Artikel 1. § 1. Met uitzondering van de in dit besluit bepaalde gevallen, worden de delegaties van bevoegdheden toegekend aan de titularissen van een managementfunctie, die zijn aangeduid overeenkomstig de reglementaire bepalingen betreffende de aanduiding en de uitoefening van de managementfuncties in de federale overheidsdiensten.
De delegatie van bevoegdheid die wordt verleend aan de titularis van een ambt, wordt ook verleend aan de ambtenaar belast met dat ambt.
§ 2. Binnen de perken van zijn bevoegdheden en onder zijn verantwoordelijkheid, kan elke titularis van een management- of staffunctie een subdelegatie van bevoegdheden verlenen op grond van een ondertekend en gedateerd document dat de gedelegeerde bevoegdheid bepaalt.
Het origineel exemplaar van dit document wordt bezorgd aan de dienst Budget en Logistiek, die instaat voor de bewaring van alle documenten waarbij een delegatie of subdelegatie van bevoegdheden wordt verleend. Een kopie van dit document wordt ook door de betrokken dienst bewaard.
§ 3. De hiërarchische chef van een personeelslid kan, om welke reden ook, de bevoegdheden uitoefenen die aan dit personeelslid werden gedelegeerd overeenkomstig de bepalingen van dit besluit.
Hij kan evenwel zijn beslissing niet in de plaats stellen van de beslissing die door de gedelegeerd ambtenaar is getroffen en ter kennis gegeven.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
10 DECEMBER 2009. - Ministerieel besluit houdende delegatie van bevoegdheid binnen de Programmatorische Federale Overheidsdienst Maatschappelijke Integratie, Armoedebestrijding en Sociale Economie
Titre
10 DECEMBRE 2009. - Arrêté ministériel portant délégation de compétence au sein du Service public fédéral de Programmation Intégration sociale, Lutte contre la Pauvreté et Economie sociale
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (26)
Texte (26)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Article 1er. § 1er. Sauf exceptions prévues par le présent arrêté, les délégations de pouvoir sont octroyées aux titulaires d'une fonction de management désignés conformément aux dispositions réglementaires relatives à la désignation et à l'exercice des fonctions de management dans les services publics fédéraux.
Les délégations octroyées au titulaire d'une fonction le sont également au fonctionnaire chargé de cette fonction.
§ 2. Dans les limites de ses attributions et sous sa responsabilité, chaque titulaire d'une fonction de management ou d'encadrement peut subdéléguer des pouvoirs au moyen d'un document signé et daté précisant les pouvoirs subdélégués.
L'exemplaire original de ce document est transmis au service Budget et Logistique qui est responsable de la conservation de tout document par lequel une délégation ou subdélégation de pouvoir est donnée. Une copie de ce document est également conservée par le service concerné.
§ 3. Le supérieur hiérarchique d'un membre du personnel peut, pour quelque cause que ce soit, exercer les pouvoirs délégués à ce membre du personnel selon les dispositions du présent arrêté.
Il ne peut toutefois substituer sa décision à celle prise et notifiée par le fonctionnaire délégué.
Les délégations octroyées au titulaire d'une fonction le sont également au fonctionnaire chargé de cette fonction.
§ 2. Dans les limites de ses attributions et sous sa responsabilité, chaque titulaire d'une fonction de management ou d'encadrement peut subdéléguer des pouvoirs au moyen d'un document signé et daté précisant les pouvoirs subdélégués.
L'exemplaire original de ce document est transmis au service Budget et Logistique qui est responsable de la conservation de tout document par lequel une délégation ou subdélégation de pouvoir est donnée. Une copie de ce document est également conservée par le service concerné.
§ 3. Le supérieur hiérarchique d'un membre du personnel peut, pour quelque cause que ce soit, exercer les pouvoirs délégués à ce membre du personnel selon les dispositions du présent arrêté.
Il ne peut toutefois substituer sa décision à celle prise et notifiée par le fonctionnaire délégué.
Art. 2. De titularis van een management- of staffunctie duidt het personeelslid aan dat bij afwezigheid of verhindering van de betrokken titularis de bevoegdheden uitoefent die aan deze laatste werden gedelegeerd.
De titularis van een management- of staffunctie kan één of meerdere personeelsleden als vervanger aanduiden. In het laatste geval dient hij wel een rangorde voor zijn vervanging te bepalen.
De titularis van een management- of staffunctie kan één of meerdere personeelsleden als vervanger aanduiden. In het laatste geval dient hij wel een rangorde voor zijn vervanging te bepalen.
