Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
8 MEI 2009. - Decreet betreffende de diepe ondergrond (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 06-07-2009 en tekstbijwerking tot 25-04-2024)
Titre
8 MAI 2009. - Décret concernant le sous-sol profond (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 06-07-2009 et mise à jour au 25-04-2024)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK II. - Het opsporen en het winnen van ... Afdeling I. - Vergunningen voor het opsporen en... Onderafdeling I. - Aanvraagprocedure Onderafdeling II. - Vergunningscriteria Onderafdeling III. - Vergunningsvoorwaarden Onderafdeling IV. - Verplichtingen van de vergu... Onderafdeling V. - Wijziging, overdracht, intre... Onderafdeling VI. - Bijzondere bepalingen Afdeling II. - Vergoedingen aan en deelnemingen... Onderafdeling I. - Vergoedingen aan het Vlaamse... Onderafdeling II. - Deelnemingen door het Vlaam... Afdeling III. - Het bezetten van gronden door d... Afdeling IV. - De vergoeding van schade Afdeling V. - Verhouding met oude concessies, v... HOOFDSTUK III. - De geologische opslag van kool... Afdeling I. - Doelstelling en toepassingsgebied Afdeling II. - Aanduiding van opslaglocaties en... Afdeling III. - Vergunningen voor de geologisch... Onderafdeling I. - Aanvraagprocedure Onderafdeling II. - Vergunningscriteria Onderafdeling III. - Vergunningsvoorwaarden Onderafdeling IV. - Evaluatie van ontwerp-opsla... Onderafdeling V. - Wijziging, evaluatie, actual... Afdeling IV. - Verplichtingen inzake exploitati... Onderafdeling I. - Aanvaardingscriteria voor de... Onderafdeling II. - Monitoring Onderafdeling III. - Rapportering door de explo... Onderafdeling IV. - Inspecties Onderafdeling V. - Maatregelen [1 in het geval ... Onderafdeling VI. - Verplichtingen bij afsluiti... Onderafdeling VII. - Overdracht van de verantwo... Onderafdeling VIII. - Financiële zekerheden Onderafdeling IX. - Financiële bijdrage Afdeling V. - Toegang van derden Onderafdeling I. - Toegang tot [1 ...]1 opslagl... Onderafdeling II. - Geschillenbeslechting Afdeling VI. - Het bezetten van gronden door de... Afdeling VII. - De vergoeding van schade Afdeling VIII. - Informatie aan het publiek HOOFDSTUK III/I. - [1 Het opsporen en het winne... Afdeling I. - [1 Vergunningen voor het opsporen... Onderafdeling I. [1 Aanvraagprocedure]1 Onderafdeling II. [1 Vergunningscriteria]1 Onderafdeling III. [1 Vergunningsvoorwaarden]1 Onderafdeling IV. [1 Verplichtingen van de verg... Onderafdeling V. [1 Wijziging, overdracht, intr... Onderafdeling VI. [1 Bijzondere bepalingen]1 Art. 63/23. [1 Afdeling I, met uitzondering van... Afdeling II. - [1 Het bezetten van gronden door... Afdeling III. - [1 De vergoeding van schade]1 Art. 63/25. [1 Met behoud van de toepassing van... Afdeling IV. [1 - Waarborgregeling voor het ops... Onderafdeling I. [1 - Toepassingsgebied]1 Onderafdeling II. [1 - Steunintensiteit en nade... HOOFDSTUK III/2 [1 Structuurvisie inzake de die... HOOFDSTUK IV. - Handhaving HOOFDSTUK V. - Wijzigingsbepalingen HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen BIJLAGEN.
Inhoud
CHAPITRE I. - Dispositions générales CHAPITRE II. - La prospection et l'exploitation... Division 1. - Les permis de recherche et d'extr... Sous-Division 1. - Procédure de demande Sous-Division II. - Critères d'autorisation Sous-Division III. - Conditions d'autorisation Sous-Division IV. - Obligations des titulaires ... Sous-Division V. - Modification, cession, retra... Sous-Division VI. - Dispositions particulières Division II. - Indemnisations payées à, et part... Sous-Division I. - Indemnisations payées à la R... Sous-Division II. - Participations de la Région... Division III. - L'occupation de terrains par le... Division IV. - L'indemnisation des dommages Division V. - Rapport avec d'anciens permis, co... CHAPITRE III. - Le stockage géologique du dioxy... Division I. - Objectif et domaine d'application Division II. - Indication des sites de stockage... Division III. - Permis relatifs au stockage géo... Sous-Division I. - Procédure de demande Sous-Division II. - Critères d'autorisation Sous-Division III. - Conditions d'autorisation Sous-Division IV. - Evaluation des projets de p... Sous-Division V. - Modification, évaluation, ac... Division IV. - Obligations en matière d'exploit... Sous-Division I. - Critères d'acceptation du fl... Sous-Division II. - Surveillance Sous-Division III. - Rapportage par l'exploitant Sous-Division IV. - Inspections Sous-Division V. - Mesures en cas d'irrégularit... Sous-Division VI. - Obligations lors de la ferm... Sous-Division VII. - Transfert des responsabilités Sous-Division VIII. - Garanties financières Sous-Division IX. - Contribution financière Division V. - Accès de tiers Sous-Division I. - L'accès [1 ...]1 aux sites d... Sous-Division II. - Règlement des différends Division VI. - L'occupation de terrains par le ... Division VII. - L'indemnisation des dommages Division VIII. - Informations destinées au public CHAPITRE III/1. - [1 La recherche et l'extracti... Section Ire. - [1 Permis de recherche et d'extr... Sous-section Ire. - [1 Procédure de demande]1 Sous-section II. [1 Critères d'autorisation]1 Sous-section III. [1 Conditions d'autorisation]1 Sous-section IV. [1 Obligations des titulaires ... Sous-section V. [1 Modification, transfert, ret... Sous-section VI. - [1 Dispositions particulières]1 Section II. - [1 L'occupation des terres par le... Section IV. [1 - Régime de garanties pour l... Art.63/25/1. [1 Le Gouvernement flamand peu... Art.63/25/2. [1 L'intensité des aides du ré... Art.64. Dans le cadre du présent décret et de s... Art.65. Dans l'article 591, 10° du Code judicia... Art.72. Les lois coordonnées du 15 septembre 19... Art. N1.Annexe 1. LES CRITERES VISES A L'ARTICL...
Tekst (168)
Texte (168)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
CHAPITRE I. - Dispositions générales
Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière régionale.
Art.2. Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder :
  1° diepe ondergrond : ondergrond vanaf een diepte van ten minste [2 500 meter ten opzichte van het TAW-referentiepunt (Tweede Algemene Waterpassing)]2;
  2° koolwaterstof : elke in de diepe ondergrond aanwezige substantie van organische oorsprong, in een daar via natuurlijke weg ontstane concentratie van hoofdzakelijk koolstof- en waterstofverbindingen of koolstof, in vaste, vloeibare of gasvormige toestand, zoals onder meer bruinkool, steenkool, aardolie en aardgas, of mijngas, zijnde eender welk gas dat onttrokken kan worden uit een mijn;
  3° opsporen van koolwaterstoffen : onderzoek doen naar de aanwezigheid van koolwaterstoffen of naar nadere gegevens daarover, met gebruikmaking van een boorgat;
  4° winnen van koolwaterstoffen : met gebruikmaking van een boorgat, tunnel, schacht of ander ondergronds werk onttrekken van koolwaterstoffen aan de diepe ondergrond, anders dan in de vorm van monsters of formatiebeproevingen;
  5° opsporen van potentiële opslagcomplexen : beoordelen van potentiële opslagcomplexen voor de geologische opslag van koolstofdioxide aan de hand van activiteiten die in de ondergrond binnendringen, zoals boorwerkzaamheden om geologische informatie te verkrijgen over geologische lagen in het potentiële opslagcomplex en, zo nodig, injectieproeven verrichten om de opslaglocatie te karakteriseren;
  6° geologisch opslaan van koolstofdioxide : injecteren in combinatie met opslaan van koolstofdioxidestromen in geologische formaties in de diepe ondergrond;
  7° verkenningsonderzoek : onderzoek naar de aanwezigheid van [2 koolwaterstoffen of naar de aanwezigheid van winbare aardwarmte, dan wel]2 naar nadere gegevens daarover, zonder gebruikmaking van een boorgat;
  8° opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen : exclusieve schriftelijke toestemming om koolwaterstoffen op te sporen in de diepe ondergrond;
  9° winningsvergunning [2 voor koolwaterstoffen]2 : exclusieve schriftelijke toestemming om koolwaterstoffen te winnen in de diepe ondergrond;
  10° opsporingsvergunning voor koolstofdioxideopslag : exclusieve schriftelijke toestemming om opsporingswerkzaamheden uit te voeren met betrekking tot potentiële opslagcomplexen voor koolstofdioxide in de diepe ondergrond, inclusief de voorwaarden waaronder die opsporingswerkzaamheden mogen plaatsvinden;
  11° opslagvergunning : exclusieve schriftelijke toestemming of toestemmingen waarbij de exploitant wordt gemachtigd tot de geologische opslag van koolstofdioxide in een opslaglocatie in de diepe ondergrond, en waarin de voorwaarden [1 waaronder die mag plaatsvinden]1 zijn gespecificeerd;
  12° opslaglocatie : een omschreven volumegebied binnen een geologische formatie, dat gebruikt wordt voor de geologische opslag van koolstofdioxide en bijbehorende bovengrondse voorzieningen en injectiefaciliteiten;
  13° geologische formatie : lithostratigrafische onderverdeling waarbinnen duidelijk te onderscheiden [1 gesteentelagen]1 kunnen worden aangetroffen en in kaart kunnen worden gebracht;
  14° opslagcomplex : opslaglocatie en omringende geologische gebieden die een weerslag kunnen hebben op de [1 algehele]1 integriteit van de opslag en de veiligheid ervan; d.w.z. omliggende opslagformaties [1 die koolstofdioxide kunnen gaan bevatten]1;
  15° lekkage : het weglekken van koolstofdioxide uit het opslagcomplex;
  16° waterkolom : verticale continue massa water van de oppervlakte tot de bodemafzetting van een waterlichaam;
  17° hydraulische eenheid : hydraulisch verbonden poriënruimte waar de drukdoorgave met technische middelen kan worden gemeten, en die is afgebakend door [1 stromingsbarrières]1 zoals storingen, zoutkoepels of lithologische grenzen, of door wigvormige uitloop of [1 dagzomende]1 aardlagen van de formatie;
  18° exploitant : particuliere of publieke natuurlijke persoon of rechtspersoon die de opslaglocatie exploiteert en beheert of die over de beslissende economische macht over de technische functionering van de opslaglocatie beschikt;
  19° [1 belangrijke]1 wijziging : iedere wijziging waarin de opslagvergunning niet voorziet, die aanzienlijke effecten op het milieu [1 of]1 de volksgezondheid tot gevolg kan hebben;
  20° koolstofdioxidestroom : stroom stoffen die resulteert uit het afvangen van koolstofdioxide;
  21° afvalstoffen : afvalstoffen als vermeld in het decreet van 2 juli 1981 betreffende de voorkoming en het beheer van afvalstoffen;
  22° koolstofdioxidepluim : het zich verspreidende volume van koolstofdioxide in de geologische formatie;
  23° migratie : beweging van koolstofdioxide binnen het opslagcomplex;
  24° significante onregelmatigheid : onregelmatigheid bij de injectie- of opslagwerkzaamheden of in de toestand van het opslagcomplex zelf, die het risico van lekkage doet ontstaan of een risico voor het milieu of de volksgezondheid oplevert;
  25° significant risico : combinatie van een [1 waarschijnlijkheid van het zich voordoen van]1 schade en een omvang van schade die niet [1 kan]1 worden genegeerd zonder het doel van de milieuveilige geologische opslag van koolstofdioxide voor de betrokken opslaglocatie [1 aan te tasten]1;
  26° corrigerende maatregelen : maatregelen om significante onregelmatigheden te corrigeren of lekkages te dichten om het weglekken van koolstofdioxide uit het opslagcomplex te voorkomen of te doen ophouden;
  27° afsluiting van een opslaglocatie : definitieve stopzetting van de injectie van koolstofdioxide in een opslaglocatie;
  28° periode na afsluiting : periode na de afsluiting van een opslaglocatie, inclusief de periode na de overdracht van de verantwoordelijkheid aan het Vlaamse Gewest;
  29° [5 ...]5;
  30° minister : Vlaamse minister, bevoegd voor de natuurlijke rijkdommen, als het de opsporing of de winning van koolwaterstoffen [2 of aardwarmte]2 [3 , of de structuurvisie voor de diepe ondergrond]3 betreft, dan wel de Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, als het de geologische opslag van koolstofdioxide betreft;
  31° rechthebbende : houder van een zakelijk recht of een ander genotsrecht;
  32° aangewezen vennootschap : investeringsmaatschappij als vermeld in het decreet van 7 mei 2004 betreffende de investeringsmaatschappijen van de Vlaamse overheid;
  33° gecoördineerde Mijnwetten : de wetten op de mijnen, de graverijen en de groeven, gecoördineerd op 15 september 1919;
  34° Pachtwet : afdeling III van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, van het Burgerlijk Wetboek, ingevoegd door artikel 1 van de wet van 4 november 1969 tot wijziging van de pachtwetgeving en van de wetgeving betreffende het recht van voorkoop ten gunste van huurders van landeigendommen.
  [2 35° volumegebied : omschreven driedimensionaal gebied in de diepe ondergrond, afgebakend met behulp van x-, y- en z-coördinaten (Lambert BD72-stelsel en Tweede Algemene Waterpassing), grensvlakken van geologische lagen of andere geologische criteria;]2
  [2 36° aardwarmte : in de ondergrond aanwezige warmte die daar langs natuurlijke weg [3 of door warmteopslag]3 is ontstaan;]2
  [2 37° opsporen van aardwarmte : onderzoek doen naar de aanwezigheid van winbare aardwarmte of naar nadere gegevens daarover, met gebruikmaking van een boorgat;]2
  [2 38° winnen van aardwarmte : het onttrekken van aardwarmte aan de ondergrond met gebruikmaking van een boorgat, in voorkomend geval met inbegrip van het terugvoeren van bij de winning opgepompt water in hetzelfde geothermische reservoir;]2
  [2 39° opsporingsvergunning voor aardwarmte : exclusieve schriftelijke toestemming om winbare aardwarmte op te sporen in de diepe ondergrond en om die aardwarmte tijdens de duur van de opsporingsvergunning overeenkomstig de vergunningsvoorwaarden te winnen;]2
  [2 40° winningsvergunning voor aardwarmte : exclusieve schriftelijke toestemming om aardwarmte te winnen in de diepe ondergrond;]2
  [2 41° bodembeweging : elke beweging van de aardbodem die geheel of gedeeltelijk toegeschreven kan worden aan activiteiten die onder dit decreet vergund worden, hetzij bodembeweging op lange termijn zoals bodemdaling of bodemstijging, hetzij kortstondige bodembeweging zoals seismiciteit.]2
  [4 42° Algemene Groepsvrijstellingsverordening: verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (Publicatieblad van 26 juni 2014, L 187, blz. 1-78), en de latere wijzigingen ervan;]4
  [4 43° aquifer: watervoerende laag in de ondergrond;]4
  [4 44° door het Vlaamse Gewest verzekerbaar geologisch risico: risico op een te laag gerealiseerd vermogen voor zover dit te wijten is aan de afwijkingen van één of meer specifieke aquiferparameters bestaande uit:
   a) de bruto aquiferdikte;
   b) de netto-brutoverhouding van de aquifer;
   c) de aquiferpermeabiliteit;
   d) de diepte van de top van de aquifer;
   e) de saliniteit van het formatiewater;
   f) de geothermische gradiënt.]4

  
Art.2. Pour l'application du présent décret, il convient d'entendre par :
  1° sous-sol profond : le sous-sol à partir d'une profondeur d'au moins [2 500 mètres par rapport au point de référence DNG (Deuxième nivellement général)]2;
  2° hydrocarbure : toute substance d'origine organique présente dans le sous-sol profond, dans une concentration naturelle de composés carbonés et hydrogénés essentiellement ou de carbone, sous forme solide, liquide ou gazeuse, comme le lignite, le charbon, le pétrole et le gaz naturel ou le grisou, étant n'importe quel gaz pouvant être extrait d'une mine;
  3° recherche d'hydrocarbures : effectuer des recherches sur la présence d'hydrocarbures ou sur d'autres données concernant ce sujet, en faisant usage d'un puits de sondage;
  4° extraction d'hydrocarbures : extraire les hydrocarbures, autrement que sous forme d'échantillons ou d'essais de formation, du sous-sol profond par le biais d'un puits de sondage, d'un tunnel, d'une fosse ou d'une autre construction souterraine;
  5° recherche de complexes potentiels de stockage : évaluer les complexes potentiels de stockage pour le stockage géologique du dioxyde de carbone (CO 2 ) par le biais d'activités pénétrant le sous-sol, comme des travaux de forage, en vue d'obtenir des informations géologiques sur les strates géologiques contenues dans le complexe potentiel de stockage, et si nécessaire, effectuer des essais d'injection afin de caractériser l'endroit de stockage;
  6° stockage géologique du dioxyde de carbone : injection combinée au stockage de flux de dioxyde de carbone dans des formations géologiques du sous-sol profond;
  7° examen d'exploration : recherches sur la présence [2 d'hydrocarbures ou la présence de gisements géothermiques qui peuvent être exploités, ou bien]2 sur d'autres données concernant ce sujet, sans faire usage d'un puits de sondage;
  8° permis de recherche d'hydrocarbures : autorisation exclusive écrite pour la détection d'hydrocarbures dans le sous-sol profond;
  9° permis d'extraction : autorisation exclusive écrite pour l'extraction d'hydrocarbures [2 permis d'extraction ]2 dans le sous-sol profond;
  10° permis de recherche relatif au stockage du dioxyde de carbone : autorisation exclusive écrite pour l'exécution de travaux de recherche liés aux complexes potentiels de stockage du dioxyde de carbone dans le sous-sol profond, y compris les conditions sous lesquelles ces travaux de recherche peuvent avoir lieu;
  11° permis de stockage : autorisation(s) exclusive(s) écrite(s) habilitant l'exploitant à stocker géologiquement du dioxyde de carbone dans un site de stockage situé dans le sous-sol profond et stipulant les conditions sous lesquelles ce stockage peut avoir lieu;
  12° site de stockage : un espace de volume défini au sein d'une formation géologique qui est utilisé pour le stockage géologique du dioxyde de carbone et les dispositions et systèmes d'injection en surface correspondants;
  13° formation géologique : subdivision lithostratigraphique dans le cadre de laquelle des couches rocheuses peuvent être clairement distinguées et cartographiées;
  14° complexe de stockage : le site de stockage et les zones géologiques environnantes susceptibles d'influer sur l'intégrité et la sécurité globales du stockage, c'est-à-dire les formations de confinement secondaires [1 qui pourraient commencer à contenir du dioxyde de carbone]1;
  15° fuite : tout dégagement de dioxyde de carbone à partir du complexe de stockage;
  16° colonne d'eau : masse d'eau continue comprise verticalement entre la surface et les sédiments du fond;
  17° unité hydraulique : l'espace lacunaire communiquant par des phénomènes hydrauliques où la communication par pression peut être mesurée à l'aide de moyens techniques et qui est délimité par des barrières d'écoulement (obstacles, strates salines, barrières lithologiques), un amenuisement cunéiforme ou un affleurement de la formation;
  18° exploitant : la personne physique ou morale du secteur privé ou public qui exploite et gère le site de stockage ou qui dispose du pouvoir économique déterminant à l'égard du fonctionnement technique de ce site de stockage;
  19° modification [1 important]1 : toute modification qui ne relève pas du permis de stockage [1 ou]1 qui est susceptible d'avoir des effets sensibles sur l'environnement et la santé publique;
  20° flux de dioxyde de carbone : le flux de substances résultant du captage du dioxyde de carbone;
  21° déchets : les substances définies comme déchets dans le décret du 2 juillet 1981 sur la prévention et la gestion des déchets.
  22° panache de dioxyde de carbone : le volume du dioxyde de carbone qui se répartit dans la formation géologique;
  23° migration : mouvement du dioxyde de carbone au sein du complexe de stockage;
  24° irrégularité notable : toute irrégularité dans les opérations d'injection ou de stockage ou concernant l'état du complexe de stockage proprement dit et qui induit un risque de fuite ou un risque pour l'environnement ou la santé publique;
  25° risque significatif : la combinaison d'un dommage probable et d'une envergure de dégâts impossible à ignorer sans porter atteinte à l'objectif du stockage géologique écologique du dioxyde de carbone qui a été fixé pour le lieu de stockage en question;
  26° mesures correctives : les mesures prises pour corriger les irrégularités notables ou pour colmater les fuites, afin d'éviter ou d'arrêter le dégagement du dioxyde de carbone à partir du complexe de stockage;
  27° fermeture d'un site de stockage : l'arrêt définitif de l'injection de dioxyde de carbone dans ce site de stockage;
  28° postfermeture : la période faisant suite à la fermeture d'un site de stockage, y compris la période qui suit le transfert des responsabilités à la Région flamande;
  29° [5 ...]5;
  30° ministre : le ministre flamand des Ressources naturelles, lorsqu'il s'agit de la détection ou de l'extraction d'hydrocarbures [2 ou d'énergie géothermique]2 [3 ou de la vision de la structure du sous-sol profond,]3 ou le ministre flamand de l'Environnement, de l'Energie et de la Politique de l'Eau, lorsqu'il s'agit du stockage géologique du dioxyde de carbone;
  31° ayant droit : le titulaire d'un droit réel ou d'un autre droit de jouissance;
  32° société désignée : la société d'investissement, comme mentionnée dans le décret du 7 mai 2004 relatif aux sociétés d'investissement des autorités flamandes;
  33° Lois minières coordonnées : les lois sur les mines, minières et carrières, coordonnées le 15 septembre 1919;
  34° Loi sur le bail à ferme : division III du livre III, titre VIII, chapitre II du Code civil, inséré par l'article 1 de la loi du 4 novembre 1969 modifiant la législation sur le bail à ferme et sur le droit de préemption en faveur des preneurs de biens ruraux;
  [2 35° zone volume : zone tridimensionnelle du sous-sol profond, décrite et délimitée à l'aide des coordonnées x, y et z (coordonnées Lambert BD72 et Deuxième nivellement général), interfaces des couches géologiques ou autres critères géologiques ;]2
  [2 36° énergie géothermique : l'énergie emmagasinée sous forme de chaleur dans le sous-sol qui y est présente d'une manière naturelle [3 ou par stockage de chaleur ;]3]2
  [2 37° recherche d'énergie géothermique : recherche d'énergie géothermique exploitable ou d'autres données à ce propos en utilisant un trou de forage ;]2
  [2 38° extraction d'énergie géothermique : prélèvement de l'énergie géothermique du sous-sol en utilisant un trou de forage, le cas échéant, y compris les activités de réinjection de l'eau puisée lors de l'extraction dans le même réservoir géothermique ;]2
  [2 39° permis de recherche d'énergie géothermique : consentement écrit exclusif d'exploration d'énergie géothermique exploitable dans le sous-sol profond et d'extraction de cette énergie géothermique pendant la validité du permis de recherche conformément aux conditions d'autorisation ;]2
  [2 40° permis d'extraction d'énergie géothermique : consentement écrit exclusif pour extraire l'énergie géothermique du sous-sol profond ;]2
  [2 41° mouvement du sol : tout mouvement du sol résultant totalement ou partiellement des activités autorisées par le présent décret, ou bien le mouvement du sol à long terme conduisant à l'abaissement du sol ou au soulèvement du sol ou bien le mouvement du sol à court terme causant la sismicité.]2
  [4 42° Règlement général d'exemption par catégorie : le Règlement (UE) n° 651/2014 de la Commission du 17 juin 2014 déclarant certaines catégories d'aides compatibles avec le marché intérieur en application des articles 107 et 108 du traité (Journal Officiel du 26 juin 2014, L 187, p. 1-78), et ses modifications ultérieures;]4
  [4 43° aquifère : aquifère dans le sous-sol;]4
  [4 44° risque géologique assurable par la Région flamande : risque d'une puissance réalisée trop basse dans la mesure où cela est dû aux dérogations à un ou plusieurs paramètres spécifiques de l'aquifère, comprenant :
   a) l'épaisseur brute de l'aquifère ;
   b) le rapport net-brut de l'aquifère ;
   c) la perméabilité de l'aquifère ;
   d) la profondeur du sommet de l'aquifère ;
   e) la salinité de l'eau de formation ;
   f) le gradient géothermique.]4

  
Art.3. De in de diepe ondergrond van nature aanwezige koolwaterstoffen zijn eigendom van het Vlaamse Gewest.
  De eigendom van koolwaterstoffen die met gebruikmaking van een winningsvergunning [1 voor koolwaterstoffen]1 worden gewonnen, gaat door het winnen ervan over op de vergunninghouder, op voorwaarde dat een vergoeding wordt betaald aan het Vlaamse Gewest overeenkomstig hoofdstuk II, afdeling II. De eigendom van koolwaterstoffen die met gebruikmaking van een opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen als monsters of formatiebeproevingen aan de ondergrond worden onttrokken, gaat over op de vergunninghouder zonder dat er een vergoeding aan het Vlaamse Gewest betaald moet worden.
  
Art.3. Les hydrocarbures naturellement présents dans le sous-sol profond sont la propriété de la Région flamande.
  La propriété des hydrocarbures extraits en faisant usage d'un permis d'extraction [1 d'hydrocarbures]1 passe, du fait de cette extraction, au titulaire du permis, à condition toutefois qu'une indemnisation soit payée à la Région flamande, conformément au chapitre II, division II. La propriété des hydrocarbures extraits du sous-sol comme échantillons ou épreuves de formation en faisant usage d'un permis de recherche d'hydrocarbures passe au titulaire du permis sans qu'une indemnisation doive être payée à la Région flamande.
  
Art.4. De rechthebbenden ten aanzien van het aardoppervlak en de daarop opgerichte bouwwerken moeten toestaan dat de houder van een vergunning in de ondergrond koolwaterstoffen [1 of aardwarmte]1 opspoort of wint, potentiële opslagcomplexen voor koolstofdioxide opspoort of koolstofdioxide geologisch opslaat, overeenkomstig de regels waaraan die activiteiten onderworpen zijn, als die activiteiten plaatsvinden op een diepte van ten minste [1 500 meter ten opzichte van het TAW-referentiepunt]1.
  Die verplichting doet echter geen afbreuk aan het recht van de rechthebbenden op een vergoeding voor de door die activiteiten veroorzaakte schade aan het aardoppervlak en de daarop opgerichte bouwwerken, en op een vergoeding van het genotsverlies ten gevolge van de bezetting van hun gronden.
  
Art.4. Les ayants droit par rapport à la surface du sol et des constructions qui y sont érigées sont tenus d'autoriser le titulaire d'un permis à rechercher ou à extraire des hydrocarbures [1 ou de l'énergie géothermique]1 dans le sous-sol, à y rechercher des complexes de stockage de dioxyde de carbone ou à procéder au stockage géologique des hydrocarbures, conformément aux règles auxquelles ces activités sont soumises, si ces activités ont lieu à une profondeur d'au moins [1 500 mètres par rapport au point de référence DNG (Deuxième nivellement général) ]1.
  Cette obligation ne porte aucun préjudice au droit à l'indemnisation des ayants droit pour les dommages causés à la surface du sol et aux constructions qui y sont érigées, et à l'indemnisation pour la perte de jouissance à la suite de l'occupation de leurs terrains.
  
HOOFDSTUK II. - Het opsporen en het winnen van koolwaterstoffen
CHAPITRE II. - La prospection et l'exploitation d'hydrocarbures
Afdeling I. - Vergunningen voor het opsporen en het winnen van koolwaterstoffen
Division 1. - Les permis de recherche et d'extraction d'hydrocarbures
Onderafdeling I. - Aanvraagprocedure
Sous-Division 1. - Procédure de demande
Art.5. § 1. Het opsporen of het winnen van koolwaterstoffen kan alleen met een vergunning van de Vlaamse Regering.
  § 2. Een winningsvergunning [1 koolwaterstoffen]1 kan alleen verleend worden op basis van de resultaten die voortvloeien uit een voorafgaande opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen.
  De resultaten verkregen uit een opsporingsvergunning [1 voor koolwaterstoffen]1 kunnen door een andere persoon dan de houder van de vergunning slechts worden aangewend na de rechten op de opsporingsresultaten te hebben verworven van de houder of laatste houder van de opsporingsvergunning [1 voor koolwaterstoffen]1, en deze daarvoor passend te hebben vergoed.
  § 3. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de aanvraagprocedure om een vergunning te verkrijgen, en de vormelijke en inhoudelijke voorwaarden waaraan een dergelijke aanvraag moet voldoen.
  
Art.5. § 1. La recherche ou l'extraction d'hydrocarbures nécessite l'obtention d'un permis émis par le Gouvernement flamand.
  § 2. Un permis d'extraction [1 d'hydrocarbures ]1 peut uniquement être octroyé sur la base des résultats découlant d'un permis antérieur de recherche d'hydrocarbures.
  Les résultats obtenus par le biais d'un permis de recherche [1 d'hydrocarbures]1 ne pourront être utilisés par une autre personne que le titulaire du permis qu'après avoir acquis les droits relatifs aux résultats de recherche du titulaire ou du dernier titulaire en date du permis de recherche [1 d'hydrocarbures]1 et après l'avoir indemnisé de manière appropriée.
  § 3. Le Gouvernement flamand détermine les modalités de la procédure de demande relative à l'obtention d'un permis, ainsi que les conditions de fond et de forme auxquelles une telle demande doit satisfaire.
  
Art.6. § 1. Nadat een aanvraag voor een vergunning is ingediend en volledig bevonden werd, neemt de Vlaamse Regering het initiatief om in het Publicatieblad van de Europese [1 Unie]1 een uitnodiging te publiceren om aanvragen in te dienen voor een soortgelijke vergunning voor hetzelfde [2 volumegebied]2.
  Die uitnodiging maakt melding van de aard van de vergunning, het [2 volumegebied]2 waarvoor een aanvraag kan worden ingediend, de termijn waarin een aanvraag tot mededinging kan worden ingediend, de toepasselijke regelgeving, en de voorgenomen datum waarop of de termijn waarin over de vergunningsaanvraag beslist zal worden.
  Als de voorkeur wordt gegeven aan aanvragen die uitgaan van individuele natuurlijke personen of rechtspersonen, moet dat in de uitnodiging worden vermeld.
  § 2. Andere belangstellenden kunnen binnen een termijn van negentig dagen na de publicatie van de uitnodiging in het Publicatieblad van de Europese [1 Unie]1 eveneens een aanvraag indienen voor een soortgelijke vergunning voor hetzelfde [2 volumegebied]2.
  
Art.6. § 1. Après l'introduction d'une demande de permis jugée complète, le Gouvernement flamand prend l'initiative de publier dans le Journal officiel des [1 union européenne]1 une invitation à introduire des demandes de permis similaires pour la même [2 zone volume]2.
  L'invitation fait mention de la nature du permis, de la [2 zone volume]2 pour laquelle la demande peut être introduite, du délai dans lequel une demande en concurrence peut être introduite, de la réglementation d'application et de la date prévue à laquelle, ou le délai dans lequel, une décision sera prise concernant la demande relative à l'obtention d'un permis.
  Si la préférence est accordée aux demandes émises par des personnes physiques ou morales du secteur privé, cela doit être mentionné dans l'invitation.
  § 2. D'autres intéressés peuvent également introduire une demande de permis similaire pour la même [2 zone volume]2 dans un délai de quatre-vingt-dix jours suivant la publication de l'invitation dans le Journal officiel des [1 union européenne]1.
  
Art.7. § 1. In de volgende gevallen wordt de procedure, vermeld in artikel 6, niet gevolgd :
  1° als de houder van een opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen die met gebruikmaking van die vergunning de aanwezigheid van koolwaterstoffen heeft aangetoond, gedurende de geldigheidsduur van die vergunning, voor hetzelfde [1 volumegebied]1 of gedeelten daarvan een aanvraag voor een winningsvergunning indient. Als de aanwezigheid van koolwaterstoffen maar in een deel van het vergunde [1 volumegebied]1 is aangetoond, kan de winningsvergunning beperkt worden tot dat deel van het [1 volumegebied]1. In afwijking van artikel 11, § 1, blijft de opsporingsvergunning [1 voor koolwaterstoffen]1, voor zover ze betrekking heeft op het aangevraagde [1 volumegebiedgebied]1, in elk geval gelden tot wanneer de beslissing over de aanvraag voor de winningsvergunning onherroepelijk wordt;
  2° als de aanvraag betrekking heeft op een [1 volumegebied]1 waarvoor op dat ogenblik al een soortgelijke vergunning in het kader van dit hoofdstuk of een opsporingsvergunning voor koolstofdioxideopslag in het kader van hoofdstuk III is verleend;
  3° als de aanvraag betrekking heeft op een [1 volumegebied]1 dat de Vlaamse Regering niet wil openstellen voor de opsporing of de winning van koolwaterstoffen;
  4° tijdens de eerste twee jaar na de datum van inwerkingtreding van dit decreet, als het een aanvraag overeenkomstig artikel 34, § 2, betreft.
  § 2. De Vlaamse Regering kan in de volgende gevallen beslissen de procedure, vermeld in artikel 6, niet te volgen :
  1° als er geologische redenen of redenen in verband met de opsporing of winning zijn om de vergunning voor een gebied bij voorkeur aan de houder van een vergunning voor een aangrenzend [1 volumegebied]1 toe te kennen. In dat geval worden de houders van vergunningen voor eventuele andere aangrenzende [1 volumegebieden]1 uitgenodigd om binnen een termijn van negentig dagen eveneens een aanvraag in te dienen of hun opmerkingen mee te delen;
  2° als de aanvraag betrekking heeft op een [1 volumegebied]1 waarvoor op dat ogenblik al een opslagvergunning in het kader van hoofdstuk III [1 , een opsporings- of winningsvergunning voor aardwarmte in het kader van hoofdstuk III/1, een vergunning voor de ondergrondse berging van radioactief afval]1 of een vergunning in het kader van de wet van 18 juli 1975 betreffende het opsporen en exploiteren van ondergrondse bergruimten in situ voor het opslaan van gas is verleend.
  
