Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit, gelden volgende definities :
1. De ordonnantie : de ordonnantie van 13 november betreffende de milieuaansprakelijkheid voor wat betreft het voorkomen en herstellen van milieuschade;
2. De bevoegde overheid : het gezag aangewezen in artikel 2 van dit besluit;
3. Het Instituut : het Brussels Instituut voor Milieubeheer (BIM), opgericht door het koninklijk besluit van 8 maart 1989.
4. De exploitant : de uitbater in de zin van artikel 3, 7., van de ordonnantie.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
19 MAART 2009. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende precisering over sommige bepalingen van de ordonnantie van 13 november 2008 betreffende de milieu-aansprakelijkheid voor wat betreft het voorkomen en herstellen van milieuschade(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 16-04-2009 en tekstbijwerking tot 18-06-2014)
Titre
19 MARS 2009. - Arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale précisant certaines dispositions de l'ordonnance du 13 novembre 2008 relative à la responsabilité environnementale en ce qui concerne la prévention et la réparation des dommages environnementaux(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 16-04-2009 et mise à jour au 18-06-2014)
Documentinformatie
Numac: 2009031208
Datum: 2009-03-19
Info du document
Numac: 2009031208
Date: 2009-03-19
Inhoud
Afdeling 1. - Definities
Afdeling 2. - Aanwijzing van de bevoegde overheid
Afdeling 3. - Financiële waarborgen en invorder...
Afdeling 4. - Invordering door de exploitant in...
Afdeling 5. - Procedure van het verzoek om acti...
Afdeling 6. - Beroepprocedure
Afdeling 7. - Inwerkingtreding en slotbepalingen
Inhoud
Section 1. - Définitions
Section 2. - Désignation de l'autorité compétente
Section 3. - Garanties financières et recouvrem...
Section 4. - Recouvrement par l'exploitant en c...
Section 5. - Procédure de la demande d'action e...
Section 6. - Procédure de recours
Section 7. - Entrée en vigueur et dispositions ...
Tekst (20)
Texte (20)
Afdeling 1. - Definities
Section 1. - Définitions
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1. L'ordonnance : l'ordonnance du 13 novembre 2008 relative à la responsabilité environnementale en ce qui concerne la prévention et la réparation des dommages environnementaux;
2. L'autorité compétente : l'autorité désignée à l'article 2 du présent arrêté;
3. Institut : l'Institut Bruxellois pour la Gestion de l'Environnement (IBGE), créé par l'arrêté royal du 8 mars 1989.
4. l'exploitant : l'exploitant au sens de l'article 3, 7., de l'ordonnance.
1. L'ordonnance : l'ordonnance du 13 novembre 2008 relative à la responsabilité environnementale en ce qui concerne la prévention et la réparation des dommages environnementaux;
2. L'autorité compétente : l'autorité désignée à l'article 2 du présent arrêté;
3. Institut : l'Institut Bruxellois pour la Gestion de l'Environnement (IBGE), créé par l'arrêté royal du 8 mars 1989.
4. l'exploitant : l'exploitant au sens de l'article 3, 7., de l'ordonnance.
Afdeling 2. - Aanwijzing van de bevoegde overheid
Section 2. - Désignation de l'autorité compétente
Afdeling 3. - Financiële waarborgen en invordering door de bevoegde overheid
Section 3. - Garanties financières et recouvrements par l'autorité compétente
Art.3. De financiële waarborgen bedoeld in artikel 12, § 1 van de ordonnantie wordt als geschikt beschouwd wanneer deze effectief en afzonderlijk of gecombineerd is samengesteld uit :
1. een onherroepelijke waarborg, gegeven door een financiële instelling, op grond waarvan deze verplicht is, op eenvoudig verzoek vanwege de bevoegde overheid, de facturen ervan te vereffenen die betrekking hebben op de uitvoering van de maatregelen voor het voorkomen en het herstellen en dit als gevolg van de betekening per aangetekend schrijven vanwege deze overheid en gericht aan de financiële instelling, van het feit dat de exploitant zijn verplichting de voorgeschoten kosten terug te betalen niet of slechts gedeeltelijk nakomt, overeenkomstig artikel 10 van de ordonnantie;
2. een bedrag dat op de rekening van de Deposito- en Consignatiekas wordt gestort in uitvoering van een overeenkomst die afgesloten wordt tussen de bevoegde overheid en de exploitant, krachtens waarvan de Deposito- en Consignatiekas aan de bevoegde overheid, op eenvoudig verzoek, de voorgelegde facturen met betrekking tot de uitvoering van de maatregelen in zake het voorkomen en het herstellen terugbetaalt en, ten gevolge van de betaling van de genoemde facturen, aan de exploitant het resterend saldo en, desgevallend, de interesten terugbetaalt;
3. een borgstelling;
4. een hypotheek.
De financiële waarborg dekt de kosten van de maatregelen in zake het voorkomen en het herstellen zoals ze door de bevoegde overheid werden geraamd in toepassing van artikel 7, § 1 van de ordonnantie. Het bedrag dat aan de garant opgeëist kan worden, voor zover het om een andere persoon gaat dan de exploitant, mag niet hoger zijn dan het bedrag dat door de bevoegde overheid wordt geraamd.
Procedure betreffende de financiële waarborgen
1. een onherroepelijke waarborg, gegeven door een financiële instelling, op grond waarvan deze verplicht is, op eenvoudig verzoek vanwege de bevoegde overheid, de facturen ervan te vereffenen die betrekking hebben op de uitvoering van de maatregelen voor het voorkomen en het herstellen en dit als gevolg van de betekening per aangetekend schrijven vanwege deze overheid en gericht aan de financiële instelling, van het feit dat de exploitant zijn verplichting de voorgeschoten kosten terug te betalen niet of slechts gedeeltelijk nakomt, overeenkomstig artikel 10 van de ordonnantie;
2. een bedrag dat op de rekening van de Deposito- en Consignatiekas wordt gestort in uitvoering van een overeenkomst die afgesloten wordt tussen de bevoegde overheid en de exploitant, krachtens waarvan de Deposito- en Consignatiekas aan de bevoegde overheid, op eenvoudig verzoek, de voorgelegde facturen met betrekking tot de uitvoering van de maatregelen in zake het voorkomen en het herstellen terugbetaalt en, ten gevolge van de betaling van de genoemde facturen, aan de exploitant het resterend saldo en, desgevallend, de interesten terugbetaalt;
3. een borgstelling;
4. een hypotheek.
