Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
3 JULI 2009. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende aanwijzing van de adviesinstanties voor het watersysteem bij voorontwerpen van ruimtelijke uitvoeringsplannen en gemeentelijke plannen van aanleg
Titre
3 JUILLET 2009. - Arrêté du Gouvernement flamand portant désignation des instances consultatives pour le système hydrologique lors des avant-projets des plans d'exécution spatiaux et des plans d'aménagement communaux
Documentinformatie
Numac: 2009203739
Datum: 2009-07-03
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2009203739
Date: 2009-07-03
Moniteur: Voir
Tekst (4)
Texte (4)
Artikel 1. In artikel 1. B. van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 februari 1994 houdende aanwijzing van de besturen en openbare instellingen die advies geven over gemeentelijke plannen van aanleg, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 8 juli 2005 en 23 juni 2006 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° punt 6 wordt vervangen door wat volgt :
  " 6. De Scheepvaart, Waterwegen en Zeekanaal, het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust of het Departement Mobiliteit en Openbare Werken, telkens binnen hun werkingsgebied, als :
  a) de gronden, gelegen binnen de begrenzing van of onmiddellijke grenzend aan het gemeentelijk plan van aanleg, volgens het gewestplan zijn geheel of ten dele bestemd als bestaande of aan te leggen waterweg en de aan deze infrastructuur verbonden reservatie- en erfdienstbaarheidsgebieden, overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen;
  b) er bevaarbare waterlopen gelegen zijn binnen de begrenzing van het gemeentelijk plan van aanleg;
  c) de gronden, gelegen binnen de begrenzing van het gemeentelijk plan van aanleg, gelegen zijn binnen de met die waterlopen verbonden overstromingsgebieden die op de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen aangegeven zijn;
  d) het gemeentelijk plan van aanleg een deel van het strand omvat of eraan grenst;
  e) de gronden, gelegen binnen de begrenzing van het plan, geheel of ten dele afstromen naar een bevaarbare waterloop of naar het strand en geheel of ten dele in effectief overstromingsgevoelig gebied op de kaart van de overstromingsgevoelige gebieden in bijlage IX bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstantie en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure, vermeld in artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid. "
  2° punt 12 wordt opgeheven;
  3° punt 16 wordt vervangen door wat volgt :
  " 16. de Vlaamse Milieumaatschappij als :
  a) er onbevaarbare waterlopen van eerste categorie gelegen zijn binnen de begrenzing van het gemeentelijk plan van aanleg;
  b) de gronden, gelegen binnen de begrenzing van het gemeentelijk plan van aanleg, geheel of ten dele gelegen zijn binnen de met die waterlopen verbonden overstromingsgebieden die op de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen aangegeven zijn;
  c) de gronden, gelegen binnen de begrenzing van het gemeentelijk plan van aanleg, gelegen zijn binnen waterwingebieden en beschermingszones type I, II en III, afgebakend volgens het besluit van de Vlaamse Regering van 27 maart 1985 houdende nadere regelen voor de afbakening van waterwingebieden en de beschermingszones;
  d) er oppervlaktewater voor oppervlaktewaterwinning bestemd voor drinkwaterproductie gelegen is binnen de begrenzing van het gemeentelijk plan van aanleg;
  e) het gemeentelijk plan van aanleg betrekking heeft op nieuwe infrastructuren die gevolgen hebben op de behandeling, de collectorisering en de zuivering van afvalwaters;
  f) de gronden, gelegen binnen de begrenzing van het plan, geheel of ten dele afstromen naar een onbevaarbare waterloop van eerste categorie en geheel of ten dele in effectief overstromingsgevoelig gebied op de kaart van de overstromingsgevoelige gebieden in bijlage IX bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstantie en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure, vermeld in artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid;
  g) het gemeentelijk plan geheel of gedeeltelijk gelegen is in type 1 zeer gevoelig op de kaart van de grondwaterstromingsgevoelige gebieden in bijlage XII bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstantie en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid en voor zover binnen het plan een oppervlakte van 1 ha of meer een bestemming als woongebied, industriegebied, bedrijventerrein, recreatiegebied, gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen, gebied voor wegeninfrastructuur of gebied voor spoorwegeninfrastructuur verkrijgt in afwijking van de bestaande plannen van aanleg of uitvoeringsplannen; "
  4° er worden een punt 19, 20 en 21 toegevoegd, die luiden als volgt :
  " 19. de bevoegde provinciale administratie, als :
  a) er onbevaarbare waterlopen van tweede categorie gelegen zijn binnen de begrenzing van het gemeentelijk plan van aanleg;
  b) de gronden, gelegen binnen de begrenzing van het gemeentelijk plan van aanleg, gelegen zijn in de met die waterlopen verbonden overstromingsgebieden die op de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen aangegeven zijn;
