Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
12 DECEMBER 2008. - Decreet houdende diverse bepalingen inzake energie, leefmilieu, openbare werken, landbouw en visserij
Titre
12 DECEMBRE 2008. - Décret portant diverses mesures en matière d'énergie, d'environnement, de travaux publics, d'agriculture et de pêche (TRADUCTION)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (185)
Texte (185)
HOOFDSTUK I. - Algemeen.
CHAPITRE Ier. - Généralités.
Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.
Article 1. Le présent décret règle une matière régionale.
HOOFDSTUK II. - Energie.
CHAPITRE II. - Energie.
Art.2. Aan artikel 19, eerste lid, 1°, van het decreet van 17 juli 2000 houdende de organisatie van de elektriciteitsmarkt worden een punt k) tot n) toegevoegd, die luiden als volgt :
  " k) de informatieverlening en het eventueel voorafgaand overleg bij een onderbreking van de elektriciteitstoevoer voor aanleg, onderhoud en herstelling van het net;
  l) de karakteristieken van de geleverde elektrische spanning op het toegangspunt;
  m) de termijnen waarbinnen aanvragen voor nieuwe aansluitingen en aanpassingen van aansluitingen behandeld en uitgevoerd worden;
  n) de termijnen waarbinnen klachten en vragen van eindafnemers behandeld worden. ".
Art.2. A l'article 19, premier alinéa, 1°, du décret du 17 juillet 2000 relatif à l'organisation du marché de l'électricité, sont ajoutés des points k) à n) ainsi rédigés :
  " k) les informations sur et la concertation préalable éventuelle lors d'une interruption des fournitures d'électricité pour l'aménagement, l'entretien et la réparation du réseau;
  l) les caractéristiques de la tension électrique fournie au point d'accès réseau;
  m) les délais dans lesquels des demandes de nouveaux raccordements et d'adaptations des raccordements doivent être traitées et exécutées;
  n) les délais dans lesquels des plaintes et des demandes des clients finals sont traitées. ".
Art.3. Aan hetzelfde decreet wordt een artikel 19ter toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " Artikel 19ter
  De Vlaamse Regering kan, na advies van de reguleringsinstantie, de netbeheerders openbaredienstverplichtingen opleggen met betrekking tot hun dienstverlening aan de leveranciers die toegang hebben tot hun net en/of hun aangestelden.
  Deze openbaredienstverplichtingen kunnen onder meer handelen over de termijnen waarbinnen meetgegevens en de aansluitingsgegevens van de klanten van de leverancier door de netbeheerder worden overgemaakt aan de leverancier en/of zijn aangestelden. ".
Art.3. Au même décret, il est ajouté un article 19ter, rédigé comme suit :
  " Article 19ter
  Après avis de l'autorité de régulation, le Gouvernement flamand peut imposer aux gestionnaires de réseau des obligations de service public en ce qui concerne leurs prestations de services aux fournisseurs qui ont accès à leur réseau et/ou à leurs préposés.
  Ces obligations de service public peuvent entre autres se rapporter aux délais dans lesquels les données de mesurage et de raccordement des clients du fournisseur sont transmis par le gestionnaire de réseau au fournisseur et/ou à ses préposés. ".
Art.4. Aan artikel 23, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden " of § 3 in voorkomend geval " toegevoegd.
Art.4. L'article 23, § 1er, alinéa premier, du même décret est complété par les mots " ou du § 3, le cas échéant ".
Art.5. Artikel 23, § 3, van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
  " § 3. Indien de reguleringsinstantie vaststelt dat het quotiënt van het aantal groenestroomcertificaten toegekend in het jaar n-1 en het totaal van de afnamecijfers, uitgedrukt in MWh, van het jaar n-1 van alle afnamepunten in het Vlaamse Gewest, vermeld als Ev in § 2, groter is dan G op 31 maart van het jaar n+1, wordt deze G verhoogd tot dit quotiënt. ".
Art.5. L'article 23, § 3, du même décret est remplacé par la disposition suivante :
  " § 3. Si l'autorité de régulation constate que le quotient du nombre de certificats d'électricité écologique, attribués en l'an n-1, et le prélèvement d'électricité total, exprimé en MWh, de l'an n-1, de tous les points de prélèvement dans la Région flamande, désignés par Ev au § 2, est supérieur à G au 31 mars de l'an n+1, ce G est majoré jusqu'à ce quotient. ".
Art.6. In artikel 37, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet worden tussen de woorden " specifieke bepalingen " en de woorden " van dit decreet " de woorden " van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt en " ingevoegd.
Art.6. Dans l'article 37, § 1er, premier alinéa, du même décret, les mots " du décret du 30 avril 2004 relatif à la création de l'agence autonomisée externe de droit public " Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt " (Autorité de régulation flamande pour le marché de l'électricité et du gaz) sont insérés entre les mots " dispositions spécifiques " et les mots " du présent décret ".
Art.7. Aan artikel 18, 1°, van het decreet van 6 juli 2001 houdende de organisatie van de gasmarkt worden een punt i) tot l) toegevoegd, die luiden als volgt :
  " i) de informatieverlening en het eventueel voorafgaand overleg bij een onderbreking van de aardgastoevoer voor aanleg, onderhoud en herstelling van het net;
  j) de karakteristieken van de geleverde aardgasdruk en de verzekering van de uit het vervoersnet geleverde aardgaskwaliteit;
  k) de termijnen waarbinnen aanvragen voor nieuwe aansluitingen en aanpassingen van aansluitingen behandeld en uitgevoerd worden;
  l) de termijnen waarbinnen klachten en vragen van afnemers behandeld worden. ".
Art.7. A l'article 18, 1°, du décret du 6 juillet 2001 relatif à l'organisation du marché du gaz, sont ajoutés des points i) à l) ainsi rédigés :
  " i) les informations sur et la concertation préalable éventuelle lors d'une interruption des fournitures de gaz naturel pour l'aménagement, l'entretien et la réparation du réseau;
  j) les caractéristiques de la pression des fournitures de gaz naturel et la garantie de la qualité du gaz naturel livré par le réseau de distribution;
  k) les délais dans lesquels des demandes de nouveaux raccordements et d'adaptations des raccordements doivent être traitées et exécutées;
  l) les délais dans lesquels des plaintes et des demandes des clients sont traitées. ".
Art.8. Aan hetzelfde decreet wordt een artikel 18quinquies toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " Artikel 18quinquies
  De Vlaamse Regering kan, na advies van de reguleringsinstantie, de aardgasnetbeheerders openbare-dienstverplichtingen opleggen met betrekking tot hun dienstverlening aan de leveranciers die toegang hebben tot hun net en/of hun aangestelden.
  Deze openbaredienstverplichtingen kunnen onder meer handelen over de termijnen waarbinnen meetgegevens en de aansluitingsgegevens van de klanten van de leverancier door de aardgasnetbeheerder worden overgemaakt aan de leverancier en/of zijn aangestelden. ".
Art.8. Au même arrêté, il est ajouté un article 18quinquies, ainsi rédigé :
  " Article 18quinquies
  Après avis de l'autorité de régulation, le Gouvernement flamand peut imposer aux gestionnaires de réseaux de gaz naturel des obligations de service public en ce qui concerne leurs prestations de services aux fournisseurs qui ont accès à leur réseau et/ou à leurs préposés.
  Ces obligations de service public peuvent entre autres se rapporter aux délais dans lesquels les données de mesurage et de raccordement des clients du fournisseur sont transmis par le gestionnaire de réseaux de gaz naturel au fournisseur et/ou à ses préposés. "
Art.9. In het decreet van 2 april 2004 tot vermindering van de uitstoot van broeikasgassen in het Vlaamse Gewest door het bevorderen van het rationeel energiegebruik, het gebruik van hernieuwbare energiebronnen en de toepassing van de flexibiliteitsmechanismen uit het Protocol van Kyoto, wordt een hoofdstuk VIbis, bestaande uit artikelen 23bis tot en met 23quater, ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " HOOFDSTUK VIbis. - Energierapport
  Art. 23bis. De minister, bevoegd voor het energiebeleid, publiceert jaarlijks, op voorstel van het Vlaams Energieagentschap, een energierapport. Het energierapport omvat voor het Vlaamse Gewest :
  1° een energiebalans;
  2° een beschrijving en analyse van de bestaande toestand inzake energieverbruik en energieproductie, per sector en per energiedrager;
  3° energiekengetallen per sector.
  Art. 23ter. De energiebalans bevat minstens volgende gegevens :
  1° globaal :
  a) het primair energieverbruik per energiedrager;
  b) de hoeveelheid energie geleverd aan de internationale lucht- en scheepvaartbunkers per energiedrager;
  c) het bruto binnenlands energieverbruik per energiedrager;
  d) de netto-geïmporteerde hoeveelheid energie per energiedrager;
  2° met betrekking tot de transformatiesector :
  a) de verwerkte hoeveelheid energie per subsector en per energiedrager;
  b) de geproduceerde hoeveelheid energie per subsector en per energiedrager;
  c) de productie van elektriciteit en warmte door warmtekracht en hernieuwbare energie-installaties per subsector en per energiedrager;
  d) het eigen verbruik en de leidingverliezen per subsector en per energiedrager;
  3° met betrekking tot de eindverbruiksector :
  a) het energieverbruik per subsector en per energiedrager;
  b) de productie van elektriciteit en warmte door warmtekracht-, hernieuwbare energie- en andere zelfopwekkingsinstallaties per subsector en per energiedrager.
  Art. 23quater. De diensten van de homogene beleidsdomeinen van de Vlaamse overheid, de instellingen die afhangen van het Vlaamse Gewest en de Vlaamse Gemeenschap, de ondergeschikte besturen die onder het administratief toezicht staan van het Vlaamse Gewest en de publiek- en privaatrechtelijke rechtspersonen die belast zijn met taken van openbaar nut inzake energie, stellen, hetzij op eenvoudige vraag van het Vlaams Energieagentschap, hetzij uit eigen beweging, alle niet-vertrouwelijke informatie waarover zij beschikken en die van nut kan zijn voor het opstellen van het energierapport en voor de onderbouwing van het Vlaams beleid inzake rationeel energiegebruik, hernieuwbare energiebronnen evenals het sociaal energiebeleid, ter beschikking van het Vlaams Energieagentschap. ".
Art.9. Dans le décret du 2 avril 2004 portant réduction des émissions de gaz à effet de serre en Région flamande par la promotion de l'utilisation rationnelle de l'énergie, l'utilisation de sources d'énergie renouvelables et l'application des mécanismes de flexibilité prévus par le Protocole de Kyoto, il est inséré un chapitre VIbis, comprenant les articles 23bis à 23quater inclus, ainsi rédigés :
  " CHAPITRE VIbis. - Rapport sur l'énergie
  Art. 23bis. Le Ministre chargé de la politique de l'énergie publie annuellement, sur la proposition de la 'Vlaams Energieagentschap' (Agence flamande de l'Energie), un rapport sur l'énergie. Le rapport sur l'énergie comprend pour la Région flamande :
  1° un bilan énergétique;
  2° une description et une analyse de la situation actuelle en matière de consommation et de production d'énergie, par secteur et par vecteur d'énergie;
  3° indices chiffrés de l'énergie par secteur.
  Art. 23ter. Le bilan énergétique contient au moins les données suivantes :
  1° globalement :
  a) la consommation d'énergie primaire par vecteur d'énergie;
  b) la quantité d'énergie livrée aux soutes maritimes et aériennes internationales par vecteur d'énergie;
  c) la consommation intérieure brute d'énergie par vecteur d'énergie;
  d) les importations nettes d'énergie par vecteur d'énergie;
  2° sur le secteur de la transformation :
  a) la quantité d'énergie transformée par sous-secteur et par vecteur d'énergie;
  b) la quantité d'énergie produite par sous-secteur et par vecteur d'énergie;
  c) la production d'électricité et de chaleur par cogénération et des installations d'énergie renouvelable par sous-secteur et par vecteur d'énergie;
  d) la propre consommation et les pertes d'énergie au cours du transport par sous-secteur et par vecteur d'énergie;
  3° sur le secteur de la consommation finale :
  a) la consommation d'énergie par sous-secteur et par vecteur d'énergie;
  b) la production d'électricité et de chaleur par cogénération et par des installations d'énergie renouvelable et d'autoproduction par sous-secteur et par vecteur d'énergie;
  Art. 23quater. Les services des domaines politiques homogènes de l'autorité flamande, les établissements qui relèvent de la Région flamande et de la Communauté flamande, les pouvoirs subordonnés soumis à la tutelle administrative de la Région flamande et les organismes de droit public et de droit privé chargés de tâches d'utilité publique en matière d'énergie, mettent à la disposition de la Vlaams Energieagentschap, ou bien sur simple demande de celle-ci, ou bien de leur propre initiative, toutes les informations non confidentielles dont ils disposent et qui peuvent être utiles pour la rédaction du rapport sur l'énergie et l'étayage de la politique flamande relative à l'utilisation rationnelle d'énergie, aux sources d'énergie renouvelables ainsi qu'à la politique énergétique sociale. ".
Art.10. In artikel 7, § 3, 2°, van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt worden tussen de woorden " overtreding van " en de woorden " het Elektriciteitsdecreet " de woorden " dit decreet, " ingevoegd.
Art.10. Dans l'article 7, § 3, 2°, du décret du 30 avril 2004 relatif à la création de l'agence autonomisée externe de droit public " Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt " (Autorité de régulation flamande pour le marché de l'électricité et du gaz) les mots " présent décret, au " sont insérés entre les mots " infraction au " et les mots " décret sur l'Electricité ".
HOOFDSTUK III. - Water.
CHAPITRE III. - Eaux.
Art.11. In artikel 2 van het decreet van 24 mei 2002 betreffende water bestemd voor menselijke aanwending wordt het begrip " abonnee " onder punt 1° vervangen door onderstaand begrip :
  " abonnee : elke persoon die een recht heeft ten aanzien van een onroerend goed, dat aangesloten is op een openbaar waterdistributienetwerk en aan wie de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk via dit waterdistributienetwerk water levert; ".
Art.11. Dans l'article 2 du décret du 24 mai 2002 relatif aux eaux destinées à l'utilisation humaine, la définition de la notion " abonné " au point 1° est remplacée par la définition suivante :
  " abonné : toute personne titulaire d'un droit sur un immeuble raccordé au réseau public de distribution d'eau et à qui l'exploitant d'un réseau public de distribution d'eau fournit des eaux via ce réseau public de distribution d'eau; ".
Art.12. In artikel 2 van hetzelfde decreet wordt het begrip " titularis " onder punt 13° vervangen door onderstaand begrip :
  " titularis van een private waterwinning : de persoon die een private waterwinning voor water bestemd voor menselijke aanwending in eigendom heeft; ".
Art.12. Dans l'article 2 du même décret, la définition de la notion " titulaire " au point 13° est remplacée par la définition suivante :
  " titulaire d'un captage d'eau privé : la personne qui est propriétaire d'un captage d'eau privé pour obtenir des eaux destinées à l'utilisation humaine; ".
Art.13. In artikel 2 van hetzelfde decreet wordt het begrip " verbruiker " onder punt 15° vervangen door onderstaand begrip :
  " verbruiker : de persoon die over het water bestemd voor menselijke aanwending beschikt in een onroerend goed of in een publiek gebouw; ".
Art.13. Dans l'article 2 du même décret, la définition de la notion " consommateur " au point 15° est remplacée par la définition suivante :
  " consommateur : la personne qui dispose des eaux destinées à la consommation humaine dans un immeuble ou un édifice public; ".
Art.14. In artikel 7 van hetzelfde decreet wordt § 2 vervangen door wat volgt :
  " § 2. De waterleverancier en de in § 3 bedoelde controleambtenaren hebben het recht de woning en publieke gebouwen te bezoeken tussen acht en twintig uur met het oog op de in § 1 bedoelde controles en met het oog op de inventarisatie-, controle- en onderhoudstaken bij de gebruikers van de diensten van de exploitanten met betrekking tot de opvang, het gebruik, de afvoer en de zuivering van het aan de abonnees verstrekte water bestemd voor menselijke consumptie, hemelwater, grondwater, oppervlaktewater en gerecupereerd afvalwater, inclusief de hiervoor aangewende infrastructuur.
  Als toegang tot de woning of het publieke gebouw wordt geweigerd, brengt de waterleverancier de in § 3 bedoelde controleambtenaren hiervan op de hoogte. De controleambtenaren voeren in dit geval de in § 1 bedoelde controles uit. ".
Art.14. A l'article 7 du même décret, le § 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Le fournisseur d'eau et les fonctionnaires de contrôle visés au § 3, ont le droit de visiter l'habitation et les édifices publics entre huit et vingt heures en vue d'effectuer les contrôles visés au § 1er, et de faire l'inventaire, d'exécuter les tâches de contrôle et d'entretien auprès des consommateurs des services des exploitants concernant le recueillement, l'utilisation, l'évacuation et l'épuration des eaux destinées à la consommation humaine fournies aux abonnés, des eaux pluviales, des eaux souterraines, des eaux de surface et des eaux usées récupérées, y compris l'infrastructure y affectée.
  Si l'accès à l'habitation ou l'édifice public est refusé, le fournisseur d'eau en informe les fonctionnaires de contrôle visés au § 3. Ces fonctionnaires de contrôle effectuent dans ce cas les contrôles visés au § 1er.
Art.15. In artikel 16, § 1, van hetzelfde decreet wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
  " De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot de inhoud, het vaststellen, het wijzigen en het communiceren van het algemeen en bijzonder waterverkoopreglement tussen de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk en de verbruiker die gebruik maakt van zijn diensten. ".
Art.15. Dans l'article 16, § 1er, du même décret, l'alinéa 1er est remplacé par la disposition suivante :
  " Le Gouvernement flamand peut arrêter les modalités concernant le contenu, la fixation, la modification et la communication du règlement de vente d'eau général et particulier entre les exploitants d'un réseau public de distribution d'eau et le consommateur qui fait usage de ses services. ".
Art.16. Aan artikel 2 van hetzelfde decreet wordt een punt 27° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 27° Vlaamse Milieumaatschappij : het intern verzelfstandigd agentschap Vlaamse Milieumaatschappij opgericht bij decreet van 7 mei 2004 tot wijziging van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, tot aanvulling ervan met een titel Agentschappen en tot wijziging van diverse andere wetten en decreten. ".
Art.16. L'article 2 du même décret est complété par un point 27°, rédigé comme suit :
  " 27° Vlaamse Milieumaatschappij (Société flamande de l'Environnement) : l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaamse Milieumaatschappij " (Société flamande de l'Environnement) créée par le décret du 7 mai 2004 modifiant le décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement, le complétant par un titre Agences et modifiant divers autres lois et décrets. ".
Art.17. Artikel 9 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
  " Artikel 9
  De reguleringsinstantie wordt opgericht als subentiteit binnen de Vlaamse Milieumaatschappij. Deze instantie brengt jaarlijks een schriftelijk verslag uit over haar activiteiten en brengt dit ter kennis van het Vlaams Parlement, de Sociaal-Economische Raad voor Vlaanderen en de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen. ".
Art.17. L'article 9 du même décret est remplacé par la disposition suivante :
  " Article 9
  L'autorité de régulation est constituée comme sous-entité au sein de la Vlaamse Milieumaatschappij. Cette instance établit un rapport annuel écrit sur ses activités et le soumet au Parlement flamand, au Conseil socio-économique de la Flandre et au Conseil de l'Environnement et de la Nature de la Flandre. ".
Art.18. Artikel 10 van hetzelfde decreet wordt geschrapt.
Art.18. L'article 10 du même décret est supprimé.
Art.19. In artikel 11 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 1 wordt opgeheven;
  2° § 2 wordt opgeheven;
  3° in § 3 worden de woorden " de leden van het dagelijks bestuur en " geschrapt.
Art.19. A l'article 11 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 1er est abrogé;
  2° le § 2 est abrogé;
  3° au § 3, les mots " Les membres du bureau exécutif et " sont supprimés.
Art.20. In artikel 13, § 2, van hetzelfde decreet worden aan de tweede zin de woorden " onder de vorm van een protocol " toegevoegd.
Art.20. Dans l'article 13, § 2, du même décret, les mots " sous forme d'un protocole " sont insérés dans la deuxième phrase après les mots " déterminées par l'autorité de régulation ".
Art.21. Artikel 15 van hetzelfde decreet wordt geschrapt.
Art.21. L'article 15 du même décret est supprimé.
Art.22. In artikel 20 van hetzelfde decreet worden de woorden " de leden van het dagelijks bestuur en " geschrapt.
Art.22. Dans l'article 20 du même décret, les mots " Les membres du bureau exécutif et " sont supprimés.
Art.23. In artikel 22, § 1, van hetzelfde decreet wordt 4° opgeheven.
Art.23. A l'article 22, § 1er du même décret, le 4° est abrogé.
Art.24. Aan hoofdstuk VIII van hetzelfde decreet wordt een artikel 22bis toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " Artikel 22bis
  § 1. De ambtenaren van de Vlaamse Milieumaatschappij, hiertoe aangewezen door het hoofd van het agentschap, kunnen voor iedere inbreuk op de bepalingen van artikel 13, § 2, aan de waterleveranciers die de gegevens of inlichtingen die opgevraagd worden in het kader van artikel 12 niet correct of tijdig aanleveren, na twee schriftelijke aanmaningen, een administratieve geldboete opleggen. Voor een eerste inbreuk wordt de administratieve boete bepaald op maximaal 0,01 % van het integrale facturatiebedrag exclusief btw van het jaar waarvoor de gegevens worden opgevraagd. Voor elke volgende overtreding in datzelfde jaar wordt het percentage van de administratieve geldboete verdubbeld.
  § 2. De administratieve geldboete wordt met een ter post aangetekende brief met bericht van ontvangst ter kennis gebracht van de betrokken waterleverancier binnen een termijn van één maand na de tweede schriftelijke aanmaning om gegevens of inlichtingen te verschaffen. Deze kennisgeving vermeldt het bedrag van de administratieve geldboete.
  § 3. De waterleverancier kan tegen de administratieve geldboete beroep aantekenen bij de minister van Leefmilieu. Het gemotiveerd beroep dient schriftelijk en aangetekend te worden gericht aan de minister binnen een termijn van een maand na het verzenden van de administratieve geldboete.
  § 4. De minister doet uitspraak in verband met het beroep binnen een termijn van 6 maanden te rekenen vanaf de verzendingsdatum van de kennisgeving van de administratieve geldboete.
  § 5. Indien de overtreder in gebreke blijft bij het betalen van de administratieve geldboete, wordt de geldboete bij dwangbevel ingevorderd. De Vlaamse Regering wijst de ambtenaren aan die gelast zijn dwangbevelen te geven en uitvoerbaar te verklaren. Die dwangbevelen worden betekend bij deurwaardersexploot met bevel tot betaling.
  § 6. De vordering tot voldoening van de administratieve geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, te rekenen vanaf de dag waarop ze is ontstaan. De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden, bepaald in artikel 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.
  § 7. De Vlaamse Regering kan nadere modaliteiten vaststellen met betrekking tot het toepassen van de administratieve boete. ".
Art.24. Au chapitre VIII du même décret, il est ajouté un article 22bis, ainsi rédigé :
  " Article 22bis
  § 1er. Les fonctionnaires de la Vlaamse Milieumaatschappij, désignés à cet effet par le chef de l'agence, peuvent imposer, après deux sommations écrites, une amende administrative pour chaque infraction aux dispositions de l'article 13, § 2, aux fournisseurs d'eau lorsque ces derniers ne communiquent pas les données ou informations demandées dans le cadre de l'article 12 dans le délai imparti, ou, lorsqu'ils communiquent des données ou informations incorrectes. Pour une première infraction, l'amende administrative est fixée à au maximum 0,01% du montant intégral de la facture hors TVA de l'année pour laquelle les données sont demandées. En cas de récidive d'une infraction au cours de la même année, le pourcentage de l'amende administrative est doublé.
  § 2. L'amende administrative est notifiée au fournisseur d'eau concerné par lettre recommandée à la poste contre récépissé dans un délai d'un mois après la deuxième sommation écrite de fournir des données ou des renseignements. La notification indique le montant de l'amende administrative.
  § 3. Le fournisseur d'eau peut former un recours contre l'amende administrative auprès du Ministre flamand chargé de l'environnement. Le recours motivé doit être adressé par écrit et par lettre recommandée au Ministre dans un délai d'un mois après l'envoi de l'amende administrative.
  § 4. Dans un délai de six mois à compter de la date d'envoi de la notification de l'amende administrative, le Ministre statue sur le recours.
  § 5. Lorsque le contrevenant manque de régler l'amende administrative, l'amende est recouvrée par contrainte. Le Gouvernement flamand désigne les fonctionnaires habilités à délivrer une contrainte et la déclarer exécutoire. Ces contraintes sont signifiées par exploit d'huissier avec injonction de payer.
  § 6. L'injonction de payer l'amende administrative se prescrit après cinq ans, à compter du jour où elle a été établie. La prescription est interrompue selon le mode et aux conditions fixés à l'article 2244 et suivants du Code civil.
  § 7. Le Gouvernement flamand peut arrêter les modalités en matière d'application de l'amende administrative. ".
HOOFDSTUK IV. - Integraal waterbeleid.
CHAPITRE IV. - Politique intégrée de l'eau.
Art.25. Aan artikel 3, § 2, van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid worden een punt 54° tot en met 57° toegevoegd, die luiden als volgt :
  " 54° de initiatiefnemer : de overheid die vermeld wordt bij het betreffende overstromingsgebied of oeverzone in de waterbeheerplannen;
  55° de tot aankoop verplichte entiteit : de overheid die gehouden is de aankoop zoals bedoeld in artikel 17 te doen;
  56° de vergoedingsplichtige : de overheid die gehouden is tot het betalen van een vergoeding zoals bedoeld in artikel 17;
  57° de begunstigde : de overheid die een voorkooprecht, zoals bedoeld in artikel 12, geniet. ".
Art.25. A l'article 3, § 2, du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau, sont ajoutés des points 54° à 57°, ainsi rédigés :
  " 54° l'initiateur; l'autorité qui est indiquée en regard de la zone inondable ou zone de rives dans les plans de gestion de l'eau;
  55° l'entité soumise à l'obligation d'achat : l'entité qui est tenue de procéder à l'achat tel que visé à l'article 17;
  56° redevable de l'indemnité : l'autorité qui est tenue de payer l'indemnité telle que visée à l'article 17;
  57° bénéficiaire : l'autorité qui bénéficie d'un droit de préemption, tel que visé à l'article 12. ".
Art.26. In artikel 12 van hetzelfde decreet wordt § 1 vervangen door wat volgt :
  " § 1. Onverminderd de bepalingen die andere rechtspersonen ter zake een recht tot voorkoop verlenen, heeft het Vlaamse Gewest een recht van voorkoop bij verkoop van onroerende goederen die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen in afgebakende overstromingsgebieden en oeverzones die samenhangen met een waterweg behorende tot haar bevoegdheid. Dit recht van voorkoop is niet van toepassing op onroerende goederen van het openbaar of privaat domein van de federale overheid en van andere gemeenschappen en gewesten.
  Indien de oeverzone of het overstromingsgebied samenhangt met een waterweg behorende tot de bevoegdheid van Waterwegen en Zeekanaal, is Waterwegen en Zeekanaal de initiatiefnemer en de begunstigde voor het recht van voorkoop.
  Indien de oeverzone of het overstromingsgebied samenhangt met een waterweg behorende tot de bevoegdheid van De Scheepvaart, is De Scheepvaart de initiatiefnemer en de begunstigde voor het recht van voorkoop.
  De Vlaamse Grondenbank heeft een recht van voorkoop bij verkoop van onroerende goederen die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen in afgebakende overstromingsgebieden en oeverzones die niet samenhangen met waterwegen.
