Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
25 FEBRUARI 2011. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse bepalingen uit de regelgeving betreffende de woonzorgvoorzieningen
Titre
25 FEVRIER 2011. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant diverses dispositions de la rĂ©glementation relative aux structures de soins et de logement
Documentinformatie
Info du document
Tekst (20)
Texte (20)
Artikel 1. Aan artikel 2, 6°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006 betreffende de boekhouding en het financieel verslag voor de voorzieningen in bepaalde sectoren van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009, worden de woorden " , met uitzondering van de diensten voor thuisverpleging " toegevoegd.
Article 1er. Dans l'article 2, 6°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 13 janvier 2006 concernant la comptabilitĂ© et le rapport financier pour les structures dans certains secteurs du domaine politique Aide sociale, SantĂ© publique et Famille, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009, les mots "Ă l'exception des services de soins Ă domicile".
Art. 2. In artikel 4, tweede lid, 1°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2008 tot regeling van de opleiding tot polyvalent verzorgende en de bijkomende opleidingsmodule tot zorgkundige wordt het woord " gezinszorg " telkens vervangen door de woorden " gezinszorg en aanvullende thuiszorg ".
Art. 2. Dans l'article 4 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 octobre 2008 rĂ©glant la formation de soignant polyvalent et le module de formation supplĂ©mentaire d'aide-soignant, alinĂ©a deux, 1°, les mots "aide aux familles" sont chaque fois remplacĂ©s par les mots "aide aux familles et soins Ă domicile complĂ©mentaires".
Art. 3. In artikel 7, tweede lid, 1°, artikel 12, tweede lid, 1°, en artikel 18, eerste lid, 1°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 betreffende de procedures voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers wordt het woord " beheersinstantie " telkens vervangen door het woord " initiatiefnemer ".
Art. 3. Dans l'article 7, alinĂ©a deux, 1°, l'article 12, alinĂ©a deux, 1°, et l'article 18, alinĂ©a premier, 1°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 relatif aux procĂ©dures pour les structures de services de soins et de logement et les associations d'usagers et intervenants de proximitĂ©, les mots "instance de gestion" sont chaque fois remplacĂ©s par le mot "initiateur".
Art. 4. Aan artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers worden een derde, een vierde en een vijfde lid toegevoegd, die luiden als volgt :
" In afwijking van het eerste lid, 2°, b), moet een dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg vanaf de ingangsdatum van zijn erkenning voldoen aan de specifieke erkenningsvoorwaarden in verband met de persoonlijke bijdrage die aangerekend moet worden aan de gebruiker, vermeld in artikel 4, A, 9° en 10°, van bijlage I.
In afwijking van het eerste lid, 2°, b), moet een dienst voor logistieke hulp vanaf de ingangsdatum van zijn erkenning voldoen aan de specifieke erkenningsvoorwaarden in verband met de persoonlijke bijdrage die aangerekend moet worden aan de gebruiker, vermeld in artikel 3, A, 6°, van bijlage II.
In afwijking van het eerste lid, 2°, b), moet een dienst voor oppashulp vanaf de ingangsdatum van zijn erkenning voldoen aan de specifieke erkenningsvoorwaarden in verband met de onkostenvergoeding die aangerekend moet worden aan de gebruiker, vermeld in artikel 5, A, 5°, van bijlage III. "
" In afwijking van het eerste lid, 2°, b), moet een dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg vanaf de ingangsdatum van zijn erkenning voldoen aan de specifieke erkenningsvoorwaarden in verband met de persoonlijke bijdrage die aangerekend moet worden aan de gebruiker, vermeld in artikel 4, A, 9° en 10°, van bijlage I.
In afwijking van het eerste lid, 2°, b), moet een dienst voor logistieke hulp vanaf de ingangsdatum van zijn erkenning voldoen aan de specifieke erkenningsvoorwaarden in verband met de persoonlijke bijdrage die aangerekend moet worden aan de gebruiker, vermeld in artikel 3, A, 6°, van bijlage II.
