Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
5 JUNI 2009. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 23-09-2009 en tekstbijwerking tot 23-02-2026)
Titre
5 JUIN 2009. - Arrêté du Gouvernement flamand portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 23-09-2009 et mise à jour au 23-02-2026)
Documentinformatie
Numac: 2009035886
Datum: 2009-06-05
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2009035886
Date: 2009-06-05
Moniteur: Voir
Inhoud
TITEL I. - Organisatie van de Vlaamse Dienst vo... HOOFDSTUK I. - Definities HOOFDSTUK II. - Algemene bepalingen TITEL II. - Arbeidsmarktbeheer HOOFDSTUK I. - Arbeidsmarktregie Afdeling I. - Rechten en plichten van de werkzo... Afdeling II. - Premies, vergoedingen en verzeke... Onderafdeling I. - Premies en vergoedingen Onderafdeling II. - Verzekering Afdeling III. - Mandaat tot het verrichten van ... Afdeling IV. Afdeling V. HOOFDSTUK I/I. [1 - Activeringsregie]1 HOOFDSTUK II. - Arbeidsbemiddeling, georganisee... Afdeling I. - Universele dienstverlening voor d... Afdeling II. - Trajectwerking Afdeling III. [1 Afdeling 3. Beroepsverkennende... Afdeling IV. - Universele dienstverlening voor ... HOOFDSTUK III. - Tewerkstellingscellen Afdeling I. - Oprichting en doel van de tewerks... Afdeling II. - Opdrachten van de VDAB in de tew... Afdeling III. - Opdrachten van het outplacement... Afdeling IV. - Stuurgroep van de tewerkstelling... Afdeling V. - Rapportering en evaluatie TITEL III. - Competentieontwikkeling HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen HOOFDSTUK II. - De organisatie van de beroepsop... Afdeling I. - Toelating tot de beroepsopleiding Afdeling II. - De overeenkomst voor beroepsople... Afdeling III. - Opleidingsstage en praktisch werk Afdeling IV. - Opleiding in een onderwijsinstel... HOOFDSTUK III. - De individuele beroepsopleiding Afdeling I. - Algemeen stelsel Afdeling I/1. Afdeling II. Afdeling III. Afdeling II. [1 IBO-plus]1 HOOFDSTUK IV. [1 - De werkervaringsstage]1 HOOFDSTUK V. [1 - De activeringsstage]1 HOOFDSTUK VI. [1 Hoofdstuk VI. De beroepsinlevi... TITEL III/1. [1 - Activering en beschikbaarheid... HOOFDSTUK I. [1 - Activering en opvolging zoekg... Afdeling 1. [1 - Algemene bepalingen]1 Afdeling 2. [1 - Opvolging van het werkzoekgedr... Afdeling 3. [1 - De controledienst en het verho... Afdeling 4. [1 - Herzieningsprocedure]1 Afdeling 5. [1 - Controle van beschikbaarheid t... Afdeling 6. [1 - Jonge verplicht ingeschreven w... HOOFDSTUK 2. [1 Vrijstellingen]1 Afdeling 1. [1 Algemene principes bij vrijstell... Art. 111/31. [1 De vrijstelling van beschikbaar... Art. 111/32. [1 § 1. De verplicht ingeschreven ... Art. 111/33. [1 § 1. De verplicht ingeschreven ... Art. 111/34. [1 De verplicht ingeschreven werkz... Art. 111/35. [1 § 1. De verplicht ingeschreven ... Art. 111/36. [1 De verplicht ingeschreven werkz... Art. 111/37. [1 De verplicht ingeschreven werkz... Art. 111/38. [1 De verplicht ingeschreven werkz... Afdeling 2. [1 Werkingsprincipes]1 Art. 111/39. [1 § 1. Met toepassing van afdelin... Art. 111/40. [1 § 1. Als de verplicht ingeschre... Art. 111/41. [1 Met behoud van de toepassing va... Art. 111/42. [1 . Elke gemotiveerde beslissing ... Art. 111/43. [1 § 1. Om volledig te zijn, moet ... TITEL IV. - Slotbepalingen
Inhoud
TITRE Ier. - Organisation du "Vlaamse Dienst vo... CHAPITRE Ier. - Définitions CHAPITRE II. - Dispositions générales TITRE II. - Gestion du marché de l'emploi CHAPITRE Ier. - Régie du marché de l'emploi Section Ire. - Droits et devoirs du demandeur d... Section II. - Primes, indemnités et assurance Sous-section Ire. - Primes et indemnités Sous-section II. - Assurance Section III. - Mandat de placement gratuit Section IV. Section V. CHAPITRE I/I. [1 - Régie d'activation]1 CHAPITRE II. - Placement organisé par le VDAB Section Ire. - Service universel au demandeur d... Section II. - Réalisation du parcours Section III. [1 Stage d'orientation professionn... Section IV. - Service universel à l'employeur CHAPITRE III. - Cellules d'emploi Section Ire. - Création et but de la cellule d'... Section II. - Missions du VDAB dans la cellule ... Section III. - Missions du bureau d'outplacement Section IV. - Groupe de pilotage de la cellule ... Section V. - Rapportage et évaluation TITRE III. - Développement des compétences CHAPITRE Ier. - Dispositions préliminaires CHAPITRE II. - L'organisation de la formation p... Section Ire. - Admission à la formation profess... Section II. - Le contrat de formation professio... Section III. - Stage de formation et travail pr... Section IV. - Formation dans un établissement d... CHAPITRE III. - La formation professionnelle in... Section Ire. - Régime général Section Ire/1. Section II. Section III. Section II. [1 FPI-plus]1 CHAPITRE IV. [1 - Le stage d'expérience profess... CHAPITRE V. [1 - Le stage d'activation]1 CHAPITRE VI. [1 Chapitre VI. Le stage d'immersi... TITRE III/1. [1 - Activation et disponibilité p... CHAPITRE Ier. [1 - Activation et suivi du compo... Section 1. [1 - Dispositions générales]1 Section 2. [1 - Suivi du comportement de recher... Section 3. [1 - Le service de contrôle et l'aud... Section 4. [1 - Procédure de révision]1 Section 5. [1 - Contrôle de la disponibilité pe... Section 6. [1 - Jeune demandeur d'emploi inscri... CHAPITRE 2. [1 Dispenses]1 Section Ire. [1 Principes généraux du régime de... Art. 111/31. [1 La dispense de disponibilité su... Art. 111/32. [1 § 1er. Le demandeur d'emploi in... Art. 111/33. [1 § 1er. Le demandeur d'emploi in... Art. 111/34. [1 Le demandeur d'emploi inscrit o... Art. 111/35. [1 § 1er. Le demandeur d'emploi in... Art. 111/36. [1 Le demandeur d'emploi inscrit o... Art. 111/37. [1 Le demandeur d'emploi inscrit o... Art. 111/38. [1 Le demandeur d'emploi inscrit o... Section 2. [1 Principes de fonctionnement ]1 Art. 111/39. [1 § 1er. En application de la sec... Art. 111/40. [1 § 1er. Si le demandeur d'emploi... Art. 111/41. [1 . Sans préjudice des dispositio... Art. 111/42. [1 Toute décision motivée du VDAB ... TITRE IV. - Dispositions finales
Tekst (266)
Texte (266)
TITEL I. - Organisatie van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding
TITRE Ier. - Organisation du "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding" (Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle)
HOOFDSTUK I. - Definities
CHAPITRE Ier. - Définitions
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder :
  1° het decreet van 7 mei 2004 : het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding ";
  2° de VDAB : de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, vermeld in artikel 3, § 1, van het decreet van 7 mei 2004;
  3° de raad van bestuur : de raad van bestuur van de VDAB, vermeld in artikel 7 van het decreet van 7 mei 2004;
  4° arbeidsmarktregie : het operationaliseren van de door de Vlaamse overheid toevertrouwde opdrachten op het vlak van arbeidsmarktbeleid, het in kaart brengen en ordenen van de activiteiten van de betrokken arbeidsmarktactoren, het verwezenlijken van de afstemming tussen de betrokken actoren door het opnemen van een coördinerende rol, het bewerkstelligen van oplossingen en het opzetten van een transparant en permanent arbeidsmarktgegevenssysteem;
  5° trajectbegeleiding : het geheel van adviezen en diensten dat erop gericht is niet-werkende werkzoekenden te begeleiden met het oog op de verdere ontwikkeling van hun loopbaan of de participatie in een traject waarin de meting van competenties centraal staat [6 en de competenties versterkt en bestendigd kunnen worden]6;
  6° competentieontwikkeling : elke maatregel die tot doel heeft een persoon bekwaamheid te verstrekken om beroepsarbeid te verrichten;
  7° de werkzoekende : elke persoon die is ingeschreven bij de VDAB, met inbegrip van de personen die op zoek zijn naar een zelfstandige beroepsactiviteit;
  8° de niet-werkende werkzoekende :
  a) de werkzoekende die geen betaalde beroepsarbeid verricht;
  b) de onvrijwillig deeltijdse werknemer, vermeld in artikel 29 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering;
  c) de deeltijdse werknemer die een opleiding volgt in een onderwijsinstelling als vermeld in artikel 87, waarvoor hij vrijstelling heeft gekregen van de [6 VDAB]6;
  9° de cursist : de persoon die een competentieontwikkeling als vermeld in artikel 61, 1° tot en met 6°, volgt;
  10° de uitkeringsgerechtigde werkloze : de persoon die voldoet aan de voorwaarden om werkloosheidsuitkeringen te ontvangen;
  11° de werknemer : de persoon die tewerkgesteld is met een arbeidsovereenkomst of de persoon die zonder dat hij door een arbeidsovereenkomst is verbonden, tegen loon arbeidsprestaties verricht onder het gezag van een andere persoon of die arbeid verricht onder vergelijkbare voorwaarden;
  12° personen met een indicatie van een arbeidshandicap : de persoon, vermeld in artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008 betreffende de professionele integratie van personen met een arbeidshandicap;
  13° het mandaat : de opdracht, gegeven door de raad van bestuur aan natuurlijke personen of rechtspersonen, om taken uit te voeren op het vlak van kosteloze arbeidsbemiddeling[7 ...]7;
  14° [3 ...]3
  15° [6 beroepsverkennende]6 stage : stage voor werkzoekenden, die niet past in het kader van van een opleiding, maar in hun beroeps- of loopbaanoriëntatie. De stage vindt plaats tijdens een trajectbegeleiding of activering en kan aan een opleiding voorafgaan. Die stagevorm heeft tot doel een individueel proces te ondersteunen en te versterken, waarbij een werkzoekende zicht krijgt op de concrete arbeidsmarkt, zijn interesses en aanwezige competenties, en waarbij die competenties getest en geactiveerd kunnen worden met het oog op verdere stappen naar tewerkstelling;
  16° activering : proces waarbij de werkzoekende, in samenwerking met een begeleider, de medische, mentale, psychische, psychiatrische en sociale problemen die zijn inschakeling op de arbeidsmarkt in de weg staan, probeert op te lossen;
  17° ad-hoctewerkstellingscel : samenwerkingsverband dat naar aanleiding van de herstructurering van een onderneming werd opgericht als feitelijke vereniging of als autonome rechtpersoon, waarbij minstens de onderneming, minstens een van de representatieve werknemersorganisaties en de VDAB betrokken zijn;
  18° permanente tewerkstellingscel : de tewerkstellingscel in beheer van de VDAB waarin verschillende ondernemingen in herstructurering participeren;
  19° tewerkstellingscel : zowel de ad-hoctewerkstellingscel als de permanente tewerkstellingscel;
  20° outplacementbegeleiding : het geheel van begeleidende diensten en adviezen die in opdracht van de werkgever door een derde individueel of in groep worden verleend om een werknemer in staat te stellen zelf binnen een zo kort mogelijke termijn een betrekking bij een nieuwe werkgever te vinden of een beroepsactiviteit als zelfstandige te ontplooien;
  21° het outplacementbureau : het bureau voor outplacementactiviteiten, vermeld in het [1 besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2010 tot uitvoering van het decreet [2 van 10 december 2010]2 betreffende de private arbeidsbemiddeling]1;
  22° administratieve overheid : de overheid, vermeld in artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
  [2 23° bemiddelaar: personeelslid van de VDAB dat de nodige initiatieven neemt om de werkzoekende te ondersteunen bij de verbetering van zijn tewerkstellingsmogelijkheden [6 en de opvolging van het werkzoekgedrag]6;
   24° controledienst: de dienst die binnen de VDAB is belast met de controle van de beschikbaarheid van de verplicht ingeschreven werkzoekende en het in voorkomend geval bepalen van de bijbehorende sanctie;
   25° partnerorganisaties: organisaties waarmee de VDAB samenwerkt in het kader van een overheidsopdracht, subsidieovereenkomst of samenwerkingsovereenkomst;
   26° RVA: de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening;]2

  [4 [8 werkervaringsstage: een stage voor een niet-werkende werkzoekende als vermeld in punt 8°, a), in het kader van een traject naar betaald werk. Tijdens de werkervaringsstage voert de stagair acties uit op een reële werkvloer en ligt de focus niet primair op technische competentieversterking]8;]4
  [8 ...]8
  De Vlaamse minister, bevoegd voor het Tewerkstellingsbeleid, bepaalt, na advies van de raad van bestuur van de VDAB, wat moet worden verstaan onder onderneming in herstructurering als vermeld in het eerste lid, 17° en 18°;
  [6 29° beroepsinlevingsstage: een betaalde [12 stage]12 op de werkvloer waarbij de [12 stagiair]12 competenties en werkervaring verwerft en waarbij de VDAB geen begeleiding biedt;]6
  [6 30° tewerkstellingsbreuk: het gemiddeld aantal uren per week van de werknemer gedeeld door het gemiddeld aantal uren per week van de maatpersoon;]6
  [6 31° kwetsbare werknemer:
   a) de volgende verplicht ingeschreven deeltijdse werknemers:
   1) de deeltijds werkenden met inkomensgarantie-uitkering;
   2) de deeltijds werkende werkzoekenden in hun beroepsinschakelingstijd;
   b) de volgende werknemers in werkonzekerheid:
   1) de werknemers die het slachtoffer zijn van collectief ontslag of herstructurering, of de werknemers van ondernemingen in moeilijkheden;
   2) de werknemers van wie de arbeidsovereenkomst geheel of gedeeltelijk geschorst is ingevolge tijdelijke werkloosheid;
   3) de werknemers in hun opzeggingstermijn;
   4) de werknemers in tijdelijke arbeid;
   c) de werknemers in een van de volgende tewerkstellingsprogramma's:
   1) een tewerkstellingsprogramma in het kader van collectief maatwerk als vermeld in het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling;
   2) [9 een tewerkstellingsprogramma in het kader van individueel maatwerk als vermeld in het decreet van 14 januari 2022 over maatwerk bij individuele inschakeling, als een loonpremie als vermeld in hoofdstuk 4, afdeling 2, van het voormelde decreet, en een begeleidingspremie als vermeld in hoofdstuk 4, afdeling 3, van het voormelde decreet, wordt toegekend;]9;
   3) een tewerkstellingsprogramma als vermeld in artikel 60, § 7, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
   4) een tewerkstellingsprogramma in het kader van het wijk-werken, vermeld in artikel 3, 9°, van het Wijk-werkendecreet van 7 juli 2017;
   5) [10 ...]10;
   d) werknemers die om medische redenen, erkend door een arbeidsgeneesheer conform boek I, titel, 4 van de codex over het welzijn op het werk, hun huidige functie niet meer kunnen uitoefenen;]6

  [6 32° collectieve sluiting: de periode waarin de onderneming of een technische bedrijfseenheid van de onderneming gesloten is met toepassing van:
   a) de wetgeving op de jaarlijkse vakantie van werknemers;
   b) eventueel verhoogd met een aantal bijkomende vakantiedagen voorzien bij Koninklijk Besluit, algemeen verbindend verklaard krachtens artikel 6 van de Gecoördineerde wetten betreffende de jaarlijkse vakantie;]6

  [6 33° GGMMI: het gewaarborgd gemiddeld minimummaandinkomen, vermeld in artikel 3, eerste lid, van cao nr. 43 van 2 mei 1988 betreffende de waarborg van een gemiddeld minimum maandinkomen.]6
  [11 34° knelpuntopleiding: een opleiding waarvan het knelpuntkarakter bij de start van de opleidingsactie bepaald wordt. Als een beroepsgerichte opleiding toegang geeft tot ten minste één knelpuntberoep bij de start spreken we van een knelpuntopleiding;
   35° tussentijdse kwalificatie: een kwalificatie die de cursist ontvangt nadat de cursist geslaagd is voor een deel van een knelpuntopleiding, die op zichzelf ook als knelpuntopleiding voor de knelpuntpremie in aanmerking komt.]11

  
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
  1° le décret du 7 mai 2004 : le décret du 7 mai 2004 relatif à la création de l'agence autonomisée externe de droit public "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding" (Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle);
  2° le VDAB : le "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding", visé à l'article 3, § 1er, du décret du 7 mai 2004;
  3° le conseil d'administration : le conseil d'administration du VDAB, visé à l'article 7 du décret du 7 mai 2004;
  4° régie du marché de l'emploi : l'opérationalisation des missions confiées par l'autorité flamande en matière de politique du marché de l'emploi, de répertoriage et de classification des activités des acteurs concernés du marché de l'emploi, d'harmonisation entre les acteurs concernés par la prise en charge de la coordination, la résolution de problèmes et la mise en place d'un système transparent et permanent permettant la gestion de données du marché de l'emploi;
  5° accompagnement de parcours : l'ensemble de conseils et de services visant l'accompagnement de demandeurs d'emploi inoccupés en vue du développement de leur carrière et/ou de leur participation à un parcours centré sur la mesure de compétences [6 et sur leur renforcement et leur maintien]6;
  6° développement des compétences : toute mesure qui vise à apporter des aptitudes à une personne pour exercer des activités professionnelles;
  7° le demandeur d'emploi : toute personne inscrite au VDAB, y compris les personnes qui recherchent une activité professionnelle indépendante;
  8° le demandeur d'emploi inoccupé :
  a) le demandeur d'emploi qui n'exerce aucune activité professionnelle rémunérée;
  b) le travailleur à temps partiel involontaire, visé à l'article 29 de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage;
  c) le travailleur à temps partiel qui suit une formation dans un établissement d'enseignement tel que visé à l'article 87, pour laquelle il a obtenu une exemption du [6 VDAB]6;
  9° l'apprenant : la personne qui suit un développement des compétences tel que visé à l'article 61, 1° à 6°;
  10° le chômeur indemnisé : la personne qui satisfait aux conditions pour l'obtention d'allocations de chômage;
  11° le travailleur : la personne occupée sous les liens d'un contrat de travail ou la personne qui, autrement qu'en vertu d'un contrat de travail, fournit, contre rémunération, des prestations de travail sous l'autorité d'une autre personne ou qui exécute ce travail selon des modalités similaires;
  12° personnes avec une indication de handicap à l'emploi : la personne, visée à l'article 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 juillet 2008 relatif à l'intégration professionnelle des personnes atteintes d'un handicap à l'emploi;
  13° le mandat : la mission, donnée par le conseil d'administration aux personnes physiques ou morales, d'exécuter des tâches dans le domaine du placement gratuit [7 ...]7;
  14° [3 ...]3
  15° stage [6 d'orientation professionnelle]6 : le stage pour demandeurs d'emploi qui ne s'inscrit pas dans le cadre d'une formation mais bien dans leur orientation professionnelle ou de carrière. Le stage a lieu au cours d'un accompagnement de parcours ou d'une activation et peut précéder une formation. Ce type de stage a pour but de soutenir et renforcer un processus individuel permettant au demandeur d'emploi de mieux appréhender le marché de l'emploi concret, cerner ses intérêts et ses compétences présentes, ces dernières pouvant être testées et activées pour l'aider dans ses démarches d'emploi;
  16° activation : un processus par lequel le demandeur d'emploi, en collaboration avec un accompagnateur, cherche à résoudre les problèmes médicaux, mentaux, psychiques, psychiatriques et sociaux susceptibles d'entraver son insertion dans le marché du travail;
  17° cellule d'emploi ad hoc : partenariat qui, suite à la restructuration d'une entreprise, est créé comme association de fait ou personne morale autonome, dans laquelle sont impliqués au moins l'entreprise, une des organisations syndicales représentatives et le VDAB;
  18° cellule permanente d'emploi : la cellule d'emploi gérée par le VDAB à laquelle participent différentes entreprises en restructuration;
  19° cellule d'emploi : tant la cellule d'emploi ad hoc que la cellule permanente d'emploi;
  20° l'accompagnement d'outplacement : l'ensemble de services et de conseils de guidance fournis, pour le compte de l'employeur, par un tiers individuel ou en groupe au profit du travailleur en vue de lui permettre de retrouver le plus rapidement possible un nouvel emploi auprès d'un nouvel employeur ou de développer une activité professionnelle en tant qu'indépendant;
  21° le bureau d'outplacement : le bureau exerçant des activités d'outplacement, visé à [1 l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 décembre 2010 portant exécution du décret [2 du 10 décembre 2010]2 relatif au placement privé]1;
  22° autorité administrative : l'autorité, telle que visée à l'article 14 des lois coordonnées sur le Conseil d'Etat;
  [2 23° médiateur : un membre du personnel du VDAB qui prend les initiatives nécessaires pour aider le demandeur d'emploi à améliorer ses possibilités d'emploi [6 et pour suivre son comportement de recherche d'emplo]6 ;
   24° service de contrôle : le service au sein du VDAB qui est chargé du contrôle de la disponibilité du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement et, le cas échéant, de la détermination de la sanction correspondante ;
   25° organisations partenaires : les organisations avec lesquelles le VDAB collabore dans le cadre d'un marché public, d'une convention de subvention ou d'un accord de coopération ;
   26° Onem : l'Office national de l'Emploi;]2

  [4 27° [8 stage d'expérience professionnelle : un stage pour un demandeur d'emploi inoccupé tel que mentionné au point 8°, a), dans le cadre d'un parcours vers un emploi rémunéré. Pendant le stage d'expérience professionnelle, le stagiaire effectue des actions sur un lieu de travail réel et l'accent n'est pas mis principalement sur l'amélioration des compétences techniques ]8;]4
  [5 28° [8 ...]8]5
  Le Ministre flamand chargé de la Politique de l'Emploi détermine, sur avis du conseil d'administration du VDAB, ce qu'il faut entendre par entreprise en voie de restructuration telle que visée au premier alinéa, 17° et 18°;
  [6 29° stage d'immersion professionnelle : [12 un stage payé]12 sur le lieu de travail, permettant à [12 le stagiaire]12 d'acquérir des compétences et une expérience professionnelle et pendant [12 lequel]12 le VDAB n'offre aucun encadrement ;]6
  [6 30° fraction d'occupation : le nombre moyen d'heures par semaine du travailleur divisé par le nombre moyen d'heures par semaine de la personne de référence ;]6
  [6 31° travailleur vulnérable :
   a) les travailleurs à temps partiel suivants inscrits obligatoirement :
   1) les travailleurs à temps partiel bénéficiant d'une allocation de garantie de revenu ;
   2) les demandeurs d'emploi travaillant à temps partiel dans leur stage d'insertion professionnelle ;
   b) les travailleurs suivants se trouvant en insécurité de l'emploi :
   1) les travailleurs victimes de licenciement collectif ou de restructuration, ou les travailleurs d'entreprises en difficultés ;
   2) les travailleurs dont le contrat de travail est entièrement ou partiellement suspendu suite à un chômage temporaire ;
   3) les travailleurs dans leur délai de préavis ;
   4) les travailleurs effectuant un travail temporaire ;
   c) les travailleurs dans un des programmes d'emploi suivants :
   1) un programme d'emploi dans le cadre de travail adapté collectif tel que visé au décret du 12 juillet 2013 relatif au travail adapté dans le cadre de l'intégration collective ;
   2) [9 un programme d'emploi dans le cadre du travail adapté individuel tel que visé dans le décret du 14 janvier 2022 relatif au travail adapté dans le cadre de l'intégration individuelle, si une prime salariale telle que mentionnée à la section 2 du chapitre 4 du décret précité, et une prime d'accompagnement telle que mentionnée à la section 3 du chapitre 4 du décret précité sont octroyées ]9 ;
   3) un programme d'emploi tel que visé à l'article 60, § 7, de la loi organique du 8 juillet 1976 des centres publics d'aide sociale ;
   4) un programme d'emploi dans le cadre du travail de proximité, visé à l'article 3, 9°, du décret relatif au travail de proximité du 7 juillet 2017 ;
   5) [10 ...]10;
   d) les travailleurs qui ne peuvent plus remplir leurs fonctions actuelles pour des raisons médicales, reconnues par un médecin du travail conformément au livre Ier, titre 4, du code relatif au bien-être des travailleurs ;]6

  [6 32° fermeture collective : la période pendant laquelle l'entreprise ou une unité technique d'exploitation de l'entreprise est fermée en application de :
   a) la législation relative aux vacances annuelles de travailleurs ;
   b) éventuellement majorées d'un nombre de jours fériés supplémentaires prévus par l'arrêté royal, rendue obligatoire en vertu de l'article 6 des lois coordonnées relatives aux vacances annuelles ;]6

  [6 33° GGMMI : le revenu minimum mensuel moyen garanti visé à l'article 3, alinéa premier, de la cct n° 43 du 2 mai 1988 relative à la garantie d'un revenu minimum mensuel moyen.]6
  [11 34° formation dans un métier en pénurie : une formation dans un métier reconnu au début de l'action de formation comme étant en pénurie. Si une formation professionnelle donne accès à au moins un métier en pénurie au départ, il est question d'une formation dans un métier en pénurie ;
   35° qualification intermédiaire : une qualification que l'apprenant reçoit après avoir réussi une partie d'une formation dans un métier en pénurie et qui, en soi, entre également en considération en tant que formation dans un métier en pénurie donnant droit à la prime relative aux métiers en pénurie.]11

  
HOOFDSTUK II. - Algemene bepalingen
CHAPITRE II. - Dispositions générales
Art. 2. De raad van bestuur kan zich laten bijstaan door [1 de provinciale werkgroepen sociale partners en de werkgroep sociale partners Brussel]1. [1 De werkgroepen verlenen inzonderheid advies over het jaarondernemingsplan van de VDAB.]1
  [1 De VDAB richt in elke Vlaamse provincie een provinciale werkgroep sociale partners op en in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest een werkgroep sociale partners Brussel. De werkgroepen zijn samengesteld uit:
   1° de VDAB;
   2° een gelijk aantal vertegenwoordigers van werkgevers- en werknemersorganisaties. De sociale partners bepalen welke organisaties deelnemen aan de werkgroepen.]1

  [1 ...]1
  
Art. 2. Le conseil d'administration peut se faire assister par [1 les groupes de travail provinciaux partenaires sociaux et le groupe de travail partenaires sociaux Bruxelles]1. [1 Les groupes de travail émettent notamment des avis sur le plan d'entreprise annuel du VDAB.]1
  [1 Le VDAB établit dans chaque province flamande un groupe de travail provincial partenaires sociaux et dans la région de Bruxelles-Capitale un groupe de travail partenaires sociaux Bruxelles. Les groupes de travail sont composés :
   1° du VDAB :
   2° d'un nombre égal de représentants d'organisations d'employeurs et de travailleurs. Les partenaires sociaux déterminent quelles organisations participeront aux groupes de travail.]1

  [1 ...]1
  
TITEL II. - Arbeidsmarktbeheer
TITRE II. - Gestion du marché de l'emploi
HOOFDSTUK I. - Arbeidsmarktregie
CHAPITRE Ier. - Régie du marché de l'emploi
Afdeling I. - Rechten en plichten van de werkzoekende
Section Ire. - Droits et devoirs du demandeur d'emploi
Art. 3. De werkzoekende heeft bij de arbeidsbemiddeling, de trajectbegeleiding en de competentieontwikkeling de rechten en plichten, vermeld in het decreet van 30 april 2004 houdende het Handvest van de Werkzoekende.
Art. 3. Lors du placement, de l'accompagnement de parcours et du développement des compétences, le demandeur d'emploi a les droits et devoirs visés au décret du 30 avril 2004 portant la Charte du demandeur d'emploi.
Art. 4. De werkzoekende die meent dat hij in die rechten is geschaad, kan klacht indienen op basis van [1 titel II, hoofdstuk 5, van het bestuursdecreet van 7 december 2018]1.
  
Art. 4. Le demandeur d'emploi qui s'estime lésé dans ces droits, peut introduire une plainte sur la base du [1 titre II, chapitre 5 du décret de gouvernance du 7 décembre 2018]1.
  
Art. 5. [1 De niet-werkende werkzoekende en de verplicht ingeschreven werkzoekende zijn ertoe gehouden]1 in te gaan op de aangeboden kansen in verband met begeleiding, opleiding en tewerkstelling, op basis van zijn bekwaamheden.
  
Art. 5. [1 Le demandeur d'emploi inoccupé et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement sont tenus]1 d'accepter les chances offertes en matière d'accompagnement, de formation et d'emploi, sur la base de ses aptitudes.
  
Art. 5/1. [1 De VDAB stelt, na advies van de raad van bestuur, een charter op dat de rechten en plichten van werkzoekenden en werkgevers in het kader van dit besluit weergeeft.]1
  
Art. 5/1. [1 Après l'avis du conseil d'administration, le VDAB établit une charte relative aux droits et obligations des demandeurs d'emploi et des employeurs dans le cadre du présent arrêté.]1
  
Afdeling II. - Premies, vergoedingen en verzekering
Section II. - Primes, indemnités et assurance
Onderafdeling I. - Premies en vergoedingen
Sous-section Ire. - Primes et indemnités
Art. 6. [1 § 1. De volgende personen hebben recht op gratis gebruik van leermateriaal, -materieel en persoonlijke beschermingsmiddelen die nodig zijn voor de competentieontwikkeling:
   1° de cursist die bij de VDAB is ingeschreven als niet-werkende werkzoekende en de verplicht ingeschreven werkzoekende;
   2° de leerling, vermeld in artikel 62, 5°, tijdens een opleiding die georganiseerd wordt door de VDAB;
   3° de kwetsbare werknemer.
   § 2. De cursist die bij de VDAB is ingeschreven als niet-werkende werkzoekende en de verplicht ingeschreven werkzoekende, die hun studie of leertijd hebben beëindigd, heeft recht op een van de volgende vergoedingen:
   1° een abonnement van een openbare vervoersmaatschappij waarmee de VDAB een overeenkomst heeft gesloten;
   2° een forfaitaire vergoeding voor verplaatsingen heen en terug, tussen zijn verblijfplaats en de opleidingsplaats. Die vergoeding bedraagt [3 0,17 euro]3 per kilometer. Bij een verplaatsing met andere openbare vervoersmaatschappijen dan de openbare vervoersmaatschappijen, vermeld in punt 1°, betaalt de cursist zelf zijn abonnement. Als de forfaitaire verplaatsingsvergoeding niet volstaat om de kosten te dekken, betaalt de VDAB de effectieve abonnementskosten.[3 De cursist verantwoordt de meerkosten aan de hand van betalingsbewijzen. Het bedrag van de voormelde forfaitaire vergoeding voor verplaatsingen heen en terug wordt jaarlijks op 1 januari verhoogd met 2%.]3
   3° [3 ...]3
   4° de terugbetaling van de effectieve uitgaven voor kinderopvang voor alle niet-schoolgaande kinderen tot ze toegelaten worden tot het kleuteronderwijs, en voor alle schoolgaande kinderen tot het einde van het basisonderwijs. Voor alle schoolgaande kinderen geldt een maximumbedrag, conform [5 artikel 18, eerste lid, 2°, a), en vierde lid, van het Overgangsbesluit subsidies buitenschoolse opvang van 24 september 2021]5, voor kinderopvang tijdens schoolvrije dagen. Die uitgaven worden alleen terugbetaald voor de dagen waarop effectief beroepsopleiding wordt gevolgd. Op dagen van collectieve sluiting van de opleidingsinstelling of de werkgever of de leerwerkplek worden er geen uitgaven terugbetaald. De uitgaven worden terugbetaald als aan de volgende twee voorwaarden is voldaan:
   a) de uitgaven zijn betaald aan een van de volgende instellingen:
   1) instellingen of opvangvoorzieningen die erkend zijn of gesubsidieerd of gecontroleerd worden door Kind en Gezin;
   2) instellingen of opvangvoorzieningen die erkend zijn of gesubsidieerd of gecontroleerd worden door de lokale openbare besturen of door de besturen van de gemeenschappen of gewesten;
   3) kinderdagverblijven of zelfstandige opvanggezinnen die onder het toezicht van Kind en Gezin staan;
   4) kleuter- of lagere scholen, of instellingen of opvangvoorzieningen die verbonden zijn aan de school of de inrichtende macht;
   b) de cursist verantwoordt het bedrag van de uitgaven met betalingsbewijzen.
   § 3. [2 [4 Een cursist heeft recht op een knelpuntpremie voor niet-beroepsactieven als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
   1° de cursist volgt een knelpuntopleiding waarvan de vastgestelde duurtijd minstens negentig kalenderdagen bedraagt;
   2° de cursist is in de twee jaar voor de startdatum van de knelpuntopleiding niet tewerkgesteld voor een periode van minstens negentig kalenderdagen of heeft geen opleiding succesvol voltooid onder het stelsel van de Belgische leerplicht;
   3° de cursist is ten minste twee jaar uitgeschreven uit het secundair onderwijs;
   4° de cursist ontvangt geen inkomen op de startdatum van de knelpuntopleiding.
   Met inkomen wordt bedoeld:
   a) een loon als vermeld in de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers;
   b) een werkloosheidsuitkering als vermeld in het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering;
   c) een RIZIV-uitkering als vermeld in de wet van 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen;
   d) een leefloon als vermeld in de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie of een equivalent van het leefloon als vermeld in artikel 60, § 3, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
   e) een rustpensioen als vermeld in hoofdstuk II van het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers;
   f) inkomen uit een zelfstandige activiteit.
   De knelpuntpremie voor niet-beroepsactieven wordt als volgt uitbetaald:
   1° de cursist ontvangt een eerste schijf van 750 euro als hij de knelpuntopleiding start. Het bedrag ontvangt de cursist vanaf de vierde week en op voorwaarde dat er voor die periode van de knelpuntopleiding prestaties geregistreerd zijn;
   2° de cursist ontvangt een tweede schijf van 1000 euro als hij succesvol geslaagd is voor een van de volgende onderdelen:
   a) de knelpuntopleiding;
   b) een tussentijdse kwalificatie.
   Als de knelpuntopleiding twee jaar of langer duurt, ontvangt de cursist ieder opleidingsjaar 1000 euro als hij het opleidingsjaar succesvol voltooid heeft.
   Het bedrag ontvangt de cursist één maand na de beëindiging van de knelpuntopleiding of, als de knelpuntopleiding twee jaar of langer duurt, één maand na het einde van het opleidingsjaar.
   De cursist heeft maar één keer per opleidingsjaar recht op de betaling van een tweede schijf van de knelpuntpremie;
   3° de cursist ontvangt een derde schijf van 1500 euro na tewerkstelling als aan al de volgende voorwaarden voldaan is:
   a) de cursist heeft de tweede schijf van de knelpuntpremie voor niet-beroepsactieven ontvangen;
   b) de cursist is succesvol geslaagd voor een knelpuntopleiding of voor een tussentijdse kwalificatie;
   c) de cursist heeft een tewerkstelling van minstens 28 werkdagen gedurende vier maanden nadat hij de knelpuntopleiding beëindigd heeft.
   Onder tewerkgestelde werkdagen wordt verstaan:
   a) dagen die gepresteerd zijn met een arbeidsovereenkomst of onder een ambtenarenstatuut;
   b) dagen die gepresteerd zijn met een IBO-overeenkomst als vermeld in titel III, hoofdstuk III, van dit besluit;
   c) dagen waarvoor de cursist als zelfstandige is ingeschreven.
   Het bedrag ontvangt de cursist vijf maanden nadat hij de knelpuntopleiding beëindigd heeft.
   Als de knelpuntopleiding stopgezet wordt vanwege ziekte, overmacht of zwangerschapsverlof, en als de cursist nadien dezelfde knelpuntopleiding opnieuw voortzet uiterlijk één jaar na de stopzetting, behoudt hij het recht op de uitbetaling van de resterende schijven als aan de voorwaarden voldaan is.
   De cursist kan maar één opleiding volgen waarbij hij in aanmerking komt voor de volledige knelpuntpremie of een deel ervan.
   Overeenkomsten voor knelpuntopleidingen die ingaan vanaf 1 september 2023, komen in aanmerking voor een knelpuntpremie voor niet-beroepsactieven.
   De laatste dag waarop een traject voor een knelpuntopleiding, die recht geeft op een knelpuntpremie, kan ingaan, is 31 oktober 2024.]4
]2

   § 4. De vergoedingen en de premie, vermeld in paragraaf 1 [2 [4 tot en met 3]4]2, zijn ten laste van de VDAB.
   § 5. De vergoedingen en de premie, vermeld in dit artikel, worden één keer per maand betaald. Ze worden overgeschreven op een bankrekening]1
.
  [5 § 6. De cursist die verbonden is door een overeenkomst in het kader van een alternerende opleiding die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 1bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, heeft geen recht op de vergoedingen, vermeld in paragraaf 2, 1° en 2°, voor de verplaatsing naar de onderneming als hij daarvoor krachtens een andere regelgeving of conventioneel al een vergoeding ontvangt van de onderneming.]5
  