  Het waterbeheerplan vermeldt bij de afbakening van een oeverzone of overstromingsgebied de initiatiefnemer. De initiatiefnemer is de begunstigde in het geval de begunstigde een waterwegbeheerder is. Is de initiatiefnemer een waterloopbeheerder van onbevaarbare waterlopen dan is in dit geval de Vlaamse Grondenbank de begunstigde.
  De bepalingen van titel IV, hoofdstukken I, II en VI, van het decreet van 16 juni 2006 betreffende het oprichten van de Vlaamse Grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen, zijn van toepassing op dit recht van voorkoop. ".
Art.26. A l'article 12 du même décret, le § 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Sans préjudice des dispositions qui octroient un droit de préemption en la matière à d'autres personnes morales, la Région flamande détient un droit de préemption en cas de vente de biens immobiliers situés, en tout ou en partie, dans des zones inondables et des zones de rives délimitées d'une voie navigable relevant de sa compétence. Ce droit de préemption n'est pas applicable aux biens immobiliers du domaine public ou privé de l'autorité fédérale et des autres communautés et régions.
  Si la zone inondable ou la zone de rives est liée à une voie d'eau relevant de la compétence de " Waterwegen en Zeekanaal ", " Waterwegen en Zeekanaal " est l'initiateur et le bénéficiaire du droit de préemption.
  Si la zone inondable ou la zone de rives est liée à une voie navigable relevant de la compétence de " De Scheepvaart ", " De Scheepvaart " est l'initiateur et le bénéficiaire du droit de préemption.
  La Banque foncière flamande détient un droit de préemption lors d'une vente de biens immobiliers qui sont entièrement ou partiellement situés dans des zones inondables et des zones de rives délimitées qui ne sont pas liées à des voies navigables.
  Le plan de gestion de l'eau indique l'initiateur lors de la délimitation d'une zone de rives ou d'une zone inondable. L'initiateur est le bénéficiaire dans le cas où le bénéficiaire est un gestionnaire des voies navigables. Si l'initiateur est un gestionnaire des voies non navigables, la Banque foncière flamande est le bénéficiaire dans ce cas.
  Les dispositions du Titre IV, Chapitres Ier, II et VI, du décret du 13 octobre 2006 portant création d'une " Vlaamse Grondenbank " (Banque foncière flamande) et portant modification de diverses dispositions, s'applique au présent droit de préemption. ".
Art.27. Artikel 13 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
  " Artikel 13
  § 1. Bij een openbare verkoop brengt de instrumenterende ambtenaar ten minste dertig kalenderdagen vooraf de Vlaamse Grondenbank bij aangetekende brief op de hoogte van plaats, dag en uur van de verkoop. De Vlaamse Grondenbank brengt vervolgens de begunstigden op de hoogte.
  § 2. Als de verkoop wordt gehouden zonder voorbehoud van eventuele uitoefening van het recht van hoger bod, is de instrumenterende ambtenaar ertoe gehouden bij het einde van de opbieding en voor de toewijzing, in het openbaar te vragen of de begunstigden of de Vlaamse Grondenbank, indien zij verzocht wordt de beslissing om het voorkooprecht uit te oefenen uit te voeren, het recht van voorkoop wensen uit te oefenen tegen de laatst geboden prijs.
  Indien de begunstigde of de Vlaamse Grondenbank, indien zij gemachtigd wordt de beslissing om het voorkooprecht uit te oefenen uit te voeren, met de vraag van de instrumenterende ambtenaar instemt, komt de verkoop tot stand. In geval van weigering, afwezigheid of stilzwijgen wordt de verkoop voortgezet.
  § 3. Als de verkoop wordt gehouden onder voorbehoud van eventuele uitoefening van het recht van hoger bod, is de instrumenterende ambtenaar er niet toe gehouden aan de begunstigden of de Vlaamse Grondenbank, indien zij verzocht wordt de beslissing om het voorkooprecht uit te oefenen uit te voeren, te vragen of zij het recht van voorkoop wensen uit te oefenen.
  Als er geen hoger bod wordt gedaan of indien de instrumenterende ambtenaar het hoger bod niet aanneemt, betekent de instrumenterende ambtenaar het laatste bod aan de Vlaamse Grondenbank, en vraagt hij of de begunstigden van het recht van voorkoop of de Vlaamse Grondenbank, indien zij verzocht wordt de beslissing om het recht van voorkoop uit te oefenen uit te voeren, het recht van voorkoop wensen uit te oefenen. In het geval de begunstigde een waterwegbeheerder is, zal de Vlaamse Grondenbank deze vraag op haar beurt meedelen aan de begunstigde waterwegbeheerder. Als de begunstigden binnen een termijn van vijftien dagen na betekening van het laatste bod aan de Vlaamse Grondenbank hun instemming niet aan de instrumenterende ambtenaar hebben betekend of deze instemming niet hebben gegeven in een akte van de instrumenterende ambtenaar, is de toewijzing definitief.
  Als er wel een hoger bod is, wordt dat door de instrumenterende ambtenaar aan de Vlaamse Grondenbank en aan de koper meegedeeld. De Vlaamse Grondenbank zal deze kennisgeving op haar beurt mededelen aan de begunstigden van het recht van voorkoop. In dat geval gelden opnieuw de bepalingen van §§ 1 en 2.
  De vraag vermeld in § 2 wordt in het openbaar aan de begunstigden of de Vlaamse Grondenbank indien zij verzocht wordt de beslissing om het voorkooprecht uit te oefenen uit te voeren, gesteld bij de zitting van herverkoop. ".
Art.27. L'article 13 du même décret est remplacé par la disposition suivante :
  " Article 13
  § 1er. En cas de vente publique, le fonctionnaire instrumentant informe la Banque foncière flamande, par lettre recommandée et au moins trente jours calendaires à l'avance, du lieu, du jour et de l'heure de la vente. La Banque foncière flamande informe ensuite les bénéficiaires.
  § 2. Lorsque la vente est organisée sans réserve de l'exercice éventuel du droit de surenchère, le fonctionnaire instrumentant est tenu de demander publiquement à la fin des enchères et avant l'adjudication, si les bénéficiaires ou la Banque foncière flamande, si cette dernière est sollicitée d'exécuter la décision d'exercer le droit de préemption, souhaitent exercer le droit de préemption par rapport au prix de la dernière offre.
  Lorsque le bénéficiaire ou la Banque foncière flamande, si celle-ci est autorisée à exécuter la décision d'exercer le droit de préemption, acquiesce à la question de l'officier instrumentant, la vente devient définitive. En cas de refus, d'absence ou de silence, la vente se poursuit.
  § 3. Lorsque la vente est organisée sous réserve de l'exercice éventuel du droit de surenchère, le fonctionnaire instrumentant n'est pas tenu de demander aux bénéficiaires ou à la Banque foncière flamande, au cas où cette dernière est sollicitée d'exécuter la décision d'exercer le droit de préemption, s'ils souhaitent exercer le droit de préemption.
  Lorsqu'il n'y a pas d'offre supérieure ou que le fonctionnaire instrumentant n'accepte pas l'offre supérieure, le fonctionnaire instrumentant informe la Banque foncière flamande de la dernière offre et demande aux bénéficiaires du droit de préemption ou à la Banque foncière flamande, au cas où cette dernière est sollicitée d'exécuter la décision d'exercer le droit de préemption, s'ils désirent exercer leur droit de préemption. Au cas où le bénéficiaire est un gestionnaire des voies navigables, la Banque foncière flamande pose cette question à son tour au gestionnaire des voies navigables bénéficiaire. Si, dans un délai de quinze jours après notification de la dernière offre à la Banque foncière flamande, les bénéficiaires n'ont pas notifié par lettre recommandée leur acquiescement au fonctionnaire instrumentant ou n'ont pas donné cet acquiescement par acte du fonctionnaire instrumentant, l'adjudication est définitive.
  S'il y a une offre supérieure, le fonctionnaire instrumentant la communique à la Banque foncière flamande comme à l'acheteur. La Banque foncière flamande communiquera à son tour cette notification aux bénéficiaires du droit de préemption. Dans ce cas, les dispositions des §§ 1er et 2 s'appliquent de nouveau.
  La question visée au § 2 est posée publiquement aux bénéficiaires ou à la Banque foncière flamande au cas où cette dernière est sollicitée d'exécuter la décision d'exercer le droit de préemption à la séance de surenchère. ".
Art.28. In artikel 14 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1 worden na de woorden " Deze kennisgeving geldt als aanbod van verkoop " de woorden " en wordt overgemaakt aan de begunstigden " toegevoegd;
  2° in § 2 worden na de woorden " de kennisgeving " de woorden " aan de Vlaamse Grondenbank " toegevoegd.
Art.28. A l'article 14 du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau sont apportées les modifications suivantes :
  1° au § 1er, les mots " est adressée aux bénéficiaires " sont ajoutés après les mots " Cette notification tient lieu d'offre de vente ";
  2° au § 2, les mots " à la Banque foncière flamande " sont ajoutés après les mots " la notification ".
Art.29. In artikel 16 van hetzelfde decreet wordt § 1, eerste lid, vervangen door wat volgt :
  " In het geval van miskenning van het recht van voorkoop van de begunstigden, hebben de begunstigden het recht, ofwel in de plaats van de koper te worden gesteld, ofwel van de verkoper een schadevergoeding te eisen ten bedrage van twintig percent van de verkoopprijs. ".
Art.29. Dans l'article 16, du même décret, le § 1er, premier l'alinéa, est remplacé par la disposition suivante :
  " En cas de méconnaissance du droit de préemption des bénéficières, les bénéficiaires ont le droit soit d'être subrogés à l'acquéreur, soit de recevoir du vendeur versement d'une indemnité correspondant à 20 p.c. du prix de vente. ".
Art.30. In artikel 17 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 1 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 1. De eigenaar van een onroerend goed kan van de tot aankoop verplichte entiteit, de verwerving daarvan eisen indien hij aantoont dat, ten gevolge van de afbakening van een oeverzone of overstromingsgebied waarbinnen dit onroerend goed is gelegen, de waardevermindering van zijn onroerend goed ernstig is of de leefbaarheid van de bestaande bedrijfsvoering ernstig in het gedrang komt. De tot aankoop verplichte entiteit is de initiatiefnemer.
  De bepalingen van titel IV, hoofdstukken I, II en VII, van het decreet van 31 mei 2006 betreffende de oprichting van de Vlaamse Grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen zijn van toepassing op deze koopplicht.
  De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden en de procedure van de aankoopplicht. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze van berekening van het bedrag van de aankoopprijs waarop de eigenaar recht heeft.
  Bij het bepalen van de aankoopprijs wordt geen rekening gehouden met de waardevermindering voortvloeiend uit de afbakening van het onroerend goed als oeverzone of overstromingsgebied.
  Het bedrag dat de eigenaar van de tot aankoop verplichte entiteit ontvangt met toepassing van dit artikel, wordt in voorkomend geval verminderd met het bedrag dat de eigenaar heeft ontvangen ten gevolge van planschade voor hetzelfde onroerend goed. Wanneer de eigenaar toepassing maakt van de aankoopplicht van de tot aankoop verplichte entiteit kan hij geen aanspraak meer maken op planschade, patrimoniumverlies, schadevergoeding of andere aankoopplicht van het Vlaamse Gewest voor hetzelfde onroerend goed. ";
  2° in § 2, eerste alinea, worden de woorden " het Vlaamse Gewest " vervangen door " de vergoedingsplichtige ";
  3° aan § 2, eerste lid, wordt de volgende zin toegevoegd :
  " De vergoedingsplichtige is de initiatiefnemer. ";
  4° aan § 2, tweede lid, wordt de volgende zin toegevoegd :
  " De Vlaamse Regering kan een instantie aanduiden die gemachtigd wordt om bepaalde taken in het kader van de vergoedingsplicht uit te voeren. ";
  5° in artikel 17, § 2, vijfde lid, worden de woorden " toepassing maakt van de vergoedingsplicht van het Vlaamse Gewest " vervangen door de woorden " toepassing maakt van de vergoedingsplicht van de vergoedingsplichtige ".
Art.30. A l'article 17 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 1er est remplacé par la disposition suivante :
  " § 1er. Le propriétaire d'un bien immobilier peut exiger de l'entité soumise à l'obligation d'achat, l'acquisition de ce bien, s'il démontre que la délimitation d'une zone de rives ou d'une zone inondable dans laquelle ce bien immeuble est situé, a entraîné une dépréciation grave de la valeur du bien ou a compromis la viabilité de l'exploitation existante. L'entité soumise à l'obligation d'achat est l'initiateur.
  Les dispositions du Titre IV, Chapitres Ier, II et VII, du décret du 13 octobre 2006 portant création d'une " Vlaamse Grondenbank " (Banque foncière flamande) et portant modification de diverses dispositions, s'applique à la présente obligation d'achat.
  Le Gouvernement flamand arrête la procédure et les modalités de l'obligation d'achat. Le Gouvernement flamand définit le mode de calcul du montant du prix d'achat auquel le propriétaire a droit.
  Lors de la détermination du prix d'achat, il n'est pas tenu compte de la dépréciation de la valeur découlant de la désignation du bien immobilier comme zone inondable ou zone de rives.
  Le montant payé au propriétaire par l'entité soumise à l'obligation d'achat, en application du présent article, est diminué, le cas échéant, du montant que le propriétaire a perçu en réparation de dommages résultant de la planification spatiale pour le même bien immobilier. Lorsque le propriétaire applique l'obligation d'achat de l'entité soumise à l'obligation d'achat, il ne peut plus prétendre à la réparation de dommages résultant de la planification spatiale, à la perte patrimoniale, aux dommages-intérêts et à une autre obligation d'achat de la Région flamande pour le même bien immobilier. ";
  2° au § 2, premier alinéa, les mots " à la Région flamande " sont remplacés par les mots " au redevable de l'indemnité ";
  3° le § 2, alinéa 1er, est complété par la phrase suivante :
  " Le redevable est l'initiateur. " ;
  4° le § 2, deuxième alinéa, est complété par la phrase suivante :
  " Le Gouvernement flamand peut désigner une instance qui est autorisée à exécuter certaines tâches dans le cadre de l'obligation d'indemnisation. " ;
  5° à l'article 17, § 2, cinquième alinéa, les mots " applique l'obligation d'indemnisation par la Région flamande " sont remplacés par les mots " applique l'obligation d'indemnisation par le redevable de l'indemnité ".
Art.31. In de bijlagen van hetzelfde decreet worden volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in bijlage I - Inhoud van de stroomgebiedbeheerplannen wordt punt 7.2 vervangen door wat volgt :
  " 7.2. de aanduiding op kaart van de overstromingsgebieden en oeverzones voor de waterwegen, voor zover deze het belang van een bekken overstijgen, alsook de initiatiefnemer; ";
  2° in bijlage III - Inhoud van de bekkenbeheerplannen worden 5.1, a) en b), vervangen door wat volgt :
  " a) de overstromingsgebieden alsook de initiatiefnemer binnen het desbetreffende bekken;
  b) de oeverzones alsook de initiatiefnemer binnen het desbetreffende bekken, voor zover deze het belang van het deelbekken overschrijden; ";
  3° in bijlage IV - Inhoud van de deelbekkenbeheerplannen wordt 2.1 vervangen door wat volgt :
  " 2.1. de aanduiding van de oeverzones, andere dan deze welke werden aangeduid in het bekkenbeheerplan, alsook de initiatiefnemer; ".
Art.31. Aux annexes du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° à l'annexe Ire - Contenu des plans de gestion des districts hydrographiques, le point 7.2 est remplacé par ce qui suit :
  " 7.2. l'indication sur une carte des zones inondables et des zones de rives des voies navigables, pour autant que celles-ci surpassent l'intérêt du bassin hydrographique, ainsi qu l'initiateur; ";
  2° à l'annexe III - Contenu des plans de gestion des bassins hydrographiques, les points 5.1, a) et b) sont remplacés par ce qui suit :
  " a) des zones inondables ainsi que l'initiateur dans le bassin concerné;
  b) des zones de rives ainsi que l'initiateur dans le bassin concerné, pour autant qu'elles dépassent l'intérêt du sous-bassin; ";
  3° à l'annexe IV - Contenu des plans de gestion des sous-bassins hydrographiques, le point 2.1 est remplacé par ce qui suit :
  " 2.1. l'indication des zones de rives, autres que celles qui étaient indiquées au plan de gestion des bassins, ainsi qu l'initiateur; ".
HOOFDSTUK V. - Afvalstoffen.
CHAPITRE V. - Déchets.
Art.32. In artikel 33 van het decreet van 2 juli 1981 betreffende de voorkoming en het beheer van afvalstoffen worden § 2 en § 3, gewijzigd bij de decreten van 20 april 1994 en 21 december 1994, vervangen door wat volgt :
  " § 2. Zij kan alle maatregelen nemen met betrekking tot de invoer en de uitvoer van afvalstoffen die nodig zijn voor de uitvoering van de verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen en van het verdrag inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan, gesloten te Bazel op 22 maart 1989 en goedgekeurd bij de wet van 6 augustus 1993.
  § 3. Zij kan hiertoe onder meer :
  1° elke invoer of uitvoer van afvalstoffen binnen de werkingssfeer van voormelde verordening (EG) nr. 1013/2006 onderwerpen aan het stellen van een bankgarantie, een borgsom of een gelijkwaardige financiële zekerheid ter dekking van de kosten van het vervoer en van de verwijdering of nuttige toepassing, zoals bedoeld in artikel 6 van voormelde verordening (EG) nr. 1013/2006;
  2° bij invoer of uitvoer van afvalstoffen aan de kennisgever de betaling opleggen van een vergoeding tot dekking van de administratieve kosten, verbonden aan de uitvoering van de kennisgevings- en toezichtsprocedure, alsmede de betaling vorderen van de gangbare kosten van de passende analyses en inspecties, zoals bedoeld in artikel 29 van voormelde verordening (EG) nr. 1013/2006. ".
Art.32. Dans l'article 33 du décret du 2 juillet 1981 relatif à la prévention et à la gestion des déchets, les §§ 2 et 3, modifiés par les décrets des 20 avril 1994 et 21 décembre 1994, sont remplacés par les dispositions suivantes :
  " § 2. Il peut prendre toutes les mesures portant sur l'importation et l'exportation de déchets qui sont nécessaires pour l'exécution du Règlement (CE) n° 1013/2006 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2006 concernant les transferts de déchets et de la convention de Bâle du 22 mars 1989 sur le contrôle des mouvements transfrontières de déchets dangereux et de leur élimination, approuvée par la loi du 6 août 1993.
  § 3. Il peut notamment :
  1° soumettre toute importation ou exportation de déchets dans le cadre du Règlement (CE) n° 1013/2006 au paiement d'une garantie bancaire, d'une garantie financière ou d'une assurance financière équivalente pour couvrir les frais du transport et de l'élimination ou de la valorisation au sens de l'article 6 du Règlement (CE) n° 1013/2006 précité;
  2° imposer au notifiant, en cas d'importation ou d'exportation de déchets, le paiement des frais administratifs appropriés et proportionnés pour la mise en oeuvre des procédures de notification et de surveillance ainsi que le paiement des coûts habituels des analyses et inspections appropriées, tels que visés à l'article 29 du Règlement (CE) n° 1013/2006 précité. "
Art.33. In artikelen 34 en 55 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 20 april 1994, worden de woorden " Verordening (EEG) nr. 259/93 " vervangen door de woorden " Verordening (EG) nr. 1013/2006 ".
Art.33. Dans les articles 34 et 55 du même décret, modifiés par le décret du 20 avril 1994, les mots " Règlement (CEE) n° 259/93 " sont remplacés par les mots " Règlement (CE) n° 1013/2006 ".
Art.34. In artikel 54 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 20 april 1994 en 22 april 2005, worden de woorden " de Verordening (EEG) nr. 259/93 van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap " vervangen door de woorden " de Verordening (EG) Nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen ".
Art.34. Dans l'article 54 du même décret, modifié par les décrets des 20 avril 1994 et 22 avril 2005, les mots " du Règlement (CEE) n° 259/93 du Conseil des Communautés européennes concernant la surveillance et le contrôle des transferts de déchets à l'intérieur, à l'entrée et à la sortie de la Communauté européenne" sont remplacés par les mots " du Règlement (CE) n° 1013/2006 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2006 concernant les transferts de déchets ".
Art.35. In artikel 56 van hetzelfde decreet worden de punten 3° en 4°, gewijzigd bij het decreet van 20 april 1994, vervangen door wat volgt :
  " 3° hij die afvalstoffen overbrengt in strijd met de bepalingen van verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen;
  4° hij die afvalstoffen uitvoert in strijd met de bepalingen van de verordening vastgesteld krachtens artikel 37 van voormelde verordening (EG) nr. 1013/2006; ".
Art.35. Dans l'article 56 du même décret, les points 3° et 4°, modifiés par le décret du 20 avril 1994, sont remplacés par ce qui suit :
  " 3° celui qui transporte des déchets en violation des dispositions du Règlement (CE) n° 1013/2006 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2006 concernant les transferts de déchets;
  4° celui qui exporte des déchets en violation des dispositions du Règlement, arrêté en vertu de l'article 37 du Règlement (CE) n° 1013/2006 précité; ".
Art.36. In artikel 56 van hetzelfde decreet worden punten 5°, 6° en 7°, gewijzigd bij het decreet van 20 april 1994, opgeheven.
Art.36. Dans l'article 56 du même décret, les points 5°, 6° et 7°, modifiés par le décret du 20 avril 1994, sont abrogés.
Art.37. Aan artikel 10.3.4 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, ingevoegd bij decreet van 7 mei 2004, wordt een § 6 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 6. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de in artikel 10.3.3 vermelde taken. ".
Art.37. A l'article 10.3.4 du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement, inséré par le décret du 7 mai 2004, il est ajouté un § 6, rédigé comme suit :
  " § 6. Le Gouvernement flamand peut arrêter les modalités des tâches visées à l'article 10.3.3. ".
HOOFDSTUK VI. - Bosdecreet.
CHAPITRE VI. - Décret forestier.
Art.38. Artikel 12, § 4, van het Bosdecreet van 13 juni 1990 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 4. De toegankelijkheid van een bos wordt geregeld door een toegankelijkheidsregeling die niet strijdig is met de inhoud van het beheersplan of met de bepalingen van dit decreet. Indien er geen verplichting is tot het opstellen van een beheersplan, vervalt eveneens de verplichting tot de opmaak van een toegankelijkheidsregeling. De Vlaamse Regering bepaalt door wie een toegankelijkheidsregeling kan worden opgesteld, evenals de inhoud en de procedure voor de goedkeuring van deze toegankelijkheidsregeling. ".
Art.38. L'article 12, § 4, du Décret forestier du 13 juin 1990 est remplacé par ce qui suit :
  " § 4. L'accès à un bois est régi par un règlement d'accessibilité qui n'est pas contraire aux termes du plan de gestion ou aux dispositions du présent décret. Si l'établissement d'un plan de gestion n'est pas obligatoire, la mise en place d'un règlement d'accessibilité n'est pas obligatoire non plus. Le Gouvernement flamand désigne la personne qui peut rédiger le règlement d'accessibilité, ainsi que le contenu et la procédure d'approbation de ce règlement d'accessibilité. ".
Art.39. In artikel 13, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt de zin " Om de bescherming, de ontwikkeling, het herstel en het behoud van het bosareaal te garanderen, de openstelling van de bossen en de educatie van het publiek te bevorderen en de bosrecreatie te verbeteren, kan de Vlaamse Regering onder de voorwaarden die ze zelf bepaalt, subsidies verlenen aan bosbeheerders. " vervangen door de zin " Om de openstelling van de bossen en de educatie van het publiek te bevorderen en de bosrecreatie te verbeteren, kan de Vlaamse Regering onder de voorwaarden die ze zelf bepaalt, subsidies verlenen aan bosbeheerders. ".
Art.39. Dans l'article 13, premier alinéa, du même décret, la phrase " Pour garantir la protection, le développement, la remise en état et la conservation de la superficie forestière, promouvoir l'accès aux bois et l'éducation du public et optimiser la récréation forestière, le Gouvernement flamand peut, aux conditions qu'il arrête lui-même, accorder des subventions aux gestionnaires forestiers. " est remplacée par la phrase " Pour promouvoir l'accès aux bois et l'éducation du public et optimiser la récréation forestière, le Gouvernement flamand peut, aux conditions qu'il arrête lui-même, accorder des subventions aux gestionnaires forestiers. ".
Art.40. In artikel 14 van hetzelfde decreet worden de woorden " door de bosbeheerder vast te stellen " vervangen door " door een toegankelijkheidsregeling of een bosbeheerplan vastgestelde ".
Art.40. A l'article 14 du même décret, les mots " à fixer par le gestionnaire forestier " sont remplacés par les mots " fixées par un règlement d'accessibilité ou un plan de gestion forestière ".
Art.41. In artikel 47, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt de eerste zin vervangen door wat volgt :
  " In afwijking van artikel 42 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, is er voor ontbossing in natuurreservaten, waarvoor een beheerplan is goedgekeurd op grond van artikel 34, § 1, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, enkel een voorafgaande eenvoudige melding aan de ambtenaar vereist, op voorwaarde dat deze ontbossing voorzien is in het vermelde beheerplan en, met betrekking tot beheerplannen die goedgekeurd worden na 1 januari 2009, voor zover deze ontbossing noodzakelijk is voor het behoud, het herstel of de ontwikkeling van een of meerdere van de habitats, vermeld in bijlage I van voormeld decreet of van een of meerdere habitats van soorten, vermeld in bijlage II, III of IV van datzelfde decreet. ".
Art.41. Dans l'article 47, deuxième alinéa, du même décret, la première phrase est remplacée par ce qui suit :
  " Par dérogation à l'article 42 du décret relatif à l'aménagement du territoire, coordonné le 22 octobre 1996, une simple notification préalable au fonctionnaire est requise pour les opérations de déboisement dans des réserves naturelles pour lesquelles un plan de gestion est approuvé en vertu de l'article 34, § 1er, du décret du 21 octobre 1997 concernant la conservation de la nature et du milieu naturel, à condition que ce déboisement soit prévu dans le plan de gestion précité et, pour ce qui est des plans de gestion qui sont approuvés après le 1er janvier 2009, pour autant que ce déboisement soit nécessaire pour la conservation, la remise en état et le développement d'un ou de plusieurs des habitats, visés à l'annexe Ire au présent décret, ou d'un ou de plusieurs habitats des espèces, visées à l'annexe II, III ou IV du même décret. ".
Art.42. Artikel 48 van hetzelfde decreet, opgeheven door artikel 44 van het decreet van 18 mei 1999, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing :
  " Artikel 48
  Om de bescherming, de ontwikkeling, het herstel, het behoud en de uitbreiding van het bosareaal te garanderen, kan de Vlaamse Regering onder de voorwaarden die ze zelf bepaalt, subsidies verlenen aan publiekrechtelijke rechtspersonen die eigenaar zijn van een openbaar bos of die een openbaar bos wensen aan te leggen.
  De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden en de wijze van toekenning van genoemde subsidies, binnen de perken van de begrotingskredieten. Voor zover het gaat om kapitaalsubsidies gericht op de uitbreiding of ontwikkeling van het bosareaal, worden deze toegekend met het oog op bebossingen of herbebossingen op percelen die op grond van de wetgeving op de ruimtelijke ordening bestemd worden als bosgebieden.
  Indien de voorwaarden, die aan de subsidies verbonden werden, niet werden nageleefd, kan de subsidie teruggevorderd worden en toegewezen aan het Fonds voor Preventie en Sanering inzake Leefmilieu en Natuur. Wanneer de teruggevorderde subsidie afkomstig is uit het Fonds voor de compenserende bebossing zoals bedoeld in artikel 17 van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002, wordt zij toegewezen aan dat Fonds. ".
