Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
12 FEBRUARI 2009. - [Besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2009 tot bepaling van de sectorale voorwaarden betreffende de installaties voor de winning van tot grondwater verwerkbaar grondwater of voor menselijke consumptie bestemd en betreffende de installaties voor de winning van grondwater dat niet tot drinkwater verwerkbaar of niet voor menselijke consumptie bestemd is en tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 betreffende de procedure en diverse maatregelen voor de uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning.]<BWG2015-07-16/09, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 13-08-2015>(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 25-03-2009 en tekstbijwerking tot 13-09-2023)
Titre
12 FEVRIER 2009. - [Arrêté du Gouvernement wallon du 12 février 2009 déterminant les conditions sectorielles relatives aux installations pour la prise d'eau souterraine potabilisable ou destinée à la consommation humaine et aux installations pour la prise d'eau souterraine non potabilisable et non destinée à la consommation humaine et modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 relatif à la procédure et à diverses mesures d'exécution du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement.]<ARW2015-07-16/09, art. 3, 002; En vigueur : 13-08-2015>(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 25-03-2009 et mise à jour au 13-09-2023)
Documentinformatie
Numac: 2009027058
Datum: 2009-02-12
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2009027058
Date: 2009-02-12
Moniteur: Voir
Tekst (47)
Texte (47)
TITEL I. - Algemene bepalingen
TITRE Ier. - Dispositions générales
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied en begripsomschrijving
CHAPITRE Ier. - Champ d'application et définitions
Artikel 1. [1 Deze sectorale voorwaarden zijn van toepassing op de installaties voor de winning van tot grondwater verwerkbaar grondwater of voor menselijke consumptie bestemd bedoeld in de rubrieken 41.00.02.02 en 41.00.02.03 van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten en betreffende de installaties voor de winning van grondwater dat niet tot drinkwater verwerkbaar of niet voor menselijke consumptie bestemd is bedoeld in rubrieken 41.00.03.02 en 41.00.03.03 van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties.]1
Article 1er. [1 Les présentes conditions sectorielles s'appliquent aux installations pour la prise d'eau souterraine potabilisable ou destinée à la consommation humaine visées aux rubriques 41.00.02.02 et 41.00.02.03 de l'annexe Ire de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à étude d'incidences et des installations et activités classées et aux installations pour la prise d'eau souterraine non potabilisable et non destinée à la consommation humaine visées aux rubriques 41.00.03.02 et 41.00.03.03 de l'annexe Ire de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à étude d'incidences et des installations et activités classées.]1
Art. 2. Voor de toepassing van deze voorschriften wordt verstaan onder :
waterwinning : de operatie waarbij grondwater wordt getapt;
waterwingebied : het gebied zoals omschreven in de artikelen D.2, 93° en [1 R.146 of R.150]1 van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt;
waterwininstallatie : alle putten, winningen, draineringen en, doorgaans, alle werken en installaties bestemd om een waterwinning tot stand te brengen, met inbegrip van de winningen van bronnen aan het welpunt ervan;
oppervlakte-installatie : het gedeelte van waterwinwerk dat aan de oppervlakte ligt, alsook het gebouw waardoor het beschermd wordt, met inbegrip van de verluchtingssystemen en de mangaten;
Administratie : het Departement Leefmilieu en Water van het Operationele Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst;
grondwater : al het water onder de grondoppervlakte, in de saturatiezone, in rechtstreeks contact met de grond of de ondergrond. Het bronwater aan het welpunt is grondwater;
water dat tot drinkwater verwerkbaar is : alle grondwater of oppervlaktewater dat natuurlijkerwijze of na een geschikte fysisch-chemische of microbiologische behandeling voor distributie bestemd is om zonder gevaar voor de gezondheid verbruikt te worden;
[2 water bestemd voor menselijke consumptie: water dat ofwel in deze staat ofwel na behandeling bestemd is om te drinken, te koken, het bereiden van voeding of andere huishoudelijke gebruiksvormen op zowel publieke als private plaatsen, van welke oorsprong ook, ongeacht of het verstrekt wordt door een distributienet via leidingen of uit een private waterwinning, een collectieve tank, een tankwagen of -schip, evenals het water verstrekt aan levensmiddelenbedrijven vanuit een distributienet voor iedere manipulatie of iedere behandeling in deze bedrijven]2;
proefbemaling : bemaling die niet langer dan twaalf maanden duurt teneinde de kenmerken van bedoelde grondwaterspiegel te bepalen;
10° tijdelijke bemaling : bemaling gedurende civieltechnische of private werken;
11° bestaande inrichting : inrichting die behoorlijk is vergund vóór de inwerkingtreding van dit besluit. De inrichting waarvoor de vergunningsaanvraag vóór de inwerkingtreding van dit besluit is ingediend, wordt met een bestaande inrichting gelijkgesteld. De ombouw of uitbreiding van een inrichting die de uitbater vóór de inwerkingtreding van dit besluit vermeld heeft in het register bedoeld in artikel 10, § 2, van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning wordt met een bestaande inrichting gelijkgesteld.
