Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
16 OKTOBER 2009. - Koninklijk besluit tot wijziging van het statuut van de militairen van het reservekader van de krijgsmacht
Titre
16 OCTOBRE 2009. - ArrĂȘtĂ© royal modifiant le statut des militaires du cadre de rĂ©serve des forces armĂ©es
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (101)
Texte (101)
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het koninklijk besluit van 10 juli 1962 tot instelling van het brevet van de grondige kennis van de tweede landstaal
CHAPITRE 1er. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal du 10 juillet 1962 crĂ©ant le brevet de connaissance approfondie de la deuxiĂšme langue nationale
Artikel 1. In artikel 2 van het koninklijk besluit van 10 juli 1962 tot instelling van het brevet van de grondige kennis van de tweede landstaal worden de woorden " aan de beroepsofficieren of aan de officieren van het aanvullingskader " vervangen door de woorden " aan de officieren van het actief kader en van het reservekader ".
Article 1er. Dans l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© royal du 10 juillet 1962 crĂ©ant le brevet de connaissance approfondie de la deuxiĂšme langue nationale, les mots " aux officiers de carriĂšre ou de complĂ©ment " sont remplacĂ©s par les mots " aux officiers du cadre actif et du cadre de rĂ©serve ".
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het koninklijk besluit van 3 mei 2003 betreffende het statuut van de militairen van het reservekader van de krijgsmacht
CHAPITRE 2. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal du 3 mai 2003 relatif au statut des militaires du cadre de rĂ©serve des forces armĂ©es
Art. 2. In artikel 2, 3° van het koninklijk besluit van 3 mei 2003 betreffende het statuut van de militairen van het reservekader van de Krijgsmacht worden de woorden " artikel 5 " vervangen door de woorden " de artikelen 5, 8 of 11 ".
Art. 2. Dans l'article 2, 3° de l'arrĂȘtĂ© royal du 3 mai 2003 relatif au statut des militaires du cadre de rĂ©serve des forces armĂ©es, les mots " de l'article 5 " sont remplacĂ©s par les mots " des articles 5, 8 ou 11 ".
Art. 3. In hoofdstuk II van hetzelfde besluit wordt een afdeling Ibis ingevoegd die de artikelen 3bis, 3ter, 3quater en 3quinquies bevat, luidende :
" Afdeling I bis. - De studievoorwaarden om de hoedanigheid van reservemilitair te verwerven
Art. 3bis. Om de hoedanigheid van reservevrijwilliger te kunnen verwerven, moet de kandidaat-reservevrijwilliger van de normale werving houder zijn van een getuigschrift waaruit blijkt dat hij het basisonderwijs beëindigd heeft, of van een gelijkwaardig diploma of getuigschrift.
Art. 3ter. Om de hoedanigheid van reserveonderofficier te kunnen verwerven, moet de kandidaat-reserveonderofficier van de normale werving houder zijn van een diploma van het secundair onderwijs of van een gelijkwaardig diploma of getuigschrift.
Art. 3quater. Om de hoedanigheid van reserveofficier te kunnen verwerven, moet de kandidaat-reserveofficier van de normale werving houder zijn van :
1° hetzij een master;
2° hetzij een diploma of getuigschrift gelijkwaardig aan dat bedoeld in 1°.
Art. 3quinquies. In aanvulling op de studievoorwaarden bepaald in de artikelen 3bis, 3ter en 3quater, kunnen bijkomende kwalificaties of diploma's vereist worden voor sommige ambten waarvoor de kandidaat-reservemilitairen gesolliciteerd hebben en die voorgelegd moeten kunnen worden om de hoedanigheid van reservemilitair te verwerven. ".
" Afdeling I bis. - De studievoorwaarden om de hoedanigheid van reservemilitair te verwerven
Art. 3bis. Om de hoedanigheid van reservevrijwilliger te kunnen verwerven, moet de kandidaat-reservevrijwilliger van de normale werving houder zijn van een getuigschrift waaruit blijkt dat hij het basisonderwijs beëindigd heeft, of van een gelijkwaardig diploma of getuigschrift.
Art. 3ter. Om de hoedanigheid van reserveonderofficier te kunnen verwerven, moet de kandidaat-reserveonderofficier van de normale werving houder zijn van een diploma van het secundair onderwijs of van een gelijkwaardig diploma of getuigschrift.
Art. 3quater. Om de hoedanigheid van reserveofficier te kunnen verwerven, moet de kandidaat-reserveofficier van de normale werving houder zijn van :
1° hetzij een master;
2° hetzij een diploma of getuigschrift gelijkwaardig aan dat bedoeld in 1°.
Art. 3quinquies. In aanvulling op de studievoorwaarden bepaald in de artikelen 3bis, 3ter en 3quater, kunnen bijkomende kwalificaties of diploma's vereist worden voor sommige ambten waarvoor de kandidaat-reservemilitairen gesolliciteerd hebben en die voorgelegd moeten kunnen worden om de hoedanigheid van reservemilitair te verwerven. ".
Art. 3. Dans le chapitre II du mĂȘme arrĂȘtĂ© il est insĂ©rĂ© une section 1rebis, comportant les articles 3bis, 3ter, 3quater et 3quinquies, rĂ©digĂ©e comme suit :
" Section 1re bis. - Des conditions d'études pour acquérir la qualité de militaire de réserve
Art. 3bis. Pour pouvoir acquĂ©rir la qualitĂ© de volontaire de rĂ©serve, le candidat volontaire de rĂ©serve du recrutement normal doit ĂȘtre titulaire d'un certificat attestant qu'il a terminĂ© l'enseignement primaire, ou d'un diplĂŽme ou certificat Ă©quivalent.
Art. 3ter. Pour pouvoir acquĂ©rir la qualitĂ© de sous-officier de rĂ©serve, le candidat sous-officier de rĂ©serve du recrutement normal doit ĂȘtre titulaire d'un certificat d'enseignement secondaire supĂ©rieur, ou d'un diplĂŽme ou d'un certificat Ă©quivalent.
Art. 3quater. Pour pouvoir acquĂ©rir la qualitĂ© d'officier de rĂ©serve, le candidat officier de rĂ©serve du recrutement normal doit ĂȘtre titulaire :
1° soit d'un master;
2° soit d'un diplÎme ou certificat équivalent à celui visé au 1°.
Art. 3quinquies. Outre les conditions d'Ă©tude fixĂ©es aux articles 3bis, 3ter et 3quater, des qualifications ou des diplĂŽmes supplĂ©mentaires peuvent ĂȘtre exigĂ©s pour certaines fonctions pour lesquelles les candidats militaires de rĂ©serve ont postulĂ© et doivent pouvoir ĂȘtre prĂ©sentĂ©s pour acquĂ©rir la qualitĂ© de militaire de rĂ©serve. ".
" Section 1re bis. - Des conditions d'études pour acquérir la qualité de militaire de réserve
Art. 3bis. Pour pouvoir acquĂ©rir la qualitĂ© de volontaire de rĂ©serve, le candidat volontaire de rĂ©serve du recrutement normal doit ĂȘtre titulaire d'un certificat attestant qu'il a terminĂ© l'enseignement primaire, ou d'un diplĂŽme ou certificat Ă©quivalent.
Art. 3ter. Pour pouvoir acquĂ©rir la qualitĂ© de sous-officier de rĂ©serve, le candidat sous-officier de rĂ©serve du recrutement normal doit ĂȘtre titulaire d'un certificat d'enseignement secondaire supĂ©rieur, ou d'un diplĂŽme ou d'un certificat Ă©quivalent.
Art. 3quater. Pour pouvoir acquĂ©rir la qualitĂ© d'officier de rĂ©serve, le candidat officier de rĂ©serve du recrutement normal doit ĂȘtre titulaire :
1° soit d'un master;
2° soit d'un diplÎme ou certificat équivalent à celui visé au 1°.
Art. 3quinquies. Outre les conditions d'Ă©tude fixĂ©es aux articles 3bis, 3ter et 3quater, des qualifications ou des diplĂŽmes supplĂ©mentaires peuvent ĂȘtre exigĂ©s pour certaines fonctions pour lesquelles les candidats militaires de rĂ©serve ont postulĂ© et doivent pouvoir ĂȘtre prĂ©sentĂ©s pour acquĂ©rir la qualitĂ© de militaire de rĂ©serve. ".
Art. 4. Artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 mei 2006, wordt vervangen als volgt :
" Art. 4. De eerste wederdienstneming als reservevrijwilliger wordt aanvaard of geweigerd door de DGHR of de door hem aangewezen overheid. ".
" Art. 4. De eerste wederdienstneming als reservevrijwilliger wordt aanvaard of geweigerd door de DGHR of de door hem aangewezen overheid. ".
Art. 4. L'article 4 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 23 mai 2006, est remplacĂ© par ce qui suit :
" Art. 4. Le premier rengagement comme volontaire de réserve est accepté ou refusé par le DGHR ou l'autorité qu'il désigne. ".
" Art. 4. Le premier rengagement comme volontaire de réserve est accepté ou refusé par le DGHR ou l'autorité qu'il désigne. ".
Art. 5. Artikel 5 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Art. 5. Op aanvraag van de reservevrijwilliger kunnen opeenvolgende wederdienstnemingen aangegaan worden.
De vrijwilliger bedoeld in artikel 12 van de wet die voldoet aan de voorwaarden, kan een wederdienstneming als reservevrijwilliger aangaan.
De DGHR of de door hem aangewezen overheid, is de bevoegde overheid om, in functie van de behoeften, de opeenvolgende wederdienstnemingen te aanvaarden of te weigeren. ".
" Art. 5. Op aanvraag van de reservevrijwilliger kunnen opeenvolgende wederdienstnemingen aangegaan worden.
De vrijwilliger bedoeld in artikel 12 van de wet die voldoet aan de voorwaarden, kan een wederdienstneming als reservevrijwilliger aangaan.
De DGHR of de door hem aangewezen overheid, is de bevoegde overheid om, in functie van de behoeften, de opeenvolgende wederdienstnemingen te aanvaarden of te weigeren. ".
Art. 5. L'article 5 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
" Art. 5. A la demande du volontaire de rĂ©serve, des rengagements successifs peuvent ĂȘtre signĂ©s.
Le volontaire visé à l'article 12 de la loi qui satisfait aux conditions, peut souscrire un rengagement comme volontaire de réserve.
Le DGHR ou l'autorité qu'il désigne est l'autorité compétente pour accepter ou refuser des rengagements successifs, en fonction des besoins. ".
" Art. 5. A la demande du volontaire de rĂ©serve, des rengagements successifs peuvent ĂȘtre signĂ©s.
Le volontaire visé à l'article 12 de la loi qui satisfait aux conditions, peut souscrire un rengagement comme volontaire de réserve.
Le DGHR ou l'autorité qu'il désigne est l'autorité compétente pour accepter ou refuser des rengagements successifs, en fonction des besoins. ".
Art. 6. Het opschrift van afdeling III van hoofdstuk II van hetzelfde besluit wordt aangevuld met de woorden " of kandidaat-reserveonderofficier ".
Art. 6. L'intitulĂ© de la section III du chapitre II du mĂȘme arrĂȘtĂ© est complĂ©tĂ© par les mots " ou candidat sous-officier de rĂ©serve ".
Art. 7. Artikel 7 van hetzelfde besluit, vervangen door het koninklijk besluit van 23 juni 2005, wordt vervangen als volgt :
" Art. 7. " De eerste wederdienstneming als reserveonderofficier en, in voorkomend geval, de wederdienstnemingen als kandidaat-reserveonderofficier worden aanvaard of geweigerd door de DGHR of de door hem aangewezen overheid. ".
" Art. 7. " De eerste wederdienstneming als reserveonderofficier en, in voorkomend geval, de wederdienstnemingen als kandidaat-reserveonderofficier worden aanvaard of geweigerd door de DGHR of de door hem aangewezen overheid. ".
Art. 7. L'article 7 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 23 juin 2005, est remplacĂ© par ce qui suit :
" Art. 7. " Le premier rengagement comme sous-officier de réserve et, le cas échéant, les rengagements comme candidat sous-officier de réserve sont acceptés ou refusés par le DGHR ou l'autorité qu'il désigne. ".
" Art. 7. " Le premier rengagement comme sous-officier de réserve et, le cas échéant, les rengagements comme candidat sous-officier de réserve sont acceptés ou refusés par le DGHR ou l'autorité qu'il désigne. ".
Art. 8. Artikel 8 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Art. 8. Op aanvraag van de reserveonderofficier kunnen opeenvolgende wederdienstnemingen als reserveonderofficier aangegaan worden.
De onderofficier bedoeld in artikel 11 van de wet die voldoet aan de voorwaarden, kan een wederdienstneming als reserveonderofficier aangaan.
De DGHR of de door hem aangewezen overheid is de bevoegde overheid om, in functie van de behoeften, de opeenvolgende wederdienstnemingen te aanvaarden of te weigeren. ".
" Art. 8. Op aanvraag van de reserveonderofficier kunnen opeenvolgende wederdienstnemingen als reserveonderofficier aangegaan worden.
De onderofficier bedoeld in artikel 11 van de wet die voldoet aan de voorwaarden, kan een wederdienstneming als reserveonderofficier aangaan.
De DGHR of de door hem aangewezen overheid is de bevoegde overheid om, in functie van de behoeften, de opeenvolgende wederdienstnemingen te aanvaarden of te weigeren. ".
Art. 8. L'article 8 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
" Art. 8. A la demande du sous-officier de rĂ©serve, des rengagements successifs comme sous-officier de rĂ©serve peuvent ĂȘtre signĂ©s.
Le sous-officier visé à l'article 11 de la loi qui satisfait aux conditions, peut souscrire un rengagement comme sous-officier de réserve.
Le DGHR ou l'autorité qu'il désigne est l'autorité compétente pour accepter ou refuser des rengagements successifs, en fonction des besoins. ".
" Art. 8. A la demande du sous-officier de rĂ©serve, des rengagements successifs comme sous-officier de rĂ©serve peuvent ĂȘtre signĂ©s.
Le sous-officier visé à l'article 11 de la loi qui satisfait aux conditions, peut souscrire un rengagement comme sous-officier de réserve.
Le DGHR ou l'autorité qu'il désigne est l'autorité compétente pour accepter ou refuser des rengagements successifs, en fonction des besoins. ".
Art. 9. Het opschrift van afdeling IV van hoofdstuk II van hetzelfde besluit wordt aangevuld met de woorden " of kandidaat-reserveofficier ".
Art. 9. L'intitulĂ© de la section IV du chapitre II du mĂȘme arrĂȘtĂ© est complĂ©tĂ© par les mots " ou candidat officier de rĂ©serve ".
Art. 10. Artikel 10 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 23 juni 2005 wordt vervangen als volgt :
" Art. 10. De eerste wederdienstneming als reserveofficier en, in voorkomend geval, de wederdienstnemingen als kandidaat-reserveofficier worden aanvaard of geweigerd door de DGHR of de door hem aangewezen overheid. ".
" Art. 10. De eerste wederdienstneming als reserveofficier en, in voorkomend geval, de wederdienstnemingen als kandidaat-reserveofficier worden aanvaard of geweigerd door de DGHR of de door hem aangewezen overheid. ".
Art. 10. L'article 10 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 23 juin 2005 est remplacĂ© par ce qui suit :
" Art. 10. Le premier rengagement comme officier de réserve et, le cas échéant, les rengagements comme candidat officier de réserve sont acceptés ou refusés par le DGHR ou l'autorité qu'il désigne. ".
" Art. 10. Le premier rengagement comme officier de réserve et, le cas échéant, les rengagements comme candidat officier de réserve sont acceptés ou refusés par le DGHR ou l'autorité qu'il désigne. ".
Art. 11. Artikel 11 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Art. 11. Op aanvraag van de reserveofficier kunnen opeenvolgende wederdienstnemingen als reserveofficier aangegaan worden.
De officier bedoeld in artikel 10 van de wet die voldoet aan de voorwaarden, kan een wederdienstneming als reserveofficier aangaan.
De DGHR of de door hem aangewezen overheid is de bevoegde overheid om, in functie van de behoeften, de opeenvolgende wederdienstnemingen te aanvaarden of te weigeren. ".
" Art. 11. Op aanvraag van de reserveofficier kunnen opeenvolgende wederdienstnemingen als reserveofficier aangegaan worden.
De officier bedoeld in artikel 10 van de wet die voldoet aan de voorwaarden, kan een wederdienstneming als reserveofficier aangaan.
De DGHR of de door hem aangewezen overheid is de bevoegde overheid om, in functie van de behoeften, de opeenvolgende wederdienstnemingen te aanvaarden of te weigeren. ".
Art. 11. L'article 11 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
" Art. 11. A la demande de l'officier de rĂ©serve, des rengagements successifs comme officier de rĂ©serve peuvent ĂȘtre signĂ©s.
L'officier visé à l'article 10 de la loi qui satisfait aux conditions, peut souscrire un rengagement comme officier de réserve.
Le DGHR ou l'autorité qu'il désigne est l'autorité compétente pour accepter ou refuser des rengagements successifs, en fonction des besoins. ".
" Art. 11. A la demande de l'officier de rĂ©serve, des rengagements successifs comme officier de rĂ©serve peuvent ĂȘtre signĂ©s.
L'officier visé à l'article 10 de la loi qui satisfait aux conditions, peut souscrire un rengagement comme officier de réserve.
Le DGHR ou l'autorité qu'il désigne est l'autorité compétente pour accepter ou refuser des rengagements successifs, en fonction des besoins. ".
Art. 12. In artikel 13, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 mei 2006, worden de woorden " , al naargelang het geval, " opgeheven.
Art. 12. Dans l'article 13, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 23 mai 2006, les mots " selon le cas " sont abrogĂ©s.
Art. 13. Artikel 16 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 mei 2006, wordt vervangen als volgt :
" Art. 16. Op elk moment kan de kandidaat-reservemilitair tijdens zijn vormingscyclus van de DGHR of de door hem aangewezen overheid de verbreking van zijn dienstneming bekomen, indien hij daartoe een schriftelijke aanvraag indient. ".
" Art. 16. Op elk moment kan de kandidaat-reservemilitair tijdens zijn vormingscyclus van de DGHR of de door hem aangewezen overheid de verbreking van zijn dienstneming bekomen, indien hij daartoe een schriftelijke aanvraag indient. ".
Art. 13. L'article 16 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 23 mai 2006, est remplacĂ© par ce qui suit :
" Art. 16. A tout moment, le candidat militaire de réserve peut, pendant son cycle de formation, obtenir du DGHR ou l'autorité qu'il désigne, la résiliation de son engagement, s'il introduit une demande écrite. ".
" Art. 16. A tout moment, le candidat militaire de réserve peut, pendant son cycle de formation, obtenir du DGHR ou l'autorité qu'il désigne, la résiliation de son engagement, s'il introduit une demande écrite. ".
Art. 14. Artikel 19 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 mei 2006, wordt vervangen als volgt :
" Art. 19. Indien de kandidaat-reservemilitair de bijkomende diploma's of kwalificaties vereist voor het ambt waarvoor hij gesolliciteerd heeft niet behaalt, kan hij een schriftelijke aanvraag indienen om een nieuwe gespecialiseerde professionele vorming te volgen ten laatste drie maanden na het slagen in zijn vormingscyclus. Deze aanvraag wordt aanvaard of geweigerd door de DGHR in functie van de behoeften van de Krijgsmacht. In voorkomend geval wordt zijn vormingscyclus verlengd met de duur van de nieuwe gespecialiseerde professionele vorming. ".
" Art. 19. Indien de kandidaat-reservemilitair de bijkomende diploma's of kwalificaties vereist voor het ambt waarvoor hij gesolliciteerd heeft niet behaalt, kan hij een schriftelijke aanvraag indienen om een nieuwe gespecialiseerde professionele vorming te volgen ten laatste drie maanden na het slagen in zijn vormingscyclus. Deze aanvraag wordt aanvaard of geweigerd door de DGHR in functie van de behoeften van de Krijgsmacht. In voorkomend geval wordt zijn vormingscyclus verlengd met de duur van de nieuwe gespecialiseerde professionele vorming. ".
Art. 14. L'article 19 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 23 mai 2006, est remplacĂ© par ce qui suit :
" Art. 19. Si le candidat militaire de réserve n'obtient pas les diplÎmes ou qualifications supplémentaires requis pour la fonction pour laquelle il a postulé, il peut introduire une demande par écrit pour suivre une nouvelle formation professionnelle spécialisée au plus tard trois mois aprÚs la réussite dans son cycle de formation. Cette demande est acceptée ou refusée par le DGHR en fonction des besoins des Forces armées. Le cas échéant, son cycle de formation est prolongé de la durée de la nouvelle formation professionnelle spécialisée. ".
" Art. 19. Si le candidat militaire de réserve n'obtient pas les diplÎmes ou qualifications supplémentaires requis pour la fonction pour laquelle il a postulé, il peut introduire une demande par écrit pour suivre une nouvelle formation professionnelle spécialisée au plus tard trois mois aprÚs la réussite dans son cycle de formation. Cette demande est acceptée ou refusée par le DGHR en fonction des besoins des Forces armées. Le cas échéant, son cycle de formation est prolongé de la durée de la nouvelle formation professionnelle spécialisée. ".
Art. 15. Artikel 20 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 juni 2005, wordt opgeheven.
Art. 15. L'article 20 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 23 juin 2005, est abrogĂ©.
Art. 16. Artikel 21 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 juni 2005, wordt opgeheven.
