Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
24 SEPTEMBER 2010. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende maatregelen met betrekking tot het ontslag om dringende redenen, verschillende maatregelen van orde en de tuchtregeling
Titre
24 SEPTEMBRE 2010. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand contenant des mesures relatives au licenciement pour motif grave, diverses mesures d'ordre et le rĂ©gime disciplinaire
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (39)
Texte (39)
HOOFDSTUK 1. - Besluit van de Vlaamse Regering omtrent de evaluatie, maatregelen van orde en de tucht in het gemeenschapsonderwijs
CHAPITRE 1er. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand relatif Ă l'Ă©valuation, aux mesures d'ordre et au rĂ©gime disciplinaire dans l'enseignement communautaire
Artikel 1. In artikel 15bis van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 mei 1991 omtrent de evaluatie, maatregelen van orde en tucht in het gemeenschapsonderwijs, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 september 2000 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009, worden tussen de woorden "artikel 24, 4e lid," en de woorden "artikel 53bis, § 5" de woorden "artikel 52bis, 4e lid," ingevoegd.
Article 1er. Dans l'article 15bis de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 mai 1991 relatif Ă l'Ă©valuation, aux mesures d'ordre et au rĂ©gime disciplinaire dans l'enseignement communautaire, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 septembre 2000 et remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 juillet 2009, les mots "l'article 52bis, 4e alinĂ©a," sont insĂ©rĂ©s entre les mots "l'article 24, 4e alinĂ©a," et les mots " l'article 53bis, § 5".
Art. 2. In artikel 16 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 september 2000 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 4 wordt :
- het woord "vier" vervangen door het woord "drie";
- een derde lid ingevoegd dat luidt als volgt :
"Tijdens dit verhoor mag het personeelslid zich laten bijstaan door een raadsman.";
2° paragraaf 5 wordt vervangen door wat volgt :
"§ 5. De raad van bestuur legt de preventieve schorsing op bij een met redenen omklede beslissing. Voor de leden van de pedagogische begeleidingsdienst en de personeelsleden van het vormingscentrum legt de afgevaardigd bestuurder de preventieve schorsing op.
De preventieve schorsing wordt aan het personeelslid meegedeeld per aangetekende brief. Die brief vermeldt de beroepsmogelijkheden. Als de beroepsmogelijkheden niet worden vermeld, begint de beroepstermijn, vermeld in artikel 59ter, § 1 van het decreet, niet te lopen.
De preventieve schorsing gaat in de derde kalenderdag nadat de aangetekende brief met de post is verstuurd. Bij hoogdringende omstandigheden als vermeld in paragraaf 4, tweede lid, heeft de preventieve schorsing onmiddellijk uitwerking."
1° in paragraaf 4 wordt :
- het woord "vier" vervangen door het woord "drie";
- een derde lid ingevoegd dat luidt als volgt :
"Tijdens dit verhoor mag het personeelslid zich laten bijstaan door een raadsman.";
2° paragraaf 5 wordt vervangen door wat volgt :
"§ 5. De raad van bestuur legt de preventieve schorsing op bij een met redenen omklede beslissing. Voor de leden van de pedagogische begeleidingsdienst en de personeelsleden van het vormingscentrum legt de afgevaardigd bestuurder de preventieve schorsing op.
De preventieve schorsing wordt aan het personeelslid meegedeeld per aangetekende brief. Die brief vermeldt de beroepsmogelijkheden. Als de beroepsmogelijkheden niet worden vermeld, begint de beroepstermijn, vermeld in artikel 59ter, § 1 van het decreet, niet te lopen.
De preventieve schorsing gaat in de derde kalenderdag nadat de aangetekende brief met de post is verstuurd. Bij hoogdringende omstandigheden als vermeld in paragraaf 4, tweede lid, heeft de preventieve schorsing onmiddellijk uitwerking."
Art. 2. A l'article 16 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 septembre 2000 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 juillet 2009, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° dans le paragraphe 4 :
- le mot "quatre" est remplacé par le mot "trois";
- il est inséré un troisiÚme alinéa, rédigé comme suit :
"Pendant l'audition, le membre du personnel peut se faire assister par son conseil.";
2° le paragraphe 5 est remplacé par la disposition suivante :
" § 5. Le conseil d'administration impose la suspension préventive moyennant une décision motivée. Pour les membres du personnel du service d'encadrement pédagogique et les membres du personnel du centre de formation, la suspension préventive est imposée par l'administrateur délégué.
La suspension préventive est notifiée par lettre recommandée au membre du personnel. Cette lettre mentionne les possibilités de recours. Si les possibilités de recours ne sont pas mentionnées, le délai de recours, visé à l'article 59ter, § 1er, du décret, ne prend pas cours.
La suspension prĂ©ventive prend cours le troisiĂšme jour calendaire aprĂšs l'envoi par la poste de la lettre recommandĂ©e. Dans des cas d'extrĂȘme urgence tels que visĂ©s au paragraphe 4, deuxiĂšme alinĂ©a, la suspension prĂ©ventive produit immĂ©diatement ses effets."
1° dans le paragraphe 4 :
- le mot "quatre" est remplacé par le mot "trois";
- il est inséré un troisiÚme alinéa, rédigé comme suit :
"Pendant l'audition, le membre du personnel peut se faire assister par son conseil.";
2° le paragraphe 5 est remplacé par la disposition suivante :
" § 5. Le conseil d'administration impose la suspension préventive moyennant une décision motivée. Pour les membres du personnel du service d'encadrement pédagogique et les membres du personnel du centre de formation, la suspension préventive est imposée par l'administrateur délégué.
La suspension préventive est notifiée par lettre recommandée au membre du personnel. Cette lettre mentionne les possibilités de recours. Si les possibilités de recours ne sont pas mentionnées, le délai de recours, visé à l'article 59ter, § 1er, du décret, ne prend pas cours.
La suspension prĂ©ventive prend cours le troisiĂšme jour calendaire aprĂšs l'envoi par la poste de la lettre recommandĂ©e. Dans des cas d'extrĂȘme urgence tels que visĂ©s au paragraphe 4, deuxiĂšme alinĂ©a, la suspension prĂ©ventive produit immĂ©diatement ses effets."
Art. 3. In artikel 17 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1 worden de woorden "evenwel tot één jaar" vervangen door de woorden "echter tot maximum één jaar";
2° in § 3 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :
"In geval van beroep tegen de uitgesproken maatregel kan de preventieve schorsing worden verlengd totdat de secretaris de beslissing, vermeld in artikel 33decies, § 1 heeft meegedeeld."
1° in § 1 worden de woorden "evenwel tot één jaar" vervangen door de woorden "echter tot maximum één jaar";
2° in § 3 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :
"In geval van beroep tegen de uitgesproken maatregel kan de preventieve schorsing worden verlengd totdat de secretaris de beslissing, vermeld in artikel 33decies, § 1 heeft meegedeeld."
Art. 3. A l'article 17 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 juillet 2009, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° dans le § 1er, les mots "également courir jusqu'à un an " sont remplacés par les mots "néanmoins courir jusqu'à un an au maximum";
2° dans le § 3, le deuxiÚme alinéa est remplacé par la disposition suivante :
"En cas d'un recours contre la mesure prononcĂ©e, la suspension prĂ©ventive peut ĂȘtre prolongĂ©e jusqu'Ă ce que le secrĂ©taire ait communiquĂ© la dĂ©cision mentionnĂ©e Ă l'article 33decies, § 1er."
1° dans le § 1er, les mots "également courir jusqu'à un an " sont remplacés par les mots "néanmoins courir jusqu'à un an au maximum";
2° dans le § 3, le deuxiÚme alinéa est remplacé par la disposition suivante :
"En cas d'un recours contre la mesure prononcĂ©e, la suspension prĂ©ventive peut ĂȘtre prolongĂ©e jusqu'Ă ce que le secrĂ©taire ait communiquĂ© la dĂ©cision mentionnĂ©e Ă l'article 33decies, § 1er."
Art. 4. Artikel 18 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009, wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 18. Dit hoofdstuk is van toepassing op de personeelsleden, vermeld in artikel 60bis van het decreet."
"Art. 18. Dit hoofdstuk is van toepassing op de personeelsleden, vermeld in artikel 60bis van het decreet."
Art. 4. L'article 18 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 juillet 2009, est remplacĂ© par ce qui suit :
"Art. 18. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© s'applique aux membres du personnel visĂ©s Ă l'article 60bis du dĂ©cret."
"Art. 18. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© s'applique aux membres du personnel visĂ©s Ă l'article 60bis du dĂ©cret."
Art. 5. In het opschrift van hoofdstuk IVbis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009, worden tussen de woorden "artikel 24" en de woorden "en artikel 55undecies , § 2, 2°" de woorden ", artikel 52bis " ingevoegd.
Art. 5. Dans l'intitulĂ© du chapitre IVbis du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 juillet 2009, les mots ", Ă l'article 52bis " sont insĂ©rĂ©s entre les mots "Ă l'article 24" et les mots "et Ă l'article 55undecies , § 2, 2°".
Art. 6. In artikel 20 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden tussen de woorden "artikel 24" en de woorden "en artikel 55undecies , § 2, 2°" de woorden ", artikel 52bis " ingevoegd;
2° in het tweede lid worden de woorden "artikel 73, tweede lid," vervangen door de woorden "artikel 24, vierde lid en artikel 52bis, vierde lid,".
1° in het eerste lid worden tussen de woorden "artikel 24" en de woorden "en artikel 55undecies , § 2, 2°" de woorden ", artikel 52bis " ingevoegd;
2° in het tweede lid worden de woorden "artikel 73, tweede lid," vervangen door de woorden "artikel 24, vierde lid en artikel 52bis, vierde lid,".
Art. 6. A l'article 20 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 juillet 2009, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa premier, les mots ", à l'article 52bis " sont insérés entre les mots "à l'article 24" et les mots " et à l'article 55undecies , § 2, 2°";
2° dans le deuxiÚme alinéa, les mots "à l'article 73, deuxiÚme alinéa," sont remplacés par les mots "à l'article 24, quatriÚme alinéa, et à l'article 52bis, quatriÚme alinéa,".
1° dans l'alinéa premier, les mots ", à l'article 52bis " sont insérés entre les mots "à l'article 24" et les mots " et à l'article 55undecies , § 2, 2°";
2° dans le deuxiÚme alinéa, les mots "à l'article 73, deuxiÚme alinéa," sont remplacés par les mots "à l'article 24, quatriÚme alinéa, et à l'article 52bis, quatriÚme alinéa,".
Art. 7. Artikel 33bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009, wordt opgeheven.
Art. 7. L'article 33bis du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 juillet 2009, est abrogĂ©.