Art. 2. Pour l'application des présentes prescriptions, on entend par :
prise d'eau : l'opération de prélèvement d'eau souterraine;
zone de prise d'eau : la zone telle que définie aux articles D.2, 93° et [1 R.146 ou R.150]1 du Livre II du Code de l'Environnement, contenant le Code de l'Eau;
ouvrage de prise d'eau : tous les puits, les captages, les drainages et, en général, tous les ouvrages et les installations ayant pour objectif ou pour effet d'opérer une prise d'eau, y compris les captages de sources à l'émergence;
installation de surface : la partie de l'ouvrage de prise d'eau située en surface ainsi que le bâtiment le protégeant, y compris les systèmes d'aération et les regards de contrôle;
Administration : le Département de l'Environnement et de l'Eau de la Direction générale opérationnelle Agriculture, Ressources naturelles et Environnement du Service public de Wallonie;
eau souterraine : toute eau qui se trouve sous la surface du sol, dans la zone de saturation, en contact direct avec le sol ou le sous-sol. L'eau de source à l'émergence est une eau souterraine;
eau potabilisable : toute eau souterraine ou de surface qui naturellement ou après un traitement approprié physico-chimique ou micro-biologique est destinée à être distribuée pour être bue sans danger pour la santé;
[2 eau destinée à la consommation humaine : l'eau, soit en l'état, soit après traitement, destinée à la boisson, à la cuisson, à la préparation d'aliments, ou à d'autres usages domestiques dans des lieux publics comme dans des lieux privés, quelle que soit son origine, et qu'elle soit fournie par un réseau de distribution par canalisations ou à partir d'une prise d'eau privée, d'une citerne collective, d'un camion-citerne ou d'un bateau-citerne, ainsi que l'eau fournie aux établissements alimentaires à partir d'un réseau de distribution avant toute manipulation ou tout traitement dans ces établissements]2;
pompage d'essai : le pompage n'excédant pas une durée de douze mois réalisé en vue de déterminer les caractéristiques de la nappe aquifère sollicitée;
10° pompage temporaire : le pompage réalisé à l'occasion de travaux de génie civil publics ou privés;
11° établissement existant : l'établissement exploité avant l'entrée en vigueur du présent arrêté. Un établissement pour lequel une demande de permis a été introduite avant l'entrée en vigueur du présent arrêté est assimilé à un établissement existant. La transformation ou l'extension d'un établissement que l'exploitant a, avant l'entrée en vigueur du présent arrêté, consignée dans le registre prévu par l'article 10, § 2, du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement est assimilée à un établissement existant.
HOOFDSTUK II. - Vestiging en bouw
CHAPITRE II. - Implantation et construction
Art. 3. Het waterwingebied wordt ingericht zodat het afvloeiend water dat van dat gebied afkomstig is kan wegvloeien en zodat alle soorten water die van buiten het gebied afkomstig zijn er niet kunen binnendringen of zich niet aan de rand ervan kunnen opstapelen.
De onbebouwde gedeelten van het waterwingebied worden ingericht zodat elke waterbesmetting voorkomen wordt.
Art. 3. La zone de prise d'eau est aménagée de manière à ce que les eaux de ruissellement provenant de la zone elle-même puissent s'en échapper et que les eaux de toute nature provenant de l'extérieur de la zone ne puissent y pénétrer ni s'accumuler à sa périphérie.
Les parties non bâties de la zone de prise d'eau sont aménagées de manière à empêcher toute contamination des eaux.
Art. 4. De waterwininstallatie, de eventuele piëzometers, alsook elk bijkomend werk dat nodig is voor de exploitatie en dat gevaar voor vervuiling inhoudt, worden verwezenlijkt en ingericht zodat elke besmetting van de grondwaterlaag en van het getapte water voorkomen wordt. De kenmerken van de gebruikte materialen garanderen de duurzame kwaliteit van de werken en van de grondwateren.
Wanneer de installaties bedoeld in het eerste lid gevestigd zijn in een gebied waar gevaar voor overstroming bestaat, worden ze geplaatst in een waterdicht lokaal dat uitgerust is met een systeem dat de afvoer van eventueel insijpelend water garandeert. Zoniet wordt het bovenste gedeelte van die installaties waterdicht gemaakt en steekt het voldoende boven het grondniveau uit.
