voorschriften betreffende afwijkende toelatingsvoorwaarden die de associatie in een reglement heeft opgenomen. Die laatste bepaling geldt niet voor het bestuur van een instelling die niet tot een associatie behoort. ".
Art. V.59. L'article 47 du même décret, modifié par le décret du 16 juin 2006, est complété par un § 3, rédigé comme suit :
" § 3. Lors de la prise de décision concernant l'octroi de dispenses sur la base d'un diplôme étranger ou d'une période d'études à l'étranger, la direction de l'institution applique les dispositions et principes de la Convention du Conseil de l'Europe et de l'UNESCO relative à la reconnaissance des diplômes de l'enseignement supérieur dans la région européenne, établie à Lisbonne, le 11 avril 1997, adoptée par le décret du 15 décembre 2006 et ratifiée le 22 juillet 2009, pour autant que le pays d'origine ait également ratifié la convention. ".
" § 3. Lors de la prise de décision concernant l'octroi de dispenses sur la base d'un diplôme étranger ou d'une période d'études à l'étranger, la direction de l'institution applique les dispositions et principes de la Convention du Conseil de l'Europe et de l'UNESCO relative à la reconnaissance des diplômes de l'enseignement supérieur dans la région européenne, établie à Lisbonne, le 11 avril 1997, adoptée par le décret du 15 décembre 2006 et ratifiée le 22 juillet 2009, pour autant que le pays d'origine ait également ratifié la convention. ".
Art. V.59. Aan artikel 47 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 16 juni 2006, wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 3. Bij het nemen van een beslissing inzake het verlenen van vrijstellingen op grond van een buitenlands diploma of buitenlandse studieperiode past het instellingsbestuur de bepalingen en de principes van het Verdrag van de Raad van Europa en de Unesco betreffende de erkenning van diploma's hoger onderwijs in de Europese Regio, opgemaakt in Lissabon op 11 april 1997, goedgekeurd bij decreet van 15 december 2006 en geratificeerd op 22 juli 2009 toe voor zover het land van herkomst het verdrag ook heeft geratificeerd. ".
" § 3. Bij het nemen van een beslissing inzake het verlenen van vrijstellingen op grond van een buitenlands diploma of buitenlandse studieperiode past het instellingsbestuur de bepalingen en de principes van het Verdrag van de Raad van Europa en de Unesco betreffende de erkenning van diploma's hoger onderwijs in de Europese Regio, opgemaakt in Lissabon op 11 april 1997, goedgekeurd bij decreet van 15 december 2006 en geratificeerd op 22 juli 2009 toe voor zover het land van herkomst het verdrag ook heeft geratificeerd. ".
Art. V.60. Dans l'article 64, 6°, du même décret, remplacé par le décret du 14 mars 2008, le membre de phrase " ou 40 " est remplacé par le membre de phrase, " 40bis ou 40ter ".
Art. V.60. In artikel 64, 6°, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 14 maart 2008, wordt de zinsnede " of 40 " vervangen door de zinsnede " , 40bis of 40ter ".
Section VII. - Financement et fonctionnement de l'enseignement supérieur
Afdeling VII. - Financiering en werking van het hoger onderwijs
Art. V.61. A l'article 7, § 1, 2°, f), du décret du 14 mars 2008 relatif au financement du fonctionnement des instituts supérieurs et des universités en Flandre, le membre de phrase " ou 40 " est remplacé par le membre de phrase, " 40bis ou 40ter ".
Art. V.61. In artikel 7, § 1, 2°, f), van het decreet van 14 maart 2008 betreffende de financiering van de werking van de hogescholen en de universiteiten in Vlaanderen wordt de zinsnede " of 40 " vervangen door de zinsnede " , 40bis of 40ter ".
Art. V.62. Dans le même décret, il est inséré un article 25ter, rédigé comme suit :
" Art. 25ter. L'application des dispositions de l'article 24, §§ 1er à 4, et de l'article 25, § 1er, 1°, 2° et 3°, est suspendue à l'égard des décisions prises par les institutions relatives à la suppression progressive ou la cessation de formations ou relatives à la restructuration telle que visée à l'article 25, qui produisent leurs effets dans les années académiques 2011-2012 en 2012-2013. "
" Art. 25ter. L'application des dispositions de l'article 24, §§ 1er à 4, et de l'article 25, § 1er, 1°, 2° et 3°, est suspendue à l'égard des décisions prises par les institutions relatives à la suppression progressive ou la cessation de formations ou relatives à la restructuration telle que visée à l'article 25, qui produisent leurs effets dans les années académiques 2011-2012 en 2012-2013. "
Art. V.62. In hetzelfde decreet wordt een artikel 25ter ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 25ter. De toepassing van de bepalingen van artikel 24, § 1 tot met § 4, en van artikel 25, § 1, 1°, 2° en 3°, wordt opgeschort ten aanzien van de beslissingen die instellingen nemen met betrekking tot de afbouw of de stopzetting van opleidingen of met betrekking tot herstructurering zoals bedoeld in artikel 25, die uitwerking hebben met ingang van de academiejaren 2011-2012 en 2012-2013. ".
" Art. 25ter. De toepassing van de bepalingen van artikel 24, § 1 tot met § 4, en van artikel 25, § 1, 1°, 2° en 3°, wordt opgeschort ten aanzien van de beslissingen die instellingen nemen met betrekking tot de afbouw of de stopzetting van opleidingen of met betrekking tot herstructurering zoals bedoeld in artikel 25, die uitwerking hebben met ingang van de academiejaren 2011-2012 en 2012-2013. ".
Art. V.63. A l'article 38, § 1er, du même décret sont apportées les modifications suivantes :
1° le point 5° est abrogé;
2° dans le point 6°, modifié par le décret du 18 décembre 2009, le montant " 1.545.521,92 " est remplacé par le montant " 1.962.442,72 ".
1° le point 5° est abrogé;
2° dans le point 6°, modifié par le décret du 18 décembre 2009, le montant " 1.545.521,92 " est remplacé par le montant " 1.962.442,72 ".
Art. V.63. In artikel 38, § 1, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° punt 5° wordt opgeheven;
2° in punt 6°, gewijzigd bij het decreet van 18 december 2009, wordt het bedrag " 1.545.521,92 " vervangen door het bedrag " 1.962.442,72 ".
1° punt 5° wordt opgeheven;
2° in punt 6°, gewijzigd bij het decreet van 18 december 2009, wordt het bedrag " 1.545.521,92 " vervangen door het bedrag " 1.962.442,72 ".
Art. V.64. Dans le même décret, il est inséré un article 40quinquies, rédigé comme suit :
" Art. 40quinquies. On entend par " tutorat ", l'initiative par laquelle les étudiants de l'enseignement supérieur servent de modèle et assument de manière structurée un rôle d'accompagnateur, avec l'intention d'aider les élèves des enseignements fondamental et secondaire dans le processus d'apprentissage et de choix. Les étudiants de l'enseignement supérieur sont appelés des " tuteurs ", les élèves concernés de l'enseignement fondamental ou secondaire sont dénommés des " tutorés ".
Aux conditions fixées par le Gouvernement flamand, le Gouvernement flamand peut octroyer des subventions aux institutions d'enseignement supérieur qui offrent, en collaboration avec les écoles fondamentales et les écoles d'enseignement secondaire, un " tutorat " aux élèves de ces écoles. Le Gouvernement flamand arrête le mode de sélection, la durée et l'évaluation des projets. ".
" Art. 40quinquies. On entend par " tutorat ", l'initiative par laquelle les étudiants de l'enseignement supérieur servent de modèle et assument de manière structurée un rôle d'accompagnateur, avec l'intention d'aider les élèves des enseignements fondamental et secondaire dans le processus d'apprentissage et de choix. Les étudiants de l'enseignement supérieur sont appelés des " tuteurs ", les élèves concernés de l'enseignement fondamental ou secondaire sont dénommés des " tutorés ".
Aux conditions fixées par le Gouvernement flamand, le Gouvernement flamand peut octroyer des subventions aux institutions d'enseignement supérieur qui offrent, en collaboration avec les écoles fondamentales et les écoles d'enseignement secondaire, un " tutorat " aux élèves de ces écoles. Le Gouvernement flamand arrête le mode de sélection, la durée et l'évaluation des projets. ".
Art. V.64. In hetzelfde decreet wordt een artikel 40quinquies ingevoegd dat luidt als volgt :
" Art. 40quinquies. Onder 'tutoring' wordt verstaan dat studenten uit het hoger onderwijs op een gestructureerde manier optreden als begeleider en rolmodel, met de bedoeling om leerlingen basis- en secundair onderwijs te ondersteunen bij het leer- en keuzeproces. De studenten uit het hoger onderwijs worden daarbij " tutors " genoemd, de betrokken leerlingen uit het basis- of secundair onderwijs worden aangeduid als " tutees ".
Onder de voorwaarden bepaald door de Vlaamse Regering kan de Vlaamse Regering subsidies verlenen aan instellingen voor hoger onderwijs die in samenwerking met basisscholen en scholen voor secundair onderwijs " tutoring " aanbieden aan de leerlingen van die scholen. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze van selectie, de duur en de evaluatie van de projecten. ".
" Art. 40quinquies. Onder 'tutoring' wordt verstaan dat studenten uit het hoger onderwijs op een gestructureerde manier optreden als begeleider en rolmodel, met de bedoeling om leerlingen basis- en secundair onderwijs te ondersteunen bij het leer- en keuzeproces. De studenten uit het hoger onderwijs worden daarbij " tutors " genoemd, de betrokken leerlingen uit het basis- of secundair onderwijs worden aangeduid als " tutees ".
Onder de voorwaarden bepaald door de Vlaamse Regering kan de Vlaamse Regering subsidies verlenen aan instellingen voor hoger onderwijs die in samenwerking met basisscholen en scholen voor secundair onderwijs " tutoring " aanbieden aan de leerlingen van die scholen. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze van selectie, de duur en de evaluatie van de projecten. ".
Art. V.65. A l'article 47 du même décret, le § 3, modifié par le décret du 9 juillet 2010, est remplacé par la disposition suivante :
" § 3. Le crédit d'apprentissage d'un étudiant se trouvant dans une situation de force majeure pour lequel un régime des examens adapté n'apporte pas de solution comme établi dans le cadre d'une procédure de recours devant le Conseil pour des différends en matière de décisions sur la progression des études, est rendu à l'étudiant pour les crédits engagés qui portent sur les subdivisions de formation pour lesquelles l'étudiant se trouvait dans l'impossibilité de se présenter aux examens. ".
" § 3. Le crédit d'apprentissage d'un étudiant se trouvant dans une situation de force majeure pour lequel un régime des examens adapté n'apporte pas de solution comme établi dans le cadre d'une procédure de recours devant le Conseil pour des différends en matière de décisions sur la progression des études, est rendu à l'étudiant pour les crédits engagés qui portent sur les subdivisions de formation pour lesquelles l'étudiant se trouvait dans l'impossibilité de se présenter aux examens. ".
Art. V.65. In artikel 47 van hetzelfde decreet wordt paragraaf 3, gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2010, vervangen, door wat volgt :
Section VIII. - Entrée en vigueur
Afdeling VIII. - Inwerkingtreding
Art. V.66. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er septembre 2011.
Art. V.66. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 september 2011.
CHAPITRE VI. - Centres d'encadrement des élèves
HOOFDSTUK VI. - Centra voor leerlingenbegeleiding
Art. VI.1. A l'article 2 du décret du 1er décembre 1998 relatif aux centres d'encadrement des élèves sont apportées les modifications suivantes :
Art. VI.1. In artikel 2 van het decreet van 1 december 1998 betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt 6°, a), worden de woorden " gefinancierd wordt " vervangen door de woorden " in aanmerking komt voor financiering ";
2° in punt 6° wordt het punt b) vervangen door wat volgt :
" b) gesubsidieerd officieel centrum : centrum dat ingericht wordt door publiekrechtelijke rechtspersonen andere dan het gemeenschapsonderwijs en dat in aanmerking komt voor subsidiëring door de Vlaamse Gemeenschap; ";
3° in punt 6°, c), worden de woorden " gesubsidieerd wordt " vervangen door de woorden " in aanmerking komt voor subsidiëring ";
4° in punt 20° worden de woorden " openbaar bestuur " telkens vervangen door de woorden " publiekrechtelijke " rechtspersoon;
5° het punt 22°, gewijzigd bij het decreet van 8 mei 2009, wordt vervangen door wat volgt :
" 22° onderwijsnet :
- het gemeenschapsonderwijs : het onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap zoals bedoeld in artikel 2 van het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het gemeenschapsonderwijs;
- het gesubsidieerd officieel onderwijs : het onderwijs ingericht door publiekrechtelijke rechtspersonen andere dan het gemeenschapsonderwijs en dat in aanmerking komt voor subsidiëring van de Vlaamse Gemeenschap;
- het gesubsidieerd vrij onderwijs : het onderwijs ingericht door natuurlijke personen of privaatrechtelijke rechtspersonen en dat in aanmerking komt voor subsidiëring door de Vlaamse Gemeenschap; ".
1° in punt 6°, a), worden de woorden " gefinancierd wordt " vervangen door de woorden " in aanmerking komt voor financiering ";
2° in punt 6° wordt het punt b) vervangen door wat volgt :
" b) gesubsidieerd officieel centrum : centrum dat ingericht wordt door publiekrechtelijke rechtspersonen andere dan het gemeenschapsonderwijs en dat in aanmerking komt voor subsidiëring door de Vlaamse Gemeenschap; ";
3° in punt 6°, c), worden de woorden " gesubsidieerd wordt " vervangen door de woorden " in aanmerking komt voor subsidiëring ";
4° in punt 20° worden de woorden " openbaar bestuur " telkens vervangen door de woorden " publiekrechtelijke " rechtspersoon;
5° het punt 22°, gewijzigd bij het decreet van 8 mei 2009, wordt vervangen door wat volgt :
" 22° onderwijsnet :
- het gemeenschapsonderwijs : het onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap zoals bedoeld in artikel 2 van het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het gemeenschapsonderwijs;
- het gesubsidieerd officieel onderwijs : het onderwijs ingericht door publiekrechtelijke rechtspersonen andere dan het gemeenschapsonderwijs en dat in aanmerking komt voor subsidiëring van de Vlaamse Gemeenschap;
- het gesubsidieerd vrij onderwijs : het onderwijs ingericht door natuurlijke personen of privaatrechtelijke rechtspersonen en dat in aanmerking komt voor subsidiëring door de Vlaamse Gemeenschap; ".
Art. VI.2. [1 A l'article 14bis du même décret, le § 2 est remplacé par la disposition suivante :]1
" [1 § 2]1 Aucune propagande ou activité politique ne peut être menée dans un centre.
Par dérogation à l'alinéa précédent, des activités politiques sont admises dans un centre en dehors des périodes dans lesquelles il y a des activités du centre et en dehors de la période de 90 jours précédant des élections. Les membres du personnel et les élèves ne sont pas sollicités ou incités à participer à ces activités. La direction du centre ne peut pas être associée à l'organisation d'une activité politique et tient compte du principe d'égalité de traitement lors de l'application de la présente disposition.
Par activités politiques, on entend ici toutes les activités qui sont organisées par des partis politiques ou mandataires politiques de partis politiques, dont les positions et les comportements ne sont pas contraires à Convention de sauvegarde des droits de l'homme et des libertés fondamentales. ".
" [1 § 2]1 Aucune propagande ou activité politique ne peut être menée dans un centre.
Par dérogation à l'alinéa précédent, des activités politiques sont admises dans un centre en dehors des périodes dans lesquelles il y a des activités du centre et en dehors de la période de 90 jours précédant des élections. Les membres du personnel et les élèves ne sont pas sollicités ou incités à participer à ces activités. La direction du centre ne peut pas être associée à l'organisation d'une activité politique et tient compte du principe d'égalité de traitement lors de l'application de la présente disposition.
Par activités politiques, on entend ici toutes les activités qui sont organisées par des partis politiques ou mandataires politiques de partis politiques, dont les positions et les comportements ne sont pas contraires à Convention de sauvegarde des droits de l'homme et des libertés fondamentales. ".
Art. VI.2. [1 In artikel 14bis van hetzelfde decreet wordt § 2 vervangen door wat volgt :]1
" [1 § 2]1 Er mag in een centrum geen politieke propaganda gevoerd worden en er mogen geen politieke activiteiten worden georganiseerd.
In afwijking van het vorige lid kunnen politieke activiteiten in een centrum worden toegelaten buiten de periodes waarin er centrumactiviteiten zijn en buiten de periode van 90 dagen voorafgaand aan een verkiezing. Personeelsleden en leerlingen worden niet gevraagd of aangezet om aan deze activiteiten deel te nemen. Het centrumbestuur kan niet betrokken worden bij de organisatie van een politieke activiteit en houdt rekening met het beginsel van gelijke behandeling bij de toepassing van deze bepaling.
Onder politieke activiteiten wordt hier verstaan alle activiteiten die worden georganiseerd door politieke partijen of politieke mandatarissen van politieke partijen, waarvan de standpunten en gedragingen niet in strijd zijn met het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. ".
" [1 § 2]1 Er mag in een centrum geen politieke propaganda gevoerd worden en er mogen geen politieke activiteiten worden georganiseerd.
In afwijking van het vorige lid kunnen politieke activiteiten in een centrum worden toegelaten buiten de periodes waarin er centrumactiviteiten zijn en buiten de periode van 90 dagen voorafgaand aan een verkiezing. Personeelsleden en leerlingen worden niet gevraagd of aangezet om aan deze activiteiten deel te nemen. Het centrumbestuur kan niet betrokken worden bij de organisatie van een politieke activiteit en houdt rekening met het beginsel van gelijke behandeling bij de toepassing van deze bepaling.
Onder politieke activiteiten wordt hier verstaan alle activiteiten die worden georganiseerd door politieke partijen of politieke mandatarissen van politieke partijen, waarvan de standpunten en gedragingen niet in strijd zijn met het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. ".
Art. VI.3. Dans l'article 49, alinéa 1er, du même décret, les mots " et fixe le traitement des fonctions financées ou admises aux subventions " sont supprimés.
Art. VI.3. In artikel 49, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden " en bepaalt het salaris voor de gefinancierde of gesubsidieerde ambten " opgeheven.
Art. VI.4. Dans le même décret, il est inséré un article 65/1, rédigé comme suit :
" Art. 65/1. Par dérogation à l'article 65, un centre qui n'atteint pas la norme de rationalisation au 1er février 2011 peut rester admis au financement ou aux subventions pour la durée totale de la prochaine période pour laquelle l'encadrement est à nouveau fixé conformément à l'article 67, à condition que le centre atteignît la norme de rationalisation, visée aux articles 65 et 66, au 1er février 2008. ".
" Art. 65/1. Par dérogation à l'article 65, un centre qui n'atteint pas la norme de rationalisation au 1er février 2011 peut rester admis au financement ou aux subventions pour la durée totale de la prochaine période pour laquelle l'encadrement est à nouveau fixé conformément à l'article 67, à condition que le centre atteignît la norme de rationalisation, visée aux articles 65 et 66, au 1er février 2008. ".
Art. VI.4. In hetzelfde decreet wordt een artikel 65/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 65/1. In afwijking van artikel 65 kan een centrum dat de rationalisatienorm op 1 februari 2011 niet behaalt gefinancierd of gesubsidieerd blijven voor de volledige duur van de eerstvolgende periode waarvoor overeenkomstig artikel 67 de omkadering wordt vastgesteld, op voorwaarde dat het centrum de rationalisatienorm, vermeld in artikel 65 en 66, wel behaalde op 1 februari 2008. ".
" Art. 65/1. In afwijking van artikel 65 kan een centrum dat de rationalisatienorm op 1 februari 2011 niet behaalt gefinancierd of gesubsidieerd blijven voor de volledige duur van de eerstvolgende periode waarvoor overeenkomstig artikel 67 de omkadering wordt vastgesteld, op voorwaarde dat het centrum de rationalisatienorm, vermeld in artikel 65 en 66, wel behaalde op 1 februari 2008. ".
Art. VI.5. A l'article 68 du même décret, modifié par le décret du 14 février 2003, il est ajouté un deuxième alinéa, rédigé comme suit :
" Par dérogation au premier alinéa, le nombre de primo-arrivants allophones d'un centre pour la période pour laquelle l'encadrement est fixé, visé à l'article 67, est égal au nombre de primo-arrivants allophones que les écoles accompagnées par le centre comptent au premier jour de classe de février de l'année calendaire précédant le début de la première année pour laquelle l'encadrement est fixé, et pour lequel les écoles ont obtenu des périodes de cours complémentaires. Le nombre de primo-arrivants allophones est multiplié par le coefficient correspondant, visé à l'article 69. ".
" Par dérogation au premier alinéa, le nombre de primo-arrivants allophones d'un centre pour la période pour laquelle l'encadrement est fixé, visé à l'article 67, est égal au nombre de primo-arrivants allophones que les écoles accompagnées par le centre comptent au premier jour de classe de février de l'année calendaire précédant le début de la première année pour laquelle l'encadrement est fixé, et pour lequel les écoles ont obtenu des périodes de cours complémentaires. Le nombre de primo-arrivants allophones est multiplié par le coefficient correspondant, visé à l'article 69. ".
Art. VI.5. Aan artikel 68 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 14 februari 2003, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" In afwijking van het eerste lid, is het aantal anderstalige nieuwkomers van een centrum voor de periode waarvoor de omkadering wordt vastgesteld, vermeld in artikel 67, gelijk aan het aantal anderstalige nieuwkomers dat de scholen, die door het centrum begeleid worden, op de eerste schooldag van februari van het kalenderjaar dat voorafgaat aan de start van het eerste jaar waarvoor de omkadering wordt vastgesteld, telt en waarvoor deze scholen aanvullende lestijden verkregen hebben. Het aantal anderstalige nieuwkomers wordt vermenigvuldigd met de overeenkomstige coëfficiënt, vermeld in artikel 69. ".
" In afwijking van het eerste lid, is het aantal anderstalige nieuwkomers van een centrum voor de periode waarvoor de omkadering wordt vastgesteld, vermeld in artikel 67, gelijk aan het aantal anderstalige nieuwkomers dat de scholen, die door het centrum begeleid worden, op de eerste schooldag van februari van het kalenderjaar dat voorafgaat aan de start van het eerste jaar waarvoor de omkadering wordt vastgesteld, telt en waarvoor deze scholen aanvullende lestijden verkregen hebben. Het aantal anderstalige nieuwkomers wordt vermenigvuldigd met de overeenkomstige coëfficiënt, vermeld in artikel 69. ".
