Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° bekendmaking : de bekendmaking, vermeld in artikel 9;
2° datum actieve inschakeling : de datum waarop de onroerende goederen in de waterbeheersing actief worden ingeschakeld, d.w.z. de datum vanaf wanneer de onroerende goederen meer kunnen overstromen dan voorheen, ten gevolge van een doelbewuste ingreep van de initiatiefnemer. Dat is de datum, vermeld in de bekendmaking;
3° decreet : het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid [2 ", gecoördineerd op 15 juni 2018]2;
4° natuurdecreet : het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;
5° [1 gebruiker : elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die op het moment dat het onroerend goed, gelegen binnen een afgebakend overstromingsgebied, actief wordt ingeschakeld in de waterbeheersing, het onroerend goed voor eigen rekening exploiteert als landbouw of bosbouw of voor wiens rekening een perceel wordt geëxploiteerd;]1
6° VLM : de Vlaamse Landmaatschappij, opgericht bij het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij;
7° referentie-inkomen : het inkomen zoals vastgesteld in uitvoering van artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 november 2000 betreffende steun aan de investeringen en aan de installatie in de landbouw;
8° basismilieukwaliteit : de kwaliteit die wordt bereikt door het naleven van de gebruikelijke goede landbouwmethode, door naleving van de eisen gesteld in de artikelen 3, 4 en 5 van de Verordening 1782/2003 en door het naleven van de voorschriften in de Vlaamse regelgeving rond natuur en milieu.
[1 9° afgebakend overstromingsgebied : een afgebakend overstromingsgebied als vermeld in artikel 3, § 2, 44° bis, van het decreet;
10° afgebakende oeverzone : een oeverzone, afgebakend zoals bepaald in artikel 9 van het decreet;
11° waterbeheerder : een waterwegbeheerder of een waterbeheerder van onbevaarbare waterlopen;
12° waterwegbeheerder zoals vermeld in punt 11° :
a)[2 De Vlaamse Waterweg nv: het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschap De Vlaamse Waterweg nv, vermeld in artikel 3, § 1, van het decreet van 2 april 2004 betreffende het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschap De Vlaamse Waterweg nv, naamloze vennootschap van publiek recht]2;
b) de publiekrechtelijke overheden, vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens;
c) het Ministerie van Mobiliteit en Openbare Werken van de Vlaamse overheid;
d) [2 ...]2
13° waterbeheerder van onbevaarbare waterlopen zoals vermeld in punt 11° :
a) het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaamse Milieumaatschappij, vermeld in artikel 10.2.1, § 1, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid;
b) de provincies en de gemeenten;
c) de polders en wateringen.]1
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
24 JULI 2009. - Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de onteigening ten algemene nutte, het recht van voorkoop, de aankoopplicht [, de vergoedingsplicht en de afbakening van overstromingsgebieden] van titel I van het decreet integraal waterbeleid van 18 juli 2003 [gecoördineerd op 15 juni 2018] <Opschrift gewijzigd door BVR2012-03-30/11, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 19-05-2012> <Opschrift gewijzigd bij BVR2019-04-26/48, art. , 005; Inwerkingtreding : 01-01-2019> (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 22-01-2010 en tekstbijwerking tot 10-04-2024)
Titre
24 JUILLET 2009. - Arrêté du Gouvernement flamand portant exécution de l'expropriation d'utilité publique, du droit de préemption, de l'obligation d'achat [, l'obligation d'indemnité et la délimitation des zones d'inondation] du titre Ier du décret sur la politique intégrée de l'eau du 18 juillet 2003 [, coordonné le 15 juin 2018] <Intitulé modifié par AGF2012-03-30/11, art. 2, 002; En vigueur : 19-05-2012> <Intitulé modifié par AGF2019-04-26/48, art. 84, 005; En vigueur : 01-01-2019> (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 22-01-2010 et mise à jour au 10-04-2024)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
TITEL I. - Definities
TITEL II. - Onteigening ten algemene nutte
TITEL III. - Recht van voorkoop
TITEL IV. - Aankoopplicht en vergoedingsplicht
HOOFDSTUK I. - Bekendmaking van de actieve insc...
HOOFDSTUK II. - Aankoopplicht
Afdeling I. - Algemene bepalingen en voorwaarden
Afdeling II.
Afdeling III.
HOOFDSTUK III. - Vergoedingsplicht
Afdeling I. - Algemene bepalingen en voorwaarden
Afdeling II.
Afdeling III.
Onderafdeling I.
Onderafdeling II.
Onderafdeling III.
Afdeling IV.
Titel VI. - [1 Slotbepalingen]1
Inhoud
TITRE Ier. - Définitions
TITRE II. - Expropriation d'utilité publique
TITRE III. - Droit de préemption
TITRE IV. - Obligation d'achat et obligation d'...
CHAPITRE Ier. - Publication de l'insertion acti...
CHAPITRE II. - Obligation d'achat
Section Ire. - Dispositions générales et condit...
Section II.
Section III.
CHAPITRE III. - Obligation d'indemnité
Section Ire. - Dispositions générales et condit...
Section II.
Section III.
Sous-section Ire.
Sous-section II.
Sous-section III.
Section IV.
Titre VI. - [1 Dispositions finales]1
Tekst (52)
Texte (52)
TITEL I. - Definities
TITRE Ier. - Définitions
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° notification : la notification, visée à l'article 9;
2° date d'insertion active : la date à laquelle les biens immobiliers sont insérés activement dans la gestion des eaux, c.-à-d. la date à partir de laquelle les biens immobiliers peuvent inonder plus qu'auparavant, suite à une intervention volontaire de l'initiateur. Il s'agit de la date, visée à la notification;
3° décret : le décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau [2 , coordonné le 15 juin 2018]2;
4° le décret sur la nature : le décret du 21 octobre 1997 concernant la conservation de la nature et le milieu naturel;
5° [1 usager : toute personne physique ou morale qui, au moment où le bien immobilier, situé dans une zone d'inondation délimitée dans le cadre d'un plan de gestion des eaux, est activement inséré dans la gestion des eaux, exploite le bien immobilier pour son propre compte de manière agricole ou sylvicole ou toute personne physique ou morale pour le compte de laquelle une parcelle est exploitée;]1
6° "VLM" : la "Vlaamse Landmaatschappij" (Société flamande terrienne), créée par le décret du 21 décembre 1988 portant création d'une Société flamande terrienne;
7° revenu de référence : le revenu tel que fixé en exécution de l'article 5 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 novembre 2000 concernant les aides aux investissements et à l'installation dans l'agriculture;
8° qualité environnementale de base : la qualité obtenue par le respect des bonnes méthodes agricoles usuelles, par le respect des exigences prescrites aux articles 3, 4 et 5 du Règlement 1782/2003 et par le respect des prescriptions de la règlementation flamande relative à la nature et l'environnement.
[1 9° zone d'inondation délimitée : une zone d'inondation délimitée telle que visée à l'article 3, § 2, 44° bis, du décret;
10° zone de rive délimitée : une zone de rive, délimitée telle que visée à l'article 9 du décret;
11° gestionnaire des eaux : un gestionnaire des voies navigables ou gestionnaire des eaux des cours d'eau non navigables;
12° un gestionnaire des voies navigables tel que visé tel que visé au point 11° ;
a) [2 a) De Vlaamse Waterweg nv : l'agence autonomisée externe de droit public " De Vlaamse Waterweg nv ", visée à l'article 3, § 1er, du décret du 2 avril 2004 relatif à l'agence autonomisée externe de droit public De Vlaamse Waterweg nv, société anonyme de droit public ]2;
b) les autorités de droit public, visées à l'article 2, 1°, du décret du 2 mars 1999 portant la politique de la gestion des ports maritimes;
c) le Mobilité et des Travaux publics des autorités flamandes;
d) [2 ...]2
13° gestionnaire des eaux non navigables tel que visé au point 11° :
a) l'agence interne autonomisée " Vlaamse Milieumaatschappij ", mentionnée à article 10.2.1, § 1er, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement;
b) les provinces et communes;
c) les polders et wateringues.]1
1° notification : la notification, visée à l'article 9;
2° date d'insertion active : la date à laquelle les biens immobiliers sont insérés activement dans la gestion des eaux, c.-à-d. la date à partir de laquelle les biens immobiliers peuvent inonder plus qu'auparavant, suite à une intervention volontaire de l'initiateur. Il s'agit de la date, visée à la notification;
3° décret : le décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau [2 , coordonné le 15 juin 2018]2;
4° le décret sur la nature : le décret du 21 octobre 1997 concernant la conservation de la nature et le milieu naturel;
5° [1 usager : toute personne physique ou morale qui, au moment où le bien immobilier, situé dans une zone d'inondation délimitée dans le cadre d'un plan de gestion des eaux, est activement inséré dans la gestion des eaux, exploite le bien immobilier pour son propre compte de manière agricole ou sylvicole ou toute personne physique ou morale pour le compte de laquelle une parcelle est exploitée;]1
6° "VLM" : la "Vlaamse Landmaatschappij" (Société flamande terrienne), créée par le décret du 21 décembre 1988 portant création d'une Société flamande terrienne;
7° revenu de référence : le revenu tel que fixé en exécution de l'article 5 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 novembre 2000 concernant les aides aux investissements et à l'installation dans l'agriculture;
8° qualité environnementale de base : la qualité obtenue par le respect des bonnes méthodes agricoles usuelles, par le respect des exigences prescrites aux articles 3, 4 et 5 du Règlement 1782/2003 et par le respect des prescriptions de la règlementation flamande relative à la nature et l'environnement.