Art. 4. L'ouvrage de prise d'eau, les piézomètres éventuels, ainsi que tout ouvrage annexe nécessaire à l'exploitation et constituant un risque d'introduction de pollution, sont réalisés et aménagés de manière à éviter toute contamination de la nappe d'eau souterraine et de l'eau prélevée. Les caractéristiques des matériaux utilisés garantissent de façon durable la qualité des ouvrages et des eaux souterraines.
Lorsque les ouvrages visés à l'alinéa 1er sont situés dans une zone d'aléa d'inondation, ceux-ci sont placés dans un local étanche muni d'un système garantissant l'évacuation des eaux d'infiltration éventuelles. A défaut, la tête de ces ouvrages est rendue étanche et dépasse le niveau du sol d'une hauteur suffisante.
Art. 5. Wanneer de waterwininstallatie een put is, wordt elke persoon zonder machtiging van de exploitant de toegang ertoe ontzegd d.m.v. een waterdichte voorziening bestaande uit een deksel of een deur en voorzien van een systeem waarmee ze met een sleutel op slot gedaan kan worden.
De waterwininstallatie is uitgerust met een peilmerk dat als zodanig geïdentificeerd wordt en dat onverwijderbaar, onveranderlijk en goed zichtbaar is.
Art. 5. Lorsque l'ouvrage de prise d'eau consiste en un puits, son accès est défendu à toute personne non autorisée par l'exploitant au moyen d'un dispositif étanche comportant un couvercle ou une porte et muni d'un système de fermeture à clef.
L'ouvrage de prise d'eau est équipé d'un repère altimétrique identifié comme tel, inamovible, inaltérable, bien visible.
Art. 6. De waterwininstallatie is uitgerust met een watermeter, voorzien van een conformiteitsattest en een ijkingscertificaat, van één van de volgende types :
dynamische turbinemeter;
volumemeter met draaizuiger;
elektromagnetische meter uitgerust met een debietmeter-integrator.
De bijzondere voorwaarden kunnen voorzien in de plaatsing van een ander type meter of van een systeem voor het meten van het watervolume wanneer de installatie of het gebruik van één van de drie meters bedoeld in het vorige lid technisch onmogelijk is.
Art. 6. L'ouvrage de prise d'eau est équipé d'un compteur d'eau, accompagné d'une attestation de conformité et d'un certificat d'étalonnage, d'un des types suivants :
compteur dynamique à turbine;
compteur volumétrique à piston rotatif;
compteur électromagnétique équipé d'un mesureur intégrateur de débit.
Les conditions particulières peuvent prévoir le placement d'un autre type de compteur ou d'un système du comptage du volume d'eau en cas d'impossibilité technique d'installer ou d'utiliser un des trois compteurs visés à l'alinéa précédent.
Art. 7. Wanneer de waterwininstallatie uit een put bestaat, is ze uitgerust met :
met een voorziening waarmee representatieve monsters van het brutowater genomen kunnen worden;
met een voorziening om het waterpeil te meten.
Art. 7. Lorsque l'ouvrage de prise d'eau consiste en un puits, il est équipé :
d'un dispositif permettant la prise d'échantillons représentatifs de l'eau brute;
d'un dispositif de mesure du niveau d'eau.
HOOFDSTUK III. - Exploitatie
CHAPITRE III. - Exploitation
Art. 8. De bijzondere voorwaarden kunnen bijkomende beschermingsmaatregelen opleggen in het waterwingebied wanneer de toepassing van artikel R. 157 van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, een inperking van het gebied t.o.v. de in artikel R. 154 van hetzelfde Wetboek voorgeschreven afbakening tot gevolg heeft.
Art. 8. Les conditions particulières peuvent imposer des mesures de protection supplémentaires dans la zone de prise d'eau dans le cas où l'application de l'article R. 157 du Livre II du Code de l'Environnement, contenant le Code de l'Eau conduit à une réduction de la zone par rapport à la délimitation prescrite à l'article R. 154 du même Code.
Art. 9. Elke andere activiteit en installatie dan die welke nodig zijn voor het gebruik van de waterwinning zijn verboden in het waterwingebied.
Art. 9. Sont interdites dans la zone de prise d'eau, toute activité et installation autres que celles nécessaires à l'usage de la prise d'eau.
Art. 10. De exploitant zorgt ervoor dat de wateren beschermd worden tegen elke dreiging afkomstig van het waterwingebied, zelfs uit hoofde van derden.
Art. 10. L'exploitant assure la protection des eaux contre toute atteinte en provenance de la zone de prise d'eau, même du fait des tiers.
Art. 11. De exploitant plaatst daar waar in het waterwingebied binnengedrongen kan worden een omheining om de toegang te ontzeggen voor zover het waterwingebied niet getapte is in een ruimere omheining die tegen indringers afgeschermd is.