Art. 8. In artikel 33ter, § 4, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009, worden de woorden "waarin ze een mandaat uitoefenen" vervangen door de woorden "van beroep".
Art. 8. Dans l'article 33ter, § 4, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 juillet 2009, les mots "auprĂšs de laquelle ils exercent un mandat" sont remplacĂ©s par les mots "de recours".
Art. 9. Artikel 33quater van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009, wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 33quater. Het mandaat van de effectieve en de plaatsvervangende voorzitters en van de leden is van onbepaalde duur.
Het mandaat eindigt :
1° in geval van ontslagneming;
2° op vraag van de organisatie die de betrokkene heeft aangewezen;
3° in geval van overlijden.".
"Art. 33quater. Het mandaat van de effectieve en de plaatsvervangende voorzitters en van de leden is van onbepaalde duur.
Het mandaat eindigt :
1° in geval van ontslagneming;
2° op vraag van de organisatie die de betrokkene heeft aangewezen;
3° in geval van overlijden.".
Art. 9. L'article 33quater du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 juillet 2009, est remplacĂ© par ce qui suit :
"Art. 33quater. Le mandat des présidents effectifs et suppléants et des membres est de durée indéterminée.
Le mandat prend fin :
1° en cas de démission;
2° à la demande de l'organisation ayant désigné l'intéressé;
3° en cas de décÚs."
"Art. 33quater. Le mandat des présidents effectifs et suppléants et des membres est de durée indéterminée.
Le mandat prend fin :
1° en cas de démission;
2° à la demande de l'organisation ayant désigné l'intéressé;
3° en cas de décÚs."
Art. 10. In artikel 33quinquies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden tussen het woord "secretaris" en het woord "aan" de woorden "en twee plaatsvervangende secretarissen" ingevoegd;
2° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
"Als de secretaris verhinderd is en zijn functie waargenomen wordt door een plaatsvervangende secretaris, wordt aan die laatste een vergoeding van 25 euro per zitting toegekend die geheel of gedeeltelijk plaatsvindt buiten de normale diensttijd."
1° in het eerste lid worden tussen het woord "secretaris" en het woord "aan" de woorden "en twee plaatsvervangende secretarissen" ingevoegd;
2° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
"Als de secretaris verhinderd is en zijn functie waargenomen wordt door een plaatsvervangende secretaris, wordt aan die laatste een vergoeding van 25 euro per zitting toegekend die geheel of gedeeltelijk plaatsvindt buiten de normale diensttijd."
Art. 10. A l'article 33quinquies du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 juillet 2009, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa premier, les mots "et deux secrétaires suppléants" sont insérés entre les mots "un secrétaire" et le mot "parmi";
2° il est ajouté un troisiÚme alinéa, rédigé comme suit :
"Lorsque le secrĂ©taire est empĂȘchĂ© et que sa fonction est assumĂ©e par un secrĂ©taire supplĂ©ant, il est accordĂ© Ă ce dernier une indemnitĂ© de 25 euros par sĂ©ance ayant lieu en tout ou en partie en dehors des heures de service normales."
1° dans l'alinéa premier, les mots "et deux secrétaires suppléants" sont insérés entre les mots "un secrétaire" et le mot "parmi";
2° il est ajouté un troisiÚme alinéa, rédigé comme suit :
"Lorsque le secrĂ©taire est empĂȘchĂ© et que sa fonction est assumĂ©e par un secrĂ©taire supplĂ©ant, il est accordĂ© Ă ce dernier une indemnitĂ© de 25 euros par sĂ©ance ayant lieu en tout ou en partie en dehors des heures de service normales."
Art. 11. Aan artikel 33sexies, § 2 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
"In afwijking van het eerste lid beslist de kamer van beroep bij unanimiteit wanneer ze de preventieve schorsing wenst te vernietigen, als de preventieve schorsing waartegen beroep werd aangetekend, gepaard gaat met een tuchtonderzoek."
"In afwijking van het eerste lid beslist de kamer van beroep bij unanimiteit wanneer ze de preventieve schorsing wenst te vernietigen, als de preventieve schorsing waartegen beroep werd aangetekend, gepaard gaat met een tuchtonderzoek."
Art. 11. L'article 33sexies, § 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 juillet 2009, est complĂ©tĂ© par un troisiĂšme alinĂ©a, rĂ©digĂ© comme suit :
"Par dérogation à l'alinéa premier, la chambre de recours statue à l'unanimité lorsqu'elle souhaite annuler la suspension préventive, si la suspension préventive contre laquelle un recours est introduit, implique une instruction disciplinaire."
"Par dérogation à l'alinéa premier, la chambre de recours statue à l'unanimité lorsqu'elle souhaite annuler la suspension préventive, si la suspension préventive contre laquelle un recours est introduit, implique une instruction disciplinaire."
Art. 12. In artikel 33septies, § 1, vierde lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009, worden de woorden "stuurt hij een kopie" vervangen door de woorden "stuurt het met een aangetekende brief of tegen ontvangsbewijs een kopie".
Art. 12. Dans l'article 33septies, § 1er, quatriĂšme alinĂ©a, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par le Gouvernement flamand du 3 juillet 2009, les mots "il envoie une copie de celui-ci " sont remplacĂ©s par les mots "il envoie une copie de celui-ci, par lettre recommandĂ©e ou contre rĂ©cĂ©pissĂ©,".
Art. 13. In artikel 33novies, § 1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009, wordt het cijfer "24" telkens vervangen door het cijfer "20".
Art. 13. Dans l'article 33novies, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 juillet 2009, le chiffre "24" est chaque fois remplacĂ© par le chiffre "20".
Art. 14. In artikel 33undecies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1, eerste lid worden de woorden "artikel 73, 2e lid," vervangen door de woorden "artikel 24, vierde lid of artikel 52bis, vierde lid,";
2° in paragraaf 1, derde lid worden de woorden "stuurt hij een kopie" vervangen door de woorden "stuurt het met een aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs een kopie";
3° in paragraaf 2 worden de woorden "de termijn, vermeld in artikel 73, tweede lid, van het decreet" vervangen door de woorden "de beroepstermijn";
4° in paragraaf 3 worden tussen de woorden "artikel 24, derde lid," en de woorden "van het decreet" de woorden "of artikel 52bis, derde lid," ingevoegd.
1° in paragraaf 1, eerste lid worden de woorden "artikel 73, 2e lid," vervangen door de woorden "artikel 24, vierde lid of artikel 52bis, vierde lid,";
2° in paragraaf 1, derde lid worden de woorden "stuurt hij een kopie" vervangen door de woorden "stuurt het met een aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs een kopie";
3° in paragraaf 2 worden de woorden "de termijn, vermeld in artikel 73, tweede lid, van het decreet" vervangen door de woorden "de beroepstermijn";
4° in paragraaf 3 worden tussen de woorden "artikel 24, derde lid," en de woorden "van het decreet" de woorden "of artikel 52bis, derde lid," ingevoegd.
Art. 14. A l'article 33undecies du mĂȘme arrĂȘte, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 juillet 2009 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 juillet 2009, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° dans le § 1er, alinéa premier, les mots "à l'article 73, deuxiÚme alinéa," sont remplacés par les mots "à l'article 24, quatriÚme alinéa, ou à l'article 52bis, quatriÚme alinéa,";
2° dans le § 1er, troisiÚme alinéa, les mots "il envoie une copie" sont remplacés par les mots "il envoie une copie de celui-ci, par lettre recommandée ou contre récépissé,".
3° dans le paragraphe 2, les mots "délai, visé à l'article 73, deuxiÚme alinéa, du décret" sont remplacés par les mots "délai de recours";
4° dans le paragraphe 3, les mots "ou l'article 52bis, troisiÚme alinéa," sont insérés entre les mots "l'article 24, troisiÚme alinéa," et les mots "du décret".
1° dans le § 1er, alinéa premier, les mots "à l'article 73, deuxiÚme alinéa," sont remplacés par les mots "à l'article 24, quatriÚme alinéa, ou à l'article 52bis, quatriÚme alinéa,";
2° dans le § 1er, troisiÚme alinéa, les mots "il envoie une copie" sont remplacés par les mots "il envoie une copie de celui-ci, par lettre recommandée ou contre récépissé,".
3° dans le paragraphe 2, les mots "délai, visé à l'article 73, deuxiÚme alinéa, du décret" sont remplacés par les mots "délai de recours";
4° dans le paragraphe 3, les mots "ou l'article 52bis, troisiÚme alinéa," sont insérés entre les mots "l'article 24, troisiÚme alinéa," et les mots "du décret".
Art. 15. Artikel 33terdecies , § 1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009, wordt vervangen door wat volgt :
" § 1. De partijen worden met een aangetekende brief opgeroepen voor de zitting van de kamer van beroep die plaatsvindt binnen twintig werkdagen na de ontvangst van het beroepschrift. Als het einde van die termijn tussen 15 juli en 15 augustus valt, dan wordt de termijn verlengd tot 31 augustus. Bij ontvangst van het beroepschrift tijdens een periode van ten minste zeven opeenvolgende vakantiedagen, wordt voornoemde periode van twintig werkdagen verlengd met de duur van de vakantieperiode.
De partijen kunnen zich laten bijstaan of vertegenwoordigen door een raadsman.
Naar gelang het geval kan de directeur, de raad van bestuur of de afgevaardigd bestuurder of hun raadsman een verweerschrift indienen tot uiterlijk 5 werkdagen na de ontvangst van een kopie van het beroepschrift.
Het verweerschrift wordt aangetekend of tegen ontvangstbewijs verstuurd naar de kamer van beroep en naar de tegenpartij.
Verweerschriften die na de gestelde termijn zijn bezorgd, worden uit de debatten geweerd."
" § 1. De partijen worden met een aangetekende brief opgeroepen voor de zitting van de kamer van beroep die plaatsvindt binnen twintig werkdagen na de ontvangst van het beroepschrift. Als het einde van die termijn tussen 15 juli en 15 augustus valt, dan wordt de termijn verlengd tot 31 augustus. Bij ontvangst van het beroepschrift tijdens een periode van ten minste zeven opeenvolgende vakantiedagen, wordt voornoemde periode van twintig werkdagen verlengd met de duur van de vakantieperiode.
De partijen kunnen zich laten bijstaan of vertegenwoordigen door een raadsman.
Naar gelang het geval kan de directeur, de raad van bestuur of de afgevaardigd bestuurder of hun raadsman een verweerschrift indienen tot uiterlijk 5 werkdagen na de ontvangst van een kopie van het beroepschrift.
Het verweerschrift wordt aangetekend of tegen ontvangstbewijs verstuurd naar de kamer van beroep en naar de tegenpartij.
Verweerschriften die na de gestelde termijn zijn bezorgd, worden uit de debatten geweerd."