Art.7. § 1. La procédure mentionnée dans l'article 6 ne sera pas suivie dans les cas suivants :
  1° lorsque le titulaire d'un permis de recherche d'hydrocarbures ayant démontré en faisant usage de ce permis la présence d'hydrocarbures introduit au cours de la période de validité de ce permis une demande de permis d'extraction pour la même [1 zone volume]1 ou pour des parties de cette [1 zone volume]1. Si la présence d'hydrocarbures n'a été démontrée que dans une partie de la [1 zone volume]1 autorisée, le permis d'extraction peut être limité à cette partie de la [1 zone volume]1. En dérogation à l'article 11, § 1, le permis de recherche, [1 d'hydrocarbures]1 pour autant qu'il se rapporte à la [1 zone volume]1, demeure en tout cas valable jusqu'à ce que la décision relative à la demande d'un permis d'extraction [1 d'hydrocarbures ]1 devienne irrévocable;
  2° lorsque la demande se rapporte à une [1 zone volume]1 pour laquelle un permis similaire dans le cadre du présent chapitre ou un permis de recherche de sites de stockage de dioxyde de carbone dans le cadre du chapitre III a déjà été octroyé;
  3° lorsque la demande se rapporte à une [1 zone volume]1 que le Gouvernement flamand ne veut pas ouvrir à la recherche ou à l'extraction d'hydrocarbures;
  4° pendant les deux premières années suivant la date d'entrée en vigueur du présent décret, s'il s'agit d'une demande conforme à l'article 34, § 2.
  § 2. Le Gouvernement flamand peut décider de ne pas suivre la procédure mentionnée dans l'article 6 dans les cas suivants :
  1° lorsqu'il existe des raisons géologiques ou des raisons liées à la recherche ou à l'extraction pour attribuer de préférence le permis au titulaire d'un permis octroyé pour une [1 zone volume]1 avoisinante. Le cas échéant, les titulaires de permis octroyés pour d'éventuelles autres [1 zones volume]1 avoisinantes seront invités à introduire également une demande ou à communiquer leurs remarques dans un délai de quatre-vingt-dix jours;
  2° lorsque la demande se rapporte à une [1 zone volume]1 pour laquelle un permis de stockage dans le cadre du chapitre III [1 , un permis de recherche ou d'extraction d'énergie géothermique dans le cadre du chapitre III/1, un permis de stockage souterrain pour déchets radioactifs]1ou un permis dans le cadre de la loi du 18 juillet 1975 relative à la recherche et à l'exploitation des sites-réservoirs souterrains a alors déjà été octroyé pour le stockage de gaz.
  
Art.8. De Vlaamse Regering kan ook op eigen initiatief beslissen een uitnodiging tot het indienen van aanvragen voor een vergunning in het Publicatieblad van de Europese [1 Unie]1 te publiceren. De voorschriften, vermeld in artikel 6, § 1, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
  Belangstellenden kunnen binnen een termijn van negentig dagen na de publicatie van de uitnodiging een aanvraag indienen.
  
Art.8. Le Gouvernement flamand peut également décider de sa propre initiative de publier une invitation à l'introduction d'une demande de permis dans le Journal officiel des [1 union européenne]1. Les dispositions mentionnées dans l'article 6, § 1, deuxième et troisième alinéa sont d'application correspondante.
  Les personnes intéressées peuvent introduire leur demande dans un délai de quatre-vingt-dix jours suivant la publication de l'invitation.
  
Onderafdeling II. - Vergunningscriteria
Sous-Division II. - Critères d'autorisation
Art.9. Een vergunning wordt niet verleend in de volgende gevallen :
  1° als de aanvraag slaat op een [1 volumegebied]1 waarvoor op dat ogenblik al een soortgelijke vergunning in het kader van dit hoofdstuk is verleend;
  2° als de aanvraag slaat op een [1 volumegebied]1 waarvoor op dat ogenblik al een opsporingsvergunning voor koolstofdioxideopslag in het kader van hoofdstuk III is verleend;
  3° als de aanvraag slaat op een [1 volumegebied]1 dat de Vlaamse Regering niet wil openstellen voor de opsporing of de winning van koolwaterstoffen;
  4° als de aanvraag voor een winningsvergunning [1 voor koolwaterstoffen]1 gebeurt op basis van opsporingsresultaten verkregen in strijd met artikel 5, § 2.
  Een vergunning kan onder meer geweigerd worden in de volgende gevallen :
  1° als de aanvraag slaat op een [1 volumegebied]1 waarvoor al een opslagvergunning in het kader van hoofdstuk III [1 , een opsporings- of winningsvergunning voor aardwarmte in het kader van hoofdstuk III/1, een vergunning voor de ondergrondse berging van radioactief afval]1 of een vergunning in het kader van de wet van 18 juli 1975 betreffende het opsporen en exploiteren van ondergrondse bergruimten in situ voor het opslaan van gas is verleend;
  2° als de Vlaamse Regering dat opportuun acht vanuit overwegingen van nationale veiligheid, omdat een staat van buiten de Europese Economische Ruimte of een onderdaan of rechtspersoon daarvan feitelijk zeggenschap heeft over de aanvrager;
  3° als het niet aannemelijk is dat de opsporing of de winning van de koolwaterstoffen binnen het [1 volumegebied]1 waarvoor de vergunning zal gelden, economisch of technisch haalbaar is.
  
Art.9. Un permis ne sera pas octroyé dans les cas suivants :
  1° lorsque la demande se rapporte à une [1 zone volume]1 pour laquelle un permis similaire dans le cadre du présent chapitre a alors déjà été octroyé;
  2° lorsque la demande se rapporte à une [1 zone volume]1 pour laquelle un permis de recherche relatif au stockage du dioxyde de carbone dans le cadre du chapitre III a alors déjà été octroyé;
  3° lorsque la demande se rapporte à une [1 zone volume]1 que le Gouvernement flamand ne veut pas ouvrir à la recherche ou à l'extraction d'hydrocarbures;
  4° lorsque la demande relative à l'obtention d'un permis d'extraction [1 d'hydrocarbures]1 est basée sur des résultats de recherche obtenus d'une manière contraire à l'article 5, § 2.
  Un permis peut entre autres être refusé dans les cas suivants :
  1° lorsque la demande se rapporte à une [1 zone volume]1 pour laquelle un permis de stockage dans le cadre du chapitre III [1 , un permis de recherche ou d'extraction d'énergie géothermique dans le cadre du chapitre III/1, un permis de stockage souterrain pour déchets radioactifs]1 ou un permis dans le cadre de la loi du 18 juillet 1975 relative à la recherche et à l'exploitation des sites-réservoirs souterrains a déjà été octroyé pour le stockage de gaz;
  2° lorsque le Gouvernement flamand l'estime opportun par rapport à la sécurité nationale, parce que le demandeur est soumis au contrôle effectif d'un Etat ne faisant pas partie de l'Espace économique européen (EEE) ou d'un ressortissant ou d'une personne morale d'un tel Etat;
  3° lorsqu'il n'est pas plausible que la recherche ou l'extraction des hydrocarbures soit techniquement réalisable dans la [1 zone volume]1 pour laquelle un permis a été demandé.
  
Art.10. Met behoud van de toepassing van artikel 9 worden de vergunningsaanvragen beoordeeld op basis van de volgende criteria :
  1° de technische en financiële mogelijkheden van de aanvrager;
  2° de manier waarop de aanvrager zich voorneemt de activiteiten waarvoor de vergunning wordt aangevraagd, te verrichten;
  3° in voorkomend geval, het eventuele gebrek aan efficiëntie en verantwoordelijkheidszin waarvan de aanvrager in het kader van een eerdere vergunning blijk heeft gegeven;
  4° in voorkomend geval, de activiteiten die de aanvrager in het verleden verricht heeft in het [1 volumegebied]1 waarop de aanvraag betrekking heeft, of de vroegere vergunningen waarvan de aanvrager houder was in dat [1 volumegebied]1;
  5° in voorkomend geval, de eventuele interferentie met andere al vergunde activiteiten in de ondergrond;
  6° de milieu-impact van de voorgenomen activiteiten;
  7° als toepassing gemaakt werd van artikel 6, § 1, derde lid, de voorkeur voor individuele natuurlijke personen of rechtspersonen;
  8° als de procedure overeenkomstig artikel 8 gevolgd wordt, de vergoeding die de aanvrager bereid is te betalen aan het Vlaamse Gewest overeenkomstig artikel 27;
  9° als een keuze gemaakt moet worden uit verschillende aanvragen die na een beoordeling op basis van de criteria, vermeld in punten 1° tot en met 8°, gelijkwaardig zijn gebleken, de noodzaak om de koolwaterstoffen op een rationele en efficiënte manier op te sporen of te winnen, de milieuvriendelijkheid van de voorgenomen technieken, de mate van marktconcentratie, de tewerkstelling en het economische belang.
  De criteria, vermeld in het eerste lid, kunnen eveneens een grond tot weigering van de vergunning uitmaken.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels uitwerken voor de criteria, vermeld in het eerste lid.
  
Art.10. Sans préjudice de l'application de l'article 9, les demandes de permis sont évaluées en fonction des critères suivants :
  1° les possibilités techniques et financières du demandeur;
  2° la manière selon laquelle le demandeur envisage d'exécuter les activités pour lesquelles le permis est demandé;
  3° le cas échéant, l'éventuel manque d'efficacité et de sens des responsabilités dont le demandeur a fait preuve dans le cadre d'un permis antérieur;
  4° le cas échéant, les activités exécutées dans le passé par le demandeur dans la [1 zone volume]1 à laquelle la demande de permis se rapporte ou les permis antérieurs dont le demandeur était titulaire dans cette [1 zone volume]1;
  5° le cas échéant, l'éventuelle interférence avec d'autres activités déjà autorisées dans le sous-sol;
  6° l'impact environnemental des activités envisagées;
  7° en cas d'application de l'article 6, § 1, troisième alinéa, la préférence accordée à des personnes physiques ou morales du secteur privé;
  8° lorsque la procédure conforme à l'article 8 est suivie, l'indemnisation que le demandeur est disposé à payer à la Région flamande, conformément à l'article 27;
  9° lorsqu'un choix doit être fait entre différentes demandes jugées équivalentes après une évaluation selon les critères mentionnés dans les points 1° à 8° inclus, la nécessité de rechercher ou d'extraire les hydrocarbures d'une manière rationnelle et efficace, l'écologie des techniques envisagées, le taux de concentration des marchés, la mise à l'emploi et l'intérêt économique.
  Les critères mentionnés dans le premier alinéa peuvent également constituer un motif de refus du permis.
  Le Gouvernement flamand peut fixer d'autres règles pour les critères mentionnés dans le premier alinéa.
  
Onderafdeling III. - Vergunningsvoorwaarden
Sous-Division III. - Conditions d'autorisation
Art.11.1 § 1. Een vergunning geeft de duur aan waarvoor ze geldt. Met behoud van de toepassing van artikel 19, § 2, bedraagt de geldigheidsduur van de vergunning niet langer dan noodzakelijk is om de activiteiten waarvoor de vergunning is verleend, op een behoorlijke wijze te verrichten.
  § 2. [1 Een vergunning geeft aan voor welk volumegebied ze geldt, en welke verticale projectie op het aardoppervlak daarmee overeenstemt. Het vergunningsgebied en de daarmee overeenstemmende verticale projectie op het aardoppervlak worden zo afgebakend dat de uitoefening van de activiteiten waarvoor de vergunning is verleend, vanuit technisch en economisch oogpunt op zo goed mogelijke wijze kan plaatsvinden.]1
  Als een winningsvergunning [1 voor koolwaterstoffen na de verlening ervan blijkt te gelden voor een volumegebied waarin zich een voorkomen met koolwaterstoffen bevindt]1 waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het de grens van het vergunningsgebied overschrijdt, is de vergunninghouder verplicht om zijn medewerking te verlenen aan de totstandkoming van een overeenkomst met de [1 voor het aangrenzende volumegebied tot het winnen van koolwaterstoffen gerechtigde en, als artikel 63/8, § 1, toepassing vindt, met de voor het aangrenzende volumegebied tot het winnen van aardwarmte gerechtigde]1, tenzij de Vlaamse Regering ontheffing verleent van de verplichting om een overeenkomst te sluiten. De overeenkomst strekt ertoe dat de winning [1 van de koolwaterstoffen]1 in onderlinge overeenstemming plaatsvindt, en kan bepalen dat de concrete realisatie van de winning maar door een van hen wordt uitgevoerd. Voor de overeenkomst en alle latere wijzigingen ervan is de goedkeuring van de Vlaamse Regering noodzakelijk.
  [1 § 3. De Vlaamse Regering kan bijzondere vergunningsvoorwaarden opnemen in opsporings- en winningsvergunningen voor koolwaterstoffen.]1
  
Art.11. § 1. La durée de validité est indiquée sur le permis. Sans préjudice de l'application de l'article 19, § 2, la durée de validité du permis n'excédera pas la période nécessaire pour exécuter correctement les activités pour lesquelles le permis a été octroyé.
  § 2. [1 Le permis mentionne pour quelle zone il est valable et quelle projection verticale sur la surface du sol y correspond. La zone du permis et la projection verticale sur la surface du sol qui y correspond sont délimitées de manière à ce que l'exercice des activités autorisées par le permis puisse avoir lieu, d'un point de vue technique et économique, de la meilleure manière possible.]1
  Lorsqu'un permis d'extraction [1 d'hydrocarbures après l'octroi de celui-ci apparaît être valable pour une zone volume dans laquelle se trouve un gisement d'hydrocarbures]1 et que l'on peut raisonnablement admettre que la présence de ces derniers dépasse les frontières de la zone autorisée, le titulaire du permis est tenu de travailler conjointement à la mise en place d'un accord avec [1 la personne autorisée à extraire des hydrocarbures dans la zone volume avoisinante, et si l'article 63/8, § 1er, est d'application, avec la personne autorisée à extraire de l'énergie géothermique dans la zone volume avoisinante]1 sauf si le Gouvernement flamand l'exempte de l'obligation de conclure un accord. L'accord vise à instaurer une entente mutuelle concernant l'extraction [1 des hydrocarbures ]1 et il peut stipuler que la réalisation concrète de l'extraction ne sera exécutée que par l'un d'eux. Cet accord et toute modification ultérieure qui lui est apportée requièrent l'approbation du Gouvernement flamand.
  [1 Le Gouvernement flamand peut inclure des conditions d'autorisation spéciales dans les permis de recherche et d'extraction d'hydrocarbures.]1
  
Art.12. § 1. Een winningsvergunning [1 voor koolwaterstoffen]1 geldt eveneens voor andere stoffen [1 en aardwarmte]1 die onvermijdelijk meekomen met de winning van koolwaterstoffen.
  [1 De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor het winnen van andere stoffen en aardwarmte die onvermijdelijk meekomen met de winning van koolwaterstoffen.]1
  Een winningsvergunning [1 voor koolwaterstoffen]1 geeft het tarief aan van de jaarlijkse vergoeding die de vergunninghouder overeenkomstig artikel 27 aan het Vlaamse Gewest verschuldigd is, in voorkomend geval onderverdeeld per type koolwaterstof.
  § 2. Een opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen geeft aan binnen welke periode nadat de vergunning onherroepelijk is geworden, de opsporingsactiviteiten of verkenningsonderzoeken, vermeld in de vergunning, moeten worden verricht.
  Een opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen geeft aan onder welke voorwaarden koolwaterstoffen als monsters of formatiebeproevingen aan de ondergrond onttrokken mogen worden.
  
Art.12. § 1. Un permis d'extraction [1 d'hydrocarbures]1 vaut également pour les autres substances [1 et l'énergie géothermique]1 qui sont inévitablement extraites avec les hydrocarbures.
  [1 Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités d'extraction d'autres substances et d'énergie géothermique qui sont inévitablement collectées en même temps que les hydrocarbures.]1
  Un permis d'extraction [1 d'hydrocarbures]1 indique le tarif de l'indemnisation annuelle dont le titulaire du permis est redevable à la Région flamande conformément à l'article 27, le cas échéant, subdivisé par type d'hydrocarbure.
  § 2. Un permis de recherche d'hydrocarbures indique dans quel délai les activités de recherche ou d'exploration mentionnées dans le permis doivent être exécutées, après que le permis est devenu irrévocable.
  Un permis de recherche d'hydrocarbures indique sous quelles conditions les hydrocarbures peuvent être extraits du sous-sol comme échantillons ou comme épreuves de formation.
  
Onderafdeling IV. - Verplichtingen van de vergunninghouders
Sous-Division IV. - Obligations des titulaires de permis
Art.13. De houder of laatste houder van een vergunning neemt alle maatregelen die redelijkerwijs van hem verwacht kunnen worden om te voorkomen dat de activiteiten waarop de vergunning slaat :
  1° milieuverstoring veroorzaken;
  2° schade door bodembeweging veroorzaken;
  3° de openbare veiligheid schaden;
  4° [1 het planmatige beheer van de koolwaterstofvoorraden en van andere toepassingen in de ondergrond verstoren.]1
  
Art.13. Le titulaire ou dernier titulaire en date d'un permis prend toutes les mesures qui peuvent raisonnablement être requises pour éviter que les activités couvertes par le permis :
  1° ne causent une perturbation de l'environnement;
  2° ne causent des dommages dus à des mouvements de terrain;
  3° ne portent préjudice à la sécurité publique;
  4° [1 sont de nature à perturber la gestion planifiée des stocks d'hydrocarbures et d'autres applications dans le sous-sol.]1.
  
Art.14. De houder van een vergunning deelt elke substantiële wijziging in een vergunningscriterium, vermeld in artikelen 9 en 10, onmiddellijk [1 ...]1 mee aan de Vlaamse Regering.
  
Art.14. Le titulaire d'un permis communique immédiatement chaque modification substantielle par rapport à un critère d'autorisation, mentionné dans les articles 9 et 10, au Gouvernement flamand [1 ...]1.
  
Art.15. § 1. Koolwaterstoffen worden gewonnen overeenkomstig een [1 winningsplan voor koolwaterstoffen]1, waarvoor de goedkeuring van de Vlaamse Regering noodzakelijk is. Het [1 winningsplan voor koolwaterstoffen]1 is gebaseerd op de resultaten die voortvloeien uit het onderzoek in het kader van een voorafgaande opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen.
  Het is verboden om koolwaterstoffen te winnen voor men over een door de Vlaamse Regering goedgekeurd [1 winningsplan voor koolwaterstoffen]1 beschikt, of op een wijze die substantieel afwijkt van het door de Vlaamse Regering goedgekeurde [1 winningsplan voor koolwaterstoffen]1.
  Als dat noodzakelijk is voor een efficiënte winning van de koolwaterstoffen, kan het [1 winningsplan voor koolwaterstoffen]1 op initiatief van de vergunninghouder gewijzigd of geactualiseerd worden. Voor het gewijzigde of geactualiseerde [1 winningsplan voor koolwaterstoffen]1 is opnieuw de goedkeuring van de Vlaamse Regering noodzakelijk.
  § 2. De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels voor de inhoud en de goedkeuringsprocedure van het [1 winningsplan voor koolwaterstoffen]1.
  
Art.15. § 1. Les hydrocarbures sont extraits conformément à un [1 plan d'extraction d'hydrocarbures ]1 pour lequel une approbation du Gouvernement flamand est requise. Le plan d'extraction est basé sur les résultats qui découlent de la recherche effectuée dans le cadre d'un permis de recherche d'hydrocarbures antérieur.
  Il est interdit d'extraire des hydrocarbures avant de disposer d'un [1 plan d'extraction d'hydrocarbures ]1 approuvé par le Gouvernement flamand, ou d'une manière qui déroge substantiellement au [1 plan d'extraction d'hydrocarbures ]1 approuvé par le Gouvernement flamand.
  Si cela s'avère nécessaire pour une extraction efficace des hydrocarbures, le [1 plan d'extraction d'hydrocarbures ]1 peut être modifié ou actualisé à l'initiative du titulaire du permis. Le [1 plan d'extraction d'hydrocarbures ]1 modifié ou actualisé nécessite à nouveau l'approbation du Gouvernement flamand.
  § 2. Le Gouvernement flamand fixe des règles plus détaillées par rapport au contenu et à la procédure d'approbation du [1 plan d'extraction d'hydrocarbures ]1.
  
Art.16. De houder van een vergunning dient jaarlijks [1 ...]1 een rapport in bij de Vlaamse Regering met een overzicht van de in het voorbije jaar verrichte activiteiten, en een overzicht van de in het eerstvolgende jaar geplande activiteiten. Als er in het voorbije jaar geen activiteiten verricht zijn, of in het eerstvolgende jaar geen activiteiten gepland zijn, is de vergunninghouder niet ontslagen van zijn verplichting om dat in een jaarlijks rapport aan de Vlaamse Regering te melden.
  Het jaarlijkse rapport wordt ingediend uiterlijk voor het einde van de derde maand nadat een jaarlijkse periode verstreken is vanaf de datum van het besluit van de Vlaamse Regering waarbij de vergunning verleend is.
  
Art.16. Le titulaire d'un permis est tenu d'envoyer chaque année [1 ...]1 un rapport au Gouvernement flamand, avec un aperçu des activités exécutées au cours de l'année écoulée et des activités programmées pour la première année suivante. Si aucune activité n'a été exécutée au cours de l'année écoulée ou s'il n'y a pas d'activités programmées pour la première année suivante, le titulaire du permis n'est pas pour autant exempté de son obligation d'en faire déclaration dans un rapport annuel adressé au Gouvernement flamand.
  Le rapport annuel est introduit au plus tard avant la fin du troisième mois après qu'une période d'un an, à compter de la date de l'arrêté du Gouvernement flamand concernant l'octroi du permis, s'est écoulée.
  
Art.17. De houder of laatste houder van een winningsvergunning [1 voor koolwaterstoffen]1 verricht voor de aanvang van het winnen van koolwaterstoffen, tijdens het winnen en tot dertig jaar na het beëindigen van het winnen metingen om de kans op bodembeweging in te schatten als gevolg van het winnen van koolwaterstoffen. De Vlaamse Regering kan, als daar aanleiding toe bestaat, de termijn van dertig jaar inkorten of verlengen, met dien verstande dat inkorting enkel mogelijk is indien uit alle beschikbare gegevens blijkt dat de kans op bodembeweging verwaarloosbaar klein is.
  De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels voor die metingen en de rapportage over de resultaten daarvan.
  
Art.17. Le titulaire ou dernier titulaire en date d'un permis d'extraction [1 d'hydrocarbures]1 est tenu d'effectuer des mesures, avant le commencement de l'extraction d'hydrocarbures, pendant l'extraction et jusqu'à trente ans après la clôture de l'extraction, afin d'évaluer le risque de mouvements de terrain à la suite de l'extraction des hydrocarbures. Le Gouvernement flamand peut, s'il y a lieu, réduire ou prolonger le délai de trente ans, étant entendu qu'une réduction est uniquement possible s'il apparaît de toutes les données disponibles que le risque d'un mouvement de terrain est si restreint qu'il en devient négligeable.
  Le Gouvernement flamand fixe des règles plus détaillées concernant ces mesures et le rapportage lié à leurs résultats.
  
Art.18. Met behoud van de toepassing van artikel 33 en met inachtneming van de resultaten van de metingen, vermeld in artikel 17, kan de Vlaamse Regering de houder of laatste houder van een winningsvergunning [1 voor koolwaterstoffen]1 verplichten om een financiële zekerheid te stellen voor het dekken van de aansprakelijkheid voor de schade waarvan vermoed wordt dat ze kan ontstaan door bodembeweging als gevolg van het winnen van koolwaterstoffen.
  Met behoud van de toepassing van artikel 33 kan de Vlaamse Regering ook de houder of laatste houder van een opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen verplichten om een financiële zekerheid te stellen voor het dekken van de aansprakelijkheid voor de schade waarvan vermoed wordt dat ze kan ontstaan door bodembeweging als gevolg van het opsporen van koolwaterstoffen.
  Als toepassing gemaakt wordt van artikel 32, kan de Vlaamse Regering de houder of laatste houder van [1 een opsporings- of winningsvergunning voor koolwaterstoffen] verplichten om een financiële zekerheid te stellen voor het dekken van de kosten die gepaard gaan met de verwijdering, overeenkomstig artikel 32, § 3, van alle door zijn toedoen opgetrokken gebouwen en installaties.
  [1 De Vlaamse Regering kan de houder van een opsporings- of winningsvergunning voor koolwaterstoffen verplichten om vóór het aanleggen van boorgaten een financiële zekerheid te stellen om de kosten te dekken die gepaard gaan met het veilig afsluiten van de aangelegde boorgaten.]1

  De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag en de termijn waarvoor en het tijdstip en de wijze waarop een financiële zekerheid gesteld moet worden.
  
Art.18. Sans préjudice de l'application de l'article 33 et compte tenu des résultats des mesures visées à l'article 17, le Gouvernement flamand peut obliger le titulaire ou le dernier titulaire en date d'un permis d'extraction [1 d'hydrocarbures]1 d'établir une sécurité financière pour couvrir sa responsabilité liée aux dommages dont on présume qu'ils pourraient se produire à la suite de mouvements de terrain dus à l'extraction d'hydrocarbures.
  Sans préjudice de l'application de l'article 33, le Gouvernement flamand peut également obliger le titulaire ou le dernier titulaire en date d'un permis de recherche d'hydrocarbures d'établir une sécurité financière pour couvrir sa responsabilité par rapport aux dommages susceptibles de se produire à la suite de mouvements de terrain dus à la recherche d'hydrocarbures.
  Si l'article 32 est appliqué, le Gouvernement flamand peut obliger le titulaire ou le dernier titulaire en date [1 d'un permis de recherche ou d'extraction d'hydrocarbures ]1 d'établir une sécurité financière pour couvrir les frais liés au démantèlement de tous les bâtiments et installations érigés par lui, conformément à l'article 32, § 3.
  [1 Le Gouvernement flamand peut obliger le titulaire d'un permis de recherche ou d'extraction d'hydrocarbures à constituer des sûretés financières avant le forage de puits afin de couvrir les frais encourus pour l'obturation sûre des trous de forage.]1
  Le Gouvernement flamand fixe le montant et le délai de la sécurité financière, ainsi que le moment et la manière dont elle doit être établie.
  
Onderafdeling V. - Wijziging, overdracht, intrekking, schorsing en afstand van de vergunning
Sous-Division V. - Modification, cession, retrait, suspension et renonciation du permis
Art.19. § 1. Een vergunning kan op verzoek van de houder of ambtshalve door de Vlaamse Regering gewijzigd worden.
  Een vergunning kan niet in die mate worden gewijzigd dat ze voor een andere activiteit of een groter [1 volumegebied]1 geldt.
  § 2. Een aanvraag tot verlenging van de geldigheidsduur van een vergunning kan alleen worden ingewilligd als de geldigheidsduur van de oorspronkelijke vergunning onvoldoende is gebleken om de activiteiten waarvoor de vergunning geldt, op een behoorlijke wijze te verrichten, en als die activiteiten verricht zijn [1 in overeenstemming met de vergunning en dit decreet en er, als het een winningsvergunning voor koolwaterstoffen betreft, niet is afgeweken van het winningsplan voor koolwaterstoffen]1. De verlenging duurt op haar beurt niet langer dan noodzakelijk is om de activiteiten waarvoor de vergunning is verleend, op een behoorlijke wijze te verrichten.
  In het besluit van de Vlaamse Regering waarin de geldigheidsduur van de vergunning wordt verlengd, kan een beperking worden opgenomen van het oorspronkelijk vergunde [1 volumegebied]1 tot een deel daarvan. Artikel 11, § 2, is van overeenkomstige toepassing.
  § 3. Een aanvraag tot verkleining van het [1 volumegebied]1 waarvoor een vergunning geldt, kan alleen worden ingewilligd met inachtneming van de voorschriften, vermeld in artikel 11, § 2.
  Het besluit van de Vlaamse Regering waarbij het [1 volumegebied]1 waarvoor de vergunning geldt, verkleind wordt, kan gepaard gaan met een beperking van de oorspronkelijke geldigheidsduur van de vergunning, op voorwaarde dat de nieuwe geldigheidsduur voldoende is om de activiteiten waarvoor de vergunning geldt, op een behoorlijke wijze te verrichten.
  
Art.19. § 1. Un permis peut être modifié soit à la demande du titulaire, soit d'office par le Gouvernement flamand.
  Un permis ne peut toutefois pas être modifié de telle façon qu'il devienne valable pour une autre activité ou pour une [1 zone volume]1 plus étendue.
  § 2. Une demande de prolongation de la durée de validité d'un permis peut être uniquement consentie lorsque la durée de validité du permis initial s'est révélée insuffisante pour exécuter correctement les activités auxquelles il s'applique, lorsque ces activités sont exécutées [1 conformément au permis et au présent décret et, s'il s'agit d'un permis d'extraction d'hydrocarbures qu'il n'a pas été dérogé de manière significative au plan d'extraction d'hydrocarbures]1. La prolongation n'excédera pour sa part pas la période nécessaire pour exécuter correctement les activités pour lesquelles le permis a été octroyé.
  L'arrêté du Gouvernement flamand stipulant la prolongation de la durée de validité peut inclure une limitation de la [1 zone volume]1 initialement autorisée à une partie de cette [1 zone volume]1. L'article 11, § 2 est d'application correspondante.
  § 3. Une demande de réduction de la [1 zone volume]1 à laquelle s'applique le permis peut uniquement être consentie lorsque les dispositions visées à l'article 11, § 2 sont respectées.
  L'arrêté du Gouvernement flamand stipulant la réduction de la [1 zone volume]1 à laquelle s'applique le permis peut aller de pair avec une limitation de la durée de validité initiale du permis, à condition que la nouvelle durée de validité soit suffisante pour exécuter correctement les activités relevant du permis.
  
Art.20. Een vergunning kan pas worden overgedragen, inclusief het overdragen dat volgt uit wijzigingen in de vennootschapsstructuur, na de schriftelijke toestemming van de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering beoordeelt de aanvraag tot overdracht met inachtneming van de criteria, vermeld in artikel 9, tweede lid, en in artikel 10.
  Als de Vlaamse Regering instemt met de overdracht, neemt de nieuwe vergunninghouder alle verplichtingen in het kader van dit decreet over van de oude vergunninghouder.
Art.20. Un permis ne peut être cédé, y compris la cession qui découle des modifications effectuées à la structure de la société, qu'après y avoir obtenu l'autorisation écrite du Gouvernement flamand. Le Gouvernement flamand évalue la demande de cession en tenant compte des critères mentionnés dans l'article 9, deuxième alinéa, et dans l'article 10.
  Si le Gouvernement flamand consent à la cession, le nouveau titulaire du permis reprend aussi, dans le cadre du présent décret, toutes les obligations de l'ancien titulaire du permis.
Art.21. § 1. Een vergunning kan alleen in de volgende gevallen door de Vlaamse Regering worden ingetrokken :
  1° als de bij de aanvraag verstrekte gegevens in die mate onjuist of onvolledig blijken te zijn dat de Vlaamse Regering op basis van de juiste of volledige gegevens tot een ander besluit gekomen zou zijn bij de beoordeling van de aanvraag;
  2° als dat wordt gerechtvaardigd door een substantiële wijziging in een vergunningscriterium;
  3° als de [1 opsporings- of winningsactiviteiten]1 niet overeenkomstig de vergunning [1 of dit decreet]1 zijn uitgevoerd of als substantieel van het winningsplan [1 voor koolwaterstoffen]1 is afgeweken;
  4° als de [1 opsporings- of winningsactiviteiten]1 gedurende minstens twee opeenvolgende jaren hebben stilgelegen;
  5° als de houder van een winningsvergunning [1 voor koolwaterstoffen]1 nagelaten heeft zijn jaarlijkse vergoeding aan het Vlaamse Gewest te betalen overeenkomstig artikel 27;
  6° als de vergunning niet langer noodzakelijk is voor de goede uitvoering van de activiteiten waarvoor ze is verleend;
  7° als de uitvoering van de vergunning [1 op een ongunstige wijze]1 interfereert met andere [1 voordien]1 vergunde activiteiten in de [1 ...]1 ondergrond.
  § 2. Voor de Vlaamse Regering kan overgaan tot intrekking van een vergunning, stuurt ze een ingebrekestelling aangetekend naar de vergunninghouder. De ingebrekestelling bevat een omschrijving van de redenen voor de geplande intrekking en de vermelding van een termijn van ten minste negentig dagen waarin de vergunninghouder uitleg kan verschaffen, bezwaar kan aantekenen, of zijn activiteiten in overeenstemming kan brengen met de vergunning [1 , met dit decreet]1 en, als het een winningsvergunning [1 voor koolwaterstoffen]1 betreft, met het winningsplan [1 voor koolwaterstoffen]1.
  Binnen een termijn van negentig dagen na het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, neemt de Vlaamse Regering een besluit over het al dan niet intrekken van de vergunning.
  