Art. 6. [1 § 1er. Les personnes suivantes ont droit à l'usage gratuit de matériel d'apprentissage et de moyens de protection personnelle, nécessaires au développement des compétences :
   1° l'apprenant qui est inscrit auprès du VDAB comme demandeur d'emploi inoccupé et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ;
   2° l'élève, visé à l'article 62, 5°, pendant une formation organisée par le VDAB ;
   3° le travailleur vulnérable.
   § 2 L'apprenant qui est inscrit auprès du VDAB en tant que demandeur d'emploi inoccupé et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement qui ont terminé leur étude ou apprentissage, a droit à une des indemnités suivantes :
   1° un abonnement d'une société de transport en commun avec laquelle le VDAB a conclu une convention ;
   2° une indemnité de déplacement forfaitaire pour les déplacements, aller-retour, entre son domicile et le lieu de formation. Cette indemnité s'élève à [3 0,17 euros]3 par kilomètre. Lors d'un déplacement par des sociétés de transport en commun autres que les sociétés publiques de transport en commun visées au point 1°, l'apprenant paie lui-même son abonnement. Lorsque l'indemnité de déplacement forfaitaire ne suffit pas pour couvrir les coûts, le VDAB paie les coûts d'abonnement effectifs.L'apprenant justifie les surcoûts attestés par des preuves de paiement.[3 Le montant de l'indemnité forfaitaire précitée pour les déplacements aller-retour est augmenté de 2 % chaque année au 1er janvier.]3
   3°[3 ...]3;
   4° le remboursement des dépenses effectives pour l'accueil d'enfants, pour tous les enfants non scolarisés jusqu'à l'âge où ils peuvent être admis à l'enseignement maternel, et pour tous les enfants scolarisés jusqu'à la fin de l'enseignement fondamental. Pour tous les enfants scolarisés, un montant maximum est prévu, conformément à [5 l'article 18, alinéa 1er, 2°, a), et alinéa 4, de l'Arrêté transitoire relatif aux subventions d'accueil extrascolaire du 24 septembre 2021]5, pour l'accueil d'enfants pendant les jours de congé scolaire. Ce remboursement des dépenses ne s'effectue que pour les jours où la formation professionnelle est effectivement suivie. Ce remboursement des dépenses ne s'effectue pas aux jours de fermeture collective de l'établissement de formation ou de l'employeur ou du lieu de travail où la formation a lieu. Les dépenses sont remboursées si les deux conditions suivantes sont remplies :
   a) les dépenses sont payées à l'une des institutions suivantes :
   1) des institutions ou structures d'accueil agréées, subventionnées ou contrôlées par Kind en Gezin ;
   2) des institutions ou structures d'accueil agréées, subventionnées ou contrôlées par les administrations publiques locales ou par les administrations des communautés ou régions ;
   3) des crèches ou des familles d'accueil indépendantes contrôlées par Kind en Gezin ;
   4) des écoles maternelles ou primaires, ou des institutions ou structures d'accueil rattachées à l'école ou au pouvoir organisateur ;
   b) l'apprenant justifie le montant des dépenses par des pièces justificatives.
   § 3. [2 [4 § 3. Un apprenant a droit à une prime relative aux métiers en pénurie pour les citoyens sans activité professionnelle si toutes les conditions suivantes sont remplies :
   1° l'apprenant suit une formation dans un métier en pénurie dont la durée constatée s'élève au minimum à nonante jours civils ;
   2° l'apprenant n'a pas travaillé pendant une période d'au moins nonante jours civils au cours des deux années précédant la date de début de la formation dans un métier en pénurie ou n'a pas terminé avec succès une formation dans le cadre du système d'enseignement obligatoire belge ;
   3° l'apprenant n'a plus été inscrit dans l'enseignement secondaire depuis au moins deux ans ;
   4° l'apprenant ne perçoit aucun revenu à la date de début de la formation dans un métier en pénurie.
   Il convient d'entendre par revenu :
   a) une rémunération telle que visée dans la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs ;
   b) une allocation de chômage telle que visée dans l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage ;
   c) une allocation de l'INAMI telle que visée dans la loi du 14 juillet 1994 relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités ;
   d) un revenu d'intégration tel que visé dans la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale ou un équivalent du revenu d'intégration tel que visé à l'article 60, § 3, de la loi organique du 8 juillet 1976 sur les centres publics d'action sociale ;
   e) une pension de retraite telle que visée au chapitre II de l'arrêté royal n° 50 du 24 octobre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs salariés ;
   f) les revenus provenant d'une activité indépendante.
   La prime relative aux métiers en pénurie pour les citoyens sans activité professionnelle est versée comme suit :
   1° l'apprenant reçoit une première tranche de 750 euros lorsqu'il commence la formation dans un métier en pénurie. Le montant est perçu par l'apprenant à partir de la quatrième semaine et à condition que des prestations aient été enregistrées pour cette période de la formation dans un métier en pénurie ;
   2° l'étudiant reçoit une seconde tranche de 1 000 euros s'il a réussi l'une des composantes suivantes :
   a) la formation dans un métier en pénurie ;
   b) une qualification intermédiaire.
   Si la formation dans un métier en pénurie dure deux ans ou plus, l'apprenant reçoit 1 000 euros par année de formation s'il a terminé avec succès cette année.
   Le montant est versé à l'apprenant un mois après la fin de la formation dans un métier en pénurie ou, si cette formation dure deux ans ou plus, un mois après la fin de l'année de formation.
   L'apprenant n'a droit au paiement d'une deuxième tranche de la prime relative aux métiers en pénurie qu'une seule fois par année de formation ;
   3° l'apprenant reçoit une troisième tranche de 1 500 euros après l'emploi si toutes les conditions suivantes sont remplies :
   a) l'apprenant a reçu la deuxième tranche de la prime relative aux métiers en pénurie pour les citoyens sans activité professionnelle ;
   b) l'apprenant a réussi une formation dans un métier en pénurie ou une qualification intermédiaire ;
   c) l'apprenant a un emploi d'au moins 28 jours ouvrables pendant quatre mois suivant la fin de la formation dans un métier en pénurie.
   Il convient d'entendre par jours ouvrables employés :
   a) les journées prestées sous contrat de travail ou sous statut de fonctionnaire ;
   b) les journées prestées sous contrat IBO tel que visé au titre III, chapitre III, du présent arrêté ;
   c) les journées pour lesquelles l'apprenant est enregistré en tant qu'indépendant.
   Le montant est perçu par l'apprenant cinq mois après la fin de la formation dans un métier en pénurie.
   Si la formation dans un métier en pénurie est interrompue pour cause de maladie, de force majeure ou de congé de maternité, et si l'apprenant poursuit ensuite la même formation dans un métier en pénurie au plus tard un an après l'interruption, il conserve le droit au paiement des tranches restantes si les conditions sont remplies.
   L'apprenant ne peut suivre qu'une seule formation pour laquelle il est éligible à tout ou partie de la prime relative aux métiers en pénurie.
   Les contrats de formation dans un métier en pénurie débutant à partir du 1er septembre 2023 sont éligibles à une prime relative aux métiers en pénurie pour les citoyens sans activité professionnelle.
   La date ultime de début d'un parcours de formation dans un métier en pénurie, qui donne droit à une prime relative aux métiers en pénurie, est fixée au 31 octobre 2024.]4
]2

   § 4. Les indemnités et la prime visées aux § § 1 [2 [4 à 3]4]2 sont à charge du VDAB.
   § 5. Les indemnités et la prime visées au présent article, sont payées une fois par mois. Elles sont virées à un compte en banque.]1

  [5 § 6. L'apprenant lié par un contrat dans le cadre d'une formation en alternance qui répond aux conditions visées à l'article 1bis de l'arrêté royal du 28 novembre 1969 pris en exécution de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, n'a pas droit aux indemnités visées au paragraphe 2, 1° et 2°, pour le déplacement vers l'entreprise s'il reçoit à cet effet déjà une indemnité de l'entreprise en vertu d'une autre réglementation ou de manière conventionnelle.]5
  
Art. 7. [1 De cursist die bij de VDAB is ingeschreven als niet-werkende werkzoekende en de verplicht ingeschreven werkzoekende die een door de VDAB erkende beroepsopleiding volgen]1 bij een natuurlijke persoon of rechtspersoon met wie de VDAB samenwerkt of die in opdracht van de VDAB opleiding organiseert, heeft recht op de vergoedingen en de premie, vermeld in artikel 6.
  
Art. 7. [1 L'apprenant qui est inscrit auprès du VDAB en tant que demandeur d'emploi inoccupé et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement qui suivent une formation professionnelle reconnue par le VDAB]1 auprès d'une personne physique ou morale avec laquelle le VDAB collabore ou qui organise une formation pour le compte du VDAB, a droit aux indemnités et à la prime, visées à l'article 6.
  
Art. 8. [1 De cursist die bij de VDAB is ingeschreven als niet-werkende werkzoekende en de verplicht ingeschreven werkzoekende die een opleiding volgen in een onderwijsinstelling]1 als vermeld in artikel 87, heeft recht op :
  1° de vergoedingen en de premie, vermeld in artikel 6;
  2° de terugbetaling van het inschrijvingsgeld als andere tegemoetkomingen voor studiefinanciering niet mogelijk zijn;
  3° de terugbetaling van de studiekosten. De VDAB bepaalt [2 voor het hoger onderwijs]2 jaarlijks het bedrag van de studiekosten op basis van het cursusmateriaal, de stagekledij en de verplichte studieactiviteiten.
  
Art. 8. [1 L'apprenant qui est inscrit auprès du VDAB en tant que demandeur d'emploi inoccupé et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement qui suivent une formation dans un établissement d'enseignement]1, tel que visé à l'article 87, a droit :
  1° aux indemnités et à la prime, visées à l'article 6;
  2° au remboursement des droits d'inscription si d'autres interventions dans l'aide financière aux études ne sont pas possibles;
  3° au remboursement des frais d'études. Chaque année le VDAB fixe [2 pour l'enseignement supérieur]2 le montant des frais d'études sur la base du matériel didactique, des vêtements destinés au stage et des activités d'étude obligatoires.
  
Art. 10. De VDAB kan, binnen de uitgetrokken budgettaire middelen, overeenkomsten sluiten met vervoersmaatschappijen [1 waardoor de niet-werkende werkzoekende en de verplicht ingeschreven werkzoekende een verminderd tarief kunnen genieten voor verplaatsingen]1 voor onder meer sollicitaties, trajectbegeleiding en de medische en psychologische onderzoeken, vermeld in artikel 35.
  
Art. 10. Le VDAB peut, dans les limites des moyens budgétaires attribués, conclure des conventions avec des sociétés de transport en commun [1 par lesquelles le demandeur d'emploi inoccupé et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement peuvent bénéficier d'un tarif réduit pour des déplacements]1 nécessités entre autres par des sollicitations, l'accompagnement de parcours et les examens médicaux et psychologiques, visés à l'article 35.
  
Onderafdeling II. - Verzekering
Sous-section II. - Assurance
Art. 11. [1 De VDAB verzekert de cursist, vermeld in artikel 6 tot en met 8 van dit besluit, tegen ongevallen die zich tijdens de opleiding of op de weg van en naar de opleidingsplaats voordoen. De voormelde verzekering verleent dezelfde waarborgen als de waarborgen die zijn opgenomen in de Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 en de uitvoeringsbesluiten ervan.
   Bij een ongeval wordt de vergoeding berekend op basis van het loon waarop een meerderjarige werknemer in loondienst, die het aan te leren beroep uitoefent, recht heeft.
   De VDAB verzekert de cursist, vermeld in artikel 6 tot en met 8 van dit besluit, tegen arbeidsongevallen die zich tijdens de stage of op de weg van en naar de stageplaats voordoen, zoals bepaald in de Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 en de uitvoeringsbesluiten ervan.
   De volgende cursisten vallen niet onder de toepassing van het eerste tot en met het derde lid:
   1° de werknemer die op verzoek van zijn werkgever een opleiding volgt conform artikel 70 van dit besluit;
   2° de cursist die een zelfstandige beroepsactiviteit uitoefent;
   3° de leerling;
   4° de cursist die een alternerende opleiding volgt als vermeld in artikel 1bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders;
   5° de cursist die een opleiding volgt als vermeld in artikel 1/1 van de Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, en voor wie de VDAB niet als werkgever is aangewezen conform artikel 1 van het koninklijk besluit van 29 juli 2019 tot uitvoering van de afdeling 1 van het hoofdstuk 2 van de wet van 21 december 2018 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken betreffende de `kleine statuten'.]1

  
Art. 11. [1 Le VDAB contracte une assurance pour l'apprenant visé aux articles 6 à 8 du présent arrêté, contre les accidents survenus pendant la formation ou sur le chemin du lieu de formation. L'assurance précitée accorde les mêmes garanties que les garanties reprises dans la loi sur les accidents du travail du 10 avril 1971 et ses arrêtés d'exécution.
   En cas d'accident, l'indemnité est calculée sur la base du traitement auquel a droit un employé majeur exerçant la profession à apprendre.
   Le VDAB contracte une assurance pour l'apprenant visé aux articles 6 à 8 du présent arrêté, contre les accidents du travail survenus pendant le stage ou sur le chemin du lieu de stage, tel que prévu par la loi sur les accidents du travail du 10 avril 1971 et ses arrêtés d'exécution.
   Les apprenants suivants ne tombent pas sous l'application des alinéas 1er à 3 :
   1° le travailleur qui, sur la demande de son employeur, suit une formation conformément à l'article 70 du présent arrêté ;
   2° l'apprenant exerçant une activité professionnelle indépendante ;
   3° l'élève ;
   4° l'apprenant qui suit une formation en alternance telle que visée à l'article 1bis de l'arrêté royal du 28 novembre 1969 pris en exécution de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs ;
   5° l'apprenant qui suit une formation telle que visée à l'article 1er/1 de la loi sur les accidents du travail du 10 avril 1971, et pour qui le VDAB n'est pas désigné comme employeur conformément à l'article 1er de l'arrêté royal du 29 juillet 2019 portant exécution de la section 1ère du chapitre 2 de la loi du 21 décembre 2018 portant des dispositions diverses en matières sociales concernant les 'petits statuts'.]1

  
Art. 12. De cursist die in het kader van zijn opleiding of stage schade berokkent aan de VDAB of aan derden, is alleen aansprakelijk als het gaat om bedrog, een zware fout of een herhaalde lichte fout.
Art. 12. L'apprenant qui, dans le cadre de sa formation ou de son stage, cause un préjudice au VDAB ou à des tiers, n'est tenu responsable qu'en cas de dol, de faute grave ou de faute légère répétée.
Afdeling III. - Mandaat tot het verrichten van kosteloze arbeidsbemiddeling
Section III. - Mandat de placement gratuit
Art. 13. Een natuurlijke persoon of rechtspersoon die arbeidsbemiddeling tot doel heeft, kan [1 ...]1 onder de voorwaarden, [2 vermeld in deze afdeling en bepaald door]2 de raad van bestuur, worden gemandateerd om activiteiten op het vlak van kosteloze arbeidsbemiddeling uit te oefenen.
  
Art. 13. Une personne physique ou morale qui a pour mission d'exercer des activités de placement, peut, [1 ...]1 être mandatée aux conditions [2 visées à la présente section et déterminées par]2 le conseil d'administration à exercer des activités de placement gratuites.
  
Art. 14. De natuurlijke persoon of rechtspersoon, vermeld in artikel 13, richt aan de VDAB een verzoek waarin zijn algemene werking, [2 ...]2 opzet en doel worden uiteengezet.
  [2 ]2
  [2 ]2
  
Art. 14. La personne physique ou morale, visée à l'article 13, adresse au VDAB une demande dans laquelle sont expliqués son fonctionnement général,[2 ...]2, son intention et son but.
  [2 ...]2
  [2 ...]2.
  
Art. 15. [1 De raad van bestuur kan het mandaat om kosteloze arbeidsbemiddeling uit te oefenen, verlenen als de natuurlijke persoon of de rechtspersoon, vermeld in artikel 13 van dit besluit, geregistreerd is als dienstverlener conform artikel 4 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie.]1
  
Art. 15. [1 Le Conseil d'administration peut accorder le mandat pour exercer des activités de placement gratuites si la personne physique ou morale visée à l'article 13 du présent arrêté est enregistrée en tant que prestataire de services conformément à l'article 4 du décret du 29 mars 2019 relatif au modèle de qualité et d'enregistrement des prestataires de services dans le domaine politique de l'Emploi et de l'Economie sociale. ]1
  
Art. 16. Met behoud van de toepassing van [1 artikel 4 van het decreet van 10 december 2010 betreffende de private arbeidsbemiddeling]1 moet de natuurlijke persoon of rechtspersoon, vermeld in artikel 13 :
  1° [2 een samenwerkingsovereenkomst sluiten met de VDAB waarin minstens het gebruik van het elektronische databestand van de VDAB en de voorwaarden van een evaluatie worden opgenomen]2;
  2° [2 ...]2;
  3° [2 ...]2
  
Art. 16. Sans préjudice de l'application de [1 l'article 4 du décret du 10 décembre 2010 relatif au placement privé]1, la personne physique ou morale, visée à l'article 13 doit :
  1° [2 conclure un accord de coopération avec le VDAB qui reprend au moins l'utilisation de la base de données électronique du VDAB et les conditions d'une évaluation]2;
  [2 ...]2
  [2 ...]2
  
Art. 17. Het toezicht en de controle op de bepalingen van titel II, hoofdstuk I, afdeling III wordt uitgeoefend overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 april 2004 tot uniformisering van de toezichts-, sanctie- en strafbepalingen die zijn opgenomen in de regelgeving van de sociaalrechtelijke aangelegenheden waarvoor de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest bevoegd zijn.
Art. 17. La surveillance et le contrôle du respect des dispositions du titre II, chapitre Ier, section III sont exercés conformément aux dispositions du décret du 30 avril 2004 portant uniformisation des dispositions de contrôle, de sanction et pénales reprises dans la réglementation des matières de législation sociale qui relèvent de la compétence de la Communauté flamande et de la Région flamande.
Art. 18. De natuurlijke persoon of rechtspersoon, vermeld in artikel 13, registreert de vacatures die hij behandelt in het elektronische databestand van de VDAB. Die vacatures worden onder dezelfde voorwaarden als de VDAB-vacatures gepubliceerd via de bestaande publicatiemiddelen.
Art. 18. La personne physique ou morale, visée à l'article 13, enregistre les vacances d'emploi qu'elle traite dans la base de données électronique du VDAB. Ces vacances d'emploi sont publiées par les moyens de publications usuels aux mêmes conditions que les vacances VDAB.
Art. 19. [1 In de volgende gevallen zet de raad van bestuur het mandaat, vermeld in artikel 13, stop:
   1° de natuurlijke persoon of rechtspersoon overtreedt de bepalingen, vermeld in dit besluit of de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 16, 1° ;
   2° de natuurlijke persoon of rechtspersoon leeft de voorwaarden die de raad van bestuur conform artikel 13 vastlegt, niet na;
   3° de natuurlijke persoon of rechtspersoon registreert gedurende twaalf maanden geen enkele actie in het elektronische platform, vermeld in artikel 22/2 van het decreet van 7 mei 2004;
   4° de bedrijvigheid van de natuurlijke persoon of rechtspersoon neemt sterk af zodat zijn bestaan kennelijk niet meer verantwoord is ]1
.
  
Art. 19. [1 Dans les cas suivants, le conseil d'administration révoque le mandat visé à l'article 13 :
   1° la personne physique ou morale contrevient aux dispositions du présent arrêté ou de l'accord de coopération visé à l'article 16, 1° ;
   2° la personne physique ou morale ne respecte pas les conditions déterminées par le conseil d'administration conformément à l'article 13 ;
   3° la personne physique ou morale n'enregistre aucune action pendant 12 mois sur la plateforme électronique visée à l'article 22/2 du décret du 7 mai 2004 ;
   4° l'activité de la personne physique ou morale est à ce point réduite que son existence n'est manifestement plus justifiée]1
.
  
Afdeling IV.
Section IV.
Afdeling V.
Section V.
HOOFDSTUK I/I. [1 - Activeringsregie]1
CHAPITRE I/I. [1 - Régie d'activation]1
Art. 31/1. [1 De tijdelijk werklozen worden ter uitvoering van artikel 5, § 1/1, tweede lid, van het decreet van 7 mei 2004 aangewezen als categorie die behoort tot de doelgroep van de activeringsregisseur.
   In het eerste lid wordt verstaan onder tijdelijk werkloze: de werknemer van wie de arbeidsovereenkomst geheel of gedeeltelijk geschorst is door tijdelijke werkloosheid.]1

  
Art. 31/1. [1 En exécution de l'article 5, § 1/1, alinéa 2, du décret du 7 mai 2004, les chômeurs temporaires sont désignés comme catégorie appartenant au groupe cible du régisseur d'activation.
   Dans l'alinéa 1er, on entend par chômeur temporaire : le travailleur dont le contrat de travail est suspendu en tout ou en partie en raison d'un chômage temporaire.]1

  
Art. 31/2. [1 In dit artikel wordt verstaan onder NEET-jongere, de jongere die aan al de volgende voorwaarden voldoet:
  1° jonger zijn dan dertig jaar;
  2° het onderwijs hebben verlaten, al dan niet met een diploma of getuigschrift;
  3° geen opleiding volgen;
  4° geen beroepsarbeid of zelfstandige activiteit verrichten.
  De NEET-jongeren worden ter uitvoering van artikel 5, § 1/1, tweede lid, van het decreet van 7 mei 2004 aangewezen als categorie die behoort tot de doelgroep van de activeringsregisseur.]1

  
Art. 31/2. [1 Dans le présent article, on entend par NEET, le jeune remplissant toutes les conditions suivantes :
  1° est âgé de moins de trente ans ;
  2° a quitté l'enseignement, avec ou sans diplôme ou certificat ;
  3° ne suit pas une formation ;
  4° n'exerce pas d'activité professionnelle ou indépendante.
  En exécution de l'article 5, § 1er/1, alinéa 2, du décret du 7 mai 2004, les NEET sont désignés comme catégorie appartenant au groupe-cible du régisseur d'activation.]1

  
HOOFDSTUK II. - Arbeidsbemiddeling, georganiseerd door de VDAB
CHAPITRE II. - Placement organisé par le VDAB
Afdeling I. - Universele dienstverlening voor de werkzoekende
Section Ire. - Service universel au demandeur d'emploi
Art. 32. [1 Iedereen die wettelijk toegang heeft tot de arbeidsmarkt, mag zich als werkzoekende bij VDAB inschrijven. ]1
  
Art. 32. [1 Toute personne ayant droit d'accès au marché de l'emploi peut s'inscrire comme demandeur d'emploi auprès du VDAB ]1
  
Art. 33. De werkzoekende die zich bij de VDAB inschrijft, verstrekt de volgende gegevens :
  1° identificatiegegevens;
  2° studie- en beroepsverleden;
  3° beroepskwalificaties met de eventuele vermelding van de behaalde titel of titels van beroepsbekwaamheid;
  4° beroepsaspiraties;
  5° ervaring en verworven competenties.
  De VDAB reikt aan de werkzoekende die erom verzoekt een bewijs van inschrijving uit.
  [1 6° elementen om de afstand tot de arbeidsmarkt, de beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt, de evaluatie van het pad naar werk en de randvoorwaarden die een belemmering vormen bij de zoektocht naar werk, in te schatten.]1
  
Art. 33. Le demandeur d'emploi qui s'inscrit auprès du VDAB, fournit les données suivantes :
  1° données d'identification;
  2° acquis d'apprentissage et professionnels;
  3° qualifications professionnelles avec mention éventuelle du ou des titres de compétence professionnelle obtenus;
  4° aspirations professionnelles;
  5° expérience et compétences acquises antérieurement.
  Le VDAB délivre un certificat d'inscription au demandeur d'emploi qui en fait la demande.
  [1 6° éléments permettant d'estimer la distance au marché du travail, la disponibilité pour le marché du travail, l'évaluation de la voie d'une intégration par le travail et les conditions secondaires susceptibles d'entraver la recherche de l'emploi.]1
  
Art. 34. De VDAB kan, binnen de uitgetrokken budgettaire middelen, alle initiatieven nemen om de werkzoekende te helpen bij de verbetering van zijn tewerkstellingsmogelijkheden.
  De VDAB prospecteert de arbeidsmarkt met de bedoeling zo veel mogelijk vacatures te kennen. De VDAB maakt die vacatures bekend bij de werkzoekenden.
  Voor de werkzoekende met een verminderde competitiviteitsgraad op de arbeidsmarkt kan de VDAB bijzondere stappen zetten om zijn opname in het arbeidscircuit te verbeteren.
Art. 34. Le VDAB peut, dans les limites du moyens budgétaires y affectés, prendre toutes les initiatives pour aider le demandeur d'emploi à améliorer ses possibilités d'emploi.
  Le VDAB effectue la prospection d'offres d'emploi sur le marché de l'emploi dans le but de rassembler autant de vacances d'emploi que possible. Le VDAB informe les demandeurs d'emploi de ces vacances d'emploi.
  Pour le demandeur d'emploi ayant des difficultés d'accès à l'emploi, le VDAB peut entreprendre des démarches spéciales en vue d'améliorer son insertion dans le marché de l'emploi.
Art. 35. [1 In het belang van de niet-werkende werkzoekende en de verplicht ingeschreven werkzoekende kan de VDAB, met het oog op een werkaanbieding, een beroepsopleiding of een trajectbepaling:
   1° de lichamelijke en geestelijke geschiktheid van de niet-werkende werkzoekende en de verplicht ingeschreven werkzoekende laten nagaan door middel van een geneeskundig onderzoek;
   2° de niet-werkende werkzoekende en de verplicht ingeschreven werkzoekende onderwerpen aan een psychologisch onderzoek;
   3° de beroepskwalificatie van de niet-werkende werkzoekende en de verplicht ingeschreven werkzoekende laten onderzoeken.
   De niet-werkende werkzoekende en de verplicht ingeschreven werkzoekende hebben recht op een bespreking van de resultaten van de onderzoeken, vermeld in het eerste lid. De onderzoeken zijn gratis voor de niet-werkende werkzoekende en de verplicht ingeschreven werkzoekende.]1

  
Art. 35. [1 Dans l'intérêt du demandeur d'emploi inoccupé et du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement, le VDAB peut en vue d'une offre d'emploi, d'une formation professionnelle ou d'une détermination du parcours :
   1° soumettre le demandeur d'emploi inoccupé et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement à un examen médical pour vérifier sa capacité physique ou mentale ;
   2° soumettre le demandeur d'emploi inoccupé et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement à un examen psychologique ;
   3° faire examiner la qualification professionnelle du demandeur d'emploi inoccupé et du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement.
   Le demandeur d'emploi inoccupé et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ont droit à une discussion des résultats des examens, visés à l'alinéa 1er. Les examens sont gratuits pour le demandeur d'emploi inoccupé et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement.]1

  
Afdeling II. - Trajectwerking
Section II. - Réalisation du parcours
Art. 36. [1 De begeleiding naar werk omvat alle opleidings-, begeleidings- en bemiddelingsacties en start met de inschatting van de behoeften van de werkzoekende. Tijdens die inschatting worden de stappen uitgestippeld die nodig zijn voor de integratie op de arbeidsmarkt.
   Het eerste lid is ook van toepassing als de begeleiding naar werk wordt georganiseerd door natuurlijke personen of rechtspersonen met wie de VDAB samenwerkt of die in opdracht van de VDAB begeleiding organiseren voor niet-werkende werkzoekenden.]1

  
Art. 36. [1 L'accompagnement à l'emploi comprend toutes les actions de formation, d'accompagnement et de médiation et commence par l'appréciation des besoins du demandeur d'emploi. Pendant cette appréciation, les étapes nécessaires à l'intégration dans le marché de l'emploi sont identifiées.
   L'alinéa 1er s'applique également si l'accompagnement à l'emploi est organisé par des personnes physiques ou morales avec qui le VDAB collabore ou qui organisent l'accompagnement pour des demandeurs d'emploi inoccupés pour le compte du VDAB.]1

  
Afdeling III. [1 Afdeling 3. Beroepsverkennende stage ]1
Section III. [1 Stage d'orientation professionnelle ]1
Art. 41. De VDAB [1 of de partnerorganisatie]1 kan in het kader van de begeleiding naar werk of de voorbereiding daarop een [1 beroepsverkennende]1 stage organiseren in samenwerking met een onderneming, een vereniging zonder winstoogmerk of een administratieve overheid.
  
Art. 41. Dans le cadre de l'accompagnement vers l'emploi ou sa préparation, le VDAB [1 ou l'organisation partenaire ]1 peut organiser un stage [1 d'orientation professionnelle]1 en collaboration avec une entreprise, une association sans but lucratif ou une autorité administrative.
  
Art. 42. [1 De niet-werkende werkzoekende en de verplicht ingeschreven werkzoekende die een [2 beroepsverkennende]2 stage lopen, hebben recht op de vergoedingen, vermeld in artikel 6 [2 , § 2]2.]1
  
Art. 42. [1 Le demandeur d'emploi inoccupé et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement qui suivent un stage [2 d'orientation professionnelle ]2 ont droit aux indemnités, visées à l'article 6 [2 § 2]2.]1
  
Art. 43. De VDAB sluit ten gunste van de werkzoekende die een oriënterende stage loopt, een verzekeringscontract af voor ongevallen die zich voordoen tijdens de oriënterende stage of op de weg van en naar de plaats waar de [1 beroepsverkennende]1 stage plaatsvindt. Dat verzekeringscontract voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 11.
  De werkzoekende die in het kader van oriënterende stage schade berokkent aan de VDAB of aan derden, is alleen aansprakelijk als het gaat om bedrog, een zware fout en een herhaalde lichte fout.
  
Art. 43. Le VDAB conclut en faveur du demandeur d'emploi un contrat d'assurance pour accidents survenus au cours du stage [1 d'orientation professionnelle ]1 ou sur le chemin du et vers le lieu du stage d'orientation. Ce contrat d'assurance répond aux conditions visées à l'article 11.
  Le demandeur d'emploi qui, dans le cadre de son stage [1 d'orientation professionnelle ]1, cause un préjudice au VDAB ou à des tiers, n'est tenu responsable qu'en cas de dol, de faute grave ou de faute légère répétée.
  
Art. 44. Voor de uitvoering van de [1 beroepsverkennende]1 stage wordt tussen de VDAB [1 of de partnerorganisatie]1, de werkzoekende en de onderneming, vereniging zonder winstoogmerk of administratieve overheid een overeenkomst gesloten, waarvan het model door de raad van bestuur [1 van de VDAB]1 wordt bepaald.
  De overeenkomst vermeldt :
  1° de identiteit van de partijen;
  2° de aanvangsdatum van de [1 beroepsverkennende]1 stage en de vermoedelijke duur ervan. De stage mag maximaal dertig dagen duren;
  3° de omschrijving van de activiteiten die in het kader van de [1 beroepsverkennende]1 stage plaatsvinden op de werkvloer;
  4° de verplichtingen van de partijen van de overeenkomst.
  
Art. 44. L'exécution du stage [1 d'orientation professionnelle]1 fait l'objet d'un contrat entre le VDAB [1 ou l'organisation partenaire]1 le demandeur d'emploi et l'entreprise, l'association sans but lucratif ou l'autorité administrative, dont le modèle est établi par le conseil d'administration [1 du VDAB]1.
  Le contrat précise :
  1° l'identité des parties;
  2° la date de début du stage [1 d'orientation professionnelle]1et la durée présumée. Le stage ne peut excéder un délai de trente jours;
  3° la description des activités qui sont entreprises sur le lieu du travail dans le cadre du stage d'orientation;
  4° les obligations des parties contractantes.
  
