Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
30 OKTOBER 2009. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 houdende organisatie van het deeltijds kunstonderwijs, studierichting " Beeldende kunst ", het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 houdende organisatie van het deeltijds kunstonderwijs, studierichtingen " Muziek ", " Woordkunst " en " Dans " en het besluit van de Vlaamse Regering van 31 maart 2006 betreffende tijdelijke projecten inzake kunstinitiatie voor kansarme en/of allochtone minderjarigen en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 september 2002 betreffende tijdelijke projecten inzake kunstinitiatie voor kansarme en/of allochtone minderjarigen
Titre
30 OCTOBRE 2009. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 portant organisation de l'enseignement artistique à temps partiel, orientation "Arts plastiques", l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 portant organisation de l'enseignement artistique à temps partiel, orientations "Musique", "Arts de la parole" et "Danse" et l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 mars 2006 relatif aux projets temporaires d'initiation aux arts en faveur de mineurs défavorisés et/ou allochtones et abrogeant l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 septembre 2002 relatif aux projets temporaires d'initiation aux arts en faveur de mineurs défavorisés et/ou allochtones
Documentinformatie
Numac: 2009036224
Datum: 2009-10-30
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2009036224
Date: 2009-10-30
Moniteur: Voir
Tekst (55)
Texte (55)
HOOFDSTUK I. - Beeldende Kunst
CHAPITRE Ier. - Arts plastiques
Artikel 1. In artikel 2, § 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 houdende organisatie van het deeltijds kunstonderwijs, studierichting " Beeldende kunst ", gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2001, wordt punt 8° vervangen door wat volgt :
" 8° financierbare leerling : de leerling die voldoet aan de volgende voorwaarden :
- regelmatige leerling zijn in een optie of in een tijdelijk project, dat goedgekeurd is door de Vlaamse Regering, en decretaal bekrachtigd;
- het vereiste inschrijvingsgeld hebben betaald voor de gevolgde studierichting;
- ten hoogste in één leerjaar in dezelfde optie van dezelfde graad van dezelfde studierichting hebben overgezeten;
- op 1 februari ten minste twee derde van de lessen hebben bijgewoond van het leerjaar waarvoor hij zich in dat schooljaar heeft ingeschreven; gewettigde afwezigheid wordt hierbij beschouwd als de lessen hebben bijgewoond. "
Article 1er. Dans l'article 2, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 portant organisation de l'enseignement artistique à temps partiel, orientation "Arts plastiques", modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2001, le point 8° est remplacé par ce qui suit :
" 8° élève admissible au financement : l'élève qui remplit les conditions suivantes :
- être un élève régulier dans une option ou un projet temporaire, qui est approuvé par le Gouvernement flamand et sanctionné par décret;
- avoir payé le droit d'inscription exigé pour l'orientation suivie;
- avoir doublé au maximum une année d'études dans la même option du même degré de la même orientation;
- avoir assisté au 1er février à au moins deux tiers des cours de l'année d'études pour laquelle il s'est inscrit dans cette année scolaire; une absence justifiée est assimilée à une fréquentation des cours. "
Art. 2. In artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt 1° wordt het woord " animatie " vervangen door het woord " animatiefilm ";
2° in punt 2° wordt aan de opsomming een punt toegevoegd, dat luidt als volgt :
" - animatiefilm ";
3° in punt 3° worden aan de opsomming de volgende punten toegevoegd :
" - animatiefilm,
- digitale beeldende kunst,
- interactieve media,
- kunstexploratie,
- theatervormgeving. ";
4° in punt 4° worden aan de opsomming de volgende punten toegevoegd :
" - animatiefilm,
- interactieve media,
- theatervormgeving. ".
Art. 2. A l'article 4 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2001, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le point 1°, le mot "animation" est remplacé par le mot "film d'animation ";
2° l'énumération au point 2° est complétée par un point ainsi rédigé :
" - film d'animation ";
3° au point 3°, l'énumération est complétée par les points suivants :
" - film d'animation,
- arts plastiques numériques,
- médias interactifs,
- exploration artistique,
- esthétique du théâtre. ";
4° au point 4°, l'énumération est complétée par les points suivants :
" - film d'animation,
- médias interactifs,
- esthétique du théâtre. ".
Art. 3. In artikel 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt 1° wordt het woord " animatie " vervangen door het woord " animatiefilm ";
2° in punt 2° wordt aan de opsomming een punt toegevoegd, dat luidt als volgt :
" - animatiefilm. ";
3° in punt 3° wordt in de opsomming aan het woord " materialenkennis " het woord " kunstambachten, " toegevoegd en worden op het einde van de opsomming de volgende punten toegevoegd :
" - dramaturgie;
- theatergeschiedenis. ";
4° in punt 4° worden aan de opsomming de volgende punten toegevoegd :
" - dramaturgie,
- theatergeschiedenis. "
Art. 3. A l'article 5 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2001, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le point 1°, le mot "animation" est remplacé par le mot "film d'animation ";
2° l'énumération au point 2° est complétée par un point ainsi rédigé :
" - film d'animation ";
3° au point 3°, les mots "métiers d'art" sont ajoutés aux mots "connaissance des matériaux" et les points suivants sont ajoutés à la fin de l'énumération :
" - dramaturgie;
- histoire du théâtre. " ;
4° au point 4°, l'énumération est complétée par les points suivants :
" - dramaturgie,
- histoire du théâtre. "
Art. 4. In artikel 6, § 1, van hetzelfde besluit worden de woorden " bijzondere kunstgeschiedenis en scenario " vervangen door de woorden " bijzondere kunstgeschiedenis, scenario, dramaturgie en theatergeschiedenis ".
Art. 4. Dans l'article 6, § 1er, du même arrêté, les mots "histoire spéciale de l'art et scénario" sont remplacés par les mots "histoire spéciale de l'art, scénario, dramaturgie et histoire du théâtre".
Art. 5. In artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 10 juli 1991 en 14 december 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 worden de woorden " dat tenminste de volgende vakken omvat, beschikt over de goedkeuring bedoeld in artikel 6 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving " vervangen door de woorden " moet tenminste de volgende vakken omvatten ";
2° in paragraaf 1, punt1°, wordt het woord " animatie " telkens vervangen door het woord " animatiefilm ";
3° in paragraaf 1, punt 2°, wordt aan de opsomming een punt toegevoegd, dat luidt als volgt :
" - optie animatiefilm : animatiefilm ";
4° in paragraaf 1, punt 3°, wordt in de opsomming aan het woord " materialenkennis " het woord " kunstambachten " toegevoegd en worden op het einde van de opsomming de volgende punten toegevoegd :
" - optie animatiefilm : specifiek artistiek atelier;
- optie digitale beeldende kunst : digitale beeldverwerking;
- optie interactieve media; specifiek artistiek atelier;
- optie kunstexploratie; specifiek artistiek atelier;
- optie theatervormgeving : specifiek artistiek atelier, dramaturgie, theatergeschiedenis. ";
5° in paragraaf 1, punt 4°, worden op het einde van de opsomming de volgende punten toegevoegd :
" - optie animatiefilm : specifiek artistiek atelier;
- optie interactieve media : specifiek artistiek atelier;
- optie theatervormgeving : specifiek artistiek atelier, dramaturgie, theatergeschiedenis. ";
6° in paragraaf 5, eerste lid, worden aan de eerste zin de volgende woorden toegevoegd :
" na schriftelijke toestemming van de directeurs van de twee instellingen ".
Art. 5. A l'article 7 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 10 juillet 1991 et 14 décembre 2001, sont apportées les modifications suivantes :
1° au paragraphe 1er, les mots "qui comprend au moins les cours suivants, est approuvé conformément à l'article 6 de la loi du 29 mai 1959 modifiant certaines dispositions de la législation de l'enseignement" sont remplacés par les mots "doit comprendre au moins les cours suivants";
2° au paragraphe 1er, point 1°, le mot "animation" est chaque fois remplacé par les mots "film d'animation";
3° l'énumération au paragraphe 1er, point 2°, est complétée par un point ainsi rédigé :
" - option film d'animation : film d'animation ";
4° au paragraphe 1er, point 3°, les mots "métiers d'art" sont ajoutés aux mots "connaissance des matériaux" dans l'énumération et les points suivants sont ajoutés à la fin de l'énumération :
" - option film d'animation : atelier artistique spécifique;
- option arts plastiques numériques : traitement d'images digitales;
- option médias interactifs; atelier artistique spécifique;
- option exploration artistique; atelier artistique spécifique;
- option esthétique du théâtre : atelier artistique spécifique, dramaturgie, histoire du théâtre. " ;
5° au paragraphe 1er, point 4°, les points suivants sont ajoutés à la fin de l'énumération :
" - option film d'animation : atelier artistique spécifique;
- option médias interactifs : atelier artistique spécifique;
- option esthétique du théâtre : atelier artistique spécifique, dramaturgie, histoire du théâtre. " ;
6° au paragraphe 5, premier alinéa, la première phrase est complétée par les mots suivants :
" par autorisation écrite des directeurs des deux établissements".
Art. 6. Aan artikel 9 van hetzelfde besluit, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, worden een paragraaf 2 en 3 toegevoegd, die luiden als volgt :
" § 2. In afwijking van paragraaf 1 bestaat de hogere graad van de opties digitale beeldende kunst en kunstexploratie uit maximaal vier leerjaren die minstens zes lestijden omvatten.
§ 3. In afwijking van paragraaf 1 omvat elk leerjaar van de optie theatervormgeving ten minste tien lestijden in de hogere graad als die uit vijf leerjaren bestaat en twaalf lestijden als die uit vier leerjaren bestaat en ten minste tien lestijden in de specialisatiegraad. "
Art. 6. A l'article 9 du même arrêté, dont le texte actuel formera le § 1er, il est ajouté un § 2 et un § 3 rédigés comme suit :
" § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, le degré supérieur des options arts plastiques numériques et exploration artistique comprend au plus quatre années d'études qui comprennent au moins six périodes de cours.
