Artikel 1. Artikel 1 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 16 juli 1998 tot bepaling van de initiatieven van gewestelijk belang die in aanmerking kunnen komen voor de driejarige ontwikkelingsdotatie en van de investeringsprojecten die in aanmerking kunnen komen voor verhoogde subsidiëringspercentages, in toepassing van artikelen 14, 28 en 29 van de ordonnantie van 16 juli 1998 betreffende de toekenning van subsidies om investeringen van openbaar nut aan te moedigen wordt aangevuld met een punt 6° waarvan de tekst als volgt luid :
  " 6° de investeringen bedoeld in artikel 17 als de energieprestatie de passieve standaard bereikt bij investeringen voor de bouw van gebouwen en de standaard lage energie bij investeringen voor de renovatie van gebouwen ".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
24 MAART 2011. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 16 juli 1998 tot bepaling van de initiatieven van gewestelijk belang die in aanmerking kunnen komen voor de driejarige ontwikkelingsdotatie en van de investeringsprojecten die in aanmerking kunnen komen voor verhoogde subsidiëringspercentages, in toepassing van artikelen 14, 28 en 29 van de ordonnantie van 16 juli 1998 betreffende de toekenning van subsidies om investeringen van openbaar nut aan te moedigen
Titre
24 MARS 2011. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 16 juillet 1998 dĂ©terminant les initiatives d'intĂ©rĂȘt rĂ©gional susceptibles d'Ă©marger Ă la dotation triennale de dĂ©veloppement et les projets d'investissements susceptibles d'ĂȘtre subsidiĂ©s Ă taux majorĂ©s, en application des articles 14, 28 et 29 de l'ordonnance du 16 juillet 1998 relative Ă l'octroi de subsides destinĂ©s Ă encourager la rĂ©alisation d'investissements d'intĂ©rĂȘt public
Documentinformatie
Info du document
Tekst (4)
Texte (4)
Article 1er. L'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 16 juillet 1998 dĂ©terminant les initiatives d'intĂ©rĂȘt rĂ©gional susceptibles d'Ă©marger Ă la dotation triennale de dĂ©veloppement et les projets d'investissements susceptibles d'ĂȘtre subsidiĂ©s Ă taux majorĂ©s, en application des articles 14, 28 et 29 de l'ordonnance du 16 juillet 1998 relative Ă l'octroi de subsides destinĂ©s Ă encourager la rĂ©alisation d'investissements d'intĂ©rĂȘt public est complĂ©tĂ© par un 6° rĂ©digĂ© comme suit :
  " 6° les investissements visés à l'article 17 lorsque la performance énergétique atteint le standard passif pour les investissements relatifs à la construction de bùtiments et le standard basse énergie pour les investissements relatifs à la rénovation de bùtiments ".
  " 6° les investissements visés à l'article 17 lorsque la performance énergétique atteint le standard passif pour les investissements relatifs à la construction de bùtiments et le standard basse énergie pour les investissements relatifs à la rénovation de bùtiments ".
Art. 2. In artikel 3, eerste lid, van voornoemde besluit, worden de woorden " aan gemeenten " geschrapt.
Art. 2. Dans l'article 3, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " aux communes " sont abrogĂ©s.
Art. 3. Artikel 3, tweede lid van voornoemde besluit wordt vervangen door wat volgt :
  Voor de driejaarlijkse periode 2010-2012 werden volgende projekten gekozen :
  1° de investeringen bedoeld in artikel 17, 4° wanneer ze bestemd zijn voor huisvestingsgebouwen;
  2° de investeringen bedoeld in artikel 16, 2° en 4° en artikel 17, 1° van de ordonnantie wanneer zie als doel hebben bij te dragen tot een betere stedelijke veiligheid;
  3° de investeringen bedoeld in artikel 16 van de ordonnantie wanneer zij bijdragen tot de uitvoering van het project " De stadswandelingen ".
  De subsidiëringspercentage van de investeringen bedoeld in 1°, 2° en 3° wordt vastgelegd op 100 %.
  Voor de driejaarlijkse periode 2010-2012 werden volgende projekten gekozen :
  1° de investeringen bedoeld in artikel 17, 4° wanneer ze bestemd zijn voor huisvestingsgebouwen;
  2° de investeringen bedoeld in artikel 16, 2° en 4° en artikel 17, 1° van de ordonnantie wanneer zie als doel hebben bij te dragen tot een betere stedelijke veiligheid;
  3° de investeringen bedoeld in artikel 16 van de ordonnantie wanneer zij bijdragen tot de uitvoering van het project " De stadswandelingen ".
  De subsidiëringspercentage van de investeringen bedoeld in 1°, 2° en 3° wordt vastgelegd op 100 %.
Art. 3. L'article 3, alinĂ©a 2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est remplacĂ© par ce qui suit :
  Pour le triennat 2010-2012, les projets retenus sont les suivants :
  1° les investissements visés à l'article 17, 4° lorsqu'ils sont destinés à des immeubles de logement;
  2° les investissements visés à l'article 16, 2° et 4° et à l'article 17,1° de l'ordonnance lorsqu'ils ont pour objet de contribuer à l'amélioration de la sécurité urbaine;
  3° les investissements visés à l'article 16 de l'ordonnance, lorsqu'ils contribuent à la mise en oeuvre du projet " Les chemins de la Ville ".
  Les taux de subsidiation des investissements visés aux 1°, 2° et 3° sont fixés à 100 %.
  Pour le triennat 2010-2012, les projets retenus sont les suivants :
  1° les investissements visés à l'article 17, 4° lorsqu'ils sont destinés à des immeubles de logement;
  2° les investissements visés à l'article 16, 2° et 4° et à l'article 17,1° de l'ordonnance lorsqu'ils ont pour objet de contribuer à l'amélioration de la sécurité urbaine;
  3° les investissements visés à l'article 16 de l'ordonnance, lorsqu'ils contribuent à la mise en oeuvre du projet " Les chemins de la Ville ".
  Les taux de subsidiation des investissements visés aux 1°, 2° et 3° sont fixés à 100 %.
Art. 4. De Minister belast met de Plaatselijke Besturen, wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 4. Le Ministre qui a les Pouvoirs locaux dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Brussel, 24 maart 2011.
  Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering :
  De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, bevoegd voor Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen en Openbare Netheid,
  Ch. PICQUE
  Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering :
  De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, bevoegd voor Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen en Openbare Netheid,
  Ch. PICQUE
  Bruxelles, le 24 mars 2011.
  Pour le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale :
  Le Ministre-Président du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale chargé des Pouvoirs locaux, de l'Aménagement du territoire, des Monuments et Sites et de la Propreté publique,
  Ch. PICQUE
  Pour le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale :
  Le Ministre-Président du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale chargé des Pouvoirs locaux, de l'Aménagement du territoire, des Monuments et Sites et de la Propreté publique,
  Ch. PICQUE