Artikel 1. In artikel 1 van het besluit van de Waalse Regering van 6 september 2007 tot organisatie van de verhuur van woningen beheerd door de "Société wallonne du Logement" of de openbare huisvestingsmaatschappijen, wordt een 18° ingevoegd, luidend als volgt :
"18° gezin dat slachtoffer is van de ramp die in Luik plaatsvond op 27 januari 2010 : het gezin dat geëvacueerd moest worden uit het pand vermeld in de lijst vastgesteld in het ministerieel besluit."
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
29 JANUARI 2010. - Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 6 september 2007 tot organisatie van de verhuur van woningen beheerd door de "Société wallonne du Logement" (Waalse Huisvestingsmaatschappij) of de openbare huisvestingsmaatschappijen
Titre
29 JANVIER 2010. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 6 septembre 2007 organisant la location des logements gĂ©rĂ©s par la SociĂ©tĂ© wallonne du Logement ou par les sociĂ©tĂ©s de logement de service public
Documentinformatie
Info du document
Tekst (4)
Texte (4)
Article 1er. A l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 6 septembre 2007 organisant la location des logements gĂ©rĂ©s par la SociĂ©tĂ© wallonne du Logement ou par les sociĂ©tĂ©s de logement de service public, un 18°, rĂ©digĂ© comme suit, est insĂ©rĂ© :
"18° mĂ©nage victime de la catastrophe survenue Ă LiĂšge le 27 janvier 2010 : le mĂ©nage qui a dĂ» ĂȘtre Ă©vacuĂ© de l'immeuble repris dans la liste dĂ©finie par arrĂȘtĂ© ministĂ©riel."
"18° mĂ©nage victime de la catastrophe survenue Ă LiĂšge le 27 janvier 2010 : le mĂ©nage qui a dĂ» ĂȘtre Ă©vacuĂ© de l'immeuble repris dans la liste dĂ©finie par arrĂȘtĂ© ministĂ©riel."
Art. 2. In hetzelfde besluit wordt een titel 5bis ingevoegd, luidend als volgt :
" Titel 5bis. - Woning verhuurd aan de gezinnen bedoeld in artikel 1, 18°
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied.
Art. 54bis. Deze titel is van toepassing op de verhuur van woningen ten voordele van de personen bedoeld in artikel 1, 18°, die uiterlijk op 1 maart 2010 een huisvestingsaanvraag ingediend hebben bij het Openbaar Centrum voor maatschappelijk welzijn van de stad Luik.
HOOFDSTUK II. - Toewijzing van de woning
Art. 54ter. Elke tussen 1 februari en 30 april 2010 leegstaande woning wordt door de comités voor de toewijzing van de openbare huisvestingsmaatschappijen gevestigd op het grondgebied van de stad Luik en/of in de aangrenzende gemeenten bij voorrang toegewezen aan het gezin bedoeld in artikel 54bis waarvan de globaal belastbare inkomsten de zwakste zijn, afgerond naar het lagere tiental euro.
HOOFDSTUK III. - Huurregeling
Art. 54quater. Het gezin wordt ondergebracht voor een maximumperiode van zes maanden. Na verstrijken van die periode mag de maatschappij het gezin, als dat gezin ten gevolge van de ramp nog steeds zonder woning is, een nieuwe bewoningsperiode van maximum zes maanden toekennen.
De betrekking tussen de maatschappij en het gezin wordt geregeld bij een overeenkomst van voorlopige bewoning, omschreven in het ministerieel besluit.
Art. 54quinquies. Het bedrag van de maandelijkse bewoningsvergoeding mag niet hoger zijn dan 20 % van de inkomsten.
In dat bedrag zijn alle lasten vervat, behalve die met betrekking tot water, gas, elektriciteit, verwarming, teledistributie en telefoon.".
" Titel 5bis. - Woning verhuurd aan de gezinnen bedoeld in artikel 1, 18°
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied.
Art. 54bis. Deze titel is van toepassing op de verhuur van woningen ten voordele van de personen bedoeld in artikel 1, 18°, die uiterlijk op 1 maart 2010 een huisvestingsaanvraag ingediend hebben bij het Openbaar Centrum voor maatschappelijk welzijn van de stad Luik.
HOOFDSTUK II. - Toewijzing van de woning
Art. 54ter. Elke tussen 1 februari en 30 april 2010 leegstaande woning wordt door de comités voor de toewijzing van de openbare huisvestingsmaatschappijen gevestigd op het grondgebied van de stad Luik en/of in de aangrenzende gemeenten bij voorrang toegewezen aan het gezin bedoeld in artikel 54bis waarvan de globaal belastbare inkomsten de zwakste zijn, afgerond naar het lagere tiental euro.
HOOFDSTUK III. - Huurregeling
Art. 54quater. Het gezin wordt ondergebracht voor een maximumperiode van zes maanden. Na verstrijken van die periode mag de maatschappij het gezin, als dat gezin ten gevolge van de ramp nog steeds zonder woning is, een nieuwe bewoningsperiode van maximum zes maanden toekennen.