Art. 16. L'article 21 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 23 juin 2005, est abrogĂ©
Art. 17. In het opschrift van onderafdeling II van afdeling I van hoofdstuk III van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 23 mei 2006, worden de woorden " in basisvorming " opgeheven.
Art. 17. Dans l'intitulĂ© de la sous-section II de la section Ire du chapitre III du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 23 mai 2006, les mots " en formation de base " sont abrogĂ©s.
Art. 18. Artikel 22 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 mei 2006, wordt vervangen als volgt :
" Elke kandidaat-reservemilitair volgt een militaire basisvorming, die uit een militaire initiatiefase bestaat, waarvan de duur 2 tot 8 weken bedraagt. Deze vorming is modulair. ".
" Elke kandidaat-reservemilitair volgt een militaire basisvorming, die uit een militaire initiatiefase bestaat, waarvan de duur 2 tot 8 weken bedraagt. Deze vorming is modulair. ".
Art. 18. L'article 22 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 23 mai 2006, est remplacĂ© par ce qui suit :
" Tout candidat militaire de réserve suit une formation militaire de base, qui comprend une phase d'initiation militaire, dont la durée est de 2 à 8 semaines. Cette formation est modulaire. ".
" Tout candidat militaire de réserve suit une formation militaire de base, qui comprend une phase d'initiation militaire, dont la durée est de 2 à 8 semaines. Cette formation est modulaire. ".
Art. 19. Het opschrift van onderafdeling III van afdeling I van hoofdstuk III van hetzelfde besluit, wordt opgeheven.
Art. 19. L'intitulĂ© de la sous-section III de la section Ire du chapitre III du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est abrogĂ©.
Art. 20. Artikel 23 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Art. 23. Elke kandidaat-reservemilitair volgt een fase gespecialiseerde militaire opleiding waarvan de duur twee tot zes weken bedraagt. Deze vorming is modulair.
Elke kandidaat-reservemilitair volgt, naargelang het geval, een fase gespecialiseerde professionele opleiding of een fase opleiding on the job waarvan de duur één tot drie weken bedraagt. Deze vorming is modulair. ".
" Art. 23. Elke kandidaat-reservemilitair volgt een fase gespecialiseerde militaire opleiding waarvan de duur twee tot zes weken bedraagt. Deze vorming is modulair.
Elke kandidaat-reservemilitair volgt, naargelang het geval, een fase gespecialiseerde professionele opleiding of een fase opleiding on the job waarvan de duur één tot drie weken bedraagt. Deze vorming is modulair. ".
Art. 20. L'article 23 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
" Art. 23. Tout candidat militaire de réserve suit une phase d'instruction militaire spécialisée dont la durée est de deux à six semaines. Cette formation est modulaire.
Tout candidat militaire de réserve suit, selon le cas, une phase d'instruction professionnelle spécialisée ou une phase d'instruction on the job dont la durée est de une à trois semaines. Cette formation est modulaire. ".
" Art. 23. Tout candidat militaire de réserve suit une phase d'instruction militaire spécialisée dont la durée est de deux à six semaines. Cette formation est modulaire.
Tout candidat militaire de réserve suit, selon le cas, une phase d'instruction professionnelle spécialisée ou une phase d'instruction on the job dont la durée est de une à trois semaines. Cette formation est modulaire. ".
Art. 21. Artikel 24, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 mei 2006, wordt vervangen als volgt :
" Art. 24. Na het slagen in de fase gespecialiseerde militaire opleiding en, naargelang het geval, in de fase gespecialiseerde professionele opleiding of de fase opleiding on the job, wordt de kandidaat-reservemilitair onderworpen aan een evaluatieperiode. De duur van de evaluatieperiode bedraagt ten minste één week.
Een termijn van maximaal één jaar wordt toegestaan tussen het slagen in, naargelang het geval, de fase gespecialiseerde professionele opleiding of de fase opleiding on the job en het einde van de evaluatieperiode. ".
" Art. 24. Na het slagen in de fase gespecialiseerde militaire opleiding en, naargelang het geval, in de fase gespecialiseerde professionele opleiding of de fase opleiding on the job, wordt de kandidaat-reservemilitair onderworpen aan een evaluatieperiode. De duur van de evaluatieperiode bedraagt ten minste één week.
Een termijn van maximaal één jaar wordt toegestaan tussen het slagen in, naargelang het geval, de fase gespecialiseerde professionele opleiding of de fase opleiding on the job en het einde van de evaluatieperiode. ".
Art. 21. L'article 24, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 23 mai 2006, est remplacĂ© par ce qui suit :
" Art. 24. AprÚs la réussite de la phase d'instruction militaire spécialisée et, selon le cas, la phase d'instruction professionnelle spécialisée ou la phase d'instruction on the job, le candidat militaire de réserve est soumis à une période d'évaluation. La durée de la période d'évaluation est de minimum une semaine.
Un délai de maximum un an est admis entre la réussite de, selon le cas, la phase d'instruction professionnelle spécialisée ou la phase d'instruction on the job et la fin de la période d'évaluation. ".
" Art. 24. AprÚs la réussite de la phase d'instruction militaire spécialisée et, selon le cas, la phase d'instruction professionnelle spécialisée ou la phase d'instruction on the job, le candidat militaire de réserve est soumis à une période d'évaluation. La durée de la période d'évaluation est de minimum une semaine.
Un délai de maximum un an est admis entre la réussite de, selon le cas, la phase d'instruction professionnelle spécialisée ou la phase d'instruction on the job et la fin de la période d'évaluation. ".
Art. 22. Artikel 25, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 juni 2005, wordt vervangen als volgt :
" De concrete duur, het programma en de nadere regels betreffende de uitvoering van de vormingscyclus worden vastgelegd in een reglement. ".
" De concrete duur, het programma en de nadere regels betreffende de uitvoering van de vormingscyclus worden vastgelegd in een reglement. ".
Art. 22. L'article 25, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 23 juin 2005, est remplacĂ© par la disposition suivante :
" La durée concrÚte, le programme et les modalités complémentaires relatives à l'exécution du cycle de formation sont fixés dans un rÚglement. ".
" La durée concrÚte, le programme et les modalités complémentaires relatives à l'exécution du cycle de formation sont fixés dans un rÚglement. ".
Art. 23. In hoofdstuk III, afdeling I, van hetzelfde besluit wordt onderafdeling IV, die de artikelen 26, 27 en 28 bevat, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 23 juni 2005 en 23 mei 2006, opgeheven.
Art. 23. Dans le chapitre III, section Ire, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, la sous-section IV, comportant les articles 26, 27 et 28, modifiĂ©e par les arrĂȘtĂ©s royaux du 23 juin 2005 et du 23 mai 2006, est abrogĂ©e.
Art. 24. In hoofdstuk III, afdeling I, van hetzelfde besluit wordt onderafdeling V, die de artikelen 29, 30 en 31 bevat, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 23 juni 2005 en 23 mei 2006, opgeheven.
Art. 24. Dans le chapitre III, section Ire, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, la sous-section V, comportant les articles 29, 30 et 31, modifiĂ©e par les arrĂȘtĂ©s royaux du 23 juin 2005 et du 23 mai 2006, est abrogĂ©e.
Art. 25. In hoofdstuk III van hetzelfde besluit, wordt de afdeling II, die de artikelen 32 tot 37 bevat, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 23 juni 2005 en 23 mei 2006, vervangen als volgt :
" Afdeling II. - Vrijstelling van vorming
Art. 37. Wordt vrijgesteld van de vorming, de kandidaat-reservemilitair :
1° die als beroeps- of aanvullingsmilitair gepensioneerd werd met toepassing van de gecoördineerde wetten op de militaire pensioenen en op zijn verzoek wordt aanvaard in het reservekader;
2° waarvan het ontslag uit het ambt als militair van het actief kader werd aanvaard en die van rechtswege voor een duur van tien jaar in het reservekader werd opgenomen.
De reservevrijwilliger die een dienstneming als kandidaat-reserveonderofficier of kandidaat-reserveofficier aangaat en de reserveonderofficier die een dienstneming als kandidaat-reserveofficier aangaat, worden van de militaire basisvorming vrijgesteld.
De kandidaat-reservemilitair van de laterale bijzondere werving kan vrijgesteld worden van de vormingsperioden, -deelperioden, -fasen of onderdelen van een fase die door de directeur-generaal vorming in functie van zijn studies en zijn expertise bepaald worden.
De kandidaat-reservemilitair bedoeld in artikel 19, derde lid, kan vrijgesteld worden van de vormingsperioden, -deelperioden, -fasen of onderdelen van een fase die door de directeur-generaal vorming in functie van zijn studies en zijn expertise bepaald worden.
De reservemilitair die niet behoort tot één van de categorieën bepaald in het eerste tot het vierde lid kan door de directeur-generaal vorming worden vrijgesteld van het geheel of een gedeelte van de vorming met het oog op het bekleden van zijn ambt, op voorwaarde een diploma, getuigschrift of een ander document dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese richtlijn, bilateraal akkoord of internationale overeenkomst als minstens gelijkwaardig is erkend, te kunnen voorleggen waaruit blijkt dat de reservemilitair de vorming ontvangen heeft buiten de krijgsmacht. Tevens wordt in alle gevallen de kennis van de reservemilitair, noodzakelijk om het ambt te kunnen bekleden, in het vormingsorganisme gecontroleerd in functie van de militaire antecedenten of de benodigde vorming, eventueel aan de hand van een test. ".
" Afdeling II. - Vrijstelling van vorming
Art. 37. Wordt vrijgesteld van de vorming, de kandidaat-reservemilitair :
1° die als beroeps- of aanvullingsmilitair gepensioneerd werd met toepassing van de gecoördineerde wetten op de militaire pensioenen en op zijn verzoek wordt aanvaard in het reservekader;
2° waarvan het ontslag uit het ambt als militair van het actief kader werd aanvaard en die van rechtswege voor een duur van tien jaar in het reservekader werd opgenomen.
De reservevrijwilliger die een dienstneming als kandidaat-reserveonderofficier of kandidaat-reserveofficier aangaat en de reserveonderofficier die een dienstneming als kandidaat-reserveofficier aangaat, worden van de militaire basisvorming vrijgesteld.
De kandidaat-reservemilitair van de laterale bijzondere werving kan vrijgesteld worden van de vormingsperioden, -deelperioden, -fasen of onderdelen van een fase die door de directeur-generaal vorming in functie van zijn studies en zijn expertise bepaald worden.
De kandidaat-reservemilitair bedoeld in artikel 19, derde lid, kan vrijgesteld worden van de vormingsperioden, -deelperioden, -fasen of onderdelen van een fase die door de directeur-generaal vorming in functie van zijn studies en zijn expertise bepaald worden.
De reservemilitair die niet behoort tot één van de categorieën bepaald in het eerste tot het vierde lid kan door de directeur-generaal vorming worden vrijgesteld van het geheel of een gedeelte van de vorming met het oog op het bekleden van zijn ambt, op voorwaarde een diploma, getuigschrift of een ander document dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese richtlijn, bilateraal akkoord of internationale overeenkomst als minstens gelijkwaardig is erkend, te kunnen voorleggen waaruit blijkt dat de reservemilitair de vorming ontvangen heeft buiten de krijgsmacht. Tevens wordt in alle gevallen de kennis van de reservemilitair, noodzakelijk om het ambt te kunnen bekleden, in het vormingsorganisme gecontroleerd in functie van de militaire antecedenten of de benodigde vorming, eventueel aan de hand van een test. ".
Art. 25. Au chapitre III du mĂȘme arrĂȘtĂ©, la section II, comportant les articles 32 Ă 37, modifiĂ©e par les arrĂȘtĂ©s royaux du 23 juin 2005 et du 23 mai 2006, est remplacĂ©e par ce qui suit :
" Section II. - De la dispense de formation
Art. 37. Est dispensé de la formation, le candidat militaire de réserve :
1° qui comme militaire de carriÚre ou de complément a été mis à la pension en application des lois coordonnées sur les pensions militaires et qui est admis à sa demande dans le cadre de réserve;
2° dont la démission de l'emploi comme militaire du cadre actif a été acceptée et qui a été admis de plein droit pour une durée de dix ans dans le cadre de réserve.
Est dispensé de la formation militaire de base le volontaire de réserve qui signe un engagement comme candidat sous-officier ou candidat officier de réserve et le sous-officier de réserve qui signe un engagement comme candidat officier de réserve.
Le candidat militaire de rĂ©serve du recrutement spĂ©cial latĂ©ral peut ĂȘtre dispensĂ© des pĂ©riodes, pĂ©riodes partielles, phases de formation ou parties de phases de formation fixĂ©es par le directeur gĂ©nĂ©ral de la formation en fonction de ses Ă©tudes et de son expertise.
Le candidat militaire de rĂ©serve visĂ© Ă l'article 19, alinĂ©a 3, peut ĂȘtre dispensĂ© des pĂ©riodes, pĂ©riodes partielles, phases de formation ou parties de phases de formation fixĂ©es par le directeur gĂ©nĂ©ral de la formation en fonction de ses Ă©tudes et de son expertise.
Le militaire de rĂ©serve qui n'appartient pas Ă une des catĂ©gories visĂ©es Ă l'alinĂ©a 1er Ă 4 peut ĂȘtre dispensĂ© par le directeur gĂ©nĂ©ral de la formation de tout ou partie de la formation en vue d'occuper son emploi, Ă condition de produire un diplĂŽme, certificat ou autre document reconnu au moins Ă©quivalent en vertu d'une loi, d'un dĂ©cret, d'une directive europĂ©enne, d'un accord bilatĂ©ral ou d'une convention internationale, oĂč il apparaĂźt que le militaire de rĂ©serve a reçu la formation en dehors des forces armĂ©es. En plus, les connaissances du militaire de rĂ©serve, nĂ©cessaires pour occuper la fonction, sont dans tous les cas contrĂŽlĂ©es dans l'organisme de formation en fonction des antĂ©cĂ©dents militaires ou de la formation requise, Ă©ventuellement au moyen d'un test. ".
" Section II. - De la dispense de formation
Art. 37. Est dispensé de la formation, le candidat militaire de réserve :
1° qui comme militaire de carriÚre ou de complément a été mis à la pension en application des lois coordonnées sur les pensions militaires et qui est admis à sa demande dans le cadre de réserve;
2° dont la démission de l'emploi comme militaire du cadre actif a été acceptée et qui a été admis de plein droit pour une durée de dix ans dans le cadre de réserve.
Est dispensé de la formation militaire de base le volontaire de réserve qui signe un engagement comme candidat sous-officier ou candidat officier de réserve et le sous-officier de réserve qui signe un engagement comme candidat officier de réserve.
Le candidat militaire de rĂ©serve du recrutement spĂ©cial latĂ©ral peut ĂȘtre dispensĂ© des pĂ©riodes, pĂ©riodes partielles, phases de formation ou parties de phases de formation fixĂ©es par le directeur gĂ©nĂ©ral de la formation en fonction de ses Ă©tudes et de son expertise.
Le candidat militaire de rĂ©serve visĂ© Ă l'article 19, alinĂ©a 3, peut ĂȘtre dispensĂ© des pĂ©riodes, pĂ©riodes partielles, phases de formation ou parties de phases de formation fixĂ©es par le directeur gĂ©nĂ©ral de la formation en fonction de ses Ă©tudes et de son expertise.
Le militaire de rĂ©serve qui n'appartient pas Ă une des catĂ©gories visĂ©es Ă l'alinĂ©a 1er Ă 4 peut ĂȘtre dispensĂ© par le directeur gĂ©nĂ©ral de la formation de tout ou partie de la formation en vue d'occuper son emploi, Ă condition de produire un diplĂŽme, certificat ou autre document reconnu au moins Ă©quivalent en vertu d'une loi, d'un dĂ©cret, d'une directive europĂ©enne, d'un accord bilatĂ©ral ou d'une convention internationale, oĂč il apparaĂźt que le militaire de rĂ©serve a reçu la formation en dehors des forces armĂ©es. En plus, les connaissances du militaire de rĂ©serve, nĂ©cessaires pour occuper la fonction, sont dans tous les cas contrĂŽlĂ©es dans l'organisme de formation en fonction des antĂ©cĂ©dents militaires ou de la formation requise, Ă©ventuellement au moyen d'un test. ".
Art. 26. Artikel 38 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 23 mei 2006, wordt vervangen als volgt :
" Art. 38. De kandidaat-reservevrijwilliger die in de militaire basisvorming geslaagd is, wordt aangesteld in de graad van eerste soldaat. ".
" Art. 38. De kandidaat-reservevrijwilliger die in de militaire basisvorming geslaagd is, wordt aangesteld in de graad van eerste soldaat. ".
Art. 26. L'article 38 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 23 mai 2006 est remplacĂ© par ce qui suit :
" Art. 38. Le candidat volontaire de réserve qui a réussi la formation militaire de base est commissionné au grade de premier soldat. ".
" Art. 38. Le candidat volontaire de réserve qui a réussi la formation militaire de base est commissionné au grade de premier soldat. ".
Art. 27. Artikel 39 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Art. 39. De kandidaat-reserveonderofficier die in de militaire basisvorming geslaagd is, wordt aangesteld in de graad van korporaal. ".
" Art. 39. De kandidaat-reserveonderofficier die in de militaire basisvorming geslaagd is, wordt aangesteld in de graad van korporaal. ".
Art. 27. L'article 39 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
" Art. 39. Le candidat sous-officier de réserve qui a réussi la formation militaire de base est commissionné au grade de caporal. ".
" Art. 39. Le candidat sous-officier de réserve qui a réussi la formation militaire de base est commissionné au grade de caporal. ".
Art. 28. Artikel 40 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Art. 40. Wordt aangesteld in de graad van sergeant :
1° de kandidaat-reserveonderofficier die geslaagd is in de gespecialiseerde professionele vorming;
2° de kandidaat-reserveofficier die in de militaire basisvorming geslaagd is. ".
" Art. 40. Wordt aangesteld in de graad van sergeant :
1° de kandidaat-reserveonderofficier die geslaagd is in de gespecialiseerde professionele vorming;
2° de kandidaat-reserveofficier die in de militaire basisvorming geslaagd is. ".
Art. 28. L'article 40 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
" Art. 40. Est commissionné au grade de sergent :
1° le candidat sous-officier de réserve qui a réussi la formation professionnelle spécialisée;
2° le candidat officier de réserve qui a réussi la formation militaire de base. ".
" Art. 40. Est commissionné au grade de sergent :
1° le candidat sous-officier de réserve qui a réussi la formation professionnelle spécialisée;
2° le candidat officier de réserve qui a réussi la formation militaire de base. ".
Art. 29. In artikel 41 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de Nederlandse tekst wordt het woord " voorziene " opgeheven en worden de woorden " als reserveonderluitenant " vervangen door de woorden " in de graad van onderluitenant ";
2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
" De kandidaat-reserveofficier van de laterale bijzondere werving die geslaagd is in de fase van gespecialiseerde professionele opleiding wordt evenwel aangesteld in de graad van kapitein. ".
1° in de Nederlandse tekst wordt het woord " voorziene " opgeheven en worden de woorden " als reserveonderluitenant " vervangen door de woorden " in de graad van onderluitenant ";
2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
" De kandidaat-reserveofficier van de laterale bijzondere werving die geslaagd is in de fase van gespecialiseerde professionele opleiding wordt evenwel aangesteld in de graad van kapitein. ".
Art. 29. A l'article 41 du mĂȘme arrĂȘtĂ© les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° dans le texte néerlandais le mot " voorziene " est abrogé et les mots " sous-lieutenant de réserve " sont remplacés par les mots " au grade de sous-lieutenant ";
2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Toutefois, le candidat officier de réserve du recrutement spécial latéral qui a réussi la phase d'instruction militaire spécialisée est commissionné au grade de capitaine. ".
1° dans le texte néerlandais le mot " voorziene " est abrogé et les mots " sous-lieutenant de réserve " sont remplacés par les mots " au grade de sous-lieutenant ";
2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Toutefois, le candidat officier de réserve du recrutement spécial latéral qui a réussi la phase d'instruction militaire spécialisée est commissionné au grade de capitaine. ".
Art. 30. Artikel 43 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 30. L'article 43 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est abrogĂ©.
Art. 31. Artikel 44 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 31. L'article 44 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est abrogĂ©.
Art. 32. Artikel 45 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" De kandidaat-reserveofficier die geslaagd is in de vormingscyclus en die een wederdienstneming als reserveofficier heeft ondertekend, wordt benoemd in de graad van onderluitenant.
De kandidaat-reserveofficier van de laterale bijzondere werving die geslaagd is in de vormingscyclus en de taalproeven en die een wederdienstneming als reserveofficier heeft ondertekend, wordt evenwel benoemd in de graad van majoor. ".
" De kandidaat-reserveofficier die geslaagd is in de vormingscyclus en die een wederdienstneming als reserveofficier heeft ondertekend, wordt benoemd in de graad van onderluitenant.
De kandidaat-reserveofficier van de laterale bijzondere werving die geslaagd is in de vormingscyclus en de taalproeven en die een wederdienstneming als reserveofficier heeft ondertekend, wordt evenwel benoemd in de graad van majoor. ".
Art. 32. L'article 45 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
" Le candidat officier de réserve qui a réussi le cycle de formation et qui a signé un rengagement comme officier de réserve est nommé au grade de sous-lieutenant.
Toutefois, le candidat officier de réserve issu du recrutement spécial latéral qui a réussi le cycle de formation et les épreuves linguistiques et qui a signé un rengagement comme officier de réserve est nommé au grade de major. ".
