Artikel 1. Definities
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder :
- " ingezetene " :
1° elke natuurlijke persoon die zijn hoofdverblijfplaats in België heeft, hierbij inbegrepen de ambtenaren van een organisatie naar internationaal of Europees recht, gevestigd in België. Elke persoon die in de bevolkingsregisters van een gemeente ingeschreven is, wordt geacht daar zijn hoofdverblijfplaats te hebben;
2° elke natuurlijke persoon van Belgische nationaliteit die in een Belgische diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het buitenland een zending vervult, alsook de familieleden die deel uitmaken van zijn gezin en die hem vergezellen;
3° elke rechtspersoon naar Belgisch publiekrecht en alle diensten daarvan in België, alsook de Belgische diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen in het buitenland;
4° elke rechtspersoon naar Belgisch privaatrecht, voor de activiteiten van zijn maatschappelijke zetel, van zijn bijkantoren en bedrijfszetels gevestigd in België;
5° elke rechtspersoon naar buitenlands recht, voor de activiteiten van zijn bijkantoren en bedrijfszetels gevestigd in België;
6° elke natuurlijke persoon die, ofschoon hij zijn hoofdverblijfplaats in het buitenland heeft of niet in de bevolkingsregisters van een Belgische gemeente is ingeschreven, op duurzame wijze een onderneming uitbaat in België, en dat voor de activiteiten van die onderneming;
- " niet-ingezetene " :
1° elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die niet als een ingezetene mag beschouwd worden;
2° elke natuurlijke persoon van buitenlandse nationaliteit die een betrekking uitoefent in een diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van zijn land die gevestigd is in België, alsook de familieleden die deel uitmaken van zijn gezin en die hem vergezellen;
3° de organisaties naar internationaal of Europees recht die gevestigd zijn in België;
4° de diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen die in België gevestigd zijn;
- " ingezeten kredietinstellingen " :
1° elke in België gevestigde kredietinstelling in de zin van artikel 1 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, die een monetaire financiële instelling is overeenkomstig artikel 2.1 van de Verordening ECB/2001/13 van 22 november 2001 met betrekking tot de geconsolideerde balans van de sector monetaire financiële instellingen;
2° de Nationale Bank van België;
3° de financiële diensten van " De Post ";
- " buitenlandse transactie " :
1° elk feit dat vorderingen of schulden tussen een ingezetene en een niet-ingezetene geheel of gedeeltelijk doet ontstaan of tenietdoet;
2° elk feit dat de overdracht van een zakelijk recht tussen een ingezetene en een niet-ingezetene veroorzaakt;
- " professionele buitenlandse transactie " :
1° elke buitenlandse transactie van ingezeten natuurlijke personen in de uitoefening van een handelsactiviteit of van een vrij beroep;
2° elke buitenlandse transactie van ingezeten rechtspersonen;
- " professionele buitenlandse betaling " : elke overdracht van fondsen op rekening tussen een België en het buitenland in opdracht van een ingezeten rechtspersoon of een ingezeten natuurlijke persoon in de uitoefening van een handelsactiviteit of van een vrij beroep en ten gunste van een niet-ingezetene of omgekeerd;
- " aard van de buitenlandse transactie " : de economische aard van een buitenlandse transactie volgens de categorieën bepaald in de lijst als bijlage bij het reglement;
- " land van de niet-ingezeten tegenpartij " :
1° het land van verblijf van de niet-ingezeten medecontractant voor de buitenlandse transacties voortvloeiend uit de uitvoering van een contract;
2° het land waar de directe investering zich bevindt voor de buitenlandse transacties betreffende directe investeringen in het buitenland;
3° het land van verblijf van de niet-ingezetene die verbonden is in een transactie met de ingezetene voor de andere buitenlandse transacties;
- " directe-investeringsrelatie " : elke band tussen een rechtspersoon of een natuurlijke persoon en een onderneming, die deze rechtspersoon of natuurlijke persoon - " de directe investeerder " - in staat stelt een significante invloed uit te oefenen op het bestuur van de bedoelde onderneming - " de onderneming waarin direct wordt geïnvesteerd " - en die getuigt van een duurzaam belang van de directe investeerder in die onderneming.
Deze band kan al dan niet tot stand komen door tussenkomst van andere rechtspersonen of natuurlijke personen waarmee een gelijkwaardige band bestaat.
Er bestaat een vermoeden van directe-investeringsrelatie wanneer een directe investeerder op directe of indirecte wijze een deelneming van minimaal tien procent aanhoudt in het kapitaal van de onderneming waarin direct wordt geïnvesteerd;
- " directe-investeringsrelatie met het buitenland " : elke directe-investeringsrelatie tussen een ingezetene directe investeerder en een onderneming gevestigd in het buitenland of tussen een niet-ingezetene directe investeerder en een onderneming gevestigd in België;
- " directe-investeringstransactie met het buitenland " :
1° elke transactie die tot doel heeft een directe-investeringsrelatie met het buitenland te doen ontstaan;
2° elke transactie waardoor een directe investeerder middelen ter beschikking stelt of terugtrekt, ontvangt van of terugbetaald aan een onderneming waarmee hij een directe-investeringsrelatie met het buitenland heeft;
- " directe investering met het buitenland " :
1° het geheel van de middelen die een directe investeerder op een gegeven ogenblik via directe-investeringstransacties met het buitenland ter beschikking stelt van ondernemingen waarmee hij een directe-investeringsrelatie;
2° elk in het buitenland gelegen onroerend goed of deel daarvan dat eigendom van een ingezetene is, alsmede elk in België gelegen onroerend goed, of deel daarvan, dat eigendom van een niet-ingezetene is heeft;
- " directe-investeerder " : elke openbare of privéonderneming met of zonder rechtspersoonlijkheid, elke groep van onderling verbonden ondernemingen met of zonder rechtspersoonlijkheid, elke regering, elke natuurlijke persoon of groep van onderling verbonden natuurlijke personen die een directe-investeringsonderneming bezit die actief is in een ander land dan het (de) land(en) van verblijf van de directe investeerder(s);
- " onderneming die het voorwerp is van de directe investering " : elke onderneming waarvan een directe investeerder minstens tien procent van de gewone aandelen of stemrechten bezit - ingeval van een dochtermaatschappij of verbonden onderneming - of het equivalent als het een bijkantoor betreft of een bedrijfszetel of elke onderneming waarin een directe investeerder een inmengingsrecht in de beslissings- en bestuursprocessen uitoefent;
- " inmengingsrecht " : het recht van elke rechts- of natuurlijke persoon of elke groep van rechts- of natuurlijke personen om zich te mengen in de beslissings- en bestuursprocessen van een onderneming.
- " verbonden onderneming " : elke onderneming die met een derde natuurlijke persoon of rechtspersoon een directe-investeringsrelatie onderhoudt, en dit ofwel als directe investeerder dan wel als onderneming die het voorwerp is van de directe investering. Moeten bovendien als onderling verbonden beschouwd worden, de ondernemingen die met een zelfde derde natuurlijke persoon of rechtspersoon een directe-investeringsrelatie onderhouden als onderneming die het voorwerp is van de directe investering (" zustermaatschappij ");
- " groep van ondernemingen " : het geheel van de ondernemingen die met elkaar verbonden zijn door directe investeringsbanden. De groep mag een nationale dimensie hebben indien ze uitsluitend is samengesteld uit ingezeten ondernemingen, of een internationale dimensie indien één of meerdere verbonden ondernemingen niet-ingezeten zijn. De niet-ingezeten investeerders die natuurlijke personen zijn moeten eveneens worden opgenomen in de definitie van de groep;
- " onderneming van de groep " : elke onderneming die tot de groep behoort, ongeacht de aard van haar activiteit (niet-financiële onderneming, kredietinstelling...);
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
22 DECEMBER 2009. - Reglement "A" van de Nationale Bank van België betreffende de statistische verplichtingen van de ingezeten kredietinstellingen aangaande de betalingsbalans
Titre
22 DECEMBRE 2009. - Règlement "A" de la Banque Nationale de Belgique relatif aux obligations statistiques en matière de balance des paiements des établissments de crédits
Documentinformatie
Numac: 2010A03064
Datum: 2009-12-22
Info du document
Numac: 2010A03064
Date: 2009-12-22
Tekst (17)
Texte (17)
Article 1er. Définitions
Pour l'application du présent règlement, il faut entendre par :
- " résident " :
1° toute personne physique qui a sa résidence principale en Belgique, y compris les fonctionnaires d'une organisation de droit international ou européen établie en Belgique. Toute personne qui est inscrite aux registres de la population d'une commune est réputée y avoir sa résidence principale;
2° toute personne physique de nationalité belge qui remplit une mission dans une représentation diplomatique ou consulaire belge à l'étranger, de même que les membres de sa famille qui composent son ménage et qui l'accompagnent;
3° toute personne morale de droit public belge et tous ses services en Belgique, ainsi que les représentations diplomatiques et consulaires belges à l'étranger;
4° toute personne morale de droit privé belge, pour les activités de son siège social, de ses succursales et sièges d'exploitation établis en Belgique;
5° toute personne morale de droit étranger, pour les activités de ses succursales et sièges d'exploitation établis en Belgique;
6° toute personne physique qui, tout en ayant sa résidence principale à l'étranger ou en n'étant pas inscrite aux registres de la population d'une commune belge, exploite de manière durable une entreprise en Belgique, et ce pour les activités de cette entreprise;
- " non-résident " :
1° toute personne physique ou morale qui ne peut pas être considérée comme un résident;
2° toute personne physique de nationalité étrangère qui occupe un poste dans une représentation diplomatique ou consulaire de son pays établie en Belgique, de même que les membres de sa famille qui composent son ménage et qui l'accompagnent;
3° les organisations de droit international ou européen établies en Belgique;
4° les représentations diplomatiques et consulaires établies en Belgique;
- " établissement de crédit résident " :
1° tout établissement de crédit établi en Belgique au sens de l'article 1er de la loi du 22 mars 1993 sur le statut et le contrôle des établissements de crédit, qui est une institution financière monétaire en application de l'article 2.1 du Règlement BCE/2001/13 du 22 novembre 2001 concernant le bilan consolidé du secteur des institutions financières monétaires;
2° la Banque Nationale de Belgique;
3° les services financiers de " La Poste ";
- " opération avec l'étranger " :
1° tout fait qui crée ou éteint, en tout ou en partie, des créances ou des dettes entre un résident et un non-résident;
2° tout fait qui occasionne le transfert d'un droit réel entre un résident et un non-résident;
- " opération à caractère professionnel avec l'étranger " :
1° toute opération avec l'étranger de personnes physiques résidentes dans l'exercice d'un commerce ou d'une profession libérale;
2° toute opération avec l'étranger de personnes morales résidentes;
- " paiement à caractère professionnel avec l'étranger " : tout transfert de fonds en compte entre la Belgique et l'étranger d'ordre d'une personne morale résidente ou d'une personne physique résidente dans l'exercice d'un commerce ou d'une profession libérale et en faveur d'un non-résident ou vice versa;
- " nature de l'opération avec l'étranger " : la nature économique d'une opération avec l'étranger selon les catégories définies dans la liste annexée au règlement;
- " pays de la contrepartie non résidente " :
1° le pays de résidence du cocontractant non résident pour les opérations avec l'étranger consécutives à l'exécution d'un contrat;
2° le pays où est situé l'investissement direct pour les opérations avec l'étranger relatives aux investissements directs à l'étranger;
3° le pays de résidence du non-résident qui est engagé dans l'opération avec le résident pour les autres opérations avec l'étranger;
- " relation d'investissement direct " : tout lien entre une personne morale ou physique et une entreprise qui permet à cette personne morale ou physique - " l'investisseur direct " - d'avoir une influence significative dans la gestion de l'entreprise concernée - " l'entreprise objet de l'investissement direct " - et qui témoigne d'un intérêt durable de l'investisseur direct dans ladite entreprise.
Ce lien peut être établi par l'intermédiaire ou non d'autres personnes morales ou physiques avec lesquelles il existe un lien semblable.
Il existe une présomption de relation d'investissement direct lorsqu'un investisseur direct détient directement ou indirectement une participation de dix pour cent minimum du capital de l'entreprise objet de l'investissement direct;
- " relation d'investissement direct avec l'étranger " : toute relation d'investissement direct entre un investisseur direct résident et une entreprise établie à l'étranger ou entre un investisseur direct non résident et une entreprise établie en Belgique;
- " opération d'investissement direct avec l'étranger " :
1° toute opération qui a pour but de créer une relation d'investissement direct avec l'étranger;
2° toute opération par laquelle un investisseur direct met des ressources à la disposition d'une entreprise avec laquelle il est en relation d'investissement direct avec l'étranger ou en retire, reçoit des ressources de celle-ci ou en rembourse à celle-ci;
- " investissement direct avec l'étranger " :
1° l'ensemble des ressources que, à un moment donné, un investisseur direct met au moyen d'opérations d'investissement direct avec l'étranger à la disposition d'entreprises avec lesquelles il est en relation d'investissement direct;
2° tout bien ou partie de bien immobilier qui est la propriété d'un résident et qui est situé à l'étranger, ainsi que tout bien ou partie de bien immobilier qui est la propriété d'un non-résident et qui est situé en Belgique;
- " investisseur direct " : toute entreprise publique ou privée ayant ou non la personnalité morale, tout groupe d'entreprises liées entre elles ayant ou non la personnalité morale, tout gouvernement, toute personne physique ou tout groupe de personnes physiques liées entre elles, possédant une entreprise d'investissement direct qui opère dans un pays autre que le ou les pays de résidence de l'investisseur ou des investisseurs direct(s);
- " entreprise objet de l'investissement direct " : toute entreprise dans laquelle un investisseur direct détient au moins dix pour cent des actions ordinaires ou des droits de vote - dans le cas d'une filiale ou d'une société affiliée - ou l'équivalent s'il s'agit d'une succursale ou d'un siège d'exploitation ou toute entreprise dans laquelle un investisseur direct exerce un droit d'ingérence dans les processus de décision et de gestion;
- " droit d'ingérence " : le droit d'intervention qu'a toute personne morale ou physique ou tout groupe de personnes morales ou physiques dans les processus de décision et de gestion d'une entreprise;
- " entreprise liée " : toute entreprise qui entretient avec une tierce personne physique ou morale une relation d'investissement direct que ce soit à titre d'investisseur direct ou d'entreprise objet de l'investissement direct. Doivent en outre être considérées comme étant liées entre elles, des entreprises qui entretiennent avec une même tierce personne physique ou morale une relation d'investissement direct à titre d'entreprise objet de l'investissement direct (" société-soeur ");
- " groupe d'entreprises " : l'ensemble des entreprises liées entre elles par des relations d'investissements directs. Le groupe peut avoir une dimension nationale, s'il est composé exclusivement d'entreprises résidentes, ou internationale si une ou plusieurs entreprises liées sont non résidentes. Les investisseurs non résidents personnes physiques doivent également être considérés dans la définition du groupe;
- " entreprise du groupe " : toute entreprise appartenant à un groupe d'entreprises quelle que soit la nature de son activité (entreprise non financière, établissement de crédit...);
Pour l'application du présent règlement, il faut entendre par :
- " résident " :
1° toute personne physique qui a sa résidence principale en Belgique, y compris les fonctionnaires d'une organisation de droit international ou européen établie en Belgique. Toute personne qui est inscrite aux registres de la population d'une commune est réputée y avoir sa résidence principale;
2° toute personne physique de nationalité belge qui remplit une mission dans une représentation diplomatique ou consulaire belge à l'étranger, de même que les membres de sa famille qui composent son ménage et qui l'accompagnent;
3° toute personne morale de droit public belge et tous ses services en Belgique, ainsi que les représentations diplomatiques et consulaires belges à l'étranger;
4° toute personne morale de droit privé belge, pour les activités de son siège social, de ses succursales et sièges d'exploitation établis en Belgique;
5° toute personne morale de droit étranger, pour les activités de ses succursales et sièges d'exploitation établis en Belgique;
6° toute personne physique qui, tout en ayant sa résidence principale à l'étranger ou en n'étant pas inscrite aux registres de la population d'une commune belge, exploite de manière durable une entreprise en Belgique, et ce pour les activités de cette entreprise;
- " non-résident " :
1° toute personne physique ou morale qui ne peut pas être considérée comme un résident;
2° toute personne physique de nationalité étrangère qui occupe un poste dans une représentation diplomatique ou consulaire de son pays établie en Belgique, de même que les membres de sa famille qui composent son ménage et qui l'accompagnent;
3° les organisations de droit international ou européen établies en Belgique;
4° les représentations diplomatiques et consulaires établies en Belgique;
- " établissement de crédit résident " :
1° tout établissement de crédit établi en Belgique au sens de l'article 1er de la loi du 22 mars 1993 sur le statut et le contrôle des établissements de crédit, qui est une institution financière monétaire en application de l'article 2.1 du Règlement BCE/2001/13 du 22 novembre 2001 concernant le bilan consolidé du secteur des institutions financières monétaires;
2° la Banque Nationale de Belgique;
3° les services financiers de " La Poste ";
- " opération avec l'étranger " :
1° tout fait qui crée ou éteint, en tout ou en partie, des créances ou des dettes entre un résident et un non-résident;
2° tout fait qui occasionne le transfert d'un droit réel entre un résident et un non-résident;
- " opération à caractère professionnel avec l'étranger " :
1° toute opération avec l'étranger de personnes physiques résidentes dans l'exercice d'un commerce ou d'une profession libérale;
2° toute opération avec l'étranger de personnes morales résidentes;
- " paiement à caractère professionnel avec l'étranger " : tout transfert de fonds en compte entre la Belgique et l'étranger d'ordre d'une personne morale résidente ou d'une personne physique résidente dans l'exercice d'un commerce ou d'une profession libérale et en faveur d'un non-résident ou vice versa;
- " nature de l'opération avec l'étranger " : la nature économique d'une opération avec l'étranger selon les catégories définies dans la liste annexée au règlement;
- " pays de la contrepartie non résidente " :
1° le pays de résidence du cocontractant non résident pour les opérations avec l'étranger consécutives à l'exécution d'un contrat;
2° le pays où est situé l'investissement direct pour les opérations avec l'étranger relatives aux investissements directs à l'étranger;
3° le pays de résidence du non-résident qui est engagé dans l'opération avec le résident pour les autres opérations avec l'étranger;
- " relation d'investissement direct " : tout lien entre une personne morale ou physique et une entreprise qui permet à cette personne morale ou physique - " l'investisseur direct " - d'avoir une influence significative dans la gestion de l'entreprise concernée - " l'entreprise objet de l'investissement direct " - et qui témoigne d'un intérêt durable de l'investisseur direct dans ladite entreprise.