[1 9° zone d'inondation délimitée : une zone d'inondation délimitée telle que visée à l'article 3, § 2, 44° bis, du décret;
10° zone de rive délimitée : une zone de rive, délimitée telle que visée à l'article 9 du décret;
11° gestionnaire des eaux : un gestionnaire des voies navigables ou gestionnaire des eaux des cours d'eau non navigables;
12° un gestionnaire des voies navigables tel que visé tel que visé au point 11° ;
a) [2 a) De Vlaamse Waterweg nv : l'agence autonomisée externe de droit public " De Vlaamse Waterweg nv ", visée à l'article 3, § 1er, du décret du 2 avril 2004 relatif à l'agence autonomisée externe de droit public De Vlaamse Waterweg nv, société anonyme de droit public ]2;
b) les autorités de droit public, visées à l'article 2, 1°, du décret du 2 mars 1999 portant la politique de la gestion des ports maritimes;
c) le Mobilité et des Travaux publics des autorités flamandes;
d) [2 ...]2
13° gestionnaire des eaux non navigables tel que visé au point 11° :
a) l'agence interne autonomisée " Vlaamse Milieumaatschappij ", mentionnée à article 10.2.1, § 1er, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement;
b) les provinces et communes;
c) les polders et wateringues.]1
TITEL II. - Onteigening ten algemene nutte
TITRE II. - Expropriation d'utilité publique
Art. 2.
Art. 2.
Art. 3.
Art. 3.
Art. 4.
Art. 4.
TITEL III. - Recht van voorkoop
TITRE III. - Droit de préemption
Art. 5. [1 Als de initiatiefnemer een waterbeheerder van onbevaarbare waterlopen is, bezorgt de Vlaamse Grondenbank de aanbiedingen van de goederen die geheel of gedeeltelijk in de afgebakende overstromingsgebieden of afgebakende oeverzones gelegen zijn, voor advies aan de initiatiefnemer in kwestie. ]1
Als de initiatiefnemer een waterwegbeheerder is, brengt de Vlaamse Grondenbank de aanbiedingen van de goederen die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen in overstromingsgebieden of oeverzones ter kennis aan de betreffende waterwegbeheerder.
Als de initiatiefnemer een waterwegbeheerder is, brengt de Vlaamse Grondenbank de aanbiedingen van de goederen die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen in overstromingsgebieden of oeverzones ter kennis aan de betreffende waterwegbeheerder.
Art. 5. [1 Lorsque l'initiateur est un gestionnaire des eaux de cours d'eau non navigables, la " Vlaamse Grondenbank " " Vlaamse Grondenbank " transmet les offres des biens situés entièrement ou partiellement dans les zones d'inondation ou zones de rive délimitées pour avis à l'initiateur en question.]1
Lorsque l'initiateur est un gestionnaire des voies navigables, la "Vlaamse Grondenbank" notifie au gestionnaire des voies navigables concerné les offres des biens situés entièrement ou partiellement dans les zones d'inondation ou zones de rive.
Lorsque l'initiateur est un gestionnaire des voies navigables, la "Vlaamse Grondenbank" notifie au gestionnaire des voies navigables concerné les offres des biens situés entièrement ou partiellement dans les zones d'inondation ou zones de rive.
Wijzigingen
Art. 6. § 1. Als de initiatiefnemer een waterbeheerder van de onbevaarbare waterlopen is, verleent de initiatiefnemer zijn advies aan de Vlaamse Grondenbank. Een gunstig advies van de initiatiefnemer houdt in dat de Vlaamse Grondenbank de beslissing om het recht van voorkoop uit te oefenen, uitvoert, onder voorbehoud dat voldaan is aan de voorwaarden van het Comité tot Aankoop van Onroerende Goederen.
Als het advies van de initiatiefnemer gunstig is en als aan de voorwaarden van het Comité tot Aankoop van Onroerende Goederen is voldaan, gaat de Vlaamse Grondenbank over tot de uitoefening van het recht van voorkoop. In geval van ongunstig advies wordt niet overgegaan tot de uitoefening van het recht van voorkoop. Bij gebreke aan advies van de initiatiefnemer wordt het advies geacht ongunstig te zijn.
Indien niet aan de voorwaarden van het Comité tot Aankoop van Onroerende Goederen is voldaan, maar de initiatiefnemer ten gronde kan motiveren dat hij toch het recht van voorkoop wenst uit te oefenen, gaat de Vlaamse Grondenbank over tot de uitoefening van het recht van voorkoop.
§ 2. Als de initiatiefnemer een waterwegbeheerder is, oefent en voert hij zelf het recht van voorkoop uit.
Als het advies van de initiatiefnemer gunstig is en als aan de voorwaarden van het Comité tot Aankoop van Onroerende Goederen is voldaan, gaat de Vlaamse Grondenbank over tot de uitoefening van het recht van voorkoop. In geval van ongunstig advies wordt niet overgegaan tot de uitoefening van het recht van voorkoop. Bij gebreke aan advies van de initiatiefnemer wordt het advies geacht ongunstig te zijn.
Indien niet aan de voorwaarden van het Comité tot Aankoop van Onroerende Goederen is voldaan, maar de initiatiefnemer ten gronde kan motiveren dat hij toch het recht van voorkoop wenst uit te oefenen, gaat de Vlaamse Grondenbank over tot de uitoefening van het recht van voorkoop.
§ 2. Als de initiatiefnemer een waterwegbeheerder is, oefent en voert hij zelf het recht van voorkoop uit.
Art. 6. § 1er. Lorsque l'initiateur est un gestionnaire des eaux de cours d'eau non navigables, l'initiateur émet son avis à la "Vlaamse Grondenbank". Un avis favorable de l'initiateur implique que la "Vlaamse Grondenbank" exécute la décision d'exercer le droit de préemption, sous réserve que les conditions du Comité d'Acquisition d'Immeubles soient remplies.
Lorsque l'avis de l'initiateur est favorable et que les conditions du Comité d'Acquisition d'Immeubles ont été remplies, la "Vlaamse Grondenbank" procède à l'exercice du droit de préemption. En cas d'avis défavorable, il n'est pas procédé à l'exercice du droit de préemption. Faute d'avis de l'initiateur, l'avis est réputé défavorable.
Lorsque les conditions du Comité d'Acquisition d'Immeubles n'ont pas été remplies, mais l'initiateur peut motiver sur le fond qu'il désire tout de même exercer le droit de préemption, la "Vlaamse Grondenbank" procède à l'exercice du droit de préemption.
§ 2. Lorsque l'initiateur est un gestionnaire des voies navigables, il exercice et exécute lui-même le droit de préemption.
Lorsque l'avis de l'initiateur est favorable et que les conditions du Comité d'Acquisition d'Immeubles ont été remplies, la "Vlaamse Grondenbank" procède à l'exercice du droit de préemption. En cas d'avis défavorable, il n'est pas procédé à l'exercice du droit de préemption. Faute d'avis de l'initiateur, l'avis est réputé défavorable.
Lorsque les conditions du Comité d'Acquisition d'Immeubles n'ont pas été remplies, mais l'initiateur peut motiver sur le fond qu'il désire tout de même exercer le droit de préemption, la "Vlaamse Grondenbank" procède à l'exercice du droit de préemption.
§ 2. Lorsque l'initiateur est un gestionnaire des voies navigables, il exercice et exécute lui-même le droit de préemption.