" Le candidat officier de réserve qui a réussi le cycle de formation et qui a signé un rengagement comme officier de réserve est nommé au grade de sous-lieutenant.
Toutefois, le candidat officier de réserve issu du recrutement spécial latéral qui a réussi le cycle de formation et les épreuves linguistiques et qui a signé un rengagement comme officier de réserve est nommé au grade de major. ".
Art. 33. Artikel 46 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" De kandidaat-reserveonderofficier die geslaagd is in de vormingscyclus en die een wederdienstneming als reserveonderofficier heeft ondertekend, wordt benoemd in de graad van sergeant. ".
" De kandidaat-reserveonderofficier die geslaagd is in de vormingscyclus en die een wederdienstneming als reserveonderofficier heeft ondertekend, wordt benoemd in de graad van sergeant. ".
Art. 33. L'article 46 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
" Le candidat sous-officier de réserve qui a réussi le cycle de formation et qui a signé un rengagement comme sous-officier de réserve est nommé au grade de sergent. ".
" Le candidat sous-officier de réserve qui a réussi le cycle de formation et qui a signé un rengagement comme sous-officier de réserve est nommé au grade de sergent. ".
Art. 34. Artikel 47 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" De kandidaat-reservevrijwilliger die geslaagd is in de vormingscyclus en die een wederdienstneming als reservevrijwilliger heeft ondertekend wordt benoemd in de graad van eerste soldaat. ".
" De kandidaat-reservevrijwilliger die geslaagd is in de vormingscyclus en die een wederdienstneming als reservevrijwilliger heeft ondertekend wordt benoemd in de graad van eerste soldaat. ".
Art. 34. L'article 47 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
" Le candidat volontaire de réserve qui a réussi le cycle de formation et qui a signé un rengagement comme volontaire de réserve est nommé au grade de premier soldat. ".
" Le candidat volontaire de réserve qui a réussi le cycle de formation et qui a signé un rengagement comme volontaire de réserve est nommé au grade de premier soldat. ".
Art. 35. In artikel 49 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden " de basisgraad van reserveonderluitenant of reservesergeant of reserve eerste soldaat " vervangen door de woorden " de graad van onderluitenant of sergeant of eerste soldaat of, voor de officieren van de laterale bijzondere werving, de graad van majoor ";
2° in het tweede lid worden de woorden " de basisgraad van reserveonderluitenant of reservesergeant of reserve eerste soldaat " vervangen door de woorden " de graad van onderluitenant of sergeant of eerste soldaat of, voor de officieren van de laterale bijzondere werving, de graad van majoor ";
3° in het derde lid worden de woorden " de basisgraad " telkens vervangen door de woorden " de graad van onderluitenant of sergeant of eerste soldaat of, voor de officieren van de laterale bijzondere werving, de graad van majoor ".
1° in het eerste lid worden de woorden " de basisgraad van reserveonderluitenant of reservesergeant of reserve eerste soldaat " vervangen door de woorden " de graad van onderluitenant of sergeant of eerste soldaat of, voor de officieren van de laterale bijzondere werving, de graad van majoor ";
2° in het tweede lid worden de woorden " de basisgraad van reserveonderluitenant of reservesergeant of reserve eerste soldaat " vervangen door de woorden " de graad van onderluitenant of sergeant of eerste soldaat of, voor de officieren van de laterale bijzondere werving, de graad van majoor ";
3° in het derde lid worden de woorden " de basisgraad " telkens vervangen door de woorden " de graad van onderluitenant of sergeant of eerste soldaat of, voor de officieren van de laterale bijzondere werving, de graad van majoor ".
Art. 35. A l'article 49 les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, les mots " leur grade de base de sous-lieutenant de réserve ou de sergent de réserve ou de premier soldat de réserve " sont remplacés par les mots " le grade de sous-lieutenant ou de sergent ou de premier soldat ou, pour les officiers du recrutement spécial latéral, le grade de major ";
2° dans l'alinéa 2, les mots " le grade de base de sous-lieutenant de réserve ou de sergent de réserve ou de premier soldat de réserve " sont remplacés par les mots " le grade de sous-lieutenant ou de sergent ou de premier soldat ou, pour les officiers du recrutement spécial latéral, le grade de major ";
3° dans l'alinéa 3, les mots " le grade de base " sont à chaque fois remplacés par les mots " le grade de sous-lieutenant ou de sergent ou de premier soldat ou, pour les officiers du recrutement spécial latéral, le grade de major ".
1° dans l'alinéa 1er, les mots " leur grade de base de sous-lieutenant de réserve ou de sergent de réserve ou de premier soldat de réserve " sont remplacés par les mots " le grade de sous-lieutenant ou de sergent ou de premier soldat ou, pour les officiers du recrutement spécial latéral, le grade de major ";
2° dans l'alinéa 2, les mots " le grade de base de sous-lieutenant de réserve ou de sergent de réserve ou de premier soldat de réserve " sont remplacés par les mots " le grade de sous-lieutenant ou de sergent ou de premier soldat ou, pour les officiers du recrutement spécial latéral, le grade de major ";
3° dans l'alinéa 3, les mots " le grade de base " sont à chaque fois remplacés par les mots " le grade de sous-lieutenant ou de sergent ou de premier soldat ou, pour les officiers du recrutement spécial latéral, le grade de major ".
Art. 36. Artikel 50 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Art. 50. De bevordering van de reservemilitairen is afgestemd op de behoeften van de krijgsmacht, rekening houdende met de personeelsenveloppe van militairen van het reservekader. ".
" Art. 50. De bevordering van de reservemilitairen is afgestemd op de behoeften van de krijgsmacht, rekening houdende met de personeelsenveloppe van militairen van het reservekader. ".
Art. 36. L'article 50 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
" Art. 50. L'avancement des militaires de réserve est limité aux besoins des forces armées en tenant compte de l'enveloppe en personnel militaire du cadre de réserve. ".
" Art. 50. L'avancement des militaires de réserve est limité aux besoins des forces armées en tenant compte de l'enveloppe en personnel militaire du cadre de réserve. ".
Art. 37. Artikel 51 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met twee leden, luidende :
" De beroepsmilitair die, krachtens de artikelen 10, 11 en 12 van de wet, in het reservekader toegelaten wordt, wordt evenwel verondersteld voldaan te hebben aan de bepalingen van artikel 42, tweede lid, voor het kalenderjaar tijdens hetwelke hij in dit kader toegelaten wordt. Hetzelfde geldt voor de kandidaat-reservemilitair voor het kalenderjaar waarin hij de hoedanigheid van reservemilitair verwerft.
Er wordt nagegaan of betrokkene aan de voormelde voorwaarde voldoet op 1 januari van het jaar waarin een bevorderingscomité wordt georganiseerd, waarin zijn bevordering plaats vindt, waarin hij bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven uitvoert, of waarin hij deelneemt aan beroepsproeven. ".
" De beroepsmilitair die, krachtens de artikelen 10, 11 en 12 van de wet, in het reservekader toegelaten wordt, wordt evenwel verondersteld voldaan te hebben aan de bepalingen van artikel 42, tweede lid, voor het kalenderjaar tijdens hetwelke hij in dit kader toegelaten wordt. Hetzelfde geldt voor de kandidaat-reservemilitair voor het kalenderjaar waarin hij de hoedanigheid van reservemilitair verwerft.
Er wordt nagegaan of betrokkene aan de voormelde voorwaarde voldoet op 1 januari van het jaar waarin een bevorderingscomité wordt georganiseerd, waarin zijn bevordering plaats vindt, waarin hij bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven uitvoert, of waarin hij deelneemt aan beroepsproeven. ".
Art. 37. L'article 51 est complété par deux alinéas rédigés comme suit :
" Toutefois, le militaire de carriĂšre qui, en vertu des articles 10, 11 et 12 de la loi, est admis dans le cadre de rĂ©serve, est supposĂ© avoir satisfait aux dispositions de l'article 42, alinĂ©a 2, pour l'annĂ©e civile au cours de laquelle il est admis dans ce cadre. Il en va de mĂȘme pour le candidat militaire de rĂ©serve pour l'annĂ©e civile oĂč il acquiert la qualitĂ© de militaire de rĂ©serve.
Il est vérifié si l'intéressé satisfait à la condition précitée au 1er janvier de l'année au cours de laquelle un comité d'avancement est organisé, au cours de laquelle sa promotion a lieu, au cours de laquelle il exécute des prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles ou au cours de laquelle il participe aux épreuves d'avancement. ".
" Toutefois, le militaire de carriĂšre qui, en vertu des articles 10, 11 et 12 de la loi, est admis dans le cadre de rĂ©serve, est supposĂ© avoir satisfait aux dispositions de l'article 42, alinĂ©a 2, pour l'annĂ©e civile au cours de laquelle il est admis dans ce cadre. Il en va de mĂȘme pour le candidat militaire de rĂ©serve pour l'annĂ©e civile oĂč il acquiert la qualitĂ© de militaire de rĂ©serve.
Il est vérifié si l'intéressé satisfait à la condition précitée au 1er janvier de l'année au cours de laquelle un comité d'avancement est organisé, au cours de laquelle sa promotion a lieu, au cours de laquelle il exécute des prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles ou au cours de laquelle il participe aux épreuves d'avancement. ".
Art. 38. In artikel 52 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden " en stages " opgeheven;
2° het tweede lid wordt vervangen als volgt :
" Alleen de reservemilitairen die geschikt zijn bevonden het bevel of de functies van de hogere graad uit te oefenen en die door de Minister aanvaard worden op basis van een door de DGHR opgestelde lijst, kunnen voor bevordering in aanmerking komen. ".
1° in het eerste lid worden de woorden " en stages " opgeheven;
2° het tweede lid wordt vervangen als volgt :
" Alleen de reservemilitairen die geschikt zijn bevonden het bevel of de functies van de hogere graad uit te oefenen en die door de Minister aanvaard worden op basis van een door de DGHR opgestelde lijst, kunnen voor bevordering in aanmerking komen. ".
Art. 38. A l'article 52 du mĂȘme arrĂȘtĂ© les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° dans l'alinéa 1er, les mots " et stages " sont abrogés;
2° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Seuls peuvent participer à l'avancement les militaires de réserve qui ont été jugés aptes à exercer le commandement ou les fonctions du grade supérieur et qui on été agréés par le Ministre sur base d'une liste établie par le DGHR. ".
1° dans l'alinéa 1er, les mots " et stages " sont abrogés;
2° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Seuls peuvent participer à l'avancement les militaires de réserve qui ont été jugés aptes à exercer le commandement ou les fonctions du grade supérieur et qui on été agréés par le Ministre sur base d'une liste établie par le DGHR. ".
Art. 39. In hetzelfde besluit wordt een artikel 52bis ingevoegd, luidende :
" Art. 52bis. De commandant van de school of van de eenheid waar de reservemilitair een cursus volgt, kan aan de DGHR een uitstel met één jaar voorstellen, wanneer de reservemilitair niet langer de professionele, karakteriële of fysieke hoedanigheden bezit om in de vorming te slagen.
Dit uitstel kan slechts één maal tijdens de loopbaan verkregen worden. De reservemilitair die niet langer de vereiste hoedanigheden bezit en die al een uitstel verkregen heeft, evenals de reservemilitair van wie het uitstel door de DGHR geweigerd wordt, wordt van elke bevorderingsprestatie uitgesloten. ".
" Art. 52bis. De commandant van de school of van de eenheid waar de reservemilitair een cursus volgt, kan aan de DGHR een uitstel met één jaar voorstellen, wanneer de reservemilitair niet langer de professionele, karakteriële of fysieke hoedanigheden bezit om in de vorming te slagen.
Dit uitstel kan slechts één maal tijdens de loopbaan verkregen worden. De reservemilitair die niet langer de vereiste hoedanigheden bezit en die al een uitstel verkregen heeft, evenals de reservemilitair van wie het uitstel door de DGHR geweigerd wordt, wordt van elke bevorderingsprestatie uitgesloten. ".
Art. 39. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 52bis, rĂ©digĂ© comme suit :
" Art. 52bis. Le commandant de l'Ă©cole ou de l'unitĂ© oĂč le militaire de rĂ©serve suit un cours peut proposer au DGHR un ajournement d'un an quand le militaire de rĂ©serve ne prĂ©sente plus les qualitĂ©s professionnelles, caractĂ©rielles ou physiques pour rĂ©ussir la formation.
Cet ajournement ne peut ĂȘtre obtenu qu'une seule fois pendant la carriĂšre. Le militaire de rĂ©serve qui ne prĂ©sente plus les qualitĂ©s requises et qui a dĂ©jĂ obtenu un ajournement, ainsi que le militaire de rĂ©serve dont le DGHR n'accepte pas un ajournement, est exclu de toute prestation d'avancement. ".
" Art. 52bis. Le commandant de l'Ă©cole ou de l'unitĂ© oĂč le militaire de rĂ©serve suit un cours peut proposer au DGHR un ajournement d'un an quand le militaire de rĂ©serve ne prĂ©sente plus les qualitĂ©s professionnelles, caractĂ©rielles ou physiques pour rĂ©ussir la formation.
Cet ajournement ne peut ĂȘtre obtenu qu'une seule fois pendant la carriĂšre. Le militaire de rĂ©serve qui ne prĂ©sente plus les qualitĂ©s requises et qui a dĂ©jĂ obtenu un ajournement, ainsi que le militaire de rĂ©serve dont le DGHR n'accepte pas un ajournement, est exclu de toute prestation d'avancement. ".
Art. 40. In hetzelfde besluit wordt een artikel 52ter ingevoegd, luidende :
" Art. 52ter. Uitzonderlijk en na akkoord van de DGHR, kunnen de cursussen gespreid worden over twee opeenvolgende sessies of over twee kalenderjaren, indien er maar één sessie per jaar is. ".
" Art. 52ter. Uitzonderlijk en na akkoord van de DGHR, kunnen de cursussen gespreid worden over twee opeenvolgende sessies of over twee kalenderjaren, indien er maar één sessie per jaar is. ".
Art. 40. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 52ter, rĂ©digĂ© comme suit :
" Art. 52ter. Exceptionnellement et aprĂšs accord du DGHR, les cours peuvent ĂȘtre Ă©talĂ©s sur deux sessions successives ou deux annĂ©es civiles s'il n'y a qu'une session par an. ".
" Art. 52ter. Exceptionnellement et aprĂšs accord du DGHR, les cours peuvent ĂȘtre Ă©talĂ©s sur deux sessions successives ou deux annĂ©es civiles s'il n'y a qu'une session par an. ".
Art. 41. In artikel 53 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het tweede lid worden de woorden " van arts, van dierenarts, van tandarts, van doctor in de genees-, heel- en verloskunde, of van dokter in de veeartsenijkunde, van apotheker, of van licentiaat in de tandheelkunde " vervangen door de woorden " van arts, van dierenarts, van tandarts of van apotheker ";
2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
" In afwijking van het eerste lid kunnen de reserveofficieren van de laterale bijzondere werving pas tot de hogere graad worden bevorderd, nadat de beroepsofficieren van hun korps die in de graad van majoor dezelfde anciënniteit hebben als zij, en die inzake bevordering een normale loopbaan hebben gehad in deze graad zijn bevorderd. ".
1° in het tweede lid worden de woorden " van arts, van dierenarts, van tandarts, van doctor in de genees-, heel- en verloskunde, of van dokter in de veeartsenijkunde, van apotheker, of van licentiaat in de tandheelkunde " vervangen door de woorden " van arts, van dierenarts, van tandarts of van apotheker ";
2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
" In afwijking van het eerste lid kunnen de reserveofficieren van de laterale bijzondere werving pas tot de hogere graad worden bevorderd, nadat de beroepsofficieren van hun korps die in de graad van majoor dezelfde anciënniteit hebben als zij, en die inzake bevordering een normale loopbaan hebben gehad in deze graad zijn bevorderd. ".
Art. 41. A l'article 53 du mĂȘme arrĂȘtĂ© les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° dans l'alinéa 2, les mots " docteur en médecine, chirurgie et accouchement, de docteur en médecine vétérinaire, de pharmacien ou de licencié en sciences dentaires " sont remplacés par les mots " médecin, de vétérinaire, de dentiste ou de pharmacien ";
2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" En dĂ©rogation Ă l'alinĂ©a 1er, les officiers de rĂ©serve issus du recrutement spĂ©cial latĂ©ral ne peuvent ĂȘtre promus au grade supĂ©rieur qu'aprĂšs la promotion Ă ce grade des officiers de carriĂšre de leur corps, de mĂȘme anciennetĂ© qu'eux dans le grade de major, et qui ont effectuĂ© au point de vue de l'avancement une carriĂšre normale. ".
1° dans l'alinéa 2, les mots " docteur en médecine, chirurgie et accouchement, de docteur en médecine vétérinaire, de pharmacien ou de licencié en sciences dentaires " sont remplacés par les mots " médecin, de vétérinaire, de dentiste ou de pharmacien ";
2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" En dĂ©rogation Ă l'alinĂ©a 1er, les officiers de rĂ©serve issus du recrutement spĂ©cial latĂ©ral ne peuvent ĂȘtre promus au grade supĂ©rieur qu'aprĂšs la promotion Ă ce grade des officiers de carriĂšre de leur corps, de mĂȘme anciennetĂ© qu'eux dans le grade de major, et qui ont effectuĂ© au point de vue de l'avancement une carriĂšre normale. ".
Art. 42. In artikel 54, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden " reserveluitenant-kolonel, reservekolonel en reservegeneraal-majoor " vervangen door de woorden " luitenant-kolonel, kolonel en generaal-majoor ".
Art. 42. Dans l'article 54, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " de lieutenant-colonel, de colonel et de gĂ©nĂ©ral-major de rĂ©serve " sont remplacĂ©s par les mots " de lieutenant-colonel, de colonel et de gĂ©nĂ©ral-major ".
Art. 43. In artikel 55, eerste lid, van hetzelfde besluit, wordt het woord " reservemajoor " vervangen door het woord " majoor ".
Art. 43. Dans l'article 55, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " de major de rĂ©serve " sont remplacĂ©s par les mots " de major ".
Art. 44. Artikel 57 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Art. 57. Om benoemd te worden tot de graad van luitenant, moet de reserveofficier vijf jaar anciënniteit in de graad van onderluitenant bezitten. ".
" Art. 57. Om benoemd te worden tot de graad van luitenant, moet de reserveofficier vijf jaar anciënniteit in de graad van onderluitenant bezitten. ".
Art. 44. L'article 57 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
" Art. 57. Pour ĂȘtre nommĂ© au grade de lieutenant, l'officier doit avoir cinq ans d'anciennetĂ© dans le grade de sous-lieutenant. ".
" Art. 57. Pour ĂȘtre nommĂ© au grade de lieutenant, l'officier doit avoir cinq ans d'anciennetĂ© dans le grade de sous-lieutenant. ".
Art. 45. In hetzelfde besluit wordt een artikel 57bis ingevoegd, luidende :
" Art. 57bis. § 1. Om benoemd te worden tot de graad van kapitein, moet de reserveofficier :
1° zes jaar anciënniteit bezitten in de graad van luitenant;
2° slagen voor de beroepsproeven bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet.
§ 2. Om deel te nemen aan de beroepsproeven moet de reserveofficier :
1° geslaagd zijn in de ingangstest voorafgaand aan de vormingsfase hernomen in de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven;
2° de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven volbracht hebben, die bestaan uit het volgen van een informatiefase, het doorlopen van een zelfstudiefase van ten minste vier en ten hoogste acht maanden, en het slagen in een vormingsfase van drie weken, die opgesplitst kan worden. ".
" Art. 57bis. § 1. Om benoemd te worden tot de graad van kapitein, moet de reserveofficier :
1° zes jaar anciënniteit bezitten in de graad van luitenant;
2° slagen voor de beroepsproeven bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet.
§ 2. Om deel te nemen aan de beroepsproeven moet de reserveofficier :
1° geslaagd zijn in de ingangstest voorafgaand aan de vormingsfase hernomen in de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven;
2° de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven volbracht hebben, die bestaan uit het volgen van een informatiefase, het doorlopen van een zelfstudiefase van ten minste vier en ten hoogste acht maanden, en het slagen in een vormingsfase van drie weken, die opgesplitst kan worden. ".
Art. 45. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 57bis, rĂ©digĂ© comme suit :
" Art. 57bis. § 1er. Pour ĂȘtre nommĂ© au grade de capitaine, l'officier de rĂ©serve, doit avoir :
1° six ans d'ancienneté dans le grade de lieutenant;
2° réussi les épreuves professionnelles visées à l'article 60, alinéa 1er, de la loi.
§ 2. Pour participer aux épreuves professionnelles l'officier de réserve doit avoir :
1° réussi le test d'entrée préalable à la phase de formation reprise dans les prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles;
2° effectuĂ© les prestations d'avancement en prĂ©paration aux Ă©preuves professionnelles, qui consistent Ă suivre une phase d'information, Ă parcourir une phase d'Ă©tude personnelle de minimum quatre et maximum huit mois et Ă rĂ©ussir une phase de formation de trois semaines, qui peut ĂȘtre scindĂ©e. ".
" Art. 57bis. § 1er. Pour ĂȘtre nommĂ© au grade de capitaine, l'officier de rĂ©serve, doit avoir :
1° six ans d'ancienneté dans le grade de lieutenant;
2° réussi les épreuves professionnelles visées à l'article 60, alinéa 1er, de la loi.