§ 3. Par dérogation au paragraphe 1er, chaque année d'études de l'option esthétique du théâtre comprend au moins dix périodes de cours dans le degré supérieur si celui-ci compte cinq années d'études et douze périodes de cours si celui-ci compte quatre années d'études et au moins dix périodes de cours dans le degré de spécialisation. "
Art. 7. In artikel 10, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt 1° wordt het woord " animatie " vervangen door het woord " animatiefim ";
2° in punt 6° worden de woorden " tekenen en specifiek artistiek atelier " vervangen door de woorden " tekenen, specifiek artistiek atelier, dramaturgie en theatergeschiedenis ".
Art. 7. A l'article 10, § 1er, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2001, sont apportées les modifications suivantes :
1° au point 1°, le mot "animation" est remplacé par le mot "film d'animation ";
2° au point 6°, les mots "cours de dessin et d'atelier artistique spécifique" sont remplacés par les mots "cours de dessin, d'atelier artistique spécifique, de dramaturgie et d'histoire de l'art".
Art. 8. In artikel 12 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2001, wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt :
" § 2. Voor de verschillende leeftijdsgroepen gelden de volgende voorwaarden :
1° leerlingen worden toegelaten tot leeftijdsgroep A van de lagere graad als ze zes jaar zijn en niet ouder dan zeven jaar of als ze hoogstens twee volledige schooljaren ingeschreven zijn in het lager onderwijs;
2° leerlingen worden toegelaten tot leeftijdsgroep B van de lagere graad als ze acht jaar zijn en niet ouder dan negen jaar of als ze minstens twee en hoogstens vier volledige schooljaren ingeschreven zijn in het lager onderwijs;
3° leerlingen worden toegelaten tot leeftijdsgroep C van de lagere graad als ze tien jaar zijn en niet ouder dan elf jaar of als ze minstens vier en hoogstens vijf volledige schooljaren ingeschreven zijn in het lager onderwijs;
4° de optie animatiefilm kan pas worden georganiseerd vanaf leeftijdsgroep B. "
Art. 8. A l'article 12 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2001, le § 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Aux différents groupes d'âge s'appliquent les conditions suivantes :
1° sont admis au groupe d'âge A du degré inférieur, les élèves âgés de six ans et de sept ans au plus ou les élèves inscrits pendant au maximum deux années scolaires complètes dans l'enseignement primaire;
2° sont admis au groupe d'âge B du degré inférieur, les élèves âgés de huit ans et de neuf ans au plus ou les élèves inscrits pendant au moins deux et au plus quatre années scolaires complètes dans l'enseignement primaire;
3° sont admis au groupe d'âge C du degré inférieur, les élèves âgés de dix ans et de onze ans au plus ou les élèves inscrits pendant au moins quatre et au plus cinq années scolaires complètes dans l'enseignement primaire;
4° l'option film d'animation ne peut être organisée qu'à partir du groupe d'âge B. "
Art. 9. In artikel 13, § 2, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt 3° worden de woorden " en niet ouder dan zeventien jaar " geschrapt;
2° in punt 4° wordt het woord " wortelen " vervangen door het woord " worden ".
Art. 9. A l'article 13, § 2, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2001, sont apportées les modifications suivantes :
1° au point 3°, les mots "et qui n'ont pas plus de dix-sept ans" sont supprimés;
2° au point 4° du texte néerlandais, le mot "wortelen" est remplacé par le mot "worden ".
Art. 10. In artikel 15, § 1, van hetzelfde besluit worden tussen de woorden " secundair onderwijs " en de woorden " van dezelfde " de woorden " of van de hogere graad " ingevoegd.
Art. 10. Dans l'article 15, § 1er, du même arrêté, les mots "ou du degré supérieur" sont insérés entre les mots "de l'enseignement secondaire" et les mots "de la même".
Art. 11. In artikel 30 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 10 juli 1991 en 1 september 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de bestaande tekst die paragraaf 1 zal vormen, worden de woorden " en met 0,6 indien uitsluitend de optie kantwerk wordt ingericht " geschrapt;
2° er wordt een paragraaf 2 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 2. In afwijking van paragraaf 1 wordt voor de berekening van het aantal uren-leraar ten behoeve van de optie animatiefilm het aantal leerlingen vermenigvuldigd met 0,5. "
Art. 11. A l'article 30 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 10 juillet 1991 et 1er septembre 1993, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le texte existant qui formera le paragraphe 1er, les mots "et par 0,6 si uniquement l'option dentelle est organisée" sont supprimés;
2° il est ajouté un paragraphe 2, rédigé comme suit :
" § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, le nombre d'élèves est multiplié par 0,5 pour le calcul du nombre d'heures-professeur de l'option film d'animation. "
Art. 12. Aan artikel 31 van hetzelfde besluit worden een paragraaf 3, 4 en 5 toegevoegd, die luiden als volgt :
" § 3. In afwijking van paragraaf 1 wordt voor de berekening van het aantal uren-leraar ten behoeve van de opties animatiefilm en interactieve media het aantal leerlingen vermenigvuldigd met 0,8 wanneer de hogere graad uit vijf leerjaren bestaat en met 1 wanneer deze uit vier leerjaren bestaat.
§ 4. In afwijking van paragraaf 1 wordt voor de berekening van het aantal uren-leraar ten behoeve van de opties kunstexploratie en digitale beeldende kunst het aantal leerlingen vermenigvuldigd met 0,5.
§ 5. In afwijking van paragraaf 1 wordt voor de berekening van het aantal uren-leraar ten behoeve van de optie theatervormgeving het aantal leerlingen vermenigvuldigd met 1 wanneer de hogere graad uit vijf leerjaren bestaat en met 1,2 wanneer deze uit vier leerjaren bestaat. "
Art. 12. A l'article 31 du même arrêté sont ajoutés des paragraphes 3, 4 et 5 ainsi rédigés :
" § 3. Par dérogation au paragraphe 1er, le nombre d'élèves est multiplié par 0,8 pour le calcul du nombre d'heures-professeur de l'option film d'animation et médias interactifs si le degré supérieur comprend cinq années d'études et par 1 si celui-ci comprend quatre années d'études.
§ 4. Par dérogation au paragraphe 1er, le nombre d'élèves est multiplié par 0,5 pour le calcul du nombre d'heures-professeur de l'option exploration artistique et arts plastiques numériques.
§ 5. Par dérogation au paragraphe 1er, le nombre d'élèves est multiplié par 1 pour le calcul du nombre d'heures-professeur de l'option esthétique du théâtre si le degré supérieur comprend cinq années d'études et par 1,2 si celui-ci comprend quatre années d'études. "
Art. 13. Aan artikel 33 van hetzelfde besluit, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, worden een paragraaf 2 en 3 toegevoegd, die luiden als volgt :
" § 2. In afwijking van paragraaf 1 wordt voor de berekening van het aantal uren-leraar ten behoeve van de opties animatiefilm en interactieve media het aantal leerlingen vermenigvuldigd met 0,8.
§ 3. In afwijking van paragraaf 1 wordt voor de berekening van het aantal uren-leraar ten behoeve van de optie theatervormgeving het aantal leerlingen vermenigvuldigd met 0,9. "
Art. 13. A l'article 33 du même arrêté, dont le texte actuel formera le § 1er, il est ajouté un § 2 et un § 3 rédigés comme suit :
" § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, le nombre d'élèves est multiplié par 0,8 pour le calcul du nombre d'heures-professeur de l'option film d'animation et médias interactifs.
§ 3. Par dérogation au paragraphe 1er, le nombre d'élèves est multiplié par 0,9 pour le calcul du nombre d'heures-professeur de l'option esthétique du théâtre. "
Art. 14. In artikel 38 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 1993 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999, wordt in paragraaf 1 tussen het woord " instellingen " en het woord " filialen " het woord " studierichtingen " ingevoegd.
Art. 14. Dans l'article 38 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er septembre 1993 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juin 1999, sont insérés dans le paragraphe 1er les mots "aux orientations" entre les mots "aux établissements" et les mots "aux filiales".
Art. 15. In artikel 40 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° paragraaf 2 wordt opgeheven;
2° in paragraaf 3 worden tussen de woorden " komt een fusie " en de woorden " in één tijd tot stand. " de woorden " , zoals gedefinieerd in artikel 91, 7°, van het decreet betreffende het Onderwijs II, " ingevoegd.
Art. 15. A l'article 40 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er septembre 1993, sont apportées les modifications suivantes :
1° le paragraphe 2 est abrogé;
2° dans le paragraphe 3, les mots "telle que visée à l'article 91, 7°, du décret relatif à l'enseignement-II," sont insérés entre les mots "la fusion" et les mots "est réalisée en un seul temps".
Art. 16. In artikel 41 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 1993, worden de woorden " de wedde " telkens vervangen door de woorden " het salaris ".
Art. 16. Dans l'article 41, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er septembre 1993, les mots "de wedde" dans le texte néerlandais sont remplacés chaque fois par les mots "het salaris".
Art. 17. In artikel 43 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° In paragraaf 1 wordt tussen het woord " instellingen " en het woord " filialen " het woord " studierichtingen " ingevoegd
2° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt :
" § 2. De Vlaamse Regering beslist over de goedkeuring tot programmatie van instellingen als vermeld in paragraaf 1, op advies van de Vlaamse onderwijsraad en de inspectie van het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming.
Het advies van de inspectie dient uit te gaan van de mogelijkheden van de inrichtende macht in kwestie op het vlak van infrastructuur, leermiddelen en goedgekeurde leerplannen. ";
3° er wordt een paragraaf 2bis ingevoegd, die luidt als volgt :
" § 2bis. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, beslist over de goedkeuring tot programmatie van studierichtingen, filialen en graden als vermeld in paragraaf 1, op advies van de Vlaamse Onderwijsraad en van de bevoegde administratie en inspectie van het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming.
