Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
6 JULI 2011. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 december 2004 betreffende de verdeling van de spoorweginfrastructuurcapaciteiten en de retributie voor het gebruik van de spoorweginfrastructuur
Titre
6 JUILLET 2011. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 9 décembre 2004 relatif à la répartition des capacités de l'infrastructure ferroviaire et à la redevance d'utilisation de l'infrastructure ferroviaire
Documentinformatie
Numac: 2011014190
Datum: 2011-07-06
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2011014190
Date: 2011-07-06
Moniteur: Voir
Tekst (14)
Texte (14)
Artikel 1. Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2001/14/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 26 februari 2001, inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur alsmede inzake veiligheidscertificering, gewijzigd bij Richtlijn 2004/49/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 29 april 2004 en bij de Richtlijn 2007/58/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 23 oktober 2007.
Article 1er. Le présent arrêté transpose partiellement la Directive 2001/14/CE du Parlement européen et du Conseil du 26 février 2001 concernant la répartition des capacités de l'infrastructure ferroviaire, la tarification de l'infrastructure ferroviaire et la certification en matière de sécurité, modifiée par la Directive 2004/49/CE du Parlement européen et du Conseil du 29 avril 2004 et par la Directive 2007/58/CE du Parlement européen et du Conseil du 23 octobre 2007.
Art. 2. Artikel 1 van het koninklijk besluit van 9 december 2004 betreffende de verdeling van de spoorweginfrastructuurcapaciteiten en de retributie voor het gebruik van de spoorweginfrastructuur, vervangen door het koninklijk besluit van 20 december 2007, wordt vervangen als volgt :
  " Artikel 1. - Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° " wet " : de wet van 4 december 2006 betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur;
  2° " partij " : de infrastructuurbeheerder en elke spoorwegonderneming die op het spoorwegnet rijdt;
  3° " storing " : een onregelmatigheid, een incident of een ongeval met een gevolg voor de regelmaat of de stiptheid van het treinverkeer;
  4° " aantal minuten vertraging " : het aantal minuten vertraging opgelopen door het treinverkeer ten gevolge van een storing;
  5° " storing toegewezen aan derden " : een storing veroorzaakt door natuurlijke personen of rechtspersonen, andere dan de spoorwegondernemingen of de infrastructuurbeheerder, door dieren of objecten of ten gevolge van een geval van overmacht;
  6° " treinkilometer " : de eenheid waarin de afstand van een rit wordt uitgedrukt.
  7° " beknopt relaas " : het bondig verslag van een storing dat de door de minister voorgeschreven elementen bevat;
  8° " Journaal " : dagelijkse bundeling van de beknopte relazen over de storingen, opgemaakt door de infrastructuurbeheerder. "
Art. 2. L'article 1er de l'arrêté royal du 9 décembre 2004 relatif à la répartition des capacités de l'infrastructure ferroviaire et à la redevance d'utilisation de l'infrastructure ferroviaire, remplacé par l'arrêté royal du 20 décembre 2007, est remplacé par ce qui suit :
  " Article 1er. - Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
  1° " loi " : la loi du 4 décembre 2006 relative à l'utilisation de l'infrastructure ferroviaire;
  2° " partie " : le gestionnaire de l'infrastructure et chaque entreprise ferroviaire utilisant le réseau ferroviaire;
  3° " perturbation " : une irrégularité, un incident ou un accident ayant une répercussion sur la régularité ou la ponctualité du trafic ferroviaire;
  4° " nombre de minutes de retard " : le nombre de minutes de retard encourues par le trafic ferroviaire à la suite d'une perturbation;
  5° " perturbation attribuée à des tiers " : une perturbation provoquée par des personnes physiques ou des personnes morales, autres que les entreprises ferroviaires ou le gestionnaire de l'infrastructure, par des animaux ou des objets, ou à la suite d'un cas de force majeure;
  6° " train-kilomètre " : l'unité par laquelle la distance d'un parcours est exprimée;
  7° " relation succincte " : le rapport concis d'une perturbation contenant les informations prescrites par le ministre;
  8° " Journal " : synthèse journalière des relations succinctes des perturbations établie par le gestionnaire de l'infrastructure. "
Art. 3. Artikel 6, § 2, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  " § 2. Wanneer de toepassing van de voorrangscriteria niet toelaat een capaciteit eerder aan een kandidaat dan aan een andere toe te wijzen, wijst de infrastructuurbeheerder de capaciteit toe aan de kandidaat waarvan de vraag naar capaciteit het hoogste maandelijkse totaalbedrag aan gebruiksheffing oplevert op het totale gevraagde traject over de Belgische spoorweginfrastructuur. "
Art. 3. L'article 6, § 2, du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Lorsque l'application des critères de priorité ne permet pas d'attribuer une capacité à un candidat plutôt qu'à un autre, le gestionnaire de l'infrastructure attribue la capacité au candidat dont la demande de capacité produit le montant total mensuel le plus élevé de redevance d'utilisation sur le trajet total demandé sur l'infrastructure ferroviaire belge. "
Art. 4. In hoofdstuk II van hetzelfde besluit, wordt een artikel 8/1 ingevoegd, luidende :
  Art. 8/1. In de zones van de infrastructuur die niet zijn uitgerust met een systeem voor de geautomatiseerde detectie van de aanwezigheid van voertuigen, mag de infrastructuurbeheerder van de spoorwegondernemingen eisen dat zij hem in het bezit stellen van de bijkomende noodzakelijke informatie voor het bepalen van het gebruik van de sporen en de bundels en voor de berekening van de verschuldigde gebruiksrechten.