Art.21. § 1. Un permis peut uniquement être retiré par le Gouvernement flamand dans les cas suivants :
  1° quand les données fournies lors de l'introduction de la demande se révèlent tellement incorrectes ou incomplètes que le Gouvernement flamand l'aurait évaluée différemment s'il avait disposé des données correctes ou complètes;
  2° quand c'est justifié par une modification substantielle se rapportant à un critère d'autorisation;
  3° quand les [1 activités de recherche ou d'extraction]1 ont été exécutées de manière non conforme au permis [1 ou au présent décret]1 ou lorsqu'il a été dérogé de manière significative au plan d'extraction [1 d'hydrocarbures ]1;
  4° quand les [1 activités de recherche ou d'extraction]1 ont cessé pendant au moins deux années consécutives;
  5° quand le titulaire d'un permis d'extraction [1 d'hydrocarbures]1 a négligé de payer son indemnisation annuelle à la Région flamande, conformément à l'article 27;
  6° quand le permis ne s'avère plus indispensable pour la bonne exécution des activités pour lesquelles il a été délivré;
  7° quand l'exécution du permis interfère [1 de façon négative]1 avec d'autres activités [1 préalablement]1 autorisées dans le sous-sol [1 ...]1.
  § 2. Avant de pouvoir procéder au retrait d'un permis, le Gouvernement flamand est tenu d'envoyer une mise en demeure par lettre recommandée au titulaire du permis. La mise en demeure comprend une description des raisons du retrait prévu et mentionne un délai d'au moins quatre-vingt-dix jours au cours duquel le titulaire du permis peut fournir une explication, faire appel ou conformer ses activités au permis [1 ou au présent décret]1 et, s'il s'agit d'un permis d'extraction [1 d'hydrocarbures]1, au plan d'extraction [1 d'hydrocarbures]1.
  Le Gouvernement flamand décidera du retrait ou du non-retrait du permis dans un délai de quatre-vingt-dix jours après l'expiration du délai mentionné dans le premier alinéa.
  
Art.22. § 1. De Vlaamse Regering kan een vergunning onder meer in de volgende gevallen geheel of gedeeltelijk schorsen :
  1° als dat wordt gerechtvaardigd door een substantiële wijziging in een vergunningscriterium;
  2° als de [1 opsporings- of winningsactiviteiten]1 niet overeenkomstig de vergunning [1 of dit decreet]1 zijn uitgevoerd of als substantieel is afgeweken van het winningsplan [1 voor koolwaterstoffen]1;
  3° als de houder van een winningsvergunning [1 voor koolwaterstoffen]1 nagelaten heeft zijn jaarlijkse vergoeding aan het Vlaamse Gewest te betalen overeenkomstig artikel 27;
  4° als de uitvoering van de vergunning [1 op een ongunstige wijze]1 interfereert met andere [1 voordien]1 vergunde activiteiten in de [1 ...]1 ondergrond.
  § 2. Voor de Vlaamse Regering kan overgaan tot een gehele of gedeeltelijke schorsing van een vergunning, stuurt ze een ingebrekestelling aangetekend naar de vergunninghouder. De ingebrekestelling bevat een omschrijving van de redenen voor de geplande schorsing en de vermelding van een termijn van ten minste vijf dagen waarin de vergunninghouder uitleg kan verschaffen, bezwaar kan aantekenen, of zijn activiteiten in overeenstemming kan brengen met de vergunning [1 , met dit decreet]1 en, als het een winningsvergunning [1 voor koolwaterstoffen]1 betreft, met het winningsplan [1 voor koolwaterstoffen]1.
  Zo spoedig mogelijk na het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, neemt de Vlaamse Regering een besluit over het al dan niet schorsen van de vergunning. Een besluit tot volledige of gedeeltelijke schorsing van de vergunning vermeldt de voorwaarden waaraan de vergunninghouder moet voldoen om de schorsing ongedaan te maken.
  § 3. Als de vergunninghouder heeft voldaan aan alle voorwaarden om de schorsing ongedaan te maken, neemt de Vlaamse Regering een besluit waarbij de schorsing van de vergunning wordt opgeheven.
  
Art.22. § 1. Le Gouvernement flamand peut, entre autres, suspendre intégralement ou partiellement un permis dans les cas suivants :
  1° quand c'est justifié par une modification substantielle se rapportant à un critère d'autorisation;
  2° quand les [1 activités de recherche ou d'extraction]1 ont été exécutées de manière non conforme au permis [1 ou au présent décret]1 ou lorsqu'il a été dérogé de manière significative au plan d'extraction [1 d'hydrocarbures]1;
  3° quand le titulaire d'un permis d'extraction [1 d'hydrocarbures]1 a négligé de payer son indemnisation annuelle à la Région flamande, conformément à l'article 27;
  4° quand l'exécution du permis interfère [1 de façon négative]1 avec d'autres activités [1 préalablement]1 autorisées dans le sous-sol [1 ...]1.
  § 2. Avant de pouvoir procéder à la suspension totale ou partielle d'un permis, le Gouvernement flamand est tenu d'envoyer une mise en demeure par lettre recommandée au titulaire du permis. Cette mise en demeure comprend une description des raisons de la suspension prévue et mentionne un délai d'au moins cinq jours au cours duquel le titulaire du permis peut fournir une explication, faire appel ou conformer ses activités au permis [1 ou au présent décret]1 et, s'il s'agit d'un permis d'extraction [1 d'hydrocarbures]1, au plan d'extraction [1 d'hydrocarbures]1.
  Le Gouvernement flamand décidera aussi rapidement que possible, après l'expiration du délai mentionné dans le premier alinéa, de la suspension ou de la non-suspension du permis. Une décision de suspension globale ou partielle du permis mentionne les conditions auxquelles le titulaire du permis doit satisfaire pour annuler la suspension.
  § 3. Lorsque le titulaire du permis a rempli toutes les conditions requises pour annuler la suspension, le Gouvernement flamand émet un arrêté par le biais duquel la suspension du permis est abolie.
  
Art.23. De Vlaamse Regering beoordeelt een aanvraag tot afstand van een vergunning.
Art.23. C'est le Gouvernement flamand qui évalue une demande de renonciation à un permis.
Art.24. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de procedure van een ambtshalve wijziging en voor de procedure om een wijziging, overdracht of afstand van een vergunning te verkrijgen, en voor de procedure van de intrekking of schorsing van een vergunning.
Art.24. Le Gouvernement flamand peut fixer des règles plus détaillées pour la procédure liée à une modification d'office ou pour la procédure visant à obtenir la modification, la cession ou la renonciation d'un permis et pour la procédure liée au retrait ou à la suspension d'un permis.
Art.25. Geen van de besluiten, vermeld in deze onderafdeling, heeft invloed op de aansprakelijkheid van de houder of laatste houder van de vergunning voor de vergoeding van de schade die is veroorzaakt door de activiteiten waarop de vergunning betrekking heeft of had.
  Van een besluit [1 wijziging of]1 tot intrekking van de vergunning en van een besluit waarbij de afstand van een vergunning wordt goedgekeurd, wordt melding gemaakt in het Belgisch Staatsblad.
  
Art.25. Aucun des arrêtés mentionnés dans la présente sous-division n'influe sur la responsabilité du titulaire ou du dernier titulaire en date du permis concernant l'indemnisation des dommages causés par les activités auxquelles le permis s'applique ou s'appliquait.
  Les décisions relatives au retrait [1 à la modification ou]1 d'un permis et les décisions relatives à l'approbation d'une renonciation d'un permis sont publiées dans le Moniteur belge.
  
Onderafdeling VI. - Bijzondere bepalingen
Sous-Division VI. - Dispositions particulières
Art.26. Afdeling I, met uitzondering van artikel 5, is niet van toepassing op het opsporen of het winnen van koolwaterstoffen in opdracht van het Vlaamse Gewest, als dat uitsluitend in het kader van het verkrijgen van gegevens voor zuiver wetenschappelijk onderzoek of van gegevens voor het door het Vlaamse Gewest gevoerde beleid gebeurt.
  Bij het nemen van een besluit over een vergunning sluit de Vlaamse Regering zo veel mogelijk aan bij de bepalingen van afdeling I, voor zover dat met het bijzondere karakter van de vergunning te verenigen is.
Art.26. La division I n'est, à l'exception de l'article 5, pas applicable à la recherche ou à l'extraction d'hydrocarbures mandatée par la Région flamande, si elle a uniquement lieu dans le cadre de l'obtention de données destinées exclusivement à la recherche scientifique ou de données utiles pour la politique menée par la Région flamande.
  Lors de la prise d'une décision concernant l'octroi d'un permis, le Gouvernement flamand adhère le plus possible aux dispositions de la division I, pour autant que ce soit compatible avec le caractère particulier du permis en question.
Afdeling II. - Vergoedingen aan en deelnemingen door het Vlaamse Gewest
Division II. - Indemnisations payées à, et participations de la Région flamande
Onderafdeling I. - Vergoedingen aan het Vlaamse Gewest
Sous-Division I. - Indemnisations payées à la Région flamande
Art.27. § 1. De houder van een [1 winningsvergunning voor koolwaterstoffen]1 is jaarlijks een vergoeding verschuldigd aan het Vlaamse Gewest.
  § 2. De Vlaamse Regering bepaalt het tarief van de jaarlijkse vergoeding bij het verlenen van de [1 winningsvergunning voor koolwaterstoffen]1. Het tarief bedraagt ten minste 2 % en ten hoogste 20 % van de gemiddelde marktwaarde van de in de voorbije winningsperiode gewonnen hoeveelheid koolwaterstoffen. Het tarief kan binnen een [1 winningsvergunning voor koolwaterstoffen]1 variëren naargelang van het type koolwaterstof dat gewonnen wordt.
  Het tarief wordt in elk geval zo vastgesteld dat het onafhankelijke beheer van de vergunninghouder gewaarborgd blijft.
  Een winningsperiode start op de dag van het besluit van de Vlaamse Regering waarbij de [1 winningsvergunning voor koolwaterstoffen]1 verleend is, en nadien op elke verjaardag daarvan, en duurt telkens één jaar.
  § 3. Als toepassing wordt gemaakt van onderafdeling II, wordt het bedrag van de jaarlijkse vergoeding dat de vergunninghouder verschuldigd is, beperkt in verhouding tot de grootte van zijn belang in de deelneming.
  § 4. De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels voor de aangifte van de gewonnen hoeveelheid koolwaterstoffen, het tarief en de inning van de vergoeding.
  
Art.27. § 1. Le titulaire d'un [1 permis d'extraction d'hydrocarbures]1 est redevable d'une indemnisation annuelle à la région flamande.
  § 2. Le Gouvernement flamand détermine le tarif de l'indemnisation annuelle, lors de l'octroi d'un [1 permis d'extraction d'hydrocarbures]1. Le tarif s'élève au moins à 2 % et au plus à 20 % de la valeur de marché moyenne des hydrocarbures extraits pendant la période d'extraction écoulée. Le tarif lié à un [1 permis d'extraction d'hydrocarbures]1 peut varier en fonction du type d'hydrocarbure qui est extrait.
  Le tarif est en tout cas fixé de telle manière que la gestion indépendante du titulaire du permis demeure garantie.
  Une période d'extraction dure 1 an et démarre à la date de l'arrêté du Gouvernement flamand stipulant l'octroi du [1 permis d'extraction d'hydrocarbures]1 et ensuite, à chaque anniversaire de cette date.
  § 3. Si la sous-division II est mise en application, le montant de l'indemnisation annuelle due par le titulaire du permis est limité proportionnellement à l'importance de son intérêt dans la participation.
  § 4. Le Gouvernement flamand fixe des règles plus détaillées pour la déclaration de la quantité d'hydrocarbures extraite, le tarif et le recouvrement de l'indemnisation.
  
Art.28. Onderafdeling I is niet van toepassing op het winnen van koolwaterstoffen in opdracht van het Vlaamse Gewest, als dat uitsluitend in het kader van het verkrijgen van gegevens voor zuiver wetenschappelijk onderzoek of van gegevens voor het door het Vlaamse Gewest gevoerde beleid gebeurt.
Art.28. La sous-division I n'est pas applicable à l'extraction d'hydrocarbures mandatée par la Région flamande, si elle a uniquement lieu dans le cadre de l'obtention de données destinées exclusivement à la recherche scientifique ou de données utiles pour la politique menée par la Région flamande.
Onderafdeling II. - Deelnemingen door het Vlaamse Gewest
Sous-Division II. - Participations de la Région flamande
Art.29. § 1. De Vlaamse Regering kan het verlenen van een vergunning afhankelijk maken van een deelneming door het Vlaamse Gewest in de activiteit waarop de vergunning betrekking heeft, via een door de Vlaamse Regering in de vergunning aangewezen vennootschap.
  Met behoud van de toepassing van artikel 30, § 1, tweede lid, 1°, bepaalt de Vlaamse Regering in de vergunning de grootte van het belang van het Vlaamse Gewest in de deelneming.
  § 2. Als de Vlaamse Regering het verlenen van een vergunning afhankelijk heeft gemaakt van een deelneming door het Vlaamse Gewest, verlenen de vergunninghouder en de in de vergunning aangewezen vennootschap hun medewerking aan de totstandkoming van een overeenkomst, krachtens welke de vergunninghouder en de aangewezen vennootschap de activiteit waarop de deelneming betrekking heeft, voor hun gezamenlijke rekening zullen verrichten.
  De overeenkomst komt tot stand binnen een termijn van zes maanden nadat de vergunning is verleend. De Vlaamse Regering kan die termijn eenmalig met een periode van ten hoogste zes maanden verlengen.
  Voor de overeenkomst, en ook voor de wijziging of de ontbinding ervan, is de goedkeuring van de Vlaamse Regering noodzakelijk.
  § 3. Voor men over een door de Vlaamse Regering goedgekeurde overeenkomst beschikt, wordt er geen activiteit verricht waarop de deelneming betrekking heeft.
Art.29. § 1. Le Gouvernement flamand peut faire dépendre un permis d'une participation de la Région flamande à l'activité à laquelle le permis s'applique, et ce, par le biais d'une société indiquée dans le permis par le Gouvernement flamand.
  Sans préjudice de l'application de l'article 30, § 1, deuxième alinéa, 1°, le Gouvernement flamand stipule dans le permis l'importance de l'intérêt de la Région flamande dans la participation.
  § 2. Lorsque le Gouvernement flamand a fait dépendre un permis d'une participation de la Région flamande à l'activité à laquelle ce permis s'applique, le titulaire du permis et la société indiquée dans le permis oeuvrent conjointement à la mise en place d'un accord, en vertu duquel le titulaire du permis et la société désignée exécuteront l'activité relevant de la participation pour leur compte commun.
  L'accord en question doit être conclu dans un délai de six mois après la date d'autorisation. Le Gouvernement flamand peut une seule fois prolonger ce délai de maximum six mois.
  Cet accord, ainsi que sa modification ou sa résiliation, requiert l'approbation du Gouvernement flamand.
  § 3. Aucune activité relevant de la participation ne pourra être exécutée avant de disposer d'un accord approuvé par le Gouvernement flamand.
Art.30. § 1. De overeenkomst wordt zo opgesteld dat het onafhankelijke beheer van de vergunninghouder gewaarborgd blijft.
  Daartoe worden in de overeenkomst bepalingen opgenomen die ertoe strekken dat voor de activiteiten waarop de deelneming betrekking heeft, wordt samengewerkt, en waarbij :
  1° de vergunninghouder een belang van ten minste 60 % in de deelneming neemt;
  2° de vergunninghouder en de aangewezen vennootschap, elk in verhouding tot de grootte van ieders belang in de deelneming, bijdragen in de uitgaven en investeringen, en delen in de opbrengsten, in de eigendom van de infrastructuur en in de rechten die het gevolg zijn van de gedane uitgaven en investeringen;
  3° als de deelneming betrekking heeft op de winning van koolwaterstoffen, zowel de vergunninghouder als de aangewezen vennootschap ervoor kunnen kiezen hun aandeel in de gewonnen en beschikbare hoeveelheden koolwaterstoffen in natura op te nemen, met dien verstande dat ze ernaar streven zo veel mogelijk samen te werken bij de verkoop van de gewonnen en beschikbare hoeveelheden koolwaterstoffen;
  4° voor besluiten over de vraag bij wie opdrachten worden geplaatst voor leveringen, voor de uitvoering van werkzaamheden of voor het verrichten van diensten, de vergunninghouder niet verplicht is vooraf aan de aangewezen vennootschap informatie te verschaffen over het te nemen besluit, en de aangewezen vennootschap geen stem uitbrengt bij het nemen van het besluit;
  5° voor andere besluiten dan de besluiten, vermeld in punt 4°, de vergunninghouder en de aangewezen vennootschap ieder een stemgewicht bezitten in verhouding tot de grootte van hun belang in de deelneming, en de aangewezen vennootschap haar stem uitsluitend op grond van transparante, objectieve en niet-discriminerende beginselen uitbrengt en niet belet dat die besluiten gebaseerd worden op normale commerciële overwegingen;
  6° op de overeenkomst het Belgische recht van toepassing is, en de Belgische hoven en rechtbanken bevoegd zijn om kennis te nemen van alle geschillen over de toepassing van de overeenkomst.
  § 2. Met behoud van de toepassing van § 1 kan de aangewezen vennootschap, ongeacht haar stemgewicht, zich steeds verzetten tegen elk besluit van de vergunninghouder dat niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in de vergunning, afbreuk doet aan zijn verplichtingen in het kader van de vergunning, of afbreuk doet aan de bescherming van de financiële belangen van de aangewezen vennootschap of het Vlaamse Gewest.
  De aangewezen vennootschap maakt van de mogelijkheid om zich tegen besluiten van de vergunninghouder te verzetten, inzonderheid met betrekking tot besluiten als vermeld in § 1, tweede lid, 4°, en besluiten over investeringen, slechts op niet-discriminerende wijze gebruik.
Art.30. § 1. L'accord est établi de telle manière que la gestion indépendante du titulaire du permis demeure garantie.
  L'accord inclura dans ce dessein des dispositions qui impliquent une coopération pour les activités relevant de la participation et dans le cadre de laquelle :
  1° le titulaire du permis fait valoir un intérêt d'au moins 60 % dans la participation;
  2° le titulaire du permis et la société désignée, chacun proportionnellement à l'importance de son intérêt dans la participation, contribuent aux dépenses et aux investissements et participent aux bénéfices, à la propriété de l'infrastructure et aux droits qui découlent des dépenses et investissements effectués;
  3° si la participation a trait à l'extraction d'hydrocarbures, tant le titulaire du permis que la société désignée pourront choisir de prélever " en nature " leur part des quantités d'hydrocarbures extraites et disponibles, et ce, étant entendu qu'ils essaieront de collaborer au mieux de leurs possibilités lors de la vente des quantités d'hydrocarbures extraites et disponibles;
  4° pour les arrêtés relatifs à l'attribution des marchés concernant les livraisons, l'exécution de travaux ou la prestation de services, le titulaire du permis n'est pas obligé de fournir préalablement des informations sur la décision à prendre à la société désignée et cette dernière n'a pas voix au chapitre lors de la prise de la décision;
  5° pour d'autres décisions que les décisions mentionnées dans le point 4°, le titulaire du permis et la société désignée disposent chacun d'un poids de vote proportionnel à l'importance de leur intérêt dans la participation et la société désignée émet exclusivement sa voix sur la base de principes transparents, objectifs et non discriminatoires, sans empêcher que ces décisions soient basées sur des considérations commerciales normales;
  6° le droit belge est d'application et les cours et tribunaux belges sont compétents pour connaître tous les litiges découlant de l'application de l'accord.
  § 2. Sans préjudice de l'application du § 1, la société désignée peut toujours faire appel, quel que soit son poids de vote, contre toute décision du titulaire du permis qui ne répond pas aux conditions mentionnées dans le permis, qui manque à ses obligations dans le cadre du permis ou qui porte préjudice à la protection des intérêts financiers de la société désignée ou de la Région flamande.
  La société désignée ne fait usage de la possibilité de contester les décisions du titulaire du permis, et plus particulièrement, les décisions mentionnées dans le § 1, deuxième alinéa, 4° et les décisions relatives aux investissements, que de façon non discriminatoire.
Art.31. In de overeenkomst worden bepalingen opgenomen die de vergunninghouder ertoe verplichten :
  1° de rechten die voor hem uit de vergunning voortvloeien, uit te oefenen voor de samenwerking met de aangewezen vennootschap;
  2° het door hem aangaan, wijzigen of beëindigen van een duurzame samenwerking met derden voor de activiteiten waarop de deelneming betrekking heeft, te onderwerpen aan de goedkeuring van de aangewezen vennootschap;
  3° zijn kennis en ervaring op het gebied van de verkenning, opsporing, winning en afzet van koolwaterstoffen en de daarmee samenhangende gebieden, zoals het transport, de opslag en de behandeling ervan, ten goede te doen komen aan de samenwerking met de aangewezen vennootschap;
  4° als de deelneming betrekking heeft op de winning van koolwaterstoffen, de aangewezen vennootschap tijdig in te lichten en in staat te stellen om een vergelijkbaar belang te nemen in te treffen regelingen die verband houden met de winning en de afzet van de koolwaterstoffen, zoals het transport, de opslag en de behandeling ervan.
Art.31. L'accord inclut des dispositions obligeant le titulaire du permis à :
  1° exercer les droits découlant du permis en vue de la coopération avec la société désignée;
  2° soumettre la conclusion, la modification ou la clôture d'une coopération durable avec des tiers dans le cadre d'activités relevant du permis à l'approbation de la société désignée;
  3° mettre ses connaissances et son expérience en matière d'exploration, de recherche, d'extraction et de vente d'hydrocarbures, ainsi que dans des domaines qui s'y apparentent, comme le transport, le stockage et le traitement, au service de la coopération avec la société désignée;
  4° si la participation a trait à l'extraction d'hydrocarbures, informer en temps voulu la société désignée et lui permettre de développer un intérêt comparable dans les mesures à prendre se rapportant à l'extraction et à la vente des hydrocarbures, comme leur transport, leur stockage et leur traitement.
Afdeling III. - Het bezetten van gronden door de vergunninghouder
Division III. - L'occupation de terrains par le titulaire du permis
Art.32. § 1. De vergunninghouder kan onder de onderstaande voorwaarden, binnen het door de vergunning aangegeven gebied op het aardoppervlak, gronden bezetten om alle gebouwen en bovengrondse installaties op te richten en alle werkzaamheden uit te voeren die noodzakelijk zijn om de activiteiten te verrichten waarop de vergunning betrekking heeft.
  Het bezetten van gronden waarop bouwwerken zijn opgetrokken, is alleen mogelijk met de toestemming van alle rechthebbenden ten aanzien van het aardoppervlak en de daarop opgerichte bouwwerken.
  Het bezetten van andere gronden is alleen mogelijk na het betalen van een jaarlijkse vergoeding aan alle houders van een zakelijk recht op het aardoppervlak. Aan pachters van wie de lopende pachtovereenkomst wordt beëindigd op basis [1 van artikel 10, § 3, van het Vlaams Pachtdecreet van 13 oktober 2023 ]1, wordt overeenkomstig de artikelen 45 en 46 [1 van het Vlaams Pachtdecreet van 13 oktober 2023]1 een vergoeding betaald.
  Bij gebrek aan overeenstemming wordt het bedrag van de vergoeding voor de houders van een zakelijk recht op verzoek van de meest gerede partij door de vrederechter bepaald, die daarvoor zo nodig een beroep op deskundigen kan doen. De vergoeding bedraagt in elk geval ten minste anderhalve keer de opbrengst die de gronden voor de houder van het zakelijk recht zouden hebben opgeleverd als ze niet bezet waren geweest.
  § 2. De eigendom van de door toedoen van de vergunninghouder opgetrokken gebouwen en installaties blijft, in afwijking van artikel 546 van het Burgerlijk Wetboek, bij de oorspronkelijke eigenaar liggen. Artikel 555 van het Burgerlijk Wetboek is voor hem of voor de vergunninghouder niet van toepassing.
  § 3. Het bezetten van gronden door de vergunninghouder is altijd tijdelijk en eindigt in elk geval uiterlijk op het ogenblik dat de vergunning niet meer geldt. De vergunninghouder verwijdert alle door zijn toedoen opgetrokken gebouwen en installaties binnen zes maanden nadat de vergunning niet meer geldt of nadat de vergunde activiteit stopgezet werd.
  § 4. Als de gronden of de daarop opgerichte bouwwerken na de beëindiging van de activiteiten waarop de vergunning betrekking heeft, volgens het oordeel van de vrederechter niet meer geschikt zijn of zullen zijn voor het gebruik dat er voor de bezetting aan gegeven werd, of als de bezetting zodanig lang duurt dat de eigenaar, volgens het oordeel van de vrederechter, op een onevenredige wijze beroofd wordt van het ongestoorde recht op zijn eigendom, kan de eigenaar van de gronden of van de bouwwerken eisen dat ze worden aangekocht door de vergunninghouder.
  Bij gebrek aan overeenstemming wordt de verkoopprijs op verzoek van de meest gerede partij door de vrederechter bepaald, die daarvoor zo nodig een beroep op deskundigen kan doen. De verkoopprijs bedraagt in elk geval ten minste anderhalve keer de waarde die de gronden of de bouwwerken hadden voor ze bezet werden. De vergoedingen die al in het kader van § 1 aan de eigenaar betaald werden, worden bij de bepaling van de verkoopprijs in rekening gebracht.
  
Art.32. § 1. Le titulaire d'un permis peut, dans la zone délimitée par le permis et sous les conditions énumérées ci-dessous, occuper des terrains afin d'y ériger tous les bâtiments et les installations de surface requis et d'y effectuer les travaux nécessaires à l'exécution des activités auxquelles se rapporte le permis.
  L'occupation de terrains sur lesquels des constructions sont érigées requiert impérativement l'autorisation de tous les ayants droit sur la surface du sol et sur les constructions qui y sont érigées.
  L'occupation d'autres terrains est uniquement possible après le paiement d'une indemnisation annuelle à tous les titulaires d'un droit réel sur la surface du sol en question. Une indemnisation sera payée conformément aux articles 45 et 46 [1 du décret flamand sur le Bail à ferme du 13 octobre 2023]1 aux fermiers dont le contrat d'affermage en cours est résilié sur la base de [1 l'article 10, § 3, du décret flamand sur le Bail à ferme du 13 octobre 2023]1.
  Faute d'entente, le montant de l'indemnisation des titulaires d'un droit réel sera, à la demande de la partie la plus diligente, fixé par le juge de paix, qui pourra, si nécessaire, faire appel à des experts en la matière. L'indemnisation représente au moins une fois et demie le montant des revenus que les terrains auraient rapportés au titulaire du droit réel s'ils n'avaient pas été occupés.
  § 2. Les bâtiments et les installations érigés par le biais du titulaire du permis demeurent, en dérogation à l'article 546 du Code civil, la propriété du propriétaire initial. L'article 555 du Code civil ne s'applique ni à lui, ni au titulaire du permis.
  § 3. L'occupation de terrains par le titulaire du permis est un acte toujours temporaire qui prend en-tout-cas et au plus tard fin à la date limite de validité du permis. Le titulaire du permis est tenu de démanteler les bâtiments et installations érigés par ses soins dans les six mois suivant l'expiration du permis ou la cessation des activités autorisées.
  § 4. Si le juge de paix est d'avis qu'après la fin des activités auxquelles se rapporte le permis, les terrains ou les constructions qui y sont érigées ne conviennent plus ou ne conviendront plus pour l'utilisation qui en était faite avant l'occupation ou que l'occupation dure si longtemps que le propriétaire est, d'après l'avis du juge de paix, privé de façon disproportionnée de son droit de possession paisible le propriétaire des terrains ou des constructions peut exiger qu'ils soient achetés par le titulaire du permis.
  Faute d'entente, le prix de vente sera, à la demande de la partie la plus diligente, fixé par le juge de paix, qui pourra faire appel, si nécessaire, à des experts en la matière. Le prix de vente représentera de toute façon au moins une fois et demie la valeur qu'avaient ces terrains ou les constructions avant leur occupation. Les indemnisations déjà payées au propriétaire dans le cadre du § 1 seront prises en compte lors de la fixation du prix de vente.
  
Afdeling IV. - De vergoeding van schade
Division IV. - L'indemnisation des dommages
Art.33. § 1. Met behoud van de toepassing van artikel 35 is de houder of laatste houder van [1 een opsporings- of winningsvergunning voor koolwaterstoffen]1 van rechtswege verplicht elke schade te vergoeden die veroorzaakt werd door de activiteit waarop de vergunning betrekking heeft.
  [1 ...]1.
  § 2. De vrederechter is bevoegd om het bedrag van de schadevergoeding vast te stellen, ongeacht de hoogte van het bedrag.
  
Art.33. § 1. Sans préjudice de l'application de l'article 35, le titulaire ou le dernier titulaire en date [1 d'un permis de recherche ou d'extraction d'hydrocarbures]1 est tenu d'office à indemniser tout dommage causé par l'activité à laquelle le permis a trait.
  [1 ...]1.
  § 2. Le juge de paix est compétent pour fixer le montant de l'indemnisation, quelle que soit l'importance de ce montant.
  
Afdeling V. - Verhouding met oude concessies, vergunningen of andersoortige toestemmingen die verleend zijn in het kader van de gecoördineerde Mijnwetten
Division V. - Rapport avec d'anciens permis, concessions ou autres types d'autorisation délivrés dans le cadre des Lois minières coordonnées
Art.34. § 1. Alle concessies, vergunningen of andersoortige toestemmingen die in het kader van de gecoördineerde Mijnwetten zijn verleend, vervallen van rechtswege twee jaar na de datum van inwerkingtreding van dit decreet.
  Indien een vergunningsaanvraag wordt ingediend overeenkomstig § 2, eerste of tweede lid, en de Vlaamse Regering heeft binnen de periode, vermeld in § 1, eerste lid, over deze vergunningsaanvraag nog geen beslissing genomen, dan treedt het verval pas in op de dag van de beslissing van de Vlaamse Regering over de vergunningsaanvraag.
  § 2. Tijdens de periode van twee jaar na de datum van inwerkingtreding van dit decreet kan de houder van een in de eerste paragraaf vermelde concessie, vergunning of andersoortige toestemming echter, voor zover ze betrekking heeft op de opsporing of de winning van koolwaterstoffen, voor het gebied waarop zijn concessie, vergunning of andersoortige toestemming betrekking heeft of voor een gedeelte daarvan, overeenkomstig de bepalingen van dit decreet een aanvraag voor een opsporingsvergunning [1 voor koolwaterstoffen]1 indienen, zonder dat de procedure, vermeld in artikel 6, gevolgd wordt.
  In afwijking van artikel 5, § 2, eerste lid, kan de houder van een in de eerste paragraaf vermelde concessie, vergunning of andersoortige toestemming tijdens de in het eerste lid vermelde periode en voor het in het eerste lid vermelde gebied, overeenkomstig de bepalingen van dit decreet onmiddellijk een aanvraag voor een winningsvergunning [1 voor koolwaterstoffen]1 indienen, zonder dat de procedure, vermeld in artikel 6, gevolgd wordt, op voorwaarde dat hij kan aantonen dat alle voor de winning vereiste informatie reeds voldoende gekend is.
  De bepalingen van het eerste lid van deze paragraaf zijn van overeenkomstige toepassing op eenieder die in de periode voor de bekendmaking van dit decreet in het Belgisch Staatsblad een vergunningsaanvraag heeft ingediend in het kader van het koninklijk besluit nr. 83 van 28 november 1939 betreffende het opsporen en het ontginnen van bitumineuze gesteenten, van petroleum en van brandbare gassen en van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 juli 1997 houdende regeling van de vorm en de wijze van onderzoek van de aanvragen tot het verkrijgen van een vergunning voor het opsporen en het ontginnen van petroleum en brandbare gassen.
  § 3. Tijdens de periode van twee jaar na de datum van inwerkingtreding van dit decreet kunnen, buiten de gevallen opgesomd in § 2, voor de gebieden die het voorwerp uitmaken van in het kader van de gecoördineerde Mijnwetten verleende concessies, vergunningen of andersoortige toestemmingen, voor zover ze betrekking hebben op de opsporing of de winning van koolwaterstoffen, geen aanvragen voor vergunningen in het kader van dit decreet worden ingediend.
  
