Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
2 MAART 2010. - Reglement van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen van 2 maart 2010 tot wijziging van het reglement van 17 oktober 2006 op het eigen vermogen van de kredietinstellingen en de beleggingsondernemingen. (Ingevoegd bij Addendum gepubliceerd in B.St. 13-08-2010, p. 52988-52989)
Titre
2 MARS 2010. - Règlement de la Commission bancaire, financière et des Assurances du 2 mars 2010 modifiant le règlement du 17 octobre 2006 relatif aux fonds propres des établissements de crédit et des entreprises d'investissement. (Inséré par Addendum publié au M.B. 13-08-2010, p. 52988-52989)
Tekst (4)
Texte (4)
Artikel 1. De in de artikelen 2 en 3 vermelde wijzigingen worden aangebracht in het reglement van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen van 17 oktober 2006 op het eigen vermogen van de kredietinstellingen en de beleggingsondernemingen.
Article 1er. Les modifications reprises aux articles 2 et 3 sont apportées au règlement de la Commission bancaire, financière et des Assurances du 17 octobre 2006 relatif aux fonds propres des établissements de crédit et des entreprises d'investissement.
Art. 2. In artikel XV.1 worden na § 5 de volgende paragrafen toegevoegd, luidende :
" § 5.a. Instellingen die hun gewogen risicovolumes overeenkomstig titel VI berekenen, houden tot 31 december 2011 een eigen vermogen aan dat te allen tijde gelijk is aan of hoger ligt dan de in § 5.c. of, in voorkomend geval, § 5.d. vermelde bedragen.
§ 5.b. Instellingen die, overeenkomstig hoofdstuk 4 van titel VIII, geavanceerde meetbenaderingen hanteren voor de berekening van de eigenvermogensvereisten voor het operationeel risico, houden tot 31 december 2011 een eigen vermogen aan dat te allen tijde gelijk is aan of hoger ligt dan de in § 5.c. of, in voorkomend geval, § 5.d. vermelde bedragen.
§ 5.c. Het bedrag van het in §§ 5.a. en 5.b. bedoelde eigen vermogen is gelijk aan 80 % van het totale bedrag dat de instelling tijdens deze periode minimum aan eigen vermogen zou moeten aanhouden krachtens artikel 82, § 1, 3° van het reglement van de CBFA van 5 december 1995 betreffende het eigen vermogen van kredietinstellingen voor de kredietinstellingen of van het reglement van de CBFA van 5 december 1995 betreffende het eigen vermogen van beursvennootschappen voor de beursvennootschappen, overeenkomstig de bepalingen van deze reglementen zoals die van toepassing waren vóór 1 januari 2007.
§ 5.d. Behoudens voorafgaande goedkeuring van de CBFA en voor de in § 5.e. bedoelde instellingen, kan het bedrag van het in §§ 5.a. en 5.b. bedoelde eigen vermogen gelijk zijn aan 80 % van het totale bedrag dat de instelling tijdens deze periode minimum aan eigen vermogen zou moeten aanhouden krachtens :
*titel V;
* titel VII, hoofdstuk 4, afdeling 2;
* titel VIII, hoofdstuk 2, of, in voorkomend geval, hoofdstuk 3;
* dit reglement zoals dat van toepassing is vóór 1 januari 2011.
§ 5.e. Paragraaf 5.d. mag enkel worden toegepast als de instelling gebruik maakt van een in titel VI of in hoofdstuk 4 van titel VIII bedoelde internemodellenbenadering voor de berekening van haar eigenvermogensvereisten na 1 januari 2010. "
Art. 2. Les paragraphes suivants sont introduits après le § 5 de l'article XV.1 :
" § 5.a. Les établissements qui calculent les volumes pondérés de leurs risques conformément au titre VI disposent, jusqu'au 31 décembre 2011, de fonds propres d'un montant en permanence égal ou supérieur aux montants indiqués au § 5.c. ou, le cas échéant, au § 5.d.
§ 5.b. Les établissements appliquant les approches par mesure avancée conformément au chapitre 4 du titre VIII aux fins du calcul de leurs exigences de fonds propres pour risque opérationnel disposent, jusqu'au 31 décembre 2011, de fonds propres d'un montant en permanence égal ou supérieur aux montants indiqués au § 5.c. ou, le cas échéant, au § 5.d.
§ 5.c. Le montant des fonds propres visés aux §§ 5.a. et 5.b. est égal à 80 % du montant minimum total de fonds propres que l'établissement aurait dû détenir durant cette période en vertu de l'article 82, § 1, 3° du règlement de la CBFA du 5 décembre 1995 relatif aux fonds propres des établissements de crédit pour les établissements de crédit ou du règlement de la CBFA du 5 décembre 1995 relatif aux fonds propres des sociétés de bourse pour les sociétés de bourse, conformément au dispositif desdits règlements applicables avant le 1er janvier 2007.
§ 5.d. Sous réserve d'approbation préalable de la CBFA et pour les établissements visés au § 5.e., le montant des fonds propres visés aux §§ 5.a. et 5.b. peut être égal à 80 % du montant minimum total de fonds propres que l'établissement aurait dû détenir durant cette période en vertu :
*du titre V;
* du titre VII, chapitre 4, section 2;
* du titre VIII, chapitre 2, ou, le cas échéant, chapitre 3;
* du présent règlement tel qu'il s'appliquait avant le 1er janvier 2011.
§ 5.e. Le paragraphe 5.d. ne peut s'appliquer que si l'établissement a commencé à utiliser une approche modèle interne visée au titre VI ou titre VIII, chapitre 4 pour le calcul de ses exigences en fonds propres après le 1er janvier 2010. "
Art. 3. In artikel XV.1 wordt § 6 vervangen als volgt :
" § 6. De naleving van de in de §§ 1 tot 5.d. vastgestelde vereisten gebeurt op basis van bedragen aan eigen vermogen die volledig zijn aangepast om geen rekening te houden met de in artikel II.1, § 1, 1), b), viii), en artikel II.1, § 1, 2°, e) en f), bedoelde elementen die voortvloeien uit de afzonderlijke behandeling van de verwachte en onverwachte verliezen overeenkomstig titel VI van het onderhavige reglement. "
Art. 3. Le § 6 de l'article XV.1 est remplacé par le paragraphe suivant :
" § 6. Le respect des exigences fixées aux §§ 1 à 5.d. se fait sur la base de fonds propres pleinement ajustés de manière à ne pas tenir compte des éléments visés à l'article II.1, § 1, 1), b) viii), et l'article II.1, § 1, 2°, e) et f) découlant du traitement distinct réservé, en vertu du titre VI du présent règlement, aux pertes anticipées et non anticipées".
Art. 4. Dit reglement treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Brussel, 2 maart 2010.
De Voorzitter,
J.-P. SERVAIS
Art. 4. Le présent règlement entre en vigueur à la date de sa publication au Moniteur belge.
Bruxelles, le 2 mars 2010.
Le Président,
J.-P. SERVAIS