Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
27 MAART 2009. - Decreet houdende wijziging van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, wat betreft de aanvulling met een regeling inzake erkenningen, en houdende wijziging van diverse andere wetten en decreten(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 04-05-2009 en tekstbijwerking tot 15-04-2013)
Titre
27 MARS 2009. - Décret modifiant le décret du 28 juin 1985 relatif à l'autorisation anti-pollution, en ce qui concerne le complément avec des règles en matière d'agréments et modifiant divers autres lois et décrets(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 04-05-2009 et mise à jour au 15-04-2013)
Documentinformatie
Numac: 2009035361
Datum: 2009-03-27
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2009035361
Date: 2009-03-27
Moniteur: Voir
Tekst (23)
Texte (23)
HOOFDSTUK I. - Inleidende bepaling
CHAPITRE Ier. - Disposition introductive
Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière régionale.
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning
CHAPITRE II. - Modifications au décret du 28 juin 1985 relatif à l'autorisation anti-pollution
Art. 2. In het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning wordt een hoofdstuk IIIbis, bestaande uit artikelen 22ter tot 22novies ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " HOOFDSTUK IIIbis. - Erkenningen
  Artikel 22ter. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de erkenningen, voorgeschreven bij of krachtens dit decreet.
  De bepalingen van dit hoofdstuk zijn eveneens van toepassing op de erkenningen, voorgeschreven bij of krachtens andere wetten en decreten, voor zover die wetten en decreten naar de toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk verwijzen.
  Artikel 22quater. § 1. Het uitoefenen van bepaalde functies, het verstrekken van opleidingen, het nemen van monsters en het uitvoeren van metingen, beproevingen en analyses door rechtspersonen of natuurlijke personen, kan afhankelijk worden gemaakt van het voorafgaand verkrijgen van een erkenning.
  § 2. De erkenningen worden op grond van hun aard in categorieën ingedeeld.
  § 3. De rechtspersonen of natuurlijke personen die in het bezit zijn van een bepaalde titel die door de Vlaamse overheid of door een door haar erkende organisatie is uitgereikt, krijgen een erkenning van rechtswege.
  § 4. Rechtspersonen of natuurlijke personen die in het bezit zijn van een bepaalde titel die in een andere Europese lidstaat of in België werd uitgereikt, door een andere overheid of organisatie dan de overheid of organisatie vermeld in § 3, en waarvan ten aanzien van een bepaalde erkenning voorafgaandelijk de gelijkwaardigheid werd vastgesteld, krijgen een erkenning van rechtswege.
  § 5. In afwijking van § 1 kan, bij een tijdelijke en incidentele uitoefening van de erkenningsplichtige handelingen vermeld in § 1, door een persoon die niet is gevestigd in het Vlaamse Gewest alleen een voorafgaande kennisgeving worden vereist. Die procedure wordt ingesteld op voorwaarde dat door de aard van de specifieke handelingen een tijdelijke en incidentele uitoefening in redelijkheid mogelijk is en de voorwaarden alleen betrekking hebben op het bezit van beroepskwalificaties.
  § 6. De Vlaamse Regering bepaalt voor welke functies, opleidingen en handelingen vermeld in § 1, de erkenningsplicht en, in voorkomend geval, de kennisgevingsplicht, vermeld in § 5, geldt. Ze stelt tevens de nadere regels vast met het oog op de uitvoering van de bepalingen van § 2, § 3, § 4 en § 5.
  Artikel 22quinquies. § 1. De Vlaamse Regering stelt voor de verschillende categorieën van erkenningen de nadere regels vast voor de aanvraag, weigering of verlening en bekendmaking van erkenningen. Ze bepaalt de adviezen die worden ingewonnen en de wijze waarop ze worden uitgebracht. Ze wijst tevens de overheden en organisaties aan die over de erkenningsaanvragen met een met redenen omkleed besluit uitspraak doen.