Art. 7. De kennisgeving of de adviesvraag, vermeld in artikel 5, bevat in het geval van een openbare verkoop de volgende gegevens :
1° de identificatie van het perceel;
2° de plaats, de dag en het uur van de openbare verkoop;
3° de naam en het adres van de instrumenterende ambtenaar.
De kennisgeving of de adviesvraag, vermeld in artikel 5, bevat in het geval van een verkoop uit de hand de volgende gegevens :
1° de identificatie van het perceel;
2° de prijs die de koper moet betalen;
3° de inhoud van de akte die werd opgesteld onder opschortende voorwaarde van niet-uitoefening van het recht van voorkoop, waarbij alleen de identiteit van de koper wordt opengelaten;
4° of er andere verbintenissen zijn waartoe de koper en verkoper zich verbonden hebben;
5° als het perceel verpacht is, of de kandidaat-koper de pachter is of een derde aan wie de pachter zijn voorkooprecht heeft overgedragen;
6° de naam en het adres van de instrumenterende ambtenaar.
Iedere begunstigde kan, voor de verkoop in geval van openbare verkoop of binnen de termijn van zestig dagen na het aanbod van verkoop in geval van verkoop uit de hand, de instrumenterende ambtenaar om aanvullend informatie verzoeken of om mededeling van de inhoud van het lastenkohier.
1° de identificatie van het perceel;
2° de plaats, de dag en het uur van de openbare verkoop;
3° de naam en het adres van de instrumenterende ambtenaar.
De kennisgeving of de adviesvraag, vermeld in artikel 5, bevat in het geval van een verkoop uit de hand de volgende gegevens :
1° de identificatie van het perceel;
2° de prijs die de koper moet betalen;
3° de inhoud van de akte die werd opgesteld onder opschortende voorwaarde van niet-uitoefening van het recht van voorkoop, waarbij alleen de identiteit van de koper wordt opengelaten;
4° of er andere verbintenissen zijn waartoe de koper en verkoper zich verbonden hebben;
5° als het perceel verpacht is, of de kandidaat-koper de pachter is of een derde aan wie de pachter zijn voorkooprecht heeft overgedragen;
6° de naam en het adres van de instrumenterende ambtenaar.
Iedere begunstigde kan, voor de verkoop in geval van openbare verkoop of binnen de termijn van zestig dagen na het aanbod van verkoop in geval van verkoop uit de hand, de instrumenterende ambtenaar om aanvullend informatie verzoeken of om mededeling van de inhoud van het lastenkohier.
Art. 7. En cas de vente publique, la notification ou la demande d'avis, visée à l'article 5, comprend les données suivantes :
1° l'identification de la parcelle;
2° le lieu, la date et l'heure de la vente publique;
3° le nom et l'adresse du fonctionnaire instrumentant.
En cas de vente de gré à gré, la notification ou la demande d'avis, visée à l'article 5, comprend les données suivantes :
1° l'identification de la parcelle;
2° le prix à payer par l'acheteur;
3° le contenu de l'acte établi sous la condition suspensive du non-exercice du droit de préemption, laissant uniquement l'identité de l'acheteur en blanc;
4° les autres engagements éventuels du vendeur et de l'acheteur;
5° en cas d'affermage de la parcelle, si le candidat acheteur est le fermier ou un tiers à qui le fermier a transféré son droit de préemption;
6° le nom et l'adresse du fonctionnaire instrumentant.
Chaque bénéficiaire peut, avant la vente en cas de vente publique ou dans un délai de soixante jours après l'offre de vente en cas de vente de gré à gré, demander au fonctionnaire instrumentant des informations supplémentaires ou la communication du contenu du cahier des charges.
1° l'identification de la parcelle;
2° le lieu, la date et l'heure de la vente publique;
3° le nom et l'adresse du fonctionnaire instrumentant.
En cas de vente de gré à gré, la notification ou la demande d'avis, visée à l'article 5, comprend les données suivantes :
1° l'identification de la parcelle;
2° le prix à payer par l'acheteur;
3° le contenu de l'acte établi sous la condition suspensive du non-exercice du droit de préemption, laissant uniquement l'identité de l'acheteur en blanc;
4° les autres engagements éventuels du vendeur et de l'acheteur;
5° en cas d'affermage de la parcelle, si le candidat acheteur est le fermier ou un tiers à qui le fermier a transféré son droit de préemption;
6° le nom et l'adresse du fonctionnaire instrumentant.
Chaque bénéficiaire peut, avant la vente en cas de vente publique ou dans un délai de soixante jours après l'offre de vente en cas de vente de gré à gré, demander au fonctionnaire instrumentant des informations supplémentaires ou la communication du contenu du cahier des charges.
Art. 8. § 1. De onroerende goederen die geheel of gedeeltelijk in overstromingsgebieden en oeverzones gelegen zijn waarvan de initiatiefnemer een waterbeheerder van onbevaarbare waterlopen is en die aangekocht worden door middel van het recht van voorkoop, vormen het patrimonium van de Vlaamse Grondenbank. Vervolgens worden de onroerende goederen overgedragen van de Vlaamse Grondenbank aan de initiatiefnemer.
De Vlaamse Grondenbank verzorgt, tot de overdracht, het administratieve beheer van de eigendomsrechten van de onroerende goederen die geheel of gedeeltelijk in de overstromingsgebieden en oeverzones gelegen zijn waarvan de initiatiefnemer een waterbeheerder van onbevaarbare waterlopen is. Indien nodig zal de Vlaamse Grondenbank de onroerende goederen gebruiksvrij maken. Of een onroerend goed al dan niet gebruiksvrij wordt gemaakt, wordt bepaald in overleg tussen de Vlaamse Grondenbank en de initiatiefnemer.
§ 2. De onroerende goederen die in overstromingsgebieden en oeverzones gelegen zijn waarvan de begunstigde een waterwegbeheerder is en die aangekocht worden door middel van het recht van voorkoop, vormen het patrimonium van de waterwegbeheerder in kwestie.
De Vlaamse Grondenbank verzorgt, tot de overdracht, het administratieve beheer van de eigendomsrechten van de onroerende goederen die geheel of gedeeltelijk in de overstromingsgebieden en oeverzones gelegen zijn waarvan de initiatiefnemer een waterbeheerder van onbevaarbare waterlopen is. Indien nodig zal de Vlaamse Grondenbank de onroerende goederen gebruiksvrij maken. Of een onroerend goed al dan niet gebruiksvrij wordt gemaakt, wordt bepaald in overleg tussen de Vlaamse Grondenbank en de initiatiefnemer.
§ 2. De onroerende goederen die in overstromingsgebieden en oeverzones gelegen zijn waarvan de begunstigde een waterwegbeheerder is en die aangekocht worden door middel van het recht van voorkoop, vormen het patrimonium van de waterwegbeheerder in kwestie.
Art. 8. § 1er. Les biens immobiliers situés entièrement ou partiellement dans des zones inondables et des zones de rive dont l'initiateur est un gestionnaire des eaux de cours d'eau non navigables et qui sont achetés à l'aide du droit de préemption, constituent le patrimoine de la "Vlaamse Grondenbank". Ensuite, les biens immobiliers sont transférés de la "Vlaamse Grondenbank" à l'initiateur.
La "Vlaamse Grondenbank" assure, jusqu'au transfert, la gestion administrative des droits de propriété des biens immobiliers situés entièrement ou partiellement dans les zones d'inondation et zones de rive dont l'initiateur est un gestionnaire des eaux de cours d'eau non navigables. Si nécessaire, la "Vlaamse Grondenbank" rendra les biens immobiliers libres d'usage. Il est déterminé en concertation entre la "Vlaamse Grondenbank" et l'initiateur si un bien immobilier est rendu libre d'usage ou non.
§ 2. Les biens immobiliers situés dans des zones d'inondation et des zones de rive dont le bénéficiaire est un gestionnaire des voies navigables et qui sont achetés à l'aide du droit de préemption, constituent le patrimoine du gestionnaire des voies navigables en question.
La "Vlaamse Grondenbank" assure, jusqu'au transfert, la gestion administrative des droits de propriété des biens immobiliers situés entièrement ou partiellement dans les zones d'inondation et zones de rive dont l'initiateur est un gestionnaire des eaux de cours d'eau non navigables. Si nécessaire, la "Vlaamse Grondenbank" rendra les biens immobiliers libres d'usage. Il est déterminé en concertation entre la "Vlaamse Grondenbank" et l'initiateur si un bien immobilier est rendu libre d'usage ou non.
