Artikel 1. In artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juni 2009 houdende de voorwaarden tot toekenning van de subsidies en houdende de wijze van selectie, de duur en de evaluatie van kortdurende en langdurige time-outprogramma's wordt een punt 3°/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 3°/1 schoolse vertraging : de vertraging die een leerling oploopt ten opzichte van de groep leerlingen van hetzelfde geboortejaar; ".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
24 SEPTEMBER 2010. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juni 2009 houdende de voorwaarden tot toekenning van de subsidies en houdende de wijze van selectie, de duur en de evaluatie van kortdurende en langdurige time-outprogramma's
Titre
24 SEPTEMBRE 2010. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant diverses dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juin 2009 fixant les conditions d'octroi de subventions et fixant les modalités de sélection, la durée et l'évaluation de programmes 'time-out' de courte et de longue durée
Documentinformatie
Info du document
Tekst (10)
Texte (10)
Article 1er. Dans l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juin 2009 fixant les conditions d'octroi de subventions et fixant les modalités de sélection, la durée et l'évaluation de programmes 'time-out' de courte et de longue durée, il est inséré un point 3°/1 ainsi rédigé :
" 3°/1 retard scolaire : le retard d'un élève par rapport au groupe d'élèves de la même année de naissance; ".
" 3°/1 retard scolaire : le retard d'un élève par rapport au groupe d'élèves de la même année de naissance; ".
Art. 2. In hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk I/1, dat bestaat uit artikel 3/1 tot en met 3/4, ingevoegd, dat luidt als volgt :
" HOOFDSTUK I/1. - De wijze waarop de contingenten voor de verschillende regio's bepaald worden
Art. 3/1. Het voorziene contingent van begeleidingen van kortdurende en langdurige time-out wordt tussen de administratieve arrondissementen van de provincies gelegen in het Vlaamse Gewest en het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad verdeeld aan de hand van de volgende verdeelsleutel : een niet-gewogen gemiddelde van de volgende indicatoren :
1° percentage leerlingen die aan één of meer indicatoren voldoen, vermeld in artikel VI.2 van het decreet 28 juni 2002 betreffende gelijke onderwijskansen-I;
2° percentage problematisch afwezige leerlingen voor wie de instelling een melding heeft gedaan als vermeld in artikel 14quater van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 1997 betreffende de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het secundair onderwijs;
3° percentage leerlingen met ten minste één jaar schoolse vertraging;
4° percentage leerlingen in het eerste leerjaar B, vermeld in artikel 49, eerste lid, 1°, b) van het decreet van 31 juni 1990 betreffende het onderwijs-II, vervangen bij het decreet van 30 april 2009, of het beroepsvoorbereidend leerjaar, vermeld in artikel 19, eerste lid, 1°, d) van hetzelfde decreet;
5° percentage leerlingen in de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs, vermeld in artikel 48, 3° van het decreet van 31 juni 1990 betreffende het onderwijs-II en artikel 49, eerste lid, 2° van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 30 april 2009.
Voor de berekening van de percentages wordt gekeken naar het aantal leerlingen dat ingeschreven is in de scholen secundair onderwijs van het arrondissement op de teldag voor de berekening van de lestijden, vermeld in artikel 3, § 8, 1°, eerste lid, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, van het schooljaar dat voorafgaat aan het eerste schooljaar waarop de oproep betrekking heeft.
Art. 3/2. De Vlaamse Regering stelt elk jaar een bedrag ter beschikking voor kortdurende en langdurige time-outbegeleidingen.
Voor het begrotingsjaar 2010 is het maximale bedrag dat toegekend kan worden voor een begeleiding korte time-out 1041,82 euro en voor een begeleiding langdurige time-out 3.125,46 euro. Vanaf het begrotingsjaar 2011 worden die bedragen jaarlijks aangepast aan vijfenzeventig procent van de evolutie van de gezondheidsindex.
