Artikel 1. Het opschrift van het koninklijk besluit van 16 januari 2007 betreffende de veiligheidsvergunning, het veiligheidscertificaat, de indienststelling van rollend materieel en het jaarlijks veiligheidsverslag wordt vervangen als volgt :
" Koninklijk besluit betreffende de veiligheidsvergunning, het veiligheidscertificaat en het jaarlijks veiligheidsverslag ".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
25 JUNI 2010. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 januari 2007 betreffende de veiligheidsvergunning, het veiligheidscertificaat, de indienststelling van rollend materieel en het jaarlijks veiligheidsverslag en van het koninklijk besluit van 16 januari 2007 houdende veiligheidsvereisten en -procedures van toepassing op de spoorweginfrastructuurbeheerder en de spoorwegondernemingen
Titre
25 JUIN 2010. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 16 janvier 2007 relatif à l'agrément de sécurité et au certificat de sécurité, à la mise en circulation du matériel roulant ainsi qu'au rapport annuel de sécurité et l'arrêté royal du 16 janvier 2007 portant des exigences et procédures de sécurité applicables au gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire et aux entreprises ferroviaires
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (20)
Texte (20)
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het koninklijk besluit van 16 januari 2007 betreffende de veiligheidsvergunning, het veiligheidscertificaat, de indienststelling van rollend materieel en het jaarlijks veiligheidsverslag
CHAPITRE 1er. - Modification de l'arrêté royal du 16 janvier 2007 relatif à l'agrément de sécurité et au certificat de sécurité, à la mise en circulation du matériel roulant ainsi qu'au rapport annuel de sécurité
Article 1er. L'intitulé de l'arrêté royal du 16 janvier 2007 relatif à l'agrément de sécurité et au certificat de sécurité, à la mise en circulation du matériel roulant ainsi qu'au rapport annuel de sécurité est remplacé par ce qui suit :
" Arrêté royal relatif à l'agrément de sécurité, au certificat de sécurité et au rapport annuel de sécurité ".
" Arrêté royal relatif à l'agrément de sécurité, au certificat de sécurité et au rapport annuel de sécurité ".
Art. 2. In de Nederlandse tekst van artikel 1 wordt het woord " om " opgeheven.
Art. 2. Dans le texte néerlandais de l'article 1er, le mot " om " est abrogé.
Art. 3. In artikel 4 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 wordt het tweede lid opgeheven;
2° in paragraaf 2, 2° worden de woorden " en in voorkomend geval het advies van de NMBS-Holding op grond van artikel 18 van de wet " opgeheven.
1° in paragraaf 1 wordt het tweede lid opgeheven;
2° in paragraaf 2, 2° worden de woorden " en in voorkomend geval het advies van de NMBS-Holding op grond van artikel 18 van de wet " opgeheven.
Art. 3. A l'article 4 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 2 est abrogé;
2° dans le paragraphe 2, 2° les mots " et, le cas échéant, l'avis rendu par la SNCB-Holding sur la base de l'article 18 de la loi " sont abrogés.
1° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 2 est abrogé;
2° dans le paragraphe 2, 2° les mots " et, le cas échéant, l'avis rendu par la SNCB-Holding sur la base de l'article 18 de la loi " sont abrogés.
Art. 4. In de Nederlandse tekst van artikel 5 van hetzelfde besluit worden de woorden " het veiligheidscertificaat " vervangen door de woorden " de veiligheidsvergunning ".
Art. 4. Dans le texte néerlandais de l'article 5 du même arrêté, les mots " het veiligheidscertificaat " sont remplacés par " de veiligheidsvergunning ".
Art. 5. In artikel 12, § 4, 1°, van hetzelfde besluit worden de woorden " alsook in voorkomend geval het advies van de NMBS-Holding op grond van artikel 18 van de wet " opgeheven.
Art. 5. Dans l'article 12, § 4, 1° du même arrêté, les mots " et, le cas échéant, l'avis rendu par la SNCB-Holding sur la base de l'article 18 de la loi " sont abrogés.
Art. 6. In artikel 20, § 1, van hetzelfde besluit wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 6. Dans l'article 20, § 1er, du même arrêté, l'alinéa 2 est abrogé.