  c) de gronden, gelegen binnen de begrenzing van het plan, geheel of ten dele afstromen naar een onbevaarbare waterloop van tweede categorie en geheel of ten dele in effectief overstromingsgevoelig gebied op de kaart van de overstromingsgevoelige gebieden in bijlage IX bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstantie en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure, vermeld in artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid;
  20. de bevoegde exploitant van de grondwaterwinning zoals bedoeld in artikel 5 van het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer voor zover de gronden gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan, geheel of ten dele gelegen zijn binnen een afgebakende beschermingszone type I en II zoals bedoeld in het artikel 20 van het besluit van 27 maart 1985 houdende de nadere regelen voor de afbakening van waterwingebieden en de beschermingszones;
  21. het polderbestuur of het bestuur van de Watering, voor zover de gronden gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan, geheel of ten dele gelegen zijn binnen het werkingsgebied van het polderbestuur of de Watering en als :
  a) er onbevaarbare waterlopen van tweede of derde categorie gelegen zijn binnen de begrenzing van het gemeentelijk plan van aanleg;
  b) de gronden, gelegen binnen de begrenzing van het gemeentelijk plan van aanleg, geheel of ten dele gelegen zijn binnen de met die waterlopen verbonden overstromingsgebieden die op de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen aangegeven zijn;
  c) de gronden, gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan, geheel of ten dele afstromen naar een naar een onbevaarbare waterloop van tweede of derde categorie en geheel of ten dele in effectief overstromingsgevoelig gebied op de kaart van de overstromingsgevoelige gebieden in bijlage IX bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstantie en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure, vermeld in artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid. "
Article 1er. A l'article 1. B de l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 février 1994 portant désignation des administrations et organismes publics rendant des avis sur les plans d'aménagement communaux, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 8 juillet 2005 et 23 juin 2006 sont apportées les modifications suivantes :
  1° le point 6 est remplacé par la disposition suivante :
  " 6. les agences "De Scheepvaart", "Waterwegen en Zeekanaal", "l'Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust" ou le Département de la Mobilité et des Travaux publics, chaque fois au sein de leur ressort, lorsque :
  a) les terrains situés dans les limites du ou immédiatement limitrophes au plan d'aménagement communal, sont entièrement ou partiellement destinés, suivant le plan du secteur, à une voie navigable existante ou à aménager ou à des zones de réservation ou de servitude liées à cette infrastructure, conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 28 décembre 1972 relatif à la présentation et à la mise en oeuvre des projets de plans de secteur et des plans de secteur;
  b) que des voies d'eau navigables sont situées dans les limites du plan d'aménagement communal;
  c) que les terrains, situés dans les limites du plan d'aménagement communal, sont situés dans des zones inondables liées à ces voies navigables, indiquées sur les plans d'aménagement et les plans d'exécution spatiaux;
  d) le plan d'aménagement communal comprend une partie de la plage ou y est adjacent;
  e) les terrains, situés dans les limites du plan, ruissellent entièrement ou partiellement vers une voie navigable ou vers la plage et entièrement ou partiellement vers une zone sensible aux inondations à la carte des zones sensibles aux inondations à l'annexe IX à l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2006 fixant les modalités d'application de l'évaluation aquatique, portant désignation de l'instance consultative et définissant les modalités de la procédure d'avis, visée à l'article 8 du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau. "
  2° le point 12 est abrogé;
  3° le point 16 est remplacé par la disposition suivante :
  " 16. la "Vlaamse Milieumaatschappij" lorsque :
  b) des voies d'eau non navigables de première catégorie sont situées dans les limites du plan d'aménagement communal;
  b) que les terrains, situés dans les limites du plan d'aménagement communal, sont entièrement ou partiellement situés dans des zones inondables liées à ces voies navigables, indiquées sur les plans d'aménagement et les plans d'exécution spatiaux;
  c) les terrains, situés dans les délimitations du plan d'aménagement communal, sont situés dans des zones de captage d'eau et des zones de protection du type I, II et III, délimitées conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 mars 1985 fixant les règles de délimitation des captages d'eau et des zones de protection;