  § 2. Op zijn verzoek wordt de aanvrager van een erkenning gehoord door de overheden of organisaties, vermeld in § 1. Die overheden of organisaties kunnen zelf het initiatief nemen om de aanvrager over zijn aanspraken op een erkenning te horen.
  § 3. De erkenning wordt verleend als voldaan is aan de voorwaarden die per categorie van erkenning of per erkenning door de Vlaamse Regering zijn vastgesteld en die voorafgaand aan de erkenningsaanvraag zijn bekendgemaakt.
  § 4. Bij de toepassing van de voorwaarden, vermeld in § 3, wordt rekening gehouden met gelijkwaardige voorwaarden waaraan de aanvrager in een andere Europese lidstaat of in een ander gewest in België al heeft voldaan.
  Artikel 22sexies. § 1. De overheid of organisatie die over de erkenningsaanvraag uitspraak moet doen, bevestigt binnen dertig dagen de ontvangst van het dossier van de aanvrager en deelt in voorkomend geval mee welke documenten ontbreken. Binnen een termijn van negentig dagen na de indiening van het volledige dossier wordt door de bevoegde overheid of organisatie uitspraak gedaan. De bevoegde overheid of organisatie kan die termijn met maximaal dertig dagen verlengen.
  § 2. De Vlaamse Regering kan de erkenningen aanwijzen die geacht worden stilzwijgend te zijn verkregen als geen beslissing over de erkenningsaanvraag wordt betekend binnen de door haar vastgestelde termijn.
  De Vlaamse Regering kan daartoe alleen besluiten nadat ze tot de vaststelling is gekomen dat de belangenafweging door de overheden en organisaties, vermeld in artikel 22quinquies, § 1, bij hun beslissingen over erkenningsaanvragen, niet in alle gevallen noodzakelijk is om dwingende reden van algemeen belang, met inbegrip van een rechtmatig belang van een derde partij.
  Artikel 22septies. Het gebruik van erkenningen kan aan gebruikseisen worden onderworpen. Die gebruikseisen kunnen periodieke evaluaties inhouden waarvan het resultaat het verval van rechtswege van de erkenning tot gevolg kan hebben.
  De Vlaamse Regering stelt de gebruikseisen vast, alsook de nadere regels voor het verval van rechtswege van de erkenningen.
  Artikel 22octies. Met behoud van de toepassing van de bepalingen van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid kunnen de door de Vlaamse Regering aangewezen overheden de erkenning schorsen of opheffen.
  De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen tot schorsing of opheffing kan worden overgegaan. De houder van de erkenning wordt gehoord op zijn verzoek. De Vlaamse Regering stelt de nadere regels vast voor de bij schorsing of opheffing van de erkenning te volgen procedure.
  Artikel 22novies. Aan elke rechtspersoon of natuurlijke persoon die een erkenningsaanvraag indient, kan voor de behandeling van de erkenningsaanvraag een retributie worden gevraagd. Dezelfde retributie kan worden gevraagd voor de uitoefening van het toezicht op de erkennings- en gebruikseisen. De Vlaamse Regering bepaalt voor welke erkenningen of toezichtsverplichtingen een retributie is verschuldigd en stelt de bedragen vast, alsook de wijze waarop aan de retributie moet worden voldaan. ".
Art. 2. Au décret du 28 juin 1985 relatif à l'autorisation anti-pollution, il est inséré un chapitre IIIbis, comprenant les articles 20ter à 22novies, rédigé comme suit :
  " CHAPITRE IIIbis. - Agréments
  Article 22ter. Les dispositions du présent chapitre s'appliquent aux agréments prescrits par ou en vertu du présent décret.
  Les dispositions du présent chapitre s'appliquent également aux agréments, prescrits par ou en vertu d'autres lois et décrets, pour autant que ces lois et décrets fassent référence à l'application des dispositions du présent chapitre.