  De in het eerste lid bedoelde elementen betreffen de bezette sporen en hun bezettingstijden.
Art. 4. Dans le chapitre II du même arrêté, il est inséré un article 8/1 rédigé comme suit :
  Art. 8/1. - Dans les zones de l'infrastructure qui ne sont pas équipées d'un système de détection automatique de la présence de véhicules, le gestionnaire de l'infrastructure peut exiger des entreprises ferroviaires qu'elles lui fournissent les informations supplémentaires nécessaires à la détermination de l'utilisation des voies et des faisceaux et au calcul des redevances d'utilisation dues.
  Les informations visées à l'alinéa 1er concernent les voies occupées et leurs temps d'occupation.
Art. 5. In artikel 23 van hetzelfde besluit, wordt het eerste lid aangevuld met een streepje luidende :
  " - de datum van reservatie. "
Art. 5. Dans l'article 23 du même arrêté, l'alinéa 1er est complété par un tiret rédigé comme suit :
  " - la date de réservation . "
Art. 6. Artikel 29, van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een lid, luidende :
  " De infrastructuurbeheerder kan een voorschot op de spoorweginfrastructuurgebruiksrechten vorderen. "
Art. 6. L'article 29 du même arrêté est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Le gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire peut percevoir une avance sur la redevance de l'infrastructure ferroviaire. "
Art. 7. In hetzelfde besluit wordt een nieuw hoofdstuk IV/1 ingevoegd dat de artikelen 31/1 tot 31/22 bevat, luidende :
  " HOOFDSTUK IV/1. - Prestatieregeling
  Afdeling 1. - Toewijzing van vertragingen
  Art. 31/1. - De prestatieregeling geldt voor elke partij.
  Art. 31/2. - De infrastructuurbeheerder registreert de storingen en wijst het aantal door elke partij veroorzaakte en opgelopen minuten vertraging toe.
  De infrastructuurbeheerder kan pas overgaan tot de wijziging van zijn registratiemethode van de storingen nadat hij overleg heeft gepleegd met de spoorwegmaatschappijen.
  Art. 31/3. - Worden bij de meting van de prestatie van de partijen uitgesloten :
  1° de storingen toegewezen aan derden;
  2° de storingen veroorzaakt door een ernstig ongeval, zoals bedoeld in de wet van 19 december 2006 betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen.
  Art. 31/4. - Voor de toewijzing van de vertragingen neemt de infrastructuurbeheerder alleen de storingen in aanmerking die beantwoorden aan minstens één van de volgende gevallen :
  1° 20' vertraging of meer veroorzaakten aan een reizigerstrein, door dezelfde aanleiding. Voor internationale reizigerstreinen wordt de samenvoeging van verscheidene kleine vertragingen die in totaal 20' of meer bedragen, beschouwd als één storing. Deze samenvoeging is uitsluitend berekend op de Belgische trajecten van deze treinen.
  2° in totaal 40' vertraging of meer veroorzaakten aan verscheidene reizigerstreinen;
  3° 60' vertraging of meer veroorzaakten aan een snelle goederentrein zoals bedoeld in artikel 6;
  4° 120' vertraging of meer veroorzaakten aan een trage goederentrein;
  5° 90' vertraging of meer aan verscheidene goederentreinen veroorzaakten;
  6° oorzaak waren van de volledige of gedeeltelijke afschaffing van een trein of verscheidene treinen reizigers- of goederentreinen.
  De maximale in rekening te brengen vertraging voor de berekening van de bonus/malus is per storing 60' voor een reizigerstrein en 360' voor een goederentrein. Een afgeschafte reizigerstrein zal beschouwd worden als zijnde een vertraging van 60'.
  Art. 31/5. - De infrastructuurbeheerder informeert dagelijks, per fax, per e-mail of via een beveiligde website, elke spoorwegonderneming over de storingen en de ermee gepaard gaande vertragingen waarbij zij betrokken is.
  Deze informatie bevat minstens :
  1° de datum, het uur en de plaats waar de storing zich voordeed;
  2° de aard van de storing;
  3° de oorzaak of oorzaken van de storing;
  4° het nummer van de treinen betrokken bij de storing;
  5° het aantal minuten vertraging opgelopen door elk van deze treinen.
  Door deze informatie kan de betrokken spoorwegonderneming nagaan of de storingen haar wel terecht werden toegewezen.