§ 2. Pour participer aux épreuves professionnelles l'officier de réserve doit avoir :
1° réussi le test d'entrée préalable à la phase de formation reprise dans les prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles;
2° effectuĂ© les prestations d'avancement en prĂ©paration aux Ă©preuves professionnelles, qui consistent Ă suivre une phase d'information, Ă parcourir une phase d'Ă©tude personnelle de minimum quatre et maximum huit mois et Ă rĂ©ussir une phase de formation de trois semaines, qui peut ĂȘtre scindĂ©e. ".
Art. 46. In hetzelfde besluit wordt een artikel 57ter ingevoegd, luidende :
" Art. 57ter. Om benoemd te worden tot de graad van kapitein-commandant, moet de reserveofficier zes jaar anciënniteit bezitten in de graad van kapitein. ".
" Art. 57ter. Om benoemd te worden tot de graad van kapitein-commandant, moet de reserveofficier zes jaar anciënniteit bezitten in de graad van kapitein. ".
Art. 46. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 57ter, rĂ©digĂ© comme suit :
" Art. 57ter. Pour ĂȘtre nommĂ© au grade de capitaine-commandant, l'officier de rĂ©serve doit avoir six ans d'anciennetĂ© dans le grade de capitaine. ".
" Art. 57ter. Pour ĂȘtre nommĂ© au grade de capitaine-commandant, l'officier de rĂ©serve doit avoir six ans d'anciennetĂ© dans le grade de capitaine. ".
Art. 47. Artikel 58 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Art. 58. § 1. Geen reserveofficier, met uitzondering van de reserveofficier van de laterale bijzondere werving, kan in de graad van majoor worden benoemd indien hij niet :
1° ten minste twintig jaar anciënniteit als officier heeft;
2° geslaagd is voor de beroepsproeven bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet;
§ 2. Om deel te nemen aan de beroepsproeven moet de reserveofficier :
1° geslaagd zijn in de ingangstest voorafgaand aan de vormingsfase hernomen in de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven;
2° de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven volbracht hebben, die bestaan uit het volgen van een informatiefase, het doorlopen van een zelfstudiefase van ten minste vier en maximum acht maanden en het slagen in een vormingsfase van drie weken, die opgesplitst kan worden. ".
" Art. 58. § 1. Geen reserveofficier, met uitzondering van de reserveofficier van de laterale bijzondere werving, kan in de graad van majoor worden benoemd indien hij niet :
1° ten minste twintig jaar anciënniteit als officier heeft;
2° geslaagd is voor de beroepsproeven bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet;
§ 2. Om deel te nemen aan de beroepsproeven moet de reserveofficier :
1° geslaagd zijn in de ingangstest voorafgaand aan de vormingsfase hernomen in de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven;
2° de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven volbracht hebben, die bestaan uit het volgen van een informatiefase, het doorlopen van een zelfstudiefase van ten minste vier en maximum acht maanden en het slagen in een vormingsfase van drie weken, die opgesplitst kan worden. ".
Art. 47. L'article 58 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
" Art. 58. § 1er. Nul officier de rĂ©serve, Ă l'exception de l'officier de rĂ©serve du recrutement spĂ©cial latĂ©ral, ne peut ĂȘtre nommĂ© au grade de major s'il n'a pas :
1° au moins vingt ans d'ancienneté comme officier;
2° réussi les épreuves professionnelles visées à l'article 60, alinéa 1er, de la loi;
§ 2. Pour participer aux épreuves professionnelles l'officier de réserve doit avoir :
1° réussi le test d'entrée préalable à la phase de formation reprise dans les prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles;
2° effectuĂ© les prestations d'avancement en prĂ©paration aux Ă©preuves professionnelles, qui consistent Ă suivre une phase d'information, Ă parcourir une phase d'Ă©tude personnelle de minimum quatre et maximum huit mois et Ă rĂ©ussir une phase de formation de trois semaines, qui peut ĂȘtre scindĂ©e. ".
" Art. 58. § 1er. Nul officier de rĂ©serve, Ă l'exception de l'officier de rĂ©serve du recrutement spĂ©cial latĂ©ral, ne peut ĂȘtre nommĂ© au grade de major s'il n'a pas :
1° au moins vingt ans d'ancienneté comme officier;
2° réussi les épreuves professionnelles visées à l'article 60, alinéa 1er, de la loi;
§ 2. Pour participer aux épreuves professionnelles l'officier de réserve doit avoir :
1° réussi le test d'entrée préalable à la phase de formation reprise dans les prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles;
2° effectuĂ© les prestations d'avancement en prĂ©paration aux Ă©preuves professionnelles, qui consistent Ă suivre une phase d'information, Ă parcourir une phase d'Ă©tude personnelle de minimum quatre et maximum huit mois et Ă rĂ©ussir une phase de formation de trois semaines, qui peut ĂȘtre scindĂ©e. ".
Art. 48. In hetzelfde besluit wordt een artikel 58bis ingevoegd, luidende :
" Art. 58bis. § 1. Geen reserveofficier kan in de graad van luitenant-kolonel of kolonel worden benoemd, indien hij niet :
1° ten minste vijf jaar anciënniteit heeft in de onmiddellijk lagere graad;
2° geslaagd is voor de beroepsproeven bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet.
§ 2. Om deel te nemen aan de beroepsproeven moet de reserveofficier :
1° geslaagd zijn in de ingangstest voorafgaand aan de vormingsfase hernomen in de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven;
2° voorafgaand aan de vormingsfase hernomen in de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven, het bewijs leveren van een voldoende werkbare kennis van het Engels, zoals bedoeld in artikel 58quater ;
3° de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven volbracht hebben, die bestaan uit het volgen van een informatiefase, het doorlopen van een zelfstudiefase van ten minste vier en ten hoogste acht maanden en het slagen in een vormingsfase van drie weken, die opgesplitst kan worden. ".
" Art. 58bis. § 1. Geen reserveofficier kan in de graad van luitenant-kolonel of kolonel worden benoemd, indien hij niet :
1° ten minste vijf jaar anciënniteit heeft in de onmiddellijk lagere graad;
2° geslaagd is voor de beroepsproeven bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet.
§ 2. Om deel te nemen aan de beroepsproeven moet de reserveofficier :
1° geslaagd zijn in de ingangstest voorafgaand aan de vormingsfase hernomen in de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven;
2° voorafgaand aan de vormingsfase hernomen in de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven, het bewijs leveren van een voldoende werkbare kennis van het Engels, zoals bedoeld in artikel 58quater ;
3° de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven volbracht hebben, die bestaan uit het volgen van een informatiefase, het doorlopen van een zelfstudiefase van ten minste vier en ten hoogste acht maanden en het slagen in een vormingsfase van drie weken, die opgesplitst kan worden. ".
Art. 48. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 58bis, rĂ©digĂ© comme suit :
" Art. 58bis. § 1er. Nul officier de rĂ©serve ne peut ĂȘtre nommĂ© au grade de lieutenant-colonel ou de colonel, s'il n'a pas :
1° au moins cinq ans d'ancienneté dans le grade immédiatement inférieur;
2° réussi les épreuves professionnelles visées à l'article 60, alinéa 1er, de la loi.
§ 2. Pour participer aux épreuves professionnelles l'officier de réserve doit avoir :
1° réussi le test d'entrée préalable à la phase de formation reprise dans les prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles;
2° préalablement à la phase de formation reprise dans les prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles, fourni la preuve d'une connaissance pratique suffisante de l'anglais comme visé à l'article 58quater ;
3° effectuĂ© les prestations d'avancement en prĂ©paration aux Ă©preuves professionnelles, qui consistent Ă suivre une phase d'information, Ă parcourir une phase d'Ă©tude personnelle de minimum quatre et maximum huit mois et Ă rĂ©ussir une phase de formation de trois semaines, qui peut ĂȘtre scindĂ©e. ".
" Art. 58bis. § 1er. Nul officier de rĂ©serve ne peut ĂȘtre nommĂ© au grade de lieutenant-colonel ou de colonel, s'il n'a pas :
1° au moins cinq ans d'ancienneté dans le grade immédiatement inférieur;
2° réussi les épreuves professionnelles visées à l'article 60, alinéa 1er, de la loi.
§ 2. Pour participer aux épreuves professionnelles l'officier de réserve doit avoir :
1° réussi le test d'entrée préalable à la phase de formation reprise dans les prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles;
2° préalablement à la phase de formation reprise dans les prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles, fourni la preuve d'une connaissance pratique suffisante de l'anglais comme visé à l'article 58quater ;
3° effectuĂ© les prestations d'avancement en prĂ©paration aux Ă©preuves professionnelles, qui consistent Ă suivre une phase d'information, Ă parcourir une phase d'Ă©tude personnelle de minimum quatre et maximum huit mois et Ă rĂ©ussir une phase de formation de trois semaines, qui peut ĂȘtre scindĂ©e. ".
Art. 49. In hetzelfde besluit wordt een artikel 58ter ingevoegd, luidende :
" Art. 58ter. § 1. Geen reserveofficier kan in een opperofficiersgraad worden benoemd, indien hij niet :
1° ten minste vijf jaar anciënniteit heeft in de onmiddellijk lagere graad;
2° geslaagd is voor de beroepsproeven bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet.
§ 2. Om deel te nemen aan de beroepsproeven moet de reserveofficier :
1° voorafgaand aan de vormingsfase hernomen in de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven, het bewijs leveren van een voldoende werkbare kennis van het Engels, zoals bedoeld in artikel 58quater ;
2° de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven volbracht hebben, die bestaan uit het volgen van een informatiedag en het slagen in een vormingsfase van ten minste acht weken, die opgesplitst kan worden. ".
" Art. 58ter. § 1. Geen reserveofficier kan in een opperofficiersgraad worden benoemd, indien hij niet :
1° ten minste vijf jaar anciënniteit heeft in de onmiddellijk lagere graad;
2° geslaagd is voor de beroepsproeven bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet.
§ 2. Om deel te nemen aan de beroepsproeven moet de reserveofficier :
1° voorafgaand aan de vormingsfase hernomen in de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven, het bewijs leveren van een voldoende werkbare kennis van het Engels, zoals bedoeld in artikel 58quater ;
2° de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven volbracht hebben, die bestaan uit het volgen van een informatiedag en het slagen in een vormingsfase van ten minste acht weken, die opgesplitst kan worden. ".
Art. 49. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 58ter, rĂ©digĂ© comme suit :
" Art. 58ter. § 1er Nul officier de rĂ©serve ne peut ĂȘtre nommĂ© Ă un grade d'officier gĂ©nĂ©ral, s'il n'a pas :
1° au moins cinq ans d'ancienneté dans le grade immédiatement inférieur;
2° réussi les épreuves professionnelles visées à l'article 60, alinéa 1er, de la loi.
§ 2. Pour participer aux épreuves professionnelles l'officier de réserve doit avoir :
1° préalablement à la phase de formation reprise dans les prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles, fourni la preuve d'une connaissance pratique suffisante de l'anglais comme visé à l'article 58quater ;
2° effectuĂ© les prestations d'avancement en prĂ©paration aux Ă©preuves professionnelles, qui consistent Ă suivre une journĂ©e d'information et Ă rĂ©ussir une phase de formation de minimum huit semaines, qui peut ĂȘtre scindĂ©e. ".
" Art. 58ter. § 1er Nul officier de rĂ©serve ne peut ĂȘtre nommĂ© Ă un grade d'officier gĂ©nĂ©ral, s'il n'a pas :
1° au moins cinq ans d'ancienneté dans le grade immédiatement inférieur;
2° réussi les épreuves professionnelles visées à l'article 60, alinéa 1er, de la loi.
§ 2. Pour participer aux épreuves professionnelles l'officier de réserve doit avoir :
1° préalablement à la phase de formation reprise dans les prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles, fourni la preuve d'une connaissance pratique suffisante de l'anglais comme visé à l'article 58quater ;
2° effectuĂ© les prestations d'avancement en prĂ©paration aux Ă©preuves professionnelles, qui consistent Ă suivre une journĂ©e d'information et Ă rĂ©ussir une phase de formation de minimum huit semaines, qui peut ĂȘtre scindĂ©e. ".
Art. 50. In hetzelfde besluit wordt een artikel 58quater ingevoegd, luidende :
" Art. 58quater. Levert het bewijs van een voldoende werkbare kennis van het Engels, de reserveofficier die ten minste vijftig procent behaald heeft voor een test die door een organisme erkend door de directeur-generaal vorming georganiseerd wordt. De taalcompetentie, die minstens het niveau 2222 moet bereiken van de eisen inzake taalcompetentie bedoeld in de standardization agreement (STANAG) 6001 van de NAVO, wordt bepaald in bijlage A bij dit besluit.
Reserveofficieren afkomstig uit het kader van de beroepsofficieren zijn vrijgesteld van de test betreffende de kennis van het Engels bedoeld in de artikelen 58bis en 58ter als ze eraan voldaan hebben als beroepsofficier.
Het slagen in de test Engels bedoeld in artikel 58bis geldt ook voor de test bedoeld in artikel 58ter. ".
" Art. 58quater. Levert het bewijs van een voldoende werkbare kennis van het Engels, de reserveofficier die ten minste vijftig procent behaald heeft voor een test die door een organisme erkend door de directeur-generaal vorming georganiseerd wordt. De taalcompetentie, die minstens het niveau 2222 moet bereiken van de eisen inzake taalcompetentie bedoeld in de standardization agreement (STANAG) 6001 van de NAVO, wordt bepaald in bijlage A bij dit besluit.
Reserveofficieren afkomstig uit het kader van de beroepsofficieren zijn vrijgesteld van de test betreffende de kennis van het Engels bedoeld in de artikelen 58bis en 58ter als ze eraan voldaan hebben als beroepsofficier.
Het slagen in de test Engels bedoeld in artikel 58bis geldt ook voor de test bedoeld in artikel 58ter. ".
Art. 50. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 58quater, rĂ©digĂ© comme suit :
" Art. 58quater. Fournit la preuve d'une connaissance pratique suffisante de l'anglais, l'officier de rĂ©serve qui a obtenu au moins cinquante pour cent des points Ă un test organisĂ© par un organisme reconnu par le directeur gĂ©nĂ©ral de la formation. La compĂ©tence linguistique, qui doit atteindre au moins le niveau 2222 des exigences en matiĂšre de compĂ©tence linguistique visĂ©e au standardization agreement (STANAG) 6001 de l'OTAN, est fixĂ©e en annexe A au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Les officiers de réserve issus du cadre des officiers de carriÚre sont dispensés du test de connaissance de l'anglais visé aux articles 58bis et 58ter, s'ils y ont satisfait en tant qu'officier de carriÚre.
La réussite du test d'anglais visé à l'article 58bis vaut également pour le test visé à l'article 58ter. ".
" Art. 58quater. Fournit la preuve d'une connaissance pratique suffisante de l'anglais, l'officier de rĂ©serve qui a obtenu au moins cinquante pour cent des points Ă un test organisĂ© par un organisme reconnu par le directeur gĂ©nĂ©ral de la formation. La compĂ©tence linguistique, qui doit atteindre au moins le niveau 2222 des exigences en matiĂšre de compĂ©tence linguistique visĂ©e au standardization agreement (STANAG) 6001 de l'OTAN, est fixĂ©e en annexe A au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Les officiers de réserve issus du cadre des officiers de carriÚre sont dispensés du test de connaissance de l'anglais visé aux articles 58bis et 58ter, s'ils y ont satisfait en tant qu'officier de carriÚre.
La réussite du test d'anglais visé à l'article 58bis vaut également pour le test visé à l'article 58ter. ".
Art. 51. Artikel 60, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Om in de reserve tot eerste sergeant-majoor of adjudant-chef te kunnen worden bevorderd, moet de reserveonderofficier slagen voor beroepsproeven. Het programma van deze proeven wordt bepaald in een reglement. ".
" Om in de reserve tot eerste sergeant-majoor of adjudant-chef te kunnen worden bevorderd, moet de reserveonderofficier slagen voor beroepsproeven. Het programma van deze proeven wordt bepaald in een reglement. ".
Art. 51. L'article 60, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
" Pour ĂȘtre nommĂ© aux grades de premier sergent-major ou d'adjudant-chef, le sous-officier de rĂ©serve doit rĂ©ussir des Ă©preuves professionnelles. Le programme de ces Ă©preuves est fixĂ© dans un rĂšglement. ".
" Pour ĂȘtre nommĂ© aux grades de premier sergent-major ou d'adjudant-chef, le sous-officier de rĂ©serve doit rĂ©ussir des Ă©preuves professionnelles. Le programme de ces Ă©preuves est fixĂ© dans un rĂšglement. ".
Art. 52. In artikel 63 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden " reserve eerste sergeant " vervangen door de woorden " eerste sergeant " en worden de woorden " , gerangschikt in de " getrainde reserve " " opgeheven;
2° het tweede, het derde en het vierde lid worden opgeheven.
1° in het eerste lid worden de woorden " reserve eerste sergeant " vervangen door de woorden " eerste sergeant " en worden de woorden " , gerangschikt in de " getrainde reserve " " opgeheven;
2° het tweede, het derde en het vierde lid worden opgeheven.
Art. 52. A l'article 63 du mĂȘme arrĂȘtĂ© les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° dans l'alinéa 1er, les mots " premier sergent de réserve " sont remplacés par les mots " premier sergent " et les mots " , classé dans la " réserve entraßnée " " sont abrogés;
2° les alinéas 2, 3 et 4 sont abrogés.
1° dans l'alinéa 1er, les mots " premier sergent de réserve " sont remplacés par les mots " premier sergent " et les mots " , classé dans la " réserve entraßnée " " sont abrogés;
2° les alinéas 2, 3 et 4 sont abrogés.
Art. 53. In hetzelfde besluit wordt een artikel 63bis ingevoegd, luidende :
" Art. 63bis. § 1. Om benoemd te worden tot de graad van eerste sergeant-majoor, moet de reserveonderofficier :
1° zeven jaar anciënniteit bezitten in de graad van eerste sergeant;
2° slagen in de in artikel 61 van de wet bedoelde beroepsproeven.
§ 2. Om deel te nemen aan de beroepsproeven moet de reserveonderofficier :
1° geslaagd zijn in de ingangstest voorafgaandelijk aan de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven;
2° de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven volbracht hebben, die bestaan uit het bijwonen van een theoretische vorming van vier al dan niet opeenvolgende weken, voorafgegaan door een informatiedag. ".
" Art. 63bis. § 1. Om benoemd te worden tot de graad van eerste sergeant-majoor, moet de reserveonderofficier :
1° zeven jaar anciënniteit bezitten in de graad van eerste sergeant;
2° slagen in de in artikel 61 van de wet bedoelde beroepsproeven.
§ 2. Om deel te nemen aan de beroepsproeven moet de reserveonderofficier :
1° geslaagd zijn in de ingangstest voorafgaandelijk aan de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven;
2° de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven volbracht hebben, die bestaan uit het bijwonen van een theoretische vorming van vier al dan niet opeenvolgende weken, voorafgegaan door een informatiedag. ".
Art. 53. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 63bis, rĂ©digĂ© comme suit :
" Art. 63bis. § 1er. Pour ĂȘtre nommĂ© au grade de premier sergent-major, le sous-officier de rĂ©serve doit avoir :
1° sept ans d'ancienneté dans le grade de premier sergent;
2° réussi les épreuves professionnelles visées à l'article 61 de la loi.
§ 2. Pour participer aux épreuves professionnelles le sous-officier de réserve doit avoir :
1° réussi le test d'entrée préalable aux prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles;
2° effectué les prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles, qui consistent à suivre une phase de formation théorique de quatre semaines successives ou non, précédée d'une journée d'information. ".
" Art. 63bis. § 1er. Pour ĂȘtre nommĂ© au grade de premier sergent-major, le sous-officier de rĂ©serve doit avoir :
1° sept ans d'ancienneté dans le grade de premier sergent;
2° réussi les épreuves professionnelles visées à l'article 61 de la loi.
§ 2. Pour participer aux épreuves professionnelles le sous-officier de réserve doit avoir :
1° réussi le test d'entrée préalable aux prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles;
2° effectué les prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles, qui consistent à suivre une phase de formation théorique de quatre semaines successives ou non, précédée d'une journée d'information. ".
Art. 54. In hetzelfde besluit wordt een artikel 63ter ingevoegd, luidende :
" Art. 63ter. De eerste sergeant die verzaakt aan bevordering of die niet heeft deelgenomen aan de beroepsproeven ten laatste negen jaar na zijn benoeming tot de graad van eerste sergeant, wordt benoemd in de graad van eerste sergeant-chef, zodra hij negen jaar anciënniteit in de graad van eerste sergeant heeft. ".
" Art. 63ter. De eerste sergeant die verzaakt aan bevordering of die niet heeft deelgenomen aan de beroepsproeven ten laatste negen jaar na zijn benoeming tot de graad van eerste sergeant, wordt benoemd in de graad van eerste sergeant-chef, zodra hij negen jaar anciënniteit in de graad van eerste sergeant heeft. ".
Art. 54. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 63ter, rĂ©digĂ© comme suit :
" Art. 63ter. Le premier sergent qui renonce à l'avancement ou qui n'a pas participé aux épreuves professionnelles au plus tard neuf ans aprÚs sa nomination au grade de premier sergent, est nommé au grade de premier sergent-chef, dÚs qu'il atteint neuf ans d'ancienneté dans le grade de premier sergent. ".
" Art. 63ter. Le premier sergent qui renonce à l'avancement ou qui n'a pas participé aux épreuves professionnelles au plus tard neuf ans aprÚs sa nomination au grade de premier sergent, est nommé au grade de premier sergent-chef, dÚs qu'il atteint neuf ans d'ancienneté dans le grade de premier sergent. ".