Afdeling IV. - Universele dienstverlening voor de werkgever
Section IV. - Service universel à l'employeur
Art. 45. De VDAB helpt de werkgevers bij de preselectie van de meest geschikte kandidaten.
Art. 45. Le VDAB aide les employeurs à présélectionner les candidats correspondant au profil recherché.
Art. 45/1. [1 De VDAB en partnerorganisaties kunnen van een werkgever feedback krijgen over de sollicitatie van een werkzoekende.]1
  
Art. 45/1. [1 Le VDAB et ses organisations partenaires peuvent recevoir du feed-back d'un employeur sur la candidature d'un demandeur d'emploi.]1
  
Art. 45/2. [1 Werkgevers, de VDAB en partnerorganisaties wisselen persoonsgegevens uit over werkzoekenden en werknemers als dat noodzakelijk is om arbeidsbemiddeling, begeleiding en opleiding aan te bieden.]1
  
Art. 45/2. [1 Les employeurs, le VDAB et les organisations partenaires échangent des données à caractère personnel sur les demandeurs d'emploi et les travailleurs lorsque un tel échange est nécessaire pour offrir un placement, un accompagnement et une formation.]1
  
Art. 46. De werkgevers delen in hun werkaanbieding de volgende informatie mee :
  1° de aard van de functie;
  2° de aard van het aangeboden contract;
  3° de arbeidsduur en arbeidstijdregeling;
  4° de bezoldiging;
  5° de vereiste competenties, de vereiste titel of titels van beroepsbekwaamheid;
  6° de plaats waar de functie verricht moet worden, behalve als dat vooraf niet kan worden vastgesteld of als het gaat om functies die niet aan een bepaalde plaats van tewerkstelling gebonden zijn;
  7° eventueel de bedoeling om een wervingsreserve aan te leggen;
  8° de wijze waarop gesolliciteerd kan worden;
  9° de aanwervings- en selectieprocedure.
Art. 46. Dans leur offre d'emploi, les employeurs fournissent les informations suivantes :
  1° la nature de la fonction;
  2° la nature du contrat offert;
  3° la durée du travail et les horaires de travail;
  4° la rémunération;
  5° les compétences requises, le titre ou les titres de compétence professionnelle requis;
  6° le lieu où la fonction doit être exercée, sauf si celui-ci ne peut être fixé d'avance ou s'il s'agit de fonctions qui ne sont pas liées à un lieu de travail déterminé;
  7° les cas échéant, l'intention de constituer une réserve de recrutement;
  8° le mode de postulation;
  9° la procédure de recrutement et de sélection.
Art. 47. De werkgevers die een beroep doen op de diensten van de VDAB, leven de collectieve arbeidsovereenkomsten na over de aanwerving en selectie van werknemers, die gesloten zijn in de Nationale Arbeidsraad.
  De VDAB behandelt alleen de werkaanbiedingen die voldoen aan de geldende wettelijke en reglementaire bepalingen.
Art. 47. Les employeurs qui recourent aux services du VDAB, respectent les conventions collectives de travail sur le recrutement et la sélection de travailleurs qui sont conclues dans la Conférence nationale de l'emploi.
  Le VDAB ne traite que les offres d'emploi qui répondent aux dispositions légales et réglementaires.
Art. 47/1. [1 § 1. De VDAB stelt zijn elektronische databestand ter beschikking van werkgevers, bureaus die diensten van private arbeidsbemiddeling verrichten, uitzendkantoren en dienstenchequebedrijven.
   De raad van bestuur bepaalt de toegangs- en gebruiksvoorwaarden. De gedelegeerd bestuurder bepaalt de kwaliteitsrichtlijnen voor het gebruik van het elektronische databestand.
   § 2. In de volgende gevallen kan de VDAB de toegang tot zijn elektronische databestand tijdelijk schorsen:
   1° de gebruiker behoort niet langer tot een doelgroep als vermeld in paragraaf 1, eerste lid;
   2° de gebruiker leeft de gebruiksvoorwaarden of de kwaliteitsrichtlijnen, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, niet na;
   3° bij misbruik of oneigenlijk gebruik van persoonsgegevens;
   4° de VDAB ontvangt een melding dat de gebruiker inbreuken heeft gepleegd op de regelgeving over de bescherming van persoonsgegevens, het arbeidsrecht, de antidiscriminatiewetten, de regelgeving over het welzijn op het werk, en de collectieve arbeidsovereenkomsten over de aanwerving en selectie van werknemers, die de Nationale Arbeidsraad heeft gesloten.
   § 3. Bij de situaties die geleid hebben tot de schorsing, vermeld in paragraaf 2, en na onderzoek kan de VDAB beslissen om de gebruiker uit te sluiten nadat de gebruiker de mogelijkheid heeft gekregen om zijn verweermiddelen mee te delen binnen een vervaltermijn van vijftien dagen.
   De VDAB bepaalt de duur van de uitsluiting. De duur van de uitsluiting bedraagt maximaal drie jaar.
   Tegen de beslissing tot uitsluiting, vermeld in het eerste lid, kan de gebruiker schriftelijk beroep aantekenen bij de raad van bestuur binnen dertig dagen na de schriftelijke kennisgeving van de beslissing.
   De VDAB kan aan de gebruiker bijkomende voorwaarden opleggen om de naleving van de toegangs- en gebruiksvoorwaarden en de kwaliteitsrichtlijnen te waarborgen. ]1

  
Art. 47/1. [1 Le VDAB met sa base de données électronique à la disposition des employeurs, des bureaux qui rendent des services de placement privé, des bureaux intérimaires et des entreprises de titres-services.
   Le conseil d'administration détermine les conditions d'accès et d'utilisation. L'administrateur délégué détermine les directives de qualité pour l'utilisation de la base de données électronique.
   § 2. Dans les cas suivants, le VDAB peut suspendre temporairement l'accès à sa base de données électronique :
   1° l'utilisateur n'appartient plus à un groupe cible tel que visé au paragraphe 1er, alinéa 1er ;
   2° l'utilisateur ne respecte pas les conditions d'utilisation ou les directives de qualité visées au paragraphe 1er, alinéa 2 ;
   3° en cas d'abus ou d'utilisation impropre de données à caractère personnel ;
   4° le VDAB reçoit une notification indiquant que l'utilisateur a enfreint la réglementation sur la protection des données à caractère personnel, la législation du travail, les lois anti-discrimination, la réglementation sur le bien-être au travail et les conventions collectives de travail relatives au recrutement et à la sélection des travailleurs, conclues au sein du Conseil national du Travail.
   § 3. Dans les situations qui ont conduit à la suspension mentionnée au paragraphe 2, et après une enquête, le VDAB peut décider d'exclure l'utilisateur après que celui-ci ait eu la possibilité de communiquer ses moyens de défense dans un délai de quinze jours.
   Le VDAB fixe la durée de l'exclusion. La durée de l'exclusion ne doit pas dépasser trois ans.
   L'utilisateur peut introduire un recours contre la décision d'exclusion visée au premier alinéa devant le conseil d'administration dans les trente jours suivant la notification écrite de la décision.
   Le VDAB peut imposer des conditions supplémentaires à l'utilisateur pour garantir le respect des conditions d'accès et d'utilisation et des directives de qualité. ]1

  
HOOFDSTUK III. - Tewerkstellingscellen
CHAPITRE III. - Cellules d'emploi
Afdeling I. - Oprichting en doel van de tewerkstellingscel
Section Ire. - Création et but de la cellule d'emploi
Art. 48. De onderneming in herstructurering of haar vertegenwoordiger, minstens een van de representatieve werknemersorganisaties, en de VDAB sluiten een overeenkomst tot oprichting van de tewerkstellingscel. Die overeenkomst bepaalt :
  1° de identiteitsgegevens van de betrokken partijen in de tewerkstellingscel;
  2° de adresgegevens van de tewerkstellingscel;
  3° de doelstelling van de tewerkstellingscel;
  4° de nauwkeurige opgave van de diverse begeleidingsmaatregelen die door elk van de betrokken partijen en het outplacementbureau worden genomen voor de werknemers die getroffen worden door een herstructurering van hun onderneming;
  5° de afspraken over het meedelen van gegevens van de werknemers die getroffen worden door een herstructurering van hun onderneming, aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening;
  6° de aanwijzing van een aanspreekpunt voor de werknemers die getroffen worden door een herstructurering van hun onderneming;
  7° de regeling voor interne en externe communicatie van de tewerkstellingscel;
  8° de geldigheidsduur van de overeenkomst.
Art. 48. Une entreprise en restructuration ou son représentant, au moins une des organisations syndicales représentatives, et le VDAB concluent une convention de création d'une cellule d'emploi. Cette convention définit :
  1° les données d'identité des parties intéressées dans la cellule d'emploi;
  2° l'adresse de la cellule d'emploi;
  3° l'objectif de la cellule d'emploi;
  4° un récapitulatif des diverses mesures d'accompagnement prises par chacune des parties intéressées et le bureau d'outplacement pour les travailleurs victimes d'une restructuration de leur entreprise;
  5° les modalités de transmission à l'Office national de l'Emploi des informations sur les travailleurs victimes d'une restructuration de leur entreprise;
  6° la désignation d'un point de contact pour les travailleurs victimes d'une restructuration de leur entreprise;
  7° le règlement de la communication interne et externe de la cellule d'emploi;
  8° la durée de validité de la convention.
Art. 49. De tewerkstellingscel heeft als taak de werknemers die getroffen worden door een herstructurering van hun onderneming en die ingeschreven zijn in de tewerkstellingscel, zo snel mogelijk te begeleiden naar een nieuwe duurzame tewerkstelling door hen minstens een outplacementbegeleiding aan te bieden.
  De tewerkstellingscel streeft naar een optimaal gebruik van het beschikbare pakket aan begeleidingsmaatregelen voor elke werknemer die bij de tewerkstellingscel is ingeschreven.
Art. 49. La cellule d'emploi a pour tâche d'accompagner les travailleurs, victimes d'une restructuration de leur entreprise et inscrits auprès de la cellule d'emploi, au plus vite vers un nouvel emploi durable en leur offrant au moins un accompagnment d'outplacement.
  La cellule d'emploi vise une utilisation optimale de l'ensemble de mesures d'accompagnement proposées à chaque travailleur inscrit auprès de la cellule d'emploi.
Art. 50. De tewerkstellingscel wordt uiterlijk opgericht op de dag waarop de eerste werknemer die getroffen wordt door een herstructurering van zijn onderneming, ontslagen wordt, en is minstens operationeel tot alle begeleidingsmaatregelen die zijn opgenomen in de overeenkomst, vermeld in artikel 48, zijn afgerond.
  Voor de toepassing van het eerste lid wordt evenwel niet gelijkgesteld met een ontslag : het niet-verlengen van een arbeidsovereenkomst voor een bepaalde tijd wegens de herstructurering, of het feit dat een arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid die een tewerkstelling bij de werkgever in herstructurering als voorwerp heeft, ingevolge de herstructurering niet verlengd wordt.
Art. 50. La cellule d'emploi est établie au plus tard le jour auquel le premier travailleur victime d'une restructuration de son entreprise est licencié et continue à être opérationnelle jusqu'à ce que toutes les mesures d'accompagnement reprises dans la convention, visée à l'article 48, aient pris fin.
  Pour l'application du premier alinéa, n'est pas assimilé à un licenciement : la non prolongation d'un contrat de travail à durée déterminée pour cause de restructuration, ou le fait qu'un contrat de travail pour travail intérimaire qui a pour objet un emploi auprès de l'employeur en restructuration, n'est pas prolongé pour cause de restructuration.
Afdeling II. - Opdrachten van de VDAB in de tewerkstellingscel
Section II. - Missions du VDAB dans la cellule d'emploi
Art. 51. De VDAB neemt de directie van de tewerkstellingscel op zich en is belast met de organisatie en de coördinatie van de tewerkstellingscel. Dat omvat de volgende taken :
  1° alle betrokken partijen samenroepen om de tewerkstellingscel op te richten;
  2° de taken en dienstverlening van de tewerkstellingscel coördineren;
  3° de dienstverlening en de werkzaamheden van de tewerkstellingscel evalueren.
Art. 51. Le VDAB assume la direction de la cellule d'emploi et est chargé de l'organisation et de la coordination de la cellule d'emploi. Cette mission implique les tâches suivantes :
  1° convoquer toutes les parties intéressées pour constituer la cellule d'emploi;
  2° coordiner les tâches et les services de la cellule d'emploi;
  3° évaluer les services et les activités de la cellule d'emploi.
Art. 52. De directie van de tewerkstellingscel zorgt voor de inschrijving van de werknemers die getroffen worden door een herstructurering van hun onderneming, en levert een bewijs van inschrijving in de tewerkstellingscel af. De betrokken werknemers schrijven zich ook in als werkzoekende bij de VDAB.
Art. 52. La direction de la cellule d'emploi assure l'inscription des travailleurs, victimes d'une restructuration de leur entreprise, et délivre un certificat d'inscription dans la cellule d'emploI. - Les travailleurs intéressés s'inscrivent également comme demandeur d'emploi auprès du VDAB.
Afdeling III. - Opdrachten van het outplacementbureau
Section III. - Missions du bureau d'outplacement
Art. 53. Het outplacementbureau voert de outplacementbegeleiding uit overeenkomstig de aanvullende gedragscode die als bijlage 1 is gevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2009 tot uitvoering van artikel 5, § 1, 2°, e), van het decreet van 7 mei 2004.
Art. 53. Le bureau d'outplacement assure l'accompagnement d'outplacement conformément au code complémentaire de déontologie, figurant à l'annexe 1re à l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 février 2009 portant exécution de l'article 5, § 1er, 2°, e), du décret du 7 mai 2004.
Art. 54. Het outplacementbureau neemt op verzoek van de leden van de stuurgroep, vermeld in artikel 56, deel aan de stuurgroep en verschaft daar de nodige informatie om de voortgang en de evaluatie van de outplacementbegeleiding mogelijk te maken.
Art. 54. Le bureau d'outplacement participe, à la demande des membres du groupe de pilotage, visé à l'article 56, au groupe de pilotage et fournit à ce groupe l'information nécessaire pour l'avancement et l'évaluation de l'accompagnement d'outplacement.
Art. 55. Het outplacementbureau maakt voor elke werknemer die getroffen wordt door een herstructurering van zijn onderneming en die op het einde van de outplacementbegeleiding nog geen duurzame tewerkstelling heeft aangevat, een eindverslag van de outplacementbegeleiding op. Het outplacementbureau bezorgt dat verslag aan de VDAB binnen een maand na het einde van de outplacementbegeleiding.
Art. 55. Pour chaque travailleur, victime d'une restructuration de son entreprise et qui, à la fin de l'accompagnement d'outplacement, n'a pas encore trouvé un emploi durable, le bureau d'outplacement dresse un rapport final de l'accompagnement d'outplacement. Le bureau d'outplacement transmet ce rapport au VDAB dans un mois de la fin de l'accompagnement d'outplacement.
Afdeling IV. - Stuurgroep van de tewerkstellingscel
Section IV. - Groupe de pilotage de la cellule d'emploi
Art. 56. De werking van de tewerkstellingscel wordt aangestuurd en gevolgd door een stuurgroep.
Art. 56. Le fonctionnement de la cellule d'emploi est géré et suivi par un groupe de pilotage.
Art. 57. De stuurgroep van de ad-hoctewerkstellingscel is minstens samengesteld uit :
  1° minstens een vertegenwoordiger van de VDAB;
  2° minstens een vertegenwoordiger van de onderneming in herstructurering;
  3° de vertegenwoordigers van de representatieve werknemersorganisaties.
  De VDAB zit de stuurgroep voor.
Art. 57. Le groupe de pilotage de la cellule d'emploi ad hoc est au moins composé de :
  1° au moins un représentant du VDAB;
  2° au moins un représentant de l'entreprise en restructuration;
  3° les représentants des organisations syndicales représentatives.
  Le VDAB préside le groupe de pilotage.
Art. 58. § 1. De stuurgroep van de permanente tewerkstellingscel is samengesteld uit vaste leden en ad-hocleden. De stuurgroep kan zich laten bijstaan door deskundigen.
  De vaste leden, vermeld in het eerste lid zijn de volgende :
  1° minstens een vertegenwoordiger van de VDAB;
  2° de vertegenwoordigers van de representatieve werknemersorganisaties die in de SERV vertegenwoordigd zijn [1 ...]1;
  3° minstens een vertegenwoordiger van de onderneming in herstructurering of de vertegenwoordigers van de representatieve werkgeversorganisaties die in de SERV vertegenwoordigd zijn [1 ...]1.
  Een afgevaardigde van het opleidingsfonds van de sector, als er een is, kan ad-hoclid van de stuurgroep van de permanente tewerkstellingscel zijn.
  In het tweede lid wordt verstaan onder de SERV de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, vermeld in het decreet van 7 mei 2004 inzake de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen.
  § 2. De werking van de stuurgroep van de permanente tewerkstellingscel wordt geregeld in een huishoudelijk reglement.
  Het huishoudelijk reglement bepaalt ten minste :
  1° de bevoegdheden van de VDAB als voorzitter van de permanente stuurgroep;
  2° de wijze van bijeenroeping en beraadslaging;
  3° de periodiciteit van de vergaderingen;
  4° de bekendmaking van de handelingen;
  5° het aantal aanwezige leden dat minimaal nodig is om geldig te vergaderen;
  6° de aanwijzing van de bevoegde permanente stuurgroep als de werkgever in herstructurering actief is in de ambtsgebieden van verschillende [1 permanente tewerkstellingscellen]1;
  7° de locatie van de permanente tewerkstellingscel.
  
Art. 58. § 1. Le groupe de pilotage de la cellule permanente d'emploi est composé de membres permanents et membres ad hoc. Le groupe de pilotage peut se faire assister par des experts.
  Les membres permanents, visés à l'alinéa premier, sont :
  1° au moins un représentant du VDAB;
  2° les représentants des organisations syndicales représentatives dans le SERV [1 ...]1;
  3° au moins un représentant de l'entreprise en restructuration ou les représentants des organisations syndicales représentatives dans le SERV qui sont désignés par le SERR.
  Un délégué du fonds de formation du secteur, s'il y a un, peut être membre ad hoc du groupe de pilotage de la cellule permanente d'emploi.
  Dans le deuxième alinéa, il est entendu par SERV le Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, visé au décret du 7 mai 2004 relatif au "Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen" (Conseil socio-économique de la Flandre).
  § 2. Le fonctionnement du groupe de pilotage de la cellule permanente d'emploi est réglé par un règlement d'ordre intérieur.
  Le règlement d'ordre intérieur détermine au minimum :
  1° les compétences du VDAB comme président du groupe permanent de pilotage;
  2° le mode de convocation et de délibération;
  3° la périodicité des réunions;
  4° la publication des annales;
  5° le nombre minimal de membres présents pour délibérer valablement;
  6° la désignation du groupe permanent de pilotage compétent au cas où l'employeur en restructuration est actif dans les ressorts [1 de différentes cellules d'emploi permanentes]1;
  7° le lieu de la cellule permanente d'emploi.
  
Afdeling V. - Rapportering en evaluatie
Section V. - Rapportage et évaluation
Art. 59. Het outplacementbureau rapporteert mondeling over de ondernomen acties, de resultaten en de stand van zaken in het kader van de begeleiding en hertewerkstelling van de werknemers die getroffen worden door een herstructurering van hun onderneming, tijdens de bijeenkomsten van de stuurgroep. In het schriftelijke verslag van die bijeenkomsten worden de persoonsgegevens van de betrokken werknemers niet vermeld.
Art. 59. Le bureau d'outplacement présente un rapport oral sur les actions entreprises, les résultats et l'état d'avancement dans le cadre de l'accompagnement et de la remise au travail des travailleurs victimes d'une restructuration de leur entreprise, pendant les réunions du groupe de pilotage. Dans le rapport écrit de ces réunions, les données à caractère personnel des travailleurs concernés ne sont pas mentionnées.
Art. 60. De VDAB rapporteert jaarlijks aan de raad van bestuur [1 ...]1 over de werking van de tewerkstellingscellen.
  
Art. 60. Le VDAB présente un rapport annuel au conseil d'administration [1 ...]1 sur le fonctionnement des cellules d'emploi.
  
TITEL III. - Competentieontwikkeling
TITRE III. - Développement des compétences
HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen
CHAPITRE Ier. - Dispositions préliminaires
Art. 61. Competentieontwikkeling kan onder meer bestaan uit :
  1° een beroepsopleiding, dat is een van de volgende activiteiten die door de VDAB wordt georganiseerd of als dusdanig door de VDAB wordt erkend :
  a) het aanleren van een vak, een beroep of een functie;
  b) bijscholing in het vak, het beroep of de functie;
  c) het verwerven van de noodzakelijke basisvaardigheden voor de uitoefening van een beroepsactiviteit;
  d) beroepsomscholing, vervolmaking en uitbreiding van de vakkennis of de aanpassing ervan aan de ontwikkelingen binnen het vak, het beroep of de functie;
  [1 e) oriëntering met het oog op competentieversterking;]1
  2° het bijbrengen en beheren van competenties;
  3° een persoonsgerichte vorming;
  4° een sollicitatietraining;
  5° de observatie van een persoon als vermeld in artikel 62, tijdens een bepaalde periode, zodat zijn lichamelijke en intellectuele vaardigheden kunnen worden vastgesteld en, met het oog op de realisatie van de doelstellingen, vermeld in dit artikel, de meest geschikte beroepsrichting kan worden bepaald;
  6° [1 ...]1 oriëntering naar de arbeidsmarkt;
  7° aanvullende dienstverlening, zoals informatieverstrekking over opleiding en werk, loopbaanbegeleiding en certificering.
  
Art. 61. Le développement des compétences peut entre autres comprendre :
  1° une formation professionnelle, c'est une des activités suivantes qui est organisée par le VDAB ou reconnue en tant que telle par le VDAB :
  a) l'apprentissage d'un métier, d'une profession ou d'une fonction;
  b) le recyclage dans un métier, une profession ou une fonction;
  c) l'acquisition des compétences de base requises pour l'exercice de l'activité professionnelle;
  d) la reconversion professionnelle, le perfectionnement et l'extension des connaissances professionnelles ou leur adaptation aux développements dans le métier, la profession ou la fonction;
  [1 e) l'orientation en vue du renforcement de compétences ; ]1
  2° l'apprentissage et la gestion de compétences;
  3° une formation centrée sur la personne;
  4° une formation en vue de la recherche d'un emploi;
  5° l'observation d'une personne telle que visée à l'article 62, pendant une période définie, de manière à déterminer ses aptitudes physiques et intellectuelles et, en vue de la réalisation des objectifs, visés au présent article, à identifier l'orientation professionnelle la plus appropriée;
  6° [1 ...]1 l'orientation vers le marché de l'emploi;
  7° les services complémentaires, tels que la fourniture d'informations sur la formation et le travail, l'accompagnement de carrière et la certification.
  
Art. 62. De activiteiten, vermeld in artikel 61, kunnen volgens de voorwaarden, vermeld in titel III, worden gevolgd door :
  1° een werkzoekende;
  2° een werknemer op eigen verzoek;
  3° een werknemer op verzoek van zijn werkgever;
  4° een persoon met een zelfstandige beroepsactiviteit;
  5° een leerling op verzoek van zijn onderwijsinstelling;
  [1 6° een kwetsbare werknemer.]1
  
Art. 62. Les activités, visées à l'article 61, peuvent être suivies aux conditions, prévues au titre III, par :
  1° un demandeur d'emploi;
  2° un travailleur de sa propre initiative;
  3° un travailleur à la demande de son employeur;
  4° une personne exerçant une activité professionnelle indépendante;
  5° un élève à la demande de son établissement d'enseignement;
  [1 6° un travailleur vulnérable.]1
  
Art. 63. De competentieontwikkeling wordt aangeboden in het Nederlands. In uitzonderlijke omstandigheden kan de raad van bestuur de toestemming geven om daarvan af te wijken.
Art. 63. Le développement des compétences est offert en néerlandais. Dans des circonstances exceptionnelles, le conseil d'administration peut autoriser une dérogation.
Art. 64. Om de competentieontwikkeling te organiseren, kan de VDAB eigen centra oprichten of samenwerken met derden. Als met derden wordt samengewerkt, kunnen de kosten onder de partijen worden verdeeld.
  De raad van bestuur bepaalt de wijze waarop de competentieontwikkeling wordt aangeboden.
Art. 64. Pour organiser le développement des compétences, le VDAB peut créer ses propres centres ou collaborer avec des tiers. Dans le cas d'une collaboration avec des tiers, les frais peuvent être divisés entre les parties.
  Le conseil d'administration détermine la manière dont le développement des compétences sera offert.
Art. 65. De raad van bestuur stelt een huishoudelijk reglement op voor de centra. Het reglement bepaalt onder meer de rechten en de plichten van de cursisten, zowel voor orde en tucht als voor de uitvoering van opdrachten die ze in het kader van de opleiding krijgen. Het reglement wordt ter beschikking gesteld van de cursist voor de aanvang van de opleiding [1 of het]1 moet aangeplakt zijn op een goed zichtbare plaats in elk centrum.
  
Art. 65. Le conseil d'administration établit un règlement d'ordre intérieur pour les centres. Le règlement fixe entre autres les droits et obligations des apprenants, tant en ce qui concerne la discipline et l'ordre, qu'en ce qui concerne l'exécution des missions qu'ils reçoivent dans le cadre de la formation. Le règlement est mis à la disposition de l'apprenant avant le début de la formation [1 ou doit ]1 être affiché à un endroit bien visible dans chaque centre.
  
Art. 65/1. [1 De VDAB kan beslissen om aan de ondernemingen, de verenigingen zonder winstoogmerk of de administratieve overheden die hun wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomen, gedurende drie jaar:
   1А geen van de volgende opleidingen en stages toe te kennen:
   a) een beroepsverkennende stage als vermeld in artikel 41 tot en met 44 van dit besluit;
   b) een opleidingsstage als vermeld in artikel 84 tot en met 84/8 van dit besluit;
   c) een werkervaringsstage als vermeld in artikel 111/0/1 tot en met 111/0/12 van dit besluit;
   d) een individuele beroepsopleiding als vermeld in artikel 90 tot en met 111 van dit besluit;
   e) een individuele beroepsopleiding plus als vermeld in artikel 111/0/0/1 tot en met 111/0/0/7 van dit besluit;
   f) een leerjob als vermeld in artikel 1, 7А, van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 september 2023 tot regeling van de leerjobs;
   2А geen stageplan voor een beroepsinlevingsstage als vermeld in artikel 111/0/24 van dit besluit, goed te keuren.
   Als de VDAB een melding krijgt van een wettelijke of contractuele verplichting die niet is nagekomen door de werkgever, onderzoekt VDAB de geloofwaardigheid van de melding. Als het gaat om een geloofwaardige melding, kan de werkgever maximaal acht weken geen opleidingen, stages of goedkeuringen aanvragen als vermeld in het eerste lid. In die termijn gaat de VDAB na welke verplichtingen niet zijn nagekomen en welke gevolgen daaraan gekoppeld worden. Deze gevolgen kunnen een afsprakenkader, een officiыle waarschuwing of een uitsluiting voor drie jaar zijn.
   De periode van drie jaar, vermeld in het eerste lid, begint op de datum van de kennisgeving van de beslissing, vermeld in het eerste lid.
   Tegen de beslissing, vermeld in het eerste lid, kan de onderneming, de vereniging zonder winstoogmerk of de administratieve overheid beroep aantekenen bij de raad van bestuur binnen dertig dagen na de kennisgeving van de beslissing.]1

  
Art. 65/1. [1 Le VDAB peut décider, pour une durée de trois ans, à l'égard des entreprises, associations sans but lucratif ou autorités administratives qui ne respectent pas leurs obligations légales ou contractuelles :
   1° de ne pas leur accorder les formations et stages suivants :
   a) un stage d'orientation professionnelle tel que visé aux articles 41 à 44 du présent arrêté ;
   b) un stage de formation tel que visé aux articles 84 à 84/8 du présent arrêté ;
   c) un stage d'expérience professionnelle tel que visé aux articles 111/0/1 à 111/0/12 du présent arrêté ;
   d) une formation professionnelle individuelle telle que visée aux articles 90 à 111 ;
   e) une formation professionnelle individuelle plus telle que visée aux articles 111/0/0/1 à 111/0/0/7 ;
   f) un emploi formation tel que visé à l'article 1er, 7°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 septembre 2023 relatif aux emplois formation ;
   2° de ne pas agréer un plan de stage d'immersion professionnelle tel que visé à l'article 111/0/24 du présent arrêté.
   Si le VDAB reçoit une notification d'obligation légale ou contractuelle qui n'a pas été respectée par l'employeur, le VDAB examine la crédibilité de la notification. Si la notification est crédible, l'employeur ne peut pas demander de formation, de stages ou d'agréments tels que visés à l'alinéa 1er, pendant un maximum de huit semaines. Au cours de cette période, le VDAB vérifie quelles obligations n'ont pas été respectées et quelles en sont les conséquences. Ces conséquences peuvent être un cadre d'accords, un avertissement officiel ou une exclusion de trois ans.
   La période de trois ans visée à l'alinéa 1er, commence à la date de notification de la décision visée à l'alinéa 1er.
   L'entreprise, l'association sans but lucratif ou l'autorité administrative peut faire appel contre la décision visée à l'alinéa 1er, auprès du conseil d'administration dans les trente jours suivant la notification de la décision.]1

  
HOOFDSTUK II. - De organisatie van de beroepsopleiding
CHAPITRE II. - L'organisation de la formation professionnelle
Afdeling I. - Toelating tot de beroepsopleiding
Section Ire. - Admission à la formation professionnelle
Art. 66. De VDAB [2 of de partnerorganisatie]2 kan aan de niet-werkende werkzoekende [1 en de verplicht ingeschreven werkzoekende]1 voorstellen om een passende beroepsopleiding te volgen.
  
Art. 66. Le VDAB [2 ou l'organisation partenaire]2 peut proposer au demandeur d'emploi inoccupé [1 et au demandeur d'emploi inscrit obligatoirement]1 de suivre une formation professionnelle appropriée.
  
Art. 67. De werkzoekende, de werknemer [1 , de kwetsbare werknemer]1 en de persoon met een zelfstandige beroepsactiviteit die een beroepsopleiding wil volgen, doet een aanvraag bij de VDAB[1 of de partnerorganisatie ]1.
  
Art. 67. Le demandeur d'emploi, le travailleur [1 le travailleur vulnérable]1 et la personne exerçant une activité professionnelle indépendante désireux de suivre une formation professionnelle, introduit une demande à cet effet auprès du VDAB [1 ou l'organisation partenaire ]1.
  
Art. 68. De VDAB [2 of de partnerorganisatie]2 beslist of een kandidaat voor een beroepsopleiding in aanmerking komt.
  Die beslissing wordt genomen op basis van de arbeidsmarktvereisten en arbeidsmarktbehoeften, en op grond van de geschiktheid en het competentieprofiel van de kandidaat.
  Als de toelating tot de beroepsopleiding geweigerd wordt, kan de werkzoekende om herziening van zijn aanvraag verzoeken bij de raad van bestuur [1 ...]1.
  
Art. 68. Le VDAB [2 ou l'organisation partenaire,]2 décide de l'admissibilité d'un candidat à une formation professionnelle.
  Cette décision est prise sur la base des exigences et besoins du marché de l'emploi et sur la base de l'aptitude et du profil de compétences du candidat.
  Si l'admission à la formation professionnelle est refusée, le demandeur d'emploi peut solliciter une révision de sa demande auprès du conseil d'administration [1 ...]1.
  
Art. 69. De onderwijsinstelling kan met toestemming van de betrokken leerlingen aan de VDAB vragen dat een of meer van hun leerlingen bij de VDAB een beroepsopleiding kunnen volgen. De raad van bestuur bepaalt, binnen de uitgetrokken budgettaire middelen, welke onderwijsniveaus daarvoor in aanmerking komen, alsook de voorwaarden.
Art. 69. L'établissement d'enseignement peut, avec le consentement des élèves intéressés, demander au VDAB qu'un ou plusieurs de ses élèves puissent suivre une formation professionnelle auprès du VDAB. Le conseil d'administration détermine, dans les limites des moyens budgétaires attribués, les niveaux d'enseignement admissibles ainsi que les conditions.
Art. 70. De werkgever kan met toestemming van de betrokken werknemers aan de VDAB vragen dat een of meer van zijn werknemers door de VDAB worden opgeleid. De VDAB kan die beroepsopleidingen organiseren met behulp van de infrastructuur van de onderneming of van derden.
  Die werknemers kunnen tot de opleiding toegelaten worden als de werkgever er zich schriftelijk toe verbindt dat hij met de werknemers die de beroepsopleiding volgen, overeenkomt dat de uitvoering van hun arbeidsovereenkomst tijdens de opleiding is geschorst en dat ze gedurende de opleiding verder aanspraak blijven maken op hun loon en de andere voordelen, onder meer de verzekering tegen arbeidsongevallen en ongevallen op de weg van en naar het werk, die ze zouden ontvangen als ze effectief in de onderneming zouden werken.
Art. 70. L'employeur peut, avec le consentement des travailleurs concernés, demander au VDAB qu'un ou plusieurs de ses travailleurs soient formés par le VDAB. Le VDAB peut organiser ces formations professionnelles en faisant appel à l'infrastructure de l'entreprise ou de tiers.
  Ces travailleurs peuvent être admis à la formation si l'employeur s'engage par écrit à convenir avec les travailleurs qui suivent la formation professionnelle que leur contrat de travail est suspendu pendant la durée de la formation et qu'ils continuent à pouvoir prétendre à leur traitement et à d'autres avantages, entre autres l'assurance contre les accidents du travail et les accidents sur le chemin du travail qu'ils recevraient s'ils travaillaient effectivement dans l'entreprise.
Art. 71. Als werknemers op verzoek van hun werkgever een beroepsopleiding volgen, moet de werkgever daarvoor betalen. Het bedrag wordt bepaald op basis van de inhoud en de duur van de opleiding.
Art. 71. Si des travailleurs suivent une formation professionnelle à la demande de leur employeur, l'employeur est tenu de les payer pour ce faire. Le montant est déterminé sur la base du contenu et de la durée de la formation.
Art. 72. § 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder algemene opleiding verstaan : een opleiding die bestaat in onderricht dat niet uitsluitend of hoofdzakelijk op de huidige of toekomstige functie van de werknemer in de begunstigde onderneming gericht is, maar door middel waarvan bekwaamheden worden verkregen die in ruime mate naar andere ondernemingen of werkgebieden overdraagbaar zijn, zodat de inzetbaarheid van de werknemer wordt verbeterd.
  § 2. De werkgevers kunnen een vermindering verkrijgen van het bedrag, vermeld in artikel 71, voor de algemene opleiding van de volgende categorieën van werknemers :
  1° de risicowerknemers, op voorwaarde dat het opleidingscontract binnen zes maanden na hun aanwerving wordt gesloten. Als risicowerknemers worden beschouwd :
  a) de werknemers die gedurende de twaalf maanden die aan de indienstneming voorafgaan, zonder onderbreking [2 werkloosheids- of inschakelingsuitkeringen]2 hebben ontvangen;
  b) de werknemers die op het ogenblik van de indienstneming sinds minstens zes maanden zonder onderbreking het leefloon ontvangen hebben;
  c) de werknemers die op het ogenblik van de indienstneming door de VDAB erkend zijn als personen met een arbeidshandicap;
  d) de werknemers, ouder dan achttien jaar, die geen houder zijn van een diploma of een getuigschrift van het hoger secundair onderwijs;
  e) de werknemers die tegelijkertijd de volgende voorwaarden vervullen :
  1) ze hebben geen [2 werkloosheids-, inschakelings- of onderbrekingsuitkeringen]2 ontvangen gedurende de periode van drie jaar die aan de indienstneming voorafgaat;
  2) ze hebben geen beroepsactiviteit verricht gedurende de periode van drie jaar die de indienstneming voorafgaat;
  3) ze hebben voor die periode van drie jaar de beroepsactiviteit onderbroken of hebben nooit een dergelijke activiteit verricht;
  f) de werknemers van minder dan achttien jaar die onderworpen zijn aan de deeltijdse leerplicht en die het secundair onderwijs met volledig leerplan niet meer volgen. In afwijking van de termijn van zes maanden, vermeld in punt 1°, geldt voor die categorie een termijn van twee jaar;
  2° de werknemers die met werkloosheid bedreigd worden :
  a) in geval van collectief ontslag, na kennisgeving aan de hand van de nominatieve lijst van de betrokken werknemers aan de VDAB, overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 24 mei 1976 betreffende het collectief ontslag;
  b) in geval van individueel ontslag, als ze tegelijkertijd de volgende voorwaarden vervullen :
  1) ze hebben kennis gekregen van de opzegging overeenkomstig de bepalingen van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten;
  2) ze zijn ingeschreven op een nominatieve lijst die, naargelang van het geval, voor advies is voorgelegd aan de ondernemingsraad, de vakbondsafvaardiging, het comité voor preventie en bescherming op het werk of de vertegenwoordigers van de representatieve werknemersorganisaties;
  c) de werknemers die behoren tot een onderneming in moeilijkheden. De Vlaamse minister, bevoegd voor de Beroepsomscholing en -Bijscholing, bepaalt, na advies van de raad van bestuur, wat moet worden verstaan onder onderneming in moeilijkheden;
  d) de werknemers die behoren tot een onderneming in herstructurering. De Vlaamse minister, bevoegd voor de Beroepsomscholing en -Bijscholing, bepaalt, na advies van de raad van bestuur, wat moet worden verstaan onder onderneming in herstructurering;
  3° de werknemers die behoren tot ondernemingen met niet meer dan 25 werknemers;
  4° de werknemers die om medische redenen hun huidige functie niet langer kunnen uitoefenen. De medische ongeschiktheid van die werknemers moet worden erkend door een arbeidsgeneesheer als vermeld in het koninklijk besluit van 28 mei 2003 betreffende het gezondheidstoezicht op de werknemers;
  5° de werknemers die een werkervaring opdoen in het kader van een door de VDAB erkend traject naar werk.
  De vermindering van het bedrag, vermeld in artikel 71, bedraagt 50 % voor de risicowerknemers, vermeld in het eerste lid, 1°, a) tot en met e), en 100 % voor de risicowerknemers, vermeld in het eerste lid, 1°, f).
  De vermindering van het bedrag, vermeld in artikel 71, bedraagt 100 % voor de werknemers, vermeld in het eerste lid, 2°, a) tot en met c), en 50 % voor de werknemers, vermeld in het eerste lid, 2°, d).
  De vermindering van het bedrag, vermeld in artikel 71, bedraagt 50 % voor de ondernemingen, vermeld in het eerste lid, 3°, met minder dan 10 werknemers en 25 % voor de ondernemingen met 10 tot 25 werknemers. De vermindering van het bedrag, vermeld in 73, wordt niet toegekend als de raad van bestuur bepaalt dat het ondernemingen betreft die kunstmatige afsplitsingen of filialen zijn van grotere ondernemingen.
  De vermindering van het bedrag, vermeld in artikel 73, bedraagt 100 % voor de werknemers, vermeld in het eerste lid, 4°.
  De vermindering van het bedrag, vermeld in artikel 71, bedraagt 100 % voor de werknemers, vermeld in het eerste lid, 5°.
  [1 § 3. De vermindering is alleen van toepassing als die een stimulerend effect heeft. De vermindering wordt geacht een stimulerend effect te hebben als de werkgever, voor de aanvang van de opleiding, bij de VDAB een schriftelijke aanvraag heeft ingediend. De aanvraag bevat de volgende gegevens:
   1° de naam en de grootte van de onderneming;
   2° een beschrijving van de opleiding, met inbegrip van de aanvangs- en einddatum;
   3° de locatie van de opleiding;
   4° een lijst van de opleidingskosten en de totale kosten, en
   5° het soort steun en het bedrag aan overheidsfinanciering dat voor het opleidingsproject nodig is.]1

  
Art. 72. § 1er. Pour l'application du présent article, il faut entendre par formation générale : une formation qui consiste en un enseignement ne visant pas exclusivement ou principalement la fonction actuelle ou future du travailleur dans l'entreprise bénéficiaire, mais par lequel il acquiert des compétences qui sont largement transmissibles vers d'autres entreprises ou domaines de travail, de manière à améliorer l'employabilité du travailleur.
  § 2. Les employeurs peuvent obtenir une réduction du montant visé à l'article 71, pour la formation générale des catégories suivantes de travailleurs :
  1° les travailleurs à risque, à condition que le contrat de formation soit conclu dans les six mois après leur recrutement. Sont considérés comme travailleurs à risque :
  a) les travailleurs qui, pendant les douze mois précédant leur engagement, ont reçu sans interruption [2 des allocations de chômage ou d'insertion]2;
  b) les travailleurs qui, au moment de leur engagement, ont reçu le revenu d'intégration sans interruption pendant au moins six mois;
  c) les travailleurs qui, au moment de leur engagement, sont reconnus par le VDAB comme des personnes handicapées à l'emploi;
  d) les travailleurs de plus de 18 ans qui ne sont pas titulaires d'un diplôme ou certificat de l'enseignement secondaire supérieur;
  e) les travailleurs qui remplissent simultanément les conditions suivantes :
  1) ne pas avoir bénéficié [2 d'allocations de chômage, d'insertion ou d'interruption]2 pendant la période de trois ans précédant l'engagement;
  2) ne pas avoir mené d'activité professionnelle durant la période de trois ans précédant l'engagement;
  3) avoir interrompu l'activité professionnelle pendant cette période de trois ans ou ne jamais avoir mené une telle activité;
  f) les travailleurs de moins de 18 ans soumis à l'obligation scolaire à temps partiel, et qui ne suivent plus l'enseignement secondaire de plein exercice. Par dérogation à la période de six mois, visée au point 1°, une période de deux ans s'applique à cette catégorie;
  2° les travailleurs qui risquent d'être licenciés :
  a) en cas de licenciement collectif, après notification, sur la base de la liste nominative des travailleurs concernés, au VDAB, conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 24 mai 1976 relatif au licenciement collectif;
  b) en cas de licenciement individuel, s'ils répondent simultanément aux conditions suivantes :
  1) ils ont reçu notification du préavis conformément aux dispositions de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail;
  2) ils sont inscrits sur une liste nominative soumise pour avis, selon le cas, au conseil d'entreprise, à la délégation syndicale, au comité pour la prévention et la protection au travail ou aux représentants des organisations syndicales représentatives;
  c) les travailleurs appartenant à une entreprise en difficulté. Le Ministre flamand chargé de la Reconversion et du Recyclage professionnels détermine, sur avis du conseil d'administration, ce qu'il faut entendre par entreprise en difficulté;
  d) les travailleurs appartenant à une entreprise en voie de restructuration. Le Ministre flamand chargé de la Reconversion et du Recyclage professionnels détermine, sur avis du conseil d'administration, ce qu'il faut entendre par entreprise en difficulté;
  3° les travailleurs appartenant à une entreprise qui n'occupe pas plus de 25 personnes;
  4° les travailleurs qui ne peuvent plus remplir leurs fonctions actuelles pour des raisons médicales. L'incapacité médicale de ces travailleurs doit être reconnue par un médecin du travail, comme prévu à l'arrêté royal du 28 mai 2003 relatif à la surveillance de la santé des travailleurs;
  5° les travailleurs qui acquièrent une expérience professionnelle dans le cadre d'un parcours d'insertion professionnelle reconnu par le VDAB.
  La réduction du montant visé à l'article 71, s'élève à 50 % pour les travailleurs à risque énumérés au premier alinéa, 1°, a) à e), et à 100 % pour les travailleurs à risque visés au premier alinéa, 1°, f).
  La réduction du montant visé à l'article 71, s'élève à 100 % pour les travailleurs, visés au premier alinéa, 2°, a) à c), et à 50 % pour les travailleurs, visés au premier alinéa, 2°, d).
  La réduction du montant, visé à l'article 71, s'élève à 50 % pour les entreprises, visées au premier alinéa, 3°, occupant moins de 10 travailleurs et à 25 % pour les entreprises occupant de 10 à 25 travailleurs. La réduction du montant visé à l'article 73, n'est pas octroyée lorsque le conseil d'administration arrête qu'il s'agit d'entreprises étant des branches artificielles ou des filiales d'entreprises plus grandes.
  La réduction du montant, visé à l'article 73, s'élève à 100 % pour les travailleurs, visés au premier alinéa, 4°.
  La réduction du montant, visé à l'article 71, s'élève à 100 % pour les travailleurs, visés au premier alinéa, 5°.
  [1 § 3. La réduction s'applique uniquement lorsqu'elle a un effet incitateur. La réduction est censée avoir un effet incitateur lorsque l'employeur a introduit une demande écrite auprès de la VDAB avant le début de la formation. La demande comprend les éléments suivants :
   1° le nom et l'ampleur de l'entreprise ;
   2° une description de la formation, y compris les dates de début et de fin ;
   3° l'endroit de la formation ;
   4° une liste des frais de formation, des frais globaux et
   5° le type d'aide et le montant de finances publiques nécessaires pour le projet de formation.]1