Art. 7. In hetzelfde besluit wordt hoofdstuk IV, dat artikel 33 bevat, opgeheven.
Art. 7. Dans le même arrêté le chapitre IV comportant l'article 33 est abrogé.
Art. 8. In hetzelfde besluit wordt hoofdstuk V, dat de artikelen 34, 35, 36, 37, 38 en 39 bevat, opgeheven.
Art. 8. Dans le même arrêté, le chapitre V comportant les articles 34, 35, 36, 37, 38 et 39 est abrogé.
Art. 9. In artikel 41 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 2 wordt de bepaling onder a) opgeheven;
2° in paragraaf 3, eerste lid, wordt in de Franse tekst van de inleidende zin het woord " relate " vervangen door het woord " contient ";
3° in paragraaf 3, eerste lid, worden de bepalingen onder a), b) en c) opgeheven;
4° in paragraaf 3, tweede lid, wordt de inleidende zin opgeheven;
5° in paragraaf 3, tweede lid, a) worden de woorden " 1.B " vervangen door de woorden " I : categorieën van ongevallen ".
1° in paragraaf 2 wordt de bepaling onder a) opgeheven;
2° in paragraaf 3, eerste lid, wordt in de Franse tekst van de inleidende zin het woord " relate " vervangen door het woord " contient ";
3° in paragraaf 3, eerste lid, worden de bepalingen onder a), b) en c) opgeheven;
4° in paragraaf 3, tweede lid, wordt de inleidende zin opgeheven;
5° in paragraaf 3, tweede lid, a) worden de woorden " 1.B " vervangen door de woorden " I : categorieën van ongevallen ".
Art. 9. A l'article 41 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 2, le a) est abrogé;
2° dans le texte français du paragraphe 3, alinéa 1er, phrase introductive, le mot " relate " est remplacé par le mot " contient ";
3° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les a), b) et c) sont abrogés;
4° dans le paragraphe 3, alinéa 2, la phrase introductive est abrogée;
5° dans le paragraphe 3, alinéa 2, a) les mots " 1.B " sont remplacés par les mots " I : catégories d'accidents ".
1° dans le paragraphe 2, le a) est abrogé;
2° dans le texte français du paragraphe 3, alinéa 1er, phrase introductive, le mot " relate " est remplacé par le mot " contient ";
3° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les a), b) et c) sont abrogés;
4° dans le paragraphe 3, alinéa 2, la phrase introductive est abrogée;
5° dans le paragraphe 3, alinéa 2, a) les mots " 1.B " sont remplacés par les mots " I : catégories d'accidents ".
Art. 10. In hetzelfde besluit wordt artikel 42 vervangen als volgt :
" Art. 42. In afwachting van het aannemen door de Minister van het bestek voor het rollend materieel, gelden als zodanig, bundel 2.1.1 - Lastenboek van het materieel (enig deel) en bundel 2.1.2 - Lastenboek van het materieel van de technische diensten, goedgekeurd bij het koninklijk besluit van 7 september 2003 houdende goedkeuring van de normen en voorschriften inzake de veiligheid van de spoorweginfrastructuur en haar gebruik. ".
" Art. 42. In afwachting van het aannemen door de Minister van het bestek voor het rollend materieel, gelden als zodanig, bundel 2.1.1 - Lastenboek van het materieel (enig deel) en bundel 2.1.2 - Lastenboek van het materieel van de technische diensten, goedgekeurd bij het koninklijk besluit van 7 september 2003 houdende goedkeuring van de normen en voorschriften inzake de veiligheid van de spoorweginfrastructuur en haar gebruik. ".
Art. 10. Dans le même arrêté, l'article 42 est remplacé par ce qui suit :
" Art. 42. Dans l'attente de l'adoption par le Ministre du cahier des charges du matériel roulant, le fascicule 2.1.1 - Cahier des charges du matériel (partie unique) et le fascicule 2.1.2 - Cahier des charges du matériel des services techniques, approuvé par l'arrêté royal du 7 septembre 2003 portant approbation des normes et prescriptions de sécurité relatives à la sécurité de l'infrastructure ferroviaire et de son utilisation, tiennent lieu de cahier des charges du matériel. ".