Elk advies als vermeld in het eerste lid, moet gebaseerd zijn op de volgende criteria :
1° de behoeften;
2° de rationele spreiding;
3° de mogelijkheden van de instelling in kwestie op het vlak van infrastructuur, leermiddelen en goedgekeurde leerplannen. ";
4° paragraaf 4 wordt opgeheven;
5° er wordt een paragraaf 5bis ingevoegd, die luidt als volgt :
" § 5bis. Voor de toepassing van de omkaderingsnormen van het personeel en de vaststelling van de werkingstoelagen met betrekking tot de opties animatiefilm in de middelbare, hogere en specialisatiegraad, de optie digitale beeldende kunst in de hogere graad, de optie interactieve media, de optie kunstexploratie en de optie theatervormgeving ten behoeve van het schooljaar 2009-2010 komen de leerlingen in aanmerking die op 1 februari 2009 in de instelling de lessen in het overeenkomstige tijdelijke project hebben gevolgd. Voor deze bepaling wordt het tijdelijke project Computeranimatie beschouwd als een overeenkomstig project voor de optie animatiefilm. ";
6° In paragraaf 6 worden de woorden " De omvorming, zoals vermeld in § 4, of " geschrapt;
7° in paragraaf 6 wordt het woord " hebben " vervangen door het woord " heeft " en worden de woorden " het departement Onderwijs " telkens vervangen door de woorden " het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming ";
8° in paragraaf 7 worden tussen de woorden " of één graad " en het woord " mogelijk. " de woorden " of één studierichting " ingevoegd;
9° in paragraaf 7 wordt het woord " experiment " vervangen door de woorden " tijdelijk project ".
Art. 17. A l'article 43 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juin 1999, sont apportées les modifications suivantes :
1° Dans le paragraphe 1er, le mot "orientations," est inséré entre le mot "établissements," et le mot "filiales";
2° le paragraphe 2 est remplacé par la disposition suivante :
" § 2. Le Gouvernement flamand décide de l'approbation de la programmation d'établissements tels que visés au paragraphe 1er, sur avis du " Vlaamse Onderwijsraad " (Conseil flamand de l'Enseignement) et de l'inspection du Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation.
L'avis de l'inspection doit partir des possibilités du pouvoir organisateur en question dans le domaine de l'infrastructure, des outils d'apprentissage et des programmes d'études approuvés. " ;
3° il est ajouté un § 2bis, rédigé comme suit :
" § 2bis. Le Ministre flamand compétent pour l'Enseignement décide de l'approbation de la programmation d'orientations, de filiales et de degrés tels que visés au paragraphe 1er, sur avis du " Vlaamse Onderwijsraad " et de l'administration compétente et de l'inspection du Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation.
Chaque avis, tel que visé au premier alinéa, doit être basé sur les critères suivants :
1° les besoins;
2° la répartition rationnelle;
3° les possibilités de l'établissement en question dans le domaine de l'infrastructure, des outils d'apprentissage et des programmes d'études approuvés. " ;
4° le paragraphe 4 est abrogé;
5° il est inséré un paragraphe 5bis, rédigé comme suit :
" § 5bis. En vue de l'application des normes d'encadrement du personnel et de la fixation des allocations de fonctionnement pour les options film d'animation dans les degrés moyen, supérieur et de spécialisation, l'option arts plastiques numériques dans le degré supérieur, l'option médias interactifs, l'option exploration artistique et l'option esthétique du théâtre pour l'année scolaire 2009-2010, sont admissibles les élèves ayant suivi, au 1er février 2009, les cours organisés dans l'établissement dans le cadre du projet temporaire correspondant. Pour ce qui est de cette disposition, le projet temporaire Animation par ordinateur est considéré comme un projet correspondant pour l'option film d'animation. " ;
6° Dans le paragraphe 6, les mots "la transformation visée au § 4 ou " sont supprimés;
7° au paragraphe 6, le mot " hebben" dans le texte néerlandais est remplacé par le mot "heeft" et les mots "Département de 1'Enseignement" sont chaque fois remplacés par les mots "Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation";
8° au paragraphe 7, les mots "soit d'une orientation" sont insérés entre les mots "soit d'une filiale, " et les mots "soit d'un degré";
9° au paragraphe 7, les mots "une expérience" sont remplacés par les mots "un projet temporaire".
Art. 18. In artikel 44 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° er worden een paragraaf 1bis tot en met 1undecies ingevoegd, die luiden als volgt :
" § 1bis. Een instelling voor deeltijds kunstonderwijs die door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerd wordt, kan een optie animatiefilm in de middelbare en hogere graad organiseren als de instelling in het schooljaar 2008-2009 het tijdelijke project animatiefilm heeft georganiseerd. De instelling kan de optie ook in de specialisatiegraad organiseren als ze die graad al organiseert voor andere opties.
§ 1ter. Met behoud van toepassing van de voorwaarden, vermeld in artikel 49bis, kan een instelling voor deeltijds kunstonderwijs, die door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerd wordt, een optie animatiefilm in de middelbare en hogere graad oprichten. De instelling kan de optie vervolgens in de specialisatiegraad oprichten als ze die graad al organiseert voor andere opleidingen.
§ 1quater. Een instelling voor deeltijds kunstonderwijs die door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerd wordt, kan een optie digitale beeldende kunst in de hogere graad organiseren als de instelling in het schooljaar 2008-2009 het tijdelijke project digitale vormgeving heeft georganiseerd.
§ 1quinquies. Met behoud van de toepassing van de voorwaarden, vermeld in artikel 49bis, kan een instelling voor deeltijds kunstonderwijs die door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerd wordt, een optie digitale beeldende kunst in de hogere graad oprichten.
§ 1sexies. Een instelling voor deeltijds kunstonderwijs die door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerd wordt, kan een optie interactieve media in de hogere graad organiseren als de instelling in het schooljaar 2008-2009 het tijdelijke project digitale vormgeving heeft georganiseerd en uit het advies van de inspectie het potentieel van de instelling blijkt om een optie interactieve media te organiseren. De instelling kan de optie ook in de specialisatiegraad organiseren als ze die graad al organiseert voor andere opties.
§ 1septies. Met behoud van de toepassing van de voorwaarden, vermeld in artikel 49bis, kan een instelling voor deeltijds kunstonderwijs die door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerd wordt, een optie interactieve media in de hogere graad oprichten als de desbetreffende optie nog niet georganiseerd wordt door een andere instelling in dezelfde provincie. De instelling kan de optie vervolgens in de specialisatiegraad oprichten als ze die graad al organiseert voor andere opties.
Voor de toepassing van deze bepaling worden het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de provincie Vlaams-Brabant als één geheel beschouwd.
§ 1octies. Een instelling voor deeltijds kunstonderwijs die door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerd wordt, kan een optie kunstexploratie organiseren als de instelling in het schooljaar 2008-2009 het tijdelijke project kunstbeschouwing heeft georganiseerd.
§ 1novies. Met behoud van de toepassing van de voorwaarden, vermeld in artikel 49bis, kan een instelling voor deeltijds kunstonderwijs die door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerd wordt, een optie kunstexploratie oprichten.
§ 1decies. Een instelling voor deeltijds kunstonderwijs, die door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerd wordt, kan een optie theatervormgeving in de hogere graad organiseren als de instelling in het schooljaar 2008-2009 het tijdelijke project scenografie heeft georganiseerd. De instelling kan de optie ook in de specialisatiegraad organiseren als ze die graad al organiseert voor andere opties.
§ 1undecies . Met behoud van de toepassing van de voorwaarden, vermeld in artikel 49bis, kan een instelling voor deeltijds kunstonderwijs die door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerd wordt, een optie theatervormgeving in de hogere graad oprichten als de desbetreffende optie nog niet georganiseerd wordt door een andere instelling in dezelfde provincie. De instelling kan de optie vervolgens in de specialisatiegraad oprichten als ze die graad al organiseert voor andere opties.
Voor de toepassing van deze bepaling worden het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de provincie Vlaams-Brabant als één geheel beschouwd. ";
2° in paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) het eerste lid wordt vervangen door wat volgt :
" De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, stelt de voorwaarden vast voor het indienen en behandelen van een aanvraag tot programmatie van een instelling, studierichting, filiaal of graad. ";
b) in het tweede lid wordt punt 2° vervangen door wat volgt :
" 2° fusie van twee of meer instellingen door opslorping van één of meer instellingen. ";
3° in paragraaf 3 wordt tussen de woorden " instelling " en " filiaal " het woord " studierichting " ingevoegd.
Art. 18. A l'article 44 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juin 1999, sont apportées les modifications suivantes :
1° il est inséré des paragraphes 1erbis à 1erundecies ainsi rédigés :
" § 1erbis. Un établissement d'enseignement artistique à temps partiel qui est financé ou subventionné par la Communauté flamande peut organiser une option film d'animation dans les degrés moyen et supérieur si l'établissement a organisé le projet temporaire film d'animation dans l'année scolaire 2008-2009. L'établissement peut également organiser l'option dans le degré de spécialisation s'il organise déjà ce degré pour d'autres options.
§ 1erter. Sans préjudice de l'application des conditions, visées à l'article 49bis, un établissement d'enseignement artistique à temps partiel financé ou subventionné par la Communauté flamande, peut créer une option film d'animation dans les degrés moyen et supérieur. L'établissement peut ensuite organiser l'option dans le degré de spécialisation s'il organise déjà ce degré pour d'autres formations.
§ 1erquater. Un établissement d'enseignement artistique à temps partiel qui est financé ou subventionné par la Communauté flamande peut organiser une option arts plastiques numériques dans le degré supérieur si l'établissement a organisé le projet temporaire création numérique dans l'année scolaire 2008-2009.