Art. 11. L'exploitant place là où il est possible de pénétrer dans la zone de prise d'eau une enceinte visant à en interdire l'accès pour autant que la zone de prise d'eau ne soit pas incluse dans une enceinte plus large protégée contre les intrusions.
Art. 12. Een paneel naar het model in bijlage I wordt geplaatst zodat het zichtbaar is vanaf alle plekken die toegang tot het waterwingebied verlenen.
Art. 12. Un panneau conforme au modèle visé à l'annexe Ire est apposé de manière à être visible depuis tous les accès à la zone de prise d'eau.
Art. 13. De bijzondere voorwaarden kunnen maatregelen opleggen om zeker te zijn dat de in een grondwaterspiegel getapte totale waterhoeveelheid het gemiddelde jaarvolume van de natuurlijke bevoorrading van die grondwaterspiegel niet overschrijdt.
De bijzondere voorwaarden kunnen maatregelen opleggen om zeker te zijn dat de in een grondwaterspiegel getapte totale waterhoeveelheid niet groter is dan een volume dat elk ogenblik de waterstandebiet garandeert van de waterlopen die door die grondwaterspiegel bevoorrad worden.
Art. 13. Les conditions particulières peuvent imposer des mesures permettant de s'assurer que la quantité totale d'eau prélevée dans une nappe aquifère ne dépasse pas le volume annuel moyen de l'alimentation naturelle de ladite nappe.
Les conditions particulières peuvent imposer des mesures permettant de s'assurer que la quantité totale d'eau prélevée dans une nappe aquifère ne dépasse pas un volume garantissant à tout moment le débit d'étiage des cours d'eau alimentés par ladite nappe.
Art. 14. Wanneer de put waarvan de exploitatie definitief opgegeven wordt niet ter beschikking van het Waalse Gewest gesteld wordt om voor piëzometrische en/of kwalitatieve controles te dienen, wordt hij opgevuld voor rekening van de exploitant opgevuld volgens de voorschriften bedoeld in bijlage II.
Art. 14. Lorsque le puits dont l'exploitation est définitivement abandonnée n'est pas mis à la disposition de la Région wallonne pour servir à des contrôles piézométriques et/ou qualitatifs, il est remblayé aux frais de l'exploitant selon les prescriptions visées à l'annexe II.
HOOFDSTUK IV. - Exploitatie van proefbemalingen en van tijdelijke bemalingen
CHAPITRE IV. - Exploitation de pompages d'essai et de pompages temporaires
Art. 15. De hoofdstukken II en III, met uitzondering van de artikelen 4, eerste lid, en 13, tweede lid, zijn niet van toepassing op proefbemalingen en tijdelijke bemalingen.
Art. 15. Les chapitres II et III, à l'exception des articles 4, alinéa 1er, et 13, alinéa 2, ne s'appliquent pas aux pompages d'essai et aux pompages temporaires.
Art. 16. De tijdelijke en bijzondere beschermingsmaatregelen die genomen moeten worden om watervervuiling te voorkomen, liggen vast in de bijzondere voorwaarden.
Art. 16. Les conditions particulières indiquent les mesures de protection temporaires et particulières à prendre afin d'éviter toute pollution des eaux.
Art. 17. Het getapte water wordt via waterdichte leidingen op voldoende afstand afgevoerd teneinde stagnatie of insijpeling te voorkomen.
Art. 17. L'eau prélevée est évacuée au moyen de conduites étanches à une distance suffisante de manière à éviter toute stagnation ou infiltration.
Art. 18. De putten verwezenlijkt met het oog op proefbemalingen zijn uitgerust zodat de diepte van het werk en van het waterpeil van de grondwaterspiegel makkelijk en nauwkeurig gemeten kunnen worden.
Art. 18. Les puits réalisés en vue de pompages d'essai sont équipés de manière à permettre la mesure facile et correcte de la profondeur de l'ouvrage et du niveau d'eau de la nappe aquifère.
Art. 19. De exploitant neemt de nodige maatregelen om te voorkomen dat het grondwater aangetast wordt. Hij moet o.a. het grondwater afschermen tegen elke aantasting afkomstig van het tijdelijke afschermingsgebied, zelfs uit hoofde van derden.
Art. 19. L'exploitant prend les mesures nécessaires pour éviter d'altérer l'eau souterraine. Il est notamment tenu d'assurer la protection de celle-ci contre toute atteinte en provenance de l'aire de protection temporaire, même du fait des tiers.
Art. 20. De exploitant van een tijdelijke bemaling stuurt de agenda van de werkzaamheden minstens vijftien dagen voordat ze aangevat worden aan de Administratie. Elke wijziging in de agenda wordt onmiddellijk aan de Administratie meegedeeld.