Art.34. § 1. Tous les permis, concessions ou autres types d'autorisation délivrés dans le cadre des Lois minières coordonnées expirent d'office deux ans après la date d'entrée en vigueur du présent décret.
  Si une demande de permis est introduite conformément au § 2, premier ou deuxième alinéa, et que le Gouvernement flamand n'a pas encore pris de décision concernant cette demande de permis dans le délai visé au § 1, premier alinéa, l'expiration ne deviendra effective qu'à la date de la décision du Gouvernement flamand par rapport à la demande du permis.
  § 2. Pendant la période de deux ans qui suit la date d'entrée en vigueur du présent décret, le titulaire d'un permis, d'une concession ou d'un autre type d'autorisation mentionnés dans le premier paragraphe peut introduire, conformément aux dispositions du présent décret, une demande de permis de recherche [1 d'hydrocarbures ]1, pour autant que cette demande ait trait à la recherche ou à l'extraction d'hydrocarbures et qu'elle concerne la zone ou une partie de la zone auxquelles se rapporte son permis, sa concession ou tout autre type d'autorisation, sans que la procédure visée à l'article 6 ne soit suivie.
  En dérogation à l'article 5, § 2, premier alinéa, le titulaire d'un permis, d'une concession ou d'un autre type d'autorisation mentionné dans le premier paragraphe peut, conformément aux dispositions du présent décret, introduire immédiatement une demande de permis d'extraction [1 d'hydrocarbures ]1, au cours de la période et pour la zone mentionnées dans le premier alinéa, sans que la procédure visée à l'article 6 ne soit suivie, à condition toutefois qu'il puisse démontrer que toutes les informations requises pour l'extraction sont suffisamment connues.
  Les dispositions du premier alinéa de ce paragraphe sont d'application correspondante sur toute personne ayant introduit une demande de permis au cours de la période qui précède la publication du présent décret au Moniteur belge dans le cadre de l'arrêté royal n° 83 du 28 novembre 1939 relatif à la recherche et à l'exploitation des roches bitumeuses, du pétrole et des gaz combustibles et de l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 juillet 1997 régissant la forme et les modalités de l'examen des demandes d'obtention d'une autorisation pour la prospection et l'exploitation du pétrole et des gaz combustibles.
  § 3. Pendant la période de deux ans qui suit la date d'entrée en vigueur du présent décret, aucune demande de permis ne pourra être introduite dans le cadre de ce décret, sauf dans les cas énumérés dans le § 2, pour les zones faisant l'objet de concessions, de permis ou d'autres types d'autorisation délivrés dans le cadre des Lois minières coordonnées et pour autant qu'ils aient trait à la prospection et à l'exploitation d'hydrocarbures.
  
Art.35. Met behoud van de toepassing van [1 artikel 33, 62 en 63/25]1 blijft de voormalige houder van een overeenkomstig artikel 34, § 1, vervallen concessie, vergunning of andersoortige toestemming, of, in voorkomend geval, de nv Mijnschade en Bemaling Limburgs Mijngebied als die de aansprakelijkheid voor mijnschade heeft overgenomen in het kader van het decreet van 19 december 1997, van rechtswege verplicht elke schade te vergoeden die veroorzaakt werd door de activiteiten waarop de vervallen concessie, vergunning of andersoortige toestemming betrekking had.
  De vrederechter is bevoegd om het bedrag van de schadevergoeding vast te stellen, ongeacht de hoogte van het bedrag.
  
Art.35. Sans préjudice de l'application [1 des articles 33, 62 et 63/25]1, l'ancien titulaire d'une concession, d'un permis ou d'un autre type d'autorisation expiré conformément à l'article 34, § 1 ou le cas échéant, la S.A. Dommages miniers et Drainage de la Zone minière limbourgeoise si elle assume dans le cadre du décret du 19 décembre 1997 la totale responsabilité en cas de dommages miniers est obligé d'office d'indemniser tout dommage causé par les activités auxquelles se rapportait la concession, le permis ou un autre type d'autorisation expiré.
  Le juge de paix est compétent pour fixer le montant de l'indemnisation, quelle que soit l'importance de ce montant.
  
Art.36. De voormalige houder van een overeenkomstig artikel 34, § 1, vervallen concessie, vergunning of andersoortige toestemming, of, in voorkomend geval, de nv Mijnschade en Bemaling Limburgs Mijngebied als die de verplichting heeft overgenomen in het kader van het decreet van 19 december 1997, blijft verplicht om in het onderhoud van de mijn te voorzien, tenzij in een besluit van de Vlaamse Regering waarbij in het kader van dit decreet voor hetzelfde gebied een vergunning wordt verleend, daarover andere bepalingen worden opgenomen.
Art.36. L'ancien titulaire d'une concession, d'un permis ou d'un autre type d'autorisation expiré conformément à l'article 34, § 1, ou le cas échéant la S.A. Dommages miniers et Drainage de la Zone minière limbourgeoise, si elle a repris l'obligation dans le cadre du décret du 19 décembre 1997, demeure obligé d'assumer la maintenance de la mine, sauf si un arrêté du Gouvernement flamand par le biais duquel un permis est octroyé dans le cadre du présent décret inclut d'autres dispositions à ce sujet.
HOOFDSTUK III. - De geologische opslag van koolstofdioxide
CHAPITRE III. - Le stockage géologique du dioxyde de carbone
Afdeling I. - Doelstelling en toepassingsgebied
Division I. - Objectif et domaine d'application
Art.37. De milieuveilige geologische opslag van koolstofdioxide heeft als doel bij te dragen tot de bestrijding van klimaatverandering door de permanente insluiting van koolstofdioxide op een zodanige manier te verzekeren dat negatieve effecten op en risico's voor het milieu en de volksgezondheid zoveel mogelijk worden voorkomen of, indien dit niet mogelijk is, worden weggenomen.
  Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de geologische opslag van koolstofdioxide met een geplande opslagcapaciteit van minder dan 100 kiloton voor onderzoeks- of ontwikkelingsdoeleinden of het beproeven van nieuwe producten en procedés.
  Het is niet toegestaan koolstofdioxide op te slaan in de waterkolom.
Art.37. Le stockage géologique écologique du dioxyde de carbone vise à contribuer à la lutte contre les changements climatiques. Le confinement permanent du dioxyde de carbone permet d'éviter autant que possible, et là où ce n'est pas faisable, de supprimer les effets négatifs sur et les risques pour l'environnement et la santé publique.
  Ce chapitre ne s'applique pas au stockage géologique du dioxyde de carbone dont la capacité de stockage prévue est inférieure à 100 kilotonnes et est destinée à la recherche et au développement ou à l'essai de nouveaux produits et procédés.
  Le stockage du dioxyde de carbone dans la colonne d'eau n'est pas autorisé.
Afdeling II. - Aanduiding van opslaglocaties en opsporingsvergunningen voor koolstofdioxideopslag
Division II. - Indication des sites de stockage et permis de recherche relatif au stockage du dioxyde de carbone
Art.38. § 1. Een geologische formatie kan enkel als opslaglocatie worden aangeduid nadat er opsporingswerkzaamheden uitgevoerd zijn om het potentieel van de geologische formatie te beoordelen als opslaglocatie voor koolstofdioxide.
  Potentiële opslaglocaties kunnen alleen opgespoord worden met een opsporingsvergunning voor koolstofdioxideopslag van de Vlaamse Regering. Zo nodig kan de monitoring van de injectietests in de opsporingsvergunning voor koolstofdioxideopslag worden opgenomen.
  De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de aanvraagprocedure om een opsporingsvergunning voor koolstofdioxideopslag te verkrijgen, en de vormelijke en inhoudelijke voorwaarden waaraan een dergelijke aanvraag moet voldoen.
  [2 § 1/1. Een opsporingsvergunning voor koolstofdioxideopslag wordt uitsluitend verleend als uit de ingediende aanvraag en uit alle andere relevante informatie blijkt dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
   1° de aanvraag voldoet aan alle vereisten, vermeld in dit hoofdstuk, en aan alle andere toepasselijke regelgeving;
   2° de aanvrager is financieel solide en technisch bekwaam en betrouwbaar om de opsporingswerkzaamheden uit te voeren, en er is gezorgd voor professionele en technische ontwikkeling en training van de aanvrager en van alle personeel.
   Een opsporingsvergunning voor koolstofdioxideopslag wordt niet verleend in de volgende gevallen:
   1° als de aanvraag betrekking heeft op een [3 volumegebied]3 waarvoor een ander nog over een geldige opsporingsvergunning voor koolstofdioxideopslag of opslagvergunning in het kader van dit hoofdstuk beschikt;
   2° als de aanvraag betrekking heeft op een [3 volumegebied]3 dat de Vlaamse Regering niet wil openstellen voor de geologische opslag van koolstofdioxide.
   § 1/2. Met behoud van de toepassing van paragraaf 1/1 worden de vergunningsaanvragen beoordeeld op basis van de volgende criteria:
   1° de technische bekwaamheid van de aanvrager;
   2° de manier waarop de aanvrager zich voorneemt de opsporingswerkzaamheden te verrichten;
   3° in voorkomend geval, het eventuele gebrek aan efficiëntie en verantwoordelijkheidszin waarvan de aanvrager in het kader van een andere vergunning blijk heeft gegeven;
   4° in voorkomend geval, de eventuele interferentie met andere al vergunde activiteiten in de ondergrond.
   De criteria, vermeld in het eerste lid, kunnen ook een grond tot weigering van de opsporingsvergunning voor koolstofdioxideopslag uitmaken.
   De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de vergunningscriteria.]2

  § 2. Een opsporingsvergunning voor koolstofdioxideopslag wordt verleend voor een in de ruimte beperkt [1 volumegebied]1 en voor een duur die de periode die nodig is voor het verrichten van de opsporingswerkzaamheden waarvoor de opsporingsvergunning voor koolstofdioxideopslag verleend wordt, niet mag overschrijden. De geldigheidsduur van de opsporingsvergunning voor koolstofdioxideopslag mag wel verlengd worden indien de oorspronkelijke duur onvoldoende bleek om de betrokken opsporingswerkzaamheden te voltooien en indien de opsporingswerkzaamheden in overeenstemming met de opsporingsvergunning voor koolstofdioxideopslag zijn uitgevoerd.
  De houder van een opsporingsvergunning voor koolstofdioxideopslag beschikt over het exclusieve recht om opsporingswerkzaamheden uit te voeren met betrekking tot het potentiële opslagcomplex. Tijdens de geldigheidsduur van de opsporingsvergunning voor koolstofdioxideopslag is geen conflicterend gebruik van het potentiële opslagcomplex toegestaan.
  
Art.38. § 1. Une formation géologique ne peut être désignée comme site de stockage qu'après l'exécution de travaux de recherche permettant d'évaluer le potentiel de la formation géologique en tant que site de stockage du dioxyde de carbone.
  La recherche de sites de stockage potentiels nécessite un permis de recherche relatif au stockage du dioxyde de carbone délivré par le Gouvernement flamand. Le contrôle des essais d'injection peut, si nécessaire, être inclus dans le permis de recherche de sites de stockage du dioxyde de carbone.
  Le Gouvernement flamand détermine les modalités de la procédure de demande relative à l'obtention d'un permis de recherche de sites de stockage du dioxyde de carbone, ainsi que les conditions de fond et de forme auxquelles une telle demande doit satisfaire.
  [2 § 1/1. Une autorisation de détection pour le stockage de dioxyde de carbone n'est accordée que s'il ressort de la demande introduite et de toute autre information pertinente qu'il a été répondu aux conditions suivantes :
   1° la demande répond à toutes les exigences, visées au présent chapitre, et à tout autre règlementation applicable ;
   2° le demandeur est financièrement solide, capable du point de vue technique et fiable en vue d'exécuter les opération de détection, et le développement et entraînement professionnel et technique du demandeur et de tout le personnel ont été prévus.
   Une autorisation de détection pour le stockage de dioxyde de carbone n'est pas accordée dans les cas suivants :
   1° si la demande a trait à une [3 zone volume]3 pour laquelle une autre personne détient toujours une autorisation de détection pour le stockage de dioxyde de carbone ou une autorisation de stockage dans le cadre u présent chapitre ;
   2° si la demande a trait a une [3 zone volume]3 que le Gouvernement flamand ne veut pas ouvrir au stockage géologique de dioxyde de carbone.
   § 1/2. Sans préjudice de l'application du paragraphe 1/1, les demandes d'autorisation sont évaluées sur la base des critères suivants :
   1° l'aptitude technique du demandeur ;
   2° la façon dont le demandeur entend exécuter les activités de détection ;
   3° le cas échéant, le manque éventuel de sens d'efficacité et de responsabilité dont le demandeur a fait preuve dans le cadre d'une autre autorisation ;
   4° le cas échéant, l'interférence éventuelle avec d'autres activités déjà autorisées dans le sous-sol.
   Les critères, visés à l'alinéa premier, peuvent également constituer la base d'un refus de l'autorisation de détection pour le stockage de dioxyde de carbone.
   Le Gouvernement flamand peut déterminer les modalités des critères d'attribution.]2

  § 2. Un permis de recherche relatif au stockage du dioxyde de carbone est délivré pour une [1 zone-volume]1 limitée dans l'espace et pour une durée qui ne peut pas excéder la période nécessaire à l'exécution des travaux de recherche pour lesquels le permis de recherche relatif au stockage du dioxyde de carbone est délivré. La durée de validité du permis de recherche relatif au stockage du dioxyde de carbone peut toutefois être prolongée s'il apparaît que la durée initiale est insuffisante pour terminer les travaux de recherche en question et à condition que les travaux de recherche soient exécutés conformément aux stipulations du permis de recherche relatif au stockage du dioxyde de carbone.
  Le titulaire d'un permis de recherche relatif au stockage du dioxyde de carbone dispose du droit exclusif d'exécuter des travaux de recherche se rapportant au complexe de stockage potentiel. Pendant toute la durée de validité du permis de recherche relatif au stockage du dioxyde de carbone, aucune utilisation incompatible du complexe de stockage potentiel n'est autorisée.
  
Art.39. § 1. Een geologische formatie kan enkel als opslaglocatie worden aangeduid als er onder de voorgestelde opslagvergunningsvoorwaarden geen significant risico op lekkage bestaat en er geen significante milieu- of gezondheidrisico's bestaan.
  De geschiktheid van een geologische formatie voor gebruik als opslaglocatie wordt bepaald door een karakterisering en [1 beoordeling]1 van het potentiële opslagcomplex en het omliggende gebied overeenkomstig de in bijlage I bij dit decreet gespecificeerde criteria.
  § 2. Alvorens geologische opslag van koolstofdioxide toe te staan op het grondgebied van het Vlaamse Gewest, stelt de Vlaamse Regering een onderzoek in naar de opslagcapaciteit op het grondgebied of delen daarvan, op basis van de verleende opsporingsvergunningen voor koolstofdioxideopslag.
  
Art.39. § 1. Une formation géologique peut uniquement être désignée comme site de stockage lorsqu'il n'existe pas de risque de fuite significatif sous les conditions proposées du permis de stockage et lorsqu'il n'y a pas de risques significatifs pour l'environnement ou la santé publique.
  L'opportunité d'une formation géologique en tant que site de stockage est déterminée par une caractérisation et une évaluation du complexe de stockage potentiel et de la zone environnante conformément aux critères spécifiés dans l'annexe I jointe au présent décret.
  § 2. Avant de permettre le stockage géologique du dioxyde de carbone sur le territoire de la Région flamande, le Gouvernement flamand examine la capacité de stockage du territoire et de certaines parties du territoire, et ce, sur la base des permis de recherche relatifs au stockage du dioxyde de carbone qui ont été délivrés.
Afdeling III. - Vergunningen voor de geologische opslag van koolstofdioxide
Division III. - Permis relatifs au stockage géologique du dioxyde de carbone
Onderafdeling I. - Aanvraagprocedure
Sous-Division I. - Procédure de demande
Art.40. § 1. Het geologisch opslaan van koolstofdioxide kan enkel met een opslagvergunning van de Vlaamse Regering.
  Per opslaglocatie is slechts een exploitant toegelaten en is er geen conflicterend gebruik van de opslaglocatie toegestaan.
  § 2. Een opslagvergunning kan alleen verleend worden op basis van de resultaten die voortvloeien uit een voorafgaande opsporingsvergunning voor koolstofdioxideopslag.
  De resultaten verkregen uit een opsporingsvergunning voor koolstofdioxideopslag kunnen door een andere persoon dan de houder van de vergunning slechts worden aangewend na de rechten op de opsporingsresultaten te hebben verworven van de houder of laatste houder van de opsporingsvergunning voor koolstofdioxideopslag, en deze daarvoor passend te hebben vergoed.
  Een opslagvergunning wordt bij voorrang verleend aan de houder van een opsporingsvergunning voor koolstofdioxideopslag voor de betrokken opslaglocatie, mits de opsporingswerkzaamheden voor die locatie voltooid zijn, aan alle voorwaarden van de opsporingsvergunning voor koolstofdioxideopslag voldaan is en de aanvraag voor een opslagvergunning is ingediend tijdens de geldigheidsduur van de opsporingsvergunning voor koolstofdioxideopslag. Tijdens deze vergunningsprocedure is geen conflicterend gebruik van het opslagcomplex toegestaan.
  § 3. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de aanvraagprocedure om een opslagvergunning te verkrijgen, en de vormelijke en inhoudelijke voorwaarden waaraan een dergelijke aanvraag moet voldoen.
Art.40. § 1. Le stockage géologique du dioxyde de carbone nécessite impérativement un permis de stockage émis par le Gouvernement flamand.
  Il ne peut y avoir qu'un seul exploitant par site de stockage et aucune utilisation incompatible de ce site n'est autorisée.
  § 2. Un permis de stockage peut uniquement être octroyé sur la base des résultats découlant d'un permis de recherche antérieur relatif au stockage du dioxyde de carbone.
  Les résultats obtenus par le biais d'un permis de recherche relatif au stockage du dioxyde de carbone ne pourront être utilisés par une autre personne que le titulaire du permis qu'après avoir acquis les droits relatifs aux résultats de recherche du titulaire ou du dernier titulaire en date du permis de recherche relatif au stockage du dioxyde de carbone et après l'avoir indemnisé de manière appropriée.
  Un permis de stockage est prioritairement délivré au titulaire d'un permis de recherche relatif au stockage du dioxyde de carbone pour le site de stockage concerné, pourvu que les travaux de prospection liés à ce site soient terminés, que toutes les conditions liées au permis de recherche relatif au stockage du dioxyde de carbone soient remplies et que la demande d'un permis de stockage ait été introduite pendant la durée de validité du permis de recherche relatif au stockage du dioxyde de carbone. Au cours de cette procédure d'autorisation, aucune utilisation incompatible du complexe de stockage n'est autorisée.
  § 3. Le Gouvernement flamand détermine les modalités de la procédure de demande relative à l'obtention d'un permis de stockage, ainsi que les conditions de fond et de forme auxquelles une telle demande doit satisfaire.
Onderafdeling II. - Vergunningscriteria
Sous-Division II. - Critères d'autorisation
Art.41. § 1. Een opslagvergunning wordt uitsluitend verleend als uit de ingediende aanvraag en uit alle andere relevante informatie blijkt dat aan de volgende voorwaarden is voldaan :
  1° de aanvraag voldoet aan alle vereisten, vermeld in dit hoofdstuk, en aan alle andere toepasselijke regelgeving;
  2° de exploitant is financieel solide en technisch bekwaam en betrouwbaar om de locatie te exploiteren en te [1 beheren]1, en er is gezorgd voor professionele en technische ontwikkeling en training van de exploitant en van alle personeel;
  3° indien zich in dezelfde hydraulische eenheid meer dan één opslaglocatie bevindt, zijn de potentiële drukinteracties van dien aard dat alle locaties tegelijk aan de vereisten van dit hoofdstuk kunnen voldoen.
  Een opslagvergunning wordt uitsluitend verleend indien de Vlaamse Regering enig uit hoofde van artikel 44 verstrekt advies van de Europese Commissie over de ontwerp-vergunning in overweging heeft genomen.
  § 2. Een opslagvergunning wordt niet verleend in de volgende gevallen :
  1° als de aanvraag betrekking heeft op een [2 volumegebied]2 waarvoor een ander nog over een geldige opsporingsvergunning voor koolstofdioxideopslag of opslagvergunning in het kader van dit hoofdstuk beschikt;
  2° als de aanvraag betrekking heeft op een [2 volumegebied]2 dat de Vlaamse Regering niet wil openstellen voor de geologische opslag van koolstofdioxide.
  Een opslagvergunning kan onder meer geweigerd worden in de volgende gevallen :
  1° als de aanvraag betrekking heeft op een [2 volumegebied]2 waarvoor al een vergunning is verleend in het kader van hoofdstuk II [2 , een vergunning in het kader van hoofdstuk III/1, een vergunning voor de ondergrondse berging van radioactief afval]2 of een vergunning in het kader van de wet van 18 juli 1975 betreffende het opsporen en exploiteren van ondergrondse bergruimten in situ voor het opslaan van gas;
  2° als het niet aannemelijk is dat de geologische opslag van koolstofdioxide binnen het [2 volumegebied]2 waarvoor de opslagvergunning zal gelden, economisch of technisch haalbaar is.
  
Art.41. § 1. Un permis de stockage est uniquement délivré lorsqu'il apparaît de la demande introduite et de toutes les autres informations pertinentes que les conditions suivantes sont remplies :
  1° la demande répond à toutes les exigences mentionnées dans ce chapitre et elle est conforme à toute autre réglementation applicable;
  2° l'exploitant est financièrement solide et techniquement compétent et fiable pour exploiter et [1 gérer]1 le site et il a, ainsi que la totalité de son personnel, bénéficié d'une formation et d'un développement professionnel et technique approprié;
  3° s'il y a plus d'un site de stockage dans la même unité hydraulique, les interactions potentielles de pression sont de telle nature que tous les sites peuvent satisfaire simultanément aux exigences de ce chapitre.
  Un permis de stockage ne peut être délivré que si le Gouvernement flamand a pris en considération l'avis sur le projet d'autorisation émis en vertu de l'article 44 par la Commission européenne.
  § 2. Un permis de stockage ne sera pas octroyé dans les cas suivants :
  1° lorsque la demande se rapporte à une [2 zone volume]2 pour laquelle une autre partie dispose encore d'un permis de recherche valable relatif au stockage du dioxyde de carbone ou d'un permis de stockage dans le cadre de ce chapitre;
  2° lorsque la demande se rapporte à une [2 zone volume]2 que le Gouvernement flamand ne veut pas ouvrir au stockage géologique du dioxyde de carbone.
  Un permis de stockage peut être refusé, entre autres, dans les cas suivants :
  1° lorsque la demande se rapporte à une [2 zone volume]2 pour laquelle un permis dans le cadre du chapitre II [2 , un permis dans le cadre du chapitre III/1, un permis de stockage souterrain pour déchets radioactifs ]2 ou un permis dans le cadre de la loi du 18 juillet 1975 relative à la recherche et à l'exploitation des sites-réservoirs souterrains pour le stockage de gaz a déjà été octroyé;
  2° lorsque la faisabilité économique ou technique du stockage géologique du dioxyde de carbone dans les limites de la [2 zone volume]2 à laquelle s'applique le permis de stockage apparaît comme étant invraisemblable.
  
Art.42. Met behoud van de toepassing van artikel 41 worden de vergunningsaanvragen beoordeeld op basis van de volgende criteria :
  1° de technische bekwaamheid van de potentiële exploitant;
  2° de resultaten die voortvloeien uit de voorafgaande opsporingsvergunning voor koolstofdioxideopslag;
  3° de overeenkomstig artikel 39 verkregen resultaten uit de karakterisering van de opslaglocatie en het opslagcomplex en uit de [1 beoordeling]1 van de verwachte veiligheid van opslag;
  4° de totale hoeveelheid koolstofdioxide die zal worden geïnjecteerd en opgeslagen, alsmede de toekomstige bronnen en [2 transportmethoden]2, de samenstelling van de koolstofdioxidestromen, de injectiesnelheden, de injectiedruk en de locatie van de injectiefaciliteiten;
  5° de beschrijving van maatregelen om significante onregelmatigheden te voorkomen;
  6° het voorgestelde monitoringsplan overeenkomstig artikel 48, § 2;
  7° het voorgestelde plan met corrigerende maatregelen overeenkomstig artikel 51, § 1;
  8° het voorlopige plan voor de periode na afsluiting overeenkomstig [3 artikel 52, § 2]3;
  9° de overeenkomstig artikel 4.3.7 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid verstrekte informatie;
  10° het bewijs dat de financiële zekerheid of een gelijkwaardige voorziening, zoals vereist overeenkomstig artikel 57, rechtsgeldig en effectief gesteld zal worden voordat de injectie aanvangt;
  11° de manier waarop de aanvrager zich voorneemt de geologische opslag van koolstofdioxide te verrichten;
  12° in voorkomend geval, het eventuele gebrek aan efficiëntie en verantwoordelijkheidszin waarvan de aanvrager in het kader van een andere vergunning blijk heeft gegeven;
  13° in voorkomend geval, de eventuele interferentie met andere reeds vergunde activiteiten in de ondergrond.
  Deze criteria kunnen eveneens een grond tot weigering van de opslagvergunning uitmaken.
  De Vlaamse Regering [3 kan nadere regels bepalen]3 voor de vergunningscriteria.
  
Art.42. Sans préjudice de l'application de l'article 41, les demandes de permis sont évaluées sur la base des critères suivants :
  1° la compétence technique de l'exploitant potentiel;
  2° les résultats qui découlent du permis de recherche préalable relatif au stockage du dioxyde de carbone;
  3° les résultats obtenus, conformément à l'article 39, à partir de la caractérisation du site de stockage et du complexe de stockage, ainsi que de l'évaluation de la sécurité présumée du stockage;
  4° la quantité totale de dioxyde de carbone qui sera injectée et stockée, ainsi que les sources futures et les [1 méthodes de transport]1, la composition des flux de dioxydes de carbone, les vitesses d'injection, la pression d'injection et le site des installations d'injection;
  5° la description des mesures destinées à prévenir des irrégularités notables;
  6° le plan de surveillance proposé conformément à l'article 48, § 2;
  7° le plan contenant des mesures correctives qui a été proposé conformément à l'article 51, § 1;
  8° le plan provisoire pour la période de postfermeture, conformément à l'[2 article 52, § 2]2;
  9° l'article correspondant 4.3.7 du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales relatives aux informations procurées en matière de politique environnementale;
  10° la preuve que la sûreté financière ou une garantie similaire, comme exigée conformément à l'article 57, a été légitimement et effectivement établie avant le démarrage de l'injection;
  11° la façon dont le requérant envisage d'exécuter le stockage géologique du dioxyde de carbone;
  12° le cas échéant, l'éventuel manque d'efficacité et de sens des responsabilités dont le requérant a fait preuve dans le cadre d'un autre permis;
  13° le cas échéant, l'éventuelle interférence avec d'autres activités déjà autorisées dans le sous-sol.
  Ces critères peuvent également constituer un motif de refus d'octroi du permis de stockage.
  Le Gouvernement flamand [2 peut fixer les modalités]2 concernant les critères d'autorisation.
  
Onderafdeling III. - Vergunningsvoorwaarden
Sous-Division III. - Conditions d'autorisation
Art.43. Een opslagvergunning bevat ten minste de volgende elementen :
  1° de naam en het adres van de exploitant;
  2° de nauwkeurige ligging en begrenzing van de opslaglocatie en het opslagcomplex, en gegevens betreffende de hydraulische eenheid;
  3° de voorschriften voor het opslagproces, de totale hoeveelheid koolstofdioxide die overeenkomstig de vergunning [1 geologisch]1 mag worden opgeslagen, de grenswaarden inzake reservoirdruk en de maximuminjectiesnelheden en -injectiedruk;
  4° de voorschriften voor de samenstelling van de koolstofdioxidestroom en de stroomaanvaardingsprocedure overeenkomstig artikel 47, en, wanneer nodig, verdere voorschriften voor injectie en opslag, met name om significante onregelmatigheden te voorkomen;
  5° het goedgekeurde monitoringsplan, de verplichting om het uit te voeren en eisen inzake de actualisering ervan overeenkomstig artikel 48, alsmede de rapporteringsverplichtingen overeenkomstig artikel 49;
  6° de eis om de Vlaamse Regering in kennis te stellen wanneer zich [1 lekkages of]1 significante onregelmatigheden [1 ...]1 voordoen, het goedgekeurde plan met corrigerende maatregelen en de verplichting om dit plan overeenkomstig artikel 51 uit te voeren als zich [1 lekkages of]1 significante onregelmatigheden [1 ...]1 voordoen;
  7° de voorwaarden voor afsluiting en het goedgekeurde voorlopige plan voor de periode na afsluiting als bedoeld in artikel 52;
  8° alle bepalingen over de wijziging, evaluatie, actualisering en intrekking van de opslagvergunning overeenkomstig artikelen 45 en 46;
  9° de eis om de financiële zekerheid of een gelijkwaardige voorziening te stellen en aan te houden overeenkomstig artikel 57.
  
Art.43. Un permis de stockage contient au moins les éléments suivants :
  1° le nom et l'adresse de l'exploitant;
  2° l'emplacement exact et la délimitation précise du site et du complexe de stockage, ainsi que les données concernant l'unité hydraulique;
  3° les prescriptions relatives au processus de stockage, la quantité globale du dioxyde de carbone qui peut être stockée [1 géologiquement]1 selon les stipulations du permis, les valeurs limites en matière de pression de réservoir, de vitesses maximales d'injection et de pression maximale d'injection;
  4° les prescriptions relatives à la composition du flux de dioxyde de carbone et la procédure d'acceptation du flux conformément à l'article 47, et, si nécessaire, des prescriptions ultérieures relatives à l'injection et au stockage visant à éviter des irrégularités notables;
  5° le plan de surveillance approuvé, l'obligation de l'implémenter et les exigences liées à son actualisation, conformément à l'article 48, ainsi que les obligations de rapportage, conformément à l'article 49;
  6° l'exigence d'informer le Gouvernement flamand lorsque des fuites ou des irrégularités notables se produisent, le plan approuvé contenant des mesures correctives et l'obligation d'implémenter ce plan, conformément à l'article 51, lorsque des fuites ou des irrégularités notables se produisent;
  7° les conditions de fermeture et le plan provisoire approuvé pour la période de postfermeture, comme visée à l'article 52;
  8° toutes les dispositions en matière de modification, d'évaluation, d'actualisation et de retrait du permis de stockage, conformément aux articles 45 et 46;
  9° l'exigence d'établir et de maintenir une sécurité financière ou une autre garantie équivalente, conformément à l'article 57.
  
Onderafdeling IV. - Evaluatie van ontwerp-opslagvergunningen door de Europese Commissie
Sous-Division IV. - Evaluation des projets de permis de stockage par la Commission européenne
Art.44. § 1. De Vlaamse Regering stelt een vergunningsaanvraag voor een opslagvergunning binnen een maand na ontvangst ter beschikking van de Europese Commissie. Ook alle andere relevante gegevens die in aanmerking worden genomen bij het nemen van een beslissing over de vergunningsaanvraag worden ter beschikking van de Europese Commissie gesteld.
  De Vlaamse Regering stelt de Europese Commissie in kennis van de ontwerp-opslagvergunning en van alle andere gegevens die in aanmerking werden genomen bij het vaststellen van de ontwerp-opslagvergunning.
  § 2. De Vlaamse Regering wacht het niet-bindend advies van de Europese Commissie over de ontwerp-opslagvergunning af of wacht de kennisgeving waaruit blijkt dat de Europese Commissie geen advies zal uitbrengen af.
  Na het nemen van de definitieve beslissing over de vergunningsaanvraag voor een opslagvergunning stelt de Vlaamse Regering de Europese Commissie hiervan in kennis, waarbij zij een eventuele afwijking van het advies van de Europese Commissie met redenen omkleedt.
Art.44. § 1. La demande d'obtention d'un permis de stockage est mise par le Gouvernement flamand à la disposition de la Communauté européenne dans le mois suivant sa réception. Toutes les autres données pertinentes qui entrent en ligne de compte lors de la prise d'une décision concernant la demande d'autorisation sont également mises à la disposition de la Commission européenne.
  Le Gouvernement flamand informe la Commission européenne concernant le projet d'autorisation de stockage et toutes les autres données prises en compte lors de l'établissement du projet d'autorisation de stockage.
  § 2. Le Gouvernement flamand attend l'avis non contraignant de la Commission européenne sur le projet d'autorisation de stockage ou la notification d'où il apparaît que la Commission européenne n'émettra pas d'avis.
  Après avoir pris une décision définitive concernant la demande d'autorisation visant l'obtention d'un permis de stockage, le Gouvernement flamand en informera la Commission européenne et il motiverait son choix, si ce dernier devait différer de l'avis de la Commission européenne.
Onderafdeling V. - Wijziging, evaluatie, actualisering en intrekking van opslagvergunningen
Sous-Division V. - Modification, évaluation, actualisation et retrait des permis de stockage
Art.45. De exploitant informeert de Vlaamse Regering over alle geplande wijzigingen in de exploitatie van een opslaglocatie, met inbegrip van wijzigingen in verband met de exploitant. Indien nodig actualiseert de Vlaamse Regering de opslagvergunning of de vergunningsvoorwaarden.
  [1 Belangrijke]1 wijzigingen in de exploitatie van een opslaglocatie kunnen alleen uitgevoerd worden nadat een nieuwe of geactualiseerde opslagvergunning werd verleend overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk. Een [1 belangrijke]1 wijziging in de exploitatie van een opslaglocatie is een wijziging in de zin van rubriek 13 van bijlage II bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 houdende vaststelling van de categorieën van projecten onderworpen aan milieueffectrapportage.
  