Ce lien peut être établi par l'intermédiaire ou non d'autres personnes morales ou physiques avec lesquelles il existe un lien semblable.
Il existe une présomption de relation d'investissement direct lorsqu'un investisseur direct détient directement ou indirectement une participation de dix pour cent minimum du capital de l'entreprise objet de l'investissement direct;
- " relation d'investissement direct avec l'étranger " : toute relation d'investissement direct entre un investisseur direct résident et une entreprise établie à l'étranger ou entre un investisseur direct non résident et une entreprise établie en Belgique;
- " opération d'investissement direct avec l'étranger " :
1° toute opération qui a pour but de créer une relation d'investissement direct avec l'étranger;
2° toute opération par laquelle un investisseur direct met des ressources à la disposition d'une entreprise avec laquelle il est en relation d'investissement direct avec l'étranger ou en retire, reçoit des ressources de celle-ci ou en rembourse à celle-ci;
- " investissement direct avec l'étranger " :
1° l'ensemble des ressources que, à un moment donné, un investisseur direct met au moyen d'opérations d'investissement direct avec l'étranger à la disposition d'entreprises avec lesquelles il est en relation d'investissement direct;
2° tout bien ou partie de bien immobilier qui est la propriété d'un résident et qui est situé à l'étranger, ainsi que tout bien ou partie de bien immobilier qui est la propriété d'un non-résident et qui est situé en Belgique;
- " investisseur direct " : toute entreprise publique ou privée ayant ou non la personnalité morale, tout groupe d'entreprises liées entre elles ayant ou non la personnalité morale, tout gouvernement, toute personne physique ou tout groupe de personnes physiques liées entre elles, possédant une entreprise d'investissement direct qui opère dans un pays autre que le ou les pays de résidence de l'investisseur ou des investisseurs direct(s);
- " entreprise objet de l'investissement direct " : toute entreprise dans laquelle un investisseur direct détient au moins dix pour cent des actions ordinaires ou des droits de vote - dans le cas d'une filiale ou d'une société affiliée - ou l'équivalent s'il s'agit d'une succursale ou d'un siège d'exploitation ou toute entreprise dans laquelle un investisseur direct exerce un droit d'ingérence dans les processus de décision et de gestion;
- " droit d'ingérence " : le droit d'intervention qu'a toute personne morale ou physique ou tout groupe de personnes morales ou physiques dans les processus de décision et de gestion d'une entreprise;
- " entreprise liée " : toute entreprise qui entretient avec une tierce personne physique ou morale une relation d'investissement direct que ce soit à titre d'investisseur direct ou d'entreprise objet de l'investissement direct. Doivent en outre être considérées comme étant liées entre elles, des entreprises qui entretiennent avec une même tierce personne physique ou morale une relation d'investissement direct à titre d'entreprise objet de l'investissement direct (" société-soeur ");
- " groupe d'entreprises " : l'ensemble des entreprises liées entre elles par des relations d'investissements directs. Le groupe peut avoir une dimension nationale, s'il est composé exclusivement d'entreprises résidentes, ou internationale si une ou plusieurs entreprises liées sont non résidentes. Les investisseurs non résidents personnes physiques doivent également être considérés dans la définition du groupe;
- " entreprise du groupe " : toute entreprise appartenant à un groupe d'entreprises quelle que soit la nature de son activité (entreprise non financière, établissement de crédit...);
Art. 2. Ingerichte enquêtes
Om de informatie te verzamelen die de ingezeten kredietinstellingen aan de Nationale Bank van België dienen te verstrekken, worden periodiek de volgende enquêtes ingericht :
a) enquête met betrekking tot de buitenlandse transacties die door de ingezeten kredietinstellingen voor eigen rekening verricht zijn;
b) enquête over de ingezeten klanten van ingezeten kredietinstellingen die professionele buitenlandse betalingen verrichten;
c) enquête over de roerende waarden;
d) enquête over de structuur van de groep;
e) enquête over de uitstaande bedragen van de directe investeringen;
f) enquête over de resultaten van de directe investeringen;
g) enquête over de structuur en de activiteit van buitenlandse filialen.
Om de informatie te verzamelen die de ingezeten kredietinstellingen aan de Nationale Bank van België dienen te verstrekken, worden periodiek de volgende enquêtes ingericht :
a) enquête met betrekking tot de buitenlandse transacties die door de ingezeten kredietinstellingen voor eigen rekening verricht zijn;
b) enquête over de ingezeten klanten van ingezeten kredietinstellingen die professionele buitenlandse betalingen verrichten;
c) enquête over de roerende waarden;
d) enquête over de structuur van de groep;
e) enquête over de uitstaande bedragen van de directe investeringen;
f) enquête over de resultaten van de directe investeringen;
g) enquête over de structuur en de activiteit van buitenlandse filialen.
Art. 2. Enquêtes organisées
En vue de collecter les informations que les établissements de crédit résidents sont tenus de transmettre à la Banque Nationale de Belgique, les enquêtes suivantes sont organisées périodiquement :
a) enquête relative aux opérations avec l'étranger réalisées pour compte propre par les établissements de crédit résidents;
b) enquête sur les clients résidents des établissements de crédit résidents qui réalisent des paiements à caractère professionnel avec l'étranger;
c) enquête sur les valeurs mobilières;
d) enquête sur la structure du groupe;
e) enquête relative aux encours des investissements directs;
f) enquête relative aux résultats des investissements directs;
g) enquête sur la structure et l'activité des filiales étrangères.
En vue de collecter les informations que les établissements de crédit résidents sont tenus de transmettre à la Banque Nationale de Belgique, les enquêtes suivantes sont organisées périodiquement :
a) enquête relative aux opérations avec l'étranger réalisées pour compte propre par les établissements de crédit résidents;
b) enquête sur les clients résidents des établissements de crédit résidents qui réalisent des paiements à caractère professionnel avec l'étranger;
c) enquête sur les valeurs mobilières;
d) enquête sur la structure du groupe;
e) enquête relative aux encours des investissements directs;
f) enquête relative aux résultats des investissements directs;
g) enquête sur la structure et l'activité des filiales étrangères.
Art. 3. Categorie van aangifteplichtige ingezetenen en frequenties van aangifte
Alle ingezeten kredietinstellingen beantwoorden :
- maandelijks de enquêtes vermeld in punten a), b), en c) van artikel 2;
- jaarlijks de enquêtes vermeld in punten d), e), f) en g) van artikel 2.
Alle ingezeten kredietinstellingen beantwoorden :
- maandelijks de enquêtes vermeld in punten a), b), en c) van artikel 2;
- jaarlijks de enquêtes vermeld in punten d), e), f) en g) van artikel 2.
Art. 3. Catégorie de résidents assujettis et fréquences de déclaration
Tous les établissements de crédit résidents répondent :
- mensuellement aux enquêtes énoncées aux points a), b), et c) de l'article 2;
- annuellement aux enquêtes énoncées aux points d), e), f) et g) de l'article 2.
Tous les établissements de crédit résidents répondent :
- mensuellement aux enquêtes énoncées aux points a), b), et c) de l'article 2;
- annuellement aux enquêtes énoncées aux points d), e), f) et g) de l'article 2.
Art. 4. Enquête met betrekking tot de buitenlandse transacties die door de ingezeten kredietinstellingen voor eigen rekening verricht zijn
§ 1. Voor alle buitenlandse transacties die zij voor eigen rekening verrichten en waarvan de aard wordt vermeld in de lijst van de economische aard van de buitenlandse transacties opgenomen in bijlage 1, delen de ingezeten kredietinstellingen de volgende informatie mee :
- het inkomende of uitgaande karakter;
- de waarde van de transactie en de munt waarin die is uitgedrukt;
- de code van de lijst van de economische aard;
- het land van de niet-ingezeten tegenpartij.
§ 2. De transacties met een aard die volgens de definitie specifiek gekoppeld is aan de rol van financieel tussenpersoon die wordt uitgeoefend door de ingezeten kredietinstellingen moeten vanaf de eerste munteenheid worden gerapporteerd.
De andere transacties moeten maar worden gerapporteerd als hun individuele waarde hoger is dan 12.500 EUR of de tegenwaarde in een andere munt.
§ 3. Voor de transacties waarvan de aard als een dienst wordt gedefinieerd, hebben de ingezeten kredietinstellingen de mogelijkheid om de te rapporteren waarden uit te drukken in de munt van hun keuze; voor de andere transacties is het altijd aangewezen om de waarden uit te drukken in de transactiemunt.
§ 4. De ingezeten kredietinstellingen mogen de transacties van eenzelfde periode waarvoor alle vereiste gegevens, behoudens de waarde, dezelfde zijn, samenvoegen.
In dat geval moeten de ingezeten kredietinstellingen op elk ogenblik in staat zijn de aldus samengevoegde transacties te individualiseren.
§ 5. De informatie moet uiterlijk de vijftiende werkdag na het einde van de betrokken maand overgemaakt worden aan de Nationale Bank van België.
De Nationale Bank van België geeft aan de ingezeten kredietinstellingen de richtlijnen aangaande het juiste gebruik van de codes uit de lijst van de economische aard van de buitenlandse transacties en van de voorgeschreven afkortingen voor de aanduiding van de valuta's en de landen.
§ 1. Voor alle buitenlandse transacties die zij voor eigen rekening verrichten en waarvan de aard wordt vermeld in de lijst van de economische aard van de buitenlandse transacties opgenomen in bijlage 1, delen de ingezeten kredietinstellingen de volgende informatie mee :
- het inkomende of uitgaande karakter;
- de waarde van de transactie en de munt waarin die is uitgedrukt;
- de code van de lijst van de economische aard;
- het land van de niet-ingezeten tegenpartij.
§ 2. De transacties met een aard die volgens de definitie specifiek gekoppeld is aan de rol van financieel tussenpersoon die wordt uitgeoefend door de ingezeten kredietinstellingen moeten vanaf de eerste munteenheid worden gerapporteerd.
De andere transacties moeten maar worden gerapporteerd als hun individuele waarde hoger is dan 12.500 EUR of de tegenwaarde in een andere munt.
§ 3. Voor de transacties waarvan de aard als een dienst wordt gedefinieerd, hebben de ingezeten kredietinstellingen de mogelijkheid om de te rapporteren waarden uit te drukken in de munt van hun keuze; voor de andere transacties is het altijd aangewezen om de waarden uit te drukken in de transactiemunt.
§ 4. De ingezeten kredietinstellingen mogen de transacties van eenzelfde periode waarvoor alle vereiste gegevens, behoudens de waarde, dezelfde zijn, samenvoegen.
In dat geval moeten de ingezeten kredietinstellingen op elk ogenblik in staat zijn de aldus samengevoegde transacties te individualiseren.
§ 5. De informatie moet uiterlijk de vijftiende werkdag na het einde van de betrokken maand overgemaakt worden aan de Nationale Bank van België.
De Nationale Bank van België geeft aan de ingezeten kredietinstellingen de richtlijnen aangaande het juiste gebruik van de codes uit de lijst van de economische aard van de buitenlandse transacties en van de voorgeschreven afkortingen voor de aanduiding van de valuta's en de landen.
Art. 4. Enquête relative aux opérations avec l'étranger réalisées pour compte propre par les établissements de crédit résidents
§ 1er. Pour toutes les opérations avec l'étranger qu'ils réalisent pour compte propre et dont la nature figure dans la liste des natures économiques des opérations avec l'étranger reprise à l'annexe 1re, les établissements de crédit résidents communiquent les informations suivantes :
- le caractère de dépense ou de recette;
- la valeur de l'opération et la monnaie utilisée pour l'exprimer;
- le code de la liste des natures économiques;
- le pays de la contrepartie non résidente.
§ 2. Les opérations dont la nature est définie comme spécifiquement liée au rôle d'intermédiaire financier exercé par les établissements de crédit résidents doivent être rapportées dès la première unité de monnaie.
Les autres opérations ne doivent être rapportées que si leur valeur individuelle excède 12.500 EUR ou la contre-valeur dans une autre monnaie.
§ 3. Pour les opérations dont la nature est définie comme un service, les établissements de crédit résidents ont la faculté d'exprimer les valeurs à rapporter dans la monnaie de leur choix; pour les autres opérations, il y a toujours lieu d'exprimer les valeurs dans la monnaie de l'opération.
§ 4. Les établissements de crédit résidents peuvent regrouper les opérations d'une même période pour lesquelles toutes les informations exigées, à l'exception de la valeur, sont identiques.
Dans ce cas, les établissements de crédit résidents doivent être à même, à tout moment, d'individualiser les opérations ainsi regroupées.
§ 5. Les informations doivent être transmises à la Banque Nationale de Belgique au plus tard le quinzième jour ouvrable suivant la fin du mois concerné.
La Banque Nationale de Belgique donne aux établissements de crédit résidents les instructions relatives à l'usage correct des codes de la liste des natures économiques des opérations avec l'étranger et des abréviations prescrites pour l'indication des monnaies et des pays.
§ 1er. Pour toutes les opérations avec l'étranger qu'ils réalisent pour compte propre et dont la nature figure dans la liste des natures économiques des opérations avec l'étranger reprise à l'annexe 1re, les établissements de crédit résidents communiquent les informations suivantes :
- le caractère de dépense ou de recette;
- la valeur de l'opération et la monnaie utilisée pour l'exprimer;
- le code de la liste des natures économiques;
- le pays de la contrepartie non résidente.
§ 2. Les opérations dont la nature est définie comme spécifiquement liée au rôle d'intermédiaire financier exercé par les établissements de crédit résidents doivent être rapportées dès la première unité de monnaie.
Les autres opérations ne doivent être rapportées que si leur valeur individuelle excède 12.500 EUR ou la contre-valeur dans une autre monnaie.
§ 3. Pour les opérations dont la nature est définie comme un service, les établissements de crédit résidents ont la faculté d'exprimer les valeurs à rapporter dans la monnaie de leur choix; pour les autres opérations, il y a toujours lieu d'exprimer les valeurs dans la monnaie de l'opération.
§ 4. Les établissements de crédit résidents peuvent regrouper les opérations d'une même période pour lesquelles toutes les informations exigées, à l'exception de la valeur, sont identiques.
Dans ce cas, les établissements de crédit résidents doivent être à même, à tout moment, d'individualiser les opérations ainsi regroupées.
§ 5. Les informations doivent être transmises à la Banque Nationale de Belgique au plus tard le quinzième jour ouvrable suivant la fin du mois concerné.
La Banque Nationale de Belgique donne aux établissements de crédit résidents les instructions relatives à l'usage correct des codes de la liste des natures économiques des opérations avec l'étranger et des abréviations prescrites pour l'indication des monnaies et des pays.
Art. 5. Lijst van de ingezeten klanten die professionele buitenlandse betalingen verrichten
§ 1. Voor alle professionele buitenlandse betalingen van een individueel bedrag dat hoger is dan 12.500 EUR of de tegenwaarde in een andere munt die zij verrichten, delen de ingezeten kredietinstellingen het ondernemingsnummer van hun klant mee.
Deze informatie wordt vergezeld van het aantal betalingen met het buitenland, alle munten door elkaar, die werden verricht voor rekening van de betrokken ingezeten klant in de loop van de aangifteperiode, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen de betalingen naar het buitenland en de betalingen ontvangen uit het buitenland.
§ 2. De informatie moet uiterlijk de twintigste werkdag na het einde van de betrokken maand overgemaakt worden aan de Nationale Bank van België.
§ 1. Voor alle professionele buitenlandse betalingen van een individueel bedrag dat hoger is dan 12.500 EUR of de tegenwaarde in een andere munt die zij verrichten, delen de ingezeten kredietinstellingen het ondernemingsnummer van hun klant mee.
Deze informatie wordt vergezeld van het aantal betalingen met het buitenland, alle munten door elkaar, die werden verricht voor rekening van de betrokken ingezeten klant in de loop van de aangifteperiode, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen de betalingen naar het buitenland en de betalingen ontvangen uit het buitenland.
§ 2. De informatie moet uiterlijk de twintigste werkdag na het einde van de betrokken maand overgemaakt worden aan de Nationale Bank van België.
Art. 5. Liste des clients résidents réalisant des paiements à caractère professionnel avec l'étranger
§ 1er. Pour tous les paiements à caractère professionnel avec l'étranger d'un montant individuel excédant 12 500 EUR ou la contre-valeur dans une autre monnaie qu'ils réalisent, les établissements de crédit résidents communiquent le numéro d'entreprise de leur client.
Cette information est accompagnée du nombre de paiements avec l'étranger, toutes monnaies confondues, réalisés pour compte du client résident concerné au cours de la période de déclaration en distinguant les paiements vers l'étranger des paiements reçus de l'étranger.
§ 2. Les informations doivent être transmises à la Banque Nationale de Belgique au plus tard le vingtième jour ouvrable suivant la fin du mois concerné.