  Article 22quater. § 1er. L'exercice de certaines fonctions, la dispensation de formations, la prise d'échantillons et la mise en oeuvre de mesurages, épreuves et analyses par des personnes morales ou physiques peuvent être soumis à l'obtention préalable d'un agrément.
  § 2. Les agréments sont divisés en catégories sur la base de leur nature.
  § 3. Les personnes morales ou physiques titulaires d'un titre spécifique qui a été accordé par les autorités flamandes ou une organisation agréée par celles-ci, obtiennent un agrément de plein droit.
  § 4. Les personnes morales ou physiques titulaires d'un titre spécifique accordé par des autorités ou une organisation autres que les autorités ou l'organisation visées au § 3 dans un autre Etat membre européen ou en Belgique, obtiennent un agrément de plein droit, si l'équivalence du titre à l'égard de l'agrément spécifique a été établie au préalable.
  § 5. Par dérogation au § 1er seule une notification préalable peut être exigée de la personne non établie en Région flamande lors de l'exercice temporaire et occasionnel par celle-ci des actes soumis à l'agrément, visés au § 1er. Cette procédure est instituée à condition que l'exercice temporaire et occasionnel des actes spécifiques soit raisonnable de par la nature des actes et que les conditions n'aient trait qu'à la détention de qualifications professionnelles.
  § 6. Le Gouvernement flamand définit les fonctions, formations et actes visés au § 1er qui sont soumis à l'agrément, le cas échéant, à l'obligation de notification visée au § 5. En outre, il arrête les modalités de la mise en oeuvre des dispositions des §§ 2 à 5 inclus.
  Article 22quinquies. § 1er. Le Gouvernement flamand arrête les modalités de demande, de refus ou d'octroi et de publication d'agréments pour les catégories distinctes d'agréments. Il définit les avis à demander et la façon dont ceux-ci sont émis. Il désigne également les autorités et organisations statuant des demandes d'agrément par décision motivée.
  § 2. A sa demande, le demandeur d'un agrément est entendu par les autorités ou organisations, visées au § 1er. Ces autorités ou organisations peuvent entendre le demandeur au sujet de sa prétention à un agrément de leur propre initiative.
  § 3. L'agrément est octroyé si les conditions définies par le Gouvernement flamand par catégorie d'agrément ou par agrément et publiées préalablement à la demande d'agrément, ont été remplies.
  § 4. Lors de l'application des conditions, visées au § 3, il est tenu compte de conditions équivalentes que le demandeur a déjà remplies dans un autre Etat membre européen ou une autre région en Belgique.
  Article 22sexies. § 1er. L'autorité ou l'organisation qui doivent statuer de la demande d'agrément, accusent réception du dossier du demandeur dans les trente jours et font état, le cas échéant, des documents manquants. L'autorité ou l'organisation compétentes se prononcent dans un délai de nonante jours suivant l'introduction du dossier entier. L'autorité ou l'organisation compétentes peuvent prolonger ce délai de trente jours au maximum.
  § 2. Le Gouvernement flamand peut indiquer les agréments réputés obtenus tacitement si aucune décision sur la demande d'agrémént n'a été notifiée dans le délai fixé par celui-ci.
  Le Gouvernement flamand ne peut prendre cette décision qu'après le constat que, lors des décisions sur les demandes d'agrément par les autorités et organisations, visées à l'article 22quinquies, § 1er, la pondération des intérêts par celles-ci n'est pas indispensable dans tous les cas, pour des raisons obligatoires d'intérêt général, y compris l'intérêt légitime d'une tierce partie.
  Article 22septies. L'emploi d'agréments peut être soumis à des conditions d'emploi. Ces conditions d'emploi peuvent comprendre des évaluations périodiques dont les résultats peuvent entraîner la déchéance de droit de l'agrément.
  Le Gouvernement flamand définit les conditions d'emploi de même que les modalités de la déchéance de droit des agréments.
  Article 20octies. Sans préjudice de l'application des dispositions du titre XVI du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement, l'agrément peut être suspendu ou annulé par les autorités désignées par le Gouvernement flamand.
