Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
27 MAART 2009. - Economische Herstelwet. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 07-04-2009 en tekstbijwerking tot 10-11-2011)
Titre
27 MARS 2009. - Loi de relance économique. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 07-04-2009 et mise à jour au 10-11-2011)
Documentinformatie
Numac: 2009201450
Datum: 2009-03-27
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2009201450
Date: 2009-03-27
Moniteur: Voir
Tekst (97)
Texte (97)
TITEL 1. - Algemene bepaling
TITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
TITEL 2. - Financiën
TITRE 2. - Finances
HOOFDSTUK 1. - Energiebesparende uitgaven
CHAPITRE 1er. - Dépenses faites en vue d'économiser l'énergie Bonification d'intérêt
Art. 2. Er wordt door de Staat een intrestbonificatie van 1,5 pct. toegekend voor elke leningovereenkomst die door een natuurlijke persoon wordt gesloten met een kredietgever als bedoeld in artikel 2, 5°, van de wet van 10 augustus 2001 betreffende de Centrale voor kredieten aan particulieren, en die bestemd is om [1 uitgaven als bedoeld in artikel 14524, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals dat van toepassing is voor het aanslagjaar 2010]1 te financieren.
  De Koning bepaalt, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de toepassingsvoorwaarden en modaliteiten van het eerste lid, inzonderheid de modaliteiten van de leningovereenkomst en de toekenning van de intrestbonificatie.
  [1 De Koning bepaalt de voorwaarden waaraan de werken in verband met de in het eerste lid bedoelde uitgaven moeten voldoen. ]1
  Het eerste lid is van toepassing op de leningovereenkomsten die worden gesloten vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2011.
  
Art. 2. Il est attribué par l'Etat une bonification d'intérêt de 1,5 p.c. pour chaque contrat de prêt conclu par une personne physique avec un prêteur visé à l'article 2, 5°, de la loi du 10 août 2001 relative à la Centrale des crédits aux particuliers, et destiné à financer [1 des dépenses visées à l'article 14524, § 1er, du Code des impôts sur les revenus 1992, tel qu'il est applicable pour l'exercice d'imposition 2010]1.
  Le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, les conditions et modalités d'application de l'alinéa 1er, notamment les modalités du contrat de prêt et d'attribution de la bonification d'intérêt.
  [1 Le Roi fixe les conditions auxquelles doivent satisfaire les travaux relatifs aux dépenses visées à l'alinéa 1er.]1
  L'alinéa 1er s'applique aux contrats de prêt conclus à partir du 1er janvier 2009 jusqu'au 31 décembre 2011.
  
Art. 3. In titel II, hoofdstuk III, afdeling I, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, wordt het opschrift van onderafdeling IIquinquies, ingevoegd bij de wet van 10 augustus 2001 en gewijzigd bij de wet van 27 april 2007, vervangen als volgt :
  " Onderafdeling IIquinquies. - Vermindering voor energiebesparende uitgaven, voor passiefhuizen en voor interesten die betrekking hebben op leningovereenkomsten ter financiering van energiebesparende uitgaven ".
Art. 3. Dans le titre II, chapitre III, section Ire, du Code des impôts sur les revenus 1992, l'intitulé de la sous-section IIquinquies, inséré par la loi du 10 août 2001 et modifié par la loi du 27 avril 2007, est remplacé par ce qui suit :
  " Sous-section IIquinquies. - Réduction pour les dépenses faites en vue d'économiser l'énergie, pour les maisons passives et pour les intérêts de contrats de prêt en vue de financer des dépenses faites en vue d'économiser l'énergie ".
Art. 4. In artikel 145 24 van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 27 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1, eerste lid, 5°, wordt aangevuld met de woorden " , de muren en de vloeren ";
  2° in paragraaf 1 wordt het vijfde lid, opgeheven bij de wet van 27 december 2005, hersteld als volgt :
  " Wanneer het totaal van de verschillende belastingverminderingen het in het vierde lid beoogde grensbedrag overschrijdt, kan het overschot worden overgedragen op de drie belastbare tijdperken volgend op dat waarin de uitgaven werkelijk werden gedaan, zonder per belastbaar tijdperk, de uitgaven van het belastbaar tijdperk inbegrepen, het voormelde grensbedrag te overschrijden. Deze overdracht is enkel van toepassing wanneer de in het eerste lid bedoelde uitgaven betrekking hebben op werken die worden verricht aan een woning waarvan de ingebruikneming ten minste vijf jaar voorafgaat aan de aanvang van die werken. ";
  3° in paragraaf 1 wordt het vijfde lid, dat het zesde lid wordt, vervangen als volgt :
  " Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, wordt de belastingvermindering voor de uitgaven met betrekking tot een in het eerste lid bedoelde woning evenredig omgedeeld in functie van het belastbaar inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de belastbare inkomsten van de beide echtgenoten. ";
  4° in paragraaf 2 wordt het zesde lid vervangen als volgt :
  " Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, wordt de belastingvermindering voor de uitgaven met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde woning evenredig omgedeeld in functie van het belastbaar inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de belastbare inkomsten van de beide echtgenoten. ";
  5° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende :
  " § 3. Een belastingvermindering wordt verleend aan de in § 1, eerste lid, bedoelde belastingplichtige voor de interesten die betrekking hebben op leningovereenkomsten als bedoeld in artikel 2 van de economische herstelwet van 27 maart 2009.
  De belastingvermindering bedraagt 40 pct. van de interesten die werkelijk werden gedragen tijdens het belastbaar tijdperk na aftrek van de tussenkomst van de Staat bedoeld in artikel 2 van de economische herstelwet van 27 maart 2009.
  De belastingvermindering is niet van toepassing op de interesten :
  a) die in aanmerking werden genomen als werkelijke beroepskosten;
  b) waarvoor de toepassing van de artikelen 14, 104, 9°, of 526 werd gevraagd.
  Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, wordt de in het eerste lid bedoelde belastingvermindering evenredig omgedeeld in functie van het belastbaar inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de belastbare inkomsten van de beide echtgenoten.
  De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van de vermindering. ".
Art. 4. A l'article 145 24 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 27 avril 2007, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er, alinéa 1er, 5°, est complété par les mots " , des murs et des sols ";
  2° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 5, abrogé par la loi du 27 décembre 2005, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Lorsque le montant total des différentes réductions d'impôt excède la limite visée à l'alinéa 4, l'excédent peut être reporté sur les trois périodes imposables suivant celle durant laquelle les dépenses ont été réellement faites sans dépasser, par période imposable, dépenses de la période comprises, le montant limite précité. Ledit report n'est applicable que lorsque les dépenses visées à l'alinéa 1er concernent des travaux effectués à une habitation dont la première occupation précède d'au moins cinq ans le début de ces travaux. ";
  3° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 5, qui devient l'alinéa 6, est remplacé par ce qui suit :
  " Lorsqu'une imposition commune est établie, la réduction d'impôt pour les dépenses relatives à l'habitation visée à l'alinéa 1er est répartie proportionnellement en fonction du revenu imposable de chaque conjoint dans l'ensemble des revenus imposables des deux conjoints. ";
  4° dans le paragraphe 2, l'alinéa 6 est remplacé par ce qui suit :
  " Lorsqu'une imposition commune est établie, la réduction d'impôt pour les dépenses relatives à l'habitation visée à l'alinéa 1er est répartie proportionnellement en fonction du revenu imposable de chaque conjoint dans l'ensemble des revenus imposables des deux conjoints. ";
  5° l'article est complété par un paragraphe 3 rédigé comme suit :
  " § 3. Une réduction d'impôt est accordée au contribuable visé au § 1er, alinéa 1er, pour les intérêts qui se rapportent à des contrats de prêt visés à l'article 2 de la loi de relance économique du 27 mars 2009.
  La réduction d'impôt s'élève à 40 p.c. des intérêts réellement supportés pendant la période imposable après déduction de l'intervention de l'Etat visée à l'article 2 de la loi de relance économique du 27 mars 2009.
  La réduction d'impôt n'est pas applicable aux intérêts :
  a) qui sont pris en considération à titre de frais professionnels réels;
  b) pour lesquels l'application des articles 14, 104, 9°, ou 526 a été demandée.
  Lorsqu'une imposition commune est établie, la réduction d'impôt visée à l'alinéa 1er est répartie proportionnellement en fonction du revenu imposable de chaque conjoint dans l'ensemble des revenus imposables des deux conjoints.
  Le Roi détermine les modalités d'application de la réduction. ".
Art. 5. In artikel 156bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de programmawet van 8 juni 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  A. a) het eerste lid wordt vervangen als volgt :
  " Het deel van de in de artikelen 145 1 tot 156 bedoelde verminderingen dat geen aanleiding geeft tot een daadwerkelijke vermindering van de belasting die verschuldigd is na toepassing van artikel 156, wordt in de mate dat het betrekking heeft op de uitgaven gedaan voor prestaties betaald met dienstencheques als bedoeld in de artikelen 145 21 tot 145 23 omgezet in een terugbetaalbaar belastingkrediet. ";
  b) het tweede en derde lid worden opgeheven;
  B. a) het eerste lid, zoals het is vervangen bij A, a), wordt vervangen als volgt :
  " Het deel van de in de artikelen 145 1 tot 156 bedoelde verminderingen dat geen aanleiding geeft tot een daadwerkelijke vermindering van de belasting die verschuldigd is na toepassing van artikel 156, wordt omgezet in een terugbetaalbaar belastingkrediet in de mate dat het betrekking heeft op :
  1° de uitgaven gedaan voor prestaties betaald met dienstencheques als bedoeld in de artikelen 145 21 tot 145 23 ;
  2° de werkelijk betaalde energiebesparende uitgaven bedoeld in artikel 145 24 , § 1, eerste lid, 5°. ";
  b) het vierde lid, dat het tweede lid is geworden, wordt als volgt vervangen :
  " Het eerste lid, 1°, is niet van toepassing van zodra het belastbare inkomen van de belastingplichtige het in artikel 131, eerste lid, 1°, bedoelde bedrag overschrijdt. ".
Art. 5. A l'article 156bis du même Code, inséré par la loi-programme du 8 juin 2008, les modifications suivantes sont apportées :
  A. a) l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " La partie des réductions visées aux articles 145 1 à 156 qui ne donne pas lieu à une réduction effective de l'impôt dû après application de l'article 156, est convertie en un crédit d'impôt remboursable dans la mesure où elle concerne les dépenses faites pour des prestations payées avec des titres-services visées aux articles 145 21 à 145 23 . ";
  b) les alinéas 2 et 3 sont abrogés;
  B. a) l'alinéa 1er, tel qu'il est remplacé au point A, a), est remplacé par ce qui suit :
  " La partie des réductions visées aux articles 145 1 à 156 qui ne donne pas lieu à une réduction effective de l'impôt dû après application de l'article 156, est convertie en un crédit d'impôt remboursable dans la mesure où elle concerne :
  1° les dépenses faites pour des prestations payées avec des titres-services visées aux articles 145 21 à 145 23 ;
  2° les dépenses effectivement payées en vue d'économiser l'énergie visées à l'article 145 24 , § 1er, alinéa 1er, 5°. ";
  b) l'alinéa 4, devenu l'alinéa 2, est remplacé par ce qui suit :
  " L'alinéa 1er, 1°, ne s'applique pas lorsque le revenu imposable du contribuable excède le montant visé à l'article 131, alinéa 1er, 1°. ".
Art. 6. Artikel 2 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2009.
  Artikel 4, 1°, is van toepassing op de uitgaven die werkelijk zijn betaald in 2009 en 2010.
  Artikel 4, 2° tot 4°, is van toepassing vanaf het aanslagjaar 2010.
  Artikel 4, 5°, is van toepassing op de interesten gedragen vanaf 1 januari 2009.
  Artikel 5, A, is van toepassing vanaf aanslagjaar 2009.
  [1 Artikel 5, B, is van toepassing vanaf aanslagjaar 2009, met dien verstande dat het, wat de in artikel 156bis, eerste lid, 2°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bedoelde uitgaven betreft, slechts van toepassing is op de uitgaven die werkelijk zijn betaald in 2009 en 2010.]1
  
Art. 6. L'article 2 produit ses effets le 1er janvier 2009.
  L'article 4, 1°, est applicable aux dépenses effectivement payées en 2009 et 2010.
  L'article 4, 2° à 4°, est applicable à partir de l'exercice d'imposition 2010.
  L'article 4, 5° est applicable aux intérêts supportés à partir du 1er janvier 2009.
  L'article 5, A, est applicable à partir de l'exercice d'imposition 2009.
  [1 L'article 5, B, est applicable à partir de l'exercice d'imposition 2009, étant entendu qu'en ce qui concerne les dépenses visées à l'article 156bis, alinéa 1er, 2°, du Code des impôts sur les revenus 1992, il n'est applicable qu'aux dépenses effectivement payées en 2009 et 2010.]1
  
HOOFDSTUK 2. - Maaltijdcheques
CHAPITRE 2. - Chèques-repas
Art. 7. In artikel 53 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, wordt de bepaling onder 14° vervangen als volgt :
  " 14° sociale voordelen die zijn toegekend aan werknemers, gewezen werknemers of hun rechtverkrijgenden en ten name van de verkrijgers zijn vrijgesteld ingevolge artikel 38, § 1, eerste lid, 11°, met uitzondering van de in voorkomend geval tot 1 euro per maaltijdcheque beperkte tussenkomst van de werkgever of de onderneming in de maaltijdcheques wanneer die tussenkomst een sociaal voordeel uitmaakt. Het voornoemde bedrag wordt niet geïndexeerd overeenkomstig artikel 178; ".