  
Art. 73. Als de werkgever binnen vijf jaar, te rekenen vanaf de datum waarop de opleidingsovereenkomst gesloten wordt, overgaat tot collectief ontslag zonder naleving van de informatie- en raadplegingsprocedures, vermeld in het tweede lid, moet de werkgever de tegemoetkomingen die hij heeft ontvangen op basis van artikel 72, 1°, 2°, c) en d), en 3° en 4°, aan de VDAB terugstorten.
  Onder informatie- en raadplegingsprocedures als vermeld in het eerste lid wordt verstaan : de procedures, vermeld in :
  1° artikelen 3, 7 en 11 van de CAO nummer 9 van 9 maart 1972 houdende ordening van de in de Nationale Arbeidsraad gesloten nationale akkoorden en collectieve arbeidsovereenkomsten betreffende de ondernemingsraden, algemeen verbindend verklaard bij het koninklijk besluit van 12 september 1976;
  2° artikel 6 van de CAO nummer 24 van 2 oktober 1975 betreffende de procedure van inlichting en raadpleging van de werknemersvertegenwoordigers met betrekking tot het collectief ontslag, algemeen verbindend verklaard bij het koninklijk besluit van 21 januari 1976;
  3° artikelen 6 tot en met 8 van het koninklijk besluit van 24 mei 1976 betreffende het collectief ontslag;
  4° artikelen 4 en 37 van de CAO nummer 62 van 6 februari 1996 betreffende de instelling van een Europese Ondernemingsraad of van een procedure in ondernemingen of concerns met een communautaire dimensie ter informatie en raadpleging van de werknemers, algemeen verbindend verklaard bij het koninklijk besluit van 22 maart 1996;
  5° artikel 66 van de wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling.
Art. 73. Si, dans les cinq ans suivant la passation du contrat de formation, l'employeur procède au licenciement collectif sans respecter les procédures d'information et de consultation citées au deuxième alinéa, l'employeur est tenu de rembourser au VDAB les interventions reçues en vertu de l'article 72, § 4, 1°, 2°, c) et d), et 3° et 4°.
  Par procédures d'information et de consultation, visées au premier alinéa, il faut entendre : les procédures, visées :
  1° aux articles 3, 7 et 11 de la convention collective de travail numéro 9 du 9 mars 1972 coordonnant les accords nationaux et les conventions collectives de travail relatifs aux conseils d'entreprise, conclus au sein du Conseil national du Travail, rendue obligatoire par l'arrêté royal du 12 septembre 1976;
  2° à l'article 6 de la convention collective de travail numéro 24 du 2 octobre 1975 concernant la procédure d'information et de consultation des représentants des travailleurs en matière de licenciements collectifs, rendue obligatoire par l'arrêté royal du 21 janvier 1976;
  3° aux articles 6 à 8 de l'arrêté royal du 24 mai 1976 sur les licenciements collectifs;
  4° aux articles 4 et 37 de la convention collective de travail numéro 62 du 6 février 1996 concernant l'institution d'un Comité d'entreprise européen ou d'une procédure dans les entreprises de dimension communautaire et les groupes d'entreprises de dimension communautaire en vue d'informer et de consulter les travailleurs, rendue obligatoire par l'arrêté royal du 22 mars 1996;
  5° à l'article 66 de la loi du 13 février 1998 portant des dispositions en faveur de l'emploi.
Art. 74. Ondernemingen of groeperingen van ondernemingen kunnen geheel of gedeeltelijk vrijgesteld worden van de betaling van de opleidingskosten van hun werknemers nadat ze een samenwerkingsovereenkomst hebben gesloten met de VDAB. De graad van vrijstelling wordt door de raad van bestuur bepaald naar rata van de inbreng van de ondernemingen of de groeperingen van ondernemingen.
Art. 74. Une exemption totale ou partielle du paiement des frais de formation de leurs travailleurs peut être accordée aux entreprises et groupes d'entreprises après qu'ils ont conclu un accord de coopération avec le VDAB. Le taux d'exemption est fixé par le conseil d'administration à raison de l'apport des entreprises ou groupements d'entreprises.
Art. 75. [1 De bepaling, vermeld in artikel 72, valt onder de toepassing van:
   1° de de-minimissteun, vermeld in verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun;
   2° verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard;.
   De tegemoetkoming op basis van de percentages, vermeld in artikel 72, wordt voor de toepassing van die bepaling beperkt tot de toegestane steunintensiteit én het maximumbedrag van twee miljoen euro, vermeld in artikel 4 van de verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard.]1

  
Art. 75. [1 La disposition, visée à l'article 72, relève de l'application :
   1° de l'aide de minimis, visée au Règlement (CE) n° 1407/2013 de la Commission du 18 décembre 2013 relatif à l'application des articles 107 et 108 du traité sur le fonctionnement de l'Union européenne aux aides de minimis ;
   2° du Règlement (CE) n° 651/2014 de la Commission du 17 juin 2014 déclarant certaines catégories d'aide compatibles avec le marché interne en application des articles 107 et 108 du Traité ;
   L'intervention sur la base des pourcentages visés à l'article 72 est limitée, pour l'application de cette disposition, à l'intensité de l'aide admise et au montant maximal de deux millions euros tel que visé à l'article 4 du Règlement (CE) n° 651/2014 de la Commission du 17 juin 2014 déclarant certaines catégories d'aide compatibles avec le marché interne en application des articles 107 et 108 du Traité.]1

  
Art. 76. Aan personen met een zelfstandige beroepsactiviteit en aan werknemers die op hun verzoek een opleiding volgen, met uitzondering van de onvrijwillig deeltijdse werknemer, vermeld in artikel 1, 9°, wordt een tegemoetkoming in de opleidingskosten gevraagd. Het bedrag van die tegemoetkoming wordt bepaald op basis van de inhoud en de duur van de opleiding.
  In uitzonderlijke omstandigheden kan de raad van bestuur beslissen dat geen tegemoetkoming in de opleidingskosten wordt gevraagd.
Art. 76. Aux personnes exerçant une activité professionnelle indépendante et aux travailleurs suivant une formation à leur demande, à l'exception du travailleur à temps partiel involontaire, visé à 'article 1er, 9°, il est demandé une intervention dans les frais de formation. Le montant de cette intervention est fixé sur la base du contenu et de la durée de la formation.
  Dans des conditions exceptionnelles, le conseil d'administration peut décider qu'aucune intervention dans les frais de formation n'est demandée.
Art. 77. De personen die een beroepsopleiding of stage hebben gevolgd, hebben recht op een attest van de verworven competenties, met vermelding van het leertraject en de leerinhouden. [1 Dit attest wordt uitgereikt door de VDAB of door de partnerorganisatie.]1
  
Art. 77. Les personnes ayant suivi une formation professionnelle ou un stage, ont droit à une attestation de compétences acquises, avec mention du parcours d'apprentissage et des contenus didactiques. [1 Cette attestation est délivrée par le VDAB ou par l'organisation partenaire.]
  
Afdeling II. - De overeenkomst voor beroepsopleiding
Section II. - Le contrat de formation professionnelle
Art. 78. Met uitzondering van de werknemers die op verzoek van hun werkgever een beroepsopleiding volgen, vermeld in artikelen 70 tot en met 73, wordt met iedere cursist die een beroepsopleiding volgt een overeenkomst gesloten voor de aanvang van de opleiding of uiterlijk op de eerste dag van de opleiding.
Art. 78. A l'exception des travailleurs, visés aux articles 70 à 73, suivant une formation professionnelle à la demande de leur employeur, un contrat est conclu avec tout apprenant suivant une formation professionnelle avant le début de la formation ou au plus tard le premier jour de la formation.
Art. 79. De overeenkomst wordt schriftelijk aangegaan. Aan iedere partij die betrokken is bij de overeenkomst, wordt een exemplaar overhandigd.
Art. 79. Le contrat est conclu par écrit. A chaque partie contractante, une copie est présentée.
Art. 80. De overeenkomst vermeldt :
  1° de identiteit van de partijen;
  2° de aanvangsdatum van de opleiding en de vermoedelijke duur ervan;
  3° de omschrijving, de inhoud en de doelstelling van de opleiding;
  4° de rechten en plichten van de partijen, vermeld in het decreet van 30 april 2004 houdende het Handvest van de Werkzoekende en de wetgeving op de arbeidsbescherming.
Art. 80. Le contrat précise :
  1° l'identité des parties;
  2° la date de début de la formation et la durée présumée;
  3° la description, le contenu et le but de la formation;
  4° les droits et obligations des parties, visés au décret du 30 avril 2004 portant la Charte du demandeur d'emploi et à la législation relative à la protection du travail.
Art. 81. De onmogelijkheid voor de cursist om de opleiding te volgen wegens ziekte of ongeval schorst de uitvoering van de overeenkomst. De cursist is ertoe gehouden zijn ongeschiktheid te rechtvaardigen met een geneeskundig getuigschrift.
Art. 81. L'impossibilité pour l'apprenant de suivre la formation pour cause de maladie ou d'accident suspend l'exécution du contrat. L'apprenant est tenu de justifier son inaptitude par un certificat médical.
Art. 82. De VDAB [1 of de partnerorganisatie]1 kan de overeenkomst beëindigen zonder opzegging :
  1° als de cursist valse stukken heeft voorgelegd bij zijn toelating tot het centrum of als hij ernstig tekortschiet in zijn verplichtingen betreffende de goede orde of tucht van het centrum, in zijn contractuele verplichtingen of in de uitvoering van de opdrachten die hem in het kader van de opleiding zijn opgelegd;
  2° als de schorsing, vermeld in artikel 81, een dusdanige duur heeft bereikt dat de re-integratie van de cursist in de opleiding niet zonder moeilijkheden kan verlopen;
  3° als de cursist niet geschikt is om met goed gevolg de opleiding te volgen.
  
Art. 82. Le VDAB [1 ou l'organisation partenaire]1 peut résilier le contrat sans préavis.
  1° si l'apprenant a soumis de faux documents pour son admission au centre ou s'il manque gravement à ses obligations en matière d'ordre ou de discipline du centre, à ses obligations contractuelles ou à l'exécution des tâches qui lui sont imposées dans le cadre de la formation;
  2° lorsque la suspension, visée à l'article 81, est d'une telle durée que la réintégration de l'apprenant dans la formation ne peut se faire sans difficultés;
  3° lorsque l'apprenant ne possède pas les aptitudes requises pour suivre avec succès la formation.
  
Art. 83. De bepalingen van deze afdeling zijn ook van toepassing als de opleiding wordt georganiseerd door natuurlijke personen of rechtspersonen waarmee de VDAB samenwerkt of die in opdracht van de VDAB opleiding organiseren voor niet-werkende werkzoekenden [1 en verplicht ingeschreven werkzoekenden]1.
  De raad van bestuur bepaalt op basis van de arbeidsmarktvereisten en arbeidsmarktbehoeften [1 welke opleidingen een niet-werkende werkzoekende en een verplicht ingeschreven werkzoekende kunnen volgen]1 met een VDAB-overeenkomst bij natuurlijke personen of rechtspersonen als vermeld in het eerste lid.
  
Art. 83. Les dispositions de la présente section sont également applicables si la formation est organisée par des personnes physiques ou morales avec lesquelles le VDAB coopère ou qui organisent une formation pour demandeurs d'emploi inoccupés [1 et demandeurs d'emploi inscrits obligatoirement,]1 pour le compte du VDAB.
  Le conseil d'administration détermine, sur la base des exigences et besoins du marché de l'emploi, [1 les formations qu'un demandeur d'emploi inoccupé et un demandeur d'emploi inscrit obligatoirement peuvent suivre]1 avec un contrat du VDAB auprès des personnes physiques ou morales telles que visées au premier alinéa.
  
Afdeling III. - Opleidingsstage en praktisch werk
Section III. - Stage de formation et travail pratique
Art. 84. [1 De VDAB of de partnerorganisatie kan in het kader van een beroepsopleiding opleidingsstages organiseren.]1.
  De opleidingsstage en het praktische werk moeten nuttig en passend zijn in het kader van de opleiding. De opleidingsstage en het praktische werk worden in het opleidingsprogramma ingeschakeld op het ogenblik dat de cursist over de nodige vaardigheden beschikt om ze uit te voeren, zodoende ze ertoe bijdragen dat de cursist vertrouwd raakt met de jobinhoud, de arbeidsomstandigheden en het arbeidsritme.
  
Art. 84. [1 Le VDAB ou l'organisation partenaire peut organiser des stages de formation dans le cadre d'une formation professionnelle]1.
  Le stage de formation et le travail pratique doivent être utiles et adaptés à la formation. Le stage de formation et le travail pratique sont intégrés dans le programme de formation au moment où l'apprenant dispose des aptitudes nécessaires pour les appliquer, ainsi ils aident à familiariser l'apprenant avec le contenu de l'emploi, les conditions de travail et le rythme de travail.
  
Art. 84/1. [1 De VDAB of de partnerorganisatie dient de opleidingsstages te integreren in een opleiding. De opleidingsstage draagt ertoe bij dat de cursist minstens de competenties verwerft die in het opleidingstraject beoogd worden. De leeractiviteiten worden aangepast aan de mate van competentiebeheersing en zelfsturing van de cursist.
   De VDAB of de partnerorganisatie ziet erop toe dat op de werkvloer, in samenspraak met de aanbieder van de opleidingsstageplaats, een mentor aangesteld wordt die de cursist bij zijn toegewezen taken begeleidt, die toeziet op de vorderingen van de cursist en die de vorderingen evalueert.
   Een onderneming, een vereniging zonder winstoogmerk of een administratieve overheid komt in aanmerking als aanbieder van een opleidingsstageplaats.]1

  
Art. 84.1. [1 Le VDAB ou l'organisation partenaire doit intégrer les stages de formation dans une formation. Le stage de formation contribue à ce que l'apprenant acquière les compétences envisagées dans le parcours de formation. Les activités d'apprentissage sont adaptées à la mesure de maîtrise de compétence et à l'autonomie de l'apprenant.
   Le VDAB ou l'organisation partenaire veille à ce qu'un tuteur soit désigné sur le lieu de travail, en concertation avec le fournisseur du lieu de stage de formation, qui accompagne l'apprenant dans les tâches attribuées, qui veille aux progrès de l'apprenant et qui les évalue.
   Une entreprise, une association sans but lucratif ou une autorité administrative est considéré comme fournisseur admissible d'un lieu de stage de formation.]1

  
Art. 84/2. [1 De VDAB of de partnerorganisatie bepaalt de duur van de opleidingsstages. De totale duur bedraagt ten hoogste zes maanden. In uitzonderlijke gevallen kan de stage langer dan zes maanden duren als het inoefenen van de geleerde competenties gerechtvaardigd is door de moeilijkheidsgraad of specifieke locatie. Die rechtvaardiging wordt schriftelijk vastgelegd en door de VDAB of de partner als bijlage bij de opleidingsstageovereenkomst gevoegd. De totale duur van de opleidingsstages bedraagt maximaal de helft van de totale opleidingsduur.
   De VDAB of de partnerorganisatie beslist over de verlenging of voortijdige beëindiging van de opleidingsstageovereenkomst. Als de VDAB of de partnerorganisatie de beslissing tot voortijdige beëindiging van de opleidingsstageovereenkomst neemt, is de VDAB of de partnerorganisatie geen enkele vergoeding verschuldigd aan de cursist of aan de aanbieder van de opleidingsstageplaats.]1

  
Art. 84.2. [1 Le VDAB ou l'organisation partenaire fixe la durée des stages de formation. La durée totale s'élève à six mois au maximum. Dans des cas exceptionnels, la durée du stage peut excéder six mois lorsque l'assimilation des compétences apprises est justifiée par le degré de difficulté ou par l'endroit spécifique. Cette justification est fixée par écrit et jointe en annexe au contrat de stage de formation par le VDAB ou le partenaire. La durée totale des stages de formation s'élève au maximum à la moitié de la durée totale de la formation.
   Le VDAB ou l'organisation partenaire décide de la prolongation ou de la cessation prématurée du contrat de stage de formation. Lorsque le VDAB ou l'organisation partenaire prend la décision de la cessation prématurée du contrat de stage de formation, le VDAB ou l'organisation partenaire ne doit payer aucune indemnité à l'apprenant ou au fournisseur du lieu de stage de formation. ]1

  
Art. 84/3. [1 Tussen de VDAB of de partnerorganisatie, de aanbieder van de opleidingsstageplaats en de cursist wordt een opleidingsstageovereenkomst gesloten, waarvan de raad van bestuur van de VDAB het model bepaalt. Die opleidingsstageovereenkomst wordt uiterlijk op de eerste dag van de opleidingsstage op de werkvloer gesloten.]1
  
Art. 84/3. [1 Entre le VDAB ou l'organisation partenaire, le fournisseur du lieu de stage de formation et l'apprenant il est conclu un contrat de stage de formation, dont le conseil d'administration du VDAB fixe le modèle. Le contrat de stage de formation est conclu sur le lieu de travail au plus tard le premier jour du stage de formation.]1
  
Art. 84/4. [1 Art. 84/4. De opleidingsstageovereenkomst vermeldt:
   1° de identiteit van de partijen;
   2° de aanvangsdatum van de opleidingsstage en de duur ervan;
   3° de omschrijving, de inhoud en de doelstelling van de opleidingsstage;
   4° de rechten en plichten van de partijen, vermeld in het decreet van 30 april 2004 houdende het Handvest van de Werkzoekende en de wetgeving op de arbeidsbescherming.]1

  
Art. 84/4. [1 Le contrat de stage de formation mentionne :
   1° l'identité des parties ;
   2° la date de début du stage de formation et sa durée ;
   3° la description, le contenu et le but du stage de formation ;
   4° les droits et devoirs des parties visées au décret du 30 avril 2004 portant la Charte du demandeur d'emploi et à la législation relative à la protection du travail. ]1

  
Art. 84/5. [1 Als het voor de cursist niet mogelijk is de opleidingsstage te volgen wegens ziekte of ongeval, wordt de uitvoering van de overeenkomst geschorst. De cursist is ertoe gehouden zijn ongeschiktheid te rechtvaardigen met een geneeskundig getuigschrift. ]1
  
Art. 84/5. [1 L'impossibilité pour l'apprenant de suivre le stage de formation pour cause de maladie ou d'accident suspend l'exécution du contrat. L'apprenant est tenu de justifier son inaptitude par un certificat médical]1
  
Art. 84/6. [1 De VDAB of de partnerorganisatie kan in de volgende gevallen de overeenkomst beëindigen zonder opzegging:
   1° de cursist heeft valse stukken voorgelegd bij zijn toelating tot de opleidingsstage of hij schiet ernstig tekort in zijn verplichtingen betreffende de goede orde of tucht, in zijn contractuele verplichtingen of in de uitvoering van de opdrachten die hem in het kader van de opleidingsstage zijn opgelegd;
   2° de schorsing, vermeld in artikel 84/5, heeft een dusdanige duur bereikt dat de re-integratie van de cursist in de opleiding niet zonder moeilijkheden kan verlopen.]1

  
Art. 84/6. [1 Le VDAB ou l'organisation peut résilier le contrat sans préavis dans les cas suivants :
   1° l'apprenant a soumis de faux documents pour son admission au stage de formation ou s'il manque gravement à ses obligations en matière d'ordre ou de discipline, à ses obligations contractuelles ou à l'exécution des tâches qui lui sont imposées dans le cadre du stage de formation ;
   2° la suspension, visée à l'article 84/5, est d'une telle durée que la réintégration de l'apprenant dans la formation ne peut se faire sans difficultés. ]1

  
Art. 84/7. [1 De cursist heeft, na afloop van de opleiding, recht op een attest van de verworven competenties, met vermelding van het leertraject en de leerinhouden.]1
  
Art. 84/7. [1 L'apprenant a droit, après la fin de la formation, à un certificat de compétences acquises, avec mention du parcours d'apprentissage et des contenus didactiques. ]1
  
Art. 84/8. [1 Artikel 6, 11, 12 en 79 zijn van toepassing op de opleidingsstage. ]1
  
Art. 84/8. [1 Les articles 6, 11, 12, et 79 s'appliquent au stage de formation. ]1
  
Art. 85. Om de doeltreffendheid van de beroepsopleiding van de cursist te verhogen, kan de VDAB, in samenwerking met een onderneming, een vereniging zonder winstoogmerk of een administratieve overheid praktische werken organiseren [1 ...]1 op voorwaarde dat die werken verenigbaar zijn met het doel van de opleiding.
  De volgende voorwaarden moeten in acht worden genomen bij de uitvoering van de werken :
  1° de handelswaarde van het uit te voeren werk mag niet meer bedragen dan 8925 euro. Dat bedrag is gekoppeld aan de spilindex 103,14 (basis 1996 = 100). Het bedrag wordt verhoogd of verminderd overeenkomstig artikel 4 van de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarbij rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld;
  2° de grondstoffen en materialen zijn voor rekening van de aanvrager van het praktische werk;
  3° de verplaatsingskosten van de cursisten en de instructeur zijn voor rekening van de aanvrager van het praktische werk;
  4° aan ondernemingen en verenigingen zonder winstoogmerk rekent de VDAB voor de uitvoering van het praktische werk een prijs aan per uur en per cursist. De raad van bestuur bepaalt het bedrag;
  5° voor administratieve overheden en voor verenigingen zonder winstoogmerk met een humanitair en welzijnskarakter is de uitvoering van het praktische werk gratis. De raad van bestuur bepaalt de lijst van de verenigingen zonder winstoogmerk met een humanitair en welzijnskarakter;
  6° eventuele fouten of onvolkomenheden aan het werk zijn voor rekening van de aanvrager van het praktische werk.
  
Art. 85. Afin d'améliorer l'efficacité de la formation professionnelle de l'apprenant, le VDAB peut, en collaboration avec une entreprise, une association sans but lucratif ou une autorité administrative, organiser des travaux pratiques [1 ...]1 pour autant que les travaux soient compatibles avec le but de la formation.
  Les conditions suivantes doivent être prises en compte lors de l'exécution des travaux :
  1° la valeur commerciale du travail à exécuter ne peut dépasser 8925 euros. Ce montant est lié à l'indice-pivot 103,14 (base 1996 = 100). Le montant est majoré ou réduit conformément à l'article 4 de la loi du 2 août 1971 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation des traitements, salaires, pensions, allocations et subventions à charge du trésor public, de certaines prestations sociales, des limites de rémunération à prendre en considération pour le calcul de certaines cotisations de sécurité sociale des travailleurs, ainsi que des obligations imposées en matière sociale aux travailleurs indépendants;
  2° les matières premières et matériaux sont pour le compte du demandeur du travail pratique;
  3° les frais de déplacement des apprenants et de l'instructeur sont pour le compte du demandeur du travail pratique;
  4° le VDAB peut facturer aux entreprises et associations sans but lucratif un prix par heure et par apprenant pour l'exécution du travail pratique. Le conseil d'administration fixe le montant;
  5° pour des autorités administratives et pour des associations sans but lucratif à caractère humanitaire et social, l'exécution du travail pratique est gratuite. Le conseil d'administration fixe la liste des associations sans but lucratif à caractere humanitaire et social;
  6° les fautes ou défauts éventuels au travail sont à charge du demandeur du travail pratique.
  
Art. 86. Om de beroepsopleiding af te stemmen op de vereisten van de nationale of de internationale arbeidsmarkt, kan de VDAB samenwerkingsovereenkomsten sluiten met instellingen, organisaties of verenigingen van andere gemeenschappen, gewesten of staten.
Art. 86. Afin de mieux faire correspondre la formation professionnelle au marché de l'emploi national ou international, le VDAB peut conclure des accords de coopération avec des institutions, organisations ou associations d'autres communautés, régions ou états.
Afdeling IV. - Opleiding in een onderwijsinstelling
Section IV. - Formation dans un établissement d'enseignement
Art. 87. Rekening houdend met de arbeidsmarktvereisten en arbeidsmarktbehoeften bepaalt de raad van bestuur [1 welke opleidingen en onder welke voorwaarden een niet-werkende werkzoekende en een verplicht ingeschreven werkzoekende kunnen volgen]1 met een VDAB-overeenkomst in een door de openbare besturen opgerichte, erkende of gesubsidieerde onderwijsinstelling.
  
Art. 87. Compte tenu des exigences et besoins du marché de l'emploi, le conseil d'administration détermine [1 les formations qu'un demandeur d'emploi inoccupé et un demandeur d'emploi inscrit obligatoirement peuvent suivre, et les conditions auxquelles ils peuvent les suivre,]1 avec un contrat VDAB dans un établissement d'enseignement créé, reconnu ou subventionné par les pouvoirs publics.
  
Art. 88. [1 De VDAB beslist of een niet-werkende werkzoekende en een verplicht ingeschreven werkzoekende een opleiding in een onderwijsinstelling kunnen volgen met een VDAB-overeenkomst.]1
  Die beslissing wordt genomen op basis van de geschiktheid en het competentieprofiel van de kandidaten.
  [3 ...]3
  [4 Bij een negatieve beslissing kan de niet-werkende werkzoekende en de verplicht ingeschreven werkzoekende klacht indienen via de klachtenprocedure van de VDAB of via de Vlaamse Ombudsdienst]4.
  De VDAB beslist ook over de verlenging of de voortijdige beëindiging van de opleiding.
  
Art. 88. [1 Le VDAB décide si un demandeur d'emploi inoccupé et un demandeur d'emploi inscrit obligatoirement peuvent suivre une formation avec un contrat VDAB dans un établissement d'enseignement.]1
  Cette décision est prise sur la base de l'aptitude et le profil de compétences des candidats.
  [3 ...]3
  [4 Dans le cas d'une décision négative, le demandeur d'emploi inoccupé et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement peut introduire une réclamation via la procédure de plainte du VDAB ou du service de médiation flamand. ]4.
  Le VDAB décide également de la prolongation ou de la cessation prématurée de la formation.
  
Art. 89. Bij het einde van de opleiding heeft de cursist recht op een diploma, getuigschrift of certificaat. De cursist die de opleiding niet beëindigt, heeft recht op een deelcertificaat van de onderwijsinstelling, met de vermelding van de verworven competenties, het leertraject en de leerinhouden.
Art. 89. Au terme de la formation l'apprenant à droit à un diplôme, certificat ou certificat de fin d'études. L'apprenant qui quitte la formation, a droit à un certificat partiel de l'établissement d'enseignement avec mention des compétences acquises, du parcours d'apprentissage et des contenus didactiques.
HOOFDSTUK III. - De individuele beroepsopleiding
CHAPITRE III. - La formation professionnelle individuelle
Afdeling I. - Algemeen stelsel
Section Ire. - Régime général
Art. 90. [1 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
   1А individuele beroepsopleiding, afgekort IBO: een beroepsopleiding als vermeld in artikel 61, 1А, die wordt uitgevoerd door een niet-werkende werkzoekende, en die wordt verstrekt in een Vlaamse of Brusselse vestigingseenheid van een onderneming, een vereniging zonder winstoogmerk of een administratieve overheid;
   2А IBO-cursist: elke niet-werkende werkzoekende die bij de VDAB ingeschreven is, die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 92, en die een overeenkomst voor individuele beroepsopleiding heeft gesloten met de IBO-werkgever en de VDAB;
   3А IBO-werkgever: elke onderneming, vereniging zonder winstoogmerk of administratieve overheid die een vestigingseenheid heeft in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 93, die een overeenkomst voor individuele beroepsopleiding heeft gesloten met de IBO-cursist en de VDAB, en die de algemene voorwaarden, als vermeld in artikel 47/1, Ї 1, tweede lid, heeft ondertekend;
   4А opleidingsplan: de bijlage bij de overeenkomst voor de individuele beroepsopleiding, die er volledig deel van uitmaakt en die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 96;
   5А werkdag: werkdagen zijn alle andere dagen dan de wettelijke feestdagen, waaronder ook Vlaamse feestdagen, zondagen, zaterdagen, brugdagen en collectieve sluitingen van de VDAB;
   6А vervangingsinkomen: onder vervangingsinkomen wordt begrepen: werkloosheidsuitkering, ziekte-uitkering en leefloon.]1

  
Art. 90. [1 Dans le présent chapitre, on entend par :
   1° formation professionnelle individuelle, FPI en abrégé : une formation professionnelle telle que visée à l'article 61, 1°, qui est effectuée par un demandeur d'emploi inoccupé et qui est dispensée dans une unité d'établissement flamande ou bruxelloise d'une entreprise, d'une association sans but lucratif ou d'une autorité administrative ;
   2° apprenant FPI : tout demandeur d'emploi inoccupé inscrit auprès du VDAB, qui remplit les conditions visées à l'article 92 et qui a conclu une convention de formation professionnelle individuelle avec l'employeur FPI et le VDAB ;
   3° employeur FPI : toute entreprise, association sans but lucratif ou autorité administrative qui a une unité d'établissement établie dans la région de langue néerlandaise ou dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale, qui répond aux conditions visées à l'article 93, qui a conclu une convention de formation professionnelle individuelle avec l'apprenant FPI et le VDAB, et qui a signé les conditions générales visées à l'article 47/1, § 1er, alinéa 2 ;
   4° plan de formation : l'annexe à la convention de formation professionnelle individuelle, qui en fait partie intégrante et remplit les conditions visées à l'article 96 ;
   5° jour ouvrable : les jours ouvrables sont tous les jours autres que les jours fériés légaux, y compris les jours fériés flamands, les dimanches, les samedis, les ponts et les fermetures collectives du VDAB ;
   6° revenu de remplacement : par revenu de remplacement, on entend : l'allocation de chômage, l'allocation de maladie et le revenu d'intégration. ]1

  
Art. 91. [1 De IBO-overeenkomst moet door alle partijen ondertekend zijn voor de start van de IBO.]1
  
Art. 91. [1 La convention FPI doit être signée par toutes les parties avant le début de la FPI.]1
  
Art. 92. [1 De IBO-cursist voldoet aan de volgende voorwaarden:
   1А de IBO-cursist heeft niet eerder in de onderneming, de vereniging zonder winstoogmerk of de administratieve overheid gewerkt, met uitzondering van maximaal vier weken tijdelijke tewerkstelling in het jaar vѓѓr de start van de IBO waarbij de IBO-werkgever de kandidaat-IBO-cursist geen ontslag gegeven mag hebben, met uitzondering van het statuut als jobstudent;
   2А de IBO-cursist heeft geen ontslag genomen om de IBO te starten. In afwijking daarvan kan een werkzoekende die ontslag genomen heeft, wel starten met een IBO als het ontslag paste in een duurzame loopbaanwending, op voorwaarde dat de VDAB akkoord gaat met de motivatie van de werkzoekende;
   3А de IBO-cursist is niet als zelfstandige in hoofdberoep actief en is niet als zelfstandige in bijberoep actief in dezelfde functie als de functie waarop de IBO betrekking heeft;
   4А de IBO-cursist heeft geen arbeidsovereenkomst van meer dan een halftijds uurrooster;
   5А de IBO-cursist beschikt over geldige verblijfsdocumenten vѓѓr de start en gedurende de IBO;
   6А de IBO-cursist neemt deel aan de opvolgingen van de IBO.]1

  
Art. 92. [1 L'apprenant FPI répond aux conditions suivantes :
   1° l'apprenant FPI n'a pas travaillé auparavant dans l'entreprise, l'association sans but lucratif ou l'autorité administrative, à l'exception d'un emploi temporaire d'une durée maximale de quatre semaines au cours de l'année précédant le début de la FPI, au cours duquel l'employeur FPI ne peut avoir licencié le candidat apprenant FPI, à l'exception du statut d'étudiant jobiste ;
   2° l'apprenant FPI n'a pas démissionné pour entamer la FPI. Par dérogation à ce qui précède, un demandeur d'emploi qui a démissionné peut entamer une FPI si la démission s'inscrit dans le cadre d'un changement de carrière durable, à condition que le VDAB approuve la motivation du demandeur d'emploi ;
   3° l'apprenant FPI n'est pas actif en tant que travailleur indépendant à titre principal ou complémentaire dans la même fonction que celle à laquelle la FPI se rapporte ;
   4° l'apprenant FPI n'a pas de contrat de travail supérieur à un mi-temps ;
   5° l'apprenant FPI dispose de documents de séjour valables avant le début de la FPI et pendant sa durée ;
   6° l'apprenant FPI participe au suivi de la FPI. ]1

  
Art. 93. [1 De IBO-werkgever die een overeenkomst voor individuele beroepsopleiding wil sluiten, voldoet aan de volgende voorwaarden:
   1А de vestigingseenheid waar de IBO plaatsvindt, ligt in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. De vestigingseenheid is ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen ;
   2А de IBO-werkgever heeft geen enkele openstaande financiыle schuld ten opzichte van de VDAB;
   3А de IBO-werkgever gaat de verbintenis aan om de IBO-cursist op te leiden tot de functie die in de IBO-overeenkomst staat en alleen opdrachten te laten uitvoeren die in overeenstemming zijn met de functie die in de IBO-overeenkomst is opgenomen;
   4А de IBO-werkgever ontslaat geen vaste werknemers of zet geen lopende IBO-overeenkomsten stop om een IBO te starten;
   5А de onderneming is vѓѓr de startdatum van de IBO minstens zes maanden officieel opgericht;
   6А de IBO-werkgever is niet het voorwerp van een uitsluiting of van een onderzoek tot uitsluiting bij de VDAB als vermeld in artikel 65/1;
   7А de IBO-werkgever neemt deel aan de opvolgingen van de IBO;
   8А de IBO-werkgever verbindt er zich toe om de regelgeving over het welzijn op het werk na te leven;
   9А de begeleider op de werkvloer van de IBO-cursist is minstens zes maanden in de onderneming aangeworven en heeft minstens twee jaar beroepservaring;
   10А als de onderneming een vereniging zonder rechtspersoonlijkheid is of een feitelijke vereniging, kan een IBO alleen opgestart worden als de identificatiegegevens van de IBO-werkgever bekend zijn in de Kruispuntbank van Ondernemingen.
   De IBO-werkgever verbindt er zich toe:
   1А om na de uitvoering van de IBO de IBO-cursist tewerk te stellen in dezelfde vestiging of in een andere vestiging met hetzelfde ondernemingsnummer. De IBO-cursist kan alleen in een andere vestiging met hetzelfde ondernemingsnummer werken als de IBO-cursist akkoord gaat;
   2А om maandelijks uiterlijk op de zevende dag van de maand na de maand waarin de IBO-prestaties zijn uitgevoerd, de IBO-premie en de verplaatsingsvergoedingen te betalen via een bankoverschrijving aan de IBO-cursist;
   3А de IBO-cursist niet ter beschikking te stellen van een andere onderneming of werkgever;
   4А om de IBO-cursist te registreren in Dimona, overeenkomstig het koninklijk besluit van 5 november 2002 `tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, vѓѓr de start van de IBO.
   In het tweede lid, 4А, wordt verstaan onder Dimona: het elektronische bericht waarmee de IBO-werkgever aan de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid meldt dat een IBO-cursist in dienst komt of uit dienst gaat.]1