§ 1er. Pour tous les paiements à caractère professionnel avec l'étranger d'un montant individuel excédant 12 500 EUR ou la contre-valeur dans une autre monnaie qu'ils réalisent, les établissements de crédit résidents communiquent le numéro d'entreprise de leur client.
Cette information est accompagnée du nombre de paiements avec l'étranger, toutes monnaies confondues, réalisés pour compte du client résident concerné au cours de la période de déclaration en distinguant les paiements vers l'étranger des paiements reçus de l'étranger.
§ 2. Les informations doivent être transmises à la Banque Nationale de Belgique au plus tard le vingtième jour ouvrable suivant la fin du mois concerné.
Art. 6. Enquête over de roerende waarden
§ 1. De roerende waarden waarvoor de ingezeten kredietinstellingen de informatie vermeld in § 2 dient mee te delen zijn alle overdraagbare financiële schuldvorderingen :
- van ingezeten of niet-ingezeten emittenten, aangehouden " à la hausse " of " à la baisse " voor eigen rekening, ongeacht of dit gebeurt in het kader van een effectenportefeuille of in het kader van een participatie;
- uitgegeven door de ingezeten kredietinstelling zelf;
- van ingezeten emittenten bewaard voor rekening van hun ingezeten en niet-ingezeten clientèle;
- van niet-ingezeten emittenten bewaard voor rekening van hun ingezeten clientèle.
§ 2. Voor alle in § 1 bedoelde roerende waarden delen de ingezeten kredietinstellingen de volgende gegevens mee :
- het type van roerende waarde;
- het nummer van de boekhoudpost waaronder ze is opgenomen;
- de identificatiecode van de roerende waarde en het gebruikte identificatiesysteem;
- de benaming van de roerende waarde;
- de bedragen in nominale waarde of in aantal, in boekwaarde en in marktwaarde;
- het percentage van de stemrechten verbonden aan de aangehouden aandelen en deelbewijzen;
- de valuta;
- de nominale waarden voor de schuldbewijzen;
- de boekhoudwaarde;
- de marktwaarde;
- de beste schatting van het percentage uitgegeven effecten die door niet-ingezetenen worden aangehouden.
§ 3. Het type van roerende waarde wordt aangeduid door uit de lijst in § 5 de tabel te kiezen die moet worden ingevuld om de andere gegevens mee te delen.
§ 4. Om de roerende waarde te identificeren, dient bij voorkeur de ISIN-code (" International Securities Identification Number ") te worden gebruikt.
Wanneer er geen ISIN-code aan de roerende waarde is toegewezen, wordt deze geïdentificeerd aan de hand van de code die ervoor gebruikt wordt in een van de volgende identificatiesystemen :
- COMMON : gemeenschappelijke code voor Euroclear Bank en Clearstream Bank;
- SVM - SRW : voormalige Belgische standaard voor de in België uitgegeven effecten;
- SEDOL 1 : " Stock Exchange Daily Official List " is een code voor de identificatie van effecten in het Verenigd Koninkrijk en Ierland;
- SEDOL 2 : " Stock Exchange Daily Official List " is een code voor de identificatie van effecten in het Verenigd Koninkrijk en Ierland;
- CUSIP : gebruikt door " US finance industry " voor de effecten, uitgegeven of verhandeld in de Verenigde Staten van Amerika en Canada;
- CINS : " Cusip International Numbering System " wordt gebruikt door de " US-finance industry " voor effecten, uitgegeven of verhandeld buiten de Verenigde Staten van Amerika en Canada;
- BLO : codificatie Bloomberg, New York;
- ISM : codificatie van de International Securities Market Association " ISMA ", Londen;
- RIC : Reuters Identification Code, Londen;
- TK : Telekurs, een Zwitserse standaard;
- SIS : " Securities information system ", een Belgische standaard;
- WKN : " Wertpapierkennnummer ", een Duitse standaard;
- SVN : " Valorennummer ", een Zwitserse standaard.
Wanneer zulke identificatiecodes voor de roerende waarde niet bestaan, omvat de mee te delen informatie bovendien alle andere elementen die de Nationale Bank van België in staat stellen een identificatiecode toe te kennen om de informatie te verwerken.
§ 5. De in § 2 vermelde gegevens moeten worden opgenomen :
a) wanneer zij betrekking hebben op de hausseposities van de kredietinstelling :
in de volgende reeks tabellen van het periodieke informatieschema betreffende hun financiële positie dat de kredietinstellingen dienen mee te delen aan de Nationale Bank van België en de de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen (" schema A ") :
- tabel 03.90 : te plaatsen vastrentende effecten en waardepapier;
- tabel 03.91 : te plaatsen aandelen en andere niet-vastrentende effecten :
- tabel 03.92 : te realiseren kortlopend waardepapier;
- tabel 03.93 : beleggingen in kortlopend waardepapier;
- tabel 03.94 : te realiseren vastrentende effecten;
- tabel 03.95 : te realiseren aandelen en andere niet-vastrentende effecten;
- tabel 03.96 : beleggingen in vastrentende effecten;
- tabel 03.97 : beleggingen in aandelen en andere niet-vastrentende effecten;
- tabel 03.98 : deelnemingen en aandelen die behoren tot de financiële vaste activa;
- tabel 03.99 : andere financiële vaste activa dan deelnemingen en aandelen;
b) wanneer zij betrekking hebben op de baisseposities van de kredietinstelling :
in de volgende tabellen waarvan de inhoud in bijlage 2 opgenomen is :
- tabel 04.90 : baissepositie in schuldbewijzen op ten hoogste één jaar;
- tabel 04.91 : baissepositie in schuldbewijzen op meer dan één jaar;
- tabel 04.92 : baissepositie in aandelen en gelijkgestelde effecten;
c) wanneer zij betrekking hebben op de emissies van roerende waarden door de kredietinstelling :
in de volgende tabellen waarvan de inhoud in bijlage 3 opgenomen is :
- tabel 04.93 : schuldbewijzen op ten hoogste één jaar uitgegeven door de kredietinstelling;
- tabel 04.94 : schuldbewijzen op meer dan één jaar uitgegeven door de kredietinstelling;
- tabel 04.95 : aandelen en gelijkgestelde effecten uitgegeven door de kredietinstelling;
d) wanneer zij betrekking hebben op de bewaring van roerende waarden door de kredietinstelling :
in de volgende tabellen waarvan de inhoud in bijlage 4 opgenomen is :
- tabel 05.90 : schuldbewijzen op ten hoogste één jaar toevertrouwd aan de kredietinstelling;
- tabel 05.91 : schuldbewijzen op meer dan één jaar toevertrouwd aan de kredietinstelling;
- tabel 05.92 : aandelen en gelijkgestelde effecten toevertrouwd aan de kredietinstelling.
§ 6. De door de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen voorziene termijnen voor de gegevensoverdracht moeten worden nageleefd voor alle in § 5 vermelde tabellen.
§ 1. De roerende waarden waarvoor de ingezeten kredietinstellingen de informatie vermeld in § 2 dient mee te delen zijn alle overdraagbare financiële schuldvorderingen :
- van ingezeten of niet-ingezeten emittenten, aangehouden " à la hausse " of " à la baisse " voor eigen rekening, ongeacht of dit gebeurt in het kader van een effectenportefeuille of in het kader van een participatie;
- uitgegeven door de ingezeten kredietinstelling zelf;
- van ingezeten emittenten bewaard voor rekening van hun ingezeten en niet-ingezeten clientèle;
- van niet-ingezeten emittenten bewaard voor rekening van hun ingezeten clientèle.
§ 2. Voor alle in § 1 bedoelde roerende waarden delen de ingezeten kredietinstellingen de volgende gegevens mee :
- het type van roerende waarde;
- het nummer van de boekhoudpost waaronder ze is opgenomen;
- de identificatiecode van de roerende waarde en het gebruikte identificatiesysteem;
- de benaming van de roerende waarde;
- de bedragen in nominale waarde of in aantal, in boekwaarde en in marktwaarde;
- het percentage van de stemrechten verbonden aan de aangehouden aandelen en deelbewijzen;
- de valuta;
- de nominale waarden voor de schuldbewijzen;
- de boekhoudwaarde;
- de marktwaarde;
- de beste schatting van het percentage uitgegeven effecten die door niet-ingezetenen worden aangehouden.
§ 3. Het type van roerende waarde wordt aangeduid door uit de lijst in § 5 de tabel te kiezen die moet worden ingevuld om de andere gegevens mee te delen.
§ 4. Om de roerende waarde te identificeren, dient bij voorkeur de ISIN-code (" International Securities Identification Number ") te worden gebruikt.
Wanneer er geen ISIN-code aan de roerende waarde is toegewezen, wordt deze geïdentificeerd aan de hand van de code die ervoor gebruikt wordt in een van de volgende identificatiesystemen :
- COMMON : gemeenschappelijke code voor Euroclear Bank en Clearstream Bank;
- SVM - SRW : voormalige Belgische standaard voor de in België uitgegeven effecten;
- SEDOL 1 : " Stock Exchange Daily Official List " is een code voor de identificatie van effecten in het Verenigd Koninkrijk en Ierland;
- SEDOL 2 : " Stock Exchange Daily Official List " is een code voor de identificatie van effecten in het Verenigd Koninkrijk en Ierland;
- CUSIP : gebruikt door " US finance industry " voor de effecten, uitgegeven of verhandeld in de Verenigde Staten van Amerika en Canada;
- CINS : " Cusip International Numbering System " wordt gebruikt door de " US-finance industry " voor effecten, uitgegeven of verhandeld buiten de Verenigde Staten van Amerika en Canada;
- BLO : codificatie Bloomberg, New York;
- ISM : codificatie van de International Securities Market Association " ISMA ", Londen;
- RIC : Reuters Identification Code, Londen;
- TK : Telekurs, een Zwitserse standaard;
- SIS : " Securities information system ", een Belgische standaard;
- WKN : " Wertpapierkennnummer ", een Duitse standaard;
- SVN : " Valorennummer ", een Zwitserse standaard.
Wanneer zulke identificatiecodes voor de roerende waarde niet bestaan, omvat de mee te delen informatie bovendien alle andere elementen die de Nationale Bank van België in staat stellen een identificatiecode toe te kennen om de informatie te verwerken.
§ 5. De in § 2 vermelde gegevens moeten worden opgenomen :
a) wanneer zij betrekking hebben op de hausseposities van de kredietinstelling :
in de volgende reeks tabellen van het periodieke informatieschema betreffende hun financiële positie dat de kredietinstellingen dienen mee te delen aan de Nationale Bank van België en de de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen (" schema A ") :
- tabel 03.90 : te plaatsen vastrentende effecten en waardepapier;
- tabel 03.91 : te plaatsen aandelen en andere niet-vastrentende effecten :
- tabel 03.92 : te realiseren kortlopend waardepapier;
- tabel 03.93 : beleggingen in kortlopend waardepapier;
- tabel 03.94 : te realiseren vastrentende effecten;
- tabel 03.95 : te realiseren aandelen en andere niet-vastrentende effecten;
- tabel 03.96 : beleggingen in vastrentende effecten;
- tabel 03.97 : beleggingen in aandelen en andere niet-vastrentende effecten;
- tabel 03.98 : deelnemingen en aandelen die behoren tot de financiële vaste activa;
- tabel 03.99 : andere financiële vaste activa dan deelnemingen en aandelen;
b) wanneer zij betrekking hebben op de baisseposities van de kredietinstelling :
in de volgende tabellen waarvan de inhoud in bijlage 2 opgenomen is :
- tabel 04.90 : baissepositie in schuldbewijzen op ten hoogste één jaar;
- tabel 04.91 : baissepositie in schuldbewijzen op meer dan één jaar;
- tabel 04.92 : baissepositie in aandelen en gelijkgestelde effecten;
c) wanneer zij betrekking hebben op de emissies van roerende waarden door de kredietinstelling :
in de volgende tabellen waarvan de inhoud in bijlage 3 opgenomen is :
- tabel 04.93 : schuldbewijzen op ten hoogste één jaar uitgegeven door de kredietinstelling;
- tabel 04.94 : schuldbewijzen op meer dan één jaar uitgegeven door de kredietinstelling;
- tabel 04.95 : aandelen en gelijkgestelde effecten uitgegeven door de kredietinstelling;
d) wanneer zij betrekking hebben op de bewaring van roerende waarden door de kredietinstelling :
in de volgende tabellen waarvan de inhoud in bijlage 4 opgenomen is :
- tabel 05.90 : schuldbewijzen op ten hoogste één jaar toevertrouwd aan de kredietinstelling;
- tabel 05.91 : schuldbewijzen op meer dan één jaar toevertrouwd aan de kredietinstelling;
- tabel 05.92 : aandelen en gelijkgestelde effecten toevertrouwd aan de kredietinstelling.
§ 6. De door de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen voorziene termijnen voor de gegevensoverdracht moeten worden nageleefd voor alle in § 5 vermelde tabellen.
Art. 6. Enquête sur les valeurs mobilières
§ 1er. Les valeurs mobilières pour lesquelles les établissements de crédit résidents sont tenus de communiquer les informations énoncées au § 2 sont toutes les créances financières cessibles :
- d'émetteurs résidents ou non résidents qu'ils détiennent " à la hausse " ou " à la baisse " pour compte propre que ce soit dans le cadre d'un portefeuille " titres " ou dans le cadre d'une participation;
- émises par l'établissement de crédit résident lui-même;
- d'émetteurs résidents qu'ils conservent pour compte de leurs clients résidents et non résidents;
- d'émetteurs non résidents qu'ils conservent pour compte de leurs clients résidents.
§ 2. Pour chacune des valeurs mobilières visées au § 1er, les établissements de crédit résidents communiquent les informations suivantes :
- le type de la valeur mobilière;
- le numéro du poste comptable où est reprise la valeur mobilière;
- le code d'identification de la valeur mobilière et le type de système d'identification utilisé;
- la dénomination de la valeur mobilière;
- le nombre de valeurs mobilières pour les actions et titres assimilés;
- le pourcentage détenu des droits de vote pour les actions et titres assimilés;
- la monnaie;
- la valeur nominale pour les titres d'emprunt;
- la valeur comptable;
- la valeur de marché;
- la meilleure estimation du pourcentage des valeurs mobilières émises qui sont détenues par des non-résidents.
§ 3. L'indication du type de la valeur mobilière se fait par le choix du tableau de la liste reprise au § 5 complété pour l'indication des autres informations.
§ 4. Pour l'identification de la valeur mobilière, il y a lieu d'utiliser par priorité son code ISIN (" International Securities Identification Number ").
Lorsqu'il n'a pas été attribué de code ISIN à la valeur mobilière, son identification est admise au moyen de son code utilisé dans l'un des systèmes d'identification suivants :
- COMMON : code commun pour Euroclear Banque et Clearstream Banque;
- SVM - SRW : ancien standard belge pour des titres émis en Belgique;
- SEDOL 1 : " Stock Exchange Daily Official List " pour l'identification de titres au Royaume-Uni et en Irlande;
- SEDOL 2 : " Stock Exchange Daily Official List " pour l'identification de titres au Royaume-Uni et en Irlande;
- CUSIP : utilisé par la " US finance industry " pour les titres, émis ou traités aux Etats-Unis d'Amérique et au Canada;
- CINS : " Cusip International Numbering System " utilisé par la " US finance industry " pour les titres, émis ou traités en dehors des Etats-Unis d'Amérique et du Canada;
- BLO : codification Bloomberg, New York;
- ISM : codification de l'International Securities Market Association " ISMA ", Londres;
- RIC : Reuters Identification Code, Londres;
- TK : Telekurs, standard suisse;
- SIS : " Securities Information System ", standard belge;
- WKN : " Wertpapierkennummer ", standard allemand;
- SVN : " Valorennummer ", standard suisse.
Lorsque de tels codes d'identification n'existent pas pour la valeur mobilière, les informations à communiquer comportent en outre tous les autres éléments nécessaires pour permettre à la Banque Nationale de Belgique d'attribuer un code d'identification afin de traiter les informations.
§ 5. Les informations énoncées au § 2 sont à reprendre :
a) lorsqu'elles se rapportent aux positions à la hausse de l'établissement de crédit :
dans la série de tableaux suivants du schéma d'informations périodiques concernant leur situation financière à communiquer par les établissements de crédit à la Banque Nationale de Belgique et à la Commission bancaire, financière et des Assurances (" schéma A ") :
- tableau 03.90 : valeurs mobilières et titres négociables à revenu fixe à placer;
- tableau 03.91 : actions, parts de société et autres valeurs mobilières à revenu variable à placer;
- tableau 03.92 : titres négociables à court terme à réaliser;
- tableau 03.93 : placements en titres négociables à court terme;
- tableau 03.94 : valeurs mobilières à revenu fixe à réaliser;
- tableau 03.95 : actions et parts de société et autres valeurs mobilières à revenu variable à réaliser;
- tableau 03.96 : placements en valeurs mobilières à revenu fixe;
- tableau 03.97 : placements en actions, parts de société et autres valeurs mobilières à revenu variable;
- tableau 03.98 : participations et actions et parts de société relevant des immobilisations financières
- tableau 03.99 : autres immobilisations financières que participations et actions et parts de société;
b) lorsqu'elles se rapportent aux positions à la baisse de l'établissement de crédit :
dans les tableaux suivants dont le contenu est repris à l'annexe 2 :
- tableau 04.90 : position à la baisse en titres d'emprunt à un an au plus;
- tableau 04.91 : position à la baisse en titres d'emprunt à plus d'un an;
- tableau 04.92 : position à la baisse en actions et titres assimilés;
c) lorsqu'elles se rapportent aux émissions de valeurs mobilières par l'établissement de crédit :
dans les tableaux suivants dont le contenu est repris à l'annexe 3 :
- tableau 04.93 : titres d'emprunt à un an au plus émis par l'établissement de crédit;
- tableau 04.94 : titres d'emprunt à plus d'un an émis par l'établissement de crédit;
- tableau 04.95 : actions et titres assimilés émis par l'établissement de crédit;
d) lorsqu'elles se rapportent à la conservation de valeurs mobilières par l'établissement de crédit :
dans les tableaux suivants dont le contenu est repris à l'annexe 4 :
- tableau 05.90 : titres d'emprunt à un an au plus confiés à l'établissement de crédit;
- tableau 05.91 : titres d'emprunt à plus d'un an confiés à l'établissement de crédit;
- tableau 05.92 : actions et titres assimilés confiés à l'établissement de crédit.
