Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
3 JULI 2009. - Besluit van de Vlaamse Regering met betrekking tot de prestatieregeling en de jaarlijkse verlofdagen en feestdagen van de personeelsleden van de Centra voor Basiseducatie(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 30-09-2009 en tekstbijwerking tot 20-12-2017)
Titre
3 JUILLET 2009. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif au régime de prestations et aux jours de congé et fériés annuels des membres du personnel des centres d'éducation de base(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 30-09-2009 et mise à jour au 20-12-2017)
Documentinformatie
Numac: 2009035918
Datum: 2009-07-03
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2009035918
Date: 2009-07-03
Moniteur: Voir
Tekst (19)
Texte (19)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales
Artikel 1. [1 Dit besluit is van toepassing op
   1° de personeelsleden vermeld in artikel 3 van het decreet van 7 juli 2017 betreffende de rechtspositie in de basiseducatie;
   2° de contractuele personeelsleden van de centra voor basiseducatie op wie de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten van toepassing is.]1

  
Article 1er. [1 Le présent arrêté s'applique :
   1° aux membres du personnel visés à l'article 3 du décret du 7 juillet 2017 relatif au statut des membres du personnel dans l'éducation de base ;
   2° aux membres du personnel contractuels des centres d'éducation de base auxquels la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail est applicable.]1

  
Art. 2. In dit besluit wordt verstaan onder :
  1° wettelijke feestdagen : 1 januari, paasmaandag, 1 mei, Hemelvaartsdag, pinkstermaandag, 21 juli, 15 augustus, 1 november, 11 november en 25 december;
  2° reglementaire feestdagen : de dag na Hemelvaartsdag, 11 juli, 2 november en 26 december;
  3° avondprestatie : arbeidsprestaties, verricht tussen 19 uur en 23 uur.
Art. 2. Dans le présent arrêté, on entend par :
  1° jours fériés légaux : 1er janvier, lundi de Pâques, 1er mai, Ascension, lundi de Pentecôte, 21 juillet, 15 août, 1er novembre, 11 novembre et 25 décembre;
  2° jours fériés réglementaires : le lendemain de l'Ascension, 11 juillet, 2 novembre et 26 décembre;
  3° prestation du soir : prestations de travail, effectuées entre 19 et 23 heures.
HOOFDSTUK II. - De prestatieregeling
CHAPITRE II. - Le régime de prestations
Art. 3. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de personeelsleden die aangesteld zijn in [1 het ambt]1 van directeur van een Centrum voor Basiseducatie ten belope van het volume van hun opdracht als directeur.
  Een directeur kan binnen hetzelfde Centrum voor Basiseducatie niet aangesteld zijn voor meer dan een voltijdse opdracht.
  
Art. 3. Le présent chapitre ne s'applique pas aux membres du personnel désignés dans la fonction de directeur d'un centre d'éducation de base à concurrence du volume de leur charge de directeur.
  Un directeur ne peut être désigné au sein du même centre d'éducation de base pour un volume supérieur à une charge à temps plein.
Art. 4. De normale wekelijkse arbeidsduur voor de personeelsleden die aangesteld zijn in een voltijdse betrekking, wordt vastgesteld op 36 uur.
  Binnen hetzelfde Centrum voor Basiseducatie kan een personeelslid niet aangesteld worden voor meer dan zesendertig uur op weekbasis.
Art. 4. La durée de travail hebdomadaire normale des membres du personnel désignés dans un emploi à temps plein est fixée à 36 heures.
  Au sein du même centre d'éducation de base un membre du personnel ne peut être désigné pour plus de trente-six heures sur une base hebdomadaire.
Art. 5. [1 De arbeidsprestaties kunnen op elke dag van de week tussen 7 uur en 23 uur geleverd worden.
   De arbeidsduur mag in geen geval elf uur per dag overschrijden en mag maximaal twee avondprestaties per week omvatten.
   De arbeidsprestaties worden in blokken van minstens drie uur aangeboden. De avond- en weekendprestatie(s) samen worden beperkt tot drie prestatieblokken per week waarbij ieder begonnen prestatieblok van drie uur tijdens het weekend wordt beschouwd als één prestatieblok.]1