  d) des eaux de surface pour le captage d'eau en surface destinées à la production d'eau alimentaire sont situées dans les délimitations du plan communal d'aménagement;
  e) le plan communal d'aménagement porte sur de nouvelles infrastructures qui ont des conséquences sur le traitement, l'évacuation et l'épuration d'eaux usées;
  f) les terrains, situés dans les limites du plan, ruissellent entièrement ou partiellement vers une voie non navigable de première catégorie et entièrement ou partiellement vers une zone sensible aux inondations sur la carte des zones sensibles aux inondations à l'annexe IX à l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2006 fixant les modalités d'application de l'évaluation aquatique, portant désignation de l'instance consultative et définissant les modalités de la procédure d'avis, visée à l'article 8 du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau;
  g) le plan communal est situé entièrement ou partiellement dans le type 1 - très sensible sur la carte des zones sensibles aux courants d'eau souterraine à l'annexe XII à l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2006 fixant les modalités d'application de l'évaluation aquatique, portant désignation de l'instance consultative et définissant les modalités de la procédure d'avis pour l'évaluation aquatique, visée à l'article 8 du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau et dans la mesure où dans le plan une superficie de 1 ha ou plus sera destinée à servir de zone d'habitat, zone industrielle, zone d'activité, zone de récréation, zone destinée aux équipements communs et utilitaires publics, zone destinée aux infrastructures routières ou aux infrastructures ferroviaires, en dérogation des plans d'aménagement ou d'exécution existants; "
  4° les points 19, 20 et 21 sont ajoutés, rédigés comme suit :
  " 19. l'administration provinciale compétente, lorsque :
  b) des voies d'eau non navigables de deuxième catégorie sont situées dans les limites du plan d'aménagement communal;
  b) les terrains, situés dans les délimitations du plan communal d'aménagement, sont situés dans les zones inondables liées à ces voies navigables, qui sont indiquées sur les plans d'aménagement ou les plans d'exécution spatiaux;
  c) les terrains, situés dans les délimitations du plan, ruissellent entièrement ou partiellement vers un cours d'eau non navigable de deuxième catégorie et entièrement ou partiellement vers une zone effectivement sensible aux inondations sur la carte des zones sensibles aux inondations à l'annexe IX à l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2006 fixant les modalités d'application de l'évaluation aquatique, portant désignation de l'instance consultative et définissant les modalités de la procédure d'avis, visée à l'article 8 du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau;
  20. l'exploitant compétent du captage d'eaux souterraines tel que visé à l'article 5 du décret du 24 janvier 1984 portant des mesures en matière des gestion des eaux souterraines dans la mesure où les terrains situés dans les délimitations du plan d'exécution, sont situés entièrement ou partiellement dans une zone de protection délimitée type I et II, telle que visée à l'article 20 de l'arrêté du 27 mars 1985 fixant les règles de délimitation des captages d'eau et des zones de protection;
  21. l'administration du polder ou l'administration de la Wateringue, dans la mesure où les terrains situés dans les délimitations du plan d'exécution, sont situés entièrement ou partiellement dans le ressort de l'administration du polder ou de la Wateringue et lorsque :
  a) des voies d'eau non navigables de deuxième ou troisième catégorie sont situées dans les limites du plan d'aménagement communal;
  b) les terrains, situés dans les délimitations d'un plan communal d'aménagement, sont situés entièrement ou partiellement dans les zones inondable liées à ces voies navigables, qui sont indiquées sur les plans d'aménagement ou les plans d'exécution spatiaux;
  c) les terrains, situés dans les délimitations du plan d'exécution, ruissellent entièrement ou partiellement vers un cours d'eau non navigable de deuxième ou troisième catégorie et entièrement ou partiellement vers une zone effectivement sensible aux inondations sur la carte des zones sensibles aux inondations à l'annexe IX à l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2006 fixant les modalités d'application de l'évaluation aquatique, portant désignation de l'instance consultative et définissant les modalités de la procédure d'avis, visée à l'article 8 du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau. "
Art. 2. Aan artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 mei 2001 tot aanwijzing van de instellingen en administraties die adviseren over voorontwerpen van ruimtelijke uitvoeringsplannen, gewijzigd bij besluiten van de Vlaamse Regering van 29 november 2002, 8 juli 2005 en 23 juni 2006 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° aan punt 11° worden een punt d) en een punt e) toegevoegd die luiden als volgt :
  " d) het uitvoeringsplan een deel van het strand omvat of eraan grenst;