Art. 3/3. In afwijking van artikel 3/1, hanteert de Vlaamse Regering voor de schooljaren 2010-2011 tot en met 2012-2013 de volgende verdeelsleutel voor de verdeling van de contingenten voor kortdurende time-out over de arrondissementen :
Cx= Cy - [(Cy- Cz)/2], waarbij :
1° Cx : het contingent voor kortdurende time-out van het arrondissement dat geldt voor de schooljaren 2010-2011 tot en met 2012-2013;
2° Cy : voor elk van de volgende arrondissementen, het hierna vermelde contingent :
a) Antwerpen : 170
b) Mechelen : 40
c) Turnhout : 20
d) Brussel-Hoofdstad : 0
e) Hasselt : 100
f) Maaseik : 0
g) Tongeren : 0
h) Aalst : 0
i) Dendermonde : 0
j) Eeklo : 0
k) Gent : 85
l) Oudenaarde : 0
m) Sint-Niklaas : 20
n) Halle-Vilvoorde : 35
o) Leuven : 75
p) Brugge : 10
q) Diksmuide : 0
r) Ieper : 20
s) Kortrijk : 50
t) Oostende : 20
u) Roeselare : 0
v) Tielt : 0
w) Veurne : 0;
3° Cz : het contingent van het arrondissement dat berekend is volgens de verdeelsleutel, vermeld in artikel 3/1.
Art. 3/4. In afwijking van artikel 3/1, hanteert de Vlaamse Regering voor de schooljaren 2010-2011 tot en met 2012-2013 de volgende verdeelsleutel voor de verdeling van de contingenten voor langdurige time-out over de arrondissementen :
Cx= Cy - [(Cy- Cz)/2], waarbij :
1° Cx : het contingent voor langdurige time-out van het arrondissement dat geldt voor de schooljaren 2010-2011 tot en met 2012-2013;
2° Cy : voor elk van de volgende arrondissementen, het hierna vermelde contingent :
a) Antwerpen : 47
b) Mechelen : 0
c) Turnhout : 15
d) Brussel-Hoofdstad : 0
e) Hasselt : 30
f) Maaseik : 0
g) Tongeren : 0
h) Aalst : 0
i) Dendermonde : 0
j) Eeklo : 0
k) Gent : 30
l) Oudenaarde : 0
m) Sint-Niklaas : 0
n) Halle-Vilvoorde : 0
o) Leuven : 30
p) Brugge : 30
q) Diksmuide : 0
r) Ieper : 0
s) Kortrijk : 0
t) Oostende : 0
u) Roeselare : 0
v) Tielt : 0
w) Veurne : 0;
3° Cz : het contingent van het arrondissement dat berekend is volgens de verdeelsleutel, vermeld in artikel 3/1. "
" HOOFDSTUK I/1. - De wijze waarop de contingenten voor de verschillende regio's bepaald worden
Art. 3/1. Het voorziene contingent van begeleidingen van kortdurende en langdurige time-out wordt tussen de administratieve arrondissementen van de provincies gelegen in het Vlaamse Gewest en het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad verdeeld aan de hand van de volgende verdeelsleutel : een niet-gewogen gemiddelde van de volgende indicatoren :
1° percentage leerlingen die aan één of meer indicatoren voldoen, vermeld in artikel VI.2 van het decreet 28 juni 2002 betreffende gelijke onderwijskansen-I;
2° percentage problematisch afwezige leerlingen voor wie de instelling een melding heeft gedaan als vermeld in artikel 14quater van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 1997 betreffende de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het secundair onderwijs;
3° percentage leerlingen met ten minste één jaar schoolse vertraging;
4° percentage leerlingen in het eerste leerjaar B, vermeld in artikel 49, eerste lid, 1°, b) van het decreet van 31 juni 1990 betreffende het onderwijs-II, vervangen bij het decreet van 30 april 2009, of het beroepsvoorbereidend leerjaar, vermeld in artikel 19, eerste lid, 1°, d) van hetzelfde decreet;
5° percentage leerlingen in de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs, vermeld in artikel 48, 3° van het decreet van 31 juni 1990 betreffende het onderwijs-II en artikel 49, eerste lid, 2° van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 30 april 2009.
Voor de berekening van de percentages wordt gekeken naar het aantal leerlingen dat ingeschreven is in de scholen secundair onderwijs van het arrondissement op de teldag voor de berekening van de lestijden, vermeld in artikel 3, § 8, 1°, eerste lid, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, van het schooljaar dat voorafgaat aan het eerste schooljaar waarop de oproep betrekking heeft.