In afwijking van het eerste lid, 2°, b), moet een dienst voor oppashulp vanaf de ingangsdatum van zijn erkenning voldoen aan de specifieke erkenningsvoorwaarden in verband met de onkostenvergoeding die aangerekend moet worden aan de gebruiker, vermeld in artikel 5, A, 5°, van bijlage III. "
Art. 4. A l'article 3 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 relatif Ă la programmation, aux conditions d'agrĂ©ment et au rĂ©gime de subventionnement de structures de services de soins et de logement et d'associations d'usagers et d'intervenants de proximitĂ©, les alinĂ©as trois, quatre et cinq sont ajoutĂ©s, rĂ©digĂ©s comme suit:
" Par dĂ©rogation Ă l'alinĂ©a premier, 2°, b), un service de soins et de logement et de soins Ă domicile complĂ©mentaires doit, Ă partir de la date du commencement de son agrĂ©ment, remplir les conditions d'agrĂ©ment spĂ©cifiques relatives Ă la contribution personnelle, visĂ©e Ă l'article 4, A, 9° et 10°, de l'annexe Ire, qui doit ĂȘtre imputĂ©e Ă l'usager.
" Par dĂ©rogation Ă l'alinĂ©a premier, 2°, b), un service d'aide logistique doit, Ă partir de la date du commencement de son agrĂ©ment, remplir les conditions d'agrĂ©ment spĂ©cifiques relatives Ă la contribution personnelle, visĂ©e Ă l'article 3, A, 6°, de l'annexe II, qui doit ĂȘtre imputĂ©e Ă l'usager.
" Par dĂ©rogation Ă l'alinĂ©a premier, 2°, b), un service de garde doit, Ă partir de la date du commencement de son agrĂ©ment, remplir les conditions d'agrĂ©ment spĂ©cifiques relatives Ă la contribution personnelle, visĂ©e Ă l'article 5, A, 5°, de l'annexe III, qui doit ĂȘtre imputĂ©e Ă l'usager.
" Par dĂ©rogation Ă l'alinĂ©a premier, 2°, b), un service de soins et de logement et de soins Ă domicile complĂ©mentaires doit, Ă partir de la date du commencement de son agrĂ©ment, remplir les conditions d'agrĂ©ment spĂ©cifiques relatives Ă la contribution personnelle, visĂ©e Ă l'article 4, A, 9° et 10°, de l'annexe Ire, qui doit ĂȘtre imputĂ©e Ă l'usager.
" Par dĂ©rogation Ă l'alinĂ©a premier, 2°, b), un service d'aide logistique doit, Ă partir de la date du commencement de son agrĂ©ment, remplir les conditions d'agrĂ©ment spĂ©cifiques relatives Ă la contribution personnelle, visĂ©e Ă l'article 3, A, 6°, de l'annexe II, qui doit ĂȘtre imputĂ©e Ă l'usager.
" Par dĂ©rogation Ă l'alinĂ©a premier, 2°, b), un service de garde doit, Ă partir de la date du commencement de son agrĂ©ment, remplir les conditions d'agrĂ©ment spĂ©cifiques relatives Ă la contribution personnelle, visĂ©e Ă l'article 5, A, 5°, de l'annexe III, qui doit ĂȘtre imputĂ©e Ă l'usager.
Art. 5. In artikel 17 van hetzelfde besluit worden tussen de woorden " De thuiszorgvoorziening " en de woorden " of de vereniging " de woorden ", met uitzondering van de dienst voor thuisverpleging, " ingevoegd.
Art. 5. Dans l'article 17 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots ", Ă l'exception du service de soins Ă domicile," sont insĂ©rĂ©s entres les mots "La structure de soins Ă domicile" et les mots "ou l'association".
Art. 6. In artikel 4, B, 2°, a), van bijlage I bij hetzelfde besluit wordt punt 2) vervangen door wat volgt:
" 2) een attest waaruit blijkt dat de persoon geslaagd is in het eerste leerjaar van de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs of van het hoger beroepsonderwijs (hbo5) van de opleiding verpleegkunde; ".
" 2) een attest waaruit blijkt dat de persoon geslaagd is in het eerste leerjaar van de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs of van het hoger beroepsonderwijs (hbo5) van de opleiding verpleegkunde; ".