De opgravingen worden zoveel mogelijk van de grondwaterspiegel geïsoleerd. De bemaling wordt zoveel mogelijk in tijd en volume beperkt.
De exploitant houdt een werfregister waarin hij de nuttige gegevens i.v.m. waterkomst inschrijft. Het vermogen van de pompen en de werkingsduur ervan worden er dagelijks in opgenomen.
De afgeleide watervolumes worden in de boeken opgenomen na vermenigvuldiging van het uurdebiet van de pompen met het aantal werkingsuren, waarbij elk aangesneden uur als een vol uur beschouwd wordt.
(Le cas échéant, les eaux de ruissellement provenant de l'extérieur de l'aire de protection temporaire sont déviées par des dispositifs appropriés.)
Om elke betwisting met de aanwonenden te voorkomen in geval van eventuele schade aan de gebouwen, maakt de exploitant een voorafgaande plaatsbeschrijving vooraleer de werkzaamheden aangevat worden en een stand van herstel nadat ze voltooid zijn.
Art. 20. L'exploitant d'un pompage temporaire envoie à l'Administration l'agenda des travaux au moins quinze jours avant le début des travaux. Toute modification de l'agenda est immédiatement signalée à l'Administration.
Les fouilles sont isolées autant que possible de la nappe phréatique. L'exhaure est réduite au maximum en temps et en volume.
L'exploitant tient un journal de chantier dans lequel il consigne les informations utiles quant aux venues d'eau. La capacité des pompes et leur durée de fonctionnement y sont consignées quotidiennement.
Les volumes d'eau captés sont comptabilisés en multipliant le débit horaire des pompes par le nombre d'heures de fonctionnement, toute heure entamée étant considérée comme une heure entière.
Le cas échéant, les eaux de ruissellement provenant de l'extérieur de l'aire de protection temporaire sont déviées par des dispositifs appropriés.
Afin d'éviter toute contestation avec les riverains en cas de dégâts éventuels aux immeubles, l'exploitant établit un état des lieux préliminaire avant le début des travaux et un état de recollement après travaux.
Art. 21. De exploitant stuurt binnen drie maanden na afloop van de proefbemalingen of van de tijdelijke bemalingen een conclusierapport aan de Administratie. Dat rapport bevat op zijn minst de volgende gegevens :
de bemalingsperiodes :
de debieten opgenomen in de loop van elke periode;
het waterpeil gemeten vóór de bemaling, alsook de situatie van het meetteken;
het minimaal waterpeil gemeten in de loop van elke periode.
Art. 21. L'exploitant envoie à l'Administration un rapport de conclusions dans les trois mois qui suivent le terme des pompages d'essai ou des pompages temporaires. Ce rapport contient au minimum les informations suivantes :
les périodes de pompages;
les débits prélevés pendant chaque période;
le niveau de l'eau mesuré avant pompage ainsi que la situation du repère de mesure;
le niveau minimum de l'eau mesuré pendant chaque période.
Art. 22. De modaliteiten voor de opslag van de vloeibare producten die het grondwater kan besmetten, liggen vast in de bijzondere voorwaarden.
Art. 22. Les conditions particulières précisent les modalités de stockage des produits liquides susceptibles de contaminer les eaux souterraines.
HOOFDSTUK V. - Ongevallenpreventie
CHAPITRE V. - Prévention des accidents
Art. 23. Elke vervuiling die door de exploitant wordt vastgesteld of waarvan hij kennis krijgt, die het waterwinwerk aantast of dreigt aan te tasten, of elke noemenswaardige en plotse verandering van de kwaliteit van het getapte water wordt onmiddellijk aan de Administratie meegedeeld.
Art. 23. Toute pollution constatée par l'exploitant ou portée à sa connaissance, atteignant ou risquant d'atteindre l'ouvrage de prise d'eau, ou toute altération significative et brutale de la qualité de l'eau prélevée est immédiatement signalée à l'Administration.
HOOFDSTUK VI. - Controle en toezicht
CHAPITRE VI. - Contrôle et surveillance
Art. 24. Het conformiteitsattest en het ijkingscertificaat van de overeenkomstig de bepalingen van artikel 6, eerste lid, geplaatste watermeter worden door de exploitant ter inzage gelegd van de toezichthoudend ambtenaar.
Art. 24. L'exploitant tient à la disposition du fonctionnaire chargé de la surveillance l'attestation de conformité et d'étalonnage du compteur d'eau installé conformément aux dispositions de l'article 6, alinéa 1er.
Art. 25. De exploitant van de waterwinning moet het in de loop van het vorige jaar getapte watervolume jaarlijks uiterlijk 31 maart bij de Administratie aangeven.
De Administratie stuurt hem vooraf een in te vullen formulier.