  Le Gouvernement flamand définit les cas dans lesquels l'on peut procéder à la suspension ou à l'annulation. Le détenteur d'un agrément est entendu à sa demande. Le Gouvernement flamand arrête les modalités de la procédure à suivre en cas de suspension ou d'annulation de l'agrément.
  Article 22novies. Toute personne morale ou physique qui a soumis une demande d'agrément peut être sujette à une redevance pour le traitement de la demande d'agrément. Une pareille redevance peut être demandée pour l'exercice du suivi des conditions d'agrément et d'emploi. Le Gouvernement flamand définit les agréments ou les obligations de suivi pour lesquels une redevance est due et fixe les montants, de même que le mode de paiement de la redevance. "
HOOFDSTUK III. - Wijzigingen van diverse regelingen
CHAPITRE III. - Modification de règlements divers
Afdeling I. - Wijzigingen van de wet van 28 december 1964 betreffende de bestrijding van de luchtverontreiniging
Section Ire. - Modifications à la loi du 28 décembre 1964 relative à la lutte contre la pollution atmosphérique
Art. 3. Artikel 3 van de wet van 28 december 1964 betreffende de bestrijding van de luchtverontreiniging wordt opgeheven.
Art. 3. L'article 3 de la loi du 28 décembre 1964 relative à la lutte contre la pollution atmosphérique est abrogé.
Art. 4. Artikel 5 van dezelfde wet wordt vervangen door wat volgt :
  " Artikel 5. De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, is belast met de coördinatie van de acties van de Vlaamse overheden ter bestrijding van de luchtverontreiniging.
  De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, kan daarvoor een beroep doen op de diensten van deskundigen of op laboratoria die daartoe in het Vlaamse Gewest zijn erkend met toepassing van de bepalingen van hoofdstuk IIIbis van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning. "
Art. 4. L'article 5 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
  " Article 5. Le Ministre flamand ayant l'environnement et la politique de l'eau dans ses attributions, est chargé de la coordination des actions des autorités flamandes relatives à la lutte contre la pollution atmosphérique.
  Le Ministre flamand ayant l'environnement et la politique de l'eau dans ses attributions, peut à cet effet faire appel aux services de spécialistes ou à des laboratoires agréés dans ce domaine en Région flamande en application des dispositions du chapitre IIIbis du décret du 28 juin 1985 relatif à l'autorisation anti-pollution. "
Afdeling II. - Wijzigingen van de wet van 18 juli 1973 betreffende de bestrijding van de geluidshinder
Section II. - Modifications à la loi du 18 juillet 1973 relative à la lutte contre le bruit
Art. 5. Artikel 5 van de wet van 18 juli 1973 betreffende de bestrijding van de geluidshinder wordt vervangen door wat volgt :
  " Artikel 5. De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, is belast met de coördinatie van de acties van de Vlaamse overheden ter bestrijding van de geluidshinder.
  De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, kan daarvoor een beroep doen op de diensten van deskundigen of op laboratoria die daartoe in het Vlaamse Gewest zijn erkend met toepassing van de bepalingen van hoofdstuk IIIbis van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning. "
Art. 5. L'article 5 de la loi du 18 juillet 1973 relative à la lutte contre le bruit est remplacé par ce qui suit :
  " Article 5. Le Ministre flamand ayant l'environnement et la politique de l'eau dans ses attributions, est chargé de la coordination des actions des autorités flamandes relatives à la lutte contre le bruit.
  Le Ministre flamand ayant l'environnement et la politique de l'eau dans ses attributions, peut à cet effet faire appel aux services de spécialistes ou à des laboratoires agréés dans ce domaine en Région flamande en application des dispositions du chapitre IIIbis du décret du 28 juin 1985 relatif à l'autorisation anti-pollution. "
Art. 6. In artikel 6 van dezelfde wet wordt het derde lid opgeheven.