  Art. 31/6. - Elke betwisting door een spoorwegonderneming van de lijst van storingen van de maand M moet ten laatste op de 10e dag van de maand M+1 per brief, per fax of per e-mail aan de infrastructuurbeheerder worden meegedeeld. Deze kennisgeving vermeldt op gedetailleerde wijze de motieven van de betwisting en desgevallend een voorstel tot verbetering van de door de infrastructuurbeheerder aangetoonde oorzaak.
  Art. 31/7. - De infrastructuurbeheerder onderzoekt elke betwisting. Zo nodig overlegt hij met de spoorwegonderneming die een toewijzing van de oorzaak of van het totaal aantal minuten vertraging betwist. Indien het overleg niet slaagt en de spoorwegonderneming een aantal minuten vertraging toegewezen krijgt dat zij betwist, dan legt de infrastructuurbeheerder de zienswijzen van beide partijen voor aan het toezichthoudende orgaan opdat het beslist over het aantal minuten vertraging dat moet worden toegekend. Het toezichthoudende orgaan beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen, te rekenen vanaf het ogenblik dat de betwisting haar werd voorgelegd, om haar beslissing aan de betrokken partijen mee te delen.
  Art. 31/8. - Alle betwistingen voor dewelke de partijen een akkoord hebben bereikt of waarvoor het toezichthoudende orgaan een beslissing heeft genomen, worden opgenomen in het jaarlijks verslag over de prestatieregeling, geïndividualiseerd per partij, en opgesteld door de infrastructuurbeheerder. Dit verslag wordt op 30 april meegedeeld.
  Art. 31/9. - Door middel van het in artikel 31/8 bedoelde verslag licht de infrastructuurbeheerder elke spoorwegonderneming in over de resultaten die hen aanbelangen, met name :
  1° het totaal aantal minuten vertraging;
  2° het aantal minuten vertraging, vergeleken met de door haar te bereiken kwaliteitsdoelstelling;
  3° de betwistingen bedoeld in artikel 31/8;
  4° de bonus/malus berekend overeenkomstig afdeling 2;
  5° de voorlopige spilwaarde en de waarden voorzien in artikel 31/14 en de definitieve spilwaarde van het voorbije jaar;
  6° het totale bedrag aan boni en mali van alle partijen.
  De infrastructuurbeheerder maakt de jaarlijkse verslagen bedoeld in § 1 alsook het jaarlijks verslag over de resultaten van zijn eigen prestaties, over aan het toezichthoudende orgaan en aan de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer.
  Art. 31/10. - De infrastructuurbeheerder informeert elke werkdag, door overmaking van het Journaal van de beknopte relazen per fax, per e-mail of via een toegang tot een beveiligde website, de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer en het toezichthoudende orgaan over alle storingen toegewezen aan partijen en aan derden.
  De Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer kan alle bijkomende gegevens opvragen bij de infrastructuurbeheerder die zij nodig acht voor haar onderzoek van storingen toegewezen aan derden.
  Afdeling 2. - Berekening van de bonus of malus
  Art. 31/11. - Voor ieder kalenderjaar wordt het globale maximumbedrag te betalen malus en te ontvangen bonus voor alle partijen samen vastgesteld. Voor het eerste jaar van toepassing van de prestatieregeling, bedraagt het maximum 12 miljoen euro. De volgende jaren evolueert het bedrag evenredig met de toe- of afname van het globale aantal treinkilometer gereden in het voorgaande jaar en wordt het bovendien aangepast aan de evolutie van de index zoals bedoeld in artikel 25.
  Art. 31/12. - Elk jaar wordt het maximumaandeel per partij in de globale bonus en malus als volgt bepaald :
  1° voor de infrastructuurbeheerder, 30 % van het bedrag bedoeld in artikel 31/11;
  2° na aftrek van het maximaal toewijsbare aan de infrastructuurbeheerder van het bedrag bedoeld in artikel 31/11 wordt het maximumaandeel voor elke andere partij proportioneel berekend volgens hun procentueel aandeel in het totale aantal gereden treinkilometer tijdens het afgelopen kalenderjaar.
  Voor een spoorwegonderneming die in het afgelopen kalenderjaar niet heeft gereden, wordt een aantal treinkilometer geraamd op basis van de aangevraagde treinpaden voor dat betreffende jaar, zoals opgenomen in het gebruikscontract gesloten tussen de infrastructuurbeheerder en de spoorwegonderneming.
