Artikel M. Varkenshouders die door de aanhoudend ongunstige toestand inzake producenten- en grondstoffenprijzen problemen hebben met de financiering van de operationele kosten, kunnen genieten van rentesubsidie ten laste van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) in toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 november 2000 betreffende steun aan de investeringen en de installatie in de landbouw.
Begunstigden
Exploitanten van bedrijven die aan volgende cumulatieve voorwaarden voldoen :
* Een bedrijf exploiteren waar de varkenshouderij een belangrijk aandeel vertegenwoordigt in de activiteiten. Dit betekent dat in 2010 minstens het equivalent van 1.000 varkens gehouden werd, waarbij één vleesvarken telt voor één varken en één zeug voor 7 varkens.
* Het brutobedrijfsresultaat over het laatst afgesloten boekjaar is minstens 15 % lager dan dat van het voorlaatste of het gemiddelde van de drie voorgaande, bij minimaal dezelfde bedrijfsomvang. Het brutobedrijfsresultaat is gelijk aan de som van alle bedrijfsopbrengsten met inbegrip van de subsidies, premies, bedrijfstoeslagen en diverse opbrengsten verminderd met de som van alle directe of operationele kosten.
* Het lager brutobedrijfsresultaat is uitsluitend het gevolg van de ongunstige toestand inzake producenten- en grondstoffenprijzen.
* Het bedrijf rangschikt zich niet als onderneming in moeilijkheden in de zin van de communautaire richtsnoeren inzake reddings- en herstructureringssteun. De beslissing over het voortbestaan van het bedrijf ligt nog steeds bij de bedrijfsleider(s).
* Een financiële analyse toont aan dat de bijkomende kredietlast ingevolge het overbruggingskrediet bij normale producenten- en grondstoffenprijzen kan gedragen worden door het bedrijf.
* De exploitant verkrijgt minder dan 12.000 euro beroepsinkomsten (belastbaar inkomen of nettoresultaat) uit niet-landbouwactiviteiten.
* De productierisico's zijn ten laste van de exploitant.
Bestemming krediet
Het overbruggingskrediet is bestemd voor de financiering van operationele kosten (aankoop veevoeders, meststoffen, brandstoffen, zaad- en pootgoed, bestrijdingsmiddelen, dierenartskosten en kosten voor loonwerk) en heeft tot doel de continuïteit van het bedrijf te verzekeren.
Bedrag en duur van het krediet
Het bedrag van het overbruggingskrediet is maximaal gelijk aan de helft van de jaarlijkse operationele kosten van het bedrijf. Het bedraagt maximaal 350 euro per aanwezige productieve zeug en 80 euro per aanwezig vleesvarken.
Het maximum kredietbedrag bedraagt 90.000 euro per bedrijf. Er is geen minimum kredietbedrag.
Het krediet heeft een maximale duur van 5 jaar.
Afhankelijk van de omvang van het liquiditeitsprobleem en de evolutie van de producentenprijzen kan één jaar vrijstelling van aflossing toegestaan worden en kan een soepel terugbetalingritme vastgelegd worden.
Rentesubsidie
De rentesubsidie bedraagt maximaal 3 % gedurende 3 jaar. De rentesubsidie wordt uitgekeerd overeenkomstig een fictief terugbetalingschema met periodieke aflossingen en met maximum één jaar vrijstelling van aflossing.
Bijzondere bepalingen en voorwaarden
De andere voorwaarden voor het verkrijgen van steun zijn :
* de aanvrager rangschikt zich als landbouwer volgens de VLIF-normen;
* de aanvrager is vakbekwaam;
* er wordt boekhouding bijgehouden;
* de minimumnormen inzake leefmilieu, hygiëne en dierenwelzijn worden gerespecteerd;
* het bedrijf heeft voldoende nutriëntenemissierechten.
De kredieten van de aanvrager zijn niet opgezegd.