Art. 3/2. De Vlaamse Regering stelt elk jaar een bedrag ter beschikking voor kortdurende en langdurige time-outbegeleidingen.
Voor het begrotingsjaar 2010 is het maximale bedrag dat toegekend kan worden voor een begeleiding korte time-out 1041,82 euro en voor een begeleiding langdurige time-out 3.125,46 euro. Vanaf het begrotingsjaar 2011 worden die bedragen jaarlijks aangepast aan vijfenzeventig procent van de evolutie van de gezondheidsindex.
Art. 3/3. In afwijking van artikel 3/1, hanteert de Vlaamse Regering voor de schooljaren 2010-2011 tot en met 2012-2013 de volgende verdeelsleutel voor de verdeling van de contingenten voor kortdurende time-out over de arrondissementen :
Cx= Cy - [(Cy- Cz)/2], waarbij :
1° Cx : het contingent voor kortdurende time-out van het arrondissement dat geldt voor de schooljaren 2010-2011 tot en met 2012-2013;
2° Cy : voor elk van de volgende arrondissementen, het hierna vermelde contingent :
a) Antwerpen : 170
b) Mechelen : 40
c) Turnhout : 20
d) Brussel-Hoofdstad : 0
e) Hasselt : 100
f) Maaseik : 0
g) Tongeren : 0
h) Aalst : 0
i) Dendermonde : 0
j) Eeklo : 0
k) Gent : 85
l) Oudenaarde : 0
m) Sint-Niklaas : 20
n) Halle-Vilvoorde : 35
o) Leuven : 75
p) Brugge : 10
q) Diksmuide : 0
r) Ieper : 20
s) Kortrijk : 50
t) Oostende : 20
u) Roeselare : 0
v) Tielt : 0
w) Veurne : 0;
3° Cz : het contingent van het arrondissement dat berekend is volgens de verdeelsleutel, vermeld in artikel 3/1.
Art. 3/4. In afwijking van artikel 3/1, hanteert de Vlaamse Regering voor de schooljaren 2010-2011 tot en met 2012-2013 de volgende verdeelsleutel voor de verdeling van de contingenten voor langdurige time-out over de arrondissementen :
Cx= Cy - [(Cy- Cz)/2], waarbij :
1° Cx : het contingent voor langdurige time-out van het arrondissement dat geldt voor de schooljaren 2010-2011 tot en met 2012-2013;
2° Cy : voor elk van de volgende arrondissementen, het hierna vermelde contingent :
a) Antwerpen : 47
b) Mechelen : 0
c) Turnhout : 15
d) Brussel-Hoofdstad : 0
e) Hasselt : 30
f) Maaseik : 0
g) Tongeren : 0
h) Aalst : 0
i) Dendermonde : 0
j) Eeklo : 0
k) Gent : 30
l) Oudenaarde : 0
m) Sint-Niklaas : 0
n) Halle-Vilvoorde : 0
o) Leuven : 30
p) Brugge : 30
q) Diksmuide : 0
r) Ieper : 0
s) Kortrijk : 0
t) Oostende : 0
u) Roeselare : 0
v) Tielt : 0
w) Veurne : 0;
3° Cz : het contingent van het arrondissement dat berekend is volgens de verdeelsleutel, vermeld in artikel 3/1. "
Art. 2. Dans le même arrêté, il est inséré un chapitre Ier/1, composé de l'article 3/1 à 3/4, rédigé comme suit :
" CHAPITRE I/1. - Modalités de fixation des contingents pour les différentes régions
Art. 3/1. Le contingent prévu d'accompagnements time-out de courte et de longue durée est réparti sur les arrondissements administratifs des provinces situées dans la Région flamande et l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale à l'aide de la clé de répartition suivante : une moyenne non pondérée des indicateurs suivants :
1° le pourcentage d'élèves répondant à un ou plusieurs indicateurs, visés à l'article VI.2 du décret du 28 juin 2002 relatif à l'égalité des chances en éducation-I;
2° le pourcentage d'élèves dont l'absence est enregistrée comme problématique par l'institution conformément à l'article 14quater de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 septembre 1997 relatif au contrôle des inscriptions d'élèves dans l'enseignement secondaire;
3° le pourcentage d'élèves avec un retard scolaire d'au moins une année;
4° le pourcentage d'élèves dans la première année B, visée à l'article 49, premier alinéa, 1°, b) du décret du 31 juin 1990 relatif à l'enseignement-II, remplacé par le décret du 30 avril 2009, ou dans l'année préparatoire à l'enseignement professionnel, visée à l'article 19, premier alinéa, 1°, d) du même décret;
5° le pourcentage d'élèves dans le deuxième degré de l'enseignement secondaire professionnel, visé à l'article 48, 3° du décret du 31 juin 1990 relatif à l'enseignement-II et à l'article 49, premier alinéa, 2° du même décret, remplacé par le décret du 30 avril 2009.