De financiële waarborg dekt de kosten van de maatregelen in zake het voorkomen en het herstellen zoals ze door de bevoegde overheid werden geraamd in toepassing van artikel 7, § 1 van de ordonnantie. Het bedrag dat aan de garant opgeëist kan worden, voor zover het om een andere persoon gaat dan de exploitant, mag niet hoger zijn dan het bedrag dat door de bevoegde overheid wordt geraamd.
Procedure betreffende de financiële waarborgen
Art.3. Les garanties financières visées à l'article 12, § 1er, de l'ordonnance sont considérées comme appropriées, lorsqu'elles sont effectives et constituées isolément ou de manière combinée de :
1. une garantie irrévocable donnée par une institution financière en vertu de laquelle celle-ci est tenue de régler, sur simple demande de la part de l'autorité compétente, les factures présentées par celle-ci et relatives à l'exécution des mesures de prévention et de réparation, et ce, suite à la signification par lettre recommandée de la part de cette autorité, adressée à l'institution financière, du fait que l'exploitant ne respecte pas ou ne respecte que partiellement son obligation de rembourser les frais avancés, conformément à l'article 10 de l'ordonnance;
2. une somme versée sur le compte de la Caisse de dépôt et de consignation, en exécution d'une convention conclue entre l'autorité compétente et l'exploitant, en vertu de laquelle la Caisse de dépôt et de consignation rembourse à l'autorité compétente, sur sa simple demande, les factures présentées relatives à l'exécution des mesures de prévention et de réparation, et, consécutivement au paiement des factures précitées, à l'exploitant, le solde restant ainsi que, le cas échéant, les intérêts;
3. un cautionnement;
4. une hypothèque.
La garantie financière couvre les coûts des mesures de prévention ou de réparation tels qu'ils ont été évalués par l'autorité compétente en application de l'article 7, § 1er, de l'ordonnance. Le montant qui pourra être réclamé au garant, pour autant qu'il s'agisse d'une autre personne que l'exploitant, ne pourra être supérieur au montant ainsi évalué par l'autorité compétente.
Procédure concernant les garanties financières
1. une garantie irrévocable donnée par une institution financière en vertu de laquelle celle-ci est tenue de régler, sur simple demande de la part de l'autorité compétente, les factures présentées par celle-ci et relatives à l'exécution des mesures de prévention et de réparation, et ce, suite à la signification par lettre recommandée de la part de cette autorité, adressée à l'institution financière, du fait que l'exploitant ne respecte pas ou ne respecte que partiellement son obligation de rembourser les frais avancés, conformément à l'article 10 de l'ordonnance;
2. une somme versée sur le compte de la Caisse de dépôt et de consignation, en exécution d'une convention conclue entre l'autorité compétente et l'exploitant, en vertu de laquelle la Caisse de dépôt et de consignation rembourse à l'autorité compétente, sur sa simple demande, les factures présentées relatives à l'exécution des mesures de prévention et de réparation, et, consécutivement au paiement des factures précitées, à l'exploitant, le solde restant ainsi que, le cas échéant, les intérêts;
3. un cautionnement;
4. une hypothèque.
La garantie financière couvre les coûts des mesures de prévention ou de réparation tels qu'ils ont été évalués par l'autorité compétente en application de l'article 7, § 1er, de l'ordonnance. Le montant qui pourra être réclamé au garant, pour autant qu'il s'agisse d'une autre personne que l'exploitant, ne pourra être supérieur au montant ainsi évalué par l'autorité compétente.
Procédure concernant les garanties financières
Art.4. De bevoegde overheid brengt de persoon of personen die de borgstelling of de financiële waarborg moeten leveren per aangetekend schrijven op de hoogte, en preciseert het bedrag, een redelijke termijn en de mogelijke wijze van samenstelling ervan.
Deze kennisgeving verduidelijkt de mogelijkheden tot beroep waarvan ze het voorwerp kan uitmaken, alsook de termijnen en de vormen waarin deze beroepen moeten worden ingediend overeenkomstig artikel 8.
Indien er binnen de door de bevoegde overheid opgelegde termijn geen enkele waarborg werd samengesteld, dan betekent de bevoegde overheid een bevel om binnen vierentwintig uur te betalen, op straffe van uitvoering door inbeslagneming.
Wanneer de termijn van de sommering om te betalen verstreken is, kan de bevoegde overheid beslag laten nemen. Dit gebeurt op een wijze die door het Gerechtelijk Wetboek is vastgesteld, en wijst de goederen toe aan de samenstelling van de waarborg.
Procedure in zake de invordering van de door de bevoegde overheid gemaakte kosten
Deze kennisgeving verduidelijkt de mogelijkheden tot beroep waarvan ze het voorwerp kan uitmaken, alsook de termijnen en de vormen waarin deze beroepen moeten worden ingediend overeenkomstig artikel 8.
Indien er binnen de door de bevoegde overheid opgelegde termijn geen enkele waarborg werd samengesteld, dan betekent de bevoegde overheid een bevel om binnen vierentwintig uur te betalen, op straffe van uitvoering door inbeslagneming.
Wanneer de termijn van de sommering om te betalen verstreken is, kan de bevoegde overheid beslag laten nemen. Dit gebeurt op een wijze die door het Gerechtelijk Wetboek is vastgesteld, en wijst de goederen toe aan de samenstelling van de waarborg.
Procedure in zake de invordering van de door de bevoegde overheid gemaakte kosten
Art.4. L'autorité compétente notifie par envoi recommandé la ou les personnes qui doivent fournir la caution ou la garantie financière, en en précisant le montant, un délai raisonnable et les modes de constitution possibles.
Cette notification indique les voies de recours dont elle peut faire l'objet ainsi que les délais et formes dans lesquels ces recours doivent être introduits conformément à l'article 8.
Si aucune sûreté n'a été constituée dans le délai imposé par l'autorité compétente, celle-ci leur fait signifier un commandement de payer dans les vingt-quatre heures à peine d'exécution par voie de saisie.
Lorsque le délai de commandement de payer est expiré, l'autorité compétente peut faire procéder à saisie, laquelle s'effectue de la manière établie par le Code judiciaire, et affecte les biens saisis à la constitution de la sûreté.
Procédure quant au recouvrement des coûts engagés par l'autorité compétente
Cette notification indique les voies de recours dont elle peut faire l'objet ainsi que les délais et formes dans lesquels ces recours doivent être introduits conformément à l'article 8.