Art.45. L'exploitant informe le Gouvernement flamand de toutes les modifications programmées relatives à l'exploitation d'un site de stockage, y compris des modifications le concernant personnellement. Si nécessaire, le Gouvernement flamand actualise le permis de stockage ou les conditions d'autorisation.
  Des modifications [1 importantes]1 relatives à l'exploitation d'un site de stockage peuvent seulement être exécutées après qu'un permis de stockage neuf ou actualisé a été délivré conformément aux dispositions de ce chapitre. Une modification substantielle en matière d'exploitation d'un site de stockage est une modification dans le sens de la rubrique 13 de l'annexe II de l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 décembre 2004 établissant les catégories de projets soumis à l'évaluation des incidences sur l'environnement.
  
Art.46. De Vlaamse Regering evalueert [1 en, waar nodig, actualiseert]1 de opslagvergunning, of, in laatste instantie en na de exploitant te hebben gehoord, trekt zij deze in :
  1° als ze overeenkomstig artikel 51, § 1, in kennis is gesteld, of op een andere manier op de hoogte is gebracht van [1 lekkages of]1 significante onregelmatigheden [1 ...]1;
  2° als uit de overeenkomstig artikel 49 ingediende verslagen of de overeenkomstig artikel 50 uitgevoerde inspecties blijkt dat de vergunningsvoorwaarden niet worden nageleefd of dat er risico is op [1 lekkages of]1 significante onregelmatigheden o[1 ...]1;
  3° als ze op de hoogte is van andere inbreuken van de exploitant op de vergunningsvoorwaarden;
  4° als dit noodzakelijk blijkt op basis van de recentste wetenschappelijke bevindingen en technologische vooruitgang;
  5° met behoud van de toepassing van de bepalingen in 1° tot en met 4°, vijf jaar na het verlenen van de vergunning en vervolgens om de tien jaar.
  Nadat een opslagvergunning is ingetrokken overeenkomstig het eerste lid, verleent de Vlaamse Regering een nieuwe opslagvergunning of sluit ze de opslaglocatie af overeenkomstig artikel 52, § 1, 3°. [1 Totdat een nieuwe opslagvergunning is verleend, neemt de Vlaamse Regering tijdelijk alle wettelijke verplichtingen op zich betreffende de aanvaardingscriteria indien zij besluit de koolstofdioxide-injecties voort te zetten,]1 de monitoring en de corrigerende maatregelen overeenkomstig de voorschriften van dit hoofdstuk, het inleveren van rechten in geval van lekkage [2 overeenkomstig de relevante bepalingen van het Energiedecreet van 8 mei 2009 en de uitvoeringsbesluiten ervan]2, en preventieve en herstelmaatregelen overeenkomstig hoofdstukken II en III van titel XV Milieuschade van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid. De Vlaamse Regering verhaalt alle kosten op de [1 voormalige]1 exploitant, onder meer door de financiële zekerheid van artikel 57 aan te spreken. Indien de opslaglocatie wordt afgesloten overeenkomstig artikel 52, § 1, 3°, is artikel 52, § 3, van toepassing.
  
Art.46. Le Gouvernement flamand évalue et actualise le permis de stockage là où cela s'avère nécessaire ou il procède en dernière instance, après avoir entendu l'exploitant, au retrait du permis :
  1° lorsqu'il a été informé conformément à l'article 51, § 1, ou de toute autre manière, d'irrégularités notables ou de fuites survenues;
  2° lorsqu'il apparaît, conformément à l'article 49, de rapports introduits ou d'inspections effectuées conformément à l'article 50 que les conditions d'autorisation ne sont pas suivies ou qu'il y a un risque d'irrégularités notables ou de fuite;
  3° lorsqu'il est au courant d'autres infractions commises par l'exploitant par rapport aux conditions d'autorisation;
  4° lorsqu'en fonction des résultats scientifiques les plus récents et du progrès technologique, cela s'avère nécessaire;
  5° sans préjudice de l'application des dispositions dans les points 1° à 4° inclus, cinq ans après l'octroi du permis en ensuite, tous les dix ans.
  Après qu'un permis de stockage a été retiré conformément au premier alinéa, le Gouvernement flamand délivrera un nouveau permis de stockage ou il procédera à la fermeture du site de stockage conformément à l'article 52, § 1, 3°. [1 Jusqu'à ce qu'un nouveau permis de stockage soit délivré, le Gouvernement flamand assume toutes les obligations légales concernant les critères d'acceptation lorsqu'il décide de poursuivre les injections de dioxyde de carbone,]1 le contrôle et les mesures correctives conformes aux prescriptions de ce chapitre, la restitution de droits en cas de fuite [2 conformément aux dispositions pertinentes du Décret sur l'Energie du 8 mai 2009 et ses arrêtés d'exécution]2, ainsi que les mesures préventives et compensatrices conformément aux chapitres II et III du titre XV Dommages environnementaux du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement. Le Gouvernement flamand récupérera tous les frais engagés auprès du [1 ancien]1 exploitant, en faisant entre autres appel à la garantie financière visée à l'article 57. Si le site de stockage est fermé conformément à l'article 52, § 1, 3°, l'article 52, § 3 est d'application.
  
Afdeling IV. - Verplichtingen inzake exploitatie, afsluiting en de periode na afsluiting
Division IV. - Obligations en matière d'exploitation, de fermeture et la période de postfermeture
Onderafdeling I. - Aanvaardingscriteria voor de koolstofdioxidestroom en aanvaardingsprocedure
Sous-Division I. - Critères d'acceptation du flux de dioxyde de carbone et procédure d'acceptation
Art.47. § 1. Een koolstofdioxidestroom moet voor het overgrote gedeelte bestaan uit koolstofdioxide. Om dat te waarborgen, mag geen afval of ander materiaal aan de koolstofdioxidestroom worden toegevoegd met het doel [1 zich van dat afval of ander materiaal te ontdoen]1.
  Een koolstofdioxidestroom kan evenwel incidentele aanverwante stoffen uit [1 de bron of het afvang- of injectieproces]1 bevatten, alsmede [1 spoorelementen]1 die zijn toegevoegd als hulpmiddel bij de monitoring en het controleren van migratie. De concentraties van alle incidentele en toegevoegde stoffen mogen geen niveaus overschrijden die de integriteit van de opslaglocatie of van de relevante transportinfrastructuur in het gedrang brengen, een significant risico voor het milieu of de menselijke gezondheid vormen, of in strijd zijn met de voorschriften van de toepasselijke regelgeving.
  § 2. De exploitant mag koolstofdioxidestromen enkel aanvaarden en injecteren indien een analyse van de samenstelling, inclusief corrosieve stoffen, van de stromen en een risicobeoordeling zijn verricht, en indien de risicobeoordeling heeft aangetoond dat de verontreinigingsniveaus overeenstemmen met de in § 1 gestelde voorwaarden.
  De exploitant houdt een register bij van de hoeveelheden en kenmerken van de geleverde en geïnjecteerde koolstofdioxidestromen, met inbegrip van hun samenstelling.
  § 3. De Vlaamse Regering bepaalt, conform de Europese verplichtingen ter zake, de nadere regels voor de aanvaardingscriteria voor de koolstofdioxidestroom en de aanvaardingsprocedure.
  
Art.47. § 1. Un flux de dioxyde de carbone doit être constitué en majeure partie de dioxyde de carbone. Pour que cela soit garanti, on ne peut ajouter aucun déchet ou aucun autre matériau au flux de dioxyde de carbone, dans le dessein [1 de se débarrasser de ce déchet ou cet autre matériau]1.
  Un flux de dioxyde de carbone peut toutefois contenir de manière incidentelle des substances associées provenant [1 de la source ou du processus de captage ou d'injection]1, ainsi que des [1 traces d'éléments]1 ajoutées pour aider à la surveillance et au contrôle de la migration. Les concentrations de toutes les substances incidentelles et ajoutées ne peuvent pas excéder des taux qui menaceraient l'intégrité du site de stockage ou de l'infrastructure de transport pertinente, qui constitueraient un risque substantiel pour l'environnement ou pour la santé publique ou qui seraient contraires aux prescriptions de la réglementation applicable.
  § 2. L'exploitant peut uniquement accepter et injecter des flux de dioxyde de carbone, lorsqu'une analyse de la composition des flux incluant les substances corrosives et une évaluation des risques ont été effectuées et lorsque l'évaluation des risques a démontré que les taux de pollution cadrent avec les conditions établies dans le § 1.
  L'exploitant tient un registre des quantités et des caractéristiques des flux de dioxyde de carbone livrés et injectés, incluant leur composition.
  § 3. Le Gouvernement flamand détermine, conformément aux obligations européennes en la matière, les modalités pour les critères d'acceptation du flux de dioxyde de carbone et pour la procédure d'acceptation.
  
Onderafdeling II. - Monitoring
Sous-Division II. - Surveillance
Art.48. § 1. De exploitant moet zorgen voor monitoring van de injectiefaciliteiten, het opslagcomplex (inclusief waar mogelijk de koolstofdioxidepluim) en het omliggende milieu, met als doel :
  1° het vergelijken van het feitelijke en het gemodelleerde gedrag van het koolstofdioxide en het formatiewater in de opslaglocatie;
  2° het detecteren van significante onregelmatigheden;
  3° het detecteren van migratie van koolstofdioxide;
  4° het detecteren van lekkage van koolstofdioxide;
  5° het detecteren van significante negatieve effecten voor het omliggende milieu, in het bijzonder voor het drinkwater, voor de omwonende bevolking en voor de gebruikers van de biosfeer in de omgeving;
  6° het evalueren van de doeltreffendheid van eventuele overeenkomstig artikel 51 getroffen corrigerende maatregelen;
  7° het actualiseren van de veiligheids- en integriteitsbeoordeling van het opslagcomplex op korte en lange termijn, met inbegrip van de beoordeling van de vraag of het opgeslagen koolstofdioxide volledig en permanent is ingesloten.
  § 2. De exploitant verzekert de monitoring op basis van een monitoringsplan dat door hem is uitgewerkt overeenkomstig de in bijlage II van dit decreet vermelde eisen, met inbegrip van monitoringspecificaties [1 overeenkomstig de relevante bepalingen van het Energiedecreet van 8 mei 2009 en de uitvoeringsbesluiten ervan]1. Het monitoringsplan wordt ingediend bij de minister en moet worden goedgekeurd door de Vlaamse Regering.
  Het monitoringsplan wordt geactualiseerd overeenkomstig het bepaalde in bijlage II bij dit decreet en zulks in ieder geval om de vijf jaar, teneinde rekening te houden met de wijzigingen in het beoordeelde lekkagerisico, de wijzigingen in de beoordeelde risico's voor het milieu en de volksgezondheid, nieuwe wetenschappelijke kennis en verbeteringen inzake de best beschikbare technieken. Een geactualiseerd monitoringsplan wordt ingediend bij de minister en moet opnieuw worden goedgekeurd door de Vlaamse Regering.
  
Art.48. § 1. L'exploitant doit assurer la surveillance des systèmes d'injection, du complexe de stockage (y compris de l'endroit éventuel du panache de dioxyde de carbone) et de l'environnement avoisinant, dans le but de :
  1° comparer les comportements réel et modélisé du dioxyde de carbone et l'eau fossile dans le site de stockage;
  2° détecter des irrégularités notables;
  3° détecter une migration du dioxyde de carbone;
  4° détecter une fuite de dioxyde de carbone;
  5° détecter des effets délétères manifestes sur le milieu environnant et plus particulièrement sur l'eau potable, la population locale et les utilisateurs de la biosphère environnante;
  6° évaluer l'efficacité des éventuelles mesures correctives prises conformément à l'article 51;
  7° actualiser l'évaluation à court et à long terme de la sécurité et de l'intégrité du complexe de stockage, y compris l'évaluation de la question si le confinement du dioxyde de carbone stocké est total et permanent.
  § 2. L'exploitant assure cette surveillance en s'appuyant sur un plan de surveillance élaboré par ses soins conformément aux exigences mentionnées dans l'annexe II du présent décret, incluant les spécifications de surveillance [1 conformément aux dispositions pertinentes du Décret sur l'Energie du 8 mai 2009 et ses arrêtés d'exécution]1. Le plan de surveillance doit être introduit auprès du ministre et être ensuite approuvé par le Gouvernement flamand.
  Le plan de surveillance est actualisé conformément aux stipulations mentionnées dans l'annexe II du présent décret, et ce, en tout cas tous les cinq ans, afin de tenir compte des modifications par rapport au risque de fuite évalué, des modifications par rapport aux risques évalués pour l'environnement et la santé publique, ainsi que des nouvelles connaissances et améliorations scientifiques dans le domaine des meilleures techniques disponibles. Un plan de surveillance actualisé doit être introduit auprès du ministre et être à nouveau approuvé par le Gouvernement flamand.
  
Onderafdeling III. - Rapportering door de exploitant
Sous-Division III. - Rapportage par l'exploitant
Art.49. Elk jaar, of, als de Vlaamse Regering dat in het kader van een bepaalde opslagvergunning nodig acht, met een hogere frequentie, dient de exploitant de volgende gegevens in bij de minister :
  1° alle resultaten van de monitoring overeenkomstig artikel 48 tijdens de verslagperiode, met inbegrip van de informatie over de gebruikte monitoringstechnologie;
  2° de hoeveelheden en kenmerken van de tijdens de verslagperiode geleverde en geïnjecteerde koolstofdioxidestromen, met inbegrip van de samenstelling van deze stromen, zoals geregistreerd overeenkomstig [1 artikel 47, § 2, tweede lid]1;
  3° het bewijs dat een financiële zekerheid of een gelijkwaardige voorziening is gesteld en aangehouden wordt overeenkomstig artikel 57 en [1 artikel 43, 9°]1;
  4° alle andere informatie die de minister als relevant beschouwt om de naleving van de opslagvergunningsvoorwaarden te [1 beoordelen]1 en om de kennis te vergroten over het gedrag van het koolstofdioxide in de opslaglocatie.
  
Art.49. Chaque année, ou plus souvent lorsque le Gouvernement flamand l'estime nécessaire dans le cadre d'un certain permis de stockage, l'exploitant devra introduire les données suivantes auprès du ministre :
  1° tous les résultats de la surveillance effectuée au cours de la période de rapportage, conformément à l'article 48, y compris les informations sur la technologie de surveillance utilisée;
  2° les quantités et les caractéristiques des flux de dioxyde de carbone fournis et injectés au cours de la période de rapportage, y compris la composition de ces flux, comme enregistrés conformément à [1 l'article 47, § 2, deuxième alinéa]1;
  3° la preuve qu'une sécurité financière ou une garantie équivalente a été établie et maintenue conformément à l'article 57 et à [1 l'article 43, 9°]1;
  4° toutes les autres informations considérées comme pertinentes par le ministre pour l'évaluation du suivi des conditions d'autorisation de stockage et pour l'optimisation des connaissances relatives au comportement du dioxyde de carbone dans le site de stockage.
  
Onderafdeling IV. - Inspecties
Sous-Division IV. - Inspections
Art.50. § 1. De opslagcomplexen worden via een systeem van routinematige en [1 niet-routinematige]1 inspecties gecontroleerd, met als doel de naleving van de eisen, vermeld in dit hoofdstuk, te controleren en te bevorderen, en de effecten op het milieu en de volksgezondheid te monitoren.
  Die inspecties kunnen onder meer bezoeken aan de bovengrondse installaties, inclusief de injectiefaciliteiten, inhouden, evenals een beoordeling van de injectie- en monitoringswerkzaamheden van de exploitant en [1 een controle]1 van alle relevante door de exploitant bijgehouden gegevens.
  § 2. Routine-inspecties worden ten minste jaarlijks uitgevoerd, tot drie jaar na de afsluiting, en [1 nadien]1 vijfjaarlijks totdat de verantwoordelijkheid aan het Vlaamse Gewest is overgedragen. Daarbij worden de relevante injectie- en monitoringsfaciliteiten [1 onderzocht]1 , alsook alle relevante gevolgen [1 van het opslagcomplex voor het milieu en de volksgezondheid]1.
  § 3. [1 Niet-routinematige]1 inspecties worden uitgevoerd in de volgende gevallen :
  1° als de Vlaamse Regering overeenkomstig artikel 51, § 1, in kennis is gesteld, of op een andere manier op de hoogte is gebracht van [1 lekkages of]1 significante onregelmatigheden [1 ...]1;
  2° als uit de overeenkomstig artikel 49 ingediende verslagen blijkt dat de vergunningsvoorwaarden niet voldoende in acht worden genomen;
  3° om ernstige klachten betreffende het milieu of de volksgezondheid te onderzoeken;
  4° in andere situaties waarin de Vlaamse Regering dergelijke inspecties passend acht.
  § 4. Na elke inspectie wordt een verslag met de inspectieresultaten opgesteld. In dat verslag wordt de naleving van de eisen van de bepalingen van dit hoofdstuk geëvalueerd, en wordt aangegeven of verdere actie vereist is.
  Het verslag wordt ter kennis gebracht van de betrokken exploitant, en wordt binnen een termijn van twee maanden na de inspectie voor het publiek beschikbaar gemaakt overeenkomstig de daarop toepasselijke regelgeving.
  § 5. De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels voor de inspecties.
  
Art.50. § 1. Les complexes de stockage sont contrôlés par le biais d'un système d'inspections routinières d'une part et d'inspections [1 non routinières]1 d'autre part, dans le dessein de contrôler et d'optimiser le suivi des exigences mentionnées dans ce chapitre et de surveiller les effets sur l'environnement et sur la santé publique.
  Ces inspections peuvent impliquer, entre autres, des visites aux installations de surface, y compris aux systèmes d'injection, ainsi qu'une évaluation des travaux d'injection et de surveillance de l'exploitant et [1 un contrôle]1 de toutes les données pertinentes conservées par ce dernier.
  § 2. Les inspections de routine ont lieu au moins tous les ans, jusqu'à trois ans après la fermeture et [1 après]1 tous les cinq ans jusqu'à ce que la responsabilité en a été transmise à la Région flamande. Les systèmes pertinents d'injection et de surveillance seront également [1 examiné]1 , ainsi que toutes les conséquences substantielles du complexe de stockage pour l'environnement et pour la santé publique.
  § 3. Des inspections [1 non routinières]1 seront exécutées dans les cas suivants :
  1° lorsque le Gouvernement flamand a été informé conformément à l'article 51, § 1, ou de toute autre manière, d'irrégularités notables ou de fuites survenues;
  2° lorsqu'il apparaît des rapports introduits conformément à l'article 49 que les conditions d'autorisation n'ont pas été suffisamment respectées;
  3° pour enquêter en cas de plaintes graves concernant l'environnement ou la santé publique;
  4° dans d'autres situations où le Gouvernement flamand estime que de telles inspections sont appropriées.
  § 4. Un rapport incluant les résultats de l'inspection sera rédigé après chaque inspection. Ce rapport contiendra l'évaluation du suivi des exigences en fonction des dispositions de ce chapitre et il indiquera si des actions ultérieures sont requises.
  L'exploitant concerné sera informé du rapport et ce dernier sera mis à la disposition du public dans les deux mois suivant l'inspection, conformément à la réglementation applicable dans ce contexte.
  § 5. Le Gouvernement flamand fixe les modalités concernant les inspections.
  
Onderafdeling V. - Maatregelen [1 in het geval van lekkages of]1 significante onregelmatigheden [1 ...]1
Sous-Division V. - Mesures en cas d'irrégularités notables ou de fuite
Art.51. § 1. Bij [1 lekkages of]1 significante onregelmatigheden [1 ...]1 stelt de exploitant de minister onmiddellijk met [2 een beveiligde zending]2 in kennis, en treft hij de nodige corrigerende maatregelen, waaronder maatregelen betreffende de bescherming van de volksgezondheid. In geval van lekkages en significante onregelmatigheden die een lekkagerisico inhouden, stelt de exploitant ook [3 het Departement Omgeving]3, daarvan in kennis.
  De nodige corrigerende maatregelen worden getroffen met als minimumbasis het plan met corrigerende maatregelen dat is ingediend bij de minister en door de Vlaamse Regering is goedgekeurd.
  § 2. De minister [1 kan van de exploitant op elk moment eisen]1 de nodige corrigerende maatregelen te treffen, alsmede maatregelen betreffende de bescherming van de volksgezondheid. Deze kunnen een aanvulling zijn op of verschillen van die welke in het plan met corrigerende maatregelen zijn opgenomen. De minister kan ook altijd zelf corrigerende maatregelen treffen.
  Als de exploitant nalaat de nodige corrigerende maatregelen te treffen, neemt de minister de vereiste corrigerende maatregelen zelf.
  De Vlaamse Regering verhaalt op de exploitant de kosten die in verband met de in het eerste en het tweede lid bedoelde maatregelen zijn gemaakt, [1 met inbegrip van het aanspreken van de financiële zekerheid overeenkomstig artikel 57]1.
  
Art.51. § 1. En cas d'irrégularités notables ou de fuites, l'exploitant en informera immédiatement le ministre [2 par envoi sécurisé]2 et il prendra aussitôt les mesures correctives nécessaires, parmi lesquelles des mesures pour protéger la santé publique. En cas de fuites et d'irrégularités notables comprenant un risque de fuite, l'exploitant en informera également [3 le Département de l'Environnement et de l'Aménagement du Territoire]3.
  Les mesures correctives requises seront prises en s'appuyant au minimum sur le plan comprenant des mesures correctives qui a été introduit auprès du ministre et qui a été approuvé par le Gouvernement flamand.
  § 2. Le ministre peut [1 à tout moment exiger de l'exploitant]1 de prendre les mesures correctives jugées nécessaires, ainsi que les mesures requises pour assurer la protection de la santé publique. Ces mesures peuvent être complémentaires à, ou différer de celles qui figurent dans le plan contenant les mesures correctives. Le ministre peut aussi et de tout temps prendre lui-même des mesures correctives.
  Si l'exploitant néglige de prendre les mesures correctives qui s'imposent, le ministre le fera lui-même.
  Le Gouvernement flamand récupérera tous les frais réalisés dans le cadre des mesures visées au premier et au deuxième alinéa auprès de l'exploitant, et ce, en faisant, [1 y compris la sécurité financière mentionnée dans l'article 57]1.
  
Onderafdeling VI. - Verplichtingen bij afsluiting en in de periode na afsluiting
Sous-Division VI. - Obligations lors de la fermeture et au cours de la période de postfermeture
Art.52. § 1. Een opslaglocatie wordt in de volgende gevallen afgesloten :
  1° als de in de opslagvergunning vervatte relevante voorwaarden zijn vervuld;
  2° op met bewijsmateriaal gestaafd verzoek van de exploitant, na instemming van de Vlaamse Regering;
  3° als de Vlaamse Regering daartoe besluit na intrekking van een opslagvergunning overeenkomstig artikel 46, eerste lid.
  § 2. Nadat een opslaglocatie is afgesloten overeenkomstig § 1, 1° of 2°, blijft de exploitant verantwoordelijk voor de monitoring, de rapportering en de corrigerende maatregelen overeenkomstig de verplichtingen van dit hoofdstuk, alsook voor alle verplichtingen inzake het inleveren van rechten in geval van lekkages [2 overeenkomstig de relevante bepalingen van het Energiedecreet van 8 mei 2009 en de uitvoeringsbesluiten ervan]2, en preventieve en herstelmaatregelen overeenkomstig titel XV Milieuschade van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, totdat de verantwoordelijkheid voor de opslaglocatie is overgedragen aan het Vlaamse Gewest overeenkomstig artikelen 53 en 54. De exploitant is ook verantwoordelijk voor de afdichting van de opslaglocatie en de verwijdering van de injectiefaciliteiten.
  Aan de verplichtingen, vermeld in het eerste lid, wordt voldaan op basis van een door de exploitant uitgewerkt plan voor de periode na afsluiting, gebaseerd op de beste praktijken en in overeenstemming met de in bijlage II bij dit decreet bedoelde eisen. Een voorlopig plan voor de periode na afsluiting wordt ingediend bij de minister en moet worden goedgekeurd door de Vlaamse Regering.
  Voordat een opslaglocatie wordt afgesloten overeenkomstig § 1, 1° of 2°, wordt het voorlopige plan voor de periode na afsluiting indien nodig geactualiseerd op basis van de uit te voeren risicoanalyse, van de beste praktijken en technologische verbeteringen, vervolgens ingediend bij de minister, en door de Vlaamse Regering goedgekeurd als het definitieve plan voor de periode na afsluiting.
  § 3. Nadat een opslaglocatie is afgesloten overeenkomstig § 1, 3°, is het Vlaamse Gewest verantwoordelijk voor de monitoring en de corrigerende maatregelen overeenkomstig de voorschriften van dit hoofdstuk, alsook voor alle verplichtingen inzake het inleveren van rechten in geval van lekkages [2 overeenkomstig de relevante bepalingen van het Energiedecreet van 8 mei 2009 en de uitvoeringsbesluiten ervan]2, en de preventieve en herstelmaatregelen overeenkomstig hoofdstukken II en III van titel XV Milieuschade van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
  Aan de verplichtingen voor de periode na afsluiting, vermeld in het eerste lid, wordt door het Vlaamse Gewest voldaan op basis van het voorlopige en eventueel geactualiseerde plan voor de periode na afsluiting, vermeld in artikel 52, § 2.
  De Vlaamse Regering verhaalt op de exploitant de kosten die in verband met de in het eerste en het tweede lid bedoelde maatregelen zijn gemaakt, [1 met inbegrip van het aanspreken van de financiële zekerheid overeenkomstig artikel 57]1.
  § 4. De minister legt de volgende registers aan en houdt ze bij :
  1° een register van de verleende opslagvergunningen;
  2° een permanent register van alle afgesloten opslaglocaties en de omliggende opslagcomplexen, met inbegrip van kaarten en dwarsdoorsneden van hun ruimtelijke omvang en de beschikbare informatie [1 die relevant is]1 om te beoordelen of het opgeslagen koolstofdioxide volledig en permanent ingesloten zal blijven.
  Bij relevante planningsprocedures en bij het vergunnen van activiteiten die de geologische opslag van koolstofdioxide in de geregistreerde opslaglocaties kunnen beïnvloeden of daardoor beïnvloed kunnen worden, wordt rekening gehouden met deze registers.
  
Art.52. § 1. Un site de stockage peut être fermé dans les cas suivants :
  1° lorsque les conditions pertinentes incluses dans le permis de stockage sont remplies;
  2° à la demande étayée par des preuves de l'exploitant et après y avoir obtenu le consentement du Gouvernement flamand;
  3° lorsque le Gouvernement flamand en prend la décision après avoir procédé au retrait d'un permis de stockage, conformément à l'article 46, premier alinéa.
  § 2. Après la fermeture d'un site de stockage conformément au § 1, 1° ou 2°, l'exploitant demeure responsable de la surveillance, du rapportage et des mesures correctives conformes aux obligations de ce chapitre, ainsi que de toutes les obligations se rapportant à la restitution des droits en cas de fuites [2 conformément aux dispositions pertinentes du Décret sur l'Energie du 8 mai 2009 et ses arrêtés d'exécution]2, et des mesures préventives et compensatrices conformément au titre XV Dommages environnementaux du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement, jusqu'à ce que la responsabilité pour le site de stockage soit transmise à la Région flamande, conformément aux articles 53 et 54. L'exploitant est également responsable du colmatage du site de stockage et du démantèlement des systèmes d'injection.
  Les obligations mentionnées dans le premier alinéa seront remplies à l'aide d'un plan élaboré par l'exploitant pour la période de postfermeture, basé sur les meilleures pratiques et conforme aux exigences visées à l'annexe II du présent décret. Un plan provisoire pour la période de postfermeture sera présenté au ministre et devra être approuvé par le Gouvernement flamand.
  Avant de procéder à la fermeture d'un site de stockage conformément au § 1, 1° ou 2°, le plan provisoire pour la période de postfermeture doit, si nécessaire, être actualisé en fonction de l'analyse de risque à exécuter, des meilleures pratiques et des optimisations technologiques. Il sera ensuite présenté au ministre pour être ensuite approuvé par le Gouvernement flamand en tant que plan définitif se rapportant à la période de postfermeture.
  § 3. Après la fermeture d'un site de stockage conformément au § 1, 3°, c'est la Région flamande qui est responsable de la surveillance et des mesures correctives conformes aux prescriptions de ce chapitre, ainsi que de toutes les obligations se rapportant à la restitution des droits en cas de fuites conformément à l'article 20 du décret du 2 avril 2004 portant réduction de l'émission des gaz à effet de serre en Région flamande par la promotion de l'utilisation rationnelle de l'énergie, l'utilisation de sources d'énergie renouvelables et l'application des mécanismes de flexibilité prévus par le Protocole de Kyoto, et des mesures préventives et compensatrices conformément aux chapitres II et III du titre XV Dommages environnementaux du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement.
  La Région flamande respecte les obligations relatives à la période de postfermeture visée au premier alinéa en s'appuyant sur le plan provisoire et éventuellement actualisé pour la période de postfermeture mentionnée dans l'article 52, § 2.
  Le Gouvernement flamand récupérera tous les frais réalisés dans le cadre des mesures visées au premier et au deuxième alinéa auprès de l'exploitant, et ce, en faisant, [1 y compris la sécurité financière mentionnée dans l'article 57]1.
  § 4. Le ministre établit et conserve les registres suivants :
  1° un registre des permis de stockage délivrés;
  2° un registre permanent de tous les sites de stockage fermés et des complexes de stockage environnants, incluant les cartes et les coupes transversales de leur envergure spatiale, ainsi que les informations disponibles [1 pertinente]1 permettant d'évaluer si le confinement du dioxyde de carbone stocké demeurera intégral et permanent.
  Lors de procédures de planification pertinentes et en cas d'autorisation d'activités susceptibles d'influer sur le stockage géologique du dioxyde de carbone dans les sites de stockage enregistrés ou pouvant être influencées par ce stockage, il sera tenu compte de ces registres.
  
Onderafdeling VII. - Overdracht van de verantwoordelijkheid
Sous-Division VII. - Transfert des responsabilités
Art.53. Als een opslaglocatie is afgesloten overeenkomstig artikel 52, § 1, 1° of 2°, worden alle wettelijke verplichtingen betreffende de monitoring en de corrigerende maatregelen overeenkomstig de voorschriften van dit hoofdstuk, het inleveren van rechten in geval van lekkages [2 overeenkomstig de relevante bepalingen van het Energiedecreet en zijn uitvoeringsbesluiten]2, en de preventieve en herstelmaatregelen overeenkomstig hoofdstukken II en III van titel XV Milieuschade van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, op eigen initiatief of op verzoek van de exploitant overgedragen aan het Vlaamse Gewest, als aan de volgende voorwaarden is voldaan :
  1° [1 alle]1 beschikbare gegevens tonen aan dat het opgeslagen koolstofdioxide volledig en permanent ingesloten blijft;
  2° een bepaalde minimumperiode is verstreken, te bepalen door de Vlaamse Regering. Deze minimumperiode bedraagt ten minste twintig jaar na de afsluiting, tenzij de Vlaamse Regering ervan overtuigd is dat vóór het verstrijken van de periode van 20 jaar, aan de in 1° bedoelde voorwaarde is voldaan;
  3° de financiële verplichtingen ingevolge artikel 58 zijn nagekomen;
  4° de opslaglocatie is met zorg afgedicht en de injectiefaciliteiten zijn verwijderd.
  De exploitant maakt in dat verband een verslag op waarin wordt aangetoond dat aan de voorwaarde van het eerste lid, 1°, is voldaan en dient dit bij de minister in opdat de Vlaamse Regering de overdracht van verantwoordelijkheid kan goedkeuren. Dit verslag staaft ten minste :
  1° dat het feitelijke gedrag van het geïnjecteerde koolstofdioxide in overeenstemming is met het gemodelleerde gedrag;
  2° dat er geen detecteerbare lekken zijn;
  3° dat de opslaglocatie evolueert naar een toestand van stabiliteit op lange termijn.
  Als de Vlaamse Regering van oordeel is dat de voorwaarden in het eerste lid, onder 1° en 2°, zijn vervuld, stelt zij een ontwerpbesluit ter goedkeuring van de overdracht van de verantwoordelijkheid op. Het ontwerpbesluit legt vast hoe wordt bepaald dat de voorwaarde in het eerste lid, onder 4°, is vervuld, en bevat ook geactualiseerde voorschriften voor het afdichten van de opslaglocatie en het verwijderen van de injectiefaciliteiten.
  Als de Vlaamse Regering van oordeel is dat de voorwaarden in het eerste lid, onder 1° en 2°, niet zijn vervuld, brengt zij de exploitant van haar motieven op de hoogte.
  De Vlaamse Regering bepaalt, conform de Europese verplichtingen ter zake, de nadere regels.
  
