Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
27 SEPTEMBER 2009. - Koninklijk besluit betreffende de intrest-bonificatie voor leningovereenkomsten bestemd voor de financiering van de bedrijfsvoorheffing op de bezoldigingen bedoeld in § 1 van artikel 20 van de economische herstelwet van 27 maart 2009(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 30-09-2009 en tekstbijwerking tot 24-12-2015)
Titre
27 SEPTEMBRE 2009. - ArrĂȘtĂ© royal relatif Ă  la bonification d'intĂ©rĂȘt pour les emprunts destinĂ©s Ă  financer le prĂ©compte professionnel sur les rĂ©munĂ©rations visĂ©es au § 1er de l'article 20 de la loi de relance Ă©conomique du 27 mars 2009(NOTE : Consultation des versions antĂ©rieures Ă  partir du 30-09-2009 et mise Ă  jour au 24-12-2015)
Documentinformatie
Numac: 2009003369
Datum: 2009-09-27
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2009003369
Date: 2009-09-27
Moniteur: Voir
Tekst (9)
Texte (9)
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° wet : de economische herstelwet van 27 maart 2009;
  2° kredietnemer : elke schuldenaar van bedrijfsvoorheffing overeenkomstig het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en die gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid bepaald in artikel 20, § 1, van de wet;
  3° kredietgever : iedere kredietinstelling bepaald in artikel 20, § 2, eerste lid, van de wet;
  4° leningovereenkomst : iedere nieuwe leningovereenkomst die beantwoordt aan de voorwaarden bepaald in artikel 3;
  5° intrestbonificatie : de intrestbonificatie bedoeld in artikel 20, § 2, van de wet;
  6° aanvangsbedrag van de lening : het gedeelte van het ontleend kapitaal dat heeft gediend om de bedrijfsvoorheffing vermeld in artikel 3, § 1, 1°, a) en b) te betalen binnen de termijnen bepaald in artikel 20, § 1, eerste en tweede lid, van de wet;
  7° bevoegde dienst : [1 de Algemene Administratie van de Thesaurie]1 van de Federale Overheidsdienst Financiën.
  
Article 1er. Pour l'application du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, il faut entendre par :
  1° loi : la loi de relance économique du 27 mars 2009;
  2° emprunteur : tout débiteur de précompte professionnel conformément au Code des impÎts sur les revenus 1992 et qui a fait usage de la faculté prévue à l'article 20, § 1er, de la loi;
  3° prĂȘteur : tout Ă©tablissement de crĂ©dit visĂ© Ă  l'article 20, § 2, alinĂ©a 1er, de la loi;
  4° emprunt : tout nouveau contrat de prĂȘt ou d'emprunt rĂ©pondant aux conditions prĂ©vues Ă  l'article 3;
  5° bonification d'intĂ©rĂȘt : la bonification d'intĂ©rĂȘt visĂ©e Ă  l'article 20, § 2 de la loi;
  6° montant initial du prĂȘt : la partie du capital empruntĂ© qui a servi Ă  payer le prĂ©compte professionnel mentionnĂ© Ă  l'article 3, § 1er, 1°, a) et b) dans les dĂ©lais prĂ©vus Ă  l'article 20, § 1er, alinĂ©as 1er et 2, de la loi;
  7° service compétent : [1 l'Administration générale de la trésorerie]1 du Service Public Fédéral Finances.
  
Art. 2. Dit besluit is van toepassing op de leningovereenkomsten gesloten tussen de datum van inwerkingtreding van dit besluit en 15 december 2009.
Art. 2. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© s'applique aux emprunts contractĂ©s entre la date d'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ© et le 15 dĂ©cembre 2009.
