Artikel 1. § 1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder :
1° scholen : scholen van het basisonderwijs;
2° loonkost : de som van het geïndexeerde brutojaarsalaris, het vakantiegeld en de eindejaarstoelage van een personeelslid dat tijdelijk is aangesteld in een volledige betrekking, vier jaar geldelijke anciënniteit heeft en recht heeft op salarisschaal 148. De loonkost omvat de werkgeversbijdrage van 16,68 % en een aandeelpercentage van 1,087 % kinderbijslag;
3° representatieve vakorganisatie : personeelsvereniging die aangesloten is bij een in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen vertegenwoordigde syndicale organisatie.
§ 2. Het personeelslid dat vervangt, krijgt een salaris of een salaristoelage als de vervanging voldoet aan de voorwaarden, vermeld in dit hoofdstuk. Het salaris of de salaristoelage wordt vastgesteld op basis van de aanstelling van het personeelslid en op basis van de geldende reglementering.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
29 MEI 2009. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de vervangingen van korte afwezigheden (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 24-09-2009 en tekstbijwerking tot 04-12-2012)
Titre
29 MAI 2009. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif aux remplacements d'absences de courte durée (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 24-09-2009 et mise à jour au 04-12-2012)
Documentinformatie
Numac: 2009035912
Datum: 2009-05-29
Info du document
Numac: 2009035912
Date: 2009-05-29
Inhoud
Tekst (11)
Texte (11)
HOOFDSTUK I. - Basisonderwijs
CHAPITRE Ier. - Enseignement fondamental
Article 1er. § 1er. Pour l'application du présent chapitre, on entend par :
1° écoles : les écoles de l'enseignement fondamental;
2° coût salarial : la somme du traitement annuel brut indexé, du pécule de vacances et de l'allocation de fin d'année d'un membre du personnel qui est désigné temporairement à un emploi à temps plein, compte une ancienneté pécuniaire de quatre ans et a droit à l'échelle de traitement 148. Le coût salarial comprend la cotisation patronale de 16,68 % et un pourcentage de 1,087 % en allocations familiales.
3° organisation syndicale représentative : une association du personnel affiliée à une organisation syndicale représentée au Conseil socio-économique de la Flandre.
§ 2. Le membre du personnel qui assure le remplacement reçoit un traitement ou une subvention-traitement si le remplacement répond aux conditions visées au présent arrêté. Le traitement ou la subvention-traitement est fixé sur la base de la désignation du membre du personnel et sur la base de la réglementation en vigueur.
1° écoles : les écoles de l'enseignement fondamental;
2° coût salarial : la somme du traitement annuel brut indexé, du pécule de vacances et de l'allocation de fin d'année d'un membre du personnel qui est désigné temporairement à un emploi à temps plein, compte une ancienneté pécuniaire de quatre ans et a droit à l'échelle de traitement 148. Le coût salarial comprend la cotisation patronale de 16,68 % et un pourcentage de 1,087 % en allocations familiales.
3° organisation syndicale représentative : une association du personnel affiliée à une organisation syndicale représentée au Conseil socio-économique de la Flandre.
§ 2. Le membre du personnel qui assure le remplacement reçoit un traitement ou une subvention-traitement si le remplacement répond aux conditions visées au présent arrêté. Le traitement ou la subvention-traitement est fixé sur la base de la désignation du membre du personnel et sur la base de la réglementation en vigueur.
Art.2. Enkel de personeelsleden die zijn aangesteld in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel in het basisonderwijs, komen in aanmerking voor vervangingen van korte afwezigheden.
Art.2. Seuls les membres du personnel désignés à une fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant dans l'enseignement fondamental entrent en ligne de compte pour des remplacements d'absences de courte durée.