§ 6. Les délais prévus par la Commission bancaire, financière et des Assurances pour la transmission des informations sont à respecter pour tous les tableaux énoncés au § 5.
§ 1er. Les valeurs mobilières pour lesquelles les établissements de crédit résidents sont tenus de communiquer les informations énoncées au § 2 sont toutes les créances financières cessibles :
- d'émetteurs résidents ou non résidents qu'ils détiennent " à la hausse " ou " à la baisse " pour compte propre que ce soit dans le cadre d'un portefeuille " titres " ou dans le cadre d'une participation;
- émises par l'établissement de crédit résident lui-même;
- d'émetteurs résidents qu'ils conservent pour compte de leurs clients résidents et non résidents;
- d'émetteurs non résidents qu'ils conservent pour compte de leurs clients résidents.
§ 2. Pour chacune des valeurs mobilières visées au § 1er, les établissements de crédit résidents communiquent les informations suivantes :
- le type de la valeur mobilière;
- le numéro du poste comptable où est reprise la valeur mobilière;
- le code d'identification de la valeur mobilière et le type de système d'identification utilisé;
- la dénomination de la valeur mobilière;
- le nombre de valeurs mobilières pour les actions et titres assimilés;
- le pourcentage détenu des droits de vote pour les actions et titres assimilés;
- la monnaie;
- la valeur nominale pour les titres d'emprunt;
- la valeur comptable;
- la valeur de marché;
- la meilleure estimation du pourcentage des valeurs mobilières émises qui sont détenues par des non-résidents.
§ 3. L'indication du type de la valeur mobilière se fait par le choix du tableau de la liste reprise au § 5 complété pour l'indication des autres informations.
§ 4. Pour l'identification de la valeur mobilière, il y a lieu d'utiliser par priorité son code ISIN (" International Securities Identification Number ").
Lorsqu'il n'a pas été attribué de code ISIN à la valeur mobilière, son identification est admise au moyen de son code utilisé dans l'un des systèmes d'identification suivants :
- COMMON : code commun pour Euroclear Banque et Clearstream Banque;
- SVM - SRW : ancien standard belge pour des titres émis en Belgique;
- SEDOL 1 : " Stock Exchange Daily Official List " pour l'identification de titres au Royaume-Uni et en Irlande;
- SEDOL 2 : " Stock Exchange Daily Official List " pour l'identification de titres au Royaume-Uni et en Irlande;
- CUSIP : utilisé par la " US finance industry " pour les titres, émis ou traités aux Etats-Unis d'Amérique et au Canada;
- CINS : " Cusip International Numbering System " utilisé par la " US finance industry " pour les titres, émis ou traités en dehors des Etats-Unis d'Amérique et du Canada;
- BLO : codification Bloomberg, New York;
- ISM : codification de l'International Securities Market Association " ISMA ", Londres;
- RIC : Reuters Identification Code, Londres;
- TK : Telekurs, standard suisse;
- SIS : " Securities Information System ", standard belge;
- WKN : " Wertpapierkennummer ", standard allemand;
- SVN : " Valorennummer ", standard suisse.
Lorsque de tels codes d'identification n'existent pas pour la valeur mobilière, les informations à communiquer comportent en outre tous les autres éléments nécessaires pour permettre à la Banque Nationale de Belgique d'attribuer un code d'identification afin de traiter les informations.
§ 5. Les informations énoncées au § 2 sont à reprendre :
a) lorsqu'elles se rapportent aux positions à la hausse de l'établissement de crédit :
dans la série de tableaux suivants du schéma d'informations périodiques concernant leur situation financière à communiquer par les établissements de crédit à la Banque Nationale de Belgique et à la Commission bancaire, financière et des Assurances (" schéma A ") :
- tableau 03.90 : valeurs mobilières et titres négociables à revenu fixe à placer;
- tableau 03.91 : actions, parts de société et autres valeurs mobilières à revenu variable à placer;
- tableau 03.92 : titres négociables à court terme à réaliser;
- tableau 03.93 : placements en titres négociables à court terme;
- tableau 03.94 : valeurs mobilières à revenu fixe à réaliser;
- tableau 03.95 : actions et parts de société et autres valeurs mobilières à revenu variable à réaliser;
- tableau 03.96 : placements en valeurs mobilières à revenu fixe;
- tableau 03.97 : placements en actions, parts de société et autres valeurs mobilières à revenu variable;
- tableau 03.98 : participations et actions et parts de société relevant des immobilisations financières
- tableau 03.99 : autres immobilisations financières que participations et actions et parts de société;
b) lorsqu'elles se rapportent aux positions à la baisse de l'établissement de crédit :
dans les tableaux suivants dont le contenu est repris à l'annexe 2 :
- tableau 04.90 : position à la baisse en titres d'emprunt à un an au plus;
- tableau 04.91 : position à la baisse en titres d'emprunt à plus d'un an;
- tableau 04.92 : position à la baisse en actions et titres assimilés;
c) lorsqu'elles se rapportent aux émissions de valeurs mobilières par l'établissement de crédit :
dans les tableaux suivants dont le contenu est repris à l'annexe 3 :
- tableau 04.93 : titres d'emprunt à un an au plus émis par l'établissement de crédit;
- tableau 04.94 : titres d'emprunt à plus d'un an émis par l'établissement de crédit;
- tableau 04.95 : actions et titres assimilés émis par l'établissement de crédit;
d) lorsqu'elles se rapportent à la conservation de valeurs mobilières par l'établissement de crédit :
dans les tableaux suivants dont le contenu est repris à l'annexe 4 :
- tableau 05.90 : titres d'emprunt à un an au plus confiés à l'établissement de crédit;
- tableau 05.91 : titres d'emprunt à plus d'un an confiés à l'établissement de crédit;
- tableau 05.92 : actions et titres assimilés confiés à l'établissement de crédit.
§ 6. Les délais prévus par la Commission bancaire, financière et des Assurances pour la transmission des informations sont à respecter pour tous les tableaux énoncés au § 5.
Art. 7. Enquête over de structuur van de groep
§ 1. Voor alle ondernemingen waarmee een relatie van directe investering bestaat en voor al hun niet-ingezeten directe investeerders die niet zijn opgericht in de vorm van een onderneming, dienen de ingezeten kredietinstellingen de volgende informatie mee te delen :
- de benaming;
- het land van vestiging;
- het bestaan van een inmengingsrecht;
- het bestaan van een beursnotering;
- de datum van het einde van het boekhoudjaar;
- de activiteitssector;
- het deelnemingspercentage met alle andere ondernemingen van de groep.
Indien dat het geval zou zijn duiden de ingezeten kredietinstellingen eveneens aan welke directe investeerder rechtstreeks of onrechtstreeks meer dan vijftig procent van hun gewone aandelen of stemrechten bezit.
§ 2. De antwoorden op de enquête moeten uiterlijk de vijftiende werkdag na de aangifteperiode overgemaakt worden aan de Nationale Bank van België.
§ 1. Voor alle ondernemingen waarmee een relatie van directe investering bestaat en voor al hun niet-ingezeten directe investeerders die niet zijn opgericht in de vorm van een onderneming, dienen de ingezeten kredietinstellingen de volgende informatie mee te delen :
- de benaming;
- het land van vestiging;
- het bestaan van een inmengingsrecht;
- het bestaan van een beursnotering;
- de datum van het einde van het boekhoudjaar;
- de activiteitssector;
- het deelnemingspercentage met alle andere ondernemingen van de groep.
Indien dat het geval zou zijn duiden de ingezeten kredietinstellingen eveneens aan welke directe investeerder rechtstreeks of onrechtstreeks meer dan vijftig procent van hun gewone aandelen of stemrechten bezit.
§ 2. De antwoorden op de enquête moeten uiterlijk de vijftiende werkdag na de aangifteperiode overgemaakt worden aan de Nationale Bank van België.
Art. 7. Enquête sur la structure du groupe
§ 1er. Pour toutes les entreprises avec lesquelles il existe une relation d'investissement direct ainsi que pour tous leurs investisseurs directs non résidents qui ne sont pas constitués sous forme d'entreprise, les établissements de crédit résidents communiquent les informations suivantes :
- la dénomination;
- le pays d'établissement;
- l'existence d'un droit d'ingérence;
- l'existence d'une cotation en bourse;
- la date de fin de l'exercice;
- le secteur d'activité.
- les taux de participation avec toutes les autres entreprises du groupe.
Si c'est le cas, les établissements de crédit résidents précisent également quel investisseur direct détient directement ou indirectement plus de cinquante pour cent de leurs actions ordinaires ou de leurs droits de vote.
§ 2. Les réponses à l'enquête doivent être transmises à la Banque Nationale de Belgique au plus tard le quinzième jour ouvrable après la période de déclaration.
§ 1er. Pour toutes les entreprises avec lesquelles il existe une relation d'investissement direct ainsi que pour tous leurs investisseurs directs non résidents qui ne sont pas constitués sous forme d'entreprise, les établissements de crédit résidents communiquent les informations suivantes :
- la dénomination;
- le pays d'établissement;
- l'existence d'un droit d'ingérence;
- l'existence d'une cotation en bourse;
- la date de fin de l'exercice;
- le secteur d'activité.
- les taux de participation avec toutes les autres entreprises du groupe.
Si c'est le cas, les établissements de crédit résidents précisent également quel investisseur direct détient directement ou indirectement plus de cinquante pour cent de leurs actions ordinaires ou de leurs droits de vote.
§ 2. Les réponses à l'enquête doivent être transmises à la Banque Nationale de Belgique au plus tard le quinzième jour ouvrable après la période de déclaration.
Art. 8. Enquête over de uitstaande bedragen van de directe investeringen
§ 1. De ingezeten kredietinstellingen delen de waarden mee, uitgesplitst per munt en per niet-ingezeten onderneming die het voorwerp is van de directe investering, per niet-ingezeten directe investeerder of per andere niet-ingezeten onderneming van de groep, van de aan het einde van de aangifteperiode uitstaande bedragen van :
- leningen, ontleningen en deposito's op korte en lange termijn waarvan de tegenpartij een niet-ingezeten onderneming van de groep is;
- schuldbewijzen waarvan de tegenpartij een niet-ingezeten onderneming van de groep is.
De ingezeten kredietinstellingen delen eveneens, voor alle niet-ingezeten ondernemingen waarin zij een directe of indirecte deelneming bezitten, de waarden mee, uitgesplitst per niet-ingezeten onderneming, van de uitstaande bedragen aan eigen vermogen van deze niet-ingezeten ondernemingen aan het einde van de aangifteperiode. Deze waarden moeten worden uitgedrukt in de munt van de boekhouding van de betrokken niet-ingezeten onderneming.
De ingezeten kredietinstellingen delen eveneens, voor alle niet-ingezeten ondernemingen waarin ze een directe deelneming bezitten, de waarden mee, uitgesplitst per niet-ingezeten onderneming, van het eigen vermogen van deze niet-ingezeten ondernemingen aan het einde van de aangifteperiode. Deze waarden moeten worden uitgedrukt in de munt van de boekhouding van de betrokken niet-ingezeten onderneming.
De ingezeten kredietinstellingen melden bovendien de waarden mee uitgesplitst per bestanddeel van hun eigen vermogen op het einde van de aangifteperiode, uitgedrukt in de munt van hun boekhouding.
§ 2. De antwoorden op de enquête moeten uiterlijk op 31 mei van het jaar volgend op het jaar van aangifte overgemaakt worden aan de Nationale Bank van België.
§ 1. De ingezeten kredietinstellingen delen de waarden mee, uitgesplitst per munt en per niet-ingezeten onderneming die het voorwerp is van de directe investering, per niet-ingezeten directe investeerder of per andere niet-ingezeten onderneming van de groep, van de aan het einde van de aangifteperiode uitstaande bedragen van :
- leningen, ontleningen en deposito's op korte en lange termijn waarvan de tegenpartij een niet-ingezeten onderneming van de groep is;
- schuldbewijzen waarvan de tegenpartij een niet-ingezeten onderneming van de groep is.
De ingezeten kredietinstellingen delen eveneens, voor alle niet-ingezeten ondernemingen waarin zij een directe of indirecte deelneming bezitten, de waarden mee, uitgesplitst per niet-ingezeten onderneming, van de uitstaande bedragen aan eigen vermogen van deze niet-ingezeten ondernemingen aan het einde van de aangifteperiode. Deze waarden moeten worden uitgedrukt in de munt van de boekhouding van de betrokken niet-ingezeten onderneming.
De ingezeten kredietinstellingen delen eveneens, voor alle niet-ingezeten ondernemingen waarin ze een directe deelneming bezitten, de waarden mee, uitgesplitst per niet-ingezeten onderneming, van het eigen vermogen van deze niet-ingezeten ondernemingen aan het einde van de aangifteperiode. Deze waarden moeten worden uitgedrukt in de munt van de boekhouding van de betrokken niet-ingezeten onderneming.
De ingezeten kredietinstellingen melden bovendien de waarden mee uitgesplitst per bestanddeel van hun eigen vermogen op het einde van de aangifteperiode, uitgedrukt in de munt van hun boekhouding.
§ 2. De antwoorden op de enquête moeten uiterlijk op 31 mei van het jaar volgend op het jaar van aangifte overgemaakt worden aan de Nationale Bank van België.
Art. 8. Enquête relative aux encours des investissements directs
§ 1er. Les établissements de crédit résidents communiquent les valeurs, ventilées par monnaie et par entreprise non résidente objet de l'investissement direct ou par investisseur direct non résident ou par autre entreprise du groupe, des encours à la fin de la période de déclaration des :
- prêts, emprunts et dépôts à court et long termes dont la contrepartie est une entreprise non résidente du groupe;
- titres de dettes dont la contrepartie est une entreprise non résidente du groupe.
Les établissements de crédit résidents communiquent également, pour toutes les entreprises non résidentes dans lesquelles ils détiennent directement ou indirectement une participation, les valeurs, ventilées par entreprise non résidente, des encours des fonds propres de ces entreprises non résidentes à la fin de la période de déclaration. Ces valeurs sont à exprimer dans la monnaie de la comptabilité de l'entreprise non résidente concernée.
Les établissements de crédit résidents communiquent également, pour toutes les entreprises non résidentes dans lesquelles elles détiennent une participation directe, les valeurs, ventilées par entreprise non résidente, des fonds propres de ces entreprises non résidentes à la fin de la période de déclaration. Ces valeurs sont à exprimer dans la monnaie de la comptabilité de l'entreprise non résidente concernée.
Les établissements de crédit résidents communiquent en outre les valeurs ventilées par composante de leurs fonds propres à la fin de la période de déclaration, exprimées dans la monnaie de leur comptabilité.
§ 2. Les réponses à l'enquête doivent être transmises à la Banque Nationale de Belgique au plus tard le 31 mai de l'année qui suit l'année de déclaration.
§ 1er. Les établissements de crédit résidents communiquent les valeurs, ventilées par monnaie et par entreprise non résidente objet de l'investissement direct ou par investisseur direct non résident ou par autre entreprise du groupe, des encours à la fin de la période de déclaration des :
- prêts, emprunts et dépôts à court et long termes dont la contrepartie est une entreprise non résidente du groupe;
- titres de dettes dont la contrepartie est une entreprise non résidente du groupe.
Les établissements de crédit résidents communiquent également, pour toutes les entreprises non résidentes dans lesquelles ils détiennent directement ou indirectement une participation, les valeurs, ventilées par entreprise non résidente, des encours des fonds propres de ces entreprises non résidentes à la fin de la période de déclaration. Ces valeurs sont à exprimer dans la monnaie de la comptabilité de l'entreprise non résidente concernée.
Les établissements de crédit résidents communiquent également, pour toutes les entreprises non résidentes dans lesquelles elles détiennent une participation directe, les valeurs, ventilées par entreprise non résidente, des fonds propres de ces entreprises non résidentes à la fin de la période de déclaration. Ces valeurs sont à exprimer dans la monnaie de la comptabilité de l'entreprise non résidente concernée.
Les établissements de crédit résidents communiquent en outre les valeurs ventilées par composante de leurs fonds propres à la fin de la période de déclaration, exprimées dans la monnaie de leur comptabilité.
§ 2. Les réponses à l'enquête doivent être transmises à la Banque Nationale de Belgique au plus tard le 31 mai de l'année qui suit l'année de déclaration.
Art. 9. Enquête over de resultaten van de directe investeringen
§ 1. De ingezeten kredietinstellingen delen de waarden mee, aan het einde van hun boekjaar, van hun resultaten en de bestemming ervan, uitgedrukt in de munt van hun boekhouding.
De ingezeten kredietinstellingen delen voor alle niet-ingezeten ondernemingen waarin zij direct of indirect een deelneming bezitten eveneens de waarden mee, aan het einde van het boekjaar, van de resultaten van deze niet-ingezeten ondernemingen en de bestemming ervan.
Deze waarden dienen uitgesplitst te worden per niet-ingezeten onderneming en moeten worden uitgedrukt in de munt van de boekhouding van de betrokken niet-ingezeten onderneming.