Si aucune sûreté n'a été constituée dans le délai imposé par l'autorité compétente, celle-ci leur fait signifier un commandement de payer dans les vingt-quatre heures à peine d'exécution par voie de saisie.
Lorsque le délai de commandement de payer est expiré, l'autorité compétente peut faire procéder à saisie, laquelle s'effectue de la manière établie par le Code judiciaire, et affecte les biens saisis à la constitution de la sûreté.
Procédure quant au recouvrement des coûts engagés par l'autorité compétente
Art.5. De regels met betrekking tot de uitoefening van het invorderingsrecht van de kosten door de bevoegde overheid, bedoeld in art. 12, § 1, van de ordonnantie luiden als volgt :
De bevoegde overheid vordert de gedragen kosten in, die verband houden met de maatregelen genomen op basis van de ordonnantie, bij de exploitant die de schade heeft veroorzaakt of met de onmiddellijke dreiging van schade. Desgevallend vervolgt de exploitant voor de bevoegde jurisdictie, volgens de procedure opgesteld door het Gerechtelijk Wetboek.
De bevoegde overheid vordert de gedragen kosten in, die verband houden met de maatregelen genomen op basis van de ordonnantie, bij de exploitant die de schade heeft veroorzaakt of met de onmiddellijke dreiging van schade. Desgevallend vervolgt de exploitant voor de bevoegde jurisdictie, volgens de procedure opgesteld door het Gerechtelijk Wetboek.
Art.5. Les règles relatives à l'exercice du droit de recouvrement des coûts par l'autorité compétente visées à l'art. 12, § 1er, de l'ordonnance sont les suivantes :
L'autorité compétente recouvre les coûts qu'elle a supportés liés aux mesures prises sur la base de l'ordonnance, auprès de l'exploitant qui a causé le dommage ou la menace immédiate de dommage. Le cas échéant, l'autorité compétente poursuit l'exploitant devant la juridiction compétente, selon la procédure établie par le Code judiciaire.
L'autorité compétente recouvre les coûts qu'elle a supportés liés aux mesures prises sur la base de l'ordonnance, auprès de l'exploitant qui a causé le dommage ou la menace immédiate de dommage. Le cas échéant, l'autorité compétente poursuit l'exploitant devant la juridiction compétente, selon la procédure établie par le Code judiciaire.
Afdeling 4. - Invordering door de exploitant in het geval van toepassing van verweermiddelen
Section 4. - Recouvrement par l'exploitant en cas d'application des moyens de défense
Art.6. De modaliteiten bedoeld in art. 13, § 3 van de ordonnantie aan de hand waarvan de exploitant de gemaakte kosten kan invorderen, die hij niet hoeft te dragen volgens §§ 1 en 2 van hetzelfde artikel, luiden als volgt :
1. de exploitant richt per aangetekend schrijven een gemotiveerd verzoek om terugbetaling aan de bevoegde overheid, dat samengaat met elk verantwoordingsdocument dat hij nodig acht binnen een termijn van negentig dagen volgend op het einde van de tenuitvoerlegging van de maatregelen voor het voorkomen en/of herstellen onder straffe van onontvankelijkheid;
2. binnen twintig dagen volgend op de ontvangst van het verzoek, richt de bevoegde overheid, indien het verzoek om terugbetaling onvolledig is, aan de aanvrager en per aangetekend schrijven, een lijst van de ontbrekende verantwoordingsstukken en preciseert dat de procedure opnieuw begint vanaf de datum van hun ontvangst;
3. binnen twintig dagen van de ontvangst van het verzoek of van de opgeëiste verantwoordingsstukken, betekent de bevoegde overheid, indien het verzoek volledig is of behoorlijk werd aangevuld, de volledigheid ervan per aangetekend schrijven aan de aanvrager;
4. de exploitant wordt door de bevoegde overheid gehoord, zoals ook de autoriteit of derde die hij nuttig acht te horen;
5. de bevoegde overheid neemt een gemotiveerde beslissing; desgevallend wijst het op de redenen waarom hij van mening is dat de exploitant beantwoordt aan de voorwaarden van artikel 13 van de ordonnantie en waarom de maatregelen voor het voorkomen of het herstellen die door de exploitant worden uitgevoerd of in uitvoering zijn, geschikt zijn ten opzichte van de doeleinden van de ordonnantie;
6. de bevoegde overheid maakt zijn beslissing aan de exploitant bekend en, desgevallend aan de eveneens gehoorde personen, binnen negentig dagen vanaf de bekendmaking van de volledige aard van het verzoek bedoeld bij 3°; bij gebrek, kan de exploitant een aanmaning om uitspraak te doen sturen; indien de bevoegde overheid zijn beslissing over de terugbetalingsvraag niet betekent binnen dertig dagen na ontvangst van de aanmaning, wordt de vraag geacht verworpen te zijn;
7. de bekendmaking van de beslissing geeft de middelen voor beroep aan die gebruikt kunnen worden evenals de termijnen en de vormen waarin deze beroepen aangetekend moeten worden overeenkomstig artikel 8;
8. in het geval bedoeld in artikel 13, § 1, a) van de ordonnantie, dient de exploitant in de eerste plaats de kosten terug te vorderen ten laste van de derde die verantwoordelijk is voor de schade of voor de onmiddellijke dreiging van de schade. Desgevallend kan hij deze terugvorderings-procedure voor het overige instellen.