Art. 7. Dans l'article 53 du Code des impôts sur les revenus 1992, le 14° est remplacé par ce qui suit :
  " 14° les avantages sociaux octroyés aux travailleurs, anciens travailleurs ou ayants droit de ceux-ci, et exonérés dans le chef des bénéficiaires, conformément à l'article 38, § 1er, alinéa 1er, 11°, à l'exclusion de l'intervention de l'employeur ou de l'entreprise dans le montant des chèques-repas limitée, le cas échéant, à 1 euro par chèque-repas lorsque cette intervention constitue un avantage social. Le montant précité n'est pas indexé conformément à l'article 178; ".
Art. 8. Artikel 7 heeft uitwerking met ingang van 1 februari 2009.
Art. 8. L'article 7 produit ses effets le 1er février 2009.
HOOFDSTUK 3. - Personenbelasting en bedrijfsvoorheffing
CHAPITRE 3. - Impôt des personnes physiques et précompte professionnel
Art. 9. In artikel 147 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vervangen bij de wet van 10 augustus 2001 en gewijzigd bij de wetten van 23 december 2005, 20 juli 2006, 27 december 2006 en 17 mei 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid, 2°, a, derde streepje, worden de woorden " in artikel 31bis, eerste lid, tweede streepje, " vervangen door de woorden " in artikel 31bis, eerste lid, 1°, tweede streepje, ";
  2° in het eerste lid worden de bepalingen onder 5° en 6°, opgeheven bij de wet van 23 december 2005, hersteld als volgt :
  " 5° als het netto-inkomen uitsluitend uit werkloosheidsuitkeringen ingevolge tijdelijke werkloosheid bestaat : 1.344,57 euro;
  6° als het netto-inkomen gedeeltelijk uit werkloosheidsuitkeringen ingevolge tijdelijke werkloosheid bestaat : een gedeelte van het in 5° bedoelde bedrag, welk gedeelte evenredig is met de verhouding tussen het nettobedrag van werkloosheidsuitkeringen ingevolge tijdelijke werkloosheid enerzijds en het netto-inkomen anderzijds; ";
  3° in het eerste lid worden in de bepaling onder 7° de woorden " , met uitsluiting van de in 5° bedoelde werkloosheidsuitkeringen, " ingevoegd tussen de woorden " werkloosheidsuitkeringen " en " bestaat ";
  4° in het eerste lid wordt in de bepaling onder 8° het woord " werkloosheidsuitkeringen " telkens vervangen door de woorden " werkloosheidsuitkeringen, met uitsluiting van de in 5° bedoelde werkloosheidsuitkeringen, ";
  5° het artikel wordt aangevuld met een derde lid, luidende :
  " Onder werkloosheidsuitkeringen ingevolge tijdelijke werkloosheid als bedoeld in het eerste lid, 5° en 6°, worden verstaan de wettelijke en extrawettelijke werkloosheidsuitkeringen betaald aan een tijdelijke werkloze als bedoeld in de artikelen 26, 28 en 49 tot 51 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten en de artikelen 27, 106 tot 108bis en 133 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering. ".
Art. 9. A l'article 147 du Code des impôts sur les revenus 1992, remplacé par la loi du 10 août 2001 et modifié par les lois du 23 décembre 2005, du 20 juillet 2006, du 27 décembre 2006 et du 17 mai 2007, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, 2°, a, troisième tiret, les mots " à l'article 31bis, alinéa 1er, deuxième tiret, " sont remplacés par les mots " à l'article 31bis, alinéa 1er, 1°, deuxième tiret, ";
  2° dans l'alinéa 1er, les 5° et 6°, abrogés par la loi du 23 décembre 2005, sont rétablis dans la rédaction suivante :
  " 5° lorsque le revenu net se compose exclusivement d'allocations de chômage résultant d'un chômage temporaire : 1.344, 57 euros;
  6° lorsque le revenu net se compose partiellement d'allocations de chômage résultant d'un chômage temporaire : une quotité du montant visé au 5°, proportionnelle au rapport qu'il y a entre, d'une part, le montant net des allocations de chômage résultant d'un chômage temporaire et, d'autre part, le montant du revenu net; ";
  3° dans l'alinéa 1er, 7°, la phrase liminaire est complétée par les mots " , à l'exception des allocations de chômage visées au 5° ";
  4° dans l'alinéa 1er, 8°, les mots " d'allocations de chômage " sont remplacés par les mots " d'allocations de chômage, à l'exclusion des allocations de chômage visées au 5° " et les mots " des allocations de chômage " sont remplacés par les mots " des allocations de chômage, à l'exclusion des allocations de chômage visées au 5°, ";
  5° l'article est complété par un alinéa 3 rédigé comme suit :
  " Par allocations de chômage résultant d'un chômage temporaire visées à l'alinéa 1er, 5° et 6°, on entend les allocations de chômage légales et extra-légales payées à un chômeur temporaire visé aux articles 26, 28 et 49 à 51 de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail et aux articles 27, 106 à 108bis et 133 de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage. ".
Art. 10. Artikel 149 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 10 augustus 2001, wordt opgeheven.
Art. 10. L'article 149 du même Code, remplacé par la loi du 10 août 2001, est abrogé.
Art. 11. In artikel 150 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 10 augustus 2001 en gewijzigd bij de wet van 23 december 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden " vermindering voor werkloosheidsuitkeringen, " vervangen door de woorden " vermindering voor werkloosheidsuitkeringen als bedoeld in artikel 147, eerste lid, 7° en 8°, ";
  2° het tweede en derde lid worden vervangen als volgt :
  " De vermindering voor werkloosheidsuitkeringen bedoeld in artikel 147, eerste lid, 7° en 8°, wordt voor beide echtgenoten samen berekend. Daarbij worden respectievelijk de werkloosheidsuitkeringen, met uitsluiting van de in artikel 147, eerste lid, 5°, bedoelde werkloosheidsuitkeringen, de netto-inkomens en de belastbare inkomens van beide echtgenoten samengeteld om de vermindering en de grenzen te berekenen.
  De overeenkomstig het tweede lid berekende vermindering voor werkloosheidsuitkeringen wordt daarna omgedeeld per belastingplichtige in verhouding tot het aandeel van de werkloosheidsuitkeringen, met uitsluiting van de in artikel 147, eerste lid, 5°, bedoelde werkloosheidsuitkeringen, die na toepassing van de artikelen 87 en 88 ten zijnen name worden belast, in het totaal van de werkloosheidsuitkeringen, met uitsluiting van de in artikel 147, eerste lid, 5°, bedoelde werkloosheidsuitkeringen, van beide echtgenoten. ".
Art. 11. A l'article 150 du même Code, remplacé par la loi du 10 août 2001 et modifié par la loi du 23 décembre 2005, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots " la réduction pour allocations de chômage, " sont remplacés par les mots " la réduction pour allocations de chômage visée à l'article 147, alinéa 1er, 7° et 8°, ";
  2° les alinéas 2 et 3 sont remplacés par ce qui suit :
  " La réduction pour allocations de chômage visée à l'article 147, alinéa 1er, 7° et 8°, est calculée ensemble pour les deux conjoints. A cet effet, les allocations de chômage, à l'exclusion des allocations de chômage visées à l'article 147, alinéa 1er, 5°, les revenus nets et les revenus imposables des deux conjoints sont respectivement additionnés pour calculer la réduction et les limites.
  La réduction pour allocations de chômage calculée conformément à l'alinéa 2 est ensuite répartie par contribuable en proportion de la quotité des allocations de chômage, à l'exclusion des allocations de chômage visées à l'article 147, alinéa 1er, 5°, qui, après application des articles 87 et 88, sont imposées dans son chef, dans le total des allocations de chômage, à l'exclusion des allocations de chômage visées à l'article 147, alinéa 1er, 5°, des deux conjoints. ".
Art. 12. In artikel 151 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 10 augustus 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de eerste zin worden de woorden " wordt de vermindering voor werkloosheidsuitkeringen, " vervangen door de woorden " worden de verminderingen voor werkloosheidsuitkeringen bedoeld in artikel 147, eerste lid, 5° tot 8°, ";
  2° in de tweede zin worden de woorden " wordt die vermindering slechts verleend " vervangen door de woorden " worden die verminderingen slechts verleend ".
Art. 12. A l'article 151 du même Code, remplacé par la loi du 10 août 2001, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans la première phrase, les mots " la réduction afférente aux allocations de chômage, " sont remplacés par les mots " les réductions pour allocations de chômage visées à l'article 147, alinéa 1er, 5° à 8°, ";
  2° dans la deuxième phrase, les mots " cette réduction n'est accordée " sont remplacés par les mots " ces réductions ne sont accordées ".
Art. 13. In artikel 154bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 juli 2005 en gewijzigd bij de programmawet van 27 december 2006 en bij de wetten van 27 december 2006 en 17 mei 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
  " Er wordt een belastingvermindering verleend aan de werknemers die gedurende het belastbare tijdperk overwerk hebben gepresteerd dat, overeenkomstig artikel 29 van de arbeidswet van 16 maart 1971 of artikel 7 van het koninklijk besluit nr. 213 van 26 september 1983 betreffende de arbeidsduur in de ondernemingen die onder het paritair comité voor het bouwbedrijf ressorteren, recht geeft op een overwerktoeslag en die :
  - hetzij onderworpen zijn aan de arbeidswet van 16 maart 1971 en die tewerkgesteld zijn door een werkgever onderworpen aan de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités;
  - hetzij als de contractuele of statutaire werknemers tewerkgesteld zijn door één van de volgende autonome overheidsbedrijven : de naamloze vennootschap van publiek recht Belgacom, de naamloze vennootschap van publiek recht NMBS-Holding, de naamloze vennootschap van publiek recht NMBS en de naamloze vennootschap van publiek recht Infrabel; ";
  2° in het tweede lid worden de woorden " 65 uren " telkens vervangen door de woorden " 100 uren ";
  3° in het eerste lid worden de woorden " de naamloze vennootschap van publiek recht De Post, " ingevoegd tussen de woorden " de naamloze vennootschap van publiek recht Belgacom, " en de woorden " de naamloze vennootschap van publiek recht NMBS Holding, ";
  4° in het tweede lid worden de woorden " 100 uren " telkens vervangen door de woorden " 130 uren ".
Art. 13. A l'article 154bis du même Code, inséré par la loi du 3 juillet 2005 et modifié par la loi-programme du 27 décembre 2006 et par les lois du 27 décembre 2006 et du 17 mai 2007, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " II est accordé une réduction d'impôt aux travailleurs qui ont presté, pendant la période imposable, un travail supplémentaire qui donne droit à un sursalaire en vertu de l'article 29 de la loi sur le travail du 16 mars 1971 ou de l'article 7 de l'arrêté royal n° 213 du 26 septembre 1983 relatif à la durée du travail dans les entreprises ressortissant à la commission paritaire de la construction et qui :
  - soit sont soumis à la loi sur le travail du 16 mars 1971 et qui sont occupés par un employeur soumis à la loi du 5 décembre 1968 sur les conventions collectives de travail et les commissions paritaires;
  - soit qui sont occupés, sous statut ou avec un contrat de travail, par une des entreprises publiques autonomes suivantes : la société anonyme de droit public Belgacom, la société anonyme de droit public SNCB Holding, la société anonyme de droit public SNCB et la société anonyme de droit public Infrabel. ";
  2° dans l'alinéa 2, les mots " 65 heures " sont chaque fois remplacés par les mots " 100 heures ";
  3° dans l'alinéa 1er, les mots " la société anonyme de droit public La Poste, " sont insérés entre les mots " la société anonyme de droit public Belgacom, " et les mots " la société anonyme de droit public SNCB Holding, ";
  4° dans l'alinéa 2, les mots " 100 heures " sont chaque fois remplacés par les mots " 130 heures ".
Art. 14. In artikel 243, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 december 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het tweede lid worden in de bepaling onder 1° de woorden " in artikel 147, 1° en 7°, vermelde " vervangen door de woorden " in artikel 147, eerste lid, 1°, 5° en 7°, bedoelde ";
  2° in het tweede lid, in de bepaling onder 3°, worden de woorden " in artikel 147, 9°, vermelde " vervangen door de woorden " in artikel 147, eerste lid, 9°, bedoelde ";
  3° het derde lid wordt vervangen als volgt :
  " Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd en het inkomen geheel of gedeeltelijk uit werkloosheidsuitkeringen, met uitsluiting van de in artikel 147, eerste lid, 5°, bedoelde werkloosheidsuitkeringen bestaat, wordt de vermindering voor die werkloosheidsuitkeringen bedoeld in artikel 147, eerste lid, 7°, die overeenkomstig het vorige lid werd berekend, voor beide echtgenoten samen slechts éénmaal verleend. ".