Pour le calcul des pourcentages, il est tenu compte du nombre d'élèves qui est inscrit dans les écoles de l'enseignement secondaire de l'arrondissement au jour de comptage pour le calcul des périodes, visées à l'article 3, § 8, 1°, premier alinéa, de la loi du 29 mai 1959 modifiant certaines dispositions de la législation de l'enseignement, de l'année scolaire qui précède la première année scolaire sur laquelle porte l'appel.
Art. 3/2. Le Gouvernement flamand alloue chaque année un montant à ces initiatives d'accompagnement time-out de courte et de longue durée.
Pour l'année budgétaire 2010, le montant maximum pouvant être attribué à un accompagnement time-out de courte durée s'élève à 1041,82 euros et à un accompagnement time-out de longue durée à 3.125,46 euros. A compter de l'année budgétaire 2011, ces montants sont ajustés chaque année à septante-cinq pour cent de l'évolution de l'indice santé.
Art. 3/3. Par dérogation à l'article 3/1, le Gouvernement flamand applique pour les années scolaires 2010-2011 à 2012-2013 incluses, la clé de répartition suivante à la répartition des contingents time-out de courte durée sur les arrondissements :
Cx= Cy - [(Cy- Cz)/2], où :
1° Cx : est le contingent time-out de courte durée de l'arrondissement qui est applicable pendant les années scolaires 2010-2011 à 2012-2013 incluses;
2° Cy : est, pour chacun des arrondissements suivants, le contingent suivant :
a) Anvers : 170
b) Mechelen : 40
c) Turnhout : 20
d) Bruxelles-Capitale : 0
e) Hasselt : 100
f) Maaseik : 0
g) Tongeren : 0
h) Aalst : 0
i) Dendermonde : 0
j) Eeklo : 0
k) Gand : 85
l ) Oudenaarde : 0
m) Sint-Niklaas : 20
n) Halle-Vilvoorde : 35
o) Leuven : 75
p) Brugge : 10
q) Diksmuide : 0
r) Ieper : 20
s) Kortrijk : 50
t) Oostende : 20
u) Roeselare : 0
v) Tielt : 0
w) Veurne : 0;
3° Cz : est le contingent de l'arrondissement qui est calculé suivant la clé de répartition, visée à l'article 3/1.
Art. 3/4. Par dérogation à l'article 3/1, le Gouvernement flamand applique pour les années scolaires 2010-2011 à 2012-2013 incluses, la clé de répartition suivante à la répartition des contingents time-out de longue durée sur les arrondissements :
Cx= Cy - [(Cy- Cz)/2], où :
1° Cx : est le contingent time-out de longue durée de l'arrondissement qui est applicable pendant les années scolaires 2010-2011 à 2012-2013 incluses;
2° Cy : est, pour chacun des arrondissements suivants, le contingent suivant :
a) Anvers : 47
b) Mechelen : 0
c) Turnhout : 15
d) Bruxelles-Capitale : 0
e) Hasselt : 30
f) Maaseik : 0
g) Tongeren : 0
h) Aalst : 0
i) Dendermonde : 0
j) Eeklo : 0
k) Gand : 30
l) Oudenaarde : 0
m) Sint-Niklaas : 0
n) Halle-Vilvoorde : 0
o) Leuven : 30
p) Brugge : 30
q) Diksmuide : 0
r) Ieper : 0
s) Kortrijk : 0
t) Oostende : 0
u) Roeselare : 0
v) Tielt : 0
w) Veurne : 0;
3° Cz : est le contingent de l'arrondissement qui est calculé suivant la clé de répartition, visée à l'article 3/1. "
" CHAPITRE I/1. - Modalités de fixation des contingents pour les différentes régions
Art. 3/1. Le contingent prévu d'accompagnements time-out de courte et de longue durée est réparti sur les arrondissements administratifs des provinces situées dans la Région flamande et l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale à l'aide de la clé de répartition suivante : une moyenne non pondérée des indicateurs suivants :
