Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
18 APRIL 2010. - Koninklijk besluit tot wijziging van verschillende koninklijke besluiten van toepassing op de militaire aalmoezeniers en de morele consulenten bij de Krijgsmacht
Titre
18 AVRIL 2010. - Arrêté royal modifiant divers arrêtés royaux applicables aux aumôniers militaires et conseillers moraux auprès des Forces armées
Documentinformatie
Numac: 2010007144
Datum: 2010-04-18
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2010007144
Date: 2010-04-18
Moniteur: Voir
Tekst (14)
Texte (14)
HOOFDSTUK I. - Wijziging van het koninklijk besluit van 17 augustus 1927 ter regeling van den staat en den stand der militaire aalmoezeniers
CHAPITRE Ier. - Modification de l'arrêté royal du 17 août 1927 réglant l'Etat et la position des aumôniers militaires
Artikel 1. In het koninklijk besluit van 17 augustus 1927 ter regeling van den staat en den stand der militaire aalmoezeniers, wordt een artikel 1bis ingevoegd, luidende :
  " Artikel 1bis. De militaire aalmoezenier mag geen ander bezoldigd ambt uitoefenen.
  Op aanvraag van de hogere overheid van de eredienst van de betrokken aalmoezenier, kan de Koning evenwel de cumulatie met een ander bezoldigd ambt toelaten.
  De Koning kan bovendien de militaire aalmoezenier die dat aanvraagt, machtiging verlenen tot het uitoefenen van zijn ambt met verminderde prestaties voor persoonlijke aangelegenheid. ".
Article 1er. Dans l'arrêté royal du 17 août 1927 réglant l'état et la position des aumôniers militaires, il est inséré un article 1erbis rédigé comme suit :
  " Article 1erbis. L'aumônier militaire ne peut exercer une autre fonction rémunérée.
  Toutefois, à la demande de l'autorité supérieure du culte de l'aumônier concerné, le Roi peut autoriser le cumul avec une autre fonction rémunérée.
  De plus, le Roi peut autoriser l'aumônier militaire qui en fait la demande, à exercer ses fonctions par prestations réduites pour convenance personnelle. ".
Art. 2. In hetzelfde besluit wordt een artikel 1ter ingevoegd, luidende :
  " Artikel 1ter. § 1. De militaire aalmoezenier die zijn ambt uitoefent met verminderde prestaties voor persoonlijke aangelegenheid moet de helft, twee derden, drie vierden of vier vijfden van de prestaties verrichten die hem normaal worden opgelegd.
  Deze prestaties worden ofwel elke dag ofwel volgens een andere vaste verdeling over de week verricht.
  De verminderde prestaties moeten steeds een aanvang nemen op de eerste dag van een maand.
  Een wijziging van de werkkalender tijdens een lopende periode van verminderde prestaties moet steeds ingaan op de eerste dag van de maand.
  De machtiging om verminderde prestaties te verrichten wordt toegekend voor een periode van ten minste drie en ten hoogste vierentwintig maanden.
  De militaire aalmoezenier die verminderde prestaties voor persoonlijke aangelegenheid wenst te genieten, deelt aan de directeur-generaal human resources, de datum mee waarop de verminderde prestaties zullen aanvangen en de duur ervan. Die mededeling gebeurt schriftelijk minstens drie maanden vóór de aanvang van de verminderde prestaties, tenzij de overheid op verzoek van de betrokkene een kortere periode aanvaardt.
  Voor elke verlenging wordt een aanvraag van de betrokken militaire aalmoezenier vereist. Zij moet ten minste een maand voor het verstrijken van het lopende verlof worden ingediend.
  § 2. De militaire aalmoezenier kan zijn ambt voltijds hernemen, vooraleer de toegestane periode verstrijkt behoudens een opzegperiode van drie maanden, tenzij de overheid een kortere periode aanvaardt.
  § 3. De militaire aalmoezenier die zijn ambt uitoefent met verminderde prestaties voor persoonlijke aangelegenheid geniet de wedde die verschuldigd is voor de verminderde prestaties.
  Zijn wedde wordt evenwel vermeerderd met het vijfde van de wedde die verschuldigd zou zijn voor de prestaties die niet worden verstrekt, wanneer hij de leeftijd van vijftig jaar heeft bereikt of wanneer hij ten minste twee kinderen die niet de volle leeftijd van vijftien jaar bereikt hebben ten laste heeft.
  § 4. De militaire aalmoezenier die zijn ambt uitoefent met verminderde prestaties voor persoonlijke aangelegenheid kan tijdens de duur van afwezigheid zijn aanspraken op bevordering doen gelden.