Art. 14. A l'article 243 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 22 décembre 2008, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 2, 1°, les mots " mentionnés à l'article 147, 1° et 7°, " sont remplacés par les mots " visés à l'article 147, alinéa 1er, 1°, 5° et 7°, ";
  2° dans l'alinéa 2, 3°, les mots " visé à l'article 147, 9°, " sont remplacés par les mots " visé à l'article 147, alinéa 1er, 9°, ";
  3° l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
  " Lorsqu'une imposition commune est établie et que le revenu se compose entièrement ou partiellement d'allocations de chômage, à l'exclusion des allocations de chômage visées à l'article 147, alinéa 1er, 5°, la réduction afférente à ces allocations de chômage, visée à l'article 147, alinéa 1er, 7°, qui a été calculée conformément à l'alinéa précédent, n'est accordée qu'une seule fois pour les deux conjoints ensemble. ".
Art. 15. In artikel 275 1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 juli 2005 en gewijzigd bij de programmawet van 27 december 2006 en bij de wet van 17 mei 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het tweede lid wordt aangevuld met een derde streepje, luidende :
  " - de volgende autonome overheidsbedrijven : de naamloze vennootschap van publiek recht Belgacom, de naamloze vennootschap van publiek recht NMBS-Holding, de naamloze vennootschap van publiek recht NMBS en de naamloze vennootschap van publiek recht Infrabel. ";
  2° in het zesde lid worden de woorden " voor de eerste 65 uren " vervangen door de woorden " voor de eerste 100 uren ";
  3° in het tweede lid, derde streepje, worden de woorden " de naamloze vennootschap van publiek recht De Post, " ingevoegd tussen de woorden " de naamloze vennootschap van publiek recht Belgacom, " en de woorden " de naamloze vennootschap van publiek recht NMBS Holding, ";
  4° in het zesde lid worden de woorden " voor de eerste 100 uren " telkens vervangen door de woorden " voor de eerste 130 uren ".
Art. 15. A l'article 275 1 du même Code, inséré par la loi du 3 juillet 2005 et modifié par la loi-programme du 27 décembre 2006 et par la loi du 17 mai 2007, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 2 est complété par un troisième tiret rédigé comme suit :
  " aux entreprises publiques autonomes suivantes : la société anonyme de droit public Belgacom, la société anonyme de droit public SNCB Holding, la société anonyme de droit public SNCB et la société anonyme de droit public Infrabel. ";
  2° dans l'alinéa 6, les mots " pour les 65 premières heures " sont remplacés par les mots " pour les 100 premières heures ";
  3° dans l'alinéa 2, troisième tiret, les mots " la société anonyme de droit public La Poste, " sont insérés entre les mots " la société anonyme de droit public Belgacom, " et les mots " la société anonyme de droit public SNCB Holding, ";
  4° dans l'alinéa 6, les mots " pour les 100 premières heures " sont remplacés par les mots " pour les 130 premières heures ".
Art. 16. In artikel 275 3 , § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 23 december 2005 en gewijzigd bij de wetten van 23 december 2005, 27 december 2006, 25 april 2007 en 8 juni 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden " van 50 pct. van die bedrijfsvoorheffing, " vervangen door de woorden " van 75 pct. van die bedrijfsvoorheffing, ";
  2° in het tweede lid worden de woorden " ten belope van 65 pct. " vervangen door de woorden " ten belope van 75 pct. ";
  3° het zevende lid wordt opgeheven.
Art. 16. A l'article 275 3 , § 1er, du même Code, inséré par la loi du 23 décembre 2005 et modifié par les lois du 23 décembre 2005, du 27 décembre 2006, du 25 avril 2007 et du 8 juin 2008, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots " 50 p.c. de ce précompte professionnel, " sont remplacés par les mots " 75 p.c. de ce précompte professionnel, ";
  2° dans l'alinéa 2, les mots " à concurrence de 65 p.c. " sont remplacés par les mots " à concurrence de 75 p.c. ";
  3° l'alinéa 7 est abrogé.
Art. 17. In artikel 275 5 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 23 december 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  A. In paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden " 5,63 pct. " vervangen door de woorden " 15,6 pct. ";
  B. paragraaf 1, laatste lid, wordt vervangen als volgt :
  " Deze vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing wordt enkel toegekend voor werknemers die, overeenkomstig de arbeidsregeling waarin zij tewerkgesteld zijn, over de betrokken maand waarvoor het voordeel wordt gevraagd, tenminste een derde van hun arbeidstijd in ploegen- of nachtarbeid zijn tewerkgesteld. Voor de toepassing van deze norm worden, naast de effectieve arbeidsprestaties, ook de schorsingen van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst waarvoor het loon wordt doorbetaald, mee in de teller opgenomen. Perioden van schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst zonder loon, worden niet meegerekend in de noemer. ".
  C. In paragraaf 2 worden de bepalingen onder 1° en 2° vervangen als volgt :
  " 1° ondernemingen waar ploegenarbeid wordt verricht : de ondernemingen waar het werk wordt verricht in minstens twee ploegen van minstens twee werknemers, die hetzelfde werk doen zowel qua inhoud als qua omvang en die elkaar in de loop van de dag opvolgen zonder dat er een onderbreking is tussen de opeenvolgende ploegen en zonder dat de overlapping meer bedraagt dan een vierde van hun dagtaak :
  a) hetzij door werknemers van categorie 1 bedoeld in artikel 330 van de programmawet (I) van 24 december 2002;
  b) hetzij door statutaire werknemers bij de volgende autonome overheidsbedrijven : de naamloze vennootschap van publiek recht Belgacom, de naamloze vennootschap van publiek recht NMBS-Holding, de naamloze vennootschap van publiek recht NMBS en de naamloze vennootschap van publiek recht Infrabel;
  2° ondernemingen waar nachtarbeid wordt verricht : de ondernemingen waar werknemers overeenkomstig de in de onderneming toepasselijke arbeidsregeling, prestaties verrichten tussen 20 uur en 6 uur, met uitsluiting van de werknemers die enkel prestaties verrichten tussen 6 uur en 24 uur en de werknemers die gewoonlijk beginnen te werken vanaf 5 uur. De hier bedoelde werknemers zijn :
  a) hetzij de werknemers van categorie 1 bedoeld in artikel 330 van de programmawet (I) van 24 december 2002;
  b) hetzij de statutaire werknemers bij de volgende autonome overheidsbedrijven : de naamloze vennootschap van publiek recht Belgacom, de naamloze vennootschap van publiek recht NMBS-Holding, de naamloze vennootschap van publiek recht NMBS en de naamloze vennootschap van publiek recht Infrabel; ";
  D. In paragraaf 2, 1°, b, en 2°, b, worden de woorden " de naamloze vennootschap van publiek recht De Post, " ingevoegd tussen de woorden " de naamloze vennootschap van publiek recht Belgacom, " en de woorden " de naamloze vennootschap van publiek recht NMBS Holding, ".
Art. 17. A l'article 275 5 du même Code, inséré par la loi du 23 juillet 2005, les modifications suivantes sont apportées :
  A. dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots " 5,63 p.c. " sont remplacés par les mots " 15,6 p.c. ";
  B. le paragraphe 1er, dernier alinéa, est remplacé par ce qui suit :
  " Cette dispense de versement de précompte professionnel n'est accordée que pour les travailleurs qui, conformément au régime de travail auquel ils sont soumis, travaillent au minimum un tiers de leur temps en équipes ou de nuit durant le mois pour lequel l'avantage est demandé. Pour l'application de cette norme sont prises en considération au numérateur non seulement les prestations de travail effectives, mais également les suspensions dans l'exécution du contrat de travail avec maintien de salaire. Les périodes de suspension dans l'exécution du contrat de travail sans maintien de salaire ne sont pas prises en compte au dénominateur. ".
  C. au paragraphe 2, le 1° et 2° sont remplacés par ce qui suit :
  " 1° par entreprises où s'effectue un travail en équipe : les entreprises où le travail est effectué en au moins deux équipes comprenant deux travailleurs au moins, lesquelles font le même travail tant en ce qui concerne son objet qu'en ce qui concerne son ampleur et qui se succèdent dans le courant de la journée sans qu'il n'y ait d'interruption entre les équipes successives et sans que le chevauchement excède un quart de leurs tâches journalières :
  a) soit par des travailleurs de catégorie 1 visés à l'article 330 de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002;
  b) soit par des travailleurs sous statut auprès d'une des entreprises publiques autonomes suivantes : la société anonyme de droit public Belgacom, la société anonyme de droit public SNCB Holding, la société anonyme de droit public SNCB et la société anonyme de droit public Infrabel;
  2° par entreprises où s'exerce un travail de nuit : les entreprises où des travailleurs effectuent, conformément au règlement de travail applicable dans l'entreprise, des prestations entre 20 heures et 6 heures, à l'exclusion des travailleurs qui exercent des prestations uniquement entre 6 heures et 24 heures et des travailleurs qui commencent habituellement à travailler à partir de 5 heures. Les travailleurs ci-visés sont :
  a) soit les travailleurs de catégorie 1 visés à l'article 330 de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002;
  b) soit les travailleurs sous statut auprès d'une des entreprises publiques autonomes suivantes : la société anonyme de droit public Belgacom, la société anonyme de droit public SNCB Holding, la société anonyme de droit public SNCB et la société anonyme de droit public Infrabel; ";
  D. dans le paragraphe 2, 1°, b, et 2°, b, les mots " la société anonyme de droit public La Poste, " sont insérés entre les mots " la société anonyme de droit public Belgacom, " et les mots " la société anonyme de droit public SNCB Holding, ".
Art. 18. In artikel 275 7 , van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 mei 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het tweede lid wordt aangevuld met een derde streepje, luidende :
  " - de volgende autonome overheidsbedrijven : de naamloze vennootschap van publiek recht Belgacom, de naamloze vennootschap van publiek recht NMBS-Holding, de naamloze vennootschap van publiek recht NMBS en de naamloze vennootschap van publiek recht Infrabel. ";
  2° in het derde lid worden de woorden " 0,25 pct. " vervangen door de woorden " 0,75 pct. ".
  3° tussen het derde en het vierde lid wordt een lid ingevoegd luidende :
  " Voor de werkgevers van de werknemers die ressorteren onder het toepassingsgebied van de paritaire comités en subcomités opgesomd in artikel 1, 1°, a) tot en met p), van het koninklijk besluit van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profit sector wordt een bedrag dat overeenstemt met twee derden van de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing onmiddellijk besteed aan de financiering van de Sociale Maribelfondsen. Dit bedrag wordt door de werkgever aan de bevoegde ontvanger der belastingen gestort op hetzelfde moment dat de bedrijfsvoorheffing in de Schatkist wordt gestort. De Schatkist boekt deze bedragen over aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid die ze op zijn beurt verdeelt tussen de begunstigde Sociale Maribelfondsen. ";
  4° in het tweede lid, derde streepje, worden de woorden " de naamloze vennootschap van publiek recht De Post, " ingevoegd tussen de woorden " de naamloze vennootschap van publiek recht Belgacom, " en de woorden " de naamloze vennootschap van publiek recht NMBS Holding, ";
  5° In het derde lid worden de woorden " 0,75 pct. " vervangen door de woorden " 1 pct. ";
  6° in het vierde lid, ingevoegd bij de bepaling onder 3°, worden de woorden " twee derden " vervangen door de woorden " drie vierden ".
Art. 18. Dans l'article 275 7 du même Code, inséré par la loi du 17 mai 2007, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 2 est complété par un troisième tiret rédigé comme suit :
  " aux entreprises publiques autonomes suivantes : la société anonyme de droit public Belgacom, la société anonyme de droit public SNCB Holding, la société anonyme de droit public SNCB et la société anonyme de droit public Infrabel. ";
  2° dans l'alinéa 3, les mots " 0,25 p.c. " sont remplacés par les mots " 0,75 p.c. ";
  3° entre les alinéas 3 et 4 il est inséré un alinéa rédigé comme suit :
  " Pour les employeurs des travailleurs qui ressortissent au champ d'application des commissions et sous-commissions paritaires énumérées à l'article 1er, 1°, a) à p) inclus, de l'arrêté royal du 18 juillet 2002 portant des mesures visant à promouvoir l'emploi dans le secteur non-marchand, un montant correspondant aux deux tiers de la dispense de versement de précompte professionnel est affecté au financement des fonds Maribel Social. Ce montant est versé par l'employeur au receveur des contributions compétent en même temps que le précompte professionnel à verser au Trésor. Le Trésor transfère les sommes reçues à l'Office national de Sécurité sociale qui les répartit entre les fonds Maribel Social bénéficiaires. ";
  4° dans l'alinéa 2, troisième tiret, les mots " la société anonyme de droit public La Poste, " sont insérés entre les mots " la société anonyme de droit public Belgacom, " et les mots " la société anonyme de droit public SNCB Holding ";
  5° dans l'alinéa 3, les mots " 0,75 p.c. " sont remplacés par les mots " 1 p.c. ";
  6° dans l'alinéa 4, inséré par le 3°, les mots " deux tiers " sont remplacés par les mots " trois quarts ".