Art. 6. Dans l'article 4, B, 2°, a) de l'annexe Ire du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le point 2) est remplacĂ© par la disposition suivante:
" 2) une attestation dont il ressort que la personne a réussi la premiÚre année du quatriÚme degré de l'enseignement secondaire professionnel ou de l'enseignement supérieur professionnel (HBO5) de la formation de nursing;",
" 2) une attestation dont il ressort que la personne a réussi la premiÚre année du quatriÚme degré de l'enseignement secondaire professionnel ou de l'enseignement supérieur professionnel (HBO5) de la formation de nursing;",
Art. 7. Aan artikel 4, B, 2°, van bijlage I bij hetzelfde besluit wordt een punt g) toegevoegd, dat luidt als volgt:
" g) een attest waaruit blijkt dat de persoon door de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu geregistreerd is als zorgkundige op basis van de overgangsmaatregelen, vermeld in artikel 3, § 1 of § 2, of artikel 4 van het koninklijk besluit van 12 januari 2006 tot vaststelling van de nadere regels om geregistreerd te worden als zorgkundige; "
" g) een attest waaruit blijkt dat de persoon door de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu geregistreerd is als zorgkundige op basis van de overgangsmaatregelen, vermeld in artikel 3, § 1 of § 2, of artikel 4 van het koninklijk besluit van 12 januari 2006 tot vaststelling van de nadere regels om geregistreerd te worden als zorgkundige; "
Art. 7. A l'article 4, B, 2°, de l'annexe Ire, il est ajouté un point g), rédigé comme suit :
" g) une attestation dont il ressort que la personne est enregistrĂ©e par le Service publique fĂ©dĂ©ral, SantĂ© publique et Chaine alimentaire et Environnement, comme aide-soignant sur la base des mesures de transition, visĂ©es Ă l'article 3, § 1er, ou § 2, ou l'article 4 de l'arrĂȘtĂ© royal du 12 janvier 2006 fixant les modalitĂ©s d'enregistrement comme aide-soignant;".
" g) une attestation dont il ressort que la personne est enregistrĂ©e par le Service publique fĂ©dĂ©ral, SantĂ© publique et Chaine alimentaire et Environnement, comme aide-soignant sur la base des mesures de transition, visĂ©es Ă l'article 3, § 1er, ou § 2, ou l'article 4 de l'arrĂȘtĂ© royal du 12 janvier 2006 fixant les modalitĂ©s d'enregistrement comme aide-soignant;".
Art. 8. In artikel 4, C, 14°, van bijlage I bij hetzelfde besluit wordt het woord " kwaliteitsjaarverslag " vervangen door de woorden " jaarverslag, vermeld in artikel 7, §2, van dit besluit ".
Art. 8. Dans l'article 4, C, 14°, de l'annexe Ire, les mots "le rapport annuel sur la qualitĂ©" sont remplacĂ©s par les mots "le rapport annuel, visĂ© Ă l'article 7, § 2, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©".
Art. 9. In artikel 14, § 3, derde lid, van bijlage I bij hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden " De bedragen, vermeld in paragraaf 1, zijn gekoppeld " worden vervangen door de woorden " Het bedrag, vermeld in paragraaf 1, is gekoppeld ";
2° de woorden " De bedragen worden gekoppeld " worden vervangen door de woorden " Het bedrag wordt gekoppeld ".
1° de woorden " De bedragen, vermeld in paragraaf 1, zijn gekoppeld " worden vervangen door de woorden " Het bedrag, vermeld in paragraaf 1, is gekoppeld ";
2° de woorden " De bedragen worden gekoppeld " worden vervangen door de woorden " Het bedrag wordt gekoppeld ".
Art. 9. Les modifications suivantes sont apportĂ©es Ă l'article 14, § 3, de l'annexe Ire, du mĂȘme arrĂȘtĂ© :
1° les mots "Les montants visés au § 1er sont liés" sont remplacés par les mots "Le montant visé au § 1er est lié";
2° les mots "Les montants sont liés" sont remplacés par les mots "Le montant visé est lié".
