Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
13 NOVEMBER 2011. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de retributies en bijdragen verschuldigd aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten <Bekrachtigd bij W2012-03-29/08, art. 30, 001; Inwerkingtreding : 09-12-2011>(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 29-11-2011 en tekstbijwerking tot 11-02-2025)
Titre
13 NOVEMBRE 2011. - Arrêté royal fixant les rétributions et cotisations dues au Fonds budgétaire des matières premières et des produits <Confirmé par L2012-03-29/08, art. 30, 001; En vigueur : 09-12-2011>(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 29-11-2011 et mise à jour au 11-02-2025)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (54)
Texte (54)
HOOFDSTUK I. - Bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik
CHAPITRE Ier. - Pesticides à usage agricole
Afdeling 1. - Retributies
Section 1re. - Rétributions
Artikel 1. [1 § 1. [7 1° Iedere persoon die de toelating voor een bestrijdingsmiddel voor landbouwkundig gebruik, een gewasbeschermingsmiddel of een toevoegingsstof aanvraagt aan de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu (hierna genoemd FOD VVL) evenals iedere persoon die op het einde van de maximale geldigheidsduur van een dergelijke toelating de verlenging ervan aanvraagt, is gehouden een retributie te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten. Deze retributie bedraagt:
   a) indien België wordt gevraagd op te treden als rapporterende Lidstaat: 80.000 euro voor een nieuwe toelating en 60.000 euro in het geval van een verlenging op het einde van de maximale geldigheidstermijn; indien het gaat om een product dat identiek is aan het representatieve gewasbeschermingsmiddel waarvoor een dossier werd ingediend in het kader van een procedure tot goedkeuring van een werkzame stof waarvoor België heeft opgetreden als rapporterende Lidstaat en waarvoor een gelijkwaardige toepassingswijze wordt aangevraagd, bedraagt deze retributie slechts 55.000 euro;
   b) indien België niet wordt gevraagd op te treden als rapporterende Lidstaat: 25.000 euro voor een nieuwe toelating en 20.000 euro in het geval van een verlenging op het einde van de maximale geldigheidstermijn. Voor een gewasbeschermingsmiddel voor niet professioneel-gebruik bedraagt deze retributie slechts 8.000 euro. Voor een product waarvoor volledig wordt verwezen naar het dossier van een ander product en voor zover de eigenaar van het dossier van het andere product de toestemming heeft gegeven hiernaar te verwijzen, bedraagt deze retributie slechts 1.000 euro;
   c) 6.000 euro voor een toevoegingsstof; indien evenwel volledig wordt verwezen naar het dossier van een andere toevoegingsstof en voor zover de eigenaar van het dossier van de andere toevoegingsstof de toestemming heeft gegeven hiernaar te verwijzen, bedraagt deze retributie slechts 750 euro;
   d) indien het gaat om een aanvraag voor een product die reeds eerder werd ingediend maar waarvoor geen toelating kon worden afgeleverd, worden de retributies vermeld onder a), b) en c) gehalveerd indien er kan worden gesteund op het dossier van de oorspronkelijke aanvraag; bij de kennisgeving van het feit dat geen toelating kan worden afgeleverd wordt vermeld of de retributie in geval van herindiening van de aanvraag kan worden gehalveerd; het Diensthoofd van de Dienst Gewasbeschermingsmiddelen en Bemestingsproducten van de FOD VVL kan bepalen of en onder welke voorwaarden er kan worden gesteund op het dossier van de oorspronkelijke aanvraag;
   e) indien het gaat om een aanvraag voor een product voor niet-professioneel gebruik waarvoor kan worden gesteund op het dossier van een aanvraag voor een product voor professioneel gebruik, worden de retributies vermeld onder a) gehalveerd; het Erkenningscomité zoals bedoeld door het koninklijk besluit van 28 februari 1994 betreffende het bewaren, het op de markt brengen en het gebruiken van bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik kan bepalen of en onder welke voorwaarden er kan worden gesteund op het dossier van een aanvraag voor een product voor professioneel gebruik;
   f) indien het gaat om een aanvraag voor een product dat een genetisch gemodificeerd organisme bevat in de zin van artikel 48 van de verordening (EG) nr. 1107/2009 van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad, worden de retributies vermeld onder a) en b) met de helft verhoogd;
   g) voor aanvragen waarvoor de FOD VVL bijkomende informatie dient te vragen die vastgelegd is in de gegevensvereisten van voornoemde verordening (EG) nr. 1107/2009 of van de verordeningen (EU) nrs. 283/2013 van de Commissie van 1 maart 2013 tot vaststelling van de gegevensvereisten voor werkzame stoffen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen of 284/2013 van de Commissie van 1 maart 2013 tot vaststelling van de gegevensvereisten voor gewasbeschermingsmiddelen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, of in toepassing van technische richtsnoeren die zijn aangenomen door de Europese Commissie, of waarvoor op een andere manier duidelijk is dat deze vereist is, worden de retributies onder punten a), b) en c) verhoogd met 100 euro per uur dat vereist is om deze bijkomende informatie te evalueren;
   2° Deze retributie bedraagt 12.500 euro voor elke aanvraag waarbij evaluatie van aanvullende gegevens vereist is en/of wanneer zij een wijziging betreffende het gebruik opgenomen in de toelatingsakte behelst. Voor een gewasbeschermingsmiddel voor niet-professioneel gebruik wordt deze retributie verlaagd tot 8.0000 euro. Indien België wordt gevraagd op te treden als rapporterende Lidstaat wordt deze retributie in alle gevallen verhoogd tot 20.000 euro behalve indien de aanvraag wordt ingediend door de houder van de toelating met enkel België als betrokken Lidstaat en enkel betrekking heeft op teelten waarvoor geen geschikt gewasbeschermingsmiddel voorhanden is of het voorwerp zou kunnen zijn van een beperkt gebruik, in welk geval deze retributie 5.000 euro bedraagt.
   Voor een aanvraag die alleen de wijziging van de indeling of de etikettering betreft, bedraagt de retributie 3.000 euro en indien België wordt gevraagd op te treden als rapporterende Lidstaat wordt deze retributie verhoogd tot 6.000 euro.
   De retributie bedraagt 500 euro indien een verlenging van de toelating nodig is zonder evaluatie van gegevens;
   3° Deze retributie bedraagt 3.500 euro voor een aanvraag tot verandering van de samenstelling. De retributie is niet verschuldigd indien de verandering van de samenstelling enkel te wijten is aan de wijziging van de oorsprong of de specificatie van de werkzame stof die het voorwerp uitmaakt van een andere, gelijktijdig ingediende aanvraag. Indien de verandering van de samenstelling als niet-significant kan worden beschouwd, bedraagt deze retributie slechts 2.000 euro. De beoordeling of een verandering van de samenstelling niet-significant is gebeurt aan de hand van het technische richtsnoer hierover aangenomen door de Europese Commissie. Indien de aanvraag gebeurt via wederzijdse erkenning, bedraagt deze retributie slechts 3.500 euro. Indien België wordt gevraagd op te treden als rapporterende lidstaat wordt deze retributie in alle gevallen verhoogd tot 12.000 euro;
   4° deze retributie bedraagt 500 euro voor:
   a) een aanvraag tot wijziging van de handelsbenaming van het product;
   b) een aanvraag tot verandering van de naam of het juridisch statuut van de houder van de toelating;
   c) een aanvraag tot overdracht van de toelating op naam van een andere persoon;
   5° Deze retributie bedraagt 1.500 euro per oorsprong voor een aanvraag waarbij de specificatie of oorsprong van de werkzame stof wezenlijk wordt veranderd en/of een beoordeling van de equivalentie overeenkomstig de bepalingen van de voornoemde verordening (EG) nr. 1107/2009 noodzakelijk is. Indien België wordt gevraagd op te treden als rapporterende lidstaat wordt deze retributie verhoogd tot 12.500 euro.
   6° Deze retributie bedraagt 250 euro voor een aanvraag waarbij de productieplaats van de formulering wordt veranderd.
   7° Het Diensthoofd van de Dienst Gewasbeschermingsmiddelen en Bemestingsproducten van de FOD VVL kan op advies van het Erkenningscomité voor bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik en mits een met redenen omklede beslissing, vrijstelling of vermindering op de in de vorige punten bedoelde retributies toestaan aan ieder persoon die een bestrijdingsmiddel voor landbouwkundig gebruik, gewasbeschermingsmiddel of toevoegingsmiddel ter toelating, aanvullende toelating of hernieuwing van toelating, voorlegt dat bestemd is voor teelten waarvoor geen geschikt gewasbeschermingsmiddel voorhanden is of dat het voorwerp zou kunnen zijn van een beperkt gebruik.]7

   § 2. [7 Iedere persoon die een aanvraag tot toelating of tot behoud van de toelating voor een bestrijdingsmiddel voor landbouwkundig gebruik indient naar aanleiding van de goedkeuring of verlenging van de goedkeuring van een werkzame stof uit hoofde van de voornoemde verordening (EG) nr. 1107/2009 is gehouden een bijkomende retributie voor de beoordeling van de naleving van de voorwaarden zoals opgelegd bij de goedkeuring of verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof uit hoofde van de voornoemde verordening (EG) nr. 1107/2009 te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten:
   a) indien voor de beoordeling een evaluatie moet worden verricht van de equivalentie van de werkzame stof overeenkomstig de bepalingen van de voornoemde verordening (EG) nr. 1107/2009 zal een aanvullende retributie van 1.500 euro per oorsprong vereist zijn, ook als dit het afwerken van de referentiespecificatie betreft. Indien België wordt gevraagd op te treden als rapporterende lidstaat wordt deze aanvullende retributie verhoogd tot 12.500 euro;
   b) indien voor de beoordeling nieuwe studies moeten worden geëvalueerd zal een aanvullende retributie van 3.000 euro vereist zijn. Indien België wordt gevraagd op te treden als rapporterende lidstaat wordt deze aanvullende retributie verhoogd tot 25.000 euro.]7

   § 3. 1° Iedere persoon die een dossier of de samenvatting van een dossier voorlegt aan de FOD VVL met het oog op de goedkeuring of de verlenging van de goedkeuring van een werkzame stof of eender welke vorm van wijziging na de goedkeuring of verlenging van de goedkeuring van een werkzame stof uit hoofde van voornoemde verordening (EG) nr. 1107/2009, is gehouden een retributie te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten. Hierbij worden 2 types werkzame stoffen onderscheiden :
   a) een stof van het type A : een stof die geen micro-organisme, virus, stof van plantaardige of dierlijke oorsprong, afweermiddel, lokmiddel of feromoon is of die niet is opgenomen in bijlage II van verordening (EG) nr. 889/2008 van de Commissie tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten, wat de biologische productie, de etikettering en de controle betreft;
   b) een stof van het type B : een stof die een micro-organisme, virus, stof van plantaardige of dierlijke oorsprong, afweermiddel, lokmiddel of feromoon is of die is opgenomen in bijlage II van verordening (EG) nr. 889/2008 van de Commissie tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten, wat de biologische productie, de etikettering en de controle betreft.
   2° [4 Indien het gaat om een aanvraag tot eerste goedkeuring of tot verlenging van de goedkeuring van een werkzame stof uit hoofde van voornoemde verordening (EG) nr. 1107/2009, dan bedraagt de in 1° bedoelde retributie:
   a) 200.000 euro als België is aangewezen als de rapporterende lidstaat voor een stof van het type A; deze retributie wordt betaald in twee schijven : 60.000 euro bij het indienen van het dossier en 140.000 euro na opstellen van het verslag inzake de conformiteit; de aanvrager die afziet van zijn aanvraag vóór de evaluatie van het dossier is slechts de eerste schijf van deze retributie verschuldigd;
   b) 59.000 euro als België is aangewezen als de rapporterende lidstaat voor een stof van het type B; deze retributie wordt betaald in twee schijven: 19.000 euro bij het indienen van het dossier en 40.000 euro na opstellen van het verslag inzake de conformiteit; de aanvrager die afziet van zijn aanvraag vóór de evaluatie van het dossier is slechts de eerste schijf van deze retributie verschuldigd;
   c) 100.000 euro als België is aangewezen als co-rapporterende lidstaat voor een stof van het type A;
   d) 37.500 euro als België is aangewezen als co-rapporterende lidstaat voor een stof van het type B;
   e) 1.250 euro als België noch als de rapporterende lidstaat noch als co-rapporterende lidstaat is aangewezen voor een stof van het type A of B.]4

   3° Indien België optreedt als de rapporterende lidstaat voor volgende gevallen, dan bedraagt de in 1° bedoelde retributie :
   a) 3.000 euro per " end point " voor elke aanvraag tot wijziging van een " end point ";
   b) 3.000 euro voor de beoordeling van de equivalentie overeenkomstig de bepalingen van de voornoemde verordening (EG) nr. 1107/2009;
   c) 25.000 euro voor een aanvraag tot wijziging van de voorwaarden tot goedkeuring van een werkzame stof uit hoofde van de voornoemde verordening (EG) nr. 1107/2009;
   d) 5.000 euro per "open punt" waarvoor de evaluatie van aanvullende of bevestigende studies vereist werd bij de goedkeuring of verlenging van de goedkeuring van een werkzame stof uit hoofde van de voornoemde verordening (EG) nr. 1107/2009;
   e) 5.000 euro per kennisgeving wijzend op een mogelijk schadelijk of onaanvaardbaar effect die wordt geleverd in toepassing van artikel 56 van voornoemde verordening (EG) nr. 1107/2009;
   f) 50.000 euro voor de beoordeling van een dossier dat wordt ingediend om aan te tonen dat de aanvrager beschikt over de vereiste gegevens voor een goedgekeurde werkzame stof zoals bepaald door de voornoemde verordening (EG) nr. 1107/2009.
   Indien voor één van de hierboven bedoelde gevallen de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid een intercollegiaal overleg organiseert waaraan minstens één Belgische deskundige deel moet nemen, dan zal de retributie verhoogd worden met 10.000 euro.
   4° Voor het controleren van een aanvraag in toepassing van artikel 3 van de uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 van de Commissie van 18 september 2012 tot vaststelling van de nodige bepalingen voor de uitvoering van de verlengingsprocedure voor werkzame stoffen, als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen of indien de procedure voorziet in een kennisgeving voorafgaand aan de indiening van de eigenlijke aanvraag tot goedkeuring of verlenging van de goedkeuring van een werkzame stof uit hoofde van de voornoemde verordening (EG) nr. 1107/2009 en indien België als rapporterende lidstaat deze aanvraag of deze kennisgeving moet beoordelen, dan is de aanvrager of de kennisgever een retributie van 750 euro verschuldigd aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten.
   5° Indien gelijkaardige informatie als voorzien in de vorige punten van deze paragraaf wordt ingediend zonder dat België werd aangeduid als rapporterende lidstaat, kan de FOD VVL toezeggen deze te evalueren op expliciete aanvraag van de persoon die de gegevens indient, bijvoorbeeld in het kader van een andere aanvraag. In dat geval zal deze persoon gehouden zijn de overeenkomstige retributies als voorzien in de vorige punten van deze paragraaf te betalen.
  [8 § 4. 1° Iedere persoon die een dossier voorlegt aan de FOD VVL met het oog op de vaststelling of wijziging van een maximumresidugehalte of van een invoertolerantie of voor de opneming van een werkzame stof in bijlage IV overeenkomstig artikel 6.1. of 6.4. van verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 23 februari 2005 tot vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen en diervoeders van plantaardige en dierlijke oorsprong en houdende wijziging van richtlijn 91/414/EEG van de Raad, is gehouden een retributie van 6.000 euro te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en producten. Deze retributie wordt verhoogd met 1.000 euro per maximumresidugehalte en per invoertolerantie waarvan de vaststelling of wijziging wordt aangevraagd. Indien de aanvraag betrekking heeft op meer dan 14 maximumresidugehaltes of invoertoleranties, wordt de retributie beperkt tot 20.000 euro.
   Voor iedere toxicologische studie of iedere studie aangaande het metabolisme bij planten of bij dieren, aangaande de vervoedering bij dieren of aangaande residuen in volggewassen die aanwezig is in het ingediende dossier, wordt de retributie daarenboven verhoogd met 5.000 euro.
   Indien het vaststellen van een invoertolerantie de evaluatie noodzaakt van een toxicologisch dossier, zal de persoon die dit dossier voorlegt daarenboven gehouden zijn een retributie van 75.000 euro te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten.
   Indien voor één van de hierboven bedoelde gevallen de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid een intercollegiaal overleg organiseert waaraan minstens één Belgische deskundige deel moet nemen, dan zal de retributie verhoogd worden met 12.500 euro.
   2° Iedere persoon die een dossier voorlegt in het kader van artikel 12 van voornoemde verordening (EG) nr. 396/2005 met het oog op de evaluatie van de bestaande maximumresidugehalten of invoertoleranties van een werkzame stof waarvoor België werd aangewezen als rapporterende lidstaat, is gehouden een retributie van 50.000 euro te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten. Iedere persoon die een dossier voorlegt in het kader van artikel 12 van voornoemde verordening (EG) nr. 396/2005 met het oog op de bevestiging van een maximumresidugehalte of van een invoertolerantie van een werkzame stof waarvoor België werd aangewezen als rapporterende lidstaat, is gehouden per ingediend studierapport een retributie van 2.000 euro te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en producten. Indien de aanvraag tot bevestiging meer dan tien studies omvat, wordt de retributie beperkt tot 20.000 euro.
   Indien voor één van de hierboven bedoelde gevallen de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid een intercollegiaal overleg organiseert waaraan minstens één Belgische deskundige deel moet nemen, dan zal de retributie verhoogd worden met 5.000 euro.
   3° Iedere houder van een toelating waarvoor moet worden nagegaan of de toelatingsvoorwaarden toelaten de uit hoofde van voornoemde verordening (EG) nr. 396/2005 vastgestelde maximumresidugehalte te respecteren, dient een retributie te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten van 5.000 EUR per toelating. Indien de toelatingshouder beschikt over meerdere toelatingen voor gelijkaardige producten waarvoor de toepassingswijze uitgedrukt in werkzame stof identiek is, dan dient deze retributie slechts éénmaal betaald te worden voor de betrokken toelatingen samen.
   § 5. Iedere persoon die een vergunning of de verlenging van een vergunning voor parallelhandel van een bestrijdingsmiddel voor landbouwkundig gebruik aanvraagt, moet een retributie betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, waarvan het bedrag vastgesteld is op 2.500 respectievelijk 1.500 euro.
   In afwijking van het vorige lid is geen retributie vereist voor een aanvraag tot verlenging van een vergunning voor parallelhandel indien de aanvraag tot vergunning of de vorige aanvraag tot verlenging minder dan vijf jaar geleden werd ingediend en indien geen technische evaluatie van de aanvraag tot verlenging vereist is.
   Iedere houder van een vergunning voor parallelhandel van een bestrijdingsmiddel voor landbouwkundig gebruik die een aanvraag indient die een wijziging van de vergunning inhoudt, moet een retributie van 500 euro betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, met name indien de gevraagde wijziging één van de volgende gevallen is:
   1° een wijziging van de handelsbenaming van het product;
   2° een verandering van de naam of het juridisch statuut van de houder van de vergunning;
   3° een overdracht van de vergunning op naam van een andere persoon.
   § 6. Iedere persoon die een aanvraag indient tot erkenning van een station of een laboratorium met het oog op het uitvoeren van proeven of ontledingen in verband met bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik, moet een retributie van 5.000 euro betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten.
   Voor een aanvraag tot vernieuwing of tot uitbreiding van een dergelijke erkenning dient een retributie van 750 euro te worden betaald.
   Indien het onderzoek van de aanvraag vereist dat een audit wordt gehouden, dient de aanvrager een retributie van 5.000 euro te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten.
   Indien een audit wordt gehouden om na te gaan of de voorwaarden van de erkenning worden gerespecteerd, dient de erkenningshouder een retributie van 5.000 euro te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten.
   § 7. Voor iedere wijziging van een toelating of vergunning die volgt uit de wijziging van een toelating naar aanleiding van een aanvraag van de houder van deze laatste toelating, worden alle in dit artikel vermelde retributies verlaagd tot 500 euro.
   § 8. Iedere persoon die in het kader van de wet van 11 juli 1969 betreffende de grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt, of van de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu, de volksgezondheid en de werknemers een certificaat inzake bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik, gewasbeschermingsmiddelen of toevoegingsstoffen vraagt aan de FOD VVL is gehouden per certificaat een retributie van 600 euro te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, ongeacht het aantal kopieën van het certificaat.
   § 9. 1° Iedere persoon die uit hoofde van verordening (EG) nr. 1272/2008 van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels tot wijziging en intrekking van de richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van verordening (EG) nr. 1907/2006 een aanvraag indient tot aanpassing of harmonisatie van de indeling en etikettering van een stof die aangewend wordt voor de productie van bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik, gewasbeschermingsmiddelen of toevoegingsstoffen en waarvoor België wordt gevraagd op te treden als indienende of rapporterende lidstaat van de aanvraag, dient een retributie van 30.000 euro te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, ongeacht het feit of deze persoon reeds een retributie dient te betalen aan het Europees Agentschap voor chemische stoffen.
   2° Iedere houder van een toelating of van een vergunning voor parallelhandel waarvoor de etikettering in overeenstemming dient te worden gebracht met de etiketteringsvoorschriften van de voornoemde verordening (EG) nr. 1272/2008, dient een retributie van 1.500 euro te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten.
   § 10. Iedere houder van een toelating of van een vergunning voor parallelhandel die een aanvraag indient om een bijkomende verpakking of een bijkomend verpakkingstype van het betrokken product op de markt te mogen brengen, dient een retributie van 2.000 euro te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten.
   § 11. Iedere persoon die een aanvraag indient tot het bekomen van de lijst van test- en studieverslagen zoals voorzien door artikel 61 van voornoemde verordening (EG) nr. 1107/2009, dient een retributie te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten van 4.000 euro.
   § 12. Iedere persoon die een aanvraag indient tot vrijstelling van het indienen van studies, zoals voorzien door artikel 34 van voornoemde verordening (EG) nr. 1107/2009, dient een retributie te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten van 7.000 euro.
   § 13. Iedere persoon die een dossier indient om aan te tonen of een formuleringshulpstof al dan niet beantwoordt aan artikel 27 van voornoemde verordening (EG) nr. 1107/2009 en waarbij België optreedt als rapporterende lidstaat, dient een retributie te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten van 15.000 euro.
   § 14. Iedere persoon die een aanvraag indient waarbij een beoordeling vereist is van de technische equivalentie van een hulpstof in de formulering van een bestrijdingsmiddel voor landbouwkundig gebruik, gewasbeschermingsmiddel of toevoegingsstof dient een retributie van 1.000 euro te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten.
   § 15. Iedere persoon die een aanvraag indient bij de FOD VVL betreffende een bestrijdingsmiddel voor landbouwkundig gebruik, een gewasbeschermingsmiddel of een toevoegingsstof waarvoor niet in een specifieke retributie is voorzien in de paragrafen 1 tot 14, is gehouden een retributie te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten. Deze retributie bedraagt:
   - 1.000 euro voor aanvragen die administratief kunnen worden afgewerkt en/of een gelijkaardige of lagere werklast inhouden als de behandeling van een aanvraag voorzien door § 6, tweede lid;
   - 8.000 euro voor aanvragen die een minimale beoordeling door experts vergen en/of een gelijkaardige werklast inhouden als de behandeling van een aanvraag voorzien door § 1, 1°, b, laatste streepje;
   - 20.000 euro voor aanvragen die een beoordeling door experts vergen en/of een gelijkaardige of grotere werklast inhouden als de behandeling van een aanvraag voorzien door § 3, 3°, eerste streepje.
   § 16. Voor iedere aanvraag waarvoor de betrokken werklast dermate hoog is dat de in paragrafen 1 tot 15 voorziene retributies onvoldoende zijn, dient een bijkomende retributie te worden betaald aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten van 100 euro per uur aan bijkomend vereist evaluatiewerk, mits transparante opgave hiervan door de FOD VVL.
   § 17. Iedere natuurlijke persoon die, in toepassing van het koninklijk besluit van 19 maart 2013 ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en toevoegingsstoffen, een aanvraag voor een toekenning of vernieuwing van een fytolicentie " Distributie/Voorlichting " of een fytolicentie " Distributie/Voorlichting producten voor niet-professioneel gebruik " indient, is gehouden een retributie te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten waarvan het bedrag is vastgesteld op 220 euro. Op advies van het Erkenningscomité zoals bedoeld door het koninklijk besluit van 28 februari 1994 betreffende het bewaren, het op de markt brengen en het gebruiken van bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik kan een uitzondering worden toegekend aan voorlichters met uitsluitend niet-commerciële doelstellingen.
   Indien de houder van een vermelde fytolicentie zijn fytolicentie opzegt, wordt een aandeel van diens retributie, evenredig aan de nog te verstrijken geldigheidsduur van zijn fytolicentie op de datum van opzegging, terugbetaald.
   § 18. Iedere persoon die een symposium wenst bij te wonen dat wordt georganiseerd door de FOD VVL en dat specifiek bedoeld is om technische uitleg te verstrekken aangaande de aanvragen zoals bedoeld door dit artikel, dient een vergoeding te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten van 110 euro per halve dag bovenop eventuele andere onkosten.]8
]1

  
Article 1er. [1 § 1er. [7 1° Toute personne qui sollicite l'autorisation d'un pesticide à usage agricole, d'un produit phytopharmaceutique ou d'un adjuvant au Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement (ci-dessous nommé SPF SSE) ainsi que toute personne qui, à l'expiration de la période maximale de validité d'une telle autorisation, en demande le renouvellement, est tenue d'acquitter une rétribution au Fonds budgétaire des matières premières et des produits. Cette rétribution est de:
   a) dans le cas où il est demandé à la Belgique d'agir en tant qu'Etat membre rapporteur : 80.000 euros pour une nouvelle autorisation et 60.000 euros en cas d'un renouvellement à l'expiration de la période maximale de validité ; s'il s'agit d'un produit identique au produit phytopharmaceutique représentatif pour lequel un dossier a été introduit dans le cadre de la procédure d'approbation comme substance active pour laquelle la Belgique a agi comme Etat-membre rapporteur et pour lequel un mode d'emploi équivalent est demandé, cette rétribution n'est que de 55.000 euros;
   b) dans le cas où il n'a pas été demandé à la Belgique d'agir en tant qu'Etat membre rapporteur : 25.000 euros pour une nouvelle autorisation et 20.000 euros en cas d'un renouvellement à l'expiration de la période maximale de validité . Pour un produit phytopharmaceutique à usage non-professionnel, cette rétribution n'est que de 8.000 euros. Pour un produit pour lequel il est fait complètement référence au dossier d'un autre produit, dans la mesure où le propriétaire du dossier de cet autre produit ait donné son accord pour y référer, cette rétribution n'est que de 1.000 euros;
   c) 6.000 euros pour un adjuvant; cependant, s'il est fait complètement référence au dossier d'un autre adjuvant, dans la mesure où le propriétaire du dossier de cet autre adjuvant ait donné son accord pour y référer, cette rétribution n'est que de 750 euros;
   d) s'il s'agit d'une demande pour un produit qui a déjà été soumise mais pour laquelle l'autorisation n'a pas pu être octroyée, les rétributions mentionnées sous les a), b) et c) sont diminuées de moitié s'il est possible d'utiliser le dossier de la demande originale ; lors de la notification du fait qu'une autorisation ne sera pas octroyée, il est mentionné si la rétribution en cas de réintroduction de la demande pourra être diminuée de moitié ; le Chef de Service du Service Produits phytopharmaceutiques et Fertilisants du SPF SSE peut déterminer si et sous quelles conditions il est possible d'utiliser le dossier de la demande originale;
   e) s'il s'agit d'une demande pour un produit à usage non-professionnel pour laquelle il est possible d'utiliser le dossier d'une demande pour un produit à usage professionnel, les rétributions mentionnées sous le a) sont diminuées de moitié ; le Comité d'agréation comme visé par l'arrêté royal du 28 février 1994 concernant la conservation, la mise sur le marché et l'utilisation de pesticides à usage agricole peut déterminer si et sous quelles conditions il est possible d'utiliser le dossier d'une demande pour un produit à usage professionnel;
   f) s'il s'agit d'une demande pour un produit contenant un organisme génétiquement modifié dans le sens de l'article 48 du règlement (CE) N° 1107/2009 du 21 octobre 2009 concernant la mise sur le marché des produits phytopharmaceutiques et abrogeant les directives 79/117/CEE et 91/414/CEE du Conseil, les rétributions mentionnées sous les a) et b) sont augmentées de moitié;
   g) pour les demandes pour lesquelles le SPF SSE est obligé de demander des données complémentaires qui sont déterminées par les exigences de données du règlement (CE) N° 1107/2009 précité ou des règlements (UE) N° 283/2013 de la Commission du 1er mars 2013 établissant les exigences en matière de données applicables aux substances actives, conformément au règlement (CE) N° 1107/2009 du Parlement européen et du Conseil concernant la mise sur le marché des produits phytopharmaceutiques ou 284/2013 de la Commission du 1er mars 2013 établissant les exigences en matière de données applicables aux produits phytopharmaceutiques, conformément au règlement (CE) N° 1107/2009 du Parlement européen et du Conseil concernant la mise sur le marché des produits phytopharmaceutiques, ou en application de documents techniques d'orientation adoptés par la Commission européenne, ou pour lesquelles il est d'une autre façon évident qu'elles sont exigées, les rétributions mentionnées sous les a), b) et c) sont augmentées à raison de 100 euros par heure de travail qui est nécessaire pour évaluer ces données complémentaires;
   2° Cette rétribution est de 12.500 euros pour chaque demande nécessitant l'évaluation de données complémentaires et/ou lorsqu'elle comprend une modification des usages prévus dans l'acte d'autorisation. Pour un produit phytopharmaceutique à usage non-professionnel, cette rétribution est réduite à 8.000 euros. Dans le cas où il est demandé à la Belgique d'agir en tant qu'Etat membre rapporteur, cette rétribution sera toujours augmentée à 20.000 euros sauf si la demande est introduite par le détenteur de l'autorisation avec seulement la Belgique comme Etat-membre concerné et si la demande n'a seulement trait qu'à des cultures pour lesquelles on ne disposerait pas de moyens de protection phytosanitaire adéquats ou qui serait susceptible de ne faire l'objet que d'un usage restreint, cas dans lequel cette rétribution est de 5.000 euro.
   Pour une demande qui ne concerne qu'une modification de la classification ou de l'étiquetage, la rétribution est de 3.000 euros, et dans le cas où il est demandé à la Belgique d'agir en tant qu'Etat membre rapporteur, cette rétribution sera augmentée à 6.000 euros.
   La rétribution est de 500 euros si une prolongation de l'autorisation s'impose sans évaluation de données;
   3° Cette rétribution est de 3.500 euros pour une demande de changement de composition. La rétribution n'est pas due si le changement de composition est seulement dû à une modification de la spécification ou de l'origine de la substance active qui fait l'objet d'une autre demande introduite au même moment. Si le changement de composition peut être considéré comme non-significatif, la rétribution n'est que de 2.000 euros. L'évaluation si un changement de composition est non-significatif est faite conformément au document technique d'orientation à ce sujet comme adopté par la Commission européenne. Si la demande se fait par reconnaissance mutuelle, la rétribution n'est que de 3.500 euros. Dans le cas où il est demandé à la Belgique d'agir en tant qu'Etat membre rapporteur, cette rétribution sera, par contre, dans tous les cas augmentée à 12.000 euros;
   4° cette rétribution est de 500 euros pour:
   a) une demande de modification de la dénomination commerciale du produit;
   b) une demande de changement de nom ou du statut juridique du détenteur de l'autorisation;
   c) une demande de transfert de l'autorisation détenue par une autre personne;
   5° Cette rétribution est de 1.500 euros par origine pour une demande impliquant une modification significative de la spécification ou de l'origine de la substance active et/ou nécessitant une évaluation de l'équivalence conformément aux dispositions du règlement (CE) N° 1107/2009 précité. Dans le cas où il est demandé à la Belgique d'agir en tant qu'état membre rapporteur, cette rétribution est augmentée à 12.500 euros.
   6° Cette rétribution est de 250 euros pour une demande impliquant une modification du site de production de la formulation.
   7° Le Chef de Service du Service Produits phytopharmaceutiques et Fertilisants du SPF SSE peut, sur avis du Comité d'agréation des pesticides à usage agricole et par décision motivée, accorder une exonération ou une réduction des rétributions prévues aux points précédents à toute personne qui soumet à autorisation, autorisation complémentaire ou renouvellement d'autorisation, un pesticide à usage agricole, un produit phytopharmaceutique ou un adjuvant destiné à des cultures pour lesquelles on ne disposerait pas de moyens de protection phytosanitaire adéquats, ou susceptible de ne faire l'objet que d'un usage restreint.]7

   § 2. [7 Toute personne qui introduit une demande d'autorisation ou de maintien de l'autorisation relative à un pesticide à usage agricole suite à l'approbation ou à la prolongation de l'approbation d'une substance active en vertu du règlement (CE) N° 1107/2009 précité est tenu d'acquitter au Fonds budgétaire des matières premières et des produits une rétribution complémentaire pour la vérification du respect des conditions imposées lors de l'approbation ou de la prolongation de l'approbation de la substance active en vertu du règlement (CE) N° 1107/2009 précité:
   a) si la vérification nécessite l'évaluation de l'équivalence de la substance active conformément aux dispositions du règlement (CE) N° 1107/2009 précité, une rétribution supplémentaire de 1.500 euros par origine devra être payée, et également si cela concerne la finalisation de la spécification de la référence. Dans le cas où il est demandé à la Belgique d'agir en tant qu'état membre rapporteur, cette rétribution supplémentaire est augmentée à 12.500 euros;
   b) si pour la vérification de nouvelles études doivent être évaluées, une rétribution supplémentaire de 3.000 euros devra être payée. Dans le cas où il est demandé à la Belgique d'agir en tant qu'état membre rapporteur, cette rétribution supplémentaire est augmentée à 25.000 euros.]7

   § 3. 1° Toute personne qui soumet un dossier ou le résumé d'un dossier au SPF SSE en vue de l'approbation ou de la prolongation de l'approbation d'une substance active ou de toute forme de modification après cette approbation ou prolongation de l'approbation d'une substance active en vertu du règlement (CE) N° 1107/2009 précité, est tenue d'acquitter une rétribution au Fonds budgétaire des matières premières et des produits. Il y a lieu de distinguer 2 types de substances actives :
   a) une substance du type A : une substance qui n'est pas un micro-organisme, un virus, une substance d'origine végétale ou animale, un répulsif, un attractif ou une phéromone ou qui n'est pas incluse à l'annexe II du règlement (CE) n° 889/2008 de la Commission portant modalités d'application du règlement (CE) n° 834/2007 du Conseil relatif à la production biologique et à l'étiquetage des produits biologiques en ce qui concerne la production biologique, l'étiquetage et les contrôles;
   b) une substance du type B : une substance qui est un micro-organisme, un virus, une substance d'origine végétale ou animale, un répulsif, un attractif ou une phéromone ou qui est incluse à l'annexe II du règlement (CE) n° 889/2008 de la Commission portant modalités d'application du règlement (CE) n° 834/2007 du Conseil relatif à la production biologique et à l'étiquetage des produits biologiques en ce qui concerne la production biologique, l'étiquetage et les contrôles.
   2° [4 Lorsqu'il s'agit d'une demande pour une première approbation ou pour la prolongation de l'approbation d'une substance active en vertu du règlement (CE) N° 1107/2009 précité, la rétribution visée au 1° est alors de:
   a) 200.000 euros dans le cas où la Belgique est désignée en tant qu'Etat membre rapporteur pour une substance du type A; cette rétribution est payée en deux parties : 60.000 euros lors de l'introduction du dossier et 140.000 euros après établissement du rapport de conformité; le demandeur qui renonce à sa demande avant l'évaluation du dossier n'est redevable que de la première partie de cette rétribution;
   b) 59.000 euros dans le cas où la Belgique est désignée en tant qu'Etat membre rapporteur pour une substance du type B; cette rétribution est payée en deux parties: 19.000 euros lors de l'introduction du dossier et 40.000 euros après établissement du rapport de conformité; le demandeur qui renonce à sa demande avant l'évaluation du dossier n'est redevable que de la première partie de cette rétribution;
   c) 100.000 euros dans le cas où la Belgique est désignée en tant qu'Etat membre co-rapporteur pour une substance du type A;
   d) 37.500 euros dans le cas où la Belgique est désignée en tant qu'Etat membre co-rapporteur pour une substance du type B;
   e) 1.250 euros dans le cas où la Belgique n'est désignée ni en tant qu'Etat membre rapporteur, ni en tant qu'Etat membre co-rapporteur pour une substance du type A ou B.]4