  e) de gronden, gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan, geheel of ten dele afstromen naar een bevaarbare waterloop of naar het strand en geheel of ten dele in effectief overstromingsgevoelig gebied op de kaart van de overstromingsgevoelige gebieden in bijlage IX bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstantie en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure, vermeld in artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid; "
  2° in punt 12° wordt punt c) opgeheven;
  3° aan punt 12° worden een punt f), punt g) en een punt h) toegevoegd, die luiden als volgt :
  " f) het uitvoeringsplan betrekking heeft op nieuwe infrastructuren die gevolgen hebben op de behandeling, de collectorisering en de zuivering van afvalwaters;
  g) de gronden, gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan, geheel of ten dele afstromen naar een onbevaarbare waterloop van eerste categorie en geheel of ten dele in effectief overstromingsgevoelig gebied op de kaart van de overstromingsgevoelige gebieden in bijlage IX bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstantie en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure, vermeld in artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid;
  h) het uitvoeringsplan geheel of gedeeltelijk gelegen is in type 1 zeer gevoelig op de kaart van de grondwaterstromingsgevoelige gebieden in bijlage XII bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstantie en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid en voor zover binnen het plan een oppervlakte van 1 ha of meer een bestemming als woongebied, industriegebied, bedrijventerrein, recreatiegebied, gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen, gebied voor wegeninfrastructuur of gebied voor spoorwegeninfrastructuur verkrijgt in afwijking van de bestaande plannen van aanleg of uitvoeringsplannen; "
  4° aan punt 13° wordt een punt c) toegevoegd, die luidt als volgt :
  " c) de gronden, gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan, geheel of ten dele afstromen naar een onbevaarbare waterloop van tweede categorie en geheel of ten dele in effectief overstromingsgevoelig gebied op de kaart van de overstromingsgevoelige gebieden in bijlage IX bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstantie en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure, vermeld in artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid; "
  5° er worden een punt 21° en een punt 22° toegevoegd, die luiden als volgt :
  " 21° de bevoegde exploitant van de grondwaterwinning, vermeld in artikel 5 van het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer voor zover de gronden gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan, geheel of ten dele gelegen zijn binnen een afgebakende beschermingszone, als vermeld in het artikel 20 van het besluit van 27 maart 1985 houdende de nadere regelen voor de afbakening van waterwingebieden en de beschermingszones type I en II;
  22° het polderbestuur of het bestuur van de Watering, voor zover de gronden gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan, geheel of ten dele gelegen zijn binnen het werkingsgebied van het polderbestuur of de Watering en als :
  a) er onbevaarbare waterlopen van tweede of derde categorie gelegen zijn binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan;
  b) de gronden, gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan, geheel of ten dele gelegen zijn binnen de met die waterlopen verbonden overstromingsgebieden die op de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen aangegeven zijn;
  c) de gronden, gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan, geheel of ten dele afstromen naar een naar een onbevaarbare waterloop van tweede of derde categorie en geheel of ten dele in effectief overstromingsgevoelig gebied op de kaart van de overstromingsgevoelige gebieden in bijlage IX bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstantie en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure, vermeld in artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid; "
Art. 2. A l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 mai 2001 portant désignation des institutions et administrations émettant des avis sur les avant-projets des plans d'exécution spatiaux, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 29 novembre 2002, 8 juillet 2005 et 23 juin 2006 sont apportées les modifications suivantes :
  1° au point 11°, sont ajoutés un point d) et un point e) ainsi rédigés :
  "d) le plan d'exécution comprend une partie de la plage ou y est adjacent;
  c) les terrains, situés dans les délimitations du plan d'exécution, ruissellent entièrement ou partiellement vers un cours d'eau navigable ou vers la plage et entièrement ou partiellement vers une zone effectivement sensible aux inondations sur la carte des zones sensibles aux inondations à l'annexe IX à l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2006 fixant les modalités d'application de l'évaluation aquatique, portant désignation de l'instance consultative et définissant les modalités de la procédure d'avis, visée à l'article 8 du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau;
