Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
23 DECEMBER 2010. - Decreet houdende diverse bepalingen inzake leefmilieu en natuur
Titre
23 DECEMBRE 2010. - Décret portant diverses mesures en matière de l'environnement et de la nature
Documentinformatie
Numac: 2011035177
Datum: 2010-12-23
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2011035177
Date: 2010-12-23
Moniteur: Voir
Tekst (214)
Texte (214)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière régionale.
HOOFDSTUK 2. - Wet Oppervlaktewateren
CHAPITRE 2. - Loi sur les Eaux de Surface
Art. 2. Artikel 2 van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, vervangen bij het decreet van 21 november 2008, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 2. Het is verboden voorwerpen of stoffen in de bij artikel 1 bedoelde wateren of in de openbare riolen te werpen of te deponeren, er verontreinigde of verontreinigende vloeistoffen in te lozen of er gassen in te brengen, met uitzondering van volgende gevallen :
  1° de lozing van afvalwater waarvoor vergunning is verleend of melding is gedaan overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning en zijn uitvoeringsbesluiten;
  2° het lozen van huishoudelijk afvalwater, voor zover de biologisch afbreekbare organische belasting van dit afvalwater niet meer bedraagt dan 20 inwonerequivalenten en de lozing geschiedt overeenkomstig het in § 1 van artikel 3 bedoelde reglement;
  3° het lozen van afvalwater uit keukens, eetruimten, wasruimten en bijkeukens, alsmede toiletwater afkomstig van schepen, met uitzondering van :
  a) passagierschepen die toegelaten zijn voor het vervoer van meer dan 50 passagiers die niet beschikken over een zuiveringsinstallatie welke voldoet aan de grens- en controlewaarden voor zuiveringsinstallaties aan boord van passagiersschepen zoals opgenomen in bijlage 2, aanhangsel V, van het verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart ondertekend te Straatsburg op 9 september 1996;
  b) pleziervaartuigen, zijnde voor sport- en vrijetijdsdoeleinden bedoelde vaartuigen, ongeacht het type of de wijze van voortstuwing, met een romplengte van 2,5 tot 24 m;
  4° het lozen door schepen van waswaters afkomstig van het reinigen van de eigen ruimen, voor zover cumulatief voldaan wordt aan :
  a) de lozingsvoorwaarden voorzien in het verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart ondertekend te Straatsburg op 9 september 1996;
  b) de uitzonderingen op de losstandaarden voorzien door de havenkapiteindiensten binnen de Vlaamse havenbesturen.
  Het is eveneens verboden vaste stoffen of vloeistoffen te deponeren op een plaats vanwaar ze door een natuurlijk verschijnsel in die wateren of in de openbare riolen kunnen terechtkomen. "
Art. 2. L'article 2 de la loi du 26 mars 1971 sur la protection des eaux de surface contre la pollution, remplacé par le décret du 21 novembre 2008, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 2. Il est interdit de jeter ou de déposer des objets ou matières dans les eaux visées à l'article 1er ou dans les égouts publics, d'y laisser couler des liquides pollués ou polluants ou d'y introduire des gaz, à l'exception des cas suivants :
  1° le déversement d'eaux usées pour lesquelles un agrément a été octroyé ou une notification effectuée conformément aux dispositions du décret du 28 juin 1985 concernant l'autorisation écologique et de ses arrêtés d'exécution;
  2° le déversement d'eaux usées domestiques, pour autant que la charge organique biodégradable de ces eaux usées n'excède pas 20 équivalents habitants et que le déversement s'effectue conformément au règlement visé au § 1er de l'article 3;
  3° le déversement d'eaux usées provenant de cuisines, d'espaces-repas, d'espaces-lavoirs et de cuisines annexes, ainsi que les eaux de WC provenant de bateaux, à l'exception :
  a) des bateaux à passagers qui sont autorisés à transporter plus de 50 personnes qui ne disposent pas d'une installation d'épuration laquelle répond aux valeurs limites et de contrôle d'installations d'épuration à bord telles que reprises à l'annexe 2, appendice IV, de la Convention relative à la collecte, au dépôt et à la réception des déchets survenant en navigation rhénane et intérieure, adoptée à Strasbourg le 9 septembre 1996;
  b) des bateaux de plaisance, notamment les bateaux utilisés à des fins sportives et récréatives, quel que soit le type ou le mode de propulsion, ayant une longueur de coque de 2,5 à 24 m;
  4° le déversement par des bateaux d'eaux de lavage provenant du nettoyage des propres cales, pour autant il est cumulativement répondu :
  a) aux conditions de déversements prévues la Convention relative à la collecte, au dépôt et à la réception des déchets survenant en navigation rhénane et intérieure, adoptée à Strasbourg le 9 septembre 1996;
  b) aux exceptions aux standards de déchargement prévus par les capitaineries de port au sein des régies portuaires flamandes.
  Est également interdit le dépôt de matières solides ou liquides à un endroit d'où elles peuvent être entraînées par un phénomène naturel dans lesdites eaux ou dans les égouts publics. ".
Art. 3. In artikel 32duodecies, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij het decreet van 22 december 1995 en gewijzigd bij de decreten van 21 december 2001 en 24 december 2004, worden de woorden " of intergemeentelijke samenwerkingsverbanden " vervangen door de woorden " , intergemeentelijke samenwerkingsverbanden of de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening ".
Art. 3. A l'article 32duodecies, § 1er, de la même loi, inséré par le décret du 22 décembre 1995 et modifié par les décrets des 21 décembre 2001 et 24 décembre 2004, les mots " ou partenariats intercommunaux " sont remplacés par les mots " ou partenariats intercommunaux ou la " Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening " ".
Art. 4. In artikel 130 van het decreet van 18 december 2009 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2010 wordt het woord " artikel " vervangen door het woord " hoofdstuk ".
Art. 4. Dans l'article 103 du décret du 18 décembre 2009 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2010, le mot " article " est remplacé par le mot " chapitre ".
HOOFDSTUK 3. - Afvalstoffendecreet
CHAPITRE 3. - Décret relatif aux Déchets
Art. 5. In artikel 4 van het decreet van 2 juli 1981 betreffende de voorkoming en het beheer van afvalstoffen, vervangen bij het decreet van 20 april 1994, wordt punt 2° vervangen door wat volgt :
  " 2° dierlijke mest als vermeld in het decreet van 22 december 2006 houdende de bescherming van water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen; "
Art. 5. Dans l'article 4 du décret du 2 juillet 1981 relatif à la prévention et à la gestion des déchets, remplacé par le décret du 20 avril 1994, le point 2° est remplacé par la disposition suivante :
  " 2° les effluents d'élevage tels que visé au décret du 22 décembre 2006 concernant la protection des eaux contre la pollution par les nitrates à partir de sources agricoles; ".
Art. 6. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 8 mei 2009, wordt het opschrift van hoofdstuk VIII vervangen door wat volgt : " Hoofdstuk VIII. Milieubijdragen ".
Art. 6. Dans le même décret, dernièrement modifié par le décret du 8 mai 2009, l'intitulé du chapitre VIII est remplacé par ce qui suit : " Chapitre VIII. Redevances écologiques ".
Art. 7. Artikel 38 van hetzelfde decreet, opgeheven door het decreet van 7 mei 2004, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing :
  " Art. 38. De havenbeheerder zorgt ervoor dat de kosten voor het gebruik van de havenontvangstvoorzieningen die verbonden zijn aan de afgifte van scheepsafval van de zeevaart, met inbegrip van de behandeling en verwijdering van het scheepsafval, worden betaald met bijdragen van de schepen via een kostendekkingssysteem dat niet mag aanzetten tot het lozen van afval in zee.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen waaraan het kostendekkings-systeem moet voldoen. "
Art. 7. L'article 38 du même décret, abrogé par le décret du 7 mai 2004, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Art. 38. Le gestionnaire du port veille à ce que les coûts pour l'utilisation des installations de réception portuaires destinées aux déchets d'exploitation des navires, y compris le traitement et l'élimination de ces déchets, soient couverts par une redevance perçue sur les navires à l'aide d'un système de recouvrement des coûts qui ne constitue en aucune manière une incitation à déverser les déchets en mer.
  Le Gouvernement flamand peut fixer les modalités auxquelles le système de recouvrement des coûts doit répondre. ".
Art. 8. Artikel 39 van hetzelfde decreet, opgeheven door het decreet van 7 mei 2004, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing :
  " Art. 39. Voor de financiering van de inzameling en verwerking van olie- en vethoudend scheepsbedrijfsafval dat ontstaat bij het in bedrijf zijn en onderhoud van binnenschepen, is overeenkomstig de bepalingen van het verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart, ondertekend in Straatsburg op 9 september 1996 en goedgekeurd bij instemmingsdecreet van 9 mei 2008, een milieubijdrage verschuldigd in verhouding tot de aankoop van gasolie voor de binnenvaart. Daaronder valt uitsluitend brandstof die van douanerechten en andere belastingen is vrijgesteld en bedoeld is voor schepen, met uitzondering van de schepen die toegelaten zijn voor zee- en kustvaart en overwegend daartoe zijn bestemd. De milieubijdrage is verschuldigd door degene onder wiens leiding het schip staat dat de gasolie voor binnenvaart betrekt.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen die nodig zijn voor de werking van het financieringssysteem. "
Art. 8. L'article 39 du même décret, abrogé par le décret du 7 mai 2004, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Art. 39. Conformément à la Convention relative à la collecte, au dépôt et à la réception des déchets survenant en navigation rhénane et intérieure, adoptée à Strasbourg le 9 septembre 1996, une redevance écologique proportionnelle à l'achat de gasoil pour la navigation intérieure est due en vue du financement de la collecte et du traitement des déchets industriels de la navigation survenant lors de l'exploitation et l'entretien de bateaux de navigation intérieure. Ressortent de cette disposition, uniquement les carburants pour bateaux exemptés de droits de douane et autres taxes, à l'exception des navires autorisés à la navigation marine et côtière et qui sont essentiellement utilisés à cette fin. La redevance écologique est due par la personne ayant la responsabilité du bateau recevant le gasoil pour la navigation intérieure.
  Le Gouvernement flamand peut fixer les modalités nécessaires au fonctionnement du système de financement. "
Art. 9. Artikel 40 van hetzelfde decreet, opgeheven door het decreet van 7 mei 2004, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing :
  " Art. 40. De havenbeheerders die schepen ontvangen uit de binnenvaart, en de waterwegbeheerders werken, overeenkomstig de bepalingen van het verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart, ondertekend in Straatsburg op 9 september 1996 en goedgekeurd bij instemmingsdecreet van 9 mei 2008, een financieringssysteem uit voor de inname en verwijdering van het overige scheepsbedrijfsafval. Die bijdrage kan opgenomen zijn in de haven- of liggelden of afzonderlijk in rekening worden gebracht.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen waaraan het financieringssysteem moet voldoen. "
Art. 9. L'article 40 du même décret, abrogé par le décret du 7 mai 2004, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Art. 40. Les gestionnaires de port qui reçoivent des bateaux de la navigation intérieure, et les gestionnaires des voies navigables, élaborent, conformément à la Convention relative à la collecte, au dépôt et à la réception des déchets survenant en navigation rhénane et intérieure, adoptée à Strasbourg le 9 septembre 1996, un système de financement pour la réception et l'enlèvement des autres déchets d'exploitation provenant de la navigation. Cette redevance peut faire partie des droits portuaires ou d'amarrage ou être portée en compte séparément.
  Le Gouvernement flamand peut fixer les modalités auxquelles le système de financement doit répondre. "
HOOFDSTUK 4. - Milieuvergunningendecreet
CHAPITRE 4. - Décret sur l'autorisation écologique
Art. 10. Aan artikel 2 van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, gewijzigd bij het decreet van 22 december 1993, wordt een punt 7° tot en met een punt 11° toegevoegd, die luiden als volgt :
  " 7° een stedenbouwkundige vergunning : de vergunning die verleend is voor handelingen als vermeld in artikel 4.2.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
  8° een stedenbouwkundige melding : de melding die wordt verricht voor handelingen als vermeld in artikel 4.2.2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
  9° elektronische handtekening : elektronische handtekening zoals gedefinieerd in de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten;
  10° geavanceerde elektronische handtekening : geavanceerde elektronische handtekening zoals gedefinieerd in de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten;
  11° elektronisch middel : een middel waarbij gebruik wordt gemaakt van elektronische apparatuur voor gegevensverwerking (met inbegrip van digitale compressie) en gegevensopslag alsmede van verspreiding, overbrenging en ontvangst per draad, straalverbinding, langs optische weg of met andere elektromagnetische middelen. "
Art. 10. L'article 2 du décret du 28 juin 1985 relatif à l'autorisation écologique, modifié par le décret du 22 décembre 1993, est complété par les points 7° à 11° compris, rédigés comme suit :
  " 7° une autorisation urbanistique : une autorisation octroyée pour les actes tels que visés à l'article 4.2.1 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire;
  8° une notification urbanistique : une notification faite pour les actes tels que visés à l'article 4.2.2 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire;
  9° signature électronique : une signature électronique telle que définie dans la loi du 9 juillet 2001 fixant certaines règles relatives au cadre juridique pour les signatures électroniques et les services de certification;
  10° signature électronique avancée : une signature électronique avancée telle que définie dans la loi du 9 juillet 2001 fixant certaines règles relatives au cadre juridique pour les signatures électroniques et les services de certification;
  11° moyen électronique : un moyen utilisant un dispositif électronique de traitement de données ('y compris la compression digitale) et le stockage de données ainsi que la diffusion, la transmission et la réception par câble, par antenne relais, par voie optique ou par toute autre moyen électromagnétique. "
Art. 11. In hetzelfde decreet wordt een artikel 2bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Art. 2bis. De Vlaamse Regering kan voor gegevensuitwisselingen vermeld in dit decreet en haar uitvoeringsbesluiten bepalen dat deze geldig kunnen gebeuren met elektronische middelen.
  Indien het decreet of haar uitvoeringsbesluiten bepalen dat voor de geldigheid van een kennisgeving een aangetekend schrijven of een afgifte tegen ontvangstbewijs vereist is, kan dit voor zover de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld.
  De Vlaamse Regering bepaalt in welke gevallen daarbij een elektronische handtekening of een geavanceerde elektronische handtekening nodig zijn voor de geldigheid van de gegevensuitwisseling. Zij kan ook andere vereisten voor de geldigheid van de gegevensuitwisseling met elektronische middelen opleggen.
  De Vlaamse Regering kan verdere uitvoeringsmodaliteiten bepalen in verband met de procedures waarbij de gegevensuitwisseling met elektronische middelen toegelaten is. "
Art. 11. Dans le même décret, il est inséré un article 2bis, rédigé comme suit :
  " Art. 2bis. En ce qui concerne les échanges de donnés visés au présent décret et à ses arrêtés d'exécution, le Gouvernement flamand peut décider que ces derniers peuvent valablement se faire par voie électronique.
  Il est possible que le décret ou ses arrêtés d'exécution stipulent que la validité d'une notification nécessite une lettre recommandée ou un dépôt contre récépissé pour autant que la date de la notification puisse être fixée avec certitude.
  Le Gouvernement flamand fixe les cas nécessitant une signature électronique ou une signature électronique avancée en vue de la validité de l'échange des données. Il peut également imposer d'autres exigences relatives à la validité de l'échange de données par voie électronique.
  Le Gouvernement flamand peut fixer d'autres modalités d'exécution relatives aux procédures autorisant l'échange de données par voie électronique. "
Art. 12. In artikel 3 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt :
  " De Vlaamse Regering stelt de lijst van de criteria voor de indeling van de inrichtingen in klassen vast. ";
  2° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " Als een inrichting onder toepassing valt van verschillende indelingsrubrieken die behoren tot verschillende klassen, is de procedure die geldt voor de hoogste klasse van toepassing op elk onderdeel van de inrichting en is de overheid die bevoegd is voor de hoogste klasse exclusief bevoegd. "
Art. 12. A l'article 3 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° le deuxième alinéa est remplacé par la disposition suivante :
  " Le Gouvernement flamand établit la liste des critères de la classification des établissements. " ;
  2° il est ajouté un troisième alinéa, rédigé comme suit :
  " Si un établissement ressort de l'application de différentes rubriques de classification appartenant à différentes classes, la procédure qui vaut pour la plus haute classe s'applique à toutes les parties de l'établissement et l'autorité compétente pour la plus haute classe est exclusivement compétente. "
Art. 13. In artikel 4 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2 worden de woorden " inrichting die behoort tot de derde klasse " vervangen door de woorden " inrichting die in de derde klasse is ingedeeld en geen onderdeel is van een inrichting die in de eerste of tweede klasse is ingedeeld. ";
  2° er wordt een derde paragraaf toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 3. Een onderdeel van een inrichting die in de eerste of tweede klasse is ingedeeld en waarbij dat onderdeel op zich in de derde klasse is ingedeeld, is ook onderworpen aan de milieuvergunningsplicht. "
Art. 13. A l'article 4 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 2, les mots " établissement appartenant à la troisième classe " sont remplacés par les mots " établissement qui classé dans la troisième classe et qui ne fait pas partie d'un établissement qui est classé dans la première ou deuxième classe. ";
  2° il est ajouté un paragraphe ainsi rédigé :
  " § 3. Un partie d'un établissement qui est classé dans la première ou deuxième classe et duquel ladite partie est en elle-même classée dans la troisième classe, est également assujettie à l'obligation de l'autorisation écologique. "
Art. 14. Artikel 5 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 9 november 2007 en gewijzigd bij het decreet van 27 maart 2009, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 5. § 1. De stedenbouwkundige vergunning voor een inrichting waarvoor een milieuvergunning nodig is of die onderworpen is aan de meldingsplicht, wordt geschorst zolang de milieuvergunning niet definitief werd verleend of de melding niet is gedaan. Als het gaat om met toepassing van artikel 4.2.2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening meldingsplichtige handelingen, wordt de uitvoerbaarheid van de stedenbouwkundige melding opgeschort.
  De milieuvergunning wordt beschouwd als definitief verleend nadat de termijn om een administratief beroep in te dienen, met toepassing van artikel 23, verstreken is, of nadat de milieuvergunning door de vergunningverlenende overheid in beroep is verleend als administratief beroep werd ingesteld.
  Als de stedenbouwkundige vergunning wordt geschorst, gaat de termijn, vermeld in artikel 4.6.2, § 1, eerste lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening in op de dag dat de milieuvergunning definitief wordt verleend of de melding is gebeurd.
  Als de milieuvergunning definitief wordt geweigerd, vervalt de stedenbouwkundige vergunning van rechtswege. Als het gaat om met toepassing van artikel 4.2.2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening Meldingsplichtige handelingen', kunnen deze handelingen niet worden uitgevoerd.
  De milieuvergunning wordt beschouwd als definitief geweigerd nadat de termijn om een administratief beroep in te dienen, met toepassing van artikel 23, § 3, verstreken is, of nadat de milieuvergunning door de vergunningverlenende overheid in beroep is geweigerd als een dergelijk administratief beroep werd ingesteld.
  Het verval van de stedenbouwkundige vergunning wordt onverwijld meegedeeld aan de aanvrager en de overheid die de stedenbouwkundige vergunning heeft verleend. Het verval van de stedenbouwkundige vergunning wordt bekendgemaakt aan het publiek. De Vlaamse Regering stelt hiervoor nadere regels vast.
  § 2. De milieuvergunning voor een inrichting, waarvoor een stedenbouwkundige vergunning of een stedenbouwkundige melding nodig is, wordt geschorst zolang de stedenbouwkundige vergunning niet definitief is verleend of de handelingen waarvoor de stedenbouwkundige melding is verricht niet mogen worden aangevat op grond van artikel 4.2.2, § 4, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
  Het recht op exploitatie dat meldingsplichtige inrichtingen, waarvoor een stedenbouwkundige vergunning of een stedenbouwkundige melding nodig is, ten gevolge van een melding hebben verkregen, wordt opgeschort zolang de stedenbouwkundige vergunning niet definitief is verleend of de handelingen waarvoor de stedenbouwkundige melding is verricht, niet mogen worden aangevat op grond van artikel 4.2.2, § 4, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
  De stedenbouwkundige vergunning wordt beschouwd als definitief verleend vanaf de datum waarop van de stedenbouwkundige vergunning gebruik kan gemaakt worden overeenkomstig artikel 4.7.19, § 3, artikel 4.7.23, § 5, dan wel artikel 4.7.26, § 4, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
  Als de milieuvergunning wordt geschorst, gaat de termijn, vermeld in artikel 17, tweede lid, in op de dag dat de stedenbouwkundige vergunning definitief is verleend of de handelingen waarvoor een stedenbouwkundige melding is verricht, mogen worden aangevat op grond van artikel 4.2.2, § 4, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
  Als de stedenbouwkundige vergunning definitief wordt geweigerd, vervalt de milieuvergunning of het recht op exploitatie ten gevolge van de melding voor de meldingsplichtige inrichtingen van rechtswege.
  Het verval van de milieuvergunning of van het recht op exploitatie tengevolge van een melding wordt onverwijld meegedeeld aan de aanvrager of de meldingsplichtige en de overheid die de milieuvergunning heeft verleend of akte heeft genomen van de melding. Het verval van de milieuvergunning wordt bekendgemaakt aan het publiek. De Vlaamse Regering stelt hiervoor nadere regels vast.
  De stedenbouwkundige vergunning wordt beschouwd als definitief geweigerd vanaf de datum waarop in laatste administratieve aanleg beslist werd om de stedenbouwkundige vergunning niet af te leveren. "
Art. 14. L'article 5 du décret, remplacé par le décret du 9 novembre 2007 et modifié par le décret du 27 mars 2009, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 5. § 1er. L'autorisation urbanistique pour un établissement pour lequel une autorisation écologique est nécessaire ou qui est assujetti à l'obligation de notification, est suspendue tant que l'autorisation écologique n'a pas été définitivement accordée ou lorsque la notification n'a pas été faite. Lorsqu'il s'agit d'actes sujets à l'obligation de notification en application de l'article 4.2.2 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire, l'exécution de la notification urbanistique est suspendue.
  L'autorisation écologique est considérée comme étant définitivement accordée, soit après échéance du délai imparti à l'introduction d'un recours administratif, en application de l'article 23, soit, si un tel recours administratif a été instauré, à partir de l'octroi de l'autorisation écologique par l'autorité octroyant l'autorisation en recours.
  Si l'autorisation urbanistique est suspendue, le délai fixé à l'article 4.6.2, § 1er, alinéa premier, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire, ne commence qu'au jour auquel l'autorisation écologique est définitivement accordée ou la notification a été faite.
  Si l'autorisation écologique est refusée définitivement, l'autorisation urbanistique échoit de droit. Lorsqu'il s'agit d'actes sujets à l'obligation de notification en application de l'article 4.2.2 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire, ces actes ne peuvent être exécutés.
  L'autorisation écologique est considérée comme étant définitivement refusée, soit après échéance du délai imparti à l'introduction d'un recours administratif, en application de l'article 23, soit, si un tel recours administratif a été instauré, à partir de l'octroi de l'autorisation écologique par l'autorité octroyant l'autorisation en recours.
  La déchéance de l'autorisation urbanistique est immédiatement communiquée au demandeur et à l'autorité ayant accordé l'autorisation urbanistique. La déchéance de l'autorisation urbanistique est notifiée au public. Le Gouvernement flamand arrête les modalités à cet effet.
  § 2. L'autorisation écologique pour un établissement pour lequel une autorisation urbanistique ou une notification est nécessaire, est suspendue tant que cette autorisation urbanistique n'a pas été accordée définitivement ou quand les actes pour lesquels la notification a été faite ne peuvent pas être entamés dans le sens de l'article 4.2.2 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire.
  Le droit d'exploitation que les établissements sujets à l'obligation de notification autorisation pour lesquels une autorisation urbanistique ou une notification est nécessaire, ont obtenu, est suspendu tant que cette autorisation urbanistique n'a pas été accordée définitivement ou quand les actes pour lesquels la notification a été faite ne peuvent pas être entamés dans le sens de l'article 4.2.2, § 4, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire.
  L'autorisation urbanistique est considéré comme étant définitivement accordée à partir de la date à laquelle l'autorisation urbanistique peut être utilisée conformément à l'article 4.7.19, § 3, à l'article 4.7.23, § 5, et à l'article 4.7.26, § 4, alinéa deux, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire.
  Si l'autorisation écologique est suspendu, le délai, visé à l'article 17, alinéa deux, commence au jour que l'autorisation urbanistique a été définitivement accordée ou que les actes pour lesquels la notification urbanistique a été faite peuvent être entamés sur la base de l'article 4.2.2, § 4, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire.
  Si l'autorisation urbanistique est définitivement refusée, l'autorisation écologique ou le droit d'exploitation suite à la notification d'établissements sujets à l'obligation de notification, échoit de droit.
  La déchéance de l'autorisation écologique ou le droit d'exploitation suite à une notification est immédiatement communiquée au demandeur ou à la personne sujette à l'obligation de notification et à l'autorité ayant accordé l'autorisation écologique ou qui a pris acte de la notification. La déchéance de l'autorisation urbanistique est notifiée au public. Le Gouvernement flamand arrête les modalités à cet effet.
  L'autorisation urbanistique est considérée comme étant définitivement refusée à partir de la date à laquelle il a été décidé en dernière instance administrative de ne pas délivrer l'autorisation urbanistique.
Art. 15. In artikel 9, § 7, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 21 december 1994, worden de woorden " die uitsluitend in de derde klasse is ingedeeld " vervangen door de woorden " die in de derde klasse is ingedeeld en geen onderdeel is van een inrichting die in de eerste of tweede klasse is ingedeeld. "
Art. 15. A l'article 9, § 7, du même décret, remplacé par le décret du 21 décembre 1994, les mots " appartenant uniquement à la troisième classe " sont remplacés par les mots " qui est classé dans la troisième classe et qui ne fait pas partie d'un établissement qui est classé dans la première ou deuxième classe. "
Art. 16. In artikel 20, laatste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 12 december 2008, worden de woorden " De overheid bevoegd voor de akteneming van de melding van een inrichting derde klasse " vervangen door de woorden " De overheid, bevoegd voor de akteneming van de melding voor een inrichting die alleen onderdelen bevat die in de derde klasse zijn ingedeeld. ".
Art. 16. A l'article 20, alinéa dernier, du même décret, inséré par le décret du 12 décembre 2008, les mots " L'autorité compétente pour la prise d'acte de la notification d'une installation de troisième classe " sont remplacés par les mots " L'autorité compétente pour la prise d'acte de la notification d'un établissement de troisième classe qui ne comprend que des éléments classés dans la troisième classe. "
Art. 17. In artikel 23 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 12 december 2008, wordt paragraaf 3 vervangen door wat volgt :
  " § 3. Het beroep wordt met een aangetekende brief ingediend binnen een termijn van dertig dagen na de eerste dag van de bekendmaking van de bestreden beslissing.
  Voor degenen die aangewezen zijn op de bekendmaking via aanplakking, moet het beroep worden ingediend met een aangetekende brief binnen een termijn van dertig dagen na de eerste dag dat tot de aanplakking van de bestreden beslissing is overgegaan. "
Art. 17. Dans l'article 23 du même décret, modifié par le décret du 12 décembre 2008, le § 3 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 3. Le recours doit être introduit par lettre recommandée dans un délai de trente jours après le premier jour de la notification de la décision contestée.
  En ce qui concerne ceux qui dépendent d'une notification par affichage, le recours doit être introduit par lettre recommandée dans un délai de trente jours après le premier jour auquel il a été procédé à l'affichage de la décision contestée. "
Art. 18. In artikel 26 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 12 december 2008, wordt paragraaf 3 vervangen door wat volgt :
  " § 3. Het beroep wordt met een aangetekende brief ingediend binnen een termijn van dertig dagen na de eerste dag van de bekendmaking van de bestreden beslissing of indien het beroep betrekking heeft op een stilzwijgende weigering tot wijziging of aanvulling van de opgelegde voorwaarden, na de dag van de stilzwijgende weigering.
  Voor degenen die aangewezen zijn op de bekendmaking via aanplakking, moet het beroep worden ingediend binnen een termijn van dertig dagen na de eerste dag dat tot de aanplakking van de bestreden beslissing is overgegaan.
  Het beroep schorst de beslissing, tenzij de vraag tot wijziging of aanvulling al dan niet stilzwijgend werd geweigerd. "
Art. 18. Dans l'article 26 du même décret, modifié par le décret du 12 décembre 2008, le § 3 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 3. Le recours est introduit par lettre recommandée dans un délai de trente jours après le premier jour de la notification de la décision contestée ou, si le recours a trait à un refus tacite de modification ou de complément des conditions imposées, après le jour de ce refus tacite.
  En ce qui concerne ceux qui dépendent d'une notification par affichage, le recours doit être introduit dans un délai de trente jours après le premier jour auquel il a été procédé à l'affichage de la décision contestée.
  Le recours suspend la décision, sauf si la demande de modification ou de complément a été refusée tacitement ou non. "
Art. 19. Aan artikel 27, § 2, van hetzelfde decreet wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " In afwijking van § 1, en het derde lid van deze paragraaf, moet als de verandering louter betrekking heeft op onderdelen die op zich in de derde klasse zijn ingedeeld, geen vergunning worden aangevraagd en de verandering enkel worden meegedeeld zoals bepaald in het eerste en tweede lid van deze paragraaf. "
Art. 19. L'article 27, § 2, du même décret, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " En dérogation au § 1er, et à l'alinéa trois du présent paragraphe, aucune autorisation ne doit être demandée si la modification a uniquement trait aux éléments qui en soi sont classés dans la troisième classe et la modification ne doit être communiquée tel que fixé dans les alinéas premier et deux du présent paragraphe. "
Art. 20. De onderdelen van een inrichting van de eerste of tweede klasse die op zich in de derde klasse zijn ingedeeld en waarvan akte is genomen in een besluit over een vergunningsaanvraag voor de inwerkingtreding van dit decreet, worden geacht te zijn vergund voor de termijn van de basisvergunning.
Art. 20. Les éléments d'un établissement de la première ou deuxième classe qui en soi sont classés dans la troisième classe et dont acte a été prise dans un arrêté relatif à la demande d'autorisation avant l'entrée en vigueur du présent décret, sont réputés être autorisés avant le délai de l'autorisation de base.
Art. 21. In artikel 13, tweede lid, van het decreet van 6 februari 2004 tot wijziging van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake Milieubeleid, voor wat betreft de milieuaudit en tot aanvulling ervan met een titel Milieuvoorwaarden', worden de woorden " de artikelen 4, 5, 6, 7, 8 en 9 " vervangen door de woorden " de artikelen 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 11, 3° ".
Art. 21. A l'article 13, alinéa deux, du décret du 6 février 2004 modifiant le décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement pour ce qui concerne l'audit environnemental et le complétant par un titre contenant des 'Conditions environnementales', les mots " les articles 4, 5, 6, 7, 8 et 9 " sont remplacés par les mots " les articles 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 11, 3° ".
HOOFDSTUK 5. - Oprichtingsdecreet van de Vlaamse Landmaatschappij
CHAPITRE 5. - Décret portant création de la Société flamande terrienne
Art. 22. In artikel 2 van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij, gewijzigd bij het decreet van 7 mei 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 wordt tussen de woorden " publiekrechtelijk vormgegeven " en de woorden " verzelfstandigd agentschap " het woord " extern " ingevoegd;
  2° in paragraaf 2, achtste lid, worden de woorden " raad van bestuur " vervangen door de woorden " algemene vergadering ";
  3° in paragraaf 2, twaalfde lid, worden de woorden " de maatschappij " vervangen door de woorden " het agentschap ".
Art. 22. A l'article 2 du décret du 21 décembre 1988 portant création de la Société flamande terrienne, modifié par le décret du 7 mai 2004, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 1er de la version néerlandaise, le mot " extern " est inséré entre les mots " publiekrechtelijk vormgegeven " et les mots " verzelfstandigd agentschap ";
  2° au paragraphe 2, alinéa huit, les mots " conseil d'administration " sont remplacés par les mots " assemblée générale ".
  3° au paragraphe 2, alinéa douze, les mots " la société " sont remplacés par les mots " l'agence ".
Art. 23. In artikel 6 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 7 mei 2004 en gewijzigd bij de decreten van 16 juni 2006 en 22 december 2006, wordt paragraaf 8, toegevoegd bij het decreet van 16 juni 2006, opgeheven.
Art. 23. A l'article 6 du même décret, remplacé par le décret du 7 mai 2004 et modifié par les décrets des 16 juin 2006 et 22 décembre, le paragraphe 8, ajouté par le décret du 16 juin 2006, est abrogé.
Art. 24. In artikel 6bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 7 mei 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden " aan een andere agentschappen " vervangen door de woorden " aan andere agentschappen ";
  2° in paragraaf 3, tweede lid, 1°, worden de woorden " beleidsdomein Leefmilieu en Natuur " vervangen door de woorden " beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en Energie ";
  3° in paragraaf 5 worden de woorden " voor Geografische Informatie " vervangen door de woorden " voor Geografische Informatie Vlaanderen ";
  4° er wordt een paragraaf 8 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 8. Het agentschap wordt belast met de taken die overeenkomstig het decreet Vlaamse Grondenbank aan de Vlaamse Grondenbank zijn opgedragen. "
Art. 24. A l'article 6bis du même décret, inséré par le décret du 7 mai 2004, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 2, alinéa premier, les mots " aan een andere agentschappen " sont remplacés par les mots " aan andere agentschappen " dans la version néerlandaise ";
  2° au paragraphe 3, alinéa deux, 1°, les mots " domaine politique de l'Environnement et de la Nature " sont remplacés par les mots " domaine politique de l'Environnement, de la Nature et de l'Energie ";
  3° au paragraphe 5, les mots " pour les informations géographiques " sont remplacés par les mots " pour les informations géographiques flamandes ";
  4° il est ajouté un § 8 ainsi rédigé :
  " § 8. L'agence est chargée des tâches imposées à la " Vlaamse Grondenbank " conformément au décret relatif à la " Vlaamse Grondenbank ".
Art. 25. In artikel 7 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 7 mei 2004, worden de woorden " beleidsdomein Leefmilieu en Natuur " vervangen door de woorden " beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en Energie ".
Art. 25. A l'article 7 du même décret, remplacé par le décret du 7 mai 2004, les mots " domaine politique de l'Environnement et de la Nature " sont remplacés par les mots " domaine politique de l'Environnement, de la Nature et de l'Energie ".
Art. 26. In artikel 10 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 7 mei 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 3 worden de woorden " uit de hand verpachten " vervangen door de woorden " uit de hand verhuren of verpachten ";
  2° paragraaf 5 wordt opgeheven.
Art. 26. A l'article 10 du même décret, remplacé par le décret du 7 mai 2004, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 3, les mots " donner ses propriétés à ferme " sont remplacés par les mots " donner ou ses propriétés à ferme ou en location ";
  2° le paragraphe 5 est abrogé.
Art. 27. In artikel 16 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 7 mei 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid wordt de zin " De gedelegeerd bestuurder van het agentschap woont de algemene vergadering van aandeelhouders bij met raadgevende stem. " opgeheven;
  2° in het tweede lid wordt de zin " Ze stelt de bezoldigingen en de presentiegelden van de voorzitter, de vice-voorzitter en de bestuurders vast binnen de grenzen van de organieke regeling bepaald door de Vlaamse regering ter uitvoering van artikel 18, § 4, van het kaderdecreet. " vervangen door de zin " Ze kan elk moment besluiten tot de uitgifte van nieuwe aandelen. ";
  3° in het tweede lid worden de woorden " Ze kan te allen tijde overgaan " vervangen door de woorden " De raad van bestuur kan op elk moment overgaan ".
Art. 27. A l'article 16 du même décret, remplacé par le décret du 7 mai 2004, sont apportées les modifications suivantes :
  1° à l'alinéa premier, la phrase " L'administrateur délégué de l'agence assiste à l'assemblée générale des actionnaires avec une voix consultative. " est abrogée;
  2° à l'alinéa deux, la phrase " Elle fixe les rémunérations et les frais de représentation du président, du vice-président et des administrateurs dans les limites du règlement organique déterminé par le Gouvernement flamand en exécution de l'article 18, § 4 du décret cadre. " est remplacée par la phrase " Elle peut à tout moment décider de placer de nouvelles actions. ";
  3° à l'alinéa deux, les mots " Elle peut à tout moment procéder " sont remplacés par les mots " le conseil d'administration peut à tout moment procéder ".
Art. 28. In artikel 17 van hetzelfde decreet, hersteld bij het decreet van 7 mei 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, tweede lid, inleidende zin, worden de woorden " de maatschappij " vervangen door de woorden " het agentschap ";
  2° in paragraaf 1, tweede lid, wordt punt 1° opgeheven;
  3° in paragraaf 1, tweede lid, 2°, worden de woorden " en de uitgifte van schuldbrieven " opgeheven;
  4° aan paragraaf 1, tweede lid, wordt een punt 14° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 14° binnen de perken van de wet, het decreet of het reglement, beschikt hij over de fondsen die zich in bewaring, of op rekening-courant bevinden. ";
  5° in paragraaf 4 wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 28. A l'article 17 du même décret, rétabli par le décret du 7 mai 2004, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 1er, alinéa deux, les mots " la société " sont remplacés par les mots " l'agence ";
  2° 2° au paragraphe 1er, deuxième alinéa, le point 1° est abrogé;
  3° au paragraphe 1er, 2°, les mots " et de l'émission de lettres de créance " sont abrogés;