1° les mots "Les montants visés au § 1er sont liés" sont remplacés par les mots "Le montant visé au § 1er est lié";
2° les mots "Les montants sont liés" sont remplacés par les mots "Le montant visé est lié".
Art. 10. In artikel 16, § 3, derde lid, van bijlage I bij hetzelfde besluit worden de woorden " De bedragen, vermeld in paragraaf 1, worden geïndexeerd " vervangen door de woorden " Het bedrag, vermeld in paragraaf 1, wordt geïndexeerd ".
Art. 10. Dans l'article 16, § 3, de l'annexe Ire, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots "Les montants visĂ©s au § 1er, sont indexĂ©s" sont remplacĂ©s par les mots "Le montant visĂ© au § 1er, est indexĂ©".
Art. 11. In artikel 21, tweede lid, van bijlage I bij hetzelfde besluit worden tussen de woorden " In het " en de woorden " jaar dat volgt " de woorden " eerste en tweede " ingevoegd.
Art. 11. Dans l'article 21, alinĂ©a deux, de l'annexe Ire, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots "la premiĂšre et deuxiĂšme" sont insĂ©rĂ©s entre le mot "Dans" et le mot "annĂ©e".
Art. 12. In artikel 32, § 2, van bijlage I bij hetzelfde besluit worden de woorden " , met uitzondering van de verplaatsingen in het kader van het verrichten van boodschappen voor de gebruiker " opgeheven.
Art. 12. Dans l'article 32, § 2, de l'annexe Ire, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots ", Ă l'exception des dĂ©placements dans le cadre des courses mĂ©nagĂšres effectuĂ©es pour l'usager." sont supprimĂ©s.
Art. 13. Artikel 40 van bijlage I bij hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
" Art. 40. In afwijking van artikel 38 moeten de voorzieningen die op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit erkend en gesubsidieerd zijn als diensten voor gezinszorg, uiterlijk op 1 januari 2013 voldoen aan de bepalingen van artikel 4, A, 10°. "
" Art. 40. In afwijking van artikel 38 moeten de voorzieningen die op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit erkend en gesubsidieerd zijn als diensten voor gezinszorg, uiterlijk op 1 januari 2013 voldoen aan de bepalingen van artikel 4, A, 10°. "
Art. 13. L'article 40 de l'annexe Ire du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par la disposition suivante :
"Art. 40. Par dĂ©rogation Ă l'article 38, les structures qui, en date d'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, sont agréées et subventionnĂ©es comme services d'aide familiale, doivent rĂ©pondre au plus tard le 1er janvier 2013 aux dispositions de l'article 4, A, 10°."
"Art. 40. Par dĂ©rogation Ă l'article 38, les structures qui, en date d'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, sont agréées et subventionnĂ©es comme services d'aide familiale, doivent rĂ©pondre au plus tard le 1er janvier 2013 aux dispositions de l'article 4, A, 10°."
Art. 14. In artikel 44 van bijlage I bij hetzelfde besluit wordt de datum " 31 december 2010 " vervangen door de datum " 31 december 2012 ".
Art. 14. Dans l'article 44 de l'annexe Ire du mĂȘme arrĂȘtĂ©, la date "31 dĂ©cembre 2010" est remplacĂ©e par la date "31 dĂ©cembre 2012".
Art. 15. In artikel 3, C, 14°, van bijlage II bij hetzelfde besluit wordt het woord " kwaliteitsjaarverslag " vervangen door de woorden " jaarverslag, vermeld in artikel 7, § 2, van dit besluit ".
Art. 15. Dans l'article 3, C, 14°, de l'annexe II du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots "le rapport annuel sur la qualitĂ©" sont remplacĂ©s par les mots "le rapport annuel, visĂ© Ă l'article 7, § 2, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©".
Art. 16. Aan artikel 15 van bijlage II bij hetzelfde besluit wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
" In afwijking van het eerste lid moeten die erkende diensten voor logistieke hulp uiterlijk op 1 januari 2013 voldoen aan de bepalingen van artikel 3, A, 6°. ".
