Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
6 MAART 2009. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 oktober 1993 tot veralgemening van het stelsel van gesubsidieerde contractuelen
Titre
6 MARS 2009. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant gĂ©nĂ©ralisation du rĂ©gime des contractuels subventionnĂ©s
Documentinformatie
Numac: 2009201724
Datum: 2009-03-06
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2009201724
Date: 2009-03-06
Moniteur: Voir
Tekst (4)
Texte (4)
Artikel 1. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 oktober 1993 tot veralgemening van het stelsel van gesubsidieerde contractuelen, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 17 juni 1997, 8 december 1998, 1 juni 1999, 8 juni 1999, 6 juli 2001, 24 juli 2001, 14 december 2001, 14 mei 2004, 8 juli 2005, 1 februari 2008 en 10 juli 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° punt 28° wordt opgeheven;
  2° er wordt een punt 39° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "39° jobcoaching : de begeleiding op de werkvloer van een nieuwe werknemer die behoort tot de kansengroepen, met uitzondering van een werknemer die de inschakelingsmodule, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2008 betreffende werkervaring, volgt of gevolgd heeft, en van zijn werkgever, door een bedrijfsexterne coach. De werknemer wordt begeleid met het oog op het behoud van zijn tewerkstelling. De jobcoaching duurt maximaal zes maanden. De minister bepaalt de periode waarin de jobcoaching aangeboden kan worden. "
Article 1er. A l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant gĂ©nĂ©ralisation du rĂ©gime des contractuels subventionnĂ©s, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 17 juin 1997, 8 dĂ©cembre 1998, 1er juin 1999, 8 juin 1999, 6 juillet 2001, 24 juillet 2001, 14 dĂ©cembre 2001, 14 mai 2004, 8 juillet 2005, 1er fĂ©vrier 2008 et 10 juillet 2008, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° le point 28° est abrogé;
  2° il est ajouté un point 39°, rédigé comme suit :
  "39° jobcoaching : l'accompagnement sur le lieu du travail d'un nouveau travailleur appartenant aux groupes Ă  risques, Ă  l'exception de travailleurs suivant ou ayant suivi le module d'insertion, tel que visĂ© Ă  l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 juillet 2008 relatif Ă  l'expĂ©rience du travail, et de son employeur, par un coach externe Ă  l'entreprise. Le travailleur est accompagnĂ© en vue du maintien de son emploi. Le jobcoaching a une durĂ©e maximale de 6 mois. Le ministre arrĂȘte la pĂ©riode pendant laquelle le jobcoaching est de mise. "
Art. 2. Artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 1 juni 1999, 14 mei 2004, 10 juni 2005 en 10 juli 2008, wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 8. § 1. Met toepassing van artikel 94 van de wet kan de minister een hoger premiebedrag vaststellen voor de opleiders tewerkgesteld in projecten die :
  1° tot doelstelling hebben :
  a) of voor de cursisten doelgroepgerichte opleidingen te organiseren die een schakelfunctie vervullen naar tewerkstelling;
  b) of cursisten te begeleiden;
  c) of cursisten te begeleiden door middel van jobcoaching;
  2° zich prioritair richten tot werkzoekenden die behoren tot de doelgroepen, vermeld in de beheersovereenkomst die gesloten is tussen de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding en de Vlaamse Regering;
  3° aan volgende voorwaarden beantwoorden :
  a) een resultaatsverbintenis aangaan inzake uitstroom uit de werkloosheid als vermeld in de beheersovereenkomst gesloten tussen de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding en de Vlaamse Regering. Als de specificiteit van de doelgroep dat vereist, kan de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding voorafgaand een afwijking van die verbintenis toestaan. Die afwijking wordt vastgelegd in de overeenkomst tussen de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding en de werkgever;
  b) voldoen aan de voorwaarden voor op te leiden, te begeleiden en te coachen personen, zoals vermeld in de overeenkomst tussen de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding en de werkgever;
  c) zich inschrijven in het kwaliteitsvoortgangscontrolesysteem zoals opgelegd door de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding;
  4° acties omvatten die beantwoorden aan de jaaractieplannen van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding waarin rekening wordt gehouden met de regionale input van de Sociaal-Economische Raad van de Regio of het Regionaal Sociaal-Economisch Overlegcomité;
  5° zich inschakelen in een lokaal netwerk van organisaties die zich richten op de doelgroepen vermeld in punt 2°;
  6° de acties registreren in het voortgangscontrolesysteem dat de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding daartoe ter beschikking stelt;
  7° alle noodzakelijke gegevens over het project bezorgen aan het Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie op de wijze die wordt bepaald door de minister.
  § 2. De minister kan binnen de perken van een specifiek begrotingskrediet een werkingspremie toekennen aan de werkgever van een project, die met de minister een opleidingsovereenkomst sluit.
