Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
29 OKTOBER 2011. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot vaststelling van het administratief en geldelijk statuut van het personeel van Net Brussel, Gewestelijk Agentschap voor Netheid(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 19-12-2011 en tekstbijwerking tot 13-12-2021)
Titre
29 OCTOBRE 2011. - Arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale fixant le statut administratif et pécuniaire du personnel de Bruxelles-Propreté, Agence régionale pour la propreté(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 19-12-2011 et mise à jour au 13-12-2021)
Documentinformatie
Numac: 2011031602
Datum: 2011-10-29
Info du document
Numac: 2011031602
Date: 2011-10-29
Tekst (25)
Texte (25)
HOOFDSTUK I. - Administratief statuut
CHAPITRE Ier. - Statut administratif
Artikel 1. Onverminderd de bepalingen van dit besluit, is het koninklijk besluit van 8 januari 1973 tot vaststelling van het statuut van het personeel van sommige instellingen van openbaar nut van toepassing op het personeel van Net Brussel, Gewestelijk Agentschap voor Netheid, hierna "het Agentschap" genoemd.
Article 1er. Sans préjudice des dispositions du présent arrêté, l'arrêtéroyal du 8 janvier 1973 fixant le statut du personnel de certains organismes d'intérêt public est applicable au personnel de Bruxelles-Propreté, Agence régionale pour la Propreté ci-après dénommée " l'Agence ".
Art.2. De artikelen 77 tot 95bis van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 tot vaststelling van het statuut van de rijksambtenaren zijn niet toepasselijk op het personeel van het Agentschap.
Art.2. Les articles 77 à 95bis de l'arrêté royal du 2 octobre 1937 portant le statut des agents de l'Etat ne sont pas applicables aux agents de l'Agence.
Art.3. Wat het Gewestelijk Agentschap voor Netheid betreft, wordt § 2, van artikel 140 van het koninklijk besluit van 19 november 1998 betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen als volgt vervangen :
" § 2. Het personeelslid moet de helft, twee derden, drie vierden, vier vijfden of negen tienden van de prestaties verrichten die hem normaal worden opgelegd.
Deze prestaties worden ofwel elke dag ofwel volgens een andere vaste verdeling over de week of over twee weken verricht.
Een wijziging van de werkkalender tijdens een lopende periode van verminderde prestaties moet steeds ingaan op de eerste dag van de maand. "
" § 2. Het personeelslid moet de helft, twee derden, drie vierden, vier vijfden of negen tienden van de prestaties verrichten die hem normaal worden opgelegd.
Deze prestaties worden ofwel elke dag ofwel volgens een andere vaste verdeling over de week of over twee weken verricht.
Een wijziging van de werkkalender tijdens een lopende periode van verminderde prestaties moet steeds ingaan op de eerste dag van de maand. "
Art.3. En ce qui concerne l'Agence régionale pour la propreté, le § 2 de l'article 140 de l'arrêté royal du 19 novembre 1998 relatif aux congés et aux absences accordés aux membres du personnel des administrations de l'Etat est remplacé comme suit :
" § 2. Le membre du personnel est tenu d'accomplir la moitié, les deux tiers, les trois quarts, les quatre cinquièmes ou les neuf dixièmes de la durée des prestations qui lui sont normalement imposées.
Ces prestations s'effectuent soit chaque jour, soit selon une autre répartition fixée sur la semaine ou sur deux semaines.
Une modification du calendrier de travail pendant une période de prestations réduites en cours, doit toujours prendre cours le premier jour du mois. "
" § 2. Le membre du personnel est tenu d'accomplir la moitié, les deux tiers, les trois quarts, les quatre cinquièmes ou les neuf dixièmes de la durée des prestations qui lui sont normalement imposées.
Ces prestations s'effectuent soit chaque jour, soit selon une autre répartition fixée sur la semaine ou sur deux semaines.
Une modification du calendrier de travail pendant une période de prestations réduites en cours, doit toujours prendre cours le premier jour du mois. "
Art.4. Onder taak uitgeoefend in bijzonder ongezonde omstandigheden moet worden verstaan die welke uitgeoefend wordt door personeel dat effectief en uitsluitend bij de afvalophaling en -verwerking of bij het onderhoud van de ophaalwagens wordt ingedeeld.
Worden eveneens beschouwd als taken die in bijzonder ongezonde omstandigheden worden uitgeoefend, die welke uitgeoefend worden door de controleurs " opsporing en verbalisering ".
De personeelsleden die taken uitoefenen die genoemd in het eerste en tweede lid van deze bepaling hebben recht op 5 bijkomende verlofdagen die te nemen zijn onder dezelfde voorwaarden als het jaarlijks vakantieverlof.
De Regering kan dit stelsel toekennen aan andere personeelsleden van wie de werkomstandigheden als bijzonder ongezond worden beschouwd door de Regering.
De personeelsleden die tijdelijk bijzonder ongezonde prestaties moeten leveren, genieten een bijkomend verlof in verhouding tot de duur van deze prestaties. Dit bijkomend verlof wordt slechts toegekend wanneer de duur van het verlof ten minste een halve dag bereikt en voor zover de duur van deze prestaties ten minste gelijk is aan 20 werkdagen.
Worden eveneens beschouwd als taken die in bijzonder ongezonde omstandigheden worden uitgeoefend, die welke uitgeoefend worden door de controleurs " opsporing en verbalisering ".
De personeelsleden die taken uitoefenen die genoemd in het eerste en tweede lid van deze bepaling hebben recht op 5 bijkomende verlofdagen die te nemen zijn onder dezelfde voorwaarden als het jaarlijks vakantieverlof.
De Regering kan dit stelsel toekennen aan andere personeelsleden van wie de werkomstandigheden als bijzonder ongezond worden beschouwd door de Regering.
De personeelsleden die tijdelijk bijzonder ongezonde prestaties moeten leveren, genieten een bijkomend verlof in verhouding tot de duur van deze prestaties. Dit bijkomend verlof wordt slechts toegekend wanneer de duur van het verlof ten minste een halve dag bereikt en voor zover de duur van deze prestaties ten minste gelijk is aan 20 werkdagen.
Art.4. Par prestations effectuées dans des conditions particulièrement insalubres, il y a lieu d'entendre celles prestées par les membres du personnel effectivement et exclusivement affectés au travail de collecte et de traitement des déchets ou à l'entretien des véhicules de collecte.
Sont également considérées comme des prestations effectuées dans des conditions particulièrement insalubres, celles effectuées par les contrôleurs " recherche et verbalisation ".
Les membres du personnel effectuant les prestations visées aux alinéas 1er et 2 de la présente disposition ont droit à un supplément de 5 jours de congé à prendre dans les mêmes conditions que les congés annuels de vacances.
Le Gouvernement peut accorder le bénéfice du présent régime à d'autres agents dont les conditions de travail seront reconnues particulièrement insalubres par le Gouvernement.
Les membres du personnel qui doivent effectuer temporairement des prestations particulièrement insalubres bénéficient d'un supplément de congé au prorata de celles-ci. Ce supplément n'est accordé que lorsque la durée du congé atteint au moins une demi-journée et pour autant que la durée de ces prestations soit au moins égale à 20 jours ouvrables.
Sont également considérées comme des prestations effectuées dans des conditions particulièrement insalubres, celles effectuées par les contrôleurs " recherche et verbalisation ".
Les membres du personnel effectuant les prestations visées aux alinéas 1er et 2 de la présente disposition ont droit à un supplément de 5 jours de congé à prendre dans les mêmes conditions que les congés annuels de vacances.
Le Gouvernement peut accorder le bénéfice du présent régime à d'autres agents dont les conditions de travail seront reconnues particulièrement insalubres par le Gouvernement.
Les membres du personnel qui doivent effectuer temporairement des prestations particulièrement insalubres bénéficient d'un supplément de congé au prorata de celles-ci. Ce supplément n'est accordé que lorsque la durée du congé atteint au moins une demi-journée et pour autant que la durée de ces prestations soit au moins égale à 20 jours ouvrables.
Art.5. De personeelsleden van het Agentschap mogen beroepsactiviteiten cumuleren voor zover ze verenigbaar zijn met de hoedanigheid van personeelslid en voor zover ze zonder nadeel voor de dienst of voor het publiek kunnen worden uitgeoefend.
Onder beroepsactiviteit in de zin van dit artikel dient te worden verstaan elke bezigheid waarvan de opbrengst een bedrijfsinkomen is als bedoeld in artikelen 23 tot 34 van het Wetboek van de inkomstenbelasting.
Een openbaar mandaat van politieke aard wordt niet als een beroepsactiviteit beschouwd.
Onder beroepsactiviteit in de zin van dit artikel dient te worden verstaan elke bezigheid waarvan de opbrengst een bedrijfsinkomen is als bedoeld in artikelen 23 tot 34 van het Wetboek van de inkomstenbelasting.
Een openbaar mandaat van politieke aard wordt niet als een beroepsactiviteit beschouwd.
Art.5. Les membres du personnel de l'Agence peuvent cumuler des activités professionnelles pour autant que celles-ci soient compatibles avec la qualité de membre du personnel et puissent être exercées sans inconvénient pour le service ou pour le public.