Art. VI.6. A l'article 78, § 1er, du même décret, remplacé par le décret du 15 juillet 2005, il est ajouté un deuxième alinéa, rédigé comme suit :
" Le membre du personnel siégeant dans un organe local de participation créé par ou en vertu d'une loi ou d'un décret, obtient une dispense de service pour assister aux réunions de cet organe de participation. La dispense est assimilée à une période d'activité de service. Le membre du personnel maintient son droit au traitement.
" Le membre du personnel siégeant dans un organe local de participation créé par ou en vertu d'une loi ou d'un décret, obtient une dispense de service pour assister aux réunions de cet organe de participation. La dispense est assimilée à une période d'activité de service. Le membre du personnel maintient son droit au traitement.
Art. VI.6. Aan artikel 78, § 1, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 15 juli 2005, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Het personeelslid dat zitting heeft in een lokaal inspraakorgaan dat opgericht is door of krachtens een wet of een decreet, krijgt dienstvrij stelling om de vergaderingen van dat inspraakorgaan bij te wonen. De dienstvrijstelling wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit. Het personeelslid behoudt het recht op een salaris. ".
" Het personeelslid dat zitting heeft in een lokaal inspraakorgaan dat opgericht is door of krachtens een wet of een decreet, krijgt dienstvrij stelling om de vergaderingen van dat inspraakorgaan bij te wonen. De dienstvrijstelling wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit. Het personeelslid behoudt het recht op een salaris. ".
Art. VI.7. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er septembre 2011.
L'article VI.6 produit ses effets le 10 décembre 2010.
L'article VI.6 produit ses effets le 10 décembre 2010.
Art. VI.7. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 september 2011.
CHAPITRE VII. - Inspection de l'Enseignement et Services d'encadrement pédagogique
HOOFDSTUK VII. - Onderwijsinspectie en pedagogische begeleidingsdiensten
Art. VII.1. L'article 26, § 1er, du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement, modifié par le décret du 18 décembre 2009, est complété par un point 4°, rédigé comme suit :
Art. VII.1. In artikel 26, § 1, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van het onderwijs, gewijzigd bij het decreet van 18 december 2009, wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 4° een bedrag van 400.000 euro voor de integratie van ICT in de reguliere nascholingen en begeleidingen. ".
" 4° een bedrag van 400.000 euro voor de integratie van ICT in de reguliere nascholingen en begeleidingen. ".
Art. VII.2. Dans l'article 30, premier alinéa, du même décret, le membre de phrase " l'année scolaire 2011-2012 " est remplacé par le membre de phrase " l'année scolaire 2012-2013 ".
Art. VII.2. In artikel 30, eerste lid, van hetzelfde decreet, wordt de zinsnede " het schooljaar 2011-2012 " vervangen door de zinsnede " het schooljaar 2012-2013 ".
Art. VII.3. Dans l'article 123, alinéa 1er, du même décret, est inséré entre les mots " contre la suspension préventive " et les mots " auprès de la chambre de recours " le membre de phrase " ou, si applicable, contre la retenue de traitement, ".
Art. VII.3. In artikel 123, eerste lid, van hetzelfde decreet worden tussen de woorden " tegen de preventieve schorsing " en de woorden " in beroep gaan bij " de zinsnede " of, als dat van toepassing is, tegen de afhouding van salaris, " ingevoegd.
Art. VII.4. A l'article 136, premier alinéa, 5°, du même décret, le membre de phrase " ou, si applicable, contre la retenue de traitement " est ajouté.
Art. VII.4. Aan artikel 136, eerste lid, 5°, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede " of, als dat van toepassing is, tegen de afhouding van salaris " toegevoegd.
Art. VII.5. Au deuxième tiret, de l'article 10, § 1er, du décret du 1er décembre 1993 relatif à l'inspection et à l'encadrement des cours philosophiques, les mots " pour l'enseignement primaire " sont supprimés.
Art. VII.5. In artikel 10, § 1, van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken, worden in het tweede streepje de woorden " voor het lager onderwijs " geschrapt.
Art. VII.6. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er septembre 2011.
Art. VII.6. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 september 2011.
CHAPITRE VIII. - Aide financière aux études
HOOFDSTUK VIII. - Studiefinanciering
Art. VIII.1er. Dans le décret du 8 juin 2007 relatif à l'aide financière aux études de la Communauté flamande, il est inséré un article 4bis rédigé comme suit :
Art. VIII.1. In het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap wordt een artikel 4bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 4bis. Schuldvorderingen die rechtstreeks en uitsluitend gerelateerd zijn aan de bestedingen, vermeld in artikel 4, derde lid, verricht door de ontvanger van studiefinanciering, zijn bevoorrecht op het toegekende bedrag van de studiefinanciering in dezelfde rangorde als de schuldvorderingen, vermeld in artikel 19, 5°, van de Hypotheekwet. ".
" Art. 4bis. Schuldvorderingen die rechtstreeks en uitsluitend gerelateerd zijn aan de bestedingen, vermeld in artikel 4, derde lid, verricht door de ontvanger van studiefinanciering, zijn bevoorrecht op het toegekende bedrag van de studiefinanciering in dezelfde rangorde als de schuldvorderingen, vermeld in artikel 19, 5°, van de Hypotheekwet. ".
Art. VIII.2. L'article 13 du même décret, modifié par le décret du 8 mai 2009, est complété par un § 5, rédigé comme suit :
" § 5. Par dérogation aux § 2 et § 3, premier alinéa, un jeune enfant est réputé répondre à la condition de présence suffisante, si une attestation délivrée par un médecin, un paramédical, visé à l'arrêté royal du 2 juillet 2009 établissant la liste des professions paramédicales, ou un titulaire d'un diplôme en kinésithérapie, visé à l'article 21bis, § 2, de l''arrêté royal n° 78 du 10 novembre 1967 relatif à l''exercice des professions des soins de santé, est soumise. L'attestation comprend une déclaration que le jeune enfant inscrit dans une école ne peut pas ou ne peut fréquenter que de façon irrégulière l'école. L'attestation est renvoyée par le demandeur au service compétent du Ministère de l'Enseignement et de la Formation. ".
" § 5. Par dérogation aux § 2 et § 3, premier alinéa, un jeune enfant est réputé répondre à la condition de présence suffisante, si une attestation délivrée par un médecin, un paramédical, visé à l'arrêté royal du 2 juillet 2009 établissant la liste des professions paramédicales, ou un titulaire d'un diplôme en kinésithérapie, visé à l'article 21bis, § 2, de l''arrêté royal n° 78 du 10 novembre 1967 relatif à l''exercice des professions des soins de santé, est soumise. L'attestation comprend une déclaration que le jeune enfant inscrit dans une école ne peut pas ou ne peut fréquenter que de façon irrégulière l'école. L'attestation est renvoyée par le demandeur au service compétent du Ministère de l'Enseignement et de la Formation. ".
Art. VIII.2. Aan artikel 13 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 8 mei 2009, wordt een paragraaf 5 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 5. In afwijking van § 2 en § 3, eerste lid, wordt een kleuter tijdens het betrokken schooljaar geacht voldoende aanwezig te zijn, indien een attest van een arts, een paramedicus, vermeld in het koninklijk besluit van 2 juli 2009 tot vaststelling van de lijst van de paramedische beroepen, of een houder van een diploma in kinesitherapie, vermeld in artikel 21bis, § 2, van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitvoering van de gezondheidsberoepen, voorgelegd wordt. Het attest bevat een verklaring dat de in een school ingeschreven kleuter tijdens het betrokken schooljaar niet of slechts onregelmatig naar school kan gaan. Het attest wordt door de aanvrager teruggestuurd naar de bevoegde dienst van het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming. ".
" § 5. In afwijking van § 2 en § 3, eerste lid, wordt een kleuter tijdens het betrokken schooljaar geacht voldoende aanwezig te zijn, indien een attest van een arts, een paramedicus, vermeld in het koninklijk besluit van 2 juli 2009 tot vaststelling van de lijst van de paramedische beroepen, of een houder van een diploma in kinesitherapie, vermeld in artikel 21bis, § 2, van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitvoering van de gezondheidsberoepen, voorgelegd wordt. Het attest bevat een verklaring dat de in een school ingeschreven kleuter tijdens het betrokken schooljaar niet of slechts onregelmatig naar school kan gaan. Het attest wordt door de aanvrager teruggestuurd naar de bevoegde dienst van het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming. ".
Art. VIII.3. Dans l'article 23, § 3, quatrième alinéa, du même décret, remplacé par le décret du 4 juillet 2008, le mot " soixante " est chaque fois remplacé par le mot " trente ".
Art. VIII.3. In artikel 23, § 3, vierde lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 4 juli 2008, wordt het getal " zestig " telkens vervangen door het getal " dertig ".
Art. VIII.4. Dans l'article 38 du même décret, modifié par le décret du 4 juillet 2008, le deuxième alinéa est remplacé par la disposition suivante :
" Si le revenu cadastral indexé des immeubles affectés à d'autres usages des personnes dont le revenu de référence est pris en compte, conformément à l'article 34, pour le calcul du revenu de référence est supérieur à 1250 euros, un élève ou étudiant n'a pas droit à une allocation si le triple du revenu cadastral indexé des immeubles affectés à d'autres usages des personnes dont le revenu de référence est pris en compte, conformément à l'article 34, pour le calcul du revenu de référence dépasse de plus de vingt pour cent le revenu de référence, visé à l'article 35, réduit de deux fois le revenu cadastral indexé des immeubles affectés à d'autres usages et une fois le revenu cadastral indexé affecté à des propres fins professionnelles, visés à l'article 35, premier alinéa, 4°. ".
" Si le revenu cadastral indexé des immeubles affectés à d'autres usages des personnes dont le revenu de référence est pris en compte, conformément à l'article 34, pour le calcul du revenu de référence est supérieur à 1250 euros, un élève ou étudiant n'a pas droit à une allocation si le triple du revenu cadastral indexé des immeubles affectés à d'autres usages des personnes dont le revenu de référence est pris en compte, conformément à l'article 34, pour le calcul du revenu de référence dépasse de plus de vingt pour cent le revenu de référence, visé à l'article 35, réduit de deux fois le revenu cadastral indexé des immeubles affectés à d'autres usages et une fois le revenu cadastral indexé affecté à des propres fins professionnelles, visés à l'article 35, premier alinéa, 4°. ".
Art. VIII.4. In artikel 38 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 4 juli 2008, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :
" Indien het geïndexeerd kadastraal inkomen vreemd gebruik van de personen van wie het referentie-inkomen overeenkomstig artikel 34 als uitgangspunt wordt genomen voor de berekening van het referentie-inkomen hoger is dan 1250 euro, heeft een leerling of student geen recht op een toelage als het verdrievoudigd geïndexeerd kadastraal inkomen vreemd gebruik van de personen van wie het referentie-inkomen overeenkomstig artikel 34 als uitgangspunt wordt genomen voor de berekening van het referentie-inkomen hoger is dan twintig procent van het referentie-inkomen, vermeld in artikel 35, verminderd met tweemaal het geïndexeerd kadastraal inkomen vreemd gebruik en eenmaal het geïndexeerd kadastraal inkomen dat voor eigen beroepsdoeleinden wordt aangewend, vermeld in artikel 35, eerste lid, 4°. ".
" Indien het geïndexeerd kadastraal inkomen vreemd gebruik van de personen van wie het referentie-inkomen overeenkomstig artikel 34 als uitgangspunt wordt genomen voor de berekening van het referentie-inkomen hoger is dan 1250 euro, heeft een leerling of student geen recht op een toelage als het verdrievoudigd geïndexeerd kadastraal inkomen vreemd gebruik van de personen van wie het referentie-inkomen overeenkomstig artikel 34 als uitgangspunt wordt genomen voor de berekening van het referentie-inkomen hoger is dan twintig procent van het referentie-inkomen, vermeld in artikel 35, verminderd met tweemaal het geïndexeerd kadastraal inkomen vreemd gebruik en eenmaal het geïndexeerd kadastraal inkomen dat voor eigen beroepsdoeleinden wordt aangewend, vermeld in artikel 35, eerste lid, 4°. ".
Art. VIII.5. Dans l'article 53 du même décret, la date " 15 août " est remplacée par la date " 1er août ", et la date " 30 juin " est chaque fois remplacée par la date " 1er juin ".
Art. VIII.5. In artikel 53 van hetzelfde decreet wordt de datum van " 15 augustus " vervangen door de datum " 1 augustus ", en wordt de datum " 30 juni " telkens vervangen door de datum " 1 juni ".
Art. VIII.6. A l'article 59 du même décret, il est ajouté un deuxième alinéa, rédigé comme suit :
" La demande de révision d'un dossier, visée au premier alinéa, ne peut porter que sur l'année scolaire ou académique dans laquelle la demande a été déposée, ainsi que sur les quatre années scolaires ou académiques précédentes. ".
" La demande de révision d'un dossier, visée au premier alinéa, ne peut porter que sur l'année scolaire ou académique dans laquelle la demande a été déposée, ainsi que sur les quatre années scolaires ou académiques précédentes. ".
Art. VIII.6. Aan artikel 59 van hetzelfde decreet wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" De vraag tot herziening van een dossier, vermeld in het eerste lid, kan alleen betrekking hebben op het school- of academiejaar waarin de vraag gesteld werd, alsook op de vier school- of academiejaren die eraan voorafgaan. ".
" De vraag tot herziening van een dossier, vermeld in het eerste lid, kan alleen betrekking hebben op het school- of academiejaar waarin de vraag gesteld werd, alsook op de vier school- of academiejaren die eraan voorafgaan. ".
Art. VIII.7. L'article 60 du même décret est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 60. Dans les cas suivants, le service procède d'initiative à la révision du dossier :
1° si une erreur s'est produite dans le calcul de l'allocation, due ou non à des actions trompeuses, des déclarations fausses ou des déclarations incomplètes que l'étudiant a sciemment transmises;
2° si l'allocation a été calculée sur la base d'un revenu qui n'a pas encore été contrôlé par le Service public fédéral Finances et s'il apparaît ensuite que le revenu probable diffère du revenu contrôlé;
3° après prise de connaissance des faits dont il apparaît qu'une des conditions d'octroi de l'allocation n'était pas remplie.
La révision d'un dossier ne peut porter que sur l'année scolaire ou académique dans laquelle le service décide la révision, ainsi que sur les quatre années scolaires ou académiques précédentes. ".
" Art. 60. Dans les cas suivants, le service procède d'initiative à la révision du dossier :
1° si une erreur s'est produite dans le calcul de l'allocation, due ou non à des actions trompeuses, des déclarations fausses ou des déclarations incomplètes que l'étudiant a sciemment transmises;
2° si l'allocation a été calculée sur la base d'un revenu qui n'a pas encore été contrôlé par le Service public fédéral Finances et s'il apparaît ensuite que le revenu probable diffère du revenu contrôlé;
3° après prise de connaissance des faits dont il apparaît qu'une des conditions d'octroi de l'allocation n'était pas remplie.
La révision d'un dossier ne peut porter que sur l'année scolaire ou académique dans laquelle le service décide la révision, ainsi que sur les quatre années scolaires ou académiques précédentes. ".
Art. VIII.7. Artikel 60 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 60. In de volgende gevallen herziet de dienst het dossier op eigen initiatief :
1° als de toelage onjuist werd berekend, al dan niet op basis van bedrieglijke handelingen, valse verklaringen of willens en wetens onvolledige verklaringen;
2° als de toelage werd berekend op basis van een inkomen dat nog niet nagezien werd door de Federale Overheidsdienst Financiën en als nadien blijkt dat het vermoedelijke inkomen verschillend is van het nageziene inkomen;
3° na de kennisneming van feiten waaruit blijkt dat een van de voorwaarden voor toekenning van een toelage niet was vervuld.
De herziening van een dossier kan alleen betrekking hebben op het school- of academiejaar waarin de dienst tot herziening beslist, alsook op de vier school- of academiejaren die eraan voorafgaan. ".
" Art. 60. In de volgende gevallen herziet de dienst het dossier op eigen initiatief :
1° als de toelage onjuist werd berekend, al dan niet op basis van bedrieglijke handelingen, valse verklaringen of willens en wetens onvolledige verklaringen;
2° als de toelage werd berekend op basis van een inkomen dat nog niet nagezien werd door de Federale Overheidsdienst Financiën en als nadien blijkt dat het vermoedelijke inkomen verschillend is van het nageziene inkomen;
3° na de kennisneming van feiten waaruit blijkt dat een van de voorwaarden voor toekenning van een toelage niet was vervuld.
De herziening van een dossier kan alleen betrekking hebben op het school- of academiejaar waarin de dienst tot herziening beslist, alsook op de vier school- of academiejaren die eraan voorafgaan. ".
Art. VIII.8. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er septembre 2011.
L'article VIII.2 produit ses effets le 1er septembre 2008.
L'article VIII.2 produit ses effets le 1er septembre 2008.
Art. VIII.8. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 september 2011.
CHAPITRE IX. - Statut du personnel enseignant
HOOFDSTUK IX. - Rechtspositie onderwijspersoneel
Section Ire. - Statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire
Afdeling I. - Rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs
Art. IX.1. Dans le chapitre IIbis du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'Enseignement communautaire, il est inséré, avant l'article 12bis, inséré par le décret du 13 juillet 2001, qui devient article 12bis /1, un nouvel article 12bis ainsi rédigé :
Art. IX.1. In hoofdstuk IIbis van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs wordt voor artikel 12bis, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2001, dat artikel 12bis /1 wordt, een nieuw artikel 12bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art.12bis. § 1. Dit artikel geldt voor de personeelsleden vermeld in artikel 2, § 1, met uitzondering van het personeel van de pedagogische begeleidingsdiensten.
§ 2. De raad van bestuur - voor het vormingscentrum de afgevaardigd bestuurder - sluit voor haar personeelsleden een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid en rechtsbijstand af, zodat alle personeelsleden in het kader van de uitoefening van hun opdracht verzekerd zijn als hun burgerlijke aansprakelijkheid in het gedrang komt of zij gevat worden door een juridische procedure.
Als de raad van bestuur - voor het vormingscentrum de afgevaardigd bestuurder - deze verplichting niet naleeft, moet zij de kosten ten laste nemen die het personeelslid ten gevolge van het ontbreken van voormelde verzekering zelf moet dragen.
De polis van voormelde verzekering moet vlot raadpleegbaar zijn voor de personeelsleden.
Als een personeelslid zelf, ten laste van een derde die niet de raad van bestuur of een van haar leden is, een vordering tot schadevergoeding instelt voor fysieke of materiële schade of de daaruit voortvloeiende morele schade opgelopen in of ten gevolge van de uitoefening van zijn ambt, dan moet de raad van bestuur - voor het vormingscentrum de afgevaardigd bestuurder - instaan voor de juridische bijstand. ".
" Art.12bis. § 1. Dit artikel geldt voor de personeelsleden vermeld in artikel 2, § 1, met uitzondering van het personeel van de pedagogische begeleidingsdiensten.
§ 2. De raad van bestuur - voor het vormingscentrum de afgevaardigd bestuurder - sluit voor haar personeelsleden een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid en rechtsbijstand af, zodat alle personeelsleden in het kader van de uitoefening van hun opdracht verzekerd zijn als hun burgerlijke aansprakelijkheid in het gedrang komt of zij gevat worden door een juridische procedure.
Als de raad van bestuur - voor het vormingscentrum de afgevaardigd bestuurder - deze verplichting niet naleeft, moet zij de kosten ten laste nemen die het personeelslid ten gevolge van het ontbreken van voormelde verzekering zelf moet dragen.
De polis van voormelde verzekering moet vlot raadpleegbaar zijn voor de personeelsleden.
Als een personeelslid zelf, ten laste van een derde die niet de raad van bestuur of een van haar leden is, een vordering tot schadevergoeding instelt voor fysieke of materiële schade of de daaruit voortvloeiende morele schade opgelopen in of ten gevolge van de uitoefening van zijn ambt, dan moet de raad van bestuur - voor het vormingscentrum de afgevaardigd bestuurder - instaan voor de juridische bijstand. ".
Art. IX.2. Dans le même décret, il est inséré un chapitre IIquinquies, comprenant les articles 12quinquies à 12septies inclus, rédigé comme suit :
" CHAPITRE IIquinquies. - Conditions de travail secondaires
Art. 12quinquies. Le présent article s'applique aux membres du personnel, visés à l'article 2, § 1er, à l'exception des membres du personnel des services d'encadrement pédagogique.
Art. 12sexies. Le conseil d'administration - l'administrateur délégué pour le centre de formation - met à la disposition des membres du personnel les moyens nécessaires à l'exercice de leur profession.
Si un membre du personnel encourt des frais supplémentaires dans le cadre de sa charge, le conseil d'administration - l'administrateur délégué pour le centre de formation - doit rembourser ces frais à condition que le chef d'établissement de l'établissement où le membre du personnel exerce sa charge ait donné au préalable son accord pour faire ces frais.
Les moyens pour lesquels sont supportés les frais par le conseil d'administration et l'administrateur délégué pour le centre de formation, restent la propriété du groupe d'écoles et, pour le centre de formation, du Conseil de l'Enseignement communautaire.
Art. 12septies. § 1er. Les personnels qui, sur l'ordre du conseil d'administration - l'administrateur délégué pour le centre de formation - font des déplacements en faisant appel à leur voiture, moto ou scooter personnel ont droit à une indemnité kilométrique égal au montant qui est fixé annuellement en exécution de l'article 13 de l'arrêté royal du 18 janvier 1965 portant réglementation générale en matière de frais de parcours. Le conseil d'administration - l'administrateur délégué pour le centre de formation - peut réduire ce montant de 10 % au maximum, à condition qu'il ait conclu une assurance omnium pour tous les déplacements de service.
Les membres du personnel qui, sur l'ordre du conseil d'administration - l'administrateur délégué pour le centre de formation - font des déplacements par les transports en commun bénéficient, lors de la remise du titre de transport, le paiement total des montants y mentionnés. Les déplacements en train sont remboursés au tarif d'un billet standard 2e classe.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, le conseil d'administration - l'administrateur délégué pour le centre de formation - peut limiter, du 1er janvier 2011 au 31 décembre 2011 inclus, le montant de l'indemnité kilométrique à 70 pour cent de l'indemnité kilométrique qui est annuellement fixée en exécution de l'article 13 de l'arrêté royal du 18 janvier 1965 portant réglementation générale en matière de frais de parcours et, du 1er janvier 2012 au 31 décembre 2012 inclus, à 85 pour cent de l'indemnité kilométrique précitée.