   3° Dans le cas où la Belgique agit en tant qu'état membre rapporteur pour les cas suivants, la rétribution visée au point 1° est de :
   a) 3.000 euros par " end point " pour toute demande de modification d'un " end point ";
   b) 3.000 euros pour l'évaluation de l'équivalence conformément aux dispositions du règlement (CE) N° 1107/2009 précité;
   c) 25.000 euros pour une demande de modification des conditions de l'approbation en vertu du règlement (CE) N° 1107/2009 précité;
   d) 5.000 euros par " point ouvert " nécessitant l'évaluation d'études supplémentaires ou confirmatoires requises lors de l'approbation ou de la prolongation de l'approbation de la substance active en vertu du règlement (CE) N° 1107/2009 précité;
   e) 5.000 euros par notification indiquant un effet potentiellement nocif ou inacceptable et fournie en application de l'article 56 du règlement (CE) N° 1107/2009 précité;
   f) 50.000 euros pour l'évaluation d'un dossier soumis afin de démontrer que le demandeur dispose des données nécessaires pour une substance active approuvée comme déterminé par le règlement (CE) N° 1107/2009 précité.
   Si, pour l'un des cas visés ci-dessus, l'Autorité européenne de sécurité des aliments organise un examen collégial nécessitant la participation d'experts belges, la rétribution sera augmentée de 10.000 euros.
   4° Pour la vérification d'une demande en application de l'article 3 du règlement d'exécution (UE) n° 844/2012 de la Commission du 18 septembre 2012 établissant les dispositions nécessaires à la mise en oeuvre de la procédure de renouvellement des substances actives, conformément au règlement (CE) n ° 1107/2009 du Parlement européen et du Conseil concernant la mise sur le marché des produits phytopharmaceutiques ou lorsque la procédure prévoit une notification avant l'introduction de la demande d'approbation ou de prolongation de l'approbation d'une substance active en vertu du règlement (CE) N° 1107/2009 précité, et dans le cas où la Belgique, en tant qu'état membre rapporteur, doit évaluer cette demande ou cette notification, le demandeur ou le notifiant est tenu d'acquitter une rétribution de 750 euros au Fonds budgétaire des matières premières et des produits.
   5° Si des informations comparables à celles prévues sous les points précédents de ce paragraphe sont introduites sans que la Belgique soit indiquée comme état membre rapporteur, le SPF SSE peut accepter de les évaluer sur demande explicite de la personne qui les a introduit, par exemple dans le cadre d'une autre demande. Dans ce cas, cette personne sera tenu d'acquitter les rétributions concernées comme prévues par les points précédents de ce paragraphe.
  [8 § 4. 1° Toute personne qui soumet un dossier au SPF SSE en vue de la fixation ou de la modification d'une limite maximale applicable aux résidus ou d'une tolérance à l'importation ou en vue d'inclusion d'une substance active en annexe IV, conformément aux articles 6.1. ou 6.4. du règlement (CE) n° 396/2005 du Parlement européen et du Conseil du 23 février 2005 concernant les limites maximales applicables aux résidus de pesticides présents dans ou sur les denrées alimentaires et les aliments pour animaux d'origine végétale et animale et modifiant la directive 91/414/CEE du Conseil, est tenue d'acquitter une rétribution de 6.000 euros au Fonds budgétaire des matières premières et des produits. Cette rétribution sera augmentée de 1.000 euros par limite maximale applicable aux résidus et par tolérance à l'importation pour laquelle la fixation ou la modification est demandée. Si la demande concerne plus de 14 limites maximales applicables aux résidus ou tolérances d'application, la rétribution est limitée à 20.000 euros.
   Pour chaque étude toxicologique ou de métabolisme dans les végétaux ou dans les animaux, sur l'alimentation des animaux ou sur les résidus contenus dans les rotations des cultures qui est présente dans le dossier soumis, la rétribution est augmentée de 5.000 euros.
   Lorsque la fixation d'une tolérance à l'importation nécessite l'évaluation d'un dossier toxicologique, la personne qui soumet ce dossier sera en outre tenue d'acquitter une rétribution de 75.000 euros au Fonds budgétaire des matières premières et des produits.
   Si, pour l'un des cas visés ci-dessus, l'Autorité européenne de sécurité des aliments organise un examen collégial nécessitant la participation d'experts belges, la rétribution sera augmentée de 12.500 euros.
   2° Toute personne qui soumet en vertu de l'article 12 du règlement (CE) N° 396/2005 précité un dossier en vue de l'évaluation des limites maximales existantes applicables aux résidus ou des tolérances à l'importation existantes d'une substance active pour laquelle la Belgique est désignée en tant qu'état membre rapporteur, sera tenue d'acquitter une rétribution de 50.000 euros au Fonds budgétaire des matières premières et des produits. Toute personne qui soumet en vertu de l'article 12 du règlement (CE) N° 396/2005 précité un dossier en vue de la confirmation d'une limite maximale existante applicable aux résidus ou d'une tolérance à l'importation existante d'une substance active pour laquelle la Belgique est désignée en tant qu'état membre rapporteur, sera tenue d'acquitter une rétribution de 2.000 euros au Fonds budgétaire des matières premières et des produits par rapport d'étude soumis. Si la demande de confirmation contient plus de dix études, la rétribution est limitée à 20.000 euros.
   Si, pour l'un des cas visés ci-dessus, l'Autorité européenne de sécurité des aliments organise un examen collégial nécessitant la participation d'au moins un expert belge, la rétribution sera augmentée de 5.000 euros.
   3° Tout détenteur d'une autorisation pour laquelle il doit être vérifié que les conditions d'autorisation permettent de respecter les limites maximales applicables aux résidus déterminées en vertu du règlement (CE) N° 396/2005 précité, doit payer au Fonds budgétaire des matières premières et des produits une rétribution de 5.000 euros par autorisation. Si le détenteur d'autorisation dispose de plusieurs autorisations pour des produits similaires pour lesquels le mode d'emploi exprimé en substance active est identique, la rétribution ne doit alors être payée qu'une seule fois pour l'ensemble des autorisations concernées.
   § 5. Toute personne qui sollicite un permis ou la prolongation d'un permis de commerce parallèle pour un pesticide à usage agricole est tenue d'acquitter au Fonds budgétaire des matières premières et des produits une rétribution dont le montant est fixé à 2.500 respectivement 1.500 euros.
   Par dérogation à l'alinéa précédent, aucune rétribution n'est exigée pour une demande de prolongation d'un permis de commerce parallèle si la demande de permis ou la dernière demande de prolongation a été introduite il y a moins de cinq ans et si une évaluation technique de la demande de prolongation n'est pas requise.
   Tout détenteur d'un permis de commerce parallèle pour un pesticide à usage agricole qui soumet une demande comprenant une modification du permis, est tenu d'acquitter une rétribution de 500 euros au Fonds budgétaire des matières premières et des produits, notamment si la modification demandée est un des cas suivants:
   1° une modification de la dénomination commerciale du produit;
   2° un changement de nom ou du statut juridique du détenteur du permis;
   3° un transfert du permis détenu par une autre personne.
   § 6. Toute personne qui sollicite l'agrément d'une station ou d'un laboratoire en vue de la réalisation d'essais et analyses en rapport avec des pesticides à usage agricole, est tenue d'acquitter une rétribution de 5.000 euros au Fonds budgétaire des matières premières et des produits.
   Pour une demande de renouvellement ou d'extension d'un tel agrément, il y a lieu de payer une rétribution de 750 euros.
   Si l'analyse de la demande nécessite la réalisation d'un audit, le demandeur est tenu d'acquitter une rétribution de 5.000 euros au Fonds budgétaire des matières premières et des produits.
   Si un audit est réalisé en vue de vérifier le respect des conditions de l'agrément, le détenteur de l'agrément est tenu d'acquitter une rétribution de 5.000 euros au Fonds budgétaire des matières premières et des produits.
   § 7. Pour chaque modification d'une autorisation ou d'un permis qui découle de la modification d'une autorisation sur demande du détenteur de cette dernière autorisation, toutes les rétributions prévues par cet article sont réduites à 500 euros.
   § 8. Toute personne qui sollicite le SPF SSE, dans le cadre de l'exécution de la loi du 11 juillet 1969 relative aux matières premières pour l'agriculture, l'horticulture, la sylviculture et l'élevage ou de la loi du 21 décembre 1998 relative aux normes de produits ayant pour but la promotion de modes de production et de consommation durables et la protection de l'environnement, de la santé et des travailleurs, pour un certificat concernant les pesticides à usage agricole, les produits phytopharmaceutiques ou les adjuvants est tenue d'acquitter au Fonds budgétaire des matières premières et des produits une rétribution de 600 euros par certificat, quel que soit le nombre de copies du certificat.
   § 9. 1° Toute personne, qui en vertu du règlement (CE) n° 1272/2008 du 16 décembre 2008 relatif à la classification, à l'étiquetage et à l'emballage des substances et des mélanges, modifiant et abrogeant les directives 67/548/CEE et 1999/45/CE et modifiant le règlement (CE) n° 1907/2006, soumet une demande pour l'adaptation ou l'harmonisation de la classification et de l'étiquetage d'une substance utilisée pour la production de pesticides à usage agricole, de produits phytopharmaceutiques ou d'adjuvants et où il a été demandé à la Belgique d'agir comme état membre soumettant la demande ou comme état membre rapporteur, est tenue d'acquitter une rétribution de 30.000 euros au Fonds budgétaire des matières premières et des produits, même si cette personne doit déjà payer une rétribution à l'Agence européenne des produits chimiques.
   2° Tout détenteur d'une autorisation ou d'un permis pour commerce parallèle pour lequel l'étiquetage doit être mis en conformité avec les prescriptions d'étiquetage du règlement (CE) N° 1272/2008 précité, doit acquitter une rétribution de 1.500 euros au Fonds budgétaire des matières premières et des produits.
   § 10. Tout détenteur d'une autorisation ou d'un permis pour commerce parallèle qui soumet une demande pour l'autorisation de la mise sur le marché du produit concerné avec un autre emballage ou un autre type d'emballage, doit acquitter au Fonds budgétaire des matières premières et des produits une rétribution de 2.000 euros.
   § 11. Toute personne qui soumet une demande afin d'obtenir la liste des rapports d'essais et d'études comme visée par l'article 61 du règlement (CE) N° 1107/2009 précité, doit acquitter au Fonds budgétaire des matières premières et des produits une rétribution de 4.000 euros.
   § 12. Toute personne qui soumet une demande d'exemption de soumettre des études, comme prévu par l'article 34 du règlement (CE) N° 1107/2009 précité, doit acquitter au Fonds budgétaire des matières premières et des produits une rétribution de 7.000 euros.
   § 13. Toute personne qui soumet un dossier afin de démontrer si un coformulant est conforme ou non à l'article 27 du règlement (CE) N° 1107/2009 précité et pour lequel la Belgique agit comme état-membre rapporteur, doit acquitter au Fonds budgétaire des matières premières et des produits une rétribution de 15.000 euros.
   § 14. Toute personne qui soumet une demande pour laquelle une évaluation de l'équivalence technique d'un additif entrant dans la formulation d'un pesticide à usage agricole, d'un produit phytopharmaceutique ou d'un adjuvant est requise, doit acquitter au Fonds budgétaire des matières premières et des produits une rétribution de 1.000 euros.
   § 15. Toute personne qui soumet au SPF SSE une demande relative à un pesticide à usage agricole, un produit phytopharmaceutique ou un adjuvant pour laquelle aucune rétribution spécifique n'est prévue aux paragraphes 1 à 14, est tenue d'acquitter une rétribution au Fonds budgétaire des matières premières et des produits. Cette rétribution est de :
   - 1.000 euros pour les demandes qui peuvent être traitées administrativement et/ou qui consistent en une charge de travail similaire ou inférieure au traitement d'une demande tel que prévu au § 6, second alinéa;
   - 8.000 euros pour les demandes qui nécessitent une évaluation minimale par les experts et/ou qui consistent en une charge de travail similaire au traitement d'une demande tel que prévu au § 1, 1°, b, dernier tiret;
   - 20.000 euros pour les demandes qui nécessitent une évaluation par les experts et/ou une charge de travail similaire ou supérieure au traitement d'une demande tel que prévu au § 3, 3°, premier tiret.
   § 16. Pour chaque demande pour laquelle la charge de travail est telle que les rétributions prévues par les paragraphes 1 à 15 ne sont pas suffisantes, il y a lieu de payer au Fonds budgétaire des matières premières et des produits une rétribution complémentaire de 100 euros par heure de travail d'évaluation complémentaire requise, moyennant indication transparente par le SPF SSE.
   § 17. Toute personne physique qui, en application de l'arrêté royal du 19 mars 2013 pour parvenir à une utilisation des produits phytopharmaceutiques et adjuvants compatible avec le développement durable, soumet une demande d'obtention ou de renouvellement d'une phytolicence " Distribution/Conseil " ou d'une phytolicence " Distribution/Conseil de produits à usage non-professionnel ", est tenue d'acquitter au Fonds budgétaire des matières premières et des produits une rétribution dont le montant est fixé à 220 euros. Sur avis du Comité d'agréation comme visé par l'arrêté royal du 28 février 1994 concernant la conservation, la mise sur le marché et l'utilisation de pesticides à usage agricole, une exception peut être accordée aux conseillers exerçant uniquement sans but lucratif.
   Lorsque le titulaire d'une phytolicence mentionnée annule sa phytolicence, la rétribution payée pour l'obtention de la phytolicence est remboursée au prorata de la durée de validité restante à la date du préavis.
   § 18. Toute personne qui souhaite participer à un symposium spécifiquement organisé par le SPF SSE afin de donner des informations techniques concernant les demandes visées par cet article, doit acquitter au Fonds budgétaire des matières premières et des produits une contribution de 110 euros par demi-journée en plus d'autres frais éventuels.]8
]1

  
Art. 1 TOEKOMSTIG RECHT.    [1 § 1. [7 1° Iedere persoon die de toelating voor een bestrijdingsmiddel voor landbouwkundig gebruik, een gewasbeschermingsmiddel of een toevoegingsstof aanvraagt aan de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu (hierna genoemd FOD VVL) evenals iedere persoon die op het einde van de maximale geldigheidsduur van een dergelijke toelating de verlenging ervan aanvraagt, is gehouden een retributie te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten. Deze retributie bedraagt:
   a) indien België wordt gevraagd op te treden als rapporterende Lidstaat: 80.000 euro voor een nieuwe toelating en 60.000 euro in het geval van een verlenging op het einde van de maximale geldigheidstermijn; indien het gaat om een product dat identiek is aan het representatieve gewasbeschermingsmiddel waarvoor een dossier werd ingediend in het kader van een procedure tot goedkeuring van een werkzame stof waarvoor België heeft opgetreden als rapporterende Lidstaat en waarvoor een gelijkwaardige toepassingswijze wordt aangevraagd, bedraagt deze retributie slechts 55.000 euro;
   b) indien België niet wordt gevraagd op te treden als rapporterende Lidstaat: 25.000 euro voor een nieuwe toelating en 20.000 euro in het geval van een verlenging op het einde van de maximale geldigheidstermijn. Voor een gewasbeschermingsmiddel voor niet professioneel-gebruik bedraagt deze retributie slechts 8.000 euro. Voor een product waarvoor volledig wordt verwezen naar het dossier van een ander product en voor zover de eigenaar van het dossier van het andere product de toestemming heeft gegeven hiernaar te verwijzen, bedraagt deze retributie slechts 1.000 euro;
   c) 6.000 euro voor een toevoegingsstof; indien evenwel volledig wordt verwezen naar het dossier van een andere toevoegingsstof en voor zover de eigenaar van het dossier van de andere toevoegingsstof de toestemming heeft gegeven hiernaar te verwijzen, bedraagt deze retributie slechts 750 euro;
   d) indien het gaat om een aanvraag voor een product die reeds eerder werd ingediend maar waarvoor geen toelating kon worden afgeleverd, worden de retributies vermeld onder a), b) en c) gehalveerd indien er kan worden gesteund op het dossier van de oorspronkelijke aanvraag; bij de kennisgeving van het feit dat geen toelating kan worden afgeleverd wordt vermeld of de retributie in geval van herindiening van de aanvraag kan worden gehalveerd; het Diensthoofd van de Dienst Gewasbeschermingsmiddelen en Bemestingsproducten van de FOD VVL kan bepalen of en onder welke voorwaarden er kan worden gesteund op het dossier van de oorspronkelijke aanvraag;
   e) indien het gaat om een aanvraag voor een product voor niet-professioneel gebruik waarvoor kan worden gesteund op het dossier van een aanvraag voor een product voor professioneel gebruik, worden de retributies vermeld onder a) gehalveerd; het Erkenningscomité zoals bedoeld door het koninklijk besluit van 28 februari 1994 betreffende het bewaren, het op de markt brengen en het gebruiken van bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik kan bepalen of en onder welke voorwaarden er kan worden gesteund op het dossier van een aanvraag voor een product voor professioneel gebruik;
   f) indien het gaat om een aanvraag voor een product dat een genetisch gemodificeerd organisme bevat in de zin van artikel 48 van de verordening (EG) nr. 1107/2009 van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad, worden de retributies vermeld onder a) en b) met de helft verhoogd;
   g) voor aanvragen waarvoor de FOD VVL bijkomende informatie dient te vragen die vastgelegd is in de gegevensvereisten van voornoemde verordening (EG) nr. 1107/2009 of van de verordeningen (EU) nrs. 283/2013 van de Commissie van 1 maart 2013 tot vaststelling van de gegevensvereisten voor werkzame stoffen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen of 284/2013 van de Commissie van 1 maart 2013 tot vaststelling van de gegevensvereisten voor gewasbeschermingsmiddelen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, of in toepassing van technische richtsnoeren die zijn aangenomen door de Europese Commissie, of waarvoor op een andere manier duidelijk is dat deze vereist is, worden de retributies onder punten a), b) en c) verhoogd met 100 euro per uur dat vereist is om deze bijkomende informatie te evalueren;
   2° Deze retributie bedraagt 12.500 euro voor elke aanvraag waarbij evaluatie van aanvullende gegevens vereist is en/of wanneer zij een wijziging betreffende het gebruik opgenomen in de toelatingsakte behelst. Voor een gewasbeschermingsmiddel voor niet-professioneel gebruik wordt deze retributie verlaagd tot 8.0000 euro. Indien België wordt gevraagd op te treden als rapporterende Lidstaat wordt deze retributie in alle gevallen verhoogd tot 20.000 euro behalve indien de aanvraag wordt ingediend door de houder van de toelating met enkel België als betrokken Lidstaat en enkel betrekking heeft op teelten waarvoor geen geschikt gewasbeschermingsmiddel voorhanden is of het voorwerp zou kunnen zijn van een beperkt gebruik, in welk geval deze retributie 5.000 euro bedraagt.
   Voor een aanvraag die alleen de wijziging van de indeling of de etikettering betreft, bedraagt de retributie 3.000 euro en indien België wordt gevraagd op te treden als rapporterende Lidstaat wordt deze retributie verhoogd tot 6.000 euro.
   De retributie bedraagt 500 euro indien een verlenging van de toelating nodig is zonder evaluatie van gegevens;
   3° Deze retributie bedraagt 3.500 euro voor een aanvraag tot verandering van de samenstelling. De retributie is niet verschuldigd indien de verandering van de samenstelling enkel te wijten is aan de wijziging van de oorsprong of de specificatie van de werkzame stof die het voorwerp uitmaakt van een andere, gelijktijdig ingediende aanvraag. Indien de verandering van de samenstelling als niet-significant kan worden beschouwd, bedraagt deze retributie slechts 2.000 euro. De beoordeling of een verandering van de samenstelling niet-significant is gebeurt aan de hand van het technische richtsnoer hierover aangenomen door de Europese Commissie. Indien de aanvraag gebeurt via wederzijdse erkenning, bedraagt deze retributie slechts 3.500 euro. Indien België wordt gevraagd op te treden als rapporterende lidstaat wordt deze retributie in alle gevallen verhoogd tot 12.000 euro;
   4° deze retributie bedraagt 500 euro voor:
   a) een aanvraag tot wijziging van de handelsbenaming van het product;
   b) een aanvraag tot verandering van de naam of het juridisch statuut van de houder van de toelating;
   c) een aanvraag tot overdracht van de toelating op naam van een andere persoon;
   5° Deze retributie bedraagt 1.500 euro per oorsprong voor een aanvraag waarbij de specificatie of oorsprong van de werkzame stof wezenlijk wordt veranderd en/of een beoordeling van de equivalentie overeenkomstig de bepalingen van de voornoemde verordening (EG) nr. 1107/2009 noodzakelijk is. Indien België wordt gevraagd op te treden als rapporterende lidstaat wordt deze retributie verhoogd tot 12.500 euro.
   6° Deze retributie bedraagt 250 euro voor een aanvraag waarbij de productieplaats van de formulering wordt veranderd.
   7° Het Diensthoofd van de Dienst Gewasbeschermingsmiddelen en Bemestingsproducten van de FOD VVL kan op advies van het Erkenningscomité voor bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik en mits een met redenen omklede beslissing, vrijstelling of vermindering op de in de vorige punten bedoelde retributies toestaan aan ieder persoon die een bestrijdingsmiddel voor landbouwkundig gebruik, gewasbeschermingsmiddel of toevoegingsmiddel ter toelating, aanvullende toelating of hernieuwing van toelating, voorlegt dat bestemd is voor teelten waarvoor geen geschikt gewasbeschermingsmiddel voorhanden is of dat het voorwerp zou kunnen zijn van een beperkt gebruik.]7

   § 2. [7 Iedere persoon die een aanvraag tot toelating of tot behoud van de toelating voor een bestrijdingsmiddel voor landbouwkundig gebruik indient naar aanleiding van de goedkeuring of verlenging van de goedkeuring van een werkzame stof uit hoofde van de voornoemde verordening (EG) nr. 1107/2009 is gehouden een bijkomende retributie voor de beoordeling van de naleving van de voorwaarden zoals opgelegd bij de goedkeuring of verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof uit hoofde van de voornoemde verordening (EG) nr. 1107/2009 te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten:
   a) indien voor de beoordeling een evaluatie moet worden verricht van de equivalentie van de werkzame stof overeenkomstig de bepalingen van de voornoemde verordening (EG) nr. 1107/2009 zal een aanvullende retributie van 1.500 euro per oorsprong vereist zijn, ook als dit het afwerken van de referentiespecificatie betreft. Indien België wordt gevraagd op te treden als rapporterende lidstaat wordt deze aanvullende retributie verhoogd tot 12.500 euro;
   b) indien voor de beoordeling nieuwe studies moeten worden geëvalueerd zal een aanvullende retributie van 3.000 euro vereist zijn. Indien België wordt gevraagd op te treden als rapporterende lidstaat wordt deze aanvullende retributie verhoogd tot 25.000 euro.]7

   § 3. [8 1° Iedere persoon die een dossier of de samenvatting van een dossier voorlegt aan de FOD VVL met het oog op de goedkeuring of de verlenging van de goedkeuring van een werkzame stof of eender welke vorm van wijziging na de goedkeuring of verlenging van de goedkeuring van een werkzame stof uit hoofde van voornoemde verordening (EG) nr. 1107/2009, is gehouden een retributie te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten. Hierbij worden 2 types werkzame stoffen onderscheiden:
   a) een stof van het type A : een stof die geen micro-organisme, virus, stof van plantaardige of dierlijke oorsprong, afweermiddel, lokmiddel of feromoon is of die niet is opgenomen in bijlage II van verordening (EG) nr. 889/2008 van de Commissie tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten, wat de biologische productie, de etikettering en de controle betreft;
   b) een stof van het type B : een stof die een micro-organisme, virus, stof van plantaardige of dierlijke oorsprong, afweermiddel, lokmiddel of feromoon is of die is opgenomen in bijlage II van verordening (EG) nr. 889/2008 van de Commissie tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten, wat de biologische productie, de etikettering en de controle betreft.
   2° Indien het gaat om een aanvraag tot eerste goedkeuring of tot verlenging van de goedkeuring van een werkzame stof uit hoofde van voornoemde verordening (EG) nr. 1107/2009, dan bedraagt de in 1° bedoelde retributie:
   a) 500.000 euro als België is aangewezen als de rapporterende lidstaat voor een stof van het type A; deze retributie wordt betaald in twee schijven : 200.000 euro bij het indienen van het dossier en 300.000 euro na opstellen van het verslag inzake de conformiteit; de aanvrager die afziet van zijn aanvraag vóór de evaluatie van het dossier is slechts de eerste schijf van deze retributie verschuldigd;
   b) 200.000 euro als België is aangewezen als de rapporterende lidstaat voor een stof van het type B; deze retributie wordt betaald in twee schijven: 60.000 euro bij het indienen van het dossier en 140.000 euro na opstellen van het verslag inzake de conformiteit; de aanvrager die afziet van zijn aanvraag vóór de evaluatie van het dossier is slechts de eerste schijf van deze retributie verschuldigd;
   c) 100.000 euro als België is aangewezen als co-rapporterende lidstaat voor een stof van het type A;
   d) 90.000 euro als België is aangewezen als co-rapporterende lidstaat voor een stof van het type B;
   3° Indien België optreedt als de rapporterende lidstaat voor volgende gevallen, dan bedraagt de in 1° bedoelde retributie :
   a) 20.000 euro per "end point" voor elke aanvraag tot wijziging van een "end point";
   b) 12.500 euro voor de beoordeling van de equivalentie overeenkomstig de bepalingen van de voornoemde verordening (EG) nr. 1107/2009;
   c) 70.000 euro voor een aanvraag tot wijziging van de voorwaarden tot goedkeuring van een werkzame stof uit hoofde van de voornoemde verordening (EG) nr. 1107/2009;
   d) 75.000 euro per "open punt" waarvoor de evaluatie van aanvullende of bevestigende studies vereist werd bij de goedkeuring of verlenging van de goedkeuring van een werkzame stof uit hoofde van de voornoemde verordening (EG) nr. 1107/2009;
   e) 100.000 euro per kennisgeving wijzend op een mogelijk schadelijk of onaanvaardbaar effect die wordt geleverd in toepassing van artikel 56 van voornoemde verordening (EG) nr. 1107/2009;
   f) 40.000 euro voor de beoordeling van een dossier dat wordt ingediend om aan te tonen dat de aanvrager beschikt over de vereiste gegevens voor een goedgekeurde werkzame stof zoals bepaald door de voornoemde verordening (EG) nr. 1107/2009.
   Indien voor één van de hierboven bedoelde gevallen de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid een intercollegiaal overleg organiseert waaraan minstens één Belgische deskundige deel moet nemen, dan zal de retributie verhoogd worden met 15.000 euro.
   4° Indien gelijkaardige informatie als voorzien in de vorige punten van deze paragraaf wordt ingediend zonder dat België werd aangeduid als rapporterende lidstaat, kan de FOD VVL toezeggen deze te evalueren op expliciete aanvraag van de persoon die de gegevens indient, bijvoorbeeld in het kader van een andere aanvraag. In dat geval zal deze persoon gehouden zijn de overeenkomstige retributies als voorzien in de vorige punten van deze paragraaf te betalen.]8

  [9 § 4. 1° Iedere persoon die een dossier voorlegt aan de FOD VVL met het oog op de vaststelling of wijziging van een maximumresidugehalte of van een invoertolerantie of voor de opneming van een werkzame stof in bijlage IV overeenkomstig artikel 6.1. of 6.4. van verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 23 februari 2005 tot vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen en diervoeders van plantaardige en dierlijke oorsprong en houdende wijziging van richtlijn 91/414/EEG van de Raad, is gehouden een retributie van 6.000 euro te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en producten. Deze retributie wordt verhoogd met 1.000 euro per maximumresidugehalte en per invoertolerantie waarvan de vaststelling of wijziging wordt aangevraagd. Indien de aanvraag betrekking heeft op meer dan 14 maximumresidugehaltes of invoertoleranties, wordt de retributie beperkt tot 20.000 euro.
   Voor iedere toxicologische studie of iedere studie aangaande het metabolisme bij planten of bij dieren, aangaande de vervoedering bij dieren of aangaande residuen in volggewassen die aanwezig is in het ingediende dossier, wordt de retributie daarenboven verhoogd met 5.000 euro.
   Indien het vaststellen van een invoertolerantie de evaluatie noodzaakt van een toxicologisch dossier, zal de persoon die dit dossier voorlegt daarenboven gehouden zijn een retributie van 75.000 euro te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten.
   Indien voor één van de hierboven bedoelde gevallen de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid een intercollegiaal overleg organiseert waaraan minstens één Belgische deskundige deel moet nemen, dan zal de retributie verhoogd worden met 12.500 euro.
   2° Iedere persoon die een dossier voorlegt in het kader van artikel 12 van voornoemde verordening (EG) nr. 396/2005 met het oog op de evaluatie van de bestaande maximumresidugehalten of invoertoleranties van een werkzame stof waarvoor België werd aangewezen als rapporterende lidstaat, is gehouden een retributie van 50.000 euro te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten. Iedere persoon die een dossier voorlegt in het kader van artikel 12 van voornoemde verordening (EG) nr. 396/2005 met het oog op de bevestiging van een maximumresidugehalte of van een invoertolerantie van een werkzame stof waarvoor België werd aangewezen als rapporterende lidstaat, is gehouden per ingediend studierapport een retributie van 2.000 euro te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en producten. Indien de aanvraag tot bevestiging meer dan tien studies omvat, wordt de retributie beperkt tot 20.000 euro.
   Indien voor één van de hierboven bedoelde gevallen de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid een intercollegiaal overleg organiseert waaraan minstens één Belgische deskundige deel moet nemen, dan zal de retributie verhoogd worden met 5.000 euro.
   3° Iedere houder van een toelating waarvoor moet worden nagegaan of de toelatingsvoorwaarden toelaten de uit hoofde van voornoemde verordening (EG) nr. 396/2005 vastgestelde maximumresidugehalte te respecteren, dient een retributie te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten van 5.000 EUR per toelating. Indien de toelatingshouder beschikt over meerdere toelatingen voor gelijkaardige producten waarvoor de toepassingswijze uitgedrukt in werkzame stof identiek is, dan dient deze retributie slechts éénmaal betaald te worden voor de betrokken toelatingen samen.
   § 5. Iedere persoon die een vergunning of de verlenging van een vergunning voor parallelhandel van een bestrijdingsmiddel voor landbouwkundig gebruik aanvraagt, moet een retributie betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, waarvan het bedrag vastgesteld is op 2.500 respectievelijk 1.500 euro.
   In afwijking van het vorige lid is geen retributie vereist voor een aanvraag tot verlenging van een vergunning voor parallelhandel indien de aanvraag tot vergunning of de vorige aanvraag tot verlenging minder dan vijf jaar geleden werd ingediend en indien geen technische evaluatie van de aanvraag tot verlenging vereist is.
   Iedere houder van een vergunning voor parallelhandel van een bestrijdingsmiddel voor landbouwkundig gebruik die een aanvraag indient die een wijziging van de vergunning inhoudt, moet een retributie van 500 euro betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, met name indien de gevraagde wijziging één van de volgende gevallen is:
   1° een wijziging van de handelsbenaming van het product;
   2° een verandering van de naam of het juridisch statuut van de houder van de vergunning;
   3° een overdracht van de vergunning op naam van een andere persoon.
   § 6. Iedere persoon die een aanvraag indient tot erkenning van een station of een laboratorium met het oog op het uitvoeren van proeven of ontledingen in verband met bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik, moet een retributie van 5.000 euro betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten.
   Voor een aanvraag tot vernieuwing of tot uitbreiding van een dergelijke erkenning dient een retributie van 750 euro te worden betaald.
   Indien het onderzoek van de aanvraag vereist dat een audit wordt gehouden, dient de aanvrager een retributie van 5.000 euro te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten.
   Indien een audit wordt gehouden om na te gaan of de voorwaarden van de erkenning worden gerespecteerd, dient de erkenningshouder een retributie van 5.000 euro te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten.
   § 7. Voor iedere wijziging van een toelating of vergunning die volgt uit de wijziging van een toelating naar aanleiding van een aanvraag van de houder van deze laatste toelating, worden alle in dit artikel vermelde retributies verlaagd tot 500 euro.
   § 8. Iedere persoon die in het kader van de wet van 11 juli 1969 betreffende de grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt, of van de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu, de volksgezondheid en de werknemers een certificaat inzake bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik, gewasbeschermingsmiddelen of toevoegingsstoffen vraagt aan de FOD VVL is gehouden per certificaat een retributie van 600 euro te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, ongeacht het aantal kopieën van het certificaat.
   § 9. 1° Iedere persoon die uit hoofde van verordening (EG) nr. 1272/2008 van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels tot wijziging en intrekking van de richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van verordening (EG) nr. 1907/2006 een aanvraag indient tot aanpassing of harmonisatie van de indeling en etikettering van een stof die aangewend wordt voor de productie van bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik, gewasbeschermingsmiddelen of toevoegingsstoffen en waarvoor België wordt gevraagd op te treden als indienende of rapporterende lidstaat van de aanvraag, dient een retributie van 30.000 euro te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, ongeacht het feit of deze persoon reeds een retributie dient te betalen aan het Europees Agentschap voor chemische stoffen.
   2° Iedere houder van een toelating of van een vergunning voor parallelhandel waarvoor de etikettering in overeenstemming dient te worden gebracht met de etiketteringsvoorschriften van de voornoemde verordening (EG) nr. 1272/2008, dient een retributie van 1.500 euro te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten.
   § 10. Iedere houder van een toelating of van een vergunning voor parallelhandel die een aanvraag indient om een bijkomende verpakking of een bijkomend verpakkingstype van het betrokken product op de markt te mogen brengen, dient een retributie van 2.000 euro te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten.
   § 11. Iedere persoon die een aanvraag indient tot het bekomen van de lijst van test- en studieverslagen zoals voorzien door artikel 61 van voornoemde verordening (EG) nr. 1107/2009, dient een retributie te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten van 4.000 euro.
   § 12. Iedere persoon die een aanvraag indient tot vrijstelling van het indienen van studies, zoals voorzien door artikel 34 van voornoemde verordening (EG) nr. 1107/2009, dient een retributie te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten van 7.000 euro.
   § 13. Iedere persoon die een dossier indient om aan te tonen of een formuleringshulpstof al dan niet beantwoordt aan artikel 27 van voornoemde verordening (EG) nr. 1107/2009 en waarbij België optreedt als rapporterende lidstaat, dient een retributie te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten van 15.000 euro.
   § 14. Iedere persoon die een aanvraag indient waarbij een beoordeling vereist is van de technische equivalentie van een hulpstof in de formulering van een bestrijdingsmiddel voor landbouwkundig gebruik, gewasbeschermingsmiddel of toevoegingsstof dient een retributie van 1.000 euro te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten.
   § 15. Iedere persoon die een aanvraag indient bij de FOD VVL betreffende een bestrijdingsmiddel voor landbouwkundig gebruik, een gewasbeschermingsmiddel of een toevoegingsstof waarvoor niet in een specifieke retributie is voorzien in de paragrafen 1 tot 14, is gehouden een retributie te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten. Deze retributie bedraagt:
   - 1.000 euro voor aanvragen die administratief kunnen worden afgewerkt en/of een gelijkaardige of lagere werklast inhouden als de behandeling van een aanvraag voorzien door § 6, tweede lid;
   - 8.000 euro voor aanvragen die een minimale beoordeling door experts vergen en/of een gelijkaardige werklast inhouden als de behandeling van een aanvraag voorzien door § 1, 1°, b, laatste streepje;
   - 20.000 euro voor aanvragen die een beoordeling door experts vergen en/of een gelijkaardige of grotere werklast inhouden als de behandeling van een aanvraag voorzien door § 3, 3°, eerste streepje.
   § 16. Voor iedere aanvraag waarvoor de betrokken werklast dermate hoog is dat de in paragrafen 1 tot 15 voorziene retributies onvoldoende zijn, dient een bijkomende retributie te worden betaald aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten van 100 euro per uur aan bijkomend vereist evaluatiewerk, mits transparante opgave hiervan door de FOD VVL.
   § 17. Iedere natuurlijke persoon die, in toepassing van het koninklijk besluit van 19 maart 2013 ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en toevoegingsstoffen, een aanvraag voor een toekenning of vernieuwing van een fytolicentie " Distributie/Voorlichting " of een fytolicentie " Distributie/Voorlichting producten voor niet-professioneel gebruik " indient, is gehouden een retributie te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten waarvan het bedrag is vastgesteld op 220 euro. Op advies van het Erkenningscomité zoals bedoeld door het koninklijk besluit van 28 februari 1994 betreffende het bewaren, het op de markt brengen en het gebruiken van bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik kan een uitzondering worden toegekend aan voorlichters met uitsluitend niet-commerciële doelstellingen.
   Indien de houder van een vermelde fytolicentie zijn fytolicentie opzegt, wordt een aandeel van diens retributie, evenredig aan de nog te verstrijken geldigheidsduur van zijn fytolicentie op de datum van opzegging, terugbetaald.
   § 18. Iedere persoon die een symposium wenst bij te wonen dat wordt georganiseerd door de FOD VVL en dat specifiek bedoeld is om technische uitleg te verstrekken aangaande de aanvragen zoals bedoeld door dit artikel, dient een vergoeding te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten van 110 euro per halve dag bovenop eventuele andere onkosten.]9
]1
Art.1 DROIT FUTUR.    [1 § 1er. [7 1° Toute personne qui sollicite l'autorisation d'un pesticide à usage agricole, d'un produit phytopharmaceutique ou d'un adjuvant au Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement (ci-dessous nommé SPF SSE) ainsi que toute personne qui, à l'expiration de la période maximale de validité d'une telle autorisation, en demande le renouvellement, est tenue d'acquitter une rétribution au Fonds budgétaire des matières premières et des produits. Cette rétribution est de:
   a) dans le cas où il est demandé à la Belgique d'agir en tant qu'Etat membre rapporteur : 80.000 euros pour une nouvelle autorisation et 60.000 euros en cas d'un renouvellement à l'expiration de la période maximale de validité ; s'il s'agit d'un produit identique au produit phytopharmaceutique représentatif pour lequel un dossier a été introduit dans le cadre de la procédure d'approbation comme substance active pour laquelle la Belgique a agi comme Etat-membre rapporteur et pour lequel un mode d'emploi équivalent est demandé, cette rétribution n'est que de 55.000 euros;
   b) dans le cas où il n'a pas été demandé à la Belgique d'agir en tant qu'Etat membre rapporteur : 25.000 euros pour une nouvelle autorisation et 20.000 euros en cas d'un renouvellement à l'expiration de la période maximale de validité . Pour un produit phytopharmaceutique à usage non-professionnel, cette rétribution n'est que de 8.000 euros. Pour un produit pour lequel il est fait complètement référence au dossier d'un autre produit, dans la mesure où le propriétaire du dossier de cet autre produit ait donné son accord pour y référer, cette rétribution n'est que de 1.000 euros;
   c) 6.000 euros pour un adjuvant; cependant, s'il est fait complètement référence au dossier d'un autre adjuvant, dans la mesure où le propriétaire du dossier de cet autre adjuvant ait donné son accord pour y référer, cette rétribution n'est que de 750 euros;
   d) s'il s'agit d'une demande pour un produit qui a déjà été soumise mais pour laquelle l'autorisation n'a pas pu être octroyée, les rétributions mentionnées sous les a), b) et c) sont diminuées de moitié s'il est possible d'utiliser le dossier de la demande originale ; lors de la notification du fait qu'une autorisation ne sera pas octroyée, il est mentionné si la rétribution en cas de réintroduction de la demande pourra être diminuée de moitié ; le Chef de Service du Service Produits phytopharmaceutiques et Fertilisants du SPF SSE peut déterminer si et sous quelles conditions il est possible d'utiliser le dossier de la demande originale;
   e) s'il s'agit d'une demande pour un produit à usage non-professionnel pour laquelle il est possible d'utiliser le dossier d'une demande pour un produit à usage professionnel, les rétributions mentionnées sous le a) sont diminuées de moitié ; le Comité d'agréation comme visé par l'arrêté royal du 28 février 1994 concernant la conservation, la mise sur le marché et l'utilisation de pesticides à usage agricole peut déterminer si et sous quelles conditions il est possible d'utiliser le dossier d'une demande pour un produit à usage professionnel;
   f) s'il s'agit d'une demande pour un produit contenant un organisme génétiquement modifié dans le sens de l'article 48 du règlement (CE) N° 1107/2009 du 21 octobre 2009 concernant la mise sur le marché des produits phytopharmaceutiques et abrogeant les directives 79/117/CEE et 91/414/CEE du Conseil, les rétributions mentionnées sous les a) et b) sont augmentées de moitié;
   g) pour les demandes pour lesquelles le SPF SSE est obligé de demander des données complémentaires qui sont déterminées par les exigences de données du règlement (CE) N° 1107/2009 précité ou des règlements (UE) N° 283/2013 de la Commission du 1er mars 2013 établissant les exigences en matière de données applicables aux substances actives, conformément au règlement (CE) N° 1107/2009 du Parlement européen et du Conseil concernant la mise sur le marché des produits phytopharmaceutiques ou 284/2013 de la Commission du 1er mars 2013 établissant les exigences en matière de données applicables aux produits phytopharmaceutiques, conformément au règlement (CE) N° 1107/2009 du Parlement européen et du Conseil concernant la mise sur le marché des produits phytopharmaceutiques, ou en application de documents techniques d'orientation adoptés par la Commission européenne, ou pour lesquelles il est d'une autre façon évident qu'elles sont exigées, les rétributions mentionnées sous les a), b) et c) sont augmentées à raison de 100 euros par heure de travail qui est nécessaire pour évaluer ces données complémentaires;
   2° Cette rétribution est de 12.500 euros pour chaque demande nécessitant l'évaluation de données complémentaires et/ou lorsqu'elle comprend une modification des usages prévus dans l'acte d'autorisation. Pour un produit phytopharmaceutique à usage non-professionnel, cette rétribution est réduite à 8.000 euros. Dans le cas où il est demandé à la Belgique d'agir en tant qu'Etat membre rapporteur, cette rétribution sera toujours augmentée à 20.000 euros sauf si la demande est introduite par le détenteur de l'autorisation avec seulement la Belgique comme Etat-membre concerné et si la demande n'a seulement trait qu'à des cultures pour lesquelles on ne disposerait pas de moyens de protection phytosanitaire adéquats ou qui serait susceptible de ne faire l'objet que d'un usage restreint, cas dans lequel cette rétribution est de 5.000 euro.
   Pour une demande qui ne concerne qu'une modification de la classification ou de l'étiquetage, la rétribution est de 3.000 euros, et dans le cas où il est demandé à la Belgique d'agir en tant qu'Etat membre rapporteur, cette rétribution sera augmentée à 6.000 euros.
   La rétribution est de 500 euros si une prolongation de l'autorisation s'impose sans évaluation de données;
   3° Cette rétribution est de 3.500 euros pour une demande de changement de composition. La rétribution n'est pas due si le changement de composition est seulement dû à une modification de la spécification ou de l'origine de la substance active qui fait l'objet d'une autre demande introduite au même moment. Si le changement de composition peut être considéré comme non-significatif, la rétribution n'est que de 2.000 euros. L'évaluation si un changement de composition est non-significatif est faite conformément au document technique d'orientation à ce sujet comme adopté par la Commission européenne. Si la demande se fait par reconnaissance mutuelle, la rétribution n'est que de 3.500 euros. Dans le cas où il est demandé à la Belgique d'agir en tant qu'Etat membre rapporteur, cette rétribution sera, par contre, dans tous les cas augmentée à 12.000 euros;
   4° cette rétribution est de 500 euros pour:
   a) une demande de modification de la dénomination commerciale du produit;
   b) une demande de changement de nom ou du statut juridique du détenteur de l'autorisation;
   c) une demande de transfert de l'autorisation détenue par une autre personne;
   5° Cette rétribution est de 1.500 euros par origine pour une demande impliquant une modification significative de la spécification ou de l'origine de la substance active et/ou nécessitant une évaluation de l'équivalence conformément aux dispositions du règlement (CE) N° 1107/2009 précité. Dans le cas où il est demandé à la Belgique d'agir en tant qu'état membre rapporteur, cette rétribution est augmentée à 12.500 euros.
   6° Cette rétribution est de 250 euros pour une demande impliquant une modification du site de production de la formulation.
   7° Le Chef de Service du Service Produits phytopharmaceutiques et Fertilisants du SPF SSE peut, sur avis du Comité d'agréation des pesticides à usage agricole et par décision motivée, accorder une exonération ou une réduction des rétributions prévues aux points précédents à toute personne qui soumet à autorisation, autorisation complémentaire ou renouvellement d'autorisation, un pesticide à usage agricole, un produit phytopharmaceutique ou un adjuvant destiné à des cultures pour lesquelles on ne disposerait pas de moyens de protection phytosanitaire adéquats, ou susceptible de ne faire l'objet que d'un usage restreint.]7

   § 2. [7 Toute personne qui introduit une demande d'autorisation ou de maintien de l'autorisation relative à un pesticide à usage agricole suite à l'approbation ou à la prolongation de l'approbation d'une substance active en vertu du règlement (CE) N° 1107/2009 précité est tenu d'acquitter au Fonds budgétaire des matières premières et des produits une rétribution complémentaire pour la vérification du respect des conditions imposées lors de l'approbation ou de la prolongation de l'approbation de la substance active en vertu du règlement (CE) N° 1107/2009 précité:
   a) si la vérification nécessite l'évaluation de l'équivalence de la substance active conformément aux dispositions du règlement (CE) N° 1107/2009 précité, une rétribution supplémentaire de 1.500 euros par origine devra être payée, et également si cela concerne la finalisation de la spécification de la référence. Dans le cas où il est demandé à la Belgique d'agir en tant qu'état membre rapporteur, cette rétribution supplémentaire est augmentée à 12.500 euros;
   b) si pour la vérification de nouvelles études doivent être évaluées, une rétribution supplémentaire de 3.000 euros devra être payée. Dans le cas où il est demandé à la Belgique d'agir en tant qu'état membre rapporteur, cette rétribution supplémentaire est augmentée à 25.000 euros.]7