  4° le paragraphe 1er, alinéa deux, est complété par un point 14°, rédigé comme suit :
  " 14° dans les limites de la loi, du décret ou du règlement, il dispose de fonds en dépôt ou sur un compte courant. ";
  5° au paragraphe 4, l'alinéa deux est abrogé.
Art. 29. In artikel 18 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 7 mei 2004 en gewijzigd bij de decreten van 21 april 2006 en 27 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden " bestaan uit " vervangen door de woorden " bestaat uit ";
  2° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 4. Het mandaat van regeringsafgevaardigde is onverenigbaar met dat van :
  1° een mandaat in het Europees Parlement, de Kamer van volksvertegenwoordigers, de Senaat, en een gemeenschaps- of gewestparlement;
  2° het ambt van minister of staatssecretaris en de hoedanigheid van kabinetslid van de minister onder wiens toezicht het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap valt;
  3° het ambt van personeelslid van het agentschap, het mandaat van gedelegeerd bestuurder, algemeen directeur en bestuurder van het agentschap;
  4° provinciegouverneur, lid van de deputatie van de provincieraad of lid van een provincieraad;
  5° burgemeester, schepen of lid van een gemeenteraad. "
Art. 29. A l'article 18 du même décret, remplacé par le décret du 7 mai 2004 et modifié par les décrets des 21 avril 2006 et 27 avril 2007, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans la version néerlandaise, au paragraphe 1er, alinéa premier, les mots " bestaan uit " sont remplacés par les mots " bestaat uit ";
  2° le § 4 est remplacé par ce qui suit :
  " § 4. Le mandat de représentant du Gouvernement flamand est incompatible avec :
  1° un mandat au sein du Parlement européen, de la Chambre des Députés, du Sénat ou d'un parlement communautaire ou régional;
  2° la fonction de Ministre ou de Secrétaire d'Etat et la qualité de membre du cabinet du Ministre sous le contrôle duquel se trouve l'agence autonomisée externe de droit public;
  3° la fonction de membre du personnel de l'agence, le mandat d'administrateur délégué, de directeur général et d'administrateur de l'agence;
  4° le mandat de Gouverneur de province, de membre de la députation du conseil provincial ou de membre du conseil provincial;
  5° le mandat de bourgmestre, échevin ou membre d'un conseil communal. "
Art. 30. In artikel 18bis, § 2, 5°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 7 mei 2004, worden de woorden " de maatschappij " vervangen door de woorden " het agentschap ".
Art. 30. A l'article 18bis, § 2, 5° du même décret, inséré par le décret du 7 mai 2004, les mots " la société " sont remplacés par les mots " l'agence ".
Art. 31. In hoofdstuk X van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 7 mei 2004, wordt het opschrift van afdeling 11 vervangen door wat volgt : " Afdeling II. Commissaris ".
Art. 31. Dans chapitre X du même décret, inséré par le décret du 7 mai 2004, l'intitulé du chapitre II est remplacé par ce qui suit : " Section II. Commissaire ".
Art. 32. In artikel 18quinquies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 7 mei 2009 en gewijzigd bij het decreet van 21 april 2006, worden het eerste tot en met het vierde lid vervangen door wat volgt :
  " Zonder afbreuk te doen aan de regeling voor de Vlaamse overheid inzake begrotingen, boekhouding, de controle op subsidies en de controle door het Rekenhof, wordt de controle op de financiële toestand, op de jaarrekening en op de regelmatigheid van de verrichtingen weer te geven in de jaarrekening zoals bepaald in het Wetboek van vennootschappen, opgedragen aan een commissaris. Deze wordt benoemd door de algemene vergadering uit de leden van het Instituut der Bedrijfsrevisoren. "
Art. 32. Dans l'article 18quinquies du même décret, inséré par le décret du 7 mai 2004 et modifié par le décret du 21 avril 2006, les alinéas premier à quatre compris sont remplacés par la disposition suivante :
  " Sans porter préjudice au règlement de l'autorité flamande en matière de budgets, de comptabilité, de contrôle des subventions et du contrôle exercé par la Cour des Comptes, le commissaire est chargé du contrôle de la situation financière, de la régularité d'inscription des opérations dans le compte annuel, tel que stipulé dans le Code des Sociétés. Ce commissaire est nommé par l'assemblée générale parmi les membres de l'Institut des Réviseurs d'Entreprise. ".
Art. 33. In artikel 18septies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 7 mei 2004 en vervangen bij het decreet van 27 april 2007, worden de woorden " 6 en 6bis van " vervangen door de woorden " 6, 6bis en 13 van ".
Art. 33. Dans l'article 18septies du même décret, inséré par le décret du 7 mai 2004 et remplacé par le décret du 27 avril 2007, les mots " 6 et 6bis de " sont remplacés par les mots " 6, 6bis et 13 de ".
Art. 34. In hetzelfde decreet wordt een artikel 18octies ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Art. 18octies. Voor wat het Vlaamse Gewest betreft, moeten in de wets- en verordeningsbepalingen inzake ruilverkaveling de vermeldingen " Nationale Landmaatschappij " en " NLM " respectievelijk als " Vlaamse Landmaatschappij " en " VLM " worden gelezen. "
Art. 34. Dans le même décret, il est inséré un article 18octies, rédigé comme suit :
  " Art. 18octies. En ce qui concerne la Région flamande, les mentions " Société terrienne nationale " et " STN " doivent respectivement être lus " Société terrienne flamande " et " VLM " dans les dispositions légales et réglementaires. "
HOOFDSTUK 6. - Het Bosdecreet
CHAPITRE 6. - Le Décret forestier
Art. 35. Aan artikel 90, tweede lid, van het Bosdecreet van 13 juni 1990 worden de woorden " of indien ze voorzien zijn in het goedgekeurd beheersplan " toegevoegd.
Art. 35. L'article 90, alinéa deux, du Décret forestier du 13 juin 1990, est complété par les mots " ou s'il est prévu dans le plan de gestion approuvé ".
Art. 36. In artikel 90bis van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 17 juli 2000, 21 december 2001, 7 december 2007 en 12 december 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, voorlaatste en laatste lid, wordt telkens het woord " Bosbeheer " vervangen door het woord " Agentschap ";
  2° in paragraaf 2, 2°, worden de woorden " dit decreet " vervangen door de woorden " het decreet van 17 juli 2000 houdende wijziging van artikel 90bis van het Bosdecreet van 13 juni 1990 ";
  3° in paragraaf 3, eerste lid, wordt tussen de woorden " aan de verkavelaar opgelegde groene ruimten. " en de woorden " De aanvrager van de verkavelingsvergunning " de zin " Het behoud van deze als bos te behouden groene ruimten wordt door de vergunningverlenende instantie expliciet in de verkavelingsvoorschriften opgenomen " ingevoegd;
  4° in paragraaf 3 wordt het derde lid vervangen door wat volgt :
  " De stedenbouwkundige vergunning tot ontbossing van een grond in een in § 2,2°, bedoelde verkaveling is niet onderworpen aan het in § 1, tweede lid, bedoelde advies en aan de compensatie. Bijkomende ontbossing van de in het eerste lid bedoelde groene ruimten kan enkel vergund worden na aanpassing van de verkavelingsvoorschriften via een verkavelingswijziging en na compensatie door de aanvrager van de verkavelingswijziging. ";
  5° in paragraaf 7 wordt het derde lid opgeheven.
Art. 36. Les modifications suivantes sont apportées à l'article 90bis du même décret, modifié par les décrets des 17 juillet 2000, 21 décembre 2001, 7 décembre 2007 et 12 décembre 2008 :
  1° au paragraphe 1er, alinéas avant-dernier et dernier, les mots " gestion forestière " sont remplacés par les mots " l'Agence ";
  2° au paragraphe 2, 2°, les mots " du présent décret " sont remplacés par les mots " du décret du 17 juillet 2007 modifiant l'article 90bis du Décret forestier du 13 juin 1990 ";
  3° au paragraphe 3, alinéa premier, les mots " Le maintien de ces espaces verts comme bois est explicitement repris dans les prescriptions de lotissement par l'instance accordant le permis " sont insérés entres les mots " imposées comme charge au lotisseur. " et les mots " Le demandeur du permis ";
  4° dans le paragraphe 3, l'alinéa trois est remplacé par la disposition suivante :
  " L'autorisation urbanistique de déboisement d'un terrain situé dans un lotissement visé au § 2, 2°, n'est ni soumise à l'avis, visé au § 1er, alinéa deux, ni à la compensation. Le déboisement supplémentaire des espaces verts visés à l'alinéa premier ne peut être autorisé qu'après adaptation des prescriptions de lotissement par le biais d'une modification du lotissement et qu'près compensation de la modification de lotissement par le demandeur. " ;
  5° dans le paragraphe 7, l'alinéa trois est abrogé.
Art. 37. In artikel 97 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 18 mei 1999, 7 december 2007 en 30 april 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, inleidende zin, worden tussen de woorden " zonder toestemming van de eigenaar en machtiging van het Agentschap " en de woorden " in alle openbare bossen " de woorden " of zonder dat het bepaald is in het goedgekeurd beheersplan " ingevoegd;
  2° in paragraaf 2, inleidende zin, worden tussen de woorden " zonder toestemming van de bosbeheerder en machtiging van het Agentschap " en de woorden " , in alle privé-bossen verboden " de woorden " of zonder dat het voorzien is in het goedgekeurd beheersplan " ingevoegd.
Art. 37. A l'article 97 du même décret, modifié par les décrets des 18 mai 1999, 7 décembre 2007 et 30 avril 2009, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe premier, dans la phrase introductive, les mots " ou sans que tel a été fixé dans le plan de gestion approuvé " sont insérés entre les mots " sans l'autorisation du propriétaire et de l'Agence, " et les mots " après avoir entendu ";
  2° au paragraphe 2, dans la phrase introductive, les mots " ou sans que tel a été prévu dans le plan de gestion approuvé " sont insérés après les mots " sans l'autorisation du propriétaire et de l'Agence ".
HOOFDSTUK 7. - Het Meststoffendecreet
CHAPITRE 7. - Décret relatif aux Engrais
Art. 38. In artikel 15ter van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen, vervangen door het decreet van 19 december 2008, wordt paragraaf 3 vervangen door wat volgt :
  " § 3. Bij overdracht van een perceel landbouwgrond waarop een ontheffing geldt, vervalt de ontheffing.
  In afwijking van het eerste lid, blijft de ontheffing gelden als het gebruiksrecht overgedragen wordt aan de echtgenoot of wettelijk samenwonende partner van de gebruiker.
  In afwijking van het eerste lid, blijft de ontheffing gelden als het gebruiksrecht van het perceel landbouwgrond wordt overgedragen naar een gebruiker waarvan elke persoon die deel uitmaakt van deze gebruiker :
  a) hetzij zelf deel uitmaakt van de gebruiker die het gebruiksrecht van het betrokken perceel heeft overgedragen;
  b) hetzij de echtgenoot of wettelijk samenwonende partner is van een persoon die zelf deel uitmaakt van de gebruiker die het gebruiksrecht van het betrokken perceel heeft overgedragen.
  In afwijking van het eerste lid wordt de ontheffing eenmalig overgedragen aan de nieuwe gebruiker, als het een overdracht betreft die behoort tot een van de volgende types overdrachten :
  1° het gebruiksrecht van het perceel landbouwgrond wordt overgedragen aan de afstammelingen of aangenomen kinderen van een persoon die deel uitmaakt van de gebruiker die het gebruiksrecht van het betrokken perceel heeft overgedragen, de afstammelingen of aangenomen kinderen van de echtgenoot of wettelijk samenwonende partner van deze persoon of de echtgenoten of wettelijk samenwonende partners van de voormelde afstammelingen of aangenomen kinderen;
  2° het gebruiksrecht van het perceel landbouwgrond wordt overgedragen van een natuurlijke persoon die deel uitmaakt van de gebruiker die het gebruiksrecht van het betrokken perceel heeft overgedragen naar een rechtspersoon waarvan deze natuurlijke persoon zaakvoerder, beherende vennoot of bestuurder is;
  3° het gebruiksrecht van het perceel landbouwgrond wordt overgedragen van een natuurlijke persoon die deel uitmaakt van de gebruiker die het gebruiksrecht van het betrokken perceel heeft overgedragen naar een rechtspersoon waarvan zijn echtgenoot of wettelijk samenwonende partner, zijn afstammelingen of aangenomen kinderen of de afstammelingen of aangenomen kinderen van zijn echtgenoot of wettelijk samenwonende partner, of de echtgenoot of wettelijk samenwonende partner van de voormelde afstammelingen of aangenomen kinderen zaakvoerder, beherende vennoot of bestuurder zijn;
  4° het gebruiksrecht van het perceel landbouwgrond wordt overgedragen naar een gebruiker waarvan elke persoon die deel uitmaakt van deze gebruiker :
  a) hetzij zelf deel uitmaakt van de gebruiker die het gebruiksrecht van het betrokken perceel heeft overgedragen;
  b) hetzij de echtgenoot of wettelijk samenwonende partner is van een persoon die zelf deel uitmaakt van de gebruiker die het gebruiksrecht van het betrokken perceel heeft overgedragen;
  c) hetzij met een persoon die deel uitmaakt van de gebruiker die het gebruiksrecht van het betrokken perceel heeft overgedragen, een overeenkomstige band, als vermeld in 1° tot en met 3°, heeft.
  Na een overdracht, als vermeld in het vierde lid, 2°, vervalt de ontheffing zodra de gebruiker die het perceel in gebruik had voor de overdracht, zijn mandaat van bestuurder, beherende vennoot of zaakvoerder beëindigt. De ontheffing vervalt evenwel niet indien hij als bestuurder, beherende vennoot of zaakvoerder opgevolgd wordt door zijn echtgenoot of wettelijk samenwonende partner, zijn afstammelingen of aangenomen kinderen of door de afstammelingen of aangenomen kinderen van zijn echtgenoot of wettelijk samenwonende partner, of door de echtgenoot of wettelijk samenwonende partner van de voormelde afstammelingen of aangenomen kinderen. In dat laatste geval vervalt de ontheffing wanneer het mandaat als zaakvoerder, beherende vennoot of bestuurder van de opvolger van de zaakvoerder, beherende vennoot of bestuurder beëindigd wordt.
  Na een overdracht, als vermeld in het vierde lid, 3°, vervalt de ontheffing zodra het mandaat van bestuurder, beherende vennoot of zaakvoerder, van de in het vierde lid, 3°, vermelde personen, beëindigd wordt.
  In afwijking van de voorgaande leden wordt, als, na een overdracht, als vermeld in het vierde lid, 2° of 3°, het gebruiksrecht van de landbouwgrond terug overgedragen wordt aan de natuurlijke persoon, die de oorspronkelijke overdrager van de landbouwgrond aan de rechtspersoon was, de ontheffing eenmalig overgedragen.
  Als een ontheffing van het bemestingsverbod gegeven wordt aan een rechtspersoon, vervalt deze ontheffing zodra het mandaat van één van de zaakvoerders, beherende vennoten of bestuurders als zaakvoerder, beherende vennoot of bestuurder beëindigd wordt. De ontheffing vervalt evenwel niet indien hij als zaakvoerder, beherende vennoot of bestuurder opgevolgd wordt door zijn echtgenoot of wettelijk samenwonende partner, zijn afstammelingen of aangenomen kinderen of de afstammelingen of aangenomen kinderen van zijn echtgenoot of wettelijk samenwonende partner, of de echtgenoot of wettelijk samenwonende partner van de voormelde afstammelingen of aangenomen kinderen. In dat laatste geval vervalt de ontheffing als het mandaat als zaakvoerder, beherende vennoot of bestuurder van de opvolger van de zaakvoerder, beherende vennoot of bestuurder beëindigd wordt.
  De overdracht van het gebruik wordt gemeld bij de aangifte, als vermeld in artikel 23, § 5, van het Mestdecreet van 22 december 2006.
  Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder :
  1° overdracht : de overdracht van het gebruiksrecht op een perceel, met uitzondering van de overdracht van het gebruiksrecht ten gevolge van een seizoenspacht;
  2° deel uitmaken van een gebruiker : het als persoon of als lid van een groepering van personen uitbaten van een inrichting die behoort tot het bedrijf van de gebruiker. Een rechtspersoon wordt niet beschouwd als een groepering van personen. "
Art. 38. A l'article 15ter du décret du 23 janvier 1991 relatif à la protection de l'environnement contre la pollution due aux engrais, remplacé par le décret du 19 décembre 2008, le paragraphe 3 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 3. En cas de cession d'une parcelle de terre agricole à laquelle s'applique une dispense, cette dernière échoit.
  En dérogation à l'alinéa premier, la dispense reste valable si le droit d'utilisation est cédé au conjoint ou au partenaire cohabitant légal de l'utilisateur.
  En dérogation à l'alinéa premier, la dispense reste valable si le droit d'utilisation de la parcelle de terre agricole est cédé à un utilisateur dont chaque personne faisant partie de cet utilisateur :
  a) soit fait lui-même partie de l'utilisateur ayant cédé le droit d'utilisation de la parcelle concernée;
  b) soit est le conjoint ou le partenaire cohabitant légal de la personne qui elle-même fait partie de l'utilisateur qui a cédé le droit d'utilisation de la parcelle concernée.
  En dérogation à l'alinéa premier, la dispense est cédée une seule fois au nouvel utilisateur s'il s'agit d'une cession appartenant un des types suivants de cessions :
  1° le droit d'utilisation de la parcelle agricole est cédée aux descendants ou enfants adoptés d'une personne faisant partie de l'utilisateur ayant cédé le droit d'utilisation de la parcelle concernée, aux descendants ou enfants adoptés du conjoint ou du partenaire cohabitant légal de cette personne ou aux conjoints ou cohabitants légaux des descendants ou enfants adoptés précités;
  2° le droit d'utilisation de la parcelle agricole est cédée d'une personne physique faisant partie de l'utilisateur ayant cédé le droit d'utilisation de la parcelle concernée à une personne morale dont cette personne physique est gérant, associé commandité ou administrateur;
  3° le droit d'utilisation de la parcelle agricole est cédée d'une personne physique faisant partie de l'utilisateur ayant cédé le droit d'utilisation de la parcelle concernée à une personne morale dont son conjoint ou partenaire cohabitant légal, ses descendants ou enfants adoptés ou les descendants ou enfants adoptés de son conjoint ou partenaire cohabitant légal, ou le conjoint ou partenaire cohabitant légal des descendants ou enfants adoptés précités sont gérant, associé commandité ou administrateur;
  4° le droit d'utilisation de la parcelle agricole est cédée à un utilisateur dont chaque personne faisant partie de cet utilisateur :
  a) soit fait lui-même partie de l'utilisateur ayant cédé le droit d'utilisation de la parcelle concernée;
  b) soit est le conjoint ou le partenaire cohabitant légal d'une personne qui elle-même fait partie de l'utilisateur qui a cédé le droit d'utilisation de la parcelle concernée;
  c) soit a un lien conforme, tel que visé aux points 1° à 3° compris, avec une personne fait partie de l'utilisateur ayant cédé le droit d'utilisation de la parcelle concernée.
  Après la cession, telle que visée à l'alinéa quatre, 2°, la dispense prend fin dès que l'utilisateur ayant utilisé la parcelle avant la cession, termine son mandat de gérant, associé commandité ou administrateur. La dispense ne prend cependant pas fin s'il est succédé en tant qu'administrateur, associé commandité ou gérant par son conjoint ou partenaire cohabitant légal, ses descendants ou enfants adoptés ou par les descendants ou enfants adoptés de son conjoint ou partenaire cohabitant légal ou par le conjoint ou le partenaire cohabitant légal des descendants ou enfants adoptés précités. Dans ce dernier cas la dispense prend fin quand le mandat de gérant, associé commandité ou administrateur du successeur du gérant, associé commandité ou administrateur est terminé.
  Après une cession, telle que visée à l'alinéa quatre, 3°, la dispense prend fin dès que le mandat d'administrateur, associé commandité ou gérant des personnes visées à l'alinéa quatre, 3°, est terminé.
  En dérogation aux alinéas précédents, la dispense est une seule fois cédée si le droit d'utilisation de la terre agricole est, après la cession telle que visée à l'alinéa quatre, 2° ou 3°, à nouveau cédée à la personne physique qui était le cédant original de la terre agricole à la personne morale.
  Lorsqu'une dispense de l'interdiction d'épandage d'engrais est donnée à une personne morale, cette dispense prend fin dès que le mandat de l'un des gérants, des associés commandités ou des administrateurs comme gérant, associé commandité ou administrateur est terminé. La dispense ne déchoit cependant pas s'il est succédé en tant que gérant, associé commandité ou administrateur par son conjoint ou partenaire cohabitant légal, ses descendants ou enfants adoptés ou par les descendants ou enfants adoptés de son conjoint ou partenaire cohabitant légal ou par le conjoint ou le partenaire cohabitant légal des descendants ou enfants adoptés précités. Dans ce dernier cas la dispense prend fin quand le mandat de gérant, associé commandité ou administrateur du successeur du gérant, associé commandité ou administrateur est terminé.
  La cession de l'utilisation est notifié lors de la déclaration, telle que visée à l'article 23, § 5, du décret relatif aux engrais du 22 décembre 2006.
  Pour l'application du présent paragraphe, il faut entendre par :
  1° cession : la cession du droit d'utilisation sur une parcelle, à l'exception de la cession du droit d'utilisation par suite d'un bail saisonnier;
  2° faire partie d'un utilisateur : l'exploitation en tant que personne ou membre d'un groupement de personne d'un établissement appartenant à l'entreprise de l'utilisateur. Une personne morale n'est pas considérée comme étant un groupement de personnes. "
HOOFDSTUK 8. - Het Jachtdecreet
CHAPITRE 8. - Décret sur la Chasse
Art. 39. Artikel 13 van het Jachtdecreet van 24 juli 1991, gewijzigd bij het decreet van 30 april 2009, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 13. Wie met een geweer jaagt, moet het jachtverlof bij zich dragen.
  Het jachtverlof is persoonlijk; het is maar geldig voor een jaar, te rekenen vanaf 1 juli.
  De Vlaamse Regering regelt de wijze, de vorm en de voorwaarden van de afgifte van het jachtverlof. Zolang de Vlaamse Regering daarvoor geen nieuwe regelen heeft opgesteld, blijven de bestaande regelen geldig.
  De Vlaamse Regering kan het deelnemen aan het jachtexamen of aan een gedeelte ervan afhankelijk stellen van de betaling van een inschrijvingsgeld waarvan zij het bedrag en de wijze van betaling vaststelt, en waarvoor ze de betalingsplichtige aanwijst. "
Art. 39. L'article 13 du Décret sur la Chasse du 24 juillet 1991, modifié par le décret du 30 avril 2009, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 13. Celui qui chasse au fusil, doit être en possession d'un permis de chasse.
  Le permis de chasse est personnel; il n'est valable que pour un an, à compter à partir du 1er juillet.
  Le Gouvernement flamand règle le mode, la forme et les conditions de la délivrance du permis de chasse. Tant que le Gouvernement flamand n'a pas arrêté de nouvelles règles en la matière, les règles existantes restent en vigueur.
  Le Gouvernement flamand peut subordonner la participation à l'examen de chasse ou à une partie de ce dernier au paiement d'un droit d'inscription dont il fixe le montant et le mode paiement et pour le lequel il désigne un redevable. ".
Art. 40. Artikel 33 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 33. De Vlaamse Regering kan afwijken van de bepalingen van dit decreet onder de door haar bepaalde voorwaarden en toezicht, en dit om een of meer van de volgende redenen :
  1° in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid;
  2° in het kader van dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale en economische aard, en voor het milieu gunstige effecten;
  3° in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer;
  4° ter bescherming van de wilde fauna of flora, of ter instandhouding van de natuurlijke habitats;
  5° voor doeleinden in verband met onderzoek of onderwijs, repopulatie of herintroductie, alsook voor de daartoe benodigde kweek;
  6° om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt en vastgesteld aantal van bepaalde specimens te vangen of in bezit te hebben.
  Ten aanzien van de vogelsoorten vermeld in artikel 3, is de mogelijkheid tot afwijking, vermeld in 2° van het eerste lid, niet van toepassing.
  Afwijkingen op grond van dit artikel kunnen alleen maar toegestaan worden als de volgende voorwaarden zijn vervuld :
  1° er mag geen andere bevredigende oplossing bestaan;
  2° de afwijking mag geen afbreuk doen aan het streefdoel om de populaties van de soort in kwestie in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan, op lokaal niveau of op Vlaams niveau. "
Art. 40. L'article 33 du même décret est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 33. Le Gouvernement flamand peut déroger aux dispositions du présent décret aux conditions et sous le contrôle qu'il fixe, et ce pour une plusieurs des raisons uivantes :
  1° dans l'intérêt de la santé publique ou de la sécurité publique;
  2° dans le cadre de raisons obligatoires de grand intérêt public, y compris les raisons de nature sociale et économique et les effets environnementaux favorables;
  3° dans le cadre du trafic aéronautique;
  4° en vue de la protection de la faune et flore sauvage ou en vue du maintien des habitats naturels;
  5° à des fins relatives à la recherche ou à l'enseignement, à la repopulation ou la réintroduction, ainsi qu'à l'élevage nécessaire à cet effet;
  6° afin de créer la possibilité de capturer ou de détenir, sous des circonstances strictement contrôlées de manière sélective en dans certaines limites, un nombre fixé et limité de certains spécimens.
  La possibilité de dérogation, visée au point 2° de l'alinéa premier, ne s'applique pas aux espèces d'oiseaux visées à l'article 3.
  Les dérogations sur la base du présent article ne peuvent être accordées que si les conditions suivantes ont été remplies :
  1° il ne peut y exister une autre solution satisfaisante;
  2° la dérogation ne peut pas porter préjudice à l'objectif d'assurer la survie de population de l'espèce en question dans un état favorable de maintien, au niveau local ou au niveau flamand.
HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen aan het decreet tot oprichting van het Grindfonds en tot regeling van de grindwinning
CHAPITRE 9. - Modifications au décret
Art. 41. Aan artikel 20sexies, § 1, van het decreet van 14 juli 1993 tot oprichting van het Grindfonds en tot regeling van de grindwinning worden een vierde, een vijfde en een zesde lid toegevoegd, die luiden als volgt :
  " Het projectgrindwinningscomité heeft rechtspersoonlijkheid.
  Het comité zorgt zelf voor de financiering van zijn werking, het noodzakelijke personeel en de noodzakelijke uitrusting.
  Het mandaat van de leden van het projectgrindwinningscomité is onbezoldigd. Het comité regelt zelf de wijze waarop de leden worden vergoed voor de door hen gemaakte kosten. Deze vergoedingen zijn ten laste van het projectgrindwinningscomité. "
Art. 41. L'article 20sexies, § 1er, du décret du 14 juillet 1993 portant création d'un Fonds gravier et réglant l'exploitation de gravier, est complété par les alinéas quatre, cinq et six, rédigés comme suit :
  " Le comité du projet d'exploitation de gravier a la personnalité juridique.
  Le comité assure lui-même le financement de son fonctionnement, le personnel nécessaire et l'équipement nécessaire.
  Le mandat des membres du comité du projet d'exploitation de gravier n'est pas rémunéré. le comité règle lui-même le mode dont les membres sont indemnisés pour les frais qu'ils ont faits. Ces indemnités sont à charge du comité du projet d'exploitation de gravier. "
HOOFDSTUK 10. - Het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid
CHAPITRE 10. - Le décret contenant des dispositions générales
Afdeling 1. - Wijzigingen in titel IV van het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid
Section 1re. - Modifications au titre IV du décret contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement
Art. 42. Aan artikel 4.1.1, § 1, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid wordt een punt 10°/1 toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 10°/1 veiligheidsnota : een openbaar document waarin - naast een beschrijving en verduidelijking van de vergunde inrichting - aangetoond wordt dat één of meerdere kleinere projecten in het kader van een verandering van een vergunde inrichting geen bijkomend risico van zware ongevallen voor mens en milieu met zich meebrengen ten opzichte van de bestaande situatie, en waarbij, indien nodig, wordt aangetoond welke extra maatregelen kunnen en zullen worden getroffen om die zware ongevallen te voorkomen en de gevolgen ervan voor mens en milieu te beperken; ".
Art. 42. L'article 4.1.1, § 1er, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement, est complété par un point 10°, rédigé comme suit :
  " 10°/1 note de sécurité : un document public dans lequel - outre une description et une explication de l'établissement autorisé - il est démontré qu'un ou plusieurs petits projets dans le cadre d'une modification d'un établissement autorisé n'engendrent aucun risque supplémentaire d'accidents graves pour l'homme et l'environnement par rapport à la situation existante, et dans lequel, si nécessaire, il est démontré qu'elles mesures supplémentaires peuvent et seront prises afin d'éviter ces accidents graves et d'en limiter les conséquences pour l'homme et l'environnement; ".
Art. 43. In artikel 4.2.8, § 5, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 18 december 2002 en vervangen bij het decreet van 27 april 2007, wordt de zinsnede " vanaf de datum van de beslissing vermeld in § 2, " vervangen door de zinsnede " respectievelijk vanaf de datum van de bekendmaking of vanaf de datum van ontvangst van het afschrift van de volledig verklaarde kennisgeving ".
Art. 43. A l'article, 4.2.8, § 5, alinéa premier, du même décret, inséré par le décret du 18 décembre 2002 et remplacé par le décret du 27 avril 2007, la partie de phrase " à partir de la date de la décision visée au § 2, " est remplacée par la partie de phrase " respectivement à partir de la date de la notification ou à partir de la date de la réception de la copie de la déclaration déclarée complète ".
Art. 44. In artikel 4.5.1, § 1, 2°, van hetzelfde decreet, wordt de zinsnede " een aanvraag voor een milieuvergunning of een wijziging van de milieuvergunning moet worden ingediend " vervangen door de zinsnede " een vergunningsaanvraag moet worden ingediend voor het exploiteren of veranderen ervan. "
Art. 44. A l'article 4.5.1, § 1er, 2°, du même décret, la partie de phrase " est remplacée par la partie de phrase " une demande pour une autorisation écologique doit être introduite pour son exploitation ou sa modification. ".
Art. 45. Aan artikel 4.5.1 van hetzelfde decreet worden een paragraaf 3 tot en met paragraaf 6 toegevoegd, die luiden als volgt :
  " § 3. In afwijking van paragraaf 1, kan de administratie na gemotiveerd verzoek van de initiatiefnemer geval per geval beslissen dat voor veranderingen aan een vergunde inrichting een reeds voor deze inrichting opgesteld omgevingsveiligheidsrapport kan worden gebruikt om te worden gevoegd bij de vergunningsaanvraag.
  § 4. Het gemotiveerd verzoek vermeld in paragraaf 3 bevat ten minste de volgende gegevens :
  1° een beschrijving en een verduidelijking van de vergunde inrichting, alsook van de veranderingen die in het kader van de vergunningsaanvraag worden aangevraagd;
  2° de verantwoording van het verzoek en alle relevante gegevens ter staving ervan;
  3° de door de initiatiefnemer opgemaakte veiligheidnota waarbij ten minste wordt aangetoond dat :
  a) de geplande veranderingen geen bijkomende externe risico's voor de mens en voor het leefmilieu met zich meebrengen ten opzichte van de bestaande situatie, en een nieuw veiligheidsrapport hierover redelijkerwijze geen nieuwe of extra gegevens kan bevatten;
  b) wat betreft de geplande veranderingen de nodige veiligheidsmaatregelen genomen werden om zware ongevallen te voorkomen en om de gevolgen van gebeurlijke zware ongevallen voor de mens of voor het leefmilieu op voldoende geachte wijze te beperken, en een nieuw veiligheidsrapport hierover redelijkerwijze geen nieuwe of extra gegevens kan bevatten.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen betreffende de informatie en de modaliteiten waaraan het gemotiveerd verzoek moet voldoen.
  § 5. De administratie neemt binnen een termijn van twintig dagen na ontvangst van het verzoek, vermeld in paragraaf 4 een beslissing en bezorgt ze onverwijld aan de initiatiefnemer. In voorkomend geval bevat de beslissing tevens de voorwaarden die eraan zijn verbonden. Indien de beslissing niet kan worden genomen binnen de hiervoor bedoelde termijn van twintig dagen brengt de administratie de initiatiefnemer hiervan schriftelijk op de hoogte binnen deze termijn. In die kennisgeving geeft de administratie aan wanneer de beslissing uiterlijk zal worden genomen.
  § 6. De definitieve beslissing van de administratie, het omgevingsveiligheidsrapport vermeld in paragraaf 3 en de veiligheidsnota worden door de initiatiefnemer gevoegd bij de vergunningsaanvraag. "
Art. 45. L'article 4.5.1 du même décret est complété par les paragraphes 3 à 6 compris ainsi rédigés :
  " § 3. En dérogation au paragraphe 1er, l'administration peut décider, cas par cas et après une demande motivée de l'initiateur, qu'un rapport de sécurité d'environnement déjà établi pour un établissement autorisé peut être utilisé pour de modifications à cet établissement autorisé pour être joint à la demande d'autorisation.
  § 4. la demande motivé visée au paragraphe 3 comprend au moins les données suivantes :
  1° une description et une explication de l'établissement autorisé, ainsi que des modifications qui sont demandées dans le cadre de la demande d'autorisation;
  2° la justification de la demande et toutes les données justificatives pertinentes.
  3° la note de sécurité établie par l'initiateur démontrant au moins :
  a) que les modifications envisagées n'engendrent aucun risque supplémentaire d'accidents graves pour l'homme et l'environnement par rapport à la situation existante et qu'un nouveau rapport de sécurité ne peut raisonnablement pas contenir de données nouvelles ou supplémentaires;
  b) qu'en ce qui concerne les modifications envisagées, les mesures de sécurité nécessaires ont été prises afin d'éviter des accidents graves et de limiter les conséquences d'accidents graves éventuels pour l'homme et l'environnement de manière considérée être suffisante et qu'un nouveau rapport de sécurité ne peut raisonnablement pas contenir de données nouvelles ou supplémentaires;
  Le Gouvernement flamand peut arrêter les modalités relatives à l'information ainsi que les modalités auxquelles la demande motivée doit satisfaire.
  § 5. Dans un délai de vingt jours après réception de la demande visée au paragraphe 4, l'administration prend une décision et la transmet immédiatement à l'initiateur. Le cas échéant, la décision comprend également les conditions y afférentes. Si la décision ne peut pas être prise dans le délai susvisé de vingt jours, l'administration en informe l'initiateur par écrit dans ce délai. Dans cette notification, l'administration indique à quel moment la décision sera prise au plus tard.
  § 6. La décision définitive de l'administration, le rapport de sécurité environnementale visé au paragraphe 3 et la note de sécurité sont joints à la demande d'autorisation par l'initiateur. "
Art. 46. In artikel 4.6.2, § 2, van hetzelfde decreet worden de woorden " of een omgevingsveiligheidsrapport, " vervangen door de woorden " , een omgevingsveiligheidsrapport of een veiligheidsnota, ".
Art. 46. A l'article 4.6.2, § 2, du même décret, les mots " ou un rapport de sécurité environnementale " sont remplacés par les mots " , un rapport de sécurité environnementale ou une note de sécurité, ".
Art. 47. In artikel 4.6.3, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 18 december 2002, worden de woorden " of plan-MER " opgeheven.
Art. 47. A l'article 4.6.3, § 1er, du même décret, inséré par le décret du 18 décembre 2002, sont apportées les modifications suivantes :
Art. 48. In hetzelfde decreet wordt een artikel 4.6.3bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Art. 4.6.3bis. § 1. De initiatiefnemer gaat de aanzienlijke gevolgen voor het milieu van de tenuitvoerlegging van plannen en programma's na, onder meer om onvoorziene negatieve gevolgen in een vroeg stadium te kunnen identificeren en de passende herstellende maatregelen te kunnen nemen.
  § 2. Om te voldoen aan de bepalingen van paragraaf 1 kunnen, als dat passend is, de bestaande monitoringsregelingen worden gebruikt om overlapping van monitoring te vermijden.
  § 3. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de monitoring. "
Art. 48. Dans le même décret, il est inséré un article 4.6.3bis, rédigé comme suit :
  " Art. 4.6.3bis. § 1er. L'initiateur vérifie les conséquences considérables de la mise en oeuvre des plans et programmes pour l'environnement, entre autres afin de pouvoir identifier des conséquences négatives imprévues dès le début et de pouvoir prendre les mesures réparatrices adéquates.
  § 2. Afin de répondre aux dispositions du paragraphe 1er, les règles de monitoring peuvent, s'il tel est adéquat, être appliquer afin d'éviter un chevauchement des règles de monitoring.
  § 3. Le Gouvernement flamand peut déterminer les modalités du monitoring. ".
Afdeling 2. - Wijzigingen in titel XVI van het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid
Section 2. - Modifications au titre XVI du décret
Art. 49. In artikel 16.1.1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en vervangen bij het decreet van 30 april 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de inleidende zin van het eerste lid wordt vervangen door wat volgt :
  " De bepalingen van deze titel zijn van toepassing op de hiernavolgende wetten en decreten, wat betreft de bevoegdheden van het Vlaamse Gewest, met inbegrip van de uitvoeringsbesluiten ervan en de verplichtingen opgelegd krachtens de volgende wetten en decreten en de uitvoeringsbesluiten ervan : ";
  2° in het eerste lid wordt een punt 13°bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " 13°bis de wet van 12 juli 1985 betreffende de bescherming van de mens en van het leefmilieu tegen de schadelijke effecten en de hinder van niet-ioniserende stralingen, infrasonen en ultrasonen; ";
  3° in het eerste lid wordt een punt 17°bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " 17°bis het decreet van 18 juni 2003 betreffende het integraal waterbeleid, wat betreft artikel 8, 10 tot en met 17 en artikel 62 en 70 van titel I; ";
  4° in het eerste lid wordt een punt 6°/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " 6°/1 de wet van 2 april 1971 betreffende de bestrijding van voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen; ";
  5° aan het eerste lid, punt 20°, worden de volgende woorden toegevoegd : " en internationale milieuregelgeving. ".
Art. 49. A l'article 16.1.1 du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007, les modifications suivantes sont apportées :
  1° la phrase introductrice de l'alinéa premier est remplacée par la disposition suivante :
  " Les dispositions du présent titre s'appliquent aux lois et décrets suivants en ce qui concerne les compétences de la Région flamande, y compris leurs arrêtés d'exécution et les obligations imposées en vertu des lois et décrets suivants et leurs arrêtés d'exécution : ";
  2° dans l'alinéa premier, il est inséré un point 13°bis, rédigé comme suit :
  " 3°bis la loi du 12 juillet 1985 relative à la protection de l'homme et de l'environnement contre les effets nocifs et les nuisances provoquées par les radiations non ionisantes, les infrasons et les ultrasons; ";
  3° dans l'alinéa premier, il est inséré un point 17°bis rédigé comme suit :
  " 17°bis le décret du 18 juin 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau, en ce qui concerne les articles 8, 10 à 17 compris, 62 à 70 du titre Ier ";
  4° dans l'alinéa premier, il est inséré un point 6/1°, rédigé comme suit :
  " 6°/1 la loi du 2 avril 1971 relative à la lutte contre les organismes nuisibles aux végétaux et aux produits végétaux; ";
  5° le premier alinéa, point 20°, est complété par les mots suivants : " et la règlementation environnementale internationale. ".
Art. 50. Artikel 16.2.4, derde lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en vervangen bij het decreet van 30 april 2009, wordt vervangen door wat volgt :
  " De Vlaamse Hoge Raad voor de Milieuhandhaving legt het milieuhandhavingsprogramma ter bekrachtiging voor aan de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering deelt het bekrachtigde milieuhandhavingsprogramma mee aan het Vlaams Parlement, de provincies, de gemeenten en de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen en aan de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen. "
Art. 50. L'article 16.2.4, alinéa trois, du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007 et modifié par le décret du 30 avril 2009, est remplacé par la disposition suivante :
  " Le Conseil supérieur flamand pour le maintien environnemental soumet le programme de maintien environnemental pour sanction au Gouvernement flamand. Le Gouvernement flamand communique le programme de maintien environnemental sanctionné au Parlement flamand, aux provinces, aux communes, au Conseil socio-économique de la Flandre et au Conseil de l'Environnement et de la Nature de la Flandre. "