§ 2. De antwoorden op de enquête moeten uiterlijk op 31 mei van het jaar volgend op het jaar van aangifte overgemaakt worden aan de Nationale Bank van België.
§ 1. De ingezeten kredietinstellingen delen de waarden mee, aan het einde van hun boekjaar, van hun resultaten en de bestemming ervan, uitgedrukt in de munt van hun boekhouding.
De ingezeten kredietinstellingen delen voor alle niet-ingezeten ondernemingen waarin zij direct of indirect een deelneming bezitten eveneens de waarden mee, aan het einde van het boekjaar, van de resultaten van deze niet-ingezeten ondernemingen en de bestemming ervan.
Deze waarden dienen uitgesplitst te worden per niet-ingezeten onderneming en moeten worden uitgedrukt in de munt van de boekhouding van de betrokken niet-ingezeten onderneming.
§ 2. De antwoorden op de enquête moeten uiterlijk op 31 mei van het jaar volgend op het jaar van aangifte overgemaakt worden aan de Nationale Bank van België.
Art. 9. Enquête relative aux résultats des investissements directs
§ 1er. Les établissements de crédit résidents communiquent les valeurs, à la fin de leur exercice comptable, de leurs résultats et de l'affectation de ceux-ci, exprimées dans la monnaie de leur comptabilité.
Les établissements de crédit résidents communiquent également, pour toutes les entreprises non résidentes dans lesquelles ils détiennent directement ou indirectement une participation, les valeurs, à la fin de l'exercice comptable de l'entreprise non résidente concernée, des résultats de ces entreprises non résidentes et de l'affectation de ceux-ci.
Ces valeurs sont à ventiler par entreprise non résidente et à exprimer dans la monnaie de la comptabilité de l'entreprise non résidente concernée.
§ 2. Les réponses à l'enquête doivent être transmises à la Banque Nationale de Belgique au plus tard le 31 mai de l'année qui suit l'année de déclaration.
§ 1er. Les établissements de crédit résidents communiquent les valeurs, à la fin de leur exercice comptable, de leurs résultats et de l'affectation de ceux-ci, exprimées dans la monnaie de leur comptabilité.
Les établissements de crédit résidents communiquent également, pour toutes les entreprises non résidentes dans lesquelles ils détiennent directement ou indirectement une participation, les valeurs, à la fin de l'exercice comptable de l'entreprise non résidente concernée, des résultats de ces entreprises non résidentes et de l'affectation de ceux-ci.
Ces valeurs sont à ventiler par entreprise non résidente et à exprimer dans la monnaie de la comptabilité de l'entreprise non résidente concernée.
§ 2. Les réponses à l'enquête doivent être transmises à la Banque Nationale de Belgique au plus tard le 31 mai de l'année qui suit l'année de déclaration.
Art. 10. Enquête over de structuur en de activiteit van buitenlandse filialen
§ 1. Voor alle niet-ingezeten ondernemingen waarin zij een directe of indirecte deelneming aanhouden, delen de ingezeten kredietinstellingen de waarden mee op het einde van de aangifteperiode, uitgesplitst per niet-ingezeten onderneming en, indien nodig, per munt :
- van de goederen en diensten die in de loop van de aangifteperiode werden aangekocht bij de niet-ingezeten onderneming;
- van de goederen en diensten die in de loop van de aangifteperiode werden verkocht aan de niet-ingezeten onderneming;
- van de omzet, of van het boekhoudkundige gegeven dat overeenstemt met het totaal aan verkopen en diensten van de niet-ingezeten onderneming.
Voor elk van dezelfde niet-ingezeten ondernemingen delen de ingezeten kredietinstellingen eveneens het aantal personen mee dat door deze ondernemingen tewerkgesteld wordt, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen voltijds en deeltijds personeel.
§ 2. De antwoorden op de enquête moeten uiterlijk op 31 mei van het jaar volgend op het jaar van aangifte overgemaakt worden aan de Nationale Bank van België.
§ 1. Voor alle niet-ingezeten ondernemingen waarin zij een directe of indirecte deelneming aanhouden, delen de ingezeten kredietinstellingen de waarden mee op het einde van de aangifteperiode, uitgesplitst per niet-ingezeten onderneming en, indien nodig, per munt :
- van de goederen en diensten die in de loop van de aangifteperiode werden aangekocht bij de niet-ingezeten onderneming;
- van de goederen en diensten die in de loop van de aangifteperiode werden verkocht aan de niet-ingezeten onderneming;
- van de omzet, of van het boekhoudkundige gegeven dat overeenstemt met het totaal aan verkopen en diensten van de niet-ingezeten onderneming.
Voor elk van dezelfde niet-ingezeten ondernemingen delen de ingezeten kredietinstellingen eveneens het aantal personen mee dat door deze ondernemingen tewerkgesteld wordt, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen voltijds en deeltijds personeel.
§ 2. De antwoorden op de enquête moeten uiterlijk op 31 mei van het jaar volgend op het jaar van aangifte overgemaakt worden aan de Nationale Bank van België.
Art. 10. Enquête sur la structure et l'activité des filiales étrangères
§ 1er. Pour toutes les entreprises non résidentes dans lesquelles ils détiennent directement ou indirectement une participation, les établissements de crédit résidents communiquent les valeurs à la fin de la période de déclaration, ventilées par entreprise non résidente et le cas échéant par monnaie :
- des biens et services achetés à l'entreprise non résidente au cours de la période de déclaration;
- des biens et services vendus à l'entreprise non résidente au cours de la période de déclaration;
- du chiffre d'affaires, ou de la donnée comptable correspondant au total des ventes et prestations de services, de l'entreprise non résidente.
Pour chacune de ces mêmes entreprises non résidentes, les établissements de crédit résidents communiquent également le nombre de personnes employées par celles-ci en distinguant l'effectif à temps plein de l'effectif à temps partiel.
§ 2. Les réponses à l'enquête doivent être transmises à la Banque Nationale de Belgique au plus tard le 31 mai de l'année qui suit l'année de déclaration.
§ 1er. Pour toutes les entreprises non résidentes dans lesquelles ils détiennent directement ou indirectement une participation, les établissements de crédit résidents communiquent les valeurs à la fin de la période de déclaration, ventilées par entreprise non résidente et le cas échéant par monnaie :
- des biens et services achetés à l'entreprise non résidente au cours de la période de déclaration;
- des biens et services vendus à l'entreprise non résidente au cours de la période de déclaration;
- du chiffre d'affaires, ou de la donnée comptable correspondant au total des ventes et prestations de services, de l'entreprise non résidente.
Pour chacune de ces mêmes entreprises non résidentes, les établissements de crédit résidents communiquent également le nombre de personnes employées par celles-ci en distinguant l'effectif à temps plein de l'effectif à temps partiel.
§ 2. Les réponses à l'enquête doivent être transmises à la Banque Nationale de Belgique au plus tard le 31 mai de l'année qui suit l'année de déclaration.
Art. 11. Wijze van bezorgen van de informatie
Alle gegevens moeten elektronisch worden overgemaakt met behulp van de toepassing die de Nationale Bank van België heeft geïnstalleerd om statistische of prudentiële gegevens beveiligd te verzenden.
Alle gegevens moeten elektronisch worden overgemaakt met behulp van de toepassing die de Nationale Bank van België heeft geïnstalleerd om statistische of prudentiële gegevens beveiligd te verzenden.
Art. 11. Mode de transmission des données
Toutes les informations doivent être transmises par voie électronique en faisant usage de l'application mise en place par la Banque Nationale de Belgique pour l'envoi sécurisé des données statistiques ou prudentielles.
Toutes les informations doivent être transmises par voie électronique en faisant usage de l'application mise en place par la Banque Nationale de Belgique pour l'envoi sécurisé des données statistiques ou prudentielles.
Art. 12. Bewaringstermijn van de gegevens
De ingezeten kredietinstellingen bewaren de gegevens waarop ze zich hebben gebaseerd voor het verstrekken van de vereiste informatie aan de Nationale Bank van België gedurende een periode van vierentwintig maanden. Die termijn gaat in vanaf de datum waarop de antwoorden op de enquêtes aan de Nationale Bank van België worden bezorgd.
Brussel, 22 december 2009.
L. COENE,
Vice-gouverneur.
G. QUADEN,
Gouverneur.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 8 januari 2010.
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De ingezeten kredietinstellingen bewaren de gegevens waarop ze zich hebben gebaseerd voor het verstrekken van de vereiste informatie aan de Nationale Bank van België gedurende een periode van vierentwintig maanden. Die termijn gaat in vanaf de datum waarop de antwoorden op de enquêtes aan de Nationale Bank van België worden bezorgd.
Brussel, 22 december 2009.
L. COENE,
Vice-gouverneur.
G. QUADEN,
Gouverneur.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 8 januari 2010.
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
Art. 12. Délai de conservation des données
Les établissements de crédit résidents conservent durant une période de vingt-quatre mois les données sur lesquelles elles se sont basées pour transmettre à la Banque Nationale de Belgique les informations requises. Ce délai prend cours à partir de la date de transmission à la Banque Nationale de Belgique des réponses aux enquêtes.
Bruxelles, le 22 décembre 2009.
L. COENE,
Vice-gouverneur.
G. QUADEN,
Gouverneur.
Vu pour être annexé à l'arrêté ministériel du 8 janvier 2010.
Le Ministre des Finances,
D. REYNDERS
Les établissements de crédit résidents conservent durant une période de vingt-quatre mois les données sur lesquelles elles se sont basées pour transmettre à la Banque Nationale de Belgique les informations requises. Ce délai prend cours à partir de la date de transmission à la Banque Nationale de Belgique des réponses aux enquêtes.
Bruxelles, le 22 décembre 2009.
L. COENE,
Vice-gouverneur.
G. QUADEN,
Gouverneur.
Vu pour être annexé à l'arrêté ministériel du 8 janvier 2010.
Le Ministre des Finances,
D. REYNDERS
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 1. - Lijst van de economische aard van de buitenlandse transacties te rapporteren door de kredietinstellingen
(*) Transacties met een aard die volgens de definitie specifiek gekoppel is aan de rol van financieel tussenpersoon - te rapporteren vanaf de eerste munteenheid
(*) Transacties met een aard die volgens de definitie specifiek gekoppel is aan de rol van financieel tussenpersoon - te rapporteren vanaf de eerste munteenheid
Art. N1. Annexe 1. - Liste des natures économiques des opérations avec l'étranger à rapporter par les établissements de crédit résidents
(*) Opérations dont la nature est définie comme spécifiquement liée au rôle d'intermédiaire financier, à rapporter dès la première unité de monnaie
(*) Opérations dont la nature est définie comme spécifiquement liée au rôle d'intermédiaire financier, à rapporter dès la première unité de monnaie
| Code | Rubriek |
| DIENSTEN | |
| 130 (*) | Commissies en makelaarsdiensten voor financiële bemiddeling en beheer en voor transacties op de termijnmarkten |
| 142 | Postdiensten |
| 143 | Koerierdiensten |
| 144 | Telecommunicatiediensten |
| 153 | Werken uitgevoerd op een werf in het buitenland door een niet-ingezeten aannemer |
| 154 | Werken uitgevoerd op een werf in België door een niet-ingezeten aannemer, de uitvoeringstermijn is ten hoogste één jaar |
| 155 | Werken uigevoerd op een werf in België door een niet-ingezeten aannemer, de uitvoeringstermijn is meer dan één jaar |
| 160 | Ontwikkeling, beheer en training m.b.t. hardware, software en gegevensverwerking |
| 161 | Onderhoud en herstelling m.b.t. hardware, software en gegevensverwerking |
| 163 | Informatiediensten |
| 171 | Juridische diensten |
| 172 | Audit, boekhouding en advies inzake fiscaliteit |
| 173 | Zakelijk en managementadvies, public relations |
| 175 | Operationele leasing en huur van roerende goederen andere dan hardware |
| 176 | Operationele leasing en huur van hardware |
| 180 | Premies voor algemene verzekeringen |
| 185 | Vergoedingen en schadeloosstellingen betreffende alle overige verzekeringen |
| 192 | Diensten en werkingskosten met niet-ingezeten verbonden ondernemingen |
| 193 | Architecten- en ingenieursdiensten en andere technische diensten |
| 194 | Reclame, marktonderzoek en opiniepeilingen |
| 197 | Franchises en soortgelijke rechten voor het gebruik van geregistreerde handelsmerken |
| 198 | Royalty's en licentierechten voor het gebruik van brevetten, fabricagevergunningen en fabricageprocédés |
| 199 | Totale waarde van de overige diensten |
| 205 | Kosten voor deelname aan seminaries en symposia |
| INKOMSTEN EN OVERDRACHTEN | |
| 210 | Bezoldigingen van niet-ingezeten personeelsleden inclusief de bijdragen voor de sociale zekerheid en voor de pensioenfondsen |
| 275 | Financiële leasing van hardware |
| 276 | Financiële leasing van roerende goederen andere dan vervoermiddelen en hardware |
| 325 | Operationele leasing en huur van onroerende goederen met niet-ingezetenen |
| 326 | Financiële leasing van onroerende goederen met niet-ingezetenen |
| 397 | Verwerving of cessie van eigendomsrechten van niet-financiële immateriële vaste activa |
| 400 | Belastingen, douanerechten en boetes betaald aan niet-ingezeten openbare besturen of terugbetaald door deze laatsten |
| 401 | Schadevergoedingen voor de opzegging, verbreking of niet-uitvoering van contracten i.m.v. de handel, de industrie of commerciële en financiële dienstprestaties met uitzondering van arbeitscontracten (code 210) |
| 402 | Schadevergoedingen wegens de namaak van brevetten, handelsmerken of fabricageprocédés |
| 403 | Toelagen, giften en subsidies aan instellingen en verenigingen |
| DIRECTE INVESTERINGEN | |
| 430 | Oprichting van niet-ingezeten ondernemingen, kapitaalsverhogingen bij niet-ingezeten verbonden ondernemingen, verhogingen van de werkmiddelen bij niet-ingezeten bijkantoren of gedeeltelijke/totale vermindering van het kapitaal van de niet-ingezeten vebonden onderneming of van de werkmiddelen |
| 431 | Deelneming in niet-ingezeten ondernemingen of gedeeltelijke of volledige cessie van eigendomsbewijzen in niet-ingezeten ondernemingen |
| 436 | Aan- en verkoop aan niet-ingezetenen van gronden en gebouwen in het buitenland |
| 483 | Aankoop door de kredietinstelling van haar eigen aandelen bij een niet-ingezeten aandeelhouder of verkoop door de kredietinstelling van haar eigen aandelen aan een niet-ingezeten aandeelhouder |
| 484 | Nieuwe inbrengen in de kredietinstelling door niet-ingezetenen of vermindering van het kapitaal of van de werkmiddelen, van de reserves of van andere posten van het eigen vermogen van de kredietinstelling |
| 486 | Aan- en verkoop aan niet-ingezetenen van gronden en gebouwen in belgië |
| DIVERSEN | |
| 500 (*) | Eurobankbiljetten angekocht van of verkocht aan niet-ingezetene tegenpartijen |
| 550 | Aan- en verkoop van niet-monetair goud als belegging door kredietinstellingen |
| 645 (*) | Opties met inbegrip van warrants |
| 646 (*) | Futures |
| 647 (*) | Swap-, termijntransacties en aanverwante financiële producten |
| 648 (*) | Overige afgeleide producten |
| Code | Rubrique |
| SERVICES | |
| 130 (*) | Commissions et services de courtage pour la gestion et l'intermédiation financière et pour les opérations sur les marchés à terme |
| 142 | Services de poste |
| 143 | Services de messagerie |
| 144 | Services de télécommunication |
| 153 | Travaux exécutés sur un chantier à l'étranger par un entrepreneur non-résident |
| 154 | Travaux exécutés sur un chantier en Belgique par un entrepreneur non-résident, la durée des travaux n'excédant pas un an |
| 155 | Travaux exécutés sur un chantier en Belgique par un entrepreneur non résident, la durée des travaux excédant un an |
| 160 | Développement, gestion et formation relatifs au matériel informatique, logiciel et traitement de données |
| 161 | Entretien et réparation relatifs au matériel, logiciel et traitement des données |
| 163 | Services d'information |
| 171 | Services juridiques |
| 172 | Audit, comptabilité et conseils en matière fiscale |
| 173 | Conseils en gestion et management, relations publiques |
| 175 | Leasing opérationnel et location de biens meubles autres que du matériel informatique et des moyens de transport |
| 176 | Leasing opérationnel et location de matériel informatique |
| 180 | Primes relatives aux assurances générales |
| 185 | Indemnités et dédommagements relatifs aux assurances générales |
| 192 | Services et frais de fonctionnement avec des entreprises non résidentes liées |
| 193 | Services d'architecture, d'ingénierie et autres services techniques |
| 194 | Publicité, études de marché et sondages d'opinion |
| 197 | Franchises et droits similaires pour l'usage de marques de commerce déposées |
| 198 | Redevances et droits de licence pour l'usage de brevets, licences et procédés de fabrication |
| 199 | Valeur totale des autres services |
| 205 | Frais de participation à des séminaires et des symposiums |
| REVENUS ET TRANSFERTS | |
| 210 | Rémunération des membres du personnel non résident y compris les cotisations à la sécurité sociale et aux fonds de pension |
| 275 | Leasing financier de matériel informatique |
| 276 | Leasing financier de biens meubles autres que du matériel informatique |
| 325 | Leasing opérationnel et location de biens immobiliers avec des non-résidents |
| 326 | Leasing financier de biens immobiliers à des non-résidents |