  
Art. 93. [1 L'employeur FPI qui souhaite conclure une convention de formation professionnelle individuelle remplit les conditions suivantes :
   1° l'unité d'établissement dans laquelle la FPI est organisée se situe dans la région de langue néerlandaise ou dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale. L'unité d'établissement est inscrite à la Banque-Carrefour des Entreprises ;
   2° l'employeur FPI n'a pas de créances financières impayées envers le VDAB ;
   3° l'employeur FPI s'engage à former l'apprenant FPI à exercer la fonction indiquée dans la convention FPI et à ne lui confier que des missions conformes à la fonction indiquée dans la convention FPI ;
   4° l'employeur FPI ne licencie pas de travailleurs permanents ou ne met pas fin à des conventions FPI en cours pour entamer une FPI ;
   5° l'entreprise a été officiellement créée depuis au moins six mois avant la date de début de la FPI ;
   6° l'employeur FPI ne fait pas l'objet d'une exclusion ou d'une enquête d'exclusion auprès du VDAB conformément à l'article 65/1 ;
   7° l'employeur FPI participe au suivi de la FPI ;
   8° l'employeur FPI s'engage à respecter la réglementation sur le bien-être au travail ;
   9° l'accompagnateur sur le lieu de travail de l'apprenant FPI est employé dans l'entreprise depuis au moins six mois et a au minimum deux ans d'expérience professionnelle ;
   10° si l'entreprise est une association sans personnalité juridique ou une association de fait, une FPI ne peut être entamée que si les données d'identification de l'employeur FPI sont connues dans la Banque-Carrefour des Entreprises.
   L'employeur FPI s'engage à :
   1° employer, à l'issue de la FPI, l'apprenant FPI dans le même établissement ou dans un autre établissement portant le même numéro d'entreprise. L'apprenant FPI ne peut travailler dans un autre établissement portant le même numéro d'entreprise que moyennant son accord ;
   2° payer chaque mois par virement bancaire à l'apprenant FPI la prime FPI et les indemnités de déplacement et ce, au plus tard le septième jour du mois suivant le mois au cours duquel les prestations FPI ont été fournies ;
   3° ne pas mettre à disposition l'apprenant FPI d'une autre entreprise ou d'un autre employeur ;
   4° déclarer l'apprenant FPI via une déclaration Dimona, conformément à l'arrêté royal du 5 novembre 2002 instaurant une déclaration immédiate de l'emploi, en application de l'article 38 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions, et ce avant le début de la FPI.
   A l'alinéa 2, 4°, on entend par DIMONA : le message électronique par lequel l'employeur FPI communique à l'Office national de Sécurité sociale toute entrée et sortie de service d'un apprenant FPI.]1

  
Art. 94. [1 De VDAB beslist of een werkzoekende een IBO kan volgen.
   Die beslissing, vermeld in het eerste lid, wordt genomen op basis van het verschil tussen de functievereisten en het competentieprofiel van de kandidaat.
   De IBO-werkgever dient de IBO-aanvraag in op het digitale platform van de VDAB.
   De VDAB beslist over de aanvraag van de IBO binnen zeven werkdagen nadat de VDAB het volledige en correcte dossier heeft ontvangen en op voorwaarde dat de kandidaat ingeschreven is bij de VDAB als niet-werkende werkzoekende.
   Als het dossier niet volledig is, de gegevens niet correct zijn of de kandidaat nog niet ingeschreven is bij de VDAB als niet-werkende werkzoekende, laat de VDAB aan de IBO-werkgever weten dat de termijn van zeven werkdagen, vermeld in het vierde lid, wordt opgeschort tot het dossier volledig correct is of de kandidaat ingeschreven is bij de VDAB als niet-werkende werkzoekende.]1

  
Art. 94. [1 Le VDAB décide si un demandeur d'emploi peut suivre une FPI.
   Cette décision visée à l'alinéa 1er, est prise sur la base de la différence entre les exigences de la fonction et le profil de compétences du candidat.
   L'employeur FPI soumet la demande FPI sur la plateforme numérique du VDAB.
   Le VDAB statue sur la demande FPI dans les sept jours ouvrables suivant la réception du dossier complet et correct et à condition que le candidat soit inscrit au VDAB en tant que demandeur d'emploi inoccupé.
   Si le dossier n'est pas complet, si les données ne sont pas correctes ou si le candidat n'est pas encore inscrit au VDAB en tant que demandeur d'emploi inoccupé, le VDAB informe l'employeur FPI que le délai de sept jours ouvrables visé à l'alinéa 4, est suspendu jusqu'à ce que le dossier soit complètement correct ou que le candidat soit inscrit au VDAB en tant que demandeur d'emploi inoccupé.]1

  
Art. 95. [1 Voor de start van de IBO wordt tussen de VDAB, de IBO-cursist en de IBO-werkgever een overeenkomst gesloten.
   De overeenkomst, vermeld in het eerste lid, bevat al de volgende elementen:
   1А het contractnummer;
   2А de identiteit van de partijen;
   3А de begindatum van de IBO en de einddatum;
   4А de omschrijving, de inhoud en de doelstelling van de IBO;
   5А de rechten en plichten van de partijen, waaronder deze vermeld in het decreet van 30 april 2004 houdende het Handvest van de Werkzoekende en de wetgeving op de arbeidsbescherming;
   6А de plaats van de uitvoering van de IBO;
   7А de wekelijkse duur van de IBO;
   8А de wijze van berekening van de IBO-premie;
   9А de manier waarop een einde kan worden gemaakt aan de IBO;
   10А het opleidingsplan dat opgemaakt is door de IBO-werkgever en goedgekeurd is door de VDAB.]1

  
Art. 95. [1 Avant le début de la FPI, une convention est conclue entre le VDAB, l'apprenant FPI et l'employeur FPI.
   La convention visée à l'alinéa 1er, contient l'ensemble des éléments suivants :
   1° le numéro de contrat ;
   2° l'identité des parties ;
   3° la date de début et de fin de la FPI ;
   4° la description, le contenu et l'objectif de la FPI ;
   5° les droits et obligations des parties, y compris ceux visés dans le décret du 30 avril 2004 portant la Charte du demandeur d'emploi et la législation de protection de l'emploi ;
   6° le lieu où se déroule la FPI ;
   7° la durée hebdomadaire de la FPI ;
   8° la méthode de calcul de la prime FPI ;
   9° la manière de mettre fin à la FPI ;
   10° le plan de formation établi par l'employeur FPI et approuvé par le VDAB.]1

  
Art. 96. [1 Het opleidingsplan, waarin de functievereisten en het competentieprofiel van de kandidaat tot uiting komen, bevat de volgende elementen:
   1А de identiteit van de IBO-cursist en de IBO-werkgever;
   2А het contractnummer;
   3А de omschrijving van de competenties die aangeleerd moeten worden;
   4А als dat van toepassing is, de externe opleiding of de opleiding die op een VDAB-vloer wordt gegeven;
   5А de geschatte tijd om de competenties aan te leren.]1

  
Art. 96. [1 Le plan de formation, dans lequel sont exposées les exigences de la fonction et le profil de compétences du candidat, comprend les éléments suivants :
   1° l'identité de l'apprenant FPI et de l'employeur FPI ;
   2° le numéro de contrat ;
   3° la description des compétences à enseigner ;
   4° le cas échéant, la formation externe ou la formation dispensée sur un site du VDAB ;
   5° le temps estimé pour apprendre les compétences.]1

  
Art. 97. [1 De VDAB bepaalt de duurtijd van de IBO. De duurtijd bedraagt ten minste vier weken en ten hoogste zesentwintig weken.
   De IBO vindt minstens halftijds plaats, met een minimum van 17,5 uur per week.
   De duurtijd van de IBO hangt af van de competentiekloof die de IBO-cursist voor de start van de IBO heeft.]1

  
Art. 97. [1 Le VDAB fixe la durée de la FPI. La durée s'élève à quatre semaines au minimum et à vingt-six semaines au maximum.
   La FPI est organisée au moins à mi-temps, avec un minimum de 17,5 heures par semaine.
   La durée de la FPI dépend de l'écart de compétences de l'apprenant FPI avant le début de la FPI.]1

  
Art. 98. [1 Ї 1. De IBO-cursist ontvangt een IBO-premie die in een voltijdse regeling wordt berekend op basis van volgende formule:
   ((brutoloon na aanwerving - RSZ-bijdrage ten laste van de werknemer) - vervangingsinkomen van de IBO-cursist) X percentage.
   De IBO-werkgever houdt telkens de bedrijfsvoorheffing, overeenkomstig het Wetboek van de Inkomstenbelasting 1992, in op de IBO-premie.
   De IBO-werkgever kan voor het percentage in de formule kiezen tussen 70%, 80%, 90% en 100%. Het percentage in de formule wordt voor de start van de IBO gekozen door de IBO-werkgever en blijft ongewijzigd gedurende de volledige duur van de IBO.
   Om de IBO-premie te berekenen, blijft het brutoloon na aanwerving tijdens de volledige duur van de IBO hetzelfde als bij de start van de IBO.
   Onder het vervangingsinkomen wordt begrepen:
   1А het maandbedrag vervangingsinkomen of;
   2А het dagbedrag vervangingsinkomen X 26.
   De IBO-werkgever betaalt maandelijks uiterlijk op de zevende dag van de maand na de maand waarin de IBO-prestaties zijn uitgevoerd, de IBO-premie.
   Bij een deeltijdse IBO wordt de IBO-premie berekend volgens de tewerkstellingsbreuk.
   De IBO-premie wordt betaald voor iedere dag aanwezigheid van de IBO-cursist.
   Als de IBO-cursist een arbeidsongeval of een arbeidswegongeval heeft gehad, betaalt de IBO-werkgever de IBO-premie voor de eerste dertig dagen van de arbeidsongeschiktheid. Als de IBO-overeenkomst voortijdig wordt beыindigd tijdens deze dertig dagen is de IBO-premie alleen verschuldigd tot het einde van de IBO.
   Een feestdag, als vermeld in de wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen, wordt aanzien als aanwezigheid en daarvoor ontvangt de IBO-cursist een IBO-premie.
   Ї 2. De VDAB geeft iedere maand het bedrag van de IBO-premie door aan de IBO-werkgever. Dat bedrag komt overeen met de IBO-premie voor een volledige voltijdse maand.
   Om het bedrag van de IBO-premie te bepalen, wordt met de volgende elementen rekening gehouden:
   1А voor de start van de IBO wordt het bedrag van de IBO-premie bepaald op de startdag van de IBO;
   2А voor de volgende maanden van de IBO wordt er rekening gehouden met de evolutie van het bedrag van het vervangingsinkomen van de IBO-cursist en wordt het bedrag van de IBO-premie berekend op die basis. Dit houdt in dat de IBO-premie kan wijzigen als het vervangingsinkomen van de IBO-cursist wijzigt.]1

  
Art. 98. [1 § 1er. L'apprenant FPI reçoit une prime FPI calculée dans un régime à temps plein sur la base de la formule suivante :
   ((salaire brut après recrutement - cotisation ONSS à charge du travailleur) - revenu de remplacement de l'apprenant FPI) X pourcentage.
   L'employeur FPI retient dans chaque cas le précompte professionnel sur la prime FPI, conformément au Code des impôts sur les revenus 1992.
   L'employeur FPI peut choisir entre 70 %, 80 %, 90 % et 100 % pour le pourcentage de la formule. Le pourcentage de la formule est choisi par l'employeur FPI avant le début de la FPI et reste inchangé pendant toute la durée de la FPI.
   Pour calculer la prime FPI, le salaire brut après recrutement reste le même pendant toute la durée de la FPI qu'au début de la FPI.
   On entend par revenu de remplacement :
   1° le montant mensuel du revenu de remplacement ou ;
   2° le montant journalier du revenu de remplacement X 26.
   L'employeur FPI paie la prime FPI chaque mois au plus tard le septième jour du mois suivant le mois au cours duquel les prestations FPI ont été effectuées.
   Dans le cas d'une FPI à temps partiel, la prime FPI est calculée en fonction de l'interruption d'emploi.
   La prime FPI est versée pour chaque jour de présence de l'apprenant FPI.
   Si l'apprenant FPI est victime d'un accident du travail ou d'un accident sur le chemin du travail, l'employeur FPI paie la prime FPI pour les trente premiers jours d'incapacité de travail. En cas de résiliation anticipée de la convention FPI au cours de ces trente jours, la prime FPI n'est due que jusqu'à la fin de la FPI.
   Un jour férié tel que visé dans la loi du 4 janvier 1974 relative aux jours fériés, est considéré comme une présence et l'apprenant FPI reçoit une prime FPI pour ce jour.
   § 2. Chaque mois, le VDAB transmet le montant de la prime FPI à l'employeur FPI. Ce montant correspond à la prime FPI pour un mois complet à temps plein.
   Le montant de la prime FPI est déterminé sur la base des éléments suivants :
   1° avant le début de la FPI, le montant de la prime FPI est déterminé le jour du début de la FPI ;
   2° pour les mois suivants de la FPI, l'évolution du montant du revenu de remplacement de l'apprenant FPI est prise en compte et le montant de la prime FPI est calculé sur cette base. Cela implique que la prime FPI peut changer si le revenu de remplacement de l'apprenant FPI change.]1

  
Afdeling I/1.
Section Ire/1.
Afdeling II.
Section II.
Art. 99. [1 De IBO-werkgever legt op verzoek van de VDAB een bewijs van betaling van de IBO-premie en de verplaatsingsvergoeding voor binnen vijf werkdagen vanaf de dag dat de VDAB de schriftelijke vraag gesteld heeft aan de IBO-werkgever.]1
  
Art. 99. [1 A la demande du VDAB, l'employeur FPI apporte la preuve du paiement de la prime FPI et de l'indemnité de déplacement dans un délai de cinq jours ouvrables à compter de la date à laquelle le VDAB a adressé une demande écrite à l'employeur FPI.]1
  
Art. 100. [1 Ї 1. De IBO-cursist die een IBO volgt, heeft geen recht op een verplaatsingsvergoeding die de VDAB betaalt als vermeld in artikel 6, Ї 2, 1А en 2А.
   De IBO-cursist die een IBO volgt, ontvangt een verplaatsingsvergoeding van de IBO-werkgever onder dezelfde voorwaarden als de voorwaarden die gelden voor een werknemer.
   De IBO-werkgever betaalt maandelijks uiterlijk op de zevende dag van de maand na de maand waarin de IBO-prestaties zijn uitgevoerd, de verplaatsingsvergoeding.
   Ї 2. De IBO-cursist heeft recht op een terugbetaling van de kinderopvang, vermeld in artikel 6, Ї 2, 4А, als hij voldoet aan de voorwaarden.]1

  
Art. 100. [1 § 1er. L'apprenant FPI qui suit une FPI n'a pas droit à l'indemnité de déplacement payée par le VDAB, conformément à l'article 6, § 2, 1° et 2°.
   L'apprenant FPI qui suit une FPI reçoit une indemnité de déplacement de l'employeur FPI dans les mêmes conditions que celles qui s'appliquent à un travailleur.
   L'employeur FPI paie chaque mois l'indemnité de déplacement au plus tard le septième jour du mois suivant le mois au cours duquel les prestations FPI ont été effectuées.
   § 2. L'apprenant FPI a droit au remboursement des frais de garde d'enfants conformément à l'article 6, § 2, 4°, s'il en remplit les conditions.]1

  
Art. 101. [1 De IBO-werkgevers verzekeren de IBO-cursisten die in hun onderneming, vereniging zonder winstoogmerk of administratieve overheid een IBO volgen, tegen arbeidsongevallen tijdens de opleiding en op de weg van en naar de opleidingsplaats zoals bepaald in de Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 en de uitvoeringsbesluiten ervan.
   De IBO-werkgevers sluiten een verzekering af voor de dekking van hun contractuele en hun buitencontractuele aansprakelijkheid, vermeld in boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, ten aanzien van de IBO-cursist en derden, en voor de dekking van de contractuele en de buitencontractuele aansprakelijkheid, vermeld in boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, van de IBO-cursist ten aanzien van de IBO-werkgever en derden voor schade die is berokkend tijdens de uitvoering van de IBO, behoudens voor bedrog, zware fout of een herhaalde lichte fout.]1

  
Art. 101. [1 Les employeurs FPI assurent les apprenants FPI qui suivent une FPI dans leur entreprise, association sans but lucratif ou autorité administrative contre les accidents du travail pendant la formation et contre les accidents sur le chemin depuis et vers le lieu de la formation, conformément à la loi sur les accidents du travail du 10 avril 1971 et ses arrêtés d'exécution.
   Les employeurs FPI souscrivent une assurance couvrant leur responsabilité contractuelle et extracontractuelle, visée au livre 6 du Code civil, à l'égard de l'apprenant FPI et des tiers, et couvrant la responsabilité contractuelle et extracontractuelle, visée au livre 6 du Code civil, de l'apprenant FPI à l'égard de l'employeur FPI et des tiers pour les dommages causés lors de l'exécution de la formation, à l'exception du dol, de la faute grave ou de la faute mineure répétée.]1

  
Art. 102. [1 De VDAB voorziet minstens щщn keer per maand in een opvolging van de IBO, behalve als dat door overmacht niet mogelijk is.
   De opvolging, vermeld in het eerste lid, kan fysiek of digitaal plaatsvinden.]1

  
Art. 102. [1 Le VDAB prévoit au moins une fois par mois un suivi de la FPI, sauf en cas d'impossibilité due à un cas de force majeure.
   Le suivi visé à l'alinéa 1er, peut être effectué physiquement ou numériquement.]1

  
Afdeling III.
Section III.
Art. 103. [1 De IBO-werkgever laat toe aan de VDAB om aanwezig te zijn op de werkvloer in functie van opvolgingen en audit, en aan de partnerorganisatie in functie van extra ondersteuning en remediëring.]1
  
Art. 103. [1 L'employeur FPI permet au VDAB d'être présent sur le lieu de travail pour assurer le suivi et l'audit, et à l'organisation partenaire pour apporter un soutien supplémentaire et prendre des mesures correctives.]1
  
Art. 104. [1 De VDAB beslist over de verlenging van de IBO. De totale duurtijd van de IBO inclusief verlengingen bedraagt ten hoogste zesentwintig weken.
   De IBO-werkgever bezorgt de vraag tot verlenging minstens veertien dagen vѓѓr de einddatum van de IBO schriftelijk en gemotiveerd aan de VDAB.
   De volgende oorzaken kunnen aanleiding geven tot een verlenging:
   1А arbeidsongeschiktheid van de IBO-cursist door ziekte, een ongeval, een arbeidsongeval of een arbeidswegongeval;
   2А sluiting van de onderneming door staking, slechte weersomstandigheden, collectieve sluiting of overmacht;
   3А jaarlijkse vakantie van de IBO-cursist;
   4А pedagogische redenen.
   De VDAB kan, als dat nodig is, bewijzen opvragen van de oorzaken, vermeld in het derde lid.]1

  
Art. 104. [1 Le VDAB statue sur la prolongation de la FPI. La durée totale de la FPI, y compris les prolongations, s'élève au maximum à vingt-six semaines.
   L'employeur FPI transmet au VDAB la demande écrite et motivée de prolongation au moins quatorze jours avant la date de fin de la FPI.
   Les causes suivantes peuvent donner lieu à une prolongation :
   1° l'incapacité de travail de l'apprenant FPI pour cause de maladie, d'accident, d'accident du travail ou d'accident sur le chemin du travail ;
   2° la fermeture de l'entreprise pour cause de grève, d'intempéries, de fermeture collective ou de force majeure ;
   3° les vacances annuelles de l'apprenant FPI ;
   4° des raisons pédagogiques.
   Le cas échéant, le VDAB peut demander des preuves des causes visées à l'alinéa 3.]1

  
Art. 105. [1 Ї 1. De VDAB beslist over de voortijdige beыindiging van de IBO. Als de VDAB beslist de IBO voortijdig te beыindigen, is de VDAB geen enkele vergoeding verschuldigd aan de IBO-cursist, de onderneming, de vereniging zonder winstoogmerk of de administratieve overheid.
   Als een van de contracterende partijen aangeeft de IBO-overeenkomst voortijdig te willen beыindigen, heeft de VDAB tot drie werkdagen, vanaf de ontvangst van de melding van een van de contracterende partijen, om te bemiddelen om een voortijdige beыindiging te voorkomen.
   De vraag tot voortijdige beыindiging wordt minstens veertien dagen vѓѓr de einddatum van de IBO schriftelijk en gemotiveerd bezorgd aan de VDAB.
   Indien blijkt dat een IBO niet passend is, kan tot veertien dagen na de start van de IBO de vraag schriftelijk en gemotiveerd gesteld worden door alle partijen om voortijdig te beыindigen zonder nadelige gevolgen op voorwaarde dat VDAB akkoord gaat.
   Indien de IBO-werkgever de IBO-cursist vroegtijdig wil aanwerven, kan de IBO voortijdig beыindigd worden. Artikel 107 blijft van toepassing.
   Ї 2. Bij een IBO met een IBO-cursist met een vastgestelde medische problematiek kan een IBO voortijdig beыindigd worden als blijkt dat de IBO-cursist meer uren aankan dan de lopende IBO om vervolgens aansluitend een nieuwe IBO te starten waarbij dezelfde voorwaarden van toepassing blijven, behalve de wekelijkse duurtijd die verhoogd wordt.
   De duurtijden van alle opeenvolgende IBO's samen bedragen niet meer dan zesentwintig weken.
   De duurtijden van alle opeenvolgende IBO's worden samengeteld om de minimale duurtijd van de arbeidsovereenkomst, zoals vermeld in artikel 107, na de uitvoering van de IBO te berekenen.
   Ї 3. Indien de IBO voortijdig beыindigd wordt omwille van langdurige afwezigheid door een medische problematiek kan er nadien een nieuwe IBO bij dezelfde IBO-werkgever in dezelfde functie opgestart worden voor de resterende duurtijd van de eerste IBO.
   De duurtijden van de beide IBO's samen bedragen niet meer dan zesentwintig weken.
   De duurtijden van de beide IBO's worden samengeteld om de minimale duurtijd van de arbeidsovereenkomst, zoals vermeld in artikel 107, na de uitvoering van de IBO te berekenen.]1

  
Art. 105. [1 § 1er. Le VDAB décide de la cessation anticipée de la FPI. Si le VDAB décide de mettre fin prématurément à la FPI, il ne doit aucune indemnité à l'apprenant FPI, à l'entreprise, à l'association sans but lucratif ou à l'autorité administrative.
   Si l'une des parties contractantes indique qu'elle souhaite résilier la convention FPI de manière anticipée, le VDAB dispose de trois jours ouvrables, à compter de la réception de la notification de l'une des parties contractantes, pour procéder à une médiation afin d'éviter une cessation anticipée.
   La demande de cessation anticipée doit être soumise au VDAB par écrit et motivée au moins quatorze jours avant la date de fin de la FPI.
   S'il apparaît qu'une FPI n'est pas appropriée, toutes les parties peuvent, jusqu'à 14 jours après le début de la FPI, demander par écrit, en motivant leur demande, qu'il soit mis fin prématurément à la FPI sans conséquences négatives, à condition que le VDAB marque son accord.
   Si l'employeur FPI souhaite engager l'apprenant FPI de manière anticipée, il peut être mis un terme à la FPI de manière anticipée. L'article 107 reste d'application.
   § 2. Dans le cas d'une FPI effectuée par un apprenant ayant un problème médical identifié, il peut être mis fin à une FPI de manière anticipée s'il s'avère que l'apprenant peut effectuer plus d'heures que la FPI en cours, et ensuite commencer une nouvelle FPI soumises aux mêmes conditions, à l'exception de l'augmentation de la durée hebdomadaire.
   Les durées de l'ensemble des FPI consécutives ne peuvent être supérieures à vingt-six semaines.
   Les durées de l'ensemble des FPI successives sont additionnées pour calculer la durée minimale du contrat de travail, telle que visée à l'article 107, après l'exécution de la FPI.
   § 3. S'il est mis fin prématurément à la FPI en raison d'une absence de longue durée due à un problème médical, une nouvelle FPI peut être entamée par la suite auprès du même employeur et dans la même fonction, pour la durée restante de la première FPI.
   Les durées totales des deux FPI n'excèdent pas vingt-six semaines.
   Les durées des deux FPI sont additionnées pour calculer la durée minimale du contrat de travail, conformément à l'article 107, après l'exécution de la FPI.]1

  
Art. 106. [1 Als de IBO-werkgever de IBO-overeenkomst voortijdig beыindigt zonder overleg met de VDAB, als de VDAB niet akkoord gaat met de voortijdige beыindiging of als de IBO-overeenkomst beыindigd wordt door een foutieve houding van de IBO-werkgever, is de IBO-werkgever de IBO-cursist een schadevergoeding verschuldigd die overeenstemt met de som van alle IBO-premies voor het resterende gedeelte van de opleiding en het verschuldigd fictief loon van de IBO-werkgever voor de periode die overeenstemt met de duur van de opleidingen, inclusief onderbrekingen en verlengingen.
   Voor de berekening van de schadevergoeding voor het resterende gedeelte van de opleiding wordt uitgegaan van een verderzetting van de IBO-premie zoals die gold op de dag waarop de IBO beыindigd werd.
   Als de IBO-werkgever de tewerkstellingsverbintenis, vermeld in artikel 107, niet naleeft, is de IBO-werkgever, onverminderd de wettelijke en conventionele bepalingen over de arbeidsovereenkomsten, een schadevergoeding verschuldigd die gelijk is aan het verschuldigd fictief loon dat de IBO-werkgever verschuldigd is voor de tewerkstelling gedurende een periode die overeenstemt met de periode van de opleidingen, inclusief onderbrekingen en verlengingen.]1

  
Art. 106. [1 Si l'employeur FPI met fin prématurément à la convention FPI sans concertation avec le VDAB, si le VDAB n'accepte pas la cessation prématurée ou si la convention FPI est résiliée en raison d'un comportement erroné de l'employeur FPI, ce dernier est tenu de verser à l'apprenant FPI une indemnité correspondant à la somme de toutes les primes FPI pour la partie restante de la formation et du salaire fictif de l'employeur FPI pour la période correspondant à la durée des formations, y compris les interruptions et les prolongations.
   Le calcul de l'indemnité pour la partie restante de la formation est basé sur le maintien de la prime FPI valable le jour de la cessation de la FPI.
   Sans préjudice des dispositions légales et conventionnelles relatives aux contrats de travail, si l'employeur FPI ne respecte pas l'engagement en faveur de l'emploi conformément à l'article 107, l'employeur FPI est tenu de verser une indemnité égale au salaire fictif dû par l'employeur FPI pour l'emploi pendant une période correspondant à la période des formations, y compris les interruptions et les prolongations.]1

  
Art. 107. [1 De IBO-werkgevers verbinden er zich toe met de IBO-cursisten die in hun onderneming, vereniging zonder winstoogmerk of administratieve overheid een IBO hebben gevolgd, vanaf de eerste dag na de uitvoering van de IBO een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur te sluiten.
   In afwijking van het eerste lid kunnen de IBO-werkgevers met de IBO-cursisten die in hun onderneming, vereniging zonder winstoogmerk of administratieve overheid een IBO hebben gevolgd, vanaf de eerste dag na de uitvoering van de IBO een arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur sluiten, op voorwaarde dat de IBO-werkgevers aan de VDAB aantonen dat die keuze overeenstemt met het gangbare aanwervingsbeleid.
   De IBO-cursist krijgt een arbeidsovereenkomst voor de aangeleerde functie, onder de voorwaarden die voor dat beroep gelden, en minstens in dezelfde arbeidsregeling als tijdens de IBO in de onderneming, de vereniging zonder winstoogmerk of de administratieve overheid. De IBO-cursist ontvangt minimaal het loon van een geschoolde werknemer dat van toepassing is in het geldende paritair comitщ, overeenkomstig de betreffende collectieve arbeidsovereenkomsten. De arbeidsovereenkomst kan pas een einde nemen na een periode die minstens gelijk is aan de duur van de IBO.
   Als de onderneming tijdens de IBO is overgenomen, wordt de verplichting om de IBO-cursist in dienst te nemen, opgenomen door de overnemende onderneming in geval van overgang van de onderneming krachtens overeenkomst.]1

  
Art. 107. [1 Les employeurs FPI s'engagent à conclure un contrat de travail à durée indéterminée avec les apprenants FPI qui ont suivi une FPI dans leur entreprise, association sans but lucratif ou autorité administrative à partir du premier jour suivant l'accomplissement de la FPI.
   Par dérogation à l'alinéa 1er, les employeurs FPI peuvent conclure un contrat de travail à durée déterminée avec les apprenants FPI qui ont suivi une FPI dans leur entreprise, association sans but lucratif ou autorité administrative, à partir du premier jour suivant l'accomplissement de la FPI, à condition que les employeurs FPI démontrent au VDAB que ce choix est conforme à la politique de recrutement en vigueur.
   L'apprenant FPI se voit proposer un contrat de travail pour la fonction enseignée, dans les conditions applicables à cette profession, et au moins sous le même régime que pendant la FPI dans l'entreprise, l'association sans but lucratif ou l'autorité administrative. L'apprenant FPI reçoit au moins le salaire d'un travailleur qualifié applicable dans la commission paritaire concernée, conformément aux conventions collectives correspondantes. Le contrat de travail ne peut prendre fin qu'après une période au moins égale à la durée de la FPI.
   Si l'entreprise est reprise pendant la FPI, l'obligation d'employer l'apprenant FPI est cédée au repreneur en cas de transfert de l'entreprise au moyen d'une convention.]1

  
Art. 108. [1 De IBO-cursist die een IBO heeft gevolgd, heeft recht op een attest van de verworven competenties. Dit attest wordt uitgereikt door de VDAB.]1
  
Art. 108. [1 L'apprenant FPI qui a suivi une FPI a droit à une attestation des compétences acquises. Cette attestation est délivrée par le VDAB.]1
  
Art. 109. [1 De IBO wordt volledig uitgevoerd op de aangeduide werkvloer bij de IBO-werkgever. Als er een externe opleiding, die is opgenomen in het opleidingsplan, plaatsvindt bij een andere opleidingsverstrekker, maakt die externe opleiding volledig deel uit van de IBO.
   De opleiding bij een opleidingsverstrekker die niet de IBO-werkgever is, kan maximaal de helft van de duur van de IBO in beslag nemen.]1

  
Art. 109. [1 La FPI est entièrement effectuée sur le site désigné de l'employeur FPI. Si une formation externe, incluse dans le plan de formation, a lieu auprès d'un autre organisme de formation, cette formation externe fait partie intégrante de la FPI.
   La durée de la formation auprès d'un organisme de formation qui n'est pas l'employeur FPI ne peut être supérieure à la moitié de la durée de la FPI.]1

  
Art. 110. [1 De VDAB kan beslissen om volledig of gedeeltelijk een beroep te doen op een partnerorganisatie indien blijkt dat er een nood is aan extra ondersteuning en remediыring.]1
  
Art. 110. [1 Le VDAB peut décider de faire appel, en tout ou en partie, à une organisation partenaire s'il apparaît qu'un soutien et une remédiation supplémentaires sont nécessaires.]1
  
Art. 111. [1 De VDAB treedt op als verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van IBO.
   De volgende gegevens van de IBO-cursist worden verwerkt:
   1А de identificatiegegevens;
   2А de contactgegevens;
   3А het bankrekeningnummer in functie van artikelen 100, Ї 2, 111/0/0/4 en 111/0/0/5;
   4А het statuut van de werkzoekende;
   5А de gegevens over de IBO-overeenkomst en het opleidingsplan;
   6А de beroepservaring en de verworven competenties;
   7А de gegevens over de arbeidsovereenkomst na een uitgevoerde IBO;
   8А de eventuele bewindvoerder van de IBO-cursist;
   9А de gegevens over het vervangingsinkomen van de IBO-cursist.
   De volgende gegevens van de IBO-werkgever worden verwerkt:
   1А de identificatiegegevens;
   2А de contactgegevens;
   3А het paritair comitщ;
   4А de gegevens over het IBO-dossier, de opvolging en de uitvoering van de IBO;
   5А de identificatiegegevens van de contactpersoon van de IBO, de ondertekenaar van de IBO-overeenkomst en de begeleider op de werkvloer.]1

  
Art. 111. [1 Le VDAB agit en tant que responsable du traitement des données à caractère personnel dans le cadre de la FPI.
   Les données suivantes de l'apprenant FPI sont traitées :
   1° les données d'identification ;
   2° les coordonnées ;
   3° le numéro de compte bancaire pour l'application des articles 100, § 2, 111/0/0/4 et 111/0/0/5 ;
   4° le statut du demandeur d'emploi ;
   5° les données relatives à la convention FPI et au plan de formation ;
   6° l'expérience professionnelle et les compétences acquises ;
   7° les données relatives au contrat de travail à la suite d'une FPI ;
   8° le cas échéant, l'administrateur de l'apprenant FPI ;
   9° les données relatives au revenu de remplacement de l'apprenant FPI.
   Les données suivantes de l'apprenant FPI sont traitées :
   1° les données d'identification ;
   2° les coordonnées ;
   3° la commission paritaire ;
   4° les données relatives au dossier FPI, au suivi et à l'accomplissement de la FPI ;
   5° les données d'identification de la personne de contact de la FPI, du signataire de la convention FPI et de l'accompagnateur sur le lieu de travail.]1

  
Afdeling II. [1 IBO-plus]1
Section II. [1 FPI-plus]1
Art. 111/0/0/1. [1 In deze afdeling wordt verstaan onder IBO-plus: de individuele beroepsopleiding, vermeld in artikel 90, 1А, die verstrekt wordt aan
   a) de niet-werkende werkzoekende met een arbeidsbeperking of een indicatie van een arbeidsbeperking, zoals vermeld in artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008 betreffende de professionele integratie van personen met een arbeidshandicap;
   b) personen die een RIZIV-uitkering ontvangen, zoals vermeld in de wet van 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, en die actieve stappen naar tewerkstelling zetten;
   c) de gedetineerde of de niet-werkende werkzoekende die beperkte detentie of elektronisch toezicht heeft, niet-werkende werkzoekenden tijdens een periode van voorlopige of voorwaardelijke invrijheidsstelling]1
.
  