Par activité professionnelle, il faut entendre au sens du présent article, toute occupation dont le produit est un revenu professionnel visé aux articles 23 à 34 du Code des impôts sur les revenus.
Un mandat public de nature politique n'est pas considéré comme une activité professionnelle.
Par activité professionnelle, il faut entendre au sens du présent article, toute occupation dont le produit est un revenu professionnel visé aux articles 23 à 34 du Code des impôts sur les revenus.
Un mandat public de nature politique n'est pas considéré comme une activité professionnelle.
Art.6. § 1. Binnen het Gewestelijk Agentschap voor Netheid wordt een Proeftijdcommissie opgericht die bestaat uit twee afdelingen naargelang van de taalrollen waartoe de personeelsleden behoren.
§ 2. Elke afdeling is respectievelijk samengesteld uit :
- een personeelslid dat titularis is van een graad van rang 13 of hoger en dat aangewezen wordt door de leidend ambtenaar van het Gewestelijk Agentschap voor Netheid;
- twee leden gekozen onder het personeel van het Gewestelijk Agentschap voor Netheid die titularis zijn van een graad die minstens één graad hoger is dan die van het personeelslid in proeftijd en die aangewezen worden door de leidend ambtenaar van het Gewestelijk Agentschap voor Netheid;
- drie vertegenwoordigers aangewezen door de representatieve vakbondsafvaardigingen naar rato van één vertegenwoordiger per organisatie onder het personeel van het Gewestelijk Agentschap voor Netheid.
Ingeval de in het eerste lid bedoelde gewone leden verhinderd zijn, worden ze vervangen door plaatsvervangende leden die volgens dezelfde procedure worden aangewezen.
De leidend ambtenaar van het Gewestelijk Agentschap voor Netheid wijst onder zijn personeelsleden van niveau 1 een gewone en een plaatsvervangende secretaris aan voor elke afdeling.
De secretarissen zijn niet stemgerechtigd.
§ 3. Elke afdeling beraadslaagt geldig wanneer ten minste vier leden aanwezig zijn, onder wie ten minste twee leden aangewezen door de representatieve vakorganisaties.
Bovendien moeten bij de stemming de leden die de overheid vertegenwoordigen en de leden die de vakorganisaties vertegenwoordigen even talrijk zijn. Eventueel wordt de pariteit hersteld door het uitschakelen van een lid na loting.
Wanneer de Commissie na een eerste oproeping van de leden in onvoldoende aantal is, beraadslaagt en stemt zij geldig over dezelfde stagiair bij de volgende vergadering, ongeacht het aantal aanwezige leden.
De stemming is geheim. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
§ 4. Het personeelslid dat de stagiair onder zijn gezag heeft, wordt ambtshalve gehoord door de afdeling.
De afdeling hoort eveneens de stagiair op diens verzoek alvorens een beslissing te nemen over de voortzetting of de verlenging van de proefperiode of alvorens het ontslag van de stagiair voor te stellen.
De stagiair kan zich laten bijstaan door een advocaat of een vakbondsafgevaardigde van een representatieve vakorganisatie.
§ 5. Elke afdeling legt de benoemende overheid een met redenen omkleed voorstel voor tot benoeming, voortzetting van de proefperiode, verlenging van de proefperiode of ontslag.
§ 2. Elke afdeling is respectievelijk samengesteld uit :
- een personeelslid dat titularis is van een graad van rang 13 of hoger en dat aangewezen wordt door de leidend ambtenaar van het Gewestelijk Agentschap voor Netheid;
- twee leden gekozen onder het personeel van het Gewestelijk Agentschap voor Netheid die titularis zijn van een graad die minstens één graad hoger is dan die van het personeelslid in proeftijd en die aangewezen worden door de leidend ambtenaar van het Gewestelijk Agentschap voor Netheid;
- drie vertegenwoordigers aangewezen door de representatieve vakbondsafvaardigingen naar rato van één vertegenwoordiger per organisatie onder het personeel van het Gewestelijk Agentschap voor Netheid.
Ingeval de in het eerste lid bedoelde gewone leden verhinderd zijn, worden ze vervangen door plaatsvervangende leden die volgens dezelfde procedure worden aangewezen.
De leidend ambtenaar van het Gewestelijk Agentschap voor Netheid wijst onder zijn personeelsleden van niveau 1 een gewone en een plaatsvervangende secretaris aan voor elke afdeling.
De secretarissen zijn niet stemgerechtigd.
§ 3. Elke afdeling beraadslaagt geldig wanneer ten minste vier leden aanwezig zijn, onder wie ten minste twee leden aangewezen door de representatieve vakorganisaties.
Bovendien moeten bij de stemming de leden die de overheid vertegenwoordigen en de leden die de vakorganisaties vertegenwoordigen even talrijk zijn. Eventueel wordt de pariteit hersteld door het uitschakelen van een lid na loting.
Wanneer de Commissie na een eerste oproeping van de leden in onvoldoende aantal is, beraadslaagt en stemt zij geldig over dezelfde stagiair bij de volgende vergadering, ongeacht het aantal aanwezige leden.
De stemming is geheim. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
§ 4. Het personeelslid dat de stagiair onder zijn gezag heeft, wordt ambtshalve gehoord door de afdeling.
De afdeling hoort eveneens de stagiair op diens verzoek alvorens een beslissing te nemen over de voortzetting of de verlenging van de proefperiode of alvorens het ontslag van de stagiair voor te stellen.
De stagiair kan zich laten bijstaan door een advocaat of een vakbondsafgevaardigde van een representatieve vakorganisatie.
§ 5. Elke afdeling legt de benoemende overheid een met redenen omkleed voorstel voor tot benoeming, voortzetting van de proefperiode, verlenging van de proefperiode of ontslag.
Art.6. § 1er. Il est instauré une Commission de stage à l'Agence régionale pour la propreté, subdivisée en deux sections, en fonction des rôles linguistiques auxquels appartiennent les agents.
§ 2. Chaque section se compose respectivement :
- d'un agent titulaire d'un grade de rang 13 ou plus, désigné par le fonctionnaire dirigeant de l'Agence régionale pour la propreté;
- de deux membres choisis parmi le personnel de l'Agence régionale pour la propreté titulaires d'un grade au moins immédiatement supérieur à celui de l'agent en stage et désignés par le fonctionnaire dirigeant de l'Agence régionale pour la propreté;
- de trois représentants désignés par les délégations syndicales représentatives à raison d'un par organisation parmi les membres du personnel de l'Agence régionale pour la propreté.
En cas d'empêchement des membres effectifs visés à l'alinéa 1er, ils sont remplacés par des membres suppléants désignés suivant les mêmes modalités.
Le fonctionnaire dirigeant de l'Agence régionale pour la propreté désigne parmi les agents de niveau 1 de l'Agence, un secrétaire effectif et un secrétaire suppléant pour chaque section.
Les secrétaires n'ont pas voix délibérative.
§ 3. Chaque section délibère valablement si quatre membres au moins sont présents, dont deux membres désignés par les délégations syndicales représentatives.
En outre, lors du vote, les membres qui représentent l'autorité et les membres qui représentent les organisations syndicales doivent être en nombre égal. Le cas échéant, la parité est établie par l'élimination d'un membre après tirage au sort.
Lorsque, après une première convocation des membres, la section n'est pas en nombre utile, elle siège et vote valablement au sujet du même stagiaire, lors de la réunion suivante, quel que soit le nombre de membres présents.
Le vote a lieu au scrutin secret. En cas de partage des voix, la voix du président est prépondérante.
§ 4. Le membre du personnel qui a le stagiaire sous ses ordres est entendu d'office par la section.
La section entend également le stagiaire à la demande de celui-ci, avant de décider la continuation ou la prolongation du stage ou avant de proposer le licenciement.
Le stagiaire peut se faire assister par un avocat ou un délégué syndical d'une organisation syndicale représentative.
§ 5. Chaque section soumet à l'autorité revêtue du pouvoir de nomination, une proposition motivée de nomination, de poursuite du stage, de prolongation du stage ou encore de licenciement.
§ 2. Chaque section se compose respectivement :
- d'un agent titulaire d'un grade de rang 13 ou plus, désigné par le fonctionnaire dirigeant de l'Agence régionale pour la propreté;
- de deux membres choisis parmi le personnel de l'Agence régionale pour la propreté titulaires d'un grade au moins immédiatement supérieur à celui de l'agent en stage et désignés par le fonctionnaire dirigeant de l'Agence régionale pour la propreté;
- de trois représentants désignés par les délégations syndicales représentatives à raison d'un par organisation parmi les membres du personnel de l'Agence régionale pour la propreté.
En cas d'empêchement des membres effectifs visés à l'alinéa 1er, ils sont remplacés par des membres suppléants désignés suivant les mêmes modalités.
Le fonctionnaire dirigeant de l'Agence régionale pour la propreté désigne parmi les agents de niveau 1 de l'Agence, un secrétaire effectif et un secrétaire suppléant pour chaque section.
Les secrétaires n'ont pas voix délibérative.