§ 1erquinquies. Sans préjudice de l'application des conditions, visées à l'article 49bis, un établissement d'enseignement artistique à temps partiel financé ou subventionné par la Communauté flamande, peut créer une option arts plastiques numériques dans le degré supérieur.
§ 1ersexies. Un établissement d'enseignement artistique à temps partiel financé ou subventionné par la Communauté flamande, peut organiser une option médias interactifs dans le degré supérieur si l'établissement a organisé le projet temporaire création numérique dans l'année scolaire 2008-2009 et il apparaît de l'avis de l'inspection que l'établissement a le potentiel pour organiser une option médias interactifs. L'établissement peut également organiser l'option dans le degré de spécialisation s'il organise ce degré déjà pour d'autres options.
§ 1ersepties. Sans préjudice de l'application des conditions, visées à l'article 49bis, un établissement d'enseignement artistique à temps partiel financé ou subventionné par la Communauté flamande, peut créer une option médias interactifs dans le degré supérieur si l'option concernée n'est pas encore organisée par un autre établissement dans la même province. L'établissement peut également organiser l'option dans le degré de spécialisation s'il organise ce degré déjà pour d'autres options.
Pour l'application de cette disposition, la Région de Bruxelles-Capitale et la province du Brabant flamand sont considérées comme un ensemble.
§ 1erocties. Un établissement d'enseignement artistique à temps partiel financé ou subventionné par la Communauté flamande peut organiser une option exploration artistique si l'établissement a organisé le projet temporaire critique artistique pendant l'année scolaire 2008-2009.
§ 1ernovies. Sans préjudice de l'application des conditions, visées à l'article 49bis, un établissement d'enseignement artistique à temps partiel financé ou subventionné par la Communauté flamande, peut créer une option exploration artistique.
§ 1decies. Un établissement d'enseignement artistique à temps partiel financé ou subventionné par la Communauté flamande peut organiser une option esthétique du théâtre dans le degré supérieur si l'établissement a organisé le projet temporaire scénographie pendant l'année scolaire 2008-2009. L'établissement peut également organiser l'option dans le degré de spécialisation s'il organise ce degré déjà pour d'autres options.
§ 1erundecies . Sans préjudice de l'application des conditions, visées à l'article 49bis, un établissement d'enseignement artistique à temps partiel financé ou subventionné par la Communauté flamande, peut créer une option esthétique du théâtre dans le degré supérieur si l'option concernée n'est pas encore organisée par un autre établissement dans la même province. L'établissement peut également organiser l'option dans le degré de spécialisation s'il organise ce degré déjà pour d'autres options.
Pour l'application de cette disposition, la Région de Bruxelles-Capitale et la province du Brabant flamand sont considérées comme un ensemble. " ;
2° au paragraphe 2 sont apportées les modifications suivantes :
a) le premier alinéa est remplacé par la disposition suivante :
" Le Ministre flamand compétent pour l'enseignement fixe les conditions de dépôt et de traitement d'une demande de programmation d'un établissement, d'une orientation, d'une filiale ou d'un degré. " ;
b) à l'alinéa deux, le point 2° est remplacé par la disposition suivante :
" 2° fusion de deux ou de plusieurs établissements par absorption d'un ou de plusieurs établissements. " ;
3° au paragraphe 3, est inséré entre le mot "établissement" et le mot "filiale" le mot "orientation".
Art. 19. In artikel 45 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 1993 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 worden de woorden " artikel 95 " vervangen door de woorden " artikel 93bis, 93ter en 95 ";
2° paragraaf 2 wordt opgeheven.
Art. 19. A l'article 45 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er septembre 1993 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juin 1999, sont apportées les modifications suivantes :
1° au paragraphe 1er, les mots "article 95" sont remplacés par les mots "articles 93bis, 93ter et 95";
2° le paragraphe 2 est abrogé.
Art. 20. In artikel 46 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 1993 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999, wordt punt 3° opgeheven.
Art. 20. A l'article 46, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er septembre 1993 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juin 1999, le point 3° est abrogé.
Art. 21. In artikel 47 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 1993 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999, wordt paragraaf 2 opgeheven.
Art. 21. A l'article 47, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er septembre 1993 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juin 1999, le paragraphe 2 est abrogé.
Art. 22. Aan hoofdstuk VII van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 1 september 1993 en 8 juni 1999, wordt een artikel 49bis toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 49bis. § 1. De oprichting van een optie animatiefilm in de middelbare, hogere en specialisatiegraad houdt in dat de optie geleidelijk, leerjaar per leerjaar of leeftijdsgroep per leeftijdsgroep en graad per graad opgericht wordt.
§ 2. De oprichting van een optie digitale beeldende kunst in de hogere graad houdt in dat de optie geleidelijk, leerjaar per leerjaar, opgericht wordt.
§ 3. De oprichting van een optie interactieve media houdt in dat de optie geleidelijk, leerjaar per leerjaar en graad per graad opgericht wordt.
§ 4. De oprichting van een optie kunstexploratie houdt in dat de optie geleidelijk, leerjaar per leerjaar opgericht wordt.
§ 5. De oprichting van een optie theatervormgeving houdt in dat de optie geleidelijk, leerjaar per leerjaar en graad per graad, opgericht wordt.
§ 6. De voorwaarden, vermeld in paragraaf 1 tot en met 5, zijn niet van toepassing op instellingen die opties, vermeld in paragraaf 1 tot en met 5, als tijdelijk project, als vermeld in artikel 44, § 1bis, 1quater, 1sexies, 1octies en 1decies, georganiseerd hebben.
Art. 22. Au chapitre VII, du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 1er septembre 1993 et 8 juin 1999, il est ajouté un article 49bis, rédigé comme suit :
" Art. 49bis. § 1er. L'option film d'animation dans le degré moyen, supérieur et de spécialisation est créée progressivement, ce qui implique que l'option est établie année d'études par année d'études ou groupe d'âge par groupe d'âge et degré par degré.
§ 2. La création d'une option arts plastiques numériques dans le degré supérieur implique que l'option est créée progressivement, année d'études par année d'études.
§ 3. La création d'une option médias interactifs implique que l'option est créée progressivement, année d'études par année d'études et degré par degré.
§ 4. La création d'une option exploration artistique implique que l'option est créée progressivement, année d'études par année d'études.
§ 5. La création d'une option esthétique du théâtre implique que l'option est créée progressivement, année d'études par année d'études et degré par degré.
§ 6. Les conditions, visées aux paragraphes 1er à 5, ne sont pas d'application aux établissements ayant organisé des options, visées au paragraphes 1er à 5, comme projets temporaires, tels que visés à l'article 44, § 1erbis, 1erquater, 1ersexies, 1erocties et 1erdecies.
Art. 23. In de vierde bijlage bij hetzelfde besluit met als opschrift " getuigschrift van het deeltijds kunstsecundair onderwijs ",gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 10 juli 1991 en 18 december 1991, worden de woorden " kunstsecundair onderwijs " telkens vervangen door het woord " kunstonderwijs ".
Art. 23. Dans la quatrième annexe au même arrêté avec intitulé "certificat de l'enseignement secondaire artistique à temps partiel, modifiée par les arrêtés du Gouvernement flamand des 10 juillet 1991 et 18 décembre 1991, les mots "enseignement secondaire artistique" sont chaque fois remplacés par les mots "enseignement artistique".
HOOFDSTUK II. - Muziek, Woordkunst en Dans
CHAPITRE II. - Musique, Arts de la parole et Danse
Art. 24. In artikel 2, § 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 houdende organisatie van het deeltijds kunstonderwijs, studierichtingen " Muziek ", " Woordkunst " en " Dans ", gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 1 september 1993 en van 14 december 2001, wordt punt 11° vervangen door wat volgt :
" 11° financierbare leerling : de leerling die voldoet aan de volgende voorwaarden :
- regelmatige leerling zijn in een optie of in een tijdelijk project, dat goedgekeurd is door de Vlaamse Regering, en decretaal bekrachtigd;
- het vereiste inschrijvingsgeld hebben betaald voor de gevolgde studierichting;
- ten hoogste in één leerjaar in dezelfde optie van dezelfde graad van dezelfde studierichting hebben overgezeten;
- op 1 februari ten minste twee derde van de lessen hebben bijgewoond van het leerjaar waarvoor hij zich in dat schooljaar heeft ingeschreven; gewettigde afwezigheid wordt hierbij beschouwd als de lessen hebben bijgewoond;
- overeenkomstig de bepalingen van dit besluit ingeschreven zijn in de hogere graad of hierna vermelde vakken volgen :
In de studierichting muziek :
lagere graad : algemene muzikale vorming
middelbare graad : algemene muziekcultuur of muziekcultuur/volksmuziek, behoudens vrijstelling verleend met toepassing van artikel 26
in de studierichting woordkunst :
lagere graad : algemene verbale vorming
middelbare graad : als jongere : voordracht, als volwassene : verbale vorming
in de studierichting dans :
lagere graad : dansinitiatie of algemene artistieke bewegingsleer
middelbare graad : artistieke training;
in een tijdelijk project :
de vakken van het tijdelijk project.
Art. 24. Dans l'article 2, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 portant organisation de l'enseignement artistique à temps partiel, orientations "Musique", "Arts de la parole" et "Danse", modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand des 1er septembre 1993 et 14 décembre 2001, le point 11° est remplacé par ce qui suit :
" 11° élève admissible au financement : l'élève qui remplit les conditions suivantes :
- être un élève régulier dans une option ou un projet temporaire, qui est approuvé par le Gouvernement flamand et sanctionné par décret;
- avoir payé le droit d'inscription exigé pour l'orientation suivie;
- avoir doublé au maximum une année d'études dans la même option du même degré de la même orientation;
- avoir assisté au 1er février à au moins deux tiers des cours de l'année d'études pour laquelle il s'est inscrit dans cette année scolaire; une absence justifiée est assimilée à une fréquentation des cours;
- être inscrit conformément aux dispositions du présent arrêté au degré supérieur ou suivre les cours ci-après :
Dans l'orientation Musique :
degré inférieur : formation musicale générale
degré moyen : culture musicale générale ou culture musicale/musique folklorique, sauf dispense accordée par application de l'article 26
dans l'orientation Arts de la parole :
degré inférieur : formation verbale générale
degré moyen : section jeunes : déclamation, section adultes : formation verbale
dans l'orientation Danse :
degré inférieur : initiation à la danse ou eurythmie artistique générale
degré moyen : entraînement artistique;
dans un projet temporaire :
les cours du projet temporaire.