Art. 111/0/0/1. [1 Dans la présente section, on entend par FPI-plus : la formation professionnelle individuelle, visée à l'article 90, 1°, dispensée
   a) au demandeur d'emploi inoccupé atteint d'un handicap à l'emploi ou ayant une indication de handicap à l'emploi, telle que visée à l'article 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 juillet 2008 relatif à l'intégration professionnelle des personnes atteintes d'un handicap à l'emploi ;
   b) aux personnes bénéficiant d'une indemnité de l'INAMI, conformément à la loi du 14 juillet 1994 relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, et qui entreprennent des démarches actives en vue de l'obtention d'un emploi ;
   c) au demandeur d'emploi détenu ou inoccupé en détention limitée ou sous surveillance électronique, aux demandeurs d'emploi inoccupés en période de libération provisoire ou conditionnelle.]1

  
Art. 111/0/0/2. [1 De VDAB beslist of een werkzoekende een IBO-plus kan volgen.
   Om in aanmerking te komen voor een IBO-plus moet cumulatief aan volgende voorwaarden voldaan worden:
   a) er moet een verschil zijn tussen de functievereisten en het competentieprofiel van de kandidaat. De functievereisten en het competentieprofiel van de kandidaat komen tot uiting in het opleidingsplan;
   b) de IBO-cursist zich bevindt in щщn van de doelgroepen van artikel 111/0/0/1;
   c) de IBO-werkgever geeft een voldoende motivering aan en duidt welke bijkomende ondersteuning hij kan aanbieden om de IBO-cursist extra te ondersteunen tijdens de IBO-plus. Dit wordt weergegeven in het opleidingsplan.
   De IBO-werkgever dient de IBO-aanvraag in op het digitale platform van de VDAB.
   De VDAB beslist over de aanvraag van de IBO-plus binnen tien werkdagen nadat de VDAB het volledige en correcte dossier heeft ontvangen en op voorwaarde dat de kandidaat ingeschreven is bij de VDAB als niet-werkende werkzoekende.
   Als het dossier niet volledig is, de gegevens niet correct zijn of de kandidaat nog niet ingeschreven is bij de VDAB als niet-werkende werkzoekende, laat de VDAB aan de IBO-werkgever weten dat de termijn van tien werkdagen, vermeld in het vierde lid, wordt opgeschort tot het dossier volledig correct is of de kandidaat ingeschreven is bij de VDAB als niet-werkende werkzoekende.]1

  
Art. 111/0/0/2. [1 Le VDAB décide si un demandeur d'emploi peut suivre une FPI-plus.
   Afin d'entrer en ligne de compte pour une FPI-plus, les conditions suivantes doivent être remplies cumulativement :
   a) il doit y avoir une différence entre les exigences de la fonction et le profil de compétences du candidat. Les exigences de la fonction et le profil de compétences du candidat sont exposées dans le plan de formation ;
   b) l'apprenant FPI appartient à l'un des groupes cibles de l'article 111/0/0/1 ;
   c) l'employeur FPI fournit une justification suffisante et indique le soutien supplémentaire qu'il peut apporter à l'apprenant FPI durant la FPI-plus. Le plan de formation le mentionne également.
   L'employeur FPI soumet la demande FPI sur la plateforme numérique du VDAB.
   Le VDAB statue sur la demande FPI-plus dans les 10 jours ouvrables suivant la réception du dossier complet et correct et à condition que le candidat soit inscrit au VDAB en tant que demandeur d'emploi inoccupé.
   Si le dossier n'est pas complet, si les données ne sont pas correctes ou si le candidat n'est pas encore inscrit au VDAB en tant que demandeur d'emploi inoccupé, le VDAB informe l'employeur FPI que le délai de sept jours ouvrables visé à l'alinéa 4, est suspendu jusqu'à ce que le dossier soit complètement correct ou que le candidat soit inscrit au VDAB en tant que demandeur d'emploi inoccupé.]1

  
Art. 111/0/0/3. [1 In afwijking van het tweede lid van artikel 97 kan de IBO-plus minder dan 17,5 uur per week duren als de IBO-cursist een vastgestelde medische problematiek heeft die een duur van minder dan 17,5 uur per week kan verantwoorden.]1
  
Art. 111/0/0/3. [1 Par dérogation à l'alinéa 2 de l'article 97, la FPI-plus peut durer moins de 17,5 heures par semaine si l'apprenant FPI a un problème médical identifié pouvant justifier une durée inférieure à 17,5 heures par semaine.]1
  
Art. 111/0/0/4. [1 Ї 1. De IBO-cursist ontvangt een IBO-plus-premie die in een voltijdse regeling wordt berekend op basis van volgende formule:
   ((brutoloon na aanwerving - RSZ-bijdrage ten laste van de werknemer) - vervangingsinkomen van de IBO-cursist) X 70%.
   De VDAB houdt telkens de bedrijfsvoorheffing, overeenkomstig het Wetboek van de Inkomstenbelasting 1992, in op de IBO-plus-premie.
   Om de IBO-plus-premie te berekenen, blijft het brutoloon na aanwerving tijdens de volledige duur van de IBO-plus hetzelfde als bij de start van de IBO-plus.
   Onder het vervangingsinkomen wordt begrepen:
   1А het maandbedrag vervangingsinkomen of;
   2А het dagbedrag vervangingsinkomen X 26.
   De VDAB betaalt maandelijks uiterlijk op de zevende dag van de maand na de maand waarin de IBO-prestaties zijn uitgevoerd, de IBO-plus-premie op voorwaarde dat de IBO-werkgever tijdig de prestaties bevestigt op het digitale platform van de VDAB.
   Bij een deeltijdse IBO-plus wordt de IBO-plus-premie berekend volgens de tewerkstellingsbreuk.
   De IBO-plus-premie wordt betaald voor iedere dag aanwezigheid van de IBO-cursist.
   Als de IBO-cursist een arbeidsongeval of een arbeidswegongeval heeft gehad, betaalt de VDAB de IBO-plus-premie voor de eerste dertig dagen van de arbeidsongeschiktheid. Als de IBO-overeenkomst voortijdig wordt beыindigd tijdens deze dertig dagen is de IBO-plus-premie alleen verschuldigd tot het einde van de IBO-plus.
   Een feestdag, als vermeld in de wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen, wordt aanzien als aanwezigheid en daarvoor ontvangt de IBO-cursist een IBO-premie.
   Ї 2. Om het bedrag van de IBO-plus-premie te bepalen, wordt met de volgende elementen rekening gehouden:
   1А voor de start van de IBO-plus wordt het bedrag van de IBO-plus-premie bepaald op de startdag van de IBO-plus;
   2А voor de volgende maanden van de IBO-plus wordt er rekening gehouden met de evolutie van het bedrag van het vervangingsinkomen van de IBO-cursist en wordt het bedrag van de IBO-plus-premie berekend op die basis. Dit houdt in dat de IBO-plus-premie kan wijzigen als het vervangingsinkomen van de IBO-cursist wijzigt.
   Ї 3. De VDAB betaalt, via een bankoverschrijving, maandelijks uiterlijk op de zevende dag van de maand na de maand waarin de IBO-prestaties zijn uitgevoerd, de IBO-plus-premie en de verplaatsingsvergoedingen op voorwaarde dat de IBO-werkgever tijdig de prestaties bevestigt op het digitale platform van de VDAB.]1

  
Art. 111/0/0/4. [1 § 1er. L'apprenant FPI reçoit une prime IBO-plus calculée dans un régime à temps plein sur la base de la formule suivante :
   ((salaire brut après recrutement - cotisation ONSS à charge du travailleur) - revenu de remplacement de l'apprenant FPI) X 70 %.
   Le VDAB retient dans chaque cas le précompte professionnel sur la prime FPI-plus, conformément au Code des impôts sur les revenus 1992.
   Pour calculer la prime FPI-plus, le salaire brut après recrutement reste le même pendant toute la durée de la FPI-plus qu'au début de la FPI-plus.
   On entend par revenu de remplacement :
   1° le montant mensuel du revenu de remplacement ou ;
   2° le montant journalier du revenu de remplacement X 26.
   Le VDAB paie la prime FPI-plus chaque mois au plus tard le septième jour du mois suivant le mois au cours duquel les prestations FPI ont été effectuées, à condition que l'employeur FPI confirme les prestations sur la plateforme numérique du VDAB dans les délais impartis.
   Dans le cas d'une FPI-plus à temps partiel, la prime FPI-plus est calculée en fonction de l'interruption d'emploi.
   La prime FPI-plus est versée pour chaque jour de présence de l'apprenant FPI.
   Si l'apprenant FPI est victime d'un accident du travail ou d'un accident sur le chemin du travail, le VDAB paie la prime IBO-plus pour les trente premiers jours d'incapacité de travail. En cas de résiliation anticipée de la convention FPI au cours de ces 30 jours, la prime FPI-plus n'est due que jusqu'à la fin de la FPI-plus.
   Un jour férié, tel que visé dans la loi du 4 janvier 1974 relative aux jours fériés, est considéré comme une présence et l'apprenant FPI reçoit une prime FPI pour ce jour.
   § 2. Le montant de la prime FPI-plus est déterminé sur la base des éléments suivants :
   1° avant le début de la FPI-plus, le montant de la prime FPI-plus est déterminé le jour du début de la FPI-plus ;
   2° pour les mois suivants de la FPI-plus, l'évolution du montant du revenu de remplacement de l'apprenant FPI est prise en compte et le montant de la prime FPI-plus est calculé sur cette base. Cela implique que la prime FPI peut changer si le revenu de remplacement de l'apprenant FPI change.
   § 3. Le VDAB paie la prime FPI-plus et les indemnités de déplacement par virement bancaire chaque mois au plus tard le septième jour du mois suivant le mois au cours duquel les prestations FPI ont été effectuées, à condition que l'employeur FPI confirme les prestations sur la plateforme numérique du VDAB dans les délais impartis.]1

  
Art. 111/0/0/5. [1 De IBO-cursist die een IBO-plus volgt, heeft recht op een verplaatsingsvergoeding als vermeld in artikel 6, Ї 2, 1А en 2А.]1
  
Art. 111/0/0/5. [1 L'apprenant FPI qui suit une FPI-plus a droit à une indemnité de déplacement telle que visée à l'article 6, § 2, 1° et 2°.]1
  
Art. 111/0/0/6. [1 Na een IBO-plus kan aansluitend een IBO, zoals vermeld in afdeling I. IBO, opgestart worden. Als de IBO-plus aangegaan is voor minder dan 17,5 uur per week, zoals vermeld in artikel 111/0/0/3, dan geldt deze intensiteit ook voor de IBO aansluitend op de IBO-plus. De duurtijd voor de IBO-plus en de IBO samen bedraagt maximaal tweeыnvijftig weken, waarvan de IBO-plus en de IBO individueel elk maximaal zesentwintig weken duren.
   De duurtijden van de IBO-plus en de IBO worden samengeteld om de minimale duurtijd van de arbeidsovereenkomst na de uitvoering van de IBO te berekenen.]1

  
Art. 111/0/0/6. [1 Une FPI telle que visée dans la section I. FPI, peut être entamée après une FPI-plus. Si la FPI-plus a été conclue pour moins de 17,5 heures par semaine, tel que visé à l'article 111/0/0/3, ce volume horaire s'applique également à la FPI qui suit la FPI-plus. La durée conjointe de la FPI-plus et de la FPI s'élève à cinquante-deux semaines au maximum, dont vingt-six semaines au maximum pour la FPI-plus et la FPI individuellement.
   Les durées de la FPI-plus et de la FPI sont additionnées pour calculer la durée minimale du contrat de travail après l'accomplissement de la FPI.]1

  
Art. 111/0/0/7. [1 Artikelen 90, 91 en 92, artikel 93 met uitzondering van het tweede lid, 2°, artikel 95 tot en met 97, artikel 100, § 2, en artikel 101 tot en met 111 zijn van toepassing op de IBO-plus. ]1
  
Art. 111/0/0/7. [1 Les articles 90, 91 et 92, l'article 93, à l'exception de l'alinéa 2, 2°, les articles 95 à 97, l'article 100, § 2, et les articles 101 à 111, s'appliquent à la FPI-plus. ]1
  
HOOFDSTUK IV. [1 - De werkervaringsstage]1
CHAPITRE IV. [1 - Le stage d'expérience professionnelle]1
Art. 111/0/1. [1 De VDAB of de partnerorganisatie kan de niet-werkende werkzoekende in het kader van de begeleiding naar werk een werkervaringsstage voorstellen bij een werkgever. De werkervaringsstage staat open voor elke niet-werkende werkzoekende als al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
   1° de VDAB of de partnerorganisatie oordeelt dat de werkervaringsstage passend is in zijn traject naar werk;
   2° de niet-werkende werkzoekende heeft voldoende leerpotentieel om de afstand tot het normale economische circuit of het sociale economische circuit te overbruggen;
   3° de niet-werkende werkzoekende heeft een gebrek aan generieke competenties en werkervaring ]1
.
  
Art. 111/0/1. [1 L'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle ou l'organisation partenaire peut proposer au demandeur d'emploi inoccupé un stage d'expérience professionnelle chez un employeur dans le cadre de l'accompagnement vers l'emploi. Le stage d'expérience professionnelle est ouvert à tout demandeur d'emploi inoccupé si toutes les conditions suivantes sont remplies :
   1° le VDAB ou l'organisation partenaire juge que le stage d'expérience professionnelle est approprié dans son parcours vers le travail ;
   2° le demandeur d'emploi inoccupé a un potentiel d'apprentissage suffisant pour combler la distance qui le sépare du circuit économique normal ou du circuit économique social ;
   3° le demandeur d'emploi inoccupé manque de compétences génériques et d'expérience professionnelle ]1
.
  
Art. 111/0/2. [1 De VDAB [2 of de partnerorganisatie]2 beslist of een [3 niet-werkende]3 werkzoekende een werkervaringsstage mag volgen.
   De VDAB beslist over de verlenging of de voortijdige beëindiging van de werkervaringsstage.]1

  
Art. 111/0/2. [1 Le VDAB [2 ou l'organisation partenaire]2 décide si un demandeur d'emploi [3 inoccupé]3 peut suivre un stage d'expérience professionnelle.
   Le VDAB décide de la prolongation ou de la cessation prématurée du stage d'expérience professionnelle.]1

  
Art. 111/0/3. [1 De VDAB [2 of de partnerorganisatie]2 bepaalt de duur van de werkervaringsstage. [3 ...]3. De duur van de werkervaringsstage bedraagt maximaal zes maanden.]1
  
Art. 111/0/3. [1 Le VDAB [2 ou l'organisation partenaire]2 fixe la durée du stage d'expérience professionnelle. [3 ...]3 La durée du stage s'étend sur une période maximum de 6 mois.]1
  
Art. 111/0/4. [1 De werkervaringsstage wordt aangevat met een stageplan. Dat stageplan omvat
   1° de aan te leren competenties en de wijze waarop die competenties aangeleerd zullen worden;
   2° of een beschrijving van de acties om de beginsituatie van de niet-werkende werkzoekende in kaart te brengen;
   3° de doelstelling van de werkervaringsstage ]1
.
  
Art. 111/0/4. [1 Le stage d'expérience professionnelle est entamé par un plan de stage. Ce plan de stage comprend :
   1° les compétences à acquérir et la manière dont ces compétences seront acquises ;
   2° soit une description des actions d'identification de la situation initiale du demandeur d'emploi inoccupé ;
   3° l'objectif du stage d'expérience professionnelle ]1
.
  
Art. 111/0/5. [1 Tijdens de duur van de werkervaringsstage wordt de werkzoekende regelmatig opgevolgd door VDAB [2 of de partnerorganisatie]2. De werkgever bij wie de stage wordt aangevat, staat in voor de ondersteuning van de [3 stagiair]3 op de werkvloer.]1
  
Art. 111/0/5. [1 Le VDAB [2 ou l'organisation partenaire ]2 effectue un suivi régulier du [3 stagiaire]3 pendant le stage. L'employeur auprès duquel le stage est effectué, assure l'encadrement du [3 stagiaire]3 dans l'exercice de sa fonction.]1
  
Art. 111/0/6. [1 De [2 stagiair]2 die een werkervaringsstage volgt, heeft recht op de vergoedingen, vermeld in artikel 6, § 2, als hij voldoet aan de voorwaarden, vermeld in het voormelde artikel.]1
  
Art. 111/0/6. [1 [2 stagiaire ]2qui suivent un stage d'expérience professionnelle, ont droit aux indemnités, visées à l'article 6, § 2, s'ils satisfont aux conditions visées dans l'article précité.]1
  
Art. 111/0/7. [1 De [2 stagiair]2 die een werkervaringsstage volgt, heeft recht op een maandelijkse vergoeding van 200 euro die betaald wordt door de VDAB. De vergoeding wordt naar verhouding verminderd voor maanden waarin de stagiair geen volledige prestaties heeft geleverd.]1
  
Art. 111/0/7. [1 Le [2 ]2 stagiaire d'expérience professionnelle a droit à une indemnité mensuelle de 200 euros, payée par le VDAB. Cette indemnité est réduite au prorata des mois pendant lesquels le stagiaire n'a pas fourni de prestations complètes.]1
  
Art. 111/0/8. [1 Tijdens de werkervaringsstage is de stagiair verzekerd voor ongevallen als vermeld in artikel 11. De [2 stagiair]2 die in het kader van de werkervaringsstage schade berokkent aan de VDAB of aan derden, wordt alleen aansprakelijk gesteld in de gevallen, vermeld in artikel 12.]1
  
Art. 111/0/8. [1 Pendant le stage d'expérience professionnelle le stagiaire est assuré en cas d'accident, comme prévu à l'article 11. En cas de dommages causés au VDAB ou à des tiers par le [2 stagiaire ]2 dans le cadre de son stage, ce dernier ne peut être tenu responsable que dans les cas, visés à l'article 12.]1
  
Art. 111/0/9. [1 Voor de uitvoering van de werkervaringsstage wordt tussen de VDAB, [2 of de partnerorganisatie]2 de stagiair en de werkgever een overeenkomst gesloten, waarvan het model door de raad van bestuur van de VDAB wordt bepaald.
   De overeenkomst vermeldt ten minste:
   1° de identiteit van de partijen;
   2° de aanvangsdatum van de werkervaringsstage en de duur ervan;
   3 de omschrijving van de activiteiten die in het kader van de werkervaringsstage plaatsvinden op de werkvloer;
   4° de rechten en plichten van de partijen [3 , vermeld in het decreet van 30 april 2004 houdende het Handvest van de Werkzoekende en de wetgeving op de arbeidsbescherming]3.]1

  
Art. 111/0/9. [1 Une convention de stage d'expérience professionnelle, dont le conseil d'administration du VDAB arrête le modèle, est conclue entre le VDAB [2 ou l'organisation partenaire]2 le stagiaire et l'employeur avant le début du stage.
   Cette convention indiquera au moins :
   1° l'identité des parties ;
   2° la date de début et la durée du stage ;
   3° la description des activités à effectuer sur le lieu du travail dans le cadre du stage ;
   4° les droits et obligations des parties[3 , visé au décret du 30 avril 2004 portant la Charte du demandeur d'emploi et la législation de protection de l'emploi ]3.]1

  
Art. 111/0/11. [1 De werkervaringsstage wordt stopgezet in de volgende gevallen:
   1° de stagiair of de werkgever komt zijn contractuele verplichtingen of wettelijke verplichtingen niet langer na en de VDAB of de partnerorganisatie stelt vast dat de verdere uitvoering van de werkervaringsstage onmogelijk is geworden;
   2° de stagiair vindt werk;
   3° de stagiair is gedurende een lange periode afwezig door ziekte, moederschapsverlof, een ongeval of vanwege overmacht;
   4° de doelstelling is bereikt;
   5° de VDAB of de partnerorganisatie stelt vast dat de doelstelling niet haalbaar is ]1

  
Art. 111/0/11. [1 Le stage d'expérience professionnelle est interrompu dans les cas suivants :
   1° le stagiaire ou l'employeur ne remplit plus ses obligations contractuelles ou légales et l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle ou l'organisation partenaire détermine que la poursuite de l'exécution du stage d'expérience professionnelle est devenue impossible ;
   2° le stagiaire trouve du travail ;
   3° le stagiaire est absent pendant une longue période pour cause de maladie, de congé de maternité, d'accident ou pour cause de force majeure ;
   4° l'objectif a été atteint ;
   5° l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle ou l'organisation partenaire détermine que l'objectif n'est pas réalisable ]1

  
Art. 111/0/12. [1 Indien de werkervaringsstage deel uitmaakt van een traject tijdelijke werkervaring, kan de trajectbegeleider, vermeld in artikel 1, 1° van het besluit van de Vlaamse Regering betreffende de tijdelijke werkervaring van 23/12/2016, de werkervaringsstage inzetten met toepassing van artikel 17 van hetzelfde besluit.]1
  
Art. 111/0/12. [1 Si le stage d'expérience professionnelle s'inscrit dans un parcours d'expérience professionnelle temporaire, l'accompagnateur de parcours, visé à l'article 1er, 1° de l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 décembre 2016 relatif à l'expérience professionnelle temporaire, peut proposer le stage d'expérience professionnelle en vertu de l'article 17 du même arrêté.]1
  
HOOFDSTUK V. [1 - De activeringsstage]1
CHAPITRE V. [1 - Le stage d'activation]1
HOOFDSTUK VI. [1 Hoofdstuk VI. De beroepsinlevingsstage ]1
CHAPITRE VI. [1 Chapitre VI. Le stage d'immersion professionnelle ]1
Art. 111/0/21. [1 Dit hoofdstuk is niet van toepassing op:
   1° de opleidingen met een werkplekcomponent waarbij beroepsinlevingsstages conform het decreet of de regelgeving in kwestie impliciet of expliciet uitgesloten zijn;
   2° de arbeidsprestaties uitgevoerd door een leerling of student bij een werkgever in het kader van een opleiding die hij volgt in een door de bevoegde gemeenschap of het bevoegde gewest ingerichte, gesubsidieerde of erkende onderwijsinstelling of opleidingscentrum;
   3° de stages georganiseerd binnen het kader van een cursus die leidt tot het afleveren van een diploma, een getuigschrift of een bewijs van beroepsbekwaamheid;
   4° de opleidingsactiviteiten die plaatsvinden in het kader van een arbeidsovereenkomst als vermeld in de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten;
   5° de bepalingen ingesteld door of krachtens decreten, ordonnanties of collectieve arbeidsovereenkomsten die bij een paritair orgaan gesloten zijn conform de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités;
   6° de stagiairs die zich voorbereiden op de uitoefening van een vrij beroep of een intellectueel dienstverlenend beroep en die tijdens hun stage onderworpen zijn aan de deontologie van een orde die of een instituut dat opgericht is door wettelijke of reglementaire bepalingen;
   7° de tewerkstelling van studenten conform artikel 120 tot en met 130ter van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomste. ]1

  [2 8° de opleidingsactiviteiten met het oog op het behalen van functiespecifieke attesteringen die het stagebedrijf vereist om de functie in kwestie te mogen uitvoeren.]2
  
Art. 111/0/21. [1 Le présent arrêté ne s'applique pas :
   1° aux formations ayant un composant " apprentissage sur le lieu de travail ", les stages d'immersion professionnelle étant exclus, soit explicitement, soit implicitement, conformément au décret ou à la réglementation ;
   2° aux prestations de travail effectuées par un élève ou étudiant auprès d'un employeur dans le cadre d'une formation suivie dans un établissement d'enseignement créé, subventionné ou reconnu par la communauté ou la région compétente ;
   3° aux stages organisés dans le cadre d'un cours conduisant à la délivrance d'un diplôme, un certificat ou une preuve de compétence professionnelle ;
   4° aux activités de formation ayant lieu dans le cadre d'un contrat de travail tel que visé à la loi du 3 juillet 1978 relative au contrats de travail ;
   5° aux dispositions instaurées par ou en vertu de décrets, ordonnances ou conventions collectives du travail conclues au sein d'un organe paritaire conformément à la loi du 5 décembre 1968 relative aux conventions collectives du travail et aux comités paritaires ;
   6° aux stagiaires qui se préparent à l'exercice d'une profession libérale ou une profession intellectuelle prestataire et qui sont soumis lors de leur stage à la déontologie d'un ordre ou institut établis par des dispositions légales ou réglementaires ;
   7° à l'occupation d'étudiants conformément aux articles 120 à 130ter inclus de la loi du 3 juillet 1978 relative au contrats de travail; ]1

  [2 8° aux activités de formation en vue d'obtenir des attestations spécifiques à la fonction requises par l'entreprise de stage pour pouvoir exercer la fonction en question.]2
  
Art. 111/0/22. [1 Voor een verplicht ingeschreven werkzoekende gelden al de volgende voorwaarden:
   1° de VDAB of de partnerorganisaties van de VDAB oordelen dat de beroepsinlevingsstage in het traject naar werk past;
   2° de werkzoekende heeft geen behoefte aan begeleiding van de VDAB of de partnerorganisaties van de VDAB tijdens zijn beroepsinlevingsstage. ]1

  
Art. 111/0/22. [1 Pour un demandeur d'emploi inscrit obligatoirement, toutes les conditions suivantes s'appliquent :
   1° le VDAB ou l'organisation partenaire du VDAB estiment que le stage d'immersion professionnelle s'inscrit dans le parcours d'insertion professionnelle ;
   2° le demandeur d'emploi n'a pas besoin d'encadrement par le VDAB ou les organisations partenaires du VDAB lors de son stage d'immersion professionnelle.]1

  
Art. 111/0/23. [1 De beroepsinlevingsstage kan uitgevoerd worden bij een werkgever die op een van de volgende locaties gevestigd is:
   1° een vestigingsplaats in het Vlaamse Gewest;
   2° een vestigingsplaats in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, op voorwaarde dat de VDAB er een Nederlandstalig [2 stageplan]2 heeft goedgekeurd.
   De werkgever bij wie de [2 stagiair]2 de stage aanvat, staat in voor de begeleiding van de [2 stagiair]2 op de werkvloer.]1

  
Art. 111/0/23. [1 Le stage d'immersion professionnelle peut être effectué auprès d'un employeur établi à un des endroits suivants :
   1° un lieu d'implantation en Région flamande ;
   2° un lieu d'implantation en Région de Bruxelles-Capitale, à condition que le VDAB ait approuvé un [2 plan de stage ]2 néerlandophone.
   L'employeur auprès duquel le demandeur d'emploi démarre le stage, assure l'encadrement du [2 stagiaire]2 sur le lieu de travail.]1

  
Art. 111/0/24. [1 Het [2 stageplan]2 dat tussen de partijen overeengekomen is, wordt voorafgaand aan de uitvoering van de beroepsinlevingsstage goedgekeurd door de VDAB.
   Het [2 stageplan]2 omvat:
   1° de aan te leren competenties;
   2° de wijze waarop die competenties aangeleerd worden;
   3° een motivering voor de termijn van de beroepsinlevingsstage, die tussen de partijen overeengekomen is;
   4° de identiteit van de partijen;
   5° het adres waarop de stagiair gedomicilieerd is.]1

  
Art. 111/0/24. [1 Le [2 plan de stage]2 convenu entre les parties, est approuvé par le VDAB préalablement à l'exécution du stage d'immersion professionnelle.
   Le [2 plan de stage]2 comprend :
   1° les compétences à apprendre ;
   2° la manière dont ces compétences sont apprises ;
   3° une motivation pour le délai du stage d'immersion professionnelle, convenu entre les parties ;
   4° l'identité des parties ;
   5° le domicile du stagiaire.]1

  
Art. 111/0/25. [1 Voor de uitvoering van de beroepsinlevingsstage wordt tussen de werkgever en de stagiair een overeenkomst gesloten, uiterlijk op het tijdstip waarop de stagiair de uitvoering van zijn beroepsinlevingsstage aanvangt. Die overeenkomst wordt schriftelijk vastgesteld en bevat de volgende vermeldingen:
   1° de voornamen, de achternaam en de hoofdverblijfplaats van de stagiair;
   2° wat de werkgever betreft: de voornamen, de achternaam en de hoofdverblijfplaats van de werkgever of de naam en de vestigingsplaats van de onderneming;
   3° de plaats van de uitvoering van de beroepsinlevingsstage;
   4° de omschrijving van de activiteiten die in het kader van de beroepsinlevingsstage plaatsvinden op de werkvloer;
   5° de aanvangsdatum en de duur van de beroepsinlevingsstage;
   6° de dagelijkse en wekelijkse duur van de aanwezigheid in de onderneming;
   7° de vergoeding;
   8° de manier waarop een einde kan worden gemaakt aan de beroepsinlevingsstage;
   9° het [2 stageplan]2 dat tussen de partijen overeengekomen is en dat de VDAB goedgekeurd heeft;
   10° de rechten en plichten van de partijen.]1

  
Art. 111/0/25. [1 Pour l'exécution du stage d'immersion professionnelle, un contrat est conclu entre l'employeur et le stagiaire, au plus tard au moment où le stagiaire commence l'exécution de son stage d'immersion professionnelle. Le contrat est fixé par écrit et comprend les mentions suivantes :
   1° les prénoms, le nom de famille et la résidence principale du stagiaire ;
   2° en ce qui concerne l'employeur : les prénoms, le nom et le domicile de l'employeur ou le nom et le lieu d'implantation de l'entreprise ;
   3° le lieu de l'exécution du stage d'immersion professionnelle ;
   4° la description des activités qui sont entreprises sur le lieu du travail dans le cadre du stage d'immersion professionnelle ;
   5° la date de début et la durée du stage d'immersion professionnelle ;
   6° la durée quotidienne et hebdomadaire de la présence dans l'entreprise ;
   7° l'indemnité ;
   8° la manière dont il peut être mis fin au stage d'immersion professionnelle ;
   9° le [2 plan de stage]2 convenu entre les parties et approuvé par le VDAB ;
   10° les droits et devoirs des parties. ]1

  
Art. 111/0/26. [1 Voor iedere beroepsinlevingsstage betaalt de werkgever een vergoeding die minimaal de helft van het GGMMI bedraagt. Die vergoeding wordt toegepast in verhouding tot de tewerkstellingsbreuk.]1
  
Art. 111/0/26. [1 Pour tout stage d'immersion professionnelle, l'employeur paie une indemnité qui s'élève au minimum à la moitié du GGMMI. Cette indemnité est appliquée en proportion de la fraction d'occupation.]1
  
Art. 111/0/27. [1 De beroepsinlevingsstage duurt maximaal zes maanden. ]1
  
Art. 111/0/27. [1 Le stage d'immersion professionnelle a une durée maximale de 6 mois. ]1
  
Art. 111/0/28. [1 De werkgever verzekert de stagiair die in zijn onderneming, vereniging zonder winstoogmerk of administratieve overheid een beroepsinlevingsstage volgt, tegen arbeidsongevallen tijdens de stage en op de weg van en naar de stageplaats, zoals bepaald in de Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 en de uitvoeringsbesluiten ervan.
   De werkgever sluit een verzekering af voor de dekking van haar burgerlijke aansprakelijkheid ten aanzien van de stagiair en derden, en voor de dekking van de burgerlijke aansprakelijkheid van de stagiair ten aanzien van de werkgever en derden ten gevolge van schade berokkend tijdens de uitvoering van de beroepsinlevingsstage, behoudens voor bedrog, zware fout of een herhaalde lichte fout.]1

  
Art. 111/0/28. [1 L'employeur assure le stagiaire qui suit un stage d'immersion professionnelle dans son entreprise, association sans but lucratif ou autorité administrative contre les accidents du travail pendant le stage et les accidents sur le chemin du lieu de stage, tel que prévu par la loi sur les accidents du travail du 10 avril 1971 et ses arrêtés d'exécution.
   L'employeur contracte une assurance pour la couverture de sa responsabilité civile à l'égard du stagiaire et de tiers, et pour la couverture de la responsabilité civile du stagiaire à l'égard de l'employeur et de tiers en raison des dommages causés pendant l'exécution du stage d'immersion professionnelle, à l'exception du dol, de la faute grave ou de la faute légère répétée. ]1

  
Art. 111/0/29. [1 Elke partij kan het beroepsinlevingscontract eenzijdig beëindigen met een opzeggingstermijn van drie dagen, zonder dat er een schadevergoeding verschuldigd is.
   De stagiair kan het beroepsinlevingscontract met een opzeggingstermijn van één dag beëindigen, zonder dat hij een schadevergoeding verschuldigd [2 is, als de stagiair]2 een arbeidsovereenkomst heeft gesloten als vermeld in artikel 2 en 3 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.
   De partijen kunnen in onderling overleg het beroepsinlevingscontract beëindigen zonder termijn of schadevergoeding.]1

  
Art. 111/0/29. [1 Toute partie peut résilier unilatéralement le contrat d'immersion professionnelle par un délai de préavis de trois jours, sans donner lieu au paiement d'une indemnité.
   Le stagiaire peut résilier le contrat d'immersion professionnelle d'un délai de préavis d'un jour, sans qu'une indemnité ne soit due, lorsque le stagiaire a conclu un contrat de travail tel que visé aux articles 2 et 3 de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail.
   Les parties peuvent résilier le contrat d'immersion professionnelle de commun accord et sans délai ou indemnité]1

  
TITEL III/1. [1 - Activering en beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt]1
TITRE III/1. [1 - Activation et disponibilité pour le marché de l'emploi]1
HOOFDSTUK I. [1 - Activering en opvolging zoekgedrag]1
CHAPITRE Ier. [1 - Activation et suivi du comportement de recherche]1
Afdeling 1. [1 - Algemene bepalingen]1
Section 1. [1 - Dispositions générales]1
Art. 111/1. [1 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
   1° actie: het ingaan op een voorstel tot gesprek, bemiddeling, werkaanbieding, werkervaring, inschakeling, opleiding of begeleiding;
   2° afspraken: de verbintenissen die zijn opgenomen in het afsprakenblad [3 ...]3 en in het ultieme afsprakenblad;
   3° schriftelijk: via brief of elektronisch;
   4° [2 het laatste adres dat de verplicht ingeschreven werkzoekende heeft doorgegeven, als dat adres binnen het Vlaamse Gewest ligt, of, bij gebrek daaraan, de hoofdverblijfplaats, vermeld in artikel 3 van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten]2;
   5° passende dienstbetrekking: de dienstbetrekking, vermeld in hoofdstuk V, afdeling 2 van het ministerieel besluit van 26 november 1991 houdende toepassingsregelen van de werkloosheidsreglementering;
   6° passend aanbod: een aanbod tot begeleiding, bemiddeling, opleiding of werk dat aansluit bij de noden en competenties van de verplicht ingeschreven werkzoekende;
   7° opvolgingsgesprek: het gesprek tussen de bemiddelaar en de verplicht ingeschreven werkzoekende dat de opvolging van het werkzoekgedrag van de verplicht ingeschreven werkzoekende opent of voortzet. [2 Het gesprek kan gevoerd worden op een fysieke locatie, telefonisch of via een videogesprek.]2]1

  
Art. 111/1. [1 Dans le présent chapitre, on entend par :
   1° action : donner suite à une proposition d'entretien, de médiation, d'offre d'emploi, d'expérience professionnelle, d'insertion, de formation ou d'accompagnement ;
   2° accords : les engagements repris sur la feuille d'accords [3 ...]3 et la feuille d'accords ultime ;
   3° par écrit : par lettre ou par voie électronique ;
   4° [2 la dernière adresse que le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement a fournie, si cette adresse se situe en Région flamande, ou, à défaut, la résidence principale visée à l'article 3 de la loi du 19 juillet 1991 relative aux registres de la population, aux cartes d'identité, aux cartes d'étranger et aux documents de séjour]2 ;
   5° emploi convenable : l'emploi, visé au chapitre V, section 2 de l'arrêté ministériel du 26 novembre 1991 portant les modalités d'application de la réglementation du chômage ;
   6° offre convenable : une offre d'accompagnement, de médiation, de formation ou d'emploi qui s'aligne sur les besoins et compétences du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ;
   7° entretien de suivi : l'entretien entre le médiateur et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement qui lance ou continue le suivi du comportement de recherche du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement. [2 L'entretien peut être mené dans un lieu physique, par téléphone ou par appel vidéo. ]2]1

  
Art. 111/2. [1 Om termijnen te berekenen met toepassing van dit hoofdstuk, worden als dagen alle kalenderdagen meegeteld. Als een termijn eindigt op een zaterdag, zondag, of feestdag als vermeld in artikel X 11 van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, wordt als laatste dag van de termijn de eerstvolgende werkdag bedoeld.]1
  [2 Om termijnen te berekenen met toepassing van dit hoofdstuk, worden als werkdagen alle kalenderdagen meegeteld, tenzij het gaat om een zaterdag, zondag, of feestdag als vermeld in artikel X 11 van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006.]2
  
Art. 111/2. [1 Pour calculer des délais en application du présent chapitre, tous les jours calendaires sont pris en compte comme des jours. Si un délai se termine un samedi, un dimanche ou un jour férié tel que visé à l'article X 11 du statut du personnel flamand du 13 janvier 2006, on entend par dernier jour du délai le premier jour ouvrable suivant.]1
  [2 Pour calculer des délais en application du présent chapitre, tous les jours calendaires sont pris en compte comme des jours ouvrables, sauf s'il s'agit d'un samedi, d'un dimanche ou d'un jour férié tel que visé à l'article X 11 du statut du personnel flamand du 13 janvier 2006.]2
  
Art. 111/3. [1 De bemiddelaar volgt het werkzoekgedrag op van de verplicht ingeschreven werkzoekende.]1 [2 De bemiddelaar beoordeelt of de verplicht ingeschreven werkzoekende zich voldoende heeft geïntegreerd op de arbeidsmarkt, enerzijds door de overeengekomen acties en afspraken uit te voeren, anderzijds door voldoende inspanningen te leveren om actief een betrekking te zoeken.]2
  
Art. 111/3. [1 Le médiateur suit le comportement de recherche du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement.]1 [2 Le médiateur évalue si le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement s'est intégré suffisamment sur le marché de l'emploi, d'une part en exécutant chaque action et accord convenu, d'autre part en fournissant suffisamment d'efforts afin de rechercher activement un emploi. ]2
  
Art. 111/4. [1 Bij de inschrijving als werkzoekende wordt de verplicht ingeschreven werkzoekende op de hoogte gebracht:
   1° [2 dat zijn werkzoekgedrag wordt opgevolgd door de bemiddelaar;]2;
   2° dat hij kan worden uitgenodigd voor een opvolgingsgesprek, waarop hij verplicht [2 moet ingaan, wat inhoudt dat hij zich moet aanmelden voor het opvolgingsgesprek en er actief aan moet deelnemen]2;
   3° van de mogelijke gevolgen van de beoordeling van zijn werkzoekgedrag;
   4° van zijn rechten en plichten.]1

  
Art. 111/4. [1 Lors de l'inscription comme demandeur d'emploi, le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est informé :
   1° [2 que son comportement de recherche d'emploi est suivi par le médiateur ]2 ;
   2° qu'il peut être invité à un entretien de suivi, [2 laquelle invitation il doit obligatoirement accepter, ce qui signifie qu'il doit se présenter à l'entretien de suivi et y participer activement ]2 ;
   3° des conséquences éventuelles de l'évaluation de son comportement de recherche ;
   4° de ses droits et obligations.]1

  
Art. 111/5. [1 De verplicht ingeschreven werkzoekende wordt door de VDAB uitgenodigd om na te gaan welke zijn mogelijkheden zijn om een of meer acties uit te voeren. De verplicht ingeschreven werkzoekende gaat in op de uitnodiging voor dat gesprek en voert de acties uit die in onderling overleg zijn overeengekomen. De bemiddelaar en de verplicht ingeschreven werkzoekende kunnen daarvoor een afsprakenblad opmaken ]1.
  
Art. 111/5. [1 Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est invité par le VDAB à vérifier ses possibilités de réaliser une ou plusieurs actions. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement accepte l'invitation à cet entretien et réalise les actions convenues de commun accord. Le médiateur et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement peuvent établir une feuille d'accords à cet effet ]1.
  