Art. 15. L'article 33terdecies , § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 juillet 2009, est remplacĂ© par la disposition suivante :
"§ 1er. Les parties sont convoquées, par lettre recommandée, à la séance de la chambre de recours, qui a lieu dans les vingt jours ouvrables de la réception du recours. Si la fin de ce délai tombe entre le 15 juillet et le 15 août, celui-ci est prorogé jusqu'au 31 août. Lorsque le recours est notifié au cours d'une période d'au moins sept jours de vacances consécutives, la période précitée de vingt jours ouvrables est prolongée de la durée de la période de vacances.
Les parties peuvent se faire assister ou représenter par un conseil.
Selon le cas, le directeur, le conseil d'administration ou l'administrateur délégué ou leur conseil peut introduire un contredit au plus tard 5 jours ouvrables aprÚs la réception d'une copie du recours.
Le contredit est envoyé par lettre recommandée ou contre récépissé à la chambre de recours et à la contrepartie.
Les contredits présentés aprÚs le délai imparti sont écartés des débats."
"§ 1er. Les parties sont convoquées, par lettre recommandée, à la séance de la chambre de recours, qui a lieu dans les vingt jours ouvrables de la réception du recours. Si la fin de ce délai tombe entre le 15 juillet et le 15 août, celui-ci est prorogé jusqu'au 31 août. Lorsque le recours est notifié au cours d'une période d'au moins sept jours de vacances consécutives, la période précitée de vingt jours ouvrables est prolongée de la durée de la période de vacances.
Les parties peuvent se faire assister ou représenter par un conseil.
Selon le cas, le directeur, le conseil d'administration ou l'administrateur délégué ou leur conseil peut introduire un contredit au plus tard 5 jours ouvrables aprÚs la réception d'une copie du recours.
Le contredit est envoyé par lettre recommandée ou contre récépissé à la chambre de recours et à la contrepartie.
Les contredits présentés aprÚs le délai imparti sont écartés des débats."
Art. 16. In artikel 33quater decies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009, worden de woorden "aan het schoolbestuur" vervangen door de woorden "aan, naargelang van het geval, de directeur, de raad van bestuur of de afgevaardigd bestuurder,".
Art. 16. Dans l'article 33quater decies du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 juillet 2009, les mots "Ă l'autoritĂ© scolaire" sont remplacĂ©s par les mots "selon le cas, au directeur, au conseil d'administration ou Ă l'administrateur dĂ©lĂ©guĂ©, "
Art. 17. In hoofdstuk Vter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009, wordt een afdeling IIbis, die bestaat uit artikel 33quater decies /1 tot en met 33quater decies /4, ingevoegd, die luidt als volgt :
"Afdeling IIbis Preventieve schorsing
Art. 33quater decies /1. § 1. Het personeelslid beschikt over de termijn, vermeld in artikel 59ter, § 1 van het decreet om met een aangetekende brief beroep in te stellen bij de kamer van beroep.
De termijn begint te lopen op de dag nadat de aangetekende brief met de kennisgeving van de preventieve schorsing werd verstuurd.
Het beroep moet alle middelen bevatten die tegen de preventieve schorsing en, indien van toepassing, tegen de afhouding van salaris kunnen worden ingebracht.
Op hetzelfde ogenblik als het personeelslid het beroepschrift indient, stuurt het met een aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs een kopie daarvan, naargelang van het geval, naar de raad van bestuur of de afgevaardigd bestuurder.
Het beroep moet de naam en het adres, naargelang van het geval, van de raad van bestuur of de afgevaardigd bestuurder bevatten.
§ 2. Nadat de beroepstermijn verstreken is of nadat de kamer van beroep een definitieve beslissing heeft genomen, worden de preventieve schorsing en, indien van toepassing, de afhouding van salaris definitief.
§ 3. Bij de ontvangst van het beroepschrift vraagt de secretaris onmiddellijk de aangetekende brief en het dossier op, vermeld in artikel 59ter, § 1, van het decreet, naargelang van het geval, bij de raad van bestuur of de afgevaardigd bestuurder.
Art. 33quater decies /2. § 1. Zodra de zaak aanhangig is gemaakt, deelt de secretaris aan de partijen de lijst mee van de effectieve en plaatsvervangende voorzitters en van de leden van de kamer van beroep.
Binnen vijf werkdagen na de ontvangst van die lijst mogen de partijen de wraking vragen van de voorzitter en een of meer leden van de kamer, tenzij de reden tot wraking later is ontstaan.
De redenen tot wraking zijn bepaald in artikel 828 van het Gerechtelijk Wetboek. Behalve om die redenen tot wraking kunnen beide partijen één lid ongemotiveerd wraken.
Als de voorzitter of een lid van de kamer van beroep weet dat er een reden tot wraking tegen hem bestaat, moet hij zich van de zaak onthouden.
§ 2. Als zowel de effectieve voorzitter als beide plaatsvervangende voorzitters worden gewraakt, wijst de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, een andere plaatsvervangende voorzitter aan om in de zaak te zetelen.
Art. 33quater decies /3. § 1. De partijen worden met een aangetekende brief opgeroepen voor de zitting van de kamer van beroep die plaatsvindt binnen twintig werkdagen na de ontvangst van het beroepschrift. Als het einde van die termijn tussen 15 juli en 15 augustus valt, wordt de termijn verlengd tot en met 31 augustus. Bij ontvangst van het beroepschrift tijdens een periode van ten minste zeven opeenvolgende vakantiedagen, wordt voornoemde periode van twintig werkdagen verlengd met de duur van de vakantieperiode.
De partijen kunnen zich laten bijstaan of vertegenwoordigen door een raadsman.
Naar gelang het geval kan de raad van bestuur of de afgevaardigd bestuurder of hun raadsman een verweerschrift indienen tot uiterlijk vijf werkdagen na de ontvangst van een kopie van het beroepschrift.
Het verweerschrift wordt aangetekend of tegen ontvangstbewijs verstuurd naar de kamer van beroep en naar de tegenpartij.
Verweerschriften die na de gestelde termijn zijn bezorgd, worden uit de debatten geweerd.
§ 2. De kamer van beroep kan een aanvullend onderzoek bevelen en kan ambtshalve of op verzoek van het personeelslid of van zijn raadsman getuigen horen. In dat geval heeft het verhoor van de getuigen plaats in aanwezigheid van het personeelslid.
De opgeroepen getuige kan zich ertegen verzetten dat hij in het openbaar wordt gehoord.
§ 3. De zittingen van de kamer van beroep zijn openbaar, tenzij de openbaarheid gevaar oplevert voor de openbare orde of de goede zeden.
Op verzoek van het personeelslid of zijn raadsman vindt de zitting plaats achter gesloten deuren.
§ 4. Als het personeelslid behoorlijk werd opgeroepen en toch niet verschijnt of niet wordt vertegenwoordigd, beslist de kamer van beroep bij verstek. Als de verhindering gewettigd is, kan het personeelslid binnen drie werkdagen nadat de beslissing hem met een aangetekende brief werd betekend, tegen de uitspraak verzet aantekenen. In dat geval wordt de kamer van beroep opnieuw bijeengeroepen en beslist ze, ongeacht of het personeelslid aanwezig is, definitief en onherroepelijk.
Art. 33quater decies /4. De secretaris deelt de met redenen omklede beslissing binnen een termijn van vijf werkdagen na de vergadering waarin de beslissing werd genomen, met een aangetekende brief mee, naargelang van het geval, aan de raad van bestuur of de afgevaardigd bestuurder en aan het personeelslid. De beslissing is bindend voor beide partijen.
De beslissing vermeldt de uitslag van de stemming."
"Afdeling IIbis Preventieve schorsing
Art. 33quater decies /1. § 1. Het personeelslid beschikt over de termijn, vermeld in artikel 59ter, § 1 van het decreet om met een aangetekende brief beroep in te stellen bij de kamer van beroep.
De termijn begint te lopen op de dag nadat de aangetekende brief met de kennisgeving van de preventieve schorsing werd verstuurd.
Het beroep moet alle middelen bevatten die tegen de preventieve schorsing en, indien van toepassing, tegen de afhouding van salaris kunnen worden ingebracht.
Op hetzelfde ogenblik als het personeelslid het beroepschrift indient, stuurt het met een aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs een kopie daarvan, naargelang van het geval, naar de raad van bestuur of de afgevaardigd bestuurder.
Het beroep moet de naam en het adres, naargelang van het geval, van de raad van bestuur of de afgevaardigd bestuurder bevatten.
§ 2. Nadat de beroepstermijn verstreken is of nadat de kamer van beroep een definitieve beslissing heeft genomen, worden de preventieve schorsing en, indien van toepassing, de afhouding van salaris definitief.
§ 3. Bij de ontvangst van het beroepschrift vraagt de secretaris onmiddellijk de aangetekende brief en het dossier op, vermeld in artikel 59ter, § 1, van het decreet, naargelang van het geval, bij de raad van bestuur of de afgevaardigd bestuurder.
Art. 33quater decies /2. § 1. Zodra de zaak aanhangig is gemaakt, deelt de secretaris aan de partijen de lijst mee van de effectieve en plaatsvervangende voorzitters en van de leden van de kamer van beroep.
Binnen vijf werkdagen na de ontvangst van die lijst mogen de partijen de wraking vragen van de voorzitter en een of meer leden van de kamer, tenzij de reden tot wraking later is ontstaan.
De redenen tot wraking zijn bepaald in artikel 828 van het Gerechtelijk Wetboek. Behalve om die redenen tot wraking kunnen beide partijen één lid ongemotiveerd wraken.
Als de voorzitter of een lid van de kamer van beroep weet dat er een reden tot wraking tegen hem bestaat, moet hij zich van de zaak onthouden.
§ 2. Als zowel de effectieve voorzitter als beide plaatsvervangende voorzitters worden gewraakt, wijst de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, een andere plaatsvervangende voorzitter aan om in de zaak te zetelen.
Art. 33quater decies /3. § 1. De partijen worden met een aangetekende brief opgeroepen voor de zitting van de kamer van beroep die plaatsvindt binnen twintig werkdagen na de ontvangst van het beroepschrift. Als het einde van die termijn tussen 15 juli en 15 augustus valt, wordt de termijn verlengd tot en met 31 augustus. Bij ontvangst van het beroepschrift tijdens een periode van ten minste zeven opeenvolgende vakantiedagen, wordt voornoemde periode van twintig werkdagen verlengd met de duur van de vakantieperiode.
De partijen kunnen zich laten bijstaan of vertegenwoordigen door een raadsman.
Naar gelang het geval kan de raad van bestuur of de afgevaardigd bestuurder of hun raadsman een verweerschrift indienen tot uiterlijk vijf werkdagen na de ontvangst van een kopie van het beroepschrift.