   § 3. [8 1° Toute personne qui soumet un dossier ou le résumé d'un dossier au SPF SSE en vue de l'approbation ou du renouvellement de l'approbation d'une substance active ou de toute forme de modification après cette approbation ou renouvellement de l'approbation d'une substance active en vertu du règlement (CE) N° 1107/2009 précité, est tenue d'acquitter une rétribution au Fonds budgétaire des matières premières et des produits. Il y a lieu de distinguer 2 types de substances actives:
   a) une substance du type A : une substance qui n'est pas un micro-organisme, un virus, une substance d'origine végétale ou animale, un répulsif, un attractif ou une phéromone ou qui n'est pas incluse à l'annexe II du règlement (CE) n° 889/2008 de la Commission portant modalités d'application du règlement (CE) n° 834/2007 du Conseil relatif à la production biologique et à l'étiquetage des produits biologiques en ce qui concerne la production biologique, l'étiquetage et les contrôles;
   b) une substance du type B : une substance qui est un micro-organisme, un virus, une substance d'origine végétale ou animale, un répulsif, un attractif ou une phéromone ou qui est incluse à l'annexe II du règlement (CE) n° 889/2008 de la Commission portant modalités d'application du règlement (CE) n° 834/2007 du Conseil relatif à la production biologique et à l'étiquetage des produits biologiques en ce qui concerne la production biologique, l'étiquetage et les contrôles.
   2° Lorsqu'il s'agit d'une demande pour une première approbation ou pour le renouvellement de l'approbation d'une substance active en vertu du règlement (CE) N° 1107/2009 précité, la rétribution visée au 1° est alors de:
   a) 500.000 euros dans le cas où la Belgique est désignée en tant qu'Etat membre rapporteur pour une substance du type A; cette rétribution est payée en deux parties : 200.000 euros lors de l'introduction du dossier et 300.000 euros après établissement du rapport de conformité; le demandeur qui renonce à sa demande avant l'évaluation du dossier n'est redevable que de la première partie de cette rétribution;
   b) 200.000 euros dans le cas où la Belgique est désignée en tant qu'Etat membre rapporteur pour une substance du type B; cette rétribution est payée en deux parties: 60.000 euros lors de l'introduction du dossier et 140.000 euros après établissement du rapport de conformité; le demandeur qui renonce à sa demande avant l'évaluation du dossier n'est redevable que de la première partie de cette rétribution;
   c) 100.000 euros dans le cas où la Belgique est désignée en tant qu'Etat membre co-rapporteur pour une substance du type A;
   d) 90.000 euros dans le cas où la Belgique est désignée en tant qu'Etat membre co-rapporteur pour une substance du type B;
   3° Dans le cas où la Belgique agit en tant qu'état membre rapporteur pour les cas suivants, la rétribution visée au point 1° est de:
   a) 20.000 euros par "end point" pour toute demande de modification d'un "end point";
   b) 12.500 euros pour l'évaluation de l'équivalence conformément aux dispositions du règlement (CE) N° 1107/2009 précité;
   c) 70.000 euros pour une demande de modification des conditions de l'approbation en vertu du règlement (CE) N° 1107/2009 précité;
   d) 75.000 euros par " point ouvert " nécessitant l'évaluation d'études supplémentaires ou confirmatoires requises lors de l'approbation ou du renouvellement de l'approbation de la substance active en vertu du règlement (CE) N° 1107/2009 précité;
   e) 100.000 euros par notification indiquant un effet potentiellement nocif ou inacceptable et fournie en application de l'article 56 du règlement (CE) N° 1107/2009 précité;
   f) 40.000 euros pour l'évaluation d'un dossier soumis afin de démontrer que le demandeur dispose des données nécessaires pour une substance active approuvée comme déterminé par le règlement (CE) N° 1107/2009 précité.
   Si, pour l'un des cas visés ci-dessus, l'Autorité européenne de sécurité des aliments organise un examen collégial nécessitant la participation d'experts belges, la rétribution sera augmentée de 15.000 euros.
   4° Si des informations comparables à celles prévues sous les points précédents de ce paragraphe sont introduites sans que la Belgique soit indiquée comme état membre rapporteur, le SPF SSE peut accepter de les évaluer sur demande explicite de la personne qui les a introduites, par exemple dans le cadre d'une autre demande. Dans ce cas, cette personne sera tenue d'acquitter les rétributions concernées comme prévues par les points précédents de ce paragraphe.]8

  [9 § 4. 1° Toute personne qui soumet un dossier au SPF SSE en vue de la fixation ou de la modification d'une limite maximale applicable aux résidus ou d'une tolérance à l'importation ou en vue d'inclusion d'une substance active en annexe IV, conformément aux articles 6.1. ou 6.4. du règlement (CE) n° 396/2005 du Parlement européen et du Conseil du 23 février 2005 concernant les limites maximales applicables aux résidus de pesticides présents dans ou sur les denrées alimentaires et les aliments pour animaux d'origine végétale et animale et modifiant la directive 91/414/CEE du Conseil, est tenue d'acquitter une rétribution de 6.000 euros au Fonds budgétaire des matières premières et des produits. Cette rétribution sera augmentée de 1.000 euros par limite maximale applicable aux résidus et par tolérance à l'importation pour laquelle la fixation ou la modification est demandée. Si la demande concerne plus de 14 limites maximales applicables aux résidus ou tolérances d'application, la rétribution est limitée à 20.000 euros.
   Pour chaque étude toxicologique ou de métabolisme dans les végétaux ou dans les animaux, sur l'alimentation des animaux ou sur les résidus contenus dans les rotations des cultures qui est présente dans le dossier soumis, la rétribution est augmentée de 5.000 euros.
   Lorsque la fixation d'une tolérance à l'importation nécessite l'évaluation d'un dossier toxicologique, la personne qui soumet ce dossier sera en outre tenue d'acquitter une rétribution de 75.000 euros au Fonds budgétaire des matières premières et des produits.
   Si, pour l'un des cas visés ci-dessus, l'Autorité européenne de sécurité des aliments organise un examen collégial nécessitant la participation d'experts belges, la rétribution sera augmentée de 12.500 euros.
   2° Toute personne qui soumet en vertu de l'article 12 du règlement (CE) N° 396/2005 précité un dossier en vue de l'évaluation des limites maximales existantes applicables aux résidus ou des tolérances à l'importation existantes d'une substance active pour laquelle la Belgique est désignée en tant qu'état membre rapporteur, sera tenue d'acquitter une rétribution de 50.000 euros au Fonds budgétaire des matières premières et des produits. Toute personne qui soumet en vertu de l'article 12 du règlement (CE) N° 396/2005 précité un dossier en vue de la confirmation d'une limite maximale existante applicable aux résidus ou d'une tolérance à l'importation existante d'une substance active pour laquelle la Belgique est désignée en tant qu'état membre rapporteur, sera tenue d'acquitter une rétribution de 2.000 euros au Fonds budgétaire des matières premières et des produits par rapport d'étude soumis. Si la demande de confirmation contient plus de dix études, la rétribution est limitée à 20.000 euros.
   Si, pour l'un des cas visés ci-dessus, l'Autorité européenne de sécurité des aliments organise un examen collégial nécessitant la participation d'au moins un expert belge, la rétribution sera augmentée de 5.000 euros.
   3° Tout détenteur d'une autorisation pour laquelle il doit être vérifié que les conditions d'autorisation permettent de respecter les limites maximales applicables aux résidus déterminées en vertu du règlement (CE) N° 396/2005 précité, doit payer au Fonds budgétaire des matières premières et des produits une rétribution de 5.000 euros par autorisation. Si le détenteur d'autorisation dispose de plusieurs autorisations pour des produits similaires pour lesquels le mode d'emploi exprimé en substance active est identique, la rétribution ne doit alors être payée qu'une seule fois pour l'ensemble des autorisations concernées.
   § 5. Toute personne qui sollicite un permis ou la prolongation d'un permis de commerce parallèle pour un pesticide à usage agricole est tenue d'acquitter au Fonds budgétaire des matières premières et des produits une rétribution dont le montant est fixé à 2.500 respectivement 1.500 euros.
   Par dérogation à l'alinéa précédent, aucune rétribution n'est exigée pour une demande de prolongation d'un permis de commerce parallèle si la demande de permis ou la dernière demande de prolongation a été introduite il y a moins de cinq ans et si une évaluation technique de la demande de prolongation n'est pas requise.
   Tout détenteur d'un permis de commerce parallèle pour un pesticide à usage agricole qui soumet une demande comprenant une modification du permis, est tenu d'acquitter une rétribution de 500 euros au Fonds budgétaire des matières premières et des produits, notamment si la modification demandée est un des cas suivants:
   1° une modification de la dénomination commerciale du produit;
   2° un changement de nom ou du statut juridique du détenteur du permis;
   3° un transfert du permis détenu par une autre personne.
   § 6. Toute personne qui sollicite l'agrément d'une station ou d'un laboratoire en vue de la réalisation d'essais et analyses en rapport avec des pesticides à usage agricole, est tenue d'acquitter une rétribution de 5.000 euros au Fonds budgétaire des matières premières et des produits.
   Pour une demande de renouvellement ou d'extension d'un tel agrément, il y a lieu de payer une rétribution de 750 euros.
   Si l'analyse de la demande nécessite la réalisation d'un audit, le demandeur est tenu d'acquitter une rétribution de 5.000 euros au Fonds budgétaire des matières premières et des produits.
   Si un audit est réalisé en vue de vérifier le respect des conditions de l'agrément, le détenteur de l'agrément est tenu d'acquitter une rétribution de 5.000 euros au Fonds budgétaire des matières premières et des produits.
   § 7. Pour chaque modification d'une autorisation ou d'un permis qui découle de la modification d'une autorisation sur demande du détenteur de cette dernière autorisation, toutes les rétributions prévues par cet article sont réduites à 500 euros.
   § 8. Toute personne qui sollicite le SPF SSE, dans le cadre de l'exécution de la loi du 11 juillet 1969 relative aux matières premières pour l'agriculture, l'horticulture, la sylviculture et l'élevage ou de la loi du 21 décembre 1998 relative aux normes de produits ayant pour but la promotion de modes de production et de consommation durables et la protection de l'environnement, de la santé et des travailleurs, pour un certificat concernant les pesticides à usage agricole, les produits phytopharmaceutiques ou les adjuvants est tenue d'acquitter au Fonds budgétaire des matières premières et des produits une rétribution de 600 euros par certificat, quel que soit le nombre de copies du certificat.
   § 9. 1° Toute personne, qui en vertu du règlement (CE) n° 1272/2008 du 16 décembre 2008 relatif à la classification, à l'étiquetage et à l'emballage des substances et des mélanges, modifiant et abrogeant les directives 67/548/CEE et 1999/45/CE et modifiant le règlement (CE) n° 1907/2006, soumet une demande pour l'adaptation ou l'harmonisation de la classification et de l'étiquetage d'une substance utilisée pour la production de pesticides à usage agricole, de produits phytopharmaceutiques ou d'adjuvants et où il a été demandé à la Belgique d'agir comme état membre soumettant la demande ou comme état membre rapporteur, est tenue d'acquitter une rétribution de 30.000 euros au Fonds budgétaire des matières premières et des produits, même si cette personne doit déjà payer une rétribution à l'Agence européenne des produits chimiques.
   2° Tout détenteur d'une autorisation ou d'un permis pour commerce parallèle pour lequel l'étiquetage doit être mis en conformité avec les prescriptions d'étiquetage du règlement (CE) N° 1272/2008 précité, doit acquitter une rétribution de 1.500 euros au Fonds budgétaire des matières premières et des produits.
   § 10. Tout détenteur d'une autorisation ou d'un permis pour commerce parallèle qui soumet une demande pour l'autorisation de la mise sur le marché du produit concerné avec un autre emballage ou un autre type d'emballage, doit acquitter au Fonds budgétaire des matières premières et des produits une rétribution de 2.000 euros.
   § 11. Toute personne qui soumet une demande afin d'obtenir la liste des rapports d'essais et d'études comme visée par l'article 61 du règlement (CE) N° 1107/2009 précité, doit acquitter au Fonds budgétaire des matières premières et des produits une rétribution de 4.000 euros.
   § 12. Toute personne qui soumet une demande d'exemption de soumettre des études, comme prévu par l'article 34 du règlement (CE) N° 1107/2009 précité, doit acquitter au Fonds budgétaire des matières premières et des produits une rétribution de 7.000 euros.
   § 13. Toute personne qui soumet un dossier afin de démontrer si un coformulant est conforme ou non à l'article 27 du règlement (CE) N° 1107/2009 précité et pour lequel la Belgique agit comme état-membre rapporteur, doit acquitter au Fonds budgétaire des matières premières et des produits une rétribution de 15.000 euros.
   § 14. Toute personne qui soumet une demande pour laquelle une évaluation de l'équivalence technique d'un additif entrant dans la formulation d'un pesticide à usage agricole, d'un produit phytopharmaceutique ou d'un adjuvant est requise, doit acquitter au Fonds budgétaire des matières premières et des produits une rétribution de 1.000 euros.
   § 15. Toute personne qui soumet au SPF SSE une demande relative à un pesticide à usage agricole, un produit phytopharmaceutique ou un adjuvant pour laquelle aucune rétribution spécifique n'est prévue aux paragraphes 1 à 14, est tenue d'acquitter une rétribution au Fonds budgétaire des matières premières et des produits. Cette rétribution est de :
   - 1.000 euros pour les demandes qui peuvent être traitées administrativement et/ou qui consistent en une charge de travail similaire ou inférieure au traitement d'une demande tel que prévu au § 6, second alinéa;
   - 8.000 euros pour les demandes qui nécessitent une évaluation minimale par les experts et/ou qui consistent en une charge de travail similaire au traitement d'une demande tel que prévu au § 1, 1°, b, dernier tiret;
   - 20.000 euros pour les demandes qui nécessitent une évaluation par les experts et/ou une charge de travail similaire ou supérieure au traitement d'une demande tel que prévu au § 3, 3°, premier tiret.
   § 16. Pour chaque demande pour laquelle la charge de travail est telle que les rétributions prévues par les paragraphes 1 à 15 ne sont pas suffisantes, il y a lieu de payer au Fonds budgétaire des matières premières et des produits une rétribution complémentaire de 100 euros par heure de travail d'évaluation complémentaire requise, moyennant indication transparente par le SPF SSE.
   § 17. Toute personne physique qui, en application de l'arrêté royal du 19 mars 2013 pour parvenir à une utilisation des produits phytopharmaceutiques et adjuvants compatible avec le développement durable, soumet une demande d'obtention ou de renouvellement d'une phytolicence " Distribution/Conseil " ou d'une phytolicence " Distribution/Conseil de produits à usage non-professionnel ", est tenue d'acquitter au Fonds budgétaire des matières premières et des produits une rétribution dont le montant est fixé à 220 euros. Sur avis du Comité d'agréation comme visé par l'arrêté royal du 28 février 1994 concernant la conservation, la mise sur le marché et l'utilisation de pesticides à usage agricole, une exception peut être accordée aux conseillers exerçant uniquement sans but lucratif.
   Lorsque le titulaire d'une phytolicence mentionnée annule sa phytolicence, la rétribution payée pour l'obtention de la phytolicence est remboursée au prorata de la durée de validité restante à la date du préavis.
   § 18. Toute personne qui souhaite participer à un symposium spécifiquement organisé par le SPF SSE afin de donner des informations techniques concernant les demandes visées par cet article, doit acquitter au Fonds budgétaire des matières premières et des produits une contribution de 110 euros par demi-journée en plus d'autres frais éventuels.]9
]1
Afdeling 2. - Bijdragen
Section 2. - Cotisations
Art.2. [1 § 1. Iedere persoon die een toelating of een aanvullende toelating wenst te bekomen voor een gewasbeschermingsmiddel waarvan de verlening steunt op gegevens ingediend door een andere aanvrager en dit zonder akkoord van deze laatste, dient een aanvullende bijdrage van 1.500 euro te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten.
   § 2. De aflevering van de toelating vindt slechts plaats na betaling van de aanvullende bijdrage, voor zover deze verschuldigd is uit hoofde van § 1.]1

  
Art.2. [1 § 1er. Toute personne qui soumet à autorisation ou à autorisation complémentaire un produit phytopharmaceutique dont l'octroi repose sur des données déposées par un autre demandeur, sans accord explicite de ce dernier, est tenue d'acquitter au Fonds budgétaire des matières premières et des produits une cotisation additionnelle de 1.500 euros.
   § 2. La délivrance de toute autorisation est subordonnée, s'il y a lieu, au paiement de la cotisation additionnelle prévue au § 1er.]1

  
Art. 3. § 1. 1° [1 Iedere persoon die de erkenning van een bestrijdingsmiddel voor landbouwkundig gebruik, de toelating voor een gewasbeschermingsmiddel of een toevoegingsstof, of de toelating of vergunning voor parallelinvoer van een bestrijdingsmiddel voor landbouwkundig gebruik of van een gewasbeschermingsmiddel heeft bekomen, of die een bestrijdingsmiddel voor landbouwkundig gebruik op de markt brengt waarvoor een toelating werd verleend in toepassing van artikel 53 van voornoemde verordening (EG) nr. 1107/2009, moet per erkenning en/of toelating en/of vergunning]1 voor parallelinvoer van een bestrijdingsmiddel voor landbouwkundig gebruik heeft bekomen, moet per erkenning en/of toelating een jaarlijkse bijdrage betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, waarvan het bedrag als volgt is vastgesteld : b = x.p. Hierbij is :
  b : het te betalen bedrag van de jaarlijkse bijdrage;
  x : de hoeveelheid van het bestrijdingsmiddel die in het jaar voorafgaand aan dat van de betaling op de Belgische markt werd gebracht, uitgedrukt in kg of L respectievelijk naargelang het gewaarborgd gehalte aan werkzame stof op de erkennings- of toelatingsakte in % of in g/L is uitgedrukt. Onder op de markt brengen wordt verstaan de verkoop aan een eerste koper, door de invoerder op het Belgische grondgebied of door de fabrikant in België van het bedoelde middel;
  p : het aantal punten toegekend overeenkomstig de bepalingen van § 2, uitgedrukt in EUR/ kg of L.
  2° In afwijking van punt 1° is b = 300 EUR indien x.p < 300 EUR voor de producten die voor een beroepsgebruik bestemd zijn en b = 450 EUR indien x.p < 450 EUR voor de producten die voor een niet-professioneel gebruik bestemd zijn.
  3° Indien p > 3,5 % van het jaargemiddelde van de verkoopprijs per kg of L die geldt in het jaar voorafgaand aan de betaling van de bijdrage, dan kan p worden beperkt tot 3,5 % van deze verkoopprijs, voor zover de erkenninghouder dit bij de FOD VVL aanvraagt, met het bewijs van het jaargemiddelde van de verkoopprijs per kg of L die geldt in het jaar voorafgaand aan de betaling van de bijdrage. [1 De aanvraag en het bewijs dienen te worden ingediend voor 31 januari van het jaar waarin de bijdrage verschuldigd is. Bij gebrek aan een correcte, volledige of tijdige opgave wordt p niet beperkt.]1
  4° [1 De jaarlijkse bijdrage is verschuldigd voor elk jaar waarin het middel op de markt mag worden gebracht, zelfs als de erkenning, de toelating of de vergunning, of de toelating verleend in toepassing van artikel 53 van voornoemde verordening (EG) nr. 1107/2009 in de loop van dat jaar vervalt of wordt ingetrokken. De bijdrage is verschuldigd vanaf het jaar dat volgt op dat van de aflevering van de erkenning, de toelating of de vergunning.]1
  § 2. [2 Het aantal punten p, zoals bedoeld in paragraaf 1, is afhankelijk van de verplichting tot afbeelding van gevarenpictogrammen op het etiket van het bestrijdingsmiddel voor landbouwkundig gebruik, zoals opgelegd door de toelatingsakte geldig op 1 december van het jaar 20XX-2 indien de betaling plaatsvindt in het jaar 20XX. Voor middelen toegelaten tussen 2 december 20XX-2 en 30 november 20XX-1 geldt de verplichting tot afbeelding van gevarenpictogrammen op het etiket zoals vastgesteld bij de toelating. De punten worden toegekend overeenkomstig de volgende tabel. De GHS-codes in deze tabel verwijzen naar de gevarenpictogrammen die zijn vermeld in de toelatingsakte. Indien de verplichting geldt om voor een bestrijdingsmiddel voor landbouwkundig gebruik meerdere gevarenpictogrammen af te beelden op het etiket zullen de punten van deze gevarenpictogrammen worden opgeteld.
Art. 3. § 1er. 1° [1 Toute personne qui a obtenu l'agréation d'un pesticide à usage agricole, l'autorisation d'un produit phytopharmaceutique ou d'un adjuvant, ou l'autorisation ou le permis d'importation parallèle d'un pesticide à usage agricole ou d'un produit phytopharmaceutique, ou qui met sur le marché un pesticide à usage agricole pour lequel une autorisation a été accordée en application de l'article 53 du règlement (CE) N° 1107/2009 précité, est tenue d'acquitter au Fonds budgétaire des matières premières et des produits une cotisation annuelle par agréation et/ou autorisation et/ou permis]1, dont le montant est établi comme suit : b = x.p, sachant que :
  b : le montant de la cotisation annuelle à acquitter;
  x : la quantité de pesticide à usage agricole mise sur le marché belge l'année précédant celle de l'acquittement, exprimée en kg ou L respectivement selon que la teneur garantie en substance active est exprimée dans l'acte d'agréation ou d'autorisation en % ou en g/L. La mise sur le marché belge se définit comme la vente à un premier acheteur, par l'importateur sur le territoire belge ou par le fabricant en Belgique du produit visé;
  p : le nombre de points attribués conformément aux dispositions du § 2, exprimé en EUR/kg ou L.
  2° Par dérogation au point 1°, b = 300 EUR lorsque x.p < 300 EUR pour les produits destinés à un usage professionnel et b = 450 EUR lorsque x.p < 450 EUR pour les produits destinés à un usage non professionel.
  3° Si p > 3,5 % de la moyenne annuelle du prix de vente par kg ou L calculé pour l'année précédant le paiement de la cotisation, p peut être limité à 3,5 % de ce prix de vente pour autant que le détenteur d'agréation en fasse la demande au SPF SSE en fournissant la preuve du prix de vente moyen par kg ou L calculé pour l'année précédant le paiement de la cotisation. [1 La demande et la preuve doivent être introduites avant le 31 janvier de l'année pendant laquelle la cotisation est due. En l'absence d'une notification correcte, complète et dans les délais, p ne sera pas limité.]1
  4° [1 La cotisation annuelle est due pour chaque année pendant laquelle le produit peut être mis sur le marché, même si l'agréation, l'autorisation ou le permis, ou l'autorisation accordée en application de l'article 53 du règlement (CE) N° 1107/2009 précité, vient à échéance ou est retirée dans le courant de cette année. La cotisation est due à partir de l'année qui suit la délivrance de l'agréation, de l'autorisation ou du permis.]1
  § 2. [2 Le nombre de points p, comme visé au paragraphe 1er, dépend de l'obligation de faire apparaître des pictogrammes de danger sur l'étiquette du pesticide à usage agricole, telle qu'imposée par l'acte d'autorisation valable le 1er décembre de l'année 20XX-2 lorsque l'acquittement est réalisé en 20XX. Pour les produits autorisés entre le 2 décembre 20XX-2 et le 30 novembre 20XX-1, l'obligation de faire apparaître des pictogrammes de danger sur l'étiquette comme fixée lors de l'autorisation est d'application. Les points sont attribués conformément au tableau suivant. Les codes GHS dans ce tableau se réfèrent aux pictogrammes de danger mentionnés dans l'acte d'autorisation. Lorsque pour un pesticide à usage agricole il existe une obligation de faire apparaître sur l'étiquette plusieurs pictogrammes de danger, les points de ces pictogrammes de danger sont additionnés.
Pictogramme de danger/ Gevarenpictogram Nombre de points/Aantal punten
 Produits à usage professionnel/ Middelen voor professioneel gebruik Produits à usage non-professionnel/ Middelen voor niet-professioneel gebruik
  
GHS02 1 2,4
GHS04 1 2,4
GHS05 1,5 2,4
GHS06 1,5 2,4
GHS07 1 2,4
GHS08 1,4 2,4
GHS09 1 2,4
Pictogramme de danger/ Gevarenpictogram Nombre de points/Aantal puntenProduits à usage professionnel/ Middelen voor professioneel gebruik Produits à usage non-professionnel/ Middelen voor niet-professioneel gebruik
GHS02 1 2,4GHS04 1 2,4GHS05 1,5 2,4GHS06 1,5 2,4GHS07 1 2,4GHS08 1,4 2,4GHS09 1 2,4
Voor middelen voor professioneel gebruik wordt het aantal punten steeds verhoogd met één punt. Voor middelen voor niet-professioneel gebruik wordt het aantal punten steeds met 0,1 punt verhoogd.]2
  § 3. [1 Eén punt komt overeen met 0,04 euro/kg of L voor de bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik die voor een professioneel gebruik bestemd zijn. Voor de bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik die voor een niet-professioneel gebruik bestemd zijn en die vallen onder de voornoemde verordening (EG) nr. 1107/2009, komt één punt overeen met 0,21 euro/kg of L, waarvan [3 0,06 euro/kg]3 of L bestemd is voor de uitvoering door de betrokken sectororganisaties die de toelatingshouders of eerste invoerders van bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik die voor een niet-professioneel gebruik bestemd zijn vertegenwoordigen, van artikel 19, § 2, van het koninklijk besluit van 19 maart 2013 ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en toevoegingsstoffen, en van artikel 5 van het koninklijk besluit van 4 september 2012 betreffende het federaal reductieprogramma van pesticiden, met inbegrip van hun gebruik in het kader van duurzame ontwikkeling.]1
  § 4. Indien de verkoop in de groothandel van bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik het voorwerp uitmaakt van het opstellen van een factuur, dan zal het bedrag van de bijdrage voor de hoeveelheid verkochte bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik op de factuur worden vermeld.
  § 5. [1 De FOD VVL verzoekt jaarlijks alle distributeurs om een volledige en tijdige opgave van de op de markt gebrachte hoeveelheden, samen met de oorsprong van de betrokken producten. Onder op de markt brengen wordt verstaan de verkoop aan een eerste koper, door de invoerder op het Belgische grondgebied of door de fabrikant in België van het bedoelde middel. Een opgave wordt als tijdig beschouwd indien deze werd ontvangen binnen de acht weken na het verzoek door de FOD VVL.
   Indien de opgave niet als volledig kan worden beschouwd, verzoekt de FOD VVL de betrokken distributeur om deze opgave binnen de vier weken te vervolledigen.
   Indien de opgave niet tijdig wordt geleverd of niet tijdig wordt vervolledigd, verzoekt de FOD VVL door middel van een aangetekend schrijven om de opgave te leveren binnen de vier weken, met dien verstande dat voor elke vervollediging of nalevering van de opgave een verhoging van de jaarlijkse bijdrage zal worden aangerekend à rato van 20 % van het betrokken bedrag.
   Indien vier weken na dit tweede verzoek nog steeds geen correcte en volledige opgave werd geleverd, berekent de FOD VVL de jaarlijkse bijdrage aan de hand van de gemiddelde betrokken opgave van de drie vorige jaren verhoogd met 200 %. Indien geen eerdere opgaven werden ingediend of indien dit zich het jaar voordien ook heeft voorgedaan, wordt de fytolicentie van de distributeur bovendien geschorst tot de dag van levering van alle verschuldigde correcte en volledige opgaven, eventueel ook deze van vorige jaren.
   De FOD VVL berekent de jaarlijkse bijdrage en bezorgt deze berekening aan de betrokken houders van de erkenning of de toelating of de vergunning of aan degene die een bestrijdingsmiddel voor landbouwkundig gebruik op de markt brengt waarvoor een toelating werd verleend in toepassing van artikel 53 van voornoemde verordening (EG) nr. 1107/2009. De houder of degene die een bestrijdingsmiddel voor landbouwkundig gebruik op de markt brengt waarvoor een toelating werd verleend in toepassing van artikel 53 van voornoemde verordening (EG) nr. 1107/2009 bevestigt binnen de vier weken zijn akkoord met de berekening of deelt zijn opmerkingen mee. Zonder reactie binnen de vier weken wordt de berekening beschouwd als bevestigd. De FOD VVL stuurt vervolgens een factuur aan de houder van de erkenning of de toelating of de vergunning, of aan degene die een bestrijdingsmiddel voor landbouwkundig gebruik op de markt brengt waarvoor een toelating werd verleend in toepassing van artikel 53 van voornoemde verordening (EG) nr. 1107/2009, rekening houdend met de ontvangen opmerkingen, voor zover deze terecht zijn. Indien de houder of degene die een bestrijdingsmiddel voor landbouwkundig gebruik op de markt brengt waarvoor een toelating werd verleend in toepassing van artikel 53 van voornoemde verordening (EG) nr. 1107/2009 na ontvangst van deze laatste factuur nog wijzigingen aan de opgave van de hoeveelheden meedeelt, wordt de bijdrage evenredig aangepast en daarnaast verhoogd met 100 euro. Na elke wijziging stuurt de FOD VVL een nieuwe factuur.
   De betaling van de jaarlijkse bijdrage aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten moet geregistreerd zijn binnen de twee maanden na ontvangst van deze factuur.
   Indien de bijdrage niet binnen de twee maanden werd geregistreerd op de rekening van het voornoemde Fonds, wordt zij automatisch verhoogd met 20 %. Indien deze verhoogde bijdrage niet is geregistreerd binnen de twee maanden na ontvangst van de factuur, wordt de erkenning, toelating of vergunning waarvoor de jaarlijkse bijdrage is verschuldigd, geschorst tot de dag van betaling ervan, vermeerderd met 50 % per jaar van achterstal.
   Indien de erkenning, toelating of vergunning waarvoor de jaarlijkse bijdrage is verschuldigd reeds geschorst of ingetrokken is, alsook in het geval van een niet langer geldige toelating verleend in toepassing van artikel 53 van voornoemde verordening (EG) nr. 1107/2009, wordt de erkenning, toelating of vergunning op naam van dezelfde houder waarvoor de jaarlijkse bijdrage het meest overeenkomt met de verschuldigde jaarlijkse bijdrage, geschorst tot de dag van betaling van de verschuldigde jaarlijkse bijdrage verhoogd met 50 % per jaar van achterstal; in afwezigheid van dergelijke erkenning, toelating of vergunning, worden alle aanvragen van de houder van de betrokken erkenning, toelating of vergunning of van degene die een bestrijdingsmiddel voor landbouwkundig gebruik op de markt heeft gebracht waarvoor een toelating werd verleend in toepassing van artikel 53 van voornoemde verordening (EG) nr. 1107/2009, als niet ontvankelijk beschouwd tot de dag van betaling van de verschuldigde jaarlijkse bijdrage vermeerderd met 50 % per jaar van achterstal.]1

  § 6. Indien een product waarvoor de bijdrage geldt opnieuw wordt uitgevoerd, nadat het op de Belgische markt is gebracht, wordt de bijdrage die overeenstemt met de uitgevoerde hoeveelheid terugbetaald aan de uitvoerder door het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, voor zover de uitvoerder in de loop van de maand januari van het jaar volgend op dat van de uitvoer een kopie van de facturen die betrekking hebben op de uitvoer bezorgt aan de FOD VVL.
  [1 § 7. Bij de berekening van de verschuldigde jaarlijkse bijdrage zoals bepaald in dit artikel wordt alleen het eindresultaat van de berekening afgerond tot twee cijfers na de komma.]1
  
Pictogramme de danger/ Gevarenpictogram Nombre de points/Aantal punten
 Produits à usage professionnel/ Middelen voor professioneel gebruik Produits à usage non-professionnel/ Middelen voor niet-professioneel gebruik
  
GHS02 1 2,4
GHS04 1 2,4
GHS05 1,5 2,4
GHS06 1,5 2,4
GHS07 1 2,4
GHS08 1,4 2,4
GHS09 1 2,4
Pictogramme de danger/ Gevarenpictogram Nombre de points/Aantal puntenProduits à usage professionnel/ Middelen voor professioneel gebruik Produits à usage non-professionnel/ Middelen voor niet-professioneel gebruik
GHS02 1 2,4GHS04 1 2,4GHS05 1,5 2,4GHS06 1,5 2,4GHS07 1 2,4GHS08 1,4 2,4GHS09 1 2,4
Pour les produits à usage professionnel, le nombre de points est toujours augmenté d'un point. Pour les produits à usage non-professionnel, le nombre de points est toujours augmenté de 0,1 point.]2
  § 3. [1 Un point correspond à 0,04 euros/kg ou L pour les pesticides à usage agricole destinés à un usage professionnel. Pour les pesticides à usage agricole destinés à un usage non professionnel et auxquels s'applique le règlement (CE) N° 1107/2009 précité, un point correspond à 0,21 euros/kg ou L, dont [3 0,06 euro/kg]3 ou L sont destinés pour la mise en oeuvre, par les organisations sectorielles concernées représentant les détenteurs d'autorisation ou les premiers importateurs de pesticides à usage agricole destinés à un usage non professionnel, de l'article 19, § 2, de l'arrêté royal du 19 mars 2013 pour parvenir à une utilisation des produits phytopharmaceutiques et adjuvants compatible avec le développement durable, et de l'article 5 de l'arrêté royal du 4 septembre 2012 relatif au programme fédéral de réduction des pesticides, en ce compris leur utilisation compatible avec le développement durable.]1
  § 4. Si la vente dans le commerce de gros de pesticides à usage agricole fait l'objet d'une facture, le montant de la cotisation correspondant à la quantité de pesticides à usage agricole vendues sera mentionné sur la facture.
  § 5. [1 Le SPF SSE invite chaque année tous les distributeurs à soumettre une déclaration complète et dans les délais des quantités mises sur le marché. La mise sur le marché se définit comme la vente à un premier acheteur, par l'importateur sur le territoire belge, ou par le fabricant en Belgique du produit visé. Une déclaration est considérée comme étant dans les délais lorsqu'elle a été reçue dans les huit semaines suivant l'invitation du SPF SSE.
   Si la déclaration ne peut pas être considérée comme étant complète, le SPF SSE invite le distributeur concerné à compléter sa déclaration dans les quatre semaines.
   Si la déclaration n'est pas soumise dans les délais ou si elle n'est pas complétée dans les délais, le SPF SSE invite le distributeur concerné par lettre recommandée à soumettre la déclaration dans les quatre semaines. Cependant, pour chaque déclaration complétée ou soumise hors délai, une augmentation sera appliquée à la cotisation annuelle à raison de 20% du montant concerné.
   Si dans les quatre semaines suivant cette deuxième invitation une déclaration correcte et complète n'a toujours pas été soumise, le SPF SSE calcule la cotisation annuelle sur base de la moyenne de la déclaration concernée des trois années précédentes, augmentée de 200%. Si aucune déclaration précédente n'a été soumise ou si une telle situation s'est également présentée l'année précédente, la phytolicence du distributeur est suspendue jusqu'au jour de la soumission de toutes les déclarations dues, éventuellement y compris celles des années précédentes.
   Le SPF SSE calcule la cotisation annuelle et fait parvenir ce calcul aux détenteurs d'agréation, d'autorisation ou de permis concernés, ou à celui qui met sur le marché un pesticide à usage agricole pour lequel une autorisation a été octroyée en application de l'article 53 du règlement (CE) N° 1107/2009 précité. Le détenteur ou celui qui met sur le marché un pesticide à usage agricole pour lequel une autorisation a été octroyée en application de l'article 53 du règlement (CE) N° 1107/2009 précité confirme son accord avec le calcul dans les quatre semaines ou fait parvenir ses remarques. Sans réaction dans les quatre semaines, le calcul est considéré comme étant confirmé. Ensuite, le SPF SSE envoie une facture au détenteur de l'agréation, de l'autorisation ou du permis, ou à celui qui met sur le marché un pesticide à usage agricole pour lequel une autorisation a été octroyée en application de l'article 53 du règlement (CE) N° 1107/2009 précité, en tenant compte des remarques reçues, dans la mesure où elles sont justifiées. Dans le cas où le détenteur, ou celui qui met sur le marché un pesticide à usage agricole pour lequel une autorisation a été octroyée en application de l'article 53 du règlement (CE) N° 1107/2009 précité, après réception de cette facture, fait parvenir des modifications à la déclaration des quantités, la cotisation est adaptée proportionnellement, et en plus majorée de 100 euro. Après chaque modification, le SPF SSE envoie une nouvelle facture.
   L'acquittement de la cotisation annuelle au Fonds budgétaire des matières premières et des produits doit être enregistré dans les deux mois après réception de cette facture.
   Lorsque la cotisation n'est pas enregistrée dans les deux mois au compte du Fonds précité, elle est automatiquement majorée de 20 %. Lorsque cette cotisation majorée n'est pas enregistrée dans les deux mois après réception de la facture, l'agréation, l'autorisation ou le permis pour laquelle ou pour lequel la cotisation annuelle est due, est suspendue jusqu'au jour de son paiement, majorée de 50 % par année de délai de paiement.
   Si l'agréation, l'autorisation ou le permis pour laquelle ou pour lequel la cotisation annuelle est due est déjà suspendu ou retiré, ainsi que dans le cas d'une autorisation octroyée en application de l'article 53 du règlement (CE) N° 1107/2009 précité, mais qui n'est plus valable, l'agréation, l'autorisation ou le permis au nom du même détenteur et pour laquelle ou pour lequel la cotisation annuelle s'approche au maximum de la cotisation annuelle due, est suspendu jusqu'au jour de paiement de la cotisation annuelle due majorée de 50 % par année de délai de paiement; en l'absence d'une telle agréation ou autorisation ou d'un tel permis, toutes les demandes du détenteur de l'agréation ou de l'autorisation concernée ou du permis concerné, ou de celui qui a mis sur le marché un pesticide à usage agricole pour lequel une autorisation a été octroyée en application de l'article 53 du règlement (CE) N° 1107/2009 précité, sont considérées comme étant non-recevables jusqu'au jour de paiement de la cotisation annuelle due majorée de 50 % par année de retard de paiement.]1

  § 6. Lorsqu'un produit concerné par la cotisation est réexporté après avoir été mis sur le marché, la cotisation correspondant à la quantité exportée sera remboursée à l'exportateur par le Fonds budgétaire des matières premières et des produits, pour autant que l'exportateur, dans le mois de janvier de l'année qui suit celle de l'exportation envoie copie des factures qui concernent l'exportation au SPF SSE.
  [1 § 7. Pour le calcul de la cotisation annuelle due comme prescrit par le présent article, seul le résultat final du calcul est arrondi jusque deux chiffres après la virgule.]1
  
HOOFDSTUK II. - Meststoffen, bodemverbeterende middelen en teeltsubstraten
CHAPITRE II. - Engrais, amendements du sol et substrats de culture
Art.4. § 1. Iedere persoon die een ontheffing aanvraagt aan de FOD VVL ten einde een nieuw product op de markt te brengen, is gehouden een retributie van 1.500 EUR per aanvraag te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten.
  § 2. Iedere persoon die een toelating aanvraagt aan de FOD VVL teneinde zuiveringsslib bestemd voor de landbouw op de markt te brengen, is gehouden een retributie van 750 EUR per aanvraag te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten.
  § 3. De in §§ 1 en 2 vernoemde bedragen zijn eveneens verschuldigd door iedere persoon die op het einde van de geldigheidsduur van de ontheffing of de toelating de hernieuwing ervan aanvraagt en door iedere persoon die de wijziging ervan aanvraagt.
  § 4. [2 ...]2
  § 5. [3 Iedere persoon die in het kader van de wet van 11 juli 1969 betreffende de grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt, of van de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid een certificaat inzake meststoffen, bodemverbeterende middelen of teeltsubstraten vraagt aan de FOD VVL, is gehouden per certificaat een retributie van 100 EUR te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, ongeacht het aantal kopieën van het certificaat.]3
  
Art.4. § 1er. Toute personne qui sollicite au SPF SSE une dérogation en vue de la mise sur le marché d'un nouveau produit est tenue d'acquitter au Fonds budgétaire des matières premières et des produits une rétribution de 1.500 EUR par demande.
  § 2. Toute personne qui sollicite au SPF SSE une autorisation en vue de la mise sur le marché des boues d'épuration destinées à l'agriculture, est tenue d'acquitter au Fonds budgétaire des matières premières et des produits une rétribution de 750 EUR par demande.
  § 3. Les montants précités au § 1er et au § 2 sont également dus par toute personne qui, à l'expiration de la période de validité d'une dérogation ou d'une autorisation, en demande le renouvellement et par toute personne qui en demande le changement.
  § 4. [2 ...]2
  § 5. [3 Toute personne qui sollicite du SPF SSE, dans le cadre de l'exécution de la loi du 11 juillet 1969 relative aux matières premières pour l'agriculture, l'horticulture, la sylviculture et l'élevage ou de la loi du 21 décembre 1998 relative aux normes de produits ayant pour but la promotion de modes de production et de consommation durables et la protection de l'environnement et de la santé publique, un certificat concernant les engrais, amendements du sol ou substrats de culture est tenue d'acquitter au Fonds budgétaire des matières premières et des produits une rétribution de 100 euros par certificat, quel que soit le nombre de copies.]3
  