" Art. 42. Dans l'attente de l'adoption par le Ministre du cahier des charges du matériel roulant, le fascicule 2.1.1 - Cahier des charges du matériel (partie unique) et le fascicule 2.1.2 - Cahier des charges du matériel des services techniques, approuvé par l'arrêté royal du 7 septembre 2003 portant approbation des normes et prescriptions de sécurité relatives à la sécurité de l'infrastructure ferroviaire et de son utilisation, tiennent lieu de cahier des charges du matériel. ".
Art. 11. In bijlage 5 van hetzelfde besluit wordt tabel I vervangen als volgt :
" Tabel I : Categorieën van ongevallen
1. Aanrijdingen
1.1. Botsing of zijdelingse aanrijding van treinen, stellen of spoorvoertuigen;
1.2. Aanrijding van een toevallige hinder (behalve deze die het gevolg zijn van kwaadwillige daden);
1.3. Aanrijding van een stootbok, stuitklamp, of voorwerp van de vaste installatie;
1.4. Aanrijding van een persoon :
1.4.1. Aanrijding van een reiziger, uitgezonderd ongevallen hernomen in punt 4;
1.4.2. Aanrijding van een bediende of een derde die werkt voor de (onder)aannemer van de infrastructuurbeheerder of een infrastructuurgebruiker;
1.4.3. Aanrijding van een bediende van de infrastructuurbeheerder of een infrastructuurgebruiker;
1.4.4. Aanrijding van een derde.
1.5. Aanrijding van een dier met een schade van meer dan 500 euro.
2. Ontsporingen van spoorvoertuigen
2.1. Ontsporingen van treinen;
2.2. Ontsporingen van rangeerbewegingen.
3. Ongevallen op spoorwegovergangen :
3.1. Aanrijding op een spoorwegovergang met een weggebruiker (voertuig of voetganger, behalve zelfdoding);
3.2. Aanrijding van een overweginstallatie door een derde met indringing in het vrije ruimteprofiel van het spoor;
3.3. Aanrijding van een overweginstallatie door een derde zonder indringing in het vrije ruimteprofiel van het spoor;
3.4. Onregelmatige werking van een overweginstallatie die de veiligheid van het verkeer in het gedrang brengt.
4. Persoonsongevallen overkomen aan reizigers
4.1. Persoonsongeval bij het onregelmatig vertrek van een reizigerstrein;
4.2. Ongeval overkomen aan een reiziger in een trein te wijten aan een schok, reacties in de trein of technisch gebrek aan het materiaal;
4.3. Ongeval overkomen aan een reiziger bij het op- of afstappen, of tijdens het (gedeeltelijk) buiten het perron stoppen van een trein.
5. Zelfdodingen
5.1. Zelfdoding;
5.2. Poging tot zelfdoding.
6. Brand of ontploffing in het rollend materieel of in de vervoerde lading
7. Andere
7.1. Seinvoorbijrijdingen door :
7.1.1. ontijdig dichtzetten van het sein;
7.1.2. ontijdig dichtvallen van het sein;
7.1.3. andere oorzaken (seinen die bij gevaar zijn gepasseerd).
7.2. Averij of technisch gebrek aan de infrastructuur die de veiligheid in het gedrang brengt met betrekking tot de :
7.2.1. Spoorinstallatie :
7.2.1.1 breuk van een spoorstaaf;
7.2.1.2 spoorslingering;
7.2.1.3. andere (onder meer overstromingen, grondverzakking).