Het verweerschrift wordt aangetekend of tegen ontvangstbewijs verstuurd naar de kamer van beroep en naar de tegenpartij.
Verweerschriften die na de gestelde termijn zijn bezorgd, worden uit de debatten geweerd.
§ 2. De kamer van beroep kan een aanvullend onderzoek bevelen en kan ambtshalve of op verzoek van het personeelslid of van zijn raadsman getuigen horen. In dat geval heeft het verhoor van de getuigen plaats in aanwezigheid van het personeelslid.
De opgeroepen getuige kan zich ertegen verzetten dat hij in het openbaar wordt gehoord.
§ 3. De zittingen van de kamer van beroep zijn openbaar, tenzij de openbaarheid gevaar oplevert voor de openbare orde of de goede zeden.
Op verzoek van het personeelslid of zijn raadsman vindt de zitting plaats achter gesloten deuren.
§ 4. Als het personeelslid behoorlijk werd opgeroepen en toch niet verschijnt of niet wordt vertegenwoordigd, beslist de kamer van beroep bij verstek. Als de verhindering gewettigd is, kan het personeelslid binnen drie werkdagen nadat de beslissing hem met een aangetekende brief werd betekend, tegen de uitspraak verzet aantekenen. In dat geval wordt de kamer van beroep opnieuw bijeengeroepen en beslist ze, ongeacht of het personeelslid aanwezig is, definitief en onherroepelijk.
Art. 33quater decies /4. De secretaris deelt de met redenen omklede beslissing binnen een termijn van vijf werkdagen na de vergadering waarin de beslissing werd genomen, met een aangetekende brief mee, naargelang van het geval, aan de raad van bestuur of de afgevaardigd bestuurder en aan het personeelslid. De beslissing is bindend voor beide partijen.
De beslissing vermeldt de uitslag van de stemming."
Art. 17. Dans le chapitre Vter du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 juillet 2009 et remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 juillet 2009, il est insĂ©rĂ© une section IIbis, comportant les articles 33quater decies /1 Ă 33quater decies /4 inclus, rĂ©digĂ©e comme suit :
"Section IIbis. - Suspension préventive
Art. 33quater decies /1. § 1er. Le membre du personnel dispose du délai, visé à l'article 59ter, § 1er du décret, pour introduire, par lettre recommandée, un recours devant la chambre de recours.
Le délai prend court le lendemain de l'envoi de la lettre recommandée notifiant la suspension préventive.
Le recours doit comprendre tous les moyens pouvant ĂȘtre invoquĂ©s contre la suspension prĂ©ventive et, si d'application, contre la retenue de traitement.
Au mĂȘme moment oĂč le membre du personnel forme le recours, il en fait parvenir, par lettre recommandĂ©e ou contre rĂ©cĂ©pissĂ©, une copie, au conseil d'administration ou Ă l'administrateur dĂ©lĂ©guĂ©, selon le cas.
Le recours doit mentionner le nom et l'adresse, selon le cas, du conseil d'administration ou de l'administrateur délégué.
§ 2. La suspension préventive et, si d'application, la retenue sur traitement deviennent définitives aprÚs l'expiration du délai de recours ou aprÚs que la chambre de recours ait pris une décision définitive.
§ 3. DÚs réception du recours, le secrétaire réclame immédiatement la lettre recommandée et le dossier, visés à l'article 59ter, § 1er, du décret, auprÚs du conseil d'administration ou de l'administrateur délégué, selon le cas.
Art. 33quater decies /2. § 1er. DÚs la saisie, le secrétaire communique aux parties la liste des présidents effectifs et suppléants et des membres de la chambre de recours.
Dans les cinq jours ouvrables de la réception de cette liste, les parties peuvent demander la récusation du président et d'un ou de plusieurs membres de la chambre, à moins que la cause de la récusation ne soit survenue ultérieurement.
Les causes de récusation sont celles prévues à l'article 828 du Code judiciaire. En dehors de ces causes de récusation, les deux parties peuvent récuser un membre sans motivation.
Si le président ou un membre de la chambre de recours sait qu'il existe une cause de récusation contre sa personne, il doit s'abstenir de l'affaire.
§ 2. Lorsque tant le président effectif que les deux présidents suppléants sont récusés, le Ministre flamand chargé de l'enseignement désigne un autre président suppléant pour siéger dans l'affaire.
Art. 33quater decies /3. § 1er. Les parties sont convoquées, par lettre recommandée, à la séance de la chambre de recours, qui a lieu dans les vingt jours ouvrables de la réception du recours. Si la fin du délai tombe entre le 15 juillet et le 15 août, celui-ci est prorogé jusqu'au 31 août. Lorsque le recours est notifié au cours d'une période d'au moins sept jours de vacances consécutives, la période précitée de vingt jours ouvrables est prolongée de la durée de la période de vacances.
Les parties peuvent se faire assister ou représenter par un conseil.
Selon le cas, le conseil d'administration ou l'administrateur délégué ou leur conseil peut introduire un contredit au plus tard 5 jours ouvrables aprÚs la réception d'une copie du recours.
Le contredit est envoyé par lettre recommandée ou contre récépissé à la chambre de recours et à la contrepartie.
Les contredits présentés aprÚs le délai imparti sont écartés des débats.
§ 2. La chambre de recours peut ordonner une enquĂȘte complĂ©mentaire et peut entendre d'office des tĂ©moins ou les entendre Ă la demande du membre du personnel ou de son conseil. Dans ce cas, l'audition des tĂ©moins a lieu en prĂ©sence du membre du personnel.
Le tĂ©moin convoquĂ© peut s'opposer Ă ĂȘtre entendu en public.
§ 3. Les séances de la chambre de recours sont publiques, à moins que la publicité ne constitue un danger pour l'ordre public ou les bonnes moeurs.
A la demande du membre du personnel ou de son conseil, la séance se déroule à huis clos.
§ 4. Si le membre du personnel a Ă©tĂ© dĂ»ment convoquĂ© mais ne se prĂ©sente pas ou n'est pas reprĂ©sentĂ©, la chambre de recours dĂ©cide par dĂ©faut. Si l'empĂȘchement est justifiĂ©, le membre du personnel peut former opposition contre le prononcĂ©, dans les trois jours ouvrables de la notification de la dĂ©cision par lettre recommandĂ©e. Dans ce cas, la chambre de recours est convoquĂ©e de nouveau, et dĂ©cide, dĂ©finitivement et irrĂ©vocablement, tant en la prĂ©sence qu'en l'absence du membre du personnel.
Art. 33quaterdecies/4 Le secrétaire communique, par lettre recommandée, la décision dûment motivée, dans un délai de cinq jours ouvrables aprÚs la séance pendant laquelle la décision a été prise, au conseil d'administration ou à l'administrateur délégué, selon le cas, et au membre du personnel. La décision est contraignante pour les deux parties.
La décision mentionne le résultat du vote."
"Section IIbis. - Suspension préventive
Art. 33quater decies /1. § 1er. Le membre du personnel dispose du délai, visé à l'article 59ter, § 1er du décret, pour introduire, par lettre recommandée, un recours devant la chambre de recours.
Le délai prend court le lendemain de l'envoi de la lettre recommandée notifiant la suspension préventive.
Le recours doit comprendre tous les moyens pouvant ĂȘtre invoquĂ©s contre la suspension prĂ©ventive et, si d'application, contre la retenue de traitement.
Au mĂȘme moment oĂč le membre du personnel forme le recours, il en fait parvenir, par lettre recommandĂ©e ou contre rĂ©cĂ©pissĂ©, une copie, au conseil d'administration ou Ă l'administrateur dĂ©lĂ©guĂ©, selon le cas.
Le recours doit mentionner le nom et l'adresse, selon le cas, du conseil d'administration ou de l'administrateur délégué.
§ 2. La suspension préventive et, si d'application, la retenue sur traitement deviennent définitives aprÚs l'expiration du délai de recours ou aprÚs que la chambre de recours ait pris une décision définitive.
§ 3. DÚs réception du recours, le secrétaire réclame immédiatement la lettre recommandée et le dossier, visés à l'article 59ter, § 1er, du décret, auprÚs du conseil d'administration ou de l'administrateur délégué, selon le cas.
Art. 33quater decies /2. § 1er. DÚs la saisie, le secrétaire communique aux parties la liste des présidents effectifs et suppléants et des membres de la chambre de recours.
Dans les cinq jours ouvrables de la réception de cette liste, les parties peuvent demander la récusation du président et d'un ou de plusieurs membres de la chambre, à moins que la cause de la récusation ne soit survenue ultérieurement.
Les causes de récusation sont celles prévues à l'article 828 du Code judiciaire. En dehors de ces causes de récusation, les deux parties peuvent récuser un membre sans motivation.
Si le président ou un membre de la chambre de recours sait qu'il existe une cause de récusation contre sa personne, il doit s'abstenir de l'affaire.
§ 2. Lorsque tant le président effectif que les deux présidents suppléants sont récusés, le Ministre flamand chargé de l'enseignement désigne un autre président suppléant pour siéger dans l'affaire.
Art. 33quater decies /3. § 1er. Les parties sont convoquées, par lettre recommandée, à la séance de la chambre de recours, qui a lieu dans les vingt jours ouvrables de la réception du recours. Si la fin du délai tombe entre le 15 juillet et le 15 août, celui-ci est prorogé jusqu'au 31 août. Lorsque le recours est notifié au cours d'une période d'au moins sept jours de vacances consécutives, la période précitée de vingt jours ouvrables est prolongée de la durée de la période de vacances.
Les parties peuvent se faire assister ou représenter par un conseil.
Selon le cas, le conseil d'administration ou l'administrateur délégué ou leur conseil peut introduire un contredit au plus tard 5 jours ouvrables aprÚs la réception d'une copie du recours.
Le contredit est envoyé par lettre recommandée ou contre récépissé à la chambre de recours et à la contrepartie.
Les contredits présentés aprÚs le délai imparti sont écartés des débats.
§ 2. La chambre de recours peut ordonner une enquĂȘte complĂ©mentaire et peut entendre d'office des tĂ©moins ou les entendre Ă la demande du membre du personnel ou de son conseil. Dans ce cas, l'audition des tĂ©moins a lieu en prĂ©sence du membre du personnel.
Le tĂ©moin convoquĂ© peut s'opposer Ă ĂȘtre entendu en public.
§ 3. Les séances de la chambre de recours sont publiques, à moins que la publicité ne constitue un danger pour l'ordre public ou les bonnes moeurs.
A la demande du membre du personnel ou de son conseil, la séance se déroule à huis clos.