1. de exploitant richt per aangetekend schrijven een gemotiveerd verzoek om terugbetaling aan de bevoegde overheid, dat samengaat met elk verantwoordingsdocument dat hij nodig acht binnen een termijn van negentig dagen volgend op het einde van de tenuitvoerlegging van de maatregelen voor het voorkomen en/of herstellen onder straffe van onontvankelijkheid;
2. binnen twintig dagen volgend op de ontvangst van het verzoek, richt de bevoegde overheid, indien het verzoek om terugbetaling onvolledig is, aan de aanvrager en per aangetekend schrijven, een lijst van de ontbrekende verantwoordingsstukken en preciseert dat de procedure opnieuw begint vanaf de datum van hun ontvangst;
3. binnen twintig dagen van de ontvangst van het verzoek of van de opgeëiste verantwoordingsstukken, betekent de bevoegde overheid, indien het verzoek volledig is of behoorlijk werd aangevuld, de volledigheid ervan per aangetekend schrijven aan de aanvrager;
4. de exploitant wordt door de bevoegde overheid gehoord, zoals ook de autoriteit of derde die hij nuttig acht te horen;
5. de bevoegde overheid neemt een gemotiveerde beslissing; desgevallend wijst het op de redenen waarom hij van mening is dat de exploitant beantwoordt aan de voorwaarden van artikel 13 van de ordonnantie en waarom de maatregelen voor het voorkomen of het herstellen die door de exploitant worden uitgevoerd of in uitvoering zijn, geschikt zijn ten opzichte van de doeleinden van de ordonnantie;
6. de bevoegde overheid maakt zijn beslissing aan de exploitant bekend en, desgevallend aan de eveneens gehoorde personen, binnen negentig dagen vanaf de bekendmaking van de volledige aard van het verzoek bedoeld bij 3°; bij gebrek, kan de exploitant een aanmaning om uitspraak te doen sturen; indien de bevoegde overheid zijn beslissing over de terugbetalingsvraag niet betekent binnen dertig dagen na ontvangst van de aanmaning, wordt de vraag geacht verworpen te zijn;
7. de bekendmaking van de beslissing geeft de middelen voor beroep aan die gebruikt kunnen worden evenals de termijnen en de vormen waarin deze beroepen aangetekend moeten worden overeenkomstig artikel 8;
8. in het geval bedoeld in artikel 13, § 1, a) van de ordonnantie, dient de exploitant in de eerste plaats de kosten terug te vorderen ten laste van de derde die verantwoordelijk is voor de schade of voor de onmiddellijke dreiging van de schade. Desgevallend kan hij deze terugvorderings-procedure voor het overige instellen.
Art.6. Les modalités, visées à l'article 13, § 3, de l'ordonnance, selon lesquelles l'exploitant peut recouvrer les coûts qu'il a engagés mais qu'il n'est pas tenu de supporter en vertu des §§ 1er et 2 du même article, sont les suivantes :
1. l'exploitant adresse par envoi recommandé à l'autorité compétente une demande de remboursement motivée accompagnée de tout document justificatif qu'il estime utile, endéans un délai de nonante jours suivant la fin de la mise en oeuvre des mesures de prévention et/ou de réparation sous peine d'irrecevabilité;
2. dans les vingt jours de la réception de la demande, l'autorité compétente, si la demande de remboursement est incomplète, adresse au demandeur, par envoi recommandé à la poste, un relevé des documents justificatifs manquants et précise que la procédure recommence à dater de leur réception;
3. dans les vingt jours de la réception de la demande ou des documents justificatifs réclamés, l'autorité compétente, si la demande est complète ou si elle a été dûment complétée, notifie son caractère complet au demandeur par envoi recommandé à la poste;
4. l'exploitant est entendu par l'autorité compétente, ainsi que les autorités ou tiers qu'elle estime utile d'entendre;
5. l'autorité compétente prend une décision motivée; elle indique, le cas échéant, les raisons pour lesquelles elle considère que l'exploitant se trouve dans les conditions de l'article 13 de l'ordonnance et que les mesures de prévention ou de réparation mises en oeuvre par l'exploitant ou en cours d'exécution sont appropriées au regard des objectifs de l'ordonnance;
6. l'autorité compétente notifie sa décision à l'exploitant et, le cas échéant, aux personnes également entendues, dans les nonante jours à dater de la notification du caractère complet de la demande visée au 3°; à défaut, l'exploitant peut adresser une mise en demeure de statuer; si l'autorité compétente ne notifie pas sa décision sur la demande de remboursement dans les trente jours de la réception de la mise en demeure, la demande est réputée rejetée;
7. la notification de la décision indique les voies de recours dont elle peut faire l'objet ainsi que les délais et formes dans lesquels ces recours doivent être introduits conformément à l'article 8;
8. dans le cas visé à l'article 13, § 1er, a) de l'ordonnance, l'exploitant doit en premier lieu recouvrer les frais à charge du tiers responsable du dommage ou de la menace imminente de dommage. Le cas échéant il peut engager cette procédure de recouvrement pour le surplus.
1. l'exploitant adresse par envoi recommandé à l'autorité compétente une demande de remboursement motivée accompagnée de tout document justificatif qu'il estime utile, endéans un délai de nonante jours suivant la fin de la mise en oeuvre des mesures de prévention et/ou de réparation sous peine d'irrecevabilité;
2. dans les vingt jours de la réception de la demande, l'autorité compétente, si la demande de remboursement est incomplète, adresse au demandeur, par envoi recommandé à la poste, un relevé des documents justificatifs manquants et précise que la procédure recommence à dater de leur réception;
3. dans les vingt jours de la réception de la demande ou des documents justificatifs réclamés, l'autorité compétente, si la demande est complète ou si elle a été dûment complétée, notifie son caractère complet au demandeur par envoi recommandé à la poste;
4. l'exploitant est entendu par l'autorité compétente, ainsi que les autorités ou tiers qu'elle estime utile d'entendre;
5. l'autorité compétente prend une décision motivée; elle indique, le cas échéant, les raisons pour lesquelles elle considère que l'exploitant se trouve dans les conditions de l'article 13 de l'ordonnance et que les mesures de prévention ou de réparation mises en oeuvre par l'exploitant ou en cours d'exécution sont appropriées au regard des objectifs de l'ordonnance;
6. l'autorité compétente notifie sa décision à l'exploitant et, le cas échéant, aux personnes également entendues, dans les nonante jours à dater de la notification du caractère complet de la demande visée au 3°; à défaut, l'exploitant peut adresser une mise en demeure de statuer; si l'autorité compétente ne notifie pas sa décision sur la demande de remboursement dans les trente jours de la réception de la mise en demeure, la demande est réputée rejetée;
7. la notification de la décision indique les voies de recours dont elle peut faire l'objet ainsi que les délais et formes dans lesquels ces recours doivent être introduits conformément à l'article 8;
8. dans le cas visé à l'article 13, § 1er, a) de l'ordonnance, l'exploitant doit en premier lieu recouvrer les frais à charge du tiers responsable du dommage ou de la menace imminente de dommage. Le cas échéant il peut engager cette procédure de recouvrement pour le surplus.