Art. 6. A l'article 6 de la même loi, l'alinéa trois est abrogé.
Art. 7. Artikel 7 van dezelfde wet wordt vervangen door wat volgt :
  " Artikel 7. De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, kan daarvoor een beroep doen op personen of laboratoria die daartoe in het Vlaamse Gewest zijn erkend met toepassing van de bepalingen van hoofdstuk IIIbis van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning.
  Die erkende deskundigen of laboratoria worden overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk IIIbis van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning ermee belast apparaten en inrichtingen die lawaai kunnen veroorzaken, die bestemd zijn om het lawaai te dempen, op te slorpen, te meten of de hinder ervan te verhelpen, te beproeven of te controleren. "
Art. 7. L'article 7 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
  " Article 7. Le Ministre flamand ayant l'environnement et la politique de l'eau dans ses attributions, peut à cet effet faire appel à des personnes ou à des laboratoires agréés dans ce domaine en Région flamande en application des dispositions du chapitre IIIbis du décret du 28 juin 1985 relatif à l'autorisation anti-pollution.
  Conformément aux dispositions du chapitre IIIbis du décret du 28 juin 1985 relatif à l'autorisation anti-pollution, ces spécialistes ou laboratoires agréés sont chargés d'éprouver ou de contrôler des appareils et dispositifs susceptibles de produire certains bruits, destinés à réduire le bruit, à l'absorber, à le mesurer ou à remédier à ses inconvénients. "
Art. 8. Artikel 8 van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art. 8. L'article 8 de la même loi est abrogé.
Afdeling III.
Section III.
Afdeling IV. - Wijzigingen van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid
Section IV. - Modifications au décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement
Art. 10. Aan artikel 3.2.1 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, ingevoegd bij het decreet van 19 april 1995, worden een § 6 tot § 11 toegevoegd, die luiden als volgt :
  " § 6. De instemming wordt verleend als voldaan is aan de voorwaarden die door de Vlaamse Regering zijn vastgesteld en die voorafgaand aan de instemmingsaanvraag zijn bekendgemaakt.
  § 7. De Vlaamse Regering stelt de nadere regels vast voor de aanvraag, weigering of verlening en bekendmaking van de instemmingen. Op zijn verzoek wordt de aanvrager van een instemming gehoord door de door de Vlaamse Regering aangewezen overheid. De voormelde overheid kan eveneens de aanvrager horen.
  § 8. De Vlaamse Regering kan bepalen dat de instemming wordt geacht stilzwijgend te zijn verkregen als door de overheid geen beslissing aan de aanvrager wordt betekend binnen de door haar vastgestelde termijn.
  De Vlaamse Regering kan daartoe alleen besluiten nadat ze tot de vaststelling is gekomen dat een belangenafweging door de overheid, vermeld in § 4, bij haar beslissingen over aanvragen tot instemming met de meervoudige aanstelling van milieucoördinatoren, niet in alle gevallen noodzakelijk is om dwingende reden van algemeen belang, met inbegrip van een rechtmatig belang van een derde partij.
  § 9. De Vlaamse Regering kan voor het gebruik van de instemmingen gebruikseisen vaststellen.
  § 10. Met behoud van de toepassing van de bepalingen van titel XVI kan de door de Vlaamse Regering aangewezen overheid de instemming schorsen of opheffen.
  De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen tot schorsing of opheffing kan worden overgegaan. De exploitanten en de milieucoördinator worden gehoord op hun verzoek. De Vlaamse Regering stelt de nadere regels vast voor de bij schorsing of opheffing van de instemming te volgen procedure.
  § 11. Een persoon die geen werknemer is van de exploitant en met toepassing van § 4 in twee of meer inrichtingen die samen geen milieutechnische eenheid vormen, als milieucoördinator wil worden aangesteld, moet voorafgaand aan de aanstelling als milieucoördinator zijn erkend.