Art. 2. Le titulaire d'une fonction de management ou d'encadrement désigne le membre du personnel qui exerce, en cas d'absence ou d'empêchement du titulaire concerné, les pouvoirs qui ont été délégués à ce dernier.
Le titulaire d'une fonction de management ou d'encadrement peut désigner comme remplaçant un ou plusieurs membres du personnel. Dans cette seconde hypothèse, il doit déterminer un ordre de préséance s'appliquant à son remplacement.
Le titulaire d'une fonction de management ou d'encadrement peut désigner comme remplaçant un ou plusieurs membres du personnel. Dans cette seconde hypothèse, il doit déterminer un ordre de préséance s'appliquant à son remplacement.
HOOFDSTUK 2. - Personeel
CHAPITRE 2. - Personnel
Art. 3. Aan de voorzitter van het Directiecomité wordt delegatie van bevoegdheid verleend om :
1° de eed af te nemen van de personeelsleden van de niveaus A, B, C en D;
2° de bevoegdheden uit te oefenen inzake de stage van de ambtenaren;
3° te beslissen over de benoeming tot rijksambtenaar in de niveaus B, C en D;
4° de veranderingen van graad of de bevorderingen te verrichten voor de personeelsleden van de niveaus B, C en D;
5° de toestemming tot de uitoefening van een hoger ambt te verlenen in een ambt van klasse A1 of van niveaus B, C en D;
6° te beslissen over het ontslag voor lichamelijke of beroepsongeschiktheid van de personeelsleden van de niveaus B, C en D;
7° te beslissen over het ontslag van ambtswege van de personeelsleden van de niveaus B, C en D;
8° te beslissen over het eervol ontslag van de personeelsleden van de niveaus B, C en D;
9° het ontslag op aanvraag toe te kennen aan de personeelsleden van de niveaus B, C en D;
10° de aanvragen tot interne mutatie te ontvangen;
11° zaken aanhangig te maken bij de departementale of interdepartementale raad van beroep;
12° de ambtenaar belast met de verdediging van het standpunt van de overheid voor de departementale of interdepartementale raad van beroep aan te duiden;
13° de eindbeslissing van de overheid mede te delen aan de departementale of interdepartementale raad van beroep;
14° de administratieve standplaats vast te stellen wanneer deze bevoegdheid niet uitdrukkelijk aan een andere titularis werd gedelegeerd;
15° te beslissen, vanuit administratief oogpunt, dat een slachtoffer van een ongeval onder toepassing valt van de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor de beroepsziekten in de overheidssector;
16° de arbeidsovereenkomsten van de contractuele personeelsleden van niveaus A, B, C en D te ondertekenen;
17° de bevoegdheden uit te oefenen inzake de werving, de vergelijkende selectie en de wijze van toekenning van een betrekking of functie voor de POD Maatschappelijke Integratie, Armoedebestrijding en Sociale Economie;
18° zijn akkoord te geven voor de zendingen en de verplaatsingen in Europa van de titularissen van een management- of staffunctie, volgens de voorwaarden vastgesteld door de Minister bevoegd voor Maatschappelijke Integratie.
1° de eed af te nemen van de personeelsleden van de niveaus A, B, C en D;
2° de bevoegdheden uit te oefenen inzake de stage van de ambtenaren;
3° te beslissen over de benoeming tot rijksambtenaar in de niveaus B, C en D;
4° de veranderingen van graad of de bevorderingen te verrichten voor de personeelsleden van de niveaus B, C en D;
5° de toestemming tot de uitoefening van een hoger ambt te verlenen in een ambt van klasse A1 of van niveaus B, C en D;
6° te beslissen over het ontslag voor lichamelijke of beroepsongeschiktheid van de personeelsleden van de niveaus B, C en D;
7° te beslissen over het ontslag van ambtswege van de personeelsleden van de niveaus B, C en D;
8° te beslissen over het eervol ontslag van de personeelsleden van de niveaus B, C en D;
9° het ontslag op aanvraag toe te kennen aan de personeelsleden van de niveaus B, C en D;
10° de aanvragen tot interne mutatie te ontvangen;
11° zaken aanhangig te maken bij de departementale of interdepartementale raad van beroep;
12° de ambtenaar belast met de verdediging van het standpunt van de overheid voor de departementale of interdepartementale raad van beroep aan te duiden;
13° de eindbeslissing van de overheid mede te delen aan de departementale of interdepartementale raad van beroep;
14° de administratieve standplaats vast te stellen wanneer deze bevoegdheid niet uitdrukkelijk aan een andere titularis werd gedelegeerd;
15° te beslissen, vanuit administratief oogpunt, dat een slachtoffer van een ongeval onder toepassing valt van de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor de beroepsziekten in de overheidssector;
16° de arbeidsovereenkomsten van de contractuele personeelsleden van niveaus A, B, C en D te ondertekenen;
17° de bevoegdheden uit te oefenen inzake de werving, de vergelijkende selectie en de wijze van toekenning van een betrekking of functie voor de POD Maatschappelijke Integratie, Armoedebestrijding en Sociale Economie;
18° zijn akkoord te geven voor de zendingen en de verplaatsingen in Europa van de titularissen van een management- of staffunctie, volgens de voorwaarden vastgesteld door de Minister bevoegd voor Maatschappelijke Integratie.