Art. 25. L'exploitant de la prise d'eau est tenu de déclarer annuellement et au plus tard pour le 31 mars le volume d'eau prélevé au cours de l'année précédente à l'Administration.
Un formulaire à compléter lui est préalablement envoyé par l'Administration.
Art. 26. De exploitant meet één keer per maand het waterpeil in de put en/of in de piëzometers op. Het resultaat van die opmetingen en die van de opmetingen i.v.m. de telling van de volumes worden onmiddellijk opgenomen in een register ad hoc, dat elk ogenblik op de plaats van de exploitatie (of, indien niet mogelijk, op de door de exploitant vermelde plaats) door de toezichthoudend ambtenaar en de Administratie ingekeken kan worden.
Art. 26. L'exploitant relève le niveau de l'eau dans le puits et/ou dans les piézomètres une fois par mois. Le résultat de ces relevés et celui des relevés de comptage des volumes sont immédiatement consignés dans un registre ad hoc, accessible au fonctionnaire chargé de la surveillance et à l'Administration à tout moment pour consultation sur les lieux de l'exploitation (ou, en cas d'impossibilité, à l'endroit indiqué par l'exploitant).
Art. 27. De Administratie controleert de goede staat van de meetvoorzieningen bedoeld in de artikelen 6 en 7. Ze wordt op de hoogte gehouden van elke wijziging of vervanging van die voorzieningen.
Art. 27. L'Administration contrôle le bon état des dispositifs de mesure visés aux articles 6 et 7. Elle est informée de toute modification ou remplacement de ces dispositifs.
Art. 28. De bijzondere voorwaarden kunnen de voorschriften betreffende de kwantitatieve en kwalitatieve controle opleggen, met name overeenkomstig de artikelen D.180 tot [1 Art. D.193bis]1, R. 43bis tot R. 43bis -5 en R. 226 en de bijlagen IV.II en XI bij Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt.
De bijzondere voorwaarden kunnen ook het toegelaten maximale uur-, dag- en jaardebiet opleggen.
Art. 28. Les conditions particulières peuvent imposer les prescriptions relatives au contrôle quantitatif et qualitatif, notamment conformément aux articles D.180 à [1 D.193bis]1, R. 43bis à R. 43bis -5 et R.226 et aux annexes IV.II et XI du Livre II du Code de l'Environnement, contenant le Code de l'Eau.
Les conditions particulières peuvent également imposer les débits horaires, journalier et annuel maximum autorisés.
Art. 29. De artikelen 26, 27 en 28 zijn niet van toepassing op de proefbemalingen en de tijdelijke bemalingen.
Art. 29. Les articles 26, 27 et 28 ne s'appliquent pas aux pompages d'essai et aux pompages temporaires.
Art.29bis. [1 De uitbater van een privé-waterwinning of een collectieve watertank bestemd voor menselijke consumptie waarbij consumenten via leidingen bevoorraad worden zonder de inzet van een openbaar distributienet, die minder dan tien m3 water gemiddeld per dag leveren of minder dan vijftig personen bedienen in de uitoefening van een handels- toeristische of openbare activiteit, wordt onderworpen aan de verplichtingen als bedoeld in artikel D.182, § 4, van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek bevat.]1
Art.29bis. [1 L'exploitant d'une prise d'eau privée ou d'une citerne collective d'eau destinée à la consommation humaine permettant d'alimenter par des canalisations des consommateurs sans passer par un réseau public de distribution d'eau, fournissant moins de dix m3 d'eau par jour en moyenne ou desservant moins de cinquante personnes, dans l'exercice d'une activité commerciale, touristique ou publique, est soumis aux obligations visées à l'article D.182, § 4, du Livre II du Code de l'Environnement contenant le Code de l'Eau.]1
TITEL II. - Wijzigingsbepalingen
TITRE II. - Dispositions modificatives
Art. 30. In artikel 19 van het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 betreffende de procedure en diverse maatregelen voor de uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning wordt tussen het tweede en het derde lid het volgende lid ingevoegd :
" De beslissing waarbij de milieuvergunning voor een waterwinning toegekend wordt, vermeldt :
de waterwinvoorzieningen;
de modaliteiten voor de verwezenlijking en de uitrusting van het werk;
het gebruik van het getapte water;
het maximale watervolume dat per dag en per jaar getapt mag worden;
de frequentie van de opmetingen inzake het tellen van de volumes en bij de controle van de kwaliteit van het getapte water.