Art. 25. In artikel 5, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt 2° wordt aan de opsomming een punt toegevoegd; dat luidt als volgt :
" - volksmuziek. ";
2° in punt 3° worden aan de opsomming de volgende punten toegevoegd :
" - volksmuziek;
- dirigentenopleiding instrumentale muziek;
- dirigentenopleiding vocale muziek;
- experimentele muziek. "
Art. 25. A l'article 5, § 1er, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2001, sont apportées les modifications suivantes :
1° l'énumération au point 2° est complétée par un point ainsi rédigé :
" - musique folklorique. " ;
2° au point 3°, l'énumération est complétée par les points suivants :
" - musique folklorique;
- formation de chef d'orchestre musique instrumentale;
- formation de chef d'orchestre musique vocale;
- musique expérimentale. "
Art. 26. In artikel 6, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt 1° worden aan de opsomming de volgende punten toegevoegd :
" v) instrument/volksmuziek;
w) zang/volksmuziek;
x) ensemble/volksmuziek;
y) muziekcultuur/volksmuziek;
z) directie instrumentale muziek;
aa) directie vocale muziek;
ab) experimentele muziek. ";
2° er wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 4° in het vak instrument/volksmuziek worden minstens drie van de volgende instrumenten aangeboden :
a) diatonisch accordeon;
b) doedelzak;
c) draailier;
d) folkviool;
e) (folk)gitaar;
f) hommel. "
Art. 26. A l'article 6, § 1er, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2001, sont apportées les modifications suivantes :
1° au point 1°, l'énumération est complétée par les points suivants :
" v) instrument/musique folklorique;
w) chant/musique folklorique;
x) ensemble/musique folklorique;
y) culture musicale/musique folklorique;
z) direction musique instrumentale;
aa) direction musique vocale;
ab) musique expérimentale. " ;
2° il est ajouté un point 4°, rédigé comme suit :
" 4° dans le cours instrument/musique folklorique, au moins trois des instruments suivants sont offerts :
a) accordéon diatonique;
b) cornemuse;
c) vielle;
d) violon folklorique;
e) guitare (folklorique);
f) épinette. "
Art. 27. § 1. In artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden " dat in de studierichting muziek tenminste de volgende vakken omvat, beschikt over de goedkeuring bedoeld in artikel 6 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving " vervangen door de woorden " moet in de studierichting muziek tenminste de volgende vakken omvatten ";
2° in punt 1° worden de eerst voorkomende punten a) en b) vervangen door wat volgt :
" a) algemene muziekleer sectie " jongeren " :
1) het eerste leerjaar : algemene muzikale vorming, samenzang;
2) het tweede, derde en vierde leerjaar : instrument of zang of instrument/volksmuziek of zang/volksmuziek, algemene muzikale vorming, samenzang;
b) algemene muziekleer sectie " volwassenen " :
het eerste, tweede en derde leerjaar : instrument of zang of instrument/volksmuziek of zang/volksmuziek, algemene muzikale vorming, samenzang. ";
3° aan punt 2° wordt een punt i) toegevoegd, dat luidt als volgt :
" i) optie volksmuziek : instrument/volksmuziek of zang/volksmuziek of instrument of instrument/jazz en lichte muziek, ensemble/volksmuziek, muziekcultuur/volksmuziek; ";
4° aan punt 3° worden een punt m), n), o) en p) toegevoegd, die luiden als volgt :
" m) optie volksmuziek : instrument/volksmuziek of zang/volksmuziek of instrument of instrument/jazz en lichte muziek, ensemble/volksmuziek;
n) optie dirigentenopleiding instrumentale muziek : directie instrumentale muziek;
o) optie dirigentenopleiding vocale muziek : directie vocale muziek;
p) optie experimentele muziek : experimentele muziek. ";
§ 2. In artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2001, worden de woorden " dat in de studierichting woordkunst tenminste de volgende vakken omvat, beschikt over de goedkeuring bedoeld in artikel 6 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving " vervangen door de woorden " moet in de studierichting woordkunst tenminste de volgende vakken omvatten ";
§ 3. In artikel 9 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2001, worden de woorden " dat in de studierichting dans tenminste de volgende vakken omvat, beschikt over de goedkeuring bedoeld in artikel 6 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving " vervangen door de woorden " moet in de studierichting dans tenminste de volgende vakken omvatten ";
Art. 27. § 1er. A l'article 7 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2001, sont apportées les modifications suivantes :
1° les mots "qui, dans l'orientation d'études "Musique" comprend au moins les cours suivants, est approuvé comme prévu à l'article 6 de la loi du 29 mai 1959 modifiant certaines dispositions de la législation de l'enseignement" sont remplacés par les mots "qui, dans l'orientation "Musique" comprend au moins les cours suivants";
2° au point 1°, les premiers points a) et b) sont remplacés par ce qui suit :
" a) théorie musicale générale section "jeunes" :
1) la première année d'études : formation musicale générale, chant d'ensemble;
2) les deuxième, troisième et quatrième années d'études : instrument ou chant ou instrument/musique folklorique ou chant/musique folklorique, formation musicale générale, chant d'ensemble;
b) théorie musicale générale section "adultes" :
les première, deuxième et troisième années d'études : instrument ou chant ou instrument/musique folklorique ou chant/musique folklorique, formation musicale générale, chant d'ensemble. " ;
3° il est ajouté au point 2° un point i) rédigé comme suit :
" i) option musique folklorique : instrument/musique folklorique ou chant/musique folklorique ou instrument ou instrument/jazz et musique légère, ensemble/musique folklorique, culture musicale/musique folklorique;";
4° au point 3° sont ajoutés les points m), n), o) et p) ainsi rédigés :
" m) option musique folklorique : instrument/musique folklorique ou chant/musique folklorique ou instrument ou instrument/jazz et musique légère, ensemble/musique folklorique;
n) option formation de chef d'orchestre musique instrumentale : direction musique instrumentale;
o) option formation de chef d'orchestre musique vocale : direction musique vocale;
p) option musique expérimentale : musique expérimentale. " ;
§ 2. Dans l'article 8 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2001, les mots "qui, dans l'orientation d'études "Arts de la parole" comprend au moins les cours suivants, est approuvé conformément à l'article 6 de la loi du 29 mai 1959 modifiant certaines dispositions de la législation de l'enseignement" sont remplacés par les mots "qui, dans l'orientation "Arts de la parole" comprend au moins les cours suivants";
§ 3. Dans l'article 9 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2001, les mots "qui, dans l'orientation d'études "Danse" comprend au moins les cours suivants, est approuvé conformément à l'article 6 de la loi du 29 mai 1959 modifiant certaines dispositions de la législation de l'enseignement" sont remplacés par les mots "qui, dans l'orientation d'études "Danse" comprend au moins les cours suivants";
Art. 28. Artikel 10 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2001, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 10. Aan de volgende vakken wordt minstens het volgende aantal wekelijkse lestijden besteed :
1° het vak samenzang : een halve wekelijkse lestijd;
2° de vakken muziekgeschiedenis, algemene muzikale vorming, literaire creatie en experimentele muziek : twee wekelijkse lestijden;
3° de vakken directie instrumentale muziek en directie vocale muziek : drie wekelijkse lestijden;
4° alle andere vakken : één wekelijkse lestijd.
Een lestijd duurt zestig minuten. "
Art. 28. L'article 10 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2001, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 10. Au moins le nombre suivant de périodes hebdomadaires est consacré aux cours suivants :
1° au cours de chant ensemble : une demi-période hebdomadaire;
2° aux cours d'histoire de la musique, de formation musicale générale, de création littéraire et de musique expérimentale : deux périodes hebdomadaires;
3° aux cours de direction musique instrumentale et de direction musique vocale : trois périodes hebdomadaires;
4° à tous les autres cours : une période hebdomadaire.