Art. 55. In hetzelfde besluit wordt een artikel 63quater ingevoegd, luidende :
" Art. 63quater. Om benoemd te worden tot de graad van adjudant, moet de reserveonderofficier zeven jaar anciënniteit bezitten in de graad van eerste sergeant-majoor. ".
" Art. 63quater. Om benoemd te worden tot de graad van adjudant, moet de reserveonderofficier zeven jaar anciënniteit bezitten in de graad van eerste sergeant-majoor. ".
Art. 55. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 63quater, rĂ©digĂ© comme suit :
" Art. 63quater. Pour ĂȘtre nommĂ© au grade d'adjudant, le sous-officier de rĂ©serve doit avoir sept ans d'anciennetĂ© dans le grade de premier sergent-major. ".
" Art. 63quater. Pour ĂȘtre nommĂ© au grade d'adjudant, le sous-officier de rĂ©serve doit avoir sept ans d'anciennetĂ© dans le grade de premier sergent-major. ".
Art. 56. Artikel 64 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Art. 64. § 1. Om in aanmerking te kunnen komen voor de benoeming tot de graad van adjudant-chef moet de reserveonderofficier :
1° zeven jaar anciënniteit in de graad van adjudant bezitten;
2° slagen in de in artikel 62 van de wet bedoelde beroepsproeven.
§ 2. Om deel te nemen aan de beroepsproeven moet de reserveonderofficier :
1° geslaagd zijn in de ingangstest voorafgaandelijk aan de bevorderingsprestaties;
2° de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven volbracht hebben, die bestaan uit het bijwonen van een theoretische vorming van vier al dan niet opeenvolgende weken, voorafgegaan door een informatiedag. ".
" Art. 64. § 1. Om in aanmerking te kunnen komen voor de benoeming tot de graad van adjudant-chef moet de reserveonderofficier :
1° zeven jaar anciënniteit in de graad van adjudant bezitten;
2° slagen in de in artikel 62 van de wet bedoelde beroepsproeven.
§ 2. Om deel te nemen aan de beroepsproeven moet de reserveonderofficier :
1° geslaagd zijn in de ingangstest voorafgaandelijk aan de bevorderingsprestaties;
2° de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven volbracht hebben, die bestaan uit het bijwonen van een theoretische vorming van vier al dan niet opeenvolgende weken, voorafgegaan door een informatiedag. ".
Art. 56. L'article 64 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
" Art. 64. § 1er. Pour pouvoir ĂȘtre pris en considĂ©ration pour la nomination au grade d'adjudant-chef, le sous-officier de rĂ©serve, doit avoir :
1° sept ans d'ancienneté dans le grade d'adjudant;
2° réussi les épreuves professionnelles visées à l'article 62 de la loi.
§ 2. Pour participer aux épreuves professionnelles le sous-officier de réserve doit avoir :
1° réussi le test d'entrée préalable aux prestations d'avancement;
2° effectué les prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles, qui consistent à suivre une phase de formation théorique de quatre semaines successives ou non, précédée d'une journée d'information. ".
" Art. 64. § 1er. Pour pouvoir ĂȘtre pris en considĂ©ration pour la nomination au grade d'adjudant-chef, le sous-officier de rĂ©serve, doit avoir :
1° sept ans d'ancienneté dans le grade d'adjudant;
2° réussi les épreuves professionnelles visées à l'article 62 de la loi.
§ 2. Pour participer aux épreuves professionnelles le sous-officier de réserve doit avoir :
1° réussi le test d'entrée préalable aux prestations d'avancement;
2° effectué les prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles, qui consistent à suivre une phase de formation théorique de quatre semaines successives ou non, précédée d'une journée d'information. ".
Art. 57. In hetzelfde besluit wordt een artikel 64bis ingevoegd, luidende :
" Art. 64bis. Om in aanmerking te kunnen komen voor de benoeming tot de graad van adjudant-majoor moet de reserveonderofficier vijf jaar anciënniteit in de graad van adjudant-chef bezitten. ".
" Art. 64bis. Om in aanmerking te kunnen komen voor de benoeming tot de graad van adjudant-majoor moet de reserveonderofficier vijf jaar anciënniteit in de graad van adjudant-chef bezitten. ".
Art. 57. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 64bis, rĂ©digĂ© comme suit :
" Art. 64bis. Pour pouvoir ĂȘtre pris en considĂ©ration pour la nomination au grade d'adjudant-major, le sous-officier de rĂ©serve doit avoir cinq ans d'anciennetĂ© dans le grade d'adjudant-chef. ".
" Art. 64bis. Pour pouvoir ĂȘtre pris en considĂ©ration pour la nomination au grade d'adjudant-major, le sous-officier de rĂ©serve doit avoir cinq ans d'anciennetĂ© dans le grade d'adjudant-chef. ".
Art. 58. In artikel 66 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid wordt het woord " reservekorporaal " vervangen door het woord " korporaal " en worden de woorden " , gerangschikt in de " getrainde reserve ", " opgeheven;
2° het tweede en het derde lid worden opgeheven.
1° in het eerste lid wordt het woord " reservekorporaal " vervangen door het woord " korporaal " en worden de woorden " , gerangschikt in de " getrainde reserve ", " opgeheven;
2° het tweede en het derde lid worden opgeheven.
Art. 58. A l'article 66 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° dans l'alinéa 1er, les mots " caporal de réserve " sont remplacés par le mot " caporal " et les mots " , classé dans la " réserve entraßnée ", " sont abrogés;
2° les alinéas 2 et 3 sont abrogés.
1° dans l'alinéa 1er, les mots " caporal de réserve " sont remplacés par le mot " caporal " et les mots " , classé dans la " réserve entraßnée ", " sont abrogés;
2° les alinéas 2 et 3 sont abrogés.
Art. 59. In hetzelfde besluit wordt een artikel 66bis ingevoegd, luidende :
" Art. 66bis. § 1. Om benoemd te worden tot de graad van korporaal-chef moet de reservevrijwilliger :
1° negen jaar anciënniteit bezitten in de graad van korporaal;
2° slagen voor de in artikel 63bis van de wet bedoelde beroepsproeven, waarvan het programma bepaald wordt in een reglement.
§ 2. Om deel te nemen aan de beroepsproeven moet de reservevrijwilliger :
1° geslaagd zijn in de ingangstest voorafgaandelijk aan de bevorderingsprestaties;
2° de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven volbracht hebben, die bestaan uit het bijwonen van een theoretische vorming van twee weken, voorafgegaan door een informatiedag. ".
" Art. 66bis. § 1. Om benoemd te worden tot de graad van korporaal-chef moet de reservevrijwilliger :
1° negen jaar anciënniteit bezitten in de graad van korporaal;
2° slagen voor de in artikel 63bis van de wet bedoelde beroepsproeven, waarvan het programma bepaald wordt in een reglement.
§ 2. Om deel te nemen aan de beroepsproeven moet de reservevrijwilliger :
1° geslaagd zijn in de ingangstest voorafgaandelijk aan de bevorderingsprestaties;
2° de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven volbracht hebben, die bestaan uit het bijwonen van een theoretische vorming van twee weken, voorafgegaan door een informatiedag. ".
Art. 59. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 66bis, rĂ©digĂ© comme suit :
" Art. 66bis. § 1er. Pour ĂȘtre nommĂ© au grade de caporal-chef, le volontaire de rĂ©serve doit avoir :
1° neuf ans d'ancienneté dans le grade de caporal;
2° réussi les épreuves professionnelles fixées à l'article 63bis de la loi, dont le programme est fixé dans un rÚglement.
§ 2. Pour participer aux épreuves professionnelles le volontaire de réserve doit avoir :
1° réussi le test d'entrée préalable aux prestations d'avancement;
2° effectué les prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles, qui consistent à suivre une phase de formation théorique de deux semaines, précédée d'une journée d'information. ".
" Art. 66bis. § 1er. Pour ĂȘtre nommĂ© au grade de caporal-chef, le volontaire de rĂ©serve doit avoir :
1° neuf ans d'ancienneté dans le grade de caporal;
2° réussi les épreuves professionnelles fixées à l'article 63bis de la loi, dont le programme est fixé dans un rÚglement.
§ 2. Pour participer aux épreuves professionnelles le volontaire de réserve doit avoir :
1° réussi le test d'entrée préalable aux prestations d'avancement;
2° effectué les prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles, qui consistent à suivre une phase de formation théorique de deux semaines, précédée d'une journée d'information. ".
Art. 60. In hetzelfde besluit wordt een artikel 66ter ingevoegd, luidende :
" Art. 66ter. Om benoemd te worden tot de graad van eerste korporaal-chef moet de reservevrijwilliger negen jaar anciënniteit in de graad van korporaal-chef bezitten. ".
" Art. 66ter. Om benoemd te worden tot de graad van eerste korporaal-chef moet de reservevrijwilliger negen jaar anciënniteit in de graad van korporaal-chef bezitten. ".
Art. 60. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 66ter, rĂ©digĂ© comme suit :
" Art. 66ter. Pour ĂȘtre nommĂ© au grade de premier caporal chef, le volontaire de rĂ©serve doit avoir neuf ans d'anciennetĂ© dans le grade de caporal chef. ".
" Art. 66ter. Pour ĂȘtre nommĂ© au grade de premier caporal chef, le volontaire de rĂ©serve doit avoir neuf ans d'anciennetĂ© dans le grade de caporal chef. ".
Art. 61. In hetzelfde besluit wordt een artikel 66quater ingevoegd, luidende :
" Art. 66quater. De reservevrijwilliger die twee jaar na de normale datum waarop hij tot de hogere graad had kunnen worden bevorderd, de prestaties niet heeft verricht of niet is geslaagd voor de proeven welke voor de bevordering in de graad zijn vereist, wordt geacht voorgoed van bevordering te hebben afgezien.
De DGHR mag een langere termijn vaststellen ten behoeve van reservevrijwilligers die verblijf houden in het buitenland. ".
" Art. 66quater. De reservevrijwilliger die twee jaar na de normale datum waarop hij tot de hogere graad had kunnen worden bevorderd, de prestaties niet heeft verricht of niet is geslaagd voor de proeven welke voor de bevordering in de graad zijn vereist, wordt geacht voorgoed van bevordering te hebben afgezien.
De DGHR mag een langere termijn vaststellen ten behoeve van reservevrijwilligers die verblijf houden in het buitenland. ".
Art. 61. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 66quater, rĂ©digĂ© comme suit :
" Art. 66quater. Le volontaire de rĂ©serve qui, deux ans aprĂšs la date normale Ă laquelle il aurait pu ĂȘtre promu au grade supĂ©rieur, n'a pas effectuĂ© les prestations ou n'a pas rĂ©ussi les Ă©preuves exigĂ©es pour l'accession Ă ce grade est considĂ©rĂ© comme ayant renoncĂ© dĂ©finitivement Ă l'avancement.
Le DGHR peut fixer des délais plus longs en faveur des volontaires de réserve résidant à l'étranger. ".
" Art. 66quater. Le volontaire de rĂ©serve qui, deux ans aprĂšs la date normale Ă laquelle il aurait pu ĂȘtre promu au grade supĂ©rieur, n'a pas effectuĂ© les prestations ou n'a pas rĂ©ussi les Ă©preuves exigĂ©es pour l'accession Ă ce grade est considĂ©rĂ© comme ayant renoncĂ© dĂ©finitivement Ă l'avancement.
Le DGHR peut fixer des délais plus longs en faveur des volontaires de réserve résidant à l'étranger. ".
Art. 62. In afdeling II van hoofdstuk V van hetzelfde besluit wordt een onderafdeling IVbis ingevoegd, die de artikelen 66quinquies tot 66septies bevat, luidende :
" Onderafdeling IVbis. - Gemeenschappelijke bepalingen inzake de voortgezette vorming
Art. 66quinquies. De reservemilitair die aan de voorwaarden voldoet, wordt door zijn eenheid geĂŻnformeerd van het feit dat hij in aanmerking komt voor het volgen van een voortgezette vorming. Binnen een termijn van dertig werkdagen volgend op de ontvangst van die informatie moet de reservemilitair schriftelijk te kennen geven dat hij kandidaat is om deel te nemen aan de voortgezette vorming. Zoniet wordt hij beschouwd als verzakend om aan deze vorming deel te nemen.
De aanvraag tot deelname wordt voor advies voorgelegd aan de korpscommandant van de reservemilitair en overgemaakt aan de DGHR of de door hem aangewezen overheid voor beslissing.
Een negatief advies van de korpscommandant wordt betekend aan de reservemilitair. Deze beschikt over een termijn van tien werkdagen volgend op de betekening om een verweerschrift in te dienen. Deze termijn bedraagt dertig werkdagen indien de reservemilitair in het buitenland verblijft.
Art. 66sexies. De reservemilitair die niet slaagt in de ingangstest bedoeld in de artikelen 57bis, § 2, 1°, 58, § 2, 1°, 58bis, § 2, 1°, 63bis, § 2, 1°, 64, § 2, 1°, en 66bis, § 2, 1°, mag niet deelnemen aan de voortgezette vorming. Om te slagen moet de reservemilitair minstens de helft van de punten behalen.
De reservemilitair die niet slaagt of die niet deelneemt aan de test, kan zich, na verloop van zes maanden, voor een volgende sessie inschrijven.
Art. 66septies. De commandant van het vormingsorganisme waar de reservemilitair zijn vorming volgt, stelt een examencommissie samen, die verantwoordelijk is voor de evaluatie van de reservemilitair tijdens de vormingsfase, bedoeld in de artikelen 57bis, § 2, 2°, 58, § 2, 2° en 58bis, § 2, 3°, of tijdens de theoretische vorming, bedoeld in de artikelen 63bis, § 2, 2°, 64, § 2, 2° en 66bis, § 2, 2°.
De leden van de examencommissie moeten de grondige kennis bezitten van de taal waarin de reservemilitair de vorming volgt.
De voorzitter van de examencommissie moet bekleed zijn met een hogere graad, of moet meer anciënniteit in dezelfde graad hebben, dan deze van de beoordeelde reservemilitair.
De examencommissie kan een herexamen toestaan aan de reservemilitair die niet geslaagd is in de vormingsfase of in de theoretische vorming. De vormingsfase of de theoretische vorming mogen evenwel niet opnieuw worden gevolgd.
De reservemilitair die niet slaagt in het herexamen of het niet aflegt binnen de opgelegde termijn, wordt als definitief mislukt beschouwd. ".
" Onderafdeling IVbis. - Gemeenschappelijke bepalingen inzake de voortgezette vorming
Art. 66quinquies. De reservemilitair die aan de voorwaarden voldoet, wordt door zijn eenheid geĂŻnformeerd van het feit dat hij in aanmerking komt voor het volgen van een voortgezette vorming. Binnen een termijn van dertig werkdagen volgend op de ontvangst van die informatie moet de reservemilitair schriftelijk te kennen geven dat hij kandidaat is om deel te nemen aan de voortgezette vorming. Zoniet wordt hij beschouwd als verzakend om aan deze vorming deel te nemen.
De aanvraag tot deelname wordt voor advies voorgelegd aan de korpscommandant van de reservemilitair en overgemaakt aan de DGHR of de door hem aangewezen overheid voor beslissing.
Een negatief advies van de korpscommandant wordt betekend aan de reservemilitair. Deze beschikt over een termijn van tien werkdagen volgend op de betekening om een verweerschrift in te dienen. Deze termijn bedraagt dertig werkdagen indien de reservemilitair in het buitenland verblijft.
Art. 66sexies. De reservemilitair die niet slaagt in de ingangstest bedoeld in de artikelen 57bis, § 2, 1°, 58, § 2, 1°, 58bis, § 2, 1°, 63bis, § 2, 1°, 64, § 2, 1°, en 66bis, § 2, 1°, mag niet deelnemen aan de voortgezette vorming. Om te slagen moet de reservemilitair minstens de helft van de punten behalen.
De reservemilitair die niet slaagt of die niet deelneemt aan de test, kan zich, na verloop van zes maanden, voor een volgende sessie inschrijven.
Art. 66septies. De commandant van het vormingsorganisme waar de reservemilitair zijn vorming volgt, stelt een examencommissie samen, die verantwoordelijk is voor de evaluatie van de reservemilitair tijdens de vormingsfase, bedoeld in de artikelen 57bis, § 2, 2°, 58, § 2, 2° en 58bis, § 2, 3°, of tijdens de theoretische vorming, bedoeld in de artikelen 63bis, § 2, 2°, 64, § 2, 2° en 66bis, § 2, 2°.
De leden van de examencommissie moeten de grondige kennis bezitten van de taal waarin de reservemilitair de vorming volgt.
De voorzitter van de examencommissie moet bekleed zijn met een hogere graad, of moet meer anciënniteit in dezelfde graad hebben, dan deze van de beoordeelde reservemilitair.
De examencommissie kan een herexamen toestaan aan de reservemilitair die niet geslaagd is in de vormingsfase of in de theoretische vorming. De vormingsfase of de theoretische vorming mogen evenwel niet opnieuw worden gevolgd.
De reservemilitair die niet slaagt in het herexamen of het niet aflegt binnen de opgelegde termijn, wordt als definitief mislukt beschouwd. ".
Art. 62. Dans la section II du chapitre V du mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© une sous-section IVbis, comportant les articles 66quinquies Ă 66septies, rĂ©digĂ© comme suit :
" Sous-section IVbis. - Dispositions communes relatives à la formation continuée
Art. 66quinquies. Le militaire de réserve qui satisfait aux conditions, est informé par son unité du fait qu'il entre en ligne de compte pour suivre une formation continuée. Dans un délai de trente jours ouvrables suivant la réception de cette information, le militaire de réserve doit notifier par écrit qu'il est candidat pour participer à la formation continuée. Sinon, il est considéré comme renonçant à participer à cette formation.
La demande de participation est soumise à l'avis du chef de corps du militaire de réserve et transmise au DGHR ou à l'autorité qu'il désigne pour décision.
Un avis négatif du chef de corps est notifié au militaire de réserve. Celui-ci dispose d'un délai de dix jours ouvrables suivant la notification pour introduire un mémoire. Ce délai est de trente jours ouvrables si le militaire de réserve réside à l'étranger.
Art. 66sexies. Le militaire de réserve qui ne réussi pas le test d'entrée visé aux articles 57bis, § 2, 1°, 58, § 2, 1°, 58bis, § 2, 1°, 63bis, § 2, 1°, 64, § 2, 1°, et 66bis, § 2, 1°, ne peut pas participer à la formation continuée. Pour réussir, le militaire de réserve doit obtenir au moins la moitié des points.
Le militaire de réserve qui échoue ou qui ne participe pas au test peut, aprÚs un délai de six mois, s'inscrire pour une session suivante.
Art. 66septies. Le commandant de l'organisme de formation oĂč le militaire de rĂ©serve suit sa formation, compose une commission d'examen, qui est responsable de l'Ă©valuation du militaire de rĂ©serve lors de la phase de formation visĂ©e aux articles 57bis, § 2, 2°, 58, § 2, 2° et 58bis, § 2, 3°, ou lors de la formation thĂ©orique, visĂ©e aux articles 63bis, § 2, 2°, 64, § 2, 2° et 66bis, § 2, 2°.
Les membres de la commission d'examen doivent posséder la connaissance approfondie de la langue dans laquelle le militaire de réserve suit la formation.
Le prĂ©sident de la commission d'examen doit ĂȘtre revĂȘtu d'un grade plus Ă©levĂ©, ou avoir plus d'anciennetĂ© dans le mĂȘme grade que celui du militaire de rĂ©serve Ă©valuĂ©.
La commission d'examen peut autoriser le militaire de rĂ©serve n'ayant pas rĂ©ussi la phase de formation ou la formation thĂ©orique Ă prĂ©senter un examen de repĂȘchage. Toutefois, la phase de formation ou la formation thĂ©orique ne peuvent pas ĂȘtre suivies Ă nouveau.
Le militaire de rĂ©serve qui Ă©choue Ă l'examen de repĂȘchage ou qui ne le prĂ©sente pas dans le dĂ©lai imposĂ©, est considĂ©rĂ© comme ayant dĂ©finitivement Ă©chouĂ©. ".
" Sous-section IVbis. - Dispositions communes relatives à la formation continuée
Art. 66quinquies. Le militaire de réserve qui satisfait aux conditions, est informé par son unité du fait qu'il entre en ligne de compte pour suivre une formation continuée. Dans un délai de trente jours ouvrables suivant la réception de cette information, le militaire de réserve doit notifier par écrit qu'il est candidat pour participer à la formation continuée. Sinon, il est considéré comme renonçant à participer à cette formation.
La demande de participation est soumise à l'avis du chef de corps du militaire de réserve et transmise au DGHR ou à l'autorité qu'il désigne pour décision.
Un avis négatif du chef de corps est notifié au militaire de réserve. Celui-ci dispose d'un délai de dix jours ouvrables suivant la notification pour introduire un mémoire. Ce délai est de trente jours ouvrables si le militaire de réserve réside à l'étranger.
Art. 66sexies. Le militaire de réserve qui ne réussi pas le test d'entrée visé aux articles 57bis, § 2, 1°, 58, § 2, 1°, 58bis, § 2, 1°, 63bis, § 2, 1°, 64, § 2, 1°, et 66bis, § 2, 1°, ne peut pas participer à la formation continuée. Pour réussir, le militaire de réserve doit obtenir au moins la moitié des points.
Le militaire de réserve qui échoue ou qui ne participe pas au test peut, aprÚs un délai de six mois, s'inscrire pour une session suivante.