§ 3. Chaque section délibère valablement si quatre membres au moins sont présents, dont deux membres désignés par les délégations syndicales représentatives.
En outre, lors du vote, les membres qui représentent l'autorité et les membres qui représentent les organisations syndicales doivent être en nombre égal. Le cas échéant, la parité est établie par l'élimination d'un membre après tirage au sort.
Lorsque, après une première convocation des membres, la section n'est pas en nombre utile, elle siège et vote valablement au sujet du même stagiaire, lors de la réunion suivante, quel que soit le nombre de membres présents.
Le vote a lieu au scrutin secret. En cas de partage des voix, la voix du président est prépondérante.
§ 4. Le membre du personnel qui a le stagiaire sous ses ordres est entendu d'office par la section.
La section entend également le stagiaire à la demande de celui-ci, avant de décider la continuation ou la prolongation du stage ou avant de proposer le licenciement.
Le stagiaire peut se faire assister par un avocat ou un délégué syndical d'une organisation syndicale représentative.
§ 5. Chaque section soumet à l'autorité revêtue du pouvoir de nomination, une proposition motivée de nomination, de poursuite du stage, de prolongation du stage ou encore de licenciement.
Art.7. § 1. In afwijking op artikel 75, § 3, van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende vaststelling van het statuut van de rijksambtenaren, van de bepalingen van het koninklijk besluit van 8 januari 1973 tot vaststelling van het statuut van het personeel van sommige instellingen van openbaar nut en van het koninklijk besluit van 8 januari 1973 houdende bezoldigingregeling van het personeel van sommige instellingen van openbaar nut, wordt er een bevordering via baremaverhoging ingevoerd in het administratief en geldelijk statuut van het personeel van het Gewestelijk Agentschap voor Netheid.
Onder bevordering via baremaverhoging wordt verstaan : de toekenning aan het personeelslid van een hogere weddenschaal dan de weddenschaal die verbonden is aan zijn graad, overeenkomstig de tabellen gevoegd in bijlage van dit besluit, en dit mits voldaan is aan de voorwaarden van paragraaf 2 inzake anciënniteit en opleiding, zonder dat de toekenning van deze schaal een verandering van graad inhoudt.
De bevordering via baremaverhoging kan twee keer worden toegekend in eenzelfde graad, met uitzondering van de personeelsleden die titularis zijn van rang 13 en hogere rangen, die slechts één keer van de bevordering via baremaverhoging in eenzelfde graad kunnen genieten.
De verkrijging van de bevordering via baremaverhoging voorzien in het vorige lid veronderstelt dat het personeelslid voor elk van deze bevorderingen de voorwaarden gesteld in paragraaf 2 van dit artikel vervult.
§ 2. Om de toekenning van deze hogere weddenschaal te kunnen genieten, dient het personeelslid :
1° zes jaar graadanciënniteit te hebben bij het Gewestelijk Agentschap voor Netheid, zonder dat bij de berekening van deze graadanciënniteit rekening kan worden gehouden met de perioden die worden gelijkgesteld met effectieve dienstperioden, met toepassing of in uitvoering van artikel 102, 10°, 12°, 13°, 14° van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende vaststelling van het statuut van de rijksambtenaren;
2° met succes een opleiding georganiseerd of erkend door het Gewestelijk Agentschap voor Netheid te hebben gevolgd. Onder opleiding erkend door het Gewestelijk Agentschap voor Netheid wordt verstaan de opleiding die een verband heeft met het belang van de dienst en niet door het Gewestelijk Agentschap voor Netheid wordt georganiseerd, de persoonlijke werken die een verband hebben met het belang van de dienst en welke door de Directieraad als gelijkgesteld met deze opleiding worden beschouwd;
3° de twee jaren die voorafgaan aan de toekenning van de promotie,
- voor het statutair personeel, geen tuchtsanctie hebben opgelopen;
- voor het contractueel personeel, geen kennisgeving hebben ontvangen hetzij van drie schriftelijke verwittigingen van de ingenieur van openbare reinheid, van het diensthoofd van niveau 1 of van de ingenieur-directeur, hetzij van een laatste schriftelijke verwittiging van de directeur Personeelsbeleid;
Na twee jaar zonder tuchtsanctie voor het statutair personeel of verwittiging voor het contractueel personeel verkrijgt het personeelslid opnieuw zijn recht op bevordering via baremaverhoging.
Onder bevordering via baremaverhoging wordt verstaan : de toekenning aan het personeelslid van een hogere weddenschaal dan de weddenschaal die verbonden is aan zijn graad, overeenkomstig de tabellen gevoegd in bijlage van dit besluit, en dit mits voldaan is aan de voorwaarden van paragraaf 2 inzake anciënniteit en opleiding, zonder dat de toekenning van deze schaal een verandering van graad inhoudt.
De bevordering via baremaverhoging kan twee keer worden toegekend in eenzelfde graad, met uitzondering van de personeelsleden die titularis zijn van rang 13 en hogere rangen, die slechts één keer van de bevordering via baremaverhoging in eenzelfde graad kunnen genieten.
De verkrijging van de bevordering via baremaverhoging voorzien in het vorige lid veronderstelt dat het personeelslid voor elk van deze bevorderingen de voorwaarden gesteld in paragraaf 2 van dit artikel vervult.
§ 2. Om de toekenning van deze hogere weddenschaal te kunnen genieten, dient het personeelslid :
1° zes jaar graadanciënniteit te hebben bij het Gewestelijk Agentschap voor Netheid, zonder dat bij de berekening van deze graadanciënniteit rekening kan worden gehouden met de perioden die worden gelijkgesteld met effectieve dienstperioden, met toepassing of in uitvoering van artikel 102, 10°, 12°, 13°, 14° van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende vaststelling van het statuut van de rijksambtenaren;
2° met succes een opleiding georganiseerd of erkend door het Gewestelijk Agentschap voor Netheid te hebben gevolgd. Onder opleiding erkend door het Gewestelijk Agentschap voor Netheid wordt verstaan de opleiding die een verband heeft met het belang van de dienst en niet door het Gewestelijk Agentschap voor Netheid wordt georganiseerd, de persoonlijke werken die een verband hebben met het belang van de dienst en welke door de Directieraad als gelijkgesteld met deze opleiding worden beschouwd;
3° de twee jaren die voorafgaan aan de toekenning van de promotie,
- voor het statutair personeel, geen tuchtsanctie hebben opgelopen;
- voor het contractueel personeel, geen kennisgeving hebben ontvangen hetzij van drie schriftelijke verwittigingen van de ingenieur van openbare reinheid, van het diensthoofd van niveau 1 of van de ingenieur-directeur, hetzij van een laatste schriftelijke verwittiging van de directeur Personeelsbeleid;
Na twee jaar zonder tuchtsanctie voor het statutair personeel of verwittiging voor het contractueel personeel verkrijgt het personeelslid opnieuw zijn recht op bevordering via baremaverhoging.
Art.7. § 1er. Par dérogation à l'article 75, § 3, de l'arrêté royal du 2 octobre 1937 portant le statut des agents de l'Etat, aux dispositions de l'arrêté royal du 8 janvier 1973 fixant le statut du personnel de certains organismes d'intérêt public et de l'arrêté royal du 8 janvier 1973 portant statut pécuniaire du personnel de certains organismes d'intérêt public, il est institué une promotion par avancement barémique dans le statut administratif et pécuniaire du personnel de l'Agence régionale pour la Propreté.
Par promotion par avancement barémique, on entend l'octroi, au membre du personnel, d'une échelle de traitement supérieure à l'échelle de traitement liée à son grade, conformément aux tableaux figurant à l'annexe du présent arrêté, ce moyennant le respect des conditions énoncées au paragraphe 2 en matière d'ancienneté et de formation, sans que l'octroi de cette échelle implique un changement de grade.
La promotion par avancement barémique peut être accordée deux fois dans un même grade, à l'exception des membres du personnel titulaires des rangs 13 et supérieurs qui ne peuvent bénéficier qu'une seule fois de la promotion par avancement barémique dans un même grade.
L'obtention de chacune des promotions par avancement barémique visée à l'alinéa précédent implique que le membre du personnel réunisse pour chacune de ces promotions les conditions visées au paragraphe 2 du présent article.
§ 2. Pour bénéficier de l'octroi de cette échelle de traitement supérieure, le membre du personnel doit :
1° compter six années d'ancienneté de grade au sein de l'Agence régionale pour la propreté, sans qu'il puisse être tenu compte pour le calcul de cette ancienneté de grade des périodes assimilées à des périodes de services effectifs en application ou en exécution de l'article 102, 10°, 12°, 14° de l'arrêté royal du 2 octobre 1937 portant le statut des agents de l'Etat;
2° avoir suivi avec succès une formation organisée ou reconnue par l'Agence régionale pour la propreté. Par formation reconnue par l'Agence régionale pour la propreté, on entend la formation en rapport avec l'intérêt du service qui n'est pas organisée par l'Agence régionale pour la propreté ou les travaux personnels en rapport avec l'intérêt du service, qui sont jugés équivalents à cette formation par le Conseil de direction;
3° dans les deux ans qui précèdent l'attribution de la promotion,
- pour le personnel statutaire, ne pas avoir encouru de sanction disciplinaire;
- pour le personnel contractuel ne pas avoir reçu notification soit de trois avertissements écrits de l'ingénieur de propreté publique, du chef de service de niveau 1 ou de l'ingénieur-directeur, soit le dernier avertissement écrit du directeur des ressources humaines;
Après deux années sans sanction disciplinaire pour le personnel statutaire ou avertissement pour le personnel contractuel, le membre du personnel retrouve son droit à la promotion par avancement barémique.