Art.53. Lorsqu'un site de stockage est fermé conformément à l'article 52, § 1, 1° ou 2°, toutes les obligations légales concernant la surveillance et [1 toutes les]1 mesures correctives conformes aux prescriptions de ce chapitre, la restitution des droits en cas de fuites [2 conformément aux dispositions pertinentes du Décret sur l'Energie du 8 mai 2009 et ses arrêtés d'exécution]2, ainsi que les mesures préventives et compensatrices conformément aux chapitres II et III du titre XV Dommages environnementaux du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement seront transmises de manière spontanée ou à la demande de l'exploitant à la Région flamande, si les conditions suivantes sont remplies :
  1° les données disponibles démontrent que le confinement du dioxyde de carbone stocké demeure intégral et permanent;
  2° une certaine période minimale, à déterminer par le Gouvernement flamand, s'est écoulée. Cette période minimale s'étire au moins jusqu'à vingt ans après la fermeture, sauf si le Gouvernement flamand est convaincu que la condition visée au point 1°, sera remplie avant l'expiration de la période de 20 ans;
  3° les obligations financières en conséquence de l'article 58 ont été respectées;
  4° le site de stockage a été colmaté avec soin et les systèmes d'injection ont été démantelés.
  Dans ce contexte, l'exploitant établit un rapport dans lequel il démontre que la condition mentionnée dans le premier alinéa, 1°, a été remplie. Il envoie ensuite ce rapport au ministre afin que le Gouvernement flamand puisse approuver le transfert des responsabilités. Ce rapport prouve au moins :
  1° que le comportement réel du dioxyde de carbone injecté correspond au comportement modélisé;
  2° qu'il n'y a pas de fuites décelables;
  3° que le site de stockage évolue vers une situation de stabilité à long terme.
  Lorsque le Gouvernement flamand est d'avis que les conditions mentionnées dans le premier alinéa, 1° et 2°, sont remplies, il établit un projet d'arrêté pour approbation du transfert des responsabilités. Le projet d'arrêté établit comment la condition mentionnée dans le premier alinéa, 4°, a été remplie et il comprend également des prescriptions actualisées pour le colmatage du site de stockage et pour le démantèlement des systèmes d'injection.
  Lorsque le Gouvernement flamand est d'avis que les conditions mentionnées dans le premier alinéa, 1° et 2°, ne sont pas remplies, il communiquera ses motifs à l'exploitant.
  Le Gouvernement flamand établit les modalités conformément aux obligations européennes en la matière.
  
Art.54. § 1. De Vlaamse Regering stelt de in artikel 53, tweede lid, bedoelde verslagen binnen een maand na ontvangst ter beschikking van de Europese Commissie. Ook alle andere relevante gegevens die in aanmerking worden genomen bij het nemen van het besluit over de overdracht van de verantwoordelijkheid worden ter beschikking van de Europese Commissie gesteld.
  De Vlaamse Regering stelt de Europese Commissie in kennis van het overeenkomstig artikel 53, derde lid, genomen ontwerpbesluit ter goedkeuring van de overdracht van de verantwoordelijkheid, en van alle andere gegevens die in aanmerking werden genomen bij het nemen van het ontwerpbesluit.
  § 2. De Vlaamse Regering wacht in voorkomend geval het advies van de Europese Commissie over het ontwerpbesluit ter goedkeuring van de overdracht van de verantwoordelijkheid af.
  § 3. Als de Vlaamse Regering van oordeel is dat de voorwaarden in artikel 53, eerste lid, onder 1° tot en met 4°, vervuld zijn, neemt ze een definitief besluit ter goedkeuring van de overdracht van de verantwoordelijkheid, en stelt ze de exploitant van dat besluit in kennis. Ze stelt ook de Europese Commissie in kennis van haar definitief besluit, waarbij zij een eventuele afwijking van het advies van de Europese Commissie met redenen omkleedt.
Art.54. § 1. Les rapports visés à l'article 53, deuxième alinéa, sont mis, par le Gouvernement flamand, à la disposition de la Communauté européenne dans le mois suivant leur réception. Toutes les autres données pertinentes qui entrent en ligne de compte lors de la prise d'une décision concernant le transfert des responsabilités sont également mises à la disposition de la Commission européenne.
  Le Gouvernement flamand informe la Commission européenne du projet d'arrêté établi conformément à l'article 53, troisième alinéa, pour l'approbation du transfert des responsabilités et lui communique toutes les autres données prises en compte lors de l'établissement du projet d'arrêté.
  § 2. Le Gouvernement flamand attend, le cas échéant, l'avis émis par la Commission européenne sur le projet d'arrêté pour l'approbation du transfert des responsabilités.
  § 3. Lorsque le Gouvernement flamand est d'avis que les conditions mentionnées dans l'article 53, premier alinéa, 1° à 4° inclus sont remplies, il prendra une décision définitive concernant l'approbation du transfert des responsabilités et il en informera l'exploitant. Il informera également la Commission européenne de sa décision définitive et il la justifiera si elle diffère de l'avis émis antérieurement par la Commission européenne.
Art.55. Na de overdracht van de verantwoordelijkheid worden de routine-inspecties van artikel 50, § 2, stopgezet en kan de monitoring worden beperkt tot het niveau waarop lekkage of significante onregelmatigheden kunnen worden vastgesteld. Wanneer echter lekkages of significante onregelmatigheden worden vastgesteld, wordt de monitoring geïntensiveerd [1 teneinde de omvang van het probleem en de doeltreffendheid van de corrigerende maatregelen te beoordelen]1.
  Ingeval er sprake is van een fout in hoofde van de exploitant, met inbegrip van het verstrekken van onvolledige gegevens, het verbergen van relevante informatie, nalatigheid, moedwillige misleiding of het verzuimen van het toepassen van due diligence (zorgvuldige bedrijfsvoering), verhaalt de Vlaamse Regering [1 op de voormalige exploitant de kosten die gemaakt zijn]1 na de overdracht van de verantwoordelijkheid. Met behoud van toepassing van artikel 58 worden voor het overige geen kosten verhaald op de voormalige exploitant na de overdracht van de verantwoordelijkheid.
  De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de monitoring in de periode na de overdracht van de verantwoordelijkheid.
  
Art.55. Après le transfert des responsabilités, les inspections de routine visées à l'article 50, § 2 sont arrêtées et la surveillance peut être limitée au niveau où des irrégularités notables ou des fuites peuvent être détectées. Lorsque des fuites ou des irrégularités notables sont constatées, la surveillance sera toutefois intensifiée afin d'établir l'envergure du problème et l'efficacité des mesures correctives.
  S'il est question d'une erreur de la part de l'exploitant, y compris la communication de données incomplètes, la dissimulation d'informations pertinentes, la négligence, la tromperie intentionnelle ou l'omission de l'application du principe de la " due diligence " (vérification au préalable), le Gouvernement flamand récupérera les frais engagés auprès de l'ancien exploitant après le transfert des responsabilités. Sans préjudice de l'application de l'article 58, aucuns frais ne seront pour le reste récupérés auprès de l'ancien exploitant après le transfert des responsabilités.
  Le Gouvernement flamand établit les modalités pour la procédure de surveillance au cours de la période suivant le transfert des responsabilités.
Art.56. Als een opslaglocatie is afgesloten overeenkomstig artikel 52, § 1, 3°, wordt de overdracht van de verantwoordelijkheid geacht plaats te vinden wanneer en op voorwaarde dat uit alle beschikbare gegevens blijkt dat het opgeslagen koolstofdioxide volledig en permanent ingesloten blijft en nadat de opslaglocatie met zorg is afgedicht en de injectiefaciliteiten zijn verwijderd.
Art.56. Quand un site de stockage est fermé conformément à l'article 52, § 1, 3°, le transfert des responsabilités est censé avoir lieu lorsque, et à condition qu'il apparaisse de toutes les données disponibles que le confinement du dioxyde de carbone stocké demeure intégral et permanent et après que le site de stockage a été dûment colmaté et les systèmes d'injection démantelés.
Onderafdeling VIII. - Financiële zekerheden
Sous-Division VIII. - Garanties financières
Art.57. § 1. In het kader van een aanvraag voor een opslagvergunning moet de potentiële exploitant aantonen dat er afdoende [1 voorzieningen]1 kunnen worden [1 aangelegd]1, via een financiële zekerheid of een gelijkwaardige voorziening ten voordele van de Vlaamse Regering, om te waarborgen dat aan alle verplichtingen ingevolge een opslagvergunning kan worden voldaan, inclusief [1 de voorschriften voor]1 de afsluiting en [1 ...]1 de periode na afsluiting, alsook aan alle verplichtingen [2 inzake het inleveren van rechten in geval van lekkage ingevolge de opname van de opslaglocatie binnen de werkingssfeer van het Energiedecreet van 8 mei 2009 en de uitvoeringsbesluiten ervan]2. Deze financiële zekerheid of gelijkwaardige voorziening moet rechtsgeldig en effectief gesteld zijn voordat de injectie aanvangt.
  De financiële zekerheid of gelijkwaardige voorziening wordt periodiek bijgesteld [1 om]1 rekening te houden met wijzigingen in het beoordeelde lekkagerisico en de geraamde kosten van alle verplichtingen ingevolge de verleende opslagvergunning en [2 inzake het inleveren van rechten in geval van lekkage ingevolge de opname van de opslaglocatie binnen de werkingssfeer van het Energiedecreet van 8 mei 2009 en de uitvoeringsbesluiten ervan]2.
  § 2. De financiële zekerheid of gelijkwaardige voorziening, vermeld in § 1, blijft [1 rechtsgeldig]1 en effectief gesteld :
  1° nadat een opslaglocatie is afgesloten overeenkomstig artikel 52, § 1, 1° of 2°, totdat de verantwoordelijkheid voor de opslaglocatie is overgedragen aan het Vlaamse Gewest overeenkomstig artikelen 53 en 54;
  2° na de intrekking van een opslagvergunning overeenkomstig artikel 46, eerste lid, totdat een nieuwe opslagvergunning is uitgereikt of, als de opslaglocatie is afgesloten overeenkomstig artikel 52, § 1, 3°, totdat de overdracht van de verantwoordelijkheid heeft plaatsgevonden overeenkomstig artikel 56, en op voorwaarde dat is voldaan aan de in artikel 58 bedoelde financiële verplichtingen.
  § 3. De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels voor de financiële zekerheden.
  
Art.57. § 1. Dans le cadre d'une demande de permis de stockage, l'exploitant potentiel est tenu de démontrer que suffisamment de [1 équipements]1 peuvent être [1 aménagés]1, et ce, par le biais d'une sûreté financière ou d'une garantie équivalente établie en faveur du Gouvernement flamand, pour assurer que toutes les obligations découlant du permis de stockage seront respectées, y compris les obligations liées à la fermeture et aux prescriptions relatives à la période de postfermeture, ainsi que toutes les obligations découlant de l'inclusion du site de stockage [2 conformément aux dispositions pertinentes du Décret sur l'Energie du 8 mai 2009 et ses arrêtés d'exécution]2. Cette sûreté financière ou toute autre garantie équivalente doit être légitimement et effectivement établie avant le démarrage de l'injection.
  La sûreté financière ou toute autre garantie équivalente sera périodiquement ajustée afin de tenir compte des modifications par rapport au risque de fuite évalué et du coût estimé de toutes les obligations découlant du permis de stockage octroyé et de l'inclusion du site de stockage [2 conformément aux dispositions pertinentes du Décret sur l'Energie du 8 mai 2009 et ses arrêtés d'exécution]2.
  § 2. La sûreté financière ou toute autre garantie équivalente mentionnée dans le § 1 demeure [1 valable de droit]1 et effectivement établie :
  1° après la fermeture d'un site de stockage conformément à l'article 52, § 1, 1° ou 2°, jusqu'à ce que les responsabilités liées au site de stockage soient transférées à la Région flamande conformément aux articles 53 et 54;
  2° après le retrait d'un permis de stockage conformément à l'article 46, premier alinéa, jusqu'à l'octroi d'un nouveau permis de stockage ou, si le site de stockage a été fermé conformément à l'article 52, § 1, 3°, jusqu'à ce que le transfert des responsabilités a eu lieu conformément à l'article 56 et à condition que les obligations financières visées à l'article 58 soient respectées.
  § 3. Le Gouvernement flamand fixe les modalités concernant les sécurités financières.
  
Onderafdeling IX. - Financiële bijdrage
Sous-Division IX. - Contribution financière
Art.58. § 1. Voordat de overdracht van verantwoordelijkheid overeenkomstig artikel 53 tot en met 56 kan plaatsvinden, moet de exploitant een financiële bijdrage ter beschikking stellen aan de Vlaamse Regering. Met deze financiële bijdrage kunnen de [1 door]1 het Vlaamse Gewest [1 na de overdracht van de verantwoordelijkheid gemaakte kosten]1 gedekt worden om ervoor te zorgen dat [1 ...]1 het opgeslagen koolstofdioxide volledig en permanent in de geologische opslaglocatie ingesloten blijft.
  Voor het bedrag van de financiële bijdrage wordt rekening gehouden met de in bijlage I bij dit decreet vermelde parameters [2 en elementen]2 inzake de voorgeschiedenis van [1 de]1 koolstofdioxideopslag die relevant zijn voor het bepalen van de verplichtingen die na de overdracht van de verantwoordelijkheid gelden. De financiële bijdrage moet ten minste de geraamde monitoringskosten voor een periode van dertig jaar dekken.
  § 2. De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels voor de financiële bijdrage.
  
Art.58. § 1. Avant que le transfert des responsabilités puisse avoir lieu conformément aux articles 53 à 56 inclus, l'exploitant est tenu de payer une contribution financière au Gouvernement flamand. Cette contribution financière permet de couvrir les frais engagés par la Région flamande [1 faits après transfert des responsabilités]1 pour assurer [1 ...]1 le confinement intégral et permanent du dioxyde de carbone stocké dans le site de stockage géologique.
  Pour établir le montant auquel s'élève la contribution financière, on tiendra compte des paramètres [2 et éléments]2 mentionnés dans l'annexe I du présent décret concernant les antécédents de stockage du dioxyde de carbone qui s'avèrent pertinents pour la détermination des obligations valables après le transfert des responsabilités. La contribution financière doit au moins couvrir les frais de surveillance estimés pour une période de trente ans.
  § 2. Le Gouvernement flamand fixe les modalités concernant la contribution financière.
  
Afdeling V. - Toegang van derden
Division V. - Accès de tiers
Onderafdeling I. - Toegang tot [1 ...]1 opslaglocaties
Sous-Division I. - L'accès [1 ...]1 aux sites de stockage
Art.59. § 1. Potentiële gebruikers krijgen onder de voorwaarden, vermeld in § 2 tot en met § 4, toegang [2 ...]2 tot de opslaglocaties, met het oog op de geologische opslag van geproduceerd en afgevangen koolstofdioxide.
  § 2. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden waaronder potentiële gebruikers op een transparante en niet-discriminerende manier toegang krijgen tot de transportnetwerken en opslaglocaties, en neemt daarbij de doelstellingen van eerlijke en open toegang in acht, rekening houdend met :
  1° de opslagcapaciteit die beschikbaar is of redelijkerwijs beschikbaar kan worden gesteld binnen de gebieden die in aanmerking komen voor de geologische opslag van koolstofdioxide [2 ...]2;
  2° het door het Vlaamse Gewest beoogde aandeel van de afvang en geologische opslag van koolstofdioxide in het geheel van de reductieverplichtingen voor koolstofdioxide wat betreft het Vlaamse Gewest;
  3° de noodzaak om de toegang te weigeren [1 als er sprake is van onverenigbaarheid van technische specificaties die redelijkerwijs niet kan worden overwonnen]1;
  4° de noodzaak om de [1 naar behoren gemotiveerde]1 en redelijke behoeften van de eigenaar of exploitant van de opslaglocatie [3 ...]3 en de belangen van alle andere gebruikers van de opslaglocatie [3 ...]3 of de relevante behandelingsfaciliteiten in acht te nemen.
  § 3. [3 ...]3 [1 Exploitanten van]1 opslaglocaties kunnen de toegang weigeren op grond van een gebrek aan capaciteit. Dergelijke weigeringen worden altijd naar behoren gemotiveerd.
  Een exploitant die de toegang tot zijn [3 ...]3 opslaglocatie weigert op grond van een gebrek aan capaciteit of verbindingsmogelijkheden, voert de nodige capaciteitsverhogende werkzaamheden uit voor zover dat economisch verantwoord is of de potentiële gebruiker bereid is daarvoor te betalen, op voorwaarde dat het geen negatief effect heeft op de milieuveiligheid [3 ...]3 van de geologische opslag van koolstofdioxide.
  § 4. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de toegang tot [3 ...]3 opslaglocaties.
  
Art.59. § 1. Les utilisateurs potentiels peuvent accéder, sous les conditions mentionnées dans le § 2 au § 4 inclus, [2 ...]2 aux sites de stockage, en vue du stockage géologique du dioxyde de carbone produit et capté.
  § 2. Le Gouvernement flamand détermine les conditions sous lesquelles les utilisateurs potentiels peuvent accéder de façon transparente et non discriminatoire [2 ...]2 aux sites de stockage, et il respecte les objectifs de l'accès honnête et ouvert tout en tenant compte de :
  1° la capacité de stockage disponible ou pouvant raisonnablement être mise à disposition dans les zones qui entrent en ligne de compte pour le stockage géologique du dioxyde de carbone [2 ...]2;
  2° la partie visée par la Région flamande du captage et du stockage géologique du dioxyde de carbone dans l'ensemble des obligations relatives à la réduction du dioxyde de carbone en Région flamande;
  3° la nécessité de refuser l'accès [1 lorsqu'il y a une incompatibilité de spécifications techniques qui ne peut pas °être résolue raisonnablement]1;
  4° la nécessité de respecter les besoins [1 dûment motivés]1 et raisonnables du propriétaire ou de l'exploitant du site de stockage [2 ...]2 ainsi que les intérêts de tous les autres utilisateurs du site de stockage, [2 ...]2 ou des systèmes de traitement pertinents.
  § 3. Les [2 ...]2 [1 exploitants]1 de sites de stockage peuvent refuser l'accès en vertu d'un manque de capacité. De tels refus seront toujours motivés comme il se doit.
  Un exploitant qui refuse l'accès [2 ...]2 à son site de stockage en vertu d'un manque de capacité ou de possibilités de connexion devra, pour autant que cela soit économiquement justifiable ou que l'utilisateur potentiel soit disposé à en assumer le coût, exécuter les travaux nécessaires pour accroître sa capacité, à condition que ces travaux n'exercent pas d'impact négatif sur la sécurité environnementale du [2 ...]2 stockage géologique du dioxyde de carbone.
  § 4. Le Gouvernement flamand peut établir d'autres modalités pour accéder [2 ...]2 aux sites de stockage.
  
Onderafdeling II. - Geschillenbeslechting
Sous-Division II. - Règlement des différends
Art.60. § 1. De Vlaamse Regering stelt een geschillenbeslechtingsprocedure vast, met inbegrip van een onafhankelijk van de partijen staande autoriteit die toegang heeft tot alle relevante informatie, om geschillen over de toegang tot [1 ...]1 opslaglocaties op een doeltreffende wijze te beslechten, rekening houdend met de criteria, vermeld in artikel 59, § 2, en het aantal partijen dat bij de onderhandelingen over dergelijke toegang betrokken is.
  § 2. Bij een geschil dat de grenzen van het Vlaamse Gewest overschrijdt, wordt de door de Vlaamse Regering vastgestelde geschillenbeslechtingsprocedure toegepast als [1 ...]1 de opslaglocatie waartoe de toegang is geweigerd, in het Vlaamse Gewest ligt.
  Als, bij grensoverschrijdende geschillen, de jurisdictie over het transportnetwerk of de opslaglocatie in kwestie niet uitsluitend bij het Vlaamse Gewest ligt, wordt overleg gepleegd om het geschil op een samenhangende wijze te beslechten.
  
Art.60. § 1. Le Gouvernement flamand établit une procédure de règlement de différends, dans le cadre de laquelle une autorité indépendante des parties a accès à toutes les informations pertinentes, pour régler efficacement tout litige concernant l'accès [1 ...]1 aux sites de stockage, compte tenu des critères mentionnés dans l'article 59, § 2 et du nombre de parties concernées lors des négociations quant à l'octroi d'un tel accès.
  § 2. En cas de différends dépassant les frontières de la Région flamande, la procédure de règlement de différends établie par le Gouvernement flamand sera appliquée, si [1 ...]1 le site de stockage dont l'accès a été refusé est situé en Région flamande.
  Si, en cas de différends dépassant les frontières de la Région flamande, la juridiction applicable [1 ...]1 au site de stockage en question ne relève pas exclusivement de la Région flamande, une concertation sera engagée pour régler le différend d'une manière cohérente.
  
Afdeling VI. - Het bezetten van gronden door de vergunninghouder
Division VI. - L'occupation de terrains par le titulaire du permis
Art.61. Voor een opsporingsvergunning voor koolstofdioxideopslag of voor een opslagvergunning is artikel 32 van overeenkomstige toepassing.
Art.61. Pour un permis de recherche relatif au stockage du dioxyde de carbone, l'article 32 est d'application correspondante.
Afdeling VII. - De vergoeding van schade
Division VII. - L'indemnisation des dommages
Art.62. § 1. Met behoud van de toepassing van artikel 35 is de houder [1 of laatste houder]1 van een opsporingsvergunning voor koolstofdioxideopslag of van een opslagvergunning van rechtswege verplicht elke schade te vergoeden die veroorzaakt werd door de activiteit waarop de vergunning betrekking heeft, tot wanneer de verantwoordelijkheid voor de opslaglocatie overeenkomstig artikelen 53 tot en met 56 aan het Vlaamse Gewest is overgedragen.
  [2 ...]2
  § 2. De vrederechter is bevoegd om het bedrag van de schadevergoeding vast te stellen, ongeacht de hoogte van het bedrag.
  
Art.62. § 1. Sans préjudice de l'application de l'article 35, le titulaire [1 ou le dernier détenteur]1 d'un permis de recherche relatif au stockage du dioxyde de carbone ou d'un permis de stockage est tenu d'indemniser d'office tout dommage causé par l'activité à laquelle se rapporte le permis, et ce, jusqu'à ce que les responsabilités liées au site de stockage conformément aux articles 53 à 56 inclus aient été transférées à la Région flamande.
  [2 ...]2.
  § 2. Le juge de paix est compétent pour fixer le montant de l'indemnisation, quelle que soit l'importance du montant.
  
Afdeling VIII. - Informatie aan het publiek
Division VIII. - Informations destinées au public
Art.63. De Vlaamse Regering stelt alle elementen die betrekking hebben op de geologische opslag van koolstofdioxide ter beschikking van het publiek, overeenkomstig de daarop toepasselijke regelgeving.
Art.63. Le Gouvernement flamand met, conformément à la réglementation qui est ici d'application, tous les éléments concernant le stockage géologique du dioxyde de carbone à la disposition du public.
HOOFDSTUK III/I. - [1 Het opsporen en het winnen van aardwarmte]1
CHAPITRE III/1. - [1 La recherche et l'extraction d'énergie géothermique]1
Afdeling I. - [1 Vergunningen voor het opsporen en het winnen van aardwarmte]1
Section Ire. - [1 Permis de recherche et d'extraction d'énergie géothermique]1
Onderafdeling I. [1 Aanvraagprocedure]1
Sous-section Ire. - [1 Procédure de demande]1
Art. 63/1. [1 § 1. Het opsporen of het winnen van aardwarmte in de diepe ondergrond kan alleen met een vergunning van de Vlaamse Regering.
  Voor projecten inzake het opsporen of het winnen van aardwarmte in de diepe ondergrond die zijn opgestart voor de inwerkingtreding van dit hoofdstuk, wordt binnen een termijn van zes maanden na de inwerkingtreding van dit hoofdstuk een vergunningsaanvraag ingediend. Die projecten mogen voortgezet worden zolang de beslissing over de vergunningsaanvraag niet onherroepelijk is geworden, op voorwaarde dat ze voldoen aan alle andere toepasselijke regelgeving en vergunningsplichten.
  § 2. De resultaten verkregen uit een opsporingsvergunning voor aardwarmte kunnen door een andere persoon dan de houder van de vergunning slechts worden aangewend na de rechten op de opsporingsresultaten te hebben verworven van de houder of laatste houder van de opsporingsvergunning voor aardwarmte, en deze daarvoor passend te hebben vergoed.
  § 3. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de aanvraagprocedure om een vergunning te verkrijgen, en de vormelijke en inhoudelijke voorwaarden waaraan een dergelijke aanvraag moet voldoen. De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud van de vergunningsaanvraag en de documenten die bij de aanvraag moeten worden gevoegd.]1

  
Art. 63/1. [1 § 1er. La recherche et l'extraction d'énergie géothermique dans le sous-sol profond ne peut avoir lieu que par un permis du Gouvernement flamand.
  Pour les projets de recherche et d'extraction d'énergie géothermique dans le sous-sol profond lancés avant l'entrée en vigueur du présent chapitre, une demande de permis est déposée dans un délai de six mois après l'entrée en vigueur du présent chapitre. Ces projets peuvent être poursuivis aussi longtemps que la décision concernant la demande de permis n'est pas devenue irrévocable à la condition qu'ils satisfassent à toute réglementation et obligation d'autorisation applicable.
  § 2. Les résultats obtenus grâce à un permis de recherche d'énergie géothermique ne peuvent être utilisés par une personne autre que le titulaire du permis qu'après avoir acquis les droits des résultats de recherche du titulaire ou du dernier titulaire du permis de recherche d'énergie géothermique, et avoir payé une indemnisation appropriée à celui-ci.
  § 3. Le Gouvernement flamand détermine les modalités relatives à la procédure de demande de permis, et les conditions relatives au contenu ou à la forme auxquelles une telle demande doit satisfaire. Le Gouvernement flamand fixe le contenu de la demande de permis et les documents à joindre à la demande.]1

  
Art. 63/2. [1 § 1. Nadat een aanvraag voor een vergunning is ingediend en volledig bevonden werd, neemt de Vlaamse Regering het initiatief om in het Belgisch Staatsblad een uitnodiging te publiceren om aanvragen in te dienen voor een soortgelijke vergunning voor hetzelfde volumegebied.
  Die uitnodiging maakt melding van de aard van de vergunning, het volumegebied waarvoor een aanvraag kan worden ingediend, de termijn waarin een aanvraag tot mededinging kan worden ingediend, de toepasselijke regelgeving, en de voorgenomen datum waarop of de termijn waarin over de vergunningsaanvraag beslist zal worden.
  § 2. Andere belangstellenden kunnen binnen een termijn van negentig dagen na de publicatie van de uitnodiging in het Belgisch Staatsblad eveneens een aanvraag indienen voor een soortgelijke vergunning voor hetzelfde volumegebied.]1

  
Art. 63/2. [1 § 1er. Après qu'une demande de permis a été déposée et considérée complète, le Gouvernement flamand prend l'initiative de publier dans le Moniteur belge un avis pour inviter les parties intéressées à présenter une demande de permis similaire pour la même zone volume.
  Cet avis mentionne la nature du permis, la zone volume pour laquelle une demande peut être déposée, le délai pour réagir à l'avis de mise en concurrence de la demande de permis, la réglementation applicable et la date prévue à laquelle ou le délai pendant lequel il sera décidé de la demande de permis.
  § 2. Les autres parties intéressées peuvent présenter une demande dans un délai de quatre-vingt-dix jours à compter de la date de publication de l'avis au Moniteur belge pour un permis similaire pour la même zone volume.]1

  
Art. 63/3. [1 § 1. In de volgende gevallen wordt de procedure, vermeld in artikel 63/2, niet gevolgd :
  1° als de houder van een opsporingsvergunning voor aardwarmte die met gebruikmaking van die vergunning de aanwezigheid van winbare aardwarmte heeft aangetoond, gedurende de geldigheidsduur van die vergunning, voor hetzelfde volumegebied of gedeelten daarvan een aanvraag voor een winningsvergunning voor aardwarmte indient. Als de aanwezigheid van winbare aardwarmte maar in een deel van het vergunde gebied is aangetoond, kan de winningsvergunning voor aardwarmte beperkt worden tot dat deel van het gebied. In afwijking van artikel 63/7, § 1, blijft de opsporingsvergunning voor aardwarmte, voor zover ze betrekking heeft op het aangevraagde volumegebied, in elk geval gelden tot wanneer de beslissing over de aanvraag voor de winningsvergunning voor aardwarmte onherroepelijk wordt;
  2° als de aanvraag betrekking heeft op een volumegebied waarvoor op dat ogenblik al een soortgelijke vergunning in het kader van dit hoofdstuk of een opsporingsvergunning voor koolstofdioxideopslag in het kader van hoofdstuk III is verleend;
  3° als de aanvraag betrekking heeft op een volumegebied dat de Vlaamse Regering niet wil openstellen voor de opsporing of de winning van aardwarmte;
  4° als het een aanvraag betreft overeenkomstig artikel 63/1, § 1, tweede lid;
  5° als het een aanvraag betreft overeenkomstig artikel 63/16, § 3.
  § 2. De Vlaamse Regering kan in de volgende gevallen beslissen de procedure, vermeld in artikel 63/2, niet te volgen :
  1° als er gegronde redenen zijn om de vergunning voor een volumegebied bij voorkeur aan de houder van een vergunning voor een aangrenzend volumegebied toe te kennen. In dat geval worden de houders van vergunningen voor eventuele andere aangrenzende volumegebieden uitgenodigd om binnen een termijn van negentig dagen eveneens een aanvraag in te dienen of hun opmerkingen mee te delen;
  2° als de aanvraag betrekking heeft op een volumegebied waarvoor op dat ogenblik al een vergunning voor het opsporen of winnen van koolwaterstoffen in het kader van hoofdstuk II, een opslagvergunning voor koolstofdioxide in het kader van hoofdstuk III, een vergunning voor de ondergrondse berging van radioactief afval of een vergunning in het kader van de wet van 18 juli 1975 betreffende het opsporen en exploiteren van ondergrondse bergruimten in situ bestemd voor het opslaan van gas is verleend.]1

  
Art. 63/3. [1 § 1er. Dans les cas suivants, la procédure visée à l'article 63/2 ne s'applique pas :
  1° si le titulaire d'un permis de recherche d'énergie géothermique qui a démontré la présence de géothermie exploitable grâce au permis obtenu, dépose pendant la validité de ce permis, pour la même zone volume ou des parties de celle-ci une demande d'extraction d'énergie géothermique. Si la présence d'énergie géothermique exploitable n'a été démontrée que dans une partie de la zone autorisée, le permis d'extraction d'énergie géothermique peut être limité à cette partie de la zone. Par dérogation à l'article 63/7, § 1er, le permis de recherche d'énergie géothermique, pour autant qu'il se rapporte à la zone volume demandée, continue en tout cas à être valable jusqu'à ce que la décision sur la demande de permis d'extraction d'énergie géothermique devient irrévocable ;
  2° lorsque la demande se rapporte à une zone volume pour laquelle a déjà été délivré à ce moment un permis similaire dans le cadre du présent chapitre ou un permis de recherche relatif au stockage du dioxyde de carbone dans le cadre du chapitre III ;
  3° lorsque la demande se rapporte à une zone volume que le Gouvernement flamand ne veut pas ouvrir à la recherche ou à l'extraction d'énergie géothermique ;
  4° lorsqu'il s'agit d'une demande conformément à l'article 63/1, § 1er, alinéa 2;
  5° lorsqu'il s'agit d'une demande conformément à l'article 63/16, § 3.
  § 2. Dans les cas suivants, le Gouvernement flamand peut décider de ne pas suivre la procédure visée à l'article 63/2 :
  1° lorsqu'il existe des raisons fondées pour attribuer de préférence le permis pour une zone volume au titulaire d'un permis délivré pour une zone volume avoisinante. Dans ce cas, les titulaires de permis pour d'éventuelles autres zones volume avoisinantes sont invités à également déposer une demande de permis ou présenter leurs remarques dans un délai de quatre-vingt-dix jours ;
  2° lorsque la demande se rapporte à une zone volume pour laquelle a déjà été délivré à ce moment un permis de recherche ou d'extraction d'hydrocarbures dans le cadre du chapitre II, un permis relatif au stockage du dioxyde de carbone dans le cadre du chapitre III, un permis de stockage souterrain pour déchets radioactifs ou un permis dans le cadre de la loi du 18 juillet 1975 relative à la prospection et à l'exploitation des sites-réservoirs souterrains destinés au stockage de gaz.]1

  
Art. 63/4. [1 De Vlaamse Regering kan ook op eigen initiatief beslissen een uitnodiging tot het indienen van aanvragen voor een vergunning in het Belgisch Staatsblad te publiceren. De voorschriften, vermeld in artikel 63/2, § 1, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
  Belangstellenden kunnen binnen een termijn van negentig dagen na de publicatie van de uitnodiging een aanvraag indienen.]1