Art. 3. Délégation de compétence est donnée au président du Comité de direction pour :
1° recevoir les prestations de serment des agents des niveaux A, B, C et D;
2° exercer les compétences concernant le stage des fonctionnaires;
3° décider de la nomination en qualité d'agent de l'Etat dans les niveaux B, C et D;
4° effectuer les changements de grade ou les promotions des agents des niveaux B, C et D;
5° accorder l'autorisation d'exercer une fonction supérieure dans la classe A1 ou dans les niveaux B, C et D;
6° décider du licenciement pour inaptitude physique ou professionnelle des agents des niveaux B, C et D;
7° décider de la démission d'office des agents des niveaux B, C et D;
8° décider de la démission honorable des agents des niveaux B, C et D;
9° accorder la démission, à leur demande, des agents des niveaux B, C et D;
10° recevoir les demandes de mutation interne;
11° saisir les chambres de recours départementales et interdépartementales;
12° désigner l'agent chargé de défendre la position de l'autorité devant les chambres de recours départementales et interdépartementales;
13° communiquer la décision finale de l'autorité aux chambres de recours départementales et interdépartementales;
14° fixer, lorsque d'autres délégations ne le prévoient pas expressément, la résidence administrative;
15° décider, au point de vue administratif, que la victime d'un accident tombe sous l'application de la loi du 3 juillet 1967 sur la prévention ou la réparation des dommages résultant des accidents du travail, des accidents survenus sur le chemin du travail et des maladies professionnelles dans le secteur public;
16° signer les contrats de travail des membres du personnel contractuel des niveaux A, B, C et D;
17° exercer les compétences concernant les recrutements, les sélections comparatives et la façon d'octroyer un emploi ou une fonction pour le SPP Intégration sociale, Lutte contre la Pauvreté et Economie sociale;
18° donner son accord aux missions et déplacements en Europe des titulaires d'une fonction de management ou d'encadrement, selon les modalités fixées par le Ministre qui a l'Intégration sociale dans ses attributions.
1° recevoir les prestations de serment des agents des niveaux A, B, C et D;
2° exercer les compétences concernant le stage des fonctionnaires;
3° décider de la nomination en qualité d'agent de l'Etat dans les niveaux B, C et D;
4° effectuer les changements de grade ou les promotions des agents des niveaux B, C et D;
5° accorder l'autorisation d'exercer une fonction supérieure dans la classe A1 ou dans les niveaux B, C et D;
6° décider du licenciement pour inaptitude physique ou professionnelle des agents des niveaux B, C et D;
7° décider de la démission d'office des agents des niveaux B, C et D;
8° décider de la démission honorable des agents des niveaux B, C et D;
9° accorder la démission, à leur demande, des agents des niveaux B, C et D;
10° recevoir les demandes de mutation interne;
11° saisir les chambres de recours départementales et interdépartementales;
12° désigner l'agent chargé de défendre la position de l'autorité devant les chambres de recours départementales et interdépartementales;
13° communiquer la décision finale de l'autorité aux chambres de recours départementales et interdépartementales;
14° fixer, lorsque d'autres délégations ne le prévoient pas expressément, la résidence administrative;
15° décider, au point de vue administratif, que la victime d'un accident tombe sous l'application de la loi du 3 juillet 1967 sur la prévention ou la réparation des dommages résultant des accidents du travail, des accidents survenus sur le chemin du travail et des maladies professionnelles dans le secteur public;
16° signer les contrats de travail des membres du personnel contractuel des niveaux A, B, C et D;
17° exercer les compétences concernant les recrutements, les sélections comparatives et la façon d'octroyer un emploi ou une fonction pour le SPP Intégration sociale, Lutte contre la Pauvreté et Economie sociale;
18° donner son accord aux missions et déplacements en Europe des titulaires d'une fonction de management ou d'encadrement, selon les modalités fixées par le Ministre qui a l'Intégration sociale dans ses attributions.