Art. 66septies. Le commandant de l'organisme de formation oĂč le militaire de rĂ©serve suit sa formation, compose une commission d'examen, qui est responsable de l'Ă©valuation du militaire de rĂ©serve lors de la phase de formation visĂ©e aux articles 57bis, § 2, 2°, 58, § 2, 2° et 58bis, § 2, 3°, ou lors de la formation thĂ©orique, visĂ©e aux articles 63bis, § 2, 2°, 64, § 2, 2° et 66bis, § 2, 2°.
Les membres de la commission d'examen doivent posséder la connaissance approfondie de la langue dans laquelle le militaire de réserve suit la formation.
Le prĂ©sident de la commission d'examen doit ĂȘtre revĂȘtu d'un grade plus Ă©levĂ©, ou avoir plus d'anciennetĂ© dans le mĂȘme grade que celui du militaire de rĂ©serve Ă©valuĂ©.
La commission d'examen peut autoriser le militaire de rĂ©serve n'ayant pas rĂ©ussi la phase de formation ou la formation thĂ©orique Ă prĂ©senter un examen de repĂȘchage. Toutefois, la phase de formation ou la formation thĂ©orique ne peuvent pas ĂȘtre suivies Ă nouveau.
Le militaire de rĂ©serve qui Ă©choue Ă l'examen de repĂȘchage ou qui ne le prĂ©sente pas dans le dĂ©lai imposĂ©, est considĂ©rĂ© comme ayant dĂ©finitivement Ă©chouĂ©. ".
Art. 63. In artikel 67 van hetzelfde besluit worden de woorden " in de bijlage bij dit besluit " vervangen door de woorden " in de bijlage B bij dit besluit ".
Art. 63. Dans l'article 67 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " dans l'annexe au prĂ©sent arrĂȘtĂ© " sont remplacĂ©s par les mots " dans l'annexe B au prĂ©sent arrĂȘtĂ© ".
Art. 64. In artikel 68 van hetzelfde besluit worden de woorden " in de bijlage bij dit besluit " vervangen door de woorden " in de bijlage B bij dit besluit ".
Art. 64. Dans l'article 68 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " dans l'annexe au prĂ©sent arrĂȘtĂ© " sont remplacĂ©s par les mots " dans l'annexe B au prĂ©sent arrĂȘtĂ© ".
Art. 65. In hoofdstuk VI van hetzelfde besluit wordt een artikel 68bis ingevoegd, luidende :
" Art. 68bis. Op elk moment kan de reservemilitair van de DGHR de verbreking van zijn wederdienstneming bekomen, indien hij daartoe een schriftelijke aanvraag indient. ".
" Art. 68bis. Op elk moment kan de reservemilitair van de DGHR de verbreking van zijn wederdienstneming bekomen, indien hij daartoe een schriftelijke aanvraag indient. ".
Art. 65. Dans le chapitre VI du mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 68bis, rĂ©digĂ© comme suit :
" Art. 68bis. A tout moment, le militaire de réserve peut obtenir du DGHR la résiliation de son rengagement, s'il introduit une demande écrite. ".
" Art. 68bis. A tout moment, le militaire de réserve peut obtenir du DGHR la résiliation de son rengagement, s'il introduit une demande écrite. ".
Art. 66. In artikel 70 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden " acht dagen " worden telkens vervangen door de woorden " vijf werkdagen te rekenen vanaf de dag volgend op de betekening, ";
2° in de Franse tekst van het eerste lid worden de woorden " à dater de la communication, " opgeheven.
1° de woorden " acht dagen " worden telkens vervangen door de woorden " vijf werkdagen te rekenen vanaf de dag volgend op de betekening, ";
2° in de Franse tekst van het eerste lid worden de woorden " à dater de la communication, " opgeheven.
Art. 66. A l'article 70 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° les mots " huit jours " sont à chaque fois remplacés par les mots " cinq jours ouvrables à partir du lendemain de la notification ";
2° dans le texte français de l'alinéa premier, les mots " à dater de la communication, " sont abrogés.
1° les mots " huit jours " sont à chaque fois remplacés par les mots " cinq jours ouvrables à partir du lendemain de la notification ";
2° dans le texte français de l'alinéa premier, les mots " à dater de la communication, " sont abrogés.
Art. 67. In artikel 71, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden " acht dagen " vervangen door de woorden " vijf werkdagen te rekenen vanaf de dag volgend op de betekening, ".
Art. 67. Dans l'article 71, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " huit jours " sont remplacĂ©s par les mots " cinq jours ouvrables Ă partir du lendemain de la notification ".
Art. 68. In artikel 74, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden " acht dagen " vervangen door de woorden " vijf werkdagen te rekenen van de dag volgend op de kennisname van de documenten ".
Art. 68. Dans l'article 74, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " huit jours " sont remplacĂ©s par les mots " cinq jours ouvrables Ă partir du lendemain de la prise de connaissance des documents ".
Art. 69. In artikel 75, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt het woord " kalenderdagen " vervangen door het woord " werkdagen ".
Art. 69. Dans l'article 75, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " jours calendrier " sont remplacĂ©s par les mots " jours ouvrables ".
Art. 70. Artikel 76 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Art. 76. De gewone wederoproepingen kunnen worden gegroepeerd, zoals bedoeld in artikel 34, § 2, van de wet, over een maximum periode van drie jaar.
De groepering moet op voorhand worden aangevraagd door de reservemilitair. De schriftelijke en gemotiveerde aanvraag moet worden ingediend bij de korpscommandant die deze, aangevuld met zijn advies, voor goedkeuring overmaakt aan de DGHR of de door hem aangewezen overheid.
De groepering laat de reservemilitair toe om in de getrainde reserve te blijven tot op het einde van het jaar of van het tweede jaar volgend op het jaar van indiening van de aanvraag, op voorwaarde dat de gecumuleerde minimumprestaties om getraind te blijven voorzien voor de jaren waarvoor een groepering wordt aangevraagd, uitgevoerd worden in het jaar van indiening van de aanvraag. Zodra de groepering van twee of drie jaar wordt toegestaan, mag de reservemilitair respectievelijk geen prestaties uitvoeren in het jaar of in de twee jaren volgend op het jaar van indiening van de aanvraag. ".
" Art. 76. De gewone wederoproepingen kunnen worden gegroepeerd, zoals bedoeld in artikel 34, § 2, van de wet, over een maximum periode van drie jaar.
De groepering moet op voorhand worden aangevraagd door de reservemilitair. De schriftelijke en gemotiveerde aanvraag moet worden ingediend bij de korpscommandant die deze, aangevuld met zijn advies, voor goedkeuring overmaakt aan de DGHR of de door hem aangewezen overheid.
De groepering laat de reservemilitair toe om in de getrainde reserve te blijven tot op het einde van het jaar of van het tweede jaar volgend op het jaar van indiening van de aanvraag, op voorwaarde dat de gecumuleerde minimumprestaties om getraind te blijven voorzien voor de jaren waarvoor een groepering wordt aangevraagd, uitgevoerd worden in het jaar van indiening van de aanvraag. Zodra de groepering van twee of drie jaar wordt toegestaan, mag de reservemilitair respectievelijk geen prestaties uitvoeren in het jaar of in de twee jaren volgend op het jaar van indiening van de aanvraag. ".
Art. 70. L'article 76 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
" Art. 76. Les rappels ordinaires peuvent ĂȘtre regroupĂ©s, comme visĂ© Ă l'article 34, § 2, de la loi, sur une pĂ©riode maximum de trois ans.
Le regroupement doit ĂȘtre demandĂ© en avance par le militaire de rĂ©serve. La demande par Ă©crit et motivĂ©e doit ĂȘtre introduite auprĂšs du chef de corps, qui transmet celle-ci, complĂ©tĂ©e de son avis, pour approbation au DGHR ou l'autoritĂ© qu'il dĂ©signe.
Le regroupement permet au militaire de réserve de rester dans la réserve entraßnée jusqu'à la fin de l'année ou de la deuxiÚme année qui suit l'année de l'introduction de la demande, à condition que les prestations minimales cumulées pour rester entraßné, prévues pour les années pour lesquelles un regroupement est demandé, soient effectuées au cours de l'année de l'introduction de la demande. DÚs que le regroupement de deux ou de trois années est approuvé, le militaire de réserve ne peut respectivement pas effectuer des prestations pendant l'année ou les deux années qui suivent l'année de l'introduction de la demande. ".
" Art. 76. Les rappels ordinaires peuvent ĂȘtre regroupĂ©s, comme visĂ© Ă l'article 34, § 2, de la loi, sur une pĂ©riode maximum de trois ans.
Le regroupement doit ĂȘtre demandĂ© en avance par le militaire de rĂ©serve. La demande par Ă©crit et motivĂ©e doit ĂȘtre introduite auprĂšs du chef de corps, qui transmet celle-ci, complĂ©tĂ©e de son avis, pour approbation au DGHR ou l'autoritĂ© qu'il dĂ©signe.
Le regroupement permet au militaire de réserve de rester dans la réserve entraßnée jusqu'à la fin de l'année ou de la deuxiÚme année qui suit l'année de l'introduction de la demande, à condition que les prestations minimales cumulées pour rester entraßné, prévues pour les années pour lesquelles un regroupement est demandé, soient effectuées au cours de l'année de l'introduction de la demande. DÚs que le regroupement de deux ou de trois années est approuvé, le militaire de réserve ne peut respectivement pas effectuer des prestations pendant l'année ou les deux années qui suivent l'année de l'introduction de la demande. ".
Art. 71. In artikel 79 van hetzelfde besluit worden de woorden " de DGHR, na advies van " ingevoegd tussen de woorden " voorgelegd aan " en de woorden " de onderstafchef operaties en training ".
Art. 71. Dans l'article 79 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " du DGHR, aprĂšs avis " sont insĂ©rĂ©s entre les mots " l'approbation " et les mots " du sous-chef d'Ă©tat-major opĂ©rations et entraĂźnement ".
Art. 72. In artikel 84 van hetzelfde besluit worden de woorden " , en de korpscommandant " opgeheven en wordt het woord " of " ingevoegd tussen de woorden " de dienstneming " en de woorden " de wederdienstneming ".
Art. 72. Dans l'article 84 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " , et le chef de corps " sont abrogĂ©s et le mot " ou " est insĂ©rĂ© entre les mots " l'engagement " et les mots " le rengagement ".
Art. 73. Artikel 85 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een lid, luidende :
" In afwijking van het eerste lid, gaat de reserveofficier van de laterale bijzondere werving over met zijn graad en zijn anciënniteit van majoor. Hij wordt er gerangschikt onder de officieren die op dezelfde datum als hij tot majoor werden benoemd met inachtneming van zijn betrekkelijke anciënniteit. ".
" In afwijking van het eerste lid, gaat de reserveofficier van de laterale bijzondere werving over met zijn graad en zijn anciënniteit van majoor. Hij wordt er gerangschikt onder de officieren die op dezelfde datum als hij tot majoor werden benoemd met inachtneming van zijn betrekkelijke anciënniteit. ".
Art. 73. L'article 85 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est complĂ©tĂ© par un alinĂ©a rĂ©digĂ© comme suit :
" Par dĂ©rogation Ă l'alinĂ©a 1er, l'officier de rĂ©serve du recrutement spĂ©cial latĂ©ral passe avec son grade et son anciennetĂ© de major. Il y est classĂ© parmi les officiers nommĂ©s major Ă la mĂȘme date que lui, compte tenu de son anciennetĂ© relative. ".
" Par dĂ©rogation Ă l'alinĂ©a 1er, l'officier de rĂ©serve du recrutement spĂ©cial latĂ©ral passe avec son grade et son anciennetĂ© de major. Il y est classĂ© parmi les officiers nommĂ©s major Ă la mĂȘme date que lui, compte tenu de son anciennetĂ© relative. ".
Art. 74. In artikel 97 van hetzelfde besluit worden de woorden " waarop ze ondertekend wordt " vervangen door de woorden " vastgelegd in de akte bedoeld in artikel 96 ".
Art. 74. Dans l'article 97 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " de la souscription " sont remplacĂ©s par les mots " fixĂ© dans l'acte visĂ© Ă l'article 96 ".
Art. 75. In artikel 98 van hetzelfde besluit worden de woorden " zeven kalenderdagen " vervangen door de woorden " vijf werkdagen ".
Art. 75. Dans l'article 98 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " sept jours " sont remplacĂ©s par les mots " cinq jours ouvrables ".
Art. 76. Artikel 99 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 76. L'article 99 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est abrogĂ©.
Art. 77. In hetzelfde besluit wordt het opschrift van de bijlage vervangen als volgt :
" Bijlage B bij het koninklijk besluit van 3 mei 2003 betreffende het statuut van de militairen van het reservekader van de krijgsmacht ".
" Bijlage B bij het koninklijk besluit van 3 mei 2003 betreffende het statuut van de militairen van het reservekader van de krijgsmacht ".
Art. 77. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'intitulĂ© de l'annexe est remplacĂ© par ce qui suit :
" Annexe B Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 3 mai 2003 relatif au statut des militaires du cadre de rĂ©serve des forces armĂ©es ".
" Annexe B Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 3 mai 2003 relatif au statut des militaires du cadre de rĂ©serve des forces armĂ©es ".
Art. 78. In hetzelfde besluit wordt een bijlage A ingevoegd die als bijlage is gevoegd bij dit besluit.
Art. 78. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© une annexe A qui est jointe en annexe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het koninklijk besluit van 11 september 2003 betreffende de werving van de militairen
CHAPITRE 3. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal du 11 septembre 2003 relatif au recrutement des militaires
Art. 79. In het koninklijk besluit van 11 september 2003 betreffende de werving van de militairen wordt een hoofdstuk Ibis. ingevoegd, die de artikelen 7ter en 7quater bevat, luidende :
" HOOFDSTUK Ibis. - De leeftijdsvoorwaarden
Art. 7ter. De sollicitant kandidaat-reservevrijwilliger van de normale werving mag de leeftijd van 26 jaar niet bereikt hebben op 31 december van het jaar van de inlijving.
Art. 7quater. De sollicitant van de laterale bijzondere werving mag de leeftijd van 50 jaar niet bereikt hebben op 31 december van het jaar van de inlijving. ".
" HOOFDSTUK Ibis. - De leeftijdsvoorwaarden
Art. 7ter. De sollicitant kandidaat-reservevrijwilliger van de normale werving mag de leeftijd van 26 jaar niet bereikt hebben op 31 december van het jaar van de inlijving.
Art. 7quater. De sollicitant van de laterale bijzondere werving mag de leeftijd van 50 jaar niet bereikt hebben op 31 december van het jaar van de inlijving. ".
Art. 79. Dans l'arrĂȘtĂ© royal du 11 septembre 2003 relatif au recrutement des militaires, il est insĂ©rĂ© un chapitre Ibis. comportant les articles 7ter et 7quater, rĂ©digĂ© comme suit :
" CHAPITRE Ierbis. - Des conditions d'Ăąge
Art. 7ter. Le postulant candidat volontaire de réserve du recrutement normal ne peut avoir atteint l'ùge de 26 ans au 31 décembre de l'année de l'incorporation.
Art. 7quater. Le postulant du recrutement spécial latéral ne peut avoir atteint l'ùge de 50 ans au 31 décembre de l'année de l'incorporation. ".
" CHAPITRE Ierbis. - Des conditions d'Ăąge
Art. 7ter. Le postulant candidat volontaire de réserve du recrutement normal ne peut avoir atteint l'ùge de 26 ans au 31 décembre de l'année de l'incorporation.
Art. 7quater. Le postulant du recrutement spécial latéral ne peut avoir atteint l'ùge de 50 ans au 31 décembre de l'année de l'incorporation. ".
Art. 80. In hoofdstuk II van hetzelfde besluit wordt het opschrift van afdeling I vervangen als volgt :
" De studievoorwaarden voor de normale werving van kandidaat-beroepsmilitairen ".
" De studievoorwaarden voor de normale werving van kandidaat-beroepsmilitairen ".
Art. 80. Dans le chapitre II du mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'intitulĂ© de la section 1re est remplacĂ© par ce qui suit :
" Des conditions d'études pour le recrutement normal de candidats militaires de carriÚre ".
" Des conditions d'études pour le recrutement normal de candidats militaires de carriÚre ".
Art. 81. In artikel 14 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 2 augustus 2005, worden de woorden " kandidaat-officier kapelmeester " vervangen door de woorden " kandidaat-beroepsofficier kapelmeester ".
Art. 81. Dans l'article 14 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 2 aoĂ»t 2005, les mots " candidat officier chef de musique " sont remplacĂ©s par les mots " candidat officier de carriĂšre chef de musique ".
Art. 82. In artikel 15 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 2 augustus 2005, worden de woorden " kandidaat-onderofficier muzikant " vervangen door de woorden " kandidaat-beroepsonderofficier muzikant ".
Art. 82. Dans l'article 15 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 2 aoĂ»t 2005, les mots " candidat sous-officier musicien " sont remplacĂ©s par les mots " candidat sous-officier de carriĂšre musicien ".
Art. 83. In hoofdstuk II van hetzelfde besluit wordt het opschrift van afdeling VI vervangen als volgt :
" De studievoorwaarden voor de werving van de kandidaat-reservemilitairen van de normale werving ".
" De studievoorwaarden voor de werving van de kandidaat-reservemilitairen van de normale werving ".
Art. 83. Dans le chapitre II du mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'intitulĂ© de la section VI est remplacĂ© par ce qui suit :
" Des conditions d'études pour le recrutement des candidats militaires de réserve du recrutement normal ".
" Des conditions d'études pour le recrutement des candidats militaires de réserve du recrutement normal ".
Art. 84. In artikel 20 van hetzelfde besluit, gewijzigd door het koninklijk besluit van 23 mei 2006, worden de woorden " kandidaat-reservemilitair in basisvorming " vervangen door de woorden " kandidaat-reservevrijwilliger ".
Art. 84. Dans l'article 20 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 23 mai 2006, les mots " candidat militaire de rĂ©serve en formation de base " sont remplacĂ©s par les mots " candidat volontaire de rĂ©serve ".
Art. 85. In afdeling VI van hoofdstuk II van hetzelfde besluit wordt een artikel 22bis ingevoegd, luidende :
" Art. 22bis. Indien de sollicitant kandidaat-reservemilitair op de dag van zijn inschrijving nog niet voldoet aan de studievoorwaarden voor het verkrijgen van de hoedanigheid van reservemilitair, zoals bepaald in de artikelen 3ter en 3quater van het koninklijk besluit van 3 mei 2003 betreffende het statuut van de militairen van het reservekader van de krijgsmacht, legt hij, ten laatste bij zijn verschijnen bij de Dienst onthaal en oriëntatie, een attest voor waaruit blijkt dat hij een academische vorming volgt die tot het behalen van het vereiste diploma leidt vóór het einde van zijn dienstneming.
In voorkomend geval, naast het document bedoeld in het eerste lid, ondertekent de sollicitant een document waarin hij zich verbindt om, ten laatste één jaar na het voldoen aan de in het eerste lid bedoelde studievoorwaarden, een opleiding of vorming voor het behalen van de bijkomende diploma's of kwalificaties bedoeld in artikel 3quinquies van hetzelfde koninklijk besluit aan te vatten teneinde zo snel mogelijk deze bijkomende diploma's of kwalificaties te verwerven. ".
" Art. 22bis. Indien de sollicitant kandidaat-reservemilitair op de dag van zijn inschrijving nog niet voldoet aan de studievoorwaarden voor het verkrijgen van de hoedanigheid van reservemilitair, zoals bepaald in de artikelen 3ter en 3quater van het koninklijk besluit van 3 mei 2003 betreffende het statuut van de militairen van het reservekader van de krijgsmacht, legt hij, ten laatste bij zijn verschijnen bij de Dienst onthaal en oriëntatie, een attest voor waaruit blijkt dat hij een academische vorming volgt die tot het behalen van het vereiste diploma leidt vóór het einde van zijn dienstneming.
In voorkomend geval, naast het document bedoeld in het eerste lid, ondertekent de sollicitant een document waarin hij zich verbindt om, ten laatste één jaar na het voldoen aan de in het eerste lid bedoelde studievoorwaarden, een opleiding of vorming voor het behalen van de bijkomende diploma's of kwalificaties bedoeld in artikel 3quinquies van hetzelfde koninklijk besluit aan te vatten teneinde zo snel mogelijk deze bijkomende diploma's of kwalificaties te verwerven. ".
Art. 85. Dans la section VI du chapitre II du mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 22bis rĂ©digĂ© comme suit :
" Art. 22bis. Si, le jour de son inscription, le postulant candidat militaire de rĂ©serve ne satisfait pas encore aux conditions d'Ă©tudes pour acquĂ©rir la qualitĂ© de militaire de rĂ©serve telles que dĂ©finies aux articles 3ter et 3quater de l'arrĂȘtĂ© royal du 3 mai 2003 relatif au statut des militaires du cadre de rĂ©serve des forces armĂ©es, il prĂ©sente, au plus tard lors de son passage au Service accueil et orientation, une attestation prouvant qu'il suit une formation acadĂ©mique dĂ©bouchant sur l'obtention du diplĂŽme requis avant la fin de son engagement.
Le cas Ă©chĂ©ant, outre le document visĂ© Ă l'alinĂ©a premier, le postulant signe un document par lequel il s'engage, au plus tard un an aprĂšs avoir satisfait aux conditions d'Ă©tudes visĂ©es Ă l'alinĂ©a premier, Ă entamer une instruction ou une formation en vue d'acquĂ©rir les diplĂŽmes ou qualifications supplĂ©mentaires visĂ©es Ă l'article 3quinquies du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, afin d'acquĂ©rir au plus vite ces diplĂŽmes ou qualifications supplĂ©mentaires. ".