  2° dans le point 12° le point c) est abrogé;
  3° le point 12° est complété par un point f), un point g) et un point h), rédigés comme suit :
  " f) le plan d'exécution a trait aux nouvelles infrastructures qui ont des conséquences sur le traitement, l'évacuation et l'épuration des eaux usées;
  c) les terrains, situés dans les délimitations du plan d'exécution, ruissellent entièrement ou partiellement vers un cours d'eau non navigable de première catégorie et entièrement ou partiellement vers une zone effectivement sensible aux inondations sur la carte des zones sensibles aux inondations à l'annexe IX à l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2006 fixant les modalités d'application de l'évaluation aquatique, portant désignation de l'instance consultative et définissant les modalités de la procédure d'avis, visée à l'article 8 du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau;
  h) le plan d'exécution est situé entièrement ou partiellement situé dans le type 1 - très sensible sur la carte des zones sensibles aux courants d'eau souterraines à l'annexe XII à l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2006 fixant les modalités d'application de l'évaluation aquatique, portant désignation de l'instance consultative et définissant les modalités de la procédure d'avis pour l'évaluation aquatique, visée à l'article 8 du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau et dans la mesure où dans le plan une superficie de 1 ha ou plus sera destinée à servir de zone d'habitat, zone industrielle, zone d'activité, zone de récréation, zone destinée aux équipements communs et utilitaires publics, zone destinée aux infrastructures routières ou aux infrastructures ferroviaires, en dérogation des plans d'aménagement ou d'exécution existants; "
  4° au point 13°, il est ajouté un point c) ainsi rédigé :
  " c) les terrains, situés dans les délimitations du plan d'exécution, ruissellent entièrement ou partiellement vers un cours d'eau non navigable de deuxième catégorie et entièrement ou partiellement vers une zone effectivement sensible aux inondations sur la carte des zones sensibles aux inondations à l'annexe IX à l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2006 fixant les modalités d'application de l'évaluation aquatique, portant désignation de l'instance consultative et définissant les modalités de la procédure d'avis, visée à l'article 8 du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau; "
  5° il est ajouté les points 21° à 22° inclus, rédigés comme suit :
  " 21° l'exploitant compétent d'un captage d'eaux souterraines tel que visé à l'article 5 du décret du 24 janvier 1984 portant des mesures en matière de gestion des eaux souterraines dans la mesure où les terrains situés dans les délimitations du plan d'exécution, sont situés entièrement ou partiellement dans une zone de protection délimitée, telle que visée à l'article 20 de l'arrêté du 27 mars 1985 fixant les règles de délimitation des captages d'eau et des zones de protection type I et II;
  22° l'administration du polder ou l'administration de la Wateringue, dans la mesure où les terrains situés dans les délimitations du plan d'exécution, sont situés entièrement ou partiellement dans le ressort de l'administration du polder ou de la Wateringue et lorsque :
  a) des voies d'eau non navigables de deuxième ou troisième catégorie sont situées dans les limites du plan d'exécution;
  b) les terrains, situés dans les délimitations du plan d'exécution, sont situés entièrement ou partiellement dans les zones inondables liées à ces voies navigables, qui sont indiquées sur les plans d'aménagement ou les plans d'exécution spatiaux;
  c) les terrains, situés dans les délimitations du plan d'exécution, ruissellent entièrement ou partiellement vers un cours d'eau non navigable de deuxième ou troisième catégorie et entièrement ou partiellement vers une zone effectivement sensible aux inondations sur la carte des zones sensibles aux inondations à l'annexe IX à l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2006 fixant les modalités d'application de l'évaluation aquatique, portant désignation de l'instance consultative et définissant les modalités de la procédure d'avis, visée à l'article 8 du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau; "
Art. 3. Dit besluit treedt dertig dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad in werking.
Art. 3. Le présent arrêté entre en vigueur trente jours après sa publication au Moniteur belge.
Art. 4. De Vlaamse minister, bevoegd voor de Ruimtelijke Ordening, is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Brussel, 3 juli 2009.
  De minister-president van de Vlaamse Regering,
  K. PEETERS
  De Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening,
  D. VAN MECHELEN
Art. 4. Le Ministre flamand ayant l'Aménagement du Territoire dans ses attributions, est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Bruxelles, le 3 juillet 2009.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  K. PEETERS
  Le Ministre flamand des Finances et du Budget et de l'Aménagement du Territoire,
  D. VAN MECHELEN