Art.42. L'article 48 du même décret, abrogé par l'article 44 du décret du 18 mai 1999, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Article 48
  Pour garantir la protection, le développement, la remise en état, la conservation et l'accroissement de la superficie forestière, le Gouvernement flamand peut, aux conditions qu'il arrête lui-même, accorder des subventions aux personnes morales de droit public qui sont propriétaires d'un bois public ou qui souhaitent aménager un bois public.
  Le Gouvernement flamand arrête les conditions et modalités d'octroi des subventions visées, dans les limites des crédits budgétaires. Pour autant qu'il s'agisse de subventions de capital en vue de l'accroissement ou du développement de la superficie forestière, celles-ci sont attribuées pour le boisement ou le reboisement des parcelles qui, sur la base de la législation sur l'aménagement du territoire, sont indiquées comme des zones forestières.
  Si les conditions applicables aux subventions, ne sont pas respectées, la subvention peut être réclamée et affectée au Fonds de Prévention et d'Assainissement en matière de l'Environnement et de la Nature. Lorsque la subvention recouvrée provient du Fonds pour le boisement compensateur tel que visé à l'article 17 du décret du 21 décembre 2001 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2002, elle est attribuée à ce Fonds. ".
Art.43. Aan artikel 84 van hetzelfde decreet wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " Het Vlaamse Gewest kan met de eigenaar van een privébos een niet-verlengbare overeenkomst, met een maximumlooptijd van vijf jaar, afsluiten voor het beheer van het privébos door het Agentschap, voor zover dit gebeurt als een overgangsregeling, ter voorbereiding van een aankoop met het oog op omzetting tot domeinbos. In afwijking van artikel 37 worden deze bossen in dat geval volledig beheerd door het Agentschap, overeenkomstig de bepalingen geldend voor domeinbossen. In de vermelde overeenkomst wordt bepaald dat de op grond van deze overeenkomst gemaakte beheerkosten dienen te worden terugbetaald, indien de voorziene aankoop binnen de vijf jaar na het afsluiten van de overeenkomst geen doorgang gevonden heeft. ".
Art.43. A l'article 84 du même décret, il est ajouté un alinéa deux, rédigé comme suit :
  " La région flamande peut conclure, avec le propriétaire d'un bois privé, une convention non renouvelable, d'une durée maximum de cinq ans, pour la gestion du bois privé par l'Agence, pour autant qu'il s'agisse d'un règlement transitoire en préparation d'un achat en vue de la conversion en forêt domaniale. Par dérogation à l'article 37, ces bois relèvent dans ce cas entièrement de la gestion par l'Agence, conformément aux dispositions relatives aux bois domaniaux. La convention précitée stipule que les frais de gestion occasionnés par l'application de la présente convention doivent être remboursés, si l'achat prévu n'a pas eu lieu dans les cinq ans après la conclusion de la convention. ".
Art.44. In artikel 87 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° aan het eerste lid wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt : " De Vlaamse Regering kan tevens subsidies verlenen met het oog op de bescherming, de ontwikkeling, het herstel, het behoud en de uitbreiding van het bosareaal, voor zover deze activiteiten beantwoorden aan de criteria voor duurzaam bosbeheer, vastgesteld ter uitvoering van artikel 41, tweede lid. Deze subsidies kunnen evenwel geen betrekking hebben op de aankoop van percelen. ";
  2° aan het tweede lid wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt : " Voor zover het gaat om kapitaalsubsidies gericht op andere uitbreiding of ontwikkeling van het bosareaal, worden deze toegekend met het oog op bebossingen of herbebossingen op percelen die op grond van de wetgeving op de ruimtelijke ordening bestemd worden als bosgebieden. ";
  3° aan het derde lid wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt : " Wanneer de teruggevorderde subsidie afkomstig is uit het Fonds voor Compenserende Bebossing zoals bedoeld in artikel 17 van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002, wordt zij toegewezen aan dat Fonds. ".
Art.44. A l'article 87 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° le premier alinéa est complété par une phrase, rédigée comme suit : " Le Gouvernement flamand peut également accorder des subventions en vue de la protection, du développement, de la remise en état, de la conservation et de l'accroissement de la superficie forestière, pour autant que ces activités répondent aux critères d'une gestion forestière durable, fixés en exécution de l'article 41, deuxième alinéa. Pourtant, ces subventions ne peuvent pas porter sur l'acquisition de parcelles. " ;
  2° le deuxième alinéa est complété par une phrase, rédigée comme suit : " Pour autant qu'il s'agisse de subventions de capital en vue d'un autre accroissement ou développement de la superficie forestière, celles-ci sont attribuées pour le boisement ou le reboisement des parcelles qui, sur la base de la législation sur l'aménagement du territoire, sont indiquées comme des zones forestières. " ;
  3° le troisième alinéa est complété par une phrase, rédigée comme suit : " Lorsque la subvention recouvrée provient du Fonds pour le boisement compensateur tel que visé à l'article 17 du décret du 21 décembre 2001 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2002, elle est attribuée à ce Fonds. ".
Art.45. In artikel 90bis van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen doorgevoerd :
  1° § 1 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 1. Ontbossing is verboden tenzij mits het bekomen van een stedenbouwkundige vergunning in toepassing van de wetgeving op de ruimtelijke ordening. Een stedenbouwkundige vergunning voor ontbossing of een verkavelingsvergunning voor geheel of gedeeltelijk beboste terreinen kan niet worden verleend tenzij in de hierna vermelde gevallen :
  1° ontbossing met het oog op werken van algemeen belang bedoeld in artikel 103 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening;
  2° ontbossing of verkaveling in zones met de bestemmingen woongebied of industriegebied in de ruime zin;
  3° ontbossing of verkaveling in zones die volgens de geldende plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen gelijk te stellen zijn met de bestemmingen woongebied of industriegebied in de ruime zin;
  4° ontbossing van de uitvoerbare delen in een niet-vervallen vergunde verkaveling;
  5° ontbossing in functie van vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen, opgemaakt voor speciale beschermingszones, op grond van artikel 36ter, § 1, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu of opgemaakt voor soorten, vermeld in bijlage II, III en IV van hetzelfde decreet.
  De stedenbouwkundige vergunning tot ontbossing of de verkavelingsvergunning voor geheel of gedeeltelijk beboste terreinen wordt verleend na voorafgaand advies van het Bosbeheer. Het advies wordt verleend op verzoek van de vergunningverlenende overheid. Als het advies niet wordt verleend binnen dertig dagen, wordt het geacht gunstig te zijn.
  Voor andere ontbossingen of voor andere verkavelingen in geheel of gedeeltelijk beboste terreinen, dan deze genoemd in het eerste lid, kan de Vlaamse Regering, op individueel en op gemotiveerd verzoek van diegene die in aanmerking wenst te komen voor een vergunning tot ontbossen of een verkavelingsvergunning, de ontheffing toestaan van het verbod tot het verlenen van een stedenbouwkundige vergunning tot ontbossing of een verkavelingsvergunning voor geheel of gedeeltelijk beboste terreinen, met inachtneming van de wetgeving inzake de ruimtelijke ordening en na advies van het Bosbeheer. De Vlaamse Regering bepaalt nadere regelen inzake de ontheffing van dit verbod. ";
  2° in § 2, 1°, worden de woorden " eerste lid, 1° tot en met 4°, of het derde lid " toegevoegd tussen de woorden " § 1 " en " bedoelde ";
  3° in § 5 wordt tussen het tweede en het derde lid een nieuw lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Het Agentschap stelt de aanvrager schriftelijk in kennis van de aanpassing, met vermelding van de redenen. Een kopie van deze kennisgeving wordt aan de vergunningverlenende overheid bezorgd. De aanvrager kan binnen de 14 dagen na ontvangst bezwaren tegen deze aanpassing of een alternatief compensatievoorstel aan het Agentschap overmaken. De adviestermijn zoals bepaald in artikel 111, § 4, van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, wordt gedurende de periode vanaf de kennisgeving van de aanpassing voor maximaal 14 dagen opgeschort. Na ontvangst van de bezwaren of het alternatief compensatievoorstel of, indien de aanvrager niet reageert op de kennisgeving van de aanpassing, na 14 dagen vanaf deze kennisgeving, neemt het Agentschap een definitieve beslissing met betrekking tot het compensatievoorstel. ".
Art.45. A l'article 90bis du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 1er est remplacé par la disposition suivante :
  " § 1er. Le déboisement est interdit à moins qu'un permis d'urbanisme soit délivré en application de la législation relative à l'aménagement du territoire. Un permis d'urbanisme de déboisement ou un permis de lotir pour des terrains en partie ou en totalité boisés ne peut être délivré que dans les cas suivants :
  1° le déboisement pour des travaux d'intérêt général visés à l'article 103 du décret du 18 mai 1999 portant organisation de l'aménagement du territoire;
  2° le déboisement ou le lotissement dans des zones affectées comme zone d'habitat ou zone industrielle au sens large;
  3° le déboisement ou le lotissement dans des zones à assimiler aux zones d'habitat ou zones industrielles au sens large en vertu des plans d'aménagement et des plans d'exécution spatiaux d'application;
  4° le déboisement des parties exécutables dans un lotissement autorisé non échu;
  5° le déboisement en fonction des objectifs de conservation fixés et arrêtés pour des zones spéciales de protection en vertu de l'article 36ter, § 1er, du décret du 21 octobre 1997 concernant la conservation de la nature et le milieu naturel ou arrêtés pour des espèces, énoncées aux annexes II, III et IV du même décret.
  Le permis d'urbanisme de déboisement ou le permis de lotir pour des terrains, en partie ou en totalité, boisés est délivré après avis préalable de l'Administration forestière. L'avis est émis à la demande de l'autorité délivrante. Si l'avis n'est pas émis dans un délai de trente jours, il est réputé positif.
  Pour des déboisements ou lotissements de terrains, en partie ou en totalité, boisés autres que ceux cités au premier alinéa, le Gouvernement flamand peut, à la demande individuelle et motivée de celui qui sollicite un permis de déboisement ou un permis de lotir, autoriser la dispense de l'interdiction d'octroyer un permis d'urbanisme de déboisement ou un permis de lotir pour des terrains en partie ou en totalité boisés, tout en respectant la législation relative à l'aménagement du territoire et après avis de l'Administration forestière. Le Gouvernement flamand arrête les modalités relatives à la dispense de cette interdiction. " ;
  2° au § 2, 1°, les mots ", premier alinéa, 1° à 4°, ou troisième alinéa" sont ajoutés après les mots " visé au § 1er ";
  3° au § 5, il est inséré entre les deuxième et troisième alinéas, un nouvel alinéa ainsi rédigé :
  " L'Agence informe par écrit le demandeur de cette adaptation, avec mention des motifs. Une copie de cette notification est remise à l'autorité délivrante. Dans un délai de 14 jours après réception, le demandeur peut formuler des objections contre cette adaptation ou une proposition de compensation alternative à l'intention de l'Administration. Le délai d'avis, tel que fixé à l'article 111, § 4, du décret du 18 mai 1999 portant organisation de l'aménagement du territoire, est suspendu pendant une période de 14 jours au maximum à compter de la notification de l'adaptation. Après réception des objections ou de la proposition de compensation alternative ou, si le demandeur ne réagit pas à la notification de l'adaptation, après 14 jours à compter de cette notification, l'Agence prend une décision définitive sur la proposition de compensation. ".
HOOFDSTUK VII. - Decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002.
CHAPITRE VII. - Décret du 21 décembre 2001 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2002.
Art.46. In artikel 17 van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002 wordt § 3 vervangen door wat volgt :
  " § 3. De middelen van het Fonds voor Compenserende Bebossing kunnen aangewend worden voor :
  1° het uitvoeren van bebossing door het Vlaamse Gewest;
  2° de subsidiëring van openbare besturen, natuurlijke personen en privaatrechtelijke rechtspersonen die bebossen;
  3° terugstorten van te veel betaalde bosbehoudsbijdragen in het kader van artikel 90bis van het Bosdecreet van 13 juni 1990.
  De Vlaamse Regering kan hierover nadere regels vaststellen. ".
Art.46. Dans l'article 17 du décret du 21 décembre 2001 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2002, le § 3 est remplacé par ce qui suit :
  " § 3. Les ressources du Fonds pour le boisement compensateur peuvent être affectées à :
  1° l'exécution du boisement par la Région flamande;
  2° l'octroi de subventions aux administrations publiques, personnes physiques et personnes morales de droit public qui entreprennent des boisements;
  3° le remboursement des contributions à la conservation des bois dans le cadre de l'article 90bis du Décret forestier du 13 juin 1990.
  Le Gouvernement flamand peut déterminer les modalités à cet effet. ".
HOOFDSTUK VIII. - Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu.
CHAPITRE VIII. - Décret concernant la conservation de la nature et le milieu naturel.
Art.47. Artikel 2, 18°, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu wordt vervangen door wat volgt :
  " 18° erkende beheersgroep : een door de Vlaamse Regering erkende lokale of regionale vereniging van betrokkenen die, voor een bepaald gebied, het beheer en de bescherming van natuurelementen of het natuurlijk milieu tot doel heeft. ".
Art.47. L'article 2, 18, du décret du 21 octobre 1997 concernant la conservation de la nature et le milieu naturel, est remplacé par la disposition suivante :
  " 18° groupe de gestion agréé : une association locale ou régionale de personnes intéressées, agréée par le Gouvernement flamand, qui a pour but la gestion et la protection des éléments naturels ou du milieu naturel au sein d'une certaine zone. ".
Art.48. In artikel 7 van hetzelfde decreet wordt tussen het eerste en het tweede lid een nieuw lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Met het oog op het nemen van de in het eerste lid vermelde maatregelen is de Vlaamse Regering ertoe gemachtigd om de bijlagen I, II, III en IV bij dit decreet te wijzigen op een van de volgende gronden, naargelang van toepassing :
  1° hetzij als gevolg van de in artikel 15 van de Vogelrichtlijn of in artikel 19 van de Habitatrichtlijn bedoelde aanpassing aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang;
  2° hetzij als gevolg van de feitelijke vaststellingen die in het in artikel 10 bedoelde Natuurrapport gedaan worden betreffende de vogelsoorten van de bijlage I van de Vogelrichtlijn, dan wel betreffende de habitats van bijlage I van de Habitat-richtlijn of de dier- en plantensoorten van bijlage II of IV van de diezelfde richtlijn;
  3° hetzij als gevolg van de feitelijke vaststellingen die gedaan worden in het verslag in uitvoering van artikel 17.1 van de Habitatrichtlijn. ".
Art.48. Dans l'article 7 du même arrêté, il est inséré entre les premier et deuxième alinéas, un nouvel alinéa ainsi rédigé :
  " En vue de la mise en place des mesures visées au premier alinéa, le Gouvernement flamand est autorisé à modifier les annexes Ire, II, III et IV au présent décret en raison d'un des motifs suivants, selon leur application :
  1° ou bien, suite à l'adaptation au progrès technique et scientifique, visée à l'article 15 de la Directive " oiseaux " ou à l'article 19 de la Directive " habitats ";
  2° ou bien, en raison des constatations de fait effectuées dans le Rapport sur la Nature visé à l'article 10, concernant tant les espèces d'oiseaux visées à l'annexe Ire de la Directive " oiseaux ", que les habitats de l'annexe Ire de la Directive " habitat " ou les espèces de plantes et d'animaux de l'annexe II ou IV de la même directive;
  3° ou bien, au vu des constatations de fait opérées dans le rapport en exécution de l'article 17.1 de la Directive " habitat ".
Art.49. In artikel 9, § 1, van hetzelfde decreet, zoals gewijzigd op 19 juli 2002, worden volgende wijzigingen aangebracht :
  a) het eerste lid wordt vervangen door wat volgt :
  " De maatregelen bedoeld in artikelen 8, 13, 36ter, §§ 1, 2 en 5, tweede lid, en hoofdstuk VI, kunnen geen beperkingen opleggen die absoluut werken of handelingen verbieden of onmogelijk maken die overeenstemmen met de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen van kracht in de ruimtelijke ordening, noch de realisatie van die plannen en hun bestemmingsvoorschriften verhinderen, tenzij deze maatregelen, voor wat artikel 36ter, §§ 1 en 2 aangaat, vastgelegd zijn in een goedgekeurd natuurrichtplan, dan wel, voor wat hoofdstuk VI aangaat, deze maatregelen de op grond van artikel 7 van dit decreet vereiste bescherming betreffen van de soorten die vermeld zijn in de bijlagen II, III en IV bij dit decreet. ";
  b) aan het derde lid wordt een 4° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 4° voor de uitvoering van de maatregelen die de op grond van artikel 7 van dit decreet vereiste bescherming betreffen van de soorten die vermeld zijn in de bijlagen II, III en IV van het decreet. ".
Art.49. A l'article 9, § 1er, du même décret, tel que modifié le 19 juillet 2002, sont apportées les modifications suivantes :
  a) le premier alinéa est remplacé par la disposition suivante :
  " Les mesures visées aux articles 8, 13, 36ter, §§ 1er, 2 et 5, deuxième alinéa, et au chapitre VI, ne peuvent imposer des restrictions absolues ni interdire ou rendre impossible des actions conformes aux plans d'aménagement ou aux plans d'exécution spatiaux d'application dans le cadre de l'aménagement du territoire, ni empêcher la réalisation de ces plans et de leurs prescriptions d'affectation, à moins que ces mesures, pour ce qui est de l'article 36ter, §§ 1er et 2, soient fixées dans un plan directeur de la nature adopté, ou, pour ce qui est du chapitre VI du présent décret, ces mesures concernent, en vertu de l'article 7 du présent décret, la protection requise des espèces mentionnées dans les annexes II, III et IV au présent décret. " ;
  b) au troisième alinéa, il est ajouté un point 4° ainsi rédigé :
  " 4° pour l'exécution des mesures qui, en vertu de l'article 7 du présent décret, concernent la protection requise des espèces mentionnées aux annexes II, III et IV du décret. ".
Art.50. Artikel 11, § 2, 1°, wordt vervangen door wat volgt :
  " 1° het deelplan voor het gebiedsgericht beleid. Dit deelplan bevat :
  (1) een nadere uitwerking van het gebiedsgericht beleid dat wordt ingebracht in het kader van het ruimtelijk beleid;
  (2) een invulling van het VEN en het IVON, binnen de onderscheiden gebiedscategorieën;
  (3) een vooruitblik op het tempo en de situering van de op te maken natuurrichtplannen in de betrokken planperiode;
  (4) het deelplan kan ook voorstellen en acties bevatten voor de bevordering van kleine landschapselementen en groengebieden en bosgebieden conform de uitvoeringsplannen, van kracht in de ruimtelijke ordening, buiten het VEN en het IVON, voor de natuur in de bebouwde omgeving en voor de algemene natuurkwaliteit; ".
Art.50. L'article 11, § 2, 1°, est remplacé par ce qui suit :
  " 1° le plan partiel pour la politique zonale. Ce plan partiel comprend :
  (1) une concrétisation de la politique zonale s'inscrivant dans le cadre de la politique de l'aménagement du territoire;
  (2) une concrétisation du VEN et de l'IVON dans les catégories zonales respectives;
  (3) une anticipation du rythme et de la situation des plans directeurs de la nature dans la période de plan en question;
  (4) le plan partiel peut également contenir des propositions et des actions pour la promotion de petits éléments paysagers, de zones d'espaces verts et de zones forestières, conformément aux plans d'exécution d'application dans le cadre de l'aménagement du territoire, hors du VEN et de l'IVON, pour la nature dans l'espace bâti et pour la qualité générale de la nature; ".
Art.51. In artikel 17, § 1, tweede lid, van hetzelfde decreet, zoals gewijzigd op 19 juli 2002 en 19 mei 2006, worden de woorden " binnen de periode van 10 jaar na de inwerkingtreding van dit decreet " vervangen door de woorden " in dat verband ".
Art.51. Dans l'article 17, § 1er, deuxième alinéa, du même décret, tel que modifié le 19 juillet 2002 et le 19 mai 2006, les mots " dans les 10 ans de l'entrée en vigueur du présent décret " sont remplacés par les mots " dans ce cadre ".
Art.52. In artikel 27, § 2, 1°, van hetzelfde decreet, zoals ge-wijzigd op 19 juli 2002 en 25 juni 2007 worden de woorden " en draagt zorg voor de totstandkoming van de natuurrichtplannen binnen een periode van 10 jaar na de inwerkingtreding van dit decreet " geschrapt.
Art.52. Dans l'article 27, § 2, 1°, du même décret, tel que modifié le 19 juillet 2002 et le 25 juin 2007, les mots " et établit des plans directeurs de la nature dans les 10 ans de l'entrée en vigueur du présent décret " sont supprimés.
Art.53. In artikel 29 van hetzelfde decreet, zoals gewijzigd op 19 juli 2002 en 22 april 2005, wordt in § 1 de vermelding " § 1 " geschrapt, en wordt § 2 geschrapt.
Art.53. Dans l'article 29, du même décret, tel que modifié le 19 juillet 2002 et le 22 avril 2005, la mention " § 1er " au § 1er est supprimé et le § 2 est également supprimé.
Art.54. § 1. Artikel 35, § 1, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
  " Andere categorieën van weggebruikers dan de voetgangers kunnen tot de wegen en de paden die krachtens het eerste lid voor de voetgangers toegankelijk zijn, worden toegelaten voor zover het goedgekeurde beheersplan dit uitdrukkelijk toelaat of voor zover dit medegebruik toegelaten wordt in uitvoering van artikel 13, § 1, 6°. ".
  § 2. In hetzelfde artikel wordt aan § 2 een nieuw lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " De Vlaamse Regering kan bepalen dat het Agentschap ontheffing kan verlenen van de in deze paragraaf opgesomde verbodsbepalingen, met het oog op het recreatief of educatief medegebruik en voor zover dit medegebruik inpasbaar is in de doelstellingen van het natuurreservaat. ".
Art.54. § 1er. L'article 35, § 1er, deuxième alinéa, du même décret est remplacé par la disposition suivante :
  " Des catégories d'usagers de la route autres que les piétons peuvent être autorisées sur les routes et les sentiers accessibles aux piétons en vertu du premier alinéa, pour autant que, et dans la mesure où, le plan de gestion approuvé l'autorise de façon expresse ou pour autant que ce partage soit autorisé en exécution de l'article 13, § 1er, 6°. ".
  § 2. Au même article, § 2, il est ajouté un nouvel alinéa, rédigé comme suit :
  " Le Gouvernement flamand peut arrêter que l'Agence est habilité à accorder une dispense des interdictions énoncées au présent paragraphe, en vue du partage récréatif ou éducatif et pour autant que cette utilisation partagée s'inscrive dans les objectifs de la réserve naturelle. ".
Art.55. Artikel 36bis, § 9, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
  " Nadat de Commissie een op grond van § 8 voorgelegd gebied van communautair belang heeft verklaard, wijst de Vlaamse Regering dit gebied zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen de zes jaar, bij besluit aan als speciale beschermingszone. Dit gebeurt met inachtneming van de bepalingen van § 1, tweede lid. ".
Art.55. L'article 36bis, § 9, premier alinéa, du même décret, est remplacé par la disposition suivante :
  " Après que la Commission a déclaré un site d'intérêt communautaire sur la base du § 8, le Gouvernement flamand désigne, par arrêté, ce site comme zone spéciale de protection, dans les meilleurs délais et au plus tard dans les six ans. Cela se fait dans le respect des dispositions du § 1er, deuxième alinéa. ".
Art.56. In artikel 45, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden " gedurende een bepaalde termijn " vervangen door ", op projectmatige basis of gedurende een bepaalde termijn, ".
Art.56. Dans l'article 45, § 2, premier alinéa, du même décret, les mots " pendant un délai déterminé " sont remplacés par les mots " sur la base de projets ou pendant un délai déterminé, ".
Art.57. In artikel 46 van hetzelfde decreet wordt de bestaande tekst hernummerd tot § 1 en wordt een § 2 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 2. De Vlaamse Regering kan voor de toepasbaarheid van de onderscheiden types beheersovereenkomsten bepalen aan welke beheersvisies, prioriteiten, perimeters of andere voorwaarden dient beantwoord te worden.
  De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden waaronder beheersgroepen erkend kunnen worden met het oog op de planning, de ondersteuning en de begeleiding van het afsluiten en uitvoeren van beheersovereenkomsten in een bepaald gebied, alsook met het oog op het overleg met de andere actoren die in het gebied natuur- of bosbeleidsactiviteiten uitvoeren. ".
Art.57. Dans l'article 46 du même décret, le texte actuel formera le § 1er et il est ajouté un § 2, rédigé comme suit :
  " § 2. En vue de l'applicabilité des différents types de contrats de gestion, le Gouvernement flamand peut définir les visions de gestion, priorités, périmètres ou autres conditions auxquels il doit être satisfait.
  Le Gouvernement flamand fixe les conditions auxquelles les groupes de gestion peuvent être agréés en vue de la planification, du soutien et de l'accompagnement de la conclusion et de l'exécution des contrats de gestion dans une certaine zone, ainsi qu'en vue de la concertation avec les autres acteurs exerçant des activités dans le cadre de la politique de gestion de la nature et des bois. ".
Art.58. HOOFDSTUK V, afdeling 4, onderafdeling D -" Natuurrichtplannen ", dat bestaat uit de artikelen 48 tot en met 50, van hetzelfde decreet, zoals gewijzigd op 19 juli 2002, wordt vervangen door wat volgt : " Onderafdeling D. - Natuurrichtplannen.
  Art. 48. § 1. Voor elke speciale beschermingszone, alsook voor elk gebied dat behoort tot het VEN, wordt een natuurrichtplan vastgesteld, en dit binnen de vijf jaar na aanwijzing van de speciale beschermingszone overeenkomst artikel 36bis, § 9, of de vaststelling van het VEN-gebied overeenkomstig artikel 17, § 3. Voor elk gebied dat behoort tot het VEN, afgebakend op grond van artikel 21, § 9, voor het IVON, voor de groengebieden, parkgebieden, buffergebieden, bosgebieden of de met één van deze gebieden vergelijkbare bestemmingsgebieden aangewezen op de plannen van aanleg of op de ruimtelijke uitvoeringsplannen van kracht in de ruimtelijke ordening, kan er een natuurrichtplan worden vastgesteld.
  § 2. De natuurrichtplannen voor speciale beschermingszones, de gebieden van het VEN, de natuurverwevingsgebieden en de groengebieden, parkgebieden, buffergebieden, bosgebieden of de met één van deze gebieden vergelijkbare bestemmingsgebieden aangewezen op de gewestelijke plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen, worden vastgesteld door de Vlaamse Regering. Zij worden gewestelijke natuurrichtplannen genoemd.
  Natuurrichtplannen met betrekking tot natuurverbindingsgebieden, aangewezen op de provinciale of gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen, worden vastgesteld door de deputatie. Zij worden provinciale natuurrichtplannen genoemd.
  § 3. De Vlaamse Regering bepaalt de vorm van gewestelijke en provinciale natuurrichtplannen, alsook de procedure die leidt tot de vaststelling, herziening of opheffing ervan.
  Elke administratieve overheid stelt, hetzij op eenvoudig verzoek of uit eigen beweging, alle nuttige informatie en kennis waarover zij beschikt ter beschikking van de dienst die wordt belast met het opstellen of herzien van de natuurrichtplannen.
  Art. 49. § 1. Voor zover een gewestelijk natuurrichtplan betrekking heeft op een speciale beschermingszone, gelden de instandhoudingsdoelstellingen van dat gebied, vastgesteld op grond van artikel 36ter, § 1, als gebiedsvisie voor het natuurrichtplan.
  Indien er nog geen instandhoudingsdoelstellingen zijn opgesteld voor een in een natuurrichtplan opgenomen speciale beschermingszone of voor zover het natuurrichtplan geen betrekking heeft op een speciale beschermingszone, dient er een gebiedsvisie te worden opgemaakt die weergeeft wat er in het gebied wordt beoogd voor de natuur en het natuurlijk milieu. Deze gebiedsvisie kan, bij de vaststelling van het natuurrichtplan, geheel of gedeeltelijk bindend worden verklaard voor de administratieve overheid. De doelstellingen uit deze gebiedsvisie kunnen, in het geval het natuurrichtplan betrekking heeft op een speciale beschermingszone waarvoor er nog geen instandhoudingsdoelstellingen zijn opgemaakt, gelijkgesteld worden met instandhoudingsdoelstellingen in de zin van artikel 36ter, § 1.