§ 3. Les dispositions du présent article ne sont pas d'application si le conseil d'administration - l'administrateur délégué pour le centre de formation - utilise un système d'indemnité kilométrique pour les déplacements de service qui est plus favorable que celui mentionné aux paragraphes 1er et 2. ".
" CHAPITRE IIquinquies. - Conditions de travail secondaires
Art. 12quinquies. Le présent article s'applique aux membres du personnel, visés à l'article 2, § 1er, à l'exception des membres du personnel des services d'encadrement pédagogique.
Art. 12sexies. Le conseil d'administration - l'administrateur délégué pour le centre de formation - met à la disposition des membres du personnel les moyens nécessaires à l'exercice de leur profession.
Si un membre du personnel encourt des frais supplémentaires dans le cadre de sa charge, le conseil d'administration - l'administrateur délégué pour le centre de formation - doit rembourser ces frais à condition que le chef d'établissement de l'établissement où le membre du personnel exerce sa charge ait donné au préalable son accord pour faire ces frais.
Les moyens pour lesquels sont supportés les frais par le conseil d'administration et l'administrateur délégué pour le centre de formation, restent la propriété du groupe d'écoles et, pour le centre de formation, du Conseil de l'Enseignement communautaire.
Art. 12septies. § 1er. Les personnels qui, sur l'ordre du conseil d'administration - l'administrateur délégué pour le centre de formation - font des déplacements en faisant appel à leur voiture, moto ou scooter personnel ont droit à une indemnité kilométrique égal au montant qui est fixé annuellement en exécution de l'article 13 de l'arrêté royal du 18 janvier 1965 portant réglementation générale en matière de frais de parcours. Le conseil d'administration - l'administrateur délégué pour le centre de formation - peut réduire ce montant de 10 % au maximum, à condition qu'il ait conclu une assurance omnium pour tous les déplacements de service.
Les membres du personnel qui, sur l'ordre du conseil d'administration - l'administrateur délégué pour le centre de formation - font des déplacements par les transports en commun bénéficient, lors de la remise du titre de transport, le paiement total des montants y mentionnés. Les déplacements en train sont remboursés au tarif d'un billet standard 2e classe.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, le conseil d'administration - l'administrateur délégué pour le centre de formation - peut limiter, du 1er janvier 2011 au 31 décembre 2011 inclus, le montant de l'indemnité kilométrique à 70 pour cent de l'indemnité kilométrique qui est annuellement fixée en exécution de l'article 13 de l'arrêté royal du 18 janvier 1965 portant réglementation générale en matière de frais de parcours et, du 1er janvier 2012 au 31 décembre 2012 inclus, à 85 pour cent de l'indemnité kilométrique précitée.
§ 3. Les dispositions du présent article ne sont pas d'application si le conseil d'administration - l'administrateur délégué pour le centre de formation - utilise un système d'indemnité kilométrique pour les déplacements de service qui est plus favorable que celui mentionné aux paragraphes 1er et 2. ".
Art. IX.2. In hetzelfde decreet wordt een hoofdstuk IIquinquies, dat bestaat uit de artikelen 12quinquies tot en met 12septies, ingevoegd, dat luidt als volgt :
" HOOFDSTUK IIquinquies. - Secundaire arbeidsvoorwaarden
Art. 12quinquies. Dit hoofdstuk geldt voor de personeelsleden vermeld in artikel 2, § 1, met uitzondering van het personeel van de pedagogische begeleidingsdiensten.
Art. 12sexies. De raad van bestuur - voor het vormingscentrum de afgevaardigd bestuurder - stelt aan haar personeelsleden de middelen ter beschikking die zij nodig hebben om hun opdracht uit te voeren.
Als een personeelslid in het kader van zijn opdracht bovenop deze middelen extra onkosten maakt, moet de raad van bestuur - voor het vormingscentrum de afgevaardigd bestuurder - deze onkosten vergoeden op voorwaarde dat het instellingshoofd van de instelling waar het personeelslid zijn opdracht uitoefent aan het personeelslid vooraf toestemming heeft gegeven om die onkosten te maken.
De middelen waarvoor de kosten gedragen worden door de raad van bestuur en voor het vormingscentrum door de afgevaardigd bestuurder, blijven eigendom van de scholengroep en voor het vormingscentrum van de Raad van het Gemeenschapsonderwijs.
Art. 12septies. § 1. Personeelsleden die in opdracht van de raad van bestuur - voor het vormingscentrum de afgevaardigd bestuurder - verplaatsingen maken met hun eigen wagen, moto of bromfiets hebben recht op de kilometervergoeding gelijk aan het bedrag dat jaarlijks bepaald wordt in uitvoering van artikel 13 van het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten. De raad van bestuur - voor het vormingscentrum de afgevaardigd bestuurder - kan dit bedrag met maximum 10 % verminderen, op voorwaarde dat ze daarnaast een omniumverzekering heeft afgesloten voor dienstverplaatsingen.
Personeelsleden die in opdracht van de raad van bestuur - voor het vormingscentrum de afgevaardigd bestuurder - verplaatsingen maken met het openbaar vervoer genieten, bij de inlevering van het vervoerbewijs, de volledige betaling van de erop vermelde bedragen. De verplaatsingen per trein worden terugbetaald aan het tarief van een standaardbiljet 2e klas.
§ 2. In afwijking op paragraaf 1 mag de raad van bestuur - voor het vormingscentrum de afgevaardigd bestuurder - van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2011 het bedrag van de kilometervergoeding beperken tot 70 procent van de kilometervergoeding die jaarlijks bepaald wordt in uitvoering van artikel 13 van het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten en van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2012 tot 85 procent van voormelde kilometervergoeding.
§ 3. De bepalingen van dit artikel gelden niet als de raad van bestuur - voor het vormingscentrum de afgevaardigd bestuurder -een systeem van kilometervergoeding voor dienstverplaatsingen hanteert, dat gunstiger is dan dit vermeld in paragraaf 1 en 2. ".
" HOOFDSTUK IIquinquies. - Secundaire arbeidsvoorwaarden
Art. 12quinquies. Dit hoofdstuk geldt voor de personeelsleden vermeld in artikel 2, § 1, met uitzondering van het personeel van de pedagogische begeleidingsdiensten.
Art. 12sexies. De raad van bestuur - voor het vormingscentrum de afgevaardigd bestuurder - stelt aan haar personeelsleden de middelen ter beschikking die zij nodig hebben om hun opdracht uit te voeren.
Als een personeelslid in het kader van zijn opdracht bovenop deze middelen extra onkosten maakt, moet de raad van bestuur - voor het vormingscentrum de afgevaardigd bestuurder - deze onkosten vergoeden op voorwaarde dat het instellingshoofd van de instelling waar het personeelslid zijn opdracht uitoefent aan het personeelslid vooraf toestemming heeft gegeven om die onkosten te maken.
De middelen waarvoor de kosten gedragen worden door de raad van bestuur en voor het vormingscentrum door de afgevaardigd bestuurder, blijven eigendom van de scholengroep en voor het vormingscentrum van de Raad van het Gemeenschapsonderwijs.
Art. 12septies. § 1. Personeelsleden die in opdracht van de raad van bestuur - voor het vormingscentrum de afgevaardigd bestuurder - verplaatsingen maken met hun eigen wagen, moto of bromfiets hebben recht op de kilometervergoeding gelijk aan het bedrag dat jaarlijks bepaald wordt in uitvoering van artikel 13 van het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten. De raad van bestuur - voor het vormingscentrum de afgevaardigd bestuurder - kan dit bedrag met maximum 10 % verminderen, op voorwaarde dat ze daarnaast een omniumverzekering heeft afgesloten voor dienstverplaatsingen.
Personeelsleden die in opdracht van de raad van bestuur - voor het vormingscentrum de afgevaardigd bestuurder - verplaatsingen maken met het openbaar vervoer genieten, bij de inlevering van het vervoerbewijs, de volledige betaling van de erop vermelde bedragen. De verplaatsingen per trein worden terugbetaald aan het tarief van een standaardbiljet 2e klas.
§ 2. In afwijking op paragraaf 1 mag de raad van bestuur - voor het vormingscentrum de afgevaardigd bestuurder - van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2011 het bedrag van de kilometervergoeding beperken tot 70 procent van de kilometervergoeding die jaarlijks bepaald wordt in uitvoering van artikel 13 van het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten en van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2012 tot 85 procent van voormelde kilometervergoeding.
§ 3. De bepalingen van dit artikel gelden niet als de raad van bestuur - voor het vormingscentrum de afgevaardigd bestuurder -een systeem van kilometervergoeding voor dienstverplaatsingen hanteert, dat gunstiger is dan dit vermeld in paragraaf 1 en 2. ".
Art. IX.3. L'article 28 du même décret, remplacé par le décret du 18 mai 1999 et modifié par les décrets des 14 février 2003, 10 juillet 2003, 15 juillet 2005 et 4 juillet 2008, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 28. § 1er. Chaque année, le conseil d'administration - l'administrateur délégué pour le centre de formation - fait une déclaration de vacance d'emploi pour tous les emplois devenus vacants. La liste des emplois déclarés vacants comprend :
1° toutes les vacances d'emploi dans l'(les) établissement(s) concerné(s) le 15 avril de l'année en question.
2° les emplois qui, dans la période du15 avril au 1er septembre inclus deviendront vacants par suite d'une mise à la retraite ou d'une mise en disponibilité préalable à la pension de retraite du titulaire. Le conseil d'administration peut faire une déclaration de vacance d'emploi pour ces emplois;
3° l'emploi d'un membre du personnel nommé à titre définitif qui, le 15 avril de de cette année au plus tard, est mis en disponibilité par défaut d'emploi en application de l'article 5, § 1bis, § 1ter ou § 1quater, du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement-III. A la date de cette mise en disponibilité, l'emploi dont est titulaire le membre du personnel devient un emploi vacant.
En vue des nominations définitives au 1er janvier 2012, la liste des emplois déclarés vacants comprend, par dérogation au premier alinéa, outre les emplois visés aux points 2° et 3° du premier alinéa, tous les emplois vacants au 15 septembre 2011 dans l'(les) établissement(s) concerné(s). Les emplois vacants qui furent déclarés vacants en application de l'alinéa premier sur la base de la situation au 15 avril 2011 ne produisent pas d'effets.
Par dérogation à l'alinéa premier, le conseil d'administration détermine chaque année pour ses centres d'éducation des adultes, sur la base d'un plan de gestion et après concertation au sein du comité local compétent, quels sont les emplois vacants pour lesquels il fait une déclaration de vacance d'emploi.
Le conseil d'administration doit déclarer vacants les emplois vacants n'ayant pas recueilli un accord au sein du comité local de négociation compétent, s'il s'agit d'emplois vacants qui étaient déjà vacants pendant les trois années scolaires précédant l'année scolaire en question. Pendant les années scolaires 2010-2011 à 2012-2013 incluses, ces emplois vacants sont fixés au 15 septembre précédant la date de la nomination à titre définitif et sont rendus publics chaque année scolaire avant le 15 octobre.
§ 2. La liste reprenant les emplois déclarés vacants est publiée chaque année avant le 15 mai, conjointement avec une description de la façon dont les candidatures à une mutation ou une nomination définitive doivent être posées. Si au 1er septembre suivant une déclaration de vacance d'emploi, s'opère une modification dans la composition du centre d'enseignement auquel appartient l'établissement ou appartiendra dès le 1er septembre, il y a lieu de stipuler dans la procédure, que des candidatures peuvent être posées au moins jusqu'au 15 septembre.
Par dérogation à l'alinéa premier, la liste des emplois déclarés vacants en vue des nominations à titre définitif du 1er janvier 2012 est publiée avant le 15 octobre 2011. Les emplois vacants qui furent déclarés vacants avant le 15 mai 2011 en application de l'alinéa premier sur la base de la situation au 15 avril 2011 ne produisent pas d'effets.
§ 3. Pour les catégories des personnels qu'il détermine, le Gouvernement flamand peut faire dépendre la nomination à titre définitif d'une charge d'enseignement dont il définit le minimum. Pour la détermination de ces catégories, le Gouvernement flamand se laissera guider notamment par la situation au marché de l'emploi, par le nombre des membres du personnel nommés à titre définitif mis en disponibilité par défaut d'emploi dans cette catégorie et par les caractéristiques spécifiques de certaines fonctions, branches, spécialités, formations ou de certains modules. ".
" Art. 28. § 1er. Chaque année, le conseil d'administration - l'administrateur délégué pour le centre de formation - fait une déclaration de vacance d'emploi pour tous les emplois devenus vacants. La liste des emplois déclarés vacants comprend :
1° toutes les vacances d'emploi dans l'(les) établissement(s) concerné(s) le 15 avril de l'année en question.
2° les emplois qui, dans la période du15 avril au 1er septembre inclus deviendront vacants par suite d'une mise à la retraite ou d'une mise en disponibilité préalable à la pension de retraite du titulaire. Le conseil d'administration peut faire une déclaration de vacance d'emploi pour ces emplois;
3° l'emploi d'un membre du personnel nommé à titre définitif qui, le 15 avril de de cette année au plus tard, est mis en disponibilité par défaut d'emploi en application de l'article 5, § 1bis, § 1ter ou § 1quater, du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement-III. A la date de cette mise en disponibilité, l'emploi dont est titulaire le membre du personnel devient un emploi vacant.
En vue des nominations définitives au 1er janvier 2012, la liste des emplois déclarés vacants comprend, par dérogation au premier alinéa, outre les emplois visés aux points 2° et 3° du premier alinéa, tous les emplois vacants au 15 septembre 2011 dans l'(les) établissement(s) concerné(s). Les emplois vacants qui furent déclarés vacants en application de l'alinéa premier sur la base de la situation au 15 avril 2011 ne produisent pas d'effets.
Par dérogation à l'alinéa premier, le conseil d'administration détermine chaque année pour ses centres d'éducation des adultes, sur la base d'un plan de gestion et après concertation au sein du comité local compétent, quels sont les emplois vacants pour lesquels il fait une déclaration de vacance d'emploi.
Le conseil d'administration doit déclarer vacants les emplois vacants n'ayant pas recueilli un accord au sein du comité local de négociation compétent, s'il s'agit d'emplois vacants qui étaient déjà vacants pendant les trois années scolaires précédant l'année scolaire en question. Pendant les années scolaires 2010-2011 à 2012-2013 incluses, ces emplois vacants sont fixés au 15 septembre précédant la date de la nomination à titre définitif et sont rendus publics chaque année scolaire avant le 15 octobre.
§ 2. La liste reprenant les emplois déclarés vacants est publiée chaque année avant le 15 mai, conjointement avec une description de la façon dont les candidatures à une mutation ou une nomination définitive doivent être posées. Si au 1er septembre suivant une déclaration de vacance d'emploi, s'opère une modification dans la composition du centre d'enseignement auquel appartient l'établissement ou appartiendra dès le 1er septembre, il y a lieu de stipuler dans la procédure, que des candidatures peuvent être posées au moins jusqu'au 15 septembre.
Par dérogation à l'alinéa premier, la liste des emplois déclarés vacants en vue des nominations à titre définitif du 1er janvier 2012 est publiée avant le 15 octobre 2011. Les emplois vacants qui furent déclarés vacants avant le 15 mai 2011 en application de l'alinéa premier sur la base de la situation au 15 avril 2011 ne produisent pas d'effets.
§ 3. Pour les catégories des personnels qu'il détermine, le Gouvernement flamand peut faire dépendre la nomination à titre définitif d'une charge d'enseignement dont il définit le minimum. Pour la détermination de ces catégories, le Gouvernement flamand se laissera guider notamment par la situation au marché de l'emploi, par le nombre des membres du personnel nommés à titre définitif mis en disponibilité par défaut d'emploi dans cette catégorie et par les caractéristiques spécifiques de certaines fonctions, branches, spécialités, formations ou de certains modules. ".
Art. IX.3. Artikel 28 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 18 mei 1999 en gewijzigd bij de decreten van 14 februari 2003, 10 juli 2003, 15 juli 2005 en 4 juli 2008, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 28. § 1. De raad van bestuur - voor het vormingscentrum de afgevaardigd bestuurder - verklaart jaarlijks alle vacante betrekkingen vacant. De lijst van de vacant verklaarde betrekkingen omvat :
1° alle vacante betrekkingen in de betrokken instelling(en) op 15 april van dat jaar;
2° de betrekkingen die in de periode van 15 april tot en met 1 september vacant zullen worden ten gevolge van de pensionering of de terbeschikkingstelling voorafgaand aan het rustpensioen van de titularis. De raad van bestuur kan deze betrekkingen vacant verklaren;
3° de betrekking van een vastbenoemd personeelslid dat uiterlijk op 15 april van dat jaar in toepassing van artikel 5, § 1bis, § 1ter of § 1quater, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs III ter beschikking wordt gesteld wegens ontstentenis van betrekking. Op het ogenblik van deze terbeschikkingstelling wordt de betrekking waar het personeelslid titularis van is een vacante betrekking.
Met het oog op de vaste benoemingen van 1 januari 2012 omvat de lijst van de vacant verklaarde betrekkingen, in afwijking van het eerste lid, naast de betrekkingen vermeld in 2° en 3° van het eerste lid, alle vacante betrekkingen in de betrokken instelling(en) op 15 september 2011. De vacante betrekkingen die in toepassing van het eerste lid werden vacant verklaard op basis van de toestand op 15 april 2011 hebben geen uitwerking.
In afwijking van het eerste lid bepaalt de raad van bestuur voor haar centra voor volwassenenonderwijs jaarlijks op basis van een beleidsplan en na onderhandelingen in het bevoegde lokaal comité welke vacante betrekkingen hij vacant verklaart.
De raad van bestuur moet de vacante betrekkingen waarover in het bevoegde lokaal comité geen akkoord wordt bereikt vacant verklaren als het gaat om vacante betrekkingen die gedurende de drie aan het betrokken schooljaar voorafgaande schooljaren ook vacant waren. Tijdens de schooljaren 2010-2011 tot en met 2012-2013 worden deze vacante betrekkingen vastgesteld op 15 september voorafgaand aan de datum van vaste benoeming en worden ze elk schooljaar voor 15 oktober openbaar gemaakt.
§ 2. De lijst van de vacant verklaarde betrekkingen wordt elk jaar vóór 15 mei openbaar gemaakt, samen met een beschrijving van de wijze waarop de kandidaturen voor mutatie of vaste benoeming moeten worden ingediend. Als op 1 september volgend op de vacant-verklaring een wijziging plaatsvindt in de samenstelling van de scholengemeenschap waarvan de instelling deel uitmaakt, of waarvan zij vanaf 1 september deel zal uitmaken, moet in de procedure worden bepaald dat kan worden gekandideerd tot minstens 15 september.
In afwijking van het eerste lid wordt de lijst van de vacant verklaarde betrekkingen met het oog op de vaste benoemingen van 1 januari 2012 openbaar gemaakt vóór 15 oktober 2011. De vacante betrekkingen die in toepassing van het eerste lid werden meegedeeld vóór 15 mei 2011 op basis van de toestand op 15 april 2011 hebben geen uitwerking.
§ 3. De Vlaamse Regering kan voor de categorieën van personeelsleden die ze aanwijst, de vaste benoeming afhankelijk maken van een onderwijsopdracht waarvan zij het minimum bepaalt. Bij de vaststelling van deze categorieën zal de Vlaamse Regering zich inzonderheid laten leiden door de situatie op de arbeidsmarkt, door het aantal wegens ontstentenis van betrekking in deze categorie ter beschikking gestelde vastbenoemde personeelsleden en de specifieke kenmerken van sommige ambten, vakken, specialiteiten, opleidingen of modules. ".
" Art. 28. § 1. De raad van bestuur - voor het vormingscentrum de afgevaardigd bestuurder - verklaart jaarlijks alle vacante betrekkingen vacant. De lijst van de vacant verklaarde betrekkingen omvat :
1° alle vacante betrekkingen in de betrokken instelling(en) op 15 april van dat jaar;
2° de betrekkingen die in de periode van 15 april tot en met 1 september vacant zullen worden ten gevolge van de pensionering of de terbeschikkingstelling voorafgaand aan het rustpensioen van de titularis. De raad van bestuur kan deze betrekkingen vacant verklaren;
3° de betrekking van een vastbenoemd personeelslid dat uiterlijk op 15 april van dat jaar in toepassing van artikel 5, § 1bis, § 1ter of § 1quater, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs III ter beschikking wordt gesteld wegens ontstentenis van betrekking. Op het ogenblik van deze terbeschikkingstelling wordt de betrekking waar het personeelslid titularis van is een vacante betrekking.
Met het oog op de vaste benoemingen van 1 januari 2012 omvat de lijst van de vacant verklaarde betrekkingen, in afwijking van het eerste lid, naast de betrekkingen vermeld in 2° en 3° van het eerste lid, alle vacante betrekkingen in de betrokken instelling(en) op 15 september 2011. De vacante betrekkingen die in toepassing van het eerste lid werden vacant verklaard op basis van de toestand op 15 april 2011 hebben geen uitwerking.
In afwijking van het eerste lid bepaalt de raad van bestuur voor haar centra voor volwassenenonderwijs jaarlijks op basis van een beleidsplan en na onderhandelingen in het bevoegde lokaal comité welke vacante betrekkingen hij vacant verklaart.
De raad van bestuur moet de vacante betrekkingen waarover in het bevoegde lokaal comité geen akkoord wordt bereikt vacant verklaren als het gaat om vacante betrekkingen die gedurende de drie aan het betrokken schooljaar voorafgaande schooljaren ook vacant waren. Tijdens de schooljaren 2010-2011 tot en met 2012-2013 worden deze vacante betrekkingen vastgesteld op 15 september voorafgaand aan de datum van vaste benoeming en worden ze elk schooljaar voor 15 oktober openbaar gemaakt.
§ 2. De lijst van de vacant verklaarde betrekkingen wordt elk jaar vóór 15 mei openbaar gemaakt, samen met een beschrijving van de wijze waarop de kandidaturen voor mutatie of vaste benoeming moeten worden ingediend. Als op 1 september volgend op de vacant-verklaring een wijziging plaatsvindt in de samenstelling van de scholengemeenschap waarvan de instelling deel uitmaakt, of waarvan zij vanaf 1 september deel zal uitmaken, moet in de procedure worden bepaald dat kan worden gekandideerd tot minstens 15 september.