De aanvrager geniet niet van VLIF-steun op een overbruggingskrediet toegekend in het kader de tijdelijke steunmaatregelen voorzien bij omzendbrief 53 van 23 december 2009.
Gedurende de looptijd van het overbruggingskrediet kan de begunstigde geen nieuwe VLIF-steun verkrijgen tenzij aangetoond wordt dat de terugbetaling van het overbruggingskrediet niet in het gedrang komt door de financiering van de verrichtingen waarvoor de steun gevraagd wordt. In het kader van het onderzoek van de nieuwe aanvraag om VLIF-steun wordt ter zake door de ambtenaar in de buitendienst een onderzoek uitgevoerd.
De aanvrager gaat de verbintenis aan het bedrijf voort te exploiteren gedurende een periode van 3 jaar.
De steun wordt verleend in het kader van Verordening (EG) Nr. 1535/2007 van de Commissie van 20 december 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector. De actuele waarde van de steun onder vorm van een rentesubsidie bedraagt maximaal 7.500 euro per bedrijf per periode van 3 jaar.
Bedrijven die steun verkrijgen worden opgenomen in een register van bedrijven die de-minimissteun verkregen hebben.
Toepassingswijze
Aanvragen kunnen door de erkende kredietinstellingen met bijgevoegd aanvraagformulier (bijlage 1) ingediend worden bij het VLIF. Zij zijn vergezeld van :
* de uitslag van het laatste boekjaar en die van het voorgaande of de drie voorgaande, bij minimaal dezelfde bedrijfsomvang. Wanneer de uitslag van het laatste boekjaar nog niet beschikbaar is, mag een controleerbare berekening van het brutobedrijfsresultaat over het laatste boekjaar bijgevoegd worden;
* het meest recente aanslagbiljet over de personenbelasting wanneer er beroepsinkomsten zijn uit niet-landbouwactiviteiten;
* een verklaring op erewoord (bijlage 2), inzonderheid over verkregen de-minimissteun.
Het VLIF voert een onderzoek naar de mate waarin de voorwaarden vervuld zijn voor het verlenen van steun op het overbruggingskrediet. De ambtenaar in de buitendienst controleert of de berekening van het brutobedrijfsresultaat en de voorgelegde bedrijfsresultaten uit het recente verleden een getrouwe weergave zijn van de toestand op het bedrijf. Met een financiële analyse verifieert de ambtenaar in de buitendienst of de bijkomende kredietlast ingevolge het overbruggingskrediet in normale omstandigheden kan gedragen worden door het bedrijf.
Aanvragen kunnen tot 30 juni 2011 ingediend worden bij het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds op volgend adres.
Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF)
Ellipsgebouw 4e verd.
Koning Albert II-laan 35, bus 41
1030 Brussel
K. PEETERS,
Vlaams minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
12 APRIL 2011. - Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) - Omzendbrief nr. 59 : over het verkrijgen van VLIF-rentesubsidie op een overbruggingskrediet toegekend aan varkenshouders voor de financiering van operationele kosten
Titre
12 AVRIL 2011. - Fonds flamand d'investissement agricole(VLIF). - Circulaire n° 59 relative à l'obtention de subsides VLIF sur un crédit de soudure accordé aux éleveurs de porcs pour financer des frais opérationnels (TRADUCTION).
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Inhoud
Tekst (4)
Texte (1)
Article M. (NOTE : pas de version française, voir version néerlandaise)
BIJLAGEN.
-
Art. N1. Bijlage 1.
(Formulier niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 27-04-2011, p. 25434-25435)
(Formulier niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 27-04-2011, p. 25434-25435)
-
Art. N2. Bijlage 2. - Aanvraag om rentesubsidie van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds op een overbruggingskrediet toegekend aan varkenshouders voor de financiering van operationele kosten
(Formulier niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 27-04-2011, p. 25436)
(Formulier niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 27-04-2011, p. 25436)
-