HOOFDSTUK III. - Genetisch gemodificeerde organismen
CHAPITRE III. - Organismes génétiquement modifiés
Art.5. § 1. Iedere persoon die een toelating aanvraagt voor het verrichten van een experiment in België met een genetisch gemodificeerd organisme, met uitzondering van een medicinaal genetisch gemodificeerd organisme voor humaan of veterinair gebruik, overeenkomstig artikel 13 van het koninklijk besluit van 21 februari 2005 tot Règlementering van de doelbewuste introductie in het leefmilieu evenals van het in de handel brengen van genetisch gemodificeerde organismen of van producten die er bevatten, is gehouden een retributie van 3.500 EUR te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten. Aan dit bedrag wordt een bijkomende retributie van 200 EUR toegevoegd voor elke analyse die noodzakelijk is voor de controle op het experiment.
  § 2. Iedere persoon die een notificatiedossier voorlegt met het oog op het verkrijgen van een toelating voor het in de handel brengen van een genetisch gemodificeerd organisme overeenkomstig artikel 29 van het koninklijk besluit van 21 februari 2005 tot Règlementering van de doelbewuste introductie in het leefmilieu evenals van het in de handel brengen van genetisch gemodificeerde organismen of van producten die er bevatten, is gehouden een retributie van 10.000 EUR te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten. Aan dit bedrag wordt een bijkomende retributie van 200 EUR toegevoegd voor elke analyse die noodzakelijk is voor de evaluatie van het dossier.
  § 3. Iedere persoon die een notificatiedossier voorlegt met het oog op het verkrijgen van een toelating voor het in de handel brengen van een genetisch gemodificeerd organisme overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders, is gehouden een retributie van 7.000 EUR te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten in het geval dat de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid aan België een evaluatie van het dossier vraagt, overeenkomstig artikel 29, § 7, van het koninklijk besluit van 21 februari 2005 tot Règlementering van de doelbewuste introductie in het leefmilieu evenals van het in de handel brengen van genetisch gemodificeerde organismen of van producten die er bevatten. Aan dit bedrag wordt een bijkomende retributie van 200 EUR toegevoegd voor elke analyse die noodzakelijk is voor de evaluatie van het dossier.
Art.5. § 1er. Toute personne qui sollicite une autorisation d'expérimentation en Belgique pour un organisme génétiquement modifié, autre qu'un organisme génétiquement modifié médicinal à usage humain ou vétérinaire, conformément à l'article 13 de l'arrêté royal du 21 février 2005 Règlementant la dissémination volontaire dans l'environnement ainsi que la mise sur le marché d'organismes génétiquement modifiés ou de produits en contenant, est tenu d'acquitter au Fonds des matières premières et des produits une rétribution dont le montant est de 3.500 EUR. A ce montant s'ajoute une rétribution complémentaire d'un montant de 200 EUR pour chacune des analyses nécessitées pour le contrôle de l'expérimentation.
  § 2. Toute personne qui soumet un dossier de notification en vue d'obtenir une autorisation de mise sur le marché d'un organisme génétiquement modifié, conformément à l'article 29 de l'arrêté royal du 21 février 2005 Règlementant la dissémination volontaire dans l'environnement ainsi que la mise sur le marché d'organismes génétiquement modifiés ou de produits en contenant, est tenue d'acquitter au Fonds budgétaire des matières premières et des produits une rétribution dont le montant est de 10.000 EUR. A ce montant s'ajoute une rétribution complémentaire d'un montant de 200 EUR pour chacune des analyses nécessitées par l'évaluation du dossier.
  § 3. Toute personne qui soumet un dossier de notification en vue d'obtenir une autorisation de mise sur le marché d'un organisme génétiquement modifié, conformément au Règlement (CE) n° 1829/2003 du Parlement européen et du Conseil du 22 septembre 2003 concernant les denrées alimentaires et les aliments pour animaux génétiquement modifiés, est tenue d'acquitter au Fonds budgétaire des matières premières et des produits une rétribution dont le montant est de 7.000 EUR, dans le cas où l'Autorité européenne de Sécurité des Aliments demande une évaluation de ce dossier à la Belgique, conformément à l'article 29, § 7, de l'arrêté royal du 21 février 2005 Règlementant la dissémination volontaire dans l'environnement ainsi que la mise sur le marché d'organismes génétiquement modifiés ou de produits en contenant, A ce montant s'ajoute une rétribution complémentaire d'un montant de 200 EUR pour chacune des analyses nécessitées par l'évaluation du dossier.
HOOFDSTUK IV. - Biociden
CHAPITRE IV. - Biocides
Afdeling 1. - Retributies
Section 1re. - Rétributions
Art. 5/1. [1 Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
   1° [2 koninklijk besluit van 4 april 2019 : koninklijk besluit van 4 april 2019 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruiken van biociden;]2
   2° Verordening 528/2012: Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden ;
   3° Verordening 88/2014: Uitvoeringsverordening (EU) nr. 88/2014 van de Commissie van 31 januari 2014 tot vaststelling van een procedure voor de wijziging van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden ;
   4° Verordening 354/2013: Uitvoeringsverordening (EU) nr. 354/2013 van de Commissie van 18 april 2013 betreffende wijzigingen in overeenkomstig Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad toegelaten biociden ;
   5° Verordening 1062/2014: Gedelegeerde Verordening (EU) Nr. 1062/2014 van de Commissie van 4 augustus 2014 over het in Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde werkprogramma voor het systematische onderzoek van alle bestaande werkzame stoffen van biociden;
   6° Verordening 492/2014: Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 492/2014 van de Commissie van 7 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de voorschriften voor de verlenging van aan wederzijdse erkenning onderworpen toelatingen voor biociden;
   7° Verordening 414/2013: Uitvoeringsverordening (EU) nr. 414/2013 van de Commissie van 6 mei 2013 tot vaststelling van de procedure voor de toelating van dezelfde biociden overeenkomstig Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad.]1

  
Art. 5/1. [1 Pour l'application du présent chapitre, on entend par :
   1° [2 arrêté royal du 4 avril 2019 : arrêté royal du 4 avril 2019 relatif à la mise à disposition sur le marché et à l'utilisation des produits biocides;]2
   2° Règlement 528/2012 : Règlement (UE) n° 528/2012 du Parlement européen et du Conseil du 22 mai 2012 concernant la mise à disposition sur le marché et l'utilisation des produits biocides ;
   3° Règlement 88/2014 : Règlement d'exécution (UE) n° 88/2014 de la Commission du 31 janvier 2014 spécifiant la procédure à suivre pour la modification de l'annexe I du règlement (UE) n° 528/2012 du Parlement européen et du Conseil concernant la mise à disposition sur le marché et l'utilisation des produits biocides ;
   4° Règlement 354/2013 : Règlement d'exécution (UE) n° 354/2013 de la Commission du 18 avril 2013 relatif aux modifications de produits biocides autorisés conformément au règlement (UE) n° 528/2012 du Parlement européen et du Conseil ;
   5° Règlement 1062/2014 : Règlement délégué (UE) n° 1062/2014 de la Commission du 4 août 2014 relatif au programme de travail pour l'examen systématique de toutes les substances actives existantes contenues dans des produits biocides visé dans le règlement (UE) n° 528/2012 du Parlement européen et du Conseil ;
   6° Règlement 492/2014 : Règlement délégué (UE) n° 492/2014 de la Commission du 7 mars 2014 complétant le règlement (UE) n° 528/2012 du Parlement européen et du Conseil en ce qui concerne les modalités de renouvellement des autorisations des produits biocides soumises à la reconnaissance mutuelle ;
   7° Règlement 414/2013 : Règlement d'exécution (UE) n° 414/2013 de la Commission du 6 mai 2013 précisant une procédure relative à l'autorisation des mêmes produits biocides conformément au règlement (UE) n° 528/2012 du Parlement européen et du Conseil.]1

  
Art.6. [1 § 1. Iedere persoon die, met toepassing van het koninklijk besluit van 4 april 2019, een registratie [3 , een vergunning voor parallelhandel, een toelating voor experimenten of proeven voor wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke ontwikkeling of onderzoek en ontwikkeling gericht op producten en procedés]3 voor een biocide aanvraagt, moet een retributie betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten.
   Iedere persoon die, met toepassing van Verordening 528/2012, een toelating voor een biocide aanvraagt bij de FOD VVL, moet een retributie betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten.
   Iedere persoon die, met toepassing van Verordening 528/2012, met toepassing van Verordening 88/2014 of met toepassing van Verordening 1062/2014 een goedkeuring van een werkzame stof of een aanvraag tot opname van een werkzame stof in bijlage I van Verordening 528/2012 aanvraagt bij de FOD VVL, moet een retributie betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten.
  [2 Iedere persoon van wie de aanvraag tot goedkeuring of verlenging van goedkeuring van een werkzame stof of tot toelating voor een biocide, wordt toegewezen aan België in het kader van de uittreding van een lidstaat uit de Europese Unie, moet een retributie betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, rekening houdend met de toestand van de vooruitgang van het dossier en proportioneel met het nog uit te voeren werk.]2
   § 2. Voor de aanvraag tot goedkeuring, tot verlenging van de goedkeuring of tot opname in bijlage I van Verordening 528/2012 van een werkzame stof waarbij België in het kader van artikel 7, lid 1, artikel 13, lid 3, van Verordening 528/2012, artikel 3 van Verordening 88/2014 of artikel 17 van Verordening 1062/2014, optreedt als beoordelende bevoegde autoriteit gelden de retributies zoals vermeld in bijlage 1.
   Voor biociden die vallen onder artikel 3,1°, van het koninklijk besluit van 4 april 2019, met name biociden waarvoor overeenkomstig Verordening 528/2012 een toelating, een kennisgeving of een vergunning voor parallelhandel is vereist, gelden de retributies zoals vermeld in bijlage 2.
   Voor biociden die vallen onder artikel 3, 2°, van het koninklijk besluit van 4 april 2019, met name biociden waarvoor overeenkomstig het voornoemde besluit een registratie is vereist of waarvoor een toelating werd verleend of een kennisgeving werd aanvaard overeenkomstig het koninklijk besluit van 8 mei 2014 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruiken van biociden voor de termijn bepaald in artikel 89, lid 2, van Verordening 528/2012, gelden de retributies zoals vermeld in bijlage 3.
   § 3. Voor wat betreft een aanvraag tot wijziging van een bestaande registratie, toelating of aanvaarding van kennisgeving voor biociden die vallen onder artikel 3, 2°, van het koninklijk besluit van 4 april 2019 dient een onderscheid te worden gemaakt tussen enerzijds een administratieve wijziging en anderzijds een wetenschappelijke wijziging.
   Een administratieve wijziging is een aanpassing van een bestaande registratie, toelating of aanvaarding van kennisgeving van louter administratieve aard, die geen wijziging van de eigenschappen of de werkzaamheid van het biocide betreft, zoals :
   1° overdracht van registratie, toelating of aanvaarding van kennisgeving;
   2° wijziging van naam [3 of adres]3 van houder van registratie, de toelating of aanvaarding van kennisgeving;
   3° wijziging van handelsbenaming;
   4° wijziging van de leverancier van de werkzame stof [3 of van de leverancier of verdeler van het biocide]3;
   5° wijziging van de verpakking;
   6° andere administratieve wijziging van een bestaande registratie, toelating of aanvaarding van kennisgeving.
   Een wetenschappelijke wijziging is een aanpassing van een bestaande registratie, toelating of aanvaarding van kennisgeving die niet van louter administratieve aard is en die een herbeoordeling van de eigenschappen of van de werkzaamheid van het biocide vereist, zoals :
   1° wijziging van gebruik;
   2° wijziging van samenstelling (niet-werkzame stof);
   3° wijziging van samenstelling [3 aard werkzame stof of gehalte aan werkzame stof]3;
   4° wijziging van houdbaarheid van het biocide;
   5° wijziging van CLP-etikettering;
   6° andere wetenschappelijke wijziging van een bestaande registratie, toelating of aanvaarding van kennisgeving.
   De in bijlage 3 vermelde retributie is vereist per individuele wijziging. Een groepering van administratieve en/of wetenschappelijke wijzigingen is niet toegestaan.]1

  
Art.6. [1 § 1er. Toute personne qui, en application de l'arrêté royal du 4 avril 2019, sollicite un enregistrement [3 , une autorisation de commerce parallèle, une autorisation d`expériences ou d'essais menés à des fins de recherche et de développement scientifique ou d'activités de recherche et de développement axés sur les produits et les processus]3 pour un produit biocide, est tenue d'acquitter une rétribution au Fonds budgétaire des matières premières et des produits.
   Toute personne qui, en application du Règlement 528/2012, sollicite une autorisation pour un produit biocide auprès du SPF SPSCAE, est tenue d'acquitter une rétribution au Fonds budgétaire des matières premières et des produits.
   Toute personne qui, en application du Règlement 528/2012, en application du Règlement 88/2014 ou en application du Règlement 1062/2014, sollicite l'approbation d'une substance active ou l'inclusion d'une substance active dans l'annexe I du Règlement (UE) n° 528/2012 auprès du SPF SPSCAE, est tenue d'acquitter une rétribution au Fonds budgétaire des matières premières et des produits.
  [2 Toute personne dont la demande d'approbation, de prolongation de l'approbation d'une substance active ou d'autorisation d'un produit biocide est attribuée à la Belgique dans le cadre de la sortie d'un état membre de l'Union européenne, est tenue d'acquitter une rétribution au Fonds budgétaire des matières premières et des produits, tenant compte de l'état d'avancement du dossier et au prorata du travail encore à effectuer.]2
   § 2. Les rétributions mentionnées à l'annexe 1res'appliquent à la demande d'approbation, de prolongation de l'approbation ou d'inclusion dans l'annexe I du Règlement 528/2012, d'une substance active pour laquelle la Belgique agit en tant qu'autorité compétente d'évaluation dans le cadre de l'article 7, paragraphe 1er, de l'article 13, paragraphe 3, du Règlement 528/2012, de l'article 3 du Règlement 88/2014 ou de l'article 17 du Règlement 1062/2014.
   Les rétributions mentionnées à l'annexe 2 s'appliquent aux produits biocides qui relèvent de l'article 3, 1°, de l'arrêté royal du 4 avril 2019, à savoir les produits biocides pour lesquels une autorisation, une notification ou une autorisation de commerce parallèle est requise conformément au Règlement 528/2012.
   Les rétributions mentionnées à l'annexe 3 s'appliquent aux produits biocides qui relèvent de l'article 3, 2°, de l'arrêté royal du 4 avril 2019, à savoir les produits biocides pour lesquels, conformément à l'arrêté précité, un enregistrement est requis ou pour lequel une autorisation a été octroyée ou une notification acceptée conformément à l'arrêté royal du 8 mai 2014 relatif à la mise à disposition sur le marché et à l'utilisation des produits biocides avant le délai précisé à l'article 89, paragraphe 2, du Règlement 528/2012.
   § 3. En ce qui concerne les demandes de modification d'un enregistrement, d'une autorisation ou d'une acceptation de notification existant pour les produits biocides qui relèvent de l'article 3, 2°, de l'arrêté royal du 4 avril 2019 il y a lieu de faire une distinction entre, d'une part, une modification administrative et, d'autre part, une modification scientifique.
   Une modification administrative est une modification d'un enregistrement, d'une autorisation, ou d'une acceptation de notification existant revêtant un caractère purement administratif, n'entraînant aucune modification des propriétés ou de l'efficacité du produit biocide, comme :
   1° le transfert d'enregistrement, d'autorisation ou d'acceptation de notification;
   2° la modification du nom [3 ou de l'adresse]3 du titulaire de l'enregistrement, de l'autorisation ou de l'acceptation de notification;
   3° la modification de l'appellation commerciale;
   4° la modification du fournisseur de la substance active [3 ou du fournisseur ou du distributeur du produit biocide]3;
   5° la modification de l'emballage;
   6° autre modification administrative d'un enregistrement, d'une autorisation ou d'une acceptation de notification existant.
   Une modification scientifique est une modification d'un enregistrement, d'une autorisation ou d'une acceptation de notification existant qui ne revêt pas un caractère purement administratif et qui demande une réévaluation des propriétés ou de l'efficacité du produit biocide, comme :
   1° la modification de l'utilisation;
   2° la modification de la composition (substance non active);
   3° la modification de la composition [3 nature de la substance active ou teneur en substance active]3;
   4° la modification de la durée de conservation du produit biocide;
   5° la modification de l'étiquetage CLP;
   6° autre modification scientifique d'un enregistrement, d'une autorisation ou d'une acceptation de notification existant.
   La rétribution mentionnée à l'annexe 3 est exigée pour chaque modification individuelle. Il est interdit de grouper des modifications administratives et/ou scientifiques.]1

  
Art. 6 TOEKOMSTIG RECHT.    [1 § 1. Iedere persoon die, met toepassing van het koninklijk besluit van 4 april 2019, een registratie [3 , een vergunning voor parallelhandel, een toelating voor experimenten of proeven voor wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke ontwikkeling of onderzoek en ontwikkeling gericht op producten en procedés]3 voor een biocide aanvraagt, moet een retributie betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten.
   Iedere persoon die, met toepassing van Verordening 528/2012, een toelating voor een biocide aanvraagt bij de FOD VVL, moet een retributie betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten.
   Iedere persoon die, met toepassing van Verordening 528/2012, met toepassing van Verordening 88/2014 of met toepassing van Verordening 1062/2014 een goedkeuring van een werkzame stof of een aanvraag tot opname van een werkzame stof in bijlage I van Verordening 528/2012 aanvraagt bij de FOD VVL, moet een retributie betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten.
  [2 Iedere persoon van wie de aanvraag tot goedkeuring of verlenging van goedkeuring van een werkzame stof of tot toelating voor een biocide, wordt toegewezen aan België in het kader van de uittreding van een lidstaat uit de Europese Unie, moet een retributie betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, rekening houdend met de toestand van de vooruitgang van het dossier en proportioneel met het nog uit te voeren werk.]2
   § 2. Voor de aanvraag tot goedkeuring, tot verlenging van de goedkeuring of tot opname in bijlage I van Verordening 528/2012 van een werkzame stof waarbij België in het kader van [4 artikel 7, lid 1, artikel 13, lid 3, artikel 28,]4 van Verordening 528/2012, artikel 3 van Verordening 88/2014 of artikel 17 van Verordening 1062/2014, optreedt als beoordelende bevoegde autoriteit gelden de retributies zoals vermeld in bijlage 1.
   Voor biociden die vallen onder artikel 3,1°, van het koninklijk besluit van 4 april 2019, met name biociden waarvoor overeenkomstig Verordening 528/2012 een toelating, een kennisgeving of een vergunning voor parallelhandel is vereist, gelden de retributies zoals vermeld in bijlage 2.
   Voor biociden die vallen onder artikel 3, 2°, van het koninklijk besluit van 4 april 2019, met name biociden waarvoor overeenkomstig het voornoemde besluit een registratie is vereist of waarvoor een toelating werd verleend of een kennisgeving werd aanvaard overeenkomstig het koninklijk besluit van 8 mei 2014 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruiken van biociden voor de termijn bepaald in artikel 89, lid 2, van Verordening 528/2012, gelden de retributies zoals vermeld in bijlage 3.
   § 3. Voor wat betreft een aanvraag tot wijziging van een bestaande registratie, toelating of aanvaarding van kennisgeving voor biociden die vallen onder artikel 3, 2°, van het koninklijk besluit van 4 april 2019 dient een onderscheid te worden gemaakt tussen enerzijds een administratieve wijziging en anderzijds een wetenschappelijke wijziging.
   Een administratieve wijziging is een aanpassing van een bestaande registratie, toelating of aanvaarding van kennisgeving van louter administratieve aard, die geen wijziging van de eigenschappen of de werkzaamheid van het biocide betreft, zoals :
   1° overdracht van registratie, toelating of aanvaarding van kennisgeving;
   2° wijziging van naam [3 of adres]3 van houder van registratie, de toelating of aanvaarding van kennisgeving;
   3° wijziging van handelsbenaming;
   4° wijziging van de leverancier van de werkzame stof [3 of van de leverancier of verdeler van het biocide]3;
   5° wijziging van de verpakking;
   6° andere administratieve wijziging van een bestaande registratie, toelating of aanvaarding van kennisgeving.
   Een wetenschappelijke wijziging is een aanpassing van een bestaande registratie, toelating of aanvaarding van kennisgeving die niet van louter administratieve aard is en die een herbeoordeling van de eigenschappen of van de werkzaamheid van het biocide vereist, zoals :
   1° wijziging van gebruik;
   2° wijziging van samenstelling (niet-werkzame stof);
   3° wijziging van samenstelling [3 aard werkzame stof of gehalte aan werkzame stof]3;
   4° wijziging van houdbaarheid van het biocide;
   5° wijziging van CLP-etikettering;
   6° andere wetenschappelijke wijziging van een bestaande registratie, toelating of aanvaarding van kennisgeving.
   De in bijlage 3 vermelde retributie is vereist per individuele wijziging. Een groepering van administratieve en/of wetenschappelijke wijzigingen is niet toegestaan.]1
Art.6 DROIT FUTUR.    [1 § 1er. Toute personne qui, en application de l'arrêté royal du 4 avril 2019, sollicite un enregistrement [3 , une autorisation de commerce parallèle, une autorisation d`expériences ou d'essais menés à des fins de recherche et de développement scientifique ou d'activités de recherche et de développement axés sur les produits et les processus]3 pour un produit biocide, est tenue d'acquitter une rétribution au Fonds budgétaire des matières premières et des produits.
   Toute personne qui, en application du Règlement 528/2012, sollicite une autorisation pour un produit biocide auprès du SPF SPSCAE, est tenue d'acquitter une rétribution au Fonds budgétaire des matières premières et des produits.
   Toute personne qui, en application du Règlement 528/2012, en application du Règlement 88/2014 ou en application du Règlement 1062/2014, sollicite l'approbation d'une substance active ou l'inclusion d'une substance active dans l'annexe I du Règlement (UE) n° 528/2012 auprès du SPF SPSCAE, est tenue d'acquitter une rétribution au Fonds budgétaire des matières premières et des produits.
  [2 Toute personne dont la demande d'approbation, de prolongation de l'approbation d'une substance active ou d'autorisation d'un produit biocide est attribuée à la Belgique dans le cadre de la sortie d'un état membre de l'Union européenne, est tenue d'acquitter une rétribution au Fonds budgétaire des matières premières et des produits, tenant compte de l'état d'avancement du dossier et au prorata du travail encore à effectuer.]2
   § 2. Les rétributions mentionnées à l'annexe 1res'appliquent à la demande d'approbation, de prolongation de l'approbation ou d'inclusion dans l'annexe I du Règlement 528/2012, d'une substance active pour laquelle la Belgique agit en tant qu'autorité compétente d'évaluation dans le cadre de [4 l'article 7, paragraphe 1er, de l'article 13, paragraphe 3, de l'article 28,]4 du Règlement 528/2012, de l'article 3 du Règlement 88/2014 ou de l'article 17 du Règlement 1062/2014.
   Les rétributions mentionnées à l'annexe 2 s'appliquent aux produits biocides qui relèvent de l'article 3, 1°, de l'arrêté royal du 4 avril 2019, à savoir les produits biocides pour lesquels une autorisation, une notification ou une autorisation de commerce parallèle est requise conformément au Règlement 528/2012.
   Les rétributions mentionnées à l'annexe 3 s'appliquent aux produits biocides qui relèvent de l'article 3, 2°, de l'arrêté royal du 4 avril 2019, à savoir les produits biocides pour lesquels, conformément à l'arrêté précité, un enregistrement est requis ou pour lequel une autorisation a été octroyée ou une notification acceptée conformément à l'arrêté royal du 8 mai 2014 relatif à la mise à disposition sur le marché et à l'utilisation des produits biocides avant le délai précisé à l'article 89, paragraphe 2, du Règlement 528/2012.
   § 3. En ce qui concerne les demandes de modification d'un enregistrement, d'une autorisation ou d'une acceptation de notification existant pour les produits biocides qui relèvent de l'article 3, 2°, de l'arrêté royal du 4 avril 2019 il y a lieu de faire une distinction entre, d'une part, une modification administrative et, d'autre part, une modification scientifique.
   Une modification administrative est une modification d'un enregistrement, d'une autorisation, ou d'une acceptation de notification existant revêtant un caractère purement administratif, n'entraînant aucune modification des propriétés ou de l'efficacité du produit biocide, comme :
   1° le transfert d'enregistrement, d'autorisation ou d'acceptation de notification;
   2° la modification du nom [3 ou de l'adresse]3 du titulaire de l'enregistrement, de l'autorisation ou de l'acceptation de notification;
   3° la modification de l'appellation commerciale;
   4° la modification du fournisseur de la substance active [3 ou du fournisseur ou du distributeur du produit biocide]3;
   5° la modification de l'emballage;
   6° autre modification administrative d'un enregistrement, d'une autorisation ou d'une acceptation de notification existant.
   Une modification scientifique est une modification d'un enregistrement, d'une autorisation ou d'une acceptation de notification existant qui ne revêt pas un caractère purement administratif et qui demande une réévaluation des propriétés ou de l'efficacité du produit biocide, comme :
   1° la modification de l'utilisation;
   2° la modification de la composition (substance non active);
   3° la modification de la composition [3 nature de la substance active ou teneur en substance active]3;
   4° la modification de la durée de conservation du produit biocide;
   5° la modification de l'étiquetage CLP;
   6° autre modification scientifique d'un enregistrement, d'une autorisation ou d'une acceptation de notification existant.
   La rétribution mentionnée à l'annexe 3 est exigée pour chaque modification individuelle. Il est interdit de grouper des modifications administratives et/ou scientifiques.]1
Afdeling 2. - Bijdragen
Section 2. - Cotisations
Art. 7. [1 § 1. Iedere persoon die een registratie, een toelating, een vergunning voor parallelhandel, een wederzijdse erkenning, een kennisgeving of een aanvaarding van kennisgeving van een biocide conform het koninklijk besluit van 4 april 2019 of Verordening 528/2012 of het koninklijk besluit van 8 mei 2014 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruiken van biociden, heeft bekomen, betaalt een jaarlijkse bijdrage aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten. Dit bedrag is als volgt vastgesteld, b = x.p. Hierbij is :
   - b : het te betalen bedrag van de jaarlijkse bijdrage;
   - x : de hoeveelheid van het biocide die in het jaar voorafgaand aan dat van de betaling in de Belgische handel werd gebracht, uitgedrukt in kg of l, naar boven afgerond, respectievelijk naargelang het gewaarborgd gehalte aan werkzame stof op de akte in % of in g/L is uitgedrukt;
   - p : het aantal punten toegekend overeenkomstig de bepalingen van paragraaf 2, uitgedrukt in EUR/kg of L.
   In afwijking van het vorige lid is b = [2 500 EUR]2 indien x.p < [2 500 EUR]2. Indien p groter is dan 3,5 % van het jaargemiddelde van de verkoopprijs per kg of L die geldt in het jaar voorafgaand aan de betaling van de bijdrage, dan kan p in afwijking van het eerste lid worden beperkt tot 3,5 % van deze verkoopprijs, voor zover de persoon bedoeld in het eerste lid dit bij de FOD VVL aanvraagt, met het bewijs van het jaargemiddelde van de verkoopprijs per kg of L die geldt in het jaar voorafgaand aan de betaling van de bijdrage.
   De jaarlijkse bijdrage is verschuldigd vanaf het jaar dat volgt op dat van de aflevering van de registratie, de toelating, de vergunning voor parallelhandel, de wederzijdse erkenning, de kennisgeving of de aanvaarding van kennisgeving. De jaarlijkse bijdrage is verschuldigd voor elk jaar waarin het biocide is geregistreerd of toegelaten, zelfs als de registratie, toelating, vergunning voor parallelhandel, wederzijdse erkenning, kennisgeving of aanvaarding van kennisgeving in de loop van dat jaar vervalt of wordt ingetrokken.
   § 2. Het aantal punten p, zoals bedoeld in paragraaf 1, is afhankelijk van de indeling van het biocide in gevarencategorieën op 1 december van het jaar 20XX-2 indien de betaling plaatsvindt in het jaar 20XX en wordt toegekend overeenkomstig de tabel hieronder. Voor middelen met een registratie, met een toelating, met een vergunning voor parallelhandel of met een aanvaarding van kennisgeving tussen 2 december 20XX-2 en 30 november 20XX-1 geldt de indeling vastgesteld bij de toelating, vergunning voor parallelhandel, wederzijdse erkenning, kennisgeving of aanvaarding van kennisgeving. De gevarenaanduidingen (H) in deze tabel verwijzen naar de gevaaraanduidingen die zijn vermeld in de akte of de samenvatting van de productkenmerken.
   De gevarenaanduidingen (H) worden gebruikt om de gevaarcategorieën te identificeren. De punten van een bepaalde gevarencategorie kunnen slechts eenmaal worden aangerekend. Indien een biocide in meerdere van de twintig gevarencategorieën is ingedeeld, zullen de punten van deze gevarencategorieën worden opgeteld. In afwijking hiervan zullen de punten van de categorieën 9, 14 en 19 niet worden opgeteld, maar zal van deze categorieën slechts deze met het hoogste aantal punten in rekening worden gebracht. Een punt komt overeen met 0,005 EUR/kg.
Art. 7. [1 § 1er. Toute personne qui a obtenu un enregistrement, une autorisation, une autorisation de commerce parallèle, une reconnaissance mutuelle, une notification ou une approbation de notification d'un produit biocide conformément à l'arrêté royal du 4 avril 2019 ou au règlement 528/2012 ou à l'arrêté royal du 8 mai 2014 relatif à la mise à disposition sur le marché et à l'utilisation des produits biocides acquitte une cotisation annuelle au Fonds budgétaire des matières premières et des produits. Ce montant est fixé comme suit : b = x.p, sachant que :
   - b : est le montant de la cotisation annuelle à acquitter;
   - x : est la quantité de produit biocide mis sur le marché belge l'année précédant celle du paiement, exprimée en kg ou l, arrondi à l'unité, respectivement selon que la teneur garantie en substance active est exprimée dans l'acte en % ou en g/l;
   - p : est le nombre de points attribués conformément aux dispositions du paragraphe 2, exprimé en EUR/kg ou l.
   Par dérogation à l'alinéa précédent, b = [2 500 EUR]2 lorsque x.p < [2 500 EUR]2. Si p est supérieur à 3,5 % de la moyenne annuelle du prix de vente par kg ou l calculé pour l'année précédant le paiement de la cotisation, p peut, par dérogation à l'alinéa 1er, être limité à 3,5 % de ce prix de vente pour autant que la personne mentionnée à l'alinéa 1er en fasse la demande au SPF SPSCAE en fournissant la preuve du prix de vente moyen par kg ou l calculé pour l'année précédant le paiement de la cotisation.
   La cotisation annuelle est due à partir de l'année qui suit la délivrance de l'enregistrement, de l'autorisation ou de l'autorisation d'importation parallèle, de la reconnaissance mutuelle, de la notification ou de l'acceptation de notification. La cotisation annuelle est due pour chaque année pendant laquelle le produit biocide est enregistré ou autorisé, même si l'enregistrement, l'autorisation, l'autorisation de commerce parallèle, la reconnaissance mutuelle, la notification ou l'acceptation de notification vient à échéance ou est retiré au cours de cette année.
   § 2. Le nombre de points p visé au paragraphe 1er dépend de la classification du produit biocide dans des catégories de danger au 1er décembre de l'année 20XX-2 lorsque le paiement intervient en 20XX, et est attribué conformément au tableau ci-dessous. La classification fixée lors de l'enregistrement, de l'autorisation, de l'autorisation de commerce parallèle, de la reconnaissance mutuelle, de la notification ou de l'acceptation de notification s'applique aux produits avec autorisation, avec autorisation de commerce parallèle ou avec une acceptation de notification entre le 2 décembre 20XX-2 et le 30 novembre 20XX-1. Les mentions de danger (H) dans ce tableau se réfèrent aux mentions de danger reprises dans l'acte ou le résumé des caractéristiques du produit.
   Les mentions de danger (H) sont utilisées pour identifier les catégories de danger. Les points d'une certaine catégorie de danger ne peuvent être attribués qu'une seule fois. Lorsqu'un produit biocide est classé dans plusieurs des vingt catégories de danger, les points de ces catégories de danger sont additionnés. Par dérogation à la phrase précédente, les points des catégories 9, 14 et 19 ne seront pas additionnés, mais, de ces catégories, seule la catégorie correspondant au nombre de points le plus élevé sera prise en compte. Un point correspond à 0,005 EUR/kg.
Nr.GevarencategorieGevarenaanduiding (H)Aantal punten
1Ontplofbaar200, 201, 202, 2032
2Oxiderend270, 271, 2721
3Zeer licht ontvlambaar220, 222, 2242
4Licht ontvlambaar225, 228, 241, 242, 250, 260, 2611,5
5Ontvlambaar221, 223, 2261
6Bijtend3142
7Irriterend315, 318, 319, 335, 3361
8Sensibiliserend317, 3341
9Schadelijk bij korte termijn blootstelling302, 312, 332, 3711
10Schadelijk bij lange termijn blootstelling3731
11Schadelijk (C)3511
12Schadelijk (M)3411
13Schadelijk (R)3611
14Giftig bij korte termijn blootstelling301, 304, 311, 331, 3702
15Giftig bij lange termijn blootstelling3722
16Giftig (C)3502
17Giftig (M)3402
18Giftig (R)3602
19Zeer giftig bij korte termijn blootstelling300, 310, 3303
20Milieugevaarlijk400, 410, 411, 4202
Nr.GevarencategorieGevarenaanduiding (H)Aantal punten1Ontplofbaar200, 201, 202, 20322Oxiderend270, 271, 27213Zeer licht ontvlambaar220, 222, 22424Licht ontvlambaar225, 228, 241, 242, 250, 260, 2611,55Ontvlambaar221, 223, 22616Bijtend31427Irriterend315, 318, 319, 335, 33618Sensibiliserend317, 33419Schadelijk bij korte termijn blootstelling302, 312, 332, 371110Schadelijk bij lange termijn blootstelling373111Schadelijk (C)351112Schadelijk (M)341113Schadelijk (R)361114Giftig bij korte termijn blootstelling301, 304, 311, 331, 370215Giftig bij lange termijn blootstelling372216Giftig (C)350217Giftig (M)340218Giftig (R)360219Zeer giftig bij korte termijn blootstelling300, 310, 330320Milieugevaarlijk400, 410, 411, 4202
§ 3. Indien de jaarlijkse bijdrage niet op 31 maart werd geregistreerd op de rekening van het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, wordt zij automatisch verhoogd met 20 %. De FOD VVL stuurt binnen één maand een aangetekend schrijven naar de betrokken houder waarin hem wordt gevraagd de verschuldigde som te betalen binnen vijftien dagen na verzenden van de aangetekende brief. Indien de verschuldigde som niet op de rekening van het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten staat na vijftien dagen, wordt de registratie, de toelating, de vergunning voor parallelhandel, de wederzijdse erkenning, de kennisgeving of de aanvaarding van kennisgeving waarvoor de jaarlijkse bijdrage is verschuldigd, geschorst tot de dag van betaling en definitief ingetrokken na twee maanden indien geen enkele betaling is uitgevoerd. Beide verhogingen kunnen gecumuleerd worden.
   § 4. De jaarlijkse bijdrage wordt automatisch verhoogd met 20 % als de hoeveelheid in de handel gebrachte biociden niet is aangegeven op 31 januari zoals vereist door artikel 31 van het koninklijk besluit van 4 april 2019. De FOD VVL verzendt binnen een termijn van één maand een aangetekende brief aan de betrokken persoon waarin hij gevraagd wordt de vereiste informatie te verstrekken binnen de vijftien dagen volgend op de datum van verzending van de aangetekende brief. Bij gebreke van de vereiste informatie binnen de termijn, wordt de registratie, de toelating, vergunning voor parallelhandel, wederzijdse erkenning, kennisgeving of aanvaarding van kennisgeving onmiddellijk opgeschort tot op de dag van de naleving en definitief ingetrokken na twee maanden indien geen enkele naleving wordt verstrekt.
   § 5. Indien uit de controle van de jaarlijkse aangifte van de hoeveelheid in de handel gebrachte biociden blijkt dat de jaarlijkse aangifte foutief of onvolledig is, wordt het saldo van het verschuldigde bedrag aangerekend, en vermeerderd met 20 %. Deze controle kan terug gaan tot drie jaar voorafgaand aan de uiterste datum waarop de jaarlijkse aangifte dient uitgevoerd te worden.]1
  
Catégorie de dangerMention de danger (H)Nombre de points
1Explosif200, 201, 202, 2032
2Comburant270, 271, 2721
3Très facilement inflammable220, 222, 2242
4Facilement inflammable225, 228, 241, 242, 250, 260, 2611,5
5Inflammable221, 223, 2261
6Corrosif3142
7Irritant315, 318, 319, 335, 3361
8Sensibilisant317, 3341
9Nocif après exposition à court terme302, 312, 332, 3711
10Nocif après exposition à long terme3731
11Nocif (C)3511
12Nocif (M)3411
13Nocif (R)3611
14Toxique après exposition à court terme301, 304, 311, 331, 3702
15Toxique après exposition à long terme3722
16Toxique (C)3502
17Toxique (M)3402
18Toxique (R)3602
19Très toxique après exposition à court terme300, 310, 3303
20Dangereux pour l'environnement400, 410, 411, 4202
n°Catégorie de dangerMention de danger (H)Nombre de points1Explosif200, 201, 202, 20322Comburant270, 271, 27213Très facilement inflammable220, 222, 22424Facilement inflammable225, 228, 241, 242, 250, 260, 2611,55Inflammable221, 223, 22616Corrosif31427Irritant315, 318, 319, 335, 33618Sensibilisant317, 33419Nocif après exposition à court terme302, 312, 332, 371110Nocif après exposition à long terme373111Nocif (C)351112Nocif (M)341113Nocif (R)361114Toxique après exposition à court terme301, 304, 311, 331, 370215Toxique après exposition à long terme372216Toxique (C)350217Toxique (M)340218Toxique (R)360219Très toxique après exposition à court terme300, 310, 330320Dangereux pour l'environnement400, 410, 411, 4202
§ 3. La cotisation annuelle est automatiquement majorée de 20 % si elle n'a pas été enregistrée au compte du Fonds budgétaire des matières premières et des produits au 31 mars. Le SPF SPSCAE envoie dans un délai d'un mois une lettre recommandée à la personne concernée dans laquelle il lui est demandé de payer la somme due dans les quinze jours suivant la date d'envoi de la lettre recommandée. Dans le cas où la somme due n'est pas enregistrée après quinze jours sur le compte du Fonds budgétaire des matières premières et des produits, l'enregistrement, l'autorisation, l'autorisation de commerce parallèle, la reconnaissance mutuelle, la notification ou l'acceptation de notification pour laquelle la cotisation est due est suspendu immédiatement jusqu'au jour du paiement et retiré définitivement après 2 mois si aucun paiement n'est effectué. Les deux majorations peuvent se cumuler.
   § 4. La cotisation annuelle est automatiquement majorée de 20 % si la quantité de produits biocides mis sur le marché n'est pas déclarée au 31 janvier comme requis par l'article 31 de l'arrêté royal du 4 avril 2019. Le SPF SPSCAE envoie dans un délai d'un mois une lettre recommandée à la personne concernée dans laquelle il lui est demandé de fournir les informations requises dans les quinze jours suivant la date d'envoi de la lettre recommandée. En l'absence des informations requises dans le délai, l'enregistrement, l'autorisation, l'autorisation de commerce parallèle, la reconnaissance mutuelle, la notification ou l'acceptation de notification sera immédiatement suspendu jusqu'au jour de la mise en conformité et retiré définitivement après deux mois si aucune mise en conformité n'est fournie.
   § 5. S'il ressort du contrôle de la déclaration annuelle de la quantité de produits biocides mis sur le marché, que la déclaration annuelle est erronée ou incomplète, le solde du montant dû sera imputé, et majoré de 20%. Ce contrôle peut remonter jusqu'à trois ans avant la date limite à laquelle la déclaration annuelle doit être effectuée.]1
  