Par promotion par avancement barémique, on entend l'octroi, au membre du personnel, d'une échelle de traitement supérieure à l'échelle de traitement liée à son grade, conformément aux tableaux figurant à l'annexe du présent arrêté, ce moyennant le respect des conditions énoncées au paragraphe 2 en matière d'ancienneté et de formation, sans que l'octroi de cette échelle implique un changement de grade.
La promotion par avancement barémique peut être accordée deux fois dans un même grade, à l'exception des membres du personnel titulaires des rangs 13 et supérieurs qui ne peuvent bénéficier qu'une seule fois de la promotion par avancement barémique dans un même grade.
L'obtention de chacune des promotions par avancement barémique visée à l'alinéa précédent implique que le membre du personnel réunisse pour chacune de ces promotions les conditions visées au paragraphe 2 du présent article.
§ 2. Pour bénéficier de l'octroi de cette échelle de traitement supérieure, le membre du personnel doit :
1° compter six années d'ancienneté de grade au sein de l'Agence régionale pour la propreté, sans qu'il puisse être tenu compte pour le calcul de cette ancienneté de grade des périodes assimilées à des périodes de services effectifs en application ou en exécution de l'article 102, 10°, 12°, 14° de l'arrêté royal du 2 octobre 1937 portant le statut des agents de l'Etat;
2° avoir suivi avec succès une formation organisée ou reconnue par l'Agence régionale pour la propreté. Par formation reconnue par l'Agence régionale pour la propreté, on entend la formation en rapport avec l'intérêt du service qui n'est pas organisée par l'Agence régionale pour la propreté ou les travaux personnels en rapport avec l'intérêt du service, qui sont jugés équivalents à cette formation par le Conseil de direction;
3° dans les deux ans qui précèdent l'attribution de la promotion,
- pour le personnel statutaire, ne pas avoir encouru de sanction disciplinaire;
- pour le personnel contractuel ne pas avoir reçu notification soit de trois avertissements écrits de l'ingénieur de propreté publique, du chef de service de niveau 1 ou de l'ingénieur-directeur, soit le dernier avertissement écrit du directeur des ressources humaines;
Après deux années sans sanction disciplinaire pour le personnel statutaire ou avertissement pour le personnel contractuel, le membre du personnel retrouve son droit à la promotion par avancement barémique.
Art. 7/1. [1 § 1. Om het werk te organiseren, werkt de directieraad het personeelsplan uit. Het personeelsplan is een plan waarin per niveau, per rang en per graad het aantal personeelsleden, uitgedrukt in voltijdse equivalenten, wordt vastgelegd dat noodzakelijk wordt geacht om de opdrachten, toegewezen aan het Agentschap uit te oefenen.".
§ 2. De directieraad werkt een voorstel van personeelsplan uit.
Hij bereidt minstens één personeelsplan per begrotingsjaar voor en legt het voor aan de Regering ten laatste op 28 februari van het jaar waarin het plan wordt uitgevoerd.
Het personeelsplan moet verenigbaar zijn met de beschikbare budgettaire middelen voor het betrokken begrotingsjaar.
§ 3. De Regering keurt het personeelsplan op voorstel van de directieraad goed. Bij ontstentenis van een voorstel van de directieraad binnen de daartoe vastgestelde termijnen, kan de Regering zelf een personeelsplan opstellen.
§ 4. Wordt geen personeelsplan opgesteld, blijft het laatste vastgelegde plan van toepassing.
§ 5. De vaststelling van het personeelsplan, houdt de toestemming in van de invulling van de voorziene betrekkingen door aanwerving, promotie, mobiliteit of indienstneming.
§ 6. Het personeelsplan, en alle wijzigingen ervan, worden meegedeeld aan alle personeelsleden en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.]1
§ 2. De directieraad werkt een voorstel van personeelsplan uit.
Hij bereidt minstens één personeelsplan per begrotingsjaar voor en legt het voor aan de Regering ten laatste op 28 februari van het jaar waarin het plan wordt uitgevoerd.
Het personeelsplan moet verenigbaar zijn met de beschikbare budgettaire middelen voor het betrokken begrotingsjaar.
§ 3. De Regering keurt het personeelsplan op voorstel van de directieraad goed. Bij ontstentenis van een voorstel van de directieraad binnen de daartoe vastgestelde termijnen, kan de Regering zelf een personeelsplan opstellen.
§ 4. Wordt geen personeelsplan opgesteld, blijft het laatste vastgelegde plan van toepassing.
§ 5. De vaststelling van het personeelsplan, houdt de toestemming in van de invulling van de voorziene betrekkingen door aanwerving, promotie, mobiliteit of indienstneming.
§ 6. Het personeelsplan, en alle wijzigingen ervan, worden meegedeeld aan alle personeelsleden en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.]1
Art.7/1. [1 § 1er . A des fins d'organisation du travail, le Conseil de direction élabore le plan de personnel. Le plan de personnel est un plan dans lequel est déterminé, par niveau, par rang et par grade, le nombre de membres du personnel exprimé en équivalents temps plein jugés nécessaires à l'exécution des missions assignées à l'Agence. ".
§ 2. Le Conseil de direction élabore une proposition de plan de personnel.
Il prépare au moins un plan de personnel par année budgétaire et le soumet au Gouvernement au plus tard le 28 février de l'année de l'exécution dudit plan.
Le plan de personnel doit être compatible avec les moyens budgétaires disponibles pour l'année budgétaire concernée.
§ 3. Le Gouvernement adopte sur proposition du conseil de direction le plan de personnel. En l'absence de proposition du Conseil de direction dans les délais impartis, le Gouvernement peut fixer un plan de personnel.
§ 4. En l'absence de fixation du plan de personnel, le dernier plan fixé reste d'application.
§ 5. La fixation du plan de personnel implique l'autorisation d'occupation des emplois y prévus par recrutement, promotion, mobilité ou engagement.
§ 6. Le plan de personnel, ainsi que toutes les modifications qui y sont apportées sont communiqués à tous les membres du personnel et publiés au Moniteur belge.]1
§ 2. Le Conseil de direction élabore une proposition de plan de personnel.
Il prépare au moins un plan de personnel par année budgétaire et le soumet au Gouvernement au plus tard le 28 février de l'année de l'exécution dudit plan.
Le plan de personnel doit être compatible avec les moyens budgétaires disponibles pour l'année budgétaire concernée.
§ 3. Le Gouvernement adopte sur proposition du conseil de direction le plan de personnel. En l'absence de proposition du Conseil de direction dans les délais impartis, le Gouvernement peut fixer un plan de personnel.
§ 4. En l'absence de fixation du plan de personnel, le dernier plan fixé reste d'application.
§ 5. La fixation du plan de personnel implique l'autorisation d'occupation des emplois y prévus par recrutement, promotion, mobilité ou engagement.
§ 6. Le plan de personnel, ainsi que toutes les modifications qui y sont apportées sont communiqués à tous les membres du personnel et publiés au Moniteur belge.]1
HOOFDSTUK II. - Geldelijk statuut
CHAPITRE II. - Statut pécuniaire
Art.8. Onverminderd de bepalingen van dit besluit is het koninklijk besluit van 8 januari 1973 houdende bezoldigingsregeling van het personeel van sommige instellingen van openbaar nut van toepassing op het personeel van het Gewestelijk Agentschap voor Netheid.
Art.8. Sans préjudice des dispositions du présent arrêté, l'arrêté royal du 8 janvier 1973 portant statut pécuniaire du personnel de certains organismes d'intérêt public est applicable au personnel de l'Agence régionale pour la propreté.
Art.9. Een vergoeding wordt toegekend aan het personeel van het Agentschap wegens zijn karakter van openbare onderneming met industriële roeping. De vergoeding stemt overeen met vier jaarlijkse verhogingen of twee tweejaarlijkse verhogingen overeenkomstig het stelsel van de periodieke verhogingen dat verbonden is aan de schaal van de rang die in aanmerking komt.
Het jaarbedrag ervan wordt volgens de weddenschaal vastgesteld als volgt :
(max. v/d schaal - min. v/d schaal) x 4/(omvang van de loopbaan
De vergoeding is op dezelfde manier als de wedde aan het mobiliteitsstelsel onderworpen en wordt toegevoegd aan alle trappen van de weddenschaal van de graad dat het personeelslid geniet. Ze wordt tegelijk met de wedde uitbetaald en geeft aanleiding tot afhouding voor het pensioen.
Het jaarbedrag ervan wordt volgens de weddenschaal vastgesteld als volgt :
(max. v/d schaal - min. v/d schaal) x 4/(omvang van de loopbaan
De vergoeding is op dezelfde manier als de wedde aan het mobiliteitsstelsel onderworpen en wordt toegevoegd aan alle trappen van de weddenschaal van de graad dat het personeelslid geniet. Ze wordt tegelijk met de wedde uitbetaald en geeft aanleiding tot afhouding voor het pensioen.