Afdeling 5. - Procedure van het verzoek om actie en beroep
Section 5. - Procédure de la demande d'action et recours
Art.7. De regels in zake vorm en de modaliteiten met betrekking tot de invoering en het onderzoek van de verzoeken om actie die bij de bevoegde overheid worden ingediend op basis van art. 14 van de ordonnantie luiden als volgt :
1. overeenkomstig artikel 14, § 2 van de ordonnantie, gaat het verzoek om actie samen met relevante informatie en gegevens die op aannemelijke wijze het bestaan aangeven van een milieuschade of van een onmiddellijke dreiging van schade en de opmerkingen die hieruit voortvloeien;
2. de bevoegde overheid bevestigt de ontvangst van het verzoek om actie binnen tien werkdagen na de ontvangst;
3. indien een verzoek om actie te vaag of te algemeen geformuleerd is, verzoekt de bevoegde overheid de aanvrager zo spoedig mogelijk en uiterlijk vóór het verstrijken van de in punt 5, 1° voorziene termijn, om verduidelijking en biedt hiertoe op gepaste wijze steun;
4. de bevoegde overheid biedt aan de exploitant in kwestie de mogelijkheid zijn standpunt bekend te maken met betrekking tot het verzoek om actie en de opmerkingen die ermee samengaan;
5. de bevoegde overheid brengt de personen op de hoogte die hem opmerkingen hebben voorgelegd over zijn beslissing al dan niet te handelen en over de redenen hiervoor :
1° zo snel mogelijk en uiterlijk binnen de maand volgend op de ontvangst van het verzoek;
2° of binnen twee maanden volgend op de ontvangst van het verzoek, wanneer de omvang of de complexiteit van de aan het licht gebrachte situatie dusdanig is dat de termijn van een maand bedoeld in 1° niet nageleefd kan worden; in een dergelijk geval informeert de bevoegde overheid zo snel mogelijk en in ieder geval vóór het verstrijken van dezelfde termijn van een maand van elke verlenging van de termijn en van de redenen van de verlenging.
6. de bekendmaking van de gemotiveerde beslissing van de bevoegde overheid geeft de middelen van beroep aan evenals de modaliteiten voor het indienen van dit beroep, in overeenstemming met artikel 8 van dit besluit.
7. bij gebrek aan kennisgeving van een beslissing binnen de termijnen die in punt 5 voorzien zijn, wordt de bevoegde overheid geacht het verzoek om actie te weigeren.
1. overeenkomstig artikel 14, § 2 van de ordonnantie, gaat het verzoek om actie samen met relevante informatie en gegevens die op aannemelijke wijze het bestaan aangeven van een milieuschade of van een onmiddellijke dreiging van schade en de opmerkingen die hieruit voortvloeien;
2. de bevoegde overheid bevestigt de ontvangst van het verzoek om actie binnen tien werkdagen na de ontvangst;
3. indien een verzoek om actie te vaag of te algemeen geformuleerd is, verzoekt de bevoegde overheid de aanvrager zo spoedig mogelijk en uiterlijk vóór het verstrijken van de in punt 5, 1° voorziene termijn, om verduidelijking en biedt hiertoe op gepaste wijze steun;
4. de bevoegde overheid biedt aan de exploitant in kwestie de mogelijkheid zijn standpunt bekend te maken met betrekking tot het verzoek om actie en de opmerkingen die ermee samengaan;
5. de bevoegde overheid brengt de personen op de hoogte die hem opmerkingen hebben voorgelegd over zijn beslissing al dan niet te handelen en over de redenen hiervoor :
1° zo snel mogelijk en uiterlijk binnen de maand volgend op de ontvangst van het verzoek;
2° of binnen twee maanden volgend op de ontvangst van het verzoek, wanneer de omvang of de complexiteit van de aan het licht gebrachte situatie dusdanig is dat de termijn van een maand bedoeld in 1° niet nageleefd kan worden; in een dergelijk geval informeert de bevoegde overheid zo snel mogelijk en in ieder geval vóór het verstrijken van dezelfde termijn van een maand van elke verlenging van de termijn en van de redenen van de verlenging.
6. de bekendmaking van de gemotiveerde beslissing van de bevoegde overheid geeft de middelen van beroep aan evenals de modaliteiten voor het indienen van dit beroep, in overeenstemming met artikel 8 van dit besluit.
7. bij gebrek aan kennisgeving van een beslissing binnen de termijnen die in punt 5 voorzien zijn, wordt de bevoegde overheid geacht het verzoek om actie te weigeren.
Art.7. Les règles de forme et les modalités relatives à l'introduction et l'instruction des demandes d'action introduites auprès de l'autorité compétente sur base de l'article 14 de l'ordonnance, sont les suivantes :
1. conformément à l'article 14, § 2, de l'ordonnance, la demande d'action s'accompagne des informations et données pertinentes qui indiquent d'une manière plausible l'existence d'un dommage environnemental ou d'une menace imminente de dommage et les observations qui en découlent;
2. l'autorité compétente accuse réception de la demande d'action dans les dix jours ouvrables de sa réception;
3. si une demande d'action est formulée de manière trop vague ou trop générale, l'autorité compétente invite le demandeur dès que possible et, au plus tard, avant l'expiration du délai prévu au point 5, 1° à la préciser davantage et l'aide à cet effet de manière adéquate;
4. l'autorité compétente donne à l'exploitant concerné la possibilité de faire connaître ses vues concernant la demande d'action et les observations qui l'accompagnent;
5. l'autorité compétente notifie les personnes qui lui ont soumis des observations de sa décision d'agir ou non et des raisons qui motivent celles-ci :
1° dès que possible et, au plus tard, dans le mois qui suit la réception de la demande;
2° ou dans les deux mois qui suivent la réception de la demande, lorsque l'étendue ou la complexité de la situation dénoncée est telle que le délai d'un mois visé au 1° ne peut être respecté; en pareil cas, l'autorité compétente informe dès que possible et, en tout état de cause avant la fin du même délai d'un mois, de toute prolongation du délai et des motifs de cette prolongation.
6. la notification de la décision motivée de l'autorité compétente indique les voies de recours dont elle peut faire l'objet ainsi que les modalités d'introduction de ce recours, conformément à l'article 8 du présent arrêté.
7. à défaut de notification d'une décision dans les délais prévus au point 5, l'autorité compétente est réputée refuser d'agir.