  Art. 31/13. - In het begin van elk jaar wordt aan elke partij een voorlopige spilwaarde toegekend, in afwachting van het jaarlijks verslag bedoeld in artikel 31/8. Zij is uitgedrukt in aantal minuten en is gelijk aan :
  1° voor de infrastructuurbeheerder, het totaal aantal door hem in de afgelopen vijf jaren veroorzaakte minuten vertraging, gedeeld door het totaal aantal treinkilometer dat alle spoorwegonder-nemingen samen in diezelfde vijf jaren op het netwerk van de infrastructuurbeheerder gereden hebben, vermenigvuldigd met het totaal aantal door alle spoorwegondernemingen bij de infrastructuurbeheerder aangevraagde treinkilometer voor het beschouwde jaar;
  2° voor een spoorwegonderneming, het gemiddelde globale aantal minuten vertraging per treinkilometer, verkregen door het totaal aantal minuten vertraging toegewezen aan alle spoorwegondernemingen zoals voorzien in artikel 31/4 te delen door het totaal aantal treinkilometer dat alle spoorwegondernemingen samen in de afgelopen vijf jaren op het netwerk van de infrastructuurbeheerder gereden hebben, vermenigvuldigd met het door de desbetreffende spoorwegonderneming voor het beschouwde jaar aangevraagde aantal treinkilometer;
  Na afloop van het beschouwde jaar, worden de voorlopige spilwaarden herberekend tot definitieve spilwaarden :
  1° voor de infrastructuurbeheerder, door de voorlopige spilwaarde te delen door het totaal aantal treinkilometer dat alle spoorwegondernemingen samen aangevraagd hebben voor het beschouwde jaar, vermenigvuldigd met het totaal aantal treinkilometer dat alle spoorwegondernemingen samen in het beschouwde jaar op het netwerk van de infrastructuurbeheerder gereden hebben;
  2° voor de spoorwegondernemingen, door hun voorlopige spilwaarde te delen door het door de spoorwegonderneming aangevraagde aantal treinkilometer voor het beschouwde jaar, vermenigvuldigd met de door deze onderneming in het beschouwde jaar werkelijk op het netwerk van de infrastructuurbeheerder gereden aantal treinkilometer.
  Voor het eerste jaar van toepassing van dit besluit, kunnen de partijen de hen toegewezen voorlopige spilwaarde betwisten bij het toezichthoudende orgaan, binnen een termijn van tien kalenderdagen na mededeling door de infrastructuurbeheerder. Het toezichthoudende orgaan spreekt zich uit over de betwiste voorlopige spilwaarde binnen een termijn van dertig kalenderdagen na indiening van de betwisting.
  Art. 31/14. - Op de spilwaarde van elke partij wordt een vork van 20 % naar boven en naar beneden toegepast. Overschrijdingen van deze vork worden verder niet in aanmerking genomen.
  Art. 31/15. - Een partij waaraan in het beschouwde jaar meer minuten vertraging dan haar definitieve spilwaarde werd toegewezen, moet een malus betalen. Deze malus wordt berekend volgens de formule van bijlage 1.
  Art. 31/16. - Een partij waaraan in het beschouwde jaar minder minuten vertraging dan haar definitieve spilwaarde werd toegewezen, heeft recht op een bonus onverminderd artikelen 31/17 en 31/20. Deze bonus wordt berekend volgens de formule van bijlage 2.
  Art. 31/17. - Elke partij stort uiterlijk op 30 juni het bedrag van de aan haar voor het afgelopen kalenderjaar toegekende malus, op een voor deze prestatieregeling door de infrastructuurbeheerder geopende bankrekening.
  De infrastructuurbeheerder informeert de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer van de verrichtingen op deze rekening.
  De interesten van deze rekening worden toegewezen voor het betalen van de boni.
  Onverminderd artikel 31/20 wordt de berekende bonus voor het afgelopen kalenderjaar betaald uiterlijk op 31 juli uit de mali die al ontvangen werden en vervolgens uit de mali die nog moeten worden ingevorderd, zodra deze geïnd zijn.
  Art. 31/18. - In geval van niet-betaling van de malus door één of meerdere partijen tegen de datum vermeld in artikel 31/17, brengt de infrastructuurbeheerder de Minister hiervan op de hoogte.
  De Minister onderneemt elke nuttige actie, zo nodig gerechtelijk, om de verschuldigde betaling van de partijen te bekomen.
  De te ontvangen malus die gestort wordt na de datum vermeld in artikel 31/17, wordt, te rekenen vanaf deze datum, verhoogd van rechtswege en zonder ingebrekestelling met de verwijlintresten berekend aan de wettelijke rentevoet.
  Art. 31/19. - Wanneer, ondanks de initiatieven genomen overeenkomstig artikel 31/18, één of meerdere partijen in gebreke blijven de malus te betalen, worden de partij of partijen die recht hebben op een bonus betaald op basis van de beschikbare bedragen, in verhouding tot hun aandeel in de bonus.
  Het bedrag van de nog te ontvangen malus wordt, vanaf zijn ontvangst, uitgedeeld aan de partij of partijen die recht hebben op een bonus, in verhouding tot hun aandeel in de bonus.
  Art. 31/20. - Indien in een bepaald jaar onvoldoende bedragen beschikbaar zijn om de bonus uit te betalen, wordt elke partij uitbetaald in verhouding tot haar aandeel in de globaal te ontvangen bonus. Het restant van een jaar blijft slechts opeisbaar gedurende de tien daarop volgende jaren, onder voorbehoud van de te recupereren bedragen in toepassing van artikel 31/18.
  De bonus wordt betaald naar gelang de anciënniteit van zijn opeisbaarheid.
  Art. 31/21. - De niet gestorte boni worden jaarlijks vermeerderd met de rente van toepassing op de rekening van de infrastructuurbeheerder bedoeld in artikel 31/17.