  § 5. De machtiging om verminderde prestaties voor persoonlijke aangelegenheid te verrichten eindigt automatisch zonder opzegging :
  1° in geval van afkondiging van mobilisatie;
  2° in geval van afkondiging van de periode van oorlog;
  3° in geval uitzonderlijke omstandigheden dit vereisen, bij beslissing van de Ministerraad.
  In geval de aanwezigheid van de betrokken militaire aalmoezenier noodzakelijk is bij militairen die zich in de deelstanden " in hulpverlening " of " in operationele inzet " bevinden, wordt de machtiging om verminderde prestaties voor persoonlijke aangelegenheid te verrichten geschorst door de directeur-generaal human resources, voor de vereiste duur, bij gemotiveerde beslissing en mits een schriftelijke opzegging van één maand, die kan teruggebracht worden tot één week in uitzonderlijke gevallen. ".
Art. 2. Dans le même arrêté, il est inséré un article 1erter rédigé comme suit :
  " Article 1erter. § 1er. L'aumônier militaire qui exerce ses fonctions par prestations réduites pour convenance personnelle est tenu d'effectuer la moitié, les deux tiers, les trois quarts ou les quatre cinquièmes des prestations qui lui sont normalement imposées.
  Ces prestations s'effectuent soit chaque jour, soit selon une autre répartition fixée sur la semaine.
  Les prestations réduites doivent toujours prendre cours le premier jour d'un mois.
  Une modification du calendrier de travail pendant une période de prestations réduites en cours, doit toujours prendre cours le premier jour du mois.
  L'autorisation d'effectuer des prestations réduites est accordée pour une période de trois mois au moins et de vingt-quatre mois au plus.
  L'aumônier militaire qui désire bénéficier de prestations réduites pour convenance personnelle, communique au directeur général human resources, la date à laquelle les prestations réduites prendront cours ainsi que leur durée. Cette communication se fait par écrit au moins trois mois avant le début des prestations réduites, à moins que l'autorité, à la demande de l'intéressé, n'accepte une période plus courte.
  Chaque prorogation est subordonnée à une demande de l'aumônier militaire concerné, introduite au moins un mois avant l'expiration du congé en cours.
  § 2. L'aumônier militaire peut reprendre ses fonctions à temps plein avant l'expiration de la période accordée moyennant un préavis de trois mois, à moins que l'autorité n'accepte un délai plus court.
  § 3. L'aumônier militaire qui exerce ses fonctions par prestations réduites pour convenance personnelle bénéficie du traitement dû en raison des prestations réduites.
  Toutefois, son traitement est augmenté du cinquième du traitement qui aurait été dû pour les prestations qui ne sont pas fournies, quand il a atteint l'âge de cinquante ans ou quand il a la charge d'au moins deux enfants n'ayant pas atteint l'âge de quinze ans accomplis.
  § 4. L'aumônier militaire qui exerce ses fonctions par prestations réduites pour convenance personnelle peut durant la période d'absence faire valoir ses titres à la promotion.
  § 5. L'autorisation d'effectuer des prestations réduites pour convenance personnelle prend automatiquement fin sans préavis :
  1° lorsque la mobilisation est décrétée;
  2° lorsque la période de guerre est décrétée;
  3° dans le cas où des circonstances exceptionnelles l'exigent, par décision du Conseil des Ministres.
  Lorsque la présence de l'aumônier militaire concerné est requise auprès des militaires se trouvant dans les sous-positions " en assistance " ou " en engagement opérationnel ", l'autorisation d'effectuer des prestations réduites pour convenance personnelle est suspendue par le directeur général human resources, pour la durée nécessaire, par décision motivée et moyennant un préavis écrit d'un mois, qui peut être réduit à une semaine en cas de circonstances exceptionnelles. ".
Art. 3. Artikel 15 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een lid, luidende :
  " De periode dat ze afwezig zijn wegens het uitoefenen van hun ambt met verminderde prestaties voor persoonlijke aangelegenheid, telt niet als dienstanciënniteit voor de bevordering. ".
Art. 3. L'article 15 du même arrêté est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " La période pendant laquelle ils sont absents en raison de l'exercice de leurs fonctions par prestations réduites pour convenance personnelle, n'est pas comptée comme ancienneté de service pour l'avancement. ".