§ 2. Les biens immobiliers situés dans des zones d'inondation et des zones de rive dont le bénéficiaire est un gestionnaire des voies navigables et qui sont achetés à l'aide du droit de préemption, constituent le patrimoine du gestionnaire des voies navigables en question.
TITEL IV. - Aankoopplicht en vergoedingsplicht
TITRE IV. - Obligation d'achat et obligation d'indemnité
HOOFDSTUK I. - Bekendmaking van de actieve inschakeling in de waterbeheersing van een onroerend goed, gelegen binnen een overstromingsgebied
CHAPITRE Ier. - Publication de l'insertion active dans la gestion des eaux d'un bien immobilier situé dans une zone d'inondation
Art. 9. [1 § 1. Voor een onroerend goed dat binnen een afgebakend overstromingsgebied gelegen is en actief wordt ingeschakeld in de waterbeheersing, maakt de initiatiefnemer de volgende gegevens bekend, minstens door bekendmaking in het Belgisch Staatsblad en door aanplakking aan alle toegangswegen tot het overstromingsgebied in kwestie :
1° de gegevens over het overstromingsgebied :
a) de naam van het overstromingsgebied;
b) de datum waarop het overstromingsgebied werd afgebakend;
2° de datum van de actieve inschakeling;
3° de initiatiefnemer die overeenkomstig het waterbeheerplan belast is met de uitvoering van de acties of maatregelen om het overstromingsgebied te realiseren;
4° een vermelding van de kadastrale percelen die binnen het overstromingsgebied gelegen zijn;
5° gegevens over de aankoopplicht :
a) vermelding van de mogelijkheid voor de eigenaar van een onroerend goed dat binnen een afgebakend overstromingsgebied gelegen is, om de initiatiefnemer tot aankoop te verplichten, alsook de vermelding aan welke voorwaarden als vermeld in artikel 10, voldaan moet zijn om de aankoopplicht te kunnen inroepen;
b) de vermelding van de instantie waarbij de aankoopplicht moet worden ingeroepen;
c) de uiterste datum waarop de aankoopplicht moet worden ingeroepen;
6° gegevens over de vergoedingsplicht :
a) vermelding van de mogelijkheid voor de gebruiker van een onroerend goed dat binnen een afgebakend overstromingsgebied gelegen is, om een vergoeding te vragen van de initiatiefnemer, alsook de vermelding aan welke voorwaarden als vermeld in artikel 14, voldaan moet zijn om de vergoeding te kunnen vragen;
b) de vermelding van de instantie waarbij de vergoeding moet worden gevraagd;
c) de uiterste datum waarop de vergoeding moet worden gevraagd;
d) de elementen op basis waarvan het vergoedingsbedrag berekend zal worden.
§ 2. De initiatiefnemer bezorgt aan alle eigenaars en gebruikers van de percelen in kwestie voor elk kadastraal perceel waarvan ze eigenaar en/of gebruiker zijn de volgende gegevens via een aangetekende brief :
a) de gegevens, vermeld in paragraaf 1;
b) de oppervlakte van het perceel dat actief wordt ingeschakeld in de waterbeheersing;
c) de frequentie waarmee het perceel overstroomt voordat het perceel actief in de waterbeheersing is ingeschakeld;
d) de frequentie waarmee het perceel vermoedelijk zal overstromen nadat het perceel actief is ingeschakeld in de waterbeheersing.
Die gegevens worden bepaald op basis van statistische berekeningen.
§ 3. De administratieve overheden stellen aan de initiatiefnemer op eenvoudig verzoek of uit eigen beweging alle informatie, met inbegrip van persoonsgegevens, ter beschikking die nodig is voor de uitoefening van de taken uit paragraaf 2.]1
1° de gegevens over het overstromingsgebied :
a) de naam van het overstromingsgebied;
b) de datum waarop het overstromingsgebied werd afgebakend;
2° de datum van de actieve inschakeling;
3° de initiatiefnemer die overeenkomstig het waterbeheerplan belast is met de uitvoering van de acties of maatregelen om het overstromingsgebied te realiseren;
4° een vermelding van de kadastrale percelen die binnen het overstromingsgebied gelegen zijn;
5° gegevens over de aankoopplicht :
a) vermelding van de mogelijkheid voor de eigenaar van een onroerend goed dat binnen een afgebakend overstromingsgebied gelegen is, om de initiatiefnemer tot aankoop te verplichten, alsook de vermelding aan welke voorwaarden als vermeld in artikel 10, voldaan moet zijn om de aankoopplicht te kunnen inroepen;
b) de vermelding van de instantie waarbij de aankoopplicht moet worden ingeroepen;
c) de uiterste datum waarop de aankoopplicht moet worden ingeroepen;
6° gegevens over de vergoedingsplicht :
a) vermelding van de mogelijkheid voor de gebruiker van een onroerend goed dat binnen een afgebakend overstromingsgebied gelegen is, om een vergoeding te vragen van de initiatiefnemer, alsook de vermelding aan welke voorwaarden als vermeld in artikel 14, voldaan moet zijn om de vergoeding te kunnen vragen;
b) de vermelding van de instantie waarbij de vergoeding moet worden gevraagd;
c) de uiterste datum waarop de vergoeding moet worden gevraagd;
d) de elementen op basis waarvan het vergoedingsbedrag berekend zal worden.
§ 2. De initiatiefnemer bezorgt aan alle eigenaars en gebruikers van de percelen in kwestie voor elk kadastraal perceel waarvan ze eigenaar en/of gebruiker zijn de volgende gegevens via een aangetekende brief :
a) de gegevens, vermeld in paragraaf 1;
b) de oppervlakte van het perceel dat actief wordt ingeschakeld in de waterbeheersing;
c) de frequentie waarmee het perceel overstroomt voordat het perceel actief in de waterbeheersing is ingeschakeld;
d) de frequentie waarmee het perceel vermoedelijk zal overstromen nadat het perceel actief is ingeschakeld in de waterbeheersing.
Die gegevens worden bepaald op basis van statistische berekeningen.
§ 3. De administratieve overheden stellen aan de initiatiefnemer op eenvoudig verzoek of uit eigen beweging alle informatie, met inbegrip van persoonsgegevens, ter beschikking die nodig is voor de uitoefening van de taken uit paragraaf 2.]1
Art. 9. [1 § 1er. Pour un bien immobilier, situé dans une zone d'inondation délimitée et inséré activement dans la gestion des eaux, l'initiateur publie les données suivantes, au moins par la publication au Moniteur belge et par l'affichage sur toutes les routes d'accès à la zone d'inondation en question :
1° les informations sur la zone d'inondation :
a) le nom de la zone d'inondation;
b) la date de délimitation de la zone d'inondation;
2° la date d'insertion active;
3° l'initiateur chargé de l'exécution des actions ou des mesures pour réaliser la zone d'inondation, conformément au plan de gestion des eaux;
4° une mention des parcelles cadastrales situées dans la zone d'inondation;
5° des informations sur l'obligation d'achat :
a) la mention de la possibilité pour le propriétaire d'un bien immobilier situé dans une zone d'inondation délimitée d'obliger l'initiateur d'acheter, ainsi que la mention des conditions à remplir, telles que fixées à l'article 10, pour invoquer l'obligation d'achat;
b) la mention de l'instance auprès de laquelle l'obligation d'achat doit être invoquée;
c) la date limite d'invocation de l'obligation d'achat;
6° des informations sur l'obligation d'indemnité :
a) la mention de la possibilité pour l'usager d'un bien immobilier situé dans une zone d'inondation délimitée de demander une indemnité à l'initiateur, ainsi que la mention des conditions à remplir, telles que fixées à l'art. 14, pour demander l'indemnité;
b) la mention de l'instance auprès de laquelle l'indemnité doit être demandée;
c) la date limite de demande d'indemnité;
d) les éléments sur la base desquels le montant de l'indemnité sera calculé.
§ 2. L'initiateur transmet par lettre recommandée à tous les propriétaires et usagers des parcelles en question les informations suivantes pour chaque parcelle cadastrale dont ils sont propriétaires et/ou usagers :
a) les données visées au § 1er;
b) la superficie de la parcelle insérée activement dans la gestion des eaux;
c) la fréquence d'inondation de la parcelle avant qu'elle ne soit insérée activement dans la gestion des eaux;
d) la fréquence d'inondation probable de la parcelle après l'insertion active dans la gestion des eaux.
Ces données sont déterminées sur la base de calculs statistiques.