Art. 19. De artikelen 13, 1° en 2°, 15, 1° en 2°, 16, 17, c, en 18°, 1°, hebben uitwerking op 1 januari 2009.
  De artikelen 17, A en B, en 18, 2° en 3°, treden in werking op 1 juni 2009.
  De artikelen 9 tot 12 en 14 zijn van toepassing vanaf het aanslagjaar 2010.
  De artikelen 13, 3° en 4°, 15, 3° en 4°, 17, D, en 18, 4° tot 6°, treden in werking op 1 januari 2010.
Art. 19. Les articles 13, 1° et 2°, 15, 1° et 2°, 16, 17, c, et 18, 1°, produisent leurs effets le 1er janvier 2009.
  Les articles 17, A et B, et 18, 2° et 3°, entrent en vigueur le 1er juin 2009.
  Les articles 9 à 12 et 14 sont applicables à partir de l'exercice d'imposition 2010.
  Les articles 13, 3° et 4°, 15, 3° et 4°, 17, D, et 18, 4° à 6°, entrent en vigueur le 1er janvier 2010.
HOOFDSTUK 4. - Liquiditeit van de ondernemingen
CHAPITRE 4. - Liquidité des entreprises
Art. 20. § 1. In afwijking van artikel 412, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, is de bedrijfsvoorheffing verschuldigd op in artikel 30, 1° en 2°, van dat Wetboek bedoelde bezoldigingen, betaald of toegekend in de maanden maart tot en met augustus 2009, betaalbaar binnen de vijftien dagen na het verstrijken van de derde maand volgend op de maand van betaling of toekenning van de inkomsten.
  In afwijking van artikel 412, derde lid, van hetzelfde Wetboek, is de bedrijfsvoorheffing verschuldigd op in artikel 30, 1° en 2°, van dat Wetboek bedoelde bezoldigingen, betaald of toegekend in het eerste en tweede trimester van 2009, betaalbaar binnen de vijftien dagen na het verstrijken van de derde maand volgend op de trimester waarin de inkomsten zijn betaald of toegekend.
  Bij wanbetaling van de bedrijfsvoorheffing binnen de in de tweede voorgaande leden vastgestelde termijnen geven de verschuldigde sommen aanleiding tot na-latigheidsintresten overeenkomstig artikel 414 van dat Wetboek.
  § 2. Er wordt gedurende zes maanden door de Staat een interestbonificatie te zijnen laste genomen voor iedere leningovereenkomst die door de schuldenaars van de bedrijfsvoorheffing op de bezoldigingen bedoeld in § 1 wordt gesloten met een kredietinstelling zoals gedefinieerd in de wet van 22 maart 1993.
  Deze interestbonificatie is beperkt tot het bedrag van een lening, gelijk aan de tijdig betaalde bedrijfsvoorheffing op de bezoldigingen en zal enkel gelden voor de ondernemingen die van het uitstel overeenkomstig § 1 hebben gebruik gemaakt.
  De Koning bepaalt, bij een besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad, het percentage van de bonificatie, het aanvangsbedrag van de lening waarop deze bonificatie wordt toegekend, en de modaliteiten van de leningovereenkomst.
Art. 20. § 1er. Par dérogation à l'article 412, alinéa 2, du Code des impôts sur les revenus 1992, le précompte professionnel dû sur les rémunérations visées à l'article 30, 1° et 2°, dudit Code, payées ou attribuées au cours des mois de mars à août 2009, est payable dans les quinze jours qui suivent l'expiration du troisième mois qui suit celui pendant lequel les revenus ont été payés ou attribués.
  Par dérogation à l'article 412, alinéa 3, dudit Code, le précompte professionnel dû sur les rémunérations visées à l'article 30, 1° et 2°, dudit Code, payées ou attribuées au cours des premier et deuxième trimestres 2009 est payable dans les quinze jours qui suivent l'expiration du troisième mois qui suit le trimestre pendant lequel les revenus ont été payés ou attribués.
  A défaut de paiement du précompte professionnel dans les délais fixés aux deux alinéas qui précèdent, les sommes dues sont productives d'intérêts de retard conformément à l'article 414 dudit Code.
  § 2. L'Etat prend à sa charge, pendant six mois, une bonification d'intérêt pour chaque emprunt contracté par les débiteurs du précompte professionnel sur les rémunérations visées au § 1er avec un établissement de crédit visé dans la loi du 22 mars 1993.
  Cette bonification d'intérêt est limitée au montant d'un emprunt, égal au montant du précompte professionnel payé dans les délais et ne sera applicable qu'aux entreprises qui ont fait usage du report conformément au § 1er.
  Le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, le pourcentage de la bonification, le montant initial du prêt sur lequel cette bonification est attribuée, et les modalités du contrat d'emprunt.
HOOFDSTUK 5. - Aandelenopties
CHAPITRE 5. - Options sur actions
Art. 21. Artikel 47 van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen, gewijzigd bij de programmawet (I) van 24 december 2002, wordt aangevuld met een paragraaf 5 luidende :
  " § 5. Voor de aandelenoptieplannen afgesloten tussen 1 januari 2003 en 31 augustus 2008, kan de vennootschap die de opties aanbiedt, vóór 30 juni 2009, met instemming van de begunstigden, de uitoefeningsperiode zonder bijkomende fiscale last met hoogstens vijf jaar verlengen. Evenwel geldt de verlenging, voor het geheel van plannen waarop eenzelfde begunstigde bij eenzelfde vennootschap heeft ingeschreven, slechts voor opties ten belope van een fiscale waarde van 100.000 euro.
  Dit akkoord moet aan de Administratie worden betekend vóór 31 juli 2009.
  Voor de toepassing van het eerste lid wordt afgeweken van artikel 499 van het Wetboek van vennootschappen. ".
Art. 21. L'article 47 de la loi du 26 mars 1999 relative au plan d'action belge pour l'emploi 1998 et portant des dispositions diverses, modifié par la loi-programme (I) du 24 décembre 2002, est complété par un paragraphe 5 rédigé comme suit :
  " § 5. Pour les plans d'options sur actions conclus entre le 1er janvier 2003 et le 31 août 2008, la société qui offre les options peut, avant le 30 juin 2009, en accord avec les bénéficiaires des options, allonger la période d'exercice de cinq ans au maximum sans charge fiscale supplémentaire. Toutefois, la prolongation ne vaut, pour l'ensemble des plans souscrits par un même bénéficiaire auprès d'une même société, que pour des options à concurrence d'une valeur fiscale de 100.000 euros.
  Cet accord doit être notifié à l'Administration avant le 31 juillet 2009.
  Pour l'application de l'alinéa 1er, il est dérogé à l'article 499 du Code des sociétés. ".
HOOFDSTUK 6. - Bekrachtiging van een koninklijk besluit genomen ter uitvoering van artikel 37, § 1, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde
CHAPITRE 6. - Confirmation d'un arrêté royal pris en exécution de l'article 37, § 1er, du Code de la taxe sur la valeur ajoutée
Art. 22. Het koninklijk besluit van 10 februari 2009 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven, wordt bekrachtigd met ingang van 1 januari 2009.
Art. 22. L'arrêté royal du 10 février 2009 modifiant l'arrêté royal n° 20 du 20 juillet 1970 fixant les taux de la taxe sur la valeur ajoutée et déterminant la répartition des biens et des services selon ces taux, est confirmé avec effet au 1er janvier 2009.
HOOFDSTUK 7. - Wetboek diverse rechten en taksen
CHAPITRE 7. - Code des droits et taxes divers
Art. 23. Artikel 176-2, 1°, van het Wetboek diverse rechten en taksen, opgeheven bij de programmawet van 27 december 2005, wordt hersteld in de volgende lezing :
  " 1° de kredietverzekeringscontracten tegen commerciële risico's, tegen landenrisico's of tegen deze beide risico's; ".
Art. 23. L'article 176-2, 1°, du Code des droits et taxes divers, abrogé par la loi-programme du 27 décembre 2005, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " 1° les contrats d'assurance-crédit contre les risques commerciaux, contre les risques-pays ou contre ces deux risques; ".
Art. 24. Artikel 23 is van toepassing op de premies die vervallen vanaf de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 24. L'article 23 s'applique aux primes échues à partir du jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge.
HOOFDSTUK 8. - Woon - werkverplaatsingen met de fiets
CHAPITRE 8. - Déplacements domicile - lieu de travail en bicyclette
Art. 25. Artikel 38, § 1, eerste lid, 14°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 8 augustus 1997 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 juli 2000 en 13 juli 2001 en bij de wet van 28 april 2003, wordt vervangen als volgt :
  " 14° a) de kilometervergoeding toegekend voor de werkelijk met de fiets gedane verplaatsingen tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling voor een bedrag van maximum 0,145 euro per kilometer;
  b) het voordeel dat voortvloeit uit de terbeschikkingstelling van een fiets en de toebehoren, met inbegrip van de onderhouds- en stallingskosten, die daadwerkelijk wordt gebruikt voor de verplaatsingen tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling ".
Art. 25. L'article 38, § 1er, alinéa 1er, 14°, du Code des impôts sur les revenus 1992, inséré par la loi du 8 août 1997 et modifié par les arrêtés royaux du 20 juillet 2000 et du 13 juillet 2001 et par la loi du 28 avril 2003, est remplacé par ce qui suit :
  " 14° a) l'indemnité kilométrique allouée pour les déplacements effectivement faits en bicyclette entre le domicile et le lieu de travail à concurrence d'un montant maximum de 0,145 euro par kilomètre;
  b) l'avantage résultant de la mise à disposition d'une bicyclette et d'accessoires, y compris les frais d'entretien et de garage, qui est effectivement utilisée pour les déplacements entre le domicile et le lieu de travail ".
Art. 26. In artikel 64ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de programmawet van 8 juni 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt aangevuld als volgt :
  " 3° de kosten die specifiek zijn gedaan of gedragen om het gebruik van de fiets door de personeelsleden voor hun verplaatsingen tussen hun woonplaats en hun plaats van tewerkstelling aan te moedigen in de mate dat deze gedaan of gedragen zijn om :
  a) een onroerend goed te verwerven, te bouwen of te verbouwen dat bestemd is voor het stallen van fietsen tijdens de werkuren van de personeelsleden of voor het ter beschikking stellen van die personeelsleden van een kleedruimte of sanitair, al dan niet met douches;
  b) fietsen en hun toebehoren te verwerven, te onderhouden en te herstellen die ter beschikking gesteld worden van de personeelsleden. ";
  2° het derde lid wordt vervangen als volgt :
  " Wanneer de in het eerste lid, 1° en 3°, bedoelde kosten bestaan uit afschrijvingen van de in het eerste lid, 3°, bedoelde materiële vaste activa of van de in het tweede lid bedoelde voertuigen, wordt het aftrekbare bedrag per belastbaar tijdperk bekomen door het normale bedrag van de afschrijvingen van dat tijdperk met 20 pct. te verhogen. De in het eerste lid, 3°, b, bedoelde fietsen worden afgeschreven met vaste annuïteiten waarvan het aantal niet minder dan drie mag bedragen. ";
  3° in het vijfde lid worden de woorden " van de in het eerste lid, 3°, bedoelde materiële vaste activa en " ingevoegd tussen het woord " beleggingswaarde " en de woorden " van de in het tweede lid bedoelde voertuigen " en worden de woorden " meerwaarden en minderwaarden van die voertuigen " vervangen door de woorden " meerwaarden en minderwaarden op die materiële vaste activa en die voertuigen ".
Art. 26. A l'article 64ter du même Code, inséré par la loi-programme du 8 juin 2008, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 1er est complété par ce suit :
  " 3° les frais faits ou supportés spécifiquement en vue de favoriser l'usage de la bicyclette par les membres du personnel de leur domicile à leur lieu de travail dans la mesure où les frais sont faits ou supportés en vue :
  a) d'acquérir, de construire ou de transformer un bien immeuble destiné à l'entreposage des bicyclettes pendant les heures de travail des membres du personnel ou à mettre un vestiaire ou des sanitaires composés ou non de douches à la disposition de ceux-ci;
  b) d'acquérir, d'entretenir et de réparer des bicyclettes et leurs accessoires qui sont mis à la disposition des membres du personnel. ";
  2° l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
  " Lorsque les frais visés à l'alinéa 1er, 1° et 3°, se composent d'amortissements afférents aux immobilisations corporelles visées à l'alinéa 1er, 3°, ou aux véhicules visés à l'alinéa 2, le montant déductible par période imposable est obtenu en majorant de 20 p.c. le montant normal des amortissements de cette période. Les bicyclettes visées à l'alinéa 1er, 3°, b, sont amorties par annuités fixes dont le nombre ne peut être inférieur à trois. ";
  3° dans l'alinéa 5, les mots " des immobilisations corporelles visées à l'alinéa 1er, 3°, et " sont insérés entre les mots " de revient " et les mots " des véhicules visés " et les mots " ces immobilisations corporelles ou à " sont insérés entre les mots " afférentes à " et les mots " ces véhicules ".
Art. 27. Artikel 66bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 augustus 2001, wordt aangevuld met een derde lid, luidende :
  " In afwijking van het eerste lid worden beroepskosten met betrekking tot de verplaatsing tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling die per fiets wordt gedaan, bij gebrek aan bewijzen, forfaitair bepaald op 0,145 euro per afgelegde kilometer. ".