HOOFDSTUK II. - Wijziging van het koninklijk besluit van 26 september 1994 houdende het statuut van de morele consulenten bij de Krijgsmacht die tot de niet-confessionele gemeenschap van België behoren
CHAPITRE II. - Modification de l'arrêté royal du 26 septembre 1994 portant statut des conseillers moraux auprès des Forces armées, relevant de la Communauté non confessionnelle de Belgique
Art. 4. In het artikel 4 van het koninklijk besluit van 26 september 1994 houdende het statuut van de morele consulenten bij de Krijgsmacht die tot de niet-confessionele gemeenschap van België behoren, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 31 mei 2001, wordt het woord " 12/2, " ingevoegd tussen de woorden " 7, " en " 13 ".
Art. 4. Dans l'article 4 de l'arrêté royal du 26 septembre 1994 portant statut des conseillers moraux auprès des Forces armées, relevant de la Communauté non confessionnelle de Belgique, modifié par l'arrêté royal du 31 mai 2001, le mot " 12/2, " est inséré entre les mots " 7, " et " 13 ".
Art. 5. In de afdeling 2 van het hoofdstuk I van hetzelfde besluit wordt een artikel 12/1 ingevoegd, luidende :
  " Artikel 12/1. De morele consulent mag geen ander bezoldigd ambt uitoefenen.
  Op aanvraag van de Centrale Raad der niet-confessionele Gemeenschap van België, kan de Koning evenwel de cumulatie met een ander bezoldigd ambt toelaten.
  De Koning kan bovendien de morele consulent, die dat aanvraagt, machtiging verlenen tot het uitoefenen van zijn ambt met verminderde prestaties voor persoonlijke aangelegenheid. ".
Art. 5. Dans la section 2 du chapitre Ier du même arrêté, il est inséré un article 12/1 rédigé comme suit :
  " Article 12/1. Le conseiller moral ne peut exercer une autre fonction rémunérée.
  Toutefois, à la demande du Conseil central des Communautés philosophiques non confessionnelles de Belgique, le Roi peut autoriser le cumul avec une autre fonction rémunérée.
  De plus, le Roi peut autoriser le conseiller moral qui en fait la demande, à exercer ses fonctions par prestations réduites pour convenance personnelle. ".
Art. 6. In hetzelfde besluit wordt een artikel 12/2 ingevoegd, luidende :
  " Artikel 12/2. § 1. De morele consulent die zijn ambt uitoefent met verminderde prestaties voor persoonlijke aangelegenheid moet de helft, twee derden, drie vierden of vier vijfden van de prestaties verrichten die hem normaal worden opgelegd.
  Deze prestaties worden ofwel elke dag ofwel volgens een andere vaste verdeling over de week verricht.
  De verminderde prestaties moeten steeds een aanvang nemen op de eerste dag van een maand.
  Een wijziging van de werkkalender tijdens een lopende periode van verminderde prestaties moet steeds ingaan op de eerste dag van de maand.
  De machtiging om verminderde prestaties te verrichten wordt toegekend voor een periode van ten minste drie en ten hoogste vierentwintig maanden.
  De morele consulent die verminderde prestaties voor persoonlijke aangelegenheid wenst te genieten, deelt aan de directeur-generaal human resources, de datum mee waarop de verminderde prestaties zullen aanvangen en de duur ervan. Die mededeling gebeurt schriftelijk minstens drie maanden vóór de aanvang van de verminderde prestaties, tenzij de overheid op verzoek van de betrokkene een kortere periode aanvaardt.
  Voor elke verlenging wordt een aanvraag van de betrokken morele consulent vereist. Zij moet ten minste een maand voor het verstrijken van het lopende verlof worden ingediend.
  § 2. De morele consulent kan zijn ambt voltijds hernemen, vooraleer de toegestane periode verstrijkt behoudens een opzegperiode van drie maanden, tenzij de overheid een kortere periode aanvaardt.
  § 3. De morele consulent die zijn ambt uitoefent met verminderde prestaties voor persoonlijke aangelegenheid geniet de wedde die verschuldigd is voor de verminderde prestaties.
  Zijn wedde wordt evenwel vermeerderd met het vijfde van de wedde die verschuldigd zou zijn voor de prestaties die niet worden verstrekt, wanneer hij de leeftijd van vijftig jaar heeft bereikt of wanneer hij ten minste twee kinderen die niet de volle leeftijd van vijftien jaar bereikt hebben ten laste heeft.
  § 4. De morele consulent die zijn ambt uitoefent met verminderde prestaties voor persoonlijke aangelegenheid kan tijdens de duur van afwezigheid zijn aanspraken op bevordering doen gelden.
  § 5. De machtiging om verminderde prestaties voor persoonlijke aangelegenheid te verrichten eindigt automatisch zonder opzegging :
  1° in geval van afkondiging van mobilisatie;
  2° in geval van afkondiging van de periode van oorlog;
  3° in geval uitzonderlijke omstandigheden dit vereisen, bij beslissing van de Ministerraad.