  
Art. 5. [1 Les prestations de travail peuvent être effectuées chaque jour de la semaine entre 7 heures et 23 heures.
   La durée du travail ne peut en aucun cas dépasser onze heures par jour et peut compter au maximum deux prestations du soir par semaine.
   Les prestations de travail sont offertes en périodes de trois heures au minimum. Les prestations du soir et du week-end ensemble sont limitées à trois périodes de prestations par semaine, en comptant toute période de prestation commencée durant le week-end comme une seule période de prestation.]1

  
Art. 6. De wekelijkse arbeidsduur waarvoor het personeelslid is aangesteld, mag worden overschreden op voorwaarde dat die wekelijkse arbeidsduur, berekend over de periode van een jaar, gemiddeld niet hoger ligt dan de normale wekelijkse arbeidsduur, vermeld in de arbeidsovereenkomst van het personeelslid. Onder een jaar wordt verstaan een periode die loopt van 16 augustus van het jaar n tot en met 15 augustus van het jaar n+1.
  Met behoud van de toepassing van het eerste lid, mag de wekelijkse arbeidsduur die het personeelslid effectief uitvoert, nooit meer bedragen dan 125 % van de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur waarvoor het personeelslid is aangesteld. Van dat percentage kan alleen worden afgeweken na uitdrukkelijk schriftelijk akkoord van het betrokken personeelslid. De criteria daarvoor moeten in het lokaal onderhandelingscomité worden vastgelegd.
Art. 6. La durée de travail hebdomadaire pour laquelle le membre du personnel est désigné peut être dépassée à condition que cette durée de travail hebdomadaire, calculée sur la période d'un an, ne soit en moyenne pas supérieure à la durée de travail hebdomadaire normale, visée au contrat de travail du membre du personnel. On entend par un an une période allant du 16 août de l'année jusqu'au 15 août de l'année n+1 inclus.
  Sans préjudice de l'application du premier alinéa, la durée de travail hebdomadaire réellement effectuée par le membre du personnel ne peut en aucun cas dépasser 125 % de la durée de travail hebdomadaire moyenne pour laquelle le membre du personnel est désigné. Il ne peut être dérogé à ce pourcentage que moyennant l'accord écrit explicite du membre du personnel intéressé. Les critères d'une telle dérogation doivent être fixés dans le comité local de négociation.
HOOFDSTUK III. - Jaarlijkse verlofdagen en feestdagen
CHAPITRE III. - Jours de congé et fériés annuels
Art. 7. De personeelsleden, vermeld in artikel 1, hebben recht op 35 jaarlijkse verlofdagen per kalenderjaar.
  [1 Met behoud van de toepassing van het eerste lid worden vanaf het kalenderjaar 2011 vijf extra dagen verlof toegekend aan de personeelsleden die terzelfdertijd voldoen aan de volgende voorwaarden :
   1° uiterlijk op 31 augustus 2008 de leeftijd van 55 jaar bereikt hebben;
   2° vóór 1 september 2008 in dienst geweest zijn in een Centrum voor Basiseducatie;
   3° op 1 september 2008 in dienst zijn in een Centrum voor Basiseducatie.]1

  
Art. 7. Les membres du personnel, visés à l'article 1er, ont droit à trente-cinq jours de congé annuels par année calendaire.
  [1 Sans préjudice de l'application de l'alinéa premier, cinq jours de congé supplémentaires sont accordés à partir de l'année calendaire 2011 aux membres du personnel qui remplissent en même temps les conditions suivantes :
   1° avoir atteint l'âge de 55 ans au plus tard le 31 août 2008;
   2° avoir été en service dans un Centre d'Education de Base avant le 1er septembre 2008;
   3° être en service dans un Centre d'Education de Base le 1er septembre 2008.]1