In afwijking van het eerste lid wordt de lijst van de vacant verklaarde betrekkingen met het oog op de vaste benoemingen van 1 januari 2012 openbaar gemaakt vóór 15 oktober 2011. De vacante betrekkingen die in toepassing van het eerste lid werden meegedeeld vóór 15 mei 2011 op basis van de toestand op 15 april 2011 hebben geen uitwerking.
§ 3. De Vlaamse Regering kan voor de categorieën van personeelsleden die ze aanwijst, de vaste benoeming afhankelijk maken van een onderwijsopdracht waarvan zij het minimum bepaalt. Bij de vaststelling van deze categorieën zal de Vlaamse Regering zich inzonderheid laten leiden door de situatie op de arbeidsmarkt, door het aantal wegens ontstentenis van betrekking in deze categorie ter beschikking gestelde vastbenoemde personeelsleden en de specifieke kenmerken van sommige ambten, vakken, specialiteiten, opleidingen of modules. ".
Art. IX.4. L'article 28bis du même décret, inséré par le décret du 14 juillet 1998 et modifié par les décrets des 18 mai 1999, 14 février 2003, 15 juillet 2005, 7 juillet 2006, 15 juin 2007, 4 juillet 2008 et 9 juillet 2010 est abrogé.
Art. IX.4. Artikel 28bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 14 juli 1998 en gewijzigd bij de decreten van 18 mei 1999, 14 februari 2003, 15 juli 2005, 7 juli 2006, 15 juni 2007, 4 juli 2008 en 9 juli 2010, wordt opgeheven.
Art. IX.5. L'article 28ter du même décret, inséré par le décret du 1er décembre 1998 et modifié par les décrets des 18 mai 1999, 13 juillet 2001 et 14 février 2003 est abrogé.
Art. IX.5. Artikel 28ter van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 1 december 1998 en gewijzigd bij de decreten van 18 mei 1999, 13 juli 2001 en 14 februari 2003, wordt opgeheven.
Art. IX.6. A l'article 37, § 2, du même décret, remplacé par le décret du 8 mai 1999 et modifié par le décret du 14 février 2003, les mots " , sauf refus dûment motivé, " sont supprimés.
Art. IX.6. In artikel 37, § 2, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 8 mei 1999 en gewijzigd bij het decreet 14 februari 2003 worden de woorden " , behoudens gemotiveerde afwijzing, " opgeheven.
Art. IX.7. A l'article 56/1, § 4, du même décret, inséré par le décret du 8 mai 2009, les mots " à l'article 28, §§ 2 et 3, ou à l'article 28bis, § 2, " sont remplacés par les mots " à l'article 28 ".
Art. IX.7. In artikel 56/1, § 4, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009 worden de woorden " artikel 28, § 2 en § 3, of artikel 28bis, § 2, " vervangen door de woorden " artikel 28 ".
Art. IX.8. A l'article 56bis du même décret, inséré par le décret du 15 juillet 2005, sont apportées les modifications suivantes :
1° au § 1er sont insérés entre le premier et le deuxième alinéa deux nouveaux alinéas ainsi rédigés :
" Le membre du personnel qui, dans le courant de l'année scolaire précédente, est désigné temporairement pendant une durée ininterrompue dans l'établissement qui adhère à un centre d'enseignement, conserve lors de l'adhésion au centre d'enseignement sa désignation temporaire à durée ininterrompue aux conditions du présent décret. Le membre du personnel conserve également son droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue. Ce droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue s'applique dès l'adhésion pour tous les établissements du centre d'enseignement auquel s'est adhéré l'établissement.
Le membre du personnel nommé à titre définitif et affecté à la fin de l'année scolaire précédente au plus tard dans l'établissement qui adhère à un centre d'enseignement, conserve lors de l'adhésion au centre d'enseignement tous les droits et obligations liés à cette nomination à titre définitif et affectation. Le membre du personnel nommé à titre définitif à temps partiel répond, lors de l'adhésion au centre d'enseignement, et sans préjudice de l'article 36bis, aux conditions posées par le présent décret pour l'extension de sa nomination à titre définitif dans tous les établissements du centre d'enseignement auquel s'est adhéré l'établissement. ";
2° au § 2 sont insérés entre le premier et le deuxième alinéa deux nouveaux alinéas ainsi rédigés :
" Le membre du personnel qui, dans le courant de l'année scolaire précédente, est désigné temporairement pendant une durée ininterrompue dans l'établissement qui adhère à un autre centre d'enseignement, conserve lors de l'adhésion à l'autre centre d'enseignement sa désignation temporaire à durée ininterrompue aux conditions du présent décret. Le membre du personnel conserve également son droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue. Ce droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue s'applique dès l'adhésion pour tous les établissements du centre d'enseignement auquel est adhéré l'établissement.
Le membre du personnel nommé à titre définitif et affecté à la fin de l'année scolaire précédente au plus tard dans l'établissement qui adhère à un centre d'enseignement, conserve lors de l'adhésion à l'autre centre d'enseignement tous les droits et obligations liés à cette nomination à titre définitif et affectation. Le membre du personnel nommé à titre définitif à temps partiel répond, lors de l'adhésion au centre d'enseignement, et sans préjudice de l'article 36bis, aux conditions posées par le présent décret pour l'extension de sa nomination à titre définitif dans tous les établissements du centre d'enseignement auquel s'est adhéré l'établissement. ";
3° au paragraphe 3, l'alinéa premier est remplacé par la disposition suivante :
Lorsqu'un établissement d'enseignement se désaffilie d'un centre d'enseignement et n'adhère pas à un autre centre d'enseignement, les services rendus dans cet établissement dans le centre d'enseignement dans une fonction, un emploi, un cours ou une spécialité sont toujours considérés comme étant rendus dans cette fonction, cet emploi, ce cours ou cette spécialité dans un l'établissement n'appartenant pas à un centre d'enseignement.
Le membre du personnel qui, dans le courant de l'année scolaire précédente, est désigné temporairement pendant une durée ininterrompue dans l'établissement qui se désaffilie d'un centre d'enseignement, conserve lors de la désaffiliation du centre d'enseignement sa désignation temporaire à durée ininterrompue aux conditions du présent décret. Le membre du personnel conserve également son droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue. Ce droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue s'applique dès la désaffiliation pour tous les établissements du groupe d'écoles qui n'appartiennent pas à un centre d'enseignement.
Le membre du personnel nommé à titre définitif et affecté à la fin de l'année scolaire précédente au plus tard dans l'établissement qui se désaffilie d'un centre d'enseignement, conserve lors de la désaffiliation tous les droits et obligations liés à cette nomination à titre définitif et affectation. Le membre du personnel nommé à titre définitif à temps partiel répond, lors de la désaffiliation du centre d'enseignement, et sans préjudice de l'article 36bis, aux conditions posées par le présent décret pour l'extension de sa nomination à titre définitif dans tous les établissements du groupe d'écoles qui n'appartiennent pas à un centre d'enseignement. ";
4° le § 4 est abrogé.
1° au § 1er sont insérés entre le premier et le deuxième alinéa deux nouveaux alinéas ainsi rédigés :
" Le membre du personnel qui, dans le courant de l'année scolaire précédente, est désigné temporairement pendant une durée ininterrompue dans l'établissement qui adhère à un centre d'enseignement, conserve lors de l'adhésion au centre d'enseignement sa désignation temporaire à durée ininterrompue aux conditions du présent décret. Le membre du personnel conserve également son droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue. Ce droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue s'applique dès l'adhésion pour tous les établissements du centre d'enseignement auquel s'est adhéré l'établissement.
Le membre du personnel nommé à titre définitif et affecté à la fin de l'année scolaire précédente au plus tard dans l'établissement qui adhère à un centre d'enseignement, conserve lors de l'adhésion au centre d'enseignement tous les droits et obligations liés à cette nomination à titre définitif et affectation. Le membre du personnel nommé à titre définitif à temps partiel répond, lors de l'adhésion au centre d'enseignement, et sans préjudice de l'article 36bis, aux conditions posées par le présent décret pour l'extension de sa nomination à titre définitif dans tous les établissements du centre d'enseignement auquel s'est adhéré l'établissement. ";
2° au § 2 sont insérés entre le premier et le deuxième alinéa deux nouveaux alinéas ainsi rédigés :
" Le membre du personnel qui, dans le courant de l'année scolaire précédente, est désigné temporairement pendant une durée ininterrompue dans l'établissement qui adhère à un autre centre d'enseignement, conserve lors de l'adhésion à l'autre centre d'enseignement sa désignation temporaire à durée ininterrompue aux conditions du présent décret. Le membre du personnel conserve également son droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue. Ce droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue s'applique dès l'adhésion pour tous les établissements du centre d'enseignement auquel est adhéré l'établissement.
Le membre du personnel nommé à titre définitif et affecté à la fin de l'année scolaire précédente au plus tard dans l'établissement qui adhère à un centre d'enseignement, conserve lors de l'adhésion à l'autre centre d'enseignement tous les droits et obligations liés à cette nomination à titre définitif et affectation. Le membre du personnel nommé à titre définitif à temps partiel répond, lors de l'adhésion au centre d'enseignement, et sans préjudice de l'article 36bis, aux conditions posées par le présent décret pour l'extension de sa nomination à titre définitif dans tous les établissements du centre d'enseignement auquel s'est adhéré l'établissement. ";
3° au paragraphe 3, l'alinéa premier est remplacé par la disposition suivante :
Lorsqu'un établissement d'enseignement se désaffilie d'un centre d'enseignement et n'adhère pas à un autre centre d'enseignement, les services rendus dans cet établissement dans le centre d'enseignement dans une fonction, un emploi, un cours ou une spécialité sont toujours considérés comme étant rendus dans cette fonction, cet emploi, ce cours ou cette spécialité dans un l'établissement n'appartenant pas à un centre d'enseignement.
Le membre du personnel qui, dans le courant de l'année scolaire précédente, est désigné temporairement pendant une durée ininterrompue dans l'établissement qui se désaffilie d'un centre d'enseignement, conserve lors de la désaffiliation du centre d'enseignement sa désignation temporaire à durée ininterrompue aux conditions du présent décret. Le membre du personnel conserve également son droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue. Ce droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue s'applique dès la désaffiliation pour tous les établissements du groupe d'écoles qui n'appartiennent pas à un centre d'enseignement.
Le membre du personnel nommé à titre définitif et affecté à la fin de l'année scolaire précédente au plus tard dans l'établissement qui se désaffilie d'un centre d'enseignement, conserve lors de la désaffiliation tous les droits et obligations liés à cette nomination à titre définitif et affectation. Le membre du personnel nommé à titre définitif à temps partiel répond, lors de la désaffiliation du centre d'enseignement, et sans préjudice de l'article 36bis, aux conditions posées par le présent décret pour l'extension de sa nomination à titre définitif dans tous les établissements du groupe d'écoles qui n'appartiennent pas à un centre d'enseignement. ";
4° le § 4 est abrogé.
Art. IX.8. In artikel 56bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 15 juli 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 worden tussen het eerste en tweede lid twee leden ingevoegd, die luiden als volgt :
" Het personeelslid dat in de instelling die toetreedt tot een scholengemeenschap in de loop van het voorgaande schooljaar tijdelijk is aangesteld voor doorlopende duur, behoudt bij de toetreding tot de scholengemeenschap zijn tijdelijke aanstelling van doorlopende duur onder de voorwaarden gesteld in dit decreet. Het personeelslid behoudt eveneens zijn recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur. Dit recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt vanaf het ogenblik van de toetreding voor alle instellingen van de scholengemeenschap waartoe de instelling is toegetreden.
Het personeelslid dat in de instelling die toetreedt tot een scholengemeenschap uiterlijk op het einde van het voorgaande schooljaar vastbenoemd en geaffecteerd is, behoudt bij de toetreding tot de scholengemeenschap alle rechten en plichten die verbonden zijn aan deze vaste benoeming en affectatie. Het personeelslid dat deeltijds vastbenoemd is, beantwoordt bij de toetreding tot de scholengemeenschap, en onverminderd artikel 36bis, van de voorwaarden gesteld in dit decreet voor een uitbreiding van zijn vaste benoeming in alle instellingen van de scholengemeenschap waartoe de instelling is toegetreden. ";
2° in paragraaf 2 worden tussen het eerste en tweede lid twee leden ingevoegd, die luiden als volgt :
" Het personeelslid dat in de instelling die toetreedt tot een andere scholengemeenschap in de loop van het voorgaande schooljaar tijdelijk is aangesteld voor doorlopende duur, behoudt bij de toetreding tot de andere scholengemeenschap zijn tijdelijke aanstelling van doorlopende duur onder de voorwaarden gesteld in dit decreet. Het personeelslid behoudt eveneens zijn recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur. Dit recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt vanaf het ogenblik van de toetreding voor alle instellingen van de scholengemeenschap waartoe de instelling is toegetreden.
Het personeelslid dat in de instelling die toetreedt tot een andere scholengemeenschap uiterlijk op het einde van het voorgaande schooljaar vastbenoemd en geaffecteerd is, behoudt bij de toetreding tot de andere scholengemeenschap alle rechten en plichten die verbonden zijn aan deze vaste benoeming en affectatie. Het personeelslid dat deeltijds vastbenoemd is, beantwoordt bij de toetreding tot de scholengemeenschap, en onverminderd artikel 36bis, aan de voorwaarden gesteld in dit decreet voor een uitbreiding van zijn vaste benoeming in alle instellingen van de scholengemeenschap waartoe de instelling is toegetreden. ";
3° in paragraaf 3 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
" Wanneer een instelling uit een scholengemeenschap treedt, en niet opnieuw toetreedt tot een scholengemeenschap, dan worden de diensten die in deze instelling in de scholengemeenschap werden gepresteerd in een ambt, betrekking, vak of specialiteit steeds geacht gepresteerd te zijn in dat ambt, deze betrekking, dat vak of deze specialiteit in een instelling die niet tot een scholengemeenschap behoort.
Het personeelslid dat in de instelling die uit een scholengemeenschap treedt in de loop van het voorgaande schooljaar tijdelijk is aangesteld voor doorlopende duur, behoudt bij de uittreding uit de scholengemeenschap zijn tijdelijke aanstelling van doorlopende duur onder de voorwaarden gesteld in dit decreet. Het personeelslid behoudt eveneens zijn recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur. Dit recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt vanaf het ogenblik van de uittreding voor alle instellingen van de scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoren.
Het personeelslid dat in de instelling die uit een scholengemeenschap treedt uiterlijk op het einde van het voorgaande schooljaar vastbenoemd en geaffecteerd is, behoudt bij de uittreding uit de scholengemeenschap alle rechten en plichten die verbonden zijn aan deze vaste benoeming en affectatie. Het personeelslid dat deeltijds vastbenoemd is, beantwoordt bij de uittreding uit de scholengemeenschap, en onverminderd artikel 36bis, aan de voorwaarden gesteld in dit decreet voor een uitbreiding van zijn vaste benoeming in alle instellingen van de scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoren. ";
4° paragraaf 4 wordt opgeheven.
1° in paragraaf 1 worden tussen het eerste en tweede lid twee leden ingevoegd, die luiden als volgt :
" Het personeelslid dat in de instelling die toetreedt tot een scholengemeenschap in de loop van het voorgaande schooljaar tijdelijk is aangesteld voor doorlopende duur, behoudt bij de toetreding tot de scholengemeenschap zijn tijdelijke aanstelling van doorlopende duur onder de voorwaarden gesteld in dit decreet. Het personeelslid behoudt eveneens zijn recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur. Dit recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt vanaf het ogenblik van de toetreding voor alle instellingen van de scholengemeenschap waartoe de instelling is toegetreden.
Het personeelslid dat in de instelling die toetreedt tot een scholengemeenschap uiterlijk op het einde van het voorgaande schooljaar vastbenoemd en geaffecteerd is, behoudt bij de toetreding tot de scholengemeenschap alle rechten en plichten die verbonden zijn aan deze vaste benoeming en affectatie. Het personeelslid dat deeltijds vastbenoemd is, beantwoordt bij de toetreding tot de scholengemeenschap, en onverminderd artikel 36bis, van de voorwaarden gesteld in dit decreet voor een uitbreiding van zijn vaste benoeming in alle instellingen van de scholengemeenschap waartoe de instelling is toegetreden. ";
2° in paragraaf 2 worden tussen het eerste en tweede lid twee leden ingevoegd, die luiden als volgt :
" Het personeelslid dat in de instelling die toetreedt tot een andere scholengemeenschap in de loop van het voorgaande schooljaar tijdelijk is aangesteld voor doorlopende duur, behoudt bij de toetreding tot de andere scholengemeenschap zijn tijdelijke aanstelling van doorlopende duur onder de voorwaarden gesteld in dit decreet. Het personeelslid behoudt eveneens zijn recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur. Dit recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt vanaf het ogenblik van de toetreding voor alle instellingen van de scholengemeenschap waartoe de instelling is toegetreden.
Het personeelslid dat in de instelling die toetreedt tot een andere scholengemeenschap uiterlijk op het einde van het voorgaande schooljaar vastbenoemd en geaffecteerd is, behoudt bij de toetreding tot de andere scholengemeenschap alle rechten en plichten die verbonden zijn aan deze vaste benoeming en affectatie. Het personeelslid dat deeltijds vastbenoemd is, beantwoordt bij de toetreding tot de scholengemeenschap, en onverminderd artikel 36bis, aan de voorwaarden gesteld in dit decreet voor een uitbreiding van zijn vaste benoeming in alle instellingen van de scholengemeenschap waartoe de instelling is toegetreden. ";
3° in paragraaf 3 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
" Wanneer een instelling uit een scholengemeenschap treedt, en niet opnieuw toetreedt tot een scholengemeenschap, dan worden de diensten die in deze instelling in de scholengemeenschap werden gepresteerd in een ambt, betrekking, vak of specialiteit steeds geacht gepresteerd te zijn in dat ambt, deze betrekking, dat vak of deze specialiteit in een instelling die niet tot een scholengemeenschap behoort.
Het personeelslid dat in de instelling die uit een scholengemeenschap treedt in de loop van het voorgaande schooljaar tijdelijk is aangesteld voor doorlopende duur, behoudt bij de uittreding uit de scholengemeenschap zijn tijdelijke aanstelling van doorlopende duur onder de voorwaarden gesteld in dit decreet. Het personeelslid behoudt eveneens zijn recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur. Dit recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt vanaf het ogenblik van de uittreding voor alle instellingen van de scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoren.
Het personeelslid dat in de instelling die uit een scholengemeenschap treedt uiterlijk op het einde van het voorgaande schooljaar vastbenoemd en geaffecteerd is, behoudt bij de uittreding uit de scholengemeenschap alle rechten en plichten die verbonden zijn aan deze vaste benoeming en affectatie. Het personeelslid dat deeltijds vastbenoemd is, beantwoordt bij de uittreding uit de scholengemeenschap, en onverminderd artikel 36bis, aan de voorwaarden gesteld in dit decreet voor een uitbreiding van zijn vaste benoeming in alle instellingen van de scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoren. ";
4° paragraaf 4 wordt opgeheven.
Art. IX.9. A l'article 59ter du même décret, inséré par le décret du 8 mai 2009, sont apportées les modifications suivantes :
1° au paragraphe 1er, premier alinéa, sont insérés entre les mots " contre la suspension préventive " et les mots " auprès de la chambre de recours " les mots " ou, si applicable, contre la retenue de traitement, ";
2° au paragraphe 1er, deuxième alinéa, il est ajouté en fin de phrase après les mots " contre la suspension préventive " les mots " ou, si applicable, contre la retenue de traitement, ";
3° au paragraphe 1er, troisième alinéa, sont insérés entre les mots " contre la suspension préventive " et les mots " dès qu'au moins trois mois ont passé " les mots " ou, si applicable, contre la retenue de traitement, ";
4° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Le recours ne suspend pas la suspension préventive; la retenue de traitement est néanmoins suspendue. ";
5° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
" § 3. La chambre de recours se prononce en dernière instance sur les différends relatifs au non respect par le conseil d'administration - par l'administrateur délégué pour les membres du service d'encadrement pédagogique - des dispositions de l'article 59 ou au caractère manifestement déraisonnable de la suspension préventive. La chambre de recours peut confirmer ou annuler la suspension préventive. Si la suspension préventive contre laquelle un recours a été introduit fait l'objet d'une instruction disciplinaire, la chambre de recours statue à l'unanimité lorsqu'elle souhaite annuler la suspension préventive.
Lors d'un recours contre une suspension préventive avec retenue sur traitement ou contre la retenue de traitement, la chambre de recours est habilitée à confirmer, annuler ou limiter la retenue de traitement. ".
1° au paragraphe 1er, premier alinéa, sont insérés entre les mots " contre la suspension préventive " et les mots " auprès de la chambre de recours " les mots " ou, si applicable, contre la retenue de traitement, ";
2° au paragraphe 1er, deuxième alinéa, il est ajouté en fin de phrase après les mots " contre la suspension préventive " les mots " ou, si applicable, contre la retenue de traitement, ";
3° au paragraphe 1er, troisième alinéa, sont insérés entre les mots " contre la suspension préventive " et les mots " dès qu'au moins trois mois ont passé " les mots " ou, si applicable, contre la retenue de traitement, ";
4° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Le recours ne suspend pas la suspension préventive; la retenue de traitement est néanmoins suspendue. ";
5° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
" § 3. La chambre de recours se prononce en dernière instance sur les différends relatifs au non respect par le conseil d'administration - par l'administrateur délégué pour les membres du service d'encadrement pédagogique - des dispositions de l'article 59 ou au caractère manifestement déraisonnable de la suspension préventive. La chambre de recours peut confirmer ou annuler la suspension préventive. Si la suspension préventive contre laquelle un recours a été introduit fait l'objet d'une instruction disciplinaire, la chambre de recours statue à l'unanimité lorsqu'elle souhaite annuler la suspension préventive.
Lors d'un recours contre une suspension préventive avec retenue sur traitement ou contre la retenue de traitement, la chambre de recours est habilitée à confirmer, annuler ou limiter la retenue de traitement. ".