Afdeling 3. - [1 Algemene bepalingen inzake biociden]1
Section 3. [1 Dispositions générales concernant les produits biocides]1
Art. 7/1. [1 § 1. [4 Alle betalingen vermeld in artikel 6 en artikel 7 voldoen aan de volgende modaliteiten:
   1° De bedragen worden in euro betaald en de betalingskosten voor buitenlandse bedrijven zijn ten laste van die bedrijven;
   2° Retributies bedoeld in artikel 6, § 2, eerste lid, die meer bedragen dan 50.000 worden opgesplitst in drie schijven waarbij elke schijf één derde bedraagt van de totale retributie.
   De eerste schijf wordt betaald binnen dertig dagen nadat de bevoegde overheid de aanvrager in kennis heeft gesteld van de verschuldigde retributie overeenkomstig artikel 7, lid 3, of artikel 14, lid 2, van Verordening 528/2012 of artikel 4, lid 4, van Verordening 1062/2014.
   De tweede schijf wordt betaald uiterlijk twaalf maanden nadat de aanvraag voor goedkeuring of voor verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof werd ingediend bij het Europees Agentschap voor chemische stoffen overeenkomstig artikel 7, lid 1, of artikel 13, lid 1, van Verordening 528/2012 of artikel 3, lid 2 van Verordening 1062/2014.
   De derde schijf wordt betaald uiterlijk twintig maanden nadat de aanvraag voor goedkeuring of voor verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof werd ingediend bij het Europees Agentschap voor chemische stoffen overeenkomstig artikel 7, lid 1, of artikel 13, lid 1, van Verordening 528/2012 of artikel 3, lid 2, van Verordening 1062/2014.
   De laatste schijf dient betaald te worden alvorens de bevoegde overheid aan de aanvrager het beoordelingsrapport betreffende de werkzame stof overmaakt overeenkomstig artikel 8, lid 1, van Verordening 528/2012 of artikel 6, lid 4, van Verordening 1062/2014.
   Indien, in het geval van een aanvraag voor verlenging van de goedkeuring van een werkzame stof, de bevoegde overheid overeenkomstig artikel 14, lid 2, tweede alinea, van Verordening 528/2012 besluit dat een volledige beoordeling van de aanvraag niet noodzakelijk is, wordt het resterende te betalen bedrag in één schijf betaald uiterlijk negen maanden nadat de aanvraag voor verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof werd ingediend bij het Europees Agentschap voor chemische stoffen, en in ieder geval alvorens de bevoegde dienst het afschrift van aanbeveling tot verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof overmaakt aan de aanvrager.
   De modaliteiten voor de betaling worden vermeld bij de vraag tot betaling van de eerste schijf. [5 ...]5;
   3° [5 Elke vereiste retributie of jaarlijkse bijdrage wordt betaald met vermelding van de gestructureerde mededeling die bij de vraag tot betaling wordt vermeld.]5 [5 ...]5;
   4° Indien niet kan worden vastgesteld waarvoor de betaling is gedaan, stelt de FOD VVL een termijn vast waarbinnen de betaler schriftelijk moet meedelen wat het doel van de betaling is. Indien binnen die termijn niet aan de FOD VVL wordt meegedeeld waartoe de betaling dient, wordt de betaling als ongeldig beschouwd en wordt het betrokken bedrag aan de betaler terugbetaald;
   5° Tenzij anders vermeld, worden retributies betaald binnen dertig dagen nadat de betalingsaanvraag werd verzonden. Wat de retributies vermeld onder 2° betreft, worden de verschillende schijven betaald voor de respectievelijk uiterste datum [5 vermeld onder 2°]5;
   6° De datum waarop het volledige bedrag van de betaling of van de betreffende schijf vermeld onder 2° op de opgegeven bankrekening is bijgeschreven, wordt beschouwd als de datum waarop de betaling is gedaan;
   7° De betaling wordt geacht tijdig te zijn gedaan als voldoende bewijsstukken worden voorgelegd waaruit blijkt dat de betaler binnen de desbetreffende termijn opdracht tot overschrijving naar de opgegeven vermelde bankrekening heeft gegeven. Een bevestiging van de opdracht tot overschrijving, afgegeven door een financiële instelling, wordt als voldoende bewijs beschouwd;
   8° Een betalingstermijn wordt pas geacht te zijn nageleefd als het volledige bedrag van de retributie of van de betreffende schijf vermeld onder 2° of van de jaarlijkse bijdrage tijdig is betaald. Zo het volledige bedrag van de retributie of van de betreffende schijf vermeld onder 2° niet tijdig werd betaald, wordt de aanvraag verworpen of de behandeling van de aanvraag stopgezet;
   9° De FOD VVL gaat over tot terugbetaling van te veel betaalde bedragen volgens de regels die worden vastgesteld door de Voorzitter van het directiecomité van de FOD VVL. Indien echter blijkt dat het te veel betaalde bedrag minder dan 200 euro bedraagt en de betrokkene niet uitdrukkelijk om terugbetaling heeft verzocht, wordt het te veel betaalde bedrag niet terugbetaald;
   10° Te veel betaalde bedragen die niet zijn terugbetaald, kunnen niet dienen voor toekomstige betalingen aan de FOD VVL.]4

   § 2. De in de Unie gevestigde micro-, kleine en middelgrote ondernemingen zoals gedefinieerd in Aanbeveling 2003/361/EG van 6 mei 2003 van de Commissie betreffende de definitie van de micro-, kleine en middelgrote ondernemingen, kunnen voor de retributies in bijlage 2 aanspraak maken op een verminderd bedrag, zoals vermeld in de tabellen van bijlage 2.
   Minstens vijvenveertig dagen voor een aanvraag voor toelating in te dienen, waarin aanspraak wordt gemaakt op een verminderd bedrag, dient de aspirant-aanvrager de relevante bewijsstukken bij de FOD VVL in waaruit blijkt dat de beoogde houder van de toelating recht heeft op die korting op grond van de Aanbeveling 2003/361/EG. Het Europees Agentschap voor chemische stoffen dat is ingesteld bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 publiceert een lijst van de relevante bewijsstukken die op een behoorlijke wijze moeten worden ingediend.
   Binnen vijvenveertig dagen na ontvangst van alle relevante bewijsstukken besluit de FOD VVL of een kmo-status wordt erkend. De erkenning van de kmo-status van een onderneming blijft gedurende twee jaar geldig voor aanvragen uit hoofde van Verordening 528/2012. Indien het Europees Agentschap voor chemische stoffen of een andere lidstaat op basis van dezelfde criteria en bewijsstukken een besluit heeft genomen over de kmo-status wordt dit besluit als zodanig toegepast tot het verstrijken van de geldigheidsduur ervan.
   Indien de aanvrager geen voorafgaande erkenning van de kmo-status heeft, wordt eerst de volledige retributie aangerekend en na het bekomen van de erkenning van het statuut het verschil terugbetaald door de FOD VVL.
   § 3. [5 Met betrekking tot de retributies overeenkomstig artikel 6, § 2, eerste lid, zal de bevoegde overheid 60% van de geïnde retributie terugbetalen wanneer het dossier voor of tijdens de valideringsfase wordt verworpen of wordt ingetrokken voor de beoordeling van het dossier is opgestart. De geïnde retributie wordt niet terugbetaald indien een aanvraag wordt ingetrokken nadat de beoordeling is opgestart.]5]1

  [5 § 4. Onverminderd artikel 6, § 2, tweede lid, worden de in bijlage 2 vermelde additionele retributies elk apart herberekend wanneer de beoordeling van de aanvraag wordt opgestart. Deze herberekening gebeurt op basis van de elementen in de aanvraag, waarop de beoordeling wordt opgestart. In voorkomend geval, wordt een terugbetaling of bijkomende betaling van de betrokken additionele retributies respectievelijk uitgevoerd of opgevraagd.
   Onverminderd eerste lid, zal deze herberekening, nadat de beoordeling afgerond werd, opnieuw gebeuren op basis van de elementen in de aanvraag waarmee de beoordeling werd afgesloten. In voorkomend geval, wordt de bijkomende betaling van de betrokken additionele retributies opgevraagd. Een terugbetaling van de betrokken additionele retributies kan echter niet worden aangevraagd, noch uitgevoerd.
   § 5. Met betrekking tot de retributies overeenkomstig artikel 6, § 2, tweede lid, zal de bevoegde overheid 60% van de geïnde retributie terugbetalen indien aan elk van de volgende voorwaarden wordt voldaan :
   1° het betreft een aanvraag tot toelating van een biocide, ingediend overeenkomstig artikel 29, lid 1, artikel 34, lid 1, of artikel 43, lid 3 van de Verordening 528/2012, of een aanvraag voor een kleine of belangrijke wijziging van een product overeenkomstig artikel 7 of 8 van Verordening 354/2013 ;
   2° België treedt op als referentielidstaat of als beoordelende bevoegde autoriteit voor de betrokken aanvraag ;
   3° de desbetreffende aanvraag wordt voor of tijdens de valideringsfase verworpen of wordt ingetrokken voor de beoordeling van het dossier is opgestart.
   De geïnde retributie wordt niet terugbetaald indien een aanvraag wordt ingetrokken nadat de beoordeling van het dossier is opgestart.
   § 6. Met betrekking tot de retributies overeenkomstig artikel 6, § 2, tweede lid, zal de bevoegde overheid de geïnde retributie voor een vergadering ter voorbereiding van het aanvraagdossier integraal terugbetalen indien deze vergadering minstens 14 dagen op voorhand door de aanvrager geannuleerd wordt.
   § 7. Met betrekking tot de retributies overeenkomstig artikel 6, § 2, derde lid, zal de bevoegde overheid de geïnde retributie niet terugbetalen wanneer de aanvraag wordt ingetrokken of geklasseerd zonder gevolg of wanneer het dossier wordt verworpen.
   In afwijking van het eerste lid, kan de bevoegde overheid de geïnde retributie integraal terugbetalen indien het ingediende dossier niet in overeenstemming is met het beoogde type aanvraag en dat hiervoor een nieuw aangepast dossier ingediend wordt.
   § 8. Als verscheidene personen een gezamenlijke aanvraag tot goedkeuring, tot verlenging van de goedkeuring van een werkzame stof, tot toelating van een biocide overeenkomstig de Verordening 528/2012 of tot opname van een werkzame stof in bijlage I van Verordening 528/2012 overeenkomstig Verordening 88/2014 indienen, moet slechts één retributie per aanvraag worden betaald.]5

  
Art. 7/1. [1 § 1er. [4 Tous les paiements mentionnés aux articles 6 et 7 répondent aux modalités suivantes :
   1° Les montants sont payés en euros et les frais de paiement pour les firmes étrangères sont à charge de ces firmes ;
   2° Les rétributions visées à l'article 6, § 2, alinéa 1er, qui s'élèvent à plus de 50 000 EUR, sont divisées en trois tranches, chaque tranche s'élevant à un tiers de la rétribution totale.
   La première tranche est payée dans les trente jours qui suivent la date à laquelle l'autorité compétente a informé le demandeur de la rétribution due conformément à l'article 7, alinéa 3, ou article 14, alinéa 2, du Règlement 528/2012 ou article 4, alinéa 4, du Règlement 1062/2014.
   La deuxième tranche est payée au plus tard douze mois après introduction de la demande d'approbation ou de prolongation de l'approbation de la substance active auprès de l'Agence européenne des produits chimiques conformément à l'article 7, alinéa 1er ou article 13, alinéa 1er, du Règlement 528/2012 ou article 3, alinéa 2, du Règlement 1062/2014.
   La troisième tranche est payée au plus tard vingt mois après introduction de la demande d'approbation ou de prolongation de l'approbation de la substance active auprès de l'Agence européenne des produits chimiques conformément à l'article 7, alinéa 1er, ou article 13, alinéa 1er du Règlement 528/2012 ou article 3, alinéa 2, du Règlement 1062/2014.
   La dernière tranche doit être payée avant que l'autorité compétente ne communique au demandeur le rapport d'évaluation de la substance active conformément à l'article 8, alinéa 1er du Règlement 528/2012 ou article 6, alinéa 4 du Règlement 1062/2014.
   Si, dans le cas d'une demande de prolongation de l'approbation d'une substance active, l'autorité compétente décide, conformément à l'article 14, paragraphe 2, alinéa 2, du Règlement 528/2012, qu'une évaluation complète de la demande n'est pas nécessaire, le montant restant à payer est payé en une seule tranche au plus tard neuf mois après introduction de la demande de prolongation de l'approbation de la substance active auprès de l'Agence européenne des produits chimiques, et dans tous les cas avant que le service compétent ne transmette au demandeur la copie de la recommandation de prolongation de l'approbation de la substance active.
   Les modalités de paiement sont jointes à la demande de paiement de la première tranche. [5 ...]5;
   3° [5 La rétribution ou la cotisation annuelle exigée est payée avec mention de la communication structurée jointe à la demande de paiement.]5 [5 ...]5 ;
   4° S'il n'est pas possible d'établir ce pour quoi le paiement a été fait, le SPF SPSCAE fixe au payeur un délai dans lequel il doit communiquer par écrit l'objet du paiement. Si la communication de l'objet du paiement n'est pas faite au SPF SPSCAE dans ce délai, le paiement est considéré comme non valable et le montant concerné est remboursé au payeur ;
   5° Sauf indication contraire, les rétributions sont payées dans les trente jours suivant l'envoi de la demande de paiement. En ce qui concerne les rétributions mentionnées sous 2°, les différentes tranches sont payées pour la date limite respective [5 mentionnée sous 2°]5 ;
   6° La date à laquelle le montant intégral du paiement ou de la tranche concernée mentionnée sous 2° a été inscrit au compte bancaire indiqué, est considérée comme la date à laquelle le paiement a été fait ;
   7° Le paiement est réputé avoir été effectué à temps si des pièces justificatives suffisantes sont présentées, qui établissent que le payeur a remis l'ordre de virement audit compte bancaire indiqué dans le délai concerné. Une confirmation de l'ordre de virement délivrée par l'établissement financier est considérée comme preuve suffisante ;
   8° Un délai de paiement n'est considéré comme respecté que si le montant intégral de la rétribution ou de la tranche concernée mentionnée sous 2° ou de la cotisation annuelle a été acquitté en temps utile. Si le montant intégral de la rétribution ou de la tranche concernée mentionnée sous 2° n'a pas été acquitté en temps utile, la demande est rejetée ou il est mis fin au traitement de la demande ;
   9° Le SPF SPSCAE procède au remboursement des montants trop perçus selon les règles fixées par le Président du comité de direction du SPF SPSCAE. Toutefois, s'il s'avère que le montant trop perçu est inférieur à 200 euros et que l'intéressé n'a pas demandé expressément le remboursement, le montant trop perçu n'est pas remboursé ;
   10° Les montants trop perçus qui n'ont pas été remboursés ne peuvent pas servir à des paiements futurs au SPF SPSCAE.]4

   § 2. Les micro, petites et moyennes entreprises établies dans l'Union, telles que définies dans la recommandation de la Commission n° 2003/361/CE du 6 mai 2003 concernant la définition des micro, petites et moyennes entreprises, peuvent, pour les rétributions à l'annexe 2, prétendre à un montant réduit, comme mentionné dans les tableaux de l'annexe 2.
   Au moins quarante-cinq jours avant la soumission d'une demande d'autorisation, dans laquelle un montant réduit est revendiqué, le candidat demandeur introduit auprès du SPF SPSCAE les pièces justificatives pertinentes qui établissent que le titulaire visé de l'autorisation a droit à cette réduction sur la base de la recommandation 2003/361/CE. L'Agence européenne des produits chimiques instituée par le règlement (CE) n° 1907/2006 publie une liste des pièces justificatives pertinentes devant être dûment introduites.
   Dans les quarante-cinq jours de la réception de toutes les pièces justificatives pertinentes, le SPF SPSCAE décide si le statut de PME est reconnu. La reconnaissance du statut de PME d'une entreprise reste valable pendant deux ans pour les demandes au titre du règlement 528/2012. Si l'Agence européenne des produits chimiques ou un autre Etat membre a pris une décision sur le statut de PME sur la base des mêmes critères et pièces justificatives, le SPF SPSCAE applique cette décision comme telle jusqu'à la fin de sa durée de validité.
   Si le demandeur n'a pas de reconnaissance préalable du statut de PME, la rétribution intégrale est imputée dans un premier temps, puis la différence est remboursée par le SPF SPSCAE après l'obtention de la reconnaissance du statut.
   § 3. [5 En ce qui concerne les rétributions conformément à l'article 6, § 2, alinéa 1er, l'autorité compétente remboursera 60% de la rétribution perçue lorsque le dossier est rejeté avant ou pendant la phase de validation ou est retiré avant que l'évaluation du dossier ait commencé. La rétribution perçue n'est pas remboursée si une demande est retirée après que l'évaluation a commencé.]5]1

  [5 § 4. Sans préjudice à l'article 6, § 2, deuxième alinéa, les rétributions additionnelles visées à l'annexe 2 sont recalculées séparément lorsque l'évaluation de la demande a commencé. Ce recalcul se fait sur base des éléments de la demande, l'évaluation commence ensuite. Le cas échéant, un remboursement ou un paiement supplémentaire des rétributions additionnelles concernées est respectivement effectué ou demandé.
   Sans préjudice au 1er alinéa, ce recalcul se fera de nouveau, après que l'évaluation est terminée, sur base des éléments de la demande avec lesquels l'évaluation a été réalisée. Le cas échéant, un paiement supplémentaire des rétributions additionnelles concernées est demandé. Toutefois, un remboursement des rétributions additionnelles concernées ne peut être demandé ni effectué.
   § 5. En ce qui concerne les rétributions conformément à l'article 6, § 2, deuxième alinéa, l'autorité compétente remboursera 60% de la rétribution perçue lorsque chacune des conditions suivantes sont remplies :
   1° il s'agit d'une demande d'autorisation d'un produit biocide, soumise conformément aux articles 29, alinéa 1, 34 1er alinéa, ou 43, alinéa 3 du Règlement 528/2012, ou d'une demande d'une petite ou importante modification du produit conformément aux articles 7 ou 8 du Règlement 354/2013 ;
   2° la Belgique agit comme Etat membre de référence ou comme autorité compétente d'évaluation pour la demande concernée ;
   3° la demande concernée est rejetée avant ou pendant la phase de validation ou est retirée avant que l'évaluation du dossier ait commencé.
   La rétribution perçue n'est pas remboursée si la demande est retirée après que l'évaluation du dossier a commencé.
   § 6. En ce qui concerne les rétributions conformément à l'article 6, § 2, deuxième alinéa, l'autorité compétente remboursera intégralement la rétribution perçue pour une réunion prévue pour préparer le dossier de demande lorsque cette réunion est annulée par le demandeur au moins 14 jours à l'avance.
   § 7. En ce qui concerne les rétributions conformément à l'article 6, § 2, troisième alinéa, l'autorité compétente ne remboursera pas la rétribution perçue lorsque la demande est retirée ou classée sans suite, ou lorsque le dossier est rejeté.
   Par dérogation au 1er alinéa, l'autorité compétente peut rembourser intégralement la rétribution perçue lorsque le dossier qui est soumis n'est pas conforme au type de demandé visé et qu'un nouveau dossier adapté doit être soumis à cet effet.
   § 8. Si plusieurs personnes introduisent une demande commune d'approbation, de prolongation de l'approbation d'une substance active, d'autorisation d'un produit biocide conformément au Règlement 528/2012, ou une demande d'inclusion d'une substance active dans l'annexe I du Règlement 528/2012 conformément au Règlement 88/2014, une seule rétribution doit être payée par demande.]5

  
Art. 7/1 TOEKOMSTIG RECHT.    [1 § 1. [4 Alle betalingen vermeld in artikel 6 en artikel 7 voldoen aan de volgende modaliteiten:
   1° De bedragen worden in euro betaald en de betalingskosten voor buitenlandse bedrijven zijn ten laste van die bedrijven;
   2° Retributies bedoeld in artikel 6, § 2, eerste lid, die meer bedragen dan 50.000 worden opgesplitst in drie schijven waarbij elke schijf één derde bedraagt van de totale retributie.
   De eerste schijf wordt betaald binnen dertig dagen nadat de bevoegde overheid de aanvrager in kennis heeft gesteld van de verschuldigde retributie overeenkomstig artikel 7, lid 3, of artikel 14, lid 2, van Verordening 528/2012 of artikel 4, lid 4, van Verordening 1062/2014.
   De tweede schijf wordt betaald uiterlijk twaalf maanden nadat de aanvraag voor goedkeuring of voor verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof werd ingediend bij het Europees Agentschap voor chemische stoffen overeenkomstig artikel 7, lid 1, of artikel 13, lid 1, van Verordening 528/2012 of artikel 3, lid 2 van Verordening 1062/2014.
   De derde schijf wordt betaald uiterlijk twintig maanden nadat de aanvraag voor goedkeuring of voor verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof werd ingediend bij het Europees Agentschap voor chemische stoffen overeenkomstig artikel 7, lid 1, of artikel 13, lid 1, van Verordening 528/2012 of artikel 3, lid 2, van Verordening 1062/2014.
   De laatste schijf dient betaald te worden alvorens de bevoegde overheid aan de aanvrager het beoordelingsrapport betreffende de werkzame stof overmaakt overeenkomstig artikel 8, lid 1, van Verordening 528/2012 of artikel 6, lid 4, van Verordening 1062/2014.
   Indien, in het geval van een aanvraag voor verlenging van de goedkeuring van een werkzame stof, de bevoegde overheid overeenkomstig artikel 14, lid 2, tweede alinea, van Verordening 528/2012 besluit dat een volledige beoordeling van de aanvraag niet noodzakelijk is, wordt het resterende te betalen bedrag in één schijf betaald uiterlijk negen maanden nadat de aanvraag voor verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof werd ingediend bij het Europees Agentschap voor chemische stoffen, en in ieder geval alvorens de bevoegde dienst het afschrift van aanbeveling tot verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof overmaakt aan de aanvrager.
   De modaliteiten voor de betaling worden vermeld bij de vraag tot betaling van de eerste schijf. [5 ...]5;
   3° [5 Elke vereiste retributie of jaarlijkse bijdrage wordt betaald met vermelding van de gestructureerde mededeling die bij de vraag tot betaling wordt vermeld.]5 [5 ...]5;
   4° Indien niet kan worden vastgesteld waarvoor de betaling is gedaan, stelt de FOD VVL een termijn vast waarbinnen de betaler schriftelijk moet meedelen wat het doel van de betaling is. Indien binnen die termijn niet aan de FOD VVL wordt meegedeeld waartoe de betaling dient, wordt de betaling als ongeldig beschouwd en wordt het betrokken bedrag aan de betaler terugbetaald;
   5° Tenzij anders vermeld, worden retributies betaald binnen dertig dagen nadat de betalingsaanvraag werd verzonden. Wat de retributies vermeld onder 2° betreft, worden de verschillende schijven betaald voor de respectievelijk uiterste datum [5 vermeld onder 2°]5;
   6° De datum waarop het volledige bedrag van de betaling of van de betreffende schijf vermeld onder 2° op de opgegeven bankrekening is bijgeschreven, wordt beschouwd als de datum waarop de betaling is gedaan;
   7° De betaling wordt geacht tijdig te zijn gedaan als voldoende bewijsstukken worden voorgelegd waaruit blijkt dat de betaler binnen de desbetreffende termijn opdracht tot overschrijving naar de opgegeven vermelde bankrekening heeft gegeven. Een bevestiging van de opdracht tot overschrijving, afgegeven door een financiële instelling, wordt als voldoende bewijs beschouwd;
   8° Een betalingstermijn wordt pas geacht te zijn nageleefd als het volledige bedrag van de retributie of van de betreffende schijf vermeld onder 2° of van de jaarlijkse bijdrage tijdig is betaald. Zo het volledige bedrag van de retributie of van de betreffende schijf vermeld onder 2° niet tijdig werd betaald, wordt de aanvraag verworpen of de behandeling van de aanvraag stopgezet;
   9° De FOD VVL gaat over tot terugbetaling van te veel betaalde bedragen volgens de regels die worden vastgesteld door de Voorzitter van het directiecomité van de FOD VVL. Indien echter blijkt dat het te veel betaalde bedrag minder dan 200 euro bedraagt en de betrokkene niet uitdrukkelijk om terugbetaling heeft verzocht, wordt het te veel betaalde bedrag niet terugbetaald;
   10° Te veel betaalde bedragen die niet zijn terugbetaald, kunnen niet dienen voor toekomstige betalingen aan de FOD VVL.]4

   § 2. De in de Unie gevestigde micro-, kleine en middelgrote ondernemingen zoals gedefinieerd in Aanbeveling 2003/361/EG van 6 mei 2003 van de Commissie betreffende de definitie van de micro-, kleine en middelgrote ondernemingen, kunnen voor de retributies in bijlage 2 aanspraak maken op een verminderd bedrag, zoals vermeld in de tabellen van bijlage 2.
   Minstens vijvenveertig dagen voor een aanvraag voor toelating in te dienen, waarin aanspraak wordt gemaakt op een verminderd bedrag, dient de aspirant-aanvrager de relevante bewijsstukken bij de FOD VVL in waaruit blijkt dat de beoogde houder van de toelating recht heeft op die korting op grond van de Aanbeveling 2003/361/EG. Het Europees Agentschap voor chemische stoffen dat is ingesteld bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 publiceert een lijst van de relevante bewijsstukken die op een behoorlijke wijze moeten worden ingediend.
   Binnen vijvenveertig dagen na ontvangst van alle relevante bewijsstukken besluit de FOD VVL of een kmo-status wordt erkend. De erkenning van de kmo-status van een onderneming blijft gedurende twee jaar geldig voor aanvragen uit hoofde van Verordening 528/2012. Indien het Europees Agentschap voor chemische stoffen of een andere lidstaat op basis van dezelfde criteria en bewijsstukken een besluit heeft genomen over de kmo-status wordt dit besluit als zodanig toegepast tot het verstrijken van de geldigheidsduur ervan.
   Indien de aanvrager geen voorafgaande erkenning van de kmo-status heeft, wordt eerst de volledige retributie aangerekend en na het bekomen van de erkenning van het statuut het verschil terugbetaald door de FOD VVL.
   § 3. [5 Met betrekking tot de retributies overeenkomstig artikel 6, § 2, eerste lid, zal de bevoegde overheid 60% van de geïnde retributie terugbetalen wanneer het dossier voor of tijdens de valideringsfase wordt verworpen of wordt ingetrokken voor de beoordeling van het dossier is opgestart. De geïnde retributie wordt niet terugbetaald indien een aanvraag wordt ingetrokken nadat de beoordeling is opgestart.]5]1

  [5 § 4. Onverminderd artikel 6, § 2, tweede lid, worden de in bijlage 2 vermelde additionele retributies elk apart herberekend wanneer de beoordeling van de aanvraag wordt opgestart. Deze herberekening gebeurt op basis van de elementen in de aanvraag, waarop de beoordeling wordt opgestart. In voorkomend geval, wordt een terugbetaling of bijkomende betaling van de betrokken additionele retributies respectievelijk uitgevoerd of opgevraagd.
   Onverminderd eerste lid, zal deze herberekening, nadat de beoordeling afgerond werd, opnieuw gebeuren op basis van de elementen in de aanvraag waarmee de beoordeling werd afgesloten. In voorkomend geval, wordt de bijkomende betaling van de betrokken additionele retributies opgevraagd. Een terugbetaling van de betrokken additionele retributies kan echter niet worden aangevraagd, noch uitgevoerd.
   § 5. Met betrekking tot de retributies overeenkomstig artikel 6, § 2, tweede lid, zal de bevoegde overheid 60% van de geïnde retributie terugbetalen indien aan elk van de volgende voorwaarden wordt voldaan :
   1° het betreft een aanvraag tot toelating van een biocide, ingediend overeenkomstig artikel 29, lid 1, artikel 34, lid 1, of artikel 43, lid 3 van de Verordening 528/2012, of een aanvraag voor een kleine of belangrijke wijziging van een product overeenkomstig artikel 7 of 8 van Verordening 354/2013 ;
   2° België treedt op als referentielidstaat of als beoordelende bevoegde autoriteit voor de betrokken aanvraag ;
   3° de desbetreffende aanvraag wordt voor of tijdens de valideringsfase verworpen of wordt ingetrokken voor de beoordeling van het dossier is opgestart.
   De geïnde retributie wordt niet terugbetaald indien een aanvraag wordt ingetrokken nadat de beoordeling van het dossier is opgestart.
   § 6. Met betrekking tot de retributies overeenkomstig [6 artikel 6, § 2, eerste en tweede lid,]6 zal de bevoegde overheid de geïnde retributie voor een vergadering ter voorbereiding van het aanvraagdossier integraal terugbetalen indien deze vergadering minstens 14 dagen op voorhand door de aanvrager geannuleerd wordt.
   § 7. Met betrekking tot de retributies overeenkomstig artikel 6, § 2, derde lid, zal de bevoegde overheid de geïnde retributie niet terugbetalen wanneer de aanvraag wordt ingetrokken of geklasseerd zonder gevolg of wanneer het dossier wordt verworpen.
   In afwijking van het eerste lid, kan de bevoegde overheid de geïnde retributie integraal terugbetalen indien het ingediende dossier niet in overeenstemming is met het beoogde type aanvraag en dat hiervoor een nieuw aangepast dossier ingediend wordt.
   § 8. Als verscheidene personen een gezamenlijke aanvraag tot goedkeuring, tot verlenging van de goedkeuring van een werkzame stof, tot toelating van een biocide overeenkomstig de Verordening 528/2012 of tot opname van een werkzame stof in bijlage I van Verordening 528/2012 overeenkomstig Verordening 88/2014 indienen, moet slechts één retributie per aanvraag worden betaald.]5
Art.7/1 DROIT FUTUR.    [1 § 1er. [4 Tous les paiements mentionnés aux articles 6 et 7 répondent aux modalités suivantes :
   1° Les montants sont payés en euros et les frais de paiement pour les firmes étrangères sont à charge de ces firmes ;
   2° Les rétributions visées à l'article 6, § 2, alinéa 1er, qui s'élèvent à plus de 50 000 EUR, sont divisées en trois tranches, chaque tranche s'élevant à un tiers de la rétribution totale.
   La première tranche est payée dans les trente jours qui suivent la date à laquelle l'autorité compétente a informé le demandeur de la rétribution due conformément à l'article 7, alinéa 3, ou article 14, alinéa 2, du Règlement 528/2012 ou article 4, alinéa 4, du Règlement 1062/2014.
   La deuxième tranche est payée au plus tard douze mois après introduction de la demande d'approbation ou de prolongation de l'approbation de la substance active auprès de l'Agence européenne des produits chimiques conformément à l'article 7, alinéa 1er ou article 13, alinéa 1er, du Règlement 528/2012 ou article 3, alinéa 2, du Règlement 1062/2014.
   La troisième tranche est payée au plus tard vingt mois après introduction de la demande d'approbation ou de prolongation de l'approbation de la substance active auprès de l'Agence européenne des produits chimiques conformément à l'article 7, alinéa 1er, ou article 13, alinéa 1er du Règlement 528/2012 ou article 3, alinéa 2, du Règlement 1062/2014.
   La dernière tranche doit être payée avant que l'autorité compétente ne communique au demandeur le rapport d'évaluation de la substance active conformément à l'article 8, alinéa 1er du Règlement 528/2012 ou article 6, alinéa 4 du Règlement 1062/2014.
   Si, dans le cas d'une demande de prolongation de l'approbation d'une substance active, l'autorité compétente décide, conformément à l'article 14, paragraphe 2, alinéa 2, du Règlement 528/2012, qu'une évaluation complète de la demande n'est pas nécessaire, le montant restant à payer est payé en une seule tranche au plus tard neuf mois après introduction de la demande de prolongation de l'approbation de la substance active auprès de l'Agence européenne des produits chimiques, et dans tous les cas avant que le service compétent ne transmette au demandeur la copie de la recommandation de prolongation de l'approbation de la substance active.
   Les modalités de paiement sont jointes à la demande de paiement de la première tranche. [5 ...]5;
   3° [5 La rétribution ou la cotisation annuelle exigée est payée avec mention de la communication structurée jointe à la demande de paiement.]5 [5 ...]5 ;
   4° S'il n'est pas possible d'établir ce pour quoi le paiement a été fait, le SPF SPSCAE fixe au payeur un délai dans lequel il doit communiquer par écrit l'objet du paiement. Si la communication de l'objet du paiement n'est pas faite au SPF SPSCAE dans ce délai, le paiement est considéré comme non valable et le montant concerné est remboursé au payeur ;
   5° Sauf indication contraire, les rétributions sont payées dans les trente jours suivant l'envoi de la demande de paiement. En ce qui concerne les rétributions mentionnées sous 2°, les différentes tranches sont payées pour la date limite respective [5 mentionnée sous 2°]5 ;
   6° La date à laquelle le montant intégral du paiement ou de la tranche concernée mentionnée sous 2° a été inscrit au compte bancaire indiqué, est considérée comme la date à laquelle le paiement a été fait ;
   7° Le paiement est réputé avoir été effectué à temps si des pièces justificatives suffisantes sont présentées, qui établissent que le payeur a remis l'ordre de virement audit compte bancaire indiqué dans le délai concerné. Une confirmation de l'ordre de virement délivrée par l'établissement financier est considérée comme preuve suffisante ;
   8° Un délai de paiement n'est considéré comme respecté que si le montant intégral de la rétribution ou de la tranche concernée mentionnée sous 2° ou de la cotisation annuelle a été acquitté en temps utile. Si le montant intégral de la rétribution ou de la tranche concernée mentionnée sous 2° n'a pas été acquitté en temps utile, la demande est rejetée ou il est mis fin au traitement de la demande ;
   9° Le SPF SPSCAE procède au remboursement des montants trop perçus selon les règles fixées par le Président du comité de direction du SPF SPSCAE. Toutefois, s'il s'avère que le montant trop perçu est inférieur à 200 euros et que l'intéressé n'a pas demandé expressément le remboursement, le montant trop perçu n'est pas remboursé ;
   10° Les montants trop perçus qui n'ont pas été remboursés ne peuvent pas servir à des paiements futurs au SPF SPSCAE.]4

   § 2. Les micro, petites et moyennes entreprises établies dans l'Union, telles que définies dans la recommandation de la Commission n° 2003/361/CE du 6 mai 2003 concernant la définition des micro, petites et moyennes entreprises, peuvent, pour les rétributions à l'annexe 2, prétendre à un montant réduit, comme mentionné dans les tableaux de l'annexe 2.
   Au moins quarante-cinq jours avant la soumission d'une demande d'autorisation, dans laquelle un montant réduit est revendiqué, le candidat demandeur introduit auprès du SPF SPSCAE les pièces justificatives pertinentes qui établissent que le titulaire visé de l'autorisation a droit à cette réduction sur la base de la recommandation 2003/361/CE. L'Agence européenne des produits chimiques instituée par le règlement (CE) n° 1907/2006 publie une liste des pièces justificatives pertinentes devant être dûment introduites.
   Dans les quarante-cinq jours de la réception de toutes les pièces justificatives pertinentes, le SPF SPSCAE décide si le statut de PME est reconnu. La reconnaissance du statut de PME d'une entreprise reste valable pendant deux ans pour les demandes au titre du règlement 528/2012. Si l'Agence européenne des produits chimiques ou un autre Etat membre a pris une décision sur le statut de PME sur la base des mêmes critères et pièces justificatives, le SPF SPSCAE applique cette décision comme telle jusqu'à la fin de sa durée de validité.
   Si le demandeur n'a pas de reconnaissance préalable du statut de PME, la rétribution intégrale est imputée dans un premier temps, puis la différence est remboursée par le SPF SPSCAE après l'obtention de la reconnaissance du statut.
   § 3. [5 En ce qui concerne les rétributions conformément à l'article 6, § 2, alinéa 1er, l'autorité compétente remboursera 60% de la rétribution perçue lorsque le dossier est rejeté avant ou pendant la phase de validation ou est retiré avant que l'évaluation du dossier ait commencé. La rétribution perçue n'est pas remboursée si une demande est retirée après que l'évaluation a commencé.]5]1

  [5 § 4. Sans préjudice à l'article 6, § 2, deuxième alinéa, les rétributions additionnelles visées à l'annexe 2 sont recalculées séparément lorsque l'évaluation de la demande a commencé. Ce recalcul se fait sur base des éléments de la demande, l'évaluation commence ensuite. Le cas échéant, un remboursement ou un paiement supplémentaire des rétributions additionnelles concernées est respectivement effectué ou demandé.
   Sans préjudice au 1er alinéa, ce recalcul se fera de nouveau, après que l'évaluation est terminée, sur base des éléments de la demande avec lesquels l'évaluation a été réalisée. Le cas échéant, un paiement supplémentaire des rétributions additionnelles concernées est demandé. Toutefois, un remboursement des rétributions additionnelles concernées ne peut être demandé ni effectué.
   § 5. En ce qui concerne les rétributions conformément à l'article 6, § 2, deuxième alinéa, l'autorité compétente remboursera 60% de la rétribution perçue lorsque chacune des conditions suivantes sont remplies :
   1° il s'agit d'une demande d'autorisation d'un produit biocide, soumise conformément aux articles 29, alinéa 1, 34 1er alinéa, ou 43, alinéa 3 du Règlement 528/2012, ou d'une demande d'une petite ou importante modification du produit conformément aux articles 7 ou 8 du Règlement 354/2013 ;
   2° la Belgique agit comme Etat membre de référence ou comme autorité compétente d'évaluation pour la demande concernée ;
   3° la demande concernée est rejetée avant ou pendant la phase de validation ou est retirée avant que l'évaluation du dossier ait commencé.
   La rétribution perçue n'est pas remboursée si la demande est retirée après que l'évaluation du dossier a commencé.
   § 6. En ce qui concerne les rétributions conformément à [6 l'article 6, § 2, premier et deuxième alinéa,]6 l'autorité compétente remboursera intégralement la rétribution perçue pour une réunion prévue pour préparer le dossier de demande lorsque cette réunion est annulée par le demandeur au moins 14 jours à l'avance.
   § 7. En ce qui concerne les rétributions conformément à l'article 6, § 2, troisième alinéa, l'autorité compétente ne remboursera pas la rétribution perçue lorsque la demande est retirée ou classée sans suite, ou lorsque le dossier est rejeté.
   Par dérogation au 1er alinéa, l'autorité compétente peut rembourser intégralement la rétribution perçue lorsque le dossier qui est soumis n'est pas conforme au type de demandé visé et qu'un nouveau dossier adapté doit être soumis à cet effet.
   § 8. Si plusieurs personnes introduisent une demande commune d'approbation, de prolongation de l'approbation d'une substance active, d'autorisation d'un produit biocide conformément au Règlement 528/2012, ou une demande d'inclusion d'une substance active dans l'annexe I du Règlement 528/2012 conformément au Règlement 88/2014, une seule rétribution doit être payée par demande.]5
HOOFDSTUK V. - Gevaarlijke stoffen
CHAPITRE V. - Substances dangereuses
Art.8. [1 Iedere persoon die uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1272/2008 van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006, een aanvraag indient tot aanpassing of harmonisatie van de indeling en etikettering van een chemische stof, inclusief een werkzame stof in de zin van Verordening 528/2012 dient een retributie te betalen, waarvan het bedrag is vastgelegd in het tweede lid, aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, ongeacht het feit of deze persoon reeds een retributie dient te betalen aan het Europees Agentschap voor chemische stoffen, en dit, voor zover de FOD VVL zijn akkoord gegeven heeft dat België de aanvraag indient.
   Het bedrag van de te betalen retributie volgens het eerst lid is als volgt vastgesteld :
   1° 10.000 EUR per volledig dossier betreffende een chemische stof;
   2° 2.000 EUR per gevaar waarvoor een geharmoniseerde indeling en etikettering gevraagd wordt met toepassing van artikel 36, lid 1 van Verordening 1272/2008;
   3° 400 EUR per gevaar waarvoor een geharmoniseerde indeling en etikettering gevraagd wordt met toepassing van artikel 36, lid 3 van Verordening 1272/2008.]1

  
Art.8. [1 Toute personne qui, en vertu du règlement (CE) n° 1272/2008 du 16 décembre 2008 relatif à la classification, à l'étiquetage et à l'emballage des substances et des mélanges, modifiant et abrogeant les directives 67/548/CEE et 1999/45/CE et modifiant le règlement (CE) n° 1907/2006, soumet une demande d'adaptation ou d'harmonisation de la classification et de l'étiquetage d'une substance chimique, en ce compris une substance active au sens du règlement 528/2012, est tenue de payer au Fonds budgétaire des matières premières et des produits une rétribution dont le montant est fixé à l'alinéa 2, même si cette personne doit déjà payer une rétribution à l'Agence européenne des produits chimiques, et ce, pour autant que le SPF SPSCAE ait donné son accord pour que la Belgique soumette la demande.
   Le montant de la rétribution à acquitter conformément à l'alinéa 1er est fixé comme suit :
   1° 10.000 EUR par dossier complet concernant une substance chimique;
   2° 2.000 EUR par danger pour lequel une classification et un étiquetage harmonisés sont demandés en application de l'article 36, paragraphe 1er, du règlement 1272/2008;
   3° 400 EUR par danger pour lequel une classification et un étiquetage harmonisés sont demandés en application de l'article 36, paragraphe 3, du règlement 1272/2008.]1