In voorkomend geval vermeldt ze ook :
de afzondering van de verschillende grondwaterspiegels;
de bescherming van de grondwaterwinningen in de buurt;
de veiligheid van de personen en de goederen;
de plaatsbepaling van de piëzometers die bestemd zijn voor de meting van de hydrogeologische parameters i.v.m. de geëxploiteerde grondwaterspiegel en het nemen van desbetreffende monsters;
de modaliteiten voor de verwezenlijking en de uitrusting van bijkomende werken die nodig zijn voor de exploitatie en die gevaar voor vervuiling inhouden, zoals toegangs- en verluchtingsputten van winningsgalerijen. "
Art. 30. Dans l'article 19 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 relatif à la procédure et à diverses mesures d'exécution du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement, l'alinéa suivant est inséré entre l'alinéa 2 et l'alinéa 3 :
" La décision accordant le permis d'environnement portant sur une prise d'eau mentionne :
les dispositifs de prise d'eau;
les modalités de réalisation et d'équipement de l'ouvrage;
l'utilisation de l'eau captée;
le volume d'eau maximal à prélever par jour et par an;
la fréquence des relevés de comptage des volumes et au contrôle de la qualité de l'eau prélevée.
Elle mentionne également, le cas échéant :
l'isolement des différentes nappes aquifères;
la préservation des prises d'eau souterraines dans le voisinage;
la sécurité des personnes et des biens;
la localisation des piézomètres destinés à la mesure des paramètres hydrogéologiques liés à la nappe exploitée et au prélèvement d'échantillons y relatifs;
les modalités de réalisation et d'équipement d'ouvrages annexes nécessaires à l'exploitation et constituant un risque d'introduction de pollution, tels que des puits d'accès et d'aération de galeries captantes. "
Art. 31. In artikel 46 van hetzelfde besluit wordt tussen het tweede en het derde lid het volgende lid ingevoegd :
" De beslissing waarbij de milieuvergunning voor een waterwinning toegekend wordt, vermeldt :
de waterwinvoorzieningen;
de modaliteiten voor de verwezenlijking en de uitrusting van het werk;
het gebruik van het getapte water;
het maximale watervolume dat per dag en per jaar getapt mag worden;
de frequentie van de opmetingen inzake het tellen van de volumes en bij de controle van de kwaliteit van het getapte water.
In voorkomend geval vermeldt ze ook :
de afzondering van de verschillende grondwaterspiegels;
de bescherming van de grondwaterwinningen in de buurt;
de veiligheid van de personen en de goederen;
de plaatsbepaling van de piëzometers die bestemd zijn voor de meting van de hydrogeologische parameters i.v.m. de geëxploiteerde grondwaterspiegel en het nemen van desbetreffende monsters;
de modaliteiten voor de verwezenlijking en de uitrusting van bijkomende werken die nodig zijn voor de exploitatie en die gevaar voor vervuiling inhouden, zoals toegangs- en verluchtingsputten van winningsgalerijen. "
Art. 31. Dans l'article 46 du même arrêté, l'alinéa suivant est inséré entre l'alinéa 2 et l'alinéa 3 :
" La décision accordant le permis unique portant sur une prise d'eau mentionne au minimum :
les dispositifs de prise d'eau;
les modalités de réalisation et d'équipement de l'ouvrage;
l'utilisation de l'eau captée;
le volume d'eau maximal à prélever par jour et par an;
la fréquence des relevés de comptage des volumes et au contrôle de la qualité de l'eau prélevée.
Elle mentionne également, le cas échéant :
l'isolement des différentes nappes aquifères;
la préservation des prises d'eau souterraines dans le voisinage;
la sécurité des personnes et des biens;
la localisation des piézomètres destinés à la mesure des paramètres hydrogéologiques liés à la nappe exploitée et au prélèvement d'échantillons y relatifs;
les modalités de réalisation et d'équipement d'ouvrages annexes nécessaires à l'exploitation et constituant un risque d'introduction de pollution, tels que des puits d'accès et d'aération de galeries captantes. "
TITEL III. - Overgangs- en slotbepalingen
TITRE III. - Dispositions transitoires et finale
Art. 32. Titel I is van toepassing op de bestaande inrichtingen zodra dit besluit in werking treedt.
In afwijking van het eerste lid :
zijn de artikelen 4, tweede lid, en 5 uiterlijk één jaar na de inwerkingtreding van dit besluit van toepassing op de bestaande inrichtingen;
is artikel 7, 2°, niet van toepassing op de bestaande inrichtingen.
Art. 32. Le titre premier s'applique aux établissements existants dès l'entrée en vigueur du présent arrêté.
Par dérogation à l'alinéa 1er :
les articles 4, alinéa 2 et 5, s'appliquent aux établissements existants au plus tard un an après l'entrée en vigueur du présent arrêté;
l'article 7, 2°, ne s'applique pas aux établissements existants.
Art. 33. Wat Titel II betreft, worden de aanvragen tot vergunningen voor de exploitatie van een waterwinning die vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit ingediend worden, alsook de desbetreffende administratieve beroepen, behandeld volgens de regels van kracht op de dag van de indiening van de aanvraag.