  In geval de aanwezigheid van de betrokken morele consulent noodzakelijk is bij militairen die zich in de deelstanden " in hulpverlening " of " in operationele inzet " bevinden, wordt de machtiging om verminderde prestaties voor persoonlijke aangelegenheid te verrichten geschorst door de directeur-generaal human resources, voor de vereiste duur, bij gemotiveerde beslissing en mits een schriftelijke opzegging van één maand, die kan teruggebracht worden tot één week in uitzonderlijke gevallen.
  § 6. De periode dat de morele consulent afwezig is wegens het uitoefenen van zijn ambt met verminderde prestaties voor persoonlijke aangelegenheid, telt niet als dienstanciënniteit voor de bevordering. ".
Art. 6. Dans le même arrêté, il est inséré un article 12/2 rédigé comme suit :
  " Article 12/2. § 1er. Le conseiller moral qui exerce ses fonctions par prestations réduites pour convenance personnelle est tenu d'effectuer la moitié, les deux tiers, les trois quarts ou les quatre cinquièmes des prestations qui lui sont normalement imposées.
  Ces prestations s'effectuent soit chaque jour, soit selon une autre répartition fixée sur la semaine.
  Les prestations réduites doivent toujours prendre cours le premier jour d'un mois.
  Une modification du calendrier de travail pendant une période de prestations réduites en cours, doit toujours prendre cours le premier jour du mois.
  L'autorisation d'effectuer des prestations réduites est accordée pour une période de trois mois au moins et de vingt-quatre mois au plus.
  Le conseiller moral qui désire bénéficier de prestations réduites pour convenance personnelle, communique au directeur général human resources, la date à laquelle les prestations réduites prendront cours ainsi que leur durée. Cette communication se fait par écrit au moins trois mois avant le début des prestations réduites, à moins que l'autorité, à la demande de l'intéressé, n'accepte une période plus courte.
  Chaque prorogation est subordonnée à une demande du conseiller moral concerné, introduite au moins un mois avant l'expiration du congé en cours.
  § 2. Le conseiller moral peut reprendre ses fonctions à temps plein avant l'expiration de la période accordée moyennant un préavis de trois mois, à moins que l'autorité n'accepte un délai plus court.
  § 3. Le conseiller moral qui exerce ses fonctions par prestations réduites pour convenance personnelle bénéficie du traitement dû en raison des prestations réduites.
  Toutefois, son traitement est augmenté du cinquième du traitement qui aurait été dû pour les prestations qui ne sont pas fournies, quand il a atteint l'âge de cinquante ans ou quand il a la charge d'au moins deux enfants n'ayant pas atteint l'âge de quinze ans accomplis.
  § 4. Le conseiller moral qui exerce ses fonctions par prestations réduites pour convenance personnelle peut durant la période d'absence faire valoir ses titres à la promotion.
  § 5. L'autorisation d'effectuer des prestations réduites pour convenance personnelle prend automatiquement fin sans préavis :
  1° lorsque la mobilisation est décrétée;
  2° lorsque la période de guerre est décrétée;
  3° dans le cas où des circonstances exceptionnelles l'exigent, par décision du Conseil des Ministres.
  Lorsque la présence du conseiller moral concerné est requise auprès des militaires se trouvant dans les sous-positions " en assistance " ou " en engagement opérationnel ", l'autorisation d'effectuer des prestations réduites pour convenance personnelle est suspendue par le directeur général human resources, pour la durée nécessaire, par décision motivée et moyennant un préavis écrit d'un mois, qui peut être réduit à une semaine en cas de circonstances exceptionnelles.
  § 6. La période pendant laquelle le conseiller moral est absent en raison de l'exercice de ses fonctions par prestations réduites pour convenance personnelle, n'est pas comptée comme ancienneté de service pour l'avancement. ".