  Afdeling 3. - Evaluatie
  Art. 31/22. - De Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer evalueert de prestatieregeling nadat zij gedurende twee kalenderjaren is toegepast. Het evaluatierapport wordt voorgelegd aan de Ministerraad ten laatste negen maanden na het tweede jaar van toepassing.
Art. 7. Il est inséré, dans le même arrêté, un nouveau chapitre IV/1, comprenant les articles 31/1 à 31/22, rédigé comme suit :
  " CHAPITRE IV/1. - Système d'amélioration des performances
  Section 1re. - Attribution des retards
  Art. 31/1. - Le système d'amélioration des performances s'applique à chaque partie.
  Art. 31/2. - Le gestionnaire de l'infrastructure enregistre les perturbations et attribue le nombre de minutes de retard occasionnées et encourues par chaque partie.
  Le gestionnaire de l'infrastructure ne peut modifier sa méthode d'enregistrement des perturbations qu'après s'être concerté avec les entreprises ferroviaires.
  Art. 31/3. - Sont exclues de la mesure des performances des parties :
  1° les perturbations attribuées à des tiers;
  2° les perturbations causées par un accident grave, comme visé dans la loi du 19 décembre 2006 relative à la sécurité d'exploitation ferroviaire.
  Art. 31/4. - Pour l'attribution des retards, le gestionnaire de l'infrastructure prend uniquement en considération les perturbations qui correspondent à au moins un des cas suivants :
  1° ont occasionné 20' de retard ou plus à un train de voyageurs, du fait de la même cause. Pour les trains de voyageurs internationaux, le cumul de plusieurs petits retards totalisant 20' ou plus est considéré comme une seule perturbation. Ce cumul est calculé uniquement sur les parcours belges de ces trains.
  2° ont occasionné au total 40' de retard ou plus à plusieurs trains de voyageurs;
  3° ont occasionné 60' de retard ou plus à un train de marchandises rapide, visé à l'article 6;
  4° ont occasionné 120' de retard ou plus à un train de marchandises lent;
  5° ont occasionné 90' de retard ou plus à plusieurs trains de marchandises;
  6° ont occasionné la suppression totale ou partielle d'un ou de plusieurs trains de voyageurs ou de marchandises.
  Le retard maximum à prendre en considération pour le calcul du bonus/malus est par perturbation de 60' pour un train de voyageurs et de 360' pour un train de marchandise. Un train de voyageurs supprimé sera considéré comme ayant 60' de retard.
  Art. 31/5. - Le gestionnaire de l'infrastructure informe quotidiennement, par fax, par e-mail ou via un site web sécurisé, chaque entreprise ferroviaire des perturbations et des retards qui en résultent la concernant.
  Cette information comporte au moins :
  1° la date, l'heure et l'endroit où la perturbation s'est produite;
  2° la nature de la perturbation;
  3° la ou les causes de la perturbation;
  4° le numéro des trains impliqués dans la perturbation;
  5° le nombre de minutes de retard encourues par chacun de ces trains.
  Cette information permet à l'entreprise ferroviaire concernée de vérifier si les perturbations lui ont bien été attribuées à juste titre.
  Art. 31/6. - Toute contestation de la liste des perturbations du mois M par une entreprise ferroviaire doit être communiquée, par lettre, par fax ou par e-mail, au plus tard le 10e jour du mois M+1 au gestionnaire de l'infrastructure. Cette notification mentionnera de façon détaillée les motifs de la contestation ainsi que, le cas échéant, une proposition de correction de la cause indiquée par le gestionnaire de l'infrastructure.
  Art. 31/7. - Le gestionnaire de l'infrastructure examine chaque contestation. Le cas échéant, il se concerte avec l'entreprise ferroviaire qui conteste une attribution de la cause ou du nombre total de minutes de retard. Si la concertation n'aboutit pas de sorte que l'entreprise ferroviaire se voit attribuer un nombre de minutes de retard qu'elle conteste, le gestionnaire de l'infrastructure soumet alors les points de vue des deux parties à l'organe de contrôle afin qu'il décide du nombre de minutes de retard à attribuer. L'organe de contrôle dispose d'un délai de trente jours calendrier à compter du moment où la contestation lui a été soumise, pour communiquer sa décision aux parties concernées.
  Art. 31/8. - Toutes les contestations pour lesquelles les parties sont parvenues à un accord ou ayant fait l'objet d'une décision prise par l'organe de contrôle sont mentionnées dans le rapport annuel relatif au système d'amélioration des performances, individualisé par partie et établi par le gestionnaire de l'infrastructure. Ce rapport est communiqué le 30 avril.
  Art. 31/9. - Par le biais du rapport visé à l'article 31/8, le gestionnaire de l'infrastructure informe chaque entreprise ferroviaire des résultats qui la concernent, à savoir :
  1° le nombre total de minutes de retard;
  2° le nombre de minutes de retard, comparé à l'objectif que celle-ci doit atteindre en matière de qualité;
  3° les contestations citées à l'article 31/8;
  4° le bonus/malus calculé conformément à la section 2;
  5° la valeur pivot provisoire et les valeurs visées à l'article 31/14 et la valeur pivot définitive de l'année écoulée;
  6° le montant total des boni et des mali de toutes les parties.