Art. 4. Aan de titularissen van een management- of staffunctie wordt delegatie van bevoegdheid verleend om hun akkoord te geven aan de zendingen en de verplaatsingen binnen Europa van de ambtenaren van hun diensten.
Art. 4. Délégation de compétence est donnée aux titulaires d'une fonction de management ou d'encadrement pour donner leur accord aux missions et déplacements en Europe concernant les agents de leurs services.
Art. 5. Aan de directeur-generaal van de algemene diensten wordt delegatie van bevoegdheid verleend :
§ 1. Om te beslissen :
1° in uitvoering van een beslissing van het Directiecomité in welke mate het nodig is om bijkomende betaalde prestaties te verrichten;
2° over de uitwerking van het onthaal- en vormingsprogramma;
3° over het bedrag van de wedde van de personeelsleden die vallen onder het statuut van het rijkspersoneel.
§ 2. Om te verlenen :
1° de bevordering in wedde;
2° de toelagen voor uitoefening van hogere functies, ter uitvoering van de beslissingen betreffende de aanwijzing voor deze functies;
3° de halftijdse vervroegde uittreding of de vrijwillige vierdagenweek in het raam van de herverdeling van de arbeid in de openbare sector;
4° de verloven, afwezigheden en vrijstellingen bedoeld in het koninklijk besluit van 19 november 1998 betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de Rijksbesturen, met uitzondering van :
a) het verlof voor opdracht van algemeen belang en van het verlof voor het uitoefenen van een ambt bij een kabinet, die door de Minister worden toegekend;
b) het jaarlijks vakantieverlof, het omstandigheidverlof en het uitzonderlijk verlof die worden toegekend door de titularis van een management- of staffunctie onder wie het personeelslid ressorteert.
5° de schorsingen van de contracten van het contractueel personeel;
6° de verloven wegens dwingende redenen van het contractueel personeel;
7° de voltijdse of deeltijdse loopbaanonderbreking van het contractueel personeel;
8° de loopbaanonderbreking wegens ouderschapsverlof of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid van het contractueel personeel;
9° het omstandigheidverlof wegens bevalling van de echtgenote of van de persoon met wie het contractuele personeelslid op het tijdstip van de gebeurtenis samenleeft.
§ 1. Om te beslissen :
1° in uitvoering van een beslissing van het Directiecomité in welke mate het nodig is om bijkomende betaalde prestaties te verrichten;
2° over de uitwerking van het onthaal- en vormingsprogramma;
3° over het bedrag van de wedde van de personeelsleden die vallen onder het statuut van het rijkspersoneel.
§ 2. Om te verlenen :
1° de bevordering in wedde;
2° de toelagen voor uitoefening van hogere functies, ter uitvoering van de beslissingen betreffende de aanwijzing voor deze functies;
3° de halftijdse vervroegde uittreding of de vrijwillige vierdagenweek in het raam van de herverdeling van de arbeid in de openbare sector;
4° de verloven, afwezigheden en vrijstellingen bedoeld in het koninklijk besluit van 19 november 1998 betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de Rijksbesturen, met uitzondering van :
a) het verlof voor opdracht van algemeen belang en van het verlof voor het uitoefenen van een ambt bij een kabinet, die door de Minister worden toegekend;
b) het jaarlijks vakantieverlof, het omstandigheidverlof en het uitzonderlijk verlof die worden toegekend door de titularis van een management- of staffunctie onder wie het personeelslid ressorteert.
5° de schorsingen van de contracten van het contractueel personeel;
6° de verloven wegens dwingende redenen van het contractueel personeel;
7° de voltijdse of deeltijdse loopbaanonderbreking van het contractueel personeel;
8° de loopbaanonderbreking wegens ouderschapsverlof of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid van het contractueel personeel;
9° het omstandigheidverlof wegens bevalling van de echtgenote of van de persoon met wie het contractuele personeelslid op het tijdstip van de gebeurtenis samenleeft.
Art. 5. Délégation de compétence est donnée au directeur général des services généraux :
§ 1er. Pour décider :
1° en exécution d'une décision du Comité de direction, dans quelle mesure, il est nécessaire de faire effectuer des prestations supplémentaires rétribuées;
2° de l'élaboration du programme d'accueil et de formation;
3° du montant du traitement des agents soumis au statut des agents de l'Etat.