Une période dure soixante minutes. "
Art. 29. In artikel 11 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° aan paragraaf 1, 1°, worden de volgende punten toegevoegd :
" m) instrument/volksmuziek;
n) zang/volksmuziek;
o) ensemble volksmuziek ";
2° in paragraaf 1ter worden de woorden " of melodisch slagwerk volgen, kunnen de vakken samenspel, koor, instrumentaal ensemble of vocaal ensemble vervangen worden " vervangen door de woorden " melodisch slagwerk, elektrische gitaar, akoestische gitaar, basgitaar, piano/keyboard, diatonische accordeon, draailier, (folk)gitaar, hommel of beiaard volgen, kunnen de vakken samenspel, koor, instrumentaal ensemble, vocaal ensemble, ensemble/jazz en lichte muziek of ensemble/volksmuziek vervangen worden ";
3° in paragraaf 2 wordt punt 3° vervangen door wat volgt :
" 3° 4 : voor de andere vakken; ";
4° aan paragraaf 2 wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 4° er is geen groeperingsnorm voor de vakken : samenzang, samenspel, koor, instrumentaal ensemble, vocaal ensemble, ensemble/jazz en lichte muziek, ensemble/volksmuziek, directie instrumentale muziek, directie vocale muziek, experimentele muziek. "
Art. 29. A l'article 11 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2001, sont apportées les modifications suivantes :
1° au paragraphe 1er, 1°, sont ajoutés les points suivants :
" m) instrument/musique folklorique;
n) chant/musique folklorique;
o) ensemble/musique folklorique";
2° au paragraphe 1erter, les mots "ou la batterie, les cours de jeu d'ensemble, de chorale, d'ensemble instrumental ou d'ensemble vocal peuvent être remplacés" peuvent être remplacés par les mots "ou la batterie, la guitare électrique, la guitare acoustique, la guitare basse, le piano/clavier électronique, l'accordéon diatonique, la vielle, la guitare (folklorique), l'épinette ou le carillon, les cours de jeu d'ensemble, de chorale, d'ensemble instrumental, d'ensemble vocal, d'ensemble/jazz et musique légère ou d'ensemble/musique folklorique peuvent être remplacés";
3° au paragraphe 2, le point 3° est remplacé par la disposition suivante :
" 3° 4 : pour les autres cours;";
4° au paragraphe 2, il est ajouté un point 4°, rédigé comme suit :
" 4° il n'y a pas norme de groupement pour les cours : chant d'ensemble, jeu d'ensemble, choeur, ensemble instrumental, ensemble vocal, ensemble/jazz et musique légère, ensemble/musique folklorique, direction musique instrumentale, direction musique vocale, musique expérimentale. "
Art. 30. In artikel 14 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2001 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt :
" 1° tot het eerste leerjaar, als men de leeftijd van acht jaar bereikt heeft of minstens twee volledige schooljaren ingeschreven is in het lager onderwijs; ";
2° in punt 3°, a), en 4°, a), worden tussen de woorden " vak instrument, zang " en de woorden " als men geslaagd is " de woorden " of instrument/volksmuziek of zang/volksmuziek " ingevoegd;
3° in punt 3°, a), en 4°, a), worden de woorden " de proeven " vervangen door de woorden" alle proeven ";
4° in punt 3°, b), wordt het woord " bovendien " geschrapt.
Art. 30. A l'article 14 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2001, sont apportées les modifications suivantes :
1° le point 1° est remplacé par la disposition suivante :
" 1° en première année d'études, s'il a atteint l'âge de huit ans ou s'il a été inscrit dans l'enseignement primaire pendant au moins deux années scolaires complètes;";
2° aux point 3°, a) et 4°, a), sont insérés entre les mots "le cours d'instrument" et les mots "ou de chant" les mots "ou d'instrument/musique folklorique ou de chant/musique folklorique";
3° aux point 3°, a) et 4°, a), les mots "aux épreuves" sont remplacés par les mots "à toutes les épreuves";
4° au 3°, les mots en outre' sont supprimés.
Art. 31. In artikel 15 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt 2°, b), worden tussen de woorden " vak instrument of zang " en de woorden " heeft gevolgd " de woorden " of instrument/volksmuziek of zang/volksmuziek " ingevoegd;
2° in punt 3°, b), worden tussen de woorden " vak instrument of zang " en de woorden " heeft gevolgd " de woorden " of instrument/volksmuziek of zang/volksmuziek " ingevoegd.
Art. 31. A l'article 15 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2001, sont apportées les modifications suivantes :
1° au point 2°, b), sont insérés entre les mots "le cours d'instrument" et les mots "ou de chant" les mots "ou d'instrument/musique folklorique ou de chant/musique folklorique";
2° au point 3°, b), sont insérés entre les mots "le cours d'instrument" et les mots "ou de chant" les mots "ou d'instrument/musique folklorique ou de chant/musique folklorique".
Art. 32. In artikel 16 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 31 juli 1991 en 14 december 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1, 9° worden tussen de woorden " het vak algemene muziekcultuur " en " , als men geslaagd is " de woorden " of het vak muziekcultuur/volksmuziek " ingevoegd en tussen de woorden " het vak instrument of zang " en de woorden " zitten in de lagere graad " de woorden " of instrument/volksmuziek of zang/volksmuziek " ingevoegd;
2° aan paragraaf 1 wordt een punt 10° toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 10° in de optie volksmuziek, als men houder is van een eindattest ";
3° er worden een paragraaf 1bis en 1ter ingevoegd, die luiden als volgt :
" § 1bis. Het volgen van het vak instrument/volksmuziek, instrument of instrument/jazz en lichte muziek is alleen toegestaan als het eindattest het vak instrument/volksmuziek of instrument vermeldt.
§ 1ter. Het volgen van het vak zang/volksmuziek is enkel toegestaan als het eindattest het vak zang/volksmuziek of zang vermeldt. ";
3° aan paragraaf 2 wordt een punt 9° toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 9° in de optie volksmuziek, als men geslaagd is voor de proeven van het eerste, respectievelijk tweede leerjaar van de betreffende optie. "
Art. 32. A l'article 16 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 31 juillet 1991 et 14 décembre 2001, sont apportées les modifications suivantes :
1° au paragraphe 1er, 9°, sont insérés entre les mots "au cours de culture musicale générale," et les mots "s'il a réussi" les mots "ou au cours de culture musicale/musique folklorique" et sont insérés après les mots "reste dans le degré inférieur pour le cours d'instrument ou de chant" les mots "ou d'instrument/musique folklorique ou de chant/musique folklorique";
2° au paragraphe 1er, il est ajouté un point 10°, rédigé comme suit :
" 10° dans l'option musique folklorique s'il est porteur d'une attestation finale";
3° il est inséré un § 1erbis et un § 1erter, rédigés comme suit :
" § 1erbis. L'élève n'est admis au cours d'instrument/musique folklorique, d'instrument ou d'instrument/jazz et musique légère que si l'attestation finale mentionne le cours d'instrument/musique folklorique ou d'instrument.
§ 1erter. L'élève n'est admis au cours de chant/musique folklorique que si l'attestation finale mentionne le cours de chant/musique folklorique ou de chant. " ;
3° au paragraphe 2, il est ajouté un point 9°, rédigé comme suit :
" 9° dans l'option musique folklorique, s'il a réussi les épreuves de la première, respectivement deuxième année d'études de l'option concernée. "
Art. 33. In artikel 17 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° aan paragraaf 1 worden de punten 13° tot met 16° toegevoegd, die luiden als volgt :
" 13° volksmuziek, als men houder is van het getuigschrift van de middelbare graad optie volksmuziek;
14° dirigentenopleiding instrumentale muziek, als men houder is van het getuigschrift van de middelbare graad, optie instrument, instrument/jazz en lichte muziek of volksmuziek, met vermelding van het vak instrument/volksmuziek, en de leeftijd van achttien jaar bereikt heeft;
15° dirigentenopleiding vocale muziek, als men houder is van het getuigschrift van de middelbare graad, optie zang, zang/jazz en lichte muziek of volksmuziek, met vermelding van het vak zang/volksmuziek, en de leeftijd van achttien jaar bereikt heeft;
16° experimentele muziek, als men houder is van het getuigschrift van de middelbare graad. "
2° er worden een paragraaf 1bis en 1ter ingevoegd, die luiden als volgt :
" § 1bis. Het volgen van het vak instrument/volksmuziek, instrument of instrument/jazz en lichte muziek is alleen toegestaan als het getuigschrift het vak instrument/volksmuziek of instrument of instrument/jazz en lichte muziek vermeldt
§ 1ter. Het volgen van het vak zang/volksmuziek, is alleen toegestaan als het getuigschrift het vak zang/volksmuziek of zang of zang/jazz en lichte muziek vermeldt. "
Art. 33. A l'article 17 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2001, sont apportées les modifications suivantes :
1° au paragraphe 1er, sont ajoutés les points 13° à 16° ainsi rédigés :
" 13° musique folklorique, s'il est porteur du certificat du degré moyen de l'option musique folklorique;
14° formation de chef d'orchestre musique instrumentale, s'il est porteur du certificat du degré moyen, option instrument, instrument/jazz et musique légère ou musique folklorique, avec mention du cours d'instrument/musique folklorique et a atteint l'âge de dix-huit ans;
15° formation de chef d'orchestre musique vocale, s'il est porteur du certificat du degré moyen, option chant, chant/jazz et musique légère ou musique folklorique, avec mention du cours de chant/musique folklorique et a atteint l'âge de dix-huit ans;
" 16° musique expérimentale, s'il est porteur du certificat du degré moyen. "
2° il est inséré un § 1erbis et un § 1erter, rédigés comme suit :
" § 1erbis. L'élève n'est admis au cours d'instrument/musique folklorique, d'instrument ou d'instrument/jazz et musique légère que si l'attestation finale mentionne le cours d'instrument/musique folklorique ou d'instrument ou d'instrument/jazz et musique légère.