Art. 3. § 1. Om te kunnen genieten van de intrestbonificatie bepaald in artikel 20, § 2, van de wet, dient de tussen de kredietgever en de kredietnemer afgesloten leningovereenkomst te beantwoorden aan de volgende grondvoorwaarden :
  1° het bedrag van het ontleend kapitaal bedraagt ten hoogste :
  a) de bedrijfsvoorheffing met betrekking tot de bezoldigingen, betaald of toegekend in de maanden juni tot en met augustus 2009, waarvoor toepassing is gemaakt van artikel 20, § 1, eerste lid, van de wet;
  b) de bedrijfsvoorheffing met betrekking tot de bezoldigingen, betaald of toegekend in het tweede trimester van 2009, waarvoor toepassing is gemaakt van 20, § 1, tweede lid, van de wet;
  2° de leningovereenkomst wordt aangegaan met als enig doel het financieren van de bedrijfsvoorheffing bedoeld in 1°;
  3° de kredietnemer informeert de kredietgever over zijn intentie om een leningovereenkomst af te sluiten in het kader van de maatregel " liquiditeit van de ondernemingen " bepaald in artikel 20 van de wet en van zijn wens om te genieten van de bonificatie bepaald in artikel 20, § 2, van de wet.
  § 2. De leningovereenkomst moet ten minste de volgende vermeldingen bevatten :
  1° de uitdrukkelijke verklaring van de kredietnemer dat de leningovereenkomst uitsluitend bestemd is om het bedrag van de bedrijfsvoorheffing die betaald zal worden binnen de termijnen en in het kader van het uitstel voorzien in artikel 20, § 1, van de wet te financieren;
  2° het aanvangsbedrag van de leningovereenkomst;
  3° de duurtijd van de leningovereenkomst;
  4° het bedrag van de intrest;
  5° de terugbetalingsmodaliteiten van de leningovereenkomst;
  6° het rekeningnummer van de kredietnemer;
  7° de verklaring van de kredietnemer dat deze wenst te genieten van de bonificatie bepaald in artikel 20, § 2, van de wet en dat hij zich ertoe verbindt de voorwaarden verbonden aan de toekenning van deze bonificatie te respecteren.
  Het gebruik van bijlagen bij de overeenkomst is toegelaten. In dit geval maken de bijlagen integraal deel uit van de overeenkomst.
Art. 3. § 1er. Afin de pouvoir bĂ©nĂ©ficier de la bonification d'intĂ©rĂȘt prĂ©vue Ă  l'article 20, § 2, de la loi, l'emprunt conclu entre l'emprunteur et le prĂȘteur doit rĂ©pondre aux conditions de fond suivantes :
  1° le montant du capital emprunté s'élÚve au maximum au montant :
  a) du précompte professionnel relatif aux rémunérations, payées ou attribuées au cours des mois de juin à août 2009, auquel l'article 20, § 1er, alinéa 1er, de la loi a été appliqué;
  b) du précompte professionnel relatif aux rémunérations, payées ou attribuées au cours du deuxiÚme trimestre 2009, auquel l'article 20, § 1er, alinéa 2, de la loi a été appliqué;
  2° l'emprunt est conclu dans le but exclusif de financer le précompte professionnel visé au 1°;
  3° l'emprunteur informe le prĂȘteur de son intention de conclure un contrat d'emprunt dans le cadre de la mesure " liquiditĂ© des entreprises " prĂ©vue Ă  l'article 20 de la loi et de son souhait de bĂ©nĂ©ficier de la bonification prĂ©vue Ă  l'article 20, § 2, de la loi.
  § 2. Le contrat d'emprunt doit comporter au minimum les mentions suivantes :
  1° la déclaration expresse de l'emprunteur que l'emprunt est exclusivement destiné à financer le montant du précompte professionnel qui sera payé dans les délais et dans le cadre du report prévu à l'article 20, § 1er, de la loi;
  2° le montant initial du prĂȘt;
  3° la durée de l'emprunt;
  4° le montant de l'intĂ©rĂȘt;
  5° les modalités de remboursement de l'emprunt;
  6° le numéro de compte de l'emprunteur;
  7° la déclaration de l'emprunteur que celui-ci souhaite bénéficier de la bonification prévue à l'article 20, § 2, de la loi et qu'il s'engage à respecter les conditions liées à l'octroi de cette bonification.
  L'usage d'annexes au contrat est admis. Dans ce cas, les annexes font partie intégrante du contrat.