  § 2. Een gewestelijk natuurrichtplan is er op gericht om, in functie van de instandhoudingsdoelstellingen of de gebiedsvisie, een specifieke, bindende afstemming te bekomen tussen de verschillende maatregelen en instrumenten die, in uitvoering van onder meer dit decreet, het Bosdecreet van 13 juni 1990, het Jachtdecreet van 24 juli 1991 en de wet van 1 juli 1954 op de riviervisserij en het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, gelden voor het bestreken gebied.
  Een gewestelijk natuurrichtplan bevat aldus onder meer, binnen de desbetreffende, in dit decreet vastgestelde randvoorwaarden, bepalingen met betrekking tot :
  - de in het bestreken gebied aanwezige uitbreidingszones vastgesteld in uitvoering van artikel 33, derde lid;
  - de op het bestreken gebied betrekking hebbende beheersplannen vastgesteld in uitvoering van artikel 34;
  - de in het bestreken gebied aangeduide perimeters binnen welk het recht van voorkoop geldt, in uitvoering van artikel 37;
  - de in het bestreken gebied aangeduide perimeters die gelden voor de beheersovereenkomsten, overeenkomstig het bepaalde in artikel 46, § 2;
  - de ontheffingen die in verband met het bestreken gebied op grond van dit decreet kunnen worden verleend.
  § 3. Een gewestelijk natuurrichtplan kan bovendien nog, in functie van de instandhoudingsdoelstellingen of de gebiedsvisie en rekening houdend met artikel 9, voor het bestreken gebied volgende bepalingen bevatten :
  - specifieke maatregelen in uitvoering van artikel 13;
  - specifieke maatregelen in uitvoering van artikel 25, § 1, voor zover het natuurrichtplan betrekking heeft op een gebied dat in het VEN gelegen is;
  - specifieke maatregelen in uitvoering van artikel 36ter, § 1 en § 2, voor zover het natuurrichtplan betrekking heeft op een speciale beschermingszone;
  - specifieke maatregelen in uitvoering van de artikelen 27 en 28, voor zover het natuurrichtplan betrekking heeft op een gebied dat in IVON gelegen is;
  - specifieke maatregelen in uitvoering van hoofdstuk VI.
  § 4. Een provinciaal natuurrichtplan behelst voor het bestreken gebied maatregelen zoals vermeld in artikel 29.
  Art. 50. Ter voorbereiding van een gewestelijk natuurrichtplan en ter opvolging en begeleiding van de uitvoering ervan stelt de Vlaamse Regering telkens een overlegcommissie in. Deze commissie adviseert tevens ten behoeve van de minister bij betwistingen inzake de uitvoering van een vastgesteld gewestelijk natuurrichtplan.
  Een overlegcommissie bij een natuurrichtplan is evenwichtig samengesteld uit vertegenwoordigers van de grondeigenaars, -gebruikers en -beheerders in het gebied waarvoor een natuurrichtplan wordt vastgesteld, vertegenwoordigers van de betrokken diensten van het Vlaamse Gewest alsook van de natuurverenigingen die actief zijn in het gebied.
  De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels inzake de samenstelling en werking van deze overlegcommissies. ".
Art.58. La sous-section D - " Plans directeurs de la nature " du Chapitre V, section 4, comprenant les articles 48 à 50, du même décret, telle que modifiée le 19 juillet 2002, est remplacée par ce qui suit :
  " Sous-Section D. - Plans directeurs de la nature
  Art. 48. § 1er. Pour chaque zone spéciale de protection, ainsi que pour chaque zone appartenant au VEN, il est établi un plan directeur de la nature, et ce, dans les cinq ans après la désignation de la zone spéciale de protection conformément à l'article 36bis, § 9 ou la détermination de la zone VEN conformément à l'article 17, § 3. Pour chaque zone appartenant au VEN, délimitée en vertu de l'article 21, § 9, pour l'IVON, pour les zones d'espaces verts, zones de parcs, zones-tampons, zones forestières ou zones de destination comparables à l'une de ces zones figurant sur les plans d'aménagement ou sur les plans d'exécution spatiaux d'application dans le cadre de l'aménagement du territoire, un plan directeur de la nature peut être établi.
  § 2. Les plans directeurs de la nature pour les zones spéciales de protection, les zones du VEN, les zones naturelles d'imbrication, les zones vertes, les zones de parcs, les zones-tampons, les zones forestières ou les zones de destination comparables à l'une de ces zones figurant sur les plans régionaux d'aménagement ou sur les plans d'exécution spatiaux sont établis par le Gouvernement flamand. Ils sont dénommés plans directeurs régionaux de la nature.
  Des plans directeurs de la nature relatifs aux zones naturelles de transition, désignées sur des plans d'exécution spatiaux provinciaux ou communaux sont établis par la députation. Ils sont dénommés plans directeurs provinciaux de la nature.
  § 3. Le Gouvernement flamand arrête la forme des plans directeurs régionaux et provinciaux de la nature, ainsi que la procédure conduisant à l'établissement, la révision ou la suppression de ceux-ci.
  Chaque autorité administrative transmet, ou bien sur simple demande ou d'initiative, toutes les informations et connaissances utiles dont elle dispose au service chargé de l'établissement ou de la révision des plans directeurs de la nature.
  Art. 49. § 1er. Pour autant qu'un plan directeur régional de la nature porte sur une zone spéciale de protection, les objectifs de conservation de cette zone, fixés en vertu de l'article 36ter, § 1er, servent de vision zonale pour le plan directeur de la nature.
  Si aucun objectif de conservation n'est encore défini pour une zone spéciale de protection figurant sur un plan directeur de la nature ou pour autant que le plan directeur de la nature ne porte pas sur une zone spéciale de protection, une vision zonale doit être établie en vue de déterminer les objectifs à poursuivre pour la nature et le milieu naturel. Lors de l'établissement du plan directeur de la nature, cette vision zonale peut être déclarée contraignante en tout ou en partie par l'autorité administrative. Les objectifs de cette vision zonale peuvent, au cas où le plan directeur de la nature porte sur une zone spéciale de protection pour laquelle les objectifs de conservation ne sont pas encore établis, être assimilés aux objectifs de conservation au sens de l'article 36ter, § 1er.
  § 2. Un plan directeur régional de la nature vise, en fonction des objectifs de conservation ou de la vision zonale, à obtenir une harmonisation spécifique, contraignante entre les différents mesures et instruments qui, en exécution entre autres du présent décret, du décret forestier du 13 juin 1990, du décret sur la chasse du 24 juillet 1991 et de la loi du 1er juillet 1954 sur la pêche fluviale et du décret du 16 avril 1996 relatif à la protection des sites ruraux, sont d'application à la zone couverte.
  Un plan directeur régional de la nature comprend donc entre autres, en appliquant la conditionnalité établie dans le présent décret, des dispositions relatives :
  - les zones d'extension présentes dans la zone couverte qui sont désignées en exécution de l'article 33, troisième alinéa;
  - les plans de gestion fixés en exécution de l'article 34 qui portent sur la zone couverte;
  - les périmètres indiqués dans la zone couverte dans lesquels le droit de préemption s'applique en exécution de l'article 37;
  - les périmètres indiqués dans la zone couverte qui s'appliquent aux contrats de gestion en exécution des dispositions de l'article 46, § 2;
  - les dispenses qui peuvent être accordées pour la zone couverte sur la base du présent décret.
  § 3. En outre, un plan directeur régional de la nature peut également, en fonction des objectifs de conservation ou de la vision zonale et en tenant compte de l'article 9, contenir les dispositions suivantes pour la zone couverte :
  - des mesures spécifiques en exécution de l'article 13;
  - des mesures spécifiques en exécution de l'article 25, § 1er, pour autant que le plan directeur de la nature porte sur une zone située dans le VEN;
  - des mesures spécifiques en exécution de l'article 36, §§ 1er et 2, pour autant que le plan directeur de la nature porte sur une zone spéciale de protection;
  - des mesures spécifiques en exécution des articles 27 et 28, pour autant que le plan directeur de la nature porte sur une zone située dans l'IVON;
  - des mesures spécifiques en exécution du chapitre VI.
  § 4. Un plan directeur provincial de la nature contient, pour la zone couverte, des mesures telles que visées à l'article 29.
  Art. 50. En préparation d'un plan directeur régional de la nature et en vue de son suivi et accompagnement, le Gouvernement flamand établit chaque fois une commission de concertation. Cette commission donne également des avis au ministre en cas de différends relatifs à l'exécution d'un plan directeur régional de la nature fixé.
  Une commission de concertation pour un plan directeur de la nature est composée de manière équilibrée de représentants des propriétaires, utilisateurs et gestionnaires des terrains dans la zone pour laquelle un plan directeur de la nature est fixé, de représentants des services concernés de la Région flamande ainsi que des associations de défense de la nature qui sont actives dans la zone.
  Le Gouvernement flamand arrête les modalités de composition et de fonctionnement de ces commissions de concertation. ".
Art.59. In de bijlagen I, II, III en IV van hetzelfde decreet wordt telkens de zin geschrapt die aanvangt met " De Vlaamse Regering is er toe gemachtigd " en eindigt met " technische en wetenschappelijke vooruitgang ".
Art.59. Dans les annexes Ire, II, III et IV du même arrêté, la phrase commençant par " Le Gouvernement flamand est autorisé à " et terminant par " au progrès technique et scientifique " est chaque fois supprimée.
HOOFDSTUK IX. - Jachtdecreet.
CHAPITRE IX. - Décret sur la Chasse.
Art.60. Artikel 12 van het Jachtdecreet van 24 juli 1991 wordt vervangen door wat volgt :
  " Artikel 12
  De Vlaamse Regering kan grotere beheereenheden, die ontstaan als gevolg van de vrijwillige samenvoeging van afzonderlijke jachtterreinen, erkennen als wildbeheereenheden en de werking ervan subsidiëren.
  De Vlaamse Regering kan de voorwaarden bepalen met betrekking tot deze erkenning en subsidiëring. Deze voorwaarden zijn gericht op een beter wildbeheer, op het natuurbehoud en op een verbeterd toezicht, en hebben onder meer betrekking op het door de wildbeheereenheid op te maken wildbeheerplan.
  De Vlaamse Regering kan in functie van een gerichter wildbeheer, de instandhouding van leefgebieden en het verbeterd toezicht, de jacht op alle of bepaalde wildsoorten, het gebruik van bepaalde jachttechnieken of -tuigen, en bepaalde maatregelen beperken tot jachtterreinen van leden van een erkende wildbeheereenheid, zoals bedoeld in artikel 12. ".
Art.60. L'article 12 du Décret sur la chasse du 24 juillet 1991 est remplacé par la disposition suivante :
  " Article 12
  Le Gouvernement flamand peut agréer comme des unités de gestion du gibier des unités de gestion plus grandes créées par le groupement volontaire de terrains de chasse distincts et subventionner leur fonctionnement.
  Le Gouvernement flamand peut arrêter les conditions d'agrément et de subvention. Ces conditions visent une meilleure gestion du gibier, la conservation de la nature et une amélioration de la surveillance, et portent entre autres sur le plan de gestion du gibier établi par l'unité de gestion du gibier.
  Le Gouvernement flamand peut limiter aux terrains de chasse de membres d'une unité de gestion de chasse agréée, telle que visée à l'article 12, la chasse à tous ou certains gibiers, l'utilisation de certains procédés ou engins de chasse, et certaines mesures en vue d'une gestion du gibier plus ciblée, de la conservation d'habitats et de l'amélioration de la surveillance. ".
Art.61. In artikel 24, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden ", behoudens de schade die veroorzaakt wordt door konijnen, " geschrapt.
Art.61. A l'article 24, premier alinéa, du même décret, les mots " sauf les dégâts causés par les lapins, " sont supprimés.
HOOFDSTUK X. - Mestdecreet.
CHAPITRE X. - Décret sur les engrais.
Art.62. Aan artikel 3 van het decreet van 22 december 2006 houdende de bescherming van water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen wordt een 59° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 59° Noordzeekustzone : de Noordzeekustzone is de zone begrensd :
  1) in het noorden door de laagwaterlijn van de zee;
  2) in het westen door de Frans-Belgische grens vanaf de laagwaterlijn van de zee tot de weg A18;
  3) in het oosten door de Belgisch-Nederlandse grens vanaf de laagwaterlijn van de zee tot de weg RW 376;
  4) in het zuiden door :
  a) de weg A18 vanaf de Frans-Belgische grens tot de kruising met de Vaartstraat te Gistel;
  b) de Vaartstraat te Gistel, vanaf de weg A18 tot het kanaal Nieuwpoort-Plassendale;
  c) het kanaal Nieuwpoort-Plassendale vanaf de Vaartstraat te Gistel tot de uitmonding in het kanaal Oostende-Brugge te Plassendale;
  d) de N320 tot de kruising met de weg R9;
  e) de weg R9 tot de weg N307 tot aan het kruispunt Strooien Haan;
  f) de weg N307 vanaf Strooien Haan tot de N326;
  g) de weg N326 vanaf de weg N307 tot de weg N371 " Brugge-Blankenberge ";
  h) de weg N371 vanaf de weg N326 tot de Statiesteenweg te Zuienkerke tot de N31;
  i) de N31 vanaf de Stationsweg tot aan het Leopoldkanaal en het Schipdonkkanaal;
  j) de weg N376 " Brugge-Sluis " van de voornoemde kanalen tot de Belgisch-Nederlandse grens. ".
Art.62. A l'article 3 du décret du 22 décembre 2006 concernant la protection des eaux contre la pollution par les nitrates à partir de sources agricoles, il est ajouté un 59° ainsi rédigé :
  " 59° Zone côtière de la Mer du Nord : la Zone côtière de la Mer du Nord est délimitée :
  1) par la laisse de basse mer au nord;
  2) par la frontière franco-belge à partir de la laisse de basse mer à la route A18 a l'ouest;
  3) par la frontière belgo-néerlandaise à partir de la laisse de basse mer à la route RW 376 à l'est;
  4) au sud par :
  a) la route A18 à partir de la frontière franco-belge jusqu'au croisement avec la Vaartstraat à Gistel;
  b) la Vaartstraat à Gistel, à partir de la A18 jusqu'au canal Nieuwpoort-Plassendale;
  c) le canal Nieuwpoort-Plassendale à partir de la Vaartstraat à Gistel, jusqu'au débouché dans le canal Oostende-Brugge à Plassendale;
  d) la N320 jusqu'au carrefour avec la route R9;
  e) la R9 jusqu'à la N307 jusqu'au carrefour Strooien Haan;
  f) la N307 à partir de Strooien Haan jusqu'à la N326;
  g) la N326 à partir de la N307 jusqu'à la N371 " Brugge-Blankenberge ";
  h) la N371 de la N326 à la Statiesteenweg à Zuienkerke jusqu'à la N31;
  i) la N31 à partir de la Stationsweg jusqu'au Leopoldkanaal et au Schipdonkkanaal;
  j) la N376 " Brugge-Sluis " des canaux précités jusqu'à la frontière belgo-néerlandaise. ".
Art.63. In artikel 4 van hetzelfde decreet wordt een § 3 ingevoegd, die luidt als volgt :
  " § 3. De Vlaamse Regering kan de Mestbank met bijkomende taken belasten in het kader van de doelstellingen van dit decreet. ".
Art.63. Dans l'article 4 du même décret, il est inséré un § 3, rédigé comme suit :
  " § 3. Le Gouvernement flamand peut charger la " Mestbank " de missions supplémentaires dans le cadre des objectifs du présent décret. ".
Art.64. In artikel 8, § 2, van hetzelfde decreet wordt 1° vervangen door wat volgt :
  " 1° op alle zon- en feestdagen en in de Noordzeekustzone op alle zaterdagen, zon- en feestdagen. Deze verbodsbepaling geldt niet voor kunstmest. ".
Art.64. Dans l'article 8, § 2, du même décret, le point 1° est remplacé par la disposition suivante :
  " 1° les dimanches et les jours fériés et dans la zone côtière de la Mer du Nord, les samedis, dimanches et jours fériés. Cette interdiction ne s'applique pas aux engrais chimiques. ".
Art.65. In artikel 14, § 3, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het tweede lid wordt de laatste zin vervangen door wat volgt :
  " Ingeval de nitraatresidustaalname zal worden gedaan na 30 oktober zorgt de Mestbank ervoor dat de landbouwer ten laatste twee weken voor de staalname in kennis wordt gesteld van de dag en het perceel of de percelen waarop het staal zal worden genomen. Bij betwistingen aangaande deze inkennisstellingen kan de landbouwer de nietigheid van het resultaat van de uitgevoerde staalname niet inroepen. ";
  2° in het derde lid worden de woorden " en op dezelfde dag " tot en met de woorden " als vermeld in het tweede lid " vervangen door de woorden " binnen de twee weken na de residustaalname uitgevoerd in opdracht van de Mestbank als vermeld in het tweede lid en ten laatste op 15 november ";
  3° in het derde lid wordt na de woorden " in aanmerking genomen " de volgende zin toegevoegd :
  " Het krachtens artikel 62, § 6, erkend laboratorium, dat in opdracht van de landbouwer een nitraatresidustaalname gaat uitvoeren, stelt de Mestbank uiterlijk de werkdag voor de staalname hiervan in kennis, via de door de Mestbank ter beschikking gestelde webapplicatie. ".
Art.65. A l'article 14, § 3, du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans l'alinéa deux, la dernière phrase est remplacée par la disposition suivante :
  " Si l'échantillonnage de résidu minéral de nitrates est opéré après le 30 octobre, la Mestbank veille à ce que l'agriculteur soit informé au plus tard deux semaines a l'avance de la date et de la parcelle ou des parcelles sur lesquelles l'échantillon sera prélevé. En cas de litige concernant ces notifications, l'agriculteur ne peut pas invoquer la nullité des résultats des échantillons effectués. " ;
  2° au troisième alinéa, les mots " et le même jour " jusqu'aux mots " comme indiqué au deuxième alinéa, " sont remplacés par les mots " dans les deux semaines après l'echantillonnage de résidu exécuté sur demande de la Mestbank comme stipulé au deuxième alinéa et au plus tard le 15 novembre ";
  3° dans le troisième alinéa, la phrase suivante est ajoutée après les mots " est pris en considération " :
  " Le laboratoire agréé en vertu de l'article 62, § 6, qui va exécuter l'échantillonnage de résidu minéral de nitrates à la demande de l'agriculteur, en informe la Mestbank au plus tard le jour ouvrable avant l'échantillonnage, par l'application web mise à la disposition par la Mestbank. ".
Art.66. In artikel 15, § 1, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid wordt de laatste zin vervangen door wat volgt :
  " Ingeval de nitraatresidustaalname zal worden gedaan na 30 oktober zorgt de Mestbank ervoor dat de landbouwer ten laatste twee weken voor de staalname in kennis wordt gesteld van de dag en het perceel of de percelen waarop het staal zal worden genomen. Bij betwistingen aangaande deze inkennisstellingen kan de landbouwer de nietigheid van het resultaat van de uitgevoerde staalname niet inroepen. ";
  2° in het tweede lid worden de woorden " en op dezelfde dag " tot en met de woorden " als vermeld in het tweede lid " vervangen door de woorden " binnen de twee weken na de residustaalname uitgevoerd in opdracht van de Mestbank als vermeld in het tweede lid en ten laatste op 15 november ";
  3° in het tweede lid wordt na de woorden " in aanmerking genomen " de volgende zin toegevoegd :
  " Het krachtens artikel 62, § 6, erkend laboratorium, dat in opdracht van de landbouwer een nitraatresidustaalname gaat uitvoeren, stelt de Mestbank uiterlijk de werkdag voor de staalname hiervan in kennis, via de door de Mestbank ter beschikking gestelde webapplicatie. ".
Art.66. A l'article 15, § 1er, du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans le premier alinéa, la dernière phrase est remplacée par la disposition suivante :
  " Si l'echantillonnage de résidu minéral de nitrates est opéré après le 30 octobre, la Mestbank veille à ce que l'agriculteur soit informé au plus tard deux semaines à l'avance de la date et de la parcelle ou des parcelles sur lesquelles l'échantillon sera prélevé. En cas de litige concernant ces notifications, l'agriculteur ne peut pas invoquer la nullité des résultats des échantillons effectués. " ;
  2° au deuxième alinéa, les mots " et le même jour " jusqu'aux mots " comme indiqué au deuxième alinéa, " sont remplacés par les mots " dans les deux semaines après l'échantillonnage de résidu exécuté sur demande de la Mestbank comme stipulé au deuxième alinéa et au plus tard le 15 novembre ";
  3° dans le deuxième alinéa, la phrase suivante est ajoutée après les mots " est pris en considération " :
  " Le laboratoire agréé en vertu de l'article 62, § 6, qui va exécuter l'échantillonnage de résidu minéral de nitrates à la demande de l'agriculteur, en informe la Mestbank au plus tard le jour ouvrable avant l'échantillonnage, par l'application web mise à la disposition par la Mestbank. ".
Art.67. In artikel 22, § 1, 4°, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in punt b) worden de woorden " of compost " geschrapt;
  2° een nieuw punt d) wordt toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " d) compost ".
Art.67. A l'article 22, § 1er, 4°, du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° au point b), les mots " ou compost " sont supprimés;
  2° il est inséré un nouveau point d), rédigé comme suit :
  " d) compost ".
Art.68. Artikel 23, § 1, 5°, van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
  " 5° elke landbouwer, van wie het bedrijf een effectieve oppervlakte groeimedium voor het telen van gewassen heeft van 50 a.
  Voor de berekening in een bepaald kalenderjaar van de oppervlakte groeimedium, als vermeld in het eerste lid, wordt de effectieve oppervlakte groeimedium voor het telen van gewassen genomen. De rijpaden en de ruimtes tussen de teelten worden meegerekend. Ingeval van meerdere teeltlagen wordt de oppervlakte van elke teeltlaag opgeteld voor het bekomen van de effectieve oppervlakte. Als het maximum aantal lagen dat op enig moment in het betrokken kalenderjaar in de betreffende bedrijfsruimte of op het betreffende perceel, aanwezig was, groter is dan 1, wordt het resultaat van de optelling met 10 percent verminderd. ".
Art.68. L'article 23, § 1er, 5°, du même décret est remplacé par la disposition suivante :
  " 5° chaque agriculteur dont l'entreprise a une superficie effective en milieu de croissance pour la culture de plantes de 50 ares.
  Pour le calcul dans une année calendaire déterminée de la superficie en milieu de croissance, visée au premier alinéa, il est tenu compte de la superficie effective en milieu de croissance pour la culture de plantes. Les allées et les espaces entre les cultures sont également pris en compte. En cas de plusieurs étages de culture, la superficie de chaque étage est additionnée pour obtenir la superficie effective. Si le nombre maximum d'étages présents à un moment donné dans l'année calendaire dans l'espace d'exploitation concerné ou sur la parcelle concernée, est supérieur à 1, le résultat de l'addition est diminué de 10 %. ".
Art.69. In artikel 23, § 5, van hetzelfde decreet wordt 10° geschrapt.
Art.69. A l'article 23, § 5, du même décret, le point 10° est supprimé.
Art.70. In artikel 27, § 1, tweede lid, van hetzelfde decreet worden telkens na het woord " maïs " de woorden " voederbieten, voedergranen en perspulp van suikerbieten " ingevoegd.
Art.70. Dans l'article 27, § 1er, deuxième alinéa, du même décret, les mots " betteraves fourragères, céréales fourragères et pulpe pressée de betteraves sucrières " sont chaque fois insérés après le mot " maïs ".
Art.71. In artikel 28, § 1, van hetzelfde decreet wordt na het tweede lid een nieuw lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Indien in de loop van een bepaald kalenderjaar een exploitatie of bedrijf overgelaten wordt met bijhorende gronden kunnen de overlater en overnemer overeenkomen dat voor de berekening van het mestoverschot van dat kalenderjaar een bepaald deel van de mogelijkheden tot opbrenging van dierlijke mest op de overgelaten gronden in de bedrijfsgroep van de overlater wordt in rekening gebracht en een bepaald deel in de bedrijfsgroep van de overnemer wordt in rekening gebracht. ".
Art.71. A l'article 28, § 1er, du même arrêté, il est inséré après le deuxième alinéa, un nouvel alinéa ainsi rédigé :
  " Lorsqu'au cours d'une année calendaire déterminée une exploitation ou une entreprise ainsi que les terrains y afférents sont cédés, le cédant et le cessionnaire peuvent convenir que, pour le calcul de l'excédent d'engrais de l'année calendaire en question, une partie déterminée des possibilités d'épandage d'effluents d'élevage sur les terres cédées est portée en compte pour le groupe d'entreprises du cédant et une partie pour le groupe d'entreprises du cessionnaire. ".
Art.72. In artikel 29, § 2, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt tussen de woorden " artikel 28, § 1, 2°, " en de woorden " die behoren tot de bedrijfsgroep " de woorden " of artikel 28, § 2, " ingevoegd.
Art.72. A l'article 29, § 2, deuxième alinéa, du même arrêté, sont ajoutés les mots " ou à l'article 28, § 2. " après les mots " à l'article 28, § 1er, 2°, ".
Art.73. Aan artikel 29, § 2, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt de volgende zin toegevoegd :
  " Bij de berekening van het netto stikstofoverschot wordt geen rekening gehouden met de bijkomende productie, die ingevolge artikel 35, eerste lid, 2°, volledig moet verwerkt worden. ".
Art.73. A l'article 29, § 2, deuxième alinéa, du même décret, la phrase suivante est ajoutée :
  " Lors du calcul de l'excédent net d'azote, il n'est pas tenu compte de la production d'engrais supplémentaire qui, en vertu de l'article 35, premier alinéa, 2°, doit être complètement traitée. ".
Art.74. In artikel 30 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 6, tweede lid, wordt opgeheven;
  2° § 7 wordt vervangen door een § 7 en een § 8, die luiden als volgt :
  " § 7. De Mestbank kan tijdelijke nutriëntenemissierechten, uitgedrukt in TNER-D, toewijzen aan een landbouwer voor het houden van dieren voor doeleinden in het kader van natuurbeheer, wetenschappelijk onderzoek, onderwijs, en beheer van onroerende goederen in opdracht van openbare besturen. De tijdelijke nutriëntenemissierechten zijn niet overdraagbaar.
  De tijdelijke nutriëntenemissierechten, uitgedrukt in TNER-D worden berekend in functie van het aantal dieren nodig voor het verwezenlijken van de doelstelling vermenigvuldigd met de waarde bepaald in de tabel van § 3.
  Voor zover aan de landbouwer voor de in het eerste lid vermelde doeleinden een nutriëntenhalte of nutriëntenemissierechten werden toegekend, worden deze door de Mestbank omgezet in tijdelijke nutriëntenemissierechten, uitgedrukt in TNER-D, die niet overdraagbaar zijn.
  Indien de dieren niet meer gehouden worden in functie van de aangegeven doelstelling of indien de landbouwer zijn activiteiten in het kader van de doelstelling gestaakt heeft, wordt het deel van de tijdelijke nutriëntenemissierechten toegekend in toepassing van § 7, uitgedrukt in TNER-D, door de Mestbank geannuleerd.
  Indien dieren worden gehouden zonder TNER-D of waarvoor de TNER-D geannuleerd werden, wordt aan de landbouwer de geldboete opgelegd voorzien in artikel 63, § 4.
  § 8. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen met betrekking tot dit artikel en kan afwijkingen bepalen voor landbouwers van wie het bedrijf een productie aan dierlijke mest heeft kleiner dan 300 kg P2O5, als vermeld in artikel 23, § 1, 1°. ".