§ 2. Pour accorder :
1° l'avancement de traitement;
2° les allocations pour l'exercice de fonctions supérieures, en exécution des décisions relatives à la désignation aux dites fonctions;
3° le départ anticipé à mi-temps ou la semaine volontaire de quatre jours dans le cadre de la redistribution du travail dans le secteur public;
4° les congés, absences et dispenses visés par l'arrêté royal du 19 novembre 1998 relatif aux congés et aux absences accordées aux membres du personnel des administrations de l'Etat, à l'exception :
a) du congé pour mission d'intérêt général et du congé pour exercer une fonction dans un cabinet qui sont accordés par le Ministre;
b) des congés annuels, des congés de circonstances et des congés exceptionnels qui sont accordés par le titulaire d'une fonction de management ou d'encadrement de qui le membre du personnel dépend;
5° les suspensions de contrat aux agents contractuels;
6° les congés pour motifs impérieux aux agents contractuels;
7° l'interruption à temps plein ou à temps partiel de la carrière professionnelle aux membres du personnel contractuel;
8° l'interruption de la carrière professionnelle pour congé parental ou pour donner des soins à un membre du ménage ou de la famille gravement malade aux membres du personnel contractuel;
9° le congé de circonstance accordé au membre du personnel contractuel pour l'accouchement de l'épouse ou de la personne avec laquelle il vit en couple au moment de l'événement.
§ 1er. Pour décider :
1° en exécution d'une décision du Comité de direction, dans quelle mesure, il est nécessaire de faire effectuer des prestations supplémentaires rétribuées;
2° de l'élaboration du programme d'accueil et de formation;
3° du montant du traitement des agents soumis au statut des agents de l'Etat.
§ 2. Pour accorder :
1° l'avancement de traitement;
2° les allocations pour l'exercice de fonctions supérieures, en exécution des décisions relatives à la désignation aux dites fonctions;
3° le départ anticipé à mi-temps ou la semaine volontaire de quatre jours dans le cadre de la redistribution du travail dans le secteur public;
4° les congés, absences et dispenses visés par l'arrêté royal du 19 novembre 1998 relatif aux congés et aux absences accordées aux membres du personnel des administrations de l'Etat, à l'exception :
a) du congé pour mission d'intérêt général et du congé pour exercer une fonction dans un cabinet qui sont accordés par le Ministre;
b) des congés annuels, des congés de circonstances et des congés exceptionnels qui sont accordés par le titulaire d'une fonction de management ou d'encadrement de qui le membre du personnel dépend;
5° les suspensions de contrat aux agents contractuels;
6° les congés pour motifs impérieux aux agents contractuels;
7° l'interruption à temps plein ou à temps partiel de la carrière professionnelle aux membres du personnel contractuel;
8° l'interruption de la carrière professionnelle pour congé parental ou pour donner des soins à un membre du ménage ou de la famille gravement malade aux membres du personnel contractuel;
9° le congé de circonstance accordé au membre du personnel contractuel pour l'accouchement de l'épouse ou de la personne avec laquelle il vit en couple au moment de l'événement.
HOOFDSTUK 3. - Overheidsopdrachten
CHAPITRE 3. - Marchés publics
Art. 6. Aan de voorzitter van het Directiecomité wordt, tot tweehonderd vijftigduizend (250.000) Euro BTW inbegrepen, delegatie van bevoegdheid verleend inzake de keuze van de wijze van gunnen, de toekenning en de uitvoering van overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten in de zin van de wet van de 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, waarvan de uitgaven ten laste zijn van de begroting van de POD Maatschappelijke Integratie, Armoedebestrijding en Sociale Economie, om onder andere het bestek of de documenten die dit vervangen vast te stellen, de wijze te kiezen waarop de opdracht wordt gegund, de procedure in te zetten en de betrokken overeenkomst te sluiten en de leidend ambtenaar aan te duiden.
Art. 6. Délégation de compétence est donnée au président du Comité de direction jusqu'à deux cent cinquante mille (250.000) euros T.V.A. comprise en matière du choix du mode de passation, d'attribution et d' exécution des marchés publics de travaux, de fournitures et de servies au sens de la loi du 24 décembre 1993 relative aux marchés publics et à certains marchés de travaux, de fournitures et de services, dont les dépenses sont à charge du budget du SPP Intégration sociale, Lutte contre la Pauvreté et Economie sociale, pour, entre autres, arrêter le cahier des charges ou les documents en tenant lieu, choisir le mode de passation d'un marché, engager la procédure et conclure ledit marché ainsi que désigner le fonctionnaire dirigeant.
HOOFDSTUK 4. - Schuldvorderingen en ordonnaties
CHAPITRE 4. - Déclarations de créances et ordonnances
Art. 7. Aan de voorzitter van het Directiecomité wordt, ongeacht het bedrag, delegatie van bevoegdheid verleend voor de goedkeuring van de schuldvorderingen betreffende werken, leveringen en diensten.