" Art. 22bis. Si, le jour de son inscription, le postulant candidat militaire de rĂ©serve ne satisfait pas encore aux conditions d'Ă©tudes pour acquĂ©rir la qualitĂ© de militaire de rĂ©serve telles que dĂ©finies aux articles 3ter et 3quater de l'arrĂȘtĂ© royal du 3 mai 2003 relatif au statut des militaires du cadre de rĂ©serve des forces armĂ©es, il prĂ©sente, au plus tard lors de son passage au Service accueil et orientation, une attestation prouvant qu'il suit une formation acadĂ©mique dĂ©bouchant sur l'obtention du diplĂŽme requis avant la fin de son engagement.
Le cas Ă©chĂ©ant, outre le document visĂ© Ă l'alinĂ©a premier, le postulant signe un document par lequel il s'engage, au plus tard un an aprĂšs avoir satisfait aux conditions d'Ă©tudes visĂ©es Ă l'alinĂ©a premier, Ă entamer une instruction ou une formation en vue d'acquĂ©rir les diplĂŽmes ou qualifications supplĂ©mentaires visĂ©es Ă l'article 3quinquies du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, afin d'acquĂ©rir au plus vite ces diplĂŽmes ou qualifications supplĂ©mentaires. ".
Art. 86. In hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk IIbis. ingevoegd die artikel 23bis bevat, luidende :
" HOOFDSTUK IIbis. - De beroepservaring
Art. 23bis. De minimum duur van de beroepservaring voor de kandidaat-reservemilitair van de laterale bijzondere werving is tien jaar voor de kandidaat-reservemilitair van wie de normale duur van de vereiste studies lager dan of gelijk aan vijf jaar is en vijf jaar voor de kandidaat-reservemilitair van wie de normale duur van de vereiste studies hoger dan vijf jaar is. ".
" HOOFDSTUK IIbis. - De beroepservaring
Art. 23bis. De minimum duur van de beroepservaring voor de kandidaat-reservemilitair van de laterale bijzondere werving is tien jaar voor de kandidaat-reservemilitair van wie de normale duur van de vereiste studies lager dan of gelijk aan vijf jaar is en vijf jaar voor de kandidaat-reservemilitair van wie de normale duur van de vereiste studies hoger dan vijf jaar is. ".
Art. 86. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ© il est insĂ©rĂ© un chapitre IIbis. comportant l'article 23bis, rĂ©digĂ© comme suit :
" CHAPITRE IIbis. - De l'expérience professionnelle
Art. 23bis. La durée minimale de l'expérience professionnelle pour le candidat militaire de réserve du recrutement spécial latéral est de dix ans pour le candidat militaire de réserve dont la durée normale des études exigées est inférieure ou égale à cinq ans et de cinq ans pour le candidat militaire de réserve dont la durée normale des études exigées est de plus de cinq ans. ".
" CHAPITRE IIbis. - De l'expérience professionnelle
Art. 23bis. La durée minimale de l'expérience professionnelle pour le candidat militaire de réserve du recrutement spécial latéral est de dix ans pour le candidat militaire de réserve dont la durée normale des études exigées est inférieure ou égale à cinq ans et de cinq ans pour le candidat militaire de réserve dont la durée normale des études exigées est de plus de cinq ans. ".
Art. 87. In hoofdstuk III van hetzelfde besluit wordt het opschrift van afdeling III vervangen als volgt :
" De bijkomende selectieproeven voor de normale werving van beroepsmilitairen ".
" De bijkomende selectieproeven voor de normale werving van beroepsmilitairen ".
Art. 87. Dans le chapitre III du mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'intitulĂ© de la section III est remplacĂ© par ce qui suit :
" Des épreuves de sélection supplémentaires pour le recrutement normal de militaires de carriÚre ".
" Des épreuves de sélection supplémentaires pour le recrutement normal de militaires de carriÚre ".
Art. 88. In artikel 36 van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 mei 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden " sollicitant kandidaat-officier " worden telkens vervangen door de woorden " sollicitant kandidaat-beroepsofficier ";
2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
" De sollicitant kandidaat-reserveofficier van de bijzondere werving legt een gestructureerd interview af betreffende de beroepskennis met het oog op de beoordeling van zijn geschiktheid voor het uitoefenen van de toekomstige functies waarvoor hij wordt aangeworven. ".
1° de woorden " sollicitant kandidaat-officier " worden telkens vervangen door de woorden " sollicitant kandidaat-beroepsofficier ";
2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
" De sollicitant kandidaat-reserveofficier van de bijzondere werving legt een gestructureerd interview af betreffende de beroepskennis met het oog op de beoordeling van zijn geschiktheid voor het uitoefenen van de toekomstige functies waarvoor hij wordt aangeworven. ".
Art. 88. A l'article 36 du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 23 mai 2004, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° les mots " postulant candidat officier " sont à chaque fois remplacés par les mots " postulant candidat officier de carriÚre ";
2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Le postulant candidat officier de réserve du recrutement spécial présente une interview structurée relative à la connaissance professionnelle, en vue de l'appréciation de son aptitude à exercer les fonctions futures pour lesquelles il est recruté. " .
1° les mots " postulant candidat officier " sont à chaque fois remplacés par les mots " postulant candidat officier de carriÚre ";
2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Le postulant candidat officier de réserve du recrutement spécial présente une interview structurée relative à la connaissance professionnelle, en vue de l'appréciation de son aptitude à exercer les fonctions futures pour lesquelles il est recruté. " .
HOOFDSTUK 4. - Opheffingsbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions abrogatoires
Art. 89. Worden opgeheven :
1° het koninklijk besluit van 2 december 1991 betreffende de vrijwillige prestaties met het oog op de kaderbehoeften;
2° het koninklijk besluit van 24 september 1993 betreffende de vrijwillige prestaties met het oog op het behoud of het herstel van de vrede of van de internationale veiligheid.
1° het koninklijk besluit van 2 december 1991 betreffende de vrijwillige prestaties met het oog op de kaderbehoeften;
2° het koninklijk besluit van 24 september 1993 betreffende de vrijwillige prestaties met het oog op het behoud of het herstel van de vrede of van de internationale veiligheid.
Art. 89. Sont abrogés :
1° l'arrĂȘtĂ© royal du 2 dĂ©cembre 1991 relatif aux prestations volontaires d'encadrement;
2° l'arrĂȘtĂ© royal du 24 septembre 1993 relatif aux prestations volontaires pour le maintien ou le rĂ©tablissement de la paix ou de la sĂ©curitĂ© internationale.
1° l'arrĂȘtĂ© royal du 2 dĂ©cembre 1991 relatif aux prestations volontaires d'encadrement;
2° l'arrĂȘtĂ© royal du 24 septembre 1993 relatif aux prestations volontaires pour le maintien ou le rĂ©tablissement de la paix ou de la sĂ©curitĂ© internationale.
HOOFDSTUK 5. - Overgangs- en slotbepalingen
CHAPITRE 5. - Dispositions transitoires et finales
Art. 90. De reservemilitairen die, op 1 januari 2011, een voortgezette vorming volgen blijven onderworpen aan de voorafgaandelijke voorwaarden om deel te kunnen nemen aan de beroepsproeven voor bevordering volgens de bepalingen van kracht de dag vóór deze datum.
Art. 90. Les militaires de réserve qui, au 1er janvier 2011, suivent une formation continuée, restent soumis aux conditions préalables pour pouvoir participer aux épreuves professionnelles pour l'avancement selon les dispositions en vigueur la veille de cette date.
Art. 91. De korporaal die op 1 januari 2011 een lopende wederdienstneming heeft, is tot het einde van zijn lopende wederdienstneming, er niet toe gehouden de voortgezette vorming te volgen en de beroepsproeven voor de bevordering tot de graad van korporaal-chef af te leggen, bedoeld in artikel 59, indien hij tijdens die lopende wederdienstneming voldoet aan de anciënniteitsvoorwaarden om in de graad van korporaal-chef benoemd te worden.
Art. 91. Le caporal qui a un rengagement en cours au 1er janvier 2011, n'est, jusqu'Ă la fin de son rengagement en cours, pas tenu de suivre la formation continuĂ©e et de passer les Ă©preuves professionnelles pour l'avancement au grade de caporal-chef, visĂ©es Ă l'article 59, s'il satisfait pendant son rengagement en cours aux conditions d'anciennetĂ© pour ĂȘtre nomme au grade de caporal-chef.
Art. 92. Voor personen die reeds sollicitant kandidaat-reservevrijwilliger zijn op de datum van inwerkingtreding van dit besluit gelden de leeftijdsvoorwaarden zoals bepaald vóór deze datum.
Art. 92. Pour les personnes Ă©tant dĂ©jĂ postulant candidat volontaire de rĂ©serve Ă la date d'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, les conditions d'Ăąge comme fixĂ©es la veille de cette date s'appliquent.
Art. 93. Op de eerste dag van de maand volgend op de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad treden in werking :
1° de wet van 30 december 2008 tot wijziging van het statuut van de militairen van het reservekader, met uitzondering van artikel 41, dat in werking treedt op 1 januari 2011, en artikel 48;
2° dit besluit, met uitzondering van de artikelen 44 tot 50, 52, 2°, 53 tot 57, 58, 2°, 59 tot 64, 77 en 78, die in werking treden op 1 januari 2011.
1° de wet van 30 december 2008 tot wijziging van het statuut van de militairen van het reservekader, met uitzondering van artikel 41, dat in werking treedt op 1 januari 2011, en artikel 48;
2° dit besluit, met uitzondering van de artikelen 44 tot 50, 52, 2°, 53 tot 57, 58, 2°, 59 tot 64, 77 en 78, die in werking treden op 1 januari 2011.
Art. 93. Entrent en vigueur le premier jour du mois qui suit la publication du prĂ©sent arrĂȘtĂ© au Moniteur belge :
1° la loi du 30 décembre 2008 modifiant le statut des militaires du cadre de réserve, à l'exception de l'article 41, qui entre en vigueur le 1er janvier 2011, et de l'article 48;
2° le prĂ©sent arrĂȘtĂ©, Ă l'exception des articles 44 Ă 50, 52, 2°, 53 Ă 57, 58, 2°, 59 Ă 64, 77 et 78, qui entrent en vigueur le 1er janvier 2011.
1° la loi du 30 décembre 2008 modifiant le statut des militaires du cadre de réserve, à l'exception de l'article 41, qui entre en vigueur le 1er janvier 2011, et de l'article 48;
2° le prĂ©sent arrĂȘtĂ©, Ă l'exception des articles 44 Ă 50, 52, 2°, 53 Ă 57, 58, 2°, 59 Ă 64, 77 et 78, qui entrent en vigueur le 1er janvier 2011.
Art. 94. De Minister bevoegd voor Landsverdediging is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 94. Le Ministre qui a la DĂ©fense dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Bijlage A bij het koninklijk besluit van 3 mei 2003 betreffende het statuut van de militairen van het reservekader van de Krijgsmacht
HET VEREISTE NIVEAU VAN KENNIS VAN HET ENGELS OM BENOEMD TE KUNNEN WORDEN IN DE GRADEN VAN LUITENANT-KOLONEL, VAN KOLONEL OF IN EEN OPPEROFFICIERSGRAAD
LUISTERVAARDIGHEID
Begrijpt voldoende om gesprekken te volgen over professionele onderwerpen en over sociale aspecten uit het alledaagse leven. Is in staat een gesprek te begrijpen met een spreker van de moedertaal, die niet gewoon is te spreken met personen die de moedertaal niet spreken, op voorwaarde dat het gesprek verloopt in een gebruikelijk dialect, op een normaal ritme, en met herhalingen en herformuleringen. Is in staat een grote variëteit aan concrete onderwerpen te begrijpen, zoals bijvoorbeeld persoonlijk en familiaal nieuws, publieke zaken van persoonlijk en algemeen belang, alsook gebruikelijke professionele zaken onder de vorm van beschrijvingen van personen, plaatsen en voorwerpen, evenals verhalen over hedendaagse of toekomstige gebeurtenissen, of uit het verleden. Beschikt over de bekwaamheid om de essentiële punten van een discussie of toespraak te volgen, als het onderwerp verband houdt met zijn/haar specifiek professioneel vakgebied. Is niet in staat om verschillende stijlniveaus te herkennen, maar is in staat om samenhangende verbindingen en syntactische signalen in een meer complex gesprek te herkennen. Is in staat een gesprek te volgen tot op het niveau van een paragraaf, zelfs als deze enorm veel feitelijke details bevat. Begrijpt slechts occasioneel woorden en uitdrukkingen wanneer het gesprek plaats vindt in minder gunstige omstandigheden (bijvoorbeeld wanneer het gesprek plaats vindt buiten via luidsprekers of wanneer het gesprek emotioneel geladen is). Begrijpt gewoonlijk enkel de algemene zin van gesproken taal in de media of door sprekers van de moedertaal in omstandigheden die een begrip van een gespecialiseerde of gesofisticeerde taal vereisen. Is in staat de uiteenzetting van feiten te begrijpen. Is in staat de feiten te begrijpen, maar niet de subtiliteiten van de taal betreffende de feiten.
SPREEKVAARDIGHEID
Is in staat te communiceren in alledaagse sociale en professionele situaties. In een dergelijke context kan de spreker mensen, plaatsen en voorwerpen beschrijven; is in staat in detail te vertellen over lopende, vroegere en toekomstige activiteiten, maar in een eenvoudige opbouw; is in staat feiten na te vertellen; is in staat vergelijkingen en tegenstellingen te maken; is in staat duidelijke instructies en richtlijnen te geven; is in staat voorzienbare vragen te stellen en erop te antwoorden. Is in staat om met vertrouwen deel te nemen aan de meeste normale, dagelijkse gesprekken over concrete onderwerpen zoals de werkmethode, de familie, de persoonlijke achtergrond en interesses, reizen en alledaagse gebeurtenissen. Is vaak in staat om in detail te treden in geval van gebruikelijke dagelijkse situaties, zoals bijvoorbeeld in interacties betreffende persoonlijke kwesties of betreffende de accommodatie; is bijvoorbeeld in staat om ingewikkelde, gedetailleerde en exhaustieve richtlijnen te geven, en is in staat om veranderingen aan te brengen in de reisplannen. Kan converseren met een spreker van de moedertaal, die niet gewoon is te spreken met personen die de moedertaal niet spreken, op voorwaarde dat de spreker van de moedertaal zich in lichte mate aanpast. Is in staat zinnen samen te stellen en met elkaar te verbinden zodanig dat hij/zij een uiteenzetting met de lengte van een paragraaf kan geven.
Beheerst in het algemeen de eenvoudige structuren en de voornaamste grammaticale relaties, maar gebruikt op een verkeerde manier meer complexe structuren, of vermijdt ze. Gebruikt de goede woordenschat in gesprekken over heel courante onderwerpen, maar gebruikt ongewone of onduidelijke termen in andere omstandigheden. Begaat soms fouten van uitspraak, van woordenschat en van grammatica, die de betekenis van de woorden vervormen. Drukt zich evenwel in het algemeen uit op een manier aangepast aan de situatie, zelfs indien hij/zij niet steeds perfect de gesproken taal beheerst.
LEESVAARDIGHEID
Begrijpt voldoende om eenvoudige authentieke documenten te lezen betreffende vertrouwde onderwerpen. Is in staat duidelijke en concrete teksten met feiten te lezen, die beschrijvingen van personen, plaatsen en voorwerpen kan bevatten, evenals verhalen over lopende, vroegere en toekomstige gebeurtenissen. Het kan onder andere gaan over artikels die vaak terugkerende gebeurtenissen beschrijven, over eenvoudige biografische informatie, over aankondigingen van sociale activiteiten, over courante zakelijke brieven en over eenvoudige technische documenten bestemd voor de gemiddelde lezer. Is in staat om niet ingewikkelde, maar authentieke teksten te lezen over vertrouwde onderwerpen, die normaal zijn weergegeven in een voorzienbare volgorde die de lezer kan helpen te begrijpen. Is in staat de voornaamste ideeën en bijzonderheden te onderscheiden en te begrijpen in teksten opgesteld voor een gemiddelde lezer en is in staat te antwoorden op feitelijke vragen betreffende deze documenten. Is niet in staat om onmiddellijk conclusies te trekken uit een tekst noch om de subtiliteiten van de taal die feitelijke gegevens beschrijft, te begrijpen. Is in staat om met gemak proza te lezen dat voornamelijk is opgesteld in heel courante zinsstructuren. Zelfs indien zijn/haar woordenschat niet heel uitgebreid is, is hij/zij in staat om zich te bedienen van de context of van termen uit de reële wereld om de teksten te begrijpen. Is mogelijk traag om iets te begrijpen en vat mogelijk niet alle details. Is mogelijk in staat om precieze informatie samen te vatten, uit te zoeken en op te merken in teksten van een hoger niveau betreffende zijn/haar specifiek vakdomein, maar niet in alle gevallen en niet steeds op een getrouwe manier.
SCHRIJFVAARDIGHEID
Is in staat eenvoudige correspondentie op te stellen betreffende persoonlijke en courante professionele zaken, evenals de bijhorende documenten, zoals dienstnota's, beknopte verslagen en persoonlijke brieven betreffende alledaagse onderwerpen. Is in staat feiten na te vertellen; is in staat instructies te geven; is in staat mensen, plaatsen en voorwerpen te beschrijven; is in staat lopende, vroegere en toekomstige activiteiten te beschrijven, in eenvoudige, maar volledige paragrafen. Is in staat om zinnen samen te stellen en te verbinden om tot een coherente tekst te komen; is in staat verschillen te maken tussen paragrafen en de ene met de andere te verbinden in documenten, met inbegrip van documenten van correspondentie. De ideeën kunnen in zekere mate gestructureerd zijn in functie van de belangrijke punten of van de volgorde van het exacte verloop van de gebeurtenissen. De samenhang tussen de ideeën is evenwel niet steeds duidelijk, en de overgangen soms ongelukkig. Een spreker van de moedertaal, die niet gewoon is documenten te lezen opgesteld door personen die de moedertaal niet spreken, is in staat zijn/haar proza te begrijpen. Beheerst in het algemeen de eenvoudige en heel courante grammaticale structuren, maar veel minder de meer complexe, of probeert ze te vermijden. Gebruikt een goede woordenschat betreffende heel courante onderwerpen, hoewel soms omschrijvingen gebruikt moeten worden. Begaat fouten van grammatica, woordenschat, spelling en interpunctie, die soms de betekenis van de woorden kan vervormen.
Schrijft evenwel in het algemeen op een manier aangepast aan de situatie, zelfs als hij/zij niet steeds de perfecte geschreven taal beheerst.
HET VEREISTE NIVEAU VAN KENNIS VAN HET ENGELS OM BENOEMD TE KUNNEN WORDEN IN DE GRADEN VAN LUITENANT-KOLONEL, VAN KOLONEL OF IN EEN OPPEROFFICIERSGRAAD
LUISTERVAARDIGHEID
Begrijpt voldoende om gesprekken te volgen over professionele onderwerpen en over sociale aspecten uit het alledaagse leven. Is in staat een gesprek te begrijpen met een spreker van de moedertaal, die niet gewoon is te spreken met personen die de moedertaal niet spreken, op voorwaarde dat het gesprek verloopt in een gebruikelijk dialect, op een normaal ritme, en met herhalingen en herformuleringen. Is in staat een grote variëteit aan concrete onderwerpen te begrijpen, zoals bijvoorbeeld persoonlijk en familiaal nieuws, publieke zaken van persoonlijk en algemeen belang, alsook gebruikelijke professionele zaken onder de vorm van beschrijvingen van personen, plaatsen en voorwerpen, evenals verhalen over hedendaagse of toekomstige gebeurtenissen, of uit het verleden. Beschikt over de bekwaamheid om de essentiële punten van een discussie of toespraak te volgen, als het onderwerp verband houdt met zijn/haar specifiek professioneel vakgebied. Is niet in staat om verschillende stijlniveaus te herkennen, maar is in staat om samenhangende verbindingen en syntactische signalen in een meer complex gesprek te herkennen. Is in staat een gesprek te volgen tot op het niveau van een paragraaf, zelfs als deze enorm veel feitelijke details bevat. Begrijpt slechts occasioneel woorden en uitdrukkingen wanneer het gesprek plaats vindt in minder gunstige omstandigheden (bijvoorbeeld wanneer het gesprek plaats vindt buiten via luidsprekers of wanneer het gesprek emotioneel geladen is). Begrijpt gewoonlijk enkel de algemene zin van gesproken taal in de media of door sprekers van de moedertaal in omstandigheden die een begrip van een gespecialiseerde of gesofisticeerde taal vereisen. Is in staat de uiteenzetting van feiten te begrijpen. Is in staat de feiten te begrijpen, maar niet de subtiliteiten van de taal betreffende de feiten.