| 397 | Acquisition ou cession de droits de propriété d'immobilisations incorporelles non financières |
| 400 | Impôts, droits de douane et amendes payées par des administrations publiques non-résidentes ou remboursées par ces dernières |
| 401 | Indemnités pour résiliation, rupture ou inexécution de contrats en rapport avec le commerce, l'industrie ou des prestations de service commerciales et financières, à l'exception des contrats de travail (code 210) |
| 402 | Indemnités de dédit suite à la contrefaçon de brevets, marques commerciales ou procédés de fabrication |
| 403 | Dotations, dons et subsides à des institutions et associations |
| INVESTISSEMENTS DIRECTS | |
| 430 | Constitution d'entreprises non résidentes, augmentations de capital d'entreprises apparentées non résidentes, extension des dotations de succursales non résidentes ou réduction partielle ou totale du capital d'entreprises apparentées non résidentes ou de dotations |
| 431 | Prise de participation dans des entreprises non-résidentes ou réduction partielle ou cession de titres de participation d'entreprises non-résidentes |
| 436 | Achats ou ventes à des non-résidents de terrains et d'immeubles situés à l'étranger |
| 483 | Achat/vente par l'établissement de crédit de ses propres actions à un actionnaire non-résident |
| 484 | Apports nouveaux à l'établissement de crédit par des non-résidents ou remboursement du capital ou de la dotation, des réserves ou d'autres éléments des fonds propres de l'établissement de crédit à des non-résidents |
| 486 | Achats et ventes à des non-résidents de terrains et d'immeubles situés en Belgique |
| DIVERS | |
| 500 (*) | Billets de banque en euro achetés ou vendus à des contreparties non résidentes |
| 550 | Achats et ventes par les établissements de crédit d'or non monétaire à titre d'investissement |
| 645 (*) | Options y compris les warrants |
| 646 (*) | Futures |
| 647 (*) | Opérations de swap, opérations de change à terme et produits financiers apparentés |
| 648 (*) | Autres produits dérivés |
CodeRubriek
DIENSTEN
130 (*)Commissies en makelaarsdiensten voor financiële bemiddeling en beheer en voor transacties op de termijnmarkten
142Postdiensten
143Koerierdiensten
144Telecommunicatiediensten
153Werken uitgevoerd op een werf in het buitenland door een niet-ingezeten aannemer
154Werken uitgevoerd op een werf in België door een niet-ingezeten aannemer, de uitvoeringstermijn is ten hoogste één jaar
155Werken uigevoerd op een werf in België door een niet-ingezeten aannemer, de uitvoeringstermijn is meer dan één jaar
160Ontwikkeling, beheer en training m.b.t. hardware, software en gegevensverwerking
161Onderhoud en herstelling m.b.t. hardware, software en gegevensverwerking
163Informatiediensten
171Juridische diensten
172Audit, boekhouding en advies inzake fiscaliteit
173Zakelijk en managementadvies, public relations
175Operationele leasing en huur van roerende goederen andere dan hardware
176Operationele leasing en huur van hardware
180Premies voor algemene verzekeringen
185Vergoedingen en schadeloosstellingen betreffende alle overige verzekeringen
192Diensten en werkingskosten met niet-ingezeten verbonden ondernemingen
193Architecten- en ingenieursdiensten en andere technische diensten
194Reclame, marktonderzoek en opiniepeilingen
197Franchises en soortgelijke rechten voor het gebruik van geregistreerde handelsmerken
198Royalty's en licentierechten voor het gebruik van brevetten, fabricagevergunningen en fabricageprocédés
199Totale waarde van de overige diensten
205Kosten voor deelname aan seminaries en symposiaINKOMSTEN EN OVERDRACHTEN
210Bezoldigingen van niet-ingezeten personeelsleden inclusief de bijdragen voor de sociale zekerheid en voor de pensioenfondsen
275Financiële leasing van hardware
276Financiële leasing van roerende goederen andere dan vervoermiddelen en hardware
325Operationele leasing en huur van onroerende goederen met niet-ingezetenen
326Financiële leasing van onroerende goederen met niet-ingezetenen
397Verwerving of cessie van eigendomsrechten van niet-financiële immateriële vaste activa
400Belastingen, douanerechten en boetes betaald aan niet-ingezeten openbare besturen of terugbetaald door deze laatsten
401Schadevergoedingen voor de opzegging, verbreking of niet-uitvoering van contracten i.m.v. de handel, de industrie of commerciële en financiële dienstprestaties met uitzondering van arbeitscontracten (code 210)
402Schadevergoedingen wegens de namaak van brevetten, handelsmerken of fabricageprocédés
403Toelagen, giften en subsidies aan instellingen en verenigingenDIRECTE INVESTERINGEN
430Oprichting van niet-ingezeten ondernemingen, kapitaalsverhogingen bij niet-ingezeten verbonden ondernemingen, verhogingen van de werkmiddelen bij niet-ingezeten bijkantoren of gedeeltelijke/totale vermindering van het kapitaal van de niet-ingezeten vebonden onderneming of van de werkmiddelen
431Deelneming in niet-ingezeten ondernemingen of gedeeltelijke of volledige cessie van eigendomsbewijzen in niet-ingezeten ondernemingen
436Aan- en verkoop aan niet-ingezetenen van gronden en gebouwen in het buitenland
483Aankoop door de kredietinstelling van haar eigen aandelen bij een niet-ingezeten aandeelhouder of verkoop door de kredietinstelling van haar eigen aandelen aan een niet-ingezeten aandeelhouder
484Nieuwe inbrengen in de kredietinstelling door niet-ingezetenen of vermindering van het kapitaal of van de werkmiddelen, van de reserves of van andere posten van het eigen vermogen van de kredietinstelling
486Aan- en verkoop aan niet-ingezetenen van gronden en gebouwen in belgië
DIVERSEN
500 (*)Eurobankbiljetten angekocht van of verkocht aan niet-ingezetene tegenpartijen
550Aan- en verkoop van niet-monetair goud als belegging door kredietinstellingen
645 (*)Opties met inbegrip van warrants
646 (*)Futures
647 (*)Swap-, termijntransacties en aanverwante financiële producten
648 (*)Overige afgeleide producten
DIENSTEN
130 (*)Commissies en makelaarsdiensten voor financiële bemiddeling en beheer en voor transacties op de termijnmarkten
142Postdiensten
143Koerierdiensten
144Telecommunicatiediensten
153Werken uitgevoerd op een werf in het buitenland door een niet-ingezeten aannemer
154Werken uitgevoerd op een werf in België door een niet-ingezeten aannemer, de uitvoeringstermijn is ten hoogste één jaar
155Werken uigevoerd op een werf in België door een niet-ingezeten aannemer, de uitvoeringstermijn is meer dan één jaar
160Ontwikkeling, beheer en training m.b.t. hardware, software en gegevensverwerking
161Onderhoud en herstelling m.b.t. hardware, software en gegevensverwerking
163Informatiediensten
171Juridische diensten
172Audit, boekhouding en advies inzake fiscaliteit
173Zakelijk en managementadvies, public relations
175Operationele leasing en huur van roerende goederen andere dan hardware
176Operationele leasing en huur van hardware
180Premies voor algemene verzekeringen
185Vergoedingen en schadeloosstellingen betreffende alle overige verzekeringen
192Diensten en werkingskosten met niet-ingezeten verbonden ondernemingen
193Architecten- en ingenieursdiensten en andere technische diensten
194Reclame, marktonderzoek en opiniepeilingen
197Franchises en soortgelijke rechten voor het gebruik van geregistreerde handelsmerken
198Royalty's en licentierechten voor het gebruik van brevetten, fabricagevergunningen en fabricageprocédés
199Totale waarde van de overige diensten
205Kosten voor deelname aan seminaries en symposiaINKOMSTEN EN OVERDRACHTEN
210Bezoldigingen van niet-ingezeten personeelsleden inclusief de bijdragen voor de sociale zekerheid en voor de pensioenfondsen
275Financiële leasing van hardware
276Financiële leasing van roerende goederen andere dan vervoermiddelen en hardware
325Operationele leasing en huur van onroerende goederen met niet-ingezetenen
326Financiële leasing van onroerende goederen met niet-ingezetenen
397Verwerving of cessie van eigendomsrechten van niet-financiële immateriële vaste activa
400Belastingen, douanerechten en boetes betaald aan niet-ingezeten openbare besturen of terugbetaald door deze laatsten
401Schadevergoedingen voor de opzegging, verbreking of niet-uitvoering van contracten i.m.v. de handel, de industrie of commerciële en financiële dienstprestaties met uitzondering van arbeitscontracten (code 210)
402Schadevergoedingen wegens de namaak van brevetten, handelsmerken of fabricageprocédés
403Toelagen, giften en subsidies aan instellingen en verenigingenDIRECTE INVESTERINGEN
430Oprichting van niet-ingezeten ondernemingen, kapitaalsverhogingen bij niet-ingezeten verbonden ondernemingen, verhogingen van de werkmiddelen bij niet-ingezeten bijkantoren of gedeeltelijke/totale vermindering van het kapitaal van de niet-ingezeten vebonden onderneming of van de werkmiddelen
431Deelneming in niet-ingezeten ondernemingen of gedeeltelijke of volledige cessie van eigendomsbewijzen in niet-ingezeten ondernemingen
436Aan- en verkoop aan niet-ingezetenen van gronden en gebouwen in het buitenland
483Aankoop door de kredietinstelling van haar eigen aandelen bij een niet-ingezeten aandeelhouder of verkoop door de kredietinstelling van haar eigen aandelen aan een niet-ingezeten aandeelhouder
484Nieuwe inbrengen in de kredietinstelling door niet-ingezetenen of vermindering van het kapitaal of van de werkmiddelen, van de reserves of van andere posten van het eigen vermogen van de kredietinstelling
486Aan- en verkoop aan niet-ingezetenen van gronden en gebouwen in belgië
DIVERSEN
500 (*)Eurobankbiljetten angekocht van of verkocht aan niet-ingezetene tegenpartijen
550Aan- en verkoop van niet-monetair goud als belegging door kredietinstellingen
645 (*)Opties met inbegrip van warrants
646 (*)Futures
647 (*)Swap-, termijntransacties en aanverwante financiële producten
648 (*)Overige afgeleide producten
CodeRubrique
SERVICES
130 (*)Commissions et services de courtage pour la gestion et l'intermédiation financière et pour les opérations sur les marchés à terme
142Services de poste
143Services de messagerie
144Services de télécommunication
153Travaux exécutés sur un chantier à l'étranger par un entrepreneur non-résident
154Travaux exécutés sur un chantier en Belgique par un entrepreneur non-résident, la durée des travaux n'excédant pas un an
155Travaux exécutés sur un chantier en Belgique par un entrepreneur non résident, la durée des travaux excédant un an
160Développement, gestion et formation relatifs au matériel informatique, logiciel et traitement de données
161Entretien et réparation relatifs au matériel, logiciel et traitement des données
163Services d'information
171Services juridiques
172Audit, comptabilité et conseils en matière fiscale
173Conseils en gestion et management, relations publiques
175Leasing opérationnel et location de biens meubles autres que du matériel informatique et des moyens de transport
176Leasing opérationnel et location de matériel informatique
180Primes relatives aux assurances générales
185Indemnités et dédommagements relatifs aux assurances générales
192Services et frais de fonctionnement avec des entreprises non résidentes liées
193Services d'architecture, d'ingénierie et autres services techniques
194Publicité, études de marché et sondages d'opinion
197Franchises et droits similaires pour l'usage de marques de commerce déposées
198Redevances et droits de licence pour l'usage de brevets, licences et procédés de fabrication
199Valeur totale des autres services
205Frais de participation à des séminaires et des symposiumsREVENUS ET TRANSFERTS
210Rémunération des membres du personnel non résident y compris les cotisations à la sécurité sociale et aux fonds de pension
275Leasing financier de matériel informatique
276Leasing financier de biens meubles autres que du matériel informatique
325Leasing opérationnel et location de biens immobiliers avec des non-résidents
326Leasing financier de biens immobiliers à des non-résidents
397Acquisition ou cession de droits de propriété d'immobilisations incorporelles non financières
400Impôts, droits de douane et amendes payées par des administrations publiques non-résidentes ou remboursées par ces dernières
401Indemnités pour résiliation, rupture ou inexécution de contrats en rapport avec le commerce, l'industrie ou des prestations de service commerciales et financières, à l'exception des contrats de travail (code 210)
402Indemnités de dédit suite à la contrefaçon de brevets, marques commerciales ou procédés de fabrication
403Dotations, dons et subsides à des institutions et associationsINVESTISSEMENTS DIRECTS
430Constitution d'entreprises non résidentes, augmentations de capital d'entreprises apparentées non résidentes, extension des dotations de succursales non résidentes ou réduction partielle ou totale du capital d'entreprises apparentées non résidentes ou de dotations
431Prise de participation dans des entreprises non-résidentes ou réduction partielle ou cession de titres de participation d'entreprises non-résidentes
436Achats ou ventes à des non-résidents de terrains et d'immeubles situés à l'étranger
483Achat/vente par l'établissement de crédit de ses propres actions à un actionnaire non-résident
484Apports nouveaux à l'établissement de crédit par des non-résidents ou remboursement du capital ou de la dotation, des réserves ou d'autres éléments des fonds propres de l'établissement de crédit à des non-résidents
486Achats et ventes à des non-résidents de terrains et d'immeubles situés en BelgiqueDIVERS
500 (*)Billets de banque en euro achetés ou vendus à des contreparties non résidentes
550Achats et ventes par les établissements de crédit d'or non monétaire à titre d'investissement
645 (*)Options y compris les warrants
646 (*)Futures
647 (*)Opérations de swap, opérations de change à terme et produits financiers apparentés
648 (*)Autres produits dérivés
SERVICES
130 (*)Commissions et services de courtage pour la gestion et l'intermédiation financière et pour les opérations sur les marchés à terme
142Services de poste
143Services de messagerie
144Services de télécommunication
153Travaux exécutés sur un chantier à l'étranger par un entrepreneur non-résident
154Travaux exécutés sur un chantier en Belgique par un entrepreneur non-résident, la durée des travaux n'excédant pas un an
155Travaux exécutés sur un chantier en Belgique par un entrepreneur non résident, la durée des travaux excédant un an
160Développement, gestion et formation relatifs au matériel informatique, logiciel et traitement de données
161Entretien et réparation relatifs au matériel, logiciel et traitement des données
163Services d'information
171Services juridiques
172Audit, comptabilité et conseils en matière fiscale
173Conseils en gestion et management, relations publiques
175Leasing opérationnel et location de biens meubles autres que du matériel informatique et des moyens de transport
176Leasing opérationnel et location de matériel informatique
180Primes relatives aux assurances générales
185Indemnités et dédommagements relatifs aux assurances générales
192Services et frais de fonctionnement avec des entreprises non résidentes liées
193Services d'architecture, d'ingénierie et autres services techniques
194Publicité, études de marché et sondages d'opinion
197Franchises et droits similaires pour l'usage de marques de commerce déposées
198Redevances et droits de licence pour l'usage de brevets, licences et procédés de fabrication
199Valeur totale des autres services
205Frais de participation à des séminaires et des symposiumsREVENUS ET TRANSFERTS
210Rémunération des membres du personnel non résident y compris les cotisations à la sécurité sociale et aux fonds de pension
275Leasing financier de matériel informatique
276Leasing financier de biens meubles autres que du matériel informatique
325Leasing opérationnel et location de biens immobiliers avec des non-résidents
326Leasing financier de biens immobiliers à des non-résidents
397Acquisition ou cession de droits de propriété d'immobilisations incorporelles non financières
400Impôts, droits de douane et amendes payées par des administrations publiques non-résidentes ou remboursées par ces dernières
401Indemnités pour résiliation, rupture ou inexécution de contrats en rapport avec le commerce, l'industrie ou des prestations de service commerciales et financières, à l'exception des contrats de travail (code 210)
402Indemnités de dédit suite à la contrefaçon de brevets, marques commerciales ou procédés de fabrication
403Dotations, dons et subsides à des institutions et associationsINVESTISSEMENTS DIRECTS
430Constitution d'entreprises non résidentes, augmentations de capital d'entreprises apparentées non résidentes, extension des dotations de succursales non résidentes ou réduction partielle ou totale du capital d'entreprises apparentées non résidentes ou de dotations
431Prise de participation dans des entreprises non-résidentes ou réduction partielle ou cession de titres de participation d'entreprises non-résidentes
436Achats ou ventes à des non-résidents de terrains et d'immeubles situés à l'étranger
483Achat/vente par l'établissement de crédit de ses propres actions à un actionnaire non-résident
484Apports nouveaux à l'établissement de crédit par des non-résidents ou remboursement du capital ou de la dotation, des réserves ou d'autres éléments des fonds propres de l'établissement de crédit à des non-résidents
486Achats et ventes à des non-résidents de terrains et d'immeubles situés en BelgiqueDIVERS
500 (*)Billets de banque en euro achetés ou vendus à des contreparties non résidentes
550Achats et ventes par les établissements de crédit d'or non monétaire à titre d'investissement