  Op de erkenning als milieucoördinator zijn de bepalingen van hoofdstuk IIIbis van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning van toepassing. "
Art. 10. A l'article 3.2.1 du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement, inséré par le décret du 19 avril 1995, sont ajoutés des §§ 6 à 11, rédigés comme suit :
  " § 6. L'accord est donné si les conditions fixées par le Gouvernement flamand et publiées préalablement à la demande de l'accord ont été remplies.
  § 7. Le Gouvernement flamand arrête les modalités de la demande, du refus ou de l'octroi et de la publication des accords. A sa demande, le demandeur d'un accord est entendu par l'administration désignée par le Gouvernement flamand. L'administration précitée peut également entendre le demandeur de sa propre initiative.
  § 8. Le Gouvernement flamand peut arrêter que l'accord est réputé obtenu tacitement lorsque l'administration ne notifie pas de décision au demandeur dans le délai fixé par celui-là.
  Le Gouvernement flamand ne peut prendre cette décision qu'après le constat que la pondération des intérêts par l'administration visée au § 4, lors de ses décisions au sujet des demandes d'accord sur la désignation multiple de coordinateurs environnementaux, n'est pas indispensable dans tous les cas, pour des raisons obligatoires d'intérêt général, y compris l'intérêt légitime d'une tierce partie.
  § 9. Le Gouvernement flamand peut fixer des conditions d'emploi relatives aux accords.
  § 10. Sans préjudice de l'application des dispositions du titre XVI l'administration désignée par le Gouvernement flamand peut suspendre ou annuler l'accord.
  Le Gouvernement flamand définit les cas dans lesquels l'on peut procéder à la suspension ou à l'annulation. Les exploitants et le coordinateur environnemental sont entendus à leur demande. Le Gouvernement flamand arrête les modalités de la procédure à suivre en cas de suspension ou d'annulation de l'accord.
  § 11. La personne qui n'est pas employée par l'exploitant et qui en vertu du § 4 veut être désignée en tant que coordinateur environnemental de deux ou plusieurs établissements ne constituant pas une unité environnementale, doit être agréée comme coordinateur environnemental préalablement à la désignation.
  Les dispositions du chapitre IIIbis du décret du 28 juin 1985 relatif à l'autorisation anti-pollution s'appliquent à l'agrément comme coordinateur environnemental. "
Art. 11. In artikel 3.3.2 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 april 1995 en gewijzigd bij het decreet van 6 februari 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 5 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 5. Voor de validatie van de decretaal verplichte milieuaudit wordt een beroep gedaan op een milieuverificateur die erkend is met toepassing van hoofdstuk IIIbis van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning. ";
  2° § 6 wordt opgeheven.
Art. 11. A l'article 3.3.2 du même décret, inséré par le décret du 19 avril 1995 et modifié par le décret du 6 février 2004, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le § 5 est remplacé par ce qui suit :
  " § 5. Pour la validation de l'audit environnemental imposé par décret, il est fait appel à un vérificateur environnemental agréé en application du chapitre IIIbis du décret du 28 juin 1985 relatif à l'autorisation anti-pollution ";
  2° le § 6 est abrogé.
Art. 12. Artikel 4.6.1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 18 december 2002, wordt vervangen door wat volgt :
  " Artikel 4.6.1. Op de erkenning van deskundigen en coördinatoren zijn de bepalingen van hoofdstuk IIIbis van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, van toepassing. "
Art. 12. L'article 4.6.1 du même décret, inséré par le décret du 18 décembre 2002, est remplacé par ce qui suit :
  " Article 4.6.1. L'agrément des experts et des coordinateurs est régi par les dispositions du chapitre IIIbis du décret du 28 juin 1985 relatif à l'autorisation anti-pollution. "
HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen
CHAPITRE IV. - Dispositions finales
Art. 13. De aanvragen tot erkenning die werden ingediend voor de datum van de inwerkingtreding van dit decreet, worden behandeld overeenkomstig de bepalingen die van kracht zijn op het ogenblik dat de aanvraag wordt ingediend.