  
HOOFDSTUK VI. [1 Gevaarlijke mengsels]1
CHAPITRE VI. [1 Mélanges dangereux]1
Art.9. [1 § 1 Tegelijk met de aangiftes van een gevaarlijk mengsel aan het "Nationaal centrum ter voorkoming en behandeling van intoxicaties", in de zin van artikel 2 van het koninklijk besluit van 21 april 2016 inzake kennisgeving van mengsels die als gevaarlijk worden ingedeeld wegens hun gevolgen voor de gezondheid of hun fysische effecten aan het Nationaal centrum ter voorkoming en behandeling van intoxicaties en tot wijziging van het koninklijk besluit van 13 november 2011 tot vaststelling van de retributies en bijdragen verschuldigd aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten of in de zin van artikel 45 van Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006, samen met artikel 4 van het koninklijk besluit van 7 september 2012 tot vaststelling van de taal op het etiket en op het veiligheidsinformatieblad van stoffen en mengsels, en tot aanwijzing van het Nationaal Centrum ter voorkoming en behandeling van intoxicaties als orgaan bedoeld in artikel 45 van Verordening (EG) nr. 1272/2008, dient door de persoon die de kennisgeving, bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 21 april 2016 inzake kennisgeving van mengsels die als gevaarlijk worden ingedeeld wegens hun gevolgen voor de gezondheid of hun fysische effecten aan het Nationaal centrum ter voorkoming en behandeling van intoxicaties en tot wijziging van het koninklijk besluit van 13 november 2011 tot vaststelling van de retributies en bijdragen verschuldigd aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, uitvoert, een eenmalige retributie te worden betaald van 200 EUR, aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten.
   § 2. In geval van wijziging van de aard of hoeveelheid van een gevaarlijk component in de samenstelling van een gevaarlijk mengsel dient overeenkomstig paragraaf 1 eveneens een retributie van 200 EUR te worden betaald door de persoon die de kennisgeving, bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 21 april 2016 inzake kennisgeving van mengsels die als gevaarlijk worden ingedeeld wegens hun gevolgen voor de gezondheid of hun fysische effecten aan het Nationaal centrum ter voorkoming en behandeling van intoxicaties en tot wijziging van het koninklijk besluit van 13 november 2011 tot vaststelling van de retributies en bijdragen verschuldigd aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, uitvoert.
   Ingeval enkel de benaming wijzigt of een gevaarlijk mengsel wordt toegevoegd aan een "gelijke groep", dient een retributie van 35 EUR te worden betaald door de persoon die de kennisgeving, bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 21 april 2016 inzake kennisgeving van mengsels die als gevaarlijk worden ingedeeld wegens hun gevolgen voor de gezondheid of hun fysische effecten aan het Nationaal centrum ter voorkoming en behandeling van intoxicaties en tot wijziging van het koninklijk besluit van 13 november 2011 tot vaststelling van de retributies en bijdragen verschuldigd aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, uitvoert. Een "gelijke groep" zijn gevaarlijke mengsels van hetzelfde merk, die door eenzelfde persoon op de markt worden gebracht en die gelijk zijn wat betreft de componenten die tot de gevaarsindeling en -etikettering hebben geleid en waarbij de hoeveelheden van deze componenten mogen variëren voor zover dezelfde gevaarsindeling en -etikettering behouden blijft.
   § 3. In afwijking van paragraaf 1 en 2 zijn geen retributies verschuldigd voor :
   1° gevaarlijke mengsels die in hoeveelheden van minder dan 10 kg per jaar per persoon die ze op de markt brengt op de markt worden gebracht;
   2° gevaarlijke mengsels die in hoeveelheden van minder dan 100 kg per jaar per persoon die ze op de markt brengt, op de markt worden gebracht en uitsluitend bestemd zijn voor wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling in gecontroleerde omstandigheden; de persoon die dergelijke mengsels op de markt brengt houdt de namen van de afnemers ter beschikking van de overheid;
   3° gevaarlijke mengsels die op de markt worden gebracht voor productiegericht onderzoek en ontwikkeling en die met dit doel in beperkte hoeveelheden aan een beperkt aantal geregistreerde afnemers worden geleverd voor een periode van één jaar; de persoon die dergelijke mengsels op de markt brengt, houdt de namen van de afnemers ter beschikking van de overheid;
   4° in vitro diagnostica;
   5° analytische standaarden;
   6° reagentia op de markt gebracht voor gebruik in laboratoria, inbegrepen de chemielokalen van onderwijsinstellingen.
   § 4. In afwijking van het bepaalde in de paragraaf 1 en 2 is een retributie verschuldigd van 35 EUR aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten per jaar per gevaarlijke gasvormige stof die de persoon die de kennisgeving, bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 21 april 2016 inzake kennisgeving van mengsels die als gevaarlijk worden ingedeeld wegens hun gevolgen voor de gezondheid of hun fysische effecten aan het Nationaal centrum ter voorkoming en behandeling van intoxicaties en tot wijziging van het koninklijk besluit van 13 november 2011 tot vaststelling van de retributies en bijdragen verschuldigd aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, uitvoert in de loop van het jaar onder vorm van een gevaarlijk gasmengsel op de markt heeft gebracht.
   § 5. In afwijking van paragraaf 1 is een retributie aan het voornoemde Fonds verschuldigd van 200 EUR door de persoon die de kennisgeving, bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 21 april 2016 inzake kennisgeving van mengsels die als gevaarlijk worden ingedeeld wegens hun gevolgen voor de gezondheid of hun fysische effecten aan het Nationaal centrum ter voorkoming en behandeling van intoxicaties en tot wijziging van het koninklijk besluit van 13 november 2011 tot vaststelling van de retributies en bijdragen verschuldigd aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, uitvoert per "gelijke groep" van gevaarlijke mengsels zoals gedefinieerd onder paragraaf 2.]1

  
Art.9. [1 § 1er. En même temps que les déclarations d'un mélange dangereux au "Centre national de prévention et de traitement des intoxications", effectuées conformément à l'article 2 de l'arrêté royal du 21 avril 2016 relatif à la notification des mélanges classés comme dangereux en raison de leurs effets sur la santé ou de leurs effets physiques au Centre national de prévention et de traitement des intoxications et modifiant l'arrêté royal du 13 novembre 2011 fixant les rétributions et cotisations dues au Fonds budgétaire des matières premières et des produits ou à l'article 45 du règlement (CE) n° 1272/2008 du Parlement européen et du Conseil du 16 décembre 2008 relatif à la classification, à l'étiquetage et à l'emballage des substances et des mélanges, modifiant et abrogeant les directives 67/548/CEE et 1999/45/CE et modifiant le règlement (CE) n° 1907/2006, combiné avec l'article 4 de l'arrêté royal du 7 septembre 2012 fixant la langue sur l'étiquette et sur la fiche de données de sécurité des substances et mélanges, et désignant le Centre national de prévention et de traitement des intoxications en tant qu'organisme au sens de l'article 45 du règlement (CE) n° 1272/2008, il incombe à la personne qui effectue la notification visée à l'article 2 de l'arrêté royal du 21 avril 2016 relatif à la notification des mélanges classés comme dangereux en raison de leurs effets sur la santé ou de leurs effets physiques au Centre national de prévention et de traitement des intoxications et modifiant l'arrêté royal du 13 novembre 2011 fixant les rétributions et cotisations dues au Fonds budgétaire des matières premières et des produits, de payer une rétribution unique de 200 EUR au Fonds budgétaire des matières premières et des produits.
   § 2. En cas de modification de la nature ou de la quantité d'un composant dangereux entrant dans la composition d'un mélange dangereux, une rétribution de 200 EUR devra également être payée par la personne qui effectue la notification visée à l'article 2 de l'arrêté royal du 21 avril 2016 relatif à la notification des mélanges classés comme dangereux en raison de leurs effets sur la santé ou de leurs effets physiques au Centre national de prévention et de traitement des intoxications et modifiant l'arrêté royal du 13 novembre 2011 fixant les rétributions et cotisations dues au Fonds budgétaire des matières premières et des produits, conformément au paragraphe 1er.
   Une rétribution de 35 EUR doit être payée par la personne qui effectue la notification visée à l'article 2 de l'arrêté royal du 21 avril 2016 relatif à la notification des mélanges classés comme dangereux en raison de leurs effets sur la santé ou de leurs effets physiques au Centre national de prévention et de traitement des intoxications et modifiant l'arrêté royal du 13 novembre 2011 fixant les rétributions et cotisations dues au Fonds budgétaire des matières premières et des produits lorsque seule sa dénomination est modifiée ou que ce mélange dangereux est seulement ajouté à un "groupe équivalent". Un "groupe équivalent" sont des mélanges dangereux de la même marque, mis sur le marché par une même personne et qui sont identiques en ce qui concerne les composants qui ont déterminé la classification et l'étiquetage liés au danger, les quantités de ces composants pouvant varier dans la mesure où la classification et l'étiquetage liés au danger restent inchangés.
   § 3. Par dérogation aux paragraphes 1er et 2, aucune rétribution n'est due pour :
   1° les mélanges dangereux mis sur le marché en quantités inférieures à 10 kg par an et par personne qui les met sur le marché;
   2° les mélanges dangereux mis sur le marché en quantités inférieures à 100 kg par an et par personne qui les met sur le marché et qui sont exclusivement destinés à des fins de recherche et de développement scientifique sous contrôle; la personne qui met de tels mélanges sur le marché tient les noms des clients à la disposition de l'autorité;
   3° les mélanges dangereux mis sur le marché à des fins de recherche et de développement de production et qui sont fournis à cet effet, en des quantités limitées et à un nombre limité de clients enregistrés, pendant une période d'un an; la personne qui met de tels mélanges sur le marché tient les noms des clients à la disposition des autorités;
   4° les produits de diagnostic in vitro;
   5° les standards analytiques;
   6° les réactifs mis sur le marché pour être utilisés dans des laboratoires, y compris les locaux de chimie dans les établissements d'enseignement.
   § 4. Par dérogation aux dispositions des paragraphe 1er et 2, une rétribution de 35 EUR par an doit être payée au Fonds budgétaire des matières premières et des produits par substance gazeuse dangereuse, mise sur le marché par la personne qui effectue la notification visée à l'article 2 de l'arrêté royal du 21 avril 2016 relatif à la notification des mélanges classés comme dangereux en raison de leurs effets sur la santé ou de leurs effets physiques au Centre national de prévention et de traitement des intoxications et modifiant l'arrêté royal du 13 novembre 2011 fixant les rétributions et cotisations dues au Fonds budgétaire des matières premières et des produits dans le courant de l'année.
   § 5. Par dérogation aux paragraphe 1er, une rétribution de 200 EUR est due au Fonds précité par la personne qui effectue la notification visée à l'article 2 de l'arrêté royal du 21 avril 2016 relatif à la notification des mélanges classés comme dangereux en raison de leurs effets sur la santé ou de leurs effets physiques au Centre national de prévention et de traitement des intoxications et modifiant l'arrêté royal du 13 novembre 2011 fixant les rétributions et cotisations dues au Fonds budgétaire des matières premières et des produits et ce, par "groupe équivalent" de mélanges dangereux, tel que défini au paragraphe 2.]1

  
HOOFDSTUK VII. - Voedingsmiddelen
CHAPITRE VII. - Denrées alimentaires
Art.10. § 1. [2 Iedere persoon die een dossier voorlegt aan de FOD VVL met het oog op het verkrijgen van een notificatienummer voor een voedingssupplement, in toepassing van de uitvoeringsbesluiten van de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere produkten, is gehouden een retributie van 350 EUR te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten. Indien het dossier elektronisch wordt ingediend via de applicatie FOODSUP op de website www.gezondheid.belgie.be, bedraagt de retributie 295 EUR.]2
  § 2. Iedere persoon die een dossier voorlegt aan de FOD VVL met het oog op het verkrijgen van een toelating, in toepassing van het koninklijk besluit van 11 oktober 1997 betreffende nieuwe voedingsmiddelen en nieuwe voedselingrediënten, is gehouden een retributie te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten waarvan het bedrag als volgt is vastgesteld :
  1° 3.718,50 EUR voor de aanvraag bedoeld in artikel 3, § 2, van Verordening 258/97/EG van 27 januari 1997 betreffende nieuwe voedingsmiddelen en nieuwe voedselingrediënten;
  2° 1.239,50 EUR voor de aanvraag bedoeld in artikel 3, § 4, van de voornoemde Verordening 258/97/EG.
  § 3. [2 De in lid 1 bedoelde vergoedingen zijn niet terug vorderbaar.]2
  
Art.10. § 1er. [2 Toute personne qui soumet un dossier au SPF SSE, en vue d'obtenir un numéro de notification pour un complément alimentaire, en application des arrêtés d'exécution de la loi du 24 janvier 1977 relative à la protection de la santé des consommateurs en ce qui concerne les denrées alimentaires et les autres produits, est tenue de payer une rétribution de 350 EUR au Fonds budgétaire des matières premières et des produits. Si le dossier est introduit par voie électronique via l'application FOODSUP sur le site www.sante.belgique.be, la rétribution est de 295 EUR.]2
  § 2. Toute personne qui soumet un dossier au SPF SSE, en vue d'obtenir une autorisation en application de l'arrêté royal du 11 octobre 1997 relatif aux nouveaux aliments et aux nouveaux ingrédients alimentaires, est tenue de payer une rétribution au Fonds budgétaire des matières premières et des produits dont le montant est fixé comme suit :
  1° 3.718,50 EUR pour la demande visée à l'article 3, § 2, du Règlement 258/97/CE du 27 janvier 1997 relatif aux nouveaux aliments et aux nouveaux ingrédients alimentaires;
  2° 1.239,50 EUR pour la demande visée à l'article 3, § 4, du Règlement 258/97/CE précité.
  § 3. [2 Les rétributions visées au paragraphe 1 sont irrécupérables.]2
  
HOOFDSTUK VIII. - Andere consumptieproducten
CHAPITRE VIII. - Autres produits de consommation
Art.11. § 1. [3 1° Iedere persoon die, overeenkomstig artikel 4 van het koninklijk besluit van 5 februari 2016 betreffende het fabriceren en het in de handel brengen van producten op basis van tabak en voor roken bestemde kruidenproducten, een kennisgeving indient voor een product op basis van tabak of een voor roken bestemd kruidenproduct, moet een retributie van 200 EUR voor elke nieuwe kennisgeving, een retributie van 100 EUR voor elke substantiële wijziging van een kennisgevingsdossier en een retributie van 50 EUR voor het indienen van de jaargegevens betalen.
   2° Iedere persoon die, overeenkomstig artikel 3 van het koninklijk besluit van 28 oktober 2016 betreffende het fabriceren en het in de handel brengen van elektronische sigaretten, een kennisgeving indient voor een elektronische sigaret, een navulverpakking, een elektronische sigaret zonder nicotine of een navulverpakking zonder nicotine, moet een retributie van 200 EUR voor elke nieuwe kennisgeving, een retributie van 100 EUR voor elke substantiële wijziging van een kennisgevingsdossier en een retributie van 50 EUR voor het indienen van de jaargegevens betalen.]3

  § 2. De administratieve boetes in het kader van de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere producten worden, voor zover zij geen betrekking hebben op de bevoegdheden van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, betaald aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten.
  § 3. [1 Iedere persoon die in het kader van de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere produkten, een certificaat voor andere producten aanvraagt aan de FOD VVL, is gehouden per certificaat een retributie van 80 euro te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, ongeacht het aantal kopieën van het certificaat.]1
  § 4. [2 ...]2
  § 5. Iedere persoon die een dossier voorlegt aan de FOD VVL met het oog op het inschrijven van een stof, evenals de aanvraag voor het wijzigen van de gehalten of van enige andere toelatingsvoorwaarde op de lijsten van stoffen, in toepassing van het koninklijk besluit van 30 januari 1979 tot vaststelling van de procedure voor inschrijving op de lijsten van toegelaten stoffen in de voorwerpen en stoffen bestemd om met voedingsmiddelen in contact te komen alsmede voor wijzigingen van diezelfde lijsten, is gehouden een retributie te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten waarvan het bedrag als volgt is vastgesteld :
  1° [1 500,00 euro]1 per stof voor de inschrijving van stoffen die niet op een van de lijsten voorkomen;
  2° [1 250 euro per stof voor de inschrijving van stoffen die reeds op een van de lijsten voorkomen of voor het wijzigen van gehalten of van enige andere toelatingsvoorwaarde evenals voor het bepalen van grenswaarden.]1
  § 6. [2 Iedere persoon die een dossier voorlegt aan de FOD VVL met het oog op een registratie overeenkomstig artikel 4 van het koninklijk besluit van 17 juli 2012 betreffende cosmetische producten, is gehouden een retributie van 125 euro te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten.]2
  
Art.11. § 1er. [3 1° Toute personne qui soumet une notification pour un produit à base de tabac ou un produit à fumer à base de plantes conformément à l'article 4 de l'arrêté royal du 5 février 2016 relatif à la fabrication et à la mise dans le commerce des produits à base de tabac et des produits à fumer à base de plantes est tenue de payer une rétribution de 200 EUR pour chaque nouvelle notification, une rétribution de 100 EUR pour chaque modification substantielle d'un dossier de notification et une rétribution de 50 EUR pour la soumission des données annuelles.
   2° Toute personne qui soumet une notification pour une cigarette électronique, un flacon de recharge, une cigarette électronique sans nicotine ou flacon de recharge sans nicotine conformément à l'article 3 de l'arrêté royal du 28 octobre 2016 relatif à la fabrication et à la mise dans le commerce des cigarettes électroniques est tenue de payer une rétribution de 200 EUR pour chaque nouvelle notification, une rétribution de 100 EUR pour chaque modification substantielle d'un dossier de notification et une rétribution de 50 EUR pour la soumission des données annuelles.]3

  § 2. Les amendes administratives dans le cadre de la loi du 24 janvier 1977 relative à la protection de la santé des consommateurs en ce qui concerne les denrées alimentaires et les autres produits, sont, pour autant qu'elles ne concernent pas les compétences de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire, payées au Fonds budgétaire des matières premières et des produits.
  § 3. [1 Toute personne qui sollicite le SPF SSE, dans le cadre de la loi du 24 janvier 1977 relative à la protection de la santé des consommateurs en ce qui concerne les denrées alimentaires et les autres produits, pour obtenir un certificat pour d'autres produits est tenue d'acquitter au Fonds budgétaire des matières premières et des produits une rétribution de 80 euros par certificat, quel que soit le nombre de copies du certificat.]1
  § 4. [2 ...]2
  § 5. Toute personne qui soumet un dossier au SPF SSE, en vue de l'inscription d'une substance ainsi que la demande de modification des teneurs ou de quelque autre condition d'autorisation, sur les listes des substances, en application de l'arrêté royal du 30 janvier 1979 déterminant la procédure d'inscription sur les listes de substances autorisées dans les objets et matières destinés à entrer en contact avec les denrées alimentaires ainsi que les modifications des mêmes listes, est tenue de payer une rétribution au Fonds budgétaire des matières premières et des produits dont le montant est fixé comme suit :
  1° [1 500,00 euros]1 par substance pour les inscriptions des substances qui ne figurent pas encore sur l'une des listes;
  2° [1 250 euros par substance pour l'inscription des substances qui figurent déjà sur l'une des listes ou pour la modification des teneurs ou de quelque autre condition d'autorisation ainsi que pour la détermination de seuils de préoccupation.]1
  § 6. [2 Toute personne qui soumet un dossier au SPF SSE en vue d'un enregistrement conformément à l'article 4 de l'arrêté royal du 17 juillet 2012 relatif aux produits cosmétiques, est tenue de payer une rétribution de 125 euros au Fonds budgétaire des matières premières et des produits.]2
  
HOOFDSTUK IX. - Detergenten
CHAPITRE IX. - Détergents
Art.12. Iedere persoon die, overeenkomstig het artikel 5 van de verordening (EG) nr. 648/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de detergenten, een aanvraag tot afwijking indient bij de bevoegde Belgische overheid, is gehouden een retributie van 1.000 EUR te betalen.
Art.12. Toute personne qui, conformément à l'article 5 du Règlement (CE) n° 648/2004 du Parlement européen et du Conseil du 31 mars 2004 relatif aux détergents, introduit une demande de dérogation auprès de l'autorité compétente belge, est tenue d'acquitter une redevance de 1.000 EUR.
HOOFDSTUK X. - Bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten
CHAPITRE X. - Protection des espèces de faune et de flore sauvages
Art.13. § 1. Iedere persoon die een dossier voorlegt aan de FOD VVL, met het oog op het verkrijgen van een certificaat of een vergunning, in toepassing van het koninklijk besluit van 9 april 2003 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer, [4 of met het oog op het verkrijgen van een registratie,]4 is gehouden een retributie te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten waarvan het bedrag als volgt is vastgesteld :
  1° voor elke aanvraag voor een certificaat voor dierlijke specimen : [4 30,00 euro]4 per soort;
  2° voor elke aanvraag voor een invoer- of uitvoervergunning of een wederuitvoercertificaat voor dierlijke specimen : [4 70 euro voor de eerste soort en voor elke bijkomende soort 35 euro]4;
  3° voor elke aanvraag voor een certificaat voor plantaardige specimen : [4 30,00 euro]4 per genus;
  4° voor elke aanvraag voor een invoer- of uitvoervergunning of een wederuitvoercertificaat voor plantaardige specimen : [4 70 euro voor de eerste genus en voor elke bijkomende genus 35 euro]4.
  [1 5° voor elke aanvraag voor een certificaat van persoonlijke eigendom of een certificaat voor reizende tentoonstelling of een certificaat van monsterverzameling [2 of muziekinstrumentencertificaat]2 : [3 80 euro]3 per aanvraag;
   6° elke aanvraag tot vervanging van documenten vermeld in punt 1° tot 5° is onderhevig aan de retributies zoals voorzien in punt 1° tot 5°;]1

  [4 7° voor elke aanvraag tot registratie of aanvraag tot wijziging van een bestaande registratie van een instelling waarbij specimens van de in Bijlage I bij de overeenkomst vermelde diersoorten voor commerciële doeleinden in gevangenschap worden gefokt: 350 euro per soort.]4
  § 2. In afwijking op § 1, dient de retributie niet betaald te worden :
  1° door de wetenschappelijke instellingen, geregistreerd bij de FOD VVL overeenkomstig artikel 7.4 van Verordening 338/97/EG van de Raad van 9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer;
  2° door de instellingen of verenigingen bedoeld bij artikel 19 van het in § 1 vermelde koninklijk besluit;
  3° door de universitaire inrichtingen, in het kader van onderzoeksprogramma's betreffende de bescherming van de soort;
  4° door de diensten en organismen die afhangen van ministeriële departementen;
  5° voor de aanvragen betreffende soorten die niet zijn opgenomen in een van de bijlagen bij de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (CITES);
  [1 [2 door opvangcentra en asielen erkend door de bevoegde federale en regionale overheidsinstanties, in het kader van hun werking met betrekking tot de opvang van achtergelaten of in bewaring gegeven specimens in toepassing van de CITES-wetgeving]2.]1
  § 3. De administratieve geldboetes in het kader van de wet van 28 juli 1981 houdende goedkeuring van de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (CITES), en van de Bijlagen, opgemaakt te Washington op 3 maart 1973, alsmede van de wijziging van de Overeenkomst, aangenomen te Bonn op 22 juni 1979, worden betaald aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten.
  § 4. De opbrengst van de openbare verkoop van specimens opgenomen in de bijlagen van de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (CITES), die verbeurd verklaard zijn of afgestaan aan de Schatkist, worden gestort in het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, na aftrek van de onkosten verbonden aan deze verkoop en aan de bewaring van de specimens en, in voorkomend geval, van de op die specimens verschuldigde belastingen wegens invoer.
  [2 § 5. De volgende terugbetalingen van kosten gemaakt voor specimens opgenomen in de bijlage van de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten, worden gestort in het begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, in het kader van de wet van 28 juli 1981 houdende goedkeuring van de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten, en van de Bijlagen, opgemaakt te Washington op 3 maart 1973, alsmede van de Wijziging van de Overeenkomst, aangenomen te Bonn op 22 juni 1979:
   1° de kosten van het terugzenden naar de Staat van uitvoer, die zouden zijn gemaakt en die niet door de Staat van uitvoer werden betaald;
   2° de kosten van bewaring en diergeneeskundige onkosten tot de datum van definitieve toewijzing aan een geschikt natuurlijk of rechtspersoon;
   3° de kosten van het slachten of vernietigen;
   4° de kosten van het vervoer naar een bewaarcentrum;
   5° de kosten van expertise inzake determinatie, verwantschap of ouderdom.]2

  
Art.13. § 1er. Toute personne qui soumet un dossier au SPF SSE, en vue d'obtenir un certificat ou un permis en application de l'arrêté royal du 9 avril 2003 relatif à la protection des espèces de faune et de flore sauvages par le contrôle de leur commerce [4 , ou en vue d'obtenir un enregistrement]4, est tenue de payer une rétribution au Fonds budgétaire des matières premières et des produits dont le montant est fixé comme suit :
  1° pour toute demande de certificat pour des spécimens d'animaux : [4 30,00 euros]4 par espèce;
  2° pour toute demande de permis d'importation ou d'exportation ou de certificat de réexportation pour des spécimens d'animaux : [4 70 euros pour la première espèce et 35 euros pour chaque espèce supplémentaire]4;
  3° pour toute demande de certificat pour des spécimens de plantes : [4 30,00 euros]4 par genre;
  4° pour toute demande de permis d'importation ou d'exportation ou de certificat de réexportation pour des spécimens de plantes : [4 70 euros pour le premier genre et 35 euros pour chaque genre supplémentaire]4;
  [1 5° pour toute demande de certificat de propriété ou de certificat pour exposition itinérante ou certificat pour collection d'échantillons [2 ou certificat pour instrument de musique]2 : [3 80,00 euros]3 par demande;
   6° [2 par centres de sauvegarde et refuges approuvés par les autorités compétentes fédérales et régionales, dans le cadre de leur action concernant l'hébergement des spécimens abandonnés ou déposés en rapport avec l'application de la législation CITES]2;]1

  [4 7° pour toute demande d'enregistrement ou demande de changement d'un enregistrement déjà établi d'un établissement élevant en captivité à des fins commerciales des specimens des espèces animales inscrites à l'annexe I de la convention : 350 euro par espèce.]4
  § 2. Par dérogation au § 1er, la rétribution ne doit pas être payée :
  1° par les institutions scientifiques, enregistrées auprès du SPF SSE conformément à l'article 7.4 du Règlement n° 338/97/CE du Conseil du 9 décembre 1996 relatif à la protection des espèces de faune et de flore sauvages par le contrôle de leur commerce;
  2° par les établissements ou associations visées à l'article 19 de l'arrêté royal mentionné au § 1er;
  3° par les établissements universitaires dans le cadre de programmes de recherche sur la conservation des espèces;
  4° par les services et organismes dépendants de départements ministériels;
  5° pour les demandes concernant des espèces qui ne sont pas inscrites à l'une des annexes de la Convention sur le commerce international des espèces de faune et de flore sauvages menacées d'extinction (CITES);
  [1 6° centres de sauvegarde et refuges approuvés par les autorités compétentes fédérales et régionales.]1
  § 3. Les amendes administratives dans le cadre de la loi du 28 juillet 1981 portant approbation de la Convention sur le commerce international des espèces de faune et de flore sauvages menacées d'extinction (CITES), et des annexes, faites à Washington le 3 mars 1973, ainsi que de l'amendement à la Convention, adopté à Bonn le 22 juin 1979, sont payées au Fonds budgétaire des matières premières et des produits.
  § 4. Le produit de la vente publique de spécimens repris aux annexes de la Convention sur le commerce international des espèces de faune et de flore menacées d'extinction (CITES), confisqués ou abandonnés au profit du Trésor, est versé au Fonds budgétaire des matières premières et des produits, déduction faite des frais liés à cette vente et à la conservation des spécimens et, le cas échéant, des impositions dues à cause de l'importation des spécimens.
  [2 § 5. Les remboursements des frais suivants induits pour les spécimens inscrits aux annexes de la Convention relative au commerce international des espèces de faune et de flore sauvages menacées, seront versés au Fonds budgétaire des matières premières et des produits, dans le cadre de la loi du 28 juillet portant approbation de la Convention sur le commerce international des espèces de faune et de flore sauvages menacées, et des Annexes, faites à Washington le 3 mars 1973, ainsi que de l'Amendement à la Convention, adopté à Bonn le 22 juin 1979 :
   1° les frais de renvoi vers l'Etat d'exportation, qui devront être effectués et ne sont pas payés par l'Etat d'exportation;
   2° les frais d'hébergement et frais vétérinaires jusqu'à la date d'attribution définitive à la personne physique ou morale appropriée;
   3° les frais d'abattage ou de destruction;
   4° les frais du transport à un centre de sauvegarde;
   5° les frais de l'expertise relative à l'identification, à la filiation ou à l'âge.]2

  
HOOFDSTUK X/1. [1 Uitvoer buiten de Europese Gemeenschap van bepaalde gevaarlijke chemische stoffen en pesticiden.]1
CHAPITRE X/1. [1 Exportations de certains produits chimiques et pesticides dangereux en dehors de la Communauté européenne]1
Art. 13/1. [1 Iedere exporteur die een kennisgeving doet met het oog op een uitvoer voorgeschreven door artikel 8, lid 8 van de Verordening (EU) nr. 649/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de in- en uitvoer van gevaarlijke chemische stoffen, is gehouden [2 een retributie van 300 EUR per kennisgeving]2 te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten.]1
  
Art. 13/1. [1 Tout exportateur qui fait une notification d'exportation prescrite par l'article 8, paragraphe 8 du règlement (UE) n° 649/2012 du Parlement européen et du Conseil du 4 juillet 2012 concernant les exportations et importations de produits chimiques dangereux, est tenu de payer [2 une rétribution de 300 EUR par notification]2 au Fonds budgétaire des matières premières et des produits.]1
  
HOOFDSTUK X/2. - [1 Vrijstelling op de REACH verordening, de biociden verordening en de CLP verordening wanneer dat noodzakelijk is in het belang van defensie]1
CHAPITRE X/2. [1 Exemption aux règlements REACH, biocides et CLP lorsque ces exemptions s'avèrent nécessaires aux intérêts de la défense]1
Art. 13/2. [1 Iedere persoon die een dossier voorlegt aan de FOD VVL, met het oog op het verkrijgen van een vrijstelling, in toepassing van het koninklijk besluit van 9 maart 2014 tot vaststelling van de voorwaarden van het indienen en behandelen van de vrijstelling op de REACH verordening, de biociden verordening en de CLP verordening wanneer dat noodzakelijk is in het belang van defensie, is gehouden [2 een retributie van 10.000 EUR]2 te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten.]1
  
Art. 13/2. [1 Toute personne qui soumet un dossier au SPF SPSCAE en vue d'obtenir une exemption en application de l'arrêté royal du 9 mars 2014 établissant les conditions d'introduction et de traitement de l'exemption aux règlements REACH, biocides et CLP lorsque ces exemptions s'avèrent nécessaires aux intérêts de la défense est tenue de payer [2 une rétribution de 10.000 EUR]2 au Fonds budgétaire des matières premières et des produits.]1
  
HOOFDSTUK X/3. - [1 De federale databank voor milieuprofielen van bouwproducten]1
CHAPITRE X/3. [1 La base de données fédérale des profils environnementaux des produits de construction]1
Art. 13/3. [1 § 1. Iedere persoon die, overeenkomstig artikel 3 en 5 van het koninklijk besluit van 22 mei 2014 tot vaststelling van de minimumeisen voor het aanbrengen van milieuboodschappen op bouwproducten en voor het registreren van milieuproductverklaringen in de federale databank, een milieuproductverklaring wil registreren in de federale databank is gehouden een éénmalige retributie van 150 EUR te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten. Een milieuproductverklaring bestaat uit een productbeschrijving en een bijhorend milieuprofiel. Een milieuprofiel is een set van milieu-indicatoren, inclusief eventueel verschillende scenario's, horende bij een productbeschrijving. Een milieuprofiel is een onderdeel van een milieuproductverklaring die bestaat uit een productbeschrijving en bijhorend milieuprofiel.
   Per aanvraag tot registratie is eveneens een retributie per geregistreerde productbeschrijving en per geregistreerd milieuprofiel verschuldigd.
   De retributie afhankelijk van het aantal milieuprofielen bedraagt :
   1° 150 EUR per milieuprofiel, voor de eerste vijf geregistreerde milieuprofielen;
   2° 125 EUR per milieuprofiel, voor het zesde t.e.m. het tiende geregistreerde milieuprofiel;
   3° 100 EUR per milieuprofiel, voor het elfde t.e.m. het vijftigste geregistreerde milieuprofiel;
   4° 50 EUR per milieuprofiel, vanaf het eenenvijftigste geregistreerde milieuprofiel.
   Per geregistreerde productbeschrijving bedraagt de retributie 50 EUR. Bij elk milieuprofiel hoort minstens één productbeschrijving.
   Per aanvraag tot verlenging, wijziging of uitbreiding van een geregistreerd milieuprofiel met bijvoorbeeld bijkomende of geüpdatete indicatoren, scenario's of gewijzigde indicatoren is de retributie per milieuprofiel als volgt vastgelegd :
   1° 100 EUR per milieuprofiel voor de eerste vijf betroffen milieuprofielen;
   2° 75 EUR per milieuprofiel voor het zesde t.e.m. het tiende betroffen milieuprofiel;
   3° 60 EUR per milieuprofiel voor het elfde t.e.m. het vijftigste betroffen milieuprofiel;
   4° 40 EUR per milieuprofiel vanaf het eenenvijftigste betroffen milieuprofiel.
   Per aanvraag tot verlenging van de geldigheid van een geregistreerd milieuprofiel zonder enige wijziging aan de productbeschrijving, het milieuprofiel, de indicatoren of de scenariobeschrijvingen bedraagt de retributie 75 EUR per milieuprofiel.
   Alle bovenstaande retributies zijn ook van toepassing op :
   1° groeperingen van fabrikanten bij aanvraag tot publicatie van een collectief milieuprofiel;
   2° fabrikanten bij de aanvraag tot publicatie van het milieuprofiel gebruik makend van een collectief milieuprofiel.
   § 2. Voor de aanmelding van verifiërende personen, overeenkomstig artikel 8 van het koninklijk besluit van 22 mei 2014 tot vaststelling van de minimumeisen voor het aanbrengen van milieuboodschappen op bouwproducten en voor het registreren van milieuproductverklaringen in de federale databank, is een retributie verschuldigd van :
   1° 1.600 EUR per verifiërende persoon voor een eerste periode van vier jaar;
   2° 800 EUR voor de verlenging van de geldigheid van een reeds aangemelde verifiërende persoon voor een nieuwe periode van vier jaar.]1

  
Art. 13/3. [1 § 1er. Toute personne qui, conformément à l'article 3 et 5 de l'arrêté royal du 22 mai 2014 fixant les exigences minimales pour les affichages environnementaux sur les produits de construction et pour l'enregistrement des déclarations environnementales de produits dans la base de données fédérale, souhaite enregistrer une déclaration environnementale de produit dans la base de données fédérales est tenue de payer une rétribution unique de 150 EUR au Fonds budgétaire des matières premières et des produits. Une déclaration environnementale de produit consiste en une description du produit et un profil environnemental correspondant. Un profil environnemental est un ensemble d'indicateurs environnementaux, incluant éventuellement plusieurs scénarios relevant d'une description de produit. Un profil environnemental est un élément d'une déclaration environnementale de produit qui consiste en une description de produit et un profil environnemental correspondant.
   Par demande d'enregistrement, une rétribution est également due par description de produit enregistrée et par profil environnemental enregistré.
   En fonction du nombre de profils environnementaux, la rétribution s'élève à :
   1° 150 EUR par profil environnemental, pour les cinq premiers profils environnementaux enregistrés;
   2 ° 125 EUR par profil environnemental, du sixième au dixième profil environnemental enregistrés inclus;
   3 ° 100 EUR par profil environnemental, du onzième au cinquantième profil environnemental enregistrés inclus;
   4 ° 50 EUR par profil environnemental, à partir du cinquante et unième profil environnemental enregistré.
   Par description de produit enregistré, la rétribution s'élève à 50 EUR. A tout profil environnemental correspond au moins une description de produit.
   Par demande de prolongation, de modification ou d'extension d'un profil environnemental enregistré avec, par exemple, des indicateurs, scénarios supplémentaires ou actualisés ou des indicateurs modifiés, la rétribution par profil environnemental est fixée comme suit :
   1° 100 EUR par profil environnemental, pour les cinq premiers profils environnementaux concernés;
   2 ° 75 EUR par profil environnemental, du sixième au dixième profil environnemental concernés inclus;
   3 ° 60 EUR par profil environnemental, du onzième au cinquantième profil environnemental concernés inclus;
   4 ° 40 EUR par profil environnemental, à partir du cinquante et unième profil environnemental concernés.
   Par demande de prolongation de la validité d'un profil environnemental enregistré sans aucune modification de la description du produit, du profil environnemental, des indicateurs ou des descriptions de scénarios, la rétribution s'élève à 75 EUR par profil environnemental.
   Toutes les rétributions précitées s'appliquent également aux :
   1° groupements de fabricants lors de la demande de publication d'un profil environnemental collectif;
   2 ° fabricants lors de la demande de publication du profil environnemental utilisant un profil environnemental collectif.
   § 2. Pour la notification des personnes vérificatrices, conformément à l'article 8 de l'arrêté royal du 22 mai 2014 fixant les exigences minimales pour les affichages environnementaux sur les produits de construction et pour l'enregistrement des déclarations environnementales de produits dans la base de données fédérale, une rétribution est due, qui s'élève à :
   1° 1.600 EUR par personne vérificatrice pour une première période de quatre ans;
   2° 800 EUR pour la prolongation de la validité d'une personne vérificatrice déjà notifiée pour une nouvelle période de quatre ans.]1

  
HOOFDSTUK X/4. [1 De bijdrage aan de databank voor het opvolgen van de markt van producten]1
CHAPITRE X/4. [1 La contribution à la base de données de suivi du marché de produits]1
Art. 13/4. [1 Als ze gebruik maken van een databank voor het opvolgen van de markt van producten krachtens de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu, de volksgezondheid en de werknemers, dragen de andere publieke instanties bij aan de ter beschikking stelling van deze databank. De bijdrage alsook de voorwaarden voor het gebruik van deze databank maken het onderwerp uit van een protocol akkoord tussen de minister bevoegd voor Leefmilieu en de wettelijke vertegenwoordiger van de toezichthoudende autoriteit van de gebruikende publieke instantie.]1
  
Art. 13/4. [1 Lorsqu'ils utilisent une base de données de suivi du marché de produits relevant de la loi du 21 décembre 1998 relative aux normes de produits ayant pour but la promotion de modes de production et de consommation durables et la protection de l'environnement, de la santé et des travailleurs, les autres pouvoirs publics contribuent à la mise à disposition de cette base de données. La contribution ainsi que les conditions d'utilisation de cette base de données font l'objet d'un protocole d'accord entre le ministre qui a l'Environnement dans ses attributions et le représentant légal de l'autorité de tutelle du pouvoir public utilisateur.]1
  
HOOFDSTUK X/5. [1 - Houtproducten]1
CHAPITRE X/5. [1 - Bois]1
Art. 13/5. [1 Iedere persoon die een FLEGT-vergunning ter goedkeuring indient bij de FOD VVL met het oog op het in het vrije verkeer stellen van een zending houtproducten zoals bedoeld in artikel 5 van verordening (EG) Nr. 2173/2005 van de Raad van 20 december 2005 inzake de opzet van een FLEGT-vergunningensysteem voor de invoer van hout in de Europese Gemeenschap, is gehouden [2 een retributie van 60 EUR per FLEGT-vergunning]2 te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten.
   De retributie is niet verschuldigd als het een FLEGT-vergunning betreft voor een zending houtproducten van maximaal 500 kg.]1

  
Art. 13/5. [1 Toute personne qui soumet pour approbation une autorisation FLEGT au SPF SPSCAE en vue de la mise en libre pratique d'une expédition de bois comme prévu dans l'article 5 du Règlement (CE) n° 2173/2005 du Conseil du 20 décembre 2005 concernant la mise en place d'un régime d'autorisation FLEGT relatif aux importations de bois dans la Communauté européenne, est tenue de s'acquitter [2 une rétribution de 60 EUR par autorisation FLEGT]2 au Fonds budgétaire des matières premières et des produits.
   La rétribution n'est pas due si elle concerne une autorisation FLEGT pour une expédition de bois de maximum 500 kg.]1

  
HOOFDSTUK X/6. [1 - Administratieve geldboetes in het kader van de wet productnormen]1
CHAPITRE X/6. [1 - Les amendes administratives dans le cadre de la loi normes de produits]1
Art. 13/6. [1 De administratieve geldboetes in het kader van de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu, de volksgezondheid en de werknemers, worden betaald aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten.]1
  
Art. 13/6. [1 Les amendes administratives dans le cadre de la loi du 21 décembre 1998 relative aux normes de produits ayant pour but la promotion de modes de production et de consommation durables et la protection de l'environnement, de la santé et des travailleurs, sont payées au Fonds budgétaire des matières premières et des produits.]1
  
HOOFDSTUK XI. - Slotbepalingen
CHAPITRE XI. - Dispositions finales
Art.14. De aanvragen en de dossiers bedoeld in de artikelen 1, 4, 5, 6, 8, 9, 10, 11, 12 en 13 [1 ,13/1, 13/2 en 13/3]1 zijn slechts ontvankelijk nadat het bewijs van de betaling van de retributie werd geleverd.
  
Art.14. Les demandes et les dossiers visés aux articles 1er, 4, 5, 6, 8, 9, 10, 11, 12 et 13 [1 ,13/1, 13/2 et 13/3 ]1 ne sont recevables que lorsque la preuve du paiement des rétributions prévues a été fournie.
  