Art. 7. Délégation de compétence est donnée au président du Comité de Direction pour un montant illimité pour l'approbation des déclarations de créances concernant les travaux, les fournitures et les services.
Art. 8. Aan de directeur-generaal van de algemene diensten wordt delegatie verleend om alle vastleggingsbulletins en alle ordonnantiebulletins te ondertekenen.
Art. 8. Délégation est donnée au directeur général des services généraux pour signer tous bulletins d'engagement et tous bulletins d'ordonnancement.
Art. 9. Aan de directeur-generaal van de algemene diensten wordt delegatie van bevoegdheid verleend voor het goedkeuren van de staten van vergoedingen die aan het personeel worden toegekend voor het verrichten van buitengewone prestaties.
Art. 9. Délégation de compétence est donnée au directeur général des services généraux pour approuver les états d'indemnités allouées au personnel du chef de l'exécution de prestations à titre exceptionnel.
Art. 10. § 1. Aan de voorzitter van het Directiecomité wordt delegatie van bevoegdheid verleend voor het goedkeuren van de onkostenstaten met inbegrip van reis- en verblijfkosten van een management- of staffunctie.
§ 2. Binnen de perken van hun bevoegdheden wordt delegatie van bevoegdheid verleend aan de titularissen van een management- of staffunctie voor het goedkeuren van de onkostenstaten, met inbegrip van de reis- en verblijfskosten, van de ambtenaren van hun diensten.
§ 3. De schuldvorderingsaangiften van de leden van het Directiecomité worden goedgekeurd door een ander lid dan de indiener.
§ 2. Binnen de perken van hun bevoegdheden wordt delegatie van bevoegdheid verleend aan de titularissen van een management- of staffunctie voor het goedkeuren van de onkostenstaten, met inbegrip van de reis- en verblijfskosten, van de ambtenaren van hun diensten.
§ 3. De schuldvorderingsaangiften van de leden van het Directiecomité worden goedgekeurd door een ander lid dan de indiener.
Art. 10. § 1er. Délégation de compétence est donnée au président du Comité de direction afin d'approuver les états de frais, y compris les frais de voyage et de séjour des titulaires d'une fonction de management ou d'encadrement.
§ 2. Dans les limites de leurs attributions, délégation de compétence est donnée aux titulaires d'une fonction de management ou d'encadrement pour approuver les états de frais, y compris les frais de voyage et de séjour, des agents de leurs services.
§ 3. Les créances des membres du Comité de direction sont approuvées par un autre membre que celui qui introduit la créance.
§ 2. Dans les limites de leurs attributions, délégation de compétence est donnée aux titulaires d'une fonction de management ou d'encadrement pour approuver les états de frais, y compris les frais de voyage et de séjour, des agents de leurs services.
§ 3. Les créances des membres du Comité de direction sont approuvées par un autre membre que celui qui introduit la créance.
Art. 11. Aan de directeur-generaal van de algemene diensten wordt delegatie van bevoegdheid verleend voor het goedkeuren van de rekeningen van de gewone en buitengewone rekenplichtigen.
Art. 11. Délégation de compétence est donnée au directeur général des services généraux pour approuver les comptes des comptables ordinaires et extraordinaires.
HOOFDSTUK 5. - Administratieve handelingen en beslissingen
CHAPITRE 5. - Actes et décisions administratives
Art. 12. Aan de voorzitter van het Directiecomité wordt delegatie van bevoegdheid verleend om de administratieve handelingen en beslissingen te nemen die zich opdringen inzake :
- het recht op maatschappelijke integratie;
- het recht op maatschappelijke dienstverlening;
- de tenlasteneming van steun toegekend door de O.C.M.W.'s;
- de sociale economie;
- het grootstedenbeleid;
- de armoedebestrijding;
- de subsidies die onder de budgettaire bevoegdheden van de Programmatorische Federale Overheidsdienst Maatschappelijke Integratie, Armoedebestrijding en Sociale Economie vallen.
- het recht op maatschappelijke integratie;
- het recht op maatschappelijke dienstverlening;
- de tenlasteneming van steun toegekend door de O.C.M.W.'s;
- de sociale economie;
- het grootstedenbeleid;
- de armoedebestrijding;
- de subsidies die onder de budgettaire bevoegdheden van de Programmatorische Federale Overheidsdienst Maatschappelijke Integratie, Armoedebestrijding en Sociale Economie vallen.