Art.9. Il est alloué au personnel de l'Agence une indemnité liée à son caractère d'entreprise publique à vocation industrielle. L'indemnité est égale à quatre augmentations annuelles ou à deux augmentations biennales, suivant le régime d'augmentations intercalaires attaché à l'échelle du rang considéré.
Son montant annuel est fixé selon l'échelle de traitement suivant la formule suivante :
(max. de l'echelle - min. de l'echelle) x 4 (amplitude de la carrière)
Elle est soumise au régime de la mobilité au même titre que le traitement et elle s'ajoute à tous les échelons de l'échelle de traitement dont l'agent bénéficie. Elle est payée en même temps que le traitement et est soumise aux retenues pour la pension.
Son montant annuel est fixé selon l'échelle de traitement suivant la formule suivante :
(max. de l'echelle - min. de l'echelle) x 4 (amplitude de la carrière)
Elle est soumise au régime de la mobilité au même titre que le traitement et elle s'ajoute à tous les échelons de l'échelle de traitement dont l'agent bénéficie. Elle est payée en même temps que le traitement et est soumise aux retenues pour la pension.
Art.10. Er wordt aan de werklieden van het Agentschap belast met het besturen van een zwaar voertuig wegens een tekort aan beschikbare bestuurders een forfaitaire dagelijkse toelage van 2,83 euro (index 138,01 tegen 100 %) toegekend.
De toelage is aan de personeelsleden die effectief een zwaar voertuig bestuurd hebben verschuldigd, enkel voor de dagen waarop ze de ophaalwagen moesten besturen wegens een tekort aan personeel.
Alleen de personeelsleden met betrekkingen overeenstemmend met de graden van werkman of eerste werkman in de formatie van het Agentschap die een rijbewijs C of D bezitten, kunnen in aanmerking komen om een zwaar voertuig te besturen en om deze toelage te ontvangen nadat ze aan de reglementaire medische onderzoeken werden onderworpen en nadat ze voor een geschiktheidstest zijn geslaagd.
De toelage is aan de personeelsleden die effectief een zwaar voertuig bestuurd hebben verschuldigd, enkel voor de dagen waarop ze de ophaalwagen moesten besturen wegens een tekort aan personeel.
Alleen de personeelsleden met betrekkingen overeenstemmend met de graden van werkman of eerste werkman in de formatie van het Agentschap die een rijbewijs C of D bezitten, kunnen in aanmerking komen om een zwaar voertuig te besturen en om deze toelage te ontvangen nadat ze aan de reglementaire medische onderzoeken werden onderworpen en nadat ze voor een geschiktheidstest zijn geslaagd.
Art.10. Il est alloué au personnel ouvrier de l'Agence chargé de la conduite d'un véhicule lourd, en raison du manque de conducteurs disponibles, une allocation forfaitaire journalière indexée de 2,83 euros (indice 138,01 à 100 %).
L'allocation est due aux agents ayant conduit effectivement un véhicule lourd, uniquement pour les jours où cette conduite a été rendue nécessaire à la suite du manque d'effectif.
Seuls les agents titulaires des emplois correspondant aux grades d'ouvrier ou de premier ouvrier dans le cadre de l'Agence et qui possèdent un permis de conduire C ou D peuvent être pris en considération pour conduire un véhicule lourd et bénéficier de la présente allocation, après avoir été soumis aux examens médicaux réglementaires et avoir subi avec fruit un test d'aptitude.
L'allocation est due aux agents ayant conduit effectivement un véhicule lourd, uniquement pour les jours où cette conduite a été rendue nécessaire à la suite du manque d'effectif.
Seuls les agents titulaires des emplois correspondant aux grades d'ouvrier ou de premier ouvrier dans le cadre de l'Agence et qui possèdent un permis de conduire C ou D peuvent être pris en considération pour conduire un véhicule lourd et bénéficier de la présente allocation, après avoir été soumis aux examens médicaux réglementaires et avoir subi avec fruit un test d'aptitude.
Art.11. Een forfaitaire geïndexeerde toelage van 123,95 euro per maand wordt toegekend aan de personeelsleden van het Agentschap die met controleurfuncties belast zijn (index 138,01 tegen 100 %).
Art.11. Il est alloué aux agents de l'Agence chargés des fonctions de contrôleur une allocation de fonction forfaitaire indexée de 123,95 euros par mois (indice 138,01 à 100 %).
Art.12. Een forfaitaire geïndexeerde toelage van 99,16 euro per maand wordt toegekend aan het personeel van het Agentschap belast met telefoononthaal en -informatie. Deze toelage wordt toegekend na een proefperiode van twee maanden.
Art.12. Il est alloué aux membres du personnel de l'Agence assurant le service d'accueil et de renseignements téléphoniques une allocation de fonction forfaitaire indexée de 99,16 euros par mois. Cette allocation est attribuée après deux mois de prestations à l'essai.
Art.13. Aan de ambtenaren, titularis van de graad van ingenieur of eerstaanwezend ingenieur, van ingenieur-directeur of hoofdingenieur-directeur, en aan de ambtenaren van rang 15 en 16 die houder zijn van een diploma van burgerlijk ingenieur of van bio-ingenieur, wordt een ingenieurspremie toegekend.
Het forfaitair jaarbedrag van deze premie bedraagt 3.500 euro. De premie wordt per maand, en onder dezelfde voorwaarden als de wedde uitbetaald. Ze wordt gekoppeld aan de spilindex 138,01.
De ingenieurspremie is niet verschuldigd wanneer de ingenieur het geldelijk voordeel geniet dat bij overgangsmaatregel werd toegekend door het koninklijk besluit van 14 januari 1969 betreffende de productiviteitspremie voor ingenieurs bij het Ministerie van Openbare Werken.
Het forfaitair jaarbedrag van deze premie bedraagt 3.500 euro. De premie wordt per maand, en onder dezelfde voorwaarden als de wedde uitbetaald. Ze wordt gekoppeld aan de spilindex 138,01.
De ingenieurspremie is niet verschuldigd wanneer de ingenieur het geldelijk voordeel geniet dat bij overgangsmaatregel werd toegekend door het koninklijk besluit van 14 januari 1969 betreffende de productiviteitspremie voor ingenieurs bij het Ministerie van Openbare Werken.
Art.13. Il est alloué une prime d'ingénieur aux agents titulaires des grades d'ingénieur ou d'ingénieur principal, d'ingénieur-directeur ou d'ingénieur en chef-directeur, ainsi qu'aux agents des rangs 15 et 16 titulaires d'un diplôme d'ingénieur civil ou de bioingenieur.
Cette prime, dont le montant annuel forfaitaire est fixé à 3.500 euros, est payée mensuellement et aux mêmes conditions que le traitement. Elle est liée à l'indice pivot 138,01.
La prime d'ingénieur n'est pas due lorsque l'ingénieur bénéficie de l'avantage pécuniaire prévu par mesure transitoire par l'arrêté royal du 14 janvier 1969 concernant la prime de productivité en faveur des ingénieurs du Ministère des Travaux publics.
Cette prime, dont le montant annuel forfaitaire est fixé à 3.500 euros, est payée mensuellement et aux mêmes conditions que le traitement. Elle est liée à l'indice pivot 138,01.
La prime d'ingénieur n'est pas due lorsque l'ingénieur bénéficie de l'avantage pécuniaire prévu par mesure transitoire par l'arrêté royal du 14 janvier 1969 concernant la prime de productivité en faveur des ingénieurs du Ministère des Travaux publics.
Art.14. [1 § 1. Het personeelslid dat zich per fiets verplaatst om zich van zijn woonplaats naar zijn werk te begeven, heeft recht op een vergoeding van zijn kosten.
§ 2. De vergoeding wordt toegekend aan het personeelslid dat minstens vijf keer per maand gebruik maakt van zijn fiets op de weg van en naar het werk.
§ 3. De vergoeding stemt overeen met het geïndexeerde bedrag per kilometer, vrijgesteld van inkomstenbelastingen en sociale bijdragen, zoals vastgelegd door de Federale Overheidsdienst Financiën.
§ 4. Ze wordt berekend volgens de kortste of de veiligste fietsweg tussen :
1° a) zijn woonplaats en zijn werkplaats;
b) of zijn woonplaats en het opstappunt van een ander vervoermiddel naar zijn werkplaats;
en/of het afstappunt van een ander vervoermiddel naar zijn werkplaats;
2° a) zijn werkplaats en zijn woonplaats;
b) of zijn werkplaats en het opstappunt van een ander vervoermiddel naar zijn woonplaats;
en/of het afstappunt van een ander vervoermiddel naar zijn woonplaats;
§ 5. De vergoeding wordt elke trimester uitbetaald op overlegging van een aangifte op erewoord gestaafd met een driemaandelijks overzicht.
§ 6. De leidend ambtenaar oefent toezicht uit op de aangiften.]1
§ 2. De vergoeding wordt toegekend aan het personeelslid dat minstens vijf keer per maand gebruik maakt van zijn fiets op de weg van en naar het werk.