7.2.2. Bovenleidinginstallaties;
7.2.3. Installaties seininrichting (foutief seinbeeld met minder beperkende aanduiding).
7.3. Averij of technisch gebrek aan het rollend materieel die de veiligheid in gedrang brengt :
7.3.1. Wielbreuken;
7.3.2. Asbreuken;
7.3.3. Warme asbus, koppelingsbreuk bij een reizigerstrein, gebrekkige remuitrustingen;
7.3.4. Verlies of lek van lading, ofwel onregelmatige of verschoven lading :
7.3.4.1. RID goederen betrokken;
7.3.4.2. RID goederen niet betrokken.
7.4. Kwaadwillige daden die de veiligheid in het gedrang brengen :
7.4.1. Plaatsen van materialen of diverse voorwerpen op de sporen;
7.4.2. Gooien van voorwerpen of schieten naar of vanuit een trein;
7.4.3. Sabotage van veiligheidsinrichtingen;
7.4.4. Onwettig verkeer in hoofdspoor;
7.4.5. Andere.
7.5. Ongevallen en incidenten ten gevolge van andere fouten tegen de veiligheid :
7.5.1. Openrijden van een wissel;
7.5.2. Merkelijke overschrijding van de toegelaten snelheid;
7.5.3. Uitvoeren van een beweging in onregelmatige omstandigheden (verzuim of nalatigheden bij het toepassen van veiligheidsmaatregelen);
7.5.4. Miszending van een trein waarbij de veiligheid in het gedrang komt (inbegrepen de miszending van een elektrische rit naar een niet-geëlektrificeerd spoor);
7.5.5. Onregelmatig vertrek van een reizigerstrein met minstens een deur open gebleven, uitgezonderd ongevallen hernomen in punt 4.1.
7.6. Andere ongevallen en incidenten :
7.6.1. Elektrocutie door installaties voor elektrische tractie en trein klimatisatie;
7.6.2. Ontijdig in beweging komen van voertuigen of treinen;
7.6.3. Vaste handrem in een trein;
7.6.4. Ontijdige indringing in het vrije ruimteprofiel, uitgezonderd ongevallen hernomen in punt 3.2;
7.6.5. Andere. "
" Tabel I : Categorieën van ongevallen
1. Aanrijdingen
1.1. Botsing of zijdelingse aanrijding van treinen, stellen of spoorvoertuigen;
1.2. Aanrijding van een toevallige hinder (behalve deze die het gevolg zijn van kwaadwillige daden);
1.3. Aanrijding van een stootbok, stuitklamp, of voorwerp van de vaste installatie;
1.4. Aanrijding van een persoon :
1.4.1. Aanrijding van een reiziger, uitgezonderd ongevallen hernomen in punt 4;
1.4.2. Aanrijding van een bediende of een derde die werkt voor de (onder)aannemer van de infrastructuurbeheerder of een infrastructuurgebruiker;
1.4.3. Aanrijding van een bediende van de infrastructuurbeheerder of een infrastructuurgebruiker;
1.4.4. Aanrijding van een derde.
1.5. Aanrijding van een dier met een schade van meer dan 500 euro.
2. Ontsporingen van spoorvoertuigen
2.1. Ontsporingen van treinen;
2.2. Ontsporingen van rangeerbewegingen.
3. Ongevallen op spoorwegovergangen :
3.1. Aanrijding op een spoorwegovergang met een weggebruiker (voertuig of voetganger, behalve zelfdoding);
3.2. Aanrijding van een overweginstallatie door een derde met indringing in het vrije ruimteprofiel van het spoor;
3.3. Aanrijding van een overweginstallatie door een derde zonder indringing in het vrije ruimteprofiel van het spoor;
3.4. Onregelmatige werking van een overweginstallatie die de veiligheid van het verkeer in het gedrang brengt.
4. Persoonsongevallen overkomen aan reizigers
4.1. Persoonsongeval bij het onregelmatig vertrek van een reizigerstrein;
4.2. Ongeval overkomen aan een reiziger in een trein te wijten aan een schok, reacties in de trein of technisch gebrek aan het materiaal;
4.3. Ongeval overkomen aan een reiziger bij het op- of afstappen, of tijdens het (gedeeltelijk) buiten het perron stoppen van een trein.
5. Zelfdodingen
5.1. Zelfdoding;
5.2. Poging tot zelfdoding.
6. Brand of ontploffing in het rollend materieel of in de vervoerde lading
7. Andere
7.1. Seinvoorbijrijdingen door :
7.1.1. ontijdig dichtzetten van het sein;
7.1.2. ontijdig dichtvallen van het sein;
7.1.3. andere oorzaken (seinen die bij gevaar zijn gepasseerd).