§ 1erter. L'élève n'est admis au cours de chant/musique folklorique que si le certificat mentionne le cours de chant/musique folklorique ou de chant ou de chant/jazz et musique légère. "
Art. 34. Artikel 18 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2001, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 18. In de lagere graad wordt men als regelmatige leerling toegelaten :
1° tot het eerste leerjaar als men de leeftijd van acht jaar bereikt heeft of minstens twee volledige schooljaren ingeschreven is in het lager onderwijs;
2° tot het tweede, derde of vierde leerjaar als men met vrucht het voorgaande leerjaar heeft beëindigd;
3° tot het tweede leerjaar eveneens als men de leeftijd van negen jaar bereikt heeft, of minstens drie volledige schooljaren ingeschreven is in het lager onderwijs;
4° tot het derde leerjaar eveneens als men de leeftijd van tien jaar bereikt heeft of minstens vier volledige schooljaren ingeschreven is in het lager onderwijs;
5° tot het vierde leerjaar eveneens als men de leeftijd van elf jaar bereikt heeft, of minstens vijf volledige schooljaren ingeschreven is in het lager onderwijs. "
Art. 34. L'article 18 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2001, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 18. Dans le degré inférieur, un élève est admis comme élève régulier :
" 1° en première année d'études, s'il a atteint l'âge de huit ans ou s'il a été inscrit dans l'enseignement primaire pendant au moins deux années scolaires complètes;
2° en deuxième, troisième ou quatrième année d'études, s'il a terminé avec succès l'année d'études précédente;
" 3° en deuxième année d'études, s'il a atteint l'âge de neuf ans ou s'il a été inscrit dans l'enseignement primaire pendant au moins trois années scolaires complètes;
4° en troisième année d'études, s'il a atteint l'âge de dix ans ou s'il a été inscrit dans l'enseignement primaire pendant au moins quatre années scolaires complètes;
5° en quatrième année d'études, s'il a atteint l'âge d'onze ans ou s'il a été inscrit dans l'enseignement primaire pendant au moins cinq années scolaires complètes;
Art. 35. In artikel 21, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2001, worden punt 1°, 2° en 3° vervangen door wat volgt :
" 1° tot het eerste leerjaar vanaf de leeftijd van zes jaar of als men hoogstens één volledig schooljaar ingeschreven is in het lager onderwijs;
2° tot het tweede leerjaar vanaf de leeftijd van zeven jaar of als men minstens één volledig schooljaar en hoogstens twee volledige schooljaren ingeschreven is in het lager onderwijs;
3° tot het derde leerjaar vanaf de leeftijd van acht jaar of als men minstens twee en hoogstens drie volledige schooljaren ingeschreven is in het lager onderwijs; "
Art. 35. A l'article 21, § 1er, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2001, les points 1°, 2° et 3° sont remplacés par les dispositions suivantes :
" 1° en première année d'études, s'il a atteint l'âge de six ans ou s'il a été inscrit dans l'enseignement primaire pendant au moins une année scolaire complète;
" 2° en deuxième année d'études à partir de l'âge de sept ans ou s'il a été inscrit dans l'enseignement primaire pendant au moins une année scolaire complète et au plus deux années scolaires complètes;
3° en troisième année d'études à partir de l'âge de huit ans ou s'il a été inscrit dans l'enseignement primaire pendant au moins deux et au plus trois années scolaires complètes;"
Art. 36. In artikel 27, eerste lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het woord " verschillende " wordt vervangen door het woord " twee ";
2° de woorden " na schriftelijke toestemming van de directeurs van de twee instellingen " worden toegevoegd.
Art. 36. A l'article 27, alinéa 1er, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2001, sont apportées les modifications suivantes :
1° le mot "plusieurs" est remplacé par le mot "deux";
2° les mots "par autorisation écrite des directeurs des deux établissements" sont ajoutés.
Art. 37. In artikel 30, § 2, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2001, worden tussen de woorden " ensemble/jazz en lichte muziek " en de woorden " en lyrische kunst " de woorden " , ensemble/volksmuziek " ingevoegd.
Art. 37. Dans l'article 30, § 2, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2001, sont insérés entre les mots "d'ensemble/jazz et musique légère" et les mots "et d'art lyrique" les mots ", d'ensemble /musique folklorique".
Art. 38. In artikel 32 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° aan paragraaf 3 wordt een punt m) toegevoegd, dat luidt als volgt :
" m) muziekcultuur/volksmuziek ";
2° aan paragraaf 4 worden een punt t) tot en met y) toegevoegd, die luiden als volgt :
" t) instrument/volksmuziek;
u) zang/volksmuziek;
v) ensemble/volksmuziek;
w) directie instrumentale muziek;
x) directie vocale muziek;
y) experimentele muziek. ";
3° in paragraaf 5 worden tussen de woorden " voor de vakken instrument " en de woorden " in de lagere graad " de woorden " , zang, instrument/volksmuziek, zang/volksmuziek " ingevoegd, en worden tussen de woorden " in de optie samenspel/jazz en lichte muziek " en de woorden " , voor verbale vorming " de woorden " en in de optie volksmuziek, stemvorming, stemvorming/jazz en lichte muziek " ingevoegd.
Art. 38. A l'article 32 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2001, sont apportées les modifications suivantes :
1° au paragraphe 3, il est ajouté un point m), rédigé comme suit :
" m) culture musicale/musique folklorique";
2° au paragraphe 4, sont ajoutés des points t) à y) ainsi rédigés :
" t) instrument/musique folklorique;
u) chant/musique folklorique;
v) ensemble/musique folklorique;
w) direction musique instrumentale;
x) direction musique vocale;
y) musique expérimentale. " ;
3° au paragraphe 5 sont insérés entre les mots "instrument au degré inférieur"" et les mots "et dans l'option" les mots "chant, instrument/musique folklorique, chant/musique folklorique", et sont insérés entre les mots "dans l'option "jeu d'ensemble/jazz et musique légère" et les mots ", formation verbale" les mots "et dans l'option musique folklorique, formation vocale, formation vocale/jazz et musique légère".
Art. 39. In artikel 37, § 1, van hetzelfde besluit wordt het woord " overgangsproef " vervangen door " eindproef ".
Art. 39. Dans l'article 37, § 1er, du même arrêté, les mots "l'épreuve de passage" sont remplacés par les mots "l'épreuve finale".
Art. 40. In artikel 47, § 2, van hetzelfde besluit worden de woorden " 60 leerlingen tot en met het schooljaar 2000-2001 " en de woorden " vanaf het schooljaar 2001-2002 " geschrapt.
Art. 40. Dans l'article 47, § 2, du même arrêté, sont supprimés les mots "60 élèves jusqu'à l'année scolaire 2000-2001" et les mots "à partir de l'année scolaire 2001-2002".
Art. 41. In artikel 48 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° paragraaf 2 wordt opgeheven;
2° in paragraaf 3 worden tussen de woorden " komt een fusie " en de woorden " in één tijd tot stand " de woorden " ,als vermeld in artikel 91, 7°, van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II, " ingevoegd.
Art. 41. A l'article 48 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er septembre 1993, sont apportées les modifications suivantes :
1° le paragraphe 2 est abrogé;
2° au paragraphe 3, sont insérés entre les mots "une fusion" et les mots "est réalisée en un seul temps" les mots "telle que visée à l'article 91, 7°, du décret du 31 juillet 1990 relatif à l'enseignement -II,".
Art. 42. In artikel 49 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 1993, worden de woorden " de wedde " telkens vervangen door de woorden " het salaris ".
Art. 42. Dans l'article 49, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er septembre 1993, les mots "de wedde" dans le texte néerlandais sont remplacés chaque fois par les mots "het salaris".
Art. 43. In artikel 52 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt :
" § 2. De Vlaamse Regering beslist over de goedkeuring tot programmatie van instellingen als vermeld in paragraaf 1, op advies van de Vlaamse Onderwijsraad en de inspectie van het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming.
Het advies van de inspectie dient uit te gaan van de mogelijkheden van de inrichtende macht in kwestie op het vlak van infrastructuur, leermiddelen en goedgekeurde leerplannen. ";
2° er wordt een paragraaf 2bis ingevoegd, die luidt als volgt :
" § 2bis. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, beslist over de goedkeuring tot programmatie van studierichtingen, filialen en graden, als vermeld in paragraaf 1, op advies van de Vlaamse Onderwijsraad en van de bevoegde administratie en inspectie van het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming.
Elk advies als vermeld in het eerste lid, moet gebaseerd zijn op de volgende criteria :
1° de behoeften;
2° de rationele spreiding;
3° de mogelijkheden van de instelling in kwestie op het vlak van infrastructuur, leermiddelen en goedgekeurde leerplannen. ";
3° paragraaf 4 wordt opgeheven;
4° er wordt een paragraaf 5bis ingevoegd, die luidt als volgt :
" § 5bis. Voor de toepassing van de omkaderingsnormen van het personeel en de vaststelling van de werkingstoelagen met betrekking tot de opties volksmuziek, dirigentenopleiding instrumentale muziek, dirigentenopleiding vocale muziek en experimentele muziek ten behoeve van het schooljaar 2009-2010 komen de leerlingen in aanmerking die op 1 februari 2009 in de instelling de lessen in het overeenkomstige tijdelijke project hebben gevolgd. ";
5° in paragraaf 6 worden de woorden " De omvorming, zoals vermeld in § 4, of " geschrapt;
6° in paragraaf 6 wordt het woord " hebben " vervangen door het woord " heeft " en worden de woorden " het departement Onderwijs " telkens vervangen door de woorden " het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming ";
7° in paragraaf 7 wordt het woord " experiment " vervangen door de woorden " tijdelijk project ".
Art. 43. A l'article 52 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juin 1999, sont apportées les modifications suivantes :
1° le paragraphe 2 est remplacé par la disposition suivante :
" § 2. Le Gouvernement flamand decide de l'approbation de la programmation d'établissements tels que visés au paragraphe 1er, sur avis du " Vlaamse Onderwijsraad " (Conseil flamand de l'Enseignement) et de l'inspection du Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation.
L'avis de l'inspection doit partir des possibilités du pouvoir organisateur en question dans le domaine de l'infrastructure, des outils d'apprentissage et des programmes d'études approuvés. " ;
2° il est ajouté un § 2bis, rédigé comme suit :
" § 2bis. Le Ministre flamand compétent pour l'Enseignement décide de l'approbation de la programmation d'orientations, de filiales et de degrés tels que visés au paragraphe 1er, sur avis du " Vlaamse Onderwijsraad " et de l'administration compétente et de l'inspection du Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation.
Chaque avis, tel que visé au premier alinéa, doit être basé sur les critères suivants :
1° les besoins;
2° la répartition rationnelle;
3° les possibilités de l'établissement en question dans le domaine de l'infrastructure, des outils d'apprentissage et des programmes d'études approuvés. " ;
3° le paragraphe 4 est abrogé;
4° il est inséré un paragraphe 5bis, rédigé comme suit :
" § 5bis. En vue de l'application des normes d'encadrement du personnel et de la fixation des allocations de fonctionnement pour les options musique folklorique, formation chef d'orchestre musique instrumentale, formation chef d'orchestre musique vocale et musique expérimentale pour l'année scolaire 2009-2010, sont admissibles les élèves ayant suivi, au 1er février 2009, les cours organisés dans l'établissement dans le cadre du projet temporaire correspondant.