1° le pourcentage d'élèves répondant à un ou plusieurs indicateurs, visés à l'article VI.2 du décret du 28 juin 2002 relatif à l'égalité des chances en éducation-I;
2° le pourcentage d'élèves dont l'absence est enregistrée comme problématique par l'institution conformément à l'article 14quater de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 septembre 1997 relatif au contrôle des inscriptions d'élèves dans l'enseignement secondaire;
3° le pourcentage d'élèves avec un retard scolaire d'au moins une année;
4° le pourcentage d'élèves dans la première année B, visée à l'article 49, premier alinéa, 1°, b) du décret du 31 juin 1990 relatif à l'enseignement-II, remplacé par le décret du 30 avril 2009, ou dans l'année préparatoire à l'enseignement professionnel, visée à l'article 19, premier alinéa, 1°, d) du même décret;
5° le pourcentage d'élèves dans le deuxième degré de l'enseignement secondaire professionnel, visé à l'article 48, 3° du décret du 31 juin 1990 relatif à l'enseignement-II et à l'article 49, premier alinéa, 2° du même décret, remplacé par le décret du 30 avril 2009.
Pour le calcul des pourcentages, il est tenu compte du nombre d'élèves qui est inscrit dans les écoles de l'enseignement secondaire de l'arrondissement au jour de comptage pour le calcul des périodes, visées à l'article 3, § 8, 1°, premier alinéa, de la loi du 29 mai 1959 modifiant certaines dispositions de la législation de l'enseignement, de l'année scolaire qui précède la première année scolaire sur laquelle porte l'appel.
Art. 3/2. Le Gouvernement flamand alloue chaque année un montant à ces initiatives d'accompagnement time-out de courte et de longue durée.
Pour l'année budgétaire 2010, le montant maximum pouvant être attribué à un accompagnement time-out de courte durée s'élève à 1041,82 euros et à un accompagnement time-out de longue durée à 3.125,46 euros. A compter de l'année budgétaire 2011, ces montants sont ajustés chaque année à septante-cinq pour cent de l'évolution de l'indice santé.
Art. 3/3. Par dérogation à l'article 3/1, le Gouvernement flamand applique pour les années scolaires 2010-2011 à 2012-2013 incluses, la clé de répartition suivante à la répartition des contingents time-out de courte durée sur les arrondissements :
Cx= Cy - [(Cy- Cz)/2], où :
1° Cx : est le contingent time-out de courte durée de l'arrondissement qui est applicable pendant les années scolaires 2010-2011 à 2012-2013 incluses;
2° Cy : est, pour chacun des arrondissements suivants, le contingent suivant :
a) Anvers : 170
b) Mechelen : 40
c) Turnhout : 20
d) Bruxelles-Capitale : 0
e) Hasselt : 100
f) Maaseik : 0
g) Tongeren : 0
h) Aalst : 0
i) Dendermonde : 0
j) Eeklo : 0
k) Gand : 85
l ) Oudenaarde : 0
m) Sint-Niklaas : 20
n) Halle-Vilvoorde : 35
o) Leuven : 75
p) Brugge : 10
q) Diksmuide : 0
r) Ieper : 20
s) Kortrijk : 50
t) Oostende : 20
u) Roeselare : 0
v) Tielt : 0
w) Veurne : 0;
3° Cz : est le contingent de l'arrondissement qui est calculé suivant la clé de répartition, visée à l'article 3/1.