7.2. Averij of technisch gebrek aan de infrastructuur die de veiligheid in het gedrang brengt met betrekking tot de :
7.2.1. Spoorinstallatie :
7.2.1.1 breuk van een spoorstaaf;
7.2.1.2 spoorslingering;
7.2.1.3. andere (onder meer overstromingen, grondverzakking).
7.2.2. Bovenleidinginstallaties;
7.2.3. Installaties seininrichting (foutief seinbeeld met minder beperkende aanduiding).
7.3. Averij of technisch gebrek aan het rollend materieel die de veiligheid in gedrang brengt :
7.3.1. Wielbreuken;
7.3.2. Asbreuken;
7.3.3. Warme asbus, koppelingsbreuk bij een reizigerstrein, gebrekkige remuitrustingen;
7.3.4. Verlies of lek van lading, ofwel onregelmatige of verschoven lading :
7.3.4.1. RID goederen betrokken;
7.3.4.2. RID goederen niet betrokken.
7.4. Kwaadwillige daden die de veiligheid in het gedrang brengen :
7.4.1. Plaatsen van materialen of diverse voorwerpen op de sporen;
7.4.2. Gooien van voorwerpen of schieten naar of vanuit een trein;
7.4.3. Sabotage van veiligheidsinrichtingen;
7.4.4. Onwettig verkeer in hoofdspoor;
7.4.5. Andere.
7.5. Ongevallen en incidenten ten gevolge van andere fouten tegen de veiligheid :
7.5.1. Openrijden van een wissel;
7.5.2. Merkelijke overschrijding van de toegelaten snelheid;
7.5.3. Uitvoeren van een beweging in onregelmatige omstandigheden (verzuim of nalatigheden bij het toepassen van veiligheidsmaatregelen);
7.5.4. Miszending van een trein waarbij de veiligheid in het gedrang komt (inbegrepen de miszending van een elektrische rit naar een niet-geëlektrificeerd spoor);
7.5.5. Onregelmatig vertrek van een reizigerstrein met minstens een deur open gebleven, uitgezonderd ongevallen hernomen in punt 4.1.
7.6. Andere ongevallen en incidenten :
7.6.1. Elektrocutie door installaties voor elektrische tractie en trein klimatisatie;
7.6.2. Ontijdig in beweging komen van voertuigen of treinen;
7.6.3. Vaste handrem in een trein;
7.6.4. Ontijdige indringing in het vrije ruimteprofiel, uitgezonderd ongevallen hernomen in punt 3.2;
7.6.5. Andere. "
Art. 11. A l'annexe 5 du même arrêté, le tableau I est remplacé par ce qui suit :
" Tableau I : Catégories d'accidents
1. Collisions
1.1. Collision ou prise en écharpe de trains, rames ou véhicules ferroviaires;
1.2. Heurt d'un obstacle accidentel (hormis ceux résultant d'un acte de malveillance);
1.3. Heurt d'un heurtoir, taquet d'arrêt, ou obstacle d'une installation fixe;
1.4. Heurt d'une personne :
1.4.1. Heurt d'un voyageur, excepté les accidents repris au point 4;
1.4.2. Heurt d'un agent ou d'un tiers qui travaille pour l'entrepreneur (auxiliaire) du gestionnaire de l'infrastructure ou d'un utilisateur de l'infrastructure;
1.4.3. Heurt d'un agent du gestionnaire de l'infrastructure ou d'un utilisateur de l'infrastructure;
1.4.4. Heurt d'un tiers.
1.5. Heurt d'un animal engendrant un coût supérieur à 500 euros.
2. Déraillements de véhicules ferroviaires
2.1. Déraillements de trains;
2.2. Déraillements de mouvements de manoeuvre.
3. Accidents sur des passages à niveau :
3.1. Collision sur un passage à niveau avec un usager de la route (véhicule ou piéton, excepté suicide);
3.2. Heurt d'une installation de passage à niveau par un tiers provoquant l'engagement du gabarit de la voie;
3.3. Heurt d'une installation de passage à niveau par un tiers sans engagement du gabarit de la voie;
3.4. Fonctionnement irrégulier d'un passage à niveau compromettant la sécurité de la circulation.
4. Accidents de personnes survenant aux voyageurs
4.1. Voyageur accidenté lors d'un départ irrégulier d'un train de voyageurs;
4.2. Voyageur accidenté dans un train suite à un choc, des réactions dans le train ou un défaut technique au matériel;
4.3. Voyageur accidenté lors des opérations d'embarquement ou de débarquement, ou lors d'un arrêt (partiellement) hors quai du train.