645 (*)Options y compris les warrants
646 (*)Futures
647 (*)Opérations de swap, opérations de change à terme et produits financiers apparentés
648 (*)Autres produits dérivés
Art. N2. Bijlage 2. - Inhoud van te gebruiken tabellen voor de gegevensverzameling van de baisseposities van de kredietinstellingen
Tabel 04.90 : Baissepositie in schuldbewijzen op ten hoogste één jaar
Tabel 04.90 : Baissepositie in schuldbewijzen op ten hoogste één jaar
Art. N2. Annexe 2. - Contenu des tableaux à utiliser pour la collecte des données relatives aux positions à la baisse des établissements de crédit
Tableau 04.90 : Position à la baisse en titres d'emprunt à un an au plus
Tableau 04.90 : Position à la baisse en titres d'emprunt à un an au plus
| Col. | Inhoud |
| 01 | Identificatie van de positie |
| 05 | Nummer van de subpost v/d boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen |
| 10 | Identificatie van de effecten : code |
| 11 | Identificatie van de effecten : identificatienummer |
| 15 | Identificatie van de effecten : benaming |
| 40 | Munt (ISO-4217-code) |
| 50 | Nominale waarde (in de betrokken munt) |
| 60 | Bedrag (in de betrokken munt) waarvoor de effecten zijn opgenomen in de betrokken subpost van de boekhoudstaat |
| 70 | Marktwaarde (in de betrokken munt) |
| 71 | Identificatienummer |
| Tabel 04.91 : Baissepositie in schuldbewijzen op meer dan één jaar | |
| Col. | Inhoud |
| 01 | Identificatie van de positie |
| 05 | Nummer van de subpost v/d boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen |
| 10 | Identificatie van de effecten : code |
| 11 | Identificatie van de effecten : identificatienummer |
| 15 | Identificatie van de effecten : benaming |
| 40 | Munt (ISO-4217-code) |
| 50 | Nominale waarde (in de betrokken munt) |
| 60 | Bedrag (in de betrokken munt) waarvoor de effecten zijn opgenomen in de betrokken subpost van de boekhoudstaat |
| 70 | Marktwaarde (in de betrokken munt) |
| 71 | Identificatienummer |
| Tabel 04.92 : Baissepositie in aandelen en gelijkgestelde effecten | |
| Col. | Inhoud |
| 01 | Identificatie van de positie |
| 05 | Nummer van de subpost v/d boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen |
| 10 | Identificatie van de effecten : code |
| 11 | Identificatie van de effecten : identificatienummer |
| 15 | Identificatie van de effecten : benaming |
| 25 | Aantal (in eenheden) |
| 40 | Munt (ISO-4217-code) |
| 60 | Bedrag (in de betrokken munt) waarvoor de effecten zijn opgenomen in de betrokken subpost van de boekhoudstaat |
| 70 | Marktwaarde (in de betrokken munt) |
| 71 | Identificatienummer |
| Col. | Contenu |
| 01 | Identification de la situation |
| 05 | Numéro du sous-poste de l'état comptable dans lequel les titres sont enregistrés |
| 10 | Identification des titres : code |
| 11 | Identification des titres : numéro d'identification |
| 15 | Identification des titres : dénomination |
| 40 | Monnaie (code ISO-4217) |
| 50 | Valeur nominale (dans la monnaie concernée) |
| 60 | Montant (dans la monnaie concernée) à concurrence duquel les titres sont enregistrés au sous-poste concerné de l'état comptable |
| 70 | Valeur de marché (dans la monnaie concernée) |
| 71 | Numéro d'identification |
| Tableau 04.91 : Position à la baisse en titres d'emprunt à plus d'un an | |
| Col. | Contenu |
| 01 | Identification de la situation |
| 05 | Numéro du sous-poste de l'état comptable dans lequel les titres sont enregistrés |
| 10 | Identification des titres : code |
| 11 | Identification des titres : numéro d'identification |
| 15 | Identification des titres : dénomination |
| 40 | Monnaie (code ISO-4217) |
| 50 | Valeur nominale (dans la monnaie concernée) |
| 60 | Montant (dans la monnaie concernée) à concurrence duquel les titres sont enregistrés au sous-poste concerné de l'état comptable |
| 70 | Valeur de marché (dans la monnaie concernée) |
| 71 | Numéro d'identification |
| Tableau 04.92 : Position à la baisse en actions et titres assimilés | |
| Col. | Contenu |
| 01 | Identification de la situation |
| 05 | Numéro du sous-poste de l'état comptable dans lequel les titres sont enregistrés |
| 10 | Identification des titres : code |
| 11 | Identification des titres : numéro d'identification |
| 15 | Identification des titres : dénomination |
| 25 | Nombre (en unités) |
| 40 | Monnaie (code ISO-4217) |
| 60 | Montant (dans la monnaie concernée) à concurrence duquel les titres sont enregistrés au sous-poste concerné de l'état comptable |
| 70 | Valeur de marché (dans la monnaie concernée) |
| 71 | Numéro d'identification |
Col.Inhoud
01Identificatie van de positie
05Nummer van de subpost v/d boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen
10Identificatie van de effecten : code
11Identificatie van de effecten : identificatienummer
15Identificatie van de effecten : benaming
40Munt (ISO-4217-code)
50Nominale waarde (in de betrokken munt)
60Bedrag (in de betrokken munt) waarvoor de effecten zijn opgenomen in de betrokken subpost van de boekhoudstaat
70Marktwaarde (in de betrokken munt)
71IdentificatienummerTabel 04.91 : Baissepositie in schuldbewijzen op meer dan één jaar
Col.Inhoud
01Identificatie van de positie
05Nummer van de subpost v/d boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen
10Identificatie van de effecten : code
11Identificatie van de effecten : identificatienummer
15Identificatie van de effecten : benaming
40Munt (ISO-4217-code)
50Nominale waarde (in de betrokken munt)
60Bedrag (in de betrokken munt) waarvoor de effecten zijn opgenomen in de betrokken subpost van de boekhoudstaat
70Marktwaarde (in de betrokken munt)
71IdentificatienummerTabel 04.92 : Baissepositie in aandelen en gelijkgestelde effecten
Col.Inhoud
01Identificatie van de positie
05Nummer van de subpost v/d boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen
10Identificatie van de effecten : code
11Identificatie van de effecten : identificatienummer
15Identificatie van de effecten : benaming
25Aantal (in eenheden)
40Munt (ISO-4217-code)
60Bedrag (in de betrokken munt) waarvoor de effecten zijn opgenomen in de betrokken subpost van de boekhoudstaat
70Marktwaarde (in de betrokken munt)
71Identificatienummer
01Identificatie van de positie
05Nummer van de subpost v/d boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen
10Identificatie van de effecten : code
11Identificatie van de effecten : identificatienummer
15Identificatie van de effecten : benaming
40Munt (ISO-4217-code)
50Nominale waarde (in de betrokken munt)
60Bedrag (in de betrokken munt) waarvoor de effecten zijn opgenomen in de betrokken subpost van de boekhoudstaat
70Marktwaarde (in de betrokken munt)
71IdentificatienummerTabel 04.91 : Baissepositie in schuldbewijzen op meer dan één jaar
Col.Inhoud
01Identificatie van de positie
05Nummer van de subpost v/d boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen
10Identificatie van de effecten : code
11Identificatie van de effecten : identificatienummer
15Identificatie van de effecten : benaming
40Munt (ISO-4217-code)
50Nominale waarde (in de betrokken munt)
60Bedrag (in de betrokken munt) waarvoor de effecten zijn opgenomen in de betrokken subpost van de boekhoudstaat
70Marktwaarde (in de betrokken munt)
71IdentificatienummerTabel 04.92 : Baissepositie in aandelen en gelijkgestelde effecten
Col.Inhoud
01Identificatie van de positie
05Nummer van de subpost v/d boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen
10Identificatie van de effecten : code
11Identificatie van de effecten : identificatienummer
15Identificatie van de effecten : benaming
25Aantal (in eenheden)
40Munt (ISO-4217-code)
60Bedrag (in de betrokken munt) waarvoor de effecten zijn opgenomen in de betrokken subpost van de boekhoudstaat
70Marktwaarde (in de betrokken munt)
71Identificatienummer
Col.Contenu
01Identification de la situation
05Numéro du sous-poste de l'état comptable dans lequel les titres sont enregistrés
10Identification des titres : code
11Identification des titres : numéro d'identification
15Identification des titres : dénomination
40Monnaie (code ISO-4217)
50Valeur nominale (dans la monnaie concernée)
60Montant (dans la monnaie concernée) à concurrence duquel les titres sont enregistrés au sous-poste concerné de l'état comptable
70Valeur de marché (dans la monnaie concernée)
71Numéro d'identificationTableau 04.91 : Position à la baisse en titres d'emprunt à plus d'un an
Col.Contenu
01Identification de la situation
05Numéro du sous-poste de l'état comptable dans lequel les titres sont enregistrés
10Identification des titres : code
11Identification des titres : numéro d'identification
15Identification des titres : dénomination
40Monnaie (code ISO-4217)
50Valeur nominale (dans la monnaie concernée)
60Montant (dans la monnaie concernée) à concurrence duquel les titres sont enregistrés au sous-poste concerné de l'état comptable
70Valeur de marché (dans la monnaie concernée)
71Numéro d'identificationTableau 04.92 : Position à la baisse en actions et titres assimilés
Col.Contenu
01Identification de la situation
05Numéro du sous-poste de l'état comptable dans lequel les titres sont enregistrés
10Identification des titres : code
11Identification des titres : numéro d'identification
15Identification des titres : dénomination
25Nombre (en unités)
40Monnaie (code ISO-4217)
60Montant (dans la monnaie concernée) à concurrence duquel les titres sont enregistrés au sous-poste concerné de l'état comptable
70Valeur de marché (dans la monnaie concernée)
71Numéro d'identification
01Identification de la situation
05Numéro du sous-poste de l'état comptable dans lequel les titres sont enregistrés
10Identification des titres : code
11Identification des titres : numéro d'identification
15Identification des titres : dénomination
40Monnaie (code ISO-4217)
50Valeur nominale (dans la monnaie concernée)
60Montant (dans la monnaie concernée) à concurrence duquel les titres sont enregistrés au sous-poste concerné de l'état comptable
70Valeur de marché (dans la monnaie concernée)
71Numéro d'identificationTableau 04.91 : Position à la baisse en titres d'emprunt à plus d'un an
Col.Contenu
01Identification de la situation
05Numéro du sous-poste de l'état comptable dans lequel les titres sont enregistrés
10Identification des titres : code
11Identification des titres : numéro d'identification
15Identification des titres : dénomination
40Monnaie (code ISO-4217)
50Valeur nominale (dans la monnaie concernée)
60Montant (dans la monnaie concernée) à concurrence duquel les titres sont enregistrés au sous-poste concerné de l'état comptable
70Valeur de marché (dans la monnaie concernée)
71Numéro d'identificationTableau 04.92 : Position à la baisse en actions et titres assimilés
Col.Contenu
01Identification de la situation
05Numéro du sous-poste de l'état comptable dans lequel les titres sont enregistrés
10Identification des titres : code
11Identification des titres : numéro d'identification
15Identification des titres : dénomination
25Nombre (en unités)
40Monnaie (code ISO-4217)
60Montant (dans la monnaie concernée) à concurrence duquel les titres sont enregistrés au sous-poste concerné de l'état comptable
70Valeur de marché (dans la monnaie concernée)
71Numéro d'identification
Art. N3. Bijlage 3. - Indeling van te gebruiken tabellen voor de gegevensverzameling van door de kredietinstelling uitgegeven roerende waarden
Tabel 04.93 : Schuldbewijzen op ten hoogste één jaar uitgegeven door de kredietinstelling
Tabel 04.93 : Schuldbewijzen op ten hoogste één jaar uitgegeven door de kredietinstelling
Art. N3. Annexe 3. - Contenu des tableaux à utiliser pour la collecte des données relatives aux émissions de valeurs mobilières par l'établissement de crédit
Tableau 04.93 : Titres d'emprunt à un an au plus émis par l'établissement de crédit
Tableau 04.93 : Titres d'emprunt à un an au plus émis par l'établissement de crédit
| Col. | Inhoud |
| 01 | Identificatie van de positie |
| 05 | Nummer van de subpost v/d boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen |
| 10 | Identificatie van de effecten : code |
| 11 | Identificatie van de effecten : identificatienummer |
| 15 | Identificatie van de effecten : benaming |
| 40 | Munt (ISO-4217-code) |
| 50 | Nominale waarde (in de betrokken munt) |
| 60 | Bedrag (in de betrokken munt) waarvoor de effecten zijn opgenomen in de betrokken subpost van de boekhoudstaat |
| 70 | Marktwaarde (in de betrokken munt) |
| 71 | Identificatienummer |
| 80 | %-belang niet-ingezetenen (te vermelden met twee decimalen) |
| Tabel 04.94 : Schuldbewijzen op meer dan één jaar uitgegeven door de kredietinstelling; | |
| Col. | Inhoud |
| 01 | Identificatie van de positie |
| 05 | Nummer van de subpost v/d boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen |
| 10 | Identificatie van de effecten : code |
| 11 | Identificatie van de effecten : identificatienummer |
| 15 | Identificatie van de effecten : benaming |
| 40 | Munt (ISO-4217-code) |
| 50 | Nominale waarde (in de betrokken munt) |
| 60 | Bedrag (in de betrokken munt) waarvoor de effecten zijn opgenomen in de betrokken subpost van de boekhoudstaat |
| 70 | Marktwaarde (in de betrokken munt) |
| 71 | Identificatienummer |
| 80 | %-belang niet-ingezetenen (te vermelden met twee decimalen) |
| Tabel 04.95 : Aandelen en gelijkgestelde effecten uitgegeven door de kredietinstelling; | |
| Col. | Inhoud |
| 01 | Identificatie van de positie |
| 05 | Nummer van de subpost v/d boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen |
| 10 | Identificatie van de effecten : code |
| 11 | Identificatie van de effecten : identificatienummer |
| 15 | Identificatie van de effecten : benaming |
| 25 | Aantal (in eenheden) |
| 40 | Munt (ISO-4217-code) |
| 60 | Bedrag (in de betrokken munt) waarvoor de effecten zijn opgenomen in de betrokken subpost van de boekhoudstaat |
| 70 | Marktwaarde (in de betrokken munt) |
| 71 | Identificatienummer |
| 80 | %-belang niet-ingezetenen (te vermelden met twee decimalen) |
| Col. | Contenu |
| 01 | Identification de la situation |
| 05 | Numéro du sous-poste de l'état comptable dans lequel les titres sont enregistrés |
| 10 | Identification des titres : code |
| 11 | Identification des titres : numéro d'identification |
| 15 | Identification des titres : dénomination |
| 40 | Monnaie (code ISO-4217) |
| 50 | Valeur nominale (dans la monnaie concernée) |
| 60 | Montant (dans la monnaie concernée) à concurrence duquel les titres sont enregistrés au sous-poste concerné de l'état comptable |
| 70 | Valeur de marché (dans la monnaie concernée) |
| 71 | Numéro d'identification |
| 80 | % détenu par des non-résidents (à mentionner avec deux décimales) |
| Tableau 04.94 : Titres d'emprunt à plus d'un an émis par l'établissement de crédit | |
| Col. | Contenu |
| 01 | Identification de la situation |
| 05 | Numéro du sous-poste de l'état comptable dans lequel les titres sont enregistrés |
| 10 | Identification des titres : code |
| 11 | Identification des titres : numéro d'identification |
| 15 | Identification des titres : dénomination |
| 40 | Monnaie (code ISO-4217) |
| 50 | Valeur nominale (dans la monnaie concernée) |
| 60 | Montant (dans la monnaie concernée) à concurrence duquel les titres sont enregistrés au sous-poste concerné de l'état comptable |
| 70 | Valeur de marché (dans la monnaie concernée) |
| 71 | Numéro d'identification |
| 80 | % détenu par des non-résidents (à mentionner avec deux décimales) |
| Tableau 04.95 : Actions et titres assimilés émis par l'établissement de crédit | |
| Col. | Contenu |
| 01 | Identification de la situation |
| 05 | Numéro du sous-poste de l'état comptable dans lequel les titres sont enregistrés |
| 10 | Identification des titres : code |
| 11 | Identification des titres : numéro d'identification |
| 15 | Identification des titres : dénomination |
| 25 | Nombre (en unités) |
| 40 | Monnaie (code ISO-4217) |
| 60 | Montant (dans la monnaie concernée) à concurrence duquel les titres sont enregistrés au sous-poste concerné de l'état comptable |
| 70 | Valeur de marché (dans la monnaie concernée) |
| 71 | Numéro d'identification |
| 80 | % détenu par des non-résidents (à mentionner avec deux décimales) |
Col.Inhoud
01Identificatie van de positie
05Nummer van de subpost v/d boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen
10Identificatie van de effecten : code
11Identificatie van de effecten : identificatienummer
15Identificatie van de effecten : benaming
40Munt (ISO-4217-code)
50Nominale waarde (in de betrokken munt)
60Bedrag (in de betrokken munt) waarvoor de effecten zijn opgenomen in de betrokken subpost van de boekhoudstaat
70Marktwaarde (in de betrokken munt)
71Identificatienummer
80%-belang niet-ingezetenen (te vermelden met twee decimalen)Tabel 04.94 : Schuldbewijzen op meer dan één jaar uitgegeven door de kredietinstelling;
Col.Inhoud
01Identificatie van de positie
05Nummer van de subpost v/d boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen
10Identificatie van de effecten : code
11Identificatie van de effecten : identificatienummer
15Identificatie van de effecten : benaming
40Munt (ISO-4217-code)
50Nominale waarde (in de betrokken munt)
60Bedrag (in de betrokken munt) waarvoor de effecten zijn opgenomen in de betrokken subpost van de boekhoudstaat
70Marktwaarde (in de betrokken munt)
71Identificatienummer
80%-belang niet-ingezetenen (te vermelden met twee decimalen)Tabel 04.95 : Aandelen en gelijkgestelde effecten uitgegeven door de kredietinstelling;
Col.Inhoud
01Identificatie van de positie
05Nummer van de subpost v/d boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen
10Identificatie van de effecten : code
11Identificatie van de effecten : identificatienummer