Art. 51. In artikel 16.3.1, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij decreet van 21 december 2007, wordt punt 1° vervangen door wat volgt :
  1° de personeelsleden van het departement en de agentschappen die behoren tot een van de beleidsdomeinen, vermeld in artikel 2 van het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid van 18 juli 2003, die worden aangewezen door de Vlaamse Regering, hierna gewestelijke toezichthouders te noemen; ".
Art. 51. A l'article 16.3.1, § 1er, du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007, le point 1° est remplacé par la disposition suivante :
  1° les membres du personnel du département et des agences appartenant à un des domaines politiques visés à l'article 2 du décret cadre Politique administrative du 18 juillet 2003, qui sont désignés par le Gouvernement flamand, à appeler ci-après contrôleurs régionaux; ".
Art. 52. In artikel 16.3.1, § 1, 2°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007, wordt het woord " bestendige " opgeheven.
Art. 52. Dans l'article 16.3.1, § 1er, 2°, du même décret, modifié par le décret du 21 décembre 2007, le mot " permanente " est abrogé.
Art. 53. In artikel 16.3.1, § 1, 2°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007, wordt het woord " een " vervangen door het woord " de ".
Art. 53. Dans la version néerlandaise de l'article 16.3.1, § 1er, 2°, du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007, le mot " een " est remplacé par le mot " de ".
Art. 54. In artikel 16.3.1, § 1, 3°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007, wordt het woord " een " vervangen door het woord " het ".
Art. 54. Dans la version néerlandaise de l'article 16.3.1, § 1er, 3°, du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007, le mot " een " est remplacé par le mot " de ".
Art. 55. In artikel 16.3.4bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 30 april 2009, wordt het woord " bestendige " opgeheven.
Art. 55. Dans l'article 16.3.4bis, du même décret, inséréé par le décret du 30 avril 2009, le mot " permanente " est abrogé.
Art. 56. Artikel 16.4.7, § 2, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en gewijzigd bij het decreet van 30 april 2009, wordt punt 4° vervangen door wat volgt :
  " 4° het meenemen van daarvoor vatbare zaken, met inbegrip van afvalstoffen, waarvan het bezit of het gebruik in strijd is met de milieuwetgeving, vermeld in artikel 16.1.1, eerste lid; ".
Art. 56. L'article 16.4.7, § 2, du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007 et modifié par le décret du 30 avril 2009, est remplacé par la disposition suivante :
  " 4° l'enlèvement des affaires susceptibles d'être enlevées dans ce cadre, y compris les déchets, dont la possession est contraire à la législation environnementale, visée à l'article 16.1.1, alinéa premier; ".
Art. 57. Artikel 16.4.10 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en gewijzigd bij het decreet van 30 april 2009, wordt paragraaf 4bis vervangen door wat volgt :
  " § 4bis. De mondelinge oplegging wordt gedaan aan de vermoedelijke overtreder of aan andere aanwezige betrokken personen. Ook bij de mondelinge oplegging worden de vermoedelijke overtreder of de andere aanwezige betrokken personen zo volledig mogelijk geïnformeerd over de punten, vermeld in paragraaf 4, alsook over de vereiste van de tijdige schriftelijke bevestiging van de maatregel, vermeld in het tweede lid.
  Als de vermoedelijke overtreder afwezig is, kan een bestuurlijke maatregel tot stopzetting of uitvoering van werkzaamheden, handelingen of activiteiten ter plaatse op een zichtbare plaats worden aangebracht.
  Op straffe van verval van de mondeling opgelegde maatregel of van de ter plaatse aangebrachte maatregel in geval van afwezigheid van de vermoedelijke overtreder, moet de maatregel schriftelijk worden bevestigd binnen vijf werkdagen op de wijze die vermeld is voor de schriftelijke oplegging. "
Art. 57. L'article 16.4.10 du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007 et modifié par le décret du 30 avril 2009, est remplacé par la disposition suivante :
  " § 4bis. L'imposition orale se fait au contrevenant présumé ou à toutes les autres personnes concernées présentes. Lors de l'imposition orale, le contrevenant présumé ou toute autre personne concernée présente est également le plus amplement possible informé sur les points, visés au paragraphe 4, ainsi que sur l'exigence d'une confirmation écrite en temps voulu de la mesure, visée à l'alinéa deux.
  Si le contrevenant présumé est absent, une mesure administrative visant l'arrêt ou l'exécution de travaux, opérations ou activités peut être apposée sur place à un endroit bien visible.
  Sous peine de déchéance de la mesure imposée oralement ou d'une mesure apposée sur place en cas d'absence du contrevenant présumé, la mesure doit être confirmée par écrit dans les cinq jours ouvrables de la manière mentionnée pour l'imposition orale. "
Art. 58. Aan artikel 16.4.12 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007, worden de woorden " in voorkomend geval " toegevoegd.
Art. 58. A l'article 16.4.12 du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007, les mots " le cas échéant " sont ajoutés.
Art. 59. In artikel 16.4.14 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007, wordt paragraaf 3 vervangen door wat volgt :
  " § 3. In een besluit houdende de opheffing van bestuurlijke maatregelen wordt vastgesteld dat de opgelegde voorwaarden zijn vervuld, of dat uitzonderlijke of gewijzigde omstandigheden zich voordoen. "
Art. 59. A l'article 16.4.14 du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007, le paragraphe 3 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 3. Un décision abrogeant les mesures administratives constate qu'il a été répondu aux conditions imposées ou que des circonstances exceptionnelles ou changées se produisent. "
Art. 60. Artikel 16.4.18 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007, wordt paragraaf 4 vervangen door wat volgt :
  " § 4. Tegen de weigering om een bestuurlijke maatregel op te leggen kunnen de personen, vermeld in paragraaf 1, beroep indienen bij de minister. Binnen een termijn van zestig dagen na de ontvangst van het beroep doet de minister erover uitspraak. "
Art. 60. A l'article 16.4.18 du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007, le paragraphe 4 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 4. Les personnes visées au paragraphe § 1er peuvent former un recours auprès du Ministre contre le refus d'imposition d'une mesure administrative. Une décision relative au recours est prise par le Ministre dans un délai de soixante jours après la réception du recours. ".
Art. 61. In hoofdstuk IV. Bestuurlijke Handhaving van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007, worden :
  1° de woorden " Afdeling III. Bestuurlijke geldboeten " vervangen door de woorden " Afdeling III. Het Milieuhandhavingscollege ";
  2° de woorden " Onderafdeling 1. Milieuhandhavingscollege " vervangen door de woorden " Onderafdeling 1. Algemene bepalingen ";
  3° de woorden " A. Algemene bepalingen " opgeheven;
  4° de woorden " B. Samenstelling " vervangen door de woorden " Onderafdeling II. Samenstelling ";
  5° de woorden " C. Werking " vervangen door de woorden " Onderafdeling III. Werking ";
  6° voor de woorden " Onderafdeling II. Basisbepalingen " de woorden " Afdeling IV. De Bestuurlijke geldboeten " ingevoegd;
  7° de woorden " Onderafdeling II. Basisbepalingen " vervangen door de woorden " Onderafdeling I. Basisbepalingen ";
  8° de woorden " Onderafdeling III. Oplegging van een alternatieve bestuurlijke geldboete " vervangen door de woorden " Onderafdeling II. Oplegging van een alternatieve bestuurlijke geldboete ";
  9° de woorden " Onderafdeling III. Oplegging van een exclusieve bestuurlijke geldboete " vervangen door de woorden " Onderafdeling IV. Oplegging van een exclusieve bestuurlijke geldboete ";
  10° de woorden " Onderafdeling V. Beroep bij het Milieuhandhavingscollege " vervangen door de woorden " Afdeling V. Zitting en uitspraak van het Milieuhandhavingscollege ";
  11° de woorden " A. Bijstand en vertegenwoordiging " opgeheven;
  12° het woord " B. Aanhangigmaking " opgeheven;
  13° het woord " C. Termijnen " opgeheven;
  14° de woorden " D. Samenstelling van het dossier " opgeheven;
  15° het woord " E. Onderzoek " opgeheven;
  16° de woorden " F. Zitting en uitspraak " opgeheven. "
Art. 61. Au chapitre IV. Maintien administratif, inséré par le décret du 21 décembre 2007, est abrogé :
  1° les mots " Section III. Amendes administratives " sont remplacés par les mots " Section III. Le Collège de Maintien environnemental ";
  2° les mots " Sous-section Ire. Collège de maintien environnemental " sont remplacés par les mots " Soussection Ire. Dispositions générales ";
  3° les mots " A. Dispositions générales " sont abrogés;
  4° les mots " B. Composition " sont remplacés par les mots " Sous-section II. Composition ";
  5° les mots " C. Fonctionnement " sont remplacés par les mots " Sous-section III. Fonctionnement ";
  6° avant les mots " Sous-section II. Dispositions de base ", les mots " Section IV. Les Amendes administratives sont insérés;
  7° les mots " Sous-section II. Dispositions de base " sont remplacés par les mots " Sous-section Ire. Dispositions de base ";
  8° les mots " Sous-section III. Imposition d'une amende administrative alternative " sont remplacés par les mots 'Sous-section II. Imposition d'une amende administrative alternative ";
  9° les mots " Sous-section IV. Imposition d'une amende administrative exclusive " sont remplacés par les mots 'Sous-section III. Imposition d'une amende administrative exclusive ";
  10° les mots " Sous-section V. Recours auprès du Collège de Maintien environnemental " sont remplacés par les mots " Section V. Session et jugement du Collège de Maintien environnemental ";
  11° les mots " A. Assistance et représentation " sont abrogés;
  12° le mot " B. Introduction " est abrogé;
  13° le mot " C. Délais " est abrogé;
  14° les mots " D. Composition du dossier " sont abrogés;
  15° le mot " E. Enquête " est abrogé;
  16° les mots " F. Session et jugement " sont abrogés. ".
Art. 62. In artikel 16.4.19 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en gewijzigd bij het decreet van 30 april 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° aan paragraaf 1 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " Het Milieuhandhavingscollege kan zijn werkzaamheden organiseren in twee kamers, die elk uit drie bestuursrechters bestaan. ";
  2° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 2. Het Milieuhandhavingscollege doet uitspraak over de beroepen die worden ingesteld tegen beslissingen van de gewestelijke entiteit over de oplegging van een alternatieve of een exclusieve bestuurlijke geldboete, en, in voorkomend geval, een voordeelontneming. ";
  3° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 3. De behandeling van het beroep door het Milieuhandhavingscollege leidt tot één van de volgende uitspraken :
  1° onbevoegdverklaring van het Milieuhandhavingscollege;
  2° vaststelling van de onontvankelijkheid van het beroep;
  3° ongegrondverklaring van het beroep;
  4° gegrondverklaring van het beroep. ";
  4° er wordt een paragraaf 4 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 4. Als het Milieuhandhavingscollege het beroep gegrond verklaart, vernietigt het de bestreden beslissing geheel of gedeeltelijk. Het kan daarenboven zelf een beslissing nemen over het bedrag van de boete en, in voorkomend geval, over de voordeelontneming, en bepalen dat zijn uitspraak daarover de vernietigde beslissing vervangt. "
Art. 62. A l'article 16.4.2 du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007 et modifié par le décret du 30 avril 2009, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er est complété par un alinéa trois, rédigé comme suit :
  " le Collège de Maintien environnemental peut organiser ces activités dans deux chambres, composée chacune de trois juges administratifs. " ;
  2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Le Collège du Maintien environnemental se prononce en matière des recours formés contre les décisions d'une entité régionale portant l'imposition d'une amende administrative alternative ou exclusive et, le cas échéant, un dessaisissement d'avantage. " ;.
  3° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
  " § 3. Le traitement du recours par le Collège du Maintien environnemental mène à une des décisions suivantes :
  1° déclaration d'incompétence du Collège du Maintien environnemental;
  2° constatation de l'irrecevabilité du recours;
  3° déclaration d'illégitimité du recours;
  4° déclaration de légitimité du recours. " ;
  4° il est ajouté un paragraphe 4 ainsi rédigé :
  " § 4. Si le Collège du Maintien environnemental déclare que le recours est légitime, il annuel entièrement ou partiellement la décision contestée. Il peut en outre prendre lui-même une décision quant au montant de l'amende et, le cas échéant, sur le dessaisissement d'avantage et décider que sa décision à ce sujet remplace la décision annulée. "
Art. 63. Artikel 16.4.21 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 27 december 2007, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 16.4.21. § 1. Het Milieuhandhavingscollege is samengesteld uit de volgende bestuursrechters :
  1° een voorzitter en een ondervoorzitter;
  2° vier effectieve en vier plaatsvervangende bestuursrechters.
  De ambten van voorzitter, ondervoorzitter en effectieve bestuursrechter zijn voltijdse mandaten en zijn onverenigbaar met de uitoefening van om het even welke andere bezoldigde beroepsactiviteit of functie, en met de uitoefening van om het even welk ander mandaat. In afwijking daarvan kan de Vlaamse Regering, na advies van de voorzitter van het Milieuhandhavingscollege, de uitoefening van aanvullende beroepsactiviteiten, functies of mandaten toestaan, als die verenigbaar zijn met de uitoefening van een mandaat in het Milieuhandhavingscollege.
  § 2. Het niet-geïndexeerde jaarsalaris, hierna salaris te noemen, van de voorzitter, de ondervoorzitter en de bestuursrechters wordt vastgesteld op grond van de bedragen, vermeld in de lijst van salarisschalen, opgenomen in bijlage V, die bij dit decreet is gevoegd :
  1° voorzitter : M4;
  2° ondervoorzitter : M3;
  3° effectieve en plaatsvervangende bestuursrechters : M2;
  Het salaris bestaat uit :
  1° een minimumsalaris;
  2° salaristrappen, die het resultaat zijn van periodieke salarisverhogingen;
  3° een maximumsalaris.
  Het salaris en de periodieke salarisverhogingen worden uitgedrukt in euro.
  § 3. De voorzitter, de ondervoorzitter en de bestuursrechters ontvangen in hun schaal op elk moment het salaris dat overeenstemt met hun anciënniteit die het totaal van de in aanmerking komende diensten uitmaakt.
  De diensten en de ervaring van de voorzitter, de ondervoorzitter en de bestuursrechters worden in aanmerking genomen voor de berekening van hun geldelijke anciënniteit zoals voor de personeelsleden van de diensten van de Vlaamse overheid.
  § 4. In afwijking van paragraaf 3, tweede lid, wordt de valorisatie van functierelevante ervaring uit de privésector begrensd tot tien jaar.
  De Vlaamse Regering beslist over de functierelevantie van de ervaring.
  § 5. Boven op het salaris, vermeld in paragraaf 2, ontvangen de voorzitter, de ondervoorzitter en de bestuursrechters een weddebijslag van 589 euro tegen 100 % per jaar, telkens na twaalf, vijftien en achttien jaar ambtsuitoefening.
  De bijslag, vermeld in het eerste lid, wordt toegekend vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin het vereiste aantal jaren ambtsuitoefening werd bereikt.
  § 6. Voor de betaling van het salaris en de weddebijslag gelden dezelfde regels als de regels vermeld in het Vlaams personeelsstatuut.
  De plaatsvervangende bestuursrechters ontvangen hun volledig maandsalaris en weddebijslag, vermeld in paragraaf 5, enkel indien zij in de betrokken maand op vraag van de voorzitter volledige arbeidsprestaties ten behoeve van het Milieuhandhavingscollege hebben verricht.
  Als het maandsalaris niet volledig verschuldigd is, wordt het bedrag van het maandloon berekend volgens de volgende formule M VW/PW x NM, waarbij :
  1° M = het te betalen maandloon (100 %);
  2° VW = het aantal gepresteerde werkdagen;
  3° PW = het aantal werkdagen dat in de betrokken maand kan gepresteerd worden;
  4° NM = het normale maandsalaris (100 %) = het jaarsalaris/12 (100 % en voor voltijdse prestaties).
  § 7. De voorzitter, de ondervoorzitters en de bestuursrechters hebben recht op de volgende toelagen, vergoedingen en sociale voordelen, vermeld in het Vlaams personeelsstatuut :
  1° vakantiegeld en een eindejaarstoelage, zoals vastgesteld voor de personeelsleden van rang A2 en hoger;
  2° een reis- en maaltijdvergoeding;
  3° sociale voordelen.
  In afwijking van het eerste lid, 3°, hebben de plaatsvervangende bestuursrechters geen recht op maaltijdcheques.
  § 8. Artikel VII 83, § 1, tweede lid, van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006 is niet van toepassing op de plaatsvervangende bestuursrechters.
  § 9. De Vlaamse Regering bepaalt de criteria waaraan de bestuursrechters van het Milieuhandhavingscollege bij de aanwijzing moeten beantwoorden, en kan ook hun verder geldelijk en administratief statuut regelen.
  § 10. De Vlaamse Regering benoemt de bestuursrechters van het Milieuhandhavingscollege, na advies van de Vlaamse Hoge Raad voor de Milieuhandhaving. Hun mandaat heeft een duur van zes jaar, en is hernieuwbaar.
  Uiterlijk negentig dagen voor hun mandaat verstreken is als bestuursrechter van het Milieuhandhavingscollege, kan de Vlaamse Regering beslissen om het mandaat van een bestuursrechter van het Milieuhandhavingscollege niet te verlengen.
  De beslissing mag niet indruisen tegen de onafhankelijkheid van het Milieuhandhavingscollege of van de individuele bestuursrechters ervan, noch betrekking hebben op de inhoudelijke aspecten van de door het Milieuhandhavingscollege genomen beslissingen.
  Als de Vlaamse Regering uiterlijk negentig dagen voor het mandaat verstrijkt geen beslissing neemt om het mandaat niet te verlengen, wordt het mandaat stilzwijgend verlengd.
  § 11. Van zodra ze zijn benoemd, leggen de bestuursrechters een eed af. De Vlaamse Regering bepaalt de eedformule alsook de verdere regels met betrekking tot de eedaflegging.
  De bestuursrechters kunnen op ieder moment ontslag nemen. Ambtshalve wordt een einde gesteld aan het mandaat van de bestuursrechters op hun vijfenzestigste verjaardag. De Vlaamse Regering kan de bestuursrechter in het belang van de werking van het Milieuhandhavingscollege en op zijn gemotiveerd verzoek toestaan om in dienst te blijven tot maximaal de einddatum van het lopende mandaat.
  De bestuursrechters kunnen alleen door het Milieuhandhavingscollege worden ontzet uit hun ambt of daarin worden geschorst in geval van grove nalatigheid of kennelijk wangedrag. Het mandaat kan ook beëindigd worden als een bestuursrechter niet meer in staat is zijn ambt naar behoren te vervullen wegens zware en blijvende gebrekkigheid. De Vlaamse Regering stelt daarvoor de nadere regels vast.
  Totdat in hun vervanging is voorzien, blijven de bestuursrechters hun functie uitoefenen bij :
  1° het aflopen van hun mandaat;
  2° zelf genomen ontslag. "
Art. 63. L'article 16.4.21 du même décret, inséré par le décret du 27 décembre 2007, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 16.4.21. § 1er. Le Collège du Maintien environnemental est composé des juges administratifs suivants :
  1° un président et un vice-président;
  2° quatre assesseurs effectifs et quatre juges administratifs suppléants.
  Les fonctions de président, de vice-président et de juge administratif effectif sont des mandats à temps-plein et son incompatibles avec l'exercice de quelconque autre activité professionnelle, fonction ou mandat rémunéré. En dérogation à cette disposition, le Gouvernement flamand peut, après avis du président du Collège du Maintien environnemental, toutefois autoriser l'exercice d'activités professionnelles, fonctions ou mandats complémentaires, pour autant qu'ils soient compatibles avec l'exercice d'un mandat au sein du Collège du Maintien environnemental.
  § 2. Le traitement annuel non indexé, à appeler le traitement ci-après, du président, du vice-président et des juges administratifs est fixé sur la base des montants, visés à la liste des échelles de traitement reprise à l'annexe V et jointe au présent décret :
  1° président : M4;
  2° vice-président : M3;
  3° juges administratifs effectifs et suppléants : M2;
  Le traitement comprend :
  1° un traitement minimal;
  2° des échelons de traitement qui sont le résultat d'augmentations de traitement périodiques;
  3° un traitement maximal.
  Le traitement et les augmentations de traitement périodiques sont exprimés en euros.
  § 3. A tout moment le président, le vice-président et les juges administratifs perçoivent dans leur échelle le traitement correspondant à leur ancienneté qui est constituée de la somme des services admissibles.
  Les services et l'expérience du président, du vice-président et des juges administratifs sont pris en considération pour le calcul de leur ancienneté pécuniaire comme pour les membres du personnel des services de l'Autorité flamande.
  § 4. Par dérogation au paragraphe 3, alinéa deux, la valorisation de l'expérience en rapport avec la fonction acquise dans le secteur privé est limitée à dix ans.
  Le Gouvernement flamand décide du rapport de l'expérience avec la fonction.
  § 5. Outre le traitement visé au paragraphe 2, le président, le vice-président et les juges administratifs perçoivent un supplément de traitement de 589 euros par an à 100 %, après un exercice de la fonction de respectivement douze, quinze et dix-huit ans.
  Le supplément visé à l'alinéa premier, est accordé dès le premier jour du mois succédant au mois dans lequel le nombre requis d'années d'exercice de la fonction a été atteint.
  § 6. Les mêmes règles que celles citées au statut du personnel flamand s'appliquent au paiement du traitement et du supplément de traitement.
  Les juges administratifs suppléants ne perçoivent leur entier traitement mensuel et le supplément de traitement, visé au paragraphe 5, que si ils ont exercer des prestations à temps plein pendant le mois concerné au profit du Collège du Maintien environnemental sur demande du président.
  Lorsque le traitement mensuel n'est pas redevable en entier, le montant du traitement mensuel est calculé suivant la formule M= VW/PW x NM, dans laquelle :
  1° M = le traitement mensuel à payer (100 %)
  2° VW = le nombre de jours ouvrables prestés
  3° PW = le nombre de jours ouvrables pouvant être prestés pendant le mois concerné
  4° NM = le traitement mensuel normal (100 %) = le traitement annuel/12 (100 % pour des prestations à temps plein).
  § 7. Le président, le vice-président et les juges administratifs ont droit aux allocations, indemnités et avantages sociaux suivants, cités au statut du personnel flamand :
  1° pécule de vacances et allocation de fin d'année, tels que définis pour les membres du personnel de niveau A2 et supérieurs;
  2° une indemnité de déplacement et de repas;
  3° avantages sociaux.
  Par dérogation à l'alinéa premier, 3°, les juges administratifs suppléants n'ont pas droit aux chèques-repas.
  § 8. L'article VII 83, § 1er, alinéa deux, du statut du personnel flamand du 13 janvier 2006 n'est pas applicable aux juges administratifs suppléants.
  § 9. Le Gouvernement flamand fixe les critères auxquels les juges administratifs du Collège du Maintien environnemental doivent répondre lors de leur désignation et peut en outre régler leur statut pécuniaire et administratif.
  § 10. Le Gouvernement flamand nomme les juges administratifs du Collège du Maintien environnemental après avis du Conseil supérieur flamand pour le Maintien environnemental. Leur mandat a une durée de six ans et est renouvelable.
  Au plus tard nonante jours avant la fin de leur mandant en tant que juge administratif du Collège du Maintien environnemental, le Gouvernement flamand peut décider de ne pas prolonger le mandat de juge administratif du Collège du Maintien environnemental.
  Cette décision ne peut pas aller à l'encontre de l'indépendance du Collège du Maintien environnemental ou de ses juges administratif individuels ni avoir trait aux contenus des décisions prises par le Collège du Maintien environnemental.
  A défaut d'une décision du Gouvernement flamand relative à la prolongation du mandat, au plus tard nonante jours avant l'expiration de celui-ci, le mandat est prolongé tacitement.
  § 11. Les juges administratifs prêtent serment dès qu'ils sont nommés. Le Gouvernement flamand arrête la formule ainsi que les modalités du serment.
  Les juges administratifs peuvent démissionner à tout moment. Le mandat des juges administratifs expire d'office au jour de leur soixante-cinquième anniversaire. Le Gouvernement flamand peut autoriser le juge administratif de rester en service jusqu'à au maximum la date finale du mandat courant dans l'intérêt du fonctionnement du Collège du Maintien environnemental.
  Les juges administratifs ne peuvent être démis de leur fonction ou suspendus dans leur fonction qu'en cas de négligence grave ou d'inconduite manifeste. Le mandat peut également être terminé si le juge administratif n'est plus en état de dûment remplir ses fonctions à cause de négligence grave et permanente. Le Gouvernement flamand fixe les modalités à cet effet.
  Jusqu'à ce qu'il ait pourvu dans leur remplacement, les juges administratifs continuent à exercer leur fonction en cas :
  1° de fin de leur mandat;
  2° de démission prise par eux-mêmes. "
Art. 64. Artikel 16.4.24 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art.16.4.24. Het Milieuhandhavingscollege stelt zijn huishoudelijk reglement op. Dat reglement en de wijzigingen erin worden ter bekrachtiging aan de Vlaamse Regering voorgelegd.
  De Vlaamse Regering kan de verdere regels vaststellen voor de organisatie en de werking van het Milieuhandhavingscollege.
  De Vlaamse Regering stelt de verdere regels vast voor de vorm en de ontvankelijkheid van de beroepen en voor de rechtspleging voor het Milieuhandhavingscollege, met inbegrip van regels voor een vereenvoudigde rechtspleging in geval van klaarblijkelijke onbevoegdheid, onontvankelijkheid, ongegrondheid of gegrondheid van de beroepen. "
Art. 64. L'article 16.4.24 du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art.16.4.24. Le Collège du Maintien environnemental établit son règlement d'ordre intérieur. Ce règlement et ses modifications sont présentés au Gouvernement flamand pour être sanctionnés.
  Le Gouvernement flamand peut décider d'autres règles en vue de l'organisation et du fonctionnement du Collège du Maintien environnemental.
  Le Gouvernement flamand fixe les modalités de la forme et de recevabilité des recours et de la jurisprudence devant le Collège du Maintien environnemental, y compris les règles de la jurisprudence simplifiée dans le cas d'incompétence, d'irrecevabilité, d'illégitimité ou de légitimité des recours. "
Art. 65. In artikel 16.4.25 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :
  " Een opgelegde bestuurlijke geldboete wordt vermeerderd met de opdeciemen die van toepassing zijn voor de strafrechtelijke geldboeten. Eventueel kunnen bij een bestuurlijke geldboete ook de expertisekosten worden gevoegd die de gewestelijke entiteit heeft moeten maken om zijn besluit te kunnen nemen. "
Art. 65. A l'article 16.4.25 du même décret, modifié par le décret du 21 décembre 2007, le alinéa deux est remplacé par la disposition suivante :
  " Un amende administrative imposée est majorée des centimes additionnels applicables aux amendes pénales. Des frais d'expertise que l'entité régionale a du faire pour pouvoir prendre sa décision peuvent éventuellement être ajoutés à une amende administrative. "
Art. 66. Artikel 16.4.39 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 16.4.39. Tegen de beslissing waarbij de gewestelijke entiteit een alternatieve bestuurlijke geldboete oplegt, in voorkomend geval met voordeelontneming, kan degene aan wie de boete werd opgelegd beroep indienen bij het Milieuhandhavingscollege. Het beroep schorst de bestreden beslissing. "
Art. 66. L'article 16.4.39 du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 16.4.39. Le contrevenant peut former un recours par écrit auprès du Collège de Maintien environnemental contre la décision par laquelle l'entité régionale impose, le cas échéant avec un dessaisissement d'avantage, une amende administrative alternative. Le recours est suspensif de la décision contestée. "
Art. 67. Artikel 16.4.44 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 16.4.44. Tegen de beslissing waarbij de gewestelijke entiteit een exclusieve bestuurlijke geldboete oplegt, in voorkomend geval met voordeelontneming, kan degene aan wie de boete werd opgelegd, beroep indienen bij het Milieuhandhavingscollege. Het beroep schorst de bestreden beslissing. "
Art. 67. L'article 16.4.44 du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 16.4.44. Le contrevenant peut former un recours par écrit auprès du Collège de Maintien environnemental contre la décision par laquelle l'entité régionale impose, le cas échéant avec un dessaisissement d'avantage, une amende administrative exclusive. Le recours est suspensif de la décision contestée. "
Art. 68. Artikel 16.4.45 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. 68. L'article 16.4.45 du même décret est abrogé.
Art. 69. Artikel 16.4.46 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. 69. L'article 16.4.46 du même décret est abrogé.
Art. 70. Artikel 16.4.47 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. 70. L'article 16.4.47 du même décret est abrogé.
Art. 71. Artikel 16.4.48 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. 71. L'article 16.4.48 du même décret est abrogé.
Art. 72. Artikel 16.4.49 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. 72. L'article 16.4.49 du même décret est abrogé.
Art. 73. Artikel 16.4.50 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. 73. L'article 16.4.50 du même décret est abrogé.
Art. 74. Artikel 16.4.51 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. 74. L'article 16.4.51 du même décret est abrogé.
Art. 75. Artikel 16.4.52 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. 75. L'article 16.4.52 du même décret est abrogé.
Art. 76. Artikel 16.4.53 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. 76. L'article 16.4.53 du même décret est abrogé.
Art. 77. Artikel 16.4.54 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. 77. L'article 16.4.54 du même décret est abrogé.
Art. 78. Artikel 16.4.55 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. 78. L'article 16.4.55 du même décret est abrogé.
Art. 79. Artikel 16.4.56 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. 79. L'article 16.4.56 du même décret est abrogé.
Art. 80. Artikel 16.4.57 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. 80. L'article 16.4.57 du même décret est abrogé.
Art. 81. Artikel 16.4.58 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. 81. L'article 16.4.58 du même décret est abrogé.
Art. 82. Artikel 16.4.59 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. 82. L'article 16.4.59 du même décret est abrogé.
Art. 83. Artikel 16.4.60 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. 83. L'article 16.4.60 du même décret est abrogé.
Art. 84. Artikel 16.4.61 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. 84. L'article 16.4.61 du même décret est abrogé.
Art. 85. Artikel 16.4.62 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 16.4.62. Het Milieuhandhavingscollege beraadslaagt en beslist bij tweederde meerderheid achter gesloten deuren over zijn arresten. "
Art. 85. L'article 16.4.62 du même décret est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 16.4.62. Le Collège de Maintien environnemental délibère et décide à huis clos de ses décisions à la majorité des deux tiers. "
Art. 86. Artikel 16.4.63 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 16.4.63. § 1. Het Milieuhandhavingscollege spreekt zijn arresten uit in openbare zitting.
  Elk arrest is gemotiveerd en bevat een beschikkend gedeelte. Het vermeldt :
  1° de namen van de partijen en van hun raadslieden;
  2° de namen van de bestuursrechters die het arrest hebben gewezen;
  3° de dag waarop het arrest in openbare zitting is uitgesproken;
  4° in voorkomend geval, de beslissing dat het arrest wordt bekendgemaakt op de wijze die het bepaalt.
  § 2. De voorzitter of de ondervoorzitter, en de griffier of de adjunct-griffier, ondertekenen het arrest. Bij verhindering van de voorzitter en de ondervoorzitter ondertekent de oudste effectieve bestuursrechter die het arrest mee heeft gewezen. "
Art. 86. L'article 16.4.63 du même décret est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 16.4.63. § 1er. Le Collège de Maintien environnemental prononce ses jugements en session publique.
  Chaque jugement est motivé et comporte un dispositif. Il comporte les mentions suivantes :
  1° le nom des parties et de leurs membres du conseil;
  2° les noms des juges administratifs qui ont prononcé le jugement;
  3° le jour auquel le jugement est prononcé en session publique;
  4° le cas échéant, la décision que le jugement est publié de la façon y fixée.
  § 2. Le président ou le vice-président, et le greffier ou le greffier adjoint signent l'jugement. En cas d'empêchement du président ou du vice-président suppléant, le juge administratif effectif le plus âgé qui a contribué à prononcer le jugement, signe. ".
Art. 87. Artikel 16.4.64 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. 87. L'article 16.4.64 du même décret est abrogé.
Art. 88. Artikel 16.4.65 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 16.4.65. Het Milieuhandhavingscollege zorgt voor een geanonimiseerde publicatie van de arresten op zijn website. Onder het gezag van het Milieuhandhavingscollege zorgt het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie van de Vlaamse overheid voor de publicatie van een jaarverslag. "
Art. 88. L'article 16.4.65 du même décret est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 16.4.65. Le Collège du Maintien environnemental assure la publication anonyme des jugements sur son site web. Sous l'autorité du Collège du Maintien environnemental, le Département de l'Environnement, de la nature et de l'Energie de la Région flamande assure la publication d'un rapport annuel. "
Art. 89. In artikel 16.5.1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en gewijzigd bij de decreten van 12 december 2008 en 30 april 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
  " De opgelegde bestuurlijke geldboeten en, in voorkomend geval, de opgelegde voordeelontnemingen en expertisekosten, vermeld in artikel 16.4.25, worden door het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie van de Vlaamse overheid geïnd en ingevorderd ten voordele van het Minafonds. ";
  2° in paragraaf 1, tweede lid, worden tussen de woorden " gemaakt zijn " en het woord " voor " de woorden " voor de uitvoering van de bestuurlijke maatregelen, vermeld in artikel 16.4.7, § 1, " ingevoegd;
  3° in paragraaf 1 wordt aan het tweede lid een zin toegevoegd, die luidt als volgt :
  " In afwijking hiervan worden de kosten die gemaakt zijn voor de uitvoering en de tenuitvoerlegging van die maatregelen door de toezichthouders van de OVAM die toezicht uitoefenen op de toepassing van het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en haar uitvoeringsbesluiten en op de toepassing van artikelen 12 en 13 van het decreet van 2 juli 1981 betreffende de voorkoming en het beheer van afvalstoffen, geïnd en ingevorderd door de OVAM ten voordele van de OVAM. ";
  4° in paragraaf 2, tweede lid, wordt het woord " Verkeersinfrastructuurfonds " vervangen door het woord " Vlaams Infrastructuurfonds ".
Art. 89. A l'article 16.5.1 du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007 et modifié par les décrets du 12 décembre 2008 et 30 avril 2009, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au § 1er, l'alinéa premier est remplacé par la disposition suivante :
  " Les amendes administratives imposées et, le cas échéant, les dessaisissements d'avantages imposés et les frais d'expertise, sont perçus et recouvrés par le Ministère flamand de l'Environnement, de la Nature de l'Energie au profit du Fonds MiNa. " ;
  2° au paragraphe 1er, alinéa deux, les mots " pour la mise en oeuvre des mesures administratives, visées à l'article 16.4.7, 1er, " sont insérés entre le mot " faits " et les mots " dans le cadre ";
  3° le paragraphe 1er, alinéa deux, est complété par une phrase, rédigée comme suit :
  " En dérogation à cette disposition, les frais faits pour la mise en oeuvre des mesures dans le cadre de l'exécutoire de ces mesures par les contrôleurs d'OVAM qui exercent le contrôle sur l'application du décret du 27 octobre 2006 relatif à l'assainissement du sol et ses arrêtés d'exécution et sur application des articles 12 et 13 du décret du 2 juillet 1981 relatif à la prévention et à la gestion des déchets et perçus et recouvrés par OVAM au profit d'OVAM. " ;
  4° au paragraphe 2, alinéa deux, les mots " Fonds de l'Infrastructure des Communications " sont remplacés par les mots " Fonds flamand de l'Infrastructure ".
Art. 90. In artikel 16.5.2 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en gewijzigd bij het decreet van 30 april 2009, wordt paragraaf 1 vervangen door wat volgt :
  " § 1. Als de betrokkene in gebreke blijft bij het betalen van de verschuldigde bedragen, verhoogd met de invorderingskosten, vermeld in artikel 16.5.1, worden die bedragen bij dwangbevel ingevorderd. Het dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door een ambtenaar die daartoe door de Vlaamse Regering wordt aangewezen. "
Art. 90. L'article 16.5.2 du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007 et modifié par le décret du 30 avril 2009, est remplacé par la disposition suivante :
  " § 1er. Si le concerné ne paie pas les montants dus, majorés des intérêts de recouvrement, visés à l'article 16.5.1, ces montants sont recouvrés par contrainte. La contrainte est visée et déclarée exécutoire par un fonctionnaire désigné à cet effet par le Gouvernement flamand. "
Art. 91. In artikel 16.5.12 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 30 april 2009, wordt tussen het getal " 2° " en het getal " 4° " het getal " 3° " ingevoegd.
Art. 91. Le chiffre " 3° " est insérés entre les chiffres " 2° " et " 4° " dans l'article 16.5. du même décret, inséré par le décret du 30 avril 2009.
Art. 92. In artikel 16.6.1, § 2, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en gewijzigd bij het decreet van 30 april 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in punt 1° wordt tussen de woorden " bestuurlijke geldboeten, " en het woord " veiligheidsmaatregelen " het woord " voordeelontnemingen, " ingevoegd;
  2° er wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 3° personen die de orde van de zittingen van het Milieuhandhavingscollege verstoren, zoals blijkt uit het proces-verbaal van de zitting. "
Art. 92. A l'article 16.6.1, § 2, du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007 et modifié par le décret du 30 avril 2009, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots " les dessaisissements d'avantage " sont insérés entre les mots " les amendes administratives, " et les mots " mesures de sécurité ";
  2° il est ajouté un point 3°, rédigé comme suit :
  " 3° les personnes qui perturbent l'ordre des sessions du Collège de Maintien environnemental, tel qu'il ressort du procès-verbal de la session. "
Art. 93. Aan artikel 16.6.3septies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 30 april 2009, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt een paragraaf 2 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 2. In afwijking van paragraaf 1, is elke schending van de bepalingen, vermeld in paragraaf 1, 1° en 3°, door gebruik van motorvoertuigen strafbaar op grond van de bepalingen van artikel 16.6.1, 16.6.3ter of 16.6.3quater.
  De organisatoren van activiteiten die overtredingen van maatregelen of voorschriften vastgesteld in of ter uitvoering van artikel 10 van het Bosdecreet inhouden, worden gestraft op grond van de bepalingen van artikel 16.6.1, 16.6.3ter of 16.6.3quater. "
Art. 93. A l'article 16.6.3septies du même arrêté, inséré par le décret du 30 avril 2009,dont le texte actuel formera le paragraphe 1er, il est ajouté un paragraphe 2, rédigé comme suit :
  " § 2. En dérogation au paragraphe 1er, toute atteinte portée aux dispositions, visées aux paragraphe1er, 1° et 3°, par l'utilisation de véhicule motorisés est susceptible d'être punie sur la base des dispositions des articles 16.6.1, 16.6.3ter ou 16.6.3quater.
  Les organisateurs d'activités comprenant des infractions aux mesures ou prescriptions constatées en exécution de l'article 10 du Décret forestier, sont punis la base des dispositions des articles 16.6.1, 16.6.3ter ou 16.6.3quater.
Art. 94. Aan hetzelfde decreet wordt een bijlage V toegevoegd, die luidt als volgt :
  " Bijlage V : Salarisschaal bestuursrechters van het Milieuhandhavingscollege
Art. 94. Au même décret, il est ajouté une annexe V, rédigée comme suit :
  " Annexe V : Echelle de traitement des juges administratifs du Collège de Maintien environnemental