Art. 4. De kredietgever stuurt voor het einde van elke maand de volgende inlichtingen naar de bevoegde dienst :
  1° de volledige naam van de kredietgever (naam of firmanaam, ondernemingsnummer, adres van de zetel);
  2° een lijst van de leningovereenkomsten die per kredietnemer de volgende elementen vermelden :
  a) de volledige naam van de kredietnemer (naam of firmanaam, ondernemingsnummer, adres van de zetel);
  b) een duidelijke verwijzing naar de overeenkomst die afgesloten is overeenkomstig artikel 20, § 2 van de wet;
  c) de gegevens bedoeld in artikel 3, § 2, eerste lid, 2° tot 4° en 6°;
  d) het theoretisch bedrag van de intrestbonificatie op hetwelk de kredietnemer aanspraak kan maken, berekend volgens de regels voorzien in artikel 6;
  e) het bedrag van de betaalde intresten in het kader van de leningovereenkomst en dit maximaal gedurende de eerste zes maanden van deze overeenkomst.
  Bij afwezigheid van overeenkomst afgesloten in de loop van de maand die er aan voorafgaat, moet geen enkele inlichting verstuurd worden.
  De inlichtingen worden door de kredietgever medegedeeld overeenkomstig de technische standaarden en andere specificaties die de bevoegde dienst vaststelt.
Art. 4. Le prĂȘteur adresse, avant la fin de chaque mois, les informations suivantes au service compĂ©tent :
  1° la dĂ©nomination complĂšte du prĂȘteur (nom ou raison sociale, numĂ©ro d'entreprise, adresse du siĂšge);
  2° une liste des contrats d'emprunts mentionnant par emprunteur les éléments suivants :
  a) la dénomination complÚte de l'emprunteur (nom ou raison sociale, numéro d'entreprise, adresse du siÚge);
  b) une référence précise au contrat conclu en application de l'article 20, § 2 de la loi;
  c) les données visées à l'article 3, § 2, alinéa 1er, 2° à 4° et 6°;
  d) le montant thĂ©orique de la bonification d'intĂ©rĂȘt Ă  laquelle l'emprunteur peut prĂ©tendre, calculĂ© d'aprĂšs les rĂšgles prĂ©vues Ă  l'article 6;
  e) le montant des intĂ©rĂȘts payĂ©s dans le cadre du contrat d'emprunt et ceci pendant au maximum les six premiers mois de ce contrat.
  En l'absence de contrat conclu au cours du mois qui prĂ©cĂšde, aucune information ne doit ĂȘtre adressĂ©e.
  L'information est communiquĂ©e par le prĂȘteur suivant les standards techniques et autres spĂ©cifications que le service compĂ©tent dĂ©termine.
Art. 5. § 1. De kredietnemer is verantwoordelijk voor de naleving van de voorwaarden bepaald in artikel 20 van de wet en in artikel 3, § 1, in het bijzonder wat betreft de naleving van de termijnen voorzien op het vlak van de betaling van de bedrijfsvoorheffing.
  § 2. De kredietnemer houdt alle bewijsstukken die de bevoegde dienst noodzakelijk zou kunnen achten in het kader van de controle op de eerbiediging van de wet en dit besluit ter beschikking van deze dienst, inzonderheid :
  1° het bewijs van de storting van de bedrijfsvoorheffing volgens de regels bepaald in artikel 20, § 1, van de wet (kopie van rekeninguittreksels of een ander document of attest);
  2° de leningovereenkomst.
  Een kopie van deze documenten wordt op eenvoudig verzoek van de bevoegde dienst binnen de door deze dienst vastgestelde termijn overgemaakt.
Art. 5. § 1er. L'emprunteur est responsable du respect des conditions prévues à l'article 20 de la loi et à l'article 3, § 1er, notamment en ce qui concerne le respect des délais prévus en matiÚre de paiement du précompte professionnel.
  § 2. L'emprunteur tient Ă  disposition du service compĂ©tent toutes les preuves que celui-ci pourrait estimer nĂ©cessaires dans le cadre du contrĂŽle du respect de la loi et du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, notamment :
  1° la preuve du versement du précompte professionnel conformément aux conditions prévues à l'article 20, § 1er, de la loi (copie d'extraits de compte ou autre document ou attestation);
  2° le contrat d'emprunt.
  Une copie de ces documents est transmise sur simple demande du service compétent dans le délai fixé par celui-ci.
Art. 6. De intrestbonificatie bedraagt 1,5 % op jaarbasis op het aanvangsbedrag van de lening.