Art.74. A l'article 30 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 6, deuxième alinéa, est abrogé;
  2° le § 7 est remplacé par un § 7 et un § 8, rédigés comme suit :
  " § 7. La Mestbank peut attribuer des droits d'émission temporaires d'éléments nutritionnels, exprimés en TNER-D, à un agriculteur pour la garde d'animaux dans le cadre de la conservation de la nature, de la recherche scientifique, de l'enseignement et de la gestion d'immeubles pour le compte des administrations publiques. Ces droits d'émission temporaires d'éléments nutritionnels ne sont pas transférables.
  Les droits d'émission temporaires d'éléments nutritionnels, exprimés en TNER-D, sont calculés en fonction du nombre d'animaux nécessaires pour atteindre l'objectif multiplié par la valeur fixée au tableau du § 3.
  Dans la mesure où une teneur en éléments nutritionnels ou des droits d'émission d'éléments nutritionnels étaient attribués à l'agriculteur, ceux-ci sont convertis par la Mestbank en droits d'émission temporaires d'éléments nutritionnels, exprimés en TNER-D, qui ne sont pas transférables.
  Si les animaux ne sont pas gardes en fonction de l'objectif vise ou si l'agriculteur a arrêté ses activités dans le cadre de l'objectif, la partie des droits d'émission temporaires d'éléments nutritionnels attribués en application du § 7, exprimés en TNER-D, sont annulés par la Mestbank.
  Si les animaux sont gardés sans TNER-D ou si leurs TNER-D ont été annulés, une amende prévue à l'article 63, § 4 est imposée à l'agriculteur.
  § 8. Le Gouvernement flamand peut déterminer les modalités relatives au présent article et fixer les dérogations pour des agriculteurs dont l'entreprise a une production d'effluents d'élevage qui est inférieure à 300 kg P2O5, au sens de l'article 23, § 1er, 1°. ".
Art.75. In artikel 31 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 2, eerste lid, wordt de eerste zin vervangen door wat volgt :
  " De overdrager moet de mestproductie die op het bedrijf voor de drie gekende aan de overname voorafgaande kalenderjaren werd geproduceerd overeenkomstig de bepalingen van dit decreet hebben afgezet. ";
  2° aan § 2, tweede lid, 3°, wordt de volgende zin toegevoegd :
  " De niet-ingevulde nutriëntenemissierechten worden bepaald op grond van de invulling van de nutriëntenemissierechten gedurende de laatste drie gekende kalenderjaren voorafgaand aan de datum waarop de overname van de nutriënten-emissierechten ingaat, ongeacht een mogelijke overdracht van de nutriëntenemissierechten tussen landbouwers tijdens deze drie kalenderjaren. Een annulatie wegens niet-ingevulde nutriëntenemissierechten op grond van een gegeven kalenderjaar, kan niet leiden tot een verdere annulatie na overdracht op grond van eenzelfde kalenderjaar. ";
  3° § 3 wordt opgeheven.
Art.75. A l'article 31 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° au § 2, premier alinéa, la première phrase est remplacée par ce qui suit :
  " Le cédant doit avoir écoulé la production d'engrais de l'entreprise des trois années calendaires connues avant la reprise conformément aux dispositions du présent décret. " ;
  2° le § 2, deuxième alinéa, 3°, est complète par la phrase suivante :
  " Les droits d'émission d'éléments nutritionnels non utilisés sont déterminés sur la base de la concrétisation des droits d'émission d'éléments nutritionnels pendant les trois dernières années calendaires connues avant la date a laquelle commence la reprise des droits d'émission d'éléments nutritionnels, qu'un transfert éventuel des droits d'émission d'éléments nutritionnels entre les agriculteurs se soit opéré ou non pendant ces trois années calendaires. Une annulation pour cause de droits d'émission d'éléments nutritionnels non utilisés sur la base d'une certaine année calendaire, ne peut conduire à une annulation ultérieure après transfert sur la base d'une même année calendaire. ";
  3° le § 3 est abrogé.
Art.76. Aan artikel 32, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de volgende woorden toegevoegd :
  " en de tijdelijke nutriëntenemissierechten ".
Art.76. A l'article 32, premier alinéa, du même décret, les mots suivants sont ajoutés :
  " et les droits d'émission temporaires d'éléments nutritionnels ".
Art.77. In artikel 34, § 1, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° aan 1° wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " De overnemer kan ervoor opteren om 25 percent van de overgenomen nutriëntenemissierechten te verwerken door verwerking van mest afkomstig van het eigen bedrijf in plaats van deze te laten annuleren. De verwerking van 25 percent nutriëntenemissierechten gebeurt in voorkomend geval, bovenop de mestverwerkingsplicht, zoals bepaald in artikel 29, van de bedrijfsgroep waartoe het bedrijf behoort. ";
  2° in 2° wordt a) vervangen door wat volgt :
  " a) ofwel indien alle nutriëntenemissierechten van een bepaald bedrijf overgenomen worden in het kader van een eerste installatie waarbij de overnemer jonger is dan 40 jaar en nog niet beschikt of beschikt heeft over een eigen bedrijf. De nutriëntenemissierechten die in het kader van een eerste installatie worden overgenomen, zijn gedurende drie kalenderjaren volgend op die overname slechts verder overdraagbaar op grond van 1° of op grond van 2°, a) of e) ; ";
  3° in 2° wordt b) vervangen door wat volgt :
  " b) ofwel indien de nutriëntenemissierechten worden overgedragen aan een landbouwer, waarvan elke persoon die deel uitmaakt van de overnemende landbouwer :
  1° hetzij zelf deel uitmaakt van de overlatende landbouwer;
  2° hetzij een bloed- of aanverwant in de nederdalende lijn is van een natuurlijke persoon die deel uitmaakt van de overlatende landbouwer;
  3° hetzij een bloed- of aanverwant is in de tweede graad in de zijlijn van een natuurlijke persoon die deel uitmaakt van de overlatende landbouwer;
  4° hetzij de echtgenoot of echtgenote is van een natuurlijke persoon, die deel uitmaakt van de overlatende landbouwer;
  5° hetzij een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid is onder de volgende voorwaarden :
  - minstens 80 % van de aandelen van de personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid moet eigendom zijn van één of meerdere personen vermeld in 1° tot en met 4°;
  - de zaakvoeder, beherende vennoot of bestuurder van de personenvennootschap moet een persoon zijn, vermeld in 1° tot en met 4°.
  Indien de aandelen van de personenvennootschap geheel of gedeeltelijk of de personenvennootschap, die beschikt over nutriëntenemissierechten, overgedragen wordt aan een derde die niet vermeld is in 1° tot en met 4°, wordt deze overdracht beschouwd als een overdracht met annulering van de 25 % nutriëntenemissierechten die toebehoren aan de personenvennootschap.
  Indien de nutriëntenemissierechten door de personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid worden overgedragen aan de landbouwer die de inbreng ervan heeft gedaan of aan één of meerdere personen als vermeld in 1° tot en met 4° gebeurt de overname eveneens zonder annulering;
  6° hetzij een bloed- of aanverwant in opgaande lijn is van een natuurlijke persoon die deel uitmaakt van een overlatende landbouwer in het geval deze laatste wegens geattesteerde ziekte van lange duur of overlijden niet meer in staat is de exploitatie te voeren.
  Onder " deel uitmaken van een landbouwer " wordt verstaan : het als persoon of als lid van een groepering van personen uitbaten van een exploitatie van de landbouwer; ";
  4° in 2° wordt punt c) opgeheven;
  5° in 2° wordt punt d) opgeheven;
  6° tussen het eerste en tweede lid wordt een nieuw lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " De Vlaamse Regering bepaalt op welke wijze voldaan wordt aan de voorwaarde dat de overnemer jonger moet zijn dan 40 jaar, als vermeld in het eerste lid, 2°, a), wanneer de overnemer een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid is. ".
Art.77. A l'article 34, § 1er, du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° au 1°, il est ajouté un deuxième alinéa, rédigé comme suit :
  " Le cédant peut opter pour le traitement de 25 pour cent des droits d'émission d'éléments nutritionnels repris par le traitement des effluents d'élevage provenant de la propre entreprise au lieu de les faire annuler. Le traitement des 25 pour cent des droits d'émission d'éléments nutritionnels s'effectue, le cas échéant, en complément de l'obligation de traitement du lisier, telle que fixée à l'article 29, du groupe d'entreprises auquel appartient l'entreprise. " ;
  2° au 2°, a) est remplacé par la disposition suivante :
  " a) Soit si tous les droits d'émission d'éléments nutritionnels d'une certaine entreprise sont repris dans le cadre d'une première installation dont le cessionnaire n'a pas encore atteint l'âge de 40 ans et ne dispose pas encore ou n'a pas encore disposé de sa propre entreprise. Les droits d'émission d'éléments nutritionnels qui sont repris dans le cadre d'une première installation, ne sont transférables, pendant trois années calendaires après la reprise, que sur la base du 1° ou sur la base du 2°, a) ou e); ";
  3° au 2°, le point b) est remplacé par la disposition suivante :
  " b) Soit si les droits d'émission d'éléments nutritionnels sont transférés à un agriculteur, dont chaque personne qui fait partie de l'agriculteur cessionnaire :
  1° soit fait partie lui-même de l'agriculteur cédant;
  2° soit est parent ou allié en ligne descendante avec une personne physique qui fait partie de l'agriculteur cédant;
  3° soit est parent ou allie au deuxième degré en ligne collatérale avec une personne physique qui fait partie de l'agriculteur cédant;
  4° soit est époux ou épouse d'une personne physique qui fait partie de l'agriculteur cédant;
  5° soit est une société de personnes dotée de la personnalité juridique aux conditions suivantes :
  - au moins 80 % des parts de la société de personnes dotée de la personnalité juridique doit être la propriété d'une ou de plusieurs personnes, visées aux 1° à 4°;
  - le gérant, l'associé gérant ou l'administrateur de la société de personnes doit être un personne, telle que visée aux 1° à 4°.
  Si les parts de la société de personnes sont totalement ou partiellement transférées ou si la société de personnes qui dispose de droits d'émission d'éléments nutritionnels est transférée à un tiers qui n'est pas visé aux 1° à 4°, ce transfert est censé être un transfert avec annulation des 25 % de droits d'émission d'éléments nutritionnels appartenant à la société de personnes.
  Si les droits d'émission d'éléments nutritionnels sont transférés par la société de personnes dotée de la personnalité juridique à l'agriculteur qui a fait l'apport ou à une ou plusieurs personnes telles que visées aux 1° à 4°, le transfert s'effectue également sans annulation;
  6° soit est parent ou allié en ligne ascendante avec la personne physique qui fait partie d'un agriculteur cédant au cas où ce dernier n'est plus capable de gérer l'exploitation lui-même à cause d'une maladie de longue durée attestée ou d'un décès.
  Par " faire partie d'un agriculteur ", on entend : gérer comme personne ou comme membre d'un groupement de personnes une exploitation de l'agriculteur; ";
  4° au 2°, le point c) est abrogé;
  5° au 2° le point d) est abrogé;
  6° il est inséré entre les premier et deuxième alinéas, un nouvel alinéa ainsi rédigé :
  " Le Gouvernement flamand définit la façon dont il est satisfait à la condition que le cessionnaire doit être âgé de moins de 40 ans, comme prévu au premier alinéa, 2°, a), lorsque le cessionnaire est une société de personnes dotée de la personnalité juridique. ".
Art.78. In artikel 35, eerste lid, 4°, van hetzelfde decreet wordt het woord " overkort " vervangen door " onverkort ".
Art.78. A l'article 35, premier alinéa, 4°, du même décret, le mot " overkort " dans le texte néerlandais est remplacé par le mot " onverkort ".
Art.79. In artikel 48, § 1, eerste zin, van hetzelfde decreet worden de woorden " afkomstig van de in artikel 27, § 1, opgesomde diersoorten " geschrapt.
Art.79. A l'article 48, § 1er, première phrase, du même décret, les mots " provenant des espèces animales énoncées à l'article 27, § 1er " sont supprimés.
Art.80. In artikel 49 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° tussen de woorden " dierlijke mest " en de woorden " voor zover " worden de woorden " of spuistroom " ingevoegd;
  2° aan het eerste lid, 3°, worden een punt c) en een punt d) toegevoegd, die luiden als volgt :
  " c) het vervoer van champost geproduceerd op een uitbating gelegen in een bepaalde gemeente naar een exploitatie die gelegen is in dezelfde gemeente of in een aangrenzende gemeente;
  d) het vervoer van spuistroom geproduceerd op een exploitatie gelegen in een bepaalde gemeente naar een exploitatie die gelegen is in dezelfde gemeente of in een aangrenzende gemeente; ";
  3° in het eerste lid, 3°, worden de woorden " In dit geval " vervangen door de woorden " In de gevallen b), c) en d) ";
  4° in het eerste lid, 3°, 1), worden tussen de woorden " dierlijke mest " en de woorden " heeft vooraf " de woorden " of spuistroom " ingevoegd ".
Art.80. A l'article 49 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° entre les mots " d'effluents d'élevage " et les mots " pour autant que " sont insérés les mots " d'eaux d'écoulement ";
  2° au premier alinéa, 3°, il est ajouté un point c) et un point d), rédigés comme suit :
  " c) le transport de compost de champignons produit sur une exploitation située dans une commune déterminée vers une exploitation située dans la même commune ou dans une commune avoisinante;
  d) le transport d'eaux d'écoulement produites sur une exploitation située dans une commune déterminée vers une exploitation située dans la même commune ou dans une commune avoisinante; ";
  3° au premier alinéa, 3°, les mots " Dans ce cas, " sont remplacés par les mots " Dans les cas b), c) et d) ";
  4° au premier alinéa, 3°, 1), sont insérés entre les mots " d'effluents d'élevage " et les mots " a fait l'objet au préalable " les mots " ou d'eaux d'écoulement ";
Art.81. In artikel 63, § 4, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden tussen de woorden " toegekende nutriëntenemissierechten " en de woorden " op jaarbasis " de woorden " en tijdelijke nutriëntenemissierechten " ingevoegd;
  2° in het derde lid worden in de definitie van NER-D2 na de woorden " NER-D " de woorden " en TNER-D " ingevoegd;
  3° in het derde lid worden in de definitie NER-D1 na de woorden " NER-D " de woorden " en TNER-D " ingevoegd;
  4° in het derde lid worden de woorden " op basis van de artikelen 30, 32 en 36 toegekende NER-D " vervangen door de woorden " op basis van de artikelen 30, 32, 34 en 36 toegekende NER-D ";
  5° in het derde lid worden de woorden " overeenkomstig de artikelen 29, 31, 34, 37, 40 en 47 " vervangen door de woorden " overeenkomstig de artikelen 29, 31, 34, 37, 40 en 47 ";
  6° in het vierde lid wordt in de formule " NER-D " vervangen door " NER-D2 ".
Art.81. A l'article 63, § 4, du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° au premier alinéa sont insérés entre les mots " droits d'émission d'éléments nutritionnels " et les mots " octroyés sur une base annuelle " les mots " et les droits d'émission temporaires d'éléments nutritionnels ";
  2° au troisième alinéa, sont insérés dans la définition de les mots " et TNER-D " après les mots " NER-D ";
  3° au troisième alinéa, sont insérés dans la définition NER-D1 les mots " et TNER-D " après les mots " NER-D ";
  4° au troisième alinéa, les mots " sur la base des articles 30, 32 et 36 " sont remplacés par les mots " sur la base des articles 30, 32, 34 et 36 ";
  5° au troisième alinéa, les mots " conformément aux articles 29, 31, 34, 37, 40 et 47 " sont remplacés par les mots " conformément aux articles 29, 31, 34, 37, 40 et 47 ";
  6° au quatrième alinéa, la mention " NER-D " dans la formule est remplacée par " NER-D2 ".
Art.82. In artikel 63 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 10 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 10. Onverminderd de bepalingen van de artikelen 71 tot en met 72, wordt lastens elke erkende mestvoerder die met overtreding van artikel 48 het dubbel van het mestafzetdocument niet binnen de gestelde termijn heeft bezorgd aan de Mestbank of het transport niet tijdig heeft nagemeld via het door de Mestbank ter beschikking gestelde internetloket, een administratieve geldboete opgelegd.
  Voor transporten die laattijdig, doch uiterlijk de 30ste dag na de dag van transport nagemeld worden, bedraagt de administratieve geldboete 10 euro per laattijdig nagemeld transport.
  Voor transporten die op de 30ste dag na de dag van transport nog niet nagemeld zijn, bedraagt de administratieve geldboete 50 euro per transport dat op de 30ste dag na de dag van transport nog niet nagemeld is.
  Bij herhaling van een overtreding binnen de vijf jaar na het opleggen, via het aangetekend schrijven, vermeld in artikel 64, § 1, tweede lid, van de administratieve geldboete, vermeld in deze paragraaf, wordt het bedrag van de administratieve geldboete, berekend overeenkomstig de leden twee en drie, verdubbeld. ";
  2° in § 13 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
  " Onverminderd de bepalingen van de artikelen 71 tot en met 72, wordt lastens eenieder die met overtreding van artikel 48, dierlijke mest of andere meststoffen heeft vervoerd zonder in het bezit te zijn van een juist en volledig opgemaakt mestafzetdocument, een administratieve geldboete opgelegd van 200 euro. ";
  3° in § 21 worden de woorden " de 25% nutriënten-emissierechten niet doet, als vermeld in artikel 34, § 1, 2°, d), " vervangen door de woorden " de 25% nutriëntenemissierechten niet doet als vermeld in artikel 34, § 1, 1°, tweede lid, ".
Art.82. A l'article 63 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 10 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 10. Sans préjudice des dispositions des articles 71 à 72 inclus, une amende administrative est imposée à tout transporteur d'effluents d'élevage reconnu qui, en infraction à l'article 48, n'a pas transmis la copie du document d'écoulement d'effluents d'élevage dans les délais impartis à la Mestbank ou n'a pas notifié le transport à temps via le guichet électronique mis à disposition par la Mestbank.
  Pour des transports notifiés tardivement mais au plus tard le 30e jour après le jour du transport, l'amende administrative s'élève à 10 euros par transport notifié tardivement.
  Pour des transports qui n'ont pas encore été notifiés le 30e jour après le jour du transport, l'amende administrative s'élève à 50 euros par transport non notifié le 30e jour après le jour du transport.
  En cas de répétition d'une infraction dans les 5 années suivant l'imposition par lettre recommandée, telle que visée à l'article 64, § 1er, deuxième alinéa, de l'amende administrative telle que définie au présent paragraphe, le montant de l'amende administrative, calculé conformément aux alinéas 2 et 3, est doublé. " ;
  2° au § 13, le premier alinéa est remplacé par la disposition suivante :
  " Sans préjudice des dispositions des articles 71 à 72 inclus, une amende administrative de 200 euros est imposée à toute personne qui, en infraction à l'article 48, a transporté des effluents d'élevage ou d'autres engrais sans être en possession d'un document d'écoulement d'effluents d'élevage dûment rempli. " ;
  3° au § 21, les mots " des 25 % de droits d'émission d'éléments nutritionnels comme indiqué à l'article 34, § 1, 2°, d). " sont remplacés par les mots " des 25 % de droits d'émission d'éléments nutritionnels comme indiqué à l'article 34, § 1er, 2°, d). "
Art.83. Artikel 81 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art.83. L'article 81 du même décret est abrogé.
Art.84. Aan artikel 83 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° een § 4 wordt toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 4. Aan landbouwers, die in de loop van 2004, 2005 of 2006 een inrichting hebben overgenomen en nog geen nutriëntenhalte hadden toegekend gekregen terwijl de overlater voor die dieren beschikte over een nutriëntenhalte, wordt alsnog de nutriëntenhalte als bedoeld in artikel 33bis van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen, omgezet in nutriëntenemissierechten overgedragen op voorwaarde dat ze de overname van de milieuvergunning lieten of laten acteren door de vergunningverlenende overheid en op voorwaarde dat deze overnemers dieren hebben geproduceerd op de inrichting in 2004, 2005, 2006 of 2007 en die tijdig hebben aangegeven aan de Mestbank. De overdracht gebeurt met terugwerkende kracht tot de datum zoals overeengekomen door overlater en overnemer.
  Producenten die een beroep kunnen doen op de toepassing van het eerste lid en aan wie de superheffing werd opgelegd voor het produceren van meer dierlijke mest dan de nutriëntenhalte, kunnen de betaalde superheffing terugvorderen of de kwijtschelding vragen van de opgelegde superheffing in de mate dat ze niet meer geproduceerd hebben dan de in het eerste lid bedoelde nutriëntenhalte zonder daartoe over een bijkomende nutriëntenhalte of bijkomende nutriëntenemissierechten te beschikken.
  Zij dienen daartoe per aangetekend schrijven een verzoekschrift in bij de ambtenaar door de Vlaamse Regering aangewezen voor de inning en de invordering van de superheffing.
  De ambtenaar neemt binnen de drie maanden na afgifte ter post van het verzoekschrift een beslissing betreffende deze terugvordering of vraag tot kwijtschelding. Bij gebreke van beslissing van de ambtenaar binnen de termijn van drie maanden wordt het verzoek geacht ingewilligd te zijn. De producent kan bij de minister bevoegd voor het leefmilieu beroep aantekenen tegen de beslissing van de ambtenaar binnen de drie maanden na afgifte ter post van de beslissing. De minister beslist binnen de 60 dagen over het beroep.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels stellen. ";
  2° een § 5 wordt toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 5. Producenten, als vermeld in het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen, zoals gewijzigd, die in uitvoering van artikel 40bis van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen, zoals gewijzigd, een uitstel van superheffing mestverwerking hebben gekregen, en waarbij het kalenderjaar waarin, overeenkomstig artikel 40bis van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen, zoals gewijzigd, beoordeeld dient te worden of de uitgestelde superheffing al of niet opgeheven en niet geïnd wordt, het kalenderjaar 2007 of 2008 is, dienen, om een opheffing en niet-inning van de uitgestelde superheffing te bekomen :
  1° in het kalenderjaar waarin beoordeeld dient te worden of de uitgestelde superheffing al of niet opgeheven en niet geïnd wordt, te behoren tot een bedrijfsgroep die voldaan heeft aan de mestverwerkingsplicht, overeenkomstig artikel 29;
  2° een extra hoeveelheid mestverwerkingscertificaten te bezitten, die betrekking heeft op het kalenderjaar waarin beoordeeld dient te worden of de uitgestelde superheffing al of niet opgeheven en niet geïnd wordt.
  De Vlaamse Regering stelt nadere regels en bepaalt ondermeer hoeveel mestverwerkingscertificaten men extra moet bezitten om een opheffing en niet-inning van de uitgestelde superheffing te bekomen. ";
  3° een § 6 wordt toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 6. Aan producenten als vermeld in het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen die op 31 december 2006 beschikten over een nutriëntenhalte, maar sedert het in voege treden van onderhavig decreet geen landbouwactiviteiten meer uitoefenen en derhalve geen landbouwer zijn, worden bij wijze van overgangsmaatregel nutriëntenemissierechten toegekend volgens de regels van artikel 30, mits voldaan is aan volgende voorwaarde : er werden in de productiejaren 2004, 2005 of 2006 dieren gehouden door de producent die tijdig werden aangegeven.
  Deze bij wijze van overgangsmaatregel aan de vroegere producent toegekende nutriëntenemissierechten dienen ten laatste op 31 december 2009 volgens de regels van artikel 31 te worden overgedragen aan een landbouwer. Indien deze op 31 december 2009 niet zijn overgedragen aan een landbouwer worden deze bij wijze van overgangsmaatregel toegekende nutriëntenemissierechten geannuleerd door de Mestbank. ".
Art.84. A l'article 83 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° il est ajouté un § 4 ainsi rédigé :
  " § 4. Pour tous les agriculteurs qui, au cours de 2004, 2005, ou 2006, ont repris une exploitation et n'ont pas encore reçu une teneur en éléments nutritionnels tandis que le cédant disposait pour ces animaux d'une teneur en éléments nutritionnels, la teneur en éléments nutritionnels, telle que visée à l'article 33 bis du décret du 23 janvier 1991 relatif à la protection de l'environnement contre la pollution due aux engrais, convertie en droits d'émission d'éléments nutritionnels, est transférée à condition qu'ils ont fait ou font établir l'acte de la reprise du permis d'environnement par l'autorité délivrante et à condition que ces cessionnaires ont produit des animaux dans l'exploitation en 2004, 2005, 2006 ou 2007 et les ont notifiés à temps à la Mestbank. Le transfert a effet rétroactif jusqu'à la date convenue par le cédant et le cessionnaire.
  Les producteurs qui peuvent faire un appel à l'application du premier alinéa et à qui la redevance complémentaire a été imposée pour la production d'effluents d'élevage s'élevant au-delà de la teneur en éléments nutritionnels, peuvent réclamer la redevance complémentaire déjà payée ou demander la remise de la redevance complémentaire imposée dans la mesure où ils n'ont pas produit plus que la teneur en éléments nutritionnels visée au premier alinéa sans disposer à cet effet d'une teneur en éléments nutritionnels ou des droits d'émission complémentaires d'éléments nutritionnels.
  Dans ce but, ils introduisent une demande, par lettre recommandée, adressée au fonctionnaire désigné par le Gouvernement flamand pour la perception et le recouvrement de la redevance complémentaire.
  Le fonctionnaire prend une décision sur cette réclamation ou demande de remise dans les trois mois après le dépôt à la poste de la demande de remise. A défaut d'une décision du fonctionnaire dans le délai de trois mois, la demande est censée être acceptée. Le producteur peut introduire un recours auprès du Ministre chargé de l'Environnement contre la décision du fonctionnaire dans les trois mois de la date du dépôt à la poste de la décision. Le Ministre décide du recours dans les 60 jours.
  Le Gouvernement flamand peut déterminer des modalités. ";
  2° il est ajouté un § 5 ainsi rédigé :
  " § 5. Pour obtenir une remise et non-perception de la redevance complémentaire différée, les producteurs, visés au décret du 23 janvier 1991 relatif à la protection de l'environnement contre la pollution due aux engrais, tel que modifié, qui, en exécution de l'article 40bis du décret du 23 janvier 1991 relatif à la protection de l'environnement contre la pollution due aux engrais, tel que modifie, ont obtenu un report de la redevance pour le traitement du lisier, et l'année calendaire dans laquelle il convient d'évaluer si la redevance différée doit être annulée ou non perçue ou non, conformément à l'article 40bis du décret du 23 janvier 1991 relatif à la protection de l'environnement contre la pollution due aux engrais, tel que modifié, étant l'année 2007 ou 2008, doivent :
  1° dans l'année calendaire dans laquelle il convient d'évaluer si la redevance complémentaire différée doit être annulée et non perçue ou non, appartenir à un groupe d'entreprises qui a satisfait a l'obligation de traitement du lisier, conformément à l'article 29;
  2° posséder un nombre supplémentaire de certificats de traitement du lisier dans l'année calendaire dans laquelle il convient d'évaluer si la redevance complémentaire différée doit être annulée et non perçue ou non.
  Le Gouvernement flamand arrête les modalités et détermine entre autres combien de certificats de traitement du lisier on doit posséder supplémentairement afin d'obtenir une annulation et non perception de la redevance complémentaire différée. " ;
  3° il est ajouté un § 6 ainsi rédigé :
  " § 6. Aux producteurs, tels que visés au décret du 23 janvier 1991 relatif a la protection de l'environnement contre la pollution due aux engrais, qui disposaient d'une teneur en éléments nutritionnels au 31 décembre 2006, mais qui depuis l'entrée en vigueur du présent décret n'exercent plus des activités agricoles, et par conséquent, ne sont plus des agriculteurs, sont attribués par mesure transitoire des droits d'émission d'éléments nutritionnels selon les dispositions de l'article 30, à condition qu'il soit satisfait à la condition suivante : dans les années de production 2004, 2005 ou 2006, le producteur a tenu des animaux, qu'il a déclarés à temps.