  
Art. 8. Met toepassing van artikel 6 neemt het personeelslid de jaarlijkse verlofdagen op een moment naar keuze, maar met inachtneming van de behoeften van de dienst en onder de verantwoordelijkheid van de directeur van het Centrum voor Basiseducatie.
Art. 8. En application de l'article 6 le membre du personnel prend les jours de congé annuels à un moment de son choix, en tenant toutefois compte des besoins du service et sous la responsabilité du directeur du centre d'éducation de base.
Art. 9. Jaarlijks kunnen verlofdagen overgedragen worden naar het volgende kalenderjaar. De voormelde dagen moeten opgenomen zijn vóór 1 mei van het volgende kalenderjaar. In het lokaal onderhandelingscomité zullen hierover afspraken worden gemaakt.
  Als het personeelslid door ziekte of arbeidsongeval zijn verlofdagen niet heeft kunnen opnemen voor de datum van de pensionering, worden de opgespaarde verlofdagen uitbetaald aan het personeelslid. Als de opgespaarde verlofdagen ingevolge overlijden voor het pensioen niet opgenomen konden worden, worden die uitbetaald aan de erfgenamen.
Art. 9. Chaque année, des jours de congé peuvent être transférés à l'année calendaire suivante. Lesdits jours doivent être pris avant le 1er mai de l'année calendaire suivante. Des règlements seront convenus à cet effet au sein du comité local de négociation.
  Lorsqu'un membre du personnel n'a pas pu prendre, pour cause de maladie ou d'accident du travail, ses jours de congé avant la date de sa mise à la retraite, les jours de congé non pris sont payés au membre du personnel. Lorsque les jours de congé n'ont pas été pris pour cause de décès avant la mise à la retraite, ils sont payés aux héritiers.
Art. 10. Elke periode waarvoor het personeelslid is aangesteld geeft recht op een aantal jaarlijkse verlofdagen.
  Voor het personeelslid dat deeltijds werkt, wordt het aantal jaarlijkse verlofdagen in evenredige mate verminderd.
  Als een personeelslid in de loop van het jaar in dienst treedt of uit dienst treedt, wordt aantal jaarlijkse verlofdagen tijdens het lopende jaar in evenredige mate verminderd.
  Het aantal jaarlijkse verlofdagen wordt tijdens het lopende jaar, en als dat niet meer mogelijk is, tijdens het volgende jaar eveneens in evenredige mate verminderd met het aantal onbezoldigde perioden van verlof of afwezigheid.
  In afwijking van het vierde lid, leiden de volgende verloven of afwezigheden niet tot een vermindering van het aantal jaarlijkse vakantiedagen :
  1° afwezigheid wegens ziekte of ongeval;
  2° bevallingsverlof overeenkomstig artikel 39 van de arbeidswet van 16 maart 1971;
  3°afwezigheid wegens militaire dienst die geen volle kalendermaand beslaat;
  4° vaderschapsverlof overeenkomstig het koninklijk besluit van 17 oktober 1994 betreffende de omzetting van het moederschapsverlof in vaderschapsverlof ingevolge hospitalisatie of overlijden van de moeder.
  [1 5° geboorteverlof ingevolge overlijden of hospitalisatie van de moeder conform het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009 betreffende het omstandigheidsverlof, het verlof wegens overmacht, het onbezoldigd ouderschapsverlof en het geboorteverlof in geval van overlijden of hospitalisatie van de moeder voor bepaalde personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 1990 betreffende het verlof voor verminderde prestaties, gewettigd door sociale of familiale redenen en de afwezigheid voor verminderde prestaties wegens persoonlijke aangelegenheid ten gunste van de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.]1
  Het aantal aldus berekende jaarlijkse verlofdagen bedraagt altijd een halve of volledige dag. De afronding van de berekening gebeurt naar de hogere halve dag.
  