  
  
Code M4 M3 M2 M1
  
aantal frekwentie bedrag 3/3 x 2.354 4/3 x 1.766 1/3 x 3.233 3/3 x 2.354 4/3 x 1.766 1/3 x 2.894 3/3 x 2.354 4/3 x 1.766 1/3 x 2.776 3/3 x 1.177 4/3 x 883
  
Geldelijke anciënniteit    
  
0 64.915 57.778 53.511 26.756
  
1 64.915 57.778 53.511 26.756
  
2 64.915 57.778 53.511 26.756
  
3 67.269 60.132 55.865 27.933
  
4 67.269 60.132 55.865 27.933
  
5 67.269 60.132 55.865 27.933
  
6 69.623 62.486 58.219 29.110
  
7 69.623 62.486 58.219 29.110
  
8 69.623 62.486 58.219 29.110
  
9 71.977 64.840 60.573 30.287
  
10 71.977 64.840 60.573 30.287
  
11 71.977 64.840 60.573 30.287
  
12 73.743 66.606 62.339 31.170
  
13 73.743 66.606 62.339 31.170
  
14 73.743 66.606 62.339 31.170
  
15 75.509 68.372 64.105 32.053
  
16 75.509 68.372 64.105 32.053
  
17 75.509 68.372 64.105 32.053
  
18 77.275 70.138 65.871 32.936
  
19 77.275 70.138 65.871 32.936
  
20 77.275 70.138 65.871 32.936
  
21 79.041 71.904 67.637 33.819
  
22 79.041 71.904 67.637 33.819
  
23 79.041 71.904 67.637 33.819
  
24 82.273 74.798 70.413 33.819

  
  
Code M4 M3 M2 M1
  
nombre, fréquence, montant 3/3 x 2.354 4/3 x 1.766 1/3 x 3.233 3/3 x 2.354 4/3 x 1.766 1/3 x 2.894 3/3 x 2.354 4/3 x 1.766 1/3 x 2.776 3/3 x 1.177 4/3 x 883
  