De betrekking tussen de maatschappij en het gezin wordt geregeld bij een overeenkomst van voorlopige bewoning, omschreven in het ministerieel besluit.
Art. 54quinquies. Het bedrag van de maandelijkse bewoningsvergoeding mag niet hoger zijn dan 20 % van de inkomsten.
In dat bedrag zijn alle lasten vervat, behalve die met betrekking tot water, gas, elektriciteit, verwarming, teledistributie en telefoon.".
Art. 2. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un titre 5bis rĂ©digĂ© comme suit :
"Titre 5bis. - Du logement loué aux ménages visés à l'article 1er, 18°
CHAPITRE Ier. - Champ d'application
Art. 54bis. Le présent titre est applicable à la location de logements au bénéfice des personnes visées à l'article 1er, 18°, qui ont introduit, au plus tard le 1er mars 2010, une demande de logement auprÚs du Centre public d'Aide sociale de la ville de LiÚge.
CHAPITRE II. - De l'attribution du logement
Art. 54ter. Tout logement vacant entre le 1er fĂ©vrier et le 30 avril 2010 est attribuĂ© par les comitĂ©s d'attribution des sociĂ©tĂ©s de logement de service public implantĂ©es sur le territoire de la ville de LiĂšge et/ou dans les communes contigĂŒes, prioritairement, au mĂ©nage visĂ© Ă l'article 54bis dont les revenus imposables globalement sont les plus faibles, arrondis Ă la dizaine d'euros infĂ©rieure.
CHAPITRE III. - Du régime locatif
Art. 54quater. Le ménage est hébergé pour une période maximale de six mois. A l'expiration de cette période, si le ménage est toujours privé de logement suite à la catastrophe, la société peut lui accorder une nouvelle période d'occupation de six mois au maximum.
La relation entre la sociĂ©tĂ© et le mĂ©nage est rĂ©glĂ©e par une convention d'occupation prĂ©caire dĂ©finie par arrĂȘtĂ© ministĂ©riel.
Art. 54quinquies. Le montant de l'indemnitĂ© mensuelle d'occupation ne peut ĂȘtre supĂ©rieur Ă 20 % des revenus.
Ce montant englobe toutes les charges, à l'exception de celles relatives à l'eau, au gaz, à l'électricité, au chauffage, à la télédistribution et au téléphone."
"Titre 5bis. - Du logement loué aux ménages visés à l'article 1er, 18°
CHAPITRE Ier. - Champ d'application
Art. 54bis. Le présent titre est applicable à la location de logements au bénéfice des personnes visées à l'article 1er, 18°, qui ont introduit, au plus tard le 1er mars 2010, une demande de logement auprÚs du Centre public d'Aide sociale de la ville de LiÚge.
CHAPITRE II. - De l'attribution du logement
Art. 54ter. Tout logement vacant entre le 1er fĂ©vrier et le 30 avril 2010 est attribuĂ© par les comitĂ©s d'attribution des sociĂ©tĂ©s de logement de service public implantĂ©es sur le territoire de la ville de LiĂšge et/ou dans les communes contigĂŒes, prioritairement, au mĂ©nage visĂ© Ă l'article 54bis dont les revenus imposables globalement sont les plus faibles, arrondis Ă la dizaine d'euros infĂ©rieure.
CHAPITRE III. - Du régime locatif
Art. 54quater. Le ménage est hébergé pour une période maximale de six mois. A l'expiration de cette période, si le ménage est toujours privé de logement suite à la catastrophe, la société peut lui accorder une nouvelle période d'occupation de six mois au maximum.
La relation entre la sociĂ©tĂ© et le mĂ©nage est rĂ©glĂ©e par une convention d'occupation prĂ©caire dĂ©finie par arrĂȘtĂ© ministĂ©riel.
Art. 54quinquies. Le montant de l'indemnitĂ© mensuelle d'occupation ne peut ĂȘtre supĂ©rieur Ă 20 % des revenus.
Ce montant englobe toutes les charges, à l'exception de celles relatives à l'eau, au gaz, à l'électricité, au chauffage, à la télédistribution et au téléphone."
Art. 3. De Minister bevoegd voor Huisvesting is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 3. Le Ministre qui a le logement dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 4. Dit besluit treedt in werking op 1 februari 2010.
Namen, 29 januari 2010.
De Minister-President,
R. DEMOTTE
De Minister van Duurzame Ontwikkeling en Ambtenarenzaken,
J.-M. NOLLET
Namen, 29 januari 2010.
De Minister-President,
R. DEMOTTE
De Minister van Duurzame Ontwikkeling en Ambtenarenzaken,
J.-M. NOLLET
Art. 4. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er fĂ©vrier 2010.
Namur, le 29 janvier 2010.
Le Ministre-Président,
R. DEMOTTE
Le Ministre du Développement durable et de la Fonction publique,
J.-M. NOLLET
Namur, le 29 janvier 2010.
Le Ministre-Président,
R. DEMOTTE
Le Ministre du Développement durable et de la Fonction publique,
J.-M. NOLLET