  Ces droits d'émission d'éléments nutritionnels attribués par mesure transitoire à l'ancien producteur doivent être transférés, conformément aux dispositions de l'article 31, à un agriculteur le 31 décembre 2009 au plus tard. S'ils ne sont pas transférés à un agriculteur le 31 décembre 2009, ces droits d'émission d'éléments nutritionnels attribués par mesure transitoire sont annulés par la Mestbank. ".
HOOFDSTUK XI. - Milieuvergunningen.
CHAPITRE XI. - Autorisations écologiques.
Art.85. In artikel 9, § 6, van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning worden de woorden " § 1, 2 en 3 " vervangen door de woorden " § 2 en § 3 ".
Art.85. Dans l'article 9, § 6, du décret du 28 juin 1985 relatif à l'autorisation écologique, les mots '§ 1er, 2 et 3 " sont remplacés par les mots " §§ 2 et 3 ".
Art.86. Aan artikel 20 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreten van 22 december 1993, 21 oktober 1997 en 11 mei 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het vijfde lid wordt het woord " exploitatievoorwaarden " vervangen door het woord " vergunningsvoorwaarden ";
  2° er wordt een zesde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " De overheid bevoegd voor de akteneming van de melding van een inrichting derde klasse, kan met het oog op de bescherming van de mens en het leefmilieu in de directe omgeving, bijzondere milieuvoorwaarden opleggen in zoverre deze geen emissiegrenswaarden bevatten en niet afwijken van de beste beschikbare technieken zoals beschreven in de algemene en sectorale milieuvoorwaarden. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen in verband met het opleggen en het bekendmaken van deze voorwaarden. ".
Art.86. A l'article 20 du même décret, modifié par les décrets des 22 décembre 1993, 21 octobre 1997 et 11 mai 1999 sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans le troisième alinéa, les mots " conditions d'exploitation " sont remplacés par les mots " conditions d'autorisation ";
  2° il est ajouté un alinéa six, rédigé comme suit :
  " L'autorité compétente pour la prise d'acte de la notification d'une installation de troisième classe, peut, en vue de la protection de l'homme et de l'environnement dans son environnement immédiat, imposer des conditions environnementales spéciales pour autant que celles-ci ne contiennent pas de valeurs limites d'émission et ne dérogent pas des meilleures techniques disponibles telles que décrites dans les conditions environnementales générales et sectorielles. Le Gouvernement flamand peut arrêter les modalités relatives à l'imposition et la publication de ces conditions. ".
Art.87. Aan artikel 21, § 1, van hetzelfde decreet, wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " Als de bevoegde overheid geen beslissing heeft genomen binnen de door de Vlaamse Regering bepaalde termijn, wordt de vraag tot wijziging of aanvulling van de vergunningsvoorwaarden geacht geweigerd te zijn. ".
Art.87. L'article 21, § 1er, du même décret, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Si l'autorité compétente n'a pas pris de décision dans le délai fixé par le Gouvernement flamand, la demande de modification ou de complément des conditions d'autorisation est censée être refusée. ".
Art.88. Aan artikel 24 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, 3°, worden de woorden ", behalve deze bevoegd inzake ruimtelijke ordening en stedenbouw " toegevoegd;
  2° in § 1 wordt een punt 7° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 7° de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar, zoals bepaald in artikel 12 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening. De Vlaamse Regering kan nader bepalen welke gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaren bevoegd zijn. ";
  3° in § 3 worden de woorden " de adviesverlenende overheidsorganen " telkens vervangen door de woorden " de adviesverlenende overheidsorganen en de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar ".
Art.88. A l'article 24 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° au § 1er, 3°, les mots " à l'exception de ceux compétents pour l'aménagement du territoire et l'urbanisme " sont ajoutés;
  2° au § 1er, il est ajoute un point 7°, rédigé comme suit :
  " 7° le fonctionnaire urbaniste régional tel que visé au décret du 18 mai 1999 portant organisation de l'aménagement du territoire; Le Gouvernement flamand peut désigner les fonctionnaires urbanistes régionaux compétents. " ;
  3° au § 3, les mots " organismes publics consultatifs " sont remplaces chaque fois par " organismes publics consultatifs et le fonctionnaire urbaniste régional ".
Art.89. In artikel 26 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1 worden tussen de woorden " gewijzigd of aangevuld " en de woorden ", kan beroep " de woorden ", of al dan niet stilzwijgend, een vraag tot wijziging of aanvulling wordt geweigerd " ingevoegd;
  2° in § 2 worden tussen de woorden " gewijzigd of aangevuld " en de woorden ", kan beroep " de woorden ", of al dan niet stilzwijgend, een vraag tot wijziging of aanvulling wordt geweigerd " ingevoegd.
Art.89. A l'article 26 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° au § 1er, les mots ", ou refusant, tacitement ou non, une demande de modification ou de complément " sont ajoutés après les mots " visant à modifier ou compléter les conditions d'exploitation ";
  2° au § 2, les mots ", ou refusant, tacitement ou non, une demande de modification ou de complément " sont ajoutés après les mots " visant à modifier ou compléter les conditions d'autorisation ".
Art.90. In artikel 26, § 3, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden " 10 dagen " worden vervangen door de woorden " dertig dagen ";
  2° de woorden " of indien het beroep betrekking heeft op een stilzwijgende weigering tot wijziging of aanvulling van de opgelegde voorwaarden, na de dag van stilzwijgende weigering. " worden toegevoegd;
  3° aan het tweede lid worden de woorden " tenzij de vraag tot wijziging of aanvulling al dan niet stilzwijgend werd geweigerd " toegevoegd.
Art.90. A l'article 26, § 3, du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° les mots " 10 jours " sont remplacés par les mots " trente jours ";
  2° les mots " " ou si le recours porte sur un refus tacite de modification ou de complément des conditions imposées, après le jour du refus tacite. " sont ajoutés;
  3° au deuxième alinéa, les mots " à moins que la demande de modification ou de complément n'ait été refusée tacitement ou non " sont ajoutés.
Art.91. In artikel 29, § 1, van hetzelfde decreet worden tussen de woorden " de milieuvergunning " en de woorden " volgens de regels ", de woorden " en de bijzondere milieuvoorwaarden voor de inrichtingen van de derde klasse " ingevoegd.
Art.91. A l'article 29, § 1er, du même décret, sont insérés entre les mots " l'autorisation écologique " " et les mots " selon les règles " les mots " et les conditions environnementales pour les installations de troisième classe ".
Art.92. In artikel 31, § 2, van hetzelfde decreet worden de woorden " of sectoriële " vervangen door de woorden ", sectorale of bijzondere ".
Art.92. A l'article 31, § 2, du même décret, les mots " ou sectorielles " sont remplaces par les mots ", sectorielles ou spéciales ".
Art.93. Aan artikel 36, § 2, van hetzelfde decreet wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " Het beroep moet worden ingediend bij aangetekend schrijven binnen een termijn van dertig dagen na de bekendmaking van de bestreden beslissing. ".
Art.93. A l'article 36, § 2, du même décret, il est ajouté un deuxième alinéa, rédigé comme suit :
  " Le recours doit être introduit par lettre recommandée dans les trente jours à compter de la notification de la décision contestée. ".
Art.94. In artikel 21, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 22 december 1993 en 19 mei 2006, worden de woorden " door haar " geschrapt.
Art.94. A l'article 21, § 1er, du même décret, modifié par les décrets des 22 décembre 1993 et 19 mai 2006, les mots " par elle " sont supprimés.
Art.95. In artikelen 9, § 2, 12, § 2, 13, § 1, 23, § 1 en § 2, 24, § 1, 4°, 26, § 1 en § 2, van hetzelfde decreet worden de woorden " bestendige deputatie " telkens vervangen door het woord " deputatie ".
Art.95. Dans les articles 9, § 2, 12, § 2, 13, § 1, 23, § 1er et § 2, 24, § 1, 4°, 26, § 1er et § 2, du même décret, les mots " députation permanente sont remplacés par le mot " députation ".
HOOFDSTUK XII. - Wijzigingen aan titel IV van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake het milieubeleid.
CHAPITRE XII. - Modifications au titre IV du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement.
Art.96. In artikel 4.3.3, § 1, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :
  " De Vlaamse Regering gaat in dat geval na of er geen andere vorm van beoordeling geschikt is en stelt de aldus verzamelde informatie ter beschikking van het publiek. ".
Art.96. Dans l'article 4.3.3, § 1er, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement, le deuxième alinéa est remplacé par la disposition suivante :
  " Dans ce cas, le Gouvernement flamand examine s'il existe une autre forme d'évaluation qui conviendrait et met les informations ainsi rassemblées à la disposition du public. ".
Art.97. Artikel 4.1.1, § 1, 13°, a), wordt vervangen door wat volgt :
  " a) voor wat de verplichtingen inzake de ruimtelijke uitvoeringsplannen betreft waarbij het ruimtelijk uitvoeringsplan het kader vormt voor één of meerdere projecten van slechts één privaat- of publiekrechtelijke natuurlijke of rechtspersoon en waarbij die privaat- of publiekrechtelijke natuurlijke of rechtspersoon optreedt als enige aanvrager en/of houder van de vergunningen die vereist zijn voor deze projecten, zoals gedefinieerd in 5° : de overheid die het initiatief neemt tot opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan overeenkomstig artikelen 41, 44 en 48 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, tenzij deze privaat- of publiekrechtelijke natuurlijke of rechtspersoon een schriftelijk verzoek tot overname van deze verplichtingen indient bij de overheid die het initiatief neemt tot opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan overeenkomstig artikelen 41, 44 en 48 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en deze overheid het verzoek inwilligt. De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast met betrekking tot het aanvraagdossier, de procedure en de modaliteiten van het verzoek tot overname verplichtingen inzake ruimtelijke uitvoeringsplannen; voor wat de verplichtingen betreft inzake de ruimtelijke uitvoeringsplannen andere dan deze die hierboven vermeld worden : de overheid die het initiatief neemt tot opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan overeenkomstig artikelen 41, 44 en 48 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening;
  b) voor wat de verplichtingen inzake de overige plannen en programma's betreft : de instantie die het initiatief neemt om een plan of programma op te stellen of te wijzigen;
  c) voor wat de verplichtingen inzake projecten betreft : de aanvrager of houder van een vergunning voor een project; ".
Art.97. L'article 4.1.1, § 1er, 13°, a), est remplacé par la disposition suivante :
  " a) pour ce qui est des obligations relatives aux plans d'exécution spatiaux, où le plan d'exécution spatial forme le cadre d'un ou de plusieurs projets d'une seule personne physique ou morale de droit privé ou de droit public et ou cette personne physique ou morale de droit privé ou de droit public agit comme le seul demandeur et/ou titulaire des autorisations ou permis requis pour ces projets tels que définis au 5° : l'autorité qui prend l'initiative d'établir un plan d'exécution spatial conformément aux articles 41, 44 et 48 du décret du 18 mai 1999 portant organisation de l'aménagement du territoire, à moins que cette personne physique ou morale de droit privé ou de droit public n'introduise une demande écrite de reprise de ces obligations auprès de l'autorité qui prend l'initiative d'établir un plan d'exécution spatial conformément aux articles 41, 44 et 48 du décret du 18 mai 1999 portant organisation de l'aménagement du territoire et que cette autorité accepte la demande. Le Gouvernement flamand arrête les modalités du dossier de demande, de la procédure et de la demande de reprise des obligations relatives aux plans d'exécution spatiaux; pour ce qui est des obligations relatives aux plans d'exécution spatiaux autres que ceux précités : l'autorité qui prend l'initiative d'établir un plan d'exécution spatial conformément aux articles 41, 44 et 48 du décret du 18 mai 1999 portant organisation de l'aménagement du territoire;
  b) pour ce qui est des obligations des autres plans et programmes : l'instance qui prend l'initiative d'établir ou de modifier un plan ou un programme;
  c) pour ce qui est des obligations relatives aux projets : le demandeur ou titulaire d'un permis ou d'une autorisation pour un projet; ".
Art.98. HOOFDSTUK II van titel IV van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, zoals vervangen door het decreet van 27 april 2007, is van toepassing op bijzondere plannen van aanleg waarvan het voorontwerp- of ontwerpplan wordt toegezonden aan de adviesverlenende besturen en instellingen na 1 juni 2008.
Art.98. Le Chapitre II du Titre IV du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement, tel que remplacé par le décret du 27 avril 2007, s'applique aux plans particuliers d'aménagement dont l'avant-projet ou le projet de plan est soumis aux administrations ou instances consultatives après le 1er juin 2008.
HOOFDSTUK XIII. - Wijziging van het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming.
CHAPITRE XIII. - Modifications au décret du 27 octobre 2006 relatif à l'assainissement du sol et à la protection du sol.
Afdeling I. - Bodemsanering.
Section Ire. - Assainissement du sol.
Art.99. In artikel 2 van het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming wordt punt 17° vervangen door wat volgt :
  " 17° gebruiker :
  a) natuurlijke of rechtspersoon die titularis is van een zakelijk of persoonlijk recht op een grond, met uitzondering van de eigenaar;
  b) vereniging van mede-eigenaars in het kader van een onroerend geheel dat valt onder het stelsel van gedwongen mede-eigendom, vermeld in artikel 577-3 van het Burgerlijk Wetboek. ".
Art.99. Dans l'article 2 du décret du 27 octobre 2006 relatif à l'assainissement du sol et à la protection du sol, le point 17° est remplacé par la disposition suivante :
  " 17° utilisateur :
  a) la personne physique ou morale qui est titulaire d'un droit réel ou personnel sur un terrain, à l'exception du propriétaire;
  b) l'association de copropriétaires dans le cadre d'un groupe d'immeubles relevant du régime de copropriété forcée énoncée à l'article 577-3 du Code civil. ".
Art.100. In artikel 2, tweede lid, 18°, van hetzelfde decreet wordt punt b) vervangen door wat volgt :
  " b) de rechtshandelingen en rechtsfeiten, vermeld in het eerste lid, met betrekking tot nutsleidingen, en de rechtshandelingen en rechtsfeiten, vermeld in het eerste lid, met betrekking tot aanhorigheden van nutsleidingen, voor zover in die aanhorigheden geen risico-inrichting gevestigd is of was;
  c) de overdracht, het vestigen of het aangaan van een recht als vermeld in het eerste lid, met betrekking tot een grond uitsluitend voor het oprichten of het gebruik van een opstal die voor de toepassing van dit decreet niet beschouwd wordt als grond in de zin van artikel 2, 9°, en het beëindigen van een recht als vermeld in het eerste lid, met betrekking tot een grond waarop in het kader van dat recht uitsluitend een opstal gevestigd is of was die voor de toepassing van dit decreet niet beschouwd wordt als grond in de zin van artikel 2, 9°. ".
Art.100. A l'article 2, deuxième alinéa, 18°, du même décret, le point b) est remplacé par la disposition suivante :
  " b) les actes et faits juridiques, visés au premier alinéa, relatifs aux canalisations d'utilité publique, et les actes et faits juridiques, visés au premier alinéa, relatifs aux dépendances des canalisations d'utilité publique, pour autant que dans ces dépendances aucun établissement à risque ne soit ou n'ait été implanté;
  c) le transfert, la constitution ou l'établissement d'un droit comme prévu au premier alinéa, sur un terrain uniquement pour établir ou utiliser un droit de superficie qui, pour l'application du présent décret, n'est pas considéré comme un terrain aux termes de l'article 2, 9° et la cessation d'un droit comme prévu au premier alinéa sur un terrain sur lequel, dans le cadre de ce droit, est ou était uniquement établi un droit de superficie qui, pour l'application du présent décret, n'est pas considéré comme un terrain au sens de l'article 2, 9°. "
Art.101. Aan artikel 5, § 2, eerste lid, 2°, van het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming wordt de volgende zin toegevoegd :
  " De gemeente legt de ontvangen bodemattesten ter inzage van belangstellenden. ".
Art.101. A l'article 5, § 2, premier alinéa, 2°, du décret du 27 octobre 2006 relatif à l'assainissement du sol et à la protection du sol, il est ajouté la phrase suivante :
  " La commune met les attestations du sol à la disposition des intéresses. ".
Art.102. Aan artikel 8, § 1, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt :
  " De Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek is van rechtswege erkend als bodemsaneringsdeskundige voor de taken die ze in opdracht van de OVAM uitvoert in het kader van dit decreet. ".
Art.102. A l'article 8, § 1er, deuxième alinéa, du même arrêté, il est ajouté une phrase, rédigée comme suit :
  " La " Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek " est agréée de droit comme expert en assainissement du sol pour les missions qu'elle exécute à la demande d'OVAM dans le cadre du présent décret. ".
Art.103. Artikel 12, § 5, en artikel 23, § 5, van hetzelfde decreet worden vervangen door wat volgt :
  " § 5. De Vlaamse Regering stelt nadere regelen vast betreffende :
  1° de behandeling van de aanvraag tot vrijstelling van de verplichting om het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering uit te voeren;
  2° de overdraagbaarheid en het verval van de vrijstelling van de verplichting om het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering uit te voeren.
  De Vlaamse Regering kan nadere regelen vaststellen betreffende :
  1° de stukken die, op straffe van onontvankelijkheid van de aanvraag, bij het gemotiveerd standpunt, vermeld in § 1 of § 2, moeten worden gevoegd;
  2° de termijn waarbinnen de aanvraag tot vrijstelling, op straffe van onontvankelijkheid, bij de OVAM moet worden ingediend. ".
Art.103. L'article 12, § 5 et l'article 23, § 5, du même décret sont remplacés par ce qui suit :
  " § 5. Le Gouvernement flamand arrête les modalités relatives :
  1° au traitement de la demande d'exemption de l'obligation de procéder à la reconnaissance descriptive du sol ou à l'assainissement du sol;
  2° à la cessibilité et à l'expiration de l'exemption de l'obligation de procéder à la reconnaissance descriptive du sol ou à l'assainissement du sol.
  Le Gouvernement flamand peut arrêter les modalités relatives :
  1° aux pièces devant être jointes au point de vue motivé, visé au § 1er ou § 2, sous peine d'irrecevabilité de la demande;
  2° le délai dans lequel la demande d'exemption doit être introduite auprès de l'OVAM sous peine d'irrecevabilité. ".
Art.104. Aan artikel 16 van hetzelfde decreet wordt een § 3 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 3. De aansprakelijkheid voor de kosten en verdere schade, vermeld in § 1, die de persoon die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 12, § 1 of § 2, kan oplopen op basis van voor dit decreet van toepassing zijnde regels die aansprakelijkheid vestigen op de loutere eigendom of de loutere bewaking van de grond wordt beperkt tot het bedrag van de kosten nodig om te voorkomen dat de bodemverontreiniging zich verder verspreidt of een onmiddellijk gevaar vormt. ".
Art.104. A l'article 16 du même décret, il est ajouté un § 3, rédigé comme suit :
  " § 3. La responsabilité des frais et des dommages ultérieurs, visés au § 1er, que la personne qui remplit les conditions visées a l'article 12, § 1er ou § 2, peut subir sur la base des règles applicables avant le présent décret qui établissent la responsabilité pour la seule propriété ou la seule surveillance du terrain, est limitée au montant des frais nécessaires pour prévenir que la pollution du sol ne se répande ou constitue un danger immédiat. ".
Art.105. In artikel 22 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het tweede lid wordt het getal " 53 " vervangen door het getal " 153 ";
  2° tussen het eerste en het tweede lid wordt een nieuw lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " De OVAM kan de termijn bepalen waarbinnen het beschrijvend bodemonderzoek moet worden uitgevoerd en het verslag ervan aan haar moet worden bezorgd. ".
Art.105. A l'article 22 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° au deuxième alinéa, le nombre " 53 " est remplacé par le nombre " 153 ";
  2° il est inséré entre les alinéas premier et deux, un nouvel alinéa, rédigé comme suit : " L'OVAM peut déterminer le délai dans lequel la reconnaissance descriptive du sol doit être effectuée et le rapport y afférent doit lui être transmis. ".
Art.106. Artikel 30 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
  " Artikel 30
  In afwijking van artikel 29, 102 en 103 moet voor de overdracht van een privatief deel van een onroerend goed dat valt onder het stelsel van gedwongen mede-eigendom, vermeld in artikel 577-3 van het Burgerlijk Wetboek, enkel in de volgende gevallen een oriënterend bodemonderzoek worden uitgevoerd en de melding van overdracht gebeuren :
  1° in dat privatieve deel is of was een risico-inrichting gevestigd;
  2° in de gemeenschappelijke delen is of was een risico-inrichting gevestigd die uitsluitend bestemd is of was voor dat privatieve deel.
  Het oriënterend bodemonderzoek wordt uitgevoerd op initiatief en op kosten van de overdrager of desgevallend de gemandateerde. ".
Art.106. L'article 30 du même décret est remplacé par la disposition suivante :
  " Article 30
  Par dérogation aux articles 29, 102 et 103, le transfert d'une partie privative d'un immeuble relevant du régime de copropriété forcée énoncée à l'article 577-3 du Code civil, une reconnaissance descriptive du sol et l'avis de cession ne doit être effectué que dans les cas suivants :
  1° dans cette partie privative une installation à risque est ou a été établie;
  2° dans les parties communes, une installation à risque est ou a été établie qui n'est ou n'était destinée qu'à cette partie privative.
  La reconnaissance d'orientation du sol est effectuée à l'initiative et aux frais du cédant ou, le cas échéant, du mandataire. ".
Art.107. In onderafdeling II van afdeling I van hoofdstuk IV van titel III van hetzelfde decreet wordt vóór de indelingen B tot en met G, die indelingen C tot en met H worden, een nieuwe indeling B, bestaande uit artikel 30bis, ingevoegd, die luidt als volgt :
  " B. Eenmalig oriënterend bodemonderzoek bij gedwongen mede-eigendom
  Art. 30bis. In de volgende gevallen moet voor een onroerend geheel dat valt onder het stelsel van gedwongen mede-eigendom, vermeld in artikel 577-3 van het Burgerlijk Wetboek, een oriënterend bodemonderzoek worden uitgevoerd op initiatief en op kosten van de vereniging van mede-eigenaars voor 31 december 2014 :
  1° voor de vestiging van de gedwongen mede-eigendom was een risico-inrichting gevestigd op de grond waarop de gedwongen mede-eigendom gevestigd is;
  2° in de gemeenschappelijke delen was een risico-inrichting gevestigd die bestemd was ten behoeve van de gedwongen mede-eigendom.
  Bij afwezigheid van een vereniging van mede-eigenaars wordt het oriënterend bodemonderzoek uitgevoerd op initiatief en op kosten van de mede-eigenaars. ".
Art.107. Dans la sous-section II de la section Ire du Chapitre IV du Titre III du même décret, il est inséré avant les rubriques B à G, qui deviennent rubriques C à H, une rubrique B, comprenant l'article 30bis, ainsi rédigée :
  " B. Reconnaissance d'orientation unique du sol en cas d'une copropriété forcée
  Art. 30bis. Une reconnaissance d'orientation du sol d'un ensemble immobilier relevant du régime de la copropriété forcée, prévu à l'article 577-3 du Code civil, doit être effectuée, avant le 31 décembre 2014, à l'initiative et aux frais de l'association des copropriétaires, dans les cas suivants :
  1° avant que la copropriété forcée ne soit conférée, un établissement à risque était établi sur le terrain sur lequel la copropriété forcée est conférée;
  2° un établissement à risque destiné à la copropriété forcée était établi dans les parties communes.
  A défaut d'une association de copropriétaires, la reconnaissance d'orientation du sol est effectuée à l'initiative et aux frais des copropriétaires. ".
Art.108. Artikel 34 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
  " Artikel 34
  Als een handelaar of een vennootschap die eigenaar is van een risicogrond, failliet wordt verklaard, wordt op initiatief van de curator een oriënterend bodemonderzoek uitgevoerd op de risicogrond. ".
Art.108. L'article 34 du même décret est remplacé par la disposition suivante :
  " Article 34
  Si un commerçant ou une société qui est propriétaire d'un terrain à risque est déclaré en faillite, une reconnaissance d'orientation du sol est effectuée à l'initiative du curateur sur le terrain à risque. ".
Art.109. Artikel 35 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
  " Artikel 35
  Als een vennootschap die eigenaar is van een risicogrond in vereffening wordt gesteld, wordt op initiatief van de vereffenaar een oriënterend bodemonderzoek uitgevoerd op de risicogrond. ".
Art.109. L'article 35 du même décret est remplacé par la disposition suivante :
  " Article 35
  Si une société qui est propriétaire d'un terrain à risque est mise en liquidation, une reconnaissance d'orientation du sol est effectuée à l'initiative du liquidateur sur le terrain à risque. ".
Art.110. In artikel 56 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° tussen de woorden " in beslag nemen " en de woorden ", kan in plaats van " worden de woorden " en slechts een beperkte impact hebben op mens en milieu " ingevoegd;
  2° een zin wordt toegevoegd, die luidt als volgt : " De beperkte impact kan nader omschreven worden in de standaardprocedure, vermeld in artikelen 57 en 47, § 2. ".
Art.110. A l'article 56 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° entre les mots " qui s'étalent au maximum sur cent quatre-vingts jours, " et les mots " il est possible d'établir ", les mots " et n'ont qu'un impact limité sur l'homme et l'environnement " sont insérés;
  2° il est ajouté une phrase ainsi rédigée : " L'impact limité peut être précisé dans la procédure standard, visée aux articles 57 et 47, § 2. ".
Art.111. In artikel 58, § 1, van hetzelfde decreet worden tussen de woorden " ontvangst van het " en de woorden " beperkt bodemsaneringsproject " de woorden " ontvankelijk en volledig " ingevoegd.
Art.111. A l'article 58, § 1er, du même arrêté, les mots " recevable et complet " sont ajoutés après les mots " après la réception du projet limité d'assainissement du sol ".
Art.112. In titel III, hoofdstuk V, afdeling II, van hetzelfde decreet worden in het opschrift van onderafdeling V de woorden " of stedenbouwkundige vergunning " geschrapt.
Art.112. Au Titre III, Chapitre V, section II, du même décret, les mots " ou autorisation urbanistique " sont supprimés dans l'intitulé de la sous-section V.
Art.113. In artikel 63 van hetzelfde decreet worden § 1 en § 2 vervangen door wat volgt :
  " § 1. Tijdens de uitvoering van de bodemsaneringswerken kan de opdrachtgever van het bodemsaneringsproject, het beperkt bodemsaneringsproject of de bodemsaneringswerken overgaan tot de uitvoering van een kleine wijziging of aanvulling van het conformverklaard bodemsaneringsproject of het conformverklaard beperkt bodemsaneringsproject overeenkomstig de standaardprocedure, vermeld in artikel 62.
  De bodemsaneringsdeskundige onder wiens leiding de bodemsaneringswerken worden uitgevoerd, meldt de kleine wijziging of aanvulling aan de OVAM die er akte van neemt. Dit gebeurt conform de standaardprocedure, vermeld in artikel 62.
  De Vlaamse Regering bepaalt in welke gevallen en onder welke voorwaarden een kleine wijziging of aanvulling kan worden uitgevoerd.
  § 2. Tijdens de uitvoering van de bodemsaneringswerken kan de opdrachtgever van het bodemsaneringsproject, het beperkt bodemsaneringsproject of de bodemsaneringswerken bij de OVAM tevens een voorstel indienen tot grote wijziging of aanvulling van het conformverklaard bodemsaneringsproject of het conformverklaard beperkt bodemsaneringsproject. Een voorstel tot grote wijziging of aanvulling wordt bij beslissing door de OVAM goedgekeurd of desgevallend afgekeurd. De grote wijziging of aanvulling wordt uitgevoerd overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in de goedkeuringsbeslissing, en overeenkomstig de standaardprocedure, vermeld in artikel 62.