Art. 27. L'article 66bis du même Code, inséré par la loi du 10 août 2001, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 1er, les frais professionnels afférents aux déplacements entre le domicile et le lieu du travail effectués en bicyclette sont, à défaut de preuves, fixés forfaitairement à 0,145 euro par kilomètre parcouru. ".
Art. 28. In artikel 178, § 2, derde lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk vervangen bij het koninklijk besluit van 13 juli 2001, worden de woorden " artikel 147 " telkens vervangen door de woorden " de artikelen 38, § 1, eerste lid, 14°, a, 66bis, derde lid, en 147 ".
Art. 28. A l'article 178, § 2, alinéa 3, du même Code, remplacé en dernier lieu par l'arrêté royal du 13 juillet 2001, les mots " à l'article 147 " sont chaque fois remplacés par les mots " aux articles 38, § 1er, alinéa 1er, 14°, a, 66bis, alinéa 3, et 147 ".
Art. 29. Hoofdstuk 8 is van toepassing vanaf aanslagjaar 2010, met uitzondering van artikel 26 dat van toepassing is op de kosten die worden gedaan of gedragen vanaf 1 januari 2009.
Art. 29. Le chapitre 8 est applicable à partir de l'exercice d'imposition 2010, à l'exception de l'article 26 qui est applicable aux frais faits ou supportés à partir du 1er janvier 2009.
TITEL 3. - Sociale zaken
TITRE 3. - Affaires sociales
HOOFDSTUK 1. - Welvaartsaanpassingen
CHAPITRE 1er. - Liaisons bien-être
Werkverwijdering zwangere vrouwen
Ecartement des femmes enceintes
Art. 30. [1 Wanneer er met toepassing van artikel 41 van de arbeidswet van 16 maart 1971, een risico is vastgesteld, en wanneer de werkgever één van de maatregelen bedoeld in artikel 42, § 1, van dezelfde wet, heeft genomen, is een tussenkomst van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering voorzien :
   1° voor de zwangere werkneemster die aanvaardt om een aangepaste arbeid uit te oefenen die tot loonverlies leidt en voor de zwangere werkneemster die meerdere activiteiten in loondienst uitoefent en voor wie de schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst of de vrijstelling van arbeid slechts betrekking heeft op één of meerdere maar niet op al die activiteiten;
   2° voor de zwangere werkneemster van wie de uitvoering van de arbeidsovereenkomst is geschorst.
   De zwangere werkneemster bedoeld in het eerste lid, 1°, die aanvaardt om een aangepaste arbeid uit te oefenen die tot loonverlies leidt heeft recht op een moederschapsuitkering waarvan het bedrag wordt vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 219ter, § 1, van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994.
   De zwangere werkneemster bedoeld in het eerste lid, 1°, die meerdere activiteiten in loondienst uitoefent en voor wie de schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst of de vrijstelling van arbeid slechts betrekking heeft op één of meerdere maar niet op al die activiteiten heeft recht op een moederschapsuitkering waarvan het bedrag wordt vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 219ter, § 2, van voornoemd koninklijk besluit van 3 juli 1996.
   De bepalingen van § 3 en § 5 van voornoemd artikel 219ter zijn eveneens van toepassing op de situaties bedoeld in het tweede en derde lid.
   De zwangere werkneemster bedoeld in het eerste lid, 2°, heeft recht op een daguitkering gelijk aan 78,237 pct. van het gemiddeld dagloon, bepaald overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 10 juni 2001 waarin, met toepassing van artikel 39 van de wet van 26 juni 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, het uniform begrip " gemiddeld dagloon " wordt vastgesteld en sommige wettelijke bepalingen in overeenstemming worden gebracht. Deze uitkering wordt toegekend tot de zesde week voorafgaand aan de vermoedelijke bevallingsdatum of tot de achtste week, wanneer de geboorte van een meerling voorzien wordt.]1

  
Art. 30. [1 Lorsqu'un risque a été constaté en application de l'article 41 de la loi du 16 mars 1971 sur le travail, et que l'employeur a pris une des mesures visées à l'article 42, § 1er, de la même loi, une intervention de l'Institut national d'assurance maladie-invalidité est prévue :
   1° pour la travailleuse enceinte qui accepte d'être affectée à un autre travail adapté avec perte de salaire et pour la travailleuse enceinte qui exerce plusieurs activités salariées et dont la suspension de l'exécution du contrat de travail ou la dispense de travail ne concerne qu'une ou plusieurs mais pas toutes ces activités;
   2° pour la travailleuse enceinte dont l'exécution du contrat de travail est suspendue.
   La travailleuse enceinte visée à l'alinéa 1er, 1°, qui accepte d'être affectée à un autre travail adapté avec perte de salaire a droit à une indemnité de maternité dont le montant est déterminé conformément aux dispositions de l'article 219ter, § 1er, de l'arrêté royal du 3 juillet 1996 portant exécution de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994.
   La travailleuse enceinte visée à l'alinéa 1er, 1°, qui exerce plusieurs activités salariées et dont la suspension de l'exécution du contrat de travail ou la dispense de travail ne concerne qu'une ou plusieurs mais pas toutes ces activités a droit à une indemnité de maternité dont le montant est déterminé conformément aux dispositions de l'article 219ter, § 2, de l'arrêté royal du 3 juillet 1996 précité.
   Les dispositions des § 3 et § 5 de l'article 219ter précité sont également d'application dans les situations visées aux alinéas 2 et 3.
   La travailleuse enceinte visée à l'alinéa 1er, 2°, a droit à une indemnité journalière égale à 78,237 p.c. de la rémunération journalière moyenne, déterminée conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 10 juin 2001 établissant la notion uniforme de " rémunération journalière moyenne ", et mettant en concordance certaines dispositions légales, en application de l'article 39 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions et harmonisant certaines dispositions légales. Cette indemnité est allouée jusqu'à la sixième semaine précédant la date présumée de l'accouchement ou la huitième semaine, lorsqu'une naissance multiple est prévue.]1

  
Art. 31. Artikel 6 van de wetten betreffende de preventie van beroepsziekten en de vergoeding van de schade die uit die ziekten voortvloeit, gecoördineerd op 3 juni 1970, wordt als volgt aangevuld :
  " 13° De opvolging en analyse van de werk-verwijdering zwangere werkneemsters te verzekeren wanneer er met toepassing van artikel 41 van de arbeidswet van 16 maart 1971, een risico werd vastgesteld, en wanneer de werkgever één van de maatregelen bedoeld in artikel 42, § 1, van dezelfde wet, heeft genomen. Te dien einde baseert het Fonds zich op de informatiestromen, komende van de verzekeringsinstellingen, enerzijds, en van de werkgevers, anderzijds. De Koning kan nadere regels bepalen voor de uitoefening van deze bevoegdheid. ".
Art. 31. L'article 6 des lois relatives à la prévention des maladies professionnelles et à la réparation des dommages résultant de celles-ci, coordonnées le 3 juin 1970, est complété comme suit :
  " 13° De procéder au suivi et à l'analyse des écartements des travailleuses enceintes lorsqu'un risque a été constaté en application de l'article 41 de la loi sur le travail du 16 mars 1971, et que l'employeur a pris une des mesures visées à l'article 42, § 1er, de la même loi. A cet effet, le Fonds se base sur les flux d'informations communiqués par les organismes assureurs, d'une part, et sur les flux d'informations communiqués par les employeurs, d'autre part. Le Roi peut déterminer des modalités pour l'exécution de cette compétence. ".
Art. 32. In artikel 37, § 2, van dezelfde wetten, wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 32. Dans l'article 37, § 2, des mêmes lois, l'alinéa 2 est supprimé.
Art. 33. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2010. Artikel 30 is van toepassing op gevallen van werkverwijdering die zich voordoen vanaf deze datum.
Art. 33. Le présent chapitre entre en vigueur au 1er janvier 2010. L'article 30 s'applique aux cas d'écartements du travail qui surviennent à partir de cette date.
HOOFDSTUK 2. - Herverdeling van de sociale lasten
CHAPITRE 2. - Redistribution des charges sociales
Art. 34. Artikel 37 van de programmawet van 8 juni 2008 wordt aangevuld met twee leden luidende als volgt :
  " Ze is beperkt tot 182.000,00 euro. Het bedrag van 182.000,00 euro is gekoppeld aan de gezondheidsindex van de maand september 2008 (111,15). Vanaf 1 januari 2010 wordt dit bedrag jaarlijks op 1 januari aangepast volgens de volgende formule : het basisbedrag wordt vermenigvuldigd met de gezondheidsindex van de maand september van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin het nieuwe bedrag van toepassing zal zijn, en gedeeld door de gezondheidsindex van de maand september 2008. Het aldus berekende bedrag wordt op de hogere euro afgerond.
  De Koning kan, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het bedrag 182.000,00 euro aanpassen opdat de door middel van de maatregel nagestreefde doelstelling zou worden bereikt. ".
Art. 34. L'article 37 de la loi-programme du 8 juin 2008 est complété par deux alinéas rédigés comme suit :
  " Elle est limitée à 182.000,00 euros. Le montant de 182.000,00 euros est rattaché à l'indice santé du mois de septembre 2008 (111,15). A partir du 1er janvier 2010, ce montant est adapté le 1er janvier de chaque année conformément à la formule suivante : le montant de base est multiplié par l'indice santé du mois de septembre de l'année précédant celle durant laquelle le nouveau montant sera applicable et divisé par l'indice santé du mois de septembre 2008. Le montant ainsi obtenu est arrondi à l'euro supérieur.
  Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, adapter le montant de 182.000,00 euros afin que l'objectif poursuivi par la mesure soit atteint. ".
Art. 35. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2010.
Art. 35. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er janvier 2010.
HOOFDSTUK 3. - Eenmalige innovatiepremies
CHAPITRE 3. - Primes uniques d'innovation
Art. 36. In artikel 31 van de wet van 3 juli 2005 houdende diverse bepalingen betreffende het sociaal overleg, gewijzigd bij de wet van 17 mei 2007, worden de woorden " 1 januari 2009 " telkens vervangen door de woorden " 1 januari 2011 ".
Art. 36. A l'article 31 de la loi du 3 juillet 2005 portant des dispositions diverses relatives à la concertation sociale, modifié par la loi du 17 mai 2007, les mots " 1er janvier 2009 " sont chaque fois remplacés par les mots " 1er janvier 2011 ".
Art. 37. Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2009.
Art. 37. Le présent chapitre produit ses effets le 1er janvier 2009.
HOOFDSTUK 4. - Minnelijke schuldinvordering
CHAPITRE 4. - Recouvrement amiable de dettes
Art. 38. In artikel 2 van de wet van 20 december 2002 met betrekking tot de minnelijke invordering van schulden van de consument, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° In § 1, 2°, worden de woorden " met uitzondering van de minnelijke invordering van schulden gedaan door een advocaat of een ministerieel ambtenaar of een gerechtelijk mandataris in de uitoefening van zijn beroep of ambt " geschrapt;
  2° § 2 wordt vervangen als volgt :
  " § 2. De artikelen 4, 8 tot 13 en 16 zijn niet van toepassing op de minnelijke invordering van schulden gedaan door een advocaat of een ministerieel ambtenaar of een gerechtelijk mandataris in de uitoefening van zijn beroep of ambt. ".
Art. 38. Dans l'article 2 de la loi du 20 décembre 2002 relative au recouvrement amiable de dettes du consommateur, les modifications suivantes sont apportées :
  1° Dans le paragraphe 1er, 2°, les mots " à l'exception du recouvrement amiable de dettes effectué par un avocat ou un officier ministériel ou un mandataire de justice dans l'exercice de sa profession ou de sa fonction " sont supprimés;
  2° Le § 2 est remplacé comme suit :
  " § 2. Les articles 4, 8 à 13 et 16 ne sont pas applicables au recouvrement amiable de dettes effectué par un avocat ou un officier ministériel ou un mandataire de justice dans l'exercice de sa profession ou de sa fonction. ".
(NOTA : art. 38, 2° vernietigd bij uittreksel uit arrest nr. 99/2010 van 16-09-2010 - rolnummers : 4761, 4778 et 4779, in zoverre het de regeling van de burgerrechtelijke sancties die in artikel 14 van de wet van 20 december 2002 betreffende de minnelijke invordering van schulden van de consument worden beoogd en die een inbreuk op de bepalingen van de artikelen 5, 6 en 7 van die wet bestraffen, van toepassing maakt op de advocaten, de ministeriële ambtenaren of de gerechtelijke mandatarissen in de uitoefening van hun beroep of ambt ; zie B.St. 17-11-2010, p. 71378-71384)
(NOTE : art. 38, 2° annulé par l'Extrait de l'arrêt de la Cour Constitutionnelle n° 99/2010 du 16-09-2010 - n°s du rôle : 4761, 4778 et 4779, en ce qu'il rend applicable aux avocats, aux officiers ministériels ou aux mandataires de justice dans l'exercice de leur profession ou de leur fonction, le régime des sanctions civiles qui sont visées à l'article 14 de la loi du 20 décembre 2002 relative au recouvrement amiable des dettes du consommateur et qui répriment une atteinte aux dispositions des articles 5, 6 et 7 de cette loi ; voir M.B. 17-11-2010, p. 71372-71377)
Art. 39. Artikel 6, § 2, van dezelfde wet wordt aangevuld met een bepaling onder 6°, luidende :
  " 6° ingeval de invordering gebeurt door een advocaat, een ministerieel ambtenaar of een gerechtelijke mandataris wordt volgende tekst in een afzonderlijke alinea toegevoegd, in het vet gedrukt en in een ander lettertype :
  " Deze brief betreft een minnelijke invordering en geen gerechtelijke invordering (dagvaarding voor de rechtbank of beslag). " ".