Ancienneté pécuniaire    
  
0 64.915 57.778 53.511 26.756
  
1 64.915 57.778 53.511 26.756
  
2 64.915 57.778 53.511 26.756
  
3 67.269 60.132 55.865 27.933
  
4 67.269 60.132 55.865 27.933
  
5 67.269 60.132 55.865 27.933
  
6 69.623 62.486 58.219 29.110
  
7 69.623 62.486 58.219 29.110
  
8 69.623 62.486 58.219 29.110
  
9 71.977 64.840 60.573 30.287
  
10 71.977 64.840 60.573 30.287
  
11 71.977 64.840 60.573 30.287
  
12 73.743 66.606 62.339 31.170
  
13 73.743 66.606 62.339 31.170
  
14 73.743 66.606 62.339 31.170
  
15 75.509 68.372 64.105 32.053
  
16 75.509 68.372 64.105 32.053
  
17 75.509 68.372 64.105 32.053
  
18 77.275 70.138 65.871 32.936
  
19 77.275 70.138 65.871 32.936
  
20 77.275 70.138 65.871 32.936
  
21 79.041 71.904 67.637 33.819
  
22 79.041 71.904 67.637 33.819
  
23 79.041 71.904 67.637 33.819
  
24 82.273 74.798 70.413 33.819
Code M4 M3 M2 M1
aantal frekwentie bedrag 3/3 x 2.354 4/3 x 1.766 1/3 x 3.233 3/3 x 2.354 4/3 x 1.766 1/3 x 2.894 3/3 x 2.354 4/3 x 1.766 1/3 x 2.776 3/3 x 1.177 4/3 x 883
Geldelijke anciënniteit
0 64.915 57.778 53.511 26.756
1 64.915 57.778 53.511 26.756
2 64.915 57.778 53.511 26.756
3 67.269 60.132 55.865 27.933
4 67.269 60.132 55.865 27.933
5 67.269 60.132 55.865 27.933
6 69.623 62.486 58.219 29.110
7 69.623 62.486 58.219 29.110
8 69.623 62.486 58.219 29.110
9 71.977 64.840 60.573 30.287
10 71.977 64.840 60.573 30.287
11 71.977 64.840 60.573 30.287
12 73.743 66.606 62.339 31.170
13 73.743 66.606 62.339 31.170
14 73.743 66.606 62.339 31.170
15 75.509 68.372 64.105 32.053
16 75.509 68.372 64.105 32.053
17 75.509 68.372 64.105 32.053
18 77.275 70.138 65.871 32.936
19 77.275 70.138 65.871 32.936
20 77.275 70.138 65.871 32.936
21 79.041 71.904 67.637 33.819
22 79.041 71.904 67.637 33.819
23 79.041 71.904 67.637 33.819
24 82.273 74.798 70.413 33.819
Code M4 M3 M2 M1
nombre, fréquence, montant 3/3 x 2.354 4/3 x 1.766 1/3 x 3.233 3/3 x 2.354 4/3 x 1.766 1/3 x 2.894 3/3 x 2.354 4/3 x 1.766 1/3 x 2.776 3/3 x 1.177 4/3 x 883
Ancienneté pécuniaire
0 64.915 57.778 53.511 26.756
1 64.915 57.778 53.511 26.756
2 64.915 57.778 53.511 26.756
3 67.269 60.132 55.865 27.933
4 67.269 60.132 55.865 27.933
5 67.269 60.132 55.865 27.933
6 69.623 62.486 58.219 29.110
7 69.623 62.486 58.219 29.110
8 69.623 62.486 58.219 29.110
9 71.977 64.840 60.573 30.287
10 71.977 64.840 60.573 30.287
11 71.977 64.840 60.573 30.287
12 73.743 66.606 62.339 31.170
13 73.743 66.606 62.339 31.170
14 73.743 66.606 62.339 31.170
15 75.509 68.372 64.105 32.053
16 75.509 68.372 64.105 32.053
17 75.509 68.372 64.105 32.053
18 77.275 70.138 65.871 32.936
19 77.275 70.138 65.871 32.936
20 77.275 70.138 65.871 32.936
21 79.041 71.904 67.637 33.819
22 79.041 71.904 67.637 33.819
23 79.041 71.904 67.637 33.819
24 82.273 74.798 70.413 33.819
  ".
  ".
Afdeling 3. - Wijzigingen in titel III van het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid
Section 3. - Modifications au titre III du décret contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement
Art. 95. In artikel 3.2.1, § 4, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, ingevoegd bij het decreet van 19 april 1995, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de tweede zin worden de woorden " het door de Vlaamse regering aangewezen bestuur " vervangen door de woorden " de door de Vlaamse Regering aangewezen afdeling ";
  2° de volgende zinnen worden toegevoegd :
  " Deze instemming is evenmin vereist indien het de gezamenlijke aanstelling betreft van een persoon die erkend is als milieucoördinator. In dit laatste geval wordt van de gezamenlijke aanstelling van de milieucoördinator door de exploitant onmiddellijk kennis gegeven aan de door de Vlaamse Regering aangewezen afdeling. "
Art. 95. A l'article 3.2.1, § 4, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement, inséré par le décret du 19 avril 1995, sont apportées les modifications suivantes :
  1° les mots " l'administration désignée par le Gouvernement flamand " dans la deuxième phrase sont remplacés par les mots " la division désignée par le Gouvernement flamand ";
  2° les phrases suivantes sont ajoutées :
  " Cet accord n'est également pas requis s'il s'agit d'une désignation commune d'une personne qui est uniquement agréée en tant que coordinateur environnemental. Dans ce dernier cas, la désignation commune du coordinateur environnemental par l'exploitant est immédiatement notifiée à la division désignée par le Gouvernement flamand. ".
Art. 96. In artikel 3.2.3, § 3, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 april 1995, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de eerste zin worden de woorden " het door de Vlaamse regering aangewezen bestuur " vervangen door de woorden " de door de Vlaamse Regering aangewezen afdeling ";
  2° in de tweede zin worden de woorden " het bevoegde bestuur " vervangen door de woorden " de bevoegde afdeling ".
Art. 96. A l'article 3.2.3, § 3, du même décret, inséré par le décret du 19 avril 1995, sont apportées les modifications suivantes :
  1° les mots " l'administration désignée par le Gouvernement flamand " dans la première phrase sont remplacés par les mots " la division désignée par le Gouvernement flamand ";
  2° les mots " l'administration compétente " dans la deuxième phrase sont remplacés par les mots " la division compétente ".
Art. 97. In artikel 3.2.5 van hetzelfde decreet worden de woorden " het door de Vlaamse regering aangewezen bestuur " vervangen door de woorden " de door de Vlaamse Regering aangewezen afdeling ".
Art. 97. A l'article 3.2.5 du même décret, les mots " l'administration désignée par le Gouvernement flamand " dans la première phrase sont remplacés par les mots " la division désignée par le Gouvernement flamand ".
Art. 98. In artikel 3.3.1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 april 1995 en gewijzigd bij het decreet van 6 februari 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 worden de woorden " Verordening (EG) Nr. 761/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2001 inzake de vrijwillige deelneming van organisaties aan een communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem " vervangen door de woorden " Verordening (EG) Nr. 1221/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 inzake de vrijwillige deelneming van organisaties aan een communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS), tot intrekking van de Verordening (EG) nr. 761/2001 en van de Beschikkingen 2001/681/EG en 2006/193/EG van de Commissie, ";
  2° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 2. De Vlaamse Regering wijst de bevoegde instantie aan als vermeld in artikel 11 van de Verordening (EG) Nr. 1221/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 inzake de vrijwillige deelneming van organisaties aan een communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS), tot intrekking van de Verordening (EG) nr. 761/2001 en van de Beschikkingen 2001/681/EG en 2006/193/EG van de Commissie.
  De bevoegde instantie is belast met de uitvoering van de taken die haar krachtens deze verordening worden toegewezen. "
Art. 98. A l'article 3.3.1 du même décret, inséré par le décret du 19 avril 1995 et modifié par le décret du 6 février 2004, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au point 1er les mots " Règlement (CE) n° 761/2001 du Parlement Européen et du Conseil du 19 mars 2001 permettant la participation volontaire des organisations à un système communautaire de management environnemental et d'audit " sont remplacés par les mots " Règlement (CE) n° 1221/2009 du Parlement européen et du Conseil du 25 novembre 2009 concernant la participation volontaire des organisations à un système communautaire de management environnemental et d'audit (EMAS), abrogeant le Règlement (CE) n° 761/2001 et les Décisions de la Commission 2001/681/CE et 2006/193/CE, ";
  2° le paragraphe 2 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 2. Le Gouvernement flamand désigne l'instance compétente telle que visée à l'article 11 du Règlement (CE) n° 1221/2009 du Parlement européen et du Conseil du 25 novembre 2009 concernant la participation volontaire des organisations à un système communautaire de management environnemental et d'audit (EMAS), abrogeant le Règlement (CE) n° 761/2001 et les Décisions de la Commission 2001/681/CE et 2006/193/CE.
  L'instance compétente est chargée de l'exécution des tâches qui lui sont confiées en vertu de ce Règlement. "
Afdeling 4. - Wijzigingen aan titel XI van het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid
Section 4. - Modifications au titre XI du décret contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement
Art. 99. In artikel 11.4.2, § 1, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid worden de woorden " het mestbeleid, het energiebeleid, het mobiliteitsbeleid " weggelaten.
Art. 99. A l'article 11.4.2, § 1er, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement, les mots " la politique des engrais, la politique de l'énergie, la politique de la mobilité " sont abrogés.
Art. 100. In artikel 11.4.2, § 3, van hetzelfde decreet worden de woorden " waarbij niet meer dan twee derden van de leden van hetzelfde geslacht mogen zijn, " weggelaten.
Art. 100. A l'article 11.4.2, § 3, du même décret, les mots " pas plus de deux tiers des membres peuvent être du même sexe, " sont abrogés.
HOOFDSTUK 11. - Wet van 12 juli 1985
CHAPITRE 11. - Loi du 12 juillet 1985 relative à la protection de l'homme et de l'environnement contre les effets nocifs et les nuisances provoquées par les radiations non ionisantes, les infrasons et les ultrasons
Art. 101. In de wet van 12 juli 1985 betreffende de bescherming van de mens en van het leefmilieu tegen de schadelijke effecten en de hinder van niet-ioniserende stralingen wordt een artikel 8bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Art. 8bis. Voor deze wet en zijn uitvoeringsbesluiten worden het toezicht en de bestuurlijke handhaving uitgeoefend en worden veiligheidsmaatregelen genomen volgens de regels bepaald in hoofdstukken III, IV en VII van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid. "
Art. 101. Dans la loi du 12 juillet 1985 relative à la protection de l'homme et de l'environnement contre les effets nocifs et les nuisances provoquées par les radiations non ionisantes, les infrasons et les ultrasons, il est inséré un article 8bis rédigé comme suit :
  " Art. 8bis. En ce qui concerne la présente loi et ses arrêtés d'exécution, la surveillance et le maintien administratif sont exercés et les mesures de sécurité sont prises conformément aux règles fixées aux chapitres III, IV et VII du titre XVI du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement. "
Art. 102. Artikel 9 van dezelfde wet wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 9. Met betrekking tot deze wet en zijn uitvoeringsbesluiten gebeuren het onderzoek, de vaststelling en de sanctionering van de milieumisdrijven volgens de regels bepaald in titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid. "
Art. 102. L'article 9 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 9. En ce qui concerne la présente loi et ses arrêtés d'exécution, l'enquête, la constatation et la prise de sanctions en cas d'infractions environnementales se font conformément aux règles fixées au titre XVI du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement. "
Art. 103. Artikel 10 van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art. 103. L'article 10 de la même loi est abrogé.
HOOFDSTUK 12. - Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu
CHAPITRE 12. - Décret concernant la conservation de la nature et le milieu naturel
Art. 104. Artikel 52 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, gewijzigd bij decreet van 7 december 2007, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 52. § 1. De schade aan gewassen, vee, bossen of visserij die wordt veroorzaakt door diersoorten die beschermd zijn krachtens artikel 51, wordt vergoed door het Mina-fonds als voldaan is aan de volgende voorwaarden :
  1° het gaat om belangrijke en aantoonbare schade;
  2° het gaat om schade die redelijkerwijze niet kon worden voorkomen;
  3° er is geen afwijking verleend krachtens artikel 56, 4°, om schade te voorkomen waarvoor vergoeding wordt gevraagd.
  De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast om de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, te beoordelen.
  § 2. Om aanspraak te kunnen maken op de vergoeding, vermeld in paragraaf 1, dient de schadelijder tijdig een aanvraag in bij een door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaar van het Agentschap voor Natuur en Bos.
  De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop en de termijn waarin de aanvraag moet worden ingediend, en welke gegevens de aanvraag moet bevatten.
  § 3. De ambtenaar, vermeld in paragraaf 2, neemt een beslissing over de aanvraag na een plaatsbezoek en het inwinnen van advies bij één of meerdere door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaren. Indien en in die mate dat de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, zijn vervuld, en op voorwaarde dat de aanvraag tijdig werd ingediend, wordt in die beslissing het bedrag vastgesteld van de schade die op grond van paragraaf 1 recht geeft op vergoeding.
  De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast voor het onderzoek van de aanvraag en kan bepalen hoe de schade geschat moet worden. Ze bepaalt de wijze waarop en de personen aan wie de beslissing moet worden meegedeeld en welke vermeldingen de beslissing minstens moet bevatten.
  § 4. Tegen de beslissing, vermeld in paragraaf 3, kan de aanvrager beroep indienen bij de minister.
  De Vlaamse Regering stelt de nadere regelen voor het beroep vast.
  § 5. De beslissing, vermeld in paragraaf 3, die een bedrag heeft vastgesteld van de schade die op grond van paragraaf 1 recht geeft op vergoeding, en waartegen geen of niet tijdig een beroep werd ingediend, vormt de titel voor de vergoeding door het Mina-fonds.
  Als het beroep tijdig wordt ingediend, vormt de ministeriële beslissing, als daarin een bedrag is vastgesteld voor de schade die op grond van § 1 recht geeft op vergoeding, de titel voor de vergoeding door het Mina-fonds.
  § 6. De Vlaamse Regering voorziet, voor de beslissing, vermeld in paragraaf 3, waartegen geen of niet tijdig beroep is ingediend, in een herzieningsprocedure ter verbetering van materiële vergissingen in die beslissing, en ter vernietiging van die beslissing als er bedrog werd gepleegd of de beslissing genomen werd op basis van valse of klaarblijkelijk onjuiste stukken of verklaringen. In geval van vernietiging wordt bij dezelfde beslissing opnieuw uitspraak gedaan over de grond van de zaak.
  De beslissing tot vernietiging of verbetering is vatbaar voor hetzelfde beroep als de vernietigde of verbeterde beslissing en vormt de titel voor de vergoeding door het Mina-fonds of geeft aanleiding tot terugbetaling van de ten onrechte ontvangen vergoedingen, zodra ze niet meer vatbaar is voor dat beroep of na de beëindiging van het beroep. "
Art. 104. L'article 52 du décret du 21 octobre 1997 concernant la conservation de la nature et le milieu naturel, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 52. § 1er. Les dommages que subissent les cultures, le bétail, les bois ou la pêche par la faute des espèces animales protégées en vertu des dispositions de l'article 51, sont indemnisés, par le fonds MiNa à condition qu'il a été répondu aux conditions suivantes :
  1° qu'il s'agit de dommages importants et justifiables;
  2° qu'il s'agit de dommages n'ayant pas pu être évités raisonnablement;
  3° qu'aucune dérogation n'a été accordée en vertu de l'article 56, 4°, pour éviter les dommages pour lesquels l'indemnité est demandée.
  Le Gouvernement flamand fixe les modalités afin d'évaluer les conditions visées à l'alinéa premier.
  § 2. Pour pouvoir bénéficier de l'indemnité visée au § 1er, la personne lésée doit adresser à temps une demande au fonctionnaire de l'Agence de la Nature et des Forêts désigné par le Gouvernement flamand.
  Le Gouvernement flamand arrête les modalités et le délai dans lequel la demande doit être présentée ainsi que les données que celle-ci doit contenir.
  § 3. Le fonctionnaire visé au paragraphe 2 statue sur la demande après une visite sur place et l'avis d'un ou plusieurs fonctionnaires désignés par le Gouvernement flamand. Si, et dans la mesure où les conditions prévues au paragraphe 1er, sont remplies et à la condition que la demande ait été présentée dans les délais, cette décision fixe le montant des dommages qui donnent droit à une indemnité en vertu du paragraphe 1er.
  Le Gouvernement flamand arrêté les modalités de l'examen de la demande et peut déterminer le mode d'estimation des dommages. Il détermine le mode de notification de la décision et les destinataires ainsi que les données qu'elle doit contenir.
  § 4. Le demandeur peut former un recours auprès du Ministre contre la décision visée au paragraphe 3.
  Le Gouvernement flamand arrête les modalités du recours.
  § 5. La décision visée au paragraphe 3 qui a fixé un montant pour les dommages donnant droit à une indemnité en vertu du paragraphe 1er et contre laquelle aucun recours n'a été formé ou formé dans les délais, constitue le titre d'indemnisation par le Fonds MiNa.
  En cas de présentation du recours dans les délais, la décision ministérielle, dans la mesure où celle-ci a fixé un montant des dommages indemnisables en vertu du paragraphe 1er, constitue le titre d'indemnisation par le Fonds MiNa.
  § 6. Le Gouvernement flamand prévoit, quant à la décision visée au paragraphe 3 contre laquelle aucun recours n'a été formé ou formé dans les délais prescrits, une procédure de révision visant la rectification d'erreurs matérielles dans cette décision et l'annulation de cette décision en cas de fraude ou si la décision a été prise sur la base de pièces ou de déclarations manifestement fausses ou inexactes. En cas d'annulation, il est à nouveau statué sur le fond si la décision est la même.
  La décision d'annulation ou de rectification est sujette au même recours que la décision annulée ou rectifiée et constitue le titre d'indemnisation par le Fonds MiNa ou donne lieu au remboursement des sommes indûment perçues, dès qu'elle n'est plus sujette à ce recours ou après la fin du recours. "
HOOFDSTUK 13. - Drinkwaterdecreet
CHAPITRE 13. - Décret relatif à l'eau potable
Art. 105. [In artikel 6bis van het decreet van 24 mei 2002 betreffende water bestemd voor menselijke aanwending], ingevoegd bij het decreet van 24 december 2004 en vervangen bij het decreet van 23 december 2005, wordt paragraaf 5 vervangen door wat volgt :
  " § 5. De Vlaamse Regering kan aan de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk openbare dienstverplichtingen opleggen inzake de sanering. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de saneringsverplichting en de openbare dienstverplichtingen.
  Elke exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk besteedt bij het voldoen aan zijn saneringsverplichting maximaal aandacht aan het rationeel gebruik van drinkwater en aan de afkoppeling, het hergebruik en de infiltratie van hemelwater. "
Art. 105. Dans l'article 6bis du décret du 24 mai 2002 relatif aux eaux destinées à l'utilisation humaine, inséré par le décret du décret du 24 décembre 2004 et remplacé par le décret du 23 décembre 2005, le paragraphe 5 est remplacé par ce qui suit :
  " § 5. Le Gouvernement flamand peut imposer des obligations de service en matière d'assainissement aux exploitants d'un réseau public de distribution d'eau. Le Gouvernement flamand peut arrêter les modalités relatives à l'obligation d'assainissement et aux obligations de service.
  Tout exploitant d'un réseau public de distribution d'eau prête l'attention maximale à l'utilisation rationnelle d'eau potable, au découplage, à la réutilisation et à l'infiltration des eaux pluviales lorsqu'il répond à l'obligation d'assainissement. "
Art. 106. Aan artikel 7, § 2, tweede lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij decreet van 12 december 2008, wordt de volgende zin toegevoegd :
  " In dat geval zijn de daaraan verbonden kosten ten laste van de waterleverancier. ".
Art. 106. A l'article 7, § 2, alinéa deux, du même décret, remplacé par le décret du 12 décembre 2008, il est ajouté la phrase suivante :
  " Dans ce cas, les frais y afférents sont à charge du fournisseur d'eau. "
Art. 107. In artikel 16 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij artikel 15 van het decreet van 12 december 2008, wordt paragraaf 1 vervangen door wat volgt :
  " § 1. De Vlaamse Regering stelt na consultatie van de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk het algemeen waterverkoopreglement vast, regelt er de verspreiding van alsook de rapportering over de toepassing ervan.
  Het algemeen waterverkoopreglement regelt de relatie tussen de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk en de verbruiker die gebruik maakt van zijn diensten.
  Het algemeen waterverkoopreglement bevat ten minste de volgende bepalingen :
  1° de herstelmaatregelen die overeenkomstig artikel 4, § 3, door de Vlaamse Regering worden bepaald en de herstelmaatregelen die betrekking hebben op de overschrijding van de parameterwaarden die te wijten is aan het huishoudelijk leidingnet of het onderhoud daarvan;
  2° de regeling inzake de verantwoordelijkheid van de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk, de eigenaar en de abonnee zoals bedoeld in artikel 6, § 2;
  3° de regeling inzake de saneringsverplichting en de openbare dienstverplichtingen van de exploitant zoals bedoeld in artikel 6, § 5, die betrekking hebben op de relatie met de verbruiker die gebruikmaakt van zijn diensten;
  4° de regeling inzake de controle door de waterleverancier, de bevoegde diensten van de Vlaamse Regering of door de Vlaamse Regering erkende organen van het water aan de kranen die gewoonlijk worden aangewend voor water bestemd voor menselijke consumptie, van het huishoudelijk leidingnet en van de watermeter zoals bedoeld in artikel 7, § 1 tot en met § 3, en de regeling met betrekking tot de in artikel 7, § 2, eerste lid, bedoelde inventarisatietaken;
  5° de openbare dienstverplichtingen van de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk ten aanzien van verbruiker die gebruikmaakt van zijn diensten, zoals bedoeld in artikel 8;
  6° de regeling inzake de toegang tot de diensten van de exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk;
  7° de regeling inzake de opname van de watermeterstand, de opmaak en de betalingsmodaliteiten van de factuur;
  8° de regeling inzake het recht op minimumlevering, de regeling bij betalingsproblemen en eventuele afsluiting zoals bedoeld in het decreet van 20 december 1996 tot regeling van het recht op minimumlevering van elektriciteit, gas en water.
  De Vlaamse Regering kan deze lijst aanvullen.
  De Vlaamse Regering kan na consultatie van de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk het algemeen waterverkoopreglement aanvullen of geheel of gedeeltelijk vervangen.
  Deze paragraaf is overeenkomstig van toepassing op de derde waarop de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk een beroep doet voor het voldoen van zijn saneringsverplichting zoals bedoeld in artikel 6bis, § 2. "
Art. 107. Dans l'article 16 du même décret, modifié par l'article 15 du décret du 12 décembre 2008, le paragraphe 1er est remplacé par la disposition suivante :
  " § 1er. Le Gouvernement flamand arrête, après consultation des exploitants d'un réseau public de distribution d'eau, le règlement de vente d'eau général et en règle la distribution ainsi que l'établissement des rapports relatifs à son application.
  Le règlement de vente d'eau général règle la relation entre les exploitants d'un réseau public de distribution d'eau et l'utilisateur faisant usage de ses services.
  Le règlement de vente d'eau général contient au moins les éléments suivants :
  1° les mesures correctives qui sont fixées par le Gouvernement flamand, conformément à l'article 4, § 3 et les mesures correctives concernant le dépassement des valeurs paramétriques imputables au réseau de canalisations domestique ou son entretien;
  2° le règlement en matière de la responsabilité de l'exploitant d'un réseau public de distribution d'eau, du propriétaire et de l'abonné, tel que visé à l'article 6, § 2;
  3° le règlement en matière de l'obligation d'assainissement et des obligations de service public, tels que visés à l'article 6, § 5, qui ont trait à la relation avec l'utilisateur faisant usage de ses services;
  4° les dispositions de l'article 7, §§ 1er à 3 inclus, concernant le contrôle par le fournisseur d'eau, les services compétents du Gouvernement flamand ou par les organes agréés par le Gouvernement flamand, des eaux au niveau des robinets normalement utilisés pour les eaux destinées à la consommation humaine, du réseau de canalisations domestique et du compteur d'eau et des tâches d'inventoriage, visées à l'article 7, § 2, alinéa premier;
  5° les obligations de service public de l'exploitant d'un réseau public de distribution d'eau vis-à-vis d'un utilisateur faisant usage de ses services tel que visé à l'article 8;
  6° le règlement en matière de l'accessibilité aux services de l'exploitant d'un réseau public de distribution d'eau;
  7° le règlement en matière de contrôle du compteur d'eau, de l'établissement et des modalités de la facture;
  8° le règlement en matière de la fourniture minimale, le règlement en cas de problèmes de paiement et de débranchement éventuel tel que visé au décret du 20 décembre 1996 réglant le droit de fourniture minimale d'électricité, de gaz et d'eau.
  Le Gouvernement flamand peut compléter la liste précitée.
  Le Gouvernement flamand peut, après consultation des exploitants d'un réseau public de distribution d'eau, compléter ou remplacer entièrement ou partiellement le règlement de vente d'eau général.
  Le présent paragraphe s'applique au tiers auquel l'exploitant d'un réseau public de distribution d'eau fait appel en vue de répondre à son obligation d'assainissement, telle que visée à l'article 6bis, § 2. "
Art. 108. In artikel 16, § 2, van hetzelfde decreet wordt het woord " goedgekeurde " vervangen door het woord " vastgestelde ".
Art. 108. Dans l'article 16, § 2, du même décret, le mot " approuvé " est remplacé par le mot " fixé ".
Art. 109. In artikel 17 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 worden tussen de woorden " met uitzondering van artikelen 9, 10, 11, § 1 en § 2, 12, 13, § 1, 14 en 15 " en de woorden " en hun uitvoeringsbesluiten " de woorden " 6bis, 16bis, 16ter, 16quater, 16quinquies en 16sexies " ingevoegd;
  2° in paragraaf 2, vierde lid, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) tussen de woorden " aangetekende brief, " en de woorden " te worden bevestigd " worden de woorden " door hen " ingevoegd;
  b) de woorden " door de Vlaamse Regering " worden opgeheven;
  3° in paragraaf 7, eerste lid, worden de woorden " raadgevingen, aanmaningen en " opgeheven.
Art. 109. A l'article 17 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 1er, les mots " 6bis, 16bis, 16ter, 16quater, 16quinquies et 16sexies " sont insérés entre les mots " à l'exception des articles 9, 10, 11, § 1er et 2, 12, 13, § 1er, 14 et 15 " et les mots " et ses arrêtés d'exécution ";
  2° au paragraphe 2, alinéa quatre, sont apportées les modifications suivantes :
  a) les mots " par eux " sont insérés entre les mots " ceux-ci doivent être confirmés " et les mots " , par lettre recommandée ";
  b) les mots " par le Gouvernement flamand " sont abrogés;
  3° au paragraphe 7, alinéa premier, les mots " conseil, sommations et " sont abrogés.
HOOFDSTUK 14. - Oppervlaktedelfstoffendecreet
CHAPITRE 14. - Décret relatif aux minerais de surface
Art. 110. In artikel 15, § 1, van het decreet van 4 april 2003 betreffende de oppervlaktedelfstoffen, gewijzigd bij het decreet van 7 december 2007, worden de woorden " de eigenaar " vervangen door de woorden " de eigenaars of houders van zakelijke rechten ".
Art. 110. Dans l'article 15, § 1er, du décret du 4 avril 2003 relatif aux minerais de surface, modifié par le décret du 7 décembre 2007, les mots " le propriétaire " sont remplacés par les mots " les propriétaires ou détenteurs de droits réels ".
Art. 111. Aan artikel 18, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 30 april 2009, wordt de volgende zin toegevoegd :
  " Die verplichting blijft ook gelden nadat de vergunningstermijn verstreken is, of als een vergunning vervallen, ingetrokken of geschorst is. "
Art. 111. L'article 18, alinéa premier, du même décret, remplacé par le décret du 30 avril 2009, est complété par la phrase suivante :
  " Cette obligation reste en vigueur même après la fin du délai de l'autorisation, ou si une autre autorisation a pris fin, a été retirée ou suspendue. "
Art. 112. Aan artikel 27, § 1, van hetzelfde decreet, vervangen bij decreet van 30 april 2009, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " De regeling blijft ook gelden nadat de vergunningstermijn verstreken is, of als een vergunning vervallen, ingetrokken of geschorst is. "
Art. 112. A l'article 27, § 1er, du même décret, remplacé par le décret du 30 avril 2009, il est ajouté un troisième alinéa, rédigé comme suit :
  " Ce règlement reste en vigueur même après la fin du délai de l'autorisation, ou si une autre autorisation a pris fin, a été retirée ou suspendue. "
HOOFDSTUK 15. - Decreet betreffende het integraal waterbeleid
CHAPITRE 15. - Décret relatif à la politique intégrale de l'eau
Afdeling 1. - Omzetting van de richtlijn inzake milieukwaliteitsnormen op het gebied van het waterbeleid
Section 1re. - Transposition de la directive en matière des normes de qualité environnementale dans le domaine de la politique de l'eau
Art. 113. In hoofdstuk VII van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gewijzigd bij het decreet van 25 mei 2007, wordt voor afdeling 1, die afdeling 1bis wordt, een nieuwe afdeling 1 ingevoegd, die luidt als volgt :
  " Afdeling I. Algemene bepalingen ".
Art. 113. Dans le chapitre VII du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrale de l'eau, modifié par le décret du 25 mai 2007, une nouvelle section Ire est insérée avant la section Ire, qui devient la section Irebis, rédigée comme suit :
  " Section Ire. Dispositions générales ".
Art. 114. In hoofdstuk VII van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 25 mei 2007, wordt in afdeling 1, ingevoegd bij artikel 113, een artikel 50ter ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Art. 50ter. Dit hoofdstuk voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2008/105/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake milieukwaliteitsnormen op het gebied van het waterbeleid tot wijziging en vervolgens intrekking van Richtlijnen 82/176/EEG, 83/513/EEG, 84/156/EEG, 84/491/EEG en 86/280/EEG van de Raad, en tot wijziging van Richtlijn 2000/60/EG. "
Art. 114. Dans le chapitre VII du même décret, modifié par le décret du 25 mai 2007, il est inséré un article 50ter dans la Section Ire, insérée par l'article 113, rédigé comme suit :
  " Art. 50ter. Le présent chapitre prévoit la transposition partielle de la Directive 2008/105/CE du Parlement européen et du Conseil du 16 décembre 2008 établissant les normes de qualité environnementale dans le domaine de la politique de l'eau, modifiant et abrogeant les Directives 82/176/CEE, 83/513/CEE, 84/156/CEE, 84/491/CEE et 86/280/CEE du Conseil, et modifiant la Directive 2000/60/ CE. ".
Art. 115. In hoofdstuk VII, afdeling Ibis,van hetzelfde decreet wordt een onderafdeling IIbis ingevoegd, die luidt als volgt :
  " Onderafdeling IIbis. Aanwijzen van mengzones ".
Art. 115. Dans le chapitre VII, Section Irebis, du même décret, une sous-section IIbis est insérée, rédigée comme suit :
  " Sous-section IIbis. Désignation de zones de mélange ".
Art. 116. In hoofdstuk VII, afdeling Ibis van hetzelfde decreet wordt in onderafdeling IIbis, ingevoegd bij artikel 115, een artikel 52bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Artikel 52bis. De Vlaamse Regering kan aan lozingspunten grenzende mengzones aanwijzen. In die mengzones mogen de concentraties van prioritaire stoffen en de door de Vlaamse Regering aangewezen verontreinigende stoffen de desbetreffende milieudoelstellingen overschrijden, mits dat geen gevolgen heeft voor de naleving van deze normen in de rest van het oppervlaktewaterlichaam in kwestie.
  Bij de aanwijzing van lozingspunten waarborgt de Vlaamse Regering dat de omvang van elke mengzone :
  1° beperkt is tot de nabijheid van het lozingspunt;
  2° proportioneel is, rekening houdend met de concentraties van de verontreinigende stoffen op het lozingspunt en de geldende voorwaarden voor de emissies van verontreinigende stoffen. "
Art. 116. Dans le chapitre VII, Section Irebis, du même décret, un article 52bis est inséré dans la sous-section IIbis, insérée par l'article 115, rédigé comme suit :
  " Article 52bis. Le Gouvernement flamand peut désigner des zones de mélange adjacentes aux points de rejet. Les concentrations des substances prioritaires et les substances polluantes désignées par le gouvernement flamand peuvent dépasser les objectifs environnementaux concernés dans ces zones de mélange à condition que tel n'ait pas de conséquences pour le respect de ces normes dans le reste de la masse d'eau de surface en question.
  Lors de la désignation des points de rejet, le Gouvernement flamand garantie que l'étendue de chaque zone de mélange :
  1° est limitée à la proximité du point de rejet;
  2° proportionnée, compte tenu des concentrations de polluants au point de rejet et aux conditions relatives aux émissions des polluants en vigueur. "
Art. 117. Aan artikel 58 van hetzelfde decreet wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " Van het vereiste om noodzakelijke aanvullende maatregelen te nemen, vermeld in het eerste lid, 4°, kan door de Vlaamse Regering worden afgeweken als aan de volgende voorwaarden is voldaan :
  1° de oorzaken, vermeld in het eerste lid, 1°, zijn het resultaat van een overschrijding die te wijten is aan een buiten het Vlaamse Gewest gelegen verontreinigingsbron;
  2° de Vlaamse Regering was ten gevolge van die grensoverschrijdende verontreiniging niet in staat om effectieve maatregelen te nemen om de milieudoelstellingen in kwestie na te leven;
  3° de Vlaamse Regering paste de coördinatiemechanismen, vermeld in artikel 19, toe;
  4° de Vlaamse Regering maakte in voorkomend geval gebruik van de bepalingen van artikelen 53 tot en met 55 voor de door de grensoverschrijdende verontreiniging getroffen waterlichamen. "
Art. 117. L'article 58 du même décret est complété par un alinéa trois, rédigé comme suit :
  " Le Gouvernement flamand peut déroger à l'exigence de mesures nécessaires complémentaires visées à l'alinéa premier, 4°, s'il a été répondu aux conditions suivantes :
  1° les causes, visées à l'alinéa premier, 1°, sont le résultat d'une transgression due à une source polluante située en dehors de la Région flamande;
  2° suite à cette pollution transfrontalière, le Gouvernement flamand n'était pas en mesure de prendre les mesures effectives afin de respecter les objectifs environnementaux en question;
  3° le Gouvernement flamand a appliqué les mécanismes de coordination, visés à l'article 19;
  4° le Gouvernement flamand a, le cas échéant, appliqué les dispositions des articles 53 à 55 compris aux masses d'eau atteintes par la pollution transfrontalière. ".