  De Vlaamse Regering bepaalt in welke gevallen en onder welke voorwaarden een voorstel van grote wijziging of aanvulling kan worden opgesteld en bij de OVAM kan worden ingediend. Tevens kan de Vlaamse Regering nadere regels vaststellen betreffende de procedure tot grote wijziging of aanvulling. ".
Art.113. Dans l'article 63 du même décret, les §§ 1er et 2 sont remplacés par les dispositions suivantes :
  " § 1er. Au cours de l'exécution des travaux d'assainissement du sol, le donneur d'ordre du projet d'assainissement du sol, du projet limité d'assainissement du sol ou des travaux d'assainissement du sol peut apporter une petite modification ou complément au projet d'assainissement du sol déclaré conforme ou au projet limité d'assainissement du sol déclaré conforme et ce, selon la procédure standard, visée à l'article 62..
  L'expert en assainissement du sol sous la direction duquel les travaux d'assainissement du sol sont exécutés, notifie la petite modification ou le complément à l'OVAM qui en prend acte. Cela se fait conformément à la procédure standard, visée à l'article 62.
  Le Gouvernement flamand arrête dans quels cas et à quelles conditions une petite modification ou un complément peut être effectué.
  § 2. Au cours de l'exécution des travaux d'assainissement du sol, le donneur d'ordre du projet d'assainissement du sol, du projet limité d'assainissement du sol ou des travaux d'assainissement du sol peut également introduire auprès de l'OVAM une proposition de grande modification ou complément au projet d'assainissement du sol déclaré conforme ou au projet limité d'assainissement du sol déclaré conforme. Une proposition de grande modification ou complément est approuvée ou, le cas échéant, désapprouvée par l'OVAM par décision. La grande modification ou le complément est effectué conformément aux conditions, visées à la décision d'approbation, et conformément à la procédure standard, visée à l'article 62.
  Le Gouvernement flamand arrête dans quels cas et à quelles conditions une proposition de grande modification ou complément peut être établie et introduite auprès de l'OVAM. Le Gouvernement flamand peut en outre arrêter des règles relatives à la procédure de grande modification ou de complément. ".
Art.114. Aan artikel 84, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt de volgende zin toegevoegd :
  " Alle belanghebbenden kunnen tegen die beslissing van de OVAM een beroep indienen bij de Vlaamse Regering overeenkomstig de bepalingen van artikelen 153 tot en met 155. ".
Art.114. A l'article 84, § 2, alinéa premier, du même décret, la phrase suivante est ajoutée :
  " Tous les intéressés peuvent introduire un recours auprès du Gouvernement flamand contre cette décision de l'OVAM, conformément aux dispositions des articles 153 à 155 inclus. ".
Art.115. In artikel 96 van hetzelfde decreet worden de woorden " de bodemverontreiniging die het gevolg is van " geschrapt.
Art.115. Dans l'article 96 du même décret, les mots " la pollution du sol qui résulte de " sont supprimés.
Art.116. In artikel 97 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° aan § 1 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " Een persoon die overeenkomstig de bepalingen van artikel 92 als saneringswillige wenst over te gaan tot beschrijvend bodemonderzoek of bodemsanering, kan dit engagement tot het uitvoeren van een beschrijvend bodemonderzoek of bodemsanering aan de erkende bodemsaneringsorganisatie overdragen, op voorwaarde dat hij hiervoor een overeenkomst sluit met die erkende bodemsaneringsorganisatie, volgens de voorwaarden die de Vlaamse Regering vaststelt. ";
  2° in § 2 worden de woorden " de saneringen " vervangen door de woorden " de beschrijvende bodemonderzoeken en de bodemsaneringen ";
  3° in § 2 worden de woorden " saneringsplichtig is " vervangen door de woorden " een overeenkomst heeft gesloten ".
Art.116. A l'article 97 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 1er est complété par un second alinéa rédigé comme suit :
  " Une personne qui, conformément aux dispositions de l'article 92, en tant que personne disposée à assainir, veut procéder à la reconnaissance descriptive du sol ou à l'assainissement du sol, peut transférer cet engagement à exécuter une reconnaissance descriptive du sol ou un assainissement du sol à l'organisation d'assainissement du sol agréée, à condition que la personne en question conclue une convention à cet effet avec cette organisation d'assainissement du sol agréée, aux conditions fixées par le Gouvernement flamand. " ;
  2° au § 2, le mot " assainissements " est remplacé par les mots " reconnaissances descriptives du sol ou assainissements du sol ";
  3° au § 2, les mots " auxquels elle est obligée " sont remplacés par le mots " pour lesquels elle a conclu une convention ".
Art.117. In artikel 98, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de eerste zin worden tussen de woorden " gedeeltelijke financiering van de taken " en de woorden " inzake historische bodemverontreiniging " de woorden " en de werkingskosten noodzakelijk om die taken uit te voeren " ingevoegd;
  2° in de tweede zin worden tussen de woorden " gedeeltelijke financiering van de taken " en de woorden " inzake het als historisch te beschouwen deel " de woorden " en de werkingskosten noodzakelijk om die taken uit te voeren " ingevoegd;
  3° aan het eerste lid wordt een derde zin toegevoegd, die luidt als volgt :
  " De subsidies kunnen ook toegekend worden voor door derden gemaakte en door de erkende bodemsaneringsorganisatie aanvaarde kosten voor beschrijvende bodemonderzoeken of bodemsaneringen inzake historische bodemverontreiniging of als historisch te beschouwen bodemverontreiniging die is veroorzaakt door de activiteit waarvoor de erkende bodemsaneringsorganisatie is opgericht, volgens de voorwaarden die de Vlaamse Regering vaststelt. ".
Art.117. A l'article 98, premier alinéa, du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans la première phrase, les mots " et les frais de fonctionnement nécessaires à l'exécution de ces missions " sont insérés entre les mots " le financement partiel des missions " et les mots " en matière de pollution historique ";
  2° dans la deuxième phrase, les mots " et les frais de fonctionnement nécessaires à l'exécution de ces missions " sont insérés entre les mots " financement partiel des missions " et les mots " relatives à la partie de la pollution du sol considérée comme historique ";
  3° au premier alinéa, il est ajouté une troisième phrase, rédigée comme suit :
  " Les subventions peuvent également être accordées pour couvrir les frais encourus par des tiers et acceptés par l'organisation d'assainissement du sol agréée pour des reconnaissances descriptives du sol ou assainissements du sol en matière de pollution historique ou de pollution considérée comme historique qui résulte de l'activité pour laquelle l'organisation d'assainissement du sol agréée est créée, aux conditions fixées par le Gouvernement flamand. ".
Art.118. Aan artikel 103, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt de volgende zin toegevoegd :
  " De melding moet, op straffe van niet-ontvankelijkheid, gedaan worden met een volledig ingevuld, gedagtekend en ondertekend meldingsformulier voor overdracht. ".
Art.118. A l'article 103, premier alinéa, du même décret, la phrase suivante est ajoutée :
  " Sous peine d'irrecevabilité, l'avis doit être donné par le moyen d'un formulaire d'avis de cession dûment rempli, daté et signé. ".
Art.119. In het eerste lid van artikel 104, § 1, en artikel 109, § 1, van hetzelfde decreet wordt tussen de woorden " na ontvangst van de " en de woorden " melding van overdracht " het woord " ontvankelijke " ingevoegd.
Art.119. Au premier alinéa de l'article 104, § 1er, et de l'article 109, § 1er, du même décret, le mot " recevable " est inséré entre les mots " de la réception de l'avis " et les mots " de cession ".
Art.120. Artikel 106 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
  " Artikel 106
  De Vlaamse Regering stelt nadere regelen vast betreffende de behandeling van de aanvraag tot vrijstelling van de verplichting om het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering uit te voeren. De Vlaamse Regering kan nadere regelen vaststellen betreffende de stukken die, op straffe van onontvankelijkheid van de aanvraag, bij het gemotiveerd standpunt, vermeld in artikel 105, § 1, moeten worden gevoegd. ".
  In artikel 107 van hetzelfde decreet worden tussen het woord " overdraagbaarheid " en de woorden " van de vrijstelling " de woorden " en het verval " ingevoegd.
Art.120. L'article 106 du même décret est remplacé par la disposition suivante :
  " Article 106
  Le Gouvernement flamand arrête les modalités relatives au traitement de la demande d'exemption de l'obligation d'effectuer la reconnaissance descriptive du sol ou l'assainissement du sol. Le Gouvernement flamand peut arrêter les modalités relatives aux documents qui, sous peine d'irrecevabilité de la demande, doivent être ajoutés à la position motivée, visée à l'article 105, § 1er. ".
  Dans l'article 107 du même décret, les mots " et l'expiration " sont insérés entre les mots " la cessibilité " et les mots " de l'exemption ".
Art.121. In artikel 108 van hetzelfde decreet worden tussen de woorden " vermeld in artikel " en het getal " 105 " de woorden " 104 en " ingevoegd.
Art.121. Dans l'article 108 du même décret, les mots " 104 et " sont insérés entre les mots " visées à l'article " et le chiffre " 105 ".
Art.122. In artikel 112 van hetzelfde decreet worden tussen de woorden " vermeld in artikel " en het getal " 110 " de woorden " 109 en " ingevoegd.
Art.122. Dans l'article 112 du même décret, les mots " 109 et " sont insérés entre les mots " visées à l'article " et le chiffre " 110 ".
Art.123. In artikel 117 van hetzelfde decreet worden de woorden " dit hoofdstuk " vervangen door de woorden " afdeling II ".
Art.123. A l'article 117, du même décret, les mots " du présent chapitre " sont remplacés par les mots " de la section II ".
Art.124. Aan artikel 120, § 3, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt de volgende zin toegevoegd :
  " De melding moet, op straffe van niet-ontvankelijkheid, gedaan worden met een volledig ingevuld, gedagtekend en ondertekend meldingsformulier voor onteigening. ".
Art.124. A l'article 120, § 3, alinéa premier, du même décret, la phrase suivante est ajoutée :
  " Sous peine d'irrecevabilité, l'avis doit être donné par le moyen d'un formulaire d'avis d'expropriation dûment rempli, daté et signé. ".
Art.125. In artikel 122 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° aan de eerste zin van § 3, eerste lid, worden de volgende woorden toegevoegd : " binnen de termijn, vermeld in § 1 ";
  2° aan § 3, eerste lid, wordt de volgende zin toegevoegd :
  " De melding moet, op straffe van niet-ontvankelijkheid, gedaan worden met een volledig ingevuld, gedagtekend en ondertekend meldingsformulier voor sluiting. ";
  3° § 4 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 4. Als de OVAM op basis van het oriënterend bodemonderzoek van oordeel is dat er duidelijke aanwijzingen zijn dat de risicogrond is aangetast door een nieuwe bodemverontreiniging die de bodemsaneringsnormen overschrijdt of dreigt te overschrijden, of door een ernstige nieuwe of historische bodemverontreiniging, maant ze binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van de ontvankelijke melding van sluiting de exploitant, vermeld in § 2, aan om een beschrijvend bodemonderzoek uit te voeren.
  Als de OVAM op basis van het verslag van beschrijvend bodemonderzoek of het verslag van oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek van oordeel is dat de nieuwe bodemverontreiniging de bodemsaneringsnormen overschrijdt of dat er sprake is van een ernstige nieuwe of historische bodemverontreiniging, maant ze de exploitant, vermeld in § 2, binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van het verslag van beschrijvend bodemonderzoek of het verslag van oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek aan om over te gaan tot bodemsanering en uitvoering van de eventuele nazorg.
  Op verzoek van de OVAM stelt de exploitant financiële zekerheden tot waarborg van de uitvoering van zijn verplichtingen, vermeld in het eerste en tweede lid. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop die financiële zekerheden worden gesteld. ";
  4° een § 5 en § 6 worden toegevoegd, die luiden als volgt :
  " § 5. De exploitant, vermeld in § 2, is niet verplicht om op de aanmaning tot het uitvoeren van een beschrijvend bodemonderzoek of bodemsanering en de eventuele nazorg in te gaan, als de OVAM op basis van het dossier van de grond of het gemotiveerd standpunt van de exploitant van oordeel is dat hij cumulatief voldoet aan de volgende voorwaarden :
  1° hij heeft de bodemverontreiniging niet zelf veroorzaakt;
  2° de bodemverontreiniging is tot stand gekomen voor het tijdstip waarop hij de grond in exploitatie heeft genomen.
  In afwijking van het eerste lid is de exploitant, vermeld in § 2, alsnog verplicht in te gaan op de aanmaning tot het uitvoeren van een beschrijvend bodemonderzoek of bodemsanering en de eventuele nazorg, als de OVAM aantoont dat een rechtsvoorganger de bodemverontreiniging heeft veroorzaakt of dat de bodemverontreiniging tot stand gekomen is tijdens de periode dat een rechtsvoorganger de grond in exploitatie had.
  De Vlaamse Regering stelt nadere regelen vast betreffende de behandeling van de aanvraag van de vrijstelling van de verplichting om het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering en de eventuele nazorg uit te voeren. De Vlaamse Regering kan een termijn vaststellen waarbinnen de aanvraag tot vrijstelling, op straffe van onontvankelijkheid, bij de OVAM moet worden ingediend.
  § 6. Alle belanghebbenden kunnen tegen de beslissingen van de OVAM, vermeld in § 4 en § 5, beroep indienen bij de Vlaamse Regering overeenkomstig de bepalingen van artikelen 153 tot en met 155. ".
Art.125. A l'article 122 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° à la première phrase du § 3, premier alinéa, les mots suivants sont ajoutés : " dans le délai, visé au § 1er ";
  2° le § 3, alinéa 1er, est complété par la phrase suivante :
  " Sous peine d'irrecevabilité, l'avis doit être donné par le moyen d'un formulaire d'avis de fermeture dûment rempli, daté et signé. " ;
  3° le § 4 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 4. Si l'OVAM estime, sur la base de la reconnaissance d'orientation du sol, qu'il y a des indications graves qu'un terrain à risque fait l'objet d'une pollution nouvelle du sol qui dépasse ou risque de dépasser les normes d'assainissement du sol, ou d'une pollution nouvelle ou historique grave du sol, elle somme l'exploitant, visé au § 2, dans un délai de soixante jours de la réception de l'avis recevable de fermeture, d'effectuer une reconnaissance descriptive du sol.
  Si l'OVAM estime, sur la base du rapport de la reconnaissance descriptive du sol ou du rapport de la reconnaissance d'orientation et descriptive du sol, que la pollution nouvelle du sol dépasse les normes d'assainissement du sol ou qu'il est question d'une pollution nouvelle ou historique grave du sol, elle somme l'exploitant, visé au § 2, dans un délai de soixante jours de la réception de rapport de la reconnaissance descriptive du sol ou du rapport de la reconnaissance d'orientation et descriptive du sol, d'effectuer un assainissement du sol et le suivi éventuel.
  Sur la proposition de l'OVAM, l'exploitant constitue des sûretés financières pour remplir ses obligations visées aux premier et deuxième alinéas. Le Gouvernement flamand détermine le mode de constitution de ces sûretés financières. ";
  4° il est ajouté un § 5 et un § 6, rédigés comme suit :
  " § 5. L'exploitant, visé au § 2, n'est pas obligé d'obtempérer à la sommation d'effectuer la reconnaissance descriptive du sol ou l'assainissement du sol et le suivi éventuel, si l'OVAM estime, sur la base du dossier du terrain ou de la position motivée de l'exploitant, que ce dernier remplit cumulativement les conditions suivantes :
  1° il n'a pas causé la pollution du sol lui-même;
  2° la pollution du sol s'est produite avant le moment où il a commencé l'exploitation du terrain.
  Par dérogation au premier alinéa, l'exploitant, visé au § 2, est obligé d'obtempérer à la sommation d'effectuer une reconnaissance descriptive du sol ou un assainissement du sol et le suivi éventuel, si l'OVAM démontre qu'un prédécesseur a causé la pollution du sol ou que la pollution du sol s'est produite dans la période pendant laquelle un prédécesseur exploitait le terrain.
  Le Gouvernement flamand arrête les modalités relatives au traitement de la demande d'exemption de l'obligation d'effectuer la reconnaissance descriptive du sol ou l'assainissement du sol et le suivi éventuel. Le Gouvernement flamand peut fixer un délai dans lequel la demande d'exemption doit être introduite auprès de l'OVAM sous peine d'irrecevabilité.
  § 6. Tous les intéressés peuvent introduire un recours auprès du Gouvernement flamand contre les décisions de l'OVAM, visées aux § 4 et 5, conformément aux dispositions des articles 153 à 155 inclus. ".
Art.126. Artikel 123 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
  " Artikel 123
  § 1. Als een handelaar of een vennootschap die eigenaar is van een risicogrond, failliet wordt verklaard, wordt op initiatief van de curator een oriënterend bodemonderzoek uitgevoerd op de risicogrond. De curator neemt het initiatief tot het uitvoeren van het oriënterend bodemonderzoek binnen een termijn van zestig dagen na zijn vaststelling dat de gefailleerde eigenaar is van een risicogrond.
  § 2. Als een vennootschap die eigenaar is van een risicogrond in vereffening wordt gesteld, wordt op initiatief van de vereffenaar een oriënterend bodemonderzoek uitgevoerd op de risicogrond. De vereffenaar neemt het initiatief tot het uitvoeren van het oriënterend bodemonderzoek binnen een termijn van zestig dagen na zijn vaststelling dat de vennootschap die in vereffening wordt gesteld eigenaar is van een risicogrond.
  § 3. Binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van het verslag van oriënterend bodemonderzoek spreekt de OVAM er zich over uit en stelt ze de curator of de vereffenaar, en de eigenaar en de gebruiker van de grond hiervan in kennis. ".
Art.126. L'article 123 du même décret est remplacé par la disposition suivante :
  " Article 123
  § 1er. Si un commerçant ou une société qui est propriétaire d'un terrain à risque est déclaré en faillite, une reconnaissance d'orientation du sol est effectuée sur le terrain a risque à l'initiative du curateur. " . Le curateur prend l'initiative de procéder à la reconnaissance d'orientation du sol dans un délai de soixante jours après sa constatation que le failli est le propriétaire d'un terrain à risque.
  § 2. Si une société qui est propriétaire d'un terrain à risque est mise en liquidation, une reconnaissance d'orientation du sol est effectuée à l'initiative du liquidateur sur le terrain à risque. Le curateur prend l'initiative de procéder à la reconnaissance d'orientation du sol dans un délai de soixante jours après sa constatation que la société en liquidation est le propriétaire d'un terrain à risque.
  § 3. Dans un délai de soixante jours après sa réception, l'OVAM se prononce sur le rapport de la reconnaissance d'orientation du sol et en informe le curateur ou le liquidateur, et le propriétaire et l'utilisateur du terrain. ".
Art.127. In artikel 128 worden tussen de woorden " 153 tot " en het getal " 155 " de woorden " en met " ingevoegd.
Art.127. Dans le texte néerlandais de l'article 128, les mots " en met " sont insérés entre les mots " 153 tot " et le chiffre " 155 ".
Art.128. In artikel 146 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden " bij ter post aangetekende zending met ontvangstbewijs of bij afgifte tegen ontvangstbewijs " geschrapt;
  2° in het tweede lid, 3°, worden de woorden " of beperkt bodemsaneringsproject " vervangen door de woorden ", het beperkt bodemsaneringsproject of het risicobeheersplan ".
Art.128. A l'article 146 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° au premier alinéa, les mots " par envoi recommandé à la poste contre récépissé ou par remise contre récépissé " sont supprimés;
  2° au deuxième alinéa, 3°, les mots " ou le projet limité d'assainissement du sol " sont remplacés par les mots ", le projet limité d'assainissement du sol ou le plan de gestion des risques ".
Art.129. In artikel 147 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° tussen de woorden " op straffe van onontvankelijkheid, aangetekend " en de woorden " of afgegeven " worden de woorden " bij ter post aangetekende zending met ontvangstbewijs " ingevoegd;
  2° het getal " 51 " wordt vervangen door het getal " 50 ".
Art.129. A l'article 147 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° les mots " à la poste contre récépissé " sont insérés entre les mots " par lettre recommandée " et les mots " ou remis contre récépissé ";
  2° le nombre " 51 " est remplacé par le nombre " 50 ".
Art.130. Aan artikel 148 van hetzelfde decreet wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " De Vlaamse Regering kan bepalen welke andere documenten op straffe van onontvankelijkheid bij het beroepschrift moeten worden gevoegd. ".
Art.130. A l'article 148 du même décret, il est ajouté un alinéa deux, rédigé comme suit :
  " Le Gouvernement flamand peut préciser les documents à joindre au recours, sous peine d'irrecevabilité. ".
Art.131. In artikel 150 van hetzelfde decreet wordt § 1 vervangen door wat volgt :
  " § 1. Het administratief beroep, vermeld in artikel 146, beperkt zich tot een marginale toetsing waarbij de Vlaamse Regering uitspraak doet over de manifeste onredelijkheid van de bestreden beslissing van de OVAM. ".
Art.131. A l'article 150 du même décret, le § 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Le recours administratif, visé à l'article 146, se limite à une vérification marginale lors de laquelle le Gouvernement flamand se prononce sur la déraisonnabilité manifeste de la décision contestée de l'OVAM. ".
Art.132. In artikel 153 van hetzelfde decreet worden de woorden " bij ter post aangetekende zending met ontvangstbewijs of bij afgifte tegen ontvangstbewijs " geschrapt.
Art.132. Dans l'article 153 du même décret, les mots " par envoi recommandé à la poste contre récépissé ou remise contre récépissé " sont supprimés.
Art.133. Artikel 154 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
  " Artikel 154
  § 1. Het beroep wordt, op straffe van onontvankelijkheid, aangetekend bij ter post aangetekende zending met ontvangstbewijs of afgegeven tegen ontvangstbewijs binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van de kennisgeving van de beslissing van de OVAM.
  Bij het beroepschrift wordt, op straffe van onontvankelijkheid, een afschrift van de bestreden beslissing gevoegd. De Vlaamse Regering kan bepalen welke andere documenten, op straffe van onontvankelijkheid, bij het beroepschrift moeten worden gevoegd.
  § 2. Binnen een termijn van veertien dagen na ontvangst van het beroep wordt de indiener van het beroep door de Vlaamse Regering of de daartoe gemachtigde ambtenaar bij aangetekende brief in kennis gesteld over de ontvankelijkheid van het beroep. ".
Art.133. L'article 154 du même décret est remplacé par la disposition suivante :
  " Article 154
  § 1er. Sous peine d'irrecevabilité, le recours est introduit par envoi recommandé à la poste contre récépissé ou remise contre récépissé dans un délai de trente jours de la réception de la notification de la décision de l'OVAM.
  Une copie de la décision contestée est jointe au recours, sous peine d'irrecevabilité. Le Gouvernement flamand peut préciser les documents à joindre au recours, sous peine d'irrecevabilité.
  § 2. Dans un délai de quatorze jours de la réception du recours, l'auteur du recours est informé par le Gouvernement flamand ou le fonctionnaire y autorisé, par lettre recommandée de la recevabilité du recours. ".
Art.134. In artikel 155 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 1 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 1. Het administratief beroep, vermeld in artikel 153, is een vol beroep als het beroep betrekking heeft op een beslissing van de OVAM over de aanduiding van de saneringsplichtige, de vrijstelling van de saneringsplicht of de exoneratie van de verplichting om een site-onderzoek uit te voeren, met uitzondering van die onderdelen van voormelde beslissingen waarbij de OVAM als bodemsaneringsdeskundige uitspraak heeft gedaan.
  In de andere gevallen beperkt het administratief beroep, vermeld in artikel 153, zich tot een marginale toetsing waarbij de Vlaamse Regering uitspraak doet over de manifeste onredelijkheid van de bestreden beslissing van de OVAM of het betreffende onderdeel ervan. ";
  2° § 2 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 2. Binnen een termijn van negentig dagen na de verzendingsdatum van de kennisgeving van het ontvankelijk beroep doet de Vlaamse Regering uitspraak over het beroep. De beslissing wordt binnen tien dagen na de datum ervan bij aangetekende brief ter kennis gebracht van alle personen en overheidsorganen die in kennis werden gesteld van het ontvankelijke beroep. ";
  3° een § 3 wordt toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 3. De Vlaamse Regering kan nadere regelen vaststellen voor de behandeling van het beroep. ".
Art.134. A l'article 155 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 1er est remplacé par la disposition suivante :
  " § 1er. Le recours administratif, visé à l'article 153, est un recours complet si le recours porte sur une décision de l'OVAM sur la désignation d'une personne soumise à l'assainissement, l'exemption de l'obligation d'assainissement ou l'exonération de l'obligation d'effectuer une reconnaissance du site, à l'exception de ces éléments des décisions précitées par lesquelles l'OVAM s'est prononcée en tant qu'expert en assainissement du sol.
  Dans les autres cas, le recours administratif, visé à l'article 153, se limite à une vérification marginale lors de laquelle le Gouvernement flamand se prononce sur la déraisonnabilité manifeste de la décision contestée de l'OVAM ou de l'élément concerné de celle-ci. ".
  2° le § 2 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 2. Dans un délai de quatre-vingt-dix jours après la date d'envoi de la notification du recours recevable, le Gouvernement flamand se prononce sur le recours. Dans les dix jours de sa date, la décision est notifiée, par lettre recommandée, à toutes les personnes et tous les organes publics qui ont été informés du recours recevable. " ;
  3° il est ajouté un § 3, rédigé comme suit :
  " § 3. Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités relatives au traitement du recours. ".
Art.135. Aan artikel 156 van hetzelfde decreet wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " Alle belanghebbenden kunnen tegen de aanmaning van de OVAM, vermeld in het eerste lid, met betrekking tot het naleven van de zelfstandige verplichting tot het uitvoeren van een beschrijvend bodemonderzoek of bodemsanering bij nieuwe bodemverontreiniging beroep indienen bij de Vlaamse Regering overeenkomstig artikelen 153 tot en met 155. ".
Art.135. A l'article 156 du même décret, il est ajouté un second alinéa, rédigé comme suit :
  " Tous les intéressés peuvent introduire un recours auprès du Gouvernement flamand contre la sommation de l'OVAM, visée au premier alinéa, relative au respect de l'obligation autonome de reconnaissance descriptive du sol ou d'assainissement du sol lors d'une nouvelle pollution du sol, conformément aux dispositions des articles 153 à 155 inclus. ".
Art.136. In artikel 157 van hetzelfde decreet wordt het getal " 13 " vervangen door het getal " 12 ".
Art.136. Dans l'article 157 du même décret, le nombre " 13 " est remplacé par le nombre " 12 ".
Afdeling II. - Bodembescherming.
Section II. - Protection du sol.
Art.137. Het tweede lid van artikel 170 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art.137. Le deuxième alinéa de l'article 170 du même décret est abrogé.
Afdeling III. - Overgangsbepaling.
Section III. - Disposition transitoire.
Art.138. Aan artikel 177 van hetzelfde decreet wordt een § 4 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 4. Voor de uitvoering van haar taken en de uitoefening van haar bevoegdheden kan de OVAM en de Vlaamse Regering zich baseren op technische verslagen, bodemonderzoeken, bodemsaneringsprojecten en eindevaluatieonderzoeken die voor de inwerkingtreding van dit decreet bij de OVAM werden ingediend, alsook op de bestuurshandelingen naar aanleiding van de beoordeling ervan. ".
Art.138. A l'article 177 du même décret, il est ajouté un § 4, rédigé comme suit :
  " § 4. Pour l'exercice de leurs missions et de leurs compétences, l'OVAM et le Gouvernement flamand peuvent se baser sur des rapports techniques, des reconnaissances du sol, des projets d'assainissement du sol et des évaluations finales qui ont été introduits avant l'entrée en vigueur du présent décret, ainsi que sur les actes administratifs suite à l'évaluation de ceux-ci. ".