§ 4. Si le membre du personnel a Ă©tĂ© dĂ»ment convoquĂ© mais ne se prĂ©sente pas ou n'est pas reprĂ©sentĂ©, la chambre de recours dĂ©cide par dĂ©faut. Si l'empĂȘchement est justifiĂ©, le membre du personnel peut former opposition contre le prononcĂ©, dans les trois jours ouvrables de la notification de la dĂ©cision par lettre recommandĂ©e. Dans ce cas, la chambre de recours est convoquĂ©e de nouveau, et dĂ©cide, dĂ©finitivement et irrĂ©vocablement, tant en la prĂ©sence qu'en l'absence du membre du personnel.
Art. 33quaterdecies/4 Le secrétaire communique, par lettre recommandée, la décision dûment motivée, dans un délai de cinq jours ouvrables aprÚs la séance pendant laquelle la décision a été prise, au conseil d'administration ou à l'administrateur délégué, selon le cas, et au membre du personnel. La décision est contraignante pour les deux parties.
La décision mentionne le résultat du vote."
HOOFDSTUK 2. - Besluit van de Vlaamse Regering omtrent de preventieve schorsing en de tucht, alsmede omtrent het ontslag van sommige tijdelijke personeelsleden in het gesubsidieerd onderwijs en in de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding
CHAPITRE 2. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand relatif Ă la suspension prĂ©ventive et au rĂ©gime disciplinaire ainsi qu'Ă la dĂ©mission de certains membres du personnel temporaire de l'enseignement subventionnĂ© et des centres d'encadrement des Ă©lĂšves subventionnĂ©s
Art. 18. In artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 mei 1991 omtrent de preventieve schorsing en de tucht, alsmede omtrent het ontslag van sommige tijdelijke personeelsleden in het gesubsidieerd onderwijs en in de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009, wordt een punt 5° toegevoegd dat luidt als volgt :
"5° tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt, voor het ontslag vermeld in artikel 42, § 6 van het decreet."
"5° tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt, voor het ontslag vermeld in artikel 42, § 6 van het decreet."
Art. 18. Dans l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 mai 1991 relatif Ă la suspension prĂ©ventive et au rĂ©gime disciplinaire ainsi qu'Ă la dĂ©mission de certains membres du personnel temporaire de l'enseignement subventionnĂ© et des centres d'encadrement des Ă©lĂšves subventionnĂ©s, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 juillet 2009, il est insĂ©rĂ© un point 5°, rĂ©digĂ© comme suit :
"5° sont désignés temporairement dans une fonction de sélection ou de promotion, avant le licenciement visé à l'article 42, § 6, du décret."
"5° sont désignés temporairement dans une fonction de sélection ou de promotion, avant le licenciement visé à l'article 42, § 6, du décret."
Art. 19. In artikel 4, derde lid van hetzelfde besluit wordt de zin "Tijdens de preventieve schorsing wordt het personeelslid ontheven van de verplichting om dienstprestaties te leveren" vervangen door de zin "Tijdens de preventieve schorsing mag het personeelslid geen dienstprestaties verrichten."
Art. 19. Dans l'article 4, troisiĂšme alinĂ©a, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, la phrase "Durant la suspension prĂ©ventive, le membre du personnel est dispensĂ© de l'obligation de fournir des prestations de service" est remplacĂ©e par la phrase "Durant la suspension prĂ©ventive, le membre du personnel ne peut pas fournir de prestations de service."
Art. 20. In artikel 5, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt het woord "overheid" vervangen door de woorden "inrichtende macht".
Art. 20. Dans l'article 5, deuxiĂšme alinĂ©a, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots "pouvoir public" sont remplacĂ©s par les mots "pouvoir organisateur".
Art. 21. Artikel 6 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 6. De inrichtende macht legt de preventieve schorsing op bij een met redenen omklede beslissing.
De preventieve schorsing wordt aan het personeelslid meegedeeld per aangetekende brief. Die brief vermeldt de beroepsmogelijkheden. Als de beroepsmogelijkheden niet worden vermeld, begint de beroepstermijn, vermeld in artikel 67bis, § 1 van het decreet, niet te lopen.
De preventieve schorsing gaat in de derde kalenderdag nadat de aangetekende brief met de post is verstuurd. Bij hoogdringende omstandigheden als vermeld in artikel 5, heeft de preventieve schorsing onmiddellijk uitwerking."
"Art. 6. De inrichtende macht legt de preventieve schorsing op bij een met redenen omklede beslissing.
De preventieve schorsing wordt aan het personeelslid meegedeeld per aangetekende brief. Die brief vermeldt de beroepsmogelijkheden. Als de beroepsmogelijkheden niet worden vermeld, begint de beroepstermijn, vermeld in artikel 67bis, § 1 van het decreet, niet te lopen.
De preventieve schorsing gaat in de derde kalenderdag nadat de aangetekende brief met de post is verstuurd. Bij hoogdringende omstandigheden als vermeld in artikel 5, heeft de preventieve schorsing onmiddellijk uitwerking."
Art. 21. L'article 6 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par la disposition suivante :
"Art. 6. Le pouvoir organisateur impose la suspension préventive moyennant une décision motivée.
La suspension préventive est notifiée par lettre recommandée au membre du personnel. Cette lettre mentionne les possibilités de recours. Si les possibilités de recours ne sont pas mentionnées, le délai de recours, visé à l'article 67bis, § 1er, du décret, ne prend pas cours.
La suspension prĂ©ventive prend cours le troisiĂšme jour calendaire aprĂšs l'envoi par la poste de la lettre recommandĂ©e. Dans des cas d'extrĂȘme urgence tels que visĂ©s Ă l'article 5, la suspension prĂ©ventive produit immĂ©diatement ses effets.".
"Art. 6. Le pouvoir organisateur impose la suspension préventive moyennant une décision motivée.
La suspension préventive est notifiée par lettre recommandée au membre du personnel. Cette lettre mentionne les possibilités de recours. Si les possibilités de recours ne sont pas mentionnées, le délai de recours, visé à l'article 67bis, § 1er, du décret, ne prend pas cours.
La suspension prĂ©ventive prend cours le troisiĂšme jour calendaire aprĂšs l'envoi par la poste de la lettre recommandĂ©e. Dans des cas d'extrĂȘme urgence tels que visĂ©s Ă l'article 5, la suspension prĂ©ventive produit immĂ©diatement ses effets.".
Art. 22. In artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 1998 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :
"In geval van strafrechtelijke vervolging voor dezelfde feiten kan de preventieve schorsing echter tot maximum één jaar na de kennisgeving, vermeld in artikel 8, § 5, vierde lid, lopen.";
2° in paragraaf 2 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :
"In geval van beroep tegen de uitgesproken maatregel kan de preventieve schorsing worden verlengd totdat de secretaris de beslissing, vermeld in artikel 17, heeft meegedeeld."
1° in paragraaf 1 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :
"In geval van strafrechtelijke vervolging voor dezelfde feiten kan de preventieve schorsing echter tot maximum één jaar na de kennisgeving, vermeld in artikel 8, § 5, vierde lid, lopen.";
2° in paragraaf 2 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :
"In geval van beroep tegen de uitgesproken maatregel kan de preventieve schorsing worden verlengd totdat de secretaris de beslissing, vermeld in artikel 17, heeft meegedeeld."
Art. 22. A l'article 7 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 13 janvier 1998, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° au § 1, le deuxiÚme alinéa est remplacé par la disposition suivante :
"Lorsqu'une poursuite pĂ©nale est entamĂ©e pour les mĂȘmes faits, la suspension prĂ©ventive peut toutefois courir jusqu'Ă un an au maximum aprĂšs la notification visĂ©e Ă l'article 8, § 5, quatriĂšme alinĂ©a.";
2° au § 2, le deuxiÚme alinéa est remplacé par la disposition suivante :
"En cas d'un recours contre la mesure prononcĂ©e, la suspension prĂ©ventive peut ĂȘtre prolongĂ©e jusqu'Ă ce que le secrĂ©taire ait communiquĂ© la dĂ©cision mentionnĂ©e Ă l'article 17."
1° au § 1, le deuxiÚme alinéa est remplacé par la disposition suivante :
"Lorsqu'une poursuite pĂ©nale est entamĂ©e pour les mĂȘmes faits, la suspension prĂ©ventive peut toutefois courir jusqu'Ă un an au maximum aprĂšs la notification visĂ©e Ă l'article 8, § 5, quatriĂšme alinĂ©a.";
2° au § 2, le deuxiÚme alinéa est remplacé par la disposition suivante :
"En cas d'un recours contre la mesure prononcĂ©e, la suspension prĂ©ventive peut ĂȘtre prolongĂ©e jusqu'Ă ce que le secrĂ©taire ait communiquĂ© la dĂ©cision mentionnĂ©e Ă l'article 17."
Art. 23. In het opschrift van hoofdstuk IIIbis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 september 2000 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009, worden tussen de woorden "artikel 25" en de woorden "en artikel 44decies, § 2, 2°" de woorden ", artikel 42, § 6," ingevoegd.
Art. 23. Dans l'intitulĂ© du chapitre IIIbis du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 septembre 2000 et remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 juillet 2009, les mots ", 42, § 6," sont insĂ©rĂ©s entre les mots "aux articles 25" et les mots "et 44decies, § 2, 2°".
Art. 24. In artikel 8bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 september 2000 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden tussen de woorden "artikel 25" en de woorden "en artikel 44decies, § 2, 2°" de woorden ", artikel 42, § 6," ingevoegd;
2° in het tweede lid worden tussen de woorden "artikel 25, vierde lid," en de woorden "van het decreet" de woorden "en artikel 42, § 6, vierde lid," ingevoegd.
1° in het eerste lid worden tussen de woorden "artikel 25" en de woorden "en artikel 44decies, § 2, 2°" de woorden ", artikel 42, § 6," ingevoegd;
2° in het tweede lid worden tussen de woorden "artikel 25, vierde lid," en de woorden "van het decreet" de woorden "en artikel 42, § 6, vierde lid," ingevoegd.
Art. 24. A l'article 8bis du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 septembre 2000 et remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 juillet 2009, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa premier, les mots ", 42, § 6," sont insérés entre les mots "aux articles 25" et les mots "et 44decies, § 2, 2°";
2° dans le deuxiÚme alinéa, les mots "visé à l'article 25, quatriÚme alinéa, " sont remplacés par les mots "visé aux articles 25, quatriÚme alinéa, et 42, § 6, quatriÚme alinéa,".
1° dans l'alinéa premier, les mots ", 42, § 6," sont insérés entre les mots "aux articles 25" et les mots "et 44decies, § 2, 2°";
2° dans le deuxiÚme alinéa, les mots "visé à l'article 25, quatriÚme alinéa, " sont remplacés par les mots "visé aux articles 25, quatriÚme alinéa, et 42, § 6, quatriÚme alinéa,".