Art. 118. Aan bijlage I, 3.1, 1°, bij hetzelfde decreet worden een punt e) en een punt f) toegevoegd, die luiden als volgt :
  " e) een beschrijving van de aanpak en de methoden die zijn toegepast om de mengzones af te bakenen;
  f) een beschrijving van de maatregelen die zijn genomen met het oog op het verkleinen van de omvang van de mengzones in de toekomst. "
Art. 118. L'annexe Ire, 3.1, 1°, du même arrêté, est complétée par un point e) et un point f), rédigés comme suit :
  " e) une description de l'approche et des méthodes utilisées pour délimiter les zones de mélange;
  f) une description des mesures qui sont prises en vue de la réduction de l'étendue des zones de mélange à l'avenir. "
Art. 119. Aan bijlage I, 3.2, bij hetzelfde decreet worden een punt 5° en een punt 6° toegevoegd, die luiden als volgt :
  " 5° een analyse van langetermijntendensen met betrekking tot de concentraties van prioritaire stoffen die de tendens hebben te accumuleren in sediment of biota;
  6° een inventaris, met inbegrip van kaarten als die deze beschikbaar zijn, van de emissies, lozingen en verliezen van prioritaire stoffen en door de Vlaamse Regering aan te wijzen verontreinigende stoffen, waar passend, met inbegrip van de concentraties ervan in sedimenten en biota. In de inventaris wordt ook opgenomen welke referentieperiodes gebruikt werden voor de gemaakte schattingen. "
Art. 119. L'annexe Ire, 3,2, 1°, du même arrêté, est complétée par un point 5° et un point 6°, rédigés comme suit :
  " 5° une analyse de tendances à long terme des substances prioritaires qui tendent à s'accumuler dans les sédiments et/ou les biotes;
  6° un inventaire, y compris les cartes si ces dernières sont disponibles, des émissions, rejets et pertes de substances prioritaires et, le cas échéant, des substances polluantes à désigner par le Gouvernement flamand y compris les concentrations dans les sédiments et biotes. L'inventaire reprend également les périodes de référence utilisées afin d'établir les estimations. ".
Art. 120. Aan bijlage II, 7.3, bij hetzelfde decreet worden na het woord " verhinderen " de volgende woorden toegevoegd :
  " , met inbegrip van de maatregelen die erop gericht zijn dat de concentraties van prioritaire stoffen niet significant toenemen in sediment en/of de biota in kwestie. "
Art. 120. Dans l'annexe II, 7.3, du même décret, les mots suivants sont insérés après les mots " pouvant empêcher " :
  " , y compris les mesures ayant pour but d'éviter l'accroissement signifiant de concentrations de substances polluantes dans les sédiments et/ou les biotes en question. ".
Afdeling 2. - Omzetting van de kaderrichtlijn Water
Section 2. - Transposition de la Directive cadre " Eaux "
Art. 121. In artikel 3, § 2, van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gewijzigd bij de decreten van 16 juni 2006, 25 mei 2007 en 12 december 2008, wordt een punt 40°bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " 40°bis watergebruik : waterdiensten en elke andere menselijke activiteit, geïdentificeerd ter uitvoering van artikel 60, 2°, met significante gevolgen voor de toestand van water; ".
Art. 121. Dans l'article 3, § 2, du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique d'intégration de l'eau, modifié par les décrets des 16 juin 2006, 25 mai 2007 et 12 décembre 2008, il est inséré un point 40°bis rédigé comme suit :
  " 40°bis consommation d'eau : services d'eau et toute autre activité humaine, identifiée en application de l'article 60, 2°, ayant des conséquences signifiantes pour la qualité de l'eau; ".
Art. 122. In artikel 32, § 2, van hetzelfde decreet worden de woorden " minstens om de zes jaar herzien " vervangen door de woorden " een eerste keer herzien uiterlijk op 22 december 2013 en vervolgens om de zes jaar ".
Art. 122. Dans l'article 32, § 2, du même décret, les mots " au moins tous les six ans " sont remplacés par les mots " une première fois au plus tard le 22 décembre 2013 et ensuite tous les six ans ".
Art. 123. In artikel 64, eerste lid, van hetzelfde decreet worden tussen de woorden " in zijn geheel " en de woorden " een maatregelenprogramma " de woorden " op basis van de resultaten van de analyses en beoordelingen, vermeld in artikel 60 ", ingevoegd.
Art. 123. A l'article 64, alinéa premier, du même décret, les mots " sur la base des résultats des analyses et évaluations, visées à l'article 60, sont insérés après les mots " séparément ou la totalité de la Région flamande, un programme de mesures ".
Art. 124. Aan bijlage I, 3.1.1°, c), bij hetzelfde decreet worden na het woord " oppervlakte-waterlichamen " de volgende woorden toegevoegd :
  " en de opgave van de redenen voor het aanmerken van de betrokken oppervlaktewaterlichamen als kunstmatig of sterk veranderd; ".
Art. 124. Dans l'annexe Ire, 3.1.1°, c) du même décret, les mots suivants sont insérés après les mots " conformément à l'article 52 " :
  " et la mention des raisons de la désignation des masses d'eau de surfaces artificiellement ou fortement modifiées; ".
HOOFDSTUK 16. - Oprichtingsdecreet van de Vlaamse Grondenbank
CHAPITRE 16. - Décret portant création d'une Banque foncière flamande
Art. 125. Artikel 13 van het decreet van 16 juni 2006 betreffende het oprichten van de Vlaamse Grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 13. De Vlaamse Grondenbank kan, overeenkomstig artikel 10, verwerven via een onderhandse of openbare verkoop, het uitoefenen van een recht van voorkoop of van een recht van voorkeur, onteigening, het vervullen van een koopplicht, een ruil, een afstand van onverdeelde rechten, een schenking of een legaat. "
Art. 125. L'article 13 du décret du 16 juin 2006 portant création d'une Banque foncière flamande et portant modification de diverses dispositions est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 13. La Banque foncière flamande peut, conformément à l'article 10, procéder à des acquisitions de gré à gré ou à des ventes publiques, à l'exercice d'un droit de préemption ou à un droit de préférence, à une expropriation, au respect d'une obligation d'achat, à un échange, une cession de droits impartis, d'une donation ou d'un legs. "
Art. 126. In artikel 14 van hetzelfde decreet wordt paragraaf 1 vervangen door wat volgt :
  " § 1. De Vlaamse Grondenbank beheert de in eigen naam en voor eigen rekening verworven zakelijke rechten vanaf de verwerving, vermeld in artikel 13, tot de overdracht, vermeld in artikel 15. Op verzoek van een administratieve overheid van het Vlaamse Gewest, kan de Vlaamse Grondenbank ook de onroerende goederen beheren waarop de administratieve overheid zakelijke rechten heeft.
  In het kader van het beheer, vermeld in het eerste lid, en in afwachting dat de goederen worden overgedragen, kunnen de onroerende goederen die vrij van gebruik zijn, in voorkomend geval na akkoord van de verzoekende bevoegde administratieve overheid van het Vlaamse Gewest, verpacht worden bij een overeenkomst die van rechtswege verstrijkt na één jaar maar die hernieuwd kan worden. Die verpachtingen zijn niet onderworpen aan de bepalingen van afdeling 3 van boek III, titel VIII, van het Burgerlijk Wetboek betreffende de pacht. "
Art. 126. Dans l'article 14 du même décret, le paragraphe 1er est remplacé par la disposition suivante :
  " § 1er. La Banque foncière flamande gère les droits réels acquis en son propre nom et pour son propre compte à partir de l'acquisition telle que visée à l'article 13 jusqu'au transfert tel que visé à l'article 15. Sur demande de l'autorité administrative de la Région flamande, la Banque foncière flamande peut également gérer les biens sur lesquels l'autorité administrative détient des droits réels.
  Dans le cadre de la gestion, visée à l'alinéa premier, et en attendant que les biens immobiliers exempts d'utilisation soient transférés, ils peuvent, le cas échéant et moyennant l'accord de l'autorité administrative compétente demanderesse de la Région flamande, être affermés moyennant un contrat qui échoue de droit après un an mais peut être renouvelé. Ces fermages ne sont pas sujets aux dispositions de la section 3 du Livre III, titre VIII, du Code civil en ce qui concerne le fermage. "
HOOFDSTUK 17. - Bodemdecreet
CHAPITRE 17. - Décret relatif au sol
Art. 127. In artikel 62 van het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming worden tussen het woord " voorwaarden " en het woord " vermeld " de woorden " en de termijn " ingevoegd.
Art. 127. A l'article 62 du décret du 27 octobre 2006 relatif à l'assainissement du sol et à la protection du sol les mots 'et le délai " sont insérés entre le mot " conditions " et le mot " mentionnés ".
Art. 128. Aan artikel 104, § 2, en artikel 109, § 2, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 12 december 2008, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " De verplichting om de verdere bodemsanering en de eventuele nazorg uit te voeren moet voldaan worden overeenkomstig de voorwaarden van de eenzijdige verbintenis, vermeld in het eerste lid, 2°. "
Art. 128. A l'article 104, § 2, et à l'article 109, § 2, du même décret, modifié par le décret du 12 décembre 2008, il est ajouté un second alinéa rédigé comme suit :
  " L'obligation de réaliser l'assainissement du sol continué ainsi que le suivi éventuel, doit être respectée conformément aux conditions de l'engagement unilatéral, visé à l'alinéa premier, 2°. "
Art. 129. Aan artikel 115, § 4, van hetzelfde decreet wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " De verplichting om de bodemsanering en de eventuele nazorg uit te voeren, moet voldaan worden overeenkomstig de voorwaarden van de eenzijdige verbintenis, vermeld in het eerste lid, 1°. "
Art. 129. A l'article 115, § 4, du même décret, il est ajouté un alinéa deux, rédigé comme suit :
  " L'obligation de réaliser l'assainissement du sol continué ainsi que le suivi éventuel, doit être respectée conformément aux conditions de l'engagement unilatéral, visé à l'alinéa premier, 1°. "
Art. 130. In artikel 172 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 21 december 2007, worden de woorden " en worden veiligheidsmaatregelen genomen " vervangen door de woorden " kunnen, met behoud van de toepassing van artikel 69, veiligheidsmaatregelen worden genomen " en worden de woorden " de hoofdstukken III, IV en VII van " opgeheven.
Art. 130. Dans l'article 172 du même décret, remplacé par le décret du 21 décembre 2007, les mots " mesures de sécurité sont prises " sont remplacés par les mots " mesures de sécurités peuvent être prises avec maintien de l'application de l'article 69 " et les mots " les chapitres III, IV et VII du " sont abrogés.
HOOFDSTUK 18. - Het Mestdecreet
CHAPITRE 18. - Décret sur les Engrais
Art. 131. In artikel 3 van het decreet van 22 december 2006 houdende de bescherming van water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen, gewijzigd bij de decreten van 12 december 2008 en 19 december 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° punt 25° wordt vervangen door wat volgt :
  " 25° verwerken :
  a) het exporteren van pluimveemest of paardenmest;
  b) het exporteren van andere dierlijke mest dan pluimveemest of paardenmest, op basis van een expliciete en voorafgaande toestemming van de bevoegde autoriteit van het land of de regio van bestemming;
  c) het behandelen van dierlijke mest of andere meststoffen, waarna de stikstof en de fosfor, die aanwezig is in de dierlijke mest of in de andere meststoffen, een van de volgende behandelingen ondergaat :
  1) de stikstof wordt niet opgebracht op landbouwgrond in het Vlaamse Gewest, behalve in tuinen, parken en plantsoenen;
  2) de stikstof wordt behandeld tot stikstofgas;
  3) de stikstof wordt behandeld tot kunstmest; ";
  2° punt 29° wordt vervangen door wat volgt :
  " 29° mestverzamelpunt : permanente opslagplaats van dierlijke mest of andere meststoffen afkomstig van verschillende landbouwers of uitbatingen en bestemd voor verschillende landbouwers of uitbatingen; ";
  3° punt 40° wordt vervangen door wat volgt :
  " 40° Verordening nr. 1013/2006 : Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen; ";
  4° in punt 59°, 4), d), en e), worden de woorden " R9 " telkens vervangen door de woorden " N9 ";
  5° er wordt een punt 68° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 68° exploitant : exploitant als vermeld in artikel 2, 8°, van het decreet van 22 december 2006 tot inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid. "
Art. 131. Dans l'article 3 du décret du 22 décembre 2006 concernant la protection des eaux contre la pollution par les nitrates à partir de sources agricoles, modifié par les décrets des 12 décembre 2008 et 19 décembre 2008, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le point 25° est remplacé par la disposition suivante :
  " 25° traiter :
  a) exporter du fumier de volaille ou du fumier de cheval;
  b) l'exportation d'effluents d'élevage autre que le fumier de volaille ou le fumier de cheval, sur la base d'une autorisation explicite et préalable de 'autorité compétente du pays ou de la région de destination;
  c) la manipulation d'effluents d'élevage ou d'autres engrais, de sorte que l'azote et le phosphore présents dans les effluents d'élevage ou les autres engrais subissent une des manipulations suivantes :
  1) l'azote n'est pas épandu sur des terres arables situées en Région flamande, à l'exception des parcs, parterres et jardins particuliers;
  2) l'azote est transformé en gaz d'azote;
  3) l'azote est transformé en engrais artificiel; ";
  2° le point 29° est remplacé par la disposition suivante :
  " 29° point de rassemblement du lisier : lieu de stockage pour les effluents d'élevage ou d'autres engrais provenant de plusieurs agriculteurs ou producteurs d'autres engrais et destinés à plusieurs agriculteurs ou producteurs; ";
  3° le point 40° est remplacé par la disposition suivante :
  " 40° Règlement n° 1013/2006 : le Règlement (CE) n° 1013/2006 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2006 concernant les transferts de déchets; ";
  4° au point 59°, 4), d), et e), les mots " R9 " sont chaque remplacés par les mots " N9 ";
  5° il est ajouté un point 68°, rédigé comme suit :
  " 68° exploitant : l'exploitant visé à l'article 2, 8° du décret du 22 décembre 2006 portant création d'une identification commune d'agriculteurs, d'exploitations et de terres agricoles dans le cadre de la politique relative aux engrais et de la politique de l'agriculture. "
Art. 132. In de artikelen 4, § 1, 2°, e), 52, 54 en 55 van hetzelfde decreet worden de woorden " Verordening nr. 259/93 " telkens vervangen door de woorden " Verordening nr. 1013/2006 ".
Art. 132. Dans les articles 4, § 1er, 2°, e), 52, 54 et 55 du même décret, les mots " Règlement n° 259/93 " sont chaque remplacés par les mots " Règlement n° 1013/2006 ".
Art. 133. In artikel 4, § 2, van hetzelfde decreet wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 133. A l'article 4, § 2, du même décret, l'alinéa deux est abrogé.
Art. 134. In artikel 12, § 1, derde lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 19 december 2008, wordt punt 5° vervangen door wat volgt :
  " 5° bewerkte dierlijke producten die voldoen aan de microbiologische vereisten van Verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 3 oktober 2002 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten of gehygiëniseerde eindproducten afkomstig uit installaties die erkend zijn overeenkomstig dezelfde Verordening (EG) nr. 1774/2002. "
Art. 134. A l'article 12, § 1er, alinéa trois, du même décret, modifié par le décret du 19 décembre 2008, le point 5° est remplacé par la disposition suivante :
  " 5° produits animaux traités qui répondent aux exigences microbiologiques du Règlement (CE) n° 1774/2002 du Parlement européen et du Conseil du 3 octobre 2002 établissant des règles sanitaires applicables aux sous-produits animaux non destinés à la consommation humaine ou produits finaux hygiénisés provenant d'installations agréées conformément au même Règlement (CE) n° 1774/2002. "
Art. 135. In artikel 13 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 19 december 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 6 wordt opgeheven;
  2° in paragraaf 7 worden tussen de woorden " verboden op " en het woord " landbouwgronden ", de woorden " niet permanent overkapte " ingevoegd.
Art. 135. A l'article 13 du même décret, modifié par le décret du 19 décembre 2008, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 6 est abrogé;
  2° au § 7 les mots " couvertes de façon non permanente " sont insérés entre les mots " Il est interdit d'épandre sur des terres arables terres arables " et les mots " du P2O5 ";
Art. 136. In artikel 17 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2 wordt het tweede lid opgeheven;
  2° in paragraaf 5, tweede lid, worden de woorden " , stelt de wijze vast waarop de analyse dient uitgevoerd te worden en kan de nadere regels vaststellen in verband met de erkenning van de laboratoria die gemachtigd zijn deze uit te voeren " opgeheven;
  3° in paragraaf 6, derde lid, worden de woorden " , stelt de wijze vast waarop de analyse uitgevoerd moet worden en kan de nadere regels vaststellen in verband met de erkenning van de laboratoria die gemachtigd zijn om de analyse uit te voeren " opgeheven.
Art. 136. A l'article 17 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 2, l'alinéa deux est abrogé;
  2° au paragraphe 5, alinéa deux, les mots " , détermine les modalités d'exécution de l'analyse et reconnaît les laboratoires autorisés à la mettre en oeuvre. " sont abrogés;
  3° au paragraphe 6, alinéa deux, les mots " , détermine les modalités d'exécution de l'analyse et peut fixer les modalités relatives à l'agrément des laboratoires autorisés à la mettre en oeuvre. " sont abrogés;
Art. 137. In artikel 21, eerste lid, 3°, van hetzelfde decreet worden de woorden " als een helling " vervangen door de woorden " als een steile helling ".
Art. 137. Dans l'article 21, alinéa premier, 3°, du même décret, les mots " lorsqu'une pente " sont remplacés par les mots " lorsqu'une pente raide ".
Art. 138. In artikel 22, § 1, eerste lid, 4°, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 12 december 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° punt d) wordt vervangen door wat volgt :
  " d) gft-compost of groencompost; ";
  2° er wordt een punt e) toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " e) stalmest of champost die in het voorjaar opgebracht wordt op landbouwgronden waarop wintergranen geteeld worden. ".
Art. 138. A l'article 22, § 1er, alinéa premier, du même décret, modifié par le décret du 12 décembre 2008, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le point d) est remplacé par la disposition suivante :
  " d) compost gft (déchets biodégradables) ou compost vert; ";
  2° il est ajouté un point e) rédigé comme suit :
  " e) fumier d'étable ou champost épandus au printemps sur les terres arables sur lesquelles sont cultivés des céréales d'hiver. "
Art. 139. In artikel 23 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de het decreet van 12 december 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° aan paragraaf 1 wordt een punt 10° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 10° iedereen die het vorige jaar als landbouwer bij de Mestbank een aangifte heeft ingediend, en niet aan de Mestbank heeft gemeld dat hij zijn bedrijf heeft stopgezet, of die geen verklaring heeft afgelegd als vermeld in paragraaf 3. ";
  2° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 3. Er moet een verklaring afgelegd worden door bepaalde landbouwers van wie het bedrijf aan al de volgende voorwaarden voldoet :
  1° het bedrijf heeft een dierlijke mestproductie MPp als vermeld in paragraaf 1, 1°, van minder dan 300 kg P2O5;
  2° de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond in het Vlaamse Gewest, bedraagt minder dan 2 ha;
  3° het bedrijf heeft een effectieve oppervlakte groeimedium voor het telen van gewassen van minder dan 50a, als vermeld in paragraaf 1, 5°.
  De landbouwers moeten zich daarvoor identificeren in het GBCS, vermeld in artikel 2, 14°, van het decreet van 22 december 2006 houdende inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid, en een aantal gegevens meedelen, onder meer over de tot het bedrijf behorende landbouwgronden, de tot het bedrijf behorende oppervlakte groeimedium en de op het bedrijf geproduceerde hoeveelheid dierlijke mest, uitgedrukt in P2O5.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen betreffende de wijze waarop de verklaring, vermeld in het eerste lid, moet afgelegd worden en betreffende de gegevens die de landbouwers moeten meedelen en bepaalt welke landbouwers een verklaring moeten afleggen als vermeld in het eerste lid. ";
  3° aan paragraaf 6 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " De Mestbank mag de gegevens met betrekking tot de gemiddelde veebezetting, als vermeld in § 1, 1°, overmaken aan de OVAM, die deze gegevens mag gebruiken in het kader van haar bevoegdheden rond de ophaling en verwerking van krengen. "
Art. 139. A l'article 23 du même décret, modifié par le décret du 12 décembre 2008, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 1er est ajouté un point 10°, rédigé comme suit :
  " 10° toute personne ayant introduit une déclaration auprès de la " Mestbank " l'année passée et qui n'a pas signalé à la " Mestbank " qu'elle a arrêté son entreprise, ou qui n'a pas faite une déclaration dans le sens du paragraphe 3. " ;
  2° le paragraphe 3 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 3. Une déclaration doit être faite par certains agriculteurs dont l'entreprise répond à une des conditions suivantes :
  1° l'entreprise a une production d'effluents d'élevage MPp telle que visée au paragraphe 1er, 1°, de moins de 300 kg de P2O5;
  2° la superficie de terres agricoles appartenant à l'entreprise située dans la Région flamand s'élève à moins de 2 ha;
  3° l'entreprise a une surface effective de milieu de culture d'au moins 50 ares, telle que visée au paragraphe 1er, 5°.
  Les agriculteurs doivent à cet effet s'identifier au SIGC, visé à l'article 2, 14°, du décret du 22 décembre 2006 portant création d'une identification commune d'agriculteurs, d'exploitations et de terres agricoles dans le cadre de la politique relative aux engrais et de la politique de l'agriculture, et communiquer un nombre de données, entre autres relatives aux terres agricoles appartenant à l'entreprise, à la surface de milieu de culture appartenant à l'entreprise et la quantité d'effluents d'élevage produite à l'entreprise, exprimée en P2O5.
  Le Gouvernement flamand peut arrêter les modalités relatives à la façon dont la déclaration, visée à l'alinéa premier, doit être faite et relatives aux données que les agriculteurs doivent communiquer et arrête quels agriculteurs doivent faire une déclaration, telle que visée à l'alinéa premier. " ;
  3° le paragraphe 6 est complété par un alinéa deux, rédigé comme suit :
  " La " Mestbank " peut transmettre les données relative à la densité de bétail moyenne, telle que visée au § 1er, 1°, à OVAM qui peut utiliser ces données dans le cadre de ses compétences de collecte et de traitement de carcasses. "
Art. 140. In artikel 24, § 2, tweede lid, van hetzelfde decreet worden de woorden " aan een landbouwer " opgeheven.
Art. 140. Dans l'article 24, § 2, alinéa deux, du même décret, les mots " à un agriculteur " sont abrogés.
Art. 141. In artikel 28, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 12 december 2008, wordt tussen het tweede lid en het derde lid twee leden ingevoegd, die luiden als volgt :
  " Als in de loop van een bepaald kalenderjaar een exploitatie overgelaten wordt met bijbehorende gronden kunnen de overlatende landbouwer en de overnemende landbouwer overeenkomen dat voor dat kalenderjaar het bedrijf van de overlatende landbouwer en het bedrijf van de overnemende landbouwer als één gemeenschappelijk bedrijf worden beschouwd om :
  1° het vervoer van meststoffen vast te leggen;
  2° te bepalen of het voederrantsoen van de runderen een voldoende grote hoeveelheid maïs, voederbieten, voedergranen en perspulp van suikerbieten als vermeld in artikel 27, § 1, tweede lid, bevat;
  3° het aantal kg geproduceerde melk per jaar per melkkoe vast te stellen;
  4° de administratieve geldboetes, vermeld in artikel 63, § 1 en § 2, en van de straf, vermeld in artikel 71, § 3, 1° en 2°, op te leggen.
  De overnemende en de overlatende landbouwer kunnen bepalen dat een van hen aansprakelijk is voor het gemeenschappelijk bedrijf. Bij gebrek aan een dergelijke bepaling zijn zij allebei hoofdelijk aansprakelijk voor het gemeenschappelijk bedrijf. ".
Art. 141. A l'article 28, § 1er, du même décret, modifié par le décret du 12 décembre 2008, il est inséré un nouvel alinéa entre les alinéas deux et trois, rédigé comme suit :
  " Si au cours d'une certaine année une exploitation est remise avec ses terres, l'agriculteur remettant et l'agriculteur reprenant peuvent convenir que l'entreprise de l'agriculteur remettant et l'entreprise de l'agriculteur reprenant sont considérées comme une seule entreprise pour ladite année calendaire pour :
  1° fixer le transport d'engrais;
  2° déterminer si la ration alimentaire de bovins contient une quantité suffisamment grande de maïs, de betteraves fourragères, de céréales et de pulpe pressée de betteraves sucrières tel que visés à l'article 27, § 1er;
  3° fixer le nombre de kg de lait produit par vache laitière;
  4° imposer les amendes administratives, visées à l'article 63, § 1er et § 2, et la peine, visée à l'article 71, § 3, 1° et 2°.
  L'agriculteur remettant et l'agriculteur reprenant peuvent convenir que l'un d'eux est responsable pour l'entreprise commune. A défaut d'une telle disposition, ils sont tous les deux solidairement responsables de l'entreprise commune. "
Art. 142. Artikel 31, § 3, van hetzelfde decreet, opgeheven door artikel 75, 3°, met inachtneming van artikel 159 van het decreet van 12 december 2008, ten aanzien van dossiers betreffende de overdracht van nutriëntenemissierechten die zijn ingediend na de inwerkingtreding van het decreet van 12 december 2008 houdende diverse bepalingen inzake energie, leefmilieu, openbare werken, landbouw en visserij, wordt opgeheven in de mate dat het uitwerking had op dossiers ingediend voor de inwerkingtreding van het decreet van 12 december 2008 houdende diverse bepalingen inzake energie, leefmilieu, openbare werken, landbouw en visserij.
Art. 142. L'article 31, § 3, du même décret, abrogé par l'article 75, 3°, dans le respect de l'article 159 du décret du 12 décembre 2008, par rapport aux dossiers relatifs à la cession de droits d'émissions d'éléments nutritionnels qui sont introduits après l'entrée en vigueur du décret du 12 décembre 2008 contenant diverses dispositions en matière d'énergie, d'environnement, de travaux publics, d'agriculture et de pêche, est abrogé dans la mesure où il produisait ses effets sur les dossiers introduit avant l'entrée en vigueur du décret du 12 décembre 2008 contenant diverses dispositions en matière d'énergie, d'environnement, de travaux publics, d'agriculture et de pêche.
Art. 143. In artikel 35, eerste lid, 1°, van hetzelfde decreet worden tussen de woorden " nietoverdraagbare nutriënten-emissierechtenmestverwerking toe " en de woorden " Vanaf het jaar X+1 " de woorden " , uitgedrukt in NER-MVWr, NER-MVWv, NER-MVWp of NER-MVWa, die alleen kunnen worden aangewend voor de diersoort waarin ze zijn gespecificeerd, uitgezonderd de NER-MVWa, die ook kunnen worden gehouden voor de diersoort paarden ", ingevoegd.
Art. 143. Dans l'article 35, alinéa premier, 1°, du même décret, les mots " , exprimé en NER-MVWr, NER-MVWv, NER-MVWp ou NER-MVWa, qui ne peuvent être utilisés que pour l'espèce d'animal dans la quelle ils sont spécifiés, à l'exception des NER-MVWa, qui s'appliquent également aux chevaux " sont insérés entre les mots " traitement d'engrais d'éléments nutritionnels-droits d'émission " et les mots " A partir de l'année X + 1 ".
Art. 144. In artikel 37 van hetzelfde decreet wordt punt 2° vervangen door wat volgt :
  " 2° indien nutriëntenemissierechten of nutriëntenemissierechten-MVW werden overgedragen, tenzij die overdracht deel uitmaakt van een bedrijfsovername van het volledige bedrijf. "
Art. 144. Dans l'article 37 du même décret, le point 2° est remplacé par la disposition suivante :
  " 2° si les droits d'émission d'éléments nutritionnels ou les droits d'émission d'éléments nutritionnels MVW sont cédés, sauf si cette cession fait partie d'une reprise d'entreprise de l'entière entreprise. "
Art. 145. In artikel 41bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
  " Met het oog op het behoud en de versterking van natuurwaarden is op landbouwgronden gelegen in bosgebieden, natuurgebieden, natuurreservaten, natuurontwikkelingsgebieden en daarmee vergelijkbare gebieden, zoals aangeduid in de gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen, definitief vastgesteld met toepassing van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, elke vorm van bemesting verboden met uitzondering van bemesting door rechtstreekse uitscheiding bij begrazing, waarbij twee grootvee-eenheden (GVE) per hectare op jaarbasis worden toegelaten. Dit bemestingsverbod geldt :
  1° in de voor 1 januari 2009 aangeduide ruimtelijke gebieden, vanaf 1 januari 2009;
  2° in de na 1 januari 2009 aangeduide ruimtelijke gebieden :
  a) als het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, een gefaseerde inwerkingtreding voorziet, vanaf 1 januari van het jaar vanaf wanneer de bestemming als bosgebied, natuurgebied, natuurreservaat, natuurontwikkelingsgebied of daarmee vergelijkbaar gebied, gerealiseerd moet zijn;
  b) als het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, geen gefaseerde inwerkingtreding voorziet, vanaf 1 januari van het jaar volgende op de datum van de definitieve vaststelling van het betrokken gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. ";
  2° in paragraaf 3, eerste lid, wordt het woord " dertig " vervangen door het woord " zestig ";
  3° aan paragraaf 3, tweede lid, worden de volgende zinnen toegevoegd :
  " De Mestbank of de Verificatiecommissie kan de termijn van zestig dagen verlengen als blijkt dat voor de behandeling van de aanvraag tot correctie een plaatsbezoek aan het betreffende perceel of de betreffende percelen aangewezen is. Het plaatsbezoek moet gebeuren in een periode waarin de vegetatie herkenbaar is. In geval van verlenging van de termijn van zestig dagen, is er geen bemestingsverbod tot 31 december van het kalenderjaar waarin de Mestbank haar beslissing over de aanvraag tot correctie heeft genomen. De beslissing van de Mestbank moet genomen zijn :
  1° vóór 31 december 2010 als het betrokken gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan definitief vastgesteld is vóór 31 december 2009;
  2° vóór 31 december van het jaar volgend op het jaar van de definitieve vaststelling van het betrokken gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan als het betrokken gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan definitief vastgesteld is na 31 december 2009. ";
  4° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 4. Bij overdracht van een perceel landbouwgrond waarop een ontheffing geldt, vervalt de ontheffing.
  In afwijking van het eerste lid, blijft de ontheffing gelden als het gebruiksrecht overgedragen wordt aan de echtgenoot of wettelijk samenwonende partner van de gebruiker.
  In afwijking van het eerste lid, blijft de ontheffing gelden als het gebruiksrecht van het perceel landbouwgrond wordt overgedragen naar een landbouwer waarvan elke persoon die deel uitmaakt van deze landbouwer :
  a) hetzij zelf deel uitmaakt van de landbouwer die het gebruiksrecht van het betrokken perceel heeft overgedragen;
  b) hetzij de echtgenoot of wettelijk samenwonende partner is van een persoon die zelf deel uitmaakt van de landbouwer die het gebruiksrecht van het betrokken perceel heeft overgedragen.
  In afwijking van het eerste lid wordt de ontheffing eenmalig overgedragen aan de nieuwe gebruiker, als het een overdracht betreft die behoort tot een van de volgende types overdrachten :
  1° het gebruiksrecht van het perceel landbouwgrond wordt overgedragen aan de afstammelingen of aangenomen kinderen van een persoon die deel uitmaakt van de landbouwer die het gebruiksrecht van het betrokken perceel heeft overgedragen, de afstammelingen of aangenomen kinderen van de echtgenoot of wettelijk samenwonende partner van deze persoon of de echtgenoten of wettelijk samenwonende partners van de voormelde afstammelingen of aangenomen kinderen;
  2° het gebruiksrecht van het perceel landbouwgrond wordt overgedragen van een natuurlijke persoon die deel uitmaakt van de landbouwer die het gebruiksrecht van het betrokken perceel heeft overgedragen naar een rechtspersoon waarvan deze natuurlijke persoon zaakvoerder, beherende vennoot of bestuurder is;
  3° het gebruiksrecht van het perceel landbouwgrond wordt overgedragen van een natuurlijke persoon die deel uitmaakt van de landbouwer die het gebruiksrecht van het betrokken perceel heeft overgedragen naar een rechtspersoon waarvan zijn echtgenoot of wettelijk samenwonende partner, zijn afstammelingen of aangenomen kinderen of de afstammelingen of aangenomen kinderen van zijn echtgenoot of wettelijk samenwonende partner, of de echtgenoot of wettelijk samenwonende partner van de voormelde afstammelingen of aangenomen kinderen zaakvoerder, beherende vennoot of bestuurder zijn;
  4° het gebruiksrecht van het perceel landbouwgrond wordt overgedragen naar een landbouwer waarvan elke persoon die deel uitmaakt van deze landbouwer :
  a) hetzij zelf deel uitmaakt van de landbouwer die het gebruiksrecht van het betrokken perceel heeft overgedragen;
  b) hetzij de echtgenoot of wettelijk samenwonende partner is van een persoon die zelf deel uitmaakt van de landbouwer die het gebruiksrecht van het betrokken perceel heeft overgedragen;
  c) hetzij met een persoon die deel uitmaakt van de landbouwer die het gebruiksrecht van het betrokken perceel heeft overgedragen, een overeenkomstige band, als vermeld in 1° tot en met 3°, heeft.
  Na een overdracht, als vermeld in het vierde lid, 2°, vervalt de ontheffing zodra de gebruiker die het perceel in gebruik had voor de overdracht, zijn mandaat van bestuurder, beherende vennoot of zaakvoerder beëindigt. De ontheffing vervalt evenwel niet indien hij als bestuurder, beherende vennoot of zaakvoerder opgevolgd wordt door zijn echtgenoot of wettelijk samenwonende partner, zijn afstammelingen of aangenomen kinderen of door de afstammelingen of aangenomen kinderen van zijn echtgenoot of wettelijk samenwonende partner, of door de echtgenoot of wettelijk samenwonende partner van de voormelde afstammelingen of aangenomen kinderen. In dat laatste geval vervalt de ontheffing wanneer het mandaat als zaakvoerder, beherende vennoot of bestuurder van de opvolger van de zaakvoerder, beherende vennoot of bestuurder beëindigd wordt.
  Na een overdracht, als vermeld in het vierde lid, 3°, vervalt de ontheffing zodra het mandaat van bestuurder, beherende vennoot of zaakvoerder, van de in het vierde lid, 3°, vermelde personen, beëindigd wordt.
  In afwijking van de voorgaande leden wordt, als, na een overdracht, als vermeld in het vierde lid, 2° of 3°, het gebruiksrecht van de landbouwgrond terug overgedragen wordt aan de natuurlijke persoon, die de oorspronkelijke overdrager van de landbouwgrond aan de rechtspersoon was, de ontheffing eenmalig overgedragen.