HOOFDSTUK III. - Wijziging van het koninklijk besluit van 2 september 2004 houdende hervorming van de bijzondere loopbanen van de niveau's A, B, C en D en tot vaststelling van de weddenschalen van de bijzondere graden bij het Ministerie van Landsverdediging
CHAPITRE III. - Modification de l'arrêté royal du 2 septembre 2004 portant la réforme des carrières particulières des niveaux A, B, C et D et fixant les échelles de traitement des grades particuliers du Ministère de la Défense
Art. 7. Artikel 25 van het koninklijk besluit van 2 september 2004 houdende hervorming van de bijzondere loopbanen van de niveau's A, B, C en D en tot vaststelling van de weddenschalen van de bijzondere graden bij het Ministerie van Landsverdediging, wordt vervangen als volgt :
  " Artikel 25. De weddenschaal verbonden aan de hierna vermelde graden wordt vastgesteld als volgt :
  - Aalmoezenier 2e klasse
  20.500,33 - 31.846,67
  3/1 x 618,08
  10/2 x 949,21
  (Kl./Cl. 21 j./a. - N. 1 - G.B)
  - Aalmoezenier 1e klasse
  25.254,60 - 37.550,15
  3/1 x 618,08
  11/2 x 949,21
  (Kl./Cl. 21 j./a. - N. 1 - G.B)
  - Hoofdaalmoezenier
  27.647,32 - 42.216,49
  11/2 x 1.324,47
  (Kl./Cl. 21 j./a. - N. 1 - G.B)
  - Opperaalmoezenier
  35.408,45 - 49.977,62
  11/2 x 1.324,47
  (Kl./Cl. 21 j./a. - N. 1 - G.B) ".
Art. 7. L'article 25 de l'arrêté royal du 2 septembre 2004 portant la réforme des carrières particulières des niveaux A, B, C et D et fixant les échelles de traitement des grades particuliers du Ministère de la Défense, est remplacé par ce qui suit :
  " Article 25. L'échelle de traitement liée aux grades mentionnés ci-après est fixée comme suit :
  - Aumônier de 2e classe
  20.500,33 - 31.846,67
  3/1 x 618,08
  10/2 x 949,21
  (Kl./Cl. 21 j./a. - N. 1 - G.B)
  - Aumônier de 1re classe
  25.254,60 - 37.550,15
  3/1 x 618,08
  11/2 x 949,21
  (Kl./Cl. 21 j. / a. - N. 1 - G.B)
  - Aumônier principal
  27.647,32 - 42.216,49
  11/2 x 1.324,47
  (Kl./Cl. 21 j./a. - N. 1 - G.B)
  - Aumônier en chef
  35.408,45 - 49.977,62
  11/2 x 1.324,47
  (Kl./Cl. 21 j./a. - N. 1 - G.B) ".
HOOFDSTUK IV. - Overgangs- en slotbepalingen
CHAPITRE IV. - Dispositions transitoires et finales
Art. 8. Aan de militaire aalmoezenier wordt vanaf 1 mei 2003 en tot de dag vóór de datum van de inwerkingtreding van artikel 7 van dit besluit, een maandelijks weddecomplement toegekend waarvan het bedrag gelijk is aan het verschil tussen enerzijds de maandelijkse wedde zoals bepaald in uitvoering van artikel 25 van het koninklijk besluit van 2 september 2004 houdende hervorming van de bijzondere loopbanen van de niveaus A, B, C en D en tot vaststelling van de weddenschalen van de bijzondere graden bij het Ministerie van Landsverdediging, en anderzijds een maandelijkse wedde zoals bepaald in toepassing van hetzelfde artikel 25, zoals gewijzigd bij toepassing van dit besluit.
Art. 8. A l'aumônier militaire est octroyé à partir du 1er mai 2003 et jusqu'à la veille de la date d'entrée en vigueur de l'article 7 du présent arrêté, un complément de traitement mensuel dont le montant est égal à la différence entre d'une part le traitement mensuel comme fixé en exécution de l'article 25 de l'arrêté royal du 2 septembre 2004 portant la réforme des carrières particulières des niveaux A, B, C et D et fixant les échelles de traitement des grades particuliers du Ministère de la Défense, et d'autre part un traitement mensuel comme fixé en exécution du même article 25, tel que modifié en exécution du présent arrêté.
Art. 9. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de derde maand na die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van de artikelen 7 en 8 die in werking treden op de eerste dag van de maand na die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art. 9. Le présent arrêté entre en vigueur le premier jour du troisième mois qui suit celui au cours duquel il aura été publié au Moniteur belge, à l'exception des articles 7 et 8 qui entrent en vigueur le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel il aura été publié au Moniteur belge.
Art. 10. De Minister bevoegd voor Landsverdediging is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Brussel, 18 april 2010.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Begroting,
  G. VANHENGEL
  De Minister van Landsverdediging,
  P. DE CREM
  De Staatssecretaris van Begroting,
  M. WATHELET
Art. 10. Le Ministre qui a la Défense dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Bruxelles, le 18 avril 2010.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre du Budget,
  G. VANHENGEL
  Le Ministre de la Défense,
  P. DE CREM
  Le Secrétaire d'Etat au Budget,
  M. WATHELET