Art.3. Het totale aantal vervangingseenheden voor het basisonderwijs wordt berekend aan de hand van de volgende formules :
1° het aantal beschikbare voltijdse equivalenten wordt berekend door het beschikbare budget voor vervangingen van korte afwezigheden in het basisonderwijs te delen door het bedrag van de loonkost, waarbij :
a) het beschikbare budget voor het begrotingsjaar 2008 2.877.809 euro en vanaf het begrotingsjaar 2009 7.196.100 euro bedraagt;
b) het beschikbare budget vooraf wordt verminderd met een afhouding voor de verlengingsopdracht tijdelijke. Deze afhouding is gelijk aan A/B, waarbij : A = budget verlengingsopdracht tijdelijke voor de maanden september tot en met april van het voorafgaande schooljaar en maanden mei en juni van het daaraan voorafgaande schooljaar;
B = totaal aangewend budget van dezelfde periode;
c) het beschikbare budget wordt aangepast aan de ontwikkeling van het gezondheidsindexcijfer, vermeld in het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 ter vrijwaring van 's lands concurrentievermogen;
2° het totale aantal vervangingseenheden voor het basisonderwijs wordt verkregen door het aantal beschikbare voltijdse equivalenten te vermenigvuldigen met 10 000 en 42,86, waarbij :
a) 10 000 de voltijdse weekopdracht uitdrukt voor het basisonderwijs;
b) 42,86 het aantal bezoldigde weken is, verkregen door het maximale aantal betalingsdagen op jaarbasis van een personeelslid, aangesteld in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel, te delen door 7;
3° [1 de coëfficiënt, bestemd om het aantal vervangingseenheden per school te bepalen voor een schooljaar, wordt vastgesteld door het totale aantal vervangingseenheden voor het basisonderwijs te delen door het totale aantal lestijden voor het basisonderwijs van het vorige schooljaar, waarbij onder het totale aantal lestijden voor het basisonderwijs wordt verstaan de som van het totale aantal :
a) lestijden volgens de schalen;
b) SES-lestijden;
c) additionele lestijden volgens de schalen gebaseerd op de leerling-leerkracht ratio;
d) aanvullende lestijden voor het voeren van een gelijkekansenbeleid in het buitengewoon basisonderwijs;
e) aanvullende lestijden godsdienst, niet-confessionele zedenleer en cultuurbeschouwing;]1
4° [1 het aantal vervangingseenheden per school wordt voor een schooljaar berekend door de vervangingscoëfficiënt te vermenigvuldigen met het totale aantal lestijden van de school van het vorige schooljaar, waarbij onder het totale aantal lestijden van de school van het vorige schooljaar wordt verstaan de som van het totale aantal :
a) lestijden volgens de schalen;
b) SES-lestijden;
c) additionele lestijden volgens de schalen gebaseerd op de leerling-leerkracht ratio;
d) aanvullende lestijden voor het voeren van een gelijkekansenbeleid in het buitengewoon basisonderwijs;
e) aanvullende lestijden godsdienst, niet-confessionele zedenleer en cultuurbeschouwing.]1
Een aanstelling op basis van vervangingseenheden kan starten bij afwezigheid van een personeelslid. Het personeelslid moet steeds worden aangesteld in een voltijdse of halftijdse opdracht.
De vervangingseenheden kunnen eveneens worden aangewend om een personeelslid aan te stellen voor maximaal één schooljaar om, naast andere opdrachten, vervangingen te doen in de loop van het schooljaar. Dit is alleen mogelijk indien hierover afspraken zijn gemaakt in het convenant zoals bepaald in artikel 2. Zonder afbreuk te doen aan het principe dat een personeelslid wordt geaffecteerd aan een instelling, kan het personeelslid in dat geval worden ingezet voor vervangingen in alle scholen van het samenwerkingsplatform.
Voor de aanwending van de vervangingseenheden wordt de volgende formule toegepast : X x aantal aanstellingsdagen / 7 = Y, waarbij
1° X = de opdracht op weekbasis van het personeelslid dat met vervangingseenheden wordt aangesteld, uitgedrukt in 10.000sten;
2° aantal aanstellingsdagen = het aantal dagen waarop het personeelslid met vervangingseenheden wordt aangesteld, met inbegrip van een wettelijke feestdag, een weekeinde, de herfst-, kerst-, krokus-, of paasvakantie voor zover die periode in het aantal vervangingsdagen begrepen is;
3° Y = het aantal vervangingseenheden, afgerond naar de hogere eenheid, als het resultaat van de deling na de komma 5 of meer bedraagt.
Op het personeelslid dat met vervangingseenheden wordt aangesteld, zijn, naargelang van het geval, de bepalingen van toepassing van :
1° het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs;
2° het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd Onderwijs.