1. conformément à l'article 14, § 2, de l'ordonnance, la demande d'action s'accompagne des informations et données pertinentes qui indiquent d'une manière plausible l'existence d'un dommage environnemental ou d'une menace imminente de dommage et les observations qui en découlent;
2. l'autorité compétente accuse réception de la demande d'action dans les dix jours ouvrables de sa réception;
3. si une demande d'action est formulée de manière trop vague ou trop générale, l'autorité compétente invite le demandeur dès que possible et, au plus tard, avant l'expiration du délai prévu au point 5, 1° à la préciser davantage et l'aide à cet effet de manière adéquate;
4. l'autorité compétente donne à l'exploitant concerné la possibilité de faire connaître ses vues concernant la demande d'action et les observations qui l'accompagnent;
5. l'autorité compétente notifie les personnes qui lui ont soumis des observations de sa décision d'agir ou non et des raisons qui motivent celles-ci :
1° dès que possible et, au plus tard, dans le mois qui suit la réception de la demande;
2° ou dans les deux mois qui suivent la réception de la demande, lorsque l'étendue ou la complexité de la situation dénoncée est telle que le délai d'un mois visé au 1° ne peut être respecté; en pareil cas, l'autorité compétente informe dès que possible et, en tout état de cause avant la fin du même délai d'un mois, de toute prolongation du délai et des motifs de cette prolongation.
6. la notification de la décision motivée de l'autorité compétente indique les voies de recours dont elle peut faire l'objet ainsi que les modalités d'introduction de ce recours, conformément à l'article 8 du présent arrêté.
7. à défaut de notification d'une décision dans les délais prévus au point 5, l'autorité compétente est réputée refuser d'agir.
Afdeling 6. - Beroepprocedure
Section 6. - Procédure de recours
Art.8. De exploitant of, bij gebrek, elke andere geadresseerde van de kennisgevingen betreffende een beslissing die de bevoegde overheid genomen heeft krachtens de artikelen 7, 8 of 9 van de ordonnantie of van de artikelen 4, 6 of 7 van het besluit, is belast met de affichering van een afschrift van de kennisgeving op het gebouw of op het terrein dat getroffen wordt door de milieuschade of door de dreiging van milieuschade die aan de oorsprong van de procedure ligt.
De affichering gebeurt op een plaats die zichtbaar is vanaf de openbare weg en moet gedurende 15 dagen in een perfecte staat van zichtbaarheid en leesbaarheid gehouden worden.
Het beroep bedoeld in art. 15, § 1 van de ordonnantie dat bij het Milieucollege tegen de beslissingen, handelingen of nalatigheden van de krachtens de ordonnantie bevoegde overheid aangetekend wordt, vindt plaats in overeenstemming met de hierna beschreven procedure.
1. Binnen 5 dagen na ontvangst van het beroep, zendt het Milieucollege een afschrift ervan aan de bevoegde overheid, alsook aan de exploitant wanneer deze niet de verzoeker is.
De bevoegde overheid stuurt het Milieucollege binnen 10 dagen na ontvangst van het afschrift van het beroep, een afschrift van het dossier.
De verzoeker, of zijn raadsman, alsook de bevoegde overheid, of haar gemachtigde, worden op hun verzoek door het Milieucollege gehoord. Wanneer een partij vraagt om gehoord te worden, worden ook de andere partijen opgeroepen.
2. De beslissing van het Milieucollege wordt aan de verzoeker en aan de bevoegde overheid betekend binnen 60 dagen na de datum van afgifte bij de post van de aangetekende zending die het beroep bevat. Ingeval de partijen gehoord worden, wordt de termijn met 15 dagen verlengd.
3. Als er binnen deze termijn geen kennisgeving van de beslissing verstuurd wordt, dan wordt de bestreden beslissing, ook al is zij stilzwijgend genomen, geacht bevestigd te zijn.
Beroepprocedure bij de Regering
De affichering gebeurt op een plaats die zichtbaar is vanaf de openbare weg en moet gedurende 15 dagen in een perfecte staat van zichtbaarheid en leesbaarheid gehouden worden.
Het beroep bedoeld in art. 15, § 1 van de ordonnantie dat bij het Milieucollege tegen de beslissingen, handelingen of nalatigheden van de krachtens de ordonnantie bevoegde overheid aangetekend wordt, vindt plaats in overeenstemming met de hierna beschreven procedure.
1. Binnen 5 dagen na ontvangst van het beroep, zendt het Milieucollege een afschrift ervan aan de bevoegde overheid, alsook aan de exploitant wanneer deze niet de verzoeker is.
De bevoegde overheid stuurt het Milieucollege binnen 10 dagen na ontvangst van het afschrift van het beroep, een afschrift van het dossier.
De verzoeker, of zijn raadsman, alsook de bevoegde overheid, of haar gemachtigde, worden op hun verzoek door het Milieucollege gehoord. Wanneer een partij vraagt om gehoord te worden, worden ook de andere partijen opgeroepen.
2. De beslissing van het Milieucollege wordt aan de verzoeker en aan de bevoegde overheid betekend binnen 60 dagen na de datum van afgifte bij de post van de aangetekende zending die het beroep bevat. Ingeval de partijen gehoord worden, wordt de termijn met 15 dagen verlengd.
3. Als er binnen deze termijn geen kennisgeving van de beslissing verstuurd wordt, dan wordt de bestreden beslissing, ook al is zij stilzwijgend genomen, geacht bevestigd te zijn.
Beroepprocedure bij de Regering
Art.8. L'exploitant ou, à défaut, tout autre personne destinataire des notifications relatives à une décision de l'autorité compétente prise au titre des articles 7, 8 ou 9 de l'ordonnance ou des articles 4, 6 ou 7 de l'arrêté est chargé d'afficher une copie de la notification sur l'immeuble ou le site concerné par le dommage environnemental ou la menace de dommage environnemental à l'origine de la procédure.
L'affichage est réalisé en un endroit visible depuis la voie publique et doit être maintenu en parfait état de visibilité et de lisibilité pendant une durée de 15 jours.
Le recours visé à l'art. 15, § 1er, de l'ordonnance ouvert auprès du Collège d'environnement contre les décisions, actes ou omissions de l'autorité compétente au titre de l'ordonnance, a lieu conformément à la procédure détaillée ci-après :
1. Dans les 5 jours à dater de la réception du recours, le Collège d'environnement adresse une copie de celui-ci à l'autorité compétente ainsi qu'à l'exploitant lorsque celui-ci n'est pas le requérant.
L'autorité compétente transmet au Collège d'environnement une copie du dossier dans les dix jours de la réception de la copie du recours
Le requérant ou son conseil, ainsi que l'autorité compétente ou son délégué sont, à leur demande, entendus par le Collège d'environnement. Lorsqu'une partie demande à être entendue, les autres parties sont invitées à comparaître.
2. La décision du Collège d'environnement est notifiée au requérant et à l'autorité compétente dans les 60 jours de la date de dépôt, à la poste, de l'envoi recommandé contenant le recours. Lorsque les parties sont entendues, le délai est prolongé de 15 jours.