Art. 39. L'article 6, § 2, de la même loi, est complété par un 6° rédigé comme suit :
  " 6° dans le cas où le recouvrement est effectué par un avocat, un officier ministériel ou un mandataire de justice, le texte suivant figurera dans un alinéa séparé, en caractères gras et dans un autre type de caractère :
  " Cette lettre concerne un recouvrement amiable et non un recouvrement judiciaire (assignation au tribunal ou saisie). " ".
TITEL 4. - Werk
TITRE 4. - Emploi
HOOFDSTUK 1. - Ondernemingen in herstructurering
CHAPITRE 1er. - Entreprises en restructuration
Art. 40. Artikel 31 van de wet van 23 december 2005 betreffende het Generatiepact, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 31. Dit hoofdstuk is van toepassing op de werkgevers in herstructurering en op hun werknemers die worden ontslagen in het kader van de herstructurering.
  Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder " werkgever in herstructurering " verstaan de werkgever die gelijktijdig de volgende voorwaarden vervult :
  1° hij valt onder het toepassingsgebied van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités;
  2° hij gaat over tot de aankondiging van een collectief ontslag.
  Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder " werknemer ontslagen in het kader van de herstructurering " verstaan de werknemer die gelijktijdig de volgende voorwaarden vervult :
  1° hij is op het ogenblik van de aankondiging van het collectief ontslag tewerkgesteld bij de werkgever in herstructurering in de onderneming waarvoor een collectief ontslag werd aangekondigd;
  2° hij wordt ontslagen gedurende de periode van de herstructurering.
  Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt met " ontslag " gelijkgesteld :
  1° het niet verlengen van een arbeidsovereenkomst voor een bepaalde tijd ingevolge de herstructurering;
  2° het feit dat een arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid die een tewerkstelling bij de werkgever in herstructurering als voorwerp heeft, ingevolge de herstructurering niet wordt verlengd.
  Het vorige lid is slechts van toepassing indien de werknemer op het ogenblik van de aankondiging van het collectief ontslag ten minste één jaar ononderbroken dienstanciënniteit bij de werkgever in herstructurering heeft.
  De periode van de herstructurering wordt vastgesteld door de Minister van Werk volgens de modaliteiten bepaald door de Koning, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
  Deze periode vangt aan op het ogenblik van de aankondiging van het collectief ontslag en eindigt maximaal twee jaar na de betekening van het collectief ontslag.
  Voor de toepassing van dit hoofdstuk bepaalt de Koning, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, wat moet worden verstaan onder onderneming, collectief ontslag, aankondiging van het collectief ontslag, betekening van het collectief ontslag en één jaar ononderbroken dienstanciënniteit bij de werkgever in herstructurering. ".
Art. 40. L'article 31 de la loi du 23 décembre 2005 relative au Pacte de solidarité entre les générations, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 31. Ce chapitre est applicable aux employeurs en restructuration et à leurs travailleurs qui sont licenciés dans le cadre de la restructuration.
  Pour l'application du présent chapitre, il faut entendre par " employeur en restructuration ", l'employeur qui répond simultanément aux conditions suivantes :
  1° il relève du champ d'application de la loi du 5 décembre 1968 sur les conventions collectives de travail et les commissions paritaires;
  2° il procède à l'annonce d'un licenciement collectif.
  Pour l'application du présent chapitre, il faut entendre par " travailleur licencié dans le cadre de la restructuration ", le travailleur qui répond simultanément aux conditions suivantes :
  1° il est, au moment de l'annonce du licenciement collectif, occupé auprès de l'employeur en restructuration dans l'entreprise pour laquelle le licenciement collectif a été annoncé;
  2° il est licencié pendant la période de restructuration.
  Pour l'application de ce chapitre, est assimilé à un " licenciement " :
  1° le fait de ne pas prolonger, en raison de la restructuration, un contrat de travail à durée déterminée;
  2° le fait de ne pas prolonger, en raison de la restructuration, un contrat de travail comme travailleur intérimaire qui a pour objet une occupation auprès de l'employeur en restructuration.
  L'alinéa précédent n'est d'application que pour autant que le travailleur ait, au moment de l'annonce du licenciement collectif, au moins une année ininterrompue d'ancienneté de service auprès de l'employeur en restructuration.
  La période de restructuration est fixée par le Ministre de l'Emploi selon les modalités déterminées par le Roi par arrêté délibéré en Conseil des Ministres.
  Cette période débute à la date de l'annonce du licenciement collectif et prend fin au maximum deux années après la date de la notification du licenciement collectif.
  Pour l'application du présent chapitre, le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, ce qu'il faut entendre par entreprise, licenciement collectif, annonce du licenciement collectif, notification du licenciement collectif et une année ininterrompue d'ancienneté de service auprès de l'employeur en restructuration. ".
Art. 41. In artikel 33 van dezelfde wet, worden het eerste en tweede lid vervangen als volgt :
  " De werkgever in herstructurering moet, voor de werknemers ontslagen in het kader van de herstructurering, overgaan tot de oprichting van een tewerkstellingscel, die als taak heeft om deze werknemers maximale kansen op wedertewerkstelling te geven.
  In afwijking van het vorige lid bepaalt de Koning, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, en rekening houdend met het aantal werknemers tewerkgesteld bij de werkgever of met het feit dat het om een specifieke categorie werknemers gaat, welke werkgever in herstructurering kan vrijgesteld worden van de verplichting een tewerkstellingscel op te richten.
  Voor de toepassing van deze afdeling bepaalt de Koning, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de voorwaarden waaraan de tewerkstellingscel moet voldoen opdat de ontslagen werknemers in aanmerking zouden komen voor de inschakelingsvergoeding bedoeld in afdeling 3. ".
Art. 41. Dans l'article 33 de la même loi, les premier et deuxième alinéas sont remplacés par ce qui suit :
  " L'employeur en restructuration doit, pour les travailleurs licenciés dans le cadre de la restructuration, mettre en place une cellule pour l'emploi qui a pour tâche d'offrir à ces travailleurs les chances maximales de remise au travail.
  Par dérogation à l'alinéa précédent, le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, et compte tenu du nombre de travailleurs occupés auprès de l'employeur ou du fait qu'il s'agit d'une catégorie spécifique de travailleurs, quel employeur en restructuration peut être dispensé de l'obligation de mettre en place une cellule pour l'emploi.
  Pour l'application de la présente section, le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, les conditions auxquelles doit répondre la cellule pour l'emploi aux fins que les travailleurs licenciés puissent être pris en considération pour l'indemnité de reclassement visée à la section 3. ".
Art. 42. Artikel 34 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Art. 34. De werknemers die ontslagen worden in het kader van de herstructurering, moeten bij deze tewerkstellingscel ingeschreven zijn conform de procedure en volgens de modaliteiten bepaald door de Koning, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
  Deze werknemers moeten, tijdens de periode van inschrijving bij de tewerkstellingscel, eveneens ingeschreven zijn als werkzoekende bij de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling.
  In afwijking van de vorige leden kan de Koning, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, en rekening houdend met hun leeftijd, beroepsverleden of de aard van hun arbeidsovereenkomst, bepalen welke werknemers niet moeten, maar kunnen ingeschreven zijn bij de tewerkstellingscel en als werkzoekende. ".
Art. 42. L'article 34 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 34. Les travailleurs qui sont licenciés dans le cadre de la restructuration doivent être inscrits auprès de la cellule pour l'emploi conformément à la procédure et selon les modalités déterminées par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres.
  Ces travailleurs doivent, durant la période d'inscription auprès de la cellule pour l'emploi, être également inscrits comme demandeur d'emploi auprès du service régional de l'emploi compétent.
  Par dérogation aux alinéas précédents, le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, et compte tenu de leur âge, de leur passé professionnel ou de la nature de leur contrat de travail, déterminer quels sont les travailleurs qui ne sont pas tenus mais ont la faculté d'être inscrits auprès de la cellule pour l'emploi et comme demandeur d'emploi. ".
Art. 43. In artikel 36 van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
  " De werkgever in herstructurering is gehouden aan elke in het kader van de herstructurering ontslagen werknemer die ingeschreven is bij de tewerkstellingscel en die, op het ogenblik van de aankondiging van het collectief ontslag, ten minste één jaar ononderbroken dienstanciënniteit bij de werkgever in herstructurering heeft, een inschakelingsvergoeding te betalen.
  Deze inschakelingsvergoeding wordt betaald gedurende een periode van :
  1° zes maanden indien de ontslagen werknemer op het ogenblik van de aankondiging van het collectief ontslag minstens 45 jaar is;
  2° drie maanden indien de ontslagen werknemer op het ogenblik van de aankondiging van het collectief ontslag minder dan 45 jaar is.
  Deze inschakelingsvergoeding is gelijk aan het lopend loon en de voordelen verworven krachtens de overeenkomst, zoals bedoeld in artikel 39 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.
  De vorige leden zijn niet van toepassing indien het een werknemer betreft bedoeld in artikel 31, vierde lid. ";
  2° in het tweede lid, dat het vijfde lid wordt, worden de woorden " het vorige lid " vervangen door de woorden " de vorige leden ";
  3° het derde lid wordt opgeheven.
Art. 43. A l'article 36 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 1er est modifié comme suit :
  " L'employeur en restructuration est tenu, pour chaque travailleur licencié dans le cadre de la restructuration, qui est inscrit dans la cellule pour l'emploi et qui, à la date de l'annonce du licenciement collectif, a au moins un an ininterrompu d'ancienneté de service auprès de l'employeur en restructuration, de payer une indemnité de reclassement.
  Cette indemnité de reclassement est payée durant une période de :
  1° six mois si le travailleur licencié a, à la date de l'annonce du licenciement collectif, au moins atteint l'âge de 45 ans;
  2° trois mois si le travailleur licencié n'a pas, à la date de l'annonce du licenciement collectif, au moins atteint l'âge de 45 ans.
  Cette indemnité de reclassement équivaut au salaire en cours et aux avantages acquis en vertu du contrat, tels que prévus dans l'article 39 de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail.
  Les alinéas précédents ne s'appliquent pas lorsqu'il s'agit d'un travailleur visé à l'article 31, alinéa 4. ";
  2° dans l'alinéa 2, qui devient l'alinéa 5, les mots " l'alinéa précédent " sont remplacés par les mots " les alinéas précédents ";
  3° l'alinéa 3 est abrogé.
Art. 44. In artikel 37 van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt :
  " § 1. In afwijking van de voormelde wet van 3 juli 1978, en voor zover de werknemer bedoeld in artikel 36, tweede lid, 1°, recht heeft op een opzeggingstermijn van zes maanden of minder, moet de werkgever de arbeidsovereenkomst beëindigen door middel van de uitbetaling van de inschakelingsvergoeding gedurende zes maanden, overeenkomstig artikel 36, tweede lid, 1°.
  In afwijking van de voormelde wet van 3 juli 1978, en voor zover de werknemer bedoeld in artikel 36, tweede lid, 2°, recht heeft op een opzeggingstermijn van drie maanden of minder, moet de werkgever de arbeidsovereenkomst beëindigen door middel van de uitbetaling van de inschakelingsvergoeding gedurende drie maanden, overeenkomstig artikel 36, tweede lid, 2°.
  In afwijking van de voormelde wet van 3 juli 1978, en voor zover de werknemer op het ogenblik van de aankondiging van het collectief ontslag minder dan één jaar ononderbroken dienstanciënniteit bij de werkgever in herstructurering heeft, moet de werkgever de arbeidsovereenkomst beëindigen door middel van de uitbetaling van de opzeggingsvergoeding vastgesteld met toepassing van de voormelde wet van 3 juli 1978. ".
  2° paragraaf 2, eerste lid, wordt vervangen als volgt :
  " In afwijking van de voormelde wet van 3 juli 1978, en voor zover de werknemer bedoeld in artikel 36, tweede lid, 1°, recht heeft op een opzeggingstermijn van meer dan zes maanden, moet de arbeidsovereenkomst ten laatste beëindigd worden de laatste dag van de zevende maand voorafgaand aan het einde van de opzeggingstermijn. Aan die werknemer is een opzeggingsvergoeding verschuldigd die overeenkomt met de op dat ogenblik nog te lopen opzeggingstermijn.
  In afwijking van de voormelde wet van 3 juli 1978, en voor zover de werknemer bedoeld in artikel 36, tweede lid, 2°, recht heeft op een opzeggingstermijn van meer dan drie maanden, moet de arbeidsovereenkomst ten laatste beëindigd worden de laatste dag van de vierde maand voorafgaand aan het einde van de opzeggingstermijn. Aan die werknemer is een opzeggingsvergoeding verschuldigd die overeenkomt met de op dat ogenblik nog te lopen opzeggingstermijn. ".
