Artikel 1. In artikel 1.1.1, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004, 17 december 2004 en 9 februari 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt 9° worden punt a) en b), vervangen door wat volgt :
" a) producten produceert, laat produceren, invoert of laat invoeren in het Vlaamse Gewest, al dan niet onder zijn eigen merk, en deze producten hetzij voor eigen gebruik bestemt, hetzij op de markt brengt of laat brengen in het Vlaamse Gewest ongeacht de gebruikte verkooptechniek;
b) onder zijn eigen merk producten wederverkoopt die door andere leveranciers zijn geproduceerd. Hierbij wordt de wederverkoper niet als producent aangemerkt wanneer het merk van de producent op het product zichtbaar is. ";
2° punt 11° wordt vervangen door wat volgt :
" 11° tussenhandelaar : iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die producten verdeelt aan een of meer eindverkopers of andere tussenhandelaars in het Vlaamse Gewest; "
3° punt 25° wordt opgeheven;
4° punt 27° wordt vervangen door wat volgt :
" 27° band : elke volle of lucht rubberband met inbegrip van bandages, met uitzondering van fietsbanden; "
5° punt 28° wordt vervangen door wat volgt :
" 28° elektrische en elektronische apparatuur : apparaten die elektrische stromen of elektronische velden nodig hebben om naar behoren te kunnen werken en apparaten voor het opwekken, overbrengen en meten van die stromen en velden, die onder één van de categorieën, vermeld in artikel 3.5.1, vallen en die bedoeld zijn voor gebruik met een spanning van maximaal 1000 volt bij wisselstroom en 1500 volt bij gelijkstroom. Daarin zijn ook alle onderdelen, subeenheden en verbruiksmaterialen begrepen die deel uitmaken van het product op het moment dat het wordt afgedankt.
De volgende apparaten vallen niet onder deze definitie :
a) apparaten die deel zijn van andere elektrische apparatuur;
b) apparatuur die verband houdt met de bescherming van de wezenlijke belangen van de veiligheid van lidstaten, wapens, munitie en oorlogsmateriaal, tenzij het gaat om producten die niet specifiek voor militaire doeleinden zijn bestemd;
c) grote, niet-verplaatsbare industriële installaties van elektrische en elektronische gereedschappen en tuingereedschappen; "
6° punt 29° en 30° worden opgeheven;
7° punt 33°, 34°, 35° en 36° worden vervangen door wat volgt :
" 33° batterijen en accu's, meer bepaald :
a) batterij of accu : bron van door rechtstreekse omzetting van chemische energie verkregen elektrische energie, bestaande uit een of meer primaire (niet-oplaadbare) batterijcellen of uit een of meer secundaire (oplaadbare) batterijcellen;
b) batterijpak : set batterijen of accu's die onderling verbonden zijn en/of voorzien zijn van een buitenverpakking, die één complete eenheid vormt en niet is bedoeld om door de eindgebruiker te worden opgedeeld of geopend.
De volgende batterijen vallen niet onder deze definitie : batterijen en accu's in apparatuur die bestemd is om de ruimte ingestuurd te worden, en batterijen en accu's in apparatuur die wordt aangewend in samenhang met de bescherming van wezenlijke belangen in verband met de veiligheid van de lidstaten, wapens, munitie, en oorlogsmateriaal, met uitzondering van producten die niet voor specifieke militaire doeleinden zijn bestemd;
34° knoopcel : kleine ronde draagbare batterij of accu met een diameter die groter is dan de hoogte en die wordt gebruikt voor speciale doeleinden zoals gehoorapparaten, horloges, kleine draagbare apparatuur en als back-up- stroomvoorziening;
35° draagbare batterij of accu : iedere batterij, knoopcel, batterijpak of accu waarvoor tegelijk geldt dat ze :
a) afgedicht zijn;
b) met de hand kunnen worden gedragen;
c) geen industriële batterij of accu, noch een autobatterij of -accu zijn;
35°bis autobatterij of -accu : batterij of accu die gebruikt wordt voor het starten, voor de verlichting of het ontstekingsvermogen van een voertuig;
35°ter industriële batterij of accu : batterij of accu die uitsluitend voor gebruik voor industriële of professionele doeleinden is ontworpen of in elk type elektrisch voertuig wordt gebruikt;
36° inzamelingspercentage : het percentage dat wordt verkregen door het gewicht van de afgedankte draagbare batterijen en accu's die zijn ingezameld, te delen door het gemiddelde gewicht van draagbare batterijen en accu's die producenten, hetzij rechtstreeks verkopen aan de eindgebruiker, hetzij leveren aan derde partijen om ze te verkopen aan de eindgebruiker, gedurende dat kalenderjaar en de voorafgaande twee kalenderjaren; ";
8° punt 54°, 55°, 56°, 57°, 58°, 59° en 60° worden vervangen door wat volgt :
" 54° gerecycleerde granulaten : granulaten die ontstaan door mechanische behandeling van anorganisch materiaal dat eerder in bouwkundige constructies werd gebruikt zoals betongranulaat, asfaltgranulaat, menggranulaat, metselwerkgranulaat, gerecycleerde brokken, brekerzand, brekerzeefzand, sorteerzeefgranulaat en sorteerzeefzand;
55° gerecycleerde brokken : brokken die afkomstig zijn van afgebroken, al dan niet gewapende betonmassieven, of van herwonnen steen of herwonnen bewerkte breuksteen, of van afgebroken baksteenmassieven;
56° betongranulaat : granulaat dat afkomstig is van het breken van beton;
56°bis metselwerkgranulaat : granulaat dat afkomstig is van het breken van metselwerk;
56°ter menggranulaat : granulaat dat afkomstig is van het breken van metselwerk en beton, zodat het mengsel een minimaal gehalte aan beton bevat;
57° brekerzand : zand dat afkomstig is van het zeven, na het breken van puin en na voorafzeving van brekerzeefzand;
57°bis brekerzeefzand : zand dat afkomstig is van het zeven, voorafgaand aan het breken van puin;
58° sorteerzeefgranulaat : verzamelterm voor stenen die verkregen worden door het zeven van puin, verkregen na voorafzeving en sorteren van bouw- en sloopafval dat afkomstig is van een vaste sorteerinrichting;
58°bis sorteerzeefzand : zand dat afkomstig is van het zeven van puin, voorafgaand aan het sorteren van bouw- en sloopafval dat afkomstig is van een vaste sorteerinrichting;
60° asfaltgranulaat : granulaat dat afkomstig is van de opbraak of het frezen van asfaltverhardingen.
9° in punt 83° wordt het woord " monsternemingen " geschrapt;
10° er wordt een punt 99° toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 99° calorische inhoud : stookwaarde bij constante druk of onderste verbrandingswaarde nat. "
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
13 FEBRUARI 2009. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer, het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning, het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming en het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2006 betreffende de ophaling en de verwerking van dierlijk afval
Titre
13 FEVRIER 2009. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 décembre 2003 fixant le règlement flamand relatif à la prévention et à la gestion des déchets, l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 février 1991 fixant le règlement flamand relatif à l'autorisation écologique, l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 fixant les dispositions générales et sectorielles en matière d'hygiène de l'environnement, l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2007 fixant le règlement flamand relatif à l'assainissement du sol et à la protection du sol et l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 2006 relatif à la collecte et à la transformation des déchets animaux
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen in het VLAREA
Afdeling I. - Wijzigingen in hoofdstuk I
Afdeling II. - Wijzigingen in hoofdstuk II
Afdeling III. - Wijzigingen in hoofdstuk III
Afdeling IV. - Wijzigingen in hoofdstuk IV
Afdeling V. - Wijzigingen in hoofdstuk V
Afdeling VI. - Wijzigingen in hoofdstuk VII
Afdeling VII. - Wijzigingen in hoofdstuk IX
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen in de bijlagen van ...
HOOFDSTUK III. - Wijziging in titel I van het V...
HOOFDSTUK IV. - Wijziging in titel II van het V...
HOOFDSTUK V. - Wijziging in het VLAREBO
HOOFDSTUK VI. - Wijzigingen in het besluit dier...
HOOFDSTUK VII. - Slotbepalingen
BIJLAGEN.
Inhoud
CHAPITRE Ier. - Modifications au VLAREA
Section Ire. - Modifications au chapitre Ier
Section II. - Modifications au chapitre II
Section III. - Modifications au chapitre III
Section IV. - Modifications au chapitre IV
Section V. - Modifications au chapitre V
Section VI. - Modifications au chapitre VII
Section VII. - Modifications au chapitre IX
CHAPITRE II. - Modifications aux annexes du VLAREA
CHAPITRE III. - Modification au titre Ier du VL...
CHAPITRE IV. - Modification au titre II du VLAREM
CHAPITRE V. - Modification au VLAREBO
CHAPITRE VI. - Modifications à l'arrêté relatif...
CHAPITRE VII. - Dispositions finales
ANNEXES.
Tekst (121)
Texte (121)
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen in het VLAREA
CHAPITRE Ier. - Modifications au VLAREA
Afdeling I. - Wijzigingen in hoofdstuk I
Section Ire. - Modifications au chapitre Ier
Article 1er. L'article 1.1.1, § 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 décembre 2003 fixant le règlement flamand relatif à la prévention et à la gestion des déchets, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 14 juillet 2004, 17 décembre 2004 et 9 février 2007 est modifié comme suit :
1° au point 9°, les points a) et b) sont remplacés par ce qui suit :
" a) produit, laisse produire, importe ou fait importer des produits dans la Région flamande, que ce soit sous sa propre marque ou non, et qui affecte ses produits, soit à sa propre utilisation, soit les introduit ou les fait introduire sur le marché dans la Région flamande quelle que soit la technique de vente utilisée;
b) revend des produits fabriqués par d'autres fournisseurs sous sa propre marque. Le revendeur n'est pas considéré comme producteur lorsque la marque du producteur est visible sur le produit; "
2° le point 11° est remplacé par ce qui suit :
" 11° Intermédiaire : toute personne physique ou morale qui distribue des produits à un ou plusieurs vendeurs finaux ou d'autres intermédiaires en Région flamande. "
3° le point 25° est abrogé;
4° le point 27° est remplacé par ce qui suit :
" 27° Pneu : tout pneu de caoutchouc plein ou avec chambre à air, en ce compris des bandages, à l'exception des pneus à vélo; "
5° le point 28° est remplacé par ce qui suit :
" 28° Equipements électriques et électroniques : les équipements fonctionnant grâce à des courants électriques ou à des champs électroniques ainsi que les équipements destinés à la production, au transfert et à la mesure de ces courants et champs, tombant dans les catégories énumérées à l'article 3.5.1 et conçus pour l'utilisation avec une tension au-dessous de 1 000 volts pour le courant alternatif et de 1 500 volts pour le courant continu, y compris tous les composants, sous-ensembles et produits consommables faisant partie intégrante du produit au moment de la mise au rebut.
Ne sont pas compris :
a) Les équipements faisant partie intégrante d'autres équipements électriques;
b) Les équipements visant la protection des intérêts essentiels de la sécurité des Etats membres, des armes, munitions et matériels de guerre, à moins qu'il ne s'agisse de produits qui ne sont pas spécifiquement destinés à des fins militaires;
c) de grandes installations industrielles non déplaçables d'équipements électriques et électroniques et des outillages de jardin; "
6° les points 29° et 30° sont abrogés;
7° les points 33°, 34°, 35° et 36° sont remplacés par ce qui suit :
" 33° Piles et accumulateurs, plus particulièrement :
a) pile ou accumulateur : source d'énergie électrique obtenue par la transformation directe d'énergie chimique, consistant en une ou plusieurs cellules primaires (non rechargeables) ou secondaires (rechargeables);
b) assemblage-batteries : toute série de piles ou d'accumulateurs interconnectés et/ou enfermés dans un boîtier pour former une seule et même unité complète que l'utilisateur final n'est pas censé démanteler ou ouvrir;
Les piles suivantes ne relèvent pas de cette définition : des piles et accumulateurs dans des équipements destinés à être envoyés dans l'espace, et les piles et accumulateurs dans des équipements visant la protection des intérêts essentiels de la sécurité des Etats membres, des armes, munitions et matériels de guerre, à l'exception de produits qui ne sont pas destinés à des fins militaires spécifiques;
" 34° pile bouton : toute pile ou tout accumulateur portable de petite taille et de forme ronde, dont le diamètre est plus grand que la hauteur et qui est utilisé pour des applications spéciales telles que les appareils auditifs, les montres, les petits appareils portatifs ou comme énergie de réserve;
35° " pile ou accumulateur portable " : toute pile, pile bouton, assemblage en batterie ou accumulateur qui :
a) est scellé, et
b) peut être porté à la main, et
c) n'est pas une pile ou un accumulateur industriel, ni une pile ou un accumulateur automobile;
35°bis pile ou accumulateur automobile : toute pile ou tout accumulateur destiné à alimenter les systèmes de démarrage, d'éclairage ou d'allumage d'un véhicule;
35°ter pile ou accumulateur industriel : toute pile ou tout accumulateur conçu à des fins exclusivement industrielles ou professionnelles ou utilisé dans tout type de véhicule électrique;
36° taux de collecte : le pourcentage obtenu en divisant le poids des déchets de piles et d'accumulateurs portables collectés pendant ladite année civile par le poids moyen des piles et accumulateurs portables que les producteurs soit vendent directement à des utilisateurs finaux, soit livrent à des tiers afin que ceux-ci les vendent à des utilisateurs finaux dans ledit Etat membre pendant ladite année civile et les deux années civiles précédentes;
8° les points 54°, 55°, 56°, 57°, 58°, 59° et 60° sont remplacés par ce qui suit :
" 54° granulats recyclés : gravats issus du traitement mécanique de matériel anorganique utilisé auparavant dans des constructions de génie tels que des granulats de béton, des granulats d'asphalte, des granulats de maçonnerie, des fragments recyclés, le sable tamisé, le sable de concassage tamisé, les granulats de tamisage et le sable tamisé de tri;
55° fragments recyclés : fragments issus de massifs en béton armés ou non et rocailleux, ou de pierres récupérées ou de moellons traités et récupérés, ou de massifs rocailleux en briques;
56° granulats de béton : granulat provenant du concassage de béton;
56°bis granulats de maçonnerie : granulat provenant du concassage de maçonnerie;
56°ter granulat mixte : granulat provenant du concassage de maçonnerie et de béton, de sorte que le mélange contient une teneur minimale en béton;
57° sable tamisé : sable provenant du tamisage, après le concassage de débris et après le tamisage préalable du sable de concassage tamisé;
57°bis sable de concassage tamisé : sable provenant du tamisage, préalable à la concassage de débris;
58° granulats de tamisage : nom collectif pour les pierres provenant du tamisage de débris, obtenues après le tamisage préalable et tri de débris de constructions et de démolitions provenant d'une installation de tri fixe;
58°bis sable tamisé de tri : sable provenant du tamisage de débris, préalable au tri de déchets de constructions et de démolitions provenant d'une installation de tri fixe;
60° granulat d'asphalte : granulat provenant de la démolition ou du fraisage de revêtements d'asphalte.
9° au point 83°, le mot " échantillonnages " est supprimé;
10° un point 99° est ajouté, libellé comme suit :
" 99° contenu calorique : capacité calorifique à pression constante ou valeur de combustion inférieure humide. "
1° au point 9°, les points a) et b) sont remplacés par ce qui suit :
" a) produit, laisse produire, importe ou fait importer des produits dans la Région flamande, que ce soit sous sa propre marque ou non, et qui affecte ses produits, soit à sa propre utilisation, soit les introduit ou les fait introduire sur le marché dans la Région flamande quelle que soit la technique de vente utilisée;
b) revend des produits fabriqués par d'autres fournisseurs sous sa propre marque. Le revendeur n'est pas considéré comme producteur lorsque la marque du producteur est visible sur le produit; "
2° le point 11° est remplacé par ce qui suit :
" 11° Intermédiaire : toute personne physique ou morale qui distribue des produits à un ou plusieurs vendeurs finaux ou d'autres intermédiaires en Région flamande. "
3° le point 25° est abrogé;
4° le point 27° est remplacé par ce qui suit :
" 27° Pneu : tout pneu de caoutchouc plein ou avec chambre à air, en ce compris des bandages, à l'exception des pneus à vélo; "
5° le point 28° est remplacé par ce qui suit :
" 28° Equipements électriques et électroniques : les équipements fonctionnant grâce à des courants électriques ou à des champs électroniques ainsi que les équipements destinés à la production, au transfert et à la mesure de ces courants et champs, tombant dans les catégories énumérées à l'article 3.5.1 et conçus pour l'utilisation avec une tension au-dessous de 1 000 volts pour le courant alternatif et de 1 500 volts pour le courant continu, y compris tous les composants, sous-ensembles et produits consommables faisant partie intégrante du produit au moment de la mise au rebut.
Ne sont pas compris :
a) Les équipements faisant partie intégrante d'autres équipements électriques;
b) Les équipements visant la protection des intérêts essentiels de la sécurité des Etats membres, des armes, munitions et matériels de guerre, à moins qu'il ne s'agisse de produits qui ne sont pas spécifiquement destinés à des fins militaires;
c) de grandes installations industrielles non déplaçables d'équipements électriques et électroniques et des outillages de jardin; "
6° les points 29° et 30° sont abrogés;
7° les points 33°, 34°, 35° et 36° sont remplacés par ce qui suit :
" 33° Piles et accumulateurs, plus particulièrement :
a) pile ou accumulateur : source d'énergie électrique obtenue par la transformation directe d'énergie chimique, consistant en une ou plusieurs cellules primaires (non rechargeables) ou secondaires (rechargeables);
b) assemblage-batteries : toute série de piles ou d'accumulateurs interconnectés et/ou enfermés dans un boîtier pour former une seule et même unité complète que l'utilisateur final n'est pas censé démanteler ou ouvrir;
Les piles suivantes ne relèvent pas de cette définition : des piles et accumulateurs dans des équipements destinés à être envoyés dans l'espace, et les piles et accumulateurs dans des équipements visant la protection des intérêts essentiels de la sécurité des Etats membres, des armes, munitions et matériels de guerre, à l'exception de produits qui ne sont pas destinés à des fins militaires spécifiques;
" 34° pile bouton : toute pile ou tout accumulateur portable de petite taille et de forme ronde, dont le diamètre est plus grand que la hauteur et qui est utilisé pour des applications spéciales telles que les appareils auditifs, les montres, les petits appareils portatifs ou comme énergie de réserve;
35° " pile ou accumulateur portable " : toute pile, pile bouton, assemblage en batterie ou accumulateur qui :
a) est scellé, et
b) peut être porté à la main, et
c) n'est pas une pile ou un accumulateur industriel, ni une pile ou un accumulateur automobile;
35°bis pile ou accumulateur automobile : toute pile ou tout accumulateur destiné à alimenter les systèmes de démarrage, d'éclairage ou d'allumage d'un véhicule;
35°ter pile ou accumulateur industriel : toute pile ou tout accumulateur conçu à des fins exclusivement industrielles ou professionnelles ou utilisé dans tout type de véhicule électrique;
36° taux de collecte : le pourcentage obtenu en divisant le poids des déchets de piles et d'accumulateurs portables collectés pendant ladite année civile par le poids moyen des piles et accumulateurs portables que les producteurs soit vendent directement à des utilisateurs finaux, soit livrent à des tiers afin que ceux-ci les vendent à des utilisateurs finaux dans ledit Etat membre pendant ladite année civile et les deux années civiles précédentes;
8° les points 54°, 55°, 56°, 57°, 58°, 59° et 60° sont remplacés par ce qui suit :
" 54° granulats recyclés : gravats issus du traitement mécanique de matériel anorganique utilisé auparavant dans des constructions de génie tels que des granulats de béton, des granulats d'asphalte, des granulats de maçonnerie, des fragments recyclés, le sable tamisé, le sable de concassage tamisé, les granulats de tamisage et le sable tamisé de tri;
55° fragments recyclés : fragments issus de massifs en béton armés ou non et rocailleux, ou de pierres récupérées ou de moellons traités et récupérés, ou de massifs rocailleux en briques;
56° granulats de béton : granulat provenant du concassage de béton;
56°bis granulats de maçonnerie : granulat provenant du concassage de maçonnerie;
56°ter granulat mixte : granulat provenant du concassage de maçonnerie et de béton, de sorte que le mélange contient une teneur minimale en béton;
57° sable tamisé : sable provenant du tamisage, après le concassage de débris et après le tamisage préalable du sable de concassage tamisé;
57°bis sable de concassage tamisé : sable provenant du tamisage, préalable à la concassage de débris;
58° granulats de tamisage : nom collectif pour les pierres provenant du tamisage de débris, obtenues après le tamisage préalable et tri de débris de constructions et de démolitions provenant d'une installation de tri fixe;
58°bis sable tamisé de tri : sable provenant du tamisage de débris, préalable au tri de déchets de constructions et de démolitions provenant d'une installation de tri fixe;
60° granulat d'asphalte : granulat provenant de la démolition ou du fraisage de revêtements d'asphalte.
9° au point 83°, le mot " échantillonnages " est supprimé;
10° un point 99° est ajouté, libellé comme suit :
" 99° contenu calorique : capacité calorifique à pression constante ou valeur de combustion inférieure humide. "
Art. 2. Aan artikel 1.1.1, § 3, van hetzelfde besluit, toegevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007, wordt een punt 7° toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 7° voertuig : voertuigen die onder de categorie M1 of N1 vallen, als vermeld in de richtlijn 70/156/EEG van 6 februari 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan, alsmede driewielige motorvoertuigen als vermeld in de richtlijn 92/61/EEG van 30 juni 1992 betreffende de goedkeuring van twee- of driewielige motorvoertuigen, met uitzondering van driewielers, ongeacht hoe het voertuig tijdens het gebruik werd onderhouden of gerepareerd en ongeacht of het werd uitgerust met door de producent geleverde onderdelen dan wel met andere onderdelen die als vervangings- of inbouwonderdeel in overeenstemming met de relevante gemeenschapsbepalingen of interne bepalingen werden aangebracht. "
" 7° voertuig : voertuigen die onder de categorie M1 of N1 vallen, als vermeld in de richtlijn 70/156/EEG van 6 februari 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan, alsmede driewielige motorvoertuigen als vermeld in de richtlijn 92/61/EEG van 30 juni 1992 betreffende de goedkeuring van twee- of driewielige motorvoertuigen, met uitzondering van driewielers, ongeacht hoe het voertuig tijdens het gebruik werd onderhouden of gerepareerd en ongeacht of het werd uitgerust met door de producent geleverde onderdelen dan wel met andere onderdelen die als vervangings- of inbouwonderdeel in overeenstemming met de relevante gemeenschapsbepalingen of interne bepalingen werden aangebracht. "
Art. 2. A l'article 1.1.1, § 3, du même arrêté, ajouté par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 février 2007, est ajouté un point 7°, libellé comme suit :
" 7° véhicule : les véhicules qui relèvent de la catégorie M1 ou N1, tels que visés dans la directive 70/156/CEE du 6 février 1970 concernant le rapprochement des législations des Etats membres relatives à la réception des véhicules à moteur et de leurs remorques, ainsi que les véhicules automoteurs à trois roues tels que visés dans la directive 92/61/CEE du 30 juin 1992 relative à la réception des véhicules à moteur à deux ou trois roues, à l'exception des tricycles, quelles que soient les modalités selon lesquelles le véhicule a été entretenu ou réparé pendant l'usage et indépendamment du fait qu'il a été équipé de pièces fournies par le producteur, voire d'autres pièces qui ont été apposées comme partie de rechange ou pièce à encastrer conformément aux dispositions communautaires ou dispositions internes pertinentes. "
" 7° véhicule : les véhicules qui relèvent de la catégorie M1 ou N1, tels que visés dans la directive 70/156/CEE du 6 février 1970 concernant le rapprochement des législations des Etats membres relatives à la réception des véhicules à moteur et de leurs remorques, ainsi que les véhicules automoteurs à trois roues tels que visés dans la directive 92/61/CEE du 30 juin 1992 relative à la réception des véhicules à moteur à deux ou trois roues, à l'exception des tricycles, quelles que soient les modalités selon lesquelles le véhicule a été entretenu ou réparé pendant l'usage et indépendamment du fait qu'il a été équipé de pièces fournies par le producteur, voire d'autres pièces qui ont été apposées comme partie de rechange ou pièce à encastrer conformément aux dispositions communautaires ou dispositions internes pertinentes. "
Art. 3. Aan artikel 1.1.1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004, 17 december 2004 en 9 februari 2007, wordt een § 4 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 4. Voor de toepassing van hoofdstuk III, afdeling VI en van hoofdstuk V, afdeling V, onderafdeling VII wordt verstaan onder :
1° verwerking van batterijen en accu's : iedere activiteit die afgedankte batterijen en accu's ondergaan nadat ze zijn overgedragen aan een faciliteit voor sortering, voorbereiding op recycling of voorbereiding op verwijdering;
2° recycling van batterijen en accu's : het in een productieproces opnieuw verwerken van afvalmaterialen, hetzij voor het oorspronkelijke doel, hetzij voor een ander doel, maar met uitzondering van de terugwinning van energie;
3° producent van batterijen en accu's : persoon die, ongeacht de gebruikte verkooptechniek, met inbegrip van de techniek voor communicatie op afstand, batterijen of accu's, met inbegrip van die welke in apparaten of voertuigen zijn ingebouwd, beroepsmatig voor het eerst op het grondgebied op de markt brengt, al dan niet voor eigen gebruik;
4° op de markt brengen van batterijen en accu's : het leveren of ter beschikking stellen, al dan niet tegen betaling, aan een derde, met inbegrip van invoer in het douanegebied. "
" § 4. Voor de toepassing van hoofdstuk III, afdeling VI en van hoofdstuk V, afdeling V, onderafdeling VII wordt verstaan onder :
1° verwerking van batterijen en accu's : iedere activiteit die afgedankte batterijen en accu's ondergaan nadat ze zijn overgedragen aan een faciliteit voor sortering, voorbereiding op recycling of voorbereiding op verwijdering;
2° recycling van batterijen en accu's : het in een productieproces opnieuw verwerken van afvalmaterialen, hetzij voor het oorspronkelijke doel, hetzij voor een ander doel, maar met uitzondering van de terugwinning van energie;
3° producent van batterijen en accu's : persoon die, ongeacht de gebruikte verkooptechniek, met inbegrip van de techniek voor communicatie op afstand, batterijen of accu's, met inbegrip van die welke in apparaten of voertuigen zijn ingebouwd, beroepsmatig voor het eerst op het grondgebied op de markt brengt, al dan niet voor eigen gebruik;
4° op de markt brengen van batterijen en accu's : het leveren of ter beschikking stellen, al dan niet tegen betaling, aan een derde, met inbegrip van invoer in het douanegebied. "
Art. 3. A l'article 1.1.1 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 14 juillet 2004, 17 décembre 2004 et 9 février 2007, est ajouté un § 4, libellé comme suit :
" § 4. Pour l'application du chapitre III, section VI et du chapitre V, section V, sous-section VII, il convient d'entendre par :
1° traitement de piles et d'accumulateurs : toute activité effectuée sur des déchets de piles et d'accumulateurs après que ceux-ci ont été remis à une installation de tri, de préparation au recyclage ou de préparation à l'élimination;
2° recyclage de piles et d'accumulateurs : le retraitement dans un processus de production des matières contenues dans les déchets, aux mêmes fins qu'à l'origine ou à d'autres fins, mais à l'exclusion de la valorisation énergétique;
3° producteur de piles et d'accumulateurs : toute personne qui, indépendamment de la technique de vente utilisée, y compris les techniques de communication à distance, met des piles ou des accumulateurs, y compris ceux qui sont intégrés dans des appareils ou des véhicules, sur le marché pour la première fois sur le territoire, à usage propre ou non;
4° mise sur le marché de piles et d'accumulateurs : la fourniture ou la mise à la disposition de tiers, à titre onéreux ou gratuit, y compris l'importation sur le territoire douanier. "
" § 4. Pour l'application du chapitre III, section VI et du chapitre V, section V, sous-section VII, il convient d'entendre par :
1° traitement de piles et d'accumulateurs : toute activité effectuée sur des déchets de piles et d'accumulateurs après que ceux-ci ont été remis à une installation de tri, de préparation au recyclage ou de préparation à l'élimination;
2° recyclage de piles et d'accumulateurs : le retraitement dans un processus de production des matières contenues dans les déchets, aux mêmes fins qu'à l'origine ou à d'autres fins, mais à l'exclusion de la valorisation énergétique;
3° producteur de piles et d'accumulateurs : toute personne qui, indépendamment de la technique de vente utilisée, y compris les techniques de communication à distance, met des piles ou des accumulateurs, y compris ceux qui sont intégrés dans des appareils ou des véhicules, sur le marché pour la première fois sur le territoire, à usage propre ou non;
4° mise sur le marché de piles et d'accumulateurs : la fourniture ou la mise à la disposition de tiers, à titre onéreux ou gratuit, y compris l'importation sur le territoire douanier. "
Afdeling II. - Wijzigingen in hoofdstuk II
Section II. - Modifications au chapitre II
Art. 4. In artikel 2.3.1 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt 2° wordt punt c) vervangen door wat volgt :
" c) afgedankte batterijen en accu's; "
2° punt 5° wordt vervangen door wat volgt :
" 5° afgedankte batterijen en accu's; "
1° in punt 2° wordt punt c) vervangen door wat volgt :
" c) afgedankte batterijen en accu's; "
2° punt 5° wordt vervangen door wat volgt :
" 5° afgedankte batterijen en accu's; "
Art. 4. L'article 2.3.1 du même arrêté est modifié comme suit :
1° au point 2°, le point c) est remplacé par ce qui suit :
" c) des piles et accumulateurs mis au rebut; "
2° le point 5° est remplacé par ce qui suit :
" 5° des piles et accumulateurs mis au rebut; "
1° au point 2°, le point c) est remplacé par ce qui suit :
" c) des piles et accumulateurs mis au rebut; "
2° le point 5° est remplacé par ce qui suit :
" 5° des piles et accumulateurs mis au rebut; "
Art. 5. In artikel 2.4.1 van hetzelfde besluit wordt § 3 vervangen door wat volgt :
" § 3. De testmethoden die gebruikt moeten worden voor de bepaling van de in § 2 bedoelde eigenschappen zijn opgenomen in verordening (EG) nr. 440/2008 van de Commissie van 30 mei 2008 houdende vaststelling van testmethoden uit hoofde van verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH). "
" § 3. De testmethoden die gebruikt moeten worden voor de bepaling van de in § 2 bedoelde eigenschappen zijn opgenomen in verordening (EG) nr. 440/2008 van de Commissie van 30 mei 2008 houdende vaststelling van testmethoden uit hoofde van verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH). "
Art. 5. A l'article 2.4.1 du même arrêté, le § 3 est remplacé par ce qui suit :
" § 3. Les méthodes de test qui doivent être utilisées pour la détermination des propriétés mentionnées au § 2 sont reprises au règlement (CR) n° 440/2008 de la Commission du 30 mai 2008 établissant des méthodes d'essai conformément au règlement (CE) no 1907/2006 du Parlement européen et du Conseil concernant l'enregistrement, l'évaluation et l'autorisation des substances chimiques, ainsi que les restrictions applicables à ces substances (REACH). "
" § 3. Les méthodes de test qui doivent être utilisées pour la détermination des propriétés mentionnées au § 2 sont reprises au règlement (CR) n° 440/2008 de la Commission du 30 mai 2008 établissant des méthodes d'essai conformément au règlement (CE) no 1907/2006 du Parlement européen et du Conseil concernant l'enregistrement, l'évaluation et l'autorisation des substances chimiques, ainsi que les restrictions applicables à ces substances (REACH). "
Afdeling III. - Wijzigingen in hoofdstuk III
Section III. - Modifications au chapitre III
Art. 6. In hoofdstuk III van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004, 17 december 2004 en 9 februari 2007, worden de woorden " afvalpreventie- en afvalbeheerplan " telkens vervangen door de woorden " individueel afvalpreventie- en afvalbeheerplan ".
Art. 6. Au chapitre III du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 14 juillet 2004, 17 décembre 2004 et 9 février 2007, les mots " plan de prévention et de gestion de déchets " sont chaque fois remplacés par les mots " plan individuel de prévention et de gestion de déchets ".
Art. 7. Artikel 3.1.1.1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004, 17 december 2004 en 9 februari 2007, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 3.1.1.1. Voor de volgende afvalstoffen geldt een aanvaardingsplicht voor de eindverkoper, de tussenhandelaar en de producent als vermeld in artikel 10 van het Afvalstoffendecreet :
1° met ingang van 1 juni 1998 :
a) drukwerkafvalstoffen;
b) afgedankte batterijen en accu's;
2° met ingang van 1 juli 1999 :
a) afgedankte elektrische en elektronische apparatuur als vermeld in artikel 3.5.1, 1°;
b) afgedankte voertuigen;
c) afvalbanden uit de vervangmarkt en uit eerste montage;
3° met ingang van 1 januari 2004 :
a) afgewerkte olie, zoals omschreven in bijlage 3.1.1.1.;
b) afgedankte elektrische en elektronische apparatuur als vermeld in artikel 3.5.1, 2°, met uitzondering van verlichtingsapparatuur en lampen;
4° met ingang van 1 juni 2004 : oude en vervallen geneesmiddelen;
5° met ingang van 1 juli 2004 :
a) dierlijke en plantaardige afvalvetten en -oliën;
b) afgedankte huishoudelijke en niet-huishoudelijke verlichtingsapparatuur;
6° met ingang van 1 juli 2005 : afgedankte lampen;
7° met ingang van 13 augustus 2005 : afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, als vermeld in artikel 3.5.1, 3°. "
" Art. 3.1.1.1. Voor de volgende afvalstoffen geldt een aanvaardingsplicht voor de eindverkoper, de tussenhandelaar en de producent als vermeld in artikel 10 van het Afvalstoffendecreet :
1° met ingang van 1 juni 1998 :
a) drukwerkafvalstoffen;
b) afgedankte batterijen en accu's;
2° met ingang van 1 juli 1999 :
a) afgedankte elektrische en elektronische apparatuur als vermeld in artikel 3.5.1, 1°;
b) afgedankte voertuigen;
c) afvalbanden uit de vervangmarkt en uit eerste montage;
3° met ingang van 1 januari 2004 :
a) afgewerkte olie, zoals omschreven in bijlage 3.1.1.1.;
b) afgedankte elektrische en elektronische apparatuur als vermeld in artikel 3.5.1, 2°, met uitzondering van verlichtingsapparatuur en lampen;
4° met ingang van 1 juni 2004 : oude en vervallen geneesmiddelen;
5° met ingang van 1 juli 2004 :
a) dierlijke en plantaardige afvalvetten en -oliën;
b) afgedankte huishoudelijke en niet-huishoudelijke verlichtingsapparatuur;
6° met ingang van 1 juli 2005 : afgedankte lampen;
7° met ingang van 13 augustus 2005 : afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, als vermeld in artikel 3.5.1, 3°. "
Art. 7. L'article 3.1.1.1 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 14 juillet 2004, 17 décembre 2004 et 9 février 2007, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 3.1.1.1. Les déchets suivants sont soumis à une obligation d'acceptation de la part des vendeurs finaux, des intermédiaires et des producteurs, telle que prévue à l'article 10 du décret relatif aux déchets :
1° à partir du 1er juin 1998 :
a) Déchets d'imprimés;
b) Piles usagées et accumulateurs mis au rebut;
2° à partir du 1er juillet 1999 :
a) Equipement électrique et électronique mis au rebut, tel que visé à l'article 3.5.1, 1°;
b) Véhicules mis au rebut;
c) Pneus usagés du marché de remplacement et de premier montage;
3° à partir du 1er janvier 2004 :
a) Huile usagée, telle que définie à l'annexe 3.1.1.1.;
b) équipement électrique et électronique mis au rebut, tel que décrit à l'article 3.5.1, 2°, à l'exception de l'équipement d'éclairage et de lampes;
4° à partir du 1er juin 2004 : médicaments vieux et périmés;
5° à partir du 1er juillet 2004 :
a) huiles et graisses végétales et animales;
b) équipement d'éclairage ménager et non ménager mis au rebut;
6° à partir du 1er juillet 2005 : lampes usagées;
7° à partir du 13 août 2005 : équipement électrique et électronique mis au rebut, tel que décrit à l'article 3.5.1, 3°. "
" Art. 3.1.1.1. Les déchets suivants sont soumis à une obligation d'acceptation de la part des vendeurs finaux, des intermédiaires et des producteurs, telle que prévue à l'article 10 du décret relatif aux déchets :
1° à partir du 1er juin 1998 :
a) Déchets d'imprimés;
b) Piles usagées et accumulateurs mis au rebut;
2° à partir du 1er juillet 1999 :
a) Equipement électrique et électronique mis au rebut, tel que visé à l'article 3.5.1, 1°;
b) Véhicules mis au rebut;
c) Pneus usagés du marché de remplacement et de premier montage;
3° à partir du 1er janvier 2004 :
a) Huile usagée, telle que définie à l'annexe 3.1.1.1.;
b) équipement électrique et électronique mis au rebut, tel que décrit à l'article 3.5.1, 2°, à l'exception de l'équipement d'éclairage et de lampes;
4° à partir du 1er juin 2004 : médicaments vieux et périmés;
5° à partir du 1er juillet 2004 :
a) huiles et graisses végétales et animales;
b) équipement d'éclairage ménager et non ménager mis au rebut;
6° à partir du 1er juillet 2005 : lampes usagées;
7° à partir du 13 août 2005 : équipement électrique et électronique mis au rebut, tel que décrit à l'article 3.5.1, 3°. "
Art. 8. In artikel 3.1.1.2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004, 17 december 2004 en 9 februari 2007, wordt § 2, vervangen door wat volgt :
" § 2. De eindverkoper, tussenhandelaar en producent moeten de volgende afvalstoffen gratis in ontvangst nemen, zelfs als de consument geen vervangende producten aanschaft :
1° oude en vervallen geneesmiddelen;
2° afgedankte batterijen en accu's;
3° afgedankte voertuigen;
4° drukwerkafvalstoffen;
5° afgedankte elektrische en elektronische apparatuur als vermeld in artikel 3.5.1;
6° afgewerkte olie als vermeld in bijlage 3.1.1.1;
7° afvalbanden uit de vervangmarkt en uit eerste montage;
8° dierlijke en plantaardige afvalvetten en oliën.
Voor huishoudelijke afvalstoffen geldt dat van de plicht tot gratis aanvaarding kan worden afgeweken in de milieubeleidsovereenkomst of in het individueel afvalpreventie- en afvalbeheerplan, vermeld in artikel 3.1.1.4 als de producenten de gratis inontvangstneming, ook als de consument geen vervangende producten aanschaft, organiseren op de containerparken of andere inzamelpunten met vergelijkbare geografische spreiding en dekking.
Voor bedrijfsafvalstoffen geldt dat van de plicht tot gratis aanvaarding kan worden afgeweken in de milieubeleidsovereenkomst of in het individueel afvalpreventie- en afvalbeheerplan als de producenten de gratis inontvangstneming, ook als de consument geen vervangende producten aanschaft, organiseren op een wijze die rekening houdt met de specificiteit van de producten en voldoende garanties biedt voor een milieuverantwoorde behandeling. "
" § 2. De eindverkoper, tussenhandelaar en producent moeten de volgende afvalstoffen gratis in ontvangst nemen, zelfs als de consument geen vervangende producten aanschaft :
1° oude en vervallen geneesmiddelen;
2° afgedankte batterijen en accu's;
3° afgedankte voertuigen;
4° drukwerkafvalstoffen;
5° afgedankte elektrische en elektronische apparatuur als vermeld in artikel 3.5.1;
6° afgewerkte olie als vermeld in bijlage 3.1.1.1;
7° afvalbanden uit de vervangmarkt en uit eerste montage;
8° dierlijke en plantaardige afvalvetten en oliën.
Voor huishoudelijke afvalstoffen geldt dat van de plicht tot gratis aanvaarding kan worden afgeweken in de milieubeleidsovereenkomst of in het individueel afvalpreventie- en afvalbeheerplan, vermeld in artikel 3.1.1.4 als de producenten de gratis inontvangstneming, ook als de consument geen vervangende producten aanschaft, organiseren op de containerparken of andere inzamelpunten met vergelijkbare geografische spreiding en dekking.
Voor bedrijfsafvalstoffen geldt dat van de plicht tot gratis aanvaarding kan worden afgeweken in de milieubeleidsovereenkomst of in het individueel afvalpreventie- en afvalbeheerplan als de producenten de gratis inontvangstneming, ook als de consument geen vervangende producten aanschaft, organiseren op een wijze die rekening houdt met de specificiteit van de producten en voldoende garanties biedt voor een milieuverantwoorde behandeling. "
Art. 8. A l'article 3.1.1.2 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 14 juillet 2004, 17 décembre 2004 et 9 février 2007, le § 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Le vendeur final, l'intermédiaire et le producteur sont en outre tenus de réceptionner gratuitement de la part des consommateurs les déchets cités ci-dessous même lorsque ces consommateurs ne se procurent pas de produits substitutifs :
1° médicaments vieux et périmés;
2° piles usagées et accumulateurs mis au rebut;
3° véhicules mis au rebut;
4° déchets d'imprimés;
5° Equipement électrique et électronique mis au rebut, tel que visé à l'article 3.5.1;
6° Huile usagée, telle que définie à l'annexe 3.1.1.1.;
7° Pneus usagés du marché de remplacement et du premier montage;
8° huiles et graisses végétales et animales.
Pour les déchets ménagers, il peut être dérogé à l'obligation d'acceptation gratuite dans la convention environnementale ou dans le plan individuel de prévention et de gestion de déchets visé lorsque les producteurs organisent le réceptionnement gratuit, même si le consommateur ne se procure pas de produits substitutifs, dans des parcs à conteneurs ou à d'autres points de collecte présentant une répartition et couverture géographiques comparables.
Pour les déchets industriels, il peut être dérogé à l'obligation d'acceptation gratuite dans la convention environnementale ou dans le plan individuel de prévention et de gestion de déchets, lorsque les producteurs organisent le réceptionnement gratuit, même si le consommateur ne se procure pas de produits substitutifs, de manière à tenir compte de la spécificité des produits et offrant suffisamment de garanties pour un traitement respectueux de l'environnement. "
" § 2. Le vendeur final, l'intermédiaire et le producteur sont en outre tenus de réceptionner gratuitement de la part des consommateurs les déchets cités ci-dessous même lorsque ces consommateurs ne se procurent pas de produits substitutifs :
1° médicaments vieux et périmés;
2° piles usagées et accumulateurs mis au rebut;
3° véhicules mis au rebut;
4° déchets d'imprimés;
5° Equipement électrique et électronique mis au rebut, tel que visé à l'article 3.5.1;
6° Huile usagée, telle que définie à l'annexe 3.1.1.1.;
7° Pneus usagés du marché de remplacement et du premier montage;
8° huiles et graisses végétales et animales.
Pour les déchets ménagers, il peut être dérogé à l'obligation d'acceptation gratuite dans la convention environnementale ou dans le plan individuel de prévention et de gestion de déchets visé lorsque les producteurs organisent le réceptionnement gratuit, même si le consommateur ne se procure pas de produits substitutifs, dans des parcs à conteneurs ou à d'autres points de collecte présentant une répartition et couverture géographiques comparables.
Pour les déchets industriels, il peut être dérogé à l'obligation d'acceptation gratuite dans la convention environnementale ou dans le plan individuel de prévention et de gestion de déchets, lorsque les producteurs organisent le réceptionnement gratuit, même si le consommateur ne se procure pas de produits substitutifs, de manière à tenir compte de la spécificité des produits et offrant suffisamment de garanties pour un traitement respectueux de l'environnement. "
Art. 9. In artikel 3.1.1.2, § 3, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden " De terugname van afvalstoffen " vervangen door de woorden " De aanvaarding van afvalstoffen ";
2° aan het eerste lid wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 3° voor andere afvalstoffen : ze bevatten geen afvalstoffen die vreemd zijn aan het afgedankte product tenzij deze die er door normaal gebruik in aanwezig kunnen zijn. "
3° het derde lid wordt vervangen door wat volgt :
" Zolang niet aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, punt 1°, b), punt 2°, b), punt 2°, c), of punt 3°, wordt voldaan, kan de aanvaarding geweigerd worden. "
1° in het eerste lid worden de woorden " De terugname van afvalstoffen " vervangen door de woorden " De aanvaarding van afvalstoffen ";
2° aan het eerste lid wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 3° voor andere afvalstoffen : ze bevatten geen afvalstoffen die vreemd zijn aan het afgedankte product tenzij deze die er door normaal gebruik in aanwezig kunnen zijn. "
3° het derde lid wordt vervangen door wat volgt :
" Zolang niet aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, punt 1°, b), punt 2°, b), punt 2°, c), of punt 3°, wordt voldaan, kan de aanvaarding geweigerd worden. "
Art. 9. Les modifications suivantes sont apportées à l'article 3.1.1.2, § 3, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 février 2007 :
1° à l'alinéa premier, les mots " La reprise de déchets " sont remplacés par les mots " L'acceptation de déchets ";
2° à l'alinéa premier est ajouté un point 3°, libellé comme suit :
" 3° pour d'autres déchets : ils ne contiennent pas de déchets qui sont étrangers au produit mis au rebut à moins qu'ils ne puissent y être présents par un usage normal. "
3° l'alinéa trois est remplacé par ce qui suit :
" Aussi longtemps que les conditions visées à l'alinéa premier, point 1°, b), point 2°, b), point 2°, c), ou point 3°, ne sont pas remplies, l'acceptation peut être refusée. "
1° à l'alinéa premier, les mots " La reprise de déchets " sont remplacés par les mots " L'acceptation de déchets ";
2° à l'alinéa premier est ajouté un point 3°, libellé comme suit :
" 3° pour d'autres déchets : ils ne contiennent pas de déchets qui sont étrangers au produit mis au rebut à moins qu'ils ne puissent y être présents par un usage normal. "
3° l'alinéa trois est remplacé par ce qui suit :
" Aussi longtemps que les conditions visées à l'alinéa premier, point 1°, b), point 2°, b), point 2°, c), ou point 3°, ne sont pas remplies, l'acceptation peut être refusée. "
Art. 10. In artikel 3.1.1.2, § 4, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004 en 17 december 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden " producent van afvalstoffen " worden vervangen door de woorden " producent van producten ";
2° de woorden " de lokale besturen en de producenten " worden vervangen door de woorden " de betrokken partners ".
1° de woorden " producent van afvalstoffen " worden vervangen door de woorden " producent van producten ";
2° de woorden " de lokale besturen en de producenten " worden vervangen door de woorden " de betrokken partners ".
Art. 10. L'article 3.1.1.2, § 4, du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 14 juillet 2004 et 17 décembre 2004 est modifié comme suit :
1° les mots " producteur de déchets " sont remplacés par les mots " producteur de produits ";
2° les mots " les administrations locales et les producteurs " sont remplacés par les mots " les partenaires concernés ".
1° les mots " producteur de déchets " sont remplacés par les mots " producteur de produits ";
2° les mots " les administrations locales et les producteurs " sont remplacés par les mots " les partenaires concernés ".
Art. 11. In artikel 3.1.1.2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004, 17 december 2004 en 9 februari 2007, wordt § 5, vervangen door wat volgt :
" § 5. Elke producent is verantwoordelijk voor de financiering van zijn aanvaardingsplicht. De producent kan voor de organisatie van die financiering kiezen tussen collectieve en individuele regelingen. "
" § 5. Elke producent is verantwoordelijk voor de financiering van zijn aanvaardingsplicht. De producent kan voor de organisatie van die financiering kiezen tussen collectieve en individuele regelingen. "
Art. 11. A l'article 3.1.1.2 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 14 juillet 2004, 17 décembre 2004 et 9 février 2007, le § 5 est remplacé par ce qui suit :
" § 5. Chaque producteur est responsable du financement de son obligation d'acceptation. Pour l'organisation de ce financement, le producteur a le choix entre des règlements collectifs et individuels. "
" § 5. Chaque producteur est responsable du financement de son obligation d'acceptation. Pour l'organisation de ce financement, le producteur a le choix entre des règlements collectifs et individuels. "
Art. 12. Aan artikel 3.1.1.2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004, 17 december 2004 en 9 februari 2007, worden een § 6 en een § 7 toegevoegd, die luiden als volgt :
" § 6. De eindverkoper van producten waarvoor de aanvaardingsplicht geldt, moet op een duidelijk zichtbare plaats in elk van zijn verkooppunten een bericht aanbrengen waarop onder de titel " AANVAARDINGSPLICHT " is aangegeven op welke wijze hij voldoet aan de bepalingen van dit besluit en op welke wijze de koper zich kan ontdoen van zijn afgedankt product. Ook bij verkoop buiten een verkoopsruimte moet de consument hierover geïnformeerd worden.
§ 7. Alle verplichtingen en kosten voor diegenen die aan de aanvaardingsplicht onderworpen zijn, gelden vanaf de datum van inwerkingtreding van de plicht, ongeacht de datum van ondertekening van een milieubeleidsovereenkomst of de datum van goedkeuring van het individueel afvalpreventie- en afvalbeheerplan. "
" § 6. De eindverkoper van producten waarvoor de aanvaardingsplicht geldt, moet op een duidelijk zichtbare plaats in elk van zijn verkooppunten een bericht aanbrengen waarop onder de titel " AANVAARDINGSPLICHT " is aangegeven op welke wijze hij voldoet aan de bepalingen van dit besluit en op welke wijze de koper zich kan ontdoen van zijn afgedankt product. Ook bij verkoop buiten een verkoopsruimte moet de consument hierover geïnformeerd worden.
§ 7. Alle verplichtingen en kosten voor diegenen die aan de aanvaardingsplicht onderworpen zijn, gelden vanaf de datum van inwerkingtreding van de plicht, ongeacht de datum van ondertekening van een milieubeleidsovereenkomst of de datum van goedkeuring van het individueel afvalpreventie- en afvalbeheerplan. "
Art. 12. A l'article 3.1.1.2 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 14 juillet 2004, 17 décembre 2004 et 9 février 2007, sont ajoutés un § 6 et un § 7, libellés comme suit :
" § 6. Le vendeur final de produits qui relèvent de l'obligation d'acceptation, doit apposer dans chacun de ses points de vente, à un endroit clairement visible, un avis dans lequel il est stipulé, sous l'intitulé " OBLIGATION D'ACCEPTATION ", de quelle manière il répond aux dispositions du présent arrêté et de quelle manière l'acheteur peut se débarrasser de son produit mis au rebut. En cas de vente en dehors d'un espace de vente, le consommateur doit également en être informé.
§ 7. Toutes les obligations et charges pour ceux qui sont soumis à l'obligation d'acceptation, s'appliquent à partir de la date d'entrée en vigueur de l'obligation, quelle que soit la date de signature d'une convention environnementale ou la date d'approbation du plan individuel de prévention et de gestion de déchets. "
" § 6. Le vendeur final de produits qui relèvent de l'obligation d'acceptation, doit apposer dans chacun de ses points de vente, à un endroit clairement visible, un avis dans lequel il est stipulé, sous l'intitulé " OBLIGATION D'ACCEPTATION ", de quelle manière il répond aux dispositions du présent arrêté et de quelle manière l'acheteur peut se débarrasser de son produit mis au rebut. En cas de vente en dehors d'un espace de vente, le consommateur doit également en être informé.
§ 7. Toutes les obligations et charges pour ceux qui sont soumis à l'obligation d'acceptation, s'appliquent à partir de la date d'entrée en vigueur de l'obligation, quelle que soit la date de signature d'une convention environnementale ou la date d'approbation du plan individuel de prévention et de gestion de déchets. "
Art. 13. Artikel 3.1.1.3 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 3.1.1.3. Het gedeelte van de kostprijs van een product dat wordt doorgerekend om de kosten te dekken die verbonden zijn aan de uitvoering van de aanvaardingsplicht, moet zichtbaar worden vermeld op de factuur, tenzij anders is bepaald in de milieubeleidsovereenkomst of het individueel afvalpreventie- en afvalbeheerplan. "
" Art. 3.1.1.3. Het gedeelte van de kostprijs van een product dat wordt doorgerekend om de kosten te dekken die verbonden zijn aan de uitvoering van de aanvaardingsplicht, moet zichtbaar worden vermeld op de factuur, tenzij anders is bepaald in de milieubeleidsovereenkomst of het individueel afvalpreventie- en afvalbeheerplan. "
Art. 13. L'article 3.1.1.3 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2004 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 février 2007, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 3.1.1.3. La partie du prix d'un produit qui est imputée pour couvrir les frais liés à l'exécution de l'obligation d'acceptation, doit être visiblement mentionnée sur la facture, sauf en cas de dispositions contraires dans la convention environnementale ou dans le plan individuel de prévention et de gestion de déchets. "
" Art. 3.1.1.3. La partie du prix d'un produit qui est imputée pour couvrir les frais liés à l'exécution de l'obligation d'acceptation, doit être visiblement mentionnée sur la facture, sauf en cas de dispositions contraires dans la convention environnementale ou dans le plan individuel de prévention et de gestion de déchets. "
Art. 14. Artikel 3.1.1.4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 3.1.1.4. § 1. De wijze waarop aan de aanvaardingsplicht, vermeld in artikel 3.1.1.1 en 3.1.1.2, wordt voldaan, wordt overeenkomstig artikel 10, § 6, van het Afvalstoffendecreet vastgelegd in :
1° ofwel een individueel afvalpreventie- en afvalbeheerplan dat door de producenten ter goedkeuring aan de OVAM wordt voorgelegd volgens de voorwaarden van artikel 3.1.1.4, § 2;
2° ofwel een milieubeleidsovereenkomst als vermeld in het decreet van 15 juni 1994 betreffende de milieubeleidsovereenkomsten volgens de voorwaarden van artikel 3.1.1.4, § 2 en § 3.
§ 2. Het individueel afvalpreventie- en afvalbeheerplan of de milieubeleidsovereenkomst, vermeld in § 1, vermeldt in het bijzonder :
1° maatregelen voor de kwalitatieve en kwantitatieve preventie en het hergebruik;
2° maatregelen voor de selectieve inzameling van de afvalstoffen;
3° maatregelen voor de optimale verwerking van de afvalstoffen;
4° maatregelen voor een goede registratie van de afvalstoffenstromen en onderbouwing van het behalen van de doelstellingen;
5° maatregelen voor de vergoeding van de rechtspersonen van publiek recht, van de kringloopcentra of van andere inzamelplaatsen;
6° maatregelen voor de sensibilisering van de diverse doelgroepen;
7° maatregelen voor eigen controlesystemen op de bovengenoemde maatregelen;
8° bepalingen over de rapportering aan de OVAM met betrekking tot alle bovengenoemde maatregelen;
9° maatregelen voor de financiering van de inzameling en de verwerking;
10° voor huishoudelijke afvalstoffen : een financiële zekerheid die overeenstemt met de geschatte kosten voor het overnemen door het Vlaamse Gewest van de aanvaardingsplicht gedurende zes maanden. In een milieubeleidsovereenkomst kunnen andere zekerheden overeengekomen worden om de voortgang van de verbintenissen uit de overeenkomst te garanderen.