" In afwijking van het eerste lid moeten die erkende diensten voor logistieke hulp uiterlijk op 1 januari 2013 voldoen aan de bepalingen van artikel 3, A, 6°. ".
Art. 16. A l'article 15 de l'annexe II du mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est ajoutĂ© un second alinĂ©a, rĂ©digĂ© comme suit:
"Par dérogation à l'alinéa premier, ces services agrées d'aide logistique doivent répondre au plus tard le 1er janvier 2013 aux dispositions de l'article 3, A, 6°."
"Par dérogation à l'alinéa premier, ces services agrées d'aide logistique doivent répondre au plus tard le 1er janvier 2013 aux dispositions de l'article 3, A, 6°."
Art. 17. In artikel 16 van bijlage II bij hetzelfde besluit wordt de datum " 1 januari 2014 " vervangen door de datum " 1 januari 2013 ".
Art. 17. Dans l'article 16 de l'annexe II du mĂȘme arrĂȘtĂ©, la date "1er janvier 2014" est remplacĂ©e par la date "1er janvier 2013".
Art. 18. In bijlage II bij het ministerieel besluit van 26 juli 2001 tot vaststelling van het bijdragesysteem voor de gebruiker van gezinszorg, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 26 oktober 2001, 10 februari 2003, 29 juni 2007, 8 december 2009 en 6 oktober 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in hoofdstuk IV worden de woorden " een invaliditeitspercentage heeft (hebben) van minstens 65 % " telkens vervangen door de woorden " een invaliditeitspercentage heeft (hebben) van minstens 65 % of een vermindering van de zelfredzaamheid met minstens 9 punten ";
2° in hoofdstuk IV worden de woorden " een arbeidsongeschiktheid van minstens 65 % " vervangen door de woorden " een arbeidsongeschiktheid van minstens 65 %, een vermindering van de zelfredzaamheid met minstens 9 punten of een vermindering van het verdienvermogen tot een derde of minder, of de kinderen die minstens 4 punten behalen in pijler 1 (lichamelijke en geestelijke gevolgen van de handicap of aandoening) ";
3° in hoofdstuk VII, d, worden de woorden " van ten minste 65 % " vervangen door de woorden " van minstens 65 %, een vermindering van de zelfredzaamheid met minstens 9 punten of een vermindering van het verdienvermogen tot een derde of minder, of kinderen die minstens 4 punten behalen in pijler 1 (lichamelijke en geestelijke gevolgen van de handicap of aandoening) ".
1° in hoofdstuk IV worden de woorden " een invaliditeitspercentage heeft (hebben) van minstens 65 % " telkens vervangen door de woorden " een invaliditeitspercentage heeft (hebben) van minstens 65 % of een vermindering van de zelfredzaamheid met minstens 9 punten ";
2° in hoofdstuk IV worden de woorden " een arbeidsongeschiktheid van minstens 65 % " vervangen door de woorden " een arbeidsongeschiktheid van minstens 65 %, een vermindering van de zelfredzaamheid met minstens 9 punten of een vermindering van het verdienvermogen tot een derde of minder, of de kinderen die minstens 4 punten behalen in pijler 1 (lichamelijke en geestelijke gevolgen van de handicap of aandoening) ";
3° in hoofdstuk VII, d, worden de woorden " van ten minste 65 % " vervangen door de woorden " van minstens 65 %, een vermindering van de zelfredzaamheid met minstens 9 punten of een vermindering van het verdienvermogen tot een derde of minder, of kinderen die minstens 4 punten behalen in pijler 1 (lichamelijke en geestelijke gevolgen van de handicap of aandoening) ".