Art. IX.9. In artikel 59ter van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden tussen de woorden " tegen de preventieve schorsing " en de woorden " in beroep gaan bij " de woorden " of, als dat van toepassing is, tegen de afhouding van salaris " ingevoegd;
2° in paragraaf 1, tweede lid, worden tussen de woorden " tegen de preventieve schorsing " en de woorden " kunnen worden ingebracht " de woorden " of, als dat van toepassing is, tegen de afhouding van salaris " ingevoegd;
3° in paragraaf 1, derde lid, worden tussen de woorden " tegen zijn preventieve schorsing " en de woorden " een beroep instellen " de woorden " of, als dat van toepassing is, tegen de afhouding van salaris " ingevoegd;
4° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt :
" § 2. Het beroep schort de preventieve schorsing niet op; de afhouding van salaris wordt wel opgeschort. ";
5° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt :
" § 3. Ten aanzien van betwistingen inzake het niet in acht nemen door de raad van bestuur - de afgevaardigd bestuurder voor de leden van de pedagogische begeleidingsdienst - van de bepalingen van artikel 59 of het kennelijk onredelijke karakter van de preventieve schorsing doet de kamer van beroep in laatste aanleg uitspraak. De kamer van beroep kan de preventieve schorsing bevestigen of vernietigen. Als de preventieve schorsing waartegen beroep werd aangetekend, gepaard gaat met een tuchtonderzoek, beslist de kamer van beroep in afwijking van artikel 72, 3°, bij unanimiteit wanneer ze de preventieve schorsing wenst te vernietigen.
Bij een beroep tegen een preventieve schorsing met afhouding van salaris of tegen de afhouding van salaris heeft de kamer van beroep de bevoegdheid om de afhouding van salaris te bevestigen, te vernietigen of te beperken. ".
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden tussen de woorden " tegen de preventieve schorsing " en de woorden " in beroep gaan bij " de woorden " of, als dat van toepassing is, tegen de afhouding van salaris " ingevoegd;
2° in paragraaf 1, tweede lid, worden tussen de woorden " tegen de preventieve schorsing " en de woorden " kunnen worden ingebracht " de woorden " of, als dat van toepassing is, tegen de afhouding van salaris " ingevoegd;
3° in paragraaf 1, derde lid, worden tussen de woorden " tegen zijn preventieve schorsing " en de woorden " een beroep instellen " de woorden " of, als dat van toepassing is, tegen de afhouding van salaris " ingevoegd;
4° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt :
" § 2. Het beroep schort de preventieve schorsing niet op; de afhouding van salaris wordt wel opgeschort. ";
5° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt :
" § 3. Ten aanzien van betwistingen inzake het niet in acht nemen door de raad van bestuur - de afgevaardigd bestuurder voor de leden van de pedagogische begeleidingsdienst - van de bepalingen van artikel 59 of het kennelijk onredelijke karakter van de preventieve schorsing doet de kamer van beroep in laatste aanleg uitspraak. De kamer van beroep kan de preventieve schorsing bevestigen of vernietigen. Als de preventieve schorsing waartegen beroep werd aangetekend, gepaard gaat met een tuchtonderzoek, beslist de kamer van beroep in afwijking van artikel 72, 3°, bij unanimiteit wanneer ze de preventieve schorsing wenst te vernietigen.
Bij een beroep tegen een preventieve schorsing met afhouding van salaris of tegen de afhouding van salaris heeft de kamer van beroep de bevoegdheid om de afhouding van salaris te bevestigen, te vernietigen of te beperken. ".
Art. IX.10. L'article 63 du même décret est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 63. La retenue de traitement s'applique pendant six mois au plus et ne peut excéder un cinquième du dernier traitement brut d'activité ou du dernier traitement brut d'attente. ".
" Art. 63. La retenue de traitement s'applique pendant six mois au plus et ne peut excéder un cinquième du dernier traitement brut d'activité ou du dernier traitement brut d'attente. ".
Art. IX.10. Artikel 63 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 63. De afhouding van het salaris wordt toegepast ten hoogste zes maanden en mag niet meer dan één vijfde van het laatste bruto-activiteitssalaris of -wachtgeld bedragen. ".
" Art. 63. De afhouding van het salaris wordt toegepast ten hoogste zes maanden en mag niet meer dan één vijfde van het laatste bruto-activiteitssalaris of -wachtgeld bedragen. ".
Art. IX.11. Dans l'article 71 du même décret, modifié par les décrets des 13 juillet 2007 et 4 juillet 2008, le deuxième alinéa est remplacé par la disposition suivante :
" La chambre de recours se prononce en dernière instance sur le recours qu'un membre du personnel a introduit contre la peine disciplinaire prononcée par le conseil d'administration - l'administrateur délégué pour les membres du service d'encadrement pédagogique - et le centre de formation. La chambre de recours est habilitée à confirmer ou à annuler une peine disciplinaire, ou à prononcer une peine disciplinaire plus légère. Elle statue également sur toutes les matières pour lesquelles elle est compétente par ou en vertu du présent décret. ".
" La chambre de recours se prononce en dernière instance sur le recours qu'un membre du personnel a introduit contre la peine disciplinaire prononcée par le conseil d'administration - l'administrateur délégué pour les membres du service d'encadrement pédagogique - et le centre de formation. La chambre de recours est habilitée à confirmer ou à annuler une peine disciplinaire, ou à prononcer une peine disciplinaire plus légère. Elle statue également sur toutes les matières pour lesquelles elle est compétente par ou en vertu du présent décret. ".
Art. IX.11. In artikel 71 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 juli 2007 en 4 juli 2008, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :
" De kamer van beroep doet in laatste aanleg uitspraak over het beroep dat een personeelslid heeft ingesteld tegen de tuchtstraf die de raad van bestuur, of de afgevaardigd-bestuurder voor de leden van de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum heeft uitgesproken. De kamer van beroep heeft de bevoegdheid om de tuchtstraf te bevestigen of te vernietigen, of om een lichtere tuchtstraf uit te spreken. Ze doet tevens uitspraak in alle aangelegenheden waarvoor door of krachtens dit decreet bevoegdheid werd verleend. ".
" De kamer van beroep doet in laatste aanleg uitspraak over het beroep dat een personeelslid heeft ingesteld tegen de tuchtstraf die de raad van bestuur, of de afgevaardigd-bestuurder voor de leden van de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum heeft uitgesproken. De kamer van beroep heeft de bevoegdheid om de tuchtstraf te bevestigen of te vernietigen, of om een lichtere tuchtstraf uit te spreken. Ze doet tevens uitspraak in alle aangelegenheden waarvoor door of krachtens dit decreet bevoegdheid werd verleend. ".
Art. IX.12. Dans le chapitre VIIIbis, du même décret, inséré par le décret du 13 juillet 2007, il est inséré un article 73ter /1er, rédigé comme suit :
" Art. 73ter /1er. En cas d'attribution, aux membres du personnel, de charges liées à l'établissement, le chef d'établissement doit tenir compte du temps que les personnels consacrent à leur représentation dans les organes locaux de participation créés par ou en vertu d'une loi ou d'un décret, et du temps qu'un délégué syndical consacre à son représentation dans le " Vlaamse Onderwijsraad " (Conseil flamand de l'enseignement) ou dans le comité directeur, visé à l'article 2, 42°, du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes.
" Art. 73ter /1er. En cas d'attribution, aux membres du personnel, de charges liées à l'établissement, le chef d'établissement doit tenir compte du temps que les personnels consacrent à leur représentation dans les organes locaux de participation créés par ou en vertu d'une loi ou d'un décret, et du temps qu'un délégué syndical consacre à son représentation dans le " Vlaamse Onderwijsraad " (Conseil flamand de l'enseignement) ou dans le comité directeur, visé à l'article 2, 42°, du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes.
Art. IX.12. In hoofdstuk VIIIbis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2007, wordt een artikel 73ter /1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 73ter /1. Bij het toewijzen van instellingsgebonden opdrachten aan personeelsleden moet het instellingshoofd rekening houden met de tijd die de personeelsleden besteden aan hun vertegenwoordiging in lokale inspraakorganen opgericht door of krachtens een wet of een decreet, en met de tijd die een vakbondsafgevaardigde besteedt aan zijn vertegenwoordiging in de Vlaamse Onderwijsraad of in de stuurgroep vermeld in artikel 2, 42°, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs. ".
" Art. 73ter /1. Bij het toewijzen van instellingsgebonden opdrachten aan personeelsleden moet het instellingshoofd rekening houden met de tijd die de personeelsleden besteden aan hun vertegenwoordiging in lokale inspraakorganen opgericht door of krachtens een wet of een decreet, en met de tijd die een vakbondsafgevaardigde besteedt aan zijn vertegenwoordiging in de Vlaamse Onderwijsraad of in de stuurgroep vermeld in artikel 2, 42°, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs. ".
Art. IX.13. A l'article 73quater du même décret, inséré par le décret du 13 juillet 2007 et modifié par le décret du 4 juillet 2008, sont apportées les modifications suivantes :
1° les mots " l'article 73ter " sont remplacés par les mots " de l'article 73ter et 73ter /1er ";
2° le point 4° est abrogé.
1° les mots " l'article 73ter " sont remplacés par les mots " de l'article 73ter et 73ter /1er ";
2° le point 4° est abrogé.
Art. IX.13. In artikel 73quater van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2007 en gewijzigd bij het decreet van 4 juli 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden " artikel 73ter " worden vervangen door de woorden " artikel 73ter en 73ter /1 ";
2° punt 4° wordt opgeheven.
1° de woorden " artikel 73ter " worden vervangen door de woorden " artikel 73ter en 73ter /1 ";
2° punt 4° wordt opgeheven.
Art. IX.14. A l'article 73quinquies du même décret, inséré par le décret du 13 juillet 2007, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le § 1er, les mots " de l'article 73ter " sont remplacés par les mots "des articles 73ter et 73ter /1er ";
2° dans le § 2, le point 4° est abrogé.
1° dans le § 1er, les mots " de l'article 73ter " sont remplacés par les mots "des articles 73ter et 73ter /1er ";
2° dans le § 2, le point 4° est abrogé.
Art. IX.14. In artikel 73quinquies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
Section II. - Décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres d'encadrement des élèves subventionnés
Afdeling II. - Decreet betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding
Art. IX.15. L'article 5 du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres subventionnés d'encadrement des élèves, modifié par les décrets des 21 décembre 1994, 1er décembre 1998, 14 février 2003, 10 juillet 2003, 15 juillet 2005, 7 juillet 2006, 15 juin 2007, 4 juillet 2008, 30 avril 2009, 8 mai 2009 et 9 juillet 2010, est complété par un point 3°, rédigé comme suit :
Art. IX.15. In artikel 5 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, gewijzigd bij de decreten van 21 december 1994, 1 december 1998, 14 februari 2003, 10 juli 2003, 15 juli 2005, 7 juli 2006, 15 juni 2007, 4 juli 2008, 30 april 2009, 8 mei 2009 en 9 juli 2010, wordt punt 3° vervangen door wat volgt :
" 3° het net :
- het gemeenschapsonderwijs : het onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap zoals bedoeld in artikel 2 van het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het gemeenschapsonderwijs;
- het gesubsidieerd officieel onderwijs : het onderwijs ingericht door publiekrechtelijke rechtspersonen andere dan het gemeenschapsonderwijs en dat in aanmerking komt voor subsidiëring van de Vlaamse Gemeenschap;
- het gesubsidieerd vrij onderwijs : het onderwijs ingericht door natuurlijke personen of privaatrechtelijke rechtspersonen en dat in aanmerking komt voor subsidiëring door de Vlaamse Gemeenschap; ".
" 3° het net :
- het gemeenschapsonderwijs : het onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap zoals bedoeld in artikel 2 van het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het gemeenschapsonderwijs;
- het gesubsidieerd officieel onderwijs : het onderwijs ingericht door publiekrechtelijke rechtspersonen andere dan het gemeenschapsonderwijs en dat in aanmerking komt voor subsidiëring van de Vlaamse Gemeenschap;
- het gesubsidieerd vrij onderwijs : het onderwijs ingericht door natuurlijke personen of privaatrechtelijke rechtspersonen en dat in aanmerking komt voor subsidiëring door de Vlaamse Gemeenschap; ".
Art. IX.16. Au titre II, chapitre IIbis, du même décret, est inséré avant l'article 17bis, inséré par décret du 13 juillet 2001, qui devient l'article 17bis /1er, un nouvel article 17bis ainsi rédigé :
" Art. 17bis. § 1er. Le présent article s'applique aux membres du personnel, visés à l'article 4, § 1er, à l'exception des membres du personnel des services d'encadrement pédagogique.
§ 2. Le pouvoir organisateur souscrit à une assurance responsabilité civile et assistance juridique, de manière que tous les personnels soient assurés dans l'exercice de leur charge si leur responsabilité civile est mise en cause ou une procédure juridique est menée contre eux.
Si le pouvoir organisateur ne respecte pas cette obligation, il doit prendre en charge les frais que le membre du personnel doit supporter lui-même à défaut de l'assurance précitée.
La police d'assurance précitée doit être facilement consultable pour les personnels.
Si un membre du personnel lui-même, à charge d'un tiers qui n'est pas le pouvoir organisateur ou un de ses membres, intente une action en dommages-intérêts pour des dommages physiques ou matériels ou le préjudice moral qui en découle, subis dans ou par suite de l'exercice de sa profession, le pouvoir organisateur doit assurer l'assistance juridique. ".
" Art. 17bis. § 1er. Le présent article s'applique aux membres du personnel, visés à l'article 4, § 1er, à l'exception des membres du personnel des services d'encadrement pédagogique.
§ 2. Le pouvoir organisateur souscrit à une assurance responsabilité civile et assistance juridique, de manière que tous les personnels soient assurés dans l'exercice de leur charge si leur responsabilité civile est mise en cause ou une procédure juridique est menée contre eux.
Si le pouvoir organisateur ne respecte pas cette obligation, il doit prendre en charge les frais que le membre du personnel doit supporter lui-même à défaut de l'assurance précitée.
La police d'assurance précitée doit être facilement consultable pour les personnels.
Si un membre du personnel lui-même, à charge d'un tiers qui n'est pas le pouvoir organisateur ou un de ses membres, intente une action en dommages-intérêts pour des dommages physiques ou matériels ou le préjudice moral qui en découle, subis dans ou par suite de l'exercice de sa profession, le pouvoir organisateur doit assurer l'assistance juridique. ".
Art. IX.16. In titel II, hoofdstuk IIbis, van hetzelfde decreet wordt voor artikel 17bis, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2001, dat artikel 17bis /1 wordt, een nieuw artikel 17bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 17bis. § 1. Dit artikel geldt voor de personeelsleden vermeld in artikel 4, § 1, met uitzondering van de personeelsleden van de pedagogische begeleidingsdiensten.
§ 2. De inrichtende macht sluit voor haar personeelsleden een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid en rechtsbijstand af, zodat alle personeelsleden in het kader van de uitoefening van hun opdracht verzekerd zijn als hun burgerlijke aansprakelijkheid in het gedrang komt of zij gevat worden door een juridische procedure.
Als de inrichtende macht deze verplichting niet naleeft, moet zij de kosten ten laste nemen die het personeelslid ten gevolge van het ontbreken van voormelde verzekering zelf moet dragen.
De polis van voormelde verzekering moet vlot raadpleegbaar zijn voor de personeelsleden.
Als een personeelslid zelf, ten laste van een derde die niet de inrichtende macht of een van haar leden is, een vordering tot schadevergoeding instelt voor fysieke of materiële schade of de daaruit voortvloeiende morele schade opgelopen in of ten gevolge van de uitoefening van zijn ambt, dan moet de inrichtende macht instaan voor de juridische bijstand. ".
" Art. 17bis. § 1. Dit artikel geldt voor de personeelsleden vermeld in artikel 4, § 1, met uitzondering van de personeelsleden van de pedagogische begeleidingsdiensten.
§ 2. De inrichtende macht sluit voor haar personeelsleden een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid en rechtsbijstand af, zodat alle personeelsleden in het kader van de uitoefening van hun opdracht verzekerd zijn als hun burgerlijke aansprakelijkheid in het gedrang komt of zij gevat worden door een juridische procedure.
Als de inrichtende macht deze verplichting niet naleeft, moet zij de kosten ten laste nemen die het personeelslid ten gevolge van het ontbreken van voormelde verzekering zelf moet dragen.
De polis van voormelde verzekering moet vlot raadpleegbaar zijn voor de personeelsleden.
Als een personeelslid zelf, ten laste van een derde die niet de inrichtende macht of een van haar leden is, een vordering tot schadevergoeding instelt voor fysieke of materiële schade of de daaruit voortvloeiende morele schade opgelopen in of ten gevolge van de uitoefening van zijn ambt, dan moet de inrichtende macht instaan voor de juridische bijstand. ".
Art. IX.17. Dans le titre II du même décret, il est inséré un chapitre IIquinquies, comprenant les articles 17quinquies à 17septies inclus, rédigé comme suit :
" CHAPITRE IIquinquies. - Conditions de travail secondaires
Art. 17quinquies. Le présent article s'applique aux membres du personnel, visés à l'article 4, § 1er, à l'exception des membres du personnel des services d'encadrement pédagogique.
Art. 17sexies. Le pouvoir organisateur met à la disposition des membres du personnel les moyens nécessaires à l'exercice de leur profession.
Si un membre du personnel encourt des frais supplémentaires dans le cadre de sa charge, le pouvoir organisateur doit rembourser ces frais à condition que le directeur ou le gestionnaire de l'établissement où le membre du personnel exerce sa charge ait donné au préalable son accord pour faire ces frais.
Les moyens pour lesquels les frais sont supportés par le pouvoir organisateur restent la propriété du pouvoir organisateur.
Art. 17septies. § 1er. Les personnels qui, sur l'ordre du pouvoir organisateur, font des déplacements en prenant leur voiture, moto ou scooter personnel ont droit à une indemnité kilométrique égale au montant qui est fixé annuellement en exécution de l'article 13 de l'arrêté royal du 18 janvier 1965 portant réglementation générale en matière de frais de parcours. Le pouvoir organisateur peut réduire ce montant de 10% au maximum, à condition qu'il ait également conclu une assurance omnium pour tous les déplacements de service.
Les membres du personnel qui, sur l'ordre du pouvoir organisateur, font des déplacements par les transports en commun bénéficient, lors de la remise du titre de transport, du paiement total des montants y mentionnés. Les déplacements en train sont remboursés au tarif d'un billet standard 2e classe.
§ 2. Par dérogation au premier paragraphe, le pouvoir organisateur peut limiter, du 1er janvier 2011 au 31 décembre 2011 inclus, le montant de l'indemnité kilométrique à 70 pour cent de l'indemnité kilométrique qui est fixée annuellement en exécution de l'article 13 de l'arrêté royal du 18 janvier 1965 portant réglementation générale en matière de frais de parcours et, du 1er janvier 2012 au 31 décembre 2012 inclus, à 85 pour cent de l'indemnité kilométrique précitée.
§ 3. Les dispositions du présent article ne sont pas d'application si le pouvoir organisateur utilise pour les déplacements de service un système d'indemnité kilométrique plus favorable que celui mentionné aux paragraphes 1er et 2. ".
" CHAPITRE IIquinquies. - Conditions de travail secondaires
Art. 17quinquies. Le présent article s'applique aux membres du personnel, visés à l'article 4, § 1er, à l'exception des membres du personnel des services d'encadrement pédagogique.
Art. 17sexies. Le pouvoir organisateur met à la disposition des membres du personnel les moyens nécessaires à l'exercice de leur profession.
Si un membre du personnel encourt des frais supplémentaires dans le cadre de sa charge, le pouvoir organisateur doit rembourser ces frais à condition que le directeur ou le gestionnaire de l'établissement où le membre du personnel exerce sa charge ait donné au préalable son accord pour faire ces frais.
Les moyens pour lesquels les frais sont supportés par le pouvoir organisateur restent la propriété du pouvoir organisateur.
Art. 17septies. § 1er. Les personnels qui, sur l'ordre du pouvoir organisateur, font des déplacements en prenant leur voiture, moto ou scooter personnel ont droit à une indemnité kilométrique égale au montant qui est fixé annuellement en exécution de l'article 13 de l'arrêté royal du 18 janvier 1965 portant réglementation générale en matière de frais de parcours. Le pouvoir organisateur peut réduire ce montant de 10% au maximum, à condition qu'il ait également conclu une assurance omnium pour tous les déplacements de service.
Les membres du personnel qui, sur l'ordre du pouvoir organisateur, font des déplacements par les transports en commun bénéficient, lors de la remise du titre de transport, du paiement total des montants y mentionnés. Les déplacements en train sont remboursés au tarif d'un billet standard 2e classe.
§ 2. Par dérogation au premier paragraphe, le pouvoir organisateur peut limiter, du 1er janvier 2011 au 31 décembre 2011 inclus, le montant de l'indemnité kilométrique à 70 pour cent de l'indemnité kilométrique qui est fixée annuellement en exécution de l'article 13 de l'arrêté royal du 18 janvier 1965 portant réglementation générale en matière de frais de parcours et, du 1er janvier 2012 au 31 décembre 2012 inclus, à 85 pour cent de l'indemnité kilométrique précitée.
§ 3. Les dispositions du présent article ne sont pas d'application si le pouvoir organisateur utilise pour les déplacements de service un système d'indemnité kilométrique plus favorable que celui mentionné aux paragraphes 1er et 2. ".
Art. IX.17. In titel II van hetzelfde decreet wordt een hoofdstuk IIquinquies, dat bestaat uit de artikelen 17quinquies tot en met 17septies, ingevoegd, dat luidt als volgt :
" HOOFDSTUK IIquinquies. - Secundaire arbeidsvoorwaarden
Art. 17quinquies. Dit hoofdstuk geldt voor de personeelsleden vermeld in artikel 4, § 1, met uitzondering van de personeelsleden van de pedagogische begeleidingsdiensten.
Art. 17sexies. De inrichtende macht stelt aan haar personeelsleden de middelen ter beschikking die zij nodig hebben om hun opdracht uit te voeren.
Als een personeelslid in het kader van zijn opdracht bovenop deze middelen extra onkosten maakt, moet de inrichtende macht deze onkosten vergoeden op voorwaarde dat de directeur of de beheerder van de instelling waar het personeelslid zijn opdracht uitoefent aan het personeelslid vooraf toestemming heeft gegeven om die onkosten te maken.
De middelen waarvoor de kosten gedragen worden door de inrichtende macht, blijven eigendom van de inrichtende macht.
Art. 17septies. § 1. Personeelsleden die in opdracht van de inrichtende macht verplaatsingen maken met hun eigen wagen, moto of bromfiets hebben recht op de kilometervergoeding gelijk aan het bedrag dat jaarlijks bepaald wordt in uitvoering van artikel 13 van het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten. De inrichtende macht kan dit bedrag met maximum 10 % verminderen, op voorwaarde dat ze daarnaast een omniumverzekering heeft afgesloten voor dienstverplaatsingen.