HOOFDSTUK XIV. - Wijzigingen aan titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, zoals toegevoegd bij decreet van 21 december 2007 tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XVI " Toezicht, handhaving en veiligheidsmaatregelen ".
CHAPITRE XIV. - Modifications au titre XVI du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement, tel qu'ajouté par le décret du 21 décembre 2007 complétant le décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement par un titre XVI " Contrôle, maintien et mesures de sécurité ".
Art.139. In artikel 16.5.1, § 2, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, zoals toegevoegd door artikel 9 van het decreet van 21 december 2007 tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XVI " Toezicht, handhaving en veiligheidsmaatregelen ", worden de woorden " artikel 16.6.5, tweede lid " vervangen door de woorden " artikel 16.6.4, tweede lid ".
Art.139. Dans l'article 16.5.1, § 2, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement, tel qu'ajouté par l'article 9 du décret du 21 décembre 2007 complétant le décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement par un titre XVI " Contrôle, maintien et mesures de sécurité, les mots " article 16.6.5, alinéa deux " sont remplacés par les mots " article 16.6.4, alinéa deux ".
Art.140. In artikel 16.4.27, tweede lid, van hetzelfde decreet, zoals toegevoegd door artikel 9 van het decreet van 21 december 2007 tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XVI " Toezicht, handhaving en veiligheidsmaatregelen ", worden de woorden " de artikelen 16.6.2, 16.6.3 en 16.6.4 " vervangen door de woorden " de artikelen 16.6.1, 16.6.2 en 16.6.3 ".
Art.140. Dans l'article 16.4.27, alinéa deux, du même décret, tel qu'ajouté par l'article 9 du décret du 21 décembre 2007 complétant le décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement par un titre XVI " Contrôle, maintien et mesures de sécurité ", les mots " aux articles 16.6.2, 16.6.3 et 16.6.4 " sont remplacés par les mots " aux articles 16.6.1, 16.6.2 et 16.6.3 ".
Art.141. In artikel 16.1.1, eerste lid, van het hetzelfde decreet, zoals toegevoegd door artikel 9 van het decreet van 21 december 2007 tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XVI " Toezicht, handhaving en veiligheidsmaatregelen ", wordt een punt 11° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 11° het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming. ".
Art.141. A l'article 16.1.1, premier alinéa, du même décret, tel qu'ajouté par l'article 9 du décret du 21 décembre 2007 complétant le décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement par un titre XVI " Contrôle, maintien et mesures de sécurité ", il est ajouté un point 11° ainsi rédigé :
  " 11° le décret du 27 octobre 2006 relatif à l'assainissement du sol et à la protection du sol. ".
Art.142. Aan artikel 16.1.1, eerste lid, 1°, van hetzelfde decreet, zoals toegevoegd door artikel 9 van het decreet van 21 december 2007 tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XVI " Toezicht, handhaving en veiligheidsmaatregelen ", worden de woorden " en van titel II Besluitvorming en inspraak' "vervangen door de woorden " van titel II Besluitvorming en inspraak', van titel X Agentschappen' en van titel XI Strategische Adviesraden'. ".
Art.142. Dans l'article 16.1.1, premier alinéa, 1°, du même décret, tel qu'ajouté par l'article 9 du décret du 21 décembre 2007 complétant le décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement par un titre XVI " Contrôle, maintien et mesures de sécurité ", les mots " et du titre II " Délibération et participation " " sont remplacés par les mots " du titre II " Délibération et participation ", du titre X " Agences " et du titre XI " Conseils stratégiques ". ".
Art.143. Afdeling VIII van hoofdstuk III van het decreet van 21 december 2007 tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XVI " Toezicht, handhaving en veiligheidsmaatregelen ", bestaande uit artikelen 37 tot en met 40, wordt vervangen door wat volgt : " Afdeling VIII. - Wijzigingen aan het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming.
  Art. 36. Artikel 156 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
  Art. 37. In artikel 160 van hetzelfde decreet wordt de eerste zin geschrapt.
  Art. 38. In artikel 161, § 1, van hetzelfde decreet worden de woorden " 156, " geschrapt.
  Art. 39. § 1. Artikel 172 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
  " Artikel 172
  Met betrekking tot dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten worden het toezicht en de bestuurlijke handhaving uitgeoefend en worden veiligheidsmaatregelen genomen volgens de regels, bepaald in de hoofdstukken III, IV en VII van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid. ".
  Art. 40. Artikel 173 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
  " Artikel 173
  Met betrekking tot dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten gebeuren het onderzoek, de vaststelling en de sanctionering van de milieu-inbreuken en milieumisdrijven volgens de regels bepaald in titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid. ". ".
Art.143. La section VIII du Chapitre III du décret du 21 décembre 2007 complétant le décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement par un titre XVI " Contrôle, maintien et mesures de sécurité ", comprenant les articles 37 à 40 inclus, est remplacée par ce qui suit :
  " Section VIII. - Modifications au décret du 27 octobre 2006 relatif à l'assainissement du sol et à la protection du sol
  Art. 36. L'article 156 du même décret est abrogé.
  Art. 37. Dans l'article 160 du même arrêté, la première phrase est supprimée.
  Art. 38. Dans l'article 161, § 1er, du même arrêté, les mots " 156, " sont supprimés.
  Art. 39. § 1er. L'article 172 du même décret est remplacé par la disposition suivante :
  " Article 172
  Pour ce qui est du présent décret et de ses arrêtés d'exécution, le contrôle et le maintien administratif sont exercés et les mesures de sécurité sont prises conformément aux dispositions des Chapitres III, IV et VII du Titre XVI du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement. ".
  Art. 40. L'article 173 du même décret est remplacé par la disposition suivante :
  " Article 173
  Pour ce qui est du présent décret et de ses arrêtés d'exécution, la reconnaissance, la constatation et la sanction des infractions environnementales et des délits environnementaux s'effectuent conformément aux dispositions des Chapitres III, IV et VII du Titre XVI du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement. ".
HOOFDSTUK XV. - Aslasten.
CHAPITRE XV. - Essieux.
Art.144. In artikel 55bis van het decreet van 19 december 1998 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting, ingevoegd bij het decreet van 24 juni 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in punt 2° wordt het getal " 62 " vervangen door het getal " 61 ";
  2° punt 5° wordt vervangen door wat volgt :
  " 5° overtreder : natuurlijke persoon of rechtspersoon die een inbreuk op artikel 56 begaat of in voorkomend geval als opdrachtgever of verlader optreedt; ".
Art.144. A l'article 55bis du décret du 19 décembre 1998 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget, inséré par le décret du 24 juin 2005, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au point 2°, le chiffre " 62 " est remplacé par le chiffre " 61 ";
  2° le point 5° est remplacé par la disposition suivante :
  " 5° contrevenant : la personne physique ou la personne morale qui commet une infraction à l'article 56 ou qui, le cas échéant, agit en tant que donneur d'ordre ou chargeur; ".
Art.145. In artikel 56 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 22 december 1999, 19 december 2003 en 24 juni 2005, worden het tweede en derde lid opgeheven.
Art.145. A l'article 56 du même décret, modifié par les décrets des 22 décembre 1999, 19 décembre 2003 et 24 juin 2005, les deuxième et troisième alinéas sont abrogés.
Art.146. Aan artikel 57 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 24 juni 2005, wordt een § 3 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 3. De opdrachtgever en de verlader worden, overeenkomstig de in §§ 1 en 2 bedoelde strafbepalingen, gestraft indien zij instructies hebben gegeven of daden hebben gesteld die hebben geleid tot een inbreuk op artikel 56. ".
Art.146. A l'article 57 du même décret, modifié par le décret du 24 juin 2005, il est ajouté un § 3, rédigé comme suit :
  " § 3. Le donneur d'ordre et le chargeur sont punis, conformément aux dispositions pénales des §§ 1er et 2, s'ils ont donné des instructions ou accompli des actes qui ont donné lieu à une infraction à l'article 56. ".
Art.147. In artikel 59, § 3, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 22 december 1999 en 24 juni 2005, worden de woorden " Als de administratieve geldboete onmiddellijk werd geïnd, dan wordt deze terugbetaald. " geschrapt.
Art.147. Dans l'article 59, § 3, du même décret, modifié par les décrets des 22 décembre 1999 et 24 juin 2005, les mots " En cas de perception immédiate de l'amende administrative, celle-ci est remboursée. " sont supprimés.
Art.148. In artikel 60 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 24 juni 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1 worden voor het eerste lid twee nieuwe leden ingevoegd, die luiden als volgt :
  " Als de overtreder of in voorkomend geval, de onderneming een woonplaats of vaste verblijfplaats heeft in België, de administratieve geldboete onmiddellijk werd geïnd en het openbaar ministerie beslist geen strafvervolging in te stellen, wordt :
  - als de strafvordering vervallen is, de geconsigneerde administratieve geldboete teruggestort;
  - als de strafvordering niet vervallen is, de geconsigneerde administratieve geldboete vrijgegeven ten bate van het Vlaams Infrastructuurfonds. Deze vrijgave doet de strafvordering vervallen. ";
  2° in § 2, eerste lid, worden de woorden " Deze kennisgeving " vervangen door de woorden " De kennisgeving, vermeld in § 1, derde lid ".
Art.148. A l'article 60 du même décret, modifié par le décret du 24 juin 2005, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au § 1er, sont insérés avant le premier alinéa, deux nouveaux alinéas ainsi rédigés :
  " Si le contrevenant ou, le cas échéant, l'entreprise a un domicile ou une résidence fixe en Belgique, l'amende administrative a été perçue immédiatement et le Ministère public décide de renoncer à la poursuite pénale :
  - l'amende administrative consignée est remboursée si l'action pénale est éteinte;
  - l'amende administrative consignée est libérée en faveur du " Vlaams Infrastructuurfonds " si l'action pénale n'est pas éteinte. Cette libération éteint l'action pénale. " ;
  2° au § 2, premier alinéa, les mots " Cette notification " sont remplacés par les mots " La notification, visée au § 1er, troisième alinéa ".
Art.149. In artikel 60bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij decreet van 24 juni 2005, worden volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 3, derde lid, worden de woorden " bepaald door de Vlaamse Regering " vervangen door de woorden " die overeenstemt met de kostprijs ";
  2° in § 3, zesde lid, wordt het woord " vijfde " vervangen door het woord " zevende ";
  3° in § 3, zevende lid, wordt het woord " zesde " vervangen door het woord " achtste ";
  4° in § 4, tweede lid, wordt het woord " vijfde " vervangen door het woord " zevende ".
Art.149. A l'article 60bis du même décret, inséré par le décret du 24 juin 2005, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au § 3, troisième alinéa, les mots " fixée par le Gouvernement flamand " sont remplacés par les mots " qui correspond au prix coûtant ";
  2° au § 3, sixième alinéa, le mot " cinquième " est remplacé par le mot " septième ";
  3° au § 3, septième alinéa, le mot " sixième " est remplacé par le mot " huitième ";
  4° au § 4, deuxième alinéa, le mot " cinquième " est remplacé par le mot " septième ";
HOOFDSTUK XVI. - Landbouw en visserij.
CHAPITRE XVI. - Agriculture et pêche.
Art.150. Artikel 1 van de wet van 20 juni 1956 betreffende de verbetering van de rassen van voor de landbouw nuttige huisdieren, wordt vervangen door wat volgt :
  " Artikel 1
  § 1. De Vlaamse Regering kan een dierlijke productie aanmoedigen door de fokkerij te organiseren en steun te verlenen aan verenigingen en organisaties voor de uitvoering van projecten die passen in het beleid voor een dierlijke productie.
  § 2. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder :
  1° stamboek : elke informatiedrager, bijgehouden door een vereniging of organisatie van fokkers die officieel erkend is in de lidstaat waarin ze is opgericht in overeenstemming met beschikking 84/247/EEG, 89/501/EEG, 90/254/EEG, 92/353/EEG of richtlijn 91/174/EEG of die erkend is in een derde land in overeenstemming met richtlijn 94/28, en waarin de fokdieren van een bepaald ras worden ingeschreven of geregistreerd met vermelding van hun voorgeslacht;
  2° een register : elke informatiedrager waarin hybride fokdieren met hun zoötechnische gegevens worden opgenomen, bijgehouden door een vereniging of organisatie van fokkers dan wel een private onderneming die erkend is in overeenstemming met beschikking 89/504/EEG of die erkend is in een derde land in overeenstemming met richtlijn 94/28;
  3° een fokdier : elk dier, opgenomen in een stamboek of een register, dat bestemd is voor de fokkerij;
  4° prestatieonderzoek : onderzoek op door fokdieren voortgebrachte prestaties die meetbaar, erfelijk en economisch, ecologisch of maatschappelijk relevant zijn om de fokwaarde van die fokdieren te schatten;
  5° wedstrijd : elke wedstrijd voor paardachtigen, in overeenstemming met richtlijn 90/428/EEG.
  § 3. De Vlaamse Regering kan de fokkerij organiseren door :
  1° het erkennen van verenigingen en organisaties van fokkers voor :
  a) de instelling van stamboeken en registers en het bijhouden ervan;
  b) de opname van fokdieren in een stamboek of een register;
  c) de toelating van fokdieren tot de voortplanting;
  d) de uitvoering van prestatieonderzoeken en de beoordeling van de fokwaarde;
  e) de opmaak en de aflevering van certificaten;
  f) het behoud van de genetische diversiteit;
  2° het erkennen van verkopers van sperma, eicellen en embryo's voor de opmaak en aflevering van certificaten die bij het verkochte sperma en de verkochte eicellen en embryo's gevoegd worden;
  3° het erkennen van houders van mannelijke fokdieren voor de opmaak en aflevering van certificaten die de natuurlijke dekking van een vrouwelijk fokdier bevestigen;
  4° het vaststellen van de voorwaarden voor :
  a) de erkenning van verenigingen en organisaties van fokkers;
  b) de erkenning van verkopers van sperma, eicellen en embryo's;
  c) de erkenning van houders van mannelijke fokdieren voor de natuurlijke dekking;
  d) de opname van fokdieren in een stamboek of een register;
  e) de uitvoering van prestatieonderzoeken;
  f) de berekening en beoordeling van de fokwaarde;
  g) de toelating van fokdieren tot de voortplanting;
  h) de opmaak en aflevering van de certificaten, vermeld in punt 1°, e), 2° en 3°;
  5° het erkennen van verenigingen en organisaties voor de coördinatie van de fokkerij;
  6° het toewijzen van opdrachten aan verenigingen en organisaties;
  7° het verlenen van steun voor het in deze wet gestelde doel en binnen de grenzen van haar begrotingskredieten. Ze werkt de nodige voorwaarden uit waaraan de verenigingen en organisaties van fokkers moeten voldoen om de steun te kunnen verkrijgen. Ter ondersteuning van haar beleid kan de Vlaamse Regering gebouwen en gronden verwerven en ter beschikking stellen van de verenigingen en organisaties van fokkers voor de uitvoering van de activiteiten waarvoor ze zijn erkend. Ze kan binnen de grenzen van haar begrotingskredieten opdracht geven tot herinrichting van de betreffende gebouwen en gronden.
  § 4. Onder de voorwaarden en modaliteiten bepaald door de Vlaamse Regering, kan de Vlaamse Regering de erkenning bedoeld in § 3, 1°, 2° en 3°, afhankelijk stellen van het betalen van eenmalige of jaarlijkse retributies, rechten en vergoedingen door de fokkerij.
  § 5. De erkenningen, vermeld in § 3, kunnen worden opgeheven als niet aan de voorwaarden wordt voldaan. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de opheffing en kan tevens nog andere gevallen bepalen die leiden tot de opheffing van de erkenning.
  Bij de opheffing van haar erkenning moet de vereniging of organisatie haar volledige foktechnische databank overdragen. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels van die gegevensoverdracht.
  § 6. De Vlaamse Regering wordt ertoe gemachtigd alle andere maatregelen te nemen om de fokkerij in brede zin en de productie van raszuivere en hybride fokdieren in het bijzonder te bevorderen. ".
Art.150. L'article 1er de la loi du 20 juin 1956 relative à l'amélioration des races d'animaux domestiques utiles à l'agriculture, est remplacé par ce qui suit :
  " Article 1er
  § 1er. Le Gouvernement flamand peut promouvoir une production animale en organisant l'élevage et en soutenant les associations et organisations en vue de l'exécution de projets s'inscrivant dans la politique en matière de la production animale.
  § 2. Pour l'application de la présente loi, il faut entendre par :
  1° livre généalogique : tout support informatique, tenu par une association ou organisation d'éleveurs qui est officiellement agréée dans l'Etat-membre où elle est établie conformément à la Décision 84/247/CEE, 89/501/CEE, 90/254/CEE, 92/353/CEE ou la Directive 91/174/CEE ou qui est agréée dans un pays tiers conformément a la Directive 94/28, et dans lequel sont inscrits ou enregistrés les animaux reproducteurs d'une race déterminée avec mention de leurs ascendants;
  2° un registre : tout support informatique, dans lequel sont inscrits des animaux reproducteurs hybrides avec mention de leurs données zootechniques, tenu soit par une association ou une organisation d'éleveurs, soit par une entreprise privée agréée conformément à la Décision 89/504/CEE ou qui est agréée dans un pays tiers conformément à la Directive 94/28;
  3° un animal reproducteur : tout animal, inscrit dans un livre généalogique ou registre, qui est destiné à l'élevage;
  4° contrôle des performances : l'examen des prestations des animaux reproducteurs qui sont mesurables, héréditaires et pertinents du point de vue économique, écologique ou social pour évaluer la valeur génétique de ces animaux reproducteurs;
  5° concours : toute compétition réservée aux équidés conformément à la Directive 90/428/CEE.
  § 3. Le Gouvernement flamand peut organiser l'élevage par :
  1° l'agrément des organisations ou associations d'éleveurs pour :
  a) la création et la tenue de livres généalogiques et de registres;
  b) la reprise d'animaux reproducteurs dans un livre généalogique et un registre;
  c) l'admission à la reproduction des animaux reproducteurs;
  d) l'exécution des contrôles des performances et l'évaluation de la valeur génétique;
  e) l'établissement et la délivrance de certificats;
  f) la préservation de la diversité génétique;
  2° l'agrément de vendeurs de spermes, d'ovules et d'embryons pour l'établissement et la délivrance de certificats qui accompagnent les spermes vendus et les ovules et embryons vendus;
  3° l'agrément de détenteurs d'animaux reproducteurs mâles pour l'établissement et la délivrance de certificats qui confirment la monte naturelle d'une femelle reproductrice;
  4° la fixation des conditions pour :
  a) l'agrément des associations et organisations d'éleveurs;
  b) l'agrément de vendeurs de spermes, d'ovules et d'embryons;
  c) l'agrément de détenteurs d'animaux reproducteurs mâles pour la monte naturelle;
  d) l'inscription d'animaux reproducteurs dans un livre généalogique ou registre;
  e) l'exécution des contrôles des performances;
  f) le calcul et l'évaluation de la valeur génétique;
  g) l'admission a la reproduction d'animaux reproducteurs;
  h) l'établissement et la délivrance de certificats, visés aux points 1°, a), 2° et 3°;
  5° l'agrément des organisations ou associations pour la coordination de l'élevage;
  6° l'attribution de missions aux associations et organisations;
  7° l'octroi d'une aide à l'objectif fixé dans la présente loi et dans les limites de ses crédits budgétaires. Il détermine les conditions auxquelles doivent satisfaire les associations et organisations des éleveurs afin d'obtenir cette aide. A l'appui de sa politique, le Gouvernement flamand peut acquérir des biens immobiliers et des terrains et les mettre à la disposition des associations et organisations des éleveurs pour l'exécution des activités pour lesquelles elles sont agréées. Dans les limites de ses crédits budgétaires, il peut donner l'ordre d'effectuer le réaménagement des immeubles et terrains en question.
  § 4. Aux conditions et modalités fixées par le Gouvernement flamand, le Gouvernement flamand peut subordonner l'agrément visé au § 3, 1°, 2° et 3° au paiement par l'élevage d'une rétribution unique ou de rétributions, droits et indemnités annuels.
  § 5. Les agréments, visés au § 3, peuvent être supprimés s'il n'est pas satisfait aux conditions. Le Gouvernement flamand arrête les modalités de la suppression et peut également déterminer d'autres cas susceptibles de conduire à la suppression de l'agrément.
  En cas de retrait de l'agrément, l'association ou l'organisation doit céder toute sa base de données de techniques d'élevage. Le Gouvernement flamand arrête les modalités de cette transmission de données.
  § 6. Le Gouvernement flamand est autorisé à prendre toute autre mesure pour promouvoir l'élevage au sens large et la production d'animaux reproducteurs de race pure et hybrides en particulier. ".
Art.151. Artikel 1bis van dezelfde wet, opgeheven door het decreet van 23 maart 1998, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing :
  " Artikel 1bis
  De Vlaamse Regering kan, voor de rassen van voor de landbouw nuttige huisdieren :
  1° voorschrijven dat de voortplanting alleen gedaan mag worden door dieren die geschikt zijn om tot de rasverbetering bij te dragen als de houder van het vrouwelijke dier een andere natuurlijke of rechtspersoon is dan de houder van het mannelijke dier;
  2° de kunstmatige inseminatie reglementeren, aan een vergunning onderwerpen en de voorwaarden bepalen waaronder die verleend zal worden, onder meer voorschrijven dat de inseminatie alleen toegepast zal mogen worden door middel van mannelijke dieren die geschikt zijn om bij te dragen tot de rasverbetering of tot de verhoging van het economische rendement van de veestapel;
  3° de voorwaarden bepalen waaraan de dieren moeten voldoen om toegelaten te worden tot de voortplanting, vermeld in 1°;
  4° organisaties en verenigingen erkennen om bij te dragen tot de rasverbetering en hun werking aan voorwaarden onderwerpen;
  5° de houders van de voor de openbare dekdienst goedgekeurde mannelijke dieren verplichten een lijst bij te houden van alle gedekte vrouwelijke dieren en aan de houders van die dieren een dekgetuigschrift af te geven;
  6° voorwaarden vaststellen voor deelname aan wedstrijden. ".
Art.151. L'article 1bis du même décret, abrogé par le décret du 23 mars 1998, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Article 1bis
  En vue des races d'animaux domestiques utiles à l'agriculture, le Gouvernement flamand peut :
  1° prescrire que la reproduction n'est autorisée que pour des animaux aptes à contribuer à l'amélioration de la race si le détenteur de la femelle est une personne physique ou morale autre que le détenteur de l'animal mâle;
  2° réglementer l'insémination artificielle, la soumettre à une autorisation et en déterminer les conditions auxquelles elle sera autorisée, entre autres, en prescrivant que l'insémination ne pourra être admise que par des animaux mâles aptes à contribuer à l'amélioration de la race ou à l'augmentation du rendement économique du cheptel;
  3° arrêter les conditions auxquelles les animaux doivent satisfaire pour être admis à la reproduction, visée au 1°;
  4° agréer des organisations et associations afin de contribuer à l'amélioration de la race et subordonner leur fonctionnement à des conditions;
  5° obliger les détenteurs d'animaux mâles approuvés pour la monte publique à tenir une liste de toutes les femelles saillies et à délivrer aux détenteurs de ces femelles saillies un certificat de saillie;
  6° fixer les conditions de participation aux compétitions. ".
Art.152. Artikelen 2 en 6 van dezelfde wet worden opgeheven.
Art.152. Les articles 2 et 6 de la même loi sont abroges.
HOOFDSTUK XVII. - Wijzigingen aan het decreet van 30 april 2004 tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel " Strategische adviesraad "en tot wijziging van diverse andere decreten.
CHAPITRE XVII. - Modifications au décret du 30 avril 2004 complétant le décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement par un titre " Conseil consultatif stratégique " et modifiant divers autres décrets.
Art.153. In artikel 2 van het decreet van 30 april 2004 tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel " Strategische adviesraad " en tot wijziging van diverse andere decreten wordt in de toegevoegde titel XI het woord " MiNa-Raad " telkens vervangen door het woord " Minaraad ".
Art.153. Dans l'article 2 du décret du 30 avril 2004 complétant le décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement par un titre " Conseil consultatif stratégique " et modifiant divers autres décrets, le mot " Conseil MiNa " dans le titre XI ajouté est chaque fois remplacé par le mot " Conseil Mina ".
Art.154. In artikel 8 van hetzelfde decreet worden in het tweede lid de woorden " De besluiten die krachtens artikel 7 zijn vastgesteld " vervangen door de woorden " De besluiten die krachtens artikel 7, tweede lid, de wijziging, vervanging of opheffing van decretale bepalingen inhouden. ".
Art.154. Dans le deuxième alinéa de l'article 8 du même décret, les mots " Les arrêtés pris en vertu de l'article 7, " sont remplacés par les mots " Les arrêtés modifiant, remplaçant ou abrogeant les dispositions décrétales en vertu de l'article 7, deuxième alinéa. "
HOOFDSTUK XVIII. - Wijzigingen aan titel XV van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
CHAPITRE XVIII. - Modifications au titre XV du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement.
Art.155. In artikel 15.1.1 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007, worden in 13° tussen de woorden " of de chemische en kwantitatieve toestand van " en de woorden " decreet Integraal Waterbeleid " de woorden " het grondwater als vermeld in het " ingevoegd.
Art.155. Dans le texte néerlandais de l'article 15.1.1 du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement, inséré par le décret du 21 décembre 2007, sont insérés entre les mots " " of de chemische en kwantitatieve toestand van " et les mots " decreet Integraal Waterbeleid " les mots " het grondwater als vermeld in het ".
Art.156. In artikel 15.8.15 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007, worden de woorden " artikel 15.8.2 " vervangen door de woorden " artikel 15.8.12 ".
Art.156. A l'article 15.8.15 du même décret, modifié par le décret du 21 décembre 2007, les mots " article 15.8.2 " sont remplacés par les mots " article 15.8.12 ".
HOOFDSTUK XIX. - Inwerkingtreding.
CHAPITRE XIX. - Entrée en vigueur.
Art.157. De artikelen 70 tot en met 74, 80 en 84 treden in werking op 1 januari 2007.
Art.157. Les articles 70 à 74, 80 et 84 entrent en vigueur le 1er janvier 2007.
Art.158. De artikelen 4, 5, 67 en 69 treden in werking op 1 januari 2008.
Art.158. Les articles 4, 5, 67 et 69 entrent en vigueur le 1er janvier 2008.
Art.159. De wijzigingen aan artikelen 31 en 34 van het decreet van 22 december 2006 houdende de bescherming van water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen hebben enkel uitwerking op dossiers betreffende de overdracht van nutriëntenemissierechten die vanaf de inwerkingtreding van dit decreet bij de Mestbank werden ingediend.
Art.159. Les modifications aux articles 31 et 34 du décret du 22 décembre 2006 concernant la protection des eaux contre la pollution par les nitrates à partir de sources agricoles ne produisent leurs effets que sur les dossiers relatifs aux droits d'émission d'éléments nutritionnels qui étaient soumis à partir de l'entrée en vigueur du présent décret.
Art.160. Artikel 88 treedt in werking op de datum die wordt bepaald door de Vlaamse Regering.
  (NOTA : inwerkingtreding van art. 88 vastgesteld op 01-03-2009 par AGF 2009-04-24/24, art. 50)
Art.160. L'article 88 entre en vigueur a la date fixée par le Gouvernement flamand.
  (NOTE : entrée en vigueur de l'art. 88 fixée au 01-03-2009 par AGF 2009-04-24/24, art. 50)
Art.161. Artikel 98 treedt in werking op 1 mei 2007.
Art.161. L'article 98 entre en vigueur le 1 mai 2007.
Art.162. Artikel 126 treedt in werking op 1 juni 2008.
Art.162. L'article 126 entre en vigueur le 1 juin 2008.
Art. 163. Artikel 138 treedt in werking op 1 juni 2008.
Art. 163. L'article 138 entre en vigueur le 1 juin 2008.