1° het aantal beschikbare voltijdse equivalenten wordt berekend door het beschikbare budget voor vervangingen van korte afwezigheden in het basisonderwijs te delen door het bedrag van de loonkost, waarbij :
a) het beschikbare budget voor het begrotingsjaar 2008 2.877.809 euro en vanaf het begrotingsjaar 2009 7.196.100 euro bedraagt;
b) het beschikbare budget vooraf wordt verminderd met een afhouding voor de verlengingsopdracht tijdelijke. Deze afhouding is gelijk aan A/B, waarbij : A = budget verlengingsopdracht tijdelijke voor de maanden september tot en met april van het voorafgaande schooljaar en maanden mei en juni van het daaraan voorafgaande schooljaar;
B = totaal aangewend budget van dezelfde periode;
c) het beschikbare budget wordt aangepast aan de ontwikkeling van het gezondheidsindexcijfer, vermeld in het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 ter vrijwaring van 's lands concurrentievermogen;
2° het totale aantal vervangingseenheden voor het basisonderwijs wordt verkregen door het aantal beschikbare voltijdse equivalenten te vermenigvuldigen met 10 000 en 42,86, waarbij :
a) 10 000 de voltijdse weekopdracht uitdrukt voor het basisonderwijs;
b) 42,86 het aantal bezoldigde weken is, verkregen door het maximale aantal betalingsdagen op jaarbasis van een personeelslid, aangesteld in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel, te delen door 7;
3° [1 de coëfficiënt, bestemd om het aantal vervangingseenheden per school te bepalen voor een schooljaar, wordt vastgesteld door het totale aantal vervangingseenheden voor het basisonderwijs te delen door het totale aantal lestijden voor het basisonderwijs van het vorige schooljaar, waarbij onder het totale aantal lestijden voor het basisonderwijs wordt verstaan de som van het totale aantal :
a) lestijden volgens de schalen;
b) SES-lestijden;
c) additionele lestijden volgens de schalen gebaseerd op de leerling-leerkracht ratio;
d) aanvullende lestijden voor het voeren van een gelijkekansenbeleid in het buitengewoon basisonderwijs;
e) aanvullende lestijden godsdienst, niet-confessionele zedenleer en cultuurbeschouwing;]1
4° [1 het aantal vervangingseenheden per school wordt voor een schooljaar berekend door de vervangingscoëfficiënt te vermenigvuldigen met het totale aantal lestijden van de school van het vorige schooljaar, waarbij onder het totale aantal lestijden van de school van het vorige schooljaar wordt verstaan de som van het totale aantal :
a) lestijden volgens de schalen;
b) SES-lestijden;
c) additionele lestijden volgens de schalen gebaseerd op de leerling-leerkracht ratio;
d) aanvullende lestijden voor het voeren van een gelijkekansenbeleid in het buitengewoon basisonderwijs;
e) aanvullende lestijden godsdienst, niet-confessionele zedenleer en cultuurbeschouwing.]1
Een aanstelling op basis van vervangingseenheden kan starten bij afwezigheid van een personeelslid. Het personeelslid moet steeds worden aangesteld in een voltijdse of halftijdse opdracht.
De vervangingseenheden kunnen eveneens worden aangewend om een personeelslid aan te stellen voor maximaal één schooljaar om, naast andere opdrachten, vervangingen te doen in de loop van het schooljaar. Dit is alleen mogelijk indien hierover afspraken zijn gemaakt in het convenant zoals bepaald in artikel 2. Zonder afbreuk te doen aan het principe dat een personeelslid wordt geaffecteerd aan een instelling, kan het personeelslid in dat geval worden ingezet voor vervangingen in alle scholen van het samenwerkingsplatform.
Voor de aanwending van de vervangingseenheden wordt de volgende formule toegepast : X x aantal aanstellingsdagen / 7 = Y, waarbij
1° X = de opdracht op weekbasis van het personeelslid dat met vervangingseenheden wordt aangesteld, uitgedrukt in 10.000sten;
2° aantal aanstellingsdagen = het aantal dagen waarop het personeelslid met vervangingseenheden wordt aangesteld, met inbegrip van een wettelijke feestdag, een weekeinde, de herfst-, kerst-, krokus-, of paasvakantie voor zover die periode in het aantal vervangingsdagen begrepen is;
3° Y = het aantal vervangingseenheden, afgerond naar de hogere eenheid, als het resultaat van de deling na de komma 5 of meer bedraagt.
Op het personeelslid dat met vervangingseenheden wordt aangesteld, zijn, naargelang van het geval, de bepalingen van toepassing van :
1° het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs;
2° het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd Onderwijs.