  
Art. 63/4. [1 Le Gouvernement flamand peut également prendre l'initiative de publier au Moniteur belge un appel aux demandes de permis. Les prescriptions, visées à l'article 63/2, § 1er, alinéa 2, s'appliquent par analogie.
  Des parties intéressées peuvent présenter une demande dans un délai de quatre-vingt-dix jours suivant la publication de l'invitation.]1

  
Onderafdeling II. [1 Vergunningscriteria]1
Sous-section II. [1 Critères d'autorisation]1
Art. 63/5. [1 Een vergunning wordt niet verleend in de volgende gevallen :
  1° als het niet aannemelijk is dat de opsporing of de winning van aardwarmte binnen het volumegebied waarvoor de vergunning zal gelden, op een verantwoorde wijze kan plaatsvinden;
  2° als de aanvraag slaat op een volumegebied waarvoor op dat ogenblik al een soortgelijke vergunning in het kader van dit hoofdstuk is verleend;
  3° als de aanvraag slaat op een volumegebied waarvoor op dat ogenblik al een opsporingsvergunning voor koolstofdioxideopslag in het kader van hoofdstuk III is verleend;
  4° als de aanvraag slaat op een volumegebied dat de Vlaamse Regering niet wil openstellen voor de opsporing of winning van aardwarmte.
  Een vergunning kan onder meer ook geweigerd worden als de aanvraag slaat op een volumegebied waarvoor op dat ogenblik al een opsporings- of winningsvergunning voor koolwaterstoffen in het kader van hoofdstuk II, een opslagvergunning in het kader van hoofdstuk III, een vergunning voor de ondergrondse berging van radioactief afval of een vergunning in het kader van de wet van 18 juli 1975 betreffende het opsporen en exploiteren van ondergrondse bergruimten in situ bestemd voor het opslaan van gas is verleend.]1

  
Art. 63/5. [1 Un permis n'est pas délivré dans les cas suivants :
  1° lorsqu'il n'est pas plausible que la recherche ou l'extraction de l'énergie géothermique puisse avoir lieu de manière correcte dans la zone volume sur laquelle portera le permis ;
  2° lorsque la demande se rapporte à une zone volume pour laquelle un permis similaire a déjà été délivré dans le cadre du présent chapitre ;
  3° lorsque la demande se rapporte à une zone volume pour laquelle a déjà été délivré un permis de recherche relatif au stockage géologique du dioxyde de carbone dans le cadre du chapitre III ;
  4° lorsque la demande se rapporte à une zone volume que le Gouvernement flamand ne veut pas ouvrir à la recherche ou à l'extraction d'énergie géothermique.
  Un permis peut également être refusé lorsque la demande se rapporte à une zone volume pour laquelle a déjà été délivré à ce moment un permis de recherche ou d'extraction d'hydrocarbures dans le cadre du chapitre II, un permis de stockage dans le cadre du chapitre III, un permis de stockage souterrain pour déchets radioactifs ou un permis dans le cadre de la loi du 18 juillet 1975 relative à la prospection et à l'exploitation des sites-réservoirs souterrains destinés au stockage de gaz.]1

  
Art. 63/6. [1 Met behoud van de toepassing van artikel 63/5 worden de vergunningsaanvragen beoordeeld op basis van de volgende criteria :
  1° de manier waarop de aanvrager zich voorneemt de nodige technische en financiële middelen voor de activiteiten waarvoor de vergunning wordt aangevraagd, te verwerven;
  2° de manier waarop de aanvrager zich voorneemt de activiteiten waarvoor de vergunning wordt aangevraagd, te verrichten;
  3° in voorkomend geval, het eventuele gebrek aan efficiëntie en verantwoordelijkheidszin waarvan de aanvrager in het kader van een eerdere vergunning blijk heeft gegeven;
  4° in voorkomend geval, de activiteiten die de aanvrager in het verleden verricht heeft in het volumegebied waarop de aanvraag betrekking heeft, of de vroegere vergunningen waarvan de aanvrager houder was in dat volumegebied;
  5° in voorkomend geval, de eventuele interferentie met andere al vergunde activiteiten in de ondergrond;
  6° de milieu-impact van de voorgenomen activiteiten;
  7° het planmatige beheer van aardwarmte en van andere toepassingen in de diepe ondergrond;
  8° de mate waarin de gewonnen aardwarmte efficiënt en duurzaam zal worden aangewend.
  De criteria, vermeld in het eerste lid, kunnen eveneens een grond tot weigering van de vergunning uitmaken.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels uitwerken voor de criteria, vermeld in het eerste lid.]1

  
Art. 63/6. [1 Sans préjudice de l'application de l'article 63/5, les demandes de permis sont évaluées sur la base des critères suivants :
  1° la manière selon laquelle le demandeur envisage acquérir les ressources techniques et financières pour les activités pour lesquelles le permis est demandé ;
  2° la manière selon laquelle le demandeur envisage exécuter les activités pour lesquelles le permis est demandé ;
  3° le cas échéant, l'éventuel un manque d'efficacité et de sens de la responsabilité dont le demandeur a fait preuve dans le cadre d'un permis précédent ;
  4° le cas échéant, les activités exécutées dans le passé par le demandeur dans la zone volume à laquelle la demande de permis se rapporte ou les permis antérieurs dont le demandeur était titulaire dans cette zone volume ;
  5° le cas échéant, l'éventuelle interférence avec d'autres activités déjà autorisées dans le sous-sol ;
  6° l'impact environnemental des activités envisagées ;
  7° la gestion planifiée de l'énergie géothermique et d'autres applications dans le sous-sol profond ;
  8° la mesure dans laquelle la géothermie captée sera utilisée efficacement et durablement.
  Les critères visés au premier alinéa peuvent également constituer un motif de refus du permis.
  Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités pour les critères visés à l'alinéa 1er.]1

  
Onderafdeling III. [1 Vergunningsvoorwaarden]1
Sous-section III. [1 Conditions d'autorisation]1
Art. 63/7. [1 § 1. Met behoud van de toepassing van artikel 63/16, § 2, geldt een opsporingsvergunning voor aardwarmte voor een duur van vijf jaar. Deze termijn wordt geschorst zolang een beroep tot nietigverklaring van de opsporingsvergunning aanhangig is bij de Raad van State.
  § 2. Een winningsvergunning voor aardwarmte geeft de duur aan waarvoor ze geldt. Met behoud van de toepassing van artikel 63/16, § 2, bedraagt de geldigheidsduur van een winningsvergunning voor aardwarmte niet langer dan noodzakelijk is om de aardwarmte volgens de bij de aanvraag verstrekte gegevens op een verantwoorde wijze te winnen.
  § 3. Een vergunning geeft aan voor welk volumegebied ze geldt, en welke verticale projectie op het aardoppervlak daarmee overeenstemt. Er wordt naar gestreefd om het vergunningsgebied zodanig af te bakenen dat het hele volumegebied waarin de vergunde activiteiten een merkelijke invloed hebben, binnen het vergunningsgebied valt. Het vergunningsgebied en de daarmee overeenstemmende verticale projectie op het aardoppervlak worden zo afgebakend dat de uitoefening van de activiteiten waarvoor de vergunning is verleend, vanuit technisch en economisch oogpunt op zo goed mogelijke wijze kan plaatsvinden, en zijn niet groter dan nodig is voor de efficiënte uitoefening van de activiteiten waarvoor de vergunning is verleend.
  Als een winningsvergunning voor aardwarmte na de verlening ervan blijkt te gelden voor een volumegebied waarin zich een geothermisch reservoir bevindt waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het de grens van het vergunningsgebied overschrijdt, is de vergunninghouder verplicht zijn medewerking te verlenen aan de totstandkoming van een overeenkomst met de voor het aangrenzende volumegebied tot het winnen van aardwarmte gerechtigde en, als artikel 12, § 1, eerste lid, toepassing vindt, met de voor het aangrenzende volumegebied tot het winnen van koolwaterstoffen gerechtigde, tenzij de Vlaamse Regering ontheffing verleent van de verplichting om een overeenkomst te sluiten. De overeenkomst strekt ertoe dat de winning van de aardwarmte in onderlinge overeenstemming plaatsvindt, en kan bepalen dat de concrete realisatie van de winning maar door een van hen wordt uitgevoerd. Voor de overeenkomst en alle latere wijzigingen ervan is de goedkeuring van de Vlaamse Regering noodzakelijk.
  § 4. De Vlaamse Regering kan bijzondere vergunningsvoorwaarden opnemen in opsporings- en winningsvergunningen voor aardwarmte.]1

  
Art. 63/7. [1 § 1er. Sans préjudice de l'application de l'article 63/16, § 2, un permis de recherche d'énergie géothermique est d'une durée de cinq ans. Ce délai est suspendu tant qu'un recours d'annulation du permis de recherche est pendant auprès du Conseil d'Etat.
  § 2. Un permis d'extraction d'énergie géothermique indique la durée de validité. Sans préjudice de l'application de l'article 63/16, § 2, la durée de validité d'un permis d'extraction d'énergie géothermique ne dépasse le temps nécessaire pour exploiter de manière convenable l'énergie géothermique comme l'indiquent les données fournies dans la demande de permis.
  § 3. Le permis mentionne pour quelle zone volume il est valable et quelle projection verticale sur la surface du sol y correspond. L'intention est de délimiter d'une telle façon la zone du permis que l'ensemble de la zone volume sur laquelle les activités autorisées ont une incidence tombe dans la zone du permis. La zone du permis et la projection verticale sur la surface du sol qui y correspond sont délimitées de manière à ce que l'exercice des activités autorisées par le permis puisse avoir lieu, d'un point de vue technique et économique, de la meilleure manière possible et ne sont pas plus grandes que nécessaires pour l'exercice efficace des activités autorisées par le permis.
  Si un permis d'extraction pour l'énergie géothermique après sa délivrance apparaît être valable pour une zone volume dans laquelle se trouve un réservoir géothermique dont on peut raisonnablement supposer qu'il dépasse la zone du permis, le titulaire du permis est obligé de collaborer à la conclusion d'un accord avec la personne autorisée à extraire de l'énergie géothermique dans la zone volume avoisinante, et si l'article 12, § 1er, est d'application, avec la personne autorisée à extraire des hydrocarbures dans la zone volume avoisinante, sauf si le Gouvernement flamand accorde l'exonération de l'obligation de conclure un accord. L'accord assure que l'extraction d'énergie géothermique se fait en commun accord, et peut déterminer que l'extraction concrète n'est réalisée que par un d'entre eux. L'accord et les modifications ultérieures sont soumis à l'approbation du Gouvernement flamand.
  § 4. Le Gouvernement flamand peut inclure des conditions d'autorisation spéciales dans les permis de recherche et permis d'extraction d'énergie géothermique. ".]1

  
Art. 63/8. [1 § 1. Opsporings- en winningsvergunningen voor aardwarmte gelden eveneens voor koolwaterstoffen en andere stoffen die onvermijdelijk meekomen met het winnen van aardwarmte.
  De Vlaamse Regering kan in een winningsvergunning voor aardwarmte aan de houder ervan de verplichting opleggen om overeenkomstig artikel 27 een vergoeding te betalen voor de koolwaterstoffen die onvermijdelijk meekomen met het winnen van aardwarmte.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor het winnen van koolwaterstoffen en andere stoffen die onvermijdelijk meekomen met het winnen van aardwarmte.
  § 2. Een opsporingsvergunning voor aardwarmte geeft aan binnen welke periode nadat de vergunning onherroepelijk is geworden, de opsporingsactiviteiten of verkenningsonderzoeken, vermeld in de vergunning, moeten worden verricht.]1

  
Art. 63/8. [1 § 1er. Les permis de recherche et d'extraction d'énergie géothermique s'appliquent également aux hydrocarbures et aux autres substances qui sont inévitablement collectés en même temps que l'énergie géothermique.
  Le Gouvernement flamand peut inclure dans le permis d'extraction d'énergie géothermique l'obligation pour le titulaire du permis de payer, conformément à l'article 27, une indemnité pour les hydrocarbures qui sont inévitablement collectés en même temps que l'énergie géothermique.
  Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités d'extraction d'hydrocarbures et d'autres substances qui sont inévitablement collectés en même temps que l'énergie géothermique.
  § 2. Le permis de recherche d'énergie géothermique indique dans quelle période, le permis étant devenu irrévocable, les activités d'exploration ou de recherche, visées au permis, doivent être effectuées.]1

  
Onderafdeling IV. [1 Verplichtingen van de vergunninghouders]1
Sous-section IV. [1 Obligations des titulaires d'un permis]1
Art. 63/9. [1 Voor hij boorgaten voor de opsporing of winning van aardwarmte aanlegt, toont de houder van een vergunning aan dat hij over de nodige technische en financiële middelen beschikt om de activiteiten te verrichten waarvoor de vergunning is verleend.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de verplichting, vermeld in het eerste lid.]1

  
Art. 63/9. [1 Avant le forage de puits pour la recherche ou l'extraction d'énergie géothermique, le titulaire d'un permis démontre qu'il dispose des ressources techniques et financières pour procéder aux activités pour lesquelles le permis a été délivré.
  Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités de l'obligation, visée à l'alinéa 1er.]1

  
Art. 63/10. [1 De houder of laatste houder van een vergunning neemt alle maatregelen die redelijkerwijs van hem verwacht kunnen worden om te voorkomen dat de activiteiten waarop de vergunning slaat :
  1° milieuverstoring veroorzaken;
  2° schade door bodembeweging veroorzaken;
  3° de openbare veiligheid schaden;
  4° het planmatige beheer van aardwarmte en van andere toepassingen in de ondergrond verstoren.]1

  
Art. 63/10. [1 Le titulaire ou le dernier titulaire d'un permis prend toutes les mesures qui peuvent raisonnablement être attendues pour éviter que les activités pour lesquelles le permis a été délivré :
  1° causent une perturbation environnementale ;
  2° causent des dommages par le mouvement du sol ;
  3° menacent la sécurité publique ;
  4° perturbent la gestion planifiée de l'énergie géothermique et d'autres applications dans le sous-sol profond.]1

  
Art. 63/11. [1 De houder van een vergunning deelt elke wijziging in een vergunningscriterium, vermeld in artikel 63/5 en 63/6, onmiddellijk mee aan de Vlaamse Regering.]1
  
Art. 63/11. [1 Le titulaire d'un permis notifie, sans délai, au Gouvernement flamand, tout changement substantiel dans un critère d'autorisation, visé aux articles 63/5 et 63/6.]1
  
Art. 63/12. [1 § 1. Aardwarmte wordt gewonnen overeenkomstig een winningsplan voor aardwarmte, waarvoor de goedkeuring van de Vlaamse Regering noodzakelijk is.
  Het is verboden om aardwarmte te winnen voor men over een door de Vlaamse Regering goedgekeurd winningsplan voor aardwarmte beschikt, of op een wijze die afwijkt van het door de Vlaamse Regering goedgekeurde winningsplan voor aardwarmte. Om aardwarmte te winnen in het kader van een opsporingsvergunning voor aardwarmte is geen winningsplan vereist.
  Als dat noodzakelijk is voor een efficiënte winning van de aardwarmte, kan het winningsplan voor aardwarmte op initiatief van de vergunninghouder gewijzigd of geactualiseerd worden. Voor het gewijzigde of geactualiseerde winningsplan voor aardwarmte is opnieuw de goedkeuring van de Vlaamse Regering noodzakelijk.
  § 2. De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels voor de inhoud en de goedkeuringsprocedure van het winningsplan voor aardwarmte.]1

  
Art. 63/12. [1 § 1er. L'énergie géothermique est extraite conformément à un plan d'extraction d'énergie géothermique soumis à l'approbation du Gouvernement flamand.
  Il est interdit d'exploiter l'énergie géothermique avant de posséder un plan d'extraction d'énergie géothermique approuvé par le Gouvernement flamand, ou d'une façon qui déroge au plan d'extraction d'énergie géothermique approuvé par le Gouvernement flamand. Pour exploiter l'énergie géothermique dans le cadre d'un permis de recherche d'énergie géothermique, un plan d'extraction n'est pas requis.
  Si une extraction efficace de l'énergie géothermique le requiert, le plan d'extraction d'énergie géothermique peut être modifié ou actualisé à l'initiative du titulaire du permis. Une approbation du Gouvernement flamand est de nouveau requise pour le plan d'extraction d'énergie géothermique modifié ou actualisé.
  § 2. Le Gouvernement flamand arrête les modalités relatives au contenu et la procédure d'approbation du plan d'extraction d'énergie géothermique.]1

  
Art. 63/13. [1 De houder van een vergunning dient jaarlijks een rapport in bij de Vlaamse Regering met een overzicht van de in het voorbije jaar verrichte activiteiten, en een overzicht van de in het eerstvolgende jaar geplande activiteiten. Als er in het voorbije jaar geen activiteiten verricht zijn, of in het eerstvolgende jaar geen activiteiten gepland zijn, is de vergunninghouder niet ontslagen van zijn verplichting om dat in een jaarlijks rapport aan de Vlaamse Regering te melden.
  Het jaarlijkse rapport wordt ingediend uiterlijk voor het einde van de derde maand nadat een jaarlijkse periode verstreken is vanaf de datum van het besluit van de Vlaamse Regering waarbij de vergunning verleend is.]1

  
Art. 63/13. [1 Chaque année, le titulaire d'un permis soumet au Gouvernement flamand un rapport donnant un aperçu des activités de l'année écoulée et un aperçu des activités planifiées pour l'année suivante. Lorsqu'aucune activité n'a été effectuée dans l'année écoulée ou aucune activité n'est planifiée pour l'année suivante, le titulaire du permis n'est pas exempté de son obligation d'en faire mention dans un rapport annuel au Gouvernement flamand.
  Le rapport annuel est soumis au plus tard avant la fin du troisième mois suivant l'expiration d'une période annuelle à compter de la date de l'arrêté du Gouvernement flamand, en vertu duquel le permis a été délivré.]1

  
Art. 63/14. [1 De Vlaamse Regering kan in de vergunning aan de houder ervan de verplichting opleggen om metingen te verrichten om de kans op bodembeweging ten gevolge van de vergunde activiteiten in te schatten.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de metingen, vermeld in het eerste lid.]1

  
Art. 63/14. [1 Le Gouvernement flamand peut stipuler dans le permis l'obligation pour le titulaire du permis de mesurer tout mouvement du sol dû aux activités autorisées.
  Le Gouvernement flamand peut arrêter des règles pour ces mesurages, visés à l'alinéa 1er.]1

  
Art. 63/15. [1 Met behoud van de toepassing van artikel 63/25 kan de Vlaamse Regering de houder of laatste houder van een opsporings- of winningsvergunning voor aardwarmte verplichten om een financiële zekerheid te stellen voor het dekken van de aansprakelijkheid voor de schade waarvan vermoed wordt dat ze kan ontstaan door bodembeweging als gevolg van het opsporen of het winnen van aardwarmte.
  Als toepassing gemaakt wordt van artikel 63/24, kan de Vlaamse Regering de houder of laatste houder van een opsporings- of winningsvergunning voor aardwarmte verplichten om een financiële zekerheid te stellen voor het dekken van de kosten die gepaard gaan met de verwijdering, overeenkomstig artikel 63/24 in samenhang met artikel 32, § 3, van alle door zijn toedoen opgetrokken gebouwen en installaties.
  De Vlaamse Regering kan de houder van een opsporings- of winningsvergunning voor aardwarmte verplichten om vóór het aanleggen van boorgaten een financiële zekerheid te stellen om de kosten te dekken die gepaard gaan met het veilig afsluiten van de aangelegde boorgaten.
  De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag en de termijn waarvoor en het tijdstip en de wijze waarop een financiële zekerheid gesteld moet worden.]1

  
Art. 63/15. [1 Sans préjudice de l'application de l'article 63/25, le Gouvernement flamand peut obliger le titulaire ou le dernier titulaire d'un permis de recherche ou d'extraction d'énergie géothermique à constituer des sûretés financières pour couvrir la responsabilité pour des dommages qui seraient dus aux mouvements du sol suite à la recherche ou l'extraction de l'énergie géothermique.
  Si l'article 63/24 est appliqué, le Gouvernement flamand peut obliger le titulaire ou le dernier titulaire d'un permis de recherche ou d'extraction d'énergie géothermique à constituer des sûretés financières pour couvrir les frais entraînées par l'enlèvement, conformément à l'article 63/24 conjointement avec l'article 32, § 3, de tous les bâtiments et installations érigés par lui.
  Le Gouvernement flamand peut obliger le titulaire d'un permis de recherche ou d'extraction d'énergie géothermique à constituer des sûretés financières avant le forage de puits afin de couvrir les frais d'obturation sûre des trous de forage.
  Le Gouvernement flamand détermine le montant et le délai des sûretés financières ainsi que la date et le mode de constitution de celles-ci.]1

  
Onderafdeling V. [1 Wijziging, overdracht, intrekking, schorsing en afstand van de vergunning]1
Sous-section V. [1 Modification, transfert, retrait, suspension du permis et renonciation au permis]1
Art. 63/16. [1 § 1. Een vergunning kan op verzoek van de houder of ambtshalve door de Vlaamse Regering gewijzigd worden.
  Een vergunning kan niet in die mate worden gewijzigd dat ze voor een andere activiteit geldt.
  § 2. Een aanvraag tot verlenging van de geldigheidsduur van een vergunning kan alleen worden ingewilligd als de geldigheidsduur van de oorspronkelijke vergunning onvoldoende is gebleken om de activiteiten waarvoor de vergunning geldt, op een verantwoorde wijze te verrichten, en als die activiteiten verricht zijn in overeenstemming met de vergunning en dit decreet en er, als het een winningsvergunning voor aardwarmte betreft, niet is afgeweken van het winningsplan voor aardwarmte. De verlenging duurt op haar beurt niet langer dan noodzakelijk is om de activiteiten waarvoor de vergunning is verleend, op een verantwoorde wijze te verrichten.
  In het besluit van de Vlaamse Regering waarin de geldigheidsduur van de vergunning wordt verlengd, kan een beperking worden opgenomen van het oorspronkelijk vergunde volumegebied tot een deel daarvan. Artikel 63/7, § 2, is van overeenkomstige toepassing.
  De geldigheidsduur van een opsporingsvergunning voor aardwarmte kan alleen voor opsporingsactiviteiten worden verlengd.
  § 3. Een aanvraag tot wijziging van het volumegebied waarvoor een vergunning geldt, kan alleen worden ingewilligd met inachtneming van de voorschriften, vermeld in artikel 63/7, § 3.
  Als de invloedssfeer van de activiteiten waarvoor een opsporingsvergunning voor aardwarmte geldt, de grenzen van het vergunningsgebied overschrijdt, zorgt de vergunninghouder er bij het aanvragen van een winningsvergunning voor aardwarmte voor dat het aangevraagde volumegebied zo goed mogelijk aansluit bij de invloedssfeer van de geplande winning van aardwarmte.
  Als de houder van een winningsvergunning voor aardwarmte vaststelt dat de invloedssfeer van de winning van aardwarmte de grenzen van het vergunningsgebied overschrijdt, meldt hij dat binnen een termijn van dertig dagen aan de minister, en bezorgt hij de minister een onderbouwde inschatting van de grootte van de invloedssfeer.
  Voor zover de vergunning door de wijziging van het vergunningsgebied zou gelden voor een volumegebied waarvoor een ander een opsporings- of winningsvergunning voor aardwarmte heeft, wordt de wijziging alleen toegestaan als die ander daarmee instemt en dat gedeelte van zijn gebied opgeeft.
  Het besluit van de Vlaamse Regering waarbij het volumegebied waarvoor een winningsvergunning voor aardwarmte geldt, verkleind wordt, kan gepaard gaan met een beperking van de oorspronkelijke geldigheidsduur van de vergunning, op voorwaarde dat de nieuwe geldigheidsduur voldoende is om de winning op een verantwoorde wijze te verrichten.]1

  
Art. 63/16. [1 § 1er. Un permis peut être modifié à la demande du titulaire ou d'office par le Gouvernement flamand.
  Un permis ne peut être modifié dans une telle mesure qu'il serait valable pour une autre activité.
  § 2. Une demande de prolongation de la validité d'un permis ne peut être acceptée que si la validité du permis initial s'est avérée insuffisante pour effectuer, d'une manière responsable, les activités autorisées par le permis et si ces activités sont effectuées en conformité avec le permis et ce décret et si, lorsqu'il s'agit d'un permis d'extraction d'énergie géothermique, il n'est pas dérogé du plan d'extraction d'énergie géothermique. La prolongation à son tour ne dure pas plus longtemps que nécessaire pour effectuer de façon rationnelle les activités autorisées par le permis.
  Dans l'arrêté du Gouvernement flamand prolongeant la validité du permis, la zone volume initialement autorisée peut être limitée à une partie de celle-ci. L'article 63/7, § 2, s'applique par analogie.
  La validité d'un permis de recherche d'énergie géothermique ne peut être prolongée que pour des activités de recherche.
  § 3. Une demande de modification de la zone volume à laquelle se réfère un permis, ne peut être acceptée que par application des prescriptions visées à l'article 63/7, § 3.
  Si la zone d'influence des activités auxquelles s'applique un permis de recherche d'énergie géothermique dépasse les limites de la zone du permis, le titulaire du permis veille, lors de la demande d'un permis d'extraction d'énergie géothermique à ce que la zone volume demandée s'étend, autant que faire se peut, jusqu'à la zone d'influence de l'extraction planifiée de l'énergie géothermique.
  Si le titulaire d'un permis d'extraction d'énergie géothermique constate que la zone d'influence de l'extraction de l'énergie géothermique dépasse les limites de la zone du permis, il en informe le Ministre dans un délai de trente jours et lui transmet une estimation fondée de largeur de la zone d'influence.
  Pour autant qu'à cause de la modification de la zone du permis, le permis s'applique à une zone volume pour laquelle une autre personne détient un permis de recherche ou d'extraction d'énergie géothermique, la modification n'est autorisée que si l'autre y consent et renonce à cette partie de sa zone.
  L'arrêté du Gouvernement flamand réduisant la zone volume à laquelle s'applique un permis d'extraction d'énergie géothermique peut également aller de pair avec une limitation de la validité initiale du permis à condition que la nouvelle validité soit suffisante pour effectuer l'extraction de façon justifiée.]1

  
Art. 63/17. [1 Een vergunning kan pas worden overgedragen, inclusief het overdragen dat volgt uit wijzigingen in de vennootschapsstructuur, na de schriftelijke toestemming van de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering beoordeelt de aanvraag tot overdracht met inachtneming van de criteria, vermeld in artikel 63/5, tweede lid, en in artikel 63/6.
  Als de Vlaamse Regering instemt met de overdracht, neemt de nieuwe vergunninghouder alle verplichtingen in het kader van dit decreet over van de oude vergunninghouder.]1

  
Art. 63/17. [1 Le transfert d'un permis, y compris le transfert par suite de modifications dans la structure de la société, ne peut se matérialiser qu'après l'accord écrit du Gouvernement flamand. Le Gouvernement flamand évalue la demande de transfert dans le respect des critères, visés à l'article 63/5, alinéa 2, et à l'article 63/6.
  Si le Gouvernement flamand approuve le transfert, le nouveau titulaire du permis succède dans toutes les obligations dans le cadre du présent décret contractées par l'ancien titulaire du permis.]1

  
Art. 63/18. [1 § 1. Een vergunning kan alleen in de volgende gevallen door de Vlaamse Regering worden ingetrokken :
  1° als de bij de aanvraag verstrekte gegevens in die mate onjuist of onvolledig blijken te zijn dat de Vlaamse Regering op basis van de juiste of volledige gegevens tot een ander besluit gekomen zou zijn bij de beoordeling van de aanvraag;
  2° als dat wordt gerechtvaardigd door een wijziging in een vergunningscriterium;
  3° als de opsporings- of winningsactiviteiten niet overeenkomstig de vergunning of dit decreet zijn uitgevoerd of als van het winningsplan voor aardwarmte is afgeweken;
  4° als de opsporings- of winningsactiviteiten gedurende minstens twee opeenvolgende jaren hebben stilgelegen;
  5° als de vergunning niet langer noodzakelijk is voor de goede uitvoering van de activiteiten waarvoor ze is verleend;
  6° als de uitvoering van de vergunning op een ongunstige wijze interfereert met andere voordien vergunde activiteiten in de ondergrond.
  § 2. Voor de Vlaamse Regering kan overgaan tot intrekking van een vergunning, stuurt ze een ingebrekestelling aangetekend naar de vergunninghouder. De ingebrekestelling bevat een omschrijving van de redenen voor de geplande intrekking en de vermelding van een termijn van ten minste negentig dagen waarin de vergunninghouder uitleg kan verschaffen, bezwaar kan aantekenen, of zijn activiteiten in overeenstemming kan brengen met de vergunning, met dit decreet en, als het een winningsvergunning voor aardwarmte betreft, met het winningsplan voor aardwarmte.
  Binnen een termijn van negentig dagen na het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, neemt de Vlaamse Regering een besluit over het al dan niet intrekken van de vergunning.]1

  
Art. 63/18. [1 § 1er. Le Gouvernement flamand ne peut retirer un permis que dans les cas suivants :
  1° lorsqu'il est constaté que les données fournies dans la demande se révèlent tellement incorrectes ou incomplètes que le Gouvernement flamand l'aurait évaluée différemment s'il avait disposé des données correctes ou complètes lors l'évaluation de la demande ;
  2° si cette démarche est justifiée par une modification d'un critère d'autorisation ;
  3° si les activités de recherche ou d'extraction ne sont pas exécutées conformément au permis ou au présent décret ou s'il est dérogé au plan d'extraction d'énergie géothermique ;
  4° si l'arrêt des activités de recherche ou d'extraction s'étend sur une période d'au moins deux années consécutives ;
  5° si le permis ne s'avère plus indispensable pour la bonne exécution des activités pour lesquelles il a été délivré ;
  6° si l'exécution du permis donne lieu à une interférence négative avec les autres activités dans le sous-sol qui étaient autorisées auparavant.
  § 2. Avant de pouvoir retirer le permis, le Gouvernement flamand soumet une mise en demeure par lettre recommandée au titulaire du permis. La mise en demeure contient une description des raisons du retrait envisagé et la mention d'un délai d'au moins quatre-vingt-dix jours dans lequel le titulaire du permis peut donner une explication, former recours ou adapter ses activités au permis, au présent décret et, s'il s'agit d'un permis d'extraction d'énergie thermique, au plan d'extraction d'énergie géothermique.
  Dans les quatre-vingt-dix jours de l'expiration du délai, visé à l'alinéa 1er, le Gouvernement flamand décide du retrait ou non du permis.]1

  
Art. 63/19. [1 § 1. De Vlaamse Regering kan een vergunning onder meer in de volgende gevallen geheel of gedeeltelijk schorsen :
  1° als dat wordt gerechtvaardigd door een wijziging in een vergunningscriterium;
  2° als de opsporings- of winningsactiviteiten niet overeenkomstig de vergunning of dit decreet zijn uitgevoerd of als is afgeweken van het winningsplan voor aardwarmte;
  3° als de uitvoering van de vergunning op een ongunstige wijze interfereert met andere voordien vergunde activiteiten in de ondergrond.
  § 2. Voor de Vlaamse Regering kan overgaan tot een gehele of gedeeltelijke schorsing van een vergunning, stuurt ze een ingebrekestelling aangetekend naar de vergunninghouder. De ingebrekestelling bevat een omschrijving van de redenen voor de geplande schorsing en de vermelding van een termijn van ten minste vijf dagen waarin de vergunninghouder uitleg kan verschaffen, bezwaar kan aantekenen, of zijn activiteiten in overeenstemming kan brengen met de vergunning, met dit decreet en, als het een winningsvergunning voor aardwarmte betreft, met het winningsplan voor aardwarmte.
  Zo spoedig mogelijk na het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, neemt de Vlaamse Regering een besluit over het al dan niet schorsen van de vergunning. Een besluit tot volledige of gedeeltelijke schorsing van de vergunning vermeldt de voorwaarden waaraan de vergunninghouder moet voldoen om de schorsing ongedaan te maken.
  § 3. Als de vergunninghouder heeft voldaan aan alle voorwaarden om de schorsing ongedaan te maken, neemt de Vlaamse Regering een besluit waarbij de schorsing van de vergunning wordt opgeheven.]1

  
Art. 63/19. [1 § 1er. Le Gouvernement flamand peut suspendre, en tout ou en partie, un permis dans les cas suivants :
  1° si cette démarche est justifiée par une modification d'un critère d'autorisation ;
  2° si les activités de recherche ou d'extraction ne sont pas exécutées conformément au permis ou au présent décret ou s'il est dérogé au plan d'extraction d'énergie géothermique ;
  3° si l'exécution du permis donne lieu à une interférence négative avec les autres activités dans le sous-sol qui étaient autorisées auparavant.
  § 2. Avant de pouvoir suspendre, en tout ou en partie, le permis, le Gouvernement flamand soumet une mise en demeure par lettre recommandée au titulaire du permis. La mise en demeure contient une description des raisons de la suspension envisagée et la mention d'un délai d'au moins quatre-vingt-dix jours dans lequel le titulaire du permis peut donner une explication, former recours ou adapter ses activités au permis, au présent décret et, s'il s'agit d'un permis d'extraction d'énergie thermique, au plan d'extraction d'énergie géothermique.
  Dans les plus brefs délais de l'expiration du délai, visé à l'alinéa 1er, le Gouvernement flamand décidera de la suspension ou non du permis. Une décision de suspension totale ou partielle du permis mentionne les conditions auxquelles doit satisfaire le titulaire du permis pour faire annuler la suspension.
  § 3. Si le titulaire du permis remplit toutes les conditions pour annuler la suspension, le Gouvernement flamand adopte un arrêté abrogeant la suspension du permis.]1