§ 3. Les autorités administratives fournissent, sur simple demande ou d'initiative, toutes les informations, y compris les données personnelles, qui sont nécessaires pour l'exercice des tâches, visées au § 2.]1
1° les informations sur la zone d'inondation :
a) le nom de la zone d'inondation;
b) la date de délimitation de la zone d'inondation;
2° la date d'insertion active;
3° l'initiateur chargé de l'exécution des actions ou des mesures pour réaliser la zone d'inondation, conformément au plan de gestion des eaux;
4° une mention des parcelles cadastrales situées dans la zone d'inondation;
5° des informations sur l'obligation d'achat :
a) la mention de la possibilité pour le propriétaire d'un bien immobilier situé dans une zone d'inondation délimitée d'obliger l'initiateur d'acheter, ainsi que la mention des conditions à remplir, telles que fixées à l'article 10, pour invoquer l'obligation d'achat;
b) la mention de l'instance auprès de laquelle l'obligation d'achat doit être invoquée;
c) la date limite d'invocation de l'obligation d'achat;
6° des informations sur l'obligation d'indemnité :
a) la mention de la possibilité pour l'usager d'un bien immobilier situé dans une zone d'inondation délimitée de demander une indemnité à l'initiateur, ainsi que la mention des conditions à remplir, telles que fixées à l'art. 14, pour demander l'indemnité;
b) la mention de l'instance auprès de laquelle l'indemnité doit être demandée;
c) la date limite de demande d'indemnité;
d) les éléments sur la base desquels le montant de l'indemnité sera calculé.
§ 2. L'initiateur transmet par lettre recommandée à tous les propriétaires et usagers des parcelles en question les informations suivantes pour chaque parcelle cadastrale dont ils sont propriétaires et/ou usagers :
a) les données visées au § 1er;
b) la superficie de la parcelle insérée activement dans la gestion des eaux;
c) la fréquence d'inondation de la parcelle avant qu'elle ne soit insérée activement dans la gestion des eaux;
d) la fréquence d'inondation probable de la parcelle après l'insertion active dans la gestion des eaux.
Ces données sont déterminées sur la base de calculs statistiques.
§ 3. Les autorités administratives fournissent, sur simple demande ou d'initiative, toutes les informations, y compris les données personnelles, qui sont nécessaires pour l'exercice des tâches, visées au § 2.]1
Wijzigingen
HOOFDSTUK II. - Aankoopplicht
CHAPITRE II. - Obligation d'achat
Afdeling I. - Algemene bepalingen en voorwaarden
Section Ire. - Dispositions générales et conditions
Art. 10. § 1. [1 De eigenaar van een onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk gelegen is binnen een oeverzone of overstromingsgebied, kan [2 ...]2 nadat de afbakening van de oeverzone of het overstromingsgebied van kracht werd, of [2 ...]2 nadat het afgebakende overstromingsgebied actief is ingeschakeld, de initiatiefnemer verplichten tot aankoop van het onroerend goed[2 ...]2.]1
[2 De koopplicht, vermeld in het eerste lid, wordt geregeld bij of krachtens titel 1 en titel 3 van het Instrumentendecreet van 26 mei 2023.]2
§ 2. [[2 ...]2.
§ 3. [[2 ...]2.
[2 De koopplicht, vermeld in het eerste lid, wordt geregeld bij of krachtens titel 1 en titel 3 van het Instrumentendecreet van 26 mei 2023.]2
§ 2. [[2 ...]2.
§ 3. [[2 ...]2.
Art. 10. § 1er [1 Le propriétaire d'un bien immobilier situé entièrement ou partiellement dans une zone de rive ou d'inondation, peut obliger l'initiateur à acheter le bien immobilier dans [2 ...]2 après l'entrée en vigueur de la délimitation de la zone d'inondation ou la zone de rive, ou [2 ...]2 après l'insertion active de la zone d'inondation délimitée[2 ...]2.]1
[2 L'obligation d'achat visée à l'alinéa 1er est régie par les titres 1er et 3 du décret Instruments du 26 mai 2023 ou en vertu de ceux-ci. ]2
§ 2 [1 [2 ...]2.
§ 3 [1 [2 ...]2.
[2 L'obligation d'achat visée à l'alinéa 1er est régie par les titres 1er et 3 du décret Instruments du 26 mai 2023 ou en vertu de ceux-ci. ]2
§ 2 [1 [2 ...]2.
§ 3 [1 [2 ...]2.
Art. 11. [1 ...]1.
De Vlaamse Grondenbank zal in naam en voor rekening van de initiatiefnemer overgaan tot de verplichte aankopen en optreden bij eventuele betwistingen met betrekking tot de verplichte aankopen. De onroerende goederen, aangekocht in het kader van een verplichte aankoop, vormen een patrimonium van de initiatiefnemer en behoren bijgevolg niet tot het patrimonium van de Vlaamse Grondenbank.
De Vlaamse Grondenbank zal in naam en voor rekening van de initiatiefnemer overgaan tot de verplichte aankopen en optreden bij eventuele betwistingen met betrekking tot de verplichte aankopen. De onroerende goederen, aangekocht in het kader van een verplichte aankoop, vormen een patrimonium van de initiatiefnemer en behoren bijgevolg niet tot het patrimonium van de Vlaamse Grondenbank.
Art. 11. [1 ...]1.
La "Vlaamse Grondenbank" procèdera aux achats obligatoires au nom et pour le compte de l'initiateur et interviendra en cas d'éventuels litiges relatifs aux achats obligatoires. Les biens immobiliers, acquis dans le cadre d'un achat obligatoire, constituent un patrimoine de l'initiateur et n'appartiennent dès lors pas au patrimoine de la "Vlaamse Grondenbank".
La "Vlaamse Grondenbank" procèdera aux achats obligatoires au nom et pour le compte de l'initiateur et interviendra en cas d'éventuels litiges relatifs aux achats obligatoires. Les biens immobiliers, acquis dans le cadre d'un achat obligatoire, constituent un patrimoine de l'initiateur et n'appartiennent dès lors pas au patrimoine de la "Vlaamse Grondenbank".
Wijzigingen
Afdeling II.
Section II.
Art. 12.
Art. 12.
Afdeling III.
Section III.
Art. 13.
Art. 13.
HOOFDSTUK III. - Vergoedingsplicht
CHAPITRE III. - Obligation d'indemnité
Afdeling I. - Algemene bepalingen en voorwaarden
Section Ire. - Dispositions générales et conditions
Art. 14. [1 De gebruiker van een onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk binnen een afgebakend overstromingsgebied gelegen is, [2 ...]2, een vergoeding vragen aan de initiatiefnemer.]1
De vergoeding wordt toegekend als aan al de volgende voorwaarden is voldaan :
1° ten gevolge van de actieve inschakeling van het onroerend goed in de waterbeheersing lijdt de gebruiker een inkomstenverlies uit de activiteiten bedoeld in 2°;
2° het onroerend goed wordt gebruikt voor een landbouw- of bosbouwactiviteit die in hoofdzaak gericht is op het voortbrengen van producten, bestemd voor de verkoop.
Voor onroerende goederen die gelegen zijn binnen natuurreservaten als vermeld in het natuurdecreet of binnen bosreservaten als vermeld in het Bosdecreet van 13 juni 1990, wordt geen vergoeding toegekend.
[2 De vergoeding, vermeld in het eerste lid, wordt geregeld bij of krachtens titel 1 en titel 2, hoofdstuk 1 tot en met 3 en hoofdstuk 5 en 6, van het Instrumentendecreet van 26 mei 2023.]2
De vergoeding wordt toegekend als aan al de volgende voorwaarden is voldaan :
1° ten gevolge van de actieve inschakeling van het onroerend goed in de waterbeheersing lijdt de gebruiker een inkomstenverlies uit de activiteiten bedoeld in 2°;
2° het onroerend goed wordt gebruikt voor een landbouw- of bosbouwactiviteit die in hoofdzaak gericht is op het voortbrengen van producten, bestemd voor de verkoop.
Voor onroerende goederen die gelegen zijn binnen natuurreservaten als vermeld in het natuurdecreet of binnen bosreservaten als vermeld in het Bosdecreet van 13 juni 1990, wordt geen vergoeding toegekend.