  De werkingspremie bedraagt maximaal 20 % van de krachtens de opleidingsovereenkomst verschuldigde premiebedragen, maar kan slechts verworven worden voor de bewezen uitgaven en als de opleidingsovereenkomst werd nageleefd. De werkingspremie kan alleen worden aangewend voor uitgaven om de werkingskosten voor het opleidingsproject te dekken, met uitzondering van de aankoop van uitrustingsgoederen, van door of krachtens de wet aan werkgevers opgelegde uitgaven, van het loon van de gesubsidieerde contractuelen en van premies aan personeel en/of cursisten.
  De werkgever bezorgt op straffe van terugvordering, en uiterlijk op 31 maart, een overzicht van de werkingsuitgaven van het voorbije kalenderjaar aan het Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie. De bewijzen van die werkingsuitgaven moeten door en bij de werkgever vanaf 31 maart ter inzage ter beschikking worden gesteld. "
Art. 2. L'article 8 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 1er juin 1999, 14 mai 2004, 10 juin 2005 et 10 juillet 2008, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 8. § 1er. En application de l'article 94 de la loi le ministre peut arrĂȘter un montant plus Ă©levĂ© de la prime pour les formateurs employĂ©s dans des projets
  1° ayant comme objectif :
  a) soit d'organiser au bénéfice des apprenants des formations servant de passerelles à l'emploi, axées sur les groupes-cibles;
  b) soit d'accompagner les apprenants;
  c) soit d'accompagner les apprenants par le moyen du jobcoaching;
  2° se focalisant prioritairement sur les demandeurs d'emploi appartenant aux groupes-cibles, tels que visés dans le contrat de gestion conclu entre l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle et le Gouvernement flamand;
  3° se conformant aux conditions suivantes :
  a) assumer une obligation de résultat en ce qui concerne la sortie du chÎmage telle que visée dans le contrat de gestion conclu entre l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle et le Gouvernement flamand. Si la spécificité du groupe-cible le requiert, l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle peut accorder une dérogation à cette obligation préalablement à la mise en oeuvre du projet. Cette dérogation est fixée dans l'accord entre l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle et l'employeur;
  b) se conformer aux conditions pour la formation, l'accompagnement et le coaching de personnes, telles que visées dans l'accord entre l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle et l'employeur;
  c) s'inscrire dans le systÚme de contrÎle de l'avancement de la qualité, tel qu'imposé par l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle;
  4° reprenant des actions qui s'alignent sur les plans d'action annuels de l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle et qui tiennent compte de la contribution régionale du Conseil socio-économique de la Région ou du Comité de Concertation socio-économique ;
  5° s'insérant dans un réseau local d'organisations se focalisant sur les groupes-cibles tels que visés au point 2°;
  6° enregistrant les actions dans le systÚme de contrÎle de l'avancement mis à la disposition à ces fins par l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle;
  7° remettant toutes les données nécessaires relatives au projet à la " Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie " (Agence flamande de Subventionnement de l'Emploi et de l'Economie sociale).
  § 2. Dans les limites d'un crédit budgétaire spécifique le ministre peut accorder une prime de fonctionnement à l'employeur d'un projet qui conclut un accord de formation avec le ministre.
  La prime de fonctionnement s'Ă©lĂšve Ă  20 % maximum des montants des primes dus en vertu de l'accord de formation, mais ne peut ĂȘtre acquise que pour les dĂ©penses attestĂ©es et dans la mesure oĂč l'accord de formation a Ă©tĂ© observĂ©. La prime de fonctionnement ne peut ĂȘtre affectĂ©e qu'aux dĂ©penses couvrant les coĂ»ts de fonctionnement du projet de formation, Ă  l'exception de l'achat des biens d'Ă©quipement, des dĂ©penses imposĂ©es aux employeurs par ou en vertu de la loi, du salaire des contractuels subventionnĂ©s et des primes accordĂ©es au personnel et/ou aux apprenants.
  Sous peine de recouvrement et au plus tard le 31 mars de l'année en cours, l'employeur remet un aperçu des dépenses de fonctionnement de l'année calendaire écoulée à la " Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie ". L'employeur doit tenir à disposition les preuves de ces dépenses de fonctionnement à partir du 31 mars. "
Art. 3. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2009.
Art. 3. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© produit ses effets Ă  partir du 1er janvier 2009.
Art. 4. De Vlaamse minister, bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Brussel, 6 maart 2009.
  De minister-president van de Vlaamse Regering,
  K. PEETERS
  De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
  F. VANDENBROUCKE
Art. 4. Le Ministre flamand ayant la politique de l'emploi dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Bruxelles, le 6 mars 2009.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  K. PEETERS
  Le Ministre flamand de l'Emploi, de l'Enseignement et de la Formation,
  F. VANDENBROUCKE