Art. 12. Délégation de compétence est donnée au président du comité de direction pour prendre les actes et décisions administratives qui s'imposent en matière de :
- droit à l'intégration sociale;
- droit à l'aide sociale;
- prise en charge des secours accordés par les C.P.A.S.;
- économie sociale;
- politique des grandes villes;
- lutte contre la pauvreté;
- subventions relevant des compétences budgétaires du Service public fédéral de Programmation Intégration sociale, Lutte contre la Pauvreté et Economie sociale.
- droit à l'intégration sociale;
- droit à l'aide sociale;
- prise en charge des secours accordés par les C.P.A.S.;
- économie sociale;
- politique des grandes villes;
- lutte contre la pauvreté;
- subventions relevant des compétences budgétaires du Service public fédéral de Programmation Intégration sociale, Lutte contre la Pauvreté et Economie sociale.
Art. 13. Aan de voorzitter van het Directiecomité wordt delegatie van bevoegdheid verleend om de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad te machtigen van de koninklijke besluiten, ministeriële besluiten en ministeriële omzendbrieven.
Art. 13. Délégation de compétence est donnée au président du comité de direction pour autoriser la publication au Moniteur belge des arrêtés royaux, arrêtés ministériels et circulaires ministérielles.
Art. 14. Aan de voorzitter van het Directiecomité wordt delegatie van bevoegdheid verleend om :
1° tot het instellen van alle rechtsvorderingen en over het eventuele verdere verloop ervan te beslissen;
2° advocaten aan te duiden die belast zijn met de verdediging van de belangen van de Belgische Staat in de materies die behoren tot de bevoegdheid van de Programmatorische Federale Overheidsdienst Maatschappelijke Integratie, Armoedebestrijding en Sociale Economie;
3° inzake rechtsgedingen alle beslissingen tot afstand van vordering of geding te nemen;
4° de procedurehandelingen aangaande een beroep voor de Raad van State te ondertekenen.
1° tot het instellen van alle rechtsvorderingen en over het eventuele verdere verloop ervan te beslissen;
2° advocaten aan te duiden die belast zijn met de verdediging van de belangen van de Belgische Staat in de materies die behoren tot de bevoegdheid van de Programmatorische Federale Overheidsdienst Maatschappelijke Integratie, Armoedebestrijding en Sociale Economie;
3° inzake rechtsgedingen alle beslissingen tot afstand van vordering of geding te nemen;
4° de procedurehandelingen aangaande een beroep voor de Raad van State te ondertekenen.
Art. 14. Délégation de compétence est donnée au président du Comité de direction pour :
1° décider de l'introduction de toute procédure judiciaire et son éventuelle poursuite;
2° désigner les avocats chargés de la défense des intérêts de l'Etat belge, dans les matières relevant de la compétence du Service public fédéral de Programmation Intégration sociale, Lutte contre la Pauvreté et Economie sociale;
3° prendre toute décision de désistement d'action ou d'instance en matière d'instances judiciaires;
4° signer les actes de procédure afférents à un recours porté devant le Conseil d'Etat.
1° décider de l'introduction de toute procédure judiciaire et son éventuelle poursuite;
2° désigner les avocats chargés de la défense des intérêts de l'Etat belge, dans les matières relevant de la compétence du Service public fédéral de Programmation Intégration sociale, Lutte contre la Pauvreté et Economie sociale;
3° prendre toute décision de désistement d'action ou d'instance en matière d'instances judiciaires;
4° signer les actes de procédure afférents à un recours porté devant le Conseil d'Etat.
Art. 15. Aan de voorzitter van het Directiecomité wordt de delegatie van bevoegdheid verleend om initiatieven inzake inschakelingeconomie georganiseerd door O.C.M.W.'s, zoals bedoeld in artikel 2, 4°, van het ministerieel besluit van 10 oktober 2004 tot vaststelling van de lijst van de initiatieven voor sociale economie met het oog op de toekenning van een verhoogde staatstoelage aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn voor specifieke initiatieven, gericht op sociale inschakeling, binnen de sociale economie, en pilootprojecten en innoverende experimenten inzake sociale economie zoals bedoeld in artikel 2, 5°, van bovenvernoemd besluit van 10 oktober 2004, te erkennen.
Art. 15. Délégation de compétence est donnée au président du Comité de direction afin d'agréer des initiatives en matière d'économie sociale d'insertion organisées par les services de C.P.A.S., visés à l'article 2, 4°, de l'arrêté ministériel du 10 octobre 2004 établissant la liste des initiatives d'économie sociale en vue de l'octroi d'une subvention majorée de l'Etat aux centres publics d'action sociale pour des initiatives spécifiques d'insertion sociale dans l'économie sociale et des projets pilotes et expériences innovatrices relatifs à l'économie sociale visés à l'article 2, 5°, de l'arrêté ministériel du 10 octobre 2004 susmentionné.