  Als een ontheffing van het bemestingsverbod vermeld in § 2 gegeven wordt aan een rechtspersoon, vervalt deze ontheffing zodra het mandaat van één van de zaakvoerders, beherende vennoten of bestuurders als zaakvoerder, beherende vennoot of bestuurder beëindigd wordt. De ontheffing vervalt evenwel niet indien hij als zaakvoerder, beherende vennoot of bestuurder opgevolgd wordt door zijn echtgenoot of wettelijk samenwonende partner, zijn afstammelingen of aangenomen kinderen of de afstammelingen of aangenomen kinderen van zijn echtgenoot of wettelijk samenwonende partner, of de echtgenoot of wettelijk samenwonende partner van de voormelde afstammelingen of aangenomen kinderen. In dat laatste geval vervalt de ontheffing als het mandaat als zaakvoerder, beherende vennoot of bestuurder van de opvolger van de zaakvoerder, beherende vennoot of bestuurder beëindigd wordt.
  De overdracht van het gebruik wordt gemeld bij de aangifte, als vermeld in artikel 23, § 5.
  Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder :
  1° overdracht : de overdracht van het gebruiksrecht op een perceel, met uitzondering van de overdracht van het gebruiksrecht ten gevolge van een seizoenspacht;
  2° deel uitmaken van een landbouwer : het als persoon of als lid van een groepering van personen uitbaten van een exploitatie van de landbouwer. Een rechtspersoon wordt niet beschouwd als een groepering van personen. ";
  5° paragraaf 8 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 8. Als een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan een gebied als bosgebied, natuurgebied, natuurreservaat, natuurontwikkelingsgebied of daarmee vergelijkbaar gebied, aanduidt, terwijl dat gebied reeds als bosgebied, natuurgebied, natuurreservaat, natuurontwikkelingsgebied of daarmee vergelijkbare gebied, aangeduid was in het gewestplan of in een vorig gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, dan :
  1° wordt voor de landbouwgronden, gelegen in dat gebied geen nieuwe ontheffing, als vermeld in § 2, toegekend;
  2° blijft voor de landbouwgronden, gelegen in dat gebied de op deze landbouwgronden bestaande ontheffing behouden en kan deze ontheffing overeenkomstig de bepalingen van § 4, overgedragen worden, met dien verstande dat voor het bepalen van de overdrachtsmogelijkheden, overeenkomstig § 4, er rekening wordt gehouden met eventuele vroegere overdrachten van deze ontheffing;
  3° is § 3 niet van toepassing. ";
  6° er wordt een paragraaf 9 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 9. Als met het oog op de realisatie van natuurbehoudsdoelstellingen een inrichtingsproject uitgevoerd wordt in een gebied dat volgens een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan als bosgebied, natuurgebied, natuurreservaat, natuurontwikkelingsgebied of daarmee vergelijkbaar gebied, is aangeduid, dan kan, in afwijking van dit artikel, tot het aflopen van het inrichtingsproject voor dat gebied de opbrenging van meststoffen tijdelijk worden geregeld via een gebruiksovereenkomst die het Agentschap Natuur en Bos, de NV Waterwegen en Zeekanaal of een andere Vlaamse overheidsinstelling, heeft opgemaakt met de betrokken landbouwer.
  Deze mogelijkheid is uitsluitend toepasbaar voor inrichtingsprojecten waarvan de realisatie om dwingende redenen van openbaar belang noodzakelijk is en waarbij het bovendien gaat om :
  1° hetzij inrichtingsprojecten die betrekking hebben op een gebied dat volgens een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan als bosgebied, natuurgebied, natuurreservaat, natuurontwikkelingsgebied of daarmee vergelijkbaar gebied, is aangeduid terwijl dat gebied in het gewestplan of in een vorig gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan niet was aangeduid als bosgebied, natuurgebied, natuurreservaat, natuurontwikkelingsgebied of daarmee vergelijkbaar gebied;
  2° hetzij het ruilen van gronden in uitvoering van een inrichtingsproject.
  Deze gebruiksovereenkomst :
  1° heeft steeds betrekking op gronden waarvan de voormelde overheidsinstelling eigenaar is of op basis van een definitief onteigeningsbesluit in uitvoering van het door de Vlaamse Regering goedgekeurde ruimtelijk uitvoeringsplan eigenaar zal worden;
  2° kadert in het gefaseerd uitvoeren van een inrichtingsproject in uitvoering waarvan de Vlaamse Regering of de Vlaamse minister, bevoegd voor Leefmilieu, voor de betrokken overheidsinstelling de mogelijkheid heeft voorzien om gebruiksovereenkomsten te sluiten met de betrokken landbouwers;
  3° moet door de voormelde overheidsinstelling onverwijld overgemaakt worden aan de Mestbank;
  4° bepaalt het kalenderjaar of de kalenderjaren waarop ze betrekking heeft;
  5° bevat een aanduiding, op cartografisch materiaal, van het perceel of de percelen waarop de gebruiksovereenkomst betrekking heeft. Een gebruiksovereenkomst kan nooit betrekking hebben op een perceel waarop reeds een bemestingsverbod van toepassing was, overeenkomstig dit artikel of overeenkomstig artikel 15ter van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen.
  In geval van ruil van gronden is een gebruiksovereenkomst enkel toegestaan als op beide gronden die in de ruil betrokken zijn, voor de ruil geen bemestingsverbod van toepassing was;
  6° bepaalt de bemestingsnormen die op het betrokken perceel of de betrokken percelen van toepassing zullen zijn. Deze bemestingsnormen kunnen echter niet hoger zijn dan de bemestingsnormen die overeenkomstig de artikelen 13, 16, 17 of 18, op het betrokken perceel of de betrokken percelen van toepassing zijn;
  7° is door het Agentschap Natuur en Bos expliciet goedgekeurd. Hierbij beoordeelt het Agentschap voor Natuur en Bos ondermeer of de overeenkomst compatibel is met de natuurdoelstellingen voor het betrokken gebied.
  Voor de toepassing van dit artikel wordt onder definitief onteigeningsbesluit verstaan, een onteigeningsbesluit waarvoor de termijn voor het instellen van een vordering bij de Raad van State verstreken is en waartegen geen vordering bij de Raad van State meer hangende is.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot de inhoud en de wijze van opmaak van de gebruiksovereenkomst, vermeld in het derde lid, en met betrekking tot de wijze waarop en de termijnen waarbinnen deze gebruiksovereenkomst aan de Mestbank overgemaakt moet worden. ".
Art. 145. A l'article 41bis du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2008, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans le paragraphe 1er, le premier alinéa est remplacé par ce qui suit :
  " En vue de la conservation et du renforcement des richesses naturelles, toute forme de fertilisation est interdite sur les terres arables situées dans des zones forestières, des zones naturelles, zones de développement de la nature ou réserves naturelles et dans des zones comparables, telles que désignées sur les plans d'exécution spatiale établis en application du décret relatif à l'aménagement du territoire, coordonné le 18 mai 1999, à l'exclusion de la fertilisation par évacuation directe en pâturage, étant entendu qu'une charge de deux unités de gros bétail (UGB) par ha peut être autorisée sur base annuelle. Cette interdiction de fertilisation vaut :
  1° dans les zones spatiales désignées avant le 1er janvier 2009, à partir du 1er janvier 2009;
  2° dans les zones spatiales désignées après le 1er janvier 2009 :
  a) si le plan d'exécution spatial régional prévoit une entrée en vigueur en phases à partir du 1er janvier de l'année à partir de laquelle l'affectation de zone forestière, de zone naturelle, de zone de développement de la nature ou de réserve naturelle et de zone comparable doit être réalisée;
  b) si le plan d'exécution spatial régional ne prévoit pas une entrée en vigueur en phases à partir du 1er janvier de l'année suivant la date de la fixation définitive du plan d'exécution spatial régional concerné. ";
  2° dans le paragraphe 3, alinéa premier, le mot " trente " est remplacé par le mot " soixante ";
  3° le paragraphe 3, alinéa deux, est complété par la phrase suivante :
  " La " Mestbank " ou la commission de Vérification peut prolonger le délai de soixante jours s'il paraît que pour le traitement de la demande de correction une visite de la parcelle concernée ou des parcelles concernées est indiquée. la visite des lieux doit se faire dans une période ou la végétation est reconnaissable. Dans le cas d'une prolongation du délai de soixante jours, il n'y a pas d'interdiction de fertilisation jusqu'au 31 décembre de l'année calendaire pendant laquelle la " Mestbank " a pris sa décision sur la demande de correction. La décision de la " Mestbank " doit être prise :
  1° avant le 31 décembre 2010 si plan d'exécution spatial régional concerné est définitivement fixé avant le 31 décembre 2009;
  2° avant le 31 décembre de l'année suivant la l'année de la fixation définitive du plan d'exécution spatial régional concerné si plan d'exécution spatial régional concerné est définitivement fixé après le 31 décembre 2009. ";
  4° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
  " § 4. En cas de cession d'une parcelle de terre agricole à laquelle s'applique une dispense, cette dernière échoit.
  En dérogation à l'alinéa premier, la dispense reste valable si le droit d'utilisation est cédé au conjoint ou au partenaire cohabitant légal de l'utilisateur.
  En dérogation à l'alinéa premier, la dispense reste valable si le droit d'utilisation de la parcelle de terre agricole est cédé à un agriculteur dont chaque personne faisant partie de cet agriculteur :
  a) soit fait lui-même partie de l'agriculteur ayant cédé le droit d'utilisation de la parcelle concernée;
  b) soit est le conjoint ou le partenaire cohabitant légal d'une personne qui elle-même fait partie de l'agriculteur qui a cédé le droit d'utilisation de la parcelle concernée;
  En dérogation à l'alinéa premier, la dispense est cédée une seule fois au nouvel utilisateur s'il s'agit d'une cession appartenant un des types suivants de cessions :
  1° le droit d'utilisation de la parcelle agricole est cédée aux descendants ou enfants adoptés d'une personne faisant partie de l'agriculteur ayant cédé le droit d'utilisation de la parcelle concernée, aux descendants ou enfants adoptés du conjoint ou du partenaire cohabitant légal de cette personne ou aux conjoints ou cohabitants légaux des descendants ou enfants adoptés précités;
  2° le droit d'utilisation de la parcelle agricole est cédée d'une personne physique faisant partie de l'agriculteur ayant cédé le droit d'utilisation de la parcelle concernée à une personne morale dont cette personne physique est gérant, associé commandité ou administrateur;
  3° le droit d'utilisation de la parcelle agricole est cédée d'une personne physique faisant partie de l'agriculteur ayant cédé le droit d'utilisation de la parcelle concernée à une personne morale dont son conjoint ou partenaire cohabitant légal, ses descendants ou enfants adoptés ou les descendants ou enfants adoptés de son conjoint ou partenaire cohabitant légal, ou le conjoint ou partenaire cohabitant légal des descendants ou enfants adoptés précités sont gérant, associé commandité ou administrateur;
  4° le droit d'utilisation de la parcelle agricole est cédée à un agriculteur dont chaque personne faisant partie de cet agriculteur :
  a) soit fait lui-même partie de l'agriculteur ayant cédé le droit d'utilisation de la parcelle concernée;
  b) soit est le conjoint ou le partenaire cohabitant légal d'une personne qui elle-même fait partie de l'agriculteur qui a cédé le droit d'utilisation de la parcelle concernée;
  c) soit a un lien conforme, tel que visé aux points 1° à 3° compris, avec une personne fait partie de l'agriculteur ayant cédé le droit d'utilisation de la parcelle concernée.
  Après la cession, telle que visée à l'alinéa quatre, 2°, la dispense déchoit dès que l'utilisateur ayant utilisé la parcelle avant la cession, termine son mandat de gérant, associé commandité ou administrateur. La dispense ne déchoit cependant pas s'il est succédé en tant qu'administrateur, associé commandité ou gérant par son conjoint ou partenaire cohabitant légal, ses descendants ou enfants adoptés ou par les descendants ou enfants adoptés de son conjoint ou partenaire cohabitant légal ou par le conjoint ou le partenaire cohabitant légal des descendants ou enfants adoptés précités. Dans ce dernier cas la dispense prend fin quand le mandat de gérant, associé commandité ou administrateur du successeur du gérant, associé commandité ou administrateur est terminé.
  Après une cession, telle que visée à l'alinéa quatre, 3°, la dispense déchoit dès que le mandat d'administrateur, associé commandité ou gérant des personnes visées à l'alinéa quatre, 3°, est terminé.
  En dérogation aux alinéas précédents, la dispense est une seule fois cédée si le droit d'utilisation de la terre agricole est, après la cession telle que visée à l'alinéa quatre, 2° ou 3°, à nouveau cédée à la personne physique qui était le cédant original de la terre agricole à la personne morale.
  Lorsqu'une dispense de l'interdiction d'épandage d'engrais visée au § 2 est donnée à une personne morale, cette dispense prend fin dès que le mandat de l'un des gérants, des associés commandités ou des administrateurs comme gérant, associé commandité ou administrateur est terminé. La dispense ne déchoit cependant pas s'il est succédé en tant que gérant, associé commandité ou administrateur par son conjoint ou partenaire cohabitant légal, ses descendants ou enfants adoptés ou par les descendants ou enfants adoptés de son conjoint ou partenaire cohabitant légal ou par le conjoint ou le partenaire cohabitant légal des descendants ou enfants adoptés précités. Dans ce dernier cas la dispense prend fin quand le mandat de gérant, associé commandité ou administrateur du successeur du gérant, associé commandité ou administrateur est terminé.
  La cession de l'utilisation est notifié lors de la déclaration, telle que visée à l'article 23, § 5.
  Pour l'application du présent paragraphe, il faut entendre par :
  1° cession : la cession du droit d'utilisation sur une parcelle, à l'exception de la cession du droit d'utilisation par suite d'un bail saisonnier;
  2° faire partie d'un agriculteur : gérer comme personne ou comme membre d'un groupement de personnes une exploitation de l'agriculteur. Une personne morale n'est pas considérée comme étant un groupement de personnes. "
  5° le paragraphe 8 est remplacé par ce qui suit :
  " § 8. Si un plan d'exécution spatial régional désigne une zone comme zone forestière, zone naturelle, zone de développement de la nature ou réserve naturelle et zone comparable, tandis que cette zone était déjà désignée comme zone forestière, zone naturelle, zone de développement de la nature ou réserve naturelle et zone comparable dans le plan de secteur ou dans un plan d'exécution spatial régional précédent, :
  1° aucune nouvelle dispense, telle que visée au § 2, n'est accordée pour les terres agricoles située dans cette zone;
  2° la dispense existante de ces terres agricoles est conservée pour les terres agricoles située dans cette zone et cette dispense peut être cédée, conformément aux dispositions du § 4, à condition qu'il soit tenu compte d'éventuelles cessions antérieures de cette dispense en vue de déterminer les possibilités de cession, conformément au § 4;
  3° le § 3 ne s'applique pas. ";
  6° il est ajouté un § 9 ainsi rédigé :
  " § 9. Si en vue de la réalisation des objectifs de conservation de la nature un projet d'aménagement est réalisé dans une zone qui est désignée comme zone forestière, zone naturelle, zone de développement de la nature ou réserve naturelle ou zone comparable par le plan d'exécution spatial régional, l'épandage d'engrais peut, en dérogation au présent article, peut temporairement être réglé jusqu'à la fin du projet d'aménagement au moyen d'un contrat d'utilisation établi par l'Agence de la Nature et des Forêts, la SA Voies navigables et Canal maritime ou par une autre instance de l'autorités flamande, avec l'agriculteur concerné.
  Cette possibilité s'applique exclusivement aux projets d'aménagement dont la réalisation est nécessaire pour des raisons obligatoires d'intérêt public et laquelle a en outre trait :
  1° soit à des projets d'aménagement ayant trait à une zone qui est désignée comme zone forestière, zone naturelle, zone de développement de la nature ou réserve naturelle ou zone comparable par le plan d'exécution spatial régional tandis que cette zone était déjà désignée comme zone forestière, zone naturelle, zone de développement de la nature ou réserve naturelle et zone comparable dans le plan de secteur ou dans un plan d'exécution spatial régional précédent;
  2° soit à l'échange de terrains en exécution d'un projet d'aménagement.
  Ce contrat d'utilisation :
  1° a toujours trait à des terrains dont l'instance public précitée est propriétaire ou deviendra propriétaire sur la base d'un arrêté d'expropriation définitif en exécution du plan d'exécution spatial approuvé par le Gouvernement flamand;
  2° cadre dans la réalisation en phases d'un projet d'aménagement en exécution pour lequel le Gouvernement flamand ou le Ministre flamand a prévu la possibilité de conclure des contrats d'utilisation avec les agriculteurs concernés;
  3° doit immédiatement être transmis par instance public précitée à la " Mestbank ";
  4° fixe l'année calendaire ou les années calendaires auxquelles il a trait;
  5° contient une indication, sur du matériel cartographique, de la parcelle ou des parcelle auxquelles le contrat d'utilisation a trait. Un contrat d'utilisation ne peut jamais avoir trait à une parcelle à laquelle s'appliquait déjà une interdiction de fertilisation, conformément au présent article ou conformément à l'article 15ter du décret du 23 janvier 1991 en matière de protection de l'environnement contre la pollution par les engrais.
  En cas d'échange de terrains, un contrat d'exécution n'est autorisé que si avant l'échange aucune interdiction de fertilisation ne s'appliquait aux deux terrains concernés par l'échange.
  6° fixe les normes de fertilisation qui s'appliqueront à la parcelle concernée ou aux parcelles concernées. Ces normes de fertilisation ne peuvent cependant pas être supérieures aux normes de fertilisation qui s'appliquent à la parcelle concernée ou aux parcelles concernées conformément aux articles 13, 16, 17 ou 18;
  7° est explicitement approuvé par l'Agence de la Nature et des Forêts. A cet effet, l'Agence de la Nature et des Forêts évalue entre autres si le contrat est compatible avec les objectifs de conservation de la nature de la zone concernée.
  Pour l'application du présent article, est entendu par arrêté d'expropriation définitive, un arrêté d'expropriation pour lequel le délai d'introduction d'une demande auprès du conseil d'Etat est échu et contre lequel aucune demande n'est en suspend.
  Le Gouvernement flamand peut fixer les modalités relatives au contenu et au mode d'établissement du contrat d'utilisation, visée à l'alinéa trois et relatives au mode duquel et aux délais pendant lesquels ce contrat d'utilisation doit être transmis à la " Mestbank ". "
Art. 146. In artikel 47, § 1, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het tweede lid wordt opgeheven;
  2° in het derde lid worden de woorden " aan de landbouwers " vervangen door de woorden " aan de betrokken personen ";
  3° in het vierde lid worden de woorden " die deel uitmaakt van het bedrijf " opgeheven;
  4° in het vierde lid wordt het woord " landbouwer " telkens vervangen door het woord " exploitant ";
  5° in het vierde lid wordt het woord " landbouwers " telkens vervangen door het woord " exploitanten ".
Art. 146. Dans l'article 47, § 1er, du même décret, sont apportées les modifications suivantes :
  1° l'alinéa deux est abrogé;
  2° dans l'alinéa trois les mots " aux agriculteurs " sont remplacés par les mots " aux personnes concernées ";
  3° dans l'alinéa trois les mots " appartenant à l'entreprise " sont abrogés;
  4° dans l'alinéa quatre, le mot " agriculteur " sont chaque fois remplacés par le mot " exploitant ".
  5° dans l'alinéa quatre, le mot " agriculteurs " sont chaque fois remplacés par le mot " exploitants ".
Art. 147. In artikel 48, § 2, van hetzelfde decreet wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 147. Dans l'article 48, § 2, du même décret, le deuxième alinéa est abrogé.
Art. 148. In artikel 50, § 2, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden " goedgekeurde procedé, " worden vervangen door de woorden " of gehygiëniseerde eindproducten afkomstig uit installaties die erkend zijn overeenkomstig dezelfde Verordening (EG) nr. 1774/2002 ";
  2° aan de eerste zin van punt 4° worden de woorden " of het betreft enkel verpakte goederen die maximaal per 50 kg verpakt zijn" toegevoegd. "
Art. 148. Dans l'article 50, § 2, du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2008, sont apportées les modifications suivantes :
  1° les mots " procédé approuvé " sont remplacés par les mots " produits finaux hygiénisés provenant d'installations agréées conformément au même Règlement (CE) n° 1774/2002 ";
  2° la première phares du point 4° est complété par les mots " ou il s'agit uniquement de marchandises emballées par emballages d'au maximum 50 kg. "
Art. 149. In artikel 54 van hetzelfde decreet wordt tussen het eerste en het tweede lid, een lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Als de Mestbank vermoedt dat op een bedrijf, mestverzamelpunt, bewerkingseenheid of verwerkingseenheid de mestafzet niet verloopt overeenkomstig de bepalingen van dit decreet, kan ze opleggen dat elke aanvoer van dierlijke mest of andere meststoffen naar dat bedrijf, mestverzamelpunt, bewerkingseenheid of verwerkingseenheid verboden is, behalve na voorafgaande en schriftelijke toestemming van de Mestbank. "
Art. 149. Dans l'article 54 du même arrêté, il est inséré entre les alinéas premier et deux, un nouvel alinéa ainsi rédigé :
  " Si la " Mestbank " présume que la vente d'engrais à une entreprise, à un point de rassemblement du lisier, à une unité de traitement ou à une unité de transformation ne se passe pas conformément aux dispositions du présent décret, elle peut imposer que tout apport d'effluents d'élevage ou d'autres engrais vers cette entreprise, ce point de rassemblement du lisier, cette unité de traitement ou cette unité de transformation est interdit, sauf après autorisation préalable et écrite de la " Mestbank ". "
Art. 150. Aan artikel 59 van hetzelfde decreet wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " In afwijking van het eerste lid kan, als de stikstof- en fosforsamenstelling van de vervoerde meststoffen bepaald wordt op basis van een analyse van de betrokken meststoffen, uitgevoerd door een krachtens artikel 62, § 6, erkend laboratorium, waarvan de resultaten op het moment van het transport nog niet bekend waren, op het document dat altijd gevoegd is bij het transport van meststoffen, vermeld worden dat de stikstof- en fosforsamenstelling van de vervoerde meststoffen later meegedeeld wordt. "
Art. 150. A l'article 59 du même décret, il est ajouté un deuxième alinéa, rédigé comme suit :
  " En dérogation à l'alinéa premier, il peut être mentionné sur le document qui est toujours joint au transport d'engrais, que la teneur en azote et en phosphore des engrais transportés sera communiqué à un moment ultérieur si la teneur en azote et en phosphore des engrais transportés est fixée sur la base d'une analyse des engrais concernés faite par un laboratoire agréé en vertu de l'article 62, § 6, dont les résultats n'est pas encore connus au moment du transport. "
Art. 151. In artikel 60, § 2, tweede lid, van hetzelfde decreet worden de woorden " de werkdag " vervangen door de woorden " de zevende dag ".
Art. 151. A l'article 60, § 2, alinéa deux, du même décret les mots " le jour ouvrable " sont remplacés par les mots " le septième jour "
Art. 152. In artikel 62 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 30 april 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 6 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 6. Alle staalnames en analyses, die ter uitvoering van dit decreet verricht worden, moeten gebeuren door daartoe erkende laboratoria. De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast met betrekking tot de voorwaarden voor de erkenning van laboratoria en de manier waarop deze erkenning wordt aangevraagd, verleend en geheel of gedeeltelijk kan worden ingetrokken of geschorst. De Vlaamse Regering kan ook een bedrag aan de aanvrager van de erkenning opleggen ter delging van de kosten. ";
  2° aan paragraaf 7 wordt de volgende zin toegevoegd :
  " De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de wijze waarop de staalnames en de analyses, die ter uitvoering van dit decreet verricht worden, moeten uitgevoerd worden. "
Art. 152. A l'article 62 du même décret, modifié par le décret du 30 avril 2009, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le paragraphe 6 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 6. Tous les prélèvements d'échantillons et analyses, faits en application du présent décret, doivent se faire par des laboratoires agréés à cet effet. Le Gouvernement flamand arrête les modalités relatives aux conditions d'agrément des laboratoires et à la façon dont cet agrément est demandé, accordé et dont il peut être entièrement ou partiellement retiré. Le Gouvernement flamand peut également imposer au demandeur de l'agrément une somme pour couvrir les frais. ";
  2° le paragraphe 7 est complété par la phrase suivante :
  " Le Gouvernement flamand peut fixer les modalités relatives au mode dont les prélèvements d'échantillons et analyses, faits en application du présent décret, doivent se faire. "
Art. 153. Aan artikel 63 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 12 december 2008, 19 december 2008 en 30 april 2009, worden een paragraaf 26, een paragraaf 27 en een paragraaf 28 toegevoegd, die luiden als volgt :
  " § 26. Met behoud van de toepassing van de bepalingen van de artikelen 71 en 72, wordt lastens de aanbieder van meststoffen die de bepalingen betreffende de namelding van het vervoer, vermeld in artikel 60, overtreedt, een administratieve geldboete opgelegd.
  Voor transporten die laattijdig, doch uiterlijk de dertigste dag na de dag van transport nagemeld worden, bedraagt de administratieve geldboete 10 euro per laattijdig nagemeld transport.
  Voor transporten die op de dertigste dag na de dag van transport nog niet nagemeld zijn, bedraagt de administratieve geldboete 50 euro per transport dat op de dertigste dag na de dag van transport nog niet nagemeld is.
  Bij herhaling van een overtreding binnen de vijf jaar na de oplegging, met de aangetekende brief, vermeld in artikel 64, § 1, tweede lid, van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, wordt het bedrag van de administratieve geldboete, berekend overeenkomstig het tweede en het derde lid, verdubbeld.
  § 27. Met behoud van de toepassing van de bepalingen van de artikelen 71 en 72, wordt iedereen die ter uitvoering van de artikelen 13, § 5, of 59, analyseresultaten moet gebruiken om de stikstof- en fosforsamenstelling van de vervoerde meststoffen te bepalen en die verplichting niet naleeft, een administratieve geldboete opgelegd van 200 euro.
  Bij herhaling van een overtreding binnen de vijf jaar na de oplegging, met de aangetekende brief, vermeld in artikel 64, § 1, tweede lid, van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, bedraagt de administratieve geldboete 400 euro.
  § 28. Met behoud van de toepassing van de bepalingen van de artikelen 71 en 72, krijgen de landbouwers die, met toepassing van artikel 47, § 1, geen inscharingscontract hebben opgemaakt, een administratieve geldboete opgelegd van 200 euro.
  Bij herhaling van een overtreding binnen de vijf jaar na de oplegging, met de aangetekende brief, vermeld in artikel 64, § 1, tweede lid, van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, bedraagt de administratieve geldboete 400 euro. "
Art. 153. A l'article 63 du même décret, modifié par les décrets des 12 décembre 2008, 19 décembre 1998 et 30 avril 2009, sont ajoutés un paragraphe 26, un paragraphe 27 et un paragraphe 28 rédigés comme suit :
  " § 26. Avec maintien de l'application des dispositions des articles 71 et 72, une amende administrative de 50 euros sera imposée à tout fournisseur d'engrais qui enfreindra les dispositions mentionnées à l'article 60 concernant la notification et la confirmation du transport.
  Pour des transports notifiés tardivement mais au plus tard le 30e jour après le jour du transport, l'amende administrative s'élève à 10 euros par transport notifié tardivement.
  Pour des transports qui n'ont pas encore été notifiés le 30e jour après le jour du transport, l'amende administrative s'élève à 50 euros par transport non notifié le 30e jour après le jour du transport.
  En cas de répétition d'une infraction dans les cinq années suivant l'imposition par lettre recommandée, telle que visée à l'article 64, § 1er, alinéa deux, de l'amende administrative telle que définie au présent paragraphe, le montant de l'amende administrative, calculé conformément aux alinéas 2 et 3, est doublé.
  § 27. Avec maintien de l'application des dispositions des articles 71 et 72, une amende administrative de 200 euros sera imposée à chacun qui, en exécution des articles, § 5, ou 59, ne respecte pas l'obligation d'utiliser les résultats des analyses en vue de déterminer la teneur en azote et phosphore des engrais transportés.
  En cas de répétition d'une infraction dans les cinq années suivant l'imposition par lettre recommandée, telle que visée à l'article 64, § 1er, alinéa deux, de l'amende administrative telle que définie au présent paragraphe, le montant de l'amende administrative s'élève à 400 euros.
  § 28. Avec maintien de l'application des dispositions des articles 71 et 72, une amende de 200 euros est imposée aux agriculteurs qui, en application de l'article 47, § 1er, n'ont pas établi un contrat de mise en pension.
  En cas de répétition d'une infraction dans les cinq années suivant l'imposition par lettre recommandée, telle que visée à l'article 64, § 1er, alinéa deux, de l'amende administrative telle que définie au présent paragraphe, le montant de l'amende administrative s'élève à 400 euros. ".
Art. 154. In artikel 64, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 19 december 2008, worden de woorden " 31 december " vervangen door de woorden " 31 juli ".
Art. 154. A l'article 64, § 1er, alinéa premier, du même décret, modifié par le décret du 19 décembre 2008, les mots " 31 décembre " sont remplacés par les mots " 31 juillet ".
Art. 155. In artikel 64, § 1, tweede lid, en artikel 67, § 2, tweede lid, van hetzelfde decreet worden de woorden " met bericht van ontvangst " opgeheven.
Art. 155. A l'article 64, § 1er, alinéa deux, et à l'article 67, § 2, alinéa deux, du même décret, les mots " avec accusé de réception " sont abrogés.
Art. 156. In artikel 67 van hetzelfde decreet wordt paragraaf 1 vervangen door wat volgt :
  " § 1. De in artikel 66 bedoelde verzoeken dienen gericht te worden aan de daartoe door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaren binnen een termijn van dertig kalenderdagen. De termijn van dertig kalenderdagen begint te lopen vanaf de derde werkdag die volgt op de dag waarop de brief, vermeld in artikel 64, § 1, tweede lid, aan de postdiensten overhandigd werd, tenzij de landbouwer het tegendeel bewijst. "
Art. 156. Dans l'article 67 du même décret, le paragraphe 1er est remplacé par la disposition suivante :
  " § 1er. Les demandes visées à l'article 66 sont adressées aux fonctionnaires désignés à cet effet par le Gouvernement flamand dans les trente jours calendaires. Le délai de trente jours calendaires commence à partir du troisième jour ouvrable suivant le jour auquel la lettre, visée à l'article 64, § 1er, alinéa deux, a été déposée à la poste, sauf si l'agriculteur fait preuve du contraire. ".
Art. 157. Aan artikel 83 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 12 december 2008, worden een paragraaf 7 en een paragraaf 8 toegevoegd, die luiden als volgt :
  " § 7. Producenten als vermeld in het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen, zoals gewijzigd, kunnen een verlenging van het uitstel, toegekend overeenkomstig artikel 40bis, van voormeld decreet, evenals nieuw uitstel van de superheffing mestverwerking, als vermeld in artikel 21, § 6, 2°, van voormeld decreet, krijgen, als ze aan een van volgende voorwaarden voldoen :
  1° de producent heeft de milieuvergunning en de bouwvergunning of stedenbouwkundige vergunning voor een mestverwerkingsinstallatie of een mestbewerkingsinstallatie verkregen na 31 december 2002;
  2° de producent heeft een contract gesloten met een derde die de milieuvergunning en de bouwvergunning of stedenbouwkundige vergunning voor een mestverwerkingsinstallatie of een mestbewerkingsinstallatie heeft verkregen na 31 december 2002.
  Aan producenten als vermeld in het eerste lid kan uitstel verleend worden voor het tweede en het derde kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de laatste nodige vergunning voor de betrokken installatie is verleend, als :
  1° de betrokken installatie in die kalenderjaren nog niet operationeel was;
  2° de betrokken producent overeenkomstig artikel 40bis, van voormeld decreet, al een uitstel is verleend, op basis van de betrokken installatie, tenzij ze niet verwerkingsplichtig waren of de superheffing hebben betaald voor het kalenderjaar waarin de laatste nodige vergunning voor de betrokken installatie is verleend en het daaropvolgende kalenderjaar.
  De som van de gecontracteerde mestvolumes op jaarbasis voor de betrokken installatie kan nooit hoger zijn dan de vergunde capaciteit op jaarbasis.
  Een superheffing waarvoor in uitvoering van artikel 40bis van voormeld decreet of in uitvoering van het eerste en het tweede lid, uitstel is verleend, kan opgeheven en niet geïnd worden als de betrokken producent aantoont dat hij in een bepaald kalenderjaar meer heeft verwerkt dan zijn mestverwerkingsplicht en dan de mestverwerkingsplicht van de bedrijfsgroep waartoe hij behoort. Die extra verwerking moet plaatsvinden in het tweede kalenderjaar na het kalenderjaar waarin de laatste nodige vergunning voor de betrokken installatie is verleend of in het kalenderjaar waarin de betrokken installatie operationeel wordt. Als aan de betrokken installatie de laatste nodige vergunning is verleend in 2003 en deze installatie nog niet operationeel is in 2007, moet de verwerking ten laatste plaatsvinden in 2007. Als aan de betrokken installatie de laatste nodige vergunning is verleend in 2004 of later en deze installatie is nog niet operationeel in 2008 moet de verwerking ten laatste plaatsvinden in het kalenderjaar 2008.
  Een producent die in uitvoering van artikel 40bis van voormeld decreet, voor twee opeenvolgende jaren, uitstel van de superheffing mestverwerking heeft verkregen, kan ook één maal aan de Mestbank vragen om voor de oudste van de twee betrokken superheffingen, het kalenderjaar volgend op het jaar van de jongste van de twee betrokken superheffingen in aanmerking te nemen als het kalenderjaar waarin meer verwerkt moet worden om een opheffing en niet-inning van de betrokken superheffing te bekomen.