§ 3. Een milieubeleidsovereenkomst kan onder de volgende voorwaarden :
1° de milieubeleidsovereenkomst, als vermeld in het decreet van 15 juni 1994 betreffende de milieubeleidsovereenkomsten, wordt afgesloten door de overkoepelende representatieve organisaties van ondernemingen waarvan de producent, de eindverkoper en de tussenhandelaar lid is. Hierbij tekent elke betrokken overkoepelende representatieve organisatie van ondernemingen voor de engagementen die voortvloeien uit de wettelijke verplichtingen van hun leden;
2° er wordt een beheersorganisme opgericht dat de taken uitoefent in naam van de representatieve organisatie(s). Van de verplichting tot de oprichting van een beheersorganisme kan alleen afgeweken worden als de overkoepelende representatieve organisaties van alle actoren als vermeld in 1°, aantonen dat ze via een ander gezamenlijk orgaan dezelfde resultaten kunnen behalen. Dat orgaan moet aan dezelfde verplichtingen als een beheersorganisme voldoen;
3° het beheersorganisme legt uiterlijk zes maanden na de ondertekening van de milieubeleidsovereenkomst een beheersplan voor de looptijd van de milieubeleidsovereenkomst ter goedkeuring voor aan de OVAM waarin het aangeeft hoe het de bepalingen van de overeenkomst zal uitvoeren. Het beheersplan bevat minimaal uitvoeringsvoorwaarden van de bepalingen in de milieubeleidsovereenkomst conform artikel 3.1.1.4, § 2. Het beheersorganisme legt jaarlijks voor 1 oktober een actualisatie voor het volgende kalenderjaar ter goedkeuring voor;
4° het beheersorganisme legt uiterlijk zes maanden na de ondertekening van de milieubeleidsovereenkomst een financieel plan, inclusief de berekening van eventuele bijdragen voor de looptijd van de milieubeleidsovereenkomst, voor advies voor aan de OVAM. Het beheersorganisme legt jaarlijks voor 1 oktober een actualisatie voor het volgende kalenderjaar ter advies voor;
5° als het beheersorganisme de inzameling en verwerking organiseert moet het de lastenboeken voor inzameling en verwerkinguiterlijk zes maanden na de ondertekening van de milieubeleidsovereenkomst door de OVAM laten goedkeuren. Elke wijziging in lastenboeken moet vooraf goedgekeurd worden;
6° de OVAM zal namens het gewest de rol van waarnemer vervullen in de raad van bestuur en de algemene vergadering van het beheersorganisme. Daartoe ontvangt de OVAM tijdig de uitnodigingen en verslagen;
7° het beheersorganisme mag de toetreding van geen enkele onderneming weigeren waarop de aanvaardingsplicht, vermeld in de milieubeleidsovereenkomst van toepassing zou kunnen zijn. Het beheersorganisme kan van die verplichting afwijken als er ernstige redenen zijn en na goedkeuring van de OVAM;
8° op verzoek van de OVAM organiseert het beheersorganisme overleg met de representatieve organisaties van alle actoren die bij de uitvoering van de aanvaardingsplicht betrokken zijn.
In het eerste lid, punt 3°, 4° en 5°, wordt een onderscheid gemaakt tussen huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen enerzijds, en bedrijfsafvalstoffen anderzijds. "
" Art. 3.1.1.4. § 1. De wijze waarop aan de aanvaardingsplicht, vermeld in artikel 3.1.1.1 en 3.1.1.2, wordt voldaan, wordt overeenkomstig artikel 10, § 6, van het Afvalstoffendecreet vastgelegd in :
1° ofwel een individueel afvalpreventie- en afvalbeheerplan dat door de producenten ter goedkeuring aan de OVAM wordt voorgelegd volgens de voorwaarden van artikel 3.1.1.4, § 2;
2° ofwel een milieubeleidsovereenkomst als vermeld in het decreet van 15 juni 1994 betreffende de milieubeleidsovereenkomsten volgens de voorwaarden van artikel 3.1.1.4, § 2 en § 3.
§ 2. Het individueel afvalpreventie- en afvalbeheerplan of de milieubeleidsovereenkomst, vermeld in § 1, vermeldt in het bijzonder :
1° maatregelen voor de kwalitatieve en kwantitatieve preventie en het hergebruik;
2° maatregelen voor de selectieve inzameling van de afvalstoffen;
3° maatregelen voor de optimale verwerking van de afvalstoffen;
4° maatregelen voor een goede registratie van de afvalstoffenstromen en onderbouwing van het behalen van de doelstellingen;
5° maatregelen voor de vergoeding van de rechtspersonen van publiek recht, van de kringloopcentra of van andere inzamelplaatsen;
6° maatregelen voor de sensibilisering van de diverse doelgroepen;
7° maatregelen voor eigen controlesystemen op de bovengenoemde maatregelen;
8° bepalingen over de rapportering aan de OVAM met betrekking tot alle bovengenoemde maatregelen;
9° maatregelen voor de financiering van de inzameling en de verwerking;
10° voor huishoudelijke afvalstoffen : een financiële zekerheid die overeenstemt met de geschatte kosten voor het overnemen door het Vlaamse Gewest van de aanvaardingsplicht gedurende zes maanden. In een milieubeleidsovereenkomst kunnen andere zekerheden overeengekomen worden om de voortgang van de verbintenissen uit de overeenkomst te garanderen.
§ 3. Een milieubeleidsovereenkomst kan onder de volgende voorwaarden :
1° de milieubeleidsovereenkomst, als vermeld in het decreet van 15 juni 1994 betreffende de milieubeleidsovereenkomsten, wordt afgesloten door de overkoepelende representatieve organisaties van ondernemingen waarvan de producent, de eindverkoper en de tussenhandelaar lid is. Hierbij tekent elke betrokken overkoepelende representatieve organisatie van ondernemingen voor de engagementen die voortvloeien uit de wettelijke verplichtingen van hun leden;
2° er wordt een beheersorganisme opgericht dat de taken uitoefent in naam van de representatieve organisatie(s). Van de verplichting tot de oprichting van een beheersorganisme kan alleen afgeweken worden als de overkoepelende representatieve organisaties van alle actoren als vermeld in 1°, aantonen dat ze via een ander gezamenlijk orgaan dezelfde resultaten kunnen behalen. Dat orgaan moet aan dezelfde verplichtingen als een beheersorganisme voldoen;
3° het beheersorganisme legt uiterlijk zes maanden na de ondertekening van de milieubeleidsovereenkomst een beheersplan voor de looptijd van de milieubeleidsovereenkomst ter goedkeuring voor aan de OVAM waarin het aangeeft hoe het de bepalingen van de overeenkomst zal uitvoeren. Het beheersplan bevat minimaal uitvoeringsvoorwaarden van de bepalingen in de milieubeleidsovereenkomst conform artikel 3.1.1.4, § 2. Het beheersorganisme legt jaarlijks voor 1 oktober een actualisatie voor het volgende kalenderjaar ter goedkeuring voor;
4° het beheersorganisme legt uiterlijk zes maanden na de ondertekening van de milieubeleidsovereenkomst een financieel plan, inclusief de berekening van eventuele bijdragen voor de looptijd van de milieubeleidsovereenkomst, voor advies voor aan de OVAM. Het beheersorganisme legt jaarlijks voor 1 oktober een actualisatie voor het volgende kalenderjaar ter advies voor;
5° als het beheersorganisme de inzameling en verwerking organiseert moet het de lastenboeken voor inzameling en verwerkinguiterlijk zes maanden na de ondertekening van de milieubeleidsovereenkomst door de OVAM laten goedkeuren. Elke wijziging in lastenboeken moet vooraf goedgekeurd worden;
6° de OVAM zal namens het gewest de rol van waarnemer vervullen in de raad van bestuur en de algemene vergadering van het beheersorganisme. Daartoe ontvangt de OVAM tijdig de uitnodigingen en verslagen;
7° het beheersorganisme mag de toetreding van geen enkele onderneming weigeren waarop de aanvaardingsplicht, vermeld in de milieubeleidsovereenkomst van toepassing zou kunnen zijn. Het beheersorganisme kan van die verplichting afwijken als er ernstige redenen zijn en na goedkeuring van de OVAM;
8° op verzoek van de OVAM organiseert het beheersorganisme overleg met de representatieve organisaties van alle actoren die bij de uitvoering van de aanvaardingsplicht betrokken zijn.
In het eerste lid, punt 3°, 4° en 5°, wordt een onderscheid gemaakt tussen huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen enerzijds, en bedrijfsafvalstoffen anderzijds. "
Art. 14. L'article 3.1.1.4 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2004, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 3.1.1.4. § 1er. Les modalités d'observation de l'obligation d'acceptation visée aux articles 3.1.1.1 et 3.1.1.2, sont arrêtées, conformément à l'article 10, § 6 du décret relatif aux déchets :
1° soit, dans un plan individuel de prévention et de gestion de déchets, qui est soumis par les producteurs à l'approbation de l'OVAM selon les conditions de l'article 3.1.1.4, § 2;
2° soit par une convention environnementale telle que prévue par le décret du 15 juin 1994 relatif aux conventions environnementales, selon les conditions de l'article 3.1.1.4, § 2 et § 3.
§ 2. Le plan individuel de prévention et de gestion de déchets ou la convention environnementale visé au § 1er mentionne en particulier :
1° les mesures pour la prévention qualitative et quantitative et la réutilisation des déchets;
2° les mesures pour la collecte sélective des déchets;
3° les mesures pour le traitement optimal des déchets;
4° les mesures pour un enregistrement adéquat des flux de déchets et la base de la réalisation des objectifs;
5° les mesures pour l'indemnisation des personnes morales de droit public, des centres de recyclage ou d'autres points de collecte;
6° les mesures pour la sensibilisation des différents groupes cibles;
7° les mesures pour les propres systèmes de contrôle des mesures susmentionnées;
8° les dispositions concernant les rapports à l'OVAM en ce qui concerne les mesures susmentionnées;
9° les mesures pour le financement de la collecte et du traitement;
10° pour les déchets ménagers : une garantie financière qui correspond aux frais estimés pour la reprise par la Région flamande de l'obligation d'acceptation pendant six mois. Une convention environnementale peut stipuler d'autres garanties pour assurer le respect des engagements de la convention.
§ 3. Une convention environnementale est possible selon les conditions suivantes :
1° la convention environnementale telle que visée au décret du 15 juin 1994 relatif aux conventions environnementales est conclue par les organisations représentatives chapeautantes d'entreprises dont le producteur, le vendeur final et l'intermédiaire sont membres. Dans ce cas, chaque organisation représentative chapeutante d'entreprises signe pour les engagements qui découlent des obligations légales de leurs membres;
2° un organisme de gestion est créé qui exerce les tâches au nom de la/des organisation(s) représentative(s). Il ne peut être dérogé à l'obligation de création d'un organisme de gestion que lorsque les organisations représentatives chapeautantes de tous les acteurs tels que visés au 1°, démontrent qu'ils peuvent obtenir les mêmes résultats par le biais d'un autre organe commun. Cet organe doit répondre aux mêmes obligations qu'un organisme de gestion;
3° l'organisme de gestion soumet au plus tard six mois après la signature de la convention environnementale un plan de gestion pour la durée de la convention environnementale à l'approbation de l'OVAM, indiquant comment il exécutera les dispositions de la convention. Le plan de gestion comprend au moins les conditions d'exécution des dispositions contenues dans la convention environnementale conformément à l'article 3.1.1.4, § 2. L'organisme de gestion soumet avant le 1er octobre de chaque année une actualisation pour l'année calendrier suivante, à des fins d'approbation;
4° au plus tard six mois après la signature de la convention environnementale, l'organisme de gestion soumet un plan financier, en ce compris le calcul d'éventuelles cotisations pour la durée de la convention environnementale, pour avis à l'OVAM. Avant le 1er octobre de chaque année, l'organisme de gestion soumet une actualisation pour l'année calendrier suivante, pour avis;
5° lorsque l'organisme de gestion organise la collecte et le traitement, les cahiers de charge pour la collecte et le traitement doivent être approuvés par l'OVAM au plus tard six mois après la signature de la convention environnementale. Toute modification des cahiers des charges doit faire l'objet d'une approbation préalable;
6° l'OVAM assumera au nom de la région le rôle d'observateur au sein du conseil d'administration et de l'assemblée générale de l'organisme de gestion. A cette fin, l'OVAM recevra en temps utile les convocations et les comptes-rendus;
7° l'organisme de gestion ne peut refuser l'adhésion d'aucune entreprise à laquelle pourrait s'appliquer l'obligation d'acceptation visée dans la convention environnementale. L'organisme de gestion peut déroger à cette obligation lorsqu'il existe des motifs graves et après approbation de l'OVAM;
8° à la demande de l'OVAM, l'organisme de gestion organise une concertation avec les organisations représentatives de tous les acteurs associés à l'exécution de l'obligation d'acceptation.
A l'alinéa premier, points 3°, 4° et 5°, une distinction est opérée entre les déchets ménagers et les déchets industriels comparables avec des déchets ménagers, d'une part et les déchets industriels d'autre part. "
" Art. 3.1.1.4. § 1er. Les modalités d'observation de l'obligation d'acceptation visée aux articles 3.1.1.1 et 3.1.1.2, sont arrêtées, conformément à l'article 10, § 6 du décret relatif aux déchets :
1° soit, dans un plan individuel de prévention et de gestion de déchets, qui est soumis par les producteurs à l'approbation de l'OVAM selon les conditions de l'article 3.1.1.4, § 2;
2° soit par une convention environnementale telle que prévue par le décret du 15 juin 1994 relatif aux conventions environnementales, selon les conditions de l'article 3.1.1.4, § 2 et § 3.
§ 2. Le plan individuel de prévention et de gestion de déchets ou la convention environnementale visé au § 1er mentionne en particulier :
1° les mesures pour la prévention qualitative et quantitative et la réutilisation des déchets;
2° les mesures pour la collecte sélective des déchets;
3° les mesures pour le traitement optimal des déchets;
4° les mesures pour un enregistrement adéquat des flux de déchets et la base de la réalisation des objectifs;
5° les mesures pour l'indemnisation des personnes morales de droit public, des centres de recyclage ou d'autres points de collecte;
6° les mesures pour la sensibilisation des différents groupes cibles;
7° les mesures pour les propres systèmes de contrôle des mesures susmentionnées;
8° les dispositions concernant les rapports à l'OVAM en ce qui concerne les mesures susmentionnées;
9° les mesures pour le financement de la collecte et du traitement;
10° pour les déchets ménagers : une garantie financière qui correspond aux frais estimés pour la reprise par la Région flamande de l'obligation d'acceptation pendant six mois. Une convention environnementale peut stipuler d'autres garanties pour assurer le respect des engagements de la convention.
§ 3. Une convention environnementale est possible selon les conditions suivantes :
1° la convention environnementale telle que visée au décret du 15 juin 1994 relatif aux conventions environnementales est conclue par les organisations représentatives chapeautantes d'entreprises dont le producteur, le vendeur final et l'intermédiaire sont membres. Dans ce cas, chaque organisation représentative chapeutante d'entreprises signe pour les engagements qui découlent des obligations légales de leurs membres;
2° un organisme de gestion est créé qui exerce les tâches au nom de la/des organisation(s) représentative(s). Il ne peut être dérogé à l'obligation de création d'un organisme de gestion que lorsque les organisations représentatives chapeautantes de tous les acteurs tels que visés au 1°, démontrent qu'ils peuvent obtenir les mêmes résultats par le biais d'un autre organe commun. Cet organe doit répondre aux mêmes obligations qu'un organisme de gestion;
3° l'organisme de gestion soumet au plus tard six mois après la signature de la convention environnementale un plan de gestion pour la durée de la convention environnementale à l'approbation de l'OVAM, indiquant comment il exécutera les dispositions de la convention. Le plan de gestion comprend au moins les conditions d'exécution des dispositions contenues dans la convention environnementale conformément à l'article 3.1.1.4, § 2. L'organisme de gestion soumet avant le 1er octobre de chaque année une actualisation pour l'année calendrier suivante, à des fins d'approbation;
4° au plus tard six mois après la signature de la convention environnementale, l'organisme de gestion soumet un plan financier, en ce compris le calcul d'éventuelles cotisations pour la durée de la convention environnementale, pour avis à l'OVAM. Avant le 1er octobre de chaque année, l'organisme de gestion soumet une actualisation pour l'année calendrier suivante, pour avis;
5° lorsque l'organisme de gestion organise la collecte et le traitement, les cahiers de charge pour la collecte et le traitement doivent être approuvés par l'OVAM au plus tard six mois après la signature de la convention environnementale. Toute modification des cahiers des charges doit faire l'objet d'une approbation préalable;
6° l'OVAM assumera au nom de la région le rôle d'observateur au sein du conseil d'administration et de l'assemblée générale de l'organisme de gestion. A cette fin, l'OVAM recevra en temps utile les convocations et les comptes-rendus;
7° l'organisme de gestion ne peut refuser l'adhésion d'aucune entreprise à laquelle pourrait s'appliquer l'obligation d'acceptation visée dans la convention environnementale. L'organisme de gestion peut déroger à cette obligation lorsqu'il existe des motifs graves et après approbation de l'OVAM;
8° à la demande de l'OVAM, l'organisme de gestion organise une concertation avec les organisations représentatives de tous les acteurs associés à l'exécution de l'obligation d'acceptation.
A l'alinéa premier, points 3°, 4° et 5°, une distinction est opérée entre les déchets ménagers et les déchets industriels comparables avec des déchets ménagers, d'une part et les déchets industriels d'autre part. "
Art. 15. Artikel 3.1.1.5 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 3.1.1.5. § 1. Alle documenten in het kader van de aanvaardingsplicht die van strategisch belang zijn, worden ter goedkeuring voorgelegd aan de OVAM. Dat zijn ten minste het beheersplan, de lastenboeken en het communicatieplan.
De OVAM heeft één maand de tijd om die documenten al dan niet goed te keuren. Indien niet beslist wordt binnen deze periode, wordt de OVAM geacht de documenten te hebben goedgekeurd. Als de OVAM om aanvullende informatie verzoekt, kan de termijn maximaal met één maand worden verlengd. Die termijn gaat in vanaf de datum van ontvangst van alle opgevraagde informatie. Als de OVAM de documenten afkeurt, moet een aangepast voorstel opnieuw voorgelegd worden voor goedkeuring. Een voorstel kan niet worden uitgevoerd zonder goedkeuring van de OVAM.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1 worden het financieel plan en de toetredingsovereenkomst voor advies voorgelegd.
De OVAM heeft één maand de tijd om advies te geven. Als de OVAM binnen die periode geen advies geleverd heeft, geldt dat als gunstig advies. Als de OVAM om aanvullende informatie verzoekt, kan de termijn maximaal met één maand worden verlengd. De termijn gaat in vanaf de datum van ontvangst van alle opgevraagde informatie.
§ 3. Voor de rapportering geldt :
1° de cijfergegevens die in het kader van de aanvaardingsplicht aan de OVAM worden verstrekt, worden gecertificeerd door een onafhankelijk controleorganisme;
2° de cijfergegevens van overbrengers en verwerkers die in het kader van de aanvaardingsplicht aan het beheersorganisme of de producent worden geleverd, worden gecertificeerd door een onafhankelijk controleorganisme;
3° de cijfergegevens die in het kader van de aanvaardingsplicht door de producenten aan het beheersorganisme worden verstrekt, worden gecertificeerd door een onafhankelijk controleorganisme. Het beheersorganisme of een door dat organisme aangestelde derde kan die taak overnemen, op voorwaarde dat alle leden minstens eenmaal om de drie jaar gecontroleerd worden en het beheersorganisme over die actie en de resultaten jaarlijks aan de OVAM rapporteert;
4° van die verplichtingen kan worden afgeweken in een milieubeleidsovereenkomst of een individueel afvalpreventie- en afvalbeheerplan als de kwaliteit van de cijfergegevens op een andere manier gegarandeerd kan worden.
§ 4. De producenten, eindverkopers, tussenhandelaars en beheersorganismen verstrekken aan de OVAM alle informatie die de OVAM nuttig acht voor de evaluatie van de doelstellingen en controle van het Afvalstoffendecreet en de uitvoeringsbesluiten ervan. Indien de partijen dit nodig achten, wordt een systeem uitgewerkt dat confidentialiteit garandeert. "
" Art. 3.1.1.5. § 1. Alle documenten in het kader van de aanvaardingsplicht die van strategisch belang zijn, worden ter goedkeuring voorgelegd aan de OVAM. Dat zijn ten minste het beheersplan, de lastenboeken en het communicatieplan.
De OVAM heeft één maand de tijd om die documenten al dan niet goed te keuren. Indien niet beslist wordt binnen deze periode, wordt de OVAM geacht de documenten te hebben goedgekeurd. Als de OVAM om aanvullende informatie verzoekt, kan de termijn maximaal met één maand worden verlengd. Die termijn gaat in vanaf de datum van ontvangst van alle opgevraagde informatie. Als de OVAM de documenten afkeurt, moet een aangepast voorstel opnieuw voorgelegd worden voor goedkeuring. Een voorstel kan niet worden uitgevoerd zonder goedkeuring van de OVAM.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1 worden het financieel plan en de toetredingsovereenkomst voor advies voorgelegd.
De OVAM heeft één maand de tijd om advies te geven. Als de OVAM binnen die periode geen advies geleverd heeft, geldt dat als gunstig advies. Als de OVAM om aanvullende informatie verzoekt, kan de termijn maximaal met één maand worden verlengd. De termijn gaat in vanaf de datum van ontvangst van alle opgevraagde informatie.
§ 3. Voor de rapportering geldt :
1° de cijfergegevens die in het kader van de aanvaardingsplicht aan de OVAM worden verstrekt, worden gecertificeerd door een onafhankelijk controleorganisme;
2° de cijfergegevens van overbrengers en verwerkers die in het kader van de aanvaardingsplicht aan het beheersorganisme of de producent worden geleverd, worden gecertificeerd door een onafhankelijk controleorganisme;
3° de cijfergegevens die in het kader van de aanvaardingsplicht door de producenten aan het beheersorganisme worden verstrekt, worden gecertificeerd door een onafhankelijk controleorganisme. Het beheersorganisme of een door dat organisme aangestelde derde kan die taak overnemen, op voorwaarde dat alle leden minstens eenmaal om de drie jaar gecontroleerd worden en het beheersorganisme over die actie en de resultaten jaarlijks aan de OVAM rapporteert;
4° van die verplichtingen kan worden afgeweken in een milieubeleidsovereenkomst of een individueel afvalpreventie- en afvalbeheerplan als de kwaliteit van de cijfergegevens op een andere manier gegarandeerd kan worden.
§ 4. De producenten, eindverkopers, tussenhandelaars en beheersorganismen verstrekken aan de OVAM alle informatie die de OVAM nuttig acht voor de evaluatie van de doelstellingen en controle van het Afvalstoffendecreet en de uitvoeringsbesluiten ervan. Indien de partijen dit nodig achten, wordt een systeem uitgewerkt dat confidentialiteit garandeert. "
Art. 15. L'article 3.1.1.5 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Art. 3.1.1.5. § 1er. Tous les documents qui sont d'importance stratégique dans le cadre de l'obligation d'acceptation, sont soumis à l'approbation de l'OVAM. Il s'agit au moins du plan de gestion, des cahiers de charge et du plan de communication.
L'OVAM dispose d'un mois pour approuver ou non ces documents. Faute de décision pendant ce délai, l'OVAM est censé avoir approuvé les documents. Lorsque l'OVAM demande des informations complémentaires, le délai peut être prolongé d'un mois au maximum. Ce délai prend effet à partir de la date de réception de toutes les informations demandées. Lorsque l'OVAM rejette les documents, une proposition adaptée doit être soumise pour approbation. Une proposition ne peut être exécutée sans l'autorisation de l'OVAM.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, le plan financier et la convention d'adhésion sont soumis pour avis.
L'OVAM dispose d'un mois pour émettre un avis. Si l'OVAM omet d'émettre un avis dans ce délai, l'avis est censé être favorable. Lorsque l'OVAM demande des informations complémentaires, le délai peut être prolongé d'un mois au maximum. Le délai prend effet à partir de la date de réception de toutes les informations demandées.
§ 3. Pour le rapportage, les dispositions suivantes sont d'application :
1° les données chiffrées qui sont fournies à l'OVAM dans le cadre de l'obligation d'acceptation, sont certifiées par un organisme de contrôle indépendant;
2° les données chiffrées de transporteurs et des instances de traitement qui sont fournies dans le cadre de l'obligation d'acceptation à l'organisme de gestion ou au producteur, sont certifiées par un organisme de contrôle indépendant;
3° les données chiffrées qui sont fournies dans le cadre de l'obligation d'acceptation par les producteurs à l'organisme de gestion, sont certifiées par un organisme de contrôle indépendant. L'organisme de gestion ou un tiers désigné par cet organisme peut reprendre cette tâche, à condition que tous les membres soient contrôlés au moins une fois tous les trois ans et que l'organisme de gestion fasse annuellement rapport à l'OVAM sur cette action et les résultats;
4° il peut être dérogé à ces obligations dans une convention environnementale ou un plan individuel de prévention et de gestion de déchets lorsque la qualité des données chiffrées peut être garantie d'une autre façon.
§ 4. Les producteurs, vendeurs finaux, intermédiaires et organismes de gestion fournissent à l'OVAM toutes les informations que celle-ci juge utiles pour l'évaluation des objectifs et du contrôle du décret sur les déchets et ses arrêtés d'exécution. Lorsque les parties le jugent nécessaire, un système garantissant la confidentialité sera élaboré. "
" Art. 3.1.1.5. § 1er. Tous les documents qui sont d'importance stratégique dans le cadre de l'obligation d'acceptation, sont soumis à l'approbation de l'OVAM. Il s'agit au moins du plan de gestion, des cahiers de charge et du plan de communication.
L'OVAM dispose d'un mois pour approuver ou non ces documents. Faute de décision pendant ce délai, l'OVAM est censé avoir approuvé les documents. Lorsque l'OVAM demande des informations complémentaires, le délai peut être prolongé d'un mois au maximum. Ce délai prend effet à partir de la date de réception de toutes les informations demandées. Lorsque l'OVAM rejette les documents, une proposition adaptée doit être soumise pour approbation. Une proposition ne peut être exécutée sans l'autorisation de l'OVAM.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, le plan financier et la convention d'adhésion sont soumis pour avis.
L'OVAM dispose d'un mois pour émettre un avis. Si l'OVAM omet d'émettre un avis dans ce délai, l'avis est censé être favorable. Lorsque l'OVAM demande des informations complémentaires, le délai peut être prolongé d'un mois au maximum. Le délai prend effet à partir de la date de réception de toutes les informations demandées.
§ 3. Pour le rapportage, les dispositions suivantes sont d'application :
1° les données chiffrées qui sont fournies à l'OVAM dans le cadre de l'obligation d'acceptation, sont certifiées par un organisme de contrôle indépendant;
2° les données chiffrées de transporteurs et des instances de traitement qui sont fournies dans le cadre de l'obligation d'acceptation à l'organisme de gestion ou au producteur, sont certifiées par un organisme de contrôle indépendant;
3° les données chiffrées qui sont fournies dans le cadre de l'obligation d'acceptation par les producteurs à l'organisme de gestion, sont certifiées par un organisme de contrôle indépendant. L'organisme de gestion ou un tiers désigné par cet organisme peut reprendre cette tâche, à condition que tous les membres soient contrôlés au moins une fois tous les trois ans et que l'organisme de gestion fasse annuellement rapport à l'OVAM sur cette action et les résultats;
4° il peut être dérogé à ces obligations dans une convention environnementale ou un plan individuel de prévention et de gestion de déchets lorsque la qualité des données chiffrées peut être garantie d'une autre façon.
§ 4. Les producteurs, vendeurs finaux, intermédiaires et organismes de gestion fournissent à l'OVAM toutes les informations que celle-ci juge utiles pour l'évaluation des objectifs et du contrôle du décret sur les déchets et ses arrêtés d'exécution. Lorsque les parties le jugent nécessaire, un système garantissant la confidentialité sera élaboré. "
Art. 16. In artikel 3.1.1.6, § 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt 3° worden de woorden " naam, adres en identificatienummer " vervangen door de woorden " naam en adres ";
2° in punt 4° worden de woorden " naam, adres en identificatienummer " vervangen door de woorden " naam en adres ",
1° in punt 3° worden de woorden " naam, adres en identificatienummer " vervangen door de woorden " naam en adres ";
2° in punt 4° worden de woorden " naam, adres en identificatienummer " vervangen door de woorden " naam en adres ",
Art. 16. Les modifications suivantes sont apportées à l'article 3.1.1.6, § 1er, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2004 :
1° au point 3°, les mots " nom, adresse et numéro d'identification " sont remplacés par les mots " nom et adresse;
2° au point 4°, les mots " nom, adresse et numéro d'identification " sont remplacés par les mots " nom et adresse ",
1° au point 3°, les mots " nom, adresse et numéro d'identification " sont remplacés par les mots " nom et adresse;
2° au point 4°, les mots " nom, adresse et numéro d'identification " sont remplacés par les mots " nom et adresse ",
Art. 17. Aan artikel 3.1.1.6 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004, wordt een § 3 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 3. Van de plicht tot het bijhouden van een afvalstoffenregister door de eindverkoper en tussenhandelaar kan worden afgeweken in de milieubeleidsovereenkomst of in het individueel afvalpreventie- en afvalbeheerplan, vermeld in artikel 3.1.1.4, als de overbrenger van de afgevoerde afvalstoffen aan de OVAM online-inzagerecht geeft in zijn afvalstoffenregister, als vermeld in artikel 6.2.2, op voorwaarde dat de bepalingen van het online-inzagerecht werden goedgekeurd door de OVAM. "
" § 3. Van de plicht tot het bijhouden van een afvalstoffenregister door de eindverkoper en tussenhandelaar kan worden afgeweken in de milieubeleidsovereenkomst of in het individueel afvalpreventie- en afvalbeheerplan, vermeld in artikel 3.1.1.4, als de overbrenger van de afgevoerde afvalstoffen aan de OVAM online-inzagerecht geeft in zijn afvalstoffenregister, als vermeld in artikel 6.2.2, op voorwaarde dat de bepalingen van het online-inzagerecht werden goedgekeurd door de OVAM. "
Art. 17. A l'article 3.1.1.6 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2004, est ajouté un § 3, libellé comme suit :
" § 3. Il peut être dérogé à l'obligation de tenir un registre de déchets dans le chef du vendeur final et de l'intermédiaire dans la convention environnementale ou dans le plan individuel de prévention et de gestion de déchets, visé à l'article 3.1.1.4, lorsque le transporteur des déchets évacués donne à l'OVAM un droit de consultation en ligne de son registre de déchets, tel que visé à l'article 6.2.2, à condition que les dispositions du droit de consultation en ligne aient été approuvées par l'OVAM. "
" § 3. Il peut être dérogé à l'obligation de tenir un registre de déchets dans le chef du vendeur final et de l'intermédiaire dans la convention environnementale ou dans le plan individuel de prévention et de gestion de déchets, visé à l'article 3.1.1.4, lorsque le transporteur des déchets évacués donne à l'OVAM un droit de consultation en ligne de son registre de déchets, tel que visé à l'article 6.2.2, à condition que les dispositions du droit de consultation en ligne aient été approuvées par l'OVAM. "
Art. 18. In artikel 3.1.2.1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden " artikel 3.1.1.4, § 1, 2° " vervangen door de woorden " artikel 3.1.1.4, § 1, 1° ";
2° in het eerste lid, 3°, wordt het woord " toestellen " vervangen door de woorden " afgedankte producten ".
1° in het eerste lid worden de woorden " artikel 3.1.1.4, § 1, 2° " vervangen door de woorden " artikel 3.1.1.4, § 1, 1° ";
2° in het eerste lid, 3°, wordt het woord " toestellen " vervangen door de woorden " afgedankte producten ".
Art. 18. L'article 3.1.2.1 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2004, est modifié comme suit :
1° à l'alinéa premier, les mots " article 3.1.1.4, § 1er, 2° " sont remplacés par les mots " article 3.1.1.4, § 1er, 1° ";
2° à l'alinéa premier, 3°, le mot " appareils " est remplacé par les mots " produits mis au rebut ".
1° à l'alinéa premier, les mots " article 3.1.1.4, § 1er, 2° " sont remplacés par les mots " article 3.1.1.4, § 1er, 1° ";
2° à l'alinéa premier, 3°, le mot " appareils " est remplacé par les mots " produits mis au rebut ".
Art. 19. Artikel 3.1.2.2 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 3.1.2.2. Het individueel afvalpreventie- en afvalbeheerplan, vermeld in artikel 3.1.1.4, § 1, 1°, wordt goedgekeurd volgens de volgende procedure :
1° de aanvraag tot goedkeuring van het individueel afvalpreventie- en afvalbeheerplan wordt met een aangetekend schrijven naar de OVAM verstuurd of bij de OVAM tegen ontvangstbewijs afgegeven, bij voorkeur onder briefhoofd van de aanvrager, gedateerd en ondertekend door de aanvrager of in voorkomend geval door een natuurlijke persoon die de vennootschap kan verbinden, met toevoeging van de volgende bijlagen :
a) in voorkomend geval, een afschrift van de oprichtingsakte en van de eventuele wijzigingen ervan gedurende de laatste vijf jaar;
b) het ontwerp van individueel afvalpreventie- en afvalbeheerplan waarvoor de goedkeuring wordt gevraagd;
2° de OVAM onderzoekt de aanvraag, vermeld in punt 1°, op volledigheid overeenkomstig de bepalingen in artikel 3.1.2.1 :
a) als wordt vastgesteld dat de aanvraag onvolledig is, brengt de OVAM de aanvrager binnen veertien kalenderdagen na de indiening of aanvulling van de aanvraag daarvan met een aangetekende brief op de hoogte met vermelding van de inlichtingen en gegevens die ontbreken;
b) als wordt vastgesteld dat de aanvraag volledig is, brengt de OVAM de aanvrager daarvan met een aangetekende brief op de hoogte binnen veertien kalenderdagen na de indiening of aanvulling van de aanvraag;
3° binnen een termijn van vier maanden, te rekenen vanaf de datum waarop is vastgesteld dat de aanvraag volledig is, doet de OVAM uitspraak over de aanvraag, vermeld in punt 1°; binnen vier maanden kan de OVAM alle toelichting en informatie opvragen die nodig zijn voor de inhoudelijke beoordeling van de aanvraag;
4° de OVAM bezorgt haar beslissing met een aangetekende brief aan de aanvrager, binnen tien kalenderdagen na de uitspraak, vermeld in punt 3°. "
" Art. 3.1.2.2. Het individueel afvalpreventie- en afvalbeheerplan, vermeld in artikel 3.1.1.4, § 1, 1°, wordt goedgekeurd volgens de volgende procedure :
1° de aanvraag tot goedkeuring van het individueel afvalpreventie- en afvalbeheerplan wordt met een aangetekend schrijven naar de OVAM verstuurd of bij de OVAM tegen ontvangstbewijs afgegeven, bij voorkeur onder briefhoofd van de aanvrager, gedateerd en ondertekend door de aanvrager of in voorkomend geval door een natuurlijke persoon die de vennootschap kan verbinden, met toevoeging van de volgende bijlagen :
a) in voorkomend geval, een afschrift van de oprichtingsakte en van de eventuele wijzigingen ervan gedurende de laatste vijf jaar;
b) het ontwerp van individueel afvalpreventie- en afvalbeheerplan waarvoor de goedkeuring wordt gevraagd;
2° de OVAM onderzoekt de aanvraag, vermeld in punt 1°, op volledigheid overeenkomstig de bepalingen in artikel 3.1.2.1 :
a) als wordt vastgesteld dat de aanvraag onvolledig is, brengt de OVAM de aanvrager binnen veertien kalenderdagen na de indiening of aanvulling van de aanvraag daarvan met een aangetekende brief op de hoogte met vermelding van de inlichtingen en gegevens die ontbreken;
b) als wordt vastgesteld dat de aanvraag volledig is, brengt de OVAM de aanvrager daarvan met een aangetekende brief op de hoogte binnen veertien kalenderdagen na de indiening of aanvulling van de aanvraag;
3° binnen een termijn van vier maanden, te rekenen vanaf de datum waarop is vastgesteld dat de aanvraag volledig is, doet de OVAM uitspraak over de aanvraag, vermeld in punt 1°; binnen vier maanden kan de OVAM alle toelichting en informatie opvragen die nodig zijn voor de inhoudelijke beoordeling van de aanvraag;
4° de OVAM bezorgt haar beslissing met een aangetekende brief aan de aanvrager, binnen tien kalenderdagen na de uitspraak, vermeld in punt 3°. "
Art. 19. L'article 3.1.2.2 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Art. 3.1.2.2. Le plan individuel de prévention et de gestion de déchets, visé à l'article 3.1.1.4, § 1er, 1°, est approuvé selon la procédure suivante :
1° la demande d'approbation du plan individuel de prévention et de gestion de déchets est envoyée par lettre recommandée à l'OVAM ou remise contre récépissé auprès de l'OVAM, de préférence avec l'en-tête du demandeur, datée et signée par le demandeur ou le cas échéant, par une personne physique habilitée à lier la société, moyennant ajout des annexes suivantes :
a) le cas échéant, une copie de l'acte constitutif et des modifications éventuelles durant les cinq dernières années;
b) le projet de plan individuel de prévention et de gestion de déchets pour lequel l'approbation est demandée;
2° l'OVAM examine la demande visée au point 1°, pour vérifier si elle est complète conformément aux dispositions de l'article 3.1.2.1 :
a) si l'on constate que la demande est incomplète, l'OVAM en informe le demandeur dans les quinze jours calendrier suivant l'introduction ou les ajouts à la demande, par lettre recommandée, moyennant mention des informations et données manquantes;
b) si l'on constate que la demande est complète, l'OVAM en informe le demandeur par lettre recommandée dans les quinze jours suivant l'introduction de la demande ou des ajouts;
3° dans un délai de quatre mois, à compter à partir de la date où l'on constate que la demande est complète, l'OVAM statue sur la demande, visée au point 1°; dans un délai de quatre mois, l'OVAM peut demander toutes les précisions et informations nécessaires à l'évaluation de fond de la demande;
4° l'OVAM fait parvenir sa décision par lettre recommandée au demandeur, dans les dix jours calendrier suivant la décision visée au point 3°. "
" Art. 3.1.2.2. Le plan individuel de prévention et de gestion de déchets, visé à l'article 3.1.1.4, § 1er, 1°, est approuvé selon la procédure suivante :
1° la demande d'approbation du plan individuel de prévention et de gestion de déchets est envoyée par lettre recommandée à l'OVAM ou remise contre récépissé auprès de l'OVAM, de préférence avec l'en-tête du demandeur, datée et signée par le demandeur ou le cas échéant, par une personne physique habilitée à lier la société, moyennant ajout des annexes suivantes :
a) le cas échéant, une copie de l'acte constitutif et des modifications éventuelles durant les cinq dernières années;
b) le projet de plan individuel de prévention et de gestion de déchets pour lequel l'approbation est demandée;
2° l'OVAM examine la demande visée au point 1°, pour vérifier si elle est complète conformément aux dispositions de l'article 3.1.2.1 :
a) si l'on constate que la demande est incomplète, l'OVAM en informe le demandeur dans les quinze jours calendrier suivant l'introduction ou les ajouts à la demande, par lettre recommandée, moyennant mention des informations et données manquantes;
b) si l'on constate que la demande est complète, l'OVAM en informe le demandeur par lettre recommandée dans les quinze jours suivant l'introduction de la demande ou des ajouts;
3° dans un délai de quatre mois, à compter à partir de la date où l'on constate que la demande est complète, l'OVAM statue sur la demande, visée au point 1°; dans un délai de quatre mois, l'OVAM peut demander toutes les précisions et informations nécessaires à l'évaluation de fond de la demande;
4° l'OVAM fait parvenir sa décision par lettre recommandée au demandeur, dans les dix jours calendrier suivant la décision visée au point 3°. "
Art. 20. In artikel 3.2.3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004, worden de woorden " Het in artikel 3.1.1.4, § 1, 2° " vervangen door de woorden " Het in artikel 3.1.1.4, § 1, 1° ".
Art. 20. A l'article 3.2.3 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2004, les mots " cité à l'article 3.1.1.4, § 1er, 2° " sont remplacés par les mots " cité à l'article 3.1.1.4, § 1er, 1° ".
Art. 21. Aan artikel 3.2.5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004, wordt een § 5 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 5. De verplichting, vermeld in artikel 3.1.1.2, § 6, is niet van toepassing voor drukwerk. "
" § 5. De verplichting, vermeld in artikel 3.1.1.2, § 6, is niet van toepassing voor drukwerk. "
Art. 21. A l'article 3.2.5 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2004, un § 5 est ajouté, libellé comme suit :
" § 5. L'obligation visée à l'article 3.1.1.2, § 6, ne s'applique pas aux imprimés. "
" § 5. L'obligation visée à l'article 3.1.1.2, § 6, ne s'applique pas aux imprimés. "
Art. 22. In artikel 3.3.1, § 2 van hetzelfde besluit, wordt punt 1° vervangen door wat volgt :
" 1° afgedankte batterijen en accu's worden verwerkt overeenkomstig artikel 3.6.1; "
" 1° afgedankte batterijen en accu's worden verwerkt overeenkomstig artikel 3.6.1; "
Art. 22. A l'article 3.3.1, § 2 du même arrêté, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° les piles et accumulateurs mis au rebut sont traités conformément à l'article 3.6.1; "
" 1° les piles et accumulateurs mis au rebut sont traités conformément à l'article 3.6.1; "
Art. 23. Artikel 3.3.2 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 3.3.2. Het individueel afvalpreventie- en afvalbeheerplan en de milieubeleidsovereenkomst, vermeld in artikel 3.1.1.4, § 1, regelen inzonderheid en in voorkomend geval :
1° de verplichting van de eindverkopers van voertuigen om elk afgedankt voertuig dat de consument aanbiedt in ontvangst te nemen;
2° de verplichting van de tussenhandelaars in voertuigen om alle afgedankte voertuigen die met toepassing van dit besluit in ontvangst worden genomen op regelmatige basis ter plaatse bij de eindverkopers van voertuigen in te zamelen en aan de producent aan te bieden;
3° de verplichting van de voertuigproducenten om alle aanvaarde afgedankte voertuigen bij de tussenhandelaar, of bij gebrek daaraan bij de eindverkoper, op regelmatige basis in te zamelen en op eigen kosten te laten verwerken in een daartoe vergunde inrichting. "
" Art. 3.3.2. Het individueel afvalpreventie- en afvalbeheerplan en de milieubeleidsovereenkomst, vermeld in artikel 3.1.1.4, § 1, regelen inzonderheid en in voorkomend geval :
1° de verplichting van de eindverkopers van voertuigen om elk afgedankt voertuig dat de consument aanbiedt in ontvangst te nemen;
2° de verplichting van de tussenhandelaars in voertuigen om alle afgedankte voertuigen die met toepassing van dit besluit in ontvangst worden genomen op regelmatige basis ter plaatse bij de eindverkopers van voertuigen in te zamelen en aan de producent aan te bieden;
3° de verplichting van de voertuigproducenten om alle aanvaarde afgedankte voertuigen bij de tussenhandelaar, of bij gebrek daaraan bij de eindverkoper, op regelmatige basis in te zamelen en op eigen kosten te laten verwerken in een daartoe vergunde inrichting. "
Art. 23. L'article 3.3.2 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Art. 3.3.2. Le plan individuel de prévention et de gestion de déchets et la convention environnementale, visés à l'article 3.1.1.4, § 1er, règlent plus particulièrement et le cas échéant :
1° l'obligation des vendeurs finaux de véhicules de réceptionner tout véhicule mis au rebut présenté par le consommateur;
2° l'obligation pour les intermédiaires de véhicules de collecter sur place auprès de vendeurs finaux de véhicules et de présenter régulièrement au producteur tous les véhicules mis au rebut qui sont réceptionnés en application du présent arrêté;
3° l'obligation des producteurs de véhicules de collecter régulièrement tous les véhicules mis au rebut auprès de l'intermédiaire, ou faute d'intermédiaire, auprès du vendeur final, et de les faire traiter à ses frais dans une installation autorisée à cette fin. "
" Art. 3.3.2. Le plan individuel de prévention et de gestion de déchets et la convention environnementale, visés à l'article 3.1.1.4, § 1er, règlent plus particulièrement et le cas échéant :
1° l'obligation des vendeurs finaux de véhicules de réceptionner tout véhicule mis au rebut présenté par le consommateur;
2° l'obligation pour les intermédiaires de véhicules de collecter sur place auprès de vendeurs finaux de véhicules et de présenter régulièrement au producteur tous les véhicules mis au rebut qui sont réceptionnés en application du présent arrêté;
3° l'obligation des producteurs de véhicules de collecter régulièrement tous les véhicules mis au rebut auprès de l'intermédiaire, ou faute d'intermédiaire, auprès du vendeur final, et de les faire traiter à ses frais dans une installation autorisée à cette fin. "
Art. 24. Artikel 3.3.3 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 24. L'article 3.3.3 du même arrêté est abrogé.
Art. 25. In artikel 3.4.1 van hetzelfde besluit worden de punten 3°, 4° en 5° vervangen door wat volgt :
" 3° het totale percentage hergebruik door de sorteerder, loopvlakvernieuwing en recyclage van de ingezamelde afvalbanden minstens 55% bedraagt; "
" 4° de rest van de ingezamelde afvalbanden energetisch wordt gevaloriseerd; "
" 5° de verwijdering van afvalbanden niet is toegestaan. "
" 3° het totale percentage hergebruik door de sorteerder, loopvlakvernieuwing en recyclage van de ingezamelde afvalbanden minstens 55% bedraagt; "
" 4° de rest van de ingezamelde afvalbanden energetisch wordt gevaloriseerd; "
" 5° de verwijdering van afvalbanden niet is toegestaan. "
Art. 25. A l'article 3.4.1 du même arrêté, les points 3°, 4° et 5° sont remplacés par ce qui suit :
" 3° le pourcentage total de réutilisation par le trieur, de renouvellement de chape et de recyclage des pneus usagés collectés s'élève au moins à 55 %; "
" 4° le reste des pneus collectés est valorisé de manière énergétique "
" 5° l'évacuation de pneus usagés n'est pas autorisée. "
" 3° le pourcentage total de réutilisation par le trieur, de renouvellement de chape et de recyclage des pneus usagés collectés s'élève au moins à 55 %; "
" 4° le reste des pneus collectés est valorisé de manière énergétique "
" 5° l'évacuation de pneus usagés n'est pas autorisée. "
Art. 26. Artikel 3.4.3 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 26. L'article 3.4.3 du même arrêté est abrogé.
Art. 27. In artikel 3.4.4, § 3, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt 2° worden de woorden " in kilogram, soorten en aantallen " vervangen door de woorden " in kilogram en soorten ";
2° in punt 4° worden de woorden " afvalstoffen die voortkomen uit de verwerking van afvalbanden " vervangen door het woord " afvalbanden ";
3° in punt 4° wordt punt c) vervangen door wat volgt :
" c) werd gebruikt voor materiaalrecyclage; "
4° aan punt 4° wordt een punt d) toegevoegd, dat luidt als volgt :
" d) energetisch werd gevaloriseerd. "
1° in punt 2° worden de woorden " in kilogram, soorten en aantallen " vervangen door de woorden " in kilogram en soorten ";
2° in punt 4° worden de woorden " afvalstoffen die voortkomen uit de verwerking van afvalbanden " vervangen door het woord " afvalbanden ";
3° in punt 4° wordt punt c) vervangen door wat volgt :
" c) werd gebruikt voor materiaalrecyclage; "
4° aan punt 4° wordt een punt d) toegevoegd, dat luidt als volgt :
" d) energetisch werd gevaloriseerd. "
Art. 27. L'article 3.4.4, § 3, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2004, est modifié comme suit :
1° au point 2°, les mots " exprimée en kilogrammes, types et nombres " sont remplacés par les mots " exprimée en kilogrammes et types ";
2° au point 4°, les mots " déchets provenant du traitement des pneus usagés " sont remplacés par les mots " pneus usagés ";
3° au point 4°, le point c) est remplacé par ce qui suit :
" c) a été utilisée pour le recyclage de matériau; "
4° au point 4°, un point d) est ajouté, libellé comme suit :
" d) a été énergétiquement valorisée. "
1° au point 2°, les mots " exprimée en kilogrammes, types et nombres " sont remplacés par les mots " exprimée en kilogrammes et types ";
2° au point 4°, les mots " déchets provenant du traitement des pneus usagés " sont remplacés par les mots " pneus usagés ";
3° au point 4°, le point c) est remplacé par ce qui suit :
" c) a été utilisée pour le recyclage de matériau; "
4° au point 4°, un point d) est ajouté, libellé comme suit :
" d) a été énergétiquement valorisée. "
Art. 28. In artikel 3.4.4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004, wordt § 4 opgeheven.
Art. 28. A l'article 3.4.4 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2004, le § 4 est abrogé.
Art. 29. Artikel 3.5.1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 3.5.1. Elektrische en elektronische apparatuur wordt ingedeeld in de volgende tien categorieën :
1° huishoudelijke of vergelijkbare apparaten :
a) grote huishoudelijke apparaten (categorie 1);
b) kleine huishoudelijke apparaten (categorie 2);
c) IT- en telecommunicatieapparatuur (categorie 3);
d) consumentenapparatuur (categorie 4);
e) elektrisch en elektronisch tuingereedschap (uitgezonderd grote, niet-verplaatsbare industriële installaties) (categorie 6);
2° huishoudelijke of vergelijkbare apparaten, tenzij anders is gespecificeerd :
a) verlichtingsapparatuur en lampen (categorie 5);
b) ander elektrisch en elektronisch gereedschap (uitgezonderd grote, niet-verplaatsbare industriële installaties) (categorie 6);
c) speelgoed, apparatuur voor sport en ontspanning (categorie 7);
d) meet- en controle-instrumenten (categorie 9);
3° andere apparatuur :
a) de categorieën van apparaten, vermeld in artikel 3.5.1, 1° en 2°, die niet van huishoudelijke of vergelijkbare aard zijn;
b) medische hulpmiddelen (met uitzondering van alle geïmplanteerde en geïnfecteerde producten) (categorie 8);
c) automaten (categorie 10).
De Vlaamse minister kan een lijst vaststellen van de apparatuur die onder deze categorieën valt. "
" Art. 3.5.1. Elektrische en elektronische apparatuur wordt ingedeeld in de volgende tien categorieën :
1° huishoudelijke of vergelijkbare apparaten :
a) grote huishoudelijke apparaten (categorie 1);
b) kleine huishoudelijke apparaten (categorie 2);
c) IT- en telecommunicatieapparatuur (categorie 3);
d) consumentenapparatuur (categorie 4);
e) elektrisch en elektronisch tuingereedschap (uitgezonderd grote, niet-verplaatsbare industriële installaties) (categorie 6);
2° huishoudelijke of vergelijkbare apparaten, tenzij anders is gespecificeerd :
a) verlichtingsapparatuur en lampen (categorie 5);
b) ander elektrisch en elektronisch gereedschap (uitgezonderd grote, niet-verplaatsbare industriële installaties) (categorie 6);
c) speelgoed, apparatuur voor sport en ontspanning (categorie 7);
d) meet- en controle-instrumenten (categorie 9);
3° andere apparatuur :
a) de categorieën van apparaten, vermeld in artikel 3.5.1, 1° en 2°, die niet van huishoudelijke of vergelijkbare aard zijn;
b) medische hulpmiddelen (met uitzondering van alle geïmplanteerde en geïnfecteerde producten) (categorie 8);
c) automaten (categorie 10).
De Vlaamse minister kan een lijst vaststellen van de apparatuur die onder deze categorieën valt. "
Art. 29. L'article 3.5.1 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2004, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 3.5.1. Les appareils électriques et électroniques sont répartis dans les dix catégories suivantes :
1° appareils ménagers ou similaires :
a) grands appareils ménagers (catégorie 1);
b) petits appareils ménagers (catégorie 2);
c) équipement informatique et de télécommunications (catégorie 3);
d) appareils de consommation (catégorie 4);
e) outils de jardinage électrique et électronique ( à l'exception de grandes installations industrielles non déplaçables) (catégorie 6);
2° appareils ménagers ou similaires, sauf si stipulé autrement :
a) équipement d'éclairage et lampes (catégorie 5)
b) autres outils électriques et électroniques ( à l'exception de grandes installations industrielles non déplaçables) (catégorie 6);
c) jouets, équipements de détente et de sport (catégorie 7);
d) instruments de mesure et de contrôle (catégorie 9);
3° autres appareils :
a) les catégories d'appareils mentionnées à l'article 3.5.1 1° et 2°, qui ne sont pas de nature ménagère ou similaire;
b) tous les outils médicaux, à l'exception de tous les produits implantés ou infectés (catégorie 8).
c) les distributeurs automatiques (catégorie 10).
Le Ministre flamand peut établir une liste des appareils qui relèvent de ces catégories. "
" Art. 3.5.1. Les appareils électriques et électroniques sont répartis dans les dix catégories suivantes :
1° appareils ménagers ou similaires :
a) grands appareils ménagers (catégorie 1);
b) petits appareils ménagers (catégorie 2);
c) équipement informatique et de télécommunications (catégorie 3);
d) appareils de consommation (catégorie 4);
e) outils de jardinage électrique et électronique ( à l'exception de grandes installations industrielles non déplaçables) (catégorie 6);
2° appareils ménagers ou similaires, sauf si stipulé autrement :
a) équipement d'éclairage et lampes (catégorie 5)
b) autres outils électriques et électroniques ( à l'exception de grandes installations industrielles non déplaçables) (catégorie 6);
c) jouets, équipements de détente et de sport (catégorie 7);
d) instruments de mesure et de contrôle (catégorie 9);
3° autres appareils :
a) les catégories d'appareils mentionnées à l'article 3.5.1 1° et 2°, qui ne sont pas de nature ménagère ou similaire;
b) tous les outils médicaux, à l'exception de tous les produits implantés ou infectés (catégorie 8).
c) les distributeurs automatiques (catégorie 10).