§ 3. De vergoeding stemt overeen met het geïndexeerde bedrag per kilometer, vrijgesteld van inkomstenbelastingen en sociale bijdragen, zoals vastgelegd door de Federale Overheidsdienst Financiën.
§ 4. Ze wordt berekend volgens de kortste of de veiligste fietsweg tussen :
1° a) zijn woonplaats en zijn werkplaats;
b) of zijn woonplaats en het opstappunt van een ander vervoermiddel naar zijn werkplaats;
en/of het afstappunt van een ander vervoermiddel naar zijn werkplaats;
2° a) zijn werkplaats en zijn woonplaats;
b) of zijn werkplaats en het opstappunt van een ander vervoermiddel naar zijn woonplaats;
en/of het afstappunt van een ander vervoermiddel naar zijn woonplaats;
§ 5. De vergoeding wordt elke trimester uitbetaald op overlegging van een aangifte op erewoord gestaafd met een driemaandelijks overzicht.
§ 6. De leidend ambtenaar oefent toezicht uit op de aangiften.]1
Art.14. [1 § 1er. Le membre du personnel qui se déplace à vélo pour se rendre de son domicile vers son lieu de travail a droit à un remboursement de ses frais.
§ 2. L'indemnité est allouée au membre du personnel qui utilise son vélo sur le chemin du travail au moins cinq fois par mois.
§ 3. L'indemnité correspond au montant indexé par kilomètre exonéré d'impôt sur les revenus et de cotisations sociales tel que fixé par le Service Public Fédéral Finances.
§ 4. Elle est calculée en fonction du chemin le plus court ou le plus sûr à vélo entre :
1° a) son domicile et son lieu de travail;
b) ou son domicile et le point d'embarquement d'un autre moyen de transport vers son lieu de travail;
et/ou le point de débarquement d'un autre moyen de transport vers son lieu de travail;
2° a) son lieu de travail et son domicile;
b) ou son lieu de travail et le point d'embarquement d'un autre moyen de transport vers son domicile;
et/ou le point de débarquement d'un autre moyen de transport vers son domicile;
§ 5. L'indemnité est liquidée chaque trimestre sur production d'une déclaration sur l'honneur appuyée d'un relevé trimestriel.
§ 6. Le fonctionnaire dirigeant exerce un contrôle sur les déclarations.]1
§ 2. L'indemnité est allouée au membre du personnel qui utilise son vélo sur le chemin du travail au moins cinq fois par mois.
§ 3. L'indemnité correspond au montant indexé par kilomètre exonéré d'impôt sur les revenus et de cotisations sociales tel que fixé par le Service Public Fédéral Finances.
§ 4. Elle est calculée en fonction du chemin le plus court ou le plus sûr à vélo entre :
1° a) son domicile et son lieu de travail;
b) ou son domicile et le point d'embarquement d'un autre moyen de transport vers son lieu de travail;
et/ou le point de débarquement d'un autre moyen de transport vers son lieu de travail;
2° a) son lieu de travail et son domicile;
b) ou son lieu de travail et le point d'embarquement d'un autre moyen de transport vers son domicile;
et/ou le point de débarquement d'un autre moyen de transport vers son domicile;
§ 5. L'indemnité est liquidée chaque trimestre sur production d'une déclaration sur l'honneur appuyée d'un relevé trimestriel.
§ 6. Le fonctionnaire dirigeant exerce un contrôle sur les déclarations.]1
Wijzigingen
Art.15. § 1. Een levensduurtepremie wordt maandelijks toegekend aan de personeelsleden die [1 ingeschreven in de bevolkingsregisters van één van de gemeenten van het Brussels Hoofstedelijk Gewest]1.
§ 2. [2 Deze levensduurtepremie bedraagt 46,38 euro. Deze wordt maandelijks betaald onder dezelfde voorwaarden en prorata als de wedde. Deze premie wordt niet geïndexeerd.]2
[3 § 3. Voor het personeelslid dat zijn of haar domicilie wijzigt, wordt de levensduurtepremie uitbetaald vanaf de maand die volgt op de datum van inschrijving van het personeelslid in het bevolkingsregister van een van de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, voor zover deze datum na 1 juli 2012 valt.
De toekenning van de levensduurtepremie eindigt op de eerste dag van de maand die volgt op de schrapping van het personeelslid uit het bevolkingsregister van een van de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, behalve indien hij is ingeschreven in de bevolkingsregisters van een andere gemeente van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Het personeelslid brengt de directie Personeelsbeheer onmiddellijk op de hoogte van elke domiciliewijziging die een impact heeft op zijn of haar recht op het verkrijgen van de levensduurtepremie.]3
§ 2. [2 Deze levensduurtepremie bedraagt 46,38 euro. Deze wordt maandelijks betaald onder dezelfde voorwaarden en prorata als de wedde. Deze premie wordt niet geïndexeerd.]2
[3 § 3. Voor het personeelslid dat zijn of haar domicilie wijzigt, wordt de levensduurtepremie uitbetaald vanaf de maand die volgt op de datum van inschrijving van het personeelslid in het bevolkingsregister van een van de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, voor zover deze datum na 1 juli 2012 valt.
De toekenning van de levensduurtepremie eindigt op de eerste dag van de maand die volgt op de schrapping van het personeelslid uit het bevolkingsregister van een van de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, behalve indien hij is ingeschreven in de bevolkingsregisters van een andere gemeente van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Het personeelslid brengt de directie Personeelsbeheer onmiddellijk op de hoogte van elke domiciliewijziging die een impact heeft op zijn of haar recht op het verkrijgen van de levensduurtepremie.]3
Art.15. § 1er. Une prime de vie chère est octroyée mensuellement aux membres du personnel [1 inscrits au registre de la population d'une des communes de la Région de Bruxelles-Capitale]1.
§ 2. [2 Cette prime de vie chère s'élève à 46,38 euros. Elle est payée mensuellement aux mêmes conditions et pro rata que le traitement. Cette prime n'est pas soumise à l'indexation.]2
[3 § 3. Pour le membre du personnel qui change de domicile, la prime de vie chère est payée à partir du mois qui suit la date de son inscription au registre de la population d'une des communes de la Région de Bruxelles-Capitale, pour autant que cette date soit postérieure au 1er juillet 2012.
L'octroi de la prime de vie chère prend fin le premier jour du mois qui suit la radiation du membre du personnel du registre de la population d'une des communes de la Région de Bruxelles-Capitale, sauf s'il est inscrit dans les registres de la population d'une autre commune de la Région de Bruxelles-Capitale.
Le membre du personnel informe immédiatement la direction de la gestion du personnel de tout changement de domicile ayant un impact sur son droit au bénéfice de la prime de vie chère.]3
§ 2. [2 Cette prime de vie chère s'élève à 46,38 euros. Elle est payée mensuellement aux mêmes conditions et pro rata que le traitement. Cette prime n'est pas soumise à l'indexation.]2
[3 § 3. Pour le membre du personnel qui change de domicile, la prime de vie chère est payée à partir du mois qui suit la date de son inscription au registre de la population d'une des communes de la Région de Bruxelles-Capitale, pour autant que cette date soit postérieure au 1er juillet 2012.
L'octroi de la prime de vie chère prend fin le premier jour du mois qui suit la radiation du membre du personnel du registre de la population d'une des communes de la Région de Bruxelles-Capitale, sauf s'il est inscrit dans les registres de la population d'une autre commune de la Région de Bruxelles-Capitale.
Le membre du personnel informe immédiatement la direction de la gestion du personnel de tout changement de domicile ayant un impact sur son droit au bénéfice de la prime de vie chère.]3
Art.16. § 1. Er wordt een productiviteitspremie ingevoerd voor de personeelsleden van het Agentschap. Elk jaar wordt in de loop van het laatste trimester de productiviteitspremie toegekend naar gelang van het resultaat van de laatste twaalf maanden.
De Regering bepaalt het bedrag en de verdelingscriteria ervan na overleg met de representatieve vakbondsorganisaties. Dit overleg begint in de loop van het 3de trimester van het voorafgaande jaar.
§ 2. De besluiten van de raad van de Agglomeratie Brussel van 18 september 1974 en 25 maart 1975 genomen overeenkomstig het koninklijk besluit van 18 januari 1974 tot vaststelling van de algemene bepalingen met betrekking tot de toekenning van een uitkering voor diploma aan sommige ambtenaren van de provincies, gemeenten, agglomeraties en federaties van gemeenten blijven van toepassing op de ambtenaren van het Agentschap.
De Regering bepaalt het bedrag en de verdelingscriteria ervan na overleg met de representatieve vakbondsorganisaties. Dit overleg begint in de loop van het 3de trimester van het voorafgaande jaar.
§ 2. De besluiten van de raad van de Agglomeratie Brussel van 18 september 1974 en 25 maart 1975 genomen overeenkomstig het koninklijk besluit van 18 januari 1974 tot vaststelling van de algemene bepalingen met betrekking tot de toekenning van een uitkering voor diploma aan sommige ambtenaren van de provincies, gemeenten, agglomeraties en federaties van gemeenten blijven van toepassing op de ambtenaren van het Agentschap.