  Als het kalenderjaar waarin beoordeeld moet worden of een uitgestelde superheffing al of niet opgeheven en geïnd wordt, het kalenderjaar 2006 of een vorig kalenderjaar is, worden de opheffing en de niet-inning van de superheffing mestverwerking beoordeeld, overeenkomstig het uitvoeringsbesluit bij artikel 40bis van voormeld decreet.
  Als het kalenderjaar waarin beoordeeld moet worden of een uitgestelde superheffing al of niet opgeheven en geïnd wordt, het kalenderjaar 2007 of het kalenderjaar 2008 is, moet de betrokken producent :
  1° voor dat kalenderjaar behoren tot een bedrijfsgroep die voldaan heeft aan de mestverwerkingsplicht, overeenkomstig artikel 29;
  2° een extra hoeveelheid mestverwerkingscertificaten bezitten die betrekking hebben op het kalenderjaar waarin beoordeeld moet worden of de uitgestelde superheffing al of niet opgeheven en geïnd wordt.
  De producent die een uitstel wil verkrijgen of die een bestaand uitstel wil verlengen,
  dient hiervoor een aanvraag in bij de Mestbank. Als blijkt dat een reeds geheel of gedeeltelijk betaalde superheffing, overeenkomstig dit artikel, opgeheven en niet meer geïnd wordt, dan worden de door de producent reeds betaalde bedragen door de Mestbank teruggestort.
  Voor de toepassing van deze paragraaf, wordt het operationeel zijn van een installatie bepaald overeenkomstig artikel 40bis van voormeld decreet en zijn uitvoeringsbesluit.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen met betrekking tot het bepalen van de kalenderjaren voor uitstel en voor opheffing en niet inning, met betrekking tot het aantal mestverwerkingscertificaten dat men extra moet bezitten om een opheffing en niet-inning van de uitgestelde superheffing te bekomen en met betrekking tot de wijze waarop de aanvraag, vermeld in het achtste lid, ingediend en afgehandeld wordt.
  § 8. De administratieve geldboetes, opgelegd ter uitvoering van artikel 14, § 4, op basis van een nitraatresidubepaling uitgevoerd in het kalenderjaar 2007, worden van rechtswege ingetrokken. Landbouwers die de boete reeds betaald hebben, krijgen ze door de Mestbank teruggestort. "
Art. 157. L'article 83 du même décret, modifié par le décret du 12 décembre 2008, est complété par un paragraphe 7 et un paragraphe 8, rédigés comme suit :
  " § 7. Les producteurs tels que visés au décret du 23 janvier 1991 relatif à la protection de l'environnement contre la pollution due aux engrais, tel que modifié, peuvent obtenir une prolongation du sursis, accordé conformément à l'article 40bis, du décret précité, ainsi qu'un nouveau sursis de la redevance complémentaire sur le traitement de lisier, telle que visée à l'article 21, § 6, 2°, du décret précité, s'ils répondent à une des conditions suivantes :
  1° le producteur a obtenu l'autorisation écologique et le permis de bâtir ou l'autorisation urbanistique pour une installation de traitement de lisier ou une installation de transformation d'engrais après le 31 décembre 2002;
  2° le producteur a conclu un contrat avec un tiers qui a obtenu l'autorisation écologique et le permis de bâtir ou l'autorisation urbanistique pour une installation de transformation de lisier ou une installation de traitement de lisier après le 31 décembre 2002.
  Un sursis peut être accordé aux producteurs tels que visés à l'alinéa premier pour la deuxième et troisième année calendaire suivant l'année calendaire pendant laquelle la dernière autorisation nécessaire a été accordée pour l'installation concernée, si :
  1° l'installation concernée n'était pas encore opérationnelle pendant ces années calendaires;
  2° un sursis a déjà été accordé au producteur conformément à l'article 40bis du décret précité, sur la base de l'installation concernée, sauf s'ils n'étaient pas sujet à l'obligation de traitement ou qu'ils avaient déjà payé la redevance complémentaire pour l'année calendaire pendant laquelle la dernière autorisation nécessaire a été accordée pour l'installation concernée et pour l'année calendaire suivante.
  La somme des volumes d'engrais contractés sur base annuelle pour l'installation concernée ne peut jamais être supérieure à la capacité autorisée sur base annuelle.
  Une redevance complémentaire pour laquelle un sursis a été accordé en application de l'article 40bis du décret précité ou en exécution des alinéas premier et deux, peut être annulée en non perçue si le producteur concerné démontre qu'il a traité un quantité supérieure à son obligation de transformation d'engrais pendant une certaine année calendaire et supérieure à l'obligation de transformation d'engrais du groupe d'entreprises auquel il appartient. Cette transformation supplémentaire doit avoir lieu pendant la deuxième année calendaire pendant laquelle la dernière autorisation nécessaire a été accordée pour l'installation concernée ou pendant l'installation concernée devient opérationnelle. Si la dernière autorisation nécessaire a été accordée en 2003 à l'installation concernée et si cette installation n'est pas encore opérationnelle en 2007, la transformation doit avoir lieu au plus tard en 2007. Si la dernière autorisation nécessaire a été accordée en 2004 ou plus tard à l'installation concernée et si cette installation n'est pas encore opérationnelle en 2008, la transformation doit avoir lieu au plus tard pendant l'année calendaire 2008.
  Une producteur qui en application de l'article 40bis du décret précité a obtenu un sursis de la redevance complémentaire sur la traitement de lisier pour deux années consécutives, peut également demander une seule fois à la " Mestbank " pour la plus ancienne des deux redevance complémentaires concernées de considérer l'année calendaire suivant la plus récente des deux redevance complémentaires concernées comme étant l'année calendaire pendant laquelle un plus grande quantité doit être traitée pour obtenir une abrogation et non perception de la redevance complémentaire concernée.
  Si l'année calendaire pour laquelle il doit être évalué si une redevance complémentaire différée doit être annulée et non perçue ou non, est l'année calendaire 2006 ou une année précédente, l'annulation et la non perception de la redevance complémentaire sont évaluées conformément à l'arrêté d'exécution relatif à l'article 40bis du décret précité.
  Si l'année calendaire pour laquelle il convient d'évaluer si une redevance complémentaire différée doit être abrogée et perçue ou non, est l'année calendaire 2007 ou l'année calendaire 2008, le producteur concerné doit :
  1° pour cette année calendaire, appartenir à un groupe d'entreprises qui a respecté l'obligation de traitement de lisier, conformément à l'article 29;
  2° posséder un nombre supplémentaire de certificats de traitement du lisier dans l'année calendaire dans laquelle il convient d'évaluer si la redevance complémentaire différée doit être annulée et non perçue ou non.
  Le producteur voulant obtenir un sursis ou qui veut prolonger un sursis existant, introduit une demande à cette effet auprès de la " Mestbank ". S'il paraît qu'un redevance complémentaire déjà entièrement ou partiellement payée est annulée et plus perçue, conformément au présent article, les montants déjà payés par le producteur sont remboursés par la " Mestbank ".
  Pour l'application du présent paragraphe, le opérationnalité d'un installation est constatée conformément à l'article 40bis du décret précité et son arrêté d'exécution.
  Le Gouvernement flamand peut arrêter les modalités relatives à la fixation des années calendaires pour le sursis et pour l'annulation et la non perception, relatives aux nombres de certificats de traitement de lisier que l'on doit supplémentairement posséder afin d'obtenir une annulation et une non perception de la redevance complémentaire différée et relatives au mode duquel la demande, visée à l'alinéa huit, est introduite et traitée.
  § 8. Les amendes administratives, imposées en exécution de l'article 14, § 4, sur la base de la définition du résidu de nitrates exécutée pendant l'année calendaire 2007, sont retirées d'office. La " Mestbank " remboursera les agriculteurs qui ont déjà payé l'amende. "
HOOFDSTUK 19. - Decreet betreffende de diepe ondergrond
CHAPITRE 19. - Décret concernant le sous-sol profond
Art. 158. In artikel 2 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de diepe ondergrond worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1 in punt 11° wordt het woord " daarvoor " vervangen door de woorden " waaronder die mag plaatsvinden ";
  2° in punt 13° worden de woorden " lagen gesteente " vervangen door het woord " gesteentelagen ";
  3° in punt 14° wordt het woord " algemene " vervangen door het woord " algehele ";
  4° in punt 14° worden de woorden " die koolstofdioxide kunnen gaan bevatten " toegevoegd;
  5° in punt 17° wordt het woord " driftbegrenzingen " vervangen door het woord " stromingsbarrières " en worden de woorden " te voorschijn tredende " vervangen door het woord " dagzomende ";
  6° in punt 19° wordt het woord " significante " vervangen door het woord " belangrijke " en wordt het woord " en " vervangen door het woord " of ";
  7° in punt 25° worden de woorden " waarschijnlijk optredende " vervangen door de woorden " waarschijnlijkheid van het zich voordoen van ", wordt het woord " kunnen " vervangen door het woord " kan " en worden de woorden " te veronachtzamen " vervangen door de woorden " aan te tasten ".
Art. 158. A l'article 2 du décret du 8 mai 2009 concernant le sous-sol profond sont apportées les modifications suivantes :
  1 au point 11°, dans la version néerlandaise, les mots " daarvoor " est remplacé par les mots " waaronder die mag plaatsvinden ";
  2° au point 13°, dans la version néerlandaise, les mots " lagen gesteente " sont remplacés par le mot " gesteentlagen ";
  3° au point 14°, dans la version néerlandaise, le mot " algemene " est remplacé par le mot " algehele ";
  4° au point 14°, les mots " qui pourraient commencer à contenir du dioxyde de carbone " sont ajoutés;
  5° au point 17°, dans la version néerlandaise le mot " driftbegrenzingen " est remplacé par le mot " stromingsbarrières " et les mots " te voorschijn tredende " sont remplacés par le mot " dagzomende ";
  6° au point 19°, le mot " le mot " significatif " est remplacé par le mot " important " et le mot " et " et remplacé par le mot " ou ";
  7° au point 25°, dans la version néerlandaise les mots " waarschijnlijk optredende " sont remplacés par les mots " waarschijnlijkheid van het zich voordoen van ", le mot " kunnen " remplacé par le mot " kan " et le mots " te veronachtzamen " sont remplacés par les mots " aan te tasten ".
Art. 159. In artikel 6, § 1, eerste lid, in artikel 6, § 2, en in artikel 8, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt het woord " Gemeenschappen " telkens vervangen door het woord " Unie ".
Art. 159. A l'article 6, § 1er, alinéa premier, à l'article 6, § 2, et à l'article 8, alinéa premier, du même décret, les mots " Communautés européennes " sont chaque fois remplacés par le mots " union européenne ".
Art. 160. In artikel 38, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt het woord " gebied " vervangen door het woord " volumegebied ".
Art. 160. A l'article 38, § 2, du même décret, le mot " zone " est remplacé par les mots " zone-volume ".
Art. 161. In artikel 39, § 1, tweede lid, en in artikel 42, eerste lid, 3°, van hetzelfde decreet wordt het woord " evaluatie " telkens vervangen door het woord " beoordeling ".
Art. 161. A l'article 39, § 1er, alinéa deux, et à l'article 42, alinéa premier, 3°, dans la version néerlandaise, le mot " evaluatie " est remplacé par le mot " beoordeling ".
Art. 162. In artikel 41, § 1, eerste lid, 2°, van hetzelfde decreet wordt het woord " controleren " vervangen door het woord " beheren ".
Art. 162. A l'article 41, § 1er, alinéa premier, du même décret, le mot " contrôler " est remplacé par le mot " gérer ".
Art. 163. In artikel 42, eerste lid, 4°, van hetzelfde decreet worden de woorden " wijzen van vervoer " vervangen door het woord " transportmethoden ".
Art. 163. A l'article 42, alinéa premier, 4°, du même décret, les mots " modes de transport " sont remplacés par les mots " méthodes de transport ".
Art. 164. In artikel 43 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in punt 3° worden de woorden " in de geologische formatie " vervangen door het woord " geologisch ";
  2° in punt 6° worden tussen de woorden " te stellen wanneer zich " en de woorden " significante onregelmatigheden " en tussen de woorden " als zich " en " de woorden " significante onregelmatigheden " telkens de woorden " lekkages of " ingevoegd;
  3° in punt 6° worden de woorden " of lekkages " telkens opgeheven.
Art. 164. A l'article 43 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° au point 3°, les mots " dans la formation géologique " sont remplacé par le mot " géologiquement ";
  2° au point 6°, dans la version néerlandaise, les mots " lekkages of " sont chaque fois insérés entre les mots " te stellen wanneer zich " et les mots " significante onregelmatigheden " et entre les mots " als zich " et les mots " significante onregelmatigheden ";
  3° au point 6°, dans la version néerlandaise, les mots " of lekkages " sont chaque fois abrogés.
Art. 165. In artikel 45, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt het woord " significante " telkens vervangen door het woord " belangrijke ".
Art. 165. A l'article 45, alinéa, du même décret, le mot " substantielles " est remplacé par les mots " importantes ".
Art. 166. In artikel 46 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid, inleidende zin, van hetzelfde decreet worden de woorden " en actualiseert waar nodig " vervangen door de woorden " en, waar nodig, actualiseert ";
  2° in het eerste lid, 1°, worden tussen de woorden " op de hoogte is gebracht van " en de woorden " significante onregelmatigheden " de woorden " lekkages of " ingevoegd;
  3° in het eerste lid, 1°, worden de woorden " of enigerlei lekkages " opgeheven;
  4° in het eerste lid, 2°, worden tussen de woorden " dat er een risico is op " en de woorden " significante onregelmatigheden " de woorden " lekkages of " ingevoegd;
  5° in het eerste lid, 2°, worden de woorden " of lekkage " opgeheven;
  6° in het tweede lid worden de woorden " Indien de Vlaamse Regering besluit de koolstofdioxide-injecties voort te zetten, neemt ze, totdat een nieuwe opslagvergunning is verleend, tijdelijk alle wettelijke verplichtingen op zich betreffende de aanvaardingscriteria, " vervangen door de woorden " Totdat een nieuwe opslagvergunning is verleend, neemt de Vlaamse Regering tijdelijk alle wettelijke verplichtingen op zich betreffende de aanvaardingscriteria indien zij besluit de koolstofdioxide-injecties voort te zetten, ", en wordt het woord " vorige " vervangen door het woord " voormalige ".
Art. 166. A l'article 46 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans l'alinéa premier, phrase introductive de la version néerlandaise, du même décret les mots " en actualiseert waar nodig " sont remplacés par les mots " en, waar nodig, actualiseert ";
  2° dans l'alinéa premier, 1°, de la version néerlandaise, les mots " lekkages of " sont insérés entre les mots " op de hoogte is gebracht van " et les mots " significante onregelmatigheden ";
  3° dans l'alinéa premier, point 1°, de la version néerlandaise les mots " of enigerlei lekkages " sont supprimés;
  4° dans l'alinéa premier, 2°, de la version néerlandaise, les mots " lekkages of " sont insérés entre les mots " dat er een risico is op " et les mots " significante onregelmatigheden ";
  5° dans l'alinéa premier, point 2°, de la version néerlandaise les mots " of lekkage " sont supprimés;
  6° dans l'alinéa deux, les mots " Lorsque le Gouvernement flamand décide de poursuivre les injections de dioxyde de carbone, il assume temporairement, jusqu'à ce qu'un nouveau permis de stockage soit délivré, toutes les obligations légales concernant les critères d'acceptation, " sont remplacés par les mots " Jusqu'à ce qu'un nouveau permis de stockage soit délivré, le Gouvernement flamand assume toutes les obligations légales concernant les critères d'acceptation lorsqu'il décide de poursuivre les injections de dioxyde de carbone, " et le mot " précédent " est remplacé par le mot " ancien ".
Art. 167. In artikel 47, § 1, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden " dat afval of ander materiaal te verwijderen " vervangen door de woorden " zich van dat afval of ander materiaal te ontdoen ";
  2° in het tweede lid worden de woorden " het bron-, afvang- of injectieproces " vervangen door de woorden " de bron of het afvang- of injectieproces " en worden de woorden " in sporenhoeveelheden aanwezige stoffen " vervangen door het woord " spoorelementen ".
Art. 167. Dans l'article 47, § 1er, du même décret, sont apportées les modifications suivantes :
  1° à l'alinéa premier, les mots " d'éliminer ce déchet ou cet autre matériau " sont remplacés par les mots " de se débarrasser de ce déchet ou cet autre matériau ";
  2° à l'alinéa deux, les mots " du processus de source, de captage ou d'injection " sont remplacés par les mots " de la source ou du processus de captage ou d'injection " et les mots " traces de substances " sont remplacés par les mots " traces d'éléments ".
Art. 168. In artikel 49 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in punt 2° worden de woorden " artikel 46, § 2, tweede lid " vervangen door de woorden " artikel 47, § 2, tweede lid ";
  2° in punt 3° worden de woorden " artikel 43, eerste lid, 9° " vervangen door de woorden " artikel 43, 9° ";
  3° in punt 4° wordt het woord " evalueren " vervangen door het woord " beoordelen ".
Art. 168. A l'article 49 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° au point 2°, les mots " l'article 46, § 2, deuxième alinéa " sont remplacés par les mots " l'article 47, § 2, deuxième alinéa ";
  2° au point 3°, les mots " l'article 43, premier alinéa, 9° " sont remplacés par les mots " l'article 43, 9° ";
  3° dans le point 4°, de la version néerlandaise, le mot " evaluatie " est remplacé par le mot " beoordeling ".
Art. 169. In artikel 50 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt het woord " onregelmatige " vervangen door het woord " niet-routinematige ";
  2° in paragraaf 1, tweede lid, wordt het woord " verificaties " vervangen door de woorden " een controle ";
  3° in paragraaf 2 wordt tussen de woorden " afsluiting, en " en de woorden " vijfjaarlijks totdat " het woord " nadien " ingevoegd;
  4° in paragraaf 2 wordt het woord " geëvalueerd " vervangen door het woord " onderzocht " en worden de woorden " voor het milieu en de volksgezondheid van het opslagcomplex " vervangen door de woorden " van het opslagcomplex voor het milieu en de volksgezondheid ";
  5° in paragraaf 3, inleidende zin, wordt het woord " Bijkomende " vervangen door het woord " Niet-routinematige ";
  6° in paragraaf 3, 1°, worden tussen de woorden " op de hoogte is gebracht van " en de woorden " significante onregelmatigheden " de woorden " lekkages of " ingevoegd;
  7° in paragraaf 3, 1°, worden de woorden " of enigerlei lekkages " opgeheven.
Art. 169. A l'article 50 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 1er, alinéa premier, le mot " irrégulières " est remplacé par les mots " non routinières ";
  2° au paragraphe 1er, alinéa deux, le mot " vérification " est remplacé par les mots " un contrôle ";
  3° au paragraphe 2 le mot " après " est inséré entre les mots " fermeture, et " les mots " tous les cinq ans ";
  4° au paragraphe 2 le mot " évalués " sont remplacés par le mot " examiné " et, dans la version néerlandaise, les mots " voor het milieu en de volksgezondheid van het opslagcomplex " sont remplacés par les mots " van het opslagcomplex voor het milieu en de volksgezondheid ";
  5° au paragraphe 3, phrase introductive, le mot " supplémentaires " est remplacé par les mots " non routinières ";
  6° au paragraphe 3, 1°, de la version néerlandaise, les mots " lekkages of " sont insérés entre les mots " op de hoogte is gebracht van " et les mots " significante onregelmatigheden ";
  7° au paragraphe 3, 1°, de la version néerlandaise les mots " of enigerlei lekkages " sont supprimés.
Art. 170. In hoofdstuk III, afdeling IV, van hetzelfde decreet wordt in het opschrift van onderafdeling V het woord " bij " vervangen door de woorden " in het geval van lekkages of " en worden de woorden " of lekkage " opgeheven.
Art. 170. Au chapitre III, section IV, de la version néerlandaise du même décret, le mot " bij " est remplacé par les mots " in het geval van lekkages of " et les mots " of enigerlei lekkages " sont supprimés.
Art. 171. In artikel 51 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, eerste lid, in de inleidende zin, tussen het woord " Bij " en de woorden " significante onregelmatigheden " de woorden " lekkages of " ingevoegd en worden de woorden " of lekkages " opgeheven;
  2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden " kan de exploitant op elk moment verzoeken " vervangen door de woorden " kan van de exploitant op elk moment eisen ";
  3° in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden " onder meer door de in artikel 57 bedoelde financiële zekerheid aan te spreken " vervangen door de woorden " met inbegrip van het aanspreken van de financiële zekerheid overeenkomstig artikel 57 ".
Art. 171. A l'article 51 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 1er, alinéa premier, dans la phrase introductive, de la version néerlandaise du même décret, le mot " bij " est remplacé par les mots " in het geval van lekkages of " et les mots " of enigerlei lekkages " sont supprimés;
  2° au paragraphe 2, alinéa premier, les mots " à tout moment demander à l'exploitant " sont remplacés par les mots " à tout moment exiger de l'exploitant ";
  3° au paragraphe 2, alinéa trois, les mots " entre autres, appel à la sécurité financière mentionnée dans l'article 57 " sont remplacés par les mots " y compris la sécurité financière mentionnée dans l'article 57 ".
Art. 172. In artikel 52 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 3, derde lid, worden de woorden " onder meer door de in artikel 57 bedoelde financiële zekerheid aan te spreken " vervangen door de woorden " met inbegrip van het aanspreken van de financiële zekerheid overeenkomstig artikel 57 ";
  2° in paragraaf 4, eerste lid, 2°, worden tussen de woorden " beschikbare informatie " en de woorden " om te beoordelen " de woorden " die relevant is " ingevoegd.
Art. 172. A l'article 52 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 3, alinéa trois, les mots " entre autres, appel à la sécurité financière mentionnée dans l'article 57 " sont remplacés par les mots " y compris la sécurité financière mentionnée dans l'article 57 ";
  2° au paragraphe 4, alinéa premier, 2°, le mot " pertinente " est inséré entre les mots " les informations disponibles " et les mots " permettant d'évaluer ".
Art. 173. In artikel 53, eerste lid, 1°, van hetzelfde decreet wordt het woord " de " vervangen door het woord " alle ".
Art. 173. A l'article 53, alinéa premier, le mot " les " est remplacé par les mots " Toutes les ".
Art. 174. In artikel 55 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden " teneinde vast te stellen wat de omvang is van het probleem en hoe doeltreffend de corrigerende maatregelen zijn " vervangen door de woorden " teneinde de omvang van het probleem en de doeltreffendheid van de corrigerende maatregelen te beoordelen ";
  2° in het tweede lid worden de woorden " de kosten op de voormalige exploitant " vervangen door de woorden " op de voormalige exploitant de kosten die gemaakt zijn ".
Art. 174. A l'article 55 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° à l'alinéa premier, dans la version néerlandaise, les mots " teneinde vast te stellen wat de omvang is van het probleem en hoe doeltreffend de corrigerende maatregelen zijn " sont remplacés par les mots " teneinde de omvang van het probleem en de doeltreffendheid van de corrigerende maatregelen te beoordelen ";
  2° à l'alinéa premier, dans la version néerlandaise, les mots " de kosten op de voormalige exploitant " " sont remplacés par les mots " op de voormalige exploitant de kosten die gemaakt zijn ".
Art. 175. In artikel 57 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt het woord " maatregelen " vervangen door het woord " voorzieningen ", wordt het woord " getroffen " vervangen door het woord " aangelegd ", worden de woorden " de voorschriften voor " opgeheven en worden nadien dezelfde woorden " de voorschriften voor " ingevoegd na het woord " inclusief ";
  2° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden " ten einde " vervangen door het woord " om ";
  3° in paragraaf 2 worden de woorden " van kracht " vervangen door het woord " rechtsgeldig ".
Art. 175. A l'article 57 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 1er, alinéa premier, le mot " mesures " est remplacé par le mot " équipements ", le mot " prises " par le mot " aménagés " et, dans la version néerlandaise, les mots " de voorschriften voor " sont supprimés et les mêmes mots " de voorschriften voor " sont en suite insérés après le mot " inclusief ";
  2° au paragraphe 1er, alinéa deux, de la version néerlandaise, les mots " ten einde " sont remplacés par le mot " om ";
  3° au paragraphe 2, les " en vigueur " sont remplacés par les mots " valable de droit ".
Art. 176. In artikel 58, § 1, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden " kosten in hoofde van " vervangen door het woord " door ";
  2° in het eerste lid, worden tussen de woorden " het Vlaamse Gewest " en de woorden " gedekt worden " de woorden " na de overdracht van de verantwoordelijkheid gemaakte kosten " ingevoegd;
  3° in het eerste lid worden de woorden " na de overdracht van de verantwoordelijkheid " opgeheven;
  4° in het tweede lid wordt tussen de woorden " de voorgeschiedenis van " en de woorden " koolstofdioxideopslag die relevant zijn " het woord " de " ingevoegd.
Art. 176. Dans l'article 58, § 1er, du même décret, sont apportées les modifications suivantes :
  1° à l'alinéa premier, dans la version néerlandaise, les mots " kosten in hoofde van " sont remplacés par le mot " door ";
  2° à l'alinéa premier, les mots " faits après transfert des responsabilités " sont insérés entre les mots " Région flamande " et les mots " pour assurer ";
  3° à l'alinéa premier, les mots " , après le transfert des responsabilités, " sont supprimés;
  4° à l'alinéa deux, dans la version néerlandaise, le mot " de " sont insérés entre les mots " de voorgeschiedenis van " et les mots " koolstofdioxideopslag die relevant zijn ".
Art. 177. In artikel 59 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2, 3°, worden de woorden " als er moeilijk te overbruggen onverenigbaarheid is van technische specificaties " vervangen door de woorden " als er sprake is van onverenigbaarheid van technische specificaties die redelijkerwijs niet kan worden overwonnen ";
  2° in paragraaf 2, 4°, wordt het woord " gegronde " vervangen door de woorden " naar behoren gemotiveerde ";
  3° in paragraaf 3, eerste lid, worden tussen de woorden " transportnetwerken en " en de woorden " opslaglocaties kunnen " de woorden " exploitanten van " ingevoegd.
Art. 177. A l'article 59 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 2, 3°, les mots " lorsqu'il y a une incompatibilité de spécifications techniques difficile à résoudre " sont remplacés par les mots " lorsqu'il y a une incompatibilité de spécifications techniques qui ne peut pas °être résolue raisonnablement ";
  2° au paragraphe 2, 4°, le mot " justifiés " est remplacé par le mot " dûment motivés ";
  3° au paragraphe 3, alinéa premier, le mot " exploitants " est inséré entre les mots " réseaux de transport et " " de sites de stockage ".
Art. 178. In artikel 76, tweede lid, 2°, van hetzelfde decreet worden de woorden " de volksgezondheid, het milieu en de veiligheid voor de mens " vervangen door de woorden " de volksgezondheid en de veiligheid van mens en milieu ".
Art. 178. A l'article 73, alinéa deux, 2°, dans la version néeralndaise, du même décret, les mots de volksgezondheid, het milieu en de veiligheid voor de mens " sont remplacés par les mots " de volksgezondheid en de veiligheid van mens en milieu ".
Art. 179. In bijlage I bij hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het opschrift en in het eerste lid wordt het woord " evaluatie " telkens vervangen door het woord " beoordeling ";
  2° in het eerste lid wordt het woord " optimale " vervangen door het woord " beste ";
  3° in fase 1, punt g), worden de woorden " lekroutes " en " routes " telkens vervangen door het woord " migratiewegen ";
  4° in fase 1 wordt punt h) vervangen door wat volgt :
  " h) het opslagcomplex omringende domeinen die beïnvloed kunnen worden door de opslag van koolstofdioxide in de opslaglocatie; ";
  5° in fase 2, eerste lid, in fase 3.1, punt r), en in fase 3.3.1, punt d), wordt het woord " vloeistoffen " telkens vervangen door het woord " fluïda ";
  6° in fase 2, punt b), worden de woorden " stroomtechnische kenmerken " vervangen door het woord " stromingskenmerken " en wordt het woord " ondoordringbare " vervangen door het woord " permeabele ";
  7° in fase 2, punt c), wordt het woord " breukensysteem " vervangen door het woord " barstensysteem " en wordt het woord " routes " vervangen door het woord " migratiewegen ";
  8° in fase 3.1, punt a), wordt het woord " koolstofdioxidestroomkenmerken " vervangen door het woord " koolstofdioxidestromingskenmerken ";
  9° in fase 3.1, punt g), wordt het woord " koolstofdioxide-formatie " vervangen door het woord " koolstofdioxidepluim ";
  10° in fase 3.1, punt p), wordt het woord " breuken " vervangen door het woord " barsten ";
  11° in fase 3.1, punt q), wordt het woord " vloeistofchemie " vervangen door de woorden " chemische fluïdasamenstelling ";
  12° in fase 3.2 wordt het woord " risico-evaluatie " vervangen door het woord " risicobeoordeling ";
  13° in fase 3.3.2, in fase 3.3.3 en in fase 3.3.4 wordt het woord " evaluatie " telkens vervangen door het woord " beoordeling ".
Art. 179. A l'annexe Ire du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans l'intitulé et à l'alinéa premier, de la version néerlandaise, le mot " évaluatie " est chaque fois remplacé par le mot " beoordeling ";
  2° à l'alinéa premier, dans la version néerlandaise, le mot " optimale " est remplacé par le mot " beste ";
  3° dans la phase Ire, point g), les mots " voies de passage " et les mots " chemins de fuite " sont remplacés par les mots " chemins de migration ";
  4° dans la phase Ire, le point h) est remplacé par la disposition suivante :
  " h) les domaines entourant le complexe de stockage susceptibles d'être affectés par le stockage du dioxyde de carbone dans le site de stockage; ";
  5° dans la phase 2, alinéa premier, dans la phase 3.1, point r), et dans la phase 3.3.1, point d), de la version néeralndaise, le mot " vloeistoffen " est chaque fois remplacé par le mot " fluïda ";
  6° dans la phase 2, point b), de la version néerlandaise, les mots " " stroomtechnische kenmerken " sont remplacés par le mot " stromingskenmerken " et le mot " ondoordringbare " est remplacé par le mot " permeabele ";
  7° dans la phase 2, point c), les mots " système de fractures " sont remplacés par les mots " système de fissures " et les mots " voies de passage " sont remplacés par les mots " voies de migration ";
  8° dans la phase 3.1, point a), de la version néerlandaise le mot " koolstofdioxidestroomkenmerken " est remplacé par le mot " koolstofdioxidestromingskenmerken ";
  9° dans la phase 3.1, point g), les mots " formation de dioxyde de carbone " est remplacé par les mots " plume de dioxyde de carbone ";
  10° dans la phase 3.1, point p), le mot " fractures " est remplacé par le mot " fissures ";
  11° dans la phase 3.1, point q), les mots " chimie de fluides " sont remplacés par les mots " composition des fluides chimiques ";
  12° dans la phase 3.2, de la version néerlandaise le mot " risico-evaluatie " est remplacé par le mot " risicobeoordeling ";
  13° dans la phase 3.3.2, dans la phase 3.3.3 et dans la phase 3.3.4, de la version néeralndaise le mot " evaluatie " est chaque fois remplacé par le mot " beoordeling ".
Art. 180. In bijlage II, 1.1, l), bij hetzelfde decreet wordt het woord " lekroutes " vervangen door het woord " migratiewegen " en wordt het woord " belangrijke " vervangen door het woord " significante ".
Art. 180. Dans l'annexe II, 1.1, l), du même décret, les mots " chemins de fuite " sont remplacés par les mots " chemins de migration " et le mot " notables " est remplacé par le mot " significatives ".
HOOFDSTUK 20. - Slotbepalingen
CHAPITRE 20. - Dispositions finales
Art. 181. Artikel 3 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2010.
Art. 181. L'article 3 produit ses effets le 1er janvier 2010.
Art. 182. Artikelen 31 en 32 treden in werking op de datum van inwerkingtreding van het decreet van 7 mei 2004 houdende regeling van de begrotingen, de boekhouding, de controle inzake subsidies, en de controle door het Rekenhof.
Art. 182. Les articles 31 et 32 entrent en vigueur à la date de l'entrée en vigueur du décret du 7 mai 2004 réglant les budgets, la comptabilité, le contrôle des subventions, et le contrôle par la Cour des Comptes.
Art. 183. Artikel 33 heeft uitwerking met ingang van 9 juli 2007.
Art. 183. L'article 33 produit ses effets le 9 juillet 2007.
Art. 184. Artikel 34 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1989.
Art. 184. L'article 34 produit ses effets le 1er janvier 1989.
Art. 185. Artikelen 38 en 145 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2007.
Art. 185. Les articles 38 et 145 produisent leurs effets le 1er juin 2006.
Art. 186. Artikelen 61, 62 en 64 tot en met 88 treden in werking op de datum die de Vlaamse Regering bepaalt.
Art. 186. Les articles 61, 62 en 64 à 88 inclus entrent en vigueur à la date fixée par le Gouvernement flamand.
(NOTE : Entrée en vigueur des articles 61, 62 et 64 à 88, fixée au 22-07-2011 par AGF 2011-05-27/12, art. 45)
  De beroepen die op die datum voor het Milieuhandhavingscollege hangende zijn, worden afgehandeld volgens de procedure zoals bepaald in de wetgeving die van toepassing was op het ogenblik van de indiening van het beroep.
  Les recours qui à cette date sont en cours devant le Collège du Maintien environnemental, sont traités suivant la procédure telle que fixé dans la législation qui était d'application au moment où le recours a été formé.
Art. 187. Artikel 131, 1°, heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2010.
Art. 187. L'article 131, 1° produit ses effets le 1er janvier 2010.
Art. 188. Artikel 131, 4°, heeft uitwerking met ingang van 14 februari 2009.
Art. 188. L'article 131, 4° produit ses effets le 14 février 2009.
  Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Brussel, 23 december 2010.
  Voor de Minister-president van de Vlaamse Regering, afwezig,
  De Vlaamse minister van Innovatie, Overheidsinvesteringen, Media en Armoedebestrijding,
  I. LIETEN
  De Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur,
  J. SCHAUVLIEGE
  Promulguons le présent décret, ordonnons qu'il soit publié au Moniteur belge.
  Bruxelles, le 23 décembre 2010.
  Pour le Ministre-Président du Gouvernement flamand, absent,
  La Ministre flamande de l'Innovation, des Investissements publics, des Médias et de la Lutte contre la Pauvreté,
  I. LIETEN
  La Ministre flamande de l'Environnement, de la Nature et de la Culture,
  J. SCHAUVLIEGE