  Le gestionnaire de l'infrastructure transmet les rapports annuels visés au § 1er ainsi que le rapport annuel relatif aux résultats de ses propres prestations, à l'organe de contrôle et au Service public fédéral Mobilité et Transports.
  Art. 31/10. - Le gestionnaire de l'infrastructure informe chaque jour ouvrable, par l'envoi du Journal des relations succinctes par fax, par e-mail ou via un accès à un site web sécurisé, le Service public fédéral Mobilité et Transports et l'organe de contrôle de toutes les perturbations attribuées à des parties et à des tiers.
  Le Service public fédéral Mobilité et Transports peut demander toutes les données complémentaires au gestionnaire de l'infrastructure qu'il juge nécessaires pour son examen des perturbations attribuées aux tiers.
  Section 2. - Calcul du bonus ou malus
  Art. 31/11. - Le montant maximum global pour l'ensemble des parties en malus à payer et en bonus à recevoir est fixé pour chaque année civile. Pour la première année de mise en pratique du système d'amélioration des performances, le maximum s'élève à 12 millions d'euros. Pour les années suivantes, le montant évolue proportionnellement à l'augmentation ou à la diminution du nombre global de train-kilomètre parcouru l'année précédente et est en outre adapté à l'évolution de l'index visé à l'article 25.
  Art. 31/12. - Chaque année, la part maximale par partie dans le bonus et malus global est déterminée comme suit :
  1° pour le gestionnaire de l'infrastructure, 30 % du montant visé à l'article 31/11;
  2° après déduction du maximum attribuable au gestionnaire de l'infrastructure dans le montant visé à l'article 31/11, la part maximale pour chaque autre partie est calculée proportionnellement selon leur part, en pourcentage, au nombre total de train-kilomètre parcouru durant l'année civile écoulée.
  Pour une entreprise ferroviaire n'ayant pas circulé au cours de l'année civile écoulée, un nombre de train-kilomètre est estimé sur la base des sillons demandés pour l'année concernée tel que repris dans le contrat d'utilisation conclu entre le gestionnaire d'infrastructure et l'entreprise ferroviaire.
  Art. 31/13. - Au début de chaque année, une valeur pivot provisoire est attribuée à chaque partie, dans l'attente du rapport annuel visé à l'article 31/8. Elle est exprimée en nombre de minutes et est égale :
  1° pour le gestionnaire de l'infrastructure, au nombre total de minutes de retard causé par lui pendant les cinq dernières années, divisé par le nombre total de train-kilomètre que l'ensemble des entreprises ferroviaires a parcouru sur le réseau du gestionnaire de l'infrastructure durant ces mêmes cinq années, multiplié par le nombre total de train-kilomètre demandé auprès du gestionnaire de l'infrastructure par l'ensemble des entreprises ferroviaires pour l'année considérée;
  2° pour une entreprise ferroviaire, au nombre global moyen de minutes de retard par train-kilomètre, obtenu en divisant le nombre total de minutes de retard attribué à l'ensemble des entreprises ferroviaires conformément à l'article 31/4, par le nombre total de train-kilomètre que l'ensemble des entreprises ferroviaires a parcouru sur le réseau du gestionnaire de l'infrastructure durant les cinq dernières années, multiplié par le nombre de train-kilomètre demandé par l'entreprise ferroviaire en question pour l'année considérée;
  Après la fin de l'année considérée, les valeurs pivot provisoires sont recalculées vers des valeurs pivot définitives :
  1° pour le gestionnaire de l'infrastructure, en divisant la valeur pivot provisoire par le nombre total de train-kilomètre demandé par l'ensemble des entreprises ferroviaires pour l'année considérée, multiplié par le nombre total de train-kilomètre que l'ensemble des entreprises ferroviaires a parcouru sur le réseau du gestionnaire de l'infrastructure durant l'année considérée;
  2° pour les entreprises ferroviaires, en divisant leur valeur pivot provisoire par le nombre de train-kilomètre demandé par l'entreprise ferroviaire pour l'année considérée, multiplié par le nombre total de train-kilomètre que cette entreprise a réellement parcouru sur le réseau du gestionnaire de l'infrastructure durant l'année considérée.
  Pour la première année d'application du présent arrêté, les parties peuvent, dans un délai de dix jours calendrier après communication par le gestionnaire de l'infrastructure, contester auprès de l'organe de contrôle la valeur pivot provisoire qui leur a été attribuée. L'organe de contrôle se prononce sur la valeur pivot provisoire contestée dans un délai de trente jours de calendrier après introduction de la contestation.
  Art. 31/14. - A la valeur pivot est appliquée une fourchette de 20 % à la hausse et à la baisse. Les dépassements de cette fourchette ne sont pas pris en considération.
  Art. 31/15. - Une partie, à laquelle un nombre de minutes de retard supérieur à sa valeur pivot définitive a été attribué durant l'année considérée, doit payer un malus. Ce malus est calculé suivant la formule de l'annexe 1re.