3. A défaut de notification de la décision dans ce délai, la décision attaquée, fut-elle tacite, est réputée confirmée.
Procédure de recours auprès du Gouvernement
L'affichage est réalisé en un endroit visible depuis la voie publique et doit être maintenu en parfait état de visibilité et de lisibilité pendant une durée de 15 jours.
Le recours visé à l'art. 15, § 1er, de l'ordonnance ouvert auprès du Collège d'environnement contre les décisions, actes ou omissions de l'autorité compétente au titre de l'ordonnance, a lieu conformément à la procédure détaillée ci-après :
1. Dans les 5 jours à dater de la réception du recours, le Collège d'environnement adresse une copie de celui-ci à l'autorité compétente ainsi qu'à l'exploitant lorsque celui-ci n'est pas le requérant.
L'autorité compétente transmet au Collège d'environnement une copie du dossier dans les dix jours de la réception de la copie du recours
Le requérant ou son conseil, ainsi que l'autorité compétente ou son délégué sont, à leur demande, entendus par le Collège d'environnement. Lorsqu'une partie demande à être entendue, les autres parties sont invitées à comparaître.
2. La décision du Collège d'environnement est notifiée au requérant et à l'autorité compétente dans les 60 jours de la date de dépôt, à la poste, de l'envoi recommandé contenant le recours. Lorsque les parties sont entendues, le délai est prolongé de 15 jours.
3. A défaut de notification de la décision dans ce délai, la décision attaquée, fut-elle tacite, est réputée confirmée.
Procédure de recours auprès du Gouvernement
Art.9. Het beroep bedoeld in art. 15, § 2 van de ordonnantie dat bij de Regering tegen de beslissingen van het Milieucollege aangetekend wordt, vindt plaats in overeenstemming met de hierna beschreven procedure :
1. De Regering, of de persoon die zij hiertoe machtigt, hoort, op hun aanvraag, de verzoeker, of zijn raadsman, en het Milieucollege, of zijn gemachtigde. Wanneer een partij vraagt om gehoord te worden, worden ook de andere partijen betrokken bij het beroep opgeroepen.
2. De beslissing van de Regering wordt aan de partijen betekend binnen 60 dagen na de datum van afgifte bij de post van de aangetekende zending die het beroep bevat. Ingeval de partijen gehoord worden, wordt de termijn met 15 dagen verlengd.
3. Indien de beslissing niet ter kennis gebracht wordt binnen de in artikel 9, punt 2 voorgeschreven termijn, kan de aanvrager bij een ter post aangetekende brief de Regering een aanmaning sturen.
4. Indien de aanvrager geen beslissing ontvangen heeft bij het verstrijken van een nieuwe termijn van 30 dagen die ingaat op de dag waarop de aangetekende aanmaningsbrief ter post afgegeven is, dan is de beslissing waartegen beroep ingesteld wordt, ook al is zij stilzwijgend genomen, bevestigd.
Termijn en vorm van indiening van het beroep
1. De Regering, of de persoon die zij hiertoe machtigt, hoort, op hun aanvraag, de verzoeker, of zijn raadsman, en het Milieucollege, of zijn gemachtigde. Wanneer een partij vraagt om gehoord te worden, worden ook de andere partijen betrokken bij het beroep opgeroepen.
2. De beslissing van de Regering wordt aan de partijen betekend binnen 60 dagen na de datum van afgifte bij de post van de aangetekende zending die het beroep bevat. Ingeval de partijen gehoord worden, wordt de termijn met 15 dagen verlengd.
3. Indien de beslissing niet ter kennis gebracht wordt binnen de in artikel 9, punt 2 voorgeschreven termijn, kan de aanvrager bij een ter post aangetekende brief de Regering een aanmaning sturen.
4. Indien de aanvrager geen beslissing ontvangen heeft bij het verstrijken van een nieuwe termijn van 30 dagen die ingaat op de dag waarop de aangetekende aanmaningsbrief ter post afgegeven is, dan is de beslissing waartegen beroep ingesteld wordt, ook al is zij stilzwijgend genomen, bevestigd.
Termijn en vorm van indiening van het beroep
Art.9. Le recours visé à l'art. 15, § 2, de l'ordonnance ouvert auprès du Gouvernement contre les décisions ou omissions du Collège d'environnement, a lieu conformément à la procédure détaillée ci-après :
1. Le Gouvernement ou la personne qu'il délègue à cette fin entend, à leur demande, le requérant ou son conseil et le Collège d'environnement ou son délégué. Lorsqu'une partie demande à être entendue, les autres parties au recours sont invitées à comparaître.
2. La décision du Gouvernement est notifiée aux parties dans les 60 jours de la date du dépôt, à la poste, de l'envoi recommandé contenant le recours. Lorsque les parties sont entendues, le délai est prolongé de 15 jours.
3. A défaut de notification de la décision dans le délai prévu à l'article 9, point 2, le requérant peut, par lettre recommandée à la poste, adresser un rappel au Gouvernement.
4. Si, à l'expiration d'un nouveau délai de 30 jours, prenant cours à la date du dépôt, à la poste, de l'envoi recommandé contenant rappel, le demandeur n'a pas reçu de décision, la décision, qui fait l'objet du recours, fût-elle tacite, est confirmée.
Délai et forme d'introduction du recours
1. Le Gouvernement ou la personne qu'il délègue à cette fin entend, à leur demande, le requérant ou son conseil et le Collège d'environnement ou son délégué. Lorsqu'une partie demande à être entendue, les autres parties au recours sont invitées à comparaître.
2. La décision du Gouvernement est notifiée aux parties dans les 60 jours de la date du dépôt, à la poste, de l'envoi recommandé contenant le recours. Lorsque les parties sont entendues, le délai est prolongé de 15 jours.
3. A défaut de notification de la décision dans le délai prévu à l'article 9, point 2, le requérant peut, par lettre recommandée à la poste, adresser un rappel au Gouvernement.
4. Si, à l'expiration d'un nouveau délai de 30 jours, prenant cours à la date du dépôt, à la poste, de l'envoi recommandé contenant rappel, le demandeur n'a pas reçu de décision, la décision, qui fait l'objet du recours, fût-elle tacite, est confirmée.
Délai et forme d'introduction du recours
Art.10. Het beroep moet bij ter post aangetekend schrijven aan het Milieucollege gericht worden binnen 30 dagen :
1. na ontvangst van de kennisgeving van de beslissing of het verstrijken van de termijn om uitspraak te doen;
2. na de affichering van de beslissing.