Art. 25. Artikel 10 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009, wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 10. Het mandaat van de effectieve en de plaatsvervangende voorzitters en van de leden is van onbepaalde duur.
Het mandaat eindigt :
1° in geval van ontslagneming;
2° op vraag van de organisatie die de betrokkene heeft aangewezen;
3° in geval van overlijden.".
"Art. 10. Het mandaat van de effectieve en de plaatsvervangende voorzitters en van de leden is van onbepaalde duur.
Het mandaat eindigt :
1° in geval van ontslagneming;
2° op vraag van de organisatie die de betrokkene heeft aangewezen;
3° in geval van overlijden.".
Art. 25. L'article 10 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 juillet 2009, est remplacĂ© par ce qui suit :
"Art. 10. Le mandat des présidents effectifs et suppléants et des membres est de durée indéterminée.
Le mandat prend fin :
1° en cas de démission;
2° à la demande de l'organisation ayant désigné l'intéressé;
3° en cas de décÚs."
"Art. 10. Le mandat des présidents effectifs et suppléants et des membres est de durée indéterminée.
Le mandat prend fin :
1° en cas de démission;
2° à la demande de l'organisation ayant désigné l'intéressé;
3° en cas de décÚs."
Art. 26. In artikel 11 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden tussen het woord "secretaris" en het woord "aan" de woorden "en twee plaatsvervangende secretarissen" ingevoegd;
2° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
"Als de secretaris verhinderd is en zijn functie waargenomen wordt door een plaatsvervangende secretaris, wordt aan die laatste een vergoeding van 25 euro per zitting toegekend die geheel of gedeeltelijk plaatsvindt buiten de normale diensttijd."
1° in het eerste lid worden tussen het woord "secretaris" en het woord "aan" de woorden "en twee plaatsvervangende secretarissen" ingevoegd;
2° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
"Als de secretaris verhinderd is en zijn functie waargenomen wordt door een plaatsvervangende secretaris, wordt aan die laatste een vergoeding van 25 euro per zitting toegekend die geheel of gedeeltelijk plaatsvindt buiten de normale diensttijd."
Art. 26. A l'article 11 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 juillet 2009, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa premier, les mots "et deux secrétaires suppléants" sont insérés entre les mots "un secrétaire" et le mot "parmi";
2° il est ajouté un troisiÚme alinéa, rédigé comme suit :
"Lorsque le secrĂ©taire est empĂȘchĂ© et que sa fonction est assumĂ©e par un secrĂ©taire supplĂ©ant, il est accordĂ© Ă ce dernier une indemnitĂ© de 25 euros par sĂ©ance ayant lieu en tout ou en partie en dehors des heures de service normales."
1° dans l'alinéa premier, les mots "et deux secrétaires suppléants" sont insérés entre les mots "un secrétaire" et le mot "parmi";
2° il est ajouté un troisiÚme alinéa, rédigé comme suit :
"Lorsque le secrĂ©taire est empĂȘchĂ© et que sa fonction est assumĂ©e par un secrĂ©taire supplĂ©ant, il est accordĂ© Ă ce dernier une indemnitĂ© de 25 euros par sĂ©ance ayant lieu en tout ou en partie en dehors des heures de service normales."
Art. 27. Aan artikel 12, § 2 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009, wordt een derde lid toegevoegd dat luidt als volgt :
"In afwijking van het eerste lid beslissen de kamers van beroep bij beroepsprocedures bij unanimiteit wanneer zij de preventieve schorsing wensen te vernietigen.".
"In afwijking van het eerste lid beslissen de kamers van beroep bij beroepsprocedures bij unanimiteit wanneer zij de preventieve schorsing wensen te vernietigen.".
Art. 27. A l'article 12, § 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 juillet 2009, il est ajoutĂ© un troisiĂšme alinĂ©a, rĂ©digĂ© comme suit :
"Par dérogation à l'alinéa premier, les chambres de recours statuent à l'unanimité lorsqu'elles souhaitent annuler la suspension préventive."
"Par dérogation à l'alinéa premier, les chambres de recours statuent à l'unanimité lorsqu'elles souhaitent annuler la suspension préventive."
Art. 28. In artikel 13, § 1, derde lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009, worden de woorden "stuurt hij een kopie" vervangen door de woorden "stuurt het met een aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs een kopie".
Art. 28. Dans l'article 13, § 1er, troisiĂšme alinĂ©a, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par le Gouvernement flamand du 3 juillet 2009, les mots "il en fait parvenir une copie" sont remplacĂ©s par les mots "il en fait parvenir, par lettre recommandĂ©e ou contre rĂ©cĂ©pissĂ©, une copie".
Art. 29. In artikel 16, § 1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009, wordt het cijfer "24" telkens vervangen door het cijfer "20".
Art. 29. Dans l'article 16, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 juillet 2009, le chiffre "24" est chaque fois remplacĂ© par le chiffre "20".
Art. 30. In artikel 17bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1, eerste lid worden tussen de woorden "artikel 25, vierde lid," en de woorden "van het decreet" de woorden "of artikel 42, § 6, vierde lid," ingevoegd;
2° in paragraaf 1, derde lid worden de woorden "stuurt hij een kopie" vervangen door de woorden "stuurt het met een aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs een kopie";
3° in paragraaf 2 worden de woorden "de termijn, vermeld in artikel 25, vierde lid, van het decreet," vervangen door de woorden "de beroepstermijn";
4° in paragraaf 3 worden tussen de woorden "in artikel 25" en de woorden "van het decreet" de woorden ", derde lid, of artikel 42, § 6, derde lid," ingevoegd.
1° in paragraaf 1, eerste lid worden tussen de woorden "artikel 25, vierde lid," en de woorden "van het decreet" de woorden "of artikel 42, § 6, vierde lid," ingevoegd;
2° in paragraaf 1, derde lid worden de woorden "stuurt hij een kopie" vervangen door de woorden "stuurt het met een aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs een kopie";
3° in paragraaf 2 worden de woorden "de termijn, vermeld in artikel 25, vierde lid, van het decreet," vervangen door de woorden "de beroepstermijn";
4° in paragraaf 3 worden tussen de woorden "in artikel 25" en de woorden "van het decreet" de woorden ", derde lid, of artikel 42, § 6, derde lid," ingevoegd.
Art. 30. A l'article 17bis du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 juillet 2009, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° dans le paragraphe 1er, alinéa premier, les mots "ou à l'article 42, § 6, quatriÚme alinéa," sont insérés entre les mots "visé à l'article 25, quatriÚme alinéa, " et les mots "du décret";
2° dans le paragraphe 1er, troisiÚme alinéa, les mots "il en fait parvenir une copie" sont remplacés par les mots "il en fait parvenir, par lettre recommandée ou contre récépissé, une copie";
3° dans le paragraphe 2, les mots "du délai, visé à l'article 25, quatriÚme alinéa, du décret" sont remplacés par les mots "du délai de recours";
4° dans le paragraphe 3, les mots ", troisiÚme alinéa, ou à l'article 42, § 6, troisiÚme alinéa, " sont insérés entre les mots "à l'article 25" et les mots "du décret".
1° dans le paragraphe 1er, alinéa premier, les mots "ou à l'article 42, § 6, quatriÚme alinéa," sont insérés entre les mots "visé à l'article 25, quatriÚme alinéa, " et les mots "du décret";
2° dans le paragraphe 1er, troisiÚme alinéa, les mots "il en fait parvenir une copie" sont remplacés par les mots "il en fait parvenir, par lettre recommandée ou contre récépissé, une copie";
3° dans le paragraphe 2, les mots "du délai, visé à l'article 25, quatriÚme alinéa, du décret" sont remplacés par les mots "du délai de recours";
4° dans le paragraphe 3, les mots ", troisiÚme alinéa, ou à l'article 42, § 6, troisiÚme alinéa, " sont insérés entre les mots "à l'article 25" et les mots "du décret".
Art. 31. Artikel 17quinquies, § 1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009, wordt vervangen door wat volgt :
"§ 1. De partijen worden met een aangetekende brief opgeroepen voor de zitting van de bevoegde kamer van beroep die plaatsvindt binnen twintig werkdagen na de ontvangst van het beroepschrift. Als het einde van die termijn tussen 15 juli en 15 augustus valt, dan wordt de termijn verlengd tot 31 augustus. Bij ontvangst van het beroepschrift tijdens een periode van ten minste zeven opeenvolgende vakantiedagen, wordt voornoemde periode van twintig werkdagen verlengd met de duur van de vakantieperiode.
De partijen kunnen zich laten bijstaan of vertegenwoordigen door een raadsman.
De inrichtende macht of haar raadsman kan een verweerschrift indienen tot uiterlijk vijf werkdagen na de ontvangst van een kopie van het beroepschrift.
Het verweerschrift wordt aangetekend of tegen ontvangstbewijs verstuurd naar de bevoegde kamer van beroep en naar de tegenpartij.
Verweerschriften die na de gestelde termijn zijn bezorgd, worden uit de debatten geweerd."
"§ 1. De partijen worden met een aangetekende brief opgeroepen voor de zitting van de bevoegde kamer van beroep die plaatsvindt binnen twintig werkdagen na de ontvangst van het beroepschrift. Als het einde van die termijn tussen 15 juli en 15 augustus valt, dan wordt de termijn verlengd tot 31 augustus. Bij ontvangst van het beroepschrift tijdens een periode van ten minste zeven opeenvolgende vakantiedagen, wordt voornoemde periode van twintig werkdagen verlengd met de duur van de vakantieperiode.
De partijen kunnen zich laten bijstaan of vertegenwoordigen door een raadsman.
De inrichtende macht of haar raadsman kan een verweerschrift indienen tot uiterlijk vijf werkdagen na de ontvangst van een kopie van het beroepschrift.
Het verweerschrift wordt aangetekend of tegen ontvangstbewijs verstuurd naar de bevoegde kamer van beroep en naar de tegenpartij.
Verweerschriften die na de gestelde termijn zijn bezorgd, worden uit de debatten geweerd."
Art. 31. L'article 17quinquies, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 juillet 2009, est remplacĂ© par ce qui suit :
" § 1. Les parties sont convoquées, par lettre recommandée, à la séance de la chambre de recours compétente, qui a lieu dans les vingt jours ouvrables de la réception du recours. Si la fin de ce délai tombe entre le 15 juillet et le 15 août, celui-ci est prorogé jusqu'au 31 août. Lorsque le recours est notifié au cours d'une période d'au moins sept jours de vacances consécutives, la période précitée de vingt jours ouvrables est prolongée de la durée de la période de vacances.