5. Suicides
5.1. Suicide;
5.2. Tentative de suicide.
6. Incendie ou explosion dans le matériel roulant ou dans le chargement transporté
7. Autres
7.1. Dépassements de signal suite à :
7.1.1. la remise intempestive à l'arrêt du signal;
7.1.2. la retombée intempestive à l'arrêt du signal;
7.1.3. d'autres causes (signaux passés en situation de danger).
7.2. Avarie ou défaut technique à l'infrastructure compromettant la sécurité en ce qui concerne :
7.2.1. Les installations de voies :
7.2.1.1. bris de rails;
7.2.1.2. gauchissement de la voie;
7.2.1.3. autres (entre autres inondation, affaissement de terrain).
7.2.2. Les installations caténaires;
7.2.3. Les installations de signalisation (présentation d'une signalisation moins restrictive que celle qui est commandée).
7.3. Avarie ou défaut technique au matériel roulant compromettant la sécurité :
7.3.1. Bris de roue;
7.3.2. Bris d'essieu;
7.3.3. Boîte chaude, bris d'attelage dans un train de voyageurs, freinage déficient;
7.3.4. Perte ou fuite de chargement, ou bien chargement irrégulier ou déplacé :
7.3.4.1. Impliquant des marchandises RID;
7.3.4.2. N'impliquant pas des marchandises RID.
7.4. Actes de malveillance compromettant la sécurité :
7.4.1. Dépôt de matériaux ou d'objets divers sur la voie;
7.4.2. Jet d'objets ou tir vers un train ou depuis un train;
7.4.3. Sabotage d'installations de sécurité;
7.4.4. Circulation illicite en voie principale;
7.4.5. Autres.
7.5. Accidents et incidents consécutifs à d'autres fautes contre la sécurité :
7.5.1. Talonnement d'un aiguillage;
7.5.2. Dépassement sensible de la vitesse autorisée;
7.5.3. Exécution d'un mouvement dans des conditions irrégulières (omission et négligences dans l'application des mesures de sécurité);
7.5.4. Dévoiement d'un train dans des circonstances telles que la sécurité est compromise (y compris le dévoiement d'un parcours électrique vers une voie non électrique);
7.5.5. Départ irrégulier d'un train de voyageurs avec au moins une porte restée ouverte, excepté les accidents repris au point 4.1.
7.6. Autres accidents et incidents :
7.6.1. Electrocution due aux installations pour la traction électrique et la climatisation de train;
7.6.2. Mise en mouvement intempestive de véhicules ou de trains;
7.6.3. Frein à main serré dans un train;
7.6.4. Engagement intempestif du gabarit, excepté les accidents repris au point 3.2;
7.6.5. Autres. "
" Tableau I : Catégories d'accidents
1. Collisions
1.1. Collision ou prise en écharpe de trains, rames ou véhicules ferroviaires;
1.2. Heurt d'un obstacle accidentel (hormis ceux résultant d'un acte de malveillance);
1.3. Heurt d'un heurtoir, taquet d'arrêt, ou obstacle d'une installation fixe;
1.4. Heurt d'une personne :
1.4.1. Heurt d'un voyageur, excepté les accidents repris au point 4;
1.4.2. Heurt d'un agent ou d'un tiers qui travaille pour l'entrepreneur (auxiliaire) du gestionnaire de l'infrastructure ou d'un utilisateur de l'infrastructure;