[2 De vergoeding, vermeld in het eerste lid, wordt geregeld bij of krachtens titel 1 en titel 2, hoofdstuk 1 tot en met 3 en hoofdstuk 5 en 6, van het Instrumentendecreet van 26 mei 2023.]2
Art. 14. [1 L'usager d'un bien immobilier situé entièrement ou partiellement dans une zone d'inondation délimitée peut demander une indemnité à l'initiateur [2 ...]2.]1
L'indemnité est accordée si toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° suite à l'insertion active du bien immobilier dans la gestion des eaux, l'usager subit une perte de revenus résultant des activités visées au point 2°;
2° le bien immobilier est utilisé pour une activité agricole ou sylvicole visant essentiellement la production de produits destinés à la vente.
Pour les biens immobiliers situés dans des réserves naturelles telles que visées au Décret sur la nature ou dans des réserves forestières telles que visées au Décret forestier du 13 juin 1990, aucune indemnité n'est accordée.
[2 L'indemnité visée à l'alinéa 1er est régie par le titre 1er et le titre 2, chapitres 1er à 3 et chapitre 5 et 6, du décret Instruments du 26 mai 2023 ou en vertu de ceux-ci.]2
L'indemnité est accordée si toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° suite à l'insertion active du bien immobilier dans la gestion des eaux, l'usager subit une perte de revenus résultant des activités visées au point 2°;
2° le bien immobilier est utilisé pour une activité agricole ou sylvicole visant essentiellement la production de produits destinés à la vente.
Pour les biens immobiliers situés dans des réserves naturelles telles que visées au Décret sur la nature ou dans des réserves forestières telles que visées au Décret forestier du 13 juin 1990, aucune indemnité n'est accordée.
[2 L'indemnité visée à l'alinéa 1er est régie par le titre 1er et le titre 2, chapitres 1er à 3 et chapitre 5 et 6, du décret Instruments du 26 mai 2023 ou en vertu de ceux-ci.]2
Afdeling II.
Section II.
Art. 15.
Art. 15.
Art. 16.
Art. 16.
Art. 17.
Art. 17.
Art. 18.
Art. 18.
Art. 19.
Art. 19.
Afdeling III.
Section III.
Onderafdeling I.
Sous-section Ire.
Art. 20.
Art. 20.
Art. 21.
Art. 21.
Art. 22.
Art. 22.
Onderafdeling II.
Sous-section II.
Art. 23.
Art. 23.
Art. 24.
Art. 24.
Onderafdeling III.
Sous-section III.
Art. 25.
Art. 25.
Art. 26.
Art. 26.
Afdeling IV.
Section IV.
Art. 27.
Art. 27.
Art. 28. [1 De waterbeheerder, hierna de initiatiefnemer te noemen, kan het initiatief nemen om over te gaan tot de afbakening van overstromingsgebieden die verband houden met de door hem beheerde waterloop of waterweg, zoals bedoeld in artikel [2 1.6.3.1]2 van het decreet.]1
Art. 28. [1 Le gestionnaire des eaux, nommé ci-après l'initiateur, peut prendre l'initiative de procéder à la délimitation des zones inondables qui concernent le cours d'eau ou la voie navigable gérés par lui, telle que visée à l'article [2 1.6.3.1]2 du décret.]1
Art. 29. [1 De initiatiefnemer stelt een voorontwerp van afbakeningsbesluit op, dat de volgende bijlagen bevat :
1° een nota waarin gemotiveerd wordt waarom de afbakening nodig is. Daarbij wordt rekening gehouden met de doelstellingen, vermeld in artikel [2 1.2.2]2 van het decreet, de beginselen, vermeld in artikel [2 1.2.3]2 van het decreet, en wordt aangegeven hoe het initiatief past binnen de waterbeheerplannen die van kracht zijn;
2° een plan waarop de afbakening van het overstromingsgebied nauwkeurig is aangeduid. De schaal die daarbij gehanteerd wordt, moet overeenstemmen met de schaal van de opmaak van ruimtelijke uitvoeringsplannen;
3° een lijst met de kadastrale percelen die geheel of gedeeltelijk in het overstromingsgebied liggen.
De initiatiefnemer licht de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid in van zijn voornemen en bezorgt het voorontwerp van afbakeningsbesluit, samen met de bijlagen, aan de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid.]1
1° een nota waarin gemotiveerd wordt waarom de afbakening nodig is. Daarbij wordt rekening gehouden met de doelstellingen, vermeld in artikel [2 1.2.2]2 van het decreet, de beginselen, vermeld in artikel [2 1.2.3]2 van het decreet, en wordt aangegeven hoe het initiatief past binnen de waterbeheerplannen die van kracht zijn;
2° een plan waarop de afbakening van het overstromingsgebied nauwkeurig is aangeduid. De schaal die daarbij gehanteerd wordt, moet overeenstemmen met de schaal van de opmaak van ruimtelijke uitvoeringsplannen;
3° een lijst met de kadastrale percelen die geheel of gedeeltelijk in het overstromingsgebied liggen.
De initiatiefnemer licht de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid in van zijn voornemen en bezorgt het voorontwerp van afbakeningsbesluit, samen met de bijlagen, aan de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid.]1
Art. 29. [1 L'initiateur établit un avant-projet d'arrêté de délimitation, qui comprend les annexes suivantes :
1° une note précisant la raison pour laquelle la délimitation s'impose. Dans ce contexte, il est tenu compte des objectifs, visés à l'article [2 1.2.2]2 du décret, des principes, visés à l'article [2 1.2.3]2 du décret, et il est précisé comment l'initiative s'inscrit dans les plans de gestion des eaux en vigueur;
2° un plan sur lequel la délimitation de la zone d'inondation est indiquée précisément. L'échelle utilisée doit correspondre à l'échelle de l'établissement des plans d'exécution spatiaux;
3° une liste des parcelles cadastrales situées entièrement ou partiellement dans la zone d'inondation.
L'initiateur informe la " Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid " sur son intention et fait parvenir l'avant-projet d'arrêté de délimitation, ensemble avec les annexes, à la " Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid ".]1
1° une note précisant la raison pour laquelle la délimitation s'impose. Dans ce contexte, il est tenu compte des objectifs, visés à l'article [2 1.2.2]2 du décret, des principes, visés à l'article [2 1.2.3]2 du décret, et il est précisé comment l'initiative s'inscrit dans les plans de gestion des eaux en vigueur;
2° un plan sur lequel la délimitation de la zone d'inondation est indiquée précisément. L'échelle utilisée doit correspondre à l'échelle de l'établissement des plans d'exécution spatiaux;
3° une liste des parcelles cadastrales situées entièrement ou partiellement dans la zone d'inondation.
L'initiateur informe la " Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid " sur son intention et fait parvenir l'avant-projet d'arrêté de délimitation, ensemble avec les annexes, à la " Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid ".]1
Art. 30. [1 De initiatiefnemer bezorgt het voorontwerp van afbakeningsbesluit en de bijlagen aan het college van burgemeester en schepenen van elke gemeente waarin de percelen gelegen zijn waarop het overstromingsgebied wordt afgebakend.
Het college van burgemeester en schepenen zorgt ervoor dat het voorontwerp van afbakeningsbesluit en de bijlagen gedurende zestig dagen ter inzage van het publiek liggen.]1
Het college van burgemeester en schepenen zorgt ervoor dat het voorontwerp van afbakeningsbesluit en de bijlagen gedurende zestig dagen ter inzage van het publiek liggen.]1
Art. 30. [1 L'initiateur fait parvenir l'avant-projet d'arrêté de délimitation et les annexes au collège des bourgmestre et échevins de chaque commune dans laquelle sont situées les parcelles sur lesquelles la zone d'inondation est délimitée.
Le collège des bourgmestre et échevins assure que l'avant-projet d'arrêté de délimitation et les annexes peuvent être consultés par le public.]1
Le collège des bourgmestre et échevins assure que l'avant-projet d'arrêté de délimitation et les annexes peuvent être consultés par le public.]1
Art. 31. [1 § 1. Gedurende zestig dagen vanaf de aanvang van het openbaar onderzoek, hangt het college van burgemeester en schepenen op de gewone aanplakplaatsen en in ieder geval aan het gemeentehuis een bekendmaking uit.
De eigenaars van de percelen die geheel of gedeeltelijk gelegen zijn in het af te bakenen overstromingsgebied, worden voor de aanvang van het openbaar onderzoek door de initiatiefnemer met een ter post aangetekende brief of met een individueel bericht tegen ontvangstbewijs op de hoogte gebracht van het feit dat een openbaar onderzoek wordt gehouden over een voorontwerp van afbakeningsbesluit waarbij hun gronden betrokken zijn. De eigenaars zijn ertoe gehouden de gebruikers van de percelen in kwestie onmiddellijk in te lichten over het openbaar onderzoek.