Le Ministre flamand peut établir une liste des appareils qui relèvent de ces catégories. "
Art. 30. Artikel 3.5.1bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 3.5.1bis, § 1. Voor de financiering van de milieubijdrage geldt :
1° voor afgedankte elektrische en elektronische apparaten van huishoudelijke of vergelijkbare aard :
a) wat producten betreft die na 1 juli 2001 op de markt gebracht werden, is elke producent verantwoordelijk voor de financiering van zijn aanvaardingsplicht. De producent kan kiezen tussen een collectieve regeling en een individuele regeling;
b) de verantwoordelijkheid voor de financiering van de kosten van het beheer van afgedankte elektrische en elektronische apparaten die vóór 1 juli 2001 op de markt zijn gebracht, berust bij een of meer systemen waaraan alle producenten die op de markt aanwezig zijn op het tijdstip waarop die kosten ontstaan, naar evenredigheid bijdragen, bijvoorbeeld naar evenredigheid van hun marktaandeel voor de apparatuur in kwestie;
c) de producenten moeten, als ze een product op de markt brengen, een waarborg stellen waaruit blijkt dat het beheer van de afgedankte elektrische en elektronische apparaten zal worden gefinancierd. De waarborg heeft betrekking op de financiering van de inzameling en de milieuhygiënisch verantwoorde verwerking van dat product. Hij kan de vorm hebben van een recyclingverzekering, geblokkeerde bankrekening of deelneming van de producent aan passende financiële regelingen voor de financiering van het beheer van afgedankte elektrische apparatuur;
2° voor afgedankte elektrische en elektronische apparaten van andere gebruikers dan huishoudens of vergelijkbare gebruikers :
a) wat producten betreft die vanaf 13 augustus 2005 op de markt gebracht worden, is elke producent verantwoordelijk voor de financiering van de inzameling en de milieuhygiënisch verantwoorde verwerking van de afgedankte elektrische en elektronische apparaten die afkomstig zijn van andere dan particuliere huishoudens;
b) voor historische voorraad van voor 13 augustus 2005, die wordt vervangen door nieuwe, gelijkwaardige producten met dezelfde functie, worden de kosten gedragen door de producenten van die nieuwe producten op het moment dat ze worden geleverd. Voor andere historische voorraad worden de kosten gedragen door de andere gebruikers dan particuliere huishoudens;
c) producenten en andere gebruikers dan particuliere huishoudens kunnen onverminderd de bepalingen van dit artikel andere financieringsregelingen overeenkomen. Die voorwaarden moeten dan duidelijk worden opgenomen in de verkoopsvoorwaarden van het nieuwe product.
§ 2. In afwijking van artikel 3.1.1.3 geldt voor de zichtbaarheid van de milieubijdragen :
1° voor elektrische en elektronische apparaten van huishoudelijke of vergelijkbare aard worden bij verkoop van nieuwe producten, de kosten van inzameling en milieuhygiënisch verantwoorde verwerking ten aanzien van de consumenten niet afzonderlijk aangetoond. De producenten mogen gedurende een overgangsperiode tot 13 februari 2013 voor de grote huishoudelijke apparaten en tot 13 februari 2011 voor de andere apparaten, bij de verkoop van nieuwe producten de kosten van inzameling en milieuvriendelijke verwerking ten aanzien van de consumenten aantonen. De aangegeven kosten mogen niet hoger liggen dan de reële kosten;
2° voor elektrische en elektronische apparaten van andere gebruikers dan huishoudens of vergelijkbare gebruikers mogen de producenten tijdens een overgangsperiode bij verkoop van nieuwe producten, op vrijwillige basis, ten aanzien van de consumenten de kosten van inzameling, verwerking en milieuvriendelijke verwijdering van de historische voorraad aantonen. Producenten die van deze regeling gebruik maken, moeten garanderen dat de aangegeven kosten niet hoger liggen dan de reële kosten.
§ 3. De natuurlijke personen of rechtspersonen die elektrische of elektronische apparatuur verkopen op afstand via internet, postorderdiensten of andere verkoopstechnieken, moeten de voorwaarden van dit artikel ook in acht nemen voor apparatuur die wordt geleverd aan een koper buiten het Vlaamse Gewest. "
" Art. 3.5.1bis, § 1. Voor de financiering van de milieubijdrage geldt :
1° voor afgedankte elektrische en elektronische apparaten van huishoudelijke of vergelijkbare aard :
a) wat producten betreft die na 1 juli 2001 op de markt gebracht werden, is elke producent verantwoordelijk voor de financiering van zijn aanvaardingsplicht. De producent kan kiezen tussen een collectieve regeling en een individuele regeling;
b) de verantwoordelijkheid voor de financiering van de kosten van het beheer van afgedankte elektrische en elektronische apparaten die vóór 1 juli 2001 op de markt zijn gebracht, berust bij een of meer systemen waaraan alle producenten die op de markt aanwezig zijn op het tijdstip waarop die kosten ontstaan, naar evenredigheid bijdragen, bijvoorbeeld naar evenredigheid van hun marktaandeel voor de apparatuur in kwestie;
c) de producenten moeten, als ze een product op de markt brengen, een waarborg stellen waaruit blijkt dat het beheer van de afgedankte elektrische en elektronische apparaten zal worden gefinancierd. De waarborg heeft betrekking op de financiering van de inzameling en de milieuhygiënisch verantwoorde verwerking van dat product. Hij kan de vorm hebben van een recyclingverzekering, geblokkeerde bankrekening of deelneming van de producent aan passende financiële regelingen voor de financiering van het beheer van afgedankte elektrische apparatuur;
2° voor afgedankte elektrische en elektronische apparaten van andere gebruikers dan huishoudens of vergelijkbare gebruikers :
a) wat producten betreft die vanaf 13 augustus 2005 op de markt gebracht worden, is elke producent verantwoordelijk voor de financiering van de inzameling en de milieuhygiënisch verantwoorde verwerking van de afgedankte elektrische en elektronische apparaten die afkomstig zijn van andere dan particuliere huishoudens;
b) voor historische voorraad van voor 13 augustus 2005, die wordt vervangen door nieuwe, gelijkwaardige producten met dezelfde functie, worden de kosten gedragen door de producenten van die nieuwe producten op het moment dat ze worden geleverd. Voor andere historische voorraad worden de kosten gedragen door de andere gebruikers dan particuliere huishoudens;
c) producenten en andere gebruikers dan particuliere huishoudens kunnen onverminderd de bepalingen van dit artikel andere financieringsregelingen overeenkomen. Die voorwaarden moeten dan duidelijk worden opgenomen in de verkoopsvoorwaarden van het nieuwe product.
§ 2. In afwijking van artikel 3.1.1.3 geldt voor de zichtbaarheid van de milieubijdragen :
1° voor elektrische en elektronische apparaten van huishoudelijke of vergelijkbare aard worden bij verkoop van nieuwe producten, de kosten van inzameling en milieuhygiënisch verantwoorde verwerking ten aanzien van de consumenten niet afzonderlijk aangetoond. De producenten mogen gedurende een overgangsperiode tot 13 februari 2013 voor de grote huishoudelijke apparaten en tot 13 februari 2011 voor de andere apparaten, bij de verkoop van nieuwe producten de kosten van inzameling en milieuvriendelijke verwerking ten aanzien van de consumenten aantonen. De aangegeven kosten mogen niet hoger liggen dan de reële kosten;
2° voor elektrische en elektronische apparaten van andere gebruikers dan huishoudens of vergelijkbare gebruikers mogen de producenten tijdens een overgangsperiode bij verkoop van nieuwe producten, op vrijwillige basis, ten aanzien van de consumenten de kosten van inzameling, verwerking en milieuvriendelijke verwijdering van de historische voorraad aantonen. Producenten die van deze regeling gebruik maken, moeten garanderen dat de aangegeven kosten niet hoger liggen dan de reële kosten.
§ 3. De natuurlijke personen of rechtspersonen die elektrische of elektronische apparatuur verkopen op afstand via internet, postorderdiensten of andere verkoopstechnieken, moeten de voorwaarden van dit artikel ook in acht nemen voor apparatuur die wordt geleverd aan een koper buiten het Vlaamse Gewest. "
Art. 30. L'article 3.5.1bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2004, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 3.5.1bis, § 1er. Pour le financement de la contribution environnementale, les dispositions suivantes sont d'application :
1° pour les appareils électriques et électroniques mis au rebut de nature ménagère ou comparable :
a) En ce qui concerne les produits introduits sur le marché après le 1er juillet 2001, tout producteur est responsable du financement de son obligation d'acceptation. Le producteur a le choix entre des règlements collectifs ou individuels;
b) La responsabilité pour le financement des frais de gestion d'appareils électriques et électroniques mis au rebut qui ont été mis sur le marché avant le 1er juillet 2001, relève d'un ou plusieurs systèmes auxquels cotisent tous les producteurs qui sont présents sur le marché au moment où ces frais surgissent, et ce proportionnellement, par exemple proportionnellement à leur part de marché pour les appareils en question;
c) Lorsque les producteurs introduisent un produit sur le marché, ils établissent une garantie dont il ressort que la gestion des appareils électriques ou électriques mis au rebut sera financée. La garantie a trait au financement de la collecte et du traitement respectueux de l'environnement de ce produit. Elle peut prendre la forme d'une assurance de recyclage, d'un compte bancaire bloqué ou d'une participation du producteur à des règlements financiers adéquats en vue du financement de la gestion d'appareils électriques et électroniques mis au rebut.
2° pour les appareils électriques et électroniques mis au rebut d'utilisateurs autres que des ménages ou utilisateurs comparables :
a) pour ce qui concerne les produits qui sont mis sur le marché à partir du 13 août 2005, tout producteur est responsable du financement de la collecte et du traitement respectueux de l'environnement des appareils électriques et électroniques mis au rebut, ne provenant pas de ménages particuliers;
b) pour le stock historique d'avant le 13 août 2005, qui est remplacé par de nouveaux produits équivalents ayant la même fonction, les frais sont supportés par les producteurs de ces nouveaux produits au moment de leur livraison. Pour d'autres stocks historiques, les frais sont supportés par les utilisateurs autres que des ménages particuliers;
c) les producteurs et des utilisateurs autres que des ménages particuliers peuvent sans préjudice des dispositions du présent article convenir d'autres modalités de financement. Ces conditions doivent dans ce cas être clairement reprises dans les conditions de vente du nouveau produit.
§ 2. Par dérogation à l'article 3.1.1.3, les conditions suivantes s'appliquent à la visibilité des contributions environnementales :
1° pour des appareils électriques et électroniques de nature ménagère ou comparable, en cas de vente de nouveaux produits, les frais de collecte et de traitement respectueux de l'environnement ne peuvent pas être démontrés séparément à l'égard des consommateurs. En cas de vente de nouveaux produits, les producteurs peuvent démontrer les frais de collecte et de traitement respectueux de l'environnement à l'égard des consommateurs durant une période transitoire jusqu'au 13 février 2013 pour les grands appareils ménagers et jusqu'au 13 février 2011 pour les autres appareils. Les frais ainsi démontrés ne peuvent pas dépasser les frais réels;
2° pour des appareils électriques et électroniques d'utilisateurs autres que des ménages ou des utilisateurs comparables, les producteurs peuvent pendant une période transitoire, en cas de vente de nouveaux produits, démontrer les frais de collecte, de traitement et d'évacuation respectueuse de l'environnement à l'égard des consommateurs du stock historique. Les producteurs qui ne font pas usage de ce règlement, doivent garantir que les frais ainsi démontrés ne dépassent pas les frais réels.
§ 3. Les personnes physiques ou personnes morales qui vendent à distance des appareils électriques ou électroniques via internet, des services par correspondance ou d'autres techniques de vente, doivent respecter les conditions du présent article pour les appareils qui sont livrés à un acheteur en dehors de la Région flamande. "
" Art. 3.5.1bis, § 1er. Pour le financement de la contribution environnementale, les dispositions suivantes sont d'application :
1° pour les appareils électriques et électroniques mis au rebut de nature ménagère ou comparable :
a) En ce qui concerne les produits introduits sur le marché après le 1er juillet 2001, tout producteur est responsable du financement de son obligation d'acceptation. Le producteur a le choix entre des règlements collectifs ou individuels;
b) La responsabilité pour le financement des frais de gestion d'appareils électriques et électroniques mis au rebut qui ont été mis sur le marché avant le 1er juillet 2001, relève d'un ou plusieurs systèmes auxquels cotisent tous les producteurs qui sont présents sur le marché au moment où ces frais surgissent, et ce proportionnellement, par exemple proportionnellement à leur part de marché pour les appareils en question;
c) Lorsque les producteurs introduisent un produit sur le marché, ils établissent une garantie dont il ressort que la gestion des appareils électriques ou électriques mis au rebut sera financée. La garantie a trait au financement de la collecte et du traitement respectueux de l'environnement de ce produit. Elle peut prendre la forme d'une assurance de recyclage, d'un compte bancaire bloqué ou d'une participation du producteur à des règlements financiers adéquats en vue du financement de la gestion d'appareils électriques et électroniques mis au rebut.
2° pour les appareils électriques et électroniques mis au rebut d'utilisateurs autres que des ménages ou utilisateurs comparables :
a) pour ce qui concerne les produits qui sont mis sur le marché à partir du 13 août 2005, tout producteur est responsable du financement de la collecte et du traitement respectueux de l'environnement des appareils électriques et électroniques mis au rebut, ne provenant pas de ménages particuliers;
b) pour le stock historique d'avant le 13 août 2005, qui est remplacé par de nouveaux produits équivalents ayant la même fonction, les frais sont supportés par les producteurs de ces nouveaux produits au moment de leur livraison. Pour d'autres stocks historiques, les frais sont supportés par les utilisateurs autres que des ménages particuliers;
c) les producteurs et des utilisateurs autres que des ménages particuliers peuvent sans préjudice des dispositions du présent article convenir d'autres modalités de financement. Ces conditions doivent dans ce cas être clairement reprises dans les conditions de vente du nouveau produit.
§ 2. Par dérogation à l'article 3.1.1.3, les conditions suivantes s'appliquent à la visibilité des contributions environnementales :
1° pour des appareils électriques et électroniques de nature ménagère ou comparable, en cas de vente de nouveaux produits, les frais de collecte et de traitement respectueux de l'environnement ne peuvent pas être démontrés séparément à l'égard des consommateurs. En cas de vente de nouveaux produits, les producteurs peuvent démontrer les frais de collecte et de traitement respectueux de l'environnement à l'égard des consommateurs durant une période transitoire jusqu'au 13 février 2013 pour les grands appareils ménagers et jusqu'au 13 février 2011 pour les autres appareils. Les frais ainsi démontrés ne peuvent pas dépasser les frais réels;
2° pour des appareils électriques et électroniques d'utilisateurs autres que des ménages ou des utilisateurs comparables, les producteurs peuvent pendant une période transitoire, en cas de vente de nouveaux produits, démontrer les frais de collecte, de traitement et d'évacuation respectueuse de l'environnement à l'égard des consommateurs du stock historique. Les producteurs qui ne font pas usage de ce règlement, doivent garantir que les frais ainsi démontrés ne dépassent pas les frais réels.
§ 3. Les personnes physiques ou personnes morales qui vendent à distance des appareils électriques ou électroniques via internet, des services par correspondance ou d'autres techniques de vente, doivent respecter les conditions du présent article pour les appareils qui sont livrés à un acheteur en dehors de la Région flamande. "
Art. 31. In artikel 3.5.2, § 1, van hetzelfde besluit, worden de woorden " fractie is " vervangen door de woorden " elektrische en elektronische apparatuur blijft ".
Art. 31. A l'article 3.5.2, § 1er, du même arrêté, les mots " la partie d'appareils non réutilisables issus de ce tri concerne " sont remplacés par les mots " les appareils électriques et électroniques non réutilisables issus de ce tri restent ".
Art. 32. In artikel 3.5.4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004, wordt punt 5° vervangen door wat volgt :
" 5° de verplichting van de producenten of van derden die in hun naam handelen, om afgedankte elektrische en elektronische apparatuur van de categorieën, vermeld in artikel 3.5.1, 3°, in te zamelen en te verwerken; ".
" 5° de verplichting van de producenten of van derden die in hun naam handelen, om afgedankte elektrische en elektronische apparatuur van de categorieën, vermeld in artikel 3.5.1, 3°, in te zamelen en te verwerken; ".
Art. 32. A l'article 3.5.4 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2004, le point 5° est remplacé par ce qui suit :
" 5° l'obligation des producteurs ou de tiers agissant en leur nom, de collecter et de traiter des appareils électriques et électroniques des catégories définies sous 3.5.1, 3° ".
" 5° l'obligation des producteurs ou de tiers agissant en leur nom, de collecter et de traiter des appareils électriques et électroniques des catégories définies sous 3.5.1, 3° ".
Art. 33. Artikel 3.5.5 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 33. L'article 3.5.5 du même arrêté est abrogé.
Art. 34. In artikel 3.5.6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004, wordt § 4 opgeheven.
Art. 34. A l'article 3.5.6 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2004, le § 4 est abrogé.
Art. 35. In hetzelfde besluit wordt hoofdstuk III, afdeling VI. Afvalbatterijen en afvalloodstartbatterijen, bestaande uit artikel 3.6.1 tot en met 3.6.4, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004, vervangen door wat volgt :
" Afdeling VI. Afgedankte batterijen en accu's
Art. 3.6.1. De aanvaardingsplicht heeft tot doel, enerzijds preventieve acties te stimuleren, en anderzijds de verwerking en de recycling van de afgedankte batterijen en accu's te maximaliseren, met het oog op het behalen van de volgende doelstellingen :
1° preventieve acties :
a) inspanningen leveren met het oog op het verhogen van de gemiddelde kwaliteit van de batterijen die op de markt worden gebracht, te meten aan de capaciteit, de levensduur en de houdbaarheid;
b) sensibilisatiecampagnes voeren die aan alle consumentengroepen gericht zijn en waarbij de nadruk ligt op een gepast gebruik van draagbare batterijen :
1) batterijen vermijden door gebruik van apparaten die op meer milieuverantwoorde energiebronnen werken;
2) herlaadbare batterijen gebruiken omdat die in vele toepassingen het meest geschikt zijn;
2° voor afgedankte draagbare batterijen :
a) een inzamelingspercentage van 45%;
b) recycling van 75% van het gemiddelde gewicht van nikkel-cadmiumbatterijen en -accu's, met zo groot mogelijke recycling van het cadmiumgehalte als technisch haalbaar is, met vermijding van buitensporige kosten;
c) een zo groot mogelijke recycling van het kwikgehalte als technisch haalbaar is, met vermijding van buitensporige kosten;
d) een recyclingpercentage van 50% van het gemiddelde gewicht van andere afgedankte batterijen en accu's;
e) alle inzamelmiddelen die ter beschikking worden gesteld van de burger voor de inzameling van afgedankte batterijen worden verzameld en verwerkt;
3° voor afgedankte autobatterijen en afgedankte industriële batterijen :
a) een inzameling van alle afgedankte batterijen;
b) een recyclingpercentage van 65% van het gemiddelde gewicht van loodzuurbatterijen en -accu's,
1) met een zo groot mogelijke recycling van het loodgehalte als technisch haalbaar is, met vermijding van buitensporige kosten;
2) met een zo groot mogelijke verwerking van de kunststoffen in een productieproces als technisch haalbaar is, met vermijding van buitensporige kosten, hetzij voor het oorspronkelijke doel, hetzij voor een ander doel, maar met uitzondering van de terugwinning van energie;
c) recycling van 75% van het gemiddelde gewicht van nikkel-cadmiumbatterijen en -accu's, met zo groot mogelijke recycling van het cadmiumgehalte als technisch haalbaar is, met vermijding van buitensporige kosten;
d) een zo groot mogelijke recycling van het kwikgehalte als technisch haalbaar is, met vermijding van buitensporige kosten;
e) een recyclingpercentage van 50% van het gemiddelde gewicht van andere afgedankte batterijen en accu's.
Alle producenten, eindverkopers, inzamelaars, recyclingondernemingen en andere verwerkers, en alle bevoegde overheidsinstanties moeten kunnen deelnemen in de systemen voor inzameling, verwerking en recycling. Er kan van die verplichting afgeweken worden als er ernstige redenen zijn en na goedkeuring van de OVAM.
Art. 3.6.2. De producenten van batterijen en accu's zijn verantwoordelijk voor de financiering van de inzameling en de verwerking van het afval van alle batterijen, ongeacht wanneer die op de markt werden gebracht. De producenten van batterijen en accu's moeten ook instaan voor de kosten van de publieke voorlichtingscampagnes die handelen over de preventie, de inzameling, de verwerking en de recycling van afgedankte draagbare batterijen en accu's.
De producenten van batterijen en accu's, of de personen die door hen zijn aangesteld, halen op verzoek van de exploitant gratis alle afgedankte batterijen en accu's op die in het Vlaamse Gewest ontstaan in inrichtingen, vergund voor de ontmanteling van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, afgedankte voertuigen of andere verbruiksgoederen.
In afwijking van artikel 3.1.1.3. worden bij de verkoop van nieuwe draagbare batterijen en accu's de kosten van de inzameling, de verwerking en de recycling voor de eindgebruikers niet afzonderlijk vermeld.
De producenten en de gebruikers van industriële en autobatterijen en -accu's mogen overeenkomsten sluiten waarin andere financieringsregelingen worden gestipuleerd die voldoen aan de bepalingen, vermeld in het eerste lid.
Art. 3.6.3. Het individueel afvalpreventie- en afvalbeheerplan en de milieubeleidsovereenkomst, vermeld in artikel 3.1.1.4, regelen inzonderheid en in voorkomend geval :
1° de verplichting van de eindverkopers van batterijen en accu's om elke afgedankte batterij en accu in ontvangst te nemen die door de consument wordt aangeboden;
2° de verplichting van de tussenhandelaars in batterijen en accu's om alle afgedankte batterijen en accu's die met toepassing van dit besluit in ontvangst genomen zijn, op regelmatige basis ter plaatse bij de eindverkopers in te zamelen en aan de producent van batterijen en accu's aan te bieden;
3° de verplichting van de producenten van batterijen en accu's om alle aanvaarde afgedankte batterijen en accu's bij de tussenhandelaar van batterijen en accu's, of bij gebrek daaraan bij de eindverkoper van batterijen en accu's, op regelmatige basis in te zamelen en op eigen kosten te laten verwerken in een daarvoor vergunde inrichting;
4° de manier waarop het gepast gebruik van batterijen werd aangemoedigd.
Art. 3.6.4. De producenten van batterijen en accu's zorgen ervoor, in het bijzonder door middel van voorlichtingscampagnes, dat de eindgebruikers volledig worden geïnformeerd over :
1° de potentiële effecten van in batterijen en accu's gebruikte stoffen op het milieu en de menselijke gezondheid;
2° de wenselijkheid dat afgedankte batterijen en accu's niet als ongesorteerd huishoudelijk en vergelijkbaar afval worden weggegooid, en dat wordt deelgenomen aan de gescheiden inzameling ervan, om de verwerking en recycling te vergemakkelijken;
3° de voor hen beschikbare inzamelings- en recyclingsystemen;
4° hun rol bij de recycling van afgedankte batterijen en accu's;
5° de betekenis van het symbool van de doorgestreepte vuilnisbak op wieltjes en van de chemische symbolen Hg, Cd en Pb.
Art. 3.6.5. De producenten van batterijen en accu's worden geregistreerd en stellen voor 1 april van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM :
1° de totale hoeveelheid batterijen en accu's, uitgedrukt in kilogram, die in het Vlaamse Gewest werd verbruikt, opgesplitst naar elk van de volgende soorten :
a) zink-bruinsteenbatterijen;
b) alkali-mangaanbatterijen;
c) kwikoxidebatterijen;
d) zilveroxidebatterijen;
e) zink-luchtbatterijen;
f) nikkel-cadmiumbatterijen;
g) loodhoudende batterijen;
h) nikkelmetaalhydride batterijen;
i) herlaadbare lithiumbatterijen;
j) overige batterijen;
2° de totale hoeveelheid afgedankte batterijen en accu's, uitgedrukt in kilogram, die in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht werd ingezameld, opgesplitst naar de soorten, vermeld in punt 1°;
3° de inrichting(en) waar en de wijze waarop de ingezamelde afgedankte batterijen en accu's werden verwerkt;
4° de hoeveelheid gerecycleerde afvalstoffen;
5° een overzicht van de preventieve acties. "
" Afdeling VI. Afgedankte batterijen en accu's
Art. 3.6.1. De aanvaardingsplicht heeft tot doel, enerzijds preventieve acties te stimuleren, en anderzijds de verwerking en de recycling van de afgedankte batterijen en accu's te maximaliseren, met het oog op het behalen van de volgende doelstellingen :
1° preventieve acties :
a) inspanningen leveren met het oog op het verhogen van de gemiddelde kwaliteit van de batterijen die op de markt worden gebracht, te meten aan de capaciteit, de levensduur en de houdbaarheid;
b) sensibilisatiecampagnes voeren die aan alle consumentengroepen gericht zijn en waarbij de nadruk ligt op een gepast gebruik van draagbare batterijen :
1) batterijen vermijden door gebruik van apparaten die op meer milieuverantwoorde energiebronnen werken;
2) herlaadbare batterijen gebruiken omdat die in vele toepassingen het meest geschikt zijn;
2° voor afgedankte draagbare batterijen :
a) een inzamelingspercentage van 45%;
b) recycling van 75% van het gemiddelde gewicht van nikkel-cadmiumbatterijen en -accu's, met zo groot mogelijke recycling van het cadmiumgehalte als technisch haalbaar is, met vermijding van buitensporige kosten;
c) een zo groot mogelijke recycling van het kwikgehalte als technisch haalbaar is, met vermijding van buitensporige kosten;
d) een recyclingpercentage van 50% van het gemiddelde gewicht van andere afgedankte batterijen en accu's;
e) alle inzamelmiddelen die ter beschikking worden gesteld van de burger voor de inzameling van afgedankte batterijen worden verzameld en verwerkt;
3° voor afgedankte autobatterijen en afgedankte industriële batterijen :
a) een inzameling van alle afgedankte batterijen;
b) een recyclingpercentage van 65% van het gemiddelde gewicht van loodzuurbatterijen en -accu's,
1) met een zo groot mogelijke recycling van het loodgehalte als technisch haalbaar is, met vermijding van buitensporige kosten;
2) met een zo groot mogelijke verwerking van de kunststoffen in een productieproces als technisch haalbaar is, met vermijding van buitensporige kosten, hetzij voor het oorspronkelijke doel, hetzij voor een ander doel, maar met uitzondering van de terugwinning van energie;
c) recycling van 75% van het gemiddelde gewicht van nikkel-cadmiumbatterijen en -accu's, met zo groot mogelijke recycling van het cadmiumgehalte als technisch haalbaar is, met vermijding van buitensporige kosten;
d) een zo groot mogelijke recycling van het kwikgehalte als technisch haalbaar is, met vermijding van buitensporige kosten;
e) een recyclingpercentage van 50% van het gemiddelde gewicht van andere afgedankte batterijen en accu's.
Alle producenten, eindverkopers, inzamelaars, recyclingondernemingen en andere verwerkers, en alle bevoegde overheidsinstanties moeten kunnen deelnemen in de systemen voor inzameling, verwerking en recycling. Er kan van die verplichting afgeweken worden als er ernstige redenen zijn en na goedkeuring van de OVAM.
Art. 3.6.2. De producenten van batterijen en accu's zijn verantwoordelijk voor de financiering van de inzameling en de verwerking van het afval van alle batterijen, ongeacht wanneer die op de markt werden gebracht. De producenten van batterijen en accu's moeten ook instaan voor de kosten van de publieke voorlichtingscampagnes die handelen over de preventie, de inzameling, de verwerking en de recycling van afgedankte draagbare batterijen en accu's.
De producenten van batterijen en accu's, of de personen die door hen zijn aangesteld, halen op verzoek van de exploitant gratis alle afgedankte batterijen en accu's op die in het Vlaamse Gewest ontstaan in inrichtingen, vergund voor de ontmanteling van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, afgedankte voertuigen of andere verbruiksgoederen.
In afwijking van artikel 3.1.1.3. worden bij de verkoop van nieuwe draagbare batterijen en accu's de kosten van de inzameling, de verwerking en de recycling voor de eindgebruikers niet afzonderlijk vermeld.
De producenten en de gebruikers van industriële en autobatterijen en -accu's mogen overeenkomsten sluiten waarin andere financieringsregelingen worden gestipuleerd die voldoen aan de bepalingen, vermeld in het eerste lid.
Art. 3.6.3. Het individueel afvalpreventie- en afvalbeheerplan en de milieubeleidsovereenkomst, vermeld in artikel 3.1.1.4, regelen inzonderheid en in voorkomend geval :
1° de verplichting van de eindverkopers van batterijen en accu's om elke afgedankte batterij en accu in ontvangst te nemen die door de consument wordt aangeboden;
2° de verplichting van de tussenhandelaars in batterijen en accu's om alle afgedankte batterijen en accu's die met toepassing van dit besluit in ontvangst genomen zijn, op regelmatige basis ter plaatse bij de eindverkopers in te zamelen en aan de producent van batterijen en accu's aan te bieden;
3° de verplichting van de producenten van batterijen en accu's om alle aanvaarde afgedankte batterijen en accu's bij de tussenhandelaar van batterijen en accu's, of bij gebrek daaraan bij de eindverkoper van batterijen en accu's, op regelmatige basis in te zamelen en op eigen kosten te laten verwerken in een daarvoor vergunde inrichting;
4° de manier waarop het gepast gebruik van batterijen werd aangemoedigd.
Art. 3.6.4. De producenten van batterijen en accu's zorgen ervoor, in het bijzonder door middel van voorlichtingscampagnes, dat de eindgebruikers volledig worden geïnformeerd over :
1° de potentiële effecten van in batterijen en accu's gebruikte stoffen op het milieu en de menselijke gezondheid;
2° de wenselijkheid dat afgedankte batterijen en accu's niet als ongesorteerd huishoudelijk en vergelijkbaar afval worden weggegooid, en dat wordt deelgenomen aan de gescheiden inzameling ervan, om de verwerking en recycling te vergemakkelijken;
3° de voor hen beschikbare inzamelings- en recyclingsystemen;
4° hun rol bij de recycling van afgedankte batterijen en accu's;
5° de betekenis van het symbool van de doorgestreepte vuilnisbak op wieltjes en van de chemische symbolen Hg, Cd en Pb.
Art. 3.6.5. De producenten van batterijen en accu's worden geregistreerd en stellen voor 1 april van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM :
1° de totale hoeveelheid batterijen en accu's, uitgedrukt in kilogram, die in het Vlaamse Gewest werd verbruikt, opgesplitst naar elk van de volgende soorten :
a) zink-bruinsteenbatterijen;
b) alkali-mangaanbatterijen;
c) kwikoxidebatterijen;
d) zilveroxidebatterijen;
e) zink-luchtbatterijen;
f) nikkel-cadmiumbatterijen;
g) loodhoudende batterijen;
h) nikkelmetaalhydride batterijen;
i) herlaadbare lithiumbatterijen;
j) overige batterijen;
2° de totale hoeveelheid afgedankte batterijen en accu's, uitgedrukt in kilogram, die in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht werd ingezameld, opgesplitst naar de soorten, vermeld in punt 1°;
3° de inrichting(en) waar en de wijze waarop de ingezamelde afgedankte batterijen en accu's werden verwerkt;
4° de hoeveelheid gerecycleerde afvalstoffen;
5° een overzicht van de preventieve acties. "
Art. 35. Dans le même arrêté, le chapitre III, section VI. Piles usagées et batteries de démarrage au plomb usées, se composant des articles 3.6.1 jusqu'à 3.6.4, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2004, est remplacé par ce qui suit :
" Section VI. Piles usagées et batteries de démarrage au plomb usées
Art. 3.6.1. L'obligation d'acceptation a pour objectif d'une part d'encourager les actions préventives et d'autre part de maximiser le traitement et le recyclage des piles usagées et des batteries de démarrage au plomb usées, tout en tenant compte de la réalisation des objectifs suivants :
1° actions préventives :
a) Consentir des efforts en vue d'augmenter la qualité moyenne des piles mises sur le marché, à mesurer en fonction de la capacité, la durée de vie et la date de péremption;
b) Lancer des campagnes de sensibilisation qui sont axées sur tous les groupes de consommateurs et mettant l'accent sur un usage adéquat de piles portables :
1) éviter des piles par l'utilisation d'appareils qui fonctionnent à l'aide de sources énergétiques plus respectueuses de l'environnement;
2) utiliser des piles rechargeables parce qu'elles sont mieux appropriées dans de nombreuses applications;
2° pour les piles portables mises au rebut :
a) Un taux de collecte de 45%;
b) un recyclage de 75 % du poids moyen des piles et des accumulateurs nickel-cadmium, y compris un recyclage du contenu en cadmium qui soit techniquement le plus complet possible tout en évitant les coûts excessifs;
c) un recyclage de la teneur en mercure qui soit techniquement le plus complet possible, tout en évitant des coûts excessifs;
d) un recyclage de 50 % du poids moyen des autres déchets de piles et d'accumulateurs;
e) tous les moyens de collecte qui sont mis à la disposition du citoyen pour la collecte de piles usagées sont rassemblés et traités;
3° pour des accumulateurs de voitures et accumulateurs industriels usagés :
a) une collecte de tous les accumulateurs usagés;
b) un taux de recyclage de 65% du poids moyen de batteries et accumulateurs plomb-acide,
1) y compris un recyclage du contenu en plomb qui soit techniquement le plus complet possible tout en évitant les coûts excessifs;
2) y compris un traitement maximal des substances synthétiques dans un processus de production en fonction des possibilités techniques, en évitant des coûts excessifs, soit pour la finalité initiale, soit pour une autre finalité, mais à l'exception de la récupération d'énergie;
c) un recyclage du poids moyen des piles et des accumulateurs nickel-cadmium, y compris un recyclage du contenu en cadmium qui soit techniquement le plus complet possible tout en évitant les coûts excessifs;
d) un recyclage de la teneur en mercure qui soit techniquement le plus complet possible, tout en évitant des coûts excessifs;
e) un recyclage de 50 % du poids moyen des autres déchets de piles et d'accumulateurs.
Tous les producteurs, vendeurs finaux, collecteurs, entreprises de recyclage et autres instances de traitement, et toutes les instances publiques compétentes doivent pouvoir participer aux systèmes de collecte, de traitement et de recyclage. Il peut être dérogé à cette obligation s'il existe des motifs graves et après approbation de l'OVAM.
Art. 3.6.2. Les producteurs de piles et d'accumulateurs répondent du financement de la collecte et du traitement de déchets de toutes les piles, quelle que soit la date de mise sur le marché. Les producteurs de piles et d'accumulateurs prennent également en charge les frais liés aux campagnes publiques d'information portant sur la prévention, la collecte, le traitement et le recyclage de piles et accumulateurs portables usagés.
Les producteurs de piles et d'accumulateurs, ou les personnes désignés par eux, collectent à la demande de l'exploitant gratuitement tous les piles et accumulateurs usagés qui se trouvent dans des établissements autorisés au démantèlement d'appareils électriques et électroniques mis au rebut, de véhicules mis au rebut ou d'autres biens de consommation.
Par dérogation à l'article 3.1.1.3., en cas de vente de nouveaux piles et accumulateurs portables, les frais de collecte, de traitement et de recyclage ne sont pas mentionnés séparément pour les utilisateurs finaux.
Les producteurs et les utilisateurs de piles et d'accumulateurs industriels et de voitures peuvent conclure des conventions stipulant d'autres règles de financement qui répondent aux dispositions visées à l'alinéa premier.
Art. 3.6.3. Le plan individuel de prévention et de gestion de déchets et la convention environnementale, visés à l'article 3.1.1.4, règlent plus particulièrement et le cas échéant :
1° l'obligation des vendeurs finaux de piles et d'accumulateurs de réceptionner tous les piles et accumulateurs usagés présentés par le consommateur;
2° l'obligation pour les intermédiaires de piles et d'accumulateurs de collecter auprès de vendeurs finaux de véhicules sur place et de présenter rigoureusement au producteur tous les piles et accumulateurs usagés qui sont réceptionnés en application du présent arrêté;
3° l'obligation des producteurs de piles et d'accumulateurs de collecter régulièrement tous les piles et accumulateurs usagés auprès de l'intermédiaire de piles et d'accumulateurs, ou faute d'intermédiaire, auprès du vendeur final de piles et d'accumulateurs, et de les faire traiter à ses frais dans une installation autorisée à cette fin;
4° la manière dont l'usage approprié de piles a été encouragé.
Art. 3.6.4. Les producteurs de piles et d'accumulateurs veillent à ce que, notamment par le biais de campagnes d'information, les utilisateurs finaux soient dûment informés sur :
1° les effets potentiels des substances utilisées dans les piles et accumulateurs sur l'environnement et la santé humaine;
2° l'opportunité de ne pas jeter les piles et accumulateurs usagés comme déchets ménagers et comparables non triés et de participer à leur collecte distincte, afin de faciliter le traitement et le recyclage;
3° les systèmes de collecte et de recyclage disponibles pour eux;
4° leur rôle dans le cadre du recyclage de piles et accumulateurs usagés;
5° la signification du symbole de la poubelle barrée sur roulettes et des symboles chimiques Hg, Cd et Pb.
Art. 3.6.5. Les producteurs de piles et accumulateurs sont enregistrés et mettent avant le 1er avril de chaque année les données suivantes à la disposition de l'OVAM concernant l'année calendrier précédente :
1° la quantité totale de piles et d'accumulateurs, exprimée en kilogrammes, consommée en Région flamande, ventilée en fonction des types suivants :
a) piles au zinc-bioxyde de manganèse;
b) piles alcalines au manganèse;
c) piles à l'oxyde de mercure;
d) piles à l'oxyde d'argent;
e) piles à air-zinc;
f ) piles au cadmium-nickel;
g) batteries de démarrage au plomb;
h) accumulateurs nickel métal hydrure;
i) batteries lithium rechargeables;
h) autres piles;
2° la quantité totale de piles et accumulateurs usagés, exprimée en kilogrammes, qui ont été collectés dans le cadre de l'exercice de l'obligation d'acceptation, ventilée en fonction des types définis au point 1°;
3° la/les installation(s) où et le mode selon lequel les piles et accumulateurs usagés collectés ont été traités;
4° la quantité de déchets recyclés;
5° un inventaire des actions préventives. "
" Section VI. Piles usagées et batteries de démarrage au plomb usées
Art. 3.6.1. L'obligation d'acceptation a pour objectif d'une part d'encourager les actions préventives et d'autre part de maximiser le traitement et le recyclage des piles usagées et des batteries de démarrage au plomb usées, tout en tenant compte de la réalisation des objectifs suivants :
1° actions préventives :
a) Consentir des efforts en vue d'augmenter la qualité moyenne des piles mises sur le marché, à mesurer en fonction de la capacité, la durée de vie et la date de péremption;
b) Lancer des campagnes de sensibilisation qui sont axées sur tous les groupes de consommateurs et mettant l'accent sur un usage adéquat de piles portables :
1) éviter des piles par l'utilisation d'appareils qui fonctionnent à l'aide de sources énergétiques plus respectueuses de l'environnement;
2) utiliser des piles rechargeables parce qu'elles sont mieux appropriées dans de nombreuses applications;
2° pour les piles portables mises au rebut :
a) Un taux de collecte de 45%;
b) un recyclage de 75 % du poids moyen des piles et des accumulateurs nickel-cadmium, y compris un recyclage du contenu en cadmium qui soit techniquement le plus complet possible tout en évitant les coûts excessifs;
c) un recyclage de la teneur en mercure qui soit techniquement le plus complet possible, tout en évitant des coûts excessifs;
d) un recyclage de 50 % du poids moyen des autres déchets de piles et d'accumulateurs;
e) tous les moyens de collecte qui sont mis à la disposition du citoyen pour la collecte de piles usagées sont rassemblés et traités;
3° pour des accumulateurs de voitures et accumulateurs industriels usagés :
a) une collecte de tous les accumulateurs usagés;
b) un taux de recyclage de 65% du poids moyen de batteries et accumulateurs plomb-acide,
1) y compris un recyclage du contenu en plomb qui soit techniquement le plus complet possible tout en évitant les coûts excessifs;
2) y compris un traitement maximal des substances synthétiques dans un processus de production en fonction des possibilités techniques, en évitant des coûts excessifs, soit pour la finalité initiale, soit pour une autre finalité, mais à l'exception de la récupération d'énergie;
c) un recyclage du poids moyen des piles et des accumulateurs nickel-cadmium, y compris un recyclage du contenu en cadmium qui soit techniquement le plus complet possible tout en évitant les coûts excessifs;
d) un recyclage de la teneur en mercure qui soit techniquement le plus complet possible, tout en évitant des coûts excessifs;
e) un recyclage de 50 % du poids moyen des autres déchets de piles et d'accumulateurs.
Tous les producteurs, vendeurs finaux, collecteurs, entreprises de recyclage et autres instances de traitement, et toutes les instances publiques compétentes doivent pouvoir participer aux systèmes de collecte, de traitement et de recyclage. Il peut être dérogé à cette obligation s'il existe des motifs graves et après approbation de l'OVAM.
Art. 3.6.2. Les producteurs de piles et d'accumulateurs répondent du financement de la collecte et du traitement de déchets de toutes les piles, quelle que soit la date de mise sur le marché. Les producteurs de piles et d'accumulateurs prennent également en charge les frais liés aux campagnes publiques d'information portant sur la prévention, la collecte, le traitement et le recyclage de piles et accumulateurs portables usagés.
Les producteurs de piles et d'accumulateurs, ou les personnes désignés par eux, collectent à la demande de l'exploitant gratuitement tous les piles et accumulateurs usagés qui se trouvent dans des établissements autorisés au démantèlement d'appareils électriques et électroniques mis au rebut, de véhicules mis au rebut ou d'autres biens de consommation.
Par dérogation à l'article 3.1.1.3., en cas de vente de nouveaux piles et accumulateurs portables, les frais de collecte, de traitement et de recyclage ne sont pas mentionnés séparément pour les utilisateurs finaux.
Les producteurs et les utilisateurs de piles et d'accumulateurs industriels et de voitures peuvent conclure des conventions stipulant d'autres règles de financement qui répondent aux dispositions visées à l'alinéa premier.
Art. 3.6.3. Le plan individuel de prévention et de gestion de déchets et la convention environnementale, visés à l'article 3.1.1.4, règlent plus particulièrement et le cas échéant :
1° l'obligation des vendeurs finaux de piles et d'accumulateurs de réceptionner tous les piles et accumulateurs usagés présentés par le consommateur;
2° l'obligation pour les intermédiaires de piles et d'accumulateurs de collecter auprès de vendeurs finaux de véhicules sur place et de présenter rigoureusement au producteur tous les piles et accumulateurs usagés qui sont réceptionnés en application du présent arrêté;
3° l'obligation des producteurs de piles et d'accumulateurs de collecter régulièrement tous les piles et accumulateurs usagés auprès de l'intermédiaire de piles et d'accumulateurs, ou faute d'intermédiaire, auprès du vendeur final de piles et d'accumulateurs, et de les faire traiter à ses frais dans une installation autorisée à cette fin;
4° la manière dont l'usage approprié de piles a été encouragé.
Art. 3.6.4. Les producteurs de piles et d'accumulateurs veillent à ce que, notamment par le biais de campagnes d'information, les utilisateurs finaux soient dûment informés sur :
1° les effets potentiels des substances utilisées dans les piles et accumulateurs sur l'environnement et la santé humaine;
2° l'opportunité de ne pas jeter les piles et accumulateurs usagés comme déchets ménagers et comparables non triés et de participer à leur collecte distincte, afin de faciliter le traitement et le recyclage;
3° les systèmes de collecte et de recyclage disponibles pour eux;
4° leur rôle dans le cadre du recyclage de piles et accumulateurs usagés;
5° la signification du symbole de la poubelle barrée sur roulettes et des symboles chimiques Hg, Cd et Pb.
Art. 3.6.5. Les producteurs de piles et accumulateurs sont enregistrés et mettent avant le 1er avril de chaque année les données suivantes à la disposition de l'OVAM concernant l'année calendrier précédente :
1° la quantité totale de piles et d'accumulateurs, exprimée en kilogrammes, consommée en Région flamande, ventilée en fonction des types suivants :
a) piles au zinc-bioxyde de manganèse;
b) piles alcalines au manganèse;
c) piles à l'oxyde de mercure;
d) piles à l'oxyde d'argent;
e) piles à air-zinc;
f ) piles au cadmium-nickel;
g) batteries de démarrage au plomb;
h) accumulateurs nickel métal hydrure;
i) batteries lithium rechargeables;
h) autres piles;
2° la quantité totale de piles et accumulateurs usagés, exprimée en kilogrammes, qui ont été collectés dans le cadre de l'exercice de l'obligation d'acceptation, ventilée en fonction des types définis au point 1°;
3° la/les installation(s) où et le mode selon lequel les piles et accumulateurs usagés collectés ont été traités;
4° la quantité de déchets recyclés;
5° un inventaire des actions préventives. "
Art. 36. Artikel 3.7.3 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 36. L'article 3.7.3 du même arrêté est abrogé.
Art. 37. In artikel 3.7.4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004, wordt § 3 opgeheven.
Art. 37. A l'article 3.7.4 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2004, le § 3 est abrogé.
Afdeling IV. - Wijzigingen in hoofdstuk IV
Section IV. - Modifications au chapitre IV
Art. 38. In artikel 4.1.1, § 2, eerste lid, van hetzelfde besluit worden na de woorden " gebruik als bodem " de woorden " , gebruik in kunstmatige afdichtingslagen met waterglas " toegevoegd.
Art. 38. A l'article 4.1.1, § 2, alinéa premier, du même arrêté, après les mots " utilisation comme sol " sont ajoutés les mots " , utilisation dans des couches d'étanchéité artificielles au verre soluble ".
Art. 39. In artikel 4.1.1, § 2, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt de zin " De voorwaarden mogen niet worden bekomen door een menging van afvalstoffen. " vervangen door de zin " Behoudens voor gebruik in afdichtingslagen met waterglas, mogen de voorwaarden niet worden verkregen door een menging van afvalstoffen. "
Art. 39. A l'article 4.1.1, § 2, alinéa deux, du même arrêté, la phrase " Les conditions ne peuvent pas être obtenues par un mélange des déchets. " sont remplacés par la phrase " Sauf pour l'utilisation dans des couches d'étanchéité au verre soluble, les conditions ne peuvent pas être obtenues par un mélange de déchets. "
Art. 40. In artikel 4.1.1, § 3, 1°, van hetzelfde besluit worden de woorden " EG-Richtlijn 67/584/EEG " vervangen door de woorden " Richtlijn 67/548/EEG ".
Art. 40. A l'article 4.1.1, § 3, 1°, du même arrêté, les mots " Directive 67/584/CEE " sont remplacés par les mots " Directive 67/548/CEE ".
Art. 41. In artikel 4.1.1, § 4, van hetzelfde besluit wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :
" In afwijking van de lijst in bijlage 4.1 bij dit besluit mogen afvalstoffen gebruikt worden als secundaire grondstof in bodemsaneringswerken of risicobeheersmaatregelen als ze voldoen aan de voorwaarden inzake samenstelling of gebruik, vastgesteld in het conformiteitsattest van het bodemsaneringsproject, het beperkt bodemsaneringsproject of het risicobeheersplan, overhandigd door de OVAM conform de bepalingen van artikel 50, 51, 58 of 85 van het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en bodembescherming en mits alle voorwaarden voor het gebruik als secundaire grondstof worden gerespecteerd. "
" In afwijking van de lijst in bijlage 4.1 bij dit besluit mogen afvalstoffen gebruikt worden als secundaire grondstof in bodemsaneringswerken of risicobeheersmaatregelen als ze voldoen aan de voorwaarden inzake samenstelling of gebruik, vastgesteld in het conformiteitsattest van het bodemsaneringsproject, het beperkt bodemsaneringsproject of het risicobeheersplan, overhandigd door de OVAM conform de bepalingen van artikel 50, 51, 58 of 85 van het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en bodembescherming en mits alle voorwaarden voor het gebruik als secundaire grondstof worden gerespecteerd. "
Art. 41. A l'article 4.1.1, § 4, du même arrêté, l'alinéa deux est remplacé par ce qui suit :
" Par dérogation à la liste à l'annexe 4.1 du présent arrêté, les déchets peuvent être utilisés comme matière première secondaire dans les travaux d'assainissement du sol ou des mesures de gestion de risques s'ils satisfont aux conditions concernant la composition ou l'utilisation, déterminées dans le certificat de conformité du projet d'assainissement du sol, le projet restreint d'assainissement du sol ou le plan de gestion de risques, délivré par l'OVAM conformément aux dispositions des articles 50, 51, 58 ou 85 du décret du 27 octobre 22 février 2006 relatif à l'assainissement et à la protection du sol, et à condition que toutes les autres conditions soient respectées pour l'utilisation comme matière première secondaire. "
" Par dérogation à la liste à l'annexe 4.1 du présent arrêté, les déchets peuvent être utilisés comme matière première secondaire dans les travaux d'assainissement du sol ou des mesures de gestion de risques s'ils satisfont aux conditions concernant la composition ou l'utilisation, déterminées dans le certificat de conformité du projet d'assainissement du sol, le projet restreint d'assainissement du sol ou le plan de gestion de risques, délivré par l'OVAM conformément aux dispositions des articles 50, 51, 58 ou 85 du décret du 27 octobre 22 février 2006 relatif à l'assainissement et à la protection du sol, et à condition que toutes les autres conditions soient respectées pour l'utilisation comme matière première secondaire. "
Art. 42. In artikel 4.1.2 van hetzelfde besluit wordt § 2 vervangen door wat volgt :
" § 2. De afvalstoffen die gebruikt worden als secundaire grondstoffen, worden minstens eenmaal per jaar door een laboratorium dat erkend is voor de overeenkomstige analysepakketten, bemonsterd en geanalyseerd. De monsterneming kan ook gebeuren door onafhankelijke en gekwalificeerde personen of instellingen. De OVAM kan de frequentie nader specificeren. Het monster moet representatief zijn voor de productie in een bepaald tijdsinterval. Afhankelijk van de herkomst kan in overleg met de OVAM de parameterlijst, zoals bepaald in bijlage 4.2.1 en 4.2.2, beperkt worden. De conformiteit van de secundaire grondstof met de geldende criteria moet worden verzekerd op basis van een representatieve bemonstering en analyse. De houder van de afvalstof die ze als secundaire grondstof in de handel brengt, is daarvoor verantwoordelijk. "
" § 2. De afvalstoffen die gebruikt worden als secundaire grondstoffen, worden minstens eenmaal per jaar door een laboratorium dat erkend is voor de overeenkomstige analysepakketten, bemonsterd en geanalyseerd. De monsterneming kan ook gebeuren door onafhankelijke en gekwalificeerde personen of instellingen. De OVAM kan de frequentie nader specificeren. Het monster moet representatief zijn voor de productie in een bepaald tijdsinterval. Afhankelijk van de herkomst kan in overleg met de OVAM de parameterlijst, zoals bepaald in bijlage 4.2.1 en 4.2.2, beperkt worden. De conformiteit van de secundaire grondstof met de geldende criteria moet worden verzekerd op basis van een representatieve bemonstering en analyse. De houder van de afvalstof die ze als secundaire grondstof in de handel brengt, is daarvoor verantwoordelijk. "
Art. 42. A l'article 4.1.2 du même arrêté, le § 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Les déchets qui sont utilisés comme matière première secondaire sont échantillonnés et analysés au moins une fois par an par un laboratoire agré " pour les paquets d'analyse correspondants. L'échantillonnage peut aussi être effectué par des personnes ou institutions indépendantes et qualifiées. En outre, l'OVAM peut spécifier la fréquence. L'échantillon doit être représentatif pour la production dans un intervalle de temps déterminé. La liste de paramètres, telle que déterminée à l'annexe 4.2.1. et 4.2.2., peut être limitée en concertation avec l'OVAM en fonction de l'origine. La conformité de la matière première secondaire avec les critères en vigueur doit être garantie sur la base d'un échantillonnage et d'une analyse représentatifs. Le détenteur de déchets qui les commercialise comme matière première secondaire en est responsable. "
" § 2. Les déchets qui sont utilisés comme matière première secondaire sont échantillonnés et analysés au moins une fois par an par un laboratoire agré " pour les paquets d'analyse correspondants. L'échantillonnage peut aussi être effectué par des personnes ou institutions indépendantes et qualifiées. En outre, l'OVAM peut spécifier la fréquence. L'échantillon doit être représentatif pour la production dans un intervalle de temps déterminé. La liste de paramètres, telle que déterminée à l'annexe 4.2.1. et 4.2.2., peut être limitée en concertation avec l'OVAM en fonction de l'origine. La conformité de la matière première secondaire avec les critères en vigueur doit être garantie sur la base d'un échantillonnage et d'une analyse représentatifs. Le détenteur de déchets qui les commercialise comme matière première secondaire en est responsable. "
Art. 43. Aan artikel 4.1.2 van hetzelfde besluit worden een § 4 en een § 5 toegevoegd, die luiden als volgt :
" § 4. De monsterneming voor externe controle en zelfcontrole van gerecycleerde granulaten gebeurt volgens de richtlijnen die gebaseerd zijn op de norm NBN EN 932-1.
§ 5. Voor gerecycleerde granulaten (behalve asfaltgranulaten) afkomstig van een recuperatie-inrichting die onderworpen is aan een beheersysteem dat door de OVAM werd goedgekeurd, wordt de parameterlijst voor de jaarlijkse analyseplicht als volgt ingekort :
arseen, cadmium, chroom, koper, kwik, lood, nikkel, zink, extraheerbare organohalogeenverbindingen (EOX), minerale olie en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK).
Voor asfaltgranulaten is alleen de PAK-spray-test van toepassing. "
" § 4. De monsterneming voor externe controle en zelfcontrole van gerecycleerde granulaten gebeurt volgens de richtlijnen die gebaseerd zijn op de norm NBN EN 932-1.
§ 5. Voor gerecycleerde granulaten (behalve asfaltgranulaten) afkomstig van een recuperatie-inrichting die onderworpen is aan een beheersysteem dat door de OVAM werd goedgekeurd, wordt de parameterlijst voor de jaarlijkse analyseplicht als volgt ingekort :
arseen, cadmium, chroom, koper, kwik, lood, nikkel, zink, extraheerbare organohalogeenverbindingen (EOX), minerale olie en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK).
Voor asfaltgranulaten is alleen de PAK-spray-test van toepassing. "
Art. 43. A l'article 4.1.2 du même arrêté, sont ajoutés un § 4 et un § 5, libellés comme suit :
" § 4. L'échantillonnage pour le contrôle externe et l'autocontrôle de granulats recyclés doit se faire conformément aux directives qui sont basées sur la norme BN EN 932-1.
§ 5. Pour les granulats recyclés (sauf les granulats d'asphalte) provenant d'une installation de récupération qui est soumise à un système de gestion approuvé par l'OVAM, la liste de paramètres pour l'obligation d'analyse annuelle est limitée comme suit :
arsenic, cadmium, chrome, cuivre, plomb, mercure, nickel, zinc, composés organohalogénés extractibles (EOX), huiles minérales et hydrocarbures aromatiques polycycliques (HAP).