Art.15. Het koninklijk besluit van 14 januari 2004 tot vaststelling van de retributies en bijdragen verschuldigd aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten wordt opgeheven.
Art.15. L'arrêté royal du 14 janvier 2004 fixant les rétributions et cotisations dues au Fonds budgétaire des matières premières et des produits, est abrogé.
Art.16. De Minister bevoegd voor Volksgezondheid en de Minister bevoegd voor Klimaat en Energie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art.16. Le Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions et le Ministre qui a le Climat et l'Energie dans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. [1 Bijlage 1 bij het koninklijk besluit van 13 november 2011 tot vaststelling van de retributies en bijdragen verschuldigd aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten.
   Indien België optreedt als beoordelende bevoegde autoriteit voor de beoordeling van :
   1°. een aanvraag tot goedkeuring of tot verlenging van de goed-keuring van een werkzame stof in het kader van artikel 7, lid 1 of artikel 13, lid 3 van Verordening 528/2012, of
   2°. een aanvraag tot goedkeuring van een werkzame stof in het kader van artikel 17 van Verordening 1062/2014, of
   3°. een aanvraag tot opname van een werkzame stof in bijlage I van Verordening 528/2012 in het kader van artikel 3, lid 1 van Verordening 88/2014,
   gelden de retributies vermeld in onderstaande tabel.
Art. N1. [1 Annexe 1 à l'arrêté royal du 13 novembre 2011 fixant les rétributions et cotisations dues au Fonds budgétaire des matières premières et des produits
   Lorsque la Belgique agit en tant qu'autorité compétente d'évaluation pour l'évaluation :
   1°. d'une demande d'approbation ou de prolongation de l'approbation d'une substance active dans le cadre de l'article 7, paragraphe 1er ou article 13, paragraphe 3 du Règlement 528/2012, ou
   2°. d'une demande d'approbation d'une substance active dans le cadre de l'article 17 du Règlement 1062/2014, ou
   3°. d'une demande d'inclusion d'une substance active dans l'annexe I du Règlement 528/2012 dans le cadre de l'article 3, paragraphe 1er du Règlement 88/2014,
   les rétributions mentionnées dans le tableau ci-dessous sont d'application.
Algemene beschrijving van de taak Retributie Referentie artikel van Verordening 528/2012 tenzij anders vermeld
Beoordeling van een aanvraag tot goedkeuring voor één productsoort  150.000 EUR
   Micro-organisme : 90.000 EUR
Artikel 7, lid 3 of artikel 4, lid 4 van Verordening 1062/2014
Beoordeling van een aanvraag tot goedkeuring per bijkomende productsoort  75.000 EUR
   Micro-organisme : 45.000 EUR
Artikel 7, lid 3 of artikel 4, lid 4 van Verordening 1062/2014
Beoordeling van een aanvraag tot verlenging van een goedkeuring voor één productsoort Volledige beoordeling 150.000 EUR
   Micro-organisme : 90.000 EUR
Artikel 14, lid 2
 Geen volledige beoordeling 75.000 EUR
   Micro-organisme : 45.000 EUR
Artikel 14, lid 2
Beoordeling van een aanvraag tot verlenging van een goedkeuring per bijkomende productsoort Volledige beoordeling 75.000 EUR
   Micro-organisme : 45.000 EUR
Artikel 14, lid 2
 Geen volledige beoordeling 40.000 EUR
   Micro-organisme : 25.000 EUR
Artikel 14, lid 2
Beoordeling van een aanvraag tot opname van een werkzame stof in bijlage I van Verordening 528/2012 cat 1, 2, 3, 4, 5 30.000 EUR Artikel 7, lid 3 van Verordening 88/2014
 cat 6 45.000 EUR Artikel 7, lid 3 van Verordening 88/2014
Algemene beschrijving van de taak Retributie Referentie artikel van Verordening 528/2012 tenzij anders vermeldBeoordeling van een aanvraag tot goedkeuring voor één productsoort 150.000 EUR
   Micro-organisme : 90.000 EUR Artikel 7, lid 3 of artikel 4, lid 4 van Verordening 1062/2014Beoordeling van een aanvraag tot goedkeuring per bijkomende productsoort 75.000 EUR
   Micro-organisme : 45.000 EUR Artikel 7, lid 3 of artikel 4, lid 4 van Verordening 1062/2014Beoordeling van een aanvraag tot verlenging van een goedkeuring voor één productsoort Volledige beoordeling 150.000 EUR
   Micro-organisme : 90.000 EUR Artikel 14, lid 2Geen volledige beoordeling 75.000 EUR
   Micro-organisme : 45.000 EUR Artikel 14, lid 2Beoordeling van een aanvraag tot verlenging van een goedkeuring per bijkomende productsoort Volledige beoordeling 75.000 EUR
   Micro-organisme : 45.000 EUR Artikel 14, lid 2Geen volledige beoordeling 40.000 EUR
   Micro-organisme : 25.000 EUR Artikel 14, lid 2Beoordeling van een aanvraag tot opname van een werkzame stof in bijlage I van Verordening 528/2012 cat 1, 2, 3, 4, 5 30.000 EUR Artikel 7, lid 3 van Verordening 88/2014cat 6 45.000 EUR Artikel 7, lid 3 van Verordening 88/2014
]1
  
Description générale de la tâche Rétribution Article de référence du Règlement 528/2012 (sauf mention contraire)
Evaluation d'une demande d'approbation pour un type de produits  150.000 EUR
   Micro-organisme : 90.000 EUR
Article 7, paragraphe 3 ou article 4, paragraphe 4 du Règlement 1062/2014
Evaluation d'une demande d'approbation par type de produits supplémentaire  75.000 EUR
   Micro-organisme : 45.000 EUR
Article 7, paragraphe 3 ou article 4, paragraphe 4 du Règlement 1062/2014
Evaluation d'une demande de prolongation d'une approbation pour un type de produits Evaluation complète 150.000 EUR
   Micro-organisme : 90.000 EUR
Article 14, paragraphe 2
 Pas d'évaluation complète 75.000 EUR
   Micro-organisme : 45.000 EUR
Article 14, paragraphe 2
Evaluation d'une demande de prolongation d'une approbation par type de produits supplémentaire Evaluation complète 75.000 EUR
   Micro-organisme : 45.000 EUR
Article 14, paragraphe 2
 Pas d'évaluation complète 40.000 EUR
   Micro-organisme : 25.000 EUR
Article 14, paragraphe 2
Evaluation d'une demande d'inclusion d'une substance active dans l'annexe I du Règlement 528/2012 cat 1, 2, 3, 4, 5 30.000 EUR Article 7, paragraphe 3 du Règlement 88/2014
 cat 6 45.000 EUR Article 7, paragraphe 3 du Règlement 88/2014
Description générale de la tâche Rétribution Article de référence du Règlement 528/2012 (sauf mention contraire)Evaluation d'une demande d'approbation pour un type de produits 150.000 EUR
   Micro-organisme : 90.000 EUR Article 7, paragraphe 3 ou article 4, paragraphe 4 du Règlement 1062/2014Evaluation d'une demande d'approbation par type de produits supplémentaire 75.000 EUR
   Micro-organisme : 45.000 EUR Article 7, paragraphe 3 ou article 4, paragraphe 4 du Règlement 1062/2014Evaluation d'une demande de prolongation d'une approbation pour un type de produits Evaluation complète 150.000 EUR
   Micro-organisme : 90.000 EUR Article 14, paragraphe 2Pas d'évaluation complète 75.000 EUR
   Micro-organisme : 45.000 EUR Article 14, paragraphe 2Evaluation d'une demande de prolongation d'une approbation par type de produits supplémentaire Evaluation complète 75.000 EUR
   Micro-organisme : 45.000 EUR Article 14, paragraphe 2Pas d'évaluation complète 40.000 EUR
   Micro-organisme : 25.000 EUR Article 14, paragraphe 2Evaluation d'une demande d'inclusion d'une substance active dans l'annexe I du Règlement 528/2012 cat 1, 2, 3, 4, 5 30.000 EUR Article 7, paragraphe 3 du Règlement 88/2014cat 6 45.000 EUR Article 7, paragraphe 3 du Règlement 88/2014
]1
  
Art. N1 TOEKOMSTIG RECHT. [1 Bijlage 1 bij het koninklijk besluit van 13 november 2011 tot vaststelling van de retributies en bijdragen verschuldigd aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten
   Indien België optreedt als beoordelende bevoegde autoriteit voor de beoordeling van :
   1°. een aanvraag tot goedkeuring of tot verlenging van de goedkeuring van een werkzame stof in het kader van artikel 7, lid 1 of artikel 13, lid 3 van Verordening 528/2012, of
   2°. een aanvraag tot goedkeuring van een werkzame stof in het kader van artikel 17 van Verordening 1062/2014, of
   3°. een aanvraag tot opname van een werkzame stof in bijlage I van Verordening 528/2012 in het kader van artikel 3, lid 1 van Verordening 88/2014,
   gelden de retributies vermeld in onderstaande tabel.
Art.N1 DROIT FUTUR. [1 Annexe 1re à l'arrêté royal du 13 novembre 2011 fixant les rétributions et cotisations dues au Fonds budgétaire des matières premières et des produits
   Lorsque la Belgique agit en tant qu'autorité compétente d'évaluation pour l'évaluation :
   1°. d'une demande d'approbation ou de prolongation de l'approbation d'une substance active dans le cadre de l'article 7, paragraphe 1er ou article 13, paragraphe 3 du Règlement 528/2012, ou
   2°. d'une demande d'approbation d'une substance active dans le cadre de l'article 17 du Règlement 1062/2014, ou
   3°. d'une demande d'inclusion d'une substance active dans l'annexe I du Règlement 528/2012 dans le cadre de l'article 3, paragraphe 1er du Règlement 88/2014,
   les rétributions mentionnées dans le tableau ci-dessous sont d'application.
Algemene beschrijving van de taak Retributie Referentie artikel van Verordening 528/2012 (tenzij anders vermeld)
Beoordeling van een aanvraag tot goedkeuring voor één productsoort  187.500 EUR Artikel 7, lid 3 of artikel 4, lid 4 van Verordening 1062/2014
Beoordeling van een aanvraag tot goedkeuring per bijkomende productsoort, of beoordeling van een aanvraag tot toevoeging van een bijkomende productsoort voor een reeds goedgekeurde werkzame stof  93.750 EUR Artikel 7, lid 3 of artikel 4, lid 4 van Verordening 1062/2014
Beoordeling van een aanvraag tot verlenging van een goedkeuring voor één productsoort Volledige beoordeling 187.500 EUR Artikel 14, lid 2
 Geen volledige beoordeling 93.750 EUR Artikel 14, lid 2
Beoordeling van een aanvraag tot verlenging van een goedkeuring per bijkomende productsoort Volledige beoordeling 93.750 EUR Artikel 14, lid 2
 Geen volledige beoordeling 50.000 EUR Artikel 14, lid 2
Beoordeling van een aanvraag tot opname van een werkzame stof in bijlage I van Verordening 528/2012 Cat. 1, 2, 3, 4, 5 93.750 EUR Artikel 7, lid 3 van Verordening 88/2014
 Cat. 6, 7 187.500 EUR Artikel 7, lid 3 van Verordening 88/2014
  
Aanvraag tot beoordeling van gegevens die gegenereerd werden na de goedkeuring van de werkzame stof waarvoor België optreedt als beoordelende bevoegde autoriteit  20.000 EUR Artikel 80, lid 2
Beoordeling van een aanvraag tot herziening van een werkzame stof in bijlage I van Verordening 528/2012  25.000 EUR Artikel 28
Per vergadering ter voorbereiding van het aanvraagdossier. Bedrag wordt in mindering gebracht bij indienen van een dossier  4.000 EUR Artikel 80, lid 2
Algemene beschrijving van de taak Retributie Referentie artikel van Verordening 528/2012 (tenzij anders vermeld) Beoordeling van een aanvraag tot goedkeuring voor één productsoort 187.500 EUR Artikel 7, lid 3 of artikel 4, lid 4 van Verordening 1062/2014 Beoordeling van een aanvraag tot goedkeuring per bijkomende productsoort, of beoordeling van een aanvraag tot toevoeging van een bijkomende productsoort voor een reeds goedgekeurde werkzame stof 93.750 EUR Artikel 7, lid 3 of artikel 4, lid 4 van Verordening 1062/2014 Beoordeling van een aanvraag tot verlenging van een goedkeuring voor één productsoort Volledige beoordeling 187.500 EUR Artikel 14, lid 2 Geen volledige beoordeling 93.750 EUR Artikel 14, lid 2 Beoordeling van een aanvraag tot verlenging van een goedkeuring per bijkomende productsoort Volledige beoordeling 93.750 EUR Artikel 14, lid 2 Geen volledige beoordeling 50.000 EUR Artikel 14, lid 2 Beoordeling van een aanvraag tot opname van een werkzame stof in bijlage I van Verordening 528/2012 Cat. 1, 2, 3, 4, 5 93.750 EUR Artikel 7, lid 3 van Verordening 88/2014 Cat. 6, 7 187.500 EUR Artikel 7, lid 3 van Verordening 88/2014
Aanvraag tot beoordeling van gegevens die gegenereerd werden na de goedkeuring van de werkzame stof waarvoor België optreedt als beoordelende bevoegde autoriteit 20.000 EUR Artikel 80, lid 2 Beoordeling van een aanvraag tot herziening van een werkzame stof in bijlage I van Verordening 528/2012 25.000 EUR Artikel 28 Per vergadering ter voorbereiding van het aanvraagdossier. Bedrag wordt in mindering gebracht bij indienen van een dossier 4.000 EUR Artikel 80, lid 2
]1
  
Description générale de la tâche Rétribution Article de référence du Règlement 528/2012
   (sauf mention contraire)
Evaluation d'une demande d'approbation pour un type de produits  187.500 EUR Article 7, paragraphe 3 ou article 4, paragraphe 4 du Règlement 1062/2014
Evaluation d'une demande d'approbation par type de produits supplémentaire,
   ou évaluation d'une demande d'ajout d'un type de produit pour une substance active déjà approuvée
 93.750 EUR Article 7, paragraphe 3 ou article 4, paragraphe 4 du Règlement 1062/2014
Evaluation d'une demande de prolongation d'une approbation pour un type de produits Evaluation complète 187.500 EUR Article 14, paragraphe 2
 Pas d'évaluation complète 93.750 EUR Article 14, paragraphe 2
Evaluation d'une demande de prolongation d'une approbation par type de produits supplémentaire Evaluation complète 93.750 EUR Article 14, paragraphe 2
 Pas d'évaluation complète 50.000 EUR Article 14, paragraphe 2
Evaluation d'une demande d'inclusion d'une substance active dans l'annexe I du Règlement 528/2012 Cat. 1, 2, 3, 4, 5 93.750 EUR Article 7, paragraphe 3 du Règlement 88/2014
 Cat. 6,7 187.500 EUR Article 7, paragraphe 3 du Règlement 88/2014
  
Demande d'évaluation de donnée(s) générée(s) après l'approbation de la substance active dans le cadre de laquelle la Belgique agit en tant qu'autorité compétente d'évaluation  20.000 EUR Article 80, paragraphe 2
Evaluation d'une demande de révision d'une approbation d'une substance active dans l'annexe I du Règlement 528/2012  25.000 EUR Article 28
Par réunion de préparation du dossier de demande
   Le montant sera déduit lors du dépôt d'un dossier
 4.000 EUR Article 80, paragraphe 2
Description générale de la tâche Rétribution Article de référence du Règlement 528/2012
   (sauf mention contraire) Evaluation d'une demande d'approbation pour un type de produits 187.500 EUR Article 7, paragraphe 3 ou article 4, paragraphe 4 du Règlement 1062/2014 Evaluation d'une demande d'approbation par type de produits supplémentaire,
   ou évaluation d'une demande d'ajout d'un type de produit pour une substance active déjà approuvée 93.750 EUR Article 7, paragraphe 3 ou article 4, paragraphe 4 du Règlement 1062/2014 Evaluation d'une demande de prolongation d'une approbation pour un type de produits Evaluation complète 187.500 EUR Article 14, paragraphe 2 Pas d'évaluation complète 93.750 EUR Article 14, paragraphe 2 Evaluation d'une demande de prolongation d'une approbation par type de produits supplémentaire Evaluation complète 93.750 EUR Article 14, paragraphe 2 Pas d'évaluation complète 50.000 EUR Article 14, paragraphe 2 Evaluation d'une demande d'inclusion d'une substance active dans l'annexe I du Règlement 528/2012 Cat. 1, 2, 3, 4, 5 93.750 EUR Article 7, paragraphe 3 du Règlement 88/2014 Cat. 6,7 187.500 EUR Article 7, paragraphe 3 du Règlement 88/2014
Demande d'évaluation de donnée(s) générée(s) après l'approbation de la substance active dans le cadre de laquelle la Belgique agit en tant qu'autorité compétente d'évaluation 20.000 EUR Article 80, paragraphe 2 Evaluation d'une demande de révision d'une approbation d'une substance active dans l'annexe I du Règlement 528/2012 25.000 EUR Article 28 Par réunion de préparation du dossier de demande
   Le montant sera déduit lors du dépôt d'un dossier 4.000 EUR Article 80, paragraphe 2
]1
  
Art. N2. [1 Bijlage 2 bij het koninklijk besluit van 13 november 2011 tot vaststelling van de retributies en bijdragen verschuldigd aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten
   Voor werkzaamheden die België overeenkomstig Verordening 528/2012 verricht in verband met de toelating, kennisgeving of vergunning voor parallelhandel van biociden gelden de retributies vermeld in de onderstaande twee tabellen.
   1° Basisretributies
Art. N2. [1 Annexe 2 à l'arrêté royal du 13 novembre 2011 fixant les rétributions et cotisations dues au Fonds budgétaire des matières premières et des produits
   Pour les travaux que la Belgique effectue en lien avec l'autorisation, la notification ou l'autorisation de commerce parallèle de produits biocides conformément au Règlement 528/2012, les rétributions mentionnées dans les deux tableaux ci-dessous sont d'application.
   1° Rétributions de base
Algemene beschrijving van de taak Referentie artikel van Verordening 528/2012 (tenzij anders vermeld) Basisretributie Basisretributie voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen Nr.
Nationale toelating waarbij België overeenkomstig artikel 29, lid 1of artikel 34, lid 1 van Verordening 528/2012 optreedt als ontvangende bevoegde autoriteit of referentielidstaat voor een biocide op basis van één werkzame stof en behorende tot één productsoort Uniek biocide Artikel 29, lid 1
   Artikel 34, lid 3
31.250 EUR 22.500 EUR 1
 Uniek biocide waarbij het biocide en het gebruik identiek zijn aan het representatief biocide dat werd beoordeeld in het kader van de goedkeuring van de werkzame stof Artikel 29, lid 1
   Artikel 34, lid 3
22.000 EUR 15.000 EUR 2
  
 Biocidefamilie Artikel 29, lid 1
   Artikel 34, lid 3
50.000 EUR
   + 625 EUR per product
37.500 EUR
   + 625 EUR per product
3
Toelating van de unie waarbij België overeenkomstig artikel 43, lid 1 van Verordening 528/2012 optreedt als beoordelende bevoegde autoriteit voor een biocide op basis van één werkzame stof en behorende tot één productsoort Uniek biocide Artikel 43, lid 3 48.000 EUR 34.000 EUR 4
 Uniek biocide waarbij het biocide en het gebruik identiek zijn aan het representatief biocide dat werd beoordeeld in het kader van de goedkeuring van de werkzame stof Artikel 43, lid 3 34.000 EUR 24.000 EUR 5
  
 Biocidefamilie Artikel 43, lid 3 80.000 EUR
   + 625 EUR per product
56.000 EUR
   + 625 EUR per product
6
Wederzijdse erkenning van toelating overeenkomstig artikel 33, lid 1 en artikel 34, lid 2 van Verordening 528/2012 Uniek biocide Artikel 33, lid 1
   Artikel 34, lid 3
3.750 EUR 3.750 EUR 7
 Biocidefamilie Artikel 33, lid 1
   Artikel 34, lid 3
3.750 EUR +
   625 EUR per product
3.750 EUR +
   625 EUR per product
8
Verlenging van nationale toelating overeenkomstig artikel 31, lid 1 van Verordening 528/2012 waarbij België optreedt als ontvangende bevoegde autoriteit Volledige beoordeling - Uniek biocide Artikel 31, lid 4 22.000 EUR 16.000 EUR 9
 Volledige beoordeling - Biocidefamilie Artikel 31, lid 4 37.500 EUR
   + 625 EUR per product
27.500 EUR
   + 625 EUR per product
10
  
 Geen volledige beoordeling - Uniek biocide Artikel 31, lid 4 11.000 EUR 8.000 EUR 11
  
 Geen volledige beoordeling - Biocidefamilie Artikel 31, lid 4 18.750 EUR
   + 625 EUR per product
13.750 EUR
   + 625 EUR per product
12
Verlenging van toelating van de unie overeenkomstig artikel 45, lid 3 van Verordening 528/2012 waarbij België optreedt als beoordelende bevoegde autoriteit Volledige beoordeling - Uniek biocide Artikel 46, lid 2 34.000 EUR 24.000 EUR 13
 Volledige beoordeling - Biocidefamilie Artikel 46, lid 2 56.000 EUR
   + 625 EUR per product
40.000 EUR
   + 625 EUR per product
14
  
 Geen volledige beoordeling - Uniek biocide Artikel 46, lid 2 17.000 EUR 11.000 EUR 15
  
 Geen volledige beoordeling - Biocidefamilie Artikel 46, lid 2 28.000 EUR
   + 625 EUR per product
18.500 EUR
   + 625 EUR per product
16
Verlenging van toelating onderworpen aan wederzijdse erkenning waarbij België optreedt als referentielidstaat overeenkomstig artikel 2, lid 1(a) van Verordening 492/2014 Volledige beoordeling - Uniek biocide Artikel 3, lid 3 van Verordening 492/2014 22.000 EUR 16.000 EUR 17
 Volledige beoordeling - Biocidefamilie Artikel 3, lid 3 van Verordening 492/2014 37.500 EUR
   + 625 EUR per product
27.500 EUR
   + 625 EUR per product
18
  
 Geen volledige beoordeling - Uniek biocide Artikel 3, lid 3 van Verordening 492/2014 11.000 EUR 8.000 EUR 19
  
 Geen volledige beoordeling - Biocidefamilie Artikel 3, lid 3 van Verordening 492/2014 18.750 EUR
   + 625 EUR per product
13.750 EUR
   + 625 EUR per product
20
Verlenging van toelating onderworpen aan wederzijdse erkenning waarbij België optreedt als betrokken lidstaat overeenkomstig artikel 2, lid 1(b) van Verordening 492/2014 Uniek biocide Artikel 3, lid 3 van Verordening 492/2014 3.750 EUR 3.750 EUR 21
 Biocidefamilie Artikel 3, lid 3 van Verordening 492/2014 3.750 EUR
   + 625 EUR per product
3.750 EUR
   + 625 EUR per product
22
Toelating of verlenging van toelating volgens de vereenvoudigde toelatingsprocedure waarbij België optreedt als beoordelende bevoegde autoriteit overeenkomstig artikel 26, lid 1 van Verordening 528/2012 Uniek biocide Artikel 26, lid 2 25.000 EUR 18.000 EUR 23
 Biocidefamilie Artikel 26, lid 2 40.000 EUR
   + 625 EUR per product
30.000 EUR
   + 625 EUR per product
24
Wijziging van producttoelating overeenkomstig Verordening 354/2013 waarbij België optreedt als referentielidstaat of als beoordelende bevoegde autoriteit Belangrijke productwijziging
   uniek biocide
Artikel 8, lid 2 van Verordening 354/2013 15.000 EUR
   Per wijziging
10.000 EUR
   Per wijziging
25
 Belangrijke productwijziging
   biocidefamilie
Artikel 8, lid 2 van Verordening 354/2013 18.000 EUR
   + 625 EUR per product
   Per wijziging
12.500 EUR
   + 625 EUR per product
   Per wijziging
26
  
 Kleine productwijziging
   uniek biocide
Artikel 7, lid 2 van Verordening 354/2013 1.875 EUR
   Per wijziging
1.875 EUR
   Per wijziging
27
  
 Kleine productwijziging
   biocidefamilie
Artikel 7, lid 2 van Verordening 354/2013 1.875 EUR
   + 625 EUR per product
   Per wijziging
1.875 EUR
   + 625 EUR per product
   Per wijziging
28
  
 Administratieve productwijziging
   uniek biocide
Artikel 6, lid 1 van Verordening 354/2013 375 EUR 375 EUR 29
  
 Administratieve productwijziging
   biocidefamilie
Artikel 6, lid 1 van Verordening 354/2013 375 EUR
   + 375 EUR per product
375 EUR
   + 375 EUR per product
30
Wijziging van toelating van de unie overeenkomstig Verordening 354/2013 waarbij België optreedt als beoordelende bevoegde autoriteit Belangrijke productwijziging
   uniek biocide
Artikel 13, lid 3 van Verordening 354/2013 24.000 EUR
   Per wijziging
17.000 EUR
   Per wijziging
31
 Belangrijke productwijziging
   biocidefamilie
Artikel 13, lid 3 van Verordening 354/2013 30.000 EUR
   + 625 EUR per product
   Per wijziging
20.000 EUR
   + 625 EUR per product
   Per wijziging
32
Wijziging van producttoelating overeenkomstig Verordening 354/2013 waarbij België optreedt als betrokken lidstaat
   of waarbij België met de reeds door andere lidstaten overeengekomen wijzigingen instemt
Belangrijke productwijziging
   uniek biocide
Artikel 8, lid 2 of artikel 9bis, lid 3 van Verordening 354/2013 1.000 EUR 1.000 EUR 33
 Belangrijke productwijziging
   biocidefamilie
Artikel 8, lid 2 of artikel 9bis, lid 3 van Verordening 354/2013 1.000 EUR
   + 625 EUR per product
1.000 EUR
   + 625 EUR per product
34
  
 Kleine productwijziging
   uniek biocide
Artikel 7, lid 2 of artikel 9bis, lid 3 van Verordening 354/2013 625 EUR 625 EUR 35
  
 Kleine productwijziging
   biocidefamilie
Artikel 7, lid 2 of artikel 9bis, lid 3 van Verordening 354/2013 625 EUR
   + 625 EUR per product
625 EUR
   + 625 EUR per product
36
  
 Administratieve productwijziging
   uniek biocide
Artikel 6, lid 1 of artikel 9bis, lid 3 van Verordening 354/2013 375 EUR 375 EUR 37
  
 Administratieve productwijziging
   biocidefamilie
Artikel 6, lid 1 of artikel 9bis, lid 3 van Verordening 354/2013 375 EUR
   + 375 EUR per product
375 EUR
   + 375 EUR per product
38
Toelating of verlenging van toelating voor eenzelfde biocide of biocidefamilie overeenkomstig Verordening 414/2013 Uniek biocide Artikel 3, lid 1 van Verordening 414/2013 1.250 EUR 1.250 EUR 39
 Biocidefamilie Artikel 3, lid 1 van Verordening 414/2013 1.250 EUR
   + 625 EUR per product
1.250 EUR
   + 625 EUR per product
40
  
Kennisgeving overeenkomstig artikel 17, lid 6 van Verordening 528/2012 voor toevoeging van een biocide aan een biocidefamilie  Artikel 80, lid 2 625 EUR 625 EUR 41
Kennisgeving overeenkomstig artikel 27, lid 1 van Verordening 528/2012 voor op de markt aanbieden van een biocide volgens de vereenvoudigde toelatingsprocedure Uniek biocide Artikel 80, lid 2 1.000 EUR 1.000 EUR 42
 Biocidefamilie Artikel 80, lid 2 1.000 EUR
   + 625 EUR per product
1.000 EUR
   + 625 EUR per product
43
  
Vergunning voor parallelhandel overeenkomstig artikel 53 van Verordening 528/2012  Artikel 80, lid 2 1.250 EUR 1.250 EUR 44
Kennisgeving van een experiment of proef overeenkomstig artikel 56 van Verordening 528/2012  Artikel 80, lid 2 625 EUR 625 EUR 45
Vertrouwelijkheidsclaim overeenkomstig artikel 66, lid 4 van Verordening 528/2012 Per informatieonderdeel Artikel 80, lid 2 625 EUR 625 EUR 46
Gecertifieerd kopie van een akte naar een andere landstaal   50 EUR 50 EUR 47
Vertaling van een akte naar een andere landstaal   100 EUR 100 EUR 48
Certificaat van vrije verkoop   50 EUR 50 EUR 49
Per vergadering ter voorbereiding van het aanvraagdossier.
   Bedrag wordt in mindering gebracht bij indienen van een dossier
  2.000 EUR 2.000 EUR 50
Aanvraag voor het indienen van een vraag overeenkomstig artikel 3, lid 3 van Verordening 528/2012   1.500 EUR 1.500 EUR 51
Wederzijdse erkenning van een nationale toelating waarbij België optreedt als ontvangende bevoegde autoriteit of referentielidstaat voor een biocide waarvoor België is opgetreden als betrokken lidstaat in het kader van de initiële wederzijdse erkenning overeenkomstig artikel 33, lid 1 en artikel 34, lid 2 van Verordening 528/2012 Uniek biocide Artikel 33, lid 1 7.500 EUR 5.000 EUR 52
 Biocidefamilie Artikel 33, lid 1 7.500 EUR + 625 EUR per product 5.000 EUR + 625 EUR per product 53
Wederzijdse erkenning van toelating overeenkomstig artikel 33, lid 1 van Verordening 528/2012 waarbij België is opgetreden als ontvangende bevoegde autoriteit, overeenkomstig artikel 29, lid 1 van Verordening 528/2012 Uniek biocide Artikel 80, lid 2 3.750 EUR 3.750 EUR 54
 Biocidefamilie Artikel 80, lid 2 3.750 EUR + 625 EUR per product 3.750 EUR + 625 EUR per product 55
Algemene beschrijving van de taak Referentie artikel van Verordening 528/2012 (tenzij anders vermeld) Basisretributie Basisretributie voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen Nr. Nationale toelating waarbij België overeenkomstig artikel 29, lid 1of artikel 34, lid 1 van Verordening 528/2012 optreedt als ontvangende bevoegde autoriteit of referentielidstaat voor een biocide op basis van één werkzame stof en behorende tot één productsoort Uniek biocide Artikel 29, lid 1
   Artikel 34, lid 3 31.250 EUR 22.500 EUR 1 Uniek biocide waarbij het biocide en het gebruik identiek zijn aan het representatief biocide dat werd beoordeeld in het kader van de goedkeuring van de werkzame stof Artikel 29, lid 1
   Artikel 34, lid 3 22.000 EUR 15.000 EUR 2
Biocidefamilie Artikel 29, lid 1
   Artikel 34, lid 3 50.000 EUR
   + 625 EUR per product 37.500 EUR
   + 625 EUR per product 3 Toelating van de unie waarbij België overeenkomstig artikel 43, lid 1 van Verordening 528/2012 optreedt als beoordelende bevoegde autoriteit voor een biocide op basis van één werkzame stof en behorende tot één productsoort Uniek biocide Artikel 43, lid 3 48.000 EUR 34.000 EUR 4 Uniek biocide waarbij het biocide en het gebruik identiek zijn aan het representatief biocide dat werd beoordeeld in het kader van de goedkeuring van de werkzame stof Artikel 43, lid 3 34.000 EUR 24.000 EUR 5
Biocidefamilie Artikel 43, lid 3 80.000 EUR
   + 625 EUR per product 56.000 EUR
   + 625 EUR per product 6 Wederzijdse erkenning van toelating overeenkomstig artikel 33, lid 1 en artikel 34, lid 2 van Verordening 528/2012 Uniek biocide Artikel 33, lid 1
   Artikel 34, lid 3 3.750 EUR 3.750 EUR 7 Biocidefamilie Artikel 33, lid 1
   Artikel 34, lid 3 3.750 EUR +
   625 EUR per product 3.750 EUR +
   625 EUR per product 8 Verlenging van nationale toelating overeenkomstig artikel 31, lid 1 van Verordening 528/2012 waarbij België optreedt als ontvangende bevoegde autoriteit Volledige beoordeling - Uniek biocide Artikel 31, lid 4 22.000 EUR 16.000 EUR 9 Volledige beoordeling - Biocidefamilie Artikel 31, lid 4 37.500 EUR
   + 625 EUR per product 27.500 EUR
   + 625 EUR per product 10
Geen volledige beoordeling - Uniek biocide Artikel 31, lid 4 11.000 EUR 8.000 EUR 11
Geen volledige beoordeling - Biocidefamilie Artikel 31, lid 4 18.750 EUR
   + 625 EUR per product 13.750 EUR
   + 625 EUR per product 12 Verlenging van toelating van de unie overeenkomstig artikel 45, lid 3 van Verordening 528/2012 waarbij België optreedt als beoordelende bevoegde autoriteit Volledige beoordeling - Uniek biocide Artikel 46, lid 2 34.000 EUR 24.000 EUR 13 Volledige beoordeling - Biocidefamilie Artikel 46, lid 2 56.000 EUR
   + 625 EUR per product 40.000 EUR
   + 625 EUR per product 14
Geen volledige beoordeling - Uniek biocide Artikel 46, lid 2 17.000 EUR 11.000 EUR 15
Geen volledige beoordeling - Biocidefamilie Artikel 46, lid 2 28.000 EUR
   + 625 EUR per product 18.500 EUR
   + 625 EUR per product 16 Verlenging van toelating onderworpen aan wederzijdse erkenning waarbij België optreedt als referentielidstaat overeenkomstig artikel 2, lid 1(a) van Verordening 492/2014 Volledige beoordeling - Uniek biocide Artikel 3, lid 3 van Verordening 492/2014 22.000 EUR 16.000 EUR 17 Volledige beoordeling - Biocidefamilie Artikel 3, lid 3 van Verordening 492/2014 37.500 EUR
   + 625 EUR per product 27.500 EUR
   + 625 EUR per product 18
Geen volledige beoordeling - Uniek biocide Artikel 3, lid 3 van Verordening 492/2014 11.000 EUR 8.000 EUR 19
Geen volledige beoordeling - Biocidefamilie Artikel 3, lid 3 van Verordening 492/2014 18.750 EUR
   + 625 EUR per product 13.750 EUR
   + 625 EUR per product 20 Verlenging van toelating onderworpen aan wederzijdse erkenning waarbij België optreedt als betrokken lidstaat overeenkomstig artikel 2, lid 1(b) van Verordening 492/2014 Uniek biocide Artikel 3, lid 3 van Verordening 492/2014 3.750 EUR 3.750 EUR 21 Biocidefamilie Artikel 3, lid 3 van Verordening 492/2014 3.750 EUR
   + 625 EUR per product 3.750 EUR
   + 625 EUR per product 22 Toelating of verlenging van toelating volgens de vereenvoudigde toelatingsprocedure waarbij België optreedt als beoordelende bevoegde autoriteit overeenkomstig artikel 26, lid 1 van Verordening 528/2012 Uniek biocide Artikel 26, lid 2 25.000 EUR 18.000 EUR 23 Biocidefamilie Artikel 26, lid 2 40.000 EUR
   + 625 EUR per product 30.000 EUR
   + 625 EUR per product 24 Wijziging van producttoelating overeenkomstig Verordening 354/2013 waarbij België optreedt als referentielidstaat of als beoordelende bevoegde autoriteit Belangrijke productwijziging
   uniek biocide Artikel 8, lid 2 van Verordening 354/2013 15.000 EUR
   Per wijziging 10.000 EUR
   Per wijziging 25 Belangrijke productwijziging
   biocidefamilie Artikel 8, lid 2 van Verordening 354/2013 18.000 EUR
   + 625 EUR per product
   Per wijziging 12.500 EUR
   + 625 EUR per product
   Per wijziging 26
Kleine productwijziging
   uniek biocide Artikel 7, lid 2 van Verordening 354/2013 1.875 EUR
   Per wijziging 1.875 EUR
   Per wijziging 27
Kleine productwijziging
   biocidefamilie Artikel 7, lid 2 van Verordening 354/2013 1.875 EUR
   + 625 EUR per product
   Per wijziging 1.875 EUR
   + 625 EUR per product
   Per wijziging 28
Administratieve productwijziging
   uniek biocide Artikel 6, lid 1 van Verordening 354/2013 375 EUR 375 EUR 29
Administratieve productwijziging
   biocidefamilie Artikel 6, lid 1 van Verordening 354/2013 375 EUR
   + 375 EUR per product 375 EUR
   + 375 EUR per product 30 Wijziging van toelating van de unie overeenkomstig Verordening 354/2013 waarbij België optreedt als beoordelende bevoegde autoriteit Belangrijke productwijziging
   uniek biocide Artikel 13, lid 3 van Verordening 354/2013 24.000 EUR
   Per wijziging 17.000 EUR
   Per wijziging 31 Belangrijke productwijziging
   biocidefamilie Artikel 13, lid 3 van Verordening 354/2013 30.000 EUR
   + 625 EUR per product
   Per wijziging 20.000 EUR
   + 625 EUR per product
   Per wijziging 32 Wijziging van producttoelating overeenkomstig Verordening 354/2013 waarbij België optreedt als betrokken lidstaat
   of waarbij België met de reeds door andere lidstaten overeengekomen wijzigingen instemt Belangrijke productwijziging
   uniek biocide Artikel 8, lid 2 of artikel 9bis, lid 3 van Verordening 354/2013 1.000 EUR 1.000 EUR 33 Belangrijke productwijziging
   biocidefamilie Artikel 8, lid 2 of artikel 9bis, lid 3 van Verordening 354/2013 1.000 EUR
   + 625 EUR per product 1.000 EUR
   + 625 EUR per product 34
Kleine productwijziging
   uniek biocide Artikel 7, lid 2 of artikel 9bis, lid 3 van Verordening 354/2013 625 EUR 625 EUR 35
Kleine productwijziging
   biocidefamilie Artikel 7, lid 2 of artikel 9bis, lid 3 van Verordening 354/2013 625 EUR
   + 625 EUR per product 625 EUR
   + 625 EUR per product 36
Administratieve productwijziging
   uniek biocide Artikel 6, lid 1 of artikel 9bis, lid 3 van Verordening 354/2013 375 EUR 375 EUR 37
Administratieve productwijziging
   biocidefamilie Artikel 6, lid 1 of artikel 9bis, lid 3 van Verordening 354/2013 375 EUR
   + 375 EUR per product 375 EUR
   + 375 EUR per product 38 Toelating of verlenging van toelating voor eenzelfde biocide of biocidefamilie overeenkomstig Verordening 414/2013 Uniek biocide Artikel 3, lid 1 van Verordening 414/2013 1.250 EUR 1.250 EUR 39 Biocidefamilie Artikel 3, lid 1 van Verordening 414/2013 1.250 EUR
   + 625 EUR per product 1.250 EUR
   + 625 EUR per product 40
Kennisgeving overeenkomstig artikel 17, lid 6 van Verordening 528/2012 voor toevoeging van een biocide aan een biocidefamilie Artikel 80, lid 2 625 EUR 625 EUR 41 Kennisgeving overeenkomstig artikel 27, lid 1 van Verordening 528/2012 voor op de markt aanbieden van een biocide volgens de vereenvoudigde toelatingsprocedure Uniek biocide Artikel 80, lid 2 1.000 EUR 1.000 EUR 42 Biocidefamilie Artikel 80, lid 2 1.000 EUR
   + 625 EUR per product 1.000 EUR
   + 625 EUR per product 43
Vergunning voor parallelhandel overeenkomstig artikel 53 van Verordening 528/2012 Artikel 80, lid 2 1.250 EUR 1.250 EUR 44 Kennisgeving van een experiment of proef overeenkomstig artikel 56 van Verordening 528/2012 Artikel 80, lid 2 625 EUR 625 EUR 45 Vertrouwelijkheidsclaim overeenkomstig artikel 66, lid 4 van Verordening 528/2012 Per informatieonderdeel Artikel 80, lid 2 625 EUR 625 EUR 46 Gecertifieerd kopie van een akte naar een andere landstaal 50 EUR 50 EUR 47 Vertaling van een akte naar een andere landstaal 100 EUR 100 EUR 48 Certificaat van vrije verkoop 50 EUR 50 EUR 49 Per vergadering ter voorbereiding van het aanvraagdossier.
   Bedrag wordt in mindering gebracht bij indienen van een dossier 2.000 EUR 2.000 EUR 50 Aanvraag voor het indienen van een vraag overeenkomstig artikel 3, lid 3 van Verordening 528/2012 1.500 EUR 1.500 EUR 51 Wederzijdse erkenning van een nationale toelating waarbij België optreedt als ontvangende bevoegde autoriteit of referentielidstaat voor een biocide waarvoor België is opgetreden als betrokken lidstaat in het kader van de initiële wederzijdse erkenning overeenkomstig artikel 33, lid 1 en artikel 34, lid 2 van Verordening 528/2012 Uniek biocide Artikel 33, lid 1 7.500 EUR 5.000 EUR 52 Biocidefamilie Artikel 33, lid 1 7.500 EUR + 625 EUR per product 5.000 EUR + 625 EUR per product 53 Wederzijdse erkenning van toelating overeenkomstig artikel 33, lid 1 van Verordening 528/2012 waarbij België is opgetreden als ontvangende bevoegde autoriteit, overeenkomstig artikel 29, lid 1 van Verordening 528/2012 Uniek biocide Artikel 80, lid 2 3.750 EUR 3.750 EUR 54 Biocidefamilie Artikel 80, lid 2 3.750 EUR + 625 EUR per product 3.750 EUR + 625 EUR per product 55
Additionele retributies, toe te voegen bij de basisretributie
Description générale de la tâche Article de référence du Règlement 528/2012 (sauf mention contraire) Rétribution de base Rétribution de base pour les micro-, petites et moyennes entreprises
Autorisation nationale dans le cadre de laquelle la Belgique agit en tant qu'autorité compétente réceptrice ou Etat membre de référence en ce qui concerne un produit biocide sur base d'une substance active et appartenant à un type de produits, conformément à l'article 29, paragraphe 1er ou article 34, paragraphe 1er du Règlement 528/2012 Produit biocide unique Article 29, paragraphe 1
   Article 34, paragraphe 3
31.250 EUR 22.500 EUR 1
 Produit biocide unique, lorsque le produit biocide et l'utilisation sont identiques au produit biocide représentatif qui a été évalué dans le cadre de l'approbation de la substance active Article 29, paragraphe 1
   Article 34, paragraphe 3
22.000 EUR 15.000 EUR 2
  
 Famille de produits biocides Article 29, paragraphe 1
   Article 34, paragraphe 3
50.000 EUR
   + 625 EUR par produit
37.500 EUR
   + 625 EUR par produit
3
Autorisation de l'Union dans le cadre de laquelle la Belgique agit en tant qu'autorité compétente d'évaluation en ce qui concerne un produit biocide sur base d'une substance active et appartenant à un type de produits, conformément à l'article 43, paragraphe 1er du Règlement 528/2012 Produit biocide unique Article 43, paragraphe 3 48.000 EUR 34.000 EUR 4
 Produit biocide unique, lorsque le produit biocide et l'utilisation sont identiques au produit biocide représentatif qui a été évalué dans le cadre de l'approbation de la substance active Article 43, paragraphe 3 34.000 EUR 24.000 EUR 5
  
 Famille de produits biocides Article 43, paragraphe 3 80.000 EUR
   + 625 EUR par produit
56.000 EUR
   + 625 EUR par produit
6
Reconnaissance mutuelle d'autorisation conformément à l'article 33, paragraphe 1er et l'article 34, paragraphe 2 du Règlement 528/2012 Produit biocide unique Article 33, paragraphe 1er
   Article 34, paragraphe 3
3.750 EUR 3.750 EUR 7
 Famille de produits biocides Article 33, paragraphe 1er
   Article 34, paragraphe 3
3.750 EUR +
   625 EUR par produit
3.750 EUR +
   625 EUR par produit
8
Prolongation d'autorisation nationale dans le cadre de laquelle la Belgique agit en tant qu'autorité compétente réceptrice, conformément à l'article 31, paragraphe 1er du Règlement 528/2012. Evaluation complète - Produit biocide unique Article 31, paragraphe 4 22.000 EUR 16.000 EUR 9
 Evaluation complète - Famille de produits biocides Article 31, paragraphe 4 37.500 EUR
   + 625 EUR par produit
27.500 EUR
   + 625 EUR par produit
10
  