Afdeling 2. [1 - Opvolging van het werkzoekgedrag]1
Section 2. [1 - Suivi du comportement de recherche d'un emploi]1
Art. 111/6. [1 § 1. [2 De verplicht ingeschreven werkzoekende wordt door de VDAB uitgenodigd voor een opvolgingsgesprek om zijn werkzoekgedrag te beoordelen.
   Het opvolgingsgesprek vindt op zijn vroegst plaats op de zevende dag na de verzending of overhandiging van de uitnodiging, tenzij anders overeengekomen tussen de bemiddelaar en de verplicht ingeschreven werkzoekende. De verplicht ingeschreven werkzoekende gaat in op elke uitnodiging voor een opvolgingsgesprek.
   Tenzij anders bepaald overeenkomstig de bepaling in dit hoofdstuk, bepaalt VDAB in de uitnodiging de modaliteiten van het opvolgingsgesprek. Die modaliteiten omvatten minstens of het opvolgingsgesprek gevoerd zal worden op een fysieke locatie, telefonisch of via een videogesprek.
   De verplicht ingeschreven werkzoekende mag vragen dat:
   1° het opvolgingsgesprek via een ander gesprekskanaal gevoerd wordt dan het gesprekskanaal dat de VDAB bepaalt in de uitnodiging. Als de verplicht ingeschreven werkzoekende een opvolgingsgesprek op een fysieke locatie vraagt, mag hij een specifieke fysieke locatie vragen;
   2° het opvolgingsgesprek op een andere fysieke locatie gevoerd wordt dan de fysieke locatie die de VDAB bepaalt in de uitnodiging.
   De bemiddelaar ontvangt het gemotiveerde verzoek uiterlijk op de derde werkdag vóór de dag van het opvolgingsgesprek.
   De bemiddelaar gaat altijd in op een verzoek om het opvolgingsgesprek op een fysieke locatie te voeren en bepaalt daarbij altijd de specifieke fysieke locatie. De bemiddelaar beslist over de andere verzoeken in functie van het traject naar werk en de gesprekskanalen die VDAB kan aanbieden, en informeert de verplicht ingeschreven werkzoekende over die beslissing]2
.
   § 2. Als de verplicht ingeschreven werkzoekende niet [2 ingaat]2 op het opvolgingsgesprek en hij een geldige reden heeft, wordt hem een tweede uitnodiging gestuurd.
   Als de verplicht ingeschreven werkzoekende niet ingaat op de tweede uitnodiging voor het opvolgingsgesprek, vermeld in het eerste lid, ongeacht of hij al dan niet een geldige reden heeft, wordt hem aangetekend een derde uitnodiging gestuurd.
   Als de verplicht ingeschreven werkzoekende niet ingaat op de derde uitnodiging, vermeld in het tweede lid, ongeacht of hij al dan niet een geldige reden heeft, wordt zijn dossier bezorgd aan de controledienst.
   § 3. Als de verplicht ingeschreven werkzoekende niet [2 ingaat]2 op het opvolgingsgesprek en hij geen geldige reden heeft, wordt hem aangetekend een tweede uitnodiging gestuurd.
   Als de verplicht ingeschreven werkzoekende niet ingaat op de tweede uitnodiging, vermeld in het eerste lid, en hij een geldige reden heeft, wordt hem aangetekend een derde uitnodiging gestuurd.
   Als de verplicht ingeschreven werkzoekende niet ingaat op de derde uitnodiging, vermeld in het tweede lid, ongeacht of hij al dan niet een geldige reden heeft, wordt zijn dossier bezorgd aan de controledienst.
   § 4. Als de verplicht ingeschreven werkzoekende niet [2 ingaat]2 op het opvolgingsgesprek en hij geen geldige reden heeft, wordt hem aangetekend een tweede uitnodiging gestuurd.
   Als de verplicht ingeschreven werkzoekende niet ingaat op de tweede uitnodiging, vermeld in het eerste lid, en hij geen geldige reden heeft, wordt zijn dossier bezorgd aan de controledienst.
   § 5. Een opvolgingsgesprek kan ook plaatsvinden op verzoek van de verplicht ingeschreven werkzoekende, binnen een redelijke termijn na het vorige opvolgingsgesprek.]1

  [2 § 6. Als een uitnodiging voor een opvolgingsgesprek terugkeert naar de VDAB omdat de verblijfplaats incorrect is, onderneemt de VDAB redelijke pogingen om de verplicht ingeschreven werkzoekende te bereiken.
   § 7. De verplicht ingeschreven werkzoekende die niet ingaat op een uitnodiging voor een opvolgingsgesprek, brengt de bemiddelaar vóór de aanvang van het opvolgingsgesprek op de hoogte van zijn afwezigheid en de reden daarvoor en levert een bewijs van de reden van zijn afwezigheid af aan de bemiddelaar uiterlijk op de derde werkdag na de dag van het opvolgingsgesprek.
   Als de verplicht ingeschreven werkzoekende de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, niet naleeft, wordt de reden van zijn afwezigheid voor de toepassing van dit artikel als ongeldig beschouwd, behalve in geval van overmacht.]2

  
Art. 111/6. [1 § [2 Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est invité par le VDAB à un entretien de suivi pour évaluer son comportement de recherche d'emploi.
   L'entretien de suivi a lieu au plus tôt le septième jour après l'envoi ou la remise de l'invitation, sauf accord contraire entre le médiateur et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement accepte toute invitation à un entretien de suivi.
   Sauf stipulation contraire conformément à la disposition du présent chapitre, le VDAB fixe dans l'invitation les modalités de l'entretien de suivi. Ces modalités mentionnent au minimum si l'entretien de suivi sera réalisé dans un lieu physique, par téléphone ou par appel vidéo.
   Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement peut demander que :
   1° l'entretien de suivi soit organisé par un autre canal que celui fixé par le VDAB dans l'invitation. Si le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement demande un entretien de suivi dans un lieu physique, il peut demander un lieu physique spécifique ;
   2° l'entretien de suivi ait lieu dans un autre lieu physique que celui fixé par le VDAB dans l'invitation.
   Le médiateur reçoit la demande motivée au plus tard le troisième jour ouvrable avant le jour de l'entretien de suivi.
   Le médiateur accepte toujours une demande que l'entretien de suivi soit mené dans un lieu physique et détermine toujours le lieu physique spécifique. Le médiateur prend une décision concernant les autres demandes en fonction du parcours vers l'emploi et des canaux d'entretien que le VDAB peut proposer, et informe le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement de cette décision]2
.
   § 2. Si le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement [2 n'accepte pas ]2 l'entretien de suivi et il a une raison valable, une deuxième invitation lui est envoyée.
   Si le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ne répond pas à la deuxième invitation à l'entretien de suivi, visée à l'alinéa 1er, qu'il a une raison valable ou non, une troisième invitation lui est envoyée par lettre recommandée.
   Si le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ne répond pas à la troisième invitation, visée à l'alinéa 2, qu'il a une raison valable ou non, son dossier est transmis au service de contrôle.
   § 3. Si le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement [2 n'accepte pas ]2 l'entretien de suivi et il n'a pas de raison valable, une deuxième invitation lui est envoyée par lettre recommandée.
   Si le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ne répond pas à la deuxième invitation, visée à l'alinéa 1er, et il a une raison valable, une troisième invitation lui est envoyée par lettre recommandée.
   Si le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ne répond pas à la troisième invitation, visée à l'alinéa 2, qu'il a une raison valable ou non, son dossier est transmis au service de contrôle.
   § 4. Si le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement [2 n'accepte pas ]2 l'entretien de suivi et il n'a pas de raison valable, une deuxième invitation lui est envoyée par lettre recommandée.
   Si le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ne répond pas à la deuxième invitation, visée à l'alinéa 1er, et il n'a pas de raison valable, son dossier est transmis au service de contrôle.
   § 5. Un entretien de suivi peut également avoir lieu à la demande du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement, dans un délai raisonnable après l'entretien de suivi précédent.]1

  [2 § 6. Si une invitation à un entretien de suivi est renvoyée au VDAB parce que le lieu de résidence est incorrect, le VDAB fera des tentatives raisonnables pour joindre le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement.
   § 7. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement qui n'accepte pas une invitation à un entretien de suivi notifie au médiateur son absence et le motif de celle-ci avant le début de l'entretien de suivi et fournit au médiateur une preuve du motif de son absence au plus tard le troisième jour ouvrable après le jour de l'entretien de suivi.
   Si le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ne respecte pas les conditions visées à l'alinéa 1er, le motif de son absence est considéré comme nul pour l'application du présent article, sauf cas de force majeure.]2

  
Art. 111/7. [1 § 1. Tijdens het opvolgingsgesprek beoordeelt de bemiddelaar het werkzoekgedrag van de verplicht ingeschreven werkzoekende op basis van:
   1° de volgende inlichtingen waarover de VDAB al beschikt en die tijdens het gesprek aan de verplicht ingeschreven werkzoekende worden meegedeeld:
   a) de overeengekomen acties en afspraken;
   b) de sollicitatiefeedback van de werkgever en de verplicht ingeschreven werkzoekende;
   c) de informatie afkomstig van de RVA en de partnerorganisaties van de VDAB;
   d) de gegevens over de loopbaan van de werkzoekende. Die inlichtingen worden tijdens het gesprek aan de verplicht ingeschreven werkzoekende meegedeeld;
   2° de inlichtingen over de inspanningen die de verplicht ingeschreven werkzoekende heeft geleverd om zich te integreren op de arbeidsmarkt, en die door de verplicht ingeschreven werkzoekende zelf zijn meegedeeld.
   In geval van twijfel over de juistheid van de inlichtingen die de verplicht ingeschreven werkzoekende meedeelt, kan de VDAB de verklaringen en documenten die de verplicht ingeschreven werkzoekende voorlegt, verifiëren.
   § 2. Bij de beoordeling van de inspanningen die de verplicht ingeschreven werkzoekende heeft geleverd, houdt de bemiddelaar rekening met:
   1° zijn competenties;
   2° zijn leeftijd;
   3° zijn opleidingsniveau;
   4° zijn verplaatsingsmogelijkheden;
   5° zijn fysieke en mentale capaciteiten;
   6° de toestand van de arbeidsmarkt in de subregio waar de verplicht ingeschreven werkzoekende zijn verblijfplaats heeft. Onder subregio wordt het gebied verstaan waarin inwoners van dezelfde gemeente als de verplicht ingeschreven werkzoekende en van de aangrenzende gemeenten zich verplaatsen om te gaan werken;
   7° zijn sociale en familiale situatie
   8° andere relevante gegevens.
   § 3. [2 Als de verplicht ingeschreven werkzoekende van oordeel is dat hij fysiek of mentaal niet of niet meer geschikt is om een bepaald beroep uit te oefenen of bepaalde acties te verrichten en bewijsstukken daarvan kan voorleggen, laat de VDAB een medisch onderzoek uitvoeren. De verplicht ingeschreven werkzoekende mag zich laten bijstaan door zijn behandelende arts. De arts die aangewezen is door de VDAB, geeft een advies over de beroepen die de verplicht ingeschreven werkzoekende nog kan uitoefenen of over de acties die hij nog kan verrichten.]2.]1

  
Art. 111/7. [1 § 1er. Pendant l'entretien de suivi, le médiateur évalue le comportement de recherche du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement sur la base des :
   1° informations suivantes dont le VDAB dispose déjà et qui sont communiquées au demandeur d'emploi inscrit obligatoirement pendant l'entretien :
   a) les actions et accords convenus ;
   b) le feedback de l'employeur et du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement, sur la candidature ;
   c) les informations provenant de l'Onem et des organisations partenaires du VDAB ;
   d) les données sur la carrière du demandeur d'emploi. Ces informations sont communiquées au demandeur d'emploi inscrit obligatoirement pendant l'entretien ;
   2° informations sur les efforts fournis par le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement pour s'intégrer sur le marché de l'emploi, communiquées par le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement lui-même.
   En cas de doute sur l'exactitude des informations communiquées par le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement, le VDAB peut vérifier les déclarations et documents présentés par le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement.
   § 2. Lors de l'évaluation des efforts fournis par le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement, le médiateur tient compte :
   1° de ses compétences ;
   2° de son âge ;
   3° de son niveau de formation ;
   4° de sa mobilité ;
   5° de ses capacités physiques et mentales ;
   6° de la situation du marché de l'emploi dans la sous-région où le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement a sa résidence. Par sous-région, on entend la région où les habitants de la même commune que le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement et des communes limitrophes se déplacent pour aller travailler ;
   7° de sa situation sociale et familiale ;
   8° d'autres informations pertinentes.
   § 3. [2 Si le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement estime qu'il n'est pas ou plus apte, du point de vue physique ou mental, à exercer une profession déterminée ou à effectuer certaines actions et qu'il peut en apporter la preuve par des pièces justificatives, le VDAB fera procéder à un examen médical. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement peut se faire assister par son médecin traitant. Le médecin désigné par le VDAB formule un avis sur les professions que le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement peut encore exercer ou sur les actions qu'il peut encore effectuer]2.]1

  
Art. 111/8. [1 Als de bemiddelaar tijdens het opvolgingsgesprek, vermeld in artikel 111/6, vaststelt dat het werkzoekgedrag van de verplicht ingeschreven werkzoekende voldoende is, brengt hij de verplicht ingeschreven werkzoekende op de hoogte van die beoordeling tijdens het opvolgingsgesprek. De verplicht ingeschreven werkzoekende wordt er ook van op de hoogte gebracht dat hij zijn werkzoekgedrag moet voortzetten en dat later een nieuw opvolgingsgesprek volgt.
   De bemiddelaar bepaalt de frequentie van de opvolgingsgesprekken en bepaalt na overleg met de verplicht ingeschreven werkzoekende en in functie van het traject naar werk de modaliteiten van het volgende opvolgingsgesprek. Als het volgende opvolgingsgesprek op een fysieke locatie wordt gevoerd, bepaalt de bemiddelaar na overleg met de verplicht ingeschreven werkzoekende de specifieke fysieke locatie.
   De bemiddelaar en de verplicht ingeschreven werkzoekende kunnen over de acties die in onderling overleg zijn overgekomen een afsprakenblad opmaken ]1
.
  
Art. 111/8. [1 Si le médiateur constate pendant l'entretien de suivi, visé à l'article 111/6, que le comportement de recherche d'emploi du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est suffisant, il informe le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement de cette évaluation pendant l'entretien de suivi. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est également informé du fait qu'il doit poursuivre son comportement de recherche d'emploi et qu'un nouvel entretien de suivi est prévu ultérieurement.
   Le médiateur détermine la fréquence des entretiens de suivi et, après consultation du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement et en fonction du parcours vers l'emploi, fixe les modalités du prochain entretien de suivi. Si le prochain entretien de suivi est organisé dans un lieu physique, le médiateur détermine le lieu physique spécifique après avoir consulté le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement.
   Le médiateur et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement peuvent établir une feuille d'accords sur les actions convenues de commun accord ]1
.
  
Art. 111/8/1. [1 Als de bemiddelaar op basis van andere informatie dan de informatie die hij heeft verkregen tijdens een opvolgingsgesprek op een fysieke locatie, vermoedt dat het werkzoekgedrag van de verplicht ingeschreven werkzoekende onvoldoende is, nodigt de bemiddelaar de verplicht ingeschreven werkzoekende conform artikel 111/6 uit voor een opvolgingsgesprek op een fysieke locatie om hun werkzoekgedrag te beoordelen.]1
  
Art. 111/8/1. [1 Si le médiateur présume sur la base d'informations autres que celles obtenues lors d'un entretien de suivi dans un lieu physique que le comportement de recherche d'emploi du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est insuffisant, il invite le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement à un entretien de suivi dans un lieu physique, conformément à l'article 111/6, afin d'évaluer son comportement de recherche d'emploi.]1
  
Art. 111/9. [1 Als de bemiddelaar tijdens het opvolgingsgesprek op een fysieke locatie als vermeld in artikel 111/6, oordeelt dat het werkzoekgedrag van de verplicht ingeschreven werkzoekende onvoldoende is, brengt hij de verplicht ingeschreven werkzoekende van die beoordeling op de hoogte tijdens het opvolgingsgesprek. Tijdens het opvolgingsgesprek bepaalt de bemiddelaar de afspraken die worden opgenomen op een ultiem afsprakenblad, rekening houdend met de persoonlijke situatie en de competenties van de verplicht ingeschreven werkzoekende en de criteria van de passende dienstbetrekking. De verplicht ingeschreven werkzoekende verbindt zich ertoe de afspraken uit te voeren tijdens de volgende maand.
   Het ultiem afsprakenblad wordt gedateerd en ondertekend door de bemiddelaar en de verplicht ingeschreven werkzoekende. De verplicht ingeschreven werkzoekende ontvangt een exemplaar van het ultiem afsprakenblad. Door het ultiem afsprakenblad te ondertekenen verbindt de verplicht ingeschreven werkzoekende zich ertoe om voldoende werkzoekgedrag te vertonen en in het bijzonder om de afspraken uit te voeren tijdens de afgesproken periode. Het ultieme afsprakenblad wordt beschouwd als een formele verwittiging in het kader van de controle op de beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt van de verplicht ingeschreven werkzoekende.]1

  
Art. 111/9. [1 Si le médiateur est d'avis pendant l'entretien de suivi organisé dans un lieu physique, visé à l'article 111/6, que le comportement de recherche d'emploi du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est insuffisant, il informe le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement de cette évaluation pendant l'entretien de suivi. Pendant l'entretien de suivi, le médiateur détermine les accords qui sont repris sur une feuille d'accords ultime, en tenant compte de la situation personnelle et des compétences du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement et des critères de l'emploi convenable. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement s'engage à réaliser les accords au cours du mois suivant.
   La feuille d'accords ultime est datée et signée par le médiateur et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement reçoit un exemplaire de la feuille d'accords ultime. En signant la feuille d'accords ultime, le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement s'engage à faire preuve d'un comportement de recherche d'emploi suffisant et, en particulier, à réaliser les accords pendant la période convenue. La feuille d'accords ultime est considérée comme un avertissement formel dans le cadre du contrôle de la disponibilité pour le marché de l'emploi du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement.]1

  
Art. 111/13. [1 Op het tijdstip dat afgesproken is in het ultieme afsprakenblad, [2 vermeld in artikel 111/9]2, vindt een nieuw opvolgingsgesprek op een fysieke locatie plaats. Als de verplicht ingeschreven werkzoekende aanwezig is, beoordeelt de bemiddelaar het werkzoekgedrag van de verplicht ingeschreven werkzoekende, in het bijzonder de naleving door de verplicht ingeschreven werkzoekende van de afspraken die zijn opgenomen in het ultieme afsprakenblad.
   Als de verplicht ingeschreven werkzoekende afwezig is op het opvolgingsgesprek, vermeld in het eerste lid, wordt zijn dossier bezorgd aan de controledienst, ongeacht de reden van zijn afwezigheid. De controledienst beoordeelt het werkzoekgedrag van de verplicht ingeschreven werkzoekende, in het bijzonder de naleving door de verplicht ingeschreven werkzoekende van de afspraken die zijn opgenomen in het ultieme afsprakenblad ]1
.
  
Art. 111/13. [1 Au moment convenu dans la feuille d'accords ultime, [2 visée à l'article 111/9]2, un nouvel entretien de suivi a lieu dans un lieu physique. Si le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est présent lors de cet entretien, le médiateur évalue le comportement de recherche d'emploi du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement, en particulier le respect par le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement des accords repris dans la feuille d'accords ultime.
   Si le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ne se présente pas à l'entretien de suivi visé à l'alinéa 1er, son dossier est transmis au service de contrôle, quel que soit le motif de son absence. Le service de contrôle évalue le comportement de recherche d'emploi du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement, en particulier le respect par le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement des accords repris dans la feuille d'accords ultime ]1
.
  
Art. 111/14. [1 § 1. Als de bemiddelaar tijdens het opvolgingsgesprek, vermeld in artikel 111/13, eerste lid, vaststelt dat het werkzoekgedrag van de verplicht ingeschreven werkzoekende voldoende is, brengt hij de verplicht ingeschreven werkzoekende op de hoogte van de volgende elementen:
   1° de positieve beoordeling tijdens het opvolgingsgesprek;
   2° dat de verplicht ingeschrevende werkzoekende diens werkzoekgedrag moet voortzetten;
   3° dat de verplicht ingeschreven werkzoekende voor een nieuw opvolgingsgesprek zal worden uitgenodigd.
   Tijdens het opvolgingsgesprek, vermeld in het eerste lid, maken de bemiddelaar en de verplicht ingeschreven werkzoekende in onderling overleg een afsprakenblad op, rekening houdend met de persoonlijke situatie van de verplicht ingeschreven werkzoekende, diens competenties en de criteria van de passende dienstbetrekking. De verplicht ingeschreven werkzoekende verbindt zich ertoe om zijn werkzoekgedrag voort te zetten en in het bijzonder om de afspraken uit te voeren.
   § 2. Als de bemiddelaar tijdens het opvolgingsgesprek, vermeld in artikel 111/13, eerste lid, vaststelt dat het werkzoekgedrag van de verplicht ingeschreven werkzoekende onvoldoende is, brengt hij de verplicht ingeschreven werkzoekende van die beoordeling op de hoogte tijdens het opvolgingsgesprek en bezorgt hij het dossier van de verplicht ingeschreven werkzoekende aan de controledienst.]1

  
Art. 111/14. [1 § 1er. Si le médiateur constate pendant l'entretien de suivi, visé à l'article 111/13, alinéa 1er, que le comportement de recherche d'emploi du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est suffisant, il informe le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement des éléments suivants :
   1° l'évaluation positive pendant l'entretien de suivi ;
   2° le fait que le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement doit poursuivre son comportement de recherche d'emploi ;
   3° le fait que le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement sera invité à un nouvel entretien de suivi.
   Pendant l'entretien de suivi, visé à l'alinéa 1er, le médiateur et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement établissent de commun accord une feuille d'accords, en tenant compte de la situation personnelle du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement, de ses compétences, et des critères de l'emploi convenable. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement s'engage à poursuivre son comportement de recherche d'emploi et, en particulier, à réaliser les accords.
   § 2. Si le médiateur constate pendant l'entretien de suivi, visé à l'article 111/13, alinéa 1er, que le comportement de recherche d'emploi du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est insuffisant, il informe le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement de cette évaluation pendant l'entretien de suivi et transmet le dossier du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement au service de contrôle.]1

  
Art. 111/16. [1 [3 De bemiddelaar bezorgt een dossier aan de controledienst als]3:
   1° de verplicht ingeschreven werkzoekende weigert een trajectovereenkomst [4 ...]4 of [4 een ultiem afsprakenblad als vermeld in artikel 111/9,]4 te ondertekenen als hem dat ter ondertekening wordt voorgelegd;
   2° de verplicht ingeschreven werkzoekende zich niet aanmeldt bij een werkgever en daarvoor geen geldige reden heeft, nadat hij daarvoor van de VDAB een opdracht heeft ontvangen;
   3° de verplicht ingeschreven werkzoekende weigert een passende dienstbetrekking of een passend aanbod te aanvaarden;
   4° door toedoen van de verplicht ingeschreven werkzoekende een begeleidingsplan, competentieversterking of opleidingscontract mislukt of wordt stopgezet.
  [2 Het dossier van de verplicht ingeschreven werkzoekende van wie de vrijstelling werd stopgezet met toepassing van artikel 111/40, wordt bezorgd aan de controledienst en geeft aanleiding tot toepassing van het eerste lid, 4°. ]2
   De verplicht ingeschreven werkzoekende die zich op een medische reden beroept om een passende dienstbetrekking of een passend aanbod te weigeren, kan onderworpen worden aan een medisch onderzoek als vermeld in artikel 111/7, § 3. Als de medische reden waarop de verplicht ingeschreven werkzoekende zich beroept om de passende dienstbetrekking of het passende aanbod te weigeren, niet voldoende wordt geacht, wordt zijn dossier bezorgd aan de controledienst.]1

  
Art. 111/16. [1 [3 Le médiateur transmet un dossier au service de contrôle si : ]3
   1° le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement refuse de signer une convention de parcours [4 ...]4 ou une [4 feuille d'accords ultime telle que visée à l'article 111/9,]4 si celle-ci est soumise à sa signature ;
   2° le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ne se présente pas à un employeur et ne peut donner de raison valable, après avoir reçu l'ordre à cet effet du VDAB ;
   3° le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement refuse d'accepter un emploi convenable ou une offre convenable ;
   4° par l'intervention du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement, un plan d'accompagnement, un renforcement des compétences ou un contrat de formation a échoué ou est arrêté.
  [2 Le dossier du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement dont la dispense est supprimée en application de l'article 111/40, est présenté au service de contrôle et donne lieu à l'application de l'alinéa 1er, 4°. ]2
  Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement qui invoque une raison médicale pour refuser un emploi convenable ou une offre convenable, peut être soumis à un examen médical tel que visé à l'article 111/7, § 3. Si la raison médicale invoquée par le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement pour refuser l'emploi convenable ou l'offre convenable, est considérée insuffisante, son dossier est transmis au service de contrôle.]1

  
Afdeling 3. [1 - De controledienst en het verhoor]1
Section 3. [1 - Le service de contrôle et l'audition]1
Art. 111/18. [2 § 1.]2 [1 Er wordt een controledienst opgericht die kennisneemt van de dossiers die hem worden bezorgd. Die controledienst is een onafhankelijke en neutrale dienst.
   De controledienst oefent zijn taken onpartijdig uit en de controletaak wordt gescheiden van de bemiddelings-, begeleidings- en opleidingstaken van de VDAB. De medewerkers van de controledienst vermijden ieder reëel en vermeend belangenconflict. Telkens als een verdenking zou kunnen ontstaan op dat vlak, moet de medewerker zich laten vervangen.
   De controledienst is bovendien onafhankelijk, hetgeen betekent dat de medewerkers van de VDAB die met de controletaak zijn belast, niet mogen worden beïnvloed bij het nemen van hun beslissingen en zich alleen mogen laten leiden door objectieve overwegingen en feiten. Onafhankelijkheid in de adviesfunctie, vermeld in artikel 111/20, wil zeggen dat de controledienst alle belangen en standpunten in overweging neemt en als adviseur volledig losstaat van de belangen van enige partij.]1

  [2 § 2. De personeelsleden van de controledienst die bevoegd zijn om sancties op te leggen overeenkomstig de bepalingen van dit besluit, worden aangewezen door de gedelegeerd bestuurder van de VDAB.]2
  
Art. 111/18. [2 § 1.]2 [1 Il est créé un service de contrôle qui prend connaissance des dossiers qui lui sont transmis. Ce service de contrôle est un service indépendant et neutre.
   Le service de contrôle exerce ses missions de manière impartiale, et la mission de contrôle est séparée des missions de médiation, d'accompagnement et de formation du VDAB. Les collaborateurs du service de contrôle évitent tout conflit d'intérêts réel et prétendu. Chaque fois qu'un soupçon pourrait émerger à ce niveau, le collaborateur doit se faire remplacer.
   En outre, le service de contrôle est indépendant, ce qui signifie que les collaborateurs du VDAB qui sont chargés de la mission de contrôle, ne peuvent pas être influencés lors de la prise de leurs décisions, et ne peuvent se laisser guider que par des considérations et des faits objectifs. L'indépendance dans la fonction de conseil, visée à l'article 111/20, implique que le service de contrôle prend en considération tous les intérêts et positions, et qu'il est indépendant, en tant que conseiller, des intérêts d'une partie quelconque.]1

  [2 § 2. Les membres du personnel du service de contrôle compétents pour imposer des sanctions conformément aux dispositions du présent arrêté sont désignés par l'administrateur délégué du VDAB.]2
  
Art. 111/19. [1 [2 De dossiers die de controledienst ontvangt, worden eerst beoordeeld op de ontvankelijkheid ervan]2. Als het dossier ontvankelijk is, wordt de verplicht ingeschreven werkzoekende uitgenodigd om gehoord te worden over de feiten die aan de grondslag liggen van de reden waarom het dossier is doorgestuurd naar de controledienst, en over zijn verweermiddelen.]1
  
Art. 111/19. [1 [2 Les dossiers reçus par le service de contrôle sont préalablement évalués quant à leur recevabilité]2. Si le dossier est recevable, le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est invité à être entendu sur les faits qui sont à la base de la raison de transmission du dossier au service de contrôle, et sur ses moyens de défense.]1
  
Art. 111/20. [1 De controledienst kan ook, als de bemiddelaar daarom verzoekt, een niet-bindend, onafhankelijk en neutraal advies verstrekken over de toepassing van deze titel. Dat advies kan geen gevolgen hebben voor de werkloosheids- of inschakelingsuitkering van de verplicht ingeschreven werkzoekende.]1
  
Art. 111/20. [1 Si le médiateur le demande, le service de contrôle peut également émettre un avis non contraignant, indépendant et neutre sur l'application de ce titre. Cet avis ne peut pas avoir des conséquences pour l'allocation de chômage ou d'insertion du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement.]1
  
Art. 111/21. [1 § 1. [3 Het verhoor, vermeld in artikel 111/19, vindt op zijn vroegst plaats de eenentwintigste dag na de verzending van de uitnodiging, tenzij anders is overeengekomen tussen de verplicht ingeschreven werkzoekende en de controledienst. De uitnodiging wordt verstuurd met een brief die de reden, de dag, het uur en de plaats van het verhoor vermeldt, en ook de mogelijkheid om niet te verschijnen, maar schriftelijk verweermiddelen naar voren te brengen. De controledienst brengt de verplicht ingeschreven werkzoekende op de hoogte van zijn rechten en plichten en bezorgt hem de informatie, vermeld in artikel 111/22, § 2, eerste lid, 2° en 3°. Het verhoor kan uitgesteld worden conform paragraaf 2, maar vindt uiterlijk plaats zes maanden nadat de controledienst het dossier heeft ontvangen. Als het een laatste uitnodiging voor verhoor betreft, vermeldt de uitnodiging dat]3.
   Als de verplicht ingeschreven werkzoekende wil gebruikmaken van het schriftelijke verweer, moet de bevoegde regionale afdeling van de controledienst, behoudens in geval van overmacht, dat verweer ontvangen uiterlijk de werkdag die voorafgaat aan de werkdag waarop de verplicht ingeschreven werkzoekende voor het verhoor is uitgenodigd.
  [3 ...]3
   § 2. [3 Als de verplicht ingeschreven werkzoekende de dag waarop hij uitgenodigd is, verhinderd is, kan hij met een gemotiveerd verzoek vragen dat het verhoor verdaagd wordt. De controledienst beslist over dat verzoek en legt in voorkomend geval een nieuwe datum voor het verhoor vast. Behalve in geval van overmacht wordt het uitstel maar één keer verleend]3. De bevoegde regionale afdeling van de controledienst moet, behoudens in geval van overmacht, het verzoek tot uitstel uiterlijk ontvangen de zevende dag nadat de uitnodiging verzonden is.
   § 3. De verplicht ingeschreven werkzoekende heeft de mogelijkheid om zich op het verhoor te laten bijstaan door een persoon naar keuze of om zich te laten vertegenwoordigen door een advocaat, een afgevaardigde van een werknemersorganisatie of zijn voorlopige bewindvoerder.
   § 4. Als de verplicht ingeschreven werkzoekende niet aanwezig is op het verhoor, noch in persoon noch door vertegenwoordiging, of geen schriftelijk verweer indient en als hij geen uitstel van het verhoor heeft [3 gekregen]3, neemt [4 het personeelslid van de controledienst dat conform artikel 111/18, § 2, wordt aangewezen]4 een beslissing bij verstek.]1

  
Art. 111/21. [1 § 1er.[3 L'audition, visée à l'article 111/19, a lieu au plus tôt le 21e jour après l'envoi de l'invitation, sauf accord contraire entre le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement et le service de contrôle. L'invitation est envoyée par lettre mentionnant la raison, le jour, l'heure et l'endroit de l'audition, ainsi que la possibilité de ne pas comparaître mais de présenter ses moyens de défense par écrit. Le service de contrôle informe le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement de ses droits et obligations et lui transmet les informations visées à l'article 111/22, § 2, alinéa 1er, 2° et 3°. L'audition peut être reportée conformément au paragraphe 2, mais elle doit avoir lieu au plus tard six mois après la réception du dossier par le service de contrôle. S'il s'agit d'une dernière invitation à l'audition, l'invitation le précise]3.
   Lorsque le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement souhaite mener une défense écrite, la division régionale compétente du service de contrôle doit recevoir cette défense, sauf en cas de force majeure, au plus tard le jour ouvrable précédant le jour ouvrable auquel le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est invité à l'audition.
  [3 ...]3
   § 2. [3 Lorsque le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est empêché le jour auquel il est invité, il peut demander un report de l'audition au moyen d'une demande motivée. Le service de contrôle statue sur cette demande et, le cas échéant, fixe une nouvelle date pour l'audition. Sauf en cas de force majeure, le report ne peut être octroyé qu'une seule fois]3. Sauf en cas de force majeure, la division régionale compétente du service de contrôle doit recevoir la demande de report au plus tard le 7ème jour après l'envoi de l'invitation.
   § 3. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement a la possibilité de se faire assister à l'audition par une personne de son choix, ou de se faire représenter par un avocat, un délégué d'une organisation de travailleurs ou son administrateur provisoire.
   § 4. Lorsque le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement n'est pas présent à l'audition, ni en personne ni par représentation, ou n'introduit pas de défense écrite et qu'il n'a pas [3 obtenu ]3 de report de l'audition, [4 le membre du personnel du service de contrôle désigné conformément à l'article 111/18, § 2,]4 prend une décision par défaut.]1

  
Art. 111/22. [1 § 1. [3 De personeelsleden van de controledienst die conform artikel 111/18, § 2, worden aangewezen, beslissen over de schorsing, vermindering of uitsluiting van het recht op werkloosheids- of inschakelingsuitkeringen. Die personeelsleden van de controledienst kunnen ook een verwittiging geven]3.
   § 2. [3 De personeelsleden van de controledienst die conform artikel 111/18, § 2, van dit besluit zijn aangewezen, houden, als die informatie ter beschikking is uiterlijk op het moment van het verhoor, rekening met al de volgende elementen:
   1° de informatie, die de verplicht ingeschreven werkzoekende bezorgde;
   2° de informatie, die de bemiddelaar bezorgde. Hieronder vallen het dossier dat de bemiddelaar heeft bezorgd aan de controledienst, de beoordelingen en de evaluaties die de bemiddelaar heeft opgemaakt conform afdeling 2;
   3° de informatie, die de partnerorganisaties bezorgden;
   4° voor de toepassing van artikel 52bis, § 2, tweede lid, van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, de beslissingen die zijn genomen binnen een periode van twaalf maanden vóór de personeelsleden van de controledienst die conform artikel 111/18, § 2, van dit besluit zijn aangewezen, een beslissing hebben genomen;
   5° voor de toepassing van artikel 58/9, § 4, van het voormelde koninklijk besluit, de informatie die van de RVA komt, met inbegrip van sancties die de RVA of de diensten van de andere gewesten die bevoegd zijn voor de controle op de beschikbaarheid, hebben opgelegd, als die sancties zijn opgelegd binnen een periode van vierentwintig maanden vóór de personeelsleden van de controledienst die conform artikel 111/18, § 2, van dit besluit zijn aangewezen, een beslissing hebben genomen]3
.
   De controledienst heeft het recht om alle relevante informatie op te vragen ter verduidelijking van de dossiers die hem worden bezorgd,[2 bij elke persoon of organisatie]2 die relevante informatie over de dossiers kunnen bezitten. Bij een vermoeden van het gebruik van vervalste stukken zal de controledienst de RVA hiervan op de hoogte stellen.]1

  [2 § 3. De controledienst onderwerpt de verplicht ingeschreven werkzoekende aan een medisch onderzoek als vermeld in artikel 111/7, § 3. Uiterlijk op de datum die is vastgelegd voor het verhoor, werpt de verplicht ingeschreven werkzoekende zijn ongeschiktheid op.]2
  
Art. 111/22. [1 § 1er. [3 Les membres du personnel du service de contrôle désignés conformément à l'article 111/18, § 2, décident de la suspension, de la réduction ou de l'exclusion du droit aux allocations de chômage ou d'insertion. Les membres du personnel du service de contrôle peuvent également donner un avertissement]3.
   § 2. [3 Dans la mesure où ces informations sont disponibles au plus tard au moment de l'audition, les membres du personnel du service de contrôle désignés conformément à l'article 111/18, § 2, du présent arrêté, tiennent compte de l'ensemble des éléments suivants :
   1° les informations fournies par le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ;
   2° les informations fournies par le médiateur. Ces informations comprennent le dossier que le médiateur a fourni au service de contrôle, les appréciations et les évaluations établies par le médiateur conformément à la section 2 ;
   3° les informations fournies par les organisations partenaires ;
   4° pour l'application de l'article 52bis, § 2, alinéa 2, de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage, les décisions prises dans une période de douze mois qui précède la prise de décision par les membres du personnel du service de contrôle conformément à l'article 111/18, § 2, du présent arrêté ;
   5° pour l'application de l'article 58/9, § 4, de l'arrêté royal précité, les informations provenant de l'ONEM, y compris les sanctions imposées par l'ONEM ou les services des autres régions compétents pour le contrôle de la disponibilité, si ces sanctions ont été imposées dans une période de vingt-quatre mois qui précède la prise de décision par les membres du personnel du service de contrôle désignés conformément à l'article 111/18, § 2, du présent arrêté]3
.
   Le service de contrôle a le droit de demander toutes les informations pertinentes afin de clarifier les dossiers qui lui sont transmis, [2 auprès de toute personne ou organisation]2 pouvant disposer d'informations pertinentes relatives aux dossiers. En cas de présomption d'utilisation de documents faux, le service de contrôle en informera l'Onem.]1