1.4.3. Heurt d'un agent du gestionnaire de l'infrastructure ou d'un utilisateur de l'infrastructure;
1.4.4. Heurt d'un tiers.
1.5. Heurt d'un animal engendrant un coût supérieur à 500 euros.
2. Déraillements de véhicules ferroviaires
2.1. Déraillements de trains;
2.2. Déraillements de mouvements de manoeuvre.
3. Accidents sur des passages à niveau :
3.1. Collision sur un passage à niveau avec un usager de la route (véhicule ou piéton, excepté suicide);
3.2. Heurt d'une installation de passage à niveau par un tiers provoquant l'engagement du gabarit de la voie;
3.3. Heurt d'une installation de passage à niveau par un tiers sans engagement du gabarit de la voie;
3.4. Fonctionnement irrégulier d'un passage à niveau compromettant la sécurité de la circulation.
4. Accidents de personnes survenant aux voyageurs
4.1. Voyageur accidenté lors d'un départ irrégulier d'un train de voyageurs;
4.2. Voyageur accidenté dans un train suite à un choc, des réactions dans le train ou un défaut technique au matériel;
4.3. Voyageur accidenté lors des opérations d'embarquement ou de débarquement, ou lors d'un arrêt (partiellement) hors quai du train.
5. Suicides
5.1. Suicide;
5.2. Tentative de suicide.
6. Incendie ou explosion dans le matériel roulant ou dans le chargement transporté
7. Autres
7.1. Dépassements de signal suite à :
7.1.1. la remise intempestive à l'arrêt du signal;
7.1.2. la retombée intempestive à l'arrêt du signal;
7.1.3. d'autres causes (signaux passés en situation de danger).
7.2. Avarie ou défaut technique à l'infrastructure compromettant la sécurité en ce qui concerne :
7.2.1. Les installations de voies :
7.2.1.1. bris de rails;
7.2.1.2. gauchissement de la voie;
7.2.1.3. autres (entre autres inondation, affaissement de terrain).
7.2.2. Les installations caténaires;
7.2.3. Les installations de signalisation (présentation d'une signalisation moins restrictive que celle qui est commandée).
7.3. Avarie ou défaut technique au matériel roulant compromettant la sécurité :
7.3.1. Bris de roue;
7.3.2. Bris d'essieu;
7.3.3. Boîte chaude, bris d'attelage dans un train de voyageurs, freinage déficient;
7.3.4. Perte ou fuite de chargement, ou bien chargement irrégulier ou déplacé :
7.3.4.1. Impliquant des marchandises RID;
7.3.4.2. N'impliquant pas des marchandises RID.
7.4. Actes de malveillance compromettant la sécurité :
7.4.1. Dépôt de matériaux ou d'objets divers sur la voie;
7.4.2. Jet d'objets ou tir vers un train ou depuis un train;
7.4.3. Sabotage d'installations de sécurité;
7.4.4. Circulation illicite en voie principale;
7.4.5. Autres.
7.5. Accidents et incidents consécutifs à d'autres fautes contre la sécurité :
7.5.1. Talonnement d'un aiguillage;
7.5.2. Dépassement sensible de la vitesse autorisée;
7.5.3. Exécution d'un mouvement dans des conditions irrégulières (omission et négligences dans l'application des mesures de sécurité);
7.5.4. Dévoiement d'un train dans des circonstances telles que la sécurité est compromise (y compris le dévoiement d'un parcours électrique vers une voie non électrique);
7.5.5. Départ irrégulier d'un train de voyageurs avec au moins une porte restée ouverte, excepté les accidents repris au point 4.1.
7.6. Autres accidents et incidents :
7.6.1. Electrocution due aux installations pour la traction électrique et la climatisation de train;
7.6.2. Mise en mouvement intempestive de véhicules ou de trains;
7.6.3. Frein à main serré dans un train;
7.6.4. Engagement intempestif du gabarit, excepté les accidents repris au point 3.2;
7.6.5. Autres. "
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het koninklijk besluit van 16 januari 2007 houdende veiligheidsvereisten en -procedures van toepassing op de spoorweginfrastructuurbeheerder en de spoorwegondernemingen
CHAPITRE 2. - Modification de l'arrêté royal du 16 janvier 2007 portant des exigences et procédures de sécurité applicables au gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire et aux entreprises ferroviaires
Art. 12. In het koninklijk besluit van 16 januari 2007 houdende veiligheidsvereisten en -procedures van toepassing op de spoorweginfrastructuurbeheerder en de spoorwegondernemingen, worden de artikelen 3 tot 7 en de artikelen 12 tot 15 opgeheven.