Onder het begrip eigenaar mag worden begrepen, de eigenaar volgens de meest recente door de diensten van het kadaster aan de initiatiefnemer verstrekte informatie, tenzij die beschikt over recentere informatie.
§ 2. Bezwaren en opmerkingen worden uiterlijk de laatste dag van de termijn van het openbaar onderzoek per aangetekende brief toegezonden aan het betrokken bekkensecretariaat, of daar afgegeven tegen ontvangstbewijs.
De bezwaren en opmerkingen kunnen ook uiterlijk de laatste dag van die termijn aan het gemeentehuis van elke betrokken gemeente worden afgegeven tegen ontvangstbewijs. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt in dat geval uiterlijk de derde werkdag na het openbaar onderzoek, de bezwaren en opmerkingen aan het betrokken bekkensecretariaat.
Met bezwaren en opmerkingen die laattijdig aan het betrokken bekkensecretariaat worden bezorgd, moet geen rekening worden gehouden.
§ 3. Het openbaar onderzoek, vermeld in paragraaf 1, geldt als onderzoek de commodo et incommodo als vermeld in artikel 19, eerste lid, van de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen.]1
De eigenaars van de percelen die geheel of gedeeltelijk gelegen zijn in het af te bakenen overstromingsgebied, worden voor de aanvang van het openbaar onderzoek door de initiatiefnemer met een ter post aangetekende brief of met een individueel bericht tegen ontvangstbewijs op de hoogte gebracht van het feit dat een openbaar onderzoek wordt gehouden over een voorontwerp van afbakeningsbesluit waarbij hun gronden betrokken zijn. De eigenaars zijn ertoe gehouden de gebruikers van de percelen in kwestie onmiddellijk in te lichten over het openbaar onderzoek.
Onder het begrip eigenaar mag worden begrepen, de eigenaar volgens de meest recente door de diensten van het kadaster aan de initiatiefnemer verstrekte informatie, tenzij die beschikt over recentere informatie.
§ 2. Bezwaren en opmerkingen worden uiterlijk de laatste dag van de termijn van het openbaar onderzoek per aangetekende brief toegezonden aan het betrokken bekkensecretariaat, of daar afgegeven tegen ontvangstbewijs.
De bezwaren en opmerkingen kunnen ook uiterlijk de laatste dag van die termijn aan het gemeentehuis van elke betrokken gemeente worden afgegeven tegen ontvangstbewijs. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt in dat geval uiterlijk de derde werkdag na het openbaar onderzoek, de bezwaren en opmerkingen aan het betrokken bekkensecretariaat.
Met bezwaren en opmerkingen die laattijdig aan het betrokken bekkensecretariaat worden bezorgd, moet geen rekening worden gehouden.
§ 3. Het openbaar onderzoek, vermeld in paragraaf 1, geldt als onderzoek de commodo et incommodo als vermeld in artikel 19, eerste lid, van de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen.]1
Art. 31. [1 § 1er. Pendant soixante jours à compter du début de l'enquête publique, le collège des bourgmestre et échevins affiche l'avis aux endroits d'affichage ordinaires et en tout cas à la maison communale.
Les propriétaires des parcelles, qui sont situées entièrement ou partiellement dans la zone d'inondation à délimiter, sont informés avant le début de l'enquête publique par l'initiateur par une lettre recommandée à la poste ou par un avis individuel contre récépissé du fait qu'une enquête publique est menée sur un avant-projet d'arrêté de délimitation par lequel leurs terrains sont concernés. Les propriétaires sont tenus d'informer immédiatement les usagers des parcelles en question de l'enquête publique.
Par " propriétaire ", il peut être entendu les propriétaires suivant les informations les plus récentes fournies à l'initiateur par les services du cadastre, sauf si ce dernier dispose d'informations plus récentes.
§ 2. Les objections et remarques sont envoyées par lettre recommandée ou remises contre récépissé au secrétariat de bassin concerné, au plus tard le dernier jour du délai de l'enquête publique.
Les objections et remarques peuvent également être remises contre récépissé au plus tard le dernier jour de ce délai à la maison communale de chaque commune concernée. Dans ce cas, le collège des bourgmestre et échevins transmet les objections et remarques au secrétariat de bassin concerné, au plus tard le troisième jour ouvrable après l'enquête publique.
Il n'y a pas lieu de tenir compte des objections et remarques transmises hors des délais au secrétariat de bassin.
§ 3. L'enquête publique, visée au § 1er, vaut comme enquête de commodo et incommodo telle que visée à l'article 19, alinéa premier, de la loi du jeudi 28 décembre 1967 relative aux cours d'eau non navigables.]1
Les propriétaires des parcelles, qui sont situées entièrement ou partiellement dans la zone d'inondation à délimiter, sont informés avant le début de l'enquête publique par l'initiateur par une lettre recommandée à la poste ou par un avis individuel contre récépissé du fait qu'une enquête publique est menée sur un avant-projet d'arrêté de délimitation par lequel leurs terrains sont concernés. Les propriétaires sont tenus d'informer immédiatement les usagers des parcelles en question de l'enquête publique.
Par " propriétaire ", il peut être entendu les propriétaires suivant les informations les plus récentes fournies à l'initiateur par les services du cadastre, sauf si ce dernier dispose d'informations plus récentes.
§ 2. Les objections et remarques sont envoyées par lettre recommandée ou remises contre récépissé au secrétariat de bassin concerné, au plus tard le dernier jour du délai de l'enquête publique.
Les objections et remarques peuvent également être remises contre récépissé au plus tard le dernier jour de ce délai à la maison communale de chaque commune concernée. Dans ce cas, le collège des bourgmestre et échevins transmet les objections et remarques au secrétariat de bassin concerné, au plus tard le troisième jour ouvrable après l'enquête publique.
Il n'y a pas lieu de tenir compte des objections et remarques transmises hors des délais au secrétariat de bassin.
§ 3. L'enquête publique, visée au § 1er, vaut comme enquête de commodo et incommodo telle que visée à l'article 19, alinéa premier, de la loi du jeudi 28 décembre 1967 relative aux cours d'eau non navigables.]1
Art. 32. [1 Het betrokken bekkensecretariaat bundelt en coördineert alle bezwaren en opmerkingen.
Het betrokken bekkenbestuur brengt binnen dertig dagen na het einde van het openbaar onderzoek gemotiveerd advies bij de initiatiefnemer, waarbij nagegaan wordt in hoeverre het voorontwerp van afbakeningsbesluit in overeenstemming is met de geldende waterbeheerplannen en het decreet betreffende het integraal waterbeleid. Wanneer het betrokken bekkenbestuur geen advies verleent binnen de gestelde termijn, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan.
Het betrokken bekkensecretariaat bezorgt het advies van het bekkenbestuur aan de initiatiefnemer, samen met de gebundelde en gecoördineerde bezwaren en opmerkingen. Wanneer het bekkenbestuur niet tijdig advies verleent, bezorgt het bekkensecretariaat onmiddellijk de gebundelde en gecoördineerde bezwaren en opmerkingen aan de initiatiefnemer.]1
Het betrokken bekkenbestuur brengt binnen dertig dagen na het einde van het openbaar onderzoek gemotiveerd advies bij de initiatiefnemer, waarbij nagegaan wordt in hoeverre het voorontwerp van afbakeningsbesluit in overeenstemming is met de geldende waterbeheerplannen en het decreet betreffende het integraal waterbeleid. Wanneer het betrokken bekkenbestuur geen advies verleent binnen de gestelde termijn, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan.
Het betrokken bekkensecretariaat bezorgt het advies van het bekkenbestuur aan de initiatiefnemer, samen met de gebundelde en gecoördineerde bezwaren en opmerkingen. Wanneer het bekkenbestuur niet tijdig advies verleent, bezorgt het bekkensecretariaat onmiddellijk de gebundelde en gecoördineerde bezwaren en opmerkingen aan de initiatiefnemer.]1
Art. 32. [1 Le secrétariat de bassin hydrographique concerné rassemble et coordonne toutes les objections et remarques.
Dans les trente jours de la fin de l'enquête publique, l'administration de bassin hydrographique concernée émet un avis motivé auprès de l'initiateur, visant à vérifier dans quelle mesure l'avant-projet d'arrêté de délimitation correspond aux plans de gestion des eaux en vigueur et au décret relatif à la gestion intégrée de l'eau. Lorsque l'administration de bassin hydrographique concernée ne rend pas d'avis dans ce délai, il peut être passé outre à la condition d'avis.