Art. 3/4. Par dérogation à l'article 3/1, le Gouvernement flamand applique pour les années scolaires 2010-2011 à 2012-2013 incluses, la clé de répartition suivante à la répartition des contingents time-out de longue durée sur les arrondissements :
Cx= Cy - [(Cy- Cz)/2], où :
1° Cx : est le contingent time-out de longue durée de l'arrondissement qui est applicable pendant les années scolaires 2010-2011 à 2012-2013 incluses;
2° Cy : est, pour chacun des arrondissements suivants, le contingent suivant :
a) Anvers : 47
b) Mechelen : 0
c) Turnhout : 15
d) Bruxelles-Capitale : 0
e) Hasselt : 30
f) Maaseik : 0
g) Tongeren : 0
h) Aalst : 0
i) Dendermonde : 0
j) Eeklo : 0
k) Gand : 30
l) Oudenaarde : 0
m) Sint-Niklaas : 0
n) Halle-Vilvoorde : 0
o) Leuven : 30
p) Brugge : 30
q) Diksmuide : 0
r) Ieper : 0
s) Kortrijk : 0
t) Oostende : 0
u) Roeselare : 0
v) Tielt : 0
w) Veurne : 0;
3° Cz : est le contingent de l'arrondissement qui est calculé suivant la clé de répartition, visée à l'article 3/1. "
Art. 3. In artikel 4, tweede lid, van hetzelfde besluit, wordt in de bepaling onder 3° de zinsnede " per regio, zijnde elk administratief arrondissement van de provincies gelegen in het Vlaamse Gewest en het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad " vervangen door de zinsnede " per administratief arrondissement, vermeld in artikel 3/1, eerste lid ".
Art. 3. Dans l'article 4, deuxième alinéa, du même arrêté, le membre de phrase dans la disposition sous 3° " par région, à savoir chaque arrondissement administratif des provinces situées dans la Région flamande et l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale " est remplacé par le membre de phrase " par arrondissement administratif, visé à l'article 3/1, premier alinéa ".
Art. 4. In artikel 8 van hetzelfde besluit wordt de zinsnede " De projecten die voor subsidiëring in aanmerking komen, worden voor 1 april bij ministerieel besluit vastgesteld : " vervangen door de zinsnede " De toewijzing, vermeld in artikel 7, vindt plaats voor 1 juni : ".
Art. 4. Dans l'article 8 du même arrêté, le membre de phrase " Les projets admissibles aux subventions sont déterminés par arrêté ministériel avant le 1er avril : " est remplacé par le membre de phrase " L'attribution, visée à l'article 7, a lieu avant le 1er juin : ".
Art. 5. Aan hoofdstuk II van hetzelfde besluit wordt een artikel 8/1. toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 8/1. Als een project haar aanvraag tot subsidiëring of verlenging van subsidiëring intrekt nadat zij geselecteerd werd overeenkomstig artikel 8 of 12, wordt het aan haar toegewezen contingent opnieuw toegevoegd aan het contingent van het betrokken administratieve arrondissement, vermeld in artikelen 3/1 tot en met 3/4, op voorwaarde dat de schijf, vermeld in artikel 14, 1°, ingevolge de aanvraag tot subsidiëring of verlenging nog niet betaald werd. In dat geval wordt het vrijgekomen contingent vervolgens overeenkomstig de criteria, de rangschikking en desgevallend de toekenning aan een ander administratief arrondissement, vermeld in artikel 7, bij ministerieel besluit toegewezen aan een ander project. ".
" Art. 8/1. Als een project haar aanvraag tot subsidiëring of verlenging van subsidiëring intrekt nadat zij geselecteerd werd overeenkomstig artikel 8 of 12, wordt het aan haar toegewezen contingent opnieuw toegevoegd aan het contingent van het betrokken administratieve arrondissement, vermeld in artikelen 3/1 tot en met 3/4, op voorwaarde dat de schijf, vermeld in artikel 14, 1°, ingevolge de aanvraag tot subsidiëring of verlenging nog niet betaald werd. In dat geval wordt het vrijgekomen contingent vervolgens overeenkomstig de criteria, de rangschikking en desgevallend de toekenning aan een ander administratief arrondissement, vermeld in artikel 7, bij ministerieel besluit toegewezen aan een ander project. ".
Art. 5. Au chapitre II du même arrêté, il est ajouté un article 8/1, rédigé comme suit :
" Art. 8/1. Si un projet retire sa demande de subvention ou de prolongation de la subvention après avoir été sélectionné conformément à l'article 8 ou 12, le contingent qui lui a été attribué est à nouveau ajouté au contingent de l'arrondissement administratif concerné, visé à l'article 3/1 à 3/4 inclus, à condition que la tranche, visée à l'article 14, 1°, ne soit pas encore payée suite à la demande de subvention ou de prolongation. Dans ce cas, le contingent libéré est ensuite attribué, par arrêté ministériel, à un autre projet conformément aux critères, à la classification et, le cas échéant, à l'attribution à un autre arrondissement administratif, visé à l'article 7. ".