Les parties peuvent se faire assister ou représenter par un conseil.
Le pouvoir organisateur ou son conseil peut introduire un contredit au plus tard cinq jours ouvrables aprÚs la réception d'une copie du recours.
Le contredit est envoyé par lettre recommandée ou contre récépissé à la chambre de recours compétente et à la contrepartie.
Les contredits présentés aprÚs le délai imparti sont écartés des débats."
" § 1. Les parties sont convoquées, par lettre recommandée, à la séance de la chambre de recours compétente, qui a lieu dans les vingt jours ouvrables de la réception du recours. Si la fin de ce délai tombe entre le 15 juillet et le 15 août, celui-ci est prorogé jusqu'au 31 août. Lorsque le recours est notifié au cours d'une période d'au moins sept jours de vacances consécutives, la période précitée de vingt jours ouvrables est prolongée de la durée de la période de vacances.
Les parties peuvent se faire assister ou représenter par un conseil.
Le pouvoir organisateur ou son conseil peut introduire un contredit au plus tard cinq jours ouvrables aprÚs la réception d'une copie du recours.
Le contredit est envoyé par lettre recommandée ou contre récépissé à la chambre de recours compétente et à la contrepartie.
Les contredits présentés aprÚs le délai imparti sont écartés des débats."
Art. 32. In hoofdstuk V van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009, wordt een afdeling IIbis, die bestaat uit artikel 17septies tot en met 17decies, ingevoegd, die luidt als volgt :
"Afdeling IIbis. - Preventieve schorsing
Art. 17septies. § 1. Het personeelslid beschikt over de termijn, vermeld in artikel 67bis, § 1, van het decreet, om met een aangetekende brief beroep in te stellen bij de kamer van beroep.
De termijn begint te lopen op de dag nadat de aangetekende brief met de kennisgeving van de preventieve schorsing werd verstuurd.
Het beroep moet alle middelen bevatten die tegen de preventieve schorsing en, indien van toepassing, tegen de afhouding van salaris kunnen worden ingebracht.
Op hetzelfde ogenblik als het personeelslid het beroepschrift indient, stuurt het met een aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs een kopie daarvan naar de inrichtende macht.
Het beroep moet de naam en het adres van de inrichtende macht bevatten.
§ 2. Nadat de beroepstermijn verstreken is of nadat de kamer van beroep een definitieve beslissing heeft genomen, worden de preventieve schorsing en, indien van toepassing, de afhouding van salaris, definitief.
§ 3. Bij de ontvangst van het beroepschrift vraagt de secretaris onmiddellijk de aangetekende brief en het dossier op, vermeld in artikel 67bis, § 1, van het decreet, bij de inrichtende macht.
Art. 17octies. § 1. Zodra de zaak aanhangig is gemaakt, deelt de secretaris aan de partijen de lijst mee van de effectieve en plaatsvervangende voorzitters en van de leden van de bevoegde kamer van beroep.
Binnen vijf werkdagen na de ontvangst van die lijst mogen de partijen de wraking vragen van de voorzitter en een of meer leden van de kamer, tenzij de reden tot wraking later is ontstaan.
De redenen tot wraking zijn bepaald in artikel 828 van het Gerechtelijk Wetboek. Behalve om die redenen tot wraking kunnen beide partijen één lid ongemotiveerd wraken.
Als een voorzitter of een lid van de kamers van beroep weet dat er een reden tot wraking tegen hem bestaat, moet hij zich van de zaak onthouden.
§ 2. Als zowel de effectieve voorzitter als beide plaatsvervangende voorzitters worden gewraakt, wijst de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, een andere plaatsvervangende voorzitter aan om in de zaak te zetelen.
Art. 17novies. § 1. De partijen worden met een aangetekende brief opgeroepen voor de zitting van de bevoegde kamer van beroep die plaatsvindt binnen twintig werkdagen na de ontvangst van het beroepschrift. Als het einde van die termijn tussen 15 juli en 15 augustus valt, wordt de termijn verlengd tot en met 31 augustus. Bij ontvangst van het beroepschrift tijdens een periode van ten minste zeven opeenvolgende vakantiedagen, wordt voornoemde periode van twintig werkdagen verlengd met de duur van de vakantieperiode.
De partijen kunnen zich laten bijstaan of vertegenwoordigen door een raadsman.
De inrichtende macht of haar raadsman kan een verweerschrift indienen tot uiterlijk vijf werkdagen na de ontvangst van een kopie van het beroepschrift.
Het verweerschrift wordt aangetekend of tegen ontvangstbewijs verstuurd naar de bevoegde kamer van beroep en naar de tegenpartij.
Verweerschriften die na de gestelde termijn zijn bezorgd, worden uit de debatten geweerd.
§ 2. De kamers van beroep kunnen een aanvullend onderzoek bevelen en kunnen ambtshalve of op verzoek van het personeelslid of van zijn raadsman getuigen horen. In dat geval heeft het verhoor van de getuigen plaats in aanwezigheid van het personeelslid.
De opgeroepen getuige kan zich ertegen verzetten dat hij in het openbaar wordt gehoord.
§ 3. De zittingen van de kamers van beroep zijn openbaar, tenzij de openbaarheid gevaar oplevert voor de openbare orde of de goede zeden.
Op verzoek van het personeelslid of zijn raadsman vindt de zitting plaats achter gesloten deuren.
§ 4. Als het personeelslid behoorlijk werd opgeroepen en toch niet verschijnt of niet wordt vertegenwoordigd, beslist de bevoegde kamer van beroep bij verstek. Als de verhindering gewettigd is, kan het personeelslid binnen drie werkdagen nadat de beslissing hem met een aangetekende brief werd betekend, tegen de uitspraak verzet aantekenen. In dat geval wordt de bevoegde kamer van beroep opnieuw bijeengeroepen en beslist ze, ongeacht of het personeelslid aanwezig is, definitief en onherroepelijk.
Art. 17decies. De secretaris deelt de met redenen omklede beslissing binnen een termijn van vijf werkdagen na de vergadering waarin de beslissing werd genomen, met een aangetekende brief mee aan de inrichtende macht en aan het personeelslid. De beslissing is bindend voor beide partijen.
De beslissing vermeldt de uitslag van de stemming."
"Afdeling IIbis. - Preventieve schorsing
Art. 17septies. § 1. Het personeelslid beschikt over de termijn, vermeld in artikel 67bis, § 1, van het decreet, om met een aangetekende brief beroep in te stellen bij de kamer van beroep.
De termijn begint te lopen op de dag nadat de aangetekende brief met de kennisgeving van de preventieve schorsing werd verstuurd.
Het beroep moet alle middelen bevatten die tegen de preventieve schorsing en, indien van toepassing, tegen de afhouding van salaris kunnen worden ingebracht.
Op hetzelfde ogenblik als het personeelslid het beroepschrift indient, stuurt het met een aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs een kopie daarvan naar de inrichtende macht.
Het beroep moet de naam en het adres van de inrichtende macht bevatten.
§ 2. Nadat de beroepstermijn verstreken is of nadat de kamer van beroep een definitieve beslissing heeft genomen, worden de preventieve schorsing en, indien van toepassing, de afhouding van salaris, definitief.
§ 3. Bij de ontvangst van het beroepschrift vraagt de secretaris onmiddellijk de aangetekende brief en het dossier op, vermeld in artikel 67bis, § 1, van het decreet, bij de inrichtende macht.
Art. 17octies. § 1. Zodra de zaak aanhangig is gemaakt, deelt de secretaris aan de partijen de lijst mee van de effectieve en plaatsvervangende voorzitters en van de leden van de bevoegde kamer van beroep.
Binnen vijf werkdagen na de ontvangst van die lijst mogen de partijen de wraking vragen van de voorzitter en een of meer leden van de kamer, tenzij de reden tot wraking later is ontstaan.
De redenen tot wraking zijn bepaald in artikel 828 van het Gerechtelijk Wetboek. Behalve om die redenen tot wraking kunnen beide partijen één lid ongemotiveerd wraken.
Als een voorzitter of een lid van de kamers van beroep weet dat er een reden tot wraking tegen hem bestaat, moet hij zich van de zaak onthouden.
§ 2. Als zowel de effectieve voorzitter als beide plaatsvervangende voorzitters worden gewraakt, wijst de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, een andere plaatsvervangende voorzitter aan om in de zaak te zetelen.
Art. 17novies. § 1. De partijen worden met een aangetekende brief opgeroepen voor de zitting van de bevoegde kamer van beroep die plaatsvindt binnen twintig werkdagen na de ontvangst van het beroepschrift. Als het einde van die termijn tussen 15 juli en 15 augustus valt, wordt de termijn verlengd tot en met 31 augustus. Bij ontvangst van het beroepschrift tijdens een periode van ten minste zeven opeenvolgende vakantiedagen, wordt voornoemde periode van twintig werkdagen verlengd met de duur van de vakantieperiode.
De partijen kunnen zich laten bijstaan of vertegenwoordigen door een raadsman.
De inrichtende macht of haar raadsman kan een verweerschrift indienen tot uiterlijk vijf werkdagen na de ontvangst van een kopie van het beroepschrift.
Het verweerschrift wordt aangetekend of tegen ontvangstbewijs verstuurd naar de bevoegde kamer van beroep en naar de tegenpartij.
Verweerschriften die na de gestelde termijn zijn bezorgd, worden uit de debatten geweerd.
§ 2. De kamers van beroep kunnen een aanvullend onderzoek bevelen en kunnen ambtshalve of op verzoek van het personeelslid of van zijn raadsman getuigen horen. In dat geval heeft het verhoor van de getuigen plaats in aanwezigheid van het personeelslid.
De opgeroepen getuige kan zich ertegen verzetten dat hij in het openbaar wordt gehoord.
§ 3. De zittingen van de kamers van beroep zijn openbaar, tenzij de openbaarheid gevaar oplevert voor de openbare orde of de goede zeden.
Op verzoek van het personeelslid of zijn raadsman vindt de zitting plaats achter gesloten deuren.
§ 4. Als het personeelslid behoorlijk werd opgeroepen en toch niet verschijnt of niet wordt vertegenwoordigd, beslist de bevoegde kamer van beroep bij verstek. Als de verhindering gewettigd is, kan het personeelslid binnen drie werkdagen nadat de beslissing hem met een aangetekende brief werd betekend, tegen de uitspraak verzet aantekenen. In dat geval wordt de bevoegde kamer van beroep opnieuw bijeengeroepen en beslist ze, ongeacht of het personeelslid aanwezig is, definitief en onherroepelijk.
Art. 17decies. De secretaris deelt de met redenen omklede beslissing binnen een termijn van vijf werkdagen na de vergadering waarin de beslissing werd genomen, met een aangetekende brief mee aan de inrichtende macht en aan het personeelslid. De beslissing is bindend voor beide partijen.