Art. 10. Chaque période pour laquelle le membre du personnel est désigné donne droit à un certain nombre de jours de congé annuels.
  Pour le membre du personnel travaillant à temps partiel, le nombre de jours de congé annuels est réduit proportionnellement.
  Lorsqu'un membre du personnel entre en service ou quitte le service au cours de l'année, le nombre de jours de congé annuels est réduit proportionnellement pendant l'année en cours.
  En outre, le nombre de jours de congé annuels est réduit proportionnellement pendant l'année en cours ou, lorsque ceci n'est plus possible, pendant l'année suivante, du nombre de périodes non rémunérées de congé ou d'absence.
  Par dérogation au quatrième alinéa, les suivants congés ou absences n'entraînent pas de réduction du nombre de jours de congé annuels :
  1° absence pour cause de maladie ou d'accident;
  2° congé de maternité conformément à l'article 39 de la loi sur le travail du 16 mars 1971;
  3° absence pour cause de service militaire ne couvrant pas de mois calendaire entier;
  4° congé de paternité conformément à l'arrêté royal du 17 octobre 1994 relatif à la conversion du congé de maternité en congé de paternité en cas de décès ou d'hospitalisation de la mère;
  [1 5° congé de naissance en cas de décès ou d'hospitalisation de la mère conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juillet 2009 relatif au congé de circonstance, au congé pour cas de force majeure, au congé parental non rémunéré et au congé de naissance en cas de décès ou hospitalisation de la mère pour certains membres du personnel de l'enseignement et des centres d'encadrement des élèves et modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 avril 1990 relatif aux congés pour prestations réduites justifiés par des raisons sociales ou familiales et aux absences pour prestations réduites justifiées par des raisons personnelles, accordés aux membres du personnel de l'enseignement et des centres d'encadrement des élèves.]1
  Le nombre de jours de congé ainsi calculé est toujours un demi-jour ou un jour entier. Le résultat du calcul est arrondi au demi-jour supérieur.
  
Art. 11. Naast het recht op jaarlijkse verlofdagen, vermeld in dit hoofdstuk, heeft het personeelslid recht op de wettelijke en reglementaire feestdagen, vermeld in artikel 2.
  Ter vervanging van de wettelijke en reglementaire feestdagen die vallen op dagen waarop geen arbeid gepresteerd moet worden, heeft een personeelslid vakantie in de periode tussen Kerstmis en nieuwjaar.
Art. 11. Outre le droit aux jours de congé annuels, visés au présent chapitre, le membre du personnel a droit aux jours fériés légaux et réglementaires, visés à l'article 2.
  En remplacement des jours fériés légaux et réglementaires tombant sur des jours où aucun travail ne doit être presté, les membres du personnel ont droit au congé dans la période entre Noël et le Nouvel An.
Art. 13. [1 De verlofdagen, vermeld in dit hoofdstuk, worden gelijkgesteld met perioden van dienstactiviteit]1. Ze worden niet opgeschort bij ziekte, maar wel bij ziekenhuisopname van het personeelslid en de eventueel daarop aansluitende herstelperiode.
  
Art. 13. [1 Les jours de congé visés au présent chapitre sont assimilés à des périodes d'activité de service]1. Ils ne sont pas suspendus en cas de maladie, mais bien en cas d'hospitalisation du membre du personnel, y compris l'éventuelle période de convalescence y afférente.
  
HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen
CHAPITRE IV. - Dispositions finales
Art. 14. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2009.
  Artikel 11, tweede lid, heeft uitwerking met ingang van 1 september 2008.
Art. 14. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2009.
  L'article 11, alinéa deux produit ses effets le 1er septembre 2008.
Art. 15. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 15. Le Ministre flamand ayant dans ses attributions l'enseignement est chargé de l'exécution du présent arrêté.