Pour les granulats d'asphalte, seul le test HAP-spray est d'application. "
" § 4. L'échantillonnage pour le contrôle externe et l'autocontrôle de granulats recyclés doit se faire conformément aux directives qui sont basées sur la norme BN EN 932-1.
§ 5. Pour les granulats recyclés (sauf les granulats d'asphalte) provenant d'une installation de récupération qui est soumise à un système de gestion approuvé par l'OVAM, la liste de paramètres pour l'obligation d'analyse annuelle est limitée comme suit :
arsenic, cadmium, chrome, cuivre, plomb, mercure, nickel, zinc, composés organohalogénés extractibles (EOX), huiles minérales et hydrocarbures aromatiques polycycliques (HAP).
Pour les granulats d'asphalte, seul le test HAP-spray est d'application. "
Art. 44. In hetzelfde besluit wordt een artikel 4.2.1.3 ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 4.2.1.3. Voor het gebruik van GFT- en groencompost of het eindmateriaal van de biologische behandeling van organisch-biologische bedrijfsafvalstoffen als secundaire grondstof in of als meststof of bodemverbeterend middel moeten de vergunde inrichtingen voor de biologische verwerking van organisch-biologische afvalstoffen beschikken over een keuringsattest, dat wordt afgeleverd door de Vlaamse Compostorganisatie vzw (VLACO vzw) of een andere instelling die voor het betreffende materiaal over de nodige bekwaamheid beschikt, op basis van het Algemeen Reglement van de Certificering.
De Certificeringscommissie Meststoffen - Bodemverbeterende Middelen houdt toezicht op de certificering en stelt het Algemeen Reglement van de Certificering op.
De Certificeringscommissie Meststoffen - Bodemverbeterende Middelen wordt samengesteld als volgt :
1° twee vertegenwoordigers namens de Vlaamse Overheid;
2° twee vertegenwoordigers namens de producenten;
3° twee vertegenwoordigers namens de gebruikers;
4° twee onafhankelijke deskundigen.
De Certificeringscommissie Meststoffen - Bodemverbeterende Middelen zal onder meer de volgende taken uitvoeren :
1°het opstellen van het Algemeen Reglement van de Certificering en het goedkeuren van het Kwaliteitshandboek van de certificeringsinstelling;
2° het opvolgen van het verlenen, schorsen of intrekken van de keuringsattesten;
3° het behandelen van de beroepen tegen beslissingen inzake het verlenen, schorsen of intrekken van de keuringsattesten;
4° het geven van advies aan de certificeringsinstelling met betrekking tot de controle- en de certificeringsactiviteiten.
De Vlaamse minister kan nadere regels bepalen betreffende de taken en de werking van de Certificeringscommissie Meststoffen - Bodemverbeterende Middelen en wijst de leden aan.
Het Algemeen Reglement van de Certificering zal worden goedgekeurd bij ministerieel besluit en bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
" Art. 4.2.1.3. Voor het gebruik van GFT- en groencompost of het eindmateriaal van de biologische behandeling van organisch-biologische bedrijfsafvalstoffen als secundaire grondstof in of als meststof of bodemverbeterend middel moeten de vergunde inrichtingen voor de biologische verwerking van organisch-biologische afvalstoffen beschikken over een keuringsattest, dat wordt afgeleverd door de Vlaamse Compostorganisatie vzw (VLACO vzw) of een andere instelling die voor het betreffende materiaal over de nodige bekwaamheid beschikt, op basis van het Algemeen Reglement van de Certificering.
De Certificeringscommissie Meststoffen - Bodemverbeterende Middelen houdt toezicht op de certificering en stelt het Algemeen Reglement van de Certificering op.
De Certificeringscommissie Meststoffen - Bodemverbeterende Middelen wordt samengesteld als volgt :
1° twee vertegenwoordigers namens de Vlaamse Overheid;
2° twee vertegenwoordigers namens de producenten;
3° twee vertegenwoordigers namens de gebruikers;
4° twee onafhankelijke deskundigen.
De Certificeringscommissie Meststoffen - Bodemverbeterende Middelen zal onder meer de volgende taken uitvoeren :
1°het opstellen van het Algemeen Reglement van de Certificering en het goedkeuren van het Kwaliteitshandboek van de certificeringsinstelling;
2° het opvolgen van het verlenen, schorsen of intrekken van de keuringsattesten;
3° het behandelen van de beroepen tegen beslissingen inzake het verlenen, schorsen of intrekken van de keuringsattesten;
4° het geven van advies aan de certificeringsinstelling met betrekking tot de controle- en de certificeringsactiviteiten.
De Vlaamse minister kan nadere regels bepalen betreffende de taken en de werking van de Certificeringscommissie Meststoffen - Bodemverbeterende Middelen en wijst de leden aan.
Het Algemeen Reglement van de Certificering zal worden goedgekeurd bij ministerieel besluit en bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art. 44. Dans le même arrêté est inséré un article 4.2.1.3, libellé comme suit :
" Art. 4.2.1.3. Pour l'utilisation de compost vert et GFT ou le matériau final du traitement biologique de déchets industriels organico-biologiques comme matière première secondaire dans ou comme engrais ou améliorant du sol, les installations autorisées pour le traitement de déchets organico-biologiques disposent d'une attestation de certification, qui est délivrée par la Vlaamse Compostorganisatie vzw (VLACO vzw) ou une autre institution qui dispose des aptitudes nécessaires pour le matériau concerné sur la base du Règlement général de la Certification.
La commission de certification Engrais-Améliorants du sol surveille la certification et établit le Règlement général de la Certification.
La commission de certification Engrais-Améliorants du sol est composée comme suit :
1° deux représentants au nom de l'autorité flamande;
2° deux représentants au nom des producteurs;
3° deux représentants au nom des utilisateurs;
4° deux experts indépendants.
La commission de certification Engrais-Améliorants du sol exécutera notamment les tâches suivantes :
1°l'établissement du Règlement général de la Certification et l'approbation du Manuel de qualité de l'organisme de certification;
2° le suivi de l'octroi, de la suspension ou du retrait des attestations de certification;
3° le traitement des recours contre des décisions d'octroi, de suspension ou de retrait des attestations de certification;
4° la communication d'avis à l'organisme de certification concernant les activités de contrôle et de certification.
Le Ministre flamand peut déterminer d'autres modalités pour ce qui concerne les tâches et le fonctionnement de la Commission de certification Engrais-Améliorants du sol et en désigne les membres.
Le Règlement général de la Certification sera approuvé par arrêté ministériel et publié dans un extrait au Moniteur belge.
" Art. 4.2.1.3. Pour l'utilisation de compost vert et GFT ou le matériau final du traitement biologique de déchets industriels organico-biologiques comme matière première secondaire dans ou comme engrais ou améliorant du sol, les installations autorisées pour le traitement de déchets organico-biologiques disposent d'une attestation de certification, qui est délivrée par la Vlaamse Compostorganisatie vzw (VLACO vzw) ou une autre institution qui dispose des aptitudes nécessaires pour le matériau concerné sur la base du Règlement général de la Certification.
La commission de certification Engrais-Améliorants du sol surveille la certification et établit le Règlement général de la Certification.
La commission de certification Engrais-Améliorants du sol est composée comme suit :
1° deux représentants au nom de l'autorité flamande;
2° deux représentants au nom des producteurs;
3° deux représentants au nom des utilisateurs;
4° deux experts indépendants.
La commission de certification Engrais-Améliorants du sol exécutera notamment les tâches suivantes :
1°l'établissement du Règlement général de la Certification et l'approbation du Manuel de qualité de l'organisme de certification;
2° le suivi de l'octroi, de la suspension ou du retrait des attestations de certification;
3° le traitement des recours contre des décisions d'octroi, de suspension ou de retrait des attestations de certification;
4° la communication d'avis à l'organisme de certification concernant les activités de contrôle et de certification.
Le Ministre flamand peut déterminer d'autres modalités pour ce qui concerne les tâches et le fonctionnement de la Commission de certification Engrais-Améliorants du sol et en désigne les membres.
Le Règlement général de la Certification sera approuvé par arrêté ministériel et publié dans un extrait au Moniteur belge.
Art. 45. In artikel 4.2.2.1, 2°, van hetzelfde besluit worden de woorden " respectievelijke achtergrondwaarden voor een standaardbodem, zoals opgenomen in Vlarebo " vervangen door de woorden " streefwaarden voor de bodemkwaliteit, vermeld in bijlage III van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming. "
Art. 45. A l'article 4.2.2.1, 2°, du même arrêté, les mots " aux valeurs de base respectives pour un sol standard, telles que reprises dans le Vlarebo " sont remplacés par les mots " aux valeurs cibles pour la qualité du sol, visées à l'annexe III de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2007 fixant le règlement flamand relatif à l'assainissement du sol et à la protection du sol. "
Art. 46. In artikel 4.2.2.2, derde lid, van hetzelfde besluit worden de woorden " moet volledig gerecycleerd worden in vormgegeven bouwstoffen " vervangen door de woorden " mag alleen gerecycleerd worden in specifieke toepassingen die minstens eenzelfde niveau van milieubescherming garanderen ".
Art. 46. A l'article 4.2.2.2, alinéa trois, du même arrêté, les mots " doit être entièrement recyclé en matériaux façonnés " sont remplacés par les mots " ne peut être recyclé que dans des applications spécifiques qui garantissent au moins le même niveau de protection de l'environnement ".
Art. 47. Artikel 4.2.2.3 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 4.2.2.3. § 1. Afvalstoffen uit bijlage 4.1, afdeling 2, kunnen als NV-bouwstoffen of in V-bouwstoffen gebruikt worden op voorwaarde dat :
1° ze voldoen aan de bepalingen, vermeld in artikel 4.2.2.1 en 4.2.2.2, behalve voor de parameter minerale olie in asfaltgranulaat, freesasfaltgranulaat, bitumineuze dakmaterialen, brekerzand, brekerzeefzand en sorteerzeefzand, afkomstig van het zeven of breken van asfalt.;
2° het massa- en volumepercentage niet-steenachtige materialen, zoals gips, rubber, kunststoffen, isolatie, roofing of andere verontreinigingen, maximaal 1% bedraagt;
3° het massa- en volumepercentage organisch materiaal, zoals hout, plantenresten of andere verontreinigingen, maximaal 0,5% bedraagt;
4° het gehalte aan asbest bedraagt maximaal 100 mg/kg droge stof en wordt bepaald volgens NEN 5897;
5° ze zijn onderworpen aan een eenheidsreglement of ze beschikken over een gebruikscertificaat, zoals bepaald in de kolom voorwaarden inzake samenstelling en gebruik in afdeling 2 van bijlage 4.1.
§ 2.Asfaltgranulaat dat bij gebruik van de PAK-spray-test een gele verkleuring vertoont, kan alleen onder de volgende voorwaarden in een beperkte toepassing worden gebruikt :
1° het voldoet aan de bepalingen van artikel 4.2.2.3, § 1, 2°, 3° en 4°;
2° de hoeveelheid asfaltgranulaat bedraagt minstens 1500 m3;
3° de toepassing wordt geïnventariseerd : minstens de gemeente en het kadastraal perceel moeten worden vermeld;
4° het asfaltgranulaat wordt op koude wijze gebruikt in een fundering die bestaat uit asfaltgranulaatcement.
Asfaltgranulaat dat bij gebruik van de PAK-spray-test geen gele verkleuring vertoont, kan gebruikt worden indien het voldoet aan de bepalingen van artikel 4.2.2.3, § 1, 2°, 3° en 4°. "
" Art. 4.2.2.3. § 1. Afvalstoffen uit bijlage 4.1, afdeling 2, kunnen als NV-bouwstoffen of in V-bouwstoffen gebruikt worden op voorwaarde dat :
1° ze voldoen aan de bepalingen, vermeld in artikel 4.2.2.1 en 4.2.2.2, behalve voor de parameter minerale olie in asfaltgranulaat, freesasfaltgranulaat, bitumineuze dakmaterialen, brekerzand, brekerzeefzand en sorteerzeefzand, afkomstig van het zeven of breken van asfalt.;
2° het massa- en volumepercentage niet-steenachtige materialen, zoals gips, rubber, kunststoffen, isolatie, roofing of andere verontreinigingen, maximaal 1% bedraagt;
3° het massa- en volumepercentage organisch materiaal, zoals hout, plantenresten of andere verontreinigingen, maximaal 0,5% bedraagt;
4° het gehalte aan asbest bedraagt maximaal 100 mg/kg droge stof en wordt bepaald volgens NEN 5897;
5° ze zijn onderworpen aan een eenheidsreglement of ze beschikken over een gebruikscertificaat, zoals bepaald in de kolom voorwaarden inzake samenstelling en gebruik in afdeling 2 van bijlage 4.1.
§ 2.Asfaltgranulaat dat bij gebruik van de PAK-spray-test een gele verkleuring vertoont, kan alleen onder de volgende voorwaarden in een beperkte toepassing worden gebruikt :
1° het voldoet aan de bepalingen van artikel 4.2.2.3, § 1, 2°, 3° en 4°;
2° de hoeveelheid asfaltgranulaat bedraagt minstens 1500 m3;
3° de toepassing wordt geïnventariseerd : minstens de gemeente en het kadastraal perceel moeten worden vermeld;
4° het asfaltgranulaat wordt op koude wijze gebruikt in een fundering die bestaat uit asfaltgranulaatcement.
Asfaltgranulaat dat bij gebruik van de PAK-spray-test geen gele verkleuring vertoont, kan gebruikt worden indien het voldoet aan de bepalingen van artikel 4.2.2.3, § 1, 2°, 3° en 4°. "
Art. 47. L'article 4.2.2.3 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Art. 4.2.2.3. § 1er. Les déchets mentionnés à l'annexe 4.1, section 2, peuvent être utilisés comme matériau NF et comme matériaux F dans la mesure où :
1° ils répondent aux dispositions des articles 4.2.2.1 et 4.2.2.2; sauf pour le paramètre huile minérale dans les granulats d'asphalte, les granulats d'asphalte de fraisage, les matériaux de toiture bitumineux, le sable de concassage, le sable tamisé et le sable tamisé de triage, provenant du tamisage ou du concassage d'asphalte;
2° le volume et la masse en pourcentage de matériaux autres que de la pierre, notamment du plâtre, du caoutchouc, du plastique, des matériaux d'isolation, des matériaux de recouvrement des toitures ou d'autres polluants s'élèvent à maximum 1 %;
3° le volume et la masse en pourcentage de matériaux organiques, en l'occurrence du bois, des restes végétaux ou d'autres matières polluantes s'élèvent à maximum 0,5 %;
4° la teneur en amiante s'élève au maximum à 100 mg/kg de matière sèche et est déterminé conformément au NEN 5897;
5° ils sont soumis à un règlement unitaire ou ils disposent d'un certificat d'utilisation, tel que défini dans la colonne conditions en matière de composition et d'utilisation de la section 2 de l'annexe 4.1..
§ 2. Les granulats d'asphalte qui présentent en cas d'utilisation du test HAP-spray une coloration jaune, ne peuvent être utilisés que dans les conditions suivantes dans une application restreinte :
1° ils répondent aux conditions de l'article 4.2.2.3, § 1er, 2°, 3° et 4°;
2° la quantité de granulats d'asphalte s'élève à 1500 m3 au moins;
3° l'application fait l'objet d'un inventaire : il faut mentionner au moins la commune et la parcelle cadastrale;
4° les granulats d'asphalte sont utilisés à froid dans des fondations qui se composent de ciment de granulats d'asphalte.
Les granulats d'asphalte qui ne présentent pas de coloration jaune lors de l'utilisation du test HAP-spray, peuvent être utilisés s'ils répondent aux dispositions de l'article 4.2.2.3, § 1er, 2°, 3° et 4°. "
" Art. 4.2.2.3. § 1er. Les déchets mentionnés à l'annexe 4.1, section 2, peuvent être utilisés comme matériau NF et comme matériaux F dans la mesure où :
1° ils répondent aux dispositions des articles 4.2.2.1 et 4.2.2.2; sauf pour le paramètre huile minérale dans les granulats d'asphalte, les granulats d'asphalte de fraisage, les matériaux de toiture bitumineux, le sable de concassage, le sable tamisé et le sable tamisé de triage, provenant du tamisage ou du concassage d'asphalte;
2° le volume et la masse en pourcentage de matériaux autres que de la pierre, notamment du plâtre, du caoutchouc, du plastique, des matériaux d'isolation, des matériaux de recouvrement des toitures ou d'autres polluants s'élèvent à maximum 1 %;
3° le volume et la masse en pourcentage de matériaux organiques, en l'occurrence du bois, des restes végétaux ou d'autres matières polluantes s'élèvent à maximum 0,5 %;
4° la teneur en amiante s'élève au maximum à 100 mg/kg de matière sèche et est déterminé conformément au NEN 5897;
5° ils sont soumis à un règlement unitaire ou ils disposent d'un certificat d'utilisation, tel que défini dans la colonne conditions en matière de composition et d'utilisation de la section 2 de l'annexe 4.1..
§ 2. Les granulats d'asphalte qui présentent en cas d'utilisation du test HAP-spray une coloration jaune, ne peuvent être utilisés que dans les conditions suivantes dans une application restreinte :
1° ils répondent aux conditions de l'article 4.2.2.3, § 1er, 2°, 3° et 4°;
2° la quantité de granulats d'asphalte s'élève à 1500 m3 au moins;
3° l'application fait l'objet d'un inventaire : il faut mentionner au moins la commune et la parcelle cadastrale;
4° les granulats d'asphalte sont utilisés à froid dans des fondations qui se composent de ciment de granulats d'asphalte.
Les granulats d'asphalte qui ne présentent pas de coloration jaune lors de l'utilisation du test HAP-spray, peuvent être utilisés s'ils répondent aux dispositions de l'article 4.2.2.3, § 1er, 2°, 3° et 4°. "
Art. 48. Aan hoofdstuk IV, afdeling II, onderafdeling II, van hetzelfde besluit wordt een artikel 4.2.2.4 toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 4.2.2.4. § 1. Het gehalte aan hechtgebonden asbestverdachte materialen in gerecycleerde granulaten wordt gecontroleerd bij de recyclage-inrichtingen en wordt getoetst aan de waarde van 1000 mg/kg droge stof, volgens een identificatieproef opgenomen in het Compendium voor Monsterneming en Analyse (CMA/2/II/A.17). Als de richtwaarde van 1000 mg/kg droge stof wordt overschreden, moet het monster onderzocht worden volgens NEN 5897. De berekeningswijze en de normwaarde staan in § 2.
§ 2. De normwaarde voor asbestvezels in gerecycleerde granulaten bedraagt 100 mg/kg droge stof en wordt bepaald volgens NEN 5897. De berekening gebeurt via volgende formule :
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 01-04-2009, p. 35322)
§ 3. Bij gebruik van gerecycleerde granulaten in niet-afgedekte aanwendingen is de richtwaarde voor asbestverdachte materialen niet van toepassing en geldt onmiddellijk de normwaarde voor asbestvezels van 100 mg/kg droge stof. "
" Art. 4.2.2.4. § 1. Het gehalte aan hechtgebonden asbestverdachte materialen in gerecycleerde granulaten wordt gecontroleerd bij de recyclage-inrichtingen en wordt getoetst aan de waarde van 1000 mg/kg droge stof, volgens een identificatieproef opgenomen in het Compendium voor Monsterneming en Analyse (CMA/2/II/A.17). Als de richtwaarde van 1000 mg/kg droge stof wordt overschreden, moet het monster onderzocht worden volgens NEN 5897. De berekeningswijze en de normwaarde staan in § 2.
§ 2. De normwaarde voor asbestvezels in gerecycleerde granulaten bedraagt 100 mg/kg droge stof en wordt bepaald volgens NEN 5897. De berekening gebeurt via volgende formule :
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 01-04-2009, p. 35322)
§ 3. Bij gebruik van gerecycleerde granulaten in niet-afgedekte aanwendingen is de richtwaarde voor asbestverdachte materialen niet van toepassing en geldt onmiddellijk de normwaarde voor asbestvezels van 100 mg/kg droge stof. "
Art. 48. Au chapitre IV, section II, sous-section II, du même arrêté, un article 4.2.2.4 est ajouté, libellé comme suit :
" Art. 4.2.2.4. § 1er. La teneur en matériaux susceptibles de contenir de l'amante fortement lié dans des granulats recyclés est contrôlée auprès des installations de recyclage et est confrontée à la valeur de 1000 mg/kg de matière sèche, selon un test d'identification repris dans le Compendium d'Echantillonnage et d'Analyse (CMA/2/II/A.17). Lorsque la valeur indicative de 1000 mg/kg de matière sèche est dépassée, l'échantillon doit être analysé conformément au NEN 5897. Le mode de calcul et la valeur normative sont définis au § 2.
§ 2. La valeur normative pour des fibres d'amiante dans des granulats recyclés s'élève à 100 mg/kg de matière sèche et est déterminée conformément au NEN 5897. Le calcul s'effectue selon la formule suivante :
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 01-04-2009, p. 35348)
§ 3. En cas d'utilisation de granulats recyclés dans des installations non couvertes, la valeur indicative pour des matériaux susceptibles de contenir de l'amiante ne s'applique pas et la valeur normative pour des fibres d'amiante de 100 mg/kg de matière sèche est immédiatement d'application. "
" Art. 4.2.2.4. § 1er. La teneur en matériaux susceptibles de contenir de l'amante fortement lié dans des granulats recyclés est contrôlée auprès des installations de recyclage et est confrontée à la valeur de 1000 mg/kg de matière sèche, selon un test d'identification repris dans le Compendium d'Echantillonnage et d'Analyse (CMA/2/II/A.17). Lorsque la valeur indicative de 1000 mg/kg de matière sèche est dépassée, l'échantillon doit être analysé conformément au NEN 5897. Le mode de calcul et la valeur normative sont définis au § 2.
§ 2. La valeur normative pour des fibres d'amiante dans des granulats recyclés s'élève à 100 mg/kg de matière sèche et est déterminée conformément au NEN 5897. Le calcul s'effectue selon la formule suivante :
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 01-04-2009, p. 35348)
§ 3. En cas d'utilisation de granulats recyclés dans des installations non couvertes, la valeur indicative pour des matériaux susceptibles de contenir de l'amiante ne s'applique pas et la valeur normative pour des fibres d'amiante de 100 mg/kg de matière sèche est immédiatement d'application. "
Art. 49. In artikel 4.2.3.1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 14 december 2007, worden in 1° de woorden " aldrin + dieldrin " vervangen door " de som van aldrin + dieldrin ".
Art. 49. A l'article 4.2.3.1 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2007, au 1° les mots " aldrin + dieldrin " sont remplacés par " la somme de aldrin + dieldrin ".
Art. 50. Hoofdstuk IV, afdeling II, onderafdeling V, van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 50. Le chapitre IV, section II, sous-section V, du même arrêté est abrogé.
Art. 51. Aan hoofdstuk IV, afdeling II, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 22 september 2006 en 9 februari 2007, wordt een onderafdeling VI, bestaande uit de artikelen 4.2.6.1 tot en met 4.2.6.3, toegevoegd, die luidt als volgt :
" Onderafdeling VI. Voorwaarden voor het gebruik in kunstmatige afdichtingslagen met waterglas op stortplaatsen van categorie 1 en 2
Art. 4.2.6.1. Rekening houdend met de geldende voorwaarden voor afdichtingslagen en met de voorwaarden in bijlage 4.2.3.A, moeten de volgende voorwaarden om afvalstoffen als secundaire grondstof te gebruiken in kunstmatige afdichtingslagen met waterglas op stortplaatsen van categorie 1 en 2 worden nageleefd :
1° de maximale totaalconcentratie aan organische verbindingen voor gebruik in kunstmatige afdichtingslagen met waterglas, vermeld in bijlage 4.2.3.B, is een dwingende waarde;
2° de maximale beschikbaarheden voor uitloging van anorganische bestanddelen voor gebruik in kunstmatige afdichtingslagen met waterglas, vermeld in bijlage 4.2.3.B, zijn dwingende waarden;
3° de maximale uitloogbaarheidswaarden van anorganische bestanddelen voor gebruik in kunstmatige afdichtingslagen met waterglas, vermeld in bijlage 4.2.3.B, zijn dwingende waarden;
4° voor afvalstoffen, gebruikt in kunstmatige afdichtingslagen met waterglas, moet de dosering van de afvalstof gebaseerd zijn op de technische eigenschappen van de afvalstof en op de technische vereisten van de kunstmatige afdichtingslaag met waterglas als vermeld in bijlage 4.2.3.A, en in geen geval op de concentraties, vermeld in bijlage 4.2.3.B.
Art. 4.2.6.2. Afvalstoffen opgenomen in bijlage 4.1, afdeling 6, voor het gebruik in kunstmatige afdichtlagen met waterglas en die niet voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 4.2.6.1, kunnen, na aanvullend onderzoek en na toekenning van een gebruikscertificaat, toch als secundaire grondstof voor het gebruik in kunstmatige afdichtingslagen met waterglas voor stortplaatsen worden toegelaten. De met die afvalstoffen gevormde afdichtingslaag moet steeds voldoen aan de eisen inzake samenstelling, maximale beschikbaarheid voor uitloging en uitloogbaarheidswaarden, vermeld in bijlage 4.2.3.C.
Art. 4.2.6.3. Afvalstoffen uit bijlage 4.1, afdeling 6, kunnen in kunstmatige afdichtingslagen met waterglas gebruikt worden op voorwaarde dat :
1° ze voldoen aan de bepalingen, vermeld in artikel 4.2.6.1 en 4.2.6.2, behalve voor de parameter minerale olie en DOC in waterzuiveringsslib, bitumineuze dakmaterialen, brekerzand, brekerzeefzand en sorteerzeefzand, afkomstig van het zeven en breken van asfalt, waarbij bij gebruik van de PAK-spray-test geen gele verkleuring zichtbaar is;
2° het massa- en volumepercentage niet-steenachtige materialen, zoals gips, rubber, kunststoffen, isolatie, roofing of andere verontreinigingen, maximaal 1 % bedraagt. "
" Onderafdeling VI. Voorwaarden voor het gebruik in kunstmatige afdichtingslagen met waterglas op stortplaatsen van categorie 1 en 2
Art. 4.2.6.1. Rekening houdend met de geldende voorwaarden voor afdichtingslagen en met de voorwaarden in bijlage 4.2.3.A, moeten de volgende voorwaarden om afvalstoffen als secundaire grondstof te gebruiken in kunstmatige afdichtingslagen met waterglas op stortplaatsen van categorie 1 en 2 worden nageleefd :
1° de maximale totaalconcentratie aan organische verbindingen voor gebruik in kunstmatige afdichtingslagen met waterglas, vermeld in bijlage 4.2.3.B, is een dwingende waarde;
2° de maximale beschikbaarheden voor uitloging van anorganische bestanddelen voor gebruik in kunstmatige afdichtingslagen met waterglas, vermeld in bijlage 4.2.3.B, zijn dwingende waarden;
3° de maximale uitloogbaarheidswaarden van anorganische bestanddelen voor gebruik in kunstmatige afdichtingslagen met waterglas, vermeld in bijlage 4.2.3.B, zijn dwingende waarden;
4° voor afvalstoffen, gebruikt in kunstmatige afdichtingslagen met waterglas, moet de dosering van de afvalstof gebaseerd zijn op de technische eigenschappen van de afvalstof en op de technische vereisten van de kunstmatige afdichtingslaag met waterglas als vermeld in bijlage 4.2.3.A, en in geen geval op de concentraties, vermeld in bijlage 4.2.3.B.
Art. 4.2.6.2. Afvalstoffen opgenomen in bijlage 4.1, afdeling 6, voor het gebruik in kunstmatige afdichtlagen met waterglas en die niet voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 4.2.6.1, kunnen, na aanvullend onderzoek en na toekenning van een gebruikscertificaat, toch als secundaire grondstof voor het gebruik in kunstmatige afdichtingslagen met waterglas voor stortplaatsen worden toegelaten. De met die afvalstoffen gevormde afdichtingslaag moet steeds voldoen aan de eisen inzake samenstelling, maximale beschikbaarheid voor uitloging en uitloogbaarheidswaarden, vermeld in bijlage 4.2.3.C.
Art. 4.2.6.3. Afvalstoffen uit bijlage 4.1, afdeling 6, kunnen in kunstmatige afdichtingslagen met waterglas gebruikt worden op voorwaarde dat :
1° ze voldoen aan de bepalingen, vermeld in artikel 4.2.6.1 en 4.2.6.2, behalve voor de parameter minerale olie en DOC in waterzuiveringsslib, bitumineuze dakmaterialen, brekerzand, brekerzeefzand en sorteerzeefzand, afkomstig van het zeven en breken van asfalt, waarbij bij gebruik van de PAK-spray-test geen gele verkleuring zichtbaar is;
2° het massa- en volumepercentage niet-steenachtige materialen, zoals gips, rubber, kunststoffen, isolatie, roofing of andere verontreinigingen, maximaal 1 % bedraagt. "
Art. 51. Au chapitre IV, section II, du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 22 septembre 2006 et 9 février 2007, une sous-section VI, composée des articles 4.2.6.1 jusqu'à 4.2.6.3, est ajoutée, libellée comme suit :
" Sous-section VI. Conditions pour l'utilisation dans des couches d'étanchéité artificielles au verre soluble sur des décharges des catégories 1 et 2
Art. 4.2.6.1. Compte tenu des conditions qui s'appliquent aux couches d'étanchéité et des conditions de l'annexe 4.2.3.A, les conditions suivantes doivent être respectées pour pouvoir utiliser des déchets comme matière première secondaire dans des couches d'étanchéité artificielles au verre soluble sur des décharges des catégories 1 et 2 :
1° la concentration totale maximale de composés organiques pour l'utilisation dans des couches d'étanchéité artificielles au verre soluble, visées à l'annexe 4.2.3.B, constitue une valeur contraignante;
2° les disponibilités maximales pour lixiviation de composantes anorganiques pour utilisation dans des couches d'étanchéité artifcielles au verre soluble, visées à l'annexe 4.2.3.B, constituent des valeurs contraignantes;
3° les valeurs maximales de lixiviation de composantes anorganiques pour utilisation dans des couches d'étanchéité artificielles au verre soluble, visées à l'annexe 4.2.3.B, constituent des valeurs contraignantes;
4° pour les déchets utilisés dans des couches d'étanchéité artificielles au verre soluble, le dosage de déchets doit être basé sur les spécificités techniques des déchets et sur les exigences techniques de la couche d'étanchéité artificielle au verre soluble telles que visées à l'annexe 4.2.3.A, et en aucun cas sur les concentrations visées à l'annexe 4.2.3.B.
Art. 4.2.6.2. Les déchets repris à l'annexe 4.1, section 6, pour l'utilisation dans des couches d'étanchéité artificielles au verre soluble et qui ne répondent pas aux conditions visées à l'article 4.2.6.1, peuvent, après examen complémentaire et après octroi d'un certificat d'utilisation, être admis quand même comme matière première secondaire pour l'utilisation dans des couches d'étanchéité artificielles au verre soluble pour des décharges. La couche d'étanchéité constituée avec ces déchets doit toujours répondre aux exigences en matière de composition, de disponibilité maximale pour lixiviation et de valeurs de lixiviation, visées à l'annexe 4.2.3.C.
Art. 4.2.6.3. Les déchets de l'annexe 4.1, section 6, peuvent être utilisés dans des couches d'étanchéité artificielles au verre soluble à condition :
1° qu'ils répondent aux dispositions des articles 4.2.6.1 et 4.2.6.2; sauf pour le paramètre huile minérale et DOC dans des boues de dragage, les matériaux de toiture bitumineux, le sable de concassage, le sable tamisé et le sable tamisé de triage, provenant du tamisage ou du concassage d'asphalte, l'utilisation du test HAP-spray ne donnant aucune coloration jaune;
2° que le volume et la masse en pourcentage de matériaux autres que de la pierre, notamment du plâtre, du caoutchouc, du plastique, des matériaux d'isolation, des matériaux de recouvrement des toitures ou d'autres polluants s'élèvent à maximum 1 %. "
" Sous-section VI. Conditions pour l'utilisation dans des couches d'étanchéité artificielles au verre soluble sur des décharges des catégories 1 et 2
Art. 4.2.6.1. Compte tenu des conditions qui s'appliquent aux couches d'étanchéité et des conditions de l'annexe 4.2.3.A, les conditions suivantes doivent être respectées pour pouvoir utiliser des déchets comme matière première secondaire dans des couches d'étanchéité artificielles au verre soluble sur des décharges des catégories 1 et 2 :
1° la concentration totale maximale de composés organiques pour l'utilisation dans des couches d'étanchéité artificielles au verre soluble, visées à l'annexe 4.2.3.B, constitue une valeur contraignante;
2° les disponibilités maximales pour lixiviation de composantes anorganiques pour utilisation dans des couches d'étanchéité artifcielles au verre soluble, visées à l'annexe 4.2.3.B, constituent des valeurs contraignantes;
3° les valeurs maximales de lixiviation de composantes anorganiques pour utilisation dans des couches d'étanchéité artificielles au verre soluble, visées à l'annexe 4.2.3.B, constituent des valeurs contraignantes;
4° pour les déchets utilisés dans des couches d'étanchéité artificielles au verre soluble, le dosage de déchets doit être basé sur les spécificités techniques des déchets et sur les exigences techniques de la couche d'étanchéité artificielle au verre soluble telles que visées à l'annexe 4.2.3.A, et en aucun cas sur les concentrations visées à l'annexe 4.2.3.B.
Art. 4.2.6.2. Les déchets repris à l'annexe 4.1, section 6, pour l'utilisation dans des couches d'étanchéité artificielles au verre soluble et qui ne répondent pas aux conditions visées à l'article 4.2.6.1, peuvent, après examen complémentaire et après octroi d'un certificat d'utilisation, être admis quand même comme matière première secondaire pour l'utilisation dans des couches d'étanchéité artificielles au verre soluble pour des décharges. La couche d'étanchéité constituée avec ces déchets doit toujours répondre aux exigences en matière de composition, de disponibilité maximale pour lixiviation et de valeurs de lixiviation, visées à l'annexe 4.2.3.C.
Art. 4.2.6.3. Les déchets de l'annexe 4.1, section 6, peuvent être utilisés dans des couches d'étanchéité artificielles au verre soluble à condition :
1° qu'ils répondent aux dispositions des articles 4.2.6.1 et 4.2.6.2; sauf pour le paramètre huile minérale et DOC dans des boues de dragage, les matériaux de toiture bitumineux, le sable de concassage, le sable tamisé et le sable tamisé de triage, provenant du tamisage ou du concassage d'asphalte, l'utilisation du test HAP-spray ne donnant aucune coloration jaune;
2° que le volume et la masse en pourcentage de matériaux autres que de la pierre, notamment du plâtre, du caoutchouc, du plastique, des matériaux d'isolation, des matériaux de recouvrement des toitures ou d'autres polluants s'élèvent à maximum 1 %. "
Art. 52. In artikel 4.3.1 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :
" De OVAM stelt een voorbeeldformulier voor het aanvragen van een gebruikscertificaat ter beschikking via de website. "
" De OVAM stelt een voorbeeldformulier voor het aanvragen van een gebruikscertificaat ter beschikking via de website. "
Art. 52. A l'article 4.3.1 du même arrêté, l'alinéa deux est remplacé par ce qui suit :
" L'OVAM met un exemple de formulaire de demande d'un certificat d'utilisation à disposition par le biais du site Internet. "
" L'OVAM met un exemple de formulaire de demande d'un certificat d'utilisation à disposition par le biais du site Internet. "
Art. 53. Artikel 4.3.2 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
" De in artikel 4.3.1 genoemde aanvraag bevat ten minste de volgende documenten en gegevens :
1° het gewenste gebruik van de afvalstof als secundaire grondstof;
2° identificatiegegevens van de aanvrager :
- indien de aanvrager een natuurlijke persoon is : voor- en achternaam, adres, geboortedatum en -plaats, telefoonnummer en eventueel faxnummer en e-mailadres;
- indien de aanvrager een rechtspersoon is : naam, rechtsvorm, ondernemingsnummer en eventueel vestigingsnummer, adres van de maatschappelijke zetel en van de exploitatiezetel, naam en contactadres van de verantwoordelijke bij de exploitatiezetel, telefoonnummer en eventueel faxnummer en e-mailadres;
3° identificatiegegevens van de producent, indien de producent verschilt van de aanvrager :
- indien de aanvrager een natuurlijke persoon is : voor- en achternaam, adres, geboortedatum en -plaats, telefoonnummer en eventueel faxnummer en e-mailadres;
- indien de aanvrager een rechtspersoon is : naam, rechtsvorm, ondernemingsnummer en eventueel vestigingsnummer, adres van de maatschappelijke zetel en van de exploitatiezetel, naam en contactadres van de verantwoordelijke bij de exploitatiezetel, telefoonnummer en eventueel faxnummer en e-mailadres;
4° identificatie van de afvalstof : gebruikelijke naam, jaarlijkse hoeveelheid en code van de afvalstof, overeenkomstig bijlage 1.2.1.B;
5° een overzicht van het productieproces met beschrijving van de stappen waarbij de afvalstof vrijkomt, indien van toepassing;
6° een kopie van de milieuvergunning voor het proces of het werk waaruit de afvalstof vrijkomt, indien van toepassing;
7° een monsternemings- en analyseverslag van een representatief monster van de afvalstof, opgesteld door een laboratorium dat erkend is voor de overeenkomstige analysepakketten. De monsterneming kan ook gebeuren door onafhankelijke en gekwalificeerde personen of instellingen.
Als de afvalstof slechts een deel uit maakt van de massa van de vormgegeven bouwstof of de afdichtingslaag met waterglas moet een bijkomend monsternemings- en analyseverslag van het eindproduct opgesteld worden.
De analyseverslagen moeten aantonen dat de afvalstof of de vormgegeven bouwstof of de afdichtingslaag met waterglas voldoet aan de voorwaarden voor het betrokken aanwendingsgebied;
8° een opsomming van de positieve karakteristieken met betrekking tot de gebruiksmogelijkheden van de afvalstof als secundaire grondstof en de staving ervan door middel van rapporten;
9° ondertekening dat de verstrekte gegevens correct en volledig zijn met vermelding van datum, plaats, voor- en achternaam en functie.
" De in artikel 4.3.1 genoemde aanvraag bevat ten minste de volgende documenten en gegevens :
1° het gewenste gebruik van de afvalstof als secundaire grondstof;
2° identificatiegegevens van de aanvrager :
- indien de aanvrager een natuurlijke persoon is : voor- en achternaam, adres, geboortedatum en -plaats, telefoonnummer en eventueel faxnummer en e-mailadres;
- indien de aanvrager een rechtspersoon is : naam, rechtsvorm, ondernemingsnummer en eventueel vestigingsnummer, adres van de maatschappelijke zetel en van de exploitatiezetel, naam en contactadres van de verantwoordelijke bij de exploitatiezetel, telefoonnummer en eventueel faxnummer en e-mailadres;
3° identificatiegegevens van de producent, indien de producent verschilt van de aanvrager :
- indien de aanvrager een natuurlijke persoon is : voor- en achternaam, adres, geboortedatum en -plaats, telefoonnummer en eventueel faxnummer en e-mailadres;
- indien de aanvrager een rechtspersoon is : naam, rechtsvorm, ondernemingsnummer en eventueel vestigingsnummer, adres van de maatschappelijke zetel en van de exploitatiezetel, naam en contactadres van de verantwoordelijke bij de exploitatiezetel, telefoonnummer en eventueel faxnummer en e-mailadres;
4° identificatie van de afvalstof : gebruikelijke naam, jaarlijkse hoeveelheid en code van de afvalstof, overeenkomstig bijlage 1.2.1.B;
5° een overzicht van het productieproces met beschrijving van de stappen waarbij de afvalstof vrijkomt, indien van toepassing;
6° een kopie van de milieuvergunning voor het proces of het werk waaruit de afvalstof vrijkomt, indien van toepassing;
7° een monsternemings- en analyseverslag van een representatief monster van de afvalstof, opgesteld door een laboratorium dat erkend is voor de overeenkomstige analysepakketten. De monsterneming kan ook gebeuren door onafhankelijke en gekwalificeerde personen of instellingen.
Als de afvalstof slechts een deel uit maakt van de massa van de vormgegeven bouwstof of de afdichtingslaag met waterglas moet een bijkomend monsternemings- en analyseverslag van het eindproduct opgesteld worden.
De analyseverslagen moeten aantonen dat de afvalstof of de vormgegeven bouwstof of de afdichtingslaag met waterglas voldoet aan de voorwaarden voor het betrokken aanwendingsgebied;
8° een opsomming van de positieve karakteristieken met betrekking tot de gebruiksmogelijkheden van de afvalstof als secundaire grondstof en de staving ervan door middel van rapporten;
9° ondertekening dat de verstrekte gegevens correct en volledig zijn met vermelding van datum, plaats, voor- en achternaam en functie.
Art. 53. L'article 4.3.2 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" La demande dont question à l'article 4.3.1. contient au minimum les informations et documents suivants :
1° l'utilisation des déchets comme matière première secondaire;
2° les données d'identification du demandeur :
- lorsque le demandeur est une personne physique : nom et prénom, adresse, date et lieu de naissance, numéro de téléphone et éventuellement numéro de fax et adresse e-mail;
- lorsque le demandeur est une personne morale : nom, forme juridique, numéro d'entreprise et éventuellement le numéro d'établissement, adresse du siège social et du siège d'exploitation, nom et adresse de contact du responsable auprès du siège d'exploitation, numéro de téléphone et éventuellement numéro de fax et adresse e-mail;
3° données d'identification du producteur lorsque le producteur n'est pas le demandeur :
- lorsque le demandeur est une personne physique : nom et prénom, adresse, date et lieu de naissance, numéro de téléphone et éventuellement numéro de fax et adresse e-mail;
- lorsque le demandeur est une personne morale : nom, forme juridique, numéro d'entreprise et éventuellement le numéro d'établissement, adresse du siège social et du siège d'exploitation, nom et adresse de contact du responsable auprès du siège d'exploitation, numéro de téléphone et éventuellement numéro de fax et adresse e-mail;
4° identification des déchets : nom usuel, quantité annuelle et code des déchets, conformément à l'annexe 1.2.1.B.;
5° le cas échéant, une présentation succincte du procédé de production avec indication des étapes au cours desquelles les déchets sont libérés;
6° une copie de l'autorisation écologique pour le procédé ou travail dont proviennent les déchets;
7° un rapport d'échantillonnage et d'analyse d'un échantillon représentatif des déchets, établi par un laboratoire agréé pour les paquets d'analyse correspondants. L'échantillonnage peut aussi être effectué par des personnes ou institutions indépendantes et qualifiées;
Lorsque les déchets ne forment qu'une partie de la masse du matériau de construction formé ou de la couche d'étanchéité au verre soluble, il convient d'établir un rapport d'échantillonnage et d'analyse complémentaire du produit final.
Les rapports d'analyse doivent démontrer que les déchets ou le matériau de construction formé ou la couche d'étanchéité au verre soluble répondent aux conditions pour la zone d'utilisation en question;
8° une énumération des caractéristiques positives par rapport aux possibilités d'utilisation des déchets comme matière première secondaire et sa justification à l'appui de rapports;
9° signature que les données fournies sont correctes et complètes avec mention de la date, du lieu, des nom et prénom et de la fonction.
" La demande dont question à l'article 4.3.1. contient au minimum les informations et documents suivants :
1° l'utilisation des déchets comme matière première secondaire;
2° les données d'identification du demandeur :
- lorsque le demandeur est une personne physique : nom et prénom, adresse, date et lieu de naissance, numéro de téléphone et éventuellement numéro de fax et adresse e-mail;
- lorsque le demandeur est une personne morale : nom, forme juridique, numéro d'entreprise et éventuellement le numéro d'établissement, adresse du siège social et du siège d'exploitation, nom et adresse de contact du responsable auprès du siège d'exploitation, numéro de téléphone et éventuellement numéro de fax et adresse e-mail;
3° données d'identification du producteur lorsque le producteur n'est pas le demandeur :
- lorsque le demandeur est une personne physique : nom et prénom, adresse, date et lieu de naissance, numéro de téléphone et éventuellement numéro de fax et adresse e-mail;
- lorsque le demandeur est une personne morale : nom, forme juridique, numéro d'entreprise et éventuellement le numéro d'établissement, adresse du siège social et du siège d'exploitation, nom et adresse de contact du responsable auprès du siège d'exploitation, numéro de téléphone et éventuellement numéro de fax et adresse e-mail;
4° identification des déchets : nom usuel, quantité annuelle et code des déchets, conformément à l'annexe 1.2.1.B.;
5° le cas échéant, une présentation succincte du procédé de production avec indication des étapes au cours desquelles les déchets sont libérés;
6° une copie de l'autorisation écologique pour le procédé ou travail dont proviennent les déchets;
7° un rapport d'échantillonnage et d'analyse d'un échantillon représentatif des déchets, établi par un laboratoire agréé pour les paquets d'analyse correspondants. L'échantillonnage peut aussi être effectué par des personnes ou institutions indépendantes et qualifiées;
Lorsque les déchets ne forment qu'une partie de la masse du matériau de construction formé ou de la couche d'étanchéité au verre soluble, il convient d'établir un rapport d'échantillonnage et d'analyse complémentaire du produit final.
Les rapports d'analyse doivent démontrer que les déchets ou le matériau de construction formé ou la couche d'étanchéité au verre soluble répondent aux conditions pour la zone d'utilisation en question;
8° une énumération des caractéristiques positives par rapport aux possibilités d'utilisation des déchets comme matière première secondaire et sa justification à l'appui de rapports;
9° signature que les données fournies sont correctes et complètes avec mention de la date, du lieu, des nom et prénom et de la fonction.
Afdeling V. - Wijzigingen in hoofdstuk V
Section V. - Modifications au chapitre V
Art. 54. In artikel 5.1.0 van hetzelfde besluit worden de woorden " 24 mei 1995 " vervangen door " 15 december 2006 ".
Art. 54. A l'article 5.1.0 du même arrêté, les mots " 24 mai 1995 " sont remplacés par " 15 décembre 2006 ".
Art. 55. In artikel 5.1.1.2, § 1, van hetzelfde besluit worden de woorden " Verordening (EEG) 259/93 van 1 februari 1993 betreffende toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap " vervangen door de woorden " verordening (EG) 1013/2006 van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen ".
Art. 55. A l'article 5.1.1.2, § 1er, du même arrêté, les mots " Règlement (CEE) 259/93 du 1er février 1993 concernant la surveillance et le contrôle des transferts de déchets à l'entrée et à la sortie de Communauté européenne " sont remplacés par les mots " Règlement (CE) 1013/2006 du 14 juin 2006 concernant le transfert de déchets ".
Art. 56. Aan artikel 5.1.1.3, § 5, van hetzelfde besluit wordt in het tweede lid een punt 8 toegevoegd :
" 8 zinkassen, moffelscherven en loodslakken die bij de productie van zink, koper en lood zijn ontstaan in de periode van 1890-1974, en die vervoerd worden om gebruiksklaar gemaakt te worden om in het kader van een geldig gebruikscertificaat gebruikt te worden als bouwstof. "
" 8 zinkassen, moffelscherven en loodslakken die bij de productie van zink, koper en lood zijn ontstaan in de periode van 1890-1974, en die vervoerd worden om gebruiksklaar gemaakt te worden om in het kader van een geldig gebruikscertificaat gebruikt te worden als bouwstof. "
Art. 56. A l'article 5.1.1.3, § 5, du même arrêté, un point 8 est ajouté à l'alinéa deux :
" 8 cendres de zinc, résidus de moufles et débris de plomb provenant de la production de zinc, de cuivre et de plomb durant la période 1890-1974, et qui sont transportés afin d'être préparés à être utilisés dans le cadre d'un certificat d'utilisation valable, comme matériau de construction. "
" 8 cendres de zinc, résidus de moufles et débris de plomb provenant de la production de zinc, de cuivre et de plomb durant la période 1890-1974, et qui sont transportés afin d'être préparés à être utilisés dans le cadre d'un certificat d'utilisation valable, comme matériau de construction. "
Art. 57. In artikel 5.1.1.4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007, wordt § 6 vervangen door wat volgt :
" § 6. Als de verordening (EG) 1013/2006 van 14 juni 2006 van toepassing is, geldt voor de overbrenging van afvalstoffen het vervoersdocument en de afschriften van het kennisgevingdocument als identificatieformulier.
Bij de overbrenging van groenelijstafvalstoffen voor nuttige toepassing geldt het document van bijlage VII van de verordening (EG) 1013/2006 als identificatieformulier. "
" § 6. Als de verordening (EG) 1013/2006 van 14 juni 2006 van toepassing is, geldt voor de overbrenging van afvalstoffen het vervoersdocument en de afschriften van het kennisgevingdocument als identificatieformulier.
Bij de overbrenging van groenelijstafvalstoffen voor nuttige toepassing geldt het document van bijlage VII van de verordening (EG) 1013/2006 als identificatieformulier. "
Art. 57. A l'article 5.1.1.4 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 février 2007, le § 6 est remplacé par ce qui suit :
" § 6. En cas d'application du Règlement 1013/2006 (CEE) du 14 juin 2006, le formulaire de transfert et les copies du document de notification tiennent lieu de formulaire d'identification pour le transfert de déchets.
En cas de transfert de déchets de la liste verte pour application utile, le document de l'annexe VII du règlement (CE) 1013/2006 tient lieu de formulaire d'identification. "
" § 6. En cas d'application du Règlement 1013/2006 (CEE) du 14 juin 2006, le formulaire de transfert et les copies du document de notification tiennent lieu de formulaire d'identification pour le transfert de déchets.
En cas de transfert de déchets de la liste verte pour application utile, le document de l'annexe VII du règlement (CE) 1013/2006 tient lieu de formulaire d'identification. "
Art. 58. Aan artikel 5.2.2.1, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007, wordt een punt 15° toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 15° afgedankte batterijen en accu's. "
" 15° afgedankte batterijen en accu's. "
Art. 58. A l'article 5.2.2.1, § 1, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 février 2007, un point 15° est ajouté, libellé comme suit :
" 15° piles et accumulateurs usagés. "
" 15° piles et accumulateurs usagés. "
Art. 59. Aan artikel 5.2.2.1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007, wordt een § 4 toegevoegd, die luidt als volgt :
" De houder van een stedenbouwkundige vergunning laat, voor het slopen of ontmantelen van bedrijfsgebouwen gebouwen die geheel of gedeeltelijk een andere functie dan het wonen hadden en die een bouwvolume omvatten van meer dan 1000 m 3 , en voor de toewijzing van de werken tot slopen of ontmantelen, een sloopinventaris afvalstoffen opmaken door een architect of door de opdrachtgever aangestelde deskundige. De houder van de stedenbouwkundige vergunning is verantwoordelijk voor de keuze van een architect of een deskundige die over voldoende kennis beschikt van de afvalstoffen die bij het selectief slopen of ontmantelen zullen vrijkomen en die de hoeveelheden van deze afvalstoffen kan inschatten.
De sloopinventaris afvalstoffen omvat de identicatie van de werf met daaraan gekoppeld alle afvalstoffen die zullen vrijkomen. Per afvalstof wordt de benaming, de bijhorende code uit bijlage 1.2.1.B, de vermoedelijke hoeveelheid uitgedrukt in kubieke meter, in ton, de plaats binnen het gebouw waar de afvalstof voorkomt alsmede de verschijningsvorm aangeduid. Een model van sloopinventaris afvalstoffen bij sloop- en ontmantelingswerken wordt door de OVAM ter beschikking gesteld.
Vooraleer de werken tot slopen of ontmantelen toegewezen worden, wordt de ingevulde sloopinventaris afvalstoffen aan de uitvoerder van de sloop- of ontmantelingswerken en de veiligheidscoördinator overgemaakt.
De architect of de door de opdrachtgever aangestelde deskundige volgt de afvalstoffentransporten op, stuurt deze zo nodig bij en houdt een kopie van de transportdocumenten bij. De kopieën van de transportdocumenten en de aanvaardingsbonnen van de afgevoerde afvalstoffen worden voor de oplevering van de sloop- of ontmantelingswerken aan de houder van de stedenbouwkundige vergunning bezorgd.
De houder van de stedenbouwkundige vergunning houdt de transportdocumenten en de aanvaardingsbonnen gedurende een periode van vijf jaar bij. "
" De houder van een stedenbouwkundige vergunning laat, voor het slopen of ontmantelen van bedrijfsgebouwen gebouwen die geheel of gedeeltelijk een andere functie dan het wonen hadden en die een bouwvolume omvatten van meer dan 1000 m 3 , en voor de toewijzing van de werken tot slopen of ontmantelen, een sloopinventaris afvalstoffen opmaken door een architect of door de opdrachtgever aangestelde deskundige. De houder van de stedenbouwkundige vergunning is verantwoordelijk voor de keuze van een architect of een deskundige die over voldoende kennis beschikt van de afvalstoffen die bij het selectief slopen of ontmantelen zullen vrijkomen en die de hoeveelheden van deze afvalstoffen kan inschatten.
De sloopinventaris afvalstoffen omvat de identicatie van de werf met daaraan gekoppeld alle afvalstoffen die zullen vrijkomen. Per afvalstof wordt de benaming, de bijhorende code uit bijlage 1.2.1.B, de vermoedelijke hoeveelheid uitgedrukt in kubieke meter, in ton, de plaats binnen het gebouw waar de afvalstof voorkomt alsmede de verschijningsvorm aangeduid. Een model van sloopinventaris afvalstoffen bij sloop- en ontmantelingswerken wordt door de OVAM ter beschikking gesteld.
Vooraleer de werken tot slopen of ontmantelen toegewezen worden, wordt de ingevulde sloopinventaris afvalstoffen aan de uitvoerder van de sloop- of ontmantelingswerken en de veiligheidscoördinator overgemaakt.
De architect of de door de opdrachtgever aangestelde deskundige volgt de afvalstoffentransporten op, stuurt deze zo nodig bij en houdt een kopie van de transportdocumenten bij. De kopieën van de transportdocumenten en de aanvaardingsbonnen van de afgevoerde afvalstoffen worden voor de oplevering van de sloop- of ontmantelingswerken aan de houder van de stedenbouwkundige vergunning bezorgd.
De houder van de stedenbouwkundige vergunning houdt de transportdocumenten en de aanvaardingsbonnen gedurende een periode van vijf jaar bij. "
Art. 59. A l'article 5.2.2.1 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 février 2007, un § 4 est ajouté, libellé comme suit :
" Le détenteur d'un permis d'urbanisme fait, pour la démolition ou le démantèlement d'immeubles industriels, d'immeubles qui avaient en tout ou en partie une autre fonction que le logement et qui comprennent un volume de construction de plus de 1000 m;, ainsi que pour l'attribution des travaux de démolition ou de démantèlement, dresser un inventaire de démolition par un architecte ou un expert désigné par le soumissionnaire. Le détenteur du permis d'urbanisme est responsable du choix d'un architecte ou d'un expert qui dispose de connaissances suffisantes des déchets qui vont se libérer lors de la démolition ou du démantèlement sélectif et qui est en mesure d'évaluer les quantités de ces déchets.