 Pas d'évaluation complète - Produit biocide unique Article 31, paragraphe 4 11.000 EUR 8.000 EUR 11
  
 Pas d'évaluation complète - Famille de produits biocides Article 31, paragraphe 4 18.750 EUR
   + 625 EUR par produit
13.750 EUR
   + 625 EUR par produit
12
Prolongation d'autorisation de l'Union dans le cadre de laquelle la Belgique agit en tant qu'autorité compétente d'évaluation, conformément à l'article 45, paragraphe 3 du Règlement 528/2012 Evaluation complète - Produit biocide unique Article 46, paragraphe 2 34.000 EUR 24.000 EUR 13
 Evaluation complète - Famille de produits biocides Article 46, paragraphe 2 56.000 EUR
   + 625 EUR par produit
40.000 EUR
   + 625 EUR par produit
14
  
 Pas d'évaluation complète - Produit biocide unique Article 46, paragraphe 2 17.000 EUR 11.000 EUR 15
  
 Pas d'évaluation complète - Famille de produits biocides Article 46, paragraphe 2 28.000 EUR
   + 625 EUR par produit
18.5000 EUR
   + 625 EUR par produit
16
Prolongation d'autorisation soumise à reconnaissance mutuelle dans le cadre de laquelle la Belgique agit en tant qu'Etat membre de référence conformément à l'article 2, paragraphe 1(a) du Règlement 492/2014 Evaluation complète - Produit biocide unique Article 3, paragraphe 3 du Règlement 492/2014 22.000 EUR 16.000 EUR 17
 Evaluation complète - Famille de produits biocides Article 3, paragraphe 3 du Règlement 492/2014 37.500 EUR
   + 625 EUR par produit
27.500 EUR
   + 625 EUR par produit
18
  
 Pas d'évaluation complète - Produit biocide unique Article 3, paragraphe 3 du Règlement 492/2014 11.000 EUR 8.000 EUR 19
  
 Pas d'évaluation complète - Famille de produits biocides Article 3, paragraphe 3 du Règlement 492/2014 18.750 EUR
   + 625 EUR par produit
13.750 EUR
   + 625 EUR par produit
20
Prolongation d'autorisation soumise à reconnaissance mutuelle dans le cadre de laquelle la Belgique agit en tant qu'Etat membre concerné, conformément à l'article 2, paragraphe 1(b) du Règlement 492/2014 Produit biocide unique Article 3, paragraphe 3 du Règlement 492/2014 3.750 EUR 3.750 EUR 21
 Famille de produits biocides Article 3, paragraphe 3 du Règlement 492/2014 3.750 EUR
   + 625 EUR par produit
3.750 EUR
   + 625 EUR par produit
22
Autorisation ou prolongation d'autorisation selon la procédure d'autorisation simplifiée dans le cadre de laquelle la Belgique agit en tant qu'autorité compétente d'évaluation conformément à l'article 26, paragraphe 1er du Règlement 528/2012 Produit biocide unique Article 26, paragraphe 2 25.000 EUR 18.000 EUR 23
 Famille de produits biocides Article 26, paragraphe 2 40.000 EUR
   + 625 EUR par produit
30.000 EUR
   + 625 EUR par produit
24
Modification d'autorisation de produit dans le cadre de laquelle la Belgique agit en tant qu'Etat membre de référence ou en tant qu'autorité compétente d'évaluation, conformément au Règlement 354/2013 Modification majeure du produit
   Produit biocide unique
Article 8, paragraphe 2 du Règlement 354/2013 15.000 EUR
   Pour chaque modification
10.000 EUR
   Pour chaque modification
25
 Modification majeure du produit
   Famille de produits biocides
Article 8, paragraphe 2 du Règlement 354/2013 18.000 EUR
   + 625 EUR par produit
   Pour chaque modification
12.500 EUR
   + 625 EUR par produit
   Pour chaque modification
26
  
 Modification mineure du produit
   Produit biocide unique
Article 7, paragraphe 2 du Règlement 354/2013 1.875 EUR
   Pour chaque modification
1.875 EUR
   Pour chaque modification
27
  
 Modification mineure du produit
   Famille de produits biocides
Article 7, paragraphe 2 du Règlement 354/2013 1.875 EUR
   + 625 EUR par produit
   Pour chaque modification
1.875 EUR
   + 625 EUR par produit
   Pour chaque modification
28
  
 Modification administrative du produit
   Produit biocide unique
Article 6, paragraphe 1er du Règlement 354/2013 375 EUR 375 EUR 29
  
 Modification administrative du produit
   Famille de produits biocides
Article 6, paragraphe 1er du Règlement 354/2013 375 EUR
   + 375 EUR par produit
375 EUR
   + 375 EUR par produit
30
Modification d'autorisation de l'Union dans le cadre de laquelle la Belgique agit en tant qu'autorité compétente d'évaluation, conformément au Règlement 354/2013 Modification majeure du produit
   Produit biocide unique
Article 13, paragraphe 3 du Règlement 354/2013 24.000 EUR
   Pour chaque modification
17.000 EUR
   Pour chaque modification
31
 Modification majeure du produit
   Famille de produits biocides
Article 13, paragraphe 3 du Règlement 354/2013 30.000 EUR
   + 625 EUR par produit
   Pour chaque modification
20.000 EUR
   + 625 EUR par produit
   Pour chaque modification
32
Modification d'autorisation de produit dans le cadre de laquelle la Belgique agit en tant qu'Etat membre concerné, conformément au Règlement 354/2013
   ou dans le cadre de laquelle la Belgique approuve les modifications déjà acceptées par d'autres Etats membres
Modification majeure du produit
   Produit biocide unique
Article 8, paragraphe 2 ou article 9bis, paragraphe 3 du Règlement 354/2013 1.000 EUR 1.000 EUR 33
 Modification majeure du produit
   Famille de produits biocides
Article 8, paragraphe 2 ou article 9bis, paragraphe 3 du Règlement 354/2013 1.000 EUR
   + 625 EUR par produit
1.000 EUR
   + 625 EUR par produit
34
  
 Modification mineure du produit
   Produit biocide unique
Article 7, paragraphe 2 ou article 9bis, paragraphe 3 du Règlement 354/2013 625 EUR 625 EUR 35
  
 Modification mineure du produit
   Famille de produits biocides
Article 7, paragraphe 2 ou article 9bis, paragraphe 3 du Règlement 354/2013 625 EUR
   + 625 EUR par produit
625 EUR
   + 625 EUR par produit
36
  
 Modification administrative du produit
   Produit biocide unique
Article 6, paragraphe 1er ou article 9bis, paragraphe 3 du Règlement 354/2013 375 EUR 375 EUR 37
  
 Modification administrative du produit
   Famille de produits biocides
Article 6, paragraphe 1er ou article 9bis, paragraphe 3 du Règlement 354/2013 375 EUR
   + 375 EUR par produit
375 EUR
   + 375 EUR par produit
38
Autorisation ou prolongation d'autorisation pour un même produit biocide ou famille de produits biocides conformément au Règlement 414/2013 Produit biocide unique Article 3, paragraphe 1er du Règlement 414/2013 1.250 EUR 1.250 EUR 39
 Famille de produits biocides Article 3, paragraphe 1er du Règlement 414/2013 1.250 EUR
   + 625 EUR par produit
1.250 EUR
   + 625 EUR par produit
40
  
Notification conformément à l'article 17, paragraphe 6 du Règlement 528/2012 pour ajout d'un produit biocide à une famille de produits biocides  Article 80, paragraphe 2 625 EUR 625 EUR 41
Notification conformément à l'article 27, paragraphe 1er du Règlement 528/2012 pour la mise à disposition sur le marché d'un produit biocide selon la procédure d'autorisation simplifiée Produit biocide unique Article 80, paragraphe 2 1.000 EUR 1.000 EUR 42
 Famille de produits biocides Article 80, paragraphe 2 1.000 EUR
   + 625 EUR par produit
1.000 EUR
   + 625 EUR par produit
43
  
Autorisation de commerce parallèle conformément à l'article 53 du Règlement 528/2012  Article 80, paragraphe 2 1.250 EUR 1.250 EUR 44
Notification d'expérience ou essai conformément à l'article 56 du Règlement 528/2012  Article 80, paragraphe 2 625 EUR 625 EUR 45
Demande de confidentialité conformément à l'article 66, paragraphe 4 du Règlement 528/2012 Par élément d'information Article 80, paragraphe 2 625 EUR 625 EUR 46
Copie certifiée d'un acte dans une autre langue nationale   50 EUR 50 EUR 47
Traduction d'un acte dans une autre langue nationale   100 EUR 100 EUR 48
Certificat de vente libre   50 EUR 50 EUR 49
Par réunion de préparation du dossier de demande
   Le montant sera déduit lors du dépôt d'un dossier
  2.000 EUR 2.000 EUR 50
Demande d'introduction d'une demande conformément à l'article 3, paragraphe 3 du Règlement 528/2012   1.500 EUR 1.500 EUR 51
Reconnaissance mutuelle d'une autorisation nationale dans le cadre de laquelle la Belgique agit en tant qu'autorité compétente réceptrice ou Etat membre de référence en ce qui concerne un produit biocide pour lequel la Belgique a agi en tant qu'Etat membre concerné dans le cadre de la reconnaissance mutuelle initiale, conformément à l'article 33, paragraphe 1er et l'article 34, paragraphe 2 du Règlement 528/2012 Produit biocide unique Article 33 paragraphe 1er 7.500 EUR 5.000 EUR 52
 Famille de produits biocides Article 33 paragraphe 1er 7.500 EUR + 625 EUR par produit 5.000 EUR + 625 EUR par produit 53
Reconnaissance mutuelle d'autorisation conformément à l'article 33, paragraphe 1er du Règlement 528/2012 dans le cadre de laquelle la Belgique a agi en tant qu'autorité compétente réceptrice, conformément à l'article 29, paragraphe 1er du Règlement 528/2012 Produit biocide unique Article 80 paragraphe 2 3.750 EUR 3.750 EUR 54
 Famille de produits biocides Article 80 paragraphe 2 3.750 EUR + 625 EUR par produit 3.750 EUR + 625 EUR par produit 55
Description générale de la tâche Article de référence du Règlement 528/2012 (sauf mention contraire) Rétribution de base Rétribution de base pour les micro-, petites et moyennes entreprises N° Autorisation nationale dans le cadre de laquelle la Belgique agit en tant qu'autorité compétente réceptrice ou Etat membre de référence en ce qui concerne un produit biocide sur base d'une substance active et appartenant à un type de produits, conformément à l'article 29, paragraphe 1er ou article 34, paragraphe 1er du Règlement 528/2012 Produit biocide unique Article 29, paragraphe 1
   Article 34, paragraphe 3 31.250 EUR 22.500 EUR 1 Produit biocide unique, lorsque le produit biocide et l'utilisation sont identiques au produit biocide représentatif qui a été évalué dans le cadre de l'approbation de la substance active Article 29, paragraphe 1
   Article 34, paragraphe 3 22.000 EUR 15.000 EUR 2
Famille de produits biocides Article 29, paragraphe 1
   Article 34, paragraphe 3 50.000 EUR
   + 625 EUR par produit 37.500 EUR
   + 625 EUR par produit 3 Autorisation de l'Union dans le cadre de laquelle la Belgique agit en tant qu'autorité compétente d'évaluation en ce qui concerne un produit biocide sur base d'une substance active et appartenant à un type de produits, conformément à l'article 43, paragraphe 1er du Règlement 528/2012 Produit biocide unique Article 43, paragraphe 3 48.000 EUR 34.000 EUR 4 Produit biocide unique, lorsque le produit biocide et l'utilisation sont identiques au produit biocide représentatif qui a été évalué dans le cadre de l'approbation de la substance active Article 43, paragraphe 3 34.000 EUR 24.000 EUR 5
Famille de produits biocides Article 43, paragraphe 3 80.000 EUR
   + 625 EUR par produit 56.000 EUR
   + 625 EUR par produit 6 Reconnaissance mutuelle d'autorisation conformément à l'article 33, paragraphe 1er et l'article 34, paragraphe 2 du Règlement 528/2012 Produit biocide unique Article 33, paragraphe 1er
   Article 34, paragraphe 3 3.750 EUR 3.750 EUR 7 Famille de produits biocides Article 33, paragraphe 1er
   Article 34, paragraphe 3 3.750 EUR +
   625 EUR par produit 3.750 EUR +
   625 EUR par produit 8 Prolongation d'autorisation nationale dans le cadre de laquelle la Belgique agit en tant qu'autorité compétente réceptrice, conformément à l'article 31, paragraphe 1er du Règlement 528/2012. Evaluation complète - Produit biocide unique Article 31, paragraphe 4 22.000 EUR 16.000 EUR 9 Evaluation complète - Famille de produits biocides Article 31, paragraphe 4 37.500 EUR
   + 625 EUR par produit 27.500 EUR
   + 625 EUR par produit 10
Pas d'évaluation complète - Produit biocide unique Article 31, paragraphe 4 11.000 EUR 8.000 EUR 11
Pas d'évaluation complète - Famille de produits biocides Article 31, paragraphe 4 18.750 EUR
   + 625 EUR par produit 13.750 EUR
   + 625 EUR par produit 12 Prolongation d'autorisation de l'Union dans le cadre de laquelle la Belgique agit en tant qu'autorité compétente d'évaluation, conformément à l'article 45, paragraphe 3 du Règlement 528/2012 Evaluation complète - Produit biocide unique Article 46, paragraphe 2 34.000 EUR 24.000 EUR 13 Evaluation complète - Famille de produits biocides Article 46, paragraphe 2 56.000 EUR
   + 625 EUR par produit 40.000 EUR
   + 625 EUR par produit 14
Pas d'évaluation complète - Produit biocide unique Article 46, paragraphe 2 17.000 EUR 11.000 EUR 15
Pas d'évaluation complète - Famille de produits biocides Article 46, paragraphe 2 28.000 EUR
   + 625 EUR par produit 18.5000 EUR
   + 625 EUR par produit 16 Prolongation d'autorisation soumise à reconnaissance mutuelle dans le cadre de laquelle la Belgique agit en tant qu'Etat membre de référence conformément à l'article 2, paragraphe 1(a) du Règlement 492/2014 Evaluation complète - Produit biocide unique Article 3, paragraphe 3 du Règlement 492/2014 22.000 EUR 16.000 EUR 17 Evaluation complète - Famille de produits biocides Article 3, paragraphe 3 du Règlement 492/2014 37.500 EUR
   + 625 EUR par produit 27.500 EUR
   + 625 EUR par produit 18
Pas d'évaluation complète - Produit biocide unique Article 3, paragraphe 3 du Règlement 492/2014 11.000 EUR 8.000 EUR 19
Pas d'évaluation complète - Famille de produits biocides Article 3, paragraphe 3 du Règlement 492/2014 18.750 EUR
   + 625 EUR par produit 13.750 EUR
   + 625 EUR par produit 20 Prolongation d'autorisation soumise à reconnaissance mutuelle dans le cadre de laquelle la Belgique agit en tant qu'Etat membre concerné, conformément à l'article 2, paragraphe 1(b) du Règlement 492/2014 Produit biocide unique Article 3, paragraphe 3 du Règlement 492/2014 3.750 EUR 3.750 EUR 21 Famille de produits biocides Article 3, paragraphe 3 du Règlement 492/2014 3.750 EUR
   + 625 EUR par produit 3.750 EUR
   + 625 EUR par produit 22 Autorisation ou prolongation d'autorisation selon la procédure d'autorisation simplifiée dans le cadre de laquelle la Belgique agit en tant qu'autorité compétente d'évaluation conformément à l'article 26, paragraphe 1er du Règlement 528/2012 Produit biocide unique Article 26, paragraphe 2 25.000 EUR 18.000 EUR 23 Famille de produits biocides Article 26, paragraphe 2 40.000 EUR
   + 625 EUR par produit 30.000 EUR
   + 625 EUR par produit 24 Modification d'autorisation de produit dans le cadre de laquelle la Belgique agit en tant qu'Etat membre de référence ou en tant qu'autorité compétente d'évaluation, conformément au Règlement 354/2013 Modification majeure du produit
   Produit biocide unique Article 8, paragraphe 2 du Règlement 354/2013 15.000 EUR
   Pour chaque modification 10.000 EUR
   Pour chaque modification 25 Modification majeure du produit
   Famille de produits biocides Article 8, paragraphe 2 du Règlement 354/2013 18.000 EUR
   + 625 EUR par produit
   Pour chaque modification 12.500 EUR
   + 625 EUR par produit
   Pour chaque modification 26
Modification mineure du produit
   Produit biocide unique Article 7, paragraphe 2 du Règlement 354/2013 1.875 EUR
   Pour chaque modification 1.875 EUR
   Pour chaque modification 27
Modification mineure du produit
   Famille de produits biocides Article 7, paragraphe 2 du Règlement 354/2013 1.875 EUR
   + 625 EUR par produit
   Pour chaque modification 1.875 EUR
   + 625 EUR par produit
   Pour chaque modification 28
Modification administrative du produit
   Produit biocide unique Article 6, paragraphe 1er du Règlement 354/2013 375 EUR 375 EUR 29
Modification administrative du produit
   Famille de produits biocides Article 6, paragraphe 1er du Règlement 354/2013 375 EUR
   + 375 EUR par produit 375 EUR
   + 375 EUR par produit 30 Modification d'autorisation de l'Union dans le cadre de laquelle la Belgique agit en tant qu'autorité compétente d'évaluation, conformément au Règlement 354/2013 Modification majeure du produit
   Produit biocide unique Article 13, paragraphe 3 du Règlement 354/2013 24.000 EUR
   Pour chaque modification 17.000 EUR
   Pour chaque modification 31 Modification majeure du produit
   Famille de produits biocides Article 13, paragraphe 3 du Règlement 354/2013 30.000 EUR
   + 625 EUR par produit
   Pour chaque modification 20.000 EUR
   + 625 EUR par produit
   Pour chaque modification 32 Modification d'autorisation de produit dans le cadre de laquelle la Belgique agit en tant qu'Etat membre concerné, conformément au Règlement 354/2013
   ou dans le cadre de laquelle la Belgique approuve les modifications déjà acceptées par d'autres Etats membres Modification majeure du produit
   Produit biocide unique Article 8, paragraphe 2 ou article 9bis, paragraphe 3 du Règlement 354/2013 1.000 EUR 1.000 EUR 33 Modification majeure du produit
   Famille de produits biocides Article 8, paragraphe 2 ou article 9bis, paragraphe 3 du Règlement 354/2013 1.000 EUR
   + 625 EUR par produit 1.000 EUR
   + 625 EUR par produit 34
Modification mineure du produit
   Produit biocide unique Article 7, paragraphe 2 ou article 9bis, paragraphe 3 du Règlement 354/2013 625 EUR 625 EUR 35
Modification mineure du produit
   Famille de produits biocides Article 7, paragraphe 2 ou article 9bis, paragraphe 3 du Règlement 354/2013 625 EUR
   + 625 EUR par produit 625 EUR
   + 625 EUR par produit 36
Modification administrative du produit
   Produit biocide unique Article 6, paragraphe 1er ou article 9bis, paragraphe 3 du Règlement 354/2013 375 EUR 375 EUR 37
Modification administrative du produit
   Famille de produits biocides Article 6, paragraphe 1er ou article 9bis, paragraphe 3 du Règlement 354/2013 375 EUR
   + 375 EUR par produit 375 EUR
   + 375 EUR par produit 38 Autorisation ou prolongation d'autorisation pour un même produit biocide ou famille de produits biocides conformément au Règlement 414/2013 Produit biocide unique Article 3, paragraphe 1er du Règlement 414/2013 1.250 EUR 1.250 EUR 39 Famille de produits biocides Article 3, paragraphe 1er du Règlement 414/2013 1.250 EUR
   + 625 EUR par produit 1.250 EUR
   + 625 EUR par produit 40
Notification conformément à l'article 17, paragraphe 6 du Règlement 528/2012 pour ajout d'un produit biocide à une famille de produits biocides Article 80, paragraphe 2 625 EUR 625 EUR 41 Notification conformément à l'article 27, paragraphe 1er du Règlement 528/2012 pour la mise à disposition sur le marché d'un produit biocide selon la procédure d'autorisation simplifiée Produit biocide unique Article 80, paragraphe 2 1.000 EUR 1.000 EUR 42 Famille de produits biocides Article 80, paragraphe 2 1.000 EUR
   + 625 EUR par produit 1.000 EUR
   + 625 EUR par produit 43
Autorisation de commerce parallèle conformément à l'article 53 du Règlement 528/2012 Article 80, paragraphe 2 1.250 EUR 1.250 EUR 44 Notification d'expérience ou essai conformément à l'article 56 du Règlement 528/2012 Article 80, paragraphe 2 625 EUR 625 EUR 45 Demande de confidentialité conformément à l'article 66, paragraphe 4 du Règlement 528/2012 Par élément d'information Article 80, paragraphe 2 625 EUR 625 EUR 46 Copie certifiée d'un acte dans une autre langue nationale 50 EUR 50 EUR 47 Traduction d'un acte dans une autre langue nationale 100 EUR 100 EUR 48 Certificat de vente libre 50 EUR 50 EUR 49 Par réunion de préparation du dossier de demande
   Le montant sera déduit lors du dépôt d'un dossier 2.000 EUR 2.000 EUR 50 Demande d'introduction d'une demande conformément à l'article 3, paragraphe 3 du Règlement 528/2012 1.500 EUR 1.500 EUR 51 Reconnaissance mutuelle d'une autorisation nationale dans le cadre de laquelle la Belgique agit en tant qu'autorité compétente réceptrice ou Etat membre de référence en ce qui concerne un produit biocide pour lequel la Belgique a agi en tant qu'Etat membre concerné dans le cadre de la reconnaissance mutuelle initiale, conformément à l'article 33, paragraphe 1er et l'article 34, paragraphe 2 du Règlement 528/2012 Produit biocide unique Article 33 paragraphe 1er 7.500 EUR 5.000 EUR 52 Famille de produits biocides Article 33 paragraphe 1er 7.500 EUR + 625 EUR par produit 5.000 EUR + 625 EUR par produit 53 Reconnaissance mutuelle d'autorisation conformément à l'article 33, paragraphe 1er du Règlement 528/2012 dans le cadre de laquelle la Belgique a agi en tant qu'autorité compétente réceptrice, conformément à l'article 29, paragraphe 1er du Règlement 528/2012 Produit biocide unique Article 80 paragraphe 2 3.750 EUR 3.750 EUR 54 Famille de produits biocides Article 80 paragraphe 2 3.750 EUR + 625 EUR par produit 3.750 EUR + 625 EUR par produit 55
Rétributions additionnelles, à ajouter à la rétribution de base
Algemene beschrijving van de taak Nr. van basisretributie waarbij de additionele retributie wordt toegevoegd Additionele retributie
Voorlopige toelating overeenkomstig artikel 55, lid 2 van Verordening 528/2012 Uniek biocide 1 3.750 EUR
 Uniek biocide waarbij het biocide en het gebruik identiek zijn aan het representatief biocide dat werd beoordeeld in het kader van de goedkeuring van de werkzame stof 2 1.875 EUR
  
 Biocidefamilie 3 6.250 EUR
  
 Uniek biocide
   Overeenkomstig de procedure voor een toelating van de unie
4 5.760 EUR
  
 Uniek biocide waarbij het biocide en het gebruik identiek zijn aan het representatief biocide dat werd beoordeeld in het kader van de goedkeuring van de werkzame stof
   Overeenkomstig de procedure voor een toelating van de unie
5 2.900 EUR
  
 Biocidefamilie
   Overeenkomstig de procedure voor een toelating van de unie
6 10.000 EUR
Per bijkomende werkzame stof Uniek biocide 1,4,9,13, 17 10.000 EUR
 Biocidefamilie 3,6,10,14,18 16.000 EUR
Per bijkomende productsoort Uniek biocide 1,4,9,13,17,23 10.000 EUR
 Biocidefamilie 3,6,10,14,18,24 16.000 EUR
Per bijkomende gebruikerscategorie Uniek biocide 1,4,9,13,17 2.500 EUR
 Biocidefamilie 3,6,10,14,18 5.000 EUR
  
Per werkzame stof waarvoor een vergelijkende evaluatie vereist is overeenkomstig artikel 23 van Verordening 528/2012  1,3,4,6,9,10,11,12,13,14,15,16,
   17,18,19,20
15.000 EUR
Per tot bezorgdheid aanleiding gevende stof  1,3,4,6,9,10,13,14,17,18 9.375 EUR
Indien vaststelling van maximumresidugehalte vereist is overeenkomstig artikel 19, lid 1, van Verordening 528/2012  1,3,4,6,9,10,13,14,17,18 9.375 EUR
Algemene beschrijving van de taak Nr. van basisretributie waarbij de additionele retributie wordt toegevoegd Additionele retributie Voorlopige toelating overeenkomstig artikel 55, lid 2 van Verordening 528/2012 Uniek biocide 1 3.750 EUR Uniek biocide waarbij het biocide en het gebruik identiek zijn aan het representatief biocide dat werd beoordeeld in het kader van de goedkeuring van de werkzame stof 2 1.875 EUR
Biocidefamilie 3 6.250 EUR
Uniek biocide
   Overeenkomstig de procedure voor een toelating van de unie 4 5.760 EUR
Uniek biocide waarbij het biocide en het gebruik identiek zijn aan het representatief biocide dat werd beoordeeld in het kader van de goedkeuring van de werkzame stof
   Overeenkomstig de procedure voor een toelating van de unie 5 2.900 EUR
Biocidefamilie
   Overeenkomstig de procedure voor een toelating van de unie 6 10.000 EUR Per bijkomende werkzame stof Uniek biocide 1,4,9,13, 17 10.000 EUR Biocidefamilie 3,6,10,14,18 16.000 EUR Per bijkomende productsoort Uniek biocide 1,4,9,13,17,23 10.000 EUR Biocidefamilie 3,6,10,14,18,24 16.000 EUR Per bijkomende gebruikerscategorie Uniek biocide 1,4,9,13,17 2.500 EUR Biocidefamilie 3,6,10,14,18 5.000 EUR
Per werkzame stof waarvoor een vergelijkende evaluatie vereist is overeenkomstig artikel 23 van Verordening 528/2012 1,3,4,6,9,10,11,12,13,14,15,16,
   17,18,19,20 15.000 EUR Per tot bezorgdheid aanleiding gevende stof 1,3,4,6,9,10,13,14,17,18 9.375 EUR Indien vaststelling van maximumresidugehalte vereist is overeenkomstig artikel 19, lid 1, van Verordening 528/2012 1,3,4,6,9,10,13,14,17,18 9.375 EUR
]1
  
Description générale de la tâche N° de rétribution de base à laquelle la rétribution additionnelle est ajoutée Rétribution additionnelle
Autorisation provisoire conformément à l'article 55, paragraphe 2 du Règlement 528/2012 Produit biocide unique 1 3.750 EUR
 Produit biocide unique, lorsque le produit biocide et l'utilisation sont identiques au produit biocide représentatif qui a été évalué dans le cadre de l'approbation de la substance active 2 1.875 EUR
  
 Famille de produits biocides 3 6.250 EUR
  
 Produit biocide unique
   Selon la procédure d'une Autorisation de l'Union
4 5.760 EUR
  
 Produit biocide unique, lorsque le produit biocide et l'utilisation sont identiques au produit biocide représentatif qui a été évalué dans le cadre de l'approbation de la substance active
   Selon la procédure d'une Autorisation de l'Union
5 2.900 EUR
  
 Famille de produits biocides
   Selon la procédure d'une Autorisation de l'Union
6 10.000 EUR
Par substance active supplémentaire Produit biocide unique 1,4,9,13,17 10.000 EUR
 Famille de produits biocides 3,6,10,14,18 16.000 EUR
Par type de produits supplémentaire Produit biocide unique 1,4,9,13,17,23 10.000 EUR
 Famille de produits biocides 3,6,10,14,18,24 16.000 EUR
Par catégorie d'utilisateur supplémentaire Produit biocide unique 1,4,9,13,17 2.500 EUR
 Famille de produits biocides 3,6,10,14,18 5.000 EUR
  
Par substance active pour laquelle une évaluation comparative est exigée conformément à l'article 23 du Règlement 528/2012  1,3,4,6,9,10,11,12,13,14,15,16,17,18,19,20 15.000 EUR
Par substance préoccupante  1,3,4,6,9,10,13,14,17,18 9.375 EUR
Si l'établissement de limites maximales de résidus est exigé conformément à l'article 19, paragraphe 1er du Règlement 528/2012  1,3,4,6,9,10,13,14,17,18 9.375 EUR
Description générale de la tâche N° de rétribution de base à laquelle la rétribution additionnelle est ajoutée Rétribution additionnelle Autorisation provisoire conformément à l'article 55, paragraphe 2 du Règlement 528/2012 Produit biocide unique 1 3.750 EUR Produit biocide unique, lorsque le produit biocide et l'utilisation sont identiques au produit biocide représentatif qui a été évalué dans le cadre de l'approbation de la substance active 2 1.875 EUR
Famille de produits biocides 3 6.250 EUR
Produit biocide unique
   Selon la procédure d'une Autorisation de l'Union 4 5.760 EUR
Produit biocide unique, lorsque le produit biocide et l'utilisation sont identiques au produit biocide représentatif qui a été évalué dans le cadre de l'approbation de la substance active
   Selon la procédure d'une Autorisation de l'Union 5 2.900 EUR
Famille de produits biocides
   Selon la procédure d'une Autorisation de l'Union 6 10.000 EUR Par substance active supplémentaire Produit biocide unique 1,4,9,13,17 10.000 EUR Famille de produits biocides 3,6,10,14,18 16.000 EUR Par type de produits supplémentaire Produit biocide unique 1,4,9,13,17,23 10.000 EUR Famille de produits biocides 3,6,10,14,18,24 16.000 EUR Par catégorie d'utilisateur supplémentaire Produit biocide unique 1,4,9,13,17 2.500 EUR Famille de produits biocides 3,6,10,14,18 5.000 EUR
Par substance active pour laquelle une évaluation comparative est exigée conformément à l'article 23 du Règlement 528/2012 1,3,4,6,9,10,11,12,13,14,15,16,17,18,19,20 15.000 EUR Par substance préoccupante 1,3,4,6,9,10,13,14,17,18 9.375 EUR Si l'établissement de limites maximales de résidus est exigé conformément à l'article 19, paragraphe 1er du Règlement 528/2012 1,3,4,6,9,10,13,14,17,18 9.375 EUR
]1
  
Art. N3. [1 Bijlage 3 bij het koninklijk besluit van 13 november 2011 tot vaststelling van de retributies en bijdragen verschuldigd aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten
   Voor alle werkzaamheden in verband met biociden die vallen onder art 3, 2° van het koninklijk besluit van 4 april 2019, met name voor biociden waarvoor volgens het koninklijk besluit van 4 april 2019 een registratie vereist is voor de termijn bepaald in artikel 89, lid 2 van Verordening 528/2012, of waarvoor volgens het koninklijk besluit van 8 mei 2014 een toelating of een aanvaarding van kennisgeving werd afgeleverd die nog geldig is, gelden de retributies vermeld in onderstaande tabel.
Art. N3. [1 Annexe 3 à l'arrêté royal du 13 novembre 2011 fixant les rétributions et cotisations dues au Fonds budgétaire des matières premières et des produits
   Pour tous les travaux en lien avec des produits biocides qui entrent dans le champ d'application de l'art. 3, 2° de l'arrêté royal du 4 avril 2019, à savoir des produits biocides pour lesquels, en vertu de l'arrêté royal du 4 avril 2019, un enregistrement est requis pour le délai prévu à l'article 89, paragraphe 2, du Règlement 528/2012 ou pour lequel conformément à l'arrêté royal du 8 mai 2014 relatif à la mise à disposition sur le marché et à l'utilisation des produits biocides une autorisation ou une acceptation de notification a été délivrée et est toujours valable, les rétributions mentionnées dans le tableau ci-dessous sont d'application.
Algemene beschrijving van de taak Referentie artikel van het koninklijk besluit van 4 april 2019 Retributie
Aanvraag voor registratie van een nieuw biocide met één of meerdere werkzame stoffen overeenkomstig artikel 4 van het koninklijk besluit van 4 april 2019 Artikel 7 1.250 EUR
Aanvraag voor registratie van een biocide dat identiek is met een biocide dat in België reeds toegelaten, kennisgegeven of geregistreerd is Artikel 16 625 EUR
Hernieuwing of verlenging van een toelating of aanvaarding van kennisgeving, verleend overeenkomstig het koninklijk besluit van 8 mei 2014 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruiken van biociden Artikel 43, § 2 625 EUR
Hernieuwing of verlenging van een registratie verleend overeenkomstig het koninklijk besluit van 4 april 2019 Artikel 15/1 625 EUR
Administratieve wijziging zoals gedefinieerd in artikel 6, § 3 van een registratie verleend overeenkomstig artikel 4 van het koninklijk besluit van 4 april 2019 of van een toelating of een aanvaarding van kennisgeving verleend overeenkomstig het koninklijk besluit van 8 mei 2014 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruiken van biociden Artikel 15, § 2 Artikel 24
   Artikel 43, § 3
200 EUR
Wetenschappelijke wijziging zoals gedefinieerd in artikel 6, § 3 uitgezonderd wijziging van samenstelling (aard werkzame stof) van een registratie verleend overeenkomstig artikel 4 van het koninklijk besluit van 4 april 2019 of van een toelating of een aanvaarding van kennisgeving verleend overeenkomstig het koninklijk besluit van 8 mei 2014 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruiken van biociden Artikel 15, § 2
   Artikel 24
   Artikel 43, § 3
625 EUR
Wijziging van samenstelling (aard werkzame stof ) Artikel 15, § 2 1.250 EUR
Aanvraag vergunning voor parallelhandel Artikel 19 200 EUR + 75 EUR per bijkomend land van oorsprong
Kennisgeving van experiment of proef in kader van onderzoek en ontwikkeling Artikel 26 625 EUR
Gecertifieerde kopie van een akte van toelating/aanvaarding van kennisgeving/registratie naar een andere landstaal  50 EUR
Vertaling van een akte van toelating/aanvaarding van kennisgeving/registratie naar een andere landstaal  100 EUR
Certificaat van vrije verkoop  50 EUR
Bezwaar, uitgezonderd een bezwaar overeenkomstig artikel 10, § 2 Artikel 17 1.250 EUR
Algemene beschrijving van de taak Referentie artikel van het koninklijk besluit van 4 april 2019 Retributie Aanvraag voor registratie van een nieuw biocide met één of meerdere werkzame stoffen overeenkomstig artikel 4 van het koninklijk besluit van 4 april 2019 Artikel 7 1.250 EUR Aanvraag voor registratie van een biocide dat identiek is met een biocide dat in België reeds toegelaten, kennisgegeven of geregistreerd is Artikel 16 625 EUR Hernieuwing of verlenging van een toelating of aanvaarding van kennisgeving, verleend overeenkomstig het koninklijk besluit van 8 mei 2014 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruiken van biociden Artikel 43, § 2 625 EUR Hernieuwing of verlenging van een registratie verleend overeenkomstig het koninklijk besluit van 4 april 2019 Artikel 15/1 625 EUR Administratieve wijziging zoals gedefinieerd in artikel 6, § 3 van een registratie verleend overeenkomstig artikel 4 van het koninklijk besluit van 4 april 2019 of van een toelating of een aanvaarding van kennisgeving verleend overeenkomstig het koninklijk besluit van 8 mei 2014 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruiken van biociden Artikel 15, § 2 Artikel 24
   Artikel 43, § 3 200 EUR Wetenschappelijke wijziging zoals gedefinieerd in artikel 6, § 3 uitgezonderd wijziging van samenstelling (aard werkzame stof) van een registratie verleend overeenkomstig artikel 4 van het koninklijk besluit van 4 april 2019 of van een toelating of een aanvaarding van kennisgeving verleend overeenkomstig het koninklijk besluit van 8 mei 2014 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruiken van biociden Artikel 15, § 2
   Artikel 24
   Artikel 43, § 3 625 EUR Wijziging van samenstelling (aard werkzame stof ) Artikel 15, § 2 1.250 EUR Aanvraag vergunning voor parallelhandel Artikel 19 200 EUR + 75 EUR per bijkomend land van oorsprong Kennisgeving van experiment of proef in kader van onderzoek en ontwikkeling Artikel 26 625 EUR Gecertifieerde kopie van een akte van toelating/aanvaarding van kennisgeving/registratie naar een andere landstaal 50 EUR Vertaling van een akte van toelating/aanvaarding van kennisgeving/registratie naar een andere landstaal 100 EUR Certificaat van vrije verkoop 50 EUR Bezwaar, uitgezonderd een bezwaar overeenkomstig artikel 10, § 2 Artikel 17 1.250 EUR
]1
  
Description générale de la tâche Article de référence de l'arrêté royal du 4 avril 2019 Rétribution
Demande d'enregistrement d'un nouveau produit biocide contenant une ou plusieurs substances actives conformément à l'article 4 de l'arrêté royal du 4 avril 2019 Article 7 1.250 EUR
Demande d'enregistrement d'un produit biocide identique à un produit biocide déjà autorisé, notifié ou enregistré en Belgique Article 16 625 EUR
Renouvellement ou prolongation d'une autorisation ou d'une acceptation de notification octroyée en application de l'arrêté royal du 8 mai 2014 relatif à la mise à disposition sur le marché et à l'utilisation des produits biocides Article 43, § 2 625 EUR
Renouvellement ou prolongation d'un enregistrement octroyé en application de l'arrêté royal du 4 avril 2019 Article 15/1 625 EUR
Modification administrative telle que définie à l'article 6, § 3 d'un enregistrement octroyé en application de l'arrêté royal du 4 avril 2019 ou d'une autorisation ou d'une acceptation de notification octroyée en application de l'arrêté royal du 8 mai 2014 relatif à la mise à disposition sur le marché et à l'utilisation des produits biocides Article 15, § 2 Article 24
   Article 43, § 3
200 EUR
Modification scientifique telle que définie à l'article 6, § 3 sauf modification de la composition (nature de la substance active) d'un enregistrement octroyé en application de l'arrêté royal du 4 avril 2019 ou d'une autorisation ou d'une acceptation de notification octroyée en application de l'arrêté royal du 8 mai 2014 relatif à la mise à disposition sur le marché et à l'utilisation des produits biocides Article 15, § 2
   Article 24
   Article 43, § 3
625 EUR
Modification de la composition (nature de la substance active) Article 15, § 2 1.250 EUR
Demande d'autorisation de commerce parallèle Article 19 200 EUR + 75 EUR par pays d'origine supplémentaire
Notification d'expérience ou essai dans le cadre de la recherche et du développement Article 26 625 EUR
Copie certifiée d'un acte d'enregistrement, d'autorisation ou d'une acceptation de notification dans une autre langue nationale  50 EUR
Traduction d'un acte d'enregistrement, d'autorisation ou d'une acceptation de notification dans une autre langue nationale  100 EUR
Certificat de vente libre  50 EUR
Réclamation, sauf une réclamation conformément à l'article 10, § 2 Article 17 1.250 EUR
Description générale de la tâche Article de référence de l'arrêté royal du 4 avril 2019 Rétribution Demande d'enregistrement d'un nouveau produit biocide contenant une ou plusieurs substances actives conformément à l'article 4 de l'arrêté royal du 4 avril 2019 Article 7 1.250 EUR Demande d'enregistrement d'un produit biocide identique à un produit biocide déjà autorisé, notifié ou enregistré en Belgique Article 16 625 EUR Renouvellement ou prolongation d'une autorisation ou d'une acceptation de notification octroyée en application de l'arrêté royal du 8 mai 2014 relatif à la mise à disposition sur le marché et à l'utilisation des produits biocides Article 43, § 2 625 EUR Renouvellement ou prolongation d'un enregistrement octroyé en application de l'arrêté royal du 4 avril 2019 Article 15/1 625 EUR Modification administrative telle que définie à l'article 6, § 3 d'un enregistrement octroyé en application de l'arrêté royal du 4 avril 2019 ou d'une autorisation ou d'une acceptation de notification octroyée en application de l'arrêté royal du 8 mai 2014 relatif à la mise à disposition sur le marché et à l'utilisation des produits biocides Article 15, § 2 Article 24
   Article 43, § 3 200 EUR Modification scientifique telle que définie à l'article 6, § 3 sauf modification de la composition (nature de la substance active) d'un enregistrement octroyé en application de l'arrêté royal du 4 avril 2019 ou d'une autorisation ou d'une acceptation de notification octroyée en application de l'arrêté royal du 8 mai 2014 relatif à la mise à disposition sur le marché et à l'utilisation des produits biocides Article 15, § 2
   Article 24
   Article 43, § 3 625 EUR Modification de la composition (nature de la substance active) Article 15, § 2 1.250 EUR Demande d'autorisation de commerce parallèle Article 19 200 EUR + 75 EUR par pays d'origine supplémentaire Notification d'expérience ou essai dans le cadre de la recherche et du développement Article 26 625 EUR Copie certifiée d'un acte d'enregistrement, d'autorisation ou d'une acceptation de notification dans une autre langue nationale 50 EUR Traduction d'un acte d'enregistrement, d'autorisation ou d'une acceptation de notification dans une autre langue nationale 100 EUR Certificat de vente libre 50 EUR Réclamation, sauf une réclamation conformément à l'article 10, § 2 Article 17 1.250 EUR
]1