Art. 12. Dans l'arrêté royal du 16 janvier 2007 portant des exigences et procédures de sécurité applicables au gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire et aux entreprises ferroviaires, les articles 3 jusqu'à 7 et les articles 12 jusqu'à 15 sont abrogés.
Art. 13. Artikel 16 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Art. 16. De Minister bevoegd voor mobiliteit bepaalt :
1° de vereisten van toepassing op het veiligheidspersoneel, het rollend materieel en de spoorweginfrastructuur;
2° de vereisten met betrekking tot het verkeer van voertuigen met een patrimoniaal karakter op het netwerk. ".
" Art. 16. De Minister bevoegd voor mobiliteit bepaalt :
1° de vereisten van toepassing op het veiligheidspersoneel, het rollend materieel en de spoorweginfrastructuur;
2° de vereisten met betrekking tot het verkeer van voertuigen met een patrimoniaal karakter op het netwerk. ".
Art. 13. Article 16 du même arrête, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 16. Le Ministre qui a la mobilité dans ses attributions détermine :
1° les exigences applicables au personnel de sécurité, au matériel roulant et à l'infrastructure ferroviaire;
2° les exigences relatives à la circulation de véhicules à caractère patrimonial sur le réseau. ".
" Art. 16. Le Ministre qui a la mobilité dans ses attributions détermine :
1° les exigences applicables au personnel de sécurité, au matériel roulant et à l'infrastructure ferroviaire;
2° les exigences relatives à la circulation de véhicules à caractère patrimonial sur le réseau. ".
Art. 14. Artikel 17 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Art. 17. Overeenkomstig artikel 60 van de wet en in afwachting van het in fazen van toepassing worden van de bepalingen van het nieuwe hoofdstuk V van de wet, voldoet elk personeelslid dat een veiligheidsfunctie vervult, aan de vereisten vervat in het bestek van het veiligheidspersoneel en wordt het gecertificeerd overeenkomstig de vereisten van dat bestek. "
" Art. 17. Overeenkomstig artikel 60 van de wet en in afwachting van het in fazen van toepassing worden van de bepalingen van het nieuwe hoofdstuk V van de wet, voldoet elk personeelslid dat een veiligheidsfunctie vervult, aan de vereisten vervat in het bestek van het veiligheidspersoneel en wordt het gecertificeerd overeenkomstig de vereisten van dat bestek. "
Art. 14. Article 17 du même arrête, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 17. Conformément à l'article 60 de la loi et dans l'attente de la mise en application en phases des dispositions du chapitre V nouveau de la loi, tout personnel affecté à une fonction de sécurité répond aux exigences contenues dans le cahier des charges du personnel de sécurité et fait l'objet d'une certification dans le respect des exigences de ce cahier des charges. "
" Art. 17. Conformément à l'article 60 de la loi et dans l'attente de la mise en application en phases des dispositions du chapitre V nouveau de la loi, tout personnel affecté à une fonction de sécurité répond aux exigences contenues dans le cahier des charges du personnel de sécurité et fait l'objet d'une certification dans le respect des exigences de ce cahier des charges. "
Art. 15. Artikel 18 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 15. Article 18 du même arrête, est abrogé.
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions finales
Art. 16. Artikel 7 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2010.
Art. 16. L'article 7 produit ses effets le 1er janvier 2010.
Art. 17. De Minister bevoegd voor Spoorvervoer is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 17. Le ministre qui a le Transport ferroviaire dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Gegeven te Brussel, 25 juni 2010.
ALBERT
Van Koningswege :
De Eerste Minister,
Y. LETERME
De Staatssecretaris voor Mobiliteit,
E. SCHOUPPE
ALBERT
Van Koningswege :
De Eerste Minister,
Y. LETERME
De Staatssecretaris voor Mobiliteit,
E. SCHOUPPE
Donné à Bruxelles, le 25 juin 2010.
ALBERT
Par le Roi :
Le Premier Ministre,
Y. LETERME
Le Secrétaire d'Etat à la Mobilité,
E. SCHOUPPE
ALBERT
Par le Roi :
Le Premier Ministre,
Y. LETERME
Le Secrétaire d'Etat à la Mobilité,
E. SCHOUPPE