L'inventaire de démolition déchets comprend l'identification du chantier, moyennant précistion de tous les déchets qui vont se libérer. Par type de déchets, on précisera la dénomination, le code correspondant de l'annexe 1.2.1.B, la quantité présumée exprimée en mètres cube, en tonnes, le lieu dans l'immeuble où les déchets se trouvent ainsi que le mode d'apparition. Un modèle d'inventaire de démolition déchets pour des travaux de démolition et de démantèlement est mis à disposition par l'OVAM.
Avant l'attribution des travaux de démolition ou de démantèlement, l'inventaire de démolition déchets dûment rempli est transmis à l'exécutant des travaux de démolition ou de démantèlement et au coordinateur de sécurité.
L'architecte ou l'expert désigné par le soumissionnaire assure le suivi des transports de déchets, apporte le cas échéant les corrections nécessaires et tient une copie des documents de transport. Les copies des documents de transport et les bons d'acceptation des déchets évacués sont remis au détenteur du permis d'urbanisme avant la réception des travaux de démolition ou de démantèlement.
Le détenteur du permis d'urbanisme conserve les documents de transport et les bons d'acceptation pendant une période de cinq ans. "
" Le détenteur d'un permis d'urbanisme fait, pour la démolition ou le démantèlement d'immeubles industriels, d'immeubles qui avaient en tout ou en partie une autre fonction que le logement et qui comprennent un volume de construction de plus de 1000 m;, ainsi que pour l'attribution des travaux de démolition ou de démantèlement, dresser un inventaire de démolition par un architecte ou un expert désigné par le soumissionnaire. Le détenteur du permis d'urbanisme est responsable du choix d'un architecte ou d'un expert qui dispose de connaissances suffisantes des déchets qui vont se libérer lors de la démolition ou du démantèlement sélectif et qui est en mesure d'évaluer les quantités de ces déchets.
L'inventaire de démolition déchets comprend l'identification du chantier, moyennant précistion de tous les déchets qui vont se libérer. Par type de déchets, on précisera la dénomination, le code correspondant de l'annexe 1.2.1.B, la quantité présumée exprimée en mètres cube, en tonnes, le lieu dans l'immeuble où les déchets se trouvent ainsi que le mode d'apparition. Un modèle d'inventaire de démolition déchets pour des travaux de démolition et de démantèlement est mis à disposition par l'OVAM.
Avant l'attribution des travaux de démolition ou de démantèlement, l'inventaire de démolition déchets dûment rempli est transmis à l'exécutant des travaux de démolition ou de démantèlement et au coordinateur de sécurité.
L'architecte ou l'expert désigné par le soumissionnaire assure le suivi des transports de déchets, apporte le cas échéant les corrections nécessaires et tient une copie des documents de transport. Les copies des documents de transport et les bons d'acceptation des déchets évacués sont remis au détenteur du permis d'urbanisme avant la réception des travaux de démolition ou de démantèlement.
Le détenteur du permis d'urbanisme conserve les documents de transport et les bons d'acceptation pendant une période de cinq ans. "
Art. 60. In artikel 5.5.1.2, § 2, van hetzelfde besluit wordt punt 1° vervangen door wat volgt :
" 1° batterijen en accu's; "
" 1° batterijen en accu's; "
Art. 60. A l'article 5.5.1.2, § 2, du même arrêté, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° piles et accumulateurs; "
" 1° piles et accumulateurs; "
Art. 61. In artikel 5.5.2.1 van hetzelfde besluit wordt punt 7° vervangen door wat volgt :
" 7° batterijen en accu's :
a) loodzuurbatterijen;
b) andere batterijen; "
" 7° batterijen en accu's :
a) loodzuurbatterijen;
b) andere batterijen; "
Art. 61. A l'article 5.5.2.1 du même arrêté, le point 7° est remplacé par ce qui suit :
" 7° piles et accumulateurs :
a) batteries plomb-acide;
b) autres piles; "
" 7° piles et accumulateurs :
a) batteries plomb-acide;
b) autres piles; "
Art. 62. In artikel 5.5.3.8, § 2, § 4 en § 5, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007, worden de woorden " de Inspectie Welzijn, Volksgezondheid en Gezin van het departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin " telkens vervangen door de woorden " de afdeling Toezicht Volksgezondheid van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid ".
Art. 62. A l'article 5.5.3.8, § 2, § 4 et § 5, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 février 2007, les mots " de Inspectie Welzijn, Volksgezondheid en Gezin du Département de l'Aide sociale, de la Santé publique et de la Famille " sont chaque fois remplacés par les mots " la division Surveillance de la Santé publique de la Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid ".
Art. 63. In artikel 5.5.4.3, § 6, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007, worden de woorden " EN 45004 " vervangen door de woorden " ISO 17020 ".
Art. 63. A l'article 5.5.4.3, § 6, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 février 2007, les mots " EN 45004 " sont remplacés par les mots " ISO 17020 ".
Art. 64. In artikel 5.5.4.5, eerste lid, 6°, van hetzelfde besluit worden de woorden " EN 45004 " vervangen door de woorden " ISO 17020 ".
Art. 64. A l'article 5.5.4.5, alinéa premier, 6°, du même arrêté, les mots " EN 45004 " sont remplacés par les mots " ISO 17020 ".
Art. 65. In artikel 5.5.5.3 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004, worden de woorden " EN 45004 " vervangen door de woorden " ISO 17020 ".
Art. 65. A l'article 5.5.5.3 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2004, les mots " EN 45004 " sont remplacés par les mots " ISO 17020 ".
Art. 66. Aan hoofdstuk V, afdeling V, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004, 17 december 2004 en 9 februari 2007 wordt onderafdeling VII, bestaande uit artikel 5.5.7.1 en 5.5.7.2, vervangen door wat volgt :
" Onderafdeling VII. Afgedankte batterijen en accu's
Art. 5.5.7.1. Het is verboden afgedankte batterijen en accu's te verwerken zonder dat vooraf enige behandeling plaatsvond, die gericht is op de gehele of gedeeltelijke recycling van de afgedankte batterijen en accu's.
Het is verboden afgedankte batterijen en accu's te ontdoen van zuren buiten een inrichting, die vergund is voor de verwerking van afgedankte batterijen en accu's.
Systemen voor behandeling en verwerking van afgedankte batterijen en accu's moeten gebruik maken van de beste beschikbare technieken of van gelijkwaardige technieken.
Art. 5.5.7.2. De behandeling en opslag van afgedankte batterijen en accu's in verwerkingsfaciliteiten, waaronder ook de tijdelijke opslag, vinden plaats op overdekte locaties met vloeistofdichte vloer of in weersbestendig afgedekte en zuurbestendige containers. De behandeling omvat minimaal het wegnemen van alle vloeistoffen en zuren.
Art. 5.5.7.3. De opdrachtgever, vermeld in artikel 5.1.1.2, § 1, die afgedankte batterijen en accu's met het oog op verwerking aanbiedt aan een derde of zelf verwerkt, moet de recyclingdoelstellingen, vermeld in artikel 3.6.1, behalen. Op verzoek van de OVAM verstrekt hij daar informatie over.
Art. 5.5.7.4. In geval van export buiten de EU kunnen de bereikte recyclingpercentages gevalideerd worden door een onafhankelijke keuringsinstelling die geaccrediteerd is op basis van ISO 17020. "
" Onderafdeling VII. Afgedankte batterijen en accu's
Art. 5.5.7.1. Het is verboden afgedankte batterijen en accu's te verwerken zonder dat vooraf enige behandeling plaatsvond, die gericht is op de gehele of gedeeltelijke recycling van de afgedankte batterijen en accu's.
Het is verboden afgedankte batterijen en accu's te ontdoen van zuren buiten een inrichting, die vergund is voor de verwerking van afgedankte batterijen en accu's.
Systemen voor behandeling en verwerking van afgedankte batterijen en accu's moeten gebruik maken van de beste beschikbare technieken of van gelijkwaardige technieken.
Art. 5.5.7.2. De behandeling en opslag van afgedankte batterijen en accu's in verwerkingsfaciliteiten, waaronder ook de tijdelijke opslag, vinden plaats op overdekte locaties met vloeistofdichte vloer of in weersbestendig afgedekte en zuurbestendige containers. De behandeling omvat minimaal het wegnemen van alle vloeistoffen en zuren.
Art. 5.5.7.3. De opdrachtgever, vermeld in artikel 5.1.1.2, § 1, die afgedankte batterijen en accu's met het oog op verwerking aanbiedt aan een derde of zelf verwerkt, moet de recyclingdoelstellingen, vermeld in artikel 3.6.1, behalen. Op verzoek van de OVAM verstrekt hij daar informatie over.
Art. 5.5.7.4. In geval van export buiten de EU kunnen de bereikte recyclingpercentages gevalideerd worden door een onafhankelijke keuringsinstelling die geaccrediteerd is op basis van ISO 17020. "
Art. 66. Au chapitre V, section V, du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 14 juillet 2004, 17 décembre 2004 et 9 février 2007, la sous-section VII, composée des articles 5.5.7.1 et 5.5.7.2, est remplacée par ce qui suit :
" Sous-section VII. Piles et accumulateurs usagés
Art. 5.5.7.1. Il est interdit de traiter les piles et accumulateurs usagées sans qu'un traitement préalable n'ait eu lieu, traitement qui se concentre sur le recyclage complet ou partiel des piles et accumulateurs usagés.
Il est interdit d'éliminer l'acide des piles et accumulateurs usagés en dehors d'une installation autorisée pour le traitement des piles et accumulateurs usagés.
Les systèmes de traitement et de manipulation de piles et accumulateurs usagés doivent faire usage des meilleures techniques disponibles ou de techniques équivalentes.
Art. 5.5.7.2. Le traitement et le stockage de piles et d'accumulateurs usagés dans des facilités de traitement, en ce compris l'entreposage temporaire, ont lieu à des endroits couverts, au sol imperméable aux liquides ou dans des conteneurs à l'abri des conditions météorologiques et résistant aux acides. Le traitement comprend au moins l'évacuation de tous les liquides et acides.
Art. 5.5.7.3. Le maître d'ouvrage visé à l'article 5.1.1.2, § 1er, qui présente les piles et accumulateurs usagés en vue du traitement à un tiers ou qui les traite lui-même, doit atteindre les objectifs de recyclage visés à l'article 3.6.1. Il fournit des informations à ce sujet à la demande de l'OVAM.
Art. 5.5.7.4. En cas d'exportation en dehors de l'UE, les pourcentages de recyclage atteints peuvent être validés par un organisme de contrôle indépendant accrédité sur la base de l'ISO 17020. "
" Sous-section VII. Piles et accumulateurs usagés
Art. 5.5.7.1. Il est interdit de traiter les piles et accumulateurs usagées sans qu'un traitement préalable n'ait eu lieu, traitement qui se concentre sur le recyclage complet ou partiel des piles et accumulateurs usagés.
Il est interdit d'éliminer l'acide des piles et accumulateurs usagés en dehors d'une installation autorisée pour le traitement des piles et accumulateurs usagés.
Les systèmes de traitement et de manipulation de piles et accumulateurs usagés doivent faire usage des meilleures techniques disponibles ou de techniques équivalentes.
Art. 5.5.7.2. Le traitement et le stockage de piles et d'accumulateurs usagés dans des facilités de traitement, en ce compris l'entreposage temporaire, ont lieu à des endroits couverts, au sol imperméable aux liquides ou dans des conteneurs à l'abri des conditions météorologiques et résistant aux acides. Le traitement comprend au moins l'évacuation de tous les liquides et acides.
Art. 5.5.7.3. Le maître d'ouvrage visé à l'article 5.1.1.2, § 1er, qui présente les piles et accumulateurs usagés en vue du traitement à un tiers ou qui les traite lui-même, doit atteindre les objectifs de recyclage visés à l'article 3.6.1. Il fournit des informations à ce sujet à la demande de l'OVAM.
Art. 5.5.7.4. En cas d'exportation en dehors de l'UE, les pourcentages de recyclage atteints peuvent être validés par un organisme de contrôle indépendant accrédité sur la base de l'ISO 17020. "
Art. 67. In artikel 5.6.1 van hetzelfde besluit worden de woorden " Verordening (EEG) 259/93 van 1 februari 1993 betreffende toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap " vervangen door de woorden " verordening (EG) 1013/2006 van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen ".
Art. 67. A l'article 5.6.1 du même arrêté, les mots " Règlement (CEE) 259/93 du 1er février 1993 concernant la surveillance et le contrôle des transferts de déchets à l'entrée et à la sortie de Communauté européenne " sont remplacés par les mots " Règlement (CE) 1013/2006 du 14 juin 2006 concernant le transfert de déchets ".
Art. 68. In artikel 5.6.3 van hetzelfde besluit wordt § 2 opgeheven.
Art. 68. A l'article 5.6.3 du même arrêté, le § 2 est abrogé.
Art. 69. In artikel 5.6.4 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004, worden § 2 en § 4 vervangen door wat volgt :
" § 2. Het bedrag wordt, vrij van alle bankonkosten, voor het indienen van een kennisgeving overgemaakt op rekeningnummer 435-4508921-53 van de OVAM in Mechelen, met de volgende vermelding : " Kennisgeving verordening 1013/2006 ", met vermelding van het serienummer op het kennisgevingsdocument. "
" § 4. De kennisgevings- en vervoersdocumenten worden gratis door de OVAM ter beschikking gesteld, voor zover de OVAM ze kan afleveren binnen de bepalingen van de verordening. "
" § 2. Het bedrag wordt, vrij van alle bankonkosten, voor het indienen van een kennisgeving overgemaakt op rekeningnummer 435-4508921-53 van de OVAM in Mechelen, met de volgende vermelding : " Kennisgeving verordening 1013/2006 ", met vermelding van het serienummer op het kennisgevingsdocument. "
" § 4. De kennisgevings- en vervoersdocumenten worden gratis door de OVAM ter beschikking gesteld, voor zover de OVAM ze kan afleveren binnen de bepalingen van de verordening. "
Art. 69. A l'article 5.6.4 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2004, les § 2 et § 4 sont remplacés par ce qui suit :
" § 2. Avant l'introduction d'une notification, le montant est versé, hors tous les frais bancaires, sur le numéro de compte 435-4508921-53 d'OVAM à Mechelen, portant la mention suivante : " notification Règlement 1013/2006 ", avec mention du numéro de série sur le document annexé. "
" § 4. Les documents de notification et de transfert sont gratuitement mis à la disposition par l'OVAM, pour autant que ceux-ci puissent être délivrés suivant les dispositions du Règlement.. "
" § 2. Avant l'introduction d'une notification, le montant est versé, hors tous les frais bancaires, sur le numéro de compte 435-4508921-53 d'OVAM à Mechelen, portant la mention suivante : " notification Règlement 1013/2006 ", avec mention du numéro de série sur le document annexé. "
" § 4. Les documents de notification et de transfert sont gratuitement mis à la disposition par l'OVAM, pour autant que ceux-ci puissent être délivrés suivant les dispositions du Règlement.. "
Art. 70. In artikel 5.6.5 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004, worden § 1, § 2, § 4 en § 5 vervangen door wat volgt :
" § 1. In geval van uitvoer van afvalstoffen uit het Vlaamse Gewest, stelt de kennisgever een bankgarantie of borgsom ten gunste van de OVAM of sluit hij een gelijkwaardige verzekering af voor de dekking van de kosten van het vervoer en van de verwijdering of nuttige toepassing, overeenkomstig artikel 6 van de verordening. In geval van invoer van afvalstoffen in het Vlaamse Gewest, kan de OVAM een bankgarantie, een borgsom of een gelijkwaardige verzekering eisen van de kennisgever als die nodig is om te voldoen aan de bepalingen, vermeld in artikel 6, vierde lid, van de verordening.
§ 2. De OVAM stelt het bedrag van de bankgarantie, de borgsom of van het te verzekeren risico vast. "
" § 4. Het bewijs van de bankgarantie, de borgsom of van de verzekering vormt in geval van uitvoer een onderdeel van het kennisgevingsdossier. Zonder dat bewijs beschouwt de OVAM het dossier niet als volledig.
§ 5. De bankgarantie of borgsom kan na akkoord van de OVAM gelicht worden als voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in artikel 6, vijfde lid, van de verordening. Dat akkoord wordt verleend binnen een week na ontvangst van de documenten, vermeld in die bepaling. "
" § 1. In geval van uitvoer van afvalstoffen uit het Vlaamse Gewest, stelt de kennisgever een bankgarantie of borgsom ten gunste van de OVAM of sluit hij een gelijkwaardige verzekering af voor de dekking van de kosten van het vervoer en van de verwijdering of nuttige toepassing, overeenkomstig artikel 6 van de verordening. In geval van invoer van afvalstoffen in het Vlaamse Gewest, kan de OVAM een bankgarantie, een borgsom of een gelijkwaardige verzekering eisen van de kennisgever als die nodig is om te voldoen aan de bepalingen, vermeld in artikel 6, vierde lid, van de verordening.
§ 2. De OVAM stelt het bedrag van de bankgarantie, de borgsom of van het te verzekeren risico vast. "
" § 4. Het bewijs van de bankgarantie, de borgsom of van de verzekering vormt in geval van uitvoer een onderdeel van het kennisgevingsdossier. Zonder dat bewijs beschouwt de OVAM het dossier niet als volledig.
§ 5. De bankgarantie of borgsom kan na akkoord van de OVAM gelicht worden als voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in artikel 6, vijfde lid, van de verordening. Dat akkoord wordt verleend binnen een week na ontvangst van de documenten, vermeld in die bepaling. "
Art. 70. A l'article 5.6.5 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2004, les § 1er, § 2, § 4 et § 5 sont remplacés par ce qui suit :
" § 1er. Le notificateur, en cas d'exportation des déchets à partir de la Région flamande, constitue une garantie bancaire ou caution en faveur de l'OVAM ou contracte une assurance équivalente en vue de couvrir les frais de transport et d'élimination ou d'application utile conformément à l'article 27 du Règlement. En cas d'importation de déchets en Région flamande, l'OVAM peut réclamer une garantie bancaire, une caution ou une assurance équivalente de la part du notificateur si celle-ci est nécessaire pour répondre aux dispositions visées à l'article 6, alinéa quatre, du Règlement.
§ 2. L'OVAM fixe le montant de la garantie bancaire, de la caution ou du risque à assurer. "
" § 4. L'attestation de la garantie bancaire, de la caution ou de l'assurance constitue, en cas d'exportation, un élément du dossier de notification sans lequel OVAM considère le dossier comme étant incomplet.
§ 5. La garantie bancaire ou la caution peut être levée après accord de l''OVAM lorsqu'il a été répondu aux conditions, visées à l'article 6, alinéa cinq, du Règlement. Cet accord est donné dans la semaine suivant la réception des documents visés à cette dernière disposition. "
" § 1er. Le notificateur, en cas d'exportation des déchets à partir de la Région flamande, constitue une garantie bancaire ou caution en faveur de l'OVAM ou contracte une assurance équivalente en vue de couvrir les frais de transport et d'élimination ou d'application utile conformément à l'article 27 du Règlement. En cas d'importation de déchets en Région flamande, l'OVAM peut réclamer une garantie bancaire, une caution ou une assurance équivalente de la part du notificateur si celle-ci est nécessaire pour répondre aux dispositions visées à l'article 6, alinéa quatre, du Règlement.
§ 2. L'OVAM fixe le montant de la garantie bancaire, de la caution ou du risque à assurer. "
" § 4. L'attestation de la garantie bancaire, de la caution ou de l'assurance constitue, en cas d'exportation, un élément du dossier de notification sans lequel OVAM considère le dossier comme étant incomplet.
§ 5. La garantie bancaire ou la caution peut être levée après accord de l''OVAM lorsqu'il a été répondu aux conditions, visées à l'article 6, alinéa cinq, du Règlement. Cet accord est donné dans la semaine suivant la réception des documents visés à cette dernière disposition. "
Afdeling VI. - Wijzigingen in hoofdstuk VII
Section VI. - Modifications au chapitre VII
Art. 71. In artikel 7.1.1.1, § 2, van hetzelfde besluit worden de woorden " decreet van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering " vervangen door de woorden " het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming ".
Art. 71. A l'article 7.1.1.1, § 2, du même arrêté, les mots " décret du 22 février 1995 relatif à l'assainissement du sol " sont remplacés par les mots " le décret du 27 octobre 2006 relatif à l'assainissement et à la protection du sol ".
Art. 72. Aan artikel 7.1.1.1 van hetzelfde besluit wordt een § 3 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 3. De analyse van een parameter die niet voorkomt in de analysepakketten, vermeld in artikel 7.1.1.2, wordt afhankelijk van het monster, overeenkomstig de beginselen van zorgvuldigheid, goed vakmanschap en reproduceerbaarheid, uitgevoerd door een laboratorium dat erkend is voor afvalstoffenanalyse of voor bodemanalyse. "
" § 3. De analyse van een parameter die niet voorkomt in de analysepakketten, vermeld in artikel 7.1.1.2, wordt afhankelijk van het monster, overeenkomstig de beginselen van zorgvuldigheid, goed vakmanschap en reproduceerbaarheid, uitgevoerd door een laboratorium dat erkend is voor afvalstoffenanalyse of voor bodemanalyse. "
Art. 72. A l'article 7.1.1.1 du même arrêté est ajouté un § 3, libellé comme suit :
" § 3. L'analyse d'un paramètre qui ne figure pas dans les paquets d'analyse, visés à l'article 7.1.1.2, dépend de l'échantillon, conformément aux principes de précaution, d'expertise et de reproductibilité, et est effectuée par un laboratoire qui est agréé pour l'analyse de déchets et pour l'analyse du sol. "
" § 3. L'analyse d'un paramètre qui ne figure pas dans les paquets d'analyse, visés à l'article 7.1.1.2, dépend de l'échantillon, conformément aux principes de précaution, d'expertise et de reproductibilité, et est effectuée par un laboratoire qui est agréé pour l'analyse de déchets et pour l'analyse du sol. "
Art. 73. Artikel 7.1.2.1 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 7.1.2.1. Voor bepaalde analysepakketten of gedeelten ervan bereidt de VITO jaarlijks stalen die gebruikt worden in het kader van erkenningsaanvragen of voor de kwaliteitscontrole van erkende laboratoria. Als de VITO voor bepaalde parameters geen staal bereid heeft, moet het laboratorium op relevante praktijkmonsters aantonen dat de minimale prestatiekenmerken gehaald worden. "
" Art. 7.1.2.1. Voor bepaalde analysepakketten of gedeelten ervan bereidt de VITO jaarlijks stalen die gebruikt worden in het kader van erkenningsaanvragen of voor de kwaliteitscontrole van erkende laboratoria. Als de VITO voor bepaalde parameters geen staal bereid heeft, moet het laboratorium op relevante praktijkmonsters aantonen dat de minimale prestatiekenmerken gehaald worden. "
Art. 73. L'article 7.1.2.1 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Art. 7.1.2.1. Pour certains paquets d'analyse ou parties de ceux-ci, des échantillons sont préparés chaque année par la VITO et sont utilisés dans le cadre des demandes d'agrément ou pour le contrôle de qualité des laboratoires agréés. Lorsque la VITO n'a pas préparé d'échantillon pour certains paramètres, le laboratoire doit démontrer sur des échantillons pratiques pertinents que les caractéristiques de performance minimales sont atteintes. "
" Art. 7.1.2.1. Pour certains paquets d'analyse ou parties de ceux-ci, des échantillons sont préparés chaque année par la VITO et sont utilisés dans le cadre des demandes d'agrément ou pour le contrôle de qualité des laboratoires agréés. Lorsque la VITO n'a pas préparé d'échantillon pour certains paramètres, le laboratoire doit démontrer sur des échantillons pratiques pertinents que les caractéristiques de performance minimales sont atteintes. "
Art. 74. In artikel 7.1.2.2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004, wordt punt 6° vervangen door wat volgt :
" 6° de aanduiding van de analysepakketten waarvoor een erkenning wordt aangevraagd zoals vermeld in artikel 7.1.1.2; "
" 6° de aanduiding van de analysepakketten waarvoor een erkenning wordt aangevraagd zoals vermeld in artikel 7.1.1.2; "
Art. 74. A l'article 7.1.2.2 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2004, le point 6° est remplacé par ce qui suit :
" 6° l'indication des paquets d'analyse pour lesquels un agrément est demandé comme cela est mentionné à l'article 7.1.1.2; "
" 6° l'indication des paquets d'analyse pour lesquels un agrément est demandé comme cela est mentionné à l'article 7.1.1.2; "
Art. 75. In artikel 7.1.3.1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004, wordt § 2 opgeheven.
Art. 75. A l'article 7.1.3.1 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2004, le § 2 est abrogé.
Art. 76. In artikel 7.1.3.2, § 3, van hetzelfde besluit worden de woorden " , en wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad " geschrapt.
Art. 76. A l'article 7.1.3.2, § 3, du même arrêté, les mots " et est publiée au Moniteur belge " sont supprimés.
Art. 77. In artikel 7.1.4.1 van hetzelfde besluit wordt § 1 vervangen door wat volgt :
" § 1. Elke wijziging die wordt aangebracht aan de gegevens, vermeld in artikel 7.1.2.2, 1°, 7°, 8°, 9°, en elke wijziging van leidinggevende personeelsleden of in het adres van het laboratorium, worden onmiddellijk met een aangetekende brief meegedeeld aan de OVAM. "
" § 1. Elke wijziging die wordt aangebracht aan de gegevens, vermeld in artikel 7.1.2.2, 1°, 7°, 8°, 9°, en elke wijziging van leidinggevende personeelsleden of in het adres van het laboratorium, worden onmiddellijk met een aangetekende brief meegedeeld aan de OVAM. "
Art. 77. A l'article 7.1.4.1 du même arrêté, le § 1er est remplacé par ce qui suit :
" § 1. Toute modification qui est apportée aux données mentionnées à l'article 7.1.2.2., 1° et 7°, 8°, 9° et toute modification de membres du personnel dirigeant ou dans l'adresse du laboratoire est immédiatement communiquée à l'OVAM par courrier recommandé. "
" § 1. Toute modification qui est apportée aux données mentionnées à l'article 7.1.2.2., 1° et 7°, 8°, 9° et toute modification de membres du personnel dirigeant ou dans l'adresse du laboratoire est immédiatement communiquée à l'OVAM par courrier recommandé. "
Art. 78. Aan artikel 7.1.4.2, 1°, van hetzelfde besluit worden de volgende zinnen toegevoegd :
" De kosten voor de derdelijnscontrole worden voor de helft gedragen door het Vlaamse Gewest. De andere helft komt voor rekening van de deelnemende laboratoria. De VITO staat in voor de facturatie en de inning van de kosten die niet door het Vlaamse Gewest worden gedragen. "
" De kosten voor de derdelijnscontrole worden voor de helft gedragen door het Vlaamse Gewest. De andere helft komt voor rekening van de deelnemende laboratoria. De VITO staat in voor de facturatie en de inning van de kosten die niet door het Vlaamse Gewest worden gedragen. "
Art. 78. A l'article 7.1.4.2, 1°, du même arrêté sont ajoutées les phrases suivantes :
" Les frais liés au contrôle de troisième ligne sont supportés à moitié par la Région flamande. L'autre moitié est prise en charge par les laboratoires participants. La VITO assume la facturation et le recouvrement des frais qui ne sont pas supportés par la Région flamande. "
" Les frais liés au contrôle de troisième ligne sont supportés à moitié par la Région flamande. L'autre moitié est prise en charge par les laboratoires participants. La VITO assume la facturation et le recouvrement des frais qui ne sont pas supportés par la Région flamande. "
Art. 79. In artikel 7.1.4.2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007, wordt punt 2° opgeheven.
Art. 79. A l'article 7.1.4.2 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 février 2007, le point 2° est abrogé.
Art. 80. In artikel 7.1.4.2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007, wordt punt 5° vervangen door wat volgt :
" 5° als het laboratorium analyses uitvoert waarvoor het niet erkend is, moet de niet-erkenning voor de analyses in kwestie expliciet in het analyseverslag vermeld worden; "
" 5° als het laboratorium analyses uitvoert waarvoor het niet erkend is, moet de niet-erkenning voor de analyses in kwestie expliciet in het analyseverslag vermeld worden; "
Art. 80. A l'article 7.1.4.2 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 février 2007, le point 5° est remplacé par ce qui suit :
" 5° si le laboratoire réalise des analyses pour lesquelles il n'est pas agréé, le non-agrément pour les analyses en question doit être mentionné formellement dans le rapport analytique; "
" 5° si le laboratoire réalise des analyses pour lesquelles il n'est pas agréé, le non-agrément pour les analyses en question doit être mentionné formellement dans le rapport analytique; "
Art. 81. Aan artikel 7.1.4.2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007, wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 6° als het laboratorium analyses laat uitvoeren in een ander daartoe erkend laboratorium, moet de uitbesteding voor de analyses in kwestie expliciet in het analyseverslag vermeld worden. "
" 6° als het laboratorium analyses laat uitvoeren in een ander daartoe erkend laboratorium, moet de uitbesteding voor de analyses in kwestie expliciet in het analyseverslag vermeld worden. "
Art. 81. A l'article 7.1.4.2 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 février 2007, un point 6° est ajouté, libellé comme suit :
" 6° Lorsque le laboratoire fait effectuer des analyses dans un autre laboratoire agréé à cette fin, l'adjudication pour les analyses en question doit être explicitement mentionnée dans le rapport analytique. "
" 6° Lorsque le laboratoire fait effectuer des analyses dans un autre laboratoire agréé à cette fin, l'adjudication pour les analyses en question doit être explicitement mentionnée dans le rapport analytique. "
Art. 82. In hetzelfde besluit wordt een artikel 7.1.4.3 ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 7.1.4.3. Het laboratoriumpersoneel is gevrijwaard van opdrachten van leidinggevenden die de onafhankelijkheid van de uitvoering aantasten en die de meetresultaten kunnen beïnvloeden. Het laboratorium mag geen activiteiten uitvoeren die het vertrouwen kunnen schaden in de onafhankelijkheid van zijn beproevingsactiviteiten. "
" Art. 7.1.4.3. Het laboratoriumpersoneel is gevrijwaard van opdrachten van leidinggevenden die de onafhankelijkheid van de uitvoering aantasten en die de meetresultaten kunnen beïnvloeden. Het laboratorium mag geen activiteiten uitvoeren die het vertrouwen kunnen schaden in de onafhankelijkheid van zijn beproevingsactiviteiten. "
Art. 82. Dans le même arrêté, un article 7.1.4.3 est inséré, libellé comme suit :
" Art. 7.1.4.3. Le personnel de laboratoire est dispensé de missions de personnel dirigeant qui portent atteinte à l'indépendance de l'exécution et qui sont susceptibles d'influencer les résultats de mesure. Le laboratoire ne peut pas effectuer des activités qui risquent de nuire à la confiance quant à l'indépendance de ses activités de test. "
" Art. 7.1.4.3. Le personnel de laboratoire est dispensé de missions de personnel dirigeant qui portent atteinte à l'indépendance de l'exécution et qui sont susceptibles d'influencer les résultats de mesure. Le laboratoire ne peut pas effectuer des activités qui risquent de nuire à la confiance quant à l'indépendance de ses activités de test. "
Art. 83. Artikel 7.1.5.2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 7.1.5.2. § 1. De OVAM kan de erkenning die aan een laboratorium verleend is, geheel of gedeeltelijk schorsen of opheffen als :
1° bij controles foutieve resultaten worden vastgesteld in de analyses, verricht op verzoek van opdrachtgevers of bij specifieke controles van de OVAM;
2° niet meer voldaan is aan de criteria, vermeld in artikel 7.1.4.1, 7.1.4.2 en 7.1.4.3;
3° het laboratorium in zijn hoedanigheid van erkend laboratorium analyses uitvoert waarvoor het niet erkend is en dat niet expliciet in het analyseverslag vermeldt;
4° het laboratorium de richtlijnen van de OVAM niet volgt, onder meer inzake de monsternemingsvoorwaarden, de analysevoorwaarden en -methoden en het opstellen van het analyseverslag;
5° het laboratorium de ontoelaatbare tekortkoming, vastgesteld bij de controle van de toepassing ISO 17025, niet tijdig corrigeert.
§ 2. De OVAM brengt de houder van de erkenning met een aangetekende brief tegen ontvangstbewijs op de hoogte van zijn voornemen tot het geheel of gedeeltelijk schorsen of opheffen van de erkenning met vermelding van de redenen.
§ 3. Binnen een termijn van veertien dagen na de datum van ontvangst van die brief kan de houder van de erkenning alle nodige formaliteiten vervullen om de schorsing of opheffing te voorkomen of zijn verweermiddelen aan de OVAM kenbaar maken.
§ 4. De OVAM neemt een beslissing over de gehele of gedeeltelijke schorsing of opheffing van de erkenning, rekening houdend met de eventueel vervulde formaliteiten of de eventueel meegedeelde verweermiddelen. Ingeval de erkenning geheel of gedeeltelijk geschorst of opgeheven wordt, betekent de OVAM die beslissing met een aangetekende brief tegen ontvangstbewijs aan het desbetreffende laboratorium. "
" Art. 7.1.5.2. § 1. De OVAM kan de erkenning die aan een laboratorium verleend is, geheel of gedeeltelijk schorsen of opheffen als :
1° bij controles foutieve resultaten worden vastgesteld in de analyses, verricht op verzoek van opdrachtgevers of bij specifieke controles van de OVAM;
2° niet meer voldaan is aan de criteria, vermeld in artikel 7.1.4.1, 7.1.4.2 en 7.1.4.3;
3° het laboratorium in zijn hoedanigheid van erkend laboratorium analyses uitvoert waarvoor het niet erkend is en dat niet expliciet in het analyseverslag vermeldt;
4° het laboratorium de richtlijnen van de OVAM niet volgt, onder meer inzake de monsternemingsvoorwaarden, de analysevoorwaarden en -methoden en het opstellen van het analyseverslag;
5° het laboratorium de ontoelaatbare tekortkoming, vastgesteld bij de controle van de toepassing ISO 17025, niet tijdig corrigeert.
§ 2. De OVAM brengt de houder van de erkenning met een aangetekende brief tegen ontvangstbewijs op de hoogte van zijn voornemen tot het geheel of gedeeltelijk schorsen of opheffen van de erkenning met vermelding van de redenen.
§ 3. Binnen een termijn van veertien dagen na de datum van ontvangst van die brief kan de houder van de erkenning alle nodige formaliteiten vervullen om de schorsing of opheffing te voorkomen of zijn verweermiddelen aan de OVAM kenbaar maken.
§ 4. De OVAM neemt een beslissing over de gehele of gedeeltelijke schorsing of opheffing van de erkenning, rekening houdend met de eventueel vervulde formaliteiten of de eventueel meegedeelde verweermiddelen. Ingeval de erkenning geheel of gedeeltelijk geschorst of opgeheven wordt, betekent de OVAM die beslissing met een aangetekende brief tegen ontvangstbewijs aan het desbetreffende laboratorium. "
Art. 83. L'article 7.1.5.2 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2004, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 7.1.5.2. § 1er. L'OVAM peut radier ou suspendre en tout ou en partie, l'agrément qui a été délivré à un laboratoire si :
1° des résultats fautifs de contrôle ont été constatés dans les analyses, réalisées à la demande des maîtres de l'ouvrage ou dans le cadre de contrôles spécifiques de l'OVAM;
2° si les critères de l'article 7.1.4.1, 7.1.4.2 et 7.1.4.3 ne sont plus satisfaits;
3° si le laboratoire en sa qualité de laboratoire agréé réalise des analyses pour lesquelles il n'est pas agréé et qui ne sont pas mentionnées explicitement dans le rapport d'analyse;
4° si le laboratoire ne se conforme pas aux directives de l'OVAM, notamment pour ce qui concerne les conditions d'échantillonnage, les conditions et méthodes d'analyse et l'établissement du rapport d'analyse;
5° si le laboratoire ne corrige pas à temps le manquement inadmissible, constaté lors du contrôle de l'application ISO 17025.
§ 2. L'OVAM informe le détenteur de l'agrément par courrier recommandé contre récépissé de son intention de suspendre ou d'abroger en tout ou en partie l'agrément, moyennant précision des motifs.
§ 3. Dès réception de ce courrier, le détenteur de l'agrément dispose d'un délai de 14 jours pour remplir toutes les formalités pour éviter la suspension ou l'abrogation ou pour transmettre ses arguments de défense à l'OVAM.
§ 4. L'OVAM statue sur la suspension ou sur l'abrogation entière ou partielle, compte tenu des formalités éventuellement remplies ou des moyens de défense éventuellement communiqués. En cas de suspension ou d'abrogation totale ou partielle de l'agrément, l'OVAM notifie la décision par courrier recommandé contre récépissé au laboratoire concerné. "
" Art. 7.1.5.2. § 1er. L'OVAM peut radier ou suspendre en tout ou en partie, l'agrément qui a été délivré à un laboratoire si :
1° des résultats fautifs de contrôle ont été constatés dans les analyses, réalisées à la demande des maîtres de l'ouvrage ou dans le cadre de contrôles spécifiques de l'OVAM;
2° si les critères de l'article 7.1.4.1, 7.1.4.2 et 7.1.4.3 ne sont plus satisfaits;
3° si le laboratoire en sa qualité de laboratoire agréé réalise des analyses pour lesquelles il n'est pas agréé et qui ne sont pas mentionnées explicitement dans le rapport d'analyse;
4° si le laboratoire ne se conforme pas aux directives de l'OVAM, notamment pour ce qui concerne les conditions d'échantillonnage, les conditions et méthodes d'analyse et l'établissement du rapport d'analyse;
5° si le laboratoire ne corrige pas à temps le manquement inadmissible, constaté lors du contrôle de l'application ISO 17025.
§ 2. L'OVAM informe le détenteur de l'agrément par courrier recommandé contre récépissé de son intention de suspendre ou d'abroger en tout ou en partie l'agrément, moyennant précision des motifs.
§ 3. Dès réception de ce courrier, le détenteur de l'agrément dispose d'un délai de 14 jours pour remplir toutes les formalités pour éviter la suspension ou l'abrogation ou pour transmettre ses arguments de défense à l'OVAM.
§ 4. L'OVAM statue sur la suspension ou sur l'abrogation entière ou partielle, compte tenu des formalités éventuellement remplies ou des moyens de défense éventuellement communiqués. En cas de suspension ou d'abrogation totale ou partielle de l'agrément, l'OVAM notifie la décision par courrier recommandé contre récépissé au laboratoire concerné. "
Art. 84. Artikel 7.1.5.3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 7.1.5.3. § 1. De geheel of gedeeltelijk geschorste of opgeheven erkenning wordt opgenomen in het register van de erkende laboratoria, dat ter inzage ligt bij de OVAM.
§ 2. In geval van niet-erkenning kan de aanvrager voor het analysepakket in kwestie een nieuwe aanvraag tot erkenning indienen. In een periode van twee jaar vanaf de betekening van de beslissing kan de aanvrager maximaal aan één ringtest deelnemen. "
" Art. 7.1.5.3. § 1. De geheel of gedeeltelijk geschorste of opgeheven erkenning wordt opgenomen in het register van de erkende laboratoria, dat ter inzage ligt bij de OVAM.
§ 2. In geval van niet-erkenning kan de aanvrager voor het analysepakket in kwestie een nieuwe aanvraag tot erkenning indienen. In een periode van twee jaar vanaf de betekening van de beslissing kan de aanvrager maximaal aan één ringtest deelnemen. "
Art. 84. L'article 7.1.5.3 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2004, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 7.1.5.3. § 1er. L'agrément est radié, suspendu en tout ou en partie et est repris dans le registre des laboratoires agréés qui peut être consulté auprès de l'OVAM.
§ 2. En cas de non agrément, le demandeur du paquet d'analyse concerné peut introduire une nouvelle demande d'agrément. Dans une période de deux ans à partir de la notification de la décision, le demandeur peut participer au maximum à un ring test. "
" Art. 7.1.5.3. § 1er. L'agrément est radié, suspendu en tout ou en partie et est repris dans le registre des laboratoires agréés qui peut être consulté auprès de l'OVAM.
§ 2. En cas de non agrément, le demandeur du paquet d'analyse concerné peut introduire une nouvelle demande d'agrément. Dans une période de deux ans à partir de la notification de la décision, le demandeur peut participer au maximum à un ring test. "
Art. 85. Artikel 7.3.1 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 7.3.1. De analyses en monsternemingen op afvalstoffen en bodem gebeuren overeenkomstig de methoden opgenomen in het Compendium voor Monsterneming en Analyse, afgekort CMA. Het CMA is een bundel van monsternemings- en analysemethoden, opgesteld door de VITO in opdracht van de OVAM. Deze bundel wordt goedgekeurd bij ministerieel besluit en bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. "
" Art. 7.3.1. De analyses en monsternemingen op afvalstoffen en bodem gebeuren overeenkomstig de methoden opgenomen in het Compendium voor Monsterneming en Analyse, afgekort CMA. Het CMA is een bundel van monsternemings- en analysemethoden, opgesteld door de VITO in opdracht van de OVAM. Deze bundel wordt goedgekeurd bij ministerieel besluit en bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. "
Art. 85. L'article 7.3.1 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Art. 7.3.1. Les analyses et échantillonnages des déchets et du sol ont lieu conformément aux méthodes reprises dans le Compendium pour l'échantillonnage et l'analyse, en abrégé le CMA. Le Compendium pour l'échantillonnage et l'analyse est un recueil de méthodes d'échantillonnage et d'analyse, établi par la VITO pour le compte de l'OVAM. Ce recueil est approuvé par un arrêté ministériel et un extrait est publié au Moniteur belge.. "
" Art. 7.3.1. Les analyses et échantillonnages des déchets et du sol ont lieu conformément aux méthodes reprises dans le Compendium pour l'échantillonnage et l'analyse, en abrégé le CMA. Le Compendium pour l'échantillonnage et l'analyse est un recueil de méthodes d'échantillonnage et d'analyse, établi par la VITO pour le compte de l'OVAM. Ce recueil est approuvé par un arrêté ministériel et un extrait est publié au Moniteur belge.. "
Afdeling VII. - Wijzigingen in hoofdstuk IX
Section VII. - Modifications au chapitre IX
Art. 86. In artikel 9.1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007 en 14 november 2007, worden de woorden " Verordening 259/93/EEG van 1 februari 1993 betreffende het toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap " telkens vervangen door de woorden " Verordening 1013/2006/EG van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen ".
Art. 86. A l'article 9.1 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 9 février 2007 et 14 novembre 2007, les mots " " Règlement (CEE) 259/93 du 1er février 1993 concernant la surveillance et le contrôle des transferts de déchets à l'entrée et à la sortie de Communauté européenne " sont remplacés par les mots " Règlement (CE) 1013/2006 du 14 juin 2006 concernant le transfert de déchets ".
Art. 87. In artikel 9.2 van hetzelfde besluit worden de woorden " Verordening 259/93/EEG " vervangen door de woorden " Verordening 1013/2006/EG van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen ".
Art. 87. A l'article 9.2 du même arrêté, les mots " Règlement 259/93/CEE " sont remplacés par les mots " Règlement 1013/2006/CE du 14 juin 2006 concernant le transfert de déchets ".
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen in de bijlagen van het VLAREA
CHAPITRE II. - Modifications aux annexes du VLAREA
Art. 88. In bijlage 4.1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 22 september 2006 en 9 februari 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° afdeling 1 wordt vervangen door bijlage I, die bij dit besluit is gevoegd;
2° afdeling 2 wordt vervangen door bijlage II, die bij dit besluit is gevoegd;
3° afdeling 3 wordt vervangen door bijlage III, die bij dit besluit is gevoegd;
4° afdeling 5 wordt opgeheven;
5° er wordt een afdeling 6 toegevoegd, die als bijlage IV bij dit besluit gevoegd is.
1° afdeling 1 wordt vervangen door bijlage I, die bij dit besluit is gevoegd;
2° afdeling 2 wordt vervangen door bijlage II, die bij dit besluit is gevoegd;
3° afdeling 3 wordt vervangen door bijlage III, die bij dit besluit is gevoegd;
4° afdeling 5 wordt opgeheven;
5° er wordt een afdeling 6 toegevoegd, die als bijlage IV bij dit besluit gevoegd is.
Art. 88. A l'annexe 4.1, du même arrêté, modifiée par les arrêtés du Gouvernement flamand des 22 septembre 2006 et 9 février 2007, les modifications suivantes sont apportées :
1° la section 1ère est remplacée par l'annexe I, jointe au présent arrêté;
2° la section 2 est remplacée par l'annexe II, jointe au présent arrêté;
3° la section 3 est remplacée par l'annexe III, jointe au présent arrêté;
4° la section 5 est abrogée;
5° une section 6 est ajoutée, qui est jointe en annexe IV du présent arrêté.
1° la section 1ère est remplacée par l'annexe I, jointe au présent arrêté;
2° la section 2 est remplacée par l'annexe II, jointe au présent arrêté;
3° la section 3 est remplacée par l'annexe III, jointe au présent arrêté;
4° la section 5 est abrogée;
5° une section 6 est ajoutée, qui est jointe en annexe IV du présent arrêté.
Art. 89. Aan hetzelfde besluit wordt een bijlage 4.2.3 toegevoegd, die als bijlage V bij dit besluit gevoegd is.
Art. 89. Au même arrêté est ajoutée une annexe 4.2.3, qui est jointe comme annexe V au présent arrêté.
Art. 90. In hetzelfde besluit wordt bijlage 4.3 opgeheven.
Art. 90. Dans le même arrêté, l'annexe 4.3 est abrogée.
HOOFDSTUK III. - Wijziging in titel I van het VLAREM
CHAPITRE III. - Modification au titre Ier du VLAREM
Art. 91. Aan bijlage I, rubriek 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 november 2003 en, wordt onder de titel " Uitzonderingen, Opslag ontstaan uit aanvaardingsplicht " de volgende zin toegevoegd :
" De opslag van afgedankte draagbare batterijen, zoals gedefinieerd in het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer (VLAREA), op een inzamelpunt waar alleen eindgebuikers ze kunnen inleveren, is geen inrichting voor de verwerking van afvalstoffen als de afvalstoffen regelmatig voor verwerking worden afgevoerd en als dat gekoppeld is aan educatieve acties inzake preventie. "
" De opslag van afgedankte draagbare batterijen, zoals gedefinieerd in het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer (VLAREA), op een inzamelpunt waar alleen eindgebuikers ze kunnen inleveren, is geen inrichting voor de verwerking van afvalstoffen als de afvalstoffen regelmatig voor verwerking worden afgevoerd en als dat gekoppeld is aan educatieve acties inzake preventie. "
Art. 91. A l'annexe I, rubrique 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 février 1991 fixant le Règlement flamand relatif à l'autorisation écologique, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 novembre 2003, la phrase suivante est ajoutée sous le titre " Exceptions, Stockage né de l'obligation d'acceptation " :
" L'entreposage de piles portables usagées, telles que définies dans le Règlement flamand en matière de prévention et de gestion de déchets (VLAREA), à un point de collecte où seuls les utilisateurs finaux peuvent les déposer, ne constitue pas une installation de traitement de déchets lorsque les déchets sont régulièrement évacués à des fins de traitement et si cela est lié à des actions éducatives en matière de prévention. "
" L'entreposage de piles portables usagées, telles que définies dans le Règlement flamand en matière de prévention et de gestion de déchets (VLAREA), à un point de collecte où seuls les utilisateurs finaux peuvent les déposer, ne constitue pas une installation de traitement de déchets lorsque les déchets sont régulièrement évacués à des fins de traitement et si cela est lié à des actions éducatives en matière de prévention. "
HOOFDSTUK IV. - Wijziging in titel II van het VLAREM
CHAPITRE IV. - Modification au titre II du VLAREM
Art. 92. Aan artikel 5.2.2.5.2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 en 14 juli 2004, wordt een § 10 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 10. De behandeling en opslag van afgedankte batterijen en accu's in verwerkingsfaciliteiten, waaronder ook de tijdelijke opslag, vinden plaats op overdekte locaties met vloeistofdichte vloer of in weersbestendig afgedekte en zuurbestendige containers. De behandeling omvat minimaal het wegnemen van alle vloeistoffen en zuren. "
" § 10. De behandeling en opslag van afgedankte batterijen en accu's in verwerkingsfaciliteiten, waaronder ook de tijdelijke opslag, vinden plaats op overdekte locaties met vloeistofdichte vloer of in weersbestendig afgedekte en zuurbestendige containers. De behandeling omvat minimaal het wegnemen van alle vloeistoffen en zuren. "
Art. 92. A l'article 5.2.2.5.2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 fixant les dispositions générales et sectorielles en matière d'hygiène de l'environnement, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 5 décembre 2003 et 14 juillet 2004, un § 10 est ajouté, libellé comme suit :
" § 10. Le traitement et le stockage de piles et d'accumulateurs usagés dans des facilités de traitement, en ce compris l'entreposage temporaire, ont lieu à des endroits couverts au sol imperméable aux liquides ou dans des conteneurs à l'abri des conditions météorologiques et résistant aux acides. Le traitement comprend au moins l'évacuation de tous les liquides et acides. "
" § 10. Le traitement et le stockage de piles et d'accumulateurs usagés dans des facilités de traitement, en ce compris l'entreposage temporaire, ont lieu à des endroits couverts au sol imperméable aux liquides ou dans des conteneurs à l'abri des conditions météorologiques et résistant aux acides. Le traitement comprend au moins l'évacuation de tous les liquides et acides. "
HOOFDSTUK V. - Wijziging in het VLAREBO
CHAPITRE V. - Modification au VLAREBO
Art. 93. In artikel 161, § 2, en 168, § 2 en § 3, van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming, wordt de zin : " Als de uitgegraven bodem niet reinigbaar is door gebruik te maken van de beste beschikbare technieken die geen overmatig hoge kosten met zich meebrengen, wordt de uitgegraven bodem verwijderd " telkens vervangen door de zin :
" Als de uitgegraven bodem niet reinigbaar is door gebruik te maken van de beste beschikbare technieken die geen overmatig hoge kosten met zich meebrengen, wordt de uitgegraven bodem verwerkt overeenkomstig de bepalingen van het Afvalstoffendecreet. Het gebruik van de uitgegraven bodem in het gebruiksgebied bouwstof als secundaire grondstof is niet toegelaten. "
" Als de uitgegraven bodem niet reinigbaar is door gebruik te maken van de beste beschikbare technieken die geen overmatig hoge kosten met zich meebrengen, wordt de uitgegraven bodem verwerkt overeenkomstig de bepalingen van het Afvalstoffendecreet. Het gebruik van de uitgegraven bodem in het gebruiksgebied bouwstof als secundaire grondstof is niet toegelaten. "
Art. 93. Aux articles 161, § 2, et 168, § 2 en § 3, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2007 fixant le règlement flamand relatif à l'assainissement du sol et à la protection du sol, la phrase : " Si les terres excavées ne sont pas nettoyables en utilisant les meilleures techniques disponibles qui n'entraînent pas de coûts excessifs, les terres excavées sont enlevées " est chaque fois remplacée par la phrase :
" Si les terres excavées ne sont pas nettoyables en utilisant les meilleures techniques disponibles qui n'entraînent pas de coûts excessifs, les terres excavées sont traitées conformément aux dispositions du Décret sur les déchets. L'utilisation des terres excavées dans la zone d'utilisation matériau de construction comme matière première secondaire n'est pas admise. "
" Si les terres excavées ne sont pas nettoyables en utilisant les meilleures techniques disponibles qui n'entraînent pas de coûts excessifs, les terres excavées sont traitées conformément aux dispositions du Décret sur les déchets. L'utilisation des terres excavées dans la zone d'utilisation matériau de construction comme matière première secondaire n'est pas admise. "
HOOFDSTUK VI. - Wijzigingen in het besluit dierlijk afval
CHAPITRE VI. - Modifications à l'arrêté relatif aux déchets animaux
Art. 94. Artikel 1, 8°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2006 betreffende de ophaling en de verwerking van dierlijk afval wordt opgeheven.
Art. 94. L'article 1er, 8°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 2006 relatif à la collecte et à la transformation de déchets animaux est abrogé.
Art. 95. In artikel 2, § 4, van hetzelfde besluit worden de woorden " en kleine veebedrijven " geschrapt.
Art. 95. A l'article 2, § 4, du même arrêté, les mots " ou sur des petits élevages " sont supprimés.
Art. 96. In artikel 3, § 2, van hetzelfde besluit worden de woorden " , kleine veebedrijven " geschrapt.
Art. 96. A l'article 3, § 2, du même arrêté, les mots " , de petits élevages " sont supprimés.
Art. 97. In artikel 3, § 3, van hetzelfde besluit worden de woorden " middelgrote en grote " geschrapt.
Art. 97. A l'article 3, § 3, du même arrêté, les mots " moyens et grands " sont supprimés.
HOOFDSTUK VII. - Slotbepalingen
CHAPITRE VII. - Dispositions finales
Art. 98. Artikel 9, 11, 12, 14 en 15 van dit besluit zijn van toepassing op milieubeleidsovereenkomsten die na 1 mei 2009 ondertekend worden.
Artikel 3.1.1.2, § 3 en § 5, 3.1.1.4, 3.1.1.5, 3.3.3, 3.4.3, 3.5.5, 3.6.3 en 3.7.3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2008, blijven onverlet van toepassing op milieubeleidsovereenkomsten die voor 1 mei 2009 ondertekend werden.
Artikel 3.1.1.2, § 3 en § 5, 3.1.1.4, 3.1.1.5, 3.3.3, 3.4.3, 3.5.5, 3.6.3 en 3.7.3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2008, blijven onverlet van toepassing op milieubeleidsovereenkomsten die voor 1 mei 2009 ondertekend werden.
Art. 98. Les articles 9, 11, 12, 14 et 15 du présent arrêté s'appliquent également aux conventions environnementales signées après le 1er mai 2009.
Les articles 3.1.1.2, § 3 et § 5, 3.1.1.4, 3.1.1.5, 3.3.3, 3.4.3, 3.5.5, 3.6.3 et 3.7.3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 décembre 2003 fixant le règlement flamand en matière de prévention et de gestion de déchets, modifié la dernière fois par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 octobre 2008, restent pleinement d'application aux conventions environnementales signées avant le 1er mai 2009.
Les articles 3.1.1.2, § 3 et § 5, 3.1.1.4, 3.1.1.5, 3.3.3, 3.4.3, 3.5.5, 3.6.3 et 3.7.3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 décembre 2003 fixant le règlement flamand en matière de prévention et de gestion de déchets, modifié la dernière fois par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 octobre 2008, restent pleinement d'application aux conventions environnementales signées avant le 1er mai 2009.