Art.3. Le nombre total d'unités de remplacement réservées à l'enseignement fondamental est calculé au moyen des formules suivantes :
1° le nombre d'équivalents à temps plein disponibles est calculé en divisant le budget disponible pour les remplacements d'absences de courte durée dans l'enseignement fondamental par le montant du coût salarial. Dans cette formule :
a) le budget disponible s'élève à 2.877.809 euros pour l'année budgétaire 2008 et à 7.196.100 euros à partir de l'année budgétaire 2009;
b) le budget disponible est diminué préalablement d'une retenue pour la prolongation de la charge du temporaire. Cette retenue est égale à A/B, étant entendu que : A = budget prolongation de la charge du temporaire pour les mois de septembre à avril inclus de l'année scolaire précédente et les mois de mai et juin de l'année scolaire précédant cette année;B= budget affecté total de la même période;
c) le budget disponible est adapté à l'évolution de l'indice de santé, visé à l'arrêté royal du 24 décembre 1993 en exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays;
2° le nombre total d'unités de remplacement pour l'enseignement fondamental est obtenu en multipliant le nombre d'équivalents à temps plein disponibles par 10 000 et 42,86,
a) 10 000 exprimant la charge hebdomadaire à temps plein pour l'enseignement fondamental;
b) 42,86 correspond au nombre de semaines rémunérées, obtenu en divisant par 7 le nombre total de jours de paiement sur une base annuelle d'un membre du personnel désigné à une fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant;
3° [1 le coefficient destiné à la détermination du nombre d'unités de remplacement par école pour une année scolaire est fixé en divisant le nombre total d'unités de remplacement pour l'enseignement fondamental par le nombre total de périodes de cours pour l'enseignement fondamental de l'année scolaire précédente; dans le présent point, il y a lieu de comprendre par " nombre total de périodes de cours pour l'enseignement fondamental " la somme du nombre total de :
a) périodes de cours suivant les échelles;
b) périodes SES;
c) périodes complémentaires destinées à la conduite d'une politique d'égalité des chances dans l'enseignement fondamental spécial;
d) périodes complémentaires destinées à la conduite d'une politique d'égalité des chances dans l'enseignement fondamental spécial;
e) périodes complémentaires de religion, morale non confessionnelle et formation culturelle;]1
4° [1 pour une année scolaire, le nombre d'unités de remplacement par école est calculé en multipliant le coefficient de remplacement par le nombre total de périodes de cours de l'école de l'année scolaire précédente; dans le présent point, il y a lieu de comprendre par " nombre total de périodes de cours de l'école de l'année scolaire précédente " la somme du nombre total de :
a) périodes de cours suivant les échelles;
b) périodes SES;
c) périodes complémentaires destinées à la conduite d'une politique d'égalité des chances dans l'enseignement fondamental spécial;
d) périodes complémentaires destinées à la conduite d'une politique d'égalité des chances dans l'enseignement fondamental spécial;
e) périodes complémentaires de religion, morale non confessionnelle et formation culturelle.]1
Une désignation sur la base d'unités de remplacement ne peut démarrer qu'en l'absence d'un membre du personnel. Le membre du personnel doit toujours être désigné pour une charge à temps plein ou à mi-temps.
Les unités de remplacement peuvent également être utilisées pour désigner un membre du personnel pour une année scolaire au plus pour assurer, outre d'autres charges, des remplacements au cours de l'année scolaire. Ceci n'est possible que si des engagements à cet effet sont stipulés dans une convention telle que visée à l'article 2. Sans préjudice du principe qu'un membre du personnel est affecté à un établissement, le membre du personnel peut alors être déployé pour des remplacements dans toutes les écoles de la plateforme de coopération.
Pour l'utilisation des unités de remplacement, la formule suivante est appliquée : X x nombre de jours de remplacement / 7 = Y, où
1° X = la charge sur une base hebdomadaire du membre du personnel désigné sur la base d'unités de remplacement, exprimée en 10 000.e ;
2° nombre de jours de remplacement = le nombre de jours pendant lesquels le membre du personnel est désigné, y compris un jour férié légal, un weekend, les vacances d'automne, les vacances de Noël, les vacances de Carnaval et les vacances de Pâques, dans la mesure où cette période est comprise dans le nombre de jours de remplacement;
3° Y = le nombre d'unités de remplacement, arrondi à l'unité supérieure, si le résultat de la fraction est supérieur ou égal à 5 après la virgule.
Au membre du personnel désigné sur la base d'unités de remplacement s'appliquent, suivant le cas, les dispositions :
1° du décret relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement communautaire;
2° du décret relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement subventionné.