  [2 § 3. Le service de contrôle soumet le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement à un examen médical, tel que visé à l'article 111/7, § 3. Au plus tard à la date fixée pour l'audition, le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement fait valoir son incapacité.]2
  
Art. 111/23. [1 § 1. [2 De [3 beslissing van het personeelslid van de controledienst dat conform artikel 111/18, § 2, is aangewezen]3 wordt schriftelijk meegedeeld aan de verplicht ingeschreven werkzoekende binnen veertien kalenderdagen na de geplande datum van het verhoor. De voormelde termijn wordt opgeschort voor de duur van eventuele onderzoeks- of opsporingshandelingen van de controledienst. In voorkomend geval wordt de verplicht ingeschreven werkzoekende geïnformeerd over de opschorting. Als de beslissing invloed heeft op het recht op uitkeringen, wordt ze meegedeeld aan de RVA ter uitvoering]2.
   De gemotiveerde beslissing die bezorgd wordt aan de werkzoekende, vermeldt onder meer de beroepsmogelijkheid, de bevoegde rechtbank, de termijn waarin en de wijze waarop het beroep moet worden ingesteld.
   § 2. Als een beroep bij de arbeidsrechtbank wordt ingesteld tegen een [3 beslissing van het personeelslid van de controledienst dat conform artikel 111/18, § 2, is aangewezen]3, brengt de VDAB de RVA daarvan op de hoogte.]1

  
Art. 111/23. [1 § 1er. [2 La [3 décision du membre du personnel du service de contrôle désigné conformément à l'article 111/18, § 2]3 est communiquée par écrit au demandeur d'emploi inscrit obligatoirement dans les 14 jours calendaires après la date prévue de l'audition. La période susmentionnée est suspendue pendant la durée d'un éventuel travail d'enquête ou de recherche effectué par le service de contrôle. Le cas échéant, le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est informé de la suspension. Lorsque la décision a un effet sur le droit aux allocations, elle est communiquée à l'Onem en vue de son exécution]2.
   La décision motivée transmise au demandeur d'emploi mentionne entre autres la possibilité de recours, le tribunal compétent, le délai et le mode d'introduction du recours.
   § 2. Lorsqu'un recours est introduit auprès du tribunal du travail contre une [3 décision du membre du personnel du service de contrôle désigné conformément à l'article 111/18, § 2]3, le VDAB en informe l'Onem.]1

  
Afdeling 4. [1 - Herzieningsprocedure]1
Section 4. [1 - Procédure de révision]1
Art. 111/24. [1 [3 Met behoud van de toepassing van de wettelijke en reglementaire bepalingen over verjaring kunnen de personeelsleden van de controledienst die conform artikel 111/18, § 2, zijn aangewezen, in al de volgende gevallen de beslissing, vermeld in artikel 111/22, herzien binnen de termijn om een beroep bij het bevoegde rechtscollege in te stellen of, als het beroep al is ingesteld, tot de sluiting van de debatten:
   1° er wordt vastgesteld dat de beslissing van het personeelslid van de controledienst dat artikel 111/18, § 2 is aangewezen, is aangetast door een juridische of materiële vergissing;
   2° op de datum waarop de beslissing is ingegaan, is het recht door een wettelijke of reglementaire bepaling gewijzigd;
   3° er wordt een nieuw feit of nieuw bewijsmateriaal ingeroepen dat een weerslag heeft op de rechten van de verzoeker;
   4° er wordt vastgesteld dat de beslissing van het personeelslid van de controledienst dat conform artikel 111/18, § 2, is aangewezen, is aangetast doordat de verplicht ingeschreven werkzoekende onjuiste of onvolledige verklaringen heeft afgelegd, een vereiste aangifte niet heeft gedaan of te laat heeft gedaan, onjuiste of vervalste stukken heeft voorgelegd of onregelmatigheden heeft begaan.
   In afwijking van het eerste lid, 1°, kunnen de personeelsleden van de controledienst die conform artikel 111/18, § 2, zijn aangewezen, bij een juridische of materiële vergissing door de VDAB de beslissing vermeld in artikel 111/22, herzien binnen de wettelijke en reglementaire verjaringstermijnen]3
.
   De nieuwe beslissing heeft uitwerking op de datum waarop de verbeterde beslissing had moeten ingaan, met behoud van de toepassing van de wettelijke en reglementaire bepalingen over verjaring. Die beslissing wordt aan de RVA meegedeeld.]1

  
Art. 111/24. [1 [3 Sans préjudice de l'application des dispositions légales et réglementaires en matière de prescription, dans tous les cas suivants, les membres du personnel du service de contrôle désignés conformément à l'article 111/18, § 2, peuvent réexaminer la décision visée à l'article 111/22, dans le délai de recours devant la juridiction compétente ou, si le recours a déjà été introduit, jusqu'à la clôture des débats :
   1° il est constaté que la décision du membre du personnel du service de contrôle désigné à l'article 111/18, § 2, a été affectée par une erreur juridique ou matérielle ;
   2° à la date de prise de cours de la décision, le droit a été modifié par une disposition légale ou réglementaire ;
   3° un fait nouveau ou des éléments de preuve nouveaux ayant une incidence sur les droits du demandeur sont invoqués ;
   4° il est établi que la décision du membre du personnel du service de contrôle désigné conformément à l'article 111/18, § 2, a été affectée par le fait que le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement a fait des déclarations inexactes ou incomplètes, n'a pas procédé, ou tardivement, à une déclaration requise, a présenté des documents inexacts ou falsifiés ou a commis des irrégularités.
   Par dérogation à l'alinéa 1er, 1°, en cas d'erreur juridique ou matérielle commise par le VDAB, les membres du personnel du service de contrôle désignés conformément à l'article 111/18, § 2, peuvent réexaminer la décision visée à l'article 111/22 dans les délais de prescription légaux et réglementaires]3
.
   La nouvelle décision produit ses effets à la date à laquelle la décision corrigée aurait dû prendre effet, sans préjudice des dispositions légales et réglementaires relatives à la prescription. Cette décision est communiquée à l'Onem.]1

  
Art. 111/25. [1 Als tegen de [2 beslissing van het personeelslid van de controledienst dat conform artikel 111/18, § 2, is aangewezen,]2 beroep is ingesteld, en die beslissing wordt herzien met toepassing van deze afdeling, wordt de herziening aan het bevoegde arbeidsgerecht meegedeeld. De controledienst brengt het bevoegde arbeidsgerecht op de hoogte van de nieuwe beslissing als ze een weerslag kan hebben op het geding.]1
  
Art. 111/25. [1 Lorsqu'un recours est introduit contre la [2 décision du membre du personnel du service de contrôle désigné conformément à l'article 111/18, § 2]2, et cette décision est révisée en application de la présente section, la révision est communiquée au tribunal du travail compétent. Le service de contrôle informe le tribunal du travail compétent de la nouvelle décision si elle peut avoir un impact sur la cause.]1
  
Afdeling 5. [1 - Controle van beschikbaarheid tijdens outplacementbegeleiding]1
Section 5. [1 - Contrôle de la disponibilité pendant l'accompagnement de l'outplacement]1
Art. 111/26. [1 Het dossier van de verplicht ingeschreven werkzoekende wordt bezorgd aan de controledienst als:
   1° een werknemer weigert mee te werken aan of in te gaan op een aanbod van outplacementbegeleiding, als dat aanbod reglementair verplicht is;
   2° een werknemer zich niet inschrijft of niet ingeschreven blijft als hij daartoe verplicht is, in overeenstemming met de termijnen, bepaald krachtens artikel 34 van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact, bij een tewerkstellingscel waaraan de werkgever deelneemt;
   3° een werknemer zijn werkgever niet schriftelijk in gebreke stelt als die laatste geen outplacementbegeleiding heeft aangeboden met toepassing van artikel 13 van de wet van 5 september 2001 tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers, binnen de termijnen en conform de procedure, vermeld in cao nr. 82, gesloten in de Nationale Arbeidsraad op 10 juli 2002;
   4° een werknemer weigert mee te werken aan of in te gaan op een aanbod van outplacementbegeleiding dat georganiseerd wordt door een tewerkstellingscel waaraan de werkgever deelneemt.
   De verplicht ingeschreven werkzoekende die zich op een medische reden beroept om de situaties, vermeld in het eerste lid, 1°, 2° en 4°, te rechtvaardigen, kan onderworpen worden aan een medisch onderzoek. De medische onderzoeken worden uitgevoerd door de artsen die door de VDAB zijn aangesteld. De verplicht ingeschreven werkzoekende mag zich laten bijstaan door zijn behandelende arts.
   Als de medische reden waarop de verplicht ingeschreven werkzoekende zich beroept om de situaties, vermeld in het eerste lid, 1°, 2° en 4°, te rechtvaardigen niet voldoende wordt geacht, wordt zijn dossier bezorgd aan de controledienst.]1

  
Art. 111/26. [1 Le dossier du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est transmis au service de contrôle si :
   1° un travailleur refuse de collaborer à ou d'accepter une offre d'accompagnement de l'outplacement, si cette offre est réglementairement obligatoire ;
   2° un travailleur ne s'inscrit pas ou reste non-inscrit s'il y est obligé, conformément aux délais fixés en vertu de l'article 34 de la loi du 23 décembre 2005 relative au pacte de solidarité entre les générations, auprès d'une cellule pour l'emploi à laquelle l'employeur participe ;
   3° un travailleur ne met pas en demeure son employeur par écrit si ce dernier n'a pas offert d'accompagnement de l'outplacement en application de l'article 13 de la loi du 5 septembre 2001 visant à améliorer le taux d'emploi des travailleurs, dans les délais et conformément à la procédure, visés à la CCT n° 82, conclue au sein du Conseil national du Travail du 10 juillet 2002 ;
   4° un travailleur refuse de collaborer à ou d'accepter une offre d'accompagnement de l'outplacement organisée par une cellule pour l'emploi à laquelle l'employeur participe.
   Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement qui invoque une raison médicale pour justifier les situations visées aux alinéas 1er, 1°, 2° et 4°, peut être soumis à un examen médical. Les examens médicaux sont effectués par les médecins désignés par le VDAB. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement peut se faire assister par son médecin traitant.
   Si la raison médicale invoquée par le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement pour justifier les situations visées à l'alinéa 1er, 1°, 2° et 4°, est considérée insuffisante, son dossier est transmis au service de contrôle.]1

  
Afdeling 6. [1 - Jonge verplicht ingeschreven werkzoekende in beroepsinschakelingstijd]1
Section 6. [1 - Jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement en stage d'insertion professionnelle]1
Art. 111/27. [1 § 1. In deze afdeling wordt onder jonge verplicht ingeschreven werkzoekende verstaan de verplicht ingeschreven werkzoekende die is ingeschreven met het oog op het verkrijgen van inschakelingsuitkeringen en die voldoet aan de voorwaarden inzake leeftijd en studies, vermeld in artikel 36 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering.
   § 2. Bij zijn eerste inschrijving als werkzoekende in het kader van de beroepsinschakelingstijd wordt de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende er schriftelijk van op de hoogte gebracht:
   1° [2 dat hij zelf voldoende werkzoekgedrag moet vertonen door zich te integreren op de arbeidsmarkt,]2 enerzijds door actief een betrekking te zoeken tijdens zijn werkloosheid en anderzijds door mee te werken aan de acties en afspraken die hem door de VDAB worden voorgesteld;
   2° [3 dat diens werkzoekgedrag door de VDAB beoordeeld wordt binnen de voorwaarden, vermeld in het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering;]3
   3° dat hij op het einde van de beroepsinschakelingstijd toegelaten kan worden tot het recht op inschakelingsuitkeringen als hij voldoet aan de voorwaarden, vermeld in deze afdeling en aan de vereisten gesteld in het voormelde koninklijk besluit van 25 november 1991.
   De jonge verplicht ingeschreven werkzoekende wordt ook op de hoogte gebracht van het verdere verloop van de opvolgingsprocedure van het [2 ...]2 werkzoekgedrag en van de eventuele gevolgen.
   § 3. [3 De jonge verplicht ingeschreven werkzoekenden worden gedurende hun beroepsinschakelingstijd minstens twee keer uitgenodigd voor een gesprek op een fysieke locatie bij een bemiddelaar met het oog op de beoordeling van hun werkzoekgedrag.]3
   § 4. In afwijking van paragraaf 3 zal de VDAB geen uitnodiging sturen naar de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende die over een geldige reden beschikt waardoor hij niet beschikbaar is voor een gesprek.
   Een nieuwe uitnodiging wordt op zijn vroegst gestuurd als de gebeurtenis die een geldige reden is als vermeld in het eerste lid, is afgelopen.
   § 5. Er zal ook geen uitnodiging gestuurd worden naar de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende als de bemiddelaar op basis van het dossier over genoeg elementen beschikt die tot een positieve beoordeling leiden.]1

  
Art. 111/27. [1 § 1er. Dans la présente section, on entend par jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement qui est inscrit en vue de l'obtention d'allocations d'insertion et qui répond aux conditions en matière d'âge et d'études, visées à l'article 36 de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage.
   § 2. Lors de sa première inscription comme demandeur d'emploi dans le cadre du stage d'insertion professionnelle, le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est informé par écrit :
   1° [2 qu'il doit lui-même faire preuve d'un comportement de recherche d'emploi suffisant en s'intégrant sur le marché de l'emploi, ]2, d'une part en recherchant activement un emploi lors de son chômage, et d'autre part en collaborant aux actions et accords qui lui sont proposés par le VDAB ;
   2° [3 que ses démarches de recherche d'emploi sont évaluées par le VDAB dans les conditions visées dans l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage ; ]3
   3° qu'il peut être admis au droit aux allocations d'insertion à la fin du stage d'insertion professionnelle s'il répond aux conditions, visées à la présente section, et aux exigences fixées à l'arrêté royal précité du 25 novembre 1991.
   Le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est également informé du déroulement ultérieur de la procédure de suivi du comportement de recherche [2 ...]2 et des conséquences éventuelles.
   § 3. [3 Les jeunes demandeurs d'emploi inscrits obligatoirement sont invités au moins deux fois au cours de leur période de stage d'insertion professionnelle à un entretien dans un lieu physique avec un médiateur afin d'évaluer leurs démarches de recherche d'emploi. ]3
   § 4. Par dérogation au § 3, le VDAB n'enverra pas d'invitation au jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement qui dispose d'une raison valable pour son indisponibilité pour un entretien.
   Une nouvelle invitation est envoyée au plus tôt quand l'événement qui est une raison valable telle que visée à l'alinéa 1er, s'est terminé.
   § 5. Le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ne recevra pas non plus d'invitation si, sur la base du dossier, le médiateur dispose de suffisamment d'éléments aboutissant à une évaluation positive.]1

  
Art. 111/28. [1 De jonge verplicht ingeschreven werkzoekende moet aanwezig zijn op de gesprekken, vermeld in artikel 111/27. [2 Als de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende zich niet aanmeldt op die gesprekken, krijgt hij een nieuwe aangetekende uitnodiging voor een gesprek op een fysieke locatie]2. Als hij niet ingaat op de nieuwe aangetekende uitnodiging, wordt zijn dossier bezorgd aan de controledienst.]1
  
Art. 111/28. [1 [2 Lorsque le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ne se présente pas à ces entretiens, il reçoit une nouvelle invitation recommandée à un entretien dans un lieu physique]2. S'il ne répond pas à la nouvelle invitation recommandée, son dossier est transmis au service de contrôle.]1
  
Art. 111/29. [1 § 1. Tijdens het gesprek, vermeld in artikel 111/27, § 3, beoordeelt de VDAB het werkzoekgedrag van de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende op basis van:
   1° de volgende inlichtingen waarover de VDAB al beschikt in verband met de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende:
   a) de overeengekomen acties en afspraken;
   b) de tewerkstellingsperiodes;
   c) de ziekteperiodes;
   d) de inlichtingen van de RVA;
   e) andere relevante gegevens;
   2° de inlichtingen van de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende zelf over de stappen die hij gezet heeft om werk te zoeken.
   De inlichtingen, vermeld in het eerste lid, worden tijdens het gesprek aan de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende meegedeeld. In geval van twijfel over de juistheid van de informatie die de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende meedeelt, kan de VDAB de verklaringen en documenten die de verplicht ingeschreven werkzoekende voorlegt, verifiëren.
   § 2. Bij de beoordeling van de inspanningen die de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende heeft geleverd, houdt de VDAB rekening met:
   1° zijn competenties;
   2° zijn leeftijd;
   3° zijn opleidingsniveau;
   4° zijn verplaatsingsmogelijkheden;
   5° zijn fysieke en mentale capaciteiten;
   6° de toestand van de arbeidsmarkt in de subregio waar de verplicht ingeschreven werkzoekende zijn hoofdverblijfplaats heeft. Onder subregio wordt verstaan het gebied waarin inwoners van dezelfde gemeente als de verplicht ingeschreven werkzoekende en van de aangrenzende gemeenten zich verplaatsen om te gaan werken;
   7° zijn sociale en familiale situatie;
   8° andere relevante gegevens.
   § 3. [5 In geval van een positieve beoordeling informeert de VDAB de jonge verplicht ingeschreven werkzoekenden schriftelijk daarover uiterlijk veertien dagen na het gesprek, vermeld in artikel 111/27, § 3. Als het gaat om de eerste beoordeling tijdens de beroepsinschakelingstijd, worden de jonge verplicht ingeschreven werkzoekenden er ook van op de hoogte gebracht dat ze opgeroepen zullen worden voor een nieuwe beoordeling in de loop van de beroepsinschakelingstijd.
   De jonge verplicht ingeschreven werkzoekenden worden ervan op de hoogte gebracht dat het recht op inschakelingsuitkeringen kan worden geopend als ze een tweede al dan niet opeenvolgende positieve beoordeling van hun werkzoekgedrag krijgen, op voorwaarde ze voldoen aan de andere voorwaarden, vermeld in het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering.]5

   § 4. Als de bemiddelaar geen positieve beoordeling geeft, bezorgt hij het dossier aan de controledienst, samen met zijn advies.[3 [4 De dossiers worden eerst beoordeeld op de ontvankelijkheid ervan]4. Als het dossier ontvankelijk is, wordt de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende uitgenodigd om gehoord te worden over de feiten die aan de grondslag liggen van de reden waarom het dossier is doorgestuurd naar de controledienst, en over zijn verweermiddelen]3.
  [3 Het verhoor vindt op zijn vroegst plaats de eenentwintigste dag na de verzending van de uitnodiging, tenzij anders is overeengekomen tussen de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende en de controledienst. De uitnodiging wordt verstuurd met een brief die de reden, de dag, het uur en de plaats van het verhoor vermeldt. De controledienst brengt de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende op de hoogte van zijn rechten en plichten. Het verhoor kan uitgesteld worden conform het derde lid, maar vindt uiterlijk plaats zes maanden nadat de controledienst het dossier heeft ontvangen. Als het een laatste uitnodiging voor verhoor betreft, vermeldt de uitnodiging dat]3.
  [3 Als de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende de dag waarop hij uitgenodigd is, verhinderd is, kan hij met een gemotiveerd verzoek vragen dat het verhoor verdaagd wordt. De controledienst beslist over dat verzoek en legt in voorkomend geval een nieuwe datum voor het verhoor vast. Behalve in geval van overmacht wordt het uitstel maar één keer verleend]3. De controledienst moet het verzoek tot uitstel uiterlijk ontvangen binnen zeven dagen nadat de uitnodiging verzonden is, behoudens in geval van overmacht.
   De jonge verplicht ingeschreven werkzoekende heeft de mogelijkheid om zich op het verhoor te laten bijstaan door een persoon naar keuze of om zich te laten vertegenwoordigen door een advocaat, een afgevaardigde van een werknemersorganisatie of zijn voorlopige bewindvoerder.[3 Als de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende niet aanwezig is op het verhoor, noch in persoon, noch door vertegenwoordiging, en hij geen uitstel van het verhoor heeft gekregen, neemt [4 een personeelslid van de controledienst dat conform artikel 111/18, § 2, is aangewezen]4 een beslissing bij verstek]3.
   § 5. [3 [4 Het personeelslid van de controledienst dat conform artikel 111/18, § 2 is aangewezen]4 geeft het dossier een positieve of negatieve beoordeling. [4 Het personeelslid van de controledienst dat conform artikel 111/18, § 2 is aangewezen]4 kan een negatieve beoordeling uitspreken als :]3
   1° de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende niet ingaat op de uitnodiging, vermeld in artikel 111/28;
   2° de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende niet aanwezig is, noch in persoon noch door vertegenwoordiging, op het verhoor, vermeld in paragraaf 4;
   3° de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende tijdens het verhoor niet kan aantonen dat hij zich voldoende integreert op de arbeidsmarkt.
   § 6. [5 De beslissing van de controledienst wordt schriftelijk meegedeeld aan de jonge verplicht ingeschreven werkzoekenden binnen veertien dagen na de geplande datum van het verhoor, vermeld in paragraaf 4.
   De termijn, vermeld in het eerste lid, wordt opgeschort tijdens de duurtijd van eventuele verdere onderzoeks- of opsporingshandelingen van de controledienst. In voorkomend geval worden de jonge verplicht ingeschreven werkzoekenden geïnformeerd over de opschorting. De beslissing die bezorgd wordt aan de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende, bevat al de volgende elementen:
   1° de motivering overeenkomstig artikel 2 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen;
   2° de beroepsmogelijkheid;
   3° de bevoegde rechtbank;
   4° de termijn waarin en de wijze waarop beroep kan worden ingesteld.
   Als het gaat om de eerste beoordeling tijdens de beroepsinschakelingstijd, worden de jonge verplicht ingeschreven werkzoekenden er ook van op de hoogte gebracht dat ze opgeroepen zullen worden voor een nieuwe beoordeling in de loop van de beroepsinschakelingstijd.
   De jonge verplicht ingeschreven werkzoekenden worden er verder van op de hoogte gebracht dat ze als gevolg van de negatieve beoordeling voor een nieuwe beoordeling van hun werkzoekgedrag worden opgeroepen in de loop van de drie maanden die volgen op het vorige gesprek.]5

  
Art. 111/29. [1 § 1er. Pendant l'entretien, visé à l'article 111/27, § 3, le VDAB évalue le comportement de recherche du jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement sur la base des :
   1° informations suivantes dont le VDAB dispose déjà concernant le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement :
   a) les actions et accords convenus ;
   b) les périodes d'emploi ;
   c) les périodes de maladie ;
   d) les informations de l'Onem ;
   e) d'autres informations pertinentes ;
   2° informations fournies par le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement lui-même sur les démarches qu'il a entreprises pour chercher un emploi.
   Les informations, visées à l'alinéa 1er, sont communiquées au jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement pendant l'entretien. En cas de doute sur l'exactitude des informations communiquées par le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement, le VDAB peut vérifier les déclarations et documents présentés par le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement.
   § 2. Lors de l'évaluation des efforts fournis par le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement, le médiateur tient compte :
   1° de ses compétences ;
   2° de son âge ;
   3° de son niveau de formation ;
   4° de sa mobilité ;
   5° de ses capacités physiques et mentales ;
   6° de la situation du marché de l'emploi dans la sous-région où le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement a sa résidence principale. Par sous-région, on entend la région où les habitants de la même commune que le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement et des communes limitrophes se déplacent pour aller travailler ;
   7° de sa situation sociale et familiale ;
   8° d'autres informations pertinentes.
   § 3. [5 En cas d'évaluation positive, le VDAB informe par écrit les jeunes demandeurs d'emploi inscrits obligatoirement au plus tard 14 jours suivant l'entretien visé à l'article 111/27, § 3. Lors de la première évaluation au cours de la période de stage d'insertion professionnelle, les jeunes demandeurs d'emploi inscrits obligatoirement sont également informés qu'ils seront convoqués à une autre évaluation au cours de la période de stage d'insertion professionnelle .
   Les jeunes demandeurs d'emploi inscrits obligatoirement sont informés que le droit aux allocations d'insertion peut être ouvert s'ils obtiennent une seconde évaluation positive, successive ou non, de leurs démarches de recherche d'emploi, pour autant qu'ils remplissent les autres conditions visées dans l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage. ]5

   § 4. Lorsque le médiateur ne formule pas d'évaluation positive, il transmet le dossier et son avis au service de contrôle. [3 [4 Les dossiers sont d'abord évalués quant à leur recevabilité]4. Si le dossier est recevable, le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est invité à être entendu sur les faits qui sous-tendent la raison pour laquelle le dossier a été transmis au service de contrôle, et sur ses moyens de défense]3.
  [3 L'audition a lieu au plus tôt le 21e jour après l'envoi de l'invitation, sauf accord contraire entre le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement et le service de contrôle. L'invitation est envoyée par lettre mentionnant la raison, le jour, l'heure et l'endroit de l'audition. Le service de contrôle informe le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement de ses droits et obligations. L'audition peut être reportée conformément à l'alinéa 3, mais elle doit avoir lieu au plus tard six mois après la réception du dossier par le service de contrôle. S'il s'agit d'une dernière invitation à l'audition, l'invitation le précise]3.
  [3 Lorsque le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est empêché le jour auquel il est invité, il peut demander un report de l'audition au moyen d'une demande motivée. Le service de contrôle statue sur cette demande et, le cas échéant, fixe une nouvelle date pour l'audition. Sauf en cas de force majeure, le report ne peut être octroyé qu'une seule fois. ]3. Le service de contrôle doit recevoir la demande de report au plus tard dans les 7 jours après l'envoi de l'invitation, sauf en cas de force majeure.
   Le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement a la possibilité de se faire assister à l'audition par une personne de son choix, ou de se faire représenter par un avocat, un délégué d'une organisation de travailleurs ou son administrateur provisoire. [3 Lorsque le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement n'est pas présent à l'audition, ni en personne ni par représentation, et qu'il n'a pas obtenu de report de l'audition, [4 un membre du personnel du service de contrôle désigné conformément à l'article 111/18, § 2,]4 prend une décision par défaut]3.
   § 5. [3 [4 le membre du personnel du service de contrôle désigné conformément à l'article 111/18, § 2,]4 formule une évaluation positive ou négative au sujet du dossier. [4 Le membre du personnel du service de contrôle désigné conformément à l'article 111/18, § 2, ]4 peut formuler une évaluation négative si :]3
   1° le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ne répond pas à l'invitation, visée à l'article 111/28 ;
   2° le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement n'est pas présent, ni en personne ni par représentation, à l'audition visée au § 4 ;
   3° le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ne peut pas démontrer pendant l'audition qu'il s'intègre suffisamment sur le marché de l'emploi.
   § 6. [5 La décision du service de contrôle est communiquée par écrit aux jeunes demandeurs d'emploi inscrits obligatoirement dans les 14 jours suivant la date prévue de l'audition visée au paragraphe 4.
   Le délai visé à l'alinéa 1er, est suspendu pendant la durée des investigations et vérifications supplémentaires effectuées par le service de contrôle. Le cas échéant, les jeunes demandeurs d'emploi inscrits obligatoirement sont informés de la suspension. La décision communiquée au jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement contient l'ensemble des éléments suivants :
   1° la motivation, conformément à l'article 2 de la loi du 29 juillet 1991 relative à la motivation formelle des actes administratifs ;
   2° les possibilités de recours ;
   3° le tribunal compétent ;
   4° le délai et les modalités d'introduction de recours.
   Lors de la première évaluation au cours de la période de stage d'insertion professionnelle, les jeunes demandeurs d'emploi inscrits obligatoirement sont également informés qu'ils seront convoqués à une nouvelle évaluation au cours de la période de stage d'insertion professionnelle.
   Par ailleurs, les jeunes demandeurs d'emploi inscrits obligatoirement sont informés qu'à la suite de l'évaluation négative, ils seront convoqués à une nouvelle évaluation de leurs démarches de recherche d'emploi au cours des trois mois suivant l'entretien précédent.]5

  
Art. 111/30. [1 De VDAB brengt de RVA ervan op de hoogte als de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende een beoordeling van zijn werkzoekgedrag heeft gekregen.]1
  
Art. 111/30. [1 Le VDAB informe l'Onem lorsque le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement a obtenu une évaluation de son comportement de recherche.]1
  
HOOFDSTUK 2. [1 Vrijstellingen]1
CHAPITRE 2. [1 Dispenses]1
Afdeling 1. [1 Algemene principes bij vrijstellingen ]1
Section Ire. [1 Principes généraux du régime de dispense ]1
Art. 111/31. [1 De vrijstelling van beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt voor een studie, opleiding of stage die door VDAB wordt toegekend aan de verplicht ingeschreven werkzoekende die werkloosheids- of inschakelingsuitkeringen ontvangt, houdt in dat die werkzoekende niet hoeft in te gaan op een passend aanbod of passende dienstbetrekking, en dat hij zich niet langer moet integreren op de arbeidsmarkt voor de duurtijd van de vrijstelling.
Art. 111/31. [1 La dispense de disponibilité sur le marché de l'emploi accordée par le VDAB au demandeur d'emploi inscrit obligatoirement bénéficiant d'allocations de chômage ou d'insertion pour lui permettre de suivre des études, une formation ou un stage, implique que ce demandeur d'emploi peut refuser une offre convenable ou un emploi convenable proposé et que, pour la durée de la dispense, il n'est pas obligé de s'intégrer sur le marché de l'emploi.
Art. 111/32. [1 § 1. De verplicht ingeschreven werkzoekende die werkloosheids- of inschakelingsuitkeringen ontvangt, kan vrijgesteld worden gedurende de periode waarin hij een andere studie, opleiding of stage volgt dan die, vermeld in artikel 111/33 tot en met 111/38, als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
Art. 111/32. [1 § 1er. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement bénéficiant d'allocations de chômage ou d'insertion peut être dispensé pour la durée de ses études, sa formation ou son stage autre que ceux visés aux articles 111/33 à 111/38 si les conditions suivantes sont réunies :
Art. 111/33. [1 § 1. De verplicht ingeschreven werkzoekende die werkloosheids- of inschakelingsuitkeringen ontvangt en die met VDAB een opleidingsovereenkomst heeft gesloten van ten minste vier weken en gemiddeld ten minste twintig uur per week, wordt ambtshalve vrijgesteld voor de duur van de opleidingsovereenkomst, met een maximum van twaalf maanden.
Art. 111/33. [1 § 1er. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement bénéficiant d'allocations de chômage ou d'insertion et ayant conclu avec le VDAB un contrat de formation d'au moins quatre semaines et d'au moins 20 heures en moyenne par semaine, est dispensé d'office pour la durée du contrat de formation, avec un maximum de douze mois.
Art. 111/34. [1 De verplicht ingeschreven werkzoekende die werkloosheids- of inschakelingsuitkeringen ontvangt, wordt vrijgesteld gedurende de periode waarin hij een onderwijskwalificerende opleiding volgt in een onderwijsinstelling als vermeld in artikel 87, met een opleidingsovereenkomst die met VDAB werd afgesloten en met een maximumduur van twaalf maanden.
Art. 111/34. [1 Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement bénéficiaire d'allocations de chômage ou d'insertion est dispensé pour la durée de la formation qualifiante qu'il suit dans un établissement d'enseignement, tel que visé à l'article 87, sous les liens d'un contrat de formation conclu avec le VDAB. Cette formation ne peut dépasser une durée de douze mois.
Art. 111/35. [1 § 1. De verplicht ingeschreven werkzoekende die werkloosheids- of inschakelingsuitkeringen ontvangt, kan op zijn verzoek een vrijstelling verkrijgen voor de periode waarin hij studies van het secundair onderwijs volgt, als de volgende voorwaarden vervuld zijn:
Art. 111/35. [1 § 1er. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement bénéficiant d'allocations de chômage ou d'insertion peut obtenir à sa demande une dispense pour la période pendant laquelle il suit un enseignement secondaire si les conditions suivantes sont réunies :
Art. 111/36. [1 De verplicht ingeschreven werkzoekende die werkloosheids- of inschakelingsuitkeringen ontvangt, kan vrijgesteld worden gedurende de periode waarin hij een studie hoger onderwijs volgt, als al de volgende voorwaarden vervuld zijn:
Art. 111/36. [1 Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement qui perçoit des allocations de chômage ou d'insertion peut être dispensé pendant la période dans laquelle il suit un enseignement supérieur, si toutes les conditions suivantes ont été remplies :
Art. 111/37. [1 De verplicht ingeschreven werkzoekende die werkloosheids- of inschakelingsuitkeringen ontvangt, kan op zijn verzoek een vrijstelling verkrijgen voor de periode waarin hij een opleiding of het begeleidingstraject voor de vorming en opleiding in een zelfstandig beroep volgt, als de volgende voorwaarden vervuld zijn:
Art. 111/37. [1 Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement bénéficiant d'allocations de chômage ou d'insertion peut obtenir à sa demande une dispense pour la période pendant laquelle il suit une formation ou le parcours d'accompagnement pour les formations conduisant à une profession indépendante si les conditions suivantes sont réunies :
Art. 111/38. [1 De verplicht ingeschreven werkzoekende die werkloosheids- of inschakelingsuitkeringen ontvangt en die als kandidaat-ondernemer een overeenkomst sluit met een activiteitencoöperatie, kan voor de periode van die overeenkomst een vrijstelling verkrijgen. De vrijstelling wordt alleen toegekend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
Art. 111/38. [1 Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement qui perçoit des allocations de chômage ou d'insertion et qui conclut, comme candidat entrepreneur, une convention avec une coopérative d'activités, peut être obtenir une dispense pendant la période de cette convention. Une dispense n'est délivrée que lorsque les conditions suivantes sont réunies :
Afdeling 2. [1 Werkingsprincipes]1
Section 2. [1 Principes de fonctionnement ]1
Art. 111/39. [1 § 1. Met toepassing van afdeling 1 wordt de vrijstelling van dit hoofdstuk toegekend voor de duurtijd van de studie, opleiding of stage, met inbegrip van de daarin gelegen vakantieperiodes, evenwel beperkt tot twaalf maanden.
Art. 111/39. [1 § 1er. En application de la section 1re, la dispense du présent chapitre est accordée pour la durée des études, de la formation ou du stage, y compris les périodes de vacances, mais est limitée à douze mois.
Art. 111/40. [1 § 1. Als de verplicht ingeschreven werkzoekende niet langer voldoet aan de voorwaarden, vermeld in deze afdeling, wordt zijn vrijstelling stopgezet.
Art. 111/40. [1 § 1er. Si le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ne satisfait plus aux conditions de la présente section, sa dispense est annulée.
Art. 111/41. [1 Met behoud van de toepassing van de wettelijke en reglementaire bepalingen over verjaring kan VDAB de beslissing over het al dan niet geven van een vrijstelling met toepassing van dit hoofdstuk herzien als:
Art. 111/41. [1 . Sans préjudice des dispositions légales et réglementaires relatives à la prescription, le VDAB peut réviser sa décision sur l'octroi ou non d'une dispense par application du présent chapitre si :
Art. 111/42. [1 . Elke gemotiveerde beslissing van VDAB over de vrijstelling wordt meegedeeld aan de verplicht ingeschreven werkzoekende en vermeldt onder meer de beroepsmogelijkheid, de bevoegde rechtbank, de termijn waarin en de wijze waarop het beroep moet worden ingesteld.
Art. 111/42. [1 Toute décision motivée du VDAB sur la dispense est communiquée au demandeur d'emploi inscrit obligatoirement et mentionne entre autres la possibilité de recours, le tribunal compétent, le délai et le mode d'introduction du recours.
Art. 111/43. [1 § 1. Om volledig te zijn, moet het dossier alle stukken bevatten die dienstig zijn om een beslissing te nemen over de vrijstelling van beschikbaarheid voor het volgen van een studie, opleiding of stage.
Art. 111/43. [1 § 1er. Le dossier, pour qu'il soit complet, doit comprendre tous les documents utiles permettant de prendre une décision sur la dispense de l'obligation de disponibilité pour des raisons d'études, de participation à une formation ou à un stage.
TITEL IV. - Slotbepalingen
TITRE IV. - Dispositions finales
Art. 112. De volgende regelingen worden opgeheven :
  1° het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 1988 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008;
  2° het besluit van de Vlaamse Regering van 28 oktober 1992 tot uitvoering van artikel 87, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 1988 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 november 1994, 15 juli 2002 en 26 oktober 2007;
  3° het ministerieel besluit van 14 februari 1994 tot uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van artikel 89, § 4, 2°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 1988 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding.
Art. 112. Les règlements suivants sont abrogés :
  1° l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 décembre 1988 portant organisation de l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 juillet 2008;
  2° l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 octobre 1992 portant exécution de l'article 87, § 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 décembre 1988 portant organisation de l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 30 novembre 1994, 15 juillet 2002 et 26 octobre 2007;
  3° l'arrêté ministériel du 14 février 1994 portant exécution de l'arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'article 89, § 4, 2°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 décembre 1988 portant organisation de l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle.
Art. 113. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand volgend op de publicatie in het Belgisch Staatsblad.
Art. 113. Le présent arrêté entre en vigueur le premier jour du mois qui suit sa publication au Moniteur belge.
Art. 114. De Vlaamse minister, bevoegd voor het Tewerkstellingsbeleid, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de Beroepsomscholing en -Bijscholing, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 114. Le Ministre flamand qui a la Politique de l'Emploi dans ses attributions et le Ministre flamand qui a la Reconversion et le Recyclage professionnels dans ses attributions, sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.