" Art. 8/1. Si un projet retire sa demande de subvention ou de prolongation de la subvention après avoir été sélectionné conformément à l'article 8 ou 12, le contingent qui lui a été attribué est à nouveau ajouté au contingent de l'arrondissement administratif concerné, visé à l'article 3/1 à 3/4 inclus, à condition que la tranche, visée à l'article 14, 1°, ne soit pas encore payée suite à la demande de subvention ou de prolongation. Dans ce cas, le contingent libéré est ensuite attribué, par arrêté ministériel, à un autre projet conformément aux critères, à la classification et, le cas échéant, à l'attribution à un autre arrondissement administratif, visé à l'article 7. ".
Art. 6. In artikel 11, eerste lid, van hetzelfde besluit worden tussen het woord " tweemaal " en het woord " verlengd " de zinsnede " , op basis van een positieve evaluatie van een verlengingsdossier, " ingevoegd.
Art. 6. Dans l'article 11, premier alinéa, du même arrêté, est inséré entre le mot " prolongé " et les mots " deux fois ", le membre de phrase " , sur la base d'une évaluation positive d'un dossier de prolongation, ".
Art. 7. In artikel 12 van hetzelfde besluit wordt de zinsnede " Jaarlijks worden, voor 1 juli, bij ministerieel besluit de projecten vastgesteld die op basis van een positieve evaluatie van de verlengingsdossiers voor verlenging in aanmerking komen : " vervangen door de zinsnede " De verlenging, vermeld in artikel 11, vindt plaats voor 1 juli : ".
Art. 7. Dans l'article 12, du même arrêté, le membre de phrase " Chaque année, avant le 1er juillet, sont fixés par arrêté ministériel les projets admissibles à une prolongation sur la base d'une évaluation positive des dossiers de prolongation : " est remplacé par le membre de phrase " La prolongation, visée à l'article 11, a lieu avant le 1er juillet : ".
Art. 8. In artikel 14, 1°, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede " binnen een maand na de vaststelling van de te subsidiëren projecten bij ministerieel besluit als vermeld in artikel 8 of 12 " vervangen door de zinsnede " uiterlijk op 1 september van het schooljaar waarop de toewijzing, vermeld in artikel 8, of de verlenging, vermeld in artikel 12, betrekking heeft ".
Art. 8. Dans l'article 14, 1°, du même arrêté, le membre de phrase " dans un mois de la fixation des projets à subventionner par arrêté ministériel comme visé à l'article 8 ou 12 " est remplacé par le membre de phrase " le 1er septembre au plus tard de l'année scolaire sur laquelle porte l'attribution, visée à l'article 8, ou la prolongation, visée à l'article 12. "
Art. 9. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2010.
Artikel 2 en artikel 5 hebben uitwerking met ingang van 1 december 2009.
Artikel 2 en artikel 5 hebben uitwerking met ingang van 1 december 2009.
Art. 9. Le présent arrêté produit ses effets le 1er septembre 2010.
Les articles 2 et 5 produisent leurs effets le 1er décembre 2009.
Les articles 2 et 5 produisent leurs effets le 1er décembre 2009.
Art. 10. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, en de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 10. Le Ministre flamand ayant l'assistance aux personnes dans ses attributions et le Ministre flamand ayant l'enseignement dans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
Brussel, 24 september 2010.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin,
J. VANDEURZEN
De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
P. SMET
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin,
J. VANDEURZEN
De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
P. SMET
Bruxelles, le 24 septembre 2010.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille,
J. VANDEURZEN
Le Ministre flamand de l'Enseignement, de la Jeunesse, de l'Egalité des Chances et des Affaires bruxelloises,
P. SMET
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille,
J. VANDEURZEN
Le Ministre flamand de l'Enseignement, de la Jeunesse, de l'Egalité des Chances et des Affaires bruxelloises,
P. SMET