15Identificatie van de effecten : benaming
25Aantal (in eenheden)
40Munt (ISO-4217-code)
60Bedrag (in de betrokken munt) waarvoor de effecten zijn opgenomen in de betrokken subpost van de boekhoudstaat
70Marktwaarde (in de betrokken munt)
71Identificatienummer
80%-belang niet-ingezetenen (te vermelden met twee decimalen)
01Identificatie van de positie
05Nummer van de subpost v/d boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen
10Identificatie van de effecten : code
11Identificatie van de effecten : identificatienummer
15Identificatie van de effecten : benaming
40Munt (ISO-4217-code)
50Nominale waarde (in de betrokken munt)
60Bedrag (in de betrokken munt) waarvoor de effecten zijn opgenomen in de betrokken subpost van de boekhoudstaat
70Marktwaarde (in de betrokken munt)
71Identificatienummer
80%-belang niet-ingezetenen (te vermelden met twee decimalen)Tabel 04.94 : Schuldbewijzen op meer dan één jaar uitgegeven door de kredietinstelling;
Col.Inhoud
01Identificatie van de positie
05Nummer van de subpost v/d boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen
10Identificatie van de effecten : code
11Identificatie van de effecten : identificatienummer
15Identificatie van de effecten : benaming
40Munt (ISO-4217-code)
50Nominale waarde (in de betrokken munt)
60Bedrag (in de betrokken munt) waarvoor de effecten zijn opgenomen in de betrokken subpost van de boekhoudstaat
70Marktwaarde (in de betrokken munt)
71Identificatienummer
80%-belang niet-ingezetenen (te vermelden met twee decimalen)Tabel 04.95 : Aandelen en gelijkgestelde effecten uitgegeven door de kredietinstelling;
Col.Inhoud
01Identificatie van de positie
05Nummer van de subpost v/d boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen
10Identificatie van de effecten : code
11Identificatie van de effecten : identificatienummer
15Identificatie van de effecten : benaming
25Aantal (in eenheden)
40Munt (ISO-4217-code)
60Bedrag (in de betrokken munt) waarvoor de effecten zijn opgenomen in de betrokken subpost van de boekhoudstaat
70Marktwaarde (in de betrokken munt)
71Identificatienummer
80%-belang niet-ingezetenen (te vermelden met twee decimalen)
Col.Contenu
01Identification de la situation
05Numéro du sous-poste de l'état comptable dans lequel les titres sont enregistrés
10Identification des titres : code
11Identification des titres : numéro d'identification
15Identification des titres : dénomination
40Monnaie (code ISO-4217)
50Valeur nominale (dans la monnaie concernée)
60Montant (dans la monnaie concernée) à concurrence duquel les titres sont enregistrés au sous-poste concerné de l'état comptable
70Valeur de marché (dans la monnaie concernée)
71Numéro d'identification
80% détenu par des non-résidents (à mentionner avec deux décimales)Tableau 04.94 : Titres d'emprunt à plus d'un an émis par l'établissement de crédit
Col.Contenu
01Identification de la situation
05Numéro du sous-poste de l'état comptable dans lequel les titres sont enregistrés
10Identification des titres : code
11Identification des titres : numéro d'identification
15Identification des titres : dénomination
40Monnaie (code ISO-4217)
50Valeur nominale (dans la monnaie concernée)
60Montant (dans la monnaie concernée) à concurrence duquel les titres sont enregistrés au sous-poste concerné de l'état comptable
70Valeur de marché (dans la monnaie concernée)
71Numéro d'identification
80% détenu par des non-résidents (à mentionner avec deux décimales)Tableau 04.95 : Actions et titres assimilés émis par l'établissement de crédit
Col.Contenu
01Identification de la situation
05Numéro du sous-poste de l'état comptable dans lequel les titres sont enregistrés
10Identification des titres : code
11Identification des titres : numéro d'identification
15Identification des titres : dénomination
25Nombre (en unités)
40Monnaie (code ISO-4217)
60Montant (dans la monnaie concernée) à concurrence duquel les titres sont enregistrés au sous-poste concerné de l'état comptable
70Valeur de marché (dans la monnaie concernée)
71Numéro d'identification
80% détenu par des non-résidents (à mentionner avec deux décimales)
01Identification de la situation
05Numéro du sous-poste de l'état comptable dans lequel les titres sont enregistrés
10Identification des titres : code
11Identification des titres : numéro d'identification
15Identification des titres : dénomination
40Monnaie (code ISO-4217)
50Valeur nominale (dans la monnaie concernée)
60Montant (dans la monnaie concernée) à concurrence duquel les titres sont enregistrés au sous-poste concerné de l'état comptable
70Valeur de marché (dans la monnaie concernée)
71Numéro d'identification
80% détenu par des non-résidents (à mentionner avec deux décimales)Tableau 04.94 : Titres d'emprunt à plus d'un an émis par l'établissement de crédit
Col.Contenu
01Identification de la situation
05Numéro du sous-poste de l'état comptable dans lequel les titres sont enregistrés
10Identification des titres : code
11Identification des titres : numéro d'identification
15Identification des titres : dénomination
40Monnaie (code ISO-4217)
50Valeur nominale (dans la monnaie concernée)
60Montant (dans la monnaie concernée) à concurrence duquel les titres sont enregistrés au sous-poste concerné de l'état comptable
70Valeur de marché (dans la monnaie concernée)
71Numéro d'identification
80% détenu par des non-résidents (à mentionner avec deux décimales)Tableau 04.95 : Actions et titres assimilés émis par l'établissement de crédit
Col.Contenu
01Identification de la situation
05Numéro du sous-poste de l'état comptable dans lequel les titres sont enregistrés
10Identification des titres : code
11Identification des titres : numéro d'identification
15Identification des titres : dénomination
25Nombre (en unités)
40Monnaie (code ISO-4217)
60Montant (dans la monnaie concernée) à concurrence duquel les titres sont enregistrés au sous-poste concerné de l'état comptable
70Valeur de marché (dans la monnaie concernée)
71Numéro d'identification
80% détenu par des non-résidents (à mentionner avec deux décimales)
Art. N4. Bijlage 4. - Inhoud van te gebruiken tabellen voor de gegevensverzameling van aan de kredietinstelling toevertrouwde roerende waarden
Tabel 05.90 : Schuldbewijzen op ten hoogste één jaar toevertrouwd aan de kredietinstelling
Tabel 05.90 : Schuldbewijzen op ten hoogste één jaar toevertrouwd aan de kredietinstelling
Art. N4. Annexe 4. - Contenu des tableaux à utiliser pour la collecte des données relatives à la conservation de valeurs mobilières par l'établissement de crédit
Tableau 05.90 : Titres d'emprunt à un an au plus confiés à l'établissement de crédit
Tableau 05.90 : Titres d'emprunt à un an au plus confiés à l'établissement de crédit
| Col. | Inhoud |
| 01 | Identificatie van de positie |
| 05 | Nummer van de subpost v/d boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen |
| 10 | Identificatie van de effecten : code |
| 11 | Identificatie van de effecten : identificatienummer |
| 15 | Identificatie van de effecten : benaming |
| 40 | Munt (ISO-4217-code) |
| 50 | Nominale waarde (in de betrokken munt) |
| 60 | Bedrag (in de betrokken munt) waarvoor de effecten zijn opgenomen in de betrokken subpost van de boekhoudstaat |
| 70 | Marktwaarde (in de betrokken munt) |
| 71 | Identificatienummer |
| 90 | Sector |
| Tabel 05.91 : Schuldbewijzen op meer dan één jaar toevertrouwd aan de kredietinstelling | |
| Col. | Inhoud |
| 01 | Identificatie van de positie |
| 05 | Nummer van de subpost v/d boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen |
| 10 | Identificatie van de effecten : code |
| 11 | Identificatie van de effecten : identificatienummer |
| 15 | Identificatie van de effecten : benaming |
| 40 | Munt (ISO-4217-code) |
| 50 | Nominale waarde (in de betrokken munt) |
| 60 | Bedrag (in de betrokken munt) waarvoor de effecten zijn opgenomen in de betrokken subpost van de boekhoudstaat |
| 70 | Marktwaarde (in de betrokken munt) |
| 71 | Identificatienummer |
| 90 | Sector |
| Tabel 05.92 : Aandelen en gelijkgestelde effecten toevertrouwd aan de kredietinstelling | |
| Col. | Inhoud |
| 01 | Identificatie van de positie |
| 05 | Nummer van de subpost v/d boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen |
| 10 | Identificatie van de effecten : code |
| 11 | Identificatie van de effecten : identificatienummer |
| 15 | Identificatie van de effecten : benaming |
| 25 | Aantal (in eenheden) |
| 40 | Munt (ISO-4217-code) |
| 60 | Bedrag (in de betrokken munt) waarvoor de effecten zijn opgenomen in de betrokken subpost van de boekhoudstaat |
| 70 | Marktwaarde (in de betrokken munt) |
| 71 | Identificatienummer |
| 90 | Sector |
| Col. | Contenu |
| 01 | Identification de la situation |
| 05 | Numéro du sous-poste de l'état comptable dans lequel les titres sont enregistrés |
| 10 | Identification des titres : code |
| 11 | Identification des titres : numéro d'identification |
| 15 | Identification des titres : dénomination |
| 40 | Monnaie (code ISO-4217) |
| 50 | Valeur nominale (dans la monnaie concernée) |
| 60 | Montant (dans la monnaie concernée) à concurrence duquel les titres sont enregistrés au sous-poste concerné de l'état comptable |
| 70 | Valeur de marché (dans la monnaie concernée) |
| 71 | Numéro d'identification |
| 90 | Secteur |
| Tableau 05.91 : Titres d'emprunt à plus d'un an confiés à l'établissement de crédit | |
| Col. | Contenu |
| 01 | Identification de la situation |
| 05 | Numéro du sous-poste de l'état comptable dans lequel les titres sont enregistrés |
| 10 | Identification des titres : code |
| 11 | Identification des titres : numéro d'identification |
| 15 | Identification des titres : dénomination |
| 40 | Monnaie (code ISO-4217) |
| 50 | Valeur nominale (dans la monnaie concernée) |
| 60 | Montant (dans la monnaie concernée) à concurrence duquel les titres sont enregistrés au sous-poste concerné de l'état comptable |
| 70 | Valeur de marché (dans la monnaie concernée) |
| 71 | Numéro d'identification |
| 90 | Secteur |
| Tableau 05.92 : Actions et titres assimilés confiés à l'établissement de crédit | |
| Col. | Contenu |
| 01 | Identification de la situation |
| 05 | Numéro du sous-poste de l'état comptable dans lequel les titres sont enregistrés |
| 10 | Identification des titres : code |
| 11 | Identification des titres : numéro d'identification |
| 15 | Identification des titres : dénomination |
| 40 | Monnaie (code ISO-4217) |
| 50 | Valeur nominale (dans la monnaie concernée) |
| 60 | Montant (dans la monnaie concernée) à concurrence duquel les titres sont enregistrés au sous-poste concerné de l'état comptable |
| 70 | Valeur de marché (dans la monnaie concernée) |
| 71 | Numéro d'identification |
| 90 | Secteur |
Col.Inhoud
01Identificatie van de positie
05Nummer van de subpost v/d boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen
10Identificatie van de effecten : code
11Identificatie van de effecten : identificatienummer
15Identificatie van de effecten : benaming
40Munt (ISO-4217-code)
50Nominale waarde (in de betrokken munt)
60Bedrag (in de betrokken munt) waarvoor de effecten zijn opgenomen in de betrokken subpost van de boekhoudstaat
70Marktwaarde (in de betrokken munt)
71Identificatienummer
90SectorTabel 05.91 : Schuldbewijzen op meer dan één jaar toevertrouwd aan de kredietinstelling
Col.Inhoud
01Identificatie van de positie
05Nummer van de subpost v/d boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen
10Identificatie van de effecten : code
11Identificatie van de effecten : identificatienummer
15Identificatie van de effecten : benaming
40Munt (ISO-4217-code)
50Nominale waarde (in de betrokken munt)
60Bedrag (in de betrokken munt) waarvoor de effecten zijn opgenomen in de betrokken subpost van de boekhoudstaat
70Marktwaarde (in de betrokken munt)
71Identificatienummer
90SectorTabel 05.92 : Aandelen en gelijkgestelde effecten toevertrouwd aan de kredietinstelling
Col.Inhoud
01Identificatie van de positie
05Nummer van de subpost v/d boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen
10Identificatie van de effecten : code
11Identificatie van de effecten : identificatienummer
15Identificatie van de effecten : benaming
25Aantal (in eenheden)
40Munt (ISO-4217-code)
60Bedrag (in de betrokken munt) waarvoor de effecten zijn opgenomen in de betrokken subpost van de boekhoudstaat
70Marktwaarde (in de betrokken munt)
71Identificatienummer
90Sector
01Identificatie van de positie
05Nummer van de subpost v/d boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen
10Identificatie van de effecten : code
11Identificatie van de effecten : identificatienummer
15Identificatie van de effecten : benaming
40Munt (ISO-4217-code)
50Nominale waarde (in de betrokken munt)
60Bedrag (in de betrokken munt) waarvoor de effecten zijn opgenomen in de betrokken subpost van de boekhoudstaat
70Marktwaarde (in de betrokken munt)
71Identificatienummer
90SectorTabel 05.91 : Schuldbewijzen op meer dan één jaar toevertrouwd aan de kredietinstelling
Col.Inhoud
01Identificatie van de positie
05Nummer van de subpost v/d boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen
10Identificatie van de effecten : code
11Identificatie van de effecten : identificatienummer
15Identificatie van de effecten : benaming
40Munt (ISO-4217-code)
50Nominale waarde (in de betrokken munt)
60Bedrag (in de betrokken munt) waarvoor de effecten zijn opgenomen in de betrokken subpost van de boekhoudstaat
70Marktwaarde (in de betrokken munt)
71Identificatienummer
90SectorTabel 05.92 : Aandelen en gelijkgestelde effecten toevertrouwd aan de kredietinstelling
Col.Inhoud
01Identificatie van de positie
05Nummer van de subpost v/d boekhoudstaat waarin de effecten zijn opgenomen
10Identificatie van de effecten : code
11Identificatie van de effecten : identificatienummer
15Identificatie van de effecten : benaming
25Aantal (in eenheden)
40Munt (ISO-4217-code)
60Bedrag (in de betrokken munt) waarvoor de effecten zijn opgenomen in de betrokken subpost van de boekhoudstaat
70Marktwaarde (in de betrokken munt)
71Identificatienummer
90Sector
Col.Contenu
01Identification de la situation
05Numéro du sous-poste de l'état comptable dans lequel les titres sont enregistrés
10Identification des titres : code
11Identification des titres : numéro d'identification
15Identification des titres : dénomination
40Monnaie (code ISO-4217)
50Valeur nominale (dans la monnaie concernée)
60Montant (dans la monnaie concernée) à concurrence duquel les titres sont enregistrés au sous-poste concerné de l'état comptable
70Valeur de marché (dans la monnaie concernée)
71Numéro d'identification
90SecteurTableau 05.91 : Titres d'emprunt à plus d'un an confiés à l'établissement de crédit
Col.Contenu
01Identification de la situation
05Numéro du sous-poste de l'état comptable dans lequel les titres sont enregistrés
10Identification des titres : code
11Identification des titres : numéro d'identification
15Identification des titres : dénomination
40Monnaie (code ISO-4217)
50Valeur nominale (dans la monnaie concernée)
60Montant (dans la monnaie concernée) à concurrence duquel les titres sont enregistrés au sous-poste concerné de l'état comptable
70Valeur de marché (dans la monnaie concernée)
71Numéro d'identification
90SecteurTableau 05.92 : Actions et titres assimilés confiés à l'établissement de crédit
Col.Contenu
01Identification de la situation
05Numéro du sous-poste de l'état comptable dans lequel les titres sont enregistrés
10Identification des titres : code
11Identification des titres : numéro d'identification
15Identification des titres : dénomination
40Monnaie (code ISO-4217)
50Valeur nominale (dans la monnaie concernée)
60Montant (dans la monnaie concernée) à concurrence duquel les titres sont enregistrés au sous-poste concerné de l'état comptable
70Valeur de marché (dans la monnaie concernée)
71Numéro d'identification
90Secteur
01Identification de la situation
05Numéro du sous-poste de l'état comptable dans lequel les titres sont enregistrés
10Identification des titres : code
11Identification des titres : numéro d'identification
15Identification des titres : dénomination
40Monnaie (code ISO-4217)
50Valeur nominale (dans la monnaie concernée)
60Montant (dans la monnaie concernée) à concurrence duquel les titres sont enregistrés au sous-poste concerné de l'état comptable
70Valeur de marché (dans la monnaie concernée)
71Numéro d'identification
90SecteurTableau 05.91 : Titres d'emprunt à plus d'un an confiés à l'établissement de crédit
Col.Contenu
01Identification de la situation
05Numéro du sous-poste de l'état comptable dans lequel les titres sont enregistrés
10Identification des titres : code
11Identification des titres : numéro d'identification
15Identification des titres : dénomination
40Monnaie (code ISO-4217)
50Valeur nominale (dans la monnaie concernée)
60Montant (dans la monnaie concernée) à concurrence duquel les titres sont enregistrés au sous-poste concerné de l'état comptable
70Valeur de marché (dans la monnaie concernée)
71Numéro d'identification
90SecteurTableau 05.92 : Actions et titres assimilés confiés à l'établissement de crédit
Col.Contenu
01Identification de la situation
05Numéro du sous-poste de l'état comptable dans lequel les titres sont enregistrés
10Identification des titres : code
11Identification des titres : numéro d'identification
15Identification des titres : dénomination
40Monnaie (code ISO-4217)
50Valeur nominale (dans la monnaie concernée)
60Montant (dans la monnaie concernée) à concurrence duquel les titres sont enregistrés au sous-poste concerné de l'état comptable
70Valeur de marché (dans la monnaie concernée)
71Numéro d'identification
90Secteur