  Art. 31/16. - Une partie, à laquelle un nombre de minutes de retard inférieur à sa valeur pivot définitive a été attribué durant l'année considérée, a droit à un bonus sans préjudice des articles 31/17 et 31/20. Ce bonus est calculé suivant la formule de l'annexe 2.
  Art. 31/17. - Chaque partie verse, au plus tard le 30 juin, le montant du malus qui lui a été attribué pour l'année civile écoulée sur un compte bancaire ouvert par le gestionnaire de l'infrastructure pour ce système d'amélioration des performances.
  Le gestionnaire de l'infrastructure informe le Service public fédéral de Mobilité et Transports des mouvements de ce compte.
  Les intérêts de ce compte sont affectés aux paiements des boni.
  Sans préjudice de l'article 31/20, le bonus calculé pour l'année civile écoulée est versé au plus tard le 31 juillet à partir des mali déjà perçus et, ensuite, des mali à encaisser dès que ceux-ci sont recouvrés.
  Art. 31/18. - En cas de défaut de paiement du malus par une ou plusieurs parties pour la date indiquée à l'article 31/17, le gestionnaire de l'infrastructure informe le Ministre.
  Le Ministre entreprend toute action utile, le cas échéant judiciaire, en vue d'obtenir le paiement des mali dus par les parties.
  Le malus à percevoir qui est versé après la date visée à l'article 31/17, est majoré de plein droit et sans mise en demeure des intérêts de retard calculés au taux légal à compter de cette date.
  Art. 31/19. - Si, malgré les initiatives prises conformément à l'article 31/18, une ou plusieurs parties restent en défaut de paiement du malus, la ou les parties ayant droit à un bonus sont payées sur la base des montants disponibles au prorata de leur part dans le bonus.
  Le montant du malus encore à récupérer est distribué, dès sa récupération, à la ou les parties ayant droit à un bonus au prorata de leur part dans le bonus.
  Art. 31/20. - Si, au cours d'une année donnée, le montant disponible est insuffisant pour payer le bonus, chaque partie est payée au prorata de sa part dans le bonus global à percevoir. Le reliquat d'une année ne reste exigible que pendant les dix années suivantes, sous réserve des sommes restant à recouvrer en application de l'article 31/18.
  Le bonus est payé en fonction de l'ancienneté de son exigibilité.
  Art. 31/21. - Les boni non versés sont majorés annuellement au taux appliqué sur le compte du gestionnaire d'infrastructure visé à l'article 31/17.
  Section 3. - Evaluation
  Art. 31/22. - Le Service public fédéral Mobilité et Transports évalue le système d'amélioration des performances après les deux premières années civiles de son application. Le rapport d'évaluation est présenté au Conseil des Ministres au plus tard neuf mois après la deuxième année d'application.
Art. 8. In hetzelfde besluit wordt een nieuw hoofdstuk IV/2 ingevoegd dat de artikelen 31/23 en 31/24 bevat, luidende :
  " HOOFDSTUK IV/2. - Berekening en nadere bepaling van de betaling voor op de spoorweginfrastructuur uitgevoerde tests
  Art. 31/23. - Met toepassing van artikel 9 van de wet int de infrastructuurbeheerder bij de aanvrager van een test een forfaitaire bijdrage voor het gebruik van de spoorweginfrastructuur voor tests met rollend materieel.
  De Minister bevoegd voor het Spoorvervoer stelt de berekeningswijze vast en de nadere bepalingen voor van deze forfaitaire bijdrage, alsook de methode van indexeren van deze bijdrage.
  Art. 31/24. - De infrastructuurbeheerder kan van de aanvrager van een test een voorschot op de forfaitaire bijdrage innen.
Art. 8. Il est inséré dans le même arrêté un nouveau chapitre IV/2, comprenant les articles 31/23 et 31/24, rédigé comme suit :
  " CHAPITRE IV/2. - Calcul et modalités de paiement des essais réalisés sur l'infrastructure ferroviaire
  Art. 31/23. - En application de l'article 9 de la loi, le gestionnaire de l'infrastructure perçoit, auprès du demandeur de l'essai, une contribution forfaitaire pour l'utilisation de l'infrastructure ferroviaire pour des essais de matériel roulant.
  Le Ministre qui a le Transport ferroviaire dans ses attributions détermine le mode de calcul et les modalités de cette contribution forfaitaire ainsi que la méthode d'indexation de cette contribution.
  Art. 31/24. - Le gestionnaire de l'infrastructure peut percevoir du demandeur d'un essai une avance sur la contribution forfaitaire.
Art. 9. In hetzelfde besluit worden bijlagen 1 en 2 ingevoegd die als bijlagen 1 en 2 zijn gevoegd bij dit besluit.
Art. 9. Dans le même arrêté, sont insérées les annexes 1re et 2 qui sont jointes en annexes 1 et 2 au présent arrêté.
Art. 10. Artikel 7 en de bijlagen 1 en 2 treden in werking op 1 januari 2013.