Personeelsleden die in opdracht van de inrichtende macht verplaatsingen maken met het openbaar vervoer genieten, bij de inlevering van het vervoerbewijs, de volledige betaling van de erop vermelde bedragen. De verplaatsingen per trein worden terugbetaald aan het tarief van een standaardbiljet 2e klas.
§ 2. In afwijking op paragraaf 1 mag de inrichtende macht van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2011 het bedrag van de kilometervergoeding beperken tot 70 procent van de kilometervergoeding die jaarlijks bepaald wordt in uitvoering van artikel 13 van het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten en van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2012 tot 85 procent van voormelde kilometervergoeding.
§ 3. De bepalingen van dit artikel gelden niet als de inrichtende macht een systeem van kilometervergoeding voor dienstverplaatsingen hanteert, dat gunstiger is dan dit vermeld in paragraaf 1 en 2. ".
" HOOFDSTUK IIquinquies. - Secundaire arbeidsvoorwaarden
Art. 17quinquies. Dit hoofdstuk geldt voor de personeelsleden vermeld in artikel 4, § 1, met uitzondering van de personeelsleden van de pedagogische begeleidingsdiensten.
Art. 17sexies. De inrichtende macht stelt aan haar personeelsleden de middelen ter beschikking die zij nodig hebben om hun opdracht uit te voeren.
Als een personeelslid in het kader van zijn opdracht bovenop deze middelen extra onkosten maakt, moet de inrichtende macht deze onkosten vergoeden op voorwaarde dat de directeur of de beheerder van de instelling waar het personeelslid zijn opdracht uitoefent aan het personeelslid vooraf toestemming heeft gegeven om die onkosten te maken.
De middelen waarvoor de kosten gedragen worden door de inrichtende macht, blijven eigendom van de inrichtende macht.
Art. 17septies. § 1. Personeelsleden die in opdracht van de inrichtende macht verplaatsingen maken met hun eigen wagen, moto of bromfiets hebben recht op de kilometervergoeding gelijk aan het bedrag dat jaarlijks bepaald wordt in uitvoering van artikel 13 van het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten. De inrichtende macht kan dit bedrag met maximum 10 % verminderen, op voorwaarde dat ze daarnaast een omniumverzekering heeft afgesloten voor dienstverplaatsingen.
Personeelsleden die in opdracht van de inrichtende macht verplaatsingen maken met het openbaar vervoer genieten, bij de inlevering van het vervoerbewijs, de volledige betaling van de erop vermelde bedragen. De verplaatsingen per trein worden terugbetaald aan het tarief van een standaardbiljet 2e klas.
§ 2. In afwijking op paragraaf 1 mag de inrichtende macht van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2011 het bedrag van de kilometervergoeding beperken tot 70 procent van de kilometervergoeding die jaarlijks bepaald wordt in uitvoering van artikel 13 van het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten en van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2012 tot 85 procent van voormelde kilometervergoeding.
§ 3. De bepalingen van dit artikel gelden niet als de inrichtende macht een systeem van kilometervergoeding voor dienstverplaatsingen hanteert, dat gunstiger is dan dit vermeld in paragraaf 1 en 2. ".
Art. IX.18. A l'article 33, § 1er, du même décret, remplacé par le décret du 9 juillet 2010, sont apportées les modifications suivantes :
1° au premier alinéa, les mots " Les vacances d'emploi sont fixées en fonction de la situation au 15 avril de l'année en question. " sont remplacés par les mots " La déclaration de vacances d'emploi comprend :
1° toutes les vacances d'emploi dans l'(les) établissement(s) concerné(s) le 15 avril de l'année en question;
2° éventuellement les emplois qui, dans la période du 15 avril au 1er septembre inclus, deviendront vacants par suite d'une mise à la retraite ou d'une mise en disponibilité préalable à la pension de retraite du titulaire. Le pouvoir organisateur peut également communiquer ces emplois comme emplois vacants en vue d'une nomination à titre définitif dans l'établissement;
3° l'emploi d'un membre du personnel nommé à titre définitif qui, le 15 avril de de cette année au plus tard, est mis en disponibilité par défaut d'emploi en application de l'article 5, § 1bis, § 1ter ou § 1quater, du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement-III. A la date de cette mise en disponibilité, l'emploi dont est titulaire le membre du personnel devient un emploi vacant. ";
2° entre les premier et deuxième alinéas, il est inséré un alinéa ainsi rédigé :
" Par dérogation au premier alinéa, le pouvoir organisateur communique, avant le 15 octobre 2011, les emplois vacants pour les nominations à titre définitif du 1er janvier 2012. La communication des emplois vacants comprend, outre les emplois visés au 2° et 3° du premier alinéa, tous les emplois vacants dans l'(les) établissement(s) concerné(s) au 15 septembre 2011. Les emplois vacants qui furent déclarés vacants avant le 15 mai 2011 en application du premier alinéa sur la base de la situation au 15 avril 2011 ne produisent pas d'effets. ".
1° au premier alinéa, les mots " Les vacances d'emploi sont fixées en fonction de la situation au 15 avril de l'année en question. " sont remplacés par les mots " La déclaration de vacances d'emploi comprend :
1° toutes les vacances d'emploi dans l'(les) établissement(s) concerné(s) le 15 avril de l'année en question;
2° éventuellement les emplois qui, dans la période du 15 avril au 1er septembre inclus, deviendront vacants par suite d'une mise à la retraite ou d'une mise en disponibilité préalable à la pension de retraite du titulaire. Le pouvoir organisateur peut également communiquer ces emplois comme emplois vacants en vue d'une nomination à titre définitif dans l'établissement;
3° l'emploi d'un membre du personnel nommé à titre définitif qui, le 15 avril de de cette année au plus tard, est mis en disponibilité par défaut d'emploi en application de l'article 5, § 1bis, § 1ter ou § 1quater, du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement-III. A la date de cette mise en disponibilité, l'emploi dont est titulaire le membre du personnel devient un emploi vacant. ";
2° entre les premier et deuxième alinéas, il est inséré un alinéa ainsi rédigé :
" Par dérogation au premier alinéa, le pouvoir organisateur communique, avant le 15 octobre 2011, les emplois vacants pour les nominations à titre définitif du 1er janvier 2012. La communication des emplois vacants comprend, outre les emplois visés au 2° et 3° du premier alinéa, tous les emplois vacants dans l'(les) établissement(s) concerné(s) au 15 septembre 2011. Les emplois vacants qui furent déclarés vacants avant le 15 mai 2011 en application du premier alinéa sur la base de la situation au 15 avril 2011 ne produisent pas d'effets. ".
Art. IX.18. In artikel 33, § 1, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 9 juli 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden " De vacante betrekkingen worden vastgesteld in functie van de toestand op 15 april van dat jaar. " vervangen door de woorden " De mededeling van de vacante betrekkingen omvat :
1° alle vacante betrekkingen in de betrokken instelling(en) op 15 april van dat jaar;
2° eventueel de betrekkingen die in de periode van 15 april tot en met 1 september vacant zullen worden ten gevolge van de pensionering of de terbeschikkingstelling voorafgaand aan het rustpensioen van de titularis. De inrichtende macht kan deze betrekkingen eveneens meedelen als vacante betrekking met het oog op een vaste benoeming;
3° de betrekking van een vastbenoemd personeelslid dat uiterlijk op 15 april van dat jaar in toepassing van artikel 5, § 1bis, § 1ter of § 1quater, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs III ter beschikking wordt gesteld wegens ontstentenis van betrekking. Op het ogenblik van deze terbeschikkingstelling wordt de betrekking waar het personeelslid titularis van is een vacante betrekking. ";
2° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
" In afwijking van het eerste lid deelt de inrichtende macht voor de vaste benoemingen van 1 januari 2012 de vacante betrekkingen mee vóór 15 oktober 2011. De mededeling van de vacante betrekkingen omvat, naast de betrekkingen vermeld in 2° en 3° van het eerste lid, alle vacante betrekkingen in de betrokken instelling(en) op 15 september 2011. De vacante betrekkingen die in toepassing van het eerste lid werden meegedeeld vóór 15 mei 2011 op basis van de toestand op 15 april 2011 hebben geen uitwerking. ".
1° in het eerste lid worden de woorden " De vacante betrekkingen worden vastgesteld in functie van de toestand op 15 april van dat jaar. " vervangen door de woorden " De mededeling van de vacante betrekkingen omvat :
1° alle vacante betrekkingen in de betrokken instelling(en) op 15 april van dat jaar;
2° eventueel de betrekkingen die in de periode van 15 april tot en met 1 september vacant zullen worden ten gevolge van de pensionering of de terbeschikkingstelling voorafgaand aan het rustpensioen van de titularis. De inrichtende macht kan deze betrekkingen eveneens meedelen als vacante betrekking met het oog op een vaste benoeming;
3° de betrekking van een vastbenoemd personeelslid dat uiterlijk op 15 april van dat jaar in toepassing van artikel 5, § 1bis, § 1ter of § 1quater, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs III ter beschikking wordt gesteld wegens ontstentenis van betrekking. Op het ogenblik van deze terbeschikkingstelling wordt de betrekking waar het personeelslid titularis van is een vacante betrekking. ";
2° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
" In afwijking van het eerste lid deelt de inrichtende macht voor de vaste benoemingen van 1 januari 2012 de vacante betrekkingen mee vóór 15 oktober 2011. De mededeling van de vacante betrekkingen omvat, naast de betrekkingen vermeld in 2° en 3° van het eerste lid, alle vacante betrekkingen in de betrokken instelling(en) op 15 september 2011. De vacante betrekkingen die in toepassing van het eerste lid werden meegedeeld vóór 15 mei 2011 op basis van de toestand op 15 april 2011 hebben geen uitwerking. ".
Art. IX.19. Dans le chapitre Vbis du même décret, inséré par le décret du 14 juillet 1998, remplacé par le décret du 13 juillet 2007, et modifié par les décrets des 4 juillet 2008 et 8 mai 2009, il est inséré un article 47ter /1er, rédigé comme suit :
" Art. 47ter /1er. En cas d'attribution, aux membres du personnel, de charges liées à l'établissement, le pouvoir organisateur doit tenir compte du temps que les membres du personnel consacrent à leur représentation dans les organes locaux de participation créés par ou en vertu d'une loi ou d'un décret, et du temps qu'un délégué syndical consacre à son représentation dans le " Vlaamse Onderwijsraad " (Conseil flamand de l'enseignement) ou dans le comité directeur, visé à l'article 2, 42°, du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes.
" Art. 47ter /1er. En cas d'attribution, aux membres du personnel, de charges liées à l'établissement, le pouvoir organisateur doit tenir compte du temps que les membres du personnel consacrent à leur représentation dans les organes locaux de participation créés par ou en vertu d'une loi ou d'un décret, et du temps qu'un délégué syndical consacre à son représentation dans le " Vlaamse Onderwijsraad " (Conseil flamand de l'enseignement) ou dans le comité directeur, visé à l'article 2, 42°, du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes.
Art. IX.19. In hoofdstuk Vbis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 14 juli 1998, vervangen bij het decreet van 13 juli 2007 en gewijzigd bij de decreten van 4 juli 2008 en 8 mei 2009, wordt een artikel 47ter /1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 47ter /1. Bij het toewijzen van instellingsgebonden opdrachten aan personeelsleden moet de inrichtende macht rekening houden met de tijd die de personeelsleden besteden aan hun vertegenwoordiging in lokale inspraakorganen opgericht door of krachtens een wet of een decreet, en met de tijd die een vakbondsafgevaardigde besteedt aan zijn vertegenwoordiging in de Vlaamse Onderwijsraad of in de stuurgroep vermeld in artikel 2, 42°, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs. ".
" Art. 47ter /1. Bij het toewijzen van instellingsgebonden opdrachten aan personeelsleden moet de inrichtende macht rekening houden met de tijd die de personeelsleden besteden aan hun vertegenwoordiging in lokale inspraakorganen opgericht door of krachtens een wet of een decreet, en met de tijd die een vakbondsafgevaardigde besteedt aan zijn vertegenwoordiging in de Vlaamse Onderwijsraad of in de stuurgroep vermeld in artikel 2, 42°, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs. ".
Art. IX.20. A l'article 47quater du même décret, inséré par le décret du 13 juillet 2007 et modifié par le décret du 4 juillet 2008, sont apportées les modifications suivantes :
1° les mots " l'article 47ter " sont remplacés par les mots " les articles 47ter et 47ter /1er ";
2° le point 4° est abrogé.
1° les mots " l'article 47ter " sont remplacés par les mots " les articles 47ter et 47ter /1er ";
2° le point 4° est abrogé.
Art. IX.20. In artikel 47quater van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2007 en gewijzigd bij het decreet van 4 juli 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden " artikel 47ter " worden vervangen door de woorden " artikel 47ter en 47ter /1 ";
2° punt 4° wordt opgeheven.
1° de woorden " artikel 47ter " worden vervangen door de woorden " artikel 47ter en 47ter /1 ";
2° punt 4° wordt opgeheven.
Art. IX.21. A l'article 47quinquies du même décret, inséré par le décret du 13 juillet 2007, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le § 1er, les mots " de l'article 73ter " sont remplacés par les mots " des articles 47ter et 47ter /1er ";
2° dans le § 2, le point 4° est abrogé.
1° dans le § 1er, les mots " de l'article 73ter " sont remplacés par les mots " des articles 47ter et 47ter /1er ";
2° dans le § 2, le point 4° est abrogé.
Art. IX.21. In artikel 47quinquies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 worden de woorden " artikel 47ter " vervangen door de woorden " artikel 47ter en 47ter /1 ";
2° in paragraaf 2 wordt punt 4° opgeheven.
1° in paragraaf 1 worden de woorden " artikel 47ter " vervangen door de woorden " artikel 47ter en 47ter /1 ";
2° in paragraaf 2 wordt punt 4° opgeheven.
Art. IX.22. A l'article 67bis du même décret, inséré par le décret du 8 mai 2009, sont apportées les modifications suivantes :
1° au § 1er, premier alinéa, sont insérés entre les mots " contre la suspension préventive " et les mots " auprès de la chambre de recours " les mots " ou, si applicable, contre la retenue de traitement, ";
2° au § 1er, deuxième alinéa, il est ajouté en fin de phrase après les mots " contre la suspension préventive " les mots " ou, si applicable, contre la retenue de traitement, ";
3° au § 1er, troisième alinéa, sont insérés entre les mots " contre la suspension préventive " et les mots " dès qu'au moins trois mois ont passé " les mots " ou, si applicable, contre la retenue de traitement, ";
4° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Le recours ne suspend pas la suspension préventive; la retenue de traitement est néanmoins suspendue. ";
5° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
" § 3. La chambre de recours se prononce en dernière instance sur les différends relatifs au non respect par le pouvoir organisateur des dispositions de l'article 67 ou au caractère manifestement déraisonnable de la suspension préventive. La chambre de recours peut confirmer ou annuler la suspension préventive. " Par dérogation à l'article 70, 3°, les chambres de recours statuent à l'unanimité lorsqu'elles souhaitent annuler la suspension préventive.
Lors d'un recours contre une suspension préventive avec retenue sur traitement ou contre la retenue de traitement, la chambre de recours est habilitée à confirmer, annuler ou limiter la retenue de traitement. ".
1° au § 1er, premier alinéa, sont insérés entre les mots " contre la suspension préventive " et les mots " auprès de la chambre de recours " les mots " ou, si applicable, contre la retenue de traitement, ";
2° au § 1er, deuxième alinéa, il est ajouté en fin de phrase après les mots " contre la suspension préventive " les mots " ou, si applicable, contre la retenue de traitement, ";
3° au § 1er, troisième alinéa, sont insérés entre les mots " contre la suspension préventive " et les mots " dès qu'au moins trois mois ont passé " les mots " ou, si applicable, contre la retenue de traitement, ";
4° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Le recours ne suspend pas la suspension préventive; la retenue de traitement est néanmoins suspendue. ";
5° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
" § 3. La chambre de recours se prononce en dernière instance sur les différends relatifs au non respect par le pouvoir organisateur des dispositions de l'article 67 ou au caractère manifestement déraisonnable de la suspension préventive. La chambre de recours peut confirmer ou annuler la suspension préventive. " Par dérogation à l'article 70, 3°, les chambres de recours statuent à l'unanimité lorsqu'elles souhaitent annuler la suspension préventive.
Lors d'un recours contre une suspension préventive avec retenue sur traitement ou contre la retenue de traitement, la chambre de recours est habilitée à confirmer, annuler ou limiter la retenue de traitement. ".
Art. IX.22. In artikel 67bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1, eerste lid, worden tussen de woorden " tegen de preventieve schorsing " en de woorden " in beroep gaan bij " de woorden " of, als dat van toepassing is, tegen de afhouding van salaris " ingevoegd;
2° in § 1, tweede lid, worden tussen de woorden " tegen de preventieve schorsing " en de woorden " kunnen worden ingebracht " de woorden " of, als dat van toepassing is, tegen de afhouding van salaris " ingevoegd;
3° in § 1, derde lid, worden tussen de woorden " tegen zijn preventieve schorsing " en de woorden " een beroep instellen " de woorden " of, als dat van toepassing is, tegen de afhouding van salaris " ingevoegd;
4° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt :
" § 2. Het beroep schort de preventieve schorsing niet op; de afhouding van salaris wordt wel opgeschort. ";
5° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt :
" § 3. Ten aanzien van betwistingen inzake het niet in acht nemen door de inrichtende macht van de bepalingen van artikel 67 of het kennelijk onredelijke karakter van de preventieve schorsing doet de bevoegde kamer van beroep in laatste aanleg uitspraak. De kamer van beroep kan de preventieve schorsing bevestigen of vernietigen. In afwijking van artikel 70, 3° beslissen de kamers van beroep bij unanimiteit wanneer zij de preventieve schorsing wensen te vernietigen.
Bij een beroep tegen een preventieve schorsing met afhouding van salaris of tegen de afhouding van salaris heeft de kamer van beroep de bevoegdheid om de afhouding van salaris te bevestigen, te vernietigen of te beperken. ".
1° in § 1, eerste lid, worden tussen de woorden " tegen de preventieve schorsing " en de woorden " in beroep gaan bij " de woorden " of, als dat van toepassing is, tegen de afhouding van salaris " ingevoegd;
2° in § 1, tweede lid, worden tussen de woorden " tegen de preventieve schorsing " en de woorden " kunnen worden ingebracht " de woorden " of, als dat van toepassing is, tegen de afhouding van salaris " ingevoegd;
3° in § 1, derde lid, worden tussen de woorden " tegen zijn preventieve schorsing " en de woorden " een beroep instellen " de woorden " of, als dat van toepassing is, tegen de afhouding van salaris " ingevoegd;
4° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt :
" § 2. Het beroep schort de preventieve schorsing niet op; de afhouding van salaris wordt wel opgeschort. ";
5° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt :
" § 3. Ten aanzien van betwistingen inzake het niet in acht nemen door de inrichtende macht van de bepalingen van artikel 67 of het kennelijk onredelijke karakter van de preventieve schorsing doet de bevoegde kamer van beroep in laatste aanleg uitspraak. De kamer van beroep kan de preventieve schorsing bevestigen of vernietigen. In afwijking van artikel 70, 3° beslissen de kamers van beroep bij unanimiteit wanneer zij de preventieve schorsing wensen te vernietigen.
Bij een beroep tegen een preventieve schorsing met afhouding van salaris of tegen de afhouding van salaris heeft de kamer van beroep de bevoegdheid om de afhouding van salaris te bevestigen, te vernietigen of te beperken. ".
Art. IX.23. Dans l'article 69 du même décret, modifié par le décret du 4 juillet 2008, le § 2 est remplacé par la disposition suivante :
" § 2. La chambre de recours se prononce en dernière instance sur le recours qu'un membre du personnel a introduit contre la peine disciplinaire prononcée par le pouvoir organisateur. Les chambres de recours sont habilitées à confirmer ou à annuler une peine disciplinaire, ou à prononcer une peine disciplinaire plus légère. Elles statuent également sur toutes les matières pour lesquelles elles sont compétentes par ou en vertu du présent décret. ".
" § 2. La chambre de recours se prononce en dernière instance sur le recours qu'un membre du personnel a introduit contre la peine disciplinaire prononcée par le pouvoir organisateur. Les chambres de recours sont habilitées à confirmer ou à annuler une peine disciplinaire, ou à prononcer une peine disciplinaire plus légère. Elles statuent également sur toutes les matières pour lesquelles elles sont compétentes par ou en vertu du présent décret. ".
Art. IX.23. In artikel 69 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 4 juli 2008, wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt :
" § 2. De kamers van beroep doen in laatste aanleg uitspraak over het beroep dat een personeelslid heeft ingesteld tegen een tuchtstraf die de inrichtende macht heeft uitgesproken. De kamers van beroep hebben de bevoegdheid om de tuchtstraf te bevestigen of te vernietigen, of om een lichtere tuchtstraf uit te spreken. Ze doen tevens uitspraak in alle aangelegenheden waarvoor door of krachtens dit decreet bevoegdheid werd verleend. ".
" § 2. De kamers van beroep doen in laatste aanleg uitspraak over het beroep dat een personeelslid heeft ingesteld tegen een tuchtstraf die de inrichtende macht heeft uitgesproken. De kamers van beroep hebben de bevoegdheid om de tuchtstraf te bevestigen of te vernietigen, of om een lichtere tuchtstraf uit te spreken. Ze doen tevens uitspraak in alle aangelegenheden waarvoor door of krachtens dit decreet bevoegdheid werd verleend. ".
Art. IX.24. A l'article 74ter du même décret, inséré par le décret du 15 juillet 2005, sont apportées les modifications suivantes :
1° au premier paragraphe sont insérés entre le premier et le deuxième alinéa deux nouveaux alinéas ainsi rédigés :
" Le membre du personnel qui, dans le courant de l'année scolaire précédente, est désigné temporairement pendant une durée ininterrompue dans l'établissement qui adhère à un centre d'enseignement, conserve lors de l'adhésion au centre d'enseignement sa désignation temporaire à durée ininterrompue aux conditions du présent décret. Le membre du personnel conserve également son droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue. Ce droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue s'applique dès l'adhésion pour tous les établissements du centre d'enseignement auquel est adhéré l'établissement.