Art. 44. A l'article 37 de la même loi, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Par dérogation à la loi précitée du 3 juillet 1978, dans le cas où le travailleur visé à l'article 36, alinéa 2, 1°, a droit à un préavis d'une durée égale ou inférieure à six mois, l'employeur doit mettre fin au contrat de travail moyennant le paiement d'une indemnité de reclassement, équivalente à une durée de six mois, conformément à l'article 36, alinéa 2, 1°.
  Par dérogation à la loi précitée du 3 juillet 1978, dans le cas où le travailleur visé à l'article 36, alinéa 2, 2°, a droit à un préavis d'une durée égale ou inférieure à trois mois, l'employeur doit mettre fin au contrat de travail moyennant le paiement d'une indemnité de reclassement, équivalente à une durée de trois mois, conformément à l'article 36, alinéa 2, 2°.
  Par dérogation à la loi précitée du 3 juillet 1978 et pour autant que le travailleur, au moment de l'annonce du licenciement collectif, ait moins d'une année d'ancienneté de service auprès de l'employeur en restructuration, l'employeur est tenu de mettre fin au contrat de travail moyennant le paiement d'une indemnité de congé fixée conformément à la loi précitée du 3 juillet 1978. ".
  2° Le paragraphe 2, alinéa 1er, est remplacé par ce qui suit :
  " Par dérogation à la loi précitée du 3 juillet 1978, dans le cas où le travailleur visé à l'article 36, alinéa 2, 1°, a droit à un préavis d'une durée supérieure à six mois, il est mis fin au contrat de travail au plus tard le dernier jour du septième mois qui précède la fin du délai de préavis. Une indemnité de congé correspondante à la partie du délai de ce préavis restant à courir, est due à ce travailleur.
  Par dérogation à la loi précitée du 3 juillet 1978, dans le cas où le travailleur visé à l'article 36, alinéa 2, 2°, a droit à un préavis d'une durée supérieure à trois mois, il est mis fin au contrat de travail au plus tard le dernier jour du quatrième mois qui précède la fin du délai de préavis. Une indemnité de congé correspondante à la partie du délai de ce préavis restant à courir, est due à ce travailleur. ".
Art. 45. In titel 4, hoofdstuk 5 van dezelfde wet, wordt een afdeling 3/1 ingevoegd, luidende " Afdeling 3/1. - Toezicht ".
Art. 45. Dans le titre 4, chapitre 5 de la même loi, une section 3/1 est insérée, intitulée " Section 3/1. - Surveillance ".
Art. 46. In afdeling 3/1, van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 45, wordt een artikel 38/1 ingevoegd, luidende :
  " Art. 38/1. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, houden de door de Koning aangewezen ambtenaren toezicht op de naleving van de bepalingen van dit hoofdstuk.
  Deze ambtenaren oefenen dit toezicht uit overeenkomstig de bepalingen van de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie. ".
Art. 46. Dans la section 3/1 de la même loi, insérée par l'article 45, est inséré un article 38/1, rédigé comme suit :
  " Art. 38/1. Sans préjudice des attributions des officiers de police judiciaire, les fonctionnaires désignés par le Roi surveillent le respect des dispositions de ce chapitre.
  Ces fonctionnaires exercent cette surveillance conformément aux dispositions de la loi du 16 novembre 1972 concernant l'inspection du travail. ".
Art. 47. De artikelen 40 tot 46 treden in werking de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. De artikelen 40 tot 46 zijn van toepassing op alle collectieve ontslagen die vanaf deze datum zijn aangekondigd.
Art. 47. Les articles 40 à 46 entrent en vigueur le jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge. Les articles 40 à 46 sont d'application aux licenciements collectifs qui sont annoncés à partir de cette date.
HOOFDSTUK 2. - Sociale Maribel
CHAPITRE 2. - Maribel social
Art. 48. Artikel 35 van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, wordt aangevuld met een paragraaf 6, luidende :
  " § 6. A. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, onder de voorwaarden die hij bepaalt, aan de fondsen bedoeld in § 5, C, 1°, een gedeelte toekennen van het niet door te storten gedeelte van de bedrijfsvoorheffing bedoeld in het vierde lid van artikel 275/7 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
  B. De bepalingen van titel VII van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 zijn van toepassing op het deel van de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing, bedoeld in het vierde lid van artikel 275/7, toegewezen aan de financiering van het Sociale Maribelfonds.
  C. In afwijking van punt E. van § 5, wordt het bedrag van het niet doorgestort gedeelte van de bedrijfsvoorheffing dat op 31 december op de rekening van elk fonds staat, met inbegrip van de interesten, verminderd met het bedrag van het niet doorgestort gedeelte van de bedrijfsvoorheffing ontvangen in het lopende jaar, jaarlijks ter beschikking gesteld van het globaal beheer van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.
  Dit bedrag wordt ingehouden van de opbrengst van de forfaitaire bijdragevermindering die ter beschikking wordt gesteld van elk sectoraal fonds voor het tweede jaar dat volgt op het jaar waarop dit bedrag betrekking heeft.
  D. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, houden de door de Koning aangewezen ambtenaren toezicht op de naleving van deze paragraaf en de uitvoeringsbesluiten ervan.
  Deze ambtenaren oefenen dit toezicht uit overeenkomstig de bepalingen van de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie.
  E. De koning bepaalt de bijkomende voorwaarden en nadere regelen voor de toepassing van deze paragraaf. ".
Art. 48. L'article 35 de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés, est complété par le paragraphe 6, rédigé comme suit :
  " § 6. A. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, aux conditions qu'Il détermine, affecter aux fonds visés au § 5, C, 1°, une partie de la dispense de versement de précompte professionnel visée à l'alinéa 4 de l'article 275/7 du Code des impôts sur les revenus 1992.
  B. Les dispositions du titre VII du Code des impôts sur les revenus 1992 sont applicables à la partie de la dispense de versement de précompte professionnel visée à l'alinéa 4 de l'article 275/7, affectée au financement des fonds du Maribel social.
  C. Par dérogation au point E. du § 5, le montant provenant des dispenses de versement de précompte professionnel qui se trouve au 31 décembre sur le compte de chacun de ces fonds, y compris les intérêts, diminué du montant des dispenses de versement de précompte professionnel perçu au cours de l'année en cours est mis, annuellement, à la disposition de la gestion globale de l'Office national de Sécurité sociale.
  Ce montant est déduit du produit de la réduction forfaitaire qui est mis à la disposition de chaque Fonds sectoriel pour la deuxième année qui suit l'année à laquelle se rapporte ce montant.
  D. Sans préjudice des attributions des officiers de police judiciaire, les fonctionnaires désignés par le Roi surveillent le respect du présent paragraphe et de ses arrêtés d'exécution.
  Ces fonctionnaires exercent cette surveillance conformément aux dispositions de la loi du 16 novembre 1972 concernant l'inspection du travail.
  E. Le Roi détermine les conditions et modalités complémentaires pour l'application du présent paragraphe. ".
HOOFDSTUK 3. - Uitvoering van de IPA 2009-2010
CHAPITRE 3. - Exécution de l'AIP 2009-2010
Afdeling 1. - Arbeidsongevallen
Section 1re. - Accidents du travail
Onderafdeling 1. - Vrije reserves
Sous-section 1re. - Réserves libres
Art. 49. Artikel 59sexies, eerste lid, van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, ingevoegd bij de wet van 6 juli 1989, wordt aangevuld als volgt :
  " Voor de jaren 2009 tot en met 2011 bepaalt de Koning het gedeelte van de opbrengst van de reserve zonder bepaalde aanwending dat wordt overgedragen aan de RSZ-Globaal/Beheer, alsmede de regels van deze overdracht. ".
Art. 49. L'article 59sexies, alinéa 1er, de la loi du 10 avril 1971 sur les accidents du travail, inséré par la loi du 6 juillet 1989, est complété comme suit :
  " Pour les années 2009 à 2011 inclus, le Roi fixe la partie du produit de la réserve sans affectation spéciale qui sera transférée à l'ONSS-Gestion globale, de même que les modalités de ce transfert. ".
Onderafdeling 2. - Verhoging van de plafondsuitkeringen
Sous-section 2. - Augmentation du plafond des allocations
Art. 50. Artikel 39, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 9 juli 2004 en 27 december 2006, wordt aangevuld als volgt :
  " 4° met ingang van 1 januari 2009 : 36 809,73 euro. ".
Art. 50. L'article 39, alinéa 1er, de la même loi, modifié par les lois du 9 juillet 2004 et 27 décembre 2006, est complété comme suit :
  " 4° à partir du 1er janvier 2009 : 36 809,73 euros. ".
Art. 51. Artikel 50 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2009.
Art. 51. L'article 50 produit ses effets le 1er janvier 2009.
Afdeling 2. - Wijziging van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers
Section 2. - Modification de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs
Art. 52. In artikel 15 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, gewijzigd bij de wet van 3 juni 2007 en bij het koninklijk besluit van 1 maart 1971, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende :
  " De Koning kan bepalen dat de afrekening bepaalde gegevens moet bevatten, en op welke wijze deze gegevens in rubrieken moeten worden onderverdeeld. ";
  2° in het laatste lid worden de woorden " tweede lid " vervangen door de woorden " derde lid ".
Art. 52. Dans l'article 15 de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs, modifié par la loi du 3 juin 2007 et par l'arrêté royal du 1er mars 1971, sont apportées les modifications suivantes :
  1° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
  " Le Roi peut déterminer les données que le décompte doit contenir, et la manière de subdiviser ces données en différentes rubriques. ";
  2° dans le dernier alinéa, les mots " alinéa 2 " sont remplacés par les mots " alinéa 3 ".
Afdeling 3. - Vereenvoudiging van de banenplannen
Section 3. - Simplification des plans d'embauche
Art. 53. Artikel 330 van de programmawet (I) van 24 december 2002, wordt aangevuld met het volgend lid :
  " De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het toepassingsgebied van de categorie 3 uitbreiden met andere werkgevers die door de overheid erkend en gesubsidieerd zijn en die een sociale doelstelling hebben. ".
Art. 53. L'article 330 de la loi programme (I) du 24 décembre 2002, est complété par l'alinéa suivant :
  " Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, étendre le champ d'application de la catégorie 3 à d'autres employeurs agréés et subsidiés par les pouvoirs publics et présentant un but social. ".
Art. 54. In artikel 331, zesde lid, van de programmawet (I) van 24 december 2002, worden de woorden " loongrens S0 " vervangen door de woorden " loongrenzen S0 en S1 " en worden de woorden " 1, 2 en " gevoegd tussen de woorden " voor categorie " en " 3 ".
Art. 54. A l'article 331, alinéa 6, de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002, les mots " le plafond salarial S0 " sont remplacés par les mots " les plafonds salariaux S0 et S1 " et les mots " la catégorie 3 " sont remplacés par les mots " les catégories 1, 2 et 3 séparément ".
Art. 55. Artikel 32, § 2, van de wet van 24 december 1999 ter bevordering van de werkgelegenheid, gewijzigd bij de wetten van 22 december 2003 en 9 juli 2004, wordt aangevuld met een lid, luidende :
  " De Koning kan, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de startbaankaart vervangen door een ander attesteringsmiddel en de afleveringsmodaliteiten alsook de geldigheidsduur van de startbaankaart aanpassen. ".
Art. 55. L'article 32, § 2, de la loi du 24 décembre 1999 en vue de la promotion de l'emploi, modifié par les lois du 22 décembre 2003 et 9 juillet 2004, est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
  " Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, remplacer la carte premier emploi par un autre moyen d'attestation et modifier les modalités de délivrance ainsi que la durée de validité de la carte premier emploi. ".
Art. 56. Artikel 22 van de wet van 3 juli 2005 houdende diverse bepalingen betreffende het sociaal overleg, gewijzigd bij de wet van 23 december 2005, wordt opgeheven.
Art. 56. L'article 22 de la loi du 3 juillet 2005 portant des dispositions diverses relatives à la concertation sociale, modifié par la loi du 23 décembre 2005, est abrogé.
Afdeling 4. - Halftijds brugpensioen
Section 4. - Prépension à mi-temps
Art. 57. In artikel 112, eerste lid, van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen, gewijzigd bij de wetten van 10 augustus 2001, 1 april 2003, 3 juli 2005 en 17 mei 2007, worden de woorden " voor de periode van 1 januari 2007 tot 31 december 2008 " vervangen door de woorden " voor de periode van 1 januari 2009 tot 31 december 2010 ".
Art. 57. A l'article 112, alinéa 1er, de la loi du 26 mars 1999 relative au plan d'action belge pour l'emploi 1998 et portant des dispositions diverses, modifié par les lois des 10 août 2001, 1er avril 2003, 3 juillet 2005 et 17 mai 2007, les mots " pour la période du 1er janvier 2007 au 31 décembre 2008 " sont remplacés par les mots " pour la période du 1er janvier 2009 au 31 décembre 2010 ".