  De aanvragen tot instemming met de gezamenlijke aanstelling als milieucoördinator die werden ingediend voor de datum van de inwerkingtreding van dit decreet, worden behandeld overeenkomstig de bepalingen die van kracht zijn op het ogenblik dat de aanvraag wordt ingediend.
Art. 13. Les demandes d'agrément introduites avant la date d'entrée en vigueur du présent décret, sont traitées conformément aux dispositions en vigueur au moment de l'introduction de la demande.
  Les demandes d'accord au sujet de la désignation conjointe d'un coordinateur environnemental introduites avant la date d'entrée en vigueur du présent décret, sont traitées conformément aux dispositions en vigueur au moment de l'introduction de la demande.
Art. 14. § 1. De erkenningen die werden of worden verleend op grond van de bepalingen die van toepassing zijn voor de datum van de inwerkingtreding van dit decreet, blijven geldig voor de vastgestelde duur van de erkenning. Op de houders van die erkenningen kan binnen het voorwerp van hun erkenning een beroep worden gedaan.
  § 2. De instemmingen die werden of worden verleend met toepassing van de bepalingen die gelden voor de datum van de inwerkingtreding van dit decreet blijven geldig.
  § 3. Vanaf de datum van inwerkingtreding van dit decreet zijn de bepalingen van artikel 22quater, § 2, artikel 22septies, artikel 22octies en artikel 22novies, van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning van toepassing op de erkenningen, vermeld in § 1, met dien verstande dat de Vlaamse Regering voor de gebruikseisen van erkenningen kan voorzien in de nodige overgangsmaatregelen.
  Vanaf de datum van inwerkingtreding van dit decreet zijn de bepalingen van artikel 3.2.1, § 9 en § 10, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid van toepassing op de instemmingen vermeld in § 2, met dien verstande dat de Vlaamse Regering voor de gebruikseisen van instemmingen kan voorzien in de nodige overgangsmaatregelen.
Art. 14. § 1er. Les agréments qui ont été ou qui sont octroyés conformément aux dispositions en vigueur avant la date d'entrée en vigueur du présent décret, restent valables pour la durée définie de l'agrément. Il peut être fait appel aux détenteurs de ces agréments pour des matières relevant de leur agrément.
  § 2. Les accords qui ont été ou qui sont octroyés en application des dispositions valables avant la date d'entrée en vigueur du présent décret restent valables.
  § 3. A partir de la date d'entrée en vigueur du présent décret, les dispositions de l'article 22quater, § 2, article 22septies, article 22octies et article 22novies du décret du 28 juin 1985 relatif à l'autorisation anti-pollution s'appliquent aux agréments, visés au § 1er, étant entendu que le Gouvernement flamand peut prévoir des mesures transitoires en ce qui concerne les conditions d'emploi des agréments.
  A partir de la date d'entrée en vigueur du présent décret, les dispositions de l'article 3.2.1, §§ 9 et 10 du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement s'appliquent aux accords, visés au § 2, étant entendu que le Gouvernement flamand peut prévoir des mesures transitoires en ce qui concerne les conditions d'emploi des accords.
Art. 15. De Vlaamse Regering bepaalt de datum waarop dit decreet in werking treedt.
Art. 15. Le Gouvernement flamand arrête la date d'entrée en vigueur du présent décret.
  (NOTE : Entrée en vigueur fixée au 01-01-2011, à l'exception de l'article 9 par AGF 2010-11-19/21, art. 104)
  Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Brussel, 27 maart 2009.
  De minister-president van de Vlaamse Regering,
  K. PEETERS
  De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
  H. CREVITS
  Promulguons le présent décret, ordonnons qu'il soit publié au Moniteur belge.
  Bruxelles, le 27 mars 2009.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  K. PEETERS
  La Ministre flamande des Travaux publics, de l'Energie, de l'Environnement et de la Nature,
  H. CREVITS