Het beroep moet bij ter post aangetekend schrijven aan de Regering gericht worden, binnen 30 dagen na ontvangst van de kennisgeving van de beslissing van het Milieucollege of het verstrijken van de termijn om uitspraak te doen.
Effect van het beroep
1. na ontvangst van de kennisgeving van de beslissing of het verstrijken van de termijn om uitspraak te doen;
2. na de affichering van de beslissing.
Het beroep moet bij ter post aangetekend schrijven aan de Regering gericht worden, binnen 30 dagen na ontvangst van de kennisgeving van de beslissing van het Milieucollege of het verstrijken van de termijn om uitspraak te doen.
Effect van het beroep
Art.10. Le recours est adressé au Collège d'environnement par lettre recommandée à la poste, dans les 30 jours :
1. de la réception de la notification de la décision ou de l'expiration du délai pour statuer;
2. de l'affichage de la décision.
Le recours est adressé au Gouvernement, par lettre recommandée à la poste, dans les 30 jours de la réception de la notification de la décision du Collège d'environnement ou de l'expiration du délai pour statuer.
Effet du recours
1. de la réception de la notification de la décision ou de l'expiration du délai pour statuer;
2. de l'affichage de la décision.
Le recours est adressé au Gouvernement, par lettre recommandée à la poste, dans les 30 jours de la réception de la notification de la décision du Collège d'environnement ou de l'expiration du délai pour statuer.
Effet du recours
Art.11. § 1. Het beroep heeft geen schorsende kracht.
§ 2. Het beroep kan de bestreden beslissing slechts schorsen wanneer het door ernstig gevaar of onherstelbare schade behoorlijk gemotiveerd is volgens de volgende modaliteiten :
Binnen 5 werkdagen voor de indiening van zijn beroep tot schorsing, moet de verzoeker een afschrift hiervan versturen aan het Milieucollege of, in voorkomend geval, aan de Regering. Hij moet het bewijs van zijn zendingen bij het beroep voegen.
Alvorens zich uit te spreken over het schorsende karakter van het beroep, moet de voorzitter van het Milieucollege, of het lid van het Milieucollege dat hij hiertoe aangewezen heeft, of, in voorkomend geval, de Regering, of de persoon die zij hiertoe aangewezen heeft, de partijen horen. De verzoeker, de bevoegde overheid en de exploitant, indien hij niet de verzoeker is, moeten aanwezig zijn of vertegenwoordigd zijn tijdens dit verhoor. Indien de verzoeker niet aanwezig is en vertegenwoordigd is, wordt de schorsing verworpen. De andere partijen die niet aanwezig zijn en niet vertegenwoordigd zijn, worden geacht in te stemmen met de schorsing, indien hiertoe opdracht gegeven wordt.
§ 2. Het beroep kan de bestreden beslissing slechts schorsen wanneer het door ernstig gevaar of onherstelbare schade behoorlijk gemotiveerd is volgens de volgende modaliteiten :
Binnen 5 werkdagen voor de indiening van zijn beroep tot schorsing, moet de verzoeker een afschrift hiervan versturen aan het Milieucollege of, in voorkomend geval, aan de Regering. Hij moet het bewijs van zijn zendingen bij het beroep voegen.
Alvorens zich uit te spreken over het schorsende karakter van het beroep, moet de voorzitter van het Milieucollege, of het lid van het Milieucollege dat hij hiertoe aangewezen heeft, of, in voorkomend geval, de Regering, of de persoon die zij hiertoe aangewezen heeft, de partijen horen. De verzoeker, de bevoegde overheid en de exploitant, indien hij niet de verzoeker is, moeten aanwezig zijn of vertegenwoordigd zijn tijdens dit verhoor. Indien de verzoeker niet aanwezig is en vertegenwoordigd is, wordt de schorsing verworpen. De andere partijen die niet aanwezig zijn en niet vertegenwoordigd zijn, worden geacht in te stemmen met de schorsing, indien hiertoe opdracht gegeven wordt.
Art.11. § 1er. Le recours n'est pas suspensif.
§ 2. Le recours ne peut suspendre la décision attaquée que lorsqu'il est dûment motivé par un péril grave ou un dommage irréparable selon les modalités suivantes :
Dans les 5 jours ouvrables précédant l'introduction de son recours suspensif, le requérant doit expédier une copie de celui-ci au Collège d'environnement ou, le cas échéant, au Gouvernement. Il doit joindre la preuve de ses envois à son recours.
Avant de statuer sur le caractère suspensif du recours, le président du Collège d'environnement ou le membre du Collège d'environnement qu'il désigne à cette fin ou, le cas échéant, le Gouvernement ou la personne qu'il désigne à cette fin, doit entendre les parties. Le requérant, l'autorité compétente et l'exploitant lorsque celui-ci n'est pas requérant, doivent être présents ou représentés lors de cette audition. Si le requérant n'est ni présent, ni représenté, la suspension est rejetée. Les autres parties qui ne sont ni présentes, ni représentées sont censées acquiescer à la suspension si elle est ordonnée.
§ 2. Le recours ne peut suspendre la décision attaquée que lorsqu'il est dûment motivé par un péril grave ou un dommage irréparable selon les modalités suivantes :
Dans les 5 jours ouvrables précédant l'introduction de son recours suspensif, le requérant doit expédier une copie de celui-ci au Collège d'environnement ou, le cas échéant, au Gouvernement. Il doit joindre la preuve de ses envois à son recours.
Avant de statuer sur le caractère suspensif du recours, le président du Collège d'environnement ou le membre du Collège d'environnement qu'il désigne à cette fin ou, le cas échéant, le Gouvernement ou la personne qu'il désigne à cette fin, doit entendre les parties. Le requérant, l'autorité compétente et l'exploitant lorsque celui-ci n'est pas requérant, doivent être présents ou représentés lors de cette audition. Si le requérant n'est ni présent, ni représenté, la suspension est rejetée. Les autres parties qui ne sont ni présentes, ni représentées sont censées acquiescer à la suspension si elle est ordonnée.
Afdeling 7. - Inwerkingtreding en slotbepalingen
Section 7. - Entrée en vigueur et dispositions finales
Art.12. Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Slotbepalingen
Slotbepalingen
Art.12. Le présent arrêté entre vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Disposition finale
Disposition finale
Art. 13. De Minister van Leefmilieu wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 13. La Ministre de l'Environnement est chargée de l'exécution du présent arrêté.