Art. 58. § 1. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 27 januari 1997 houdende maatregelen met betrekking tot het halftijds brugpensioen, met toepassing van artikel 7, § 2, van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen, gewijzigd bij de wetten van 26 maart 1999, 10 augustus 2001, 1 april 2003, 3 juli 2005 en 17 mei 2007, worden de woorden " voor de periode van 1 januari 2007 tot 31 december 2008 " vervangen door de woorden " voor de periode van 1 januari 2009 tot 31 december 2010 ".
  § 2. In artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de wetten van 10 augustus 2001, 1 april 2003, 3 juli 2005 en 17 mei 2007, worden de woorden " 30 juni 2006 " vervangen door de woorden " 30 juni 2008 ".
  § 3. In artikel 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de wetten van 10 augustus 2001, 1 april 2003, 3 juli 2005 en 17 mei 2007, worden de woorden " 31 december 2008 " vervangen door de woorden " 31 december 2010 ".
Art. 58. § 1er. A l'article 1er de l'arrêté royal du 27 janvier 1997 portant des mesures relatives à la prépension à mi-temps, en application de l'article 7, § 2, de la loi du 26 juillet 1996 relative à la promotion de l'emploi et à la sauvegarde préventive de la compétitivité, modifié par les lois des 26 mars 1999, 10 août 2001, 1er avril 2003, 3 juillet 2005 et 17 mai 2007, les mots " pour la période du 1er janvier 2007 au 31 décembre 2008 " sont remplacés par les mots " pour la période du 1er janvier 2009 au 31 décembre 2010 ".
  § 2. A l'article 4 du même arrêté, modifié par les lois des 10 août 2001, 1er avril 2003, 3 juillet 2005 et 17 mai 2007, les mots " 30 juin 2006 " sont remplacés par les mots " 30 juin 2008 ".
  § 3. A l'article 5 du même arrêté, modifié par les lois des 10 août 2001, 1er avril 2003, 3 juillet 2005 et 17 mai 2007, les mots " 31 décembre 2008 " sont remplacés par les mots " 31 décembre 2010 ".
TITEL 5. - Energie
TITRE 5. - Energie
ENIG HOOFDSTUK. Toekenning van een korting op de elektriciteitsfactuur
CHAPITRE UNIQUE. Attribution d'une réduction sur la facture d'électricité
Art. 59. De definities vervat in artikel 2 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, zijn van toepassing op dit hoofdstuk.
  Verder wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk verstaan onder :
  1° " residentiële klanten " : klanten waarvan de leveranciers niet over een ondernemingsnummer beschikken, of de klanten waarvan het professionele verbruik minder dan 50 % van het totaal verbruik bedraagt, of de klanten waarvan het verbruik niet hoofdzakelijk uit professioneel verbruik bestaat;
  2° " rechthebbende " : de residentiële klant die klant is van een leverancier op 15 april 2009;
  3° " FOD Economie " : de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie;
  4° " MOZA " : Move out zonder afspraak, de residentiële klant die een toegangspunt verlaat zonder dit te laten afsluiten en wanneer de opvolger de nodige stappen niet onderneemt om zijn verhuistoestand op dit toegangspunt te regelen of er is geen opvolger.
Art. 59. Les définitions contenues à l'article 2 de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité s'appliquent au présent chapitre.
  Pour l'application du présent chapitre, il y a lieu d'entendre par :
  1° " clients résidentiels " : les clients dont les fournisseurs ne disposent pas d'un numéro d'entreprise, ou les clients dont la consommation professionnelle est inférieure à 50 % de la consommation totale, ou les clients dont la consommation n'est pas principalement destinée à un usage professionnel;
  2° " ayant droit " : le client résidentiel qui est client chez un fournisseur au 15 avril 2009;
  3° " SPF Economie " : le Service public fédéral Economie, PME, Classes moyennes et Energie;
  4° " MOZA " : Move out zonder afspraak, le client résidentiel qui quitte un point d'accès sans faire clôturer celui-ci et lorsque le successeur n'entreprend pas les démarches nécessaires pour régler sa situation de déménagement à ce point d'accès ou s'il n'y pas de successeur.
Art. 60. Voor alle leveringen van elektriciteit aan residentiële klanten, klant van een leverancier op 15 april 2009, wordt een éénmalige forfaitaire toelage van 30 euro toegekend als tussenkomst in de betaling van de levering.
  Deze toelage is niet van toepassing in geval van MOZA noch voor de personen die verblijven in een woongelegenheid waar de inwoners verblijfkosten betalen of waarvoor werkingskosten worden toegekend.
Art. 60. Pour toutes les fournitures d'électricité aux clients résidentiels, client d'un fournisseur au 15 avril 2009, il est octroyé une allocation forfaitaire unique de 30 euros en tant qu'intervention dans le paiement de la fourniture.
  Cette allocation n'est pas d'application dans le cas de MOZA, ni pour les personnes vivant dans un logement où les personnes paient des frais de séjour ou qui bénéficient de subventions de fonctionnement.
Art. 61. § 1. Het bedrag van de forfaitaire toelage wordt toegekend aan de rechthebbende door de leverancier in de vorm van een tussenkomst in de betaling van de levering of voor de budgetmeterklanten in de vorm van een bijkomend bedrag van 30 euro bij de eerstvolgende oplaadbeurt.
  § 2. Het bedrag van de forfaitaire toelage wordt toegekend aan de rechthebbende via een elektriciteitsfactuur of een creditnota. De betaling van de toelage die in het kader van deze wet gebeurt, valt buiten de uitvoeringsbepalingen van de BTW-regelgeving. In geen geval kan BTW geheven of gerecupereerd worden op de forfaitaire toelage.
  § 3. In afwijking van §§ 1 en 2, en artikel 62, wordt voor de rechthebbende die een budgetmeter hebben en die rechtstreeks klant zijn bij een commerciële leverancier de budgetmeter ter waarde van 30 euro bijkomend opgeladen, wat zal gebeuren door de bevoegde distributienetbeheerder bij de eerstvolgende oplaadbeurt vanaf 16 april 2009 tot en met 16 oktober 2009.
  De rechthebbenden die een budgetmeter hebben en beleverd worden door een sociale leverancier krijgen van deze leverancier ofwel een waardebon die hen het recht geeft op een bijkomende oplading ter waarde van 30 euro bij de eerstvolgende oplaadbeurt, ofwel een automatische herlading van hun budgetmeterkaart door de distributienetbeheerder ter waarde van 30 euro.
Art. 61. § 1er. Le montant de l'allocation forfaitaire est attribué à l'ayant droit par le fournisseur via une intervention dans le paiement de la livraison ou pour les clients compteur à budget via un chargement additionnel de 30 euros lors de la première recharge.
  § 2. Le montant de l'allocation forfaitaire est accordé à l'ayant droit via une facture d'électricité ou une note de crédit. Le paiement de l'allocation réalisée dans le cadre de la présente loi ne relève pas des dispositions d'exécution de la réglementation TVA En aucun cas la TVA ne pourra être perçue ou récupérée sur l'allocation forfaitaire.
  § 3. Par dérogation aux §§ 1er et 2, et l'article 62, pour les ayants droit à compteur à budget et qui sont directement clients auprès d'un fournisseur commercial, l'allocation forfaitaire sera octroyée via un chargement additionnel de 30 euros, lequel sera effectué par le gestionnaire de réseau de distribution compétent lors du prochain rechargement réalisé à partir du 16 avril 2009 jusqu'au 16 octobre 2009 inclus.
  Les ayants droit à compteur à budget et qui sont fournis par un fournisseur social, obtiennent de ce fournisseur soit un bon ouvrant droit à un rechargement additionnel d'une valeur de 30 euros à valoir lors du prochain rechargement, soit un rechargement automatique réalisé par leur gestionnaire de réseau de distribution d'un montant de 30 euros de leur carte de compteur à budget.
Art. 62. De toekenning van de forfaitaire toelage door de leverancier volgens bovenvernoemde procedures moet gebeuren uiterlijk op 16 juli 2009.
Art. 62. L'attribution de l'allocation forfaitaire par le fournisseur selon les procédures susvisées doit s'effectuer au plus tard le 16 juillet 2009.
Art. 63. Niettegenstaande de automatische toekenning van de forfaitaire toelage kan de rechthebbende, aan wie geen toelage zou toegekend zijn op datum van 17 juli 2009, daartoe een schriftelijke of elektronische aanvraag indienen bij zijn leverancier, voor zover die aanvraag wordt ontvangen vóór 15 september 2009.
Art. 63. Nonobstant l'attribution automatique de l'allocation forfaitaire, l'ayant droit auquel aucune allocation n'aurait été accordée en date du 17 juillet 2009 pourra introduire une demande écrite ou électronique à cet effet auprès de son fournisseur, si cette demande est reçue avant le 15 septembre 2009.
Art. 64. Deze toegestane vermindering wordt vervolgens door de Staat als een element van de prijs van de levering van elektriciteit aan de leverancier betaald.
  [1 De elektriciteitsleveranciers en de distributienetbeheerders hebben recht op terugbetaling van de kosten die door de toepassing van dit hoofdstuk worden gemaakt.]1
  
Art. 64. Cette réduction octroyée est payée ensuite par l'Etat en tant qu'élément du prix de la livraison d'électricité au fournisseur.
  [1 Les fournisseurs d'électricité et les gestionnaires de réseau de distribution ont droit au remboursement des frais, faits lors de l'application du présent chapitre.]1
  
Art. 65. De toelage, bedoeld bij dit hoofdstuk is niet vatbaar voor overdracht, noch beslag. Zij wordt toegekend aan de rechthebbende, niettegenstaande elke toestand van samenloop of procedure van insolvabiliteit.
Art. 65. L'allocation visée par le présent chapitre n'est susceptible ni de cession ni de saisie. Elle est accordée à l'ayant droit nonobstant toute situation de concours ou de procédure d'insolvabilité.
Art. 66. De leveranciers en, desgevallend, de distributienetbeheerders, kunnen tweewekelijks een aanvraag tot terugbetaling bij de FOD Economie indienen, op basis van de toegekende of ter beschikking gestelde toelagen gedurende een periode van vijftien dagen.
Art. 66. Les fournisseurs et, le cas échéant, les gestionnaires de réseau de distribution, peuvent introduire toutes les deux semaines, une demande de remboursement auprès du SPF Economie, sur la base des allocations octroyées ou mises à disposition pendant une période de quinze jours.
Art. 67. De beslissing met betrekking tot de aanvraag tot terugbetaling wordt genomen door de leidinggevende ambtenaar van de FOD Economie of door de door hem daartoe aangeduide ambtenaar, onverminderd de bepalingen van aritkel 30bis van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt.
  De aanvrager heeft tot 31 oktober 2009 om een nieuwe aanvraag in te dienen.
Art. 67. La décision relative à la demande de remboursement est prise par le fonctionnaire dirigeant du SPF Economie ou par le fonctionnaire désigné par lui à cet effet, sans préjudice des dispositions de l'article 30bis de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité.
  Le demandeur a jusqu'au 31 octobre 2009 pour introduire une nouvelle demande.
Art. 68. De terugbetaling door de Staat dient te gebeuren binnen 10 werkdagen volgend op de ontvangst van de aanvraag tot terugbetaling bedoeld in artikel 66, ingediend door de leveranciers en, desgevallend, de distributienetbeheerders en voor de eerste keer vanaf 1 juni 2009.
Art. 68. Le remboursement par l'Etat doit se faire endéans les dix jours ouvrables qui suivent la réception de la demande de remboursement visée à l'article 66, introduite par les fournisseurs et, le cas échéant, les gestionnaires de réseau de distribution, et pour la première fois à partir du 1er juin 2009.
Art. 69. De Koning bepaalt, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de toepassingsmodaliteiten van dit hoofdstuk.
  Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Gegeven te Brussel, 27 maart 2009.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Eerste Minister,
  H. VAN ROMPUY
  De Minister van Financiën,
  D. REYNDERS
  De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
  Mevr. L. ONKELINX
  De Minister van Werk,
  Mevr. J. MILQUET
  De Minister van Maatschappelijke Integratie, Pensioenen en Grote Steden,
  Mevr. M. ARENA
  De Minister van Klimaat en Energie,
  P. MAGNETTE
  De Staatssecretaris voor Armoedebestrijding,
  J.-M. DELIZEE
  Met 's Lands zegel gezegeld :
  De Minister van Justitie,
  S. DE CLERCK
Art. 69. Le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, les modalités d'application du présent chapitre.
  Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soi revêtue du sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
  Donné à Bruxelles, le 27 mars 2009.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Premier Ministre,
  H. VAN ROMPUY
  Le Ministre des Finances,
  D. REYNDERS
  La Ministre des Affaires sociales et de la Santé publique,
  Mme L. ONKELINX
  La Ministre de l'Emploi,
  Mme J. MILQUET
  La Ministre de l'Intégration sociale, des Pensions
  et des Grandes Villes,
  Mme M. ARENA
  Le Ministre du Climat et de l'Energie,
  P. MAGNETTE
  Le Secrétaire d'Etat à la Lutte contre la Pauvreté,
  J.-M. DELIZEE
  Scellé du sceau de l'Etat :
  Le Ministre de la Justice,
  S. DE CLERCK