Art.16. § 1er. Il est instauré une prime de productivité en faveur du personnel de l'Agence. Chaque année, dans le courant du dernier trimestre la prime de productivité est attribuée en fonction du résultat des douze mois précédents.
Le Gouvernement en fixe le montant et les critères de répartition, après concertation avec les organisations syndicales représentatives. La concertation débutera dans le courant du 3e trimestre de l'année qui précède.
§ 2. Les délibérations du conseil de l'Agglomération de Bruxelles des 18 septembre 1974 et 25 mars 1975 prises en application de l'arrêté royal du 18 janvier 1974 fixant les dispositions générales relatives à l'octroi d'une allocation pour diplôme à certains agents des provinces, des communes, des agglomérations et des fédérations de communes restent applicables aux agents de l'Agence.
Le Gouvernement en fixe le montant et les critères de répartition, après concertation avec les organisations syndicales représentatives. La concertation débutera dans le courant du 3e trimestre de l'année qui précède.
§ 2. Les délibérations du conseil de l'Agglomération de Bruxelles des 18 septembre 1974 et 25 mars 1975 prises en application de l'arrêté royal du 18 janvier 1974 fixant les dispositions générales relatives à l'octroi d'une allocation pour diplôme à certains agents des provinces, des communes, des agglomérations et des fédérations de communes restent applicables aux agents de l'Agence.
Art.17. De personeelsleden van de Agglomeratie Brussel die naar het Agentschap zijn overgeheveld, blijven op persoonlijke titel de weddenschaal genieten die hen was toegekend op de datum van hun overheveling, de tussentijdse verhogingen die door deze weddenschaal waren voorzien inbegrepen tot op het ogenblik dat ze hetzij een verhoging van deze weddenschaal, hetzij een bevordering die hen een hogere weddenschaal toekent, kunnen genieten.
Art.17. Les agents transférés de l'Agglomération bruxelloise à l'Agence continuent à bénéficier à titre personnel de l'échelle de traitement qui leur était attribuée à la date de leur transfert, en ce compris les augmentations intercalaires prévues par ladite échelle, jusqu'au moment où ils peuvent bénéficier soit d'une augmentation de cette échelle soit d'une promotion qui leur attribue une échelle de traitement plus élevée.
Art.18. Het besluit van 23 maart 1995 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot vaststelling van het administratief en geldelijk statuut van het personeel van het Gewestelijk Agentschap voor Netheid, gewijzigd bij de besluiten van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 3 juni 1999, van 3 mei 2001 en van 7 juli 2005, wordt opgeheven.
Art.18. L'arrêté du Gouvernement de la Région Bruxelles-Capitale du 23 mars 1995 fixant le statut administratif et pécuniaire du personnel de l'Agence régionale pour la Propreté, modifié par les arrêtés du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale des 3 juin 1999, 3 mai 2001 et du 7 juillet 2005 est abrogé.
Art.19. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt met uitzondering van artikel 4 dat in werking treedt op 1 januari 2011, van artikel 3 en artikel 14 die van kracht worden op 1 juni 2011, en van artikel 15 dat van kracht wordt op 1 juli 2012.
Art.19. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge à l'exception de l'article 4 qui entre en vigueur le 1er janvier 2011, de l'article 3 et de l'article 14 qui entrent en vigueur le 1er juin 2011 et de l'article 15 qui entre en vigueur le 1er juillet 2012.
Art.20. De Minister bevoegd voor Openbare Netheid en de Minister bevoegd voor Openbaar Ambt zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art.20. Le Ministre qui a la Propreté publique dans ses attributions et le Ministre qui a la Fonction publique dans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Overgang van een weddenschaal met toepassing van artikel 7, § 1, tweede lid, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 29 oktober 2011 tot vaststelling van het administratief en geldelijk statuut van het personeel van Net Brussel, het Gewestelijk Agentschap voor Netheid
Overgang naar hogere weddenschaal
Niveau 4 :
Overgang naar hogere weddenschaal
Niveau 4 :
Art. N. Passage d'une échelle de traitement à l'échelle de traitement supérieure en application de l'article 7, § 1er, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 29 octobre 2011 fixant le statut administratif et pécuniaire du personnel de Bruxelles-Propreté, Agence régionale pour la Propreté
Sauts d'échelles
Niveau 4 :
Sauts d'échelles
Niveau 4 :
| Graad | Uitgangsschaal | 1e bevordering door graadwijziging | 2e bevordering door graadwijziging |
| Werkman openbare reinheid | [1 1.24]1 | 1.30 | 1.30bis |
| Eerstaanwezend werkman openbare reinheid | 1.26 | 1.26bis | 1.26ter |
| Bestuurder Zware Voertuigen 1e werkman openbare reinheid | 1.30 | 1.30bis | 1.30ter |
| Eerstaanwezend bestuurder Zware voertuigen | 1.40 | 1.40 prim | 1.40 sec |
| (1)<BESL 2017-09-28/09, art. 3, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2016> | |||
door graadwijziging2e bevordering
door graadwijziging
Werkman openbare reinheid[1 1.24]11.301.30bis
Eerstaanwezend werkman openbare reinheid1.261.26bis1.26ter
Bestuurder Zware Voertuigen
1e werkman openbare reinheid1.301.30bis1.30ter
Eerstaanwezend bestuurder Zware voertuigen1.401.40 prim1.40 sec(1)
| Grade | Echelle de départ | Première promotion par avancement barémique | Deuxième promotion par avancement barémique |
| Ouvrier de Propreté publique | [1 1.24]1 | 1.30 | 1.30bis |
| Ouvrier principal de Propreté publique | 1.26 | 1.26bis | 1.26ter |
| Conducteur de véhicule lourd 1er Ouvrier de Propreté publique | 1.30 | 1.30bis | 1.30ter |
| Conducteur de véhicule lourd principal | 1.40 | 1.40 prim | 1.40 sec |
| (1)<ARR 2017-09-28/09, art. 3, 004; En vigueur : 01-01-2016> | |||
Ouvrier de
Propreté publique[1 1.24]11.301.30bis
Ouvrier principal de
Propreté publique1.261.26bis1.26ter
Conducteur de véhicule lourd
1er Ouvrier de Propreté publique1.301.30bis1.30ter
Conducteur de véhicule lourd principal1.401.40 prim1.40 sec(1)
Niveau 3 :
Niveau 3 :
| Graad | Uitgangsschaal | 1e bevordering door graadwijziging | 2e bevordering door graadwijziging |
| Adjunct van openbare reinheid | 1.24 | 1.40 | 1.40bis |
| Geschoold werkman Eerste adjunct van openbare reinheid [1 omkaderaar]1 | 1.40 | 1.40bis | 1.40ter |
| Vakman Ploegbaas | 1.45 | 1.59 | 1.75 |
| Eerstaanwezend vakman van openbare reinheid Opzichter van Openbare reinheid | 1.59 | 1.75 | 1.75bis |
| 1e opzichter van openbare reinheid 1e vakman van openbare reinheid | 1.75 | 1.75bis | 1.75ter |
| Hoofdcontroleur | 1.84 | 1.84 prim | 1.84 sec |
| (1)<BESL 2019-09-26/07, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 18-11-2019> | |||
door graadwijziging2e bevordering
door graadwijziging
Adjunct van openbare reinheid1.241.401.40bis
Geschoold werkman
Eerste adjunct van openbare reinheid
[1 omkaderaar]11.401.40bis1.40ter
Vakman
Ploegbaas1.451.591.75
Eerstaanwezend vakman van openbare reinheid
Opzichter van Openbare reinheid1.591.751.75bis
1e opzichter van openbare reinheid
1e vakman van openbare reinheid1.751.75bis1.75ter
Hoofdcontroleur1.841.84 prim1.84 sec(1)
| Grade | Echelle de départ | Première promotion par avancement barémique | Deuxième promotion par avancement barémique |
| Adjoint de propreté publique | 1.24 | 1.40 | 1.40bis |
| Ouvrier qualifié Premier adjoint de propreté publique [1 encadrant]1 | 1.40 | 1.40bis | 1.40ter |
| Ouvrier spécialisé Brigadier | 1.45 | 1.59 | 1.75 |