Le membre du personnel nommé à titre définitif et affecté à la fin de l'année scolaire précédente au plus tard dans l'établissement qui adhère à un centre d'enseignement, conserve lors de l'adhésion au centre d'enseignement tous les droits et obligations liés à cette nomination à titre définitif et affectation. Le membre du personnel nommé à titre définitif à temps partiel répond, lors de l'adhésion au centre d'enseignement, aux conditions posées par le présent décret à une extension de sa nomination à titre définitif dans tous les établissements du centre d'enseignement auquel est adhéré l'établissement. ";
2° au paragraphe 2 sont insérés entre le premier et le deuxième alinéa deux nouveaux alinéas ainsi rédigés :
" Le membre du personnel qui, dans le courant de l'année scolaire précédente, est désigné temporairement pendant une durée ininterrompue dans l'établissement qui adhère à un autre centre d'enseignement, conserve lors de l'adhésion à l'autre centre d'enseignement sa désignation temporaire à durée ininterrompue aux conditions du présent décret. Le membre du personnel conserve également son droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue. Ce droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue s'applique dès l'adhésion dans tous les établissements du centre d'enseignement auquel est adhéré l'établissement.
Le membre du personnel nommé à titre définitif et affecté à la fin de l'année scolaire précédente au plus tard dans l'établissement qui adhère à un autre centre d'enseignement, conserve lors de l'adhésion à l'autre centre d'enseignement tous les droits et obligations liés à cette nomination à titre définitif et affectation. Le membre du personnel nommé à titre définitif à temps partiel répond, lors de l'adhésion au centre d'enseignement, aux conditions posées par le présent décret à une extension de sa nomination à titre définitif dans tous les établissements du centre d'enseignement auquel est adhéré l'établissement. ";
3° au paragraphe 3, le premier alinéa est remplacé par la disposition suivante :
Lorsqu'un établissement d'enseignement se désaffilie d'un centre d'enseignement et n'adhère pas à un autre centre d'enseignement, les services rendus dans cet établissement dans le centre d'enseignement dans une fonction, un emploi, un cours ou une spécialité sont toujours considérés comme étant rendus dans cette fonction, cet emploi, ce cours ou cette spécialité dans un l'établissement n'appartenant pas à un centre d'enseignement.
Le membre du personnel qui, dans le courant de l'année scolaire précédente, est désigné temporairement pendant une durée ininterrompue dans l'établissement qui se désaffilie d'un centre d'enseignement, conserve lors de la désaffiliation du centre d'enseignement son droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue. Ce droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue s'applique dès la désaffiliation pour tous les établissements du pouvoir organisateur qui n'appartiennent pas à un centre d'enseignement.
Le membre du personnel nommé à titre définitif et affecté à la fin de l'année scolaire précédente au plus tard dans l'établissement qui se désaffilie d'un centre d'enseignement, conserve lors de la désaffiliation tous les droits et obligations liés à cette nomination à titre définitif et affectation. Le membre du personnel nommé à titre définitif à temps partiel répond, lors de la désaffiliation du centre d'enseignement, aux conditions posées par le présent décret à une extension de sa nomination à titre définitif dans tous les établissements du pouvoir organisateur qui n'appartiennent pas à un centre d'enseignement. ";
4° au paragraphe 4, les mots " 15 octobre " sont remplacés par les mots " 15 septembre " et les mots " 15 novembre " sont remplacés par les mots " 15 octobre ";
5° le paragraphe 5 est abrogé.
1° au premier paragraphe sont insérés entre le premier et le deuxième alinéa deux nouveaux alinéas ainsi rédigés :
" Le membre du personnel qui, dans le courant de l'année scolaire précédente, est désigné temporairement pendant une durée ininterrompue dans l'établissement qui adhère à un centre d'enseignement, conserve lors de l'adhésion au centre d'enseignement sa désignation temporaire à durée ininterrompue aux conditions du présent décret. Le membre du personnel conserve également son droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue. Ce droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue s'applique dès l'adhésion pour tous les établissements du centre d'enseignement auquel est adhéré l'établissement.
Le membre du personnel nommé à titre définitif et affecté à la fin de l'année scolaire précédente au plus tard dans l'établissement qui adhère à un centre d'enseignement, conserve lors de l'adhésion au centre d'enseignement tous les droits et obligations liés à cette nomination à titre définitif et affectation. Le membre du personnel nommé à titre définitif à temps partiel répond, lors de l'adhésion au centre d'enseignement, aux conditions posées par le présent décret à une extension de sa nomination à titre définitif dans tous les établissements du centre d'enseignement auquel est adhéré l'établissement. ";
2° au paragraphe 2 sont insérés entre le premier et le deuxième alinéa deux nouveaux alinéas ainsi rédigés :
" Le membre du personnel qui, dans le courant de l'année scolaire précédente, est désigné temporairement pendant une durée ininterrompue dans l'établissement qui adhère à un autre centre d'enseignement, conserve lors de l'adhésion à l'autre centre d'enseignement sa désignation temporaire à durée ininterrompue aux conditions du présent décret. Le membre du personnel conserve également son droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue. Ce droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue s'applique dès l'adhésion dans tous les établissements du centre d'enseignement auquel est adhéré l'établissement.
Le membre du personnel nommé à titre définitif et affecté à la fin de l'année scolaire précédente au plus tard dans l'établissement qui adhère à un autre centre d'enseignement, conserve lors de l'adhésion à l'autre centre d'enseignement tous les droits et obligations liés à cette nomination à titre définitif et affectation. Le membre du personnel nommé à titre définitif à temps partiel répond, lors de l'adhésion au centre d'enseignement, aux conditions posées par le présent décret à une extension de sa nomination à titre définitif dans tous les établissements du centre d'enseignement auquel est adhéré l'établissement. ";
3° au paragraphe 3, le premier alinéa est remplacé par la disposition suivante :
Lorsqu'un établissement d'enseignement se désaffilie d'un centre d'enseignement et n'adhère pas à un autre centre d'enseignement, les services rendus dans cet établissement dans le centre d'enseignement dans une fonction, un emploi, un cours ou une spécialité sont toujours considérés comme étant rendus dans cette fonction, cet emploi, ce cours ou cette spécialité dans un l'établissement n'appartenant pas à un centre d'enseignement.
Le membre du personnel qui, dans le courant de l'année scolaire précédente, est désigné temporairement pendant une durée ininterrompue dans l'établissement qui se désaffilie d'un centre d'enseignement, conserve lors de la désaffiliation du centre d'enseignement son droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue. Ce droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue s'applique dès la désaffiliation pour tous les établissements du pouvoir organisateur qui n'appartiennent pas à un centre d'enseignement.
Le membre du personnel nommé à titre définitif et affecté à la fin de l'année scolaire précédente au plus tard dans l'établissement qui se désaffilie d'un centre d'enseignement, conserve lors de la désaffiliation tous les droits et obligations liés à cette nomination à titre définitif et affectation. Le membre du personnel nommé à titre définitif à temps partiel répond, lors de la désaffiliation du centre d'enseignement, aux conditions posées par le présent décret à une extension de sa nomination à titre définitif dans tous les établissements du pouvoir organisateur qui n'appartiennent pas à un centre d'enseignement. ";
4° au paragraphe 4, les mots " 15 octobre " sont remplacés par les mots " 15 septembre " et les mots " 15 novembre " sont remplacés par les mots " 15 octobre ";
5° le paragraphe 5 est abrogé.
Art. IX.24. In artikel 74ter van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 15 juli 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
Section III. - Décret relatif à l'enseignement III
Afdeling III. - Decreet betreffende het onderwijs III
Art. IX.25. A l'article 5, du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement III, modifié par les décrets des 14 juillet 1998, 1er décembre 1998, 8 juin 2000, 14 février 2003, 13 juillet 2007 et 8 mai 2009, sont apportées les modifications suivantes :
Art. IX.25. In artikel 5 van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs III, gewijzigd bij de decreten van 14 juli 1998, 1 december 1998, 8 juni 2000, 14 februari 2003, 13 juli 2007 en 8 mei 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 worden in het derde streepje de woorden " , het psycho-medisch-sociaal centrum, het psycho-medisch-sociaal centrum voor buitengewoon onderwijs " vervangen door de woorden " of van het centrum voor leerlingenbegeleiding ";
2° in paragraaf 1 worden in het vijfde streepje de woorden " psycho-medisch-sociale centra " vervangen door de woorden " centra voor leerlingenbegeleiding ";
3° aan de paragraaf 1bis, de paragraaf 1ter en de paragraaf 1quater wordt telkens een lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" De betrekking van het personeelslid, vermeld in artikel 4, § 1, 1° en 2°, wordt op het ogenblik van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking definitief vacant en komt in aanmerking voor een definitieve affectatie, een mutatie en een vaste benoeming. Dit geldt eveneens voor de betrekkingen van de personeelsleden die op het ogenblik van het van kracht worden van deze bepaling al ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking. ".
1° in paragraaf 1 worden in het derde streepje de woorden " , het psycho-medisch-sociaal centrum, het psycho-medisch-sociaal centrum voor buitengewoon onderwijs " vervangen door de woorden " of van het centrum voor leerlingenbegeleiding ";
2° in paragraaf 1 worden in het vijfde streepje de woorden " psycho-medisch-sociale centra " vervangen door de woorden " centra voor leerlingenbegeleiding ";
3° aan de paragraaf 1bis, de paragraaf 1ter en de paragraaf 1quater wordt telkens een lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" De betrekking van het personeelslid, vermeld in artikel 4, § 1, 1° en 2°, wordt op het ogenblik van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking definitief vacant en komt in aanmerking voor een definitieve affectatie, een mutatie en een vaste benoeming. Dit geldt eveneens voor de betrekkingen van de personeelsleden die op het ogenblik van het van kracht worden van deze bepaling al ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking. ".
Art. IX.26. L'article 9 du même décret est complété par un paragraphe 6, rédigé comme suit :
" § 6. Les emplois attribués par la commission flamande de réaffectation, visée à l'article 10, pendant l'année scolaire 2009-2010, aux personnels des services d'encadrement pédagogique qui ont été mis en disponibilité par défaut d'emploi selon l'article 5, § 1bis, § 1ter, ou § 1quater, sont censés être attribués conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 avril 1992 relatif à la répartition de fonctions, à la mise en disponibilité par défaut d'emploi, à la réaffectation, à la remise au travail et à l'attribution d'un traitement d'attente ou d'une subvention-traitement d'attente. ".
" § 6. Les emplois attribués par la commission flamande de réaffectation, visée à l'article 10, pendant l'année scolaire 2009-2010, aux personnels des services d'encadrement pédagogique qui ont été mis en disponibilité par défaut d'emploi selon l'article 5, § 1bis, § 1ter, ou § 1quater, sont censés être attribués conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 avril 1992 relatif à la répartition de fonctions, à la mise en disponibilité par défaut d'emploi, à la réaffectation, à la remise au travail et à l'attribution d'un traitement d'attente ou d'une subvention-traitement d'attente. ".
Art. IX.26. Aan artikel 9 van hetzelfde decreet wordt een paragraaf 6 toegevoegd, die luidt als volgt :
Section IV. - Décret relatif à l'enseignement XIII
Afdeling IV. - Decreet betreffende het onderwijs XIII
Art. IX.27. Dans l'article XI.1er, § 1, 1° et 2°, du décret du 13 juillet 2001 relatif à l'enseignement-Mosaïque, remplacé par le décret du 9 juillet 2010, le membre de phrase " à l'exception des membres du service d'encadrement pédagogique " est supprimé.
Art. IX.27. In artikel XI. 1, § 1, 1° en 2°, van het decreet van 13 juli 2001 betreffende het onderwijs XIII-Mozaïek, vervangen bij het decreet van 9 juli 2010, wordt de zinsnede " , met uitzondering van de leden van de pedagogische begeleidingsdienst " opgeheven.
Section V. - Entrée en vigueur
Afdeling V. - Inwerkingtreding
Art. IX.28. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er septembre 2011.
Art. IX.28. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 september 2011.
CHAPITRE X. - Autres dispositions
HOOFDSTUK X. - Andere bepalingen
Section Ire. - Transport scolaire
Afdeling I. - Leerlingenvervoer
Art. X.1er. L'article 5 de la loi du 15 juillet 1983 portant création du Service national de Transport scolaire, modifié par le décret du 6 juillet 2001, est remplacé par les dispositions suivantes :
Art. X.1. Artikel 5 van de wet van 15 juli 1983 houdende oprichting van de Nationale Dienst voor Leerlingenvervoer, gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2001, wordt vervangen door wat volgt :
Section II. - Décret relatif à l'enseignement XIV
Afdeling II. - Decreet betreffende het onderwijs XIV
Art. X.2.A l'article 50 (NOTE : Justel lit "X.50"), § 2, dernier alinéa, du décret du 14 février 2003 relatif à l'enseignement XIV, modifié par le décret du 16 mai 2007, les mots " nombre d'heures/participants " sont remplacés par les mots " d'heures de cours/apprenant ".
Art. X.2. In artikel 50 (NOTA : Justel leest : "X.50"), § 2, laatste lid, van het decreet van 14 februari 2003 betreffende het onderwijs XIV, gewijzigd bij het decreet van 16 mei 2007, wordt het woord " deelnemersuren " vervangen door het woord " lesurencursist ".
Art. X.3. A l'article X.53, § 1er, du même décret, modifié par le décret du 4 juillet 2008, sont apportées les modifications suivantes :
1° le membre de phrase " Ces moyens sont accordés à : " est remplacé par ce qui suit :
" Ces moyens sont accordés à chaque école d'enseignement fondamental ordinaire ou spécial, à chaque école d'enseignement secondaire ordinaire ou spécial, à chaque centre d'éducation des adultes et à chaque établissement d'enseignement artistique à temps partiel. Les écoles, établissements et centres ne peuvent affecter ces moyens que s'ils font partie de : ".
2° il est ajouté un deuxième alinéa, rédigé comme suit :
" Le centre d'enseignement, le groupe d'écoles, le consortium ou la plate-forme de coopération prend des engagements quant à l'affectation des moyens. ".
1° le membre de phrase " Ces moyens sont accordés à : " est remplacé par ce qui suit :
" Ces moyens sont accordés à chaque école d'enseignement fondamental ordinaire ou spécial, à chaque école d'enseignement secondaire ordinaire ou spécial, à chaque centre d'éducation des adultes et à chaque établissement d'enseignement artistique à temps partiel. Les écoles, établissements et centres ne peuvent affecter ces moyens que s'ils font partie de : ".
2° il est ajouté un deuxième alinéa, rédigé comme suit :
" Le centre d'enseignement, le groupe d'écoles, le consortium ou la plate-forme de coopération prend des engagements quant à l'affectation des moyens. ".
Art. X.3. In artikel X.53, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 4 juli 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
Section III. - Décret portant organisation du sport scolaire
Afdeling III. - Decreet houdende de organisatie van de schoolsport
Art. X.4. Dans l'article 6 du décret du 13 février 2009 portant organisation du sport scolaire, le quatrième alinéa est remplacé par ce qui suit :
Art. X.4. In artikel 6 van het decreet van 13 februari 2009 houdende de organisatie van schoolsport, wordt het vierde lid vervangen door wat volgt :
Section IV. - Décret relatif à la participation à l'école et au " Vlaamse Onderwijsraad " (Conseil flamand de l'Enseignement)
Afdeling IV. - Decreet betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad
Art. X.5. L'article 79 du décret du 2 avril 2004 relatif à la participation à l'école et au " Vlaamse Onderwijsraad " (Conseil flamand de l'Enseignement), est complété par un troisième alinéa ainsi rédigé :
Art. X.5. Aan artikel 79 van het decreet van 2 april 2004 betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad wordt een derde lid toegevoegd dat luidt als volgt :
" Bij uitputting van de lijst van verkozen directeurs wordt de vertegenwoordiging van deze geleding aangeduid in onderling overleg door het Gemeenschapsonderwijs, de representatieve verenigingen van inrichtende machten en de representatieve vakorganisaties. ".
" Bij uitputting van de lijst van verkozen directeurs wordt de vertegenwoordiging van deze geleding aangeduid in onderling overleg door het Gemeenschapsonderwijs, de representatieve verenigingen van inrichtende machten en de representatieve vakorganisaties. ".
Art. X.6. A l'article 80 du même décret, il est ajouté un deuxième alinéa, rédigé comme suit :
" A la demande d'un membre responsable d'une organisation syndicale représentative, un délégué syndical obtient une dispense de service pour participer aux séances du Vlaamse Onderwijsraad. La dispense est assimilée à une période d'activité de service. Le membre du personnel maintient son droit au traitement. ".
" A la demande d'un membre responsable d'une organisation syndicale représentative, un délégué syndical obtient une dispense de service pour participer aux séances du Vlaamse Onderwijsraad. La dispense est assimilée à une période d'activité de service. Le membre du personnel maintient son droit au traitement. ".
Art. X.6. Aan artikel 80 van hetzelfde decreet wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
Section V. - Codification de la réglementation
Afdeling V. - Codificatie van regelgeving
Art. X.7. A l'article X.35 du décret du 14 février 2003 relatif à l'enseignement XIV sont apportées les modifications suivantes :
Art. X.7. In artikel X.35 van het decreet van 14 februari 2003 betreffende het onderwijs XIV, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
Section VI. - Abrogations
Afdeling VI. Opheffingen
Art. X.8. La loi du 19 mars 1971 relative à l'équivalence des diplômes et certificats d'études étrangers, modifiée par le décret du 13 juillet 1994 et la loi du 22 février 1998 est abrogée.
Art. X.8. De wet van 19 maart 1971 betreffende de gelijkwaardigheid van de buitenlandse diploma's en studiegetuigschriften, gewijzigd bij het decreet van 13 juli 1994 en de wet van 22 februari 1998, wordt opgeheven.
Art. X.9. L'arrêté royal du 9 mai 1966 établissant l'équivalence entre les certificats étrangers d'enseignement secondaire et le diplôme d'aptitude à accéder à l'enseignement supérieur est abrogé.
Art. X.9. Het koninklijk besluit van 9 mei 1966 tot vaststelling van de gelijkwaardigheid tussen de buitenlandse getuigschriften van secundair onderwijs en het bekwaamheidsdiploma dat toegang verleent tot hoger onderwijs, wordt opgeheven.
Art. X.10. L'arrêté royal du 20 juillet 1971 déterminant les conditions et la procédure d'octroi de l'équivalence des diplômes et certificats d'études étrangers, modifié par les arrêtés royaux des 8 octobre 1973 et 29 juin 1983 et par les arrêtés du Gouvernement flamand des 13 novembre 1991 et 14 octobre 1992, est abrogé.
Art. X.10. Het koninklijk besluit van 20 juli 1971 tot vaststelling van de voorwaarden tot en de procedure van het verlenen van de gelijkwaardigheid van buitenlandse diploma's en studiegetuigschriften, gewijzigd bij de koninklijk besluiten van 8 oktober 1973 en van 29 juni 1983 en bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 13 november 1991 en van 14 oktober 1992, wordt opgeheven.
Art. X.11. L'arrêté royal du 10 octobre 1973 déterminant, en ce qui concerne l'enseignement artistique du régime néerlandais, les conditions et la procédure d'octroi de l'équivalence des diplômes et certificats d'études étrangers est abrogé.
Art. X.11. Het koninklijk besluit van 10 oktober 1973 tot vaststelling, wat betreft het Nederlands kunstonderwijs, van de voorwaarden tot en de procedure van het verlenen van de gelijkwaardigheid van buitenlandse diploma's en studiegetuigschriften, wordt opgeheven.
Art. X.12. L'article 48 du décret du 1er décembre 1998 relatif aux centres d'encadrement des élèves, modifié par les décrets des 14 février 2003 et 18 novembre 2005, est supprimé.
Art. X.12. Artikel 48 van het decreet van 1 december 1998 betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding, gewijzigd bij het decreet van 14 februari 2003 en 18 november 2005, wordt opgeheven.
Art. X.13. Dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire à temps plein, le chapitre VI, comprenant les articles 68 à 74 inclus, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand des 7 septembre 2007 et 9 octobre 2009, est abrogé.
Art. X.13. In het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs wordt hoofdstuk VI, dat bestaat uit artikel 68 tot en met 74, gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2007 en 9 oktober 2009, opgeheven.
Art. X.14. Dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 décembre 2002 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire spécial de la forme d'enseignement 3, le chapitre IIIter, comprenant les articles 20undecies à 20septies inclus, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juillet 2010, est abrogé.
Art. X.14. In het besluit van de Vlaamse Regering van 6 december 2002 betreffende de organisatie van het buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 3 wordt hoofdstuk IIIter, dat bestaat uit artikel 20undecies tot en met 20septies decies, ingevoegd bij besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010, opgeheven.
Art. X.15. Les articles 1er à 5 inclus de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 février 2011 portant les conditions fixées par la Directive européenne 2005/36/CE lors de l'établissement du programme de formation conduisant en Flandre au grade de bachelor avec la qualification 'nursing', sont supprimés.
Art. X.15. De artikelen 1 tot en met 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2011 houdende de vastgelegde voorwaarden van de Europese Richtlijn 2005/36/ EC bij de vaststelling van het opleidingsprogramma in Vlaanderen leidende tot de graad van bachelor met de kwalificatie verpleegkunde, worden opgeheven.
Art. X.16. Les articles 160 à 161 du décret du 14 juillet 1998 contenant diverses mesures relatives à l'enseignement secondaire et modifiant le décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, sont abrogés.
Art. X.16. De artikelen 160 en 161 van het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs, worden opgeheven.
Art. X.17. Les articles 76 et 77 du décret du 20 octobre 2000 relatif à l'enseignement XII-Ensor sont abrogés.
Art. X.17. De artikelen 76 en 77 van het decreet betreffende het onderwijs XII-Ensor van 20 oktober 2000, worden opgeheven.
Section VII. - Décret relatif à la structure des certifications
Afdeling VII. - Decreet betreffende de kwalificatiestructuur
Sous-section Ire. - Dossier de qualification professionnelle et cadre de référence professionnel
Onderafdeling I. - Beroepskwalificatiedossier en beroepsreferentiekader
Art. X.18. A l'article 2 du décret du 30 avril 2009 la structure des certifications, sont ajoutés les points 4°bis à 15°bis, rédigés ainsi qu'il suit :
Art. X.18. Aan artikel 2 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur worden een punt 4°bis en een punt 15°bis toegevoegd, die luiden als volgt :
" 4°bis beroepskwalificatiedossier : een dossier waarin een geheel aan beroepscompetenties, afgeleid uit één of meer beroepscompetentieprofielen of afgeleid uit andere beroepsreferentiekaders bij ontstentenis van beroepscompetentieprofielen, op een inschaalbare wijze beschreven worden;
15°bis beroepsreferentiekader : een kader met beroepsvoorwaarden waarin competenties zijn beschreven of waaruit competenties kunnen worden afgeleid die noodzakelijk zijn om één of meer beroepen te kunnen uitoefenen; ".