De beslissing vermeldt de uitslag van de stemming."
Art. 32. Dans le chapitre V du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 juillet 2009, il est insĂ©rĂ© une section IIbis, comportant les articles 17septies Ă 17decies inclus, rĂ©digĂ©e comme suit :
"Section IIbis. - Suspension préventive
Art. 17septies. § 1er. Le membre du personnel dispose du délai, visé à l'article 67bis, § 1er, du décret, pour introduire, par lettre recommandée, un recours devant la chambre de recours.
Le délai prend court le lendemain de l'envoi de la lettre recommandée notifiant la suspension préventive.
Le recours doit comprendre tous les moyens pouvant ĂȘtre invoquĂ©s contre la suspension prĂ©ventive et, si d'application, contre la retenue de traitement.
Au mĂȘme moment oĂč le membre du personnel forme le recours, il en fait parvenir, par lettre recommandĂ©e ou contre rĂ©cĂ©pissĂ©, une copie, au pouvoir organisateur.
Le recours doit contenir le nom et l'adresse du pouvoir organisateur.
AprÚs l'éxpiration du délai de recours ou aprÚs que la Chambre de recours a pris une décision définitive, la suspension préventive et, si d'application, la retenue de traitement deviennent définitives.
§ 3. DÚs réception du recours, le secrétaire réclame immédiatement la lettre recommandée et le dossier, visés à l'article 67bis, § 1er, du décret, auprÚs du pouvoir organisateur.
Art. 17octies. § 1er. DÚs la saisie, le secrétaire communique aux parties la liste des présidents effectifs et suppléants et des membres de la chambre de recours compétente.
Dans les cinq jours ouvrables de la réception de cette liste, les parties peuvent demander la récusation du président et d'un ou de plusieurs membres de la chambre, à moins que la cause de la récusation ne soit survenue ultérieurement.
Les causes de récusation sont celles prévues à l'article 828 du Code judiciaire. En dehors de ces causes de récusation, les deux parties peuvent récuser un membre sans motivation.
Si un président ou un membre des chambres de recours sait qu'il existe une cause de récusation contre sa personne, il doit s'abstenir de l'affaire.
§ 2. Lorsque tant le président effectif que les deux présidents suppléants sont récusés, le Ministre flamand chargé de l'enseignement désigne un autre président suppléant pour siéger dans l'affaire.
Art. 17novies. § 1er. Les parties sont convoquées, par lettre recommandée, à la séance de la chambre de recours compétente, qui a lieu dans les vingt jours ouvrables de la réception du recours. Si la fin du délai tombe entre le 15 juillet et le 15 août, celui-ci est prorogé jusqu'au 31 août. Lorsque le recours est notifié au cours d'une période d'au moins sept jours de vacances consécutives, la période précitée de vingt jours ouvrables est prolongée de la durée de la période de vacances.
Les parties peuvent se faire assister ou représenter par un conseil.
Le pouvoir organisateur ou son conseil peut introduire un contredit au plus tard cinq jours ouvrables aprÚs la réception d'une copie du recours.
Le contredit est envoyé par lettre recommandée ou contre récépissé à la chambre de recours compétente et à la contrepartie.
Les contredits présentés aprÚs le délai imparti sont écartés des débats.
§ 2. Les chambres de recours peuvent ordonner une enquĂȘte complĂ©mentaire et peuvent entendre des tĂ©moins d'office ou Ă la demande du membre du personnel ou de son conseil. Dans ce cas, l'audition des tĂ©moins a lieu en prĂ©sence du membre du personnel.
Le tĂ©moin convoquĂ© peut s'opposer Ă ĂȘtre entendu en public.
§ 3. Les séances des chambres de recours sont publiques, à moins que la publicité ne constitue un danger pour l'ordre public ou les bonnes moeurs.
A la demande du membre du personnel ou de son conseil, la séance se déroule à huis clos.
§ 4. Si le membre du personnel a Ă©tĂ© dĂ»ment convoquĂ© mais ne se prĂ©sente pas ou n'est pas reprĂ©sentĂ©, la chambre de recours compĂ©tente dĂ©cide par dĂ©faut. Si l'empĂȘchement est justifiĂ©, le membre du personnel peut former opposition contre le prononcĂ©, dans les trois jours ouvrables de la notification de la dĂ©cision par lettre recommandĂ©e. Dans ce cas, la chambre de recours compĂ©tente est convoquĂ©e de nouveau, et dĂ©cide, dĂ©finitivement et irrĂ©vocablement, tant en la prĂ©sence qu'en l'absence du membre du personnel.
Art. 17decies. Le secrétaire communique, par lettre recommandée, la décision dûment motivée, dans un délai de cinq jours ouvrables aprÚs la séance pendant laquelle la décision a été prise, au pouvoir organisateur et au membre du personnel. La décision est contraignante pour les deux parties.
La décision mentionne le résultat du vote."
"Section IIbis. - Suspension préventive
Art. 17septies. § 1er. Le membre du personnel dispose du délai, visé à l'article 67bis, § 1er, du décret, pour introduire, par lettre recommandée, un recours devant la chambre de recours.
Le délai prend court le lendemain de l'envoi de la lettre recommandée notifiant la suspension préventive.
Le recours doit comprendre tous les moyens pouvant ĂȘtre invoquĂ©s contre la suspension prĂ©ventive et, si d'application, contre la retenue de traitement.
Au mĂȘme moment oĂč le membre du personnel forme le recours, il en fait parvenir, par lettre recommandĂ©e ou contre rĂ©cĂ©pissĂ©, une copie, au pouvoir organisateur.
Le recours doit contenir le nom et l'adresse du pouvoir organisateur.
AprÚs l'éxpiration du délai de recours ou aprÚs que la Chambre de recours a pris une décision définitive, la suspension préventive et, si d'application, la retenue de traitement deviennent définitives.
§ 3. DÚs réception du recours, le secrétaire réclame immédiatement la lettre recommandée et le dossier, visés à l'article 67bis, § 1er, du décret, auprÚs du pouvoir organisateur.
Art. 17octies. § 1er. DÚs la saisie, le secrétaire communique aux parties la liste des présidents effectifs et suppléants et des membres de la chambre de recours compétente.
Dans les cinq jours ouvrables de la réception de cette liste, les parties peuvent demander la récusation du président et d'un ou de plusieurs membres de la chambre, à moins que la cause de la récusation ne soit survenue ultérieurement.
Les causes de récusation sont celles prévues à l'article 828 du Code judiciaire. En dehors de ces causes de récusation, les deux parties peuvent récuser un membre sans motivation.
Si un président ou un membre des chambres de recours sait qu'il existe une cause de récusation contre sa personne, il doit s'abstenir de l'affaire.
§ 2. Lorsque tant le président effectif que les deux présidents suppléants sont récusés, le Ministre flamand chargé de l'enseignement désigne un autre président suppléant pour siéger dans l'affaire.
Art. 17novies. § 1er. Les parties sont convoquées, par lettre recommandée, à la séance de la chambre de recours compétente, qui a lieu dans les vingt jours ouvrables de la réception du recours. Si la fin du délai tombe entre le 15 juillet et le 15 août, celui-ci est prorogé jusqu'au 31 août. Lorsque le recours est notifié au cours d'une période d'au moins sept jours de vacances consécutives, la période précitée de vingt jours ouvrables est prolongée de la durée de la période de vacances.
Les parties peuvent se faire assister ou représenter par un conseil.
Le pouvoir organisateur ou son conseil peut introduire un contredit au plus tard cinq jours ouvrables aprÚs la réception d'une copie du recours.
Le contredit est envoyé par lettre recommandée ou contre récépissé à la chambre de recours compétente et à la contrepartie.
Les contredits présentés aprÚs le délai imparti sont écartés des débats.
§ 2. Les chambres de recours peuvent ordonner une enquĂȘte complĂ©mentaire et peuvent entendre des tĂ©moins d'office ou Ă la demande du membre du personnel ou de son conseil. Dans ce cas, l'audition des tĂ©moins a lieu en prĂ©sence du membre du personnel.
Le tĂ©moin convoquĂ© peut s'opposer Ă ĂȘtre entendu en public.
§ 3. Les séances des chambres de recours sont publiques, à moins que la publicité ne constitue un danger pour l'ordre public ou les bonnes moeurs.
A la demande du membre du personnel ou de son conseil, la séance se déroule à huis clos.
§ 4. Si le membre du personnel a Ă©tĂ© dĂ»ment convoquĂ© mais ne se prĂ©sente pas ou n'est pas reprĂ©sentĂ©, la chambre de recours compĂ©tente dĂ©cide par dĂ©faut. Si l'empĂȘchement est justifiĂ©, le membre du personnel peut former opposition contre le prononcĂ©, dans les trois jours ouvrables de la notification de la dĂ©cision par lettre recommandĂ©e. Dans ce cas, la chambre de recours compĂ©tente est convoquĂ©e de nouveau, et dĂ©cide, dĂ©finitivement et irrĂ©vocablement, tant en la prĂ©sence qu'en l'absence du membre du personnel.
Art. 17decies. Le secrétaire communique, par lettre recommandée, la décision dûment motivée, dans un délai de cinq jours ouvrables aprÚs la séance pendant laquelle la décision a été prise, au pouvoir organisateur et au membre du personnel. La décision est contraignante pour les deux parties.
La décision mentionne le résultat du vote."
HOOFDSTUK 3. - Autonome bepaling
CHAPITRE 3. - Disposition autonome
Art. 33. Voor de beroepen die tijdens het schooljaar 2009-2010 tegen een preventieve schorsing bij de bevoegde kamer van beroep werden ingediend, worden de procedures bij die kamer van beroep geacht conform dit besluit te zijn verlopen.
Art. 33. Pour ce qui est des recours introduits, pendant l'annĂ©e scolaire 2009-2010, contre une suspension prĂ©ventive auprĂšs de la chambre de recours compĂ©tente, les procĂ©dures entamĂ©es auprĂšs de cette chambre sont censĂ©es s'ĂȘtre dĂ©roulĂ©es conformĂ©ment au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions finales
Art. 34. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2010.
Art. 34. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© produit ses effets le 1er septembre 2010.
Art. 35. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 35. Le Ministre flamand ayant l'enseignement dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Brussel, 24 september 2010.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
P. SMET
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
P. SMET
Bruxelles, le 24 septembre 2010.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand de l'Enseignement, de la Jeunesse, de l'Egalité des Chances et des Affaires bruxelloises,
P. SMET
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand de l'Enseignement, de la Jeunesse, de l'Egalité des Chances et des Affaires bruxelloises,
P. SMET