Art. 10. L'article 7 et les annexes 1re et 2 entrent en vigueur le 1er janvier 2013.
Art. 11. De Minister bevoegd voor het Spoorvervoer is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 11. Le Ministre qui a le Transport ferroviaire dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Gegeven te Brussel, 6 juli 2011.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Eerste Minister,
  Y. LETERME
  De Staatssecretaris voor Mobiliteit,
  E. SCHOUPPE
  Donné à Bruxelles, le 6 juillet 2011.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Premier Ministre,
  Y. LETERME
  Le Secrétaire d'Etat à la Mobilité,
  E. SCHOUPPE
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 1 bij het koninklijk besluit van 9 december 2004 betreffende de verdeling van de spoorweginfrastructuurcapaciteiten en de retributie voor het gebruik van de spoorweginfrastructuur
  Berekeningsformule van de malus zoals bedoeld in artikel 31/15
  [Malus = M(p) x (Mv(p) - D(p))/(D(p) x 20 %)] (ERRATUM, zie B.St. 12-08-2011, p. 47090)
  waarbij :
  M(p) : het maximumbedrag dat de betreffende partij aan malus kan worden opgelegd voor het afgelopen jaar;
  Mv(p) : het aantal minuten vertraging dat de betrokken partij werd toegewezen voor het afgelopen jaar;
  D(p) : de spilwaarde toegewezen aan de betrokken partij voor het afgelopen jaar.
Art. N1. Annexe 1 à l'arrêté royal du 9 décembre 2004 relatif à la répartition des capacités de l'infrastructure ferroviaire et à la redevance d'utilisation de l'infrastructure ferroviaire
  Formule de calcul du malus visé à l'article 31/15
  Malus = M(p) x (Mv(p) - D(p))/(D(p) x 20 %)
   dans laquelle :
  M(p) : le montant maximum du malus qui peut être imposé à la partie concernée pour l'année écoulée;
  Mv(p) : le nombre de minutes de retard attribué à la partie concernée pour l'année écoulée;
  D(p) : la valeur pivot attribuée à la partie concernée pour l'année écoulée.
  Gezien om gevoegd te worden bij ons besluit van 6 juli 2011 tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 december 2004 betreffende de verdeling van de spoorweginfrastructuurcapaciteiten en de retributie voor het gebruik van de spoorweginfrastructuur.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Eerste Minister,
  Y. LETERME
  De Staatssecretaris voor Mobiliteit,
  E. SCHOUPPE
  Vu pour être annexé à notre arrêté du 6 juillet 2011 modifiant l'arrêté royal du 9 décembre 2004 relatif à la répartition des capacités de l'infrastructure ferroviaire et à la redevance d'utilisation de l'infrastructure ferroviaire.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Premier Ministre,
  Y. LETERME
  Le Secrétaire d'Etat à la Mobilité,
  E. SCHOUPPE
Art. N2. Bijlage 2 bij het koninklijk besluit van 9 december 2004 betreffende de verdeling van de spoorweginfrastructuurcapaciteiten en de retributie voor het gebruik van de spoorweginfrastructuur
  Berekeningsformule van de bonus zoals bedoeld in artikel 31/16
  Bonus = M(p) x (D(p) - Mv(p))/(D(p) x 20 %)
  waarbij :
  M(p) : het maximumbedrag dat de betreffende partij aan bonus kan worden toegekend voor het afgelopen jaar;
  Mv(p) : het aantal minuten vertraging dat de betrokken partij werd toegewezen voor het afgelopen jaar;
  D(p) : de spilwaarde toegewezen aan de betrokken partij voor het afgelopen jaar.
Art. N2. Annexe 2 à l'arrêté royal du 9 décembre 2004 relatif à la répartition des capacités de l'infrastructure ferroviaire et à la redevance d'utilisation de l'infrastructure ferroviaire
  Formule de calcul du bonus visé à l'article 31/16
  Bonus = M(p) x (D(p) - Mv(p))/(D(p) x 20 %)
   dans laquelle :
  M(p) : le montant maximum du bonus qui peut être accordé à la partie concernée pour l'année écoulée;
  Mv(p) : le nombre de minutes de retard attribué à la partie concernée pour l'année écoulée;
  D(p) : la valeur pivot attribuée à la partie concernée pour l'année écoulée.
  Gezien om gevoegd te worden bij ons besluit van 6 juli 2011 tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 december 2004 betreffende de verdeling van de spoorweginfrastructuurcapaciteiten en de retributie voor het gebruik van de spoorweginfrastructuur.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Eerste Minister,
  Y. LETERME
  De Staatssecretaris voor Mobiliteit,
  E. SCHOUPPE
  Vu pour être annexé à notre arrêté du 6 juillet 2011 modifiant l'arrêté royal du 9 décembre 2004 relatif à la répartition des capacités de l'infrastructure ferroviaire et à la redevance d'utilisation de l'infrastructure ferroviaire.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Premier Ministre,
  Y. LETERME
  Le Secrétaire d'Etat à la Mobilité,
  E. SCHOUPPE