Le secrétariat de bassin hydrographique concerné transmet l'avis de l'administration de bassin hydrographique à l'initiateur, ensemble avec les objections et remarques accumulées et coordonnées. Lorsque l'administration de bassin hydrographique n'émet pas d'avis à temps, le secrétariat de bassin hydrographique transmet les objections et remarques accumulées et coordonnées immédiatement à l'initiateur.]1
Dans les trente jours de la fin de l'enquête publique, l'administration de bassin hydrographique concernée émet un avis motivé auprès de l'initiateur, visant à vérifier dans quelle mesure l'avant-projet d'arrêté de délimitation correspond aux plans de gestion des eaux en vigueur et au décret relatif à la gestion intégrée de l'eau. Lorsque l'administration de bassin hydrographique concernée ne rend pas d'avis dans ce délai, il peut être passé outre à la condition d'avis.
Le secrétariat de bassin hydrographique concerné transmet l'avis de l'administration de bassin hydrographique à l'initiateur, ensemble avec les objections et remarques accumulées et coordonnées. Lorsque l'administration de bassin hydrographique n'émet pas d'avis à temps, le secrétariat de bassin hydrographique transmet les objections et remarques accumulées et coordonnées immédiatement à l'initiateur.]1
Art. 33. [1 De initiatiefnemer bereidt een ontwerp van afbakeningsbesluit voor. Het plan waarop de afbakening van het overstromingsgebied nauwkeurig is aangeduid op een schaal die overeenstemt met de schaal van de opmaak van ruimtelijke uitvoeringsplannen, alsook een lijst met de kadastrale percelen die geheel of gedeeltelijk in het overstromingsgebied liggen, maken deel uit van dat ontwerp.
De initiatiefnemer legt het ontwerp van afbakeningsbesluit samen met de stukken bedoeld in het eerste lid, de gebundelde en gecoördineerde bezwaren en opmerkingen en in voorkomend geval het advies van het betrokken bekkenbestuur ter goedkeuring voor aan :
1° de Vlaamse Regering indien de oppervlakte van het afgebakend overstromingsgebied groter of gelijk aan 25 ha is;
2° de minister bevoegd voor de openbare werken en het vervoer indien de initiatiefnemer een waterbeheerder is bedoeld in artikel 1, 12°, a) tot en met d) en de oppervlakte van het afgebakende overstromingsgebied kleiner dan 25 ha is. Indien de oppervlakte van het afgebakende overstromingsgebied tussen de 5 en de 25 ha is, wordt het afbakeningsbesluit aan de Vlaamse Regering meegedeeld;
3° de minister bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid indien de initiatiefnemer de waterbeheerder is bedoeld in artikel 1, 13°, a) tot en met c) en de oppervlakte van het afgebakende overstromingsgebied kleiner dan 25 ha is. Indien de oppervlakte van het afgebakende overstromingsgebied tussen de 5 en de 25 ha is, wordt het afbakeningsbesluit aan de Vlaamse Regering meegedeeld.
De Vlaamse Regering respectievelijk de bevoegde minister kan bij betekenisvolle afwijking van het ontwerp ten opzichte van het voorontwerp van afbakening nagaan in hoeverre het ontwerp van afbakeningsbesluit in overeenstemming is met de geldende waterbeheerplannen en het decreet betreffende het integraal waterbeleid.]1
De initiatiefnemer legt het ontwerp van afbakeningsbesluit samen met de stukken bedoeld in het eerste lid, de gebundelde en gecoördineerde bezwaren en opmerkingen en in voorkomend geval het advies van het betrokken bekkenbestuur ter goedkeuring voor aan :
1° de Vlaamse Regering indien de oppervlakte van het afgebakend overstromingsgebied groter of gelijk aan 25 ha is;
2° de minister bevoegd voor de openbare werken en het vervoer indien de initiatiefnemer een waterbeheerder is bedoeld in artikel 1, 12°, a) tot en met d) en de oppervlakte van het afgebakende overstromingsgebied kleiner dan 25 ha is. Indien de oppervlakte van het afgebakende overstromingsgebied tussen de 5 en de 25 ha is, wordt het afbakeningsbesluit aan de Vlaamse Regering meegedeeld;
3° de minister bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid indien de initiatiefnemer de waterbeheerder is bedoeld in artikel 1, 13°, a) tot en met c) en de oppervlakte van het afgebakende overstromingsgebied kleiner dan 25 ha is. Indien de oppervlakte van het afgebakende overstromingsgebied tussen de 5 en de 25 ha is, wordt het afbakeningsbesluit aan de Vlaamse Regering meegedeeld.
De Vlaamse Regering respectievelijk de bevoegde minister kan bij betekenisvolle afwijking van het ontwerp ten opzichte van het voorontwerp van afbakening nagaan in hoeverre het ontwerp van afbakeningsbesluit in overeenstemming is met de geldende waterbeheerplannen en het decreet betreffende het integraal waterbeleid.]1
Art. 33. [1 L'initiateur prépare un projet d'arrêté de délimitation. Le plan sur lequel la délimitation de la zone d'inondation est précisément indiquée sur une échelle qui correspond à l'échelle de l'établissement des plans d'exécution spatiaux, ainsi qu'une liste des parcelles qui sont situées entièrement ou partiellement dans le zone d'inondation, font artie de ce projet.
L'initiateur soumet le projet d'arrêté de délimitation, ensemble avec les pièces visées à l'alinéa premier, les objections et remarques accumulées et coordonnées et, le cas échéant, l'avis de l'administration de bassin hydrographique en question à l'approbation :
1° du Gouvernement flamand si la superficie de la zone d'inondation délimitée est supérieure ou égale à 25 ha;
2° du Ministre qui a les travaux publics et le transport dans ses attributions si l'initiateur est un gestionnaire des eaux tel que visé à l'article 1er, 12°, a) à d) inclus et si la superficie de la zone d'inondation délimitée est inférieure à 25 ha. Si la superficie de la zone d'inondation délimitée est de 5 à 25 ha, l'arrêté de délimitation est notifié au Gouvernement flamand;
3° du Ministre qui a les travaux publics et le transport dans ses attributions si l'initiateur est le gestionnaire des eaux tel que visé à l'article 1er, 13°, a) à c) inclus et si la superficie de la zone d'inondation délimitée est inférieure à 25 ha. Si la superficie de la zone d'inondation délimitée est de 5 à 25 ha, l'arrêté de délimitation est notifié au Gouvernement flamand.
En cas d'une dérogation significative par rapport à l'avant-projet de délimitation, le Gouvernement flamand, respectivement le Ministre compétent, peut vérifier dans quelle mesure le projet d'arrêté de délimitation correspond aux plans de gestion des eaux en vigueur et au décret relatif à la politique intégrée de l'eau.]1
L'initiateur soumet le projet d'arrêté de délimitation, ensemble avec les pièces visées à l'alinéa premier, les objections et remarques accumulées et coordonnées et, le cas échéant, l'avis de l'administration de bassin hydrographique en question à l'approbation :
1° du Gouvernement flamand si la superficie de la zone d'inondation délimitée est supérieure ou égale à 25 ha;
2° du Ministre qui a les travaux publics et le transport dans ses attributions si l'initiateur est un gestionnaire des eaux tel que visé à l'article 1er, 12°, a) à d) inclus et si la superficie de la zone d'inondation délimitée est inférieure à 25 ha. Si la superficie de la zone d'inondation délimitée est de 5 à 25 ha, l'arrêté de délimitation est notifié au Gouvernement flamand;
3° du Ministre qui a les travaux publics et le transport dans ses attributions si l'initiateur est le gestionnaire des eaux tel que visé à l'article 1er, 13°, a) à c) inclus et si la superficie de la zone d'inondation délimitée est inférieure à 25 ha. Si la superficie de la zone d'inondation délimitée est de 5 à 25 ha, l'arrêté de délimitation est notifié au Gouvernement flamand.
En cas d'une dérogation significative par rapport à l'avant-projet de délimitation, le Gouvernement flamand, respectivement le Ministre compétent, peut vérifier dans quelle mesure le projet d'arrêté de délimitation correspond aux plans de gestion des eaux en vigueur et au décret relatif à la politique intégrée de l'eau.]1
Titel VI. - [1 Slotbepalingen]1
Titre VI. - [1 Dispositions finales]1
Art. 34. [1 De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.]1
Art. 34. [1 Le Ministre flamand chargé de l'environnement et de la politique des eaux est chargé de l'exécution du présent arrêté.]1