5° au paragraphe 6, les mots "la transformation visée au § 4 ou " sont supprimés;
7° au paragraphe 6, le mot " hebben" dans le texte néerlandais est remplacé par le mot "heeft" et les mots "Département de l'Enseignement" sont chaque fois remplacés par les mots "Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation";
7° au paragraphe 7, les mots "une expérience" sont remplacés par les mots "un projet temporaire".
Art. 44. In artikel 53 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° er worden een paragraaf 1bis tot en met 1septies ingevoegd, die luiden als volgt :
" § 1bis. Een instelling voor deeltijds kunstonderwijs die door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerd wordt, kan een optie volksmuziek in de middelbare en hogere graad organiseren als de instelling in het schooljaar 2008-2009 het tijdelijke project volksmuziek heeft georganiseerd.
§ 1ter. Met behoud van de toepassing van de voorwaarden, vermeld in artikel 57bis, § 1, kan een instelling voor deeltijds kunstonderwijs die door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerd wordt, een optie volksmuziek in de middelbare en hogere graad oprichten.
§ 1quater. Een instelling voor deeltijds kunstonderwijs die door de Vlaamse Gemeenschap wordt gefinancierd of gesubsidieerd, kan een optie dirigentenopleiding instrumentale muziek of dirigentenopleiding vocale muziek organiseren als de instelling in het schooljaar 2008-2009 respectievelijk het tijdelijke project hafabradirigentenopleiding of koordirigentenopleiding heeft georganiseerd.
§ 1quinquies. Met behoud van de toepassing van de voorwaarden, vermeld in artikel 57bis, § 2, kan een instelling voor deeltijds kunstonderwijs die door de Vlaamse Gemeenschap wordt gefinancierd of gesubsidieerd, een optie dirigentenopleiding instrumentale muziek of dirigentenopleiding vocale muziek oprichten als de desbetreffende optie nog niet georganiseerd wordt door een andere instelling in dezelfde provincie.
Voor de toepassing van deze bepaling worden het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de provincie Vlaams-Brabant als één geheel beschouwd.
§ 1sexies. Een instelling voor deeltijds kunstonderwijs die door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerd wordt, kan een optie experimentele muziek organiseren als de instelling in het schooljaar 2008-2009 het tijdelijke project experimentele muziek of elektronische muziek heeft georganiseerd.
§ 1septies. Een instelling voor deeltijds kunstonderwijs die door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerd wordt, kan een optie experimentele muziek oprichten als ze voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 57bis, § 3. ";
2° in paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) in het eerste lid, worden de woorden " : 1° " en " 2° omvorming van een filiaal tot instelling " geschrapt;
b) in het tweede lid wordt punt 2° vervangen door wat volgt :
" fusie van twee of meer instellingen door opslorping van één of meer instellingen; ".
Art. 44. A l'article 53 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juin 1999, sont apportées les modifications suivantes :
1° il est inséré des paragraphes 1erbis à 1ersepties ainsi rédigés :
" § 1erbis. Un établissement d'enseignement artistique à temps partiel qui est financé ou subventionné par la Communauté flamande peut organiser une option musique folklorique dans les degrés moyen et supérieur si l'établissement a organisé le projet temporaire musique folklorique dans l'année scolaire 2008-2009.
§ 1erter. Sans préjudice de l'application des conditions, visées à l'article 57bis, § 1er, un établissement d'enseignement artistique à temps partiel financé ou subventionné par la Communauté flamande, peut créer une option musique folklorique dans les degrés moyen et supérieur.
" § 1erquater. Un établissement d'enseignement artistique à temps partiel qui est financé ou subventionné par la Communauté flamande peut organiser une option formation de chef d'orchestre musique instrumentale ou de chef d'orchestre musique vocale si l'établissement a organisé respectivement le projet temporaire formation de chef d'orchestre hafabra (harmonie, fanfare et cuivres) ou de chef de choeur dans l'année scolaire 2008-2009.
§ 1erquinquies. Sans préjudice de l'application des conditions, visées à l'article 57bis, § 2, un établissement d'enseignement artistique à temps partiel financé ou subventionné par la Communauté flamande, peut créer une option formation de chef d'orchestre musique instrumentale ou de chef d'orchestre musique vocale si l'option concernée n'est pas encore organisée par un autre établissement dans la même province.
Pour l'application de la présente disposition, la Région de Bruxelles-Capitale et la province du Brabant flamand sont considérées comme un ensemble.
§ 1ersexies. Un établissement d'enseignement artistique à temps partiel qui est financé ou subventionné par la Communauté flamande peut organiser une option musique expérimentale si l'établissement a organisé le projet temporaire musique expérimentale ou musique électronique dans l'année scolaire 2008-2009.
§ 1ersepties. Un établissement d'enseignement artistique à temps partiel qui est financé ou subventionné par la Communauté flamande peut organiser une option musique expérimentale s'il répond aux conditions, visées à l'article 57bis, § 3. " ;
2° au § 2 sont apportées les modifications suivantes :
a) au premier alinéa, les mots " : 1° " et " 2° de transformation d'une filiale en établissement" sont supprimés;
b) à l'alinéa deux, le point 2° est remplacé par la disposition suivante :
" fusion de deux ou plusieurs établissements par absorption d'un ou de plusieurs établissements;".
Art. 45. In artikel 54 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 1993 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 worden de woorden " artikel 95 " vervangen door de woorden " artikel 93bis, 93ter en artikel 95 ";
2° paragraaf 2 wordt opgeheven;
3° in paragraaf 3 wordt punt 3° opgeheven.
Art. 45. A l'article 54 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er septembre 1993 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juin 1999, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le § 1er, les mots "article 95" sont remplacés par les mots "articles 93bis, 93ter et 95";
2° le paragraphe 2 est abrogé;
3° dans le § 3, le point 3° est abrogé.
Art. 46. In artikel 55 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 1993 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999, wordt paragraaf 2 opgeheven.
Art. 46. A l'article 55, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er septembre 1993 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juin 1999, le paragraphe 2 est abrogé.
Art. 47. Aan hoofdstuk VII van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 1 september 1993 en 8 juni 1999, wordt een artikel 57bis toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 57bis. § 1. De oprichting van de optie volksmuziek in de middelbare en hogere graad houdt in dat de optie geleidelijk, leerjaar per leerjaar en graad per graad, opgericht wordt.
§ 2. De oprichting van een optie dirigentenopleiding instrumentale muziek of dirigentenopleiding vocale muziek houdt in dat de optie geleidelijk, leerjaar per leerjaar, opgericht wordt.
§ 3. De oprichting van een optie experimentele muziek houdt in dat de optie geleidelijk, leerjaar per leerjaar, opgericht wordt.
§ 4. De voorwaarden, vermeld in paragrafen 1 tot en met 3 zijn niet van toepassing op instellingen die de in paragrafen 1 tot en met 3 vermelde opties als tijdelijk project, als vermeld in artikel 53, § 1bis, 1quater en 1sexies georganiseerd hebben. "
Art. 47. Au chapitre VII du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 1er septembre 1993 et 8 juin 1999, il est ajouté un article 57bis, rédigé comme suit :
" Art. 57bis. § 1er. L'option musique folklorique dans le degré moyen et supérieur est créée progressivement, c'-à-d. année d'études par année d'études et degré par degré.
§ 2. L'option formation de chef d'orchestre musique instrumentale ou de chef d'orchestre musique vocale est créée progressivement, c'-à-d. année d'études par année d'études.
§ 3. L'option musique expérimentale est créée progressivement, c'-à-d. année d'études par année d'études.
§ 4. Les conditions, visées aux paragraphes 1er à 3, ne sont pas d'application aux établissements ayant organisé les options visées aux paragraphes 1er à 3 comme projet temporaire au sens de l'article 53, § 1bis, 1quater et 1sexies. "
HOOFDSTUK III. - Tijdelijke projecten inzake kunstinitiatie voor kansarme en/of allochtone minderjarigen
CHAPITRE III. - Projets temporaires d'initiation aux arts en faveur de mineurs défavorisés et/ou allochtones
Art. 48. In artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 maart 2006 betreffende tijdelijke projecten inzake kunstinitiatie voor kansarme en/of allochtone minderjarigen worden de woorden " de schooljaren 2005-2006, 2006-2007 en 2007-2008 " vervangen door de woorden " de schooljaren 2005-2006, 2006-2007, 2007-2008, 2008-2009 en 2009-2010 ".
Art. 48. Dans l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 mars 2006 relatif aux projets temporaires d'initiation aux arts en faveur de mineurs défavorisés et/ou allochtones, les mots "années scolaires 2005-2006, 2006-2007 et 2007-2008" sont remplacés par les mots "années scolaires 2005-2006, 2006-2007, 2007-2008, 2008-2009 et 2009-2010".
Art. 49. Het besluit van de Vlaamse Regering van 6 september 2002 betreffende tijdelijke projecten inzake kunstinitiatie voor kansarme en/of allochtone minderjarigen wordt opgeheven.
Art. 49. L'arrêté du Gouvernement flamand du 6 septembre 2002 relatif aux projets temporaires d'initiation aux arts en faveur de mineurs défavorisés et/ou allochtones est abrogé.
HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen
CHAPITRE IV. - Dispositions finales
Art. 50. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2009, met uitzondering van de artikelen 48 en 49 die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2008.
Art. 50. Le présent arrêté produit ses effets le 1er septembre 2009, à l'exception des articles 48 et 49 qui produisent leurs effets 1er septembre 2008.
Art. 51. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 30 oktober 2009.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
P. SMET
Art. 51. Le Ministre flamand ayant l'enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Bruxelles, le 30 octobre 2009.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand de l'Enseignement, de la Jeunesse, de l'Egalité des Chances et des Affaires bruxelloises,
P. SMET