1° le nombre d'équivalents à temps plein disponibles est calculé en divisant le budget disponible pour les remplacements d'absences de courte durée dans l'enseignement fondamental par le montant du coût salarial. Dans cette formule :
a) le budget disponible s'élève à 2.877.809 euros pour l'année budgétaire 2008 et à 7.196.100 euros à partir de l'année budgétaire 2009;
b) le budget disponible est diminué préalablement d'une retenue pour la prolongation de la charge du temporaire. Cette retenue est égale à A/B, étant entendu que : A = budget prolongation de la charge du temporaire pour les mois de septembre à avril inclus de l'année scolaire précédente et les mois de mai et juin de l'année scolaire précédant cette année;B= budget affecté total de la même période;
c) le budget disponible est adapté à l'évolution de l'indice de santé, visé à l'arrêté royal du 24 décembre 1993 en exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays;
2° le nombre total d'unités de remplacement pour l'enseignement fondamental est obtenu en multipliant le nombre d'équivalents à temps plein disponibles par 10 000 et 42,86,
a) 10 000 exprimant la charge hebdomadaire à temps plein pour l'enseignement fondamental;
b) 42,86 correspond au nombre de semaines rémunérées, obtenu en divisant par 7 le nombre total de jours de paiement sur une base annuelle d'un membre du personnel désigné à une fonction de recrutement du personnel directeur et enseignant;
3° [1 le coefficient destiné à la détermination du nombre d'unités de remplacement par école pour une année scolaire est fixé en divisant le nombre total d'unités de remplacement pour l'enseignement fondamental par le nombre total de périodes de cours pour l'enseignement fondamental de l'année scolaire précédente; dans le présent point, il y a lieu de comprendre par " nombre total de périodes de cours pour l'enseignement fondamental " la somme du nombre total de :
a) périodes de cours suivant les échelles;
b) périodes SES;
c) périodes complémentaires destinées à la conduite d'une politique d'égalité des chances dans l'enseignement fondamental spécial;
d) périodes complémentaires destinées à la conduite d'une politique d'égalité des chances dans l'enseignement fondamental spécial;
e) périodes complémentaires de religion, morale non confessionnelle et formation culturelle;]1
4° [1 pour une année scolaire, le nombre d'unités de remplacement par école est calculé en multipliant le coefficient de remplacement par le nombre total de périodes de cours de l'école de l'année scolaire précédente; dans le présent point, il y a lieu de comprendre par " nombre total de périodes de cours de l'école de l'année scolaire précédente " la somme du nombre total de :
a) périodes de cours suivant les échelles;
b) périodes SES;
c) périodes complémentaires destinées à la conduite d'une politique d'égalité des chances dans l'enseignement fondamental spécial;
d) périodes complémentaires destinées à la conduite d'une politique d'égalité des chances dans l'enseignement fondamental spécial;
e) périodes complémentaires de religion, morale non confessionnelle et formation culturelle.]1
Une désignation sur la base d'unités de remplacement ne peut démarrer qu'en l'absence d'un membre du personnel. Le membre du personnel doit toujours être désigné pour une charge à temps plein ou à mi-temps.
Les unités de remplacement peuvent également être utilisées pour désigner un membre du personnel pour une année scolaire au plus pour assurer, outre d'autres charges, des remplacements au cours de l'année scolaire. Ceci n'est possible que si des engagements à cet effet sont stipulés dans une convention telle que visée à l'article 2. Sans préjudice du principe qu'un membre du personnel est affecté à un établissement, le membre du personnel peut alors être déployé pour des remplacements dans toutes les écoles de la plateforme de coopération.
Pour l'utilisation des unités de remplacement, la formule suivante est appliquée : X x nombre de jours de remplacement / 7 = Y, où
1° X = la charge sur une base hebdomadaire du membre du personnel désigné sur la base d'unités de remplacement, exprimée en 10 000.e ;
2° nombre de jours de remplacement = le nombre de jours pendant lesquels le membre du personnel est désigné, y compris un jour férié légal, un weekend, les vacances d'automne, les vacances de Noël, les vacances de Carnaval et les vacances de Pâques, dans la mesure où cette période est comprise dans le nombre de jours de remplacement;
3° Y = le nombre d'unités de remplacement, arrondi à l'unité supérieure, si le résultat de la fraction est supérieur ou égal à 5 après la virgule.
Au membre du personnel désigné sur la base d'unités de remplacement s'appliquent, suivant le cas, les dispositions :
1° du décret relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement communautaire;
2° du décret relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement subventionné.
Wijzigingen
HOOFDSTUK II. - Secundair onderwijs [1 opgeheven]1
CHAPITRE II. - Enseignement secondaire [1 abrogé]1
HOOFDSTUK III. - Slotbepalingen
CHAPITRE III. - Dispositions finales
Art.7. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2008.
Art.7. Le présent arrêté produit ses effets le 1er septembre 2008.
Art. 8. De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 29 mei 2009.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE
Brussel, 29 mei 2009.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE
Art. 8. Le Ministre flamand qui a l'Enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Bruxelles, le 29 mai 2009.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand de l'Emploi, de l'Enseignement et de la Formation,
F. VANDENBROUCKE
Bruxelles, le 29 mai 2009.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand de l'Emploi, de l'Enseignement et de la Formation,
F. VANDENBROUCKE