  De intrestbonificatie wordt berekend volgens de duurtijd van de leningovereenkomst met een maximum van zes maanden. Zij wordt pro rata temporis per maand berekend; elke begonnen maand telt voor een volledige maand.
  De intrestbonificatie is beperkt tot het bedrag van de betaalde intresten in het kader van de leningovereenkomst en dit maximaal gedurende de eerste zes maanden van dit contract.
Art. 6. La bonification d'intĂ©rĂȘt s'Ă©lĂšve Ă  1,5 % sur une base annuelle sur le montant initial de l'emprunt.
  La bonification d'intĂ©rĂȘt est calculĂ©e d'aprĂšs la durĂ©e du contrat d'emprunt avec un maximum de 6 mois. Elle est calculĂ©e pro rata temporis par mois; tout mois entamĂ© comptant pour un mois entier.
  La bonification d'intĂ©rĂȘt est limitĂ©e au montant des intĂ©rĂȘts payĂ©s dans le cadre du contrat d'emprunt et ceci pendant au maximum les six premiers mois de ce contrat.
Art. 7. § 1. De bevoegde dienst onderzoekt op basis van de door de kredietgever verstuurde documenten en de desgevallend door de kredietnemer verstrekte bewijsstukken of de intrestbonificatie kan worden verleend. Deze dienst kan de kredietnemer bijkomende inlichtingen en stukken vragen die deze noodzakelijk acht om het onderzoek uit te voeren.
  § 2. De storting van de bonificatie wordt door de bevoegde dienst in één keer en binnen de zes maanden die volgen op de ontvangst van de lijst bedoeld in artikel 4, eerste lid, 2°, uitgevoerd op de rekening aangeduid in de maandelijkse lijst bedoeld in artikel 4.
  § 3. Indien niet voldaan werd aan de grond- en vormvoorwaarden bepaald in artikel 3, wordt de bonificatie niet toegekend. Indien desalniettemin de bonificatie gestort geweest is terwijl één van deze voorwaarden niet was vervuld, is deze terugbetaalbaar door de kredietnemer op verzoek van de bevoegde dienst.
  Elke onrechtmatig verkregen bonificatie is van rechtswege en zonder ingebrekestelling onderhevig aan een intrest tegen de wettelijke rentevoet, berekend per dag vanaf de tiende dag volgend op de dag waarop het gebrek ter kennis van de kredietnemer is gebracht.
  Het verzoek tot terugbetaling wordt via aangetekende brief aan de kredietnemer ter kennis gebracht en vermeldt de wijze waarop deze terugbetaling moet worden uitgevoerd.
Art. 7. § 1er. Le service compĂ©tent contrĂŽle sur base des documents envoyĂ©s par le prĂȘteur et des preuves fournies le cas Ă©chĂ©ant par l'emprunteur si la bonification d'intĂ©rĂȘt peut ĂȘtre attribuĂ©e. Il peut demander Ă  l'emprunteur les renseignements complĂ©mentaires et piĂšces qu'il juge nĂ©cessaires pour exĂ©cuter son contrĂŽle.
  § 2. Le versement de la bonification est fait par le service compétent en une fois et est fait dans les six mois qui suivent la réception de la liste visée à l'article 4, alinéa 1er, 2°, sur le compte indiqué dans la liste mensuelle mentionnée à l'article 4.
  § 3. S'il n'est pas satisfait aux conditions de fond ou de forme prévues par l'article 3, la bonification n'est pas attribuée. Si néanmoins la bonification a été versée alors qu'il n'a pas été satisfait à l'une de ces conditions, celle-ci est remboursable par l'emprunteur sur demande adressée par le service compétent.
  Toute bonification indĂ»ment perçue est passible de plein droit et sans mise en demeure d'un intĂ©rĂȘt au taux de l'intĂ©rĂȘt lĂ©gal, calculĂ© par jour Ă  partir du dixiĂšme jour suivant le jour oĂč le dĂ©faut est notifiĂ© Ă  l'emprunteur.
  La demande de remboursement est notifiĂ©e par lettre recommandĂ©e Ă  l'emprunteur et indique les modalitĂ©s par lesquelles ce remboursement doit ĂȘtre effectuĂ©.
Art. 8. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 8. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 9. De Minister bevoegd voor Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 9. Le Ministre qui a les Finances dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.