Art. 99. Artikel 44 van dit besluit geldt niet voor keuringsattesten die afgeleverd werden door VLACO vzw tot op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit besluit. Deze blijven gelden tot op het einde van hun geldigheidsduur.
Art. 99. L'article 44 du présent arrêté ne s'applique pas aux attestations de certification délivrées par VLACO vzw jusqu'à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté. Celles-ci restent valables jusqu'à la fin de leur durée de validité.
Art. 100. De bepalingen van dit besluit treden in werking op 1 mei 2009.
Art. 100. Les dispositions du présent arrêté entrent en vigueur le 1er mai 2009.
Art. 101. De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 13 februari 2009.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
H. CREVITS
Brussel, 13 februari 2009.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
H. CREVITS
Art. 101. Le Ministre flamand, ayant l'environnement et la politique de l'eau dans ses attributions, est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Bruxelles, le 13 février 2009.
Le ministre-président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
La Ministre flamande des Travaux publics, de l'Energie, de l'Environnement et de la Nature,
H. CREVITS
Bruxelles, le 13 février 2009.
Le ministre-président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
La Ministre flamande des Travaux publics, de l'Energie, de l'Environnement et de la Nature,
H. CREVITS
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 1.
Afdeling 1
Gebruik in of als meststof of bodemverbeterend middel
Afdeling 1
Gebruik in of als meststof of bodemverbeterend middel
Art. N1. Annexe 1.
Section 1
utilisation comme engrais ou améliorant du sol
Section 1
utilisation comme engrais ou améliorant du sol
| BENAMING AFVALSTOF | HERKOMST EN OMSCHRIJVING | VOORWAARDEN INZAKE SAMENSTELLING EN/OF GEBRUIK |
| Schuimaarde van suikerfabrieken | suikerfabriek verkregen bij de suikerraffinage en dat hoofdzakelijk bestaat uit calciumcarbonaat, organische stof en water | artikel 4.2.1.1 |
| Kalkas | branden van kalksteenrots asrest die als hoofdbestanddeel calciumoxide bevat en eventueel calciumhydroxide en calciumcarbonaat | artikel 4.2.1.1 |
| Calciumsulfaat | verkregen bij de fosfor- en/of citroenzuurproductie en die gehydrateerd calciumsulfaat bevat | artikel 4.2.1.1 gebruikscertificaat verplicht |
| Afgeoogste champignoncompost | champignonkwekerij organische voedingsbodem die overblijft na het telen van kampernoeljes | artikel 4.2.1.1 |
| Compost van boomschors | vergunde inrichting voor de compostering van schorsafval dat vrijkomt bij het ontschorsen van bomen | artikel 4.2.1.1 |
| Vinasse, vinasse-extract, vinassekali en chicoreivinasse | gistfabriek stroopachtig residu bekomen uit uitgegiste melasse, extract verkregen uit vinasse door toevoeging van ammoniumsulfaat of bekomen tijdens de productie van inuline | artikel 4.2.1.1 |
| Vismeel, diermeel, verenmeel, beendermeel, wol, visperswater, stoffen van de bewerking van vellen, galaliet in poeder, hoornmeel, ledermeel, bloedmeel of andere toe te laten stoffen van dierlijke oorsprong | erkende of geregistreerde verwerkingsinrichting voor dierlijk afval, met inbegrip van bloed | artikel 4.2.1.1 regelgeving dierlijk afval |
| Gedroogd cacao-, tabak- en koffieafval | genotmiddelenindustrie verkregen bij de verwerking van cacao- en koffiebonen en tabak en de bereiding van theobromine uit cacao-afval onder toevoeging van kalk | artikel 4.2.1.1 |
| Neergeslagen dubbelzout van kaliumsulfaat en calciumsulfaat (in geval van toevoeging van een magnesiumzout aangevuld met " met magnesiumzout ") | industriële citroenzuurproductie bekomen uit spoeling van citroenzuur | artikel 4.2.1.1 gebruikscertificaat verplicht |
| Meel van oliekoeken | winning plantaardige oliën bekomen door winning van olie door persing van oliehoudende zaden | artikel 4.2.1.1 |
| Moutscheuten | mouterij | artikel 4.2.1.1 |
| Behandeld zuiveringsslib | zie artikel 1.1.1, §2, 52° | artikel 4.2.1.1 en 4.2.1.2 gebruikscertificaat verplicht |
| Kalkhoudend slib | waterbehandeling verkregen bij de bereiding van drinkwater of proces- water uit ruwwater | artikel 4.2.1.1 gebruikscertificaat verplicht |
| GFT- en groencompost | vergunde inrichting voor de compostering of vergisting van groente-, fruit- en tuinafval met maximaal 25 % organisch-biologische bedrijfsafvalstoffen of van organisch afval dat vrijkomt in tuinen, plantsoenen, parken en langs wegbermen | artikel 4.2.1.1 en 4.2.1.3 |
| Eindmateriaal van de biologische behandeling van organisch-biologische bedrijfsafvalstoffen | vergunde inrichting voor de biologische verwerking van organisch-biologische bedrijfsafvalstoffen al dan niet in combinatie met dierlijke mest | artikel 4.2.1.1 en 4.2.1.3 |
| Filterkoek | voedingsnijverheid verkregen bij de filtratie van levensmiddelen op anorganische filtermedia (diatomeeënaarde, perliet, bleekaarde,...) | artikel 4.2.1.1 |
| Gehydrolyseerd eiwit voor meststof | aromaproductie bekomen door hydrolyse van eiwitten | artikel 4.2.1.1 |
| Slib van natuursteenbewerking | bekomen door het verzagen, slijpen en polijsten van kalkhoudende natuursteen | artikel 4.2.1.1 |
| Filterkoek van de fermentatie | Fermentatie-industrie verkregen bij de vergisting | artikel 4.2.1.1 gebruikscertificaat verplicht |
| Kalimoederloog | methionineproductie vloeibare stof waarbij kalium als kaliumcarbonaat en kaliumbicarbonaat voorkomt | artikel 4.2.1.1 |
| Oplossing bevattende ammoniumchloride | glycineproductie verkregen bij de bereiding van het aminozuur glycine | artikel 4.2.1.1 |
| Gemalen staalslakken | staalnijverheid calciumsilicofosfaten voortkomend van de behandeling van gietijzer | artikel 4.2.1.1 |
| Gedroogde en gemalen anorganische kalkrijke voedingsresten | afkomstig van een vergunde verwerkingsinrichting van selectief ingezamelde eierschalen, schaaldieren, ... | artikel 4.2.1.1 gebruikscertificaat verplicht |
| Vlasstof, graanstof | vlasindustrie, graanindustrie | artikel 4.2.1.1 |
| Mest | afkomstig van dieren die niet als vee worden beschouwd volgens het mestdecreet, en niet van proefdieren | artikel 4.2.1.1 |
| Gesteriliseerd en gedroogd mengsel van zuiveringsslib, dierlijk afval en dierlijke mest | erkende of geregistreerde verwerkingsinrichting voor dierlijk afval, met inbegrip van bloed | artikel 4.2.1.1 en 4.2.1.2 gebruikscertificaat verplicht regelgeving dierlijk afval |
| Ammoniumsulfaat-oplossing | reactie van met ammoniak beladen lucht in een zure luchtwasser | artikel 4.2.1.1 |
| Spuistroom | overtollig voedingswater afkomstig van de teelt van planten op groeimediums, dat niet hergebruikt wordt als voedingswater | artikel 4.2.1.1 |
| DENOMINATION DES DECHETS | ORIGINE ET DESCRIPTION | CONDITIONS EN MATIERE DE COMPOSITION ET / OU D'UTILISATION |
| Ecume de terre des sucreries | sucrerie obtenue lors du raffinage du sucre et qui se compose principalement de carbonate de calcium, de substance organique et d'eau | article 4.2.1.1 |
| Cendre de chaux | brûlage de roche calcaire reste de cendre ayant comme composant principal de l'oxyde de calcium et éventuellement de l'hydroxyde de calcium et du carbonate de calcium | article 4.2.1.1 |
| Sulfate de calcium | obtenu lors de la production de phosphore et / ou d'acide citrique et qui contient du sulfate de calcium hydraté | article 4.2.1.1 certificat d'utilité obligatoire |
| Compost de champignon récolté | champignonnière milieu de culture organique qui subsiste après l'élevage de champignons de couche | article 4.2.1.1 |
| Compost d'écorce d'arbres | établissement autorisé pour le compost de déchets d'écorce provenant de l'écorçage des arbres | article 4.2.1.1 |
| Vinasse, extrait de vinasse, potasse de vinasse et vinasse de chicorée | fabrique de levure résidu sirupeux provenant de la mélasse fermentée, extrait obtenu à l'aide de la vinasse par ajout de sulfate d'ammonium ou obtenu pendant la production d'inuline | article 4.2.1.1 |
| Farine de poisson, farine animale, farine de plume, poudre d'os, laine, solubles de poisson, substances du traitement des feuilles, galalithe en poudre, farine de corne, farine de cuir, farine de sang ou autres substances autorisées d'origine animale | établissement agréé ou enregistré de traitement pour déchets animaux, y compris le sang | article 4.2.1.1 règlement sur les déchets animaux |
| Déchets de cacao, de tabac et de café séchés | industrie des denrées de luxe obtenus lors du traitement des fèves de cacao, des graines de café et du tabac et lors de la préparation de la théobromine des déchets de cacao avec ajout de chaux | article 4.2.1.1 |
| Sel double déposé de sulfate de potassium et de sulfate de calcium (en cas d'ajout d'un sel de magnésium complété de la mention " avec du sel de magnésium ") | production industrielle d'acide citrique obtenu par rinçage de l'acide citrique | article 4.2.1.1 certificat d'utilité obligatoire |
| Farine de tourteau de lin | extraction d'huiles végétales obtenue par extraction de l'huile par pression des graines oléagineuses | article 4.2.1.1 |
| Germes de malt | malterie | article 4.2.1.1 |
| Boues d'épuration traitées | voir article 1.1.1, §2, 52° | article 4.2.1.1 et 4.2.1.2 certificat d'utilisation obligatoire |
| Boues calcaires | traitement des eaux obtenues lors de la préparation d'eau potable ou d'eau de processus à partir d'eau à l'état naturel | article 4.2.1.1 certificat d'utilité obligatoire |
| Compost vert et GFT | établissement autorisé pour le compostage ou la fermentation des légumes, des fruits, des déchets de jardin (GFT), avec maximum 25 % de déchets industriels organiques et biologiques ou de déchets organiques provenant des jardins, des jardins publics, des parcs et des accotements | article 4.2.1.1 et 4.2.1.3 |
| Compost ou digestat de déchets industriels organiques et biologiques | établissement autorisé pour le compostage ou la fermentation des déchets industriels organiques et biologiques en combinaison ou non avec des engrais animaux | article 4.2.1.1 et 4.2.1.3 |
| Tourteau de filtre | industrie alimentaire obtenu lors de la filtration de produits alimentaires sur des filtres anorganiques (terre à diatomées, perlite, argiles de filtration usées...) | article 4.2.1.1 |
| Protéine hydrolysée pour engrais | production d'arômes obtenue par l'hydrolyse des protéines | article 4.2.1.1 |
| Boue provenant du travail de la pierre naturelle | obtenues par le sciage, l'aiguisage et le polissage de la pierre naturelle calcaire | article 4.2.1.1 |
| Tourteau de filtre de la fermentation | Industrie de la fermentation obtenu lors de la fermentation | article 4.2.1.1 certificat d'utilité obligatoire |
| Liqueur-mère de soude | production de méthionine substance liquide dans laquelle le potassium se présente sous forme de carbonate et de bicarbonate de potassium | article 4.2.1.1 |
| Solution contenant du chlorure d'ammonium | production de glycine obtenue lors de la préparation de l'acide aminé glycine | article 4.2.1.1 |
| Laitiers - acier moulus | industrie de l'acier phosphates de silicium de calcium provenant du traitement de la fonte | article 4.2.1.1 |
| Restes alimentaires anorganiques et riches en chaux séchés et moulu | provenant d'un établissement de traitement autorisé des coquilles d'oeuf, des crustacés... | article 4.2.1.1 certificat d'utilité obligatoire |
| Lin, céréales | industrie du lin, industrie céréalière | article 4.2.1.1 |
| Engrais | provenant d'animaux qui ne sont pas considérés comme bétail suivant le décret sur les engrais, et ne provenant pas d'animaux de laboratoire | article 4.2.1.1 |
| Mélange de boues d'épuration, de déchets animaux et d'engrais animaux stérilisé et séché | établissement agréé ou enregistré de traitement pour déchets animaux, y compris le sang | article 4.2.1.1 et 4.2.1.2 certification d'utilisation obligatoire règlement sur les déchets animaux |
| Solution de sulfate d'ammonium | réaction avec de l'air contenant de l'ammoniaque dans un dispositif de lavage d'air acide | article 4.2.1.1 |
| Courant de purge | eau potable excédentaire provenant de la culture de plantes dans des milieux de culture, qui ne peut pas être réutilisée comme eau potable | article 4.2.1.1 |
BENAMING AFVALSTOFHERKOMST EN OMSCHRIJVINGVOORWAARDEN INZAKE SAMENSTELLING EN/OF GEBRUIK
Schuimaarde van suikerfabriekensuikerfabriek verkregen bij de suikerraffinage en dat hoofdzakelijk bestaat uit calciumcarbonaat, organische stof en waterartikel 4.2.1.1
Kalkasbranden van kalksteenrots asrest die als hoofdbestanddeel calciumoxide bevat en eventueel calciumhydroxide en calciumcarbonaatartikel 4.2.1.1
Calciumsulfaatverkregen bij de fosfor- en/of citroenzuurproductie en die gehydrateerd calciumsulfaat bevatartikel 4.2.1.1 gebruikscertificaat verplicht
Afgeoogste champignoncompostchampignonkwekerij organische voedingsbodem die overblijft na het telen van kampernoeljesartikel 4.2.1.1
Compost van boomschorsvergunde inrichting voor de compostering van schorsafval dat vrijkomt bij het ontschorsen van bomenartikel 4.2.1.1
Vinasse, vinasse-extract, vinassekali en chicoreivinassegistfabriek stroopachtig residu bekomen uit uitgegiste melasse, extract verkregen uit vinasse door toevoeging van ammoniumsulfaat of bekomen tijdens de productie van inulineartikel 4.2.1.1
Vismeel, diermeel, verenmeel, beendermeel, wol, visperswater, stoffen van de bewerking van vellen, galaliet in poeder, hoornmeel, ledermeel, bloedmeel of andere toe te laten stoffen van dierlijke oorsprongerkende of geregistreerde verwerkingsinrichting voor dierlijk afval, met inbegrip van bloedartikel 4.2.1.1 regelgeving dierlijk afval
Gedroogd cacao-, tabak- en koffieafvalgenotmiddelenindustrie verkregen bij de verwerking van cacao- en koffiebonen en tabak en de bereiding van theobromine uit cacao-afval onder toevoeging van kalkartikel 4.2.1.1
Neergeslagen dubbelzout van kaliumsulfaat en calciumsulfaat (in geval van toevoeging van een magnesiumzout aangevuld met " met magnesiumzout ")industriële citroenzuurproductie bekomen uit spoeling van citroenzuurartikel 4.2.1.1 gebruikscertificaat verplicht
Meel van oliekoekenwinning plantaardige oliën bekomen door winning van olie door persing van oliehoudende zadenartikel 4.2.1.1
Moutscheutenmouterijartikel 4.2.1.1
Behandeld zuiveringsslibzie artikel 1.1.1, §2, 52°artikel 4.2.1.1 en 4.2.1.2 gebruikscertificaat verplicht
Kalkhoudend slibwaterbehandeling verkregen bij de bereiding van drinkwater of proces- water uit ruwwaterartikel 4.2.1.1 gebruikscertificaat verplicht
GFT- en groencompostvergunde inrichting voor de compostering of vergisting van groente-, fruit- en tuinafval met maximaal 25 % organisch-biologische bedrijfsafvalstoffen of van organisch afval dat vrijkomt in tuinen, plantsoenen, parken en langs wegbermenartikel 4.2.1.1 en 4.2.1.3
Eindmateriaal van de biologische behandeling van organisch-biologische bedrijfsafvalstoffenvergunde inrichting voor de biologische verwerking van organisch-biologische bedrijfsafvalstoffen al dan niet in combinatie met dierlijke mestartikel 4.2.1.1 en 4.2.1.3
Filterkoekvoedingsnijverheid verkregen bij de filtratie van levensmiddelen op anorganische filtermedia (diatomeeënaarde, perliet, bleekaarde,...)artikel 4.2.1.1
Gehydrolyseerd eiwit voor meststofaromaproductie bekomen door hydrolyse van eiwittenartikel 4.2.1.1
Slib van natuursteenbewerkingbekomen door het verzagen, slijpen en polijsten van kalkhoudende natuursteenartikel 4.2.1.1
Filterkoek van de fermentatieFermentatie-industrie verkregen bij de vergistingartikel 4.2.1.1 gebruikscertificaat verplicht
Kalimoederloogmethionineproductie vloeibare stof waarbij kalium als kaliumcarbonaat en kaliumbicarbonaat voorkomtartikel 4.2.1.1
Oplossing bevattende ammoniumchlorideglycineproductie verkregen bij de bereiding van het aminozuur glycineartikel 4.2.1.1
Gemalen staalslakkenstaalnijverheid calciumsilicofosfaten voortkomend van de behandeling van gietijzerartikel 4.2.1.1
Gedroogde en gemalen anorganische kalkrijke voedingsrestenafkomstig van een vergunde verwerkingsinrichting van selectief ingezamelde eierschalen, schaaldieren, ...artikel 4.2.1.1 gebruikscertificaat verplicht
Vlasstof, graanstofvlasindustrie, graanindustrieartikel 4.2.1.1
Mestafkomstig van dieren die niet als vee worden beschouwd volgens het mestdecreet, en niet van proefdierenartikel 4.2.1.1
Gesteriliseerd en gedroogd mengsel van zuiveringsslib, dierlijk afval en dierlijke mesterkende of geregistreerde verwerkingsinrichting voor dierlijk afval, met inbegrip van bloedartikel 4.2.1.1 en 4.2.1.2 gebruikscertificaat verplicht regelgeving dierlijk afval
Ammoniumsulfaat-oplossingreactie van met ammoniak beladen lucht in een zure luchtwasserartikel 4.2.1.1
Spuistroomovertollig voedingswater afkomstig van de teelt van planten op groeimediums, dat niet hergebruikt wordt als voedingswaterartikel 4.2.1.1
Schuimaarde van suikerfabriekensuikerfabriek verkregen bij de suikerraffinage en dat hoofdzakelijk bestaat uit calciumcarbonaat, organische stof en waterartikel 4.2.1.1
Kalkasbranden van kalksteenrots asrest die als hoofdbestanddeel calciumoxide bevat en eventueel calciumhydroxide en calciumcarbonaatartikel 4.2.1.1
Calciumsulfaatverkregen bij de fosfor- en/of citroenzuurproductie en die gehydrateerd calciumsulfaat bevatartikel 4.2.1.1 gebruikscertificaat verplicht
Afgeoogste champignoncompostchampignonkwekerij organische voedingsbodem die overblijft na het telen van kampernoeljesartikel 4.2.1.1
Compost van boomschorsvergunde inrichting voor de compostering van schorsafval dat vrijkomt bij het ontschorsen van bomenartikel 4.2.1.1
Vinasse, vinasse-extract, vinassekali en chicoreivinassegistfabriek stroopachtig residu bekomen uit uitgegiste melasse, extract verkregen uit vinasse door toevoeging van ammoniumsulfaat of bekomen tijdens de productie van inulineartikel 4.2.1.1
Vismeel, diermeel, verenmeel, beendermeel, wol, visperswater, stoffen van de bewerking van vellen, galaliet in poeder, hoornmeel, ledermeel, bloedmeel of andere toe te laten stoffen van dierlijke oorsprongerkende of geregistreerde verwerkingsinrichting voor dierlijk afval, met inbegrip van bloedartikel 4.2.1.1 regelgeving dierlijk afval
Gedroogd cacao-, tabak- en koffieafvalgenotmiddelenindustrie verkregen bij de verwerking van cacao- en koffiebonen en tabak en de bereiding van theobromine uit cacao-afval onder toevoeging van kalkartikel 4.2.1.1
Neergeslagen dubbelzout van kaliumsulfaat en calciumsulfaat (in geval van toevoeging van een magnesiumzout aangevuld met " met magnesiumzout ")industriële citroenzuurproductie bekomen uit spoeling van citroenzuurartikel 4.2.1.1 gebruikscertificaat verplicht
Meel van oliekoekenwinning plantaardige oliën bekomen door winning van olie door persing van oliehoudende zadenartikel 4.2.1.1
Moutscheutenmouterijartikel 4.2.1.1
Behandeld zuiveringsslibzie artikel 1.1.1, §2, 52°artikel 4.2.1.1 en 4.2.1.2 gebruikscertificaat verplicht
Kalkhoudend slibwaterbehandeling verkregen bij de bereiding van drinkwater of proces- water uit ruwwaterartikel 4.2.1.1 gebruikscertificaat verplicht
GFT- en groencompostvergunde inrichting voor de compostering of vergisting van groente-, fruit- en tuinafval met maximaal 25 % organisch-biologische bedrijfsafvalstoffen of van organisch afval dat vrijkomt in tuinen, plantsoenen, parken en langs wegbermenartikel 4.2.1.1 en 4.2.1.3
Eindmateriaal van de biologische behandeling van organisch-biologische bedrijfsafvalstoffenvergunde inrichting voor de biologische verwerking van organisch-biologische bedrijfsafvalstoffen al dan niet in combinatie met dierlijke mestartikel 4.2.1.1 en 4.2.1.3
Filterkoekvoedingsnijverheid verkregen bij de filtratie van levensmiddelen op anorganische filtermedia (diatomeeënaarde, perliet, bleekaarde,...)artikel 4.2.1.1
Gehydrolyseerd eiwit voor meststofaromaproductie bekomen door hydrolyse van eiwittenartikel 4.2.1.1
Slib van natuursteenbewerkingbekomen door het verzagen, slijpen en polijsten van kalkhoudende natuursteenartikel 4.2.1.1
Filterkoek van de fermentatieFermentatie-industrie verkregen bij de vergistingartikel 4.2.1.1 gebruikscertificaat verplicht
Kalimoederloogmethionineproductie vloeibare stof waarbij kalium als kaliumcarbonaat en kaliumbicarbonaat voorkomtartikel 4.2.1.1
Oplossing bevattende ammoniumchlorideglycineproductie verkregen bij de bereiding van het aminozuur glycineartikel 4.2.1.1
Gemalen staalslakkenstaalnijverheid calciumsilicofosfaten voortkomend van de behandeling van gietijzerartikel 4.2.1.1
Gedroogde en gemalen anorganische kalkrijke voedingsrestenafkomstig van een vergunde verwerkingsinrichting van selectief ingezamelde eierschalen, schaaldieren, ...artikel 4.2.1.1 gebruikscertificaat verplicht
Vlasstof, graanstofvlasindustrie, graanindustrieartikel 4.2.1.1
Mestafkomstig van dieren die niet als vee worden beschouwd volgens het mestdecreet, en niet van proefdierenartikel 4.2.1.1
Gesteriliseerd en gedroogd mengsel van zuiveringsslib, dierlijk afval en dierlijke mesterkende of geregistreerde verwerkingsinrichting voor dierlijk afval, met inbegrip van bloedartikel 4.2.1.1 en 4.2.1.2 gebruikscertificaat verplicht regelgeving dierlijk afval
Ammoniumsulfaat-oplossingreactie van met ammoniak beladen lucht in een zure luchtwasserartikel 4.2.1.1
Spuistroomovertollig voedingswater afkomstig van de teelt van planten op groeimediums, dat niet hergebruikt wordt als voedingswaterartikel 4.2.1.1
DENOMINATION DES DECHETSORIGINE ET DESCRIPTIONCONDITIONS EN MATIERE DE COMPOSITION ET / OU D'UTILISATION
Ecume de terre des sucreriessucrerie obtenue lors du raffinage du sucre et qui se compose principalement de carbonate de calcium, de substance organique et d'eauarticle 4.2.1.1
Cendre de chauxbrûlage de roche calcaire reste de cendre ayant comme composant principal de l'oxyde de calcium et éventuellement de l'hydroxyde de calcium et du carbonate de calciumarticle 4.2.1.1
Sulfate de calciumobtenu lors de la production de phosphore et / ou d'acide citrique et qui contient du sulfate de calcium hydratéarticle 4.2.1.1 certificat d'utilité obligatoire
Compost de champignon récoltéchampignonnière milieu de culture organique qui subsiste après l'élevage de champignons de couchearticle 4.2.1.1
Compost d'écorce d'arbresétablissement autorisé pour le compost de déchets d'écorce provenant de l'écorçage des arbresarticle 4.2.1.1
Vinasse, extrait de vinasse, potasse de vinasse et vinasse de chicoréefabrique de levure résidu sirupeux provenant de la mélasse fermentée, extrait obtenu à l'aide de la vinasse par ajout de sulfate d'ammonium ou obtenu pendant la production d'inulinearticle 4.2.1.1
Farine de poisson, farine animale, farine de plume, poudre d'os, laine, solubles de poisson, substances du traitement des feuilles, galalithe en poudre, farine de corne, farine de cuir, farine de sang ou autres substances autorisées d'origine animaleétablissement agréé ou enregistré de traitement pour déchets animaux, y compris le sangarticle 4.2.1.1 règlement sur les déchets animaux
Déchets de cacao, de tabac et de café séchésindustrie des denrées de luxe obtenus lors du traitement des fèves de cacao, des graines de café et du tabac et lors de la préparation de la théobromine des déchets de cacao avec ajout de chauxarticle 4.2.1.1
Sel double déposé de sulfate de potassium et de sulfate de calcium (en cas d'ajout d'un sel de magnésium complété de la mention " avec du sel de magnésium ")production industrielle d'acide citrique obtenu par rinçage de l'acide citriquearticle 4.2.1.1 certificat d'utilité obligatoire
Farine de tourteau de linextraction d'huiles végétales obtenue par extraction de l'huile par pression des graines oléagineusesarticle 4.2.1.1
Germes de maltmalteriearticle 4.2.1.1
Boues d'épuration traitéesvoir article 1.1.1, §2, 52°article 4.2.1.1 et 4.2.1.2 certificat d'utilisation obligatoire
Boues calcairestraitement des eaux obtenues lors de la préparation d'eau potable ou d'eau de processus à partir d'eau à l'état naturelarticle 4.2.1.1 certificat d'utilité obligatoire
Compost vert et GFTétablissement autorisé pour le compostage ou la fermentation des légumes, des fruits, des déchets de jardin (GFT), avec maximum 25 % de déchets industriels organiques et biologiques ou de déchets organiques provenant des jardins, des jardins publics, des parcs et des accotementsarticle 4.2.1.1 et 4.2.1.3
Compost ou digestat de déchets industriels organiques et biologiquesétablissement autorisé pour le compostage ou la fermentation des déchets industriels organiques et biologiques en combinaison ou non avec des engrais animauxarticle 4.2.1.1 et 4.2.1.3
Tourteau de filtreindustrie alimentaire obtenu lors de la filtration de produits alimentaires sur des filtres anorganiques (terre à diatomées, perlite, argiles de filtration usées...)article 4.2.1.1
Protéine hydrolysée pour engraisproduction d'arômes obtenue par l'hydrolyse des protéinesarticle 4.2.1.1
Boue provenant du travail de la pierre naturelleobtenues par le sciage, l'aiguisage et le polissage de la pierre naturelle calcairearticle 4.2.1.1
Tourteau de filtre de la fermentationIndustrie de la fermentation obtenu lors de la fermentationarticle 4.2.1.1 certificat d'utilité obligatoire
Liqueur-mère de soudeproduction de méthionine substance liquide dans laquelle le potassium se présente sous forme de carbonate et de bicarbonate de potassiumarticle 4.2.1.1
Solution contenant du chlorure d'ammoniumproduction de glycine obtenue lors de la préparation de l'acide aminé glycinearticle 4.2.1.1
Laitiers - acier moulusindustrie de l'acier phosphates de silicium de calcium provenant du traitement de la fontearticle 4.2.1.1
Restes alimentaires anorganiques et riches en chaux séchés et mouluprovenant d'un établissement de traitement autorisé des coquilles d'oeuf, des crustacés...article 4.2.1.1 certificat d'utilité obligatoire
Lin, céréalesindustrie du lin, industrie céréalièrearticle 4.2.1.1
Engraisprovenant d'animaux qui ne sont pas considérés comme bétail suivant le décret sur les engrais, et ne provenant pas d'animaux de laboratoirearticle 4.2.1.1
Mélange de boues d'épuration, de déchets animaux et d'engrais animaux stérilisé et séchéétablissement agréé ou enregistré de traitement pour déchets animaux, y compris le sangarticle 4.2.1.1 et 4.2.1.2 certification d'utilisation obligatoire règlement sur les déchets animaux
Solution de sulfate d'ammoniumréaction avec de l'air contenant de l'ammoniaque dans un dispositif de lavage d'air acidearticle 4.2.1.1
Courant de purgeeau potable excédentaire provenant de la culture de plantes dans des milieux de culture, qui ne peut pas être réutilisée comme eau potablearticle 4.2.1.1
Ecume de terre des sucreriessucrerie obtenue lors du raffinage du sucre et qui se compose principalement de carbonate de calcium, de substance organique et d'eauarticle 4.2.1.1
Cendre de chauxbrûlage de roche calcaire reste de cendre ayant comme composant principal de l'oxyde de calcium et éventuellement de l'hydroxyde de calcium et du carbonate de calciumarticle 4.2.1.1
Sulfate de calciumobtenu lors de la production de phosphore et / ou d'acide citrique et qui contient du sulfate de calcium hydratéarticle 4.2.1.1 certificat d'utilité obligatoire
Compost de champignon récoltéchampignonnière milieu de culture organique qui subsiste après l'élevage de champignons de couchearticle 4.2.1.1
Compost d'écorce d'arbresétablissement autorisé pour le compost de déchets d'écorce provenant de l'écorçage des arbresarticle 4.2.1.1
Vinasse, extrait de vinasse, potasse de vinasse et vinasse de chicoréefabrique de levure résidu sirupeux provenant de la mélasse fermentée, extrait obtenu à l'aide de la vinasse par ajout de sulfate d'ammonium ou obtenu pendant la production d'inulinearticle 4.2.1.1
Farine de poisson, farine animale, farine de plume, poudre d'os, laine, solubles de poisson, substances du traitement des feuilles, galalithe en poudre, farine de corne, farine de cuir, farine de sang ou autres substances autorisées d'origine animaleétablissement agréé ou enregistré de traitement pour déchets animaux, y compris le sangarticle 4.2.1.1 règlement sur les déchets animaux
Déchets de cacao, de tabac et de café séchésindustrie des denrées de luxe obtenus lors du traitement des fèves de cacao, des graines de café et du tabac et lors de la préparation de la théobromine des déchets de cacao avec ajout de chauxarticle 4.2.1.1
Sel double déposé de sulfate de potassium et de sulfate de calcium (en cas d'ajout d'un sel de magnésium complété de la mention " avec du sel de magnésium ")production industrielle d'acide citrique obtenu par rinçage de l'acide citriquearticle 4.2.1.1 certificat d'utilité obligatoire
Farine de tourteau de linextraction d'huiles végétales obtenue par extraction de l'huile par pression des graines oléagineusesarticle 4.2.1.1
Germes de maltmalteriearticle 4.2.1.1
Boues d'épuration traitéesvoir article 1.1.1, §2, 52°article 4.2.1.1 et 4.2.1.2 certificat d'utilisation obligatoire
Boues calcairestraitement des eaux obtenues lors de la préparation d'eau potable ou d'eau de processus à partir d'eau à l'état naturelarticle 4.2.1.1 certificat d'utilité obligatoire
Compost vert et GFTétablissement autorisé pour le compostage ou la fermentation des légumes, des fruits, des déchets de jardin (GFT), avec maximum 25 % de déchets industriels organiques et biologiques ou de déchets organiques provenant des jardins, des jardins publics, des parcs et des accotementsarticle 4.2.1.1 et 4.2.1.3
Compost ou digestat de déchets industriels organiques et biologiquesétablissement autorisé pour le compostage ou la fermentation des déchets industriels organiques et biologiques en combinaison ou non avec des engrais animauxarticle 4.2.1.1 et 4.2.1.3
Tourteau de filtreindustrie alimentaire obtenu lors de la filtration de produits alimentaires sur des filtres anorganiques (terre à diatomées, perlite, argiles de filtration usées...)article 4.2.1.1
Protéine hydrolysée pour engraisproduction d'arômes obtenue par l'hydrolyse des protéinesarticle 4.2.1.1
Boue provenant du travail de la pierre naturelleobtenues par le sciage, l'aiguisage et le polissage de la pierre naturelle calcairearticle 4.2.1.1
Tourteau de filtre de la fermentationIndustrie de la fermentation obtenu lors de la fermentationarticle 4.2.1.1 certificat d'utilité obligatoire
Liqueur-mère de soudeproduction de méthionine substance liquide dans laquelle le potassium se présente sous forme de carbonate et de bicarbonate de potassiumarticle 4.2.1.1
Solution contenant du chlorure d'ammoniumproduction de glycine obtenue lors de la préparation de l'acide aminé glycinearticle 4.2.1.1
Laitiers - acier moulusindustrie de l'acier phosphates de silicium de calcium provenant du traitement de la fontearticle 4.2.1.1
Restes alimentaires anorganiques et riches en chaux séchés et mouluprovenant d'un établissement de traitement autorisé des coquilles d'oeuf, des crustacés...article 4.2.1.1 certificat d'utilité obligatoire
Lin, céréalesindustrie du lin, industrie céréalièrearticle 4.2.1.1
Engraisprovenant d'animaux qui ne sont pas considérés comme bétail suivant le décret sur les engrais, et ne provenant pas d'animaux de laboratoirearticle 4.2.1.1
Mélange de boues d'épuration, de déchets animaux et d'engrais animaux stérilisé et séchéétablissement agréé ou enregistré de traitement pour déchets animaux, y compris le sangarticle 4.2.1.1 et 4.2.1.2 certification d'utilisation obligatoire règlement sur les déchets animaux
Solution de sulfate d'ammoniumréaction avec de l'air contenant de l'ammoniaque dans un dispositif de lavage d'air acidearticle 4.2.1.1
Courant de purgeeau potable excédentaire provenant de la culture de plantes dans des milieux de culture, qui ne peut pas être réutilisée comme eau potablearticle 4.2.1.1
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 februari 2009 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer, het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning, het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming en het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2006 betreffende de ophaling en de verwerking van dierlijk afval.
Brussel, 13 februari 2009.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
H. CREVITS
Brussel, 13 februari 2009.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
H. CREVITS
Vu pour être joint à l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 février 2009 modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 décembre 2003 fixant le règlement flamand relatif à la prévention et à la gestion des déchets, l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 février 1991 fixant le règlement flamand relatif à l'autorisation écologique, l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 fixant les dispositions générales et sectorielles en matière d'hygiène de l'environnement, l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2007 fixant le règlement flamand relatif à l'assainissement du sol et à la protection du sol et l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 2006 relatif à la collecte et à la transformation des déchets animaux.
Bruxelles, le 13 février 2009.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
La Ministre flamande des Travaux publics, de l'Energie, de l'Environnement et de la Nature,
H. CREVITS
Bruxelles, le 13 février 2009.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
La Ministre flamande des Travaux publics, de l'Energie, de l'Environnement et de la Nature,
H. CREVITS
Art. N2. Bijlage 2.
Afdeling 2
Gebruik in of als bouwstof
Afdeling 2
Gebruik in of als bouwstof
Art. N2. Annexe 2.
Section 2
utilisation dans ou comme matériau de construction
Section 2
utilisation dans ou comme matériau de construction
| BENAMING AFVALSTOF | HERKOMST EN OMSCHRIJVING | VOORWAARDEN INZAKE SAMENSTELLING EN/OF GEBRUIK |
| Gebroken en/of gekalibreerde en/of uitgesorteerde of voorbehandelde slakken, assen of andere steenachtige afvalstoffen | afkomstig van de ferro-industrie, van de non-ferro-industrie, van de vervaardiging van niet-metaalhoudende minerale producten | onderafdeling II van afdeling II van hoofdstuk IV gebruikscertificaat verplicht |
| Gebroken en/of gekalibreerde en/of uitgesorteerde of voorbehandelde slakken of assen | afkomstig van de verbrandingsprocessen van afvalstoffen | onderafdeling II van afdeling II van hoofdstuk IV gebruikscertificaat verplicht materiaal, onderworpen aan een eenheidsreglement goedgekeurd bij ministerieel besluit (1) |
| Niet-verontreinigd puin | verkregen bij selectieve bouw- en sloopactiviteiten door particulieren zonder tussenkomst van een bedrijf of aannemer | onderafdeling II van afdeling II van hoofdstuk IV in toepassingen van minder dan 100 ton artikel 4.1.2 is niet van toepassing |
| Niet-verontreinigd betongranulaat | verkregen bij sloop- en breekactiviteiten van wegen | onderafdeling II van afdeling II van hoofdstuk IV materiaal, onderworpen aan een eenheidsreglement goedgekeurd bij ministerieel besluit (1) |
| Niet-verontreinigde gerecycleerde brokken | afkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafval | onderafdeling II van afdeling II van hoofdstuk IV alleen in waterbouwkundige werken voor schanskorven en bestortingen materiaal, onderworpen aan een eenheidsreglement goedgekeurd bij ministerieel besluit (1) |
| Niet-verontreinigd betongranulaat, metselwerkgranulaat, menggranulaat en niet-teerhoudend asfaltgranulaat | afkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafval | onderafdeling II van afdeling II van hoofdstuk IV materiaal, onderworpen aan een eenheidsreglement goedgekeurd bij ministerieel besluit (1) |
| Niet-verontreinigd brekerzand, brekerzeefzand en sorteerzeefzand | afkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafval | onderafdeling II van afdeling II van hoofdstuk IV materiaal, onderworpen aan een eenheidsreglement goedgekeurd bij ministerieel besluit (1) |
| Asfaltgranulaat | afkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafval | onderafdeling II van afdeling II van hoofdstuk IV gebruikscertificaat verplicht indien gele verkleuring bij gebruik van PAK-spray-test materiaal, onderworpen aan een eenheidsreglement goedgekeurd bij ministerieel besluit (1) |
| Niet-verontreinigd sorteerzeefgranulaat | afkomstig van een vergunde vaste recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafval | onderafdeling II van afdeling II van hoofdstuk IV materiaal, onderworpen aan een eenheidsreglement goedgekeurd bij ministerieel besluit (1) |
| Gewassen uitgesorteerd beton- of metselwerkgranulaat | afkomstig van installaties die vergund zijn voor het reinigen van verontreinigde bodemmaterialen | onderafdeling II van afdeling II van hoofdstuk IV gebruikscertificaat verplicht materiaal, onderworpen aan een eenheidsreglement goedgekeurd bij ministerieel besluit (1) |
| Vliegas en bodemas | afkomstig van verbrandingsprocessen | onderafdeling II van afdeling II van hoofdstuk IV gebruikscertificaat verplicht |
| Gegranuleerde niet-teerhoudende bouwmaterialen | afkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting verkregen bij het vermalen van bitumineuze dakmaterialen | onderafdeling II van afdeling II van hoofdstuk IV gebruikscertificaat verplicht |
| Ruimingsspecie | afkomstig van het ruimen van de bodem van oppervlaktewateren zoals gedefinieerd in het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne en voor zover het geen bevaarbare of terrestrische bodems betreft | onderafdeling II van afdeling II van hoofdstuk IV gebruikscertificaat verplicht |
| Baggerspecie | afkomstig van het onderhouden, verdiepen en/of verbreden van bevaarbare waterlopen die behoren tot het openbaar hydrografisch net en/of de aanleg van nieuwe waterinfrastructuur | onderafdeling II van afdeling II van hoofdstuk IV gebruikscertificaat verplicht |
| Behandelde grond- en bodemmaterialen | afkomstig van vergunde inrichtingen voor de reiniging van verontreinigde anorganische afvalstoffen | onderafdeling II van afdeling II van hoofdstuk IV gebruikscertificaat verplicht |
| Slib van natuursteenbewerking | verkregen bij het verzagen, slijpen of polijsten van natuursteen | onderafdeling II van afdeling II van hoofdstuk IV |
| DENOMINATION DES DECHETS | ORIGINE ET DESCRIPTION | CONDITIONS EN MATIERE DE COMPOSITION ET / OU D'UTILISATION |
| Laitiers cassés et / ou calibrés et / ou triés ou prétraités, cendres d'autres déchets pierreux | provenant de l'industrie des ferreux, de l'industrie des non-ferreux, de la fabrication de produits minéraux non métalliques | sous-section II de la section II du chapitre IV certificat d'utilité obligatoire |
| Laitiers ou cendres cassés et / ou calibrés et / ou triés ou prétraités | provenant des processus de combustion des déchets | sous-section II de la section II du chapitre IV certificat d'utilité obligatoire matériel soumis à un règlement unitaire agréé par arrêté ministériel (1) |
| Gravats non pollués | obtenus lors de démolitions et de constructions sélectives par des particuliers sans l'intervention d'une entreprise ou d'un entrepreneur | sous-section II de la section II du chapitre IV dans des applications de moins de 100 tonnes l'article 4.1.2 ne s'applique pas |
| Granulats de béton non pollués | obtenus lors d'activités de démolition et de broyage des routes | sous-section II de la section II du chapitre IV matériel soumis à un règlement unitaire agréé par arrêté ministériel (1) |
| Gravats non pollués recyclés | provenant d'un établissement de récupération autorisé des déchets de construction et de démolition | sous-section II de la section II du chapitre IV seulement dans des travaux hydrauliques pour les gabions et les enrochements matériel soumis à un règlement unitaire agréé par arrêté ministériel (1) |
| Granulats de béton non pollués, granulats de maçonnerie, granulats de gravats et granulats d'asphalte non goudronneux | provenant d'un établissement de récupération autorisé des déchets de construction et de démolition | sous-section II de la section II du chapitre IV matériel soumis à un règlement unitaire agréé par arrêté ministériel (1) |
| Sable de concassage, sable tamisé et sable de crible non pollué | provenant d'un établissement de récupération autorisé des déchets de construction et de démolition | sous-section II de la section II du chapitre IV matériel soumis à un règlement unitaire agréé par arrêté ministériel (1) |
| Granulats d'asphalte | provenant d'un établissement de récupération autorisé des déchets de construction et de démolition | sous-section II de la section II du chapitre IV certificat d'utilité obligatoire s'il y a une coloration jaune au niveau de l'utilisation d'un test avec un spray CFC matériel soumis à un règlement unitaire agréé par arrêté ministériel (1) |
| Granulats de crible non pollués | provenant d'un établissement de récupération autorisé des déchets de construction et de démolition | sous-section II de la section II du chapitre IV matériel soumis à un règlement unitaire agréé par arrêté ministériel (1) |
| Déchets de brique et / ou de béton lavés triés | provenant d'installations agréées pour le nettoyage des matériaux pollués | sous-section II de la section II du chapitre IV certificat d'utilité obligatoire matériel soumis à un règlement unitaire agréé par arrêté ministériel (1) |
| Cendres volantes et cendres de sol | provenant de processus de combustion | sous-section II de la section II du chapitre IV certificat d'utilité obligatoire |
| Matériaux de construction non goudronneux granulés | provenant d'un établissement de récupération autorisé provenant de la trituration des matériaux de toiture bitumineux | sous-section II de la section II du chapitre IV certificat d'utilité obligatoire |
| Terre de vidange | provenant de la vidange du sol des eaux de surface comme cela est déterminé dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 relatif aux dispositions générales et sectorielles concernant l'hygiène de l'environnement et pour autant que cela ne concerne pas les sols navigables ou terrestres | sous-section II de la section II du chapitre IV certificat d'utilité obligatoire |
| Terre de dragage | provenant de l'entretien, de l'excavation et / ou de l'élargissement de cours d'eau navigables ou non faisant partie du réseau hydrographique public et / ou de la pose de nouvelles infrastructures aquatiques | sous-section II de la section II du chapitre IV certificat d'utilité obligatoire |
| Sols et équipements de sols traités | provenant d'établissements autorisés pour le nettoyage de déchets anorganiques pollués | sous-section II de la section II du chapitre IV certificat d'utilité obligatoire |
| Boue provenant du travail de la pierre naturelle | obtenues par le sciage, l'aiguisage ou le polissage de la pierre naturelle | sous-section II de la section II du chapitre IV |
BENAMING AFVALSTOFHERKOMST EN OMSCHRIJVINGVOORWAARDEN INZAKE SAMENSTELLING EN/OF GEBRUIK
Gebroken en/of gekalibreerde en/of uitgesorteerde of voorbehandelde slakken, assen of andere steenachtige afvalstoffenafkomstig van de ferro-industrie, van de non-ferro-industrie, van de vervaardiging van niet-metaalhoudende minerale productenonderafdeling II van afdeling II van hoofdstuk IV gebruikscertificaat verplicht
Gebroken en/of gekalibreerde en/of uitgesorteerde of voorbehandelde slakken of assenafkomstig van de verbrandingsprocessen van afvalstoffenonderafdeling II van afdeling II van hoofdstuk IV gebruikscertificaat verplicht materiaal, onderworpen aan een eenheidsreglement goedgekeurd bij ministerieel besluit (1)
Niet-verontreinigd puinverkregen bij selectieve bouw- en sloopactiviteiten door particulieren zonder tussenkomst van een bedrijf of aannemeronderafdeling II van afdeling II van hoofdstuk IV in toepassingen van minder dan 100 ton artikel 4.1.2 is niet van toepassing
Niet-verontreinigd betongranulaatverkregen bij sloop- en breekactiviteiten van wegenonderafdeling II van afdeling II van hoofdstuk IV materiaal, onderworpen aan een eenheidsreglement goedgekeurd bij ministerieel besluit (1)
Niet-verontreinigde gerecycleerde brokken afkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafval onderafdeling II van afdeling II van hoofdstuk IV alleen in waterbouwkundige werken voor schanskorven en bestortingen materiaal, onderworpen aan een eenheidsreglement goedgekeurd bij ministerieel besluit (1)
Niet-verontreinigd betongranulaat, metselwerkgranulaat, menggranulaat en niet-teerhoudend asfaltgranulaatafkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafvalonderafdeling II van afdeling II van hoofdstuk IV materiaal, onderworpen aan een eenheidsreglement goedgekeurd bij ministerieel besluit (1)
Niet-verontreinigd brekerzand, brekerzeefzand en sorteerzeefzandafkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafval onderafdeling II van afdeling II van hoofdstuk IV materiaal, onderworpen aan een eenheidsreglement goedgekeurd bij ministerieel besluit (1)
Asfaltgranulaat afkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafvalonderafdeling II van afdeling II van hoofdstuk IV gebruikscertificaat verplicht indien gele verkleuring bij gebruik van PAK-spray-test materiaal, onderworpen aan een eenheidsreglement goedgekeurd bij ministerieel besluit (1)
Niet-verontreinigd sorteerzeefgranulaatafkomstig van een vergunde vaste recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafvalonderafdeling II van afdeling II van hoofdstuk IV materiaal, onderworpen aan een eenheidsreglement goedgekeurd bij ministerieel besluit (1)
Gewassen uitgesorteerd beton- of metselwerkgranulaatafkomstig van installaties die vergund zijn voor het reinigen van verontreinigde bodemmaterialenonderafdeling II van afdeling II van hoofdstuk IV gebruikscertificaat verplicht materiaal, onderworpen aan een eenheidsreglement goedgekeurd bij ministerieel besluit (1)
Vliegas en bodemasafkomstig van verbrandingsprocessenonderafdeling II van afdeling II van hoofdstuk IV gebruikscertificaat verplicht
Gegranuleerde niet-teerhoudende bouwmaterialenafkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting verkregen bij het vermalen van bitumineuze dakmaterialen onderafdeling II van afdeling II van hoofdstuk IV gebruikscertificaat verplicht
Ruimingsspecieafkomstig van het ruimen van de bodem van oppervlaktewateren zoals gedefinieerd in het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne en voor zover het geen bevaarbare of terrestrische bodems betreftonderafdeling II van afdeling II van hoofdstuk IV gebruikscertificaat verplicht
Baggerspecie afkomstig van het onderhouden, verdiepen en/of verbreden van bevaarbare waterlopen die behoren tot het openbaar hydrografisch net en/of de aanleg van nieuwe waterinfrastructuuronderafdeling II van afdeling II van hoofdstuk IV gebruikscertificaat verplicht
Behandelde grond- en bodemmaterialen afkomstig van vergunde inrichtingen voor de reiniging van verontreinigde anorganische afvalstoffenonderafdeling II van afdeling II van hoofdstuk IV gebruikscertificaat verplicht
Slib van natuursteenbewerkingverkregen bij het verzagen, slijpen of polijsten van natuursteenonderafdeling II van afdeling II van hoofdstuk IV
Gebroken en/of gekalibreerde en/of uitgesorteerde of voorbehandelde slakken, assen of andere steenachtige afvalstoffenafkomstig van de ferro-industrie, van de non-ferro-industrie, van de vervaardiging van niet-metaalhoudende minerale productenonderafdeling II van afdeling II van hoofdstuk IV gebruikscertificaat verplicht
Gebroken en/of gekalibreerde en/of uitgesorteerde of voorbehandelde slakken of assenafkomstig van de verbrandingsprocessen van afvalstoffenonderafdeling II van afdeling II van hoofdstuk IV gebruikscertificaat verplicht materiaal, onderworpen aan een eenheidsreglement goedgekeurd bij ministerieel besluit (1)
Niet-verontreinigd puinverkregen bij selectieve bouw- en sloopactiviteiten door particulieren zonder tussenkomst van een bedrijf of aannemeronderafdeling II van afdeling II van hoofdstuk IV in toepassingen van minder dan 100 ton artikel 4.1.2 is niet van toepassing
Niet-verontreinigd betongranulaatverkregen bij sloop- en breekactiviteiten van wegenonderafdeling II van afdeling II van hoofdstuk IV materiaal, onderworpen aan een eenheidsreglement goedgekeurd bij ministerieel besluit (1)
Niet-verontreinigde gerecycleerde brokken afkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafval onderafdeling II van afdeling II van hoofdstuk IV alleen in waterbouwkundige werken voor schanskorven en bestortingen materiaal, onderworpen aan een eenheidsreglement goedgekeurd bij ministerieel besluit (1)
Niet-verontreinigd betongranulaat, metselwerkgranulaat, menggranulaat en niet-teerhoudend asfaltgranulaatafkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafvalonderafdeling II van afdeling II van hoofdstuk IV materiaal, onderworpen aan een eenheidsreglement goedgekeurd bij ministerieel besluit (1)
Niet-verontreinigd brekerzand, brekerzeefzand en sorteerzeefzandafkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafval onderafdeling II van afdeling II van hoofdstuk IV materiaal, onderworpen aan een eenheidsreglement goedgekeurd bij ministerieel besluit (1)
Asfaltgranulaat afkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafvalonderafdeling II van afdeling II van hoofdstuk IV gebruikscertificaat verplicht indien gele verkleuring bij gebruik van PAK-spray-test materiaal, onderworpen aan een eenheidsreglement goedgekeurd bij ministerieel besluit (1)
Niet-verontreinigd sorteerzeefgranulaatafkomstig van een vergunde vaste recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafvalonderafdeling II van afdeling II van hoofdstuk IV materiaal, onderworpen aan een eenheidsreglement goedgekeurd bij ministerieel besluit (1)
Gewassen uitgesorteerd beton- of metselwerkgranulaatafkomstig van installaties die vergund zijn voor het reinigen van verontreinigde bodemmaterialenonderafdeling II van afdeling II van hoofdstuk IV gebruikscertificaat verplicht materiaal, onderworpen aan een eenheidsreglement goedgekeurd bij ministerieel besluit (1)
Vliegas en bodemasafkomstig van verbrandingsprocessenonderafdeling II van afdeling II van hoofdstuk IV gebruikscertificaat verplicht
Gegranuleerde niet-teerhoudende bouwmaterialenafkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting verkregen bij het vermalen van bitumineuze dakmaterialen onderafdeling II van afdeling II van hoofdstuk IV gebruikscertificaat verplicht
Ruimingsspecieafkomstig van het ruimen van de bodem van oppervlaktewateren zoals gedefinieerd in het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne en voor zover het geen bevaarbare of terrestrische bodems betreftonderafdeling II van afdeling II van hoofdstuk IV gebruikscertificaat verplicht
Baggerspecie afkomstig van het onderhouden, verdiepen en/of verbreden van bevaarbare waterlopen die behoren tot het openbaar hydrografisch net en/of de aanleg van nieuwe waterinfrastructuuronderafdeling II van afdeling II van hoofdstuk IV gebruikscertificaat verplicht
Behandelde grond- en bodemmaterialen afkomstig van vergunde inrichtingen voor de reiniging van verontreinigde anorganische afvalstoffenonderafdeling II van afdeling II van hoofdstuk IV gebruikscertificaat verplicht
Slib van natuursteenbewerkingverkregen bij het verzagen, slijpen of polijsten van natuursteenonderafdeling II van afdeling II van hoofdstuk IV
DENOMINATION DES DECHETSORIGINE ET DESCRIPTIONCONDITIONS EN MATIERE DE COMPOSITION ET / OU D'UTILISATION
Laitiers cassés et / ou calibrés et / ou triés ou prétraités, cendres d'autres déchets pierreuxprovenant de l'industrie des ferreux, de l'industrie des non-ferreux, de la fabrication de produits minéraux non métalliquessous-section II de la section II du chapitre IV certificat d'utilité obligatoire
Laitiers ou cendres cassés et / ou calibrés et / ou triés ou prétraitésprovenant des processus de combustion des déchetssous-section II de la section II du chapitre IV certificat d'utilité obligatoire matériel soumis à un règlement unitaire agréé par arrêté ministériel (1)
Gravats non polluésobtenus lors de démolitions et de constructions sélectives par des particuliers sans l'intervention d'une entreprise ou d'un entrepreneursous-section II de la section II du chapitre IV dans des applications de moins de 100 tonnes l'article 4.1.2 ne s'applique pas
Granulats de béton non polluésobtenus lors d'activités de démolition et de broyage des routessous-section II de la section II du chapitre IV matériel soumis à un règlement unitaire agréé par arrêté ministériel (1)
Gravats non pollués recyclés provenant d'un établissement de récupération autorisé des déchets de construction et de démolition sous-section II de la section II du chapitre IV seulement dans des travaux hydrauliques pour les gabions et les enrochements matériel soumis à un règlement unitaire agréé par arrêté ministériel (1)
Granulats de béton non pollués, granulats de maçonnerie, granulats de gravats et granulats d'asphalte non goudronneuxprovenant d'un établissement de récupération autorisé des déchets de construction et de démolitionsous-section II de la section II du chapitre IV matériel soumis à un règlement unitaire agréé par arrêté ministériel (1)
Sable de concassage, sable tamisé et sable de crible non polluéprovenant d'un établissement de récupération autorisé des déchets de construction et de démolition sous-section II de la section II du chapitre IV matériel soumis à un règlement unitaire agréé par arrêté ministériel (1)
Granulats d'asphalte provenant d'un établissement de récupération autorisé des déchets de construction et de démolitionsous-section II de la section II du chapitre IV certificat d'utilité obligatoire s'il y a une coloration jaune au niveau de l'utilisation d'un test avec un spray CFC matériel soumis à un règlement unitaire agréé par arrêté ministériel (1)
Granulats de crible non polluésprovenant d'un établissement de récupération autorisé des déchets de construction et de démolitionsous-section II de la section II du chapitre IV matériel soumis à un règlement unitaire agréé par arrêté ministériel (1)
Déchets de brique et / ou de béton lavés triésprovenant d'installations agréées pour le nettoyage des matériaux polluéssous-section II de la section II du chapitre IV certificat d'utilité obligatoire matériel soumis à un règlement unitaire agréé par arrêté ministériel (1)
Cendres volantes et cendres de solprovenant de processus de combustionsous-section II de la section II du chapitre IV certificat d'utilité obligatoire
Matériaux de construction non goudronneux granulésprovenant d'un établissement de récupération autorisé provenant de la trituration des matériaux de toiture bitumineux sous-section II de la section II du chapitre IV certificat d'utilité obligatoire
Terre de vidangeprovenant de la vidange du sol des eaux de surface comme cela est déterminé dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 relatif aux dispositions générales et sectorielles concernant l'hygiène de l'environnement et pour autant que cela ne concerne pas les sols navigables ou terrestressous-section II de la section II du chapitre IV certificat d'utilité obligatoire
Terre de dragage provenant de l'entretien, de l'excavation et / ou de l'élargissement de cours d'eau navigables ou non faisant partie du réseau hydrographique public et / ou de la pose de nouvelles infrastructures aquatiquessous-section II de la section II du chapitre IV
certificat d'utilité obligatoire
Sols et équipements de sols traités provenant d'établissements autorisés pour le nettoyage de déchets anorganiques polluéssous-section II de la section II du chapitre IV
certificat d'utilité obligatoire
Boue provenant du travail de la pierre naturelleobtenues par le sciage, l'aiguisage ou le polissage de la pierre naturellesous-section II de la section II du chapitre IV
Laitiers cassés et / ou calibrés et / ou triés ou prétraités, cendres d'autres déchets pierreuxprovenant de l'industrie des ferreux, de l'industrie des non-ferreux, de la fabrication de produits minéraux non métalliquessous-section II de la section II du chapitre IV certificat d'utilité obligatoire
Laitiers ou cendres cassés et / ou calibrés et / ou triés ou prétraitésprovenant des processus de combustion des déchetssous-section II de la section II du chapitre IV certificat d'utilité obligatoire matériel soumis à un règlement unitaire agréé par arrêté ministériel (1)
Gravats non polluésobtenus lors de démolitions et de constructions sélectives par des particuliers sans l'intervention d'une entreprise ou d'un entrepreneursous-section II de la section II du chapitre IV dans des applications de moins de 100 tonnes l'article 4.1.2 ne s'applique pas
Granulats de béton non polluésobtenus lors d'activités de démolition et de broyage des routessous-section II de la section II du chapitre IV matériel soumis à un règlement unitaire agréé par arrêté ministériel (1)
Gravats non pollués recyclés provenant d'un établissement de récupération autorisé des déchets de construction et de démolition sous-section II de la section II du chapitre IV seulement dans des travaux hydrauliques pour les gabions et les enrochements matériel soumis à un règlement unitaire agréé par arrêté ministériel (1)
Granulats de béton non pollués, granulats de maçonnerie, granulats de gravats et granulats d'asphalte non goudronneuxprovenant d'un établissement de récupération autorisé des déchets de construction et de démolitionsous-section II de la section II du chapitre IV matériel soumis à un règlement unitaire agréé par arrêté ministériel (1)
Sable de concassage, sable tamisé et sable de crible non polluéprovenant d'un établissement de récupération autorisé des déchets de construction et de démolition sous-section II de la section II du chapitre IV matériel soumis à un règlement unitaire agréé par arrêté ministériel (1)
Granulats d'asphalte provenant d'un établissement de récupération autorisé des déchets de construction et de démolitionsous-section II de la section II du chapitre IV certificat d'utilité obligatoire s'il y a une coloration jaune au niveau de l'utilisation d'un test avec un spray CFC matériel soumis à un règlement unitaire agréé par arrêté ministériel (1)
Granulats de crible non polluésprovenant d'un établissement de récupération autorisé des déchets de construction et de démolitionsous-section II de la section II du chapitre IV matériel soumis à un règlement unitaire agréé par arrêté ministériel (1)
Déchets de brique et / ou de béton lavés triésprovenant d'installations agréées pour le nettoyage des matériaux polluéssous-section II de la section II du chapitre IV certificat d'utilité obligatoire matériel soumis à un règlement unitaire agréé par arrêté ministériel (1)
Cendres volantes et cendres de solprovenant de processus de combustionsous-section II de la section II du chapitre IV certificat d'utilité obligatoire
Matériaux de construction non goudronneux granulésprovenant d'un établissement de récupération autorisé provenant de la trituration des matériaux de toiture bitumineux sous-section II de la section II du chapitre IV certificat d'utilité obligatoire
Terre de vidangeprovenant de la vidange du sol des eaux de surface comme cela est déterminé dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 relatif aux dispositions générales et sectorielles concernant l'hygiène de l'environnement et pour autant que cela ne concerne pas les sols navigables ou terrestressous-section II de la section II du chapitre IV certificat d'utilité obligatoire
Terre de dragage provenant de l'entretien, de l'excavation et / ou de l'élargissement de cours d'eau navigables ou non faisant partie du réseau hydrographique public et / ou de la pose de nouvelles infrastructures aquatiquessous-section II de la section II du chapitre IV
certificat d'utilité obligatoire
Sols et équipements de sols traités provenant d'établissements autorisés pour le nettoyage de déchets anorganiques polluéssous-section II de la section II du chapitre IV
certificat d'utilité obligatoire
Boue provenant du travail de la pierre naturelleobtenues par le sciage, l'aiguisage ou le polissage de la pierre naturellesous-section II de la section II du chapitre IV
(1) zolang het eenheidsreglement bij ministerieel besluit niet is goedgekeurd, worden de materialen onderworpen aan een Copro-keuring (*) of gelijkwaardige kwaliteitscontrole (**)
(*) een onafhankelijke instelling voor de controle van producten van wegwerkzaamheden.