" 4°bis beroepskwalificatiedossier : een dossier waarin een geheel aan beroepscompetenties, afgeleid uit één of meer beroepscompetentieprofielen of afgeleid uit andere beroepsreferentiekaders bij ontstentenis van beroepscompetentieprofielen, op een inschaalbare wijze beschreven worden;
15°bis beroepsreferentiekader : een kader met beroepsvoorwaarden waarin competenties zijn beschreven of waaruit competenties kunnen worden afgeleid die noodzakelijk zijn om één of meer beroepen te kunnen uitoefenen; ".
Art. X.19. L'article 7 du même décret est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 7. Le Gouvernement flamand arrête, sur avis du VLOR et du SERV, la procédure de description et d'insertion barémique d'un dossier de qualification professionnelle. Le présent arrêté contient au moins les éléments suivants :
1° la description de ce que doit contenir le dossier de qualification professionnelle et comment il est établi;
2° la façon dont le service compétent du Gouvernement flamand coordonne son établissement et organise sa validation;
3° la méthodique fondée sur des considérations scientifiques pour l'insertion barémique d'un dossier de qualification professionnelle. La méthodique contient également un processus décisionnel conduisant à un consensus;
4° la composition ultérieure des commissions de validation et d'insertion barémique;
5° la façon dont le service compétent du Gouvernement flamand assure la vérification marginale des activités de la commission de validation et d'insertion barémique. Le service compétent du Gouvernement flamand examine le processus, l'utilisation des éléments de descripteur et la méthodique d'insertion barémique fondée sur des considérations scientifiques;
6° la façon dont le service compétent du Gouvernement flamand formule une proposition d'insertion barémique en l'absence d'un consensus de la commission d'insertion barémique. ".
" Art. 7. Le Gouvernement flamand arrête, sur avis du VLOR et du SERV, la procédure de description et d'insertion barémique d'un dossier de qualification professionnelle. Le présent arrêté contient au moins les éléments suivants :
1° la description de ce que doit contenir le dossier de qualification professionnelle et comment il est établi;
2° la façon dont le service compétent du Gouvernement flamand coordonne son établissement et organise sa validation;
3° la méthodique fondée sur des considérations scientifiques pour l'insertion barémique d'un dossier de qualification professionnelle. La méthodique contient également un processus décisionnel conduisant à un consensus;
4° la composition ultérieure des commissions de validation et d'insertion barémique;
5° la façon dont le service compétent du Gouvernement flamand assure la vérification marginale des activités de la commission de validation et d'insertion barémique. Le service compétent du Gouvernement flamand examine le processus, l'utilisation des éléments de descripteur et la méthodique d'insertion barémique fondée sur des considérations scientifiques;
6° la façon dont le service compétent du Gouvernement flamand formule une proposition d'insertion barémique en l'absence d'un consensus de la commission d'insertion barémique. ".
Art. X.19. Artikel 7 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
" Art.7. De Vlaamse Regering bepaalt na advies van de Vlor en de SERV de procedure voor beschrijving en inschaling van een beroepskwalificatiedossier. Dit besluit bevat ten minste de volgende elementen :
1° de beschrijving van wat een beroepskwalificatiedossier moet inhouden en hoe dit wordt opgesteld;
2° de wijze waarop de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering het opstellen ervan coördineert en de validering ervan organiseert;
3° de wetenschappelijk geijkte methodiek voor inschaling van een beroepskwalificatiedossier. De methodiek bevat eveneens een besluitvormingsproces dat leidt tot een consensus;
4° de verdere samenstelling van de validerings- en inschalingscommissies;
5° de wijze waarop de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering de marginale toetsing van de werkzaamheden van de validerings- en inschalingscommissie uitvoert. De bevoegde dienst van de Vlaamse Regering toetst het proces, het gebruik van de descriptorelementen en van de wetenschappelijk geijkte inschalingsmethodiek;
6° de wijze waarop de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering een voorstel tot inschaling formuleert bij ontstentenis van een consensus van de inschalingscommissie. ".
" Art.7. De Vlaamse Regering bepaalt na advies van de Vlor en de SERV de procedure voor beschrijving en inschaling van een beroepskwalificatiedossier. Dit besluit bevat ten minste de volgende elementen :
1° de beschrijving van wat een beroepskwalificatiedossier moet inhouden en hoe dit wordt opgesteld;
2° de wijze waarop de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering het opstellen ervan coördineert en de validering ervan organiseert;
3° de wetenschappelijk geijkte methodiek voor inschaling van een beroepskwalificatiedossier. De methodiek bevat eveneens een besluitvormingsproces dat leidt tot een consensus;
4° de verdere samenstelling van de validerings- en inschalingscommissies;
5° de wijze waarop de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering de marginale toetsing van de werkzaamheden van de validerings- en inschalingscommissie uitvoert. De bevoegde dienst van de Vlaamse Regering toetst het proces, het gebruik van de descriptorelementen en van de wetenschappelijk geijkte inschalingsmethodiek;
6° de wijze waarop de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering een voorstel tot inschaling formuleert bij ontstentenis van een consensus van de inschalingscommissie. ".
Art. X.20. L'article 10 du même décret est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 10. § 1er. Chaque année, le Gouvernement flamand arrête les priorités pour l'établissement des dossiers de qualification professionnelle.
§ 2. Le service compétent du Gouvernement flamand coordonne l'établissement des dossiers de qualification professionnelle. Lors de leur préparation, le service compétent fait appel aux partenaires sociaux sectoriels et/ou interprofessionnels, au VDAB, à Syntra Vlaanderen et aux experts indépendants.
§ 3. Un dossier de qualification professionnelle est établi en première instance sur la base d'un ou plusieurs profils de compétences professionnelles qui sont validés par les partenaires sociaux dans le SERV. En l'absence de profils de compétences professionnelles, le dossier est établi à l'aide de cadres de référence professionnel normatifs et, à défaut ou en complément de ceux-ci, à l'aide de cadres de référence non normatifs nationaux et internationaux. Les compétences sont décrites de manière à rendre possible une insertion barémique sur la base des éléments de descripteur.
§ 4. Une commission de validation composée de partenaires sociaux interprofessionnels, du VDAB, de Syntra Vlaanderen et d'experts indépendants valide le dossier de qualification professionnelle. Cette validation confirme que l'ensemble de compétences reprises dans le dossier de qualification professionnelle permet d'exercer une profession.
§ 5. Le Gouvernement flamand définit les conditions dans lesquelles et les secteurs pour lesquels il établit des dossiers de qualification professionnelle pour des rôles sociaux basés sur un profil de compétences.
" Art. 10. § 1er. Chaque année, le Gouvernement flamand arrête les priorités pour l'établissement des dossiers de qualification professionnelle.
§ 2. Le service compétent du Gouvernement flamand coordonne l'établissement des dossiers de qualification professionnelle. Lors de leur préparation, le service compétent fait appel aux partenaires sociaux sectoriels et/ou interprofessionnels, au VDAB, à Syntra Vlaanderen et aux experts indépendants.
§ 3. Un dossier de qualification professionnelle est établi en première instance sur la base d'un ou plusieurs profils de compétences professionnelles qui sont validés par les partenaires sociaux dans le SERV. En l'absence de profils de compétences professionnelles, le dossier est établi à l'aide de cadres de référence professionnel normatifs et, à défaut ou en complément de ceux-ci, à l'aide de cadres de référence non normatifs nationaux et internationaux. Les compétences sont décrites de manière à rendre possible une insertion barémique sur la base des éléments de descripteur.
§ 4. Une commission de validation composée de partenaires sociaux interprofessionnels, du VDAB, de Syntra Vlaanderen et d'experts indépendants valide le dossier de qualification professionnelle. Cette validation confirme que l'ensemble de compétences reprises dans le dossier de qualification professionnelle permet d'exercer une profession.
§ 5. Le Gouvernement flamand définit les conditions dans lesquelles et les secteurs pour lesquels il établit des dossiers de qualification professionnelle pour des rôles sociaux basés sur un profil de compétences.
Art. X.20. Artikel 10 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 10. § 1. De Vlaamse Regering bepaalt jaarlijks de prioriteiten inzake het opstellen van beroepskwalificatiedossiers.
§ 2. De bevoegde dienst van de Vlaamse Regering coördineert het opstellen van de beroepskwalificatiedossiers. Bij deze voorbereiding doet de bevoegde dienst een beroep op sectorale en/of interprofessionele sociale partners, VDAB, Syntra Vlaanderen en onafhankelijke experten.
§ 3. Een beroepskwalificatiedossier komt in eerste instantie tot stand op basis van één of meerdere beroepscompetentieprofielen die door de sociale partners in de SERV zijn gevalideerd. Bij het ontbreken van beroepscompetentieprofielen komt het dossier tot stand aan de hand van normatieve beroepsreferentiekaders en bij ontstentenis daarvan of ter aanvulling ervan aan de hand van niet-normatieve referentiekaders uit binnen- of buitenland. De competenties worden beschreven zodanig dat een inschaling op basis van descriptorelementen mogelijk is.
§ 4. Een valideringscommissie bestaande uit interprofessionele sociale partners, VDAB, Syntra Vlaanderen en onafhankelijke experten valideert het beroepskwalificatiedossier. Deze validering bevestigt dat met het geheel van competenties opgenomen in het beroepskwalificatiedossier een beroep kan worden uitgeoefend.
§ 5. De Vlaamse Regering bepaalt onder welke voorwaarden en voor welke sectoren ze beroepskwalificatiedossiers opstelt voor maatschappelijke rollen gebaseerd op een competentieprofiel. ".
" Art. 10. § 1. De Vlaamse Regering bepaalt jaarlijks de prioriteiten inzake het opstellen van beroepskwalificatiedossiers.
§ 2. De bevoegde dienst van de Vlaamse Regering coördineert het opstellen van de beroepskwalificatiedossiers. Bij deze voorbereiding doet de bevoegde dienst een beroep op sectorale en/of interprofessionele sociale partners, VDAB, Syntra Vlaanderen en onafhankelijke experten.
§ 3. Een beroepskwalificatiedossier komt in eerste instantie tot stand op basis van één of meerdere beroepscompetentieprofielen die door de sociale partners in de SERV zijn gevalideerd. Bij het ontbreken van beroepscompetentieprofielen komt het dossier tot stand aan de hand van normatieve beroepsreferentiekaders en bij ontstentenis daarvan of ter aanvulling ervan aan de hand van niet-normatieve referentiekaders uit binnen- of buitenland. De competenties worden beschreven zodanig dat een inschaling op basis van descriptorelementen mogelijk is.
§ 4. Een valideringscommissie bestaande uit interprofessionele sociale partners, VDAB, Syntra Vlaanderen en onafhankelijke experten valideert het beroepskwalificatiedossier. Deze validering bevestigt dat met het geheel van competenties opgenomen in het beroepskwalificatiedossier een beroep kan worden uitgeoefend.
§ 5. De Vlaamse Regering bepaalt onder welke voorwaarden en voor welke sectoren ze beroepskwalificatiedossiers opstelt voor maatschappelijke rollen gebaseerd op een competentieprofiel. ".
Art. X.21. L'article 11 du même décret est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 11. Le service compétent du Gouvernement flamand soumet à une commission d'insertion barémique un dossier de qualification professionnelle validé pour insertion barémique.
Pour un dossier de qualification professionnelle qui est établi selon les paragraphes 2, 3 et 4 de l'article 10, la moitié des experts de la commission d'insertion barémique est désignée par le SERV et l'autre moitié par le Vlor, le VDAB et Syntra Vlaanderen.
Pour un dossier de qualification professionnelle qui est établi selon le paragraphe 5 de l'article 10, la moitié des experts de la commission d'insertion barémique est désignée ou bien par une instance publique concernée, ou bien par un secteur concerné et l'autre moitié par le Vlor, le VDAB et Syntra Vlaanderen.
Au moins deux experts indépendants n'ayant pas voix délibérative sont ajoutés à la commission d'insertion barémique par le service compétent du Gouvernement flamand. ".
" Art. 11. Le service compétent du Gouvernement flamand soumet à une commission d'insertion barémique un dossier de qualification professionnelle validé pour insertion barémique.
Pour un dossier de qualification professionnelle qui est établi selon les paragraphes 2, 3 et 4 de l'article 10, la moitié des experts de la commission d'insertion barémique est désignée par le SERV et l'autre moitié par le Vlor, le VDAB et Syntra Vlaanderen.
Pour un dossier de qualification professionnelle qui est établi selon le paragraphe 5 de l'article 10, la moitié des experts de la commission d'insertion barémique est désignée ou bien par une instance publique concernée, ou bien par un secteur concerné et l'autre moitié par le Vlor, le VDAB et Syntra Vlaanderen.
Au moins deux experts indépendants n'ayant pas voix délibérative sont ajoutés à la commission d'insertion barémique par le service compétent du Gouvernement flamand. ".
Art. X.21. Artikel 11 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 11. De bevoegde dienst van de Vlaamse Regering legt een gevalideerd beroepskwalificatiedossier voor inschaling voor aan een inschalingscommissie.
Voor een beroepskwalificatiedossier dat wordt opgesteld volgens paragrafen 2, 3 en 4 van artikel 10 wordt de helft van de deskundigen van de inschalingscommissie aangeduid door de SERV en de andere helft door de Vlor, VDAB en Syntra Vlaanderen.
Voor een beroepskwalificatiedossier dat wordt opgesteld volgens paragraaf 5 van artikel 10 wordt de helft van de deskundigen van de inschalingscommissie aangeduid door hetzij een betrokken overheidsinstantie, hetzij een betrokken sector en de andere helft door de Vlor, VDAB en Syntra Vlaanderen.
Er worden ten minste twee niet-stemgerechtigde onafhankelijke experten door de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering aan de inschalingscommissie toegevoegd. ".
" Art. 11. De bevoegde dienst van de Vlaamse Regering legt een gevalideerd beroepskwalificatiedossier voor inschaling voor aan een inschalingscommissie.
Voor een beroepskwalificatiedossier dat wordt opgesteld volgens paragrafen 2, 3 en 4 van artikel 10 wordt de helft van de deskundigen van de inschalingscommissie aangeduid door de SERV en de andere helft door de Vlor, VDAB en Syntra Vlaanderen.
Voor een beroepskwalificatiedossier dat wordt opgesteld volgens paragraaf 5 van artikel 10 wordt de helft van de deskundigen van de inschalingscommissie aangeduid door hetzij een betrokken overheidsinstantie, hetzij een betrokken sector en de andere helft door de Vlor, VDAB en Syntra Vlaanderen.
Er worden ten minste twee niet-stemgerechtigde onafhankelijke experten door de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering aan de inschalingscommissie toegevoegd. ".
Art. X.22. L'article 12 du même décret est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 12. Le service compétent du Gouvernement flamand formule un avis de reconnaissance. L'avis contient le dossier de qualification validé, l'avis d'insertion barémique de la commission d'insertion barémique et la vérification marginale du processus et de la méthodique.
Le Gouvernement flamand statue sur la reconnaissance sur la base de l'avis de reconnaissance dans un délai de quatre semaines de la soumission de l'avis de reconnaissance. ".
" Art. 12. Le service compétent du Gouvernement flamand formule un avis de reconnaissance. L'avis contient le dossier de qualification validé, l'avis d'insertion barémique de la commission d'insertion barémique et la vérification marginale du processus et de la méthodique.
Le Gouvernement flamand statue sur la reconnaissance sur la base de l'avis de reconnaissance dans un délai de quatre semaines de la soumission de l'avis de reconnaissance. ".
Art. X.22. Artikel 12 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
Sous-section II. Combinaison des objectifs finaux et qualifications professionnelles
Onderafdeling II. - Combinatie van eindtermen en beroepskwalificaties
Art. X.23. Dans l'article 14 du décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications, il est ajouté au point 4° un point h) ainsi rédigé :
Art. X.23. In artikel 14 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur wordt in punt 4°, een punt h) toegevoegd, dat luidt als volgt :
Section VIII. - Enseignement artistique à temps partiel
Afdeling VIII. - Deeltijds kunstonderwijs
Art. X.24. Dans l'article 5, premier paragraphe, du décret du 10 juillet 2008 portant diverses mesures urgentes relatives à l'enseignement artistique à temps partiel, modifié par le décret du 9 juillet 2010, les mots " et à partir de l'année scolaire 2011-2012 intégrés dans le projet temporaire, visé à l'article 4, § 1er " sont supprimés.
Art. X.24. In artikel 5, paragraaf 1, van het decreet van 10 juli 2008 houdende enkele dringende maatregelen voor het deeltijds kunstonderwijs, gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2010, worden de woorden " en vanaf het schooljaar 2011-2012 geïntegreerd in het tijdelijke project, vermeld in artikel 4, § 1 " geschrapt.
Art. X.25. L'article 95ter du décret du 31 juillet 1990 relatif à l'enseignement-II est remplacé par ce qui suit :
" Art. 95ter. Aucune propagande et aucune activité politique ne peut être organisée dans un établissement.
Par dérogation à l'alinéa précédent, des activités politiques sont admises dans un établissement en dehors des périodes dans lesquelles l'établissement organise des activités et en dehors de la période de 90 jours précédant des élections. Les membres du personnel et les élèves ne sont pas sollicités ou incités à participer à ces activités. La direction de l'établissement ne peut pas être associée à l'organisation de l'activité politique et tient compte du principe d'égalité de traitement lors de l'application de la présente disposition.
Par activités politiques, on entend ici toutes les activités qui sont organisées par des partis politiques ou des mandataires politiques de partis politiques, dont les positions et les comportements ne sont pas contraires à Convention de sauvegarde des droits de l'homme et des libertés fondamentales. ".
" Art. 95ter. Aucune propagande et aucune activité politique ne peut être organisée dans un établissement.
Par dérogation à l'alinéa précédent, des activités politiques sont admises dans un établissement en dehors des périodes dans lesquelles l'établissement organise des activités et en dehors de la période de 90 jours précédant des élections. Les membres du personnel et les élèves ne sont pas sollicités ou incités à participer à ces activités. La direction de l'établissement ne peut pas être associée à l'organisation de l'activité politique et tient compte du principe d'égalité de traitement lors de l'application de la présente disposition.
Par activités politiques, on entend ici toutes les activités qui sont organisées par des partis politiques ou des mandataires politiques de partis politiques, dont les positions et les comportements ne sont pas contraires à Convention de sauvegarde des droits de l'homme et des libertés fondamentales. ".
Art. X.25. Artikel 95ter van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II wordt vervangen door wat volgt :
Section IX. - Décret relatif à l'égalité des chances en éducation
Afdeling IX. - Decreet betreffende de gelijke onderwijskansen
Art. X.26. A l'article X.2 du décret du 28 juin 2002 relatif à l'égalité des chances en éducation-I, ajouté par le décret du 4 juillet 2008, modifié par le décret du 9 juillet 2010, sont apportées les modifications suivantes :
Art. X.26. In artikel X.2 van het decreet van 28 juni 2002 betreffende de gelijke onderwijskansen, toegevoegd bij het decreet van 4 juli 2008, gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 worden de woorden " voor de schooljaren 2009-2010, 2010-2011 en 2011-2012 " opgeheven;
2° paragraaf 3 wordt opgeheven.
1° in paragraaf 1 worden de woorden " voor de schooljaren 2009-2010, 2010-2011 en 2011-2012 " opgeheven;
2° paragraaf 3 wordt opgeheven.
Art. X.27. Dans l'article 227, § 1er, 3° du Code de l'Enseignement secondaire, le membre de phrase " au moins 80 % " est remplacé par le membre de phrase " au moins 55 % ".
Art. X.27. In artikel 227, § 1, 3°, van de Codex Secundair Onderwijs wordt de zinsnede " ten minste 80 % " vervangen door de zinsnede " ten minste 55 % ".
Art. X.28. Dans l'article 235, § 1er, 3°, du Code de l'Enseignement secondaire, le membre de phrase " au moins 80 % " est remplacé par le membre de phrase " au moins 55 % ".
Art. X.28. In artikel 235, § 1, 3°, van de Codex Secundair Onderwijs wordt de zinsnede " ten minste 80 % " vervangen door de zinsnede " ten minste 55 % ".
Art. X.29. Dans l'article 6, § 1er, 1°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 septembre 2002 relatif à l'offre d'appui intégrée dans l'enseignement secondaire ordinaire, le membre de phrase " au moins 80 % " est remplacé par le membre de phrase " au moins 55% ".
Art. X.29. In artikel 6, § 1, 1°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 september 2002 betreffende het geïntegreerd ondersteuningsaanbod in het gewoon secundair onderwijs, wordt de zinsnede " ten minste 80 % " vervangen door de zinsnede " ten minste 55 % ".
Art. X.30. Dans l'article 20, § 1er, 1°, du Code de l'enseignement secondaire, le membre de phrase " au moins 80 % " est remplacé par le membre de phrase " au moins 55 % ".
Art. X.30. In artikel 20, § 1, 1°, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede " ten minste 80 % " vervangen door de zinsnede " ten minste 55 % ".
Section X. - Entrée en vigueur
Afdeling X. - Inwerkingtreding
Art. X.31. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er septembre 2011.
Art. X.31. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 september 2011.
CHAPITRE XI. - Dispositions autonomes
HOOFDSTUK XI. - Autonome bepalingen
Section Ire. - Conditions de travail secondaires pour les membres du personnel contractuels à charge du Ministère de l'Enseignement et de la Formation et les membres du personnel contractuels subventionnés.
Afdeling I. - Secundaire arbeidsvoorwaarden voor de contractuele personeelsleden ten laste van het Ministerie van Onderwijs en Vorming en de gesubsidieerde contractuele personeelsleden
Art. XI.1er.
Art. XI.3.
Section II. - Prime syndicale
Afdeling II. - Syndicale premie
Art. XI.4.
Art. XI.7.
Section III. - Entrée en vigueur
Afdeling III. - Inwerkingtreding
Art. XI.8. La section Ire produit ses effets le 10 décembre 2010.
Art. XI.8. De afdeling I heeft uitwerking met ingang van 10 december 2010.
De afdeling II heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2011.
De afdeling II heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2011.
-