SPREEKVAARDIGHEID
Is in staat te communiceren in alledaagse sociale en professionele situaties. In een dergelijke context kan de spreker mensen, plaatsen en voorwerpen beschrijven; is in staat in detail te vertellen over lopende, vroegere en toekomstige activiteiten, maar in een eenvoudige opbouw; is in staat feiten na te vertellen; is in staat vergelijkingen en tegenstellingen te maken; is in staat duidelijke instructies en richtlijnen te geven; is in staat voorzienbare vragen te stellen en erop te antwoorden. Is in staat om met vertrouwen deel te nemen aan de meeste normale, dagelijkse gesprekken over concrete onderwerpen zoals de werkmethode, de familie, de persoonlijke achtergrond en interesses, reizen en alledaagse gebeurtenissen. Is vaak in staat om in detail te treden in geval van gebruikelijke dagelijkse situaties, zoals bijvoorbeeld in interacties betreffende persoonlijke kwesties of betreffende de accommodatie; is bijvoorbeeld in staat om ingewikkelde, gedetailleerde en exhaustieve richtlijnen te geven, en is in staat om veranderingen aan te brengen in de reisplannen. Kan converseren met een spreker van de moedertaal, die niet gewoon is te spreken met personen die de moedertaal niet spreken, op voorwaarde dat de spreker van de moedertaal zich in lichte mate aanpast. Is in staat zinnen samen te stellen en met elkaar te verbinden zodanig dat hij/zij een uiteenzetting met de lengte van een paragraaf kan geven.
Beheerst in het algemeen de eenvoudige structuren en de voornaamste grammaticale relaties, maar gebruikt op een verkeerde manier meer complexe structuren, of vermijdt ze. Gebruikt de goede woordenschat in gesprekken over heel courante onderwerpen, maar gebruikt ongewone of onduidelijke termen in andere omstandigheden. Begaat soms fouten van uitspraak, van woordenschat en van grammatica, die de betekenis van de woorden vervormen. Drukt zich evenwel in het algemeen uit op een manier aangepast aan de situatie, zelfs indien hij/zij niet steeds perfect de gesproken taal beheerst.
LEESVAARDIGHEID
Begrijpt voldoende om eenvoudige authentieke documenten te lezen betreffende vertrouwde onderwerpen. Is in staat duidelijke en concrete teksten met feiten te lezen, die beschrijvingen van personen, plaatsen en voorwerpen kan bevatten, evenals verhalen over lopende, vroegere en toekomstige gebeurtenissen. Het kan onder andere gaan over artikels die vaak terugkerende gebeurtenissen beschrijven, over eenvoudige biografische informatie, over aankondigingen van sociale activiteiten, over courante zakelijke brieven en over eenvoudige technische documenten bestemd voor de gemiddelde lezer. Is in staat om niet ingewikkelde, maar authentieke teksten te lezen over vertrouwde onderwerpen, die normaal zijn weergegeven in een voorzienbare volgorde die de lezer kan helpen te begrijpen. Is in staat de voornaamste ideeën en bijzonderheden te onderscheiden en te begrijpen in teksten opgesteld voor een gemiddelde lezer en is in staat te antwoorden op feitelijke vragen betreffende deze documenten. Is niet in staat om onmiddellijk conclusies te trekken uit een tekst noch om de subtiliteiten van de taal die feitelijke gegevens beschrijft, te begrijpen. Is in staat om met gemak proza te lezen dat voornamelijk is opgesteld in heel courante zinsstructuren. Zelfs indien zijn/haar woordenschat niet heel uitgebreid is, is hij/zij in staat om zich te bedienen van de context of van termen uit de reële wereld om de teksten te begrijpen. Is mogelijk traag om iets te begrijpen en vat mogelijk niet alle details. Is mogelijk in staat om precieze informatie samen te vatten, uit te zoeken en op te merken in teksten van een hoger niveau betreffende zijn/haar specifiek vakdomein, maar niet in alle gevallen en niet steeds op een getrouwe manier.
SCHRIJFVAARDIGHEID
Is in staat eenvoudige correspondentie op te stellen betreffende persoonlijke en courante professionele zaken, evenals de bijhorende documenten, zoals dienstnota's, beknopte verslagen en persoonlijke brieven betreffende alledaagse onderwerpen. Is in staat feiten na te vertellen; is in staat instructies te geven; is in staat mensen, plaatsen en voorwerpen te beschrijven; is in staat lopende, vroegere en toekomstige activiteiten te beschrijven, in eenvoudige, maar volledige paragrafen. Is in staat om zinnen samen te stellen en te verbinden om tot een coherente tekst te komen; is in staat verschillen te maken tussen paragrafen en de ene met de andere te verbinden in documenten, met inbegrip van documenten van correspondentie. De ideeën kunnen in zekere mate gestructureerd zijn in functie van de belangrijke punten of van de volgorde van het exacte verloop van de gebeurtenissen. De samenhang tussen de ideeën is evenwel niet steeds duidelijk, en de overgangen soms ongelukkig. Een spreker van de moedertaal, die niet gewoon is documenten te lezen opgesteld door personen die de moedertaal niet spreken, is in staat zijn/haar proza te begrijpen. Beheerst in het algemeen de eenvoudige en heel courante grammaticale structuren, maar veel minder de meer complexe, of probeert ze te vermijden. Gebruikt een goede woordenschat betreffende heel courante onderwerpen, hoewel soms omschrijvingen gebruikt moeten worden. Begaat fouten van grammatica, woordenschat, spelling en interpunctie, die soms de betekenis van de woorden kan vervormen.
Schrijft evenwel in het algemeen op een manier aangepast aan de situatie, zelfs als hij/zij niet steeds de perfecte geschreven taal beheerst.
Art. N. Annexe A Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 3 mai 2003 relatif au statut des militaires du cadre de rĂ©serve des Forces armĂ©es
NIVEAU DE CONNAISSANCE DE L'ANGLAIS EXIGE POUR POUVOIR ETRE NOMME AU GRADE DE LIEUTENANT-COLONEL, DE COLONEL OU A UN GRADE D'OFFICIER GENERAL
COMPREHENSION DE LA LANGUE PARLEE
Comprend suffisamment pour suivre des conversations portant sur des questions professionnelles ou sociales courantes de la vie de tous les jours. Est en mesure de comprendre une conversation face Ă face avec un locuteur natif non habituĂ© Ă converser avec des personnes qui ne sont pas des locuteurs natifs, Ă condition que l'Ă©change s'effectue dans un dialecte courant, Ă un rythme normal, et avec des rĂ©pĂ©titions et des reformulations. Peut comprendre une grande variĂ©tĂ© de sujets concrets concernant, par exemple, des questions personnelles ou familiales, des questions d'intĂ©rĂȘt public, personnel et gĂ©nĂ©ral, ainsi que des questions professionnelles courantes, prĂ©sentĂ©es sous forme de descriptions de personnes, d'endroits et de choses, de mĂȘme que des rĂ©cits d'Ă©vĂ©nements courants, passĂ©s et futurs. DĂ©montre des aptitudes Ă suivre les points essentiels d'une discussion ou d'une allocution, si le sujet est reliĂ© Ă son domaine particulier de compĂ©tence professionnelle. Peut ne pas reconnaĂźtre des niveaux de style diffĂ©rents, mais est en mesure d'identifier des liaisons cohĂ©sives et des procĂ©dĂ©s syntaxiques dans un discours plus complexe. Peut suivre un discours au niveau du paragraphe, mĂȘme quand celui-ci comporte Ă©normĂ©ment de dĂ©tails factuels. Comprend seulement occasionnellement des mots et des expressions lorsque la conversation se dĂ©roule dans des conditions dĂ©favorables (par exemple lorsqu'elle est retransmise par des haut-parleurs Ă l'extĂ©rieur ou qu'elle est chargĂ©e d'Ă©motion). Habituellement, comprend seulement le sens gĂ©nĂ©ral de la langue parlĂ©e des mĂ©dias ou de locuteurs natifs dans des situations exigeant la comprĂ©hension d'un langage spĂ©cialisĂ© ou sophistiquĂ©. Est en mesure de comprendre l'Ă©noncĂ© de faits. Peut comprendre les faits, mais non les subtilitĂ©s du langage entourant les faits.
EXPRESSION ORALE
Est en mesure de communiquer dans des situations sociales et professionnelles de tous les jours. Dans un tel contexte, l'interlocuteur peut dĂ©crire des gens, des endroits et des choses; peut raconter en dĂ©tail, mais dans des paragraphes simples, des activitĂ©s courantes, passĂ©es et futurs; peut relater des faits; peut Ă©tablir des comparaisons et des contrastes; peut donner des instructions et des directives explicites; peut poser des questions prĂ©visibles et y rĂ©pondre. Peut participer avec assurance Ă la plupart des conversations normales, Ă bĂątons rompus, portant sur des sujets concrets comme les mĂ©thodes de travail, la famille, les antĂ©cĂ©dents et les intĂ©rĂȘts personnels, les voyages, des Ă©vĂ©nements courants. Est souvent en mesure d'entrer dans les dĂ©tails dans le cas de situations quotidiennes courantes, par exemple sur le plan personnel ou en matiĂšre d'hĂ©bergement; peut par exemple donner des directives compliquĂ©es, dĂ©taillĂ©es et exhaustives, et modifier, entre autres, des prĂ©paratifs prĂ©vus en vue d'un dĂ©placement. Peut Ă©changer avec un locuteur natif non habituĂ© Ă converser avec des personnes qui ne sont pas des locuteurs natifs, Ă condition que le locuteur natif s'ajuste dans une certaine mesure. Peut combiner et relier des phrases de maniĂšre Ă tenir un discours de la longueur d'un paragraphe. MaĂźtrise gĂ©nĂ©ralement les structures simples et les principaux liens grammaticaux, mais utilise mal ou Ă©vite les structures plus complexes.
Emploie le bon vocabulaire dans des conversations portant sur des sujets trĂšs courants, mais utilise des termes inhabituels ou imprĂ©cis dans d'autres circonstances. Commet parfois des erreurs de prononciation, de vocabulaire et de grammaire, qui dĂ©forment le sens des mots. Cependant, s'exprime gĂ©nĂ©ralement de façon appropriĂ©e Ă la situation, mĂȘme s'il ne maĂźtrise pas toujours parfaitement la langue parlĂ©e.
COMPREHENSION DE LA LANGUE ECRITE
Comprend suffisamment pour lire des documents authentiques simples traitant de sujets familiers. Peut lire des textes factuels clairs et concrets, pouvant comporter des descriptions de personnes, d'endroits et de choses, ainsi que des narrations d'Ă©vĂ©nements courants, passĂ©s et futurs. Il peut s'agir, entre autres, d'articles dĂ©crivant des Ă©vĂ©nements souvent rĂ©pĂ©titifs, contenant des renseignements personnels, des annonces d'activitĂ©s sociales, des lettres d'affaires courantes et des documents techniques simples destinĂ©s au lecteur moyen. Peut lire des textes authentiques non compliquĂ©s portant sur des sujets familiers, qui sont normalement prĂ©sentĂ©s dans un ordre prĂ©visible aidant le lecteur Ă comprendre. Peut cerner et comprendre les idĂ©es et les particularitĂ©s principales dans des documents rĂ©digĂ©s Ă l'intention d'un lecteur moyen et peut rĂ©pondre Ă des questions factuelles relatives Ă ces documents. N'est pas en mesure de tirer des conclusions directement d'un texte ou de comprendre les subtilitĂ©s du langage entourant des donnĂ©es factuelles. Peut aisĂ©ment lire de la prose utilisĂ©e essentiellement dans le cadre de structures de phrases trĂšs courantes. MĂȘme si son vocabulaire actif n'est pas trĂšs Ă©tendu, il peut se servir d'indices contextuels ou de termes du monde rĂ©el pour comprendre les textes. Peut ĂȘtre lent Ă comprendre et ne pas saisir certains dĂ©tails. Peut ĂȘtre capable de rĂ©sumer, de trier et de relever de l'information prĂ©cise dans des textes de plus haut niveau concernant son domaine particulier de compĂ©tence professionnelle, mais pas dans tous les cas et pas toujours de maniĂšre fiable.
EXPRESSION ECRITE
Peut rĂ©diger des piĂšces de correspondance simples concernant des questions personnelles et professionnelles courantes, ainsi que des documents connexes, comme des notes de service, des rapports sommaires et des lettres personnelles portant sur des sujets de la vie de tous les jours. Peut citer des faits; peut donner des instructions; peut dĂ©crire des gens, des endroits et des choses; peut relater des activitĂ©s courantes, passĂ©es et futurs, dans des paragraphes complets, mais simples. Peut combiner et relier des phrases de maniĂšre Ă obtenir un texte cohĂ©rent; peut Ă©tablir des contrastes entre les paragraphes et les relier les uns par rapport aux autres dans des documents, y compris des documents de correspondance. Les idĂ©es peuvent ĂȘtre plus ou moins structurĂ©es en fonction des points importants ou de l'ordre de dĂ©roulement exact des Ă©vĂ©nements. Cependant, les liens entre les idĂ©es peuvent ne pas toujours ĂȘtre claires, et les transitions parfois maladroites. Un locuteur natif non habituĂ© Ă lire des documents rĂ©digĂ©s par des personnes qui ne sont pas des locuteurs natifs peut comprendre sa prose. MaĂźtrise gĂ©nĂ©ralement les structures grammaticales simples et trĂšs courantes, mais il maĂźtrise moins bien les plus complexes ou cherche Ă les Ă©viter. Utilise un bon vocabulaire dans le cas de sujets trĂšs courants, en dĂ©pit de certaines circonlocutions.
Commet des erreurs de grammaire, de vocabulaire, d'orthographe et de ponctuation, qui peuvent parfois dĂ©former le sens des mots. RĂ©dige cependant de façon gĂ©nĂ©ralement appropriĂ©e Ă la situation, mĂȘme s'il ne maĂźtrise pas toujours parfaitement la langue Ă©crite.
NIVEAU DE CONNAISSANCE DE L'ANGLAIS EXIGE POUR POUVOIR ETRE NOMME AU GRADE DE LIEUTENANT-COLONEL, DE COLONEL OU A UN GRADE D'OFFICIER GENERAL
COMPREHENSION DE LA LANGUE PARLEE
Comprend suffisamment pour suivre des conversations portant sur des questions professionnelles ou sociales courantes de la vie de tous les jours. Est en mesure de comprendre une conversation face Ă face avec un locuteur natif non habituĂ© Ă converser avec des personnes qui ne sont pas des locuteurs natifs, Ă condition que l'Ă©change s'effectue dans un dialecte courant, Ă un rythme normal, et avec des rĂ©pĂ©titions et des reformulations. Peut comprendre une grande variĂ©tĂ© de sujets concrets concernant, par exemple, des questions personnelles ou familiales, des questions d'intĂ©rĂȘt public, personnel et gĂ©nĂ©ral, ainsi que des questions professionnelles courantes, prĂ©sentĂ©es sous forme de descriptions de personnes, d'endroits et de choses, de mĂȘme que des rĂ©cits d'Ă©vĂ©nements courants, passĂ©s et futurs. DĂ©montre des aptitudes Ă suivre les points essentiels d'une discussion ou d'une allocution, si le sujet est reliĂ© Ă son domaine particulier de compĂ©tence professionnelle. Peut ne pas reconnaĂźtre des niveaux de style diffĂ©rents, mais est en mesure d'identifier des liaisons cohĂ©sives et des procĂ©dĂ©s syntaxiques dans un discours plus complexe. Peut suivre un discours au niveau du paragraphe, mĂȘme quand celui-ci comporte Ă©normĂ©ment de dĂ©tails factuels. Comprend seulement occasionnellement des mots et des expressions lorsque la conversation se dĂ©roule dans des conditions dĂ©favorables (par exemple lorsqu'elle est retransmise par des haut-parleurs Ă l'extĂ©rieur ou qu'elle est chargĂ©e d'Ă©motion). Habituellement, comprend seulement le sens gĂ©nĂ©ral de la langue parlĂ©e des mĂ©dias ou de locuteurs natifs dans des situations exigeant la comprĂ©hension d'un langage spĂ©cialisĂ© ou sophistiquĂ©. Est en mesure de comprendre l'Ă©noncĂ© de faits. Peut comprendre les faits, mais non les subtilitĂ©s du langage entourant les faits.
EXPRESSION ORALE
Est en mesure de communiquer dans des situations sociales et professionnelles de tous les jours. Dans un tel contexte, l'interlocuteur peut dĂ©crire des gens, des endroits et des choses; peut raconter en dĂ©tail, mais dans des paragraphes simples, des activitĂ©s courantes, passĂ©es et futurs; peut relater des faits; peut Ă©tablir des comparaisons et des contrastes; peut donner des instructions et des directives explicites; peut poser des questions prĂ©visibles et y rĂ©pondre. Peut participer avec assurance Ă la plupart des conversations normales, Ă bĂątons rompus, portant sur des sujets concrets comme les mĂ©thodes de travail, la famille, les antĂ©cĂ©dents et les intĂ©rĂȘts personnels, les voyages, des Ă©vĂ©nements courants. Est souvent en mesure d'entrer dans les dĂ©tails dans le cas de situations quotidiennes courantes, par exemple sur le plan personnel ou en matiĂšre d'hĂ©bergement; peut par exemple donner des directives compliquĂ©es, dĂ©taillĂ©es et exhaustives, et modifier, entre autres, des prĂ©paratifs prĂ©vus en vue d'un dĂ©placement. Peut Ă©changer avec un locuteur natif non habituĂ© Ă converser avec des personnes qui ne sont pas des locuteurs natifs, Ă condition que le locuteur natif s'ajuste dans une certaine mesure. Peut combiner et relier des phrases de maniĂšre Ă tenir un discours de la longueur d'un paragraphe. MaĂźtrise gĂ©nĂ©ralement les structures simples et les principaux liens grammaticaux, mais utilise mal ou Ă©vite les structures plus complexes.
Emploie le bon vocabulaire dans des conversations portant sur des sujets trĂšs courants, mais utilise des termes inhabituels ou imprĂ©cis dans d'autres circonstances. Commet parfois des erreurs de prononciation, de vocabulaire et de grammaire, qui dĂ©forment le sens des mots. Cependant, s'exprime gĂ©nĂ©ralement de façon appropriĂ©e Ă la situation, mĂȘme s'il ne maĂźtrise pas toujours parfaitement la langue parlĂ©e.
COMPREHENSION DE LA LANGUE ECRITE
Comprend suffisamment pour lire des documents authentiques simples traitant de sujets familiers. Peut lire des textes factuels clairs et concrets, pouvant comporter des descriptions de personnes, d'endroits et de choses, ainsi que des narrations d'Ă©vĂ©nements courants, passĂ©s et futurs. Il peut s'agir, entre autres, d'articles dĂ©crivant des Ă©vĂ©nements souvent rĂ©pĂ©titifs, contenant des renseignements personnels, des annonces d'activitĂ©s sociales, des lettres d'affaires courantes et des documents techniques simples destinĂ©s au lecteur moyen. Peut lire des textes authentiques non compliquĂ©s portant sur des sujets familiers, qui sont normalement prĂ©sentĂ©s dans un ordre prĂ©visible aidant le lecteur Ă comprendre. Peut cerner et comprendre les idĂ©es et les particularitĂ©s principales dans des documents rĂ©digĂ©s Ă l'intention d'un lecteur moyen et peut rĂ©pondre Ă des questions factuelles relatives Ă ces documents. N'est pas en mesure de tirer des conclusions directement d'un texte ou de comprendre les subtilitĂ©s du langage entourant des donnĂ©es factuelles. Peut aisĂ©ment lire de la prose utilisĂ©e essentiellement dans le cadre de structures de phrases trĂšs courantes. MĂȘme si son vocabulaire actif n'est pas trĂšs Ă©tendu, il peut se servir d'indices contextuels ou de termes du monde rĂ©el pour comprendre les textes. Peut ĂȘtre lent Ă comprendre et ne pas saisir certains dĂ©tails. Peut ĂȘtre capable de rĂ©sumer, de trier et de relever de l'information prĂ©cise dans des textes de plus haut niveau concernant son domaine particulier de compĂ©tence professionnelle, mais pas dans tous les cas et pas toujours de maniĂšre fiable.
EXPRESSION ECRITE
Peut rĂ©diger des piĂšces de correspondance simples concernant des questions personnelles et professionnelles courantes, ainsi que des documents connexes, comme des notes de service, des rapports sommaires et des lettres personnelles portant sur des sujets de la vie de tous les jours. Peut citer des faits; peut donner des instructions; peut dĂ©crire des gens, des endroits et des choses; peut relater des activitĂ©s courantes, passĂ©es et futurs, dans des paragraphes complets, mais simples. Peut combiner et relier des phrases de maniĂšre Ă obtenir un texte cohĂ©rent; peut Ă©tablir des contrastes entre les paragraphes et les relier les uns par rapport aux autres dans des documents, y compris des documents de correspondance. Les idĂ©es peuvent ĂȘtre plus ou moins structurĂ©es en fonction des points importants ou de l'ordre de dĂ©roulement exact des Ă©vĂ©nements. Cependant, les liens entre les idĂ©es peuvent ne pas toujours ĂȘtre claires, et les transitions parfois maladroites. Un locuteur natif non habituĂ© Ă lire des documents rĂ©digĂ©s par des personnes qui ne sont pas des locuteurs natifs peut comprendre sa prose. MaĂźtrise gĂ©nĂ©ralement les structures grammaticales simples et trĂšs courantes, mais il maĂźtrise moins bien les plus complexes ou cherche Ă les Ă©viter. Utilise un bon vocabulaire dans le cas de sujets trĂšs courants, en dĂ©pit de certaines circonlocutions.
Commet des erreurs de grammaire, de vocabulaire, d'orthographe et de ponctuation, qui peuvent parfois dĂ©former le sens des mots. RĂ©dige cependant de façon gĂ©nĂ©ralement appropriĂ©e Ă la situation, mĂȘme s'il ne maĂźtrise pas toujours parfaitement la langue Ă©crite.