  
Art. 63/20. [1 De Vlaamse Regering beoordeelt een aanvraag tot afstand van een vergunning.]1
  
Art. 63/20. [1 Le Gouvernement flamand évalue une demande de renonciation au permis.]1
  
Art. 63/21. [1 De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de procedure van een ambtshalve wijziging en voor de procedure om een wijziging, overdracht of afstand van een vergunning te verkrijgen, en voor de procedure van de intrekking of schorsing van een vergunning.]1
  
Art. 63/21. [1 Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités pour la procédure de modification d'office et la procédure d'obtention d'une modification, d'un transfert d'un permis ou d'une renonciation à un permis ainsi que pour la procédure de retrait ou de suspension d'un permis.]1
  
Art. 63/22. [1 Geen van de besluiten, vermeld in deze onderafdeling, heeft invloed op de aansprakelijkheid van de houder of laatste houder van de vergunning voor de vergoeding van de schade die is veroorzaakt door de activiteiten waarop de vergunning betrekking heeft of had.
  Van een besluit tot wijziging of intrekking van de vergunning en van een besluit waarbij de afstand van een vergunning wordt goedgekeurd, wordt melding gemaakt in het Belgisch Staatsblad.]1

  
Art. 63/22. [1 Les arrêtés mentionnés dans la présente sous-section sont sans influence sur la responsabilité du titulaire ou du dernier titulaire du permis pour l'indemnisation des dommages causés par les activités auxquelles le permis s'applique ou s'appliquait.
  Les arrêtés de modification ou de retrait d'un permis et les arrêtés portant approbation d'une renonciation à un permis sont publiés au Moniteur belge.]1

  
Onderafdeling VI. [1 Bijzondere bepalingen]1
Sous-section VI. - [1 Dispositions particulières]1
Art. 63/23. [1 Afdeling I, met uitzondering van artikel 63/1, is niet van toepassing op het opsporen of het winnen van aardwarmte in opdracht van het Vlaamse Gewest, als dat uitsluitend in het kader van het verkrijgen van gegevens voor zuiver wetenschappelijk onderzoek of van gegevens voor het door het Vlaamse Gewest gevoerde beleid gebeurt.
Art. 63/23.[1 A l'exception de l'article 63/1, la Section Ire n'est pas applicable à la recherche ou à l'extraction d'énergie géothermique sur l'ordre de la Région flamande, si celle-ci a uniquement lieu dans le cadre de l'obtention de données destinées exclusivement à la recherche scientifique ou de données utiles pour la politique menée par la Région flamande.
Afdeling II. - [1 Het bezetten van gronden door de vergunninghouder]1
Section II. - [1 L'occupation des terres par le titulaire du permis]1
Art. 63/24. [1 Voor een opsporings- of winningsvergunning voor aardwarmte is artikel 32 van overeenkomstige toepassing.]1
  
Art. 63/24. - [1 L'article 32 s'applique par analogie au permis de recherche ou d'extraction d'énergie géothermique.]1
  
Afdeling III. - [1 De vergoeding van schade]1
Art. 63/25. [1 § 1er. Par application de l'article 35, le titulaire ou le dernier titulaire d'un permis de recherche ou d'extraction d'énergie géothermique est obligé d'office d'indemniser tout dommage occasionné par l'activité à laquelle se rapporte le permis.
Art. 63/25. [1 Met behoud van de toepassing van artikel 35 is de houder of laatste houder van een opsporings- of winningsvergunning voor aardwarmte van rechtswege verplicht elke schade te vergoeden die veroorzaakt werd door de activiteit waarop de vergunning betrekking heeft.
Art. 63/25. [1 § 1er. Par application de l'article 35, le titulaire ou le dernier titulaire d'un permis de recherche ou d'extraction d'énergie géothermique est obligé d'office d'indemniser tout dommage occasionné par l'activité à laquelle se rapporte le permis.
Afdeling IV. [1 - Waarborgregeling voor het opsporen en winnen van aardwarmte in de diepe ondergrond]1
Section IV. [1 - Régime de garanties pour la recherche et l'extraction de l'énergie géothermique dans le sous-sol profond]1
Onderafdeling I. [1 - Toepassingsgebied]1
Art.63/25/1. [1 Le Gouvernement flamand peut accorder une garantie régionale au titulaire d'un permis de recherche de géothermie ou d'un permis d'extraction de géothermie afin de couvrir le risque géologique à court terme d'un projet géothermique dans le sous-sol profond aux conditions, visées au Règlement général d'exemption par catégorie, au présent décret et à ses arrêtes d'exécution.]1
Art. 63/25/1. [1 De Vlaamse Regering kan een gewestwaarborg verlenen aan de houder van een opsporingsvergunning voor aardwarmte of van een winningsvergunning voor aardwarmte om het korte termijn geologisch risico van een aardwarmteproject in de diepe ondergrond af te dekken onder de voorwaarden, vermeld in de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan.]1
  
Art.63/25/1. [1 Le Gouvernement flamand peut accorder une garantie régionale au titulaire d'un permis de recherche de géothermie ou d'un permis d'extraction de géothermie afin de couvrir le risque géologique à court terme d'un projet géothermique dans le sous-sol profond aux conditions, visées au Règlement général d'exemption par catégorie, au présent décret et à ses arrêtes d'exécution.]1
  
Onderafdeling II. [1 - Steunintensiteit en nadere regels]1
Art.63/25/2. [1 L'intensité des aides du régime de garanties, telle que fixée à l'article 63/25/3, est calculée comme un pourcentage des frais éligibles. Les frais éligibles sont fixés conformément à l'article 41 (6) du Règlement général d'exemption par catégorie. L'intensité des aides ne peut pas dépasser les pourcentages maximaux tels que repris à l'article 41, (7) et (8), du Règlement général d'exemption par catégorie.]1
Art. 63/25/2. [1 De steunintensiteit bij de waarborgpremie, zoals bepaald in artikel 63/25/3, wordt berekend als een percentage van de in aanmerking komende kosten. De in aanmerking komende kosten worden bepaald conform artikel 41 (6) van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening. De steunintensiteit mag de maximale percentages, zoals opgenomen in artikel 41, (7) en (8), van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, niet overtreffen.]1
  
Art.63/25/2. [1 L'intensité des aides du régime de garanties, telle que fixée à l'article 63/25/3, est calculée comme un pourcentage des frais éligibles. Les frais éligibles sont fixés conformément à l'article 41 (6) du Règlement général d'exemption par catégorie. L'intensité des aides ne peut pas dépasser les pourcentages maximaux tels que repris à l'article 41, (7) et (8), du Règlement général d'exemption par catégorie.]1
  
Art. 63/25/3. [1 [2 De ontvanger van de waarborg betaalt]2 bij de aanvraag en dus voorafgaand aan de start van het aardwarmteproject in de diepe ondergrond een premie als percentage van het maximale uitkeringsbedrag.]1
  
Art.63/25/4. [1 Le Gouvernement flamand arrête les règles de la procédure de demande pour obtenir une garantie, les conditions de forme et de fond auxquelles une demande pareille doit répondre, l'intensité des aides maximale, le pourcentage de prime, les frais éligibles, le délai de mise en oeuvre pour le projet géothermique dans le sous-sol profond, les cas auxquels l'aide peut être recouvrée, et le délai dans lequel le risque géologique assurable par la Région flamande doit être établi afin d'entrer en ligne de compte pour une garantie régionale.]1
  
Art. 63/25/4. [1 De Vlaamse Regering bepaalt de regels voor de aanvraagprocedure om een waarborg te verkrijgen, de vormelijke en inhoudelijke voorwaarden waaraan een dergelijke aanvraag moet voldoen, de maximale steunintensiteit, het premiepercentage, de in aanmerking komende kosten, de implementatietermijn voor het aardwarmteproject in de diepe ondergrond, de gevallen waarin de steun kan worden teruggevorderd, en de termijn waarbinnen het door het Vlaamse Gewest verzekerbaar geologisch risico moet vastgesteld worden om in aanmerking te komen voor een gewestwaarborg.]1
  
Art.63/25/4. [1 Le Gouvernement flamand arrête les règles de la procédure de demande pour obtenir une garantie, les conditions de forme et de fond auxquelles une demande pareille doit répondre, l'intensité des aides maximale, le pourcentage de prime, les frais éligibles, le délai de mise en oeuvre pour le projet géothermique dans le sous-sol profond, les cas auxquels l'aide peut être recouvrée, et le délai dans lequel le risque géologique assurable par la Région flamande doit être établi afin d'entrer en ligne de compte pour une garantie régionale.]1
  
Art. 63/25/5. [1 De Vlaamse Regering bepaalt het jaarlijkse waarborgplafond en de manier waarop dit tussen verschillende aanvragen wordt verdeeld. Het maximale steunbedrag per onderneming per investeringsproject mag hierbij in elk geval de drempel zoals bepaald in artikel 4, (1), (s), van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening niet overtreffen.]1
  
Art.63/25/5. [1 Le Gouvernement flamand détermine le plafond de garantie annuel et le mode de répartition de celui-ci entre les différentes demandes. Le montant d'aide maximal par entreprise par projet d'investissement ne peut en aucun cas dépasser le seuil tel que fixé à l'article 4, (1), (s), du Règlement général d'exemption par catégorie.]1
  
HOOFDSTUK III/2 [1 Structuurvisie inzake de diepe ondergrond]1
Art. 63/26. [1 § 1er. Le Gouvernement flamand adopte une vision structurelle du sous-sol profond en vue d'une gestion planifiée et durable du sous-sol profond.
Art. 63/26. [1 § 1. De Vlaamse Regering stelt een structuurvisie inzake de diepe ondergrond op met het oog op een planmatig en duurzaam beheer van de diepe ondergrond.
   De structuurvisie inzake de diepe ondergrond heeft de volgende nadere doelstellingen :
   1° een beleidskader bieden waarmee de verschillende mogelijke toepassingen in de diepe ondergrond tegen elkaar kunnen worden afgewogen;
   2° een beleidskader bieden waarmee voor een bepaald volumegebied in de diepe ondergrond een keuze kan worden gemaakt tussen de verschillende mogelijke toepassingen.
   De structuurvisie inzake de diepe ondergrond heeft geen juridisch bindend karakter. Ze beoogt alleen meer duidelijkheid te creëren voor beleidsmakers en potentiële investeerders over de valorisatiemogelijkheden van de diepe ondergrond.
   § 2. De structuurvisie inzake de diepe ondergrond omvat ten minste de volgende elementen :
   1° een overzicht van de hieronder vermelde toepassingen waarvoor een bepaald gebied op basis van de geologie in aanmerking komt :
   a) het opsporen en het winnen van koolwaterstoffen;
   b) de geologische opslag van koolstofdioxide;
   c) het opsporen en het winnen van aardwarmte;
   d) het opsporen en exploiteren van ondergrondse bergruimten in situ bestemd voor het opslaan van aardgas;
   e) het opsporen en exploiteren van ondergrondse bergruimten voor de ondergrondse berging van radioactief afval;
   f) eventuele andere toepassingen;
   2° een overzicht van de reeds verleende vergunningen voor activiteiten in de diepe ondergrond;
   3° een overzicht van de mogelijke interferenties tussen de verschillende mogelijke toepassingen in een bepaald gebied, van de toepassingen die er combineerbaar zijn in tijd en ruimte en van de toepassingen die er andere toepassingen in de toekomst onmogelijk maken;
   4° een afwegingssystematiek die het mogelijk maakt om beleidskeuzes te maken en prioriteiten te stellen als verschillende toepassingen mogelijk zijn in hetzelfde gebied.
   § 3. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen over de procedure tot vaststelling, de actualisering en de inhoud van de structuurvisie inzake de diepe ondergrond.]1

  
Art. 63/26. [1 § 1er. Le Gouvernement flamand adopte une vision structurelle du sous-sol profond en vue d'une gestion planifiée et durable du sous-sol profond.
   La vision structurelle du sous-sol profond vise à atteindre les objectifs suivants :
   1° offrir un cadre politique permettant de mieux cerner les applications possibles du sous-sol profond ;
   2° offrir un cadre politique permettant de mieux faire un choix entre les différentes applications possibles pour une certaine zone volume dans le sous-sol profond.
   La vision structurelle du sous-sol profond n'est pas juridiquement contraignante. Son intention est de donner des éclaircissements aux décideurs politiques et aux investisseurs potentiels sur les possibilités de valorisation du sous-sol profond.
   § 2. La vision structurelle du sous-sol profond comporte au moins les éléments suivants :
   1° un aperçu des applications visées ci-dessous pour lesquelles une zone particulière est éligible sur la base de sa géologie :
   a) la prospection et l'exploitation d'hydrocarbures ;
   b) le stockage géologique de dioxyde de carbone ;
   c) la recherche et l'extraction de l'énergie géothermique ;
   d) la prospection et l'exploitation des sites-réservoirs souterrains destinés au stockage de gaz naturel ;
   e) la prospection et l'exploitation des sites-réservoirs souterrains destinés au dépôt de déchets radioactifs ;
   f) d'autres applications éventuelles ;
   2° un aperçu des permis déjà délivrés pour des activités dans le sous-sol profond ;
   3° un aperçu de toutes les interférences possibles entre les différentes applications possibles dans une certaine zone, des applications qui y peuvent être combinées dans le temps et l'espace et des applications qui y rendent possibles d'autres applications futures ;
   4° une systématique de pondération qui rend possible de faire des choix politiques et de fixer des priorités si plusieurs applications sont possibles dans la même zone.
   § 3. Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités de la procédure concernant la fixation, l'actualisation et le contenu de la vision structurelle du sous-sol profond.]1

  
HOOFDSTUK IV. - Handhaving
Art.64. Dans le cadre du présent décret et de ses arrêtés d'exécution, les infractions et délits environnementaux seront examinés, constatés et pénalisés, la surveillance sera exercée et les mesures de sécurité seront prises conformément aux règles mentionnées dans le titre XVI du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement.
Art.64. Voor dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan worden de milieu-inbreuken en milieumisdrijven onderzocht, vastgesteld en bestraft, wordt het toezicht uitgeoefend, en worden de veiligheidsmaatregelen genomen volgens de regels, vermeld in titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
Art. 64. Dans le cadre du présent décret et de ses arrêtés d'exécution, les infractions et délits environnementaux seront examinés, constatés et pénalisés, la surveillance sera exercée et les mesures de sécurité seront prises conformément aux règles mentionnées dans le titre XVI du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement.
HOOFDSTUK V. - Wijzigingsbepalingen
Art.65. Dans l'article 591, 10° du Code judiciaire du 10 octobre 1967, les mots " prévus par les lois coordonnées du 15 septembre 1919 sur les mines, minières et carrières et des contestations qui ont trait à la réparation des dommages causés soit par la recherche, soit par l'exploitation d'un gisement, prévus par l'arrêté royal du 28 novembre 1939 relatif à la recherche et à l'exploitation des roches bitumeuses, du pétrole et des gaz combustibles " sont remplacés par les mots " et des contestations qui ont trait à l'indemnisation des dommages causés par la recherche ou l'extraction d'hydrocarbures ou par le stockage géologique du dioxyde de carbone, ainsi qu'à l'indemnisation de la perte de jouissance en conséquence de l'occupation des terrains dans le cadre du décret du 8 mai 2009 relatif au sous-sol profond. "
Art.65. In artikel 591, 10°, van het Gerechtelijk Wetboek van 10 oktober 1967 worden de woorden "bepaald in de gecoördineerde wetten van 15 september 1919 op de mijnen, groeven en graverijen en van de geschillen betreffende het herstel van de schade veroorzaakt door de opsporing of de exploitatie van de bedding bedoeld bij het koninklijk besluit van 28 november 1939 betreffende de opsporing en de exploitatie van bitumineuze gesteenten, petroleum en brandbare gassen" vervangen door de woorden "en van de geschillen betreffende de vergoeding van de schade, veroorzaakt door het opsporen of het winnen van koolwaterstoffen of door de geologische opslag van koolstofdioxide en betreffende de vergoeding van het genotsverlies ten gevolge van het bezetten van gronden in het kader van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de diepe ondergrond".
Art. 65. Dans l'article 591, 10° du Code judiciaire du 10 octobre 1967, les mots " prévus par les lois coordonnées du 15 septembre 1919 sur les mines, minières et carrières et des contestations qui ont trait à la réparation des dommages causés soit par la recherche, soit par l'exploitation d'un gisement, prévus par l'arrêté royal du 28 novembre 1939 relatif à la recherche et à l'exploitation des roches bitumeuses, du pétrole et des gaz combustibles " sont remplacés par les mots " et des contestations qui ont trait à l'indemnisation des dommages causés par la recherche ou l'extraction d'hydrocarbures ou par le stockage géologique du dioxyde de carbone, ainsi qu'à l'indemnisation de la perte de jouissance en conséquence de l'occupation des terrains dans le cadre du décret du 8 mai 2009 relatif au sous-sol profond. "
Art.66. Aan artikel 6 van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling III, van het Burgerlijk Wetboek, gewijzigd bij de wet van 7 november 1988 en het decreet van 4 april 2003, wordt een § 3 toegevoegd, die luidt als volgt :
  § 3. In afwijking van artikel 4 kan op ieder ogenblik eveneens een einde gemaakt worden aan de lopende pacht als de pachtovereenkomst betrekking heeft op gronden die de houder van een vergunning voor het opsporen of het winnen van koolwaterstoffen of de houder van een opsporings- of opslagvergunning in het kader van de geologische opslag van koolstofdioxide overeenkomstig artikelen 32 of 61 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de diepe ondergrond mag bezetten. De genoemde vergunninghouder treedt met het oog op de beëindiging van de lopende pachtovereenkomst in de rechten en de plichten van de verpachter. " .
Art. 66. l'article 6 du livre III, titre VIII, chapitre II, division III du Code civil, modifié par la loi du 7 novembre 1988 et le décret du 4 avril 2003, un § 3 est ajouté, qui est rédigé comme suit :
  " § 3. En dérogation à l'article 4, un bail rural en cours peut être à tout moment résilié si le contrat d'affermage se rapporte à des terrains que le titulaire d'un permis relatif à la recherche ou à l'extraction d'hydrocarbures ou le titulaire d'un permis de recherche ou de stockage dans le cadre du stockage géologique du dioxyde de carbone est autorisé à occuper conformément à l'article 32 ou à l'article 61 du décret du 8 mai 2009 relatif au sous-sol profond. En vue de la résiliation du contrat d'affermage en cours, le titulaire du permis est subrogé dans tous les droits et obligations du bailleur. ".
Art.67. In artikel 46, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 7 november 1988, worden de woordenartikel 6, § 1, 2°, 3°, 4° en 6°, en § 2vervangen door de woordenartikel 6, § 1, 2°, 3°, 4° en 6°, § 2 en § 3".
Art.68. Les modifications suivantes sont apportées à l'article 16 de la loi du 18 juillet 1975 relative à la recherche et à l'exploitation de sites-réservoirs souterrains destinés au stockage de gaz, deux ans après l'entrée en vigueur du présent décret :
  1° le § 1 est abrogé;
  2° au § 4, le dernier alinéa est supprimé.
Art.68. In artikel 16 van de wet van 18 juli 1975 betreffende het opsporen en exploiteren van ondergrondse bergruimten in situ bestemd voor het opslaan van gas worden, twee jaar na de inwerkingtreding van dit decreet, de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 1 wordt opgeheven;
  2° in § 4 wordt het laatste lid geschrapt.
Art.69. Dans l'article 4 du décret du 2 juillet 1981 relatif à la prévention et à la gestion des déchets, remplacé par le décret du 20 avril 1994 et modifié par les décrets du 4 avril 2003 et du 19 mai 2006, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° les effluents gazeux émis dans l'atmosphère et le dioxyde de carbone capté et transporté en vue d'un stockage géologique et qui est géologiquement stocké conformément au décret du 8 mai 2009 relatif au sous-sol profond ou qui tombe en vertu de l'article 37, deuxième alinéa du décret du 8 mai 2009 relatif au sous-sol profond en dehors du champ d'application du dernier décret cité; ".
Art.69. In artikel 4 van het decreet van 2 juli 1981 betreffende de voorkoming en het beheer van afvalstoffen, vervangen bij het decreet van 20 april 1994 en gewijzigd bij de decreten van 4 april 2003 en 19 mei 2006, wordt punt 1° vervangen door wat volgt :
  "1° gasvormige effluenten die in de atmosfeer worden uitgestoten en koolstofdioxide dat wordt afgevangen en getransporteerd met het oog op geologische opslag en dat geologisch is opgeslagen overeenkomstig het decreet van 8 mei 2009 betreffende de diepe ondergrond, dan wel op grond van artikel 37, tweede lid, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de diepe ondergrond buiten het toepassingsgebied van dit laatstgenoemde decreet valt;".
Art. 69. Dans l'article 4 du décret du 2 juillet 1981 relatif à la prévention et à la gestion des déchets, remplacé par le décret du 20 avril 1994 et modifié par les décrets du 4 avril 2003 et du 19 mai 2006, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° les effluents gazeux émis dans l'atmosphère et le dioxyde de carbone capté et transporté en vue d'un stockage géologique et qui est géologiquement stocké conformément au décret du 8 mai 2009 relatif au sous-sol profond ou qui tombe en vertu de l'article 37, deuxième alinéa du décret du 8 mai 2009 relatif au sous-sol profond en dehors du champ d'application du dernier décret cité; ".
Art.70. In de artikelen 5, 6 en 21 van het decreet van 19 december 1997 houdende oprichting van de naamloze vennootschap Mijnschade en Bemaling Limburgs Mijngebied worden, twee jaar na de datum van inwerkingtreding van dit decreet, de woorden artikel 58 van de gecoördineerde wetten van 15 september 1919 op de mijnen, groeven en graverijen telkens vervangen door de woorden artikel 35 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de diepe ondergrond".
Art. 70. Dans les articles 5, 6 et 21 du décret du 19 décembre 1997 portant création d'une société anonyme " Dommages miniers et Drainage de la Zone minière limbourgeoise ", les mots " article 58 des lois coordonnées du 15 septembre 1919 sur les mines, minières et carrières " seront, deux ans après l'entrée en vigueur du présent décret, chaque fois remplacés par les mots " article 35 du décret du 8 mai 2009 relatif au sous-sol profond ".
Art.71. In artikel 16.1.1, eerste lid, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en volledig vervangen bij het decreet van 8 mei 2009, wordt een punt 19°bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "19°bis het decreet van 8 mei 2009 betreffende de diepe ondergrond;".
Art. 71. Dans l'article 16.1.1, premier alinéa, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement, un point 19°bis rédigé comme suit est inséré dans le décret du 21 décembre 2007 et entièrement remplacé dans le décret du 8 mai 2009 :
  " 19°bis le décret du 8 mei 2009 concernant le sous-sol profond; ".
HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen
Art.72. Les lois coordonnées du 15 septembre 1919 sur les mines, minières et carrières sont abrogées deux ans après la date d'entrée en vigueur du présent décret.
Art.72. De wetten op de mijnen, de graverijen en de groeven, gecoördineerd op 15 september 1919, worden twee jaar na de datum van inwerkingtreding van dit decreet opgeheven.
Art. 72. Les lois coordonnées du 15 septembre 1919 sur les mines, minières et carrières sont abrogées deux ans après la date d'entrée en vigueur du présent décret.
Art.73. Het koninklijk besluit nr. 83 van 28 november 1939 betreffende het opsporen en het ontginnen van bitumineuze gesteenten, van petroleum en van brandbare gassen wordt opgeheven.
Art.74. La loi du 18 juillet 1975 relative à la recherche et à l'exploitation de sites-réservoirs souterrains destinés au stockage de gaz est abrogée, s'il s'agit du stockage géologique du dioxyde de carbone.
Art.74. De wet van 18 juli 1975 betreffende het opsporen en exploiteren van ondergrondse bergruimten in situ bestemd voor het opslaan van gas wordt opgeheven, als het de geologische opslag van koolstofdioxide betreft.
Art.75. Tous les permis délivrés dans le cadre de l'arrêté royal no 83 du 28 novembre 1939 relatif à la recherche et à l'exploitation des roches bitumeuses, du pétrole et des gaz combustibles et de l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 juillet 1997 régissant la forme et les modalités de l'examen des demandes d'obtention d'une autorisation pour la prospection et l'exploitation du pétrole et des gaz combustibles expirent d'office deux ans après la date d'entrée en vigueur du présent décret.
Art.75. Alle vergunningen die werden verleend in het kader van het koninklijk besluit nr. 83 van 28 november 1939 betreffende het opsporen en het ontginnen van bitumineuze gesteenten, van petroleum en van brandbare gassen en van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 juli 1997 houdende regeling van de vorm en de wijze van onderzoek van de aanvragen tot het verkrijgen van een vergunning voor het opsporen en het ontginnen van petroleum en brandbare gassen, vervallen van rechtswege twee jaar na de datum van inwerkingtreding van dit decreet.
Art.76. [1 Dès qu'au moins une autorisation de stockage a été octroyée en Flandre]1, un rapport [1 triannuel]1 concernant l'implémentation du chapitre III du présent décret sera remis [1 ...]1 au Gouvernement flamand et au Parlement flamand.
  Ce rapport contient au moins les informations suivantes :
  1° les informations relatives au registre permanent de tous les sites de stockage fermés et des complexes de stockage environnants;
  2° les informations liées à la question s'il a été suffisamment démontré que le dioxyde de carbone a été confiné de manière permanente visant à prévenir et à limiter autant que possible les éventuels effets négatifs du stockage du dioxyde de carbone sur l'environnement et les risques qui en découlent pour la santé publique, l'environnement et la sécurité globale;
  3° les informations concernant les procédures relatives à l'évaluation par la Commission européenne des projets d'autorisation de stockage mentionnés dans l'article 44 et des projets d'arrêté liés au transfert des responsabilités, comme mentionnés dans l'article 54;
  4° l'expérience acquise avec les dispositions relatives aux critères et à la procédure d'acceptation pour le flux de dioxyde de carbone visé à l'article 47;
  5° l'expérience acquise avec les dispositions relatives à l'accès de tiers, comme mentionné dans le chapitre III, division V et avec la coopération transfrontalière;
  6° les perspectives de stockage géologique dans d'autres pays;
  7° les informations concernant les critères des annexes I et II jointes au présent décret;
  8° les informations concernant l'éventuelle nécessité d'une réglementation supplémentaire se rapportant aux risques environnementaux liés au transport du dioxyde de carbone;
  9° les informations concernant la prospection visée à l'article 39 et incluant si possible des données relatives à la capacité de stockage disponible et à la capacité de stockage octroyée.
  
Art.76. [2 Zodra minstens een opslagvergunning verleend is in het Vlaamse driejaarlijksGewest]2, wordt aan de Vlaamse Regering en aan het Vlaams Parlement [2 driejaarlijks]2 verslag uitgebracht over de toepassing van hoofdstuk III van dit decreet.
  Dit verslag omvat minstens de volgende informatie :
  1° informatie over het permanent register van alle afgesloten opslaglocaties en omliggende opslagcomplexen;
  2° informatie over het feit of voldoende is aangetoond dat koolstofdioxide permanent is ingesloten op een zodanige manier dat mogelijke negatieve effecten van de opslag van koolstofdioxide op het milieu en daaruit volgende risico's voor [1 de volksgezondheid en de veiligheid van mens en milieu]1 zoveel mogelijk worden voorkomen en beperkt;
  3° informatie over de procedures betreffende de evaluatie door de Europese Commissie van de ontwerp-opslagvergunningen, vermeld in artikel 44, en de ontwerpbesluiten inzake overdracht van verantwoordelijkheid, vermeld in artikel 54;
  4° de ervaring met de bepalingen inzake de aanvaardingscriteria en -procedure voor de koolstofdioxidestroom, vermeld in artikel 47;
  5° de ervaring met de bepalingen inzake toegang van derden, vermeld in hoofdstuk III, afdeling V, en met de grensoverschrijdende samenwerking;
  6° de vooruitzichten voor geologische opslag in andere landen;
  7° informatie over de criteria van de bijlagen I en II bij het decreet;
  8° informatie over de eventuele noodzaak om bijkomende regelgeving inzake de aan het transport van koolstofdioxide verbonden milieurisico's;
  9° informatie over het onderzoek, vermeld in artikel 39, waarbij, zo mogelijk, gegevens over de beschikbare opslagcapaciteit en de verleende opslagcapaciteit worden vermeld.
  
Art. 76. [1 Dès qu'au moins une autorisation de stockage a été octroyée en Flandre]1, un rapport [1 triannuel]1 concernant l'implémentation du chapitre III du présent décret sera remis [1 ...]1 au Gouvernement flamand et au Parlement flamand.
  Ce rapport contient au moins les informations suivantes :
  1° les informations relatives au registre permanent de tous les sites de stockage fermés et des complexes de stockage environnants;
  2° les informations liées à la question s'il a été suffisamment démontré que le dioxyde de carbone a été confiné de manière permanente visant à prévenir et à limiter autant que possible les éventuels effets négatifs du stockage du dioxyde de carbone sur l'environnement et les risques qui en découlent pour la santé publique, l'environnement et la sécurité globale;
  3° les informations concernant les procédures relatives à l'évaluation par la Commission européenne des projets d'autorisation de stockage mentionnés dans l'article 44 et des projets d'arrêté liés au transfert des responsabilités, comme mentionnés dans l'article 54;
  4° l'expérience acquise avec les dispositions relatives aux critères et à la procédure d'acceptation pour le flux de dioxyde de carbone visé à l'article 47;
  5° l'expérience acquise avec les dispositions relatives à l'accès de tiers, comme mentionné dans le chapitre III, division V et avec la coopération transfrontalière;
  6° les perspectives de stockage géologique dans d'autres pays;
  7° les informations concernant les critères des annexes I et II jointes au présent décret;
  8° les informations concernant l'éventuelle nécessité d'une réglementation supplémentaire se rapportant aux risques environnementaux liés au transport du dioxyde de carbone;
  9° les informations concernant la prospection visée à l'article 39 et incluant si possible des données relatives à la capacité de stockage disponible et à la capacité de stockage octroyée.
  
Art.77. De Vlaamse Regering bepaalt de datum waarop de bepalingen van dit decreet in werking treden.
  De Vlaamse Regering wordt gemachtigd de bijlagen bij dit decreet te wijzigen en aan te vullen. Deze wijzigingen en aanvullingen treden slechts in werking na bekrachtiging door het Vlaams Parlement.
Art. 77. Le Gouvernement flamand fixe la date d'entrée en vigueur des dispositions du présent décret.
  Le Gouvernement flamand est habilité à modifier et à compléter les annexes jointes au présent décret. Ces modifications et ces compléments ne pourront toutefois entrer en vigueur qu'après avoir été ratifiés par le Parlement flamand.
(NOTE : Entrée en vigueur fixée au 06-09-2011 par DCFL 2011-07-15/41, art. 34)
BIJLAGEN.
Art. N1.Annexe 1. LES CRITERES VISES A L'ARTICLE 39 POUR LA CARACTERISATION ET L'EVALUATION DU COMPLEXE POTENTIEL DE STOCKAGE ET DE LA ZONE ENVIRONNANTE.
Art. N1. BIJLAGE 1. IN ARTIKEL 39 BEDOELDE CRITERIA VOOR DE KARAKTERISERING EN EVALUATIE VAN HET POTENTIELE OPSLAGCOMPLEX EN OMLIGGENDE GEBIED.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. 16-07-2009, p. 49622 à 49624).
Art. N2. Annexe 2.CRITERES POUR L'ETABLISSEMENT ET LA MISE A JOUR DU PLAN DE SURVEILLANCE VISE A L'ARTICLE 48, AINSI QUE POUR LA SURVEILLANCE POSTFERMETURE.
  (Annexe non reprise pour des raisons techniques; voir M.B. 16-07-2009, p. 49622 à 49624).
  Modifié par :
  
Art. N2. BIJLAGE 2.CRITERIA VOOR DE VASTSTELLING EN ACTUALISERING VAN HET IN ARTIKEL 48 BEDOELDE MONITORINGSPLAN EN VOOR DE MONITORING IN DE PERIODE NA AFSLUITING.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. 16-07-2009, p. 49622 à 49624).
Art. N2. Annexe 2.CRITERES POUR L'ETABLISSEMENT ET LA MISE A JOUR DU PLAN DE SURVEILLANCE VISE A L'ARTICLE 48, AINSI QUE POUR LA SURVEILLANCE POSTFERMETURE.
  (Annexe non reprise pour des raisons techniques; voir M.B. 16-07-2009, p. 49622 à 49624).
  Modifié par :