Art. 18. A l'annexe II de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 26 juillet 2001 Ă©tablissant le systĂšme de contribution par l'usager d'aide aux familles, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s ministĂ©riel des 26 octobre 2001, 10 fĂ©vrier 2003, 29 juin 2007, 8 dĂ©cembre 2009 et 6 octobre 2010, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° au chapitre IV, les mots "a (ont) un pourcentage d'invalidité d'au moins 65 %" sont chaque fois remplacés par les mots "a (ont) un pourcentage d'invalidité d'au moins 65 % ou une diminution du taux d'autonomie par au moins 9 moins";
2° au chapitre IV, les mots "a (ont) un pourcentage d'invalidité d'au moins 65 %" sont remplacés par les mots "a (ont) un pourcentage d'invalidité d'au moins 65 % ou une diminution du taux d'autonomie par au moins 9 moins ou une diminution de la possibilité de revenu jusqu'à un tiers ou moins, ou les enfants qui obtiennent au moins 4 points dans le pilier 1 (conséquences physiques ou psychiques d'un handicap ou d'une affection)";
3° au chapitre IV, les mots "a (ont) un pourcentage d'invalidité d'au moins 65 %" sont remplacés par les mots "a (ont) un pourcentage d'invalidité d'au moins 65 % ou une diminution du taux d'autonomie par au moins 9 moins ou une diminution de la possibilité de revenu jusqu'à un tiers ou moins, ou les enfants qui obtiennent au moins 4 points dans le pilier 1 (conséquences physiques ou psychiques d'un handicap ou d'une affection)";
1° au chapitre IV, les mots "a (ont) un pourcentage d'invalidité d'au moins 65 %" sont chaque fois remplacés par les mots "a (ont) un pourcentage d'invalidité d'au moins 65 % ou une diminution du taux d'autonomie par au moins 9 moins";
2° au chapitre IV, les mots "a (ont) un pourcentage d'invalidité d'au moins 65 %" sont remplacés par les mots "a (ont) un pourcentage d'invalidité d'au moins 65 % ou une diminution du taux d'autonomie par au moins 9 moins ou une diminution de la possibilité de revenu jusqu'à un tiers ou moins, ou les enfants qui obtiennent au moins 4 points dans le pilier 1 (conséquences physiques ou psychiques d'un handicap ou d'une affection)";
3° au chapitre IV, les mots "a (ont) un pourcentage d'invalidité d'au moins 65 %" sont remplacés par les mots "a (ont) un pourcentage d'invalidité d'au moins 65 % ou une diminution du taux d'autonomie par au moins 9 moins ou une diminution de la possibilité de revenu jusqu'à un tiers ou moins, ou les enfants qui obtiennent au moins 4 points dans le pilier 1 (conséquences physiques ou psychiques d'un handicap ou d'une affection)";
Art. 19. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2010.
In afwijking van het eerste lid treedt artikel 4 in werking op 1 januari 2013, en treden artikel 6 en 7 in werking op 1 maart 2011.
In afwijking van het eerste lid heeft artikel 18 uitwerking met ingang van 1 juni 2010.
In afwijking van het eerste lid treedt artikel 4 in werking op 1 januari 2013, en treden artikel 6 en 7 in werking op 1 maart 2011.
In afwijking van het eerste lid heeft artikel 18 uitwerking met ingang van 1 juni 2010.
Art. 19. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© produit ses effets le 1er janvier 2010.
Par dérogation à l'alinéa premier, l'article 4 entre en vigueur le 1er janvier 2013, et les articles 6 et 7 entrent en vigueur le 1er janvier 2011.
Par dĂ©rogation Ă l'alinĂ©a premier, l'article 18 arrĂȘtĂ© produit ses effets le 1er juin 2010.
Par dérogation à l'alinéa premier, l'article 4 entre en vigueur le 1er janvier 2013, et les articles 6 et 7 entrent en vigueur le 1er janvier 2011.
Par dĂ©rogation Ă l'alinĂ©a premier, l'article 18 arrĂȘtĂ© produit ses effets le 1er juin 2010.
Art. 20. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 20. Le Ministre flamand ayant l'assistance aux personnes dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Brussel, 25 februari 2011.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin,
J. VANDEURZEN
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin,
J. VANDEURZEN
Bruxelles, le 25 février 2011.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand du Bien-ĂȘtre, de la SantĂ© publique et de la Famille,
J. VANDEURZEN
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand du Bien-ĂȘtre, de la SantĂ© publique et de la Famille,
J. VANDEURZEN