Art. 16. Aan de directeur-generaal van de dienst O.C.M.W.'s wordt delegatie verleend om de beslissingen te nemen inzake de bevoegdheidsconflicten ingeleid door de O.C.M.W.'s.
In geval van afwezigheid of verhindering wordt de gedelegeerde bevoegdheid uitgeoefend door de directeur-generaal van de algemene diensten en in volgende orde het personeelslid dat de hoogste rang heeft en binnen deze rang de hoogste anciënniteit heeft.
In geval van afwezigheid of verhindering wordt de gedelegeerde bevoegdheid uitgeoefend door de directeur-generaal van de algemene diensten en in volgende orde het personeelslid dat de hoogste rang heeft en binnen deze rang de hoogste anciënniteit heeft.
Art. 16. Au directeur général du service C.P.A.S. est accordée délégation pour décider en matière de conflits de compétence introduits par les C.P.A.S.
En cas d'absence ou d'empêchement, cette compétence déléguée est exercée par le directeur général des services généraux et en ordre suivant le membre du personnel avec le plus haut rang et la plus grande ancienneté dans ce rang.
En cas d'absence ou d'empêchement, cette compétence déléguée est exercée par le directeur général des services généraux et en ordre suivant le membre du personnel avec le plus haut rang et la plus grande ancienneté dans ce rang.
Art. 17. Aan de directeur-generaal van de algemene diensten wordt delegatie van bevoegdheid verleend voor het ondertekenen van de vaststellingen van de Inspectiedienst bestemd voor de O.C.M.W.'s.
Art. 17. Délégation de compétence est donnée au directeur général des services généraux pour signer les constatations dégagées par le service Inspection et adressées aux C.P.A.S.
Art. 18. Aan de directeur-generaal van de dienst O.C.M.W.'s wordt delegatie van bevoegdheid verleend om alle beslissingen te nemen als beheersautoriteit in het kader van het Europees Sociaal Fonds.
Aan de directeur-generaal van de algemene diensten wordt delegatie van bevoegdheid verleend om alle beslissingen te nemen als certificeringautoriteit in het kader van het Europees Sociaal Fonds.
Aan de directeur-generaal van de algemene diensten wordt delegatie van bevoegdheid verleend om alle beslissingen te nemen als certificeringautoriteit in het kader van het Europees Sociaal Fonds.
Art. 18. Délégation de compétence est donnée au directeur général du service C.P.A.S. pour prendre toutes les décisions en tant qu'autorité de gestion dans le cadre du Fonds social européen.
Délégation de compétence est donnée au directeur général des services généraux pour prendre toutes les décisions en tant qu'autorité de certification dans le cadre du Fonds social européen.
Délégation de compétence est donnée au directeur général des services généraux pour prendre toutes les décisions en tant qu'autorité de certification dans le cadre du Fonds social européen.
HOOFDSTUK 6. - Overgangs- en slotbepalingen
CHAPITRE 6. - Dispositions transitoires et finales
Art. 19. Het ministerieel besluit van 23 maart 2007 houdende delegatie van bevoegdheid binnen de Programmatorische Federale Overheidsdienst Maatschappelijke Integratie, Armoedebestrijding en Sociale Economie, wordt opgeheven.
Art. 19. L'arrêté ministériel du 23 mars 2007 portant délégation de pouvoir au sein du Service public fédéral de Programmation Intégration sociale, Lutte contre la Pauvreté et Economie sociale est abrogé.
Art. 20. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Brussel, 10 december 2009.
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Pensioenen en Grote Steden,
M. DAERDEN
De Staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding,
Ph. COURARD
Brussel, 10 december 2009.
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Pensioenen en Grote Steden,
M. DAERDEN
De Staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding,
Ph. COURARD
Art. 20. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Bruxelles, le 10 décembre 2009.
La Ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, chargée de l'Intégration sociale,
Mme L. ONKELINX
Le Ministre des Pensions et des Grandes Villes,
M. DAERDEN
Le Secrétaire d'Etat à l'Intégration sociale et à la Lutte contre la Pauvreté,
Ph. COURARD
Bruxelles, le 10 décembre 2009.
La Ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, chargée de l'Intégration sociale,
Mme L. ONKELINX
Le Ministre des Pensions et des Grandes Villes,
M. DAERDEN
Le Secrétaire d'Etat à l'Intégration sociale et à la Lutte contre la Pauvreté,
Ph. COURARD