(**) Certificatie en controle, uitgevoerd door een instelling die voor het betreffende materiaal over de nodige accreditatie beschikt. Minstens dezelfde controleprocedures en dezelfde waarborgen moeten aanwezig zijn als bij een Copro-keuring. De controleprocedure slaat op de interne kwaliteitscontrole (acceptatiebeleid, registratie van alle aan- en afvoer, controle van de kwaliteit) en de externe controle daarop door een onafhankelijke instelling. Met dezelfde waarborgen wordt bedoeld dat de exploitant van de recuperatie-inrichting de nodige vergunningen moet bezitten, waardoor verzekerd wordt dat voldaan is aan alle nodige milieuhygiënische en bouwtechnische kwaliteitsvoorschriften.
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 februari 2009 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer, het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning, het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming en het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2006 betreffende de ophaling en de verwerking van dierlijk afval.
Brussel, 13 februari 2009.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
H. CREVITS
(*) een onafhankelijke instelling voor de controle van producten van wegwerkzaamheden.
(**) Certificatie en controle, uitgevoerd door een instelling die voor het betreffende materiaal over de nodige accreditatie beschikt. Minstens dezelfde controleprocedures en dezelfde waarborgen moeten aanwezig zijn als bij een Copro-keuring. De controleprocedure slaat op de interne kwaliteitscontrole (acceptatiebeleid, registratie van alle aan- en afvoer, controle van de kwaliteit) en de externe controle daarop door een onafhankelijke instelling. Met dezelfde waarborgen wordt bedoeld dat de exploitant van de recuperatie-inrichting de nodige vergunningen moet bezitten, waardoor verzekerd wordt dat voldaan is aan alle nodige milieuhygiënische en bouwtechnische kwaliteitsvoorschriften.
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 februari 2009 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer, het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning, het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming en het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2006 betreffende de ophaling en de verwerking van dierlijk afval.
Brussel, 13 februari 2009.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
H. CREVITS
Aussi longtemps que le règlement unitaire n'est pas approuvé dans le cadre d'un arrêté ministériel, les équipements sont soumis à un agrément Copro (*) ou à un contrôle de qualité similaire (**)
(*) un organisme indépendant pour le contrôle des produits pour route.
(**) Certification et contrôle, réalisés par un établissement qui dispose de l'accréditation nécessaire pour le matériel concerné. Il doit au moins y avoir les mêmes procédures de contrôle et les mêmes garanties que dans le cas de l'agrément Copro. La procédure de contrôle repose sur le contrôle de la qualité interne (politique d'acceptation, enregistrement de toutes les amenées et évacuations, contrôle de la qualité) et le contrôle externe de ceci par un établissement agréé et indépendant. Nous voulons dire avec les mêmes garanties que l'exploitant de l'établissement de récupération doit disposer des autorisations nécessaires qui permettent d'assurer que toutes les prescriptions de qualité nécessaires en matière d'hygiène de l'environnement et de techniques de construction sont respectées.
Vu pour être joint à l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 février 2009 modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 décembre 2003 fixant le règlement flamand relatif à la prévention et à la gestion des déchets, l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 février 1991 fixant le règlement flamand relatif à l'autorisation écologique, l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 fixant les dispositions générales et sectorielles en matière d'hygiène de l'environnement, l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2007 fixant le règlement flamand relatif à l'assainissement du sol et à la protection du sol et l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 2006 relatif à la collecte et à la transformation des déchets animaux.
Bruxelles, le 13 février 2009.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
La Ministre flamande des Travaux publics, de l'Energie, de l'Environnement et de la Nature,
H. CREVITS
(*) un organisme indépendant pour le contrôle des produits pour route.
(**) Certification et contrôle, réalisés par un établissement qui dispose de l'accréditation nécessaire pour le matériel concerné. Il doit au moins y avoir les mêmes procédures de contrôle et les mêmes garanties que dans le cas de l'agrément Copro. La procédure de contrôle repose sur le contrôle de la qualité interne (politique d'acceptation, enregistrement de toutes les amenées et évacuations, contrôle de la qualité) et le contrôle externe de ceci par un établissement agréé et indépendant. Nous voulons dire avec les mêmes garanties que l'exploitant de l'établissement de récupération doit disposer des autorisations nécessaires qui permettent d'assurer que toutes les prescriptions de qualité nécessaires en matière d'hygiène de l'environnement et de techniques de construction sont respectées.
Vu pour être joint à l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 février 2009 modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 décembre 2003 fixant le règlement flamand relatif à la prévention et à la gestion des déchets, l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 février 1991 fixant le règlement flamand relatif à l'autorisation écologique, l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 fixant les dispositions générales et sectorielles en matière d'hygiène de l'environnement, l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2007 fixant le règlement flamand relatif à l'assainissement du sol et à la protection du sol et l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 2006 relatif à la collecte et à la transformation des déchets animaux.
Bruxelles, le 13 février 2009.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
La Ministre flamande des Travaux publics, de l'Energie, de l'Environnement et de la Nature,
H. CREVITS
Art. N3. Bijlage 3.
Afdeling 3
Gebruik als bodem
Afdeling 3
Gebruik als bodem
Art. N3. Annexe 3.
Section 3
utilisation comme sol
Section 3
utilisation comme sol
| BENAMING AFVALSTOF | HERKOMST EN OMSCHRIJVING | VOORWAARDEN INZAKE SAMENSTELLING EN/OF GEBRUIK |
| Grondbrij | afkomstig van het triëren en wassen van nijverheidsgewassen uit de volle grond | artikel 4.2.3.1 |
| Ruimingsspecie | afkomstig van het ruimen van de bodem van oppervlaktewateren zoals gedefinieerd in het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne en voor zover het geen bevaarbare of terrestrische bodems betreft | artikel 4.2.3.1 en 4.2.3.2 gebruikscertificaat verplicht, uitgezonderd voor het uitspreiden op de oevers volgens de bepalingen van artikel 4.2.3.2 |
| Baggerspecie | afkomstig van het onderhouden, verdiepen en/of verbreden van bevaarbare waterlopen die behoren tot het openbaar hydrografisch net en/of aanleg van nieuwe waterinfrastructuur | artikel 4.2.3.1 en 4.2.3.2 gebruikscertificaat verplicht artikel 4.2.3.1 |
| Niet-verontreinigd brekerzeefzand en sorteerzeefzand | afkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafval | artikel 4.2.3.1 gebruikscertificaat verplicht |
| Behandelde grond- en bodemmaterialen | afkomstig van vergunde inrichtingen voor de reiniging van verontreinigde afvalstoffen | artikel 4.2.3.1 gebruikscertificaat verplicht |
| Afvalstoffen die bestaan uit niet-verontreinigd bentonietslib of mengsels van bentonietslib met niet-verontreinigde bodemmaterialen | afkomstig van bentoniettoepassingen bij grond- en putboringen en dergelijke, of afkomstig van een vergunde inrichting voor het verwerken van de genoemde afvalstoffen, afkomstig van grond- en putboringen | artikel 4.2.3.1 |
| DENOMINATION DES DECHETS | ORIGINE ET DESCRIPTION | CONDITIONS EN MATIERE DE COMPOSITION ET/OU D'UTILISATION |
| Sol pâteux | provenant du tri et du nettoyage à l'eau de nettoyages industriels de sol | article 4.2.3.1 |
| Terre de vidange | provenant de la vidange du sol des eaux de surface comme cela est déterminé dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 relatif aux dispositions générales et sectorielles concernant l'hygiène de l'environnement et pour autant que cela ne concerne pas les sols navigables ou terrestres | article 4.2.3.1 et 4.2.3.3 certificat d'utilité obligatoire, sauf pour la répartition sur les rives selon les dispositions de l'article 4.2.3.2 |
| Terre de dragage | provenant de l'entretien, de l'excavation et / ou de l'élargissement de cours d'eau navigables ou non faisant partie du réseau hydrographique public et / ou de la pose de nouvelles infrastructures aquatiques | article 4.2.3.1 et 4.2.3.3 certificat d'utilité obligatoire article 4.2.3.1 |
| Sable de concassage et sable de crible non pollués | provenant d'un établissement de récupération autorisé des déchets de construction et de démolition | article 4.2.3.1 certificat d'utilité obligatoire |
| Sols et équipements de sols traités | provenant d'établissements autorisés pour le nettoyage de déchets pollués | article 4.2.3.1 certificat d'utilité obligatoire |
| Déchets composés de boues de bentonite non polluées ou de mélanges de boues de bentonite avec des matériaux de sol non pollués | provenant d'applications de bentonite lors des excavations du sol et des puits et autres choses de ce genre, ou provenant d'un établissement autorisé pour le traitement des déchets mentionnés issus des excavations | article 4.2.3.1 |
BENAMING AFVALSTOFHERKOMST EN OMSCHRIJVINGVOORWAARDEN INZAKE SAMENSTELLING EN/OF GEBRUIK
Grondbrijafkomstig van het triëren en wassen van nijverheidsgewassen uit de volle grondartikel 4.2.3.1
Ruimingsspecieafkomstig van het ruimen van de bodem van oppervlaktewateren zoals gedefinieerd in het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne en voor zover het geen bevaarbare of terrestrische bodems betreftartikel 4.2.3.1 en 4.2.3.2
gebruikscertificaat verplicht, uitgezonderd voor het uitspreiden op de oevers volgens de bepalingen van artikel 4.2.3.2
Baggerspecie afkomstig van het onderhouden, verdiepen en/of verbreden van bevaarbare waterlopen die behoren tot het openbaar hydrografisch net en/of aanleg van nieuwe waterinfrastructuurartikel 4.2.3.1 en 4.2.3.2
gebruikscertificaat verplicht artikel 4.2.3.1
Niet-verontreinigd brekerzeefzand en sorteerzeefzandafkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafvalartikel 4.2.3.1
gebruikscertificaat verplicht
Behandelde grond- en bodemmaterialenafkomstig van vergunde inrichtingen voor de reiniging van verontreinigde afvalstoffenartikel 4.2.3.1
gebruikscertificaat verplicht
Afvalstoffen die bestaan uit niet-verontreinigd bentonietslib of mengsels van bentonietslib met niet-verontreinigde bodemmaterialenafkomstig van bentoniettoepassingen bij grond- en putboringen en dergelijke, of afkomstig van een vergunde inrichting voor het verwerken van de genoemde afvalstoffen, afkomstig van grond- en putboringenartikel 4.2.3.1
Grondbrijafkomstig van het triëren en wassen van nijverheidsgewassen uit de volle grondartikel 4.2.3.1
Ruimingsspecieafkomstig van het ruimen van de bodem van oppervlaktewateren zoals gedefinieerd in het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne en voor zover het geen bevaarbare of terrestrische bodems betreftartikel 4.2.3.1 en 4.2.3.2
gebruikscertificaat verplicht, uitgezonderd voor het uitspreiden op de oevers volgens de bepalingen van artikel 4.2.3.2
Baggerspecie afkomstig van het onderhouden, verdiepen en/of verbreden van bevaarbare waterlopen die behoren tot het openbaar hydrografisch net en/of aanleg van nieuwe waterinfrastructuurartikel 4.2.3.1 en 4.2.3.2
gebruikscertificaat verplicht artikel 4.2.3.1
Niet-verontreinigd brekerzeefzand en sorteerzeefzandafkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafvalartikel 4.2.3.1
gebruikscertificaat verplicht
Behandelde grond- en bodemmaterialenafkomstig van vergunde inrichtingen voor de reiniging van verontreinigde afvalstoffenartikel 4.2.3.1
gebruikscertificaat verplicht
Afvalstoffen die bestaan uit niet-verontreinigd bentonietslib of mengsels van bentonietslib met niet-verontreinigde bodemmaterialenafkomstig van bentoniettoepassingen bij grond- en putboringen en dergelijke, of afkomstig van een vergunde inrichting voor het verwerken van de genoemde afvalstoffen, afkomstig van grond- en putboringenartikel 4.2.3.1
DENOMINATION DES DECHETSORIGINE ET DESCRIPTIONCONDITIONS EN MATIERE DE COMPOSITION ET/OU D'UTILISATION
Sol pâteuxprovenant du tri et du nettoyage à l'eau de nettoyages industriels de solarticle 4.2.3.1
Terre de vidangeprovenant de la vidange du sol des eaux de surface comme cela est déterminé dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 relatif aux dispositions générales et sectorielles concernant l'hygiène de l'environnement et pour autant que cela ne concerne pas les sols navigables ou terrestresarticle 4.2.3.1 et 4.2.3.3
certificat d'utilité obligatoire, sauf pour la répartition sur les rives selon les dispositions de l'article 4.2.3.2
Terre de dragage provenant de l'entretien, de l'excavation et / ou de l'élargissement de cours d'eau navigables ou non faisant partie du réseau hydrographique public et / ou de la pose de nouvelles infrastructures aquatiquesarticle 4.2.3.1 et 4.2.3.3
certificat d'utilité obligatoire
article 4.2.3.1
Sable de concassage et sable de crible non polluésprovenant d'un établissement de récupération autorisé des déchets de construction et de démolitionarticle 4.2.3.1
certificat d'utilité obligatoire
Sols et équipements de sols traitésprovenant d'établissements autorisés pour le nettoyage de déchets polluésarticle 4.2.3.1 certificat d'utilité obligatoire
Déchets composés de boues de bentonite non polluées ou de mélanges de boues de bentonite avec des matériaux de sol non polluésprovenant d'applications de bentonite lors des excavations du sol et des puits et autres choses de ce genre, ou provenant d'un établissement autorisé pour le traitement des déchets mentionnés issus des excavationsarticle 4.2.3.1
Sol pâteuxprovenant du tri et du nettoyage à l'eau de nettoyages industriels de solarticle 4.2.3.1
Terre de vidangeprovenant de la vidange du sol des eaux de surface comme cela est déterminé dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 relatif aux dispositions générales et sectorielles concernant l'hygiène de l'environnement et pour autant que cela ne concerne pas les sols navigables ou terrestresarticle 4.2.3.1 et 4.2.3.3
certificat d'utilité obligatoire, sauf pour la répartition sur les rives selon les dispositions de l'article 4.2.3.2
Terre de dragage provenant de l'entretien, de l'excavation et / ou de l'élargissement de cours d'eau navigables ou non faisant partie du réseau hydrographique public et / ou de la pose de nouvelles infrastructures aquatiquesarticle 4.2.3.1 et 4.2.3.3
certificat d'utilité obligatoire
article 4.2.3.1
Sable de concassage et sable de crible non polluésprovenant d'un établissement de récupération autorisé des déchets de construction et de démolitionarticle 4.2.3.1
certificat d'utilité obligatoire
Sols et équipements de sols traitésprovenant d'établissements autorisés pour le nettoyage de déchets polluésarticle 4.2.3.1 certificat d'utilité obligatoire
Déchets composés de boues de bentonite non polluées ou de mélanges de boues de bentonite avec des matériaux de sol non polluésprovenant d'applications de bentonite lors des excavations du sol et des puits et autres choses de ce genre, ou provenant d'un établissement autorisé pour le traitement des déchets mentionnés issus des excavationsarticle 4.2.3.1
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 februari 2009 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer, het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning, het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming en het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2006 betreffende de ophaling en de verwerking van dierlijk afval.
Brussel, 13 februari 2009.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
H. CREVITS
Brussel, 13 februari 2009.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
H. CREVITS
Vu pour être joint à l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 février 2009 modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 décembre 2003 fixant le règlement flamand relatif à la prévention et à la gestion des déchets, l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 février 1991 fixant le règlement flamand relatif à l'autorisation écologique, l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 fixant les dispositions générales et sectorielles en matière d'hygiène de l'environnement, l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2007 fixant le règlement flamand relatif à l'assainissement du sol et à la protection du sol et l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 2006 relatif à la collecte et à la transformation des déchets animaux.
Bruxelles, le 13 février 2009.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
La Ministre flamande des Travaux publics, de l'Energie, de l'Environnement et de la Nature,
H. CREVITS
Bruxelles, le 13 février 2009.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
La Ministre flamande des Travaux publics, de l'Energie, de l'Environnement et de la Nature,
H. CREVITS
Art. N4. Bijlage 4.
Afdeling 6
Gebruik in kunstmatige afdichtingslaag met waterglas
Afdeling 6
Gebruik in kunstmatige afdichtingslaag met waterglas
Art. N4. Annexe 4.
Section 6
utilisation comme couche d'étanchéité artificielle avec du verre soluble
Section 6
utilisation comme couche d'étanchéité artificielle avec du verre soluble
| BENAMING AFVALSTOF | HERKOMST EN OMSCHRIJVING | VOORWAARDEN INZAKE SAMENSTELLING EN/OF GEBRUIK |
| Voor de slibfractie | ||
| Waterzuiveringsslib | afkomstig van de behandeling van stedelijk afvalwater en van waterbereiding | onderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV |
| Waterzuiveringsslib | afkomstig van de biologische zuivering van industrieel afvalwater | onderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV |
| Waterzuiveringsslib | afkomstig van andere behandelingen van industrieel afvalwater | onderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV |
| Slib | slib van bodem- en grondwatersanering | onderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV |
| Voor de korrelfractie | ||
| Gebroken en/of gekalibreerde en/of uitgesorteerde of voorbehandelde slakken, assen of andere steenachtige afvalstoffen | afkomstig van de ferro-industrie, van de non-ferro-industrie, van de vervaardiging van niet-metaalhoudende minerale producten | onderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV |
| Wervelbedzand | afkomstig van thermische elektriciteitscentrales of van de verbrandingsprocessen van afvalstoffen | onderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV |
| Straalzand en straalgrit | afkomstig van het zandstralen tijdens bouwwerken | onderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV |
| Straalzand en straalgrit | afkomstig van het industrieel bewerken van metaal, vlakglas, hout en kunststoffen | onderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV |
| Gebroken en/of gekalibreerde en/of uitgesorteerde of voorbehandelde slakken of assen | afkomstig van de verbrandingsprocessen van afvalstoffen | onderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV |
| Niet-verontreinigd brekerzand, brekerzeefzand en sorteerzeefzand | afkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafval of van een vergunde reinigingsinstallatie | onderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV |
| Asfaltgranulaat | verkregen bij het affrezen van wegverharding of afkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafval | onderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV |
| Niet-verontreinigd sorteerzeefgranulaat | afkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafval | onderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV |
| Sorteerzeefzand | afkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafval | onderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV |
| Ruimingsspecie | afkomstig van het ruimen van de bodem van oppervlaktewateren zoals gedefinieerd in het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, voor zover het geen bevaarbare of terrestrische bodems betreft | onderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV |
| Baggerspecie | afkomstig van het onderhouden, verdiepen en/of verbreden van bevaarbare waterlopen die behoren tot het openbaar hydrografisch net en/of aanleg van nieuwe waterinfrastructuur | onderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV |
| Uitgegraven bodem, die een fysische scheiding heeft ondergaan | afkomstig van uitgravingen | onderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV |
| Vast afval van bodemsanering | afkomstig van bodem- en grondwatersanering | onderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV |
| Behandelde grond- en bodemmaterialen | afkomstig van vergunde inrichtingen voor de reiniging van slib van rioolkolken en zandvangers, van ruimingspecie en baggerspecie | onderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV |
| Slib | afkomstig van rioolkolken en zandvangers | onderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV gebruikscertificaat verplicht |
| Slib van natuursteenbewerking | verkregen bij het verzagen, slijpen of polijsten van natuursteen | onderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV |
| Grondbrij | afkomstig van het triëren en wassen van nijverheidsgewassen uit de volle grond | onderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV |
| Afvalstoffen bestaande uit stoffen in hun natuurlijke staat zoals zand, klei, leem, mergel | afkomstig van een vergunde inrichting voor de behandeling van slib en zandvangermateriaal of van andere vergelijkbare processen | onderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV |
| Afvalstoffen bestaande uit niet verontreinigd bentonietslib of mengsels van bentonietslib met nietverontreinigde bodemmaterialen | afkomstig van bentoniettoepassingen bij grond- en putboringen en dergelijke, of afkomstig van een vergunde inrichting voor het verwerken van de genoemde afvalstoffen afkomstig van grond- en putboringen. | onderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV |
| Voor de vulfractie | ||
| Vliegas, ketelstof, rookgasstof en bodemas | afkomstig van verbrandingsprocessen | onderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV |
| Stofdeeltjes | afkomstig van de fabricage van keramische producten | onderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV |
| Straalzand en straalgrit | afkomstig van het zandstralen tijdens bouwwerkzaamheden | onderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV |
| Straalzand en straalgrit | afkomstig van het industrieel bewerken van metaal, vlakglas, hout en kunststoffen | onderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV |
| DENOMINATION DES DECHETS | ORIGINE ET DESCRIPTION | CONDITIONS EN MATIERE DE COMPOSITION ET / OU D'UTILISATION |
| Pour les boues | ||
| Boues de clarification d'eau | provenant du traitement des eaux usées urbaines et de la préparation de l'eau | sous-section VI de la section II du chapitre IV |
| Boues de clarification d'eau | provenant de la clarification biologique des eaux usées industrielles | sous-section VI de la section II du chapitre IV |
| Boues de clarification d'eau | provenant des autres traitements des eaux usées industrielles | sous-section VI de la section II du chapitre IV |
| Boues | Boues de l'assainissement des sols et des eaux souterraines | sous-section VI de la section II du chapitre IV |
| Pour les granulats | ||
| Laitiers cassés et / ou calibrés et / ou triés ou prétraités, cendres d'autres déchets pierreux | provenant de l'industrie des ferreux, de l'industrie des non-ferreux, de la fabrication de produits minéraux non métalliques | sous-section VI de la section II du chapitre IV |
| Sables provenant de lits fluidisés | provenant de centrales électriques thermiques ou de processus de combustion des déchets | sous-section VI de la section II du chapitre IV |
| Sable de sablage et déchets de grenaillage | provenant du sablage pendant les travaux de construction | sous-section VI de la section II du chapitre IV |
| Sable de sablage et déchets de grenaillage | Provenant du traitement industriel du métal, du verre en plaque, du bois et des plastiques | sous-section VI de la section II du chapitre IV |
| Laitiers ou cendres cassés et / ou calibrés et / ou triés ou prétraités | provenant des processus de combustion des déchets | sous-section VI de la section II du chapitre IV |
| Sable de concassage, sable tamisé et sable de crible non pollué | provenant d'un établissement de récupération autorisé des déchets de construction et de démolition ou d'une installation de nettoyage agréée | sous-section VI de la section II du chapitre IV |
| Granulats d'asphalte | Provenant du fraisage du revêtement routier ou d'un établissement de récupération autorisé des déchets de construction et de démolition | sous-section VI de la section II du chapitre IV |
| Granulats de crible non pollués | provenant d'un établissement de récupération autorisé des déchets de construction et de démolition | sous-section VI de la section II du chapitre IV |
| Sable tamisé | provenant d'un établissement de récupération autorisé des déchets de construction et de démolition | sous-section VI de la section II du chapitre IV |
| Terre de vidange | provenant de la vidange du sol des eaux de surface comme cela est déterminé dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 relatif aux dispositions générales et sectorielles concernant l'hygiène de l'environnement et pour autant que cela ne concerne pas les sols navigables ou terrestres | sous-section VI de la section II du chapitre IV |
| Terre de dragage | provenant de l'entretien, de l'excavation et / ou de l'élargissement de cours d'eau navigables ou non faisant partie du réseau hydrographique public et / ou de la pose de nouvelles infrastructures aquatiques | sous-section VI de la section II du chapitre IV |
| Sol excavé qui a subi une séparation physique | provenant d'excavations | sous-section VI de la section II du chapitre IV |
| Déchets provenant de l'assainissement des sols | provenant de l'assainissement des sols et des eaux souterraines | sous-section VI de la section II du chapitre IV |
| Sols et équipements de sols traités | provenant d'établissements autorisés pour le nettoyage de la boue des avaloirs et des désableurs, des terres de dragage et des terres de vidange | sous-section VI de la section II du chapitre IV |
| Boues | provenant des avaloirs et des désableurs | sous-section VI de la section II du chapitre IV certificat d'utilisation obligatoire |
| Boue provenant du travail de la pierre naturelle | obtenues par le sciage, l'aiguisage ou le polissage de la pierre naturelle | sous-section VI de la section II du chapitre IV |
| Sol pâteux | provenant du tri et du nettoyage à l'eau de nettoyages industriels de sol | sous-section VI de la section II du chapitre IV |
| Déchets composés de substances dans leur état naturel tels que le sable, l'argile, la terre glaise, la marne | provenant d'un établissement autorisé pour le traitement des boues et des équipements de dessablage ou de processus similaires | sous-section VI de la section II du chapitre IV |
| Déchets composés de boues de bentonite non polluées ou de mélanges de boues de bentonite avec des matériaux de sol non pollués | provenant d'applications de bentonite lors des excavations du sol et des puits et autres choses de ce genre, ou provenant d'un établissement autorisé pour le traitement des déchets mentionnés issus des excavations | sous-section VI de la section II du chapitre IV |
| Pour la charge | ||
| Cendres volantes, poussières de chaudières, poussières des gaz de fumées et cendres de sol | provenant de processus de combustion | sous-section VI de la section II du chapitre IV |
| Poussières | provenant de la fabrication de produits en céramique | sous-section VI de la section II du chapitre IV |
| Sable de sablage et déchets de grenaillage | provenant du sablage pendant les travaux de construction | sous-section VI de la section II du chapitre IV |
| Sable de sablage et déchets de grenaillage | Provenant du traitement industriel du métal, du verre en plaque, du bois et des plastiques | sous-section VI de la section II du chapitre IV |
BENAMING AFVALSTOFHERKOMST EN OMSCHRIJVINGVOORWAARDEN INZAKE SAMENSTELLING EN/OF GEBRUIKVoor de slibfractie
Waterzuiveringsslibafkomstig van de behandeling van stedelijk afvalwater en van waterbereidingonderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV
Waterzuiveringsslibafkomstig van de biologische zuivering van industrieel afvalwateronderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV
Waterzuiveringsslibafkomstig van andere behandelingen van industrieel afvalwateronderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV
Slibslib van bodem- en grondwatersaneringonderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV Voor de korrelfractie
Gebroken en/of gekalibreerde en/of uitgesorteerde of voorbehandelde slakken, assen of andere steenachtige afvalstoffenafkomstig van de ferro-industrie, van de non-ferro-industrie, van de vervaardiging van niet-metaalhoudende minerale productenonderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV
Wervelbedzand afkomstig van thermische elektriciteitscentrales of van de verbrandingsprocessen van afvalstoffen onderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV
Straalzand en straalgritafkomstig van het zandstralen tijdens bouwwerkenonderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV
Straalzand en straalgritafkomstig van het industrieel bewerken van metaal, vlakglas, hout en kunststoffenonderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV
Gebroken en/of gekalibreerde en/of uitgesorteerde of voorbehandelde slakken of assenafkomstig van de verbrandingsprocessen van afvalstoffenonderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV
Niet-verontreinigd brekerzand, brekerzeefzand en sorteerzeefzandafkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafval of van een vergunde reinigingsinstallatieonderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV
Asfaltgranulaatverkregen bij het affrezen van wegverharding of afkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafvalonderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV
Niet-verontreinigd sorteerzeefgranulaatafkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafvalonderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV
Sorteerzeefzandafkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafvalonderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV
Ruimingsspecieafkomstig van het ruimen van de bodem van oppervlaktewateren zoals gedefinieerd in het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, voor zover het geen bevaarbare of terrestrische bodems betreftonderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV
Baggerspecieafkomstig van het onderhouden, verdiepen en/of verbreden van bevaarbare waterlopen die behoren tot het openbaar hydrografisch net en/of aanleg van nieuwe waterinfrastructuuronderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV
Uitgegraven bodem, die een fysische scheiding heeft ondergaanafkomstig van uitgravingenonderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV
Vast afval van bodemsaneringafkomstig van bodem- en grondwatersaneringonderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV
Behandelde grond- en bodemmaterialenafkomstig van vergunde inrichtingen voor de reiniging van slib van rioolkolken en zandvangers, van ruimingspecie en baggerspecieonderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV
Slibafkomstig van rioolkolken en zandvangersonderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV gebruikscertificaat verplicht
Slib van natuursteenbewerkingverkregen bij het verzagen, slijpen of polijsten van natuursteenonderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV
Grondbrijafkomstig van het triëren en wassen van nijverheidsgewassen uit de volle grondonderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV
Afvalstoffen bestaande uit stoffen in hun natuurlijke staat zoals zand, klei, leem, mergelafkomstig van een vergunde inrichting voor de behandeling van slib en zandvangermateriaal of van andere vergelijkbare processenonderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV
Afvalstoffen bestaande uit niet verontreinigd bentonietslib of mengsels van bentonietslib met nietverontreinigde bodemmaterialenafkomstig van bentoniettoepassingen bij grond- en putboringen en dergelijke, of afkomstig van een vergunde inrichting voor het verwerken van de genoemde afvalstoffen afkomstig van grond- en putboringen.onderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IVVoor de vulfractie
Vliegas, ketelstof, rookgasstof en bodemasafkomstig van verbrandingsprocessenonderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV
Stofdeeltjes afkomstig van de fabricage van keramische productenonderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV
Straalzand en straalgritafkomstig van het zandstralen tijdens bouwwerkzaamhedenonderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV
Straalzand en straalgritafkomstig van het industrieel bewerken van metaal, vlakglas, hout en kunststoffenonderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV
Waterzuiveringsslibafkomstig van de behandeling van stedelijk afvalwater en van waterbereidingonderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV
Waterzuiveringsslibafkomstig van de biologische zuivering van industrieel afvalwateronderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV
Waterzuiveringsslibafkomstig van andere behandelingen van industrieel afvalwateronderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV
Slibslib van bodem- en grondwatersaneringonderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV Voor de korrelfractie
Gebroken en/of gekalibreerde en/of uitgesorteerde of voorbehandelde slakken, assen of andere steenachtige afvalstoffenafkomstig van de ferro-industrie, van de non-ferro-industrie, van de vervaardiging van niet-metaalhoudende minerale productenonderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV
Wervelbedzand afkomstig van thermische elektriciteitscentrales of van de verbrandingsprocessen van afvalstoffen onderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV
Straalzand en straalgritafkomstig van het zandstralen tijdens bouwwerkenonderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV
Straalzand en straalgritafkomstig van het industrieel bewerken van metaal, vlakglas, hout en kunststoffenonderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV
Gebroken en/of gekalibreerde en/of uitgesorteerde of voorbehandelde slakken of assenafkomstig van de verbrandingsprocessen van afvalstoffenonderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV
Niet-verontreinigd brekerzand, brekerzeefzand en sorteerzeefzandafkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafval of van een vergunde reinigingsinstallatieonderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV
Asfaltgranulaatverkregen bij het affrezen van wegverharding of afkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafvalonderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV
Niet-verontreinigd sorteerzeefgranulaatafkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafvalonderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV
Sorteerzeefzandafkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafvalonderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV
Ruimingsspecieafkomstig van het ruimen van de bodem van oppervlaktewateren zoals gedefinieerd in het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, voor zover het geen bevaarbare of terrestrische bodems betreftonderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV
Baggerspecieafkomstig van het onderhouden, verdiepen en/of verbreden van bevaarbare waterlopen die behoren tot het openbaar hydrografisch net en/of aanleg van nieuwe waterinfrastructuuronderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV
Uitgegraven bodem, die een fysische scheiding heeft ondergaanafkomstig van uitgravingenonderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV
Vast afval van bodemsaneringafkomstig van bodem- en grondwatersaneringonderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV
Behandelde grond- en bodemmaterialenafkomstig van vergunde inrichtingen voor de reiniging van slib van rioolkolken en zandvangers, van ruimingspecie en baggerspecieonderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV
Slibafkomstig van rioolkolken en zandvangersonderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV gebruikscertificaat verplicht
Slib van natuursteenbewerkingverkregen bij het verzagen, slijpen of polijsten van natuursteenonderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV
Grondbrijafkomstig van het triëren en wassen van nijverheidsgewassen uit de volle grondonderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV
Afvalstoffen bestaande uit stoffen in hun natuurlijke staat zoals zand, klei, leem, mergelafkomstig van een vergunde inrichting voor de behandeling van slib en zandvangermateriaal of van andere vergelijkbare processenonderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV
Afvalstoffen bestaande uit niet verontreinigd bentonietslib of mengsels van bentonietslib met nietverontreinigde bodemmaterialenafkomstig van bentoniettoepassingen bij grond- en putboringen en dergelijke, of afkomstig van een vergunde inrichting voor het verwerken van de genoemde afvalstoffen afkomstig van grond- en putboringen.onderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IVVoor de vulfractie
Vliegas, ketelstof, rookgasstof en bodemasafkomstig van verbrandingsprocessenonderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV
Stofdeeltjes afkomstig van de fabricage van keramische productenonderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV
Straalzand en straalgritafkomstig van het zandstralen tijdens bouwwerkzaamhedenonderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV
Straalzand en straalgritafkomstig van het industrieel bewerken van metaal, vlakglas, hout en kunststoffenonderafdeling VI van afdeling II van hoofdstuk IV
DENOMINATION DES DECHETSORIGINE ET DESCRIPTIONCONDITIONS EN MATIERE DE COMPOSITION ET / OU D'UTILISATIONPour les boues
Boues de clarification d'eauprovenant du traitement des eaux usées urbaines et de la préparation de l'eausous-section VI de la section II du chapitre IV
Boues de clarification d'eauprovenant de la clarification biologique des eaux usées industriellessous-section VI de la section II du chapitre IV
Boues de clarification d'eauprovenant des autres traitements des eaux usées industriellessous-section VI de la section II du chapitre IV
BouesBoues de l'assainissement des sols et des eaux souterrainessous-section VI de la section II du chapitre IV Pour les granulats
Laitiers cassés et / ou calibrés et / ou triés ou prétraités, cendres d'autres déchets pierreuxprovenant de l'industrie des ferreux, de l'industrie des non-ferreux, de la fabrication de produits minéraux non métalliquessous-section VI de la section II du chapitre IV
Sables provenant de lits fluidisés provenant de centrales électriques thermiques ou de processus de combustion des déchets sous-section VI de la section II du chapitre IV
Sable de sablage et déchets de grenaillageprovenant du sablage pendant les travaux de constructionsous-section VI de la section II du chapitre IV
Sable de sablage et déchets de grenaillageProvenant du traitement industriel du métal, du verre en plaque, du bois et des plastiquessous-section VI de la section II du chapitre IV
Laitiers ou cendres cassés et / ou calibrés et / ou triés ou prétraitésprovenant des processus de combustion des déchetssous-section VI de la section II du chapitre IV
Sable de concassage, sable tamisé et sable de crible non polluéprovenant d'un établissement de récupération autorisé des déchets de construction et de démolition ou d'une installation de nettoyage agrééesous-section VI de la section II du chapitre IV
Granulats d'asphalteProvenant du fraisage du revêtement routier ou d'un établissement de récupération autorisé des déchets de construction et de démolitionsous-section VI de la section II du chapitre IV
Granulats de crible non polluésprovenant d'un établissement de récupération autorisé des déchets de construction et de démolitionsous-section VI de la section II du chapitre IV
Sable tamiséprovenant d'un établissement de récupération autorisé des déchets de construction et de démolitionsous-section VI de la section II du chapitre IV
Terre de vidangeprovenant de la vidange du sol des eaux de surface comme cela est déterminé dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 relatif aux dispositions générales et sectorielles concernant l'hygiène de l'environnement et pour autant que cela ne concerne pas les sols navigables ou terrestressous-section VI de la section II du chapitre IV
Terre de dragageprovenant de l'entretien, de l'excavation et / ou de l'élargissement de cours d'eau navigables ou non faisant partie du réseau hydrographique public et / ou de la pose de nouvelles infrastructures aquatiquessous-section VI de la section II du chapitre IV
Sol excavé qui a subi une séparation physiqueprovenant d'excavationssous-section VI de la section II du chapitre IV
Déchets provenant de l'assainissement des solsprovenant de l'assainissement des sols et des eaux souterrainessous-section VI de la section II du chapitre IV
Sols et équipements de sols traitésprovenant d'établissements autorisés pour le nettoyage de la boue des avaloirs et des désableurs, des terres de dragage et des terres de vidangesous-section VI de la section II du chapitre IV
Bouesprovenant des avaloirs et des désableurssous-section VI de la section II du chapitre IV certificat d'utilisation obligatoire
Boue provenant du travail de la pierre naturelleobtenues par le sciage, l'aiguisage ou le polissage de la pierre naturellesous-section VI de la section II du chapitre IV
Sol pâteuxprovenant du tri et du nettoyage à l'eau de nettoyages industriels de solsous-section VI de la section II du chapitre IV
Déchets composés de substances dans leur état naturel tels que le sable, l'argile, la terre glaise, la marneprovenant d'un établissement autorisé pour le traitement des boues et des équipements de dessablage ou de processus similairessous-section VI de la section II du chapitre IV
Déchets composés de boues de bentonite non polluées ou de mélanges de boues de bentonite avec des matériaux de sol non polluésprovenant d'applications de bentonite lors des excavations du sol et des puits et autres choses de ce genre, ou provenant d'un établissement autorisé pour le traitement des déchets mentionnés issus des excavationssous-section VI de la section II du chapitre IVPour la charge
Cendres volantes, poussières de chaudières, poussières des gaz de fumées et cendres de solprovenant de processus de combustionsous-section VI de la section II du chapitre IV
Poussières provenant de la fabrication de produits en céramiquesous-section VI de la section II du chapitre IV
Sable de sablage et déchets de grenaillageprovenant du sablage pendant les travaux de constructionsous-section VI de la section II du chapitre IV
Sable de sablage et déchets de grenaillageProvenant du traitement industriel du métal, du verre en plaque, du bois et des plastiquessous-section VI de la section II du chapitre IV
Boues de clarification d'eauprovenant du traitement des eaux usées urbaines et de la préparation de l'eausous-section VI de la section II du chapitre IV
Boues de clarification d'eauprovenant de la clarification biologique des eaux usées industriellessous-section VI de la section II du chapitre IV
Boues de clarification d'eauprovenant des autres traitements des eaux usées industriellessous-section VI de la section II du chapitre IV
BouesBoues de l'assainissement des sols et des eaux souterrainessous-section VI de la section II du chapitre IV Pour les granulats
Laitiers cassés et / ou calibrés et / ou triés ou prétraités, cendres d'autres déchets pierreuxprovenant de l'industrie des ferreux, de l'industrie des non-ferreux, de la fabrication de produits minéraux non métalliquessous-section VI de la section II du chapitre IV
Sables provenant de lits fluidisés provenant de centrales électriques thermiques ou de processus de combustion des déchets sous-section VI de la section II du chapitre IV
Sable de sablage et déchets de grenaillageprovenant du sablage pendant les travaux de constructionsous-section VI de la section II du chapitre IV
Sable de sablage et déchets de grenaillageProvenant du traitement industriel du métal, du verre en plaque, du bois et des plastiquessous-section VI de la section II du chapitre IV
Laitiers ou cendres cassés et / ou calibrés et / ou triés ou prétraitésprovenant des processus de combustion des déchetssous-section VI de la section II du chapitre IV
Sable de concassage, sable tamisé et sable de crible non polluéprovenant d'un établissement de récupération autorisé des déchets de construction et de démolition ou d'une installation de nettoyage agrééesous-section VI de la section II du chapitre IV
Granulats d'asphalteProvenant du fraisage du revêtement routier ou d'un établissement de récupération autorisé des déchets de construction et de démolitionsous-section VI de la section II du chapitre IV
Granulats de crible non polluésprovenant d'un établissement de récupération autorisé des déchets de construction et de démolitionsous-section VI de la section II du chapitre IV
Sable tamiséprovenant d'un établissement de récupération autorisé des déchets de construction et de démolitionsous-section VI de la section II du chapitre IV
Terre de vidangeprovenant de la vidange du sol des eaux de surface comme cela est déterminé dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 relatif aux dispositions générales et sectorielles concernant l'hygiène de l'environnement et pour autant que cela ne concerne pas les sols navigables ou terrestressous-section VI de la section II du chapitre IV
Terre de dragageprovenant de l'entretien, de l'excavation et / ou de l'élargissement de cours d'eau navigables ou non faisant partie du réseau hydrographique public et / ou de la pose de nouvelles infrastructures aquatiquessous-section VI de la section II du chapitre IV
Sol excavé qui a subi une séparation physiqueprovenant d'excavationssous-section VI de la section II du chapitre IV
Déchets provenant de l'assainissement des solsprovenant de l'assainissement des sols et des eaux souterrainessous-section VI de la section II du chapitre IV
Sols et équipements de sols traitésprovenant d'établissements autorisés pour le nettoyage de la boue des avaloirs et des désableurs, des terres de dragage et des terres de vidangesous-section VI de la section II du chapitre IV
Bouesprovenant des avaloirs et des désableurssous-section VI de la section II du chapitre IV certificat d'utilisation obligatoire
Boue provenant du travail de la pierre naturelleobtenues par le sciage, l'aiguisage ou le polissage de la pierre naturellesous-section VI de la section II du chapitre IV
Sol pâteuxprovenant du tri et du nettoyage à l'eau de nettoyages industriels de solsous-section VI de la section II du chapitre IV
Déchets composés de substances dans leur état naturel tels que le sable, l'argile, la terre glaise, la marneprovenant d'un établissement autorisé pour le traitement des boues et des équipements de dessablage ou de processus similairessous-section VI de la section II du chapitre IV
Déchets composés de boues de bentonite non polluées ou de mélanges de boues de bentonite avec des matériaux de sol non polluésprovenant d'applications de bentonite lors des excavations du sol et des puits et autres choses de ce genre, ou provenant d'un établissement autorisé pour le traitement des déchets mentionnés issus des excavationssous-section VI de la section II du chapitre IVPour la charge
Cendres volantes, poussières de chaudières, poussières des gaz de fumées et cendres de solprovenant de processus de combustionsous-section VI de la section II du chapitre IV
Poussières provenant de la fabrication de produits en céramiquesous-section VI de la section II du chapitre IV
Sable de sablage et déchets de grenaillageprovenant du sablage pendant les travaux de constructionsous-section VI de la section II du chapitre IV
Sable de sablage et déchets de grenaillageProvenant du traitement industriel du métal, du verre en plaque, du bois et des plastiquessous-section VI de la section II du chapitre IV
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 februari 2009 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer, het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning, het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming en het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2006 betreffende de ophaling en de verwerking van dierlijk afval.
Brussel, 13 februari 2009.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
H. CREVITS
Brussel, 13 februari 2009.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
H. CREVITS
Vu pour être joint à l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 février 2009 modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 décembre 2003 fixant le règlement flamand relatif à la prévention et à la gestion des déchets, l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 février 1991 fixant le règlement flamand relatif à l'autorisation écologique, l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 fixant les dispositions générales et sectorielles en matière d'hygiène de l'environnement, l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2007 fixant le règlement flamand relatif à l'assainissement du sol et à la protection du sol et l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 2006 relatif à la collecte et à la transformation des déchets animaux.
Bruxelles, le 13 février 2009.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
La Ministre flamande des Travaux publics, de l'Energie, de l'Environnement et de la Nature,
H. CREVITS
Bruxelles, le 13 février 2009.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
La Ministre flamande des Travaux publics, de l'Energie, de l'Environnement et de la Nature,
H. CREVITS
Art. N5. Bijlage 5.
Bijlage 4.2.3
VOORWAARDEN VOOR GEBRUIK IN KUNSTMATIGE AFDICHTINGSLAGEN MET WATERGLAS
Bijlage 4.2.3.A VOORWAARDEN VOOR DE AFDICHTINGSLAAG
Onverminderd de bepalingen van subafdeling 5.2.4.3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne moet het gebruik van de afdichtingslaag voldoen aan de volgende voorwaarden :
§ 1. Voor aanvang van de werkzaamheden moet een vooronderzoek worden uitgevoerd op de al bekende grondstoffen. Op basis van representatieve grondstoffenmonsters moet de mengselsamenstelling worden bepaald en vastgelegd. Om te komen tot een indicatieve mengselsamenstelling wordt uitgegaan van een menging van de grondstoffen in de volgende verhouding :
- slibfractie 35% - 55% m/m
- vulstoffractie 5% - 15% m/m
- waterglas minimaal 1,3%
- korrelfractie 100% m/m minus percentage (slibfractie + vulstoffractie + waterglas)
Om tot een goede mengselsamenstelling te komen wordt de dosering van de verschillende grondstoffen primair gestuurd door de slibfractie en de vulstoffractie. De hoeveelheid toe te voegen korrelfractie in het mengsel is daar een afgeleide van. De bandbreedte van de verhouding waarin de te mengen grondstoffen moeten worden toegepast, wordt in het vooronderzoek bepaald. Op basis het vochtgehalte en de verwerkbaarheid van het mengsel wordt gekozen voor een mengselsamenstelling.
Als alle eigenschappen voldoen aan de vooraf gestelde eisen, dan is daarmee het definitieve mengsel bepaald. De definitieve mengselsamenstelling en de eigenschappen van dat mengsel dienen als uitgangspunt bij de productiecontrole. Daartoe worden de componenten slib, vulstof en korrelmateriaal vastgelegd in gewichtsprocenten en de toelaatbare afwijking van het gemiddelde.
§ 2. Voortgaande op het vooronderzoek wordt vervolgens een voorafgaand materiaalonderzoek uitgevoerd door een door de toezichthoudende overheid aanvaarde milieudeskundige met kennis inzake geotechniek. Dat materiaalonderzoek wordt voor goedkeuring voorgelegd aan de toezichthoudende overheid. Daarbij moet de technische geschiktheid van de te verwerken grondstoffen worden aangetoond voor de constructie van een voldoende ondoorlatende afdichtingslaag.
Door dat onderzoek wordt de relatie bepaald tussen watergehalte, dichtheid en doorlatendheid van het mengsel, en tevens het werkingsgebied op basis van doorlatendheid, schuifweerstand en krimpscheurvorming. Daarbij moet rekening gehouden worden met de natuurlijke variatie in samenstelling, watergehalte, verdichtingsgraad en met de verwachte spanningstoestand.
Zowel de snelheid en de graad van uitharding als het zelfherstellende vermogen van het materiaal worden eveneens onderzocht alsook de invloed daarvan op vervormingsgedrag en scheurvorming van de afdichtingslaag.
Ingeval de minerale afdichtingslaag beïnvloed kan worden door het percolaat in de stortplaats, moet eveneens een compatibiliteitsonderzoek uitgevoerd worden.
§3. Er wordt een proefveld aangelegd voor de controle van de verdichtingsmethode, de grondmechanische parameters, inclusief de hydraulische doorlatendheid.
§4. De afdichtingslaag met waterglas wordt aangelegd in twee of drie lagen van 250 of 300 mm dikte. De infiltratie doorheen de aangelegde afdichtingslaag mag niet meer bedragen dan 20 mm/jaar. Daarbij moet uitgegaan worden van 200 dagen neerslag per jaar, een standaardwaterdruk van 0,5 m en zuigspanning van - 0,5 m.
§5. Op basis van het vooronderzoek, het materiaalonderzoek en de controles op het proefveld wordt door een door de toezichthoudende overheid aanvaarde milieudeskundige met kennis inzake geotechniek een programma van kwaliteitscontrole opgesteld en voor goedkeuring voorgelegd aan de toezichthoudende overheid. De kwaliteitscontrole betreft de aangevoerde materialen, de mengverhouding daarvan, en de controle van de afgewerkte afdichtingslaag.