Art. 33. Pour le titre II, les demandes de permis pour l'exploitation d'une prise d'eau introduites avant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté ainsi que les recours administratifs y relatifs sont traités selon les règles en vigueur au jour de l'introduction de la demande.
Art. 34. De Minister van Leefmilieu is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 34. Le Ministre de l'Environnement est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 1.
(Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.S. 25-03-2009, p. 24028)
Art. N1. Annexe 1.
(Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 25-03-2009, p. 24018)
Art. N2. Bijlage 2. : OPVULLING VAN EEN PUT
De opvulling van een put wordt volgens de regels van de kunst uitgevoerd door toepassing van de geschikte technieken, die garanderen dat geen water tussen de verschillende doorkruiste grondwaterspiegels stroomt en dat geen vervuiling overgebracht wordt.
Volgens de aanbevolen methode wordt vanaf de basis van het waterwinwerk magere beton onder druk tot boven in de buurt van de grond geïnjecteerd om een perfecte homogeniteit van de cementinjectie te waarborgen.
Wanneer evenwel geconstateerd wordt dat cement in de grondwaterspiegel geïnjecteerd dreigt te worden, met name als de zuigkorven/roosters beschadigd zijn en de waterhoudende laag belangrijke barsten vertoont, wordt de opvulling tot boven het waterpeil uitgevoerd d.m.v. zuiver en kiezelhoudend grind waarvan de diameter overeenstemt met de diameter van de put.
Boven dat peil wordt de put gevuld met minimum één meter zwelklei of met een zuivere cementmortel, met daar bovenop tot vlak bij de grond één van de volgende materialen wordt geplaatst :
zand of grind waarvan de diameter met die van de put overeenstemt;
zwelklei;
zuivere cementmortel;
vloeibare beton of mortel;
inerte ophogingen (niet grondachtig en geen schist) waarvan de diameter met die van de put overeenstemt.
De eindafsluiting bestaat uit een afdekplaat uit gewapend beton die ter plaatse op de put gegoten wordt (minimum 0,20 m dik), waarvan de afmeting volstaat om de put te bedekken met minstens één meter overloop aan de rand. De wapening wordt berekend zodat de afdekplaat intact blijft in de plaatselijke gebruiksomstandigheden van de site. De uitrustingen van de put worden gesneden op een niveau zodat ze in de afdekplaat onder water gezet worden op minimum 10 centimeter onder het oppervlak ervan. Wanneer een bouwerk op de opgevulde put gepland wordt, wordt de afdekplaat die de put afsluit ingegraven en ervan gescheiden. Wanneer het terrein weer voor teelten bestemd wordt, wordt die voorziening één meter diep ingegraven en vervolgens met bebouwbare grond overdekt.
Art. N2. Annexe 2. : REMBLAYAGE D'UN PUITS
Le comblement d'un puits est effectué dans les règles de l'art suivant les techniques appropriées garantissant l'absence de circulation d'eau entre les différentes nappes d'eau souterraine traversées et l'absence de transfert de pollution.
La méthode recommandée consiste à injecter sous pression du béton maigre à partir de la base de l'ouvrage de prise d'eau en remontant jusqu'à proximité du sol de manière à assurer une parfaite homogénéité de la cimentation.
Toutefois, lorsque l'on constate un risque d'introduction du ciment dans l'aquifère, notamment si les crépines sont endommagées et que l'aquifère comporte des fissures importantes, le remblai est effectué au moyen de gravier propre et siliceux de diamètre approprié au diamètre du puits jusqu'au dessus du niveau de l'eau.
Au-dessus de ce niveau, le puits est rempli d'un mètre minimum d'argile gonflante ou d'un coulis de ciment pur, surmonté jusqu'à proximité du sol d'un des matériaux suivants :
sable ou gravier de diamètre adapté au diamètre du puits;
argile gonflante;
coulis de ciment pur;
béton ou mortier fluide;
remblais inertes non terreux et non schisteux de diamètre adapté au diamètre du puits.
L'obturation finale est constituée d'une dalle en béton armé coulée sur place, de 0,20 m d'épaisseur minimum, centrée sur le puits et de dimension suffisante pour couvrir ce dernier avec un débordement périphérique d'un mètre minimum. L'armature est calculée de manière à ce que la dalle demeure intacte dans les conditions locales d'utilisation du site. Les équipements du puits sont coupés à un niveau tel qu'ils soient noyés dans la dalle à 10 centimètres minimum sous la surface de celle-ci. Lorsqu'une construction est prévue sur le puits remblayé, la dalle obturant le puits sera enterrée et désolidarisée de celle-ci. Lorsque le terrain est rendu aux cultures, ce dispositif est enterré à un mètre de profondeur puis recouvert de terre arable.