| Ouvrier spécialisé principal de propreté publique Surveillant de propreté publique | 1.59 | 1.75 | 1.75bis |
| 1er surveillant de propreté publique 1er ouvrier spécialisé de propreté publique | 1.75 | 1.75bis | 1.75ter |
| Chef contrôleur | 1.84 | 1.84 prim | 1.84 sec |
| (1)<ARR 2019-09-26/07, art. 1, 005; En vigueur : 18-11-2019> | |||
Adjoint de propreté
publique1.241.401.40bis
Ouvrier qualifié
Premier adjoint de
propreté publique
[1 encadrant]11.401.40bis1.40ter
Ouvrier spécialisé
Brigadier1.451.591.75
Ouvrier spécialisé principal de propreté publique
Surveillant de propreté publique1.591.751.75bis
1er surveillant de propreté publique
1er ouvrier spécialisé de propreté publique1.751.75bis1.75ter
Chef contrôleur1.841.84 prim1.84 sec(1)
Niveau 2 :
Niveau 2 :
| Graad | Uitgangsschaal | 1e bevordering door graadwijziging | 2e bevordering door graadwijziging |
| Assistent van openbare reinheid | 1.50 | 1.50bis | 1.50ter |
| Controleur " opsporing en verbalisering " Buurtcontroleur | 1.59 | 1.75 | 1.75bis |
| Chemicus | 1.75 | 1.75bis | 1.75ter |
| 1e assistent Directieassistent | 1.53 | 1.63 | 1.63bis |
| 1e eerstaanwezend assistent | 1.63 | 1.63bis | 1.63ter |
| 1.66 | 1.66 prim | 1.66 sec |
| Grade | Echelle de départ | Première promotion par avancement barémique | Deuxième promotion par avancement barémique |
| Assistant de propreté publique | 1.50 | 1.50bis | 1.50ter |
| Contrôleur " recherche et verbalisation " Agent de proximité | 1.59 | 1.75 | 1.75bis |
| Chimiste | 1.75 | 1.75bis | 1.75ter |
| 1er assistant Assistant de direction | 1.53 | 1.63 | 1.63bis |
| 1er assistant principal | 1.63 | 1.63bis | 1.63ter |
| 1.66 | 1.66 prim | 1.66 sec |
GraadUitgangsschaal1e bevordering
door graadwijziging2e bevordering
door graadwijziging
Assistent van openbare reinheid1.501.50bis1.50ter
Controleur " opsporing en verbalisering "
Buurtcontroleur1.591.751.75bis
Chemicus1.751.75bis1.75ter
1e assistent
Directieassistent1.531.631.63bis
1e eerstaanwezend assistent1.631.63bis1.63ter
1.661.66 prim1.66 sec
door graadwijziging2e bevordering
door graadwijziging
Assistent van openbare reinheid1.501.50bis1.50ter
Controleur " opsporing en verbalisering "
Buurtcontroleur1.591.751.75bis
Chemicus1.751.75bis1.75ter
1e assistent
Directieassistent1.531.631.63bis
1e eerstaanwezend assistent1.631.63bis1.63ter
1.661.66 prim1.66 sec
GradeEchelle de départPremière promotion par avancement barémiqueDeuxième promotion par avancement barémique
Assistant de propreté publique1.501.50bis 1.50ter
Contrôleur " recherche et verbalisation "
Agent de proximité1.591.751.75bis
Chimiste1.751.75bis 1.75ter
1er assistant
Assistant de direction1.531.631.63bis
1er assistant principal1.631.63bis 1.63ter
1.661.66 prim1.66 sec
Assistant de propreté publique1.501.50bis 1.50ter
Contrôleur " recherche et verbalisation "
Agent de proximité1.591.751.75bis
Chimiste1.751.75bis 1.75ter
1er assistant
Assistant de direction1.531.631.63bis
1er assistant principal1.631.63bis 1.63ter
1.661.66 prim1.66 sec
Niveau 2+
Niveau 2+
| Graad | Uitgangsschaal | 1e bevordering door graadwijziging | 2e bevordering door graadwijziging |
| Deskundige Maatschappelijk assistent Vertaler Verpleger | 26/1 | 27/1 | 28/1 |
| Eerstaanwezend deskundige Programmeur | 27/1 | 28/1 | 28/1bis |
| Hoofddeskundige Hoofdprogrammeur | 28/1 | 28/1bis | 28/1ter |
| Programmeringsanalyst | 29/1 | 29.10 prim | 29.10 sec |
| Grade | Echelle de départ | Première promotion par avancement barémique | Deuxième promotion par avancement barémique |
| Expert Assistant social Traducteur Infirmier | 26/1 | 27/1 | 28/1 |
| Expert principal Programmeur | 27/1 | 28/1 | 28/1bis |
| Expert en chef Chef programmeur | 28/1 | 28/1bis | 28/1ter |
| Analyste de programmation | 29/1 | 29.10 prim | 29.10 sec |
GraadUitgangsschaal1e bevordering
door graadwijziging2e bevordering
door graadwijziging
Deskundige
Maatschappelijk assistent
Vertaler
Verpleger26/127/128/1
Eerstaanwezend deskundige
Programmeur27/128/128/1bis
Hoofddeskundige
Hoofdprogrammeur28/128/1bis28/1ter
Programmeringsanalyst29/129.10 prim29.10 sec
door graadwijziging2e bevordering
door graadwijziging
Deskundige
Maatschappelijk assistent
Vertaler
Verpleger26/127/128/1
Eerstaanwezend deskundige
Programmeur27/128/128/1bis
Hoofddeskundige
Hoofdprogrammeur28/128/1bis28/1ter
Programmeringsanalyst29/129.10 prim29.10 sec
GradeEchelle de départPremière promotion par avancement barémiqueDeuxième promotion par avancement barémique
Expert
Assistant social
Traducteur
Infirmier26/127/128/1
Expert principal
Programmeur27/128/128/1bis
Expert en chef
Chef programmeur28/128/1bis 28/1ter
Analyste de programmation29/129.10 prim29.10 sec
Expert
Assistant social
Traducteur
Infirmier26/127/128/1
Expert principal
Programmeur27/128/128/1bis
Expert en chef
Chef programmeur28/128/1bis 28/1ter
Analyste de programmation29/129.10 prim29.10 sec
Niveau 1 :
Niveau 1 :
| Graad | Uitgangsschaal | 1e bevordering door graadwijziging | 2e bevordering door graadwijziging |
| Attaché | 10/1 | 10.1bis | 10.1ter |
| Ingenieur | 10/3 | 11.6 | 11.6bis |
| Industrieel ingenieur van openbare reinheid | 1.80 | 1.80bis | 1.80ter |
| Eerstaanwezend industrieel ingenieur van openbare reinheid | 1.89 | 1.89bis | 1.89ter |
| Adjunct-adviseur | 11/3 | 11.3bis | 11.3ter |
| Eerstaanwezend ingenieur | 11/6 | 11.6bis | 11.6ter |
| Directeur | 13/2 | 13.2bis | - |
| Hoofdingenieur-directeur | 13/4 | 15.1 | - |
| Inspecteur-generaal | 15/1 | [1 ...]1 | - |
| Adjunct-directeur-generaal | 15/1 | [1 ...]1 | |
| Directeur-generaal | 16/1 | [1 ...]1 | - |
| (1)<BESL 2021-01-28/24, art. 9, 006; Inwerkingtreding : 19-03-2021> | |||
door graadwijziging2e bevordering
door graadwijziging
Attaché10/110.1bis10.1ter
Ingenieur10/311.611.6bis
Industrieel ingenieur van openbare reinheid1.801.80bis1.80ter
Eerstaanwezend industrieel ingenieur van openbare reinheid1.891.89bis1.89ter
Adjunct-adviseur11/311.3bis11.3ter
Eerstaanwezend ingenieur11/611.6bis11.6ter
Directeur13/213.2bis-
Hoofdingenieur-directeur13/415.1-
Inspecteur-generaal15/1[1 ...]1-
Adjunct-directeur-generaal15/1[1 ...]1
Directeur-generaal16/1[1 ...]1-(1)
| Grade | Echelle de départ | Première promotion par avancement barémique | Deuxième promotion par avancement barémique |
| Attaché | 10/1 | 10.1bis | 10.1ter |
| Ingénieur | 10/3 | 11.6 | 11.6bis |
| Ingénieur industriel de propreté publique | 1.80 | 1.80bis | 1.80ter |
| Ingénieur industriel principal de propreté publique | 1.89 | 1.89bis | 1.89ter |
| Conseiller adjoint | 11/3 | 11.3bis | 11.3ter |
| Ingénieur principal | 11/6 | 11.6bis | 11.6ter |
| Directeur | 13/2 | 13.2bis | - |
| Ingénieur en chef-directeur | 13/4 | 15.1 | - |
| Inspecteur général | 15/1 | [1 ...]1 | - |
| Directeur général adjoint | 15/1 | [1 ...]1 | |
| Directeur général | 16/1 | [1 ...]1 | - |
| (1)<ARR 2021-01-28/24, art. 9, 006; En vigueur : 19-03-2021> | |||
Attaché10/110.1bis10.1ter
Ingénieur10/311.611.6bis
Ingénieur industriel de propreté publique1.801.80bis1.80ter
Ingénieur industriel principal de propreté publique1.891.89bis1.89ter
Conseiller adjoint11/311.3bis11.3ter
Ingénieur principal11/611.6bis11.6ter
Directeur13/213.2bis-
Ingénieur en chef-directeur13/415.1-
Inspecteur général15/1[1 ...]1-
Directeur général adjoint15/1[1 ...]1
Directeur général16/1[1 ...]1-(1)
De salarisverhoging verbonden aan de overgang naar de hogere weddenschaal is gebonden aan een coëfficiënt met minimumverhoging van 4,5 % en een maximumverhoging van 15 %.
La majoration salariale liée au saut d'échelle est affectée dun coefficient d'augmentation plancher minimal de 4,5 % et d'un taux plafond de 15 %.