Bijlage 4.2.3.B VOORWAARDEN VOOR GEBRUIK IN KUNSTMATIGE AFDICHTINGSLAGEN MET WATERGLAS
Bijlage 4.2.3
VOORWAARDEN VOOR GEBRUIK IN KUNSTMATIGE AFDICHTINGSLAGEN MET WATERGLAS
Bijlage 4.2.3.A VOORWAARDEN VOOR DE AFDICHTINGSLAAG
Onverminderd de bepalingen van subafdeling 5.2.4.3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne moet het gebruik van de afdichtingslaag voldoen aan de volgende voorwaarden :
§ 1. Voor aanvang van de werkzaamheden moet een vooronderzoek worden uitgevoerd op de al bekende grondstoffen. Op basis van representatieve grondstoffenmonsters moet de mengselsamenstelling worden bepaald en vastgelegd. Om te komen tot een indicatieve mengselsamenstelling wordt uitgegaan van een menging van de grondstoffen in de volgende verhouding :
- slibfractie 35% - 55% m/m
- vulstoffractie 5% - 15% m/m
- waterglas minimaal 1,3%
- korrelfractie 100% m/m minus percentage (slibfractie + vulstoffractie + waterglas)
Om tot een goede mengselsamenstelling te komen wordt de dosering van de verschillende grondstoffen primair gestuurd door de slibfractie en de vulstoffractie. De hoeveelheid toe te voegen korrelfractie in het mengsel is daar een afgeleide van. De bandbreedte van de verhouding waarin de te mengen grondstoffen moeten worden toegepast, wordt in het vooronderzoek bepaald. Op basis het vochtgehalte en de verwerkbaarheid van het mengsel wordt gekozen voor een mengselsamenstelling.
Als alle eigenschappen voldoen aan de vooraf gestelde eisen, dan is daarmee het definitieve mengsel bepaald. De definitieve mengselsamenstelling en de eigenschappen van dat mengsel dienen als uitgangspunt bij de productiecontrole. Daartoe worden de componenten slib, vulstof en korrelmateriaal vastgelegd in gewichtsprocenten en de toelaatbare afwijking van het gemiddelde.
§ 2. Voortgaande op het vooronderzoek wordt vervolgens een voorafgaand materiaalonderzoek uitgevoerd door een door de toezichthoudende overheid aanvaarde milieudeskundige met kennis inzake geotechniek. Dat materiaalonderzoek wordt voor goedkeuring voorgelegd aan de toezichthoudende overheid. Daarbij moet de technische geschiktheid van de te verwerken grondstoffen worden aangetoond voor de constructie van een voldoende ondoorlatende afdichtingslaag.
Door dat onderzoek wordt de relatie bepaald tussen watergehalte, dichtheid en doorlatendheid van het mengsel, en tevens het werkingsgebied op basis van doorlatendheid, schuifweerstand en krimpscheurvorming. Daarbij moet rekening gehouden worden met de natuurlijke variatie in samenstelling, watergehalte, verdichtingsgraad en met de verwachte spanningstoestand.
Zowel de snelheid en de graad van uitharding als het zelfherstellende vermogen van het materiaal worden eveneens onderzocht alsook de invloed daarvan op vervormingsgedrag en scheurvorming van de afdichtingslaag.
Ingeval de minerale afdichtingslaag beïnvloed kan worden door het percolaat in de stortplaats, moet eveneens een compatibiliteitsonderzoek uitgevoerd worden.
§3. Er wordt een proefveld aangelegd voor de controle van de verdichtingsmethode, de grondmechanische parameters, inclusief de hydraulische doorlatendheid.
§4. De afdichtingslaag met waterglas wordt aangelegd in twee of drie lagen van 250 of 300 mm dikte. De infiltratie doorheen de aangelegde afdichtingslaag mag niet meer bedragen dan 20 mm/jaar. Daarbij moet uitgegaan worden van 200 dagen neerslag per jaar, een standaardwaterdruk van 0,5 m en zuigspanning van - 0,5 m.
§5. Op basis van het vooronderzoek, het materiaalonderzoek en de controles op het proefveld wordt door een door de toezichthoudende overheid aanvaarde milieudeskundige met kennis inzake geotechniek een programma van kwaliteitscontrole opgesteld en voor goedkeuring voorgelegd aan de toezichthoudende overheid. De kwaliteitscontrole betreft de aangevoerde materialen, de mengverhouding daarvan, en de controle van de afgewerkte afdichtingslaag.
Bijlage 4.2.3.B VOORWAARDEN VOOR GEBRUIK IN KUNSTMATIGE AFDICHTINGSLAGEN MET WATERGLAS
Art. N5. Annexe 5.
Annexe 4.2.3
CONDITIONS POUR L'UTILISATION DANS DES COUCHES D'ETANCHEITE ARTIFICIELLES AVEC DU VERRE SOLUBLE
Annexe 4.2.3.A CONDITIONS POUR LA COUCHE D'ETANCHEITE
Sous réserve des dispositions de la sous-section 5.2.4.3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 relatif aux dispositions générales et sectorielles concernant l'hygiène de l'environnement, l'utilisation de la couche d'étanchéité doit satisfaire aux conditions suivantes :
§1. Avant le début des travaux, une étude préalable doit être réalisée au niveau des matières premières déjà connues. La composition du mélange doit être déterminée et fixée sur la base des échantillons représentatifs des matières premières. Pour arriver à une composition indicative d'un mélange, on part d'un mélange de matières premières dans le rapport suivant :
- boues 35 % - 55 % m/m
- charge 5 % - 15 % m/m
- verre soluble minimum 1,3 %
- granulats 100 % m/m pourcentage moins (boues + charge + verre soluble)
Pour arriver à une bonne composition du mélange, le dosage des différentes matières premières est d'abord déterminé par les boues et par la charge. La quantité de granulats à ajouter dans le mélange en est dérivée. La fourchette du rapport dans lequel les matières premières mélangées doivent être appliquées est déterminée dans l'étude préalable. On choisit une composition du mélange sur la base du taux d'humidité et du caractère transformable du mélange.
Le mélange définitif est déterminé lorsque toutes les caractéristiques satisfont aux exigences préalables. La composition définitive du mélange et les caractéristiques de ce mélange servent de point de départ lors du contrôle de la production. Pour ce faire, les composants boues, charge et granulats sont déterminés en pourcentage de poids et en fonction de la différence admise par rapport à la moyenne.
§2. Partant de l'étude préalable, une étude préalable du matériel est réalisée par un expert environnemental agréé par les autorités de contrôle possédant des connaissances en géotechnique. Cette étude du matériel est soumise pour approbation aux autorités de contrôle. A ce niveau, le caractère technique approprié des matières premières à transformer doit être démontré pour la construction d'une couche d'étanchéité suffisamment imperméable.
Grâce à cette étude, la relation est déterminée entre le taux d'humidité, la densité et la perméabilité du mélange, et également le champ d'application sur la base de la perméabilité, la résistance au glissement et la formation de fissures de contraction. A ce niveau, il faut tenir compte de la variation naturelle au niveau de la composition, du taux d'humidité, du degré de densité et de la contraction prévue.
La vitesse et le degré de renforcement ainsi que la capacité de rétablissement du matériel sont également examinés, tout comme l'influence de ceux-ci sur la déformation et la formation de fissures au niveau de la couche d'étanchéité.
Si la couche d'étanchéité minérale peut être influencée par le percolat sur la décharge, il faut également réaliser une étude de compatibilité.
§3. Un champ d'expérimentation est aménagé pour le contrôle de la méthode de condensation, les paramètres mécaniques du sol, y compris la perméabilité hydraulique.
§4. La couche d'étanchéité avec du verre soluble est aménagée en deux ou trois couches d'une épaisseur de 250 ou 300 mm. L'infiltration au travers de la couche d'étanchéité aménagée ne peut pas être supérieure à 20 mm par an. A ce niveau, il faut partir de 200 jours de précipitations par an, d'une pression standard de l'eau de 0,5 m et d'une résistance à l'aspiration de -0,5 m.
§5. Sur la base de l'étude préalable, de l'étude du matériel et des contrôles sur le champ d'expérimentation, un expert environnemental agréé par les autorités de contrôle disposant de connaissances en géotechnique établit un programme de contrôle de la qualité et celui-ci est soumis à l'approbation des autorités de contrôle. Le contrôle de l'actualité concerne les matériaux apportés, le mélange de ceux-ci et le contrôle de la couche d'étanchéité finie.
Annexe 4.2.3.B CONDITIONS POUR L'UTILISATION DANS DES COUCHES D'ETANCHEITE ARTIFICIELLES AVEC DU VERRE SOLUBLE
Annexe 4.2.3
CONDITIONS POUR L'UTILISATION DANS DES COUCHES D'ETANCHEITE ARTIFICIELLES AVEC DU VERRE SOLUBLE
Annexe 4.2.3.A CONDITIONS POUR LA COUCHE D'ETANCHEITE
Sous réserve des dispositions de la sous-section 5.2.4.3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 relatif aux dispositions générales et sectorielles concernant l'hygiène de l'environnement, l'utilisation de la couche d'étanchéité doit satisfaire aux conditions suivantes :
§1. Avant le début des travaux, une étude préalable doit être réalisée au niveau des matières premières déjà connues. La composition du mélange doit être déterminée et fixée sur la base des échantillons représentatifs des matières premières. Pour arriver à une composition indicative d'un mélange, on part d'un mélange de matières premières dans le rapport suivant :
- boues 35 % - 55 % m/m
- charge 5 % - 15 % m/m
- verre soluble minimum 1,3 %
- granulats 100 % m/m pourcentage moins (boues + charge + verre soluble)
Pour arriver à une bonne composition du mélange, le dosage des différentes matières premières est d'abord déterminé par les boues et par la charge. La quantité de granulats à ajouter dans le mélange en est dérivée. La fourchette du rapport dans lequel les matières premières mélangées doivent être appliquées est déterminée dans l'étude préalable. On choisit une composition du mélange sur la base du taux d'humidité et du caractère transformable du mélange.
Le mélange définitif est déterminé lorsque toutes les caractéristiques satisfont aux exigences préalables. La composition définitive du mélange et les caractéristiques de ce mélange servent de point de départ lors du contrôle de la production. Pour ce faire, les composants boues, charge et granulats sont déterminés en pourcentage de poids et en fonction de la différence admise par rapport à la moyenne.
§2. Partant de l'étude préalable, une étude préalable du matériel est réalisée par un expert environnemental agréé par les autorités de contrôle possédant des connaissances en géotechnique. Cette étude du matériel est soumise pour approbation aux autorités de contrôle. A ce niveau, le caractère technique approprié des matières premières à transformer doit être démontré pour la construction d'une couche d'étanchéité suffisamment imperméable.
Grâce à cette étude, la relation est déterminée entre le taux d'humidité, la densité et la perméabilité du mélange, et également le champ d'application sur la base de la perméabilité, la résistance au glissement et la formation de fissures de contraction. A ce niveau, il faut tenir compte de la variation naturelle au niveau de la composition, du taux d'humidité, du degré de densité et de la contraction prévue.
La vitesse et le degré de renforcement ainsi que la capacité de rétablissement du matériel sont également examinés, tout comme l'influence de ceux-ci sur la déformation et la formation de fissures au niveau de la couche d'étanchéité.
Si la couche d'étanchéité minérale peut être influencée par le percolat sur la décharge, il faut également réaliser une étude de compatibilité.
§3. Un champ d'expérimentation est aménagé pour le contrôle de la méthode de condensation, les paramètres mécaniques du sol, y compris la perméabilité hydraulique.
§4. La couche d'étanchéité avec du verre soluble est aménagée en deux ou trois couches d'une épaisseur de 250 ou 300 mm. L'infiltration au travers de la couche d'étanchéité aménagée ne peut pas être supérieure à 20 mm par an. A ce niveau, il faut partir de 200 jours de précipitations par an, d'une pression standard de l'eau de 0,5 m et d'une résistance à l'aspiration de -0,5 m.
§5. Sur la base de l'étude préalable, de l'étude du matériel et des contrôles sur le champ d'expérimentation, un expert environnemental agréé par les autorités de contrôle disposant de connaissances en géotechnique établit un programme de contrôle de la qualité et celui-ci est soumis à l'approbation des autorités de contrôle. Le contrôle de l'actualité concerne les matériaux apportés, le mélange de ceux-ci et le contrôle de la couche d'étanchéité finie.
Annexe 4.2.3.B CONDITIONS POUR L'UTILISATION DANS DES COUCHES D'ETANCHEITE ARTIFICIELLES AVEC DU VERRE SOLUBLE
| ANORGANISCHE COMPONENTEN | |
| Parameter (inclusief verbindingen) | Maximale beschikbaarheid in mg/kg droge stof (1) |
| Arseen (As) | 246 |
| Barium (Ba) | 115.128 |
| Cadmium (Cd) | 10 |
| Chroom (Crtotaal) | 478 |
| Koper (Cu) | 220 |
| Kwik (Hg) | 50 |
| Molybdeen (Mo) | 274 |
| Nikkel (Ni) | 83 |
| Lood (Pb) | 3.710 |
| Antimoon (Sb) | 101 |
| Selenium (Se) | 27 |
| Zink (Zn) | 5.628 |
| Chloride | 365.487 |
| Fluoride | 8.528 |
| Sulfaat | 646.096 |
ANORGANISCHE COMPONENTEN
Parameter (inclusief verbindingen)Maximale beschikbaarheid in mg/kg droge stof (1)
Arseen (As)246
Barium (Ba)115.128
Cadmium (Cd)10
Chroom (Crtotaal)478
Koper (Cu)220
Kwik (Hg)50
Molybdeen (Mo)274
Nikkel (Ni)83
Lood (Pb)3.710
Antimoon (Sb)101
Selenium (Se)27
Zink (Zn)5.628
Chloride365.487
Fluoride8.528
Sulfaat646.096
| COMPOSANTS ANORGANIQUES | |
| Paramètre (y compris les liaisons) | Concentration maximale en mg/kg de substance sèche (1) |
| Arsenic (As) | 246 |
| Baryum (Ba) | 115.128 |
| Cadmium (Cd) | 10 |
| Chrome (Cr total) | 478 |
| Cuivre (Cu) | 220 |
| Mercure (Hg) | 50 |
| Molybdène (Mo) | 274 |
| Nickel (Ni) | 83 |
| Plomb (Pb) | 3.710 |
| Antimoine (Sb) | 101 |
| Sélénium (Se) | 27 |
| Zinc (Zn) | 5.628 |
| Chlorure | 365.487 |
| Fluorure | 8.528 |
| Sulfate | 646.096 |
COMPOSANTS ANORGANIQUES
Paramètre (y compris les liaisons)Concentration maximale en mg/kg de substance sèche (1)
Arsenic (As)246
Baryum (Ba)115.128
Cadmium (Cd)10
Chrome (Cr total)478
Cuivre (Cu)220
Mercure (Hg)50
Molybdène (Mo)274
Nickel (Ni)83
Plomb (Pb)3.710
Antimoine (Sb)101
Sélénium (Se)27
Zinc (Zn)5.628
Chlorure365.487
Fluorure8.528
Sulfate646.096
(1) de maximale beschikbaarheden, bepaald volgens CMA/2/II/A.9.3 (NEN/7341)
(1) les concentrations maximales, déterminées selon CMA/2/II/A.9.3 (NEN/7341)
| ANORGANISCHE COMPONENTEN | |
| Parameter (inclusief verbindingen) | Uitloogbaarheid in mg/kg droge stof (2) |
| Arseen (As) | 2 |
| Barium (Ba) | 100 |
| Cadmium (Cd) | 1 |
| Chroom (Crtotaal) | 10 |
| Koper (Cu) | 50 |
| Kwik (Hg) | 0,2 |
| Molybdeen (Mo) | 10 |
| Nikkel (Ni) | 10 |
| Lood (Pb) | 10 |
| Antimoon (Sb) | 0,7 |
| Selenium (Se) | 0,5 |
| Zink (Zn) | 50 |
| Cyanide (totaal) | 10 |
| Chloride | 15.000 |
| Fluoride | 150 |
| Sulfaat | 20.000 |
| DOC(*) | 800 |
| TDS (**) | 60.000 |
ANORGANISCHE COMPONENTEN
Parameter (inclusief verbindingen)Uitloogbaarheid in mg/kg droge stof (2)
Arseen (As)2
Barium (Ba)100
Cadmium (Cd)1
Chroom (Crtotaal)10
Koper (Cu)50
Kwik (Hg)0,2
Molybdeen (Mo)10
Nikkel (Ni)10
Lood (Pb)10
Antimoon (Sb)0,7
Selenium (Se)0,5
Zink (Zn)50
Cyanide (totaal)10
Chloride15.000
Fluoride150
Sulfaat20.000
DOC(*)800
TDS (**)60.000
| COMPOSANTS ANORGANIQUES | |
| Paramètre (y compris les liaisons) | Immission en mg/kg de substance sèche (2) |
| Arsenic (As) | 2 |
| Baryum (Ba) | 100 |
| Cadmium (Cd) | 1 |
| Chrome (Cr total) | 10 |
| Cuivre (Cu) | 50 |
| Mercure (Hg) | 0,2 |
| Molybdène (Mo) | 10 |
| Nickel (Ni) | 10 |
| Plomb (Pb) | 10 |
| Antimoine (Sb) | 0,7 |
| Sélénium (Se) | 0,5 |
| Zinc (Zn) | 50 |
| Cyanure (total) | 10 |
| Chlorure | 15.000 |
| Fluorure | 150 |
| Sulfate | 20.000 |
| DOC(*) | 800 |
| TDS (**) | 60.000 |
COMPOSANTS ANORGANIQUES
Paramètre (y compris les liaisons)Immission en mg/kg de substance sèche (2)
Arsenic (As)2
Baryum (Ba)100
Cadmium (Cd)1
Chrome (Cr total)10
Cuivre (Cu)50
Mercure (Hg)0,2
Molybdène (Mo)10
Nickel (Ni)10
Plomb (Pb)10
Antimoine (Sb)0,7
Sélénium (Se)0,5
Zinc (Zn)50
Cyanure (total)10
Chlorure15.000
Fluorure150
Sulfate20.000
DOC(*)800
TDS (**)60.000
(2) uitloogbaarheid, bepaald met de schudtest bij L/S=10 volgens CMA/2/II/A.13 (EN 12.457/4)
(*) Als de afvalstoffen bij hun eigen pH-waarde niet aan die waarden voor DOC* voldoen, kunnen ze eventueel worden getest hij L/S = 10 l/kg en een pH van 7,5- 8.0. De afvalstoffen kunnen worden beschouwd als in overeenstemming met de aanvaardingscriteria voor DOC*, als het resultaat van die bepaling niet hoger is dan 800 mg/kg.
(**) De waarden voor TDS kunnen als alternatief voor de waarden voor sulfaat en chloride worden gebruikt.
(*) Als de afvalstoffen bij hun eigen pH-waarde niet aan die waarden voor DOC* voldoen, kunnen ze eventueel worden getest hij L/S = 10 l/kg en een pH van 7,5- 8.0. De afvalstoffen kunnen worden beschouwd als in overeenstemming met de aanvaardingscriteria voor DOC*, als het resultaat van die bepaling niet hoger is dan 800 mg/kg.
(**) De waarden voor TDS kunnen als alternatief voor de waarden voor sulfaat en chloride worden gebruikt.
(2) lixiviation, mesurée dans une colonne d'essai avec L/S=10 conformément à la méthode CMA/2/II/A.13 (EN 12.457/4)
(*) Si les déchets ne satisfont pas au niveau de leur valeur pH aux valeurs pour DOC*, ils peuvent éventuellement être testés selon L/S = 10 l/kg et un pH de 7,5 B 8.0. On peut considérer que les déchets sont conformes aux critères d'acceptation pour DOC*, si le résultat de cette détermination n'est pas supérieur à 800 mg/kg.
(**) Les valeurs pour TDS peuvent être utilisées comme alternative pour les valeurs pour le sulfate et le chlorure.
(*) Si les déchets ne satisfont pas au niveau de leur valeur pH aux valeurs pour DOC*, ils peuvent éventuellement être testés selon L/S = 10 l/kg et un pH de 7,5 B 8.0. On peut considérer que les déchets sont conformes aux critères d'acceptation pour DOC*, si le résultat de cette détermination n'est pas supérieur à 800 mg/kg.
(**) Les valeurs pour TDS peuvent être utilisées comme alternative pour les valeurs pour le sulfate et le chlorure.
| MONOCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN | |
| PARAMETERS | TOTAALCONCENTRATIE (3) in mg/kg droge stof |
| Benzeen | 0.5 |
| Ethylbenzeen | 5 |
| Styreen | 1.5 |
| Tolueen | 15 |
| Xyleen | 15 |
MONOCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN
PARAMETERSTOTAALCONCENTRATIE (3) in mg/kg droge stof
Benzeen0.5
Ethylbenzeen5
Styreen1.5
Tolueen15
Xyleen15
| HYDROCARBURES MONOCYCLIQUES AROMATIQUES | |
| PARAMETRES | CONCENTRATION TOTALE (3) en mg/kg de substance sèche |
| Benzène | 0.5 |
| Ethylbenzène | 5 |
| Styrène | 1.5 |
| Toluène | 15 |
| Xylène | 15 |
HYDROCARBURES MONOCYCLIQUES AROMATIQUES
PARAMETRESCONCENTRATION TOTALE (3) en mg/kg de substance sèche
Benzène0.5
Ethylbenzène5
Styrène1.5
Toluène15
Xylène15
| POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN | |
| PARAMETERS | TOTAALCONCENTRATIE (3) in mg/kg droge stof |
| Benzo(a)antraceen | 35 |
| Benzo(a)pyreen | 8.5 |
| Benzo(ghi)peryleen | 35 |
| Benzo(b)fluoranteen | 55 |
| Benzo(k)fluoranteen | 55 |
| Chryseen | 400 |
| Fenantreen | 30 |
| Fluoranteen | 40 |
| Indeno(1,2,3cd)pyreen | 35 |
| Naftaleen | 20 |
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN
PARAMETERSTOTAALCONCENTRATIE (3) in mg/kg droge stof
Benzo(a)antraceen35
Benzo(a)pyreen8.5
Benzo(ghi)peryleen35
Benzo(b)fluoranteen55
Benzo(k)fluoranteen55
Chryseen400
Fenantreen30
Fluoranteen40
Indeno(1,2,3cd)pyreen35
Naftaleen20
| HYDROCARBURES POLYCYCLIQUES AROMATIQUES | |
| PARAMETRES | CONCENTRATION TOTALE (3) en mg/kg de substance sèche |
| Benzo(a)antracène | 35 |
| Benzo(a)pyrène | 8.5 |
| Benzo(ghi)pérylène | 35 |
| Benzo(b)fluoranthène | 55 |
| Benzo(k)fluoranthène | 55 |
| Chrysène | 400 |
| Phénantrène | 30 |
| Fluoranthène | 40 |
| Indéno(1,2,3cd)pyrène | 35 |
| Naphtalène | 20 |
HYDROCARBURES POLYCYCLIQUES AROMATIQUES
PARAMETRESCONCENTRATION TOTALE (3) en mg/kg de substance sèche
Benzo(a)antracène35
Benzo(a)pyrène8.5
Benzo(ghi)pérylène35
Benzo(b)fluoranthène55
Benzo(k)fluoranthène55
Chrysène400
Phénantrène30
Fluoranthène40
Indéno(1,2,3cd)pyrène35
Naphtalène20
| OVERIGE ORGANISCHE STOFFEN | |
| PARAMETERS | TOTAALCONCENTRATIE (3) in mg/kg droge stof |
| Extraheerbare organohalogeen-verbindingen (EOX) | 10 |
| Hexaan | 1 |
| Heptaan | 25 |
| Minerale olie | 1000 |
| Octaan | 90 |
| Polychloorbifenylen (PCB) | 0.5 |
OVERIGE ORGANISCHE STOFFEN
PARAMETERSTOTAALCONCENTRATIE (3) in mg/kg droge stof
Extraheerbare organohalogeen-verbindingen (EOX)10
Hexaan1
Heptaan25
Minerale olie1000
Octaan90
Polychloorbifenylen (PCB)0.5
| AUTRES SUBSTANCES ORGANIQUES | |
| PARAMETRES | CONCENTRATION TOTALE (3) en mg/kg de substance sèche |
| Composés organiques halogénés extractibles (EOX) | 10 |
| Hexane | 1 |
| Heptane | 25 |
| Huile minérale | 1000 |
| Octane | 90 |
| Polychlorobiphényle (PCB) | 0.5 |
AUTRES SUBSTANCES ORGANIQUES
PARAMETRESCONCENTRATION TOTALE (3) en mg/kg de substance sèche
Composés organiques halogénés extractibles (EOX)10
Hexane1
Heptane25
Huile minérale1000
Octane90
Polychlorobiphényle (PCB)0.5
(3) bepaling van de totaalconcentratie aan organische verontreinigingen volgens de methode opgenomen in deel 3 van het compendium voor monsterneming en analyse.
Bijlage 4.2.3.C VOORWAARDEN VOOR GEBRUIK VAN KUNSTMATIGE AFDICHTINGSLAGEN MET WATERGLAS
Bijlage 4.2.3.C VOORWAARDEN VOOR GEBRUIK VAN KUNSTMATIGE AFDICHTINGSLAGEN MET WATERGLAS
(3) détermination de la concentration totale en polluants organiques suivant la méthode reprise dans la partie 3 du compendium pour l'échantillonnage et l'analyse.
Annexe 4.2.3.C CONDITIONS POUR L'UTILISATION DES COUCHES D'ETANCHEITE ARTIFICIELLES AVEC DU VERRE SOLUBLE
Annexe 4.2.3.C CONDITIONS POUR L'UTILISATION DES COUCHES D'ETANCHEITE ARTIFICIELLES AVEC DU VERRE SOLUBLE
| ANORGANISCHE COMPONENTEN | |
| Parameter (inclusief verbindingen) | Maximale beschikbaarheid in mg/kg droge stof (1) |
| Arseen (As) | 246 |
| Barium (Ba) | 115.128 |
| Cadmium (Cd) | 10 |
| Chroom (Cr totaal) | 478 |
| Koper (Cu) | 220 |
| Kwik (Hg) | 50 |
| Molybdeen (Mo) | 274 |
| Nikkel (Ni) | 83 |
| Lood (Pb) | 3.710 |
| Antimoon (Sb) | 101 |
| Selenium (Se) | 27 |
| Zink (Zn) | 5.628 |
| Chloride | 365.487 |
| Fluoride | 8.528 |
| Sulfaat | 646.096 |
ANORGANISCHE COMPONENTEN
Parameter (inclusief verbindingen)Maximale beschikbaarheid in mg/kg droge stof (1)
Arseen (As)246
Barium (Ba)115.128
Cadmium (Cd)10
Chroom (Cr totaal)478
Koper (Cu)220
Kwik (Hg)50
Molybdeen (Mo)274
Nikkel (Ni)83
Lood (Pb)3.710
Antimoon (Sb)101
Selenium (Se)27
Zink (Zn)5.628
Chloride365.487
Fluoride8.528
Sulfaat646.096
| COMPOSANTS ANORGANIQUES | |
| Paramètre (y compris les liaisons) | Concentration maximale en mg/kg de substance sèche (1) |
| Arsenic (As) | 246 |
| Baryum (Ba) | 115.128 |
| Cadmium (Cd) | 10 |
| Chrome (Cr total) | 478 |
| Cuivre (Cu) | 220 |
| Mercure (Hg) | 50 |
| Molybdène (Mo) | 274 |
| Nickel (Ni) | 83 |
| Plomb (Pb) | 3.710 |
| Antimoine (Sb) | 101 |
| Sélénium (Se) | 27 |
| Zinc (Zn) | 5.628 |
| Chlorure | 365.487 |
| Fluorure | 8.528 |
| Sulfate | 646.096 |
COMPOSANTS ANORGANIQUES
Paramètre (y compris les liaisons)Concentration maximale en mg/kg de substance sèche (1)
Arsenic (As)246
Baryum (Ba)115.128
Cadmium (Cd)10
Chrome (Cr total)478
Cuivre (Cu)220
Mercure (Hg)50
Molybdène (Mo)274
Nickel (Ni)83
Plomb (Pb)3.710
Antimoine (Sb)101
Sélénium (Se)27
Zinc (Zn)5.628
Chlorure365.487
Fluorure8.528
Sulfate646.096
(1) de maximale beschikbaarheden, bepaald volgens CMA/2/II/A.9.3 (NEN/7341)
Als voor een bepaald metaal de maximale beschikbaarheid niet voldoet, moet de uitloogbaarheid van dat metaal voldoen aan :
Als voor een bepaald metaal de maximale beschikbaarheid niet voldoet, moet de uitloogbaarheid van dat metaal voldoen aan :
(1) les concentrations maximales, déterminées selon CMA/2/II/A.9.3 (NEN/7341)
Si la concentration maximale ne satisfait pas pour un métal déterminé, la lixiviation de ce métal doit satisfaire à :
Si la concentration maximale ne satisfait pas pour un métal déterminé, la lixiviation de ce métal doit satisfaire à :
| ANORGANISCHE COMPONENTEN | |
| Parameter (inclusief verbindingen) | Uitloogbaarheid in mg/m 2 |
| Arseen (As) | 86 |
| Barium (Ba) | 5.692 |
| Cadmium (Cd) | 3,6 |
| Chroom (Cr totaal) | 167 |
| Koper (Cu) | 77 |
| Kwik (Hg) | 2,5 |
| Molybdeen (Mo) | 136 |
| Nikkel (Ni) | 41 |
| Lood (Pb) | 183 |
| Antimoon (Sb) | 35 |
| Selenium (Se) | 14 |
| Zink (Zn) | 278 |
ANORGANISCHE COMPONENTEN
Parameter (inclusief verbindingen)Uitloogbaarheid in mg/m 2
Arseen (As)86
Barium (Ba)5.692
Cadmium (Cd)3,6
Chroom (Cr totaal)167
Koper (Cu)77
Kwik (Hg)2,5
Molybdeen (Mo)136
Nikkel (Ni)41
Lood (Pb)183
Antimoon (Sb)35
Selenium (Se)14
Zink (Zn)278
| COMPOSANTS ANORGANIQUES | |
| Paramètre (y compris les liaisons) | Lixiviation en mg/m 2 |
| Arsenic (As) | 86 |
| Baryum (Ba) | 5.692 |
| Cadmium (Cd) | 3,6 |
| Chrome (Cr total) | 167 |
| Cuivre (Cu) | 77 |
| Mercure (Hg) | 2,5 |
| Molybdène (Mo) | 136 |
| Nickel (Ni) | 41 |
| Plomb (Pb) | 183 |
| Antimoine (Sb) | 35 |
| Sélénium (Se) | 14 |
| Zinc (Zn) | 278 |
COMPOSANTS ANORGANIQUES
Paramètre (y compris les liaisons)Lixiviation en mg/m 2
Arsenic (As)86
Baryum (Ba)5.692
Cadmium (Cd)3,6
Chrome (Cr total)167
Cuivre (Cu)77
Mercure (Hg)2,5
Molybdène (Mo)136
Nickel (Ni)41
Plomb (Pb)183
Antimoine (Sb)35
Sélénium (Se)14
Zinc (Zn)278
(2) de uitloging, bepaald met de korreldiffusieproef volgens CMA/2/II/A.9.2 aangepast (NVN 7347)
Naargelang de toepassing van de afdichtingslaag met waterglas gebeurt op een stortplaats van categorie 1 of 2, moet de uitloogbaarheid tevens voldoen aan :
Naargelang de toepassing van de afdichtingslaag met waterglas gebeurt op een stortplaats van categorie 1 of 2, moet de uitloogbaarheid tevens voldoen aan :
(2) la lixiviation, déterminée avec le test de diffusion des granulats suivant la méthode CMA/2/II/A.9.2 adaptée (NVN 7347)
En fonction de l'application de la couche d'étanchéité avec du verre soluble sur une décharge de catégorie 1 ou 2, la lixiviation doit également satisfaire à :
En fonction de l'application de la couche d'étanchéité avec du verre soluble sur une décharge de catégorie 1 ou 2, la lixiviation doit également satisfaire à :
| ANORGANISCHE COMPONENTEN | ||
| Parameter (inclusief verbindingen) | Uitloogbaarheid in mg/kg droge stof (*) | |
| Stortplaats categorie 2 | Stortplaats categorie 1 | |
| Arseen (As) | 8,12 | 101 |
| Barium (Ba) | 276 | 829 |
| Cadmium (Cd) | 1,49 | 7,44 |
| Chroom (Cr totaal) | 26 | 179 |
| Koper (Cu) | 102 | 204 |
| Kwik (Hg) | 0,76 | 7,55 |
| Molybdeen (Mo) | 18 | 54 |
| Nikkel (Ni) | 20 | 80 |
| Lood (Pb) | 21 | 104 |
| Antimoon (Sb) | 2,17 | 16 |
| Selenium (Se) | 0,86 | 12 |
| Zink (Zn) | 102 | 408 |
| Cyanide (totaal) | 18 | 18 |
| Chloride | 20.919 | 34.866 |
| Fluoride | 348 | 1.159 |
| Sulfaat | 37.319 | 93.296 |
| DOC | 1.634 | 2.042 |
ANORGANISCHE COMPONENTEN
Parameter (inclusief verbindingen)Uitloogbaarheid in mg/kg droge stof (*)
Stortplaats categorie 2Stortplaats categorie 1
Arseen (As)8,12101
Barium (Ba)276 829
Cadmium (Cd)1,497,44
Chroom (Cr totaal)26 179
Koper (Cu)102 204
Kwik (Hg)0,767,55
Molybdeen (Mo)18 54
Nikkel (Ni)20 80
Lood (Pb)21 104
Antimoon (Sb)2,1716
Selenium (Se)0,86 12
Zink (Zn)102 408
Cyanide (totaal)18 18
Chloride20.919 34.866
Fluoride348 1.159
Sulfaat37.319 93.296
DOC1.634 2.042
| COMPOSANTS ANORGANIQUES | ||
| Paramètre (y compris les liaisons) | Lixiviation en mg/kg substance sèche (*) | |
| Décharge catégorie 2 | Décharge catégorie 1 | |
| Arsenic (As) | 8,12 | 101 |
| Baryum (Ba) | 276 | 829 |
| Cadmium (Cd) | 1,49 | 7,44 |
| Chrome (Cr total) | 26 | 179 |
| Cuivre (Cu) | 102 | 204 |
| Mercure (Hg) | 0,76 | 7,55 |
| Molybdène (Mo) | 18 | 54 |
| Nickel (Ni) | 20 | 80 |
| Plomb (Pb) | 21 | 104 |
| Antimoine (Sb) | 2,17 | 16 |
| Sélénium (Se) | 0,86 | 12 |
| Zinc (Zn) | 102 | 408 |
| Cyanure (total) | 18 | 18 |
| Chlorure | 20.919 | 34.866 |
| Fluorure | 348 | 1.159 |
| Sulfate | 37.319 | 93.296 |
| DOC | 1.634 | 2.042 |
COMPOSANTS ANORGANIQUES
Paramètre (y compris les liaisons)Lixiviation en mg/kg substance sèche (*)
Décharge catégorie 2Décharge catégorie 1
Arsenic (As)8,12101
Baryum (Ba)276 829
Cadmium (Cd)1,497,44
Chrome (Cr total)26 179
Cuivre (Cu)102 204
Mercure (Hg)0,767,55
Molybdène (Mo)18 54
Nickel (Ni)20 80
Plomb (Pb)21 104
Antimoine (Sb)2,1716
Sélénium (Se)0,8612
Zinc (Zn)102 408
Cyanure (total)18 18
Chlorure20.919 34.866
Fluorure348 1.159
Sulfate37.319 93.296
DOC1.634 2.042
(*) uitloogbaarheid bepaald, met de schudtest bij L/S=10 volgens CMA/2/II/A.13 (EN 12.457/4)
Naargelang de toepassing van de afdichtingslaag met waterglas gebeurt op een stortplaats van categorie 1 of 2, moet de samenstelling van organische componenten voldoen aan :
Categorie 2 stortplaatsen voor niet-gevaarlijk afval algemeen
1° extraheerbare apolaire koolwaterstoffen : <= 2 gew.-% op de watervrije afvalstof;
2° totaal oplosmiddelen (aspecifiek) : <= 1 gew.-% op de watervrije afvalstof;
3° totaal extraheerbare organohalogeenverbindingen : <= 1000 mg per kg op de watervrije afvalstof.
Categorie 2 stortplaatsen voor niet gevaarlijke afval (anorganisch met laag gehalte organisch/biologisch afbreekbare stoffen)
1° extraheerbare apolaire koolwaterstoffen : <= 5 gew.-% op de watervrije afvalstof met als aanbevolen analysemethoden EPA 9071, AAC 3/R;
2° totaal oplosmiddelen (aspecifiek) : <= 3 gew.-% op de watervrije afvalstof met als aanbevolen analysemethode AAC 3/Q;
3° totaal extraheerbare organohalogeenverbindingen : <= 1000 mg per kg op de watervrije afvalstof met als aanbevolen analysemethode AAC 3/N;
4° wateroplosbaar gedeelte : < 10 gew.-% op de watervrije afvalstof, met als aanbevolen analysemethode : gewichtsverlies na extractie volgens DIN 38414-S4;
5° tenzij anders is vermeld in het gebruikscertificaat :
a) ofwel, verlies door uitgloeiing van het droge bestanddeel van de afvalstof ten gevolge van de ontbinding van organische stoffen, uitgezonderd vaste polymeren en asfalt : < 10 gewichtsprocent;
b) ofwel, totaal organische koolstof, uitgezonderd de koolstof, vervat in vaste polymeren of asfalt, op het droge bestanddeel van de afvalstof : < 6 % (*);
Voor de toepassing van deze bepalingen wordt met vaste polymeren bedoeld : de kunststoffen in vaste vorm zoals folies, granulaten, voorwerpen, vaste brokken.
Aanbevolen analysemethode :
- gloeiverlies : DIN 38414-S3, AAC2/II/A.2;
- totaal organische koolstof : AAC2/II/A.7.
(*) Als deze waarde wordt overschreden kan in het gebruikscertificaat een hogere grenswaarde worden toegelaten, mits voor de DOC* een waarde van 1634 mg/kg niet wordt overschreden bij L/S = 10 l/kg en de pH-waarde van het materiaal zelf dan wel een pH tussen 7,5 en 8.
Categorie 2 gevaarlijk afval op stortplaatsen voor niet-gevaarlijk afval
Naargelang de toepassing van de afdichtingslaag met waterglas gebeurt op een stortplaats van categorie 1 of 2, moet de samenstelling van organische componenten voldoen aan :
Categorie 2 stortplaatsen voor niet-gevaarlijk afval algemeen
1° extraheerbare apolaire koolwaterstoffen : <= 2 gew.-% op de watervrije afvalstof;
2° totaal oplosmiddelen (aspecifiek) : <= 1 gew.-% op de watervrije afvalstof;
3° totaal extraheerbare organohalogeenverbindingen : <= 1000 mg per kg op de watervrije afvalstof.
Categorie 2 stortplaatsen voor niet gevaarlijke afval (anorganisch met laag gehalte organisch/biologisch afbreekbare stoffen)
1° extraheerbare apolaire koolwaterstoffen : <= 5 gew.-% op de watervrije afvalstof met als aanbevolen analysemethoden EPA 9071, AAC 3/R;
2° totaal oplosmiddelen (aspecifiek) : <= 3 gew.-% op de watervrije afvalstof met als aanbevolen analysemethode AAC 3/Q;
3° totaal extraheerbare organohalogeenverbindingen : <= 1000 mg per kg op de watervrije afvalstof met als aanbevolen analysemethode AAC 3/N;
4° wateroplosbaar gedeelte : < 10 gew.-% op de watervrije afvalstof, met als aanbevolen analysemethode : gewichtsverlies na extractie volgens DIN 38414-S4;
5° tenzij anders is vermeld in het gebruikscertificaat :
a) ofwel, verlies door uitgloeiing van het droge bestanddeel van de afvalstof ten gevolge van de ontbinding van organische stoffen, uitgezonderd vaste polymeren en asfalt : < 10 gewichtsprocent;
b) ofwel, totaal organische koolstof, uitgezonderd de koolstof, vervat in vaste polymeren of asfalt, op het droge bestanddeel van de afvalstof : < 6 % (*);
Voor de toepassing van deze bepalingen wordt met vaste polymeren bedoeld : de kunststoffen in vaste vorm zoals folies, granulaten, voorwerpen, vaste brokken.
Aanbevolen analysemethode :
- gloeiverlies : DIN 38414-S3, AAC2/II/A.2;
- totaal organische koolstof : AAC2/II/A.7.
(*) Als deze waarde wordt overschreden kan in het gebruikscertificaat een hogere grenswaarde worden toegelaten, mits voor de DOC* een waarde van 1634 mg/kg niet wordt overschreden bij L/S = 10 l/kg en de pH-waarde van het materiaal zelf dan wel een pH tussen 7,5 en 8.
Categorie 2 gevaarlijk afval op stortplaatsen voor niet-gevaarlijk afval
(2) lixiviation, mesurée dans une colonne d'essai avec L/S=10 conformément à la méthode CMA/2/II/A.13 (EN 12.457/4)
En fonction de l'application de la couche d'étanchéité avec du verre soluble sur une décharge de catégorie 1 ou 2, la composition des composants organiques doit également satisfaire à :
Catégorie 2 décharges pour des déchets non dangereux généralités
1° Hydrocarbures apolaires extractibles : <= 2 poids -% sur le déchet anhydre;
2° total solvants (aspécifique) : <= 1 poids -% sur le déchet anhydre;
3° Total composés organiques halogénés extractibles : <= 1000 mg par kg sur le déchet anhydre.
Catégorie 2 décharges pour des déchets non dangereux (anorganiques avec des substances faiblement organiques / faiblement biodégradables)
1° Hydrocarbures apolaires extractibles : <= 5 poids -% sur le déchet anhydre avec comme méthodes d'analyse recommandées EPA 9071, AAC 3/R;
2° total solvants (aspécifique) : <= 3 poids -% sur le déchet anhydre avec comme méthode d'analyse recommandée AAC 3/Q;
3° Total composés organiques halogénés extractibles : <= 1000 mg par kg sur le déchet anhydre avec comme méthode d'analyse recommandée AAC 3/N;
4° partie soluble dans l'eau : <= 10 poids -% sur le déchet anhydre avec comme méthode d'analyse recommandée : perte de poids après extraction selon la norme DIN 38414-S4;
5° sauf si cela est mentionné autrement dans le certificat d'utilisation :
a) soit une perte à cause de la calcination de la substance sèche du déchet en conséquence de la dissolution des substances organiques, à l'exception des polymères fixes et de l'asphalte : < 10 pour cent de poids;
b) soit, total de carbone organique, à l'exception du carbone, contenu dans les polymères fixes ou l'asphalte, sur la substance sèche du déchet : < 6 % (*);
Pour l'application de ces dispositions, nous entendons par polymères fixes : les plastiques de forme fixe tels que les feuilles, les granulats, les objets, les fragments.
Méthode d'analyse recommandée :
- perte d'incandescence : DIN 38414-S3, AAC2/II/A.2;
- total carbone organique : AAC2/II/A.7.
(*) Si cette valeur est dépassée, une valeur limite supérieure peut être admise dans le certificat d'utilisation, à condition qu'une valeur de 1634 mg/kg ne soit pas dépassée pour le DOC* dans le cas de L/S : 10 l/kg et la valeur pH du matériel lui-même ait un pH situé entre 7,5 et 8.
Catégorie 2 déchets dangereux dans des décharges pour des déchets non dangereux
En fonction de l'application de la couche d'étanchéité avec du verre soluble sur une décharge de catégorie 1 ou 2, la composition des composants organiques doit également satisfaire à :
Catégorie 2 décharges pour des déchets non dangereux généralités
1° Hydrocarbures apolaires extractibles : <= 2 poids -% sur le déchet anhydre;
2° total solvants (aspécifique) : <= 1 poids -% sur le déchet anhydre;
3° Total composés organiques halogénés extractibles : <= 1000 mg par kg sur le déchet anhydre.
Catégorie 2 décharges pour des déchets non dangereux (anorganiques avec des substances faiblement organiques / faiblement biodégradables)
1° Hydrocarbures apolaires extractibles : <= 5 poids -% sur le déchet anhydre avec comme méthodes d'analyse recommandées EPA 9071, AAC 3/R;
2° total solvants (aspécifique) : <= 3 poids -% sur le déchet anhydre avec comme méthode d'analyse recommandée AAC 3/Q;
3° Total composés organiques halogénés extractibles : <= 1000 mg par kg sur le déchet anhydre avec comme méthode d'analyse recommandée AAC 3/N;
4° partie soluble dans l'eau : <= 10 poids -% sur le déchet anhydre avec comme méthode d'analyse recommandée : perte de poids après extraction selon la norme DIN 38414-S4;
5° sauf si cela est mentionné autrement dans le certificat d'utilisation :
a) soit une perte à cause de la calcination de la substance sèche du déchet en conséquence de la dissolution des substances organiques, à l'exception des polymères fixes et de l'asphalte : < 10 pour cent de poids;
b) soit, total de carbone organique, à l'exception du carbone, contenu dans les polymères fixes ou l'asphalte, sur la substance sèche du déchet : < 6 % (*);
Pour l'application de ces dispositions, nous entendons par polymères fixes : les plastiques de forme fixe tels que les feuilles, les granulats, les objets, les fragments.
Méthode d'analyse recommandée :
- perte d'incandescence : DIN 38414-S3, AAC2/II/A.2;
- total carbone organique : AAC2/II/A.7.
(*) Si cette valeur est dépassée, une valeur limite supérieure peut être admise dans le certificat d'utilisation, à condition qu'une valeur de 1634 mg/kg ne soit pas dépassée pour le DOC* dans le cas de L/S : 10 l/kg et la valeur pH du matériel lui-même ait un pH situé entre 7,5 et 8.
Catégorie 2 déchets dangereux dans des décharges pour des déchets non dangereux
| Parameter | Waarde |
| TOC (totaal organisch koolstof) | 5% (*) |
| pH | minimaal 6 |
| ZBV (zuurbindend vermogen) | moet worden gecontroleerd (**) |
| Paramètre | Valeur |
| TOC (total carbone organique) | 5% (*) |
| pH | minimum 6 |
| ZBV (capacité de liaison avec les acides) | doit être contrôlé (**) |
ParameterWaarde
TOC (totaal organisch koolstof)5% (*)
pHminimaal 6
ZBV (zuurbindend vermogen)moet worden gecontroleerd (**)
TOC (totaal organisch koolstof)5% (*)
pHminimaal 6
ZBV (zuurbindend vermogen)moet worden gecontroleerd (**)
ParamètreValeur
TOC (total carbone organique)5% (*)
pHminimum 6
ZBV (capacité de liaison avec les acides)doit être contrôlé (**)
TOC (total carbone organique)5% (*)
pHminimum 6
ZBV (capacité de liaison avec les acides)doit être contrôlé (**)
(*) Als deze waarde wordt overschreden, kan in het gebruikscertificaat een hogere grenswaarde worden toegestaan, op voorwaarde dat voor de DOC* een waarde van 1634 mg/kg niet wordt overschreden bij L/S = 10 l/kg en het materiaal zelf dan wel een pH-waarde heeft tussen 7,5 en 8.
(**) Het zuurbindend vermogen van de afvalstof moet worden gecontroleerd. Meer bepaald moet het bufferend vermogen van de afvalstof voldoende zijn opdat ook in contact met het infiltrerend neerslagwater het voldoen aan de grenswaarden voor uitloging verzekerd blijft.
Categorie 1 stortplaatsen voor gevaarlijk afval
1° aanvullende criteria :
(**) Het zuurbindend vermogen van de afvalstof moet worden gecontroleerd. Meer bepaald moet het bufferend vermogen van de afvalstof voldoende zijn opdat ook in contact met het infiltrerend neerslagwater het voldoen aan de grenswaarden voor uitloging verzekerd blijft.
Categorie 1 stortplaatsen voor gevaarlijk afval
1° aanvullende criteria :
(*) Si cette valeur est dépassée, une valeur limite supérieure peut être admise dans le certificat d'utilisation, à condition qu'une valeur de 1634 mg/kg ne soit pas dépassée pour le DOC* dans le cas de L/S : 10 l/kg et la valeur pH du matériel lui-même soit située entre 7,5 et 8.
(**) La capacité de liaison avec les acides des déchets doit être contrôlée. C'est plus particulièrement la capacité de tampon du déchet qui doit être suffisante pour qu'elle puisse continuer à satisfaire aux valeurs limites pour l'immision même au contact des eaux de précipitations qui s'infiltrent.
Catégorie 1 décharges pour les déchets dangereux
1° critères complémentaires :
(**) La capacité de liaison avec les acides des déchets doit être contrôlée. C'est plus particulièrement la capacité de tampon du déchet qui doit être suffisante pour qu'elle puisse continuer à satisfaire aux valeurs limites pour l'immision même au contact des eaux de précipitations qui s'infiltrent.
Catégorie 1 décharges pour les déchets dangereux
1° critères complémentaires :
| Parameter | Waarde |
| LOI (*) | 10% |
| TOC (totaal organisch koolstof)(*) | 6% (**) |
| pH | 4 - 13 |
| ZBV (zuurbindend vermogen) | moet worden gecontroleerd (* * *) |
| Paramètre | Valeur |
| LOI (*) | 10% |
| TOC (total carbone organique) (*) | 6% (**) |
| pH | 4 - 13 |
| ZBV (capacité de liaison avec les acides) | doit être contrôlé (* * *) |
ParameterWaarde
LOI (*)10%
TOC (totaal organisch koolstof)(*) 6% (**)
pH4 - 13
ZBV (zuurbindend vermogen)moet worden gecontroleerd (* * *)
LOI (*)10%
TOC (totaal organisch koolstof)(*) 6% (**)
pH4 - 13
ZBV (zuurbindend vermogen)moet worden gecontroleerd (* * *)
ParamètreValeur
LOI (*)10%
TOC (total carbone organique) (*) 6% (**)
pH4 - 13
ZBV (capacité de liaison avec les acides)doit être contrôlé (* * *)
LOI (*)10%
TOC (total carbone organique) (*) 6% (**)
pH4 - 13
ZBV (capacité de liaison avec les acides)doit être contrôlé (* * *)
(*) LOI of TOC moet worden gebruikt.
(**) Als deze waarde wordt overschreden kan in het gebruikscertificaat een hogere grenswaarde worden toegestaan, op voorwaarde dat voor de DOC* een waarde van 2.042 mg/kg niet wordt overschreden bij L/S = 10 l/kg en het materiaal zelf dan wel een pH-waarde heeft tussen 7,5 en 8.
(* * *) Het zuurbindend vermogen van de afvalstof moet worden gecontroleerd. Meer bepaald moet het bufferend vermogen van de afvalstof voldoende zijn opdat ook in contact met het infiltrerend neerslagwater het voldoen aan de grenswaarden voor uitloging verzekerd blijft.
2° extraheerbare apolaire koolwaterstoffen : <= 5 gew.-% op de watervrije afvalstof;
3° totaal oplosmiddelen (aspecifiek) : <= 3 gew.-% op de watervrije afvalstof;
4° totaal extraheerbare organohalogeenverbindingen : <= 1000 mg per kg op de watervrije afvalstof. "
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 februari 2009 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer, het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning, het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming en het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2006 betreffende de ophaling en de verwerking van dierlijk afval.
Brussel, 13 februari 2009.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
H. CREVITS
(**) Als deze waarde wordt overschreden kan in het gebruikscertificaat een hogere grenswaarde worden toegestaan, op voorwaarde dat voor de DOC* een waarde van 2.042 mg/kg niet wordt overschreden bij L/S = 10 l/kg en het materiaal zelf dan wel een pH-waarde heeft tussen 7,5 en 8.
(* * *) Het zuurbindend vermogen van de afvalstof moet worden gecontroleerd. Meer bepaald moet het bufferend vermogen van de afvalstof voldoende zijn opdat ook in contact met het infiltrerend neerslagwater het voldoen aan de grenswaarden voor uitloging verzekerd blijft.
2° extraheerbare apolaire koolwaterstoffen : <= 5 gew.-% op de watervrije afvalstof;
3° totaal oplosmiddelen (aspecifiek) : <= 3 gew.-% op de watervrije afvalstof;
4° totaal extraheerbare organohalogeenverbindingen : <= 1000 mg per kg op de watervrije afvalstof. "
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 februari 2009 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer, het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning, het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming en het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2006 betreffende de ophaling en de verwerking van dierlijk afval.
Brussel, 13 februari 2009.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
H. CREVITS
(*) LOI ou TOC doit être utilisé.
(**) Si cette valeur est dépassée, une valeur limite supérieure peut être admise dans le certificat d'utilisation, à condition qu'une valeur de 2.042 mg/kg ne soit pas dépassée pour le DOC* dans le cas de L/S : 10 l/kg et la valeur pH du matériel lui-même soit située entre 7,5 et 8.
(* * *) La capacité de liaison avec les acides des déchets doit être contrôlée. C'est plus particulièrement la capacité de tampon du déchet qui doit être suffisante pour qu'elle puisse continuer à satisfaire aux valeurs limites pour la lixiviation même au contact des eaux de précipitations qui s'infiltrent.
2° Hydrocarbures apolaires extractibles : <= 5 poids -% sur le déchet anhydre;
3° total solvants (aspécifique) : <= 3 poids -% sur le déchet anhydre;
4° Total composés organiques halogénés extractibles : <= 1000 mg par kg sur le déchet anhydre. "
Vu pour être joint à l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 février 2009 modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 décembre 2003 fixant le règlement flamand relatif à la prévention et à la gestion des déchets, l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 février 1991 fixant le règlement flamand relatif à l'autorisation écologique, l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 fixant les dispositions générales et sectorielles en matière d'hygiène de l'environnement, l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2007 fixant le règlement flamand relatif à l'assainissement du sol et à la protection du sol et l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 2006 relatif à la collecte et à la transformation des déchets animaux.
Bruxelles, le 13 février 2009.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
La Ministre flamande des Travaux publics, de l'Energie, de l'Environnement et de la Nature,
H. CREVITS
(**) Si cette valeur est dépassée, une valeur limite supérieure peut être admise dans le certificat d'utilisation, à condition qu'une valeur de 2.042 mg/kg ne soit pas dépassée pour le DOC* dans le cas de L/S : 10 l/kg et la valeur pH du matériel lui-même soit située entre 7,5 et 8.
(* * *) La capacité de liaison avec les acides des déchets doit être contrôlée. C'est plus particulièrement la capacité de tampon du déchet qui doit être suffisante pour qu'elle puisse continuer à satisfaire aux valeurs limites pour la lixiviation même au contact des eaux de précipitations qui s'infiltrent.
2° Hydrocarbures apolaires extractibles : <= 5 poids -% sur le déchet anhydre;
3° total solvants (aspécifique) : <= 3 poids -% sur le déchet anhydre;
4° Total composés organiques halogénés extractibles : <= 1000 mg par kg sur le déchet anhydre. "
Vu pour être joint à l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 février 2009 modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 décembre 2003 fixant le règlement flamand relatif à la prévention et à la gestion des déchets, l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 février 1991 fixant le règlement flamand relatif à l'autorisation écologique, l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 fixant les dispositions générales et sectorielles en matière d'hygiène de l'environnement, l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2007 fixant le règlement flamand relatif à l'assainissement du sol et à la protection du sol et l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 2006 relatif à la collecte et à la transformation des déchets animaux.
Bruxelles, le 13 février 2009.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
La Ministre flamande des Travaux publics, de l'Energie, de l'Environnement et de la Nature,
H. CREVITS